Inventory 3886
Ceylon · 990 pages · 165 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the lease held in the year 1787. We would not like to see difficulties arise over this, but we trust that it will very well be possible for your honour to make Mr Torin notice that letting down the pearl fishery would not only be very harmful for the present, but would also considerably tend to make it fail for the future. If Mr Torin cannot be brought to a reasonable arrangement on this matter, your honour must declare that you cannot proceed any further without our special authorization. For the rest, after greetings, we remain, subscribed and signed, as before, in the margin, Colombo the 19th November 1790. Agrees, Ledulr, clerk. 2767 Malabar. To the Noble Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director over the Company's establishments on the said coast, together with the Council, Cochin. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and Very Discreet Lord and Friends! We have had the honor to receive your honors' esteemed secret missive of the 2nd of this month, and we thank your honors very kindly for the copy sent to us along with it of your honors' letter to the English Government at Madras. Upon the receipt of your honors' secret missive of the 31st of December last, we summoned from Galle the ship Vreedenburg, which had arrived there with the Surat returns, and we have merely awaited further letters from your honors in order to send it to Cochin. It will follow the bearers of this letter within a few days, and we will cause to be unladen into it 125 to 130 lasts of rice in case it might occasionally be of service at Cochin; otherwise we request that it be returned to us with the same ship, as we are not abundantly provided ourselves, and we are still very uncertain whether and how much grain we have to expect from the coast. For the rest, after friendly greetings, subscribed, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and Very Discreet Lord and Friends, your honors' humble friends and servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, B. L. van Zitter, and A. Samlant, in the margin, Colombo the 18th February 1790. A few days ago we received from the English Supreme Government in Bengal the letter written on the 26th of February last, a copy of which is enclosed herewith, containing among other things that the aforesaid government has resolved not only to give decisive assistance to the King of Travancore against Tipu Sultan, but also to obtain compensation for Travancore for the insult done to him by Tipu Sultan, and that the same government, being informed of the insulting manner in which Tipu Sultan has behaved toward the Governor of Cochin and of the intentions he appears to have against the Company's possessions on the Malabar coast, has promised that, if Tipu Sultan should go so far as to attack Cochin out of revenge for the tokens of friendship we might give to the English Company or to its ally the King of Travancore, to do everything possible for our assistance, as well as to obtain for the Company, in a negotiation of peace, full satisfaction for the damage it might suffer thereby. This very emphatic promise, and the serious measures which the English Supreme Government declares it intends to put into effect on behalf of Travancore, make it, in our view, now more than ever a point of the greatest consideration whether we, if the English indeed step in, ought not also to do something on our part on behalf of Travancore, if he should reclaim the help promised him by us in the treaty. Your honors, who are competent to judge on this and can see things there from close by, can best understand for the rest what should be advised to or against the Company in this matter. We shall also write to the English Governor-General and Council concerning the granting or not granting of assistance to the King of Travancore, stating that we have communicated to your honors their aforesaid letter and that we have thereby requested your honors, as we do by these presents, to be pleased to inform their honors directly of the resolutions you are to take thereon. We do not doubt that the Supreme Government of Bengal, which ordered the Government of Madras to send us their plan of operations for the protection of Travancore, will have ordered the same government to send it to your honors as well. We shall nevertheless immediately send to your honors everything that is communicated to us on that subject. For the rest, after friendly greetings, subscribed and signed, as before, in the margin, Colombo the 5th April 1790. Lower: P.S. We also present your honors herewith a copy of the letter of the 12th of January of this year, mentioned in the aforesaid letter received from the English Supreme Government in Bengal. We direct this solely to accompany a copy of a letter written to us by the Government of Madras on the 17th of March last. The further information promised to us therein we shall send to your honors as soon as we receive it. For the rest, after friendly greetings, subscribed and signed, as before, in the margin, Colombo the 12th April 1790. Lower: P.S. We also present your honors herewith the duplicate of our last general missive of the 10th of this month. The inhabitants of the Matara Disavany, who in
Dutch transcription
het Jaar 1787. gehoudene verpagting. We zouden niet gaarne zien dat hier over moeije, „lijkheeden onstonden, dog we vertrouwen dat het uE: zeek mogelijk zal zijn om den Heer Torin te doen opmerken dat het laager laaten loopen van de paarlvisserij niet alleen zeek schaadelijk zoude zijn voor het tegenswoordige, maar ook merkelijk stek„ „ken zoude om dezelve installig te maaken voor den aanstaande. zoo de Weer Torin op dit stuk tot geen treedelijke schik„ „king te brengen is, moet uE: verklaaren niet vorder te kunnen gaan zonder onze speciaele kevali„ „fikatie. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /: in margiene:/ kolombo den 19:' ber: akkondeert 1790. — Ledulr gklerk 2767 Mallabaar. Aan den Edelen Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van nederlands Jndien, Gouver„ neur en directeur over 's kompenies Etablissemen„ ten ter gem: kuste, nevens den Raad. koetsiem. Edelen, Erntfesten, Manhaften wijzen voorzinigen Zeer Dis¬ „kreeten Heer en Vrienden! Wij hebben de eene gehad te ontvangen uwer wel Edelens geachte Secreete, Missive van den 2. — deezer, en bedanken uwel Edelens zeer vrien„ „delijk, voor 't daar nevens aan ons toegezon„ „den afschrift, van uwer wel Edelens schrij„ „vens aan het engelsch Gouvernement te Ma„ „dras. Op den ontvang van uwer wel Edelens secree„ „te Missive van den 31. december pass:o hebben we 't schip vreedenburg, dat met de sourat„ „sche retouren te Gale was aangekoomen, van daar ontboden, en wij hebben alleen nadere schrij¬ „vens van uwel Edelens gewagt, om 't na koetsiem te zenden. 'T zelve zal binnen wijnige daagen de brengers deezes volgen, en we zullen daar in doen aflaaden 125. a 130. lasten rijst of ze zomtijds te koetsiem van dienst zijn konde anders verzoeken weze ons met het Te Aan als vooren: het zelve schip te rug te zenden wijl we zelve niet ruim voorzien zijn, en we als nog zeer onzeker zijn op en hoe veel granen we van de kust te wagten heb„ „ben. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:on„ „derstond:) Edelen, Erentfesten, Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden uwel Edelens Dw: vriend en dienaaten /:was ge„ „teekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Rahet, B: L: „van Zitter en A: Samlant, /:in margiene:/ kolombo den 18. febr: 1790. — Voor een paar daagen hebben we van het Engelsche „generaal gouvernement in Bengale ontfangen, de brief geschreeven den 26: febr: J:o Leeden die in kopij hiernevens gaat, houdende onder anderen dat het voorsz: gouvernement heeft beslooten om niet alleen een gedecideerde hulp te gee„ „ven aan den koning van Trevankoor tegens Tipoe sultan, maar ook om aan Trevankoor vergoeding tebezorgen voor de beleediging hem door Tipoe sultan aangedaan, en dat het zelve gouvernement geinformeert zijnde, van de hoo„ „nende wijze waar op Tipoe sultan zig gedraagen heeft tegens den heer gouverneur van koetsiem en van de voorneemens die hij schijnt te hebben tegens 'skomp:s bezittingen op de Mallabaar, be„ loofd, om indien Tipoe sultan zoo vergaan mogte om 2768 om koetsiem te attaqueeren uijt weer wraak der bewijzen van vriendschap die we zouden kunnen geeven aan de Engelsche komp: of aan haaren geallieerde de koning van Trevankoor, al het mo„ „gelijke te zullen doen tot onze hulp, als meede om voor de komp: bij een Negotiatie van vreede, te obtineeren een volle voldoening voor de schaade die dezelve daar door zoude koomen te lijden. Deeze zeer nadrukkelijke belofte, ende ernstige maet„ „regelen die het Engelsche generaal gouvernement verklaard voornemens te zijn ten behoeve van Trevankoor te werk testellen, maaken het maar ons inzien, tans meer dan ooijt, een poinkt van de grootste bedenking, of wij, wanneer de En„ „gelsche met der daat toelasten, niet ook iets van onze zijde zoude behooren te doen, ten behoeve van Trevankoor, wanneer hij de hulpe heen door ons bij het kontrakt toegezegt mogte rekla„ meeren. luwel Ed:s die bevoegt zijn daar over te oordeelen, ende dingen aldaar van nabij zien klin„ „nen voor het overige best inzien wat de komp: in deeze aan of afteraaden zij. ook zullen we nopens het verleenen of niet verleenen van bijstant aande koning van Trevankoor, aan den Heer Engelsche gouverneur generaal en Raad schrijven, dat we aan uwel Ed=s voorsz: hunnen brief hebben gekommuniceerd en dat we uwel Ed=s daar bij hebben verzogt gelijk wedat doen door dezen, om zelve aan hun Ed:s tewillen bedeelen. uwe niet in gte Aan als vooren. Aan als vooren. =uwe daar op teneemene, besluijten. Wij twijffelen niet of het generaal gouvernement van Bengale dat aan het gouvernement van Madras bevoolen heeft om aan ons te zenden hun plan van operaatsie tot bescherming van Trevankoor, zal aan. het zelfde gouvernement bevoolen hebben om dat ook tezenden aan uwelEd=s. We zullen niet te min alle het geene ons op dat stuk word bedeeld ten eersten aan uwelEd=s toezenden. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groet /:onderstond: /:en geteekend:) Als vooren /:in margiene:/ kolombo de„ 5. April 1790. /:Lager:/ P: S: wij bieden uwel Edelens hiernevens nog aan kopij van den brief van den 12. Januarij deses jaars, vermeld bij voorsz: van het engels generaal gouvernement in Bengale ontvangen brief. Wij rigten deezen eenelijk ten gelijde van een copia brief, door 't gouvernement van Madras den 17. maart I: L: aan ons geschreeven- Het ons daar bij toegezegde nader berigt zullen we uwe wel Edele zenden zoodra we het ontfangen. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete (:onder„ „stond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:) kolombo den 12. April 1790. /:Lager:/ P: S: Nog bieden wij uwel Ed. s hiernevens aan het duplikaat van on„ zen laatste gemeene missive van den 10. deezek. De ingezeetenen van de Matureesche Dessavonij, die in
English
2769 in the month of April last banded together, under the pretext of wishing to complain about past oppressions, continue their conspiracy to this day, and various reports received give us reason to consider whether the Court of Kandia is not secretly encouraging the aforementioned mutineers to persist in their rebelliousness, in order to draw advantage therefrom if the opportunity presents itself favorably. We are nevertheless not without hope that the efforts to pacify the mutineers and bring them to peace through kindness might yet succeed, but if it should turn out contrary to our expectation, we shall need the troops that we lent to Your Honors, and we therefore kindly request Your Honors to keep these men ready to march so that upon receipt of our further letters they can immediately depart for Tutukorijn to be transported from there with our chartered vessels to Ceilon. If this should be necessary, we shall immediately request permission from the Nabab for this, so that these troops can proceed unhindered from Cape Comorin to Tutukorijn. To as before. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: Kolombo, the 18th July 1790. With the opening of navigation, we shall send another two companies of the Swiss Regiment de Meuron to Koetsiem, but in order to be able to do this, it is necessary that our company of Grenadiers and the company of Captain Kock are here first. We therefore request that Your Honors please have these two companies march overland to Tutukorijn as soon as possible, from where we shall have them fetched with a ship. It would also serve us well if Your Honors could send back to us, together with these two companies, the Eastern detachment that was sent overland a few months ago from Tutukorijn to Koetsiem, in order to be able to rejoin these men to the companies to which they belong. We request that you inform us as soon as possible when Your Honors think that these troops will be able to be at Tutukorijn. An order has been sent to the Chief of Tuticorijn to request permission for the passage of these troops across 2770 To as before. across the Nabab's territory if he thinks that it is necessary. Since the dispatch of our last of the 18th of this month, of which the duplicate accompanies this, the people in the Matara Dissavony have quieted down. In the Colombo Dissavony, everything is also quiet. We also have no reason to suspect that the Court of Kandia has, or even had, any unfriendly intentions against the Company. According to the reports we have of it, and upon which we think we can rely reasonably well, some of the Matara inhabitants who were in Kandia during the unrest were immediately turned away there. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: Kolombo, the 24th July 1790. In our secret letter of the 24th of this month, of which the duplicate accompanies this, we requested Your Honors to please send overland to Tutucorijn our company of Grenadiers and the company of Captain Kock, along with the detachment of Easterners that was sent thither a few months ago from Tutukorijn; however, since it seems to us that if there should be an opportunity to send these troops directly hither or to Gale with private ships or vessels, the transport thereof will be considerably easier and, as we think, also less costly, we leave it entirely to Your Honors' discretion to act in this matter as Your Honors shall judge most convenient for the service of the Company. The Chief of Tutucorijn, the Honorable Mekern, has informed us in a separate letter of the 10th of April last, of which an extract is enclosed herewith, that the administration on behalf of the King of Travancore at Annendeppenadepoentore boarded the vessel of the burgher Meijer by force, which came with a pass from Koetsiem, and compelled the merchant to take in prohibited goods, among which was a parcel of wild Malabar cinnamon, pepper, cardamom, and cloves, under the pretext that these were goods of the Aramana, which were sent by the Land Regent of Tirnevelli. In order not to embroil ourselves in any dispute with the Nabab, and since 2771 To as before. such cases seldom occur, we authorized the servants at Tutucorijn that if the Land Regent of Tirnevelli should acknowledge that these goods belonged to him or to the Nabab, to let them pass to him by way of accommodation, as has indeed happened since, at the request of the said Land Regent. However, since the export of wild cinnamon from the lands of the King of Travancore conflicts with his treaty with the Company, we give Your Honors notice of this occurrence through this, so that Your Honors may ask such explanation from him regarding it as Your Honors shall find necessary for the maintenance of the Company's rights. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: Kolombo, the 31st July 1790. We have had the honor to receive Your Honors' secret letter of the 22nd August last. We thank Your Honors very kindly for the copies sent along therewith of your correspondence with the English General Government
Dutch transcription
2769 in de Maand April, I:o L: zijn Zamen gorot, onder voorga„ „ve van overgeleedene verdrukkingen te willen klagen, „spaning gaan tot nog toe in hunne zamen „ voort, en verscheide ingekoomene berigten geeven ons aanleijding om te denken of niet het Hof van kandia de voorsz: mruij„ „telingen onder de hand aanmoedigd om in hunne op„ roerigheid za in hun te volharden, ten einde daar uit, zoo de geleegentheid zig daar toe gunstig voor voet, voordeel te trekken. We zijn nogtans niet bui„ „ten hoop dat de pogingen, om de muijtelingen te be„ vreedigen en door goedheid tot rust te brengen, nog zou„ „de kunnen slaagen, dog zoo het teegen onze verwag„ „de „ting anders mogte uit vallen, zullen we „ troupen, die aan uwel Edelens geleend hebben, nedig en wij verzoeken uwel Edelens derhalven vriendelijk, om deeze manschappen te willen marschvaardig hou„ „den ten eijnde op den ontvang van onze naderes „schrijvens, ten eersten te kunnen vertrekken na tu„ „tukorijn om van daar met onze baarze scheepen te worden overgebragt na Ceilon. We zullen zoo dit nodig zij, daar toe ten eersten het verlof doen vra„ „gen vanden Nabab ten einde deze troupen van de shaap kommerijn tot Tutukorijn z verhindert kun„ „nen voortrekken. Wij van en onde Aan als vooren. „ vriendelyk Wij blijven voor het overige na „ groete /:onderstond:/ en„ „geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 18:' Julij 1790. — We zullen met de openvaart nog twee kompanien van het Regiment Switzers van Meuron na Koet„ siem zenden, dag om dit te kunnen doen, is het noo„ „dig dat onze kampenie Granadiers en de kom„ „panie van kaptein kock eerst hier zijn. We ver„ „zoeken dus dat uwelEd=s hoe eer zoo beeter deze twee kompanie gelieve overland te laeten marchee„ „ren na Tutukorijn, van waer weze met een schip zullen doen afhaelen. Ook zoude ons dienst geschieden indien uwel Ed:s tegelijk met deeze twee kompanie ons konden terug zenden het oostersche detachement dat voor eenige maenden van Tu„ „tukorijn over land gezonden is na koetsiem, ten einde deze Manschappen wederom te kunnen vol„ gen bij de kompanien waer toe ze behooren. we verzoeken ons ten eersten tewillen bedeelen wanneer uwel Ed:s denken, dat deeze troupen zullen kun„ „nen zijn op Tuteckorijn. Aan het opperhoofd van Tutiekorijn is order gezonden verlof te vraagen tot de voorlogt van deeze troupes over 2770 Aan als vooren. over 's Nababs grond zoo hij denkl dat het noodig zij. zedert het afzenden onzer laaste van den 10:' deezer, waar van het duplikaat deezen verzeld, is in de Maturesche dessavonij het volk tot rust gekomen, Jn de kolombosche dessavonij is ook alles in ruste. Ook hebben wij geene reden om te vermoeden dat het Hoff van Kandia eenige onvriendelijke oogmerken zoude hebben, of zelfs gehad hebben, tegen de Compi= Naar de berigten die we daar van hebben, en waer op we denken redelijk veel staat te kunnen ma„ „kend, zijn eenige der Mlaturesche ingezeetenen, die rust gedurende de on„at in kandia geweest zijn, daar „ten eersten afgeweezen. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:on„ „derstond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Kolombo den 24. ' Julij 1790. —. ye Bij onzen secreeten brief van den 24. dezer, waar van 't duplicaat deezen verzeld, hebben we uuwel, Ede„ „lens versogt, om onze Comp: granadiers en de Comp: van Capitain kock nevens 't detachement ooster„ „lingen, dat voor eenige maanden van Tutukorijn na derwaards gezonden is, overland te willen zenden na 0 den pes na Tutucorijn; dogwijl het ons voorkomt, dat in„ „dien er geleegentheid mogte zijn, om deeze troupen met particuliere scheepen of vaartuigen direct herwaards of na gale te zenden, het Transport daar van vrij gemakkelijker, en zoo wij denken ook min kostbaar zal vallen, zoo laaten we het volkoomen aan uwel Edelens gedefoceerd, om daar in zodanig te handelen als uwel Edelens dat voor den dienst van de Comp: het Convenent zullen oordeelen. Het Tutucorijnsch opperhoofd de E: Mekern, heeft „April ons bij een apparten brief van den 10„e IZ, waak van een extract hiernevens gaat, bedeeld, dat de Regeering van wege den Koning van TrevanKoor te Annendeppenade poentore, het vaartuijg van den burger Meijer, dat met een pas van Koetsiem afquam, met geweld aan boord gezonden en den kan„ „del gedwongen had inteneemen dievorische goede„ „ren. waar onder ook waarien een partij wilde Mal„ „labaarsche kanneel, peper, Cardamon en nagelen, onder voorgave dat dit goederen waren van den Armane, die door den Landregent van Tirne„ „velli gezonden Wierden. om ons en geen broul„ „lerie intewikkelen met den Nabas, en wijl ook diergelijke 2771 Aan als vooren. diergelijke gevallen selden exteeren, hebben we den bedienden te Tutucorijn gequalificeerd, om indien de Landregent van Tirnevelli mogte erkennen, dat deeze goederen hem of den Nabab toebehoor„ „den, dezelve als dan bij wege van inschikke„ lijkheid aan hem te laaten volgen, zoo als dat ook het sedert, op verzoek van gem: Landne„ „gent, geschied is Wijl nogtans het uitvoeren van wilde kanneel uit de Landen van den koning van Trevankoor, strijd teegen zijne verbintenis met de Comp: geeven we uwel Edelens van dit gewil door deezen kennis, op dat uwel Edelens derweegens van hem zodanige opheldering kun„ „nen vraagen, als uwel Edelens zullen bevinden tot handhaving van sComp:s regten nodig te zijn„ Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene, Kolombo den 31. Julij 1790. —. Wij hebben de eer gehad te ontvangen ruwer wel Edelens secreete Missive van den 22. aug=s J:o Leeden„ Wij bedanken uwel Edelens zeer vriendelijk, voor de daernevens toegezondene Copijen van derzel„ „ver Correspondentie met het Engelsch Generaal Gouvernement in„ et daar min omen g st pen
English
To as above. Government at Calcutta, and for the report provided concerning the circumstances of the war between the English and Tipu Sultan. We request Your Honors to be so good as to send with the ship that we shall dispatch to collect pepper as many of our troops as can most suitably come across, and among them the grenadier company. But as it would be very convenient if they were to come directly to Colombo, we request Your Honors to order the ship authorities that, if they arrive before Colombo so seasonably that touching at these roads to deliver the aforementioned troops cannot prevent them from being in Gale in good time, they must then touch at these roads for a moment to disembark the troops here. Regarding the repayment of the borrowed capital from Anta Chetti, we shall have the honor of writing to Your Honors further. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: As above. In the margin: Colombo, the 22nd of September 1790. We direct this solely, in accordance with the promise in our secret letter of the 22nd of this month, to reply to that written by Your Honors in the secret missive of the 22nd of August concerning the money borrowed from Anta Chetti for this government. However much we wish to be able to enable Your Honors to repay this debt, we must nevertheless declare with regret that we are currently unable to do so, because we have not yet received the funds that, according to the instructions of the Gentlemen Masters in the missive of the 3rd of September 1789, were to be sent to us from Batavia, and upon which we do not even seem to be able to rely for this year, since Their High Mightinesses write in their missive of the 26th of May last that they have detained even the 69 barrels with doits brought for Ceylon on account of great shortage. Should the lenders nevertheless be inclined to accept, in payment of the aforementioned debt, assignments on the Company to be paid in the Netherlands in money after the spring sale of 1792, we shall provide them with these assignments as soon as we are informed in whose benefit they must be drawn. We shall then have the customary rebate deducted here. It would be even more agreeable to us if it could suit the lenders of this money that, although the assignments are granted immediately, payment will nevertheless not take place until after the spring sale of 1793, when upon payment one year of interest at 4 percent will be given on it. We have already had to grant assignments on Europe for a large sum. Yet if this proposal does not please them, we shall see to what extent it is possible to send Your Honors from time to time some of the pagodas intended for the linen trade according to the measure of our stock toward the repayment of this debt, at the offered price of 3 1/5 rupees per pagoda or 102 Indian stuivers. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: As above. In the margin: Colombo, the 29th of September 1790. Accords. Ledulx, First clerk. To as above. Jaffnapatnam. To Mr. Bartholomeus Jacobus Raket, Commander there. Valiant, Prudent, Discreet. By the general letter of the 2nd of this month it was ordered to deliver a stallion horse as a gift to the servant of the Nawab named Abdul Kader. You must not have this horse given to him, under the pretext that there is none. For the rest, after greetings, we remain, Valiant, Prudent, Discreet, Your good friends, By order, etc., signed: B. L. van Zitter, Secretary. In the margin: Colombo, the 4th of March 1790. You must have the gift elephants mentioned in your letter of the 8th of this month taken back from the servant of the Nawab Abdul Kader and delivered to Sheikh Rahmatullah according to what was written in our letter of the 27th of March. For the rest, after greetings, we remain, As above, signed: P. I. Fijbrands, First sworn clerk. In the margin: Colombo, the 19th of April 1790. We have received your secret letter of the 12th of this month, and hereby approve the resolution taken by you, mentioned in the secretly attached resolution of the day before, to send to Paleacatta the artillerymen and ammunition goods that the ministers requested from you in their letter of the 26th of March. You do not inform us whether the Paleacatta ministers have made any arrangements to have the aforementioned goods collected. If that has not been done, you must use the best means at hand for this, yet so that not the least delay is caused to the sending of money to Trincomalee. For the rest, after greetings, we remain, signed: As above. In the margin: Colombo, the 21st of April 1790. If you have not yet requisitioned from Mannar the half of the half-company of sepoys mentioned in your letter of the 28th of June last, in accordance with our authorization given by letter of the 6th of this month, that must not take place either; and if these sepoys should have already arrived there, you must immediately send them back to Mannar, because we are currently writing to the Chief Ebell to send this half-company to Kalpitiya. For the rest, after greetings, we remain, signed: As above. In the margin: Colombo, the 10th of July 1790. To
Dutch transcription
Aan als vooren. Gouvernement te kalkatta, en voor 't gegeeven berigt nopens de omstandigheeden van den oorlog tusschen de Engelschen en Tipoe sultan- We verzoeken uwel Edelens om zoo veel van onze troupes te willen zenden met 't schip dat we zenden zullen om peper aftehaalen, als daar mede bekuaamst kunnen overkomen en onder dezelven de granadier Comp: Dan wijl het heel konvenent zoude zijn dat ze direkt na kolombo kwaamen; verzoeken we uwel Edelens de scheeps overheeden te gelasten, om indien ze zoo tijdig voor kolombo komen, dat 't aandoen van deze reede om de voorsz: troupes aftegeeven niet kan beletten om tijdig genoeg te Gale wezen, ze als dan deze rede voor een ogenblik moeten aan„ „doen om de troupes hier te ontscheepens Over de afbetaeling van 't geleende Capitaal van Anta Chittij, zullen wij de eere hebben uwel„ Edelens. nader te schrijven. „vriendeli Wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:/ /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom, „bo den 22. ' 7ber: 1790. —. Wij ruigten deezen eenelijk om volgens belofte bij onzen 2772 onzen secreeten Brief van den 22. ' dezer, te antwoorden op 't door uwer wel Edelens bij secreete missive van den 22. 'e aug=s geschreeven, nopens de van Anta Chittij geleende gelden voor dit gouvernement. Hoe zeer wij ook wenschen uwel Edelens in staat te kunnen stellen, tot de afbetaaling van deeze schuld moeten wij egter met leedweezen betuigen daar toe tans onvermoogen te zijn, wijl we nog niet hebben ontfangen de gelden, die volgens aanschrijvings van de Heeren Majores bij missive van den 3:e 7ber: 1789. ons van Batavia zouden worden toegezonden, ) en waar op we zelfs geen staat schijnen te moo„ de „gen maaken„ voor dit jaar, vermits Hunne Hoog Edelh: bij hoogst der zelver Missive van den 26. Maij n I: L: Schrijven, zelfs de voor Ceilon aangebragte 69. vaten met duiten uit hoofde van groot gebrek, te hebben aangehouden. Mogte nogtans de leenders geneegen zijn, om in betaa„ „ling van voorsz: schuld te accepteeren assignatien op de Comp: om in Nederland te worden betaald m Geld geld de voorjaarsche verkooping van 1792. , dan zullen we hen deeze assignatien bezorgen, zoo dra ons word bedeeld ten wiens voordeele derzel„ ve moeten worden ingerigt. We zullen dan 't ge„ „woon en nze 1 bo ps „woon rabat hier laten afschrijven. Nog aangena„ „mer zoude 't ons zijn zoo het de leenders van dit geld konden konvenieeren dat schoon de assigna„ „tien na aanstonds worden verleend de betaaling nogtans niet geschieden. zal dan na de voorjaar„ se verkoop van 1793. wanneer daar op bij de betaaling zal worden gegeeven e Jaar intrest tegens 4. p. rC:= We hebben reeds voor een groote som assignatien op Europa moeten verleenen. Dog staat hen dit voorstel niet aan, dan zullen we zien in hoe verre 't mogelijke zij om uwel Ede„ „lens van de pagooden bestemd voor den lijwaats handel na maale van onzen voorraad, van tijd tot teid ter afbetaaling deezer schuld wat toe„ „tezenden, tegens den aangebooden preijs van 3. 1/5. rop:mn de pagood of 102. stuivers indias. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke Groete /:onderstond:/ en geetekend:/ Als vooren /: in margien Kolombo den 29. ' 7ber: 1790. — Avekondeert Ledulx gklerk 2773 Aan als vooren. Iaffenapatnam. Aan den Heer Bartholomeus Jacobus Raket. kommandeur aldaar Manhafte Voorzienige Diskreete. Bij den gemeenen brief van den 2: deezer is ge„ „last om aan den bediende van den Nabab, in naame Abdul kader een hengst paard tot ge„ schenk te doen afgeven. UE: moet dit paard aan hem niet laaten geven, onder voorwendzel dat er geen is. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:) Manhafte, voorzienige Diskreete UE: goede vrienden Ter ordonnantie Etc:a /:geteekend:) B: L: van Zitter Tek:s (:in margiene:) kolombo den 4. Maart 1790. UE: moet de geschenk elephanten vermeld bij uwen brief van den 8: deezer van den bedienden van den Nabab Abdul kader laaten toug neemen en aan shaik Rama Tulla doen overgeven volgens het aangeschreevene bij onzen brief van den 27: Maart. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Als vooren (:geteekend:) P: I: Fijbrands E: g: klerk /:in mangiene:/ kolombo den 19. April 1790. Wij hebben ontvangen uwen secreeten brief van den 12:' deezer, en approbeetien door deezen uE: genoomen Aan als vooren. besluijt 9 te rgien Aan als vooren. besluijt vermeld bij de daarnevens ontvangene se„ „creete resolutie van 'sdaags te vooren, om na Pale„ „acatta te zenden de artilleristen en ammonitie goederen, die de ministers bij derzelver brief van den 26. Maart van UE: gevraagd hebben. uE. bedeelen oms niet of de palliakatse minis„ „ters eenige schikking gemaakt hebben om de voorsz: goederen te laten afhalen. zoo dat niet is geschied moeten uE: daar toe de best aan handen zijnde middelen gebruiken zoo egter, dat daar door geen 't minste verlet word toegebragt aan 't zenden van geld na Trinconomale. wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:) /en geteekend:/ Als vooren /:in maligiene:/ Kolombo„ den 21:' April 1790. Indien uE: de helfte van de halve Compenie sepais, vermeld bij uwen brief van den 28. ' Junij I:o L: volgens onze gegeeven qualificatie bij brieve van den 6. dee„ zer, nog niet van Manaar hebben gerequireerd, moet dat ook niet geschieden; en indien deze si„ „pais reeds aldaar mogten zijn aangekomen, moe„ „ten uE: hun ten eersten na Manaar terug zen„ „den, wijl we het opperhoofd Ebell tans aanschrij„ „ven om deeze halve Comp: na kalpettij te zenden. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /: in margiene kolombo den 10. ' Julij 1790. —. Aan
English
To the same as before. Shortly there are about to depart from Kandia, or perhaps have already departed to go to the Coast, the persons of Karte Kanneke, Mivakamu, and Muttu, all Malabars. If these people should arrive at Jaffanapatnam, Your Honour must grant them permission to depart unhindered to the opposite shore, and if they should have any servants with them whom they request to take along, this must likewise be permitted to them. They may also take along all their goods unhindered. When these people return from the Coast, permission must in the same manner be granted to them to return unhindered to the Court of Kandia. The list of names of the Nayakkars and other persons who, according to my given order, received permission some time ago to depart, I have not yet received to date. May Your Honour please send the same to me as soon as possible. The list of names of those who received permission at Mannar was sent to me some time ago by the Chief Ebell. After friendly greetings, I remain beneath and signed: As before. In the margin: Colombo, the 2nd of August 1790. Agreed. Trincomalee. Secret. To the Honourable Diderich Carl van Drieberg, Lieutenant Colonel acting in the administration of affairs, together with the Political Council there. Valiant, Discreet Friends! The Noble High Indian Government, by missive of the 10th of September past, has approved the conduct observed by Your Honour when the French Company ship the Comte d'Artois sailed into the inner bay there without permission, and the orders given by us to Your Honour on that occasion in our secret letter of the 2nd of May 1789. We therefore send Your Honour herewith an extract from the aforementioned missive of Their High Noble Honours, to serve for Your Honour's information and to be guided thereby. However, as regards the remark that Their High Noble Honours make therein, that upon the dispatching of a pinnace to the board of an arriving ship wishing to enter the inner bay, a pilot could simultaneously be attached, we shall confer further with Their High Noble Honours, and until we shall have received and communicated to Your Honour Their Highest Honours' further order thereon, that must not take place. For the rest, after greetings, we remain beneath: Valiant, Discreet, Your Honour's good friends. Was signed: W. J. van de Graaf, M. P. Raket, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 8th of April 1790. To the same as before. We have received your secret letter of the 9th of this month. We do not think that the Pattawe Wannia, after the indication that Your Honour made to him of the actual limits which separate the lands of the Company from those of the King, will insist any further on his claim; the more so as it appears to us, both from his writing to Your Honour and from the reports of Lieutenant Diederiksz and the Resident of Tamblegam, that everything that occurs further therein took place solely to corner the Kaffir robbers and to prevent all supplies. We trust meanwhile that Your Honour has been informed with certainty that the posts mentioned in your letter were placed by the aforesaid Wannia on Company territory, and in this confidence we very greatly approve that Your Honour had them pulled out, with an order to the inhabitants living on the Company's territory not to obey his orders. We do not think that any further acts of hostility will be necessary, which also must be avoided as much as possible until the amicable way has first been tried. If the Wannia, contrary to our expectation, persists in his claim regarding the boundaries, Your Honour must propose to him to appoint commissioners from both sides in order to examine the dispute more closely, and in the meantime care must be taken that the Company's territory is not violated. For the rest, after greetings, we remain beneath and signed: As before. In the margin: Colombo, the 20th of June 1790. We have received your secret letter of the 23rd of June last with the two translations mentioned therein. The translation of the ola of the Pattawe Wannia we have sent to the Court of Kandia, as appears from the enclosed copy of the missive from our Dissave to the Dissave of the Three Korles. If the Pattawe Wannia keeps quiet, it is unnecessary for the present to write to him any further, but if he asks Your Honour for an answer, Your Honour must let him know that a complaint has been made from here to the King concerning his insolent writing, whereupon we expect proper satisfaction as soon as possible. Your Honour must likewise let him know this when circumstances occur to Your Honour which in Your Honour's view advise it, and it can then also be made known to him that we have written to the Court that if there should be any doubts concerning the boundaries, we consent, if the King so desires, to the appointment of mutual commissioners to investigate that and settle it amicably. If Your Honour has the least doubt that the aforementioned Wannia would want to resort to acts of violence, Your Honour must immediately be mindful to devise the necessary means in order to oppose that by force if necessary. If he makes any movement from which one might reasonably deduce that he intends to violate the Company's territory, Your Honour must let him know in emphatic terms what has come to your knowledge concerning that and demand an explanation from him thereof. Whereby it must be announced to him that if, notwithstanding the warning given to him that we have written to the Court about this, he should undertake anything towards an actual violation of
Dutch transcription
2775 2774 Aan als vooren. Binnen korten staen van kandia te vertrekken of zijn misschien reeds vortrekken om te gaan na de „ Poelje kust, de perzoonen van Karte kanneke Miva „kamoe en Moettoe, alle Mallabaaren Als deze luijden mogten te Jaffanapatnam koomen moet uE: hun verlof geeven om overhindert na de overwal te vertrekken, en zoo ze eenige dienaars mogten bij zig hebben dieze verzoeken meede te neemen moet hun dat insgelijks worden toegestaan. Ook mogen ze alle hunne goederen onverhindert meede nee„ „men. Wanneer deze luijden van de kust terug koomen moet hun inzelvervoegen verlof gegeeven worden om in verhindoit na het Hof van Kandia terug te„ „keeren. De naam lijst der Naijkers en andere perzoonen die een tijd lang geleeven volgens mijn gegeve last verlof hebben gekreegen om te vertrekken, heb ik tot nog toe niet ontvangen. uwE: gelieve mij dezelve ten aller spoedigsten toete, „zenden De naamlijst der geene die te Mannaar per„ „missie gekreegen hebben is mij te eenigen tijd gelee„ den door het opperhoofd Ebell toegezonden. Jk ben na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 2: Aug=o 1790. akkondeert Zedulx se¬ Pale„ handen door den mbo bo gklerk 2775 Trinkonomale sekreet. Aan den E: Diderich Carl van Drieberg. Luitenand kolonel waernemende het bestier van Zaa„ „ken, nevens, den Politiquen Raed aldaar. Manhaften Diskreeten! De Edele hooge jndische Regeering heeft bij missi„ ve van den 10. september pass:o geapprobeerd 't door uE: gehouden gedrag toen 't fransche Comp: schip de graaff, de S:t Artois, zonder verlof inde binnen baaij aldaar kwam in zijlen, ende door ons bij de geleegentheid aan uE: gegeevene orders, bij onsen secreeten brief van den 2. maij 1789. Wij zenden ub: derhalven hiernevens een extrakt uijt voormelte hunner hoog edelheeden missive, om te strekken tot uE: naricht, en om zich daar naar tereguleeren. Doch wat aangaat de aanmerking, die hunne hoog edelheeden daar bij maaken, dat bij het afzenden van een pennist na boord van een aankomend schip, de wil na de binnen baaij hebbende, tef„ „fens een loots zoude konnen worden gevoegd. zullen we H: H: Edelheeden nader onderhouden en tot dat we dat op hoogst derzelver nadere last zullen hebben ontfangen en aan uE: bedeeld, moet dat niet geschieden. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:) Manhaften, Diskreeten uE: goede vrienden /:was geteekend:) W: I: van de Graaf, M: P: Rahet, B: L: van Zitter, A: Samlant, en I: A: vollenhove /:in mangiene:) kolombo den 8. April 1790. Aan Wij hebben ontvangen uwen sekreeten brief van den 9. dezer Wij denken niet dat de Pattawe wannia, nade aan„ „wijzing die uE: aan hem hebben gedaan van de eij„ „gendlijke likieten, die de landen van de Comp:s van die van den koning scheijden, verder op zijn Eisch zal blijven staan; te meer het ons zoo wel uit zijn schrijven aan uE:, als uit de berigten van den Lui„ „tenant Diederiksz en den resident van Jamble„ „gam toeschijnt, dat al wat daer bij verder voorkomt alleen is geschied, om de kaffersche roovers in 't naau te brengen en allen toevoer te verhinderen. We vertrouwen intusschen, dat uE: in het zekeke zijn betigt, dat de door voorsz: wannie, de bij a„ „wen brief vermelde palen, gesteld zijn, op sComp:s grond gebied en in dit vertrouwen approbeeken we heel zeer dat uE: die hebben doen uitrukken, met bevel aan de ingezeetenen woonende op sComp:s grond gebied, om aan zijne beveelen niet te ge„ „hoorzaemen. We denken niet dat 'er eenige verdere dadelijkheden Aan als Vooken. zullen 2776 7 Aan als vooren. zullen nodig zig, die ook zoo veel mogelijke moeten worden gemeid, tot dat mer eerst den wegder min„ dus „nen heeft beproeft zoo de wannia buiten onze ver„ „wagting, bij zijn Eijsch nopens de limieten blijft vol„ „harden, moeten uE: aan hem doen voorstellen om wederzijdsche gecommitteerdens te benoemen, ten eijnde de queste nader te onderzoeken, en moet in„ „tusschen worden gezorgt dat 'sComp:s grond gebied niet geschouden word. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en„ „geetekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 20. ' Junij 1790. — Wij hebben ontvangen uwen secreeten brief van den 23. Junij I:o Leeden met de daar bij vermelde twee translaaten. Het Translaat van de ola vanden Pata„ „we wannia, hebben we gesonden aan 't hof van kandia, blijkens de hier in overgaande kopia mis„ „sive van onzen dessave aan den dessave vande drie Korles. zoo de pattawe wannia zig stil houd, is het onnoo„ „dig voor eerst verder aan hem te schrijven, dog zoo Wij uwE: om andwoord vraagt, moeten uwE: hem laten weeten dat van hier over zijn insolent. 7 schrijven van aan„ mt naau schrijven aanden koning is geklaagt, waar op we ten spoedigsten behoorlijke voldoening verwagten. Dit moeten uE: hem insgelijks laten weeten, wan„ „neer uE: omstandigheeden voorkoomen, die het na uE: inzien aanraaden en kan hem dan daar bij nar „na het hof hbben gesch„ worden bekend gemaakt, dat we „ dat wanneer er eenige twijfelingen mogten zijn over de limieten, we zoo de koning dat verlangt, er in bewilligen, dat er wederzijdse kommissarissen worden benoemd, om dat te onderzoeken en in derminnen aftedoen- Wanneer uE: de minste twijfelingen hebben, dat de voorm: wannia tot dadelijk heeden zoude willen komen; moeten uE: aanstonds verdagt zijn, om te beramen de nodige middelen, ten einde dat des noods feitelijk tegen tegaan- zoo eenige beweeging maakt waar uit men met gronds zoude mogen afleiden, dat hij het voorneemen heeft sComp: grond gebied te schenden, moeten uE: hem in nadrukkelijke termen laten weeten, wat daar van ter uwe kennis gekomen is en hem daar van explikaatsie vragen. „hem, Wier bij moet „ ka worden aangekundig, dat zoo wij niet tegenstaande de waarschouwing aan hem gedaan, dat hier over door ons aan het Hof geschreeven is, iets mogte onderneemen tot dadelijke schending van
English
of the Company's rights, or to the detriment of its inhabitants, you are to prevent that by force, and all the consequences thereof shall remain his responsibility. If the Pattaie Wannia does not heed this, but should dare to insult the Company's lands, or any part thereof, just as the Honorable Company possessed them before the recent English war and still possesses them, or undertakes anything against the property of the Company or of its subjects, you must prevent that according to your ability and, if necessary, use violent means for that purpose. If the Disava, who according to the second translation stands with 100 men on the Kottiyar border, does not enter the Company's territory, you must leave him unmolested and merely have him observed as to what he is carrying out there. In case you might not be provided with the treaty concluded in 1766 with the Court of Kandy, a copy thereof is enclosed herewith. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before. In the margin: Colombo, 4 July 1798. To the same as before. The practice followed until now of sending vessels to meet the ships intending to proceed to the inner bay of Trincomalee, according to the orders given for that purpose by letters of 6 August 1758, 5 September 1778, and 16 January 1788, has been disapproved by the gentlemen of the military commission, as you will see from the accompanying copy of a letter written by their Right Honorable Severe on 11 August last to the first undersigned Governor. We have accordingly resolved in our secret meeting of the 27th of this month to abolish this practice, and therefore this must no longer take place. It is also solely with reference to the aforesaid practice followed until now that we send you the aforesaid copy letter, for otherwise all earlier orders and arrangements regarding the admission of foreign warships, and thus also what appears in this copy letter regarding the same, must be considered null and void by the further orders of the Lords Masters and of their High Mightinesses, which we sent to you along with our resolution adopted thereon in our secret circular letter of the 11th of this month, insofar as they conflict therewith. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before. In the margin: Colombo, 30 October 1790. Agrees, Le Dulx, First Clerk Secret. Negombo. To the Senior Merchant Daniel Ditlof van Ranzow, Chief of Negombo and Chilaw. Honorable, Pious [Friend], I have just now received your letter written this morning. This evening, Ensign Trouw will depart from here with a detachment of 24 Europeans and 80 Moors. I have ordered Ensign Trouw that he will have to comply with such orders as you shall find necessary to give him. From what I hear, the following persons are under great suspicion of being the ringleaders of this affair, namely: 1. The former Mohandiram of the fishermen, Philip, living in the main street. 2. This man's son. 3. A certain Salman Kankani. This letter, which I send you by an express lascarin, will presumably reach your hands a few hours before the detachment arrives. Ensign Trouw has orders to march straight on to Negombo and to manage so that he is there, if possible, before daylight. If you have any orders to give him to be observed before he arrives in Negombo, send them to meet him by a trusted person. Tomorrow two Landraad members will depart from here with an interpreter to hear what the fishermen have to say. After friendly greetings, I am, Honorable, Pious [Friend], your good friend, was signed: W. C. van de Graaff. In the margin: Colombo, 19 May 1798. We have received your letter of yesterday, with the enclosures mentioned therein, and the further reports received therewith, that there are thus far no reasons to suspect that the Kandiyans have any evil intentions, were most agreeable to us. We cannot, nevertheless, recommend to you enough to keep a watchful eye on everything. To send troops to Chilaw unnecessarily would cause strange thoughts even among the Kandiyans, and it is therefore best that you, for the present, as long as there are no reasons that advise sending to Chilaw the Company of Easterners which departed in that direction the day before yesterday, keep the same at Negombo. We hope it will not be so, but if circumstances should make it necessary for the aforesaid company to be sent to Chilaw, then you must instruct the commanding officer by a written order that upon his arrival in Chilaw he must inquire where the boundaries are between the Company's and the King's lands, and that as soon as Kandiyans cross these borders onto the Company's territory in a hostile manner, he must inform them through a couple of people best suited for such a message that they must immediately withdraw to the King's land, with a serious warning that if they do not do so, he will be compelled by virtue of his instructions to force them thereto with violence; whereby the aforesaid commanding officer must also be ordered to actually do so when they
Dutch transcription
2477 van sComp:s regten, of ten nadeel haare ingezeete„ nen uE: dat met gewelt zullen keeren, en dat alle de gevolgen daar van zullen blijven ter zijner verant„ „woording. Jndien de Pattaie wannia zich daar aan niet stoor maar zig mogte onderstaan 'sComp:s landen eenig of gedeelten daar van zoo als haar Ed: die voor den jongsten engelschen oorlog heeft bezeeten, en nog bezit te insulveeren of iets onderneemt tegens de eigendommen van de komp:s of haar Ed: ingezetenen moeten uE: dat naar vermogen beletten en daar toe des noods geweldige middelen gebruiken- zoo de dessave, die volgens 't tweede translaat, met 100. koppen op de koetjaarsche grens staat, niet komt op s Comp:s grond gebied, moeten uE: hem ongemoeid laa„ „ten, en slegts doen observeeren wat hij daar uijt„ voerd. of uwE: somtijds niet mogten zijn voorzien van 't trac„ „taat, in 1766. met 't Hoff van kandia aangegaan, gaat een afschrift daar van hiernevens. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 4. ' Juli 1798:— Aan r gesch ten na „ aar van 1 ding Aan als vooren. Het tot hier toe gevolgde gebruijk om de scheepen, de wil hebbende na de Trinkonomaalsche binnen baaij, vaartuigen te gemoet te zenden, volgens de onrdres daar toe gegeven bij brieven van den 6: Aug:s 1758. 5. ' September 1778. en den 16. Januarij 1788. , is door de Heeren vande militaire kommissie afgekeurd, zoo als uE: dat zullen zien bij de hiernevens gaande ko„ pij van een brief, door Hun Hoog Edele gestrenge den # 11:' Augustus Jongstleeden aan den eerst ondergetee„ „kende Gouverneur geschreeven. We hebben dienvolgens in onze sekreete vergadering van den 27. ' deezer beslooten dit gebruik afte schaf„ „fen, en moet dit daarom niet meergeschieden. Ook is het alleen met betrekking tot het voorsz: tot hier toe gevolgde gebruik, dat we tuE: de voorsz: kopij brief toezenden, want voor het overige alle vroegere ordres en schikkingen nopens de admis„ sie van vreemde oorlog scheepen, en dus ook het gee„ „ne bij deeze kopij brief derweegens voorkomt, moet worden gehouden voor vervallen, door de naedere or„ „dres der Heeren Meesters en van Hunne Hoog Edel„ „heeden, die we uE. nevens onze resolutie daar op genomen, bij onzen sekreeten Circulairen brief van den 11:' deezer hebben toegezonden in zoo verre ze daar 2778 daar meede strijden. Wij blijven voor't overige nagroete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 30:' 8ber: 1790. . Akkondeert LeDulx gklerk Sekreet 2779 Nigombo. Aan den P:r Koopman. Daniel Ditlof van Ranzow opperhoofd van Nigombo en Silau„ Eerzaeme Vroome Jk ontvang zo aanstonds uwen brief geschreeven desen morgen. Weden avond zal van hier vertrek„ „ken de vaandrig Trouw met een detachement van 24. Europese en 80. moren. Den vaandrig trouw heb ik gelast dat hij zal hebben natekomen zodanige ordre als uwE: zal nodig vin„ „den hem te geven. zo ik hoor leggen onder groote verdenking van te we„ sen de roervinken van dit spul de volgende per„ Zoonen teweeten. 1: de gewezen mohandiram der vissers Philip wo„ „nende in de groote staat. 2.) deze zijn zoon 3: Eenen salman kangaan. Deze die ik uwE: Zend met een expresse laskorijn, zal Aan als vooren. zal uwE: vermoedelijk aan handen komen eenige uu„ „ren voor dat het kommando aankomt, De vaandrig Trouw heeft ordre om door te marcheeren tot na Nigombo en te maken dat hij des doendelijk daar is nog voor 2ee dag zo uwE: hem eenige beveelen te geeven hebt om te worden in agt genoomen voor digt hij te Nigombo komt, zoo zend hem die met een vertrout perzoon te gemoed. Morgen zullen van hier vertrekken twee landraads leeden met een tolk om te horen wat de visserste zeggen hebben. Jk ben na vriendelijke groete /:onderstond:/ Eerzaame vroome, uwE: Goede vriend /:was geteekend:/ W: C: van de Graaff /: in margiene:/ Kolombo den 19. ' Maij 1798. — We hebben ontfangen uwen brief van gisteren, met de daar bij vermelde bijlaegen en de naadere bo„ „richten daar bij ontfangen, dat er tot nog toe geene reedenen zijn om te vermoeden dat de kandiaanen ee„ „nige quaade voorneemens hebben, waeren ons ten hoogsten aangenaem. We kunnen uE: des niette min niet genoeg aanbeveelen om op alles een waekend oog te houden. om 2780 Om buijten noodzaakelijkheid troupes naa Silau te zenden, zoude bij de kandiaanen zelfs vreemde gedagten doen ontstaan, en het, is dus best dat uE: voor eerst tot zoo lange en geene reedenen zijn die het zenden naa Silau van de Komp: Ooster„ „lingen, die eergistern naaderwaards is vertrok„ ken, aan raaden dezelve houd op Nigombo„ We hoopen het niet, dog wanneer de omstandigheeden het mogten noodig maaken, dat de voorsz: komp: ge„ „zonden word naa silauw, dan moet uE: den com„ „mandeerende officier bij een schriftelijke ordonnan„ „tie belasten, dat wij bij zijn komst te silauw Zig moet informeeren; waer de grensscheidingen zijn tusschen skomp:s en konings landen, en dat zoo dra er kan„ „diaanen op eene hostieele wijze koomen over deeze vrensen op skomp:s grond gebied, wij hen door een paarluijden tot zulk een boodschap best geschikt moet laaten weeten, dat ze ten eersten moeten te„ „rug trekken naa 's konings land, met ernstige waar „schouwing, dat zoo ze dat niet doen wij uijt hoof„ „de van zijne instructie genoodzaakt zal zijn hen met geweld daar toe te dwingen wier bij moet aanden voorsz: Commandeerenden officier worden gelast, om dat ook met der daad te doen, wanneer Ze u
English
they do not listen after this friendly warning. We authorize Your Honour to hire the necessary coolies for guarding and maintaining the cinnamon plantations, at two ropijen and one and a half parras of rice per month, but Your Honour must outwardly act in this matter as if the aforementioned increase of one ropij and a half parra of rice is done provisionally of your own accord, and that Your Honour will confer with us further about it. To the Bookkeeper at Silau Ripzema, Your Honour may grant the allowance of 25. rds. per month, allocated by resolution of the 29. xber: last, until our further order, and let this grant commence after Your Honour shall find it reasonable and fair on account of what is currently occurring in the Silau district. The letter from the aforementioned Ripzema and the account of the Moor Isboe, are returned herewith according to Your Honour's request; we also consider Your Honour's letter of today, which was delivered to us just now, answered hereby. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As above, in the margin: Kolombo the 12. Julij 1790. To To as above. We have received your letter of the 13. of this month. It is uncertain when the Honourable Dessave Fresz will be able to be in Nigomba; Your Honour therefore does not need to delay your departure for Silauw on that account. Upon Your Honour's arrival at Silauw, Your Honour must make further inquiries regarding the report of Ripzema that a Kandian Dessave had arrived at the borders. We doubt this all the more, since the first First Adigar of the realm is also Dessave of the Seven Korles; but even if it should only be a lesser, yet nevertheless prominent chief than one usually sees coming to those regions, Your Honour must try to enter into conversation with him in a friendly manner, either by sending someone to him or as Your Honour shall find most appropriate, in order to better ascertain the reasons for his arrival. In the meantime, Your Honour must not send the Eastern Company, which is currently at Nigombo, to Silauw for the time being, but only keep it ready to march. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As above, in the margin: Kolombo the 17. Julij 1790. Agreed No Zevuli clerk Secret 2782 Kormandel To the Honourable Nicolaas Tadoma Senior Merchant and Commander over the Company's important trade and business, together with the Council Paleakatta. Honourable Sir and Special Good Friends. The servants at Jaffanapatnam have communicated to us the request made by Your Honours to them by letter of the 29. Maij last, and the decision taken by them upon it to comply with it at least partially, which we have not been able to approve. Due to several detachments that we have had to send both to Batavia and to Koetsiem, our garrisons have been so noticeably weakened that, however inclined we might otherwise be to render some assistance to Your Honours, we cannot spare any men for the present without stripping ourselves too bare. The fortune of war is certainly always more or less fickle, and one cannot know in so far what unexpected outcomes matters can sometimes have; but if the English Army should be less fortunate than one may with reason hope for, according to all the appearances thereof, and Tipoe Sultan should thereby obtain room to penetrate to the coast of Kormandel, the small power of Paleakatta, even with the reinforcement requested by Your Honour, would not be able to achieve much against it. Except for such unhoped-for and unforeseen misfortunes, one seems to have reason to assume that the English Government, at a time when General Medows, Governor of Madras, places himself at the head of the armies to start an offensive war against Tipoe Sultan, will not have neglected to also take such measures as may serve to protect the open country against roaming parties. 2783 Of the departure of General Medows for the aforementioned purpose, His Honour has not only given notice to the first undersigned governor in a very friendly manner, but we have also been given notice thereof by the Gentlemen Members of the Council at Madras who have the administration in his absence; and we do not doubt that, if against all expectation matters should take such a turn that there could be any grounded threat to Paleakatta, Your Honours, in such a case and when Your Honours confer with them about it, will not find the English Government disinclined, in the measures which it would then have to take, to also keep in view, as much as can be done, the safety of Paleakatta. In any case, when affairs are disposed towards that, Your Honours, judging it advisable, could, for as long as necessary, bring the cash and the best effects of the Company into safety by sending them to Madras. We hope that Your Honours will be pleased to take it in good part that we request here that when Your Honours have any requests to make of the Ceylon Government in the future, such as those appearing in the aforementioned letter of Your Honours to the Jaffna servants, Your Honours will please make them directly to us, and then provide us with such an opening of matters as is necessary on such occasions. For the rest, after friendly greetings, we remain, Honourable Sir and Special Good Friends, Your Honours' humble friends and servants, signed: W: S: van de Graaff, M: P: Raket, I: Reintous, B: L: van Zitter, I: A: Vollenhove; in the margin: Kolombo the 11. Junij 1790. Agreed Lesulx clerk
Dutch transcription
ze naar deeze vriendelijke waarschouwing niet p lustoien. i qualificeeren uE: om de noodige koelies te moogen inhuuren tot 't bewaaken en onderhouden van de kanneel plantagien, teegen twee ropijen en eenen een half parras Rijst 'smaands, dog moet uE: zig in deezen uitterlijk houden, als of de voorsz: ver„ „meerdering van een ropij en een half parra Rijst, bij provisie uit uw eijgen geschied, en dat uE: ons daar over naader zal onderhouden. Aan den Boekhouder te Silau Ripzema, mag ub: het bij resolutie van den 29. xber: passato toegelegd douceur van 25. rd:s smaands, tot onze naadere order laaten verstrekken, en deeze vertrekking laaten beginnen naadat uE: dat, uit hoofde van het geen tans in het silause te voorigten vaet, zal reedelijke n billijk vinden. De brief van voorm: Ripzema en het rielaas van aan den moor Jsboe, geaa volgens uE: verzoek hier„ nevens terug uE: brief van heeden, die ons zoo daadelijk besteld is, houden we ook hiermeede voor beantwoord. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ ken geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Kolom„ bo den 12. Julij 1790. —. Aan 2781 Aan als vooren. Wij hebben ontvangen uwen brief van den 13. ' deezek. Het is onzeker wanneer de E: Dessave fresz: te Ni„ „gomba zal kunnen zijn, uE: behoeft zig mits dien in uE: vertrek na silauw, daar na niet op te hou„ „den. Bij uE: komst te silauw moet uE: zig nader infor„ „meeren na het berigt van Ripzema dat op de lu„ mieten een kandiasche Dessave, zoude zijn aangeko„ „men. We twijfelen te meer daar aan, wijl de eerste rijksadi„ „gaan tevens is dessave vande zeven korls, Dog zoo het ook alleen maar mogt zijn een minder, dog nogtans een aanzienlijke hoofd dan men in die kontrijen gewoonlijk ziet koomen, moet uE: op een vriendelijke wijze met hem zien aande praat te koo„ „men, het zij met hem ziemand te zenden of zoo als uE: dat welvoegelijkst vinden zal ten einde te beter, de redenen van zijn komst te kunnen naspeuren. Intusschen moet uE: de Oostersche Comp: die thans te Nigombo is voor eerst niet na silauw zenden, maar alleen marschvaardig houden. Wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 17:' Julij 1790: atkondeert No Zevuli gklerk niet en t n:/ om„ sekreet 2782 Kormandel Aan den E: Heer Nicolaas Tadoma opperkoopman en gezaghebber over skompanies importan„ „tan handel en ommeslag, Neevens den Raad Paleakatta. E: Heer en Bijzondere Goede Vrienden. De bedienden te Jaffenapatnam hebben ons bedeeld, het verzoek door uwel Ed:s aan dezelve gedaan bij brief van den 29.' Maij I:o Leeden, en hun daar op genoomen besluijt, om daar aan ten minsten gedeeltelijk te voldoen het geen we niet hebben kunnen approbeeken: Door verscheide detachementen die we hebben moeten doen zoo naer Batavia als naar koetsiem, zijn onze gaunizoen zoo merkelijk verswakt, dat hoe genegen we anders ook zouden zijn aan uwelEd: eenigen bij¬ „stand te doen, we voor het tegenswoordige geen volk meeke missen kunnen zonder ons zelve te veel te ont„ „blooten. De kans des oorlogs is zekerlijk altoos min of meere wis„ „selvallig Te „selvallig, en men kan in zoo verkre niet weeten, wat onverwagte uijtkomsten de dingen somtijds hebben kunnen, dog zoo de Engelsche Armee minder geluk„ „kig zijn mogt, dan men dat naer alle de apparen„ „tien die daar voor zijn, met gronds, hoopen mag, en dat Tipoe sultan daer door ruijmte kuijgen mogt om tot op de kust van kormandel door te duingen, zoude het klijn vermogen van Paleakatta ook zelfs met de door uE: gevraagden versterking, daar tegens niet veel kunnen uijtrigten. Buijten zulke onverhoopte en niet te voorziene onge„ „lukken, schijnt men met reeden te mogen veron„ „ derstellen, dat het Engelsch Gouvernement, in een tijt dat de Generaal Medows gouverneur van Madras, zig zelve stelt aan het Hoofd van de legers, om een offensieven oorlog te beginnen teegens Tipoe sultan, niet zal hebben nagelaten teevens teneemen zulke maatsegelen als strekken kun„ „nen, om het platte land teegens stroopende partijen te berijden. Van 2783 Van het vertrek van de Generaal Medous ten einde oorsz:, heeft niet alleen zijn Edele aan den eersten ondergetekende gouverneur op een zeer vriendelijke wijze kennis gegeeven, maar is, ons ook daer van kennis gegeeven door de Heesen Leeden vanden Raad te Madras die in zijn absentie het bestier hebben en wij tewijffelen niet, waanneer de dingen tegens alle verwagting zulken een keer neemen mogten dat er met gronds eenige bedrgting zijn konde voor Paleakatta uwel Ed.:s het Engels Gouvernement in zulk een geval, en wanneer uwel Ed:s het zelve daar over onderhouden, niet ongeneigt vinden zuc„ „len, om in de maatregelen die het zelve als dan zoude moeten= neemen, ook zoo veel het geschieden kan in het oog tehouden; de vijligheid van Palcakat„ „ta. Jn allen geval wanneer de zaeken daar na gedisponeerd zijn, zoude uwel Ed:s dit naadzaam oor„ „deelende, de kontanten en de beste effekten van de komp:s voor zoo lange het noodig is, kunnen brengen in vijligheid met ze te zenden na Madras. We wat C We hoopen dat uwel Ed:s in het goede zullen gelieven teverstaan, dat we hier moeten, dat we verzoeken, dat wanneer uw Ed: in den aanstaande eenige ver„ „zoeken van het Cailonsch Gouvernement te doen hebben, als zijn zucke als voorkomen bij voorsz: uwelEd.:s brief aen de Jaffenasche bediendens, uweet dezelve gelieve te doen direckt aan ons, en ons als dan daar bij tewillen geeven zoodanige opening van zaeken als in zulke gelegentheden noodig is. Wij Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ E Heer en Bijzondere Goede vrienden uwel Edelens Dw: vriend en Die naaken /:getee„ „kend:/: W: S: van de Graaff, M: P: Raket, I: Reintous, B: L: van Zitter, I: A: Vollenhove /:in margiene:/ kolombo den 11. ' Junij 1790. akkindeert Lesulx g. Klerk
English
2784 The Wanni Secret. Kalpitiya Batticaloa To the Company's servants there. Valiant and Honorable, Pious. In the latter half of April, considerable unrest arose in the Matara Dissavany, which, despite all gentle means employed to that end, has not yet been quelled. The obstinacy of the mutineers even makes us somewhat apprehensive whether this unrest is not being secretly incited by the Court of Kandy. And since it is said that some Matara mutineers are even staying in Kandy, we have demanded their surrender. The answer we receive to this will perhaps shed some light on the matter; meanwhile, Your Honors must pay close attention to everything that occurs and, in particular, do everything possible so that no unrest is incited in your region. For the rest, after greetings, we remain below stood Valiant and Honorable, Pious, Your Honors' good friends. Friends was signed: W: J: van de Graaff, C: D: Craijenhoff, J: Reintous, B: L: van Zitter, J: A: Vollenhove. In the margin: Colombo, the 10th of July 1790. Agreed. 2785 Kalpitiya. Secret. To the same as before. To the Junior Merchant Adriaan Sebastiaan van de Graaff, Resident Chief there. We have written to the Mannar Chief Ebell to send the half company of sepoys, which is stationed in garrison at Mannar, to Kalpitiya. They must do garrison duty at Kalpitiya, but always be kept ready to occupy Puttalam, should that be necessary. Meanwhile, Your Honor must have the most important defects of the fort at Puttalam repaired as well as possible, so far as can be done without causing great commotion, under one pretext or another. For the rest, after greetings, we remain below stood Honorable, Pious, Your Honor's good friends. Was signed: W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Zitter. In the margin: Colombo, the 10th of July 1790. Honorable, Pious. Since the dispatch of our secret letters to Your Honor on the 10th of July last, the people in the Matara Dissavany have returned to peace, and in the Colombo Dissavany everything is also at peace. We also have no reason to suspect that the Court of Kandy has, or even had, any unfriendly intentions toward the Company, because we have reports on which we think we can rely reasonably well that some of the Matara inhabitants who were in Kandy during the unrest were immediately turned away from there. Nevertheless, our order to have the most important defects of the fort at Puttalam repaired must be carried out, in so far as it is necessary to preserve it from complete decay, concerning which, however, we shall first await Your Honor's report before this work is commenced. For the rest, after greetings, we remain below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, the 5th of August 1798. Agreed. 2706 Mannar. Secret. To the Junior Merchant Carl Fredrik Ebell, Resident Chief there. Honorable, Pious. Your Honor must immediately send the half company of sepoys garrisoned there to Kalpitiya, and we have therefore written to the Jaffna servants that if, according to our given authorization, they have already summoned a part of them to Jaffna, they are to send them back to Mannar immediately. If, in the meantime, Your Honor cannot manage with the remainder of the Mannar garrison to perform the daily service, Your Honor should inquire whether some capable young men cannot be found in Mannar who could be taken into service or otherwise be paid wages for a time. For the rest, after greetings, we remain below stood Honorable, Pious, Your Honor's good friends. Was signed: W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter. In the margin: Colombo, the 10th of July 1790. To the same as before. Shortly, the persons of Karte Kannekepoelle, Mira Kamoe, and Moettoe, all Malabars, are about to depart from Kandy, or have perhaps already departed, to go to the Coast. If these people should arrive in Mannar, Your Honor must grant them permission to depart unhindered for the opposite coast, and if they should have any servants with them whom they request to take along, that must likewise be granted to them. They may also take all their goods with them unhindered. When these people return from the Coast, permission must in the same manner be granted to them to return unhindered to the Court of Kandy. The Nayakar Poeper mentioned in Your Honor's secret letter of the 16th of July, with his three servants Sindalengaren, Karpannen, and Moeroegen, may, if they do not wish to return to the Coast, remain for the present and until further orders in Mannar; however, care must be taken that they do not come to the mainland. Your Honor must also take care that the Bakkelij goats are not brought from the island of Mannar to the mainland of Ceylon. 2787 I remain after friendly greetings below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, the 2nd of August 1790. Agreed.
Dutch transcription
2784 De wanni sekreet. Kalpettij Battikaboa Aan sComp:s Bediendens aldaar. Manhafte en Eerzaeme Vroome. In de laatste helft van April, is er vrij wat owinst in de matireesche dessavonij ontstaen, die niet tegen„ „staande alle zagte middelen, daar toe aangewend, nog niet heeft kunnen worden gestild: De hard„ „nekkigheid der muijtelingen doet ons zelfs eeni„ „ger maate bedugt zijn, of deze onrust niet onder de hand wat word aangestookt, door het Hof van kan„ „dia. En wijl men zegt, dat zig zelfs eenige Matu„ „reese muijtelingen in kandia zouden ophouden, heb„ „ben wedie opgeeischt. Het antwoord dat we daar op ontfangen, zal dit mogelijk wel wat op helderen; in„ # „tusschen moeten uE: op alles wat 'er voorvaet naeu„ „keurig agt geeven, en inzonderheid al het mogelijke doen, op dat 'er te uwent geen onrust word gestookt. Wij blijven voor het ovorige na groete /:onderstond:/ Manhafte en Eerzaeme Vroome uw E: Goede vrienden ieven ver¬ r 1 erd vrienden /: was geteekend:/ W: J: van de Graaff, C: D: Craijenhoff, J: Reintous B: L: van Zitter= J: A: Vollenhove. /:in margiene:/ Kolombo den 10:' Julij 1790:—. Le Juli gklerk akkgudeert 2785 Kalpettij. sekreet. Aan als vooren Aan den onderkoopman Adriaan Sebastiaan van de Graaff Opperhoofd aldaar. yp Wij hebben 't Manaarsch opperhoofd Ebell aangeschiee„ „ven, om de halve Comp sipahis, die te Manaer en quar„ „nisoen legd, te zenden na kalpettij. ze moet te kalpet„ „tij in het garnisoen dienst doen, dog steeds word klaar gehouden om Putulang te bezetten, zoo dat mogt nodig zijn. Intusschen moet uE: de voornaamste gebreeken aan 't fort Putulang zoo veel dat zonder groot gerugt te maken geschieden kan, zoo goed mogelijk wat doen herstellen, onder het een of ander voorwendsel. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Eerzame vroome uE: Goede vrienden /:was geteekend:/ W:s J: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: van An„ „gelbeek, I: Reintous, B: L: van Zitter /:in margiene:/ Kolombo den 10. ' Julij 1790. —. zedert het afgaan van onze secreete brieven aan uE: bij de van den 10. Julij I: L: is in de Matureesche Eerzame vroome. Des savonij Dessavonij het volk tot uust gekoomen, en in de ko„ lombosche Dessavonij is ook alles in ruste. ook hebben wij geene reden om te vermoeden, dat 't Hof van kandia eenige onvriendelijke oogmerken zoude heb„ „ben, of zelfs gehad hebben, teegens de Comp: Coop: vermits we bezigten hebben, waar op we denken rede„ „lijk veel staat te kunnen maaken, dat eenige der Maturesche ingezeetenen, die geduurende de onrust in kandia geweest zijn, daar ten eersten zijn afge„ „weezen. Niettemin moet onze order, om de voornaam„ „ste gebreeken, aan het fort te Putulang te doen kerstellen, worden uitgevoerd, voor zoo verre het nodig is, om het voor een geheel verval te bewaaren, waar op we nogtans voor dat dit werk word begon„ „nen eerst. UE: berigt zullen te gemoet zien. Wij blijven voor 't overige naa groete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 5. Augustus 1798. —. akkondeert Zedulx g: Kerk 2706 Mannaar sekreet. Aanden onder koopman Carl fredrik Ebell Opperhoofd aldaar. Eerzaeme Vroome. De halve Comp: sipais, die aldaar in garnizoen legt, moet uE: ten eersten na kalpettij zenden, en hebben we daarom den Jaffenaschen bedien„ den aangeschreeven om zoo ze reeds, volgens onze gegeevene qualificatie, een gedeelte daar van na Jaffena hebben ontbooden, het weder ten eersten na Manaar terug te zenden. zoo uE: intusschen het met het overige van het manaars garnisoen niet stellen kan om de dagelijkse dienst te doen moet uE: eens om hooren of ex te manaar niet eenige knappe borsten kunnen worden gevonden die men in dienst zoude kunnen neemen of andbis alle bezoldige voor een tijd. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:) Eerzaeme vroome uwE: goede vrienden /:was ge„ „teekend:/ w: g: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter /:in margiene:/ kolombo den 10:' Julij 1790. —. Aan Aan als vooren. Binnen korten staen van kandia te vertrekken of zijn misschien reeds vertrokken om te gaan nade kust, de perzoonen van karte kanneke poelle, Mira Kamoe en Moettoe, alle Mallabaeren Als deze luijden mogten te Mannaer koomen moet uwE: hun verlof geeven om onverhindert na de overwal te vertrekken, en zoo ze eenige dienaars mogten bij zig hebben die ze verzoeken meede te„ „neemen, moet hun dat insgelijks worden toege„ „staen. Ook mogen ze alle hunne goederen onverhin„ „dert meede neemen. Wanneer deze luijden van de kust terug koomen moet hun inzelvervoegen ver„ „lof gegeeven worden om onverhindert na het Hof van kandia terug te keeren. De Naijker Poeper vermeld bij uE: sekreeten brief van den 16: Julij met zijn drie, dienaaren sindalen garen, karpannen en Moeroegen moogen, wan„ „neer ze niet willen tertig keeren na de kust, voor eerst en tot nader order te Manaer blijven, dog moet worden gezorgt, dat ze niet na de vaste wal koo„ men. Pok moet uE: zorgen dat de bakkelij bok„ „ken niet gebragt worden van het Eiland Mannaar na de vaste wal van Ceilon. Jk 2787 Jk den na vriendelijke groete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /: in margiene kolombo den 2.' Augustus 1790. —. akkondeert zesulx gklerk te„
English
2788 Battikaloa. The Vanni To the Company's servants there. Valiant and Honorable Pious Since the dispatch of our secret letter to you of the 10th of July of the current year, the people in the Matara Dissavany have calmed down, and in the Colombo Dissavany everything is also at peace. Nor do we have any reason to suspect that the Court of Kandy would have, or even has had, any unfriendly intentions against the Company, since we have reports, upon which we believe we can place fairly substantial reliance, that some of the Matara inhabitants, who were in Kandy during the unrest, were immediately turned away there. For the rest, after greetings, we remain, stood below, Valiant and Honorable Pious, your good friends, was signed, W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhof, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, J: A: Vollenhove, in the margin, Colombo, the 5th of August 1790. Agreed Secret. 2nd of July First Clerk 2789 Mullaitivu. To the Honorable Thomas Nagel, Captain, Landregent of The Vanni We have seen with pleasure from your letter of the 16th of August of the current year that the female Vannia Cimber Naatje has returned from the Seven Korales and has submitted to the Company. We authorize you to lend to her, under such good security as will be possible, four hundred rds:, for the settlement of the debts that she incurred in the Seven Korales. Regarding her place of residence in the Vanni, we leave it entirely to your discretion to make such stipulations and arrangements as you shall deem necessary, both to prevent her from leaving the country again and to ensure that the peace in the Vanni is not disturbed again through her agency; and we certainly approve that you, to that end, assign to her for the time being a kangan and four lascars, to observe her person and conduct closely. Valiant Pious. Secret. Honorable, You must inform us how much this female Vannia, in your opinion, needs monthly for her maintenance, and you may in the meantime provide her with the necessary sustenance, to be refunded to the Company alongside the aforesaid four hundred rds: from the revenues of her lands. It is agreeable to us that you have again relinquished on her behalf the Pandare fields, which formerly belonged to this female Vannia in the Vanni, and you must request the Lord Commander Raket to have an inventory made of the lands that she possesses in the Jaffna region, and to make the necessary arrangements so that the Company may obtain settlement from the revenues thereof for the advance that is being made on her behalf. For the rest, after greetings, we remain, stood below, Valiant Pious, your good friends, was signed, W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, in the margin, Colombo, the 2nd of September 1790. Agreed Lesulx First Clerk 2 Jaffnapatnam Mullaitivu and Mannar Galle and Matara Trincomalee Batticaloa Kalpitiya and Puttalam Negombo and Chilaw Kalutara. To the Company's Ministers and servants there Valiant, Prudent, Discreet, Honorable Discreet, Valiant and Honorable Pious! With the ship Neerlands Welvaaren that arrived here on the 2nd of this month from Batavia, we received a secret missive from the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Seventeen of the 29th of April 1789, which, alongside the resolution of Their High Mightinesses mentioned therein, is attached hereto in copy. Also attached hereto is an extract from Their High Excellencies' secret letter of the 26th of May of the previous year, likewise received with the aforesaid ship Neerlands Welvaaren, and a copy of an extract, also received with the same ship, from the minutes of what was resolved in the Council of the Indies on the 26th of September 1789. Secret Circular Finally Finally, attached hereto is an extract from the minutes of what was resolved in our secret assembly of the 9th of this month, wherein it was decided to send all the aforesaid documents to you, to serve for your information and for you to govern yourselves accordingly. For the rest, after greetings, we remain, stood below, Valiant, Prudent, Discreet, Honorable Discreet, Valiant and Honorable Pious, your good friends, was signed, W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, in the margin, Colombo, the 11th of September 1790. Agreed First Clerk Lesulx Separate. 2791 Galle To as before To Mr. Peter Sluijken, Commander there. We have just now received your letter of the 18th with the copies of letters sent alongside it, containing a report of the agitation that has arisen among many of the Matara inhabitants, without their having as yet stated the true motives for it. You have done very well for the time being, and until the Honorable Dissave of Matara himself requests it, not to send any military detachment nor any commission from the Galle Council to Matara. For the rest, after greetings, we remain, stood below, Valiant, Prudent, Discreet, your good friends, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, B: L: van Zitter, J: A: Vollenhove, in the margin, Colombo, the 20th of April, Anno 1790. Since it appears from the Matara reports sent to us by you alongside your secret letter of the 19th, which we received this morning, that the agitation among a large part of the inhabitants of that Dissavany not only still continues, but even seems to have increased; you have done very well to send thither a military detachment of 150 men under Captain Prophalow. Valiant, Prudent, Discreet. Tomorrow
Dutch transcription
12788 Battikaloa. De wannie Aan 'sComp:s bediendens aldaar. Manhafte en Eerzaeme Vroome zedert het afgaan van onzen secreeten brieff aan uE: van den 10:' Julij J:o L:, is in de Matureesche Des„ „savonij het volk tot rust gekoomen, en in de ko„ „lombosche Dessavonij is ook alles in ruste. Ook hebben we geene reden om te vermoeden, dat 't Hof van kandia eenige onvriendelijke oogmerken zoude hebben, of zelfs gehad hebben, teegens de Comp: ver„ „mits we berigten hebben, waar op we denken ne„ „delijk veel staat te kunnen maaken, dat eenige der matureesche ingeseetenen, die geduurende de onrust in kandia geweest zijn, daar ten eersten zijn afgeweezen. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Manhafte en Eerzaeme Vroome uwE: Goede vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, C: D: Kraijenhof C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, J: A: Vollenhove, /:in margiene:/ Kolombo den 5. Augustus 1790. akhoudeert secreet. 2e Julij gklerk 2789 Moelletivoe. Aan DE: Thomas Nagel kaptein Landregent van De Wannie Wij hebben bij uwer brief van den 16. augustus J:o L: met genoegen gezien, dat het wannetje Cimber Naatje uit de soerielie terug gekoomen is, en zig aan de Comp: onderworpen heeft. Wij qualificeeren uE: om aan haar, onder zodanige goede verzeekering als zal mogelijk zijn te moo„ „gen leenen vierhonderd rd:s, ten voldoening vande schulden, die ze in de soerelie gemaakt heeft. Nopens haar verblijf plaats in de wannij, laaten we het aan uE: volkoomen gedeforeerd, om zodani„ „ge bepaaling en schikkingen te moogen maaken, als uE: nodig zal oordeelen, zoo wel tot voorkoo„ „ming dat ze niet weder het land verlaat, als ook dat door haar toeden de rust in de wan„ nij niet weder word gestoort; en we moogen wel leijden, dat uE: ten dien eijnde voor eerst, aan haar een kangaan en vier laskorijns toevoegd, om haar perzoon en gedrag van na bij gade te slaan. Manhaften Vroomen. secreet. EE: UE: moet ons opgeeven hoe veel deeze wannetje, na uE: inzien, maandelijks tot haar onderhoud nodig heeft, en mag uE: intusschen aan haar het nodige verstrekking, om nevens de voorsz: vierhonderd rd:s uit de inkomsten van haare lande„ rijen aande Comp: te worden gerestitueerd. Wet is ons aangenaam dat uE: de Pandare velden, die wel eek aan deeze wannetje in de Wannij hebben toebehoord, weder ten haaren behoeve heeft afgestaan, en moet uE: den heer Commandeurs Ra„ „het verzoeken, om te doen opneemen de Landerije, die zij in het Jaffenasche heeft leggen, en de no„ „dige schikkingen te maaken, op dat de Comp: uit derzelver inkomsten, voldoening kan erlangen voor het verschot, dat ten haare behoeve word gedaan. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Manhaften vroomen uwE: goede vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter /:in margiene:/ kolombo den 2.' 7ber: 1790.. akkendeert Lesulx gklerk 2 Jaffenapatnam Moelletivoe en Manaar Gale en Mature TrinConomale Batticaloa Kalpettij en Putulang Nigombo en Silau Kaltere. Aan sComp:s Ministers en bedienden aldaar Manhaften voorzienigen diskreeten, Eerzaemen Diskreeten Manhafte en Eerzaame Vroome! Met 't op den 2. dezer van Batavia alhier aangekoomen schip Vierlands welvaaren, hebben we ontvangen eene secreete Missive van de wel Edele Hoog agtb: Heeren 17:m vanden 29. ' April 1789. , die nevens de daar bij vermel„ „de resolutie van hunne Hoog Mogenden, in Copij hiernevens gaat. Nog gaat hiernevens een Extrakt uit Hunner Hoog Edelh. secreeten brief van den 26. Meij I:o L: insgelijks met 't voorsz: schip Neerlandsch welvaaren ontvangen, en een Copij van een nog met 't zelve schip ontvan„ „gen extrakt uit de Notulen van 't geresolveerde in rrade van Jridie op den 26. 7ber: 1789. secreet Circulair Eindelijk Eindelijk gaat hier nevens een extrakt uit de Notu„ „len van 't geresolveerde in onze secreete vergade„ „ring vanden 9. dezer, waar bij is verstaan. alle ot de voorsz: stukken aan UE: toetezenden, om te die„ „nen tot uE: narigt en om uE: daar na tereguleeren. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Man„ haften, voorzienigen, Diskreeten, Eerzaamen Diskreeten, Manhafte en Eerzaame vroome. uwE: Goede vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de C: D: Kraijenhoff Graaff C: van Angelbeek Jr Reintous, B: L: van Zitter, /:in margiene:/ kolom„ „bo den 11:' 7ber: 1790. —. akkondeert g. Klerk Le Julx „ de. olom Apart. 2791 Gale Aan als vooren Aan den Heer Peter Sluijken. kommandeur aldaar. zoo daedelijk hebben wij ontvangen uwen brief van den 18. met de daar nevens gezondene kopij brieven hou„ „dende berigt van de beweeging die onder veele den Ma„ „tureese ingezeetenen is ontstaan, zonder dat ze tot nog de waare beweeg redenen daar toe hebben op„ „gegeeven. UE: heeft zeer wel gedaen om voor eerst en tot dat den E: dessave van Mature daar toe zelve verzoek doet, geen Militaire kommando en ook geen kommissie uijt de Gaalse Raed na Mature te zenden wij blijven voor het overige na groete. (:onderstond.) Manhafte voorzienige Diskreete UwE- goede vrienden /:was geteekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Raket, B: L: van Zitter, I: A: vollenhoor. (:in margiene:) Kolombo den 20. April A:o 1790. Wijl het blijkt uijt de Materse berigten, ons door uE: ge„ zonden nevens uwen sekreeten brief van den 19. die we heeden morgen hebben ontfangen, dat de bewee„ „ging onder een groot gedeelte der ingezeetenen van die Dessavonij, niet, alleen nog voortduurt, maar zelfs nog schijnt te zijn toegenoomen; hebben uE. zeer welgedaan na derwaarts te zenden, een Mili„ „tair detachement van 150. Man onder de kaptijn Prophalouw. Manhafte Voorzienige Diskreete. Morgen
English
Tomorrow a company of Easterners is to depart from here, who must immediately be sent to Mature. One half after the men have rested for 1 day at Gale, and the other half 2 or 3 days thereafter. If necessary, we shall send for Mature another 1 company of Easterners with one and if need be two companies of Europeans, and you must immediately inform the Honorable Dessave of Mature of this, so that he may in the meantime have the necessary lodgings prepared for these soldiers. You must immediately send to Mature a pair of light field pieces with their accessories and the necessary ammunition, as well as some artillerymen, and the Honorable Dessave of Mature must be asked whether he thinks he has enough gunpowder and other ammunition supplies; if not, what is lacking must likewise immediately be sent along, with everything that you judge Mature may need in these circumstances. Until all the military force that we have resolved to allocate to Mature has gathered there, no military detachments of any kind must be sent into the country to bring the restless inhabitants to reason. Small detachments can do nothing to achieve that end. This would uselessly exhaust the men and, what is even worse, could sometimes bring them into the most precarious circumstances. 2792. circumstances. In the meantime and until the aforementioned military force has gathered at Mature, the Honorable Dessave must make use of all such means as can properly and without compromising the respect of the Company be employed to calm the people through persuasive means. It is very probable that the sending of so great a reinforcement to Mature will considerably help to bring the disobedient inhabitants to reflection. If it does not have this effect, one can subsequently act against them with force, once everything has been prepared for that purpose. The junior merchants van Schuler and De vos must not be sent to Mature, and if they should already have departed upon the receipt of this letter, they must immediately be written to, to suspend the commission entrusted to them and to remain at Mature until further orders. We repeat: before all the military power destined for Mature and mentioned above has arrived there, no military detachments must be risked in the country until our further orders; indeed, no means of force, of whatever name, must be employed until they can be properly sustained. Should the Honorable Dessave of Mature nevertheless think that a few soldiers are needed to secure the warehouse of Tengale, he must send a detachment that he deems sufficient for that purpose, serving solely for that, thither by sea. To assist the Honorable Dessave of Mature with the clerical work, you must immediately send thither the tombo-keeper Justinus Trek, with orders to remain at Mature as long as the Honorable Dessave shall deem him necessary there. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed: As before; in the margin: Kolombo, 21 April 1790. In our answer to your letter of the 19th of this month dispatched yesterday, we wrote to you that the junior merchants van Schuler and De vos should not be sent to Mature, and that if they had already departed, they should immediately be written to, to suspend the commission entrusted to them. Since then, we have received your letter of the 21st, by which we see that this commission has indeed departed; and although we do not doubt that you have immediately complied with our aforementioned order, namely upon receipt thereof, to write to the said commissioners to suspend the commission entrusted to them, we nevertheless repeat the same hereby, with orders to have the aforementioned commission return to Gale upon receipt of this letter. The 2793. To the same as before. The request presented to us by you on behalf of the Honorable Dessave of Mature, made in the name of him and the Maturese Native Chiefs, that a commission might be sent directly by us, we shall take into further consideration. You must ask the Honorable Dessave of Mature whether he deems it necessary that the company of Easterners mentioned in our letter of yesterday, which has departed today, comes to Mature; if not, the same must remain at Gale until further orders, and then also the two field pieces and the two light mortars etc. must not be sent until further orders. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed: As before; in the margin: Kolombo, 22 April 1790. Below: P.S. Attached herewith is a roll of the company of Malays that departed thither today, in which their pay is also noted. We have received your letters of the 22nd and 23rd of this month, with the appendices mentioned therein. The instruction given by you to the commissioners by virtue of the resolution taken by you, communicated to us in your letter of the 23rd, when they were already
Dutch transcription
Morgen staet van hier te vertrekken een kompenie oosterlingen die ten eersten naar Mature moet wor„ „den verzonden. De eene helft na dat het volk eén dag te Gale zal hebben uijtgerust, en de andere helft 2. of 3. daegen daer van. we zullen uE: zoo het noo„ „dig is nog voor Mature zenden éen komp: oosterlingen met één en des noods twee kompenien Europeesen, en moeten uE: den E: dessave van Mature hier van ten eersten kennis geeven op dat Hij intusschen de noodige logementen voor dezen militairen doete vervaardigen. UE: moeten ten eersten naar Mature zenden een paar ligte veld stukken met derzelver toebehooren en de noodige ammonietsie, als meede eenige ar„ tilleristen, en moet den E: dessave van Mature wor„ „den gevraagt, of wij denkt kruijt en andere ammo„ „nietsie goederen genoeg te hebben zoo neen moet item het ontbreekende, ten eersten worden toege„ „zonden met alle het geene dat uE: oordeelen dat Mature in deeze omstandig heeden, kan noodig hebben. Tot dat al de militaire magt die we beslooten heb„ „ben Mature toeteschikken, aldaar zal zijn verzae„ „melt, moeten 'er geene militaire detachementen hoe genaamt in het land gezonden worden, om de onrustige ingezeetenen tot reeden te brengen. klijne detachementen kunnen tot dat einde niets helpen. Dit zoude het volk nutteloos afmatten en het geen nog slimmer is, het zelve somtijds. kunnen brengen inde allerbedenkelijkste omstandig¬ heeden 2792. „heeden. Intusschen en tot dat de voorsz: militaire magt te Matu„ „re zal zijn verzaemelt, moet den E: dessave gebruik maaken van alle zodaenige middelen als betamelijk en zonder de agting van de komp: te kompromitteren, kunnen worden; te werk gesteld, om het volk door per„ „suasive middelen tot bedaaren te brengen. Met is zeer vermoedelijk dat het zenden van een zoo groote verster„ „king na Mature merkelijke meede werken zal om de ongehoorzaeme ingezeetenen tot nadenking te bren„ „gen. Doet het deeze uitwerking niet, zoo kan men vervolgens met nadruk teegens hun ageeren; wan„ „neer alles daer toe zal zijn geprepareert. De onderkooplieden van Schuler ende vos moeten niet naar Mature gezonden worden, en zoo ze op den ont„ „vangst deezes reeds mogte vertrokken zijn, moet hun ten eersten worden aangeschreevene, om de aan hun opgedraagene kommissie te staaken, en tot na„ „dere last te Mature te blijven. We herhaalen het, voor dat al het Militaire ver„ „moogen voor Mature gedestineert en hier boven ver„ „meld aldaar zal zijn aangekomen, moeten er tot onze nadere order, geene militair detachementen in het land worden gewaagt, zelfs moeten er gee„ „ne middelen van geweld, hoe genaamt, worden te werk gesteld, tot dat men die behoorlijk sourtinee„ „ren kan Mogte den E: dessave van Mature nog„ „tans denken, dat tot beveiliging van het pakhuijs van Tengale eenige weinige militairen nodig zijn, moet ƒ wor¬ nie pees e he 1 te de van en een hooren wor¬ standig en iets Aan als vooren. luijden ¶gezonden en dat zo zo reeds vertrok ken waaren moet hij een detachement dat hij ten dien einde zal toerijkende vinden, alleen daer toe dienende, over zee naak derwaards zenden. Tot assistentie van den E: dessave van Mature in het schrijfwerk, moeten UE: ten eersten naar der„ „waards zenden de thombohouder Justinus Trek, met last om te Mature te vertoeven zoo lang den E: dessa„ „ve hem daar zal noodig oordeelen. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/: en„ „geteekend:) Als vooren /:in margiene:) kolombo den 21. April 1790. Bij ons antwoord op uwen brief van den 19. deezer giste„ ¶ dat de onderkoop„ aen afgegaan, hebben we uE: geschreevent van schuler en De vos niet naar Mature moesten wordent; hun ten eersten gezonden, en dat zoo ze reeds vertrokken waeken, hun ten xasten moest worden aangeschreeven, om de aan hun op gedraagene kommissie te sterken. Zeedert heb„ „ben we ontvangen uE: brief van den 21. waar bij we zien dat deze kommissie werkelijk vertrokken is, en schoon toe niet en twijffelen, dat uE: daedelijk zul„ order „len, dat uE: hebben voldaen aan voorsz: onze, anna„ „mentlijk op den ontfangst daak van, de gemelde ge„ „kommitteerdens aanteschrijven, om de aan hun opge„ „dragene kommissie te staeken, herhaalen we niet temin dezelve door dezen, met last om op den ont„ vangst dezes de voorsz: kommissie telaeten terug „koomen naer Gale. Het 2793 Aan als vooren. Het door uE: aan ons voorgedragen verzoek van den E: Pessa¬ „ve van Mature gedaan uijt naam van Htem ende Matue„ „rese Jnlandsche Hoofden, dat er een kommissie door ons direkt mag worden gezonden, zullen we mader in over weeging neemen. UE: moeten den E: Dessave van Mature vraegen of hij het nodig agt dat de kompenie oosterlingen vermeld. bij onsen brief van gisteklen en welke heden is vertrok„ „ken na Mature komt zo men moet deselve tot nader order op gale blijven; en moeten ook als dan de twee veldstukken en de twee ligte- mortiers etc: niet worden gezonden tot nader last. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in mangiene:/ kolombo den 22. April 1790. — /:Lager:/ P: s: Hiernevens gaat een naamlijst van de kompenie maleijers, die heden na derwaarts ver„ „trokken is waar bij ook hun genot, bekend staat. Wij hebben ontfangen uE: brieven van den 22. en 23: dee„ „zek, met de daar bij vermelde bijlaagen. Het aanschrijven aan de gecommitteerdens door UE: ge„ daan uijt kragte van de bij uE: genoome resolutie, ons bij uwen brief van den 23. bedeeld, wanneer ze zich reets al giste„ g ten na„
English
already found themselves among the mutineers directly clashes with our order upon which your resolution was taken, and we can therefore regard this step as nothing other than an act of far-reaching disobedience. While reserving the right to take such decisions regarding this as we shall deem necessary, we furthermore observe for the present only that, in order to remove the fear that suspending the Commission—when the commissioners actually already found themselves among the mutineers—would have put them in great danger and inconvenience, and, instead of calming the minds of the rebels, might have agitated them even more, it would only have been necessary to write to the commissioners that they should suspend their commission in a decent manner, by pretending either that they were provisionally going to report on their proceedings, or that they needed to make a trip home to ask for further instructions, or something similar. If you, despite the order repeated in our letter of the 22nd of this month on this subject, have nevertheless persisted in your aforementioned decision, this must still be done now. In our aforementioned letter of the 22nd, we wrote to you that we would take into further consideration the request presented to us by you from the Honorable Dessave of Mature, made on behalf of himself and the Mature native chiefs, that a Commission might be sent directly by us; since then, this commission has been appointed by us, which is to depart within a few days. In neither of the two olas sent to us by you, not even in the one that is unsigned, have we found anything that could constitute a sufficient reason to have the modliaar of the gangebaddepattoe and the baddekoon arrested. You must therefore rectify what you wrote on this subject to the Honorable Dessave of Mature, and instruct His Honor thereby not to proceed to such steps rashly and without proper evidence. We trust that you will have instructed the deliverers of the signed ola, mentioned in your aforementioned letter of the 22nd of this month, to remain in Gale until it becomes clear who handed this ola over to them for delivery to you, and that you will consequently have inquired of them, as well as of the deliverers of the other ola, from whom they received these olas. The resolutions that you have taken regarding this matter and which are mentioned in your letters of the 19th and 23rd of this month must be sent to us. You must also send us copies of the instructions that were granted to your aforementioned commissioners and to the captain of Prophalow, as well as of the mandate ola that you sent to the mutineers, and of all other letters and papers relating to this matter, in so far as they have not yet been sent to us. Although in our letter of the 22nd of this month we wrote that the commissioners van Schuler and de Vos were to be recalled to Gale, we are willing to permit that, in accordance with the request of the Honorable Dessave van Angelbeek, they remain in Mature for the time being to assist him. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before. In the margin: Kolombo, the 25th of April 1790. To the same as before. We have just received your secret letter of the Council of the 24th, to which it serves as an answer provisionally that, since the proceedings of the commission of the junior merchants van Schuler and De Vos have now already advanced so far, we acquiesce in what you have written to the aforementioned commissioners, namely to conduct themselves according to the circumstances of the time. It must furthermore be recommended to them that, in the state in which their proceedings currently are, they must above all avoid anything that could lead the native to believe that one would not be inclined to take cognizance of their grievances and give fair consideration to them. For the commission from here, of which we informed you yesterday, we have appointed the senior merchant and Dessave of Kolombo, Db: Fretz, together with the merchant and trade bookkeeper Db: Samlant; and if in the meantime matters cannot be brought to any improvement, you must at least try to keep them lingering as much as possible until our aforementioned commissioners will have arrived in Mature. To the same as before. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before. In the margin: Kolombo, the 26th of April 1790. Under the order given in our letter of the 30th of April, paragraph 3, to hand over to our commissioners, the senior merchant and Kolombo Dessave Db: Fretz and the merchant and trade bookkeeper Db: Samlant, all olas of whatever nature they may be, written by the mutineers and in the Mature dessewony to the Commander, over and above those mentioned in your secret letter of the 26th of April and in earlier letters, it goes without saying that it must also be understood that the answers sent by the Commander to all the olas received from the mutineers must likewise be delivered to our said commissioners, whether they were given orally or in writing, and if that has not already been done, it must still be done upon receipt of this letter. This must be done in the same manner with all olas that
Dutch transcription
reets bij de muijtelingen bevonden stuijd rechtstreeks met onze order, waar op deeze uE: resolutie genoomen is, en kunnen we mitsdien deezen stap niet anders aanzien, dan voor een daad van verre gaande onge„ „hoorzaamheid. ons reservelnende daar over te neemen zoodanige besluijten als we zullen noodig achten merken we wijders voor het teegenwoordige daar op alleen aan, dat om weg te neemen de bedugting dat het staaken van de Commissie, wanneer de gecom„ „mitteerdens zich werkelijk, reets bij de muijtelingen bevonden, hen in groot gevaar en ongeleegentheid zoude hebben hunnen brengen, en de gemoedenen der rabellen in plaats van te bedaaken, nog meek zoude hebben kunnen brengen in beweeging, het al„ „leen waare noodig geweest de gecommitteerdens aan„ „te schrijven, dat ze op eene welvoegelijke wijze hunne commissie moesten staaken, door voortegeeven het zij dat zij bij provisie van hunne verrigtingen zou„ „den gaan rapport doen, dan wel dat ze noodig had„ „den een keer naa huijs te doen om naadere instruco„ „tien te vraagen, of iets diergelijke zoo uE: op de bij onzen brief van den 22. deezer op dit onderwerp her „haalde order, nochtans mogten zijn blijven persisteer bij 2794 bij voorsz: uE: besluijt, moet dit als nog geschieden. Bij voorsz: onzen brief van den 22. hebben we uE: aangeschreeven, dat in 't door uE: aan ons voorge„ „draegen verzoek van den E: Dessave van Mature, gedaan uijt naam van hem ende Matureesche inland„ „sche hoofden, dat er eene Commissie door ons di„ „reet mogte worden gezonden, zouden neemen in naadene overweeginge zeedert is deeze commissie door ons benoemd dewelke binnen weijnige daagen staat te vertrekken. Bij geen der twee olassen ons door uE: gezonden zelfs niet bij die geene die ongeteekend is hebben we iets gevonden, dat een voldoende reeden zoude moogen uijt„ „maaken, om den modliaar van de gangebaddepat„ „toe enden baddekoon te doen arresteeren uE: moe„ „ten mitsdien het door uE: op dit onderwerp aange„ „schreeven aan den E: Dessave van Matute rectificee„ „nen, en zijn E: daar bij aanschrijven, om niet ligt„ „vaardig en zonder behoorlijke bewijsen, om niet ligt„ „vaardig en zonder behorlijke beijsen te koomen tot diergelijke stappen. We vertrouwen dat uE: de aanbrengens van de onder„ „geteekende eeks men e e „geteekende ola, vermeld bij uwen voorsz: brieff van 22. deezer, zullen hebben doen aanzeggen, om te gale te moeten vertoeven, tot dat blijkt, wie hun deeze ola „terbestelling aan uE: heeft overgegeeven, en dat uE: mits„ dien van hun, zoo wel; als van de aanbrengers van de an„ „dere ola, zullen hebben doen verneemen, van wienze dee„ ze olas hebben ontfangen. De resolutien, die uE: over deeze zaak hebben genoomen en vermeld staan bij uE: brieven van den 19. en 23. deezer, moe„ „ten ons worden toegezonden. Ook moeten uE: ons toezenden copijen van de instructi„ „en; die aan de voorsz: uE: gecommitteerdens en aan den capitein van Prophalow verleend zijn, zoo meede van „telingen de mandaat ola, die uE: aan de muij„ afgezonden heb„ „ben, en van alle andere brieven en papieren tot deeze zaak relatie hebbende voor zoo verreze aan ons niet zijn toegezonden. Schoon we bij onzen brief van den 22. deezer geschreeven heb„ „ben, dat de gecommitteerdens van schuler en de Vos naagale moesten worden terug geroepen moogen we wel lijden dat ze„ volgens het verzoek van den E: Dessave van Angelbeek tot dessels assistentie voor eerst te Mature blijven. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ ngetekend/ Als vooren /: in margiene:/ holombo den 25. April 1790. Aan 2795 Aan als vooren. We ontfangen zoo daertelijk uwen sekreeten brief van den raad 24. waar op bij voorward tot antwoord dient, dat wijl de ver„ „rigtingen van de kommissie van de onderkooplieden van schuler en De vos, dog nu reeds zoo verre gevordert zijn wo berusten in 't geen uE: de voorsz: gecommitteerdens hebben aangeschreeven, om zig namentlijk na teijds om„ „standigheeden te gedraagen. Aan dezelve moet daak bij worden gerekommandeert dat z in de termen waar in hunne verrigtingen tans reeds zijn voor al moet meij den alles wat den inlander zoude kunnen brengen in den waar dat men niet geneigt zoude zijn om van hun„ „ne beswaarnissen kennis te neemen en daar op na billijk„ „heijd agt te slaen. Tot de kommissie van hier waer van we uE: gisteren hebben kennis gegeven, hebben we benoemd den opperkoop„ „man en Dessave van kolombo Db: Fretz: met den koopman en Negotie boekhouder 28. samlant, en zoo ook intusschen de dingen tot geen beterschap te buen„ „gen zijn moeten uE: dezelve ten minsten zoo veel dralende mogelijk zien naerlanda tehouden tot dat voorsz: onze gekommitteerdens te Mature zullen zijn aangekomen. Wij van egale mits„ an¬ ze dee„ men en er moe„ cti, den heb¬ Aan als vooren. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en geteekend) Als Vooren /:in margiene:/ kolombo den 26.' April 1790. Onder de order gegeeven bij onsen brief van den 30 April §. 3. om alle olassen van welken aart ze ook mogen zijn, door de muijtelingen en in de Matureesche des„ „sewonij aanden heer kommandeur geschreeven, buijten en behalven de geene die vermeld zijn bij uwen se„ „kreeten brief van den 26. april, en bij vroeger brieven„ te doen ter hand stellen aan onse kommissarissen den opperkoopman en kolombosche Dessave Db: Fretz. ende koopman en negotie boekhouder Db: samlant, spreekt het van zelve, dat ook moet worden verstaan dat de antwoorden door den Heer kommandeur gezonden op alle de olassen van de muijtelingen ontfangen, insgelijks aan gem: onse kommissarissen moeten worden bezorgt, het zij die mondeling of schriftelijk gegeeven zijn, en zo dat niet bereeds ge„ „daan is, moet dat als nog op den ontvangst deses geschieden. Dit moet inselvervoegen geschieden van alle olassen die
English
2796 that have been received since, or are yet to be received, as well as the replies, if any reply should have been sent thereto; in short, they must be provided with everything that can give them a complete knowledge of all that has occurred, nothing excepted, and in order that these our commissioners may be informed thereof as soon as possible, we cannot recommend to Your Honours sufficiently the speedy delivery of all these documents. In case any summonses or orders should have been dispatched to the mutineers by the Commander, these must likewise be forwarded to our aforementioned commissioners as quickly as possible. If any declarations or whatever other documents they might be, concerning this mutiny, should have been obtained, whether secret or public, these must likewise be sent to our aforementioned commissioners at once, to the end that they remain ignorant of nothing, whatsoever it may be called. Of all these aforementioned documents, both those already sent and those that shall still be sent hereafter, proper, sufficient registers must be drawn up and sent to our aforementioned commissioners. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As above. In the margin: Colombo, the 5th of May 1790. I have just received your separate letter of the 15th of this month. It is by my special order that the Moor Sego, mentioned therein, was sent up to Colombo by the Honourable Dessave van Angelbeek, under the supervision of a kangan and three lascars of my guard, who were sent by me to Matara to convey him hither. Meanwhile, the aforementioned Dessave of Matara has acted improperly in that he did not inform Your Honour, upon dispatching this Moor, that I had given him the order to send him to Colombo. I shall write to the Dessave van Angelbeek regarding this and order him to excuse himself to Your Honour in this matter. The aforementioned Moor Sego must immediately, under the supervision of the aforementioned 2797 To the same as above. aforementioned kangan and lascars of the guard, if they are still at Galle upon receipt of this, be sent hither; if not, under other proper and sufficient security. If the Honourable Dessave van Angelbeek should have failed Your Honour in any other respects in the service, I shall await further reports from Your Honour regarding this. For the rest, after greetings, I remain, was signed: As above. Signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Colombo, the 17th of May 1790. We have received your secret letter of the 16th of this month. Our commissioners, the Honourable Fretz and Samlant, are authorized by the enclosed letter, which Your Honours must forward to Matara at once, to report to Their High Mightinesses on the result that their commission has had thus far. We have ordered them to send this report of theirs for Their High Mightinesses to Your Honours as soon as possible, and if by that means the ship De Schelde should already be ready to sail upon receipt of this, it must thereafter be detained for a couple of days and, if necessary, even three days. Your Honours must then at the same time forward to Batavia our letter to Their High Mightinesses accompanying this. The first-signed Governor has yesterday, by a separate letter, informed Commander Sluijsken that it is by his order that the Moor who was detained at Ambalangoda was sent under guard from Matara to Colombo; and we therefore further order Your Honours to send the aforementioned Moor hither in accordance with the order already given for that purpose. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As above. In the margin: Colombo, the 18th of May 1790. From the reports that we have received, among others, yesterday from our commissioners at Matara, the Senior Merchant and Dessave of Colombo, D. Fretz, and the Merchant and Trade Bookkeeper, R. Samlant, it appears that the mutineers continue to pretend that the mandate ola issued by our aforementioned commissioners upon their general complaint, 1798 complaint, and a copy of which accompanies this, has not been properly provided for according to their expectation, and those complaints which they have submitted to Their Honours, without them—notwithstanding the invitation made by Their Honours in the aforementioned mandate ola and since, to address themselves further to Their Honours with their grievances—providing any distinct statement of their further dissatisfaction, but rather constantly continuing in their irregular actions, which even seem to increase. We have deliberated on this today in our meeting, and as the gentlemen of the military commission, during whose presence at Galle the presence of Mr. Sluijsken there could not be spared, have communicated that Their Honours intended to depart on the 19th of this month, we have resolved to write to Your Honours, as is done hereby, that Commander Sluijsken be pleased to cross over in person for some time to Matara, not only to bring the people to calm in the best possible manner, but also to investigate the reasons for their further discontent, and to settle matters therein.
Dutch transcription
2796 die zedert nog ontfangen zijn of nog staan te worden ontfangen als meede van de antwoorden, zoo daar op eenig antwoord mogte zijn gezonden kort om aan dezelve moet worden bedeeld alles wat hem een volleedige kennisse geven kan van alle het voorge„ „vallene niets uijtgezondert, en op dat deze onzen kommissarissen daar van hoe eer zoo beter mogen zijn geinformeert, kunnen weleb: de spoedige bezor„ „ging van alle deze stukken, niet genoeg rekomman„ „deeken. Ingevalle er door den heer kommandeur, eenige Samas¬ „sen of orders aan de muijtelingen mogten zijn afge„ „vaardigt, moeten die inselvervoegen aan gem: onse kommissarissen ten spoedigsten worden toegezonden. zo 'er ook eenige declaratoiren of wat stukken het anders zoude mogen zijn, deze muijtewzij specteerende, mogte zijn ingewonnen, het zij sekreete of publieke„ moeten die insgelijks aan meerm: onse kommis„ „saaissen ten eersten worden toegezonden, ten eijnde ze van niets, hoe genaamt onkundig blijven- Van alle deze voorgem: stukken zo wel die reeds gezonden geteekend) 1790. Ap April lassen Aan als Voonen gezonden zijn als die na dezen nog zullen worden ge„ „zonden, moeten worden opgemaakt en aan meeum: onse kommissarrissen worden toegezonden behoorlijke geteg, vaor„ „kende registers. Wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:/ en geteekend:) Als vooren /:in margiene :/ kolombo den 5. Maij 1790. — Ik ontfang zoo daedelijk uwen apparten brief van den 15. dezer Het is op mijn bijzondere last, dat de Moor segoe daer bij vermeld, door den E: Dessave van Angelbeek na kolombo is opgezonden, onder toe zigt van een kangaan en drie laskorijns van mijn garde, die door mij, om tem na herwaards overtebrengen na Maturie gezonden zijn. Hier in tusschen heeft gem: Dessave van Mature qua„ „lijk gedaan dat wij uE: bij verzending van deze Moor geen kennis gegeeven heeft, dat ik hem order gegeeven had om hem na kolombo te zenden. Ik Zal den Dessave van Angelbeek hier over schrijven en hem gelasten dat wij zig derweegens bij uE zal hebben teverschoonen. De voorsz: Moor segve moot ten eersten onder opzigt van voorsz: 2797 Aan als vooren. voorsz: kangaan en leeskorijns van de garde zoo ze bij ontfangst deses nog te gale zijn worden herwaards gezonden zoo niet onder andere behoorlijke en toeuij„ „kende verzekeling. Indien den E: Dessave van Angelbeek uE: in eenige andere opzigten in den dienst mogte hebben geman„ „keeket zal ik derweegens van uE. nadere berigten verwagten. Ik blijve voor het overige nagroete /:onderstond:/ Als vooren„ /:geteekend/ W: J: van de Graaff, /:in mangiene:/ kolom„ „60. den 17. Maij 1790. e: Wij hebben ontvangen uwen sekreeten brief van den 16:' deser. Onse gecommitteerden, DE: Fretz: en Samlant, worden bij den ingeslooten brief, die ucob: ten eersten na Ma„ „ture moeten voortschikken, geauthoriseerd, om van den uitslag die hunne commissie tot dus verre heeft gehad verslag aan Hunne Hoog Edelheeden te doen. we hebben deselve gelast om dit hun verslagaan, Hun„ „ne Hoog Edelheeden, uwE: ten spoedigsten te moeten toezenden, en zo mits dien het schip de schelde bij ont„ vangst deses ook reeds mogte zijlvaardig zijn, moet het daak nd: aan Moor en ven hebben Aan als voorten. daar na een paar en zelfs des noods drie, etmaalen worden opgehouden. uwE: moeten als dan daarmede tegelijk na Batavia voortschikken, onze nog hiernevens gaande brief voor Hunne Hoog Edelheeden. De eerst ondergeteekende gouverneur heeft gesteuen; bij een aparten brief, den heer Commandeur sluijsken onderrigt, dat het op desselfs order is, dat de moor„ die te Amblangodde is aangehouden, van Maturie in verzeekering na kolombo is gezonden; en we gelasten uwE: derhalven nader, om overeenkomstig de daar toe reeds gegeeve ordre, gem: moor herwaard te zenden. Wij blijven voor het overige naguoete /:onderstond:/ /:en geeteekend:/ Als vooren /:in mangiene:/ kolombo den 18. Maij 1790 it de berigten die we onder anderen, gestellen ontfangen hebben van onze kommessarissen te Mature, den opperkoop„ „man en dessave van kolombo Db: Fetz: en de koopman en negotie boekhouder R: Aamlant, blijkt, dat de muijte„ „lingen blijven voorwenden, dat bij de mandaat ola, door voorsz: onze kommissarrissen op hunne algemeene klagte 1798 klagte uitgevaardigt, en welke deze in kopij verzeld, niet na behooren volgens hunne verwagting zoude zijn voorzien en die klagten, die ze aan hun E:s hebben inge„ „levert, zonder dat ze, niet tegenstaande de uitnoods„ ging door hun Ed:s bij voorsz: mandaat ola en zederit gedaan, om zig met hunne bezeaarnissen nader aan hun E:s te addresseeren, geene distincte opgave doen van hunne verdere te onverdentheid, maar steeds in hunne ongekegelde bedrijven blijven voortgaan, die zelfs nog scheijen te vermeendeken. We hebben daar over op heden in onze vergadering gedelibereerd, en wijl de heeren van de militaire kommissie geduukende welkers aan wezen te gale de presentie van den heer sluijsken aldaar niet was te ontbeeken, hebben bedeeld dat hun Edelens het voorneemen hadden om op den 10. ' deser tever„ „trekken, hebben we beslooten uwE: aanteschrijven gelijk geschied bij desen, dat de heer kommandeuk sluijsken in perzoon voor eenigen tijd na Mature gelieve overtestappen, om niet alleen op de best mogelijke wij „ze het volk tot bedaaken te brengen, maar ook te onderzoe„ se „ken de reedenen van hun verder misnoegen, en daar in te na stellen aalen ke r tond:/ lombo tfangen ne
English
issue such orders as His Honour shall find to be most appropriate for the best service of the Company and the welfare of its inhabitants. The aforesaid our commissioners, whom we have already discharged in the most honourable manner from the further progress of their commission, have been informed by us of that our decision, and we have written to Their Honours that they must consider their commission ended as soon as the Heer Commander Sluijsken shall have arrived at Mature. We leave it deferred to His Honour, to take with him a couple of members from the Galle Council for his assistance at his own choice, if His Honour finds it necessary. Our repeatedly mentioned commissioners have been instructed by us to hand over to the Heer Commander Sluijsken upon his arrival at Mature a brief report on the present state of affairs, and to add thereto under a proper register all the incoming complaint letters and reports, as well as all the documents issued by them to the mutineers. In addition, Their Honours are generally instructed to give to the Heer Commander Sluijsken furthermore all such information regarding their proceedings as His Honour shall come to request of them for a complete assessment of the state of affairs. We wish the Heer Commander Sluijsken all possible success in His Honour's proceedings at Mature, and it will be most pleasing to us that His Honour will please hasten his departure to Mature as much as possible. The enclosed letter for our repeatedly mentioned Commissioners must be forwarded by Your Honours to Mature as securely and expeditiously as possible. For the rest, after greetings, we remain, /underwritten and signed:/ As before, /in margin:/ Colombo, the 12th of June 1790. — We have received your secret letter of the 10th of this month, with the appendices mentioned therein. If Your Honours should judge that there are reasons to fear that the mutinous people of the Matara Dessavony, as the Honourable Dessave van Angelbeek informs Your Honours, will attempt to bring the inhabitants of the Galle Korle into rebellion as well, Your Honours must use all possible precautions to prevent this. In the Colombo Dessavony, for the preservation of peace, we have armed a party of lascoreens and other trusted natives and stationed them in the korles, and this seems to have a good effect; we authorize Your Honours to be allowed to do likewise in the Galle Korle, for the preservation of peace at all places where Your Honours find it necessary. This could especially be done to cover the Talpepattoe against any incursion of the Matara people. A part of these people Your Honours could have armed with muskets, and the rest with native weapons. In addition, if Your Honours deem it necessary, you could join an eastern officer with a few easterners under a European officer, and when some good native headmen are placed with the natives, we imagine that much good is still to be expected therefrom. We have given no other orders to our Commissioners, the Honourable Fretz and Samlant, than those pertaining solely to the rebellion in the Matara Dessavony; but now that it is feared that attempts are also being made to disturb the Galle Korle, it meets with our great approval that Your Honours have entered into correspondence with our said delegates, in order to act communicatively with the same. We hope that no reasons will intervene which should prevent or at least make very questionable the departure of the Heer Commander. Should the Heer Sluijsken nevertheless judge that the disposition of the inhabitants of the Galle Korle is such that His Honour's departure for Mature is not advisable for the present, then notice thereof must immediately be given to our aforesaid Commissioners, whom we now, by the enclosed letter which Your Honours must deliver securely to Their Honours, instruct that in such a case they must consider their commission as continued. It is completely of our approval that Your Honours have brought to the attention of the Honourable van Angelbeek that the occupation of the Red Mountain is of great importance for Mature, and we trust that this will already have been done, in order to prevent the mutineers from occupying that post, as it was rumoured that they would do. To the same as before. The two Chalia coolies, whom the Mohandiram and Vidana of Raygam have sent to Galle, must be detained there until our further orders, and Your Honours must take care that they do not escape. For the rest, after greetings, we remain, /underwritten and signed:/ As before, /in margin:/ Colombo, the 13th of June 1790. — We have received Your Honours' secret letters of the 5th, 10th, and 13th of this month. We expect more specific information regarding the instruction given to the Moor Segoe, presently arrested here, who according to what was communicated by Your Honours, was sent into the Matara Dessavony among several others by the Heer Commander Sluijsken, with the foreknowledge of the Council. We approve the mandates adopted by Your Honours by secret resolution of the 11th of this month, to be published whenever the mutineers might actually undertake to penetrate into the Galle Talpepattoe. Your Honours must for the present try to manage with
Dutch transcription
stellen zodanige orders, als zijn E: ten meesten dienste van de kompenie, en tot wel zijn van haare ingeezeetenen, zal bevinden te behooren. De voorsz: onze kommissarissen, die we reeds dien op de honorabelste wijze van den verderen voortgang hunner kommissie hebben ontslaegen, hebben we van datons beslutijt kennis gegeeven, en hebben we hun Ed:s daar bij aange „schreevene, dat ze hunne kommissie moeten houden voor g' eindigd, zo dra de heer kommandeur sluijsken te Matie „re zal aangekoomen zijn. We laeten het aan zijn E: gedefe„ „neert, om tot zijn assistentie na desselfs verkiesing, een paar leeden uit de gaalsche raad mede teneemen, in„ „dien zijn E: het noodig vind. Meerm: onze kommissaressen zijn door ons gelast, om aan den heer kommandeur sluijsken met zijn komst te Mature, over te geeven een korte staat van de tegens „woordige gesteldheid der zaeke, en daar bij onder een be„ „hoorlijke register tevoegen, alle de ingekomene klagt schriften en relaasen, als mede alle de door hun uitge„ „vaardigde stukken aan de muijtelingen. Hier bij zijn hun E. s nog in 't algemeen gelast, om aan den heer kommandeur 2799 Aan als vooren kommandeur sluijsken voorts te geeven alle zodanige onderrigtingen, nopens hunne verrigtingen, als zijn E. ten volkomenen beoordeeling vanden staat der Zaeke van hun zal komen te verzoeken. We wenschen den heer kommandeur sluijsken in zijn Ed: verrigtingen te Mature alle mogelijke suscessen„ en zal het ons ten hoogsten aangenaam zijn, dat zijn Ed: zijn vertrek naar Mature zo veel mogelijke gelie„ „ve te verhaasten. De ingeslootene brief voor meermel de onze Commissa„ „nissen, moeten uE: ten spoedigsten secuur na Mature voortschikken. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in mangiene:/ kolomboden 12. Ju„ „nij 1790. — Wij hebben ontvangen uwen sekreeten brief van den 10. ' dezer, met de bijlaegen daer bij vermeld. Indien uE: mogten oordeelen, dat er reedenen zij om te moeten dugten, dat 't muijtend volk van de Matu„ „reesche dessavonij gelijk de E: Dessave van Angel„ „beek uE: bedeeld, zal tragten om de ingezeetenen van de Gale korle mede tot opstand te brengen, moeten uE alle mogelijke voorbehoedselen gebruiken om dit te voorkoomen In te van zal de er te Matia„ voor k In de kolombosche dessavonij hebben wij ter bewaeking van de rust een parthij laskorijns en andere ver„ troude inlanders gewapend, en inde korles geposteerd, en dit schijnt van goed effect te zijn wij qualificee„ „ken uE: om dat insgelijks in de gale korle te mogen doen, ter bewaeking van de rust op alle plaatsen daer uE: dat noodig vinden- Dit zoude inzonderheid kunnen geschieden om de Talpepattoe te dekken tegen alle overloop van 't Matureesche volk- Een eeren gedeelte van dit volk zouden uE: met geworen, en de rest met inlandsche wapenen kunnen doen armee„ „ren Hier bij zouden uE: het nodig agten de een oos„ „ters officier met eenige wijnige oosterlingen kunnen voegen onder een Europees officier, en wanneer bij de inlanders, eenige goede hoofden geplaast worden, verbeelde we ons dat daer van nog al veel goeds te wagten is. Wij hebben aan onse Commissarissen de E:s Fretz en samlant, geene andere orders gegeeven, dan die alleen betrekking hebben tot den opstand in de Matureesche dessavonij; doch nu en gevreesd word, dat ook getragt word om de gale korle te beroere„ is het zeer van onse approbatie, dat uE: in Cores„ „pondentie 2800 „pondentie zijn getueeden met gemelde onse gecommit„ „teerden, ten einde Communicatief met dezelve te han„ „delen. Wes hoopen dat 'er geene redenen zullen tusschen bei„ „de tweeden, die het vertrek van den Heer komman„ „deuk zoude moeten beletten of ten minsten zeer bedenkelijk maken Mogte de Heer sluijsken nog„ „tans oordeelen, dat de dispositie van de ingezeete„ „nen van de gale korle zoodanig is, dat zijn E: ver„ trek na Mature voor eerst niet aanteraaden zij, dan moet daer van daedelijk kennis worden gegeeven aan voorsz: onse Commissarissen, dien we tans bij den ingeslootene, welke uE secuur aan Hun E: moe„ „ten doen toekomen aanschrijven om in zulk geval hunne Commissie te moeten houden voor gecontinu„ „eerd. Het is volkomen van onse approbatie, dat uE: den E: van Angelbeek hebben doen opmerken, dat het bezetten van den roodenberg van groot belang is voor Mature, en we vertrouwen dat dit neets zal geschied zijn, om voortekoomen dat de muij„ rugt „telingen die post niet occupeeren, gelijk 't gekast was dat ze doen zouden. De ing Aan als vooren. De twee sjaliasse koelies, die de Mohandiram en vidaan van Raijgam na gale hebben opgezonden, moeten aldaer tot onse nadene onder worden aangehouden, en moeten uE: doen zorgen dat ze niet komen te ontvlugten. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ en ge„ „teekend:/ Als vooren /: in mangiene kolombode 13: fe„ „nij 1790. — Wij hebben ontvangen uE: sehreete brieven van den 5. 10. en 13. deezer. We- verwagten een speciaaler onderrigting nopens den last, die gegeeven is aan den tans hier ge„ „arresteerdens moor segoe, die volgens het door UE: bedeelde, door den Heer kommandeur sluijsken, met voorkennis van den Raad, onder meer andere in de Matureesche Dessavonij is gezonden. Wij approbeeken de door uE bij secreete resolutie van den 11. deezer gearresteerde mandaaten, om te worden gepubliceerd, wanneer de muijtelingen werkelijk mogten onderneemen, om in de gaalsche Jalpepattoe intedringen. UE: moeten zig voor eerst nog wat zien te stellen met
English
To the Political Council, with the four officers who are currently still there. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: Kolombo, the 16th of June 1790. Honorable, Discreet. We have received your secret letter of the 10th of this month, together with the resolution mentioned therein. The head of the Mahabadde, Van Tijlingen, has been instructed to conduct an investigation regarding what appears therein concerning the chalias, and to provide for it in the best possible manner according to his findings. It was most agreeable to us that the overseer of the korale, the junior merchant Van Schuler, succeeded in apprehending the clerk of the village of Leelwelle, Don Abraham, his son Joean, one Welligodde Appoe, and his son-in-law Watteurdanalage Adriaan; and it is very well that you have appointed a commission to interrogate these four prisoners. However this interrogation may turn out, and whether the clerk of Leelwelle can prove his accusation or not, Welligodde Appoe must be transferred to the jailer and kept there in irons, so that he does not escape. He is a long-known malefactor. The clerk of Leelwelle, Don Abram, also known to be a bad subject, must likewise be placed with the jailer and must be kept strictly in a separate room, isolated from Welligodde Appoe, the one as well as the other held without any access. The two other prisoners, Joean and Adriaan, must likewise be placed in custody within the city, in some place from which they cannot escape. It is also best that these remain without any access, and if one cannot otherwise be certain of this, they must likewise be placed with the jailer. We would find no difficulty in promising now, even immediately, to the inhabitants of the Galle Korale, and especially those of the Gangabaddepattoo, everything that is granted to the Matara inhabitants. It is indeed most equitable that those who request redress in a proper manner for the injustices of which they believe they may complain are treated more favorably than those who do so in such a tumultuous manner as the inhabitants of the Matara Disavony. However, promising them that they will be granted the very same thing that is granted to the Matara inhabitants would naturally cause the thought to arise in them that they owe the favorable settlement, which we are very inclined to make regarding them, to the rebellious acts of the Matara inhabitants, and that these rebellious acts consequently also had advantageous outcomes for them. You must therefore reassure them, without speaking of the Matara affairs, that they will be treated all the more favorably to the degree that they make their requests in a proper manner, and as befits good inhabitants, and that they may therefore present the grievances they believe they have, and the requests they have to make, freely and without fear. We cannot recommend enough to you together, and to the overseer of the korale, Van Schuler, in particular, to be very attentive to everything that goes on in the country, and as soon as you perceive anything that resembles rebellious movements, to immediately employ against it all such measures as you shall find proper. For the rest, after greetings, we remain, was signed: As before, in the margin: Kolombo, the 12th of July 1790. To Mr. Peter Sluijsken, Commander there. Valiant, Prudent, Discreet. Sending two members from the Galle Council to Matara to assist the Honorable Dessave Raket and the Honorable Trade Bookkeeper Samlant in investigating and settling the complaints of the inhabitants, as we see from the memorandum left by you to their Honors was your intention, is very good, insofar as this can serve to show the inhabitants that one is inclined to fulfill what was promised to them by the Mandate ola. Yet, because it would take a very long time to hear the complaints of several thousand people in this manner and properly decide them, and because as long as one is engaged with this in this unusual manner, there will always remain a sort of unrest among the people which cannot be brought to an end too soon, it is good to shorten this commission as much as can conveniently be done. The Maha Modliaar of the Governor's Gate cannot be spared for the present; so if the Honorable Dessave Raket should continuously find that he cannot manage with the Matara headmen alone, you should provide for this in another manner. Due to the restored peace in the Matara district, provisions will most likely soon return to their usual price, and you must therefore discontinue, as soon as it can reasonably be done, the allowance that was granted to the military to accommodate them because of the high cost of provisions during the troubles. We
Dutch transcription
2801 Aan den Politieken Raad met de vier officieren die tans ginter nog zijn. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als voorren /:in margiene:/ kolombo den 16. Junij 1790. — Eerzamen Diskreeten. Wij hebben ontvangen uwen secreeten brief van den 10. ' dezer, nevens de daar bij vermelde resolutie. Het hoofd der Mahabadde van Tijlingen is gelast, om onderzoek te doen nopens het geen daer bij voorkomt met betrekking tot de sjaliassen, en om na maate van zijne bevinding daerin op de best mogelijke wijze te voorzien. Het was ons ten hoogsten aangenaam dat het den op„ „ziender vande korl den onder koopman van schuler is gelukt om te doen op vatten de schrijvens van 't dorp Leewelle Don Abraham, zijn soon Joean, eenen wille„ „godde appoe en zijn schoon zoon watteurdanalage adui„ „aan en het is zeer wel dat uE: eene Commissie heb„ „ben benoemd, om deeze vier arrestanten te verhooken. Dan hoe ook dit verhoor mogte zijn uitgevallen, en het zij dat den schrijver van Leelwelle zijne be„ „schuldiging bewijzen kan of niet, moet welligod de appoe v aan ldaer ten en appoe bij den Cipier worden overgebragt en daer in de boeijen worden bewaerd, op dat hij niet onthoome. Wij is een van ouds bekende kwaeddoender. De schrijver van zeel„ „wille Don Abram ook bekend voor een slegt subjekt, moet insgelijks bij den Cipier worden gezet, en moet hij in een appart vertrek, afgezonderd van welligod de appoe, schuur worden bewaert, de een zoo wel als den anderen buiten alle acces. De twee andere ar„ „restanten Joean en Adriaan, moeten insgelijks bin„ „men de stad in verzekeking worden gesteld, op de een of ander plaets, waar uit ze niet kunnen ont„ snappen- Het is ook best dat deeze buiten alle ac„ ces blijven, en zoo men zig daer van niet anders verzeekeren kan, moeten ze insgelijks bij den Cipier worden gezet. We zouden er geen zwaerigheid in vinden om de inge„ „zeetenen vande Gale korle, en inzonderheijd die van de Gangebaddepattoe, nu zelfs aanstonds te doen toezeggen alles wat aande Materesche ingezeetenen word toegestaan. Het is zelfs ten hoogsten billijk dat die geene die op eene betaamelijke wijze her„ „stel verzoeken van de ongelijken waer over ze zig meenen 2802 meenen te moogen beswaenen, gunstiger behandeld worden dan die geenen die het doen op zoo een tumultieuse wijze als de ingezeetenen van de Materesche Dissavonie, dog om hun toe te zeggen dat hun het zelfde zal worden toegestaan, dat toege„ „staan word aan de Matenesche ingezeetenen, zoude natuurlijke in hun doen ontstaan de gedagten, dat ze de gunstige schikking die we zeer geneigt zijn ten hunnen aanzien te maeken, schuldig zijn aande op noedige bedrijven der Materesche ingezeetenen, en dat dus deze opvoedige bedrijven inde gevolgen ook voor hun voordeelige uitkomsten gehad heb„ „ben uE: moeten hen dus doen verzeekeren, zonder van de Materesche zaaken te spreeken, dat ze ten meer gunstig zullen behandeld worden na maete dat ze hunne verzoeken doen op eene betaeme„ lijke wijze, en zoo als dat voegd aan goede inge„ zeetenen, en dat ze daerom de bezwaeren die ze meenen te hebben, en de verzoeken die ze heb„ „ben te doen, vrijelijk en onbeschroomt mogen voor„ „draegen. Wij kunnen uE: te zamen, en den opziender van de „ de korl van Schuler in het bizonder, niet genoeg aan „beveelen, om zeer oplettend te zijn op alles wat in het land omgaat, en zoo dra uE: iets bespeuken dat na opnoerige beweegingen lijkend, daer teegen aanstonds te werk te stellen alle zulke middelen als uE: zullen bevinden te behooren. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 12. ' Julij 1790. Aan den heer Peter Sluijsken kommandeur aldaar Manhafte voorzienige Diskreete. Het zenden van twee leeden uit den gaalsen Raad na Mature om den E: Dessave Raket en den E: Negotie boekhouder samlant te assisteeren in het onderzoe„ „ken en afdoen der klagten vande ingezeetenen, zoo als we bij de door uE: aan hun Ed:s nagelaetene Me„ „morie zien dat dit uE: voorneemen was, is zeer goed, in zoo velre dit stuckken kan om de inge„ zeetenen te doen zien dat men geneigt is te voldoen aan het geen bij de Mandaet ola aan hun is toege„ „zegjt 2803 „zegt wijl het nogtans zeer lang zoude aanloopen om op deze wijze eenige duizende Menschen haake klagten te verhooren, en die behoorlijk te beslissen, en dat zoo lange men daer meede op deeze onge„ „woone wijze bezig is, er nog altoos een zoort van be„ „weeging onder het volk blijven zal die men niet te spoedig kan doen ophouden, zoo is het goed om deeze kommissie zoo veel het gevoeglijk geschieden kan te verkorten. De Maha Modliaar van 's Gouverneur Porta, kan voor het teegenswoordige niet worden gemist zoo dus dE: Dessave Raket bij voortduuring mogte bevinden dat Hij het met de Matenesche Hoofden alleen niet stellen kan diend uE: daar in op een ander wijze te voorzien. Door de herstelde rust in het Materesche zullen de levens middelen naastdenkelijk spoedig wederom koomen op haere gewoone prijs, en moet uE: mids dien het douceur dat aan de Militairen is toege„ „legd om dezelve wegens de duurte der levensmid„ „delen geduurende de strubelen te gemoed te koomen zoo dra het met billijkheid geschieden kan, doen ophouden. Wij 9
English
To as before. For the rest, we remain after greetings /:was undersigned:/ /:and signed:/ As before /:in the margin:/ Colombo the 26th of July 1790. We have duly received Your Honour's letter of 31 July, together with Your Honour's secret report of that same day containing an account of Your Honour's activities in the Matara Dissavany. Also, the first undersigned Governor has communicated in our meeting a separate letter received at the same time, written by Your Honour to His Honour individually on the 5th of this month. Our resolutions regarding the aforementioned secret report of Your Honour we shall send to Your Honour as soon as possible, and this is for the time being only in reply to what appears in the aforementioned separate letter of Your Honour and in Your Honour's secret report, concerning very many native headmen in the Matara Dissavany, who appear to Your Honour, if not proven fully guilty, at least to lie under the strongest suspicion, and regarding whom it is understood that the most prudent and strongest measures must be taken. We have deliberated maturely on this subject in our meeting, and resolved, before establishing anything in this regard, first not only to ask, as is done hereby, for Your Honour's considerations regarding the measures which Your Honour deems necessary in this matter, but also how these could and should be put into effect in the most capable and prudent manner. If these headmen, knowing that they cannot be considered to be included in the general pardon, are truly guilty of such crimes as are charged against them, it could lead them anew to criminal actions when they know that those to whom their committed crimes are known have already given information about them. The various people who have already deposed against them, as well as those who appear in these depositions as having knowledge of the things recounted therein, will presumably make no great secret of it. That which is known to so many people, if indeed these depositions are true, is already no longer a secret. It were therefore much to be wished that at least the principal of the accused headmen could be removed from the Matara Dissavany in a civil manner, in order meanwhile to be able to investigate the documents that lie to their charge. The native Headmen whom we, on the basis of the received information, think should be removed from the Matara Dissavany the sooner the better, are in particular the Mudaliyars Tinnekoon, Goeneratne, and de Saram. To summon them directly to Colombo would, if they are truly guilty, arouse too great a suspicion in them. We have therefore resolved to make known to them in a confidential manner that the Lord Governor desires to speak with them in person, and that it will therefore be pleasing to His Honour if they come to Colombo for a short trip. Your Honour must therefore write in a secret letter to the Honourable Dissave Raket, that whenever the aforementioned three Mudaliyars request His Honour to make a short trip to Colombo, he may permit them to do so, unless there should be weighty reasons that make it for the present necessary that they remain a while longer in the Matara Dissavany, which must then be explained to them in a polite manner by way of a delaying answer, and we must then immediately be notified thereof. And since, on account of the great importance of the matter, it is of the highest necessity that proper evidence be obtained of everything that might lie to the charge of the aforementioned headmen, we have furthermore resolved to ask Your Honour's considerations whether in Your Honour's view there would be any objection to having judicial declarations taken under oath regarding this, under the oath of secrecy, right now and while these matters are still fresh in memory, offering oaths, and if so, wherein those objections would consist in Your Honour's view, and if not, then to authorize Your Honour, as we authorize Your Honour hereby, to have a beginning made at once with the collection of that evidence, either at Galle or at Matara, provided that it is done before two members of the Galle Court of Justice and an official secretary. In this case there must in the first place be obtained: 1. A declaration both from the bearer of the ola letter, which is signed by twelve Sinhalese signatures, and from the people who signed it, in so far as they are known, or might yet become known. 2. A declaration from Don Dias Wieresinge Arachchi and from Don Diogoe Wikkreme, former arachchi, who made the report under the date of 30 July 1790, and 3. A declaration from Madugodde Appu. Furthermore, Your Honour must also have declarations obtained from all the people who appear in the aforementioned ola letter, report, and notice from the secretary of Albedijhl, containing the statement made to him by Madugoddege Appu; as well as from all those who, in the examination of the aforementioned documents, might yet be named as having knowledge of these things. All those who are examined in the manner aforementioned must be instructed not only to answer truthfully to all that will be asked of them, but that they must also state all that might further be known to them regarding these matters, whatever it may be or to whose charge it might also be, and thus without distinction or respect of persons. To that end, there must be delivered into the hands of the Judicial Commission that will examine these people copies of the aforementioned translated ola letter signed with twelve Sinhalese signatures, of the Report made by Don Dias Wieresinge Arachchi and Don Diogoe Jayewikkreme, and of the notice of the secretary
Dutch transcription
Aan als vooren. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:engeteekend:/ Als vooren /:in mangiene:/ kolombo den 26=e Juli 1790. Wel hebben ontfangen UE: brief van den 31. Julij, nee„ „vens uE: geheim rapport van dien zelfden dag hou„ „dende verslag van UE: verrigtingen in de Matette„ „sche Dessavonij. Ook is door den eerst ondergetee„ kende Gouverneur in onze vergadering gekommu„ niceerd eene daar meede tegelijk ontfangene apparte brief, door UE: aen zijn Ed: afzonderlijk geschreeven den 5. deezer. Onze besluijten op voorsz: uE: geheim rapport zullen we UE: ten eersten toeschikken, en is deeze bij voor„ „raad alleen in antwoord van het geene bij voorsz: uE: apparten brieef en bij uE: geheim rapport voor„ „komt, weegens zeer veel inlandsche hoofden in de Maturesche Dessavonie, die uE: voorkomen indien niet volkoomen schuldig beweezen, ten wijnigsten on„ „der de sterkste suspicie leggen, en waar omtrent ais van begrip is, dat de voorzigtigste en sterkste maat„ „regelen moeten worden genoomen. Eyse Wij hebben op dit onderwerp rijpelijk in onze verga „dering 2804 „dering gedelibereerd, en beslooten om alvoorens derwee„ „gens iets vast te stellen, voor af niet alleen te vrae„ „gen, gelijk geschied bij deezen, UE: konsideratien noopens de maatregelen, die uE: in deezen noodig oordeeld, maar ook hoedanig die op de bekwaem„ „ste en voorzigtigste wijze zouden kunnen en die„ „nen te worden te werk gesteld. zoo deeze hoofden, weetende dat ze niet kunnen geagt worden te zijn begreepen in het generaal par„ „don, werkelijk schuldig zijn aan zulke misdaeden, als hun worden ten laste gelegt, zoude het hun op nieuw kunnen brengen tot misdaedige stappen, waar„ „neer ze weeten dat zulke, die hunne gepleegde mis„ „daeden daar bekent zijn van bereeds opgave gedaan hebben. De verschijdene luijden, die teegens hun bereeds heb„ „ben gedeponeert, zoo wel, als de geene die bij deze dis„ „positie voorkoomen als kennis draegende vande din„ „gen die daer bij worden verhaeld, zullen daer van vermoedelijk geen groot geheim maaken. Het geene dat aan zoo veele menschen bekent is, zoo anders deze ' dispositien waar zijn is reeds geen geheim meek. Het waare dus wel te wenschen, dat men ten minsten de d: mbo de voornaamste der beschuldigde hoofden op eene schik„ „kelijke wijze uijt de Materesche Dessavonie konde verwijderen, om intusschen de stukken die ten hun„ „nen laste leggen, te kunnen onderzoeken is. De inlandsche Hoofden die we uit hoofde van de ont„ „fangene schikken denken, dat hoe eer zoo bieter uijt de Materesche Dessavonij dienen te worden verwijdert, zijn inzonderheid de Modliaars Tinne„ „koon, Goeneratne en de Saram. Om hun direkt te op ontbieden na kolombo, zoude, zoo ze werke„ lijk schuldig zijn, te groote agter dogt bij hun ver„ „wekken. We hebben daarom beslooten om hun op een vertrouwelijke wijze te doen bekent worden, dat de Heer Gouverneur verlangt hun in perzoon te spree„ „ken, en dat het zijn Edele mids dien wel gevallig zijn zal, dat ze voor een springtogt na kolombo koomen. UE: moet derhalven bij een sekreete brief aan den E Dessave Raket aanschrijven, om wanneer de voorsz: drie Modliaars zijn E: verzoeken, om een springtogt te doen na kolombo, hun dat te moogen toestaan, ten zijer gewigtige reedenen mogten zijn, die het voor eerst noodzaekelijk maekten, dat ze nog wat in de Maturesche Dessavonij blijven, het geen hun als dan op een beschijdener wijze bij weege van de een uijtstellend 2865 uijtstellend antwoord moet worden aangekegt, en moet ons als dan daar van ten eersten worden kennisgegeeven- En wijl het om het groot gewigt der zaake ten hoogsten nodig zij, dat van alles wat er mogte zijn ten laste van de voorsz: hoofden, behoorlijke bewijzen worden ingewonnen, hebben we voorts nog beslooten uE: kon„ „sideratien te vraagen, of er na UE: inzien eenige be„ „denkelijkheid in zoude steeken, omdaar van onder den eed van geheim houding, nu aanstonds en terwijl die zaaken nog in vers geheugen zijn, te doen inwinnen ge„ „regtelijke verklaringen onder aanbieding van eede, zoo Ja, Waar in die bedenkingen naar uE: inzien zouden bestaan, en zoo neen, als dan UE: te qualificeeren, gelijk we uE: qualificeeren door deezen, om met 't inwinnen van die bewijzen ten eersten te doen beginnen, het zij te Gale of te Mature, mits dat 't geschied voor twee lee„ den uit den gaalschen raad van Justitie en een be„ ampt schrijver. Jn dit geval moeten in de eerste plaats worden inge„ „wonnen. 1. Een verklaering zoo wel van den brenger van de brief ola, die door twaalf singaleesche handteekeningen Pie„ is onderteekend, als van de luijden die ze ondertee„ „kend hebben, in zoo verreze bekend zijn, of nog mogten bekend worden. 2. Eene verklaering van Don Dias wieresinge Aatjele en a en van Don Diogoe Wikkreme gew: arraatsje die gedaan hebben 't relaas onder den 30. Julij 1790. en 3. Een verklaering van Madoegodde appoe. Voorts moet uE: ook verklaeringen doen inwinnen van alle de luijden, die voorkomen bij de voorsz: brief ola, relaas en berigt van den secretaris van Albedijhl, ver„ „vattende de opgave door Madoegoddege appoe aan hem gedaan; als meede van alle zullen, die bij het beleggen van de voorsz: stukken nog mogten worden opgegeeven, van de ze dingen kennis te hebben. Alle de geenen, die invoegen voorsz: worden verhoord, moet worden gerecommandeerd, om niet alleen na waarheid te antwoorden op al't geene hun zal worden gevraagt, maar dat ze ook moeten opgeeven al wat hun ver„ der aangaande deeze dingen mogte zijn bekent, het zij wat of ten laste van wien het ook zoude moogen wee„ zen, en dus zonder onderscheid of aanzien van per„ zoonen. Ten dien eijnde moeten aan de Justitieele Commis„ „sie, die deeze luijden zullen verhooren. Worden ter hand gesteld Copijen van de voorsz: getrans¬ lateerde brief ola met twaalf singaleesche hand„ „teekeningen onderteekend, van 't Relaas door Don Dias Wieresinge Aatjele en Don Diogoe. Jajewikkreme gedaan, en van 't berigt van den secretaris
English
2806 secretary of Albedijhe, speaking of the account given to him by Madoegoddege Appoe; with orders to put the necessary questions arising from it to the deponents, to clarify what is stated in these papers, and in particular the questions we have deemed necessary to indicate specifically below; namely To the twelve signatories of the ola letter: 1. How they know, and with what they can prove, that the gathering was instigated by the former Mohandiram and overseer of the Kandebadde, Ekenaike Amerekoon, and the former priest Nirelam- petie Arraatje. 2. Which people they are who mistreated the Mohandiram and head of the Kandebaddepattoe, Mananporie, because he made every effort to calm the assembled crowd and to satisfy them. 3. How they know and can prove that the aforesaid Eekenaijke Ammerekoon subsequently presented himself to the Mudaliyars Tinnekoon, De Saram, and Goeneratne and reached an agreement with them. 4. To state clearly what the former Eekenaijke Ammerekoon agreed upon with these three Mudaliyars, how they were informed of this agreement, and what proof they can produce of it. 5. Specifically to name the minor headmen to whom Eekenaijke Ammerekoon announced that if the inhabitants undertook the expedition to Baddegirie, they would surely all perish and be destroyed, and who were persuaded by him with all kinds of fair promises to help encourage the rebellious peoples to make the uprising greater. 6. Whether Eekenaijke Ammerekoon did this orally or in writing; if orally, on what occasion, at what place, and how the minor headmen gathered together for that purpose; but if in writing, who currently holds this writing in safekeeping. 7. What kind of first report or complaint ola it is, of which they, the signatories of the ola letter, say that it was drawn up by the said Mudaliyar himself and sent to them, the rebels; who precisely the Mudaliyar is who drew up this first report or complaint ola, by whom it was delivered to the rebels, and which persons signed it. 2807 8. Which Aratchies and Kanganies they are who were continually sent by the aforesaid Mudaliyars to the discontented, with oral and written orders that enticed them to become more and more active; as well as in whose possession the aforesaid written orders currently remain. 9. Why Don Simon Arraatje and Allchaperoene can testify about this, and about many other things besides, better than other people, and in what those many other things consist, of which they say that these two people could bring them to light if only they were summoned and questioned. 10. How they know that the ola letter, which appeared to have been written by the Honorable former Disawa van Angelbeek to the Mudaliyar of the Gangebaddepattoe, De Saram, to lead the peoples to Baddegirie, was not drawn up by the said Honorable Disawa, but by De Saram himself; what the contents were of the other complaint or report ola, and of the sealed ola letter which was likewise drawn up by De Saram and sent to Don Simon Arraatje alongside the ola letter written in the name of the Honorable Disawa; and in whose possession these three olas currently remain. 11. Which headmen they are who, by entertaining the discontented well during their presence at Mature, kept them in their interests and enticed them not to complain about them. To Don Dias Wieresinge Aatjele, the first deponent in the deposition of 30 July, must be asked: 1. Which inhabitants of the Gangebaddepattoe they are who requested him to draw up the complaint ola of 26 articles, of which he speaks in this deposition, and where the draft of the said complaint ola is. 2. To name the Mayorals and others who signed the said ola and sent the message to the absent minor headmen likewise to come and sign that ola. 3. To give the names of the nine signatories of the said ola whom the Korale Aratchy Don Ioean Sammedesinge Dissenaijke and associates caused to be arrested, as well as the names of the three of the said nine persons whom the said Aratchy and associates caused to be punished. 4. When he, the deponent, was released again from the prison in which the aforesaid Korale Aratchy and associates had caused him to be locked up, and when he arrived at Gale to complain about it; as well as why he did not lodge this complaint with the Honorable Disawa of Mature. 5. From whom he learned that during the unrest at Mature, the Mudaliyars of the said Disawany maintained a continuous correspondence with the assembled peoples
Dutch transcription
2806 secretaris van Albedijhe, spreekende van 't verhaal door Madoegoddege Appoe aan hem gedaan; met last omdaar Uit de nodige vraagen aande de„ posanten te doen, tot opheldering van 't geen bij dee„ ze papieren word opgegeeven, en Wel in zonder„ heid de vraagen, we nodig geoordeeld hebben hier onder specialijk aantewijzen; namelijk Aan de twaalf onderteekenaars vande brief ola. 1. toe zij weeten, en waar meede zij bewijzen kunnen dat de zamen rotting is aangestigt; door den gew: Mohandiram en opziender van de kandebadde rekenaike Amerekoon: en de gew: priester Nirelam„ „petie arraatje. 2. Welke luijden het zijn, die den Mohandiram en hoofd der kandebaddepattoe Mananporie qua„ „lijk hebben behandeld, om dat hij alle moeijte heeft aangewend, om de verzamelde menigte tot bedaa„ „ren te brengen en te vreeden te stellen. 3. Hoe zij weeten en bewijzen kunnen, dat voorm: Eekenaijke Ammerekoon zig vervolgens bij de Modliaars Tinnekoon, de Saram en Goeneratne vervoegt heeft en met hun overeengekoomen is. 4. Duijdelijk op te geeven, waar omtrend gew: Eeke„ „naijke Ammerekoon met deeze drie modliaars n is is overeengekoomen hoe zij van deeze overeenkomst on¬ derrigt zijn, en welke bewijzen zij daar van kunnen produceeren. 5. specialijk te noemen de mindere hoofden, aan Wien Eekenaijke Ammerekoon aangekondigd heeft, dat indien de ingezeetenen de togt na Baddegirie onder„ „naamen, zij zekerlijk alle zouden vergaan en ver„ „nield worden, en die door hem onder allerhande schoo„ „ne beloften zijn gepersuadeerd, om de rebellige volke„ „rien te helpen aanmoedigen, om de opstand grooter te maaken. of Eekenaijke Ammerekoon dit mondeling off schrif„ telijk gedaan heeft indien mondeling, bij welke ge„ „leegentheid, op wat plaats en hoe de mindere hoofden ten dien eijnde bij den anderen zijn gekoomen. dog indien schriftelijk, wie dit geschrift tans in bewaa„ „ring heeft. 7. Wat het voor een Eerste Rapport of klagt sla is waar van zij teekenaars der brief ola seggen, dat ze door gem: Modliaar zelve opgestelt en bij hun kerrel„ „les gezonden is wie eijgentlijk de Modliaar is, die deeze eerste Rapport of klagt ola opgesteld heeft door wien dezelve aan de kerrelles toege„ bragt is, en welke perzoonen de zelve geteekend hebben. 2807 8. Welke arraatjes en kangaans het zijn, die geduu„ „rig door voorsz: Modliaars aande misnoegden zijn ge„ zonden, met mondelinge en schriftelijke orders, die hun verleijden om meer en meer aan de gang te ge„ raaken. Zoomeede onder Wien de voorsz: schriftelij„ „ke orders thans berusten. 9. Waarom Don Simon arraatje en Allchaperoene daar van, en van nog veel meer andere dingen, beeter dan andere luijden kunnen getuigen en waar in bestaan die veel meerder andere dingen, waar van zij zeggen, dat deeze twee menschen die voor den dag zouden kunnen brengen indien ze maar opgeroepen en onder„ vraagt worden. 10. Hoe zij weeten dat de brief ola, die door den E. gew: Dessave van Angelbeek aan de modliaar van de Gangebaddepattoe De Saram geschreeven scheen te zijn, om de volkeren na Baddegirie op tebrengen, niet door gem: E: Dessave, maar door de Saram zel„ ve opgesteld is, wat de inhoud was van de andere klagt of rapport ola, en van de verzegelde brief ola„ die meede door de saram opgesteld, en nevens de brief ola, die uit naam van den E: Dessave was geschie„ ven, aan Don Simon Arraatje gezonden zijn. en onder wien deeze drie olassen tans berusten. 11. Welke hoofden het zijn, die de misnoegden bij hun aanweezen te Mature, door ze wel te onthaalen, in hunne schrip en hunne belangens gehouden en verleijd hebben om niet over hun te klaagen. Aan Don Dias wieresinge aatjele, eerste relatant bij 't re„ laas van den 30. Julij, moet gevraagt worden. 1: Welke inwoonders van de gangebaddepattoe het zijn, die hem verzogt hebben om de klagt ola van 26. Ar„ tikels, waar van hij bij dit Relaas spreekt, op te maaken, kleed en waar het Ra van gem: klagt ola is. 2. Optenoemen de Majoraals en anderen, die gem: ola geteekend, en aan de afweezige mindere hoofden de bood„ „schap gezonden hebben, om ook die ola te koomen tee„ „kenen. 3. Optegeeven de naamen vande negen teekenaars van gem: ola, die de korle arraatje den Ioean Samme„ „desinge Dissenaijke C: S:, heeft laaten opvatten zoomeede de namen van de drie vangem: negen per„ „zoonen, die gem: arraatje C: s: heeft laaten straffen. 4. Wanneer hij relatant uit de tronk waar in voorm: korl arraatje C: s: hem had laaten sluijten, weder ontsla„ „gen is, en wanneer hij te Gale aangekoomen is om daar over te klaagen. Zoo meede waarom hij deeze klagte niet heeft ingebragt bij den E: Matureesche Dessave. 5. Van wien hij vernomen heeft, dat geduurende de onlus„ „ten te Mature, de Moddeljaars van gem: Dessavonij, eene geduurige Correspondentie met de te zamen gerotte vol„ „keren
English
had had times, and that the letter olas had been carried back and forth in the evening; also to name by name which modliaars they are who had this correspondence, and who the people are who carried the letter olas back and forth. To Don Diogoe Jajewikkreme, second deponent in the aforementioned report, must be asked: 1. Which inhabitants of the village Karregodde Oejangodde requested him to prepare a complaint ola against the Modliaar de Saram. 2. What those complaints consisted of, and where the draft of this complaint ola is. 3. To provide the name of the Jagerero who informed him that the vidaan of Attoerlie and some other people were coming down to seize him for preparing the aforementioned ola. 4. Which people they are who, after he had escaped the aforementioned vidaan and his retinue by flight, upon his return to his home village showed themselves displeased with him, and scolded him and threw stones at him. To Madoegodde Appoe the following questions must be put: 1. Who it is that pressed all the inhabitants to the cinnamon and other plantations, and whether his statement that the inhabitants worked thereon without reward must be understood of those who served in the Company's plantations, or rather of those who served in private plantations, and in both cases, if it is known to him, to name such plantations in which the inhabitants had to work without reward. 2. To mention, if not all, at least some of such inhabitants who, having brought their grievances about increasing injustices before the Honorable Dessave, instead of obtaining justice, were moreover punished and chastised, and also, if it is known to him, to state the cases in which the headmen were always found in the right. 3. Who it actually is that wanted to send all the inhabitants to Baddegerie; and if he knows of orders that might have been given for that purpose, whether orally or in writing, to make a detailed report thereof, as well as who has custody of the written orders dispatched for that purpose. 4. How he knows that the inhabitants had wanted to depart for Baddegirie, with the intention of making a general uprising there and forcing the Dessave to follow their will, and which minor headmen they are who opposed this and notified them to lodge their complaints jointly before their departure for Baddegirie. 5. To provide the names of the modliaars and headmen at Mature to whom the aforementioned minor headmen gave notice of the state of the people. 6. How he knows and can prove that these modliaars and headmen thereupon let the aforementioned minor headmen know to just start the uprising and carry out the revolt, but above all not to begin with any trifles, but rather to bring about a general gathering. 7. Whether he can prove that the Modliaars Tinnekon and de Saram played the principal role in this. 8. Which other modliaars they are of whom he says that the messages sent by them into the country, just as by Tinnekon and de Saram, most encouraged the inhabitants to pursue the revolt. 9. To provide the names of those who carried these messages back and forth, if the people are known to him; and if the messages were sent in writing, to state in whose custody those writings are. 10. To state how he knows and can prove that the Modliaars de Saram and Goeneratne, having been sent into the country by the Honorable Dessave van Angelbeek to bring the malcontents to a standstill, stayed very quietly and calmly in the house of the deceased Japa Modliaar at Kaddoewe, and that there came to them Baradoewe Corl Arraatje of the Belligamkorl, Pobagodde Schribaddene Arraatje of the Gangebaddepattoe, and Attoerlierjege Poentje Vidaan, who had spoken for a long time in secret with the said two modliaars. 11. Whether he could also state, and moreover prove, what the subject was of the aforementioned secret conversation. 12. Which minor headmen they are to whom the Modliaar Saram said in confidence to just make the gathering as large as possible, and to persist in their complaints to the utmost; and which minor headmen they are from whom he, Madegoddege Appoe, understood this. 13. How he knows that the Modliaar de Saram maintained a correspondence with the malcontents, and whether he also knows to whom these letter olas were actually addressed, and delivered by Inderoewegewedde. 14. From whom he learned that the Modliaar de Saram wrote to Scribaddene Arraatje and Poentgie Vidaan, in order that if he, Madoegoddege Appoe
Dutch transcription
2808 keren gehad hadden, en dat de brief olassen des a„ „vonds over en weder gebragt waaren. zomeede bij naa„ me optenoemen, welke modliaars het zijn, die deze Correspondentie gehad hebben, en wie de luijden zijn die de brief olassen over en weder gebragt hebben. Aan Don Diogoe Jajewikkreme, tweede relatant bij voorsz: relaas, moet worden gevraagt. 1. Welke inwoonders van het dorp karregodde oejan„ „godde hem verzogt hebben, om eene klagt ola ten laste van den modl=r de Saram te vervaardigen. 2. Waar in die klagten bestaan hebben, en waar het klad van deeze klagt ola is. 3. Optegeeven de naam van den Jagerero, die hem heeft bekend gemaakt, dat de redaan van attoerlie en eeni„ „ge andere volkeren afquamen, om hem over 't ver„ „vaardigen van voorm: ola optevatten. 4. Welke luijden het zijn, die nadat hij de voorsz: vi„ „daan en zijn gevolg door de vlugt ontweeken was, bij „zijne terug komst in zijn woondorp zig op hem mis„ „noegd betoond, en hem uitgescholden en met steenen gegrooijd hebben. Aan Madoegodde appre moeten de volgende vraagen worden gedaan. Wie het is, die de inwoonderen met alle man geprest heeft aan de kanneel en andere aanplantingen en of zijne opgave, dat de inwoonders daar aan zonder belooning o evol„ geene belooning hebben gewerkt, moet verstaan worden van zulken, die in de plantagien van de Comp: dienst gedaan hebben, dan wel van de geenen die in par„ „tikuliere plantagien hebben gediend, en in bij de ge„ „vallen, zoo het hem bekend is op te noemen zulke plan„ „tagien, waar in de ingezeetenen zonder belooning heb„ „ben moeten werken. 2: Opteneemen indien niet alle; ten minsten eenige van zulke ingezeetenen, die hunne beswaaren over toe„ „neemende onregt vaardigheeden, bij den E: Dessave ingebragt hebbende, insteede van regt te erlangen nog boven, dien gestraft en gekastijd zijn, en ook zoo het hem bekend is, de gevallen optegeeven, in welken de hoofden altoos gelijk gekreegen hebben. 3. Wie 't eijgentlijk is die alle de inwoonderen na Baddegerie had willen zenden; en zoo hem bekend zijn orders, die daar toe, het zij mondeling dan wel schriftelijk gegeeven mogten zijn, daar van eene om, „standige opgave te doen, zoomeede wie de daar toe afgevaardigde schriftelijke orders „ bewaaring heeft. 4. Hoe hij weet, dat de ingezeetenen na Baddegirie hadden willen vertrekken, met voorneemens om al„ daar een generaale opstand te maaken, en den des„ „save te dwingen hun zinlijkheid te volgen en welke mindere hoofden het zijn, die dit teegen gegaan en hun aangezegt hebben, om voor hun vertrek na Baddegirie 2809 Baddegirie hunne klagten gemeenschaplijk in„ „tebrengen. 5. Optegeeven de naamen van de modliaars en hoof„ „den te Mature, aan wien de voorsz: mindere hoof„ „den van de gesteldheids des volks hebben kennis gegeeven. E: Hoe hij weeten bewijzen kan, dat deeze modliaars en hoofden daar op, aan de voorsz: minder hoofden heb„ ben laaten weeten, om maar de opstand te maaken, en de nevolte te volbrengen, dog voor al met geen klij„ „nigheid te beginnen, maar wel eene generaale te sa„ men rotting te bewerken. of hij bewijzen kan, dat de modliaars Tinnekon en de Saram de voornaamste vol hier bij gespeeld hebben. Welke overige modliaars het zijn, waar van hij zegt, dat de boodschappen door hun, even als door Tinnekon en de Saram, in 't land gezonden, de inge„ zeetenen wel het meeste aangemoedigd hebben, om de revolte door te zetten. 9: Optegeeven de namen van de geenen, die deze bood„ „schappen over en weder gebragt hebben indien de luij„ den hem bekend zijn; en zoo de boodschappen schif„ telijk zijn gezonden, op te geeven onder wiens berus„ ting die geschriften zijn. 10. Optegeeven hoe hij weet en bewijzen kan, dat de modliaars de Saram en Goeneratne, door den E: Dessave van Angelbeek in het land gezonden zijnde om e dienst par„ van heb„ van n na om de misnoegden tot stilstand te brengen, zig heel stil en gerust in het huijs van den overleedene Japa modliaars te kaddoewe hebben opgehouden, en dat daar bij hun gekoomen zijn Baradoewe Corl ar„ „raatje van de Belligamkorl, Pobagod de Schribad„ dene arraatje van de gangebaddepattoe, en Attoer„ „lierjege Poentje vidaan, die een langen tijd in het gereim met ged: twee modliaars hadden gesproo„ „ken. 11: Off hij ook zoude kunnen opgeeven, een daar en bo„ ven bewijzen, wat het onderwerp was van voorsz: geheim gesprek: 12. Welke mindere hoofden het zijn, aande welken de modliaars saram in vertrouwen gezegt heeft, om de samenrotting maar zoo groot als mogelijk te maa„ ken, en met haare klagten op het sterkste aantehou„ „den! en welke mindere hoofden het zijn, van wien hij Madegoddege Appoe dit verstaan heeft. 13. Hoe hij weet, dat de modliaar de Saram met de mis noegden brief wisseling gehouden heeft, en of hij ook weet aan wien eijgentlijk deeze briefolas„ sen gerigt, en door In deroewegewedde besteld zijn 14. Van wien hij vernoomen heeft, dat de modliaar de Saram aan Scribaddene arraatje en Poentgie „vidaan geschreeven heeft, om zoo hij Madoegoddege appoe
English
appu made much trouble, to simply shoot him in the head. 15. How he knows and can prove that the Colombo maha mudaliyar also, during his presence at Mature, had an understanding with the discontented peoples, and that he made use of the priest welligamme unnanse for this purpose. 16. To state the circumstances of this understanding, insofar as they are known to him. 17. Who strongly requested him, Madugoddege appu, to indeed govern the peoples of the Belligamkorle and the gangebaddepattu; and in what the injustices consist that, out of discontent, made him accept the governance over the aforesaid peoples. 18. How he knows that the mudaliyars de Saram and Jinnekoon are in an understanding with the Court of Kandy, and that they had assistance requested from the king. 19. To state the particulars thereof, namely regarding what and since when this understanding has taken place; what kind of assistance they requested; and regarding what and against whom this assistance was requested; also by what means the understanding took place and the assistance was requested, namely by letters or oral messages, and finally who the deliverers of these letters and messages are. 20. Why Punchi appuhami and several others were at the Court of Kandy as emissaries; who sent them thither; whether they also had any letter-olas to deliver; by whom these olas were written and signed, and in whose possession the drafts thereof rest. 21. By whom the reply of the Kandyan Court was brought, wherein the discontented were encouraged to simply proceed, and that, receiving no justice from the Company, they would obtain prompt help and assistance from the Court. 22. To whom this reply was delivered; whether the same occurred orally or in writing; and if in writing, in whose possession it is at present. 23. Why, in his writing to Don Simon aratchi and to rajapakse Dissenaike to exhort them to submission, he adduced among other things as a motive that the Dessave was gone. 24. Which mudaliyars are the ones who always took care to keep the rebellions going even longer, and who to that end secretly had made known to the people that four dessaves of Kandy would come down and bring many people with them to free them from the Company and all obligations. 25. By whom these secret messages were brought to the people. 26. Which chiefs of the mutineers, during the gathering, visited the mudaliyars Tennekoon and de Saram and others by night and unseasonable hours to receive orders on how one ought to behave, and who these others, whom he does not name, actually are. 27. To explain clearly what he meant by his saying that the dismissed chiefs residing at Galle ought to have been done away with, because they did not belong to the family. 28. What proof he has for his saying that de Saram was the greatest ill-disposed person and instigator, who had caused the people much evil; and in what this evil consists. 29. How he can prove that the mudaliyar Gunaratne gave many commissions to the mutineers in order to maintain the uprising. 30. Whether he intended to indicate anything particular with his saying that the aforesaid Baraduwe korl aratchi was recently in Galle and visited the porta mudaliyar Don Balthazar Dias from time to time; and if so, to explain such clearly. 31. Who told him that this Barraduwe korl aratchi made a present of 30 amunams of paddy to the Colombo Mahamudaliyar Dias for Divelvara. All the proofs, olas etc. which the deponents state to be in the custody of themselves or of others, must be demanded from them; and the witnesses to whom they might appeal to prove their statements must also be summoned and interrogated on the matter. The old custom that had fallen into disuse for a time, and was among other things prescribed by letter of 24 October 1757, that the native Chiefs must come here in person to request their absolute confirmation from us, we will indeed reintroduce; and it would even be agreeable to us if this could take place with the Mature Chiefs who were appointed upon your recommendation and whose acts of appointment are sent with the general letter that departs simultaneously with this one; even if it were only so as not to arouse suspicion among them, that you, upon handing over the acts of appointment, said or had said to them that they are expected at Colombo for the aforesaid purpose, though this is not in any hurry and they may do this as each one's convenience best permits. Yet it must not happen if you think you have reasons that ought to prevent it for this time. For the rest, after greetings, we remain, (was written below) (and signed)
Dutch transcription
2810 appoe veel spels maakte, hem maar voor de kop te schieten. 15. Hoe hij weet en bewijzen kan, dat ook de kolombosche maha modliaar, bij zijn aanweezen te Mature, een verstand houding met de misnoegde volkeren ge„ had heeft en dat hij zig daar toe bediend heeft van den priester welligamme oennanse. 16. Op tegeeven de omstandigheeden van deeze verstand houding, voor zoo verre hem die bekend zijn. 17. Wie hem Madoegoddege appoe zeer sterk verzogt heeft, om dog de volkeren van de Belligamkorle en de gangebaddepattoe te bestieren: en waar in de on„ „regt vaardigheeden bestaan, die hem uit misnoegs„ „heid, het bestior over de voorsz: volkeren hebben doen aanvaarden. 18: Hoe hij weet, dat de modliaars de Saram en Jinne„ koon met 't Hof van kandia in verstand houding zijn, en dat ze aan den koning om hulp hebben laaten verzoeken. 19: Optegeeven de bijzondereheeden daar van, namelijk waar over en zedert wanneer die verstandhouding plaats heeft. hoedanige hulp zij verzogt hebben. en waar over en teegen wien deze hulp verzogt is. 2 zoomeede door welke middelen de verstand houding geschied: en de hulp verzogt is, te weeten door brie„ „ven of mondelinge boodschappen, en eindelijk wie de hou„ wien dege brengers deezer brieven en boodschappen zijn. 20. Waarom Poentjie appoehamij en meer andere / als afzon„ „dene aan 't Hof van kandia geweest zijn! wie hun derwaards gezonden heeft. of ze ook eenige brief olas in bestelling gehad hebben! door wie deeze olas geschre„ „ven en geteekend zijn en onder wien de klad den daar van berusten. 21. Door wien 't antwoord van 't kandiasche Hof aange„ „bragt is, waar bij de misnoegden aangemoedigd wier„ den om maar voorttevaaren, en dat ze geen regt van de Comp: bekoomende, van 't Hof spoedige hulp en bijstand zouden erlangen. 22. Aan wien dit antwoord toegebragt is op 't zelve mon„ „deling of ingeschrifte is geschied en indien schrifte„ „lijk, onder wiens berusting het tans is. 23. Waarom hij in zijn schrijven aan Don Simon arraa„ „tje en aan rajapakse Dissenaike, om hun te ver„ „maanen tot onderwerping, onder anderen als een motief heeft bij gebragt, dat de Dessave weg was. 24. Welke modliaars het zijn, die altoos gezorgd heb„ „ben de oproers nog langer aantehouden, en die ten dien eijnde in 't geheim aan 't volk hebben laaten bekend maaken, dat vier dessaves van kandia zou„ den afkoomen, en veel volk meede brengen, om hun vande Comp:s en alle verpligtingen vrij te maa„ ken. 25. 284 25. Door wien deeze geheime boodschappen aan 't volk zijn gebragte 26. Welke hoofden der muijtelingen, geduurende de samenrotting, bij nagt en onlijden bij de modliaars„ Tinnekoon en de Saram en andere zijn geweest, om orders te ontvangen hoe men zig gedraagen moest, en wis deeze andere, die hij niet noemt, eijgent„ „lijk zijn. 27. Duijdelijk te expliceeren, wat hij meend met zijn zijn zeggen, dat de zig te gale bevindende gedemit„ „teerde hoofden, hadden moeten uit den weg geruijmt worden, om dat zij niet tot de familie behoorden. 28. Wat bewijs hij heeft voor zijn zeggen, dat de sa„ „ram de grootste quaad gezinde en opstoker geweest is, die 't volk veel quaad had toegebragt. en waar in dit quaad bestaat. 29. Hoe hij dewijzen kan, dat de modliaar Goeneratrie veele bestellingen bij de muijtelingen gedaan, heeft, om de opstand te onderhouden. 30. of hij met zijn zeggen, dat de voorsz: Baradoe„ „we korl arraatje dezer daagen te Gale was, en nu en dan bij den porta modliaar Don Balthazar Dias quam iets bijzonders heeft willen aanduijden. en zoo ja, zulx duijdelijk te expliceeren. 31. Wie hem gezegd heeft, dat deeze Barradoewe korl arraatje, 30. ammonams nelie aan den kolombo„ „schen Mahamodliaar Dias, voor Dieweloere prezent gedaan heeft. Alle 2 zon„ tre aar aange„ 9 van pen chri fte„ mon¬ aa¬ heb„ ten ten azou„ n temaa„ om Ca i 9 ier Alle de bewijzen, olas etC=a die de deposanten opgeeven, dat onder berusting van hun zelve, dan wel van ande„ „re zijn, moeten van hun worden afgevorderd; en moe„ „ten ook de getuigen, waar op zij zig mogten bevoe„ „pen, om hunne opgaven te bewijzen, worden ontboo„ „den en daar over verhoord. De oude gewoonte die een tijd lang in onbruijk geweestis, en onder anderen is aangeschreeven bij brief van den 24. Oktober 1757. dat de inlandsche Hoofden in perzoon moeten hier koomen om hunne abzoluute bevesting van ons te verzoeken, zullen wel wederom doen invoe„ „ren, en het zoude ons zelfs welgevallig zijn indien dit met de Materesche Hoofden die op uE: voordragt zijn aengestelt en waer van de aktens gezonden worden bij de gemeene brief die met deze tegelijk afgaet, konde geschieden, al was het ook, om geen agterdogt bij hun teverwekken, dat uE: hun bij het overgeeven der aktens zijde of deed zeggen, dat ze ten einde voorsz: op kolombo worden ver„ wagt, dog dat dit nogtans geen haest heeft en dat ze dit kunnen doen na maete dat een elks gelegentheid dat best toelaate kan. Het moet nog„ „tans niet geschieden zoo uE: vermeend rieden te heb„ „ben, die dat voor ditmaal nog behooren te ontvaarde Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:) /:en geteekend:/ y
English
To the same as before. and signed As before in the margin Colombo the 17th of August 1790. The granted general pardon must certainly be observed sacredly and without any deviation of whatever nature it may be, and that in the most extensive sense. In the same manner, the certain prospects given by Your Honour according to your aforementioned letter to whomever it might be, that no harm would come to them if peace were brought about and they would conduct themselves properly in the future, must be kept inviolate. We want this to have been laid as a foundation in all proceedings related to this matter. Yet we do not see how it could in any respect conflict with this that permission is given to the Mudaliyars Tennekoon, de Saram, and Goeneratne to come to Colombo whenever they are inclined to do so and themselves make a request to that effect, and therefore the notification to the Honourable Disava Rahet mentioned in our letter of the 17th of this month must still take place on the footing as prescribed in that letter of ours. When the aforementioned Mudaliyars, and likewise all others who are in the same case with them, claim the general pardon, or even merely the aforementioned certain prospects given by Your Honour that no harm would come to anyone, they must certainly be allowed to enjoy the effect thereof in the fullest sense, but without that we do not see how these Mudaliyars and other Headmen, who have at least maintained the appearance of having remained faithful to their duty, could be considered to be included in the general pardon or even merely in the aforementioned certain prospects given by Your Honour. Wanting to include them therein without that could even insult them. In the uncertainty, however, of how the aforementioned Headmen will conduct themselves in this matter, we concur, on account of what was alleged in Your Honour's aforementioned letter, with your considerations to carry out for the present no judicial inquiries that could cause any unrest among anyone whomever. In the meantime, we do not see what difficulty there would be in having Madugodde Appu repeat the depositions he has already made before the Secretary of Albedijhl before a couple of Members of the Council of Justice or otherwise before a couple of Members of the Council of Policy, if Your Honour should judge that better, provided that these commissioners and the official writer or secretary assisting therein are enjoined to keep it secret upon the oath taken by them to the country, and that Don Simon Arachchi, if he is still in Galle, is also heard in the same manner, or that he is at least provisionally heard by the Secretary of Albedijhl just as and on the same footing as has already been done with Madugodde Appu, upon the appeal made to him in the report of the Secretary of Albedijhl of the 26th of July last, bound behind Your Honour's secret report. We furthermore also concur with Your Honour's considerations that it is better for the present not to speak to the newly appointed Headmen about going to Colombo; in the meantime, we can hardly understand how Your Honour counts among the reasons that would make them averse to it the fear that, if they came here, they would be made to pay some considerable pareses. Even if that may have taken place in former times, everyone knows that for at least 25 years no such pareses have been paid. To the same as before. The statement appearing in Your Honour's aforementioned letter that in Colombo, if one wants to take into consideration what has been deposed, the root of all evil is to be found, which, if anything had to be done, one certainly ought to tackle first, is so mysterious that we have resolved to ask Your Honour for a further, clear, and direct explanation thereof, as is done by this letter. Your Honour must therefore inform us what we are to understand by the words that in Colombo, if one wants to take into consideration what has been deposed, the root of all evil is to be found, and who it is that Your Honour means whom one, if anything had to be done, certainly ought to tackle first, and Your Honour must thereby not only clearly inform us of the grounds upon which this opinion of Your Honour rests, but Your Honour must also send us the documents relative thereto. For the rest, after greetings, we remain below stood and signed As before in the margin Colombo the 24th of August 1790. We have received your separate letter of the 27th of August last and shall reply to it further; in the meantime, we have seen therein with great regret that Madugodde Appu had returned to the Matara Disavany. Of what weight the influence of that rascal upon the minds of the inhabitants must be considered to be, to stir up an insurrection again, is something that Your Honour can determine better than we. In the uncertainty of this, it is certainly best that one sees to getting him back as soon as possible, and since we see from a private letter written by Your Honour on the 2nd of this month to the first undersigned Governor, which was delivered here only yesterday and was communicated by His Honour to our assembly, that having been summoned he excused himself from coming, this act alone provides a lawful reason to have him apprehended. Regarding what Your Honour furthermore remarks in this letter, that if Madugodde Appu does not turn up immediately, Your Honour would take another measure in hand to get hold of him and in which Your Honour thinks you will succeed, in whatever manner it may be, provided Your Honour is qualified that it without restriction
Dutch transcription
2812 Aan als Vooren. /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene kolom„ „bo den 17. Augustus 1790. y Het gegeven generaal pardon moet zeeker hij„ „lig en zonder eenige afwijking van wat natuur het ook zoude mooge weezen, worden nagekoo„ „men, en zulks in den uijtgestreksten zin. Inzel„ „vervoegen moet ongeschonden worden gehouden de zekreve vooruijt zigten door uE: volgens voorsz: uwen brief gegeeven aan wien of welke het ook zoude mogen zijn, dat hun geen kwaed zoude overkoomen indien de rust bewerkt wierd, en zij zig in den aenstaende behoorlijk zoude ge„ „draegen. Dit willen wij tot een grondslag gelegt ƒ hebben in alle handelingen hier toe betrekke, lijk. We zien nogtans niet hoe hier teegens in eenig opzigt zoude kunnen strijden dat aen de Modliaers. Tinnekoon, de Saram en Goenerat, „ne verlof gegeeven word om na kolombo te koomen wanneer ze daer toe geneigt zijn, en zelve daer toe verzoek doen, en moet daarom het aanschrij„ ven aen den E: Dessave Rahet vermeld bij on„ „zen brief van den 17. deezer als nog geschieden op dien voet, als dat bij dezer onzen brief is voor„ „geschreeven. Wanneer de voorsz: Modliaars en zoo ook alle 9 andere geeven, ande„ oc„ is, ien den 1 en8: andere die met hun in het zelfde geval zijn het generaal pardon reklameeren of ook meer alleen de voorsz: zeekere voordijtzigten door UE: gegeeven, dat niemant eenig kwaet zoude overkoomen, moet men hun zeekerlijk het ef„ „feket daer van in den ruimsten zin laeten ge„ „nieten, dog zonder dat zien we niet, hoe deze Modliaars en andere Hoofden, die ten minsten den schijn hebben behouden van te zijn getrouw gebleeven aan hun pligt, in het generaal, par„ „don of ook zelfs maer in de voorsz: door UE: kunnen gegeeve zekere voor uijtzigten, zoude geagt worden te zijn begreepen Hun buijten dien daar in tewillen begrijpen zoude hun zelfs kunnen beleedigen. In de onzeekerheid nogtans hae de voorsz. Hoof„ „den, zig hier in zullen gedraegen, berusten we uijt hoofde van het geallegeerde bij voorsz: diE: brief, in uwe konsideratien om voor eerst geene gericht maakende onderzoekingen te doen die bij iemand wie het ook zij eenige ongerustheid zoude kunnen verwekken. Jntusschen zien we niet wat zwaerigheid er instecken zoude om Madoegodde Appoe zijne depositien bereeds voor den Sekretaris van Albedijhl gedaan, te doen herhaalen 2813 herhaalen voor een paar Leeden uijt den Raed van Justitie of anders voor een paar Leeden uijt den Raed van Politie, indien uE: dat beeter mogte oordeelen, mids. aen deze gekommitteerdens en de beamptschrijft „ver of sekretaris die daar bij assisteerd, het geheim houden daer van, word, aenbevoolen op den eed door hun aen den lande gedaen, en dat ook Don Simon Arraatsje zoo hij nog te gale is, in zelver voegen word gehoord of dat wij ten minsten bij provisie door de se„ kretaris van Albedijhl word gehoord even en op dien voet als met Madoegodde Appoe bereeds is geschied„ op het beroep dat op hem gedaen word bij het be„ „richt van den sekretaris van Albedijhl van den 26. Julij I: L: agter uE: geheim rapport ingebonden. We berusten voorts ook in uE: konsideratien dat het beeter zij de nieuw aengestelde Hoofden voor eerst niet te spreeken om na kolombo te gaan, intusschen kunnen we kwalijk begrijpen hoe uE: onder de ree„ „denen die hun daer van zouden afkeerig maeken opteld, de vreeze dat men hun zoo ze hier kwaa„ „men eenige aanzienlijke paressen zoude laeten doen. zoo dat ook in vroegere tijden mogte hebben plaets gehad; weet een elk dat in ten minsten 25. Jaeren diergelijke paressen niet zijn gedaan. Het zi daar Aan als vooren. Het geen bij voorsz: uE: brief voorkomt dat te kolombo in„ dien men het gedeponeerde in aanmerking neemen wil zig de wortel van al het kwaade zoude bevinden, die men zoo er iets moest gedaan worden zeekerlijk heb „eerste zoude en moeten aantasten, is zoo geheim zin„ „nig, dat we beslooten hebben uE: daer van eene na„ „dere, delijdelijke en regtstreekse opheldering te vrae„ „gen; gelijk geschied bij deezen uE: moet ons dus bedeelen wat we moeten verstaen door de woorden, dat men te kolombo indien men het gedeponeer„ de in aanmerking neemen wil, zig de wortel van al het kwaade zoude bevinden en wie het is die UE: meend, die men zoo er iets moeste gedaen wor„ den, zeekerlijk het eerst zoude en moeten aan„ „tasten, en moet uE: ons daer bij niet alleen dui„ „delijk bedeelen de gronden, waer op dit uE: ge„ „voelen rust, maer moet uE: ons ook toezenden de stukken daer toe relatief. Wij blijven voor het overige na groete /:onder„ „stond:/ en geteekend:/ Alss vooren (:in margiene:) Kolombo den 24. Augustus 1790. Wij hebben uwen aparten: brief van den 27. Au„ „gustus Jongstleden ontvangen; en zullen daar op nader antwoorden; zeer ongaarne hebben we 2814 we intusschen daar bij gezien, dat Madoegod de appoe na de Matureesche dessavonie was terug gekeerd. ge Van wat gewigt moet geagtworden te zijn den in „vloed, van dien deugeniet op de gemoederen der in„ „gezeetenen, om weder een opstand te verwekken, is iets dat uE: beter dan wij, bestemmen kan. Jn de onzekerheid hier van is het zeker best dat men hem hoe eer zoo beter ziet terug te krijgen, en wijl was bij een partikuliere brief door uE: den 2:' deezer aan den eerst ondergeteekende gou„ „verneur geschreeven, die eerst gisteren hier is besteld, en door zijn Edele in onze vergadering is gekommuniceerd, zien, dat hij geroepen zijnde zig heeft verschoont te komen, geeft deeze daad alleen een wettige reden om hem te doen opvat„ „ten. Op het geen uE: voorts bij deezen brieff aanmerkt, dat zoo Madoegodde appoe niet ten eersten komt opdaagen, uE een ander middel zoude bij de hand neemen om hem magtig te worden en waar in uE: denkt te zullen reusseeren op wat wij ze het is, mits uE: worde gekwalificeert dat het onbepaald in„ wil die heb der¬
English
may be indefinite, even dead or alive, serves that all new acts of disobedience that Madoegodde appoe has either already committed or might yet commit hereafter, give a lawful right to take the strictest measures against him, and that in so far it would matter little what outcome these measures might have with regard to his life or death, it is nevertheless in our view best that the order not to spare even his life, in case of need and if it cannot be otherwise, not be given publicly. It might at times inspire too desperate thoughts in others who are, either wholly or in part, in the same situation as he, and we therefore think that it is more advisable that the person to whom the execution of the order to apprehend Madoegodde appoe is given, be secretly instructed that if he should also happen to perish, he shall be considered compensated, and that consequently, if it cannot be otherwise, the most forceful means, whatever outcome they might have with regard to his life or death, may be employed against him. If he then perishes, about which little matters, it can pass for an accidental deed that he brought upon himself. From your aforementioned private letter, we also see that you had been informed that little or no heed is paid to the arrangements made in your mandate-ola of 7 July, and that the common man seems to be not a little displeased about it. Such a course of action would be entirely contrary to our intention. The mandate-ola published by you has been approved by us in its entirety, and care must therefore be taken by all possible means that it be observed and executed without exception. We remain, for the rest, with greetings, was undersigned and signed, As before, in margin, Colombo the 5th of September 1790. Paragraph 1: Upon resumption of your secret letter of 31 July of the past month, the separate letter of 5 August annexed thereto, and the secret Report of the first-mentioned date, several articles have presented themselves to us that require further clarification, and others concerning which we deemed your further considerations necessary; and this is accordingly directed to require the same from you, and to simultaneously send you the requested instructions and explanations regarding some points presented in your aforementioned secret report. Paragraph 2: In your aforementioned separate Letter, you say among other things that it could easily happen that something was included in your secret Report that might not entirely satisfy a favorable reflection thereon, and that honor, duty, and the respect of your public character require of you that you at least say something regarding your sensitivity concerning the affront, contempt, and wrongly conceived mistrust against you. But as nothing has appeared in this secret Report to which we, or the first undersigned governor in particular, to whom this separate letter was written, know how to apply this declaration of yours, you must explain yourself more clearly and directly: 1. Whom you have in mind, to whom or for whom it might well be that something included in this secret Report of yours would not entirely satisfy a favorable reflection thereon, and of which honor, duty, and the respect of your public character nevertheless require that you at least say something regarding the affront, contempt, and wrongly conceived mistrust against you, as well as why this something would not entirely satisfy a favorable reflection thereon for the person you mean here. 2. What the affront, contempt, and wrongly conceived mistrust against you consist of. Paragraph 3: Furthermore, you say in the aforementioned separate letter that, were you willing to be malicious, you certainly would have been able to say not only more, but even much more, which could cause not a little unpleasantness for Mr. van Angelbeek. The honorable head administrator van Angelbeek has remarked upon this that he, already in his letter of 19 April written from Matara to Galle, requested in the strongest terms that an accurate investigation be made into his conduct during his tenure there, and to investigate with all accuracy, conscientiousness, and the utmost rigor the complaints that might come in against him; with the request that, since you say that you would have been able to say not only more, but much more, if you were willing to be malicious, which could have caused him not a little unpleasantness, you might be instructed to state clearly, without any further reserve, what that consists of which you believe to hold to his charge, not only more, but even much more, without letting yourself be restrained therefrom by any considerations whatsoever. We have therefore decided to order you, as is done by this document, in accordance with the aforementioned request of the honorable van Angelbeek, to state to us clearly and without any further reserve all that which you believe to have to the charge of him, van Angelbeek, and we shall postpone until then the disposition on your request made therein, to have you obtain from the said honorable van Angelbeek, in a public manner in the Company's papers, such an honorable reparation as in such a case before the public, before whom you
Dutch transcription
onbepaald zijn mag, zelfs levendig of dood, diend, dat alle nieuwe bedrijven van ongehoorzaamheid, die Madoegodde appoe of reets bestaan, of na deezen nog bestaan mogte, een wettig recht geven om de strengste maatreegelen tegens hem te neemen, en dat 'er in zoo verre wijnig aan zoude geleegen zijn, wat uitkomste te aanzien van zijn leven of dood, deeze maatregelen mog„ „ten hebben, het nogtans naar ons in zien best is, dat de ordre om des noods en zoo het niet anders zijn kan, zelfs zijn leven niet te spaaren. niet gegeven worde publiek. Het mogte anderen die met hem het zij geheel of ten deele, in het zelfde geval zijn, somtijds te wan„ „hoopige gedagten inboezemen, en we denken daar„ „om, dat het meer aanteraaden zij om den geenen aan wie de uitvoering der ordre om Madoegodde appoe op tevatten gegeven word, in het geheim worde g'in„ „strueerd dat zoo hij ook mogte omkoomen men hem zal houden voor betaald, en dat mits dien, zoo het niet anders zijn kan, de geweldigste middelen, wat uitkomst die ook ten aanzien van zijn le„ „ven of dood hebben mogten, tegens hem mogen worden 6 2815 Aan als vooren. worden te werk gesteld-komt hij dan om, waar aan wijnig geleegen is, kan het voor een toevallige daad doorgaan, die hij zig zelve heeft op den hals gehaald. Bij voorschreeve uwen partikulieren brief, zien we, nog, dat men uE: had g'informeerd, dat er wijnig of geen werk van de schikkingen, bij uE: mandaat-ola van den 7:' Julij, gemaakt word, en dat de gemeene Man daar over niet wijnig te onvreeden schijnt te zijn. Een zulke handelwijze zoude geheel strijden met onze intentie. De mandaat-ola door uE: gepubliceerd, is in zijn geheel door ons geapprobeerd, en moet dus door alle mogelijke middelen worden gezongt, dat die zonder uitzondering word nagekomen en uitgevoerd. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „lombo den 5:' September 1790. §1: Bij resumtie van uE: secreete brief van den 31. Julij I:o L:, apparte brief van den 5. aug=o daar aan, en geheim Rapport van eerst gem: datum, zijn ons verscheijde artikelen voorgekoomen, die a en die nadere op heldering vereijschen, en andere waar omtrend we UE: verdere Consideratien nodig oor„ „deelden; en is mits dien deezen gerigt, om dezel„ „ven van UE: te requireeren, en om uE: teffens te doen toekoomen de verzogte onderrigtingen en verklaringen, nopens eenige poinkten bij voorsz: UE: geheim rapport voorgesteld. §. 2. Wij voorsz: uE: apparte Brief zegt uE: onder ande„ „ren, dat het ligtelijk zoude kunnen gebeuren, dat iets bij UE: geheim Rapport was ingenoo„ men, dat Juist niet volkoomen aan een genoe„ gelijke bedenking daar over zoude voldoen, en dat eer, pligt en 't aanzien van uE: publiek Ca„ racter van UE: vorderd, dat UE: ten minsten iets zegt wegens uE: gevoeligheid, wegens aan„ „gedaane schoon, klijnachting en tegens uE: verkeerde opgevatte mistrouwens. Dan wijl bij dit geheim Raport niets is voorgekoomen, waar op wij of de eerst onder geteekende gouverneur in 't bijzonder, aan wien deze apparte brief ge„ „schreeven is, deeze uE: betuijging weeten toete„ passen, moet uE: zig nader duidelijk en regts„ „streeks, verklaaren: 1. Wie uE: in 't oog heeft, aan wien of de welke het 2816 het welkonde zijn, dat iets bij dit uE: geheim Rapport ingenoomen, Juist niet volkomen aan eene genoeglijke bedenking daar over zoude vol„ „doen, en waar van egter eer, pligt en 't aanzien van uE: publiek Caracter vorderd, dat uE: ten minsten iets zegd, wegens aangedaane Rchoon klijnagtig en tegens uE: verkeerd opgevatte mis„ „trouwens, als meede waarom dit iets bij de geene, die uE: hier bedoeld, Juist niet volkomen aan ee„ „ne genoeglijke bedenking daar over zoude voldoen. 2: ) Waarom in bestaan de uE: aangedaane hoon, klijn„ „agting en teegens uE: verkeerd op gevatte mistrou„ „wens. §. 3. Nog zegd uE: bij voorsz: aparte brief, dat uE: boosaardig willende zijn, zekerlijk niet alleen meer, maar zelfs veel meer zoude hebben konnen zeggen, het geene niet wijnig onaangenaamhe, „den aan den heer van Angelbeek zoude kunnen toebrengen - De E: p:l hooofdadministrateur van Angelbeek heeft hier op aangemerkt, dat hij reeds bij zijn brief van den 19. April, van Ma„ „tire na Gale geschreeven, op 't nadrukkelijkst heeft verzogt, om een naukeurig onderzoek te doen na zijn gedrag, geduurende zijn bestiek aldaar, r waar aldaar en om de klagten, die teegens hem mogten inkoomen; met alle naukeurigheid gemoedelijk en op het scherpt te onderzoeken, met verzoek, dat wijl uE: zegt, dat uE: niet alleen meer, maar veel meer zoude hebben kunnen zeggen,/ zoo uE: boos aar„ „dig zoude willen zijn, 't geen hem niet weijnig on„ aangenaamheeden zouden hebben kunnen toebren„ „gen, uE: mogte worden aangeschreeven, om zonder eenige Verdere reserve, duijdelijk optegeeven, Waar in bestaat het geen UE: niet alleen meer, maak zelfs veel meer ten zijnen laste vermeend te heb„ ben, zonder zig daar van te laaten wederhouder door eenige Consideratien, hoe genaamt. Wij hebben derhalven beslooten UE: te gelasten, zoo als ge„ „schied door deezen, om overeenkomstig 't voorsz: ver„ „zoek van den E: van Angelbeek, duijdelijk en zon„ „der eenige verdere reserve, aan ons optegeeven al het geen uE: ten laste van hem van Angel„ „beek meend te hebben, en zullen we tot zoo lange uitstellen de dispositie, op uE: daar bij gedaan verzoek, om uE: door gem: E: van Angelbeek, op eene publieke weijze, bij Comp:s papieren zoda„ „nig eene repareerende eere te doen erlangen, als in zulk een geval voor het pupliek, waar voor uE
English
you consider yourself to be diminished, it will be necessary Paragraph 4. Regarding your demand made in the secret report that the Honorable van Angelbeek should explain why His Honor declined a commission from the Galle council, and conversely requested another from Colombo, the said Honorable van Angelbeek declared that he had already given this reason in his letter of the 19th of April written to you, which states in so many words: Above, I have already had the honor to request Your Honorable Worships, in my name and that of the chiefs, for a commission from Colombo, which request I hereby repeat further, and thus thank Your Honorable Worships very much for the commission already appointed there, the more so if merely an investigation of the complaints of the mutineers is to take place, for which the second warehouse master, the Honorable de Moor, together with the Commandant Bijer, are sufficient, who are known to the residents here and, as far as I am aware, are also respected and esteemed. However, it is not solely an investigation of the complaints that I and my chiefs request, but particularly a sharp investigation of these complaints, and into our conduct, as well as into those who are the primary cause of this mutiny. And the said Honorable van Angelbeek further declared that from your letter of the preceding day he could not understand otherwise than that it was left to his option whether he considered this commission necessary or not necessary, and that he therefore cannot see that by declining the commission he would have insulted you in any respect, with the simultaneous declaration that his request for a commission from us was made with no other purpose than because he conscientiously thought that such a commission would be of great use on this occasion. You must therefore report to us in more detail in what, in your view, the insult actually consists, concerning which subject you say that the prestige and honor of the Galle government requires a reasonable redress. Paragraph 5. You must also explain more fully in what actually consists the contempt with which the Honorable van Angelbeek received the commissioners Schuler and De Vos at Matara, and how the proof follows from that which you draw from it in your secret report regarding how reluctantly His Honor saw this commission appear. Paragraph 6. Regarding your grievance about the little report or information that the Honorable van Angelbeek had given you of the condition of the dissavony, and that after the arrival of the Honorable Fretz and Samlant you remained almost entirely without any information, we have, at the request of the said Honorable van Angelbeek, had the copies received from Galle examined of the letters exchanged between you and him, and it has appeared to us from this that the said Honorable van Angelbeek wrote to you to inform you from time to time about the state of affairs on the 18, 19, 20, 21, 25, 26, 29, and 30 April, 6, 9, 10, 12, 15, 25, and two of 29 May, 9, 13, 14, 15, and 18 June; and no reasons are known to us that could or should have prevented the Honorables Fretz and Samlant from acting communicatively with you, and this undoubtedly would also have happened if anything had occurred to their Honors in which this, in their view, could have been of service. Paragraph 7. If the reports that the Honorable van Angelbeek made to you from time to time were not satisfactory, you would, in our view, have done just as well to ask His Honor himself for further clarification, rather than to employ for this purpose a man of such a stamp as the Moor Segoe, who, it is said, is a slave boy whose master is a resident in Matara, without giving any notice thereof to the Honorable van Angelbeek, who consequently could not know with what aims, or for what ends, this man roamed around in his dissavony. The first undersigned Governor has already informed you by a separate letter of the 17th of May that the sending to Colombo of the said Segoe took place on his own express order. That the Honorable van Angelbeek gave you no notice of it is certainly remiss, and His Honor, having been questioned about this, declared this to have arisen solely through inadvertence at a time when he was overwhelmed with business, and that in a letter written on the 20th of May he has since excused himself to you in this regard in the most proper manner, and requested that you would be pleased with this excuse of his. Paragraph 8. Regarding what appears in your secret report concerning the titular Mohandiram of the Weligam Korale, the Honorable van Angelbeek has undertaken to explain himself further in writing, with this preliminary declaration, however, that His Honor had him arrested, as he informed you and the council in his letter written on the 30th of April, because he, without necessity or need, and without prior knowledge and obtained leave, had left the Matara dissavony and, according to his own confession, had proceeded to Galle, just as the dissaves of Matara, like all other rulers, are entitled according to the standing order, such as, among others, the edict of the 20th of December 1758, when the chiefs subordinate to them behave in such a rebellious manner, without it being customary to give notice thereof. Paragraph 9. As regards the ola that you say was sent by a very ill-disposed person to the discontented, and about which you remark that it
Dutch transcription
2817 UE: zig agt verklijnd te weezen, zal nodig weezen §4. Op UE: gedaane vordering bij het geheim rap„ „port, dat de E: van Angelbeek zig zal dienen te verklaaren, waarom zijn E: voor een Commissie uit den Gaalschen raad bedankte, en daar en teegen eene andere van kolombo verzogt heeft, heeft gem: E: van Angelbeek verklaard, deeze reden reeds te hebben opgegeeven bij zijn brief van den 19.:' April, aan uE: geschreeven, waar bij met zoo veel woorden staat. Hier boven heb ik reeds de eere gehad uwE. E: agtb: uit mijn naam en die van de hoofden, om eene kommissie van kolombo te verzoeken, welk verzoek ik bij deeze nadere herhaale, en bedanke uwE: E: Agtb: dus heel zeer voor de reeds benoem„ „de Commissie aldaar, te meer, zoo enkeld eene opneeming der klagten van de muijtelingen moet geschieden, hier toe de tweede pakhuijsmeester den E: de Moor, met den Commandant Bijer, voldoende zijn, welke bij de alhier bij de inge„ „zeetenen bekend, en voor zoo verre ik bewust, ben, ook gezien en geacht zijn. wet is egter niet alleenig eene opneeming der klagten, die ik en mijne hoofden verzoeke, maar wel inzonderheid een „een scherp onderzoek van deeze klagten, en na on„ zer gedrag, als ook na hun die de eerste oor„ „zaak van deeze muijterij zijn. en heeft gem E: van Angelbeek daar bij nog ver„ „klaard, dat hij uit uwen brief van 's daags te voo„ „ren niet anders heeft kunnen zien, dan dat het daar bij in zijn optie gesteld is, of hij deeze Com„ „missie nodig of niet nodig agtede, en dat hij mids dien niet zien kan, dat hij door het bedanken voor de Commissie, uE: in eenig opzigt zoude heb„ ben beleedigd, niet betuijging teffens dat zijn ver„ „zoek, dat 'er eene Commissie van ons mogte wor„ „den verzogt, met geen ander oogmerk is geschied dan om dat hij in gemoede dagte, dat zulk een Commissie in deeze geleegentheid van veel mut„ zoude zijn. UE: moet ons derhalven nader be„ „rigten, waar in na uwen inzien eijgentlijk be„ staat de beleediging, waar van UE: nopens dit onderwerp zegt, dat 't aanzien en de eere van de gaalsche regeering eene billijke herstelling vordend §5. Ook moet uE: zig nader expliceeren, waar in eijgentlijk bestaat de minagting, waar meede de E: van Angelbeek de gecommitteerden van schuler en de vos te Mature heeft ontvangen, en hoe 2818 hoe daar uit volgd het bewijs, dat UE: daar uit bij uE: geheim rapport trekt, hoe ongaarne zijn E: deeze Commissie zag op daagen. §. 6. Op uE: bezwaarnis over het wijnig verslag of narigt dat de E. van Angelbeek uE: van de ge„ „steldheid der dessavonij had gegeeven, en dat uE: na de komst van de E: Fresz: en Samlant, ge„ „noegzaam geheel buijten alle onderrigting bleef, hebben we ten verzoeke van gem: E: van An„ „gelbeek laaten nazien de van Gale ontvange„ „ne Copijen, van de gewisselde brieven tusschen uE: en denzelven, en is ons daar bij gebleeken dat gem: E: van Angelbeek aan uE: geschree„ „ven heeft, om uE: van tijd tot tijd nopens den toestand der zaake te onderrigten den 18, 19, 20, 21, 25, 26, 29, en 30. April, 6. 9, 10. 12; 15, 25. en twee van den 29. Meij 9, 13, 14. 15, en 18. Junij; en ons zijn geene reedenen bekend, die de E=s Fretz en Samlant zouden hebben kun„ „nen of behooren te beletten, om met uE: Com„ „municatief te werk te gaan, en dit zoude ook ongetwijffeld zijn geschied, indien hun Ed=s iets waare voorgekoomen, waar in dit waar hun inzien van dienst hadde kunnen zijn. 57. na on„ §7: Jndien de berigten, die de E: van Angelbeek van tijd tot tijd aan UE: gedaan heeft, niet voldeeden zoude uE: naar ons inzien, al zoo wel gedaan hebben van zijn E: zelve nadere opheldering te vraagen, dan om daar toe te gebruijken een Man van zulk een stempel, als is de Moor segoe, die naar gezegt word, een slaeve Jonge is, waar van de lijfheer is een inwoonder te Mature, zonder daar van eenige kennis te geeven aan den E: van Angelbeek, die mits dien niet konde weeten, met welke oogmerken, of tot wat eindens, deze Man in zijn Dessa„ vonie rondswerf, De eerst ondergeteekende gou„ „verneur heeft uE: reeds bij apparte brief van den 17. Meij bedeeld, dat het opzinden na kolom „bo van gem: segoe, is geschied op deszelfs op presse last. Dat de E: van Angelbeek aan UE: daar van geen kennis gegeeven heeft, is ze„ „kerlijk qualijk, en heeft zijn E: hier overge„ „vraagt zijnde, verklaard, dit alleen te zijn voortgekoomen bij inadvertentie, in een tijd dat hij overkropt was van bezigheeden, en dat hij zig bij een brief geschreeven den 20. Mij, zedert derwegens bij uE: op de welvoeglijk„ „ste 2819 „ste wijze heeft verschoond, en verzogt dat UE. in deeze zijne verschooning wilde genoegen neemen 5. 8. Nopens het geen bij uE: geheim Rapport voor„ „komt, betrekkelijk den titulair Mohandiram van de Belligam Korle, heeft de b: van Angel¬ „beek aangenoomen zig nader schriftelijk te verklaaren, met deeze voorloopige betuijging egter, dat zijn E: hem, zoo als hij dat bij zijn brief„ den 30: April aan UE: en den raad geschreeven, heeft bedeeld; hadde doen arresteeren, wijl hij buijten nood en noodzakelijkheid, zonder voor„ „kennis en erlangd verlof, de Materesche Des„ „savonij verlaaten, en volgens zijne eijge be„ kentenis zig na Gale begeeven hadde, zoo als de dessaves van Mature, gelijk alle andere regenten, geregtigd zijn volgens de leggende order, gelijk onder, anderen het plakaat van den 20: Xber: 1758. , wanneer de aan hun onderge„ „schikte hoofden zig dus weder hoorig gedraa„ „gen, zonder dat 't gebruijkelijk is daar van ken„ „nis te geeven. §9: Wat aangaat de ola, die uE: zegt door eenen zeer quaad gezinden, aan de misnoegden ge„ zonden te zijn, en waar over uE: aanmerkt, dat ze van lijk„