VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3886

Ceylon · 990 pages · 165 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3886_0131 view scan ↗

English

2705 To the same as before To the same as before received five mail packets, of which two contain private letters, which we have the honor to present herewith to Your Honors, along with the duplicates of our letters dispatched to Your Honors, dated 14 May and 26 June last. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: as before; in the margin: Kolombo, 5 August 1790. We have the honor to present herewith to Your Honors a mail packet that was brought for Your Honors from the Netherlands by the ship De Unie, to which we also add the duplicate of our letter recently dispatched to Your Honors, dated the 5th of this month. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: as before; in the margin: Kolombo, 11 August 1790. We had the honor to receive Your Honors' esteemed letters of 13 March and 9 June, and thank Your Honors both for the packets sent to us, brought there by the ship Spaarne, and for their advices, as well as for the notice given of the receipt To the same as before receipt of our letters and papers concerning the chanks sent thither, and according to Your Honors' promise we shall continue to look forward to further reports in that regard. In the meantime, we present to Your Honors herewith three packets, two of which contain private letters brought for Your Honors with the packet boat De Zeemeeuw, a packet received from Batavia containing written pay papers for Bengal, an invoice of the end of August last for 9400 pounds at ƒ 17. 13. —, and the duplicate of our last letter of 11 August. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: as before; in the margin: Kolombo, 30 December 1790. The packet boat De Expeditie arrived at Trincomalee on 11 October last, and therewith we had the honor to receive Your Honors' esteemed letter of 27 August prior. Said vessel already arrived at Galle on the 7th of this month, and is being put in a state for the voyage to the Netherlands, and we shall send to the Netherlands with it the saltpeter delivered to it by Your Honors. It is pleasing to us that Your Honors have assigned the commission regarding 2706 regarding the affair concerning the chanks sent by us to the Junior Merchant, the Honorable Blume, who has also conferred about this with the first undersigned Governor by the letter that accompanies this in extract. When, upon the report made to us by the Tuticorin Chief that the insurers at Madras refused to pay for such reasons as have been communicated to Your Honors, we wrote to him to obtain the advice at Madras of which he has informed Your Honors, we had not yet received the insurance policy. The same has since been sent to us and an authentic copy thereof is enclosed herewith. From this Your Honors will see that it explicitly states: It shall be permitted for the said snow to pursue its voyage, make sail for, call at, and remain in and at all ports and roadsteads whatsoever, both to take in the necessary refreshments and to make the necessary repairs, without prejudice to this insurance. The said snow and the goods and merchandise loaded therein, insofar as they concern the insured, are and shall be estimated and valued by agreement at 9740 Star Pagodas instead of 11300 Old Porto Novo Pagodas, the batta being 16 percent. Yet even were this not so, we still do not see, as Junior Merchant Blume also remarks in his letter, how the insurers could consider themselves discharged of their engagement through the conduct maintained by a captain or commander of a ship or vessel toward those who have had their properties on such a ship or vessel insured by them. This would put it in the power of every captain or commander of a ship or vessel to render all insurance void. That this would open the door to all kinds of wicked practices is too evident to need any demonstration. If the captain of the snow has acted improperly in any respect, that in any case remains for him to answer 2707 to the insurers and cannot be charged to the account of those who had goods insured in his vessel, and whose ability it was not to have prevented what might have been done improperly. However decisive all this appears to us, on the other hand we can hardly comprehend how the insurers at Madras, who cannot be thought willing to risk their reputation lightly, would have made this refusal to pay if they did not believe they had a reasonable motive that can justify such a refusal. We have therefore, in our meeting on the 2nd of this month, taken such resolutions thereon as appear from the extract from our resolution transmitted herewith. In accordance therewith, we very kindly request Your Honors to have delivered to the Junior Merchant Blume a signed copy of the above-mentioned insurance policy, and to have his Honor requested on behalf of this Government to

Dutch transcription

2705 Aan als vooren Aan als vooren land ontfangen vijf brief paketten, waer van twee met particuliere brieven, die we de eere hebben uwwel Edelens hiernevens aantebieden, met de suplikaaten van onze aan uw wel Edelens afgegaane Brieven, de datis 14. ' Maij en 26: Junij J:L: Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond/ en geteekend:/ als vooren /: en mac„ gene:/ Kolombo den 5 Aug:s 1790 Wij hebben de eer uwelEd:s hiernevens aante„ bieden een brief paket, het welk met 't schip de unie voor uwelEd: uit Never„ land is aangebragt, waar bij we nog voegen het duplikaat van onken Jongst aen uwel Ed:s afgevaardigden brief, van den 5. deezer. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in mar„ gine:/ Kolombo den 11. ' aug:s 1790. Wij hebben de eer gehad te ontfangen uwelEdelens g'achte missives van den 13. ' Maart en 9. ' Junij en bedanken uwelEd:s zo voor de ons toege„ zondene paketten met het schip Spaarne aldaar aangebragt, als van derzelver advijsen, zo meede voor de gegevene kennis van den ontfangst 6 2 Aan als vooren ontvangst onzer brieven en papieren nopen: de derwaards gezondene sjankoosen, en zullen vol„ gens uwel Edelens belofte de verdere berichten daeromtrent blijven te gemoed zien. Intusschen bieden we uwelEd: hiernevens, aan drie pakel„ ten waar van twee met partikuliere brie„ van met de paket boot de Zeemeeuw voor„ uwel Edelens aangebragt, een paket van Bata„ via ontvangen beschreeven soldij papieren voor Bengale, een faktuur van ult:o aug:o J:o Leeden 9400 ll ƒ 17. 13. —. en het duplikaat onser laatsten van den 11. aug:s Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:on„ derstond:/ en geteekend:/ als vooren /:in maagine:/ Kolombo den 30. xber: 1790. De paket boot de Expiditie is den 11.:' october J:o L: te grinconomaale g'arriveerd, en daermeede hebben we de eere gehad te ontvangen, uwede weledelens g'achte missive van den 27. Aug:s te vooren Gemelde vaartuijg is reeds den 7. deezer te Gale aan„ gekoomen, en word in staat gesteld tot de reijze na Nederland, en zullen we de door uwelEd:e aan 't zelve in gegeevene Calpeter, daar meede zelve na Nederland verzend. 'T is ons aangenaam, dat uwel Edelens de Commissie wegens 2706 wegens de affaire omtrend de door ons gezon„ dene Sjankoosen hebben opgedraagen aan den onderkoopman de E: Bluine, die den eerst on„ dergelekende Gouverneur ook daar over onderhouden heeft bij de brief die in ex„ trakt hier nevens gaat. Toen, we op het berigt ons door het gutai= Korijns opperhoofd gedaan, dat de assuaa„ deurs te Madras om zodanige reedenen als aan uwelEd:s zijn bedeeld, wijgerden te be„ taelen, hem aanschreeven om te Madras inte„ winnen het advies waar van hij uwelEd:s heeft kennis gegeeven, hadden we de polis des assurantie nog niet ontfangen. Dezelve is ons zeedert toegezonden en gaat een au„ tentike kopij daer van hier ingeslooten uijt dezelve zullen uwel Ed:s zien dat daer bij staet met zoo veel woorden Het zal den gedagte snauw gecorlofd zijn, om rijs te vorderen, zeil te maeken na„ aantedoen en te bleijven in en op alle Have„ nen en Rein hoegenaamd, zoo tot het in„ neemen van de noodige ververschingen, als om de nodige reparatien te doen, zou„ der prejudice aan deze assurantie. De gezegte snauw en de goederen en koopman„ schappen schappen, die daer in gelaaden zijn voor zoo verre die de verassureerders aangaen, zijn en zullen geschat en begroot worden volgens overeenkomst op 9740. strapagooden in steede van 11300. oude portonovose pagooden, zijnde de batta: 16. p:r C:o Maar al wat dit ook niet zoo, zoo zien we nog niet zoo als de onderkoopman Ber„ „me dat ook bij zijn brief aanmerkt, hoe de assuardeurs zig door de konduiles die een kastijn of gezaghebber van een schip of vaartuig hond, zig zoude kunnen agter te zijn ontflangen van hun augugement teegens de geene die hune eigendomenen in zulk een schip of vaartuig afgebroeden, by hun hebben laaten verassureeren. Dit zouw het in de hand van elk kaptijn of ge„ zaghebber van een schip of vaartuig stellen om alle assurantie Kragteloos te maaken Dat dit een deur zoude openzetten tot alderhande kwaade bedrijven, is te zigt„ baer dan dat het eenige aanwijzing zoude noodig hebben Heeft de kaptijn van de krofts in eenig opzigt kwalijk gedaen, staat dat in allen geval ter zijner ver„ antwoordieng 2707 antwoording bij de assuardeurs en kan niet ge¬ bragt worden, ten laste der geene die goederen in zijn vaartuig hebbe, doen verassureeren, en wiens vermogen het niet geweest is oms te kunnen beletten 't geen wij kwalijk mogte hebben gedaen Hoe beslisfend ook ons dit alles voorkomt kun„ nen we niet te men aan de andere kant kwalijk begrijpen hoe de assuaadeurs te Madras, die men niet denken kan dat hunne reputatie ligtvaardig zoude willen =waagen, deze wijgering van te betaalen zou„ de hebben gedaen, zoo ze niet meerrden een billijk motief te hebben die een zulk een wijgering Justificeeren kan we hebben daerom in onze vergaedering op den 2. deezer daer op genoomen zodanige be„ sluijten, als blijkt bij het hier in overgaen„ de extrakt uijt onze rezolutie overeen= komstig daer meede verzoeken we uwel Ed: zeer vriendelijk om aen den onderkoopman Bline te laaten afgeeven een geteeken„ de Kopij van de hier boven vermelde polis van assurantie en zijn E: daer bij uit naam van dit Gouvernement te doen verzoeken. om oude L

NL-HaNA_1.04.02_3886_0136 view scan ↗

English

First, to examine the aforesaid insurance policy and to see to what extent there are grounds, on the basis thereof, to compel the underwriters of Madras to pay the sum insured by them, amounting to 9741 star pagodas, or 11300 Porto Novo pagodas; regarding which, His Honour, if deeming it proper, might for greater security even take the advice of such persons as he shall find must be regarded in this matter as most capable and competent to judge thereof. 2. Subsequently, to give his opinion as to whether and to what extent there are grounds to compel the underwriters of Madras to pay the aforesaid moneys insured by them. Furthermore, we request Your Honours, should Your Honours judge that the opinion of the junior merchant Blume is not without foundation, and thereby find that the case against the underwriters can and ought to be pursued, to then be so good as to provide the junior merchant Blume, on our behalf, with such further authorization as shall be necessary to enable him to demand from the underwriters at Madras the above-mentioned moneys insured by them; with the request on behalf of this Government to do so, regarding which we would nevertheless prefer to see matters directed in such a way that the case be submitted to arbitration in order to avoid the difficulties and costs of a lawsuit; yet if it should come to that, we cannot see otherwise than that the contents of the insurance policy provide full grounds for it. We nevertheless gladly leave this to the insight and policy of Your Honours, who in Bengal have more opportunity than we have here to be informed on everything concerning this matter. We do not think that any further actions, such as the further insurance of that part of the chanks that was transshipped into the vessel with which they were brought to Bengal, can cause any prejudice to the Company's rights against the first underwriters, since that arose from their refusal, and is in any case an act that would have been in their favour had this consignment met with an accident; nor do we think that it can cause any prejudice to these rights of the Company that we ordered the obtaining of the above-mentioned legal advice, for which, as we noted above, the order was given before we had received the insurance policy, and consequently did not know to what the underwriters had bound themselves. Since the chief of Tuticorin is mentioned in the policy of insurance as the taker of the insurance, we shall write to him that he must at once send to Your Honours a deed in proper form to pursue this case, lest such a deed might occasionally be needed, in order to prevent all exceptions to the authorization of Mr Blume. We shall also send to the said chief the original deed of insurance, so that the underwriters, should they so desire, may confront it with the authentic copy thereof mentioned above. The contract with Captain Hollings has already been cancelled by us, and we therefore kindly request Your Honours to return to us the bonds that we sent to Your Honours with our letter of 7 March last, after they have been torn in the middle. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, and in the margin: Colombo, 12 December 1798 Agrees Hijbrands First Clerk No. 31 Colombo To the Right Honourable Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies Together with Governor and Director of the Island of Ceylon, the Coast of Madura and its dependencies, As well as The Council Honourable, Valiant, Gallant, Wise, Prudent, and very Discreet Sir and Friends, Initially having the honour to inform Your Right Honourable and Honours that we have laden on the ship Vredenburg for transport to Galle, to let depart for the conveyance of the aforesaid rice, which it is utterly impossible for us to do with the ship Berkhout, given that, being loaded with practically the entire demand of returns for the Indies, it will have very little space left for the stowage of that grain, and we are moreover apprehensive to let a ship that has an amount of nearly three tons of treasure on board serve for the above-mentioned purpose; but, in order to assist Ceylon as much as is possible for us, and to make up for the loss by not employing the aforesaid ship Berkhout, we send with the bearer of this 188 lasts of rice, being more than Berkhout could convey, in the hope that this will be agreeable to Your Right Honourable, the more so as the rice, which is extraordinarily good, costs no more than 94 rupees per last, or 3 guilders, 13 stuivers per 100 lb; and in the event that Your Right Honourable and Honours might deem it necessary to demand more rice from here in the future, we send in addition 12 lasts of rice of an inferior sort, which costs 80 rupees per last, with the request to inform us when requesting more rice which sort Your Right Honourable and Honours prefer to have sent. Further accompanying this with the duplicates of our last letter of 29 March of this year, with the attached memorandum of account and cancelled assignment.

Dutch transcription

s om de voorsz: polis van assurantie te willen examineeren, en te zien in hoe verre er grond zij, om uit hoofde van dezelve, de as„ Curadeurs van Madras te kunnen verpligten tot de betaaling van de door hun verassureerde penn:e ten bedraagen van 9741. sterre pagooden, of 11300. portonovosche pagooden, waar over zijn E: goedvindende, tot meerder zekerheijd zelfs zoude van zodanige luij¬ kunnen inneemen 't advies den, als hij zal bevinden, dat in deezen moeten geacht worden, 't meest in staat en bevoegd te zijn, om daer over te kunnen oordeelen. 2. Om vervolgens te willen opgeeven, zijne opinie„ of en in hoe verre za gronds zij, om de as„ Juradeurs van Madras te kunnen verpligten tot de betaaling der voorsz: door hun ver„ assureerde penningen voorts verzoeken wij uwel Ed:s nog, om wanneer uwel Ed:s mogten oordeelen, dat de opinie van den onderkoopman Blume niet ongegrond zij, en mits dien bevinden, dat de saak tee„ gens de assuaadeurs kan en behoord te worden vervolgd, als dan zoo goed te willen zijn, om den onderkoopman Blume ontent weegen te zodanige nadere authorisatie; als zal geeven nodig zijn, om hem in staat te stellen om van 2708 van de assuaadeurs te Madras de hier boven gem: door hun verassureerde penn:e te reclameeren met verzoek van weegens dit Gouvernement, om dat te willen doen, en wane omtrend wij nogtans liefst zoude zien, dat de dingen daar heen konden worden gederigeerd, dat de Ionk wierd gebragt voor aabileas ten einde daar door worde ontgaan de moeijelijkheeden en de kosten van een proces zoo 't nogtans Iaar toe komen mogt, kunnen we niet anderes zien„ dan dat den inhoud van de polis van assu„ rantsie daar toe volkoomen grond geeft. wij laaten dit niet te min gaarne over aan 't doorzigt en belijd van uwel Ed:s, die in Ben„ gale meer dan we hier gelegentheid hebben om te kunnen weezen g'informeerd op alles wat deeze zaak koncerneerd we denken niet dat eenige nadere handelin„ gen, als is 't nader doen verassureeren van dat gedeelte der sjankoosen die overgelaeden zijn in 't schip waarmeede ze in Bengale zijn aangebragt, eenig nadeel doen kan aan sComp:s regt teegens de eerste assuaadeurs, wijl dat voortgekoomen is uijt hunne wijgering, en in allen geval een daad is die gekoomen zoude zijn in hun faveur, zoo ook deeze Partij partij een ongeluk waare wedervaeren zoo denken we ook niet dat 't eenig nadeel aan deze regten van de komp:e doen kan, dat we bevoolen hebben in tewinnen 't hier boven gem:e regts geleerd advies waar toe zoo als we dat hier boven hebben aangemerkt, de last gegeeven is voor dat we nog de polis van assurantie hadden ontvangen en midsdien niet wisten waar toe de assura„ deurs zig hadden verpligt. we zullen wijl het opperhoofd van Tutukorijn bij de assurantie brief genoemd word als den neemer van de assurantie, hem aanschrijven dat hij aan uwel Ed: ten eersten moet toezenden een akte in forma, om dit geval te kunnen pours„ suijveren, of zulk een akte zomtijds mogte noodig zijn, ten einde alle excepties in de duto„ risatie op de Heer Blume te voorkoomen. ook zullen we aan 't gem:e opperhoofd zenden, de oor„ spronkelijke akte van assurantie, ten einde de assuardeurs zoo ze dat mogten begeeren, daer teegen kunnen doen konfronteeren de autentike Kopij daar van, hier boven vermeld Het Contrakt men den Capitain Hollings is reeds door ons opgezegt, en we verzoeken uwel Ed:s derhalven vrindelijk om de obligatien, die we ne¬ vens onzen brief van den 7. Maart J: L: aan uwel Ed:s 2709 uwel Ed:s hebben toegezonden, na dat ze in 't midden zijn gescheurd, aen ons te willen te rug bezorgen. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren, en mar„ gine:/ kolombo den 12' Jber 1798 Accordeert Hijbrands D. Egklerk No. 31 2710 Colombo Aan den welEdelen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Indien Mitsgaders Gouverneur en Direct teur van het Eijland Ceilon de Kust van Madura en dies onderhoorigheeden Benevens. Den Raad Edelen, Erntfesten, Manhaften wijzen, voorzienigen seer Dis¬ creeten Heer en Vrienden Aanvankelijk d' Eer hebbende uwel Ed. Groot Achtb: en Ed:s Kennis te geeven dat wij in het schip Vredenburg ter overvoer na Gale hebben afgeladen aen laeten vertrekken ter overbreng van de voorsz: rijst het geen ons met het schip Berkhout te doen, volstrekt onmo„ gelik is, aengesien hetzelve als met den geheelen Eisch van Retouren voor Indien schillende beladen sijn seer wei¬ nig plaats sal over hebben tot bea„ ging van dat graan en wij buijten des bevreest sijn om een schip dat een bedaac„ gen van bij na drie Tonnen schats aen boord heeft, tot meer gedagte einder te laeten dienen, dog, ten einde Ceilon soo „veel te assisteeren als ons noogelijk is en het gewis door het niet emploijaer van het meer gedagte schip Beaktorst te suppleeren, senden wij met de brenger deeses 188. Lasten Rijst, sijnde meerder als Berkhout soude kunnen overvoere in hoope dat sulx uwelEd: Grool Acllb aangenaam sijn sal, te meer daar de 2712 de rijst die buijten gemeen goed is, niet meerder kost als 94. ropijen het last of ƒ 3. 13. —. de 100: lb: Enl of het mogelijk gebeurde dat uwel na Edele Groot Achtb: en Ed:se mogten nodig oordeelen om in het vervolg meerder Rijst van herwaards te eisschen senden wij daar en boven nog 12. Lasten rijst van een mindere soort, die 10 p:s 80. –. –. het last Cost met versoek om ons bij het petiti„ oneeren van meerdere rijst te willen melden, welke soort uwel Ed: Groot Achtb: en Ed:s verkiesen dat gesonden worde. verders deesen nog doende verseld gaan van de duplicaeten van onse laatste brief van den 29 e maart deezes Jacrs met de daarbij gevoegde memorie van aenreekening en ingetrokken assignatie a

NL-HaNA_1.04.02_3886_0146 view scan ↗

English

received, Your Right Honourable and Honourable esteemed letters of 11 April; with the duplicates of 16 February and 1 March prior, of which we have already answered the originals in our humble letter of 19 December last, whose duplicate accompanies this, as well as of 14 July, of 5 and 9 August, furthermore of 6 and 22 September, and finally of 4 November, all of the past year. We thank Your Right Honourable and Honours both for the transmission of the packets from Bengal and Paleacatte, and for the sent copy of the plan regarding the employment of the packet boats etc., and have the honour, in replying to all of the same, to answer according to the order of their dates: That the first-signed Director, pursuant to the also received account memorandum of 24 June, has reimbursed the Company here the sum of ƒ371. 9. 8. or 289 14/18 Rupees, which, by inadvertence and by calculating the Rupee at 24 Netherlands instead of 38 Indian Stuivers, was overpaid to the French Captain Montouroy upon the cashing of a certain draft amounting to 954 17/160 Ducatons, granted to the Netherlands by Your Right Honourable and Honours, and that the said Director has additionally paid into the treasury the also noted ƒ1497. 15. or 1248 1/8 Rupees, for the account of the Governor, while we shall send the requested Jouari or Neeli, Basserie, and Tjenne at the first opportunity. Your Right Honourable and Honours having been pleased to communicate to us the designated sailing days of the packet boats departing from Ceylon, we shall make use of them whenever an opportunity presents itself, though we must note to our regret that we will need a most extraordinary opportunity for this; for in the month of April or even March it is very rare, and in the month of August or September there is no opportunity at all to get packets across to Ceylon, while from there to here it is not much easier, as all the letters now received at once serve to prove: we shall however not fail to write to Your Right Honourable every three months, in the same manner as you are so good as to do for us, and making a beginning therewith now, we can only say that nothing unusual has occurred in this Directorship or around this region. Upon the application made to that end by the first-signed, we take the liberty of requesting Your Right Honourable and Honours to be pleased to demand from the Parsi Bouwmandje Manchergie, currently residing in Colombo, a certain promissory note in the amount of Ten Thousand Rupees, executed here by the Director to the best of his recollection in the month of February 1781, on behalf of a certain Kissoerdas Kissendas, which was handed over by the latter to the deceased Broker of the Company, Manchergie Gorseedjen, and was taken along by the said Bouwmandje Manchergie upon his departure from this city, in order that the first-signed may thereby be enabled to satisfy the sum of 6011½ Rupees still outstanding thereon with interest here to the Company, in reduction of the debts of the deceased brokers, which His Honour would have done long ago had the original promissory note been presented or sent to him. And since it appears from all circumstances that the said Bouwmandje Manchergie has no intention to return here and settle the estate and inheritance of his uncle, the late broker Manchergie Gorseedjen, mentioned several times, in order thereafter, together with the present Third broker Praemsinker Gouenram, as heir of his father, the former also deceased broker, to satisfy their debts to the Company, and that by appointing his brother Edeltjen Kautjen, who belongs under the protection of the English, he has provided the opportunity for the latter to put himself in possession of the aforementioned inheritance and to collect the outstanding claims of the aforementioned deceased brokers, until the native creditors opposed this and obtained a judgment from the Court of Justice at Bombay, whereby the aforementioned Edeltjen Kautjen, as proxy of the aforementioned Bouwandjen Manchergie, was ordered beforehand to provide sufficient security for his administration, we therefore take the liberty to most humbly request Your Right Honourable and Honours to be so good as to persuade the frequently mentioned Bouwmandje Manchergie, in the capacity of heir and administrator of the

Dutch transcription

fangen, uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s ge„ agte missives van den 11. April; met de Duplicaaten van den 16. Februarij en 1. Maart bevoorens, waer van we de origineelen bereeds bij onse gehoorsaam van den 19. ' December Laatstleeden, wel„ kers Duplikaat deese verseld, beand„ woord hebben, so meede van den 14. Julij van den 5. en 9. ' Aug:s, voorts van den 6. en 22. September, en eindelijk van den 4. November alle des Jongst ver¬ weekenen Jaers Wij bedrnken uwel Edele Groot Achtb: en Ed:s so wel voor de toeschikkinge der Paketten van Bengalen en Palle„ akatta, als voor het gesondene Af„ schrift van het Plan nopens het mt Emploij der Paquet-booten ent:, en hebben d' Eer in rescriptie op alle deselve na de order der dagteekening te antwoorden Dat B 6 2714 Dat den Eerstgeteekenden Directeur, ingevolge de meede ontfangene memorie van aanreekening van den 24. Junij aan de Compagnie alhier heeft vergoed; de somma van ƒ371.„ 9. 8. of Ropias 289 14/18, welke bij in advertentie, en door het bereekenen van de Ropij op 24. Nederbandse in steede van 38. Indiasche- Stuijvers, aan den Frans Cupitein Montouroij, te veel betaald is, bij het inwisselen van seekere Assignatie groot 954 17/160. Ducatons, door uwelEd: Ed: op Nederland ver= en Groot Achtb: leend, en dat gemelde Directeur daar beneevens in Kassa geteld heeft, de meede herwaards aangedeekende ƒ1497. 15. of Ropias 1248. 1/8. , voor Reekening van den Heer Gouverneur, terwijl wij de gevraagde Jouarij of Neelij, Basserie en Tjenne bij eerste geleegendheijd zenden 1 zullen uwelEd: uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s ons de bepaalde Zeil-dagen der van Ceilon vertrekkende Pa quetbooten hebbende gelieven te bedeelen zullen wij daar van gebruik maaken wanneer zigj daar toe eene geleegendheijd aanbied, dog wij moeten tot ons leedweezen aanmerken, dat wij daar toe eene aller bijsonderste occagie zul¬ len nodig hebben; want in de maand van April of selvs Maart, is tr zeer zeld¬ saam en in de maand Augustus of Sep¬ tember in het geheel geene geleegendheijd om Paquetten na Ceilon over te krijgen, terwijl het van daar na herwaards niet veel gemakkelijker is, so als nu alle op eenmaal ontfangene Brieven daar van ten bewijse strekken: wij zullen egter niet en gebreeken blijven om uwelEd: Groot Achtb: alle drie maanden te schrijven, op gelijke wijze als Deselve so goed zijn ons te willen doen, en daar meede thans een begi„ maakende er 2715 maakende, kunnen wij alleen zeggen, dat er niets bijsonders in deese Directie, of om deesen oord voorgevallen is. Op de daar toe gedaene Instantie van den Eerstgetee= kenden gebruiken wij de vrijheid uwel Ed: Groot Achtb: en Ed:s te versoeken, om van den zig te Kolombo bevindenden Persie Bouwmandje Manchergie te willen vorderen zeeker hand= schrift groot Tien Duijsend Ropijen, door den Directeur na beste onthoud in de maend Februarij 1781. alhier gepasseerd, ten behoeve van seekeren Kissoerdas Kissendas, het geen door deese aan de overledene Makelaar van de Compagnie, Mand Clergie Gorseedjen overge= geeven, en door geseide Bouwmandje Man¬ „chergie, bij zijne verlating van deese stad meede genoomen is, einde den Eerstgeteekenden daer door in staet worde gesteld, om de daar op nog schuldig zijnde somma van Ropias 6011½. met de Jnteresse alhier aan de maatschappij te voldoen, in mindering van de schulden van de overleedene makelaers, het geen zijn Edele reeds voor lange zoude hebben gedaen, was hem het origineele handschrift gepresen„ „teerd of toegezonden geworden. En vermits het aan alle omstandigheeden scheind te blijken, dat gedagte Boun= mandje mandchergie geen voornemen heeft heeft, om weder herwaerds te keeren en order te stellen op den boedel en Nalatenschap van zij „nen oom wijlen den makelaer mand: Chergie Gorseedjen meergemeld, om daer na, niet en be= „neevens den presenten Derden makelaer Praem= „sinker Gouenram, als Erfgenaem van zijn vader, den vorigen meede overleedenen makelaer de schulden van deselve aan de Maatschappij te voldoen, en dat hij door het aanstellen van zijn broeder Edeltjen kautjen die onder de Potec= „tie der Engelschen behoord, geleegendheid heeft gegeeven, dat deese zig in het besit van de voor= schreeven Nalatenschap gesteld heeft, en de uit= staende pietensiender meergenoemde overledene Makelaers ingevorderd heeft, tot dat de Jnland se krediteuren sig daar teegen verzet, en van den Raad van Justitie te Bombaij g'ob= tineerd hebben een vonnis, waar bij voor¬ schreeven Edeltjen Kautjen als gemagtig= de van meergenoemde Bouwandjen Mand Chergie gecondemneerd is, alvoorens sufficiente Cautie te stellen voor derselver Administra= „tie, so neemen wij de vrijheid uwel Ed: Groot Agtbaere en Edelens seer Gehoorsaemst te versoeken, ten einde zo goed gelieven te zijn, om dikwerf gewaagden Bouwmandje mand Clergie te persuadeeren, om in de qualiteit van Erfgenaem en Redderaer des

NL-HaNA_1.04.02_3886_0151 view scan ↗

English

2716 To the same as before of the estates of the aforementioned deceased broker Mand Chergie Gorseedjen, to cede and transfer to and for the benefit of the Honourable Company such sum of money as the Turkish merchant Salee Tjellebie is still owing to the estate of the aforementioned Mand Chergie, in order also to serve in reduction or settlement of the oft-mentioned debts of the brokers; a request to which we find ourselves compelled, since the said Tjellebie refuses to give up this debt, upon which the Director already some time ago placed an arrest or attachment for and on behalf of the Company, and will also never surrender the same without the consent of the aforementioned Bouwmandjen Mand Chergie, while we can recover nothing from the left-behind real estate of Mand Chergie, on the grounds that they are all mortgaged, and we cannot conveniently address and submit ourselves to the Court of Justice of Bombay. With which we have the honour, with much respect, to be, stood below and signed: as before. In the margin: Souratta the 21st of February 1790. We found ourselves honoured the day before yesterday with your Right Honourable and Honourable Letters of the 18th of February last, after the bill of exchange of 11000 ropijen mentioned therein drawn upon us by your Right Honourable and Honours had already been paid to the order of its holder. Yet however much it is in our power, always following our duty, to cooperate to promote the interest of the Company and to maintain its credit, we nevertheless find ourselves compelled earnestly to request your Right Honourable and Honours for the present, barring the absolute highest necessity, to draw no more bills of exchange upon us, since we, due to the failure to arrive of the third ship, which their High Excellencies had pleased to promise us, which we now, since the monsoon is so far spent, can no longer expect, as well as due to the unsaleability of the cloves besides nutmegs and mace, no longer know how to save ourselves in obtaining the necessary advances for the collection of the Returns, being already charged with a considerable capital. It would be desirable if we could put into effect the proposal of your Right 2717 Honourable and Honours to sell some Ceylon Products here, but we have no flattering prospect of that, when we consider that the English Country Traders, who exchange their Rice at Ceylon and saltpetre etc. at Cochin, in case of exchange, would certainly give priority to these articles, if there were anything to be gained on them, or if they themselves could get back the charged price, and not burden themselves with cloves, among others, which are ceded to them in trade against the Company's price of 3 1/2 ropijen the pound, and they can sell them here no higher than for 105 ropijen the maon of 36 1/4 lb., making 2 9/100 ropijen the pound and thus giving them fully a 17 per cent loss, not counting the customs and dues. Yet if your Right Honourable and Honours in these troublesome times, where one ought to leave nothing untried to save oneself, should decide to make a trial of it, the goods ought to be sent with a vessel whose captain binds himself to deliver them here in the roadstead and the freight to be agreed there, while we, as it is not possible for us to determine any prices, only request permission to note regarding the Betel nuts that the whitest and the largest sort are the best, as being sold here not by the piece, but by weight, and in regard to the Ceylon arrack that it is absolutely unsaleable here. With which we have the honour to be with respect, stood below and signed: as before. In the margin: Souratta the 6th of April Anno 1790. Lower: P. S. We still have the honour to acknowledge the receipt of your Right Honourable and Honours' esteemed missive of the 26th of January past, while we have likewise paid the bill of exchange of 3400 3/10 ropijen announced therein to the authorized agents of the English captain of the ship the Charlotte, John Lamtrie. To the same as before. Under the offer of duplicates of our letters dispatched to your Right 2718 Honourable and Honours under the dates of 21st of February and 6th of April of this year, we have the honour to acknowledge the receipt of your Right Honourable and Honours' honoured missives of the 9th of December of the past year, with the annexed copy of the letter of the Right Honourable Gentlemen Directors to your Right Honourable and Honours of the 5th of February past, and copies of the Memoranda relating to the dispatched military commission, for the favourable provision of which we give humble thanks, while we shall also fulfill the sent Demands for the Ceylon Government for this year 1790 with the ship departing for Gale in December. The widow of the deceased broker Mandchergie Gorseedjen has set forth to us by Petition, of which the copy along with its translation accompanies this, the miserable condition in which she presently finds herself with her two children, and into which she says she has been brought by the adopted son and Heir of her aforementioned husband, Bouwmandjen Mandschiergje and his brother Edeljen Kauus

Dutch transcription

2716 Aan als vooren det boedels van voorschreeven overleedene makelaar Mand„ „Chergie Gorseedjen, aan en ten beloeve van de Edele Comp:e te cedeeren en over te geeven, soodanige somma van penningen als den Turks koopman salee Tjellebie, als nog aan den boedel van meergemelden Mand Chergie schuldig is, ten eijnde al meede te strekken in mindering of voldoening van de meergewaagde schulden der maakelaars: een verzoek tot het welke wij ons vinden genoodzaakt, alzoo ged. Tfellebie deese schuld, op welke den Direkteur, al voor eenige tijd geleeden arrest of beslag voor en van weegens de Comp:e ge„ „legd heeft, weigerd op te geeven, en deselve ook nimmer buijten onder van voorm: Bouwmandjen Man: Chergie afgee„ „ven zal, terwijl wij van de nagelatene vaste goederen van mand Chergie niets kunnen recouvreeren, uijt hoofde die alle verhijpothequeerd zijn, en wij ons niet gevoeglijk aan het gerigts Hoff van Bombaij adresseeren en onderwerpen kunnen. Waarmeede d' Eer hebben, met veel respeket, te zijn /: onderstond/ en /geteekend:/ als vooren /: in margine Souratta den 21. fber: 1790. Wij hebben ons op voorgistere, vereerd gezien met uwel E. Goot Agtb: aer land 2 D N Agtb: en Edeles Letteren van den 18:e fber: Laastleeden, na dat de daarbij gem: door uwelEd: Groot Agtb: een Ed:s op ons getrokken wissel van 11000. ropijen, bereeds aan de ordres van dies houder was voldaan. Dan hoe zeer wij ook zoo veel in ons is, altoos na ge„ 6 „houdenisse menschen meede te werken ter bevordering van het belang der Maatschappije en tot maintien wa„ haar credit, zoo vinden wij ons egter gedwongen, om UwelEd: Groot Agtb: en Ed:s vastent Ed:s instantig te verzoeken om voor eerst, buijten de aller hooigste noodzaekelijk„ „heijd, geen meerder wissels op ons te trekken, alzoo wij e door het agterblijven van het derde schip, het geen haar Hoog Edelheedens ons hadden gelieven toe te zeggen, den wij nu, daar de mousson zoo verre verloopen is, miet meerder verwagten kunnen mitsgaders door de ons„ „verkoopbaarheid der nagulen bulijten nooten en foelij niet E meer weeten hoedanig ons zelven te hedden ter bekoming van de noodige voor uijt verstrekkingen tot den Jnsaam der Retouren, als bereeds met een aanzienlijk kapi„ „taal zijnde gechargeerd. Wenschelijk zoude het zijn zoo wij den voorslag wan Uwel Ed. 2717 Uwel Ed: Groot Agtb: en Ed:s, om alhier eenige ceij„ „lonse Producten te debiteeren, konden ter uijtvoer baen„ „gen, dog daar toe hebben wij geen vleijend vooruijtsigt, Wanneer wij considereeren, dat de Engelsche Wande„ „laars, die haare Rijst te ceijlon en salpeter etc: te cochim verruijlen, aan deeze articulen, in cas van ruijlinge, zeekerlik den voorrang geeven zouden, zoo daarop iets te gewinnen was, of dat zij lieden zelfs de toegereekende prijs konden te rugge krijgen, en zig niet belaaden met nagulen /:onder anderen:/ die haar in troeg teegen 'sComp:s prijs van 3/½. rosoij het pond worden afgestaan, en ze hier niet duurders als voor 105. ropijen de maon van 36¼. lb: makende 2 9/180. ropijen het pond verkoopen kunnen en haar dus wel 17: p:r C:o verlies geeven ongereekend de tollen en ongelden. 17. Hoff s Dog zoo uwe Ed: Groot Agtb: en Ed:s in deese kommerlijke daegh, daar men niets onbesogt behoord te laaten, om zig te redden, besluijten mogten om daar van eens een preuve te neemen, zoo behooren de goederen gezonden te worden met een vaartuijg, den kapitain van het welke zig verbind, die dit die alhier ter rheede uijt te leeveren en voor de vragt â: costij te worden geaccordeert, terwijl wij, daar het ons niet mogelik is eenige prijsen te bepaalen, alleen verlof verzoeken om aan te merken, omtrend de Beetel- nooten dat de witste en de grootste zoort de beste zijn„ 673 als wordende alhier niet bij het getal, maar bij het gewigt verkogt, en ten aanzien van de ceijlonsche arkak dat die hier absolut onverkoopbaak is. Waarmeede de Eer hebben met respect te zijn /:onderstond/) en /:geteekend:/ als vooren. /:in margine:/ Souratta den 6. April A:o 1790. /:lager:/ P: S: Wij hebben nog de Eer te erkennen den ontvangst van Uwel Ed: Groot Agtb: en Ed:s g'agte missive van den 26. Januarij be„ „voorens, terwijl wij de daar bij g'annonceerde wa„ „sel van 3400. 3/10. rspijen aan de gemagtigden van den Engelschen capitain van het schip de Charlotte John Lamtrie insgelijks betaald word. hebben. Aan als vooren. Onder aanbieding van duplicaaten van onze a„n Uwe Ed: Groot 2718 Groot Agtb: en Ed:s onder datis 21:e febr: en 6. April dee„ „zes Jaars afgevaardigde brieven, hebben wij de Eer te erken„ „nen den ontvangst van uwel Ed: Groot Agtb: en Ed: gehou„ „noreerde missives van den 9:e Decemb:r des voorleedenen Jaars, met het daar bij gevoegde afschrift van de brief der WelEd: Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen aan UwelEd: Groot Agtb: en Ed:s van den 5:e febr: bevoorens, en copien der Memo„ „rien betrekkinge hebbende tot de uijtgezondene militaire commissie, voor welkers gunstige toeschikkinge wij needrig dank zeggen, terwijl het teevens gezondene Eisschen Voor het Ceijlonse Gouvernement voor deesen Jaare 1790. , met het in December na Gale vertrekkende schip, vol„ „doen zullen. De weduwe van den overleedenen makelaar Mandchergie Gor„ „seedjen heeft aan ons bij Requeste, van welke het afschrift beneevens dies translatie hier neevens gaat, voor gedraagen, den elendigen staat, in welke zij zig thans met haare twee kinderen bevind, en in dewelke zij zegt, door den aangenoomen zoon en Erfgenaam van haaren voorsz: Cheman, Bouw„ „mandjen Mandschiergje en zijne boeder Edeljen kauus„ gebragt Verstond

NL-HaNA_1.04.02_3886_0156 view scan ↗

English

to have been brought, with a request to provide for them and to protect her from want. And while the said Bouwmandjen Mandchergie is residing within Your Right Honorable High Worships' Government, and we are unable to exercise any jurisdiction or authority over the brother of the aforementioned Edeltjen Kauwtjen who is present here, because he falls under the protection of the English nation, we have on the 19th of July last, as appears from the Extract from our Resolution which we are also pleased to present herewith to Your Right Honorable High Worships and Worships, had to resolve to respectfully request Your Right Honorable High Worships and Worships, as we take the liberty of doing by these presents, that you may be pleased to intimate to and obligate the aforementioned Bouwmandjen Mandchergie, adopted son of the previously mentioned deceased Broker Mandchergie Gorseetjen, to send proper orders hither regarding the alimony and maintenance of the said widow and her two children, so that they may be preserved from want. As the failure of the usual rains this year has caused the price of grain to soar to an extraordinary height, and we ourselves, if there is no change in the weather soon, must even fear a general shortage of the same, we have thought it well to give notice thereof by these presents to Your Right Honorable High Worships and Worships, so that you may take your measures accordingly in the procurement of Rice, since we shall this year not be in a position to deliver the least bit of that grain, should it be or become demanded. While we must finally most urgently request Your Right Honorable High Worships and Worships, for the present, and until we obtain some means to get somewhat rid of our pressing debts, not to draw any more bills of exchange upon this Directorate, no matter how small they may be, since we are utterly incapable of honoring them with payment, but see ourselves brought by lack of goods and credit into the unhappy state of having to leave them unpaid and to protest them. Wherewith we have the honor to remain with respect, was signed, and signed as before, in the margin, Souratta the 2nd of August 1790. Agreed, Wijbrands First Clerk 62 2720 6 Soeratta. To the Honorable Gentleman, Mr. Abraham Josias Sluijsken, Director over the Company's Trade and Affairs, together with the Council: Honorable, Most Respected, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen, Friends. The ship Vreedenburg arrived at Galle on the 10th of this month, and with it we have had the honor to receive Your Right Honors' esteemed missive of the 19th of December last, to which we shall reply in more detail later. In the meantime, we thank Your Right Honors kindly for the wheat and rice sent, which latter was particularly very agreeable to us, and which we shall gladly always await with the returning ships from Soeratta, though we shall also write more broadly about this later. This, meanwhile, is expressly directed to advise Your Right Honors that we have drawn a bill of exchange upon Your Right Honors' Directorate for Eight thousand four hundred and thirteen Surat rupees, in favor of the English Captain of the ship Charlotte named John Lawtie. We could not avoid this, as we could not at present draw bills of exchange on Cochin and had no other means to pay for the rice purchased from him. We therefore kindly request Your Right Honors to be pleased to honor this bill of exchange with payment, even if money had to be borrowed from private individuals for the purpose, in which case we request that the interest be charged to this Government. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed, Honorable, Most Respected, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Right Honors' Obsequious Friends and Servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. P. C. Jilenius, B. L. van Litter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove, in the margin, Colombo the 26th of January 1790. This serves solely to accompany an assignment of Eleven thousand rupees, which we could not dispense with drawing upon Your Worships in favor of the English captain William Kot, his authorized agents, or heirs, to be paid at 14 days' sight. We had no other means to pay for a parcel of rice that we had to purchase, and we very kindly request Your Right Worships to make it possible in one way or another that the aforesaid assignment is paid on time; if the monies have to be borrowed for this purpose, we request that the interest be charged to our account. As long as the scarcity of silver coin on Ceylon continues, it is likely that we shall repeatedly have to have recourse to Your Right Worships. It would therefore be of great service to us if Your Worships saw a way to sell for the account of this Government some Ceylon goods that we could send to you from time to time, so as to keep the monies resulting therefrom at our disposal. The goods that we could send to Your Worships consist mainly of Ceylon areca or betel nuts, Ceylon Arrack, and coir, either loose or twisted into cable-ropes of such sorts as Your Worships shall find to be of the most service for Suratta. If Your Worships think that this can be done, then we request you to be pleased to inform us of the average prices for which these goods could be sold at Suratta, and the quantities that Your Right Worships think we could send to you. Should there

Dutch transcription

gebragt te zijn, met verzoek om daar in te voorzien en haar voor gebrek te behoeden, En terwijl de geleede Bouw mand „jen mand Chergie zig ten uwel Ed. Groot Agtb: Gouver„ „nemente bevind, en wij over den zig alhier bevindenden broeder van deselve Edeltjen kauwtjen voormeld, geene Jurisdictie of gezag kunnen oeffenen, door dien onder de protextie van de Engelsche natie behoord, hebben wij op den 19:e Julij Laetsleeden, blijkens het Extract uijt onze Resolutie, dat wij zoo wij zijn uwelEd: Groot Agtb: en Ed:s hier neevens almeede aan te bieden moeten besluijten, om uwelEd: Groot Agtb: en Ed: gedientigte ven„ „zoeken, zoo als wij de vrijheid neemen te doen door deezen, ten eijnde deselve den meergenoemden Bouwmandjen mandcher„ „gie, zoon per adoptie van den voorengemelden overleedenen Ma„ „kelaar Mandchergie Gorseedjen, intineeren en verpligten om behoorlijke ordre na herwaards te zenden, omtrend de alimentatie en het onderhoud van de gedagte weduwe en haare twee kinderen, ten einde voor gebrek. bewaard blijve„ Alsoo het agterblijven van den gewoonen reegen in dit Jaar gelijk de prijs der Graanen tot eene buijten gewoone hoogste heeft doen steigeren, en wij zelfs, zoo 'er niet spoedig verande„ „ring 2719 „ring in het weer komt, voor en lgmnen gebrek aan deselve vreesen moeten, hebben wij gedagt wel te doen, uwelEd: Grot Agtb: en Ed:s daar van bij deesen kennis te geeven, ten eijnde haare maatreegelen in de verkrijging van Rijst, daar na te kun„ „nen neemen, alzoo wij deesen Jaare niet in staat zulle zijn om van dat graan het allerminste te leeveren, bij aldien het mogte zijn of worden gevraagd. Terwijl wij uwel Ed: Groot Agtb: en Ed:s eindelijk aller in„ „stantelijkst moeten verzoeken om, voor eerst, en tot wij een middel krijgen om een weijnig van onse drukkende schulden ontslaagen te raaken, geene wissels meerder op deese Direc„ „tie te verleenen, hoe klein ze ook zijn mogen, alzoo wij volstrekt onvermogens zijn die met betaaling te hono„ „reeren, maar ons door gebrek aan goed en kredit in den ongelukkigen staat zien gedragt, om die onvoldaan te moeten laaten, en te protesteeren. Waarmeede d' Eer hebben met respect te zijn /:onderstond:/ een en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ souratta de 2. Au„ „gustus 1790. Accordeert Wijbrands Egklerk haar :62: 2720:6 Soeratta. Aan den E: Heer. M:r Abraham Josias Sluijsken:„ S Directeur over sComp:s Handel en ommeslag Neevens den Raad: E: E: Erntfesten, Manhaften, wij Zan voorzienigen zeer Diskreeten Heeren Vrienden. 'T schip Vreedenburg is den 10: deezer te gale gearri= veerd, en daarmeede hebben we de eer gehad te- =ontvangen, uwerweledelens geachte missive van den 19: december J=oleeden, waarop we nader zul= „len antwoorden. Jntusschen bedanken we uwel „edelens vriendelijk voor de gezondene tarwe en rijst, welke laatste ons inzonderheid zeer aangenaam was, en gaarne altijd met de terug keerende schee „pen van soeratta zullen verwagten, doch we zullen ook hierover nader breeder schrijven. Deeze Deeze is inmiddens expres gerigt, om uwel edelens te adviseeren, dat we een wissel op uwer weledelens directie hebben getrokken, voor Agtduijsend vier= „honderd en drietiende suratsche ropijen, ten voor= „deele van den engelschen Capitain van het schip Charlotta genaamt John Lawtie —. wij konden dit niet ontgaan, wijl we tans geen wissels op koetsiem konde trekken en geen ander middel had= „den, om de van hem ingekogte rijst te kunnen voldoen. we verzoeken uweledelens derhalven vriendelijk, om deeze wissel met betaaling te willen vereeren, al moeste daartoe 't geld van particulieren geleend worden, in welk geval we verzoeken, den interest dit gouvernement tewillen ten laste doen brengen. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete. /:on „derstond:/ E: E: Erntfesten, Manhaften, wijzen, voor= „zienigen 2721 zetan als vooren. „zienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden, uwEd: Zw: Vrienden Dienaeren. /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, J: P: C: Jilenius, B: L: van Litter, A: Samlant, en J: A: vollenhove„ /:in margine:/ kolombo den 26: Januarij 1790. Deeze is alleen ten gelijde van een assignatie groot Elfduijsent ropijen, die we ons niet hebben kunnen dispenceeren op uwEd: te trekken ten behoeve van den Engelschen kapitein William kot, gemagtigden ofte erven om op 14. daegen zicht te werden betaald. We hadden geen ander middel om een partij rijst die we hebben moeten inkoopen, te betaelen, en wij verzoeken uwel Ed:s zeer vriendelijk om hier op de een of andere wijze mogelijk te mae„ „ken, dat de voorsz: assignatie op zijn tijd word voldaen, zoo de penn: daer toe moeten worden opge„ „noomen, verzoeken weons de intressen in reekening te brengen. zoo E n zoo lang de schaarsheid van silver geld, op Ceilon blijft voortdue van, is het vermoedelijk dat wij te meermaalen toevlugt tot uwel Ed=s: zullen moeten neemen. Het zoude ons dus van groote dienst zijn indien uwEd: kans zaegen om eenige Ceijlonshe goederen die we uw van tijd tot tijd zoude kunne, toezenden voor reek: van dit gouvernement te verkoopen, ten einde de penn: daar uijt proflueerende, te houden tot onze dispositie. De goederen die we uwEd: zoude kunnen toezenden, bestaan hoofdzakelijk in Ceilon= „sche arreek of beetel worten, Ceilonsche Arrak, en kaijer, het zij los of geslagen tot kabeltouwen van zoodanige zoorten als uwEd: zullen bevinden voor suratta van de meeste dienst te zijn. Indien uw Ed: denken dat dit kan aangaan dan verzoeken we ons te willen bedeelen de gemiddelde prijzen waar voor deze goederen te Curatta zoude kunne, worden verkogt, en de kwantitijten die uwelEd: denken dat we uE: daar van zouden kunnen zenden Mogt er e

NL-HaNA_1.04.02_3886_0163 view scan ↗

English

even if something should be lost on that trade, the difference in the present current value on Ceylon between the silver and gold specie can make that good, as long as these differences subsist. For the rest, after friendly greetings, we remain. Was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo the 18th of February 1790. To as before. According to our letter of the 26th of January last, we now have the honor to reply to Your Honors' esteemed dispatch of the 19th of December past. The return goods sent with the ship Vreedenburg for the Netherlands and the Cape have arrived in good condition and have been dispatched with our return ships. For the goods sent with that vessel for the benefit of this government, and all duly delivered, we express our friendly thanks. The rice came to us especially well in time, as we have received nothing from Cochin on account of the war between the Nabob of Mysore and the King of Travancore, and as it appears this war will still continue for some time, and so long as it lasts there is no prospect of obtaining grain from the Malabar Coast, this government would be rendered a great service if Your Honors, according to your kind offer, could on occurring occasions procure for us a further quantity of rice hither; even were it up to a thousand lasts, if the ships have room enough for it. The second sort of the rice sent to us was found to be very good for the ordinary rations, and as this rice is considerably cheaper than the first sort, we request that none other than the second sort be sent to us if it is to be had. Furthermore, we request that Your Honors will have the kindness, if Your Honors should find yourselves in the opportunity to accommodate us again with rice, to notify the quantity thereof early to the Gentlemen Ministers at Cochin, so that Their Honors, if circumstances on the Malabar Coast should in the meantime change for the better, can govern themselves accordingly in purchasing rice for this government. We also very obligingly request Your Honors to send us with the first opportunity 200 lb of cotton seeds of the various sorts that are produced in Surat and in Broach, and that Your Honors will take the trouble to have a description drawn up for us as to what soils it thrives best in, at what time it is planted, how far apart they ought to stand, and what should be observed at the harvest; furthermore, how long the trees bear fruit, and whatever more Your Honors shall judge in this matter can serve for our instruction. We also request you to send us a last of Surat wheat for seed grain, and also to inform us in that regard of what Your Honors think can serve for our instruction, to try if it would grow on Ceylon. We kindly thank Your Honors for the payment made of the bills of exchange that we drew in the past year in favor of the English Captains Thomas Steffenson and James Nasch, and we now take the liberty to request Your Honors to honor with like payment the bill of exchange which we drew on Your Honors on the 15th of this month for a parcel of purchased rice, to be paid 14 days after sight to Daniel Kennedy, supercargo of the English snow The Cross, his agents or heirs, this bill of exchange amounting to four thousand nine hundred and fifty rupees. To Ensign Johan Nicolaas Best, in accordance with Your Honors' request, we have granted passage to the Netherlands with the return ship Trinkonomaele. For the rest, after friendly greetings, we remain. Was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo the 30th of March 1790. By the English ship Forbes, which anchored at Galle, we have had the honor to receive Your Honors' esteemed dispatches of the 21st of February and 6th of April past, to which we shall reply in more detail later. In the meantime, we address this only to accompany a packet of letters addressed to Your Honors and marked P: B, which was brought from the Fatherland with the packet boat the Maria Louiza, together with another packet of letters received from Paleacatta for Your Honors. For the rest, after friendly greetings, we remain. Was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo the 2nd of May 1790. To as before. With the ship de Gouverneur Generael Mossel, which arrived for the Chamber of Amsterdam, we have received for Your Honors two packets of letters from the Netherlands and one from the Cape of Good Hope, together with a Dutch packet with private letters, which we have the honor to present herewith to Your Honors, with the duplicate of our letter dispatched to Your Honors under date of the 2nd of May last. For the rest, after friendly greetings, we remain. Was undersigned: Honorable, Respected, Valiant, Wise, Provident, and very Discreet Gentlemen and Your Honors' humble friends and servants. Was signed: As before. In the margin: Colombo the 31st of July in the year 1790. We have the honor to present herewith to Your Honors two packets of letters, which were brought for Your Honors with the ship de Unie from the Netherlands and from the Cape of Good Hope, and add furthermore hereto the duplicate of our letter most recently dispatched to Your Honors on the 31st of July last. For the rest, after friendly greeting, we remain. Was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo the 9th of August 1790. Agrees, Wijbrands, Sworn Clerk. No. 33

Dutch transcription

2722 6 er ook op dien handel zelfs iets verlooren worden, zoo kan het verschil der tegenswoordige Courante waerde op Ceilon, tusschen de zilvere en goude spe= „tien, dat goed maeken, zoo lange deze verschillen subsisteeren. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete. 9 /:onderstond:/ en /:getekend:/ Als vooren. /:in= „margine:/ Kolombo den 18:' februarij . 1790. Aan als vooren. Volgens onser brief van den 26. Januarij Jol: hebben we tans de eer te antwoorden op uwer Eer „welEd=s geagte missive van den 19. December passato. — De retouren met het schip vreedenburg voor Ne= „derland en de caab gezonden, zijn in goede toestand aangebragt, en met onse retour scheepen verzonden: voor zoude eilon voor de goederen met dien boden ten behoeve van dit gouvernement gezonden, en alle behoorlijk uitgeleeverd, betuijgen we vriendelijk dank. De rijst kwam ons inzonderheid zeer van pas, wijl we niets van koetsiem hebben bekoomen, wegens den oorlog tusschen den Nabab van Haisoek en den Koning van Fre¬ „vankoor, en wijl deeze oorlog naar het schijnt nog wat zal aanhouden, en er zoo lang dezelve duurd geen apparantie is, om graanen van de Mallabaar te bekoomen, zoude dit gouvernement grooten dienst geschieden, zoo uwel edelens ons, volgens derzelver geneegene aanbieding, bij voorkomende geleegentheeden nog een quantiteit rijst herwaards konden bezor= „gen; alwaare het tot een duizend lasten toe, indien de scheepen daar toe ruijmte genroeg hebben. De tweede soort der aan ons gezondene rijst, is zier goed bevonden voor de gewoone verstrekkingen en wijl deeze rijst merkelijk bieter koop is dan de eerste soort zoo verzoeken we dat ons niet dan tweede soort ge= „zonder e 2723 „zonden word indien die te krijgen is. voorts verzoeken we dat uwel Edelens de vriendelijk „heid willen hebben om zoo uuwel Edelens sig in de occagie mogten bevinden, van ons weder met rijst te kunnen gerieven, als dan de quantiteid daar van vroegtijdig te bedeelen aan de Heeren Ministers te koet siem, op dat hun Edelens indien de omstandig „heeden ter kuste Mallabaar intusschen ten beste mogten veranderen zig daar naar kunnen regten, in het opdoen van rijst voor dit gouvernement. Nog verzoeken we uwelEdelens seer gedienstig, ons ter met de eerste geleegendheid te willen toesenden 200. lb: kattoen pitten van de onderscheijdene soor „ten die te soeratta en te Brootia vallen, en dat uEd=s daar bij de moeijte willen neemen om voor ons te laaten opmaaken een beschrijving op wat gronden ze best voorkomt, in wat tijd ze word geplant, hoe verre se wel behoord aan malkanderen te staan en wat bij het moogsten behoord te worden 6 worden in acht genoomen. voorts hoe lange de boomen dragen, en wat uEds: meer zullen oordeelen in deezen tot onse onderrigting te kunnen strekken. we verzoeken ook aan ons te senden een last, soe= „ratse tarwe tot sadkoorn, en ons ook daar omtrend te willen informeeren van het geen uEd:s denken tot onse onderrigting te kunnen strekken, om te probeeren of se op Ceilon soude willen voortkoomen. we bedanken uwel Ed=s vriendelijk voor de gedaane betaaling van de assignatien, die we ten voordeele van de Engelsche kapitains Thomas Steffenson en James Nasch in het voorleeden Jaar hebben getrokken, en we neemen thans de vrijheid uwel Edelens te verzoeken, om met gelijke betaaling te willen vereeren de assignatie die we voor een parthij ingekogte 2724 6 Aan als vooren. ingekogte rijst, den 15. deeser op uwel Ed=s hebben getrokken om na 14. dagen sicht, te worden be= „taald aan Daniel Kennedij, karga van de Engelsche snau the krosst, gemagtigden of erven, zijnde deeze assignatie groot vier Duij= „zend Negen hondert en vijftig ropijen. Aan den vaandrig Johan Nicolaas Best hebben we ingevolge uwer welEdelens verzoek, met 't retoer schip Trinkonomaele transport na Nederland verleend. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete. /:onderstond:/ en /:getekend :/ Als vooren. /:in margine:/ fe Kolombo den 30=e Maart 1790. Met het op Gale aangegierd engelsch schip For= „bes, hebben we de eere gehad te ontvangen uwerwel= „Edelens geachte Missives van den 21. februarij en 6. April scheeden, waar op we nader zullen antwoorden. Intusschen rigten we deezen alleen ten geleijde van een den. brief de on sch he brief paket, aan uwel Edelens gerigt en gem: P: B het welk met de paket boot de Maria Louiza uit 't Vaderland is aangebragt, nevens nog een brief paket, van Paleacatta voor uwel Edelens ont- „vangen. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete. /:on „derstond:/ en /:getekend:/ als vooren /:in margine:/: ko= „lombo den 2:' Maij 1790: Aan als Vooren Met 't voor de Kamer Amsterdam uijtgekoomen schip de Gouverneur Generael Mossel, hebben we voor uwel Edelens ontvangen twee brief paketten uyt Nederland en een van de Caeb de Goede Hoop nevens een Nederland „sche pakketje met particuliere brieven, die we de eere hebben uwel Edelens hiernevens aentebieden, met 't duplicaet van onzen aen uwel Edelens onder dato 2. Maij J:o L: afgevaerdigden brief. Wij blijven voor het overige na vrien„ „delijke 2725 26 Aan als Vooren delijke groete /:onderstond:/ E: E: Erntfesten Manhaften, wijzen, voor„ zeer Diskreeten Heer en „zienigen uwel Edelens Divs vriend vrienden en Dienaer /:was geteekend:/ als vooren /in margine:/ Kolombo den 31. Julij A:o 1790 Wij hebben de eere uwel Edelens hier„ „nevens aentebieden twee brief paketten, die met 't schip de uunie uit Ne„ „derland en van de Caeb de Goede Hoop voor uwel Edelens zijn aengebragt, en voegen nog hier bij het duplicaet van onzen Jongst aen uwel Edelens afgevaerdigden brief van den 31. Julij Jongsleeden. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groet /:onderstond:/ en Geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Kolom de „bo den 9=e augustus 1790 — Accordeert Wijbrands Vegklerk No. 33

NL-HaNA_1.04.02_3886_0171 view scan ↗

English

2726 Ceilon. To the Noble Lord. With the ship Trinkonomale Willem Jakob van de Graaff. Ordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of that island and its dependencies. Along with the Council Kolombo. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Foresighted, Very Discreet Lord and Friends. via Gale: Since the departure of our last of the 1st of this month, we have had the honor to receive well your Honorable's esteemed letters of the 3rd and 18th of November last, kindly thank you for the two Batavian mail packets sent with the latter, and request that the carriage brought there from the Headquarters for the King of Trevankoor be sent here at the first opportunity. The ship Trinkonomale is now departing for Gale, laden with: 3503. 3503. bags of saltpeter. 530889½ lb of pepper and 137½ corges of cowhides. With this we also send 1700 lb of cardamom in 17 chests for the Netherlands, which we request you be pleased to send with the return ships. On the said ship, the Christian kaijelatarre Tjandi crosses in chains, who for beating and mistreating his father has been riveted in chains, in order to be sent away from this coast. The soldier Berl Bach of Prague, who, according to our last letter of the 4th of this month, was degraded to sailor, has since been placed on the ship Trinkonomale to serve on it; therefore we request that his closed pay account, which we requested in the aforementioned letter to deliver here, now be sent to Gale, to be handed over on that ship; a debt account of his is enclosed herewith. Also 2727 Also crosses under arrest with the ship Trinkonomale one Ian Ianzen, who was a soldier with us and deserted some months ago from here to the King of Trevankoor, but was surrendered again by His Highness and was taken into service again with us as a sailor at f 9. Furthermore, the sailor Christiaan Dirksz crosses with this, who in the year 1776 became a prisoner of war before Settur to the Nawab Haider Ali, and was since in the service of the same and of Tipu Sultan, and moreover deserted to us in recent days; we have taken him into service anew as a sailor at f 9. –. and, for the sake of prudence, thought it best to remove him from here; his account goes to Gale. We enclose herewith the duplicate of our letter of the 8th of this month, a pay notification of the 16th, and four receipt rolls of provisions and pay advanced to the detachment that crossed with the ship from With the barques De Jonge Willem Kreeft. ship Trinkonomale, which remains here and will be sent back with the ship De Schelde. For the rest, after friendly greetings, we remain. /:was written underneath:/ Noble, Honorable, Valiant, Wise, Foresighted, Very Discreet Lord and Friends, your Honorable's willing friends and servants. /:was signed:/ I: G: van Angelbeek, I: L: v: Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: van Rossum, S: A: Cellarius, W: v: Haeften, Arnoldus Lunel, J: A: Eversdijck: /:in the margin:/ Koetsiem the 28th of December 1789. Arnolden De We have had the honor to receive well your Honorable's esteemed letters of the 2nd, 9th, and 26th of December last, and kindly thank you for the copy papers sent to us regarding the military commission that arrived with the frigates De Baphik and Havik, To the same as above. Commission 2728 commission, and further also for the glass carriage for the King of Trevankoor sent over with the first-mentioned frigate. On the 26th and 27th of January, the barques De Jonge Willem Arnold, De Gustaaf, and De Kreeft, as well as the sloop Gale, arrived here safely, with which we have received in quadruplicate your Honorable's esteemed letters of the 14th previously mentioned. We thank you most heartily for the considerable reinforcement of soldiers and artillerymen sent to us with those vessels, by which we hope to be able to defend this fortress properly. Along with the just-mentioned letter of the 14th of January, we have also received a duplicate of your Honorable's earlier letter of the 31st of December, of which the original with the enclosures mentioned therein has not yet been brought here; thus we are not able to return the pay account of the sailor Beal Bach mentioned therein. Now depart in return the barques De Jonge Willem Arnold and De Kreeft. With With the first-mentioned, we send twenty-one lasts of Surat wheat and such other goods according to your Honorable's successive requisitions as are stated in the enclosed bill of lading. The other will take in all cowhides at Kalikoilang, for which the Resident will provide the bill of lading. By our letter of the 28th of September of last year, we nominated to your Honorable the corporal of the Ceylon detachment of Captain Koch, named Jakobus Vuijstman, as Captain of Arms, and the soldier Anthoni Simons as corporal in his place, and since no commissions have been received for the same, we hereby put forward their request again. From that detachment died on the 28th of December the Malay soldier Soedin of Malacca, on the 15th of January the European soldier Jakob Pietersz of Kurtum, and on the 31st following the Malay soldier Blimbai of Kulot. The

Dutch transcription

2726 Ceilon. Aan den Edelen Heer. Met het schip Tain Konomaale Willem Jakob van de Graaff. Raad Ordinair van Nederlands Indien, mitsgaders Gouverneur en Directeur van dat eiland, en deszelfs onderhoorigheeden. Nevens den Raad Kolombo. Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzienige, zeer Diskreete Heer en vrienden. over Gale: Wij hebben zedert het afgaan van onzen laasten van den 1: deezer, de eer gehad uwwerweledele geachte letteren van den 3de en 18: November Jongstleeden wel te ontvangen, bedanken vrien= „delijk voor de met de laaste gezondene twee Bataviasche brief pakketten en verzoeken den aldaar van de Hoofdplaats aangebragten wagen voor den Koning van Trevankoor met de eerste geleegenheid herwaards te zenden. Het schip Trinkonomale vertrekt thans naar Gale, belaaden met. 3503. 3503. zakken salpeter. 530889½: lb: peper en 137. ½: korsies koehuiden. Daar mede zenden wij ook 1700: lb: kardamom in 17. kisten voor Nederland, die wij verzoeken met de retoerschepen te willen verzenden. Het gemelde schip vaart in de ketting over den Christen kaijelatarre Tjandi, die over het slaan en mishandelen van zijnen Vader in de ketting geklonken is, om van deeze kuste verzonden teworden. De soldaat Berl Bach van Praag die volgens onzen laasten van den 4:e deezer, tot Mattroos is gedeporteerd, is zeder op het schip Trinkonomale geplaatst om daar op dienst te doen, des wij verzoeken zijne afgeslootene soldij reekening, die wij bij voorm: brief, verzogt hebben herwaards te bezorgen nu naar Gate te willen zenden, om op dat schip afgegeeven te worden, een schuldreekening van hem gaat hier nevens. Ook 2727 Ook gaat met het schip Trinkonomale in arrest over eenen Ian Ianzen, die bij ons soldaat geweest en voor eenige maanden van hier naar den koning van Trevankoor gedeserteerd, dog door zijn Hoogheid weder uit= „geleeverd en bij ons op nieuw als Mattroos met ƒ 9. in dienst genomen is. wijders vaart hiermede over de Mattroos Christiaan Dirksz, die in 't Jaar 1776: voor settur bij den Nabab Haider Ali krijgsgevangen geraakt en zeder bij den zel¬ „ven en bij Tipoe sultan in dienst ge= „weest, mitsgaders deezer dagen tot ons over= „geloopen is, wij hebben hem op 't nieuw als Mattroos van ƒ9. –. in dienst genoomen en voorzichtigheids halve best gedacht hem van hier te verwijderen, zijn reekening gaat naar Gale. wij voegen hier bij het duplikaat van on„ „zen brief van den 8: deezer, een soldijno= „lietsie van den 16: en vier Quitantsie kollen van verstrekte gasien aan het met het schip van Met de baaken De Jonge Willem kreeft. schip Trinkonomale overgekoomen de tachemant„ het welk hier blijft en met het schip de schelde terug gezonden zal worden. voor 't ovrige blijven wij na vriendelijke groete. /:onderstond:/ Edele, Erntfeste, Man„ „hafte, wijze voorzienige zeer Diskreeten Heer en vrienden uwer weledele Dienst= „willige vriend en Dienaaren. /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek, I: L: v: Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: van Rossum, S: A: Cellarius, W: v: Haeften, Arnold=s Lunel, J: A: Eversdijck: /:in maagine:) koetsiem den 28. ' December 1789. Arvolden De Wij hebben de eer gehad uweredele geachte brieven van den 2:9: en 26=ste December laast= „leeden wel te ontvangen en bedanken vrien„ „delijk voor de aan ons gezondene kopij pa= „pieren nopens de met de fregatten de Be= „phik en Havik aangekomene Militaire Aan Als vooren. Kommissie 2728 kommissie, en voorts ook voor de met het eerst gem: fregat overgezondene Glase koets voor den koning van Trevankoor. Den 26: en 27: Ianuari zijn al= „hier behouden aangekoomen de Barken de jonge Willem Arnold, de Gustaaf en de kreeft, mitsgaders de sloep Gale, waarme= „de wij vier dubbeld ontvangen hebben uwer weledelen geachte letteren van den 14=de bevoo= „rens. wij bedanken zeer hartlijk voor het met die vaartuigen aan ons toegezonden aanzien= „lijk renfort Militairen en Artilleristen, waar door wij hoopen in staet te zijn, deeze vesting behoorlijk te defenderen. Nevens even gem: brief van den 14e: Januari hebben wij ook ontvangen een duplikaat van uw weledelen vroegeren van den 31: December waar van het origineel met de daar bij ver= „melde bijlagen hier nog niet aangebragt is dus wij niet in staat sijn de daar bij ver= „melde soldij reekening van den Mattroos Beal Bach te kunnen terug zenden. Thans vertrekken terug de Barken de Ionge Willem Arnold en de kreeft. Met ment te 2 Met de eerst gem: zenden wij eenentwintig lasten soeratsche tarwe en zodanige andere goederen op uwweledelen successive eischen als bij het nevensgaand kognossement vermeld staan. De andere zal te kalikoilang alle koe huiden inneemen, waar van de Resident het kog- „nossement zal bezorgen. Bij onzen brief van den 28: September voorleeden Jaar, heb= „ben wij aan uw weled=s voorgedraagen den korporaal van het Ceilonsche detachement van kapitain koch, met naame Iako= „bus vuijstman als kapitain des Ar= „mes en den soldaat Anthoni Simons als korporaal in zijne plaats en wijl voor dezelven geene aktens ontvangen zijn, dra¬ „gen wij hun verzoek bij deezen nader voor. van dat detachement zijn overleeden op den 28: December de Maleidsche soldaat Soe= „din van Malakka, den 15:e Januari, de Europeesche soldaat Iakob Pietersz: van kurtum en den 31: daar aan de Malaidsche soldaat Blimbai van kulot. Het

NL-HaNA_1.04.02_3886_0177 view scan ↗

English

The requested report from the Captain Lieutenant of the Artillery Heupner regarding his administration at Trinkonomale having been received, we submit the same herewith. For the manning of our covered way, and of a new lunette and war gamel, we need several cannons of small caliber with the associated round shot, on which account we submit a requisition for the same, with the request to send them as soon as possible, whether iron or bronze; insofar as the specified calibers are not on hand, we can make do with the next closest, so that the requested six-pounders can be supplied with eight- or four-pounders, the three-pounders with four- or two-pounders, etc. Furthermore, we are in need of 6000 lb of iron and some small items for the Artillery, which are also included on the requisition, and which we also request as soon as possible. We attach hereto a packet with pay records and two military reports of the detachment of Captain Koch with the bark De Gustaaff, and remain, after friendly greetings, subscribed and signed as before. In the margin: Koetsiem, the 2nd of February 1790. Lower Postscript: Head Administration noted: we also add hereto an invoice in the amount of f. 8556.-. 8 and a pay notice of the last day of January of the past year. After the dispatch of our last letter of the 2nd of this month in duplicate with the barks De Jonge Willem Arnold and De Kreeft, your Honor's original letter of the 31st of December of the past year was brought to us via Tutukorijn, along with all the enclosures mentioned therein, of which the pay account of the sailor Berl Bach of Prague is returned herewith. The bark De Gustaaf is now departing back with 35 lasts of Surat wheat, according to the accompanying bill of lading. From the military company of Captain Koch, the soldier Christiaan Fredrik Blom of Stettin, who transferred some time ago from the sea service to the militia, has, at his request, been changed back to sailor; therefore we request that you send his closed pay account here. On the other hand, Willem Pietersz: Groen of Warmeweel, earning f 10.-., and Salomon van Wijk, of Lijden, earning f 8.-., have been changed back from sailors to soldiers and placed with that company. For the rest, we remain, after friendly greetings, subscribed and signed as before. In the margin: Koetsiem, the 13th of February, 1790. To the same as before. We have had the honor of duly receiving your Honor's esteemed letters of the 6th, 8th, 19th, as well as the 28th of February of the past year, with the barks De Kreeft and Den Jongen Willem Arnold, as well as with the ship Vreedenburg, and express our thanks for what was sent therewith, the verification of which will follow on a later occasion. The bill of exchange to Michael Benjamin has been duly paid in the amount of f 7917. 16 –. The ship Vreedenburg is due to return at the end of this month, and through purchases from English ships we have provided ourselves with rice to such an extent that we will be able to return therewith what was loaded into it for us; we also hope that circumstances will permit returning a portion of the Ceylon auxiliary troops with it. Upon the obtained consent of the Governor Van de Graaff, the Lieutenant of the Colombo company of Captain Koch, Sohannes von Mittmann, has been appointed Captain in our garrison and commander of a battalion of Malabar Sepoys, for which reason we request his closed pay account, and at the request of the aforementioned Koch, we nominate Ensign Johan Christiaan Eichler to Lieutenant in his place, and Order Sergeant Michael Fermer to Ensign, to which end the submitted petition list is forwarded herewith. Also, the Captain Lieutenant of the Colombo Grenadier Company has been promoted to Captain, and because a Lieutenant is consequently lacking in the same, the senior Ensign of the same, Pieter Hoijer of Drontheim, requests to be favorably promoted thereto by your Honor. Captain Weerman has nominated no one for Ensign in the accompanying petition list, because if no Captain Lieutenant is assigned to the company, no second Ensign is needed. On account of the war movements in the country, no wax is brought down, wherefore we are unable to send any on the requisition for the same. Coconut oil is also so scarce and expensive here that we cannot accommodate with that either. According to the accompanying petition list, we also nominate for Corporal, in the Grenadier company of Captain Weerman, the soldier in that company Johan Leonhard Schoeman of Durlach, in place of Corporal Johan Henrik Schen of Eisnach, who has been demoted to soldier due to misconduct. The soldier Fredrik Mattijs Kerner of Winse, in the company of Captain Koch, earning f 13:-, requests, on the expiration of his contract, to be upgraded to f 14:- and to be permitted to enjoy the bounty of eight rupees. His expired deed and the petition list are enclosed herewith. Furthermore, we add hereto a pay notice for guidance

Dutch transcription

2729 Het gevorderd bericht van den kapitain Luite= „nant van de Artillerij Heupner wegens zijne administraatsie te Trinkonomale ingekomen zijnde, bieden wij het zelve hier nevens aan. Tot bezetting van onzen bedekten weg, en van een nieuwe lunette en oorlogs Gamel hebben wij verscheidene kanons van kleen kaliber met het daartoe gehoorende rondscherp noodig„ weshalven wij daar van eenen eisch aanbie¬ „den, met verzoek om dezelven ten aller= „spoedigsten te willen zenden, het zij ijzer of metaal, voor zoo verre de opgegeevene ka= „libers niet aan handen zijn, kunnen wij ons met de naast daar aan volgenden behelpen, zo dat de geeischte sesponders met agt of vier ponders, de drie pondens met vier of twee pon„ „ders enz: kunnen voldaan worden; nog zijn wij om 6000: lb: ijzer en eenige kleenigheeden voor de Artillerij verleegen, die mede op den Eisch gesteld zijn, en die wij mede ten spoe= „digsten verzoeken. wij voegen hier bij een pakket met sol= „dijpapieren en twee Militaire rapporten van he Met de bark de Gustaaff van het detachement van kapitain koch en blijven na vriendelijke Groete. /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren. /:in margine:/ koetsiem den 2=en Februari 1790. /:laager P: S:/ hoofdadm: aanget: wij voegen hier bij nog een faktuur groot ƒ. 8556:—. 8: en een soldijnotietsie van den laasten Januari J=o leeden. — Na het afgaan van onzen laasten van den 2:e deezer in duplo met de barken de Ionge Willem Arnold en de kreeft, is ons over Tutukorijn, aangebragt uwer wel edeles origineele brief van den 31. December Jongstleeden, met alle de daar bij vermelde bijlaagen, waar van de soldijreekening van den Mattroos Berl Bach van Praag hierneevens terug gaat. De bark de Gustaaf vertrekt thans te rug met 35: lasten soeratsche tarwe, volgens ne= „vensgaande kognossement. van de kompanie Militairen van ka= „pitain koch is de soldaat Christiaan Aan als voren. Fredrik 2730 Aan als vooren. Fredrik Blom van Stettin, die voor eenigen tijd van de Zeevaart tot de Milietsie overgegaan is; op zijn verzoek weder tot Mattroos ge= „changeerd; des wij verzoeken zijne afgesloote= „ne soldijreekening te willen herwaards zenden. Daar en tegen zijn weder van Mattroosen tot soldaaten gechangeerd, en bij die kompa„ „nie geplaatst Willem Pietersz: Groen van Warmeweel, winnende ƒ 10. -. en Sa¬ „lomon van wijk, van Lijden, winnende ƒ 8. —. voor het overige blijve wij na vriendelijke groete. /:onderstond:/ en /:getekend:/ Als voren. /:in margine:/ koetsiem den 13=e Febru= „ari, 1790. wij hebben de eere gehad uwer weled:s geagte letteren van den 6„e 8=e 19=e mitsgaders 28=e februarij J=o Leeden met de Barken De kreeft en den Jongen Willem Arnold mitsgaders met het schip vreedenburg Wel wel te ontvangen en bedanken voor het daarmede gezondene, waar van de bevinding met een nadere geleegenheid zal volgen. De wissel aan Michael Benjamin is met ƒ7917. 16 –. behoorlijk voldaan. Het schip vreedenburg staat in het laast van deeze maand te rug te keeren en wij hebben ons door in koop van Engelsche scheepen zoo verre van rijst voorzien, dat wij het daar in gelaadene voor ons daarmede zul„ „len kunnen terug zenden; ook hoopen wij, dat de omstandigheeden het zullen toelaaten, daarmede een gedeelte van de Ceilonsche hulp troepen te laaten te „rugkeeren. Op de verkreegene toestemming van den Heer Goeverneur van de Graaff, is de Luitenant van de kolombosche komp: van kapitain koch, So= hannes von Mittmann tot kapitain bij ons garnisoen en kommandant van een Battal= „jon Malabaarsche Sipahis aangesteld, weshalven wij 2731 wij om zijne afgeslootene soldij reekening verzoeken en op het verzoek van gemelden koch tot Luitenant E„ in zijne plaats den vaandrig Iohan Christiaan Eichler en tot vaandrig den order serjant Michael Fermer voordraagen, waartoe de ingediende verzoek lijst hier nevens overgaat. Ook is de kapitain Luitenant van de kolombo= „sche Grenadier komp=e tot kapitain bevor= „derd en wijl daardoor een Luitenant bij dezelve ontbreekt, zoo verzoekt de oudste vaandrig van dezelve Pieter Hoijer van Drontheim daar toe door uwwelEd:s gunstig bevorderd te worden:/ Tot vaandrig heeft kapitain weerman bij nevens gaande verzoeklijst niemand voore „gedraagen, wijl bij de komp=e indien er geen kapitain Luitenant bij geplaatst word, geen tweede Vaandrig noodig is. weegens de Oorlogs beweegingen in het land word geen wax mede e4 wax afgebragt, weshalven wij niet in staat zijn op den Eisch van dezelven iets week te zenden. De kokus ole is hier ook zoo schaars en duur„ dat wij daarmede ook niet gerieven kunnen. volgens nevens gaande verzoek lijst draagen wij ook tot korporaal voor, bij de Grenadier kom= „penie van kapitain weerman, den soldaat bij die kompenie Johan Leonhard Schoeman van Durlach in steede van den korporaal Johan Henrik Schen van Eisnach die overwangedrag tot soldaat gedeporteerd is. De soldaat Fredrik Mattijs kerner van winse bij de kompenie van kapitain koch, winnende ƒ 13: verzoekt mits tijds exsperaat „sie tot ƒ14: verbesterd te worden en het douceur van agt ropijen te mogen genieten. zijne verjaarde akte en de verzoek lijste gaan hiernevens. voorts voegen wij hier bij een soldij notietsie te geleide

NL-HaNA_1.04.02_3886_0183 view scan ↗

English

To the same as before accompanied by two closed pay accounts and six letters concerning military reports of the Ceylon national companies. Wherewith after amicable greetings we remain with respect. was below and signed as before. in the margin: Cochin the 20th March 1790. lower: P.S. We further add hereto the duplicate of our last of the 13th February last past. A letter under flying seal from the Honorable Council of Justice here to that of Colombo and An invoice of account amounting to f 8276:1:8. At the request of the Tuticorin servants we dispatched the ship Vreedenburg thither to take in a cargo of paddy for Ceylon; pursuant to your Honors' request by letter of the 27th February last past, we have shipped in the same 18750 lb. of Japanese bar copper, wherewith, and with the draft of your Honors paid by us, the five thousand pagodas are settled which we promised to send to Tuticorin before the bad monsoon. Therewith we also send six heavy ship anchors which were superfluous here, and request, in case the same should also not be deemed necessary there, to then forward them to Batavia. To this ship, at the request of its captain, we have caused to be supplied provisions for three months, and also one month's wages to its crew. On the same travels the Captain-Lieutenant Johan Frederik Andrea with his wife and children, to whom we request you will be pleased to grant transport to the Netherlands on one of the upcoming return ships from Ceylon. Of the cannon and ammunition goods sent to us, two metal cannon are being returned, the touchholes of which are burned out, and some cannonballs that are out of gauge, together with some loading tools which have been found unfit, all more fully stated in the accompanying bill of lading and invoice. Wherewith after amicable greetings we remain with respect was below and signed as before. in the margin: Cochin the 5th April 1790. lower: P.S. We enclose herewith two sets of Colombo expense accounts, two sets of Galle and one set of Cochin ditto of the ship Vreedenburg, as well as three military reports of the Ceylon detachment. Also going with this ship are two pieces of sample gunnies for Batavia, which we request to forward. We now let the bark De Kreeft depart back thither, with which also travels Sergeant Jan de Wijs, who at his request, on account of illness, has been transferred from here to Ceylon; his closed pay account is enclosed herewith. In the detachment of Malays arrived here from Tuticorin, a private named Samat Muta died on the 8th of this month, and in his place on the 12th we took back into service as a soldier Pakier Ceilon, aged 18 years, for whom we request you will be pleased to send an appointment certificate. We have caused the wages of Lieutenant Christiaan Frederik von Mullertz—who in the month of February of last year went from here on a cruise to Ceylon, and up to the present has not returned to his garrison—to be written off as of the last of August 1789, of which we hereby notify your Honors, and request that you will be pleased to make this known to him. The ship Schelde is due to depart from here for Batavia within a few days and will call at Galle. Captain Christiaan Martensz has made a request here for 2 top studdingsail booms, 1 spare topmast in place of the one that was consumed for a foretopmast, and 1 main topgallant mast. Because no spars are in stock here and would have to be purchased at great expense, we have referred this request to your Honors, of which we thus give advance notice hereby. We enclose hereto the duplicate of our last sent off on the 5th of this month with the ship Vreedenburg, and remain after friendly greetings was below and signed as before. in the margin: Cochin the 24th April 1790. Pursuant to our last of the 24th of this month sent off with the bark De Kreeft, of which the duplicate is enclosed, the ship De Schelde is now departing for Galle with 2069 bags of saltpeter for your Honors' Government, wherewith we also transmit an unfit proportional compass, two protractors or angle meters, and an astrolabe, with the request to be pleased to have them repaired and sent back. We duly received your Honors' esteemed missive of the 6th of this month, as well as the duplicate accompanying the letter of the 10th following, the original of which has not yet been delivered. The packet for Surat will be forwarded at the first opportunity. Offering a packet from the Orphan Masters here to those of Colombo and the copies of our letters to the Most Honorable Gentlemen Seventeen and to their High Excellencies the Supreme Indian Government dated 10th October and 28th December 1789 as well as today, we remain after friendly greetings. was below and signed as before. in the margin: Cochin the 30th April 1790. lower: P.S. The previously omitted pay account of Sergeant Jan de Wijs is enclosed herewith. Since the dispatch of our last of the 30th April

Dutch transcription

2732 Aan als vooren geleide van twee afgeslootene soldij reekeningen en ses brieven betreffende milituire rapporten van de Ceilonsche naatsionaale kompanien. waarmede na minzaame groete met achting blijven. /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren. /: in margine:/ Koetsiem den 20:' Maart. 1790. /:laager: s:/ wij voegen hier noch bij het Duplikaat van onzen Laasten van den 13: Februari J=o Leeden. Een brief onder kachet voland van den Achtbaaren Raad van Justietsie alhier aan die van kolombo en Een faktuur van aanreekening groot ƒ 8276:1:8: Op verzoek van de Tutukorijnsche Bedienden zanden wij het schip vreedenburg naar derwaards om een lading neli voor Ceilon inteneemen, wij hebben ingevolge uwweledelens verzoek. bij brief van den 27. februari soleeden, 18750. lb: Japans staaf koper in het zelve afgescheept, waarmeede en met de door ons betaalde assignaatsie van uwwel Ed=s de vijf duizend pagoden vereffend zijn, die wij beloofd hebben voor de quaade mousson naar Tutukorijn te zenden. Daarmede zender wij ook ses zwaare scheeps ankers ankers die hier te veel geweest zijn, en verzoeken, in „dien dezelven aldaar ook niet mogten noodig geoordeeld worden, als dan naar Batavia voorttezenden Aan dit schip hebben wij op verzoek van dies ka„ „pitain, voor drie maanden randsoen, laaten verstrek„ „ken, en ook een maand gasie aan de Equipasie van het zelve. Met het zelve vaart de kapitain Luitenant Iohan Frederik Andrea over met vrouw en kinderen aan wien wij verzoeken, met een der aanstaande re„ „tour scheepen van Ceilon transport naar Neder „land te willen verleenen. van de aan ons gezondene kanons en ammonietsie goederen gaan twee Metaale kanons terug waar van de Zindgaten verbrand en eenige kogels, die verloopen zijn mitsgaders eenig laad gereedschap, het welk onbequaem bevonden is, alle breeder vermeld bij het nevensgaand kognossement en de faktieur. Waarmede na minzaame groete met agting blijven /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren. /:in margine:/ Koetsiem den 5. April 1790. /:laager P: S:/ wij voegen hiernevens twee stullen kolombosche onkostreekeningen twee stellen gaalsche en een stel koetsiemsche Dito. van het schip vreedenburg, zomeede drie Militair rapporten van het 2733 Aan als vooren. het Ceilonsche detachement. ook gaan met dit schip twee p=s Monster goenies voor Batavia die wij verzoeken voortte zenden. Wij laaten de bark de kreeft thans naak derwaard te rug vertrekken, waar meede ook overgaat de serjant Jan de wijs, die op zijn verzoek, weegens ziekte, van hier naar Ceilon verplaatst is; zijne afge= „slootene soldij reekening gaat hier nevens. Bij het van Tutukorijn hier aangekoomen deta= „chement Malaiers, is een gemeene, genaamd Sa= „mat Muta, op den 8: deezer overleeden en wij hebben in zijne plaats op den 12. daar bij weder als soldaat in dienst genoomen, Pakier Ceilon oud 18. jaaren, voor wien wij verzoeken een akte te willen zenden. Wij hebben de gasie van den Luitenant Christiaan Frederik von Mullertz; die in de maand februari voor leeden Iaar van hier voor een spring= „tocht naar Ceilon gegaan is, en zig tot nu toe niet bij zijn garnisoen weder heeft ingesteld, onder ulto: Augs: 1789. laaten afschrijven, waar van wij uwwel= edelen bij deezen kennis geeven, en verzoeken zulx aan hem te willen bekend maaken. Het et sie van zijn equaem gaand Het schip schelde staat binnen eenige daegen van hier naar Batavia te vertrekken en zal te Gale inloopen; De kapitain Christiaan Mar= „tensz: heeft hier verzoek gedaan om 2. boven lei„ „zeils spieren. 1. stengter waar loo in steede van de geene, die tot een voorsteng verbruikt is, en 1. Groot bramsteng. wij hebben vermits hier geene rondhouten in voornaad zijn en zeer duur zouden moeten opgekogt worden, dit verzoek aan uwweledelen overgeweezen, waar van wij dus bij deezen voor aff kennis geeven. Wij voegen hier bij het duplikaat van onzen laaste„ van den 5: deezer met het schip vreedenburg afgezonden, en blijven na vriendelijke groete /:onder „stond:/ en /:getekend:/ als vooren. /:in margine:/ Koetsiem den 24: April 1790. Jngevolie onzen laasten van den 24=e deezer met de bark de kreeft afgezonden waer van het dupli= „kaat hierneevens vertrekt thans het schip de schelde naer Gale met 2069: sukken, Salpeter voor uwweledelen Gouvernement, waarmede wijok Aan als vooren. overzenden 2734 Aan als vooren. overzenden een onbequaamen proportsioneel passer twee Transporteurs of hoekmeeters en een Astrolabi „um, met verzoek dezelven te willen laaten repareerl„ „ren en terug zenden: Wij hebben uwerweledelen geachte missive van der 6=en deezer wel ontvangen, zoomeede den duplikaat hij brief van den 10: daar aan, waar van het origineel nog niet aangebragt is: Het pakket voor soe rat „ta zal bij geleegentheid voortgeschikt worden. onder aanbieding van een pakket van wees= „meesteren alhier, aan die van kolombo en van de kopijen onze brieven aan de Hoog achtb: Heere Zeeventienen en aan Hunne Hoog edelheeden de Hooge indische Regeering gedateerd 10: oktober en 28: December 1789: mitsgaders heden, blijven wij na vriendelijke Groete. /:onderstond:/ en /:getekend/ als vooren. /:in margine:/ Koetsiem den 30=e April 1790: /:laager P: S:/ De laast verzuimde soldij reeke= „ning van den serjant Ian de Wijs gaat hiernevens Leder het afgaan van onzen laasten van den 30=e April en

NL-HaNA_1.04.02_3886_0188 view scan ↗

English

despatched on the ship de Schelde last April, of which the duplicate is enclosed herewith, we received your Honor's original letter of the 10th prior. Presently the ship Demerarij departs for Gale, with which we send over: 5 hawsers 2 white lines 1 bolt of grey cloth 350 ship or teak planks 8 handspike spars 4 Tinkansche planks and ¼ last of rye. Which goods were brought with the said ship from Batavia for Soeratta, are not noted on the bill of lading, and cannot be employed here; we have notified Their High Excellencies of this, so the accounting for those goods must be awaited from the Headquarters. Because under the circumstances in which we currently find ourselves on account of the Nabab Tipu Sultan, we are in great need of two more subaltern officers of the artillery and have no capable individuals at hand here for this purpose, we therefore request your Honor to please send us two good officers via the Tutukorijn overland route at the earliest opportunity. The hand-langer of the Ceylon detachment named Reinier Roemberg of Amsterdam has been punished here for theft committed, and has been re-enlisted as a sailor. We request that his closed pay ledger be sent hither. With which, after affectionate greetings, we remain with respect. was signed: As before. in the margin: Koetsiem, the 13th of May 1790. lower P.S.: We furthermore enclose herewith a copy of our letter currently departing for Batavia with the ship Demerarij, dated today. We had the honor to duly receive your Honor's esteemed letter of the 27th of April last, and thank you for the Homeland and Coromandel packets sent therewith. Our packet for Europe has already been sent to your Honor with the ship de Schelde. We nevertheless thank you kindly for the consideration your Honor showed in having the packet boat wait for it. The smalschip de Verwachting presently departs thither to convey our further reports to Their High Excellencies at Batavia, with the enclosed original and duplicate packets, which we request be dispatched divided between the ships de Schelde and Demerarij. We add hereto the duplicate of our last of the 13th of this month, and remain after friendly greetings. was signed: as before. in the margin: Koetsiem, the 22nd of May 1790. To the same as before Successively we had the honor to duly receive your Honor's esteemed letters of the 12th and 29th of May, and the 19th, 26th, and 30th of June. For sending hither the two subaltern officers of the artillery, Hillersten and Brocheet, we thank you very kindly. The artillery lieutenant Du Crok has, according to the transmitted note, collected the cost of the uniforms for his detachment and paid it into the treasury here, amounting to 169 rupees 33 or 203 guilders, 12 stivers, 8 penningen, which is credited on the accompanying invoice. We thank you kindly for the copies sent to us of the letters exchanged with the Lord Governor Medows and the Council members of Madras concerning the departure of the former to assume command over the English army. The soldier Kasper Polle of Waasveld in the company of Captain Koch requests, upon expiration of his term, to be re-engaged from 13 to 14 guilders. Also, the drummer in the grenadier company of Captain Weerman, by the name of Gerrit Gerritsz of Dokkum, requests an increase from 12 to 14 guilders, according to the accompanying mentioned certificates. Of the Malays who were sent here from Tutukorijn under Lieutenant Bongol, two privates by the names of Sangar Batavia and Samat Moedoe have died, and in their places Koeper Kolombo, aged 18, and Miedien Boegies, aged 22 years, have been accepted into service again, as well as in the company of Captain Abiram Flint a private named Samuel of Malakka, aged 28 years. On the 9th of this month, three privates from the aforementioned Malays of Lieutenant Bongol deserted from here, by the names of Kassim Boegies, Camba of Ternate, and Abdul Batavia, who have not yet been recaptured. The wife of the freeman Izaak Henrik Muller, who departed from here for Kolombo some time ago, has submitted a request to be allowed to remarry, alleging that her husband has died in Kolombo; of which she has produced as proof a certificate, a copy of which is enclosed herewith, granted by a sergeant and a soldier under the Ceylon troops, who declare that this Muller died of a hemorrhage in the month of May of last year; however, because this proof is not sufficient to permit her a second marriage, we therefore request to be informed whether the said Muller really died in Kolombo. Furthermore, we add hereto six military reports from Captains Koch and Weerman, a packet with pay records, and a packet from the Court of Justice here to that of Kolombo; and remain after friendly greetings, was signed: As before. in the margin: Koetsiem, the 22nd of August 1790. Since the dispatch of our last of the 22nd of August last, we had the honor to receive your Honor's esteemed letters of the 31st of July and 9th of August. We thank you kindly for the Dutch and Cape packets sent to us, brought by the ships de Gouverneur Generaal Mossel and De Eeuwigheid. The packets for the Mission at Suratta will be dispatched at the first opportunity. Since the Ceylon auxiliary troops had to remain here over the bad monsoon, we were obliged, in order to make the number of officers complete, to make the following appointments on the 16th of May of this year

Dutch transcription

April J=oleeden met het schip de Schelde afge= „vaardigd, waar van het duplikaat hier nevens„ hebben wij uwerwel edelen Origineelen brief van den 10: bevoorens ontvangen. Thans vertrekt het schip Demerarij naar Gale waarmeede wij overzenden. 5: trossen 2: witte lijnen 1: vol Graeuw doek 350: scheesche of jatij planken 8: windboom balkjes 4: tinkansche planken en ¼: last rogge. welke Goederen met gemelde schip van Bata„ „via voor soeratta aangebragt zijn, bij 't kognossement niet bekend staan en hier niet kunnen geëmploieerd worden: wij hebben hier van aan Hunne Hoog Edelheeden kennis gegeeven des de aanreekening van die goederen van de Hoofdplaats moet afgewagt worden. Wijl wij in de omstandigheden waar in wij ons thans wegens den Nabab Jipoe sulten bevinden, nog twee suballerne officiers van de Arthillerij hoog noodig en hier daar 2735 66 Aan als vooren. daar toe geene bequaame subjekten aan handen hebben: zoo verzoeken wij uw weledelen ten eer= 170l „sten twee goede officieren over den Tutukorijn 1an „schen landweg aan ons te willen toezenden. o4„ De Handlanger bij het Ceilonsche deta= „chement genaamd Reinier Roem „berg van Amsterdam is wegens gepleegde dieverij alhier afgestraft„ en tot Maltroos overgeschreeven. wij Heer verzoeken zijne afgeslootene soldijreekening herwaards te willen zenden. waarmeede na minzaame groete met achting blijven. /:onderstond:/ en /:getekend:/ Als vooren. /:in margine:/ Koetsiem den 13: Meij 1790: /:laager P: S: / wij volgen hier nog bij een afschrift van onzen thans afgaanden brief naar Batavia met 't schip Demerarij gedateerd heeden. Wij hebben de eer gehad uwer wel Edelen geachte letteren van den 27: April J=o Leeden wel te ontvangen: r ten en bedanken voor de daarmeede gezondene Vaderland= „sche en kormandelsche pakketten. Ons pakket voor Europa is reeds met het schip de scheld aan uwwel edelen gezonden. wij bedanken echter vriendelijk voor de attentsie die uwel edelen gehad hebben met de paketboot daar na te laaten wach„ „ten. Het smalschip de verwachting vertrekt thans naar derwaards ter overbreng van onze nadere be= „richten aan Hunne Hoogedelheden te Batavia, bij de ingeslootene Origineel en duplikaat pakkeslen die wij verzoeken op de schepen de schelde en de= „merarij verdeeld aftezenden. wij voegen hier bij het duplikaat van onzen laas= „ten van den 13: deezer, en blijven na vriendelijk groete. /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren. /:in margine:/ Hoetsiem den 22. Meij 1790. Aan als vooren sukcessive hebben wij de eer gehad uwer wel„ Edelen geagte brieven van den 12. ' en 29. ' Maij 19. 12/26 en 30. Junij wel te ontfangen. voor de herwaards zending van de twee su¬ balteane officieren van de Aatillerij Hiller„ sten en Brocheet, bedanken, wij zeed verendelijk De 2736 De Artilberij luijtenant Du crok heeft vol„ gens overgezondene notietsie het kostende van de monteering van zijn detachement ingevor„ derd en alhier in kas geteld, met een bedraagen van rop:s 169. 33. of ƒ 203. 12. 8. het welk bij de nevensgaande faktuur werd te goede ge„ bragt. wij bedanken vriendelijk voor de aan ons gezon„ dene kopijen der gewisselde brieven met den Heer Gouverneur Medows en de Raadsleeden van Madvas nopens het vertrek van den eersten tot het aanvaarden van het komman„ de over het Engelsch legia. De soldaat kasper Polle van waaasveld bij de komp:e van Kapitijn koch ver„ zoekt mits tijds expiratie van ƒ13. tot ƒ 14. verbestead te worden. Ook verzoekt de Tamboer bij de gaenadiea Kompenie van Kapitain, weerman met naame Gerrit Gerritsz: van Dokkum om verbeetering van ƒ12. tot ƒ14. volgens de nevensgaande vermaaade akten van de Malaicas die van Tutukorijn, hier gezonden zijn onder de Luijtenant Bongol zijn twee gemeenen met naamen Sangar 10 Sangar Batavia en Samat Moedoe over leeden en in hunne plaatse zijn weder in dienst aangenoome, Koeper Kolombo oud 18. en Miedien Boegies aad 22 Jaaren zo meede bij de komp: van Kapitijn Abitum Flint een gemeene genaamd Sumuel van Malakka oud 28. Jaaren Den 9. deezer zijn van boven gem:e Malaicas van den luijtenant Bongol van hier gedescateerd drie gemeenen met naamen Kassim Boe= gies, Camba van Ternaten en Abdul Ba„ tavia, die noch niet acterhaald zijn De vrouw van den voor eenige tijd van hied naar Kolombo vertrokkenen vrijma Izaak Henrik Muller heeft verzoek gedaan om weder te mogen hertrouwen onder voorgeeven dat haar Man te kolombo overleeden is waar van zij tot bewijs eene verklaaring die in kopij hiernevens gaat, heeft gepeo„ duceerd door een seajant en een soldaat onder de Ceilonsche troepen verleend die verklae„ aen dat deeze Muller in de maand Meij voorleeden Jaar aen een bloedstoating is overlee„ den, doch wijl dit bewijs niet voldoende is om haar een tweede huwelijk toete staen: zoo verzoeken 2737 Aan als vooren na verzoeken wij ons te willen onderrichten of gem: Muller werkelijk te kolombo is overleeden Voorts. voegen wij hier bij ses militaire rap„ porten van de kapitaine koch en weer„ man, een pakel met soldij papieren en een pakkel van den Raad van Justitie al„ hier aan die van Kolombo; en blijven ma vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ Als, vooren /:in margine: koetsiem der„ 22. Aug:s 1790. zeeder het afgaan onzer laasten van den 22: Aug:s Jongstleeden, hebben wij de eer gehord, uwer wel Edelen g'achte brieven van den 31. ' Julij en 9. Aug:s te ontvangen, wij bedanken vriem delijk voor de aen ons toegezondene Neder„ landsche en kaapsche paketten met de scheepen de Gouverneur Generaal Mossel en de„ uwie aangebragt. De paketten voor het Mi„ nisteri te Suratta, zullen met de eerste geleegenheid afgezonden worden vermits de Ceilonsche hulptroepen de quaade mousson hier moesten overblijven: zoo zijn wij genoodzaekt geweest, om het getal der officieren daer bij komplaet te maaken, op den 16. Maij deezes Jaars de volgende aanstellinge

NL-HaNA_1.04.02_3886_0194 view scan ↗

English

to effect, as well as of Ensign Pieter Hoijer with the Grenadier Company to Lieutenant of the Order; Sergeant of that company Philip Adriaan Frants to Ensign; and of Ensign Johan Christiaan Eichler with the Musketeer Company to Lieutenant, and of Order Sergeant Michiel Fermer to Ensign. Through these appointments, the following non-commissioned officers with those two companies have been promoted at the same time, namely: With the Grenadier Company: The Captain of Arms Johannes Vogel of Breemen, earning ƒ 14. —. to Sergeant. The Corporal Johan Henrick Mijer of Osnabrug, earning ƒ 14. to Captain of Arms. And the Private Martin Hantzen of Hoesum, earning ƒ 14. to Corporal. With the Musketeer Company: The Captain of Arms Jacobus Vuistman of Amsterdam, earning ƒ 14. to Sergeant. The Corporal Antoni Simons of Amsterdam, earning ƒ 14. to Captain of Arms, and the Private Johan Godlieb Scheffer of Vrijstad, earning ƒ 9: to Corporal. For whom we request that the warrants be sent hither. From the Grenadier Company, Private Michiel Winterbergen of Heroldheim passed away on 28 August, and from the Malay Company of Abitum Huijl, Private Nata Tindera of Batavia deserted on the 6th of this month. We request that the closed pay accounts be sent hither of Junior Ordinary Seaman Johan Henrich Saalij of Lamspring, earning ƒ 8. who recently arrived from the Cape on the ship De Unie, and of the Private of the Company of Captain Koch named Johan Christiaan Muller of Radenhof, earning ƒ 9. Furthermore, we enclose herewith the duplicate of our letter of 22 August and two military reports from Captain Koch, and remain after friendly greetings was signed and signed as before in the margin: Koetsiem, 14 September 1790. To as before. The English Chief of Tellicherry has addressed himself to the first-signed Governor on behalf of the merchant Schoakaria Moesa, whose vessel was shipwrecked on the return voyage from Bengal near Japan which we presume must be Jafna, the cargo of which was sold at Jaffna, except nine chests of opium and eight cannons. We send a translation of that letter and its enclosure herewith, with the friendly request to instruct us as to what we must answer regarding the aforementioned opium and cannons. All our efforts made until now to persuade the King of Travancore to a large delivery of pepper have hitherto been fruitless, and although His Highness, who was urged thereto in the most emphatic manner last month by special deputies, made good promises, we nevertheless doubt that the delivery will be of much importance this time, of which we find ourselves obliged to give Your Honors prior notice hereby. Offering the duplicate of our last of the 14th of this month, we remain after friendly greetings was signed and signed as before in the margin: Koetsiem, 29 September 1790. To as before. We have permitted the Lieutenant of the company of the Regiment de Meuron stationed here, François Wloule De La Raitrie, to depart via Tuticorin thither, and upon his further request have had two months' salary and emoluments provided to him. Only on the 2nd of this month did we receive Your Honors' esteemed favor of 10 September last, and since the provisions to the company of Meuron had already taken place by then, we shall henceforth have the distribution of emoluments to the subaltern officers of that company carried out according to the transmitted instructions. In the received warrant for the Malay Private Samuel of Malacca, which is dated 22 August last, it is stated that his pay shall commence from that date; however, we notify Your Honors that this private was already taken into service here on 19 May, and thus has also enjoyed monthly pay from that day onward. Offering a packet of Surat letters for Your Honors, we remain after friendly greetings was signed and signed as before in the margin: Koetsiem, 7 October 1790. To as before. We send overland to Tuticorin for further forwarding to Your Honors four letter boxes, four boxes with trade goods, and four boxes with pay records for Europe, with the friendly request to send the same divided among the homeward-bound ships from Ceylon, and to place the boxes addressed for the Amsterdam Chamber on the first ship. The said boxes have been sewn up and pitched to protect them from the rain, which we request to have removed in Colombo. We also send a small box with private letters for the Amsterdam Chamber and request to send the same along with the early ship. We request to send us at the first opportunity ten barrels of tar and ten barrels of resin, as further stated in the accompanying requisition, as we are in great need thereof. Furthermore, we add hereto the following enclosures: The duplicate of our last of the 7th of this month; three invoices of the ultimate of August last amounting to ƒ 2258. 16. 8., ƒ 12077. - . -., and ƒ 33921. 18. -.; two packets with pay records, and two military reports of the Colombo Grenadier Company, and remain after friendly greetings was signed and signed as before in the margin: Koetsiem, 16 October 1790. Lower down: P.S. We request that the closed pay account of the Gunner's Mate Frankois Christiaan van Spall be sent hither. We also add hereto an original and duplicate packet for the Cape of Good Hope and two packets with private letters for the Zeeland Chamber and for the Cape just mentioned. Agrees, Hybrands Sworn Clerk N 34

Dutch transcription

te doen, als van den vaandrig Pieter Hoijer bij de gaenardier Kompenie tot Luijtenant van den order seajam van die Komp:e Philip Aria tiaan Frants tot vaandrig En van den vaandrig Johan Christiaan Eichler bij de Murkettier Kompenie tot Luijtenant en van den order sergeant Michiel Fermer tot vaandrig. zijn ter zelver Door deeze aanstellingen tijd de volgende onder officieren bij die twee kompenien bevorderd, te weeten Bij de Grenadier Kompe De kapitain des Aamsl Johannes Vogel van Breemen winnende ƒ 14. —. tot Seagecnt. De Korporaal Johan Henrick Mijer van Osieabrug wints ƒ 14. tot Kapitain des Armas En de soldaat Martin Hantzen van Hoe„ sum wint ƒ 14. tot Korporaal. Bij de Musketier Kompenie De Kapitijn, des Ar„ mes Jacobus Vuistman van Amsterdam winnende ƒ 14. tot sergeant. De Korperaal Antoni Simons van Am„ sterdam winnende ƒ 14. tot kapitijn des Aa„ mes en De soldaat Johan Godlieb Scheffer van vrijstad, winnende ƒ 9: tot koaporaal. voor 2738 voor dewelken wij verzoeken de aktens te wil„ len herwaards zenden. van de Grenadiea Kompenie is op den 28 Aug: overloeden, de soldaat Michiel winterbergen van heroldheim en van de Malaitsche Komp: van Abitum Huijl, is op den 6 deezer gedeserseerd de Gemeene Nata Tindera van Batavia. Wij verzoeken te willen herwanads zenden de afge„ slotene soldij reekeningen van den Jongmal„ troos Johan Henrich Saalij van Lams„ pring winnende ƒ 8. die onlangs met het schip De unie van de kaap aange„ koomen is en van den soldaat van de Komp: van Kapitain Koch met naame Johan Christiaan Muller van Radenhof winnende ƒ 9. Voorts voegen wij hier bij het duplikaat van onzen brief van den 22: Aug:s en twee mili„ taire rapporten van den kapitain koch en blijven na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Koel= Siem den 14:' September 1790. Het Engelsche opperhoofd van Gellitsarie heeft zich aan den Eerstgeteekenden Gouverneur Aan als vooren. goud daassecad Hoijer is an g'addresseerd ten behoeve van den Koopman scho= akaria Moesa, wiens vaartuig op de te rug reize van Bengale omtrend Japan /: het welk wij veronderstellen, dat Jafna weezen meet :/ gestrand was, waar van de Lading te Juffena verkocht was, buijten ne„ gen kisten spium en agt kanons. Wij zenden een translaat van dien brief en dies bijlaage hiernevens, met vriendlijk verzoek ons te willen instrueeren wat wij nopens de voormelde Amfioen en kanons antwoor¬ den moeten Alle onze tot nu toe aangewende poogingen, om den Koning van Crevankoor tot eene ruime, peperleverantie te beweegen zijn, tot nu toe vruchteloos geweest, en hoewel zijne Hoogheid, die daer toe voorleeden maand, door expresse gekommitteerden op het na„ druklijkste wermaand is goede beloften ge„ daan heeft; zoo twijfelen wij doch, dat de leverantsie ditmaal van veel belang zal zijn, waar van wij ons verplicht vinden uw Edelens bij deezen voor af kennis te geeven Onder aanbieding van het duplikaat van onzen laasten van den 14. deezer blijven wij na vriendelijke groete /:onderstond:/ en getee„ kind 2739 Aan als vooren kend :/ als vooren, /:in margine:/ koetsiem den 29:' September 1796. Wij hebben aan den Luitenant van de alhier zijnde kompenie van het Regiment van Meuron François Wloule De La Raitrie gepermitteerd over Tutukorijn nara derwaards te vertrekken en op zijn nader verzoek twee maanden gagie en Emolumenten laaten verstrekken Op den 2. deezer hebben wij eerst ontvangen uw wel Edelen g'achte van den 10. ' september JLeeden en vermits toen de verstrekkingen aan de kome van Meuron reeds geschied was: zoo zullen wij voortaan de verstrek kingen van Emolumenten aan de subaltea„ „ne officieren van die komp:e na de overgezon„ dene aanwijzing laaten doen. Bij de ontvangene akte voor den Malailschan soldaat Samuel van Malakka, die den 22. Aug:s J:o Leeden gedateerd is, staat dat zijne gasie met die datum aanvang „neemen zal, doch wij geeven aan uw welEd: kennis, dat deeze sold:t den 19. ' Maeij reets alhier in dienst genoomen is en dus ook van dien 0= dien dag af maandelijx gagie genooten heeft Onder aanbieding van een soerats brieve pakkelje voor uw welEdelen, blijven wij na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Koetsiem den 7. ' okctober 1790. wij zenden over den landweg. naar Tutukorijn ter verdere voortschikking aan uwel edelen vier brieve kassen, vier kassen met negotie en vier kassen met soldij papieren voor Eu„ ropa met vriendelijk verzoek, dezelve op de Ceilon te huijs vandende schoepen ver„ van deeld te willen afzenden en de kassen voor de kamer Amsterdam beschreeven op het eerste schip te plaatsen, gemelde kassen zijn om ze voor de reegen te bewaaren benaaid en bepikt het welk wij verzoeken te kolom„ 60 te laaten afneaonren Ook zouden wij een kasje met partikuliere brieven voor de kamer Amsterdam en verzoeken hetzelve meede met het vroeg„ schip te verzenden. wij verzoeken met de eerste geleegenheijd aen ons toetezenden tien vaten teer en tien vaten harpuis nader bij de nevensgaande eisch ver„ Aan als vooren meld 2740 meld alzoo wij daar om zeak verloegen zijn. voorts voegen wij hier bij de volgende bijlaagen. Het duplikant van onzen laasten van den 7:' deezer Drie faktuuren van ult:o Aug:s Jongstleeden groot ƒ2258. 16. 8. ƒ 12077. - . -. n ƒ 33921. 18. -. Twee pakketten met soldij papieren En twee militaire rapporten van de Kolombosche gre„ nadier Kompenie en blijven na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Koetevan den 16:' oktober 1790. /:lager :/ P: S: wij verzoeken de afgeslootene sol„ o dij reekening van den konstabels maat Fran„ kois Christiaan van Spall te willen her„ waards zenden. Noch voegen wij hier bij een origineel en dupplikaat pakketje voor de kaap de Goede hoop en twee pakketten met partikuliere brieven voor de kamer Zeeland en voor de kaap evenge„ meld. Accordeert Hybrands VEgklerk N 34

NL-HaNA_1.04.02_3886_0203 view scan ↗

English

2741 Malabar. To the Noble Lord, Joan Gerrard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director over the Company's establishments on the said coast, together with the Council, at Cochin. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Lord and Friends. The ship Trinkonomale arrived at Gale on the 6th of this month, and we had the honor to receive with it Your Honor's most esteemed letter of the 28th of December last. We thank Your Honor for the saltpeter, pepper, and cowhides sent to us with the said ship. The 17 chests of cardamom, one small box, and three packets received therewith for the fatherland, we shall dispatch distributed among our upcoming return ships. With With four sloops are currently departing thither of the national troops: 1 Captain-Lieutenant 1 Lieutenant 2 Ensigns 5 Sergeants 1 Surgeon 1 Capitaine d'armes 6 Corporals 1 Piper 3 Drummers 120 Privates Total: 141 Of the artillery: 1 Lieutenant 3 Bombardiers 4 Cannoneers 32 Hand-assistants Total: 40 Of the Regiment de Meuron: 1 Captain 3 Lieutenants 1 Surgeon 1 Quartermaster 7 Sergeants 12 Corporals 2 File-closers 3 Drummers 110 Privates Total: 141 2742 The muster rolls of the aforementioned military personnel accompany this, in which their pay is also stated, annexed to a pay note of the 13th of this month. We have caused to be paid to the aforementioned officers, both national and of the Regiment de Meuron, as a gratuity to cover their travel expenses, eighty rixdollars each to the Captain and Captain-Lieutenant, and fifty rixdollars each to the subalterns. To the aforementioned bombardiers, who earn twenty guilders, and to the cannoneers, who earn fourteen guilders, we request that, above their wages, two rupees be paid per month to the former and one rupee to the latter. We request Your Honor to have these allowances charged to us separately. The pay account of the sailor Berl Bach, stationed on the ship Trinkonomale, we shall send to Gale, and we request Your Honor to be so kind as to return to us the pay account of this sailor, which was sent thither along with our letter of the 31st of December. We further attach hereto the duplicate of our aforementioned letter of the 31st of December, a pay note of the 10th of this month, a copy report of the testing of the gunpowder that is currently being sent over, and a bill of lading for the cargo loaded onto the bark De Kreeft. We have ordered the Tuticorin officials to cause half a company of Malays to march from there to Cochin immediately, consisting of: 1 Lieutenant 2 Sergeants 4 Corporals 1 Drummer 48 Privates. The letter written to the officials regarding this is enclosed in copy. For the rest, after greetings, we remain. Below stood: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Lord! Friends, Your Honor's obedient friends and servants. Signed: W. J. van de Graaff, Chr. Jillenius, S. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant. In the margin: Colombo, the 14th of January 1790. To 2743 To the same as before. As it has appeared to us from the further reports received from Jaffnapatnam that the Moor Koenjie Miran Poelle, mentioned in Your Honor's esteemed letter of the 5th of November past, was arrested on very flimsy grounds, we have ordered the officials to release him immediately, free of all costs and indemnified, and to allow him to go his way unhindered. Owing to our great shortage of iron, we have been forced to retain here the quantity that was brought from the Netherlands on the ship Trinconomale for Your Honor's government, trusting that Your Honor will be able to spare this iron without notable inconvenience; however, should Your Honor nevertheless require the same in whole or in part, we shall supply it from what we are to receive from the Netherlands with the expected ships. As we could not manage otherwise, we have drawn an assignation on Your Honor in the amount of 7,917 guilders and 16 stuivers, to be paid to Michael Benjamin Karga, from To the same as before. from the Goekab Salmanie, which we very kindly request you to honor with payment. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, the 6th of February 1790. Lower, Postscript: Since we have received nothing of the requested 8,000 lbs of wax candles on the requisitions sent with our accompanying letters of the 25th of August and the 9th of December past, and are therefore currently in great embarrassment, we very kindly request Your Honor to send us as many candles in fulfillment of the aforementioned requisitions by the first opportunity as shall be feasible. There further accompanies this a bill of lading and invoice of account amounting to 380 guilders, 11 stuivers, and 8 penningen for 11 pieces of gunny bags with Ceylon coffee beans, which are offered to Your Honor on this occasion. With the arrival of the barks De Jonge Willem Arnold, De Kreeft, and De Gustaaf, we had the honor to receive Your Honor's esteemed letters of the 2nd and 13th of this month, and we thank Your Honor kindly for the goods sent therewith. Through Your Honor's kind care, we are now adequately provided with wheat, of which we also received a good consignment from Surat.

Dutch transcription

2741 Mallabaar. Aan den Edelen Heer. Joan Gerrard van Angelbeek, Raad ordinair van Nederlandsche Jndia, Gouverneur, en Directeur over 's komp=s Etablissementen ter gem: kuste ne= „vens den Raad Ge Koetsiem. Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen, zeer Diskreeten Heer en vrienden. Het schip Trinkonomale is den 6: deezer op Gale aangekoomen en we hebben d'eere ge= „had daarmede te ontvangen uw wel Edelens zeer g'eerde missive van den 28' December Jongstleden. we bedanken uwwel Edelens voor de met gem: schip aan ons toegezondene salpeter, peper en koehuiden. De daarmede ontvangene 17: kisten met kar= „damom, een kasje en drie paketten voor het vaderland, zullen we verdeeld op onze aan „staande retourscheepen afzenden. Met Met vier sloepen vertrekken tans na derwaarts van de nationaale troepes. 1: kapitein luitenant 1: luitenant: 2: vaandrigs. 5: sergeants. 1: Chirurgijn. 1: kapitein des armes: 6: korporaals. 1: fluijter. 3: tamboers. 120: gemeenen: 141: van de artillerie 1: luitenant 3: bombardiers. 4: kanoniers 32: handlangers. van het regiment van Meuron. 1: Kapitein 3: luitenants: 1: Chirurgijn 1: fourier 7: sergeants 12 korporaals. 2: sluiters 3: tamboers. 110: gemeenen. 141: 40: 2742 De naamlijsten van voorschreve militairen ver= „zellen deezen, waarbij ook hun genot bekend staat, annex eene soldij notitie van den 13: deezer. we hebben aan de voorschreeve officieren, zoo wel nationaalen, als van het regiment van Meuron, tot een douceur om daaruit de rijs onkosten goed te maaken, doen betalen aan de kapitein en kapitein Luitenant elk tagentig rd=s, en de subalternen elk vijftig rd=s. Aan de voormelde bombardiers, die twintig gul¬ „dens winnen, en aan de kannoniers, die veer= „tien guldens winnen, verzoeken we boven dien hunne gagie, te laten betalen, aan de Eerste twee ropijen en aan de laatste Een rop:'s maands. we verzoeken uw wel Edelens deze toelagen ons appart te laten aanrekenen. De soldij reekening van den op het schip Trin= „konomale geplaatsten Mattroos Berl Bach zullen we na Gale zenden en verzoeken uw= „welEdelens ons tewillen terug zenden de soldij reekening van deezen mattroos, die nevens onzen brief van den 31: December na der= „waarts waarts „waarts gezonden is. we voegen nog hierbij het duplikaat van onzen voorschreeven brief van den 31:' Decem= „bek, een soldij notitie van den 10: deezer, een kopia rapport van het probeeren van het buskruit dat tans overgezonden word en een Cognossement van het gelaadene in de bark de kreeft. we hebben de Jutukorijnsche bediendens ge= „last om ten eersten van daar na koetsiem te doen marcheeren een halve kompanie ma„ „leijers, bestaande in: 1: Luitenant 2: sergeants 4: korporaals 1: tamboeren 48: gemeenen. De brief daarover aan de bediendens geschreeven gaat in kopij hiernevens wij blijven voor 't overige na groete. /:onderstond:/ Edelen Erntfesten Manh: wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer! vriende, uwelEd: Dwr: vrienden dienaaren. /: was getekend:/ W: J: van de Graaff, Chr: Jillenius, S: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant. /:in margine:) kolombo den 14:' Januarij 1790. Aan 2743 Aan als vooren. uit de nader van Jaffanapatnam ontvangene berigten aan ons gebleeken zijnde dat de moor koenjie Miran poelle vermeld bij uwer wel Edens g'achte missive van den 5=e Novemb: p=a s=o op zeer losse gronden was gearresteerd, heb= „ben we den bedienden gelast, hem ten eersten kost en schaedeloos te doen ontslaan, en onver„a„ „hinderd zijnes weegs te laaten gaan. Mits onze groote verleegendheid om ijzer, zijn wij genoodzaakt geweest om de quantiteit die met 't schip Trinconomale voor uwer welEdelens gouvernement uit Nederland is aangebragt alhier aantehouden, in vertrou= „wen, dat uwelEd=s dit ijzer buijten merke= „lijke ongeleegendheid zullen kunnen missen„ dog zoo uwel Edelens nogtans het zelve ge= „heel of gedeeltelijk mogten benoodigen, zullen we het suppleeren uit het geen we met de verwagt wordende scheepen, uit Nederland staan te bekoomen we hebben wijl we ons niet anders redden konde op uwelEdelens getrokken een assisgatie groot ƒ 7917. 16 —. om teworden voldaan aan Michael Benjamin karga, van Aan als vooren. van de goekab salmanie die we zeer vriendelijk verzoeken met betaeling te willen vereeren. wij blijven voor 't overige na groete. /onderstond:/ en /:getekend:/ Als vooren. /:in margine:) kolombo den 6 febr: 1790. /:laager P:r S: / vermits we van de gevraagde 8000 lb: waxkaarssen bij onse nevens brieven van den 25. augtts: en 9. xber: p=a Co: gezondene Eisschen, niets hebben ontvangen, en daar om tans zeer verleegen zijn, verzoeken we uwel Ed=s zeer vriendelijk, ons zoo veel kaarssen in voldoening van voorsz: eischen, bij de eerste gelegendheid te willen toezenden, als doenlijk zal zijn. Nog verzeld deezen een Cognossement en faktuur van aanreekening groot ƒ 380. 11: 8. over 11: p=s goenij zak= „ken met koffij boonen Ceijlonse die uwel Ed:s bij dee„ „ze geleegendheid word aangebooden. Met de arrive van de barken de Jonge Willem Arnold, de kreeft en de Gustaaf, hebben we de eere gehad te ontfangen uwer wel Edelens geachte Missives van den 2. en 13.:' deezer, en wij bedan„ „ken uwel Edelens vriendelijk, voor de daar meede gezondene goederen. Door uwelEd=s vriendelijke voorzorge zijn we tans op een toerijkende wijze voorzien van tarwe, waar van we ook een goede party uit Suratta ontvan„ „gen

NL-HaNA_1.04.02_3886_0209 view scan ↗

English

have received. We therefore do not need any more for the present. The first-mentioned two barks are now departing thither again, and as much of the ammunition and other goods requested by Your Honors has been shipped aboard them as appears from the enclosed bills of lading. Upon Your Honors' recommendation, we have promoted the corporal Jacobus Vuijstman to master-at-arms, and the soldier Antonij Simonsz to corporal, the commissions for which are enclosed herewith. If the sloop Gale is still there upon receipt of this, and Your Honors can spare her, we request Your Honors to be so good as to send the said vessel to Tutukorijn to transport a cargo of salt to Kolombo. We further enclose herewith the duplicate of our letter of the 6th of this month, three pay notes of 16 January, 12 and 13 of this month cum annexis, and a small packet of letters for the Honorable Council of Justice over there. The required 4 3/2 pieces of red-dyed guinees and 5 7/16 pieces of raw guinees Tutukoaijns third sort for uniform parts for the company of Captain Koch, as well as the required one ell of fine white cloth and thirty pieces of raw guinees Jutukorijns third sort for uniform parts for the Eastern company of Captain Abitum, cannot be sent from here, as they are not in stock. We therefore request that it be seen whether these items, or others that may serve in their stead, can be purchased at Koetsiem. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was underwritten and signed: As before. In the margin: Kolombo, 18 February 1790. To the same as before. We have the honor hereby to inform Your Honors that the barks de Jonge Willem Arnold and de Kreeft, for want of gun carriages, could not be armed with anything other than five pieces of cannon each, but that both barks have received ammunition supplies, the first for twelve and the second for ten pieces. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was underwritten and signed: As before. In the margin: Kolombo, 19 February 1790. Lower, P.S.: We present to Your Honors herewith a closed pay account of the sailor Christiaan Fredrik Blom. We have only a very small supply of Japan copper remaining, and in order to keep our mint operating, we will not be able to manage with it until we are supplied with it anew from Batavia. If Your Honors should find that you can spare some of it, without running short of copper for trade yourselves, we kindly request that you send us 50 to 60000 pounds of it at the first opportunity. For the rest, after greetings, we remain. It was underwritten and signed: As before. In the margin: Kolombo, 27 February 1790. We direct this solely to accompany the ship Vreedenburg, which is now departing thither with a cargo of rice, mentioned in the enclosed bill of lading; and we request Your Honors, if this ship can be spared there without inconvenience, to be so good as to send her back here promptly, as we have the utmost need of her to transport our annual papers, along with the goods requisitioned from Batavia, to the said Indian capital; but if it should be necessary for the ship to remain there for some time, we kindly request that you inform us thereof promptly, so that we may employ one of our barks for the aforementioned transport to Batavia. We further enclose herewith the duplicate of our last letter of the 27th of this month, of which the original was dispatched via Jutu korijn, and a pay note of the 27th of this month alongside a pay account mentioned therein of the sailor Jan Carel Dirksz. We send herewith 2800 pounds of Ceylon coffee beans in reduction of the requested 5000 pounds. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was underwritten and signed: As before. In the margin: Kolombo, 20 February Anno 1790. Lower, P.S.: We further present to Your Honors herewith: Bill of lading of the cargo in the bearer of this. An invoice of 28 February 1790, amounting to ƒ 20728. 13. — Three identical Gale expense accounts of the said ship dated 18 January. Three identical Kolombo expense accounts of the said ship dated 12 February. Three identical Gale expense accounts of the said ship dated 21 February, and Three identical Kolombo expense accounts of the said ship dated 28 February. With the arrival of the sloop Gale, we had the honor to receive Your Honors' esteemed letter of 20 March last. We kindly thank Your Honors for the payment made on the bill of exchange drawn by us upon Your Honors to the benefit of Michael Benjamin. In the promotion of officers in this government, we are accustomed to follow seniority. The ensigns Echler and Hoijer still have several senior ensigns above them. To the same as before. We have had the honor to receive Your Honors' esteemed letters of the 5th and 24th of this month, and kindly thank Your Honors for the goods sent with the ship Vreedenburg. The heavy anchors sent therewith we shall retain, as we need the same, and the muster guinees will be sent with the said ship to Batavia. To Captain Lieutenant Andre, along with his wife and children, we shall grant passage to the Netherlands when opportunity offers. Sergeant de Wijs we have placed in the garrison here, and the requested commission for the Eastern soldier Pakier Ceilon, taken into service there, is enclosed herewith. Since Lieutenant von Mullertz is currently staying at Gale, we have written to the servants. We present to Your Honors herewith the duplicates of our last secret and common letters of the 5th and 6th of this month.

Dutch transcription

2744 „gen hebben. we hebben dus voor eerst niet meer noodig. De eerst gemelde twee barken vertrekken tans weder na derwaards, en zijn daar in zoo veel van de door uwel Edelens gevraagde ammonitie en andere goederen afgescheept, als blijkt bij de ingeslootene Cognossementen. wij hebben op uwerwel Edelens voordragt, den Corporaal Jacobus vuijstman gevorderd tot Capitain des armes, en den soldaat Antonij Simonsz: tot Corporaal, waar van de acten hier nevens gaan. Jndien de sloep Gale zig bij ontvang deezes nog aldaar bevind, en uwel Edelens dezelve missen kunnen, verzoeken we uwel Edelens gem: vaartuijg als dan na Tutukorijn te willen zenden, om een laading zout na kolom= „bo overtebrengen. Nog voegen we hier bij 't duplicaat van onsen brief van den 6 deezer, drie zoldij notitien van den 16. Januari, 12. en 13. deeser Cum an= „nexis, en een brief paketje voor den achtb: Raad van Justitie a costi. De benodigde 4 3/2. p:s rood geverft ginees en 5 7/16: p=s Creuw ruw ginees Tutukoaijns derde zoort tot monteering stukken voor de kompenie van kapitein koch, zowel als de benodigde een el fijn wit laken en dertig p=s: ruw ginees jutukorijns derde zoort tot monteering stukken voor de komp: oosterlingen van kapitein, Abitum, kunnen van hier niet gezonden worden, alzo ze niet in voorraad zijn. we verzoeken mits dien te zien of deeze dingen dan wel andere die in stede van dezelve die= „nen kunnen, te koetsiem kunnen worden in= „gekogt. wij blijven voor het overige na vriendelijke groe„ „te. /:onderstond:) en /:getekend:/ Als vooren, /:in „margine:/ Kolombo den 18: februarij 1790. Aan als vooren. wij hebben d' eer uwelEd=s: bij deezen kennis tegeven dat de barken de Jonge Willem Ar= 8 „nold en de kreeft door gebrek van rampaarden niet anders hebben kunnen worden gearmeerd als ider met vijf stukken kanons, dog dat de beide barken ammonitie goederen hebben ont= „fangen, de eerste voor twaalf en de tweede voor 2745 Aan als voren. Aan als vooren. voor tien stukken. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren, /:in margine:/ Kolombo den 19. febr: 1790: /:laager P: S:/ wij bieder uwwelEd=s hiernevens aen een afgeslooten zoldij reek: van den mattroos Christiaan fredrik blom- Te hebben niet dan nog een zeer klijnen voorraad van Japans koper, en zullen om onze munterij aan de gang te houden, daar meede niet kunnen toekoomen tot dat we daar van op nieuw van Batavia worden voorzien. zoo uwel Ed=s mogte bevinden daar van wat te kunnen missen, zonder zelfs koper voor den handel te kort te koomen, ver „zoeken we vriendelijk ons daar van 50. â 60000: ponden met de eerste gelegentheid toe te zenden. wij blijven voor 't overige na groete. /:onderstond:/ en /:getekend:/ Als vooren, /:in margine:/ Kolombo den 27: Februarij 1790. wij rigten deezen alleen ten gelijde van 't schip Vreedenburg. 114 Vreedenburg, het welk thans na derwaards ver= „trekt met eene lading rijst, vermeld bij het ingeslooten Cognossement; en wij verzoeken uwel Edelens, om zoo dit schip aldaar buijten ongeleegendheid kan worden gemist, het zelve spoe„ „dig dit heen te willen terug zenden, wijl wij het ten hoogsten nodig hebben om onse Jaarlijksche papieren, met de van Batavia g'eijschte goederen, na gedagte indiasche hoofdplaats overtebrengen: dog indien het nodig zij, dat 't schip eenigen tijd aldaar vertoeve, dan verzoe= „ken wij vriendelijk, ons daar van spoedig te willen informeeren, op dat we een van onze Aan barken, tot 't voorsz: Transport na Bata= „via, kunnen emploijeeren. Nog voegen wij hier bij het duplikaat van onzen laatsten brief van den 27. ' deezer, waar van het origineel over Jutu korijn is afgezonden en een soldij notitie van den 27. ' deezer nevens een daarbij vermelde sol= „dij reekening van den mattroos Jan Carel Dirksz: we zenden hier nevens 2800: ponden Eijlonse koffiboonen in mindering de gevraagde 5000. ponden wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete. /:onder= 2746 Aan als vooren. /:onderstond:/ en /:getekend:/ Als voren, /:in mar= „gine:/) kolombo den 20: febr: Ao: 1790. /:laager P: S:/ wij bieden uwel Edelens hiernevens nog aan. kognossement van het gelaedene in brenger deses. Een factuur van den 28: febr: 1790. groot ƒ 20728. 13. — Drie eensluidende gaalse onkost reekeningen van gem: schip ged=t: 18. Januarij Drie eensluidende kolombose onkost reekeningen, van gem: schip ged=t: 12. febr: Drie eensluidende gaalse onkostreekeningen van gem: schip ged=t: 21. febr: en Drie eensluidende kolombose onkostreekeningen van gem: schip gest: 28 febr:. Met de aankomst van de sloep Gale, hebben wede eer ge= „had te ontfangen uwer wel edelens geachte missive van den 20. maart J=o Leeden. wij bedanken uwel edelens vriendelijk voor de gedaane betaaling van de wissel, door ons ten voordele van Michael Benjamin op uweledelens getrokken. Jn de bevordering van officieren in dit gouvernement„ zijn we gewoon de ancienniteit te volgen. De vaar„ „drigs Echler en Hoijer hebben nog verscheijdene ouder vaan ze van der= Aan als vooren. Wij hebben de eere gehad te ontvangen uwerwel Ede „lens g'achte missives van den 5. en 24. deezer, en be„ „danken uwel Edelens vriendelijk voor de gezondene goe= „deren met 't schip vreedenburg. De daar meede gezondene swaare ankers zullen we aanhouden wijl we dezelve nodig hebben, en de monster geenies zullen met gem: schip na Batavia worden gezonden. Aan den Capitain Luitenant Andre, nevens zijne vrouwe kinderen, zullen we bij geleegentheid Trans= „port na Nederland verleenen Den sergeant de wijs hebben we hier in 't garni zoen geplaatst, en de verzogte acte voor den aldaer in dienst genoomene, oostersche soldaat Pakier Ceilon, gaat hiernevens. Vermits de luitenant von Mullertz: zig tans te Ga „le onthoud, hebben we den bedienden aangeschreeven wij bieden uwelEdelens hier nevens aan de dupl „katen van onselaatste sekreete en gemeene missi„ „ves van den 5: en 6. dezer. Coon

NL-HaNA_1.04.02_3886_0215 view scan ↗

English

to make known to him that his pay has been written off. We have also ordered the servants to have the spars and topmasts mentioned in Your Honours' last letter prepared for the ship de schelde. Yesterday the packet boat the Maria Louiza arrived here from the Fatherland, and with it we have received for Your Honours the two packets from the said packet boat, which are enclosed herein, alongside another letter packet received from PuleaCatta for Your Honours. According to orders, the said packet boat must be sent swiftly to the Cape of Good Hope with our dispatches, but we shall detain the same until we have received Your Honours' answer hereto, as to whether Your Honours might perchance have letters for the fatherland that require haste, and which we then request you will be pleased to send us as soon as possible. Please forward the enclosed packet for the Gentlemen Ministers at Souratta thither when the opportunity arises. For the rest, after friendly greetings, we remain, signed as before, in the margin, Colombo the 27th of April 1798. We hereby present to Your Honours an invoice of what has been found here to be charged to Your Honours' Government, amounting to ƒ31122:16:8, with which we request Your Honours to be pleased to act according to the order. This is further accompanied by the duplicate of our most recent letter of the 27th of April last. For the rest, after friendly greetings, we remain, signed as before, in the margin, Colombo the 12th of May 1790. With the arrival of the ships de schelde and Demerarij at Gale, we have had the honour of receiving Your Honours' esteemed missives of the 30th of April and the 23rd of this month. The unfit mathematical instruments sent with the first-mentioned ship we shall have repaired, and as soon as it can be done, return them to Your Honours. The equipment goods, timber, and other items intended for Soeratta and returned with Demerarij have been unloaded at Gale for use in this government. The requested pay account of the assistant Reinier Roemberg is enclosed herewith. We kindly thank Your Honours for the copies sent to us of Your Honours' letters written to the Lords Directors and the Noble High Indies Government. We also present to Your Honours herewith the duplicate of our most recent letter of the 12th of this month, a letter from the Council of Justice here directed to the Council of Justice on the Coast, and a pay note of today along with the certificate mentioned therein for the Eastern soldier Pakiet van Ceilon. Pursuant to Your Honours' request, we are now sending to Tutukorijn the Extraordinary Lieutenant of the Artillery Carel Michael Hillersten, and the Extraordinary Fireworks-Worker Jan Anthonij Brochet, to proceed from there overland to Koetsiem. We shall send their pay accounts upon a further opportunity. The first has enjoyed nothing here, and the second has enjoyed pay until the end of April last and board money until the end of this month. We hereby present to Your Honours a copy of the account of what the artillerymen detached thither must pay for uniform items received. The original account was handed to Lieutenant Ducrok by the Honourable Major Pallavicini upon his departure from here; we request Your Honours to be pleased to authorize the said Ducrok to demand the stated amount of rds 106. 2. 3/4 and account for it in the Company's treasury there, and then credit this amount hither to be paid out to the Head of the artillery. For the rest, after friendly greetings, we remain, signed as before, in the margin, Colombo the 29th of May 1790. With the arrival of the small vessel de verwagting, we have had the honour of receiving Your Honours' esteemed missive of the 22nd of May last. Of the letter packets received therewith for the Noble High Indies Government, the original was forwarded to Batavia with the ship Demerarij, as the ship de schelde had already departed. The duplicate will consequently be sent upon a further opportunity. We have had the body of the carriage, which was brought with this vessel, inspected by a commission, and a copy of the incoming report thereof is enclosed herewith. In the meantime, while it is being remedied of the defects discovered therein, for which work has already commenced, we request Your Honours to be pleased to instruct us how Your Honours wish this carriage body to be lined on the inside, and whether any particulars should be observed in that regard. Enclosed herewith is the duplicate of our letter of the 29th of May last, and an unsealed letter from the Council of Justice of this castle to the Council of Justice on the Coast. For the rest, after friendly greetings, we remain, signed as before, in the margin, Colombo the 19th of June 1790. Since our secret letter of the 12th of April, we have received a letter from Mr. Medows, Governor of Madras, of the 2nd of May last, and a letter from the Council members of Madras of the 17th following, both of which we send herewith in copy, together with our answers, in case they might be of any service. We also attach hereto the duplicate of our most recent letter to Your Honours of the 19th of this month. For the rest, after friendly greetings, we remain, signed as before, in the margin, Colombo the 26th of June 1790.

Dutch transcription

2748 om hem bekend temaaken, dat zijne gagie is afgeschree„ „ven. Ook hebben we den bedienden gelast, om de bij uwel= Edelens laatste brief vermelde spieren en stengen voor 't schip de schelde, in gereedheid te laaten brengen. Gisteren is de paket boot de Maria Louiza uit 't Vaderland alhier gearriveerd, en hebben, we daar¬ „meede voor uwel Edelens ontvangen de twee pa= „ketten waar van een gem: P: B: die in dieze geslooten overgaan, nevens nog een brief paket¬ van PuleaCatta voor uwel Edelens ontvangen. Gemelde paket boot moet volgens order met onze depeches spoedig na de Caab de Goede Hoop worden gezonden, dog we zullen dezelve aanhouden, tot dat we hier op uwel Edelens antwoord zullen hebben ontvangen, of uwel Edelens somtijds brieven voor 't vaderland mogten hebben, die spoedig vereijsschen, en welke wij dan verzoe„ „ken, hoe eer hoe liever ons te willen toe zenden. Het inleggend pakct voor de Heeren Ministers te 1Souratta d dupli issi¬ Ede Aan als vooren. Aan als vooren. souratta, gelieven uwel Edelens bij geleegentheid derwaards voort te schikken. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groet /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren /:in margines Kolombo den 27: April 1798. Wij bieden uwel Edelens hiernevens aan eene factuur„ van het geen alhier bevonden is ten laste van uwel Edelens Gouvernement; groot ƒ31122:16:8:; waer meede uwel Edelens verzoeken na de order te willen doen handelen. Nog verzeld deezen het duplicaat van onzen jong= „sten brief van den 27: April J:oL: wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren /: in margine:/ Kolombo den 12: Maij 1790: Met de komst van de schepen de schelde en Demerarij te gale, hebben we de eer gehad te ontvangen uwer wel edelens geachte missives van den 30. April en 23. deeser De met 't eerstgem: schip gezondene onbekwame mat „thematische instrumenten, zullen we laaten repareeren en zoo spoedig het geschieden kan, aan uwel edelen, te „rug 2749 terug bezorgen. De voor soeratta bestemde en met Demerarij terug gezon„ „dene, Equipagie goederen, houtwerken en nog zijn te gale geligt, tot gebruik in dit gouvernement; De gevraagde zoldij reekening van den handlanger Rei„ „nier Roemberg, gaat hier nevens. We bedanken uweledelens vriendelijk, voor de ons toe= „gezondene Copijen van uwer wel edelens brieven ge= „schreeven aan de heeren Majores ende edele hooge Jndische Regeering. Nog bieden we uweledelens hiernevens aan, 't duplicaat van onsen Jongsten brief van den 12. deezer, een brief 7ber van den Raad van Justitie alhier, aan den Raad van Justitie a costi gerigt, en een soldij notitie van heeden nevens het daarbij vermeld, bewijs voor den Oosterschen soldaat Pakiet van Ceilon. Jngevolge uwerwel edelens verzoek, zenden we tans na Tutu korijn den extra ordinaire Luijtenant der Arthilleri Carel Michael Hillersten, en den extra ordinaire vuur „werker Jan Anthonij Brochet, om van daer over= „land na koetsiem te gaan, Hunne zoldij reekenin= „gen zullen we bijnader gelegentheid zenden. De eerste heeft alhier niets genooten, en de tweede heeft bij gasie tot ultimo April jongstleeden en kostgeld tot ultimo deezer genooten. Wij bieden uw wel Edelens hierneevens aan een kopia reekening van het geen de aldaer gedetacheerde artil „teriste heid groet gina ctuur, ong te gine: ar ver Aan als vooren „leristen wegens genootene monteerings stukken moeten betaelen. De orgineele reek: is door den E: Majoor Pa„ „Mavicine den Luitenant Ducrok bij desselfs vertrek van hier terhand gesteld; wij versoeken uw= „ wel Edelens gemelde Ducrok te willen kwalificeeren het daarbij vermeld bedraagen van rd=s 106. 2. ¾ in tevorderen en in sComps: kas aldaer te verantwoorden en dit bedraagen als dan herwaarts aantereekenen om aan het Hoofd der artillerij teworden uit gekeerd. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete. /:onder- „stond:/ e /: getekend:/ als vooren. /:in margine:/ Kolom „bo Den 29: Maij 1790: Met de arrive van het smal schip de verwagting, hebben we de eer gehad te ontvangen uwerwel Edelens geagte missive van den 22: Maij J:o L: Van de daernevens ontvangene brief paketten voor de Edele hooge indische regeering, is 't origineel met 't schip Demerarij na Batavia voortgeschikt, wij 't schip de schelde toen reets vertrokken was. 'T duplicaat zal mits dien bij eene nadere geleegentheid worden verzonden we hebbende bak van de wagen, die met dit vaartuijg is aangebragt, door eene Commissie doen opneemen en gaat een Copij van het daar van ingekoomen Rap= „port hier nevens. Middelerwijl dat de zelve van de daar aan ontdekte gebreeken word verholpen, waar toe 2750 Aan als vooren. toe ze reeds onder handen genoomen is, verzoeken wij uwel „ Edelens ons te willen onderrigten, hoedanig uwel Ede „lens gelieven dat deeze bak van binnen word be= „kleed, en of daeromtrent eenige bijzonderleeden dient te worden in agt genomen. Hiernevens gaat het duplicaat van onzen brief van den 29. Maij: J=ol: en een brief onder kachet volant van den raed van Justitie deezer kasteels aan den E raad van Justitie â Costi„ wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:on= „derstond:/ en /:getekend:/ als vooren /: in margine:/ Kolombo Den 19. ' Junij 1790: zedert onsen secreeten brief van den 12: april hebben we ontvangen een brief van den heer Medous Gou= „verneur van Madras van den 2. Meij JoL: en een brief van de raadsleeden van Madras, van den 17: daaraan, die we beide met onse antwoorden in kopij, hier nevens zenden of het somteids van eenigen dienst zijn konde. Nog voegen wij hier bij't duplikaat van onsen Jong„ „sten brief aan uwel Edelens van den 19. deeser, wij blijven voor 't overige na vriendelijke Groete (:onder„ „stond:/ on /: getekend:/ als vooren /:in margine:/ kolombo den 26: Junij 1790: Aan lom nen d

NL-HaNA_1.04.02_3886_0220 view scan ↗

English

To the same as before. With the ship de Gouverneur Generaal Mossel, which arrived for the Amsterdam chamber, we received for Your Honours three packets of letters from the Netherlands and one from the Cape of Good Hope, alongside a Dutch packet of private letters which we have the honour to present herewith to Your Honours, along with the duplicate of our letter dispatched to Your Honours dated 26 June last. We also enclose herewith a packet of letters for the Gentlemen Ministers at Souratta, for which we request Your Honours to kindly provide a secure address on the next occurring opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, and signed, as before, in the margin, Colombo, 31 July, Anno 1790. To the same as before. We have the honour to present herewith to Your Honours a packet of letters, which was brought from the Netherlands for Your Honours with the ship de Unie. We also attach hereto an invoice of what has been found here to the debit of Your Honour's government, amounting to f 1779. 19. 8; and the duplicates of our general and secret letters of 31 July last, along with a packet of letters for the ministers at Souratta, which we request Your Honours to kindly forward thither on an occurring opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, and signed, as before, in the margin, Colombo, 9 August 1790. We have the honour to present herewith to Your Honours a requisition of necessities for the benefit of this Government, which we kindly request may be fulfilled as closely as possible. Upon the order received from the Gentlemen Major, we have resolved to reduce the emoluments of the captain-lieutenants and the subaltern officers of the Regiment de Meuron and to equalize them with the emoluments enjoyed by the national officers of the same ranks. We therefore append hereto a statement thereof, with the request that Your Honours will henceforth be pleased to have the distribution of emoluments made accordingly to the officers of the said Regiment who are detached there. In accordance with Your Honours' proposal, we have increased the pay of the soldier Cassoer Dolle and the drummer Gerrit Gerritz to f 14., the acts of which are attached herewith. Furthermore, attached herewith are the acts for the Eastern soldiers taken into service by Your Honours, namely Koepe Kolombo and Midien Boegies with the detachment of Lieutenant Bongol, and Samuel van Malacka with the company of Captain Abitum Fluijt. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, and signed, as before, in the margin, Colombo, 10 September 1790. To the same as before. We have the honour to present herewith to Your Honours a requisition for 32 timber beams for gun carriage sides, with the friendly request that they may be sent to us at the earliest opportunity in such length, breadth, and thickness as described in the said requisition. We also enclose herewith the duplicates of our letters of the 10th and 22nd of this month and of our requisition sent alongside the said letter of the 10th, as well as a pay slip of the 23rd of this month, with the therein mentioned account of Ensign Souter. For the rest, after greetings, we remain, underneath, and signed, as before, in the margin, Colombo, 29 September 1790. Because we have saltpetre in stock for the bottom layer of the two return ships of the second shipment, and it is uncertain whether we will have the opportunity to purchase some here, we very kindly request Your Honours, if at all possible, to retain 4000 bags thereof for us, and to send them timely to Gale with the pepper ship and other occurring opportunities. To the same as before. We present herewith to Your Honours the duplicates of our general and secret letters of 24 September last, a duplicate requisition of 32 carriage beams, two memorandums of the last of August past amounting to f 82: 15. 8 and f 712: 5: 8, an invoice of the said date amounting to f 117: 3: —, and a pay slip of the 9th of this month, with the therein mentioned finalized pay accounts of the soldier Johan Christiaan Muller and of the sailor Johan Heinrich Salig. For the rest, after greetings, we remain, underneath, and signed, as before, in the margin, Colombo, 22 October 1790. We have had the honour to receive Your Honours' very esteemed missives of 14 and 29 December and the 7th of this month. We acquiesce in the promotions made by Your Honours of the Ensigns Woijer and Eichler to Lieutenants, and of the Sergeants Frank and Fermel to Ensigns, as having occurred out of necessity. We send Your Honours herewith the requested acts for the non-commissioned officers appointed by Your Honours at the same time to the Ceylon Company, namely for Johannes Vogel and Jacobus Vuijstman as sergeants, for Johan Henrich Meijer and Anthonij Simonsz as quartermasters, and for Martin Wantzen and Johan Godlieb Scheffer as corporals. It is true that the Captain Country-Regent of the Wannij Nagel bought the cargo of the Moorish vessel stranded there, mentioned in Your Honours' aforesaid missive of 29 September, and granted a bill of exchange for its amount to be paid here, but since a dispute has since arisen regarding the purchase, we have written to the Gentleman Commander of Jaffanapatnam to settle the matter amicably if possible, and should the parties not be satisfied therewith, to refer them to the Council of Justice. Since then we have received no report concerning it, and we shall send the received copy of the letter from the English Chief of Tellicherry to the Jaffna officials and seek further information regarding it.

Dutch transcription

Aan als vooren. Met 't voor de kamer Amsterdam uijtgekoomen schip de Gouverneur Generaal Mossel, hebben we voor uwel Edelens ontvangen drie brief paket ten uit Nederland en een van de Caab de Goede Hoop, nevens een Nederlandsch paketje met partikuliere brieven die we de eere hebben uw wel Edelens hiernevens aantebieden, met 't duplicaat van onzen aan uwel „ Edelens afgevaardigden brief van den 26. Juni poL: Nog sluijten wij hier in een brief paket voor de Heeren Ministers te Souratta, waar aan wij Uwel „ Edelens verzoeken, bij voorkoomende geleegendheid een secuur addres te willen verleenen. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /(con= „derstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in marginee Kolombo den 31. Julij Ao 1790. Aan als vooren. Wij hebben de eere uwwel Edelens hiernevens aan „te bieden een brief paket, het welk met 't schip de unie voor uwwel Edelens uit Nederland is aangebragt. Nog volgen wij hier bij eene factuur van het geen alhier bevonden is ten laste van uwer wel Ed:s gouvernement, groot ƒ 1779. 19- 8; en de dupli= „Caaten 2751 Aan als vooren. „caaten van onze gemeene en secreete brieven van den 31. Julij J:o Leeden, nevens een brief paket voor de ministers te souratta, het welk wij uwel= „Edelens verzoeken bij voorkoomende geleegentheid derwaards te willen voortschikken. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete. /:onderstond:/ en /:geteekend:/ Als vooren. /: in margine:/ Kolombo den 9=e augs: 1790. —. Wij hebben de eere uwel Edelens hierneevens aantebieden, een Eijsch van benoodigdheeden ten behoeve van dit Gou„ 7ber: „vernement, waar aan we vriendelijk verzoeken; dat zoo na mogelijk mag worden voldaan. Op de ontvangene order van de heeren Majoaes, hebben we beslooten, om de emolumenten van de kapitein luij„ p „tenants en de subalterne officieren van het Regiment er„ van Meuron, te reduceeren en gelijk te stellen met den mo„ „lumenten, die de nationaale officieren van dezelfde graaden genieten. wij voegen derhalven eene Aanwijzing daar van hier bij, met verzoek, dat uweEdelens voortaan de verstrekking van emolumenten, daar naar n aan naar gelieven te laaten doen aan de officieren van gem Regiment, die aldaar gedetacheerd zijn. Wij hebben den soldaat Cassoer Dolle en den tamboer Gerrit Gerritz, volgens uwer wel Edelens voordragt„ in gagie verbeeterd tot ƒ 14. , waar van de akten hier neevens gaan. Nog gaan hierneevens de akten voor de door uwelEdelens in dienst aangenoomene oostersche soldaaten, namelijkx koepe kolombo en Midien Boegies bij t detachement van den luijt Bongol, en Samuel van Malacka bij de Comp:e van Capitain Abitum fluijt. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onder„ „stond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Kolombo den 10. 7ber: 1790. Aan als vooren. Wij hebben de eere uwelEdelens hierneevens aantebieve; een Eijsch van 32. swalpen tot Zijwangen voor affuij„ „ten, met vriendelijk verzoek dat dezelven, in zoodanige lengte breedte en dikte als bij gem: Eijsch worden beschreeven 2752 Aan als vooren beschreven, aan ons bijeerte geleegentheijd moogen w „de toegezonden. Ook voegen wij hierbij de duplikaaten van onze bruve„ van den 10. en 22. deezer en van onzen eijsch neevens gem: brief van den 10:' gezonden, zoomeede een soldij notitie van den 23. deezer, met de daarbij vermelde reekening van den vaandrig souter. Wij blijven voor het overige na grote /:onderstond:/ en /geteekend:/ als vooren /: in margine:/ Kolombo den 29:e 7ber: 1740. Vermits wregen salbeten i ooraad hebben te onderlaag voor de twee retourscheepen van de tweede bezending, en het onzeeker is of we hier geleegendheijd zullen hebben wat intekoopen, verzoeken we uwel Edelens zeer vrier„ „delijk, om indie immers mogelijk, 4000. zakken daar er hij van voorn ons overeden, en met het peeper schip en andere voorkomende geleegendheeden, tijdig te zinden na Galen. Wij 9 gem: daagt„ n aden Aan als vooren. Wij bieden v uwwel Ed:s hierneevens aan de duplikaaten on„ „zer gemeene en sekreete brieven van den 24. 7ber: J:o Leeden„ een duplikaat Eijsch van 32. affuijtswalpen twee memo„ „ries van ult:o Aug.:s J:s zeeden groot ƒ 82: 15. 8. en ƒ712:5:8:, en faktuur van gem: datum groot ƒ 117:3: — en een soldij notitie van den 9. deezer, met de daarbij ver„ „melde afgesloote soldij reekeningen van den soldaat Jo„ „han Christiaan Muller en van den Mattroos Jo„ „han Heinrich Salig Wij blijven voor het overige na guoete /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine/ Kolombo den 22:e 8ber: 1790. Wij hebben de eere gehad te ontvangen u wer wel Edelens Zeer geagte missives van den 14. en 29. xber: en 7. deezer wij kerusten in de door uwel delens gedaane bevorderingen van de vaandrigs Woijer en Eichler tot Luijtenants, en van de sergeants Frank en Fermel tot vaandrigs als uijt noodzaakelijkheijd geschied zijnde We 2763 We zenden uwel Edelens hierneevens de gevraagde acten, voor de door uwel Edelens ter gelijker tijd bij de Cei„ „lonsche Comp:e aangestelde onderofficieren, namelijk voor Johannes Vogel en Jacobus vuijstman als serge„ „ants, voor Johan Henrich Meijer a Anthonij Si„ „monsz als Capitains des armes, en voor Martin Wantzen en Johan Godlieb Schesfer als Coaporaals. Het is waar dat de Capitain Landregent van de wannij Na„ „gel, de Laading van 't aldaar gestrand moors vaartuijg„ vermeld bij uwer wel Edelens voorsz: Missive van den 29:' 7ber: gekogt, en voor dies bedraagen een wissel verleend heeft, om hier te worden betaald, dog wijl zeedert over den koop questi ontstaan is, hebben we den heer Commandeur van Jaffanapatnam aangeschreeven, om des doenlijk l de zaak in der minne bijteleggen, en zoo partijen daar„ „meede niet te vreeden mogten zijn, hunr na den raad van Justitie overtewijzen. zeedert hebben we geen berigt daer omtrend bekoomen, en wij zullen de ontvangene Copij brief van 't Engelsch opperhoofd van Jellitsehie, aan de Jaffenasche bedienden zenden en derweegens nader informatie on„ at J:Zeede. memo¬ 70„ Jo¬ Zeer

NL-HaNA_1.04.02_3886_0226 view scan ↗

English

request information, of which we shall give Your Honours notice on a following occasion. Our entire stock of pepper, which amounts to only well over 100000 lb, is barely sufficient for the early return ship, and we therefore hope that Your Honours will be able to send us with the ship the Gouverneur Generaal Mossel, which is due to depart thither shortly, at least as much pepper as is needed for the dunnage of the two late return ships, and for the early return ship of the upcoming shipment. We shall have the wages credited in our pay books to the eastern soldier Samuel van Malacka, born 1719, since the 19th of May. We offer Your Honours herewith a report from our Fiscal, the Honourable E: Vollenhove, with the documents mentioned therein, regarding the investigation conducted by him concerning the free burgher Jzaak Hendrik Muller mentioned in Your Honours' letter of the 22nd of August. In so far as the Ceylonese artillerymen there can be spared, we request Your Honours to be so kind as to send them back hither with the pepper ship, in order to be present here at the reorganization of the Artillery Corps, and in connection therewith we specifically request Your Honours to send them back. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written, and signed as above, in the margin, Colombo the 29th of February 1790. Lower, Postscript: We also offer Your Honours herewith the duplicate of our last letter of the 2nd of this month. We have had the honour to receive Your Honours' most esteemed missive of the 16th of October last, and we shall forward the letters and chests of papers sent therewith, according to Your Honours' request, with our return ships to the Netherlands and the Cape. The ship the Gouverneur Generaal Mossel is now departing thither, and on it have been shipped, among other things, as appears from the enclosed two bills of lading, the 10 barrels of rosin requested by Your Honours, alongside the body repaired here for the carriage of the King of Travancore, but the requested tar is not in stock here. Since Captain Lieutenant and former commander on the bark de Jonge Willem, Arnold Edema, has demonstrated to us that the deficiency found there in the broadcloth and passementerie transported by him thither arose solely from the fact that the Cochin ell is half an inch longer than the Colombo ell, we are now sending with this vessel a Colombo ell, with the friendly request that Your Honours please have the same compared against the Cochin ell, and communicate to us the difference that might be found between them. Enclosed also goes a pay note of the 1st of this month with the pay accounts requested from there of the extraordinary fireworker Broeket, gunner's mate Van Spall, and sailor Brekeveld. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, and signed as above, in the margin, Colombo the 2nd of November 1790. Lower, Postscript: We offer Your Honours herewith also the following papers, namely: An invoice of today's date amounting to ƒ3591. 19. —. Three identical Colombo expense accounts of the ship the Gouverneur Generaal Mossel, dated 29 September last, amounting to ƒ3306. 12. 8. Three identical Colombo expense accounts of today's date of the said ship, amounting to ƒ1765. 1. 8. A Cape expense account of the aforementioned ship, dated 20 May of this year, amounting to ƒ2771. 3. 8., and A Tuticorin expense account of the aforesaid ship, dated 16 August last, amounting to ƒ580. 9. 8. The small vessel de Verwagting is now departing, this being addressed for its convoy. We offer Your Honours herewith a pay note of the 10th of this month, with the debt account mentioned therein of the soldier Johan Christiaan Muller, with which we request that you act according to custom. Furthermore, this is accompanied by the duplicate of our latest letter of the 2nd of this month and a pay list of today, along with the 15 accounts mentioned therein. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath was written, and signed as above, in the margin, Colombo the 23rd of November Anno 1790. Lower, Postscript: We offer Your Honours herewith also the bill of lading of the cargo in the aforesaid small vessel. Agrees, Hijbrands, First Clerk Number 35 Tuticorin To the Honourable Martinus Mekern, Senior Merchant and Resident, Together with the Council there. Honourable, Discreet Sirs! We have received your separate letter of the 20th of January last. Although we do not think that the enterprises of Tipu Sultan will go as far as the rumours seem to predict, we nevertheless approve of your issuing provisionally such orders as are necessary to protect the Company from harm. Everything done in this regard must take place in as quiet a manner as possible and only in proportion to what incoming news and circumstances advise. The work, meanwhile, must continue in so far as it is found with any reasonable foresight that this can be done safely. For which reason, the immediate collection of the remaining balances of the sayas must by no means be hastened unnecessarily, especially not concerning things that cause much sensation and commotion

Dutch transcription

informatie vraagen, waar van wij uwel Ed:s bij eene e volgende geleegendheijd kennis zullen geeven. Onze geheele voorraad van peper, die slegts in ruijm 100000 b bestaat, is pas toerijkende voor 't vroeg retour schip, den we hopen dus, dat uwel Ed:s ons met 't schip de Gouver„ „neur Generaal Mossel, dat eerstdaags na derwaards staat te vertrekken, ten minsten zoo veel peper zullen kun„ „nen toezenden, als nodig is ter bestorting voor de twee na retourscheepen, en voor 't vroeg retour schip van de ende O aanstaande bezending. We zullen aan den oosterschen soldaat Samuel van Malacka„ gb. 17190 bij onze zoldij boeken de gagie laaten, goeddoen, zeedert den 19. Maij. Wij bieden Uwel Ed:s hier neevens aan een berigt van onzen H fiscaal, D E: vollenhove, met de daarbij vermelde stuk„ „ken, weegens 't door hem gedaane onderzoek, noopens den bij uwer Wel Ed:s brief van den 22:e aug:s vermelden vrijman Jzaak Hendrik Muller. Jn zoo verre de Ceilonsche artilleristen aldaar kunnen gemust R 0 2788 Aan als Vooren. gewast worden; verzoeken mij uwel Ed:s dezelve herwaards met 't peper schip te willen terug zinden, ten inder hier pre„ „zent te weezen bij de nieuwe inrigting van 't Corp:l artillerike„ in en daar bij verzoeken wij uweEd:s specialijk te willen„ terug zenden. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ Met klijer een /:geteekend=/ als vooren /:in margine:/ Kolombo den + 29:' Fbebr. 1790. /:Lager:/ P: S: Nog bieden wE uwel Ed: hier neevens aan het duplicaat van onzen Laatsten van den 2. deeser. Wij hebben de eere gehad: te ontfangen uwer wel Ed: zeer geag„ N. „te missive van den 16=e oktober Jo Leeden, en zullen de daer„ „neewvens gezondene brieven: en kassen met papieren, volgens Uwer wel Edelens verzoek, met onse retour scheepen na Neederland en de kaap verzenden. 'T schip de Gouverneur Generaal Mossel vertrekt tans na derwaards, en zijn daar in onder anderen, blijkens de ingeslootene twee kognossementen, afgescheept de door uwel Ed:s verzogte 10: vaaten Harpuijs, neevens de eene 100000. lb de a„ ens de alhier gerepareerde bak voor de waegen van den koning van Trevankoor, dog de gevraagde teer is hier niet per restant. Wijl de kaptijn Luijt, en geweezene gezaghebber op de Bark de Jonge willem Arnold Edema, aan ons heeft vertoond, dat de aldaar bevondene minderheid op het laaken en Passement, door hem na derwaards vervoerd, eenelijk daar uijt is ontstaan, dat de koetsiemsche el half duijm langer is dan de kolombosche, zoo zenden we tans met deesen bodem een kolombosche el, met vrien„ „delijk verzoek, dat uwel Ed: dezelve teegens de koet„ „siemsche algelieven te laaten konfronteeren, en 't onder„ „scheid, dat tusschen dezelve mogte worden bevonden, te bedeelen. aan ons Nog gaat hier neevens een zaldij Notitie van den 1. dezen met de van daar gerequireerde zoldij reekeningen van den extra ordinair vuurwerker Broeket, konsta„ „belsmaat van spall en mattroos Brekeveld. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Kolombo den 2. November 1790. /:Lager:/ I: S: Wij bieden uwel Ed:s 2755 Aan als vooren. uwel Ed:s hierneevens nog aan de volgende papieren, als # Een factuur van heedigen datum groot ƒ3591. 19. —. Drie eensluijdende kolombose onkost reekeningen van het schip de Gouverneur Generaal Mossel= ged:t 29. 7ber: J: L: groot ƒ. 3306. 12. 8. Drie eensluijdende kolombose onkost reekeningen van heedigen datum van gem: schip groot ƒ1765. 1. 8. Een kaabse onkostreekening van evengem: schip ged: 20 Maij deeses Jaars groot ƒ 2771: 3: 8. en Een Tutucorijnse onkostreekening van voorsm: schip ged:t 16. e e Aug:s J:o L. groot ƒ 580. 9. 8 vertrekf tans T smalschip de verwagting edeng, is deze mits die tot dies gelijde gerigt. Wij kien Uuweld:s hier nevens an zij een zoldij notitie van den 10:e deeser; met de daarbij vermelde schuld ree„ „kening van den zoldaat Johan Christiaan Muller, waer„ „meede wij verzoeken na den gebruijke te willen doen handelen. Nog versellen deesen het duplikaat van onsen Jongsten brief van den 2. deezer en een soldij van heeden neevens de daar„ „bij vermelde 15. reekenings. Wij „ Wij blijven voor het overige na vriendelijk groete /:onder„ „stond:/ en /:geteekend:/ als vooren /: in margine:/ kolombe den 23. e November A:o 1790. /:Lager:/ P: S: wij bieden twel: „Edelens hierneevens nog aan het kognossement van het gelaedene in voorm: Smal schip Accordeert Hijbrands Egklerk tewal„ N 35 2756 Tutukorijn Aan den E: Martinus Mekern opperkoopman en opperhoofd Nevens den Raed aldaer Eerzaemen Diskreeten! Wij hebben ontvangen uwen aparten brief van den 20. Januarij I:o Lesten. Schoon we niet denken, dat de onderneemingen van Tipoe sultan zoo verre zullen gaan als de gerug„ „ten dat scheijnen te voorspellen keuren we het echter goed, dat uE: bij voorraad zodaenige orders steld, als noodig zijn om de Comp: voor schaade te hoeden. Alles wat in dit opzigt word gedaan, moet geschieden op een zoo weinig gerugt maakende wijze als dat mogelijk is en al„ „leen na mate dat de inloopende tijdingen ende omstandigheeden dat aanraad. Het werk moet ondertusschen in zoo verre men met eenig reede„ „lijk vooruitzigt bevind dat zulks met vijlig„ „heid geschieden kan, zijn voortgang behouden. wierom moet ook het daedelijk op haelen van de cto restanten der saijen buijten noodzakelijkheid voor al niet worden verhaast, inzonderheid niet omtrend dingen die veel opsiens en op„ „spraak

NL-HaNA_1.04.02_3886_0234 view scan ↗

English

can give direction, and meanwhile everything must as much as possible be kept on such a footing that the evacuation can take place upon the first news that, in Your Honour's view, will make it necessary. We authorize Your Honour to be permitted to have the small retrenchment that was constructed at Tutukorijn in the year 1780 repaired according to Your Honour's proposal, and we shall furthermore explain ourselves in more detail regarding the repair of the curtain between the bell and flag bastions and the making of a dry ditch with a glacis on the outer side of the said two bastions and curtain. Troops for the reinforcement of Tutukorijn we cannot spare for the present. Of the requested ammunition goods, a part is now departing, and the remainder will follow according to the circumstances. For the rest, after greetings, we remain, was standing below, Honourable, Discreet, Your Honour's good friends, was signed, W. I. van de Graaff, M. P. Raket, C. Tilenius, B. L. van Zitter and A. Samlant, in the margin, Colombo the 9th of February 1790. Lower: P.S. As soon as Your Honour shall find that the ammunition goods now sent are no longer needed there, the same must be sent back. 2757 To the same as before They must not be taken into use unless the circumstances make that necessary, and meanwhile the necessary care must be taken of them. We have resolved to issue the notice for the leasing of the Aripo pearl banks, situated between Manaar and Kalpettij, to take place at Manaar on the 10th of March next, upon the report that is due to come in from the commissioners who have been appointed to carry out a second inspection, as weather and wind did not permit the inspection that was made thereof in the recent autumn to be properly executed. We have arrived at this decision so that those who might have an interest in this lease can prepare themselves for it without delay. We therefore charge Your Honour hereby, in accordance with the eighth article of the treaty concluded with Mr Buchanan, to give notice hereof to His Highness the Nabob of Carnatica, and also to send a copy of this notification to His Highness's Agent Mr Buchanan. At the same time Your Honour must also give notice that the leasing, which otherwise by custom takes place at Colombo, will this time be held at Mannaar, To the same as before. and that for that reason His Highness is requested to please send a copy of his reply to Your Honour to the chief of Mannaar. The usual advertisements have been sent by us to Jaffena to be made known there and on the coast as usual. A copy thereof also accompanies this, with a Malabar translation, so that this notification may also take place on the Madura coast there and in the manner that is customary. For the rest, after greetings, we remain, was standing below, and signed, As before, in the margin, Colombo the 9th of February 1790. We have received your separate letter of the 10th of this month. Regarding the passing of the vessel of the burgher Meijer by the government at Annende pappenakte poentore, and regarding the wild cinnamon and pepper loaded therein, we shall write to the Gentlemen Ministers at Cochin and request to ask such clarification from the King of Travancore in that regard as their Honours shall find can be of service for the maintenance of the Company's rights. However, as such cases occur very seldom and it is not advisable in this case to enforce the Company's rights too strongly against the Nabob, we authorize Your Honour, if 2758 To the same as before To the same as before. if the land regent acknowledges that the aforesaid goods belong to him or to the Nabob, and sends a request for the same, to then let them proceed unhindered by way of accommodation. For the rest, after greetings, we remain, was standing below, and signed, As before, in the margin, Colombo the 21st of April 1790. We have received your separate letter of the 25th of April last. From Cochin we have report that 5600 men of English troops have arrived there from Bombay, which makes us think that one need not fear that Tipu Sultan will penetrate into the lands of Travancore, just as it is also not feared that he will invade the Madura lands; if, however, contrary to all expectation, things should turn out otherwise, we hereby authorize Your Honour to then be permitted to make such arrangements for the safeguarding of the Company's effects as Your Honour shall judge necessary according to the circumstance of the time. For the rest, after greetings, we remain, was standing below, and signed, As before, in the margin, Colombo the 2nd of May of the Year 1790. We have received your secret letters of the 15th and 21st of May of the current year. It is not very apparent that Tipu Sultan, if he, as the rumour goes, besides by the English, is also attacked in his own country by other princes, will be able to undertake to make invasions into the neighbouring lands. The interest of the Company also does not permit that one, solely out of fear for such an as yet very uncertain invasion, brings its trade completely to a standstill, or disarranges it in such a manner that others can make use thereof to its detriment. Yet, as the fortune of war is uncertain and can sometimes take a completely different turn than we at present suspect, prudence demands that one arrange matters in such a way that, in the event of an unfortunate outcome, the Company loses as little as possible. These arrangements we leave entirely deferred to Your Honour's experience and management, both with regard to the evacuation of the factories, as well as the withholding of money for the collection of linens, being assured that Your Honour will proceed with all possible caution in that regard, and in particular that Your Honour will take care

Dutch transcription

„spraak kunnen geeven en moet intusschen alles, zoo veel mogelijk gehouden worden op dien voet dat de opbraeke geschieden kan op de eerste tijdingen die dat naar uwE: inzien, zullen noodig maeken. Wij qualificeeren uE: om't kleine retrenchement, dat in 't Iaar 1780. te Tutukorijn is aangelegd naar uE: voorstel te moogen laaten herstellen, en zullen we ons voorts over de herstelling van de Courtine tusschen de klokke en vlagge punt en het maeken van eene drooge gragt met een glasi, aan den buijten kant van gem: twee punten en Courtine nader verklaeren. Manschappen ter versterking van Tutukorijn kunnen we voor eerst niet missen. van de gevraagde ammonitie goederen gaat tans een gedeelte, en zal de rest namate vande om„ „standigheeden volgen. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:) Eerzaemen, Diskreeten uE: goede vrienden /:was geteekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Raket C: Tilenius, B: L: van Zitter en A: Samlant /:in matgiene:/ kolombden 9. =de Fe„ „bruanij 1790. /: Lager:/ P: S: Zoo drae uE: zul„ „len bevinden, dat de thans gezondene am„ monitie goedeken aldaar niet langer nodig zijn, moeten dezelve worden terug gezonden. ze 2757 Aan als vooren ze moeten ten zijde omstandigheeden dat no„ „dig maaken niet worden in gebruik genoomen en moet intusschen daar voor de noodige zorge worden gedraagen. Wij hebben beslooten om de verpagting der Ar„ „riposche paarlbanken, gelegen tusschen Man„ „naar en kalpettij te doen uitschrijven om te geschieden te Manaar op den 10. maart naast„ koomende op het rapport dat staat in te koomen, van de gekommitteerdens die benoemd zijn om te doen een twede visitatie, wijl weer en wiend het niet heeft toegelaaten dat de visitatie die daar van gedaan is in het jongste najaar na behooren heeft kunnen geschieden we zijn tot dit besluijt getreeden op dat de genen die zin in deze pagt mogte hebben, zig ten eersten daar toe kunnen prepareeren. Wegelasten uE: mits dien door dezen om over„ „eenkomstig met het agtste artikel van het prak„ „taat met den heer Buchanan geslooten aan zijn Hoogheid de Nabab- van karnatika hier van ken„ „nis te geeven en ook van dit advies kopij te zenden aan zijn Hoogheids Agent de Heer Buchanan. Hier bij moet uE: tevens kennis geeven dat de verpagting anderzins nagewoonte geschied op kolom„ „bo, ditmaal zal gehouden worden te Mannaar, en C Aan als vooren. en dat daar om zijn Hoogheid word verzogt om van zijn antwoord aan UE: te willen zenden een kopij aan het opperhoofd van Mannaar De gewoone advertissement zijn door ons gezonden na Jaffena om na gewoonte daar en op de kust te worden bekent gemaakt. Daar van gaat ook een exempelaar hiernevens, met een mallabaarse vertaling, ten einde deze bekent makenen ook geschiede op de Madurese kust daar en zoo als dat de gewoonte is. wij blijven voor 't overige na groete (:onderstond:) /:en geteekend:) Als, vooren /:in margiene :/ kolom„ „bo den 9:n Februarij 1790. — wij hebben ontfangen uwen aparten brief van den 10:' deezer. Over 't paessen van 't vaartuig van den burger Meij„ „er door de Regeering te Annende pappenakte poentore, en over de daar in gelaadene wilde kanneel en peper, zullen we aan de Heeren Ministers te koetsiem schrijven en verzoeken derwegens zoodanige opheldering van den ko„ „ning van Trevankoor te vraegen, als hun Ede„ „lens zullen bevinden, tot handhaving van sComp: regten, van dienst te kunnen zijn. Wijl nogtans diergelijke gevallen zeer selden er„ „teeren en het niet aanteraaden is om den in dit geval sComp:s regten teegen den Nabab te sterk te doen gelden, qualificeeren wij UE: om indien 2758 Aan als vooren ey Aan als Vooren. indien de Landregent erkend dat de voorsz: goe„ „deren hem of den Nabab toe behooren, en om de„ zelfven laat verzoeken ze, als dan bij wege„ van inschikkelijkeheid, onverhinderd te laaten volgen. Wij blijven voor het ovorige nagroete (:onderstond.) /:en geteekend:) Als vooren /:in margiene:) kolombo den 21. April 1790. Wij hebben ontvangen uwen aparten brief van den 25. ' April IL: Van koetsiem hebben we berigt dat aldaar van Bombaij zijn aangekoomen 5600: man engelschen troupen, het welk ons doet denken, dat men niet hoefd te dugten dat Tipo sultan zal doordringen in de landen van Trevankoor, gelijk ook niet, dat Hij de Madureesche Landen invadee„ „ren zal; zoo nogtans de dingen tegens alle verwagting, anders mogten uitvallen, qualificeeren wij uE: door dee„ „zen, om als dan zodaenige arangementen, ter beveili„ „ging van 'sComp:s effecten te moogen maaken, als uE: naar tijds omstandigheid nodig zal oordeelen. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als Vooren /: in margiene :/ Kolombo den 2. Meij Ao 1790. — Wij hebben ontvangen uwe sekreete brieven van den 15 en een sond: N 15. en 21. Meij I:o L: Het is niet zeek apparent dat Tipoe sultan, zoo hij ge„ „lijk het gerigt wil, behalven van de engelschen, ook door andere vorsten in zijn eijgen land word aange„ „tast het zal kunnen onderneemen, om invasien te doen inde nabuurige landen. Het belang van de Comp gedoogd ook niet, dat men, allen uitbedugting voor eene diergelijke nog zeer onzekere invasie, haaken handel geheel doet stil staan, of zodaenig drangeerd, dat andere daar van tot haar nadeel gebruik kun„ „nen maaken. Wijl nogtans de oorlogs kans onzeker is en somtijds een geheel ander keer kan neemen, dan wij tans vermoeden, vereijscht de voorzigtigheid, dat men de zaeken zodaenig schikt, dat bij een ongelukkig uitslag, de Comp: zoo weijnig moogelijk verliest. Deeze schikkingen laaten we aan UE: ondervinding „geheel en belijd ^ gedefereerd, zoo wel omtrend de opbrake van de factorijen, als niet uitzetten van geld tot den inzaam van lijwaaten, verzeekerd, zijnde dat uE: daar omtrend, met alle mogelijke voorzigtigheid en zal te werk gaan, en zonderheid dat uE: zal zorgen„ ek

NL-HaNA_1.04.02_3886_0239 view scan ↗

English

2759 To the same as before. and no more money is to be spent than is just necessary to keep the looms going. Besides the fact that an appeal to our neutrality, in case the troops of Tipu should invade the lands of Madura, would likely be of little help, it must also not be done further for other reasons. Nonetheless, Your Honour might attempt, in such an event, to send an embassy of one or two natives to the commanders of these troops, in order to notify them of the places that the Company holds in possession on the coasts of Madura and Marawa, and to request them to issue the necessary orders that its aforesaid possessions be left unmolested. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 19th of June 1790. Since the latter half of April, there has been a great deal of unrest in the Matara Dissavony, and as thus far no equitable means have been able to help bring the people to tranquility, we are for that reason and some other dubious circumstances not all too certain whether the Court of Kandy does not secretly have a hand in this. We hope not, but this could produce circumstances that would make it necessary for us to use some gold and silver specie for domestic administration, even if we were to draw upon the gold sent out for trade to that end. If, therefore, no silver or gold money has been sent out for the administration with the barks, Your Honour must, until our further writing, use no more gold for trade than is strictly necessary, so that our frugality does not attract too much notice. And as it could also be possible that it may become a matter of deliberation whether one ought not to transfer the mint of Tuticorin to Ceylon for a time, Your Honour must be somewhat prepared for this in time, in order to be able to ship this establishment with all that belongs to it to Colombo. The repayment of the monies borrowed from private individuals must, for the aforesaid reason, for now be postponed until our further orders. Your Honour 2760 To the same as before. Your Honour must forward the enclosed letter for the Gentlemen Ministers at Cochin thither as soon as possible. The bark De Liefde, which is destined for Galle, will only call at Tuticorin to deliver this, and this vessel must therefore be dispatched at once. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 10th of July 1790. The Cochin Gentlemen Ministers have been requested to send our company of Grenadiers, along with the company of Captain Koek and a detachment of Orientals, overland to Tuticorin, from where we shall have these troops collected by sea. We do not think that their passage will encounter any difficulty in the lands of the Nawab, the more so because the Company's military constantly march to and fro unhindered at subordinate posts on the Madura coast. If Your Honour should nevertheless foresee that the marching of these troops, who must pass through the Nawab's territory and soil from Cape Comorin to Tuticorin, will meet with any difficulty, then Your Honour must in good time request the necessary permission for their passage, either from the Nawab himself, or from his country regent or his Agent. Since the dispatch of our last of the 10th of this month, of which the duplicate accompanies this, the people in the Matara Dissavony have become tranquil. In the Colombo Dissavony everything is also at peace. Nor do we have any reason to suspect that the Court of Kandy has or even had any unfriendly intentions against the Company. According to the reports we have of it, upon which we think we can rely reasonably well, some of the Matara inhabitants who were in Kandy during the unrest were immediately turned away from there. Your Honour must forward the enclosed letter for the Gentlemen Ministers at Cochin thither as soon as possible. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 24th of July 1790. Through the restoration of tranquility on this Island, there no longer exists 2761 To the same as before. the reason that moved us, in our separate letter of the 10th of this month, to recommend to Your Honour to use no more gold for trade than was strictly necessary in order not to cause a sensation. Your Honour may therefore proceed as usual with the coining of the gold that was brought by the ships De Gouverneur-Generaal Mossel and De Unie. Before you proceed to the repayment of the borrowed capital, Your Honour must first consider how much money is required so that the demand for linens can be properly met in good time, and so long as it can endure any postponement, no more funds must be paid off than Your Honour believes can be spared for the aforesaid purpose. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 31st of July 1790. Lower: P.S. Herewith goes the duplicate of our last separate letter of the 24th of this month. To the directors of the Carnatic Bank at Madras, Your Honour must in the most suitable manner

Dutch transcription

2759 Aan als vooren. en niet meer geld word uitgegeeven, dan even noodig is om de weefgetouwen gaande te houden. Behalven dat het beroep op onze neutraliteit, inge„ V„ „val dat de troupen van Jipoe in de landen van Madure mogten vallen naastdenkelijk wijnig helpen zoude zoo moet het ook om andere redenen niet ve„ „ner worden gedaan Niet temin zouden uE: het kunnen probeeren, om in zulk geval een bezending van eena twee inlanders, aan de Commandanten deezer troupen te doen, ten einde hun optegeeven de plaatzen, die de Comp:e op de kuesten van Madu„ „re en Marrua in posessie heeft, en hun te verzoe„ „ken, dat zij noodige orders wilden stellen, dat haar „re voorsz: prosessien ongemoeid worden gelaaten-- Wij blijven voor 't overrige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 19. ' Junij 1790. — n helft zedert de laatste heeft van April, is er vrij wat onrust in de Maturese dissavonij, en wijl tot nog toe geene billijke middelen hebben kunnen helpen om het volk in rust te brengen zijn we daerom en eenige andere twijfelagtige om„ „standigheeden hij „standigheeden niet al te zeker of niet het Hof van kandia daar in heimelijk de hand heeft. We hoopen het niet, dog dit zoude omstandighee„ den kunnen voortbrengen die het noodig zoude maken, dat we wat goude en silvere specien voor de huishouding zouden moeten gebrui„ ken, al was het ook dat we het goud voor den handel, uitgezonden, daar toe zouden moeten aanspreeken. Jndien er dus voor de huishouding met de baeren geen zilver of goud geld mogt zijn uitgezonden, moet uE: tot ons nader schrijven geen meer goud voorden handel gebruiken dan volstrekt noodig zij, op dat onze spaarsaamheid niet al te zeer lope in het oog. En wijl het ook zoude kunnen mogelijk zijn dat het een po„ „int van deliberatie worden kan, of men niet de munt van Tutukorijn voor een tijd behoord over tebrengen na Ceilon, moet uE: daar op in tijd wat verdagt zijn, ten einde deze omslag met alles wat er toe behoord te kunnen af„ „scheepen na kolombo. De voldoening vande geleende gelden van parti„ „kulieren, moet om de voorsch: rede voor eerst wor„ „den uitgesteld tot onze nadere order. UE: 2760 Aan als vooren. uE: moet den ingeslooten brief voor de heeren Ministers te koetsiem, ten spoedigsten na der„ „waards voortschikken. De Bark de Liefde, die „na Gale is gedestineerd, zal Tutukorijn eenelijk aengieren om deezen aftegeeven, en moet dus dit vaertuig ten eersten worden gedepecheerd. Wij blijven voor 't overige na Groete /:onderstond:/ en ge„ „teekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 10:' Julij 1790. —. De Heeren Koetsiemsche Ministers zijn verzogt om onze kompanie Granadier, met de kompanie van kaptijn koek en een detachement oosterlin„ „gen, overland te zenden na Tutukorijn, van waar we deze troupes ter zee zullen laeten afhaelen. We denken niet dat de doortogt van dezelve, ee„ „nig swarigheid in de landen van de Nabab zal ontmoeten te meer wijl 'sComp:s Militairen op „ ondergeschikte Postensteeds aan de Maduresche kust „ onverhindert af en aan marcheeren. zoo uE: nogtans meend te voorzien, dat het mar„ „cheeren van deeze troupes die van de kaap„ „kommerijn na Tutukorijn 's Nababs grond, en bo„ „dem moeten passeeren, eenige zwaerigheid zal ontmoeten 180 ding in Aan als vooren. ontmoeten, dan moet uE: het zij van de Nabab zelve, dan wel van zijn landregent of zijn Agont, tot derzelver doortogt in tijds het noodige verlof vraegen. zedert het afzenden onzer laaste van den 10:' deezer, waar van het duplikaat deezer verzeld, is in de Maturesche dessavonij het volk tot rust gekomen. Jn de kolombosche dessavonij is ook alles in ruste„ Ook hebben wij geene reden om te vermoeden dat het- Hof van Kandia eenige onvriendelijke oog„ „merken zoude hebben of zelfs gehad hebben, te„ „gens de komp: Naar de berigten die we daar van hebben, en waar op we denken triedelijk veel staat te kunnen maken, zijn eenige der Matu„ „resche ingezeetenen, die gedurende de onrust in kandia geweest zijn, daar ten eersten afgeweezen. De inleggende brief voor de Heeren Ministers te koetsiem moet uE: ten spoedigsten na derwaarts voortschikken. Wij blijven voor het overige na Groete /:onderstond:/ /: en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom„ „bo den 24:e Julij 1790. — Door de herstelling der rust ten deezen Eilande, bestaat 2761 Aan als vooren. bestaat de rieden niet meer, die ons heeft bewo„ „gen om uE:, bij onsen aparten brief van den 10. ' deezer, aantebeveelen, om geen meer goud tot den handel tegebruijken, dan volstrekt nodig ware omgeen opzien teverwekken. UE: mag dus met de vermunting van 't goud, 't welk met de scheepen de gouverneur generaal Mossel en de unie is aangebragt, naar gewoonte doen voortvaa„ „ren voor dat uwe breden tot het afbetaalen van de geleende capitaalen; moeten uE: eerst overleg„ „gen hoe veel geld er noodig is op dat dien Eisch der lijwaten behoorlijk en in tijds kan worden voldaan, en moet zoo veel het eenigsints uitstel kan veelen, geen meer gelden worden afgelegt. dan uE: meenen ten einde voorsz: te kunnen missen. Wij blijven voor het overige na Groete /:onderstond:/ /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 31. ' Julij 1790. /:Lager:/ P: S: Wiernevens gaat 't duplikaat van onzen laasten aparten brief van den 24:' deezer. Aan de directeurs van de karnatikasche bank„ te Madras, moet uE: op de best geschiktste weij„ „ze

NL-HaNA_1.04.02_3886_0244 view scan ↗

English

To the same as before. They are made known that the commission which we assigned to the English merchant William Hollings, to deliver some money into the said bank for the benefit of this Government, has been revoked by us; and that they, the directors, consequently must not accept any money from the said Hollings for this Government. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written and signed: As before. In the margin: Colombo, the 9th of September 1790. Yesterday we received your secret letter of the 6th of this month, containing the communication that the English have made themselves masters of the entire Kingdom of Carnatica and have placed themselves in full possession thereof; that they have had it made known in all the villages in the country in the usual manner that the English Company had taken the lands of the Nabob unto itself, and that therefore henceforth each and everyone owes to their Honours the same obedience that they previously showed to the Nabob. According to this announcement, one might without hesitation consider that the Nabob of Carnatica has in the fullest sense been deposed from the government over his lands, and that the matter has been brought to such terms that the English Company, replacing the Nabob in his rights, must henceforth be regarded as Lord of all the lands that have hitherto belonged to him, and among them specifically as Lord of the principality of Madure and Supreme Feudal Lord of the Marrua lands. From the letter written by Mr. Torin to you on the 2nd of this month and sent to us in original, the terms into which matters have hereby been brought seem, on the other hand, somewhat doubtful. He only says that the Government of Madras, pursuant to orders from the General Government of Bengal, has found it necessary to establish the administration of the English Company in the lands of His Highness the Nabob of Arcot, and that the Government of Madras has appointed him superintendent of all revenues etc. in the country of Tirnevelly. Your observation that, judging by the manner in which the English administration has been introduced into the lands of the Nabob, it will in any case amount to the same thing, and the consequences will be as if they had completely appropriated the lands, although otherwise Mr. Torin's description signifies rather less, we find very correct. One seems to have the less reason to doubt it, because the Nabob's agent, Mr. Buchanan, has already declared by letter of the 30th of August that he, due to the measures of the Government of Madras, no longer considered himself authorized to engage in any matters, and that the Land Regent was also taken into custody immediately after the publication concerning the transfer of the lands to the English Company. The Maniyakar of Melur, who solemnly made the aforesaid announcement known to you, certainly did not do so either without having been ordered to do so by the English Government. We nevertheless need to have more certainty about the turn that matters have taken hereby, and whether one will be able and ought to regard the English Company henceforth as the Nabob of Arcot, before we can direct our course accordingly. In this regard, it is very essential to know whether this arrangement is only provisional, or whether the intention is to make it permanent. In order to be informed about all these particulars, we think that it could be of great service if you could confer orally with Mr. Torin on the subject. Being personally acquainted with him, that could be done by paying him a friendly visit at Tirnevelly. If you then find matters disposed so as to treat with him officially, such that we no longer have to deal with the Nabob, at least that for the present one must hold the English Company as the de facto Lord of the Principality of Madure and Supreme Feudal Lord of the Marrua lands, in which capacity we have dealt with the Nabob hitherto, then you could begin by conferring with him about the inspection of the pearl banks, and about the chank diving, and in such a case we leave it to your discretion to give him, even right away, an disclosure of our transactions with the Nabob and of the state of affairs as it has been up to now. You may then, finding it necessary, inform him somewhat in detail of our rights and privileges on the Madura and Marrua coasts; and according to circumstances, and as you think it immediately necessary, show him our contracts, not only those concluded with Mr. Dodt, but also the latest contract with Mr. Buchanan. When this is done, it is well to inform Mr. Torin that, in this last contract in particular, great sacrifices were made, solely to avoid the effect of the threatening language which Mr. Buchanan, on orders, as we trust, of his master, made use of in his negotiations with us; whereby you could give Mr. Torin a description of the state of affairs as it formerly was, adding that it is trusted that, through reasonable arrangements with the English Company, matters may again be brought back to what they formerly were, and that we are very inclined to begin negotiations directly with His Honour, whenever he shall deem himself properly authorized thereto.

Dutch transcription

Aan als vooren. „ze doen bekend maaken, dat de Commissie, die we aan den Engelschen koopman William Hol„ „lings hebben opgedraagen, om in gem: bank te bezorgen eenig geld ten behoeve van dit Gou„ „vernement, door ons weder opgezegt is; en dat zij directeurs mits dien geen geld van gem: Wol„ „lings, voor dit Gouvernement moeten acceptee„ „ken. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „lombo den 9:' 7ber: 1790. Fistern hebben we ontfangen uwen secreeten brief van den 6. deezer houdende communicatie dat de En„ „gelschen zig van het geheele Rijk van karnatika meester gemaakt en zig in het volle bezit daar van gesteld hebben; dat ze op alle dorpen in 't land op de gewoone wijze hebben laaten bekend maaken, dat de Engelsche kompenie de landen van den Na„ „bab: naa zig hadde genoomen, en dat dus voortaan een elk en een ieder aan Haar Ed: de zelfde gehoor„ „zaamheid schuldig is, die ze te vooren aan den Na„ „bab beweezen hebben. Volgens deeze bekendmaaking zoude men het zonder bedenking 2762 bedenking daar voor moogen houden, dat de Na„ „bab van karnatika in den volsten zin van de Regeering over zijne landen is ontzet, en dat de zaak, en dat gebragt is in die termin dat de Engelsche Komp=e den Nabab in zijne regten ver„ „vangende voortaan moet worden aangezien als Hier van alle de landen die tot hier toe aan hem hebben toegekoomen, en daar onder speciaal als Heer van het vorstendom Madure en Opper„ leen Heer van de Marricasche landen. Uijt den brief vanden Heer Tovin den 2:' deezer aan uE: geschreeven, en aan ons in origineel toegezonden, schijnen daar en teegen de termin waar in de zaa„ „ken hier door zijn gebragt, wat twijffelagtig, Wij zegt alleen dat 't Gouvernement van Madras volgens order van 't Generaal Gouvernement van Bengale, het heeft noodig gevonden, om in de lan„ „den van zijn Hoogheid den Nabab van Arkatte te doen etablisseeren de administratie van de En„ „gelsche kompenie, en dat 't Gouvernement van Madras hem heeft benoemd tot superintendent van alle renten etc=a in het land van Tirnevel„ uw aanmerking dat naar de wijze waar op de Engelsche die we k ou„ 1 li. Engelsche administratie in de landen vanden Na„ bab is ingevoerd, het in allen geval op het zelfde zal doen uitkoomen, en de gevolgen als of ze zig de landen volkoomen hadden toegeeijgend, schoon anders de beschrijving van den Heer Torin vrij min„ „der beteekend, vinden we zeek Juist. men scheijnt te minder daar aan te moogen tevijffelen, wijl s Na„ „babs Agent den Heer Buchanan bij brief van den 30. Augustus reeds heeft verklaard, dat Wij door de maatreegelen van het Gouvernement van Madras zig niet meer bevoegd, agtede om zig omtrend eene„ „ge zaeken intelaaten, en dat ook de Land Regent straks naa de publicatie weegens den overgang van de landen aan de Engelsche kompenie is in vorest genoomen. De manigaak van Meloer die de voorsz: bekendmaaking aan uE: plegtig heeft laaten weeten, heeft dat ook zeeker niet gedaan, zonder daar toe door 't Engelsche Gouvernement te zijn gelast- We dienen nogtans meer verzeeke„ „ring te hebben vanden plooij, waarin de dingen hier door zijn gebragt, en of men de Engelsche komp:s voor den aanstaande zal kunnen en mee„ „ten aanzien als Nabab van Arkatta, voor dat daar naa kunnen bestieren. Wier bij is het zeek essentieel 2763 essentieel te weeten of deeze schikking alleen is provosioneel, dan of het voorneemen daar van zij om ze bestendig te doen zijn. Om noopens alle deeze bezonderheeden te zijn onder„ „rigt, denken we dat het van veel dienst zoude kunnen zijn, indien uw den Heer Torin daar over mondeling konde onderhouden. Met hem in pek„ „zoon bekend zijnde, zoude dat kunnen geschieden met hem een vriendelijke visite te doen te Ter„ „nevelli. Vind uE: als dan de zaeken daar naa gedisponeerd, om met hem officieel te handelen, zoo dat we met den Nabab niet meer te doen hebben, ten minsten dat men voor het teegenwoordige de Engelsche komp:e moet houden als Weer met den daad, van het Vorstendom Madure, en Opperleen„ Heer van de marruasche landen, in welke kwali„ „teid we met den Nabab tot hier toe hebben te doen gehad, dan zoude uE: kunnen beginnen met hem te onderhouden over de visitatie der paarlbanken, en over de chiankoos, duijkerij, en in zoo een geval laaten we het aen uE: ge„ defereerd, om hem ook zelfs nu aanstonds ope„ „ning te geeven van onze handelingen met den Nabab Nabab en vanden staat der zaaken, zoo als die tot hier toe is. UE: kan hem, dan des noodig vindende wat omstandig onderregten van onze regten en voorregten op de ma„ „dureesche en marruasche kusten; en hem naamaate van de omstandigheeden, en naamaate dat uE: dat nu aanstonds noodig denkt, vertoonen onze contrac„ „ten niet alleen met den Heer Dodt geslooten, maar ook het Jongste contract met den Heer Buchanan. Wanneer dit geschied is het goed den Heer Torin te in„ „formeeren, dat bij dit laatst Contract inzonderheid groote sarrifices gedaan zijn, alleen om te ontgaan het effect van de drijgende taal, waar van de Heer Buchanan zig in zijne handelingen met ons, op last, zoo we vertrouwen van zijnen meesten heeft bediend, waar bij uE: aan den Heer Torin zoude kun„ „nen doen eene beschrijving van den staat der zaeken, zoo als die eertijds was, met bijvoeging dat men vertrouwd, dat door de reedelijke schikkingen met de Engelsche komp: de zaeken weeder zullen hun„ nen worden gebragt, zoo als ze eertijds waaren, en dat we zeer geneigt zijn om de handelingen met zijn Ed: direkt te beginnen, wanneer wij zig zal agten behoorlijk daar toete zijn geautoriseerd. N0 8e

NL-HaNA_1.04.02_3886_0249 view scan ↗

English

We give you these things only in consideration, in order to be able to act according to the circumstances of the times, in proportion as you shall find appropriate. It goes without saying that as long as any doubts remain as to whether affairs might not hereafter return to their former state, it must be mentioned very carefully, so that the Nabob is given no reasonable grounds to complain hereafter about our conduct. Wherefore, and in proof that we intend nothing in this matter that could in any respect offend the Nabob in his honor or reputation, you might also, either before or after you shall have spoken with Mr. Torin, confer with Mr. Buchanan on all points that seem necessary to you, to show that with regard to his Master and also to him we proceed with all possible good faith and uprightness. On account of the Company's relations on the Madura coast, it could well be that the English Government, if the English Company has actually succeeded to all the rights of the Nabob and must consequently now be regarded as the territorial lord of the principality of Madura, will give us notice thereof; if you could discreetly ascertain this and should judge that this is about to happen, it would perhaps be best for the present, and until one is more certain thereof, to proceed no further with Mr. Torin than is strictly necessary for the present. Finally, in conclusion of this, we note that if you should find Mr. Torin inclined, according to your suggestion in the collective letter of the 2nd of this month, to show you the proof of the surrender or of the authorization from the Nabob for assuming the administration over his lands, if this has occurred by virtue of a voluntary surrender, this would be an additional security; but otherwise, in order not to suffer a refusal which we would have to accept, we shall have to content ourselves with less, if only there is so much foundation that one can proceed upon it. We remain for the rest after greetings was signed and signed As above in the margin Colombo the 10th of September 1790. To the same as above. We have received your separate letter of the 3rd of this month. In reply to your question asked therein, whether, if affairs between the English Company and the Nabob remain until the end of October in the same state in which they are now, you should in such case invite the English to the inspection of the pearl banks and to the diving of the chanks, or whether you should in such case let both the inspection of the pearl banks and the diving of the chanks proceed alone and without the intervention of the English or of the Nabob, we have seen fit to direct you, as is done hereby, to ask the English superintendent for the arrangements that appear most suitable to him, even if only provisional, so that both the chank diving and the inspection of the pearl banks may take place to mutual satisfaction; for the rest, in occurring disputes with the native servants, which must absolutely be removed at once, you must address yourself to those who have the government of the country in hand. Because it was done with a good intention, we overlook that you have postponed our instruction by letter of the 9th instant to inform the directors of the bank at Madras that the commission we assigned to the English merchant William Hollings to secure some money in the said bank for the benefit of this Government has been revoked by us, and that they, the directors, must therefore accept no money from the said Hollings until our further orders; and we command you to let the said notification take place at the very earliest. However, in order to employ all means in our power not to let the weaving looms stand idle, we authorize you hereby, if it can be obtained, to negotiate money at the interest of one percent a month, in proportion as you shall need this, and likewise to make efforts to obtain money from the English on bills of exchange to the Netherlands, as advantageously as can be negotiated. The basis on which the Gentlemen have prescribed that this must henceforth happen will appear to you from the extract from Their High Excellencies' highly esteemed letter of August 31st last, which we send you herewith in order that you may govern yourself thereby as much as possible. To the same as above. We approve the instruction given by you to the cruisers to inspect the pepper vessels of the King of Travancore and to seize the surplus pepper that may be found therein beyond what is mentioned in the passes. We remain for the rest after greetings was signed and signed As above in the margin Colombo the 14th of October 1798. If the conditions upon which we consented to the leasing of the pearl fishery, namely that the merchants and money changers obligate themselves to give at least 50,000 chakrams for it if it is not bid higher, should at times meet with too great opposition, and Mr. Torin should nevertheless insist that the holding of a fishery not remain postponed, we authorize you to depart from this condition if necessary; but then it is nonetheless necessary that you, together with Mr. Torin, agree before the holding of the lease concerning the price, as to how low it will ultimately go, and this price ought to be taken at least nearly equal to what was that of the [illegible]

Dutch transcription

2764 Wegeeven uE: deeze dingen alleen in overweeging ten einde na tijds omstandigheeden te kunnen han„ „delen na maate dat uE: dat zal bevinden te behooren. Het spreekt van zelve dat zoo lange ek eenige twijffe„ „lingen overschieten of de zaaken, na deezen niet wederom zouden kunnen koomen in den voorigen plooij, zao, zeer voorzigtig moet worden vermeld, dat aan den Nabab geene billijke reedenen worden gegeven om zig na deezen over onze handelwijze te kunnen beklaagen. Wierom en ten bewijze dat we in deezen niets voor hebben, het geen den Na„ „bab in eenig opzigt in zijne eere of aanzien zoude kunnen beleedigen, zoude uE:, het zij voor of na dat uE: met den Heer Torin zal hebben gesproc„ „ken den Heer Buchanan ook kunnen onderhouden over alle pointen, die uE: noodig schijnen, ten blij„ „ke dat we ten aanzien van zijn van Meester en ook van hem met alle mogelijke goede trouw en opriegtheid te werk gaan. Uit hoofde van komp:s relaetsien op de maduree„ „sche kust konde het wel zijn dat 't Engelsch Gouvernement, zoo de Engelsche komp: werke„ „lijk gebreeden is in alle de regten van de Nabab en mits dien nu als land heer van het vorsten„ „dom o hier g „dom Madure moet worden aangezien ons dack van zal kennis geven, zoo uE: dat op een behendige wij „ze konde onderlasten en mogte oordeelen dat dit staat te geschieden, waare het misschien best voor eerst en tot dat men daer van meer zeker is met den heer Torin niet verder te gaan dan voor het tegenwoordige volstrekt nodig is. Eindelijk merken we tot slot deezes nog aan, dat zoo uE: den Heer Torin mogte genegen vinden, om volgens uE: bedenking bij gemeene brief van den 2. deeser, aen uE: te toonen het bewijs van de overgave of van de kwalificaatsie van den Nabab, tot de aanvaarding der administratie over zijne landen, zoo dit is geschied uit hoofde van eene vrijwillige overgifte dit een zekerheid te meer zoude zijn, dog anders zullen we ons, om geen wijgering te ondergaan, die we ons zouden moeten laeten welgevallen, met minder moeten te vreede houden, als 'er alleen maar zo veel gronds is dat men daer op kan aangaan. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Alsvooren /:in margiene:/ kolombo den 10.' 7ber: 1790. —. Aan 2765 Aan als vooren. Wij hebben ontvangen uiwen aparten brief van den 3: deezer: Op uE: daar bij gedaane vraage, of indien de zaaken tusschen de Engelsche kompenie en den Nabab, tot het laast van Oktober in denzelven staat blijven, waar in ze tans zijn uE: in zulk geval de Engelschen zullen nodigen tot de visitatie van de paarebanken en tot de duijkorij van de sjankoos, dan wel, of uE: in zulk geval en de visitatie der paarlban„ „ken en de duijkerij der sjankoos, alleen en zonder tusschen komst van de Engelschen of van den Nabab zullen laaten geschieden hebben we goedgevonden uE: aan te schrijven, gelijk geschied door deezen, om vanden Engelschen superintendant te vragen de schikkingen, die hem het bekwaamst voorkoo„ „men, al waare het ook maar alleen provisio„ „neel, op dat beiden de Tjankos duijkerij en de genoegen visitatie vande paarlbanken tot wederzeids „ ges chi„ „den ga geschieden kan voor het overige moet uE: in voorkoomende verschillen met de inland„ „sche bedienden, die volstrekt ten eersten moeten worden uit den weg- geruimt, uE: addresseeren bij de geenen, die de regeering van het land in han„ „den hebben. Wijl het met een goed oogmerk is geschied, passeeren wij wij dat uE: ons aanschrijven bij brief vanden 9:' zoek: om aan de direkteuren van de bank te Madras kennis te geeven, dat de kommissie die we aan den Engelschen koopman william: Wollings hebben op„ „gedraagen, om in gemelde bank tebezorgen eenig geld ten behoeve van dit Goevernement van ons we„ „der is opgezegt, en dat zij direkteurs mits dien geen geld van gemelden Hollings moeten accepteeren, tot onze nadere ordre heeft uitgesteld, en gelasten uE„ om de gemelde aanschrijving ten alder eersten te„ „laaten geschieden om egter alle middelen in 't werk te stellen die in ons vermogen zijn, om de weefgetouwen niet te laaten stilstaan qualificee„ „ren we uE: bij deezen, om indien het te bekoomen is geld te negotieeren tegen den intrest van een percent 'smaands, na maate uE: dit zullen no„ „dig hebben, en om insgelijks poogingen te doen om bij de Engelschen geld op assignatie na Neder„ „land te bekoomen, zoo voordeelig als het tebedin„ „gen is. Den voet waar op W: H: hebben voorge„ „schreeven dat dit voortaan geschieden moet zal zij blijken bij het extrakt uit hun Hoog Edelhedens zeer geeerde missive van den 31. aug:s I:o L: datwe uE: hier nevens toezenden ten einde uE: zoo veel mogelijk daar na te reguleeren. Wij 2766 Aan als vooren. Wij approbeeren de door uE: gegevene instruktie aan de kruijssers om de peper vaartuigen van den koning van Trevankoor te visiteeren en de meer„ „dere peper die daar in mogte tevinden zijn dan bij de passen zijn vermeld, teligten. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ en „geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 14. ' October 1798. Jndien de voorwaarden, waar op we gekonsenteerd hebben in de verpagting van de paarlvisserij, dat namentlijk de kooplieden en wisselaars zig verplig„ ten om daar voor ten minsten 50.'000 sjakerons te geeven zoo ze niet hooger gemeind word, zomtijds te groote teegenstand vinden mogte, en dat de Heer Tovin mogtans er op mogte blijven dringen dat het houden van een visserij niet blijft uijtgesteld, kwalij „ficeeren we uE: om van deeze voorwaarde des noods af te stappen, dog dan is het des niet te min noodig, dat uE: met den Heer Torin te zaamen, voor het hou„ „den vande verpagting overeenkomt nopens den prijs tot hoe laag dezelve uitterlijk zal afloopen, en deeze preijs diende wel ten minsten na genoeg zoo te worden genoomen als geweest is die van de in he 8 te„ gelijk

← previousnext →