VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3885

Ceylon · 996 pages · 141 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3885_0682 view scan ↗

English

completely instigating and encouraging them; and that by presently removing the Honorable Disava van Angelbeek from Mature, the mutineers will be all the more encouraged to continue in their insolence and make even more preposterous demands and requests; declaring therefore to be of the opinion that two mandates ought to be prepared, the one to admonish the mutineers in the Mature Disavony that they must promptly submit any complaints they might still have, either to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant or to the Lord Commander Sluijsken, should His Honor arrive at Mature in the meantime, and that they must furthermore return to their homes and peacefully await the proper and complete investigation and settlement of the matters presented by them or by their leaders; and the second that if the mutineers, within fourteen days after the proclamation of the first mandate, do not comply therewith, they shall then be declared rebels and their leaders outlaws; and that these mandates must be sent to the Lord Commander Sluijsken, to act therewith as the circumstances shall advise His Honor. And the Honorable Raket declared to conform with this advice. Furthermore, the Honorable Kraijenhoff made known that His Honor, in the letter that departed for Gale yesterday and wherein it was ordered that the Lord Commander Sluijsken must go to Mature, had not found, as His Honor had expected, that Lord Sluijsken, in his proceedings for restoring peace in the Disavony of Mature, must act in consultation with the Honorable Disava van Angelbeek; that His Honor nevertheless judges this to be highly necessary, both for preserving good order in the service and for preventing many present unpleasantries and future difficulties, which might very well cause new troubles and unrest in the country, in His Honor's view, and that His Honor therefore requests that a record of this view of his may be kept in the resolution, which it was understood to grant. A secret letter from the Gale servants dated the 10th of this month was read, containing among other things a report that the Honorable Mature Disava van Angelbeek had informed them that His Honor has intelligence that the mutineers would gather at Belligam, invade the Gale Talpepattoe, and penetrate to Oenewatte; that some inhabitants of the said Talpepattoe are staying among the mutineers; and that the intention is to bring the Gale Korle into revolt as well. Whereupon, having deliberated, it was approved and resolved to write to the servants that, if they should judge that there are reasons to fear that the mutinous people of the Mature Disavony will attempt to bring the inhabitants of the Gale Korle into revolt as well, they are then to use all possible precautions to prevent that; with authority at the same time to have a party of Lascarins and other trusted natives armed, as has thus far been done with good effect in the Colombo Disavony, a part with muskets and the rest with native weapons, and to post them in the Gale Korle to preserve the peace in all such places where they find it necessary, and especially to cover the Talpepattoe against any incursions of the Mature people, and also, if they deem it necessary, to attach thereto an eastern Officer, with a few easterners, under a European officer. Furthermore, it was approved and resolved to write to Gale that, should the Lord Commander Sluijsken judge that the disposition of the inhabitants of the Gale Korle is such that His Honor's departure for Mature is not advisable for the present, he is then immediately to give notice thereof to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant at Mature; and it was also resolved to write to the said commissioners to consider their commission continued in such a case. It having appeared from the copies received alongside the aforementioned secret letter, of the letters exchanged between the Gale servants and the Honorable Mature Disava van Angelbeek, that upon the report of the Honorable van Angelbeek that he had news that the mutineers would place a guard post on the Roode Berg, the Gale servants pointed out to him that the occupation of this mountain during the last war was of the greatest importance for Mature: it was approved and resolved to endorse this remark, in the confidence that the aforementioned mountain will already be occupied, in order to prevent the mutineers from occupying that post. Thus done and passed in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforementioned. Secret Resolution, taken in Council of Ceylon on Monday the 14th of June 1790: Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Retired Gale Commander Cornelius Dionijsius Kraijenhoff The Honorable Chief Administrator Matthius Petrus Raket The Honorable Colonel Johan Th: Christiaan Tilenius The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Bened=js Lamb=s van Zitter The Honorable Fiscal Mr Johannes Adrianus Vollenhove Absent The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The first and last on commission to Mature, and the second due to indisposition. The Lord Governor submitted to the meeting for consideration whether, instead of yesterday's resolution, it might not be better, even in the eyes of the native, to exchange the Honorable Disava van Angelbeek in service

Dutch transcription

„telijk als aangezet en aangemoedigd wierden; en dat met den E: Dessave van Angelbeek teegeus„ „woordig van mature te verwijderen, de muijtetin„ „gen te meer zullen worden aangemoedigd, om in hunne baldaadigheijd voorttevaeren, en nog onge„ „rijmder eijsschen en verzoeken te doen; betuij„ „gende derhalven van gevoelen te zijn, dat 'er twee mandaaten moeten worden vervaardigt, de eene om de muijtelingen in de Matureesche Dessavonie te vermaanen, dat ze de klagten, die te nog mogten hebben, spoedig moeten opgeeven, het zij aan de E:e: gecommitteerden fretz en Samlant, dan wel aan den Heer Commandeur sluijsken, zoo zijn E: intusschen te Mature mogte aankoomen, en dat ze voorts naa hunne wooningen moeten keeren, en vreedzaam afwagten het behoorlijk en volleedig onder„ „zoek, en de afdoening van de door hun of wal door hunne aanvoerders, voorgesteld wordende zaaken; en de tweede om zoo de muijtelin„ „gen, binnen, veerthien daagen naa de afkon„ „diging ven 2520 „diging der eerste mandaat, niet daaraan ge„ „hoorzaemen; als dan voor rebellen en hunne aanvoerders vogelvrij te verklaeren; en dat deete mandaaten moeten worden gezonden aan den Heer Commandeur Sluijsken, om daarmeede te handelen naar dat de omstan„ „digheeden het zijn E: zullen aanraaden. En heeft de P: Raket verklaard, zich te conformeeren met dit advies. Nog heeft de P: Kraijenhoff te kennen gegeeven, — dat zijn E: bij den brief, die gistern naa Gale is afge„ „gaan, en waarbij is aangeschreeven, dat de Heer Com„ „mandeur sluijsken naa Mature moet gaan, niet — had gevonden gelijk zijn E: verwagt had, dat de Heer Sluijcken in desselfs verrigtingen, ter herstel„ „ling van de ruest in de Dessavonij van Mature com„ „municatief moet te werk gaan met den E: Dessave van Angelbrek; dat zijn E: dit egter hoogst noodig oordeeld, zoo tot bewaaring van de goede order in den dienst, als ter voorkooming van veele onaangenaamhee„ „den voor het teegenwwoordige, en moeijelijkheeden in het het vervolg, die wel ligt nieuwe moeijelijkheeden en on„ „luste in het land, naa zijn E=s inzien zouden kun„ „nen veroorzaaken, en dat zijn E: derhalven ver„ „zoekt, dat van dit zijn begrip, aanteekening mag worden gehouden bij de resolutie, waarin verstaan is te bewilligen. Is geleesen een serreete brief van de Gjaalsche bedien„ „den, van den 10: deeter, houdende onder anderen berigt, dat Ed: matureesche Dassave van Angelbeek hun had bedeeld, dat zijn E: tijding heeft, dat de muijtelingen te Belligam zouden vergaederen, in de Gaalsche Talpepattoe vallen, en tot oenewatte doordringen; dat eenige inwoonders der gedagte Talpepattoe zig bij de muijtelingen ophouden; en dat het voorneemen is om de Gale Korle ook in opstand te brengen. Waarover gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en ver„ „staan, den bedienden aanteschrijven, om zoo te mogten oordeelen, dat 'er reedenen zij om te moeten dugten, dat 't muijtend volk van de Matureasche Dessavonie 2521 Desjavonie, zal tragten om de ingezeekenen van de Gale Korle meede tot opstand te brengen, als dan alle moogelijke voorbehoadselen te gebruijken, om dat te voorkoomen; met qualificatie teffens, om, zoo als dat tot nog toe met goed effect in de Kolombosche Dessavonie is geschied, een parthij Laskorijns en andere vertrouwde inlanders te moogen doen waepenen, een gedeelte met gewee„ „ven en de rast met inlandsche waepenen, en te in de Gale Korle te posteeren, ter bewaaring— van de rust, op alle zulke plaatsen, daar te dat noodig vinden, en inzonderheijd om de Tal„ „pepattoe te dakken teegen alle overloop— van 't matureesch volk, en ook om zoo te het noodig agten, daarbij te voegen een ooster„ „sche Officier, met eenige wijnige oosterlingen, onder een Europeesch officier. Nog is goedgevonden en verstaan, naa Gale aanteschrijven, om zoo de Heer Commandeur sluijsken mogte oor„ „deelen, dat de dispositie van de ingezeetenen van 8 van de Gale Korle zodaanig is, dat zijn E:s vertrek naa Mature voor eerst niet aanteraaden zij, als dan daarvan daadelijk kennis te geeven aan de E:s gecommit„ „teerden Jrelz en Samlant te Mature; en is taffens ver„ „staan gem: gecommitteerdens aante schrijven, om in zulk geval hunne Commissie te houden voor gecontinueerd. Uijt de nevens voorsz: serveete brief ontfangene ropijen, van de gewisselde bro brieven tusschen de Gaalsche bedienden en den E: Maturoesch Wessave van Angelbeek, gebleeken zijnde, dat op het berigt van den E: van Angelboek, dat hij naaricht had, dat de muijtelingen een wagt post op den chooden berg zouden leggen, de Gaalsche bedien„ „dene hem hebben doen opmerken, dat 't bezetten van deezen berg in den laatsten oorlog, van het grootste belang geweest is voor Mature: is goedgevonden en verstaan, deeze opmerking goed te keuren, in vertrouwen dat voorm: berg reeds zal bezet zijn, om voortekoomen dat de muijtelingen die post niet occupaeren. Aldus Gedaan ende Gepasseert in 't kasteel Kolombo ten daagen maand en jaare voorsz: Secreete 2522 op Maandag den 14: Junij 1790: Present De WelEdele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De E: afgegaane Gaalsch Getaghebber - - - „ Cornelius Dionijsius Kraijenhoff De E: Hoofd Administrateur - - - - - „ Matthius Petrus Raket = — _ — _ _ – „ Johan Th: Christiaan Tilenius, De E: Pollonel - - De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - „ Johannas Reintous De E: Secretaris - - - - - - - - „ Bened=js Lamb=s van Zitter De P: Fistaal - - - - - - - - - Mr Johannes Adrianús Vollenhove Absent De eerste en laatste in Commissie naa Mature, en de tweede mids indispositie De Heer Gouverneur gaf de Vergaedering in overweeging, of het in steede van de resolutie van gisteren, zelfs voor het oog van den inlander niet beeter waere den E: Zes„ „save van Angelbeek van dienst te doen verwis„ De E: Dessave - - - - - - „ Diederich Thomas Fretz is De E: Zoldij Boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holst De E: Negotie Boekhouder - - - - - Abraham Samlant Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijlon „selen E

NL-HaNA_1.04.02_3885_0688 view scan ↗

English

exchange with the Honorable Head Administrator Raket, who upon his proposal had consented thereto. Whereupon deliberation having been held, it was, in accordance with the proposition of the Governor, approved and agreed by majority vote to cause the Honorable Head Administrator Raket and the Honorable Dessave van Angelbeek to exchange offices with each other, and consequently to appoint the Honorable Raket as Dessave of Mature, retaining his rank of Head Administrator, and in his place to appoint the Honorable van Angelbeek as Head Administrator of Colombo. It was furthermore agreed, upon the departure of the Honorable van Angelbeek, to let the authority over the Mature Dessavony pass to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant, in order to conduct the administration thereof jointly for as long as their Commission concerning the mutiny continues, but to have the transfer of the administration made solely to the Honorable Samlant, and to allow him, after the departure of the Honorable Fretz, to retain the management of affairs in the said Dessavony until the arrival of the Honorable Raket. Mr. Kraijenhoff, on the contrary, declared that he still persisted in his opinion of yesterday, that the Honorable van Angelbeek ought not under these circumstances to be removed from Mature, declaring at the same time his willingness, just as he had offered to the Governor in private from the beginning, to go to Mature himself, and in such Commission and charge as one should deem best and most suitable, likewise to apply his best efforts to satisfy the discontented in the said Dessavony and restore the peace of the country, if the Government should think fit to make any use of his cordial willingness in these so critical and so anxious circumstances. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret Tuesday the 22nd June Anno 1790: Present The Right Honorable and Highly Esteemed Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Colonel Johan Ph: Christiaan Tilenius The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Bened:s Lamb:s van Zitter The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent The first and third because of indisposition and the second and fourth on Commission to Mature. The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz The Honorable Head Administrator Matthias Petrus Raket The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant Was read a Mandate issued by the Commissioners for the Mature affairs, the Honorable Fretz and Samlant, to the Mudaliyar, the lesser Chiefs, and the further inhabitants of the Girrewais, regarding various grievances brought forward by them. And considering that this mandate contains nothing other than equitable arrangements to restore the inhabitants to their ancient rights and to protect them from all unlawful treatments by their chiefs, it was approved and agreed to confirm the said mandate. Was also read a letter written by the Commander Sluijsken from Mature on the 19th of this month, stating that according to the information he possesses, one of the greatest desires of the discontented peoples, from which they do not wish to recede, is said to be that the acts of obligation that the Chiefs have entered into for laying out plantations should be annulled, and that the obligation itself should henceforth have no place; requesting therefore to be provided with orders whether the mutineers might, in case of utmost necessity, be directly humored, since the higher chiefs, who have a particular interest in this, not only because of the payment of the assumed monetary fines but most especially because of the fear of losing their offices, very likely share in this desire, and one may therefore suppose that, if this is not complied with, they might, through their influence on the inhabitants, cause the gathering to continue even longer, whereby the Company could possibly suffer more damage than the fine for not fulfilling the aforesaid obligations, which amounts together to 19990 Rds, will yield. Whereupon deliberation having been held, it was taken into consideration that the promise made by the Honorable Commissioners Fretz and Samlant in their mandate of the 28th May last, regarding the acts of obligations granted by various native chiefs for the laying out of plantations, seems to contain everything that could reasonably be demanded in this matter, and that such chiefs, who by entering into these obligations have obtained an office upon their request, have not thereby acquired any right to this work

Dutch transcription

„selen met den E: Hoofd Administrateur Rakat, die op zijn E: voorstal daarin hadde bewilligt. Waarop gedelibereert zijnde, is overeenkomstig met de propositie van den Heer Gouverneur bij meerderheijd van stemmen, goedgevonden en verstaan, den E: Hoofd„ Administrateur Raket en den E: Dessave van Angelbeek, met elkanderen te doen verwisselen van dienst, en mitsdien den E: Raket aantestellen tot Dassave van Mature, behoudens desselfs vang van Hoofd Administrateur, en in desselfs plaats den E: van Angelbeek aantaftellen tot Hoofd Administrateur van Kolombo. Nog is verstaan, het ge„ „zag over de Maturaesche Dessavonij, bij vertrek van den P: van Angelbeek, te laaten overgaaven aan de E:s: gecommitteerdens Jretzen Samlant, om daarover getaementlijk het bestier te voeren zoo lang hunne Commissie, nopens de muijterij, voortduurd, dog het transport van de administratie te laten doen alleen aan den P: Samlant, en aan zijn E:, naa het vertrek van den E: Fretz te laaten behouden de maneance van zaaken 2523 zaaken in gem: Despaonia, tot de komst van den E: Raket. Den Heer Kraijenhoff, betuijgde daar en teegen als nog te persisteeren bij desselfs advies van gisteren, dat de F: van Angelboek in deeze omstandigheeden van Mature niet behoord te worden verplaatst, met be„ „tuijging teffens van zijn E:: bereidvaardigheijd, om ge„ „lijk zijn E: van den beginne af, den Heer Gouverneur in 't particulieer had aangebooden, zelfs naa Mature te gaan, en in zodaanige Commissie en last, als men besten geschikst zoude agten, meede zijne beste vermoogens aantewenden, om de misnoegden in ge„ „melde Dassavonij te bevreedigen en de rieft des lands te herstellen, indien de Regeering mogte goed„ „vinden daartoe, van zijne hartelijke berijdwilligheijd in deeze zoo bedenkelijke en zoo zorgelijke omstan„ „digheeden, eenig gebruijk te maakend Aldus Gedaan ende Geresolveert in 't Mastael Kolombo ten daage, maanden jaare voorsz: Secreete Dingsdag den 22:' Junij A:o: 1790: Present De Wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De E: Collonel - - - - - - - - - „ Johan Ph: Christiaan Tilenius De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - „ Johannes Reintous De P: Secretaris - - - - - - - - „ Bened= Lambi=s van Zitter De P: Fiscaal - - - - - - - Mr. Johannes Adrianús Vollenhove Absent De eerste en derde mids in dispositie en de tweede en vierde in Commissie te Mature. De P: Dessave - . . . - - - - „ Diederich Thomas Fretz De E: Hoofd Administrateur - - - - Matthais Petrus Raket De P: Zoldij Boekhouder - - - - Gerrit Engel Holst De E: Negotie Boekhouder - - . Abraham Samlant Is geleesen een door de gecommitteerdens tot de Matue„ „veesche zaaken, D: E:de: Jretz en Samlant, afge„ „vaardigde Mandaat aan den Modliaar, de mindere Hoofden en de verdere ingezeekenen van Secreete Resolutie, Genoomen, in Raede van Ceijlon de op 2524 de Girrewaijs, op diverse door hun ingebragte be„ „ Zwaaren. En is uijt aanmarking dat deeze mandaat niet anders van „helst dan billijke schikkingen, om de ingezeetenen te her„ „stallen in hunne oude ragten, en hun te beveijligen voor alle onregtmaatige behandelingen hunner hoofden, goedge„ „vonden en verstaan gem: mandaat te approbeeren. Nog is geleesen een brief door den Heer Commandeur sluijsken den 19: deeter van Mature geschreeven, hou„ „dende, dat volgens de onderrigting die zijn E: heeft, een der grootste begeerten van de misnoegde volkeren, waarvan te niet willen afgaan, zoude zijn dat de acten van verbintenis, die de Hoofden hebben aange„ „gaan tot 't aanleggen van plantagien, zouden worden vernietigd, en dat de verbintenis zelve voor„ „taan geen plats mogte vinden; verzoekende derhal„ „ven met orders te moogen worden gemunieerd, of de muijtelingen bij hoogste noodzaakelijkheijd direct zouden moogen worden belieft, wijl de meerdere hoofden, die hierin een bezondere belang hebben, niet alleen weegens het betaalen der aangenoome geld boete„ maar maar wel voornaementlijk weegens de vrees om hunne ampten te zullen verliesen, veel ligt aan deeze be„ „geerte deelagtig zijn, en men dies mag onderstellen, dat zij, zoo daaraan niet word voldaan, door hunne in„ „vloed op de ingeteetenen zouden kunnen te weeg brengen, dat de zaemenrotting nog langer aanhoud, waardoor de Comp:e moogelijk meer schaede zoude konnen leijden, dan de boete voor het niet volbren„ „gen van voorsz: verbintenissen, die te zaemen rd=s 19990: bedraagt, zal opwerpen. Waarover gedelibereerd zijnde, is in agting genoomen dat het toegezegde door de E:e: gecommitteerdens Fretz en Samlant bij derzelver mandaat ola van den 28: Maij jongstl:, nopens de attens van verbintenissen, door deeze en geene inlandsche hoof„ „den verleend, tot het aanleggen van plantagien, alles in zig schijnt te bevatten, wat in dit stuk reedelijk konde worden gevergd, en dat zulke hoofden, die door deeze verbintenissen aantegaan; een bediening op hun verzoek hebben verkreegen daardoor geen regt hebben bekoomen, om tot dit werk

NL-HaNA_1.04.02_3885_0693 view scan ↗

English

to use any registered inhabitants for this work against their will and inclination, but that on the contrary it has always been the intention of this Government that they should properly pay those people whom they would need for this purpose, and who might be inclined to this work; that consequently no one can reasonably complain about the entering into of these agreements, since the Chiefs who took these matters upon themselves not only did so voluntarily, but even requested it, and that since this matter concerns no one besides them, one may reasonably hold that, as the Commander also remarks, it is only the influence of these chiefs among the people that makes the same insist with so much passion on the nullification of these deeds as well. And since the matter is nevertheless not of such weight as not to be bypassed, in so far as that may serve to promote tranquility in the Matara Dissavany; especially when one considers that of the undertaken plantations at least half will already have been laid out, and that thus by granting the request of the mutineers, only half of the agreed penalty will have to be sacrificed, of which perhaps not much would have been collected anyway upon recovery, due to the insolvency of the contractors: It is therefore approved and understood to leave it fully deferred to the Commander Sluijsken to act therein according to the findings of the situation, and if necessary to nullify all deeds of agreement for the laying out of plantations, and to remit the penalties stipulated therein; and it is likewise understood to order Commander Sluijcken, if this general nullification of all such agreements is granted, then to command the Honorable Dessave of Mature, as soon as the land shall be at peace, to have an inventory made of all the plantations that might have been laid out by virtue of the aforesaid agreements, and thereby to take into consideration the means that ought to be employed to improve these plantations as much as possible, or at least to maintain them in good condition. Was read a memorandum received from Mature, dated the 17th of this month, concerning the conference held by Commander Sluijsken with the members of the Colombo and Galle Councils present there, wherein among other things is submitted the request of the military officers detached there, that according to the resolution of this Government of 20 October 1764, they may be granted monthly as a douceur, above their ordinary salaries, for as long as they remain detached there: to a captain 30 rixdollars and to a subaltern officer 15 rixdollars, and that furthermore to each soldier another 12 stuivers per month may be provided, because owing to the dearness of provisions, the monthly pay of the soldiers is not sufficient to provide them with the necessary food at the usual payment. And after deliberation, and in consideration that at present, owing to the mutiny in the Matara Dissavany, everything is equally scarce and expensive in Matara as well as in the countryside, and that the military personnel ought reasonably to be accommodated in this matter, it is approved and understood to authorize Commander Sluijsken to allow the following douceur to be provided monthly to the military personnel, of both the infantry and the artillery, who are extraordinarily detached in the Matara Dissavany, for as long as they are in the said Dissavany, and whether they are stationed in Matara or in the countryside, namely: To a European Captain, Thirty Rixdollars, and to a European subaltern officer, Fifteen rixdollars, provided that under these douceurs are also included not only their ordinary board money, but also the extra board money that was granted by resolution of 4 May last. To each European sergeant, and those of equal rank with them, twenty-four stuivers. To each European corporal, gunner, and private, twelve stuivers. To the Officers of the Eastern military, extra board money. To an Eastern sergeant, twenty stuivers. To each Eastern corporal and soldier, twelve stuivers. Provided that all other extraordinary provisions that may have been made to these detached men up to now by virtue of the aforesaid resolution are included therein, and are cancelled for the future. It is further understood to authorize Commander Sluijsken, should His Honor find that some allowance ought also to be made to the non-commissioned officers and privates who constitute the ordinary garrison of Matara, in order to accommodate them somewhat in these untimely circumstances, then to act therein according to the findings of the situation. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Secret

Dutch transcription

2525 werk eenige ingeteekenen teegens hun zin en geneijgd„ „heijd te gebruijken, maar dat het in teegendeel altoos de intentie deezer Regeering is geweest, dat ze de luijden, die ze daartoe zouden noodig hebben, en geneigt mogten zijn tot dit werk, daarvoor naa behooren zouden betaalen; dat dus niemand zig billijk, over 't aangaan van deeze verbintenissen, beswaaren kan, wijl de Hoofden, die deete dingen op — zig genoomen hebben, het niet alleen vrijwillig ge„ „daan, maar zelfs 'er om verzogt hebben, en dat wijl midsdien, deeze zaak buijten hun niemand aangaat, men het billijk daarvoor mag houden, dat, gelijk de Heer Commandeur Zulks ook aanmerkt, het alleen is den invloed deester hoofden bij het volk, die het zelve met zoo veel drift, op de verneti„ „ging ook van deeze aktens doet aandringen. En wijl nogtans de zaak niet is van dat gewigt, om 'er niet over heen te stappen, in zoo verre dat strekken kan ter bevordering van de rust in de Matureesche Dassavonij; voornaamelijk als man aanmerkt, dat van de aangenoomene plactagien reeds ten minsten de helfte zullen zijn aange„ „legt van „legt, en dat dus met het verzoek van de muijtelingen intewilligen, slagts de helfte van de bedongene boete, waarvan misschien bij invordering, door het onvermoogen der aanneemers, niet veel zal zijn ingekoomen, zal moeten worden op geofferd: Is der„ „halven goedgevonden en verstaan, het aan den Heer Com„ „mandeur sluijsken volkoomen gedefereerd te laaten, om daarin naar bevinding van zaaken te moogen handelen, en des noods alle akten van verbintenissen, tot het aanleggen van plantagien te moogen vernietigen, en de daarbij be„ „dongene boeten te moogen quijtschelden; en is te ffeces verstaan den Heer kommandeur Sluijcken te gelasten, om indien deeze generaale vernietiging van alle dier„ „gelijke verbintenissen word toegestaan, als dan den E: Dessave van Mature aantebeveelen, om zoo dra het land in ruesft zal zijn, alle de plantagien, die uijt kragte van voorsz: verbintenissen mogten zijn aangelegd, te doen opneemen, en daarbij in overwoeging te neemen de mid„ „delen, die in 't werk zouden dienen te worden gesteld, om deete plantagien zoo veel moogelijk te verbeeteren, of ten minsten in goeden staat te onderhouden. Is geleesen eene van Mature ontvangene aanteekening van 2526 van den 17: deeter, weegens de gehoudene besoigne door den Heer Commandeur Sluijsken, met de aldaar aanweetende Kolombosche en Gaalsche Raads leeden, waarbij onder anderen word voorgedraegen het verzoek van de aldaar gedatarheerde militaire officieren, dat volgens het besluijt deezer Regeering van den 20: October 1764:, aan hun, boven hunne ordinaire appoinctementen, — zoo lange zij aldaar gedetarheerd leggen, mooge toegestaan worden maandelijks tot een douteur, aan een kapiteine 30: rd=s en aan een subalterne officier 13. rd=s, en dat voorts aan elk zoldaat nog 12: stuivers 's maands moogen worden verstrekt, om dat weegens de duurte der leevensmiddelen, de maandgelden der zoldaaten niet toerijkeede zijn, om hun voor de gewoone betaaling, de benoodigde hofft te bezorgen. En is naa deliberatie, en uijt aanmerking dat'er — thans, weegens de muijterij in de Matureesche Des„ favonie, alles even schaars en duur is te Mature, zoo wel, als ten platte lande, en dat mitsdien de militairen daarin dillijk behooren te worden te gemoed gekoomen, goedgevonden en verstaan, den Weer Heer Commandeur Sluijsken te qualificeeren, om aan de militairen, zoo wel van de infanterij als van de Artel„ „lerij die extra ordinair in de Matureesche Dessavonie zijn gedetarheerd, zoo lange te zig in gem: Bassa„ „vonij bevinden, en het zij ze te matere dan wel in 't land geposteerd zijn, maandelijks te moogen laaten verstrekken 't volgend douceur, naamelijk= Aan een europeesch Capitein Dertig Rijxdaalders en aan een Europees subaltern officier Vijfthien rd=s, mids dat onder deeze douceurs ook worden begreepen, niet alleen hun ordinair kostgeld maar ook 't extra kostgeld, dat bij— resolutie van den 4: Maij jongst: is toegestaan. Aan ieder Europeesch sergeant, en die daar„ „meede gelijk standig zijn, vier en twintig stuivers. Aan ieder Europeesch korporaal, Man„ „nonier en gemeene twaalf stuivers. Aan 2527 Aan de Officieren van de oostersche militai„ „ven extra kostgeld. Aan een oostersche sergeant twintig stuivers Aan ieder oostersche korporaal en soldaat twaalf stuivers. mids dat alle andere buijten gewoone verstrekkie„ „gen, die uijt hoofde van voorsz: resolutie tot nog toe aan deeze gedatacheerdens mogten zijn gedaan, daaronder worden begreepen, en voor den aanstaande rasseeren. Nog is verstaan den Heer Commandeur Sluijskhen te qualificeeren, om zoo zijn E: mogte bevinden dat aan de onderofficiers en gemeenen, die het ge„ „woone guarnitoen van Mateere uitmaaken, ook eenige toelaage zoude behooren te worden gedaan, om dezelve in deeze ongeleegene tijd wat te gemoed te koomen, als dan daarin naa bevinding van zaaken te moogen handelen. Aldus Gedaan ende Geresolveert in 't kasteel Ko„ „lombo, ten daage, maand en jaare voorsz: Secreete —

NL-HaNA_1.04.02_3885_0698 view scan ↗

English

Thursday the 24th of June 1790. Present: The Right Honourable Governor, Willem Jacob van de Graaff. Cornelius Dionysius Kraijenhoff. The Honourable former Galle Commander, Joan Philip Christiaan Tilenius. Benedictus Lambertus van Zitter. The Honourable Secretary. Absent: The Honourable Colonel. Diederich Thomas Fretz. The Honourable Dissava. The Honourable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst. The Honourable First Warehouse Master, Johannes Reintous. The Trade Bookkeeper, Abraham Samlant. The Honourable Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. The first and fourth on commission to Matara, the second and third due to indisposition, and the last occupied with the administration of justice. Secret Resolution Taken in Council of Ceylon. The Governor communicated to the Assembly that the sending of the Maha Mudaliyar with a party of armed native warriors, pursuant to the resolution of the 6th of this month, to bring the mutineers in the Hapitigam and Alutkuru Korales to reason, has had such an effect that the assembled mob, after having handed over their written complaints to the Bookkeeper Waga, who as a person very well known to the natives had been sent simultaneously into the countryside by His Honour to admonish them to peace, has dispersed and each person has returned to his dwelling; and that His Honour consequently has recalled the Maha Mudaliyar and his men, leaving for the present only the two posts at Attanagalla and Banduragoda to continue until peace shall be fully restored; whereof it is resolved to keep this record. The Governor further communicated that 23 of the aforesaid complaint olas, namely those of the Hapitigam Korale, have already been translated, and that those of the Alutkuru Korale are currently being translated, which mainly concern various extortions by the native chiefs and that they are called too frequently into the Company's service. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed, in accordance with the proposal of the Governor, to commission the Bookkeepers Waga and Andriesz to proceed first to the Hapitigam Korale and subsequently to the Alutkuru Korale, and there further to investigate and settle the aforesaid submitted complaints in conformity with the instruction inserted below, which was drafted for that purpose by the Governor and is hereby approved. Instruction for the Bookkeepers Waga and Andriesz: You are hereby handed the translations of the received complaint olas of the inhabitants of the Hapitigam Korale, together with the olas themselves, should they at times be needed. The translated olas of the complaints of the inhabitants of the Alutkuru Korale, the translation of which is currently being worked on, will likewise be sent to you as soon as they are ready, along with the olas themselves. You must begin with the complaints of the Hapitigam Korale. In settling these complaints, you must start with the complaints regarding the extortion of money or goods. The Mudaliyar of the Hapitigam Korale and the Mohandirams Don Abraham and Johannes de Saram are provisionally suspended. They have been ordered to go to Attanagalla to remain there until they shall be summoned by you to answer to the complaints made against them. All these complaints must, as far as possible, be settled immediately. For the amount of all such as are proven, you must promise the complainants that they will be compensated at once, and the remainder as soon as they shall be further proven. You must keep proper records of the former as well as of the latter. After these complaints have been heard and settled, you must begin with the complaints made regarding the seizing of lands. These you must, in so far as it is necessary and at all possible, investigate and settle on the spot itself. To the persons from whom it appears that any lands or other real property have been unlawfully seized, you must immediately cause them to be returned by those who possess them unlawfully, and the lawful owners must be confirmed anew in the ownership thereof. Regarding the produce of the land, you must, where necessary, inform the inhabitants of the Company's prices, and that they may deliver them for those prices themselves into the Company's warehouses without anyone's interference. Among the complaints of the inhabitants of the Hapitigam Korale, no complaints occur other than from a very few people regarding being called too much into the Company's service. To these and similar complaints that may further come before you, you may answer the inhabitants that an equitable arrangement will be made in this regard as soon as the Honourable Dissava Fretz shall have returned from Matara. As regards the complaints that they also have to work for the chiefs, you may assure the inhabitants on that matter that the chiefs will anew be most strictly ordered not to employ anyone, whosoever it may be, for their private services, unless voluntarily and for reasonable compensation. Thus done and passed in the Castle of Colombo, the day, month, and year aforesaid. Secret.

Dutch transcription

Donderdag den 24: Junij 1790: Present De WelEdele Groot Achtb: Heer Gouverneur - Willem Jacob van de Graaff Cornelius Dionijsius Kraijenhoff De E: afgegaane Gaalsch Gezaghebber - - - - - „ Joan Philip Christiaan Tilenius - —:„ Bened=s: Lamb: van Zitter De E: Secretaris - - - - - - Absent De E: Collonel - - - - - - - - - „Diederich Thomas Fretz De E: Dessave De E: Zoldij Boekhouder - - - - - „ Gerrit Engel Holst De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous De P: Negotie Boekhouder - - - - - - Abraham Samlant De E: Fiscaal - - - - - - Mr Johannes Adrianús Vollenhove De eerste en vierde in Commissie te Ma„ „ture, de tweede en derde mids indispositie, en de laatste georcuipeerd bij de Justitee„ De Heer Gouverneur heeft ter Vergaadanig gecommuniceerd, dat het zenden van den mahamodliaar, met een parthij gewaepende inlanders krijgers, volgens het besluijt van den 6: deezer, om de muijtelingen in de Wapittigam en Alloet koer korles tot reeden te brengen, van zoo veel effert is geweest, dat de zaamen gerotte hoop, naa dat Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijlon te 1 -- 2528 ze haare schriftelijke klagten had overgegeeven aan den Boekhouder Waga, die door zijn Edele als een bij den inlander zeer bekend subject, gelijk tijdig in 't land was gezonden, om hun tot rust te vermaanen, zig van den anderen gescheiden, en elk naa zijn wooning begae„ „ven heeft, en dat zijn Edele daarover, den Mahamodliaar en zijn volk weeder heeft doen terug koomen, laetende alleen de twee posten op Attenegal en Banderewel voor eerst nog continueeren, tot dat de rust volkoomen zal zijn hersteld: waarvan verstaan is te houden deeze aanteekening. Nog heeft de Heer Gouverneur gecommuniceert, dat 23 de van de voorsz: klagt olas, die van de Wappiti„ „gam Korle reeds getranslateerd zijn, en dat die van de Alloet koerkorle tans nog getranslateerd worden, die hoofdzaakelijk uitloopen op een parthij Knevelarijen der inlandsche hoofden, en dat ze te veel tot'ssComp=s diensten worden geroepen. Waarover gedelibereerd zijnde, is overeenkomstig met- de propositie van den Haer Gouverneur goedgevonden en verstaan, om de boekhouders Waga en Andriesz: te 2 te committeeren, om zig eerst naa de Wapittigam koule„ en vervolgens naa de Allaat koerkorle te begeeven, en aldaar de voorsz: ingebragte klagten, naader te ondertoeken „en aftedoen, conform de hieronder g'insereerde instructie, die door den Heer Gouverneur ten dien einde ontworpen is, en mids deesen geapprobeerd word. Jnstructie voor de Boekhouders Waga en Andriessz: UE: worden hiernevens ter hand gesteld de translaaten van de ingekoomene klagt olassen der ingeteetenen van de Wappitegam Korl met de olassen zelfs, of die zomtijds konde noodig zijn. De translaat olassen van de kloyten der ingezeetenen van de alloet„ koerkorle met welker vertaalingen meer tans beetig is, zullen UE: indgelijks zoodra te klaar zijn, worden toegezonden, met de olasseer zelve. U:E: moaten beginnen met de klagten van de Wapittigamkorle. Jn 't afdoen deezer klagten moeten UE: beginnen met de klagte over e 2529 over het afneemen van geld of goederen. De Modliaar van de Hapittigam Korte en de Moljandirams Don Abraham en Johannes de Saram zijn bij provisie gesuppendeert. Ze zijn gelast om te gaan naa attenagalle om daar te verblijven tot dat te door UE: zullen worden geroepen om zig op de klagten die tee„ „gens huen zijn te verantwoorden. Alle deeze klagten moeten zoo veel het ge„ „schieden kan aanstonds worden afgemaakt. Wet beloop van alle zulke als worden be„ „weeten moeten UE: de klaegers toezeggen, — dat ten eersten aan hun zal worden voldaan, en de overige zoo dra te naader zullen worden beweeten. van de eenen zoo wel als van de anderen, moeten UE: behoorlijke aantee„ „kening houden. Naa dat deeze klagten zijn verhoord en af„ „gedaan, moeten UE: beginnen met de klagten die gedaan worden over het afnee„ „men van landerijen. Deete moeten UE: zoo verre verre het noodig en eenigtints mooge„ „lijk is, op de plaats zelfs ondertoeken en afdoen. Aan de luijden waarvan het blijkt dat eenige Landerijen of an„ „dere vaste goederen ten onregte afgenoo„ „men zijn, moeten UE: die aanstonds doen tenug geeven door die geenen die te quaa„ „lijk bezitten, en moeten de wattige eijge„ „naars op nieuw in den eijgendom daar„ wan bevestigd worden. Nopens de lands producten moeten UEE: daar het noodig zij, de ingezeetenen onderrigten van 's: Comp=s prijsen en dat ze die daarvoor zelve kunnen leeveren in 's Comp=s pakhuijs „see zonder bemoeijenisse van iemand. Onder de klagte van de ingeteetenen van de Wapittigam korle koomen geene klagten voor, dan van eenige weijnige manschen, van te veel tot 'sComp=s dienstee te worden geroepen 2530 geroepen. Op deate en diergelijke klagten die UE: meer mogten voorkoomen, kunnen UE: de ingeteetenen antwoorden, dat daarin gemaakt een billijke schikking zal worden gedaan zoo dra den E: Dessave fretz van Mature zal terug zijn. Wat aangaat de klagten dat ze ook voor de Hoofden werken moe„ „ten, daaromtrend kunnen UE: de ingetee„ „tenen verteekeren, dat aan de Hoofden op nieuw op het strengste zullen wor„ „den bevoolen, om niemand wie het zij tot hunne bijzondere diensten te moo„ „gen gebruijkken, ten zij vrijwillig en voor reedelijk belooning. Aldus Gedaan en de Gepasseert in 't kasteel kolambo, teie daegen maand en jaare voorssz: Secreete

NL-HaNA_1.04.02_3885_0704 view scan ↗

English

On Saturday the 3rd of July Anno 1790. Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz The Respective First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Respective Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Respective Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent The Respective Colonel Johan Philip Christiaan Filenius The Respective Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Respective Trade Bookkeeper Abraham Samlant The first two due to indisposition, and the latter on a commission in Mature. Received a secret missive from Trinkonomale, written on the 9th of June, stating that the Wannia of Patare had caused some posts to be erected on the boundary between the Trinkonomale and Kandyan territories, and had issued orders that no one from the Trinkonomale territory might pass over those posts into the King's land, nor from there into the Trinkonomale territory, under the pretext that it was solely to prevent the raids of the Kaffir robbers, but that because the said posts were placed more than an hour's walk within the Company's boundary, their servants had caused the same to be thrown down and had an ola written about this to the said Pattawe Wannia. Furthermore, a secret letter was received from Trinkonomale dated the 23rd of June, stating that according to reports received, a Dessave of Kandia had come down with about 100 Sinhalese persons, and that he was staying on the other side of the river Koerkelkinge, also under the pretext that he had come to capture the Kaffir robbers. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that it is hard to believe that the Wannia of Pattawe would dare to undertake such steps without being authorized thereto, and that, whether he did it with or without the knowledge of the Court, such is an act that one ought not to pass over in silence, even though the aforesaid erected posts were pulled out and thrown away again by order of the Trinkonomale servants, and this affair has consequently remained without effect. It has therefore been approved and agreed, as well as to discover whether the Court of Kandia has any part in the action of the repeatedly mentioned Wannia, to have a letter written as usual by the Honorable Dessave Fretz to the Dessave of the Three Korles, and to send him therewith a copy of the reply sent by the Wannia of Pattawe to the Trinkonomale servants, with a request to notify the King thereof and to urge His Majesty that the necessary orders be written in emphatic terms to the aforesaid Wannia concerning this. Furthermore, it has been approved and agreed to write to the servants in Trinkonomale: That if the Wannia of Pattawe keeps quiet, for the time being not to write to him any further, but if he should ask for an answer, then to let him know that a complaint has been made from here to the King about his insolence, and that proper satisfaction is expected thereon as soon as possible. To likewise let him know this whenever circumstances occur to them that in their view require it, and to make it known to him then that if there should be any doubts about the boundaries, this can be investigated by commissioners from both sides, as will also be written to Kandia. And finally, it shall be written to Trinkonomale that if the servants have the least doubts that the aforesaid Wannia would want to resort to actual violence, then they must immediately be prepared to devise the necessary means to be able to counter that by force if necessary. The Lord Governor communicated to the meeting a private letter written to His Honor by the Lord Commander of Galle, Sluijsken, on the 30th of June last, stating that Don Simon Arraatje had not only informed him that he had hope of calming the discontented inhabitants, but also that he in person, with a part of the prominent inhabitants and minor chiefs, would come to His Honor within two to three days to negotiate on all matters; and that his eldest brother had also already actually been with His Honor, and after having promised His Honor that he would also cooperate toward a speedy peace, had departed again under the promise of returning in a couple of days to negotiate with His Honor on all matters for the reassurance of the natives. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that it will now already have appeared more or less to the Lord Sluijsken what one may expect from the aforesaid two brothers, and that if Don Simon Arraatje and his aforesaid brother have since sought to fulfill their promises in good faith, and that their influence is as great as people say and also seems to be the case, the effects thereof can already be very noticeable; it has been approved and agreed to write to the Lord Commander that if His Honor should find that they do not do what one could and might reasonably expect of them, did not act in good faith, and that His Honor consequently thinks their intentions must be mistrusted, then to look out for means that can further clarify this. And as Don Simon Arraatje himself has also alleged that he and the people desired that the Lord Sluijsken might come into the country in order to hear and settle the complaints of the inhabitants there, whereto

Dutch transcription

op Zatuurdag den 3:' Julij A=o 1790: Present De WelEdele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De E: Dessave - . - - - - - - - - „ Diederich Thomas Fretz De P: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - Johannes Reintous De P: Secretaris - - - _ _ _ _ _ „ Bened:=s Lamb=s van Zitter Mr. Johannes Adrianus Vollenhove - De P: Fiscaal - Absent - - - - - - „ Johan Philip Christiaan Filenius De P: Collonel De P: Zoldij Boekhouder - - - - - - „ Gerrit Engel Holst De P: Negotie Boekhouder - - - - - Abraham Samlant De twee eersten mids indispositie, en de laatste in Commissie te Mature. Ontfangen een serreete missive van Trinkonomale, geschreeven den 9: Junij houdende, dat de Wannia van Patare eenige paalen aan de liniets scheijding tusschen het Trinkonomalsch an Kandiasch gebied, had laaten oprigten, en daarbij orders ge„ „stald, dat niemand uijt 't Grinkonomaalsche over die paalee naar 's konings land, noch van daar naa het Grinkonomraalsche mogte gaan, onder voorgeeving, dat het eenelijk was ter Secreete Resolutie, Genoomen in Rae„ „de van Ceijlon weering 2531 waering van de strooperijen der Rafpersche roovers, dog dat vermids gemelde paalen, ruijm een uur gaarts binnen 's: Comp:s —: liniet gestald waaren, zij bedienden dezelve hadden laaten om verre werpen en daarover een ola aan gem: Pattawve Wanria doen schrijven. G Nogis van Jinkonomale ontfangen en serreeten brief van den 23: Junij, houdende, dat volgens ontfangene Benichten een Dassave van Mandia was afgekoomen, met omtrend 100:— koppen zingaleesen, en dat hij zich ophield aan de overkant van de rivier koerkelkinge, meede onder voorgaeve dat hij gekoomen was, om de kaffersche voovers op te vatten. Waarover gedelibareerd en in agting genoomen zijnde, dat het quaalijk te denken is, dat de Wannia van Pattawe zulke stappen zal durven onderneemen, zonder daar„ „toe te zijn geauthoriseerd, en dat, het zij hij het met of zonder voorkennis van het Hof gedaan heeft, zulks een daad is die men niet stilzwijgend dient te passeeren, schoon wel de voorsz: getelle paalen ter ordre van de Grinkoromaalse badiendan weeder zijn uijtgehaald en waggesmeeten, en dit gedoente mitsdien gebleeven is buijten gevolg. Js daarom zoo wel, als om te ontdekken of 't Waf van van Mandia, aan 't bedrijf van meerm: Wannia eenig deel heeft, goedgevonden en verstaan, om volgens gewoonte, door den E: Dessave fretz een brief te laaten schrijven aan den Dessave van de drie korles, en hem daarbij toete„ „zenden een afschrift van 't antwoord, door den Wannia van Pattava aan de Trinkononraalsche bedieeden gezonden, met verzoek om daarvan kennis te geeven aan den koning, en zijne Majasteid te insteeren, dat daarover in naadrukkelijke termen, het noodige aan voorsz: Wannia mag worden aangeschreeven. Voorts is goedgevonden en verstaan, den bedienden te Jin„ a Monomale aanteschrijven. Om zoo de Wannia van Pattave zig stil houd, voor eerst aan hem niet verder te schrijven, maar zoo hij om ant„ „woord mogte vraegen, als dan aan hem te laaten wee¬ „ten, dat van hier over zijne insolentien aan den Hoo„ „ning geklaagd is, en dat men daarop ten spoedigsten behoorlijke voldoening verwagt. Om dit insgelijks aan hem te laaten weeten, wan„ „neer hun omstandigheeden voorkoomen, die het naar hun inzien aanvaaden, en hem als dan daarbij bekend 2532 bekend te maaken, dat zoo er eenige twijffelingen mogten Z. zijn over de limieten, dit door weederzijdsche Commis„ „sarissen kan worden onderzogt zoo als dat ook naa Mandia zal worden aangeschreeven. En zal eijndelijk naa Trinkonomale worden aange„ „schreeven, dat zoo de bedienden de minste twijffe„ „lingen hebben, dat de voorm: Wannia tot daade„ „lijkheeden zoude willen koomen, als dan aan„ „stonds verdagt te moeten zijn, om te beraamen de noodige middelen, om dat des noods feijtelijk te kunnen teegengaan. De Heer Gouverneur heeft ter Vergaedering gecommuni„ „„ceerd een particulieer brief, door den Heer Gaalsch Commandeur Sluijcken den 30: Junij joc: aan zijn Edele geschreeven, houdende, dat Don Simon Arraatje hem niet alleen berigt had, hoop te hebben, om de onvergenoegde in„ „geteetenen tot bedaeven te brengen, maar ook dat hij in perzoon, met een gedeelte der voornaame inwoonders en kleine Woofden, binnen twee â drie daagen bij zijn E: zoude koomen, om over alle zaeken te handelen; en dat ook zijn oudste Broeder reets werkelijk bij zijn E: geweest is, en naar zijn E: beloofd te hebben, dat hij meede zoude werken werken tot een spoedige rust, weeder is vertrokken, onder„ belofte van over een paar daegen weeder te zullen koomen om met zijn E: over alle zaeken ter gerust stelling van den inlander te handelen. Waarover gedelibereert en in agting genoomen zijnde, dat het nie reeds aan den Heer sluijsken min of meer zal gebleeken zijn, wat men zig van de voorsz: twee gebroeders belooven mag, en dat zoo Don Simon Arraatje en voorsz: zijn broeder, zeedert met welmeereedheijd aan hunne beloften, hebben zoekoen te voldoen, en dat hunnen invloed zoo groot zij, als men schijnt zegt, en ook wel zoo schijnt te waataan, de uitwerkzels daarvan reeds zeer merkbaar kunnen zijn; Is goedgevonden en verstaan den Haar Commandaur aante schrijven, om zoo zijn E: mogte bevinden, dat ze niet doen wat men met gronds van hun zoude kunnee en moogen verwagten, zoo te welmeenend handelden, en dat zijn E: midsdien meend, hunne oogmerken te moa„ ten mistrouwen, als dan omtetien naa middelen, die dit naader kunnen ophalderen. En wijl ook Don Simon Arraetje Zelve heeft voor„ „gegeeven, dat hij en 't volk verlangde, dat de Heer sluijsken in het land mogte koomen, om daar de klagten der ingeteekenen te aanhooren en aftadoen, waartoe

NL-HaNA_1.04.02_3885_0709 view scan ↗

English

2533 to which he has represented Don Simon Arroetje ever since the village of Kattedoewe, so that he cannot now oppose this without making himself highly suspect, even among the people. It has furthermore been resolved to suggest to Mr. Sluijsken for his consideration whether, for the speedy promotion of peace and to disappoint Don Simon Arraetje if he should indeed harbor underhanded intentions, it will not be advisable that His Honor, in case his efforts to make the principal malcontents come to Mature should fail, decide the sooner the better to proceed to Kattedoewe or wherever His Honor shall deem best, in order to speak personally with the people or the principal figures among them, as this is all the more necessary because no matter how favorably a mandate ola to be sent to the mutineers might be drawn up by His Honor, those who consider it in their interest to keep the unrest going will always manage to devise something, whereas on the contrary, His Honor, when speaking directly to the people, can always give or take a little according to necessity, just as circumstances may permit; besides which, when the people see that everything which is in any way equitable is conceded to them, they will thereby have to be convinced, if there is any convincing them at all, that there is no reason to remain assembled any longer to continue in their disobedient conduct, particularly if His Honor, in settling the matter, simultaneously provides them with sufficient assurance that everything His Honor promises them will be fulfilled, and that an immediate pardon for their misdeeds is granted to them. And although this Government cannot imagine that the people would not be satisfied when everything that is in any way reasonable is conceded to them, it has nevertheless been approved and resolved to authorize Mr. Sluijsken, if His Honor should find that peace cannot otherwise be restored, even to go somewhat further, as this, if it cannot be otherwise, is better than the unrest continuing any longer, even if all the demands of the mutineers, when His Honor deems it strictly necessary, should have to be granted. There were received and reviewed the considerations requested pursuant to the resolution of 8 June last, by letters of the 10th and 16th following, from the Negombo Chief 2534 and approximately 20 such articles Chief of Rantow, regarding the complaints of the Negombo Fishermen, Pariahs, Ironsmiths, and Limeburners. And after deliberation, it was approved and resolved to place these considerations, with the documents relating thereto, into the hands of the Honorable Dessave Fretz, and to authorize him to settle the complaints of the aforesaid people as far as possible according to equity, and should His Honor deem more specific orders necessary for this purpose, to request the further decision of this Government. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, the day, month, and year aforesaid. Secret Friday, 9 July Anno 1790: Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator - - - Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable First Warehouse Master - - - Johannes Reintous The Honorable Secretary - - - - Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Fiscal - - - Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent The first and third due to indisposition, the second in the country, and the last on commission to Mature. The Honorable Dessave - - - - Diederich Thomas Fretz The Honorable Colonel - - - - Johan Th: Thr: Tilenius The Honorable Trade Bookkeeper - - - Abraham Samlant The Honorable Pay Bookkeeper - - - Gerrit Engel Holst The Lord Governor communicated to the Meeting that His Honor, having recently been informed with certainty that some lesser chiefs of the Mature mutineers had proceeded to Kandia, reportedly to request assistance from the Court, had caused the First Adigar of the realm, Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon who 2535 who in the last 5 years was here as the first envoy of the Court, to be spoken to on the matter, and that this person had assured His Honor in the strongest terms that one could rely on his goodwill, and that he would see to it that the aforesaid delegates of the Mature malcontents were turned back without the least hearing being given to them; but that His Honor has since not only been informed that the aforesaid Mature lesser chiefs, upon their return, had spread among the people that they had been favorably received in Kandia and that the Court was about to take up their cause, but that a further delegation has even gone to Kandia to pursue, as it is claimed, their dealings with the Court. Also that these past days an inhabitant of Negombo has brought forward an ola which was written to him by a Kandian Priest to incite the Negombo people to insurrection, and that—because this ola was framed just as if the writer had been commissioned from Kandia to do so—His Honor had sent the same, together with the bearer thereof, to Kandia to the First Adigar of the realm, from whom in this regard days

Dutch transcription

2533 waartoe hij Don Simon Arroetje het zeedart het dorp kattedoewe heeft voorgestald, zoo dat hij nu dit niet kan teegen gaan, zonder zig zelven ten hoogsten ver„ nlagt te maaken, ook zelfs bij het volk. Is alverder verstaan den Heer Sluijsken in bedenking te geeven, of 't ter spoedige bevordering van de rust, en om Don Simon Arraetje te disappointeeren, zoo hij werkelijk slinkse oogmerken hebben mogt, niet raadzaam zal zijn dat zijn P:, indien desselfs poogingen, om de voornaamste der misnoegden op mature te doen koomen, mogten mis„ „lukken, dan hoe eer zoo beeter besluit om te gaan naa Kattedoewe of werwaards zijn E: dat Dest zal oordeelen, om zelve met het volk of de voornaamste onder hun te spreeken, wijl dit te noodiger is, om dat hoe gunstig ook, muijgelingen eene mandaat ola, om aan de ogetoekenen te worden gesonden, door zijn E: wierde ingerigt, zulke die het van huen belang reekaren om de onrust te doen voort„ „duuren, en altoos wat op zullen weeten uittevinden, daar in teegendeel zijn E: met 't volk spreekende, naa maate van de noodzaakelijkheid, altoos wat vieren of inhouden kan, zoo als de omstandigheeden dat kun„ „nen gehengen, behalven dat ook 't volk als 't ziet dat aan 't zelve alles word ingewilligd wat eeniger maaten nen worden overtuijgd zo er anders overtuy„ gen aan is ¶ daar door zal kin, moeten billijk is, dat 't geene reedenen zijn om langer vertaemeld te blijven, om in hunne ongehoorzaame be„ „drijven voort te gaan, inzonderheijd indien zijn E: bij de afdoening der zaeke, hun teffens geeft toerijkende verteekening, dat alles wat zijn E: hun toezegt, zal worden naagekoomen, en dat hun daarbij aanstonds uit„ „wisseling van misdaad word verleend. In schoon deeze Regeering niet kan danken, dat het volk zig niet zoude te vreede houden, wanneer als „les, wat eeniger maete billijk is, aan het zelve word ingewilligd, is nogtans goedgevonden en verstaan, de Heer sluijsken te qualificeeren, om zoo zijn E: mogte bevinden, dat de rust niet anders te herstellen is, als dan zalfs wat verder te moogen gaan, wijl dit zoo het niet anders zijn kan, beeter is, dan dat de onruft verder voortduurt, al moesten ook alle de eijsschen van de muijtelingen, wanneer zijn E: dat volstrekt noodig denkt worden ingewilligd. zijn ingekoomen en geresumeerd de ingevolge resolutie van den 8: Junij jongste, bij brieven van den 10: en 16: daar„ „aan gevorderde consideratien van 't nigombosche Opper„ 2534 ¶ en omtrent 20, danige artikelen Opperhoofd van Rantow, nopens de klagten van de Ni„ ngomboscha Vissers, Parrias, ijzer smeedan en Malkbraeders- En is naa deliberatie goedgevonden en verstaan deete consideratien, met de daartoe relative papieren, te stalden in handen van den E: Dessave frett, en den„ „zelven te qualificeeren, om de klagten van de voorsz: luijden, zoo veel moogelijk, na billijkheid aftedoen, T waartoe zijn E: speciaaler orders mogte noodig oordeelen, te vraegen de naadere dispositie dee„ zer Regearing Aldus Gedaan ende Geresolveert in 't Kasteel Kolomba; ten daege, maand en jaare voor„ „schreeven. Secreete Vrijdag den 9: Julij A=o 1790: Present De WelEd: Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff D: E: Hoofd Administrateur - - - M=r Christiaan van Angelbeek D: E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Johannes Reintous D: P: Secretaris - - - - - - - _„ Benedictus Lamb=s van Zitter D: E: Fiscaal. - - - _ - - - Mr Johns Adrianuo Vollenhove Absent De eerste en derde mids indispositie, de tweede in 't land en de laatste in Com„ missie te Mature. D: E: Dassave - - _ _ _ _ _ _ - _ „ Diederigh Thomas Tretz D: E:s Gollonel - - - - - - - - - - Johan Th: Thr: Tilenius. D: E: Negotie Boekhouder - - - - „ Abraham Samlant, D: E: Zoldij Boekhouder - - - - „ Gerrit Engel Holst De Heer Gouverneur communiceerde ter Vergoedering dat zijn Edele onlangs in het zeekere onderrigt geworden zijnde, dat zig eenige mindere hoofden vande Matureesche muijtelin„ „gen naa kandia hadden begeeven, om zoo men zegd hulp van het Hoff te vraegen, daar over den eerstene Rijks Adi„ Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijlon „gaar P 2535 „gaar, die in de jongste 5: jaaren als eerste afgetant van 't Hof hier geweest is, had doen onderhouden, en dat deeze zijn Edele op het kragtigste had laaten verteekeren, dat men op zijne welmeenendheijd konde staat maaken, en dat hij zoude zorgen, dat de voorsz: zendelingen van de Matureesche misnoegden, zonder dat daaraan 't minste gehoor wierde gegeeven, wierden tenig gehouden, doch dat zijn Edele het zeedert niet alleen is geinfor„ „meerd, dat de voorsz: matureesche mindere hoofden bij hunne teneg komst, onder 't volk hadden verspreijd, dat ze in Mandia gunstig waeren ontfangen, en dat 't Hof zich haare zaak stond aantetrekken, maar dat er zelfs eene naadere bezending is gegaan naa Kandia, om, zoo als er word voorgegeeven, hunne handelingen met 't Hof te vervolgen. Dat ook daeter daegen een ingezeetene van Nigombo eene ola heeft aangebragt, die door een Mandiasijke Priaefter aan hem was geschreeven, om het nigombosche volk tot opvoer te verwekken, en dat— wijl deate ola was ingesteld, even als of de schrijver uijt kandia daartoe was gelast, zijn Edele dezelve, ne„ „vens den brenger daarvan, naa Mandia aan den eersten Rijks Adigaar had gezonden, van wien derweegens daagen

NL-HaNA_1.04.02_3885_0714 view scan ↗

English

daily information is expected; and finally that his Honour has further received a report from Silau that on the borders of the King's land rest-houses are being built, so it is said, as lodgings for a Dessave who was on the point of coming down from Kandia. Whereupon, deliberation having been held, it was taken into consideration that although there is no reason to distrust the honesty of the First Court Adigaar, nor the sincerity of the emphatic assurance which he has had conveyed to the Lord Governor, it is nevertheless possible that other Courtiers, who are less moderate than he, might raise a faction against him that could at times prove too strong for him to give effect to his goodwill toward the Company's interests; and that consequently, however much one still has no grounds to suspect the Court of Kandia of evil intentions, the aforementioned reports nevertheless give cause for prudent distrust, especially when one observes that the inhabitants of Mature, notwithstanding all applied efforts and reasonable conduct, remain just as intractable, and that this obstinacy could sometimes spring from the fact that the principal instigators of the unrest really expect support from Kandia, and that they have perhaps engaged themselves so far with the Court that they are thereby restrained from listening to any proposals for pacification, however reasonable. And it was therefore approved and resolved, in order to obtain more certainty in this matter, to have the Honourable Dessave Fretz write a letter to the Dessave of the Three Korles, wherein he will not only be informed of what has been learned regarding the missions of the Mature mutineers to the Court, but also requested that if any of these envoys should still be in Kandia, they may be surrendered to the Company by virtue of the stipulation in the 17th Article of the Treaty of the year 1766; and in order to give all the more weight to this letter, it was likewise resolved, upon the proposal of the Lord Governor, that an emphatic letter on this subject shall also be written by his Honour himself to the First Court Adigaar. Further, it was approved and resolved to send a company of Easterners, under the command of a European officer, to Silau, and to instruct the Opperhoofd of Kalpitiya to order the said officer by written instruction that, as soon as any Kandians should come onto the Company's territory in a hostile manner, he must let them know that they must immediately withdraw, with a serious warning that if they do not do so, he will be compelled to drive them off by force, and that he must also actually do this if the Kandians should be unwilling to listen to his warning. Further, the Lord Governor communicated to the Meeting a private letter written to his Honour from Mature on the 6th of this month by the Lord Commander of Galle, Sluijsken, from which it appears that, notwithstanding the repeated promises of the two principal leaders of the Mature mutineers, Don Joan Aratje and his brother Don Constantino, the matter still remains just as lingering, and it is thus doubtful whether it is indeed the true intention of those mutineers to come to peace, however fairly and accommodatingly one acts toward them. Whereupon, deliberation having been held, it was taken into consideration that as soon as the mandate ola, which the Lord Sluijsken writes he has already prepared to be dispatched to the mutineers, shall have been published, the intentions of the mutineers will become clearer of themselves; because if it does not satisfy them, and they also then ultimately do not specify what is further lacking in it, one would have to assume that no gentle means can help, and one would even then have to doubt to some extent whether there is not something outstanding between them and the Court of Kandia that is the cause of the continuation of the unrest. And it was therefore, as well as to leave nothing untried whereby these disturbances might be settled without means of force, approved and resolved to instruct the Lord Sluijsken to see whether, as soon as his Honour might perceive that no progress is made by negotiating with all mutineers at once, it might not succeed to detach one or more korles from the main faction, and while his Honour is occupied with this, outwardly to maintain the appearance of continuing to negotiate with the whole people, in order to prevent the ill-disposed from taking measures that could be detrimental to such separate negotiations; and specifically to attempt this separate negotiation with the Belligam Korle, and to do his best to win over the Atu Korle Aratje of that district, who is known as a person who has great influence over the minds of the inhabitants of the said Korle and is on friendly terms with almost all the other lesser Chiefs of the Mature Dessavony, since it is very probable that if this korle can be won over, peace will thereby be restored in the Gangebaddepattu, the Baygams, the

Dutch transcription

daagelijks bescheid word verwagt: en eijndelijk dat zijn Edele nog van Silau berigt heeft ontfangen, dat op de limieten van 's konings land rusthuijsen worden ge„ „bouwd, zoo men zegd, tot logis voor eene Dessave, die van Mandia stond aftekoomen. Waarover gedelibereerd zijnde, is in achting genoomen dat schoon es ook geen reeden is, om te mistrouwen aan de eerlijkheid van den eersten Rijks Odigaar, noch aan de oprechtigheijd van de naadrukkelijke verteekering, die hij aan den Haer Gouverneur heeft laaten doen, het nogthans moogelijk is, dat andere Hofsgrooten, die minder gemaatigd dan hij den kanpeeer parthij teegens hem konden verwekken, die hem zomtijds te sterk zij, om zijne walmeeneeedheid voor 's: Comp:=s: belangen van affect te doen zijn; en dat midsdien, hoe zeer men ook nog geen gronds heeft, om 't Randiasche Hof van kevaade intentien te verden„ oken, de voorsz: berigten egter aanleijding geeven, tot een voorzigtig wantrouwen, inzonderheijd als— men aanmerkt, dat de Matureesche ingeteetenen niet teegenstaande alle aangewende poogingen en reede„ „lijke handelwijfte, even onhandelbaar blijven, en dat deeze Nt 2536 deete halsterrigheid zomtijds daaruijt konde voort„ „spruijten, dat de Hoofd belijders van den onruest, wer„ „kelijk ondersteuning uijt kandia verwagten, en dat ze zich misschian zoo verre met 't Hof kon„ „dere hebben ingelaaten, dat ze daardoor worden wee„ nderhouden, om naar eenige voorslaegen van bevraa„ „diging, hoe reedelijk ook te luijsteren. En is derhalven, om dit stuk meer zeekerheid te erlangen, goedgevonden en verstaan, door den E: Dessave Fretz aan den Dessave van de drie Korles een brief te doen schrijven, waarbij hem niet alleen zal worden bedeeld, het geen men van de betendin„ „gen der matureesche Muijtelingen naa 't Wof heeft vernoomen, maar ook verzogt, dat zoo 'er van deete zendelingen zich nog eenige in kandia mogten bevinden, dezelven uijt hoofde van het gestipuleerde bij 't 17: Articul van 't Tragtaat van het jaar 1766:, aan de Comp: mogten worden uijtgeleeverd: en is om te meer klem aan deezen brief te geeven, op de propositie van den Heer Gouverneur, taffens, verstaan, dat ook door zijn Edele Edele Zelve, over dit onderwerp, een naadrukkelijken brief zal worden geschreeven aan den eersten Rijks Adigaar. Voorts is goedgevonden en verstaan, om eene Compenie oosterluigen, onder Commando van een Puropeesch, officier, te zenden naa Silau en het Opperhoofd vaar Rantow aanteschrijven, om gemelden officier bij eene schriftelijke instructie te gelasten, om zoo dra er kandiaanen op eene hoftiele wijze, op 's: Comp=s grondgebied mogten koomen, hun te doen weeten, dat ze ten eersten moeten tenig trekken, met ernstige waarschouwing, dat zoo ze dat niet doen, hij genoodzaakt zal zijn hen met geweld te verdrijven, en dat hij dit ook mat 'er daad moet doen, indian de kan„ „diaanen naar zijne waarschouwing niet mogten willen luijsteran. Nog is door den Heer Gouverneur ter Vergaadering gecom„ „muniteerd een particuliere brief, door den Heer Gaalsch Commandeur Sluijcken, den 6: deeter, van Mature aan zijn Edele geschreeven, waaruijt blijkt, dat onaangezien de herhaalde beloften van de twee voor„ „naamste aanvoerders der matureesche muijtelingen, Deon Joan Arraatja en zijn broeder Don Constantino, de van 2537 de zaak nog al even draalende blijft, en het dus twijffalagtig is, of het wel de waere meening dier muijtelingen zij, om tot riest te koomen hoe bil„ „lijk en inschikkelijk men ook ten hunnen aantien handeld. Waarover gedelibereerd zijnde, is in agting genoomen, dat zoo dra de mandaat ola, die de Heer Sluijskan schrijft, reeds in gereedheid gebragt te hebben, om aan de muijtelingen te worden afgezonden, gepu„ „bliceerd zal zijn; de oogmerken der muijtelingen zig van zelven naader zullen verklaeren, wijl zoo dezelve hun niet voldoet, en zig eijndelijk ook dan niet bepaaldelijk opgeeven, wat 'er voorts nog aan ontbreekt, — men het daarvoor zoude moeten houden, dat geen zagte middelen helpen kunnen, en men zelfs dan eenig„ „zints zoude moeten twijffelen, of 'er tusschen hen en 't Hof van Kandia niet wat uijtstaande is, het geen de oor„ „zaek zij van 't voortduuren der onrust. En is daarom zoo wel, als ook om niets onbeproefd te laaten, waardoor dee te onlusten; zonder middelen van geweld, mogte kunnen worden gesteld, goedgevon„ „den E om te zien na middelen den en verstaan, den Heer Sluijsken aanteschrijven: om zoo dra zijn E: mogte bespeuren, dat men niets vordert door met alle muijtelingen tegelijk te handelen, of het niet zoude kunnen lukken, om een of meer korses van de groote parthij aftetrekken, en middelerwijl dat zijn E: daarmeede beezig is, uijtterlijk deer schijn te blijven houden, als of hij voortging met het gantsche volk te handelen, ter voorkooming dat de kwaalijk getin„ „den geene maatveegelen neemen, die aan zulke afzonderlijke handelingen naadeelig zouden kun„ „nen zijn; en speciaalijk, om deeze afzonderlijke handeling te probeeren met de Belligaie Korle, en daartoe zijn best te doen, om den Attoe korle Arraetje van dat district te winnen, die bekend is voor een perzoon, die grooten invloed heeft op de gemoederen der ingeteetenen van gem: Korle en met meest alle de andere mindere Hoofden van de Matureasche Dessavonie bevriend is, alzoo het zeer waarschijnelijk is, dat zoo deeze korle kan gewonnen worden; daardoor de rust zal hersteld worden in de Gangebaddepattoe, de Baaijgjams, de Heer

NL-HaNA_1.04.02_3885_0719 view scan ↗

English

Lordship of Belligam and the Morrua Korle, after the conquest of which districts it will be very easy to bring the Wellebaddepattoe and the Lordship of the Ondure to rest, in which case only the coal-supplying villages, the Kandebaddepattoe, the Girwaijpattoe, and the Vidanie of Kattoene would still need to be brought to a standstill, of which the latter will probably follow of itself, since the Aratchi of Kattoene, who has the strongest influence over the people of this Vidanie, has thus far, to all appearances, joined the mutineers only through coercion, and of whom it is to be hoped that he will attempt to use this influence to the benefit of the Company as soon as he sees that he has nothing to fear from that molestation by the other mutineers, in order thereby, if possible, to be promoted to Mohandiram of this Vidanie. And it is likewise agreed to recommend to the Honorable Commander Sluijsken that, if all these attempts are found to be fruitless and one must consequently look around for other means, he then immediately turn his thoughts to what may be necessary to put Mature into such a state that it is secure against the insults of the mutineers, and to that end take into consideration whether it will not be expedient to place a post at the Ondure or Gandure, since the tongue of land on which Mature lies is not very broad up to the Ondure and even up to Gandure, and with such a post established in one of both places, covered only enough so that it is secure against an assault, it is not to be suspected that the mutineers will dare to come in between such a post and Mature; with the recommendation likewise that, whether His Honor might find it necessary that one of both these places or any other posts be occupied, he keep the garrison of Mature as small as can be done with prudence, because when it must come to acts of hostility, it will probably be necessary that one secure the Morrua Korle, for which purpose, among others, the troops that are not needed at Mature could serve. Furthermore, on account of the uncertainty regarding the true disposition of the Court of Kandia, it is approved and agreed to have the Company's Sepoys stationed at Mannaar come over to Kalpettij; and to order the Chief of Kalpettij to keep these Sepoys constantly ready to march to occupy Puttulang, should that be necessary, and in the meantime to have the principal defects of the fort at Puttulang repaired as best as possible, as much as can be done without making a great stir, under one pretext or another. And it is likewise agreed to request the Gentlemen Ministers at Cochin to please keep the Ceylon troops detached there ready to march, in order to depart overland for Tutukorijn immediately upon the receipt of further letters from this Government, to be transported from there to here with the expected vessels. Further, taking into consideration that if the Court of Kandia should truly have the objective of taking advantage of the Mature disturbances, this could produce circumstances that would make it necessary to use some gold and silver specie for domestic management, even if one would have to draw upon the gold intended for trade for that purpose. It is therefore approved and agreed to write to the Resident Tutukorijn Chief Melkern that, if no silver or gold coin should be brought with the vessels, he is to use no more gold for trade until further orders than is strictly necessary, so as not to make it too apparent, and also to postpone the repayment of borrowed funds from private individuals for the time being until further orders. And since it might also be possible that it become a point of deliberation whether one should not transfer the mint of Tutukorijn to Ceylon for a time: it is likewise agreed to recommend the said Honorable Melkern to be somewhat mindful of this in due time, so as to be able to ship this establishment with everything belonging to it to Colombo. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, the day, month, and year aforesaid. Secret Monday, the 12th of July, in the Year 1790: Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff D: P: Chief Administrator - - - Mr. Christiaen van Angelbeek D: P: Secretary - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter D: P: Fiscal - - - - - - - - - Mr. Johannes Adrianus Vollenhove D: P: Dessave - - - - - - - - - Diederich Thomas Fretz P: Trade Bookkeeper - - - - Abraham Samlant D: P: Pay Bookkeeper - - - - - - Gerrit Engel Holst The Honorable First Warehouse Master - - - - Johannes Reintoues. Absent: The first in the country, the second sick, and the last on commission at Mature. Secret Resolution, taken in the Council of Ceylon. There was read a Galle resolution of the 10th of this month, whereby the officials, upon the report of the Overseer of the Korle, Van Schueler, that he had arrested the clerk of the village Zeelwelle named Don Abraham, who had for some time made several journeys to the Mature mutineers, and Wikkreme Aratchige Don Louis Appoe, commonly called Wiellegodde Appoe, who are both very suspected of wanting to incite the people of the Galle Gangebaddepattoe to rebellion, together with the former's son Joean, a

Dutch transcription

2538 Heerlijkheid van Belligam en de Morrica Korle, naa het winner van welke districten, het zeer gemakken „lijk zal zijn, om de Wellebaddepattoe en de Weer„ „lijkheid van de Ondure tot ruest te brengen, in— welke geval alleen de koolgeevende dorpen, de Kan„ „debadsepattoe, de girwaijpattoe en de Vidanie van kattoene nog zouden behooren tot stilstand gebragt te worden, waarvan de laatste denkelijk van zelve zal volgen, wijl de Arraatje van Rattoene, die de sterkste invloed op de volkeren van deeze Vidanie heeft; zig tot nog toe, volgens alle schein, alleen door dwang bij de muijtelingen heeft vervoegd, en van wien het te hoopen is, dat hij deeze invloed ten voordeele van de Comp=e: zal tragten te gebruijken, zoo dra hij ziet, dat hij voor dien overlast van de verdere muijtelingen, niet te vreesen heeft, om daar„ „door waere het moogelijk, tot mohandiram van deele Vidanie bevorderd te worden. En is teffens verstaan den Heer Commandeur Sluijs„ „ken aantebeveelen, om indien alle deeze poogingen vrugteloos bevonden worden, en men mitsdien naa naa andere middelen moet omzien, als dan ten eersten zijne gedagten te laaten gaan over het geen noodig zij„ om Mature te stellen in dien staat, dat het teegens de insultes van de muijtelingen zeaker zij, en ten dien eijnde in bedenking te neemen, of het niet dienstig zal zijn op de Ondure of Gandure een post te leggen, wijl de landtong, waarop Mature lagd, tot de Ondure en zelfs tot Gandure niet heel breed is, en met een diergelijke post op een van beijde plaatzen aanteleg„n „gen, alleen zoo veel gedekt, dat ze voor een aanloop veijlig zij, het niet te vermoeden is, dat de muijte„ „lingen het zullen waegen, om tusschen zoodaanige post en Mature intekoomen; met recommandatie 7. teffens, om het zij zijn E: 't mogte noodig vinden, dat een van beijde deete plaatzen, dan wel dat eenige andere posten bezet worden, 't guarnitoen van mature zoo klijn te neemen, als het met voorzigtigheijd geschieden kan, vermids wanneer het tot daadelijkheeden koomen moet, het waar„ schijnelijk noodig zal zijn, dat men zig van de 2539 de morrua Korle verzeekerd, waartoe dan onder an„ „deren zoude kunnen dienen de troupes, die te mature niet noodig zijn. Voorts is weegens de onteekerheid van de waere ge„ „zintheijd van 't Hoff van Randia, goedgevonden en verstaan, om de Compi=e Sipahes, die te man„ „naar legd, te laaten overkoomen naa Kalpettij; en 't Opperhoofd van Halpettij te gelasten, om deete Sipahes steeds marsch vaardig te houden, om Puttulang te betetlen, zoo dat mogt noodig zijn, en intusschen de voornaamste gebreeken aan 't fort te Puttulang zoo veel dat zonder groot gerugt te maaken geschieden kan, zoo goed moogelijk wat te doen her„ „stellen, onder het een of ander voorwand zal„ En is teffens verstaan de Heeren Ministers te Hoetsiem te verzoeken, om de Teijlonsche troupen, die aldaar ge„ „detacheerd zijn, marschvaardig te willen houden, ten eijnde op den ontvang van naadere schrijvens deezer Regeering, ten eersten over land te vertrekken naa Tutukorijn, om van daar met de verwagt wordende bhaarsche bhaarsche scheepen naa herwaards te worden overgebragt. Wijders in agting genoomen zijnde, dat indien 't Hof van Randia waarlijk 't oogmerk mogte hebben, om voordeel te trekken uijt de matureesche onlusten, dit omstandig„ „heeden zoude kunnen voortbrengen, die het noodig maan „ken, dat men wat goude en zilvere spetien voor de huijs„ „houding zoude moeten gebruijken, al was 't ook dat man 't goud voor den handel geschikt, daartoe zoude moeten aanspreeken. Js derhalven goedgevonden en ver„ „staan, 't P: Tutukorijnsch Opperhoofd Malkern aanteschrijven, om indien 'er met de bhaaesche scheepen, geen zilver of goud geld mogte worden aangebragt, dat tot naader order, geen meer goud voor den handel te gebruijken, dan volstrekt noodig zij, om het niet al te zeer te doen blijken, en ook om de voldoening van de geleende gelden van particulieeren, voor eersten tot naader order uijttestellen En wijl 't ook zoude kunnen moogelijk zijn, dat het een poinct van deliberatie worden kan, of men niet de munt van Tutuko„ „rijn voor een tijd behoord overtebrengen naa Ceijlon: Is teffens verstaan gem: E: mekern aantebevaelen, om daarop in tijd wat ver„ „dagt te zijn, ten eijnde deeze omslag met alles wat er toebehoord, te kunnen afscheepen naa Kolombo. Aldus Gedaanende Geresolveert in 't kasteel Kolombo, teie daage, maand: en jaare voorschreeven. Secreete i 2540 Maandag den 12: Julij A=o 1790: Present Absent De eerste in 't land, de tweede ziek, en de laatste in Commissie te Mature. Is geleesen een Gaalsche resolutie van den 10: deezer, waar„ „bij de bedienden, op 't berigt van den Opziender der Korle van Schueler, dat hij den schrijver van 't dorp Zeelwelle gent Don Abraham, die zeedert eenigen tijd verschijde rijsen naa de matireesche Muijtelingen had gedaan, en Wik„ „kreme Arraatjege Don Louis Appoe, in de wandeling genaemd Wiellegodde Appoe, die bijde zeer suppect zijn, dat ze de volkeren van de Gaalsche Gangebaddepattoe tot opvoer wilden brengen, neffans des eerstens Zoon Joean, een D: P: Hoofd Administrateur - - - M=r Christiaen van Angelbeek D: P: Secretaris - - - - - - - Benedirtus Lambertus van Zitter D: P: Fiscaal - - - - _ _ _ _ M=r Joh=s Adrianus Vollenhove - Den WelEdele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff D: P: Dessave - - - - - - - - - Diederich Thomas Pretz P: Negotie Boekhouder - - - - „ Abraham Samlant D: P: Zoldij Boakhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst D: D: E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - , Johannes Reintoues. Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijlon des v S op

NL-HaNA_1.04.02_3885_0724 view scan ↗

English

had caused the son-in-law of the latter, Watte Wiedanelage pattoe, to be arrested quietly, and that the first-named writer of Leelwelle, upon his examination, had candidly confessed that he, at the instigation of the aforementioned Wiellegodde Appoe, had caused drums to be beaten, as if it were to speak with the inhabitants about the registration of the fields, with the intention of gathering together in that manner after the example of Mature: have resolved to commission the Council members Martheze and de Ly to interrogate the aforementioned writer of Leelwelle and his son, and if they gave a true account of the circumstances, then to place the said writer in the main guardhouse, but his son and the son-in-law of Wiellegodde Appoe in the Lascarin guardhouse of the Overseer of the Korle, and on the other hand to have the aforementioned Wiellegodde Appoe arrested at the Fiscal's. And after deliberation, considering that not only the aforementioned Wiellegodde Appoe is of old a known evildoer who has been involved in all uprisings that have occurred, but also that the writer of Leelwelle is known as a bad subject, it is approved and understood to order the servants at Gale that, no matter how the interrogation recommended by them might turn out, and whether the latter can prove his accusation against the former or not, both of these fellows are to be transferred to the Fiscal to be kept there in irons, each in a separate room and without any access, and also to place the son-in-law of the first and the son of the latter under detention within the town, in one place or another from which they cannot escape, likewise without any access, and if one cannot otherwise be certain of them, to place them likewise with the Fiscal. It having appeared from the aforementioned Galle resolution that the Overseer of schools had also reported that the Korale of the Gangebadde pattoe had assured him that the registered inhabitants of the said pattoe, having learned of the privileges that are granted to the inhabitants of Mature, insist on obtaining the same. Deliberation having been held thereon and taken into consideration that there is indeed no objection to granting, indeed even promising, to the inhabitants of the Gale Korle, and especially to those of the Gangebaddepattoe, everything that is granted to the inhabitants of Mature, and that it is even highly equitable that those who request redress in a proper manner for the injustices about which they believe they may complain are treated more favorably than those who do so in such a tumultuous manner as the inhabitants of the Maturese Dessavony; but that promising them that the same will be granted to them as is granted to the inhabitants of Mature will naturally give rise in their minds to the thought that they owe the favorable arrangement that one might wish to make in their regard to the rebellious actions of the inhabitants of Mature, and that thus these rebellious actions have, in their consequences, had advantageous outcomes for them as well. And it is therefore approved and understood to write to the servants at Gale to have the inhabitants of the Gale Korle assured, without speaking of the Mature affairs, that they will be treated all the more favorably to the extent that they make their requests in a proper manner and as befits good inhabitants, and that they may therefore freely and without fear present the grievances they believe they have and the requests they have to make. Further, by the Galle Servants, upon the report of the aforementioned Overseer of schools that he, upon receiving information that more than 200 Chalias had gathered in the rest house of Baddegam, had immediately dispatched the necessary orders, and that thereupon these Chalias had indeed cleared the rest house, yet nevertheless did not fail to come likewise into the Gangebaddepattoe to stir up the inhabitants and persuade them to rebellion, it having been resolved by the aforementioned resolution to request this Government to order the Head of the Mahabadde to devise the necessary means to counter the evil that the Chalias seek to cause in the aforementioned pattoe. It is approved and understood to order the Head of the Mahabadde van Tijlingen to conduct an investigation into the aforementioned action of the Chalias, and according to his findings, to provide for this in the best possible manner. Along with yesterday's letter from Negombo, a copy was received of a letter from the bookkeeper Rypzema, written on the 10th of this month from Silauw to the Chief of Ranzoe, stating that the dispatched spies have returned to the King's country, and that they had reported that in the Kandyan territory there is as yet nothing going on, except only that the export of areca is strictly forbidden. After deliberation, and in order not to give rise to strange thoughts among the Kandyans by sending troops unnecessarily, it is approved and understood to authorize the Chief of Ranzoe, for the time being and as long as there are no reasons that advise sending the Company of Easterners, which marched from here the day before yesterday, to Silauw, to keep this Company at Negombo. Thus Done and Resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforementioned. Secret

Dutch transcription

des laatstens schoon zoon Watte Wiedanelage pattoe, in stilte had laaten opvatten, en dat de eerstgenoemde schrijver van Leelwelle, op desselfs examinatie, openhartig beleeden hadde, dat hij op 't aandrijven van voorm: Wiellegodde Appoe, tamblijntjes had laatee slaan, even als of het waere om met de inwoonders over de beschrijving der veldoe te spree„ „ken, met oogmerk om door dien weg, naar 't voorbeeld van Matire, te zaemen te votten: hebben beslooten, de Raads leeden Martheze de de zij te committeeren, om de voor„ „noemden schrijver van Leelwelle en zijn zoon te verhooren, en indien ze een waaragtig verhael van de omstandighee„ „den deeden, als dan gedagte schrijver in de hoofdwagt, dog zijn zoon nie den schoorzoon van Wiellegodde Appoe in de Laskonijns wagt van den Opziender der Korle, en daaren teegen meerm: Wiellegodde Appoe bij den Ei„ appier te doen arresteeren. En is naa deliberatie, uijt aanmerking dat niet alleen voorsz: Wiellegodde Appoe een van ouds bekende kwaaddoender is, die bij alle ontstaane oproeren inge„ „wikkeld is geweest, maar dat ook de schrijver van Zeel„ „welle, bekend is voor een slegt subject, goedgevonden en verstaan, den bedienden te Gale te gelasten, om hoe ook 't door hien aanbevoolen verhoor mogte zijn uijtge„ „vallen v 2541 „vallen, an 't zij dat de laatstgenoemde zijne beschuldiging teegen den eersten bewijzen kan of niet, bijde deeze knaapen te laaten overbrengen bij den Pipier, om daar in de boeijen te worden bewaerd, elk in een appart vertrek en buijten alle actes, en des eerstens schoonzoon en des laatstens zoon meede binnen de stad in verteekening te doen stellen, op de eene of andere plaats, waaruijt ze niet kunnen ontsnappen, meede buijten alle acces, en om zoo men zig daarvan niet anders kan verteekeren, dan hun insgelijks bij den Pipier te doen zetten. Bij voorsz: Gaalsche resolutie gebleeken zijnde, dat de Op„ „ziender van schuler nog berigt had, dat de Roraal van de Gangebadde pattoe hem hadde verzeekerd, dat de getae„ „„meetelijke inwoonders van gem: plattoe; vernoomen hebbende de voorregten die aan de matureesche ingezeetenen worden toegestaan, er opstaan om die insgelijks te erlangen. Js daarover gedelibereerd en in agting genoomen, dat is wel geene zwaarigheijd in steekt, om aan de ingeteetenen van de Gale Korle, en inzonderheid aan die van de Gange baddepattoe, nee zelfs te doen toezeggen, alles wat aan de matureesche inge„ „zeetenen word toegestaan, en dat het zalfs ten hoogsten billijk is, dat die geene die op eene betaamelijke wijte her„ „stel verzoeken van de ongelijken, waarover ze zig mee„ „nen „nen te moogen beswaeren, gunstiger behandeld worden, dan die geenen, die 't doen op zoo een tumultueuse wijze, als de in„ „geteetenen van de Matureesche Dessavonij; dog dat om hun toe te zeggen; dat hun 't zelfde zal worden toegestaan, wat toegestaan word aan de matureesche ingezeetenen, in hun natuurlijke zal doen ontstaan de gedagten, dat te de gunstige schikking, die men ten hunnen aanzien mogen „te willen maaken, schuldig zijn aan de oproerige be„ „drijven der matureesche ingeteetenen, en dat dus deeze oproerige bedrijven in haare gevolgen, ook voor hun voordeelige uijtkomsten gehad hebben. En is derhalven goedgevonden en verstaan, den bedienden te Gale aanteschrijven, om de ingeteekenene van de Gaele Korle te doen verteekeren, zonder van de Matureesche zaaken te spreeken, dat ze te meer guenstig zullen behandeld worden, naar maate dat ze hunne ver„ „zoeken doen op eene bezaamelijke wijze, en zoo als dat voegd aan goede ingeteekenen, en dat ze daarom de beswaaren die te meenene te hebben ende vertoeken die te hebben te doen, vrijelijk en onbeschroomd moogen voordraegen. Nog door de Gaalsche Bedienden, op 't berigt van voorm: op„ 2542 Opziender van schule, dat hij op 't bekoomen naarigt, dat 'e'r meer, dan 200: sjaleas zig in het riesthuijs van Baddegam hadden vergaedert, ten eersten de noodige orders hadde af„ „gevaerdigt, en dat daarop deeze sijalias ook wel het rusthuijs geruijmd hadden, dog egter niet naalieten daar „gelijks in de Gangebaddepattoe te koomen, om de in„ „geteetenen in beweeging te brengen, en tot opvoer over„ „tehaalen bij voorsz: resolutie beslooten zijnde deeze Re„ „geering te vertoeken, om 't Hoofd der Mahabadde tot het beramen van de nodige middelen te gelasten „ tot teegengang van 't kwaad, dat de Tjalias de voorsz: pattoe zoeken te veroorzaaken. Js goedgevonden en verstaan, 't Hoofd der Mahabadde van Tijlingen te gelasten, om onderzoek te doen naar 't voorsz: bedrijf der sjalias, en naar maate van zijne bevinding, daarin op de bast moogelijke wijze te voorzien. Nevens Nigombosche brief van gistern, ontfangen zijn„ „de een copij brief van den boekhouder Ripzema, den 10: deeter van Silauw aan 't Opperhoofd van Ranzow geschreeven, houdende, dat de afgezon„ „dene „dene spions naa 's konings land zijn tenig ge„ „koomen, en dat de hadden berigt, dat 'er in 't kan„ „diasche voor als nog niets te doen is, dan eeniglijk 1„ dat de uijtvoer van arreek op 't scherpste verbooden is. Is naa deliberatie, en om door 't zenden van trou„ „pes buijten noodzaakelijkheid, bij de kandiaanen geene vreemde gedagten te doen ontstaan, goed„ gevonden en verstaan 't Opperhoofd van Rantoer te qualificeeren, om voor eerst en tot zoo lange er geene reedenen zijn, die het zenden van de Compagnie oosterlingen, die eergistern van hier gemarcheerd is, naa Silauw aanraaden, deeze Compenie op Negombo aantehouden. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het Kasteel Molombo, ten daege, maand en jaare voorschreeven. Secreete

NL-HaNA_1.04.02_3885_0729 view scan ↗

English

2543 Wednesday, the 14th of July, in the year 1790. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Present: The Right Honourable and Highly Esteemed Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff The Honourable Chief Administrator, Mr. Christiaan van Angelbeek The Honourable Colonel, Jan Philip Christiaan Tileneus The Honourable Dessave, Diederigh Thomas Fretz The Honourable Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhove The Honourable Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter Absent: The Honourable First Warehouse Keeper, Johannes Reintous The Honourable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst The Honourable Trade Bookkeeper, Abraham Samlant The first and third due to indisposition, the second in the country, and the last at Mature. Together with the Negombo letter of the 12th of this month, a copy of a letter has been received, written the day before from Silauw to the Chief of Kalpitiya by the Bookkeeper Ripzema, stating that he, Ripzema, has received word that a Kandyan Dessave is currently in the Katugampola Hatpattu near the border, but that his arrival has no other purpose than to inspect a dam to be constructed at Wiensiejapoelle for the irrigation of certain fields and to issue some orders regarding it, and that for the same reason a koraal with two lascoreens is also present there, of which the koraal has been summoned to Kandy, as they say, to receive some orders concerning the aforementioned dam, the supervision of which was allegedly entrusted to him. Which having been deliberated upon, it is—although the report of the arrival of a Kandyan Dessave at the border is somewhat doubtful, since the lands of Silauw border the Seven Korales, of which the First Adigar of the realm is also the Dessave—approved and resolved to write to the Chief of Kalpitiya instructing him to proceed to Silauw without delay and make further inquiries there, with orders that, even if it should not be a Dessave, but only a lesser, yet nevertheless more distinguished chief than is usually seen coming into those regions, to see to it that he enters into conversation with him in a friendly manner, either by sending someone to him or as he shall deem most suitable, in order the better to investigate the reason for his arrival. 2544 A letter was read from the Lord Commander of Galle, Sluijsken, written on the 10th of this month from Mature, in which His Honour shows that the extra provisions granted by the resolution of the 22nd of June last to the military personnel currently stationed extra-ordinarily at Mature amount to less than what was granted by the resolution of the 4th of May prior, with the request that, in order to assist these military personnel during these present lean times, the following might be granted to them, namely: To a European Captain, 30 rixdollars, and to a European subaltern officer, 15 rixdollars per month, including ordinary and extraordinary board allowance. To a European sergeant, corporal, soldier, and those equivalent to them, extraordinary board allowance, and also to each European private 12 stivers per month, so that the mess chief has about 12 schellingen for each man's mess. To the Eastern officers, non-commissioned officers, and privates, half of their usual board allowance as an extra, to wit: The Captain: 3 Rds. Lieutenant: 2:— Ensign: 2:— Sergeant: 1:— Corporal: —:24 Privates: —:18 along with two chopines per day for the privates. Which having been deliberated upon, it is, in view of the present state of affairs in the Mature Dessavony, approved and resolved to authorize the Lord Sluijsken to allow the aforementioned proposed extra provisions to be made, and in addition to leave it to His Honour to have these allowances take effect from such time as he shall judge necessary, so that the aforementioned military personnel may subsequently have proper compensation for the additional expenses they may have incurred for their upkeep. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. 2545 Tuesday, the 20th of July, in the year 1790. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Present: The Right Honourable and Highly Esteemed Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff The Honourable Chief Administrator, Mr. Christiaan van Angelbeek The Honourable Colonel, Johan Philip Christiaan Tilenius The Honourable Dessave, Diederich Thomas Fretz The Honourable Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhove The Honourable Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter Absent: The Honourable First Warehouse Keeper, Johannes Reintous The Honourable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst The Honourable Trade Bookkeeper, Abraham Samlant The first and third ill, the second in the country, and the last at Mature. A secret letter of the 8th of this month has been received from the Lord Commander Sluijsken and the Colombo and Galle Council members who are at Mature, accompanying a mandate which the said Lord Sluijsken

Dutch transcription

2543 De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Johannes Reintous De E: Zoldij Boekhouder - - - - - „ Gerrit Engel Holst De E: Negotie Boekhouder - - - - - „ Abraham Samlant Is nevens Nigombosche brief van den 12: deezer, ontfangen copij van een brief, door den Boekhouder Ripzema 's daags te vooren van Silauw aan 't Opperhoofd van Ran„ „zon geschreeven, houdende, dat hij Ripzema berigt heeft ontfangen, dat er een Mandiasche Dessave zig in de Guatalampattoe bij de limiet bevind, dog Abseut De eerste en derde mids indispositie de tweede in 't land en de laatste te: mateere. De E: Secretaris - - - - - - - - - „ Bened:s „ Lambertus van Zitter De E: Fiscaal - - - - - - - - Mr Johannes Adrianus Vollenhove De WelEdele goot Achtb: Heer Gouverneur - - „ Willem Jacob van de Graaff De E: Hoofd Administrateur - - - - M=r Christiaan van Angelbeek De E: Pollonel - - - - - - - - - - - Jan Philip Christiaan Tileneus De E: Dessave - - - - - - - - - - - „ Diederigh Thomas Fretz Woensdag den 14: Julij A=o 1790: Present op Serreete Resolutie, Genoomen, in Raede van Ceijlon dat te dat zijne komste geen andere reeden heeft, dan om een dam, die te Wiensie japoelle zoude worden aangelegd, ter bewaetering van eenige velden te bezigtigen en daar om„ atvend eenige orders te verleenen, en dat ook om dezelfde reeden zig daar bevind een koraal met twee Lasko„ „rijns, waarvan de Roraal opgeroepen is naa Randia, zoo men zegt, om eenige orders te ontfangen nopens— den voorsz: dam, waarvan 't opzigt aan hem zoude zijn toevertrouwd. Waarover gedelibereerd zijnde, is ofschoon 't berigt van de komste van een Randiasche Dessave op de limiet wat twijffelagtig is, wijl de landen van Silauw grensen aan de zeeven Korle, waarvan de eerste Rijks Adigaer teffens Dessave is, goedgevonden en verstaan, 't Opperhoofd van Rantoir aanteschrijven, om zig ten eersten naa Silauw te begeeven, en aldaar naader daar„ „naa te informeeren, met last, om zoo 'took geen Dessa„ „ve mogt zijn, maar alleen een minder, dog nogtans aantienlijker hoofd, dan men in die Contrijen gewoon„ „lijk ziet koomen, te zien op eene vriendelijke wijste met 2544 met hem aan de praat te koomen, het zij met aan hem iemand te zenden, of zoo als hij dat welvoegelijkst vinden zal, ten eijnde te beeter de reeden van zijne komst te kunnen naaspeuren. Js geleesen een brieff van den Heer Gaalsch Commandeur sluijsken, den 10: deezer van Mature geschreeven, waarbij zijn E: vertoond, dat de toegelegde extra verstrekkingen bij resolutie van den 22: Junij joc:, aan de militairen die tans extra ordinair te materre zijn gedetacheerd, min„ ider bedraegen, dan 't toegelegde bij resolutie van den 4. Meij . . te vooren, met verzoek dat, om deeze militairen in den teegenswoordigen schraalen tijd te gemoet te koomen, aan hun 't volgende mogte worden toegelegd, naamelijk: Aan een Europeesch Capiteie r=s 30: en aan een Euro„ „peesche subalteene officier r=s 15: 'smaanss, 't ordinaire en extra ordinaire kostgeld daaronder begreepen. Aan een Europeesch sergennet, Corporaalen zoldaat, en die daarmeede gelijk staan, extra ordinaire kostgeld„ en nog aan elk europeesche gemeene 12: stuiv=s 'smaands, op dat de schaafbaas omtrend 12: schellingen voor elk kas man hebben. Aan de Oostersche officieren, Onder officieren en en gemeenen, de helfte van hun gewoon kostgeld, als extra te weeten De Capitein — nevens twee Coopjes 's daags aan de gemeenen. Waarover gedelibereerd zijnde, is uijt hoofde van de teegens„ „woordige gesteldheijd van de matureasche Dessavonij, goedge„ „vonden en verstaan, den Heer sluijsken te qualificeeren, om de voorsz: geproponeerde extra verstrekkingen te moogene laaten doen, en het daarbij aan zijn E: te defereeren, om deeze toe„ „laagen te doen ingaan teegens zoodaanigen tijd, als hij — dat noodig zal oordeelen, op dat de voorsz: militairen daar„ naan eene behoorlijke vergoeding kunnen hebben, voor de meerdere kosten, die ze tot hun onderhoud mogten gedaan hebben. Aldus Gedaan ende Geresolveert, in 't Kastael Kolombo, ten doege, maanden jaare voorschreeven. Gemeene - - - Luijtenant - - - - - - - Sergant - - - - - - - - Vaandrig. . . . . . . . . . . „ 2:— Gorporaal - - - - - - - - - - - „ — 24: 1:— - - - - - Rdns 3. –„ 2:— Secreete „ - . . - - - - „18: „ - — 1 — 2545 De E: Zoldij Boekhouder - - - - - „ Gerrit Engel Holst De P: Negotie Boekhouder - - - - „ Abraham Samlant. Is van den Heer Commandeur Sluijsken, en de Ro„ „lombosche en Gaalsche Raads Leeden, die zig te ma„ „ture bevinden, ontfangen een serreete brief van den 8: deeter, ten geleijde van een Mandaat, die gemelde Heer op Dingsdag den 20: Julij A=o 1790: Present De E: Hoofd Administrateur - - - - - - M=r Christiaan van Angelbeek Absent De eerste en derde Ziek, de tweede in 't land ende laatste te Mature. De WelEdele Grot Achtb: Heer Gouverneur, Willem Jacob van de Graaff de P: Secretaris - - _ _ _ _ - - - - - „ Bened=s Lamb:=s van Zitter De E: Fiscaal. . . . . . _ _ _ _ - M=r Joh:s Adrianus Vollenhove De E: Pollonel - - - - - - - - - - „ Johan Philip Christiaan Tilenius De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - „ Johannes Reintous de E: Dessave - - - - - - - - _ _ Diedenich Thomas Fretz Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijlon, Sluijsken

NL-HaNA_1.04.02_3885_0734 view scan ↗

English

Having seen the mandate which Commandeur Sluijsken drafted and caused to be published in the country regarding the complaints of the discontented inhabitants of the said Dessavonie, together with a note of the meeting held on the 5th previously between His Honour and the aforementioned Council members, during which the said mandate was summarized and approved, all of which documents have been circulated among and reviewed by the members of this Meeting. And as it appears from the aforementioned letter and note that no other arrangements, nor any means less costly for the Company, could have been devised to restore tranquility in the Matura Dessavonie, and to return the discontented inhabitants to peaceful dwelling and to their labor, than those stipulated in the aforementioned mandate. It has been approved and agreed upon after deliberation to approve the said Mandate, and not only to express to Commandeur Sluijsken this Government's satisfaction with His Honour's conduct in these proceedings, but also to thank him for the trouble and care taken therein. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo, on the day, month, and year aforesaid. Agrees as such. Clerk P. F. Tapp No. 5 Secret 2546 Batavia. To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the state of the free united Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and The Right Noble and Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lord, and Right Noble and Honorable Lords. Upon the request of the Gentlemen Ministers at Koetsiem to send them as many ships and sloops as possible for the transport of women and children, we summoned the ship Vreedenburg from Gale hither for the aforementioned purpose. Since then, we have received the Ministers' letter of 2 February last, in which they informed us that the relief sent by us, mentioned in our respectful letter of 27 January last, had arrived there safely, and that Their Honours hoped thereby to be in a position to properly defend that fortress. Upon this report, and upon the private news successively received since that Tipoe Sultan, after his attack on the lines of Trevankoor had failed, was keeping quiet and, as it seemed out of respect for the English, did not dare to continue hostilities, we deemed it advisable to await further reports from Koetsiem, in order not to let this ship make an unnecessary voyage thither. Shortly thereafter, the first undersigned Governor received a letter from Mr. Buchanan, dated 30 January last, in which he wrote that the Government of Madras had received positive orders from Lord Cornwallis to regard all attacks of Tipoe Sultan on the lines of Trevankoor as the commencement of hostilities against the English, and that the English troops were already in motion to march to the frontiers of the country of Tipoe Sultan. We therefore thought it unnecessary to detain this ship any longer or to send it to Koetsiem, and have accordingly sent it back to Gale to be put in condition for the voyage to Batavia. However, a few days later, the first undersigned Governor received a letter from the Malabar Governor, Mr. van Angelbeek, dated 13 February, containing a request to send the promised ship thither at the earliest opportunity, as they would certainly need it there in case Tipoe, who grew stronger daily, should break through, which the princes of Koetsiem and Trevankoor considered certain, no matter how much the English at Madras spread via the newspapers that he would not begin again. This 2547 This request placed us in considerable embarrassment, as we had no other opportunity to present our annual papers to Your High Excellencies and at the same time to transmit the required linens, coir, etc., but considering that not sending this ship to Koetsiem might have the saddest consequences, and that it had to be inferred from the emphatic request of the Malabar Governor van Angelbeek that Koetsiem was not yet out of danger due to the inactivity of the English, we resolved to send the ship to Koetsiem, with a request, however, to the Ministers to send it back speedily if it could be spared there without inconvenience, as has been done. To our letter written to the English Government at Madras regarding the commenced hostilities of Tipoe Sultan, a copy of which is presented to Your High Excellencies alongside our secret letter of 27 January last, which now departs together with this our respectful letter, we received a letter from Madras dated 6 February last containing the report that our said letter had been sent to the Supreme Government in Bengal, as well as a private letter from the first undersigned Governor to Governor Holland.

Dutch transcription

Na gesien sluijsken, betrekkelijk tot de klagten der misnoegde in„ „geteekenen van gem: Dessavonie, heeft geconcipieerd, en in 't land doen publiseeren, nevens eene aanteekening van de tusschen zijn E: en de voorsz: Raadsleeden, op den 5: te vooren gehoudene bijeenkomst, waarbij gem: mandaat is geressumeerd en goedgekeurd, en alle welke papieren door rondzending bij de Lee„ „den deezer Vergaedering zijn geresumeeerd. En wijl het bij voorsz: brief de aanteekening blijkt, dat geene andere schikkingen, nog voor de Comp: minder kostbaare mis„ „delen, hadden kunnen worden uijtgedagt, om de rust in de Maturaasche Dessavonie te herstellen, en de misnoegde inge„ „zeetenen tot eene vreedige inwooning, en tot hunnen arbeijd terug te brengen, dan bij de voorm: mandaat bepaald zijn. Js naa deliberatie goedgevonden en verstaan, gem: Mandaat te approbeeren, en niet alleen aan den Heer Commandeur sluijskeer te betuijgen het genoegen deezer Regeering, over s 7„ zijn E=s in deeze verrigtingen gehoudene beleijd, maar ook denzelven te bedanken voor de moeijte en zorgen daar„ „in genoomen. Aldus Gedaan ende Geresolveert, in 't Kasteel Kolombo, ten daage maanden jaare voorschreeven. Akkondeert De sulx Klerk P: F: Tapp No. 5 Sekreet 2546 Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtb: wijd Gebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde; Nederlanden en de Generaale Nederlandsche geoctroijeerde, Oost-Jndi„ sche kompenie Goeverneur Generael en. De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Nederlandsch Jndien Hoog Edele Groot Achtbaere Wijd Gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren. Op het verzoek van de Heeren Ministers te koetsiem„ om hun zoo veel scheepen en sloepen toete zenden als moogelijk was, tot Transport van vrouwen en kinderen, hebben we ten einde voorsch: het schip Vreedenburg van Gale herwaards ontbooden. Sedert. hebben we ontvangen der Ministeren brief van den 2. febr: I: L:, waar bij dezelven ons bedeelden, dat het door ons gezonden secours, vermeld bij onzen eerbie„ digen brief van den 27:' Jann: I:o L:, aldaar behouden was aangekomen, en dat hun Edelens hoopten daar door in staat te zijn, om die vesting behoorlijk te defendeeken„ Op dit berigt, en op de zedert successive ontvangene pak„ „tikuliede tijding, dat Tipoe sultan, na dat zijn aanval op de linie van Trevankoor was mislukt, zig stil hield, en zoo het schieen uit ontzag voor de Engelschen, de vijan„ „delijkheeden „delijkheeden niet dorst voortzetten, hebben we het raed, „zaem geoordeeld nadere berigten van koetsiem aftewag„ „ten, ten eijnde dit schip geen nodelooze togt na derwaerds te laeten doen. Kort daar aan ontving de eerst ondergeteekende Gouver„ „neur een brief van den Heer Buchanan, van den 30. Jann: I: L:, waer bij hij schreef, dat het Gouvernement van Ma„ „dras stellige orders van Loud Corneialles had ontvangen, om alle aanvallen van Tipoe sultan op de linie van Trevankoor, aantezien als beginzels van hostiliteiten tegen de Engelschen, en dat de Engelsche troupenreeds in beweeging waaren, om te maucheeren na de frontie„ „ren van het land van Tipoe sultan. We dagten het mits dien onnodig dit schip langer aantehouden, of na koetsiem tezenden, en hebben het daerom na Ga„ „le terug gezonden, om tot de rijze na Batavia in staat te worden gesteld. Dog de eerst ondergeteekende Goeverneur ontving eenige daegen daer na, een brief van den Heer Mallabaarsch Gouverneur van Angelbeek, van den 13. febr: houdende verzoek, om het beloofde schip ten eersten derwaards„ te willen zenden, wijl men het aldaar zeek nodig zou„ de hebben, ingevalle Tipoe, die dagelijks steuken wierd, door mogt breeken, het geen de vorsten van koetsiem en Jrevankoor als zeker stelden, hoe zeer ook de Engel„ „schen te Madras, bij de nieuws papieren uit stroiden, dat hij niet week zoude beginnen. Dit 2547 Dit verzoek bragt ons in merkelijke verleegentheid, wijl we geene andere geleegentheid hadden, om aan uwe Hoog Edelheeden onze Jaarlijksche papieren aantebieden, en teffens de g. ' eischte lijwaten, kaijek etc:a overtezenden maar overweegende dat het neet zen„ „den van dit schip na koetsiem, van de droevigste ge„ „volgen konde zijn, en dat uit het nadrukkelijk ver„ zoek van den Heer Mallabaarsch gouverneur van An„ „gelbeek moest worden afgeleid, dat koetsiem, wegens de inactivitijd der Engelschen nog niet buijten ge„ „vaar was, hebben we beslooten het schip na koetsiem te zenden, met verzoek nogtans aan de Ministers, om hetzelve, in dien aldaar buiten ongeleegentheid konde gerust worden, spoedig te rug te zenden, gelijk geschied is. Op onze nopens de begonnen vijandelijkheeden van Tipoe sultan, aan het Engelsche Gouvernement te Madras geschreeven brief, waer van kopij uwen Hoog Edelheden word aangebooden nevens onzen sekreete brief van den 27. Jann: J:o L:, die nu te gelijk met dezen onze eerbiedigen afgaat, hebben we van Madras ontvangen een brief van den 6. febr: J:o L: hoic „dende berigt; dat gem: onze brief was gezonden aan het generaal Gouvernement in Bengale; zoo wel als een partikuliere brief van den eerst ondergetee„ „kenden gouverneur aan den Heer Gouverneur Holland

NL-HaNA_1.04.02_3885_0740 view scan ↗

English

Holland, written the 12th of January, whether it could be of service to encourage him, in so pressing a situation, in the measures he is to take, as much as possible, also to take into account what might serve for the security of Koetsiem. This letter is also enclosed among the annexes. Since then we have received from the said General Government a letter of the 26th of February, and from the Government of Madras a letter of the 17th of March of the current year, both of which accompany this in copy, with the copies of our reply sent thereto. We have sent copies of both these letters to the Gentlemen Ministers of Koetsiem. The Paleakat Ministers have requested twelve artillerymen and some ammunition goods from Jaffenapatnam, of which they have also informed us. The Jaffenapatnam servants thereupon took a resolution to comply with that request, which we have approved, although we do not think that this place, situated so to speak under the walls of Madras, has anything to fear from Tipoe Sultan. From the general letter, which is dispatched at the same time as this one, it appears that the Nabab of Karnatika insists most strongly that his commissioners also be admitted to the inspection of the Manaar pearl banks, equally and on the same footing as in the inspection of the Tutukorijn pearl banks. During the regulation of the contract, this was already strongly urged from the side of the Nabab, and on that occasion it was shown to Mr. Buchanan that this could not be granted. The reasons for this are too obvious for it to be necessary to recount them here, and even if there were no other reason against it than solely the inconvenience of often having to wait for the Nabab's commissioners before starting the inspection, this reason alone is sufficient not to grant such a request. Since, however, the Nabab's agent Mr. Buchanan, in a letter of the 9th of April of the current year, which is forwarded among the annexes, further insists on this point in the name of his Master in a manner that deserves some consideration, we think that one will have to do something to satisfy the Nabab, in order to obtain what is necessary for the exchange of the ratification, to prevent a multitude of chicaneries that might otherwise be made against us from time to time, and about which matters the Nabab was addressed in detail in a letter of the 10th of February of the current year, which is forwarded among the annexes to the general letter dispatched at the same time as this. For this reason, we take the liberty humbly to submit for Your High Honours' consideration whether Your Honours might not see fit to agree that whenever the Company sees fit to have the pearl banks of Manaar inspected, it will give notice thereof to the Nabab, while simultaneously making known the approximate time when it is to begin, and that if the Nabab should then see fit to send two or even three of his servants, so that they might obtain from the condition of the banks that knowledge which might subsequently be of service to them in holding the fishery, in their management of the dhonies granted to the Nabab during the holding of the fishery, these servants of his will be admitted, solely for their own persons, to accompany the dhonies with which the Company's commissioners go to sea. This would seem to satisfy the Nabab, since his servants will thereby have the fullest opportunity to know the condition of the banks by their own experience. One might add thereto, for the greater satisfaction of the Nabab, that these servants of his, when they request it, shall be permitted to be present at the opening of the retrieved oysters, and even at the swearing of the reports, at which time all the found pearls could even be shown to them. By expressly warning herewith that the inspection will not wait for the Nabab's servants, and that it will consequently proceed whether they arrive in time or not, this would merely be a condescension that, in our humble view, can have no inconvenience or disagreeable consequences. One might further stipulate that when the Nabab's servants are present at the inspection in the manner described above, the 9th article of the treaty will remain without execution if a fishery is held upon such an inspection. Without doing this or something similar, we fear possible new difficulties on the Madurese coast, and we will therefore perhaps even have to take it upon ourselves, in the upcoming dealings with the Nabab concerning the points that must be settled for the exchange of the ratifications, to allow something similar at Your High Honours' pleasure, solely for the next following inspection, if we cannot amicably make the Nabab understand that the inspection held last spring was conducted with so much exactitude that an inspection for the coming autumn is entirely unnecessary. Lastly,

Dutch transcription

Holland, geschreeven den 12:e Jann:, of ze van dienst konde weezen om deezen heen, in zoo pressante ge„ „leegentheid, op te wekken, om in zijn te neemene maatiegelen, zoo veel het geschieden kan, ook in agt te neemen het geen zoude kunnen strekken ter bevijliging van koetsiem. Deeze brief gaat ook on„ der de bijlaegen over„ zedert hebben we van gem: Generaal Gouverinement ontvangen een brief van den 26. febr: en van het „ 't goevernament van Gouvernement ontvangen een van Madras een brief van den 17. Maart I:o L:, die bijde in Copia deezen ver„ zellen, met de Copijen van ons daar op gezonden antwoord. Beide deeze brieven hebben we ten eenis„ „ten in Copij gezonden aan de Heeren Ministers van koetsiem. De Paleakatsche Ministers hebben van Jaffenapatnam, gevraagd twaalf attilleristen en eenige ammonitie goederen, waar van ze ons ook kennis hebben ge„ „geeven. De Jaffenapatnamsche bedienden hebben daar op een besluit genoomen, om aan dat verzoek tevoldoen, 't geen we hebben g'approbeerd, schoon we niet denken dat deeze plaats, als om zoo te spree„ „ken geleegen onder de muuren van Madras eenig last van Tipoe sultan te dugten heeft. Bij den gemeenen brief, die met dezen te gelijk af„ „gaat, blijkt dat de Nabab van karnatiha op 't sterkt aandringt 2548 aandringt, dat ook zijne gecommitteerdens bij de visitatie van de Mannaarsche paarlbanken worden toegelaaten, even en op dien voet als bij de visitatie van de Tutukorijnsche paarlbanken. Bij 't reguleeren van 't Contrakt wierd reets sterk van de zijde van den Nabab daer op gedrongen, en is bij die geleegentheid aan den Heer Buchanan vertoond, dat daar in niet konde worden bewilligd. De redenen daar toe zijn, te zichtbaer dan dat het zoude nodig zijn die hier optehaalen, en al waaren en ook geen andere reden tegen, dan alleen de ongeleegentheid, dat men dan dikwils na 's Nababs gecommitteerden zoude moe„ „ten wagten om met de visitaatsie te beginnen, is deze rede alleen genoeg, om in zulk een aanzoek niet tebewilligen. Wijl nochtans 's Nababs Agend de Heeke Buchanan, bij een brief van den 9. ' april I:o L: , die onder de bijlaa„ „gen overgaat, op dit stuk uit naam van zijn Meester nader aandringt, op eene wijze die eenige bedenking verdiend, denken, we dat men iets zal moeten doen om den Nabab tevergenoegen, ten einde tever„ „kuijgen het geen voor de uitwisseling van de nati„ „ficatie nodig is, ter voorkoming van eene menigte Chicanes, die men ons anders van tijd tot tijd kan doen, en over welke dingen de Nabab in het bree„ de is onderhouden, bij een brief van den 10. febr: I:o L: die onder de bijlaegen van de gemeene brief met met deze te gelijk afgaande overgaat. Hierom neemen we de Vrijheid uwen Hoog Edelheeden ne„ „dung in bestenking te geeven, of hoogst dezelven niet zouden „ kunnen goedvinden, te bewilligen daakin dat wanneer de Comp:s goedvind de paarlbanken van Manaak te doen visiteeren, ze daek van zal doen kennis geeven aan den Nabab, met bekendmaeking teffens van de tijd wanneer die ten naasten bij staet te beginnen, en dat wanneer de Nabab als dan mogte goedvinden, twee of zelfs drie van zijne bedienden te zenden, op dat dezelve van de gesteldheijd der banken mogten kunnen ver„ „krijgen die kundigheeden, die hun naderhand bij het houden van de visscherij zouden kunnen van dienst zijn, in hunne dirrectie over de tonies, die bij het houden van de visscherij aan den Nabab zijn toe„ „gestaan, deeze zijne bedienden zullen worden toege„ „laeten, alleen voor hunne perzoonen, om te mogen mede gaan op de Jonies, waermede skomp:s gecom„ „mitteerdens in zee gaan: Dit schijnt den Nabab te moeten vergenoegen, wijl daer door zijne bedien„ „den de volkomenste geleegentheid hebben, om de gesteldheid der banken door eigen bevending te kun„ „nen konnen; men zoude er tot meereder voldoening van den Nabab kunnen bijvoegen, dat deeze zijne bedienden wanneer ze daar toe verzoek doen, zul„ „len mogen prezent zijn bij het openen van de opge„ dookene oesters, en zelfs bij het beëedigen van de 2549 de rapporten, wanneer hun zelfs alle de gevondene paarlen zouden kunnen worden vertoond. Met hier bij expres te waerschouwen, dat met de visitatie niet zal worden gewagt na 's Nababs bedienden, en dat mits dien daarmeede zal worden voortge„ „vaalen, het zij ze in tijds komen of niet, zoude dit alleen zijn een Condescendance, die geene ongelee„ „gendheid, noch onaangenaame gevolgen na ons ne„ drig inzien hebben kan, Men zoude, hier bij nog kunnen bedingen, dat wanneer 's Nababs bedien„ „den invoegen voorschreeven bij de visitatie prezent zijn 't g. articul van't tractaat zal blijven buiten executie, indien ek op zulk eene visitatie eene visscherij gehouden word moogelik zonder dit of iets „ ingelijk te doen, vreezen we voor nieuwe moeijelijkheden op de Madureese kust, en we zullen het daarom misschien zelfs moeten over ons neemen, om bij de aanstaande, handelingen met den Nabab, over de poincten, die voor de uit„ „wisseling der ratificatien moeten worden gekeegeld, iets diergelijks op 't welbehaagen van uwe Hoog Edel„ „heden toetestaan, alleen voor de maast volgende visi„ „tatie, indien we den Nabab in het vriendelijke niet kunnen beduijden, dat de in 't Jongst voorjaar ge„ „houdene visitatie, met zoo veel exactitude is ge„ „daan, dat eene visitatie voor het aanstaande na„ saak. geheel onnodig is. — Ten

NL-HaNA_1.04.02_3885_0744 view scan ↗

English

In this Government, thank God, all is in rest and peace, except that around the middle of the recently passed month, a group of inhabitants of the Maturese Disavony gathered together, claiming to have several grievances. They are currently staying above Mature and doing no other harm than neglecting their mandatory services. We do not yet rightly know in what their grievances actually consist, but it seems that they are somewhat dissatisfied with some native chiefs. We have sent the Disava Fretz and the Trade Bookkeeper Samlant to Mature to investigate their grievances and settle them according to findings, from which we expect the best effect, since these malcontents themselves requested a commission from Colombo. We expect this all the more because, as we are informed, among this gathering there is a large party of people who joined merely out of fear upon the threats of the malcontents that they would otherwise mistreat them. While writing this, we receive a letter from the Galle servants of the 5th of this month, which is enclosed herewith in extract, containing among other things that the servants hope and believe to be assured that the sending of the aforementioned Commission will have the best consequences, and that the discontented people will also immediately return to their homes after the hearing of their grievances; adding that the Disava van Angelbeek had communicated that the discontented inhabitants were already gradually calming down, and that it seems they are growing tired and will quite of their own accord come to reason. Your High Excellencies may therefore have not the slightest anxiety about this incident. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, below stood: High Noble, Great Honorable, Widely Ruling Lord, Honorable, Strict Lords, Your High Excellencies' Humble and Very Obedient Servants, was signed: W. I. van de Graaff, M. P. Raket, C. Filenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and I. A. Vollenhove; in the margin: Colombo the 7th May Anno 1790. In continuation of the report regarding the unpleasantness that arose in the Maturese Disavony, given in our respectful secret letter of the 7th of this month, we take the liberty to most humbly inform Your High Excellencies that our commissioners, the Disava Fretz and Trade Bookkeeper Samlant, have already conversed once or twice with the mutineers, and that they give us hope that everything will soon be settled, provided that some of their requests are granted to the gathered crowd, as Your High Excellencies may see further in their letter of the 13th of this month, which we received yesterday, and a copy of which is enclosed herewith. Because we received word today that our aforementioned commissioners have already returned to Mature, we have, so that Your High Excellencies on this occasion might still receive some further reports in this regard, authorized them to give Your High Excellencies a brief report of the state of affairs and how far they have progressed with their commission to bring the people to rest. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, below stood and signed as before, in the margin: Colombo the 18th May 1790. 11. We have the pleasure of informing Your High Excellencies by this that the unrest which, as appears from our respectful letter of the 7th of May, had arisen in the Maturese Disavony, has been settled. While this unrest was still continuing, quite some unrest also arose in two korles of this Disavony, the Hapitigam and Alutkuru Korle; even in the Hewagam Korle there were a number of ill-disposed persons who would gladly have stirred up some unrest, but all these things were put right again rather quickly and without much trouble. 12. On all such occasions the Sinhalese are accustomed to complain about excessive compulsory services, as appears from the complaints made, among others, in the rebellion during the time of the Lord Governor van Gollenesse and in that of the year 1757 during the time of the Lord Governor Schreuder. On this occasion these complaints were repeated again, whereto, besides various particulars, this time were added heavy complaints about working in the cinnamon and other plantations, and that with all these heavy burdens the people were finally also called up for an expedition to Baddegama in the Magampattu to construct a dam there. 13. All these complaints are spoken of at length in the papers that are currently being transmitted, and we remark here about this only that, in order to judge the groundedness of the complaints of the Maturese inhabitants concerning excessive compulsory services in general, one needs only to consider what has to be done there, and how little the Company outside of the justice

Dutch transcription

Ten deezen Gouvernement is alles God dank in uust en vrede, alleen zijn omtrend met de helft van de Jongst gepasseerde maand, een partij ingezeetenen van de Matureesche dessavonij te zamen gekot, voorgeevende verscheijde klagten te hebben ze hou„ „zen, zig tans boven Mature op, en doen geen andere quaad, dan hunne verpligte diensten te verzuij„ „men waar in hunne klagten eijgentlijk bestaen, wee„ „ten we nog niet negt, dog het scheijnt dat ze wat te onvreeden zijn over eenige inlandsche, hoofden. we hebben den Dessaee Fretz: en den Negotie boek„ „houder Samlant na Mature gezonden, om hunne klagten te onderzoeken en naer bevinding aftedoen, waer van we het beste effekt verwagten, wijl dee„ „ze misnoegden zelve om eene Commissie van kolombo verzogt hebben. we verwagten dit te meere omdat, zoo we g'informeerd zijn zig bij deeze samenrotting een groote partij menschen bevinden, die zig alleen uit mees daak bij hebben gevoegt op de beduijging van de misnoegden, dat ze anders hun qualijk zouden be„ „handelen. Onder 't schrijven deezes ontvangen we een brieef van de Faalsche bedienden van den 5. dezel, die in Ex„ trakt hier nevens gaat, houdende onder anderen, dat de bedienden hoopen, en meenen verzeekend te zijn, dat het zenden van voorsz: Commissie de beste ge „volgen hebben zal, en dat 't onvergenoegd volk ook 2550 Aan als vooren. ook inmediaat na 't verchooken hunner beswaaken, zig wel na hunne wooningen zullen begeeven; met bijvoe„ „ging, dat de dessave van Angelbeek hadde bedeeld, dat reets de misnoegde inwoonders allengskens bedaaken; en dat het toeschijnt dat ze moede worden en ge„ „noegzaem van zelve wel tot reede zullen komen uwe Hoog Edelheeden gelieven mits dien over dit voorval geen de minste ongerustheid te hebben„ Wij beveelen uwe Hoog Edelheeden ende belangens der Maatschappij in Godes vijlige hoede, en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele Groot achtb: wijd Gebiedende Heer, wel Edele Gestrenge Heeren, uwer Hoog Edelh: Onderdanige en zeek gehoorzaame Dienaaken /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, C: Filenius, J: Reintous, B: L: van Zitter, en I: A: Vollenhove, /: in Matgiene:/ Kolombo den 7:' Maij A:o 1790. Ten vervolge van het berugt nopens de onaangenaam„ „heden in de Matureesche Dessavonij ontstaan, gegeeven bij onzen eerbiedigen sehreeten brief van den 7. de„ „zer, nemen wij de vrijheid uwen Hoog Edelheden nedrigst te bedeelen, dat onze gecommitteerdens, de Dessave Fretz: en Negotie boekhouder Samlant; reeds een en andermaal met de muijtelingen in gesprek zijn geweest, en dat ze ons hoop geeven, dat zig alles spoedig zal schikken, mits aan het Aan als vooren. het te samen gerotte eenige hunner verzoeken wor „den toegestaan, gelijk uwe Hoog Edelheeden dat nader zien kunnen bij hunnen brief van den 13:e dezer, die we gisteren hebben ontvangen, en in kopij hiernevens gaat. Wijl we heden berigt hebben ontvangen, dat voorm= onze gecommitteerdens reeds te Mature zijn terug ge„ „keerd, hebben weop dat uwe Hoog Edelheeden met deze gelegentheid nog toekomen eenige verdere bezig„ „ten dienaangaande, hun geautouiseerd, om aan uwe Hoog Edelheden een kort verslag te doen van den staat der zaeken en hoe verre ze gevordert zijn met hunne kommissie om het volk tot rust te brengen Wij beveelen uw Hoog Edelheeden ende belangens den Maatschappij in Godes vijlige hoede, en blijven met alle eerbied en trouw /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /:in margiene:/ kolombo den 18:e Maij 1790. I. 1. We hebben het genoegen uw Hoog Edelheeden door dee„ „zen te bedeelen dat de onlusten die blijkens onzen eer„ „biedigen van den 7. Maij inde Maturesche Dessavonij waa„ „nen ontstaan zijn gesteld. Midelerwijl dat deze onrust nog voortduurde is er in twee korls van deze Dessavo„ „nie de Hapittigam en Alloetkoerkorl, ook vrij wat onrust ontstaan zelfs zijn er in de Hinakorl een „partij kwaedwillige geweest, die gaerne wat onrust zoude 2551 zoude gestookt hebben, dog alle deeze dingen zijn nog al spoedig en zonder veel omslag weder te regt gebragt. 12. Bij alle zulke gelegentheeden zijn de sin„ galeezen gewoon te klaegen over te zwaene Heeren diensten, zoo als dat blijkt uit de klag„ te onder anderen in den opstand ten tijde van „gedaan den Heer Gouverneur van Gollonesse en in die van het Jaer 1757. ten tijde van den Heer Goeverneur schreuder. Jen deezen geleegentheeden zijn deeze klagte weder henhaald waer bij behalven nog deze en geene bezonderheeden ditmael gekomen zijn, revige klagten over het werken in de kanneel en andere plantagien en dat het volk bij alle deze swaere lasten ein- delijk nog geroepen was tot een togt na Baddeginie in de Magampattoe om daer een dam aanteleggen. 13. van alle deze klagte wond in het bree„ de gesprooken bij de papieren die tans daar van overgaan, en we merken daer over hier alleen aan, dat om te bevonde„ len de gequontheid der klagten van de # Maturesche ingezeetenen over te zwaere 'sHeeren diensten in het algemeen men alleen heeft te bedenken wat daer te verrigten valt, en hoe wijnig de Comp: buiten de geregtigheid wor

NL-HaNA_1.04.02_3885_0748 view scan ↗

English

due of paddy and some other country products, which are paid to the inhabitants, from the Maturese Dessavony. The principal part thereof consists of a few timbers that are annually delivered from the country. Paragraph 4. The work in the cinnamon and other plantations is certainly an innovation, and for that reason the usual maintenance has also been provided to those who have worked on it. That the people cannot be considered to be noticeably burdened by this either is easily conceived, if one compares the great multitude of the inhabitants of the Maturese Dessavony over whom this work was circulated against the number of people who have been employed thereon for some time. Paragraph 5. As for the expedition to Baddegiri, besides the fact that it did not proceed, no positive orders were ever issued by the Dessave, just as it was never our intention that any inhabitants of the Maturese Dessavony should be called upon to go thither, unless they were inclined to do so of their own accord. The Dessave had only informed the native chiefs that it was his intention to go in person to Baddegiri in the Magampattoo to construct a dam there, and that it would be pleasing to him if each of them could procure some people inclined thereto. That these native chiefs employed any means of constraint thereto does not appear anywhere. It does not even appear anywhere that the inhabitants, however much they have complained about this expedition with great vehemence, have produced a single proof that anyone was forced to it against his will. This could therefore also be no motive to come to an insurrection. Paragraph 6. Usually, when the common people are genuinely dissatisfied, one perceives some traces of it beforehand; however, on this occasion nothing of the kind was heard, at least nothing of it came to our knowledge. We had no reason to think otherwise than that in the Maturese Dessavony the inhabitants were content and well pleased. The harvest had succeeded uncommonly well, and the people, especially of the Girreways, who at one time had been in rather straitened circumstances for several years, now lived in a sort of abundance. Paragraph 7. Nevertheless, no people is ever completely satisfied. Under the most lawful government one always finds discontented persons who, according to their way of thinking, believe they are wronged, and when there are ill-disposed persons who stir up the people, these usually find only too much acceptance among the common folk, as experience throughout all times has shown, and has also appeared on this occasion. Paragraph 8. Among the leaders of the people, one Don Simon Aratchy, his brother named Don Constantyn, and one Madugodde Appu have made themselves known in particular, who also confess that they were the instigators of the people. The father of the first two was, in the Sinhalese war from the year 1760 to 1765, likewise a prominent leader of the rebels of that time, for which he was afterwards granted a village in the Dessavony of Saffragam by the late King of Kandy, which his descendants still possess to this day. The aforesaid two brothers are very daring and enterprising fellows, and Madugodde Appu, also a very insolent lad, is a long-known evildoer who has had to be punished more than once for his crimes. Paragraph 9. That the aim of these people, and several others who agreed with them in exciting this insurrection, was chiefly to have themselves elevated to posts of honor, to which they otherwise could have had no prospects on account of their particular connections, has afterwards appeared most clearly. Paragraph 10. Our commissioners, the Dessave of Colombo Iaet and Trade Bookkeeper Saulant, after having heard the complaints of the inhabitants, caused an ola mandate to be published in the country, which is enclosed among the annexes hereof and has been approved by us. One seemed to have good grounds to expect that the rebellious would have been satisfied with the reasonable arrangements made therein, and thereby brought to tranquility, or that they at least would have promptly stated the further reasons for their dissatisfaction upon the express invitation made in this mandate, that if there should be these or those matters in which, according to the people's opinion, some provision still ought to be made, they could state it, with the promise that proper attention would be given thereto. They did neither the one nor the other. Paragraph 11. Notwithstanding the publication of this mandate, and that our aforesaid commissioners thereby, by virtue of the power conferred on them by us, had granted an obliteration of crimes, without any exception or limitation, provided that everyone henceforth conducted themselves as befits good and obedient inhabitants, the unrest nevertheless continued. Paragraph 12. One seemed now to have done everything that could in any way serve to satisfy the inhabitants

Dutch transcription

geregtigheid der Nelie en eenige andere lands produkten die aan de ingezetenen betaald worden, uit de Matenesche Dessa„ vonie trekt. Het hoofdzaekelijke daer van bestaat in eenige wijnige houtwer- ken die Jaerlijks uit het land geleverd worden. §4. Het wonken in de kaneel en andere plantagien is zeekerlijk een nieuwig- heid, en zijn ook daerom daer voor aan de geene die daar aan gewerkt hebben de gewoone maintementos verstrekt. Dat het volk ook hiermede niet kan geagt wor den merkelijk te zijn bezwaerd, valt ligt te bedenken, als men de groote menigte der ingezetenen van de Maturesche Dessavonie waar over dit werk heeft gecouleerd, ver„ gelijkt teegens het getal der luijden die daar aan zedert eenigen tijd zijn geemploij eerd. 15. Tot de togt na Baddegini, behalven dat ze geen voortgang gehad heeft zijn min- mer eenige stellige beveelen door den Dessave uitgevaerdigt zoo als het ook min- mer onze intentie geweest is dat eenige ingezeetenen van de Maturesche Dessa„ vonie 2 2552 vonie zoude worden geroepen om na der woerds tegaan, ten zij ze uit zig zelve daer toe geneigt waeren. Den dessave hadde alleen de inlandsche hoofden ken- nis gegeeven dat het zijn voorneemen was in perzoon na Baddegirie in de Magampattoe te gaan om daar een dam aanteleggen, en dat het hem welgevallig zijn zoude indien een elk hunner eenig volk daertoe geneigt konde bezorgen. Dat ook deeze inlandse hoofden daertoe „ Eek eenige middelen van kontrainte zouden, te werk gesteld, blijkt nergens. Het blijkt zelfs zl nergens dat de ingezetenen, hoe, zeer ze zig ook over deeze togt met veel hevigheid hebben bezwaerd, een enkeld bewijs hebben op gegeeven dat iemand daertoe teegens zijn wil is ge„ noodzaekt. Dit konde dus ook geen mo„ tief zijn om tot een opstand te koomen. 16. Doorgaans bespeurt men bij het gemeen wanneer het werkelijk misnoegd is, daer van voor af eenige spooren, doch ter dezer geleegendheid heeft men daer van niets ver„ noomen, ten minsten is daer van niets tot onze kennis gekoomen. wij hadden geen reeden om anders te denken dan dat in de de Maturesche Dessavonij de ingezeetenen vergenoegt en wel te vreeden waeren. Den oogst was ongemeen wel geslaegt, en het volk inzonderheid van de hirewaij, dat eentijds verscheide jaaren in vrij kom merlijke omstandigheeden geweest was leefde nu in een zoort van overvloed= §7. Geheel te vreeden is nogtans nooijt geen volk. onder de regtmaetigste Regeering vind men altoos misnoegden die naer hunne wijze van denken, meenen te zijn verongelijkt, en wanneer 'er kwalijk ge zinden zijn die het volk opruijen, vinden deeze doorgaans niet dan te veel ingang bij het gemeen, zoo als dat door alle tijden heen de bevinding heeft getoond, en ook in deeze gelegentheid gebleeken is. §8. onder de aanvoerdens van het volk hebben zig voornamentlijk bekent gemaakt eenen #. Don Simon arraatje zijn broeder ge„ naamt Don konstantijn en eenen Madoegodde Appoe die ook beken¬ nen dat zij de opstookens van het volk geweest zijn. De vader van de twee eerste was in den singaleesen oorlog van Het 2553 het jaar 1760. tot 1765. insgelijks een voor- naam aanvoerder der benoertens van dien tijd, waer voor hem naderhand door den laatst overledene Mandiase koning ge schonken is een Doup in de Dessavonie van Sossengam dat zijne nakomelingen nog heden ten dage bezitten. De voorsz: twee broeders zijn bij de stoute en onder- neemende gasten en Madoegodde appre ook een zeer stoute knaap, is een van ouds bekende kwaeddoender die om zijne misdaeden meer dan eens heeft moeten worden gestraft. 9. Dat het ooguerk dezer luijden en meer andere die met hun eens waeren in het verwekken van dezen opstand, hoofd zaekelijk geweest is om zich te doen verhessen tot posten van eere, waer toe ze iit hoofde van hunne bezondere nelatien, anderzints geene uitzigten kon„ den hebben, is naderhand op het duijde„ lijkste gebleeken. §10. onze kommissarissen de dessave 15d2 van Kolombo Iaeth: en Negotie boekhou der saulant deden na dat ze de klag ten „ten der ingezetenen hadden aangehoord, in het land publiceeren een mandaat ola die onder de bijlaegen dezes overgaet en door ons is geapprobeert Men scheen met gronds temoogen verwagten dat de wederhoorigen in de reedelijke schikkingen daer bij gemaekt, zouden hebben genoegen genoo„ „men en daar door tot stilstand zijn gebragt, of dat ze ten minsten de verdere reedenen van hun misnoegen spoedig zouden hebben opgegeeven op de expresse uit noodiging bij deze mandaet gedaen, dat zoo 'er deeze of geene dingen zijn mogten waer in naer svolks meening nog eenige voorziening diende te worden gedaan, ze dat konden opgeeven, met toe„ „zegging dat daar op behoorlijk zoude worden gelet. ze deeden nog het een nog het ander § 11. Niet teegenstaande de publikatie van deeze man„ daat, en dat voorsz: onze kommissarissen daer bij uit hoofde van de magt door ons op hun gekon„ „fereerd, gegeeven hadden uitwissing van misdaed, zonder eenige uitzondering of bepaaling, mids dat een elk zig voortaen gedroog zoo als dat goe„ de en gehoorzaeme ingezetenen betaamt, bleef nog tans de onrust voortduuren. § 12. Men scheen nu alles te hebben gedaan wat eenig zints strekken konde om de ingezeetenen genoe„ „gen 2

NL-HaNA_1.04.02_3885_0753 view scan ↗

English

to give in. The restless crowd nevertheless did not calm down and also did not seem willing to explain what they further desired. Section 13. We thus did not see in what manner our aforementioned commissioners could further set to work in a proper manner to bring the recalcitrant people to peace through gentle means. Section 14. Because of the unrest that had also arisen in the meantime in the Colombo Disavani, of which mention was made above, the presence of the Colombo Disava was necessary on this side, and since the gentlemen of the military commission were now on the point of departure for Trincomalee, and that consequently the presence of Commander Sluijsken at Galle could be spared for a short time, we wrote to him to cross over to Matara himself, to see if this might perhaps bring about some changes for the better, but notwithstanding all well-intentioned efforts also employed by him, everything remained in great uncertainty for a long time. Section 15. Probably Don Simon Aratchi and those who agreed with him did not dare to come forward immediately with what they intended for themselves. This would have unmasked them too early among the people. It was therefore in their interest to cause the unrest to continue for the time being. Section 16. To this one may perhaps attribute that Don Simon Aratchi, who, on account of the aforementioned village in the King's territory that was formerly gifted to his father, has some relations in Kandy, seeing that he and his followers would otherwise no longer be able to remain masters of the game, made use of these relations to lead the people into the delusion that he could perform wonders there. Section 17. He, or at least some envoys from him and his followers, have actually been to Kandy up to two times, and although they were turned away there already the first time, they nevertheless undertook the second journey in order to keep the people in their interest by making them believe that they had been favorably received there, in order to be able to complete their objectives in the meantime. Section 18. Whether the malice of this man and those of his faction went so far that they would have made attempts to bring the Company into unrest with the Court, we cannot say. We can even hardly imagine it, since the Company's inhabitants and especially the headmen still always retain a great impression of the misfortunes that they formerly brought upon themselves thereby, and of the contempt that the headmen in general had to endure from the arrogant Kandyans, who at that time looked down upon them all as a heap of common folk that could bear no comparison with them. Section 19. Be that as it may, this much is certain, that as soon as Don Simon Aratchi and those of his faction saw that the Court of Kandy did not take up their cause, they immediately became more manageable. It is probable that they had fairly grand prospects for high promotions, but now they allowed themselves to be satisfied with less, and as soon as a promise was made to them that they would be elevated to some offices, as among others Don Simon Aratchi to Mohandiram and Head of the Kandebodapattu, they noticeably changed their tone. Section 20. Commander Sluijsken had in the meantime received some points in which the inhabitants requested relief, and now that he found the matters to be in such terms that he could have a further mandate proclaimed with hope of good success, he did so, and upon the proclamation of this mandate the inhabitants returned to peace, and the principal headmen, who were thereupon sent to the korales, were ordered to take care against all further disorders and to ensure that the Company's services are again performed properly. Section 21. The proceedings of our commissioners, Senior Merchant Fretz and Merchant Samlant, are circumstantially described in a document that they, in accordance with the orders received from us, have handed over to Commander Sluijsken, with various enclosures which, like this document itself, are transmitted herewith in copy, and to all of which we request permission to refer here in order to avoid too great prolixity. Section 22. What has since been performed by Commander Sluijsken is described in great detail in his secret report, which, together with two letters received alongside it, namely one of July 31 and one of the 5th of this month, is inserted into our secret resolutions of the 12th, 16th, and 21st of this month, to which and to our resolutions taken thereon we likewise take the liberty to refer here, and we only note further here that we have caused the Senior Merchants Raket and van Angelbeek to exchange offices, by appointing the former as Disava of Matara and the latter as principal Chief Administrator of Colombo, not because anything appeared to us in the proceedings of Disava van Angelbeek that should have recommended this transfer, but solely out of consideration that the principal leaders of the uprising might perhaps have a secret fear that their many and far-reaching outrages, although forgiven, would be less forgotten by a Disava under whose eyes they were committed than by a new Disava to whom their persons are less known and who was no eyewitness thereto. Section 23. In the aforementioned letter of the 5th of this month, Commander Sluijsken states not only that very many native headmen appear to him, if not proven completely guilty, at least under

Dutch transcription

2554 gen tegeeven De onrustige hoop kwam nogtans tot geen bedaeren en scheen zig ook niet te willen verklaeren wat ze verder begeerde. §. 13. We zagen dus niet op wat wijze voorsz: onze kommissarissen verder op eene betaemelijke wijze konden te werk stellen, om de weeder hoorigen door zagte middelen tot rust te brengen. § 14. Om de onrust ook inde kolombosche Dessavonij mid„ delerwijl ontstaan, waar van hier boven gesprooken is, was de presentie van den kolomboschen Dessave aan deeze kant noodig, en wijl de Heeren van de militaire Commissie nu op hun vertrek stonden naa Trinconomaele, en dat mids dien de presentie van den Commandeur sluijsken te Gale voor een korten tijd konde worden gemist, schreeven we hem aan om zelve eens over te stappen naa Mature, of dit Zom„ tijds eenige veranderingen ten goede mogte kunnen voortbrengen, dog niet teegenstaande alle welmee„ nende poogingen ook door hem aangewend, bleef alles nog een tijd lang in groote onzeekerheijd. 5. 15. Waarschijnlijk dorsten Don Simon arraetje en die het met hem eens waeren niet aanstonds uit„ „koomen met 't geen ze voor hun zelve beoogden Dit zoude hun te vroeg bij het volk hebben gedemas„ „keerd „keerd. Het was dus van hun belang, om de onrust voor eerst te doen voortduuren. §: 16. Hier aan mag men het misschien toeschrijven, dat „don simon Araatje die, uijt hoofde van „voorsz: dorp in 's Konings land dat aan zijn vader eertijds geschonken is, eenige relaatien in Candia heeft, ziende dat hij en de zijnen buijten dien het spel niet langer zouden kunnen meester blijven, zig van deeze relatien heeft bedient, om het volk te brengen inden waan, dat Wij daar wonderen doen konde. § 17. Wij of ten minsten eenige afzondenen van hem en„ „de zijne, zijn werkelijk tot twee maelen toe in kan „dia geweest, en schoon ze reeds de eerste rijze daar zijn afgeweezen, hebben ze nogtans de tweede togt ondernoomen om het volk in hunne belan„ „gens te houden met 't zelve diest te maaken dat ze daar gunstig ontvangen, waeren, ten einde in„ „tusschen hunne oogmerken te kunnen voltooijen; §: 18. Of de boosheijd van deezen man en die van zij„ „nen aanhang, zoo verre gegaan is, dat ze poogin„ „gen zouden gedaen hebben, om de komp: met het Hof in onrust te brengen; kunnen we niet zeg„ „gen. We kunnen het zelfs kwaalijk denken, wijl 'sComp:s ingezeetenen en inzonderheijd de Hoofden 2555 Hoofden nog altoos een groote in druk behouden van de ongelukken, die ze zig eertijds daar door hebben op den hals gehaald, en van de veragting die de Hoofden in het algemeen hebben moeten ondergaan, van de hoogmoedige kandiaenen die ter dier tijd op hun alle neederzaegen als op een hoop slegt volk, dat bij hun in geen verge„ „lijk koomen kan. §. 19. Wat ook hier van zij dit is zeeker, dat zoo dra Don Simon arraetje en die van zijn aanhang gezien hebben, dat het Hoff van kandia zig hunne zaek niet aantrok, aanstonds handel baarder geworden zijn. Het is waarschijnlijk, dat ze vrij groote uitzigten op hooge bevorde„ „ringen gehad hebben, dog nu lieten ze zig met minder vergenoegen, en zoo dra hun toezegging gedaan is, dat ze tot eenige ampten zouden worden verheeven, gelijk onder anderen Don Simon arraetje tot Mohandiram en Hoofd van de kandebaddepattoe, veranderen ze merke„ „lijk van toon. §: 20. De Commandeur sluijsken hadde middelerwijl nog ingekroegen eenige pointen, waarin de in„ „gezeetenen voorziening verzogten, en nu Wij de de zaeken bevond te weezen in die termen, dat Hij met hoope van goed succes een nader mandaat konde doen afkondigen, heeft hij het gedaan, en zijn op de afkondiging van deeze mandaat de ingezeetenen tot rust gekeerd, en de prin„ „cipaale Woofden, die daar op naade korles ge„ „zonden zijn, zijn gelast om te zorgen teegens alle verdere disorders, en dat 'sComp: diensten weederom naa behooren worden verrigt §: 21. De verrigtingen van onze Commissarissen de opperkoopman Fretz: en de koopman sam„ „lant zijn omstandig beschreeven bij een ge„ „schrift, dat dezelve volgens de van ons ontfan„ „gene last aan den kommandeur sluijsken heb „ben ter hand gesteld, met verschijde bijlaegen die zoo wel als dit geschrift zelfs in copij hiernevens overgaan, en aan welk een en an„ der wij verlof verzoeken, ons ter vermijding van al te groote wijdloopigheijd hier te moogen gedraagen. §:o 22: Het zeedert verrigte door den Commandelik sluijsken is zeer wijdloopig beschreeven bij zijn geheim rapport, dat neevens twee brieven daar „ te gelijk meede „ ontfangen als een van den 31. Jtelij, en een 2556 een van den 5. deezer is geinsereerd bij onze secreete resolutien van den 12: 16. en 21. deezer, waar aan en aan onze daar op genoomene resolutien we insgelijks de vrijheid gebruijken ons hier te gedraegen, en merken hier nog alleen aan, dat we de opperkooplieden Ra„ „ket en van Angelbeek van diensten hebben doen Changeeren, met de eerste te benoemen tot Dessave van Mature, en de tweede tot p=l Hoofd administra¬ „teur van kolombo, niet om dat ons in de verrigtingen van den Dessave van Angelbeek iets zoude zijn voorgekoomen, dat deeze verplaetsing zoude hebben behooren aanteraaden, maar alleen uijt Considera„ „tie dat de hoofdbelijders vanden opstand, zom„ „tijds eene heimelijke vreeze konden hebben, dat hunne veele en verregaande baldaadigheeden schoon vergeeven, minder zoude worden vergeeten bij een Dessave, onder wiens oog te zijn gepleegd, dan bij een nieuwen Dessave, bij wien hunne perzoo„ „nen minder zijn bekend, en daar van geen oog getuij„ „gen geweest is. §23. Bij den voorsz: brief van den 5. deezer, zegt den Commandeur sluijsken niet alleen, dat zeer veele inlandsche Hoofden hem voorkoomen, indien niet volkoomen schuldig beweezen, ten weijnigsten on„ „der

NL-HaNA_1.04.02_3885_0758 view scan ↗

English

under the strongest suspicion, but also that in his opinion the most cautious and strong measures must be taken against them. How far these thoughts are well-founded, we cannot yet determine for the present. Apart from what appears regarding this in some documents that are bound behind the report of Commander Sluijsken, no evidence thereof appears; other than that these Chiefs accused therein seem, especially in the beginning, to have acquitted themselves of their duty with quite little zeal. §. 24. This is certainly somewhat doubtful, yet on the other hand it is not easy to conceive what could have moved these Chiefs to such criminal steps as are laid to their charge in the aforesaid documents found behind the report of Commander Sluijsken. These accused Chiefs are from the first families in the Company's land; they are all, especially Tinnekoon, people of great means, of whom one can hardly think that they would have ventured themselves in such an imprudent manner. § 25. Since it is nevertheless possible, and that in case they might be guilty, they ought to be removed from the Matureese Dessavony the sooner the better, we have, regarding this and regarding the gathering of the proofs that are further necessary, written to Commander Sluijsken on the 17th of this month the letter which is transmitted in copy among the annexes, to which and to the answer received thereupon of the 20th of this month, which likewise accompanies this in copy, we request to be allowed to refer, as also to a further letter written on the 24th of this month to Commander Sluijsken, which also lies in copy herewith. §: 26. From the aforesaid letter of Commander Sluijsken of the 20th of this month, we cannot however fail to remark the statement made therein that in Kolombo, if one wants to take the depositions into consideration, the root of all the evil is to be found, which, if anything were to be done, one would certainly have to tackle first. We found this statement so mysterious that we asked for a further clear and direct explanation concerning it. This matter is of too much weight for us not to cause it to be elucidated to the very bottom. We shall therefore hold Commander Sluijsken to doing this, and if we receive an answer from him still in time, we will impart it at the foot of this, or otherwise in the very next letter. § 27. When the gatherings at Mature were still quite intense, we were informed that, as has already been noted here above, some of the Matureese lesser chiefs had betaken themselves to Kandia, in order to seek refuge there, as is often wont to happen on such occasions. § 28. As soon as this became known, the first undersigned Governor had discussions held regarding this with the first Imperial Adigaar, who has the principal administration in Kandia in hands, and in his capacity as Dessave of the Three and Four Korles has been the first Ambassador at Kolombo during the recent 5 years. § 29. The latter repeatedly had the Governor assured that one could rely upon his goodwill, that he would see to it that nothing unfriendly should happen, and that he would see to it that the people of Mature were sent back without the least hearing being given to them. § 30. We also had no reasons to distrust the honesty of this man. Of his goodwill towards the Company he has given proof on more than one occasion. He has done this especially in the matter of the beaches, wherein many court dignitaries, and among them principally the deceased second Imperial Adigaar, have repeatedly shown themselves to be less peaceably disposed than he. § 31. Meanwhile a multitude of rumors spread here, as commonly happens on such occasions. § 32. The lesser Chiefs from the Matureese Dessavonie who had been to Kandia the first time spread among the people upon their return, according to the reports we received thereof, that they were favorably received in Kandia, and that the Court was about to take up their cause, and although it subsequently appeared most clearly that this was mendaciously circulated by them, it seemed to make a great deal of impression at that time. They had the boldness to send another mission to Kandia in order, as they pretended, to continue their dealings with the court, and thereby kept the people talking. §. 33. In addition to this, we received a report from Trinkonomale that the Pataeve Wannia, whose land borders on the Company's boundaries there, had caused some sticks to be stuck into the Company's ground, with the announcement that the King's boundaries extended that far, and when he was asked the reasons for this, he described the Company's boundaries in his reply just as they were before the war. §: 34: A Kandian Priest wrote an ola to an inhabitant of Nigombo, who immediately delivered it up to us, in order to incite the Nigombo people to rebellion. The same was framed as if he were ordered thereto from Kandia, and from Silau we received a report that on the boundaries of the King's land one or two resthouses were being built, which was shortly thereafter followed by another report that a

Dutch transcription

„der de sterkste suspicie te leggen, maar ook dat naa zijne begrijpen teegens dezelve de voorzig„ „tigste en sterkste maatregelen moeten worden ge„ „noomen. Hoe verre deeze gedagten gegrond zijn kun„ „nen we voor het teegenswoordige nog niet bestem„ „men. Buijten het geen dat daar van voorkomt; bij eenige stukken die agter het rapport van de Commandeur sluijsken zijn ingebonden, koomen daar van geene blijken voor; dan alleen dat dee„ „ze daar bij beschuldigde Hoofden, zig vooral in den beginne met vrij wat wijnig ijver van hun pligt schijnen te hebben geaquiteert. §. 24. Dit is zeekerlijk wat bedenkelijk, dog het is aan de andere kant niet wel te bedenken, wat dee„ ze Hoofden zoude hebben kunnen beweegen tot zulke misdaedige stappen, als hun bij de voorsz: stukken agter het rapport van de Commandeur sluijs„ „ken te vinden, zijn ten laste gelegt. Deze beschul„ digde Woofden zijn van de eerste famieljes in sComp:s land ze zijn alle inzonderheid Tinnekoon, luij„ „den van veel vermoogen, van welke men kwa„ „lijk kan denken, dat ze zig op zoo een onvoor„ „zigtige wijze zouden hebben gewaegt. § 25. Wijl het nogtans moogelijk is, en dat in gevalle ze 2557 ze mogten schuldig zijn, ze hoe eer zoo beeter uijt de Matureesche Dessavonij dienen te worden ver„ wijdert hebben wij daar over, en over het inwin„ „nen van de bewijzen die voorts noodig zijn, aan de kommandeur sluijsken den 17.- deezer ge„ „schreeven den brief die in copij onder de bijlaegen overgaet, waar aan en aan het daar op ontfan„ „gene antwoord van den 20. ' deezer; dat insgelijks in copij hiernevens gaet, we verzoeken ons te moo„ gen gedraegen, als meede aan nog een naaderen brief den 24. deezer aanden Commandeur sluijs„ „ken geschreeven, die ook in Copij hiernevens legt §: 26. Uijt de voorsz: brief van den Commandeur sluijs„ „ken van den 20. deezer, kunnen we nogtans niet voor bij aantemerken, het daar bij gezegde, dat te kolombo, in dien men het gedeponeerde in aan„ „merking neemen wil, zig de wortel van al het „zonde kwaade „ bevinden, die men zoo er iets moest gedaen worden zeekerlijk het eerste zoude en moeten aantasten. We hebben dit zeggen zoo ge„ heim zinnig gevonden, dat we derwegens eene nadere duijdelijke en regt streekse verklaering gevraegd hebben. Deeze zaek is van te veel ge„ wigt dan dat we die niet tot uit den grond zoude doen doen ophelderen. We zullen er mids dien den kom„ mand=r sluijsken toe houden dat wij dit doed, en zoo wel nog tijdig genoeg antwoord van hem ont„ „fangen, zullen we het aenden voet deezes bedee„ „len, of anders bij den eerst volgenden brief: §27. Toen de Zamenvottingen te Mature nog vrij hee„ „vig waeren wierden wij geinformeerd, dat zig zoo als dat reeds hier boven is aangemerkt, eenige van de Matureesche mindere hoofden na kandia hadden begeeven, om daer, gelijk dat veel al bij zulke geleegentheeden pleeg te geschie„ „den, heul te zoeken. §28. zoo dra dit bekend wierd heeft de eerst onder„ „geteekende gouverneur daer over den eersten Rijksadigaar doen onderhouden, die het voor„ naeme bewind in kandia in handen heeft, en in zijne kwaliteijt van Dessave van de drie en vier korles geduurende de Jongste 5. Jaeren als eerste Afgezant te kolombo geweest is. § 29. Deeze deed de Gouverneur bij herhaaling verzeekeren, dat men op zijn welmenendheid staet maeken konde dat wij zoude zorgen dat er „vil niets onvriendelijks voorziem, en dat Wij zoude zorgen 2558 zorgen dat het volk van mature zonder dat daar aan het minste gehoor wierde gegeeven wiert terug gezonden. § 30. We hadden ook geen reedenen om de eerlijkheid van deezen Man te mistrouwen. Van zijne welgezint, „heid teegens de komps heeft hij in meer dan eene geleegentheid blijken gegeeven. Wij heeft dit inzonderheid gedaan in het stuk der stran„ den, waar in veele Hofsgrooten en onder dezelve voornamentlijk den overleeden tweeden Rijsadi„ gaar te meermaelen getoond hebben, minder vredelievenden gemagtigd, dan Wij te denken= §31. Intusschen versprijde zig hier een menigte ge„ „ruchten, zoo als dat in zulke geleegentheeden gemeenlijk gaet. §32. De mindere Hoofden uit de Maturesche Des„ „savonie die de eerste mael na kandia geweest waeren versprijde naar de berigten die we daer van ontfingen, bij hun terug komst on„ „der het volk, dat ze in kandia gunstig waeren ontfangen, en dat het Hof zig haar zaak stond aan te trekken, en schoon het naderhand op het duijdelijkst gebleeken is dat dit leugen„ „agtig door hun is verbreijd scheen dat voor dien dien tijd heel veel indruk te maaken ze hadden de koenheid om andermaalsen be„ „zending te doen na kandia om, zoo als ze voorgaven, hunne handelingen met het hof te vervolgen en hielden hier door het volk aan de praat- §. 33. Hier bij ontfingen we van Grinkonomale berigt dat de Pataeve wannia wiensland grenst aan sComp.:s limiten aldaer, eenige stok„ „ken hadde laeten steeken op skomp=s grond, met aanzegging, dat 's konings limieten tot zoo verre gingen, en toen hem de reedenen daer van wierde gevraegt, beschreef hij bij zijn antwoord, sComp: limieten zoodanig als ze waeren voor den oorlog. §: 34: Een kandiase Priester schreef een ola aan een ingezeetene van Nigombo die ze aanstondsaa„ ons overgaf, om het Nigombose volk tot op„ voer te verwekken. De zelve was ingestelde„ „ven als of wij dit kandia daer toe was ge„ „last, en van silau ontfingen we berigt, dat op de limieten van 'skonings land een of twee rusthuijzzen wierden gebouwd, dat kort daer na gevolgd wierd van een ander bericht dat er een

NL-HaNA_1.04.02_3885_0763 view scan ↗

English

a Kandian Dessave had arrived. Section 35. Upon investigation it has since indeed been found that the reports from Chilaw were mere fabrications, and that the person who was said to be a Dessave was merely a Moorish servant of the Court sent to carry out some domestic errands. Section 36. The resthouse of which the reports from Chilaw speak was found to be a small dwelling erected for this man in the Seven Korles, a few hours distant from the Company's border. Section 37. Concerning the planting of some stakes by the Patabanda Wannia on the Company's territory, nothing else appeared than that this was an unauthorized act by this man, and that he had done this same thing once before some years ago, at which time the stakes planted by him were pulled out and thrown away, as was done this time as well, without anything further occurring in that regard. Finally, regarding the writing of the aforementioned Kandian priest, nothing else appeared than that it took place without the knowledge of the Court. According to the reports received about it, the Court not only took this act in very ill part, but even had him fetched and brought to Kandy bound and trussed. Section 38. Yet before we had this information, all these reports, together with the fact that the inhabitants of Matara remained just as intractable despite all efforts made and reasonable conduct, made us somewhat uncertain. Section 39. We did not know to what we should attribute so much obstinacy, and thus began to lean somewhat toward the thought that the ringleaders of the unrest genuinely expected support from Kandy, and that they might perhaps have involved themselves so far with the Court that they were thereby restrained from listening to any proposals, however reasonable. Section 40. We did not mistrust the honesty of the first Adigar of the realm, nor the sincerity of the emphatic assurance which he had repeatedly caused to be given to the first undersigned Governor, yet it appeared to us somewhat doubtful whether other grandees of the Court, who think less moderately than he, might not be able to raise a faction against him that could at times become too strong for him. Section 41. Therefore, in order to obtain more certainty on this matter, we not only caused our Dessave to write to the King's Dessave of the Three Korles the letter which is transmitted among the enclosures, in which Your Right Honorable Excellencies will see, among other things, that by virtue of the Treaty we demanded the return of the Company's rebellious inhabitants who might find themselves in Kandy, but the first undersigned Governor also wrote to the first Adigar of the realm the letter which is also transmitted among the enclosures. Section 42. Contrary to the custom of the Court, we received an immediate reply thereto. Copies of these replies are transmitted among the enclosures, and because peace had already been restored in the Matara Dessavony before we even received these replies—which certainly would not have happened if Kandy had had a hand in it—one seems all the more entitled to rely on the assurance given in these replies that the Court has not meddled with the Company's restless inhabitants, and that the act of the Patabanda Wannia took place without the knowledge and consequently without the orders of the Court. The fetching of the Kandian priest mentioned above is a further proof of this. This sort of people is so greatly revered in Kandy that they must spoil things quite badly before anyone lays hands upon their person. Section 43. In the reply of the Dessave of the Three Korles several things appear that need to be addressed, and we shall also do so. Never have we meddled with the King's disobedient subjects, nor to our knowledge are any of the King's subjects guilty of rebellion present in the Company's territory. There are only, for a great number of years, two people in the Company's territory who are said to be of noble descent, but these fled because of family disputes and not because of any crimes against the King, at least as far as we know. They have been reclaimed a couple of times, and it was then said that inquiries would be made concerning them. These people matter nothing to us, yet they would have the greatest persecution to expect from their family if we were to hand them over. Section 44. We have already noted at the beginning of this letter that there was also quite some unrest in the Alutkuru Korle and in the Mapitigam Korle. Even the fishermen of Negombo, of old known as bold fellows, encouraged by the disturbances in Matara, demanded in a very turbulent tone that they might once again be placed under headmen of their own caste, which was abolished for good reasons about 20 years ago. A small disturbance that occurred in the Gangaboda Pattu of the Galle Korle was quickly quelled. Section 45. In conclusion of this, and for a better understanding of what appears in the letter of the first Adigar of the realm regarding the arrest of some of the Company's inhabitants from the Hewagam Korle, we further briefly note here that although the Hewagam Korle, which is the largest and most populous korle of the Colombo Dessavony, and with which in troubled times one previously sometimes had quite a lot to deal, has remained at peace

Dutch transcription

2659 een kandiasche Dessave dat e was aange„ „koomen §35. Bij onderzoek is wel zeedert bevonden dat de silause berigten enkelde vertelfels geweest zijn, en dat die geene die gezegt wierd een Dessave te zijn, enkeld geweest is een Moors bediende van het Hof gezonden om eenige huiselijke bestellingen te doen. §. 36. Het rusthuijs waer vande silauwse berigten spreeken, is bevonden teweezen een klijn verblijf dat voor deezen Man is opgeslaegen in de zeven korts eenige uuren verre van sComp:s limiet. §. 37: Van het zetten van eenige stokken door de Patawe wannie op skomp:s gebied is niets an„ ders gebleeken, dan dat zulks geweest is een onge„ kwalificeert bedrijf van deezen Man en dat wij dit zelfde nog eens gedaan heeft eenige Jaeren geleeden, toen de door hem gezette stokken zijn uijt, „getrokken en weggesmeeten, zoo als het ook dit„ „mael is gedaen, zonder dat daer over verder iets is voorgevallen. Eindelijk is van het schrijven van voorsz: kandiasche Priester ook niets anders gebleeken dan dat het is geschied buiten kennis van van het Hof Naar de berigten daar van ontfan„ „gen heeft het Hof deeze daad niet alleen zeer en„ veel opgenomen maar heeft hem zelfs doen ophae„ „len en gevleugeld brengen na kandia. §: 38: Dog voor dat we mog die onderrigtingen hadden, maekten alle deze berigten, en dat de Mature„ sche ingezeetenen niet teegenstaande alle aange„ wende poogingen en needelijke handelwijze even onhandelbaar bleeven; ons wat onzeeker„ §. 39 We wisten niet waer aen we zoo veel halstavrig„ „heid zouden toeschrijven en begonden dus eeni„ „germaeten te neijgen tot de gedagten dat de Hoofd„ „belijders vanden onrust werkelijk ondersteuning uijt kandia verwagten en, dat ze zig misschien zo verre met het Hof konden hebben ingelaaten, dat ze daer door wierden wederhouden om na eenige voorslaegen hoe needelijk ook, te luiste, ren. §. 40. We mistrouwden de eerlijkheid van den eersten Rijke„ adigaer wel niet, nog de opregtheid vande na„ „drukkelijke verzeekering die wij den eerst onder„ „geteekende Gouverneur bij herhaeling hadden laeten doen, dog het kwam ons eenigzents twijf„ „felagtig voor, of niet andere der Hofsgrooten die 2560 die minder gematigd dan Hij denken, een partij teegens hem zoude kunnen verwekken die hem zomtijds te sterk konde worden. §. 41. We hebben daarom ten einde op dit stuk meer zekerheid te erlangen niet alleen door onzen Des„ „save aan 'skonings Dessave van de drie korles doen schrijven den brief die onder de bijlaegen overgaet, en waar bij uw W: E: W: onder anderen zullen zien, dat we uit hoofde van 't Traktaet hebben opgeeischt de weder hoorigen van skomp:s ingezeetenen, die zig in kandia mogten bevinden, maar heeft ook de eerst ondergeteekende Gouver„ „neur aen den eersten Rijksadigaar geschreeven, den brief die nog onder de bijlaegen overgaet. § 42. Teegens de gewoonte van het Hof hebben we daer op aen stonds antwoord ontfangen. van de„ „ze antwoorden gaen de kopijen onder de bij„ „laegen over, en wijl voor dat we nog deeze ant„ „woorden ontfingen, de rust in de Maturesche Dessavoni reeds was hersteld, het geen zeeker„ „lijk niet zoude geschied zijn, indien kandia daer in de hand gehad hadde schijnt men op de verzeekering die bij deeze antwoorden voor„ „koomen, dat het Hof zig met sComp:s onruste„ ge „ ge ingezeetenen niet heeft gemoeijd, en dat het bedrijf van de Pattawe wannia is geschied buij„ „ten kennis en mids dien buijten last van het Hof, te meer staet te mogen maeken. Het laeten ophaelen vanden Randiasen Priester hier boven gemeld, is daer van een nader bewijs. Dit slag van volk is in kandia zoo zeer ontzien, dat ze het al vrij wat erg verbruijen moeten, voor dat men hen aan het lijf komt. §. 43. Bij het antwoord van den Dessave der drie korls„ koomen verscheide dingen voor die dienen te worden gereleveerd, ook zullen we dit doen skin„ mer hebben wij ons met 'skonings ongehoorzae„ „me, onderdaenen bemoeit, en is onzes weeten's ook niemant van sConings onderdaanen schul„ „dig aan rebellie in 'skomp:s gebied- Alleen be„ vinden zig zedert een groote reeks van Jaeren in komp: land twee luiden, die men zegt van voornaeme afkomst te zijn dog deze zijn om „famillie twisten niet om eenige misdrijven tegens den koning gevlugt, ten minsten is dat bij ons niet bekent. ze zijn een paer mae„ „len gereklameerd, en is doen gezegt dat men zig naar hun zoude bevraagen. Aan deze luijden 2561 luijden legt ons wel niets geleegen, dog ze zou„ de de grootste vervolging van hunne famiellie te wagten hebben, zoo we ze overgaeven. §. 44. We hebben in het begin deezes reeds aenge„ merkt dat er in de Alloetkoerkore en in de Mapittigam korl ook vrij wat onrust geweest is. zelfs hebben de vissers van Nigombo, van ouds bekend voor stoute knaepen, aengemoedigd door de Maturesche onlusten op een Zeer onstuijni„ gen toon gevraagt, dat ze wederom mogten wor„ „den gesteld onder hoofden uit hun eigen ge„ „slagt, dat nu omtrent 20. jaeren geleeden om goede reedenen is afgeschaft. Een klijne onrust die er in de gangebaddepattoe van de Gale kore geweest is, is spoedig gestild. §. 45. Tot slot deezes en tot meerdere verstant van het geen bij den brief vanden eersten Rijksa„ „digaer voorkomt van het arresteeren van eeni„ „ge skomp:s ingezeetenen, uijt de Winakorl, men „ken we hier nog kortelijk aen, dat schoon de Winakorl die de grootste en volkrijkste kore is van de kolombose Dessavonde, en waermeede men voor heen in onrustige tijden zomtijds al vrij wat te stellen gehad heeft, in rust geblee„ „ven

NL-HaNA_1.04.02_3885_0768 view scan ↗

English

Nevertheless, there has been a party of audacious fellows from two or three villages, situated close to the borders of the King's land, who, after first committing some outrages, seized three or four residents from the Hinakorl, known as good and peaceful people, and brought them to a temple at Algamme, in the Four Korles, from which, according to the custom of the Kandyans, they could not be set at liberty again without the express order of the Court. As soon as this incident became known in Kandia, the necessary orders were issued to deliver these people up, as was done, according to a report of two arraatjes which is enclosed herewith in copy. §. 46: To the provisional Head Administrator van Angelbeek, we have granted, upon his request by a petition that accompanies this in copy, a further inspection and, if necessary, a copy of the aforesaid secret report of the Galle Commandeur Sluijsken, in order to be able to explain himself further in writing on the matter; and we have also, upon his request, demanded from the retired Galle Governor Kraijenhoff a conscientious declaration as to whether, during the time he was still in the administration of the Galle Commandment, any complaints had come before him against van Angelbeek, or any evidence of disorder in his administration of the Matara Dessavony; and this declaration also accompanies this in copy. §. 47. We also add hereto a copy report of the Colombo Dessave Fretz, serving to clarify several articles of the aforesaid secret report, in which the proceedings of him and of the Trade Bookkeeper Samlant, as our commissioners for the Matara affairs, are spoken of. §. 48. In our letter written to our aforementioned commissioners on 21. June, we have already expressed to them our satisfaction with their faithful and well-meaning proceedings, and nothing has since occurred to us whereby they would not have deserved this expression of ours in the fullest sense. Their report is a further proof that they have acted with great goodwill. We commend Your High Mightinesses and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity /:underneath was written:/ and signed:/ As before /:in the margin:/ Colombo the 27. August 1790. /:lower:/ P.S. After closing this, we furthermore received the secret separate missive from the Commandeur Sluijsken, written the 27. of this month, which goes herewith in copy, upon which we only briefly remark for the present: 1. That the Commandeur Sluijsken seems to have understood what was written by us concerning the three Modliaers Tinnekoon and de Saram Goeneratne, in letters of the 17. and 20. of this month, very much contrary to our intention. 2. That if one wished to proceed upon such depositions as the Commandeur Sluijsken lays as the foundation of his opinion concerning the Mahamodliaer, no one henceforth would be secure in his honor nor in his life. That Baredoewe, Korlaraetje of the Belligamkorle, was one of the greatest rebels, as Madoegodde Appoe has stated according to the report of the secretary van Albedijhl, cannot—however great and trusted a friend he may otherwise have been of the Mahamodliaer, which is unknown to us—serve as an accusation against the latter. One would have to fear maintaining friendship with anyone if the crimes of our friends could serve to declare us guilty. Madoegodde Appoe does indeed say, according to the aforesaid report, that the Colombo Mahamodliaer had an understanding with the discontented peoples at Mature, but to give any credit to the tale of a man of such a stamp, against someone who stands in good name and fame, it would at least have been necessary to ask him what that understanding consisted of, in order to calculate the probability of the accusation from it. Madoegodde Appoe also ought to have been asked upon what his accusation rests that the Mahamodliaer made use of Welligamme Oennanse for the aforesaid purpose, and how he knows that; for the undertaking of this priest to strengthen the gathering as much as possible and not to come quickly to rest, and that he had even dared to make use of the name of the Mahamodliaer for that purpose, is an act that rests solely to the charge of this priest, assuming that it is true. The Commandeur Sluijsken even seems to feel the weakness of these accusations, since he says in his aforesaid letter of the 27. of this month, which /: a continual correspondence between the aforesaid three Mature Modliaers with the Mahamodliaer :/ seems to me not to be good, if one can in any way presume that the Mahamodliaer had any part in the Mature disturbances. 3. That if it be true that Madoegodde Appoe seeks to stir up an uprising again, the Commandeur Sluisken would have done better to keep him at Galle, even if he showed some discontent over it, for he was appointed Mohandiram of the Galle Guard for the very reason that one might have a fair motive to keep him out of the Mature Dessavonie. §. 5. We have had the honor to receive Your High Mightinesses'

Dutch transcription

„ven is er nogtans een partij stoute gasten van twee of drie dorpen, geleegen kort op de limie„ „ten van skonings land, zijn geweest, die na dat ze eerst wat baldaedigheeden hadden gepleegd, drie of vier ingezeetenen uijt de Hinakorl be„ „kend voor goede en vreedzaeme Menschen, heb„ „ben opgevat en gebragt in een tempel te Al„ gamme, in de vier korle, waer uijt ze, na de gewoonte der kandiaanen, niet wederom kon„ den worden op vrije voeten gesteld buijten expresse last van het Hof zoo dra dit voor„ „val in kandia is bekent geworden zijn de noodige beveelen gesteld deze menschen uijt„ „televeren zoo als geschied is blijkens een delaas van twee arraatjes dat in kopij hier nevens gaet. §. 46: Aanden p:l hoofd administrateur van Angel„ beek, hebben we op zijn verzoek bij een ad„ „dres, dat in Copia deeze verzeld, toegestaen nadere visi en des noods Copij van het hier vooren vermeld geheim Rapport van den Gaalsch Commandeur sluijsken, om zig daar op nader schriftelijk te kunnen verklaaren, en hebben we ook op zijn verzoek, van den afgegaanen Gaalsch 2562 Gaalsch gezaghebber kraijenhoff gevorderd eene gemoedelijke verklaaring, of hem, geduurende dat hij nog in het bestier was van 't Gaalsch Commandement, eenige klagten waeren voorge„ „koomen teegen hem van Angelbeek, dan wel eenige blijken van ongereegeldheid in zijn be„ „stier vande Matersche Dessavonij; en deeze ver„ klaaring gaat meede in Copij hiernevens. §. 47. Nog voegen we hier bij een Copij berigt van den kolomboschen dessave Fretz, dienende tot op„ „heldering van verscheijde artikulen van voorsz: geheim Rapport, waar in vande verrigtingen van hem en van den Negotie boekhouder samlant, als onze gecommitteerdens tot de Matureesche zaaken, gesprooken word. §. 48. Bij onze brief aangem: onze kommissarissen den 21. Junij geschreeven, hebben we reeds aan dezelve betuigt ons genoegen over derzelver ge„ trouwe en welmeenende verrigtingen, en is ons zeedert ook niets voorgekoomen waar door ze deze onze betuiging niet inden uijtgestrekste„ ek Rappor zin zoude hebben verdient. voorsz:, zoode hebben verdiamt hun rapport is een nader blijk dat dezelve met groote welmenentheid gehandelt hebben. Wij Wij beveelen uwe Hoog Edelheeden en de belan„ „gens der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onder„ „stond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom„ „bo den 27. Aug=s 1790. /:laager:/ E: S: Na het af, „sluiten deezes, ontfangen we nog de in kopij hierne„ „vens gaende sekreete aparte missive van den komman „duek sluijsken, geschreeven den 27. deezer, waer op wij voor het tegenwoordige alleen kortelijk aanmer: „ken. 1. Dat de kommandeur sluijsken het door ons ge„ „schreevene, nopens de drie Modliaers Tinnekoon en de Saram Goeneratne, bij brieven van den 17: en 20 deezer, zeer teegen onse intentie schijnt te hebben begreepen. 2. dat zoo men op zulke depositien, als de komman„ „deuk sluijsken legd tot grondslag van zijne opinis nopens den Mahamodliaer, wilde aengaen, niemand voortaen verzeekerd zoude zijn van zijn eer noch van zijn leven. Dat Baredoewe; korlaraetje van de Belligamkorle, een der grootste oproerma„ „kers geweest is, zoo als Madoegodde appoe heeft opgegeeven, volgens 't bericht van den sekretaris van Albedijhl, kan, wat voor een groote en ver„ trouwde 2563 „trouwde vriend hij voor het overige van den Maha„ „modliaer kangeweest zijn, het geen ons onbekend is, deezzen tot geen beschuldiging verstrekken. Men zoude moeten vreesen met iemand vriend„ „schap te onderhouden, wanneer de misdrijven van onze vrienden zouden kunnen strekken om ons schuldig te verklaeren, Madoegod de appoe zegd wel, volgens 't voorschr: bericht, dat de kolom„ „bosche Mahamodliack te Mature een verstand„ houding met de misnoegde volken gehad had, doch om eenige geloof tegeeven aan 't verhaal van een man van zulk een stempel, teegens ie„ „mand, welke staat ter goeder naam en faam, waere het ten minsten noodig geweest om hem te vraagen, waerin die verstand houding heeft bestaen, om de waerschijnlijkheid vande beschul„ diging daer uit te kunnen bereekenen. Madoe„ godde appoe hadde ook wel behoorente wor„ den gevraegd, waer op nist zijne bescheuldi„ „ging, dat de mahamodliaer zich van welligam„ me oennanse ten voorschr: einde heeft bediend, en hoe hij dat weet, want het aannaemen van deezen priester, om de zamenrotting zoo veel mogelijk te versterken en niet spoedig tot rust te koomen Aan als Vooren. koomen, en dat hij zich zelfs daar toe vande naem van den mahamodliaek had durven bedienen is een bedrijf dat alleen staat ten laste van dee„ „zen priester, verondersteld dat het waer is De kommandeur sluijsken schijnt zelfs de swak„ heid van deeze beschuldigingen te voelen, wijl hij bij zeijn voorsch: brief vanden 27. deezer zegd, 't welk /: eene geduurige Correspondentie tus„ „schen voorsch: drie Matureesche modliaers met den Mahamodliaer :/ mij toeschijnt niet goed te zijn, indien men eenigzins kan veron„ „derstellen dat de Mahamodliaer eenig deel in de Matureesche onlusten gehad heeft. 3. Dat indien het waer zij, dat Madoegod de appor weeder een opstand zoekt te verwekken de kom„ „mandeur sluisken beeter zoude gedaan hebben, hem te Gale te houden, al was het ook dat hij daer over wat misnoegen liet blijken, want hij even daerom tot Mohandiram van gaelsche guarde is aengesteld, op dat men een billijk motief zoude hebben om hem uit de Matureesche dessavonie tehouden. § V: Wij hebben de eer gehad te ontvangen uwer Hoog Edelheeden

NL-HaNA_1.04.02_3885_0773 view scan ↗

English

Honorable Sirs, highly esteemed secret letters of 26 May, 18 June and 13 August of the past year. Paragraph 2. Regarding the admission of foreign warships or armed personnel, we shall conduct ourselves strictly according to Your High Excellencies' order, mentioned in the extract from the Minutes of the resolution taken in the Council of India on 26 November 1789, sent to us by Your High Excellencies with the ship Neerlandsch Welvaeren, and the further documents that Your High Excellencies have sent to us on that subject. With this same ship, we have also received a letter on this subject from the Gentlemen Majors, dated 29 April 1789, which we take the liberty of offering herewith in copy to Your High Excellencies. Paragraph 3. The necessity to provide ourselves with rice was so great, as we had the honor to bring to Your High Excellencies' attention in our respectful secret letter of 18 July 1789, that we therefore thought, in the hope that Your High Excellencies might be able to enable Cochin to settle some bills of exchange for us, to be permitted to take recourse thereto, if we had no other means to save ourselves. And we hope that this demonstrated necessity may exonerate us from the charge that we would not seek to conduct ourselves dutifully according to the recommendations and orders sent to us by Your High Excellencies. Paragraph 4. On the occasion that the Surat Ministers sent us 300 lasts of rice, they offered us in their letter of 19 December 1789 to supply us with the rice that we might need from Surat. We did not foresee that we would be able to obtain rice from Cochin anytime soon, and we therefore thought that we might make use of this offer. We hope that this explanation will exonerate us before Your High Excellencies from having had the least intention of seeking thereby to evade, in an indirect manner, Your High Excellencies' order by which we are forbidden to draw bills of exchange on Surat. The suspicion under which we seem to have been brought before Your High Excellencies by this, that we carry out our projects with too much passion and haste, causes us great sorrow. The necessity of having to push through the cinnamon works, if the Company is to have the required quantity of cinnamon in the long run, we have had the honor to bring to Your High Excellencies' attention on several occasions. In this work, no passion nor haste, be it said with deep respect, but solely the great weight of the matter has guided us, which we think to be of so much importance for the well-being of the Company, that we believed all possible means ought to be employed thereto, and despite all that, we still have work enough to secure a moderate quantity of cinnamon. Paragraph 5. The grains provided for other purposes, such as the cultivation of pepper and coffee, are of little or no importance in comparison with that. We shall nevertheless let Your High Excellencies' highly esteemed recommendation serve for our dutiful guidance, and shall accordingly manage the grains as economically as is at all possible. Paragraph 6. Regarding Your High Excellencies' authorization to be permitted, in the event that we could not provide ourselves with the absolutely necessary rice in any other manner, to use such means as may serve thereto, even though they might not accord with Your High Excellencies' earlier commands, we shall make use of it, as it is strictly necessary and possible, although we do not think that much advantage can be drawn therefrom for this year; we therefore hope that the Surat Ministers will be able to make it possible to provide us with some rice. Paragraph 7. In accordance with Your High Excellencies' order, we have caused the contract with the English merchant William Hollings to be terminated. If this could have been maintained, the 30,000 Star Pagodas which we were to receive in the month of November would have been of great service to keep the textile trade going, and this would now have been doubly welcome with the change in the established English government in the Nabob's lands. Paragraph 8. We cannot yet determine with certainty whether we will be able to supply the requested 400 bales of cinnamon for Batavia. If it is at all possible, we shall do it. Paragraph 9. We shall comply as far as possible with Your High Excellencies' recommendation concerning the execution of what was requested by Lord Cornwallis, Governor-General in Bengal. Paragraph 10. In continuation of our respectful secret letter of 27 August of the past year, we have the pleasure to inform Your High Excellencies that everything continues to remain at peace in this Government, and that the Court of Kandy has recently, in token of its goodwill, given permission to peel cinnamon on the other side of the river of Maoje, belonging among the so-called forbidden places. Paragraph 11. In accordance with our decisions taken in secret resolutions of 12 and 21 August of the past year, copies of which were sent to Your High Excellencies alongside our aforesaid secret letter, and further copies of which depart alongside this, we wrote on 17 September to the Galle Commander Sluysken in the separate letter which we have the honor to present herewith in copy to Your High Excellencies. We take the liberty of referring most respectfully thereto, and remark there

Dutch transcription

2564 Edelheeden zeer g'eerde secreete missives van den 26. Maij, 18. Junij en 13. Aug=s J:o Leeden. P. 2. Nopens de admissie van vreemde oorlog scheepen, of gewaapende manschappen, zullen we ons stipte„ „lijk gedraegen, na uwer Hoog Edelheeden order, vermeld bij het door uwe Hoog Edelheden, met 't schip Neerlandsch welvaeren, aan ons toegezon„ den extrakt uijt de Noteilen van 't geresolveerde in Raede van Jndie op den 26. 9ber: 1789. en de verdere stukken die uwe Hoog Edelheeden ons op dat onderwerp hebben toegezonden. Met dit zelfde schip hebben we op dit onderwerp ook ontvan„ „gen eene missive van de Heeren Majores, van den 29. April 1789; die we de vrijheid neemen, in kopij uwen Hoog Edelheden hier nevens aen„ „tebieden § 3. De noodzaekelijkheid om ons van rijst te moeten voorzien, was zoo groot, zoo als we de eere had„ den, dat bij onzen eerbiedigen sekreeten brief van den 18. Julij 1789. tebrengen onder 't oog van uwe Hoog Edelheden, dat we daarom, in hoope dat uwe Hoog Edelheden koetsiem zouden kun„ nen in staat stellen, om eenige wissels voor ons te voldoen, dagten toevlugt daer toe te moogen neemen, neemen, zoo we geene andere middelen hadden om ons te redden, en we hoopen dat deeze aange„ wezene noodzaekelijkheid, ons zal moogen vrij spreeken, dat eer ons niet pligt maatig zouden zoeken te gedraagen, naar de rekommandatien en orders, die ons door uwe Hoog Edelheden ge„ „zonden worden. §. 4. Ter geleegentheid dat de soeratse Ministers ons toezonden 300. lasten rijst, booden ze ons bij hen„ „nen brief van den 19. December 1789. aan de rijst, die we mogten noodig hebben van soeratte aan ons tebezorgen. We voorzaegen niet, dat we voor eerst rijst van koetsiem zouden kunnen krijgen, en we dagten dus, dat we van deeze aanbieding gebruijk mogten maaken. Deeze aanwijzing hoopen we, dat ons bij uwe Hoog Edelheden zal vrijspreeken, dat we de minste intentie zouden gehad hebben, daar meede op eene indirecte wijze te willen illudeeren de order van uwe Hoog Edelheden, waer bij het ons verbooden is, om wissels op soeratta tetrekken. De verdenking waer onder wij bij uwe Hoog Edel„ „heeden hier doorschijnen te zijn gebragt, dat we met te veel drift en verhaasting onze projacten ueijtvoeren, 2565 uijtvoeren, doet ons heel leed: De noodzaekelijk, „heid van't kanneel werk temoeten doorzetten, zoo de komp: op den duur de noodige quanti„ „teit kanneel hebben zal, hebben we bij verschijde geleegentheeden, de eer gehad, tebrengen onder 't oog van uwe Hoog Edelheden Jn dit werk heeft geen drift, nog verhaasting, 't zij met diepe eer„ bied gezegt, maar alleen het groot gewigt der zaak, ons bestierd, het welk we denken te wee„ zen van zoo veel belang voor het wel zijn der maatschappij, dat we gemeend hebben, alle moge„ „lijke middelen daer toe te werk te moeten stellen, en met dat alles hebben we nog werk genoeg, een tamelijke hoeveelheid van kanneel te bezorgen. §. 5. De graanen tot andere eindens, als is het aan„ „planten van peeper en koffij, verstrekt, zijn in vergelijk van dien van wijnig of geen belang. We zullen niet temin uwer Hoog Edelheeden zeer ge„ eerdiedigde aanbeveeling, ons tot schuldig na„ richt laaten verstrekken, en zullen overeenkom„ „stig daarmeede zoo zuijnig met de graenen om„ „gaan als dat eenigzints moogelijk is. §. 6. Van uw Hoog Edelheden qualifikatie, om inge„ „val dat we ons van de volstrekt: noodige rijst op op geen andere wijze konden voorzien, zooda¬ „nige middelen temoogen gebruijken, als daer toe, kunnen strekken, schoon ze ook niet mogten strooken met uwer Hoog Edelh: vroeger beveelen, zullen we, na dat het volstrekt noedig en moogelijk is, gebruijk maaken, schoon we niet denken, dat daer van voor dit jaar veel par„ „tij zal kunnen worden getrokken we hoopen dus, dat de soeratsche Ministers het zullen kunnen mogelijk maeken, om ons van wat rijst tevoorzien. S. 7. We hebben overeenkomstig met uwer Hoog Edelh: order, 't kontrakt met den Engelschen koopman william Hollings doen opzeggen. zoo dit hadde moogen stand houden, zouden de 30'000. sterre pagooden, die we in de maend November stonden te ontvangen, van grooten dienst geweest zijn, om den lijnwaet handel gaande te houden, en dit zoude tans met de verandering der ingevoer„ de Engelsche Regeering in 's Nababs landen, dut„ „beld wel gekoomen zijn. I. 8. We kunnen nog niet met zeekerheid bestemmen, of we de gevraegde 400. baelen kanneel voor Bata„ via zullen kunnen bezorgen. zoo het eenig zints moogelijk 2566 moogelijk is zullen we het doen §. 9. Aan uwer Hoog Edelheeden rekommandatie, omtrent de uijtvoering van het verzogte door Lord Cornwallis, Goeverneur Generaal in Bengale, zullen we na mogelijkheid voldoen. §. 10. Ten vervolge van onzen eerbiedigen secreete brief van den 27. ' Augustus I: L: hebben woe het genoegen om uwe Hoog Edelh: te bedeelen, dat bij voort„ duuring in dit Gouvernement alles in rust is en dat het Hof van kandia onlangs ten blijke van desselfs welgezintheid heeft verlof gegeven om kanneel te mogen schillen aan de overkant van de rivier van Maoje, gehoorende onder de Zogenaam „de verboode plaatsen. S. v7: Overeenkomstig onze genoomene besluijten bij se„ creete resolutien van den 12. en 21. aug=s J:o L: waar van Copijen nevens onzen voorsz: secreeten brief uwen Hoog Edelh= zijn toegezonden, en nadore kopijen nevens dezen afgaan hebben we aan de„ Gaalschen Commandelik sluijsken den 17. 7ber: daar aan geschreeven de apparte brief, die we de eere hebben uwen Hoog Edelh: hiernevens in Copia aantebieden. Wij neemen de vrijheid ons daar aan eerbiedigst te gedragen, en merken daar

NL-HaNA_1.04.02_3885_0778 view scan ↗

English

derived from this here mainly to: Section 12. That regarding his statement made in his separate letter of 5 August, which is inserted in our aforesaid secret resolution of 12 August, namely that it might easily happen that something had been included in his secret report, which is inserted in the aforesaid resolution, that would not quite satisfy an agreeable reflection thereon, and that honor, duty, and the respect of his public character require of him that he at least say something concerning his sensitivity regarding insult, slight, and mistaken suspicions conceived against him, we have ordered the said Commandeur to declare himself further, clearly and directly: 1. Whom he has in mind to whom it might well be that something included in this his secret report would not quite satisfy an agreeable reflection thereon, and of which nevertheless honor, duty, and the respect of his public character require that he at least say something regarding insult, slight, and mistaken suspicions conceived against him, as well as why this something would not quite satisfy an agreeable reflection thereon with those whom he means here. 2. Wherein consist the insult, slight, and mistaken suspicions conceived against him that were done to him. Section 13. That because of the statement of the said Commandeur in his aforesaid separate letter that, if he wished to be malicious, he certainly could have said not only more, but even much more, which could bring no small amount of unpleasantness upon the provisional Head Administrator van Angelbeek, we, at the request of the said van Angelbeek, have ordered the Commandeur to submit to us clearly and without any further reservation everything that he thought he had to the charge of him, van Angelbeek. Section 14. That since the said van Angelbeek, according to what was recorded in our aforesaid secret resolution, gave sufficient reasons why he declined a commission from the Council of Galle, and on the contrary requested another from Colombo, we have ordered the said Commandeur to inform us further wherein, in his view, consists the insult of which he says regarding this subject that the respect and the honor of the Government of Galle require a fair redress. Section 15. That we likewise have asked further explanation from the said Commandeur wherein actually consists the contempt with which the former Dessave van Angelbeek received the Galle commissioners von Schuler and de Vos at Matara, and how the proof follows from that which he draws from it in his secret report as to how unwillingly the said van Angelbeek saw this commission appear. Section 16. That we have asked further clarification from the said Commandeur concerning the difficulties that prevented him from naming to us, in his said secret report, the spy who had brought him the reports that are annexed behind his secret report as Relatie No. 1, and what it means that he did not name him to us in order not to expose him to any danger, that is, what dangers he foresaw for this man in it if it were to become known to us that he had brought these reports from Kandy. Section 17. That we have asked further indication from the aforesaid Commandeur of the new obligations under which the natives have been brought, from which he maintains in his secret report that they ought to be released; and also wherein consist the rewards to which they are entitled, and over the withholding of which they had felt aggrieved. Section 18. That we have ordered the repeatedly mentioned Commandeur to have a special survey made of all the plantations made by the chiefs in the Matara Dessavony as soon as circumstances will permit, not only to be able to see what measures are necessary for the future for the further promotion of this work, but also to discover whether the inhabitants of the Matara Dessavony have as great reasons as they pretend to complain about the labor they have performed for the native chiefs who had bound themselves to certain plantations; regarding which we note here in passing that Don Simon Aratchi, who was one of the loudest complainers about such undertakings, has since, according to a private letter written by the Commandeur of Galle to the Governor on 3 September of last year, an extract of which is annexed hereto, now that he has achieved his aim, taken upon himself with the Commandeur Sluysken the making of several plantations, from which it clearly appears that these difficulties were only raised by him and other ill-intentioned persons in order to achieve their aims. Section 19. That we have furthermore ordered this investigation so that the validity of the inhabitants' complaints, that their own lands and gardens have come to suffer from these plantations, might thereby be verified. Section 20. That we have additionally recommended to have an exact investigation made of the complaint cited in the aforesaid secret report, that in the garden of Kappugama four hundred and seventy persons, enjoying only a single parra of paddy a month, had to labor, because the former Dessave

Dutch transcription

daar uit hier bij hoofdzakelijk aan. § 12. Dat we hem nopens zijne gedaane betuijging bij zijn aparte brief van den 5. augustus, die in voorsz: onze secreete resolutie van den 12. aug=s g'insereerd is, dat namelijk het ligtelijk zoude kunnen gebeuren, dat iets bij zijn geheim rap„ port, 't welk in de voorschr: resolutien is g'inse„ „reerd, was ingenoomen, dat Just niet volkoo„ „men aan een genoeglijke bedenking daar over zoude voldoen, en dat eer, pligt en 't aanzien van zijn publiek Caracter van hem vorderd, dat hij ten minsten iets zegd wegens zijne ge„ „voeligheid, wegens aangedaane hoon klijnag„ „ting en teegens hem verkeerde op gevalte mistrou„ „wens, gem: Commandeur hebben gelast, om zig nader duijdelijk en regtstreeks te verklaaren. 1: Wie hij in 't oog heeft aan wien of de welke het welkonde zijn, dat iets bij dit zijn geheim. rapport ingenoomen, Juist niet volkoomen aan eene genoeglijke bedenking daer over zoude voldoen, en waar van egter eer pligt en't aan„ „zien van zijn publiek Caracter vorderd, dat hij ten minsten iets zegd, wegens aangedaane hoon; klijnagtig en teegens hem verkeerd op ge„ „vatte 2567 „vatte mistrouwens, als meede waarom dit iets bij de geene, die hij hier bedoeld, Juist niet vol„ koomen aan eene genoegelijke bedenking daar over zoude voldoen. 2. Waar in bestaan de hem aangedaane hoon, klijn agting en teegens hem verkeerd op gevatte mistrouwens. §. 13. Dat we wegens de betuijging van gem: Com„ mandeur bij zijn voorsz: apparten brief, dat hij boosaardig willende zijn, zekerlijk niet al„ leen meer, maar zelfs veel meer zoude hebben konnen zeggen, het geene niet wijnig onaange„ „naamheden aan den p:l hoofdadministrateur van Angelbeek zoude kunnen toebrengen. re op verzoek van gem: van Angelbeek hem Com¬ „mandeur hebben gelast, om duijdelijk en zon„ „der eenige verdere reserve, aan ons optegeeven al 't geen hij ten laste van hem van Angel„ beek meende te hebben. §. 14. Dat we wijl gem: van Angelbeek, volgens 't aangeteekende bij onze voorsz: secreetenresolliti„ „en voldoende redenen heeft gegeeven, waarom hij voor een Commissie uit den Gaalschen raad bedankte, en daar en teegen eene andere van kolombo kolombo verzogt heeft gem: Commandeur ge„ „last hebben, ons nader teberigten, waer in na zijn inzien bestaa de beleediging, waar van hij nopens dit onderwerp zegt, dat 't aanzien en de eere van de Gaalsche regeering eene billijke herstelling vorderd. §. 15. Dat we insgelijks van gem: Commandeur na„ der explicatie hebben gevraagd, waar in eijs„ „gentlijk bestaat de minachting, waarmeede de gew: Desseva van Angelbeek de gaalsche ge„ committeerdens van schuler en de voste Matu„ „de heeft ontvangen, en hoe daar uit volgt het bewijs, dat hij daar uit bij zijn geheim rapport trekt, hoe ongaarne gem: van Angelbeek dee„ ze Commissie zag opdaagen. §. 16 Dat we van gem: Commandelr nadere op hel„ „dering hebben gevraagd over de swaarigheeden, die hem hebben weder houden om den spion, die hem de berigten, die bij het agter zijn geheim rapport gevoegd relaas N:o 1. , had toe„ „gebragt, bij gem: zijn geheim rapport aan ons tenoemen, en wat het zeggen zal dat hij hem aan ons niet genoemd heeft, om hem niet bloot te stellen aan eenig gevaar, dat is wat gevaeren 2568 gevaeren hij er voor deezen Man in voorzag, indien het bij ons bekend wierde, dat hij dee„ ze berigten dit kandia gebragt had- §. 17. Dat we van voorm: Commandeur nadere aanweij„ „zing hebben gevraagd van de nieuwe verplig„ „tingen, waar onder de inlanderen zijn gebragt, waar van hij bij zijn geheim Rapport sustineerd, dat ze zouden dienen te worden ontslaagen; en Ook waar en bestaan de belooningen, waer toe ze gewettigd zijn, en over welker onthouding zij zig hadden bezwaard. §. 18. Dat we meerm: Commandeur hebben gelast, om eene speciaale opneem van alle de door de hoofden gedaane aanplantingen in de mate„ riesche Dessavonij te laaten doen, zoo dra de omstandigheeden het zullen kunnen gehen„ „gen, niet alleen om te kunnen zien wat maat„ „regelen er voorden aanstaande nodig zijn, ter verdere bevordering van dit werk maar ook ter ontwaaring of de ingezeetenen van de Ma„ „turesche dessavonij, zoo groote redenen hebben, als ze voorgeeven om zig te beklaagen over den arbeijd, die ze gedaan hebben voor de inland„ „sche hoofden, die zig tot eenige aanplantin„ „gen at „gen hadden verbonden, en waaromtrent we hier in het voor bij gaan aanmerken dat Donsi„ „mon Arraetje die een der grootste schreek„ „wers geweest is over diergelijke aanneemingen zig zeedert volgens een partikulieren brief door den kommandeur van Gale aan de Gouverneur geschreeven den 3. 7ber: J:oL: waar van een Extrakt hier nevens gaat nu dat wij zijn oogmerk berijkt heeft, bij den kom„ „mandeur sluijsken heeft op zig genoomen het doen „klaarlijk gelijkt dat deeze van verscheijde aanplantingen waar uit „ de zwaar„ „nissen door hem en andere kwaadwilligen alleen zijn in het midden gebragt om hunne rogmer„ ken te berijken. §. 19. Dat wel dit onderzoek voorts hebben bevoolen ten einde daar bij zoude worden nagegaan de gegrond„ „heid van der ingezeetenen klagten, dat hunne eij„ „ge landerijen en tuijnen bij deeze aanplantingen zijn komen te leijden. §: 20: Dat we daar bij nog hebben aanbevoolen, om oxact te laaten onderzoeken de bij 't voorsz: geheim slap„ port aangehaalde klagte, dat in de tuijn van kappoegamme vier honderd zeventig koppen, on„ der 't genot slegts van een enkelde parra nelij 'smaands, hebben moeten arbeijden, wijl de geweezen Dessave

← previousnext →