VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3889

Ceylon · 930 pages · 116 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3889_0162 view scan ↗

English

The Company has suffered no loss from the departure of the Manaar Parruas, as they pay certain small poll taxes that were collected after their return, and perform no other service for the Company than on the vessels used at Manaar for loading and unloading, for patrolling the beaches, and for voyages to Jaffanapatnam, for which they also receive some maintenance. During their absence, one indeed had to employ other people, or rather Jaffna fishermen, for the aforesaid services, but the provisions made to them cannot be considered as extraordinary expenses, since those provisions would also have been made to the Manaar Parruas had they performed their service themselves. Only, on account of the employment of the Jaffna fishermen, in accordance with our resolution of 27 August 1787, we had to grant a reduction of Rds 678:36 to the Jaffna fish farmers; yet even this cannot be considered a loss for the Company, because the fish and betel leases introduced in anno 1786/7 actually brought in and accounted for an amount of Rds 938:24 to the Company. Paragraph 84. The outstanding debt of the land regent of Tirnevelli has been deducted and liquidated from the purchase money for 15,000 kottes or over 900 lasts of paddy, which we had purchased from him at Tutucorin, because this year we had no rice to expect from Malabar on account of the war between Tipu Sultan and the King of Travancore. Paragraph 85. The titular Colonel and head of the Ceylon Artillery, Paravicini di Capelli, regarding the restitution imposed upon him for the additional costs incurred by his stay on Ceylon after Captain Kuhn had already been appointed and confirmed as head of the artillery, submitted the petition that we have the honor to present herewith to Your High Excellencies, in which he requests to be excused from this restitution. Paragraph 86. In support thereof and of what is further set forth therein, we take the liberty to remark here that the late Captain Kuhn, although we otherwise gladly do full justice here to his ability and merits, was a sickly man, continuously ailing from one complaint or another, and this increased from time to time. This often prevented him, notwithstanding his good will to do well, from performing his service properly. The department of the artillery being one of the most important, and moreover the public circumstances at that time being in such a state that for a considerable period one did not seem to be able to count with too great certainty upon the continuation of peace in Europe, we thought it our duty to encourage an officer who has always served with so much distinction as Colonel Paravicini not to leave the Company's service at that critical juncture, as we did; and it is solely upon our encouragement that he resolved to do so. It is principally to be attributed to his zeal and good direction that nothing was neglected in the artillery affairs in this government, and that everything therein has continually remained on such a good footing that Their High Mightinesses' commissioners, the gentlemen of the military commission, have repeatedly expressed their satisfaction therewith. We think that servants of that caliber ought particularly to be understood under the very encouraging declaration of the Gentlemen Masters of their highest inclination toward favoring senior and capable servants. We therefore hope and very humbly request that Your High Excellencies will not only be favorably pleased to release Colonel Paravicini from the charge imposed upon him, but that Your High Excellencies will also be so good as to bring his aforesaid petition in the most favorable manner to the attention of the Noble and Right Honorable Gentlemen Masters. Paragraph 87. We have already had the honor, in our respectful letter of 31 January 1788, paragraph 12, to assure Your High Excellencies that no evidence whatsoever had appeared to us that the late Junior Merchant Geeke, who had carried out the purchase of the Danish muskets, had acted in bad faith therein; and in this same letter we demonstrated to Your High Excellencies in detail how matters regarding this purchase occurred, from which it fully appears that the purchase was made out of necessity, at a time when there was no adequate supply thereof and no hope of relief from the Netherlands or from Batavia. It was therefore the duty of the previous administration to provide for the aforesaid lack of muskets in the best possible manner by all ways and means within its reach, so much so that had that not been done, it could not have been acquitted of neglect of duty. It was then still in the heat of the war, of which

Dutch transcription

de komp heeft geen schaade geleeden door 't uitwijken van de manaarsche parnas het betaalen van zekere geringe hoofd gelden, die na hunne terug komst zijn ingevorderd, geen andere dienst voor de komp: dan op de vaartuijgen, die te Manaar wor„ den gebruijkt tot lossen en laa„ „den, ter bekruijsing der stran„ „den en tot togten na Jaffenapat„ nam, waar voor zo ook eenige mainctementos genieten, men heeft wel geduurende hunne absentsie, ander volk of eij„ „gentlijk Jaffenasche vissers moeten emploijeeren tot de voorsz: diensten dog de verstrekkingen die aan deesen zijn gedaan, kunnen niet worden aangemerkt als extra 4166. 2 vervolg extra ordinaire ongelden, wijl die verstrekkingen ook zouden zijn gedaan aan de Manaersche par„ „ruassen, indien ze hun dienst zelve hadden verrigt. Eenelijk hebben we, uijt hoofde van het emploij van de Jaffenasche vissers, volgens onse resolutie van den 27. ' Augustus 1787. aan de Jaffenasche Vispagters een afslag moeten verleenen van Rd=s 678:36. - dog ook dit kan niet als een verlies voor de komp: worden aange„ „merkt, om dat voor de visch en betel pagten die in anno 178 6/2. zijn ingevoerd, werkelijk inge„ „koomen, en aan de Komp: verantwoord is nen de roltant schuld van den landregent te ternewelli is geliquideert verzoek van kolonel Paravicini om onthoffing van de vergoeding wegens zijn verblijf op Ceilon verantwoord is een bedraegen van rd=s 938. 24. – §: 84: De restant schuld van den land= „regent van Tirnevelli is inge„ houden en geliquideerd uit de kooppenningen van 15'000. kot= „tes: of ruijm 900. lasten Nelij, die we van hem op Tutuko „rijn hebben doen inkoopen, om dat we dit jaar van de mal= „labaar geen rijst te verwag= „ten hadden, wegens den oor„ „log tusschen Tepoe Sultan en den Koning van Trevankoor §81: De p:l kolonel en hoofd der Cei„ „lonsche artillerij Paravicine de Capelle, heeft nopens de hem opge„ „legde restitutie van de meerder gemaakte kosten door zijn ver„ „blijf 4167. 5x wat deese rogeering daar omtrent aanmerkt „blijf op Ceilon, na dat de Kapitain kuhn reeds tot hoofd van de artillerij aangesteld en bevestigd was, ingediend het addres, dat we de eere hebben uwe Hoog Edel„ „heeden hier nevens aantebie„ „den, en waar bij hij versoekt om van deese restitutie te moogen worden verschoond. §. 86. Tot ondersteuning daar van en van het geene daar bij verder voorkomt, neemen wij de vryheid hier aantemer„ „ken dat wijlen de kapitain Kuhnschoon wy voor het overige aan zijn bekwaamheid en ver„ „diensten hier gaarne al het mogelijke regt doen, was een Ziekelijk 88 vervolg ziekelijk man, door gaans zukke= „lende aan deese of geene kwaa„ „len, en dit nam van tijd tot tijd toe. Dit verhinderde hem veelteids, om niet tegenstaande zijn goede wil om wel te doen, zijn dienst na behooren te verrigten Het departement van de artil„ „lerij een van de gewigtigste zijnde, en boven dien de publie„ „ke omstandigheeden ter dier teid zijnde in een toestand, dat men een geruijmen heid met geen alte groote zekerheid op de voortduuring der vreede in Europa scheen te kunnen Cijfferen, dagten we dat het onzen 4168 en vervolg onzen pligt was, om een officier die steeds met zoo veel destinctie gedient heeft als de Kolonel Paravicini, aantemoedigen, om in dat teids gewigt den dienst van de komp: niet te verlaaten, zoo als we hebben gedaen, en het is alleen op onse aanmoediging dat hij daar toe beslooten heeft. Het is hoofd za„ kelijk aan zijn ijver en goede directie toeteschrijven dat in het artillerij weesen in dit gouvernement niets is ver„ „zuijmt, en dat daar in alles bij voortduuring gebleeven is op dien goeden voet; dat Hunne Hoog mogende gekom„ „mitteerdens 4u0 vervolg „mitteerdens de heeren van de militaire kommissie daer over te meermaalen hun genoegen hebben betoond. Dienaaren van dient stempel, denken we dat inzonderheid moeten worden begreepen onder de zeer aanmoe¬ „digende verklaaring der heeren majores van hoogst der zelver geneigtheid, ter begunsti„ „ging van oude en kundige dienaeren. We hoopen dus en verzoeken zeer needrig dat uwe Hoog Edelheeden Kolo„ „nel Pararicini niet alleen gunstig gelieven te ontslaan van de aan hem opgelegde belasting, maar dat ook uw Hoog Edelh: zoo 4569 wegens den inkoop van wensche geweeren is deeze regeering geen blijk voor„ „gekomen dat de onder„ koopman geeke ter quader trouw gehan„ deld heeft zoo goed willen zijn, voorsz: zijn addres op het gunstigt te bren„ „gen onder het oog van de Edele Hoog Agtb: Heeren meesteren. §. 87. Wij hebben reeds bij onsen eerbie „digen van den 31. Januarij 1788. 3. 12. , de eer gehad uw en Hoog Edelh: te verzeekeren dat ons nergens eenige blijk was voorgekoomen, dat wijle de on„ „derkoopman Geeke, die de in „koop van de Deensche gewee„ „ren had gedaan zig daar in ter, quader trouw zoude hebben gehandeld, en bij deesen zelfden brief hebben we uwen Hoog Edelheeden omstandig aange„ P „weesen, hoedanig 't omtrend deesen D 22 noodzakelijkheid van den inkoop der deensche geweenen. deesen inkoop heeft toegedraagen, waar uijt ten vollen blijkt dat de inkoop is gedaan uijt nood= zaekelijkheid, in een teid dat men daar van geen toerijkende voor„ „raad had, en geen hoop op ont„ „zet uijt Nederland of van Ba„ „tavia. Het was dus de pligt van het voorgaande ministeris, om door alle onder deselve berijk zijnde middelen en wegen in 't voorsz: gebrek aan geweeren, op de best mogelyke wyze te voor„ zien, zoo zeer dat zoo dat niet waare geschied, het zelve niet van pligt verzuijm zoude zijn vrij te spreeken geweest. Het was toen nog in het heelst van den oorlog waar van

NL-HaNA_1.04.02_3889_0171 view scan ↗

English

continuation of which one could not foresee the outcome. In such moments, very different from ordinary times, it is in our humble view the duty of all good servants to save the interests of the Company and to secure them as well as possible as can be done for that time, without allowing oneself to be held back by anxious thoughts or by too great a strictness, which cannot be observed in such moments. These humble remarks of ours, we think, with all due respect, ought not only to cover the former administration from all accountability regarding this purchase, but the policy pursued therein by the same ought even to be considered a very telling proof of having cared in a dutiful manner for the safety of this so precious establishment. And as regards the Junior Merchant Geeke, who executed this order, concerning him we have already taken the liberty in our aforesaid humble letter to remark that the sample of these firearms sent hither by him before making the purchase was fully approved, and that for the rest the various defects found in a portion of the purchased firearms could not well be held against him, mainly because he did not dare risk making the purchase public by conducting an inspection into the quality of so large a number of firearms in a place where many of the enemy nations were present, and which might have given cause for the entire transport of these firearms to be intercepted and captured by the enemy. Paragraph 88. It also deserves fair consideration that these purchased firearms were not so unusable that they could not have served for defense in case of need, proof of which is that about half of them were used in our garrisons for the native troops. They were only rejected because they were of a completely different caliber than the firearms in use with our troops, just as all such different sorts of firearms were rejected by the gentlemen of the military commission during their presence here. Paragraph 89. We furthermore take the liberty to present herewith to Your High Nobles a clear account of the aforementioned purchased firearms, showing how many of them are still in this government, how many of them have been sold both at Cochin and here, and what was lost on this sold lot, with a very humble request for a favorable decision regarding this loss. Paragraph 90. For some years past, as we have noted several times, there has been a great scarcity here of gold and silver money, because we have received none of it either from the Netherlands or from Batavia. And since Ceylon yields so few products for private trade, and yet must obtain most of its necessities, especially rice and textiles, from abroad, it is easy to understand that the little gold and silver money that some private individuals possessed or might still have managed to procure from elsewhere is spent on the purchase of foreign goods, since these cannot be paid for with credit letters or copper money. And therefore the Company has also, in recent years, received nothing else in its treasury for its sold merchandise than letters of credit in copper currency. Paragraph 91. The ships the Leviathan and the Gouverneur Generaal de Klerk, during their presence here last year, actually fired the watch-shots that were charged by the officers in their gunpowder accounts, according to the report of the Master of the Equipage Andringa, which is enclosed herewith in copy. And we have therefore, pursuant to the authority granted thereto by Your High Nobles, relieved the pay accounts of the officers of the ship the Leviathan from the charge levied thereon at Batavia for the gunpowder charged by them for the aforementioned watch-shots. Paragraph 92. In our respectful letter of 15 October last, we informed Your High Nobles that in this government it had long not been the custom for the gunpowder for firing the watch-shots to be supplied from the shore to the ships, but that we have now introduced it again. Paragraph 93. Upon the received petition of the Assistant Giesler, our pay clerks have served the report that is enclosed herewith in copy, stating thereby that the said Giesler could not be credited with his earned salary because

Dutch transcription

4170 S 2 vervolg van men de uitkomst niet konde voorsien. In zulke oogen blik„ „ken zeer onderscheiden van ge„ „woone tijden, is het naar ons neidarg inzien de pligt van alle goede dienaaren om de intres= „sen van de komp: te redden en die in zekerheid te stellen, zoo goed moogelijk als dat voor dien teid geschieden kan, zon„ „der zig door angstvallige ge„ „dagten of door een al te groo„ „te naauwgezetheid, die in zulke momenten niet kan worden in agt genoomen zig te laaten terug houden. Deese onze nedrige aanmerkin= „ge denken we het zy in deepe eerbied n „ # vervolg eerbied gesegt, behooren het vraeg ministerie niet alleen te dekken voor alle verantwoordingen over deesen inkoop, maar behoord zelfs het hier in door het zelve gehouden beleid, te worden ge„ houden voor een zeer spreekend bewijs, van op een pligtmatige wijze te hebben gezorgt voor de vijligheid van dit zoo dier„ baere Etablissement, en wat aangaat den onderkoopman geeke die deese order heeft uijt„ „gevoerd omtrend hem hebben we bij voorsz: onzen nedri= „gen brief reeds de vrijheid gebruijkt aantemerken, dat 't monster van deese geweeren door mel 4171 95 waarom daar na een heel„ naukeurig onderzoek bij Den inkoop konde geschieden door hem alvoorens den inkoop te doen, herwaards gezonden, ten vollen is goedgekeurt, en dat voor het overige de verschei„ „dene gebreeken, die aan een parthij van de ingekogte gewae„ „nen zijn bevonden hem niet wel ten madeele konden strekken, voornamelijk om dat hij niet heeft durven hasardeeren, om door een publiek onderzoek te doen, na de qualiteit van een zoo groot aan =tal geweeren, de inkoop daar van vrugtbaar te maeken op een plaats, daar zig veele van de vijandelijke Natien bevonden, en waar door aan„ „leiding konde gegeven zijn, dat 26 veels geweeren zijn egter niet geheel en bruikbaar geweest dat 't geheel transport deeser geevuren door den vijand wierd onderschipt en weggenoomen. §. 88. Ook verdiend eene billijke Consideraatsh dat deese ingekogte geweeren niet zo onbruijkbaar zijn geweest dat ze des noods niet tot defensie zoude hebben kunnen dienen, waar van tot bewijs strekt dat omtrend de helfte daar van in onse quaasoe„ „nen voor de inlandsche troupes zijn gebruijkt. Dezelve zijn alleen afgekeurd om dat ze van een ge„ „heel ander Caliber waaren, dan de geweeren bij onze troupes in gebruijk, zoo als ook alle zulke onderscheidene zoorten van geweeren door de 4172 97: Een duijdelijke reek: van gem: ingekogte gewee„ ren word H: H: E: aan gebooden. vertooning van de groote schaarsheid van goud en zilver geld zedert eenige Jaeren. de heeren van de militaire kom„ „missie bij derzelver aanweezen alhier zijn afgekeurd. §89. We neemen voorts de vrijheid uwen Hoog Edelheeden hiernevens aan„ te bieden eene duijdelijke reekening van de voorsch: ingekogte geweeren, aanwijzende hoeveel daar van in dit gouvernement nog zijn, hoe veel daar van zoo te Koetsiem alhier verkogt zijn, en wat op deeze verkogte partij verlooren is: met zeer needrig verzoek om eene gunstige dispositie op dit verlies. §. 90. zedert eenige Jaaren is hier ge„ „lijk we te meermaalen hebben aangemerkt, een groote schaars„ „heid aan goud en zilver geld, wijl en dat dus voor do verkogte goederen, niet dan papier en koper geld ingekomen is. wijl we nog uijt Nederland, nog van Batavia, daar van iets hebben ontvangen, en daar Cei¬ „lon zoo weinig producten tot den partikulieren handel le# „verd, en nogtans zijne meeste benoodigdheeden, inzonderheid ryst en lijwaaten, van buijten moet hebben, is ligtelijk te begrijpen, dat ook het wijnig goud en zilver geld 't welk zommige partiku„ „lieren gehad hebben of zig. nog mogten weeten van el„ „ders te bezorgen tot den in „koop van de buijten landsche goederen worden besteed, wijl die met geen Crediet brieven of koper geld kunnen worden betaald: vn 4173. 29:— berigt nopens de op gebragte wagtschooten bij de kruijt reek: van en de gouverneur ge„ neraal de klerk. en daar om heeft ook de komp: in de laatste Jaaren, voor haar verkogte koopmanschappen, niets anders in kassa gekreegen, dan brieven van Krediet in kopere munt. §. 91. De scheepen de Leviathan en de gouverneur Generaal de Klerk, hebben bij aanweesen alhier in 't voorleeden Jaar, werkelijk ge„ daen de wagtschooten, die door de scheepen de Leviattan de overheeden bij hunne kruijt „reekeningen zijn opgebragt, vol„ gens het berigt van den Equipa¬ „giemeester Andringa, 't welk in kopia hier nevens gaat, en heb= „ben we daarom ingevolge uwer Hoog Edelheeden daar toe ver„ leende qualificatie, de zoldij reekeninge 1oo §. 92. waarom daar toe geen kruijt van de wal is verstrekt. „diendens alhier wegens te goed gemaakte gagie van den assistend gies„ „lea. reekeningen van de overheeden van 't schip De Leviathan doen ontheffen van de daar op te Batavia gelegde belasting voor 't door hun tot de voorsz: wagt „schooten opgebragte kruijd. Bij onzen eerbiedigen van den 15=e Oktober I:o Leeden hebben we uwe Hoog Edelh: bedeeld, dat in dit gou „vernement zedert lange geen ge bruijk is geweest, dat 't kruijd tot 't doen der wagt schooten van de wal aan de scheepen werd verstrekt, dog dat we 't nu weder hebben in gevoerd §. 93. Op 't ontvangen request van de assistent giester hebben onse zoldij bedienden gediend brrgt van de zoldij be„ het berigt dat in kopia hiernevens gaed, Me tezeggen daar bij dat aangemelde giesler zijne verdiende gagie niet heeft kunnen worden goedgedaan om

NL-HaNA_1.04.02_3889_0179 view scan ↗

English

4174. 101. The former alderman Tit: Meijer will be granted transport to the Netherlands. Because his formal pay account was not received from Bengal, a debt account was drawn up and sent to Batavia solely on the basis of his receipts at Trinkonomale. Since his return from Batavia, Giesler himself delivered the account closed at Houglé, and therefore he will now be credited with the earned wages from his departure from Bengal until his departure from Trinkonomale for Batavia. Section 94. We shall grant transport to the Netherlands on one of the currently departing ships to the former alderman Tit: Meijer, and we shall furthermore ensure that the widow Borwater does not depart from Ceylon. 102 And it will be ensured that the widow Borwater does not depart from Ceylon before her lawsuit is determined. The pay bookkeeper at Gale, Martheze, is ordered to refund 320 guilders of pay money to the Company. Which recommendation has been made to the Colombo and Gale pay officials. before we have legal notice that her lawsuit with the minister Hofman has concluded. Section 95. The Gale officials have been ordered to have the pay bookkeeper Martheze refund to the Company, and subsequently have credited to Batavia, the 320 guilders of pay money that were disbursed to him there out of the Company's treasury in the year 1787 and debited to the pay account of Captain Claas Voet for drawing up the return voyage books of the small ship Gouda; and we have furthermore recommended to the pay officials of Colombo and Gale to make a distinction in the future in demanding payment for drawing up the ship's books with regard to the charters of the ships. 4175. 103 The orders given by Their High Noble Excellencies in various resolutions shall be dutifully observed. A collection is to be held for the clerks' institute at Batavia. Section 96. We shall dutifully observe the orders mentioned in the extracts from your High Noble Excellencies' various adopted resolutions, sent to us by the ships Neerlands Welvaeren, Berkhout, and the Leviathan. And we shall report to your High Noble Excellencies on a later occasion how the collection that is being held here for the clerks' institute at Batavia has turned out. Section 97. We have already sent to your High Noble Excellencies the requested samples and description of the Ceylon timber with our respectful letter of 7 May past via the ship Vreedenburg, The description of the Gale and Mature timber goes over. At Gale no evidence was found that any watch shots were fired by the ship de Phenix. except only for the description of the Gale and Mature timber sent with the ship Demerara, which we received only after the departure of that ship, and a copy of which is enclosed herewith. Section 98. The Gale officials have informed us in their letter of the 10th of this month, of which an extract is enclosed herewith, that neither the ship's journal of the ship de Phenix nor the military journal shows that any watch shots were fired by the said ship, although it is recorded at the secretariat that during the presence of the said ship de Phenix there in 1789, an Imperial ship also lay at anchor in the bay, albeit only from 9 to 11 April. Now 4176. 145 Response to the extract from the Fatherland. Section 99. Now we let follow below, according to custom, the extracts from the Fatherland, with our response thereto in the margin. Extract for extract from the letter written by the assembly of the Seventeen to the Governor General and the Council of the Indies at Batavia, dated 9 November 1789. 1281. B: Now proceeding to the matter of Ceylon, it was displeasing to us to find evidence of neglect of the established 106. orders in not receiving the journal of the ship Gouda, by which alone we could be enabled to judge the reasons for which the ministers acquiesced in a requisition of equipage goods for that vessel that had previously appeared excessive to them, consisting of a storm which that ship was said to have encountered at the longitude of 354 degrees and north latitude of 1 degree and 53 minutes.

Dutch transcription

4174. 101. aan den oud scheepen til: Meijer zal transport na Nederland verleend om dat men van Bengale niet heeft ontvangen zijne formeele zoldij reek: en dat daarom alleen van zijn genot te Prinkonomale, eene schuld= reekening geformeerd en na Bata= „via gezonden is. Giesler heeft zedert zyne terug komst van Batavia zelfs aangebragt, de te Houglé af„ „geslotene reekening, en zal hem nu mits dien worden goed gedaan de verdiende gagie, zedert zijn vertrek van Bengale tot zijn ver„ „trek van Trinkonomale na Batavia §. 94. Aan den oud scheepen tet: Meijer zul„ „len we met een der tans vertrekkende scheepen Transport na Nederland verleenen, en zullen we voorts zorgen, dat de weduwe Borwater zig niet van Celon begeeft. 102 en gezorgd worden dat de wed=e Borwater zig niet van Ceilon begeeft voor dat haar prisces es gedeter„ „mineerd. den zoldij boekhouder te gale Marthezee is opge„ „legd om 320. guldens koldij geld aan de Comp: te restitueeren. welke recommandatie aan de Colombosche en gaalsche zoldij bedien„ „den is gedaen. begeeft, voor dat we legaale kennis hebben„ dat haer proces met den predikant Hofman getermineerd is. §: 95 De gaalsche bedienden zijn gelast, om door den zoldij boekhouder Martheze aan de Comp: te doen restitueeren, en vervolgens na Batavia te laeten ten goede brengen de 320. guldens zoldij geld, die in 't Jaar 1787. aldaar uijt 'sComp:s kas aan hem verstrekt, en op de zoldy reekening van den Capitain Claas voet belast zijn, voor 't opmae„ „ken, der rutrijsboeken van 't scheepje Gouda; en hebben we voorts de zoldij bedienden van kolombo en gale gere„ „commandeerd, om in de aanstaende in 't vorderen van betaeling voor 't opmaken der scheepsboeken onderscheid te 4175. 103 de door H: H: Edelh: gegeevene orders bij diverse besluijten zul„ =len pligt schuldig g' ob„ „serveert worden. „nistee te Batavia „daan te worden te maeken omtrend de Charters der scheepen. §. 96. De gaders vermeld, by de Extrakten uit uwer Hoog Edelheeden diversche ge„ nomene besluijten, ons per de scheepen neerlands welvaeren, Berkhout en de Leviathan toegezonden, zullen we pligtschuldig observeeren. en zullen aan uwe Hoog Edelh: bij eene nadere gelegendheid berig„ voor 't gestigt der pen„ten, hoedanig de Collecte zal zijn staat een Collecte ge, uitgevallen die hier word gedaan voor 't gestigt der pennisten te Batavia. § 97. De gerequireerde monsters en be„ =schrijving van de Ceelonsche hout werken, hebben we reeds nevens onzen eerbiedigen van den 7=e Meij passo per't schip vreedenburg aan uwe Hoog Eall: toegezonden tet De beschrijving van de gaalsche en Matieresche Te Gale is geen blijk ge„ „vonden dat door het schip de Phinecier eenige wagt schooten zoude zijn gedaan. toegezonden, behalven alleen de be„ „schrijving van de met 't schip Demeraia houtwerken gaat over gezondene gaalsche en Matureesche houtwerken, die we eerst na 't ver„ „trek van dat schip hebben ontvan„ gen, en in Copia hiernevens gaat. §. 98. De gaalsche bedienden hebben ons bij hunnen brief van den 10. ' deeser, waer van Extrakt hiernevens gaat, berigt dat nog bij 't scheeps Journael van het schip de Phinecier, nog bij het militair Journaal blijkt, dat door gem: schip eenige wagtschooten zoude zijn gedaan, hoewel ter sekretarij aan „geteekend staat, dat bij aanweezen van gedagte schip de Thenccier aldaar in 1789. ook een keijserlijk schip, egter alleen van den 9: tot den 11. April, in de baaijten anker heeft geleegen. Thans 4176. 145 Beantwoording van 't Patrias extract. §. 99. Ians laaten we hier onder volgens gebruijk volgen de Patriasche Extrakten, met onse beantwoor„ „ding in margine daar van Extrakt à Extrakt uit de missive geschreeven door de vergadering van 17=me aan den Gouverneur Gene„ „raal en de Raaden van Indie te Batavia in dato 9: November 1789. — 1281. B: Thans overgaande tot de materie van Ceilon is het ons onaangenaam geweest eene blijk van veronagtzaaming der gestelde min 106. gestelde ordres te ondervin„ „den in het niet bekomen van het Journaal van het schip Gouda waar door wij alleen konden worden instaat gesteld om te be„ „oordeelen de reedenen om welke de ministers berust hebben in een Eisch van Equi =pagie goederen voor dien boodem die hun te vooren onmaatig was voorgekoomen be staande in eene Storm welke dat schip op de lengte van 354. graaden en Noorden breete van van 1. graad en 53. mi= zoude heb= „nuten ben /104

NL-HaNA_1.04.02_3889_0185 view scan ↗

English

4178. 4177. The ship Gouda, which had suffered from a lack of its spars, rigging, and sails off the Malabar Coast, was sent to Galle, from where it departed for Batavia. As this ship was on the point of departure and we had not yet received the reports from the commissioners who had examined this journal and the journal of the surgeon in accordance with the servants' letter of 29 July 1787, we wrote to them by letter of 14 August that they must send the copies of the aforesaid reports with their opinions to Their High Nobilities, but by mistake we also ordered the ship's journal itself to be sent to Batavia, instead of sending it to us to be presented to Your Right Honourable. Solely from this has this error arisen. To repair the same as much as possible, Their High Nobilities have been requested that the said ship's journal, which the Galle servants sent to them along with their letter of 18 August 1787, may yet be sent from Batavia to Your Right Honourable. Aside from this single instance, for which we humbly beg pardon, the order of the year 1751 mentioned here in the margin has always been observed here without any deviation, just as it shall also take place in the future without deviation. As we would rather not dwell particularly upon this omission, we nevertheless wish to most earnestly recommend to the ministers the strictest observance of the aforementioned orders, among others contained in our letter of 8 October 1751. Paragraph 282. We approve the recommendation given by Your Honour to dispatch the return vessels more promptly in the future, and the renewal made in consequence thereof by the ministers of the orders established regarding that matter; but as it had appeared to the ministers themselves that the reasons given by the Galle servants why the ship De Draak could not have been dispatched sooner, and the further justification, were not very satisfactory, we must remark that the ministers should not have passed this matter over on the ground, mainly, that it was a done deed, but ought to have imposed an equitable punishment upon the one who had been the cause thereof, so that the Company might in future be served with greater vigilance, and thereby such damages be prevented as have now occurred with the ship De Draak; furthermore, we cannot fail to note that the ministers, in their letter of 14 August 1787, seem to have forgotten that they had not entirely exonerated the Galle servants from neglect of duty in their letter of 31 March, wherein they say that they had done everything that depended on them to be able to dispatch the return ships in good time, further citing in excuse that there are sometimes matters beyond human power that prevent a prompt dispatch, which they seek to confirm with some examples of ships that had departed late and nevertheless successfully completed the voyage. Paragraph 283. Apart from the fact that it is very improper when one seeks to justify a matter harmful in its nature through a few examples that succeeded well and had no bad consequences, and that in accordance with your very accurate reflections it would have been better if the ministers had taken warning from those cases in which a too late dispatch immediately had the feared consequences, the ministers have also very mistakenly appealed to the aforementioned cases in this instance, because they themselves in their letter of 31 March make known that the very strange management of employing the calkers on the ship Zeeland, as well as the fact that the muster had taken place two days after the ship was already fully laden, are to be noted as the causes why this ship was not dispatched more promptly, these causes being by no means beyond human power, but on the contrary having arisen from poor management by the servants. We therefore recommend that the ministers in future refrain from wishing to excuse the bad conduct of the servants with false arguments, as this can only serve to give those servants the opportunity to continue more easily in their improper practices. And since we have so many times repeatedly recommended the prompt dispatch of the return ships, and particularly by our letters of 27 September 1751 and 4 October 1765, just as Your Honour has also recommended the same to the ministers by successive resolutions and written instructions, and experience has nevertheless taught that the Galle servants have not complied with it, and that it is not always to be attributed to insurmountable obstacles, but on the contrary frequently to poor management, as with the ship De Draak, we have therefore thought fit hereby to determine that in every case in which the return vessels are made ready later than the appointed time, the Ceylon ministers shall demand from the Galle servants a specific justification and an indication of the reasons by which this was caused, and that when those reasons are not satisfactory

Dutch transcription

4178. 4177 Het schip gouda dat voor de mallabaar ben. ondergaan Daar wij liefst bij het gebreeken aan zijn rondhout touwerk sonderlinge deeser omis= en zeilen gezonden worden, na gale van waar het is vertrocken na Batavia. „sie niet zullen. stilstaen zo en dit schip op zijn vertrek stond en we nog niet ontvangen hadden de berigten van de gekommitteerdens willen wij egter de mi„ die dit pernaal en het Jonanaal nesters de strikste ob= van den Chirurgijn volgens den bedienden en brief van den 29. ' Julij servantie der voormelde 1787. hadden g'examineerd schree„ ordres onder anderen „ven we hem bij brief van den 14. ' aug:s aan, dat zoo de afschriften vervat bij onze brief van der voorsz: berichten met hunne advisen moetten zenden aan Hunne 8. oktober 1751. ten ern„ Hoog Edelheeden. te hebben dat ook stigsten hebben aan„ gedaan, dog bij vergissing hebben te tevens het scheeps Journaal t selve bevoolen. na Batavia verzenden, insteede van het aan ons te zenden om uw Ed: Hoog agtb: te worden aangebooden. Alleen hier uit is dit abuijs ontstaan om het zelve zo veel mogelijk te repareeren zijn hunne Hoog Edelheeden verzogt dat gemelde scheeps Journaal dat de gaalsche bedienden nevens hunne brief van den 18. ' aug:s 1787. aan hoogst deselve hebben gesonden, als nog van Batavia mag worden gesonden, aan uw wel Edele Hoog achtb: Buiten waar dit enkelde geval, (over we nedrig om verschooning versoeken, is de hier ter zeide vermelde ordre van het Jaar 1751. hier steeds zonder eenige afwijking nage„ komen zoo als dat ook in den aanstaande zonder afwijking geschieden zal wal uitgekomen moett om de veele §. 282. mer 107 708 §. 282. Wij approbeeren de door uE: gegeeve rekomman„ „datie om de retoerbodems bij vervolg spoediger te expedieeren en de ingevol¬ E ge daar van gedaane vernieuwing door de mi¬ „nisters der ordres om„ „trend dat stuk gestalu„ „eerd; dan daar het de ministers zelve was voor„ gekoomen dat de door de Gaalsche bedienden gegeeve reedenen waar¬ om het schip De Draak niet Eerder had kunnen worden g'expedieerd en de nadere ver„ „antwoording 7p 4178. 109 antwoording Juijst niet zeer voldoende waaren moeten wij remarqueeren dat de ministers deeze zaak om reeden voor„ „namentlijk, dat het eene gedaane zaak was niet hadden moeten passee„ ren, maar die geene die daar van de oor„ zaak was geweest een billijke staaf hadden moeten opleggen, op dat de Kompagnie bij vervolg met meer„ „der vigilantie mogt be„ „diend worden, en daar door diergelijke schaaden worden m 112 worden voorgekoomen, als nu het schip De Draak voorgekoomen is, kunnende wy voorts niet voor bij aantemerken, dat de ministers bij haaren e brief aan reh: van 14. e aug: 1787. scheinen ver„ „geeten te zijn, dat zij de gaalsche bedienden by brief van 31e Maart niet geheel van pligt verzuijm hadden vrij gekend, daar zij bij dezelve zeggen dat zij alles gedaan had„ den, wat van hun athing, om de retour scheepen 4179. 111 scheepen op zijn tijd te kunnen expedieeren, voorts tot ontschuldiging bij brengende, dat er som¬ „tijds zaaken zijn buij¬ „ten Jmenschen vermoo„ „gen die een spoedige Expediatsie beletten, het welk zij tragten te bevestigen met eenige voorbeelden van scheepen die laat vertrokken waaren en de reize nogtans gelukkig volbragt hadden. §. 283 Behalven dat het nu zeer kwalijk is wan„ „neer men eene zaak in Nt. 118 in zijn aart nadeelig door eenige voorbeelden die wel gereusseerd zijn en geen kwaade gevolgen gehad hebben tragt goed te verklaaren en het ingevolge uwe zeer Juiste reflexien beeter waare geweest wanneer de ministers zig hadden gespiegeld aan die gevallen waar in eene te laate expe„ dietsien de gevreesde gevolgen daadelijk gehad heeft, zo hebben de minis„ „ters zig ook zeer verkeer delijk op de voorm: gevallen in deesen beroe„ „pen ni 4180. 112 „pen, dewijl zij zelve bij hunnen brief van 31. — Maart te kennen geeven dat de zeer vreemde bestelling van het em„ „ploijeeren der Kalfater aan het schip Zeeland als meede dat de mon„ stering twee daegen na dat het schip reeds vol„ „laaden was geschied was, als de oorzaaken waarin aantemerken, waarom dit schip niet spoediger g ' Expedieerd was geworden in deesen oorzaaken geenzints boven het bereijk van 'smenschen vermogen m 11 vermoogen maar in tegen„ deel van eene slagte di„ rectie der bediendens ons staan zijn Wij rekommandeeren de ministers dierhalven zig bij vervolg te onthouden van de kwaade bedrijven der bedienden met ver„ „keerde reedenen te willen verontschuldigen als 't welk eeniglijk strek kan kan om aan die bedien„ „dens gelegenheid te gee „ven om te gemakkelijker in hunne verkeerde ver„ „handelingen voort te „vaaren. En daar wij zo meenig maal ms 4181. 1 „maal bij herhaaling de spoediger expedietsie der retoerscheepen hebben aan bevoolen en wel bij„ zonder bij onsen brief van 27. ' Zeptember 1751. en 4. oktober 1765. zoo als ook UE: bij successive resolutien en aanschrij„ „vingen de ministers zulx hebben gerekomman„ „deert en de ondervinding nogtans heeft geleerd dat de gaalsche be„ „dienden daar aan - niet hebben voldaan en het niet altoos aan on„ overkomelijke beletzelen maar # maar in tegendeel veel al aan kwaade direktie /:zo als met het schip De Draak is toe„ „teschrijven zoo hebben wij goedgevonden mits deesen vast te stellen dat de Ceilonsche mi„ nisters in elk geval waar in de retour boodems laater dan de bepaaling, zullen zijn in gereedheid gebaagt van de gaalsche bediendens zullen vorderen, eene specifike verantwoording, en aanwij zing der reedenen waar door zulx is veroorzaakt en dat wan „neer die reedenen met voldoende zijn

NL-HaNA_1.04.02_3889_0195 view scan ↗

English

4182. 117 4 the Commander and Master of Equipage at Galle shall be fined, each with a penalty of one hundred rixdollars for each day that such a vessel shall be detained longer than the appointed time, and that without prejudice to such further measures as their misconduct might require in those cases, in which connection there must also be taken into consideration in particular the perils which 25 118 This shall be dutifully complied with. might befall such vessels on account of their late dispatch. And the ministers shall be obliged to send us their resolutions taken in that regard, together with the vouchers and reasons serving therefor, by the first upcoming opportunity of ships, in order that we ourselves may be watchful and convinced of the strict execution of this order, so that not the least leniency is exercised in that regard. § 284. When we review the meager 4183. meager accountability of the Master of Equipage Abo concerning the left-behind 450 bales of cinnamon, besides a considerable number of packs of linen for sale, with the ships of the second consignment, and the judgment passed on it by the ministers, and that the aforesaid Master of Equipage was able to err up to 450 bales, or nearly one third of its cinnamon cargo then contained, in the loading of the ship De Draak, it surprises us 7 20 not only that the ministers did not immediately take this matter more seriously, but we also see with displeasure that you simply passed over a matter of that importance, although we will not express ourselves further regarding his maladministration on this point, as we expect that our instructions of the aforesaid year have already been fulfilled in his regard; it nevertheless surprises us the great lenience with which you seem to have treated his conduct in 4184. 120 everything, since you also turned a blind eye to the improper loading of the ship Zeeland, although yourself acknowledging that the reasons of excuse brought forward by the Galle officials were completely unsatisfactory. § 285. The Galle officials likewise write to have exercised very little vigilance regarding this loading, since in their letter to you concerning the said ship Zeeland they have written that the same could not take in more than its existing cargo, although it was evident to you that the hold of this ship had not been fully laden, notwithstanding the water casks and provisions that were stowed in the same and which otherwise could have been placed between decks, from which it appears that they simply acquiesced in the statement made to them, without investigating whether the ship truly 4185. 123 must be fully laden with the declared goods or not. § 286. In like manner, these officials, in their letter of 11 February 1787 to us, without troubling themselves to investigate the true reason for the short-loading of the ship Het Hof ter Linde, simply stated that lack of space and the narrowness of the water-bay were the reasons that no more was loaded into this ship, whereas it now nevertheless appears afterwards that 124 This shall be dutifully complied with. that it must be attributed to ignorance and poor direction; we therefore most earnestly recommend the Galle officials to maintain more supervision in the future regarding a matter of that importance, since we would otherwise be forced to hold them accountable for such gross mistakes, approving meanwhile the established orders of the Council of Ceylon ministers to prevent the improper loading of ships in the future, while we expect that these orders will be observed especially with regard to the return 4186. We request to refer regarding this subject to our humble answer to § 232 of the extract from your Right Honorable's highly respected missive of 4 December 1788 to their High Mightinesses, inserted in our humble letter to their High Mightinesses of 27 January 1790, and take the liberty only to note in addition that the Master of Equipage Staens, as appears from our respectful letter to their High Mightinesses of 7 May last, § 65, has declared in a petition, a copy of which was sent to their High Mightinesses and which is also enclosed herewith in copy, that ropes of 95 fathoms are sufficient for the mooring of ships in the bay of Galle, except only against heavy seas from the south, which stand directly on the bay but are very rare, and that we have therefore ordered to Galle that in the future until return vessels. § 287. Since we in this country have been able to perceive little evidence of competence in the Master of Equipage Abo in all his actions, it has furthermore surprised us that you acquiesced in the report submitted by him concerning the Galle bay and the length of the ropes with which the ships could lie in the same, although the report of the Colombo Master of Equipage Andringa and the Naval Lieutenant Edema, who according to the

Dutch transcription

4182. 117 4 zijn de kommandeur en Equipagiemeester te Gale zullen worden gemulcheerd, ieder met een boete van Een Hondert rijx¬ 6. daalders voor elke daij„ welke zodanig schip langer dan de bepaal„ „de tijd zal zijn, op ge„ houden en zulx onver„ mindert zodaanige nadere disposietsien als hun wangedrag in die gevallen zoude moogen vereissen waar omtrend ook in 't bij„ „zonder in aanmerking zullen moeten worden ge„ nomen de kampen welke aan nans 25 118 Dit zal schuld pligtig wond en nage„ „komen aan zodaanige bodems „hoofde hunner laate depech zouden mogen overkomen En zullen de ministers gehouden zijn ons húnn daaromtrend genoome be „sluijten met de bescheide en reedenen daar toe de nende met de eerst voor „koomende scheeps geleg „heeden overtezenden ten einde op de stricte uijt „voering deeser ordre ook zelve waakzaam en over „tuigd te kunnen zijn, dat daar omtrend geen de minste inschikkelijkheid word gebruijkt § 284. Wanneer wij nagaan de sobere m 2 4183. sobere verantwoording van den Equipagiemeester Abo wegens het agter blijven van 450. baalen Kanneel buijten een aansienlijk getal lijwaat pakken voor de koop met de schee„ „pen van de tweede besen„ „ding en het oordeel door de ministers daar over geveld en dat de voornoem „de Equipagiemeester zig in de belading van 't schip De Draak tot 450. baalen of bij na een derde van zijne als nu in„ gehad hebbende kanneel laading heeft kunnen vergissen bevreemd het ons me 7 20 ons niet alleen dat de ministers deeze zaak niet ter stond ernstigen hebben opgenoomen maa zien wy ook met onge „noegen dat UE: eene zaak van dat gewigt eenvoudig hebben gepas„ =seerd, of schoon wij ons ten deejen over zijn wanbestier niet verder zullen uitlacten daar wij verwagten dat aan ons aanschrijvens van het voorsz Jaar ten zijnen opzigte reeds zal zijn voldaan, bevreemd ons egter de groote toegevenheid waar„ meede UE: zyn gedrag. in no 4184 120 in alles schijnen te hebben behandeld, daar UE: ook de wanlading van het schip Zeeland hebben door de vingeren gezien, schoon zelve er kannende dat de reedenen van ver„ „ontschuldiging door de gaalsche besiendens bij „gebragt, gants miet vol„ „doende waaren §. 285. De gaalsche bediendens schrijven insgelyks om¬ „trend deese belaading zeer wynig vigilantie te hebben gebruijkt, daar zij bij hunnen brief aan UE: omtrend het gemelde schip Zeeland hebben hebben geschreeven, dat het zelve niet meer als zijn inhebbende laeding had kunnen inneemen, schoon het UE: gebleeven is dat het ruijm van dit schip ongeagt de watervaten en provisien die in het zelve geborgen waaren, en die anders tusschen deks hadden kunnen geplaats wor„ „den, niet vollaeden was geweest, waar uijt blijkt dat zij in de aan hun gedaene opgaeve een„ „voudig hebben berust, zon„ „der nate gaan, of 't schip„ met de opgegevene goederen waarlijk 4185. 123 waarlijk vollaeden zijn moet of niet. § 286. Op gelijke wijze hebben deese bedienden bij haaren brief van 11e. Februarij 1787. aan ons zonder zig te bekommeren om te onderzoeken na de waare reeden van de minlading van het schip het Hoff ter Linde maar ter neder gesteld, dat gebrek aan ruijmte en de Engte van het waterhok de oorzaaken waaren, dat er in dit schip niet meer ge„ „laaden was, daar het nog„ „tans nu van agteren blijkt dat 124 Dit zal schuldpligtig worden nage„ komen dat 't aan onkunde en kwaade directie moet toege„ „schreven worden; wy recom„ „mandeeren uijt dien hoofde de Gaalsche bedienden ten ernstigste, bij vervolg meer toezigt omtrend een stuk van dat aanbelang te hebben, vermits wij anders genood„ „zaakt zouden worden hun voor zulke grove misslagen aansprekelijk te houden, approbeerende intusschen de gestelde orders der ceil onse ministers, om bij vervolg het wanlaaden der scheepen voortekomen, terwijl wij verwagten, dat deese orders bijzonder ten opzigte der retour m 4186 we verzoeken ons nopens dit onder„ retour boodems zullen ge„ „observeerd worden §. 287. Daar wij hier te lande wijnig blijken van kunde nedrig antwoord op §. 232. van het Extrakt uit uw wel Edele Hoog achtb: bij den Equipagiemeester zeer gerespekteerde missive van den Abo in alle zijne daaden 4. ' december 1788. aan Hunne Hoog Edelheeden geinsereerd bij onsen kunnen bespeuren heeft nedrigen brief aan Hunne Hoog ons al verder verwondert Edelheeden van den 27 ' Jann: 1790. en neemen de vrijheid daar bij nog dat uE: in het berigt door alleen aantemerken, dat de Equipa„ „giemeester staens blijkens enzen hem ingediend omtrend eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 7. ' maij jongst de gaalsche baaij en de lieden §. 65. bij een addres in lengte der touwen voor kopij aan Hunne Hoog Edelheeden gezonden en het welk ook in kopij welke de scheepen in de„ hier nevens gaat, heeft verklaard, zelve zouden kunnen leg„ dat touwen van 95. vaamen toerij„ kende zijn, tot het vertuijen der schee„ „gen hebben berust, alhoe„ „pen in de baaij van gale behalven alleen tegens verloopen uit 't zuiden „wel 't berigt van den ko„ die daar vlak op de baaij staan lomboschen Equipagiemeester dog zeer zeldzaam zijn, en dat we daarom na gale hebben be„ voolen dat in den aanstaande tot Andringa en den Luijte ter Zee Edema die volgens werp te mogen gedraagen aan ons het. het man 102

NL-HaNA_1.04.02_3889_0204 view scan ↗

English

the testimony of the ministers who had very good knowledge of the Galle bay was very contrary to that of Abo, and you yourselves have had to acknowledge that the reports added no greater certainty to the matter itself. For the mooring of ships, ropes of 95 fathoms must be used, only excepted in single cases when weather and wind require that ropes of greater length be used for that purpose, according to the proposal of the said master attendant and as we also instructed the servants at Galle by our letter of 27 February 1787. And as the said master attendant, in another report that likewise goes over among the enclosures, further declared that he thought he would also be able to manage for the ropes fitted at Galle with the customary write-offs used here, we have, as appears from section 67 of our said letter to Their High Nobilities, further recommended to the servants at Galle to have the write-off of coir done in the future for the ropes fitted at Galle on the footing customary here. Regarding the write-off of coir done by the former master attendant Abo after our letter of 1 November of last year was received there, the Galle servants have been ordered to investigate how much was written off in excess by him, and we shall decide upon this as soon as we have received the Galle servants' report thereon. This latter matter makes us desire that this piece be investigated further and the Galle bay be surveyed by disinterested members, and that it then be determined of what length the ropes by which the ships must lie in the said bay ought henceforth to be for the greatest profit of the Company, and that the judgment of such experts then be complied with without delay. The length of 95 fathoms having of old been judged necessary, we think that it will agree with Your Right Honourable Nobility's intention that we have the investigation ordered in this matter carried out promptly. To discharge this, we have communicated the report of Captain Adams mentioned here in the margin. If in the future any uncertainty should again arise on this matter, Section 288. It has also appeared strange to us, the reason why the master attendant Abo could find not the least saving in the laying of short ropes, namely because when a longer rope happened to break, if it had the proper length, this could still serve for a spring, whereas it is nevertheless known that for springs ropes of that thickness by which the ships lie at anchor are not taken; and even if we were to concede such a thing, we still see no reason why a rope of 95 fathoms, having been broken, would not yield a piece that could serve for a spring. Section 289. Since the tests with the anti-pestilential vinegar conducted both here and at Batavia have shown that the same is of no greater efficacy than the ordinary vinegar, it will now no longer be necessary to dispatch any cases of that vinegar hither with the ships, from which those ministers are consequently hereby dispensed, all the more so since, should we ever choose to provide the same to the outgoing ships, one could prepare them according to the recipe available here. Section 290. We have seen with surprise, from the Galle resolution of 11 January 1787 transmitted with the enclosures by the ship Doggersbank, that the servants there have seen fit to decide to have the so-called over-supplied provisions made good in kind to the captain of the ship Veere, although Commander Kraijenhoff was of the opinion that such provisions ought not to be reimbursed, as being actually not over-supplied, but only caused by the reduction of the rations, as usually takes place on a long voyage. We cannot therefore conceal our displeasure from the Galle servants who have taken this resolution, and earnestly recommend them in the future not to subordinate the interests of the Company to those of others for any reasons, but on the contrary to attend to the same with greater zeal, approving on the other hand the decision taken by the Ceylon ministers to annul the aforementioned resolution of the Galle servants and not to allow the reimbursement to take place. Section 291. We provisionally acquiesce in the orders sent by you to the ministers with respect to the answering of the salute of the French ships when the State's ships are lying in the roadstead, in the hope that no disagreeable consequences for the Company will arise therefrom, wherefore we also wish to have recommended to the respective governors and commanders to do everything that could prevent such unpleasantnesses. For the recovery of the three heavy anchors mentioned here in the margin, as appears from the Trincomalee accounts, no expenses were incurred. Section 292. In case of restitution of the 3 heavy anchors which the State's warships left behind in the bay of Trincomalee, we expect that the same will be charged with the costs incurred for their recovery. Section 293. We approve your order given to the ministers not to provide any more extra provisions to the State's captains, but maintain your authorization to provide to the State's

Dutch transcription

122 het vertuijen van scheepen touwen, van het getuijgenis der ministers 95: v=m moeten worden gebruikt, alleen uitgezonderd in enkelde gevallen wanneer zeer goede kennis der weer en wind vereischt dat daar toe volgens het voorstel van gem: Equipa„ gaalsche baaij hadden, „giemeester en zoo als we dat ook bij onsen brief van den 27. ' febr: 1787. den bedienden zeer strijdig met dat van te gale hebben aangeschreeven touwen van meerder langte va worden gebruikt en wijl Abo is, en UE: zelve hebben gem: Equipagie meester bij een ander berigt dat insgelijks onder de bijlagen overgaat moeten erkennen, dat er nog heeft verklaard dat hij dagt, ook voor de touwen die te gale werden aangeslagen door de berigten geen meer te zullen kunnen uitkomen met de alhier der zeekerheid aan de gewoone afschrijvingen, hebben we blij„ ^zaak „kens §: 67. van gem: onzen brief aan zelve was toegebragt Hunne Hoog Edelb: den bedienden te gale nog aanbevoolen om in den aan„ staande voor de touwen die te gale worden aangeslagen de afschrijving van kaijer te laaten doen op den hier ogebruijke lijken voet„ Nopens de afschrijving van kaijer door de geweesen Equipagiemeester Abo gedaan, na dat aldaar ontvangen is onzen brief van den 1. ' november J:o leeden zijnd de gaalsche bediendens gelast om te onderzoeken hoe veel door hem te veel is afgeschreeven en zullen we daar op disponeeren zoo daa we der gaal„ „sche bedienden bericht daar op zullen hebben ontvangen. De lengte van 95. v=m van ouds nodig g'oordeeld zijnde, danken we dat het met uw wel Edele Hoog Dit laatste doet ons ver„ „langen dat dit stuk nader achtb: onder zogt 2 ƒ8 4487. 2 achtb: intentie zal over een stemmen, dat we dien aangaande in het hier „te ontslaan, zullen we het hier ter rijden geordonneerde onderzoek ten eersten laaten doen. bovengem: bericht van kapitein Atams hebben bemilt. zoo er in 't vervolg op dit onderzogt en de Gaalsche baaij door ongeintresseer„ stuk op nieuw eenige onbeekerheid mog „ de leeden worde opgeno„ „men en als dan bepaald van welke lengte de touwen voor welke de scheepen in gem: baaij moeten leggen ten meesten profijte van de komp: voortaan zou„ den behooren te zijn, en dat als dan aan de reijt„ „spraak van zodanige des kundigen zonder uit„ „stal werde voldaan §288. sonderling is ons ook voor„ „gekoomen de reede waer„ om de Equipagiemees„ „ter Abo geene de minste 6 m 123 minste bespaaring kon vinden in het slaan van korte touwen om dat namentlijk wanneer een langer touw kwam te breeken, zoo het de behoorlijke lengte had, dit nog voor een spring zoude kunnen dienen, daar het toch bekend is dat tot springen niet genomen worden touwen van die dikte, als waar voor de scheepen ten anker leg¬ „gen, en schoon wij zulx al eens toestemde, Leen wij nog geene reeden waarom een touw van Uip 4188 124 95. vadem gebrooken zijn „de niet een stuk zoude uitleeveren het welk tot een spring zoude kunnen dienen. §. 289. Daar de proeven met de antipestilentialen azijn zoo hier als op Batavia genoomen, hebben aange¬ „toond dat deselve van geen meerder kragt is, dan de ordinaire azijn zal het nu niet meer behoeven van die azijn met de schee¬ „pen eenige kelders na herwaards aftezenden, waar van die ministers dien volgende mits deesen worden gedispenseerd te meer meer daar wanneer wij al eens verkoosen om de selve op de uijtgaande scheepen meede te geeven men ze volgens het hier aan handen zijnde re „cept zoude kunnen pre„ „pareeren. §290 Wij hebben met verwon„ „dering gezien, uijt de gaalsche resolutie van den 11:e Januarij 1787: overder de bijlaegen met 't schip de Doggersbank over„ gekoomen dat de bedien „den aldaar hebben kun „nen goedvinden te besluig „ten om de zoo genaamde over verstrekste provisien aan To 4189. 181. aan den kapitein van het schip veere in natura te laaten goed doen, schoon de gezaghebber Kraijen„ „hoff van gevoelen was, dat diergelijke provisien niet behoorden vergoed te worden, als zijnde eigent„ „lijk niet over verstrekt, maar alleen door de ver„ „mindering der randzoenen /: zoo als gewoonlijk op een lange reese plaats heeft:/ veroorsaakt. wij kunnen dus de gaalsche bedien„ den, welke deese reso¬ „lutie genoomen hebben ons ongenoegen niet Verbergen 422 verbergen, en rekomman¬ „deeren hun ernsteg bij vervolg om geene reede¬ „nen de belangens der Kompagnie aan die van anderen agter te stellen, maar integendeel dezelve met meerder iever te behartigen, approbeerende daar teegen het genoomen besluijt der Ceilonsche ministers om de opgemelde reso lutie der gaalsche be„ „dienden te annullee„ ren en de vergoe„ „ding niet te laeten geschieden ƒ291: 4190. 188. § 291. Wij berusten provisioneel in riE: aan de ministers toega„ „sondene ordres, met betrek„ „king tot 't overneemen van het salut der fransche „scheepen, wanneer op de rheede 's Lands Scheepen leggen, in hoope dat daar uijt geene onaangenaame gevolgen voor de maat„ „schappij zullen gebooren worden, waarom wij ook de respektive goeverneurs en kommandeurs willen hebben aanbevolen, om alles aantewenden, het welk diergelijke onaan „genaamheeden zoude Kunnan m 154: Tot het opvissen van de hier ter zeiden vermelde drie swaere ankers zijn blijkens de Jrnikonemaalsche reeke„ „ningen geen onkosten gedaan kunnen voorkomen §. 292. Jn kas van restitutie der 3. zwaare ankers welke 's lands. oorlog schee„ „pen in de baaij van Trin „konomale hebben laaten zitten, verwagten wij dat deselve met tot derzalv„ ver weder verkrijging besteede Kosten zullen worden beswaard. §. 293. wij approbeeren UE: gegeeven ordre aan de ministers om geene Extra provi¬ „sien meer te verstrek„ ken aan 'slands ka# „pitainen dog houden ure qualifikatie, om aan de 's Lands

NL-HaNA_1.04.02_3889_0213 view scan ↗

English

4191 135 the table money of the country's captains to continue to be provided is considered expired, on account of our letter of 24 April of last year, to which we refer. Section 294. We approve the measures taken by the ministers to obtain compensation for board and transport money into the Company's treasury in case the naval cadets, placed on the return vessels pursuant to our permission, should default on their engagement. However, we recommend that they employ all possible means to prevent such default rather, and refer in that regard to what was written by us in the past year, from which we do not doubt the ministers will have been able sufficiently to deduce our serious intention. 136 We shall let this honorable recommendation of Your Right Nobly Revered serve us as due instruction. Section 295. We have learned with displeasure of the poor quality of the opium sent to Ceylon. As this poppy juice was packed in Patna in December 419 2/ December 1785, sent to Batavia with the Brettannia in May 1786, and only shipped from there to this government in 1787, there appears to have been a neglect in that these chests were detained at Batavia for a year, whereby the opium must certainly have dried out and spoiled, as is also stated in the report of the inspector Berghuijs; that the long duration of time seemed to be the cause of this dry condition; 132 wherefore we also expect that you will cause whoever is guilty of this neglect at Batavia to compensate the damage thereby inflicted upon the Company. Furthermore, we cannot let pass unnoticed the considerable quantity of broken porcelain brought with this ship, such that out of 1300 pieces, 140 pieces were found broken, whereas the regulation permits only 2 per cent. And since the ministers in this government 4193. 107 It is not uncommon that both of the cable ropes and the ropes of smaller size brought out with the outward-bound ships, there are occasionally some more or less damaged in such manner as were the ropes brought out with the ship Sparenrijk mentioned in the margin here, as appears among others from our resolution taken upon the delivered Dutch homeward cargoes on 18 October and 28 November 1776, 6 January and 29 September 1778, 18 January and 17 November 1780, as appears from the extracts from the resolution which they send for further proof of Your Noble Grandships. And since all these resolutions were approved by Your Noble Grandships without any remarks, we thought we would do no wrong by conforming to these and other earlier examples. Similar damaged ropes have always been employed here in the least detrimental manner, as was also done with these ropes, according to a report of the naval captain and master of equipage Andringa, which is transmitted among the enclosures, and whereby among others it appears that the cable was found to be 120 fathoms long instead of 129 fathoms, another only 123 fathoms instead of 130 fathoms, a third again of 14 inches thick have understood that the ship's officers should not be charged for those deficits, but have charged them back to Batavia, we expect that you will have ensured that the damage to the Company is properly compensated by the person under whose supervision the packing of the porcelain took place. Section 296. The remark presented to you by the ministers, that they should have sent back to the Netherlands, pursuant to the order, the ropes in such poor condition brought with the ship Sparenrijk, we note as very correct. But when we examine the description which the ministers gave of these ropes and recorded in the Ceylon resolution of 9 December 1785, namely that one of these ropes was found to be 120 fathoms instead of 129 fathoms long, another only 123 fathoms instead of 130 fathoms, a third again of 14 inches thick, 4194 where the same was known in the invoice for 15 inches, and so with all the rest; as well as that of some, diverse strands and yarns were broken, whereby they could not be used except by cutting them to pieces for small cordage; and when we take into consideration the statement made to the committee appointed to examine these ropes by the commissioners at the unloading, Jwijgert and Moltregt, 142 that at the place where the ropes had been stowed they had perceived no sharp iron, etcetera, which one might suppose to have caused damage to these ropes, we cannot reconcile this with the reason which the ministers now state in their letter to you as to why they did not send those ropes to the Netherlands, namely because they were within

Dutch transcription

4191 135 's lands kapitainen tafel gelden te blijven verstrek„ „ken voor vervallen, uijt hoofde van ons aanschrij¬ vens van den 24e. April I:o Leeden, waar toe wij ons gedraegen §. 294. Wij passeeren de door de ministers genoomen maet regulen, om ingeval de kadels de marine, in„ „gevolge onse vergunning op de retour bodems ge „plaatst, aan hun inga„ „gement zouden moogen, in gebreeken blijven, tot kost en transport geld in 's komp:s kas te erlan„ van s 136 wij zullen deeze uw wel Edele Hoog achtb: g'eerde aanbevoeling ons tot schuldig naricht laeten verstrecken „gen, dog rekommandeeren hun alle mogelijke mid= delen in 't werk te stellen, om dat in gebreeke blijven liever voortekoo„ „men, en refereeren ons dien aangaande aan het door ons geschreevene in 't voorleeden Jaar, waar uijt wij niet twijffelen off de ministers zullen on„ „ze serieuse intentie ge noeg hebben kunnen op maeken §. 295. Wij hebben met ongenoegen vernoomen, de slegte qualiteit der na Ceilon afgezondene amphi„ „gen daar dit heulsap in December van 419 2/ december 1785. in Patna af„ „gepakt, in maij 1786. naar Batavia met de brettannia verzonden, en in 1787. eerst van daar naar dit gou= „vernement is afgescheept, schijnt er een verzuim plaats gehad te hebben, dat deeze kisten een Jaar op Batavia zijn aange„ „houden, waar door zeeker de amphioen heeft moeten uitdrogen en bederven, zo als ook bij het be„ rigt van den visita„ „teur Berghuijs word ge„ „zegd; dat de langduurigheid des tijds de oorzaak van deeze droge gesteldheid scheen te 132 te zijn; waarom wij dan ook verwagten dat uE: die geene welke aan dit ver zuijm op Batavia schuldig is, de schaade hier door dan de komp: toegebragt, zullen doen vergoeden, terwijl wij verder niet ongemerkt kun„ „nen passeeren de aanzien „lijke quantiteit gebrooke Procelain met dit schip aangebragt, zoo dat van 1300. stukken 140: p=s ge„ „brooken zijn bevonden, daar het reglement maar 2. p„r C„to permitteerd, en vermits de ministers ten deezen gouverne„ „mente men 4193. 107 Het is niet zeldzaam dat zoo wel van de kabeltouwen als de touwen van mindere groote, die met de bhaarsche scheepen wor„ „mente begreepen hebben, dat de scheeps overheden voor die minderheeden niet moesten belast wor„ „den, maar dezelve naer Batavia hebben te rug gereekend, verwagten wij dat uwh: zullen hebben gezorgd dat de schaede aan de komp: behoorlijk vergoed worde, door die geene, onder wiens op zigte de afpakking dera porce„ „lainen is geschied. §. 296. De remarque door UE: de ministers voorgehouden, „den uitgebragt, 'er nu en dan eenige zijn min of meer zodanig beschadigd als. dat zij de zo slegt gestelde touwen met het schip geweest zijn de met het schip sparenrijk uitgebragte Sparenrijk ƒ 140 touwen geweest zijn Sparenrijk aangebragt in„ uitgebragte touwen hier ter zeide ver„ „meld, zo als dat onder anderen blijkt „gevolge de order na Neder uit onse resolutie genomen op de uit„ „geleverde vaderlandsche laadingen den 18.:' 8ber: en 28. november 1776. 6: Jann: land hadden moeten te en 29. ' 7ber: 1778. 18. Jann: en 17.:' 9ber: 1780. „rug zenden, merken wij blijkens de bxtanten uit deseretitie die zij tot naeder prink van mar aan, als zeer juist; dan Edele Hoog : Lemens zunden en wijl alle deeze resolutien door Hunne als wij nagaan de beschrij„ Hoog Edelh: zonder eenige aanmer„ „kingen zijn geapprobeerd, dagten we „ving welke de ministers niet te zullen mitdoen met ons na deese en andere vroegere voorbeelden van deese touwen hebben te schicken. Diergelijke beschadigde touwen zijn gedaan en vermeld in hier steeds op de min schaadelijke wijze g'emploijeert, zoo als dat ook met deeze de Ceilonsche resoluutsie touwen geschied is, blijkens een bericht van den kapitain ter zee en Equipagie„ van 9. December 1785., meester Andringa dat onder de bijlagen dat namelijk een dier overgaat, en waar bij onder anderen blijkt dat de konde en den aan deese touwen 120. v=m in steede van 129. v=m lang be„ vonden was, een ander maar 123. v=m in plaats van 130. v=m, een derde wederom van 14. duijm dik 4194 Ttt. dik daar het zelve voor 15. duim bij de faktuur be„ kend stond, en zo van alle de overige als meede dat van sommige diverse strengen, en draeden gebrooken waaren, waar door ze niet te gebruijken waaren, als om ze tot klijn touwe werk aan stukken te kappen, en wanneer wij in aanmer„ king neemen de verklae¬ „ring die de gekommit„ teerden bij de ontlaa„ „ding Jwijgert en Mol„ „tregt aan de kommis„ „see ter examinatie dier 142 dier touwen benoemd hebben gedaan, dat zij ter plaatse alwaar de touwen geborgen waaren geweest, geen scherp-ijzer Etc=a ontwaard hadden, dat men zoude veronder„ „stellen schaade aan deese touwen toegebragt te hebben, kunnen wij zulx niet over een brengen met de reeden die de ministers als nu bij hun „nen brief aan UE: op„ „geeven, waarom zij die touwen niet naar Nederlands hebben gezon „den, om dat ze namentlijk binnen

NL-HaNA_1.04.02_3889_0221 view scan ↗

English

Section 297. We desire the ministers' elucidation concerning this contradiction, which we hope will be so satisfactory that it will entirely remove all adverse impressions that such conflicting reports must necessarily make, while we must furthermore remark on this matter that if the ministers had been convinced of the latter premise, namely that those ropes had not been shipped out from the Netherlands so defective, but had acquired these significant defects after shipment, they should not in their letter to us of 30 January 1786 have presented the condition of these ropes as though they had been sent from here with the defects, but on the contrary, they should have conducted a strict investigation into the causes of these defects, whether they were sustained on board or during unloading or ashore, and by whose agency this might have occurred, in order that, having obtained proper information about it, they could have these disadvantages, which are of very great importance, compensated to the Company, or at least devise means whereby the same would be prevented in the future. Section 298. We therefore expect that the ministers will henceforth take the Company's interests to heart with greater vigilance and have furthermore for good reasons seen fit to determine hereby that henceforth not only the ropework that the ministers shall judge not to have been in good condition before shipment, but also all that which they shall believe to have received damage aboard ship, shall without distinction immediately be sent back to Europe. That the committee members Swijgert and Moltregt declared that at the place where these ropes lay stowed on board they saw no scoop, iron, or other harmful instrument by which the damage to these ropes could have been caused; this indeed serves as proof that no such goods as could naturally cause damage to them were stowed near or lay by the ropes, and that so far no carelessness was committed, yet the ropes may nevertheless have sustained the damages found on them through chafing against the large mat behind which they lay stowed, or against some other part of the ship that they could have touched. We thought we might assume this with good reason, and we therefore thought we could do no better than to have these ropes used in the service of the Company in the least harmful manner. We came to this decision all the more because the captains Van Vlaanderen and De Klerk testified that the rope of 18 inches was fit enough to be entrusted to a Company ship; that to the one of 15 and a half inches a boat or two-masted vessel could be entrusted; and that the ropes of 14 and 13 and a half inches could be used for making iron and wheel hawsers and other small cordage. Their addition that these could be used for the same work as is performed with them in Batavia also made us think that it is also a custom in Batavia in such circumstances to use such damaged ropes for such purposes as they may still serve. It did not appear, and there was not even reason to suspect, that anyone among the ship's crew could in any respect be held guilty of the damage found on these ropes. We thought we could rest assured, as we still think, that these ropes, sent for the Amsterdam Chamber and spun there in the Honorable Company's ropewalk, the ropework of which has always been found sound, were not shipped thus damaged, and as we thus saw that no person could be held liable for this damage, we did not think that it could be of any use to the interest of the Company to send these ropes back to Europe. In our humble letter to Your Right Honorable Excellencies of 28 January 1786 mentioned alongside here, we had not the slightest intention of presenting the condition of those ropes, as far as the damage found on them is concerned, as though they had been sent from the fatherland in such a state. Further investigation into the cause of the defects found on these ropes than was done could not take place, because these defects were only discovered after the ropes were removed from the places where they lay aboard ship and had already been sent ashore. We hope that the foregoing will exonerate us from the suspicion as though we had not sought to act dutifully in this and had not taken the interests of the Company sufficiently to heart. Henceforth we shall dutifully observe Your Right Honorable Excellencies' highly esteemed order mentioned alongside here to send all ropework back to Europe, whether it might be suspected that it was not in good condition before shipment, or that the ropes sustained the damages found on them aboard ship.

Dutch transcription

4195. 770 binnen boord beschaa Dat de gekommitteerdens swijgert en het touw van 18. d=m bequaam genoeg was om digt waaren geworden. §. 297. Wij begeeren der ministeren elucidatie omtrend deese Moltregt hebben verklaard dat ze ter plaatse daar deeze touwen aan boord tegenstrijdigheid, welke gestuwd hebben geleegen geen scheyp, ijzer of ander schaadelijk instrument gezien wij hoopen, dat zoo vol„ hadden waar door de schaade aan deese teuwen soude toegebragt zijn; strakt wel ten bewijze dat bij de touwen niet zijn doende zal weesen, dat gebengen geweest of geleegen hebben, zi alle nadeelige im„ zulke goederen die natuurlijker wijze daar aan schaade konde toebrengen, en pressie welke diergelijke dat ir in zo verre geen onvoorsigtigheid is begaan, dog de touwen kunnen des verschillende opgaven niet te min door het schaaven tegens de groote matt waar agter ze gestuwt noodzaakelijk moeten geleegen hebben, of tegens eenig ander gedeelte van het schip waar aan te maeken, geheel zal weg„ hebben kunnen raaken, gekreegen hebben, neemen, terwijl wij voorts de schaadens die daar aan zijn bevonden. we dogten dit, zelfs met veel gaonds te hier omtrend nog moeten mogen veronderstellen en wij dogten daarom niet beter te kunnen doen dan om remarqueeren, dat bij deeze touwen in den dienst van de komp: te doen gebruijken op de minst schaa„ aldien de ministers van delijke wijze. we zijn te meer tot dit besluit gekoomen wijl de kapiteins van het laatst gestelde, dat vlaanderen en de klerk hebben betuigd, dat namentlijk die touwen niet 144 en een komp:s schip aan te vertrouwen niet zodanig gebrekkig dat aan dat van 15. ½ d=m een bank of twee malt vaartuig konde worden vertrouwt uit nederland waaren en dat de touwen van 14. en 13. ½ d=m konde gebruikt worden tot het maaken van ijzer afgelaaden, maar deese en wieltrossen en ander klijn touwaak gewigtige gebreeken na Hun bijvoegsel dat deeze konde worden gebruikt tot het zelvde waak als daar„ den afscheep bekoomen meede te Batavia verrigt word, deed ons boven dien denken dat het ook te hadden waaren over„ Batavia een gebruik is in diergelijke ge„ leegendheeden, zulke beschadigde touwen „tuigd geweest, zij bij haa te gebruijken tot zodanige einde als ze nog dienen kunnen. aen brief aan ons van Het bleek niet, en en was zelvs geen reeden om te vermoeden, dat imand der schee„ 30. Januarij 1786. deese „pelingen in eenig opzigt konde schuldig g'acht worden, aan de aan deeze tou„ gesteldheid, dier touwen „wen bevondene schaade we dogten ons te niet zodanig hadden kunnen verzekerd houden, zoo als we dat ook als nog danken dat deese touwen moeten voordraegen, als voor de kamer Amsterdam verzonden en daar in EComp:s lijnbaan geslagen of ze met de gebreeken waar van het touwerk steeds deugd„ „zaam bevonden is, niet dus beschadigd van hier waaren ver„ kende zijn afgescheept, en wijl we dus niet zagen, dat eenig mensch voor deeze zonden, maar dat zij schaade konde worden aangesprooken, dagten we niet, dat het voor het belang integendeel een strikt van de komp: van eenigen dienst konde zijn, om deeze touwen terug te zenden onderzoek naar de oozzaeken van na Europa deeze ƒ Bij. 4196. 145 „ze binnen scheeps boord geleegen hebben, en bereeds waaren gezonden na de wal. deeze defecten hadden „Bij onsen nedrigen brief aan uw wel Ed: Hoog achtb: van den 28.:' Janu: 1786. hier moeten doen of ze aan ten zeide vermeld hebben we geen de minste intentie gehad om de gesteedheid deelen touwen, zoo verre de daar aan be„ boord of bij de ontschee„ „vondene schaade aangaat, voor tedragen, „ping of aan de wal waa„ als of 2e duldanig uit het vaderland waaren verzonden. Meerder onderzoeken „ren aangekoomen, en dan gedaan zijn, na de oorzaeke van de aan deeze touwen bevondene defokten door wiens toe doen zulx kende in niet geschieden, wijl deese dafek„ „ten eerst ontdekt zijn na dat de touwen mogt geschied zijn, om waaren genomen van de plaatsen waar behoorlijke in formaa tie daar van bekoomen hebbende aan de Komp: deeze van zeer veel be„ lang zijnde na deelen te kunnen doen vergoeden, of ten minsten middelen te beramen waar door dezelve bij vervolg wier„ „den gepreevenieerd. §. 298. Wij verwagten dus dat men 1i6 de ministers voortaan we hoopen dat het voorenstaande ons zal vrijspreeken van de verdenking als of met meerder vigilantie we in deesen niet pligtmatig hadden zoeken te handelen en de belangens van de Kompagnies belangens komp: niet genoeg zouden hebben ter harte genomen. voortaan zullen we schuld„ „pligtig observeeren uw wel Edele Hoog zullen ter harte neemen „achtb: hier nevens vermeld hoog g'eerde en hebben voorts om ordre om al het tenwaak naar Europa terug te zenden, het hij dat men mogte reedenen goedgevonden vermeeden dat het voor de afscheeping kunnen in geen goeden staat geweest is, dan wel mits deezen te bepaalen dat de touwen de daar aan bevondene schaadens bekoomen hebben binnen scheeps dat voortaan niet allee het touwerk 't welk de ministers zullen oordee „len voor de afscheeping in geen goeden staat te zijn geweest, maar ook al dat geene, 't welk zij meenen zullen binnen scheeps boord schaade hebben bekoomen, zonde onderscheid onmiddelijk boord. naar 65

NL-HaNA_1.04.02_3889_0225 view scan ↗

English

4197. 147 Section 299. We have observed with surprise that the ministers, in their letter to you of 14 August 1787, gave as a reason why they had not sent the 177 defective muskets brought by the ship Zeeland back to the fatherland, that the defects in them could be repaired there. Whereas now these same ministers, in their missive to us of 30 January 1787 concerning those same muskets, report that various of these muskets had defects that in part could not be remedied. Such a contradiction in the counsels of the ministers seems to show either that they do not sufficiently inform themselves of the true state of affairs before they write about them, or that to excuse themselves for an error, they do not make use of the strictest accuracy. From a sworn report by the master of the armory, which is included among the annexes, it appears that the aforementioned 177 muskets were all properly repaired by him, for which, according to a note annexed to this report, the following were used: 4 gun trigger guards 4 ramrods 65 gun stocks 8¼ lb. iron ¼ lb. steel ¼ lb. copper ½ lb. solder ¼ lb. borax ¼ lb. iron wire 4 pieces locks 4 bayonets. According to the said report of the master of the armory, these muskets have since been shipped to Trincomalee in good condition among a parcel of 200 pieces, as is further evident from a copy annexed to the aforementioned report of the report of the two officers in whose presence the shipment took place. In this resolution, we have also guided ourselves by earlier examples approved by Their High Mightinesses, such as, among others, the resolutions taken upon the findings regarding the delivered cargo from the fatherland by the ship Stavenisse on 23 September 1783 and the cargo of the ship Willem de Vijfde on 16 February 1785. According to the first resolution, among the 500 muskets delivered, there were 6 pieces of which the barrels and 141 pieces of which the stocks were cracked and unserviceable; of 145 pieces, the barrels had hollows, though they were usable; and 2 pieces were missing. Of the 500 bayonets, 1 was unserviceable and likewise 2 were missing; and by this resolution, in accordance with the proposal made by the Chief Administrator, it was resolved to write off the missing 2 muskets and 2 bayonets, as well as the unserviceable musket barrels, the unserviceable stocks with the 1 unserviceable bayonet, and the unserviceable bayonet scabbards; and to send the unserviceable barrels and 1 bayonet to the Netherlands as ballast. According to the second resolution, among 500 muskets, there were 129 pieces of which the stocks were cracked and unusable; of 94 pieces, 48 barrels had internal hollows and of 48 pieces the stocks were broken to pieces and unserviceable; of 50 pieces, 14 stocks were cracked and 4198. 27 unserviceable and the barrels had large hollows, internally with hairline cracks, fire spots below and above, those of iron and many other defects. This has dutifully been complied with as stated above, and from it appears that the defects that could not be repaired here were only very few. We therefore order the ministers to inform us further on how matters actually stand with those muskets, as they will have seen from our last letter dispatched to you that we had expected them, in conformity with the orders concerning this, to have sent some of them over to this place. Section 300. As the shortfall in the weight of the rice brought by the ship Dordrecht, which has appeared to us as very significant, according to the testimony of the Ceylon ministers cannot well be attributed to the captain, we must determine that the cause of this is to be sought at Batavia, as well as for the large quantity of sappanwood that this ship delivered short of what it should have, since this wood was only sent on board with open boats, without weight or care, which shows very poor management. All of which can also be said of the substantial deliveries of rice by the chartered ships, especially with regard to the ship De Maria, which cargo of rice appears to have been very bad indeed, as the same upon winnowing gave a loss of 5 7/8 percent, and thus the Company in this matter seems to have been very poorly served both in quality 4199. 154 N72. and in weight. We trust, therefore, that you will have ordered a strict inquiry to be made into this, and will have required those who provided these goods to account for themselves on this matter; and that you, if such was done improperly, will have made those servants compensate the Company for the damage caused.

Dutch transcription

4197. 147 Bij een b'eedigd rapport van de baas van de wapenkamer dat onder de bijlagen over„ „gaat, blijkt dat de voorsz: 177. geweeren alle door hem behoorlijk zijn gerepareerd, waar 4. „ geweer beugels 4. „ laadstocken §. 299. Met verwondering hebben wij gezien, dat de mi„ toe volgens een aan dit rapport g'annexeerde nisters bij hunnen brief aan uE: van 14. aug=s 1787. voor eene reeden waer 65. – „ laahenten om zij de 177. gebrekki„ 8¼ lb. ijser —¼ „ staal —¼. „ koper „ge geweezen met het —½ „ Raadsoldeersal —¼ „ bonax — ¼ „ ijzerdraad. schip Zeeland aangebragt deeze geweeren zijn blijkens gem: rapport van de baas van de wapenkamer zedert niet naar het vaderland onder een partij van 200. stux in een goeden staat afgescheept na Tainkonomale, hadden terug gezonden, zoo als dat nader blijkt bij een nog aan het voorsz: rapport geannexeerde kopij van opgeeven dat zij van de het rapport der twee officiers ten wiens over„ „staan den afscheep geschied is. daar aan zinde gebree¬ we hebben ons ook in deese resolutie ken aldaar konden her„ gerigt na vroegere en door Hunne Hoog Edelheeden geapprobeerde voor„ steld worden Daar nog beelden gelijk onder anderen zijn de re„ solutien die genoomen zijn op de bevinding tans deeze zelve minis„ van de uitgeleverde vaderlandsche 4. p. s slooten notitie zijn verbrnikt. 4. „ bayonetten naar Europa zal moeten worden terug gezon„ den. laading ers s n „ters bij haare missive den 23. ' 7ber: 1783. en 16. ' februarij 1785. op de bevinding der uitgeleverde laading van aan ons van 30. Januarij 1787. omtrent die zelfde Blijkens de eerste resolutie waeren geweezen melden, dat diffe en onder de 500. aangebragte gewee„ aen 6. stux waar van de loopen en „renten dier geweeren ge 141. stux waar van de laaden gescheurd en onbequaam, van 145. stux waaren de breeken hadden die ten loopen met koltens dog bruikbaar, en deelen niet konden wor„ 2. stux waeren en te min. van de 500. boyonetten wal en 1. onbequaam en ins: „gelijks 2. temin; en is bij deese resolumt. „ den verholpen. Eene tegen „sie, over eenkomstig het voorstel van den Hoofd-administrateur ge„„strijdigheid van dien aan daan, verstaan, de minder bevondene in de adviesen der mi 2. geweeren en 2. bayonetten afte „schrijven nevens de onbequaame „nisters schijnt aanteloo lnaphaan loopen, de onbequaame laaden met de onbequame 1. baymet nen, of dat zij zig niet en de onbequaam bevondene bayonat genoegzaam laaten in scheeden en de onbequaame loopen en 1. bayonat te verzenden als ballast „formeeren van de waare naar Nederland. Blijkens de tweede resolunttie waeren er onder 500. gewee„ gesteldheid der Zaaken „ren 129. ltux waar van de laaden ge„ scheurd waaren en enbruikbaar, van voor en al eer zij over 94. ltux waeren 48. loopen met holtens van binnen en van 48. ltux waaren de dezelve schrijven, of dat laaden aan stucken en onbequaam, van zij om zig over een abuis . 50. stux waeren 14. laaden gescheurd en lading van het schip willem de vijfde onbequaam 't schip stavenisse, vE e e 4198. 27 onbequaam en de loopen met groote holten, van binnen met schuurtjes, vuur vlecken onder en boven, dien van ijzer en niet meer andere gebreeken Hier aan, is hier boven schuldpligtig vol„ daan, en blijkt daar uit dat de gebreeken die heer niet hebben kunnen worden hersteld „niet dan zeer wijnige geweest zijn. te excusieren Juijst niet van de stipste nauw= keurigheid gebruijk maaken Wij gelasten dus de mi„ nisters ons nader te informeeren, hoe het nu eijgentlijk met die geweeren geleegen is, zullende zij uit onze laatst afgegaane brief aan UE: gezien hebben dat wij verwagt had„ den dat zij Con„ form de daar van zijnde x 156 zijnde, ordres eenige der„ zelve herwaards zouden hebben overgezonden §. 300: Daar het minwigt op de door het schip Dordracht. aangebragte rijst 't welk ons als zeer important is voorgekoomen volgens het getuijgenis der Ceilon„ „sche ministers niet wel aan de schipper kan woz„ „den geattribueerd, moeten wij vast stellen dat de oorzaak daar van op Ba tavia te zoeken is, zo wel als van de groote quanti „teit Sappenhout welke dit schip minder heeft uit geleverd 5 4199. 154 geleverd, dan behoorde daar dit hout maar met open „schuiten, zonder gewigt of zorg aan boord gezonden is, het welk een zeer slegte directer aantoond, al het welk meede van de impor„ „tante uijtlevering door de gehuurde scheepen van rijst kan gezegd worden, voor al met opzigt tot het schip de Maria welke lading van rijst al zeer slegt schijnt geweest te zijn, daar deselve bij uijtwannig een verlies van 5. 7/8. p:r C: had gegeven, en dus de komp:n en in qualiteit. Riret N72. qualiteit en in gewigt in deeze zeer slegt schijnt bediend geweest te zijn wij vertrouwen des dat UE: hier na een strikt onder„ „zoek zullen hebben laaten doen en die geene, welke deeze goederen heeft be„ „zorgt zig hier op zullen hebben laaten daen en die geen wel¬ ke deese goederen heeft be„ „zorgt zig hier op zullen hebben laaten verantwoor„ „den, en dat uE: zoo zulx gebrekkig mogt zijn ge„ =schied die bedienden de schaade de komp:e toege „bragt; zullen hebben laaten vergoeden

NL-HaNA_1.04.02_3889_0231 view scan ↗

English

to compensate. In accordance with the highly esteemed order given to us by Their High Excellencies in their most esteemed missive of 13 August last, to satisfy the requisitions occurring therein, we have resolved on 28 November to transmit herewith a copy of the comparison of the provisions made to the sloops and vessels in five years before the last war and those made since, with the relevant reports of the examination by the searcher Berghuijs on the report of the Commander and Master Attendant at Batavia, sent to us by Their High Excellencies in the aforementioned missive and enclosed herewith in copy, and to issue a copy thereof to the searcher, with orders to comply with the pleasure of Your Right Honourable Worships. Regarding the expenses for sloops and smaller vessels, which have risen higher from time to time, you will have learned from section 202 of our last general missive that this enormous increase in expenses likewise seemed very unpleasant to us, which is why we had requested an accurate statement in this regard. However, since we have now seen from the ministers' letters that they had sent you a report from the searcher regarding the provisions made to those sloops, we await this report and the resolution taken thereon by you. Furthermore, we are entirely pleased with the recommendation given by you to the ministers to keep a watchful eye on the Master Attendant for the purpose of economizing in this article; and as you will have been able to infer from various passages in our last-mentioned missive that we believed we found much reason to doubt the proper administration in the article of provisions and naval stores in this Government, it cannot be other than agreeable to us to see that your attention has also fallen upon that matter; and we thus expect of your zeal that you will investigate the same with all possible accuracy and without indulgence, both in this Government and in all the other establishments of the Company, and take it to heart. The ministers' reply to the remark made by you regarding the purchase of Dutch cordage from private individuals appeared extremely unsatisfactory to us, and we expect that the ministers will comply more accurately and in greater detail with our request made known by missive of 21 September 1787, section 388, since we could not consider ourselves satisfied with such an answer, but would have to provide against the evasion of our instruction on that so critical matter by the most serious measures. In our humble reply to the extract from Your Right Honourable Worships' general missive of 20 September 1787, section 388, inserted in our respectful letter to Their High Excellencies of 26 January 1789, we have sought to comply in the best possible manner with the order of Your Right Honourable Worships given to us therein, to which we take the liberty respectfully to refer, in the hope that through this our reply the esteemed intention of Your Right Honourable Worships will have been fulfilled. Regarding the Danish firearms mentioned here in the margin, we request permission to refer to our humble reply presently being dispatched to Their High Excellencies concerning that which was written to us by them in the letter of 3 August 1789. We are pleased that you have viewed the matter of the unsaleable, bad Danish firearms from the same perspective as we have, and that you have thus already fulfilled our expectation made known in our last general missive, section 257. We furthermore trust that you will see to it that the Company receives compensation for the damage brought upon it by that irresponsible purchase; and we likewise expect that you will have demanded a report from the Pulicat officials themselves regarding the condition of the firearms which they received from that parcel for use, since the reply of the Ceylon ministers regarding these firearms in their letter to you of 14 August appeared not very satisfactory to us. The resolution taken by you on the proposal of the ministers to give the Commander at Galle, the Dissave at Matara, and the Overseer of the Galle Korale a share in the areca collection deserves our approval, and we expect that you will make use of the expedient proposed in our missive of the past year if this matter is in such a state that you can allow the said officials to participate in the proposed benefits according to their request. Note. We hope that through our arrangement mentioned in sections 40 to 43 of our humble letter to Their High Excellencies of 16 December 1789, the most esteemed intention of Your Right Honourable Worships on this subject will have been fulfilled. We can by no means disapprove of the order which you have given to the ministers to distinguish the different sorts of cinnamon at shipment, so that we in this country might be informed which bales were peeled from the planted gardens, which from the cleared forests, and which from the wild forests in the King's territory, all the more so since this accords with our order already given on 13 September 1788. But as one sometimes sees that goods of the same quality differ considerably in price merely because they are marked with a particular brand, and that it could thus happen through this unusual description that one brand or another falls into disrepute, we order the ministers that the bales of the garden-planted and of the wild

Dutch transcription

4200. 453 vergoeden. volgens de zeer g'eerde ondre door hunne hun hoog Edelheeden aan de daar bij voorkoomende requisitien te voldoen. §. 301. Nopens de zo van tijd tot Hoog Edelheeden ons gegeeven bij hoogst der„ tijd hooger geloopen onkos„ „selver g'eerde missive van den 13. ' aug:s J:o leeden hebben wede een hier nevens te zenden een ten van sloepen en min„ kopij van de vergelijking der gedaane ver„ „streckingen aan de sloepen en vaartuigen „dere vaartuijgen, zullen in vijf jaeren voor den laatsten oorlog en die zederd gedaan zijn met de daar toe ge„ uE: uijt §. 202: van onze hoorende berichten der examinaattie van den visitateur Berghuijs laatste generaale mis„ op het berigt van den kommandeur en opper equipagiemeester te Batavia ons door sive vernomen hebben, hunne Hoog Edelheeden bij voorsz: missive toegezonden en in kopij hier nevens gaat, heb„ dat deeze Enorme ver„ ben we den 38. Novem: beslooten om kopij daar van te doen afgeeven aan de visitateur met last om over een komstig het welbehaagen van meerdering van onkosten aan ons meede zeer onaan„ genaam was voorgekoo„ men waarom wij hier omtrend eene naeurkeu„ „rigen opgave hadden verlangt. Dan daar wij nu wijt der ministeren brieven hebben gezien, dat zij aan uE: had„ den 2 1 „ 164 den toegezonden een be„ regt van den visitateur omtrend de verstrekkin „gen aan die sloepen ge„ „daan verwagten wij dit be„ „rigt en de daar op door uE: genomene resoluutsie 5302. Voorts laaten wij ons vol„ koomen welgevallen de door UE: aan de ministers gegeeven rekommandaatie, om ter bezuiniging in dit artikul een waakend oog op de Equipagiemeestir te houden, en daar uE: uit verschillende passages in onse laatste genoemde missive zullen hebben Kunnen 4201. 155 kunnen opmaaken dat wij gemeend hebben, veel reeden te vinden, om aan het goed bestuur in het articul van verstrek„ „kingen en Equipagie goederen ten deezen goe„ „vernemente te twijffelen, kan het ons niet dan aan„ „genaam zijn te zien, dat uE: attentie meede op dat stuk gevallen is, en wij verwagten dus van uwen ijver dat uE: het zelve met alle mogelijke naauwkeuring heid en zonder toegeeven„ „heid zoo ten deezen gou„ vernemente, als op alle de overige 176 wel Edele Hoog achtb: zal zijn voldaan §. 303. Het antwoord der minis= Bij ons nedrig antwoord op het extrakt uit uw wel Edele Hoog achtb: generaale missive „ters op de door uE gemaak van den 20:' 7ber: 1737. s. 388. geinsereerd bij onsen eerbiedigen brief aan hunne Hoog „te remarque op den in= Edelh: van den 26: Janu: 1789. hebben we op de best mogelijke wijze zoeken te voldoen aan de order van uw wel Edele Hoog achtb: Koop van hollands touw daar bij aan ons gegeeven, waar aan wij „werk van Particulieren de vrijheid gebruijken ons in eerbied te gedraagen, in hoope dat door dit ons ant„ is ons ten uijttersten on„ woord aan de g'eerde intentie van uw „voldoende voorgekoomen en wij verwagten dat de ministers aan ons ver„ „langen bij missive van 21. 7ber: 1787. §. 388. te kennen ge„ „geeven accurater en meer gedetailleerd zullen voldoen dewijl wij ons met een zodanig overige Etablissementen der maatschappij zullen nagaan en ter haate nee„ „men 4202. 157 5. 304. Nopens de hier ter zeiden vermelde deensche geweeren verzoeken wij ons te moogen gedragen aan ons tans afgaande nedrig antwoord aan Hunne Hoog Ed: op het door hoogst dezelve aan ons geschre„ „vene bij brief van den 3. ' aug:s 1709 zodanig antwoord niet zouden kúnnen voldaan houden maar door de ernstigste maatregulen tegens de clusie onzer aanschrijving op dat zo nadenkelijk stuk moeten voorzien Het is ons lief dat uE: de zaak der onverkoopbaare slegte deensche geweeren uijt het zelfde oog punt als wij beschouwd hebben, en dat uE: dus aan onse verwagting bij onse laat „ste generaale missive §. 257. te kennen gegeven, „reeds hebben voldaan, wij vertrouwen 112 vertrouwen voorts dat uE: zullen zorgen, dat de komp: voor de schaade haar door dien onverantwoorde „lijken inkoop aangebragt. vergoeding zal erlangen. en wij verwagten insge„ „lijks, dat rE: van de Paleacatse bedienden zelva berigt zullen gevorderd hebben, omtrend den staat det geweezen, die zij van die partij tot gebruijk ontvangen hebben, dewijl het antwoord der Ceilonsche ministers, omtrend deeze geweezen bij haaren briefs aan reh: van 14. aug:s ons niet 4203. 159 niet zeer voldoende is voorgekomen §. 305. De door uE: genomene reso„ lutie op het voorstel der ministeren om den kom„ „mandeur te Gale, dessave te Mature en op zigter der gale Korle, aandeel in den arreek inzaam tegeeven, verdiend onze goedkeuring, en wij verwag¬ „ten dat rez: van het mid„ „del bij onze missive van het voorleede jaar voor„ „gesteld zullen gebruijk maaken, als deeze zaak in die termen is, dat UE: de gemelde bedienden volgens hun Not. wij hoopen dat door onze schicking ver„ meld bij §. 40. tot 43. van onse nedrigen brief aan Hunne Hoog Edelb: van den 16:' xber: 1789. aan de zeer g'eerde intentie van uw wel Edele Hoog achtb: op dit onder„ „werp zal zijn voldaan § 306. Wij kunnen geenzints af „keuren de order welke uE: de ministers geegeven hebben, om de verschillen „de kanneel bij de verzen „ding te onderscheiden, ten einde wij hier te lande zouden kunnen geinformeerd zijn, welke baalen uit de aange„ „plante tuijnen, welke uit de schoongemaakte bos= „schen, en welke uit de woeste bosschen, in konings landen geschild zijn temeer daar hun schrijven in de voor„ gestelde voordeelen zullen kunnen laaten partici„ „peeren. Julx 4204. 16 zulx over eenkomt met onse reeds gegeeve ordre van den 13. 7ber: 1788. Dan daar men zomteids ziet, dat goederen van dezelfde qualiteit alleen om dat ze met een bijzonder merk geteekend zijn, aanmerkelijk in prijs verschillen, en dat het dus door deese onge„ woone beschrijving zon kunnen gebeuren, dat het een of ander merk in veragting kwaame, gelasten wij de ministers de baalen van de tuijn aangeplant en in de woeste

NL-HaNA_1.04.02_3889_0240 view scan ↗

English

the 20 April 172 cinnamon peeled in wild forests not to be separately described nor marked, but rather to be distinguished and clearly identified in the invoices as to which bales according to their numbers are filled with each of the three mentioned sorts of cinnamon, since in this manner the above-mentioned objective will be equally fulfilled, and no risk will be run that this novelty will disadvantage the Company's business. Paragraph 307. Furthermore, we refer we request permission here to be allowed to refer to our humble answer to the accompanying section 217 of the extract from your Right Honorable General Missive, inserted in our humble letter to Their High Honors of 27 January 1790, in which we, among other things, took the liberty to note that among the condemned Javanese of whom mention is made in Their High Honors' letter of 17 November 1786, paragraph 57, no persons were found who could have been of service to us in this matter. to what we stated in our last General Missive, paragraph 217, regarding the employment of Chinese for the Nelij planting, and await the requested further elucidation, it having appeared somewhat strange to us, however, that the ministers completely passed over in silence the reflection made by you regarding the incapacity of the Chinese for the said work, and on the contrary the skill of the Javanese in that matter, and merely replied that those Chinese have already been sent to Batavia with the ship Zeeland. Paragraph 308. We must lament with you that the Company has not been more fortunate in the negotiations with the Nabab through the Englishman Dott, and believe that what occurred, as well as his conduct in having linens made of the Company's sorting, directly contrary to a treaty which he himself had agreed to shortly before and considered equitable, ought to have kept the Tuticorin servants from engaging with the said Dott regarding the leasing of the fishery. to the humble report of these our negotiations made, both to Their High Honors and directly to your Right Honorable, and here only note further that affairs on the Madura coast very often require, as we have taken the liberty to point out on more than one occasion, that one should rather put up with small injustices now and then, than by resisting them too strongly, give rise to greater difficulties. It also appears peculiar to us that the ministers have granted the lessee a proportional reduction on his promised lease sum according to the number of tonies, divers, and days, and we fully approve your remarks on that matter, while we also recommend that the ministers involve themselves as little as possible with the aforementioned Dott. We wish to hope that the new negotiations with the Nabab under the mediation of Mr. Buchanan will be more prosperous, and that the Company will truly enjoy those fruits which the Governor anticipates from a peaceful possession of the old privileges in the Nabab's lands, regarding all of which we await your considerations. We shall ensure that this recommendation of your Right Honorable is complied with; meanwhile, we take the liberty to remark that the higher prices in the contracting out of the jager wood and jager laths were solely intended to prevent the inhabitants from being further wronged by the exporters under the arrangement that formerly took place in that matter. This arrangement is therefore completely independent of the revenue for the export of jager wood and jager laths, and would, even if matters concerning their export had remained on the old footing, nevertheless have been necessary in order to prevent the Company's inhabitants from being mistreated. Paragraph 309. We consider as a token of your vigilance for the Company's interest the reflection made by you on the introduced lease on the export of jager laths, and expect that you will also ensure that the now higher price of the contracting out of the jager laths, which the Company requires, is first deducted from the introduced lease, and only then from the remainder, when the moneys have been paid by the lessee, the assigned gratifications are paid, as it would be unjust if those gratifications were in any other case charged to the Company. Paragraph 310. Likewise, we approve your reflection on the gratification granted to the Resident Ebell out of the areca lease at Silauw, reserving our right to pronounce on the further gratifications granted out of various introduced leases once we have received the statement of the sources of revenue of the Company's servants in this Government, which was required in the past year. Paragraph 312. We shall follow this highly esteemed recommendation of your Right Honorable. Paragraph 311. And since your order issued to the ministers regarding the giving of preference to some members at public auctions fully agrees with what was written in that regard in our aforementioned General Letter of the past year, paragraph 219, we can also be completely satisfied with the same, since we may expect that in the future

Dutch transcription

den 20 Aaril 172 woeste bosschen geschilde„ kanneel, niet apart te be„ „schrijven nog te merken maar liever bij de fak„ „tuuren onderscheiden en „duidelijk bekend te stel„ „len, welke baalen vol„ gens haare nommers met ieder der drie gemel „de zoorten van kannie gevuld zijn, dewijl hier door op gelijke wyze aan het boven gemelde oogmerk zal voldaan worden en men geen ge„ „vaar zal loopen, dat deese nieuwigheid de komp: zak benadeelen §. 307. Wijders refereeren wij ov tot 4205. 16 we verzoeken verlof ons hier te mogen ge„ gevonden zijn die ons in deese van dienst heb kunnen zijn. tot het geene wij bij onze dragen aan ons nedrig antwoord op de hier nevens vermelde 217. 3. van het Extrakt uit laatste generaele missive uw wel Edele Hoog achtb: generaale missive„ g'insereerd bij onsen nedrigen brief aan hunne §. 217. omtrend 't emploij„ hoog Edelh: van den 27:' Jann: 1790. waar bij „we onder anderen de vrijheid gebruikt heb„ „ben aantemerken dat er onder de gekon„ „eeren van Chineesen tot demneerde Javaenen waar van gesproken word bij hunne Hoog Edelheeden brief de Nelij planting gezegd van den 17. ' 9ber: 1786. §. 57. geene buiden hebben, en verwagten de daar bij gevraagde na„ „dere Elucidatie, zijnde het ons egter eenigsints vreemd voorgekoomen, dat door de ministers de gemaakte reflexie„ van UE: wegens de onbe„ quaamheid der Chineesen tot het gemelde werk, en daar en teegen. de kunde der Jaara„ nen en dat stuk geheel vyn 16 §308. Wij moeten met uE: bekla„ gen dat de komp: in de aan 't nedrig verslag van deeze onze onder„ handelingen gedaan, zo aan Hunne Hoog onderhandelingen met den Edelh: als direkt aan uw Hoog Achtb:, en merken hier hij nog alleen aan, dat de Nabab door middel van zaaken op de Madureese kust, het zeer dikwils vorderen, zoo als we bij meer den Engelsman Dott niet dan eene gelegentheid de vrijheid hebben gebruikt dit aantewijlen, dat men zig gelukkiger is geweest, en lieven nu en dan klijne ongelijken ge„ „troost, dan door zig daar tegen te sterk meenen dat het gebeurde te verzetten, grootene ongelegentheeden te zo wel als zijne handelwijze in het laaten aanmaken van lijwaaten van 'skomp:s sortee ring, direkt tegen een trac„ „taal 't welk bij zelve wijnig teids wij verzoeken onl hier te mogen gedragen geheel met stilswijgen word voor bij gegaan, en maar eenvoudig daar op geant„ „woord, dat die Chineesen reeds met het schip Zee„ „land naar Batavia zijn verzonden te doen ontstaan 4 206. 74 te vooren had ingestemd en als billijk beschoud„ de Tutukorijnsche bedien„ „dens had behooren af„ tehouden, van zig om„ „trend de verpagting der vesserij met gemelden Dolt in te laaten 7„ Het komt ons ook bij„ zonder voor dat de mi„ „nisters den pagter na maate der tonies, duij„ kers en dagen eene pro„ portioneele afslag op zyne beloofde pagtschat hebben toegestaan, en wij billijk volkomen uwe remar„ ques op dat stuk terwijl 16. Nij wij de ministers ook recor„ mandeeren zig met voor„ „noemde Dott zo wijnig mog lijk intelaaten Wy willen hoopen dat de nieuwe onderhandelingen met den Nabab onder bemiddeling van den heer Buchanan voorspoedi„ „ger zullen zijn, en dat de maatschappij die vrugten welke zig de gouverneur voorsteld van een gerust bezit der oude voorregten in 's Nababs landen waarlijk genieten, zal omtrend al het welke wij uwe Consideratien me verlangen 4207. 161. we zullen zorgen dat aan deele uw wel Edele Hoog achtb: aanbeveeling word voldaan, in tus te voorkomen dat s Comp:s ingeteetenen niet worden qualijk gehandeld verlangen te gemoet zien. §. 309. Wij beschouwen als eene blijk van uwe waak= „schen neemen wij de vrijheid aantemerken, dat de hoogera paijsen bij aanbatteeding van de zaamheid voor 's komp:s Jogenhouten en jagerlatten alleen zijn strek„ kende om te voorkomen dat de ingezeetenen belang derselver gemaak niet verder zoude worden verongelijkt door de uitvoerders den schikking die eertijds op dat stuk plaats haddlo. Dieke schicking is mits „ te reflexie op de ingevoerde dien geheel independant van het inkoomen voor den intvoer van jagerhouten en jager. verpagting op den uijt„ latten, en zoude, zoo ook nopens den intvoer daar van, de dingen waaren gebleeven op den „voer der Jager latten, en ouden voet, nogtans zijn nodig geweest om verwagten dat UE: ook zullen zorgen dat de tans hoogere prijs van aan„ „besteeding der Jagerlat= „ten, welke de komp: ba„ „nodigt is, eerst van de ingevoerde pagt wor „den afgetrokken en als dan uijt 't over„ „schietende als de pen„ „ningen min 162 „ningen door den pagter voldaan zijn, de toegeleg¬ „de. douceurs werden voldaan, daar het onbil„ „lijk zouden zijn wan„ „neer die douceurs in eenig ander geval ten lasten der maatschappij wierden gebragt. §. 310 Jnsgelijx approbeeren wij uwE: reflexie op het dou„ „ceur aan den resident E bell uijt den arreeks pagt te silauw toegelegd, ons reser„ veerde, om ons over de verder uit diversche ingevoerde pagten toegelegde douceurs te verklaaren, wanneer wij de in den voorleede Jaare gevorder„ „de op gave der middelen van inkomsten van 4208. #g §. 312. we zullen deese uw wel Edele Hoog achtbaare zeer g'eerde aanbeveeling van 's komp:s dienaaren ten deesen gouvernemente zullen hebben ontvangen. § 311. En daar uw aanschrijven aan de ministers gedaan omtrend het geeven van pre„ „ferentie aan sommige lee„ „den bij publieke verpag„ „tingen, volkoomen instem„ „men, met het geschreevene dien aangaande bij meerge„ melde onze generale brief van den gepasseerden Jaare §. 219. Kunnen wij ons 't zelve ook vol„ „komen laten welgevallen. vermits wij verwagten mogen dat wi bij vervolg no 17

NL-HaNA_1.04.02_3889_0248 view scan ↗

English

recommendation for due notice to be served, we will be able to supply the respective offices with the necessary cash from here, and therefore the reason now lapses why we occasionally had to slip away from our previous very salutary orders regarding the forms of the bills of assignment on the Netherlands. We desire in general that henceforward the established orders on the drawing of the bills of assignment shall be adhered to, without deviating from them in the least, and especially that everything shall be avoided that might give those bills of assignment any appearance of bills of exchange. Paragraph 313. Since the Tuticorin servants do not seem to have understood the order regarding the change in the extension of the bills of assignment, we wish to state for their elucidation that it is not the person who deposits the money into the Company's treasury who needs to authorize with a proxy the person to whom payment must be made in Europe, but that our desire has only been that the person who is entitled to receive the contents of the bills of assignment in Europe, when he is unable to receive it in person or does not choose to do so, that such a holder shall then qualify the person to whom he hands over that bill of assignment for receipt with a proper proxy; which insertion in the bills of assignment would therefore not put the English in any danger regarding the order established by that nation not to give [illegible] to any foreign monies. It is also solely on account of the pressing shortage of money, and because we had no more Japanese copper, that they decided to mint cannon metal into coin. From 123781 lb of cannon metal, to which 9899 1/2 lb of copper had to be added to make it workable, 85205 in doedoos and half larins were struck. Paragraph 314. Regarding the operation of the ministers to mint money from the metal of the cannons, we must remark that only the great shortage of money can justify this act, since any use of the unfit metal cannon is contrary to our order to send the same to the Netherlands. But since the ministers do not state for how much money they have caused doedoos to be made, and they also do not note the price of the metal against which they calculated it in this minting, we expect that they will have drawn up an accurate return of this minting and sent it to Your Honor for information; whereupon we look forward to Your Honor's resolution. By minting this old cannon, the Company has not only received f 65 for the 200 lb of metal, being as much as the new cannon costs in the foundry according to the accounts rendered of the metal cannons sent out some years ago, but in addition, after deduction of all expenses, has made a profit on it of f 33984.7:8 or well over 40 percent, as is all clearly evident from an account drawn up thereof by the trade servants, which is transmitted among the appendices and of which a copy was also sent to Their High Excellencies. In former times we used to receive annually a goodly sum of cash for household expenditures. For four and even nearly five years now, no money for the household has been sent to us either from the fatherland, or from Batavia, or from any other place, apart from the duiten indicated in our respectful letter of 15 October of last year. We have therefore had to manage as best we could with the means at hand, as we have done. Ceylon has a fairly large military establishment, and that in particular must be paid off properly every month. This in particular has caused us, and the first undersigned governor especially, many an anxious moment, and we dare say that Your Right Honorable Worships yourselves, as well as Their High Excellencies, have often not been without concern regarding the finances of this government, seeing that hitherto no more could be done than has happened; so much so that even Their High Excellencies have not only been unable to send us the five hundred thousand intended for us by Your Right Honorable Worships in your esteemed missive of 3 December 1789, but the aforesaid Their High Excellencies, on account of their own lack of money, even had to retain a consignment of duiten sent out for this government via Batavia. Furthermore, it appears questionable to us whether the ministers, through an excessive eagerness for that minting in general, as Your Honor also seems to fear, will not let themselves be carried too far, and the Company will consequently experience the disadvantageous effects thereof in time; which is why we approve Your Honor's recommendation presented to the ministers in this regard in Your Honor's letter of 31 July last, while for the rest we refer to what was written in that regard in our missive of 21 December 1787, paragraph 402. Through the mint and the credit notes that have been introduced since the year 1785, we have put ourselves in a position to be able to take proper care of everything, which would otherwise have been impossible. Besides the fact that many payments, such as in particular the salaries of the military and other minor servants, could not be made with credit notes, we have also remained able through the mint to continually cash the credit notes for those who needed ready money. Our credit notes have thereby remained at their par value, whereas elsewhere they have sometimes stood considerably below their real value. In this manner we have kept things going until now, and we see no significant difficulty in doing so for some time to come, provided only that, apart from what is sent to us in copper money, we are provided with as much gold and silver

Dutch transcription

aanbeveeling tot schuldig narigt laaten verstrekken de respective komptoiren met de noodige kontanten van hier zullen kunnen voorzien, en dierhalven tans de reede Casseerd, waarom wij van onze voorige zeer heilzaame beveelen omtrend de for„ mulieren der assignatien op nederland, nu en dan wel eens hebben moeten glisseeren, begeeren wij in 't algemeen dat men zig voortaan aan de ge„ „stelde ordres op het trek „ken der assignatien zal houden, zonder daar van in 't minste aftewijken en v 4299. va en voor al dat men zal vermijden al het geen die assignatien eenige schijn van wissels zoude kunnen doen krijgen §313. Daar de Tutukorijnsche bedienden niet scheinen begreepen te hebben de order omtrend de veran„ „dering in de extensie der assignatien hebben wij tot hunne Elucidatie willen melden, dat niet de geene welke het geld in komp: kasteld, met een pro„ „curatie behoefd te magti„ „gen den geene aan welke de betaaling in Europa moet geschieden, maar dat ons 172 ons verlangen alleen is ge„ weest, dat die geene welke geregtigd is om den in „houd der assignatien in Europa te ontvangen; wan„ „neer tot die ontfangst in perzoon buyten staet is, of zulks niet verkist te doen dat zoo een houder als dan die geene aan welke bij die assignatie ter ontvang overgeeft, met een behoorlike prokuratie daar toe qualificeerd, welk invoegsel in de assignatien dierhalven de Engelschen in geen gevaar zoude brengen, ten opzigte der bij die na„ „tien vast gestelde onder om aan geen vreemde gelden 1010 4210. 173 Het is ook alleen uit hoofde van het dain„ „gend geld, gebrek en om dat we geen japans „zonden is aan Hunne Hoog Edelheeden. gelden te moogen geeven §. 314. Omtrend de operatie der ministers om het metaal kooper meer hadden dat tot het vermunten van de kanons hebben beslooten van 123781: l kanon tot geld te slaan, metaal waar bij hebben moeten worden gevoegd 9899 ½ lb: koper, om het verwerkbaar„ moeten wij aanmerken te maaken zijn geslagen ads: 85 205e aan doedoos en halve larijnen De Comp: heeft door het vermunten van dit oud kan en niet alleen ontvangen ƒ 65. voor de dat het groote geld gebrek 200. lb: metaal, zijnde zo veel als het nieuw konen in de gieterij kost volgens de aanree„ alleen deeze daad kan kening en gedaan van het metaalkannens voor eenige jaeren uitgezonden maar zo heeft goedmaken, dewijl alle nog boven dien na aftack van alle ongelden daar op gewonnen ƒ 33984. 7:8 ofte 40: pr:o gebruijk van het onbeq: ruim zoo als dat alles duidelijk blijkt bij een reekening door de nogotie bedienden metaal kanon, strijd te„ daar van opgemaakt, die onder de bijlagen overgaat en waar van ook een kopij ge gen onze order om het zelve naar nederland te moeten overzenden, dan daar de ministers niet opgeeven voor hoe veel geld zij aan doedoes hebben laaten aanmaken, en zij meede niet noteeren de van 18. — 174 Eer tijds pleegen wij jaarlijks, een goeder de paijs van het metaal waar tegen zij het zelve bij deeze vermunting heb „ben bereekend, verwagten wij dat zij een Juijst rende „ment van deeze muntarij zullen hebben opgemaakt en aan UE: tot informatie toegezonden; waar op m uE: genome besluit te ge„ „vangen. zeedert nu vier en zelfs bij na moed zien, komende het vijf Jaaren, is ons geen geld voor de huijs„ houding nog uit het vaderland nog van ons voorts bedenkelijk Batavia nog van eenige andere plaats gezonden, buiten de duiten aangeweesen voor of de ministers zig bij onze eerbiedigen brief van den 15. octob: J:o L. we hebben ons dus zo goed mogelijk moe„ niet door eene te groote ten redden met de middelen aan handen gelijk we hebben gedaan. drift tot die munterij in Ceilon heeft een tamelijk groote mili„ „taire staat en die voor al moet alle 't algemeen zoo als UE: maanden aigtig worden afbetaald. Dit inzonderheid heeft ons en den eerst daar voor schijnen bedug ondergetekenden gouverneur voor „namentlijk meening ongerult oogenblik verwekt, en we durven denken dat te zijn, te ver zullen laten som voor de huijshondelijke uitgaves Cont. vervoeren uw 4211. uw wel Edele Hoog achtb: zelve zoo wel als hunne Hoog Edelh: dikwils niet bui„ vervoeren, en de komp: de nadeelige gevolgen daar van bij vervolg zal onder„ tot hier toe niet meer heeft kunnen wor„ den gedaan dan is geschied, zo zeer dat zelfs Hunne Hoog Edelheeden niet „vinden, waarom wij dan alleen niet in staat zijn geweest om ons toetezenden de vijf ton die ons uE: rekommandaatsie door uw wel Edele Hoog achtb: bij hoogst derselven g'eerde missive van hier omtrend de ministers den 3- december 1789. zijn toegedagt maar hebben zelfs welgem: Hunne Hoog bij uE: brief van 31. Julij voor Edelheeden uit hoofde van eigen geld. gebrek moeten aanhouden een partij „gehouden, approbeeren, ter duiten voor dit gouvernement over Batavia uitgezonden. Door de min„ „wijl wij ons voor het overi„ „terij en de krediet brieven die zedert het Jaar 1785. zijn ingevoerd, hebben „ge refereeren tot het dien we ons in staat gesteld om voor aangaande geschreeven alles behoorlijk te kunnen zorgen: het geen buiten dien zoude zijn onmo„ bij onze missive van gelijk geweest. Behalven dat veele betaalingen gelijk inzonderheid, zijn de appoinctementen den militai„ 21. December 1787. 3.. „ren en andere mindere dienaaren 402. — niet met krediet brieven konden geschieden, zijn we ook door de munterij in staat gebleeven om de krediet brieven steeds te kunnen realiseeren voor die geene die kontanten nodig hadden. onze krediet brieven zijn daar door gebleeven op haaren paijs in steede dat ze elders somtijds hebben gestaan merkelijk beneeden haare werkelijke waarde. op deeze wijze hebben we het tot hier toe gaande gehouden, en zien ook geen merkelijke zwarigheid, om dat voor den aanstaande nog een teid lang te doen, indien we maar alleen, be„ halven het geen aan ons in koper geld gezonden word, met zo veel goude en van dafinantien voor dit gouvernement ten zorgen zijn geweest, dat in het stuk zilvere 175.

NL-HaNA_1.04.02_3889_0254 view scan ↗

English

176 silver specie for household purposes is provided, as is necessary to be able to settle the balance of what the country's products that are exported amount to less than what is purchased from foreigners by both the Company and the inhabitants for their convenience. When that occurs, the great difference that currently still exists between gold and silver specie and our copper coin will cease of its own accord, or at least become very moderate. We understand very clearly that in this we have done nothing other than our duty, and just as we have seldom spoken of these matters except when we could not avoid it, so too we would not do so now, were it not that we ourselves are grieved to see ourselves suspected by Your Right Honourable Worships as if we had allowed ourselves to be carried away by an all too great passion for coining. We cannot disguise that we had flattered ourselves, be it said with the deepest respect, that our attentiveness and unbroken care to have provided for the financial affairs in household administration in the aforementioned manner, through all means and ways within our reach, might have earned the approval of Your Right Honourable Worships and Their High Noble Honours. We had flattered ourselves with this all the more because the Company made a profit of over 23 per cent on the copper we had minted, above the ordinary buying-out price. That from the policy pursued by us in this matter up to now no considerable disadvantages for the Company are to be foreseen, we have already had the honour to remark on more than one occasion. 4212:177 to remark, and this is, in our view, all the less to be feared as the Ceylon doddus, of which 37 stuijvers go to a pound, are in fact better than the Dutch duijten, of which 50 to 52 stuijvers go to a pound. Paragraph 315. Meanwhile, Your Honours will be able to deduce from this operation of the ministers, done solely on account of the shortage of Japanese bar copper, the correctness of the reflection made by us in our latest general missive concerning the dispatch of 50,000 lb of Japanese copper to Coromandel, since 387,625 lb of that metal was then still on hand there, 778 and through which Your Honours were unable to satisfy the desire of the Ceylon ministers at that time. Paragraph 316. With no small astonishment we have learned of the provisions made anew to the French and the reasons that the ministers have adduced in justification of this unauthorized act. We must adhere to what was written in our general letters of the years 1787 and 1788, which we do not doubt will since have been punctually complied with by the ministers. Regarding the provisions made to the French, we request to be permitted to refer to our respectful answer to paragraph 222 of the extract from Your Right Honourable Worships' highly respected general missive of 4 September 1788, inserted in our respectful letter to Their High Noble Honours of 27 January 1790, and merely remark in addition that upon closer examination of the account since then, it was found that too much interest had been charged on it. This having since been redressed, not only has the ƒ529. 18. – been cleared, which at the time of our aforementioned respectful answer we reported the French were still in arrears, but the French account has even come out slightly in credit, as Your Right Honourable Worships will see from the accompanying copy of the current account. We do not think it necessary to consult 4213:179 the government of Pondicherry regarding this small surplus, and shall therefore, unless Pondicherry asks for it, provisionally have it taken into the general account. Paragraph 317. The purchase of silver for the minting of a sum of 20,000 rupees we shall pass over in the firm confidence that Your Honours were informed with certainty of the necessity thereof; we nevertheless desire a statement from the ministers as to what disadvantage the Company might have suffered through this purchase. Regarding the silver rupees that we have had struck here and of which mention is made here on both sides, we request above all to be permitted to refer, among other things, to our humble letter to Their High Noble Honours of 4 July 1787, from which Your Right Honourable Worships will see that on these rupees the Company has neither gained nor lost. The real of silver was purchased at 80 Indian stuijvers or a newly milled ducaton, the pound of 18 reals being at 18 ducatons; it was paid for in copper money or letters of credit. Out of one pound of silver, 50 rupees were struck. Two rupees thereof were paid to the mintmaster for minting, so that for each pound of silver the Company had, free and unencumbered, 48 rupees or 18 ducatons, being just as much as the silver cost upon purchase. 180 Paragraph 318. With pleasure we have seen the zeal with which Your Honours have sought to counter that excessive urge of the ministers to undertake such important works, and that upon the advice of persons whose expertise and disinterestedness were not too well proven, and we refer regarding this entire point to what was written in our general letter of the past year. We request on this matter to be permitted to refer to our respectful answer to paragraph 223 of the extract from Your Right Honourable Worships' general missive of 4 December 1788, inserted with our respectful letter to Their High Noble Honours of 27 January 1790.

Dutch transcription

176 zilvere spetien voor de huijshouding worden voorzien, als nodig is, om te kunnen uitmaaken de ballans van het geen llands produc „ten die uitgevoerd worden, minder bedraagen dan het geene 2oo door de komp: als door de ingezeetenen tot haar gerief, van de vreemden word ingekogt. wanneer dat geschied zal daar door van zelve ophouden of ten minsten zeer maatig worden liet groot verschil, dat tans nog bestaat tusschen de goude en zilvere spetien en onze kopere munt wij begrijpen zeer klaarlijk dat wij in deezen niets gedaan hebben dan onzen pligt en gelijk wij seldsaam van die dingen gesprooken hebben dan wanneer wij het niet hebben kunnen ontwijken, zoo zouden wij dat ook nu niet doen, was het niet dat wij zelv geaffligeerd zijn van ons bij uw wel Edele Hoog Achtb: in verden„ „king te zien als of wij ons door een al te groot drift tot de munterij zoude hebben laaten vervoeren wij kunnen het niet ontvansen dat we ons, het zij met de diepste eerbied gezegd, hadden gevleid, dat onse oplettendheid en onafgebroo„ kene aandagt, om op voorsz: wijze door alle middelen en wegen onder ons bereik te hebben gezorgd voor het finantie weeken in het huijshoudelijke, de goedkeuring van uw wel Edele Hoog Achtb: en Hunne Hoog Edelh: zoude hebben moogen wegdragen we hadden ons dat te meer gevleid wijl de komp: op het koper dat we hebben doen verminten Cruim 23 pr C:o gewonnen heeft boven de gewoone uitkoops paijs. Dat uit het door ons in deesen gehouden beleid tot hier toe geene merkelijke nadeelen voor de komp: zijn te voorzien, hebben we reeds bij meer dan eene gelegenheid de Eere gehad aan te merken. 4212:177 merken, en dit is, naar ons inzien, zoo veel te minder te dugten als de Ceilensche doedoes waar van 37. stuijvers gaan op een pond in epfacten beeter zijn dan de Nederlandsche duijten, waar van en 50. tot 52. stuijvers gaan op een pond. §315. UEE: zullen intusschen uit deese operatie der mi„ „nisters, alleen gedaan uit hoofde van het ge„ „brek aan Japans Staaf kooper kunnen opmae¬ „ken de Juistheid der reflexie door ons bij onze laatste generaale mis= „sive gemaakt omtrend „de verzending van 50'000. lb: Japans kooper naar kormandel daar er aldaar nog 387625. - lb: van dat metaal als toen nop 778 toen voor handen was, en waar door UE: buij¬ „ten staat waaren, aan het verlangen der Ceilonsche ministers op dien tijd te voldoen §. 316. Met geene geringe Nopens de gedaene verstreckingen aan de franschen versoeken we ons te mogen gedragen verwondering hebben aan ons eerbiedig andwoord op § 222. van het Extrakt van uw wel Edele Hoog achtb: zeer wij vernoomen de op gerespekleerde generaale missive van den 4. ' 7ber: 1788. geinsereerd in onzen eerbie„ nieuw gedaane ver¬ digen brief aan Hunne Hoog Edelb: van den 27. ' Janu: 1790. en merken daar hij nog „strekkingen aan de alleen aan, dat zedert bij het nader nagaan der reekening, bevonden is dat franschen en de reede„ daar op te veel aan intrelt wal belast. Dit zeedert geredresseert zijnde, zijn daar„ nen die de ministers meede niet alleen de ƒ529. 18. –. die wij bij voorsz: ons eerbiedige antwoord zijnde tot goed maaking van dat de franschen nog ten agteren ltonden, verwent, maar is zelfs der franschen deezen ongequalifi= reekening daar door nog een klijnigheid te vooren gekomen, zo als uw wel Edele „ceerde daad hebben bij Hoog achtb: dat zullen zien uit de hier gebragt moeten de nevens gaande kopij reekening koerant we denken niet dat het nodigil om hier omtrend inhereren tet het 4213. 1792 het goevernement van Pondecharij over dit klijn overschot te onderhouden, en zullen daarom wanneer Pondecharij en met om „vraagd, het bij provisie op het generaal doen inneemen 5317. Nopens de zilvere ropijen die wij hier hebben laten aanslaan en waar van hier ter heide gesproken het geschreevene bij onze generaale brieven van de Jaaren 1787. en 1788. waar aan wij niet twijffelen of zal door de ministers zeedert stiptelyk zijn vol„ daan Den inkoop van zilver tot het slaan van eene som word, verzoeken wij veelof ens te mogen gedragen onder anderen aan onzen nedrigen aan hunne Hoog Edelheeden van den 4. Iulij 1787. waar uit van 20000. —. Ropijen uw wel Edele Hoog achtb: zullen zien, dat op deese ropijen de komp:s nog gewonnen nog verlooren zullen wij passeeren in heeft - De reaal zilver is ingekogt tegens 80: stuijvers indias of een nieuw gecartelde 't vaste vertrouwen, dat dakaton, zijnde het pond van 18. realen tegens 18. dukatons het is met koper geld of kredit UE: in 't zeekere van brieven betaald. uit een pond zilver zijn gellagen 50. ropijen. Twee ropijen daar van de noodzaakelijkheid zijn betaald aan den muntmeester voor het munten, zoo dat de komp: voor elk pond geinformeerd zijn geweest, zilver vrij en onbeswaord gehad heeft 48. oopijen of 18. dukatens, zijnde evn to veel dan wij verlangen egter als het zelver bij inkoop heeft gekost. eene opgaave van de ministers, welk nadeel e en 180 §. 318. Met genoegen hebben wij we verzoeken ons op dit stuk te mogen gezien den iever, waarmee„ gedragen aan ons eerbiedig antwoord op §. 223; van het extrakt uit uw wel „de UE hebben getragt tee„ Edele Hoog achtb: generaale missive van den 4:' xber: 1788. g'insereerd bij onsen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edel. „ gen te gaan die te verre„ „heeden van den 27: Jann: 1790. — gaande dreft der minis „teren om zilke impor= „tante werken aanteleg= „gen en dat op adviesen van lieden wier kunde en belangeloosheid niet te zeer beweezen was, en refereeren ons om„ „trend dit geheele poinct tot het geschreevene bij onse generaale brief van het voorleedene de kompenie door deezen inkoop mogt geleeden heb„ „ben

NL-HaNA_1.04.02_3889_0259 view scan ↗

English

1 act 4214. 181 § 319. In our humble response f 1. 226, of the aforementioned: Extract from your Right Honorable's general missive, we have already had the honor to point out that our intention was solely to have the houses of the aforesaid block provisionally appraised last year § 223. as well as regarding that which we have written to your Honors in this letter under the matter of Coromandel, in which we, as being of a general application, consider as repeated for every matter. Likewise, it has been pleasing to us to see that your Honors have disapproved the purchase and demolition of a block of houses in Colombo, and thus acted in accordance with our expectation; 162 approving also your Honors' made reflections regarding the proposals of the Governor for the construction of cruising vessels to cruise in time of war on the coast between Manaar and Jaffnapatnam, since it is very probable that this would again cause the item of expenses for sloops and smaller vessels, which has already risen so considerably under this government, to climb even higher, solely on an uncertain prospect 4215. 188 § 320 we request here to be allowed to refer to the report that we made regarding Goupeliere in our humble letter to your High Mightinesses of 7 November 1788. of obtaining some utility therefrom at any time, should war arise; it appearing to us, furthermore, extremely strange that the ministers, without awaiting authorization, have proceeded to the construction of one of those vessels. We pass the bonus of 50 rds per month granted to the engineer de La Goupeliere with the remark that the ministers shall take what was reflected by your Honors concerning this as their guidance, at the same time expecting that this bonus shall have ceased when the Regiment de Meuron will have arrived on Ceylon, since the said officer will then again under that regiment be able to perform his service for his ordinary pay. § 321. Having in the past year already made known our apprehension from the description that we gave of these mills in our respectful letter to Their High Excellencies of 30 January 1787 § 176, it appears very clearly that although regarding the uselessness of constructing we gave them the name of mills, because we knew no more suitable term for them, the same are nevertheless, due to their great simplicity, very different from gunpowder mills that are driven by ordinary wheelwork; six of so many gunpowder mills under this government, as was the ministers' intention, of 4216: 185 such small mills, with respect to the quantity of powder that could be ground upon them, can hardly be equated to two ordinary gunpowder mills, which we think Ceylon highly requires, even in ordinary times; and if the large quantity of powder that is still lacking for the necessary supply on Ceylon itself must be manufactured, it will be hard to manage even with those until such is done. The Gentlemen of the military commission, in their precise Defense Memorandum to His Serene Highness concerning the fortress of Colombo, have also deemed necessary the construction of another gunpowder mill alongside the present water mill. That this water mill can only grind for a part of the year due to lack of water, we have already had the honor to point out in our aforementioned humble letter of 30 January 1787; this year it stood almost entirely still due to the dry season. Moreover, the well-mentioned Gentlemen of the military commission, in the aforementioned precis, under that which must be done in the fourth period, further indicate that this water mill and the buildings belonging thereto make the half-moon in which it stands very cramped, and that it is only it is now pleasing to us that your Honors have ordered the ministers not to construct any new gunpowder mills, but to leave it at the two which they were already busy building, and we hope that the ministers will have felt the sound basis of your reasons and have taken your Honors' recommendation for their guidance. only because this gunpowder mill is needed that they have not provisionally advised its clearance. For the rest, we request here to be allowed to refer to our humble answer to § 227 of the extract from your Right Honorable's general missive of 4 December 1788, inserted in our respectful letter to Their High Excellencies of 27 January 1790. We further approve that your Honors have not granted the proposed bonus of 1000 rds to Captain Lieutenant Broshet, which your Honors will have seen concurs entirely with our views expressed in the aforementioned missive § 228, to which we still adhere. § 322. Your remark that a fund ought to be introduced for the construction 4217. 1 had a subscription made. For the building of a church, the Ceylon congregation has made a subscription of rds 7689.46. We think that the new church currently underway can be built for nearly that amount; if not, and should there be any shortfall, we shall yet of the church in Colombo does not appear unjust to us at all, the more so since such also takes place at other Company establishments, and since it is not even without precedent that in this government private individuals have been allowed to contribute their money toward the construction of such institutions, as can be seen in your resolutory proceedings under 12 July 1746 regarding a small church in Tuticorin.

Dutch transcription

1 act 4214. 181 5. 319. Bij ons nedrig antwoord ƒ 1. 226, van evengem: Extrakt uit uw wel Edele Hoog achtb: generaale missive hebben wo reeds de Eer gehad aantewijlen dat ons intentie alleen geweest is om de huijsen van het voortte blok bij provisie te laaten taxeeren voorleedene Jaar 5. 223. mitsgaders tot het geen wij rE: in deese brief onder de mateaie van Cormandel hebben aan„ geschreeven in het welk wij als van eene algemeene applicatie zijnde, op elke materie houden voor her„ „haald. Insgelijks is het ons aan„ „genaam geweest te zien, dat UE: den inkoop en af„ braak van een blok huij= „sen te kolombo heb= „ben gedisapprobeerd, en dus over eenkomstig onze verwagting hebben gehandeld 162 gehandeld; approbeerende meede uE: gemaakte re„ „flexien omtrend de propo„ „sietsien van den Gouver„ „neur tot het aanbouwen van Kruijsvaartuijgen om in tijde van oorlog op de kust tusschen Manaer en Jaffenapatnam te kruijs„ „sen daar het zeer waar„ „schijnelijk is dat dit wa„ „derom het artikel van on„ kosten van sloepen en min„ dere vaartuijgen reeds, zo aanmerkelijk op dit gou„ „vernement geklommen nog hooger zoude doen stijgen, alleen in een onzeker voor uijtdigt 4215. 188 3. 320 we verzoeken ons hier te mogen gedaa„ „gen aan het berigt dat we nopens gou„ „pilliere gedaan hebben hebben bij onzen nedrigen brief aan uw Hoog achtb: van den 7. ' november 1788. vooruijtzigt om ter eeniger tijd, als het oorlog wierd, daar van eenig nut te hebben, komende het ons- voorts ten uijtterste vreemd voor, dat de mi¬ „nisters zonder qualifi„ caatsie aftewagten tot het aanbouwen van een dier vaartuijgen zijn overgegaan Wij passeeren het aan den in genieur de La Goupeliere toegestaane douceur van 50. rd„s p„r maand onder re„ „marque, dat de minis„ „ters. het door uE: gereflec„ „teerde hieromtrent zig tot na„ „rigt igt 184 „rigt zullen laaten strekken, tevens verwagtende dat dit douceur zal hebben op„ gehouden toen het regi„ „ment van Meuron op Ceilon zal gearriveerd zijn, dewijl gemelde officier als dan wederom onder dat regiment tegen zijn ordinaire gagie zijn dienst zal hebben kunnen waarneemen. 3. 321. Jn het voorleede Jaar onse uit de beschrijving die we van deeze molens gedaan hebben bij onsen eerbiedigen brief aan bedugtheid reeds hebbende Hunne Hoog Edelheeden van den 30. ' Jann: 1787. 4. 176. blijkt zeer klaar, dat schoon te kennen gegeeven voor we daar aan de naam van moolens ge„ „geeven hebben, om dat waer geen gevoeglij de nutteloosheid van het „ken voor witten, dezelve nogtans door aanleggen van zo veel haare groote simplicisteid zeer onder„ scheiden zijn van kauidmolens die met een gewoon aaderwerk bewogen worden, zos kruijtmoolens op dit gouvernement van 1 4216:185 van zulke molentjes kunnen met betrecking gouvernement als der mi= veelheid komit die daar op zoude kunnen nisteren voorneemen was, gelijk worden aangemaalen, qualijk worden ^ gesteld is het ons tans aange„ aan twee gewoone kanitmoolen, die we denken dat Ceilon hoog nodig heeft, zelfs „naam dat UE: de minis„ in gewoone teiden, en zoo de groote quan„ titeit komit, die aan den nodiegen voor„ „ters gelast hebben om raad nog ontbreekt op Ceilon zelfs zal moeten worden aangemaakt geen nieuwe kruijdmoo„ zal het zo lange tot dat zulx is gedaan, zelfs daar meede qualijk te stellen lens aanteleggen, maar De Heeren van de militaire kommis„ het te laaten bij de twee sie bij hoogst derselven precies der Memorie van de defentie aan zijne die zij reeds beezig waren Doorluchtige Hoogheid wegens de ver„ „ting kolembo, hebben ook het aanleggen te bouwen, en wij hoopen van nog een krindmoole bij de tegens woordige watermoole noodig geacht. dat de ministers de ge„ Dat deeze watermoole maar een ge„ „grondheid uwer reedenen deelte van 't Jaar wegens gebrek aan waater maalen kan, hebben we reeds zullen gevoeld en zig uE: de eene gehad bij voorsz: onzen nedrig en brief van den 30:' Janu: 1787. aantewijlen, van dit Jaar heeft zo om het drooge rekommandatie tot na„ laisoen bij na geheel stil gestaan „rigt hebben laaten Bovendien wijzen wel gem: Heeren van de militaire kommissie bij voortz: strekken precis, onder het geen in het vierde tijd vak moet worden gedaan, nog aan, dat deeze watermoole en de daar toe gehoorende gebouwen de halve maan waar in deselve staat, zeer bekrompen maakt en dat het tot de konttanklie daar van ende hoe„ alleen zijn. 1 alleen is uit hoofde dat men deeze kaindmoole noodig heeft, dat hoogst= deselve de opruijming daar van provisioneel niet hebben aangeraaden voor 't overige verzoeken wij ons hier te mogen gedaagen aan ons nedrig act„ „woord op '§ 227. van 't extrakt ut uw wel Edele Hoog achtb: generaale missive van den 4:' december: 1788: geinsereerd bij onsen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 27.:' Januarij 1790 —. Wij approbeeren wyders dat UE: het geproponeerde dou „ceur van 1000. rd=s aan den Kapitain Luijte„ „nant Broshet niet heb= „ben ingewilligd, het welk UE: zullen gezien hebben dat volkoomen over een „komt met onse denk„ „beelden bij meergenoemde mid„ „sive §. 228. uijt gedrukt, tot welke wij ons als nog gedraegen. 3. 322. Uwe remarque dat tot den opbouw 4217. 1 een inschrijving laaten doen opbouw van de kerk te Tot het opbouwen van een kerk heeft de Ceilonsche gemeente een inschrijving ge„ kolombo een fonds behoor„ daar van rd:s 7689. 46 — we danken dat de onderhanden zijnde nieuwe kerk „de ingevoerd te worden, daar voor na genoeg zal kunnen worden opgebouwd zoo niet en wanneer en wat komt ons gantsch, niet onbillijk voortemeer daar zulx ook op andere van komp: Etablissementen plaats heeft en daar het zelfs niet zonder voorbeeld is, dat ten deezen gouverne „mente partikulieren tot den opbouw van dierge„ „gelijke gestigten haare penn: hebben moogen op„ „brengen, zoo als men ter uwe resolutoire besoignes on„ der den 12 ' Julij 1746. betrekke„ „lijk een Kerkje te Tutu„ mogte te kort koomen zullen wij nog „korijn

NL-HaNA_1.04.02_3889_0266 view scan ↗

English

is noted, wherefore we may expect that the ministers will also now make use of your proposal. Paragraph 323. With your taken disposition concerning the 8000 lb of spoiled Karwaat, about whose writing off we have already shown our surprise in the past year, we cannot in any way conform, for however incomprehensible it may appear to us that that karwaat would have spoiled in the short passage from Kolombo to Gale, we nevertheless think that the dispenser fully discharges himself by the declaration of good receipt from the dispense stated on the receipt, and which declaration ought in no single case to be given by the ship's authorities, without having well examined and found sound the goods which they receive. We understand that this sort of matters ought to be treated regularly, because without that, and that in many cases, and how many of that nature have there not been, the one party having the law and the other the equity on its side, the Company remains the unfortunate victim of shameful misuses; and since written proofs in all cases ought to be valid against the writer, we desire that in the present case the assessment be transferred to the ship's authorities. Paragraph 324. That the comparison of which is spoken here has been made against the books of 1759/60 and not against the memorandum of management, has occurred because the memorandum of management is too general to be able to make a special comparison against it. These papers, which have turned out very voluminous, only being able to serve as a guide in judging the unavoidable expenses, are also used for that purpose by the commission appointed by us to revise the memorandum of management, to which commission first, according to our resolution of the 21st of August 1789, were appointed the elected Gale commander Sluijtken and the chief administrator Raket, and to which, according to our resolution of the 4th of September, has further been added the merchant and first visitator Berghuijs. Since then, because of the departure of the commander Sluijtken to Gale, the merchant and first warehouse keeper Reitons has also been placed in this commission. The aforesaid comparisons of the visitator Berghuijs we shall nonetheless have copied, and we have the honour to send one to your Honourable and Right Worshipfuls on a following occasion. The same orders that we according to our aforesaid resolution have given to this commission, have also been given to each of the subordinate outer offices. Meanwhile, both here and at the outer offices, according to our resolution taken for that purpose on the 16th of October 1789, it has been recommended to report successively whatever is discovered that could serve for the reduction of the expenses in reports, in order to be able to put the diminutions that should be found possible into execution at once. While the aforesaid reports are expected to come in, nothing is neglected to keep the expenses within as narrow limits as can happen. With pleasure we have seen that the ministers seem to have directed their special attention to the so highly risen expenses of this government, and that they wish to apply means to discover the sources of this evil, in order thus to arrive at the means to provide therein efficaciously, and we expect that the comparison between the expenses of the financial year 1759/60 and that of 1785/6 drawn up by the visitators, with the addition of the reasons for the difference, will be elucidated, and we do not doubt that the ministers will have sent this comparison hither also, but in case this should unexpectedly not have been done, we expect that this will still happen. We can however find no reason why the ministers have taken precisely the financial year 1759/60 and not rather the memorandum of management as a basis, since the expenses in that year amounted to ƒ1107963.2.8 Indian or ƒ913919.12.- Dutch, while the same are fixed in the memorandum of management at ƒ902500.-.- Indian or ƒ744562.10.- Dutch money, and this therefore yields a considerable difference; but since the knowledge of the difference and of the reasons for the same would avail nothing if the means were not also put to work to obtain essential improvements herein, we command the ministers most emphatically

Dutch transcription

488 =korijn vind aangeteekend, weshalven wij mogen ver„ „wagten dat de ministers ook thans van uw voorstel zullen gebruijk maeken. §. 323. Met uE genome disposi„ „tie omtrend de 8000. lb: bedorve Karwaat over wel „ker afschrijving wij reeds in het voorleeden Iaar onze bevreemding hebben betoond, kunnen wij ons in „geenen deele Conformeeren, want hoe onbegrijpelijk het ons ook moge voorkoomen dat die karwaat in het korttrajot van Kolombo naar Gale zoude bedorven zijn 4218. 189 zijn, meenen wij egter dat de dispencier zig volkoo„ „men ontlast door het declaratora van goeden ontvangst uijt de dispens op de quitantie vermeld, en hoedanig declaratoir in geen eenig geval door de scheeps overheeden be„ „hoord te worden gegeven, zonder de goederen welke zij ontvangen wel g'Exa„ „mineerd en deugdig bevon„ „den te hebben. Wij begrijpen dat dit zoort van zaaken regelmatig behoord te worden be„ „handeld dewijl zonder dat 190 9 —. Dat de vergelijking waar van hier gesprooken word is gedaan tegens de boeken van 17 9/60 en dat in veele gevallen (:en hoeveele van dien aard zijn er niet geweest:/ de eene paatij het regt, en de andere de billijkheid voor zig hebbende, de komp: het ongelukke„ „ge slagt offer blijft van schandelijke mesuces en daar schriftelijke be„ „wijzen in allen gevallen behooren te gelden, tegen de schrijver, begeeren wij dat in het voorhanden zijnde geval de belasting op de scheeps overheeden worde overgebragt §. 3. 24. Met genoegen hebben wij gezien dat de ministers hunnen niet 4219:— 191 niet tegens de memorie van menagie, is ge„ hunnen bijzonderen aan„ schied dat de memorie van menagie te gene„ „dagt schijnen gevestigd te hebben op de zoo hoog voluminees zijn uitgevallen, alleen kin„ „nende strekken tot een handlijding in het lasten geklommen lasten van beoordeelen der onvermijdelijken bestaan worden ze ook daar toe gebruikt door de kommissie bij ons benoemd om de men dit gouvernement, en dat morie van menagie te revideeren, tot zij middelen willen aan welke konnissie eerst volgens onse „col: van den 21:' aug. o 1789 benoemd wenden om de sources zijn den g'eligeerd gaalsche komman„ deur sluijtken en den hoofdadministra„ deeser kwael te ontdek„ „teua Raket en waar hij volgens onze „ken, ten einde alzo te retol: dg den 4. ' zber: daar aan nog is geassumeerd en koopman en eerste vili„ komen tot de middelen „tateur Berghuijs. zeedert is mits ver„ trek van een kommandeur kluijlken na om daar in effecacieuse Gale nog in deezen kommissie geplaatst „lijk te voorsien en wij ver„ den koopman en eerste pakhuijsmeester Reitons. De voorsz: vergelijkingen wagten dat de vergelijking van den visitataur Berghuijs zullen we niet te min laaten afschrijven tusschen de lasten van het en de eene hebben uw wel Edele Hoog agtb: boekjaar 175. 39/60 en dat bij een volgende gelegendheid toe te zenden. Dezelvde beveelen die we volgens onze van 1785/6 door de visi= voorsz: resoluutsie gegeeven hebben aen deeze kommissie, zijn ook gegeeven tateurs opgemaakt, na een elk der onderhoorige buyten kantooren Jntusschen is zoo hier als met bijvoeging van de te kunnen maaken. Deeze papieren die zeer op de buiten kantooren volgens onze „raal is, om daar tegen een speciaal vergelijk daar reedenen 192 schieden kan. daar toe genomene resolutie van den 16:' 8ber: reedenen van het verschil 1789. aanbevoolen, om het geen successive word ontdekt dat zoude kunnen strecken tot vermin„ zal g'elucideerd weesen, „dering der latten, telkens op tegeven bij berichten ten einde de diminutien die zoude worden en wij twijffelen niet of bevonden mogelijk te zijn, aanstonds te kunnen ten uitvoer brengen. Midlerwijl de ministers zullen deese dat de voorsz: rapporten staan intekomen, word niets verzuird om de latten binnen vergelyking mede her„ zoo nauwe bepaaling te houden als ge„ „waards hebben gezonden, dog bij aldien dit on„ „verhoopt niet mogt gedaan zijn, verwagten wij dat zulx nog ge„ =schiede. wij kunnen eg„ „ter geen reeden vinden waarom de ministers juijst het boekjaar 17. 37/60. en niete liever de memorie van menagie tot een bases hebben genoomen, daar de Lasten in dat jaar beliepen ƒ1107963:2: 8: Indisch 4220. 190 Indisch of ƒ. 913919. 12. - neer„ „lands, terwijl dezelve bij de memorie van me„ „nagie op ƒ 902500. —. — Indisch of ƒ. 744562. 10. —. Neerlandsch geld bepaald zijn, en dus dit een aan„ merkelijk verschil op Eer„ „verd, dan daar de ken= =nis van het verschil en der reedenen van het zelve niets zoude baaten, zo niet tevens de middelen wierden in 't werk ge„ „steld, om hier in essen„ „tieele verbeeteringen te verkrijgen, beveelen wij de ministers op het nadrukkelijkste

NL-HaNA_1.04.02_3889_0272 view scan ↗

English

most emphatically to put the reduction recommended by your honors into effect immediately. Paragraph 325. Likewise, it deserves our approval that the ministers have given orders, as appears from a respectful letter to their High Mightinesses dated 31 March 1787. Paragraph 60, his honor did not comply with, and this work will also be better settled after the ongoing confrontations have ended, and one will consequently know the true remnants. These confrontations already being far advanced, the first-undersigned governor, as soon as his condition shall in any way permit, will take this work in hand with the trade bookkeeper himself, and in so far as the goods that continue to run among the remnants have not yet been brought to the proper prices, this shall likewise be done at the earliest opportunity. In the meantime, we request permission to remark here that the error in the calculation of the five metal cannons of one pound mentioned in the aforementioned respectful letter to their High Mightinesses arose solely from the fact that the weight of the metal cannons in the trade books, and the trade servants did not take the price thereof according to the proportion of the weight, but according to the proportion of the pieces. Regarding the commission relative to the remnants, which the former head administrator of Colombo and the present commander of Galle appear to have given together with the trade bookkeeper, to examine the remnants in the trade books carefully and to indicate what is unnecessary and could serve to reduce the same; whereby we assume that an accurate comparison and examination will be added as to whether those remnants are truly found there as they are listed on the books, since we have reason to fear that this is not handled very accurately here. It is also of the utmost necessity that they have the prices checked at which the remnants continue to run on the books, since it has appeared to them that this is not in proper order. Paragraph 326. Although it is truly a very strange matter that some remnants are listed in the books almost eight times as high as they essentially ought to be and their value is, and your honors have expressed your honors' justifiable astonishment thereat, we must nevertheless remark that it did not seem so strange to us, as it had appeared to us from the trade books of the Cape and even from those of Batavia, that in keeping the accounts and writing off the value of the goods being supplied, work is done so arbitrarily and irregularly that the goods, upon being supplied, etcetera, are not written off in the accounts for the price they cost the Company, but for a higher or indeed a lower price, from which latter it then follows that in order to close the credit with the debit of the account, the goods remaining per remnant are burdened with the missing balance, which is thus the cause that those goods remain on the books for such an enormous sum, and subsequently provides the opportunity either to write off on profit and loss what was written off too low, or causes the capital of the remnants to make an important appearance, and thereby shows an imaginary capital of the Company on which no reliance whatsoever can be placed, which we trust your honors will have already seen from the enclosure of our last-sent general missive, containing among other things some remarks on the books of the artisan quarter, under the article of Saltpeter, and as has been demonstrated regarding various articles in the remarks made on the trade books of the Cape in our missive of 1787. Paragraph 327. Since it has thus appeared to us that this error takes place at both of those offices whose trade books come under our eyes here in this country, we would not be surprised if the same were likewise found on Ceylon, and that this was to be noted as the cause of the enormous price of those goods. But whatever the reason may be, we expect your honors to ensure that the same is remedied and the necessary provision made against it for the future. Paragraph 328. It appears to us in the highest degree strange that the ministers, without any the least qualification, have passed a resolution to grant the request of such artisans who are not in bad standing, to be allowed to receive their credit wages without distinction as to whether their first contract has been served out or not, having no relation to the hundred of the transfers, we thought we could not refuse to submit this request to their High Mightinesses in our respectful letter to their High Mightinesses.

Dutch transcription

nadrukkelijkste de door UE: gerekommandeerde reductie dadelijk werk „stellig te maaken. §: 325. Jnsgelyks verdient het onse Aan de kommissie betreckelijk tot de rettanten, die weder geweesen hoofd- ad„ goedkeuring dat de minis ministrateur van Kolombo, en presente gaalsch kommandeur bluijkken te zamen „ters order gesteld hebben met den Negotie boekhouder hebben gegeven, blijkens en ten eerbiedigen brief aan Hunne om de restanten bij de Hoog Edelheeden van den 31. ' maart 1787. §. 60 heeft zijn E: niet voldaan, en zal zig negootsie boeken nauw= dit werk ook beeter laten afdoen na dat de onderhanden zijnde konfuontatien =keurig nategaan en zullen zijn afgeloopen, en men mitsdien de zuijvere restanten weeten zal. Deele aantewijzen wat er al„ konfacntatien reeds verre gevorderd zijnde zal den eerst ondergeteekende onnoodig is, en tot ver„ gouverneur zoo daa zijn ten dat eenig„ zinds zal kunnen toelaten dit werk mindering derzelve zou„ met de negotie boekhouder zelve onderhanden neemen, en voor zo verre de kunnen dienen de goederen die bij de restanten voort. loopen, tot nog toe niet mogten zijn waar bij wij veronder„ gebragt op de behoorlijke prijsen, zal stellen, dat eene accu„ dit insgelijks ten eersten geschieden, intusschen verzoeken we verlof hier raate vergelijking en te mogen aanmerken, dat het abuijs der bereekening van de vijf metaale Examinaatsie zal kanons van een pond vermeld bij voorsz: gevoegd 4221 1912 de prijs daar van niet hebben genomen na portsie van de stucken voorts: onzen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden, Alleen daar in't gevoegd zijn, of die restan„ „ten wel waarlijk aldaer taale kannons in eene san loopt bij de zoo gevonden worden zoo propontie van 't gewigt, maar na pro als ze op de boeken be„ „kend staan, dewyl wij reeden hebben om te vreesen dit hier in niet zeer accuraat word te werk gegaan. Het is meede van de uit „terste noodzakelijkheid, dat zij laaten nazien de prijzen waar tegen de restanten bij de boeken voortloopen dewijl het hun is voor„ gekoomen, dat zulx niet in behoorlijke order is. §. 326. schoon het waarlijk eene negotie boeken, en de negotie bediendens is ontstaan, dat het gewigt van de me„ Zeer i zeer vreemde zaak is, dat sommige restanten bij de boeken bij na agt =maal zoo hoog bekend staan als zij wesentlijk behoorden en haare waar„ de is, en UE: daar over uE: billijke verwonderinge hebben te kennen gegeven, moeten wij egter aanmer„ „ken dat het ons niet zoo vreemd is voorgeko„ men, daar ons was gebleeken uijt de negotie boe„ „ken van de Caap en ook zelfs uit die van Batavia, dat in 't houden der reekeningen en 't afschrijven der waerde van de verstrekt wordende goederen 4232 19 goederen zoo willekeurig en inregulier word te werk gegaan, dat de goederen zoo bij verstrekking Etc=a niet voor de prijs, welke, ze de kompenie koomen te staan, bij de reekeningen worden afgeschreeven, maar voor hooger of wel min „der prijs, uijt welke laatste dan voortvloeid dat om het Credit met het debit der reekening te doen sluijten, de per restant zijnde goederen met het ontbreekend saldo wor„ den beswaard, 't welk dus de oorzaak is, dat die 190 die goederen tegen zoo een En orme som te boek bly ven staan, en vervolgens gelegenheid geeft, of om op winst en verlies het te laag afgeschrevene afte boeken, of dat het Kapitaal der restanten een importante vertoo¬ =ning maakt, en hier door een imaginair kapitaal van de komp: vertoond, waar op in geenen deele staat te maaken is, het welk wij vertrouwen, dat UE: reeds uijt de bijlage onzer laatst afgezondene generaale missive in houdende 4228. 149 houdende onder anderen eenige remarques op de boeken van het ambagts quartier zullen gezien 6 hebben, onder het articul van de Salpeter, en zoo als in de remarques op de Negotie Boeken van de caal bij onze missive van 1787. ge„ „maakt, omtrend diversche artikielen is aangetoond. § 327. Daar dus op beide die komp „toiren van walke de Nego„ „tie boeken onder ons oog hier te Lande komen 't ons is gebleeken, dat dit abuijs plaats heeft N00 Het verzoek van zulke ambagtslieden die niet zoo zouden wij ons niet verwonderen dat zulx op ceilon insgelyks gevinden wierd, en dat zulx als de oorzaak der en orme prijs deer goederen was aante =merken: Dan Welke ook de reede zijn mag, verwag¬ „ten wij dat UE: zullen zorgen dat deselve gere „medieerd en daar tegen voor 't vervolg de noodige voor„ „ziening gedaan worden. §. 328. Het komt ons ten uijtter te quaat staan, om zonder onderscheid of hun „ste vraamd voor dat de minis„ eerst verband uitgediend is of niet, hun tegoed hebbende galie te mogen ontvangen, geen ters zonder eenige de minst betrecking hebbende tot de hondert der trans„ „porten, dagten we niet te mogen weigeren qualificaatsie een resolutie dit verzoek aan Hunne Hoog Edelh: voor te dra „gen bij onsen eerbiedigen brief aan Hunne hebben genomen om het verzoek Hoog den ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3889_0279 view scan ↗

English

Their High Mightinesses of 31 March 1787, paragraph 94, and revoked by order of Their High Mightinesses. That we provisionally, and subject to Their High Mightinesses' further approval, granted the request of those European craftsmen who are in debt, that they might receive pay for six months a year, so that the other six months would remain to settle their debts, happened solely because such craftsmen, especially those who receive small wages, sometimes have to manage in a pitiable state when they receive no more than three months' pay. We thought we had all the more liberty to take this resolution because, in our humble view, it is very essential even for the interest of the Company that, with regard to such servants, care is taken that they do not perish from an all too distressed existence or, to speak plainly, from want. This arrangement was nevertheless immediately [illegible] to grant the European craftsmen partly by provision, and we cannot but to the utmost approve the declining resolution taken by you in this regard, while we are very displeased about such unqualified actions, as it has never been our intention to benefit the livelihood of all the Company's servants, but only that of the military establishment, as we explained in our letter of 18 November 1784, paragraph 414; and as the ministers could easily have understood this, and could also well have felt the disadvantages that would thereby be caused in this country to the holders of the transfers of such craftsmen, they ought not under such pretexts to have proceeded to such steps. We therefore most earnestly recommend them to adhere to the order given by you, and to abstain in future from such unqualified acts. Paragraph 329. We expect that when the ministers have received the funds which we have successively resolved to send for the benefit of their government, they will be very well able to manage, and that they will have already learned our thoughts regarding the borrowed funds from our previous writing, which we expect will not need to be discharged before the Company's treasury is in a broad state. Since we have now found that the demand for cash was not inserted in the copy of the ministers' letter to you of 31 March, we expect that they will in future, in compliance with the order given by us in the letter of 21 December 1787, insert this demand, together with the estimated requirement of cash, in the copies of the letters destined for the Netherlands. Of these funds intended for us by Your Right Honorable Worships, we have received nothing to date; of the borrowed capitals, no notable sums have been demanded to this day, although, as far as Colombo is concerned, we have now further reduced the interest from six to four and a half percent, to take effect from the first of February next. That we have not reduced the interest at the subordinate out-stations as well happened because the credit bills are not as current there, or rather can be used less, and they would sometimes not be able, upon redemption of the capitals, to make payment in cash. We request pardon for this mistake, and the demands along with the estimated requirement of cash will always be inserted in the copy letters for the Netherlands. Paragraph 330. As you say in your letter to the ministers of 22 May that you decline the requested arrack so as not to prejudice the Ceylon arrack by fulfilling it, unless it should appear to you by further report from the ministers that they had particular reasons for that demand, it seemed very strange to us that you report in your letter of 31 July that you had resolved on 19 June, and thus a short time after the said writing, to send 20 leagers of arrack to this government, without giving any reasons in that letter for that sudden change in your intention. We therefore desire to be informed what gave rise to this. Paragraph 331. Concerning the trial which the ministers would make of farming out the nelly rights instead of collecting them, we await your considerations and the effect of the farming out that we have gradually reintroduced the nelly leases here, in Galle and in Matara, as far as that had not yet been done, without it encountering noticeable opposition. The old lease conditions have been considerably simplified so that they might be understandable to everyone, and by resolution of 27 September last we even decided to have them printed so that they come to the knowledge of the inhabitants, to prevent

Dutch transcription

4224. v Hoog Edelh: van den 31. ' maart 1787. 6. 94. en ordre van hunne Hoog Edelh: weder ingetrocken. der Euroropesche ambagts dat we provisioneel en op Hunne Hoog Edelh: nadere goedkeuring, bewilligd hebben in het lieden gedeeltelijk bij pro¬ verzoek der zulke die tequaat slaan, dat te ses maanden sjaars mogte genieten zoo dat de visie te accordeeren, en andere sel maanden zouden blijven tlaan tot verevening hunnen schulden, is alleen geschied, wij kunnen niet dan ter om dat zulke ambagtslieden, in zonderkeid die klijne galie genieten, somtijds het medelij„ uijtterste goedkeuren het dens toe, zig moeten behelpen, wanneer te niet meer dan drie maanden genieten. we de klinatoir besluit, van dogten niet te meer vrijheid tot dit belluit te mogen treeden, om dat het zelfs voor het uE: hier omtrend geno„ belang van de komp: naar ons nedrig inzien zeer essentieel is, dat ten aanzien van dier„ men, terwijl wij zeer on„ „gelijke dienaren worden gehoogd, dat te door een al te kommerlijk bestaan of om regt vergenoegd zij over dier„ uitte spreeken, door gebrek, niet omkomen deeze schikking is niet te min op de eerste gelijke ongequalificeerde handelingen, daar het nimmer ons oogmerk is geweest om het be„ „staan van alle de die„ „naeren der komp: te bevoor„ „deelen, maar alleen dat van het militaire weesen, zoo als wij ons bij brief van 18. Novemb. 1784. 1784. §. 414. hebben g' Expli„ „teerd, en daar de ministers dit ligtelijk hadden kun: „nen begrijpen, en ook wel hadden kunnen gevoelen de nadeelen die hier te lande de houders der transporter van dier ge lijke ambagtslieden hier door zoude werden aangedaan, hadden zij onder zulke voorwendzelen tot diergelijke stappen niet behooren overtegaan. wij rekommandeeren. hun derhalven op het Ernstigste zig aan„ de door UE: gegevene order v v te 422/ van deeze door uw wel Edele Hoog achtb: van de kapitaalen, de betaaling te doen in § 329. Wij verwagten dat wan„ niets ontvangen; van de geleende kapitaa neer de ministers de pen„ „len zijn tot heeden geen merkelijke somme „ningen zullen ontvan„ opgeeischt, schoon we zo veel kolembo aangaat den intrest nu nader vermin„ gen hebben, welke wij. „deud hebben van zel tot vier en een half p:r C:o om in tegaan met primo fabruarij aanstaande. successivelijk beslooten Dat we op de onderhoorige buiten kantooren ook den intrekt niet verminderd hebben hebben ten behoeve van is geschied, om dat de koedit brieven daar niet 20 gangbaan zijn, of lieven minder kunnen werden gebruikt, en men zomtends hun gouvernement te niet instaat zonde waeren om bij opeissching verzenden, zij het zeer wel zullen kunnen gaan„ de houden, en dat zij raads uijt ons voorig schrijvens onze gedagten zullen vernomen hebben omtrend de geleende penn: toegedagte penningen hebben we tot nog toe kontant. te houden, en zig van zulke ongekwalificeerde daeden bij vervolg te onthou¬ „den die en we versoeken verschooning over dit abuis in de kopij brieven voor nederland werden geinsereerd. en zullen de eisschen benevens de kalku„ die wij verwagten dat niet voor dat de kas van de kom „pagnie in een ruime staat is, zullen behoeven afge „legd te worden Daar wij nu in de Kopia van der ministers brief aan UE: van 31:' Maart den Eisch dar kontanten niet geinsereerd gewonden hebben, verwagten wy dat zij bij vervolg is vol„ „doening der door ons gege„ „vene order bij brief van 21: december 1787. deesen Eisch be„ „nevens de Calculative beno„ „digtheid der kontanten in de ko„ pien der brieven, voor nederland gedestineerd voor'taan „lative benodigtheid der kontanten steels zullen 4226: zullen insereeren §330. Daar Uh: bij derzelver brief aan de ministers van 22:' Maij zeggen, dat UE de gevraagde arak excuseeren om door de voldoening niet te praejudiceeren dan de Cei„ lonsche arak, ten zij het door een nader berigt van de ministers, aan uE: mogt blijken, dat deeze tot die Eisch. bij zondere reeden mogten gehad hebben, is het ons zeer vreemd voor gekoomen dat UE: bij uwen brief van 31. Julij melden dat UE: den 19:' Junij en dus korten tijd na het gemelde 28 gemelde schryven hadden beslooten 20. leggers aaak naar dit gouvernement te verzenden, zonder bij die brief eenige reeden te geeven van die spoedege verandering in uw voor „neemen. Wij begeeren dus geinformeerd te worden wat daar toe aanleiding gegeven heeft. §. 331. Omtrend de proef welke, wij hebben de nelie verpagtingen hier, te gale en te Mature langzamer hand de ministers zouden nee wederom doen invoeren, voor zoo verre dat nog niet gescheed was zonder dat het „men van het verpagten merkbaeren tegenstand gevonden heeft. De oude pagt konditien zijn merkelijk der Nelij geregtigheid gelimpliiceert op datze voor een elk zoude verstaan baar zijn, en hebben was zelfs in steede van de Collecte ter rekol: van den 27. 7ber: J=o E: beslooten der zelve zullen wij UE: om ze te doen dankken op dat te komen ter kennisse der ingezeetenen ter voorkoming Consideratien en het effekt der verpagting dat

NL-HaNA_1.04.02_3889_0285 view scan ↗

English

that the farmers demand nothing from them beyond the conditions should be undertaken, awaiting the farming out before explaining ourselves further about this. While a military commission was expected to submit the plan of defense that these gentlemen would present, and Your High Right Honourable, having since drafted such a plan, we request permission to suffice with merely adding here that we have no remarks upon it other than that we believe it to be entirely sound. Regarding the means to defray the necessary expenses, we request permission to refer to the humble proposals which we now take the liberty to make to Their High Excellencies, among others for the improvement of agriculture, which naturally will exert a favorable influence on all other branches of the Company's revenues, and which articles, being one of the primary matters in our humble view, we hope will not fail to be supported. § 332. We look forward with eagerness to the plan of defense, together with the reflections upon the means to defray the necessary expenses and the reduction in the Company's establishment, which the ministers were to send to you, and we hope that it will contain such useful proposals whereby the Company may be somewhat relieved in its pressing circumstances. § 333. Since we have seen from the dispatch of the Malacca ministers to you of 31 March 1783, that upon information from the captain of a French frigate, Trommelin, that they were in want of sulfur for making gunpowder on Ceylon, they had resolved to purchase 20000 lb of sulfur, but that they had only been able to obtain 4737 ¾ lb, which they had purchased at the cost price of rd:s 7: 9: per picol of 125 lb and dispatched with the sloop Sunda to this government, and it now appears that this sulfur, which the ministers of this government call sulfur earth, was not only not needed on Ceylon, but that they could not even use the same there, we cannot refrain from remarking that the information upon which the governor of Malacca proceeded in this matter was rather flimsy, and we hope that a more cautious deliberation will in future safeguard the Company from similar disagreeable losses and useless purchases. § 334. We fully approve your remark made concerning the undertaken cutting in the Girrewais, and we have seen with pleasure that you have not approved this act undertaken by the governor without qualification, but wished to await the outcome thereof beforehand. We also desire to be informed of the amount of the costs, which we fear will be very considerable, particularly since the constructing and maintaining of dams and rivers, which in this plan would also have to take place in the Mature river, if at all practicable, will at least prove very costly. The paddy revenues in the Mature dissavony on account of the two financial years after the excavation mentioned at this time was carried out prove the great utility thereof. The highest revenue that the Company has had from the Mature dissavony since the year 1759/60 before the excavation did not amount to more than 63582 parras, which was in the year 1774. In the year 1788/89 the same amounted to 70311 parras, and in the recently completed financial year 102630 parras, thus in these two years an increase of 45777 parras, and consequently already almost as much as the entire excavation cost, as appears from the report we made thereof to Their High Excellencies with our humble letter of 27 January 1790. We request, regarding this point, to be permitted to refer to our humble answer to § 238 of Your Right Honourable Indian Government of 27 January 1790. § 335. The very strange manner in which the matter of the warehouse keeper Conradi at Galle was settled by the ministers by a political disposition truly deserved your highest displeasure. Since you yourselves suspected this act of Conradi so strongly of illicit trade, you should not have simply passed over a matter of that importance merely because it was a fait accompli. But since we have explained ourselves at large on this singular and suspicious act in our last general dispatch § 239, we refer to it and recommend that the ministers strictly pursue what was commanded therein, so far as may be practicable. The very respected general dispatch of 4 September 1788, inserted in our respectful letter to the High Government. The Governor hopes that the outcome of his efforts made for the welfare of the country may already serve in some degree as proof that he seeks with all possible zeal to earn the very favorable and flattering opinion that Your Right Honourable are so good as to hold of him. He will continually do everything that may depend on him to render himself more and more worthy of the proofs of Your Right Honourable's goodness. Herewith he flatters himself that the outcome of affairs will show that, to the great benefit of the welfare both of the Company and its inhabitants, some extraordinary expenditures have had to be made, and beginning with canalizing, there is, as he trusts, well-founded hope that much good can still be accomplished here on the island. § 336. Since it will have appeared to you from § 213 of the aforementioned general dispatch, that although we had reason to be satisfied with the zeal and patriotic intentions of the governor, we nevertheless did not believe we perceived in all his actions that frugality which the Company's interests indeed required, you will well have been able to deduce therefrom that your hearty but serious and truthful

Dutch transcription

4227:— dat de pagters hun niets boven de kondittien vergen dienen te worden ten hand genomen. verpagting afwagten alvoo„ rens ons daar over naa„ der te Expliceeren. wijl en een militair kommissie stond re 332. Wij zien met verlangen, te gemoed het plan van ver„ daan met aftewagten het plan van verde„ diging dat deeze Heeren zoude komen opte„ geven: &uwn Hoog Ed: gelte zedent zulk een, deediging benevens de plan hebbende ontwerpen verzoeken we bedenkingen over de mid„ verlof temoogen volstaan met hier alleen bij tevoegen, dat we daar op niets hebben „delen tot goedmaaking der aantemerken dan dat wij het gelooven volkomen goed te zijn. Nopens de middelen tot goedmaking der benodigde kosten, benodigde kosten en re„ verzoeken wij ons te mogen gedraagen aan de nedarige voorstellen die we tans „ductie in Skompenies de vrijheid neemen, aan Hunne Hoog omslag 't welk de minis= Edelh: te doen onder anderen ten verbete„ ring van den landbam het welk natuin „lijk zal hebben een gunstigen invloed op „leas aan UE: zouden alle andere takken van sComp:s inkomsten toezenden en wij hoopen en welke artikelen mits dien is een der dat het zodanige nuttige voorstellen zal bevatten, waar door de Kompenie in haare drukkende om„ „standigheid eenig zints komen, hoopen we niet te zullen hebben mis„ eerste raaken, welke naar ons nedrig inzign zal zal worden ondersteund. § 333. Daar wij uit de missive van de Malacse minis„ „ters aan UE: van 31. maert 1783. 3. 8. , hebben gezien dat zij op informatie van de Kapitain van een fransch fregat Trommelin, dat men op Ceilon om zwae„ „vel tot het kruidmaken verleegen was, hadden gere„ „solveerd 20000 lb: Zwavel in te koopen, dan dat zij maar 4737. ¾. lb: hadden kunnen bekomen, die zij tegen maaksprijs van rd:s 7: 9: voor het picol van 125. lb: hadden ingekogt en met de 208. 4220: e de sloep sunda naar dit gouvernement verzonden, en het nu blijkt dat deese Zwavel die de ministers van dit gouvernement noemen zwavel aarde, niet alleen niet noodig op Ceelon is geweest maar dat zij deselve daar niet eens hebben kunnen gebruijken, wil= len wij niet afzijn op„ temerken dat de infor„ „maatsie op welke de gou= „verneur van Malacca in deesen is afgegaan, al vrij los zijn geweest en wij hoopen dat een voorzigtiger overleg de Komp § 334: Wij approbeeren ten vollen De Nelie inkomsten in de Matureesche dossavonij voor reekening van de twee boek„ uwe gemaakte remarque „jaaren na dat de hier ter tijden vermelde doorgraving is gedaan bewijsen de groote over de ondernoomene nuttighend daar van. De hoogste genegtighen die de komp: zedert het doorgraaving in de Gir„ jaar 17 3/60 uit de Maluaeelcke de s Javonij go„ had heeft voor de doorgraving heeft niet in een beloopen dan 63582. parras dat geweest kewaijs, en wij hebben met is in 't Jaar 1774. in het jaar 178 8/9. heeft deselve bedragen 70311. parras en in het jongst genoegen gezien dat afgelopene boekjaar 102630. paaras dus in deeze twee jaaren meer 45777. paaras en riwe deese daad door den mits dien reeds na genoog zo veel als de heele doorgaaving gekost heeft, blijkens gouverneur zonder qua het verklag dat we daar van gedaan hebben aan Hunne Hoog Edelh: bij onsen „lifikatie ondernoomen, met nedurgen brief van den 27. Januarij 1790. hebben geapprobeerd, maar den uitslag daar van te vooren willen afwagten. wij verlangen mede geinformeerd komp: bij vervolg voor dien „gelijke onaangenaeme schaadens en nutteloose inkoopen zal beveili„ te „gen 4229: 24 we verzoeken ons, nopens dit poinct te mogen gedragen aan ons nedrig antwoord op §238. van uw wel Edele Hoog achtb: indische regeering van den 27. ' Janu: 1790 te worden van 't bedraegen der kosten die wy vreesen dat zeer aanzienlijk zijn zullen, bij zonder daar het leggen en onderhouden van damman en revieren het welk in dit plan= ook in de Matureesche rivier zoude moeten plaats hebben, zoo al„ prarticabel althans zeer kostbaar vald. §. 3. 35. De zoo vreemde voet op welke de zaak van den pakhuijs zeer gerespecteerde generaale missive „meester Conradi te Gale, van den 4. ' 7ber: 1788. g'insereerd in onzen eerbiedigen brief aan de Edele Hooge „door de ministers door een politique disposietsie is afge„ „daan verdiende waarlyk 2 uw eerd 2z: uw hoogste ongenoegen, dan daar uE: zelve deeze daad van Conradi zoo zeer pis= „pecteerden van verbooden handel, hadden Uw eene zaak van dat aanbelang om dat het een gedaene zaak was niet maar eenvoudig behoo„ „ren te passeeren, dan daar wy ons over deese singu= =liere en suspecte daad in het breede hebben g' expli= „ceerd bij onze laatste general missive §. 239. refereeren wy ons daar aan en rekom „mandeeren de ministers het daar bij bevoolene zoo eenigzints doenlijk stiptelijk 4230: 213 De Gouverneur hooft dat de uitkomst zijn er pogingen gedaan tot 'slands wellijn, reeds stiptelijk te agtervolgen. §. 336. Daar het uE: uijt 5. 213: van evengemelde generaale eenigkinds mogen strekken ten bewijsen dat hij met alle mogelijk ieven zoekt te verdienen het zeer gunttig en flaters gevoelen missive zal gebleeken zijn, dat uw wel Edele Hoog Achtb: zo goed zijn van hem te hebben. hij zal bij voortduuring al„ dat of schoon wij over den „les doen, wat van hem afhangen kan, on zig „deele bewijlen van uw wel Edele Hoog Achtb: iever en paijtelijke oogmer„ goedheid meer en meer waardig te maken. Hier bij vlijt hij zig, dat de uitkomst der zaaken zal toonen, dat tot groot uit zijn „ken van den gouverneur besteed, eenige buiten gewoone uitgaven die hebben moeten worden gedaan en te be„ reeden hadden te vreeden ginnen met Cacaliseeren zijn, zo hij ver„ trouwd, leer gegaande hoop, dat hier ten eilande te zijn, wij egter in alle nog veel goeds kan worden gelligt, zo tit zijne handelingen niet dat menagieuse meen„ „den bespeurt te hebben het welk kompenies belangens wel vereischte, zullen UE: daar uit wel hebben kunnen afleiden dat UE: hartelijke maar ernstige en met de waar„ wel zijn van de komp:e als haere ingezetenen „heid

NL-HaNA_1.04.02_3889_0292 view scan ↗

English

unanimous recommendation and advice given by your separate letter to the Governor cannot but be pleasing to us, whilst we hope and trust that the Governor will make use of the said remarks and conduct himself accordingly. § 337. We have observed with surprise that you were not informed of the pay upon which the Company's Madurese soldiers were taken into service, and we are even more astonished that, in that uncertainty, you ordered the ministers to treat them, irrespective of the capitulation, in the same manner and respect regarding pay and allowances as the Easterners present in this government. And since such an order can hardly be called very prudent, but rather many unpleasantries could arise from it, both with the prince who supplied the troops and with the people themselves, we recommend that you proceed with greater caution and attention in such matters. § 338. The ministers have done well to bring Captain Leclerc to his duty, yet it has also appeared to us that somewhat too much leniency was used with him. And although we can let it pass for this time, we nevertheless order them that they must not permit any laxity in military matters, both with respect to officers and common soldiers; for if discipline were lacking in the military, it would soon become an idle, unfit, and even dangerous body, against which we therefore wish to have the ministers most earnestly warned. Only the consideration that Captain Leclerc, as a foreigner who might be assumed to have been in the Company's service for only a very short time, did not yet know all the rules customary among us, has moved us not to deal with him too severely. For the rest, Your Right Honourable may be very assured that military discipline in this government is maintained with the greatest emphasis. § 339. We hope that the conduct of the Kandyan Court towards the Company will in the long run correspond to the advantageous thoughts which Governor van de Graaff has of it. The Governor will take this remark, which is certainly most well-founded, for his dutiful guidance. It is true that the nature of the Kandyans does not permit one to place such firm reliance upon their assurances that one could rest easy upon them, and the Governor will therefore also do well to pay close attention to their conduct at all times, and not always attach the greatest weight to the assurances of the Emperor and his court grandees. Yet the outward signs of goodwill which are presently obtained from them, and which have revealed themselves anew in the permission for cinnamon peeling, even privately, beyond the ordinary limits, cause us to hope that the Kandyans, at least at present, consider it in their interest to maintain good harmony with the Company. And it does not seem improbable to us that the renewed friendship and alliances between the Republic and that European power which is the mightiest to the west of the Indies will strengthen them in those peaceable sentiments. If their goodwill must now be deduced from a consideration of self-interest, there is at least no reason to accustom them to costly gifts to maintain their good disposition. And however much we remain convinced that the gifts given by the Governor to the court grandees were necessary to achieve this or that beneficial purpose, we trust nevertheless that the costliness of such means will always be kept in view by him, and we recommend to them also for that reason to make use of them only very sparingly and upon proven necessity. The presents that were given to the Court of Kandy in the two latest years have already been considerably reduced, and since then no extraordinary gifts of any consideration have been made to it. § 340. The conduct of the envoy of the Nabob Muhammad Ali Khan certainly appears extremely questionable and shows what treacherous designs may be plotted in those quarters against the Company and the whole. Wherefore we also recommend the Governor to pay close attention to everything, and through prudent governance to continue to avoid as much as possible anything that could entangle the Company in disagreements with the natives, so as to give no opportunity to its enemies to turn it to their advantage. Furthermore, considering as well done the decision taken, should the Nabob again wish to send such an envoy to Kandy, not to permit it if this could be done without giving offense to the Kandyan Court, as the Governor believes can be established from the information that the Court has shown itself in this matter very well-disposed towards the Company. The Governor will continuously take this most esteemed recommendation for his dutiful guidance. At the Court of Kandy it seems to have been received very well that Abdul Kader, envoy of the Nabob Hyder Ali Khan, was not given permission to bring the letter of his master upcountry himself. To this Nabob it was perhaps less agreeable, yet he has put up with it; at least he has not written about it.

Dutch transcription

ztt. „heid over een stemmende rekommandatie en raad geeving bij UE: aparte brief den gouverneur gedaan, ons niet dan aangenaam zijn kan terwijl wy hoopen en ver „trouwen dat de gouver„ „neur zig de gemelde aan„ merkingen ten nutte zal maken in zig na dezelve ge„ „draegen § 337. Wij hebben met bevreem „ding gezien dat uE niet geinformeerd waren, van de besolding waar op de kompenre Maduresche militairen in dienst waaren 4231. 215 waaren genomen en wij zijn nog meer verwondert, dat„ uE: in dat onzeekere de ministers gelast hebben, om dezelve ongeagt de„ kapitalatie in zelver voegen en opzigten van gagie en verstrekkin¬ „gen te behandelen als de ten deese gouvernemente aanhanden zijnde ooster= „lingen en daar een dier „gelijke order Juijst met zeer voorzigtig kan wor„ „den genaamd, maar uit dezelve veele onaange¬ „naamheeden zoo met de vorst die de troupen heeft 26t heeft geleverd, als met het volk zelfs zouden kunnen ontstaan, re„ „kommandeeren wij UE: in diergelijke zaaken met meerdere voor„ zigtigheid en attentie te werk te gaan §. 338. De ministers hebben wel Alleen de konsideratie dat kapitain zeclere als een vreemdeling zedert maar gedaan met den kapitain zeer korten teid in s Comp:s dienst mogt worden verondersteld, nog niet teweeten Leclerc tot zijn plegt te alle bij ons gebruikelijke regels, heeft ons bewogen om met hem niet ten streng den brengen, dan het is ons te„ te handelen. voor 't overige kunnen uw wel Edele Hoog Achtb: zeer vertekerd zijn „vens voorgekoomen, dat dat de militaire decipline in dit geu„ „vernement met de grootste nadank er met hem wat veel in= „schikkelijkheid is gebruikt„ en schoon wij zulx wel voor ditmaal kunnen passeeren beveelen wij hun word onderhouden egter 4232. egter dat zy in 't militaire geene slapheid moeten toe„ „laaten, zoo ten opzigte van officieren als gemeenen, want wanneer in het militaire de discipline zoude ontbreeken, zoude het spoedig een werkeloos ongeschikt en zelfs gevaar„ „lijk lighaam worden „ waar voor wij dus de ministers ten Ernstig „ste willen gewaarschouwd hebben §. 339. wij hoopen dat het gedrag van het Candiasche Hoff omtrend de maatschap„ „pij op den duur zal beant„ woorden 6 27 de gouverneur zal zig deese aanmerking die zekerlijk ten hoogsten gegrond is, tot schuldig naricht laaten verstrecken. woorden aan de voordeelen gedagten welke de gouver „neur van de Graaff en van heeft 'T is waar, dat de aard der Candiaanen niet veel toe„ „laat om op hunne betuij„ „gingen zodanigen vasten staat te maaken, dat men daar op gerest zoud kunnen zijn, ende gouver neur zal daarom ook v## doen, met op hunne gedra „gingen ten allen tijde nauwkeurig te letten, en aan de betuijgingen van den Keizer en zijne hoffd grooten niet altijd het meeste 4233„ 223 meeste gewigt te hegten dog de uijterlijke blijken van goedwilligheid welke men tans van hun erlangd, en zig wederom op nieuw in de vergunning tot het ka„ „neel schillen zelfs onder de hand, tot verder dan de ordinaire Limiten, hebben geopenbaard doen ons hoopen dat de Kandianen het ten minsten Jegens= woordig van hun belang reekenen om de goede harmo „nie met de maatschap pij te onderhouden en het komt ons niet onwaer schijnelijk voor dat de vernieuwde c t vernieuwde vriendschap en alliantien tusschen de republiek en die Europesche mogendheid welke de mag „tigste is om de west van Indie, hun in die vreede „lievende gevoelens zal ver„ „sterken. Jo nu hunne goede genegend =heid uit eene beschouwing van eigen belang moet worden afgeleid, is er ook althans geen reede om hun aan kostbaare geschenken tot onderhouding hunner goede disposiessien te ge„ wennen, en hoe zeer wy ons overtuigd houden dat de geschenken 4234:: — De presenten die in de twee jongste jaaren aan 't Hof van kandia gedaan zijn, zijn reeds merke„ „lijk vermindert en zijn ook zedert geene buiten aan het zelve gedaan geschenken door den Gou„ verneur aan de Hofs grooten gegeeven, tot het bereiken van deese of geene heilzaemen ein„ „dens noodig zijn ge„ „weest, vertrouwen wij eg„ „ter dat bij hem het kost„ „baare van diergelijke middelen altijd zal wor„ gewoone geschenken van eenige konsideraatsie „ den in 't oog gehouden, en rekommandeeren hen ook uit dien hoofde daar van niet dan zeer spaar „zaam en bij beweese noodza„ kelykheid gebruik te maeken. §. 340. Het gedrag van den gezant van den Nabab machmit Alichan komt 22: De gouverneur zal zig deese zeer g'eerde aanbeveeling bij voortduiring tot schuldig narigt laten verstrekken komt zekerlijk ten uijter„ „sten bedenkelijk voor en toond aan welke verra„ „derlijke ontwerpen men in die quartieren tegen de Kompenie en 't geheur smeeden kan, waar om wij dan ook den gouver„ neur aanbeveelen op al les naauw agt te gee ven en door een voor „zigtig bestuur alles zo veel mogelijk te blijven vermijden, het welk komp: in oneenigheeden met de inlanders zoude knnn en Wikkelen om aan haare vijanden geen gelegenheid 4235. 223 „Aan het H of van kandia schijns het beel wel te zijn opgenomen dat aan Abdul kader ge„ zant van den nabab Haider Alichan, geen vealof gegeeven is, om de brief van zijn meester zelve na boven te brengen. Dese Nabab is het misschien minder aangenaam geweest, dog hij heeft het zig laaten welgevallen, ten minsten heeft hij er niet over geschreeven gelegenheid te geeven daarmeede haar voordeel te kunnen doen, beschou= „erende voorts als wel gedaan het genoome besluijt om wanneer de Nabab wederom zodae„ „nig een gezant naar kandia zoude willen afzenden zulx niet te permitteeren, zoo zulx zonder offensie aan het kandiasche Hoff te geven geschieden kon, zoo als de gouverneur zulx meend te kunnen vast stellen uit de informatien dat het hof zig in deese zeer genee„ „gen voor de komp: heeft getoond d

NL-HaNA_1.04.02_3889_0302 view scan ↗

English

shown, and the requests made were flatly refused. Paragraph 341. We have seen with pleasure that the reflection on the strange proposition regarding the beaches, presented by the ministers in the reply to the Patria Extract and about which we expressed ourselves at length last year, to which we still refer, did not escape Your Honour, and we recommend that the ministers proceed with all circumspection regarding so important a matter as that of the beaches. Paragraph 342. Since Your Honour judges that the native district chiefs may not make any plantations for their own benefit, and this for many known and less known reasons and considerations, and although it otherwise outwardly seemed that this could be of use, and since from the citation of a case of a mudaliyar who in four years had become the owner of 100 morgen of land, although previously he could not point out a single piece of his own land, it appears whether one must also understand by these less known reasons and considerations suspect dealings or extortions, we therefore desire to learn what Your Honour meant by these known and less known reasons and considerations, as well as what the reasons are upon which Your Honour concluded that the dessaves should also be included under this. Paragraph 343. Since it appeared to us in the past year from one thing and another that the memoir of the chief administrator Sluijsken concerning the plantations and granting of lands etc. would contain noteworthy matters, and we therefore ordered in our last letter, since it was not inserted with the resolutions, that a copy thereof should be sent hither, we have now seen with pleasure from your letter that we were not mistaken in that assumption; then, since Your Honour has now newly requested clarifications regarding those documents both from the ministers and from the chief administrator, we expect that these also will have been sent hither with the already requested memoir, or that the same will yet be sent. Paragraph 344. We approve the intention of the ministers to make known henceforth the meaning of the amunam and kurnis with the papers, remarking nevertheless that Your Honour ought to have brought to the ministers' attention how they have not observed your orders in this, since Your Honour already in the year 1745 ordered them to report the measurement of the lands henceforth in morgen, rods and feet. Paragraph 345. The proposal of the sworn surveyor Foenander having been brought to your knowledge by the ministers, we await your disposition on this before explaining ourselves on it; we trust meanwhile that Your Honour will not have accepted the proposal of the ministers to carry out the undertaking for the account of the Company, because we understand that all such works can be carried out much better by private individuals than by the Company. Paragraph 346. We have seen with very great pleasure that Your Honour took to heart the matter of the 500 fugitives from Mannar who, leaving behind wife and children, in the greatest part

Dutch transcription

224 getoond en de gedaane aan„ zoeken rond uijt van de hand geweezen. §. 341. Wij hebben met genoegen gezien, dat de reflexie op de vreemde stelling, omtrend de straanden door de ministers bij de be„ „antwoording op het Pa„ „trias Extrakt opgegeven en waar over wy ons in 't voorleeden Jaar breedvoo „rig hebben uijtgelaaten waar toe wij ons als nog refereeren UE, niet ontslipt is en rekommandeeren de mi „nisters omtrend zoo een gewigtig stuk als dat der stranden voor al met alle omzigtigheid 4236. 225 — omzigtigheid te werk, te gaan. §342: Daar UE: oordeelen dat de land regenten geene aan„ „plantingen ten hunne eige voordeel mogen doen, en zulx om veele bekende en men bekende oorzae„ „ken en bedenking, en pchoon het anders uitter„ „lijke scheen dat zulx van nut konde zijn, en daar het uijt de aanhaaling van een geval van een modliaar die in vier Jaaren eijgenaer was geworden van 100: morgen lands, schoon hij bevoorens geen ptukje eigen land kon aanwijzen voorkomt #2G De menorie van den geweesen hoofdadmins„ „trateur en prasente gaalsoh kommandeur sluijsken voorkomt, of men door deese min bekende oor za „ken en bedenkingen ook suspecte handelingen of knevelarigjen hebben te verstaan, zoo verlangen wij te verneemen wat UE: door deese bekende en min bekende oorzaek en bedenkingen hebben bedoeld, als meede welke de reedenen zijn waarop UE: hebben begreepen dat de dessaves hier= „mede onder moesten wor den begreepen. § 343. Daar het ons in het gepassee Iaar, uijt het een ander is voorgekomen 250 4237. 227 sluijsken met de zedert ingekomene rap„ „porten daar toe relatief hebben wede een gehad uw wel Edele Hoog Achtb. te zenden ber 1790. voorgekomen dat de me„ nevens onten nedrigen brief van den 12. novem- „morie van den hoofdad= ministrateur sluijsken over de aanplantingen en uijtgeeven der gron„ „den Etc: wetens waar„ dige zaaken zoude in„ houden, en dus bij onsen laatsten brief hebben gelast, daar ze niet bij de resolutien was gein „sereerd dat deselve in kopia herwaards zoude gezonden worden, zoo hebben wij nu uijt uwe missive met genoegen gezien, dat wij ons in die veronderstelling niet hebben bedragen .. 223 bedragen dan, daar UE: als nu ophelderingen omtrend die stukken zo van de ministers als van den hoofd administra „teur op nieuw hebben verlangd verwagten wij dat ook deese met de reeds gevraagde memo¬ „rie herwaards zullen gezonden zijn, of dat deselve nog zullen gezon „den worden §. 344. Wij approbeeren het voor„ „nemen der ministers om voortaan de betekenisse der ammonam en koernies bij de papieren be„ „kend te stellen onder aan „merking 4238. 227. Diergelijke ondernemingen zijn zekerlijk konvenenter aan particulieren dan aan de Comp:, en dat wo bij het kennis geeven van Toenanden zijn verzoek, gevraagd hebben of kiesen om deeze onderneeming te laaten doen voor reekening van de Comp:, is alleen geweest of bij hoogst deselven somterds mogte zijn be„ vonden dat de avantages die Fo en ander ver„ hogt, te groot waaren om te worden afgestaan. merking nogtans dat UE: de ministers hadden be„ „hooren onder 't oog te bren„ gen hoe zij hier in uwe orders niet hebben geob= serveerd, daar uwE: reeds in 't Jaar 1745. hun ge„ „last hebben, de maat der Landen voortaan bij morgen, roeden en voeten te moeten opgeeven. § 345. Het voorstel van den gezwooren Landmeeter Hunne Hoog Edelh: van taidslieven zoude ver„ Foenander door de mi= „nisters ter uwer kan= „nisse zijnde gebragt, verwagten wij hier op hw dis„ „positie, alvorens er ons over noa 236 te Expliceeren, wij vertrouwe intusschen dat UE: het voor „stel der ministers, om de onderneeming voor reekenin van de komp: te doen, n zullen hebben geaccepteerd om dat wij begrijpen dat alle diergelijke werken veel beter door particu „lieren, dan door de komp kunnen uijtgevoerd worden §. 346. Wij hebben met zeer we verzoeken verlof om ons noopens het gedaane onderzoek na de reedenen van klagen die aan de veel genoegen gezien parrualsen mogten zijn gegeven te mogen ge„ „dragen aan onze eerbiedige brieven aan hunne Hoog Edelh: van den 31. Jann: 1738 873. en dat UE: zig de zaak 5. ' Julij desselven jaars §. 17. Bij de eerste zullen uwel Edele Hoog Achtb: zien dat de faruassen der 500 gevlugte van waarschijnlijk in't gevoel van dedelijkheid wijl ze door de vis en betelpagt niet meer Mannaar met agter ^ komp=s onderdanen waeren bezwaard dan alle andere ^ onge„ „vergt hebben aangebooden, om in steede van lating van vrouw en dien en in vergoeding daar van een ver„ hoogd hoofdgld te betalen, en uit de tweede, Kinderen in het grootste deel dat c

← previousnext →