VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3886

Ceylon · 990 pages · 165 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3886_0374 view scan ↗

English

has contributed not a little to increase the disparagement about which you complain, one would first need to know who that ill-disposed person is by whom it was sent to the discontented, before one can address anyone about it. Paragraph 10: Furthermore, it is incomprehensible how you can take it amiss that the first-undersigned Governor summoned the Mohandiram of his wild-shooters to his gate. Paragraph 11: It is unknown to us from where have arisen the mistrustful feelings that you display in various paragraphs of your secret Report, especially where you compare yourself to someone who, lying under the heaviest suspicions and pondering there upon bringing the purity of his conduct to light, is surprised by the agreeable news that he is recognized as innocent, and his innocence has been shown to the entire world. We do not recall that we would not have treated you constantly with proper trust; if you nevertheless should believe that you have reasons to complain about us in that matter, you may, if you deem fit, explain yourself further about this directly. Paragraph 12: It is easy to conceive that the Honorable Gentlemen Fretz and Samlant needed some time to put into proper order such voluminous papers as they had to hand over to you; that in the meantime some papers were sent to you for reading, you yourself state in your aforesaid secret letter of 31 July. Nevertheless, concerning this, and concerning some other points of grievance appearing in your secret Report against our aforesaid commissioners, we have requested and obtained from them the report that is enclosed herewith in copy. Paragraph 13: You were not bound by any Instruction, but held from us a plein pouvoir for the settlement of the Matara disturbances, and the instruction of the commissioners could only be of use if you had found something in their proceedings that could make it necessary to ask them for their mandate. This consideration probably made the Commissioners think that handing over their instruction was not included in the mandate given to them to give you, regarding their proceedings, all such information as you should request from them for a complete assessment of the state of the matter. However, to satisfy your desire, a copy of this Instruction is enclosed herewith, and we declare for your reassurance hereby that, regarding the granting or not granting of a reading of this Instruction, we gave no specific order to the aforesaid Commissioners. Paragraph 14: Declarations by the gathered crowd that they would not quiet down until the Honorable Dessave van Angelbeek had been removed from Matara have nowhere appeared to us to have been made in such a manner that one can attribute them with sufficient grounds to the account of the bulk of the people. Paragraph 15: We have also decided to ask you for further clarification regarding the difficulties that prevented you from naming to us in the said secret Report the spy who brought you the reports in the account Number 1 annexed to your secret Report, and what it means that you did not name him to us so as not to expose him to any danger; that is, what dangers you foresaw for this man if it became known to us that he had brought these reports from Kandy. Paragraph 16: You state in the secret Report that the discontent of the inhabitants arose from mistreatments and extortions endured and accumulated over many years past, from new burdens imposed that did not correspond with the Caste or birth and obligation of the inhabitants, without the addition of new rewards, while on the contrary the old rewards were taken away. Paragraph 17: Against mistreatments and extortions of the inhabitants by the native chiefs, both high and low, it is extremely difficult to provide in an adequate manner, and we do not doubt in the least that this evil, in the Matara district as well as elsewhere, is not yet entirely eradicated. We nevertheless trust that this will have been countered as far as possible, and insofar as it has not been possible to prevent this as completely as might be wished, this seems to have to be attributed to the cleverness of these native chiefs in doing these things in such a manner that it is not only very difficult, but usually entirely impossible, to convict them of it. That this must continually be prevented by all possible means goes without saying. Paragraph 18: The circumstances of times often require this or that new arrangement which cannot be avoided; thus, for example, about 20 years ago the carrying of cinnamon had to be imposed upon the corel peoples, because due to the scarcity of cinnamon there was otherwise not enough time left for peeling, but for this special service the people are paid. Also, for the plantations that were made on account of the Company in the Dessavony of Matara, maintenance allowances of paddy and money were provided to the inhabitants who were employed for that purpose about five years ago, but because the work did not answer to the expenses, the principal chiefs themselves pointed this out, and therefore that provision was no longer made; but since

Dutch transcription

ze niet weijnig gestrekt heeft om de verkleijning waar over uE klaagt te vermeerderen, zoude men eerst dienen te weeten, wie die kwalijk gezinde is door wien dezelve aan de misnoegden ge„ „zonden is, voor dat men daar over iemand aan„ „spreeken kan. §10: Het is voorts niet te begrijpen, hoe uE: zig aantrekken kan, dat de eerst ondergeteekende Gouverneur den Mohandiram van desselfs wild schutters aan deszelfs portz heeft ont„ „boden. §: 11: Het is ons niet bekend, waar uit zijn ontstaa„ de mistrouwende gevoelens die uE: in verschijde paragraphen van uE: geheim Rapport vertoond, specialijk daar uE: zig zelven vergelijkt bij iemand, die onder de swaarste verdenkingen leggende, en daar op pijnsende om de suiverheid van zijn gedrag aan het dag ligt te brengen, over„ rast word door de aangenaame tijding, dat men hem voor onschuldig kend, en zijne onschuld aan de geheele waareld is gebleeken. Wij herinne„ „ren ons niet, dat we uE: niet steeds met een ge„ „past vertrouwen zouden hebben behandeld; zoo uE: nogtans mogte vermeenen, redenen te heb„ „ben a441 2820 ben om zig in dat stuk over ons te beklaagen, kan uE: zig daar over, des goedvindende, regtstreek nader verklaaren. § 12. Het is ligt te bedenken, dat de E:s Fretzen sam„ lant eenige tijd nodig gehad hebben, om zulke volumnieuse papieren, als ze aan uE: moesten overgeeven, in behoorlijke order te brengen; dat intusschen aan uE: eenige papieren ter lectura gezonden zijn, zegd uE: zelve bij uwen voorsz: secreeten brief van den 31. Julij niet te min heb„ ben we hier over, en over eenige andere bezwaar poincten, die bij uE: geheim Raport voorkoomen teegen voorsz: onze gecommitteerden, van hun ge„ vraagd en bekoomen het berigt, dat in Copia hier„ nevens gaat. §13. UE: was aan geen Instructie gebonden, maar had van ons een plein pouvoir tot de afdoening van de Matureesche onlusten, en de instructie van kommissarissen konde alleen te paskoomen, wanneer uE: iets in derzelver verrigtingen had gevonden dat konde noodig maken om hun na der zelver last te vraagen Deeze Consideratie heeft waarschijnlijk de Commissarissen doen denken, dat 't overgeeven van hunne instructie niet was Hei gen was begreepen onder de aan hun gegeevene Last, om aan uE: nopens hunne verrigtingen alle sodanige onderrigting te geeven, als uE:, ter volkoomene beoordeeling van den staat der zaake, van hun zoude verzoeken om egter aan uE: verlangen te voldoen gaat hiernevens een Copij van deze Jnstructie, en we verklaaren tot uE: geruestheid door deezen, dat wij omtrend het gee„ „ven of niet geeven van lecture van deeze In„ „structie, aan voorsz: Commissarissen niets in 't bijzonder hebben gelast. § 14. Verklaringen van de te samengerotte menigte, dat ze niet eerder zouden tot rust komen dan na dat den E: Dessave van Angelbeek van Matirie zoude zijn verwijdert, zijn ons nergens voorgekomen te zijn gedaan, op eene wijze dat dan, die met genoegzaame grond kan stellen op reekening van het gros van het volk. §15. Ook hebben we beslooten om van uE: nade„ „re opheldering te vragen over de swarigheden, die uE: hebben wederhouden om den spion, die E: de berigten, bij het agter uE: geheim Rap„ „port gevoegd relaas N:o 1, heeft toegebragt, bij gem: geheim Rapport aan ons tenoemen, en 2821 en wat 't zeggen zal, dat uE: hem aan ons niet genoemd heeft, om hem niet bloot te stellen aan eenig gevaar dat is, wat gevaaren UE: er voor deezen Man in voorzag, indien het bij ons bekend wierde, dat hij deeze berigten uit kandia gebragt §. 16. UE: zegt bij het geheim Rapport, dat 't misnoe, „gen der ingezeetenen is ontstaan, door zedert veele Jaaren herwaarts ondergaane en opgestapelde mishandelingen en knevelarijen, door opgelegde, en niet met de Casta of geboorte en verpligting der ingezeetenen overeenstemmende nieuwe lasten, zonder toevoeging van nieuwe belooningen; terwijl in tegendeel de oude belooningen afgenoomen wierden. §17: Tegens mishandelingen en knevelarijen der inge„ zeetenen door de inlandsche hoofden, zoo groote als mindere is het ten hoogsten moeijelijk op een toerijkende wijze te voorzien, en we twijffelen geen„ „zins dat dit kwaad zoo wel in het matiresche als elders, nog niet geheel is uitgeroeid we ver„ „trouwen nogtans dat dit na mogelijkheid zal zijn tegengegaan, en voor zoo verre men dat niet zoo volkoomen als wel te wenschen waare, heeft kun„ nen voorkoomen, schijnd men dit te moeten stellen op had. 1 Een op reekening van de behendigheid deezen inlandsche hoofden, om deeze dingen te doen op eene wijze, dat het niet alleen zeer moeijelijk, maar zelfs door„ „gaans geheel niet doendelijk is, hun daar van te overtuigen. Dat dit bij voortduuring door al„ „le mogelijke middelen moet worden belet, spreek van zelven. § 18. De omstandigheeden van tijden vorderen dik„ „wils deeze of geene nieuwe enrigtingen, die niet te ontwijken zijn; zoo heeft men bij voorbeeld het afdraagen vande kanneel, omtrend 20. Jaa„ „ren geleeden, de korls volkeren moeten opleg„ „gen, wijl er doorde schaarsheid van de kan„ „neel, anderzints geen tijd genoeg overschoot tot 't schillen, dog voor deeze bezondere dienst word 't volk betaald ook zijn voor de aanplan„ „tingen, die voor reekening van de Compagnie zijn gedaan, en de Dessavonij van Mature, aan de ingezeetenen, die daar toe zijn g'emploij„ „eerd, voor omtrend vijf Jaaren, maintementos van nelij en geld verstrekt, dog wijl 't werk aan de onkosten niet voldeed, hebben de prin„ cipaale hoofden dit selfs vertoond, en is daar„ „om die verstrekking niet meergedaan; dog zedert

NL-HaNA_1.04.02_3886_0379 view scan ↗

English

For some time now, maintenances of two parras of nelij per month have again been provided to the plantation workers. Other new obligations that might have been imposed on the inhabitants are unknown to us, just as it is also unknown to us that any old rewards have been taken away from the inhabitants, unless this might refer to some adjustments in the accommodations made around 20 years ago by the Honorable Senior Merchant Burnat when he was Dessave of Mature, pursuant to standing orders which command that one must, as far as possible, seek to grant accommodations from those regions that are most remote, and from which it is correspondingly difficult for the Company to collect the revenues due. If you nevertheless might be aware of any new obligations under which the natives have been placed, from which they ought to be relieved, or if any rewards to which they are entitled are being withheld from them, we shall receive your indications regarding this with great pleasure. Section 19. That the headmen in the Maturese Dessavony have made use of the opportunity of the insurrection of the inhabitants to release themselves from the obligations they had undertaken is very credible; but that the complaints of the people, stating that they had to work so excessively hard therein, have been greatly exaggerated, can already be judged from the fact alone that, in general, these obligations have either not been fulfilled at all, or only very deficiently, which will become clearer when one inspects all the plantations made piece by piece and sees what has been accomplished there during 4 or 5 years. If one then considers the great multitude of people among whom this work was divided, one easily sees how greatly these complaints have been exaggerated. In order to ascertain the truth that the inhabitants of the Maturese Dessavony do not have such great reasons as they claim to complain about the labor they performed for the native headmen who had committed themselves to certain plantings, and also to be able to see what measures are necessary for the future for the further promotion of this work, we have decided to instruct you, as is done hereby, to have a special survey made of all these plantings made by the headmen in the Maturese Dessavony as soon as circumstances will permit. In which investigation it will also be most convenient to examine the validity of the inhabitants' complaints that their own lands and gardens have suffered as a result of these plantings. Section 20. Regarding the complaint of the discontented cited by you in your secret report, that in the garden of Kappoegamme four hundred and seventy persons had to labor while receiving only a single parra of nelij per month, the Honorable van Angelbeek has testified that in this garden no more than 30 people of the Gajenaijke ever worked; and since this is a specific case that can be quickly investigated, you must have this inquiry conducted immediately, and therein have the bookkeeper Frankena, who made the disbursements, prove how much nelij he distributed to each man monthly. Section 21. In the investigation currently underway, the validity or invalidity of the complaints will also likely become clearer, namely that the overseers of the gardens supposedly made a practice of allowing the fences to be broken to pieces in order to have the opportunity to seize the cattle of the inhabitants. The Honorable van Angelbeek has declared regarding these complaints that he cannot recall that any complaints were ever lodged with him about such malicious conduct of the overseers of the gardens; that he sought, as much as possible, to accommodate the public regarding the impounding of cattle; that it would certainly be very hazardous to attempt to give an exact account of all the cattle that were impounded in the plantations and brought to Mature, nor which of the inhabitants paid any fine for the impounding of their cattle in the plantations, as it is hardly possible for one to recall such minor settlements of affairs among thousands of matters of greater importance; that he nevertheless believes it is an estimate on the very high side if he assumes there are ten persons who paid a small monetary fine of two or more schellingen according to the means of the owners for their impounded cattle, which fine was distributed among those who had impounded the cattle, whereas on the contrary there may perhaps be a hundred who received their cattle back again without paying any fine; that this fine was only taken in such cases where it appeared that the owners, out of malice, neglected to watch their cattle, and to whom their impounded cattle had already repeatedly been returned without any fine; that such cattle for which, after the lapse of several days, no owners came to Mature, were customarily handed over to the usual herdsmen, so that whenever the owners showed up later, these could also be returned to them, as has always been done as soon as the owners made themselves known. We therefore instruct you to have a further inquiry conducted with all accuracy following these statements of the Honorable van Angelbeek, so that it may be known what the truth of these complaints is, and that one may also

Dutch transcription

2822 zedert nu eenigen tijd zijn weder maintementos van twee parras nelij smaands, aande planta„ „gie werkers verstrekt. Andere nieuwe verplig„ „tingen, die de ingezeetenen zouden zijn opgelegd, zijn ons onbekend, zoo als ook ons onbekend is; dat aan de ingezeetenen eenige oude belooningen zouden zijn afgenoomen, ten zij dit mogte zien op eenige verschikkingen in de akkomodesans, nu voor omtrend 20: Jaaren gedaan door den E: opper„ koopman Burnat, ten tijde hij dessave van Ma„ „ture geweest is, uit hoofde van de leggende or„ „ders die beveelen, dat men zo veel mogelijk, de akomodessans moet zoeken te geeven uit zulke streeken, die 't meest afgeleegen zijn, en waar van 't de Comp: na mate van dien moeijelijk is, om de geregtigheid die er van inkomt, te doen afhaalen. zoo uE: nogtans eenige nieuwe verpligtingen, waar onder de Jnlanderen gebragt zijn mogte bekent wee„ „zen waar van ze zouden dienen te worden ontslaa„ „gen, of ook dat hun eenige belooningen, waar toe ze gewettigd zijn, worden onthouden, zullen we uE: aanwijzingen daar omtrend met veel welgevallen ontvangen. §. 19. Dat de hoofden in de Matureesche Dessavonij, van recht net lan„ aan tos van de geleegendheid van den opstand der ingezeete „nen gebruijk gemaakt hebben, om zig vande ver„ bintenissen die ze op zig genoomen hadden te ont„ slaan, is zeer geloofbaar; dog dat 't klagen van het volk, dat ze daar in zoo buijten matig hebben moeten werken, zeer vergrootend is opgegeeven, is reets daar uit alleen te beoordeelen, dat over het algemeen of geheel niet, of niet dan zeer ge„ brekkig aan deeze verbintenissen is voldaan, het geen nadere zal blijken, als men alle de gedaane aanplantingen van stuk tot stuk na gaat, en ziet wat ier geduurende 4. of 5. Jaaren verrigt is Als men nu daar bij bedenkt de groote meenigte van menschen, waar over dit werk heeft gerouleerd, ziet men ligt, hoe zeek deeze klagten zijn geëxagereerd, om van de waar„ heid, dat de ingezetenen van de Materesche Des„ „savonij geen zoo groote redenen hebben, als ze voorgeeven, om zig te beklaagen over den arbeijd, die ze gedaan hebben voor de inlandsche hoof„ „den, die zig tot eenige aanplantingen hadden verbonden, en om tevens te kunnen zien, wat maatregelen er voorden aanstaande nodig zijn, ter verdere bevordering van dit werk, hebben We 2823 We beslooten uE: te gelasten, gelijk geschied bij dee„ „zen, om een speciale opneem van alle deeze door de hoofden gedaane aanplantingen in de Materesche Dessavonij, te laaten doen, zoo dra de omstandighee„ „den het zullen kunnen gehengen. Bij welk onder„ „zoek ook bekwaamelijkst zal zijn na te gaan, de gegrondheid van der ingezeetenen klagten, dat hunne eijge landerijen en tuijnen bij deze aan„ „plantingen zijn komen te leijden. § 20. Op de door uE: bij deszelfs geheim Rapport aange„ haalde klagte van de misnoegden, dat in de tuijn van kappoegamme vier honderd zeventig koppen, onder 't genot slegts van een enkelde parra nelij smaands, hebben moeten arbeijden, heeft de E: van Angelbeek betuijd, dat in deeze tuijn nooijt meek dan 30: lijden vanden gajenaijke gewerkt heb„ „ben: en wijl dit een speciaal geval is, dat spoedig kan worden onderzogt, moet uE: dit onderzoek ten eersten laaten doen, en daar bij door den boek„ „houder Frankena, die de verstrekking gedaan heeft, laaten bewijzen, hoe veel nelij hij aan een elk Man maandelijks heeft verstrekt. §21. Bij het onderzoek dat tans onderhanden is, zal waarschijnlijk ook nader blijken de gegrondheid of 5 ge zee te het de na #ren a k 2 de 3 Des ebben of ongegrondheid der klagten, dat de opzigters, der tuijnen zig daar op zouden hebben toegelegd, om de hijningen telaaten stukken breeken, ten eijnde daar door geleegentheid te hebben, om de koebees„ „ten der ingezeetenen te kunnen opvatten. DE: van Angelbeek heeft omtrend deeze klagten ver„ „klaard, dat hij zig niet weet te herimneren, dat er immer of ooit bij hem, omtrend een zulk boos„ „aardig gedrag der opzigters van de tuijnen eeni„ „ge klagten zijn ingebragt; Dat hij zoo veel mo„ „gelijk, 't algemeen in 't opvatten der beesten heeft zoeken tegemoet te koomen; Dat 't zeeker zeek gehasardeerd zoude zijn om eene Juiste opgave van alle beesten, die in de plantagies opgevat, en na Matiore opgebragt zijn te willen doen, nog ook welke der inwoonderen, voor 't opvat„ „ten van hunne beesten in de plantagien, eeni„ „ge boete betaald hebben also het niet wel mo„ „gelijk is dat men zig diergelijke kleine afdoe„ „ningen van zaaken, onder duizenden van meer belang alle te binnen kan brengen: Dat hij in„ „tuisschen gelooft dat 't zeer hoog gereekend is, zoo hij aanneemt dat er tien perzoonen zijn, die eene klijne geld boete van twee en meer schellin„ „gen 2824 „gen na maate van 't vermoogen der eijgenaars, 12 voor hunne opgevatte beesten hebben betaald, en welke boete onder hen, die de beesten opgevat had„ „den, verdeeld wierd, terwijl daar en teegen mis„ schien honderd zullen zijn, die hunne beesten, zonder eenige boete te betaelen, weder terug be¬ „koomen hebben; dat deze boete alleenig genoo„ „men is in zulke gevallen, waar bij het blek, dat de eijgenaars uit kwaadaardigheid op hun„ „ne beesten wilden passen, en aan dewelke te meermaalen reeds hunne opgevatte beesten, zon„ der eenige boete waeren terug gegeeven; Dat zulke beesten, waar van, na verloop van eeni„ „ge daagen, geene eijgenaars op Mature ge„ „koomen zijn, na onder gewoonte zijn overgegee„ „ven aande gewoone verhoeders, ten einde wan„ „neer de eijgenaars naderhand opdaagden, ook die aan hun te doen terug geeven, zoo als steeds is geschied, zoo dra de eijgenaars zig hebben bekent gemaakt. We gelasten uE: derhalven, om na deeze betuijgingen van de E: van Angel, „beek met alle naukeurigheid nader onderzoek te laaten doen, op dat men mag weeten wat van de gegrondheid dezer klagten zij, en men ook te der „ mo„ lin„

NL-HaNA_1.04.02_3886_0384 view scan ↗

English

can also provide against this the better in the future. Section 22. Regarding what appears in your secret report, that several more such cattle have been pointed out, either in the garden in Talarme belonging to the former Dessave van Angelbeek and the free merchant Franchell, or in an oil mill of the latter, close to Mature, the Honorable van Angelbeek, having been questioned about this, has answered that nothing of this is known to him, that Franchell alone conducted the management over the garden in Palarme, and that he requests that a further statement under oath may be demanded from Franchell on this matter. You must therefore send orders to Mature that a statement under oath must be required from the free merchant Franchell, whether he ever received any cattle from the Dessave van Angelbeek, or through his procurement, whether for the service of the garden Talarme, his oil mill, or whatever else it might be, and that he will have to state specifically therein: 1. How he came by the cattle that were found in the aforesaid garden or in the oil mill, and which according to your secret report, have been returned to the owners. 2. For what reason he appealed to the testimony of the former Dessave van Angelbeek, that the latter would know that he had properly paid for the aforesaid cattle, or had come by them in a proper manner, as far as he personally is concerned; since the Honorable van Angelbeek declares never to have involved himself with helping him to cattle in any manner, other than by giving him, just as to all other inhabitants who requested it, permission to be allowed to purchase some cattle in the country for his business. Section 23. That the regulation assigns 2 amonams to the lascarins, whereas it gives only 12 amonams to a Mudaliyar, has no proportion, and is an obvious error. If one wished to comply with that, few of the Company's rights would remain. This has been seen through all times, yet rather than making a change in fixed arrangements known to the people, one has always tried to arrange it as well as possible with the accomodesans of the lascarins. One will nevertheless have to grant that now to the lascarins in the Matara district, so as not to deviate from what has been assigned to them, unless one can find another means instead. Section 24. We have already noted here before in Section 18 that the reassignment regarding the accomodesan lands occurred about 20 years ago now, and it will appear from the investigation instituted into it whether the interested parties, who according to your secret report have complained that many maintenance lands, which had been cultivated through their care and effort and were more fertile than others, had for some time been taken from them, and confiscated and leased out for the Honorable Company, were truly wronged thereby. But because, however this may be, one can already foresee beforehand that it will be exceedingly difficult to make a change therein again, we have resolved to ask your considerations, as we do hereby, and whether it could not be feasible to assign to each of those who declare themselves not to be satisfied with the accomodesan that they currently possess, instead thereof, for example four parras of paddy for each month that they are employed by the Company according to their obligation, and that on the other hand the accomodesans with which they are not satisfied be confiscated for the Company, whereby many difficulties would be prevented, besides that it will most likely also yield a much better account for the Company, and why it would even be very good if one could introduce such an arrangement generally throughout the entire Matara Dessavony. Section 25. To what extent the complaints of the inhabitants—that they have been employed by the chiefs completely improperly, beyond their obligation, for cultivating the Company's fields—are grounded, will further appear from the investigation. In the meantime you must furnish us with your considerations, whether, in order to prevent all reasons for complaining about this in the future, it could not be feasible that henceforth only the obligated goigamas were used for cultivating the Company's lands, on the footing as they are obligated to do of old, and have hitherto always done, and that further no others be used for this work than such as are inclined to do so of their own free will, and as one can best agree with them about it. That consequently, in so far as the aforesaid goigamas alone are not enough to cultivate the Company's fields, the native chiefs who are charged with the care thereof will have to come to an agreement regarding the remaining fields with the inhabitants who are inclined to do so, as best they can, and just and in such manner as is the custom among private individuals who have some lands that they have cultivated by others. Section 26. The vidanes and the mayorals are nowhere better provided for than in the Matara Dessavony; but because they are nonetheless not satisfied, and probably also will not be satisfied whatever reasonable arrangements one might wish to introduce, we have resolved, because it also will probably yield a better account for the Company

Dutch transcription

ook daar teegen in den aanstaande te beter. kan voorzien. § 22. Omtrend het geen bij uE: geheim Rapport voor„ „komt, dat er nog verscheijde zulke beesten aangetoond zijn, of in de aan den gew: Dessa„ „ve van Angelbeek en den vrijkoopman Tran„ chell toebehoorende tuijn te Talarme, of in een olie moole van den laatsten, digte bij Mature, heeft de E= van Angelbeek, hier na gevraagd zijnde, geantwoord, dat hem hier van niets bekent is, dat Franchel de directie over de tuijn te palarme alleen heeft gevoerd, en dat hij verzoekt dat van Franchell op dit stuk, een nadere verklaaring onder eede mag wor„ „den afgevraagd. UE: moet mits dien na Ma„ „ture orders zenden, dat van den vrijkoopman Franchell moet gevraagd worden een verkla„ ring onder eede, of hij immer vanden Dessa¬ ve van Angelbeek, of door deszelfs bestel¬ „ling, eenige koebeesten ontvangen heeft, het zij ten dienste van de tuijn Jallarme, zijne olie moole, of wat anders het ook zoude moe„ „gen zijn, en dat hij daar bij speciaal zal moeten opgeeven: 2825 1: Hoe hij gekoomen is aan de koebeesten, die in de voorsz: tuijn of inde olie moole gevonden zijn, en die volgens uE: geheim rapport, aan de eij„ „genaars zijn terug gegeeven. 2. Om wat reden hij zig op het getuijgenis van den geweezen Dessave van Angelbeek beroepen str heeft, dat deeze zoude weeten, dat hij de voorsz: koebeesten behoorlijk hadde betaald, of daar aan op eene betamelijke wijze, zoo verre hem per„ „soneel aangaat, gekoomen was; wijl de E: van Angelbeek betuijgd, zig nimmer te hebben be„ „moeijd, met hem op eenigerhande wijze aan koebeesten te helpen, dan met aan hem, gelijk aan alle andere ingezeetenen die daarom verzogt hebben, verlof te geeven om eenige bees„ „ten in 't land te moogen inkoopen tot zijn bedrijf § 23. Dat 't reglement de laskorijns 2. amm:s toe, legt, daar 't aan een Modliaar maar 12. amm:s geeft heeft geen proportie, en is een zigtbaa„ „re abuijs. zoo men daar aan wilde voldoen, zoude 'er wijnige van sComp: geregtigheeden overschieten Men heeft dit door alle tijden heen gezien, dog liever dan verandering te maken in be voor¬ twie, a a niets de o0„ sal in een vast gestelde schikkingen, bij het volk be„ „kent, heeft men het met de akkomodessans der lascorijns steeds zoo goed mogelijk zien te schik„ „ken. men zal dat noctans aan de laskorijns, in het maturese, nu moeten toestaan, om niet afte„ „wijken van het geen aan dezelve is toegeregt te zij meen een ander middel vinden kunnende plaats. §: 24. Ws hebben hier vooren § 18. reeds aangemerkt, dat de verschikkingen omtrend de akkomode„ lans landen, voor nu, omtrend 20. Jaaren is ge„ „schied, en het zal bij het onderzoek daar over aangesteld blijken, of de geinteresseerdens, die vol„ „gens uE: geheim Rapport, zig bezwaard hebben, dat veele onderhouds landen, die door hunne sorge en moeijte waaren gekultiveerd geworden, en meerder vrugtbaar waaren dan anderen, hun zedert eenige tijd zouden zijn afgenomen, en voor de E: Comp: ingetrokken, en verpagt ge„ „worden, werkelijk daar door zijn verongelijkt dan wijl hoe dit ook mogte zijn, men reeds voor af kan voorzien, dat 't ten hoogsten moeij„ elijk zijn zal daer in wederom verandering te maaken, hebben we beslooten uE: Conside„ „ratien 2826. „ratien te vraagen, gelijk we doen door deezen, en of 't niet zoude kunnen aangaan, om aan een elk der geenen, die verklaaren niet te vreeden te zijn met 't akkomodesan, dat ze tans bezitten, in= „steede van dien toeteleggen bij voorteeld vier par„ „ras nelij voor elke maand, dat ze volgens hunne verpligting bij de Comp: worden geempolijeerd, en dat daar en teegen de akkomodessans, waer mee„ te „de ze niet te vreeden zijn, voor de Comp: worden ingetrokken, waar door veele moeijelijkheeden zou„ de worden voorkoomen, behalven dat 't ook naast denkelijk, veel beetere rreek: voor de Compe„ „nie geeven zal, en waarom het zelfs zeer goed waaren, zoo men een zulke schikking door de geheele Matureesche Dessavonij generaal kon„ „de invoeren. §: 25:' Jn hoe verre de klagten der ingezeetenen, dat ze door de hoofden gants oneijgen, boven hunne verpligting, tot 't bearbeijden van 'sComp:s velden zijn geemploijeerd, gegrond zijn, zal bij het on„ derzoek nader blijken intusschen moet uE ons dienen van UE: Consideratien, of het, om in 't ver„ „volg te voorkoomen alle redenen van klagen daar over, niet zoude kunnen aangaan, dat voortaan te„ 8 voortaan alleen de verpligte gooij namdes wier„ „den gebruijkt, tot het bearbeijden van 'sComp:s landen, op dien voet als ze dat van ouds verpligt zijn, en tot nog toe altoos hebben gedaan, en dat voorts geene andere tot dit werk worden ge„ „bruijkt, dan zulke die geneijgt zijn dat uit vrije wil, en zoo als men zig daar over met hun best verstaan kan, te doen. Dat mitsdien voor zoo verre de voorssz: gooijnamdes, alleen niet genoeg zijn om sComp:s velden te bearbeijden, de inlandsche hoofden, die met de zorge daer over zijn belast, zig nopens de overige velden met de ingezeetenen, die geneijgt zijn dat te doen, daar over zullen moeten verstaan, zoo als ze best kun„ „nen, en even en zodanig, als dat de gewoonte is onder partikuliere, die eenige landen hebben die ze door andere laaten bewerken. §. 26. De vidaans, ende Majoraals zijn nergens be„ „ter bedeeld, als in de Materesche Dessavonij; dan wijl ze des niet te min niet te vreeden zijn, en waarschijnlijk ook niet te vreeden zul„ „len weezen, wat redelijke schikkingen men bok mogte willen invoeren, hebben we beslooten, wijl het ook waarschijnelijk beeter reek: voor de Comp:

NL-HaNA_1.04.02_3886_0389 view scan ↗

English

Company will give, to ask your Considerations, as is done hereby, whether in order to cut off these complaints at once, it would not be better to exempt the vidaans and majoraals in the entire Matara Dessavony in the future from the delivering of pehindoes and adoekoes, and that in return for the Company were to be withdrawn the hoeandiram which they enjoy, to be farmed out either separately or under the usual leases, and on the other hand to pay in money the amount thereof to all servants who travel in the Company's service, and to whom up to now, according to the custom of the country, adoekoes and pehindoes have been provided. Paragraph 27. Although on account of the necessity which gave cause thereto, we approve that you have given preference to the Sinhalese in the farming of the nelly duty over the Moors, we have nevertheless, because it is probable that the leases will thereby decrease noticeably, resolved to ask your Considerations, as we do hereby, whether to prevent this arrangement having all too disadvantageous consequences, it would not be feasible that the nelly in the Matara Dessavony henceforth be farmed out by auction with ascending bids only, instead of by descending bids. Paragraph 28. The pay of the Pandare or Kandyan, mentioned in your secret Report, has not been taken away from him, but the same has only not been paid to him for some time, according to a private order of the first undersigned Governor, because this man is said to possess sufficient means of his own to subsist, and therefore to try whether one could not relieve the Company of this burdensome expense; moreover, the extradition of this Pandare has been requested several times by the first envoy of the Court, although not publicly, yet with great emphasis, and it seemed somewhat offensive, at the same time that his presence in the Company's lands was acknowledged, to pay him a monthly allowance for his maintenance. Upon your proposal, his pay may nevertheless provisionally and until one sees whether it is further necessary, be paid out to him again in the customary manner. Paragraph 29. Regarding your request that the Honorable van Angelbeek declare what reasons moved his Honor not to accept the junior merchants van Schuler and de Vos in the capacity of Commissioners of the Galle Administration, and to show that required honor, the said Honorable van Angelbeek has declared not to know on which part of his proceedings rests the supposition that he would have refused to receive the junior merchants van Schuler and de Vos as deputies from the Galle Council; and because no proof thereof has come before us either, we have resolved that in that regard, as is done hereby, further clarification shall be requested from you, as well as a further indication of what the required honor consisted of that the said Dessave van Angelbeek is alleged to have refused to show to the said junior merchants. Paragraph 30. On the remaining 11 articles, concerning which you requested clarification, the necessary remarks have already been made here before. Paragraph 31. Furthermore, we accept your unprompted assurance that the proposing of the aforementioned 12 articles does not proceed from any ill will or revenge, and we do repeat hereby our satisfaction with the trouble taken by you to bring the Matara inhabitants to peace, for which we have already thanked you and now further thank you hereby. For the rest, after greetings, we remain, was signed, As before, in the margin, Colombo the 17th September 1790. We have received your secret Letter of the 17th of this month. The unfit and unserviceable iron cannons found and langrel shot, mentioned in the accompanying return received from Captain Chevret, may be sent as ballast to the Netherlands with the forthcoming return ships, along with the ballast iron of the packet boat Maria Louisa. By the resolution of Their High Mightinesses of the 5th March 1789, of which a copy was sent to you along with our circular letter of the 11th of this month, an exception is expressly made from the prohibition against admitting foreign warships or armed troops in the case of the utmost necessity, and you must therefore act accordingly. Ships that sail solely for merchant trade, as according to your aforementioned letter the ship of Captain Datusan is, are not warships, although they may once have been used as warships. We approve the decision taken by you by secret resolution of the 4th of this month to release the arrested Willegodde Appu and his son-in-law from their detention, provided that the first-named shall remain banished within the fortress until further orders, and to have the complaints of the mob gathered at Mapalagama investigated by the council members Martheeze and De Ly. We also approve the decision taken by you by the aforementioned resolution to provide Matara with some weapons, ammunition, and provisions. For the rest, after greetings, we remain, was signed, As before, in the margin, Colombo the 23rd September 1790. We have received your separate letters of the 27th August and 9th of this month. We do not understand whereon the point appearing in your Considerations...

Dutch transcription

2827 Comp: geeven zal, UE: Consideratien te vraagen, gelijk geschied door deezen, of 't om deeze klagte op eenmaal aftesnijden, niet beeter waake, om de vidaans en Majoraals in de geheele Materesche Dessavonie, voor den aanstaande te ontslaan van het opbrengen van pehindoes en adoekoes, en dat daar en teegen voor de Comp: wierden inge„ „trolken de hoeandiram die ze genieten, omte„ worden verpagt het zij afzonderlijk, dan wel onder de gewoone pagten, en om daar en teegen aan alle dienaren, die in sComp:s diensten rij„ „zen, en aan dewelke tot hier toe naar slands gebruijk, adoekoes en pehindoes verstrekt zijn, het bedragen daar te betaalen ingeld. §: 27. schoon we uit hoofde van de noodzakelijkheid, die daar toe aanleijding heeft gegeeven, appro„ „deeren dat uE: aan de singaleeschen, de prefe„ „ventie in het pagten van de nelij geregtigheid heeft gegeeven, boven de mooren, hebben we eg„ „ter, wijl het vermoedelijk is, dat hier door de pagten merkelijk zullen daelen, beslooten, uE: Consideratien te vraagen, zoo als we doen door deezen; of ter voorkooming, dat deze schik„ „king geen al te nadeelige gevolgen heeft het niet en niet zoude kunnen aangaan, dat de nelij in de Materesche Dessavonij voortaan wierde verpagt, in, steede van bij afslag, alleen bij den opslag= §. 28. De bezolding van de Pandare of kandiaen, ver„ „meld bij uEE: geheim Rapport is hem niet ontnoomen maar is dezelve hem alleen voor een tijd lang niet betaald, volgens een partikuliere aanschrijving vanden eerst ondergeteekende Goeverneur wijl dee„ „ze man gezegt word, van zig zelve vermoogen ge„ „noeg te hebben om te kunnen bestaan, en ommits dien eens te probeeren, of men de Comp: van dee„ „ze last post niet zoude kunnen ontslaan; Bo„ „ven dien is de uitteevering van deze Pandare, door den eersten gezant van 't Hof verscheijdene keren, schoon niet publiek, nogtans met veel na„ „druk verzogt in 't scheen wat aanstotelijk, tege„ lijker tijd dat men het aanweezen van hem in sComp: landen ontvingst, hem een maandgeld tot zijn onderhoud te betaalen op UE: voor„ „dragt mag hem zijne bezolding egter voor eerst„ en tot dat men ziet of 't verder nodig is, in H. stelte wederom worden uitgekeerd. §. 29. Op uE: verzoek, dat de E: van Angelbeek zig zoude verklaaren, welke redenen zijn E: bewoogen 2828 bewoogen hebben, de onder kooplieden van schulck en de Vos niet in de qualiteit van Commissa= „rissen vande Gaalsche Regeering te accepteeren, en dat verpligt houneur te bewijzen, heeft gem: E: van Angelbeek betuijgd, niet te weeten op welk gedeelte zijner verrigtingen neer komt, de onderstelling dat hij de onder kooplieden van schu„ „ler en de vos, zoude hebben geweijgert te ont„ vangen als gecommitteerdens dit de Gaalsche Raad; en wijl ook daar van geene blijken aan ons zijn voorgekoomen, hebben we beslooten dat derwe„ „gens, zoo als geschied bij deezen, nadere ophelde„ „rring van UE: zal worden gevraagd, als mede een nadere aanwijzing, waar in bestaan heeft het verpligt honneur, dat gew: Dessave van Angelbeek zoude geweijgert hebben aan gem on„ der kooplieden te bewijzen. §. 30. Op de overige 11. artikelen, waar omtrend uE: opheldering heeft verzogt, is reeds hier vooren het nodige geremarqueerd; §. 31. Voorts berusten we in uE ongevergde betuij„ „ging, dat 't voordraagen van de voorsz: 12. arti„ „hulen, niet uit eenige quaad gezindheid of wraak voorkomt, en wel herhaalen door deezen ons genoegen over Aan als vooren. over de moeijte door uE: genoomen, om de Ma„ „tivreesche ingezeetenen tot rust te brengen, waar voor we uE: bereeden hebben bedankt en nu na„ „der bedanken door deezen. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „lombo den 17:' September 1790. Wij hebben ontvangen uwen secneeten Brief van den 17. dezer. De onbequaame en onbruijkbaare ijzere kanons vond en lang scherpen, vermeld. bij de daarnevens ont„ vangene opgave van den Capitain Chevret, moogen nevens 't ballast eijzer van de paket boot Marc„ „a Louisa, met de aanstaande retour scheepen voor ballast na Nederland worden verzonden. Bij de resolutie van Hunne Hoog Mogenden van den 5. Maart 1789. waer van uE: copij is toege„ zonden nevens onzen circulairen brief van den 11. dezer, word van het verbod teegen het ad„ mitteeren van vreemde oorlog scheepen of ge„ waapende Manschappen stellig uitgezonderd het geval van aller uitterste nood, en moeten uE: 2829 Aan als vooren. yp UE: zig mits dien daar na rigten scheepen die alleen ter koopvaardijg vaaren, gelijk volgens voorsz: uwen brief die het schip van kapt: Datud„ „san zijn geen oorlog scheepen schoon ze eer tijd tot oorlog scheepen moeten zijn gebruikt. Wij approbeeren uE: genoomen besluijt bij secreete resolutie vanden 4. dezer, om den gearresteerden willlegod de Appoe en zijn schoon zoon uit hunne detentie te laaten ontslaan, mits dat de eerst genoemde tot nader order binnen de vesting ge„ „bannen zal blijven; en om de klagten van het te Mapelgam zaamengerotte volk, door de raadsleeden Martheeze en De lij te laaten onder„ „zoeken. Ook approbeeren we UE: bij voorsz: resolutie genoo„ „men besluijt, om Mature van eenige wapenen, ammonitien en provisien te voorzien. Wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:/ /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Kolombo den 23:e 7ber: 1790. Wij hebben ontvangen uE: apparte brieven van den 27. augustus en 9. dezer. tyje Wij begrijpen niet waar op het in UE: Consideratien, voor„ „koomende Ko„ rd ten

NL-HaNA_1.04.02_3886_0394 view scan ↗

English

Coming to what is contained in your aforementioned separate letter of August 27 regarding the mudaliyars Tinnekoon, De Saram, and Goeneratne, it amounts to this: that in your opinion, the depositions must serve only for future guidance and should not be considered in such a way as to summon the said chiefs to Colombo now and have some formal investigations conducted before a Judicial Commission. In our letter of August 24, to which your aforementioned letter serves as an answer, we wrote nothing of the kind. With regard to these chiefs, we literally said in the letter of August 17: "The native chiefs whom, on the basis of the received documents, we think ought to be removed from the Matara Dessavony the sooner the better, are in particular the mudaliyars Tinnekoon, Goeneratne, and De Saram; to summon them directly to Colombo would, if they are truly guilty, arouse too great a suspicion in them. We have therefore resolved to make it known to them in a confidential manner that the Lord Governor desires to speak with them in person, and that it will consequently be pleasing to His Honour if they come to Colombo for an excursion." In addition, we ordered that the dessave of Matara should be instructed by a secret letter that whenever the aforementioned three mudaliyars requested His Honour to make an excursion to Colombo, he should be permitted to grant them this, unless there were reasons that might initially advise against it. Regarding your explanation in your secret letter of August 27 concerning what appears in your secret letter of the 20th preceding it, and about which we requested further clarification in our secret letter of the 24th of the same month, we only observe for the present that if one were to proceed upon such depositions as you take as the foundation of your opinion regarding the Maha Mudaliyar, no one henceforth would be secure in his honor, nor in his life. It would have been very desirable if Madoegoddege Appoe could have been detained at Galle, even if he had shown some displeasure about it. He was appointed Mohandiram of the Galle Guard for this very reason, so that there would be a reasonable motive to keep him out of the Matara Dessavony. It is not clearly evident from your secret letter of August 27 whether Madoegodde Appoe departed quietly and without your permission from Galle to Matara; however, from what we have noted above, we think we may establish that you did not give him permission for this, and it would therefore have been very desirable if you, as soon as it became known that he had packed off from Galle, could have found an opportunity to send men after him immediately in order to call him back, and if necessary to bring him back against his will if he refused to come. We desire to know the reasons why this did not happen. It was certainly not for lack of will, but for lack of ability, that he failed to throw the Matara Dessavony into turmoil once again. We shall shortly appoint some servants for Matara and have them depart thither as soon as possible, in order to be employed by the Honorable Dessave of Matara according to necessity and the state of affairs. Meanwhile, you must recommend the Honorable Matara Dessave to ensure that the arrangements made by your mandate of July 7 are accurately carried out. For the rest, after greetings, we remain, was signed, as before. In the margin: Colombo, September 23, 1790. According to reports received, Madoegodde Appoe passed Roeanelle on the 19th of this month with Baddewokke Aratchi of the grasshopper-catchers and three other Matara inhabitants, and from there they are said to have continued their way to go to Kandy. Further reports say that they returned to Roeanelle on the 25th or 26th, and these reports further say that from there they went towards the side of Saffragam. We give you notice of this for your information, and you must also give notice of this as soon as possible to the Honorable Dessave of Matara. For the rest, after greetings, we remain, was signed, as before. In the margin: Colombo, September 29, 1790. To the same as before. We have received your secret letter of the 5th of this month. The report of the Honorable Dessave Raket mentioned therein—namely that, upon the received news that Madoegodde Appoe and Baddewokke Aratchi had not only returned to the Matara Dessavony, but were also actually busy stirring up unrest anew, in consultation with the Mudaliyar Ilangakoon and other native chiefs, we had given the Mudaliyars De Saram and Tillekeratne two small military detachments in order to get the aforementioned ringleaders and, if possible, also some of their rabble into our power—was evidently made to you not only so that you would have knowledge of it, but especially to receive your approval thereof and further such orders as might serve for his further instruction in this matter. Your answer sent thereupon to the said Dessave, that you hold what His Honour has seen fit to carry out as communicated, is therefore entirely inappropriate. You would also have done better to give the said Dessave a definite answer to his question for positive

Dutch transcription

koomende bij voorm: uwen apparten brief vanden 27. aug=o met betrekking tot de modliaars Tinne„ koon, de Saram en Goeneratne, neerkomt, dat volgens uE: gevoelen, 't gedeponeerde alleen tot na„ „rigt voor den aanstaande moet dienen, en niet zo„ „danig in aanmerking moet koomen, om daar op ge„ „dagte hoofden nu kolombo opteroepen en voor eene Justitieele Commissie eenige formeele onderzoeken te laaten doen. Bij onzen brief van den 24. aug=s waar op voorsz: uwe brief in antwoord diend, hebben we niets diergelijks geschreeven. Wij heb„ „ben met betrekking tot deeze hoofden, bij brie„ ve van den 17. aug=s woordelijk gezegt. De inland„ „sche hoofden, die we uit hoofde van de ontvan„ „gene stukken denken, dat hoe eer hoe beeter uit „de Matureesche Dessavonij dienen te worden ver„ „wijderd, zijn inzonderheid de modliaars Tinnekoon „Goeneratne ende Saram om hun direct op te ont„ „bieden na kolombo, zoude zoo ze werkelijk schul„ „dig zijn, te groote agterdogt bij hun verwekken. „we hebben daarom beslooten, om hun op een ver„ „trouwelijke wijze te doen bekend worden, dat de „ heer Gouverneur verlangd hun in perzoon te spree„ „ken, en dat het zijn Edele mits dien welgevallig zijn 2830 „zijn zal, dat ze voor een springtogt na kolom„ „60 koomen. Hier bij hebben we bevoolen, dat de dessave van Mature bij een secreete brief zoude worden aangeschreeven, om wanneer de voorsz: drie modliaars zijn E: verzogte, om een springtogt te doen na kolombo, hun dat temoogen toestaan, ten zij er redenen waaren, die dat voor eerst mog„ „ten ontraaden. Op UE: explicatie bij uwen secreeten brief van den 27. aug=s over het geene voorkomt bij uwen secveeten brief van den 20. daar toe vooren, en waar over wij een nadere opheldering gevraagt hebben bij on„ zen secreeten brief van den 24. derzelver maand, merken we voor 't teegenwoordige alleen aan, dat zoo men op zulke depositien, als uE: legd tot grondslag van uE: opinie nopens den Mahosp„ modliaar, wilde aangaan, niemand voortaan verzeekerd zoude zijn van zijn eer, nog van zijn leven. Het waare wel te wenschen geweest, dat Madoegod„ „dege appoe te Gale hadde kunnen worden aan„ gehouden, al was het ook dat hij daar over wat misnoegen liet blijken. Wij was even daarom tot Mahandiram van de Gaalsche guarde aangesteld, p den allig op dat men een billijk motief zoude hebben, om hem dit de Matureesche Dessavonij te houden. wet blijkt wel niet klaarlijk uit uwen secreeten brief van den 27. aug=s of madoegodde appoe stil en zonder daar toe uE: verlof te hebben, is vertrokken van Gale na Mature, dog we denken, uit het geen we hier boven hebben aangemerkt, te moogen vast stellen, dat UE: hem daar toe geen verlof gegeeven heeft, en het waa„ „re daarom wel te wenschen geweest, dat UE: zoo dra het bekend wierd, dat hij zig van Gale hadde weg„ „gepakt, geleegendheid had kunnen vinden, om ihem dadelijk volk agter na te zenden, ten eijnde hem terug te roepen, en hem des noods tegen wil en dank terug te brengen, zoo hij wijgerde te koo„ „men, we verlangen te weeten reedenen, waar om dat zulx niet is geschied. Het heeft hem zeker niet aan de wil maar aan vermoogen gehaperd om de Materesche Dessa„ „vonij andermaal in onrust te brengen. We zullen eerstdaags eenige bedienden appointee„ „ren voor Mature, en die ten eersten laaten ver„ „trekken naderwaards, om door den E: Dessave van Mature te kunnen worden geemplorijeerd na benodigdheid, en bevinding van zaaken. Jn„ „tusschen 2831 Aan als vooren. „tusschen moet uE: den E: Matureesche Dessave recommandeeren, om te zorgen dat de schikkin, „gen, gemaakt bij uE: Mandaat van den 7. Julij naukeurig worden uitgevoerd. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ en ge„ 10 „teekend:/ Als vooren /: in margiene:/ kolombo den 23:' 7ber: 1790. ge Volgens ingekoomene berigten is Madoegodde appoe met Baddewokke arraetje van de sprinhaan drae„ „gers en nog drie andere Materese inwoonders den 19. deezer te Rocanelle gepasseert, en zouden ze van daer hunne weg hebben vervolgt om te gaen na kandia Nadere berigten zeggen, dat ze den 25. of 26. te Roeanelle zijn teruggekoomen, en zeg„ „gen deze berigten wijders dat ze vandaer zoude zijn gegaen na de kant van de saffregam= We juw: geeven uE: daar van kennis tot „ narigt, en moeten uE: ook hier van ten eersten kennis geeven, aen den E: Dessave van Mature. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond) /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 29. ' 7ber: 1790. Aan a Jn„ Aan als Vooren. ly Wij hebben ontvangen uwE: sekreete brief van den 5. dezer. Het berigt van den E: Dessave Raket daar bij vermeld, dat wij namentlijk op de erlangde tijding, dat Ma„ doegedde Appoe en Baddewokke Arraatje in de Matureesche Dessavonij niet allen waaren terug ge„ „koomen, maar ook werkelijk beezig waeren om op nieuw onrust testooken, met overleg van de Modli„ aar Hangakoon en andere Inlandse Hoofden, en, aan de Modliaars De Saram en Tillekeratne hadde gegeeven twee klijne Militaire detachementen, om gem: voervinken en was het mogelijk ook eenige van hun gespuijs, in onze magt te krijgen, is blijkbaar aan uE: gedaan niet alleen op dat uE: daar van zoude kennis draegen maar inzonderheid om daar op van ruwE: te ontvangen der zelven goedvinden en voorts zodanige beveelen als in dezen zoude kunnen strekken tot zijn verder instruktie. UE: antwoord daar op aan gem: Dessave gezonden, dat uE: het geene zijn E: goedgevonden heeft te bewerkstel„ „ligen, voor de gekommuniceert houden is mids dien gants niet passelijk- Ook zoude uE: beeter gedaan hebben aangem: Dessave te geeven een bepaald antwoord op zijne vraage om stellige

NL-HaNA_1.04.02_3886_0399 view scan ↗

English

positive order, in case the prominent native Chiefs were to request him for a stronger detachment, up to 40 to 50 heads in number under a European officer, in order to disperse the mutinous gang, than to fob him off with complicated remarks and recommendations, from which one can expect little else than that they will have brought the Dessave into considerable embarrassment, and that they especially may give rise to irresolution, which on this occasion could bring about ruinous consequences. In particular, we do not see to what purpose for the Dessave on this occasion your recommendation will serve, that he must carefully consider the difference that exists between an actual riotous gathering of many consenting inhabitants from several provinces, and the rebelling of a few mutinous rascals like Madoegodde Appoe and his followers. That Madoegodde Appoe and his followers must be stopped in their evil intentions the sooner the better, speaks for itself. It could therefore be no point of doubt for you whether this should be done or not, and we do not understand how you could have found difficulty, upon the Dessave's specific question in the case presumed by him, positively to authorize him to send out a detachment of 40 or 50 heads under a European officer to disperse the mutinous gang, and even of a stronger detachment if it were necessary. We expect that you will let this remark of ours serve for your information, and we find nothing further to remark on the sending of a pair of Councillors, except only that on occasions such as these, immediate executions of what must be put into effect for that moment are more appropriate than long-lasting consultations. We can hardly understand how Madoegodde Appoe has dared to venture to come again into the Maturese Dessavony, but what particularly surprises us is that Don Simon Mohandiram and Chief of the Kandebaddepattoe still asks for orders as to what he is to do if the aforementioned Madoegodde Appoe and Badewokke Arraatje, whom he has allowed to pass unmolested through the Kandebadde Pattoe, were to appear in his pattoe again, whereas we think we may rest assured that you will have taken care long ago to have him and all other Chiefs of the korles and pattoes properly instructed on that matter. If this has been done, as we think we may not doubt, the statement of this Don Simon in his ola, that he has up to now no orders on this matter, would be so suspicious that one could not help thinking that he is in agreement with Madoegodde Appoe and Baddewokke Arraetje. This very natural observation certainly cannot have escaped you, and it surprises us all the more that nothing is said in clarification thereof in your aforementioned letter. You must report to us what has been undertaken by you against Madoegodde Appoe after he made off from Galle, and there must be sent to us copies of the orders that have since been issued by you concerning him to Mature, both before and after the receipt of our secret letter of 5 September last. To the same as before. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood and signed: As before, in the margin: Colombo, 8 October 1790. In accordance with the proposal made by you in the secret letter of the 10th of this month, you must order the Honorable Dessave Raket to recommend to all the Maturese Chiefs of the korles and pattoes to exercise all possible vigilance and to take the surest measures to apprehend Madoegodde Appoe at once when he appears again in the Company's territory and to transport him to Mature, with all further such recommendations to the aforementioned Dessave as you shall find to be of service in this matter; and to whoever shall deliver this ringleader, a reward of one thousand rixdollars may be promised. We do not even understand why the aforementioned orders have not been drawn up long ago. Why these orders should have to be drawn up in secret, we likewise do not understand. We nevertheless leave it deferred to you to do that in such a manner as you shall find appropriate for the greatest service of the Company and for the further promotion of the objective to get this evildoer into hands. However, to let it depend further on these means alone, we do not think to be advisable. You must therefore recommend to the Honorable Dessave Raket, in accordance with his proposal, to have some military detachments placed in the Morrua Korle and elsewhere in the country, where His Honor, in consultation with the Honorable Major Scheede, shall find it necessary. It is better to take these detachments somewhat too strong than too weak, and the Honorable Dessave must therefore be recommended to consult further with the Honorable Major Scheede on the strength thereof, and whether an officer ought not to be placed at the head of each of the same, so that military discipline is better maintained, and that it is thereby all the more prevented that the soldiers cause any nuisance to any of the inhabitants. Herewith you must write to the Honorable Dessave that he must, by the most capable means, provide for the maintenance of these detachments at the posts where they are stationed, and as much

Dutch transcription

2832 stellige order, ingevalle de voornaeme inlandse Hooden 8„ hem om een sterker kommando tot 40. â. 50. koppen in getal onder een Europees officier, kwaamen te verzoeken, ten einde de muijtende bende tever strooijen, dan om hem aftescheepen met ingewik„ „kelde aanmerkingen en rekommandatien waar van men niet veel anders kan verwagten, dan dat ze den Dessave in merkelijke verlegentheid zullen hebben gebragt, en dat ze inzonderheid aanlijding kunnen geeven tot besluijtenvloosheid, die ter dezer geleegentheid verdervelijke gevolgen zoude kunnen „na zig sleepen. Jnzonderheid zien we niet waer toe den Dessave, in deeze geleegentheid, strekken zal uE: aanbeveeling van wel temoeten overweegen het onder„ „scheid dat er is tusschen een werkelijke zaamenrot, „ting van veele over eenstemmende Jngezeetenen, uijt verscheide provintien en het rebelleeren van eenige wijnige muijtzieke knaapen gelijk Madoegodde ap„ „poe en zijn aanhang. Dat Madoegodde Appoe en zijn aanlang hoe eer zoo bee„ „ter in hunne booze voorneemens moeten worden ge„ „stuijt spreekt van zelve. Wet konde mids dien bij uE: geen point van bedenking uijtmaaken, of dit al of niet zoude worden gedaan, en we begrijpen dus om dus niet hoe uE: swaerigheid hebbe kunnen vinden om den Dessave op zijn speciaale vraage in het door hem veronderstelde geval, stellig te kwalificeeren tot het uijt zenden van een detache„ ment van 40: of 50. koppen onder een Europees offic„ „ciek om de muijtende bende te verstrooijen, en zelfs van een sterker detachement zoo het noodig was. We verwagten dat uE: zig deeze onze aanmerking zullen laaten strekken tot naricht, en vinden op het zenden van een paer Raeds lieden voortsniets aantemerken dan alleen dat in geleegentheeden als deeze, meer te pas koomen daadelijke uijt„ „voeringen van het geene voor dat oogenblik moet worden te werk gesteld, dan lang deurige raadplee„ gingen. We kunnen kwalijk begrijpen hoe Madoegod de appoe het heeft durven waegen, om wederom in de Matureese Dessavonij tekoomen dog het geen ons inzonderheid verwondert, is dat Don Simon Mo„ „handiram en Hoofd van de kandebaddepattoe, nli noch om order vraegt wat hem te doen staat indien gem: Madoegod de Appoe, en Badewokke arraatje, die hij door de kandebadde pattoe ongemoeit. heeft 2833 heeft laaten passeeren, wederom in zijn pattoe mog„ „ten verschijnen, daar we ons denken temoogen ver„ „zeekert houden dat uE: reeds lange zullen hebben zorg gedraagen om hem en alle andere Hoofden van de korls en pattoes, op dat stuk behoorlijk te doen instrueeren. Jndien dit is geschied, gelijk we daar aan denke niet te moogen twijffelen zoude het zeggen van deeze Don simen bij zijn ola, dat wij op dit stuk tot nog toe geen order heeft, zo nadenkelijk zijn dat men niet zoude kunnen nalaaten tedenken, dat wij het met Madoegod„ de Appoe en Baddewokke arraetje eens is, Dee„ „ze zeer natuurlijke aanmerking kan uE: zee„ „kerlijk niet zijn ontslipt, en het verwondert ons daarom temeer, dat ter opheldering vandien bij voorsz: uwE: brief niets word gezegt. UE: moeten ons berigten wat door uE: is tewerk gesteld tegens Madoegod de Appoe nadat wij zig van gale heeft weggepakt, en moeten ons daar„ bij worden gezonden kopijen der orders die door uE: nopens hem zedert na Mature zijn uijtge„ „vaerdigt, zoo voor als na den ontvangst van on„ zen sekreeten brief van den 5:e September J:o Leeden. en g king niets Wij Aan als vooren. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 8. ' October 1790: Overeenkomstig met het voorstel door uE: gedaan bij secreeten brief vanden 10. deezer moeten uE: den E: Dessave Raket gelasten, om aan alle de Materische, Hoofden der korls en Pattoes aan te beveelen, van alle mogelijke oplettentheid te besteeden en de zee„ „kerste maatregelen te neemen; om Madoegodde appoe„ wanneer wij weeder in 'sComp:s gebied verschijnd ten eersten op te valten en na Mature te transportee„ „rien, met alle verdere zoodanige aanbeveelingen aan gem: Dessave, als uE: in deezen zullen bevin„ „den te weezen van dienst, en mag aan de geenen, die deezen belhamel zal leeveren, een premie wwor„ den toegezegt van een duizend rijxd=s. We begrij„ „pen zelfs niet, waarom de voorsz: orders niet reets lange gestelt zijn. Waarom deeze orders zouden moeten worden gestelt in het geheim, begrijpen we insgelijks met. We laaten het nogtans aan UE: gedefereerd, om dat te doen op zulk eens wijze, als uE: dat ten meesten dienste vande Komp:s, en ter meerdere bevordering 2834 bevordering van het oogmerk om deezen boos„ doender in handen te krijgen, zullen bevinden te behooren. Om het nogtans op deeze middelen alleen verder te laaten aankomen denken we niet dat raad„ „saam zij UE: moeten daarom den E: Dessave Ra„ „ket aan beveelen, om overeenkomstig niet zijn voorstel eenige Militaire detachementen te doen plaatsen in de Morrua Korl en elders in het land, waar zijn E: dat met overleg van den E: Ma„ voor scheede zal nodig vinden. Deeze detactementen is het beeter wat te sterk dan te zwak te nee„ „men, en moet den E: Dessave daarom worden aan„ „bevoolen, om de sterkste daar van nader te over„ „leggen met den E: Majoor scheede, en of niet aan het Hoofd van elk derzelve behoord te worden gesteld een officier, op dat de krijgstugt te beeter onderhouden word, en dat daar door te meer worde voorgekomen, dat de zoldaaten aan niemand der ingezeetenen eenigen overlast doen. Wier bij moeten uE: den E: Dessave aanschrijven, dat wij door de bekwaamste middelen moet zor„ „gen voor het onderhoud van deeze detachemen„ „ten op de posten daer ze gelegd worden, en zoo veel

NL-HaNA_1.04.02_3886_0404 view scan ↗

English

matters must be arranged accordingly as much as possible, so that the inhabitants need not supply anything for their maintenance that could cause them any burden. Insofar as that is absolutely unavoidable, the items that are supplied must immediately be paid for in cash, not at the Company's ordinary prices, but at the market prices, and in such a manner as can best be agreed upon to the satisfaction of the sellers, even if the Company should have to bear some additional expenses for that reason. To the commanders of the detachments, who must be held accountable for the proper observance of this order, the necessary cash must be given along, and no payments may be made except in their presence. These payments must also be made directly to those persons themselves who have supplied anything, so that one is assured that the money reaches the right person. To prevent the dispatch of these detachments from making a wrong impression upon the inhabitants, you must instruct the Honorable Dissave, when issuing the aforesaid order, to write at the same time to the native chiefs of the korales and pattuwas that these detachments are about to march out in order to lend them the strongest hand, if necessary, in apprehending Madoegodde Appoe. And we therefore think that it would even be better that the aforesaid orders be given to the chiefs of the korales and pattuwas not in secret, but publicly and as the Dissaves are accustomed to issue their orders to them, so that not only the chiefs but also the inhabitants become acquainted with the motive for which the aforesaid detachments are being sent. According to our letter of the 23rd of September, we shall at once send to Mature the servants appointed by us for that purpose; meanwhile, the junior merchant De Vos, who according to your aforesaid letter of the 10th instant had only returned to Gale for a short time, must immediately depart thither again. In the ola written by the Lord Commander to Madoegodde Appoe shortly after he departed from Gale, and mentioned in your letter of the 11th instant, it was omitted to state the date, and that date must be reported to us. It must also be clearly stated to us in reply to this whether Madoegodde Appoe departed from Gale without having asked for and obtained permission thereto, or else how that occurred. As regards Baddewokke Aratchy, when he arrives in Gale pursuant to the ola written to him by the Lord Commander, he must immediately be interrogated, which interrogation must be sent to us with the utmost speed, and he must subsequently be detained in Gale until our further reply. If it is his intention to come, we think that upon receipt of this he will already be in Gale, or at least that he will already have departed from the Maturese Dissavony for Gale before the Dissave of Mature receives from you the orders mentioned herein. If not, then it would appear that one may safely assume that he has nothing but evil intentions, and that his message sent to the Lord Commander by Baddewokke Aratchy Wattorhamy is nothing but sheer deceit. We nevertheless leave it deferred to you and in particular to the Lord Commander to send such orders concerning him to the Honorable Dissave of Mature as you shall find proper. We think, meanwhile, that if he has not yet departed from the Maturese Dissavony for Gale when the Honorable Dissave Raket receives your orders, he should, the sooner the better, be seized by the neck, together with all those who belong to his faction and behave rebelliously. With much astonishment we have noted that which, regarding the conduct displayed by Captain Prophalow, appears in your secret letter of the 12th instant. From him there must at once be taken a written deposition as to how the matter occurred, and what moved him to proceed with such precipitancy, and without having previously reported to the Honorable Dissave Raket what gave cause thereto and having requested his orders, to such far-reaching acts of violence, which deposition must be sent to us at once. There must also be sent to us at once the report of the Honorable Major Scheede regarding the circumstances of this affair, and the said Scheede must remain in Mature for the present and until our further orders. We remain for the rest, after greetings, was undersigned and signed: As before; in the margin: Colombo, the 15th of October 1790. It is not only ridiculous, but it is even more or less dangerous, to allow such a vagabond as Madoegodde Appoe is to continue in such criminal practices as are mentioned in your secret letter of the 15th instant, without taking such measures against them as are necessary to preserve the country in peace and to protect the good inhabitants of the Company against the nuisance he causes them. If one can lay hands on Madoegodde Appoe, that will certainly be agreeable to us, but that which is primarily of importance is the preservation of peace in the country, and that the Company's inhabitants are no further ill-treated by this evildoer. You must consequently inform us of what the measures consist that, according to your aforesaid letter, have been devised by you. The

Dutch transcription

veel mogelijk de dirngen daarna moet schikken, dat de ingezeetenen tot hun onderhoud niets be„ „hoeven te leeveren dat haar, tot eenige n' last zoude kunnen verstrekken. Jn zoo voore dat volstrekt niet te ontwijken is moeten de dingen die gele„ „verd worden, aanstonds in kontant worden be„ „taald, niet na de gewoone komp:s prijsen, maek na de markts prijzen, en zoo als die dingen ten genoegen vande verkoopers best kunnen wor„ „de bedraagen, als is het ook, dat de komp: daar„ om eenige meerdere kosten zoude moeten draagen. Aan de kommandanten vande detachementen, die voor de behoorlijke nakooming deezer ordre moeten worden aanspreekelijk gemaakt, moeten de noodige kontanten worden meede gegeven en zullen geene afbetaalingen moogen worden gedaan dan in hunne presentie. Ook moeten deeze afbetaalingen ge„ „schieden aan die geene zelve, die iets geleverd heb„ het „ben op dat men verzeekert zij dat geld komt. aan den regten man. Om te voorkoomen dat het zenden van deeze de„ „tachementen, geen verkeerden in druk maakt op de ingezeetenen moeten uE: den E: Dessave ge„ „lasten om bij het stellen van voorsz: ordre, aan 2835 aan de inlandsche Hoofden vande korls en Paittoes tevens te schrijven, dat deeze detachementen staan uit te rukken, om aan hun tot het opvatten van hadd Madoegodde appoe te verleenen de sterkzt haad, indien het noodig zij, en we denken daarom dat het zelfs beeter zij, dat de voorsz: orders aande Hoof„ „den der korls en Pattoes gegeven worden niet in het geheim, maer publiek en zoo als de Dessaves gewoon zijn hunne orders aan dezelve uit te vaardigen, op dat niet alleen de hoofden maer ook de ingezeetenen kennis krijgen van het mo„ „tief, waer toe de voorsz: detachementen gezonden worden. Volgens onzen brief van den 23. ' 7ber:, zullen we ten eersten na Mature zenden de bediendens, door ons daar toe geappointeerd; intusschen moet de onder„ „koopman de vos, die volgens voorsz: uE: brieff van den 10: deezer, maer voor een korten tijd na gale is terug gekomen, ten eersten wederom na derwaarts vertrekken. Bij de ola door den Heer kommandeur aan Madoegod de weg appoe geschreeven kort nadat Wij van Gale is ovrege„ „gegaen en vermelt bij uE: brief van den 11: deezer, is verzuimt de dagteekening bekent te stellen, en moet ken de daar„ di ten ge e heb 73 de„ ge¬ dre ve moet ons die woorden opgegeven. Ook moet ons in ant„ „woord deezes duidelijk worden opgegeven of Madoe„ „godde appoestie van gale vertrokken is en zonder daar toe verlof te hebben gevraagd en bekoomen, dan wel hoe dat is in het werk gegaan. Wat Baddewokke Arvaatje aangaat, wanneer Wij op de ola doorden Heer kommandeur aan hem ge„ „schreeven te gale komt, moet wij ten eersten worden gehoord, welk verhoor ons ten aller spoedigsten moet worden toegezonden, en moet wij vervolgens tot ons naader antwoord te gale worden aangehouden. zoo het zijne intentie is te koomen, denken we dat wij bij den ontfangst deezes reets te gale zijn zal, of ten minsten dat wij reets uit de Ma„ teresche Dessavoni na gale zal zijn vertrokken, voor dat de Dessave van Mature van UE: ont„ „fangt de orders in deezen vermelt. zoo niet dan zoude het schrijven dat men het gerust daarvoor houden mog, dat wij niet dan kwaade oogmerken heeft, en dat zijn boodschap, gezonden aanden week kommandeur door Baddewokke Araatjige wattor„ „hamie, niet dan loutere bedriegerij is We laaten het nogtans aan UE: en in het bezonden aan den 2836 den Heer kommandeur gedefreert, om noopens hem aan den E: Dessave van Matiore zoodaanige bevee„ „len te zenden als uE: zullen bevinden te behooren. We denken intusschen dat zoo wij wanneer de E: Dessave Raket uE: orders ontfangt, nog niet uit de Materesche Dessavonie na Gale mogte vertrok„ „ken zijn, wij hoe eer zoo beeter diend te worden bij de kop gevat, met alle de geenen die van zijn aanhang zijn, en zig wederhoorig gedraagen- Met veel bevreemding hebben we gezien het geen, nopens de gehoudene konduites van kaptain Pro„ „phalow, voorkomt bij uwen sekreeten brief van den 12. deezer. van hem moet ten eersten worden genomen een geschriftelijk de klaratoiren; hoe zig de zaak heeft toegedraagen, en wat hem heeft bewogen, om niet zulk een precipitance en zonder alvoorens van het geene daar toe oorzaak gegeeven heeft, rapport te hebben ge„ „daan aan den E: Dessave Raket, en deeze zijne orders te hebben gevraagt, te zijn getreeden tot zulle verregaande daadelijkheeden welk de kla„ „ratoir ons ten eersten moet worden toegezonden. Ook moet ons ten eersten worden toegezonden het rapport van den E: Majoor scheede, noopens den ant„ Ma„ ken Jan Aan als vooren. den toedragt deezer zaake, en moet gemelde sche„ de voor eerst en tot onse nadere order op Mature blijven. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /: in margiene:/ kolombo den 15. ' October 1790. —. Het is niet alleen bespottelijk, maar het is zelfs min of meer gevaarlijk, zoo een vagabond als is Madoegod de appoe te laaten voortgaan in zulke misdadige bedrijven, als vermeld zijn bij uwen sekreeten brief van den 15. deezer, zonder daar tee, „gen te neemen zulke maatregelen, als noodig zijn om het land in rust te bewaaren, en de goe„ „de ingezeetenen van de komp teegens den overlast, die hij hun aandoet, te beschermen. zoo men Ma„ „doegodde appoe kan in handen krijgen zal ons dat zeek welgevallig zijn, doch het geen, waar op het voornaamelijk aankomt, is het bewaaren van de ruist in 't land, en dat scomp:s ingezeetenen door dezen boosdoender niet verder worden mis„ „handelt. UE: moeten ons mits dien bedeelen, waar in de middelen bestaan, die volgens uwen voorsz: brief bij UE: beraamd zijn. Het

NL-HaNA_1.04.02_3886_0409 view scan ↗

English

To as before The sending alone of a couple of small military detachments has caused Madoegodde Appoe to clear out of the Maturese Disavony, and we expect in reply to this to understand from you why similar means have not also been employed by you. In case Madoegodde Appoe may have continued, and still continues, in his criminal activities, you must, upon receipt of this, take into further consideration the most suitable means against it, and the Captain of the Korle, as land regent under the Commander, will have to give his advice in writing, not only regarding how far he thinks that a military detachment ought or ought not to be sent, but also, in case one must in his view be sent, where it must be stationed, and how it can best be provided with what is necessary. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before, in the margin: Kolombo the 17th October 1790. However difficult it is for us to believe that Madoegodde Appoe will come to Gale upon the ola sent to him by Baddewocke Arratje with two of his trusted persons, we have nevertheless, upon your secret letter of the 15th of this month, decided to await the effect thereof. The written advice of the overseer of the Gale Korle, mentioned in our letter of the 17th of this month, must nevertheless be sent to us at the earliest opportunity, and he must be asked for a written statement of what has been undertaken by him since the news was brought to him of the criminal steps taken anew in the Gale Korle by Madoegodde Appoe, according to your aforementioned secret letter. A written report must likewise be requested from the native Shahbandar regarding what has been undertaken and accomplished on his part against it. Meanwhile, while you await the effect of the aforementioned ola sent to Madoegodde Appoe by Baddewocke Arratje, we trust that you will not neglect to keep an eye on everything that can serve and is necessary for the preservation of peace in the country, and to protect the Company's inhabitants against the molestation that Madoegodde Appoe has already begun to cause them, as well as to ensure that no damage is done by him to the peeled cinnamon that was to be brought down to Gale. The statement of Baddewocke Arratje must be sent to us at the earliest opportunity. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before, in the margin: Kolombo the 19th October in the year 1790. That we, by our secret letter of the 15th of this month, ordered you to recommend the Honorable Disava Raket to have some military detachments placed, in accordance with his proposal, in the Morrua Korle and elsewhere in the country where his Honor, in consultation with the Major Scheede, should find necessary, was done not so much to capture Madoegodde Appoe and Baddewocke Arratje, but rather to preserve the peace in the country, and especially to prevent anything being undertaken anew to disturb it, whether by Madoegodde Appoe or by whomever else it might be. That we thereby wrote to you to recommend the Honorable Disava Raket to write at the same time to the native chiefs of the korles and pattus that these detachments are to march out in order to give them a strong hand in seizing Madoegodde Appoe, should it be necessary, was done principally to remove from all the inhabitants in the country any suspicious thoughts about the sending of these detachments. We therefore order you to write further to Matura what we prescribed to you in our aforementioned letter of the 16th of this month, which must be recommended by you to the Honorable Disava Raket on this subject. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before, in the margin: Kolombo the 22nd October 1790. Upon receipt of this, the six days will have well expired which you, according to your resolution of the 19th of this month, proposed to us to await the outcome of the measures taken by you concerning Madoegodde Appoe. If he is thus upon receipt of this not yet at Gale, it begins to be high time to take such measures as may serve to prevent the Company from being insulted any further on its own land and soil by this villain in so scandalous a manner. To prevent that, you must in the aforementioned case send a detachment of at least 50 men, commanded by a European officer, to Mapalagama. The commanding officer must be ordered by written instruction to maintain and cause to be maintained the strictest military discipline among his men, and that he will be held responsible if the least mischief occurs, or any nuisance in whatever respect it might be is done to the inhabitants in the country, whether on the march back and forth or during the time that this detachment is stationed in the country. The Captain of the Korle must himself go along, so that this our objective may be better fulfilled, and remain there until all necessary arrangements and provisions have been made in order to supply the troops with proper provisions; and we permit, as we have already written in our letter of the 15th of this month, that insofar as it may be necessary, some extraordinary expenses for that purpose [illegible]

Dutch transcription

2837 Aan als vooren Het zenden alleen van een paar klijne militaire detachementen, heeft Madoegod de appoe de Matu„ „reesche Dessavonij doen ruimen, en verwagten we in antwoord deezes van uE: te verstaan, waarom diergelijke middelen ook bij uE: niet zijn te werk„ „gesteld. Jngevalle Madoegodde appoe mogte zijn voortgegaan, en nog voortgaat in zijne misdadige bedrijven moeten uE: op den ontvangst dee„ „zes, de bekwaamste middelen daar teegen na„ „der in overweeging neemen, en zal de Capitain der korle, als landregent onder den heer Com„ „mandeur, schriftelijk moeten opgeeven zijn ad„ „vies, niet alleen in hoe verre hij denkt, dat een militaire detachement al of niet behoord te wor„ „den gezonden, maar ook ingevalle er een na zijn inzien moet worden gezonden, waar het moet wor„ „den gelegd, en hoe het op de beste wijze van het nodige kan worden voorzien. Wij, blijven voor het overige na groete /:onderstond:) /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom„ bo den 17:' 8ber: 1790. Hoe zeer we kwalijk denken kunnen, dat Ma„ „doegodde appoe naar gale koomen zal op de ola s s e en teen goe„ Ma¬ p en waar ola door Baddewokke arraetje, met twee zijn „ner vertrouwde perzoonen aan hem afgezonden hebben we niet temin op uwen sekreeten brief van den 15. dezer beslooten het effekt daer van aftewagten. Het schriftelijke advies van den opziender van de gale korle, vermeld bij onzen brief van den 17. dezek moet ons niet temin ten eersten worden toegezonden, en moet hem daer bij worden afge„ vraegt, een schriftelijke opgaave van het geen door hem is te werk gesteld, zeedert hem de tij„ „ding is toegebragt van de misdaedige stappen door Madoegodde appoe, volgens voorsz: uwen sekreeten brief, op nieuw in de Gale korl gedaen. Van den inlands sabandaek moet insgelijks een schrifte„ „lijk berigt worden gevraagt van het geene van zijn kant daer teegen is te werk gestelt en ver„ „rigt. Intusschen dat uE: afwagten het effeckt der voorsz: ola door Baddewocke arraetje aan Madoegod, „de appoe gezonden, vertrouwen we dat uE: niet zullen verzuijmen dn in het oog tehouden alles wat strekken kan en noodig is, tot de bewaaring van de ruste in het land, en om 'sComp=s ingezeetenen te dekken - 2838 Aan als vooren dekken teegen den overlast die Madoegodde appoe hun bereeds begin aentedoen, als meede, dat door hem geen schaede word toegebragt aan de geschilde kan„ „neel die naer Gale stond teworden afgebragt. De verklaering van Baddewocke voraetje moet ons ten eersten worden toegezonden. Wij blijven voor het overige na Groete /:onderstond:/ en ge„ „teekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 19:' 8 Ock: A:o 1790. Dat wij UE: bij onzen secreeten brief van den 15. deezer hebben gelast, den E: Dessave Raket aantebe„ „veelen, om overeenkomstig met zijn voorstel, eeni„ „ge Militaire detachementen te doen plaatsen in de Morrua Korle en elders in 't land waar zijn 5: dot met overleg van den 8: Majoor scheede, zoude noodig vinden, is niet zoo zeer geschied om Madoe„ „goditeappoe en Baddewocke arraatje tevangen als wel om de rust in het land te bewaren, en in„ „zonderheid te voorkomen dat nog door madoegod„ „dige appoe nog door wien het anders zoude mogen ondernomen die zijn iets worde aoesen de om„ op nieuw te storve; Dat we uE: daar bij hebben aangeschreeven, den E: Dessave Raket aan te beveelen, om aan de inland„ „sche Aan als vooren. „sche hoofden van de korls en pattoes tevens te schrijven, dat deeze detachementen staan uit te ruk„ „ken, om aan hun tot 't opvatten van Madoegodde appoe te verleenen de sterke hand, indien het nodig waare, is hoofdzakelijk geschied om aan de alle ingezetenen in het land e erge gedagten over het zenden van deze detachementen te beneemen. We gelasten uE: derhalven, om als nog na Mativrie aan„ te schrijven het geen wij uE:, bij onzen voorsz brief vanden 16. deezer, hebben voorgeschreeven, dat op dit onderwerp den E: Dessave Raket door UE: moet worden aanbevoolen. Wij blijven voor het overige na Groete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als vooren /: in margiene:/ kolombo den 22: 8ber: 1790. Bij ontfangst deezes zullen ruijm, verloopen zijn de ses daagen, die uE: volgens uw resolutie van den 19. deezer, ons hebben voorgesteld om afte„ „wagten den uijtslag der maatregelen door uE: nopens Madoegodde appoe genoomen. zoo wij dus bij ontfangst deezes nog niet te gale is, begind het roog tijd te worden om te neemen zodanige maatregelen als strekken kunnen om te om te beletten 2839 beletten, dat de komp: niet verder door dezen boos„ „wigt op haaren eijgen grond en bodem, op zoo een schandelijke wijze worde gehoord. om dat te voorkoomen moeten uE: in het voorsz: gevals, een detachement van ten minsten 50. Man, gekommandeerd door een Europese officier zenden na maplegam. De kommandeerende officier moet bij schriftelijke instruktie worden bevoolen om de strikste krijgslugjt onder zijn volk te onder„ „houden en te doen onderhouden en dat Mij er voor ver„ antwoordelijk zal zijn zoo er de minste baldadig„ heid geschied, of eenigen overlast in wat opzigt het ook zoude moogen zijn, worde gedaen aan de ingezeetenen in het land, het zij op de heen en we„ „der marsch dan wel geduurende de tijd dat dit de„ tachement in het land legt. De kaptijn van de kore moet op dat aan dit ons oog„ merk te beeter worde voldaen zelfs meede gaan en daar blijven tot dat alle noodige schikkingen en inrigtingen zijn gemaakt ten einde de troepes tot van behoorlijke leeftogt worden voorzien, en staen „we toe zoo als wel dat reeds bij onzen brief van den 15. dezer geschreeven hebben, dat in zoo verre het noodig zij daar toe eenige buijten gewoone ongel„ „den stond) b ge omte

NL-HaNA_1.04.02_3886_0414 view scan ↗

English

and be done. The Captain of the Korle must also ensure that the inhabitants in the countryside are properly informed before the detachment marches out that the aforesaid detachment is sent solely to protect them against the harassment that Madoegodde Appoe or other ill-disposed persons might wish to inflict upon them. The commanding officer of the detachment must also be instructed to be on his guard against this, and furthermore such orders must be given to him as Your Honours shall deem further necessary. If the Captain of the Korle, hindered by other business, cannot go along himself, the Mudaliyar of the Gate and Native Cabandaer Dias must be sent in his place. To the aforesaid detachment Your Honours must add one or two ranks of armed lascars, taken from the guard or other men who are best suited for this and most to be trusted. Madoegodde Appoe's crimes committed against the Sovereign of the country are so great and so notorious that no formal summons against him is necessary. Your Honours must therefore, at the same time that the aforesaid detachment is sent into the countryside, cause a notice to be published, both in the Galle Korle and in the Matara Dissavany, whereby everyone is ordered to apprehend Madoegodde Appoe, whenever he comes onto the Company's territory, whether alive or dead, with the promise of a reward of 1000 rixdollars to whoever delivers him alive into the hands of the Company, and of 500 rixdollars to whoever brings him in dead, whether at Galle or at Matara. If Your Honours have no other means that make Your Honours completely secure against the escape of Baddewocke Aratchi, he must provisionally be placed under civil arrest, and Your Honours must have him guarded there in such a manner that he does not escape. By our separate letter, written on 17 August last to the Honorable Commander Sluysken, we already ordered His Honour, if in his judgment there was no objection to it, to proceed at once with conducting the necessary investigation to elucidate the accusations against the native headmen, which appeared in the documents sent to us along with his secret report; and it is solely on account of the considerations he raised against it that we consented, by letter of the 24th following, not to conduct for the time being any sensational investigations that might cause any unease among anyone, whoever it might be. However, since Your Honours, by your secret letter of the 21st of this month, request our orders as to whether that which Badewokke Aratchi has stated in his declaration sent to us shall be further investigated and elucidated, we must assume that this investigation can now, in Your Honours' judgment, take place without objection. It is for that reason that we hereby order Your Honours to have a most thorough investigation made, not only into all that Badewokke Aratchi states in his aforesaid declaration, but also into everything that has furthermore been stated and may serve to provide any clarity on what occurred during the recent Matara disturbances. After greetings we remain, beneath was written and signed, As above, in the margin, Colombo, 26 October 1790. To Although it is disgraceful to enter into further dealings with such a depraved villain as Madoegodde Appoe is, we have nevertheless decided, upon your letter of the 24th of this month, to pass over this consideration and to authorize Your Honours, as is done hereby, to allow Madoegodde Appoe to come up to Galle in accordance with Your Honours' proposal in your said letter, under promise of forgiveness for the past provided he proves his accusations, as he undertakes to do, and provided that he arrives at Galle within a short time frame that must be set for him, the determination of which we leave deferred to Your Honours. As soon as he has arrived at Galle, this must be communicated to us, and he must then immediately and without any delay be heard before two members of the Council of Policy, who must instruct him to state distinctly and without delay: 1) The points of accusation which he in particular has to bring against each of the persons accused by him. 2) That he must at once specify not only the witnesses by name whom he has in proof of each point of his accusations, but also that he must state distinctly what each of these witnesses can testify with regard to each of these points. Until the time frame that Your Honours shall set for Madoegodde Appoe has expired, which time frame must be communicated to us without delay, we permit that our orders given by letter of today may remain suspended insofar as Your Honours shall deem that necessary. Your Honours must immediately send us a copy of the ola that is to be dispatched to Madoegodde Appoe. Furthermore, full translations must be sent to us of the two olas of which only the brief summary was communicated to us alongside your aforesaid letter of the 24th. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed, As above, in the margin, Colombo, 26 October 1790. We find it in the highest degree reprehensible that Your Honours have seen fit to leave unexecuted the positive orders given to Your Honours by our letter

Dutch transcription

„den en worden gedaen, De kaptijn vande kove moet ook zorgen dat de ingezeetenen in het land voor dat het detachement uijtrukt behoorlijk worden onderrigt dat voorsz: detachement alleen gezonden word, om hun te dekken tegen den overlast die Madoegodde appoe of andere kwaad gezinde hun zouden willen aandoen: De kommandeerende offi„ cier van het detachement moet ook worden aan„ „bevoolen dat wij daer teegens zal hebben te wa„ ken, en moeten voorts aan hem gegeven worden zodanige beveelen als uE: verder zullen noodig vinden. zoo de kaptijn van de korl door andere bezig„ heeden gehindert, niet zelve kan meede gaen, moet de Modliaar van de Porta en Jnlands Ca„ bandaer Dias in zijn plaets worde gezonden, Bij het voorsz: detachement moeten uE: voegen een & twee -randjes gewapende laskorijns, ge„ noomen uijt de garde of andere volk, dat zig daer toe het beste schikt en meest tevertrouwen is. Madoegodde appoe zijne misdaeden teegen den Heere van den lande bedreeven, zijn zoo groot en zoo te over bekent, dat 'er geen indaginge teegens hem noodig zijn. UE: moeten derhalven tegelijker tijd dat het voorsz 2840 voorsz: detachement word in het land gezonden, een bekentmaeking laaten doen, zoo wel in de gale korl als in de Materesche Dessavonie, waer bij een elk word aanbevoolen om Madoegod„ de appoe, wanneer Wij op 'sComp:s tevictoir, komt, op tevatten het zij levendig of Lood, met belofte van een premie van 1000. rd=s, aan de geene die hem levendig in handen van de komp: zal leveren, en van 500: rd=s aande geene die hem dood op„ brengt, het zij te gale of te Mature. zoo uE: geen andere middelen hebben die uE: vol„ koomen zeeker stellen teegens het ontkoomen van Baddewocke arraatje, moet wij bij pro„ visie worden gezet in Civiel arrest, en moeten uE: hem daar doen bewaeken op eene wijze dat wij niet ontkoomen. Bij onzen apparten brief, den 17. aug=s I:o L: aan den heer Commandeur sluijsken geschreeven, hebben we zijn E: reeds gelast, om zo er nades„ „zelfs inzien geene bedenkelijkheid in stak ten eersten te laaten voortvaaren met 't doen van't noodig onderzoek, ter opheldering vande beschul„ digingen teegen de inlandsche hoofden, die voorkwaamen bij de stukken ons nevens deszelfs geheim het geheim rapport toegezonden en het is alleen uit hoofde van zijn daer tegen ingebragte konsi„ „deratien, dat we bij brief van 24. daar aan, heb„ „ben bewilligt, om voor eerst geene gerugt maa„ „kende onderzoekingen te doen, die bij imand wis 't ook zij eenige ongerustheid zoude kun„ „nen verwekken. Dan wijl uE: bij uwen secreeten brief van den 21. dezer, onze order vraagen, of 't geen Badewokke arraatje bij zijne aan ons toegezondene verkla„ „ring heeft opgegeeven, nader zal onderzogt en op gehelderd worden, moeten we onderstellen, dat dit onderzoek na UE: inzien nu zonder beden„ „king kan geschieden 't is daarom dat we uE: door dezen gelasten om niet alleen na al 't geen Badewokke araatje bij voorsz: zijn verklaring opgeeft maar ook na alles wat velders is opgege„ ven en tot eenige opheldering van het voorgeval„ „lene in de Jongste Maturese onlusten strekken kan te laaten doen, een aller naukeurigste onderzoek. Wij blijven na groete /:onderstond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 26. – Oktober 1790. Aan 2841 schoon het schandelijk zij, zig verder intelaaten met zoo een overgegevene booswigt als is Madoegod„ „de appoe, hebben we nogtans op uwen brief van den 24:' deezer beslooten over deeze konsideratie heen te „„ stappen, en uE: te autoriseeren, gelijk geschied bij deezen om Madoegodde appoe overeenkomstig met uE: voorstel bij deeze ruwen brief, te laaten opkoo„ „men na Gale, onder belofte van vergiffenis voor het gepasseerde mits hij zijne beschuldigingen bewijst, gelijk hij dat aanneemt te doen, en mits dat Wij te gale komt binnen een kort termijn dat hem moet worden gesteld, en waar van we de bepaaling aan uE: laaten gedefereerd. zoo dra wij te gale zal zijn aangekoomen, moet ons dat worden bedeeld, en moet wij als dan dade„ lijk en zonder eenig uitstel worden gehoord voor twee leeden uit den raad van polietsie, die hem moeten aanbeveelen om ten eersten distinktelijk op te geven. 1:) de poinkten van beschuldigingen die wij tegens „een elk der door hem beschuldigde persoonen in het bezonder heeft inte brengen. 2:) dat Wij aanstonds zal moeten opgeven niet alleen de getuijgens bij naamen die Wij heeft, Aan als Vooren. ten t 1 door Aan als Vooren ten bewijze van elks point zijner beschuldi„ „gingen maar ook dat wij distinktelijk zal moo„ „ten opgeeven wat een elk deezer getuigens, met betrekking tot een elk deezer pointen, getuijgen kan. Tot dat zal zijn verloopen het termijn dat uE„ aan Madoegod de appoe zullen stellen, en welk termijn ons ten eersten moet worden bedeeld, staan we toe dat onze orders gegeven bij brief van heden mogen blijven opgeschort in zoo verre uE: dat zul„ „len nodig vinden. UE: moeten ons ten eersten toezenden een kopij der ola die aan Madoegod de appoe staat te worden af„ „gevaardigt. Nog moeten ons worden gezonden vol„ leedige translaaten vande twee olassen, waar van ons nevens voorsz: uwen brief van den 29:' alleen den korten inhoud is bedeeld. e Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en„ „geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 26. Oktober 1790. —. Wij vinden het ten hoogsten kwaalijk, dat UE: heb„ „ben kunnen goetvinden, om onuijtgevoert te laeten de stellige beveelen, aan uE: gegeeven bij onzen brief

NL-HaNA_1.04.02_3886_0419 view scan ↗

English

letter of 26 8ber last regarding Madoegodde appoe. We reiterate the same hereby, and command with the greatest earnestness that it be complied with and caused to be complied with immediately and without any further delay. If Madoegodde appoe should excuse himself further in this regard, or ask for a further delay, he must immediately be transferred to criminal prison. This must likewise happen if the accusations that he makes, and what he presents to prove those accusations, are not of such a nature that, according to the rule of law, there can be grounded thereon the investigation of the accusations brought in by him against many prominent native Chiefs, namely that they were the causes both of the recent uprising in the Matara Dessavony and of the continuation thereof. In the meantime, it must be ensured in an adequate manner that Madoegodde appoe does not escape, and if that cannot happen otherwise in a manner that completely assures your Honors of his person, he must be taken into military arrest without delay. To prevent escape, he must also at once, as soon as Madoegodde appoe shall have made his statements, be examined by your Honors immediately in your Honors' assembly, and decided upon as your Honors shall find to be most in the service of the Company. Until this shall have happened, no people named by Madoegodde appoe from the Matara Dessavony or elsewhere may be summoned or heard. As for Baddewokke arraatje, if no other measures can be taken against him either that assure your Honors that he cannot escape, he must also at once be placed in military arrest, as we ordered in our letter of 26 October last. A statement must be taken from those who carried away the ola to Madoegodde appoe, of which we received the copy with your letter of 30 October last, as to when they departed, along which road and whither, and whether they met Madoegodde appoe before he arrived at Galle, and if so, where and when, as also whether they delivered the ola to him, and if so, where and when, and who were present thereat. This statement must be sent to us at once. Also, upon the receipt hereof, there must be sent to us the report and the record of the members of the Council of Policy, mentioned in your Honors' resolution of the 1st of this month. As the sending of commandos into the country had the sole aim of preventing Madoegodde appoe from further insulting the Company on its own territory, and to apprehend him if possible, whether alive or dead, and since these reasons have now lapsed, it goes without saying that these commandos do not need to be sent. We expect an answer hereto at once. We remain, for the rest, with greetings, below stood and signed as above, in the margin Colombo, 4 November 1790. To the questions that your Honors have deemed necessary to put to us in your Honors' secret letter of the 6th of this month: 1. whether the witnesses who appear herein, the aforementioned documents, may be summoned and heard; and 2. when Madoegodde appoe and Baddewokke arraatje actually prove their statements with witnesses, and thereby demonstrate the authors of the late revolt, how your Honors shall have to conduct yourselves regarding the persons accused by them; we shall answer as soon as we shall have received your Honors' resolution taken upon the statements of Madoegodde appoe, in accordance with what was written by us in the letter of the 4th of this month. Leaving the further answering of your aforementioned letter postponed for later, we cannot meanwhile refrain from noting briefly here: That to Madoegodde appoe, in accordance with your proposal made in your letter of 24 October, it was only promised that he would be granted remission of crime if he proved his accusations. That this promise is therefore tied to the conditions that he would have to prove, among other things, that the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate and the Matara Mudaliyars Tinnekoon, De Sarram, and Goeneratne, as well as the Mohandiram of the Matara Four Gravets, brought about the late conspiracy in the Matara Dessavony. That for this reason, in our letter of 26 October, we recommended to your Honors that as soon as Madoegodde appoe should have arrived at Galle, he had to be heard without any delay before two members of the Council of Policy, in such manner as prescribed in this our letter. That, by doing this, Madoegodde appoe was given the opportunity to be able to fulfill the conditions upon which it was promised to him that remission of crime would be given to him, and that he not fulfilling them, this promise must therefore be considered to have lapsed. That if your Honors had guided yourselves by this simple and very natural rule, it would thereby have been prevented that the honor and prestige of the Company, which has been insulted by Madoegodde appoe in such a far-reaching and insolent manner that there is no example thereof, was not further

Dutch transcription

2842 brief vanden 26. 8ber: J:o L: nopens Madoegod de appoe. Wij herhaalen dezelve door deezen, en ge„ „lasten met de grootste ernst, om daar aan nu aanstonds, en zonder eenig verder uijtstel, te voldoen en telaeten voldoen. zoo Madoegod de appoe zig derwegens verder verschoond, of om nader uijtstel vraagen mogt, moet wij aan„ stonds worden overgebragt in crimineele gevange„ nis. Dit moet insgelijks geschieden, indien de beschul„ „digingen die hij doet, en 't geen hij opgeeft om die beschuldigingen te bewijsen, niet is vandien aant, dat naar stijl van rechten daar op kan worden gefundeert, 't onderzoek der beschuldigingen, door hem teegen veele voornaame Jnlandsche Hoofden ingebragt, dat ze naamelijk zouden zijn de oorzaeken, zoo van Jongsten opstand in de Mate„ „resche Dessavonie, als van de voortduuking daer van Jntusschen moet op eene toerijken de wijze worden gezorgd, dat Madoegodde appoe niet ont„ komt, en zoo dat niet anders geschieden kan op een wijze, die uE: volkomen van zijn perzoon verzekert, moet wij zonder uitstel worden ge„ „noomen in Militair arrest. zoo heb„ en Een Ee t ontkomen moet hy ook ten Eersten zoo dra Madoegodde appoe zijne opgaven zal heb„ „ben gedaen, moeten uE: dezelve ten eersten in uE: vergaedering ecomineeren, en daar op zoda„ nig besluijten, als uE: ten meeste dienste van de komp:se zullen bevinden te behooren. Tot zoo lange dat dit zal zijn geschied, moeten geen luiden door Madoegodde appoe opgegeeven, uit de Mate„ „rese Dessavonie of elders worden op ontboden, nog gehoorte Wat Baddewokke arraatje aangaat, zoo ook tegen hem geene andere maatregelen kunnen worden genomen, die uE: verzeekeren dat hij niet kant worden gesteld in militaire arrest, zoo als we dat aangeschreeven hebben bij onsen brief van den 26. October I: oL: Van de geenen die de ola aan Madoegod de appoe„ waar van we de Copij bij uwen brief van den 30. october I:oL: hebben ontvangen, hebben weg„ gebragt, moet eene verklaaring genoomen wor„ „den, wanneer ze zijn vertrokken, langs welke weg en waar na toe, en off ze Madoegodde, appoe„ voor dat hij te Gale is aangekoomen, hebben ont„ „moet, en zoo Jaa, waar en wanneer, als meede of ze de ola aan hem besteld hebben, en zoo Ja 2843 Aan als vooren: Ja waar en wanneer, en wie daar bij prezent zijn geweest Deze verklaering moet ons ten eer„ sten worden toegezonden. Ook moeten ons op den ontvang deezes worden toege„ „zonden 't rapport en de aantekeening vande Leeden van politie, vermeld bij uE: resolutie vanden 1: de„ „zek. We: Wijl 't zenden van Commandos in 't Land alleen ten oogmerke had, om te voorkoomen dat Madoegod„ „de Appoe de Comp:, op haareijgen grond gebied niet verder beleedigde, en om hem des moogelijk optevatten, 't zij levendig off dood, en dat deeze redenen nu zijn vervallen, spreekt 't van zelve, dat deeze Commandos niet behoeven te„ worden gezonden. We verwagten hier op ten eersten antwoord. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:) /:engeteekend:/. Als vooren /:in margiene:/ kolom„ „bo den 4:' November 1790. —. Op de vraagen die uE: noodig geagt hebben ons te doen bij uE: sekreeten brief van den 6. deezer 1. of de getuijgens die hier bij /: de voorgenoemde stukken:/ voorkoomen mogen worden op ontboden en heb„ a 2 den Mate 1 n, tegen orden kans age zoo en verhoort, en. 2. ) wanneer Madoegodde appoe en Baddewokke ar„ „raatje werkelijk met getuijgens haare opgavens bewijzen, en de autheurs van de laatste revolte daar door aantoonen, hoe uE: omtrent de door hun beschuldigde perzoonen zig zullen hebben te gedraagen, zullen we antwoorden, zoo dra„ we zullen hebben ontfangen uwE: Resolutie genoomen op de opgavens van Madoegodde appoe, overeenkomstig met het door ons geschree„ „vene bij brief vanden 4. deezer. De verdere beantwoording van voorsz: uwen brief tot nadere uijtgesteld laetende, kunnen we intusschen niet voor bij hier kortelijk aante„ „merken. Dat aan Madoegod de appoe over eenkomstig met uwen voordragt gedaan bij uwen brief van den 24. Oktober alleen is beloofd, dat hem uijtwis„ „sing van misdaad zoude worden gegeeven, in„ „dien Wij zijne beschuldigingen bewees. Dat deeze toezegging mids dien is verbonden aan de voorwaarden, dat wij onder andereden zoude moeten bewijzen, dat de Maha Modliaar van 's Gouverneurs Porta en de Materese Modliaars Tinnekoon, 2844 Tinnekoon, De Sarram en Goeneratne, als meede de Mohandiram vande Alaterese vier gravetten de laatste zaamenrotting in de Materese Dessa„ „vonie hebben bewerkt. Dat we uE: hierom bij onzen brief van den 26. Oktober hebben aanbevoolen, om zoo dra Ma„ „doegadde appoe te gale zoude zijn aangekoo„ men, Wij zonder eenige uijtstel moeste worden gehoord voor twee leeden uijt de Raad van Poli„ „tie, op zodanige wijze, als dat bij deezen onze brief is voorgeschreeven. Dat, met dit te doen, Madoe godde appoe is ge„ „steld in de gelegentheid om te kunnen voldoen aan de voorwaerden, waar op hem is toegezegt dat hem uijtwissing van misdaad zoude worden gegeeven, en dat Wij daar aen niet voldoende, deze toezegging daar door moet geagt worden te zijn vervallen. Dat indien uE: zig na dezen eenvoudigen en zeer natuurlijken regel hadden bestierd, daar door zoude zijn voorkoomen dat de eere en het aan„ „zien van de komp:s die door Madoegod de appoe is beleedigd op een zoo verre gaande en insolen¬ „te wijze, dat daar van geen voorbeeld zij niet ver„ „der ar„ tie en nen aante„ 44n

NL-HaNA_1.04.02_3886_0424 view scan ↗

English

To the same as before. there was compromised. Finally, that what was written by us in our letter of the 17th of August of last year, and what was written by us since in the letter of the 26th of October regarding Baddewokke Arraatje, was very improperly and wrongly brought up by you to justify the conduct pursued by you in this matter. You must examine whether there are any further declarations, notes, reports, and olas, or whatever other documents they might be, which you may have had gathered and kept, or which may have been submitted and handed over to you, having any relation to the recent Matara disturbances and what has since transpired in that regard, besides those which have already been sent to us. If so, they must be sent to us at once under a proper register signed by the secretary. For the rest, we remain after greetings, was signed: As before, in the margin: Colombo, the 10th of November 1790. Madoegodde Appoe did not fully satisfy the intention of our letter of the 26th of October of last year in his further interrogation; we have therefore, as well as in consideration of the fact that if the accusations which he, Badewokke Arraatje, and other people bring against the Maha Mudaliyar and some of the principal Matara native chiefs could be proved, a criminal action must be instituted against the accused from it, and that a judicial inquiry is necessary for that purpose, decided to have the further inquest in this matter done judicially, and to have this judicial inquest take place before the court here, since the principal accused, being the Maha Mudaliyar of the Governor’s Gate, belongs here. You must therefore send the aforementioned Madoegodde Appoe and Baddewokke Arraatje here at once under a military escort commanded by a European officer, who must be ordered by a written instruction to take sufficient care and see to it that they do not escape along the way, under penalty of being held accountable for it. The necessary coolies, if they cannot otherwise be obtained quickly, may be hired. To the same as before. All further inquiry, both into what was given by Madoegodde Appoe and by Baddewokke Arraatje, must accordingly be halted there. Before we can judge the equity of your decision to have the Shabandar Mudaliyar arrested, you must have the Mudaliyar of the Galle Korale and the former Mohandiram Mandenaike provide in writing the circumstances of their accusation against the aforementioned Shabandar Mudaliyar, namely how they know that he brought about the unlawful gatherings of the inhabitants in the Galle Korale, and this statement must be sent to us at once. For the rest, we remain after greetings, was signed: As before, in the margin: Colombo, the 15th of September 1790. Don Christiaan Deweneraijne Girrewaije Waddoewe Arraetje, mentioned in your secret letter of the 14th of this month, must for the present remain in Galle, and care must be taken that he does not remove himself from there, in so far as that can take place without employing any means against him that could instill the least suspicion in him. It would be most secure if he remained in the city, and it would therefore be well if he could be inspired in an imperceptible manner to offer that himself. Meanwhile, discretion must be enjoined upon him, that he speaks to no one of what he says that Wettina Malluwe Oennansse told him. You must see to having this Wittina Malluwe Oennansse and the Sinhalese priest from whom he says to have heard what he related to Don Christiaan Deweneraijne Girrewaije Waddoewe Arraetje come to Galle; you and the Honorable Commander in particular must see to devising the best possible means for this. We leave the contrivance of these means to your good conduct and prudence; and even if a thousand rixdollars had to be spent to make the aforementioned Wittina Malluwe Oennansse and the aforementioned Sinhalese priest come to Galle, we hereby grant authorization for it. To the clerks Suijk and Claaszen, in so far as that has not yet happened, the secrecy of the declaration of the 14th of this month, which they signed as witnesses, must be enjoined most emphatically. The translation of the ola speaking of the latest disturbances in the Matara Dissavony, which Don Christiaan Deweneraijne Girrewaije Waddoewe Arraatje handed over without it yet being said to whom, must be sent to us at once. You must inquire covertly whether the aforementioned Don Christiaan Deweneraijne Girrewaije Waddoewe Arraatje is not a former inhabitant of Ambalangoda, son of a silversmith named Poeak Dandawe, against whom and a son of his complaints were made in former times that they had manufactured gold works of debased gold, and which Poeak Dandawe, along with this son of his and his entire family, fled from Ambalangoda to the Matara Dissavony upon the investigation made in that regard. Possibly something of this will be found among the old trial records. Furthermore

Dutch transcription

Aan als vooren. „der wierde gekompromitteerd. Eindelijk dat het door ons geschreevene bij onzen brief vanden 17. aug=s I:o L. en het zedert door ons geschree„ „vene bij brief van den 26. Oktober: nopens Baddewok„ „ke arraatje, door uE: zeer kwalijk en ten onregten is te passe gebragt, om te billijken het door uE: in de„ „zen gehouden belijd. „doen UE: moeten „ nagaan of 'er nog zijn eenige verdere verklaaringen, aanteekeningen, rapporten en olassen of wat andere stukken het ook zoude mogen zijn, die uE: mogten hebben doen inwinnen en houden of die aan uE: mogten zijn ingediend en overgegee„ „ven eenige betrekking hebbende tot de Jongste Ma„ „teresche onlusten en het geene zedert verder dack omtrent is voorgevallen, buijten de geene welke be„ „reeds aan ons zijn gezonden. zoo ja moeten ons die ten eersten worden toegestuurt onder een behoorlij„ „ke register door den sekretaris geteekend- Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ en ge„ teekend:/ Als vooren /:in malgiene:/ kolombo den 10:' November 1790: Madoegodde appoe heeft in zijn nader verhoor, niet volkoomen voldaan aan de intentie van onzen brief van 2845 van den 26: 8ber: I:o L: hebben wij daarom zoo wel als uit aanmerking dat indien de beschul„ „digingen, die hij Badewokke arraatje en andere luijden, teegen den Mahamodliaar en eenige der voornaamste maturesche inlandsche hoofden voort„ „brengen, beweezen konden worden daar uit eene Crimineele actie teegen de beschuldigden moet wor„ „den g' institueerd, en dat daar toe een geregtelijk onderzoek nodig is, beslooten, om de verdere enqueste in deeze zaak Justitieel te laaten doen, en om dee„ „ze Justitieele enqueste te laaten geschieden voor den geregte alhier, wijl de voornaamste beschul„ „digde, zijnde de Mahamodliaak aan 's gouverneurs „porta, alhier thuijs hoord. UE: moeten derhalven voormelde Madoegod de ap„ „poe en Baddewokke arraatje ten eersten dit heen zenden onder eene Militaire escorte gekom„ „mandeert door een Europees officier die bij eene schriftelijke instructie moet worden gelast, om toerijkende zoogs te draagen en te doen dragen dat ze onderweegen niet koomen te ontsnappen, sub peene vandaer voor aanspreekelijk te zullen zijn. De noodige koelies, zoo die niet anders spoedig te krijgen zijn, mogen worden inghuurt. Alle d ge„ n niet brief Aan als vooren. Alle verdere onderzoek, zoo wel naar 't opgegee„ „vene door Madoegodde appoe, als door Baddewok„ „ke arraatje, moet mits dien aldaar worden ge„ staaket. Alvoorens wij oordeelen kunnen over de billijkheid van uE: besluijt, om den sabandaak modliaar te laa„ „ten arresteeren, moeten uE: door den modliaar van de Gale korle en den gew: Mohandiram Mande„ naike, schriftelijk doen opgeeven de omstandig„ „heeden van hunne beschuldiging teegen voorm: sabandaak modliaak, namelijk toe zij weeten dat hij de zamenrottingen der ingezeetenen in de Gale korle bewerkt heeft, en moet deeze op„ „gave aan ons ten eersten worden toegezonden Wij blijven voor het overige nagroete (:onderstond:) /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene kolom„ „bo den 15. ' 7ber: 1790:—. Don Christiaan Deweneraijne Girrewaije waddoewe arraetje, vermeld bij uwen sekreeten brief van den 14:e dezer moet voor eerst te gale blijven, en moet worden gezorgt, dat wij zig niet vandaek verwijderd in zoo verre dat geschieden kan, zonder eenige middelen tegens hem tewerk te e 2846 te stellen die hem de minste agterdogt zoude kunnen inboezemen. zeekerst zoude het zijn zoo Wij in de stad bleef, en waare het daarom goed zoo hem op een onmerkbaare wijze konde worden geinspireerd, dat wij zelve dat aanbood- Jntusschen moet hem de diskretie worden gere„ „kommandeert, dat wij aan niemand spreekt van het geen Wij zegt dat Wettina Malluwe oennans„ „se aen hem heeft verhaeld. Deze Wittina Malluwe oennansse en de singa„ leese Priester van wien Wij zigt te hebben ge„ „hoort het geen Wij aan Don Christiaan De wene„ „raijne Girrewaije waddoewe arraetje, heeft verhaald, moeten uE: zien op Gale te doen koomen, uE: en den Weer kommandeur in het bijzonder, moeten daer toe de best mogelijke middelen zien uittedenken. We laeten het beraamen dick middelen over aan uE: goed belijd en voor„ „zigtigheid; en al moesten er om de voorsz: Wit„ „tina Malluwe oennansse ende voorsz: singa„ „leese priester te doen na gale koomen ook Duij„ „zend rd=s besteed worden zoo geeven wij daer toe kwalifikatie door deezen. De klerken suijk en Claaszen moet in zoo vekke dat gegee„ wok, ge¬ van e„ a voor m. ten m¬ Kol ije K eeten t de k wer le dat nog niet geschied is de geheim houding vande verklaaring van den 14. dezer waer bij ze als getuigen geteekend hebben, op het na„ „drukkelijkst worden gerekommandeert. Het translaet der ola vande laetste onlusten in de Materese Dessavonie spreekende, die Don Christiaan Deweneraijne Girrewaije waddoewe arraatje heeft overgegeeven, zonder dat nogtand gezegt word aen wien, moet ons ten eersten worden toegezonden. UE: moeten zig onder de hand informeeren of de voorsz Don Christiaan Deweneraijne Girrewaije waddoewe arraatje niet is een gewezene inwoonder van Amblangodde Zoon van een zilversmit genaamt Poeak Dandawe tegens wien en een zoon van hem eertijds klag„ „ten gedaen zijn dat ze zouden hebben aan gemaakt goud werken van vervalscht goud, en welke Porak Dandawe nevens deze zijn zoon en geheele famielje op de nasporing der„ „wegens gedaan van Amblangodde zijn ge„ „vlugt nade Materesche Dessavonie- Mogelijk zal men bij de oude proces stukken daar van iets vinden. voorts

NL-HaNA_1.04.02_3886_0429 view scan ↗

English

To the same as before. Furthermore, whether this Don Christiaen Deweneraijne Girrewaije waddoewe akkaatje is not that same son of Pocak Dandawe who, in the manner aforesaid, fled with his father and the rest of the family, and whether he has not since assumed the habit of a priest, and after he had laid it aside again, was subsequently for a long time Master Silversmith in the Girrewaij under the name of Etbandene master. Finally, whether he, having become aratchy of the silversmiths in the Girrewaij, is not, besides under his aforesaid name of Don Christiaan Dewenevaijne Girrewaije waddoewe arraatje, also known by the name of Wiervoeloe arraatje. For the rest, after greetings, we remain. Subscribed and signed: As before. In the margin: Colombo, the 17th of November 1790. We await word from you whether the commission decreed by your resolution of 20 July last, consisting of the junior merchants Martheze and De Zij, to investigate the complaints that a party of Matara inhabitants have brought against the four dismissed Matara chiefs who are currently on the coast, has not yet been executed, and what is hindering this investigation from being brought to a conclusion. In order to be able to dispose of the further petition of the Mudaliyar of the Korale and the former Mohandiram Mandenaike with full knowledge of the facts, we require more information concerning what occurred in the Galle Gangebaddepattu than has been provided to us thus far. We have indeed observed from several of your letters and resolutions that the people of the said pattu have been in commotion, and especially from your secret resolution of 4 September that their principal complaint was against the Korale Vidane of the same pattu and the Vidane of Mapelgam, and that you had resolved to commission the aforementioned junior merchants Martheze and De Zij to investigate all accusations concerning the rebellion and unlawful gathering of the people of Mapelgam and surrounding areas, against whomever they might be directed, along with all further complaints of the said dissatisfied inhabitants of the Galle Korale; yet a broader account of what the grievances of these inhabitants consist of, and what has become of the aforementioned recommended investigation, we do not have. You must therefore provide us with a more detailed report of this rebellion in the Galle Korale and of the complaints of the inhabitants, and transmit therewith all documents relevant thereto, whether they be written complaints, reports, or whatever else, alongside your resolutions taken thereon, insofar as they have not yet been sent to us. Specifically, you must inform us how the accusation by the Shahbandar Mudaliyar against the two aforesaid petitioners, namely the Mudaliyar of the Korale and Mandenaike, was brought forward, and whether the said Shahbandar Mudaliyar has since been heard on the matter. The resolution taken to place the said Mudaliyar of the Korale and Mandenaike under arrest must likewise be sent to us. Thus far, nothing else has appeared to us concerning this than what is found in your aforementioned resolution of 4 September, in which it is remarked in passing that both of these accused persons and the Korale Vidane of the Gangebaddepattu were banished within the fortress. For the rest, after greetings, we remain. Subscribed and signed: As before. In the margin: Colombo, the 23rd of November 1790. To the same as before. Since the accusations brought against the Matara native chiefs by Madoegodde Appu and others are of such a nature that they cannot be left uninvestigated, unless the accused chiefs should claim the general pardon that was granted without exception to all inhabitants of the Matara Dissavony who were guilty of the recent rebellion, we have at the session of 27 November last taken such resolutions in that regard, as appears more fully from the enclosed extract of the secret resolution, of which you must send a complete copy to the Lieutenant Dissave at Matara, the Honorable Van Schuler, with orders to execute and cause to be executed our decisions stated therein. Herewith, sending an extract hereof, you must write to the said Honorable Van Schuler that, insofar as the aforesaid chiefs declare that they do not desire to be included under the aforesaid general pardon, and that consequently the investigation ordered by us into the accusations brought against them must be conducted, he must select for that purpose two members of the Landraad, who must conduct the entire investigation without alternation, and that he must instruct them to conduct this investigation in the following manner, namely: 1. That they must first hear the accusers who have accused such chief or chiefs of having contributed to causing the rebellion, or to causing it to continue. That from the accusers who have made these accusations solely by means of an ola report or other private document, they must take declarations in proper form, wherein they must clearly state the offenses, the persons who are guilty thereof, the circumstances, where, when, and how committed, the persons or means employed thereto, and the witnesses who have knowledge thereof. That such accusers who have been heard at Galle before two members of the Council ought not to furnish new declarations, but that there must be presented to them the declarations that they made at Galle, and that a record must be kept of this presentation, wherein it must be noted whether they persisted in the content of the presented declarations, as well as any alterations.

Dutch transcription

2847 Aan als vooren. Voorts ofer deze Don Christiaen Deweneraijne Gir„ rewaije waddoewe akkaatje niet is die zelfde zoon van Pocak Dandawe die in voegen voorsz: met zijn vader en verdere famille is gevlugt, en of Wij zedert niet heeft aangenoomen het gewaad van een prister en na dat wij dat weder hadde afge„ „legt naderhand een tijd lang geweest is Meester Zel„ „versmit in de Girrewaij, onder de naam van Et, bandene meester. Eindelijk of wij arraatje geworden zijnde van de zilversmeeden in de Girrewaij niet behalven onder „van voorsz: zijn naam „ Don Christiaan Dewenevaij, „ne Girrewaije waddoewe arraatje ook bekend is met de naam van Wiervoeloe arraatje. Wij blijven voor het overrige nagroete /:onderstond:/ /: en geteekend Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 17:' Jber: 1790. —. Wij verwachten van uE: bericht, of de bij uE: reso„ „lutie van den 20. Juli I:o Z: gedecerneerde commissie, op de onderkooplieden Martheze, en de zij om onderzoek te doen na de klagten, die een parthij Ma„ „tureesche ingezeetenen hebben ingebragt tegen de vier gedemitteerde Matureesche hoofden, welke zich ng ten doeur gtand sten ren n Zoon daur klag aan gelijk van in zich tans â coste bevinden, nog niet is uijtgevoerd, en wat er aan haeperd, dat dit onderzoek nog niet heeft kunnen worden ten einde gebragt. Om op 't nader addres vanden Modliaak der korle enden gew: Mohandiram Mandenaike met ken„ „nis van zaaken te kunnen disponeeren hebben we, napens het voorgevallene in de gaalsche gangebaddepattoe, meerder onderrigting nodig dan ons tot nog toe is gegeeven. Wij hebben wel bij verscheijde uwer brieven en resolutien ge„ „zien, dat 't volk van gemelde pattoe in bewee„ „ging is geweest, en speciaalijk bij uE: secreete resolutie van den 4. September, dat hunne voor„ naamste klagte was tegen den koraal van de„ zelfde pattoe en den vidaan van Mapelgam, en dat uE: hadden beslooten voorm: onderkooplie„ „den Martheze en de zij te committeeren, om alle beschuldigingen aangaande den opstand en 't zamenrotting van 't volk van Mapelgam en daarom streeks, tegen wien die ook mogten leg„ gen, met alle verdere klagten vande gemelde misnoegde ingezeetenen vande gale korle te onder„ „zoeken; doch werden of breeder naricht, waarin de beswaaren deezer ingezeetenen bestaan; en wat 2848 wat van 't voorschr: aanbevoolen onderzoek ge„ „worden is, hebben we niet uE: moeten ons der hal„ „ven van deezen opstand in de gale korle, en van de klagten der ingezeetenen, een uijtvoeriger be„ „richt geeven, en daar bij toezenden alle daar toe relative papieren, het zij klagt schriften, be„ richten of wat het zij, nevens uE: daar op geno„ „mene resolutien, voor zoo verre die ons nog niet zijn toegezonden. speciaalijk moeten UE: ons onderrigten, hoedanig de beschuldiging van den sjabandaar Modliaar, tegen de twee voorsz: ten supp=ten naamelijk de Modliaak van de korle en Mandenaike, is voortgebragt, en of gem: sjaban„ „daar Modliaar daar op zedert is gehoord Het besluit genoomen tot het in arrest neemen van gem: mod„ „liaat van de korl en mandenaike moet onsins„ „gelijks worden toegezonden. Tot nog toe is ons daar van niets anders gebleeken dan het geen voor„ „komt bij uE: voorschr:e resolutie van den 4:' 7ber: waar bij en passant word aangemerkt, dat dee„ „ze bijde beschuldigden ende koraal vande gan„ „gebaddepattoe, binnen de vesting waren gebannen„ Wij blijven voor het overige nagroete /: onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 23. ' November 1790. Aan Aan als vooren. Wijl de beschuldigingen, die tegens de Matureesche Inlandsche hoofden, door Madoegodde appoe en anderen zijn gedaan, van dien aart zijn, dat ze niet buijten onderzoek kunnen gelaeten worden, dan voor zoo ver„ „nede beschuldigde hoofden 't generaal pardon, dat zonder uijtzondering gegeeven is aan alle jngezee„ „tenen vande Matureesche Dessavonie, die zich aan den Jongsten opstand hebben schuldig gemaakt, mog„ „ten reclameeren, hebben we ter sessie van den 27. November I: L: daaromtrent zoodanige besluijten ge„ „nomen, als breeder blijkt bij 't ingeslooten extract secreete resolutie, waar van uE: een volleedig afschrift moeten zenden aanden luijtenant dessave te Mature, de E: van schuler, met last om onse daar bij vermel„ „de besluijten uijttevoeren, en te doen uijtvoeken. Hier bij moeten uE: gemelden E: van schuler, onder toezending van extract deezes, aanschrijven, om voor zoo verre de voorschr: hoofden verklaren, dat ze niet begeeren onder t voorschr: generaal pardon teworden begreepen, en dat mitsdien 't door ons be„ „voolen onderzoek na de beschuldigingen, tegen hun ingebragt, gedaan moet worden, hij daar toe moet verkiesen twee Leden vanden Landraad, die 't geheel onderzoek zonder verwisseling moeten doen, en dat hij 2849 hij hun moet voorschrijven, om dit onderzoek te doen op de volgende wijse, namelijk: 1. dat ze eerst moeten hooren de beschuldigers, die zoodanig hoofd of hoofden hebben beschuldigd, van meede gewerkt te hebben om den opstand te veroorzaaken, of te doen voortduuren. Dat ze van de beschuldigers, die deeze beschuldigin„ „gen alleen bij een ola relaas of ander onderhandsch geschrift gedaan hebben, moeten afneemen decla„ „ratoiren in behoorlijke forma, waar bij zij duijde„ „delijk moeten opgeeven de feilen, de perzoonen die daar aan schuldig zijn de omstandigheeden waar wanneer en hoedanig begaan, de perzoonen of middelen daar toe gebruijkt, en de getuijgen die daar van kennis draagen. Dat zulke beschuldigers, die te gale voor twee Le„ „den vanden Raad zijn gehoord, geen declaratoe„ „ren op nieu behooren teverleenen, maar dat aan hun moeten voorgehouden worden de declara„ „toiren, die ze te gale gepasseerd hebben, en dat van deeze voorhouding moet worden aanteekening gehouden, waar bij moet worden aangeteekend, of zij bij den inhoud van de voorgehoudene declaratoiren hebben gepersisteerd, en ook de veranderingen che en ver„ aan mog„ 27. en ge„ xtract uke, hrift kl dat

NL-HaNA_1.04.02_3886_0434 view scan ↗

English

changes they might wish to have made therein. 2. That they subsequently must hear the headmen against whom these accusations have been made, namely only such headmen who do not wish to be included under the general pardon, and that they must conduct this examination in the following manner, to wit: To each headman must be presented, one by one, the facts with which he is charged, without telling him who the accuser is, nor mentioning the names of those who have been named by the accusers in the account of the matter. On each fact in particular he must be asked what he has to say or remark thereon, and whatever he says, whether in his exculpation or to show the falsity of the accusation, must be clearly recorded. 3. That furthermore must be heard all such persons as have been named by the accusers in their declarations, with this distinction however, namely: To those who might have been used by the headmen to write and deliver olas, to run errands, or to perform anything else, this must be specially presented and they must be asked what they have to say to that. If they deny it, simple note must be kept thereof, but if they confess it, they must then provide a declaration, and therein set forth in detail how the matter transpired. To those who have been specified by the accusers merely as witnesses who have knowledge of one or another fact, it must first solely be said that they have been specified by such accuser, mentioning the name, as witnesses who know that such headman or headmen, whose names must be mentioned therewith, collaborated in the recent revolt, and that they are therefore called upon to bear witness to the truth, with an admonition to state fearlessly what is known to them thereof. Whatever they say in response must be written down, whether they speak of the case itself of which the accusers have said they have knowledge, or of something else; but in the latter case, that is when they speak of something other than that of which they should have knowledge according to the statement of the accusers, the matter concerning which the accusers appealed to their testimony must be specially presented to them, and whatever they declare thereon must likewise be written down in the same declaration. 4. That if these witnesses in their declarations name yet other people of whom the accusers have not spoken, these further witnesses must likewise be heard in the same manner as prescribed in paragraph 3. 5. That likewise must be heard the witnesses whom the accused headmen might specify, on such points as they, the headmen, request that they may be heard. 6. That all depositions, declarations, and notes that are passed before the commissioned Landraad members, in the manner aforesaid, must be re-examined, and the alterations made upon re-examination must be noted therewith, and that herewith this commission must be held as completed, and the papers sent to you for further transmission to us, without the commissioned members having to involve themselves in holding any confrontations whatsoever, against whomever it may be. For the rest, after greetings, we remain. Underneath stood, signed, as before. In margin: Kolombo, the 9th of December 1790. Because the address of the Mudaliyar and native shahbandar Dias of the 19th of November last, which was sent to us together with your secret letter of the 5th of this month, was brought to the junior merchants Martheeze and De Zeij, who by resolution of your Honour of the 4th of December last were appointed as a commission to investigate, in accordance with the proposition made to that end by the Commander, all accusations regarding the revolt and gatherings of the people at Mapelgam etc., we think we cannot doubt that these same junior merchants have also been appointed by your Honour as a commission to investigate what appears to the charge of the aforesaid native shahbandar, among other things in your secret letter of the 1st of this month; for otherwise we cannot understand why this address should have been presented to the aforesaid junior merchants. Your Honour must therefore inform us when the aforesaid junior merchants were also appointed to this commission by your Honour, and what order was specifically given to them, and if this was done by a resolution, as was done in assigning the commission to them concerning the revolt at Mapelgam mentioned hereinbefore, the resolution adopted thereto must be sent to us. Whereby your Honour must request a written report from the aforesaid junior merchants of what they have performed in this commission up to now. In this report it must be clearly indicated when they began this commission of theirs; what, in accordance with the order given to them therein, they presented to the shahbandar mudaliyar, and when; if they only put the oral question to him, namely what objection he has to bring against the former Mohandiram of the Atapattu, Mandenaijke, who is arrested within Gale, as the shahbandar states in his aforesaid report, they must state why they did not also put the same question to him with regard to the korale mudaliyar. Whereby they must state whether they also specially questioned him on the points of accusation that are mentioned in the aforesaid

Dutch transcription

veranderingen die ze mogten begeeren, dat daar in zullen gemaakt worden. 2. Dat ze vervolgens moeten hooren de hoofden, te„ „gen wien deeze beschuldigingen zijn gedaan, na„ „melijk alleen zulke hoofden, die niet onder 't generaal pardon begreepen willen zijn, en dat ze dit verhoor moeten doen op de volgende wijse, teweeten: Aan elk hoofd moeten een voor een worden voor„ „gehouden de featen, die hem ten laste zijn gelegd, zonder hem te zeggen wie de beschuldiger is, nog ook tenoemen de naamen vande geenen, die door de beschuldigers in't verhaal van de zaak zijn opgenoemd. Op elk feit in 't bijzonder moet hem worden ge„ „vraagd, wat hij daar op te zeggen of aantemer„ „ken heeft, en moet het geen hij zegd, het zij tot zijne verontschuldiging, of om de valscheid der beschuldiging aantewijsen, duijdelijk worden aangeteekend- 3. Dat voorts moeten gehoord worden alle zulke perzoonen, als door de beschuldigers in hunne declaratoiren zijn opgenoemd, met dit onder„ „scheid nochtans, naamelijk. Aan 2850 Aan de geenen, die door de hoofden zouden gebruijkt zijn, om olas te schrijven en tebestellen, boodschappen te doen, of iets anders teverrigten, moet dat speciaa„ „lijk voorgehouden en gevraagd worden, wat ze daar op te zeggen hebben. Zoo ze het ontkennen moet daar van eenvoudig aanteekening gehouden worden maar zoo ze het bekennen, moeten ze dan een declaratoir verleenen, en daar bij omstandig op gee„ „ven hoe de zaak zich toegedraagen heeft. Aan de geenen, die door de beschuldigers zijn opge„ „geeven alleen als getuijgen, welke kennis hebben van 't een of ander feil, moet eerst eenelijk wor„ „den gezegd, dat ze door zoodanige beschuldiger, de naam daarbij tenoemen, zijn opgegeeven als getuijgen, die weeten dat zoodanig hoofd of hoofden, wier naamen daar bij moeten genoemd worden, meede gewerkt hebben aan den Jongs„ „ten opstand, en dat zij dus geroepen zijn om getuij„ „gens der waarheid tegeeven, met vermaaning. om onbeschroomd optegeeven wat hun daar van bekend is. Het geen ze daar op zeggen, moet worden opgeschreeven, het zij ze van 't geval, zelve, waar van de beschuldigers hebben gezegd dat ze kennis draa„ „gen, of van iets anders spreeken; Doch in 't laatste geval daar R: geval, dat is wanneer ze van iets anders spreeken, dan van het geen ze volgens de opgaave der beschul„ „digers kennis zouden draagen, moet hun speciaal worden voorgehouden de zaak waar omtrent de be„ „schuldigers zich op hun getuijgenis hebben beroepen, en het geen ze daar op verklaaren moet meede bij dezelfde verklaaring worden opgeschreeven. 4. Dat indien deeze getuigens in hunne verklaarin, „gen nog andere luijden opnoemen, waer van de beschuldigers niet gesprooken hebben, deeze nade„ „re getuijgen meede op de zelfde wijse moeten wor„ „den gehoord, als §. 3. voorgeschreeven is. 5. Dat insgelijks moeten worden gehoord de getuijgen, die de beschuldigde hoofden mogten opgeeven, op zulke poincten als zij hoofden verzoeken, dat ze gehoord mogen worden. 6. Dat alle verklaringen, declaratoiren en aanteekenigen, die voor gecommitteerde Zandraads Leden, invoegen voorsz: worden gepasseerd, moeten worden gerecolleerd, ende al„ „teratien die bij recollement gemaakt worden, daar bij moeten worden aangeteekend, en dat hiermeede deeze kommissie moet gehouden worden voor g.' Eap „digd, en de papieren aan uE: toegezonden, ter ver„ „dove bezorging aan ons, zonder dat de gecommit„ „teerde 2851 Aan als vooren „teerde Leden zich moeten inlaaten om eenige con„ „frontatien hoegenaamd, of tegen wien het ook weesen mag, te doen. Wij blijven voor 't overige na Groete /:onderstond:/ /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Kolombo den 9. December 1790. —. Wijl 't addres van den Modliaar en inlandsch sa„ „bandaar Dias van den 19:' 9ber: I:o L:, dat ons ne„ „vens uwen secreeten brief van den 5. ' deezzer is toege„ „zonden is gebragt aan de onderkooplieden Martheeze en de zij, die door uE: bij resolutie van den 4 xbek: I:o Leeden in Commissie zijn gesteld, om volgens de propositie door den heer Commandeur daar toe gedaan, te onderzoeken alle beschuldigingen aangaande de opstand en samenrottingen des volks te slapelgam etc:=a, denken wal niet te ken„ „nen twijffelen, dat ook deeze zelfde onderkooplie„ „den door uE: gesteld zijn in Commissie, om te onder„ „zoeken 't geene voorkomt ten laste van den voorsz: inlandsche sabandaar, onder anderen bij uwen secreeten brief van den 1. deezer; wantie anders niet begrijpen kunnen, waarom dit addres aan voorsz: onderkooplieden zoude zijn gepresenteerd. uE: ken, n„ en UE:= moeten ons niets dien berigten, wanneer voorsz: onderkooplieden ook tot deeze Commissie door uE zijn benoemd, en wat last aan hun bepaaldelijk gegeeven is, en zoo dit geschied is bij eene resolutie, gelijk gedaan is het aan hun opdraagen der Commissie, nopens den opstand te Mapelgam hier boven vermeld, moet de re„ „solutie daar toe genoomen ons worden toegezonden- Wier bij moeten uEE: vraagen schriftelijk berigt van de voorsz: onderkooplieden; van 't geene ze tot hier toe in deeze Commissie hebben verrigt. Bij dit berigt moet duijdelijk worden aangeweezen. wanneer ze met dec„ ze hunne Commissie begonnen zijn! wat ze inge„ „volge van den aan hun daar bij gegeeven last, den sabandaar modliaar hebben voorgehouden, en wan„ „neer: zoo ze hem alleen hebben gedaan de mon„ „delinge vraag; wat beswaar hij namelijk teegens den binnen Gale gearresteerden gew: Mohandi„ „ram van de Atlepattoe Mandenaijke intebren„ „gen heeft, zoo als de sababdaar dat zegt bij voorsz zijn berigt, moeten ze opgeeven waarom ze hem ook niet dezelfde vraag gedaan hebben, niet betrek„ „king tot de korle modliaar. " Wier bij moeten ze opgeeven, of ze hem ook speciaal hebben onder„ „vraagd op de poinkten van beschuldiging, die bij voorsz:

NL-HaNA_1.04.02_3886_0439 view scan ↗

English

2852 appear in your aforementioned secret letter of the 1st of this month. If that has not happened, they must state the reasons why this was omitted by them. In this latter case, this must still be done, and the reports to be received concerning it must be sent to us with the utmost haste. From the aforementioned report of the Shahbandar Mudaliyar, nothing has appeared to us that seems to make it necessary that the Korale Mudaliyar and Mandenaike remain banished within, and if there are consequently no other reasons requiring this precaution, we do not see why they could not be released, which we nevertheless leave deferred to your discretion. For the rest, after greetings, we remain, was signed below: as before, in the margin: Colombo, the 14th of December 1790. Agreed. Ledulx First Clerk 2853 Matara. To the Honorable Pieter Sluijsken, Commander, currently there. Valiant, Provident, Discreet. We have received your letters of the 16th, 17th, and 19th of this month, from which we see with much pleasure that you had great hope that peace in the Matara Disavany will soon be restored. The promise made by our Commissioners, the Honorable Colombo Disava Fretz and the Honorable Trade Bookkeeper Samlant, by their mandate ola of the 28th of May last concerning the deeds of obligation granted by various native chiefs for the laying out of plantations, seems to contain in itself everything that could reasonably be demanded in this matter. Such chiefs who, by entering into these obligations, obtained an office upon their request, have thereby received no right to employ anyone for this purpose against their will; on the contrary, the intention has always been that they would properly pay the people whom they would need for this and who might be inclined to this work. No one can therefore reasonably complain about the entering into of these obligations. The chiefs who have taken these matters upon themselves have not only done so voluntarily, but have even requested it. This matter consequently concerning no one besides themselves, it may reasonably be assumed, as you yourself are not averse to thinking, that it is solely the influence of these chiefs among the people that causes them to insist with so much passion upon the annulment of these deeds as well. The matter is nevertheless not of such weight that one cannot overlook it, in so far as it may serve to promote peace, and we therefore leave it entirely deferred to your discretion to act in this according to the circumstances, and if necessary to annul all deeds of obligation for the laying out of plantations, and to remit the fines stipulated therein. If this general annulment of all such obligations is granted, you must recommend to the Honorable Disava of Matara that, as soon as the country is at peace, he cause an inspection to be made of all the plantations that may have been laid out by virtue of the aforementioned obligations, and thereby take into consideration the means 2854 the means that should be employed to improve these plantations as much as possible, or at least to maintain them in good condition. In order to accommodate the military personnel, both of the infantry and of the artillery, who are extraordinarily detached in the Matara Disavany, we permit that to the same, as long as they are in the aforementioned Disavany and whether they are stationed at Matara or in the country, the following gratification may be provided, namely: To a European Captain, thirty rixdollars. To a European Subaltern Officer, fifteen rixdollars, provided that under these gratifications are also included, not only their ordinary board money, but also the extra board money that we granted in our letter sent to Galle on the 10th of May last. To each European Sergeant, and those of equal rank, twenty-four stuivers. To each European Corporal, Gunner, and Private, twelve stuivers. To the officers of the Eastern military personnel, extra board money. To an Eastern Sergeant, twenty stuivers. To each Eastern Corporal and Soldier, twelve stuivers; and consequently all other extraordinary provisions that may hitherto have been made to these detached men on account of our aforementioned letter of the 10th of May must be included therein and cease for the future. Should you find that some allowance ought also to be made to the non-commissioned officers and privates who constitute the ordinary garrison of Matara, in order to accommodate them somewhat in this inconvenience, we hereby authorize you to act therein according to the circumstances. We trust that you will have done everything possible to have the detachment stationed at Jaangale provided with what is necessary. For the rest, after greetings, we remain, was signed below: Valiant, Provident, Discreet, your good friends, was signed: W. J. van de Graaff, C. D. Kraijenhoff, M. P. Raket, C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, J. A. Vollenhove, in the margin: Colombo, the 22nd of June 1790. The first undersigned Governor has communicated in our meeting that Don Simon Aratchi and his eldest brother, upon the admonitions made to them by you, had made good promises to

Dutch transcription

2852 voorsz: uwen secreeten brief van den 1. ' deezer voor„ „koomen. Zoo dat niet is geschied, moeten ze opgee„ „ven de redenen, waarom dat door hun is na gelaa„ „ten 2 Jn dit laatste geval moet dit als nog ge„ „schieden, en moeten ons de daar van intekomene berigten, ten spoedigsten worden toegezonden. Bij voorsz: berigt vanden sabandaar modl: is ons niets voorgekomen, dat 't schijnt noodzakelijk temaken, dat de korl modl: en Mandenaike K„ binnen gebannen blijven, en zoo er mits dien geen andere redenen zijn, die deeze voorzorg vereijs„ „schen, zien we niet waarom ze niet zouden kun„ „nen worden ontslaagen, 't geen we nogtans aan uE: beleid laaten gedefreerd; Wij blijven voor het overrige na groete /:onderstond:/ /: en geteekend:/ Als vooren /:in margiene :/ kolombo den 14: December 1790. —. akkordeert. Ledulx g klerk 2853 Mature. t ingezetenen en genygtheid Aan Den Heer Peter Sluijsken kommandeur, tans aldaar. Manhafte Voorzienige Diskreeten. Wij hebben ontvangen uwE: brieven van den 16. 17. en 19. deezer, waar bij we met veel genoegen zien dat uE: veel hoop hadde dat de rust in de Mature„ „se Dessavonij spoedig zal zijn hersteld. Het toegezegde door onze kommissarissen den E: ko„ „lombosen Dessave Fretz: en den E: Negotie boekhou„ „der Samlant bij derzelver mandaat ola van den 28. Meij I: L: nopens de aktens van verbintenissen door deeze en geene inlandse Hoofden verleend tot het aanleggen van plantagien, schijnt in zig te bevatten alles wat in dit stuk reedelijk konde worden gevergd zulke Hoofden die door deeze verbintenissen aantegaan een bediening op hun verzoek hebben verkregen, hebben daar door geen regt gekneegen, om daar toe eenige te gebruij„ tegens hun zinken, in teegendeel is het altoos, die intentie ge„ „weest dat ze de luiden die ze daar toe zouden nodig hebben en geneigt mogten zijn tot dit, 0 werk daar voor na behooren zouden betaalen. Niemand t verbantenissen word toe gestaan, moet Niemand kan zig dus billijk over het aangaan deezer verbintenissen beswaaren. De Hoofden die deeze din„ „gen op zig genomen hebben het niet alleen vrij„ willig gedaan, maar ze hebben er zelfs om verzog Deeze zaak mits dien buiten hun niemand aan„ „gaande, mag men het billijk daar voor houden, zoo als uE: zelfs niet vreemd is van die gedagten dat het alleen is den invloed deezer Hoofden bij het volk, die, het zelve met zoo veel drift op de vernietiging ook van deeze aktens doed aandringen. De zaak is nogtans niet van dat ge„ „wigt om er niet over heen te stappen, in zoo verke dat strekken kan ter bevordering vande rust, en we laaten het daarom volkomen aan uuwE: ge„ defereekt omdaar aan naar bevinding van zaaken te mogen handelen, en des noods alle acten van verbintenissen, tot 't aenleggen van plantagien, te mogen vernietigen, in de daar bij bedongene boe„ „ten te mogen kwijt schellen. Indien deeze generaale vernietiging van alle dier„ „gelijket uE den E: Dessave van Mature aanbevee„ „len, om zoo dra het land in kust zal zijn, alle de plantagien die uit kragte van voorsz: ver„ bintenissen mogten zijn aangelegd, te doen opnee„ „men, en daar bij en overweeging te neemen de middelen 2854 middelen, die in 't werk zouden dienen te worden gesteld, om deeze plantagien zoo veel mogelijk te verbeeteken; of ten minsten in goeden staat te onderhouden. Om de Militairen, zoo wel aan de infantenij als van de antillerij, die extra ordinair in de Matie„ „neese Dessavonij sijn gedatacheerd, tegemoed te koo„ „men staan we toe, dat aan dezelve, zoo lange ze zig in gem: Dessavonij bevinden en het zij ze te Ma„ „tuke den wel in 't land geposteerd zijn het volgen„ „de douceuk mag worden verstrekt; namelijk. Aan een europeesch capitain dertig rijksdaelders- Aan een europeesch subaltern officier vijftien rijksd=s mits dat onder deeze douceurs ook worden be„ „greepen, niet alleen hun ordinair kostgeld, maar ook het extra kostgeld dat we bij onzen afge„ „gaanen brief na Gale, van den 10. Meij J:o Leeden hebben toegestaan. Aan ieder Europeesch sergeant, en die daar meede gelijk standig zijn, vier en twintig stuiv=s Aan ieder europeesch korporaal, kannonier en ge„ „meene twaelf stuivers. Aan de officieren van de oostersche Militairen extra kostgeld. Aan een Oostersche sergeant twintig stuivers. „ Aan Zek e Aan als vooren. Aan ieder Oostersche korporaal en soldaat twaalf steti„ vers en moeten mits dien alle andere buiten gewoone verstrekkingen die uit hoofde van onze voorsz: brief vanden 10. Meij tot nog toe aan deeze gedetacheek„ dens mogten zijn gedaan daar ondre worden be„ „greepen en voor den aanstaande cesseeren. Mogte uE: bevinden dat aan de onder officiers en gemee„ „nen die het gewoone guarnisoen van Mature uit„ maken, ook eenige toelaege zoude behooren te worden gedaan, om dezelve in deeze ongeleegenteid wat te ge„ moed te komen, kwalificeeren we uE door deezen omdaar in na bevinding van zaaken te handelen. Wij vertrouwen dat uE: alle 't mogelijke zal hebben te werk gesteld, om het detachement, het welk te Jaangale legd, van het nodige te doen voorzien. Wij blijven voor het overlige na groete /:onderstond:/ Man„ „hafte voorzienige Diskreete uwE goede vrienden /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, C: D: kraij„ „enhoff, M: P: Raket, C: Tilenius, J: Reintous, B: L: van Zitter, I: A: Vollenhove /: in margiene:/ Kolombo den 22. Iunij 1790. De eerst ondergeteekende Gouverneur heeft in onze vergadering gekommuniceerd dat Don Simon Ar„ raatsje en zijn oudste broeder op uE: aan hun ge„ „daene vermaningen goede beloften gedaan hadden om

NL-HaNA_1.04.02_3886_0445 view scan ↗

English

2855 to use their influence to pacify the inhabitants of the Matura Dessavony. Before the receipt of this, it will already have become more or less apparent to you what may be expected of them. If Don Simon Arraatje and his aforementioned brother have since sought in good faith to fulfill their promises, and if their influence is as great as is said, and indeed appears to be, the effects thereof may already be very noticeable. If, on the contrary, you find that they do not do what one could and might reasonably expect of them if they were acting in good faith, and that you therefore believe you must mistrust their intentions, then one should look for means that can further clarify this; Don Simon Arraatje himself has alleged that the people desired that you might come into the country in order to hear and settle the complaints of the inhabitants there. He has since proposed Kattoedoewe for that purpose, and he can thus not oppose that without making himself highly suspicious, even among the people. If therefore your efforts to cause the principal of the malcontents to come to Mature should fail, then it appears to us that there is no more suitable means for the speedy promotion of peace, and to disappoint Don Simon Arraetje if he should indeed have devious intentions, than that you decide, the sooner the better, to go to Kattedoewe or whithersoever you shall judge best, to speak in person with the people or the principal among them; That you in the aforementioned case go into the country in person is all the more necessary because, however favorable a mandate ola prepared by you to be sent to the mutineers might be, those who consider it in their interest to cause the unrest to continue will always find something to object to it. Speaking with the people, on the other hand, you can always yield or hold back according to necessity, as circumstances may permit. When the people see that everything that is in any way reasonable is granted to them, this must convince them, if they are at all open to conviction, that there are no reasons to remain assembled any longer and to continue in their disobedient actions, especially if you, upon the settlement of the matter, also give them sufficient assurance that everything you promise them will be fulfilled, and that an immediate pardon of offenses is thereby granted to them; they can then demand nothing more. 2856 To the same as before: We cannot imagine that the people would not be satisfied when everything that is in any way reasonable is granted to them. But even if you should find that you must go somewhat further, if peace in your view cannot otherwise be restored, we would, if it cannot be otherwise, rather see that happen than that the unrest continues further. We therefore leave this entirely deferred to you. If the people will not listen to any reasonableness at all, this would be striking proof that no gentle means nor ways can help, and that one would therefore have to look for serious measures. We hope, however, that it will not have to come to that, even if all the demands must be granted when you deem that strictly necessary. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed: As before, in the margin Colombo the 6. July 1790. From what the first undersigned Governor has communicated to our meeting from a letter written by you on the 6. of this month to His Honour, it appears somewhat doubtful to us whether it is indeed the true intention of the mutineers to come to peace, however reasonable and accommodating one acts toward them. We hope nonetheless that we are mistaken in this, and that the Mandate, which had already been prepared by you, may have the desired effect toward the restoration of peace. This will become clearer as soon as the aforementioned Mandate is published. If this does not satisfy them, and if they still do not state specifically what is furthermore lacking, then one would have to assume that no gentle means can help, and one might then even somewhat doubt whether there is not something outstanding between them and the Court of Kandia which is the cause of the continuation of the unrest. One must not therefore give up the work immediately, and if you should therefore perceive that no progress is made by dealing with all the mutineers at once, it is good to look for means whether it might not succeed to detach one or more korales from the main body. While you are engaged with that, you ought outwardly to maintain the appearance

Dutch transcription

2855 om hunnen invloet te zullen gebruiken tot het in rust brengen der ingezeetenen van de Matu„ „nesche Dessavonij. Voor den ontvangst dezes zal het uE reeds min of meer gebleeken zijn wat men zig van hun mag belooven. zoo Don Simon Arraatje en voorsz: zijn broeder zedert met welmeenentheid aan hunne beloften hebben zoeken te voldoen, en dat hunnen invloed zoo groot zij als men zegt, en ook wel zoo schijnt teweezen kunnen de uitwerkzels daar van reeds zeer merkbaer zijn. Vind uE: daer en teegen dat ze niet doen wat men met gronds van hun zoude kunnen en moogen verwagten, zoo ze welmenend handelden, en dat uE: mids dien meend hunne oogmerken te moe„ „ten mistrouwen, dan zoude men dienen om te zien na middelen die dit nader kunnen ophel„ „deren; Don Simon Arraatje heeft zelve voorgegeeven dat wij in het volk verlangde dat uE: in het land mogte koomen, omdaar de klagten der in„ „gezeetenen te aanhooren en aftedoen. Wij heeft zeedert daer toe kattoedoewe voorgesteld, en wij kan dus dat niet tegen gaan, zonder zig zelven ten hoog„ „sten verdagt te maaken, ook zelfs bij het volk. zoo mids dien uE: pogingen omde voornaamste der misnoegde op Mature te doen koomen, mogten mis„ lukken dan schijnt het ons toe dat er geen bekewaa„ „ mek brief „mer middel zij ter spoedige bevordering van de rust, en om Don Simon Arraetje te disapointee„ „nen, zoo hij werkelijk slinkse oogmerken hebben mogt, dan dat uE: hoe eer zoo beeter besluijt om tegaan na kattedoewe of werwaards UE: dat zal best oordeelen, om zelve met het volk of de voornaamste onder hun te spreeken; Dat uE in voorsz: geval zelve in het land gaat, is te nodiger om dat hoe gunstig ook een man„ „daat ola, om aan de muijtelingen teworden ge„ „zonden door uE: wierde ingerigt, zulke die het van hun belang reekenen de „ onnust tedoen voortduuken, er altoos wat op zullen weeten uittevinden. Met het volk spreekende kan uE daar en tegen na maete van de noodzaekelijk„ „heid altoos wat vieren of inhouden zoo als de omstandigheeden dat kunnen gehengen. Wanneer het volk ziet, dat aan het zelve alles word ingewilligt wat eeniger maaten billijk is, zoo zal zulks het zelve moeten overtuigen, zoo er anders overtuigen aan is, dat er geene reede„ „nen zijn om langer verzaemeld te blijven, en in hunne ongehoorzaeme bedrijven voort te gaan, inzonderheid indien uE bij de afdoening der zaeke hun tevens geeft toerijkende verzee„ „kering dat alles wat uE: hun toezegt zal wor„ „den nagekoomen, en dat hun daer bij aanstonds uijtwissing van misdaed word verleend ze kun„ nen 2856 Aan als vooren: nen dan niets meek eisschen. We kunnen ons niet verbeelden dat het volk zig niet zoude te vreede houden wanneer alles wat eeniger maate billijk is aan het zelve wordin„ ingewilligt. Dan al was het ook dat uE: mogte bevinden zelfs wat verder te moeten gaen, zoo de rust na uE: inzien niet anders te herstellen is zoo zullen we dat, zoo het niet anders zijn kan nog liever zien dan dat de onkust verder voort„ „duurt. W'slaeten dit mids dien geheel aan UE: gedeferreert. Wanneer het volk geheel, na geen billikheid hoo„ „ren wil, zoude dit een spreekend bewijs zijn dat geen zagte middelen nog weegen helpen kunnen, en dat men dus na ernstige med„ „delen zoude moeten omzien. we hoopen egter niet dat het daar toe zal behoeven te koomen al moesten ook alle de asschen te koomen almoesten ook alle de eisschen, wanneer uE: dat volstrekt nodig denkt worden ingewilligt„ Wij blijven voor 't overlige na Groete /:onderstond:/ en „geteekend:/ Als vooren /:in margiene kolombo den 6. Julij 1790. Uijt het geen de eerst ondergeteekende Gouverneur ter onzer vergaedering heeft gekommuniceerd uijt een brief door uE: den 6. deezer aan zijn Ed: geschree„ „ven. de dat R un sonds „ven; komt het ons wat twijffelagtig voor, of het wel de waere meening der muijtelingen zij om tot rust te koomen hoe billik en inschikkelijk ook van men nen ten hunnen aanzien handelt. We hoopen nogtans dat we ons daar in misgissen, en dat de Mandaat, die door uE reeds was ingereed„ „heid gebragt, doen mag de verlangde uijtwerking tot het herstellen van de rust. Dit zal zoo dra de voorsz: Mandaet gepubliceert is zich nader verklaeren. voldoet hun deeze niet en zeggenze eindelijk ook nu nog niet be„ „paeldelijk, wat er voorts nog aan ontbreekt, dan zoude men het daer voor moeten houden, dat gean zagte middelen helpen kunnen, en zoude men dan zelfs eenigsints mogen twijffelen of er tusschen hun en het Hof van kandia niet wast uijtstaande is het geen de oorzaak zij van het voortduuken der onkust. Men moet het werk daar om niet ten eersten opgeeven, en zoo uE: mids dien mogte bespeuren dat men niets vordert door met alle de muij„ „telingen, tegelijk te handelen, is het goed om te zien na middelen, of het niet zoude kunnen lukken, om éen of meer korls van den groote pantij aftetrekken. Middelerwijl dat uE: daer meede beezig is, dient uE: uijtterlijk den schijn te blijven

NL-HaNA_1.04.02_3886_0449 view scan ↗

English

to continue to act as if Your Honour were proceeding to negotiate with the entire population, in order to prevent ill-disposed persons from taking measures that might be detrimental to such separate negotiations. We believe that it would be a very desirable thing if Your Honour, while striving to promote the truce in general, could find means to enter into private negotiations with the Belligamkorle, as it is very probable that if the Belligamkorle can be won over, peace will thereby be restored in the Gangebaddepattoe, the Baijgams, the Seigniory of Belligam, and the Morwas korle. After winning over these districts, it will be very easy to bring the Weelebaddepattoe and the Seigniory of Donduke over to our side, and in such a case only the charcoal-supplying villages, the Kandebaddepattoe, the Gierewaipattoe, and the vidane of Kattoene would still need to be brought to a standstill. The latter will follow naturally, as the aratchi of Kattoene has, to all appearances, thus far joined the rebels solely under compulsion. He has the strongest influence over the people of this vidanie, and it is to be hoped that he will attempt to use this influence to the advantage of the Company as soon as he sees that he has nothing to fear from the vexations of the other rebels, in order thereby, if possible, to be appointed Mohandiram of this vidanie. For the purpose of winning over the Belligamkorle, we believe it will be necessary for Your Honour to seek to win over the Altoekorle Aratchi of that district. This man is known as a person who possesses great influence over the minds of the inhabitants of the Belligamkorle, and he is on friendly terms with almost all the other lesser headmen of the Matura Dissavony. In these negotiations, however, Your Honour ought somewhat to flatter the Korle Aratchi Roepensinge, since he is a proud, capable, and ambitious man. These negotiations, however, must be conducted very covertly, and we even believe that it would be best if this were done without the prior knowledge of any of the headmen. Should all these efforts be found to be in vain, and one must consequently look to other measures, then may it please Your Honour to direct his thoughts first of all to what may be necessary to place Mature in such a state that it is secure against the insults of the rebels. The spit of land on which Mature is situated is not very wide as far as Donduke and even up to Ganduke, and if a post were established at either of these places, sheltered merely enough to be safe against an assault, it is not to be expected that the rebels will dare to enter Mature between these posts. Remaining master solely of the Roodenberg is rather too close; nevertheless, should it come to that, we leave it to Your Honour's discretion to act therein as the situation demands. In such a case, it will also be necessary to construct something between Mature and the mouth of the river, in order to keep the rebels in check on that side. The garrison of Mature must then be kept as small as prudence allows, because if matters must come to hostilities, it will probably be necessary to secure the Morwa korle, for which purpose, among others, the troops not required at Mature could be used. Yet on this matter we shall confer further with Your Honour when it appears from Your Honour's subsequent reports that it becomes necessary to contemplate such measures. What is to be expected from the Court of Kandy on this occasion is thus far somewhat doubtful. The reports that the rebels have been turned away there are contradicted by subsequent reports; according to our information, they have not been received altogether unfavourably there. It is even said that some of them have returned to the rebels with a written reply. The conduct of the principal headmen at Mature is somewhat suspicious, and an eye may therefore well be kept upon them. We also do not know very well what we ought to think of the Trincomalee reports, which are transmitted herewith in copy, suggesting that the Wannia of Pattaava sought to cause some unrest on that side, and of the reports found in a letter from the bookkeeper Ripsema, which is likewise annexed hereto in copy. Regarding the letter from the Pattawa Wannia, the Court has been written to, and meanwhile orders have been sent to Trincomalee not to tolerate any infringement upon Company territory. A company of Easterners has been sent to Silauw, likewise to prevent it should anything of the sort be attempted on that side. What we have most to apprehend from the Court of Kandy on this occasion, if it really

Dutch transcription

2857 te blijven houden als of uE: voortging met het gant„ sche volk te handelen, ter voorkooming dat kwa„ lijk gezonden geene maatnegelen neemen, die aan zulke afzonderlijke handelingen, zouden kunnen nadeelig zijn. vermeenen Wij neemen dat het een zeek gewenschte zaak zoude zijn, indien UE bij het trachten om de stilstant in het algemeen te bevorderen, middel konde vinden om in eene partikuliere onder„ „handeling te treeden met de Belligamkorle„ alzoo het zeer waarscheinlijk is, dat zoo de Belligamkorle kan gewonnen worden, daer door de rust zal hersteld worden, in de Gan„ „gebaddepattoe de Baijgams, de Heerlijkheid van Belligam en de Morwas korle Na het winnen van deze Distrikten zal het zeer gemakkelijk zijn om de weelebaddepattoe en de Heerlijkheid van Donduke op onze kant te brengen, en in zulk een geval zou„ „den alleenig de koolgeevende dorpen de kan„ „debaddepattoe, de Gierewaipattoe en de vidaene van kattoene nog behooren in stilstand gebragt tewor„ den. Het laeste zal van zelve volgen, wijl de aratje van kattoene zich tot nog toe volgens alle scheijn, t alleenig door dwang bij de muitelingen heeft ver„ voegt. Hij heeft de sterkste invloed op de volkeren van het ƒ 1 en men sen, is ceert gean an hun de ren Een se hij van deeze vidanie, en het is te hoopen, dat Hij deze invloed ten voordeele van de komp=e zal tragten te gebruijken, zoo dra hij ziet dat wij voor den over„ last van de verdere muijtelingen niets te vreezen heeft, om daar door, zoo het moogelijk waare, als Mohandikam van deeze vidaene aangesteld te wor„ „den. Tot het winnen van de Belligamkorle meenen wij dat het nodig zal zijn, dat UE: ziet te winnen den Altoekorle Arraatje van dat distrikt. Deeze Man is bekent voor een perzoon, die grooten invloed op de gemoedeken van de ingezeetenen van de Belli„ „gamkorle heeft, en hij is met meest alle de andere mindere hoofden van de Matukese Dessavonie be„ „vriend. Bij deeze onderhandelinge dient uE: egter den Korle Arraatje Roepensinge eenigzints te vleijen, wijl Hij een trots, kundig en heerzugtig Man is Deeze onderhandelingen dienen egter zeer be„ „dekt te geschieden en wij gelooven zelfs, dat het best zoude zijn zoo dit geschiede, buijten voorken„ „nis van eenige der hoofden. Indien alle deze pogingen vrugteloos bevonden worden, en dat men mids dien na andere middelen zal moeten omzien, dan gelieve uE ten eersten zijn ge„ dagten telaeten gaen over het geene noodig zij, om Mature testellen in dien staet, dat het teegens de insultes van de muytelingen zeeker zij De land tong 2858 tong waer op Mature legt, is tot Donduke en zelfs tot Ganduke niet heel treed, en zoo men op een van beide deeze plaetzen een post aanleide, alleen, zoo veel gedekt, dat ze voor een aanloop vijlig zij, is het niet tevermoeden dat de muijtelingen het zullen waegen, om tussen deeze posten Ma„ „ture intekoomen. Om alleen meester te blijven van den Roodenberg is wat heel nabij, we laaten het nogtans indien het daer toe koomen moet, aan UE: gedefereerd, om daar in na bevinding van zaeken te handelen. Jn zulk een geval zal het ook noodig mond zijn, iets aanteleggen: tusschen Mature en de revad van de rivier, om de muijtelingen aen die kant in respekt te houden. Het garnizoen van Mature moet als dan zoo kleijn genoomen worden, als het met voorzigtig„ „heid geschieden kan, om dat wanneer het tot dade„ „lijkheeden koomen moet, het waarschijnlijk zal noodig zijn, dat men zig van de Morwa korle verzeekert, waar toe onder anderen zouden kun„ „nen dienen de troepes, die te Matuke niet noodig zijn Dog hier over zullen we uE: nader onder„ „houden, wanneer het uijt uE: verdere berigten mog„„„ „te blijken, dat het noodig word op diergelijke middelen te zijn bedagt. Wat men van het Hof van kandia in deeze gelee„ „gentheid deze „gentheid tewagten heeft, is tot nog toe wat twijffel„ „agtig. De berigten, dat de muijtelingen daar zouden zijn afgeweezen, worden door nadere berigten weder„ „sprooken- zoo we giinformeert zijn, zouden ze daar niet zoo geheel ongunstig ontvangen zijn. zelfs zegt men, dat sommige van hun met een schriftelijk antwoord aan de muijtelingen zouden zijn terug gekeekd. Het gedrag van de eerste hoofden te Mature is wat be„ „denkelijk, en mag daarom op hun wel wat het oog ge„ „houden worden. We weeten ook niet al te wel, wat we denken moeten van de Trinkonomaelsche berig„ „ten, die in deeze kopieelijk overgaan, als of de wanni„ „a van Pattaava eenige onrust aan dien kant zocht te sligten, en van de berigten die voorkoomen bij een brief van den boekhouder Ripsema, die ook in kopij hier nevens gaat. Over den brief van Pattawa wannia is aan het Hof geschreeven, en is middelerwijl na Trinkonomale bevoolen, om niet te dulden dat er eenigen inbrek gedaen worde op skomp:s grond gebied. Na Silauw is gezonden een komp:s oosterlingen, ten einde dat insgelijks tebeletten, wanneer men aan dien kant, iets diergelijks zoude willen onderneemen. Het geen we van het Hof van kandia in deeze ge„ „legentheid het meest hebben te bezorgen, zoo het werkelijk

NL-HaNA_1.04.02_3886_0453 view scan ↗

English

2859 To the same as before. might truly have unfriendly intentions against the Company, is that it will seek to perpetuate the unrest in the Matara Dissavony, and meanwhile make some minor preparations to encourage the mutineers to that end, in order to see, as matters turn out, what advantage it might derive therefrom. In order to investigate the disposition of the Court of Kandy somewhat more closely, and especially to be more certain whether the Court of Kandy actually has any dealings with the Matara mutineers, we have resolved to demand from the Court, on the basis of the Peace Treaty, in emphatic terms, the mutineers from the Matara Dissavony who might be in Kandy, as well as those who might hereafter still dare to appear there. The letter for this purpose shall be dispatched this very evening. We remain, for the rest, after greetings, stood below and signed As before in the margin Colombo, the 10th of July 1790. We have received your secret letter of the 10th of this month, and hereby authorize you, instead of the allowances granted by our secret letter of the 22nd of June last to the European non-commissioned officers and privates of the infantry and artillery, and to the native soldiers who are exceptionally detached thither in accordance with your proposal, to allow the following provisions to be issued to them monthly, namely: To the European non-commissioned officers and privates extra board money, and in addition to each private another twelve stuivers, and To the native soldiers half of their ordinary board money, as extra, to wit: The Captain . . . . . . . . . . . . . 3 rixdollars. The Lieutenant . . . . . . . . . . . . 2 rixdollars. The Ensign . . . . . . . . . . . . . 2 rixdollars. The Sergeant . . . . . . . . . . . . 1 rixdollar. The Corporal . . . . . . . . . . . . — 24 stuivers. The Private . . . . . . . . . . . . — 18 stuivers. Together with two drams a day to the latter. We leave it deferred to you to let these allowances commence at such time as you shall deem necessary, so that these people may have a proper compensation for the increased expenses they may have incurred for their maintenance. 2860 We remain, for the rest, after greetings, stood below and signed As before in the margin Colombo, the 17th of July 1790. Agrees: P: A d: Lostman Sworn Clerk. No: 36. P: d J: Pape Examined 2861 Separate Colombo To the Right Honorable, Highly Esteemed Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Yesterday afternoon I received from the Right Honorable the Commander of Jaffna the enclosed, with orders to send the accompanying two persons, Tamoderenpulle and Kanewadie Aijer, who were sent here on a thoni under the escort of a corporal, two Europeans, and 2 sepoys, to over there with one of the boats, which is hereby done, also under the escort of a corporal and 4 private sepoys who have received rations for 8 days, with the very humble presentation of the copy of the order sent. For the rest, I have the honor to be, with profound respect, stood below: Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed humble and obedient servant, was signed: C: F: Ebell in the margin: Mannar, the 9th of January Anno 1790. To the same as before. According to your Right Honorable's esteemed order, I shall not allow the Nayakkars to leave until further orders from your Right Honorable; they are not being treated unkindly; they told me that they had nothing to live on. As soon as I had received your Right Honorable's esteemed letter of the 25th of February last, I wrote to the Dissave Schreuder to appoint Lieutenant Groos as Second Lieutenant to the detachment for the pearl fishery. The broker Waytelingen recently had the silver and copper bells made and provided the necessary ornaments for the elephant that your Right Honorable had sent to the Nabob. I asked him what they had cost; he told me that he could not state this before his arrival at Jaffna, and that I should requisition twelve ells of red cloth from your Right Honorable to see that the same is provided if the elephant must be decorated. I request your Right Honorable, I have the high honor to be with all respect, stood below: as before was signed: B: J. Raket in the margin: Mannar, the 8th of March 1740. Agrees: Corns: Johanns: Idé Examined Clerk 2862 Separate Colombo. To the same as before. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord! Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! I hereby respectfully present to your Right Honorable a declaration which Pamoderenpulle has given regarding the complaint matters of the Vanniar against him, and for the rest I have the honor to be, with all respect, stood below: Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: B: J: Raket, in the margin: Jaffnapatnam, the 14th of January 1790: I hereby respectfully present to your Right Honorable

Dutch transcription

2859 Aan als vooren. werkelijk onvriendelijke gedagten teegens de komp:e hebben mogt, is dat het zal zoeken den onkust in de Maturese Dessavonij te doen voortduuren, en mid derwijl deeze en geene kleijne aanstalten maaken om de muijtelingen daar toe aante moedi„ „gen, ten einde bij de uijt komst van zaeken te zien, wat voordeel ze het daar meede zoude kunnen doen. Om de gezintheid van het Hof van kandia wat na„ „der te onderlasten, en om inzonderheid wat meer zeker te zijn, of het Hof van kandia met de Ma„ ttivese muijtelingen werkelijk iets uijtstaende heeft, hebben we beslooten om van het Hof, uijt hoofde van het vreedens Traktaet, in na drukkelijke termen op te eisschen de muijtelingen uijt de Ma„ „tersche Dessavonie, die zig in kandia mogten be„ wel „vinden, zoo veel, als de geene, die zig na dezen nog mogten verstouten daer te verschijnen. De „doos brief daer toe zal nog heden avond afgaen. Wij blijven voor het overlige na groete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 10: Julij 1790. Wij hebben ontvangen uwen secreeten brief van den 10. dezer, en qualificeeren UE: door deezen, om insteede van de bij onzen secreeten Brief van den 22. i ffel„ ouden weder¬ C3 elfs zegt stel tek rug lijk daar ge„ ni„ in ½ 22. Junij J:o L: geaccordeerde toelaagen aan de Etinopee„ „sche onder officieren en gemeenen van de Jnfanterij en artillerij, en aan de oostersche militaiken die aldaar buijten gewoon zijn gedetacheerd overeenkomstig u„ „wen voorstel, maandelijks aan dezelven te moogen „laaten doen de volgende verstrekkingen, namelijk. Aan de europeesche onder officieren en gemeenen extra kostgeld, en daar en boven aan ieder gemeenen nog twaalf stuijvers. en Aan de Oostersche militairen de helfte van hun ge„ „woon kostgeld, tot extra, te weeten. „ Nevens twee soopjes 's daags aan de laatsten. ye Wij laaten het aan uE: gedefereerd, om deeze toe„ „laagen te doen ingaan teegens zodanigen tijd, als uE: dat noodig zal oordeelen op dat deeze „luijden, daar aan eene behoorlijke vergoeding kunnen hebben voor de meerdere kosten, die ze tot hun onderhoud mogten gedaan hebben. „ gemeene - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —18. — De Capitain. . . . . . . . . . . . . _ _ _ _ _ r rd=ls 3. –. „ Vaandrig _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 2. —. „ sergeant - _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - - - „ 1. —. „ korporaal - _ - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — 24 — luijtenant - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - _ _ _ _ „ 2. —. Wij o 2860 Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond /: en ge„ „teekend Als vooren /:in margiene kolombo den 17' Julij 1790. Accordeert P: A d: Lostman Getw: klerk. unopee„ en No: 36. P: d J: Pape Nagezien 2861 Apart Heer Kolombo Aan den Wel Edelen Groot Agtbaaren gene Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia, Gouverneur en Direkteur des Eijlands Ceijlon en dies onderhoorig„ „heeden. WelEdele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! sisteren middag ontvange ik van den WelEd. Agtb: heer Jaffe„ „nas commandeur inleggende, met ordre neevensgaande twee perzoonen Tamoderenpulle en kanewadie aijer, die dit heen met een tonij onder escorte van een korporaal, twee Europeesche en 2. Chipahies gezonden zijn, met een van de bootts na ginder te zenden, het geen mitsdeesen geschied, meede onder escorte van een korporaal en 4. gemeene chipahies die voor 8. daagen randsoen ontvangen hebben„ met zeer needrige aanbiedinge van de Capia van de ge„ „zondene ordre. Jk heb voor het overige de eere met diep ontzag te zijn /:onder„ „stond:/ Wel Edele Groot Achtb: Hoog Gd: Heere uuw Wel Edele Groot Achtb: onderdanigen en gehoorzaa„ „men Dienaar /:was geteekend:/ C: F: Ebell /: in mar„ „gine:/ Mannaar den 9:e Janua„ „rij Anno 1790 Aan Jk zal volgens uwelEd: Groot Achtb: g'eerde last de Requireeren moest, twaalf ik verzoek Uwe „baare Aan als Vooren. Naijkers niet laaten gaan tot nadere ordre van uwel„ „ Edele Groot Agtb:, ze worden niet onvriendelijk behandeld, ze hebben mij gezegt dat ze niets hadden om te leeven—. zoo als ik ontvangen had uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde schrijven Van den 25„e februarij J:L:, heb ik den Heer Dessave schreuder geschreeven om den Luijtenant Groos te be„ „noemen tot tweede Luijtenant bij't detachemunt voor de paarlvisscherij. De Maakelaar Waijtelingen heeft laast de silvere en kopere klokken laaten maaken en de noodige Ciraaden voor de oliphant die uwelEd: Groot Agtb: aan den Nabab ge„ „zonden had, besorgt-. Jk heb hem gevraagd wat deselve gekost hadden, wij heeft mij gezegt, dat hij die niet eer„ „der opgeeven konde, dan na zijn komste te Japfana, en dat ik van uweld: Groot Agtb: om het zelve mij te be„ ellen rood zaaken, zorgen zoo de oliphant moet vercierd werden. „Wel Ed. groot acte„k heb de hooge Eer van met al ontzag te zijn. /:onderstond/: als vooren /:was geteekend:/ B: J. Raket /: in margine: Mannaar den 8. e Maart 1740 Ackordert Corns: Johanns: Jdé gezien klerk 2862 Appart Kolombo. Aan als Vooren. Aan den Wel Edelen Groot Agtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad Ordinair van Neederlands Jndia, Gou„ „verneur en Directeur van 't Eijland Cijlon met dies onderhorigheeden. Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Jk biede uwe Wel Ed: Groot Achtb: hier nevens in eerbied aan, eene verklaaring, die Pamoderen= „pulle gegeeven heeft, noopens de klagt zaaken van 't wannetje, teegen hem, en heb voor het ove¬ van „rige de eere, met alle ontzag te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Uwer wel Edele Groot Achtb: onderda= „nigen en gehoorzaamen Dienaer /:was geteekend:/ B: J: Raket, /:in margine:/ Jaffanapatnam den 14: Januarij 1790: Jk biede uwel Edele Groot Achtb: hierbij in Eerbied

NL-HaNA_1.04.02_3886_0462 view scan ↗

English

Respectfully submit the Report of the commissioners who inspected the elephants that were brought here the day before yesterday from Colombo, wherein the height and defects of the same are noted, and report at the same time that the two merchants who have remained here desire to select and purchase the elephants. However, since even by drawing lots, although it was done formerly, they do not wish to buy the inferior along with the superior elephants, and your Right Honourable has ordered me by a letter to sell the inferior together with the superior elephants: I therefore humbly request your Right Honourable to order me further soon as to how I must conduct the sale of the same. If one were not to give the merchants the freedom to select and purchase the elephants, then in the future no merchants would wish to come here, and if one were to allow it, then they, and other elephant merchants upon their arrival here, would always want to make use of it, and the inferior elephants would remain unsold and become a burden to the Honourable Company; but in order to revive the trade thereof, one should, I think, subject to your wiser judgment, give that freedom to them, or at least, until the trade shall have revived, keep in hand no other elephants for trade than such of which I have written to your Right Honourable by the Company's letters of 27 9ber 1788 and 14 Maij 1789. Mr Tompson has shown me a copy of a letter written by your Right Honourable to Mr Fallofield, whereby permission is given to that Mr Tompson to marry, and requested on that account to have permission from me to consummate his intended marriage, but since I wish to do nothing without authorization from your Right Honourable, I therefore request your Right Honourable to inform me whether I shall allow the marriage of Mr Tompson to be solemnized. I remain with deep respect. Underneath stood and signed as aforesaid. In the margin: Jaffanapatnam the 30 Januarij 1790. To the same as aforesaid. Here enclosed I respectfully present to your Right Honourable an account given by a lascorijn of the king of Kandia, who with two other lascorijns, whose names are also known from the account, has arrived here from the coast, and request your Honour to inform me what I must do concerning them. I have the honour to be with all high esteem. Underneath stood and signed as aforesaid. In the margin: Jaffanapatnam the 25 Januarij 1790. To the same as aforesaid. We humbly inform your Right Honourable by this that the balance of gunpowder at the end of Januarij last has consisted of 16982 1/2 lb. And furthermore declare to be, with all due high esteem. Underneath stood and signed as aforesaid. In the margin: To the same as aforesaid. To the same as aforesaid. We have the honour to present herewith to your Right Honourable a copy of our Resolution of the 22nd of this month containing the decision to bring to the attention of your Right Honourable that one should sell the unsold elephants to our brokers and inhabitants, even if it were at a loss of 50 per cent according to the price current, since in transporting them to the Coast that trade would fall into decay, but that one should wait with this until the months of Maij and Junij, as these are the time of the arrival of the merchants, whereupon we solicit your Right Honourable's esteemed approval, and subscribe this with all due high esteem. Underneath stood as aforesaid. Was signed: B: J: Raket, C: F: Schreuder, G: Mooijaart, G: Frankena, J: v: Ebbenhorst, J: C: van Sprang, D: J: De Moor. In the margin: Jaffanapatnam the 25 Maart 1790. Since I have already had the gift elephants transferred to the servant of the Nabab named Abdul kader, in order of the remaining elephants that were to be sold. In the margin: Jaffanapatnam the 18 febr 1790. containing the decision to send the ammunition goods and artillerymen requisitioned by the gentlemen Ministers at Paleakatta thither from here by a chartered vessel, whereupon we solicit your Right Honourable's esteemed approval, and furthermore declare to be with all feelings of high esteem. Underneath stood as aforesaid. Was signed: B: J: Raket, G: Mooijaart, G: Frankena, J: B: Tijken, J: V: Ebbenhorst, D: J: de Moor. In the margin: Jaffanapatnam the 13th Maij 1790. To the same as aforesaid: We have the honour to present herewith to your Right Honourable: Copy of our Resolution taken this day containing the decision to send thither, instead of the 50 European and 50 Eastern soldiers with their officers requisitioned by the ministers at Paleakatta, 32 heads of European soldiers and 78 heads of Easterners, together with their officers, along with their weapons, and for the reinforcement of the garrison here to have the Company's Burghers perform service, with the ordinary pay, whereupon we solicit your Right Honourable's esteemed approval; and Two letters from the said gentlemen Ministers, which we have received for your Right Honourable. We

Dutch transcription

Eerbied aen 't Rapport der gekommitteerden, die de oliphanten, de welke op Eergisteren van kolom= „bo alhier aangebragt zijn, bezigtigd hebben, waar bij bekend staan de hoogte en gebreeken van dezelve, en melde teffens dat de twee kooplieden, die hier gebleeven zijn, begeeren de oliphanten uijt te soeken en te koopen. Dan dewijl zij zelfs bij looting, hoe wel het voor= „maels geschied is, de onaanzienlijke met de aanzienlijke oliphanten niet koopen willen, en uwel Edele Groot Achtb: mij bij eenen brief gelast heeft om de onaanzienlijke met de aanzien lijke oliphanten tezaamen te verkoo„ „pen: zoo verzoek ik uwel Ed: Groot Achtb: oodmoedig, om mij spoedig nader te beveelen hoedanig ik den verkoop van dezelve hou¬ „den moet. Zoo men de kooplieden geene vrij „heijd mogte geeven, om de oliphanten uijt- „te zoeken en te koopen, dan zoude in den aanstaende geene kooplieden hier willen aankoomen, en zoo met 't mogte doen, dan zouden ze, en andere oliphants kooplieden met hunne aankomste alhier altoos er van 2863 van 't gebruik willen maaken, en de onaan¬ „zienlijke oliphanten onverkogt blijven, en tot last van D: E: Comp: strekken; dog om den handel er van te doen opluijken, zoude men, denk ik, behoudens Hoogst derzelver wijzer gevoelen, die vrijheijd aan hen moeten geeven, of ten minsten, tot dat de handel zal op geluijkt zijn, geen andere oliphanten tot de negotien aan handen houden, dan zulkxe waar van ik uwel Ed: Groot Achtb: geschree„ „ven heb bij sComp:s brieven van den 27: 9ber: 1788: en 14. Maij 1789. —. De heer Tompson heeft mij vertoond eene kopia brief door uwwel Edele Groot Agtb: aan den heer Fallofield geschreeven, waar bij aan dien heer Jompson permissie gegee= „ven is om te moogen trouwen, en verzogt om uijt dien hoofde van mij verlof te moogen heb= „ben tot 't voltrekken van deszelfs voorgenoo„ „men huwelijk, dog dewijl ik niets doe wil„ buijten kwalifikatie van uwel Ed: Groot Agtb:, zoo verzoek ik uwel Ed: Groot Agtb: om mij te bedeelen, of ik, 't huwelijk van an den 9 den heer Tompson zal laaten voltrekken. Jk ben met diep onzag. /:onderstond:/ en /:ge= „tekend:/ als voors /:in margine:/ Jaffana= „patnam den 30: Januarij 1790/ —. Aan als Vooren. Hier ingeslooten biede ik uwel Ed: Groot Achtb: in Eerbied aan, een Relaas verleend door eenen laskorijn van den koning van kandia, die met nog twee laskorijns, wier naamen meede bekend staan bij 't Relaas, van de kust alhier aangekoomen is, en verzoe= „ke hoogst deselve mij te bedeelen wat ik om= „trend hen doen moet. Jk heb de eer van met alle hoogagting te zijn. /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in mar= „gine:/ Jaffanapatnam den 25.: Januarij 1790: Aan als vooren. wij berigten uwel Ed: Groot Agtb: bij deesen nee„ „drig, dat 't restant duskruijt onder ult=o Ja= „nuarij Jol: heeft bestaan in. 16982. ½. lb: —. En betuijgen overigens te zijn, met alle verschul= „digde hoogagting /:onderstond:/e /:geteekend:/ als voors J: in mar¬ 2864 Aan als vooren. Aan als Vooren. wij hebben d' eere uwel Ed: Groot Agtb: hierneevens aan te bieden kopia onser Resolutie van den 22:' deeser houdende besluijt, om uwel Ed: Groot Achtb: onder 't oog te brengen dat men de onverkogt blijvende oliphanten aan onse maakelaars en ingeseetenen verkoopen moeste, al was 't met Een verlies van 50. p:r C:o na de prijs Courant, dewijl bij het vervoeren van deselve na de Cust, die handel in verval zoude, dog dat men daarmeede wagten moeste tot de maanden Maij en Junij, als zijnde deselve de tijd van de over= „komste der kooplieden, waar op we uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde goedkeuring insteeren, en onderschrijven deese met alle verschuldigde hoogagting /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket, C: F: Schreuder, G: Mooijaart, G: Frankena, J: v: Ebben„ „horst, J: C: van Sprang, D: J: De Moor, /:in margine:/ Jaffanapatnam den 25: Maart. 1790. wijl ik de geschenk Eliphanten bereeds aan den bedien „de van den Nabab geheeten Abdul kader heb laaten overgeeven, om van de overige oliphanten die verkogt /:in margine:/ Jaffanapatnam den 18: febr: 1790: moesten na= 1790 nee¬ Ja hl mar¬ houdende besluijt om de door de heeren Ministers te Paleakatta gerequireerde Ammonitie goederen en Artilleristen, per een huur vaartuijg van hier, na derwaards te verzenden, waarop wij uwelEd: Groot Agtb: g'eerde approbatie insteeren, en betuijgen overigens te zijn met alle gevoelens van hoog agting /:onderstond:/ p als vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket, G: Mooijaart G: Frankena, J: B: Tijken, J: V: Ebben horst, e D: J: de Moor /:in margine:/ Jaffanapatnam den 13:e Maij 1790. Aan als vooren: Wij hebben de Eeren uwelEd„ Grot Achtb: hemerens aan „tebieden. Copia onser op heeden genoomene Resolutie houdende besluijt om, insteede van de door de ministers te Paleakatta gerequireerde 50. Europeesche en 50. oostersche Mili„ „tairen met hunne officieren, 32. koppen Europeese mili„ „tairen en 78. koppen oosterlingen, met hunne officieren te zaamen, beneffens hunne wapens na derwaards te zenden, en tot versterking van het garnisoen alhier de komp:e Burgers te laten dienst doen, met de gewoone besolding waarop wij uwel Ed: Groot Agtb: g'erde goed„ „keuring insteeren. en Twee brieven van gem: heeren Ministers, die wij voor Uwel Ed: Grot Agtb: ontvangen hebben. Wij

NL-HaNA_1.04.02_3886_0467 view scan ↗

English

2866 To the same as before. To the same as before. For the rest, after greetings, we remain with all due high esteem /:was signed:/ as before /:in the margin:/ Jafcanapatnam, the 29th of May 1790. Since we failed to inform Your Right Honorable Grand Worships yesterday that the vessel of Mr. van Halm departed thither on the 7th instant with the ammunition, artillerymen, and soldiers requisitioned by the Honorable Ministers at Paleacatta and mentioned in our Resolutions of 11 April and 29 May last, we hereby do so, declaring further to be with all due high esteem /:was signed:/ as before /:in the margin:/ Jaffanapatnam, the 11th of June 1790. I respectfully present to Your Right Honorable Grand Worships herewith a translation of a Tamil letter of 1 May last, written by Moettaija Modeliar to the envoys of the Nabob of Karnatica, and as the last-mentioned have requested to pay the expenses of their sepoys on behalf of the Company to the same, I request Your Right Honorable Grand Worships to write to me whether I must pay them or not. I am with deep respect /:below stood:/ as before /:was signed:/ B: J: Raket; /:in the margin:/ Japnaapatnam, the 8th of July 1790. [illegible] To the same as before. To the same as before. On the 15th instant we ordered the Honorable Head of Mannar, Ebell, to send 2 corporals and 40 privates of the half company of sepoys here; yesterday we received Your Right Honorable Grand Worships' esteemed letter of the 10th preceding, and at once ordered the said Honorable Ebell, in case those sepoys should be on the way here, to recall them immediately and to send them to Kalpettij with the other half of the half company. We declare further to be with all due high esteem /:below stood as before: /:was signed:/ B: J: Raket, C: P: Schreuder, G: Mooijaert, G: Forankena, B: Tijken, I: v: Ebbenhoven, D: J: de Moor: /:in the margin:/ Jafnapatnam, the 19th of July 1790. The Honorable Head of Mannar, Ebell, wrote to me in a separate letter dated the 20th instant that some Moors of Moeselij and Nogere had offered him to deliver pepper to the Honorable Company at 6 stivers the pound, and asked whether he might accept it. I humbly request Your Right Honorable Grand Worships to write to me as soon as possible whether it meets with Your most esteemed approval that the said Honorable Ebell be authorized thereto by a resolution. I am with deep respect /:below stood as before: /:was signed:/ B: C: Raket, /:in the margin:/ Safnapatnam, the 26th of August 1790. Agrees Corns. Joham: Idi sworn clerk 2068 Secret Ceilon To the Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of that Island and the Coast of Madure, together with the Council at Kolombo. Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, and very Discreet Sir and Friends: It is currently expected at any moment that Tippu Sultan will begin hostilities against Travancore, and if this happens, there is great reason to fear that he will meet little resistance from Travancore's untrained troops, and once they are driven from the field, he will attack our fortress with his greatest force. And as our garrison is far from sufficient to defend it properly, we have recourse to Your Honors and request speedy and emphatic help, on which the preservation of this establishment will mainly depend. Since everything in Europe, at least regarding our state and its allies, is in peace and quiet, and Ceilon thus has nothing to fear, To the same as before we rest assured that Your Honors will send us as soon as possible a considerable reinforcement of European militia, and among them as many artillerymen as possible, in addition to which we also request twenty thousand pounds of good gunpowder, as our supply is not sufficient for a siege. Being uncertain whether the State's frigates are still at Ceilon, we enclose herein a letter to the Commander De Vaillant, in which we request his Honor's assistance. Your Honors are requested to support this request with your intercession if the frigates are there, but otherwise to return the letter to us. Wherewith, after friendly greetings, we remain /:below stood:/ Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and Friends, Your Honors' obedient friends and servants /:was signed:/ J: G: van Angelbeek, J: L: v: Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, A: Lienel, /:in the margin:/ Koetsem, the 28th of December 1789. The hostilities that Tippu began on the 29th instant have been continued since; the day before yesterday and yesterday he attacked the Lines three times and three times

Dutch transcription

2866 Aan als vooren. Aan als vooren. Wij blijven voor het overige na groete met alle ver„ „schuldigde hoog agting /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Jafcanapatnam den 29:e Maij 1790. Wijl wij 't versuimt hebben uwwel Edele groot agtb: op gesteren te bedeelen, dat 't vaartuijg van den HeerE van Halm, med de door de Heeren Ministers te Paleacatta gerequireerde, en bij onse Resoluties van den 11: April en 29. maij Jongsleeden, vermelde amoni= „tie goederen, Artil leristen, en Militairen, op den 7:' de„ „ter na derwaards vertrokken is, zoo doen we zulks bij deezen, Betuigende overigens te zijn met alle ver-hoor „schuldigde hoogagting /:onderstond:/ en /: geteekend: /. als vooren /:in margine:/ Jaffanapatnam den 11: Junij 1790 —. —. Jk biede uwel Edele groot agtb: hiernevens in eerbied aan, Een Translaat Samulschen brief van den 1: maij Jo leeden, geschreeven door Moettaija mod=t aan de sendelingen van den Nabab van Karnaticapen en wijl de laast gem: verzogt hebben, om aan denzel „ren de ontlosten van hunne sipaijs 'sComp=s wegen tevoldoen, zo verzoek ik uwel Edele groot achtb: om mij te schrijven, of ik die voldoen moet, dan niet, jk bes met diep ontzag. /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket; / in margine:/ Japnaa patram den 8. Juli 1790. Aan ters en gens stond:/ aart aan besluijt ta i„ ren goed„ voor 8 Aan als vooren. Aan als vooren. Wij hebben op den 15. ' dezer 't E: Mannaars ap= „perhoofd Ebell gelast om 2. korporaels en 40. gemee„ „ne van de halve komp: sipaijs dit heen te zenden; op gesteren ontvangen uwel Ed: groot Agtb: g'agten brief van den 10: bevoorens, en ten eersten aen gem: E: Edell gelast om, wanneer die sipaijs mog= „te op den weg hierna toe zijn, onmiddelijk te „rug teroepen en na kalpettij met de overige helfte van de halve komp: te zenden. wij betuigen overigens te zijn met alle verschuldigde hoog agting. /:onderstond als vooren: /:was geteekend:/ B: J: Raket, C: p: Schreuder, G: Mooijaert, G: Foran kena, B: Tijken, I: v: Ebbenhoven, D: J: de Moor: /:in margine:/ Jafnapatnam den 19:' Julij 1790: 'T E: manaarse opper hoofd Ebell heeft mij bij een Apparten brief ged=t 20:' dezer geschreven, dat eenige mooren van moeselij en Nogere denzelven aangebo= „den hadden peper aan DE: komp: te leeveren te „gens 6. stvs 't lb: - en gevraegd of dezelve die ac= „cepteeren mogte. Jk verzoek uwel Ed: groot Agtb: oodmoedig om mij ten spoedigsten te schrij= „van 7 2867 „ren, of H' met hoogst deszelfs g' eerde goed keuring is, dat gem: E: Ebell bij een besluit daer toe gequali„ „ficeert word. —. Jk ben met diep ontsag: /:onder„ „stond als voore: /: was geteekend:/ B: C: Ratet, /:in margine:/ Safnapatnam den 26:' aug=s 1790. Ackordeert Corns. Joliam: Idi gezuklerk o an 2068 sekreet Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jacob van de Graaff Raed ordinair van Nederlands Jndien, gouver„ „neur en Direkteur van dat Eijland en de keeste Madure nevens den Raed te kolombo Edele, Erntfeste, Manhafte„ wijze voorzienige zeer Dis„ „kreete Heer en vrienden: Men verwagt thans alle oogenblikken dat Tipoe sultan de vijandigheeden teegen Trevankoor beginnen zal, en als dit gebeurd, heeft men groote reedenen van te dugten; dat hij aan TrevanKoors on„ geoeffende troepen geringen teegenstand ontmoeten en als dezelven uijt het veld geslaagen zijn, met zijne grootste magt op onze vesting aanvallen zal. En wijl onze bezetting of verre na niet toerij„ „kende is, om deselve behoorlijk te defendeeren: zoo neemen wij onze toevlugt tot uweled: en verzoeken spoedige en nadruklyke hielpe, waar van het be„ „houd van dit etablissement voornaamlijk zal afhangen. wijl alles in Europa, ten minsten wat ons en staat en desselfs geallieerden aangaat, in rust vreede is, en Ceilon dus niets te vreesen heeft: zoo houden Aan als vooren houden wij ons verzeekerd, dat uwel Edelen ons ten aller spoedigsten een aanzienlijk renfort van Euro„ „peesche Milietsie, en daer onder zoo veel artil leriste„ als moogelijk is, zullen toezenden, waer en boven Goed wij ook om twintig duijsend ponden „ buskruijt verzoek doen, wijl onse voorraad voor eene belee„ „jering niet toerijkende is. Jn de onzeekerheid, of slands Fregatten zig nog op Ceilon bevinden, sluijten wij eenen brief aan den heer kommandant De vaillant hier in, waar bij wij zijn Ed: om bijstand verzoeken, uw wel Edele gelieven dit ons verzoek in dien de fregatten ginter zyn, door hunne voorspraak te ondersteunen, dog anders den brief aan ons terug tezenden. waermeede na vriendelijke groete blijven /:onder„ „stond:/ Edele, Erntfeste, Manhafte, wijse voor„ „zienige zeer Diskreete Heer en vrienden uwer wel Ed: D: W: vriend en Dienaeren /:was ge„ „teekend:/ J: G: van Angelbeek, J: L: v: Spall, G: G: Gebhardt, J: w: H: van Rossum, A: Lienel, /:in margine:/ koetsem den 28: December 1789: De vijandigheeden, die Tepoe op den 29: deeser begonnen heeft, worden zeeder voortgezet, Eergisteren en giste„ „ren heeft hij driemaal de Linie aangetast en driemael

NL-HaNA_1.04.02_3886_0473 view scan ↗

English

Three times he was beaten back by the people of Trevankoor, without assistance from the English, who are still standing near Paroe. This morning from four to six o'clock we again heard severe cannon shots and the volleys from small arms, but the outcome thereof is still unknown. But even though the brave conduct of the Trevankoor troops exceeds our expectations, one must nevertheless assume that they will not be able to hold out against the great superior force in the long run, and that Tipoe will thus achieve his purpose to that extent and advance before this city. In such an event, women and children would not only be greatly in the way and a burden to us during the siege, but also, should the fortress fall, become the victims of his inhuman cruelty. Wherefore we kindly and urgently request Your Honours by this to send us as many ships and sloops for the transport of women and children as is possible. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Underneath stood and signed as before. In the margin: Koetsiem, the 31st of December 1789. To as before. We have had the honour of receiving Your Honours' esteemed letter of the 30th of December last, and kindly thank you for the letter sent therewith from the Government of Madras addressed to Your Honours, which we immediately answered in such manner as appears from the accompanying copy. Furthermore, we thank you for the precautions that Your Honours were pleased to take by meanwhile informing the said Government of Madras concerning the groundlessness of Tipoe Sultan's pretences regarding Kranganoor. We have duly received under seal the catchword for the cipher sent to us, and shall make use of it if necessary. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Underneath stood and signed as before. In the margin: Koetsiem, the 2nd of February 1790. To as before. We hereby present to Your Honours a copy of our letter to the General English Government in Bengal, which we wrote at Your Honours' request in reply to the letter that that government had sent to Your Honours regarding the war of the Nabab Tipoe Sultan against the king of Trevankoor, and attach thereto a copy of our secret resolution, wherein the reasons are set forth which moved us to propose therein a closer defensive alliance with the last-mentioned king under guarantee of the English Company. From the reply of the frequently mentioned English Government, likewise accompanying this in copy, Your Honours will see that this proposal of ours was declined in a very polite manner. And since the English Army under the command of General Medows has since begun operations against Tipoe Sultan with good success and has already conquered the entire landscape of Koimbatoer and is currently engaged in conquering the province of Dindoegal, and since also in the approaching good monsoon a second army consisting of the troops of Bombay will take the field against him from this side, while at the same time he is about to be attacked from two other sides by the Marattas and the king of Golkonda, it may be held as fairly certain that, if not completely subdued, he will at least be so greatly weakened and at the same time so enclosed within his inland provinces that these lowlands, and therefore also the Company and its allies, have nothing further to fear from him. We shall therefore send back the troops with which Your Honours so kindly assisted us in the coming monsoon, but hope that the unrest which had recently arisen among the Sinhalese subjects has since been quelled, and that we shall thus be able to postpone the return of the said troops until we obtain the Company's ships and vessels for that purpose; for to march a portion of them through the country of Trevankoor to Tutucorijn would be utterly impracticable in the present bad monsoon and extremely difficult after the rainy season, owing to the great lack of coolies, because they have partly perished in the war and the still continuing smallpox, and for the rest are being used by Trevankoor in the service of the English army, so that, if circumstances over there should require it, it might be much more advantageous to send the men across in hired vessels. In any case, we request you to let us know whether a portion of them may be sent to Gale on the pepper ship, and which companies Your Honours would be pleased to choose for that purpose. At the request of Your Honours by secret letter of the 11th of October 1785, we negotiated for the service of the Ceylon Government fifty thousand rupees at the interest of one percent from natives under the name of Anta Sittij, and we are now being called upon for that capital, but are utterly incapable of producing it, and are therefore obliged hereby to request Your Honours to enable us to make the payment. Since it is not likely that Your Honours over there will be able to procure so many Surat rupees, it serves for information that here the piastres are current at 2 1/10 rupees or 63 stuivers, and the Tuticorin pagoda at 2 2/5 rupees or 102 stuivers. For the rest, after friendly greetings, we remain. Underneath stood and signed as before. In the margin: Koetsiem, the 22nd of August 1790. Colombo

Dutch transcription

2869 driemaal is hij terug geslaagen, door het volk van Trevankoor, zonder bijstand van de Engelschen, die nog bij Paroe staan, heeden morgen hebben wij van vier tot ses uur weer zevere kanon schooten en de charges uijt het kleen geweer gehoord, dog de uijtkomst daar van is nog onbekend. Dog of schoon het dapper gedrag van de Trevankoorse troepen onse verwagting te booven gaat; zoo moet men dog veronderstellen, dat zij teegen de groote overmagt of den duur niet zullen kunnen bestaan, en dat Tipoe dus zijn oogmerk in zoo ver bereiken en tot voor deese stad aan„ ruekken zal; Jn zulk een val zouden vrouwen en kinderen ons niet alleen geduuren„ „de de beleegering zeer in den wegen tot last zijn, maar ook, indien de vesting mogt overgaen„ de slagt offers van zijne onmenschlijke wreed„ „heit worden, weshalven wij uw welEd: bij deesen vriendelijk en instantig verzoeken, ons zoo veel scheepen en sloepen tot transport van vrouwen en kinderen toete zenden, als moogelijk is waermeede na vriendelijke groete blijven /:onder„ „stond:/ en /:getekend:/ als vooren /:in margine:/ koetsiem den 31:e December 1789: ten boven uijt lee„ 1789 n mael Aan als vooren wij hebben de eer gehad te ontvangen uwer Ede„ „len geagte missive van den 30: December J:L: en bedanken vriendelijk voor den daer meede toegezondenen brief van de Regeering van Madras aan uwel Edelen gerigt, die wij ten eersten zoodanig beand„ „woord hebben als bij de hierneevens gaande blijkt kopij ij Voorts bedanken wij voor de voorzorge die uwel Edelen hebben gelieven te gebruijken door intusschen gem: Regeering van Ma„ „dras te informeeren, noopens de ongegrond„ „heid van Jepoe sultans voorgeeven weegens kranganoor: Het aan ons toegezonden slag woord voor het ceifer hebben wij behoorlijk verzeegeld ontvan„ „gen en zullen als het nodig is daar van ge„ „bruijkt maaken. waar meede na vriendelyke groete blijven /:onder„ „stond:/ en /:getekend:/ als vooren /:in margine:/ koetsiem den 2: Februarij 1790: Aan 2870 Aan als vooren. Wij bieden Uw Ed=s hier nevens een afschreeft aen van onzen brief aen het Generaele Engelsche Gouvernement in Bengale, dien wij op uwEd=s verzoek geschreeven hebben in antwoord van den brief, die dat goeverne= „ment met betrekking tot den oorlog van den Nabab Tipoe Sultan tegen den koning van Trevankoor aen uwEd=s gezonden had, en voegen daernevens eene kopij van onze secreete resolutie, waerbij de reede= „nen geexponeerd zijn, die ons bewogen hebben, daer„ „bij eene nadere defensive allianee met laast ge= „melden koning onder garantie van d' Engel sche komp: voor te stellen. uit het deezen meede en kopij verzellende antwoord van meerm: Engelsche Regeering zullen uwEd=se hie„ dat deeze onse voorstel op eene zeer beleefde wijze is gedeklineerd. En wijl de Engelsche Armee onder bevel van gene„ „rael Medows de operaalsien tegen sipoe sultan zeder naet goed succes begonnen en het heele land= „schap koimbatoer reets veroverd heeft en zig thans met het konquesteeren van de Provincie Dindoegal de Dindoegal beezig houdt en wijl ook in de op handen zijnde goede mousson, een tweede leger uit de troepen van Bombai bestaende van deezen kant teegen hem te velde trekken zal, terwijl hij terzelver tijd door de Maratten en den koning van Golkonda van twee andere kanten staet aangetast te worden; zoo mag men het ge= „noegzaem zeeker stellen, dat hij, zoo niet geheel te ondergebragt ten minsten zoo zeer verreederd en tevens binnen zijne bovenlandschap Provincien zoodanig ingeslooten zal worden dat deeze Beneedenlanden en dus ook de komp: en haere Bondgenooten van hem verder niets te vreezen hebben. Wij zullen derhalve de troepen, waermeede uw Ed=s ons zoo vriendelijk geassisteerd hebben in de aenstaende mousson te rug zenden, dog hoopen, dat de onlusten, die onlangs onder de singaleesche onderdaenen gereesen waeren zeeder: zullen gedempt zijn, en wij dus het terug zenden van gem: troe„ en 2871 „pen zoo lange zullen kunnen uit stellen, tot dat wij daertoe s komps: scheepen en vaertuigen aen handen krijgen; want om een gedeelte van dezelven door het land van Trevankoor naer Tutucorijn te laeten marcheere, zoude in de teegenwoordige quade mousson volstrekt ondoenlijk en nade regentijd ten uitersten bezwaerlijk weezen, we„ „gens het groote gebrek aen koelies door dien dezelven gedeeltelijk in den oorlog ende nog al voort „wordende kinderziekte omgekoomen zijn, en voor 't overige van Trevankoor ten dienste van 't Engelsche legel gebruikt worden, zoo dat het, in „dien de omstandigheeden ginter zulks vereischen mog te veel voordeeligen, zijn zoude, het volk raet geheurde vaertuigen over te zenden. In allen gevalle verzoeken wij, ons te willen melden of een gedeelte van het zelve met het Peperschip naer Gale zal moogen gezonden worden en welke kom „panien uw Ed=s daer toe gelieven te verkiezen: op het verzoek van uw Ed=s bij secreete missive van he taal van den 11=e 8ber: 1785. hebben wij ten dienste van het Ceilonsche Gouvernement vijftig duizend ropijen tegen den intreest van een percent van Jn„ „landers onder den naem van Anta sittij genegoo„ „sieerd, en wij worden thans om dat kapitael aan „gesprooken, dog sijn volstrekt onvermogens, het zelve op te brengen, en derhalven genoodzaekt Uw Ed=s bij deezen te verzoeken, ons tot de afbetae= „ling in staet te stellen, wijl het niet waerhhijn= „lijk is, dat uw Ed:s ginter so veel soeratsche ropijen sullen kunnen bemagtigen zoo diend tot narigt, dat hier de piassers teegen 2 1/10. roppij off 63: stuiv=s ende Tutucorijnsche pagood teegen: 2 2/5. ropij of 102. stuuvs. gangbaer zijn. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond: en geteekend:/ als vooren /:in— „margine:/ koetsiem den 22: Augustus 1790. holombo

← previousnext →