VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3884

Ceylon · 1,016 pages · 160 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3884_0451 view scan ↗

English

1984 by having it appraised by commissioners, and subsequently proceeding with the collection. 13. Because it happened without the order of the Dessave that the usual New Year's gifts of foodstuffs were increased, and the resthouses were also decorated in an extraordinary manner, the respective headmen are hereby recommended to adhere to the old custom henceforth. 14. Although only one coolie per household ought to be taken for ordinary services, it has nevertheless been the practice at all times that more are called up for extraordinary occasions; thus this shall have to remain according to the old custom. However, care shall be taken that the said servants are not employed beyond fairness, while the respective headmen must take especially good care that those services are performed equally by everyone and that one person is not burdened more than another, and likewise that no Nanyndes are taken to carry palanquins, as this is improper and has been forbidden from ancient times. 15. It was never the intention of the Right Honorable Governor and his Council, nor of the Dessave of Mature, to send any person, except for condemned criminals, against his will to any work at Baddoegierieje in the Magampattoe. But because that region is so situated that, according to reports, the greatest benefit for this entire island, and especially for its inhabitants on this side of it all the way to Colombo, can be derived through the cultivation of paddy, if one only comes to the aid of that land somewhat by repairing the old dams and carrying out some other necessary works; thus the Dessave discussed this with the assembled headmen and asked them whether they could not provide a good number of people, willingly and out of affection for the Dessave and their headmen, to carry out some work in the Magampattoe for a short time. And because the said headmen agreed to this, and afterwards also informed the Dessave that everyone out of love and esteem 1985 esteem for their Dessave would undertake that journey and provide themselves with sustenance, the said Dessave trusted that everyone would go with full affection to that intended useful work. In that hope, His Honour had also already set out on the journey, after having previously given orders that arrack and some provisions for side dishes were to be delivered to Baddegirieje, along with 8000 parras of paddy, for the transport of which to that place the Mudaliyar Tinnekoon had received orders, who also made a start with it, all this to serve as provisions for those who might need them, as His Honour could well imagine that taking along their own livelihood would proceed very deficiently. But arriving at Diekwelle, the said Dessave discovered, to his greatest astonishment, the discontent of the people and their unwillingness to go to Baddegirieje, for which reason His Honour also excused all those from it who had no inclination for it. From this you people now see how the Dessave had no knowledge of of your unwillingness to go to Baddegirieje, whereas His Honour would otherwise have informed everyone in time to stay at home, just as we now hereby also excuse you people from that expedition. 16. To have a new survey of the areca trees in the gardens carried out by a commission would not only take a long time, but would also cause the Mayorals many expenses; therefore we think it better that those headmen who might not possess the rolls of the areca register of 1769 should request them, which will then be given to them by the secretariat free of charge, while they must then provide an extract from them for each village, garden by garden, so that everyone can see how much areca nut he must deliver; whereupon anyone who still believes he has reason for grievance may submit it to the head of the Korle Pattoo, who will subsequently have to provide a general report to the Dessave, whereupon 1986 the necessary investigation regarding those gardens shall take place and proper justice shall be done in that matter. However, if you people should subsequently request that a general new registration be carried out, that request will be brought before the Right Honorable Governor. 17. Regarding the complaint that Wellalas have also been taken for carrying cinnamon out of the King's Land, it serves to note that no people from other castes may be taken other than those who were used for that purpose in earlier years, and thus the headmen who also took Wellalas for this have acted very wrongly, which is now also further prohibited. 18. Concerning the accomodessans, of which you people say that some are poor, while others have managed to obtain good accomodessans through favor, a further investigation will be conducted when you people point out the particulars, and a report will then be sent to Colombo in order to obtain orders on that matter. 19. To the Mohandiram of the timber-dragging, the

Dutch transcription

1984 door gekommitteerdens te doen taxeeren, en nader de invordering laten doen. 13 vermits het buijten ordre van de heer dessave geschied is, dat de gewoone nieuwe Jaars paressen van Eet waaren is vermeerderd, en ook de rusthuijzen op een buijten gewoone wijze zijn vercierd, zoo werd de respektive hoofden aanbevoolen om voortaan bij de oude usansie te blijven. schoon uit ider huijsgezin tot ordinaire diensten maar een koelij behoord genoemen te worden zo is het evenwel van alle tijden ook in Gebruijk geweest, dat bij Extra ordinai„ „re Geleegendheeden meerder opgeroepen zijn, dus zal dit bij de oude gewoonte moeten blijven, egter zal ergezorgd worden dat gemelde dienstelin„ gen niet boven de billikheijd geEmploijeerd worden. terwijl de respektive hoofden voor al goede zorg zullen moeten draagen dat die Dienste egael door een jeder gedaan, en de eenen niet boven den anderen beswaard worden, zoo meede dat er geen naijndes tot het draagen van Palenkeins genoomen wor„ „den al zoo dit niet betaamt en van ouds verbooden is. 15 Nimmer is de intensie van den WelEdelen Groot dat aals de goed ij .. aan de 14 Groot Achtb: Heer Gouverneur en dies raad nog van den Dessave van Mature geweest, om eenig mensch /: buijten de gekondemneer„ de kwaaddoenders:/ teegen zijnen zin tot eenig werk na Baddoegierieje in de Magampattoe te zenden; maar wijl van die Landstreek zodanig gesitueerd is dat daar in volgens berigten een aldergroost voordeel voor dit geheele Eijland en in„ zonderheid voor dies bewoonders aan deeze zeide van het zelve tot na Colonbo kan behaald worden door de nelij Kutture, wanneer men dat Land maar wat te hulp koomt, door de oude Dammen te herstellen, en eenige andere nodige werk te verrigten, zo heeft de Heer Dessave de gezamentlij„ „ke hoofden daar over onderhouden, en hun gevraagd, of zij niet een goede parthij volk, goedwillig en uit Geneegendheid voor den Dessave en hunne hoofden, zou„ „den kunnen bezorgen om een korten Tijd in de Magampattoe eenig werk te ver„ „rigten, en weil ged=te hoofden zulx aange„ „noomen, en naderhand ook den Heer Dessave berigd hebben dat een ider uit Liefde en Achting 1985 achting voor hunne Dessave die Reise zoude onderneemen en zig verzien van onderhoud zo heeft ged=te Heer Dessave vertrouwd dat een ider met vollegeneegendheid tot dat aan„ „gelegde nuttige werk zoude gaan en in die hoop was zijn Edele ook reeds op Rijs ge„ gaan na alvorens ordres gegeeven te hebben dat er Arrak, en eenige dingen tot toespijs te Baddegirieje bezorgd wierd, nevens 8000 parras nelij tot welker Transport daar heen den Modliaar Tinnekoon heeft last gehad, die ook daarmeede een begin heeft gemaakt het een en ander om te die„ „nen tot verstrekkingen aan de geenen die zulks nodig zouden hebben, weil zijn Edele wel konde denken, dat het meede nee„ „men van leevens onderhoud zeer gebrekkig gaan zoude maar te Diek welle koomen„ „de ged=te Heer Dessave tot zijne grooste verwondering het misnoegen van het volk en hunne onwilligheid om na Baddegveije te gaan alwaarom zijn Edele ook alle de geene daar van excusseerde die daar toe geene genee„ „gendheid hadden hier uit ziet gijlieden nu hoe de heer Dassave geene kennis heeft gehad van van ulieder ongeneegendheid om na Baddegerize te gaan, terwijl zijn Edele anders een ider in tijds zoude hebben doen weeten om te huijs te blijven, gelijk wij ulieden ook nu bij deezen Excuseerd van die togt. 16/ om een nieuwen opneem van de Arreeksboomen in de tuinen te laaten doen door eenikomissie zulx zoude niet alleen van langen duur zijn„ maar zoude ook aan de Majoeraals veele kosten veroorzaaken; daarom denken wij dat het beeter zij dat de hoofden, die geene rollen van de Arreeks beschrijving van 1769 in handen mogten hebben, dezelve dienen te vraagen, die hun dan van de secretarije, son„ „der eenige kosten zullen gegeeven worden terweil zij dan daar uijt een uittreksel voor ieder Dorp, tuin voor tuin, zullen moe„ „ten geeven op dat een ider kan zien hoeveel Arreek hij leveeren moet, als wanneer de geene die nog meent reeden van beswaar„ nis te hebben, dezelve aan het hoofd der korlof pattoe kan opgeeven die dan daarna eene generaale opgaave aan den heer Dessave zal moeten bezorgen als wanneer 1986 het noodige onderzoek omtrend die tuinen zal geschieden en daar op goed regt gedaan worden Echter indien gijlieden nader mogte verzoeken dat er eene generaale nieuwe beschrijving mag geschieden, zo zal dat verzoek onder het oog van den wel Edele groot Achtb: heer Gouverneur worden gebragt. 17. / op de klagte dat tot het afdraagen van de kaneel uijt 's koonigsLand ook wellales ge„ noomen zijn dient dat geene volkeren van de andere kastos mogen genoomen worden, dan die in vroegere Jaaren daar toe zijn gebruijkt, en dus hebben de hoofden die daartoe ook wellales genoomen zeer kwalijk gedaan het welk ook als nu nader verbooden word. 18/ Nopens de Akomodessans, die gij lieden zegt dat sommige slegt zijn, terweil on„ „dere door hulp goede Akkomodesans hebben weeten te verkrijgen, zal nader onderzoek ga„ „daan worden wanneer gij lieden de aanwij„ zing van het een en ander komt te doen, en zal dan daar van berigt gegeeven worden na kolombo, ten einde op dat stuk ordres te erlangen. 19/ Aan den Mohandiram van de houtsleep zijn de en

NL-HaNA_1.04.02_3884_0456 view scan ↗

English

the Majoraals are not obliged to provide more pehiendons and adoeks than three months in the year, and that in three turns of one month each, and this time is also quite sufficient to drag the timber, provided that the Mohandiram takes the full number of Lascorins as is proper each time, which is seriously commanded to him, and should it also happen on a rare occasion that dragging must be done for more days, then this will have as its cause that the Mohandiram did not put the full number of Lascorins to work, and this may therefore not result in any disadvantage to the Majoraals regarding provisions beyond the stipulations; in order to save the dragging of much driftwood, 20 Thonies shall be cut, hollowed out, and branded with the Company's mark for the Company, for which purpose the headmen must therefore point out good thick angelique, and horgas or other trees, and with them the timbers can be transported down, just as takes place in the Gale korle and the Colombo Dessavony. However, the Majoraals are free, for the transport of timber from places where no Thonies can be used, to otherwise make rafts of driftwood as has been customary to date, while furthermore all the other services in the timber dragging must remain on the old footing. 20/ All those who have lost their letters or extracts of their parveny lands, and of which one might wish to confiscate the possessions for the Company, can apply further to the Lord Dessave, whereupon their complaints will be duly investigated by the Reverend Landraad and decided in all fairness, because the Company desires nothing that does not belong to Her Honour. 21/ No complaints have ever been received by the Lord Dessave that any piece of land has been taken away from anyone and incorporated into the Company's plantation at Caltura or elsewhere; if this has nevertheless happened, the interested parties may report further, whereupon they shall obtain their just rights after a proper investigation. 22/. The excavation in the Morruakorle for the provision of water through the spout of Cattoene to the Girwaijpattoe for the sowing of the fields belonging under the Resthouses of Marakadde and Ranne is in all respects a very useful work, although too much water also entered the Girwaijs in the past year because the entire Dessavony suffered this same fate through the extraordinarily abundant and prolonged rains, in addition to which it is furthermore to be noted that the water would have discharged into the sea at Kahandamodere more rapidly if the streams had been better cleared, and that if the water that ran off through the new canal to the Girwaij had taken its old course in the River of Mature, then apparently little of the paddy crop in the Belligam korle, Gangebaddepattoe, and the Baygams would have succeeded, but the same would have been lost through inundation. 23. If any inhabitants of the Girwij pattoe have reason for complaints about the taking away of their parveny fields, they must submit this to the Mudaliyar Tennekoon, who will then make a report thereof to the Lord Dessave, whereupon the complaints will be further investigated and settled, while for the complaint of the Attepattoo Madessans, the 17th Article serves as an answer. 24. The complaint regarding the receipt of the paddy in the Tangalle Warehouse will be investigated with all accuracy and settled in the most equitable manner. 25/ The delivery of cattle, buffaloes, and calves to the qualified gentlemen and to commandos marching from one place to another shall take place as economically as may be feasible, and payment for this must then be made properly to the owner against receipts, for which purpose the money can be received from the Company's treasury by the headmen. 26) Regarding the linens that the subordinates of the Hunt Master say are due to them for some held Elephant Hunts, it serves that, because no statement of this has been made, although order for it was given by the first undersigned and the present Lord Dessave, this could also not be proposed to Colombo; however, the Hunt Master Tennekoon is now further instructed to provide a statement of this at the earliest, in order that the same may be sent to Colombo, whereupon the Right Honourable, Most Worshipful Lord Governor will certainly give orders to grant to the Etbandenas what is due to them. 27. The grievance of the inhabitants of the Morruakorle that they cannot deliver 10,000 lb of cardamom, and that they must pay more for the cardamom than the 4 stivers that the Company gives, we shall propose circumstantially and favourably to the Right Honourable, Most Worshipful Lord Governor and the Council, because we are informed of the state of affairs, and we can meanwhile give sufficient assurance that regarding that delivery, as well as concerning its price and further grievance

Dutch transcription

de Majoraals niet verpligt meerder pehien„ „dons en adoeks te verstrekken dan drie Maanden in het Jaar, en zulks in drie kee„ „ren ider van een Maand en deeze tijd is ook zeer voldoende om de houtwerken te sleepen, wanneer den Mohandiram het vol„ „le getal Laskorijns gelijk dat behoord tel„ „kens neemt het welk hem serieus aan be„ voolen word, en zo het ook een enkeldmaal mogte gebeuren dat er meerder Dagen moesten gesleept worden dan zal zulx tot reeden hebben, dat den Mohandiram het volle getal van Laskorijns niet aan het werk heeft gezet, en zal dit dus niet tot nadeel van de Majoraals omtrend verstrekkingen boven de bepaalingen mogen koomen om het sleepen van veele drijffhouten uit tewinnen zul„ len 20 Thonies voor de kompanie gekapt uit„ „gehold en met 'skomp: merk gebrand wor„ „den, waartoe dus de hoofden goede dikke angelijke, en horgas of andere boomen moeten laaten aanwijzen, en daar meede kunnen de houtwerken worden afgebragt, even zo als in de Gale kort, en de kolombose Des„ Savonij 1987 savonij geschied. echter staat het de Ma„ joeraals vrij om tot transport der hout werken van plaatsen waar geen Thonies konnen gebruijkt worden, als anderzints vlotten van drijfhouten te maaken zo als tot dato gebruijkelijk is terwijl voorts alle de verdere diens„ „ten bij den hout sleep op den ouden voet moeten blijven. 20/ Alle de geene die hunne brieven of Extrakten van hunne pardenij Lande„ „rijen verlooren hebben, en waar van men de bezittingen voor de kan panie wel intrekken, kunnen hun nader„ bij den Heer Dessave vervoegen, als wanneer hunne klagten na behooren bij den Eerwaarde Landraad onderzogt en na alle billijkheid zullen beslust worden, weil de kampanie niets be„ „geert wat haar Edele niet toekomt. 21/ Nimmer zijn er klagten bij den Heer Dessave Dessave ingekoomen dat van jemand eenig stuk Land is afgenoomen en in 'skomp:s plantagie, te kolotte of elders ingetrokken, zoo dit egter geschied is, dan kunnen de belang hebbende hun nader melden als wan¬ „neer hun goed regt na behoorlijk onder zoek zal geworden. 22/. De doorgraaving in de Morruakorle ter bezorging van water, door de spouit van kattoene na de Girwaijpattoe ter bezaaijing van de velden gehoorende onder de Rusthuijsen van Marakad„ „de en Ranne, is allesints een zeer nuttig werk schoon er ook in het jongste Jaar te veel water in de Girwaijs gekoomen is wijl de heele Dessavonij door de Extraordinaire veele en langduurende reegens dit„ zelfde lot heeft ondergaan waar bij 1988 bij nog boven dien aan te merken is dat het waater spoediger te kahan„ „damadere in zee zoude afgeloopen zijn indien de spruiten beeter waaren opgeruimt geweest en dat wanneer het waater dat door het nieuwe ka„ „naal na de Giraaij is afgeloopen, zijn ouden Loop in de Revier van Mature had gehad en als dan ap„ „perent wijnig van het nelij Gewas in de Belligam korle Gange baddepattoe en de Baijgams te recht gekoomen maar het zelve door overstrooming zoude verlooren gegaan zijn. 23. Jndien er eenige Jngezeetenen van de Girwij pattoe reden hebben van klagten over het afneemen hunner parvenie velden, zo moeten zij zulx aan den Modliaar Tinnekoon opgeeven, die dan daar van Rapport zal zal doen aan den Heer Dessave als wanneer de klagten nader zullen onderzogt en afgedaan worden, terweel op de klag„ „te der Atekomodessans het 17 Arti„ kul tot Antwoord dient. 24. De klagte over de ontvangst van de nelij in het Tangaals Pakhuijs zal met alle nauwkeurigheid onderzogt, en op de billijkste wijze afgemaakt worden 25/ Het leeveren van koebeesten, buffels en kalveren aan de gequalificeerde Heeren en aan Commandoos, die van de eene na de andere plaats marscheeren, zal zo menageus geschieden als doenlijk zij, en dan zal daavoor de betaaling behoorlijk aan den Eijgenaar teegens quitanties moeten geschieden waartoe het Geld uit 'Jkomp„s kas door de hoofden kan ontvangen worden. 26) Noopens de Lijwaaten die de ondergesdutele van 1989 van den Jaag meester zeggen hun toekoomen voor eenige gehoudene Eleffants Jagten, diend, Dat weil daar van geene opgaave gedaan is„ of schoon door den eerstgeteekende en den pre„ „senten heer Dessave daartoe ordre gegeeven is zoo heeft zulks ook niet na kolombo konnen voorgedraagen worden terwijl egter als nu den Jaagmeester Tinnekoon nader gelast word om daarvan ten eersten eene opgaave te besorgen, ten einde dezelve na kolombo kan worden gezonden als wanneer den wel Edelen Groot Achtb: Heer Gouverneur wel orders zal stellen om aan de Etbande„ nis te geeven wat hun toekomt 27. De bezwaarnis der inwooners van de Morrae „akorl dat zij geen 10, 000 lb kardamon konnen leeveren, en dat zij meerder voor de kardemon moeten betaalen dan 4. stver=s die de komp: heeft, zullen wij aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Gouverneur en den Raad, omstan dig en gunstig voordragen, wijl wij van de zaaks gesteldheid onderrigt zijn, en wij kunnen inmiddels genoegzaame verzeeke„ „ring geven, dat omtrent die Leverantie zo wel als nopens dies prijs en verdere beswaarnis le

NL-HaNA_1.04.02_3884_0462 view scan ↗

English

grievances, a favorable and reasonable settlement will be made. 28. All further complaints that could not be answered in this due to lack of time, or that must be prepared for adjudication through hearing and cross-examination, shall be investigated further by European commissioners and settled equitably, of which you may rest assured. 29. During our presence in this Disavany, we have learned from many people, both through messages and through conversation with some persons from the assembled crowd, that many, if not all, of the assembled minor headmen and others are apprehensive that, even though their complaints were settled, some harm might come to them. This fear has even gone so far that people were unwilling to entrust coolies to us to Matara, although we gave the best assurance that they had nothing to fear and would be escorted back out of Matara by the lascorins of the first signatory. Since we have come here to restore tranquility and have assured the collective crowd that was on strike of our goodwill, provided they would also listen to our good counsel and orders, we have taken the aforesaid apprehension and anxiety very much to heart. Therefore, as said before, seeking nothing other than the collective welfare of you all by restoring tranquility, we have resolved to give you the very best proof thereof, consisting in this: that we take it upon ourselves to promise you all a collective pardon, as we do hereby, with the promise and assurance that no one shall be prosecuted in any way on account of this unlawful assembly, nor need be afraid of anything or anyone, but that you all may remain peacefully in your houses, and come to Matara as usual to conduct your affairs, and depart again, without anyone being called to account regarding the unlawful assembly, neither by us, nor by the lord Disava, nor by anyone else. And to give you immediate proof of this our pledge, we have also, at this very moment after the reading of this mandate ola, released the Makawitte people, who according to the gathered papers are guilty of punishment, and other detainees. 30. Lastly, it serves for your information that we have ordered the respective headmen to depart to their korales and pattuwas to support you with good counsel and to perform the Company's service properly; with the further recommendation that they likewise may not cause anyone any trouble regarding the revolts. And as it is now not necessary through this favor that we go into the country again, because you may safely come to us without the slightest fear, we shall eagerly look forward to receiving those of you who still have something to say, or who merely wish to come to greet us. But we must also, in conclusion, earnestly warn you: that if anyone among you, after receiving this mandate, contrary to all expectation should fail to heed what is mentioned therein with such heartfelt goodwill, we shall exclude such persons from the aforesaid pardon, and they shall thus be regarded and held as subjects rebelling against their sovereign lord, who deserve the heaviest punishments, and thus shall be prosecuted everywhere, in which unhappy event we leave all the consequences that will arise therefrom to their own account and responsibility, withdrawing our heartfelt goodwill from them. Matara, the 28th of May, Year 1790. Was signed: D: F: Fretz and A: Samlant. Below, agreed, was signed: P: A: de Moor, Committee Scribe. Below, agrees, signed: M: J: Palin, authorized. Agrees, [illegible], first clerk. No. 10 1291 Examined Translation of a Sinhalese mandate ola, written by the Lord Commissioners Diedrik Thomas Fretz and Abraham Samlant to the minor headmen and inhabitants of the Weligam Korale. We have understood from our appohamies, who brought the mandate ola sent by us to you, that they had heard from some people among you that they said it seemed as if the journey to Badagiriya was not entirely abolished, wherefore we refer you to the re-reading of the 15th Article of the said mandate ola, whereupon you are hereby further assured. Thus written and sent from Matara, the 1st of June 1790. Below stood: for the translation, Matara, the 17th of June 1790. Was signed: D: D: Perera. Below stood: agrees, signed: M: J: Palin, authorized. Agrees, [illegible], first clerk. 1. 1992 Panas ola to the minor headmen and collective inhabitants of the Giruwapattuwa. The appohamies who brought our mandate olas of the 28th of May to you have informed us that some persons had said that nothing appeared from that mandate regarding the settlement of their complaints, and that they were therefore requesting that the same might be settled. Wherefore we hereby make known for everyone's information: That when you read the mandate more closely, you will indeed find that there are several Articles in it that concern the Giruways, and that we have promised that all the remaining complaints will be investigated further and settled, just as for the last-mentioned purpose we have also requested elucidation from the Mudaliyar Jayanaikon regarding your grievances, which he also submitted to us a couple of days ago and is now being translated, and thereafter we shall take into consideration those points that appear therein, and give you an answer thereon

Dutch transcription

beswaaren is een gunstig en reedelijke schikking zal gemaaket worden. 28. Alle verdere klagten die in deese niet be„ „antwoord hebben kunnen worden, weegens gebrek aan tijd of die door het hooren, en weeder hooren in staat van weisen moeten ge„ bragt worden zullen nader door Europeeze gecommitteerdens onderzogt, en na billijkheid afgedaan worden, waar van gijlieden u kunt verzeekert houden. 29 geduurende ons aanweezen in deese Dessavo„ „nij hebben wij van veele Menschen, zoo door boodschappen als door gebrek met som„ „mige perzoonen van de te zaamen gerotte menigte verstaan, dat veele zo niet alle van de te zaamen gerotte minderhoofden, en ander bedugt zijn, dat schoon hunne klagten afgedaan wierden, hun eenig Leed mogte geschieden, en deeze vrees is zelfs zo verre gegaan dat men ons geene koelies tot Mattire heeft willen aan„ vertrouwen, schoon wij ook de beste verzeekering hebben gegeeven dat zij voor niets te vreesen hadden, en door de Laskorijns van de eersten Teekenaar weederom uit Mature zouden begleid worden, en wijl wij hier gekoomen zijn om de rust te herstellen, en de gezaamentlijk meenigte 1990 menigte, die de stakman was, verzeekent hebben van onze welmeenentheid, mits zij ook na onzen goeden Raad en ordre kwaamen te luisteren; zo hebben wij de voormelde bekommering en ongerustheid seer ter herte genoomen, en alzo, ge„ „lijk voorzegt wij niets dan ul ieder gezaament„ „lijk wel zijn zoeken door de rust te herstellen, zo zijn wij te Raade geworden om ulieden daer van het allerbeste bewijs te geeven, hier in be„ „staande dat wij het op ons neemen om ulieder gezaamentlijk Pardon toete zeggen, gelijk wij doen bij deezen met belofte en verzeekering dat niemand weegens deze te zaamenrotting op eenigerhande weise zal vervolgt worden, of voor iets, of jemand behoeven bevreest te zijn, maar dat gij lieden alle gerust in uwe huijzen kunt blijven, en als na gewoonte op Mature koomen uwe zaaken verrigten, en weeder kunt heenen gaan, zonder dat iemand over de te zaamen rotting te rede gesteld zal wor„ „den, nog door ons, nog door den heer Dessave of imand anders. En om ulieden van deeze onze toezegging een daadelijken blijk te geeven, zoo hebben wij ook op dit oogenblik na het lee„ sen van deeze Mandaat ola, de volkeren Makawitte die volgens de ingewonne papie„ van strafschuldig zijn, en andere gearresteerden op vrije voeten gesteld 30 Laastelijk diend tot ulieder naricht dat wij de nagezien Pourfouis. de respective hoofden gelast hebben om na hunne korles en pattoes te vertrekken om u met goe„ „den raad te ondersteunen, en 'skomp dienst na behooren te verrigten; onder verdere aan bevee ling dat zij meede niemand eenige moeijnis mog„ „ten aandoen over de revoltes en alzo nu door deeze gunst niet nodig is dat wij weeder in het Land gaan, weil gijlieden zonder de minste vrees gerust bij ons kunt koomen, zo zullen wij de geene die van ulieden nog iets te zeggen hebben of die ook maar enkeld koomen willen om ons te groeten, met verlangen te gemoet zien„ Dog wij moeten ulieden ook nog ten besluit eernstig waarschouwen, Dat wanneer iemand van ulieden na den ontvangst van deeze mandaat buiten alle verwagting aan het daarinne zo hartelijk wel„ menend vermelde geen gehoor mogte geeven, dat wij dan de zulke van het voorm: pardon uit sluiten en zij dus zullen aangemerkt en gehou„ „den worden als teegens hunne Lands Heer repel„ „leerende onderdaanen, die de swaarste straffen verdienen, en dus over al zullen vervolgd wor„ „den, in welke ongelukkig geval wij alle de gevolgen die daar uit zullen ontstaan, voor hun„ „ne reekening en verantwoording laaten bij onze hartelijke welmeenendheid van hun verweideren. Mature Den 28. Maij Ao 1790. /:was geteekend:/ D: F: Fretz en A: Samlant, lager akkordeert w: geteek:t/ P: A: de moor Commiss Scriba. /:onderst: accordeert /:getek:/ M: J: Palin geanth: Accoreert ybrands lyklerk N 10 1291 nagezien Translaat singaleesche Mandaat ola, geschreeven door de Heeren Kommissarissen Diedrik Thomas Fretz, en Abraham Camlant aan de minder hoofden en Jngezeetenen van de Belligamkorle. Wij hebben van onze Appoes die de door ons ge„ zondene Mandaat ola bij uw lieden hebben gebragt, verstaan dat zij van eenige men„ „schen onder uw liden gehoord hadden, dat zij zijden dat het scheen als of de Rijze naar Badegirie niet ten vollen afgeschaft was, alwaarom wij uw overwijzen tot het herleesen van het 15:' Artijkel van ge„ „melde mandaat ola, als wanneer gij lieden hier bij nader verzeekert word. Aldus geschreeven en gezonden is uijt Matura den 1 Junij 1793. /:onderstond:/ voor de Translatie Mattro den 17. ' Junij 1790. /:was geteekend:/ D: D: Perera /:onderstont:/ accordeert /:geteketnt:/ M: f: Palen geartt: Accordeert fijbrands Pompeus. Eiklerk eert 4 1„. 1992 Panas ola aan de minderehoofden en gezaamentlijke inwoonders van de Goirenaijpattoa De appoehamis die onze Mandaat olas van den 28.:' Maij bij ulieden gebragt hebben, heb„ ben ons berigt dat sommige perzoonen ge„ zegt hadden, dat er bij die mandaat niets bleek van de afdoening hunner klagten, en dat zij derhalven verzoekende waaren dat dezelve mogten worden afgedaan. Alwaar om wij bij deezen tot naricht van een ieder doen weeten. Dat wanneer gij lieden de mandaat nader na„ leest, dat gij dan wel zult vinden dat daar bij verscheide Artikuls zijn, die de Gi„ „vowaijs raaken, en dat wa beloofd hebben dat alle de overige klagten nader onderzagd en afgedaan zullen worden, gelijk wij ten laastgem: eijnde ook Elucidatie van den Modliaar Jinnekoon nopens ulieden beswaarnissen gevraagd hebben, die hij ons ook voor een paar Daagen overgelegd heeft en nu getranslateerd word en daar na zul„ len wij die poinkten, die daar bij voorkoomen in overweeging neemen, en ulieden daar op bescheid -

NL-HaNA_1.04.02_3884_0470 view scan ↗

English

provide proper and just redress. In the meantime, we trust that you will make use of the pardon promised to you in the 29th article of our mandate, and that you will conduct yourselves as becomes obedient subjects, in which case you shall also be heard further in all fairness regarding any complaints you may still have to bring forward; and for which purpose you may freely appear before us without any apprehension. Was written below: Mature, the 1st of June A:o 1790. Signed: D: T: Fretz and A: Samlant. Below stood: agrees. Signed: M: F: Palm, authorized. Agrees. Sijbrands V. Segkeerk examined Pompeus No. 12 1933 Whereas I have learned that some of the inhabitants of this Dissavony are in fear that I will not forgive them the evil they committed by conspiring together, but will prosecute them for it in the course of time; therefore, I hereby assure one and all that I have heard with the greatest joy of the very favorable settlement made by the commissioners, as I desire nothing more cordially than that the peoples entrusted to my care and love may enjoy all temporal happiness, blessing, and peace. I also hereby assure one and all that their further complaints, grievances, and requests will be heard and settled with love, indulgence, and fairness, and that I, for my part in particular, will do everything possible to promote the contentment of my subordinates, and thus look after their interests with the same zeal as if they were entirely entirely my own. And whereas I believe that my promises to my subordinates have always been sacred, and my actions have proved this abundantly to everyone, I likewise trust that one and all will let go of their unnecessary fear, and will gladden me and their wives and children with a quiet residency and fair obedience to their headmen, to the end that happiness and blessing may once again be spread over you all and the country. I trust in this all the more, as I am certain that you will know how to appreciate according to its worth the high favors shown to you with the granting of a General Pardon and the promises that your further requests, grievances, and complaints will be settled according to justice and fairness, and that you will also consider what misfortunes await you if you do not immediately make use of this leniency 1994 make use of this leniency and accept it with gratitude. Dispatched the 2nd of June 1790: by, was signed: C: van Angelbeek. Below stood: Agrees. Signed: M: F: Palm, authorized. Below stood: agrees. Signed: M: F: Palm, authorized. Eijbrands Town clerk Pompeus examined 13. 1995 The joint Headmen and Inhabitants of the Morrua Korle are hereby notified. That no higher delivery of cardamom will be imposed upon the inhabitants of the Morrua Korle than they can provide without hardship, in proportion to whether the harvest therein has turned out well or poorly, and for which, in the future, instead of four stivers, eight stivers per pound will be paid, since cardamom must currently actually be purchased by the obligated parties at a higher price than formerly. And whereas it has appeared to our commissioners upon investigation that the former and present Mudaliyars of the Morrua Korle, Dissannike Illekeratne and Wikkormeratne Ammeskoon Ekenaike, have received back from the inhabitants a portion of the money that was advanced for the purchase of cardamom which could not be delivered, with 50 percent advance; the said Mudaliyars are therefore ordered to submit at once: First, a list of those who have paid back the surplus of the received money with 50 percent, paid back, indicating how much each person has paid, while the present Mudaliyar shall return to the inhabitants against receipt the excess money thus received back by him as well as by the retired Mudaliyar Illekeratne, as soon as he shall arrive in the korle. Thus written in the Castle of Colombo, the 2nd of June A:o 1790. Signed: W: J: van de Graaff. Below stood: agrees. Signed: M: F: Palm, authorized. Sijbrands Town clerk Agrees. examined Pompeus 14. 1996 We, Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councilor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. To all those who shall see this or hear it read, greeting and make known. Whereas We have sent the Senior Merchant and Dessave of the Colombo surroundings, the Honorable Diederich Thomas Fretz, and the Merchant and Colombo Trade Bookkeeper, the Honorable Abraham Samlant, as our Commissioners to Mature, to hear, investigate, and fairly settle the complaints of a party of minor headmen and other inhabitants of the said Dissavony who were gathered together; and these our Commissioners have reported to us that they have had the received complaint olas translated, have attentively considered the complaints presented therein, and have subsequently made such provision therein as was made known by them in detail in a Mandate of the 28th of May last. Therefore

Dutch transcription

bescheid en goed regt bezorgen. Jnmiddels vertrouwen wij dat gij lieden wel zult willen gebruijk maaken van de vergif„ „fenis die ulieden bij het 29=den artikel van onze mandaat is toegezegd, en gij uw zult gedraagen als gehoorzaame onderdaanen betaamt als wanneer gij lieden ook verder in alle billikheijd zult gehoord worden, no„ „pens de klagten die gij lieden nog mogte in te brengen hebben; en waardtor gij lieden vrijelijk sonder eenige bedugting bij ons kunt koomen verscheinen. /: onderstond:/ Ma„ „ture den 1 Junij A:o 1790. /:geteekend:/ D: J: Gretz en A: Samlant /:onderstont:/ accordeert /:geteekent:/ M: fr Talm geamth: Accordeert Sijbrands V. Segkeerk nagezien Pompers ƒ No. 12 1933 Vermits Ik vernoomen hebbe dat zommige van de Jngezeetenen deezer Dessavonie in vreese zijn, dat ik het door hun begaan kwaat met zig bij den anderen te zaamen te rotten hun niet zal vergeeven, maar hun in vervolg van Tijd zal dar voor vervolgen, zoo is het dat ik bij deezen alle en ijgelijk verzeekere, dat ik met de meeste blijdschap de zoo gunstige schikking door heeren kommissaris„ „sen gehoord hebbe, al zoo ik niets harte„ „lijker wensche dan dat de volkeren die mijne zorge en Lieffde aanbetrouwd zijn alle tijdelijk Geluk Zegen en Gerustheid genieten. ook verzeekere ik bij deezen alle en een ijgelijk dat hunne verdere klagten bezwaaren en ver„ „zoeken met liefde, toegeevendheid en billik„ „heid zullen aangehoord en afgedaan wor„ „den, en dat ik in zonderheid van mijn kant alles zal doen wat mogelijk is, om het genoegen van mijn ondergeschikten te bevorde„ ven, en dus hunne belangens met dien zelfde zugt zal behartigen als of ze geheel en Tannas ola al al de mijne waaren, en vermits ik geloove, dat mij„ „ne beloften teegens mijne ondergeschikten steeds heilig zijn geweest, en mijne handelin„ „gen dit ten overvloede aan een ijder heeft be„ „weesen zoo vertrouwe ik ook, dat alle en een ijgelijk zijne onnodige vreeze zal laaten 9 vaaren, en mij en hunne vrouwen en kinderee met een stille inwooning, en billijke gehoor„ zaamheid aan hunne hoofden zullen verblijden ten eijnde Geluk en zeegen over uw alle en het Land op nieuw verspreid mogen worden. Ik vertrouwe hier op te meer, terwijl ik verzeekert ben dat Gij lieden na waarde zult weeten te beoordelen de Hooge Gunsten die uw met het verleenen van een Generaa„ „le Pardon beweezen zijn geworden en de be„ „loften dat uwe verdere verzoeken; bezwaa „ren en klagten na regt en billikheid zul„ „len afgemaak worden, en dat gij lieden ook daar bij zult bedenken, welke onheilen uw Lieden te wagten staat, zo Gijlieden van deeze toegevendheid niet ter stond gebruijkt 1994 gebruik maakt, en met dankbaarheid aan „neemt. Affgezonden den 2 Junij 1790: door /: was gete„ „kend:/ C: van Angelbeek /:onderstond:/ Akkordeerd /:geteekend:/ M: f: Palm geauta„ /:onderstont:/acordart /:getekent M: f: Palin geauthriseerde ƒ Eijbrands GGklerk Pompuur nagezien 13. 1995 Dat aan de ingezeetenen van de Morruakorl geen hoogere Leverantie van Kardamom zal worden opgelegd dan ze zonder ongemak na maate dat het gewas daar in wel of kwalijk geslagt is, kunnen bezorgen, en waar voor in den aanstaande insteede van vier stver:s acht stver:s voor het Pond zal worden bezaald, dewijl de kardamon thans werkelijk duurder dan eertijds door de verpligtelingen moet worden ingekogt, en wijl het aan onze kom„ „missarissen bij onderzoek gebleeken is dat de geweeze en presente Modliaars der Mo„ nuakorl Dissannike Jillekeratne en Wikkor„ meratne Ammeskoon Ekenaike een gedeelte van 't Geld dat verstrekt is tot den inkoop van Kardammon heeft kunnen geleeverd worden van de Jngezeetenen te rug ontvan„ „gen hebben, met 50 procento advans zo zijn gedagte Modliaars gelast om ten eersten= Eene lijst over te leggen van de geene die het overschot van 't ontvangene Geld met 50 pr Cento De gezaamentlijke Hoofden en Jngezeetenen van de Mor„ „ruacorl word bij deezen be„ „kend gemaakt. hebben hebben uijtgekeerd, aan wijzende hoeveel een ider heeft voldaan terwijl den presenten Modliaar dat meerdere zo door hem als door den afge„ „gaane Modliaar Gillekeratne te rug ontvan„ „gene Geld aan de Jngezeetenen tegens qui„ „tantie zal restituueeren, zo dra hij in de korl zal koomen. Aldus Geschreeven in het kasteel kolombo A„o 1790. /:geteekend:/ W: Den 2de Junij A J: van de Graaff. /:onderstont:/ accordeert /:geteekent:/ M: f: Palm geauth: Sijbrands Gykerk Accordeert 5 nagezien Pampeis 14. 1996 Wij Willem Jacob van de Graaf Raad ordinair van Neederlands Jndie Gouverneur en Direkteur van 't Eijland Ceilon met dies on„ derhoorigheeden. Allen den geenen die deezen zullen zien of hooren leesen, salut doen te weeten. Nademaal wij de opperkoopman en Dessave van de kolombosche ommelanden DE: Die„ „terich Thomas Fretz, en de koopman en kolombosche negotie boekhouder DE: Abra„ „ham Samlant, als onze kommissarissen na Mature hebben gezonden om de klagten van een Partij kleene hoofden, en andere in „gezeetenen van gemelde Dessavonij dewel„ „ke te zaamen vergaderd waaren, aan tehooren, te onderzoeken en na billigheid af te doen en deeze onze kommissarissen ons berigt hebben, dat ze de ontvangene klagt olas hebben doen translateeren, de daarbij voor„ „gestelde klagten met attentsie overwoogen, en vervolgens daar in zodanig voorzien heb„ „ben als door hun bij een Mandaat van den 28 Maij JL:n omstandig is bekent gemaakt. Soo

NL-HaNA_1.04.02_3884_0482 view scan ↗

English

thus it is that we, having attentively reviewed the received copy of the aforesaid Mandate in our council and having maturely deliberated upon its contents, and gladly wishing to give to the good inhabitants of the Matara Dessavony a proof of how much we are inclined to promote their peace and prosperity, have decided on the 1st of this month in our meeting to fully approve and ratify by these presents the contents of the aforesaid Mandate, and everything that has been granted by our aforesaid commissioners in the mentioned Mandate shall be observed precisely as if it had been done by ourselves. And whereas our frequently mentioned commissioners have deferred to us the decision on some articles about which the inhabitants have complained, we have furthermore, on their recommendation, approved and decreed: 1. That the ottoe duty on the paddy that is sown on the Chenas in the Matara Dessavony shall henceforth no longer be farmed out, but that the same shall be assessed by commissioners, in order to carry out the collection accordingly. 2. That if the inhabitants of the Matara Dessavony, according to what was announced to them in the 16th Article of the aforesaid Mandate, and notwithstanding the indication given therein, should nevertheless request that a new arecanut registration may take place, the necessary order shall be issued for that purpose. 3. That a separate Mandate shall be sent to the inhabitants of the Morawak Korle concerning the cardamom delivery. We hereby further very earnestly admonish all inhabitants of the Matara Dessavony, in so far as this might not yet have happened contrary to our expectation, to immediately betake themselves each to his village and dwelling and to behave as peaceful inhabitants of the Company, in which confidence we hereby further specially confirm the Pardon granted to them by our commissioners in the aforesaid Mandate, and as a consequence thereof promise that no one shall now or in the future be questioned or punished for the past unlawful assemblies, complaints made, or any other acts committed during the aforesaid assemblies, provided that each person, as soon as possible after this our further order shall have come to their knowledge, returns to his village and house and conducts himself quietly and peacefully, as befits good and faithful inhabitants. All those then who shall neglect the aforesaid Favor and make themselves further guilty of any unlawful assemblies and other riotous acts shall be regarded as rioters and disturbers of the public peace and shall, upon apprehension, be punished according to the strictness of the laws; and this our Mandate shall be published at Matara and delivered into the hands of the chiefs in order to have it published in the korles and pattus as well. Thus done in the Castle of Colombo, on the Island of Ceylon, the 2nd of June, Anno 1790. signed: W. J. van de Graaff below stood: agrees was signed: M. F. Palm, authorized Agrees Sybrandsz, first clerk Pompeus Draft Mandate No. 15. For the instruction and observance of the Mudaliyar, Vidanes, and minor chiefs, together with the collective inhabitants of the Girreway Pattu. To the complaint made by many of the aforementioned minor chiefs and inhabitants, the following serves as an answer: 1. That if parveny fields of anyone have been farmed out, a report thereof must be made to Sinnekoon Mudaliyar, who will then inspect the proofs, investigate the matter, and submit a report to the Lord Dessave, whereupon proper justice will follow. 2. The gardens in which no coconut or arecanut trees stand, and for which therefore no garden duty nor arecanut can be paid, may also be reported to Sinnekoon Mudaliyar, who will then have them surveyed and submit a report of the findings so that those gardens can be exempted from those duties. 3. He who has paid interest on Company's seed corn must report it to the Lord Dessave and show to whom and how much he has paid, whereupon, after investigation, the interest will be returned; but regarding the saw-fields of Nallegam no change can be made, because upon investigation in the year 1770 it was found that the Company has the right of ownership thereto, but because the inhabitants were then in possession of it for many years, they were confirmed therein by the Ceylon Resolution of the 11th of December 1770, provided they deliver to the Company one amunam of ottoe for every amunam in size. 4. The Mudaliyar Sinnekoon has done very wrongly to have cinnamon carried by Vellalas, and this is now further forbidden to him. 5. Regarding the receipt of the paddy in the bankshall warehouse, an equitable arrangement will be made and care taken that no one is prejudiced, and if there are any orders or sannases among you concerning the weighing, they must be submitted to us or to the Lord Dessave, in order to be able to take them into consideration. 6. When you specify further by whom your cattle have been seized, proper justice will be done after investigation thereof, and in the meantime it is strictly forbidden to have any cattle seized, except only so far as is necessary for detachments, for which payment must then be made immediately by the Mudaliyar of the Girrewais; and the divel must also be paid by the one who receives it according to the custom of the country, provided that for gardens that are not divel lands or are proven to be exempt, the garden duty for tobacco must be paid according to custom. Furthermore, that according to the report of Sinnekoon Mudaliyar, the Etbandenes their share

Dutch transcription

zoo is het dat wij het ontfangen afschrift van voorsz: Mandaat in onze raad met aandagt geresumeerd en overdies inhoud rijpelijk gedelibereerd hebbende, en aan de goede in„ „gezetenen van de Matureesche Dessavonij gaarne een blijk willende geeven, hoe zeer wij geneigt zijn om hunne rust en welvaard te bevorderen, op den 1ste deezer in onze vergadering beslooten hebben, den Jnhoud. van de voorsz: Mandaat ten vollen te appropeeren en te ratificeeren door dee „zen, en zal alles dat door voorsz: onze kommissarissen bij gemelde Mandaat is toegestaan, worden nagekoomen even en zodanig als of het door ons zelve geschied waare. Een vermits meermelde onze kommissarissie de dispositie over eenige artikulen, waar over de ingezeetenen zig hebben beswaard aan ons hebben gedefereerd, zoo hebben we op hun voordragt nog goedgevonden en verstaan „Dat de ottoe gerechtigheid van de nelij die gezaaijd word op de Chenas in de Matu„ reesche Dessavonij voortaan niet meer zal worden verpagt maar dat dezelve zal worden 1997 worden getaxeerd door gecommitteerdens, ten Eijnde daar na de invordering te doen. 2/ Dat indien de ingezeetenen van de Maturee „sche Dessavonij, volgens het hun aangekun„ „digde bij het 16„' Artikul van de voorsz: Mandaat, en niet tegenstaande de aanwij„ „zing daar bij gedaan, nogtans mogte ver„ „zoeken dat er een nieuwe arreeks beschrij„ „ving mag geschieden, daar toe de nodige ordre zal worden gesteld. 3/ Dat de ingezeetenen van de Morruakorl een apparte Mandaat zal gesonden worden weegens de Rardemon leverantie. wij vermaanen hiermeede alle ingezeetenen van de Matureesche Dessavonij nader zeer ernstig om in zoo verre dat teegens onze verwagting nog niet mogte zijn geschied, zig dadelijk een elk na zijn dorp en wooning te begeeven en zig als vreedzaame inge„ „zeeteren van de Comp=e te gedraagen, in welk vertrouwen we door deezen nader specielijk bekragtigen, het door onze ge„ „kommitteerden bij voorsz: Mandaat aan hun verleend Pardon en als een Gevolg van dien belooven, dat niemand over de ge-exteerde samenrottingen gedaane klag„ ten nog over eenige andere bedrijven geduu„ „rende oud. nagezien rende de voorsz: saamenrottingen gepleegd, nu, nog in den aanstaande zullen worden aangesprooken, of gestragt, mits dat een igelijk zig ten spoedigsten, na dat deeze onze nadre ordre ter hunner kennis zal zijn gekoomen zig na zijn dorp en woon„ „huijs begeeft en zig stil en vreedzaam ge„ „draagt, gelijk dat goede en getrouwe ingeze„ „tenen betaaid. Alle zulke dan en teegen die voorsz: Gunst zullen verwaarloosen en hun verder schuldig maaken aan eenige saamen rottingen en andere oproerige bedrijven, zullen worden aange„ „merkt als oproermakers en verstoorders van de gemeene rust en zullen als zodanig bij agterhaaling worden gestraft naar streng„ heid der wetten en zal deeze onze Mandaat te Mature worden gepubliceerd en aan de hoofden ten hand gesteld worden om hem in de korles en pattoes ook te doen perpliceigen. Aldus gedaan in het kasteel kolombo, op het Eijland Ceijlon, Den 2 Junij Anno 1790. /:geteekend:/ W:: J: van de Graaff /:onderstont:/ accordeert /:was geteekent:/ M=t f: Palm geauthoriseerde Accoroeert Sybrands VEyklerk Pampeus 1998 Consept Maneaar No„ 15. Tot naricht en observantie van den Cnoelliaar, Bitmeraals en minder hoofden nevens de Gezaementlijke in geleetenen der Pirrewaippattoe Op de klagt olas door veele der voormelde minder hoofden en ingezetenen dient het volgende tot andword. Dat bij aldien parwenie velden van iemand verpagt zy, zoo moet daar van opgave gedaan worden aan Tinnehoon modliaar, die dan de bewijzen zal nazien de zaak onderzoeken en aan den Heer Dessave vem berigt dienen moeten, waar op dan Goed recht zal volgen. 2 Detuiren waar in geen koker of Arreks boomen staan en waar voor dus geen tuins geregtigheid, nog arreek kan voldaan worden hunnen mede aan Simiekoon Modliaar worden opgegeeven die ze dan zal laaten opneemen en van die bevinding een bericht indienen op dat die tuinen van die geregtigheeden konnen trijgekent worden. Die geene die intrest betaald heeft op skomp, zaad„ „koorn moet daar van opgave doan aan den heer Dessave en daar bij aantoonen aan wie en hoe veel hij betaald heeft, als wanneer na onder zoek, de intrest zal terug bezorgd worden, dog nepens de zaagmeden van Nallegam Kan geen verandering gemaakt worden, wijl byj on„ „derzoek A„o 1770. bevonden is dat de Lompenie„ daar daar op regt van Eigeedom heeft dog weil de in„ „woonders toen veele Iaaren in dies bezit waaren zo zyn zij bij Ceilonse Resoluitie van den 11:' De„ cember 1770. daar in bevestigd, mits opbaengen te aan de homp: een aminouam aan ottre voor ieder amm: Groote. 4 De Modliaar Sinnekoon heeft zeer kwalijk gedaan om door wellalet te laaten kaneel afdraagen, en dit werd hem nu nader verbooden 5. Omtrend den ontfangst van de Nelij in het Pan„ „gaals pakhuis zal een billoke schikking worden niemand benadeeld word en indien der gemaakt en gezorgd dat weegen eenige ordres of sauuasser onder ulieden zijn, zo moeter dezelve aan ons ofe de Heer Dessave overgelegd worden. om de zelve in overweeging te konnen neemen 6. Wanneer gij lieden nader op geeft door wie uwe beesten opgevat zijn, zo zal na onderzoek der weegen goed rest geschieden en inmiddels werd staengelijk verbooden om geene beesten te laaten opratter dan alleen voor zo verre nodiges voor detachementen en waar voor dan de betaaling dadelijk door den modliaar der Girrewais moet geschieden: en zal ook dewelk moeten betaald worden door den geenen die ze uit hoofte van slands gewoonte krijgt dog dat de tuinen die geen diwels of bij bewijs vrijgekent zyn, de tuins geregtigheid voor de tabak na gewonte moet betaald worden. Dat voorts volgens berigt van Tinnekoon Modldaar de Etbandines hun aandeel 6

NL-HaNA_1.04.02_3884_0487 view scan ↗

English

share, being half of the salt, at Kannaekettie, and that nothing is due to the Mayorals from it, and they are therefore turned away. 7. This serves as information that the Company only maintains the elephant hunt to free the inhabitants from that nuisance, and that the expenses of the hunt and further maintenance of the servants run higher than what the Company receives upon the sale of the animals, thus suffering much loss thereby; while regarding the linens that are due to the Etbandeneos servants, no statement has been made, but once this has been done by Tinne Koon Modliaar, the same shall be requested from the High Government at Colombo, regarding which an answer has also already been given by mandate of the 28th of May at article 26. 8. Regarding the plantations and deeds of obligation, the necessary has already been said in the aforesaid mandate. If any parvenies and accommodessans fields have been taken away from the naindes, grain measurers, and goynaydes, they must submit their complaints regarding this to Tinne Koon Modliaar, who shall investigate them and provide a report, whereupon proper justice shall follow. Furthermore, Tinne Koon Modliaar is recommended to ensure that no other services are imposed upon the pattobendas and Mayorals than those to which they are obligated. 10. The cultivation and sowing of the fields is a matter that must be carried out with all zeal and diligence for the benefit of the public, and therefore the Lord Dessave has issued the necessary orders and made arrangements. If the Modliaar of the Wellebaddepattoe and Gajeman Aratje along with others have committed any improprieties, such must be specifically reported to Tinne Koon Modliaar, who must then investigate that, as well as the seizure placed by the Modliaar of the Wellebaddepattoe on the crops of the Mottets fields and on the Vidaan Hoeandiram, and submit a report, whereupon proper justice shall be done; while Tinne Koon Modliaar may in the meantime lift the seizure that was wrongfully placed. 12. The Modliaar Tinnekoon has declared that no one has been forced into the paddy lease; if, however, anyone has something to complain of in this regard, he may submit it in further detail so that it may be investigated and justice done. And because it also appears from the accounting of Tinnekoon Modliaar that the Lord Dessave van Angerbeek has enjoyed no benefit of huwelande (sowers' share) from any field, and it could nevertheless be that someone else had enjoyed such benefit in the name of the Lord Dessave, an investigation shall take place whenever a specific report thereof is made. 13. The Modliaar of the Girrewaipattoe shall have to ensure that upon the arrival of a Dessave, no more decoration is applied to the rest houses, nor any more provisions of adoekoes and pihendevers made than old custom entails; while it has also already been said by mandate of the 28th of May last, article 14, that no adoekoes and pihendevers need be provided to the Modliaar. Furthermore, the Mayorals can manage very well with the hoeandiram that they enjoy. 14. The Company's services shall be so arranged that everyone, as far as possible, is free from service on the Sinhalese New Year, as is proper. 15. The Modliaar Sinnekoon must immediately pay the cost of the felled 10 soursop trees to the owners against a receipt, and henceforth also ensure that this happens immediately upon felling. 16. The Modliaar Sinnekoon was ordered to demonstrate the necessity of a clerk for Marahadde, whereupon it shall be provided for. 17. For the greater convenience and best interest of the inhabitants, the order was established that everyone must first submit complaints to the minor headmen, and after that to the head of the pattoe, and subsequently to the Lord Dessave, so this must remain so. However, the Modliaar Tinnekoon must take care and keep the minor headmen, and particularly the Bitmeraals and the Vidaan Araatjes, to their duty to hear and settle complaints promptly according to the order, as well as to deliver a report of their findings to whoever desires it, so that the complaint may be pursued further. 18. Because it has been written to us as if Tinnekoon Modliaar unnecessarily keeps the Gajeman kraal, the same shall be employed for other services. 19. No one shall be sent to Baddegierie for any further work against his will; and if anyone can specifically show, regarding what was generally stated in the 19th article of the complaint ola, that any impropriety was committed, a report thereof must be made to the Modliaar Sinnekoon, who must then inquire into it and provide a report. Regarding the complaints appearing in a separate ola against the Vidaan Aratje of Wallalmoelle, it serves that the same shall be investigated further by commissioners and proper justice done thereon; while he is, however, on account of the many complaints of the inhabitants, hereby dismissed from service. On the complaint ola of the Mayorals of Kannaekettie it serves: 1. The Modliaar Tinnekoon shall have to investigate whether anything is due to the Mayorals from the fish caught at the Jamboeroegodde leewaij, in order to then be able to give them such. 2. The Modliaar Tinnekoon must also investigate why the inhabitants of Kannaekettie have had to cultivate the fields at Kanne, and how the matter stands with what is further mentioned in this article of the complaint.

Dutch transcription

1999 aandeel zijnde de helfde van het zout te kannae„ „kettie genieten en de Maijoraals daar van nits toekomt, en zy dus van de hand gewezen worden 7 Dat dient tot nario het dat de Komp. alleen de Elefants Jagt laat houden om de inwoonders van die overlast te bevrijden, en dat de onkosten der Jagt, en verder onderhoud van de bediendent hooger loopen dan de kompenie bij verkoop van de beesten krijgd, en dus veel nadeel daar by leid ter wyl omtrent de lijnwaeden die de Etbandeneos bediendent toe koomen, geene opgave gedaan is dog zulks als uw geschied zijnde door Tinne Koon Modliaar, de zelve van de hooge regeering te klombo zullen verzogt worden en wesweegen ook reeds antwoord gegeven is bij mandaat van den 28. Maij bij artikul 26. 8 Omtrend de plantagies en verbintenis akteus is reeds het nodige gezegt by voorsz mandaat Indien van de naindes Graanmetersen Goijna ijdes eenige parvenies en akhomodessaas velden zijn afgenoomen, zo moeten zg der weegen huwne klagten by Tinne koon Modli„ aar in brengen, die ze zal onderzoeken en van berigt dienen moeten, als wanneer daarop eene goed regt zal volgen. Woorts word Tinne koon Modliaar gerekommandeerd om te zorgen dat de pattobendas en Majoraals geene andere diensten opgelegd worden als waar toe zy ver„ pligt zijn„ 107 het bewerken en bezaaijen der velden is eene zaak die met alle iever en vlijt te nutte van ld en de te van het algemnen moet verrigt word en en daarom heeft den Heer Dessave de nodige oudres gesteld, en schikkin„ „gen gemakt. „ zoo den Modliaar der wellebaddepattoe en Gajeman aratje nevens andere eenige en behoorlijkheeden gepleegd hebben zo moet zulks speciaal aan sinnehoon motliaar worden opgegeven, die dan daar na en na het door den Modliaar der welle„ „baddepattoe gelegd arrest op het gewasaceter Mot„ „tets velden, en op de vidaan hoeandiram zal moeten onderzoek doen en van rapport dien en als wanneer daar op goed zegt zal geldaan worden: Terwijl Tinne koon Ncobliaar inmid„ „dels het ter onregten, gelegde arresthan vernietigen 12. / Den Modliaar Trinchoon heeft verklaart dat niemand tot nelij pagt gedronge,n is zo echter iemand iets derwegen te klaagen heeft, zo har hij dat nader op geeve om onderzogt en daar op regt gedaan te worden en weil ook bij verantwoor ding van Tinnekoor Modlaaar blijkt dat de hier Dessave van Angerbeek geen voordeel van huwelande /:zaaijers aandeel:/ van eenige veld genooten heeft, en het nogtans zoude konnen zin dat iemand anders zodanige voordeel op de naam van den Heer dessave had genooten, zo zal manneer daar van speciaale opgave gedaan word; daar na onderzoek geschieden. 13. De Modliaar der Girrewaipattoe zal hebben. te zorgen dat bij aan komst van een Dessave geene meerdere verziering aan de rusthuisen nog ook geene meerdere verstrekkingen van adoekoes, en Pihendevers worden gedaan dan het oud gebruik meede brengd. ter weil ook bij mandaat van 2000 van den 28: Maij J. o leesen artikul M. reeds gezegt is, dat aan de Massiaar geene adoekres Pihieu doens behoeven verstrekt teworden voorts kunnen het de Mhajoraals met de hoeandiram, die ze genieten, heel wel stellen. 14. / s komp=s diensten zullen zodaenig geschikt worden, dat eenieder, zo veel mogelijk, op het Cingaleese Nieuwe Jaar vrij van dienst is, gelyk dat ook zo behoord 15/ De Modliaar Sinnekoon moet ten eersten het kostende van de gekapte 10. zoorzaks boomen aan. de eigenaars voldoen tegens quitaatie en voortaan ook zorger dat zulks dadelijk bij het kapper geschied. 16/ De Madliaar Sinnekoon werd gelast om de noodzaaklijkheid van een schrijver voor Mara„ „hadde aan't Noonen, als wanneer daar in zal woorden voorzien. 17f Tot meerder gemak, en ei gebest van de ingezetene is de ordre ingesteld dat een ieder eerst bij de minder hoofden, en daar na bij het hoofd der pattoe en vervolgens by den Heer Dessave Klagten zal moeten inbrengen dus moet dat zo blyven, echter „moet de Modliaar Trunekoon sorgen, en de minder hoofden, en wel in zonderheid de Bitmeraals en de vidaam araatjes tot hun pligt houden om de klagten, na volgens de ordre spoedig aan te hooren en afte doen zo meede een rapport van hunne bevinding aan de geene die het begeert aftegeeven om daarmeede de klagte verder „ aat verder te kennen gaan voort zotten 18 / Weil het ons is toegescheeven als of Tinnekoon Modliaar het Gajemansrandj uit nodig heeft zo zal het zelve tot andere dienster geemploieerd worden: 19. Na Baddegierie zal niemand tegen zyn zin tot eenig verder werk gezonden worden. en zo iemand nepens het in het generaal opgegeevene bij het 19 artikel der klagt ola, speciaal kan aanwijsen dat er eenige onbehoorlyks geplaegt is, zo meet daar van opgave gedaan worden aan de Modliaard Sitmekoun, die dan daar na verneemen en van berigt dienen moet. Nopens de klagten voorkomende by een appartie ola tegens den vidaan aratje van wallalmoelle, dient, dat de zelve nader door gekommitteer„ ders zullen onderzogt en daar op goed regt gedaan worden. terweil hij echter om de wille der veele klagte van de inwonders bij deezen uit den dienst gesteld word. op de klagt ola van de Majoraals van kanwoe hottie diend. /De Modliaar Trinahoon zal moeten onder zoelken of de Mapraals iets toekomt van de gevangen wordende rissen te Jamboeroe godde leewaij om hun dan zulks te konnen geeven. 2) De Modleam TinneRoon moet mede ondertoeken warom de ingezetene van KaaneMettie de velden te kanne hebben moeten bewerken en kot het geleegen is met het geene voeder bij dit artikeul van de Klagt

NL-HaNA_1.04.02_3884_0491 view scan ↗

English

complaint ola appears, in order to be able to do justice in this matter. The Modliar Sinnekoon was ordered to draw up and submit a roll of the Mayorals and what they hold as divel or atto modesdau, in order that a fair arrangement can be made thereafter. 4) The Mayorals of the cannecatties shall not be required to make any other provisions of Dykiendoens and aduckus than according to ancient custom, for which the Modliar Tinnekoon must ensure, as well as that no unreasonable services are imposed upon the inhabitants. From earlier papers no Grain Measurers are known for the Cannecatties, and they are not so now either. 6. By the General's mandate everyone has already been exempted from the journey to Baddegierie, and it is now further promised to the inhabitants of the cannecatties that no one will be taken for any service in the Magampattoe against his will. Lastly, we trust that the collective inhabitants of the Girrewais will, through this favorable arrangement, be induced to behave quietly, peacefully, and obediently as upright and faithful subjects of the Illustrious Company, whereupon all further grievances which they might still have will be heard and settled with all fairness. Below stood: Mature, the 9th of June, Anno 1790. Was signed: D. T. Fretz and A. Samlant. Below stood: Agrees. Signed: M. J. Palen, authorized. Checked: Pompeus. Agrees: Sijbrands. No 16. Mandate to the collective lesser headmen and other inhabitants of the Magampattoe for their information and observation upon the complaint ola submitted by them. 1. An order has been sent to the Resident not to let the inhabitants perform any services other than the customary ones. But to the Detachments that are relieved, moving back and forth, the provisions of maintenance must be made according to ancient custom, and on the other hand they need not make any further provision to anyone if it is not ordered by a Parwanna, and when extraordinary provisions are made, they shall be paid for by the Resident, and likewise if any provisions have been made to the Resident or native headmen, if any such should have been done, an account thereof must be submitted to the Lord Dessave, whereupon payment for it will immediately be provided. 2. That everyone has the freedom, when he has a complaint against the Resident, to come and bring it in here at Mature, or to submit it by an ola, and that the complainants must also specifically specify against Paletoepane, the former aratchy, Diviacgara aratchy, and the moor who serves with the Resident, while in the meantime the Resident has also been ordered to answer for the conduct of these Three Persons, after which justice will follow in this matter. 3. Every Mayoral who does not have six amunams of sowing land free of dues will receive the missing amount by a Sannas from the Lord Dessave, and to that end the Mayorals can report to the Resident what they possess free and submit the proofs thereof. 4. The Dessave has always provided the money for the boats to the ferry servants, and since some months ordered the Resident to pay them, but anyone who has received no payment must make a declaration thereof to the Resident, whereupon payment will be made at the earliest opportunity. 5. The farming out of the attas dues must remain in force, and the mayorals must, according to ancient custom, continue to keep the paddy until the Company has a Warehouse to bring it to, and for this the farmers will also, according to custom, have to give to the mayorals one curuni of paddy on every amunam. 6. The vidane of the washers can bring the complaint regarding the Small village Loudejoelane, with his proofs and witnesses, before the Resident, who will investigate the same and submit a Report thereof, whereupon a fair settlement will follow. Herewith the collective inhabitants of the Magampattoe are admonished to behave quietly, faithfully, and obediently, etc., as befits upright subjects of the Illustrious Company, whereupon also their grievances will always be taken to heart and justice provided for them. Mature, the 10th of June 1790. Checked: Pompeus. Was signed: D. T. Fretz and A. Samlant. Below stood: Agrees. Signed: M. J. Palen, authorized sworn clerk. Agrees: Sijbrands. Copy of secret resolutions adopted in the Council of Ceylon on the 12th, 16th, and 21st of August, with the insertion of two letters written to Colombo by Mr. Sluijsken on the 31st of July and 5th of August, and the secret report of His Honor of the 30th of July with the appendices marked No 13, Lit. E. Thursday the 12th of August, Anno 1790. Secret Resolution adopted in the Council of Ceylon. Present: The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff. The Honorable elected Chief Administrator Christiaan van Angelbeek. The Honorable First Warehouse Keeper Johannes Reintous. Benedictus Lambertus van Zitter. Johannes Adrianus Vollenhoven. Christiaan Tilenius. Gerrit Engel Holst, Pay Bookkeeper. Absent: The Honorable Colonel. The Dessave Diederik Thomas Fretz, Trade Bookkeeper Abraham Samlant. Secretary, Fiscal. The first and third due to indisposition, the second in the country, and the last at Mature. Were read a letter from the Lord Commander Sluijsken of the 31st of July, and a separate letter received together with it, written to the Lord Governor on the 5th of this month, together with a secret report.

Dutch transcription

2001 klagt ola voorkomt, ten einde of het een en ander goedreht te konnen doen. De Modleaar Sinnekoon werd gelast om een rolle op te maken en iite dienen van de Majoraals en wat ze tot diwel of aktho modessau bezetten teneende eene billyke schikking daar na te konnen werden gemakt 4) De Magoraals van de hannoeketties zullen geene andere verstrekkingen van Dykiendoens en adoekoes behoeven te doen, dan na het oud gebruik, maar voor den molliaar Tinne„ „koon sorger moet, gelijk ook dat de ingezeete ni„ geen onnedelijke diensten opgelegd worden, Dy vroegere papieren zyn geene Graanmeeters voor de Kamwe Ketties bekent, en dat zyn dezelve ook nu niet rodeij. 6. / By de Generaals mandrat is reeds een ieder van de reize na Baddegierie ontslaagen en de ingezeetenen der kannoeketties word nu nader toegezeegt dat niemand tegen zijn zin tot eenige dienst in de Magampattoe zal worden genoomen. Laastelyk voe trouwen wij dat de Gezament„ „lyke ingezeetena van de Girrewais door deze gaastige schikking zullen genoopt worden om hun als baare & Getrouwe onderdaanen van de dooluchtige Kompenie stie tot 5 nagezien Pampeus. stil, Gerust en Gehoor raam te gedraagen, als wannaar ook alle verdere beswaarnissen, die zij nog mogten hebben met alle billikheid zullen gehoort, en afgedaan worden: onderstond Mature den 9:' Iunij A„o 1799. /:was geteekent D: T: Faetz: en A: Camilant /:onderstont:/ accordeert /:getekent:/ M: J: Palen geemthoriseerde Accordeert Sijbrands Sigkeert N„o 16. 2002 Mandaet aan de Te Za„ mentlyke mindere hoofden en verdere ingezeetenen van de Magampattoe ter hun„ „mer naricht en observan„ tie op de don hun in ge„ diende klagt ola 1. Aan den Residend is ordre gezonden om de in„ gezeetenen geene andere aan Gebruijkelijke diensten „ te laeten verrigten. Dog aan de Detachementen, die af gelast worden, een heen en weeder gaen moeten de ver„ „streekingen van onder houd volgens oud gebruik gedaen worden en daar en tegen behoeven zij verder aan niemend eenige versterking te doen zo zulx niet bij een Pauwas geordennerd is, en wanner dan Extra ordinaire verstreckingen gedaen worden, dan zullen de zelve worden be„ „taeld door den Resident en zo ook na eenige verstrekingen aan den Resi„ „dent of inlandse hoofden, als ar„ den ziets mogten zijn gedaan zo moet daar van eene reekening worden over„ gelegd aan den Heer Dessave, als, wanneer „ wanneer de betaling daar voor dadelijk zal bezorgt worden: wanneer 2. Dat Een ider vryheid heeft om hy klagte tegen den Residend heeft, de „zelve hier te Mature te komen in„ „brengen, of by een ola opte geeven en dat ook de klagters speciael tegen Pa„ „letoepane geweesen arraetije, Diviae„ „gara arraetje gen de moor die bij den Resident diend moet en op gegeeven worden terwijl intusschen den Resident ook gelast is om zich nopens 't gedragdier Drie Perzoonen te ver„ antworden, waar na op het een en ander goedregt zal volgen 3. Ider majwadl, die geen ses amm: sttad aan geregtigheid vrij heeft, zal het mankeerende bij een Samas van den Heer Dessave bekoomen en ten dien eijnde kunnen de majoraels aan den Resident op geeven 't geene zij vrij bezitten en de bewijzen, daar van overlegge 4. De Dessave heeft altijd het geld voor de booten aan de perta bediendens verstrekt en zevert eenige maende den 2003 den resident gelast om de zelve te betaelen doch die geene, die geene be„ „taling gekreegen heeft moet daar van„ op gave doen aan den Resident als woonner de betaling ten Eersten zal ge„ schieden. 5/ De verpagting van de attas Geregtighijd moet blijven standgrijpen en de mago„ „raels moeten volgens oud gebruijk de nelij blijven bewaeren tot dat de Kom„ panie een Pakhuijs heeft om hem te brengen en Daar voor zullen de pag„ „ters ook volgens gebruijk aan de maijoraels moeten geeven een kornie nelij op ieder ammonam. 6. De vidaen van de wassers kan de klag„ te nepens het Klijne dorp Laude„ Joelane, met zijne bewijzen en getuijgens voor den Resident brengen die Dezelve zal onderzoeken er van Rapport dienen, waar op dan een billijke afdoening zal volgen Hiermeede worden de Gezaementlijke ingezeetenen van de magam pattoe vermaand om hun stie getrouw en nagezeen en Gehoorlaem te gedragen &„oa als dat brave onderdaen en van de door„ lagtige Kompenie betaemd als wanneer ook altijd hunne beswaernissen zul„ „len ter herte genoomen en hun goed regt daar op bezorgd worden. „ Mature Den 10: Junij 1790. /:was geteekend:/ D: D: T Tretz en A=n Samlan tied /:onderstont:/ accordeert /:geteekent:/ M: f: Palen geanth: Egklerk Compatib: Accordeert Sijbrands kopia sekreete resolutien genomen in raede van ceilon op den 12. 16. en 21. aug:s met in„ sertie van twee brieven door den heer sluijs„ ken na kolombo geschreeven den 31. Julij en 5. augs en het gelieun rapport van zijn E: van den 30: Julij met de bijlaegen gem:t N:o 13. L:a E: 2004 De wel Edele Groot achtb: Heer Goev: Willem Jacob van de Graaff E: g'eligeerd hoofd administ:r Christiaan van Angelbeek „ Eerste pakhuismeester Johannes Reintous Benediktus Lamb: van Zitter Seknetaris- Johannes Adrianus vollenhove Fiskaal Absent Christiaan Tilenius Diederik Thomas Fuetz Negotie boekhouder Abraham Samlant. de Eerste en dende mits indis- positie de twede in 't land en de laatste te Mature. soldij boekhouder. Gerrit Engel Holst d. E: Kolonel Dessave Zijn geleezen een brief van den Heer Com- mandeur sluijsken van den 31:' Julij, en een daarmede tegelijk ontvangene apparte brief aan den Heer Goeverneur geschree van den 5: dezer, mitsgaders een geheim Donderdag den 12:' aug: A:o 1790. Prezent Sekreete Resolutie genoomen in Rade van Cellon op rapport - „

NL-HaNA_1.04.02_3884_0502 view scan ↗

English

Since by this letter no matters occur that do not also occur in the secret report of Mr. Sluijsken, no resolution has therefore been taken upon it. report of the said Lord Commander of 31 July last concerning his operations in the Matara Dissavany. Whereupon deliberation having been held, it was approved and agreed to insert said letters and report below, and to dispose thereon in such manner as is noted in the margin of each entry. Colombo To the Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies, etc. etc. Along with the Council Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Lord I have the honor to present hereby to Your Honorable Valiant Highly Esteemed a concise report of my completed commission among the discontented inhabitants of the Matara Dissavany. On the 13th of the past month of June, I had the honor to receive Your Honorable Valiant Highly Esteemed separate note of the 11th preceding, whereby the same ordered me to hold myself in readiness to proceed to Matara upon a further letter from the Government, in order to apply all possible diligence there to bring the rebellious natives to a standstill. That same day towards evening, I also actually received Your Honorable Valiant Highly Esteemed Government letter, dated 12 June, whereby I was ordered to depart for Matara, and if finding it advisable, to take two members of the council with me, and upon arriving at Matara to investigate the fundamental cause and reasons of the further discontent of the inhabitants, and to establish such orders therein as I should find to be most to the service of the Company and to the welfare of its inhabitants. On the 15th in the morning, I departed from here for Matara and arrived at Weligama towards midday at eleven o'clock. At this place I found a detachment of 50 men, both Europeans and Malays, commanded by Lieutenant Weber, who had a written instruction for the regulation of his conduct, a copy of which is annexed hereto under No. 1. The said officer testified that everything around there had been in quiet since his arrival and that nothing had been undertaken by the gathered people of the Weligama Korale, who were assembled one hour from there, that would indicate any evil intentions against the Honorable Company. Having gathered all the reports that I could possibly obtain, after dinner I departed again from Weligama and crossed the Polwatta river at 3 o'clock with dhonies, as the bridge was demolished; at this river there were hundreds of inhabitants who handed me some bundles of olas and requested that their complaints be investigated and that good justice be rendered to them for many mistreatments suffered over a number of years; with the promise to submit to my verdict: Having satisfied these people, I continued my journey. I found on the other side of the Polwatta river a detachment of 50 men, under Lieutenant Stoffels, who had been sent from Matara to meet me, and who escorted me to Matara, up to which point nothing occurred to me that resembled any acts of violence; it only appeared to me that the natives whom I met here and there looked wild, and as people who regarded me with a discontented countenance. Towards evening, around half past five, I arrived at Matara. The reports that I received upon my arrival concerning the rebellious people seemed to me to be not at all advantageous: the discontented were still all in the country, assembled together in each Korale by themselves; and, although the Lord Dissava Fretz together with Mr. Samlant had already dispatched a mandate ola in order, if it were possible, to effect peace in the country and satisfy the people, one could not yet foresee such a thing at all, only the Lord Dissava Fretz testified that the movement among the natives had no longer been so great for the past 2 days, and especially since detachments had been sent to Tangalle and Weligama, and a picket was placed at night in the redoubt of Eck; whereby it had at least been kept in peace within the four gravets; to which the successive commandos that were sent out had also helped much. The day after my arrival, or 16 June last, I sent a sannas into the country, the draft of which in Dutch is annexed hereto under No. 2. By this writing I made my arrival known, and encouraged the inhabitants to peace. The Mudaliyars and other native headmen who live within the four gravets and dared not venture into the country, at least some of them had been sent out fruitlessly, came to pay their respects to me. I asked them about the condition of the country, and encouraged them to be cooperative in pacifying the discontented people. Their promises were also very good. On 17 June I had a meeting convened, consisting of the Honorable Dissavas Fretz and van Angelbeek, the Trade Bookkeeper the Honorable Samlant, the Master Attendant the Honorable Aans, the Secretary the Honorable van Albedyll, and myself; of this meeting the record kept is to be found under No. 3 among the annexes hereto. Messrs. Fretz and Samlant having been discharged in the most honorable manner from their duties as Commissioners of the Esteemed Ceylon Government, their Honors arranged all their writings during ten days for handover to me. Meanwhile I had the perusal of some papers and I occupied myself in the meantime

Dutch transcription

wijl bij deezen brief geene rapport van gem: Heer Commandeur van den 31. Julij I:L: nopens deszelfs ver- rigtingen in de Matureesche Dessavonij. Waerop gedelibereerd zijnde, is goed„ gevonden en verstaan, gem: brieven en rapport hier onder te insereeren, en daerop zodanig te disponeeren, als in margine van elke post staat aen„ geteekend Colombo Aan den wel Edelen Gestr: Groot achtb: Heer willem Jacob van de Graaff raed ordinair van Nederlands Jndia Goeverneur en direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheden etc:a etc Nevens den Raed Wel Edele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer Jk heb de eene uwel Edele Gestr: dingen voorkoomen, die Groot achtb: bij deeze een be„ niet ook voorkomen bij 't knopt berigt te doen van geheim mijne ƒ 2005 sluijsken, is daarom daerop geen resolutie gevallen. mijne volbragte Commissie geheim rapport van den heer bij de onvergenoegde inwoonde„ nen den Maturesche Dessavo- nie. Den 13. van de voorleedene maand Junij, had ik de eene te ontvangen uwel Ed: Testa: Groot achtb: afzondenlijke niet van den 11. te voren, waer bij hoog denzelven mij aan„ schreef mij gereed te houden om, op een nader brief van de Regeering, na Mature over testappen, ten eijnde aldaer alle mogelijke vlijt aante- wenden, om den oproerigen inlander tot stilstand te bren„ gen. Dien zelfden dag tegens den avond ontving ik ook werkelijk uwel Edele Gestr: Groot achtb: Regeerings brief, in dato den 12. Junij, waer bij mij gelast wierd om na Mature te vertrekken, en zulks zulks goedvindende, twee Leeden van den raede mede te neemen, en te Mature koomende te onderzoeken, de grond oorzaek en ree- denen van het verder mis- noegen den ingezeetenen, en daerin te stellen zoodanige orders, als ik ten meesten dienste van de Compenie en tot wel zijn van haere ingezeetenen zoude bevin den te behooren. Den 15. des morgens ver„ trok ik van hier na Mature en kwam teegens de mid- dag om elf uuren op Bel„ ligam aan. op deeze plaats vond ik een detachement van 50. koppen, zoo Europeezen als 2006 als Malijers, gecommandeerd door den Luit: weeber, die tot het regelen van zijn ge„ drag een schriftelijke in„ struktie had, waer van het afschrift onder N:o 1. hier- nevens gevoegd is. Gemelde officier betuijgde dat alles daer omstreeks zederd zijne aankomste in stilte was en dat niets door de zaamen gerotte volkeren van de Belligam Coule /:die een uur daer van daan ver- goederd waeren:/ was on- dernoomen dat eenige bosse inzigten tegen de E: Com panie aanduiden. Alle berigten ingetrok- ken hebbende, die ik bij mooglijkheid konde opdoen, vertrok ik na den eeten weder weder van Belligam en passeerse te 3. uuren de rivier van Pol- watte met Jonies, wijl de brug afgebroken was; aan deeze rivier bevonden zig houdende van ingezeetenen, die mij eenige bondels olassen overgaaven, en verzogten hunne klagten te laeten onderzoeken, en hun een goed negt te bezorgen over veele zeederd eenige Jaaren ondergaane mishandelingen; met belofte zig aan mijne uitspraak te zullen onder„ werpen: Deeze lieden te vree„ den gesteld hebbende vervolg„ de ik mijne wijze Jk vond aan de overkant van de Polwatsche rivier een Com- mando van 50: koppen, onder den luitenant Stoffeld, die mij van Mature te gemoet waeren gezonden, en die mij na Mature hebben begelijd tot waar aan toe mij ook niets 2007 niets is voorengekoomen, dat na eenige geweldadigheeden heeft geleeken; alleen mij kwam voor dat de Jnlan- ders die ik hier en daer ontmoete als verwildend uitsaagen, en als lieden die mij met een onvergenoege weezen aanschouwden. Jk kwam teegen den avond omstreeks half ses uur te Mature aan De berigten die ik bij mijne aankomst aangaande de op roerige volkeren ontving, scheenen mij gantsch niet voordeelig te zijn: de misnoeg„ de waeren nog allen in het land, in ider Coule op zig zelve, bij den anderen verzaameld; en, schoon den Heer Dessave Smetz: net- fens den Heer Samlant reeds een Mandaat-ola hadden afgevaerdigd, ten einde einde was het moogelijk de Rust in het land te bewerken en de volkeren te bevreedigen, kon men zulks in het geheel nog niet voorzien, alleen be„ tuijgde den Heer Dessave Fretz: dat de beweeging on- der den Jnlander zeederd nu 2. dagen niet meer zoo groot was, en wel in het bijzonder zeederd dat er de tachemen. ten na Tangale en Belligam waeren gezonden, en in de redoute van Eck des nagts een Piquet wierd geplaatst; waer door het ten minsten binnen de vier gravetten nog in rust gehouden was; hebbende hier toe meede veel gehol- pen de successive uitge„ zondene Commandos. De dag na mijn aankomst 2008 of den 16. Junij I:o Leden Zond ik eene sannas in het land waer van het opstel in het neder- duits onder N:o 2: hiernevens gevoegd is. Bij dit geschrift maakte ik mijn aankomst bekend, en moedigde de ingezeetenen tot mist aan. De Modliaans en andere inland- sche hoofden; die binnen de vier gravetten woonen, en zig niet in het land durfden te begeeven /: ten minsten wae„ ven eenige van hun vrugte loos uitgezonden:/ kwaemen hunne opwagting bij mij mae= ken. Jk vroeg hun na de gesteldheid van het land, en moedigde hun aan om mede werkzaam te zijn ter bevree„ diging van het misnoegde volk. Naare beloften wae nen ook zeer goed. Jk Jk liet den 17. Junij eene bij een„ komst beleggen, bestaande uit den E: Dessaven smetz: en van Angelbeek, den Negotie boekhouder dE: Samland, den Equipagiemeester dE Aans, den sekretaris dE: van Albe„ dichl en mij; van deeze bij een komst is onder de bijlaegen deezen de gehoudene aante kening onder N:o 3. te vin- den. dh:s Fuetz: en Samlant van hunne verrigting als Com= missarissen van de g'eerde Ceilonsche Regeering op de honnorabelste wijze ont„ slaegen zijnde, bragten hun E:s geduurende tien daegen PS alle hunne geschriften, ter overgave aan mij, in onder Jntusschen had ik van ee„ nige papieren lectura en ik bemoeijde mij midde lenwijle

NL-HaNA_1.04.02_3884_0511 view scan ↗

English

2009 while secretly investigating the root cause of the continued discontent among the natives, and at the same time discovering where most of the people were gathering together; what persons were at the head of the various assemblies, and which of them had the greatest influence over the people; what their intention was, and what measures ought to be taken to bring these discontented people to a standstill and to pacify them. The measures that were employed in this investigation I have reserved to detail extensively to Your Right Honorable, Most Respectable Sirs in a secret secret report, while I meanwhile attach hereto, under Numbers 4, 5, 6, 7, 8, and 9, copies of all such mandates and sannases as I have successively deemed necessary to send into the country; as well as a copy of the instructions given by me to the detached officer at Belligam for his compliance. After the lapse of some days, during which I meanwhile heard many specific complaints and settled several of the daily disputes among the natives, a general complaint ola was delivered into my hands on behalf of the discontented, which I, after a translation had been made and after the papers of the 2010 Messrs. Fretz and Samland regarding their proceedings had been handed to me, caused to be committed to paper, with the addition of still more other general complaints that had also been made to their Honors. While hearing the general and specific disputes and complaints, many people appeared who made known to us: That their accomodessan fields had been taken away from them, and other poor fields given in their place. That their diwels had been leased out on behalf of the Honorable Company. That their planted coconut trees had been seized for the Honorable Company, and and that for each tree, which was well worth 2 to 3 rixdollars, only 18 stivers had been paid. That their draft cattle, with which they had to work their fields, had been taken away and not returned, under the pretext that they had broken into the cinnamon gardens. That many inhabitants had been forced to relinquish the services belonging to them by family right, and to see them conferred upon people who by birth had no right to them and were strangers who had successively managed to intrude themselves, as has indeed appeared to me to be actually true; in particular 2011 among the aratchies of the lascoreens, vidanes, and the lesser village headmen, concerning which it was shown to me by sannas deeds of some that these offices had been held by the families of these complainants and administered by them for as long as 80 to 100 years, and were now given to others. Many showed me their backs to see how they had been punished contrary to the customs of the land, and complained in this regard particularly about the porte servants currently held under arrest at Galle; and that these had often mistreated them and extorted money from them. Still others complained that they had been employed in menial services not appropriate to their birth; and finally there were among the complainants in particular many, both women and men, widows and orphans, who with much lamentation made known to me how, by the people being sent to Baddegirie, they had lost their fathers and brothers who had died there, and on that account requested right and justice. In a brief report, a copy of which is to be found among the annexes hereto under No. 10, I have had the general complaints of the inhabitants concisely 2012 presented, together with the decision thereon by the Honorable Commissioners Fretz and Samlant by mandate ola of 28 May last; subsequently the refutation and reply of the inhabitants to this mandate ola; and finally my resolution, by my mandate ola of the 7th of this month, which resolution I, before drawing it up as a mandate ola, submitted to a meeting on 5 July at Mature, where it was also approved by all the members of this meeting for the reasons stated therein; the minutes of this meeting are among the annexes under No. 11. To the aforementioned report and notes I refer Your Right Honorable, Most Respectable Sir; therein may be seen in brief all that relates to this commission carried out by me. Furthermore, I refer to the secret report transmitted herewith, and trust that all my proceedings may be favorably approved, while I at the same time testify that, to my understanding, I could have taken no other measures to pacify the people, and that, according to my humble judgment, I have also done everything that I, as 2013 a faithful servant who keeps the master's interests in view, could accomplish. Upon my departure from Mature, I left a memorandum for the Honorable Dissave Raket and the Honorable Trade Bookkeeper Samlant, a copy of which I also send along among the annexes hereto under No. 12; and I furthermore have the honor to be with the greatest respect, /was signed/ Right Honorable, Most Respectable, High-Commanding Sir! Your Right Honorable, Most Respectable Sir's very obedient servant, (signed) P. Sluijsken (in the margin) Galle, 31 July 1790. Colombo Colombo To the Right Honorable, Most Respectable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Most Respectable Sir, I hereby present to Your Right Honorable, Most Respectable Sir the secret report of all my proceedings which I recently conducted in the Mature district to effect peace. Its contents I have considered necessary to keep secret for the reason that many matters are contained therein which relate to

Dutch transcription

2009 terwijle om onder de hand na te vorschen, de grond oor- zaekt van de voortduurend heid der misnoegdheid onder den inlanden, en om teffens te ervaaren waar zig het meeste volk bij den ande nen op hield; wat perzonen zig aan het hoofd van de differente t' zaamen nit„ tingen bevonden, en welke van hun de meeste vermoo„ gens op het volte hadden; wat hunne intentie was en wat middelen en diende bij den hand genoomen te worden, om dit misnoegd volk tot stilstand en bevree„ diging te brengen. De maatreegelen die bij dit onderzoek in het werk gesteld zijn heb ik mij voor behouden uwel Edele Gestr: groot achtb: bij een sekreet sekreet Rapport uit gebrijd te de„ tailleeren. wijl ik intusschen bij deeze onder N=rs 4. 5. 6. 7. 8. 9. voege de afschriften van alle zoodanige Mandaeten en sannaasen, als ik successive noodig geoordeeld heb in het Land te moeten zenden. Gelijk ook een Copij instruktie door mij aan den gedetac= reende officier te Belligam ter opvolging gegeeven. Na verloop van eenige dae¬ gen, terwijl ik intusschen nog veele spetiaale klag„ ten aanhoorde en verscheijde der daagelijksche geschillen onder den inlander afdeed, wierd mij van wegens de misnoegden ter hand ge steld een generaale klagt- ola, die ik, na gedaane Translatie en na dat mij de papieren van de heeren 2010 Heeren Fretz: en Samland wee„ gens hunne verrigtingen ter hand gesteld was, ten papie„ ne liet brengen met bijvoe„ ging van nog meer andere generaale klagten als ook hun E: waeren gedaen. Onder het aanhooren der algemeene en speciaale geschillen en klagten quae- men veele lieden op daegen welken wij te kennen gae„ ven. Dat men hun haare acco„ modessans - velden had af„ genomen, en andere slegte velden, in dies plaats ge„ geeven. Dat haare diwels voor dE: Comp: waaren verpagt geworden. Dat men haare aangeplante kooken boomen voor dE: Comp: had aangeslaegen en en slegts voor ider boom die wel 2. â 3. rd:s waard was, 18. stuijv:s betaald:/ Dat men haare krebeesten waar„ meede zij hunne velden moes„ ten bewenken, onder de naem dat ze in de kanneel tuijnen waeren ingebrooken, had af„ genoomen en niet weder om gegeeven. Dat veele ingezeetenen de hun wegens familie regt Competeerende diensten hadden moeten afstaan, en sien opdraegen aan lie„ den die weegens hunne geboonte daar geen regt toe hadden, en vreemde„ lingen waeren, die zig suc„ cessive hadden weeten intedringen, gelijk mij dan ook gebleeken is dat zulks werkelijk waer was; in 't bij zonder 2011 bijzonder onder de arraet= jes der Laskonijns, vi daans en de mindere Doups hoofden waar van mij door akte samassen van eenigen vertoond wierd dat wel 80. tot 100. Jaeren de bedieningen door dese klaegens familien waeren waergenoomen, en door haer bestierd, en nu aan anderen gegeeven. veele vertoonden mij haere nuggen om te zien hoe zij teegens lands gewoontens waeren afgestraft, en klaagden hier omtrend in het bijzonden over de op Gale in arrest sittende porta- bediendens; en dat deeze haar veelmaelen mishandeld en geld afge„ perst hadden. ween Weer anderen klaagden dat ze tot slegte en hun niet aan geboone diensten gebruikt waaren geworden en Eijnde„ lijk waaren en onder de klaegers in het bijzonder veele, zoo vrouwen als man nen, weduwen en weezen, die mij onder veel Jammer geklag te kennen gaeven hoe ze, door het volk na Baddegirie te zenden, rae„ ne vaders en Broeders, die daer gestorven waeren heed„ den verlooren, en deswee gens regt en geregtigheid verzogten. Jk heb bij een kort be„ nigt, waer van het af- schrift onder de bijlaegen deezer onder N:o 10. te vin- den, is de generaele klag„ ten der ingezeetenen be„ knopt 2012. knopt laeten vertoonen, ne„ vens de beslissing daerop door de E: Kommissarissen suetz: en Samlant, bij mandaat ola van den 28. Maij I:o L:; vervolgens de wederlegging en beantwoor- ding der ingezeetenen, op deeze Mandaet ola; en eijn„ delijk mijn besluit, bij mijne Mandaat ola van den 7. e de„ zen, welk besluit ik alvoo- rens het tot een Mandaet ola interigten in een bij eenkomst op den 5. Julij te Mature heb overgelegd waer in het dan ook door alle de Leeden deezer bij eenkomst om de reeden daer bij ver„ meld is goedgekeurd, de aanteekeningen deezer bij eenkomst bevind zig bij de bijlaegen onder N:o 11. Tot het evengem: berigten aan te aantekeningen wijze ijucoel Edele Gestr: Jacobt achtbig„ over; kunnende daer bij kortelijk gezien worden, al het geen betrekkelijk is tot deeze mijne gedaene Commissie. Voorts retereene ik mij aen 't hierneevens overgaand se„ creet Rapout, en ver trouwe dat alle mijne verrigtingen gunstiglijk moogen geapprobeerd wor- den, terwijl ik tevens be„ tinge dat ik, na mijn be„ quip, geen andere midde¬ len heb kunnen bij der hand neemen ter bevree„ diging van het volk, en dat ik voorts na mijn gening inzien, ook alles gedaan heb, wat ik als een 2013 een getrouw dienaer, die 's meesters belange in het oog houd, heb kunnen werkstelligen. Bij mijn vertrek van Mature heb ik den E: Des„ Save Raket en de E: Negotie boekhouder Samlant een Memorie agter gelae¬ ten waer van ik het af- schrift bij de Bijlaegen deezer onder N:o 12. mede overzende en voorts de eene heb met de meeste eer- bied te zijn. /:onderstond/ wel Edele Gestr: Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! uw wel Ed: Gestr: Groot achtb: Zeer Gehoor- zaame Dienaer (:getek:) P: Sluijsken (:in margine) Gale den 31: Julij 1790. Colombo Colombo Aan den wel Edelen Gestr: Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff raed ordinair van Nederlands Jndia Goeverneur en Direk„ teur van het Eiland Ceelon met dies onderhoorigheden Wel Edele Groot achtb: Heer Jk biede uwel Edele Groot achtb: hiernevens aan het geheim rapport van alle mijne verrigtinge die ik onlangs in het Matureesche ten bewerking van de rust hebbe gedaan. Dies inhoud heb ik als geheim te moeten houden aange merkt om reedenen daerin veele zaeken zijn vervat, welke betrekking hebben tot

NL-HaNA_1.04.02_3884_0521 view scan ↗

English

After deliberation, it was resolved and agreed that Commander Sluijsken shall be asked regarding the native chiefs who appear to his Honour, if not fully proven guilty, at least under the strongest suspicion, and regarding whom his Honour is of the understanding that the most prudent and strongest measures must be taken: 1. In what the measures should consist that, in his Honour's judgment, ought to be taken against the chiefs so strongly suspected by his Honour in general, and each of them in particular, and how one could and should put them into practice, to very many native chiefs, who appear to me, if not fully proven guilty, at least under the strongest suspicion; and regarding which, with submission to higher and wiser judgment, I am of the understanding that the most prudent and strongest measures must be taken, in order that in the future it be ensured that their influence will at least not, in the most prudent manner, be as powerful as it has been for some time through relationship with one another upon the native. 2. Since it is necessary, because of the great weight of the matter, that proper evidence be gathered of the matters charged against these chiefs, whether in his view there would be any objection to having judicial declarations obtained thereof under oath of secrecy, right now and while those matters are still fresh in memory, with the tender of oaths; if so, in what those objections in his view would consist; and if not, to have a start made therewith immediately, and to have obtained before two members of the Galle Court of Justice and a sworn clerk, either in Galle or in Matara: Firstly, I do not believe that one can devise other means than to let the inhabitant feel our love of justice, and in the meantime to come to their relief in their equitable claims, and by a certain armed force /:allowing it to remain in the Matara district:/ to show them that, if necessary, one knows how to make them obey by coercive means, and furthermore to do everything possible to redress all crept-in irregularities, and thereby provide a peaceful residence to everyone. 1. A declaration both from the bearer of the ola letter signed by twelve Sinhalese signatures, and from the people who signed it, insofar as they are known or might yet become known. 2. A declaration from Don Dias Wijenesinge Atjele and from Diogoe Wikkreme, former aratchi, who made the report under the date of 30 July 1790. 3. A declaration from Maduegodde Appu. 4. Declarations from all the people who appear in the aforesaid ola letter, report, and message from the secretary of Albedijl, containing the statement made to him by Maduegoddege Appu, as well as of all such persons who, in the compilation of the aforesaid documents, might still be indicated as having knowledge of these matters. Furthermore, it was agreed that Commander Sluijsken shall be written to, for more detailed information on the intention of this Government, on which points, among others and principally, the accusers of the aforesaid native chiefs must be questioned, and that it must be recommended to all those who are examined in the aforesaid manner, not only to answer truthfully to all that will be asked of them, but that they must also state all that might further be known to them regarding these matters, whatever or against whomever it might be, and thus without distinction or respect of persons. I have attempted everything that is feasible and was possible, to proceed without passion in this report; yet it could easily happen that something was included in this secret report that would not entirely satisfy a pleasant reflection thereon; duty and the respect of my public character finding of me that I at least say something regarding my sensitivity, regarding insults suffered, disrespect, and mistakenly conceived distrusts against me. Taking into consideration that in the secret report of Commander Sluijsken inserted below nothing appears to which this Government knows how to apply what is mentioned here in the margin, especially to the Governor, to whom this letter is written separately, it was resolved and agreed that Commander Sluijsken will be ordered, as he is ordered by these presents, to explain himself more clearly and directly: 1: Whom he has in view, to whom or which it might be, that something included in this his secret report would not entirely satisfy a pleasant reflection thereon, and of which nevertheless duty and

Dutch transcription

2014 tot zeer veele inlandsche hoof= Is na deliberatie goedgevonden den, die zoo mij voorkoomen en verstaan, dat den Heer indien niet volkoomen schul= Commandeur sluijsken, nopens de inlandsche hoofden die zoo dig beweezen ten weinigs¬ zijn E: voorkomt, indien niet tens onder de sterkste suspi„ volkoomen schuldig bewezen, ten weinigsten onder de sterk„ ste suspitie leggen, en waarom„ tie leggen: en waeromtrend . ik niet onderwerping aan trent zijn E: van beguip is, hoog wijzer gevoele van be„ dat de voorzigtigste en sterkste maatregelen moeten worden grip ben de voorzigtigste 1 g genomen, zal worden gevraagt. en sterkste maatregelen te ƒ 1. waerin zouden behooren te be„ staan de maatregelen, die zijn moeten worden genoomen. h: aan oordeel is, dat tegens op dat 'er in den vervolge de bij zijn E: zoo zeer verdagte wonde gezorgd haare in hoofden in 't algemeen, en een elk derzelve in 't bijzonder, vloed ten weinigstens niet zouden dienen te worden ge¬ op de voorzigtigste wijze zoo vermoogende zal wel noomen, en hoedanig men die zen als die zedert eenige zoude kunnen en behoren te 2. Aangezien tes om het groot teid door de verwantschap werk te stellen. met den anderen op den gewigt der zake nodig zij, dat van de dingen ten laste dezen inlander heeft. hoofden, behoorlijke bewijzen zijn inzien eenige bedenke, Voor eerst geloove ik niet worden ingewonnen, of 'er na dat men andere middelen lijkheid in zoude steeken, om daer van onder den Eed van geheimhouding, nu aanstonds kan beraamen dan den inwoonder onze regtlie„ en terwijl die zaaken nog in vens geheugen zijn, te doen in winnen geregtelijke verklae„vendheid te laeten gevoelen ningen ringen onder aanbieding van Ede en intusschen haar in hunne zoo ja, waar in die bedenkin- ƒ billijke pretensien te baeten gen na zijn inzien zouden, be„ slaan, en zoo neem, als dan ten eersten daermede te doen be„gevaalen gemoed te koomen door een zeker gewaepende ginnen, en voor twee leeden uit den Gaalschen Justitie raed magt /:in het Maturesche en een beamptschrijver, het zij te zale of te Mature te doen te laeten blijven:/ haer te 1 laeten zien, dat men des inwinnen 1. Een verklaering zoo wel van noods haer door dwang mid„ den brenger van de brief vla„ die door twaalf singaleesche delen weet te doen gehoor handteekeningen is ondertee„ kend, als van de luijden die samen en voorts alles aan„ ze onderteekend hebben, in tewenden wat moogelijk zoo verre te bekend zijn, of nog mogten bekend worden. 2. Eene verklaring van Don om alle ingesloope onge„ neegeldheeden te redressee„ Dias wienesinge Aatjele van den Diogoe wikkreme gew: anraatje, die gedaan hebben nen, en een ider daer door 't relaas onder den 30: Julij 1790. een geruste inwooning te 3. Een verklaring van Madoe„ bezorgen. godde appoe den, die voorkoomen bij de voorsch: brief ola, relaas en berigt 4. verklaringen van alle de luij- van den secretaris van Albedijhl, vervattende de opgave door Madoegoddege appoe aan hem gedaan, als mede van alle zulken, die bij het beleggen van de voorsz: stuk„ ken, nog mogten worden opgegeeven van deze dingen kennis te hebben. voorts is verstaan dat den Heer Commandeur sluijsken, tot meerdere informatie van de intentie dezer Regee„ ring, zal worden aangeschreeven, op welke poinkten onder anderen en hoofdzakelijk, de beschuldigers van de 2015 de voorsz: inlandsche hoofden zullen moeten worden on„ dervraagt, en dat aan alle de geene, die invoegen voorsz: worden verzoond, moet worden gerecommandeerd, om niet alleen na waerheid te antwoorden op al 't geene hun ƒ zal worden gevraagt, maer dat ze ook moeten opgee„ ven al wat hun verder aangaande deze dinges mogte 1 zijn bekent, het zij wat of ten laste van wien het ook zoude moogen weezen, en dus zonder onderscheid of aan- zien van perzoonen Jk heb alles wat doenlijk is en moogelijk was betragt, om zonder passie, in dit napont te werk te gaan, dan het zoude ligtelijk konnen gebeuren, dat Jn agting genomen zijnde, dat geheim rapport van den heer Com- en iets bij dit geheim rapport bij 't hier onder g'insereerd komt, waarop deze Regeering was ingenoomen dat Juist mandeur sluijsken niets voor niet volkoomen aan een genoeg„ op de heer Goeverneur in 't lijke bedenking daer over zoude bijzonden, aan wien deeze brief appart geschreeven is, weet toe voldoen; een, pligt en het aan- te passen het geen hier ter zien van mijn publiek Cha- zijde is vermeld, is goedge racten vondend van mij dat vonden en verstaan dat de Heer Sluijsken zal worden ik ten minsten iets zegge wee„ gelast zoo als hij gelast word gens mijne gevoeligheid, wee„ door deezen, om zig nader gens aangedaane hoon; klijn duidelijk en regtstreeks agting en tegens mij verkeende te verklaeren: 1: wil hij in 't oog heeft, aan wien opgevatte mistrouwens. of de welke het wel konde zijn, dat iets bij dit zijn juist niet volkomen aan eene genoeglijke bedenking „geheim rapport ingenomen, daar over zoude voldoen, en waer van egter een, pligt en Lant

NL-HaNA_1.04.02_3884_0524 view scan ↗

English

and the prestige of his public character demands that he at least say something regarding the insult, disrespect, and mistakenly conceived distrust directed against him, as well as why this something would not completely satisfy a favorable opinion in the minds of those he refers to here. 2. In what do the insult, disrespect, and mistakenly conceived distrust directed against him consist? To what appears here: that Mr. Sluysken, if he wished to be malicious, could certainly have said not only more, but even much more, which could bring no small amount of unpleasantness upon Mr. van Angelbeek; the Honorable van Angelbeek has observed that he, already in his letter of 19 April written from Matara to Galle, has most emphatically requested that a precise investigation be made into his conduct during his administration there, and that the complaints that might come in against him be examined with all precision, conscientiously, and most strictly; and that, since Mr. Sluysken says that he could have said not only more, but even much more if he wished to be malicious, which could bring him no small amount of unpleasantness, he now further requests that Mr. Sluysken may be written to, so that he may specify clearly and without any further reserve wherein consists that which His Honour believes to hold against him, not only more, but even much more, without letting himself be restrained by any considerations whatsoever. Whereupon, after deliberation, it was approved and resolved to grant this request of the Honorable van Angelbeek, and that consequently Mr. Sluysken will be instructed, as he is instructed hereby, in accordance with the aforesaid request of the Honorable van Angelbeek, to clearly and without any further reserve submit to this Government all that His Honour believes to hold to the charge of him, van Angelbeek. And it was further resolved to postpone until such time as this shall have occurred the decision upon the request appearing here from Mr. Sluysken, namely that he obtain through the said Honorable van Angelbeek in a public manner in the Company's papers such an honorable reparation as shall be necessary in such a case before the public, in whose eyes he considers himself to have been belittled. If I wished to be malicious, I could certainly have said not only more, but even much; which would bring no small amount of unpleasantness upon the Honorable First Chief Administrator van Angelbeek; but I rest herein solely with that confidence, that Your Excellency will cause me to obtain through the said Mr. van Angelbeek in a public manner in the Company's papers such an honorable reparation as shall be necessary in such a case before the public, in whose eyes I have been belittled. I rely heavily upon Your Noble Right Honorable's benevolence in this matter, and this shall obligate me, beyond duty and obligation, to continue working indefatigably and in a very special manner. It was signed below: Noble Right Honorable Sir, Your Noble Right Honorable's very obedient and dutiful servant, signed: P. Sluysken. In the margin: Galle, 5 August 1740. To the Noble, Right Honorable, Highly Venerable Sir Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies, along with the Council. Noble, Right Honorable, Highly Esteemed, High-Ruling Sir! The prudence that teaches us to guide our actions after sound deliberation obliges me to present to Your Noble, Right Honorable a separate and secret report of my observations and actions during the recent disturbances and assemblies that have taken place among the majority of the inhabitants in all the districts of the Matara Dissavony. The Honorable van Angelbeek declares that he undertook this journey in accordance with the letter sent to him from Galle, cited here in the margin, by virtue of the Colombo letter of 22 December 1789; that he, already by a letter of 14 April, not only informed Mr. Sluysken that he was about to depart for there, but that Mr. Sluysken was also informed by his earlier letters of his intention to now begin this undertaking commended to him; that in a letter of 15 February he requested Mr. Sluysken for 100 lb of steel for the service of the Magampattoe, and that the Matara stonecutters, if they could be spared, might be sent back, as he needed them most urgently for the construction of the sluice in the dam of Baddegama; and by letter of 16 March further requested that with the returning paddy boat 800 lb The Lord Dissava van Angelbeek informed me in the latter half, or rather on the 18th of the past month of April, that His Honour had departed from Matara, with the intention, surely pursuant to the qualification obtained from the Honored Government at Colombo by official letter of 22 September 1789, to establish a settlement in the vicinity of the lake of Baddiginie in the district of Magampattoe, which to all appearances could have brought very great advantage to the Honorable Company, in view of the very many and extensive uncultivated lands located there, which His Honour intended to make suitable as cornfields; and for the establishment of which the first

Dutch transcription

en 't aanzien van zijn publicq Coracten vorderd, dat hij ten minsten iets zegd, wegens aangedaane hoon„ klijn agting en teegens hem verkeerd opgevatte mis¬ ƒ ƒ mrouwens, als mede waarom dit iet bij de geene, die . gd hij hier bedoeld, junst niet volkomen aan eene ge„ ƒ noeglijke bedenking daar over zoude voldoen. „ 2. waarin bestaan de hem aangedaane roon, klijn¬ agting en tegens hem verkeerd opgevatte mistrouwens Jk zoude boosaardig willende zijn, zekerlijk niet alleen meer maar zelvs veel hebbe kon„ op 't geene hier voorkomt nen zeggen: het geene niet dat de Heer sluijsken, zoo hij weinig onaangenaamheden boosaardig zoude willen zijn, zekerlijk niet alleen meer, aan den Heer van Angel- maar zelfs veel meer zoude hebben kunnen zeggen, het beek zoude kunnen toebren„ geen niet wijnig onaange„ gen, dan ik beruste hier naamheeden aan den E: p: hoofd administ:t van Angel- beek zoude kunnen toebren„ alleen in met dat vertuou„ we dat hoogst dezelve mij gen, is door gem: E: van Angelbeek aangemerkt, door gemelde Heer van dat hij reeds bij zijn brief Angelbeek op eene pu„ den 19. april van Mature na Jale geschreeven, op blieke wijze bij 's komp:s 't nadrukkelijkst heeft papieren zodanig eene re verzogt, om een naukeurig onderzoek te doen na zijn pareerende een zult doen gedrag, geduurende zijn be„ stier aldaar, en om de klag„ ten, die tegens hem mogten erlangen als in zulk een nauwkeurigheid gemoede„ geval voor het publiek inkomen, met alle alle lijk waer „ 2016 lijk en op 't scherpst te ouden waar voor ik verkleind ben zal zoeken, en dat wijl de Heer nodig weezen. sluijsken zegt, dat hij niet al„ op uwel Edele Groot achtb: leen meer maar veel meer zoude hebben kunnen zeggen, welmenendheid in deze ree„ zoo hij boosaardig zoude wil- len zijn, 't geen hem niet wijnig onaangenaamheden zouden, kene ik sterk en dit zal nader verzoekt, dat den heer mij nog buiten hed en pligt kunnen toebrengen, hij als nu schreeven, om zonder eenige in 't bezonden verpligten sluijsken mag worden aange„ onvermoeijd voort te wer. verdere reserve, duidelijk ken en wel bezondens als op te geeven waerin bestaet 't geen zijn Ed: niet alleen /:onderstond:/ wel Edele Groot meer, maer zelfs veel meer„ achtb: Heer, uwel Edele ten zijnen laste vermeend te hebben, zonder zig daar van Groot achtb: zeer Gehoor- te laeten wederhouden door eenige konsideratien, hoe zame en Grouw schuldigen dienaer /: getekend:/ P: genaamt. waerop gedelibereert zijnde is goedgevonden en verstaen, sluijsken /:in margine) in dit verzoek van den E: van Gale den 5:' aug:s 1740. Angelbeek te bewilligen, en dat mits dien den Heer zoo als hij gelast word door dezen, om overeenkomstig 't sluijsken zal worden gelast, voorsz: verzoek van den E: van Angelbeek, duidelijk en zonder eenige verdere reserve, aan deze Regeering op„ tegeeven al 't geen zijn E: ten laste van hem van Au„ gelbeek meend te hebben. En is wijders verstaan om tot zoo lange dat dit zal zijn ge„ schied, uittestellen de dispositie op 't hier voorkomend verzoek van den heer sluijsken, om hem namentlijk door gem: E: van Angelbeek op eene publieke wijze bij komp: papieren zodanig eene repareerende eere te doen erlangen als in zulk een geval voor het publiek, waer voor hij zig agt verklijnd te weezen, zal nodig weezen. Aan Aan den wel Edelen Gestr: Groot achtb: Heer willem Jakob van de Graaff Raed ordinair van Nederlandsch Jndia Goeverneun en direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheden Nevens den raed. Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! De voorzigtigheid, die ons leerd onze handelingen na eene gezonde overweeging te bestieren, verpligt mij uwel Edele Gestr: Groot achtbaere een afzonderlijk een geheim berigt aantebieden van mijne opmerkingen en verrigtin„ gen geduurende de laatste onlusten en de te zaamen nottingen die onder het grootste gedeelte der ingezeetenen in alle de Landschappen der Matureesche Dessavonie plaats gehad hebben. De 2017 dE: van Angelbeek betuigd De Heer dessave van Angelbeek berigtede mij in de laatste deze togt te hebben ondernomen, helft of liever den 18. van ingevolge het hem aangeschree„ de hier ten zijde vermelde ko de verwekene maand apuil, vene van Gale, uit kragte van dat zijn E: van Mature lombosche brief van den 225 xber: vertrokken was, met voor- 1789. , dat hij den Heer sluijs„ neemen om ingevolge zee„ ken reeds bij een brief van den 14. april, niet alleen heeft kerlijk van de erlangde kwa„ bekend gemaakt, dat hij stond maar dat ook de Heer sluijslificatie den g'eerde Regee„ na derwaards te vertrekken, ken door zijne onoegere brie„ring te Colombo, bij officieele brief van den 22. 7ber: 1789 ven is geinformeerd geweest in den omstreek van het late van zijn voorneemen, om deze ming nu te beginnen, dat van Baddiginie in het hem aanbevoolene ondernee„ landschap Magampattoe, hij bij brief van den 15 febr: zogt, om 100. lb: stael ten eene volk-planting aante„ den heer sluijsken heeft ver„ dienste van de Magampat- leggen, die, alleen aanschein na zeer veel voordeel aan de toe, en dat de Materesche. Ed: Companie zoude hebben steen kappers, zoo ze konden den terug gezonden, alzo hij kunnen aanbrengen, aange„ gemist worden, mogten wor„ zien de zeer veel en uitge„ dezelve tot het aanleggen strekte woeste landen die van de sluijs in den dam van zig aldaar bevinden, en die Badegenie ten hoogsten nodig hadde, en bij brief van den 16. Maart nog nader heeft ver-zijn E: tot koornlanden dagt bekwaam te maeken; en tot zogt, dat aan hem met de welkens aanlegging de terug keerende padie 800. lb: eerste

NL-HaNA_1.04.02_3884_0528 view scan ↗

English

pounds of flat iron bars might be sent for the service of the Magampattoe, which indication he declared to make here in proof that Mr. Sluijsken had already been informed in good time of his aforementioned intention. The first native chiefs of the Dessavonie had offered to gather the necessary people and provide what was needed, yet to bring them to Baddeginie unforced and voluntarily. How Mr. Sluijsken came to the suspicion that the Dessave van Angelbeek might have had the intention to establish a settlement at Baddegenie, he declares not to understand, unless it were solely not to deny those who might voluntarily wish to proceed thither, or to send thither a party of evildoers sentenced to this or that punishment to serve their banishment there, or even highly suspicious vagrants who cannot demonstrate any honest means of subsistence, in order to cleanse the country thereof; it having otherwise only been his intention to have the aforementioned dam bound by some people from the Matara Dessavonie, who had been voluntarily offered by the chiefs for that purpose, and to have cleared a party of lands that could be prepared as sowing fields. The Honorable Provisional Chief Administrator van Angelbeek has requested that, to elucidate what is mentioned alongside, the copies of two of his letters written separately to Commander Sluijsken on the 18th of April, with the appendices mentioned therein, may be sent among the appendices of this Resolution to Their High Mightinesses. In the first written it is clearly stated: "What the reasons actually are why these people have gathered together cannot be said with the least certainty; as far as I am informed, it is particularly the plantations, the bridge, and bazaar leases; besides these, which I nevertheless do not yet know, they still have 12 requests; wherefrom it is understood to keep this note and to consent to this request." Mr. van Angelbeek furthermore wrote to me that, His Honor being on his journey at Dikwella, he had been obliged to return from there to Matara, because all the inhabitants of the Dessavonie had opposed this expedition and seemed to have stirred up an uprising that was beginning to become general, and against which it was necessary to employ violent or gentle means. These reports gave me cause for reflection and concern, and I considered the state of affairs and what the actual causes and moving force of these disturbances could be. Mr. van Angelbeek had assured me that the discontented were not dissatisfied with His Honor, but on the contrary bore him all respect; His Honor also believed that the inhabitants reasonably had no cause for complaint, because they were not forced into the expedition to Baddeginie, but that this had been left to their free choice upon the invitation in that regard. Finding no direct reason for dissatisfaction among the inhabitants, I reflected further on the origin of this matter. I recalled that seldom or never have any gatherings taken place among the Sinhalese, the Company's subjects on Ceylon, but that the primary chiefs have usually collaborated therein; although they have also always known how to keep their influence hidden, and to save themselves from all evil consequences. All old papers and writings prove this. I also know from experience that it is virtually impossible for anything to occur in the country that merits any notice of which the chiefs are not already informed or immediately become informed, and therefore the thought soon occurred to me that the chiefs must have had a part in this gathering, and had brought it about through their influence and power. Now investigating the reasons for such an undertaking by the chiefs, and taking into consideration that the Dessave van Angelbeek was very much in favor with all these chiefs and that it appeared they also loved and highly esteemed His Honor, I supposed that possibly the Court of Kandy, as indeed in earlier years, might have been able to incite this uprising in order, on such an occasion, to revive its ancient claims on the shores of Ceylon and, if possible, to gain control of them. Had the gentlemen of the Military Commission sent from Europe by Their High Mightinesses not been present right here in the hall and busy taking stock of the state of the Company's affairs so far as the military establishment is concerned, at which my presence was necessary here on the spot, I would possibly have departed immediately for Matara in person to investigate the reasons for the uprising of the people, and to deliberate upon and put into effect the necessary measures in that regard. Prevented from this, I offered Mr. van Angelbeek two members from the Council of the Galle Government for his support; and these members were appointed on my proposal in the meeting of this Government on the 19th of April last: being the overseer of the Galle Korale, the Honorable van Schuler, and the overseer of the arrack and shopkeeper, the Honorable de Vos; and since Mr. van Angelbeek not

Dutch transcription

lb: ijzer platte staeven mogte eerste Jnlandsche hoofden van de worden gezonden, ten dienste van de Magampattoe, welke Dessavonie zig aangebooden hadden de nodige volkeren aanwijzing hij betuigde hier te doen, ten blijke dat de heer sluijsken reeds vroeg„ te zullen vergaderen, en van tijdig van voorsz: zijn voor„ het noodige voorzien, egter neemen is geinformeerd ongedwongen en vrijwillig, geweest. te Baddeginie te brengen. Hoe de heer sluijsken in het vermoeden is gekoomen, dat de dessave van Angelbeek het oogmerk zoude gehad heb„ ben, om een volk planting te Baddegenie aan te leg„ gen ^ betuigd hij niet te begrijpen, ten zij het alleen mog„ te zien om aan zulke, die zig vrijwillig na derwaerds mogten willen begeeven, dat niet te ontzeggen, of om na derwaards te zenden een partij kwaed doendens, verweezen tot deze of geene straffen om daar hun ban„ nissement uit de dienen, of ook zelfs hoogst verdagte zwervens die geen eerlijk middel van bestaan kun- nen aanwijzen, ten eijnde het land daer van te zuive„ ren, zijnde het voor het overige alleen zijn oogmerk geweest, om door eenig volk uit de Matenesche des„ savonie, dat door de hoofden daar toe vrijwillig was aangebooden, de voorsz: dam te laaten binden, en een partij guonden, die tot zaaijvelden konden worden aangelegd, te doen zuiveren. De Heer van Angelbeek dE: provisioneel hoofd administ:t schreef mij voorts dat zijn dat tot opheldering van het E: in desselvs reize tot van Angelbeek heeft verzogt, hiernevens vermelde onder Dikwelle gevondend zijnde, de verpligt 2018 verpligt geweest was van daar de bijlaegen van deze Resolutie weder na Mature te rug te aan Hunne Hoog Edelheden moogen worden gezonden, de keeren wijl alle de ingezeete„ afschriften van twee zijner nen van de Dessavonie zig brieven, aan den heer kom- mandeur sluijsken afzon„ derlijk geschreeven den 18. teegen deeze togt hadden aangekant en eene opstand april, met de bijlaegen daer bij vermeld. wordende bij den scheenen verwekt te hebben eerst geschreevenen duide„ die algemeen begon te wor= lijk gezegt:„ wat eigentlijk „de reedenen zijn waerom den, en waar teegen het heid „deeze menschen tezamen was de nodige geweldige „gerit zijn, is met geene de „minste zekerheid te zeggen of zagte middelen, in het „zoo verre ik onderrigt ben„ „zijn het inzondenheid de aan. werk te stellen. „plantingen, de brugge en „bazaar pacht: behalven deeze Deeze narigten, baanden mij „die ik egter tot nog toe niet na denken en bekommernis „ hebben zij nog 12. verzoeken en ik overwoog de gesteldheid „weete; waer van verstaan „ is deeze aanteekening te „houden, en in dit verzoek van zaaken, en wat eigent„ lijk de oorzaaken en de „te bewilligen. drijf veer van deeze onlus„ ten konde zijn. De Heer van Angelbeek had mij verzeekerd dat de mis„ noegden noegden niet over zijn E: onver„ genoegd waeren, maer hem in teegendeel alle achting toe droegen; zijn E: vermeende ook dat de ingezeetenen met billijkheid geen reeden van klaegen hadden; wijl zij tot de togt na Badde„ ginie niet gedwongen wae„ ren, maer dit aan hun vrije verkiesing, op de uitnoodi- ging des weegens, overgelae„ ten was. Geen reeden van misnoegen bij de ingezeetenen onmidde lijk vindende, dagt ik ver- den den oonsprong deezer zaake na. Ik herinnende mij, dat zelden of nooid eeni ge tezaamen nottingen onder de 2019 de singaleezen, 'sComp:s onder doenen op Ceilon plaats gevonden hebben of door„ gaan hebben de eerste hoof„ den daerin mede gewerkt; of schoon zij ook altoos middel geweeten hebben hun nen invloed bedekt te hou„ den; en zig uit alle kwaede gevolgen te redden. Dit bewijzen alle oude papie„ ren en geschriften. ook weet ik bij ondervinding dat het genoegzaam onmoogelijk is dat in het land iets kan voorvallen, wat maer eenige aanmerking verdiend, waer van de hoofden niet reeds onderrigt zijn of ten eersten onderrigt worden, en daerom kwam kwam ik ook wel spoedig op de gedagten dat de hoof- den aan deeze samenrot- ting deel moesten hebben, en door haaren invloed en ver- moogen bewenkt hadden. De reedenen nu van een dier„ gelijk bestaan der hoofden naspeurende, en in overwee„ ging neemende, dat de Heer Dessave van Angel¬ beek met alle deeze hoo- den zeer ingenoomen was en het scheen dat zij zijn E: ook beminden en hoog ach„ ten, zoo veronderstelde ik dat moogelijk het Htof Candia, gelijk wel van in vroegene jaaren deezen 2020 deezen opstand zoude hebben kunnen verwekken, om bij een diergelijke geleegendheid desselvs al oude eischen op de stranden van Ceilon wee- der leevendig te maeken, en waere het moogelijk in beheersching te krijgen. waaren de door Haar Hoog Moogende uit Eunopa ge„ zoudene heeren van de Mili„ taire Commissie niet Juist hier te zale aanweezig en beezig geweest den staat van 's Comp: zaaken, zoo verre het kreigs weezen aangaet, op teneemen; waer bij mijne teegenwoordigheid hier ter plaatze noodzaekelijk was; zoude ik moogelijk onmid onmiddelijk na Mature ver- trokken zijn, om in perzoon de reeden van den opstand des volks te onderzoeken; en dien aangaande de noodige mid- delen te beraamen en werk„ stellig, te maeken. Hier van wederhouden bood ik den heer van Angelbeek twee leeden uit den Raed der Gaalsche Regeering tot zijne onder„ steuning aan; en deeze leeden wierden op mijn voorstel in de vergadering van deze Regeering op den 19. april J:o Leden, benoemd: zijnde de op ziender der Gale Coule dE: van schuler en de op= zienden bij den anneek en winkelier dE: de vos; en wijl de Heer van Angelbeek niet

NL-HaNA_1.04.02_3884_0535 view scan ↗

English

The provisional Head Administrator, the Honorable van Angelbeek, says that no deadline was set for him to respond to the offer made to him of two members from the Galle Council for his support, and that the Commander literally wrote to him: I think that Your Honour, accompanied by a couple of members of the Land Council, should go in person to the mutineers to learn from them the reasons for their behavior, and to satisfy them in a fair and most practicable manner. I found such conduct to have a very good result when the Chalias revolted in the year 1776, whom I restored to order solely by presenting myself to them in the field in person and listening to them. If Your Honour does not consider this measure advisable, or deems it necessary that I should send a detachment from here, or else, according to the custom of former days, a couple of members of the Galle Council to calm the mutineers and listen to them, then write as soon as possible, and I will assist Your Honour in the best manner. That he answered the Galle letter of 18 April—by which this offer was made to him, and which he received on the 19th following—on that very same day, as also appears from the received copy letters that were examined regarding this matter, whereof it is understood that this note should be kept. It has already been noted above that the Head Administrator, the Honorable van Angelbeek, sent off his letter on 19 April. The Galle commission, already appointed on the 19th in the morning and thus before there could yet be an answer from Matara, departed the following day, the 20th. What is presented on this side—that the commission could hardly have reached Weligama before the Honorable van Angelbeek wrote that he declined it—seems therefore not to be understood of the writing of the letter, but of the time it was received at Galle. The Head Administrator van Angelbeek also says that the members of the Council who held this commission related to him that his letter passed them when they were not yet far from Galle. Furthermore, the provisional Head Administrator van Angelbeek has noted that from his aforesaid letter of 19 April, in which he requested in the name of himself and his headmen that a commission might be sent by the Ceylon Government, it clearly appears that his intention was that this commission should not only be charged with conducting a strict investigation into his conduct, into that of his headmen, and into those who might be the primary cause of this mutiny, but also with taking up and investigating the complaints that the inhabitants might presume to have, whereof it is understood that this note should be kept. The Honorable Head Administrator van Angelbeek declares that he has already stated these reasons in his aforesaid letter of 19 April, in which it is written in so many words: Above I have already had the honor to request Your Honors in my name and that of the headmen for a commission from Colombo, which request I hereby further repeat, and I thank Your Honors very much for the commission already appointed there, the more so if merely a recording of the complaints of the mutineers must take place, for which the Second Warehousekeeper, the Honorable de Moor, with Commander Bijen would suffice, both of whom are known here among the inhabitants and, as far as I am aware, also respected and esteemed. However, it is not merely a recording of the complaints that I and my headmen request, but especially a strict investigation of these complaints and into our conduct, as well as into those who are the primary cause of this mutiny; adding that from the above-cited letter of Mr. Sluijsken of 18 April, he could only understand that it was left to his option whether he deemed this commission necessary or not necessary, and that he therefore cannot see that he has offended the Commander in any respect by declining the commission. Furthermore, the said Honorable van Angelbeek declared that his request that a commission from the Ceylon Government might

Dutch transcription

2021 niet, binnen de bepaalde De provisioneel hoofd administ:t teid voor het zenden deezer dh: van Angelbeek, zegt dat Commissie bedankte, zoo ver- hem geen termijn is bepaalt, om te moeten antwoorden op de aan„ trok dezelve ook den 20. bieding hem gedaan, van twee leeden uit den Taalschen raed tot zijne ondersteuning, dat de heer des morgens kommandeur hem letterlijk heeft aangeschreeven: Ik denke dat uwEd: „verzeld van een paar Land raeds Leeden zig in perzoon bij de „Muijtelingen moet begeeven om van hun de reeden, van hun ge„ „drag te verneemen en hun op eene billijke en best doenlijke „wijze te bevreedigen. Een diergelijk gedrag heb ik van een zeer „goed gevolg bevonden wanneer de sjaliassen in a:o 1776. revolteer= „den die ik alleen door mij aan hun in het land in eige perzoon „te presenteeren en hun aantehooren weder te regt bragte „vind uw Ed: egter dit middel niet geraeden of wel noodig dat „ ik van zier een kommando zoude, dan wil anders, naar ge„ „woonte van vroegere dagen een paar leeden van den Taalschen „Raed, om de muijtelingen te stillen en hun aantehooren, dan „schrijft ten spoedigsten en ik zal uwE: op de beste wijze te „hulpe koomen. Dat hij den Gaalsen brief van den 18. april waer bij hem deze aanbieding is gedaan, en welke hij den 19. daar aan ontvangen heeft, nog dien helfden dag heeft be„ antwoord, zoo als dat ook uit de ontfangene kopij brieven die hierop zijn nagezien komt te blijken, waer van verstaan is deeze aanteekening te houden. Deeze Commissarissen konden nauwlijks Belligam berijkt Hier boven is reeds aangemerkt hebben of den Heer Dessave dat de hoofd adminiss:t dE: van Angelbeek zijn bried op den 19. april heeft afgezonden. De van Angelbeek schreef dat hij voor deeze Commissie Taalsche kommissie, reeds den bedankte bedankte, en daarenteegen den 19. in de voordemiddag en dus voor dat 'er nog antwoord van Mature zijn konde, benoemd, met alle zijne hoofden aan- is 's daags daar aan den 20. hield, dat een Commissie van vertrokken. het geen hier ter Kolombo van de Ceilonsche zijden voorkomt, dat de Commis„ sie nauwelijks Belligam konde Regeering mogte verzogt hebben berijkt, of dE: van worden, niet zo zeer om eene Angelbeek schreef dat hij daar voor bedankte, schijnt opneeming te doen van de dus niet te moeten worden klagten der misnoegde inge„ verstaan van het schrijven van den brief, maar van den zeetenen, als wel om inzonden„ tijd dat ze op sale ontfangen heid een scherp onderzoek is. ook zegt de hoofd admi„ nistrateur van Angelbeek dat de Leeden van den raed, die niet te doen, na deze klagten na deze kommissie zijn bekleed geweest, hem hebben verhaelt, het gedrag van hem E: dessave en zijne hoofden, en hun die dat deze zijn biet hun is ge„ passeert toen re nog niet verre van sale waeren. de Eerste oorzaek van deze Nog heeft de provisioneel hoofd- Muijterij mogten zijn. administ:r van Angelbeek aan„ gemerkt, dat het uit voorsz: zijn brief van den 19. april, waer bij hij uit naam van hem en zijne hoofden verzogt heeft, dat er een kommissie door de Ceilonsche Regeering mogte worden gezonden, duidelijk blijkt, dat het zijne intentie geweest is, dat deeze Commissie niet alleen mogte worden belast, om een scherp onderzoek te doen na zijn gedrag, na dat van zijne hoof„ den, en na hun die de eerste oorzaek van deze muijte rij mogten zijn, maar ook om een opneeming en onder- zoek te doen van de klagten, die de ingezeetenen mogten 2022 mogten vermeenen te hebben, waer van verstaan is deeze aan„ teekening te houden. De Heer van Angelbeek zal zig dienen te verklaaren, waerom De E:o hoofd administ:r van Augelbeek, verklaerd, deeze zijn E: voor een Commissie uit needer reeds te hebben op gegee„ den haalschen raed bedankte ven bij voorsz: zijn brief van den 19. april, waar bij met zoo veel en daar en teegen eene andere woorden staat: Hier boven heb ik reeds de eene gehad uwEd: E: van kolombo verzogt heeft. agtb: uit mijn naam en die Het aanzien en de eere van de van de hoofden om eene verzoeken, welk verzoek Taalsche Regeering vordend kommissie van kolombo te ik bij deeze nader herhaele, deeze verklaaring, en eene dus heel zeer voor de reeds billijke herstelling. en bedanke uwE: E: achtb: te meer zoo enkeld eene opneeming der klagten van de benoemde kommissie aldaer, muitelingen niet geschieden, hier toe de twede pakhuis- meester den E: de Moor met den Kommandant Bijen voldoende zijn, welke bijde alhier, bij de ingezeetenen. bekend en voor zoo verre ik bewust ben, ook gezien en geacht zijn. Het is egter niet alleenig eene opnee„ ming der klagten, die ik en mijne hoofden verzoeke maar wel inzonderheid een scherp, onderzoek van deeze klagten, en na onzer gedrag, als ook na hun die de eerste oorzaak van deeze muijterij zijn: met bijvoeging dat hij uit den hier boven aangehaalden brief van den Heer Sluijsken van den 18. afril, niet anders heeft kunnen zien, dan dat het daar bij in zijn optie ge„ stelt is, of hij deeze kommissie noodig of niet noodig agtede„ en dat hij mids dien niet zien kan, dat hij door het bedanken voor de kommissie, den heer Kommandeur in eenig opzigt zoude hebben beleedigd. Nog heeft gem: E: van Angelbeek verklaerd, dat zijn ver- zoek, dat er een kommissie van de Ceilonsche Regeering mogte 2

NL-HaNA_1.04.02_3884_0538 view scan ↗

English

might be requested, was done with no other intention than because he conscientiously thought that such a commission would be of great use on this occasion, regarding which it is resolved to make note of this, and to ask Mr. Sluijsken for further report as to what, in his Honour's view, the insult actually consists of, for which his Honour here on his part requests a fair redress. In the meantime, the commissioners, the Honourable Messrs. van Schuler and de Vos, had departed from here, and it certainly would not have been advisable to let them turn back immediately before the eyes of the discontented, as this manner of proceeding might easily have made a wrong impression upon these people, who had been informed that these commissioners came to investigate their complaints. Had the said commissioners not already been on their way, I probably would not have allowed them to depart without first awaiting your Right Honourable, highly esteemed reply to the request of Mr. van Angelbeek to be allowed to have a commission from Colombo. By letter of 20 April, Mr. Sluijsken was written to from here that this Government approved that his Honour should send no commission to Mature unless the Dissave requested it; but even apart from this written instruction, the Galle commission could well have waited until an answer had been received to the request made by the Galle officials by letter of 21 April, submitted by the Dissave and his chiefs, that a commission from Colombo might be sent. The Honourable Messrs. van Schuler and de Vos, arriving at Mature, were received with disrespect by Mr. van Angelbeek, which gives no slight proof of the little respect that the same showed to the Galle Government and his Honour's supreme authority, which was represented by this commission, and how reluctantly his Honour saw this commission appear. Upon the request of the provisional Chief Administrator van Angelbeek, it is resolved that Mr. Sluijsken shall be asked for further explanation as to what the disrespect actually consists of, which the Dissave is alleged to have shown to the Galle commission, and how it follows from this how reluctantly his Honour saw this commission appear. Your Right Honourable, highly esteemed was pleased to grant the request of Mr. van Angelbeek, to appoint a commission in Colombo and to order that the Messrs. van Schuler and de Vos should cease their commission and return to Galle. In the meantime, these found themselves already among the gathered populace. The Galle Council understood that it might very easily have bad consequences if these commissioners were simply recalled upon the request of Mr. van Angelbeek and his chiefs, and therefore gave it to the consideration of the Messrs. van Schuler and de Vos to withdraw if the state of affairs did not make contrary conduct necessary. This was interpreted to the Galle Council by the Government at Colombo by letter of 25 April last as an extreme disobedience. However, your Right Honourable, highly esteemed soon afterwards understood the good intention with which this had been done, and we found ourselves honoured with a letter of 26 April, whereby our actions were approved. As soon as it could be done with propriety, the Messrs. van Schuler and de Vos withdrew, pursuant to your Right Honourable, highly esteemed repeated order, back to Galle, about which the council here seemed not a little displeased. Some days thereafter, the Dessave Mr. Fretz and Trade Bookkeeper Samlant arrived here at Galle from Colombo as commissioners of the Ceylon Government, and immediately continued their journey to Mature, without any further disclosure of their commission being given to me or the Council, other than only that their Honours departed as commissioners of the Ceylon Government to Mature to bring the discontented inhabitants to a halt and to restore peace again in that Dessavony. This brief description, that the commissioners the Honourable Messrs. Fretz and Samlant departed for Mature to bring the discontented inhabitants to a halt and to restore peace in the Dessavony again, fully contains the commission with which they have been charged by this Government. However little report or information Mr. van Angelbeek had given to me as his superior until now concerning the condition in the Dessavony, I nevertheless remained, after the arrival of the gentlemen Fretz and Samlant, almost completely without any information, however much I had flattered myself that these commissioners would have acted communicatively with me, as was always customary in earlier times. I sincerely confess that I would wish to be informed whether this was done with specific intentions, and what these intentions might then have been. Hereupon, having examined, at the request of the provisional Chief Administrator, the Honourable van Angelbeek, the general and secret copy letters received from Galle, it has appeared that, besides the letters of 18 April mentioned above, the said Honourable van Angelbeek wrote to Mr. Sluijsken to inform him from time to time regarding the state of affairs on 19, 20, 21, 25, 26, 29, and 30 April, 6, 9, 10, 12, 15, 25, and two of 29 May, 9, 13, 14, 15, and 18 June, regarding which it is resolved to make note of this; and it is further resolved, for the satisfaction of the Lord Commander Sluijsken, to make known to him hereby that this Government knows of no reasons that could or should have prevented the Honourable Commissioners Fretz and Samlant from acting communicatively with his Honour, and that this would undoubtedly also have occurred if anything had presented itself to their Honours in which, in their view, this could have been of service.

Dutch transcription

mogte worden verzogt, met geen ander oogmerk is geschied, dan„ om dat hij in gemoede dagte, dat zulk een kommissie in deze gelegentheid van veel nut zoude zijn, waar van verstaan is, deze aanteekening te houden, en van den Heer sluijsken nader be„ rigt te vraagen, waar in na zijn Ed: inzien eigentlijk bestaat de beleediging, waer van zijn Ed: hier ter zijde eene billijke herstelling ver zoekt. Jntusschen waeren de Commissaris„ Bij brief van den 20 april was den heer sluijsken van hier sen dE: van schuler en de vos vertrokken, en het zoude zeeker aangeschreeven, dat deeze niet raedzaem geweest zijn de„ Regeering goedkeurde dat zijn Ed: geene Commissie na zelve voor het oog der misnoeg„ Mature Zond, ten zij den den onmiddelijk te rug te laeten dessave daerom verzogte, keeren, wijl deeze handelwijle dog ook zelfs buiten dit aanschrijven, hadde de zael- ligtelijk eenen verkeerden sche kommissie wel zoo lang kunnen vertoeven tot indruk had kunnen maeken bij deeze lieden die onderrigt dat er op het door de Gael„ sche bediendens bij brief van den 21. april voorgedraegen waeren dat deeze Commissa nissen kwaamen om hunne verzoek, door de Dessave klagten op teneemen waeren en zijne hoofden gedaan, dat er een kommissie van Kolom- bo mogte wonden gezonden, gedagte Commissarissen niet reeds op weg geweest, dan antwoord ontfangen was. zoude ik ze waerscheilijk niet hebben laeten vertrokken, zonder voor af uwel Edele Gestr: groot achtb: antwoord op het verzoek van den Heer van Angelbeek om een Commissie van Kolombo te mogen hebben, intewagten. DEs 2023 DE:s van Schuler en de vos te Mature koomende zijn dezel„ op het verzoek van den pro„ visioneel hoofd administ:r ve met min agting door de van Angelbeek is verstaan, Heer van Angelbeek ontvan„ dat van den Heer Sluijsken den gevraagd, waar in ei„gen, het welk geen gering nader explikatie zal wor bewijs geeft van de weinige gentlijk bestaat de min- agting die denzelven aan agting, die de dessavé aan zoude hebben betoond, en hoe de Gaalsche Regeering zijn aan de Gaalsche Kommissie daar uit volgt, hoe ongaenne E: oppergezag dat door deze „ne Commissie g„ presenteerd zijn E: deeze Commissie zag wierd, toedroeg; en roe on- opdaegen. gaarne zijn E: deeze Com= missie zag opdaegen. uwel Edele Gestr: Groot achtb: vond goed het ver- zoek van den Heer van Angelbeek toete staan een Commissie op Colombo te benoemen en te gelasten dat dh:s van schuler en de vos„ hunne Commissie moeste staaken en na Gale terug keeren. Jntusschen bevonden zig deeze reeds bij de te zaamen gerotte volkeren de Gaalsche Raed begreep dat het veel ligt kwalde gevolgen gevolgen konde hebben indien deeze Commissarissen zoo maar /:op verzoek van den 8: van Angelbeek en zijne hoofden:/ terug geroepen wierden; en gaf daerom aan dh:s van schuler en de vos in overweeging om zig te rug te trekken, indien de gesteldheid van zaaken niet een teegenstrijdig gedrag noodzaakelijk maakte. Dit wierd den Taalschen Raed door de Regeering te Colombo bij brief van den 25. april I: L: als eene verregaande ongehoorsaem= heid uitgeduid. Echter be„ greep uwel Edele Gestr: Groot achtb: kort daerop de goede intentie, waer„ meede dit geschied was, en wij vonden ons vereerd met een brief van den 26. april waer bij onse han delinge 2024 Deeze korte omschrijving dat de kommissarissen N:s pietz: delinge gepuobeerd wierden. zoo dra het met schik geschieden kon„ trokken dh:s van Schuler en de vos zig, ingevolge uwel Edele Gestr: Groot achtb: henhaalde onder, na Zale te rug, waer over den raad alhier niet weinig onverge„ noegd scheen. Eenige daegen daerna kwae¬ men van Colombo de Heer dessave Fretz: en Negotie boekhouder Samlant als Commissarissen der Ceilonsche Regeering hier te Gale aan, en vervolgden ten eersten hunne reize na Mature, zonder dat aan mij of den Raed eenige verdere opening van haare Commissie gegee„ ven was, dan alleen dat hun E:e als Commissarissen van de Ceilonsche Regeening na Mature vertrokken om de trokken, om de misnoegde misnoegde ingezeetenen en Samlant na Mature ver- tot in ingezeetenen tot stilstand te bren„ tot stilstand te brengen en de gen en de rust in die dessavonie weder te herstellen, bevat op eene rust in de dessavonie weder volleedige wijze de Commissie — waarmede zij door deze Regee„ te herstellen. Hoe weinig verslag of narigt de Heer van Angelbeek mij als Hierop ten verzoeke van den pubv: hoofd administ:rt dE: van Angelbeek nagezien, zijnde, de zijnen Gebieder ook tot nu toe gemeene en sekreete kopij van de gesteldheid in de Des„ brieven van Tale ontvangen is gebleeken, dat behalvende savonie had gegeeven; zoo bleef brieven van den 18. april hier ik egter na de komst der boven vermeld, gem: E: van heeren G:retz: en Samlant Angelbeek aan den heer sluijs ken geschreeven heeft, om hem genoegzaem geheel buiten van tijd tot tijd nopens den alle onderrigting, roe zeer ik toestand der zaake te onderrig ten den 19. 20. 21. 25. 26. 29. en 30. mij ook gevleid had dat deeze april, 6. 9. 10. 12. 15. 25. en twee van den 29. Meij, 9. 13. 14. 15. en 18. Commissarissen met mij gelijk Junij, waer van verstaan is deeze aanteekening te houden; in vroegere teiden alteid ge„ En is voorts verslaan, tot vol- doening van den heer komman- bruikelijk was, Communica kenen, dat deeze Regeering geene tief zoude hebben te werk deur sluijsken hier aan te lee„ gegaan. Ik bekenne opregt reedenen bekend zijn, die de E: kommissarissen preth: en sauilant zouden hebben kunnen dat ik wel wenschte onder= of behooren te beletten, om niet rigt te zijn, of dit met af„ zijn Ed: kommunikatief te werk te gaan, en dat dit ook zonderlijke oogmerken geschied ongetwijffelt zoude zijn ge„ is, en welke deeze oogmer- schied indien hun Ed: iets ken als dan wel moogen waare voorgekomen, waerin dit naar hun inzien van geweest zijn. dienst hadde kunnen zijn. Jk ring zijn belast.

NL-HaNA_1.04.02_3884_0543 view scan ↗

English

2025 I experienced not only the heartache that a Commission was sent to the lands and subordinate districts entrusted to me by this High Government of these lands, without my having any disclosure of their mandate, nor that any report of their proceedings was given to me; but I was moreover even deprived of the opportunity to inform myself through special emissaries regarding the state of affairs. Every Regent or Government is obligated and bound, and has the indisputable right, to be informed of everything that occurs in its subordinate lands and places; unless such a supreme authority is placed under suspicion, or complaints are made against the same by its subordinate inhabitants. The commission was appointed by this Government on the proposal of the Commandeur and the Galle Council itself made for that purpose, and the disclosure which the aforesaid commissioners gave of their commission to Mr. Sluijsken before their departure to Matara, to make known that they had been ordered to bring the dissatisfied inhabitants to a standstill and to restore peace in the Dissavony, also contains everything for which they were commissioned. Having prescribed this rule for myself immediately after my appointment as Ruler over Galle and Matara, I provided myself with trustworthy persons through whom I could be informed of what was necessary; and whom I principally employed during the rebellion in the Matara Dissavony and sent out with the prior knowledge of the Council to obtain through them the necessary knowledge of the state of affairs. One of these emissaries, a Moor and inhabitant of Galle named Segoe, was unexpectedly seized, kept in arrest for some time at Matara, and subsequently, Commandeur Sluijsken, in the view of this assembly, would have done just as well, if the reports which the Honorable Dissave of Matara made to his Honor from time to time did not satisfy him, to request further clarification from the Dissave himself, rather than to employ for that purpose a man of such character as the Segoe mentioned here in the margin, who, according to report, is a slave boy of whom the master is a resident in Matara, without giving any notice thereof to the Honorable Dissave, who therefore could not know with what objectives or for what ends this man was roaming about in his Dissavony. 2026 with a secure guard, bound and pinioned, transported past this fortress in order to be conveyed to Colombo, without any information thereof being given to me or to the Council here, much less the required approval requested for this manner of proceeding; to which, however, Mr. van Angelbeek, knowing his subordination to me and the Galle Government, was obligated. This conduct of the Honorable Dissave van Angelbeek has affected me very deeply, and aside from a fair redress and satisfaction which I in my character as Commandeur still look forward to in this regard, I request Your Honorable Valiant Great Excellencies that a clear explanation may be provided to me of the manner of proceeding with the said Moor Segoe, all the more because this man was kept in arrest for forty days at Colombo, as a person who had been employed with bad intentions! By separate letter of 17 May, the Governor already informed Mr. Sluijsken that it took place upon his express order, in which Mr. Sluijsken ought to have acquiesced, without asking for further explanation in that regard. That the Honorable former Dissave of Matara gave no notice thereof to the Commandeur is certainly improper, and the Honorable van Angelbeek, upon being questioned about this, declared that this was solely due to inadvertence, at a time when he was overwhelmed with business, and that in a letter written on 20 May he has since excused himself in the most proper manner to the Commandeur, and requested that the Commandeur be pleased to accept this apology of his; whereupon it is understood to keep this note, and that the aforesaid Moor, in a declaration submitted here to the Secretariat, a copy of which was sent to the Commandeur by separate letter of 29 June last, declared that he was ordered by the Commandeur only a single time, at the beginning of the unrest, or specifically on 17 April, to go to Matara and see what truth there was to the news that some mutineers had gathered together at Matara; that, since he could not cross at Polwatte for lack of vessels, and because he also learned that the mutineers had assembled on the other side of the river of Kollewidande, he turned back immediately, arrived at Galle that very same day, and the next day reported his experiences to the Commandeur, further testifying that when he went to Matara the last time, he received no order from anyone, and had only gone to fetch his sister; so that, in so far as one may believe his own declaration, he had on this occasion not the slightest commission from the Commandeur.

Dutch transcription

2025 Ik ondervond niet alleen het hantzeer dat in de door de De kommissie is door deeze Regeering benoemt op de voor- Hooge Regeering deezer dragt van de Heer Komman„ Landen mij aanvertrouwde deur en Faalsche raed zelve daar toe gedaan, en de ope„ en ondergeschikte landschap„ ning die voorsz: kommis„ pen een Commissie gezonden sarissen van hunne kommissie aan de Heer sluijsken ge„ geeven hebben, met aan zijn Ed: wiend, zonder dat ik eenige kature vertrekken, om de opening van haaren Last bekent te maaken, dat ze na had, nog dat mij van haere misnoegde ingezetenen tot rust in de Dessavoniewe verrigtingen eenig berigt stilstand te brengen en de der te herstellen, bevat ook wierd gegeeven; maer ik wierd ook daer en boven alles waartoe ze waren ge„ nog zelvs buiten de gelee- genheid gesteld mij door bij„ zondere zendelingen na de omstandigheeden van zal ken te moogen onderrigten. Elk Regent of Regeering is verpligt en gehouden en heeft onbetwistbaar het regt onder„ rigt te zijn van alles wat in ƒ dies ondergeschikte landen en plaatzen voorvalt; ten zij dat een diergelijken e opper gezag in verdenkingen last. legd legd, of dat over het zelve, door dies ondergeschikte ingezeetenen geklaagd word. Deezen reegel mij onmiddelijk na mijne bevondening als Ge„ bieder over Zale en Mature voorgeschreeven hebbende, voor„ zag ik mij van goede men- schen, waer door ik van het noodige onderrigt konde worden; en waar van ik mij De Heer Kommandeur sluijsken geduurende den opstand in de Matureesche Dessavonie wel zoude na het inzien dezer benga„ dering al zoo wel gedaan hebben, voornamentlijk bediende en om indien de berichten die dE: tijd aan zijn Ed: gedaan heeft, hem dezelve met voorkennis van Dessave van Mature van tijd tot den Raed uitgezonden hebbe niet voldeeden van den dessave zelve nadere opheldening te vrae„ gen, dan om daar toe te gebrui-om door hun de verpligte kennis van de gesteldheid van ken een man van zulk een stem- pel als is de hier ten zijde ver„ melde segoe, die naar gezegt zaaken te verkrijgen. Een deezen uitgezondene een moor wond een slave Jonge is, waer van de Lijfheen is, een inwoon- en inwoonder van Gale in den te Mature, zonder daer aan den E: Dessave die mits naame segve wierd op het van eenige kennis te geeven onverwagts opgevat, eenige dien niet konde weeten met teid te Mature in arrest welke oogmerken of tot wat eindens deze man in zijn gehouden, en vervolgens Dessavonie rond swort. met 2026 met een goede wagt, gebonden en gevleugeld voor bij deeze vesting heen getransporteerd, om na Colombo overgebragt te worden, zonder dat mij nog den Raed alhier. daar van eenige onderrigting gegeeven nog minder de nodige goed- keuring over deze handel„ wijze gevraagd wierd; waer„ toe egter de Heer van An- gelbeek zijne onderge„ schiktheid aan mij en de Zaalsche Regeening kon- nende verpligt was. Dit gedrag van de E: Dessave van Angelbeek heeft mij zeer gevoelig getroffen en buiten en behalven eene billijke her„ Meij heeft de Heer Gouverneur stelling en voldoening die ik Bij apparte brief van den 17. in mijn Character als kom- reeds aan den Heer sluijsken mandeur des wegens als nog bedeeld, dat het is geschied op te gemoed zie, verzoek ik zijn expresse last, waerin de heer sluijsken wel hadde uwel Edele Gestr: Groot dienen te berusten, zonder achtb: dat mij eene duijse„ daer over verder explikatie te vraegen. Dat lijke d ten lijke opheldering van de han„ Dat dE: geweze dessave van delwijze met ged:e moorsegoe„ Mature aan den Heer Kom- mandeur daar van geen ken¬ nis gegeeven heeft, is zeeker- mooge toekomen, te meer wijl Angelbeek, hier over gevraegt deeze man veertig daegen te lijk kwalijk, en heeft dE: van Colombo in arrest is gehouden, zijnde, verklaerd, dit alleen te zijn voortgekoomen bij in advertentie, in een tijd dat hij als een perzoon van die men zig met slegte oogmerken over kropt was van bezig„ heeden, en dat hij zig bij een brief geschreeven den 20. Maij bediend heeft! zedert derwegens bij den Heer kommandeur op de wel voeglijkste wijze heeft verschoond, en verzogt dat de heer kommandeua in deze zijne verschoo„ ning wilde genoegen neemen, waer van verstaan is dee„ ze aanteekening te houden, en dat de voorsz: Moor bij een de klaratoir, dat bij apparte brief van den 29. Junij I: Z: aan den heer Kommandeur in kopij gezonden is, hier ten se„ kretanij opgegeeven, heeft verklaerd, dat hij alleen een enkeld maal, in den beginne van de onlusten of eigentlijk den 17. april door den Heer Kommandeur is gelast om na Mature te gaan, en te zien wat er waare van de tijding, dat en op Mature eenige muijtelingen waeren tezamen gerot, dat hij, wijl hij te Polwatte bij gebrek van vaertuigen niet konde overvaaren, en om dat hij ook vernam dat de muijtelingen aan de overkant van de rivier van Kollewidande ver„ gaders waeren, terstond is te rug gekeerd, en nog dien zelfden dag op Gale aangekoomen, en des anderen daags aan den Heer Commandeur van zijn wedervaeren heeft verslag gedaan, onder betuiging wijders, dat toen hij de laatste maal is na Nature gegaan, hij van nie„ mand eenige last ontvangen heeft, en alleen gegaan is om zijne suster aftehaelen zoo dat hij in zoo verre men zijn eige verklaering mag gelooven, ter deezer geleegentheid geen de minste kommissie van den Heer kom„ mandeur

NL-HaNA_1.04.02_3884_0547 view scan ↗

English

2027 mander had, who can all the less consider himself insulted by the apprehending and sending under arrest to Colombo of this Moor; since no one knew that this Segoe was a confidant of his, and still less that he had been sent by His Honour, just as this Segoe himself also fully denied it. The Honourable Head Administrator and former Dissave of Mature, Van Angelbeek, having been asked about what appears here in the margin, has undertaken to declare himself about this in writing, and requested that it may suffice for the present merely to remark on this, that the titular Mohandiram of the Belligam Corle mentioned herewith, is the titular Mohandiram Dahanaike, whom he, as he informed the Commander and Council by his letter written on 30 April, had caused to be arrested, because without necessity and urgent need, without prior knowledge and permission obtained, he had left the Mature Dissavony and, according to his own confession, had proceeded to Galle, as the Dissaves of Mature, like all other regents, are entitled to do according to the established orders, such as among others the plakkaat of 20 December 1758, when the chiefs subordinate to them behave thus contumaciously, without it being customary to give notice thereof; wherefore it is understood to keep this note and to permit the Honourable Head Administrator Van Angelbeek, according to his request, to declare himself further about this matter in writing. Besides this Moor, I had another trusted person in the Mature Dissavony, being a certain titular Mohandiram of the Belligam Corle, whom I raised in my house from his childhood until his manhood years. This man could have been of great service to me, being of a very good family, the greatest part of which is in the Mature Dissavony and gives him a very large following. The same, as well as the assistant Rilmuller, overseer of the plantations in the Morrua Corle, had come through the country and along unpaved paths to Galle, because they were prevented by the malcontents from taking the general road to Mature. Both gave me, upon their arrival here, an account of their encounters and the conditions in the country. I sent them with a detachment that was just then marching to Mature, towards there with the intention of also being able to inform Mr. Van Angelbeek of their findings; and furthermore, to provide His Honour, through the said Mohandiram, with a trusted person; wherefore Mr. Van Angelbeek himself had already at the beginning of the gathering, in 2028 the assumption that he was here at Galle, specifically requested more than once in his letters, intimating that the same could be of service and use to His Honour in these circumstances. This Mohandiram was immediately arrested upon his arrival at Mature, and was very closely watched and guarded for thirty-four days. Was it in that manner that Mr. Van Angelbeek intended to derive benefit from him? However this may be, the arresting of this man, whereof I was likewise not given the least notice, placed me even more outside the opportunity to inform myself of the circumstances Above it has already been remarked that the Moor Segoe himself declared, on the occasion of his apprehension at Mature, that he had not had the least order nor commissions from the Commander. His apprehension could therefore in no respect have served to belittle the Commander, and the reasons given above by the former Dissave Van Angelbeek and communicated at the time to Commander Sluijsken, why he arrested the Mohandiram Dahanaike, likewise show that this was not done to belittle His Honour in any respect. What further concerns the ola mentioned here, and whereof Commander Sluijsken remarks that it served not a little to increase the belittling whereof His Honour complains, one would first need to know who is that ill-disposed person by whom the same was sent to the malcontents, before one can hold anyone accountable for it. of affairs. I cannot and will not hope that this was the purpose of his arrest. May Your Right Honourable and Worshipful Honour please do me the favour of speaking to Mr. Van Angelbeek about this and communicating his explanation to me. Much depends on this for me. Your Right Honourable and Worshipful Honour easily senses to what belittling the apprehending and sending away of the repeatedly mentioned Moor Segoe, and the arresting of the just-mentioned Mohandiram—whereof the latter is known among the inhabitants as my favourite—served me in the eyes of everyone among my subordinates. Not 2029 little was this belittling increased by a certain ola, whereof I have the copy in hand and which was sent by a very ill-disposed person to the malcontents; and which ola was shown by these malcontents to Messrs. Pretz and Samlant at Hateman; by this ola the malcontents were enjoined to cast themselves quickly at the feet of the Dissave Van Angelbeek and ask for forgiveness; since they must not rely on the protection of the False Commander whose favourite was even arrested; and that if they did not come to submit themselves quickly, the Noble Company had enough powder and lead to bring them to their duty. I

Dutch transcription

2027 mandeur heeft gehad, die te minder over het opvatten en het in arrest zenden na Kolombo van dezen Moor zich kan agten te zijn beledigt; wijl niemand geweeten heeft dat deze segoe een vertrouweling van hem was, en nog veel minder dat hij door zijn Ed: was gezonden, zoo als deze segoe dat ook zelve volmondig heeft ontkent. Behalven deezen Moor had ik nog een vertrouwd perzoon in de Maturesche Dessavonie, dE: Hoofdadminist:r en geweezen zijnde zeekere titulair Mo- dessave van Mature van Angelbeek, gevraagd zijnde handiaam van de Belligam- na het geene hier ter zijde genoomen zig hier over schrif-Coule, dien ik van zijne kinds„ voorkomt, heeft den zelven aan„ telijk te zullen verklaeren, en heid af, tot zijne mannelijke jaaren toe, bij mij aan huis verzogt te moogen volstaan, heb opgevoed. Deeze man met hier op voor het teegenwoor- de titulair Mohandiram van zoude mij van veel dienst dige alleen aan te merken, dat hebben kunnen weezen, zijnde de Belligam Coul hiernevens diram Dahanaijke, die hij zoo van een zeer goede familie vermeld, is den titulair Mohan„ als hij dat bij zijn brief den 30: waer van het grootste ge„ deelte zig in de Maturesche april aan den Heer Comman- Dessavonie bevind en hem deur en Raed geschreeven, heeft bedeeld, hadde doen zeer veel aanhang geet. Den arresteeren, wijl hij buiten zonder voorkennis en erlangd zelven was gelijk ook de nood en noodzaekelijkheid, adsistent Rilmuller, op- verlot, de Matenesche Dessa zigten van de planta- vonie verlaeten en volgens zijne eige bekentenis zig na sale begeeven hadde gien in de Morruacoule, zoo door en „ dee„ e Z ld nil„ door het land en door onweegen zoo als de dessaves van Ma= na sale gekomen, wijl ze ture gelijk alle andere re„ genten geregtigd zijn vol„ door de misnoegden belet gens de leggende ouders gelijk onder anderen het plakkaet van den 20: xber: waaren de algemeene weg na Mature op te gaan. Bijde 1758. wanneer de aan hun deeden mij bij hunne aankomst ondergeschikte hoofden zig dus wederhoorig gedraegen, alhier verslag van hunne ont„ zonder dat het gebruikelijk is daer van kennis te gee¬ moetingen, en de gesteldheeden ven, waer van verstaan is in het land. Ik zoud hun deeze aanteekening te houden en aan den E: hoofd adminis„ trateur van Angelbeek met een detachement dat junst na Mature mancheende volgens zijn verzoek toe te staan, om zig over deeze zaek nader in geschrifte na derwaerds met oogmerk om den Heer van Angel„ beek mede van hunne bevindingen te kunnen on¬ derrigten; en voorts om aen zijn E: door gedagten Mohan„ diram een vertrouwde perzoon, te bezorgen; waerom de Heer van Angelbeek zelve reeds in den beginne van de Zaamenrotting, in te verklaeren. de 2028 de veronderstelling dat hij hier te Gale was, wel afzonder- lijk meer als eens bij zijne brieven verzogt had, onder te kennen geeving dat de„ zelve zijn E: in deeze om„ standigheeden van dienst en nut konde zijn. Deeze Mohandiram wierd bij zij„ ne komst te Nature di„ rect gearresteerd, en is vier endertig daegen zeer nauw bewaekt en bewaerd geworden. was het op die weize dat de Heer van Angelbeek nut van hem meende te trekken. Hoe het hiermede ook zij, het arresteeren van de reman, waer van mij almede geen de minste kennisse gegeeven wierd, stelde mij nog meer buiten de gelee„ genheid mij van de om„ standigheden standigheeden der zaaken te onderrigten. Ik kan en wil niet hoopen dat dit het oogmerk van zijne ar resteering was. uwel Edele Gestr: Groot achtb: gelieve mij de gunst te bewijzen van hier over de Heer van Angelbeek te onderhou„ den en mij zijne verklae„ ring mede te deelen. mij legd hier aan veel geleegen. uwel Edele Gestr: Groot achtb: gevoeld ligtelijk tot welke ver # Hier boven is reeds aangemerkt, dat de Moor segae zelve heeft kleining mij het opvatten heid dat hij te Mature is op en verzenden van meermel„ verklaerd, dat hij, ten gelegent. de Moor Segoe, en het arres„ gevat, geen de minste ouder nog kommissies van den heer kommandeur heeft gehad. teeren van evengedagte Mo. handiaam: waer van den zijn opvatting heeft dus in geen opzigt kunnen strek¬ laatste bij de inwoonders ken tot verklijning van den denen hier boven door den ge als mijn gunsteling te brek heer Commandeur, en de ree„ staat, bij een ider mijnen wezen dessave van Angel„ ondergeschikten strekte. Niet beek opgegeeven en aan den heer Kommandeur sluijsken weinig 2029 weinig wierd deeze verkleining sluijsken in den tijd bedeeld., vermeerderd door zeeker ola, waerom hij den Mohandinam dahanaijke heeft gearres„ waer van ik het afschrift in teerd, toond insgelijks aan handen heb en die door eenen dat dit niet geschied is om zeer kwaed gezinden aan de zijn Ed: in eenig op zigt te ver„ klijnen. wat voorts de vla misnoegden gezonden is; en aangaat, waar van hier de heer Kommandeur sluijs welke ola door deze mis„ gesprooken wond, en waer over noegden aan de Heeren ken aanmerkt, dat ze niet verklijning, waer over zijn pretz: en Samlant op Hate- wijnig gestrekt heeft om de Ed: klaagt, te vermeerde man vertoond wierd; bij deeze ola wierd den mis„ nen, zoude men eerst dienen lijk gezinde, door wien noegden aangeschreeven zig te weeten, wie is die kwae„ spoedig aan de voeten van dezelve aan de misnoeg„ men daer over iemand den Heer Dessave van den gezonden is, voor dat Angelbeek te werpen en vergiffenis te vraegen; wijl aanspreeken kan. zij geen staat moeste mae„ ken op de bescheuming van den Heer Faalsch Comman- deur wiens gunsteling zelvs gearresteerd was; en dat zoo ze zig niet spoedig kwaemen te onderwerpen de Edele Companie kruid gt en lood genoeg had, om hun tot haare pligt te brengen. Jk

NL-HaNA_1.04.02_3884_0552 view scan ↗

English

I also had to endure the unpleasantness that the Mohandiram of the huntsmen at Colombo, whom I had also had in my service for many years and who was here with me at Gale on leave, was summoned at that same time with the utmost speed, and likewise, upon arriving at Kolombo, was treated more as a suspect than as an honest man, which is why I was unable to derive any use from this man either. It is not well understandable how Mr. Sluijsken can take offense that the Governor summoned the Mohandiram of his huntsmen to his court regarding the personal qualities of this man, and it is not necessary to make any remark here. Mr. van Angelbeek himself was willing to admit to me that he had been misled by false reports and had therefore also proceeded incorrectly and with mistrust, which I am very willing to believe, since one sees daily that young people without experience and knowledge of the office entrusted to them, taken by prosperity and supported by powerful patronage, can easily deviate from the right path and be misled. I shall also forgive all this, in so far as it has no bearing on my public character in the service of the Company, and cover it with the cloak of Christian charity, considering that his father, the Governor van Angelbeek, was one of my dearest and formerly most trusted friends, who, moreover, rightfully deserves the awe and esteem of the entire right-thinking world, and is held in very high regard by me for his truly exceptional merits, and to whom I wish to give proof of my way of thinking toward his Right Honourable, and therefore also do not wish to present this matter as odiously as I might otherwise have been able to do. The provisional chief administrator and designated dessave of Matara, van Angelbeek, who has already requested above that Commander Sluijsken might state, without any reserve, everything he might believe to have against him, has repeated this request here in more detail, as it is also spoken of here in a manner as if the Commander, out of special consideration, was keeping many things to himself which are passed over in silence here, and as several remarks furthermore appear here on which he wishes to declare himself in writing, he has requested that he be permitted to do so, trusting that the not too flattering description made here of his person, and which he dares hope his conduct at Matara has in no way deserved, will meanwhile not arouse any unfavorable thoughts against him, neither with this Government nor with Their High Excellencies the High Government of the Netherlands Indies; whereupon it is understood to keep this note and to grant the aforementioned request of the Honourable van Angelbeek. I was pondering over all the foregoing as to how to conduct myself to defend my honour and reputation, and not a little worried about how the wicked world would judge my case, when I was most unexpectedly gladdened by your Right Honourable esteemed letter of 11 June last, whereby your Right Honourable requested me to prepare myself to be able to proceed to Matara as soon as I should obtain a further official order from the Government at Colombo in this regard; in order to personally investigate the condition of the Matara dessavony and to determine and execute the necessary means for the restoration of peace and the promotion of the interests of the Honourable Company. This meeting does not understand where all these gloomy thoughts of Mr. Sluijsken have arisen from, and on what the same can be grounded. I also truly received shortly thereafter a letter from your Right Honourable and the further Government of this island's Government dated 12 June last, whereby your Right Honourable was pleased officially to repeat the aforementioned request to proceed swiftly to Matara; leaving it entirely to me to make such arrangements as I should find appropriate for the greatest service of the Honourable Company and the welfare of its inhabitants, and at the same time granting me the freedom to take along, at my choice, a few members from the Galle Council for my assistance, should I deem it necessary. By this letter it was also made known that Messrs. Thierens and Samlant were discharged from their commission in the most honorable manner and would have ended this commission as soon as I arrived at Matara; furthermore, that these gentlemen would hand over to me, under a proper register, all the incoming complaint documents and reports, and all the documents issued by them to the discontented; with orders to their Honours at the same time to provide me with a brief statement of the state of affairs, and all such instructions and clarifications as I might come to request of their Honours for the judgment of the matter. Just like someone who lies under the heaviest suspicions and ponders over bringing the purity of his conduct to light is surprised by the pleasant news that he is acknowledged as innocent, and his innocence [illegible] to the entire world Where the distrustful feelings of Mr. Sluijsken, which appear here in the margin, in the following paragraph, and elsewhere in these papers, have arisen from is unknown to this meeting. The same does not recall that they have not always treated Commander Sluijsken with appropriate confidence and is

Dutch transcription

Jk had ook nog de onaange¬ naamheid te ondergaan dat Het is niet wel te begrijpen de Mohandiaam van de hoe de heer sluijsken zig aantrekken kan, dat de heer Goeverneur den Mohan wildschutter te Colombo, diram van zijne wildschut „ dien ik mede lange jaeren ters, aan zijne porta heeft in mijnen dienst gehad heb„ ontbooden over perzonele kwalitijten van dezenman, en die zig met verlof hier op Gale bij mij bevond, ter is het niet noodig hier eenige aanmerking te zelver tijd ten spoedigsten maaken. op ontbooden en almede op Kolombo koomende, meer als suspect dan als een eerlijk man behandeld wierd, waerom ik dan van deeze man ook al geen nut heb kunnen trekken. De Heer van Angelbeek heeft De p:l hoofdadminist:s enge„zelve, mij wel willen be„ kennen door verkeerde be¬ wezen dessave van Mathire van Angelbeek, die reeds hier boven verzogt heeft, dat rigten te zijn misleid en daer ken zonder eenige agterhou- door ook verkeerdelijk en met de Heer Kommandeur sluijs- wat hij mogte vermeenen te heb-wantrouwen te zijn te werk dentheid mogte opgeeven, alles zalk hier nader herhaeld gegaan, het welk ik ook ben tot zijn lasten, heeft dit ver- wijl ook hier gesprooken zeer gaarne wil gelooven, wond wijl 2030 wijl men daagelijks ziet dat word op eene wijze, als of de Jongelieden zonder onderwinding en heer Commandeur uit bezon„ dingen ten goede hield, die kennis van de hun aanvertrouw„ dere konsideratie hem veele de bediening, door voorspoed hier verzweegen worden, en ingenoomen, en door vermoogen — wijl hier bij voorts voorkoo= de proteksie ondersteund, lig„ men verscheide aanmer„ 17. kingen, waerop hij wenscht zig heeft hij verzogt dat hem zulkstelijk van de regte weg kun schriftelijk te verklaaren te doen mag worden ver-nen afwijken en misleid wor- niet al te vlijende beschrij-den. Ik zal dit ook alles, gund, vertrouwende dat de zoo verre het zelve geen ving, die hier van zijne welke hij durft hoopen dat betrekking tot mijn publiek perzoon gedaan word, en Mature in geen opzigt heeft Charachter in den dienst zijn gehouden bestaan te van de Maatschappij heeft verdient, intussen geene vergeeven, en met den mantel ongunstige gedagten tee gens hem zal verwekken, der Christelijke liefde toe„ nog bij deeze Regeering nog dekken; uit aanmerking bij Hunne Hoog Edelheden de Hooge Regeering over dat desselfs Heer vader Nederlands Indien, waer van verstaan is deeze aan„ de Heer Goeverneur van teekening te houden, en in gem: E: van Angelbeek Angelbeek eenen mijner het voorsz: verzoek van waerdste en eertijds ver„ te bewilligen trouwste vrienden was, die nog boven dien, met regt; het ontzag en de agting van de geheele weldenken g de waereld verdiend, en door mij om zijne waerlijk bijzon dene verdiensten zeer hoog g'acht word, en dien ik wensche blijken te geeven van mijne weize van denken teegen zijn wel Edele Gestr: Groot achtb:, en daerom ook deeze zaak niet zoo haetelijk wil voorstellen als ik an„ ders wel zoude hebben kunnen doen Jk was over al het voorenstaende in overdenkingen hoe wij te gedraegen om mijne eene en aanzien te verdeedigen, en niet weinig bekommend hae de kwalde waereld mijn geval zoude beoordeelen, wanneer ik op het onverwagtste ver- heugd wierd door uwel Edele Gestr: Groot achtb: g'einde brief van den 11. Junij IZ: waer bij hoogst dezelve mij verzogt, mij gereed te Deeze vergadering be„ grijpt niet, waer uit alle deeze, zwaermoedige ge„ dagten van den Heer sluijsken zijn ontstaan, en waerop dezelve kun nen zijn gegrond. maeken 2031 maaken om na Mature te kunnen overstappen, zoo dra ik des wegens eene nadere officieele aanschrijving van de Regeering te Colonbo zoude erlangen; ten einde in perzoon de gesteldheid der Matureesche dessavonie te onderzoeken en de nodige middelen tot herstel van rust en de bevonderingen der belangen van de Ed: Comp: te benaamen en werk„ stellig te maeken Jk ontving ook werkelijk kort daarop een brief van uwel Edele Gestr: Groot achtb: en de verdere Regeering dee„ zes bilands Goevernement in dato den 12: Junij IL: waer bij hoog denzelven het evengem: verzoek om spoe„ dig na Mature over te stap„ pen officieel gelieven te her haalen; mij volkoomen overlaetende overlaatende zodanige schik„ kingen te maeken als ik ten meesten dienste van dE: Comp: en tot wel zijn van haere ingezeetenen zoude bevin„ den te behooren, en mij teffens vrijheid laetende, na mijne verkiesing een paar Leeden uit den Gaalschen raed ter mijner assistentie meede te neemen, indien ik het zulx noodig vond. Bij deeze brief wierd ook bekend gemaakt dat de Heeren Treth: en Samlant op het hononabelste van hunne Commissie ontslae„ gen waeren en deeze Com¬ missie ge-eindigd zouden hebben, zoo dra ik te Mature aangekoomen was; voorts dat deeze Heeren mij on der een behoorlijk register zoude overgeeven alle de ingekoomene 2032 ingekoomene klagt schriften en Relaasen en alle de door hun aan de misnoegde uit„ gevaardigde stukken; met last aan hun E:s teffens, om aan mij te geeven eene korte staat van de gesteld- heid der zaaken, en alle zodanige onderrigtingen en ophelderingen als ik ter beoordeelinge der zaeke van hun E: zoude koomen te verzoeken Gelijk iemand die onder de waar uit zijn ontstaan de swaarste verdenkingen legd en daarop peijnsd om de mistrouwende gevoelens van den Heer Sluijsken die hier „zuiverheid van zijn gedrag ten zijde, in de volgende papieren voorkomen is aan het dag ligt te bren„ paar graaf en elders in deze gen overrast word door deeze vergadering onbe- kent. Dezelve revinnent de aangenaame teiding zig niet dat ze den Heer dat men hem voor onschul- kommandeur sluijsken niet steeds met een ge- past vertrouwen zoude dig kend, en zijne onschuld aan de geheele waereld hebben behandeld en is dien is

NL-HaNA_1.04.02_3884_0558 view scan ↗

English

has appeared, it was accordingly understood that if His Honour nevertheless thought he had reasons to complain about this Government regarding that matter, he may, if he sees fit, explain himself further directly. Thus I was surprised by the aforementioned commission, to go in person to investigate the unrest in the Matara Dessavony and to settle it according to my own discretion. I did not tarry long to merit the trust, as a worthy and faithful servant, which seemed to everyone and to myself to have ended for the present, and with which I was so unexpectedly and anew honoured, and to make myself further worthy of it. I chose the Honourable Equipment Master Aams and the Honourable Secretary van Albedijl for my support and to be eyewitnesses to my actions and proceedings, and and departed on 15 June last for Matara, in order, if it were possible, to restore peace in that Dessavony in person. I also arrived safely in Matara on that same day. While travelling through Weligama, I spoke with the postholder Willemse, who seemed to me very well known among the native people. He reported to me that the malcontents were assembled separately in each Korale or Pattu (districts), and that those of the Weligama Korale were located no more than a mile from Weligama. That the provinces of the Giruwa Pattu and Kandaboda Pattu contained the principal and largest gatherings of the gatherings, that the headquarters was at Hakmana, and not a single province undertook anything without the communication and consent of all the others. That a certain Don Simon Arnatje and his brother Don Constantino were regarded as the principal leaders of the malcontents, and a certain Madugodde Appu, a very shrewd and bold man, held perhaps the greatest authority among the gathered people. That this Madugodde Appu was particularly at the head of the gathered malcontents in the Weligama Korale and Gangaboda Pattu, and that his his orders were complied with with all punctuality, even upon the receipt thereof; which, among other things, had become evident with a Company native vessel that was at Weligama and had needed to be hauled ashore and repaired of its defects. That as this vessel could not be hauled ashore due to a lack of people, the inhabitants not daring to carry this out out of fear of the gatherings, Madugodde Appu, informed of this, had immediately sent 150 men and had the said vessel hauled ashore, indicating at the same time that he did not want that the Honourable Company should suffer any disadvantage through the gathering, and that Company property must indeed be cared for. Madugodde Appu had even once been in Weligama in person, and had told the said postholder that he, the postholder, must not be afraid, for the intention was not to do any harm to the Honourable Company or its servants; and that the gathering only persisted in order to obtain justice and an equitable settlement regarding excessive mistreatments that had been committed for some time, and which tended to the disadvantage of both the Honourable Company and the inhabitants; and and that the malcontents wished and desired to be restored to their ancient obligations and privileges. According to the testimony of the said postholder, this was generally the talk spoken in the country, to which was added that the inhabitants would rather sacrifice everything and leave their dwellings than languish any longer under excessive tyranny. From the reports that I had received regarding the aforementioned Madugodde Appu, over and above the aforementioned, I gathered that having him in our interest would be of great use, and that, on the other hand, it would be very detrimental to my endeavours if he remained attached to the malcontent people. I also conferred here with the postholder, who sent him a trusted person, and had it announced to him that if he wished to submit to me, he had the chance not only to make his cause good, but moreover to be promoted to Mohandiram. This same was also indicated to him by one of his trusted friends whom we had in our interest, and this had the result that Madugodde Appu from that moment on, thinking of himself, chose our side, and only sought an opportunity to be of service to us, and thereby make his fortune. From Weligama to Matara, we encountered hundreds of people, a large part of whom had gathered at the crossing of the river of Polwatta, who presented me with many written complaints and only requested that I would grant them justice and have compassion on them; that they were not disobedient subjects of the Honourable Company or rebels (insurgents in Sinhala), as they were called, but that they only complained of mistreatments and tyranny that they could impossibly endure any longer, and which they had not been able to make known in any other way than by gathering together, because their complaints were not heard at the portal of the Honourable Dessave. They expressed great joy at my arrival, with the declaration that they trusted in my justice, and would submit to my ruling. I assured these people that I had come to hear and investigate the grievances and anxieties of the malcontent inhabitants, and to dispense an equitable justice thereon. That

Dutch transcription

is gebleeken, zoo wierd ik verrast dienvolgens verstaan dat zoo zijn E: nogtans mogte vermeenen reedenen te heb- door de evengemelde opdragt, om in perzoon de onlusten ben om zig in dat stuk over deze Regeering te beklae„ in de Matuneesche Dessavo„ gen, hij zig daar over nie te gaan onderzoeken en des goed vindende, regt streeks nader kan ver- na eigen goedvinden afte„ klaaren. maaken: Jk talmde niet lang om uit het vertrouwen dat aan een elk en aan mij zelve toe= scheen voor eerst geeindigd te weezen, en waarmeede ik zoo onverwagt, als op 't nieuw, vereerd wierd, als een waerdig en getrouw die naar te meniteeren, en mij verder waerdig te mae„ ken; Jk verkoos den E: Equipagiemeester Aams en den E: secretaris van Albedijhl ter mijner on- der steuning en om oog ge„ tuigen van mijn handelingen en verrigtingen te zijn, en 2033 en vertrok den 15. Junij I: L: na Mature, ten einde indien het moogelijk was in perzoon de rust in die Dessavonie te herstellen. Ik kwam ook dien zelvden dag, gelukkig te Mature aan Jn het door reizen van Belli gam sprak ik met den posthouder willensze, die mij onder den inlander zeer bekend scheen; Hij berigte mij dat de misnoegden in ieder Coul of Pattoe /:Land- schappen:) afzonderlijk ver= zameld waaren, en dat die van de Belligam Coule zig niet meer dan eene mijl weegs van Belligam bevon„ den. Dat de provintien van de Girnewai en kande„ baddepattoe de voornaem„ ste en grootste hoopen der zaamen . zaamenrottingen bevatteden, dat op Hakman het hoofd quantier was, en geen enkelde provin„ tie iets ondernam zonder meede deeling en toestemming van alle overigen. Dat een zeekere Don Simon arnaetje en zijn broeder Don Constan„ tino als de Eerste hoofden der misnoegden aangemerks wierden, en eenen zeekeren Madoegodde appoe, een zeer doorsleepen en stout man, wel het meeste gezag en onder onder de zaamen genotte volkeren hield. Dat deeze Madoegodde appre zig in het bijzonder aan het hoofd bevond van de vergaederde misnoegden in de Belligam Corle en Jan„ gebadde pattoe, en dat zijne 2034 zijne ouders met alle stiptheid, zelvs op den ontvangst daer van, wierden nagekoomen; het welk onder anderen ge„ bleeken was bij een 'sComp:s Jnlandsch vaertuig, dat zig te Belligam bevond en op de wal had dienden gehaeld en van zijne gebreeken her- steld te worden. Dat dit vaartuig niet kunnende op de wal gehaald worden wegens gebrek aan volke, dur„ vende de ingezeetenen uit onces voor de te zaamen not- tingen dit niet bewenkstelli„ gen, Madoegodde appoe„ hier van onderrigt, onmid delijk 150. koppen gezonden had en gedagte vaertuig op de wal had laaten haalen, met aanduiding teffens dat hij niet wilde dat dat dE: Compagnie eenig nadeel door de t' zaamen notting leed, dat voor 'sComp:s goederen wel zorge moeste gedraegen worden. Madoe godde afpoe was zelvs eens in perzoon op Belligam geweest, en had aan ged:e posthouder gezegd, dat hij posthouder niet bevreese moeste zijn, want dat het voorneemen niet was eenig kwaed aan de Ed: Companie of haare dienaaren toete brengen; en dat de zaamen„ rotting alleen aanhield om over te verre gaande mis„ handelingen die zederd eenige teid gepleegd waeren en die tot nadeel zoo wel van de Ed: Companie als van de ingezeetenen strekten, een 2035 een goed regt en een billijke schikking te erlangen; en dat de misnoegden wenschten en begeerden in haere oude verpligtingen en voorregten hensteld te worden. Dit was volgens betuiging van gedag„ te posthouder in het alge meene de taal die men in het land sprake, waer bij kwam dat de ingezeetenen lieven alles wilden oposseren en hunne woonplaatsen verlaeten, dan langer onder eene te verre gaande dwin„ gelandij te zugten. uit de berigten die ik buiten en behalven het evengemelde nopens evengenoemde Mad- doegodde appoe gekreegen had, maakten ik op, dat hem in onze belangen heb- bende hij van veel nut zoude zijn zijn, en dat het daerin teegen mijne bemoeijingen zeer na deelig zoude zijn, indien hij de misnoeyde volkeren bleef aankleeven. Jk onderhield hier ook den posthouder die hem een vertrouwd per- zoon zoud, en hem liet aan- kundigen dat indien hij zig aan mij wilde onderwer= pen hij kant had niet alleen zijne zaak goed te mae„ ken, maer nog boven dien tot Mohandinam bevondend te worden. Dit zelve wierd hem door een zijner ver trouwde vrienden, die wij in ons belang hadden, mede aangeduid, en dit was van dat gevolg dat Madoegod- de appoe van dat oogen- blik aan, om zig zelve denkende 2036 denkende, onze zijde Koos, en maar na geleegenheid togt ons van dienst te zijn, en daer door zijn geluk te maeken. Wij ontmoeteden van Belligam tot Mature, houdenden van menschen waer van zig een groot gedeelte bij de over- vaart van de rivier van Polwatte verzameld had, die mij veele klagtschriften overgaeven en alleen ver- zogten dat ik hun dog een goed negt wilde laeten toekoomen en mij over hun ontfennen; dat zij geene on„ gehoorzame onderdaenen van de Ed: Comp: of Kernel les: / Muijtelingen in het sin„ galeesch:/ waeren, gelijk men hun noemde, maer dat dat zij zig alleen beklaegden over mishandelingen en dwin„ gelandij die zij onmoogelijk langer uithouden konden, en die zij op geene andere wei„ ze hadden kunnen te kennen geeven als zig tezaamen te trekken, wijl hunne klagten aan de porta van den E: Dessave niet gehoond wier- den. zij betuigden over mijne komste veel vreugde, met verklaering dat ze op mijne regtvaardigheid vertrouwden, en zig aan mijne uitspraek zouden onderwerpen. Jk verzeekende deeze menschen, dat ik gekoomen was om de beswaeren en bekommenin- gen der misnoegde ingezee„ tenen te verhooren, en te onderzoeken en daerop een billijk regt uittedeelen. dat

NL-HaNA_1.04.02_3884_0567 view scan ↗

English

that I also trusted that they would submit to my judgment and give proof of their adherence to the Honourable Company, and to prove this would part from one another and go peacefully to their dwellings to work their lands and perform their obligatory Company's service. This was promised by them with much joy and singing, and I continued my journey to Mature, where I arrived the same day towards evening and immediately sent two trusted persons to Hakman, the headquarters of the first assemblies of the gatherings, to make known my arrival and the purpose thereof, just as I also, on the second day of my stay at Mature, caused to be published by Sanasses (Sinhalese public proclamation) in all the districts of the Maturese Dessavonie, with an encouragement to the inhabitants to bring their complaints and grievances before me and to return peacefully to their native villages. In the evening upon my arrival, I first sought to inform myself somewhat from the Honourable Commissioners Smetz and Samlant concerning the state of affairs; and the following morning, accompanied by my council members and the Commanders of the militia and artillery at Mature, I went to inspect the place and survey the condition thereof. I found twenty-four pieces of artillery of various calibres, of which eleven lay on the ground without carriages, one was unserviceable, and of the remainder almost all the carriages were defective. Mature not being designed as a fortress against a European enemy, and only having a sort of Retrenchment in order to be sheltered against the natives as much as may be necessary, for which it has also always been considered sufficient, the stock of ammunition goods there, as in all similar places on Ceylon, was kept as small as could possibly be done. Against the Sinhalese one can almost say that no cannon is necessary, unless one should wish to let oneself be shut in, which a garrison as large as it now was did not need to tolerate if it is properly provided with powder and lead. Mature was sufficiently provided with this to restrain the natives from undertaking an attack against it. Mr. Sluijsken himself points out below that unexpected attacks are certainly not so very much to be feared from the side of the Sinhalese. The entire stock of Gunpowder consisted of only 1600 pounds, and the other ammunition goods were also completely insufficient. The stock of muskets consisted of only eight pieces. The treasury was empty, and in the warehouse nothing was to be found except a quantity of Paddy sufficient for four months. Against the Sinhalese, a Retrenchment that can be thrown up at any moment according to the circumstances of the time wherever one wishes is sufficient. The redoubt has therefore long been considered a useless work; it was constructed according to the plan drawn up by Capt. Bone, which has since been entirely rejected. I also went to inspect the Redoubt of Eck and recalled what use had been made of this post from the year 1760 to 1765, where at that time no Redoubt had yet been constructed. I found this fortification completely overgrown with weeds, and therein only two pieces of cannon lying on the ground without carriages. The esplanade before Mature towards the red hill was completely overgrown and even planted with coconut palms. From this I could deduce how matters stood with the defense of Mature itself, and what would still be needed to put this place in safety against unexpected attacks, although one certainly does not have to fear them so very much from the side of the Sinhalese. Because of this bad condition of Mature, which was garrisoned with only 379 soldiers, of whom 101 were detached and some were sick, I was all the more confirmed in my view that one was under the necessity of bringing the dissatisfied inhabitants back to peace and quiet through well-considered and persuasive means. Upon my arrival at Mature, I had indeed wished that the Commissioners the Honourable Smetz and Samlant had immediately handed over to me all papers relating to their Commission, in order to be able to obtain at once a comprehensive idea of the matter. It is easy to conceive that the Gentlemen Smetz and Samlant needed some time to put such voluminous papers into proper order before handing them over to Mr. Sluijsken, and that meanwhile some papers were sent to Mr. Sluijsken for perusal, his Honour himself says in his letter of 31 July mentioned above. It is nevertheless understood that an extract shall be delivered of the points of grievance against the aforementioned Commissioners—who are not present at the moment—mentioned here in the margin and in some of the following paragraphs by Mr. Sluijsken, in order to have their report thereon. However, this could not be done, and I had to wait from 15 to 25 June until these papers were prepared. Instead, I had at least hoped to have perusal of the Instructions received by them from Your Right Honourable Respected Sirs, which I expressly requested, and subsequently of other instructive papers; yet these Gentlemen thought fit to refuse me this absolutely, saying they were not allowed to do this without orders from Your Right Honourable Respected Sirs; although by the Colombo Government letter of 12 June mentioned in the beginning hereof, whereby my journey to

Dutch transcription

2037 dat ook is vertrouwde dat zijlieden zig aan mijne uitspraak zoude onderwer pen, en blijken geeven van hunne aankleeven aan de Ed: Comp:, en om dit te bewij= zen uit malkanderen en vreedig na hunne woonin„ gen zouden gaan om hunne landen te bearbeiden en hunne verpligte Comp=s dienst te verrigten. Dit wierd door hun met veel vreugde en gezing beloofd en ik zettede mijne reize na Mature voort, alwaer ik dienzelvden dag teegen den avond aankwam en onmiddelijk twee vertrou„ de perzonen na Htakman, het hoofd quartier der eerste pentonagien van de de zaamennottingen, zoud, om mijne aankomst en het oogmenk van dien bekend te maeken, Gelijk ik ook den tweeden dag van mijn verblijf te Mature door Sanassen /: singalees be„ kendmakings geschrift:) in alle de landschappen van de Matureesche Dessavonie liet publiceeren, met aanmoe„ diging aan de ingezeetenen hunne klagten en bezwaeren bij mij te konnen inbrengen en vneedig na hunne woon- dorpen weder te rug te kee„ ren. Jk zogt mij 'savonds bij mijn aankomst ten eersten bij de E: Commissarissen pretz: en Samlant van de gesteldheid van zaeken eenigzints te onderrigten; en ging den volgenden 2038 Mature niet aangelegt zijnde volgenden morgen verzeld door mijne raadsleeden en de Commandants der militie en artillerie te Mature de plaats bezigtigen, en de gesteldheid daer van op„ neemen. Jk vond vier en twintig stukken geschuts van verschillende Caliber waer van elf zouden tot een vesting teegens een Euroo. peesche vijand en alleen hebben. de een zoort van Retranchement, assinten op de grond laegen, een onbruikbaer was en om teegens den inlanden zoo veel het noodig zij te weezen ge„ dekt, waar toe het ook steeds van de overigen meest alle affuiten gebrekkig waaren. toerijkend is geagt, zoo is daer gelijk op alle diengelijke De geheele voorraed van plaetsen op Ceilon, de voornald van ammonitie goederen zoo klein genomen, als eenigzints Buskruit, bestond slegts in 1600. ponden, en de overige geschieden kan. Jeegens de singaleesen kan men bij na ammonitie goederen waeren zeggen dat geen kannon noo„ dig is, ten zij men zig mogt willen laaten insluiten, het ook gants niet toerijkende geen een bezatting zoo groot als en nu was niet behoeftte De voorraed van geweeren dulden als re behoorlijk van bestond slegts in agt stux. kruit De kruit en lood voorzien is. Mature De geld kas was leedigen in was hier mede genoeg voorzien om het pakhuis niets als een den inlandenen te wederhouden, van daar teegens een aanslag te partij Nelie voor vier maen„ onderneemen. De Heer sluijsken wijst hier onder zelve aan, dat den toerijkende te vinden. men onverwagte aanvallen juist zoo zeer zeekerlijk niet van de kant der singaleezen te weezen Jk ging ook de Redoute van Eck bezigtigen en herinnende mij Jeegens de singaleezen is een welk nut men in anno 1760. tot Retranchement dat men alle toerijkende en dit kan men leggen 1765. van deeze post, alwaer te oogenblikken op werpen kan, dier teid nog geene Redoute aan„ na tijds geleegentheeden waer zederd lange geconsideneerd als gelegd was gehad heeft. Jk men wil. De redout is daerom een nutteloos stuk, ze is aange„vond deeze sterkte ten eenemaele met vuigtens begroeid, en daerin legt ingevolge het plan door slegts twee stukken kannons, f Kap: Bone ontworpen, dat zedert geheel is afgekeurd. zonder offuiten ter aarde leg„ gen Het plijn voor nature na de kant van de roode berg was geheel begroeid en zelvs met kokus thinnen bepland. Hier uit kon ik opmaeken hoe het met de defensie van Ma„ ture zelve gesteld was, en wat er nog al zoude noodig wee„ zen om deeze plaats in zee kerheid te stellen teegen onver= wagte heeft. 2039 Hot is ligt te bedenken dat de wagte aanvallen, schoon men die Juist zoo zeer, zeekerlijk niet van de kant der sin galeezen, te vreesen heeft. Door deeze slegte gesteldheid van Mature dat slegts met 379. militairen waer van 101. gedelacheerd en eenige ziek waeren, bezet was, wierd ik nog meer in mijn begrip bevestigd dat men in de Nood zaekelijkheid was, doorzogte en overreedende middelen de misnoegde inwoonderen weder tot rust en vreede te brengen. Jk had bij mijn komst te Ma„ ture wel gewenscht, dat de kommissarissen dE: saeth: en Heeren smetz: en Lambant samlant eenige tijd noodig gehaid „hebber, om zulke volumineuse papieren, als te aan de heer sluijs- mij inmediaat alle papieren ke ordre te brengen, dat intus„ tot hunne Commissie hadden ken moesten overgeeven in behoorlij„ overgegeeven, om ten eersten schen aan den heer sluijsken eenige papieren ter lektura gezonden een uitgebreid denkbeeld van zijn, zegt zijn Ed: zelve bij zijn brief van den 31. Julij hier boven ver- meld. Niet te min is verstaan de zaak te kunnen erlan„ gen tot „ te aan„ „ . hoe dat dat van de hier ter zijde en in eenigen dan dit konde niet ge„ schieden en ik heb van den 15. ge volgende panagraaven, ver„ melde bezwaar poincten van den tot den 25: Junij moeten wag„ heer sluijsken teegens voorsz: Com„ missarissen die tans niet pre„ ten tot dat deeze papieren zent zijn, extrakt zal worden afgegeeven om daar op te hebben in gereedheid gebragt wierden. denzelven bericht. stad ik ten minsten lectura moogen hebben van derzelven van uwel Edele Gestr: Groot achtb: ontvangene Jnstruktie„ waarom ik wel expresse„ lijk verzogt heb, en vervol- gens van andere instruktive papieren; edog deeze Heeren vonden goed mij dit volstrekt te weigeren, zeggende dit zonder order van uwel Edele gestr: Groot achtb: niet te moogen doen; schoon bij de in den beginne deezer ge„ melde Colombosche Regee„ rings brief van den 12:' Junij, waer bij mij de reize na

NL-HaNA_1.04.02_3884_0573 view scan ↗

English

2040 to Mature and my commission is recommended, it clearly states that the Honorable Fretz and Samlant are ordered to provide me, regarding their proceedings, with all such information as I should come to request of them for a complete assessment of the state of affairs. I was not a little affected by the withholding of their instruction by the Honorable Fretz and Samlant, as I could not nor thought I was permitted to assume that these gentlemen, who are much younger members in the Council of the Ceylon Government than I, deserved more trust or could be charged with anything on the Company's behalf of which I might have no knowledge. However that may be, I believe I have the right and am obliged to request from your Right Honorable, Highly Esteemed, and Great Respectable Lordships a satisfactory explanation regarding this matter, because my honor and reputation have been too greatly offended and affected by this conduct of the Honorable Fretz and Samlant, whether they did so on their own initiative or upon higher orders or the advice of others; and I trust very surely that a pleasant satisfaction regarding this will be granted to me. Obtaining no sufficient information from the Honorable Fretz and Samlant, although the Government in Colombo had expressly ordered this; and furthermore in order to encourage the inhabitants and secure for them every freedom to be able to present themselves to me whenever it pleased them, I went outside Mature on the other side of the river 2041 river to take up my residence in a small garden, which had previously been inhabited by the deceased Consumption Bookkeeper Probus; having for my protection only a guard of one sergeant, one corporal, and twelve soldiers, along with sixteen Javanese material boys, whom I had brought along from Gale for my transport, and now retained, and whom I made use of to have the Redoubt Van Eck and its glacis cleared and cleansed of all clutter. The day after my arrival at my aforementioned residence, a large number of inhabitants immediately turned up, who presented various complaints to me and requested justice thereon, and this took place continuously every day from morning till evening, and however unpleasant it was for me to have to spend most of the time listening to a bunch of insignificant complaints, I nevertheless had to accept this willingly in order thus to gain the trust of the common man. I settled their matters immediately as much as possible, sought primarily to satisfy the differing parties and to make both depart contented; and promised those whose matters required an extensive investigation that, when everything was in peace and quiet, I would have their disputes 2042 disputes accurately investigated and render fair justice thereon. People delivered to me a multitude of complaint-olas, which I eagerly accepted and promised to those who gave them to me that I would have these olas translated and, after investigation of the matters, likewise render fair justice thereon. Meanwhile, from the very beginning, I was considering what means and ways would be best to disperse the assembled people and achieve the objective of my journey. I judged it very necessary to create a division among the leaders of the dissatisfied; and sought to put this into effect. The co-leader of the dissatisfied, Madoegodde Appoe, of whom I spoke in the beginning of this, was of extraordinarily great service to me in this, and I am now, while writing this, clearly convinced that the gathering would have persisted much longer if this Madoegodde Appoe had not entered into our interests. Once a division was brought about and having Madoegodde Appoe on our side, this man was cast off, as it were, by the remaining leaders as soon as they discovered his departure 2043 departure from them, and indeed cast off in such a manner that he was obliged to take flight and hide himself elsewhere. It was easy for me to bring Don Simon Arraatje into conflict with his brother Don Constantino, as these brothers were very distrustful of each other; and your Right Honorable, Highly Esteemed, and Great Respectable Lordships easily understand that this division among the commanders of the people also caused divisions among the people themselves; this had the consequence that many sought a safe refuge, and enticed by my assurances of being well treated, nearly all attempted to declare themselves for us. No sooner had the Dessave Van Angelbeek departed from Mature—for the dissatisfied had declared more than once that they would not settle down nor come to me until the former Dessave Van Angelbeek should have departed from Mature—than several of the dissatisfied appeared before me: Madoegodde Appoe was the first, who was followed by some lesser leaders of his faction. Don Constantino also came to me most unexpectedly and requested, under promise of attachment to the Honorable Company, forgiveness and protection; Don Simon Arraatje, who, as was reported to me, so closely It is approved and resolved to ask Mr. Sluijsken for further clarification as to on what occasion and which statements were made, which can be attributed to the bulk of the people, that the refractory would not settle down until the former Dessave Van Angelbeek should have departed from Mature. To this government, no evidence of this has appeared, whether this happened through single individuals, as for example by two majorals of the Kandebadde Pattoe who declared this in Galle, and by Madoegodde Appoe once at Oejaugodde, and once at Hakman, subsequently once more in an ola sent to eight Commissioners signed only with characters, and which thus does not show from whom it came and is also avowed by no one, and finally the question which for that reason

Dutch transcription

2040 na Mature en mijne Commissie aanbevoelen word, duidelijk ge„ meld staat, dat de E: saetz: en Samlant gelast zijn, om mij nopens hunne verrigtingen, alle zodanige onderrigting te gee„ ven als ik ten volkoomene beoordeeling van den staat der zaake van hun zoude koomen te verzoeken Ik was over de terug houding der E: Fretz: en Samlant van hun„ ne Jnstruktie, niet weinig geraakt, wijl ik niet konde nog meende te moogen ver- onderstellen dat deeze heeren die veel Jonger Leeden in de raed des Ceilonschen Goeverne ments zijn dan ik, meer vertrouwen verdienden of met iets 's Comp: weegen kon den gechargeerd zijn waer van ik geen kennis mogte hebben. Hoe het ook zij, ik vermeene het regt te hebben en 3 en verpligt te zijn uwel Edele Gestr: Groot achtb: over dit geval eene voldoende ophelde ring te verzoeken wijl mijne een en aanzien door dit ge„ drag van dE: s Fretz: en Sam lant, het zij dat zij zulks uit eige beweeging dan wel op hooger bevel of aan raeden van anderen gehouden hebben te zeer beleedigd en aange„ daan is, en ik vertrouwe heel zeeker dat mij hierom trend eene aangenaame vol- doening zal toekoomen. Geene toerijkende onderrigting van dE: sreth: en Samlant erlangen„ de, schoon de Regeering te Colombo dit expres belast had; en voorts om de ingezeetenen aantemoedi„ gen en haar alle vrijheid te be„ zorgen zig bij mij te kunnen aandienen wanneer het haar behaagde, ging ik buiten Ma„ tiere aan de overkamt van de Rivier 2041 Rivier in een klijne Juijn, die bevoorens door den overleeden Consumptie boekhouder pro„ bus bewoond was, mijn ver- blijf neemen; slegts tot mijn dekking hebbende een wagt van een sergeant, een Coupo raat en Twaalf soldaeten met nog sestien Javaensche Materiaal Jongens, die ik van Gale tot mijn trans„ pont mede gebragt had, en nu aanhield, en waar van. ik mij bediend heb om de Redoute van Eck en dies glacis te laeten schoon maeken en van alle ring- tens te zuiveren. 'Sdaags na mijn aankomst in mijn evengemeld verblijf kwaamen onmiddelijk een groot getal inwoonderen opdaegen, die mij verschei= de klagten voorstelden en daarop regt verzogten, en en dit heeft in den vervolge alle daagen van den mon„ gen tot den avond plaats gevonden, en hoe onaange„ naam het mij ook was de meeste teid te moeten doorbrengen met een partij niets bedui- dende klagten aantehooren moest ik mij dit egter lae„ ten welgevallen om dus doen„ de het vertrouwen van den gemeenen man te winnen. Ik deed zoo veel moogelijk haare zaaken onmiddelijk af, zogt voornamentlijk de verschillende partijen te bevreedigen en bij den vergenoegd te doen vertrek„ ken; en beloofde de zulken, wiens zaaken een uitgebreid onderzoek vereischten, dat ik, wanneer alles in rust en vreede was, haare geschillen 2042 geschillen naauwkeurig zou„ de laeten onderzoeken en daarop een billijk regt doen. Men overgaf mij eene meenigte van klagt-olas„ sen die ik greetig aannam en aan de geenen die mij dezelve gaven beloofde, deeze olassen te zullen lae„ ten translateeren en na onderzoek van zaeken daarop mede een billijk regt doen. Jntusschen was ik van den beginne af aan bedagt welke middelen en weegen wel de beste zoude zijn om het te zaamen genotte volk uit malkanderen te brengen en het oogmerk mijner reize te berijken Jk oordeelde eene verdeeld- heid onder de hoofden den - mis misnoegden aanterigten, zeer noodzaakelijk; en zogt de„ zelve werkstellig te maeken. Het mede hoofd der misnoeg„ den Madoegodde appoe„ waer van ik in den beginne deezer gesprooken heb, was mij hierin van bijzonden veel dienst, en ik benuu„ terwijl ik deeze schrijve, duidelijk overtuigd dat de tezaamen rotting nog veel langer zoude aangehouden hebben, indien deeze Ma„ doegodde appre niet in onze belangen waere ge„ treeden. Eens eene verdeeldheid be werkt en Madoegodde appoe op onze zijde heb- bende, was deze man van de overige hoofden als vor„ stooten, zoo dra zij zijne af„ wijking 2043. ƒ wijking van hun ontdekten en wel zoodanig verstooten, dat hij verpligt was de vlugt te neemen en zigel„ ders schuil te houden. Het was mij gemakkelijk gevallen Don Simon arraatje met zijne broe„ der Don Constantino, wijl deeze broeders zeer wan- trouwende teegen elkan- der waeren„ in twist te brengen; en uwel Edele Gestr: Groot achtb: begrijpt ligtelijk dat deeze verdeeld- heid onder de aanvoerders des volks, ook verdeeldhee„ den onder het volk zelve veroorzaakten; dit was van dat gevolg dat veelen een goed heen koomen zog ten, en verlijd door mijne verzeekeringen van wel behandeld behandeld te zullen worden genoegzaam allen, trag„ teden zig voor ons te ver- klaaren. zoo dra was de Heer Dessave van Angelbeek niet van Ma„ Is goedgevonden en verstaan van den Heer sluijsken nader ophel„ ture vertrokken; want de dering te vraegen, bij welke misnoegden hadden meer geleegentheid en verklaringen gedaan zijn, die men stellen kan als eens verklaerd niet een op reekening van het gros van het volk, dat de wederhoorige der tot rust nog bij mij te niet zouden tot nust koomen, zullen koomen; of verscheidene dan wanneer de gewezene Dessave van Angelbeek van der misnoegde kwaamen kature zoude vertrokken bij mij opdaegen: Madoegod„ zijn. Aan deeze regeering zijn daer van geene bleiken voor„ gekomen, dat dat dit geschied de appoe was de eerste, die successive van eenige min„ zij door enkelde luiden, gelijk bij voorbeeld door twee Majo- raals van de kandebadde-deze hoofden van zijn partij gevolgd wierd. Don Constan„ pattoe die dit te zale ver- klaerd hebben, en door Madoe„ godde appoe eens te oejau-tino kwam ook op het on„ verwagtst bij mij en verzogt, godde, en eens te Hakman. onder belofte van aanklee„ vervolgens nog eens bij een aan 8: Commissarissen toegezon„ ving aan de Ed: Comp: om deze alleen met kanakters geteekende ola, en die min vergiffenis en beschenming; dus niet weet van wien za zedent Don Simon annaetje, die gekomen is en ook door nie„ mand is geavoueert, en einde„ gelijk mij berigt is, zoo lijk de vraege die deuwe„ gens naauw

← previousnext →