Inventory 3886
Ceylon · 990 pages · 165 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
2872. Secret Colombo To the Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and the Coast of Madure, etc., etc., together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! From the reports of the gentlemen Ministers of Cochin it will have appeared to Your Right Honorable High Esteem that Tipu Sultan, who for a considerable time had been staying in southern Malabar with a very large army, on the 30th of December attacked the lines of the King of Travancore and captured a part thereof, but that he was driven out and back from there by the King's troops with great loss. Since this incident, the reports are unanimous that Tipu is reinforcing himself more and more in Malabar, that he intends to penetrate into the Kingdom of Travancore with greater force, and that his cavalry stands ready to invade everywhere into the Kingdom of the Carnatic and into the lands of Madure and Tirunelveli, and to join the discontented who are waiting for this in the upper Theuver country and in various other regions. Whether such news is now caused solely by fear of the devastating army bands of Tipu Sultan, or whether the English, who consider the peace violated by the attack on the King of Travancore, intend to invade the lands of Tipu, it is certain that Tipu Sultan has marched his cavalry up to the borders, and that the English are making great preparations everywhere and are assembling all their troops at the places of arms, leaving in Madure and Palayamkottai only as few men as is strictly necessary to guard these strongholds, whereby, should anything happen, the entire country of Madure and Tirunelveli lies open to the marauding bands of Tipu Sultan. As far as I can judge the concurring circumstances, it has not yet appeared to me that Tipu Sultan has any further aim 2873 than to make Travancore tributary; but because, if he should succeed in breaking through, on the one hand the undertakings of the mighty Tipu Sultan can hardly be contained, and on the other hand, the English in such a case will presumably invade the lands of Tipu Sultan themselves, and in both cases the neighboring lands of Madure and Tirunelveli will not escape the rapacity of Tipu Sultan, I have deemed it my duty to inform Your Right Honorable High Esteem of this circumstance, and respectfully to request in good time your highest orders, because if the case should occur, this could easily be too late. After our renewed alliance with England, it cannot be believed that Tipu will leave us unmolested, even if we wished to remain neutral. Our entirely defenseless factories should therefore, in my view, as soon as one is assured of the arrival of the troops of Tipu, be dismantled. In the meantime I have given orders to settle the accounts with the merchants as closely as possible, and upon the arrival of the first sloop I shall have all remaining goods brought from there and, even if the news should make this necessary, evacuate everything from there, leaving behind an indigenous servant to guard the lodge. But as regards Tuticorin, although the fort cannot withstand a siege, I would nevertheless be of the opinion that the same, as long as we had only marauding bands to fear, ought not to be abandoned on that account, but on the contrary be placed in a state to defend itself against them. Upon the restoration of our offices after the peace, Tuticorin was not provided with artillery and ammunition as it was before the war, but only with enough artillery and powder to fire a salute. The relations in which we stood at that time with France exposed us to being overpowered at the first rupture, but the new alliance with England has removed this difficulty, and if Tuticorin is to defend itself against his plundering bands in the event of an unexpected raid by Tipu Sultan, then I request to be enabled to do so. In the last war with England, according to a plan by the late Captain Brohier, a walled cemetery on the southwest corner of the town and the washermen's lodge on the northwest corner of the 2874 town were fortified, and for the rest the town was enclosed with lines; but besides the costs that this would cause, too many men would be required for that purpose. Yet if we must leave the town with the residences to their fate, and confine ourselves solely to the fort, and Your Right Honorable High Esteem would be pleased to grant authorization to repair the small entrenchment which was constructed in 1780 and connects the church to the fort, a part of which is still standing, this would give greater strength to the fort, and also sufficient space to accommodate as many men as we would need for the defense, since the church would then serve as a barrack, and the open space would still provide room to accommodate more men; but then we would need, for the time being, in addition to the garrison that we currently have, at least: a second infantry officer a sergeant a corporal twelve European privates an artillery officer two gunners twelve assistants twelve cannons, of which six of 6 to 8 pound caliber three of 3 to 4 ditto, with their carriages, shot, and loading tools.
Dutch transcription
2872. sekreet Kolombo Aan den wel Edelen Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Willem Jacob van de Graaf. Raad ordinair van Nederlands In dien Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon en de Kuste Madure etc=a et C=a Nevens den Raad. Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! uijt de berigten van de heeren Ministers van Koetsiem zal uwel Ed: Groot agtb: zijn ge „bleeken, dat Tipoe sultan, die zig zee„ „dert een getuijmen tijd met een zeer groote armee op zuijder Mallabaar had opgehou„ „den, op den 30=e december de linie van den Koning van Trevankoor aangetast, en een gedeelte daar van bemagtigd heeft, maar dat hij door 's konings troepen met groot verlies daaruijt en te rugge is gedreeven. „sedert dit voorval zijn de berigten een„ „semming, dat Tipoe zig op de Malla„ „baar meer en meer verstrekt, dat hij met meerder kragt in 't Rijk van Trevankoor wil indringen, en dat hij int naaden kragt in 't Rijk van Fezankven wil indringen, en dat zijne ka„ „vallerij gereedstaat, om over al in 't Rijk van Karnatika en in de Landen van Ma„ „dure en Tirnevelli te vallen, en zig te voegen bij de misnoegden, die in 't oeder Theuversche en in verscheijdene andere streeken hierop wagten, of nu zulke tijdingen alleen veroorzaakt worden voor de vreese van de verwoestende leeger bender van Tipoe sultan, dan wel of de Engelschen, die door het aanvallen van den Koning van Trevankoor den vreede voor geschonden houden, voornemende zijn in de landen van Tipoe te vallen, zeeker is 't dat Ti„ „poe sultan zijne kavellerij heeft laaten marcheeren tot op de grensen, en dat de Engelschen over al groote toeberijdselen maaken en al hunne troepen op de waapenplaatsen verzaamelen, zijnde in Madure en Paleamkotte zo weij„ „nig volk gelaaten, als maar eeven nodig is, om deese sterkten te bewaaren, waar door dan indien er iets mogt voor„ „vallen; het geheele land van Madure en Tirnavelli voor de stroopende benden van Tipoe sultan open legt. zoo verre ik de zamen loopende omstandigheeden beoordeelen kan, is het mij nog niet voor 2873 voorgekoomen, dat sipoe sultan verder oog„ „merk heeft, dan oms Trevankoor Cijns„ de „baarte Maaken; maar wijl, indien het mogt gelukken om door te breeken, aan de eene zijde de onderneemingen, van den magtigen Tiepoe sultan kwalijk te beperken zijn, en aan de andere zijde, de Engelschen in zulk geval vermoede„ „lijk zelve in de landen van Tipoe sul„ „tan zullen vallen, en in beijde gevallen de nabuurige landen van Madure en Tirnevelli de roofzugt van Tipoe Sultan niet zullen ontwijken, heb ik het van mijn pligt geoordeeld uwel Edele Groot Achtb: van deese omstandigheid kennis te geeven, en bij tijds om hoogst derzelver beveelen eerbiedig te verzoeken, alsoo indien het geval exteerde dit ligt te laat zoude kunnen weesen. Na onze vernieuwde alliancie met Engeland is het niet te gelooven, dat Tipoe ons ongemoeijd zal laaten, schoon we ons ook neutraal wilden hou„ „den onze geheel weerloose faktorijen zou„ „den dus na mijn inzien, zoo dra men van de aankomst van de troepen van Tipoe verzeekerd waare, behooren opge„ „brooken teworden. Bij voorraad heb ik last gegeeven, om de reekeningen met de de kooplieden zoo na mogelijk te verevenen, en ik zal bij de komst van de eerste sloep alle restanten van daar laaten haalen en ook zelfs indien de tijdingen dit mogten noodzaakelijk maaken, alles van daar ligten, met agterlaating van een inlandsch bediende, om de losier te bewaaren, maar wat Tulukorijn betreft, schoon het fort geen beleegering kan uitstaan, zoude ik egter van gevoelen zijn, dat 't zelve, zoo lang wij alleen voor stroopende benden te vreesen hadden, daarom, niet behoorde verlaaten teworden, maar daar en teegen in staet ge„ „steld om zig daarteegen te verweeren. Bij de herstelling van onse kantooren na den vreede is Tutukorijn niet voorzien van geschut en ammonietsie, zoo als het voor den oorlog is ge„ „weest, maar alleen van zoo veel geschut en kruijt om een salut te kunnen doen. De betrekking waarin we ter dier tijd stonden met Frankrijk stelde ons bij de eerste ruptuur bloot om te worden overmeestert, maar de nieuwe alliancie met Engeland heeft deese zwarigheid weggenoomen, en indien Tutukorijn zig bij een onverwagten inval van Sipoe sultan teegen zijne roofbenden zal verdeedigen, dan verzoek ik daar toe teworden in staat gesteld: Jn den laasten oorlog met Engeland heeft men na een plan van wijlen Kapitain Brohier een bemuurd Kerkhof op de Zuijdwesthoek van de stad, en de was„ schers losie op de noordwesthoek van de 2874 de stad versterkt, en voor het overige de stad met linien ingeslooten; maar buijten de kosten, die dit veroorzaaken zoude, zoo zoude daartoe teveel volk vereijscht worden; dog indien wij de stad met de Residentien aan hun noodlot moeten overlaaten, en ons alleen bij 't fort bepaalen, en uwel Ed: groot Achtb: geliefde qualifikatie te geeven, om 't Kleijne retranchement, 't welk in 1780. is aangelegt en de Kerk aan 't fort hegt, en waarvan nog een gedeelte is blijven staan, te herstellen, zoo zoude dit aan 't fort een meerdere sterkte geeven, en ook een genoegzaame ruijmte om zoo veel volk te bergen, als we tot verdeediging zouden noodig hebben wijl de kerk dan diend te een Kaserm, en de opene ruijmte nog plaats geeft om meer volk te bergen; maar dan zouden wij voor eerst bij 't garnisoen, 't geen wetans hebben, nog op het minste nodig hebben. een tweede infanterij officier een sergeant een korporaal twaalf Europeesche gemeenen een artillerij officier twee Kannoniers twaalf handlangers twaalf kannons daarvan ses van sesa: agt lr: Kaliber drie „ van drie „ vier „ d=o met derzelver af„ fuijten scherp en laad gereedschap: Een„ venen, sch 9 sen ten ge„ van
English
One hundred muskets with iron ramrods, since we currently have not a single musket besides those issued to the men. One hundred cartridge molds. Two hundred flints. Two thousand lb of gunpowder, of which fifteen hundred coarse, five hundred fine. Four reams of cartridge paper. When the entrenchment were repaired as described above, there would also be means to accommodate all the European servants within our fort and on the island Allelande, where a detachment of soldiers would also be necessary. Only, for this purpose one would need a plentiful supply of casks, so as not to run short of water on the island. The walls of the fort are all still quite strong, but the curtain between the bell tower and flag bastion is weak and will eventually need to be renewed. To remedy this defect as much as possible, one could, if it appeared that matters grew serious, construct a dry ditch in front of these two bastions and curtain, with a glacis on the outer side, whereby assaulting the place would also be made more difficult. JK 2875 To the same as before. I have the honor to be with all respect, was signed, Right Honorable, Highly Commending Lord! Your Right Honorable's humble and faithful servant, signed, Mekern. In the margin: Tuticorin, the 20th of January, Anno 1790. I have had the honor to receive your Right Honorable's most esteemed separate and secret letters of the 31st of December 1789 and 9th of February, the contents of which I shall take as my dutiful guidance. Shortly after dispatching my respectful secret letter of the 20th of January, the English commander of Palamcottah, Colonel Bridges, informed me that Tipu Sultan had apologized to the Government at Madras regarding the attack of the 29th of December against Travancore, stating that it had occurred without his knowledge, and that he was inclined to live in peace. Since then, Tipu Sultan has indeed undertaken nothing further, so that it is presently believed that for the time being he has abandoned his warlike intentions. I have therefore, apart from a single notification to the Residents to settle the debts of the merchants as much as possible, not deemed it necessary to set the least thing into motion, everything having thus remained in the state it was in before, without the very least expense having been incurred, or to be incurred, if the dreaded invasion by Tipu Sultan, as is now thought, will have no further consequences. The received ammunition supplies will then also be returned at the first opportunity. Immediately after receiving your Right Honorable's order, I notified the Nabob of the announcement of the Mannar pearl fishery based on the report that is expected from the inspection, requesting that, pursuant to the 8th article of the treaty, he declare whether he prefers his share in money or in thonies, and that a copy of this declaration may be sent promptly to the Chief at Mannar, where the leasing will take place this time. I have sent a copy of this letter to the Nabob's agent, Mr. Buchanan, and I respectfully present herewith to your Right Honorable the copies of these letters, along with the answer of Mr. Buchanan, and the subsequent letter written by me in reply. The advertisements regarding the announcement of a pearl fishery I have caused to be published on this coast, where and as is customary. 2876 I have the honor to remain with all respect and fidelity, was undersigned and signed as before. In the margin: Tuticorin, the 2nd of March 1790. To the same as before. On the 5th of this month, a thony belonging to the burgher Meijer returned here from Cochin, with a pass granted by the ordinary Councillor and Malabar Governor van Angelbeek. The said Meijer came immediately after the arrival of his vessel to give notice that, besides the goods mentioned on the pass, several other goods were to be found in his vessel, which the government on behalf of the King of Travancore at [illegible] had forcibly sent on board and compelled the crew to take in, adding that these were goods of the Armane, which were sent by the Land Regent of Tinnevelly for the Nabob to Madras, for which purpose they wished to charter his vessel. These goods consist of the following, namely: 16 packs of wild Malabar cinnamon. 132 bags of pepper. 3 bags of cardamom. 3 chests of cloves, which were purchased from the Company at Cochin. 9 packing cases of oil. 100 bundles of copperas. 20 bundles of dried ginger. One
Dutch transcription
Een hondert snaphaanen met ijzere laadstokken, wijl we tans geen enkele snaphaan hebben, buijten die op de man leggen. Een honderd pattroon malletjes. Twee hondert vuursteenen Twee duijzend lb: kruijt daarvan vijftien honderd grofen vijf honderd fijn vier riemen patthoon papier wanneer het retranchement invoegen voor„ „schreeven wierd hersteld, dan zoude er ook middel weesen om al de Europische bedien„ den binnen ons fort en op 't Eijland Alle„ „lande, daar ook een Commando milita„ „rien zoude noodig weesen, te plaatsen. Alleen, zoude men daartoe nodig hebben een ruijme voorraad van vaatwerk, om op 't Eij„ „land niet verleegen te raaken van water. vrij De muuren van 't fort zijn alle nog wij sterk, maar de Koertine tusschen de klokke en vlaggepunt is zwak en zal een„ „maal dienen vernieuwd te worden. om dit gebrek zoo veel moogelijk te verbeeteren zoude men indien 't bleek, dat 't eenst was, voor deese twee bastions en Kortiene een drooge gragt kunnen maaken, met een glacie aan den buijten kant, waar door ook het bespringen van de plaats moeijelijker zoude gemaakt worden JK 2875 Aan als vooren. Jk heb: de eer met alle agting te zijn (:onder„ „stond:/ wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! uw wel Ed: Groot agtb: onderdanige en getrouwe Dienaar /:was„ geteekend:/ Mekern /:in margine:/ Jutu„ „korijn den 20. Januarij A:o 1796. Ik heb de eer gehad te ontvangen uwel Edele Groot Agtb: hoogst g' eerde aparte en sekreete letteren van den 31. Xber: 1789. en 9 febr:, welkers inhoud ik tot mijne schuldige narigt zal laeten strekken. kort na het afzenden van mijnen eerbiedigen sekreeten van den 20=e Januarij, gaf mij de Engelsche kommandant van Paleamkot„ „te de heer Collonel Bridges kennis, dat Tipoe sultan zig bij het Gouvernement te Madras weegens de attacque van den 29=e december teegen Trevankoor ver„ „ontschuldigd had, zeggende dat deselve buijten zijn voorweeten was Geschied, en dat hij gezind was in vreede te leeven, en seedert heeft Tipoe sultan ook werkelijk niets meer ondernoomen, zoo dat men het tans daar voor houd, dat „tegenwoordig hij voor het „ kens daar voorhoud, dat hij voor het teegenwoordige van zijne oorlogs zugtige oogmerken heeft af„ hoe „gezien. Ik „ daarom buijten een enkelde aanschrijving aan de Residenten, om de schulden der kooplieden zoo veel moogelijk tokken, ebben, vo 1 k, moogelijk te verevenen, niet noodig geoordeeld, om iets het aldelminste in 't het werk te stellen, zijnde dus alles gebleeven in den staat waarin het tevooren was, zonder dat er iets het alder„ „minste is veronkost, of veronkost worden zal, indien de gedugte inval van Tipoe sultan„ zoo als men nu denkt geen gevolg zal hebben De ontvangene ammunietsie goederen zul„ „len als dan ook met de eerste geleegenheid worden te rugge gezonden. Jk heb straks na den ontvangt van uwel Ed: Groot agtb: bevel aan den Nabab Kennis gegeven van de uijtschrijving van de Ma„ „naarsche paarlvisscherij op het rapport, 't geen van de visitaatsie staat inte koo„ „men, met verzoek om zig volgens het 8=e artikel van 't traktaat te verklaa„ „ren, of hij zijn aandeel in geld dan wel in tonies verkiest, en dat een kopij van deese verklaaring spoedig magge¬ „zonden worden aan het opperhoofd te Manaar, daar de verpagting dit. maal zal geschieden. Ik heb van dee„ „sen brief een kopij gezonden aan 's Nababs agent den heer Buchanan en ik biede uwel Ed: groot, Achtbaare hier bij in eerbied aan de afschriften van deese brieven, met het andwoord van den heer Buchanan, en den naderen brief door mij daarop tot andwoord geschree„ „ven. De advertissementen weegens de uijtschrijving van eene paaelvisscheri heb ik op deese kust laaten pibliceeren, daar 2876 daer en zoo als het gebruijkelijk is. Jk heb de eere met alle eerbied en trouwe te blijven /:onder„ „stond:/en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Tu= „tukorijn den 2. Maert 1790. Aan als vooren. Den 5=e deeser kwam alhier van koetsiem terug een tonie van den burger Meijer, met een pas verleend door den Heer Raed ordinair en Mallabaarsch Gouverneur van Angelbeek, gemelde Meijer kwam, oogenblik „kelijk na de komst van zijn vaartuijg ken nisgeeven, dat buijten de goederen bij de pas vermeld nog verscheijdene goederen in zijn vaartuijg te vinden waaren, die de Regeering van weege den Koning van Trevankoor te e Annende pappenadepoentoae met geweld had aanboord gezonden en den handel gedwongen om inteneemen, met bijvoeging, dat dit goederen waren van den Armane, die door den Landregent van Tirne= „velle gezonden wierden, voor den Nabab na Madras, waartoe zij zijn vaartuijg wil den huuren. Deese goede„ „ren bestaen in de navolgende, als: 16. pakken met wilde Mallabaarsche kanneel. 132. Zakken peper. 3. Zakken kardamom 3. kisten nagelen, die van de Comp: te koetsien gekogt, zijn. 9. pakkisten olie. 100. bondels koperas. 20. bondels gebroogde gembek. ordeeld stel in zal, an hebben zul„ ellen Koo baare b den van an 2 Een
English
A very simple man, who is acting as a watchman over these goods, says that his master, a Pathan who is coming overland, ordered him to look after the aforementioned goods without him knowing how much or what is there, but that everything belongs to the Land Regent in Tirnevelli. I have found myself obliged to inform Your Right Honourable of this incident, and to respectfully request Your commands regarding this matter. For the present and until receipt of Your Right Honourable's further orders, I have issued orders that the goods may not be diminished, unloaded, or transported. I would have had them placed in the Company's warehouse, but I feared that the Land Regent, who is currently busy delivering paddy for his debt, would immediately cease the delivery, and that I might easily offend him as well as the Nabob by seizing the said goods; for which reason I wanted to await the orders of Your Right Honourable before doing anything, which in this case could be done all the more easily since those charged with the care of these goods have not yet appeared here. I have the honour to be, with due respect, faithfully, underwritten and signed as before. In the margin: Tutukorijn, 10 April 1790. To 2077. To as before. Yesterday evening I received report from the English commanders, and this morning from the Resident of Cape Comorin, that Tipu Sultan on the 15th of this month at six o'clock in the morning made himself master of the lines of Travancore; that the troops of the Raja had retreated to Chinotte, situated about four hours from the lines, uniting with the two English battalions, which until now had lain camped there quietly and without interfering with anything; and that one must therefore soon expect a new attack on this post. Of the circumstances that took place during the capture of the lines, nothing is mentioned by the English, but the Resident of the Cape writes, as appears from his letter, the original of which is enclosed herewith, that according to the rumours there only few of the King's people were preserved. If Tipu succeeds in overpowering the remainder of the King's troops at Chinotte, which almost no one doubts, he will, outside of Cochin, find little further resistance in the Travancore country, as the King has not a single defensible place; and there is therefore no doubt but that he, with the cavalry he has with him, which is estimated at six thousand men, will plunder the entire country in a few days. In such a case, and since the war with England is now inevitable, it seems more than certain that the realm of Madura, stripped of troops, and the completely exposed province of Tirnevelli will suffer the first onset from the troops of Tipu, who find an open road from Cape Comorin to Dindigul through a country in which it is said that many inhabitants, who long for change, will receive him with open arms. On the one hand, it is indeed not to be believed that the English would neglect their own interests so far as to devise no means to counter the enterprises of Tipu Sultan; but on the other hand it is also certain that the policy of a man like Tipu is inimitable, because he as well as all natives often keep more in view their rash passions than their real interest. It would therefore not be such a strange thing that, although the English might invade Tipu's countries with their numerous army, he meanwhile with the people he has on the Malabar plunders the defenseless countries of 2878 of Madura and Tirnevelli. This was the manoeuvre which the father of Tipu made in the year 1769, when, while the English had invaded his country, he fell with an army into the lands of the English, and almost on the glacis of Madras forced them to peace. I had already beforehand out of precaution sent a thoni to Cape Comorin, which I hope will still have arrived in time, and I shall try to send another one or two, and I shall furthermore write to the Resident to accept all linens, money, or goods that he can get from the merchants towards settlement of their arrears, and to hold himself ready, upon the first certain news of the arrival of Tipu's troops, to come hither with what is still of value, after having handed over the lodge to a native servant. The weaving establishments and all trade and commerce in the Travancore country are entirely at a standstill, because all men are pressed into performing military services. Under this circumstance, and since the inhabitants of Travancore themselves begin to flee, I do not see that it could disadvantage us that we our European servants with the
Dutch transcription
Een heel eenvoudig man, die als oppasser bij deese goe= „deren is, zegt; dat zijn Heer een patanie, die overland komt hem heeft gelast op voorm: goederen te passer„ zonder dat hij weet hoe veel en water is, maar dat alles toebehoord aan den Landregent, te Tirnevelli. Jk heb mij verpligt gevonden om UwelEd: Groot Agtb: van dit voorval kennis te geeven, en om Hoogst der zelver beveelen diend weegen eerbiedig te verzoeken, voor eerst en tot den ontvangst van uwelEd: Groot Agtb: nader ordre heb ik ordre gestelt, dat de goederen niet zullen moogen verminderd, gelost of vervoerd wor„ „den: jk zoude deselve in komp:s pakhuijs, hebben laaten opleggen maer ik vreesde, dat de Land regent die tans beezig is, om nelie te leeveren, voor zijn schuld aanstonds de leverancie zoude staaken, en dat ik hem zo wel als den Nabab ligtelijk zoude verstooren met het arresteeren van de gemelde goederen waarom ik, alvoorens iets te doen lietsl de ordres van uwelEd: Groot Agtb: wilde afwagten, 't welk in dit geval te ligter konde geschieden, „ wijl de geenen die met de bezorging van deese goederen belast zijn, alhier nog niet verscheenen zijn. Ik heb de eer met verschuldige eerbied, trouwe te zijn, /:onderstont:/ en /:geteekend:/ als vooren. /: in marc „gine:/ Tutukorijn den 10. April 1790. — Aan 2077. Aan als vooren. Gisteren avond heb ik van de Engelsche kommandanten, en heeden morgen van den Resident van Kaabkom„ „morijn narigt ontvangen, dat Tipol Sultan „zig op den 15=e deeser des morgens oon ses uuren van de linien van Trevankoor had meester gemaakt, dat de troepen van den Raja waaren geretireerd tot Chi= „notte, ongevaar vier uuren van de linie geleegen, zig vereenigende met de twee Engelsche battaljons, die tot nu toe stil en zonder zig met iets te moeijen aldaar gekampeerd hebben geleegen; en dat men dus eerlang een nieuwe attaque op deese post zoude moeten verwagten: van de omstandigheeden, die bij de verovering van de linie hebben plaats gehad, word door de Engelschen niets gemeld, maer de Resident vande kaap schrijft, zoo als blijkt bij zijnen brief, die in origineel hiernee= „vens gaat, dat volgens de gerugten aldaar maar weij= „nig van 's konings volk was behouden gebleeven. In „dien het Tipoe gelukt, om 't overschot van 's konings troepen te chinotte te overmeesteren, waaraen. haest niemand twijffeld, zal hij buijten koetsiem in het Trevankoorse land wijnig teegenstand meer vinden, wijl de koning geen enkele verdeedigbaare plaats heeft, en daar is dus niet aantetwijffelen, of hij zal met de ees goe= an de kavallerij, die hij bij zig heeft en die op sesduijzend man begroot word in weijnig daagen het geheele land uijt plunderen. In zulk geval, en vermits de oorlog met Engeland als nu onvermijdelijk is schijnt het meer dan zeeker, dat het van troepen ontblootte rijk van Madure en de geheel openleggende provintie Tirne= velli de eerste aanstoot zal lijden van de troepen van Tipoe, die eenen gebaanden weg vinden van de kaap= „kommarijn tot Tindikal door een land waarin men Tegt„ dat veel inwoonders, die na verandering kaaken, hem met opene armen zullen ontvangen. Aan de eene zijde is het wel niet te gelooven, dat de Engelschen hun eijgen belang zoo ver zouden verwaarloosen, dat zij geen middelen zouden beraamen, om teegen te gaan de onderneemingen van Tipoe Sultan; maar aan de andere zijde is het ook zeeker, dat de staat kunde van een man als Tipoe onnavolgbaar is, wijl hij zoo wel als alle inlandens dikwils meer hunne onbesonne daiften dan hun werkelijk belang in het oog houden. Het zoude der= „halven geen zoo vreemde zaak weesen, dat schoon de Engelschen met hunne talaijke armee in de landen van Tipoe mogten vallen hij intusschen met het volk, 't geen hij op de Mallabaar heeft, de weerlooze landen van 2878 van Madure en Tirnevelle uijt plunderd. Dit was 't maneuver 't welk de Vader van Tipoe maakte in 't Jaar 1769. , wanneer hij, terwijl de Engelschen in 6 zijn land gevallen, waaren, met een leger viel in de lan„ „den der Engelschen, en schiek op de glacie van Madras hen tot vreede devong. Ik had reeds bij voorraad uijt voorzigtigheijd een toniena de kaapkommorijn gezonden, die ik hoope dat ex nog bij tijds zal zijn gekoomen, en ik zal het beproeven, om er nog een a: twee te zenden, en ik zal voorts der Resident aanschrijven, om alle lijnwaaten, geld, of goed, die hij van de kooplieden krijgen kan tot verevening van hun agterstal aante neemen, en zig gereed te houden, om op de eerste zeekere tijding van de aankomst van de troupen van Tipoe, met 't geen er nog van waarde is, herwaards te koomen, na de losie aan een inlandsch bediende te hebben overgegee= „ven. De weverijen en alle handel en wandel in 't Trevankoorsche land staat geheel stil, wijl alle man„ tot het doen van legegediensten „nen geprest worden, In deese omstandigheijd en daar de inwoonders van Trevankoor zelve beginnen te vlugten, zie ik niet, dat het ons zoude kunnen benaadelen, dat wij onze Europeesche bedienden met de van van
English
to remove the most valuable goods from the cape, even if the troops of Tipo were not to come there. With respect to Kilkare, I would likewise find no difficulty, although somewhat early, in breaking up the lodge in the same manner as at Cape Comorin, as this has happened there repeatedly; but concerning Tutucorin, Manapaar and Punicale, I find myself all the more embarrassed, as it is now the time that the collection of linen should necessarily have to be started, since cotton has fallen to reasonable prices, and the workmen already come urgently requesting work, and since we, wishing to preserve our exclusive commercial right, must either keep the weaving mills at work or permit others to collect linen, which would surely happen soon, as many, even if they had no designs for profit, would seek to realize by this means their fanams, with which they know not what to do. And since there is such great danger at this time in advancing money for the linen trade that neither I nor anyone else can be held responsible for it, I request the direct orders of Your Right Honorable Worships as to how we shall have to conduct ourselves in this circumstance, and particularly whether we shall have to advance money for linen, and if so, whether we shall have to be responsible for it in the event of an unexpected contingency. In the latter case, one may be certain that not a single duit will be disbursed freely anymore; for however uncertain it is to me whether the troops of Tipu will indeed come into these lands, it would nonetheless be ill-advised to take that chance, since for Tipu, once he is master of Travancore, it is so easy to plunder this land that, from his way of thinking, it is hardly to be expected that he would not do so, and his cavalry travels with such great speed that they very often bring the first news of their arrival themselves, so that it seems ill-advised to push things to the utmost with these guests. The English remain entirely quiet through all this, allowing their ally to be completely subjugated, very likely with the intention of being able to force him afterwards all the better into a submission to which he has hitherto not been willing to commit himself. In the latest Madras courier it was reported with much ostentation that the army under Colonel Musgrave had marched on the 10th of this month from Walajabad to Wandiwash, but this is merely a small army which has possibly been moved to find provisions and fodder for the horses. The main army of the English still lies motionless at Trichinopoly. It is only said that this army will break camp on the first of May and march to the capital of Tipu, and that Colonel Hartley is to cross over from Bombay to Cochin with one thousand Europeans and five battalions of Sepoys, which I heartily wish may come true; while I furthermore have the honor to be with due respect and fidelity, underwritten and signed as before, in the margin, Tutucorin, the 25th of April 1790. To the same as before. I have had the honor to receive Your Right Honorable Worships' most esteemed secret and separate letters of the 21st of April and the 25th of this month. After my respectful missive of the 10th of April was dispatched, the Land Regent sent someone here to receive the goods mentioned in the said missive from the vessel of the burgher Meyer and to transship them into another to forward them further to Madras. I granted permission for the transport of all the goods, except the wild cinnamon and pepper, which I declared, being contraband goods, I could not allow to pass unless it was satisfactorily proven to me that they belonged to the Nabob. Thereupon the Land Regent declared by a letter of the 30th of April, a copy of which is enclosed herewith, that these goods were requested by order of the Nabob from the King of Travancore and actually belong to the Nabob, with a request to allow the same to pass promptly, as has since been done, in accordance with Your Right Honorable Worships' most esteemed order by missive of the 21st of April. The arrival of a reinforcement of English troops on the coast of Malabar will be an obstacle for Tipu Sultan to extend his operations further in the outer regions of Travancore, especially since the heavy rains that are customary in that country in the upcoming months, and which render the roads and rivers almost impassable, practically forbid this by themselves. We thus probably have nothing to fear from that side in the course of this year; but from the side of Dindigul, where a good party of his cavalry is stationed, the difficulty remains the same. From there, he can overrun this completely flat country, which along with all the rivers is completely dry until the month of October or November, without any danger, because all troops have been withdrawn from it and stationed with the army, there being left inside Madurai and Palamcottah only as few men as are barely necessary to defend the places against an attack by cavalry. One would certainly have to think that, since the English stand ready to invade the lands of Tipu Sultan with a very large army, which however is postponed from time to time, and since they assure in addition that the Marathas and Nizam Ali will assist them therein, Tipu would have urgent need of his troops to defend his own country; but on the contrary, it is asserted that Tipu, if he can merely induce the Marathas to neutrality, to which end he is continuously busy doing everything in his power, is not concerned about the English, and that it is his real intention, following the example of his father, to send a party of his cavalry into the lands of
Dutch transcription
de meestwaardige goederen van de kaap ligten, schoon ook de troupen van Tipo daar niet mogten koomen. Met betrekking tot kilkare zoude ik insgelijks geen zwaarigheid vinden, om schoon wat vroegtijdig de losie op gelijke wijse als te kaapkommorijn opte breeken, wijl dit daer meermaals is geschied; maar omtrent Tutukorijn, Mannapaak en Ponnekail vinde ik mij te meer verleegen, daar het tans de tijd is, dat de inzaam van lijnwaet noodzaakelijk zoude moeten begonnen worden, wijl 't kattoen tot reedelijke prijsen is gedaald, en de werk „lieden reeds kragtig koomen verzoeken om werk en wijl wij ons ex klusief kan del regt willende bewaaren of de weverijen moeten aan 't werk houden of toestaan, dat anderen lijnwaat inzaamelen, 't geen voor= „zeeker haast zoude geschieden, wijl veelen, zoo ze al geen oogmerken van winst hadden, langs deese weg hunne fanums, waarmede zij geen weg weeten, zouden zoeken te realiseeren. En vermits bij het voorschieten van geld tot den lijnwaat handel„ in deese tijd een zoo groot gevaar is, dat ik nog nie= „mand anders daar voor verandwoordelijk kan weezen, verzoek ik de direkte beveelen van uwel Ed: Groot Agtb: hoe wij ons in deese omstandigheid zullen 2879 zullen moeten gedraagen, en inzonderheijd, of wij geld voor lijnwaat zullen moeten voorschieten, en zoo ja, of wij daar voor zullen, moeten verandwoordelijk weesen bij een onverwagt toeval In 't laatste geval kan men zeeker weezen, dat 'er geen duijt meer zal worden vrij uijtgezet; want hoeveel het mij onzeeker is, of de troepen van Tipoe wel in deese landen zullen koomen zo zoude het dog ongeraaden weezen, om 't daarop te laaten aankomen, wijl het Tipoe, als hij eens meester is, van Trevankoor zoo gemakke= „lijk is, om dit land uijt te plunderen, dat het van zijne wijze van denken kwalijk te verwag= „ten is; dat hij het niet zoude doen, en zijne ka= „vallerij reijst met zoo veel spoed, dat zij heel dik„ „wils de eerste tijding van hunne komst zelfs aan= „brengen, zo dat het ongeraden schijnt om het met dee„ „ze gasten tot op het uijterste te laaten aankomen. De Engelschen houden zig bij dit alles geheel stil, laa= „tende hunnen bondgenoot geheel te onder brengen, zeer vermoedelijk met het oogmerk, om hem daarna des te beeter te kunnen noodzaaken tot eene onderwer„ „ping, waar toe hij zig tot nu toe niet heeft willen verbinden. In den laasten koerier van Madras is schoon llen is met veel op het geplaats, dat de armee onder kollonel Mulgraave den 10=e deeser was gemarcheerd walajabad ha wandrebassie, maar dit is maar een klijn legertje, 't welk moogelijk verplaats is, om lee„ „vensmiddelen en voeder voor de paarden te vinden. Met groot leeger van de Engelschen legt nog onbeweeg= „lijk te Tritsjenapali. Alleen zegt men, dat dit leeger den eersten Meij zal opbreeken, en marcheeren. na de hoofdplaats van Tipoe, en dat van Bombaij na koetsiem staat overtekoomen de kollonel Hare„ „leij met duijzend Europeeschen en vijf battaljons Sipahis, 't welk ik hartelijk wensche, dat bewaar= „heijd moge worden; terwijl ik voorts de eer heb met verschuldigde eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine :/ Jutuko= „rijn, den 25=e: April 1790. Aan als vooren. Jk heb de eer gehad te ontvangen uwelEd: Groot Achtb: „ van hoogst g'eerde sekreete en apparte letteren „ den 21=e. April en 25: deeser. Na dat mijnen eerbiedigen van den 10=e April was afge= „gaan, zondde land regent iemand alhier, om de goederen, vermeld bij gem: missive, uijt het vaartuijg van den burger 2880 burger Meijer te ontvangen, en in een andero verte= „scheepen, om deselve verder na Madras te verzenden. Ik, gaf verlof tot 't vervoeren van alle de goederen, buij „ten de wilde kanneel en peper, die ik verklaar= „de, als kontrabande goederen zijnde, niet te kunnen laaten volgen ten waare mij voldoende was gebleeken, dat de zelve aan den Nabab gehoorden. Hierop heeft de Land regent bij een brief van den 30=e: April, wel „ke in Copij hiernevens gaat, verklaard dat deese goe„ „deren op bevel van den Nabab van den koning van Trevankoor gevraagd zijn en aan den Nabab werkelijk gehooren, met verzoek, om deselve spoedig te laaten passeeren, zoo als zeedert geschied is, overeenkomstig uwel Ed: Groot Achtb: hoogst g'eerde ordre bij mis „sive van den 21: April. De aankomst van een versterking Engelsche troepen op de kust van Mallabaar, zal jipo sultan hinderlijk weezen, om zyne openaatsie in het uijte van Trevan koor verder uijt tebreijden, in zonderheijd daar de zwaare regens, die men in de eerst volgende maanden in dat land gewoonlijk heeft, en die de weegen en rivieren haast onbruijk baar maaken, dit genoegzaam van zelve verbieden. wij hebben dus in den loop van dit jaar van dien kant ver= „moedelijk moedelijk niets te vreezen; maar van den kant van Tindikal, daar een goede partij van zijne kavallerij gepos„ „teerd legt, blijft de zwaarigheijd deselve. van daar kan hij dit geheel vlakke land, 't welk tot de maand okto= „bek of November, neevens alle rivieren geheel droog is, zonder eenig gevaar doorstroopen, wijl alle trouke daar uijt zijn geligt, en bij de armee geplaatst, zijnde binnen Madure en Palamkotte, zoo weijnig volk gelaaten als even nodig is, om de plaatsen te verdeedigen, teegen een aanval van Kavallerij. Men zoude zeeker moeten denken, dat, daar de Engelschen gereed staan, om met een zeek groote armee in de lan„ „den van Tipoe sultan te vallen, 't geen echter van tijd tot tijd word verschoven, en daar zij daar bij verzeekeren, dat de Maratten en Nisam Alihen daarin zullen bijstaan, Tipoe zijne troupen hoog noodig zoude hebben, om zijn eijge land te verdeedigen, maar daarenteegen verzeekerd men, dat Tipoe, in „dien hij de Maratten slegts tot neutraliteijd kan beweegen, waartoe hij onophoudelijk beezig is al zijn vermoogen in het werk te stellen, voor de Engel= „schen niet bekommerd is, en dat het zijn werkelijk „ke intentsie is, dazt, na het voorbeeld van zijnen vader, een partij van zijne kavallerij in de landen van
English
of Mahomed Ali, or of the English, which amounts to the same thing, will fall as soon as the English make a move to march into his lands. That this is no loose guess, but a well-founded apprehension, should be deduced from the presence of so much cavalry of Tipu at Dindigul, a defenseless place where the English will meet with not the slightest resistance, and one should further be assured of it from the conduct of the English and the Nabob's rulers themselves, who, knowing the objectives of their enemy best, arrange all their affairs, both public and private, in such a manner that one must be almost convinced that they expect an invasion of the troops of Tipu Sultan into these lands, the country regent having already quietly inquired whether, in case of emergency, he could find safety at Tuticorin or on the islands. They also make no secret of this apprehension, but they are not entirely agreed among themselves about it, some thinking that the Coromandel Coast will be the object of Tipu's lust for plunder, while others think that Tipu primarily has his eye on this coast because the same remained free from plundering in the last preceding war, and may thus be assumed to have the wealthiest inhabitants. In this uncertain state of affairs, it is difficult to foresee what turn matters will take. If the English shall have brought the Raja of Travancore to that alliance and submission which they appear to have proposed to themselves, then it is thought that they will come to terms with Tipu without the sword coming out of the scabbard, and in this case all anxiety on this coast will cease; but if the English, as they pretend, invade the lands of Tipu with their forces, then it is held to be almost certain that the cavalry along with the marauders of Tipu will also invade these lands. How far these depredations will extend is impossible to determine; but one may state with sufficient certainty that if we delay the means for securing our factories and our trade until the danger reveals itself before our eyes, it will then be too late, because the cavalry of Tipu will surprise the defenseless factories with such speed that everything will have to be considered lost. And because in this uncertain circumstance it would not be possible for the most discerning eye to determine the exact time of the approaching danger, I would respectfully request of Your Right Honourable Great Reverences a clear instruction as to how long one must wait before dismantling the factories, and whether anything may be ventured for the preservation of our rights and our trade, or whether the utmost caution must be employed for the preservation of our money and property. It would indeed be safest for the time being not to advance any money for linen; but as long as the invasion of Tipu was not certain, we could not omit doing this without fearing that others would seize this opportunity and take up the collection in our stead. Here there seems to be no middle way: if we wish to preserve our exclusive right of trade, we must to some degree keep the looms going, even if something were to be risked, or we must allow others to make use of the weaving mills. What was prescribed in Your Right Honourable Great Reverences' dispatch of 9 February, namely that matters must keep their full course, seems indeed to have been done with this intention, to continue to maintain us in our exclusive right of trade; but since the outcomes of a war with Tipu cannot be determined, I request to be provided with a clear instruction from Your Right Honourable Great Reverences whether, in the circumstance as it now is, we must proceed with the collection of linen, and if so, I request for myself and the Residents that, in the event of an invasion by Tipu Sultan, we may not be held responsible for the damage that may be caused to the linen trade, but that this damage will remain entirely for the account of the Company; for that I have advanced money to the merchants in this year was done solely to prevent adventurers, who seek to intrude into our trade, from finding a convenient pretext for it, and at the same time all possible prudence has been exercised, the merchants having been instructed that they must only advance in small sums and ensure that linens are delivered promptly therefor. The commanders of Tipu, upon an invasion into these lands, will certainly have specific orders as to how they must conduct themselves regarding the European nations that are not entangled in the war, and thus all proposals regarding this will very likely be fruitless, but nevertheless I take the liberty of submitting to Your Right Honourable Great Reverences' consideration whether it is not advisable to send an embassy of one or two natives to the army commander who invades these lands, to give him notice that we shall observe a strict neutrality, and that we therefore expect the same from Tipu Sultan, adding an indication of our possessions. When Sadras was plundered by the troops of Hyder Ali in 1780, the army commander said that this had been our own fault, because we had not given him notice that it was a place belonging to the Dutch, which he could not have known. After this was drafted, news arrives that Cranganore was abandoned on the 4th of this month by the people of the Raja, and that the people of Tipu Sultan had taken possession of it, virtually in sight of the English encampment.
Dutch transcription
2881 van Machmet Ali, of van de Engelschen 't geen op het zelve uijtkomt, zal vallen, zoo dra de Engel= „schen beweeging maaken, om in zijne landen te trek „ken, Dat dit geen losse gessing, maar een wel ge„ „gronde bedugting is, zoude men moeten opmaaken t uijt het verblijf van zoo veel kavallerij van Tipoe te Tindikal, een weerloose plaats, daar de Engelschen geen de minste teegenstand zullen vinden, en men zoude er verder van moeten verzeekerd worden, uijt het gedrag vande Engelsche ende Nababs regenten zelven, die de oogmerken van hunnen vijand best kennende, alle hunne, zoo publike als bijzondere zaaken inrigten op een weijze, dat men schier overtuijgd moet weezen, dat zij een inval van de troepen van Tipoe Sultan in deese landen verwag=„ „ten, hebbende de landregent reeds onder de hand laa¬ „ten verneemen, of hij in vael van de nood te Tu= „tukorijn of op de eilanden veiligheijd zoude kunnen vinden. zij maaken ook van deese bedugting geen geheim, maar zijn het daarover onder hen niet volkomen eens, meenende eenigen, dat de kust kor= „mandel, 't voorwerp van Tipoos roop zugt zal weezen, terwijl anderen meenen, dat Tipol voor= „namentlijk het oog heeft op deese kust, om dat de „selve van „zelve in den laast voorgaanden oorlog van de plundering is, vrij gebleeven, en dus verondersteld mag worden, de meeste vermoogende inwoonders te hebben, Jn deeze onzeekere omstandigheid van zaa= „ken is, het kwalijk te voorzien, wat keer de zaaken nemen zullen. Jndien de Engelschen den Raja van Trevankoor, tot die verbintenis en onder= „werping zullen hebben gebragt, die zij zig schijnen te hebben voorgesteld, dan denkt men, dat zij zig met Tipoe zullen verdraagen, zonder dat 't zwaard uijt de schede komt, en in dit geval zal alle be„ „kommernis op deese kust op houden; maar indien de Engelschen, zoo als zij voorgeeven, met hunne magt in de landen van Tipo vallen, dan word het genoegzaam zeker gehouden, dat ook de kavallerij met de rovers van Tipo in deese landen vallen, tot hoe ver zig deese roverijen zullen uitstrekken, is onmoo= „gelijk te bepaalen; maar genoegzaam zeeker mag men stellen, dat indien wij de middelen tot beveijli= „ging van onze faktorijen en onzen handel uijtstel= „len, tot het gevaar zig voor onze oogen openbaard, 't dan te laat weesen zal, wijl de kavallerij van Tipo met zulk een snelheijd de weerloose faktorijen zal overvallen, dat alles voor verlooren zal moeten worden gehouden. 2882 gehouden. En wijl het in deese onzeekere omstan= „digheijd voor het doorzigtigste oog niet moogelijk zoude weesen, om den Juijsten tijd van het aannade= „rend gevaar te bepaalen, zoude ik uwel Ed: Groot Achtb: eerbiedig verzoeken, om een duijdelijk voorschift, tot hoe lang het zal moeten worden ingezien, om de faktorifen op te breeken, en of ter bewaaring van onze rechten en onzen handel iets zal mogen wor= „den gewaagd, dan welof de uijterste voorzigtigheid, ter bewaaring van ons geld en goed zal moeten wor= „den in 't werk gesteld. Met zoude wel veiligst weesen, om voor eerst geen geld voor lijnwaadt uijt= „teschieten; maar zo lang de inval van Tipo niet zeeker was, zouden wij dit niet kunnen nalaaten, zonder vreesen dat anderen deese geleegendheijd zou„ „de waarneemen, enden inzaam in onze plaats opvatten. Wier schijnt geen middelweg te weezen wij moeten, indien: wij ons er klusief handel regt willen bewaaren, de weefgetouwen eenigermaate aan den gang houden, al zoude 'er ook iets gewaagd wor= „den, of wij moeten toelaaten, dat anderen van de weverijen gebruik maaken. Het voorgeschreevene bij uwel Ed: Groot Agtb: missive van den 9=e febr dat dat de zaaken een vollen loop moeten houden schijnt wel met dit oogmerk te zijn geschiet, om ons in ons ex klusief handelregt te blijven main „tineeren; maar vermits de uijt komsten van eenen oorlog met Tipoe niet te bepaelen zijn verzoek ik met een duidelijk voorschrift van uwel Ed: groot Agtb: te worden voorsien, of wij in de omstan„ „digheijd, zoo als die nu is, zullen moeten voortwaaren met het inzaamelen van Lijnwaat, en zoo ja, versoek ik voor mij en de Residenten, dat wij bij een in val van Tipo sultan niet verandwoordelijk moo„ gen weezen voor de Schaade, die aan den Lijn¬ „waat handel mooge worden toegebragt; maar dat deese schaade geheel en al zal blijven voor reekening van de komp=e; want dat ik in dit Jaar geld aande kooplieden, heb voorgeschooten, is alleen geschied, om voortekoomen, dat waag= =halsen, die zig in onzen handel zoeken in te= „dringen, geen bekwaam voorwendzel daartoe vinden, en daarbij is teffens alle moogelijke behoedzaemheijd gebruikt, als zijnde de kooplieden voorgeschreeven, dat zij niet als bij klijne somme uijtzetten en zorge draagen, dat daar voorspoedig lynwaten 2883 lijnwaten geleeverd worden. De kommandanten van Tipoe, zullen bij een inval in deese landen, voorzeeker bepaelde ordres hebben, hoe zij zig moeten gedraagen, omtrent de Europische naatsien die niet in den oorlog gemangd zijn, en dus zullen alle voorstellen dien aangaande veel ligt vrugte loos weesen, maar egter neem ik de vrijheijd uwel Ed: Groot Agtb: in bedenking te geeven of het niet raadzaam is, om een bezending van een of twee inlanders te zenden aan 't leger hoofd, het welk in deese landen valt, om hem kennis te geeven, dat wij een stipte neutraliheijd zullen in acht neemen, en dat wij dus het selve ver= „wagten van Tipol Sultan, met bijvoeging van eene aanwijzinge van onze bezittingen. Toen Sadras in 1780. door de troepen van Waider Ali was uijtgeplunderd, zeijde het legerhoofd, dat dit onze eijgene schuld was geweest, wijl wij hem geen kennis hadden gegeeven, dat het een plaets van de hollanders was, 't geen hij niet had kunne weten Na dat deese was ingesteld, komt er tijding, dat kran„ „ga noor op den 4e: deeser door het volk van den Raja verlaaten was, en dat 't volk van Tipoe sultan er bezit van had genoomen, genoegzaem in 't gezigt van 't Engelsch kampe ment, om n n an olk ate het
English
which lies near Ayicotta without carrying out anything. I have the honour to remain with all respect and fidelity. Subscribed and signed as before. In the margin: Tutukorijn the 15th of May 1790. To the same as before: This morning I received a letter from the commandant of Palamcottah, Colonel Bridges, reporting that Tipu Sultan left the country of Travancore on the 12th of this month, without leaving a single man behind. I have the honour to be with all respect and fidelity. Subscribed and signed as before. In the margin: Tutukorijn the 21st of May anno 1790. To the same as before. I have had the honour to receive your Right Honourable Highly Esteemed secret letters of the 19th of June and the 10th of this month, and shall let the orders contained therein serve for my dutiful guidance. I have the honour to be with all respect and fidelity. Subscribed and signed as before. In the margin: Tutucorijn the 22nd of July 1798. To the same as before. I have had the honour to receive your Right Honourable Highly Esteemed secret letters of the 24th and 31st of July, in respectful reply to which it serves: that, it is true Company soldiers do march off to the posts subordinate to this coast; but it is also true that these detachments have hitherto consisted only of such soldiers as are needed at the Residencies, and who usually did not exceed in number what decent travellers in this country use for their retinue. Of such considerable detachments as your Right Honour has now summoned from Cochin, we have no precedent; and even if there were a precedent that formerly such a large detachment had marched through the lands of the Nawab without permission from the native government, it would nevertheless not be advisable to follow such a precedent now, because formerly we had to deal with native rulers who, for their own interest, showed much compliance toward the Company, whereas we now have to deal with astute European servants who understand territorial rights better, and also pay more attention to them. Two years ago, on behalf of the English government at Madras, a pass from the Nawab was sent to us allowing a detachment of troops to march from Tutucorijn to Cochin; and although we made no use of it at that time, it nevertheless constitutes in my view a proof on the one hand that the English and the Nawab believe that we need such permission to send troops across the Nawab's territory, and on the other hand that we have somewhat acknowledged this ourselves by accepting the aforementioned pass without any objection. Last year the sloop Colombo, carrying a detachment of 58 Malays, was driven off near Kayalpattinam, being unable owing to stiff northerly winds to reach either Tutucorijn or Punnaikayal; and, as the vessel lacked water and provisions, the Malays were put ashore. The intention was to disembark them at Virapandianpatnam; but due to strong winds one thoni came ashore near Tiruchendur and one between Tiruchendur and Alanthalai. The Nawab's agent, Mr Buchanan, who happened to be here, did not fail to make remarks about this; but upon the representation that the disembarkation, as aforesaid, had occurred out of extreme necessity, preventing the orders that had been given from here to disembark the Malays at Manapad, a Company village, the matter was left at that at the time. However, I believe I may rest assured that this same agent would not let it pass unnoticed if we were to let the detachment expected from Cochin march through the Nawab's lands without permission, and that very probably unpleasantries would arise from this. I therefore thought it proper, in accordance with your Right Honourable command, to address myself to the Nawab and to request his permission for the passage of our troops, as I have done, as appears from the letter written to the Nawab, of which I have the honour to present a copy herewith to your Right Honour. Your Right Honourable command with respect to the minted gold I shall dutifully observe. From the first recoinage, which yielded 33015 pagodas, I have only paid off 7000 pagodas, which I had borrowed without interest some time ago on account of a shortage of money and distributed to the merchants. The remaining money, apart from what was needed for the allowances, was distributed among the merchants. From the second recoinage, with which a beginning will now be made, I shall discharge the six thousand pagodas that Mr Buchanan advanced, since it was expressly stipulated that this money must be paid before the 15th of September, and employ the surplus money for trade; and then I shall take into consideration whether further capital sums can be discharged from the subsequent recoinages. I have the honour to remain with all respect and fidelity. Subscribed and signed as before. In the margin: Tutucorijn the 19th of August 1790. To the same as before. Finally, the English have brought matters so far that they have made themselves masters of the entire Kingdom of Carnatica
Dutch transcription
het welk bij ei kotte legt zonder iets uijt te volren. Jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven. /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in mar= „gine:/ Tutu korijn den 15=e: Maij 1790. — Aan als vooren: Heeden morgen heb ik een brieff ontvangen van den kommandant van Palamkotte den heer kollonel Bridges meldende, dat Tipoe sultan op den 12=e deeser het land van Tre= „van koor verlaaten heeft, zonder een enkeld man agter te laaten. Jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Tutukorijn den 21:e Maij A=o 1790: — Aan als vooren. Ik heb de eer gehad te ontvangen uwel Edele groot Agtb: hoogst g'eerde secreete letteren van den 19=e Junij en 10=e: deezer, en sal het daer bij aan „bevolene tot mijne schuldige narigt laeten strekken. jk hebde eer met alle eerbied en trouwe te zijn. /:onderstond:/ en /:geteekend als vooren /:in margine:/ Tutucorijn den 22=e Julij 1798: Aan 2884 Aan als vooren. Ik heb de eere gehad te ontvangen uwel Edele groot agtb: hoogst g'eerde secreete letteren van den 24=e en 31:e Julij waerop eerbiedig in antwoord diend: dat, wel is waer kompenies militairen op de aan deeze kust ondergeschikte posten af gaen marcheren; maer 't is ook waer, dat deeze depa= „chementen tot nu toe alleen bestaen hebben in zulke militairen, die op de Residentsien nodig zijn, en die doorgaens niet meer in getal uitmaek„ „ten, als patzoendelijke reijzigers hier te lande tot hunne staet sie gebruiken, van zulke aanmerke= „lijke detachementen als uwelEd: groot agtb: tanc van koetsiem heeft op ontboden, hebben we geen voorbeeld, en zo er ook een voorbeeld mogte weezen, dat te vooren zulk een groot detachement zonder ver= „lof van de inlandsche Regeering door de Banden van den Nabab was gemarcheerd, zoude het dog niet geraaden wezen, om tans zulk een voorbeeld te volgen, wijl wij te vooren te doen hadden met inland „sche regenten, die om hun eijge belang voor de komp: veel inschikkelijkheid gebruikten; daer wij tans te doen hebben met snedige Europi= „schen r van d „sche bedienden, die het territorieel, regt beter verstaen, en daerop ook meerder agtgeeven voor twee jaeren is ons van wegen het Engelsch goevernement te Madras toegezonden een verlofs van den Nabab om een detachement troepen van Tutucorijn na Koet „siem te laeten marcheeren; en hoewel wij daer van ter dier tijd geen gebruik hebben gemaekt, za legt daerin na mijn inzien, dog een bewijs aan de eene zijde, dat de Engelschen ende Nababmeenen, dat wij zulk een verlof om troepen over 's nababs grond gebied te zenden, nodig hebben, en aan de andere zijde dat wij dit zelve eeniger maate erkent hebben, door 't voorm: verlof zonder eenige aanmerking aanteneemen. In 't voorledene saek verriel de sloe kolombo met een detachement van 58: Maleij„ : „ers omtrent Cailpatnam, kunnende wegens stijve noordelijke winden nog Tutucorijn nog Ponnekail bezeijlen; En, wijl 't vaertuig gebrek had aen water en provisien zijnde Maleijers aen de wal gezet/ 'T oogmerk was om de zelve te ontscheepen te wirandepatnam; maer door sterke wind kwam een tonie terhouw bij smits„ „Jandoek en een tusschen Trito sandoen en Allandale S Nababs agent de heer Buchanan die Juijst liek 2885 hier was, versuijmde niet om hier over aanmer= „kingen te maeken; maer op de vertooning, dat de ontscheeping involge voorsz: was geschiet uit hooge nood, bij voorkooming van de ordres, die van hier waere gegeeven, om de Maleijers te Ma= „napaer, een komp: dorp, te ontscheepen, is 't ter dier tijd hier bij gebleeven; maer ik meen mij wel te mogen verzekerd houden dat deeze zelve agent het niet ongemerkt zoude laeten voorbij gaen indien wij het van koetsiem verwagte detachement zonder verlof door 's Nababs landen lieten marcheeren, en dat doer uit zeer vermoedelijk onaangenaemhreeden zouden voortkoomen. Jk heb den= „halven gemeent over eenkomstig uwel Ed: groot agt= „baare bevel mij aan de Nabab te moeten aldres„ „seeren, en om deszelfs verlof tot de passasie van onze troepen te verzoeken, zo als ik gedaen heb, blijkens den brief aan den Nabab geschreeven welke ik de eer heb uwel Ed: groot Agtb: en kopij hier nevens aantebieden. Uwel Ed: groot Agtb: bevel ten opzigte van 't uit= „gebragte goud zal ik schuldpligtig nakoomen van van de eerste vermunting, die uitgeleverd heeft 33015. pagooden, heb ik alleen afbetaeld 7000: pagooden die ik voor eenigen tijd wegens gebrek aangeld zon „den intrest had opgenoomen, en aan de kooplie „den uitgedeeld. Het overige geld is buiten 't geen nodig was voor de verstrekking: onder de kooplieden uitgedeeld. ht ovzige geld is buijten 'te geen nodig was voorde verstrekking onder de kooplieden ust gewerd. van de tweede vermunting waermeede tans een begij zal worden gemaekt, zal ik afleggen de zie„ duijzend pagooden, die de heer Buchanan heeft voorgeschooten wijl 't uitdrukkelijk bedongen is, dat dit geld voor den 15=e September moete betaeld worden, en het overschietende geld voor den handel emploijeeren, en dan zal ik in overweging neemen, of uit de verdere vermuntinge nog meer„ „der kapitaelen kunnen worden afgelegd. Jk heb de eek met alle eerbied en trouwe te blijven. /:onderstond:/ en geteekend als vooren: /:in margine:/ Tutucorijn den 19=e Augustus 1790. Aan als vooren. Eijndelijk hebben de Engelschen 't zo vergebragt, dat zij zig van 't geheele rijk van karnatika meester
English
have made themselves masters, and have put themselves in full possession thereof. The Nabab made the strongest protest against this, and even went so far as to give orders to his governors not to surrender the administration of the lands, but finally, apparently understanding that this would avail him nothing because the English already held all fortresses and thus the full power in their hands, he seems to have submitted to the desire of the English. The English have made it known in all villages in the country in the usual manner that the English Company had taken the lands of the Nabab unto itself, and that henceforth each and everyone owes the same obedience to the English Company that they previously rendered to the Nabab; and in the province of Tirnevelli it was additionally announced that Mr. Benjamin Torin has been appointed Governor of this province. The Mannigaar of Meloen, where this announcement was also made, has solemnly informed us of this. Mr. Torin has made known to me the change in the Government and his appointment as superintendent. His Honour's letter, dated the 2nd of this month, which I have the honour to enclose herewith in original, contains that the Government of Madras, according to the orders of the Governor-General in Bengal, found it necessary to introduce the administration of the English Company into the lands of the Nabab, and that he was appointed superintendent of all the revenues etc. In the manner in which the English administration in the lands of the Nabab is conducted, it will amount to the same as if they had completely appropriated the lands, although otherwise, in my view, the description of Mr. Torin would signify less to me. I found myself obliged dutifully to inform your Right Honourable Greatness of this change in the Government, and respectfully to request your highest orders as to whether I shall henceforth deal with the English Government concerning the affairs of the Nabab. The Nabab's agent, Mr. Buchanan, has already declared by letter of 30 August that by the measures of the Government of Madras he no longer deemed himself authorized to meddle in any affairs, and the Land Governor was arrested immediately after the proclamation concerning the transfer of the lands to the English Company. But I take at the same time the liberty to request from your Right Honourable Greatness a speedy reply, because the necessary preparations for the inspection of the pearl banks ought to be made by 15 October, and the chank diving must begin on 1 November, and some time prior to that the leasing must take place. In the meantime, I have answered the letter of Mr. Torin simply, and without getting involved in any matters, in civil terms, as your Right Honourable Greatness will see from my letter of the 5th of this month, which I also have the honour to present herewith. Concerning the warlike actions between the English and the Nabab Tippu Sultan, I have the honour to report that the English have made themselves masters of the vast province of Coimbatore, belonging to the Nabab Tippu Sultan; that Tippu Sultan has gathered his troops in the passes of the mountains to prevent the English from entering the interior lands, furthermore occupying himself with letting cavalry and rovers, known under the name of Looties, forage and plunder along the Coromandel. The swelling of the branches of the great river the Coleroon has prevented them until now from approaching this coast, and the upcoming northeast monsoon will also hinder them greatly therein; but toward the month of February one expects to have to anticipate these robbers on this coast as well, if the war continues, though people are beginning to speak of peace. I have the honour to remain with all respect and fidelity. Signed as before. In the margin: Tutucorin, 6 September 1790. I have had the honour to receive your Right Honourable Greatness's highly esteemed separate letters of 9 and 10 September last. In order to comply with the objective of your Right Honourable Greatness, I paid a visit to Tirnevelli, which I could very conveniently do, since I owed a visit to Mr. Torin; and I deemed this the more necessary since the Nabab's agent, Mr. Buchanan, had privately informed me that the Nabab had sent an embassy to Lord Cornwallis, upon which everything might easily be overturned and the Nabab restored to the Government of his lands. Upon my arrival at Tirnevelli, the conversation with Mr. Torin immediately turned to the change of the government in the country, and I took this opportunity to request from him some explanation of his letter, in which he had informed me that the Government of Madras had introduced the English administration into the Nabab's lands. I thereby posed these two questions: 1. Whether the English Company presently considered itself to be complete master of the realm of Carnatica, and if not, 2. In the second place, whether Mr. Torin could show me a proof from the Nabab by which he consented to the administration of the English Company over his lands. Mr. Torin answered frankly that against the will of the Nabab they had taken possession of his lands.
Dutch transcription
2886 meester gemaekt, en zig in 't volle bezit daer van gesteld hebben. De Nabab heeft daer tegen de kragtigste protestaat= „sie gedaen, en is zelfs zo ver gegaen, dat hij aen zijne land bestierders bevel heeft gegeeven, om de admi= „nistraet die van de landen niet over te geeven, maer eijndelijk schijnt hij zelfs begrijpende, dat hem dit niets baaten zoude wijl de Engel„ „schen reets alle sterkte, en dus de volle magt in handen hadden, zig aan de begeerte der En= „gelschen te hebben onderwerken. De Engelschen hebben op alle dorpen in 't land op de gewoone wijze laeten bekend maeken, dat de Engelsche komp: de landen van den Nabab na zig had genoomen, en dat dus voortaen elk en een ieder aan de Engelsche komp: dezelve gehoor= „zaemheid schuldig is, die zij te vooren aan den Nabab beweezen hebben, en in de provintsie van Pirne velli is daarbij nog dit bekend gemaekt, dat de heer Benjamin Torin aangesteld is tot Regent van deeze provintsie De Mannigaer van Meloen daer deeze bekendmaeking ook ge= „schiet is, heeft hier van aan ons plegtig laeten kennis geeven. De 1 De heer Jorin, heeft aen mij de verandering in de Regeering, en zijne aanstelling als superinten „dant bekend gemaekt; zijn Ed: brief, gedateerd 2=e dezer die ik de eek heb in origineel hier bij te voegen, behelst, dat 't gouvernement van Madras„ volgens de ordres van den gouverneur generael; Bengalen het nood zaekelijk heeft gevonden, om in de landen van den Nabab de abministraet= „sie van de Engelsche komp: in tevoere, en dat hij be„ „noemd was tot superintendant van alle de revenu„ 18 etc:a op de wijze, zo als de Engelsche administrat„ „sie in de landen van den Nabab is gevoerd, zal het op 't zelve uitkoomen, of zij zig de landen volkoo= „men hadden toege=eigent, schoon anders na mijn inzien de beschrijving van den heer Torin mij minder zoude betekenen; Ik heb mij verpligt gevonden om uwel edele groot agtb: van deeze verandering „ de Regeering schuldpligtig kennis te geeven, en om hoogst derzelver bevelen eerbiedig te ver „zoeken, en of ik voortaen de zaeken den Nabab betref„ „fende zal behandelen met de Engelsche Regee„ „ring, 'I Nababs agent de heer Buchanan heeft reeds bij brief van den 30: augustus, ver= „klaerd, 2887 „klaerd, dat hij door de maetregelen veejt gouver= „nement van Madras zig niet meer bevoegdzgte om zig omtrent eenige zaeken intelaaten, en de Landregent is strans na de publikaatsie wegens den overgang van de landen aan de Engels de komp: in arrest genomen. Maer ik neeme tevens de vrij= „heid uwel Ed: groot Agtb: om een spoedig ant= „woord te verzoeken, wijl de nodige toebereidselen tot de visitaat sie van de paarlbanken tegen den 15: 8bek: dienen gemaekt te worden, ende span= „koos duijkerij den 1=e: November beginnen, en nog eenigen tijd te vooren de verpagting geschieden moet. De brief van den heer Jorin heb ik in= „tusschen een voudig, en zonder mij omtrent eenige zaeken in telaeten, in ciriele termen beandwoord, zo als uwel Ed: groot Agtb: zal zien bij mijn brief van den 5=e deezer, welke ik dezer heb hier= „nevens mede aantebieden - omtrent, de oorlogs bedrijven tusschen de Engelshe en den Nabab Jipo sul„ „tan, heb ik de eer te melden; dat de Engelsche, zig van de uit gestrekte provintsie kombotoer, aan den Nabab Jipo Sultan gehoorende, hebben meester gemaekt Aan als vooren. gemaekt; dat Jipo sultan zijne troepen verzamelt heeft in de klooven der bergen, om den Engelschen den ingang en de binnen landen te beletten, zig voorts bezig houdende, om door karallerij en voorers, onder den naem van Loeties bekend, langs kormandel te laeten vooren 3 plunderen. De opzwelling van de armen vande groote rivier de koleram heeft hen tot nu toe belet, om deeze kust te naderen, en de aanstaende noord moesson zal hen daeken ook veel kinderen; maer te„ „gs de maand februarij meent meg deeze rooversook op deeze kust te moeten verwagten, indig de oorlog blijft voortduur, dog men begint te spreeken van vrede. jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven. /:onderstond :/ en geteekend als voore: /:in maagine:/ Tutucorijn den 6. September: 1790. -.0 jk heb de eer gehad te ontvangen uwel Ed: groot agtb: hoogst g'eerde apparte letteren van den 9:' en 10=e: September J:o L: —. Jk heb om aan 't oogmerk van uwel Ed: groot Agtb: te voldoen, eene visite te Tirnewelli afgelegd, 't welk ik heel gevoeglijk konde doen; wijl ik eene visite aan den heer Jorin schuldig 2888 schuldig was; en ik heb dit te noodzaeklijker geoordeeld; wijl 's Nababs, agent de Heek Buchanie mijn 't partikulier had kennis gegeeven dat de Nabab:, aen Lord Cornwallis een ambassade had ge= „zonden, waer op ligtelijk alles omgekeerd en de Nabab in de Regeering van zijn Landen her „steld zoude kunnen worden. Bij mijne komst te firnevelli wiel 't gesprek met den heer Corin straks over de verandering van de regeering in 't vand e ik nam deeze geleegendheid waer, om hem te verzoeken eenige verklaaring van zijn brief, waer bij hij mij bedeeld had dat 't gouverne= „ment van Madrasin 's Nababs Lande, de En„ „plsche administraatsie had geintroduceerd. Jk stelde hier bij voor deeze twee vraage: 1:/ of de Engelsche komt: tans zig reekende volledig meester te weezen van het rijk van karnatika, g zo neen, of den i de tweede plaets de Heer Jorin aan mij konde vertoonen een bewijs van de Nabab, waer bij hij bewilligde i de administraetsie van de Engelsche komp: over zijne landen! de Heer Iovin andwoorde vris uit, dat zij tegen den wil van den Nabab zig in de passessie van zijne landen melt agtb: agtb
English
had placed lands under their control and that they had even been obliged to use force in some places; that this had nevertheless not occurred with the intention of depriving the Nabob of his lands, nor of arrogating sovereignty thereof to themselves, but merely to secure the revenues for the discharge of the capitals, for the satisfaction of which the Nabob had bound himself, and in which engagement he had remained in default from time to time. Mr. Torin said further that the Nabob had thus far not even given orders to his servants in the country to render an account and surrender to the English, but that this order would presumably arrive in a few days, and that, should the Nabob remain entirely obstinate, in such case more detailed orders would be issued by the government, according to which he would have to conduct himself in all circumstances as soon as the reply from Bengal should arrive concerning the embassy that the Nabob had sent to Lord Cornwallis. Now I believed myself to be sufficiently informed. I therefore presented to the Nabob's Agent, Mr. Buchanan, who came to visit me some time thereafter, the embarrassment in which I found myself owing to the change of government, as I had expected that the Nabob or his Agent would have informed us of the manner in which the government of the country had passed over to the English Company, in order that we might guide ourselves accordingly in the management of affairs, as we were reluctant to take any steps that might prejudice the Nabob in his honor, or even be disagreeable to him. I further proposed to Mr. Buchanan that, having now waited in vain for a considerable time for a complete explanation regarding the state of affairs, I found myself obliged to ask him decisively whether he, on behalf of the Nabob, wished to proceed with us to the leasing of the chank diving and the inspection of the pearl banks, since time was now so far advanced that I could wait no longer. Mr. Buchanan replied to this that in his letter of the 30th of August he had already clearly declared that he could no longer enter into any management of affairs. Upon the question of whether orders to that effect had been given to him by the Nabob, he answered no, that officially he had not the least orders from the Nabob; but that he had seen publicly announced by the Madras courier that the English government had devised means to take the administration of the Nabob's lands unto itself, that he had seen the same put into execution, and had heard that it had been published that all inhabitants must henceforth obey the English Company; that he believed he neither could nor might oppose these measures, and thus further declared that he considered himself unauthorized to enter into any measures with us on behalf of the Nabob. Believing that we were now sufficiently safeguarded with regard to the interest of the Nabob, I again conferred with Mr. Torin concerning the state of affairs, but I have for the present felt hesitant to invite the English to proceed with us to the inspection of the pearl banks and the diving for the chanks. Mr. Torin even seemed to feel hesitant to address us on the matter. The pearl banks that we had intended to inspect for this year require only one to two days, and this work can thus very easily be postponed until November, when the time for it is most convenient; and as for the diving for the chanks, that can without prejudice remain unleased until the end of October, as the diving begins only on the first of November. Indeed, in order to cause less notice, one could leave the diving entirely unleased, and have the same carried out for the account of our Company for one half, and for the other half for the benefit of those who shall subsequently be found entitled thereto. But now the question arises whether, if affairs between the English Company and the Nabob remain until the end of October in the same state in which they are at present—whether, I say, we shall in such case invite the English to the inspection of the pearl banks and to the diving for the chanks, or whether in such case we shall allow the inspection of the pearl banks and the diving for the chanks to take place alone and without the intervention of the English or of the Nabob. In this regard I respectfully request to be furnished with Your Right Honorable High orders. Meanwhile I take the liberty to observe herewith: that although we have not yet recognized the authority of the English government, and although I have also until now written not a single official letter to the Superintendent, Mr. Torin, apart from the single reply to the notification of the change in Government, I have nevertheless, in my private correspondence with Mr. Torin and in our verbal conversations, not been able to avoid requesting redress for various small irregularities that are still to be considered as consequences of the unreasonable conduct of the Nabob's former regents.
Dutch transcription
landen hadden gesteld en dat zij zelfs op sommige plaetsen geweld hadden moeten gebruiken, dat dit egter niet geschiet, was, met het oogmerk om den Nabab van zijne landen te behooren nog om zig de souvereiniteit daer van aante matigen; maer alleen om zig te verzekeren van de inkom „sten tot voldoening van de kapitaelen, tot wel= „ker voldoening de Nabab zig verbonden had, en in welke verbintenis hij van tijd tot tijd agterlijk was gebleeven. De Heer Torin zijde ver= „der, dat de Nabab tot nu toe zelfs geen order had gegeeven aen zijne dienaeren in 't land omaande Engelschen reekening en transport te doen, maer dat deeze ordre vermoedelijk in weijnige dagen zoude koomen, en dat, zo de Nabab geheel mogte halsterrig blijven, in zulk geval, omstandiger or „dres van het gouvernement zoude worden gegeeven, waer na hij zig in alle omstandigheeden zoude moe „ten bestieren, zo dra 't antwoord van Bengalen zoude zijn gekoomen op de ambassade, die de Nabab aan Lord Cornallis had gezonden, Nu meende ik genoegzaem onderrigt te weezen. Jk seselderder „halven aan 's Nababs Agent den Heer Bucha„ „man 2889 „nan, die mij eenigen tijd daer na kwam be„ „zoeken voor, de verlegenheid waet in ik mij be„ „vond door de verandering van regeering, wijl ik ver= „wagt had, dat de Nabab of zijn Agent aen ons zoude hebben kennis gegeeven van de wijze op welke de regeering van 't land aan de Engelsche komp: was over gegaen, ten einde ons daer na in de behandeling der zaeken te kunnen bestie= „ren alzo wij ongaerne eenige stappen wilden doen die den Nabab in zijne eer benadeelen, of zelfs on„ „aengenaem weezen konden. Jk stelde voorts den Heer Buchanan voor, dat ik nu een geruijmen tijd vrugteloos gewagt hebbende op eene volledi= „ge verklaaring, wegens den staet van zaeken, mij verpligt vond, om hem de decisief afte vraa„ „ge, of hij van wegen den Nabab met ons wilde treeden tot de verpagting van de sjan koosbuij= „kerij ende visitaatsie van de paerlbanken; wijl de tijd nu zo ver was ingeschoten dat ik niet meer wagten konde. De Heer Buchanan ant= „woorde hier op, dat hij bij zijn brief van den 30 d 30. Augustus reets duidelijk verklaerd had, dat hij in geene behandeling van zalker meer konde treeden, op de vraage, of hem daertoe ordres van den Nabab waeren gegeeven; antwoorde hij neen, dat hij ministerieel geen de minste or= „dres van den Nabaeb had; maer dat hij bij den koerier van Madras publiek had zien bekend maeken, dat het Engelsch goevernement mid= „delen beraemd had, om de administraattie van 's Nababs landen na zig te neemen, dat hij de= „zelve had zien ter uit voek brengen, en ge= „hoord, dat er gepubliceerd was, dat alle inge„ „zeetenen voortaen de Engelsche kompenie moes„ „ten gehoorzaemen, dat hij meende zig teegen deeze maet regelen niet te konnen nog te mogen ver„ „zetten, en dus nader verklaerde, zig onbevoegd te agten, om met ons in eenige maetregelen van wegen den Nabab te treeden. Meenende dat wij na genoegsaem beveijligd waeren ten belange vanden Nabab, heb ik op nieuw den Heer Torin overden staet van zaeken on= „derhouden, maer ik heb mij voor als nog beswaerd gevonden de Engelschen te noodige, om met ons 2890 ons tot de visitatie van de paarlbanken en de deli kerij van de Sjankoos te procedeeren. De Heer Torin scheen zelfs zig beswaerd te vinden om ons daer toe aen te spreeken. De paarl banken, die wij voor dit jaer voorgenoomen hadden te visiteeren vereijschen slegts een â twee dagen, en dit werk kandus heel gemakkelijk tot in Novem= „bek, worden verschooven, wanneer de tijd daertoe de be„ „geaemste is; en wat de duijkerij van de sjankoos betreft, die kan zonder benadeeling tot den laatsten october onverpagt blijven, wijl de rluijkerij eerst den ar= „sten November begint, zelfs zoude men om minder op= „zigt te geeven de zuijkerij geheel onverpagt kunnen laeten, en dezelve laeten geschieden voor reekening van onze komp: voor de eene helft, en voor de andere helft ten behoeve van de geenen, die daer toe naderhand zullen worden gerechtigd bevonden. Maer nu valt de vraage, of indien de zaeken, tusschen de Engelsche kompenie en den Nabab, tot het laast van octob: in den zelven staet, waer in ze tans zijn, blijven; of zeg ik, wij in zulk d = zulk geval de Engelschen zullen nodigen tot de visitatie vande paerlbanken en tot de duijkerij vande sjan= „koos, dan wel, of wij in zulk geval ende visitaetsie der paarlbanken en de duijkerijn der s jan koors, alleen„ en zonder tusschen komst vande Engelschen of van den Nabab zullen laeten geschieden. Hier omtrend ver „zoek ik eerbiedig met uw wel edele groot Agtb: hoo= „ge bevelen te worden gemunieerd: Jntusschen neeme ik de vrijheid hier bij aantemerken: dat schoon wij de authoriteid van het Engelsch gouvernement nog niet erkent hebben, en schoon ik ook tot nutoe geen enkelen ministerieelen brief aan den heer supper„ „intendanit Torin heb geschreeven buiten het en keide antwoord op de bekendmaking van de verandering in de Regeering, ik: egter in mijne particuliere brief wisseling met den Heer Jorin, en in onse mondelinge gesprekken het niet heb kunnen ontgaen, om herstel„ „ling te vraegen van verscheijdene kleijne ongeregeld he„ „„den, die nog als gevolge zijn aentemaeken, vande on= reedelijke behandeling van de voorige se Nababs negen¬ ten
English
2891 and on which Mr. Torin also gave me complete satisfaction. In such an extensive jurisdiction and trade as we have on this coast, disputes very often arise with the native servants that must absolutely be cleared away immediately, in order not to delay the trade. To use an example I shall cite a single case. A few days ago news was received at Ponnekail that the export of gunny was stopped, and as we were in need of gunny to pack the bales, it was absolutely necessary to speak with Mr. Torin about this, who at once gave orders to supply us with gunny, and thereby declared that it was a misunderstanding, as he had not prohibited the export, but had only ordered them to supply gunny for the army. In such and similar cases we must absolutely address ourselves to those who hold the government of the country in their hands, without our being able to investigate whether we have that right by law or not. But whether this same Government now reciprocally has the right to demand of us the right which the Nabob has has to the pearl and chank fisheries, I must leave to the decision of Your Right Honourable Great Respectability. In general it is believed that the Embassy of the Nabob to Lord Cornwallis will bring about no change in the decisions of the English government, because General Meadows, who pushed through the deposition of the Nabob, has been appointed Governor-General of Bengal; and it is therefore to be thought that affairs will for the present remain in the state in which they are. There are those, however, who think that in Europe the Nabob will be restored again; but since, even in this uncertain event, we shall have to deal with the English for a considerable time, I thought I should not let this opportunity pass without speaking at length with Mr. Torin about our rights on this coast, and I think that we may freely speak without hesitation with the English, because for many years they have already had their hands so far in the Nabob's affairs that he had to arrange everything according to their wishes, and because the last 2892 treaty with the Nabob was concluded under the mediation of the English Governor Mr. Campbell. Regarding the Barruas, the merchants, and several other matters of lesser importance, Mr. Torin gave me all promises that we shall be fully maintained in our privileges, and that he will give orders to the Manigaars to conform to my commands in matters in which no order can be requested from him; but the article of the exclusive trade was a strong stumbling block, and Mr. Torin said that the conduct of Governor Campbell in that respect was now severely reprimanded. We always appealed, said he, to the pearl and chank fisheries, which were articles of very little importance in comparison to the exclusive trade in linen in the whole country. He told me that Mr. Irwin, who formerly was Collector at Tirnevelli, had made proposals to establish a very advantageous trade for the English nation at Kailpatnam, and that the English Company had thereupon asked for samples of all sorts of linen, that the procurement of this had been entrusted to the Paymaster Mr. Oakes, who had indeed prepared the required samples, but that, as I had effectively stopped the shipment, this matter had come to a standstill at that time, because Governor Campbell paid no regard to the representations of Mr. Oakes. I pointed out hereupon to Mr. Torin that it was an ancient right, which had already been stipulated in the old treaties with the Nayak of Madurai, and that it was also the Dutch who had brought the trade in these lands to the flourishing state in which it currently is. Mr. Torin said further that his nation had no intention of prejudicing us in our trade, but only of improving the country in such a way that both the English and the Dutch could be served by it, but my answer was that, apart from and besides the fact that this would conflict with our privileges, as soon as this happened the trade would be ruined for both, 2893 ruined, because the linens, which yield only very small profits, would then immediately be driven up in price and completely decay, since that which was rejected by the one would be accepted by the other. Finally, Mr. Torin said that he did not believe the English Company would disturb us in our trade, but that they would also not want to deprive themselves of the right to trade in a country of which they were themselves the possessors, if they wished to do so. I have repeatedly taken the liberty to represent to Your Right Honourable Great Respectability my apprehension that the scarcity of money with which we have had to struggle for five years will one day place us in danger of losing our exclusive trading right, but now I find myself obliged respectfully to demonstrate to Your Right Honourable Great Respectability that a continuous supply of money, in order to keep the looms constantly going, seems to be the only means to preserve our exclusive trading right
Dutch transcription
2891 „ten; en waer op de heer sorin mij ook een volkomene voldoening heeft gegeeven. In zulk een uitgestrekte su= „ris dik sie en handel als wij hebben op deeze kust, koomen er heel dikwils verschillen voor met de inlandsche bedienden die volstrekt ten eersten moeten worden uit den wegge= „ruijmt, om den handel niet te vertraegen. om een voorbeeld te gebruiken zal ik een enkel geval aenhaelen. voor eenige dagen kreeg men te Ponnekail berigt dat de afvoek van goenie belet was, en wijl we verlegen waren om goenie tot het emballeeren van de pakken was 't volstrekt nodig om den heer Torin hier over te on= „derhouden, die aanstonds ordre gaf om ons goenie te be„ „zorgen, en daer bij verklaerde dat het een mis ver= „stand was, wijl hij den afvoer niet had verboden, maar alleen bevolen om hen goenie te bezorgen voor de aa= „mée. Jn zulke en dier gelijke gevallen moeten we ons volstrekt addresseeren bij de geenen, die de regering van 't land in handen hebben, zonder dat we kunnen regt onderzoeken. of we die met 22et hebben of niet„ maer of nu dese zelve Regeering het regt heeft om van ons wederkerig te vraegen 't regt, 't geen de Nabeb heeft heeft op de paarl-en sjankoos visscherijen, moet ik aen de beslissing van uwel Edele groot achtb: overlae„ „ten. Jn 't algemeen gelooft men, dat de Ambassa= „de van den Nabab aan Lord Cornwallis, geene veran= „dering zal te weeg brengen in de besluijten van 't Engelsch gouvernement, wijl de heer generael Meadons, die het afzetten van den Nabab heeft door gedrongen, tot Gouverneur generael van Bengalen is benoemd; en het is dus te den ken, dat de zaeken voor eerst zullen blijven in den staet, waer in te zijn. Daer zijn er egter die meenen, dat in Europa de Nabeeb weder zal hersteld worden; dog vermits we zelfs in dit onzekere geval een geruijmen tijd met de En= „gelschen zullen te doen hebben, heb ik gemeend deese geleegendheid niet te moeten laeten voorbij gaen, zon„ „der den Heer Jorin breedvoerig van onze rechten op deeze kust te onderhouden, en ik denk dat wij zon„ „der schroom met de Engelschen vrij uit moogen spree„ „ken wijl zij reets sederd veel Jaeren zo ver de handen in 's Nababs zaeken hebben gehad dat hij alles na kunnen zin heeft moeten schilken en wijl het laet- „ste 2892 „ste traktaet met den Nabab onder de medixat= „sie van den Engelschen Gouverneur den Heer Camp= „bell is geslooten. Omtrent de Barruas, de kooplieden en verscheijdene andere zaeken van minder aen belang heeft de Heer Jorin mij alle beloften gedaan, daet wij ten vollen in onze privilesien zullen gehand= „haeft worden, en dat hij aande Mannigaers zal ordre geeven, om in zaeken, waer in geen ordre van hem kan gevraegd worden, zig na mijne be= „velen te regten; maer het artikel van den excli„ „siven handel was een sterke steen des aanstoodsen de Heer Sorin zijde dat het gedrag van den Heer Gouverneur Campbell daer over tans zeek berispt wierd. Wij beriepen ons zeijde hij, altijd op de paarlen sjan koos duikerijen, 't geen artikelen waeren van zeer = klijn aenbelang, in vergelijk, vanden ex klustwen haj= „del in lijnwaet in 't geheele land. Hij zeijde mij„ dat de Heer Irwin, die te vooren Land regent te Tirnevelli is geweest, voorstellen had gedaen, om een zeer voordeelige handel voor de Engelsch naatsie op terigten te kailpatnam, en dat de Engelsche komt: kompenie daer op monsters van alle soorten van lijn „waet gevraegd had, dat hier van de bezorging was op gedraagen aan den Heer betael meester oakes, die ook werkelijk de gerequireerde monsters haden gereed „heid gebragt, maer dat ik den afscheep feitelijk be= „let hebbende deeze zalk ter dien tijd was blijven steeken, wijl de Heer Gouverneur Campbell op de representaatsien vanden hier oakes geen reflexsie had geslaegen. Jk vertoonde hier op den heer Torin„ dat het een oud regt was, 't geen reeds bij de oude trac„ „taaten met den Naik van Madure was. bedongen, dat het ook de Hollanders waeren, die den handel in deeze landen tot den bloeij hadden gebragt waer in de zelve tans is. De Heer Torin Zeide voorts dat zijn naatste geen oogmerk had om ons in onzen handel te benadeelen, maer alleen om het land zodanig te verbeteren, dat en de Engelschen en de Hollanders beijden aaer uit konde, gerieft wor= „den, maer mijn andwoord was, dat buiten en behal„ „ven dat dit zoude strijden tegen onze prive lesien„ zo dra dit geschiede, de handel voor beijden zoude bedorven 2893 bedorven weezen, wijl de lijnwaeten, die maer heel gering winsten geeven, als dan aanstonds zouden worden op gevjaegd, en geheel en al vervallen, alzo 't geene bij de eene wierd afgeweesen, bij de andere zoude worden aengenoomen. Eijndelijk zijde de Heer Jorin, dat hij wel niet geloofde, dat de Engelsche kompenie ons in onsen handel zoude ontrusten, maer dat zij zig ook niet zouden willen berooren van het reegt om handel te drijven is een land, waer van zij zelfs bezitters waeren, indien zij het wilden doen. Jk het te meermaelen de vrijheid gebruikt uwel Ed: 1t groot agtb: voor te stellen, mijne bedugting, dat de schaersheid van geld, waermede wij vijf= „jaeren hebben moeten worstelen ons eenmael in gevaer zal brengen, om ons exclusieff handel regt te verliesen, maet tans vind ik mij verpligt, uwel „Ed: groot agtb: eerbiedig te vertoonen, dat een geduursaeme voorraed van geld, om de weefgetouwen bestendig aan den gang te houden, het eenige middel schijnt te zijn, om ons exclusief han„ „delregt
English
to maintain the right. The Nabob's regents paid little attention to the idleness of the looms, but the English will watch this very closely in order to find a ground to share in this trade. Mr. Sorin previously told me more than once in a laughing manner under the Nabob's government that he did not wish to harm us in our trade, but that he would only make use of the looms that we left idle. By the end of November our money will be spent, and we will thus need a good sum to keep the trade going until the coming month of August. Hoping for a favorable interpretation, I have therefore postponed the recommended purchase from the directors of the bank at Madras, in case your Honorable Grand Respectable might think fit to accept after all the thirty thousand pagodas from the merchant Hollings, which would come uncommonly in handy. The Honorable Worshipful Mr. Ordinary Councillor and Malabar Governor van Angelbeek gave me notice by secret letter of September 24, a copy of which is enclosed herewith, that his Honor, on account of the small pepper supply this time, had granted the King of Travancore only six pepper passes instead of ten, but that his Honor feared that the six vessels would take in more pepper than the one hundred candies that were permitted to each vessel, with the request in such case to lighten the excess pepper from the vessels. To comply with the purpose of this requisition, I have prescribed the required actions to the cruisers by an instruction, a copy of which I have the honor to present herewith to your Honorable Grand Respectable. I have the honor to remain with all respect and loyalty, underneath and signed as before, in the margin Tuticorin, October 31, 1790. To the same as before. I had the honor to receive your Honorable Grand Respectable's most honored secret letter of October 14. By letter of the 19th thereof, pursuant to your Honorable Grand Respectable's most honored orders, I proposed to the English superintendent what arrangements seemed most suitable to him, even if it were only provisional, so that both the chank diving and the inspection of the pearl banks could take place to mutual satisfaction. Receiving no answer to this, I had the chank diving begin at the usual time, being November 1, in the same manner as was done previously when the diving was held for the account of the Company; and I likewise had everything prepared to be able to carry out the inspection of the pearl banks, with the intention of actually having it done as soon as the opportunity for it would be favorable. But on the 4th of this month I received a letter from the English superintendent, Mr. Torin, in which, after having excused himself for leaving my letter unanswered for so long, he proposed to farm out the chank diving on the 10th of this month and to let the inspection of the pearl banks take place as soon as the thonies and divers were counted, which proposals I accepted by letter of the 5th of this month, adding that the thonies and all other necessities for the inspection were in readiness and that consequently the inspection could take place immediately, as soon as the superintendent would be pleased to state whether he wished to assist at the inspection in person or through another. The embassy which the Nabob, according to my respectful letter of October 3 to your Honor, sent to Lord Cornwallis has returned. What answer it brought back is not sufficiently known, but it is certain that the English remain in full possession of the Nabob's lands. The superintendent Mr. Torin assures me in this regard that, according to the opinion of all Madras, there is not the slightest probability that the Nabob will regain his lands, and that the Nabob himself now seems to consider this hopeless. On the other hand, there are others who believe that after the war with Tippu is ended, the Nabob will again be restored to the possession of his lands. Among these is also the Nabob's agent Mr. Buchanan, who a few days ago paid me an express and very friendly visit to inform me, as if in confidence, that he had been summoned by the Nabob to depart for Europe with the packets, offering his good services if he could be of service to us with the Nabob or otherwise there. I thanked Mr. Buchanan for this friendly offer of his in an equally friendly
Dutch transcription
„del regt te bewaeren De Nababs Regenten, hebben op het stilstaen van de wees getouwen weijnig agt geslaegen, maer de Engelschen zullen daer op zeer naeden letten, om een grond te vinden, van in deezen handel te kunnen deelen. De Heer Sorin heeft mij te vooren onder 's Nababs Regeering, meer dan een mael op een lachende wijze gezegd, dat hij ons in onzen han= „del niet wilde benadeelen, maer dat hij alleen zoude gebruik maaken van de weef getouwen die wij lieten „ttil staen. Met ultimo Novemb: zal ons geld weezen uitgegeeve, en wij zullen dus een goede Pom nodig hebben, om de handel tot de aanstaende maend Augustus gaende te houden. Jk heb daarom, in hoope van wel duiding de aanbevolene aanschan „ving aan de Heer Direkteuren van de bank te Mabras uitgesteld, of uwel Ed: groot agtb: mogt goed vinden om als nog aen te nemen de dertig duijzend pagooden van den koopman Hollings die ongemeen zoude te pas koomen. De wel Ed: gestr: Heer Raadordinair en Mallabaars Gou„ „verneur van Angelbeek heeft bij sehreete brief 2894 brief van den 24: Septemb: waer van kopij hier nevens legt aen mijn kennis gegeeven, dat zijn wel Ed: om de geringe peper leverancie dit mael instede van tien maer ses peper, passen aan den koning van Trevankoor had verleent, maer dat zijn Ed: dugte, dat de ses vaertuigen meerder peper zouden inneemen dan honderd kandij le„ die aen ieder vaertuig vergunt waren, met ver= „zoek om in zulk geval de meerder peper uit de vaertuigen te ligten en om aen 't oogmerk van deeze requisitie te voldoen, heb ik het gerequi= 6 6 „reerde aan de kruissers voorgeschreeven bij een in= „structie welke ik de eer heb uwel Ed: groot agtb: in kopij hier nevens aan te bieden. Jk hebde eer met alle eerbied en trouwe te blijven. /:on= „derstond:/en geteekend als vooren:/:in margine:/ Sittu= „Corijn den 32: october A:o 1790: c: Aan 2895 Aan als vooren. Ik heb de eer gehad te ontvangen uwelEd: groot agtb: hoogst g'eerde secreete missive van den 14=e october. Ik het bij brief van den 19:e daeraen, ingevolge uwel Ed: groot agtb: hoogst g'eerde beveelen aen den Engelschen supper„ „intendant voorgesteld, welke schikingen hem 't bequaem„ „ste voorkweesen, al waere 't' ook maer provisioneel op dat beijden de sjamkoas -dui kerij ende visitatie van de paarlbanken, tot wederzijds genoegen gescheeden kon„ Hier op geen antwoord ontvangende heb ik de sjankors duijkerij op de gewoone tijd zijnde den eersten Novembb: laeten beginnen op dezelve wijze, zo als te vooren is ge„ „schied, toen de duijkerg voor reekening van de Comp: wierd gehouden, en ik heb inzelver vregen alles laeten in ge= „reedhaid brengen, om de visitaatsie van de paarl ban ken te kunnen dopn, met 't oogmerk, om dezelve werkelijk te laeten geschieden, zo dra de geleegenheid daer toe gunstig zoude weezen, maer Een 4=en deezer ontfing ik een brief van den Engelschen Superintendant den Heer Jorin, waer bij hij, na zig verschoont te hebben over 't lang onbeand woord laaten van mijnen brief; voorstelde, om de sjankoos duijkerig te verpaglen op den 10=e deezer, en de risitaatsie van de paarl ban„ „ken te laeten gescheeden, zo dra tonies en duijkers zouden geteld zijn, welke voorstellen ik bij brieff van den 5=e deezer heb aengenoomen, met bij voeging, dat de tonies en al het verdere nodige tot de visitaetsie =n gereeklid was was, en dat derhalven de visitaat die dadelijk konde geschieden zo dra de heer superin tendant zig geliefde te verklaaren, of hij bij de visitaatsie in persoon, dan wel door een ander wilde assisteeren. De ambassade, die de Nabab volgens mijnen eerbidig: van den 3=e 8ber: J:o E: aen Lord Cornw allis heeft gezonden is te rug gekoomen, welke antwoord deselve heeft meede gebragt is. niet genoeg bekend; maer bit is zeker dat de Engelschen in het volle bezit van 's Nababs landen blijven. De heer superintendant Torie„ verzekert mij heer bij dat volgens het denkbeeld van geheel Madras 'er geen de minste waer schijn„ „lijkheid is, dat de Nabab zijne land en zal te rug er„ „langen, en dat de Nabal zelve dit tans schijnt, hoo„ „peloos te stellen. Daek en teegen zijn er andere die manen, dat na dat de oorlog met sipo zal g'eijndigd zijn, de Nabab weder n 't boszit van zijne landen zal hersteld worden. onder deeze bevind zig ook al„ Nababs agent de heer Buchaanen die eenige dagen geleden een expresse en zeer vriendelijke visite bij mij heeft afgelegd, om mij als in vertrou„ „wen kennis te geeven, dat hij door den Nabab was op ontboden, om met de peches na Europa te ver= trekken, aenbiedende zijne goede diensten, indie„ hij ons bij den Nabab ofte aldaas anders van dienst kor„ „de weesen, Jk heb den heer Muchanan voor deeze zijne vriendelijke aenbieding op gelijke vrien„ „delijke
English
2896 kindly thanked, and represented to him that it was known to him that we had made great sacrifices at the latest treaty with the Nabob, and that I therefore hoped that he would recommend the Nabob to fully fulfill the treaty on his part, thus to grant all the points that were submitted by Your Right Honorable Worships to the Nabob, and particularly to expel the Danish merchant Verwijck from the Marawas, to restore the tolls at Kilkare to the former footing, and to remove the impediment regarding the importation of grains at Tutucorin. To all of which Mr. Buchanan has promised to do his utmost and in particular to bring about that the Danish merchant Verwijck is denied trade and residence in the Marawas as soon as the Nabob shall be restored to the possession of his lands. I have notified the directors of the bank at Madras that the commission which Your Right Honorable Worships had given to the English merchant Hollings, to procure some money in the said bank for the benefit of the Ceylon government, had been cancelled again by Your Right Honorable Worships, with the request that they, the directors, would accordingly please not accept any money from the said Hollings for the account of the Ceylon government; and the gentlemen directors have replied to this that they would comply with my request, a copy of my letter to the directors together with the original reply thereto being enclosed herewith. Until now I have not had the least result in obtaining money at interest on bills of exchange to the Netherlands from the English, and if an opportunity should arise that Englishmen would be willing to deposit money with us on bills of exchange to the Netherlands, it is certain that they would not be willing to do this on the footing as prescribed by the Noble High Indian Government at Batavia by letter of the 31st of August of last year, for this footing would turn out four percent more disadvantageous than when one actually deposited Dutch money and received Dutch money back in Europe, and that on this footing no one will be willing to deposit money with us will soon become evident when one compares therewith the manner in which bills of exchange on Europe are granted in our colonies. Formerly, bills of exchange were granted at Negapatnam calculating the pagoda at 90 stivers and deducting 4 percent therefrom, and thus someone who deposited money with us received for 100 pagodas in the Netherlands ƒ 432: —. But now, according to the order of Their High Honors, he who deposited money with us would for 100 pagodas receive only ƒ 398: —: 8: —, and thus less by ƒ 33: —: 12: —, which would turn out more than 7½ percent more disadvantageous than the former exchange rate. The last bill of exchange of Bilderbeek was granted on the footing as bills of exchange on Europe were granted at that time at Tranquebar, 2897 and I doubt very much whether one will now be able to obtain money on that footing, since the English receive everything that is offered for Europe, and since the navigation of private individuals under Imperial, Portuguese, and Tuscan flags increases more and more, and these private traders, who, and especially those sailing for Ostend, are very harmful to our Company, accept money on more disadvantageous terms than we can do, because they, reasoning as a private merchant, are content when they can fill a space, which otherwise would have to remain empty, with goods on which they can still gain twenty or even if it were only ten percent. I have the honor to remain with all respect and fidelity. Was signed: as before. In the margin: Tutucorin, the 9th of November 1790. Corns: Johanns: Idé, sworn clerk. Agrees. Secret 2898 Colombo. To the Right Honorable, Strict, and Highly Respected Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Strict, Highly Respected and High-Commanding Sir, This afternoon I received a letter from the Honorable Disava van Angelbeek, in which he informs me that he has had to abandon his journey already undertaken to the Magampattoo and return to Matara, because many malcontents in the Matara Disavany had gathered together and caused a great commotion; of the consequences of which, however, he as yet anticipates no evil, believing himself to be assured that these mutineers have all respect and good thoughts regarding his person, and that the mildest measures will probably be the best. I have offered him my assistance, whether by sending a commando or solely a commission of two members from the Galle Council, and the further reports that I expect will determine my choice. I send Your Right Honorable and Strict Worships enclosed herewith the copies of the letter of the said Honorable van Angelbeek as well as my answer served thereon, and have the honor to be with the highest sentiments of 2899 high esteem. Right Honorable, Strict, Highly Respected, High-Commanding Sir! Your Right Honorable and Strict Worships' humble servant, was signed: J. Sluysken. In the margin: Galle, the 18th of April 1790. To the same as before. This morning the undersigned Commander received a second letter from the Honorable Disava van Angelbeek, in which he informs of the certainty of the gathering together of many malcontent inhabitants of the Matara Disavany, and at the same time requests a commando of military men, with the authority to be allowed to use forceful measures. We have thereupon resolved, in a meeting expressly held for that purpose, to send this very afternoon 150 military men
Dutch transcription
2896 „delijke wijze belankt, en hem voorgehouden, dat het hem bekend was, dat wij groote Sacrifices gedaan hadden bij 't laaste traktaet met den Nabab, en dat ik derhalven hoopte dat hij den Nabab zoude aenbeveelen om het translaet aen zijne zijde volkoo„ „men te vervullen, dus te bewilligen ; alle de punten die door uwel Ed: groot Agtb: aen den Nabal waeken opgegeeven, en wel en 't bijzonder, om den deenschen kerp„ „ma verwijk uit 't Maaruasch te versaegen, de tolle te kil kake op de voorige voet te herstellen ende be„ „lemmering omtrent den invoet van graenen te Juter„ „corijn weg te neemen. Tot al 't welke de heer mucha„ „nan heeft beloofd zyn uiterste best te zullen aen= wenden en inzonderheid te zullen bewerken dat de deensche korpman verwijk de handel en in wooning 't Marauasch ontsegd word, zodra de Nabab u't bezit van zijne landen zal hersteld zijn Jk, heb aende direkteuren vande bank te Madras kennis gegeeven, dat de kommissie, die UwelEd: groot achtb:s aen den Engelsche koopman Holling hadt opge„ o „draegen, om in gemelde bank te bezorgen eenig geld ten behoeve van 't Ceilonsche gouvernement door uwel Ed: groot Agtb: weder was opgezegd, met verzoek, dat zij directeuren mits dien, geen geld van gem: Hollings geliefde te accepteeren voor reekening van het Ceilonsch gouvernement en de heeren directeu= wren hebben hier op geantwoord, dat zij aen mijn verzoek zoude voldoen, gaende een kapij van mijn brief aen ig ƒ a aen de directeuren, meet het antwoord op dezelve in origineel hier nevens Tot nu toe heb ik geen 't minste uitslag omgeld op intresten op assignaetsie naer Neder„ „land bij de Engelschen te bekoomen, en zoo er geleegenheid mogte voorkoomen dat 'er Engelsche bij ons geld opassig= „nacksie naer Nederland zouden willen, tellen, is 't zeker dat zij dit niet zouden willen doen op den voet, zo als dit door de Edele hooge Jndische Regeering le Bata„ „via is voorgeschreeven bij brief van den 31:e aug=:s J:o L: want deese voet zoude nog vier percent schadelij= „her uitkoomen, dan wanneer men werkelyk Neder„ „landsch geld telde, en Nederlandsch geld i Europa te rug ontving, en dat op deese voet niemand bij ons geld zal willen stellen, zal haast blijken, wanneer men daer bij vergelijkt de weise of welke in onse kolonien de wissels op Europa worden verleend. Te vooren verleende men„ wissels te Naegapatnam de pagood rekenende of 90: 12v„s: en daer van aftrekkende 4. p:r Cent, en dus ontving iemand dit bij ons geld telde voor 100. pagoden in Nederland .. . . . land . -ƒ 432: —. - maer nu zoude volgens de ordre van hunne hoogedelheeden, hij, die bij ons geldtelde, voor 100: pagoden maer ontvangen „ 398: —. 8:— en dus minder - . . . ƒ33. —. 12. — 't welk nog ruim 7½. p:r Cent nadeliger zoude uit= „komen, dan de voorigen witsel voet, De laeste, wissel van Bilderbeek is, verleent op de voet, zo als het dier tijd te Trankebaet wissels wierde verleend 2897 verleend op Europa, en ik twijffel heel zeer, of men tans op dien voet geld zal kunnen krijgen, wijl de En„ „gelsche nassen alles ontvangen, 't geen voor Europa word aengebooden en wijl de vaert van partikulieren onder Meiserlijke, portugesche en Joskaansche vlagge„ meer en meer toeneemt, en deeze parts nuliere handelaers die, en inzonderheid die voor oostende vaeren voor onse kompanie zeer schadelijk zijn op Rchaderlijker nondietsie geld aenneemen, dan wij kunnen doen, door die zij als een bij zonder hoopma, redenerende, le vreden zijn wanneer zij een plaets, die anders ledig zoude moeten blijven, hunne vullen met waeren waerop zij nog twintig sa al was het maer tien percent kun= „ne winnen. Ik heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven. /:onderstond:/a /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Tutu Corijn den 9=e November 1790. —. Corns: Johanns: Idé gezwklerk Ackordeert secreet 2898 Kolombo. Aan den Wel Edelen, Gestrengen, Groot achtbaaren Heer: Willem Jacob van de Graaff Raad, Ordinair van Nederlands Jndia Gouver„ neur en Directeur van het Eijland Ceijlon, met dies onderhoorigheeden, nevens den Raad. Wel Edele, Gestrenge, groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Heeden agtermiddag ontvang ik van de E: Dessave van Angelbeek een Brief waar bij dezelve mij be¬ „deeld dat hij van zijne reeds onder „noome rijze na de Magampattoe heeft heeft moeten afzien en na Ma= „ture terug keeren wijl veele misnoegden in de Matureesche Dessavonij zig te zaame gerot hadden en eene groote opschudding maakten; van welker gevolgen Hij zig egter als nog geen kwaad voor zegd, als meenende verzeekerd te zijn dat die zijn perzoon Muijtelingen omtrend alle agting en goede gedagten hebben, en dat de zagtste middelen waarschijnlijk de beste zullen zijn. Jk heb hem mijn assistentie het zij door een Commando„ of alleen een Commissie van twee Leeden uijt den Gaalschen Raad, te zenden aangebooden en de nadere berigten die ik verwagte zullen mijne keuse bepaa „len. Jk Zende Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: hier in geslooten de afschriften van de Brief van ged=te: E: van Angelbeek als mijn daar op gediend antwoord en heb de eere, met de meeste gevoelen van 2899 van hoog agting te zijn /:onderstond:/ Wel Edele, Gestrenge, Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Uwel Ed: gestr: groot Agtb: onderdanige, Dienaer, /:was geteekend:/ J=n Sluijsken /: in margine:/ Gale den 18. April: 1790. Aan als vooren. Heeden morgen ontfing de onder- „geteekende Commandeur een twee „de brief van den E: Dessave van Angel= „beek waar bij dezelve de zeekerheid der Raamenrotting van veele misnoegde ingezeetenen der Matureesche Dessa= „vonij bedeeld; en teffens om een Commando Militairen, met kwali= „ficatie geweldige middelen te moogen gebruiken, verzoekt; wij hebben daar „op in een expres ten dien eijnde ge= „houdene bij een komst beslooten om nog heeden agtermiddag 150 koppen Mili„ „tairen
English
To the same as before. military personnel under the command of Captain Prophalo to the said Honorable Disava. We have also appointed the Junior Merchants van Schuler and De Vos to depart from here early tomorrow morning and proceed to the mutineers to ascertain the reasons for their conduct and their grievances, unless further reports from the Honorable van Angelbeek render this mission unnecessary. We hereby present to Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships a copy of the letter from the Honorable Disava van Angelbeek, as well as of the other papers sent to us by him, and we shall not fail to inform Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships promptly of everything relating hereto; having the honor to be with the highest sentiments of esteem, was signed beneath, as before, was signed, P:r Sluijcken, J: L: Schede, N:o B: Martheze, P:r de Vos, and C: L: B: van Albedijl, in the margin, Galle, the 19th of April 1798. In our respectful letter of the day before yesterday, the 19th of this month, we had the honor to inform Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships that in order to pacify the discontented inhabitants of the Matara Disavany, we had resolved to dispatch a military detachment and a commission from our Council. This detachment indeed departed the day before yesterday in the evening, and the Junior Merchants van Schuler and De Vos yesterday morning for the aforementioned purpose. Yesterday at noon, the undersigned Commander received a separate letter from the Honorable Disava van Angelbeek, which had been more than twelve hours en route, in which the said Honorable Disava appears to have some slight hope that the gathering of the mutineers will not have serious consequences. The said Honorable Disava wishes to be excused from the commission sent by us from here, and requests on the contrary that Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships please send a commission from Colombo in order to investigate the conduct and complaints of the mutineers and to trace the true origin of the discontent of these people. On this, we shall await Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships' pleasure; meanwhile, we have decided to allow the Junior Merchants van Schuler and De Vos, who are assisted by an able clerk, the Bookkeeper van Zitter, and the Maha Mudaliyar Balthazar Dias, to execute their commission, as we trust Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships will find consistent with the interest of the service. We hereby present to Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships a copy of the above-mentioned letter from the Honorable Disava van Angelbeek, as well as our reply sent thereto, and we hope that both may merit the approval of Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships. As soon as we are informed of any further particulars regarding the said mutineers, we shall not fail to inform Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships thereof, as well as of the measures to be taken by us; having the honor to be with the highest sentiments of esteem, was signed beneath, as before, was signed, P:r Sluijsken, M:s v: d: Spak, J: L: Schede, L: Hems, N:s B: Martheze, J: D: D'Estandau, and A: E: Delij, in the margin, Galle, the 21st of April 1790. To the same as before. Since the dispatch of our respectful letter of yesterday noon, we received yesterday evening and this morning such letters from the Honorable Disava van Angelbeek and from our commissioners, the Honorable Messrs. van Schuler and De Vos, of which we hereby present the copies to Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships, as well as the copies of our replies sent thereto. From the discontented inhabitants of the Matara Disavany, an unsigned ola was brought here yesterday evening and a signed one this morning, of the translations of which we likewise take the liberty to enclose copies herewith. From all the aforementioned papers, Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships will in our view perceive that the mutineers number around 12,000 men and have assembled partly at Hakmana in the Giruwa Pattu, and that these people seem not so much intent on committing any actual violence as on presenting their complaints regarding endured injustices, as they imagine, and demanding their just rights. And thus, since the Honorable Messrs. van Schuler and De Vos, accompanied by the Maha Mudaliyar Dias, have been commissioned for the aforementioned purpose, we also hope that this unrest will not have great consequences and even that it will be quickly subdued and the assembled people soon dispersed. A cautious and moderate conduct in this matter will always guide us and keep us on our guard; and we shall take care to avoid as much as possible anything that may lead to great consequence and commotion among the natives. With the highest sentiments of esteem, we have the honor to be, was signed beneath and signed as before, in the margin, Galle, the 22nd of April 1790. To the same as before. Your Right Honorable, Rigorous, Great Worships' honored orders appearing with
Dutch transcription
Aan als vooren. „tairen onder Commando van den Capitein Prophalo gedagte E: Dessave toetezenden ook hebben wyde onderkooplieden van schulen en De vos benoemd om, ten zij dat nadere berigten van DE: van Angelbeek deese zending onnoodig maaken morgen vroeg van hier te vertrekken en zig bij de muijtelingen te begeeven om de reedenen van hen bestaen en hunne bezwaaren te verneemen Wij bieden uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: bij deezen aan een afschrift van des E: Dessa„ „ve van Angelbeek brief; en van de ver „der door denzelven ons toegezondene papieren en wij zullen niet versuijmen uwel Ed: gestr: Groot Agtb: verder van alles, hier toe betaek „king hebbende, ten Eersten te onderrigten; heb= „bende de eere met de meeste gevoelens van hoog „agling te zijn /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ P=r Sluijcken, J: L: schede, N:o B: Martheze, P:r de vos, en C: L: B: van Alb=e „dijhl /:in margine:/ Gale den 19. April 1798. Bij onze eerbiedige van eergisteren den 19:' deeser hadden wij de eer uweEd: gest: got agtb: te bedeelen dat wij om de misnoegde 2900 misnoegde ingezeetenen van de Matureesche De avonij tot rust te brengen beslooten hadden een commando Mili„ „tairen, en een Commissie uijt onzen Raad aftevaardigen. Dit detachement is ook werkelijk eergisteren avond, in de onderkooplieden van Schuler en de vos gisteren mor¬ „gen ten voorschreeven eijnde vertrokken Gisteren middag om twaalf uurenwretsing de ondergeteekende commandeur een apparte brief van den E: Dessave van Angelbeek, die ruijm twaalf uuren onder weegs geweest was, waar bij gedag„ „te E: Dessave eenige wijnige hoop schijnt te hebben dat de saamenrotting der smuijtelingen van geene groote gevolgen 7. zal zijn Gedagte E: dessave Wenscht van de door ons van hier gesondene commissie verschoond te blijven, en verzoekt daar en teegen dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: een commissie van ko„ „lombo gelieve te zenden, ten eijnde het gedragen de klagten der muijtelingen te onderzoeken en de waare oorspronk van het misnoegen deeser menschen natespeuren. Hier op zul„ „len wij uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: goed vinden verbijden, intusschen hebben wij beslooten de onderkooplieden van schu„ „ler en De vos, die van een goed schribent de boekhouder van Zitter, en de porta Modliaar Balthazar Dias geas„ „sijteerd zijn, hunne commissie te laaten volbrengen; gelijk wij vertrouwen dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: met de onder van dienst zal overeenstemmende bevinden. van Aan als Van gedagte hier vooren gem: brief, van den E: Desave van Angelbeek bieden wij uwelEd: Gestr: Groot Agtb: het afschrift bij deesen aan; gelijk ook van ons daar op ge„ „zondene andwoord; en wij willen hoopen dat het een en an„ „der Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: goedkuring moogen ver„ „dienen. zoo dra wij van eenige nadere omstandigheeden, aangaande ge„ „dagte muijtelingen, geinformeerd worden, zullen wij niet ver„ „suijmen uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: daar van, gelijk ook van onze teneeme maatregelen te onderrigten; hebben „de de eere met de meeste gevoelens van hoog Achting te zijn. /:onderstond :/ als vooren /:was geteekend:/ P:r Sluijsken M:s v: d: Spak, J: L: Schede, L: Hems, N:s B: man„ x p l. 7. E „theze. J: D: D' Estandau en A: E: Delij. /: in J:J „margines Gale dep. 21. April 1790. v vooren 7D zeedert het afzenden onzer eerbiedige van gisteren middag hebben wij gisteren avond en heeden morgen zoodanige trie„ „ven van den E: Dessave van Angelbeek en van onze ge„ „committeerden D E:s van Schuler en Devos ontfangen als waar van wij uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: het af„ „schrift bij deese aanbieden; gelijk ook het afschrlfkt van onze daar op gezondene andwoorden. Van de misnoegde Jnwoonders der Matixeesche De Javonij zijn hier gisteren avond een ongeteekende, en heeden morgen een geteekende ola aangebragt van welkers translaaten wij 2901 wij almeede de vrijheijd neemen hierneevens kopijen te voe„ „gen. Bij alle voorschreevene papieren zal uwel Ed: Gestr: Grot Agtb: na ons inzien ontwaaren dat de muijtelingen bij de 12000. Man uijtmaaken en zig gedeeltelijk op Wakman in de Gerrewaij-Pattoe vergaderd hebben en dat deese menschen zoo zeer niet geintentioneerd schijnen te zijn om eenig wee„ „sendlijk geweld te willen pleegen als wel om haare klag„ „ten over ondergaane (:gelijk zij zig verbeeden :/ onregt vaar„ „digheeden voortedraagen en hun goed regt te eijschen. En dus wijl D E=s van Schuler en De Vos, verseld van den porta Modliaar Dias, ten voorschreeven eijnde gecom„ „mitteerd zijn, zoo hoopen wij ook dat deese oproed zoo zeer geene groote gevolge zal hebben en zelfs dat ze schielijk zal gestilt en het saamen gerotte volk spoedig ulijt den anderen sal gebragt worden. Een voorzigtig en moderaal gedrag in deesen zal ons altoos bestieren en op onze hoede doen zijn; en wij zullen zorgen om alles, wat bij den Jnlander van weel gevolg en op„ „schudding kan zijn, zoo goed moogelijk te vermeijden. Met de meeste gevoelens van hoog agting hebben wij de eene te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Gale den 22. April 1790. Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: g'erde bevele, voorkomende Aan als vooren bij
English
and the orders issued to that end by your secret government letter of the 21st of this month, delivered to us this morning, will be strictly executed, to which end we have already dispatched the necessary instructions to the Honorable Disawa van Angelbeek and the junior merchants van Schuler and de Vos. We hereby present to your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs the copies of these instructions. Only, after extensive deliberation on the matter and having taken the circumstances of the times into consideration, in the trust of a favorable interpretation, we have resolved to let the junior merchants van Schuler and De Vos, if they should already find themselves among the mutineers, then carry out their charge: merely to hear and record the complaints and grievances of these discontented people, without conducting any investigations; and subsequently, under promise to these people that proper justice will be granted to them, to return to Mature as quickly as possible. We considered it necessary to take this decision in view of the following remarks: Firstly, because we believe we may assume that if these discontented people are merely heard, and if their complaints are equitable, they are then also granted the justly owed rights, they will return to their homes contented and satisfied. Secondly, we believe that the execution of this commission, if it is carried out with discretion (as we trust it will be), will bring no prejudice to the Company's prestige and interests. Thirdly, we believe it must be taken into consideration that if one were to order the said commissioners, should they actually already find themselves among the mutineers, to suspend their commission and immediately let them return without hearing these people, this could bring the said commissioners into great danger and predicament, and instead of calming the spirits of the rebels, agitate them even more. And fourthly, we believe, with submission to wiser judgment, that if the mutineers can be brought back to their duty by gentle means, merely by hearing them, and, if they have equitable complaints, by granting them fair justice, this way is in every respect the most preferable; since, in our view, if one were to succeed in this manner, not only would many expenses that a war can entail be avoided, but even the saddest and most unforeseen consequences of bloodshed and so forth will be prevented. We venture to flatter ourselves that our aforementioned remarks deserve your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs' approval, and we have the honor to be, with the highest sentiments of deep respect, signed as before, in the margin: Gale, 23 April 1790. To the same as before. At ten o'clock in the forenoon, we had the honor of receiving your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs' esteemed secret letter of the 22nd of this month; the contents of which have somewhat embarrassed us, because your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs are pleased positively to order therein that the junior merchants van Schuler and Devos shall be recalled directly to Gale; and on the other hand, about an hour and a half before, we received such tidings from the said commissioners that lead us to expect very good results from their mission. We have resolved to communicate your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs' esteemed orders to the said commissioners, and to charge them to take well into consideration the circumstances of the times in which they find themselves upon the receipt thereof, and then to carry out this order as best as possible, if the Company's interests permit this and the state of affairs does not make a contradictory conduct absolutely necessary. We hereby present to your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs the copies of the letter and two olas sent to us by the said junior merchants van Schuler and Devos, as well as of our letters just dispatched to the said commissioners and the Honorable Disawa van Angelbeek. The distance between the places where the mutineers are situated and Mature, between Mature and Gale, and between Gale and Kolombo is, in our humble view, too far; and the circumstances and state of affairs in an epoch such as that in which the Mature Disavony currently finds itself are subject to so many and rapidly succeeding changes, that it is almost impossible to rest assured that the orders dispatched from here to Mature, and even less those we receive from your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs from Kolombo, can be strictly followed. Therefore, we have hitherto always kept in mind to recommend, in the letters dispatched by us to the Honorable Disawa and our commissioners, to adapt their conduct and the decisions to be taken as much as possible to the circumstances of the times. This we understand to be necessary, because these circumstances of the times can often make a conduct entirely contrary to the orders necessary. We rest assured that the Honorable Disawa van Angelbeek and the Honorable Messrs. van Schuler and De Vos possess sufficient knowledge and judgment to be able to devise with deliberation the best measures that may be applicable in the present case. In the hope of a favorable interpretation, we take the liberty respectfully to request your Honorable, Valiant, and Highly Esteemed Sirs to bestow a similar trust upon the undersigned, and by sending us your esteemed, and by us otherwise very gladly followed
Dutch transcription
^ende ten dien Eynde nodige vaardigt„ bij derselver sekreete Regeerings brief van den 21. deeser, heeden morgen bij ons besteld, zullen stiptelijk worden volbragt, tot welken eijnde wij reeds de noodige aanschrijvingen aan de E: dessave van Angelbeek en de onderkooplieden van schuler en de vos hebben afgevaardigd. van deese aanschrijvingen bieden wij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: de afschriften bij dee „se aan. Alleen hebben wij, na des weegens wijloopig gedelibereerd en de teids omstandigheeden in overweeging genoomen te hebben, in vertrouwen van eene gunstige welduijding beslooten;, om bevelen uijtge„de onderkooplieden van schuler en De Vos zoo ze zig reeds bij de Muijtelingen mogten bevinden, als dan hun last te laaten volbrengen. De klagten en beswaaren van dit misnoegde volk slegts aantehooren en opteneemen, zonder eenige ondersoeken te doen; en vervolgens onder belofte aan deese menschen dat hun een goed regt zal geworden, zoo spoedig doenlijk na Ma„ „ture terug te keeren. Wij hebben gemeend dit besluijt te moeten neemen uijt aan„ „merking. Eerstens. wijl wij meenen te moogen veronderstellen, dat dee„ „se misnoegde menschen, zoo slegts aangehoord worden, en hun indien hunne klagten billijk zijn, dan ook het verpligt billijk regt toekomt; zij te vreeden en voldaan na Wunne wooningen zullen terug keeren. Tweedens gelooven wij, dat het voloveren deeser kommissie indien 2902 indien deselve /:gelijk wij vertrouwe :/ met overleg vol„ „bragt word, geen nadeel aan 'sComp:s aansien en belan„ „gens zal toebrengen. Derdens. Vermeenen wij in aanmerking te moeten neemen„ : dat wanneer men ged: gecommitteerdens; indien zij zig werkelijk reeds bij de Muijtelingen bevinden haare Commis„ „sie wilde doen staaken; en ten eersten, zonder, deese men „schen aantehooren, laaten, terug keeren; Dit ged:e gecom„ „mitteerdens in groote gevaer en ongeleegendheijd zoude kunnen brengen, en de gemoederen der rebellen in plaats, van te bedaaren, nog meer in beweeging brengen. en vierdens. Vermeinen wij met onderwerping aan wijzer ge„ 6 O „voelen, dat indien de Muijtelingen door zagte middelen, met hun slegts aantehooren, en zoo zij billijke klagten hebben, een billijk regt te doen geworden, tot hunne pligt te rug te brengen zijn; Deese weg allesints de verkieselijkste is, na wij eer ons inzien, indien men op deese wijze mogte reus„ „seeren, niet alleen veele kosten, die een oorlog kunnen na zig sleepen uijtgewoomen; maar zelfs de droevigste en on„ „ tevoorzienste gevolgen van bloed vergielten en zoov: voorge„ „ „koomen zullen worden Wij durven ons vlijen dat onse voorsch: aanmerkinge, uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: goed keuring verdienen en hebben de eene met de meeste gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ en /:getek/als vooren/:in margine :/ Gale den 23. April 1790. Aan 2 m Aan als Vooren Te Tien uuren voordemiddag hebben wij de eere gelad te ont„ „fangen uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: geerde secrete brief van„ den 22. ' deeser; welkers inhoud ons eenigzints verleegen heeft gemaakt, wijl. Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: daarbij stellig gelieven te ordonneeren, dat de onderkooplieden van Schuler en Devos direkt na Gale zullen terug geroepen worden; en wij van de anderen kant van gedagte gecom„ „mitteerdens zoodanige tijdingen, omtrend ander half uur te vooren, hebben bekoomen die ons heel goede gevolgen van hunne zending laaten verwagten. Wij hebben beslooten gedagte gecommitteerdens uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: geeerde beveelen meede te deelen; en hun te gelaste„ de teijds omstandigheeden waaren ze zig, op den ontfangst derzelve, zullen bevinden, wel in overweeging te neemen, en dan deese ordre, zoo 'sComp:s belangen dit toelaaten, en de gesteldheijd der dingen niet een teegenstrijdig gedrag volstrekt G noodzaakelijk maaken, best doenlijk te volbrengen. van de door gem: onderkooplieden van Schuler en Devos ons toegezondene brief en twee olassen bieden wij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: de afschriften bij deese aan; gelijk ook van onze zoo even aan gedagte, gecommitteerdens en den E: Dessave van Angelbeek afgevaardigde brieven. De distance tusschen de plaatsen waar de Muijtelingen zig bevinden en Mature; tusschen Mature en Gale; en tusschen Gale 2903 Gale en kolombo; is na ons needrig in zien, te ver; en de E: omstandigheeden en gesteldheeden in een exoque als waarin zig thans de Matureesche Dessavonij bevind, aan zoo veelen en kort op malkander volgende veranderingen onderwoysen dat het bij na onmoogelijk is zig verzeekerd te houden, dat de van hier na Mature afgevaardigd wordende orders, en nog minder die wij van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van Ko„ „lombo ontfangen stiptelijk kunnen opgevolgd worden. Dier „halven hebben wij tot nog toe, altoos in het oog gehouden om, bij de door ons aan den E: Dessave en onze gecom„ „mitteerdens afgezondene brieven aan te beveelen hun gedrag en te neemene besluijten zoo veel moogelijk na de teijds om„ „standigheeden te schikken. Het welk wij begrippen nood„ „zaakelijk te zijn, wijl deese teijds omstandigheeden dikwils en heel teegenstrijdig gedrag, dan de onder bevat, kunnen noodzaakelijk maaken. Wij houden ons, verzeekerd dat den E: Dessave van Angel„ „beek en DE:s van Schuler en De Vos toereijkende kunde en oordeel genoeg hebben om met overlegde beste maat„ „reegelen te kunnen beraamen die in het teegenwoordig geval e kunnen te pas koomen. Jn hoop op eene gunstige welduij„ „ding, neemen wij de vrijheijd uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: eerbiedig te verzoeken een gelijk vertrouwen de ondergetee„ „kendens te willen toedraagen en ons door het toezenden van derzelver geeerde, en door ons anders zeer gaarne opge„ volgd
English
being followed, not to embarrass strict orders, while it would cause us grievous pain if the circumstances of the time did not fully harmonize with your intention. We unanimously promise Your Right Honorable Sirs, that we, upon the oath by which we are bound to the Honorable Company, and as men of honor, will devise no other measures, especially in the present case, than those which, according to our best judgment, most accord with the interests and prestige of the Honorable Company, and with the justice of honor-loving rulers. In the present state of affairs concerning the dissatisfied inhabitants of the Maturese Disavony, two courses of action, in our view, are to be chosen from in order to bring them back to their duty; namely, means of force or of gentle persuasions: We have thus far held the latter to be the most preferable and guided our resolutions accordingly; considering that the former can bring about the most grievous consequences and great expenses, and there is still always time to take that other course, when the former is found to be fruitless. Before we can receive Your Right Honorable Sirs' reply to this, affairs will probably have developed sufficiently to be able to judge with certainty whether one has been able to accomplish anything by gentle means or not, in which latter case we request Your Right Honorable Sirs' approval and authorization, as to whether one must resist the mutineers with force. 2904 To as above with force. Should Your Right Honorable Sirs decide upon the latter, we respectfully request that the necessary measures be devised in order to be able to assist us, when we might request it, with a sufficient number of troops and other military supplies; while we, having experienced through the most grievous consequences in the last Sinhalese War since the Year 1760 how detrimental it is to deploy a small number of troops into the field on Ceylon, thus presume that one should not march against the mutineers, who according to rumor may well amount to 16 to 18000 men, with anything other than a considerable force. Flattering ourselves that the contents hereof will merit Your Right Honorable Sirs' much-esteemed approval, we commend ourselves to your high favor, and have the honor to be with the highest sentiments of deep respect, was signed as above. In the margin: Gale the 24th of April 1790. From the reports received since our respectful letter dispatched the day before yesterday to Your Right Honorable Sirs, of which we enclose the copies of the main points, it continues to appear that the dissatisfied inhabitants of the Maturese Disavony do not commit outright open hostilities, but rather that they still conduct themselves reasonably quietly and modestly, and that their intention does not appear to be to commit any violent acts against the Honorable Company; but rather to make known, collectively and with one another, their complaints and grievances about injustices suffered. Our commissioners Messrs. van Schuler and De Vos have already returned to Mature from Dikwelle; and we shall further instruct them this very day to return to Gale as soon as possible. The mutineers, who have done these commissioners no harm whatsoever, but on the contrary showed much deference, very willingly submitted to setting forth their complaints, merely requesting that they might be granted an 8 days' postponement to present their grievances in writing, and that after the expiration of that time they would come to the commissioners at a most suitably situated place to hand over these writings. 684 The said commissioners did not dare to await this time, but, pursuant to Your Right Honorable Sirs' strict order to cease their commission without delay, returned from Dikwelle. Late yesterday evening, an ola was brought here from the chiefs of the dissatisfied, in which, following a previous precedent, they now again request a commission from Colombo; a copy of the said ola is enclosed herewith. 2905 This same request having also already been made by the Honorable Disava van Angelbeek and the native chiefs, we likewise take the liberty to request that such a commission may be sent hither from Colombo, or else to qualify us to send a second commission from here to proceed to Dikwelle, Hakmana, or elsewhere, in order to record the complaints and grievances of the dissatisfied. In the confidence that Your Right Honorable Sirs, like us, will deem the sending of one of the aforesaid commissions to the mutineers proper and highly necessary; and in order not to arouse any suspicion among the said mutineers on account of the sudden return of Messrs. van Schuler and De Vos, which suspicion can sometimes make the matter of worse consequence and very costly; furthermore to keep them occupied as much as possible and gain time until such time as a decisive order is obtained and the necessary preparations can be made, if it should be deemed necessary, to attack them by force of troops and bring them to obedience, we have deemed it proper to dispatch a sannas ola, a copy of which accompanies this, to these dissatisfied people, whereby not only the requested eight days' postponement for bringing forward their complaints is granted to them for the present, but another eight days.
Dutch transcription
„volgd wordende, stelige orders niet in verleegenheijd t breng„ „terwijl het ons haatelijk smerten zoude indien de omstandig„ „heeden des teijds niet volkoomen met dies intentie harmoni„ „eerden. wij belooven uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: eens gesind, dat wij, op den eed waarmeede wij aan de Ed: comp: ge„ „bonden zijn, en als mannen van eere, geen andere maar„ reegelen, voor al in het teegenwoordig geval, zullen beraamen dan, die na ons best oordeel, het meest met het belangen en aanzien der Ed: Compagnie, en met de regtvaardigheijd van eerlievende regenten. overeenkomt. Jn de teegenwoordige gestedheijd van zaaken aangaande de misnoegde Jnwoonderen van de Matureesche Dessavonij zijn, na ons inzien, twee weegen te verkiesen om deselve tot hun„ „ne pligt terug te brengen; te weeten, middelen van geweld of van zagtsinnige persuatien: Wij hebben tot nog toe de laatste als de verkieselijkste gehouden en daarna onze besluijten be„ „stierd; uijt aanmerking dat de eerste de droevigste gevolgen en groote kosten kan na zig sleepen en nog altoos teijd is die tweede weg inteslaan, wanneer de „ vrugteloos bevonden is, Voor en al eer wij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: andwoord hier op konnen ontfangen zullen de zaaken zig waar schijnlijk ge„ „noeg ontwikkeld hebben, om met zeekerheijd te kunnen oor„ „deelen of men door zagte middelen iets, heeft kunnen uijtrigten of niet, in welk laast geval wij uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: goedvindenen kuralificatie verzoeken, of mien met geweld 2904 Aan als Vooren geweld de suijtelingen moet teegen gaan; Mogten uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: dit laatste besluijten, verzoeken mij eerbiedig„ de noodige middelen te beraamen, om ons, wanneer wij daarom mogten verzoeken, met een toerijkend getal van troupen en ande„ „ue krijgsbehoeften te kunnen assisteeren; terwijl wij, door de droevigste gevolgen in den laatsten singaleesche oorlog Zee„ „derd Anno 1760. ondervonden hebbende hoe naadeelig het is een gering aantal van troupen op cijlon in het veld te schikken dus veronderstellen, dat men niet anders dan met een aansienlijke magt de muijtelingen, die volgens het gerugt gemoet wel 16: tot 18000 man kunnen uijtmaaken diend te gaan. Ons vlijende dat den inhoud deeser, uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: veel geeerde goedkeuring zal verdienen; beveelen wij ons in hoog denzelven hooge gunste, en hebben de eere met de meeste gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ ls vooren /:in margine:/ Gale den24. April 1790. Uijt de, zeedert onse, eergisteren, aan uw wel Ed: Gestr: Groot Agtb: afgevaardigde eerbiedige brief, ontvangene berigten waer„ „van wij /: van het hoofdzaakelijke:/ de afschriften bij deesen voegen, blijkt als nog voortduurende dat de misnoegde ingezeetenen van de Matureesche Dessavonij Juijst zoo zeer geene openbaare vijandelijkheeden pleegen, maar wel dat zij zig als nog reedelijk stil en bescheiden gedraage, en dat hunne intentie gensint schijnt nge schijnt te zijn eenige saldaadigheeden tegen de Ed. Comp: ten te bestaan; maar wel om, gezaamentlijk en met malkan„ „deren hunne klagte, en beswaaren over ondergaane onregt„ „vaardigheiden te kennen te geeven. Onse gekommitteerdens Do:s van Schuler en De vos zijn reeds te Mature van Dikwelle terug gekoomen; en wij zullen hun nog heeden nader gelasten, om ten aller eersten na Gale teroeg te keeren. De Muijtelingen die deesen gecommitteerdens hoegenaamd geen mollest hebben aangedaan, maar inteegendeel veel ontzag beweesen, hebben zig zier gaarne onderworpen hunne klagten op te geeven, slegts verzoekende, dat hun 8. ' daagen uijtstel mooge gegeeven worden, om hunne beswaaren schriftelijk voortestellen, en dat ze na verloop van die tijd op een best daartoe geleege plaats, bij de gekomm:s zou„ 684 „den koomen om deese geschriften „ prtegeeven. Park Dit teijd hebben gedagte gekomm:s niet durven afwagten maar zijn ingevolge uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: Htellig= ordre, om: hunne kommissie zonder uijtstel te staaken, van Dikwelle terug gekeerd. Gisteren avond laat, is hier van de Hoofden der misnoegden een ola aangebragt, waarbij zij na een voorgaand voor„ „beeld nu weeder een commissie van colombo versoeken van gem: ola gaat copij hier neevens. Dit 2905 Dit zelve verzoek ook reeds door den E: dessave van An„ „gelbeek en de Jnlandsche Hoofden gedaan zijnde, neemee„ wij insgelijks de vrijheijd te verzoeken dat een diergelijke kommissie van Colombo na herwaards mag gezonden worden, dan wel ons te willen qualificeeren een tweede kom„ „missie van hier te moogen zenden, om zig na Dikwelle, Hakman of elders te begeeven; ten eijnde de misnoeg den haare klagten en beswaaren opteneemen. In vertrouwen dat uw Ed: Gestr: Groot Achtb:, met ons, de zending van een der voorschr: kommissien aan de muijte„ „lingen zal goed en hoogst noodig oordeelen; en om bij ged:e muij„ „telingen geen mistrouwen te verwekken, weegens het schielijk terug keeren der E:s van Schuler en Devos„ welk mistrouwen de zaak somwijlen van slimmer ge„ „volge en zeer kostbaar kan maaken; voorts om hun zoo veel moogelijk te ammuseeren en heid te geeinne, tot zoo lange men eene gedecideerde ordre zal erlangen, en de nodige toestellen kunnen maaken, (:indien het noodig mogte geoor, eer„ „deeld worden:/ wun door geweld van troupen aantelasten en tot 't gehoorsaamheijd te brengen, hebben wij goed geoordeeld een san„ „nas ola (:waar van het afschrift deesen verseld:/ an deese misnoegde menschen aftevaardigen, waar bij hun niet alleen voor eerst de gevraagde agt daagen uijtstel tot het voor„ „brengen hunner klagten toegestaan word, maar nog agt daagen : ten an„
English
days in addition; after the expiration of which time a second commission is promised; because in the meantime the Honourable Messrs. van Schuler and De Vos were recalled to Gale under the pretext that their presence here was necessary for the Company's service in that intermediate period. We have granted the aforesaid extension to the mutineers not only for the aforesaid reason, but also because we can calculate that in that intermediate time, being around the 8th of the coming month of May, a commission from Kolombo, if recommended by Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship, can not only have arrived here, but even have departed for Mature. At the request of the Honourable Dessave van Angelbeek, the Kolombo company of Easterners will be sent to Mature, as well as 2 field pieces, which for that purpose have already been shipped in a Company's thony, while the artillerymen required for them have marched by the land route. We trust that Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship will be able and pleased to approve our conduct, or in the contrary case prescribe such orders to us whereby we are most clearly instructed of the highest honoured intention of the same. While we have the honour to be, with the greatest sentiments of high esteem, was undersigned and signed as before. In the margin: Gale, the 26th of April 1740. To 2906 We have had the honour to safely receive Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship's highly esteemed secret letters of the 25th and 26th of this month. The first brought us into great embarrassment, as our truly well-intentioned efforts to bring an end to the unpleasantnesses that we currently encounter in the Maturese Dessavony were thereby interpreted as an act of far-reaching disobedience. The second letter, on the other hand, puts our minds at ease again, for we find with the greatest satisfaction that Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship's recommendations harmonize completely with the objectives that we have kept in view thus far in taking decisions concerning the discontented Sinhalese in the Maturese Dessavony. We shall also henceforth continue to work with uninterrupted zeal and care in order to further convince Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship that we are always mindful to look after the Company's essential and true interests as much as possible. We hereby submit to Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship our secret resolutions of the 19th, 20th, 21st, 23rd, and 24th of this month, wherein the motives of our conduct and our arrangements are treated extensively. Therein are also inserted all the letters and papers that gave rise to the points of our deliberations, and we trust that the same will be found sufficient by Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship to be thereby fully informed of the course of affairs. To as before To as before Our commissioners, the Honourable Messrs. van Schuler and De Vos, returned here late the evening before yesterday. We have written to the Honourable Dessave van Angelbeek that Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship consent to the stay of these commissioners at Mature, and asked him whether he still wishes to have them, in which case we would again immediately commission two members from our assembly to Mature. The answer of the said Honourable Dessave is that he currently declines this assistance. With much pleasure we have learned of the arrival of the Honourable Dessave Fretz and the Honourable Trade Bookkeeper Samlant, from which mission we promise ourselves the finest results, whereby peace and tranquility will soon be restored in the Maturese Dessavony, all the more because the Honourable Dessave van Angelbeek informs us that the band of mutineers is greatly diminishing and the reports in that regard continuously arrive more favourably. With the greatest sentiments of high esteem, we have the honour to be, was undersigned and signed as before. In the margin: Gale, the 29th of April 1790. Today we had the honour to safely receive Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship's esteemed secret letter of the 5th of this month, in answer to which we respectfully submit that we had already provided to the gentlemen commissioners 2907 commissioners Fretz and Samlant: all the original olahs and their translations that were sent by the discontented inhabitants of the Maturese Dessavony, whether to the first signatory of this letter, or to the junior merchants van Schuler and De Vos; the copies of the drafts of all olahs dispatched to the said peoples; furthermore, the copies of all narratives, declarations, notices, and reports relating to this matter of the Maturese Dessavony. If anything of that nature should still come in from the said peoples, we shall likewise provide it at once to the said commissioners. We do not find ourselves able to give Your Right Honourable, Valiant, and Most Respectable Worship a certain report of the present condition of the Maturese Dessavony regarding the said mutineers, as nothing in that regard has been reported to us since the departure of the gentlemen commissioners for Mature; however, the undersigned Commander has received indirect information that the said commissioners departed from Mature into the country past Tuesday afternoon, the 4th of this month, to meet the mutineers; furthermore, that these peoples have thus far committed no acts of wanton violence; and that, having stayed for some days in bands, each band in its province, they are now gathered on the large and very extensive plain of Marakadde alone, in order to present true complaints and grievances;
Dutch transcription
daagen boven dien; na verloop van welke teijd een tweede com „missie beloofd word; wijl intusschen de E„s van schuleren De vos na Gale terug geroepen waaren onder Pretext dat hun aanweesen alhier voor 'sComp:s dienst in die tusschen tijd noodzaakelijk zij. Wij hebben voorsch: uijtstel aan de Muijtelingen niet alleen om voorsch: reeden toegestaan, maar ook, wijl wij kunnen reeke„ „nen dat in die tusschen heid, zijnde teegen den 8:e van de aan„ „staande maand mai, een kommissie van kolombo, zoo die door Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: aanbevoolen word, niet alleen hier kan aangekomen, maar zelfs na Mature vertrokken zijn. Op verzoek van den E: dessave van Angelbeek zal de ko„ „lombosche Compagnie oosterlingen na Mature worden geson„ „den, gelijk ook 2. veldstukken, die ten dien eijnde reeds in een komp:s thonij zijn afgescheept terwijl de daar voor benoodig„ „de artilleristen over de landweg gemarcheerd zijn. Wij vertrouwen dat uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: ons gedrag zal konnen en gelieven te approbeeren, dan wel in het teegen gestelde ons zoodanige orders zal voorschrijven waar door wij van hoogst derselven g'eerde intentie ten duijdelijkste onderrigt worden. terwijl wij de eere hebben met de meeste gevoelens van hoog agting te zijn, /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /: in margine:/ Gale den 26. ' April 1740 Aan 2906 Wij hebben de eere gehad wel te ontvangen uweEd: Gestr: Groot Achtb: zeer geeerde secreete brieven van den 25. en 26. deezer. De Eerste bragt ons in groot verleegendheijd, wordende daar„ „bij onse waarlijk welmeenende poogingen, om de onaange „naamhieden die wij tans in de Matureesche Dessavonij ont, tmoeten weeder te doen op houden als eene daad van verregaande ongeloorzaemheijd uijtgelegd: De tweede brief daal en teegen steld ons weeder gerust, want wij vinden met de grootste vol„ „doening dat Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: aan beveelingen volkoome harmonieeren met de oogmerken, die wij tot nog toe bij het neemen van besluijten aangaande den misnoegden singaleesen in de Matureesche Dessavonij hebben in het oog gehouden: wij zullen ook voortaen met een onafgebrooken ijver en zorge voortwerken om uwel E: Gestr: Groot Agtb: alver„ „der te overtuijgen dat wij steeds bedagt zijn zoo veel moogelijk 's Comp:s weesentlijk en waare belangen te behartigen. Wij die den uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij deese aan onse sekreete Resolutien van den 19: 20: 21. 23. en 24. deeser, waer„ „bij de beweegreedenen van ons gehouden gedaag en onse bestel„ „linge uijtgebreijd verhandeld zijn. Daarbij zijn ook gein„ „sereerd alle de brieven en papieren die de Pointen van onze deli„ „beratien hebben voortgebragt, en wij vertrouwen dat deselve door uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: voldoende zullen bevonden mr „den om daarbij volkoomen van den loop der zaaken onder Aan als Vooren digh Aan als vooren „digt te worden. Onse gekomm:s DE:s van Schuler en De vos zijn eer„ „gisteren avond laat hier terug, gekoomen. Wij hebben den E: Dessave van Angelbeek aangeschreeven, dat uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: het blijven van deese gekomm:s te Malure bewil„ „ligen, en hem gevraagd of hij deselve nog wenscht te hebben in welk geval wij weeder direkt twee Leeden uijt onse vergadering na Mature zouden Committeeren. Het and„ „woord van gem: E: Dessave is dat hij voor deese assi„ „stentie tans bedankt. Met veel vermaak hebben wij de komste van den E: dessave Frett, en de E: Negotie Boekhouder Samlant ver„ „noomen; van welke zending wij ons de schoonste gevolg belooven waar door de rust en vreede in de Matureesche Dessavonij spoedig zal hersteld worden, te meer wijl de E: Dessave vant Angelbrek ons bedeeld dat de Hoop der Muijtelingen sterk verminderd en dien aangaande de berigten geduurig voordeeliger inkoomen. Met de meeste gevoelens van hoog agting hebben wij de eere te zijn /. onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Gale den 29. April 1790. Wij hebben heeden de eere gehad wel te ontvangen uweld: Gestr: Groot Achtb: geeerde secreete brief van den 5. ' deeser, in beandwoor„ „ding van dewelke wij eerbiedig dienen, dat wij aan de Heere com„ „missarisse 2907 „missarisen Tretz: en Samlant reeds be zorgt hadden: Alle de origineele olassen en Derzelver Translaaten, die door de mis„ „noegde Inwoonderen der Matureesche Dessavonij, het zij aan den eersten Teekenaar Deezes; het zij aan de onderkooplieden van schuler en De Vos, gezonden zijn; De afschriften der consepten van alle aan gedagte volkeren afgevaardigde olassen; voorts de kopijen van alle Relaasen, verklaaringen, Berigten en Rap„ # „porten, tot deese zaak der Matureesche Dessavonij betrek „king hebbende. zoo er van die natuur van gedagte volkeren nog iets mogte inkoomen zullen wij hetzelve meede ten eersten aan gedagte commissarissen bezorgen. Wij vinden ons niet in staat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van de teegenwoordige gesteldheijd der Matureesche Dessavonij, aan„ „gaande gedagte Muijtelingen, en zeeker Rapport te kunnen doen, als zijnde ons zeederd het vertrek der Heeren com„ „missarissen na Mature, dienaangaande niets berigt; egter vt heeft de ondergeteekende commandeur van ter zijden narigt„ 5 dat gedagte commissarissen gepasseerde Dingsdag agter mid„ „dag, den 4.:' deeser, van Mature in het Land vertrokken zijn om de sluijtelingen te ontmoeten; voorts dat deese volkeren tot nog toe geene Baldaadigheeden hebben bestaan; en dat zij zig reeds zeederd eenige daagen bij hoopen, elk hoop in harna Provintie, opgehouden hebbende, nu op het groote en zeer uijt„ 6 „gebrijde Plijn van Marakadde alleen, vergaderd zijn om waare klaigten en beswaarten voorteb rengen;
English
We offer Your Right Honorable Nobilities herewith our resolutions of the 26th and 28th of April last, relating to the aforementioned gathering of the peoples in the Matara Dissavany, and we flatter ourselves that their contents may merit Your Right Honorable Nobilities' high approval. With the greatest sentiments of high esteem we have the honor to be, was signed as before, in the margin: Galle, the 7th of May, anno 1790. To as before. Yesterday at noon I was informed from the side that a certain Moor, Segoe, was being brought as a prisoner from Matara under an escort of four Lascorins, and I went to meet them because I could not imagine what the reasons might actually be that this Moor, who was sent thither by me to see what the mutineers had in mind, was sent over here bound in such a severe manner, as I was told. Yesterday evening I received notice that this Moor was here around Galle and was about to be transported further to Colombo by his masters. However unbelievable this seemed to me, I learned this morning that he was actually brought further up in the preceding night and had already crossed the river of Gintota to be subsequently brought to Colombo. The conduct in this matter by the Honorable Dissave van Angelbeek, joined with further failures committed in the service which I shall disclose to Your Right Honorable Nobilities in due time, clearly indicates that His Honor seeks to withdraw himself from the jurisdiction and his subordination to Galle, and indeed has already advanced so far in this that I, however reluctantly, cannot pass it over in silence. The crime committed by this Moor is unknown to me; if he has made himself guilty of any crime, being an inhabitant of Galle, his trial ought to be drawn up here and submitted to the highest approval; if his crime consists of having spied around Matara and reflected on the conduct of the natives in order to subsequently give me notice thereof, this was done by my order with the approval of the Council; and therefore, upon the report that this Moor was transported past Galle as a prisoner, to which in my view no one in the Commandement of Galle has the right except Your Right Honorable Nobilities or in the present case the Commissioners Tretz and Samlant, assuming furthermore that such may not occur without giving notice to me or the Council here. I repeat, this prisoner having passed, I gave orders to the Postholders of Ambalangoda and Bentota to detain this Moor with his escorts upon their passing, without access from anyone, until my further orders. To as before. My conduct in this I hope Your Honors will approve and take into consideration, that if Mr. van Angelbeek continues further in such a manner, to withdraw himself from his subordination in a contentious way and to act headstrongly in everything, from this naturally arises an irregularity in the service that may be of worse consequences; at least I assure myself of Your Right Honorable Nobilities' rectitude concerning this, and therefore I also hope that Your Right Honorable Nobilities in this case will please establish such orders as are consistent with the service and for the maintenance of my authority as Galle Commander, who as a subordinate of Your Right Honorable Nobilities has never striven otherwise and will in the future also direct everything toward assuring Your Right Honorable Nobilities that he knows how to obey, and thus also with fairness believes and hopes to be maintained in the service and his authority by Your Right Honorable Nobilities, while he furthermore has the honor to be with all respect, was signed as before, was signed: I: Sluijsken, in the margin: Galle, the 15th of May 1790. We have just received news from the Honorable Dissave van Angelbeek that the Commissioners Tretz and Samlant returned yesterday before noon from the mutineers to Matara; of which we deem ourselves obliged to give notice to Your Right Honorable Nobilities herewith; and at the same time attach hereto the copy of a secret letter received yesterday from the said Honorable van Angelbeek, in which he gives some reports of the movements of the mutineers, and also promises us to report if the reinforcement of the Company of Malays under Major Kepping at Matara is deemed necessary. Since we have already received Your Right Honorable Nobilities' packets for Batavia, to be dispatched with the Schelde and Demerary, we respectfully request to be informed whether we shall also report directly from here to Their High Mightinesses, as much as is known to us thereof, concerning the condition and what happened in the Matara Dissavany regarding the mutineers. Being informed that a Moor of Galle was being brought down the road from Matara by some Lascorins as a prisoner, pinioned and bound, and transported past this fortress on the road to Ambalangoda; and having received no notice nor information regarding this transport from anyone, the undersigned Commander sent orders yesterday morning to the Postholders of Bentota and Ambalangoda to detain this suspect transport; as was then also done at Ambalangoda, where three Lascorins and a Moor whom they were transporting were detained.
Dutch transcription
Wij bieden uwe lEd: Gest: Groot Achtb: ij dese an onse seerent Resolutie van den 26: en 28. April J:oL:, betrekking hebben, „de tot voorsz: saamenrotting der volkeren in de Maturee„ „sche Dessavonij, en wij vlijen ons dat derzelver inhouden uwel „ Edele Gestr: Groot Achtb: hooge approbatie moogen verdienen. Met de meeste gevoelens van hoog agting hebben wij de eere te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Gale den 7. ' Maij A:o 1790. Aan als vooren. Gisteren op de middag wierd mij van ter zeide berigt dat zeekere moor segoe als een gevangene onder escorte van vier Lasco„ „rijns van Mature wierd gebragt en ik zag deselve te gemoed om dat mij niet konde voorstellen wat eijgentlijk de reede„ „nen mogten zijn dat deese moor die door mij dat heen was gezonden om aftesien wat de muijtelingen in het sin hadden, op zoo een strenge wijze gebonden /: zoo men mij zeide :/ dit heen wierde overgezonden. Gister avond kreeg ik warigt dat deese moor hier om en bij Gale zig bevond en verder naar Colombo door zijne gebieders stond getransporteerd te worden. Hoe ongelooflijk mij dit ook toescheen, hebbe ik heeden morgen vernoomen dat hij weesendlijk in de voorgaande nagt ver„ „der op is gebragt en reeds de rivier van Gindere was ge„ „passeerd om vervolgens naar kolombo gebragt te worden. Het gedrag in deese door den Heer Dessave van Angelbeek gevoegd 2908 gevoegd bij nog meerder begaane mislaagen in den dienst die ik ter zijner teijd Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: zal open leggen duijt klaar aan dat zijn wel Edele zig het regts gebieden zijne ondergeschiktheijd van Gale zoekt te ontrekken, en weesendlijk reeds daarin zoo verre is gevorderd dat ik het niet hoe on„ „gaarne ook zonder stilswijgen kan voorbijgaan. De begaane misdaad door deese moor is mij onbekend; heeft hij zig aan eenige crime schuldig gemaakt als inwooner van Gale behoord zijn Proces hier opgemaakt en ter approbatie hoogst deselve aangebooden te worden, bestaat zijne Crime dat hij om en bij Mature gespioneerd en op het gedrag der Jn„ „landers gereflecteerd heeft om mij daarvan vervolgens kennis te geeven dit is op mijne ordere met goedvinden van den Raad geschied en daarom dan ook hebbe ik op het marigt dat dee„ „se moor als een gevangene Gale voorbij getransporteerd was, waartoe na mijn insien in het Gaalsche Commande„ „ment niemand rigt heeft als uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: of in het teegenwoordig geval de Heeren commissarissen Tretk en Samlant; wanneer ik nog veronderstelle dat zulx zon„ „der kennis geeving aan mij of de Raad alhier niet mag ge „schieden. Jk herhaal deese gevangene gepasseerd zijnde heb ik onder gegeeven aan de Posthouders van Amblangodde en Bentorla om bij passeering van deese moor hem met zijne geleijders zoo lange zonder toegang van iemand aantehouden tot mijne nader onders. Mijn creete Aan als vooren. Mijn gedrag in deesen hoop ik zal hoogst deselve approbeeren en in overweeging neemen, dat zoo den heer van Angebbeek op diergelijke aard verder voortgaat, om op eene disputique wijze zig zijne ondergeschiktheijd te ontrekken en in alles eijgen den „sinnig te handelen dat daaruijt van zelve voortspruijt eene inregulariteid in den dienst die van slimmer gevolge kan weesen, ten minsten ik verseekere mij van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: regtsinnigheijd daar omtrent en dies hoope ik ook dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: in dit geval zoodanige onder zal gelieven te stellen als over eenkoomende met den dienst en tot maintenu van mijn gezag als Gaals com„ „mandeur die als eene ondergeschikte van uwelE: Gestr: Groot Agtb: nimmer anders heeft betragt en in het ver„ „volg ook alles daar heen zal wenden om Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: te verzeekeren dat hij weet te gehoorzaamen en ook dus met billijkheijd vermeend en hoopt door uwel„ „ Edele Gestr: Groot Agtb: in den dienst en zijn gezag te zullen gemaintineerd worden, terwijle hij voorts de eere heeft met alle eerbied te zijn /:onderstond:/ als vooren /:was ge„ „teekend:/ I: Sluijsken /:in margine:/ Gale den 15:e Maij 1790. wij ontvangen zoo eeven tijding van de E: Dessave van An„ „gelbeek dat de Heeren commissarissen Tretz en Sam„ „lant van de Mluijtelinge gsteren voor te Mature terug gekan „men 2909 „men zijn; waarvan wij ons verpligt agten uwelEd. Gestr: Groot Agtb: bij deese kennis te geeven; en teffens bij deese voegen de kopij van een secreete brief op gisteren van gedagte E: van Angelbeek ontfangen; waarbij hij eenige berigten geeft van de beweegingen der Muijtelingen; en ons teffens belooft te zullen melden, indien de versterking van de Comp:e # Maleijers onder den Major kepping te Mature, noodig geoordeeld word. wijl wij reeds uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: pakketten voor Bata„ „via, om met de schelde en Demerarij verzonden te worden, ontfangen hebben, verzoeken wij eerbiedig ons te willen onderrig„ „ten of wij ok direkt van hier, van de gesteldheijd en het ge„ „beurde in de Matureesche Dessavonij, aangaande de Muij„ „telingen, aan hunne Hoog Edelheeden /: zoo veel ons daar van bekend is :/ verslag zullen doen. Onderrigt zijnde dat een Moor van Gale door eenige Lascc„ „rijns, als een gevangene, gevleugeld, en gebonden, de weg van by Mature afgebragt, en voorbij deese vesting, de weg na Am„ „blangodde getransporteerd wierd; en van niemand geene kennis nog onderrigt aangaande dit transport bekoomen hebbende, zond de ondergeteekende commandeur gisteren morgen order aan den Posthouder s van Bentotte en Am„ „blangodda, om dit suspect transport aan tehouden; gelijk dan ook te Amblangodde geschied is, alwaar drie Lascorijns en een Moor dien zij transporteerden aangehoude zijn, E
English
are; and will remain detained until we have received Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs' orders in that regard. The postholder of Amblangodda has orders to keep the captured Moor and the three Lascorins detained together in one and the same place, and to prevent all access to these people, so that said Lascorins are in a position to watch over their prisoner, the Moor, so that no one can have any correspondence with him. We are now informed that said captured Moor is an inhabitant of Gale who, some time ago, was sent into the Mature Dissavony by the undersigned Commander, with the prior knowledge of the Council, among others, to observe the movements of the Mutineers, and to bring report of his findings; in order to be able to judge, more or less, the circumstances of affairs according to these reports. Being informed that this Moor had been arrested at Mature, we ordered the Honorable Dissave van Angelbeek the day before yesterday morning to send the same under guard hither, and to communicate to us his offenses, in order to be able to dispose thereof according to the findings of affairs. The answer of the said Dissave, received yesterday evening, was merely: this Moor was arrested here some days ago as a suspect person, and sent up from here to Colombo the day before yesterday in the afternoon. How very much we found ourselves insulted and offended by this answer and insubordinate behavior cannot be described; and we still do not understand how the Honorable Dissave van Angelbeek, without giving us notice, has dared to keep in arrest a man who belongs directly under Gale and not to the Mature Dissavony; still less do we understand how the Honorable Dissave van Angelbeek could have decided to withdraw the said prisoner from his competent judges and the jurisdiction of Gale; and to send him up to Colombo without beforehand, according to his duty, asking our permission; and to have him transported with Lascorins past, and virtually under the cannon of this fortress. We shall not tire Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs by treating at length how very much we find ourselves scorned and insulted by the despotic and insubordinate conduct of the Honorable Dissave van Angelbeek; we leave the decision in this regard to Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs, and the further respected Government of this Governance, while we respectfully and urgently request, and most certainly await, an equitable satisfaction and reparation in this matter. Firstly, upon the received notification from the Honorable van Angelbeek, we would have let the Moor imprisoned at Amblangodde and his escorts depart for Colombo; however, because we justly expect that Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs will, in the first place, have this arrestee brought before his competent judges here at Gale, we shall await Their High Honors' respected orders in that regard. With the highest sentiments of high esteem we have the honor to be, below stood, as before, was signed, P: Sluijsken, M: V: d: Spar, J: L: Schede, L:s Stems, N: B: Martheze, A: L: Martheze, C: F: W: De Ranitz, J: J: D: D' Estandau, A: E: de Zij, P: de Vos, and B: van Albedijhl. In margin: Gale the 16th May 1790. To as before. At this moment I have the honor to receive Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs' separate letter of the 17th of this month; according to its contents I shall directly give orders that the Moor Segoe, detained at Amblangodde, and his escorts immediately proceed on their journey to Colombo. In the conviction that Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs will surely have every accused person tried by his competent judge, it was impossible for me to think that Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs had knowledge of the arrest of this Moor at Mature; still less that the order to dispatch him to Colombo came from Their High Honors; being respectfully of the opinion that this notification, and the order that followed thereupon, should have taken place by means of the Gale Government, and thus doing, all abuses that could occur would be prevented. To as before. May it also not be taken amiss by Your Right Honorable Valiant and Highly Esteemed Sirs that I humbly request, in case you should have anything to charge in the Gale Commandment in the future, to then please favor me directly with Their High Honors' commands; I will take care that they are followed as well as possible, and that I have the requisite knowledge of everything that occurs in my territory. I trust that this request will be found equitable and in accordance with the order of the service, and in that pleasant expectation I have the honor to be, with the best sentiments of high esteem, below stood, as before, was signed, P:r Sluijsken. In margin: Gale the 19th May 1790. The Commissioners Messrs. Fretz and Samlant have caused to depart from Mature to here the three Mature Native headmen dismissed by them from their offices, being the Mudaliyar of the Wellaboda Pattu, the Vidane Mohandiram of the Baygams, and the Mohandiram of the Kandeboda Pattu, with a written notice to us that these headmen have orders to remain here at Gale until further notice. Upon the arrival of the aforesaid headmen here yesterday in the afternoon
Dutch transcription
zijn; en aangelouden zullen blijven tot dat wij uw eEd: Gestr: Groot Agtb: ordre dien aangaande ontfangen hebben. De posthouder van Amblangodda heeft order om de gevan„ zi „gene Moor en de drie Lascorijns bij malkanderen in een en deselfde plaats in arrest te houden, en alle toegang tot deese menschen te beletten, op dat gedagte Lascorijns in de geleegendheijd zijn op hun gevangene /:den Moor:/ te kunnen letten, dat niemand eenige korrespondentie met hem kan hebben. Wij zijn tans onderrigt dat gedagte gevange Moor en inwon„ „der van Gale is die voor eenige tijd door de ondergeteekende commandeur, met voorkennis van den Raad, onder meer anderen, in de Matureesche Dessavonij gezonden is, om op de beweegingen der Mluijtelingen te letten, en van zijne bevindingen narigt te brengen; om volgens deese berig„ „ten, min of meer, over de omstandigheeden van zaaken te kunnen oordeelen. onderrigt dat deese Moor te Mature gearresteerd was, hebben wij eergisteren morgen den E: Dessave van Angelbeek gelast denselven in zeekerheijd na her„ „waards te zenden, en ons zijne misdrijven te bedeelen, ten eijnde daar over nabevinding van zaaken te kunnen dis„ „poneeren. Het andwoord van gem: Dessave, gisteren avond ontfangen, was slegts, deese Moor is hier voor eenige daegen als een suspect perzoon gearresteerd geworden, en eergisteren nademiddag van hier na kolombo opgezonden. Hoe zeer Wij 2910 Sava van deese gehouden vonden Laat zig Gedrag t vlen den E. der wij ons over dit andwoord, en ingesubordonneerd vee, laat Angelbeek in zig niet beschrijven; en wij begrijpen als nog niet, hoe de E: gesurpreneert Dessave van Angelbeek, zonder ons kennis te geeven, een man heeft durven in arrest aanhouden, die direkt onder Gale en niet tot de Matureesche Dessavonij be„ „ hoord; nog minder begrijpen wij, hoe de E: Dessave van Angelbeek heeft kunnen besluijten gedagte gevangenen zijne kompetente regters, en de Jurisdiktie van Gale te ontrekken; en derzelven zonder vooraf, volgens zijn pligt, onze toestemming te vraagen na kolombo op te zenden; en met Lascorijns voorbij, en genoegsaam onder het geschut deeser vesting, heen te laaten transporteeren. Wij zullen Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: niet verveelen met uijtge„ „breijd te verhandelen, hoe zeer wij ons door het dispotieke en in gesubordonneerd gedrag van den E: Dessave van An„ „gelbeek gehoond en beleedigd vinden; wij laaten de uijtspraek hier omtrend, aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, en de verdere g'eerde Regeering deeses Gouvernements over, terwijl wij eerbiedig en instandig om eene billijke satisfake „tie en reparatie in deesen verzoeken, en heel zeeker verbijden, 1e wij zouden op de ontfangene aanduijding van den E: van Angelbeek, den te Amblangodde gevangene Moor en zijne geleijders na kolombo laaten vertrekken; edog wil wij billijk verwagten dat uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: deesen gearresteerden hier te Gale, voor zijne kompetente Regters Gestr: 2 Regters in de eerste plaats, zal laaten teregt konen stellen; o zullen wij dien aangaande Hoog derzelver geeerde onder inwagten. Met de meeste gevoelens van hoog agting hebben wij de eer te zijn /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ P: Sluijsken, M: V: d: Spar, J: L: Schede L„s Stems, N: B: Martheze, A: L: Martheze C: F: W: De Ranitz, J: J: D: D' Estandau, A: E: de Zij, P: de Vos, en B: van Albedijhl. /:in margine:/ Gale den 16:e Maij 1790 Aan als vooren Op dit moment heb ik de eer te ontvangen Uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: appakte brief van den 17:e deeser ingevolge dies inhoud zal ik direkt orders stellen dat den te Amblangodde aangehouden Moor segoe en zijne ge„ „leijders ten eersten de reijze na kolombo voortsetten. Jn de overtuijging dat uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: seeker„ „lijk ider beschuldigde door zijn competenten regter zal laaten veroordeelen; kon ik onmoogelijk denken dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van het arresteeren van deese Moor te Mature kennis droeg; nog me „der dat de order om hem na kolombo of te zenden van Hoog Dezelven kwam; eerbiedig van gevoelen zijnde dat deese kennis geeving, en de daarop gevolgde order door middel van de Gaatsche Regeering had moeten geschieden. zu Ab Noor wo ƒ Aan 2911 ¶ en dus doende zullen dan alle voorgekomen worden, Aan als vooren. geschieden. Ook worde door uwe Ed: Gestr: Groot Achtb: niet kewa„ „lijk opgenomen dat ik needrig verzoeke ingevalle in't vervolg iets in het Gaalsche commandement mogte te belasten hebben, mij als dan directelijk met Hoog Derzelve beveelen te willen begunstigen; ik zal zorg„ „draagen dat ze zoo goed moogelijk opgevolgd worden, en ik de verpligte kennis draagen van alles wat abuysen kannen in mijn gebied voorgaat. Jk vertrouwe dat men dit verzoek billijk en met de order van den dienst over„ „eenstemmende zal vinden, en in die aangaande aan„ „genaame Verwagting heb ik de eer met de beste gevoe„ „lens van hoog agting te zijn. /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ P:r Sluijsken /:in margine:/ Gale den 19:e Maij 1790. De Heeren commissarissen Fretz en Samlant hebben van rie Mature na herwaards, doen vertrekken ze door hun P:s van derzelver Bedieningen ontslaagene Matureesche Jnlandsche hoofden, zijnde de modliaar: van de willebaddepattoe, den Vidaan Mohandiraem van de Baijgams en de Mohandi„ „ram van de kandebadilepattoe, met aanschrijving aan ons, dat deese hoofden order hebben hier te Gale tot nader bevel te verblijven. Bij aankomst van voorschreeve hoopden alhier op gisteren nademiddag
English
afternoon, they were notified by the undersigned Commander, pursuant to our resolution adopted beforehand, that during their stay here they must remain within this fortress. The reasons why we took this resolution are stated in our secret Resolution of yesterday, a copy of which accompanies this, and to the contents of which, trusting in a favorable interpretation, we take the liberty respectfully to refer Your Right Honorable and Mighty Sir, in the pleasant hope that this Resolution will merit your highly esteemed approval. We have the honor to be, with the best sentiments of high esteem, below stood: as before, was signed: P: Sluijsken, M: v: d: Spar, J: L: Schede, L: Hems, N: B: Martheze, A: E: de Lij, J: J: D: D:' Estandau, B: van Albedijkl. In the margin: Gale, 27. May Ao 1790. We deem ourselves bound to request Your Right Honorable and Mighty Sir for a favorable indulgence that we, as our duty would indeed require, can give you no information concerning the present state of affairs in the Mature Dessavony; we are continuously kept outside of all knowledge regarding the same, although we have repeatedly written to the Honorable Dessave van Angelbeek to inform us from time to time of what occurs. The Honorable Commissioners Fretz and Samlant likewise give us not the least information regarding the outcome of their proceedings, although in earlier years similar commissions being present in this command were ordered to act communicatively with the Galle Commander and Council. This exclusion, that we may have no knowledge of the most momentous matters concerning a province entrusted to our care and subordinate to our government, causes us the most painful feeling; we hope, however, that Your Right Honorable and Mighty Sir will find it reasonable to communicate the motives thereof to us in due time, when we, after everything shall be at rest, shall most respectfully present our interests to Your Right Honorable and Mighty Sir. Meanwhile, we rest assured that Your Right Honorable and Mighty Sir receive direct reports from Mature regarding everything concerning that Dessavony, and thus, being acquainted with all matters, can take the necessary resolutions and issue the best orders to bring the discontented inhabitants to rest again; which resolutions and orders we sincerely wish that Heaven may grant its best blessings, to the greatest benefit of the Honorable Company and the inhabitants. For the high information of Your Right Honorable and Mighty Sir, and since it might occasionally be relevant in the examination of matters, we still deem ourselves obliged, and therefore take the liberty to inform Your Right Honorable and Mighty Sir, that the Moor Segoe, sent among others into the Mature Dessavony by the undersigned Commander with the prior knowledge of the Council, who has been arrested at Mature and sent to Colombo, had orders upon departure from here, and was sent solely for that purpose, to investigate and observe the movements and intentions of the discontented, and all that could have any relation thereto, and further to watch whether torch-fishing was taking place along the beaches. We certainly assume that the said Moor must have made himself guilty of something other than the aforesaid; but if perchance no other charges lie against him, we consider ourselves obliged to serve as his advocate, and therefore respectfully to request to be informed of the accusation against him; holding ourselves obliged and considering ourselves accountable for the execution of our given recommendations by those who are sent out by us. With the best sentiments of high esteem, we have the honor to be, below stood, and signed: as before. In the margin: Gale, 5. June 1790. To as before. We take the liberty herewith to present to Your Right Honorable and Mighty Sir the copy of a letter received by us this morning from the Honorable Dessave van Angelbeek; whereby he informs us that the condition of the Dessavony is becoming so precarious that he begins to fear very evil consequences; and that, notwithstanding all efforts made to bring the discontented to rest, these people, instead of calming down, are becoming even more furious, committing great outrages, and even threatening to penetrate into the Mature Four Gravets, which until now have remained free. That to protect Mature, a detachment of 50 heads has been placed in the redoubt of Eck, and other necessary posts have been set outside the fort of Mature. The Dessave van Angelbeek also informs us that he has tidings that the mutineers would assemble today at Belligai, fall into the Galle Talpepattoe, penetrate to Oenewatte, that some inhabitants of the said Talpepattoe are consorting with the mutineers, and the intention is to bring the Galle Korale into revolt as well. All to be seen more broadly from the accompanying copies. This forenoon we conferred about this weighty matter in a meeting held expressly for that purpose, and therefore found ourselves—seeing that we have no knowledge whatsoever of the proceedings of the Honorable Commissioners Fretz and Samlant, nor of their orders or demands—
Dutch transcription
nademiddag, is hun door den ondergeteekenden comman„ „deur, ingevolge ons besluijt voor af genoomen, aangezegd om geduurende hun verblijf alhier zig binnen deeze vesting te moe¬ „ten ophouden. De reedenen waarom wij dit besluijt genoomen hebben staan ver„ „meld bij onze secreete Resolutie van gisteren, waarvan het afschrift deezen verzeld, en aan welker inhoud wij„ in vertrouwen van gunstige welduijding de vrijheijd ge„ „bruijken uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eerbiedig overte„ „wijzen, in de aangenaame hoop dat deeze Resolutie hoog denselven zeer g'eerde approbatie zal verdienen. Wij hebben de eere met de beste gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ P: Sluijs„ „ken, M: v: d: Spar, J: L: Schede, L: Hems, N: B: Martheze, A: E: de Lij, J: J: D: D:' Estandau, B: van Albedijkl. /: in margine/ Gale den 27. ' Maij Ao 1790. Wij agten verbonden Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: om eene gunstige verschooning te verzoeken dat wij, gelijk onze pligt wel zoude vereisschen, Hoog denzelven geen narigten kunnen geeven, van de teegenwoordige gesteldheijd in de Matureesche Dessavonie„ wij worden aangaande de„ „zelve bij aanhoudenheijd gehouden buijten alle kennis„ „neeming; schoon wij bij herhaaling den E: Dessave van Angelbeek aangeschreeven hebben, ons van tijd Aan als vooren tot 2912 tot teijd het voorvallende te bedeelen. D: E: Commissarissen Fretz en samlant, geeven ons insgelijks geen de minste onderrigting van de uijtslag hunner verrigtinge schoon in vroegere Jaaren diergelijke cammissies, zig in dit commandement bevindende order hadden met den Gaalschen commandeur en Raad communicatief te werk te gaan, deese uijtsluijting, dat wij geen kennis moo„ weestste „gen draagen van de aller gezrak dingen, die een aan gewigtigste onze zorgen aan vertrouwde, en onze Regeering onderge„ d „schikte provintie betreffen, baard ons de smertelijkste aandoening; wij hoopen egter dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: billijke zullen vinden ons de beweegreedenen daar van in der teijd meede te deelen; wanneer wij, na dat alles in rust zal zijn, onse belangen uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: eerbiedigst zullen voorstellen. —. we houden ons in„ „tusschen verseekerd dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: direket van Mature van alles, die Dessavonie betreffende, be„ „rigt erlangen, en dus ook, van alles kennis draagende„ de noodige besluijten kunnen neemen, en de beste vaders uijt„ o „vaardigen, om de misvoegde Jnwoonderen weeder tot rust te brengen; welke besluijten en orders wij opregt wenschen den dat aan Hemel met zijne beste zeegeningen, ten meesten nutte voor de Ed: Comp:e en de ingezeetenen, moogen bekoomen. Tot hooge narigt van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb:, en wijl het zomtijds bij het onderzoek van zaaken te pas mogte koomen, koomen, achten wij ons nog verpligt, en neemen dierhalven de vrijheijd uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: te onderrigten, dat den door den ondergeteekende commandeur met voorken„ „nis van den Raad in de Matureesche Dessavonie, onder meer andere, uijtgezondene moor Segoe, die te Mature gearresteerd en na kolombo opgezonden is, bij vertrek van hier last gehad heeft, en ook alleenig ten dien eijnde gezon„ „den is, om de beweegingen en voorneemens der misnoeg„ „den, en al wat daar toe eenige betrekking konde hebben, nategaan en opteneemen, en voorts, om opteletten of ook langs de stranden ge„okkeld word. Wij veronderstellen zeeker dat ged:e Moor zig aan iets anders, dan het voorsz: moet schuldig gemaakt hebben; dog zoo bij geval geen ande„ „re beswaaren teegen hem leggen aanhouden wij ons verpligt hem tot voorspraak te moeten dienen, en dus eerbiedig te verzoeken van ons, van de beschuldiging teegens hem te willen onderrigten; als ons verpligt houdende, en aan„ „spreekelijk agtende, voor het volbrongen onzer gegeeven aanbeveelingen door die geenen die door ons uijtgezonden zij Met de beste gevoelens van hoog agting hebben wij de eer te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als waren /. in margjine:/ Galo den 5. Junij 1740. Tonder vonden Aan als vooren zien v rigt Wij neemen de vrijheijd uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: hier„ messe ee sa „neevens aan tebieden het afschrift van een, bij ons heeden mo van of ko „gen naar 2913 vonder onsaenge¬ rigtigen de E: toon„ ee Saaland nog of vorderinge hoog naart „gen ontfange brief van den E: Dessave van Angelbeek; waarbij deselve ons bedeeld dat de toestand der Dessa„ „vontje zoo haggelijk werd, dat hij voor zeer kwaade ge„ „volgen begint te vreesen; en dat, ongeagt alle moeijte die men aanwend om de misnoegden tot rust te brengen dee„ „se menschen in steede van te bedaaren nog woedender werden, groote baldaadigheeden pleegen, en zelfs drijgen in de Matureesche vier gravetten, die tot nog toe vrij ge„ „weest zijn, te zullen dringen. Dat om Mature te bescher„ „men een Detachement van 50. koppen in de rredout, van Eck, gelegd is, en nog andere noodige posten buijten het forth van Mature gesteld zijn. De Dessave van Angelbeek bedeeld ons ook dat hij tij„ „ding heeft dat de Muijtelingen heeden te Belligai zou„ „den vergaaderen, in de Gaalsche Talpepattoe vallen, tot oenewatte doordringen ,dat eenige Jnwoonders der ge„ „dagte Talpepattoe zig bij de Mluijtelingen op houden; en het voorneemen is om de Gale koule ook in opstand te brengen. Alles breeder bij neevensleggende afschriften te zien. Heeden voordemiddag hebben wij ons over dit gewigtigd stuk Tonderhouden, zo in een expres ten dien eijnde gehoudene bijeenkomst ten der„ zien ng vanda„halven en vonden ons, aangezien wij van de verrigtin„ messarissen vrede„ gen der E: commissarissen Fretz en Samlant, nog van hun order van hunne orders of vorderinge hoe genaamd geene kennis
English
having knowledge or being informed, not a little at a loss regarding taking measures if the mutineers might once wish to penetrate into the Gale Korle. As long as the uprising of the Mutineers did not extend further beyond the Matara Dessavony, we could well remain outside the obligatory notice, and we certainly could not meddle directly with what was done there by the Commissioners, and that because it was clearly written to us in your Right Honourable letter of the 30th of April that the Honourable Commissioners Fretz and Samlant shall direct the conduct to be observed regarding the gathered inhabitants of this Dessavony. Yet now that possibly the Gale Korle also runs a risk, and we cannot know whether the mandate of the aforesaid Honourable Commissioners in this case also extends to this province, we find ourselves indeed obliged finally to break the silence maintained until now, no matter how much we, in our view, thereby remain freed of all accountability; and to request your Right Honourable positive orders whether we shall not have to meddle in any way with the unrest that currently exists in this Commandment, whether it limits itself solely to the Matara Dessavony or indeed extends further; if so, in how far we may and can involve ourselves therein; and what the intentions of your Right Honourable actually are, because, being accustomed to obey, we shall strictly follow Your High Honours' commands to be expected, at least endeavor to conduct ourselves accordingly and keep all possible prudence in view to advance the Company's interests thereby. Not knowing whether the danger with which the Gale Korle is threatened might not sometimes already be very near indeed, we have even today communicated our reflections to the Honourable Commissioners Fretz and Samlant by a letter, a copy of which accompanies this; and also requested a speedy reply, in order to be able to take our measures accordingly. While we furthermore heartily wish that the state of affairs may soon take a favourable turn, and the desired tranquility be restored. With the highest sentiments of high esteem we have the honour to be, was subscribed and signed, as before, in the margin: Gale, the 10th of June, A:o 1790. We have the honour to present herewith to your Right Honourable our secret Resolutions of the 10th and 12th of this month regarding the present and known to us state of affairs concerning the mutineers in the Matara Dessavony. In these Resolutions everything is cited that we have resolved and that which has caused our decisions; we therefore take the liberty, in the confidence of a favourable interpretation, to refer to them; while we at the same time content ourselves with the pleasant hope that the contents thereof may merit your Right Honourable's high approval. At the request of the Honourable Commissioners Fretz and Samlant we shall send another officer to Matara; through this only two subaltern officers remain to us, who certainly are not sufficient to perform the garrison duty; we therefore most respectfully request your Right Honourable to please provide us with some more officers, so as to be able to use them on commissions as well as otherwise, and in particular to please give order that the companies of the Regiment de Meuron stationed here may obtain the officers designated for them in full number; whereby the order will be satisfied and the present shortage will be filled. With the highest sentiments of high esteem we have the honour to be, was subscribed and signed, as before, in the margin: Gale, the 13th of June 1790. We respectfully offer herewith to your Right Honourable, for approval, our Resolution of today, by which we, upon the received report from the Honourable Overseer of the Gale Korle, Van Schuler, that the clerk of the village of Leelwelle, Don Abraham, his son Joean, one Wellegodde Appu and his son-in-law Wattewiedanelage Adriaan, having been seized and placed under arrest as the principal causes who wish to incite the Gangaboda Pattu into revolt, have resolved to request your Right Honourable, as we do herewith, to be pleased to summon the Honourable Head of the Mahabadde for the devising of the necessary means to counter the evil that the Mahabadde people seek to cause in the Gangaboda Pattu. We have also, by our said Resolution, ordered the Honourable Martheze and the Honourable De Zylva to interrogate the aforementioned clerk of Leelwelle and his son, arrested in the manduwa of the Honourable Van Schuler, and to have a report drawn up by them of what transpired, provided that if it is found that they have given a true account of the circumstances of the case, then to have the clerk arrested in the main guardhouse here and his son, alongside the son-in-law of Wellegodde Appu, in the manduwa of the Honourable Van Schuler, and on the other hand to have the aforesaid Wellegodde Appu, who is currently secured in the main guardhouse, transferred to the jailer, in order to be detained there in a room and
Dutch transcription
kennis draagen of onderrigting hebben niet wijnig ver„ „leegen wel met atreagelen te neemen indien de muijtelingen eens in de gale korle mogten willen indringen. zo lange de opstand der Muijtelingen zig niet verder aan de Matureesche Dessavonij strekte konden wij nog wel buijten de verpligte kennisneeming blijven, en mogten, wij ons zeekerlijk ook niet direkt bemoeijen met het geen door Commissarissen daar geschiede, en zulks wijl ons bij uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: brief van den 30:e April duijdelijk aangeschreeven is dat D: E:s commissarissen Fretz en Famlant het te hou„ „dene gedrag omtrent de zaamengerotte Jngezeetenen deeser Dessavonij, zullen bestieren. Edog nu moogelijk de Gale koule ook gevaar loopt en wij niet konnen weeten of de last der voorsz: E:s Commissarissen in dit geval ook tot deese provintie meede uijtstrekt vinden wij ons wel verpligt de tot nu toe gehoudene stilswijgendheijd, hoe zeer wij ook daar door naar ons inzien van alle ver„ „andwoording bevrijd blijven, eijndelijk te breeken; en uwel Edele Gestr: Groot Achtb: positive orders te verzoeken of wij ons met de onlusten die thans in dit Commande„ „ment efisteeren hoe genaamd niet zullen hebben te be„ „moeijen, het zij dat zig deselve alleenlijk tot de Matu„ „reesche Dessavonij dan wel verder komt te bepaalen zoo Ja, in hoe werre wij ons daarmeede moogen en kunnen 2914 kunnen inlaaten; en welke de intentie L: van uwel Ed: Aan als vooren. Gestr: Groot Agtb: eygentlijk zijn want gewoon om te gehoorzaamen, zullen wij Hoog Derzelven te verwagtene beveelen stiptelijk opvolgen ten minsten ons daar na trag„ „ten te beslieven en zoo veel moogelijke alle voorzigtigheijd „ doort in het oog houden om daar „ s Comp:s belangen te bevorderen. Niet weetende of het gevaar, waarmeede de Gale korle bedrijgd word, somwijlen ook niet werkelijk reeds zeer nabij is, hebben wij nog heeden de E:s commissarissen Fretz en Samlant bij een brief waar van het afschrift deesen verzeld onze bedenkingen meede gedeeld; en ook een spoedige andwoord gevraagd, ten eijnde daarna onze maat„ „reegelen meede te kunnen neemen. Terwijl wij overigens har„ „telijk wenschen dat de gesteldheijd van zaaken spoedig een voordeelige keer mooge neemen, en de te wenschene rust hersteld worden. Met de meeste gevoelens van hoog agting hebben wij de eene te zijn /:onderstond:/ en /: geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Gale den 10„e Junij A:o 1790. — Wij hebben de eere Uwel Ed„ Gestr: Groot Achtb: bij deesen aantebieden onze secreete Resolutien van den 10. e en 12. e deeser h aangaande de teegenwoordige en ons bewitste gesteldheijd van zaaken noopens de muijtelingen in de Matureesche #t Des savonij. Bij deese Resolutien is alles aangehaald het geen geen wij beslooten hebben en het geen onze besluijten heef Veroorzaakt; wij neemen dierhalven, in vertrouwen va gunstige weldulijding, de vrijheijd ons daar aan te ge„ „draagen; terwijl wij teffens. ons met de aangenaame hoop vergenoegen dat de inhouden daar van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: hooge goed keuring moogen verdienen. Op verzoek der E:s Commissarisse Fretz en Samlant zullen wij nog een officier na Mature zenden; hier door blijven ons slegts twee subalterne officieren. die zeeker niet toerijkende zijn tot het verrigten van den garnisoens dienst over; wij verzoeken uwelEd: Gestr: Groot Agtb: dierhalven eerbiedigst, ons nog van eenige officieren te willen voorzien; ten Eijnde zoo in Commis„ „sies als anderzints te konnen gebruijken en in 't bijson„ „der order te willen stellen dat de hier beschijdene kom„ „panien van 't regiment van Meuron de daar voor be„ „paalde officieren voltallig moogen erlangen; waar door aan de order voldaan en het teegenwoordige gebrek vervuld zal worden. Met de meeste gevoelens van hoog agting hebben wij de eer te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Gale den 13:e Junij 1790. Wij vieden UwelEd: Gest: Grot Achtb: bij desen, ter appraehe „tie, eerbiedig aan onze Resolutie van theeden, bij dewelke Aan als vooren wij 2915 wij, op het ingekomen berigt van den E: opziender der ale korle van Schuler, dat de schrijver van het Dorp Leelwelle, Don, Abraham, zijn zoon Joean, eenen wiellegodde appre en zijn schoonzoon Wattewieda„ „nelage Adriaan, als de voornaemste oorzaakens die de Gangebadde pattoe in oproer willen brengen, opgevat, en in arrest gebragt zijn, beslooten hebben uwelEd: Gestr: Groot Achtb: te verzoeken gelijk wij het doen bij deesen, het E: hoofd der Malabadde te willen demandeeren tot 't beraamen van de noodige middelen tot teegengang van 't kwaad, dat de Mahabaddesche volkeren in de gan„ „gebadde pattoe zoeken te veroorzaaken. Ook hebben wij bij ged:e onze Resolutie den E:s Martheke en D: E: de zij, gelast, voormelde in de mandoe van den E: van schuler gearresteerden schrijver van Leelwelle en zijn zoon te verhooren en door hun van het gepasseerde een Relaas te laaten beleggen mitsgaders bij bevinding dat zij bij den een waragtig verhaal van de omstandig„ „heeden der zaake gedaan hebben, als dan den schrijven in de hoofdwagt alhier en zijnen zoon, neevens den schoon„ „zoon van Willegodde Apsoe, inde mandoe van den E: ƒ van Schaler te laaten arresteeren en daar en teegen voorsz willegodde appoe, die thans in de hoofdwagt in zeeker„ „heijd gesteld is bij den cipier te laaten overbrengen, „ ten eijnde aldaar in een vertrek gearresteerd en des
English
to remain closed in the evening, until such time as the necessary orders regarding this shall have been received from Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed. We trust that all of this will obtain the high approval of Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed and, in that flattering hope, have the honor to be with all sentiments of high esteem, was signed as before, in the margin Gale the 10th of July 1740. Upon receipt of the honored letter from Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed of the 12th of this month, we have today, in fulfillment of what was recommended therein, taken such decisions as we have the honor to bring respectfully before the eyes of Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed by the enclosed copy of our Resolution, in the trust that the same may carry Your most favorable approval, as also our further decision contained in the aforementioned Resolution concerning the oral report made at our aforementioned meeting by the Honorable Superintendent of the Gale Korle, van Schuler, that His Honor had been informed by His Attepattoe Modliaar that he had just previously received an ola from the Korale of the Gangebaddepattoe, by which the aforementioned Korale informed him that the two Vidaan Arraatjes of Tillikadde and Baddegam were said to have sent him an ola which was written to both of them by the 80 persons who had absented themselves a few days ago from the Gangebaddepattoe and have now banded together, and wherein they invited them also to gather people and join them in order to band together alongside them, like the inhabitants of Kolombo, Mature and Girrewaijpattoe, and submit their grievances. We have had the Sannas prepared at once according to the contents of our aforementioned decision to be dispatched to the Gangebaddepattoe, and following the Honorable van Schuler's offer, ordered him, as soon as the high water in the river will have subsided somewhat in a day or two, to proceed immediately to the Gangebaddepattoe and attempt to calm the discontented; furthermore, if they should make any requests of little importance which in His Honor's view accord with equity, to grant the same, with the further promise that if they submit their grievances according to what is prescribed in the aforementioned Sannas, justice and fairness will be done to them. We further present herewith to Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed a copy of the report made, pursuant to our Resolution of the 10th of this month, by Liennege Don Abraham, writer of the village of Leelwelle, and his son Leelwelle Liennege Joean, in the presence of the Honorable Messrs. Martheze and De Lij, and for the rest have the honor to be with all high esteem, was signed as before, in the margin Gale the 14th of July A.D. 1790. We have the honor to inform Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed that the undersigned Commandeur returned yesterday toward evening from Mature, where matters have been settled to such an extent that one may be well assured that tranquility and peace have been restored in the said Disavany. We present herewith to Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed a brief presentation of the received complaints of the inhabitants of Mature insofar as it concerns the public, and also how these complaints have been decided and settled. The undersigned Commandeur has intentionally had this brief presentation prepared in order to show the aforementioned complaints and the settlement thereof to Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed as concisely as possible and without circumlocution. Furthermore, there is herewith most humbly presented to Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed the copy of a Memoir which the first signer of this document left behind for the Honorable Disava Raket and Trade Bookkeeper Pamlant upon his departure from Mature. Concerning the situation in the Gale Korle, we have the pleasure to inform Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed that we have hope, and flatter ourselves, that the few malcontents who had banded together in the Gangebaddepattoe will now also return, or have returned, to their native villages, and there will probably be no further uprising or banding together if only one is diligently active everywhere in hearing their proposals and complaints; just as we, if any complaints of the inhabitants of the Gale Korle should be brought in, will decide and settle them as quickly and equitably as possible. We have the honor to be with all high esteem, was signed as before, in the margin Gale the 17th of July A.D. 1790. I have just received the enclosed letter for Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed from the Honorable Disava Raket, which I present herewith to Your same Highness without being able to explain its contents, as the Honorable Raket has given me neither a copy nor any information thereof, surely because His Honor is still unaware of the standing order of service that all matters concerning the service and the Mature Disavany must be officially presented to Your Noble, Strict, Great and Highly Esteemed from Gale and not from Mature. The Honorable Raket has also written me a letter, of which I enclose the copy herewith. The Honorable Raket appears to be still anxious about the internal condition of the Disavany, yet I hope that we have no further evil consequences to fear; all the more because it does not seem unnatural to me that after such a great uprising there are always some remnants of disturbances, which will only calm down gradually; this also took place during earlier unrest in the year 1758, as the papers of the Lord Commandeur Pamlant, of blessed memory, clearly demonstrate. I hope and shall employ the necessary means to the end that the anxiety of the Honorable Raket may signify nothing; meanwhile, I cannot approve His Honor's choice to be assisted by a knowledgeable native Chief, of which Your Noble
Dutch transcription
des avonds afgeslooten te blijven, tot teijd en wijle hier omtrent van Uuwel Ed: Gestr: Groot Achtb: de nood= „ge order zal, ontfangen zijn wij vertrouwen dat dit een en ander Uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: hooge goed„ „keuring zal erlangen en hebben in die vlijende hoop de eere met alle gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Gale den 10.:e Julij 1740. Op den ontfangst van uwel Edele Gestr: groot achtb: g'eerden brief van den 12.' dezer, hebben wij, in vol= „doening van het daar bij aanbevoolene op heeden zoda„ „nige besluijten genoomen als wij de eere hebben uwel= „Ed: Gestr: Groot agtb: bij het hier bij gevoegd afschrift van onze Resolutie eerbiedig onder oogen te brengen, in vertrouwen, dat dezelven Hoogst Desselfs gunstige goedkeuring zullen moogen wegdragen, gelijk ook ons verder bij gem: Resolutie nog vervatte besluijt op 't door den E: opsiender der Gale korle van Schuler, is voorm: onze bij eenkomste gedaane mondelinge berigt dat zijn E: door Desselfs Attepattoe Modliaar onderrigt was, dat Hij een ola van den koraal van de gangebadde„ „pattoe even te vooren had bekoomen, bij dewelke gem: koraal hem bedeelde dat de twee vidaan Arraatjes Aan als vooren van 2916 van Tillikadde er Baddegam hem een ola zouden gezonden hebben welke door de voor nu eenige dagen van de gange badde pattoe zig absent gemaakt en nu te zaamen gerotte 80. koppen aan hun bijden was ge= „schreeven en waar bij zij hun noodigden om ook volk te vergaderen en zig bij Hun te voegen om nevens hun gelijk de Inwooners van kolombo, Mature ende Girrewaijpattoe te zaamen te rotten en hunne bezwaaren intebrengen, hebbende wij de Pannas na den inhoud van voorm: ons besluit ten eersten doen vervaardigen om na de gange baddepattoe te worden af= „gezonden en den E: van Schuler volgen, Desselfs aanbod, aanbevoolen, zo dra het hoog waater in de re= „vier in een dag of twee wat verminderd zal zijn, zig als dan onmiddelijk na de gangebaddepattoe te begeeven en het onvergenoegt te tragten tot bedaaren te brengen, voorts hun, indien ze eenig verzoeken van weijnig belang koomen te doen, die na zijn E=s inzien met de billijkheid strooken dezelven toete= „staan, met verdere toe zegging dat Hun op Hunne bezwaaren, zoo ze die na het voorgeschreevene bij voorm: Sannas inbrengen, Regt en billijk heid zullen toekomen wij bieden uwel Edele Gestr: grot agtb: bijdesen nog aan afschrift Aan als Vooren. afschrift van het volgens onze Resolutie van den 10. ' dezer, door Liennege Don Abraham, Schrijver van 't dorp Leelwelle en zijnen zoon Leel welle Liennege Joean, in presentie van de Eds: Martheze en De Lij gedaan Relaas en hebben voor het overige de eere met alle hoogagting te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ Als vooren /:in margine:/ Gale den 14=e Julij A=o 1790. — Wij hebben de dere uwel Ed: gestr: groot Agtb: tebedelen dat de ondergeteekende Commandeur gisteren teegen den avond van Mature te rug gekoomen is; alwaar de zaaken in zoo verre geschikt zijn dat men zig met veel gronds verzeekeren mag, dat de rust en vreede ingedagte Dessavonij hersteld zijn. Wij bieden uwel Ed: gestr: Groot agtb: bij deeze aan eene korte vertooning van de ingekoomene klag= „ten der Maturesie Jngezeetenen in zoo verre 't algemeen betreft; en tebbens hoe daanig deeze klag„ „ten beslisd en afgedaan zijn. De ondergeteekende commandeur heeft deeze korte vertooning expresselijk laaten formeeren, om uwel Edele gestr: groot agtb: zoo beknopt moogelijk en zonder om slag gem: klagten ende arfdoening daar van te vertoonen. Nog. 2917 Aan als vooren Nog word uwelEd: gestr: groot Agtb: bij deeze ne= „drigst aangebooden het afschrift van een Memorie die de eerste Teekenaar deezes aan de Eds. Dessare Raket en Negotie boekhouder Pamlant bij zijn vertrek van Mature agtergelaaten heeft. Aangaande de gesteldheid in de Gale Korle hebben wij het genoegen uwel Ed: gestr: groot agtb: te be„ „deelen dat wij hoope hebben, en ons vlyen, dat de wijnige misnoegden die zig in de Gangebadde pattoe te zaamen gekot hadden, ook nu weeder na hunne woondorpen te rug zullen keeren, of gekeerd zijn, en 'er waarschijnelijk geen verdere opstand op Zaa= „mencrotting plaats zal hebben indien men maar met vlijt over al werkzaam is hunne voorstellen en klagten aan te hooren; gelijk wij, indien 'es eenige klagten van de Jngezeetenen van de Galecorle mog= „ten ingebragt worden, dezelve zoo veel moogelijk spoedig en na billijkheid, beslissen en afdoen Zullen Wij hebben de eere met alle hoogagting te zijn /:on= „derstond:/ en /:geteekend:/ Als vooren /:in margi= „ne:/ Gale den 17:' Julij A:o 1790. —. — Jk heb zo even de ingeslootene brief voor uwelEd: gestr: groot agtb: van den E: Dessave Raket ontfangen die =e n die ik Hoog dezelven bij deeze aanbieden zonder mij over dies inhoudt te kunnen verklaaren, wijl de E: Raket mij daar van geen afschrift nog eenige onder= „rigting heeft gegeeven, zeekerlijk wijl zijn E: nog van de order van dienst onkundig is dat alle zaaken den dienst ende Matureesche Dessavonij betreffende van Gale en niet van Mature aan uwelEd: gestr: groot agtb: officieel moeten voorgesteld worden. Ook heeft de E: Rakel mij een brief geschreeven waar van ik het afschrift bij dese voege DE: Rakeet schijnt daarbij over de innerlijke gesteldheid der Dessaronij nog ongerust te zijn legter ik hoop dat wij geen verdere Vewaade gevolgen te dugten hebben; temeer wijl 't mij niet onnatuurlijk schijnt, dat van zulk een groote opstand nog altoos eenige overblijfselen van onlijsten zijn, die eerst langsamerhand tot bedaaren zullen koomen, dit heeft bij vroegere onlusten in anno 1758. ook plaats gevonden, gelijk de papieren van den Heer Commandeur Pamlant /:g: M:/ duijdelijk aanwij= „zen. jk hoop en zal hier toe de nodige middelen in het werk stellen dat de ongerustheid van De E: Raket niets te beduijden mooge hebben; intusschen kan ik zijn E: verkiezzing van met een kundig Jnlands Hoofd geassisteerd te worden niet approbeeren waar van dwelEd