VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3889

Ceylon · 930 pages · 116 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3889_0478 view scan ↗

English

400. Offer of Mr. Buchanan to obtain 25 to 30000 Star Pagodas on bills of exchange to the Netherlands, because the English treasuries receive everything offered for Europe, and because the navigation of private individuals under Imperial, Portuguese, and Tuscan flags increases more and more, and these private traders negotiate money with great eagerness, even on a less advantageous footing than were the bills of exchange granted by us to Mr. Bilderbeek. § 24. Meanwhile, the undersigned Governor was asked on behalf of Mr. Buchanan whether we would accept 25 to 30,000 pagodas to grant bills of exchange for them to the Netherlands; 4324. Decision to accept this money, but upon hearing the conditions prescribed to us by Your High Mightinesses, his agent immediately declared that it would be in vain to write about it, and that he therefore refrained from it. Yet, because it is most necessary to keep the linen trade going at least to some extent until we are supplied anew with gold from Europe, in order not to give all too great a reason to complain against us that the exclusive right in which we claim to be maintained is very detrimental to the country when the weavers cannot be helped to work, and we thought not to miss such a good opportunity, we resolved in the session of 16 December to accept the aforesaid sum, calculating the Company's pagoda 462. which has since been abandoned, at 100 2/3 stuivers in India, with the usual rebate. We thought we might proceed to this decision with all the more confidence because we thought we could be assured that our humble indications regarding the actual value of the pagoda would be found satisfactory by Your High Mightinesses. But having received no answer thereto in the letter with which we were favored by Your High Mightinesses on 30 September, and which we had the honor to receive during the writing of this via the ship De Gouverneur Generaal Maatzuijker, in the uncertainty in which we were placed thereby, we did not dare to presume to persist in our aforesaid decision, and therefore in the session of the 10th of this month further 423. 4325. Money negotiated and repaid at Colombo. Account of the Company's debt as of the last of August 1790. further resolved to abandon the aforesaid negotiation. § 242. In the financial year 1789/90, 8600:–.– rixdollars in copper coin were negotiated here from private individuals, including 6000:–.– rixdollars at 4 1/2 percent per year according to our Resolution of 1 June past, and against that, 41000:–.– rixdollars were repaid here in that financial year. § 243. Among the annexes to this, we have the honor to present to Your High Mightinesses an indication of the capitals of private individuals which continue on interest with the Company as of the last of August 1790, amounting together to 206104:–.– rixdollars. 421. Indication of what the different mints have delivered. The Pagoda Mint. § 244. We further have the honor to indicate below what the different mints in this government have delivered. § 245. The Pagoda Mint, in the financial year 1789/90, from 1760 marks of gold of 18 carats 5 1/2 grains, delivered 126320 2/15 pagodas, on which, calculating the mark of fine gold at the fixed price of ƒ375.–.–, a profit was made of ƒ17020.8.11, or ample 3 13/32 percent; but compared to the value charged from the Netherlands, burdened with the charged agio, in effect ƒ4257.7.7 was lost on it, as all appears in more detail in the Tuticorin General Yield inserted below. 485. 4326. Marks and Engels: 640:–.– For 32 bahars of Dutch gold in two chests, each chest of 16 bahars, the first chest marked L:a E: etc., and the second chest marked L:a F: etc., sent via the ship [illegible] to Trincomalee for the account of Ceylon and brought here, namely: 20 – – – For 1 bahar of gold No. 9, assayed at 18 carats 5 grains 20 – – – For 1 ditto No. 10 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 11 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 12 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 17 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 28 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 29 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 32 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 33 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 34 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 35 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 37 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 38 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 48 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 49 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 50 at 18 carats 5 1/2 grains The second chest: 20 – – – For 1 bahar of gold No. 1 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 2 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 3 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 4 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 5 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 6 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 13 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 25 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 26 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 27 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 30 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 31 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 36 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 39 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 40 at 18 carats 5 1/2 grains 20 – – – For 1 ditto No. 41 at 18 carats 5 1/2 grains 640 for 32 bahars of gold carried forward.

Dutch transcription

400. aan bod van den Heer Buchanan om 25. à 30000 pl sterre pegooden op assigna„ tien na naderland te tellen kunnen krijgen wijl de Engelsche kassen alles ontvangen 't geen voor Europa word aangebooden, en wijle de vaart van particulieren on„ „der keijzerlijke, portugeesche en Toskaansche vlaggen, meer en meer toeneemt en deeze par„ tekuliere handelaars met groote graetigheid geld: negotieeren, zelfs op een min avantagause voet dan zijn geweest de wissels door ons aan den Heer Bilderbeek ver„ leend. §. 24. Middelarwijl wierd den ondergeteken„ „de gouverneur van wegens den heer Buchanan gevraagt, of we 25. tot 30'000 - pagooden wilden ontfangen om „ daar voor assignaties te verleenen na Nederland tert 4324. bokluit om dit geld te accepteeren Neederlands, dog op het hooren van de konditien ons door uw Hoog Edelheeden voorgeschreeven, verklaerde zijn kom „missiant aanstonds, dat 't te vergaafs zoude zijn daar over te schrijven, en dat hij mids dien daar van afzag: dan wijl t ten hoogsten nodig is om den lijwaat handel ten minsten eeniger maaten aan den gang te houden, tot dat we op nieuw uit Europa van goud zul„ zijn „len voorzien, ten einde geen al te groote reeden van klaagen tegens ons te geven, dat het exclusief regt waar in we preten „deeren te worden gemaintineerd, zeer na„ „deelig is aan het land, wanneer men de wevers niet kan aan werk helpen, en we= meenden eene zo goede gelegentheid niet te moeten verzuimen, beslooten weter sessie van den 16. xber: om de voorsz: om te ontfangen, de komp: bag: gerekend tegens om 462 waar van men zedert afgezien heeft tegens 100 2/3. stuijv:s indias, met het gewoon rabat. we meenden niet te meer vrijmoe„ „digheid tot dit besluit te mogen treeden, wijl we dagten ons te kunnen ver„ „zeekent houden dat onze nedrige aanwij= „zingen nopens de wyrkelyke waarde der pagood, bij uw Hoog Edelheeden zouden zijn voldoende bevonden, dog bij den brief„ waarmeede we door uw Hoog Edelhee„ „den op den 30. September HoE: zijn be„ „gunstigt, en welke we de eeze gehad hebben onder het schrijven deejes met het schip de gouverneur Generaal Maatzuijker te ontvangen, daar op geen antwoord ont= „vangen hebbende, hebben we, in de onzekerheid waar in we daar door zijn gebragt, het niet durven over ons neemen om bij voorsz: ons besluit te blijven persisteeren, en heb= „ben mids dien ter sessie van den 10. deser nader 423 4325. gewoon genegotieerde en terug betaald gelden te kolembo reekening van s Comp:s schuld onder ult=o rag= 1790 nader beslooten, om van voorsz: Negotiatie aftezien 1789 1242. Jn 't boekjaar 17 239/90 zijn alhier van partikulieren genegotieerd rd=s 8600: –. –. aan kopere munt, daar onder rd„s 6000. – – tegens 4:2. p„r C„t 'sjaars volgens onze Resolutie van den 1. Junij pas„ „sato, en daar en tegen zijn hier in dat boekjaar te rug betaald ad=s 41000. — § 243. Onder de bijlaegen deeses hebben we de eere uwen Hoog Edelheeden aan„ tebieden eene aanwijzing van de Ca„ „petaalen van partikulieren, die onder ult:o aug: 1790 bij de komp: op in „treft voortleepen, bedragende tezamen Rijxdaalders. 206104. –. We treed e moe de2 heb= er 421 aanwijling wate de diffe„ rente muntarijen hebben uitgeleverd de pagiods munterij §244. We hebben voorts de eare, om hier onder aantewijzen wat de differente munterijen in dit gouvernement hebben uitgeleverd. § 245: De Pagoods Munterij heeft in 't boekjaer 17 9/90. van 1760. marken goud van 18 Caraeten 5½. grijn, gele„ „verd 126320 2/15. Pagooden, waar op 't mark fijn goud gerekend tegens den bepaelden prijs van ƒ375. —– geprofiteerd is ƒ17020. 8. 11. of 3. 13/32. p:r C: ruijm, dog ver„ „geleeken teegens de uit Nederland aangereekende waarde, bezwaard met de aangereekende agio, is er in„ effecte op verlooren ƒ. 4257. 7. 7. ge„ „lijk alles nader blijkt bij 't hier onder g'insereerd Tutuko wijnsch Generaal Rinde„ „mente Mark 485. 4326. Marg: an Eug: 640: —. — Aan 32. bhaar en vaderlandsch goud aan twee kitten ider kist van 16. bhaaren de eerste kilt gem:t L. a E: &=a en de tweede kist gem:t L:a F: Z per het schip a in konomale voor reekening van Ceilon gezonden en alhier aangebragt namentlijk 29 - - - - „ 1. 20 - - - - - 1. 20 - - - - - 1. 20 - - - „ 1. 20. — — 20 - — 20 — — 20. — — 20 — — 20. — — 20: — — 20: — — 20. — — 20 — — 20. — — 20. — — 20 — — 20. – – — „ 1. „ „ „ 4. - - - - 20 – - „ 1. . . . . 39. - - - - „ 18. 52 „ „ . 40 - - „ „ 1. „ „ „ 36: - - - - „ 18 „ 18 „ „ 57 „ 5 „ „ 1. „ „ „ 31. - - - - „ 18. „ 57 „ „ 1. „ „ 25. - - „ 1. „ . . 13. „ — . „ „ 1. „ „ „ 6. - - - „ „ 1. „ „ . 5. - - . „ „ 1. „ „ „ 3. - - - „ „ 18 „ 1. „ „ „ 2. - - - - „ 1. bliaar goud n o 1. - - - De tweede kost 5ƒ „ 18. „ 57 „ 18 - „ 5: „ 18 „ 57 „ 18. 57 „ 18 1 57 „ 18: „ 57 „ 18. „. „ . 26: — „ „ 18: „ 5½ „ - „ 27. - - - - - 18. „ 5 7 „ 1. „ „ „ 30. - - „ „ 18 „ 0 7 „ 646 aan 32. bhaaren goud die Transporteere 20 — — Aan 1. bhaar goud n:o 9. g'essaijeert â 18. kann. 5. grijx 18 „ 5 — „ 18 „ 5 7 „ 32. - - - - „ 18 5 5 20 - — - - „ 1. „ „ „ 10. - - - - - - 18. „ 5 5 „ . „ 29 - - - - - 18 5 2 „ . „ 33. - - - - - 18 „ 55 „ 18 „ 52 20 – — - - - 1. „ „ „ 11. - - - - „ 18 „ 5 5 20 – – - - - - 1. - - „ 28. - - - - - 18 „ 5. 2 „ 20 – - - - - - 1. „ - „ 37. - - - „ „ 18 „ 5 7 20 - – - - - 1. -. - - 38. - - - - - 18: „ 5 ½ 20 – - - - - 1 - - . . 17. - - - „ „ 18: . 5 2 „ „ „ 12. - - - „ 20 – – - - - 1- - - 34. - - - - - 18: „ 5 2 20 – – - - - 1 - - - „ 35: - - - „ „ 18: „ 5 2 20 - - - - - 1. „ „ . 49 - - - 20 – – - - - 1. „ „ - „ 48: — - „ 20 - - - - - 1. - - - - „ 50 - - „ - 18: 1: 5 ½ t d „ „ „ 1. „ 41. - - - - „ 18 57 20 - - „

NL-HaNA_1.04.02_3889_0484 view scan ↗

English

Mark onces Engelschen 640. — — for 32 bahars of gold carried forward 660. — — for 33 bars of Dutch gold in two chests, the first chest of 16 bahars and marked Letter Q, and in the second chest being of 19 bahars and the chest marked Letter H, of which the last two bahars of gold Nos. 23 and 24 have been retained for the minting of fanums, the aforesaid gold having been brought here by the ship Trinkenemale, namely: 20. — — for 1 bahar of gold No. 7, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 8, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 9, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 10, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 11, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 12, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 13, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 14, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 15, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 16, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 17, assayed at 18 carats 5 1/2 grains The second chest therein: 20. — — for 1 bahar of gold No. 1, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 2, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 3, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 4, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 5, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 6, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 7, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 8, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 9, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 10, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 11, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 12, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 13, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 14, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 15, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 16, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 17, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 18, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 19, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 20, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 21, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 22, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 1300. — — for 65 bahars of gold to be carried forward Mark onces Engelschen 1300. — — for 65 bahars of gold carried forward 220. — — for 11 bahars of Dutch gold in two chests, the first chest of 13 bars and marked Letter A, and the second chest being of 12 bahars, the chest marked Letter B, of which from chest Letter A the last two bars of gold Nos. 12 and 13 have been retained for the minting of fanums, the aforesaid gold having been brought here by the ship de Generaal Mossel, namely: 20. — — for 1 bahar of gold No. 1, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 2, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 3, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 4, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 5, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 6, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 7, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 8, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 9, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 10, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 11, assayed at 18 carats 5 1/2 grains The second chest therein: 20. — — for 1 bahar of gold No. 1, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 2, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 3, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 4, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 5, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 6, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 7, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 8, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 9, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 10, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 11, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 20. — — for 1 bahar of gold No. 12, assayed at 18 carats 5 1/2 grains 1760. — — for 88 bahars of gold in total as above. 1. 3. — deduct for 176 locally drawn and Dutch test pieces, each at 1 1/4 Engelschen, delivered to the Honorable Lord Administrator here into the main treasury. 1758. 5. — remains in minting material 1. 5. — lost in the breaking and melting of the bars 1757. — — remains —. 4. 4 1/2 lost in remelting and dross 1755. 3. 15 1/4 remains —. —. 3 1/4 for 3 test pieces delivered as above, assayed at 18 1/4 carats 1755. 3. 12 remains further —. —. 7 1/2 for 6 struck pagodas drawn from the entire pile by a person unknown to the mint in the presence of the Honorable Fiscal and members; assayed as above. 1755. 3. 4 1/2 thus maintained pure, calculated at 72 1/4 per cent weight each mark

Dutch transcription

Mang: enC: Eug: 640: — — aan 32. Bhaaren goud Per Transport 660. — — „ 33. staaven vaderlandsch goud aan twee kisten, de eerste kist van 16. bhaaren en gemt: La: Q: & in de tweede kist Eijnde van 19 blaaren en de kilt gemt La. H te waar van de twee laatste bhaaren goud n:o 23. en 24. zijn aangehouden tot het vermunten van fanmul zijnde het voorgemelte goud per het schip Trinkenemale alhier aangebragt, namentlijk. 20: — — . aan 1 bliaan goud N:o 7. —. g'assaijeert â 18. kann: 5: t grijn 18. „ 5½ 20 — — „ 1. „ „ 18 „ „ 5 5 20 — — „ 1. „ 20 - — 1. 17 20 - - 1. „ 20 — — 1. „ 20 - — „ 1. „ 20 — - „ 1. „ . 52 20 — — „ 1. „ 5 20 — — 1 „ 5 20 - - „ 1. „ 20 — — 1. „ 20 — —: 1. 20 - - „ 1. 20 - — „ 1. „ 8. —. . . . „ „ 18. „ 5 2 „ 11. - - - - „ „ 18: 5 2 20. — — „ „ „ „ „ 13. — - - - - „ 18. „ 5 2 „ 52 „ 9. — - - - „ „ 10. – - - . „ De tweede kist daar in 5 20. — — „ 1. bhaar goud n=o 1. —. g'essaijeert „ 18. 2 „ 55 „ 2. — - - „ „ „ 18. „ 20 — — „ 1. „ 5 5 „ 3. — - - - „ „ 18 29 — — „ „ 5: „ 4. - - - - „ „ 18 20. — — „ „. „ „ 5. - - - - - „ 18. „ 5: 20. — — „ „ „ „ 6. - - - - „ „ 18. „ 5 2 20 — — „ 1. „ 20 — — „ 1 „ „ 8 – - - - - - „ 18 - „ 5 2 „ 14„ — - - - „ „ 18. „ 5 ½ 20. – — „ 1 „ 20 — — . „ „ 18. 5 20 — „ —„ 1. 20. — — „ „ 20. — — „ 1 20 — — „ 1. ƒ 20 — —„ „ 20 — — „ 1. 1300: — — aan 65: Bhaaren goud die Transporteere „ 7: - - - - - „ 18. „ 5 5 20 — — „ 7. „ „ 15. — - - - - „ 18 - „ 5: „ 17: — - - - - - - 18 „ 5 2 „ „ 21. - - - - „ „ 18. „ 20. — - - - „ „ 18: „ 5 ½ „ 12. — „ „ 18. „ 14. - - . „ 18 „ 45. — - - - „ „ 18. „ 16 — - „ „ 18 — - - - - - - 18: „ 5 ½ „ 19. – - - - - - „ 18. „ 5 — 20 —. — „ 1 „ „ „ 22 - - - - „ „ 18. „ 15. – - - - . „ 18 „ 16 - - - - - „ 18. „ 17. — - - - - - „ 18. „ 26 — . . . „ 18. „ 14. – – – - - „ 18 „ 5 2 „ 42. - - - - - „ 18. „ 5 „ 43 — - - - - - 18. „ 5 = 406. 2 „ „ 1 „ „ „ „ „ ƒ 52 5„ „ 5 „ „ 1 „ „ 5: — 407 4327. Marg: on C: Eug 1300. —. —. aan 65. Bhaaren Goud Per Transport 220. — — „ 25. Bhaaren vaderlandsch goud, aan twee kitten, de eerste kist van 13. staaven en gem:t La A: & en het tweede kist zijnde van 12. bhaaren de kist gem:t L:a B: &. waar van uit de kist L:a A: de twee laaste staaven goud N:o 12 e 13. zijn aangehouden tot het vermunten van fanums Eijnde 't voormelde goud per 't schip de generaal Mossel alhier aangebragt, als 20 — — aan 1. bhaar goud N:o 1. g' essaijaert 18. kart: 5. ½ gryn 20. — — 20 — — 20 — — 20. — — 20. — — 20 — — 20 — — 20 — — 20 — — „ 1 „. . . 2. . . . . „ 20 — — 20 — — „ 20 — — 20 — — 20 — — 20 — — 1760 — — - Aan 88 Bhaaren goud te zaamen Gelijk vooren. 1. 3. — — gaat af aan 176. hier getrokkene en vaderlandsche proeven ider â 1.¼. Eug: zijnde aan d' Ed: Heer administrateur alhier in de groote geld kassa afgegeven. 1758. 5 — — Blijft aan munt materiaal 1. 5. —. bij het breeken der staaven en smelten verlooren 1757. — — - Relt „ 4. 4.½. bij het wederom smelten en Gruijsen verbooren 1755. 3. 15¼. blijft —. — 3. ¼. aan 3. proeven als Vooren overgegeeven g'essaijeert â 18. 1/4. karr.:t 1755. 3. 12. – blijft nog —. —. 7.: ½ aan 6. geklagene pagooden uit den heelen hoop gelangt door een in de munt onbekend perzoon ter presentie van dE: fiskaal en leeden; g'essaijeert gelijk vooren. 1755. 3. 4. ½ dus zuijver gehouden gereekend â 72¼. p:r C:o zwaarte ider mark 240. — — - – - - - - 20 — — 20 — — 20. — — 20. — — 20 — — De tweede kist daar in „ 1. bhaar gond n:o 1. g'essaijeert „ 1. „ 1. „ 1. 2. -. . . 11. - - - - . 18 - „ 55 „ 10: - - - - 18 „ 5 ½ „ 55 „ 18. „ 55 18. 57 18. „ 5: „ 5„ „ 3. - - - - . 18 5 2 „ 7. - - - - - 18. „ 5 2 „ „ 5. - - - - - 18: „ 6. - - - „ . 18 „ 8 - - - 18. 5 2 „. 1. . . .„ „ 5.. „ „ 18. „ 52 „ 18. „ 5 = . 57 „ 18. 18. „ 57 18. „ 57 18. 1 2 „„ 6. - - - „ „ 18. „ 5½ 18. „ 57 „ 10 - - - - - 18. „ 5 2 uit en en gemt. La H houden het schip „ „ 1. „1. 1. 1. „ 1. 1 1. „ „ „ . „ 9 „ „ 8. - - . . „ 7. - . . „ „ „ „ 3. „ „ 18. „ 55 11. - - - „ „ 1 „ „ . 1. „ „ 1„ „ „ „ 1 1. 1 1. 1. — - „ „ „ 12 - - - - „ 18. „ 5 2 „ ƒ „ 9. - - - „ „ 18. . 5½ 0 20 — — 20. — — 1 „ „

NL-HaNA_1.04.02_3889_0486 view scan ↗

English

482 per 100 12687. 16½ amounting to for silversmiths or minters - - - - - - pagodas 3. 1. — " the clerk or braminy - - - - - " —. 2. — " " melter or coppersmith - - - - - - - —. 1. ¼ " the loss - - - - - - Reduced against half fanams at 22½ per pagoda per % 18 42/16 for coals " oil, dross, pots, pans, limes, and peons or baskets " —. 6. — are per 100 —. 18. ½. Reduced against half fanams at 22½ per pagoda is pagodas 9/416 per thousand - . .. are Pagodas 3. 5. — are pagodas 3/9 per thousand - - - - - - . - - - - - pagodas —. 12. — 104. 5: 1/16 512. 17. 5/5 Deducted per 100 Remains per 100 126314. 17. ½. 1 whereof in manner as aforesaid delivered to the Honorable Fiscal and members for transfer into the grand treasury: Remains for the mass pagodas 126308. 17. ½. add here again the value of 11¼ engels of 9 assay pieces delivered from the aforementioned three coinages set transferred into the grand treasury — 5. 1. ½ Guilders 8% 126314. — ½ 6. Adds per 100 126320. — aforesaid marks troy 640: or the first parcel and first coinage are marks 492. 5 karats 4 grains, calculated at ƒ 375:—— the mark fine after deduction of the assay pieces of 4 ounces at the cost of ƒ 144. 4. 1. per mark - - - - - - - ƒ 184439. 2. 9 aforesaid ingots or the second parcel and second coinage are marks 507. 14. 6 grains calculated at ƒ 375. — — the mark fine after deduction of the assay pieces of 4 ounces 2½ engels at the cost of - - ƒ 190202. 17. — aforesaid marks 460. or the third parcel and third coinage are marks 353: 18 karats 10 grains calculated at ƒ 375. the mark fine after deduction of the assay pieces of 2 ounces 17½ engels at the cost of ƒ 103. 12. 15 per mark ƒ 132565. 12. 7. Thus the general receipt knowingly amounts to - - ƒ 507207. 12. 1 whereof, as said before, after deduction of the expenses incurred thereon, minted for the Honorable Company are pagodas 126320. 7/75: making at ƒ 387. 5. 9 pennings the mark fine - - ƒ 524228: — 14 Giving these three parcels of gold or the three coinages of 18/24 karat a profit of 3 1/32 per cent ample or ƒ 17020. 8. 11 ƒ 148. 14. 3 pennings deficit. - -¾ .- 1 - - 409. 4 328. 1343. 11. 7. 4257. 7. 7. ƒ Brief demonstration of the first parcel and first coinage in comparison against the charged price of the gold debited with the agio calculated thereon of 10 per cent, the purchase amounting to ƒ 192272. 15. 8 pennings deducted from this the cost of the assay pieces ƒ 150. 3. 5 pennings remains - - - - - - - - ƒ 192062. 12. 3. whereof after deduction of the expenses incurred thereon minted for the Honorable Company are Pagodas 15934 24/10 making at ƒ 387. 5 stivers 9 pennings the mark fine - - - ƒ 190627. 12. 15. Giving this parcel of gold a loss of 7/16 per cent or ƒ 1434. 19. 4. Brief demonstration of the second parcel and second coinage in comparison against the charged price of the gold debited with the agio calculated thereon at 10 per cent, the purchase amounting to ƒ 198219. 8 stivers 4 pennings: deducted from this the cost of the assay pieces of ƒ 15. 7: 1 penning: remains ƒ 198064. 1. 3. whereof after deduction of the expenses incurred thereon minted for the Honorable Company are pagodas 47369: 19/15 making at ƒ 387. 5. 9 pennings the mark fine - - - - ƒ 196585. 4. 7. Giving this parcel of gold a loss of ¾ per cent or - . . . 1478. 16: 12. Brief demonstration of the third parcel and third coinage in comparison against the charged price of the gold debited with the agio calculated thereon at 10¼ per cent, the purchase amounting to ƒ 138466. 18 stivers 5 pennings: deducted from this the cost of the assay pieces at ƒ 108. 2. 8 pennings: remains - - - - ƒ 138358. 14. 13. whereof after deduction of the expenses incurred thereon minted for the Honorable Company are pagodas 301. 43/0 making at ƒ 387. 5. 10 pennings the mark fine - - - - - 137015: 3. 6: Giving this parcel of gold a loss of 17/16 per cent or The loss of the three parcels of gold together amounts to 6827. 16½ 512. 17. 5/5 .17. ½. 63 6308. 17. ½. 5. 1. ½ 314. — ¼. 6. 320. 492. assay pieces at 20. 8. 11 The Fanams Mint. Paragraph 246. The Fanams Mint has in the financial year 1727/1728 from 40 marks of gold of 18 karats 5½ grains yielded 56322 1/16 fanams, and thereon according to the ordinary calculation was gained ƒ 572. 18. 12 or 4 3/16 per cent ample, but according to the charged value of the gold, debited with the agio, there was gained no more than ƒ 101. 9. 10 or 13/16 per cent ample, according to the yield inserted here below. But 110 41 4329. Marks, ounces, engels 43. 1:. 4 19/207 20. — — — in 1 bahar of gold No. 23 assayed at 18 karats 5½ grains 20. — — — in 1 ditto No. 24 ditto at 18 karats 5½ grains 40. — — — in gold together 5. — Deducted for 2 assays taken here and two homeland assays, each at 1¼ engels, being delivered to the Honorable Administrator here in the grand treasury 9. — 12. 1/32 in Spanish piece-of-eight silver, being in assay 10 pennings 7/24 4. 2. 6. ½ ditto ditto as remainder from the mint chamber 2. 1. 7. 9/6 in bar silver, being in assay 11 pennings 19 grains ditto 15. 4. 5. 3/18 added together in silver ƒ 62525 27. 5: 8 86/68112 in refined Japanese bar copper added hereto in order to bring the same to the standard of 8 karats 10 7/40 grains of gold, 4 karats 1 303276/1800 grains of silver, and 10 karats 2 3/302764300 grains of copper 39. 7: 15. — Remainder in gold 83. 1. 9. 14/257 Gold, silver, and copper together —. 3. 4. 1/16 Lost in preparing the mattam and melting 82. 5: 18 1/1 1/2 remains —. 2. 12. 31307 lost in remelting and dross 82. 3. 4. — remains 1¼ Deducted for one assay piece as aforesaid delivered, assayed at 8 karats 18 5/8 grains, 4 karats 11 1/8 grains of silver, and 10 karats 2¼ grains of copper 2. ¾ Remainder still 2.½ In 2 assay pieces of 12 minted fanams handed from the whole heap by a person unknown in the mint in the presence of the Honorable Fiscal and members, assayed as aforesaid. 82. 3. —. ¼ Thus held pure calculated at 701 5/8 fanams each mark 82. 3. amounting to

Dutch transcription

482 p r/ 12687. 16½ uitmakende voor silver smits of munters. - - - - - - pa%o 3. 1. — „ den schrijver of bramme - - - - - „ —. 2. — „ „ smelter of koperslager - - - - - - - —. 1. ¼ „ het verlies - - - - - - Gereduceert tegens heeft fanums aan 22'½ pen pagood p %o 18 42 /16 voor koolen „ olij gruijs, potten, pannen limoenen en pions of bakc:s „ —. 6. — zijn p a/%o —. 18. ½. Gereduceert tegens heeft fanums aan 22½ per pagood is pa/o 9/416. per mil - . .. zijn Pa%o 3. 5. — zijn pa/o 3 /9. per mil - - - - - - . - - - - - pa/o —. 12. — 104. 5: 1/16 512. 17. 5/5 Gaat af Pr%o Blijft prCo 126314. 17. /½. 1 waar van in manier als vooren aan dE: fiskaal en leden ter overbren„ „ging in de groote geld kassa afgegeven: Blijft voor de Masso. pr /o 126308. 17. ½. voege hier wederom bij de waarde van 11¼. Eug: aan 9: preeven uit voormelte drie vermunting zijn afgegeven stelle in groote geld kassa overgegeven — 5. 1. ½ Jeld 8% 126314. — ½ 6. Addeert prCo 126320. — voorschreve marken trois 640: of de eerste partij en eerste vermunting zijn mg:s 492. 5. karn: 4: grijn, bereekend a ƒ 375:—— 't iift naar aftrek den proeven van 4. onc: ten kosten van ƒ144. 4. 1. perm: - - - - - - - ƒ184439. 2. 9 voorschreeven ingt:s of de tweede partij en tweede vermunting zijn mgff 507. 14. 6. grijn bereekend a ƒ 375. — — 't my naar aftrek den proeven van 4. enc: 2½ Eug: ten kosten van -. „ 190202. 17. voorschreeven mgt:s 460. of de derde partij en derde vermunting zijn mnss: 353: 18 karr: 10: gaijn bereekend a f 375. triff naar aftrek der proeven van 2. onc: 17½ eng: ten kosten van ƒ103. 12 15. pern: „ 132565. 12. 7. Dus komt wetentlijk te bedragen den generalen ontvangst - - ƒ 507207. 12. 1 waar van gelijk vooren gezegt naar detractie der daar op gevallen e ongelden voor dEComp: geslagen zijn pag: 126320. 7/75: makende „824228: — 14 tot ƒ. 387. 5. 9. penn: de maak fijn - - Geevende deeze drie parthijen goud of de drie vermunting van 18 /24. kaar: ƒ17020. 811 een winst van 3 1/32. p:r C:o ruim of ƒ148. 14. 3. penningen- - - korte. : -¾ .- 1 - - 409. 4 328. 1343. 11. 7. 4257. 7. 7. ƒ korte aanwijzing van de eerste partij en Eerste vermunting in vergelijk tegens de aangereekende prijs van het goud beswaard met de daar op bereekende Agio van 10. p„r C=o bedragende de inkoop ƒ192272. 15. 8. penningen hier van afgetrokken 't kosten der proeven ƒ150 3. 5. penningen waar van na detractie der daar op gevallene ongelden voor dEComp: geslagen zijn Pagoo„ den 15934 24/10. makende tot ƒ 387. 5. stuijvers 9. penn: de mark fijn blyft - - - - - - - - ƒ192062. 12. 3. - - - „ 190627. 12. 15. ƒ - Geevende deeze partij gond een verlies van 7/16 trC=o of. . ƒ 1434. 19. 4. korte aanwijzing van de tweede portij en tweede ver„ munting in vergelijk tegens de aangereekende paijs van het gond. beswaart met de daar op bereekende agio 10. prC=o bedra„ „gende de inkoop ƒ198219. 8. stuijv: 4. penn: hier van afgetrocken het koltende der proeven ofƒ 15. 7: 1. penn: blijft. . . . ƒ 198064. 1. 3. waar van na detractie der daar op gevallene on„ gelden voor d'EComp:s geslagen zijn pag:o 47369: 19/15. ma„ „kende tot ƒ387. 5. 9. penn: de mark fijn - - - - „ 196585. 4. 7. Geevende deeze porthij goud een verlus van /¼ p:r C:o of - . . . 1478. 16: 12. korte aanwijzing van de derde partij en derde verminting in vergelijk tegens de aangereekende paijs van het goud boswaard met de daar op bereekende agio â 10¼ p:r C:o bedragende de in„ koop ƒ138466. 18. stuijv: 5. penn: hier van afgetrocken het koltende der proeven a ƒ 108. 2. 8. penn: blijft - - - - ƒ138358. 14. 13. waar van na detractie der daar op gevallene ongel„ den voor d'EComp: geslagen zijn pag: 301. 43/0 makende tot ƒ 387. 5. 10, penn: de mank fijn Geevende deese partij goud een verlies van 17/16 p„r C:o of „ Het verdiet van de drie parthijen goud bedragt te zaamen - - - - - 157015: 3 6: 6827. 16½ 512. 17. 5/5 .17. ½. 63 6308. 17. ½. 5. 1. ½ 314. — ¼. 6. 320. 492. nC: ten 20.8 11 de fammus Munterij. §246. De Fanums Munterij heeft in het boekjaar 1727/90„ van 40. marken goud van 18. karaat 5½. Grijn gegee„ ven 56322. 1/16. fannink, en is daar op volgens de ge„ woone bereekening gewon„ nen ƒ 572. 18. 12. of 4. 3/16. prC=o ruim, dog volgens de aan„ gereekende waarde van het goud, bezwaard met de agio, is daar op niet meer gewonnen dan ƒ 101. 9. 10. of 13/16. percen te ruim, volgens: het daar van hier onder geinsereerd Rendement „ Maar 110 41 4329. Marg: en C: Eug:s 43. 1:. 4 19/207 20. — — — aan 1. . bhaar goud N:o 23. g'ossaijeert â 18. karr: 5½. guijn — „ 18 „ 5½ „ „ „ 24. do 20. — — . 1. - „ 40. — — — aan Goud te zamen 5. –. Gaat af aan 2. hier getrokkene en twee vaderlandsche proeven ider â 1¼. ug: zijnde aan dE Heer administrateur alhier in de groote geld kassa afgegeven 9. — 12. 1/32. aan spanse mat zilver zijnde in essaij 10 7/24. penn: 4. 2. 6. ½ d–o d–o per restant uit de muntkamer 2. 1. 7. 9/6 aan staaf zilver zijnde in Essaij 11. penn: 19. gaijn d=o 15. 4. 5. 3/18 te zaamen aan zilver bij gedaan ƒ 62525 27. 5: 8 86/68112. aan geraffineerd Jappans staaf koper hier hij gedaan om het zelve te brengen op het gehalte van 8. kann: 10 7/40. grijn goud 4. karn: „5307 27589 1213 1 2471 1. 303276 1800 Grijn zilver en 10. kaar 2. 3/302764300. gaijn koper 39. 7: 15. -. Rest aan goud 83. 1. 9. 14/257. Goud zilver en koper te zaamen —. 3. 4. 1/16 Bij het bereiden den mattam en smelten verlooren 82. 5: 18 1/1 1/2. blijft 61 142. bij het weder om smelten en Gruijsen verlooren —. 2. 12. 31307 82. 3. 4. – blijft 1¼ Gaat af aan eene proef gelijk vooren overgegeeven g'essaijeert â 8. kann: 18 5/8 gaijn 4. kaar: 11. 1/8. gaijn zilver en 10. karr: 2¼. grijn koper 2. ¾. Rett nog 2.½. Aan 2. proeven van 12. geslagene fanums door een in de munt onbekend perzoon uit den heelen hoop gelangt ter presentie van dE: fiskaal en leeden g'Essaijeert gelijk vooren. 82. 3. —. ¼ Dus zuijver geheuden gereekent â 701 5/8. fanum ider mank 82. 3. uitmakende rij ee —- - —. — a —. — t

NL-HaNA_1.04.02_3889_0490 view scan ↗

English

amounting to As 17776 7/8 1944. 3/8. Remains ps: 56332. 1/2. whereof in manner as aforesaid for transfer into the great cash chest have been delivered to the Political Council members „ 12. — — Remains ps: 56320. 1/2. Deduct mark 27 5. 8 681725 Eng: refined copper or rather 24: lbs unrefined copper . Remaining ps: 16394. 7/8. add here again the value of 3 1/4 Eng: transferred into the aforesaid mass – – – – – „ 15 3/16 „ 25. 5/8 Together ps: 56310: 1/16: suppose delivered to the Great cash chest – – - „ 12. — — Adds ps: 56322: 1/16: aforesaid marks 40. are in 30 27/2. calculated at f 375. the mark after deduction of the assays of 5 Eng: at the cost of f 9. —. 4 penn: . . . f 11527. 8. 14. 2155 607 aforesaid marks silver 15. 4. 5. 1/18 Eng: are net 14. 3576 92. — calculated at f 26. — the mark comes to amount to „ 366: 11: 5 Thus properly comes to amount to the general receipt f 11893. — 3 whereof as aforesaid after deduction of the charges accrued thereon for the Company have been minted 56322 1/16 fanams at 4 23/10 stivers each amounting to . - ..- 1 12465: 18: 15 The one being deducted from the other, thus shows on this coinage a profit of 4 13/16 percent or brief demonstration in comparison against the charged price of the gold burdened with the agio calculated thereon at 10 percent amounting the purchase of the gold 12013: 5: 14. deducting from this the cost of the assays at f 9. 7. 11 penningen remains - - - - - - - - f 12003. 18. 3. „ 2155607 aforesaid marks silver troy 15. 1. 1/8 Eng: are 14 3 76492: calculated with the agio at 3 percent f 25. 12. 14 penningen - - Thus comes the General receipt f 12364. 9. 5. whereof after deduction of the charges accrued thereon for the Company have been minted fanams 56322 1/16 at 4 4/15 stivers each and amount to „ 12465: 18: 15: the one being deducted from the other, thus shows on this coinage a profit of 3/16 percent or 360. 11. 2: 578. 16. 12. deducts for mint charges at 2 1/2 percent now 101. 910. 412 „ - - . f 78. 18 14 „ 10:910 413 4330„ § 247. The Doodoos Mint The doodoos Mint has in the book-year 1788/9 delivered in copper doodoos and half Larins here . . . Rds 61000. –. –. at Jaffanapatnam - - - - „ 2358. 16. -. at Gale . . . . . . . „ 16492. 18. -. at Trinkenomaale . . . „ 1000. —. –. Total . . Rds 80850. 34. –. The profit on this mint has in that book-year, without counting the profit on the copper, amounted to at Kolombo - - - - f 20105. 14. 8. at Jaffanapatnam - - - „ 1687. 12. —. Gale . . . . . . . „ 8962. 15. —. at Trinkenomaele . . . „ 569. 13. —. Total - - - - f 31325. 14. 8. §: 248. The Doit Mint has in Doit Mint how much the granted bills of exchange to the Netherlands have amounted to in the book-year 1788/9 delivered in doits Rds 2200. —. —. and has gained thereon f 1086. 12. -. § 249. The Bills of Exchange, which we after the departure of our respectful letter of the 27th January past upon the Lords Majores have granted, amount to f 403916. 1. —. as appears from the Memoranda transmitted thereof among the annexes; and whereas this amounts to more than we are permitted to draw annually, we have determined the term of payment thereby as follows On the autumn sale of 1791 . . . . . follows 4834. granted bills of exchange to Colonel Meuron f 50336. 8. 8. on the spring sale of 1792 . . . . „ 89254. 8. –. on the autumn sale of 1792 . . . „ 148870. 10. –. on the spring sale of 1793 . . . - „ 115454. 14. 8. 2 together as aforesaid . . f 403916. 1. —: § 250. To Colonel de Meuron we have in addition, as also appears by the Memorandum of the 12th November past and the currently transmitted memorandum of the 26th of this month, granted bills of exchange for f 73975. 15. —. to be paid after the spring sale of 1792, and whereas these bills of exchange serve in reduction of the 80000 guilders which he according to what was done last year regarding the bills of exchange permission of the Lords Majores, by very esteemed missive of the 29th March 1787 may remit annually to Europe, we have not counted the same among the amount of the ordinary bills of exchange, just as was done last year by mistake with the granted bills of exchange to the said Colonel. Fortifications § 251. In our humble letter of the 27th January 1790 § 209 we have already had the honor to point out that in the book-year 1788/89, work was done on the fortresses virtually on the same footing as in the preceding 117 4332. done and expenditures thereon 1789: preceding year, on account of the alarming news which had arrived from time to time, and that we would indicate the expenses incurred thereon in the said book-year on a further occasion. We take the liberty of doing that now. The same have cost at Jaffanapatnam - - - - „ 697. 12. 8. at Tutukorijn - - - - „ 173. 7. 8. here - - f 30683. 8. — at Mannaar . . . . . . . „ 157. —. — at Mature . . . . . . „ 364: 5. 8. Trinkenomale - - - „ 79394. 3. 8. - Kalpelti - - - . . „ 427. 16. —. Battikaloa - - - „ 482. 18. — Gale . . . . . . . . . . „ 14748. 1. 6. 27. Total . . - - f 127129. 7. — Carried forward . 1730. 25 at Trinkenomale would have had, if it had come to hostilities, work has consequently had to be carried out on the fortresses with all possible zeal, and because of the great importance of this place, we have had to qualify the servants without limit to do everything they thought in conscience to be necessary to bring the same as much as possible into a tenable state. At this place the costs incurred on the fortification works have thereby run so high that in comparison to the previous year they amount to an excess of f 24979. 10. 8. besides this

Dutch transcription

uitmakende A:s 17776 7/8 1944. 3/8. Blijft ps: 56332. ½. waar van in manier als vooren ter overbrenging in de groote geld kassa aan dE: piltitieele leeden zijn afgegeven „ 12. — — Blijft p:s 56320. ½. Iack af mark 27 5. 8 681725 Eug: geraffineerd koper dan wel 24: ulb lb: oremesineerd kopper . Ret p:s 16394. 7/8. voege heer wederom bij de waarde van 3¼. Eug:s in't voorsz: massa overgegeven – – – – – „ 15 3/16 „ 25. 5/8 Jeed p:s 56310: 1/16: stelle in de Groote geld kassa afgegeven – – - „ 12. — — Addeert p:s 56322: 1/16: voorschreve mgt:s 40. zijn int: 30 27/2. bereekend a f 375. t muss: naar aftrek der proeven van 5. Eug:s ten kotten van ƒ 9. —. 4. penn:. . . ƒ11527. 8. 14. 2155 607 voorschreven mgt:s zilver 15. 4. 5. 1/18. Eng:s zijn niff 14. 3576 92. — bereekent a ƒ 26. — het mff: komt te bedraagen „ 366: 11: 5 Dus komt wetentlijk te bedragen de generaale ontvanght ƒ11893. — 3 waar van gelijk voor en gezegt naar detractie den daar op gevallene ongelden voor dEComp: geslagen zijn 56322 1/16 fanim a 4. 23/10. stuijv: ider bedraagen. - ..- 1 12465: 18: 15 Het eene van het andere afgetrokken zijnde zoo verthand zich bij deese vermunting een winst van 4. 13/16: p:r C:o v of korte aanwijzing in vergelijk tegens de aangereekende puijs van het goed bezwaard met de daar op bereekende agio â 10 p„r C o bedragende de inkoop van het goud 12013: 5: 14. hier van afgetrocken het kostende den proeven aƒ 9. 7. 11. penningen blyft - - - - - - - - ƒ 12003. 18. 3. „ 2155607 voorschreve marken zilver trois 15. 1. 1/8 Eug: zijn is 4 3 76492: bereekent met de agio â 3. p:r C:o ƒ 25. 12. 14. penningen- - Dus komt de Generaale ontfangst ƒ 12364. 9. 5. waar van na detractie der daar op gevallene ongelden voor dE Comp: geslagen zijn 6 fanums 5632: 1/16 â 4 4/15. stuijvers ider en bedragen „ 12465: 18:15: het eene van het andere afgetrocken zijnde, zo verthoont zig bij deeze vermunting een winst van 3/16. prC:o v=m of 360. 11. 2: 578. 16. 12. gaat af voor munts ongelden â 2.½ prC:o nuo. 101. 910. 412 „ - - . ƒ 413 4330„ §247. d. doedoes munterij De doedoes Munterij heeft in 't boekjaer 1788/9 geleeverd aan koo„ „pere doedoes en halve Larijnen alhier . . . Rd=s 61000. –. –. te Jaffenapatnam - - - - „ 2358. 16. -. „ Gale. . . . . . . . „ 16492. 18. -. „ Trinkenomaale. . . . „ 1000. —. –. in Teld. . Rd:s 80850. 34. –. De winst op deeze munterij heeft in dat boekjaar, ongereekend de winst op 't kooper, bedraegen te Kolombo - - - - ƒ. 20105. 14. 8. „ Jaffenapatnam - - - „ 1687. 12. —. Gale. . . . . . . „ 8962. 15. —. „ Trinkenomaele. . . . „ 569. 13. —. Teld. - - - - ƒ 31325. 14. 8. §: 248. De duijten Munterij heeft in 78. 18 14 „ 10:910 u duise minterij hoe veel de verleende assignatie na nederland bedragen hebben in 't boekjaar 178 8/9 geleeverd aan duijten Rd:s 2200. —. —. en is daar op gewonnen ƒ. 1086. 12. -. §. 219. De Assignatien, die wij na 't af gaan van onzen eerbiedigen van den 27:' Januarij passato op de Heeren Majores hebben verleend, bedragen ƒ 403916. 1. —. blijkens de daar van onder de bij „laagen overgaande Memorien; en wijl dit meer beloopt, dan ons gepermitteerd is om Jaar„ „lijks te moogen trekken, heb= ben we 't termijn van betaaling daar bij bepaeld als volg Op de najaarsche verkooping van W 4834. verleende assignatien aan de kolonel meuren ƒ 50336. 8. 8. op de voorjaarsche verkoo„ „ping van 1792. . . . „ 89254. 8. –. op de najaarsche ver„ „kooping van 1792. . . „ 148870. 10. –. op den voorjaarsche ver„ kooping van 1793. . . - „ 115454. 14. 8. 2 te zamen als gezegd. . ƒ 403916. 1. —: § 250. Aan den Colonel de Meuron hebben we daar en booven, gelijk dat bij de Memorie van den ^en de tans overgaande memorie van den 26. dezer 12=e 9ber: passato ^ ook blijkt, assignatien verleend voor ƒ. 73975. 15. —. om te worden betaeld na de voorjaarsche verkoo„ „ping van 1792. , en wijl deese as= „signatien strekken in mindering van de 80000- guld: die hij van 1791. . . . . . volgens volgt wat voorleeden Jaar nepens de erlifgetien gebhaven volgens vergunning van de Heeren, majoses, bij zeer g'eerde missive van den 29. ' Maart 1787. Jaar„ „lijks na Europa mag overmaa„ „ken, hebben we de zelve onder 't be„ „loop der gewoone assignatien niet gereekend, zot als dat voorleeden jaar bij vergissing is ge„ „daan met de verleende assigna„ „tien aan gemelde Colmel. Fortificatien §251. Bij onzen nedrigen brief van den 27. Januarij 1790. §. 209. hebben we reeds de eere gehad aantewijzen 88 dat in 't boekjaar 1738/39. , aan de vestingen na genoeg was gewerkt op den zelfden voet als in 't daar aan 117 4332. gedaan en gelden daar aan „ 178 9: aan voorgegaane Jaar, uit Hoofde van de ontrustende tijdingen die van teid tot teid waaren inge „loopen, en dat wede daar aan ge„ „daane ongelden in gem: boekjaar bij eene nadere gelegendheid zouden aanwijzen. we gebruijken de vrij „heid van dat tans te doen. Dezelve hebben gekost te Jaffenapatnam. - - - - „ 697. 12. 8. „ „ Tutukorijn alhier... „ Mannaar. . . . . . . „ 157. —. — „ Mature. . . . . . „ 364: 5. 8. Trinkenomale - - - „ 79394. 3. 8. - Kalpelti - - - . . „ 427. 16. —. Battikaloa. - - - „ 482. 18. — Transporteere --ƒ 30683. 8. — - - - - „ 173. 7. 8. Teld . . - - ƒ127129. 7. — Gale. . . . . . . . . . „ 14748. 1. 6. 27. . 1730. 25 te Jrinkenemole gehad hebben, indien het tot dadelijk- „heeden gekoomen was, heeft mits dien met alle moogelijke ijver aan de vestingen moeten worden gearbeid, en om de groote aange„ „legenheid van deese plaats, hebben we den bedienden onbepaald moeten qualificeeren, om te doen alles wat ze dagten in ge„ „moede noodig te zijn, om deselve zoo veel moogelijk te brengen in een houbaeren staat op deese plaats zijn daar door de kosten aan de vesting wer„ „ken gedaan, zoo hoog geloopen dat ze in vergelijk van het voor„ „gaande Jaar bedraegen eene meerder „heid van ƒ. 24979. 10. 8. buiten dien

NL-HaNA_1.04.02_3889_0497 view scan ↗

English

4334. further nothing but what was necessary was done thereby the account for fortifications in the said financial year would have been remarkably less than in the year preceding it. For the rest, with respect to that which has been executed at both Trinkonomale and Oostenburg, we request to be permitted to refer to the engineering report of the present Major Fornbauer, which is transmitted among the enclosures. Section 255. According to what was communicated by us in our aforesaid letter of 27 January 1790, in accordance with the orders issued everywhere to that effect, no expenses have been incurred on the fortifications other than to such extent as was strictly necessary 132 35 the expenses incurred in 1789/90 will be reported further that which was executed in that year at Kolombo to prevent them from falling into decay. Section 256. What the expenses incurred on that account at each place amount to in the financial year 1789/90, we shall have the honor of reporting to your High Noble Lordships on a future occasion. Section 257. What has been spent on that account at Kolombo from month to month appears from the incoming reports of the superintendent of works, which have been inserted in our resolutions of 20 October, 4 and 19 December 1789, 20 January, 22 February, 12 March, 27 April, 12 May, 22 June, 20 July, 27 August, and 27 September past. 422 4335. at Gale at Trinkonomale Section 258. That which was executed on that account at Gale appears from the report of the Lieutenant of Artillery Lagarde, which was inserted in our resolution of 20 July past. It consists chiefly in the further completion of the above-mentioned works, and further in such operations as have been strictly necessary for daily repairs. Section 259. At Trinkonomale, only the parapet of the covered way along the south bay has been completed, and at Oostenburg the wall that covers the buildings below at the water level has been fully constructed, and further the necessary repairs have been made to and elsewhere to the works that were damaged by the extraordinarily heavy and continuous rains, as appears from the report of Major Fornbauer, which is included in copy among the enclosures. At all other places, no more than small expenses have been incurred on them, for ordinary and daily repairs. Section 260. Regarding that which, according to the memoranda and plans of the gentlemen the commissioners of Their High Mightinesses to the Military Commission, which we had the honor to transmit to your High Noble Lordships together with our separate letter of 125 - 4336. requested reports from Gale and Trinkonomale regarding the work that must be done there on the fortifications. 15 October past, must still be done to the fortifications of Kolombo, Gale, Trinkonomale, and Oostenburg, we have, pursuant to and in accordance with the approval of the Noble High Honorable Lords Masters in their very esteemed missive of 5 February 1789, ordered to Gale that the officials must have the Lieutenant of Artillery Lagarde, who provisionally manages the department of engineers there, state what according to his view of what must be started with first could approximately be done for the sum fixed for each year by the said High Noble Honorable Lords Masters, in the course of this year, and that this statement, supported by the considerations of the officials, must be transmitted to us as soon as possible; to Trinkonomale we have written that Major Fornbauer must report to us what, according to his judgment of what is most necessary to be executed in the first period, could be done for the sum fixed for each year for Trinkonomale and Oostenburg, in this current financial year. 427 4337. survey of the buildings that stood too close to the fort of Trinkonomale with orders provisionally and until our further orders to have a beginning made therewith immediately. To Major Fornbauer we have nonetheless written that he must promptly send us his consideration whether and to what extent the security of both Trinkonomale and Oostenburg might, in his opinion, require that the determination of what may be spent each year for both these places should be further reconsidered. Section 261. The engineers who, according to the communication in our secret letter of 30 January 1787, surveyed the fortifications of Trinkonomale and 422 and Oostenburg, having reported that there were many houses and gardens standing around Trinkonomale too close to the fortifications, of which an enemy could make use to the disadvantage of the fortress, we have, as appears from our resolution of 16 January 1787, ordered the officials at Trinkonomale to have surveyed and to report to us what sort of buildings and plots were situated within 200 roods in the perimeter of the fort of Trinkonomale, and to have them appraised, insofar as they were in such terms that the Company in equity ought to make some compensation to the owner for them. 29 1 4338. a part thereof has been demolished Section 262. On account of the alarming news that arrived here in the late part of 1787, the Trinkonomale officials, as appears from their letter of 20 March 1788, have caused a part of these houses, which most urgently had to be cleared away, to be demolished, and have since sent us an appraisal report thereof; but as this report was not sufficient to judge therefrom whether the owners of the demolished houses and gardens were entitled to any compensation, we have, as appears from our resolution of 24 March 1789, sent the said report back to Trinkonomale, with orders that in accordance with the

Dutch transcription

4334. voorts is niets dan het noodige gedaan dien zoude de reekening van forti„ „fikatien, in gem: boekjaar merke„ „lijk minder geweest zijn, dan in 't daar aan voorgegaane Jaar, voor 't overige versoeken we omtrend het geene bijde aan Trinkonomale en oostenburg verrigt is, ons te moo„ „gen gedraegen aan het ingenieurs berigt van den tegenwoordigen majoor Fornbauea, dat onder de bijlaagen overgaat §. 255. volgens 't door ons nog bedeelde bij voorsz: onsen brief van den 27' Januarij 1790. zijn over eenkom„ „stig met de ordere daar toe over al gesteld, aan de fortifica„ „tie geene ongelden gedaan, dan voor zo verre volstrekt nodig was 132 35 het bekettigde in 17 3/90. zal nader berigt worden het verrigte in dat jaar te kolembe was, om ze niet te laaten verval„ „len. § 256. Wat bedraagen de ongelden op elke plaats daar aan besteed in het boekjaar 17 8/90, zullen we do eere hebben uwen Hoog Edelheeden bij eene nadere gelegentheid te berigten § 251. Wat daar aan te kolombo van maand tot maand besteed is, blijkt bij de in gekoomene berigten van den fabriek, die g'insereerd zijn in onze resolutien van den 20. ' oktober, 4. en 19: de„ „cember 1789. , 20. Januarij 22. februarij, 12.:' Maart 27. April, 12.:' Maij, 22. Junij 20. Julij, 27. augustus en 27. zeptember passato Hel te 422 4335. te gale te srinkenemale §218. Het daar aan verrigte te Gale blijkt bij 't rapport van den luijtenant van de artillerie Lagarda, dat geinsereerd is in onze resolutie van den 20:' Julij pass=o. Het be„ „staat hoofdzaakelijk in 't verder voltooijen van de hier boven ge„ „melde werken en voorts in zulke verrigtingen als volstrekt nodig zijn geweest tot dagelijkse repa„ „raatsien §259. Te Trinkonomale in de borstwee„ „ring van den bedekten weg, langs de zuijder baaij alleen voltooyd, en de oostenburg is de muur vol bouwt die beneeden in 't water„ „pas de gebouwen dekt, en voorts de noodige reparaatsien gedaan aan en elders aan de werken, die door de buij„ „ten gewoone swaare en aan„ houdende regens bephaedigd wa„ „ren, zo als dat blijkt bij 't be „tigt van den majoor Fornbauer dat in kopij onder de bijlaegen gaat. Op alle andere plaatsen zijn daar aan niet dan klijne ongelden gedaan, tot gewoone en dagelijkse reparatien. §. 260. Nopens het geene volgens de me„ „morien en plans van de heeren Hunne Hoog Mogende ge„ „kommitteerdens tot de Mili= „taire kommissie, die we de Eere gehad hebben, nevens on= afzonderlijken brief van zen den 125 - 4336. gevraagde berigten van gale en trinkonemale nopens het werk dat daar aan de fortifikatie moet werden gedaan. den 15. ' Oktober passato aan uw Hoog Edelheeden toetezenden, nog moet ge„ daan worden aan de vesting wer„ „ker van Kolombo, Gale, Trinko „nomale en oostenburg, hebben we ingevolge en overeenkomstig het goed vinden van de Edele Hoog Agtb: Heeren Meesters, bij hoogst derselver zeer g'eerde mis= „sive van den 5.: februarij 1789, na gale gelast, dat de bedienden zig door de Luijtenant van de artillerien Lagardi, die daar het de partement van de genie provisioneel waar„ „neemd, moeten doen opgeeven, wat na zyn inzaam van het geene waarmede het eerst moet worden worden begonnen, voor de door welge„ „melde Hoog Edele Agtb: Heeren „meesteren voor elk Jaar bepaalde som, ten naasten bij zoude kun„ „nen worden gedaan, in den loop van dit jaar, en dat deese op„ „gaave gesterkt met der bedien„ „dens konsideratien ons ten eersten moet worden toegezon„ „den; Na Trinkonomale hebben we geschreeven dat de majoor Fornbauer ons moet berigten, wat na zijn oordeel van 't geen aller noodzakelijkst in het eerste tijd vak moet worden verrigt, voor de voor elka jaar voor Trinkenomale en oostenburg bepaalde som, in dit loopen „de boekjaar zoude kunnen worden gedaen brieven 't fout stonden met op 427 4337. op neem van de ge„ brueven die te digt aan 't fort van Jani konemale stonden met last om daarmede provisioneel en tot onze nader order aanstonds te doen beginnen. Aan de majoor Fornbauer hebben we niet te min aangeschreeven dat hij ons spoedig moet laeten toekomen zijne kon„ „sideraatsie, of en in hoe verre de vijligheid bij de van Trin„ „kenomale en Oostenburg, het na zijn inzien zoude kunnen vorderen, dat de bepaaling van het geen 'er voor bijde deese „plaetsen elk Jaar mag wor„ „den besteed, nader behoor„ „de te worden overwoo„ „gen § 261. De ingenieurs, die volgens het bedeelde bij onsen 30=e Januarij sekreeten brief van den - 1787. de vestingwerken van Prinkeno= „male en 422 „male in oostenburg hebben opgenoo „men, berigt hebbende, dat er rondom Trinkenomaale veele huijsen en tuij= „vien stond te digt aan de fortifijaat„ „sien, waar van een vijand tot na„ „deel van de vesting gebruijk zoude kunnen maaken, hebben we blij= „kens onse Resolutie van den 16. e Januarij 1787. den bedienden te Prinkenomale gelast, om te doen opneemen en ons te berigten, wat voor gebouwen en Erven binnen de 200. roeden in den om„ „trek van 't fort Trinkenomaale geleegen waaren, en die te doen taxeeren, in zoo verre deselve waaren in die termen dat de komp: aan de eigenaar billijkheids halven eenige 29 afge gede 1 4338. aen gedeelte daar van is afgebrooken eenige vergoeding daar voor diende te doen tijdingen §. 262. Wegens de ontrustende die hier in 't laatst van 1787. zijn ingeloopen, hebben de Trinkeno „maalse bedienden blijkens hunnen brief van den 20. ' Maart 1788. een gedeelte deeser huijsen, die zeer Hoog noodsake„ „lijk moesten worden weggeruijmd, lae„ „ten afbreeken, en ons daar van 't zee„ „dert een taxatie rapport toegesonden, dog wijl dit rapport niet voldoende was, om daar uit te beoordeelen of de eijgenaars der afgebrokene huijsen en tuijnen geregtigd waren tot eenige vergoeding hebben we blij„ onze „kens resolutie van den 24. Maart 1789. gem: rapport na Trinkenomaele te rug gesonden, met last om ingevolge„ het

NL-HaNA_1.04.02_3889_0506 view scan ↗

English

Finding regarding their ownership. That which was recommended by resolution of the 18th of February 1788, to have investigated by a special commission the nature of the ownership of the possessors, namely whether only the buildings or also the lands belonged to them, and how and under what conditions they came into possession of the lands. § 263. This investigation has since taken place, and we take the liberty of presenting the received report thereof in copy herewith to your High Noblenesses. Therein the ownership of the last possessors of most of these lands is clearly demonstrated, and the Trinkenomale servants, in their resolution of the 30th of March last, of which an extract is included among the annexes, observed Authority requested to provide compensation to the owners for this. that although for some of these lands it could not be sufficiently proven that they lawfully became private property, not only due to the lapse of time, but also because, owing to the poverty of the people who bought them, the transfer had always taken place by private contract, it is nevertheless certain that the last possessors acquired them lawfully. § 264. We have therefore, as well as on the grounds that equity demands that the owners of the aforementioned lands, who are for the most part poor people who were already ruined during the capture of Trinkenomale by the English, be indemnified: decided by our resolution on the military department of the 9th of September last, to request authority from your High Noblenesses, as we take the liberty to do through this, to be allowed to disburse from the Company's treasury the amount indicated in the said report of Rds 23726.-.- to the owners of the aforementioned demolished houses, gardens, etc., or at least to be allowed to pay them the interest thereon in due course and to see whether in the meantime any opportunity can be found to indemnify them, at least partially, through the granting of lands or other means less harmful than paying out in cash. Carpentry work. The expenses incurred for the buildings in 1788/9. Carpentry work and repairs performed on the Company's buildings cost in the financial year 1788/9: Here: f 25655. 6. - Mannaar: f 3787. 4. 8. Gale: f 6098. 1. - Mature: f 3458. 19. - At Jaffanapatnam: f 5021. 9. 8. Tutukorijn and the subordinate Residencies: f 4992. 2. 8. Trinkenomale: f 11262. 2. 8. In the Wannij: f 6591. 10. 8. At Kalpettij: f 388. 1. - Baticaloa: f 848. 16. 8. Total: f 75103. 13. - In 1787/8 they cost: f 84492. 15. - Thus in 1788/9 less: f 9389. 2. - Would have amounted to much less had no extraordinary carpentry works been done at Trinkenomale and Oostenburg. § 266. In Kolombo the carpentry works amounted to f 18873. 6. 8 less than in the previous year, which arose mainly from the expenses incurred in the preceding year for the building of a new wing at the hospital, and these expenses in the financial year 1788/9 would in general have been considerably less, had not some extraordinary carpentry works had to be performed. § 267. At Trinkenomaale and Oostenburg, according to the authority granted by our resolution of the 25th of February 1788, the necessary provisions were made to the dwellings and warehouses that were old and dilapidated, and in particular the dwellings on Oostenburg, which had been considerably damaged by the stay of the French and by the storm of the 3rd of April 1786, and were partly not yet roofed, were brought into a habitable state, whereby an excess of expenses arose there of f 7577. 2. - In the Wanni. § 268. In the Wannij a beginning was made on the construction of the necessary lodgings and warehouses, whereby this account there In the Gale Korle. had an excess of f 1650. -. 8. § 269. In the Gale Korle a dilapidated school had to be newly rebuilt, and the dwelling of the postholder at Gindeere and the warehouse at Amblangodde, which had for the most part collapsed, had to be renewed again, as we among others granted authority for by resolution of the 19th of September 1788, whereby, and because in the previous financial year this account was erroneously credited with the proceeds from the sale of the slave hospital there, the same now shows an excess of f 1872. 2. 8. At Mature. § 270. At Mature, according to authority granted by resolution of the 17th of March 1788, the cinnamon warehouse and the carpentry yard, as well as the blacksmith's shop, were renewed, which among other things caused the expenses charged to this account there to turn out higher, by f 2545. 16. 8. At Manapaar. § 271. At Mannapaar this account shows an excess of 6807. 16. 8, because written off against it are the 2000 pagodas which, according to our resolution of the 21st of October 1788, were paid to the

Dutch transcription

a 22: 1 bevinding wegens dier eigendam. het aanbevoolene bij resoluutsie van den 18. februarij 1788. door eene expresse kommissie te doen onderzoeken, de na„ „tuur van den eijgendom der bezitteren namelijk of hun alleen de gebouwen dan wel gronden ook toekwamen, en hoedanig en op welke kondretsien zy aan de gronden gekoomen zijn §. 263. Dit onderzoek is 't zedert geschied, en 't daar van ingekomen rapport neemen we de vrijheid uwen Hoog Edelheeden hiernevens in Kopia aantebieden. Daar bij word de eigendom van de laatste be„ „zitters van de meeste deezer gronden duijdelijk aangeweezen, en de Trinkeno„ maalsche bedienden hebben bij hunne resol: van den 30. Maat J:ol:, waar van een Extrakt onder de bijlaegen gaat, aan„ „gemerkt verto ver te do 437. 4339. wond qualifikatie verzogt om daar voor vergoeding aan de eigenaart. te doen gemerkt, dat schoon van sommige deezee gronden, niet voldoende heeft kunnen beweezen worden; dat ze wettiglijk een particulier eigendom zijn geworden, niet alleen wogens verloop van tijd, maar ook om dat wegens de armoede van de luijden die ze gekogt hebben, de overdragt steeds op onderhandsche bewijzen was geschied, het nog tans zeker is, dat de laatste bezitters daar wettiglijk aangekoomen zijn §. 264. Wij hebben daarom zo wel, als uijt hoofde dat de billijkheid vereischt, dat de eigenaars van voorsz gron„ „den, die voor 't meestendeel arme luijden, zyn, welke reeds by de ver overing van Trinkenomale door de 76 Engelschen o„ 4:8 Engelschen zijn geruineerd, schaadeloos worden gesteld: bij onze resol: over 't militair departement van den 9: 7ber: pass=o beslooten, om van uw Hoog Edel „heeden qualifikaatsie te verzoeken, ge„ „lijk wa de vrijheid gebruiken te doen door deezen, om 't bij gemelde rapport aange„ „weezen bedraagen van Rd=s 23726. -. - aan de eigenaars van de voorsz: afgebrookene huijsen, tuijnen Etc=a temogen doen uit kee„ „ren uit 's komp:s kas, of ten minste om hun daar van de renten temogen betae„ „len, ter gelegener tijden en of men mid= „delerwijl eenige gelegentheid kan vin= „den, om hun door 't afgeven van lande„ „rijen of andere minonschadelijke middelen, dan het uit betalen in kon= „tant, ten minsten gedeeltelijk, zoude kunnen schaadeloos stellen Timmeratie het bek gebeur 433. 4340 §265. het bekostigde aan de gebeuwen in 178 3/. Timmeragien en Reparatien die aan 's komp=s gebouwen zijn ge„ „daan, hebben in 't boekjaar 1788/9. gekost. alhier „ Mannaar.. Gale Mature. - - - „ Tutukorijn. en op de onder „horige Residentien. . . . „ 4992. 2. 8. „ Trinkenomale - - - - - - „ 11262. 2. 8. -„ 6591. 10: 8. in de Wannij „ 388. 1. — te kalpettij „ 848. 16. 8. Baticaloa nun Teld. . - - - - ƒ75103. 13. — in 1787/8. hebben zo gekost. . . - „ 84492. 15. - g dus in 178/9 minder. ƒ 9389. 2. — „ te Jaffenapatnam - - - - - „ 5021. 9. 8. .. . . ƒ 25655. 6. — „ 3787. 4. 8. --„ 6098. 1. -. - - - - - „ 3458. 19. - Te aan „ . 1 ...- 184 zoude veel minder be„ eenige extra vertimme „ringen waren gedaan te zainkenomale en oostenburg §. 266. Te kolombo bedraagen de timmera„ dragen hebben indien met gien minder dan in 't voorgaande jaar ƒ. 18873. 6: 8. , het geen hoofd zakelijk ontstaan is uijt het bekostigde in het daar aan voorgegaane Jaar, tot 't bouwen van een nieuwe vleu„ „gel aan het hospitaal, en zouden deese ongelden in 't boek Jaar 1788/9 over het algemeen aanmerkelijk minder geweest zijn, in dien 'er niet eenige extra ordinaire vertimmeringen hebben moeten gedaan worden §267. Te Trinkenomaale en oosten„ „burg zijn, volgens gegevene qualificatie bij onze Resoluutsie van den 25. Februarij 1788. , aan 435 4341. in de wanni de wooningen en pakhuijsen, die oud en bouvallig waaren de noodige voorziening gedaan, en in zonderheid zijn de woonin „gen op oostenburg, die door het verblijf der franschen, en door den Storm van den 3. April 1786. aanmerkelijk beschaadigd, en gedeeltelijk nog niet onder dak waaren, in bewoonbaa„ „ren staat gebragt, waar door aldaar eene meerderheid van on„ gelden is ontstaan van ƒ 7577. 2: — §268. Jn de wannij is een begin ge„ „maakt, tot den aanbouw van de nodige logementen en pak„ huijsen, waar door deese reek: aldaar ie 436 in de gale korle aldaar eene meerderheid heeft ge„ „had van ƒ. 1650. —. 8. §269. Jn de Gale korle heeft een verval „lene school nieuw moeten opge„ „bouwd, en de wooning van den posthouder te Gindeere en 't pakhuijs te Amblangodde die voor 't grootste gedeelte ingestort waaren, weder moeten vernieuwd worden, zoo als we daar toe onder anderen quali= „fikatie hebben verleend bij Resolutie van den 19.:' September 1788. , waar door, en door dat in 't voorgaand boekjaar op deeze reekening abusive was bevoordeeld, 't geprofluceerde bij ver „koop van 't slaven hospitaal aldaar dezelve te 137 4342. te Mature te Manapaar deselve nu eene meerderheid ver „toond van ƒ. 1872. 2. 8. §270. Te Mature zijn volgens gegeeven qualificaatsie bij resoluutsie van den 17. Maart 1788. , 't Canneel pakhuijs en de timmer werf, zomeede de Smits winkel vernieuwd, 't geen onder anderen veroorzaakt heeft, dat de on„ „gelden ten laste deeser reeke„ „ning, aldaar grooter zijn ge„ „vallen tot ƒ. 2545. 16: 8. — §271. De Mannapaar vertoond deese reekening eene meerderheid van 6807. 16. 8. , om dat daar op zijn afgeschreeven de 2000. pa„ „gooden, die volgens onse resolutie van den 21:' october 1788. , aan den ge„ val e

NL-HaNA_1.04.02_3889_0514 view scan ↗

English

The expenses of the last financial year will be communicated later. Authorization to repair the residence of the dissave at Matara. The expenses incurred by the junior merchant Keunman for the restoration of the residence of the first resident there have been reimbursed to him. Section 272. The expenses incurred in the financial year 1789/90 to the debit of this account cannot yet be specified, and we shall therefore have the honor to report thereon to Your High Excellencies on a subsequent occasion. Section 273. As the residence of the dissave at Matara required an urgent and unavoidable repair, the costs of which were estimated by commissioners specifically appointed for the purpose at 3482 rixdollars, 46 and a half stuivers, we resolved in the session of 8 February last to have the said residence repaired, provided that the expenses thereof should be borne by the dissave van Angelbeek and his successors, by repaying a fifteenth part thereof annually to the Company. But as the dissave van Angelbeek excused himself from this and declared that he would rather take up his residence in a private house, we resolved in the session of 23 March following to have the aforesaid house repaired for the account of the Company. Residence of the Commander at Jaffanapatnam repaired, with the recommendation, however, that this must be done in the most economical manner. Section 274. Upon the report of the Jaffna servants that the residence of the Commander was in a very bad condition, we authorized them, as appears from the resolution of 18 March last, to have the same repaired. The survey report of the said residence shows, according to the entry in our resolution of 8 June, that this repair is calculated to cost 6950 guilders, 18 stuivers, and 8 pennings, the workmen not included. The residence of the dissave at Jaffanapatnam sold. Section 275. Authorization having been requested by the Jaffna servants to have the house of the dissave, which was also in a very desolate condition, repaired or sold, we resolved in the session of 18 March last, considering that this was an old building of which the repair expenses would run very high, to have the same sold by public auction, as was done for 3000 rixdollars, according to the entry in the resolution of the first of June following. Section 276. We have granted authorization to the Tuticorin servants, according to the resolution of 23 March, to have the back wall of the residence of the second resident at Cape Comorin, which had collapsed due to continuous rain, and the other damaged buildings there repaired. The dilapidated house of the fiscal at Tuticorin ceded by valuation. Section 277. Upon the report of the Tuticorin servants that a surviving daughter of the deceased resident of Punnaikayal, Alensbag, widow of the Danish resident at Colachel, had requested that the plot of land, with the remains standing thereon of the Company's house ruined in the late English war, where the fiscal previously resided, might be ceded to her by valuation, we resolved in the session of 20 July, as the fiscal van Spall has declared that he is not able to restore it, and as this house falls into ruin more and more from time to time and will soon be a heap of rubble if it is not speedily restored, to cede the aforesaid plot and premises to the said widow by valuation to prevent further damage, as has since taken place for 40 pagodas, according to the entry in our resolution of 25 October last. Some carpentry work on the guardhouses and workshops at Colombo and at Mannar. Section 278. It being for many reasons more convenient that an officer mounts guard at the Water Gate rather than at the Amsterdam guardhouse, we resolved in the session of 18 October, upon a report received from the master builder, to have a room for an officer and an arrest room added to the guardhouse at the Water Gate, as well as to have some repairs done to the main guardhouse and the Amsterdam guardhouse, to have the fall-bridge at the Batenburg bastion renewed, and to have some necessary repairs done to the smiths' and coopers' workshops and to the smiths' warehouse. Section 279. We also, upon the proposal of the Jaffna servants, according to our resolution of 21 October last, authorized the Mannar chief Ebell to renew the jetty in front of the Fort, and to rebuild the collapsed outer guardhouse, the lascoreen guardhouse, and the smiths' workshop. Furthermore, we humbly refer to our general resolution of 16 December and all the resolutions for the native department of 22 February, 4 May, and 4 October last. Write-offs and write-ins. Specification of the consumed gunpowder, 1788/89. Section 280. The consumption of gunpowder, according to the specification of the examiner which is inserted in our resolution of 18 October last, amounted in the financial year 1788/89 to 20,234 and thirteen-sixteenths pounds, thus 134 and nine-sixteenths pounds above the quota. This excess arose particularly from the fact that at Trincomalee 1,414 pounds of powder were used for blasting rocks for the fortifications. According to the said specification, the excess powder consumed at Trincomalee, Tuticorin, and Kalutara for salute shots, exceeding one-third of the charge, we have charged as compensation to those whose duty it was. Destroyed, sold, and unusable goods at Colombo and the subordinate offices. Section 281. For the destruction and sale of the Company's goods that successively became unserviceable here and at the subordinate offices...

Dutch transcription

438 de engelden van 't laatste boekjaar zal nader worden bedeelt qualificatie om de woning van den dessavo te Matire te repareeren den onderkoopman Keunmann zijn gerestitueerd, voor de door hem gedaane ongelden, ter her „stelling van de wooning van den eersten resident aldaar §. 272: De ongelden, die in 't boekjaar 178/90 ten laste van deese reeke„ „ning zijn gedaan, kunnen nog niet opgegeeven worden, en zullen we derhalven de eere hebben, uwen Hoog Edelheeden daar van bij eene volgende gelegendheid ver slag te doen. § 273. Wijl de wooning van den dessave te Mature, eene spoedige en on„ „vermijdelijke reparatie vereischte, waar van de onkosten door expresse gekommitteerden zijn 439. 4343. zijn begroot op rd=s 3482. 46. ½., hebben we ter sessie van den 8. februarij pass=o beslooten, gemelde wooning te laaten repareeren, mits dat de ongelden daar van door den dessave van Angelbeek en zijne successeurs, zouden ge„ „draegen worden, met daar van jaarlijks een vijftiende gedeelte aan de komp: afteleggen; dog wijl de dessave van Angelbeek zig daar van verschoond en ver„ „klaard heeft zijn intrek liever in een partikulier huijs te willen neemen, hebben we ter sessie van den 23. Maart daar aan beslooten, 't voorsz: huijs voor 's komp=s reekening te laeten repareeren 440. „dens te Jaffanapatnam repareeren, met rekommandaetsie nogtans om dat te moeten doen op de meest zuijnige wijze §274. Op 't bezigt van de Jaffenasche, zo ook die van den komman„ bedienden, dat de wooning van den Kommandeur in een zeer slegten staat was, hebben we hun„ blijkens resolutie van den 18. maart pass=o, gequalificeerd om deselve te laaten repareeren. Het be„ rigt van den opneem van gemelde wooning toond aan, blijkens het aangetekende bij onse resoluutsie van den 8' Junij, dat deese reparaatsie ongereeden, de arbeidslieden ongerekend, Calculatief zal kosten ƒ 6950. 18. 8. Door de woon te jaffen venk 111: 4344. § 275. de wooning van den des Javo te Jaffenapatnam verkogt Door de Jaffenasche bedienden qualifi „catie verzogt zijnde, om het huijs van den dessave, 't welk meede zeer desolaat gesteld was, te laaten repareeren of verkoopen, hebben we, uijt aanmerking dat dit een oud gebouwd was, waar van de reparaatsien ongelden zeer hoog zouden loopen, ter sessie van den 18:' Maart pass=o beslooten, 't zelve per publieke vendutie te laaten verkoopen, zoo als geschied is voor 3000 Rijxdaalders blijkens 't aangetekende bij Resolutie van den Eersten Junij daar aan §. 276. Aan de Tritukorijnsche bedienden hebben we, blijkens Resolutie van 1o12 qualifikatie tot Lokere refa„ „retien aan de kaalkommerijn 't bouvallighuijs van den fiskaal te tutucorijn per toxatie afgestaan van den 23. Maart qualificaat„ sie gegeven, om de agter muur van de wooning van den tweeden Resident aan de Caabcommerijn die door aanhoudende reegen neer „gezakt was, en de verdere bescha „digde gebouwen aldaar te laeten repareeren §. 277. op 't berigt van de Tutukorijnsche bedienden, dat een nagelatene dogter van den overleeden resident van Ponnekail Alensbag, we„ „duwe van den deenschen re„ „sident te kolletije had ver„ „zogt, dat aan haar per taxa„ s „tie mogte worden overgelaeten 't erff, met de daar op staan„ D. „de overblijfselen, van 't in den Jongsten Engelsen 413 4345. Engelschen oorlog geruijneerd 's komp=s huijs, daar wel eer de fiskaal ingewoond heeft, hebben wi wijl de fiskaal van spal heeft verklaard, niet vermoo„ „gende te zijn om 't te herstel„ „len, en wijl dit huijs van tijd tot tijd meer en meer ter neder valt, en haast een puinkoop zal weesen, indien 't niet spoe„ „dig hersteld word, ter sessie van den 20. ' Julij beslooten, om voorsz: Erff en opstal, tot voorkooming van verdere schaade„ aan gemelde weduwe per taxa„ „tie overtelaeten, gelijk zedert is geschied voor 40. pagooden blijkens 't aangetekende bij onse resolutie 1 he ¬ ongsten 44 eenige vertimmeringen aan de wagten en winkels te kolembo resolutie van den 25. 8ber: pass=o §:. 278. Het om veele reedenen meer konve„ „nent zijnde, dat er een officier optrekt aan de waterpoort dan aan de wagt Amsterdam, hebben we ter sessie van den 18. oktober, op een ingekoomen rapport van den fabriek, beslooten, om bij de wagt aan de water poort een kamer voor een officier en een arrest kamer te laaten aanbouwen, zomeede aan de hoofdwagt en de wagt Amster„ „dam eenige voorziening te laeten doen, de valburg aan de punt Batenburg te laeten ver „nieuwen, en aan de smits en kuijpers winkels en aan het Smits. aan bruckt 415 4344 en te Manaar aanwijzing van't ver„ bamate buskraut „ 1788¾. Smits pakhuijs eenige noodzake„ „lijke reparaatsien te laaten doen §. 279. Ook hebben we op 't voorstel van de Jaffenasche bedienden, blijkens onze resolutie van den 21. ' oktober I:o lee„ „den, 't Mannaars opperhoofd Ebell gequalificeerd, om 't zee hoofd voor 't Fort te vernieuwen, en de ingestorte buijten wagt, Laskorijns wagt, en Smits winkel weeder te laeten op bouwen voorts refgreeven wij ons nedrig aan onzen gemeene resolutien van den 16. december ge al de resol: dovoe 't inlands depaatement van den 22 febr: 4 Maijlen 4 oktober pass=o In - en Afschrijvingen §: 280. De Consumtie van buskruijt heeft, blijkens de aanwyzing van den visitateur, die g. 'insereerd is in onse resolutie van den 18:' Oktober ver 4 vernitigdeg verkogte en bequame goederen te kentooren oktober passato, in 't boekvaar 178 8/9. bedragen 20234. 13/6. lb:, dus 134 9/6. lb: boven de bepaaling. Deeze meer„ derheid is inzonderheid daar uijt ontstaan, dat te Trinkeno„ „male, tot 't doen springen van klippen voor de vesting werken 1414: lb: kruijt verbruijkt zijn 'T volgens gemelde aanwijzing te Trinkenomale, Tietukorijn en kaltere meerder verbruijkte kruijt tot de salut schooten, dan een derde van de laading, hebben we dien het incumbeerde ter ver goeding opgelegd. van de §. 281. Tot de vernietiging en verkooping kolembo en ofp de onderhorige van 'skomp:s goederen, die suc= cessive alhier en op de onderhorige kantorrer drie

NL-HaNA_1.04.02_3889_0523 view scan ↗

English

457. 4347. three-monthly findings offices were found unfit, as well as for the writing off of these destroyed and sold goods and of deceased slaves and cattle, we have granted authorization by our resolutions of 5, 9, and 21 January, 12, 18, and 23 March, 27 April, 7 and 12 May, 8, 12, 18, and 22 June, 3 and 20 July, 27 August, 2, 15, and 27 September, 21 and 25 October, 2, 6, 27, and 30 November, and 16 December last. § 282. The ordinary three-monthly findings of surpluses and deficits of the Head Administrator, together with discovered defects, with the associated memoranda of unfit goods at Colombo, were inserted in our resolutions of 12 March, 18 June, 27 August, and 6 November last. § 283. The three-monthly memoranda of surpluses and deficits at Hulftsdorp and the subordinate posts were recorded in our resolutions of 22 February and 24 June. § 284. The three-monthly reports of the apothecary here, concerning the compounds prepared by him, were inserted in our resolutions of 12 March, 8 June, 15 September. § 285. Regarding the delivered cargoes of various sloops and smaller vessels, and found surpluses and deficits at Jaffenapatnam, in the Wanni, and at Mannaar, we have disposed by our resolutions of 15 September and 16 December last. § 286. On the delivered cargoes of various sloops and smaller vessels at Gale and Mature, we have disposed by resolution of 2 and 3 December and 21 October. § 287. Likewise, we have disposed of the delivered cargoes and found surpluses and deficits at Tutukorijn and at the subordinate residencies, by our resolutions of 23 March, 4 May, and 12 June, and 16 December last. § 288. On the delivered cargoes and found surpluses and deficits at Trinkenomale, we have disposed by our resolutions of 4 May and 6 November last. § 289. On the delivered cargoes of various sloops and smaller vessels at Kalpettij, disposition was made by us by resolution of 9 January and 12 May. § 290. Upon a report submitted by the trade bookkeeper, of higher accounted percentages by the master craftsmen and some minor administrators, as of the end of August 1789, we have, by resolution of 27 September last, granted authorization to credit the same to them. 451. 4349. § 291. To the Commandant of the artillery at Gale, we have granted by resolution of 27 April last, to be allowed to write off for spillage on the coir match that is shipped off by him, but not on that which is consumed there in the household itself, the same percentages as have been allocated for loose coir by the regulation of entry and write-off. § 292. The expenses incurred during the visitation of the Tutukorijn pearl banks in the autumn of 1789, we have ordered to be written off, as appears from the resolution of 4 May last. § 293. Regarding the further write-offs of lesser importance, for which we have successively granted authorization, we take the liberty most respectfully to refer to our resolutions passed in that regard of 4 May, 25 October, 2, 6, 27, and 30 November last. Debits and Compensations § 294. In the administration of the Gale equipment warehouses, 140 pieces of hammocks, 350 covids of French sailcloth, 290 covids of grey hemp cloth, and 45 covids of port cloth having been found damaged by white ants, and 3 barrels of cow hair and 5 barrels and 258 bundles of moss spoiled due to long storage, we approved in the session of 18 March last that they were charged by the Gale servants to the former Equipment Master Abo for compensation. § 295. Also in the session of 27 April last, we charged to the heirs of the deceased overseer of the Korle Gratiaan for compensation, the sawyer wages advanced by him for the sawing of a lot of planks which, however, were not delivered to the Company. § 296. Since the Trinkenomale administrator Lever neglected to send 3 chests of armozeen that were brought there from Bengal hither in a timely manner, and these chests were attacked by white ants in the warehouse there, we decided in the session of 12 May last to have the armozeen found damaged sold by public auction for what it will fetch, and to have him compensate the Company for whatever it might yield less than the cost price. § 297. The Gale servants have sent to us three petitions from the former Equipment Master Abo, in which he requests to be relieved of the compensation imposed by Your Right Honourables for some incurred 454.

Dutch transcription

4 57. 4347. drie maandigd bevindinge kantooren onbequaam zijn bevonden zo meede ter afschrijving van deese vernietigde en verkogte goederen en van overleedene slaeven en beesten, hebben we qualifikaat„ sie verleend bij onze resoluitsie van den 5. 9. en 21. Januarij 12. 18. en 23. Maart, 27. April 7. en 12.'1 Maij 8. 12. 18 en 22. Junij, 3 en 20 ' Julij, 27. aug:s 2. 15. en 27. 2ber: 21' in 25. Oktober, 2. 6: 27. en 30. November en 16: december passato. §. 282. De gewoone drie maandige be= van de Hofdadmnistrateur vindingen van meer en min„ „derheeden, nevens ontdekte defecten, met de daar bij ge„ hoorende memorien van onbequaeme goederen een: ver g „ 1448: idem van Hulftedens gemaakte kompolitat in den appotheek goederen te Kolombo, zijn geinsi¬ „reerd bij onse resoluutsien van den 12. ' Maart 18. ' Junij, 27. aug: en 6. November passalo: §. 283. De drie maandige Memorien van meer en minderheeden op Hulftsdorp en de onderhoorige bij posten, zijn ingeschreeven onze resoluitsien van den 22. ' februarij en 24. ' Junij. §. 284. De drie maandige berigten van den apothekar alhier, wegens de door hem aangemaakte kompositas, zijn geinsereerd bij onse resoluutsien van den 12. Maart, 8:' Junij 15. 7ber: §. 285. Over de uijt geleverde ladingen van diversche sloepen en mindere Vaartuijgen de di uitge te Jaff 119. 4348. de dispositie ovan de uitgebeverde lading te Jaffena gala Peeturkorijn vaartuijgen, en bevondene meer en minderheeden te Jaffenapatnam, in de Wanni en te Mannaar, hebben wij gedisponeerd bij onze resolutien van den 15. 7ber: en 16. de- cember pass=o. §. 286. Op de uijt geleverde ladingen van diversche sloepen en mindere vaartuijgen te Gale en Matu= „re, hebben we gedisponeerd bij resolutie van den 2. ' en 3. ' xber: en 21.' oktober. §. 287. Jnsgelijks hebben we op de uijtge„ „leeverde ladingen, en bevondene meer en minderheeden te Tutukorijn en op de onderhoorige residen„ „tien gedisponeerd, bij onze resolutien van den 23. Maart, 4. Maij en 12. Iunij. — en 16. december pass=o nn tuijgen Trinkonomale en halpettij de toegestaane spillagie aan de administrateurs te holemnste goed gedaag §. 288. Op de uit geleverde ladingen en bevondene meer en minderheeden te Trinkenomale, hebben we ge„ „disponeerd bij onze resoluutsien van den 4. Maij en 6. november passo §. 289. Op de uitgeleverde ladingen van di= „versche sloepen en mindere vaar„ „tuijgen te kalpettij, is door ons gedisponeerd bij resolutie van den 9. Januarij en 12:' Maij §. 290. op een door den negootsie boek„ houder ingediende berigt, van meerder verantwoorde p:r C: door de werkbaasen en eenige min¬ dere administrateurs, onder ult=o augustus 1789 hebben we bij resoluutsie van den 27. zber: passato qualifikaatsie verleend om deselve aan hun goed te doen. Aan 452 aan den agt spillag de kaij kaij lag en afschaij engels ter tuko 4. 5.1. 4349. aan den kommandant den agtillaaij te gale Gpillagie toegestaan op „de kaijer Cent afschrijving van de gedane :ingelden bij de visitatie der tutukorijnsche paarlbanken §. 291. Aan den Kommandant der artille„ rij te gale hebben we bij resolutie van den 27. April passato toege„ „staan, om op de Kaijer lont, die door hem word afgescheept, maar niet op 't geen aldaar zelve in de huijshouding word verbruijkt, de„ zelfde percentos voor spillagie te moogen afschrijven, als voor de losse Kaijer toegelegd is, bij 't reglement van in- en afschrijving §. 292. De gedaane ongelden bij de riptaatsie der Tutukorijnsche paarl banken in 't najaar van 1789. hebben wé, blijkens resoluutiie van den 4. Maij passato laaten afschrijven §. 293. Nopens de verdere afschrijvingen van 452 nopens eenige andere potten refereerd men dan de resolutien eenige beduwvene goederen den gaalhe Equipagie meester ter vergoed uy frgelegt van minder belang, waar toe we successive qualificatie heb= „ben verleend, neemen wa de vrij heid ons Eerbiedigst te gedrae„ „gen aan onze derwegens geno„ „mene resoluutsien van den 4. Maij 25. oktober, 2. 6. 27. en 30. november pass=o Belastingen en Vergoedingen §. 294. Jn de administraatsie van de gaalsche Equipagie pakhuijsen 140. p=s hangmatten, 350: C:s frans Zijldoek, 290. C:s grauw hennipdoek en 45. C:s poortlaaken, door de witte mie„ „ren beschadigd, en 3. vaaten koehair en 5. vaten en 258. bosschen mosch, door 't lang leggen, bedurven bevonden zijnde, hebben - wo ter zessie van den 18. Maart vergoed passo „ de en ophiend gaati ter ver enige mozij admin een Ho 4150. de erfgenamen van den ophiend en den Korle gaatiaan zeeker zaaglom ter vergoeding opgelegd eenige beschadigde ar„ mozijnen de launkonom: administrateur lever ter vergoeding of geloge passato geapprobeerd, dat ze door de gaalsche bedienden den gew: Equipagiemeester Abo ter vergoeding zijn opge„ „legd §. 295. Ook hebben we ter sessie van den 27:' April passato, den erfge„ „naamen van den overleedenen op ziender der Korle Gratiaan ter vergoeding opgelegd, het door hem opgebragte zaagloon tot 't zaagen van een parthij planken die egter aan de Komp: niet zijn geleeverd §296. Vermits de Trinkenomaalsche admi„ „mistrateur Lever heeft verzueimd om 3. kisten met armozijnen, die van Benga „le aldaar zijn aangebragt tijdig her„ „waards te zenden, en deeze kisten in t gen 1 addaos van den gem: gaalsok Equipagie meester sbo over zaken hem opgelegde vergoeding t pakhuijs aldaar van de witte mieren zijn bezogt, hebben we ter sessie van den 12. Maij pass=o beslooten om de beschaedigd bevon „dene armozijnen per publieke vendutie voor 't geldende te laeten verkoopen en het geen dezelve minder dan de uijtkoops prijs mogten rendeeren, door nopn van a vroegen hem aan de komp=e te doen vergoeden §297. De Gaalsche bedienden hebben aan ons toegezonden drie addressen van den gew: Equipagiemeester Abo, waar bij hij insteerd om te moogen worden ontheeven van de door uwe Hoog Edelh: opgelegde vergoeding, voor eenige gedaane 454 —

NL-HaNA_1.04.02_3889_0531 view scan ↗

English

through: regarding a portion thereof, reference is made to former writings supplies made to the ships the Phenecier, the Governor General de Klerk, and the Hoop, and we take the liberty to present copies of the said addresses to Your High Mightinesses herewith. Paragraph 298. The supplies made by him to the two last-mentioned ships likewise fall within the terms of those supplies which were charged at the same time by Your High Mightinesses to the Colombo Master of Equipage Andringa for reimbursement, and we therefore take the liberty, for the sake of brevity, respectfully to refer to the remarks which we made in our humble address of the 27th of January last, concerning the address submitted by the said Andringa, inserted with our resolution of the 4th of February past. Yet regarding the mooring cables, Abo's innocence is shown. Regarding the three mooring cables which were entered by Abo for the mooring of the ship the Phenecier, one cannot indeed appeal to any regulation or provision; yet since it is a public and well-known matter that the ships in the Bay of Galle always lie moored to three cables, and even frequently in rough weather to four and five mooring cables, and these cables for 30 years past, as earlier books of Galle are not at hand here, have always been charged to the expense accounts of the ships for which they were used, we hope that Your High Mightinesses will not take it amiss that we support the request of Abo, to be exempted from the reimbursement of the aforesaid three cables, through this with our humble recommendation. And this we do the more because the custom of charging the mooring cables to the ship's expense accounts was abolished by us by letter of the 26th of November following, only after the departure of the Phinecier, or rather upon receipt of Your High Mightinesses' highly esteemed dispatch of the 3rd of August 1789. In future they shall not be charged to the expense account. It certainly amounts to the same thing, whether one charges these cables to the expense account, or writes them off upon condemnation in the Galle books, because in both cases the account of ship expenses must bear the burden thereof. Yet because it often happens that single cables which have served for one ship can still be used for the mooring of another ship, especially when not much time elapses between the two, we deemed this arrangement more appropriate than that a ship should be charged with the full amount of cables which it still sometimes leaves behind in a usable state. Order given to preserve the cables. Paragraph 301. By the same letter, we emphatically recommended to the Galle Master of Equipage to be attentive to this and to ensure that, whenever cables which have already served for the mooring of a ship are found still to be capable of further service, these are preserved in the best possible manner, among other things by causing them to be moistened now and then with sea water, so that, upon an occurring occasion, they may be used once again. And that this is indeed done appears from a report of the Master of Equipage Aams, which is enclosed in copy among the appendices. The Trade Books. Disposition on the reports of the examiner regarding the examination of the trade books. Paragraph 302. On the 20th of July and 2nd of September past, we disposed of the incoming reports of the first examiner Berghuijs concerning the examination of the Jaffna and Mannar trade books for the years 1784/5 and 1787/8 and of the Galle and Matara trade books for the years 1782/3, 1784/5, and 1785/6, and we take the liberty most humbly to refer to the separate resolutions concerning this, transmitted among the appendices, from which we only note here that we ordered the Galle officials to conduct a precise investigation regarding certain allowances which for some time have been made somewhat more liberally than in former years, and specifically in the financial year 1785/6, and to make a regulation in that regard for the future. Some administrations both here and in Galle confronted. Paragraph 303. Upon the incoming findings of the collation of the pecuniary rights in the Colombo Disavany, we disposed by our resolution of the 18th of October past. On the findings of the collation of various other administrations, both in Colombo and in Galle, we disposed by our resolutions of the 25th of October and the 16th of December following; and we humbly request permission to be allowed in this matter to refer to the resolutions passed thereon. Authorization for the writing off of certain omitted entries. Paragraph 304. To the officials in Galle and Trincomalee we gave permission, as appears from our resolution of the 23rd of March past, to have some omitted write-offs in the financial year 1788/9 charged to the previous years' accounts in the books of 1789/90. An account of the military department has been caused to be formed in the books. Paragraph 305. Because the gentlemen of the military commission have made a calculation of how much the established troops for this government will cost annually on a full establishment in time of peace, we decided, by our resolution on the military department of the 27th of November past, in order to be able at all times to see at first glance what the military establishment in this government costs, to cause an account to be formed in the trade books.

Dutch transcription

-155 4851 door: nopens een gedeelte daar van refereerd men aan vroeger schrijvens gedaane verstrekkingen aan de scheepen de Phenecier, de gou= „verneur Generaal de Klerk en de Hoop, en wa neemen de vrij= „heid kopij van gem: addressen uwen Hoog Edelheeden hier nevens aantebieden § 298. De verstrekkingen door hem ge„ „daan aan de twee laatste gem: scheepen, zijn meede in de termen van die verstrekkingen, die door uwe Hoog Edelheeden ter zel„ „ver teid, de kolomboschen Equi„ „pagiemeester Andringa ter ver„ „goeding zijn opgelegd, en we nee„ „men derhalven de vrijheid om ter betragting van kortheid ons eer„ „biedig te refereeren aan de aanmer„ „kingen, die we bij onzen nedrigen van ve doen ben . 456 dog nopens de tuijlouwen word de onschuld van Abo verland van den 27. Januarij Jongstleeden hebben gemaakt, op 't derwegens door gem: Andringa in gediend: addaes g'insereerd bij onse resolutie van den 4. ' februarij passato Nopens de drie vijgertouwee, die door Abo zijn opgebragt tot 't ver„ „tuijen van het schip de Phenecier, kan men zig wel op geen reglement of bepaaling beroepen, dog daar 't eene publieke en bekende zaak is, dat de scheepen in de gaalsche baaij alteid voor drie touwen, en zelfs dikwils bij ruw weer voor vier en vijf vijger touwen, vertuijd leggen en deeze touwen zeedert 30. Jaeren herwaards, want vroegere boeken van Gale zijn hier niet aan handen §. 299. 477 4352. handen alteed op de onkost reekenin„ „gen der scheepen, waar aan ze zijn gebruijkt, belast zijn hoopen we dat uwe Hoog Edelheeden 't ons niet qualijk zullen duiden dat we het versoek van Abo, om van de vergoeding van de voorsz: drie touwen te worden bevrijd, met onze nedrige voorspraak door deezen ondersteunen en dit doen we te meer wijl het ge„ bruijk, om de tuijtouwen op de scheeps onkost reekeningen te belasten eerst na 't vertrek van de Phinecier of eijgent„ lijk op den ontvang van uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde missive van den 3. Aug:s 1789. , door ons is afgeschaft bij brieve baaij gen an 452: „ taan niet op de enkolt reekening zullen worden belalt brieve van den 26. November daar aan waaren de touw n in do Het komt zeekerlijk op een reijt, of men deeze touwen op de onkostreekening belast, dan wel bij vernietiging bij de gaalsche boeken afschrijft, wijl in beide gevallen, de reekening van on„ „kosten van scheepen daar van de last moet draegen; dog wijl 't dikwils gebeurd dat enkelde tou= „wen, die voor een schip gediend hebben, nog wel tot 't vertelijen van een ander schip kunnen worden ge„ „bruijkt, inzonderheid wanneer er tusschen beide geen veel teid ver loopt, hebben we deeze schikking eijgener geoordeeld, dan dat . 459. 4353. en den gesteld om de touw te Conserveeren dat een schip belast word, met 't geheel bedraegen van touwen, die hij nog somteids bruikbaar agterlaat. §301. Bij den zelfden brief hebben we, den gaalschen Equipagie meester met nadruk aan„ bevoolen, om daar op attent te weezen en te zorgen, dat wanneer er touwen, die be„ reeds tot het vertuijen van een schip gediend hebben, worden bevonden nog verder van dienst te kunnen weezen, deeze op de best moogelijke wijze, door ze onder anderen nu en dan met zee waater te doen bevogtigen worden bewaard, ten einde bij voor komende g : dispositie op de berigten van den visitateur, wegens de Examinatie der negotie boeken. voorkoomende gelegenheid, ander„ „maal te kunnen worden gebruikt, en dat dit werkelijk gedaan word, blijkt bij een berigt van den Equi pagiemeester Aams, het welk in kopij onder de bijlaegen gaat. De Negotie Boeken §. 302. Wij hebben op den 20:' Julij en 2:e zeptember passato gedisponeerd op de ingekomene berigten van den eersten visitateur Berghuijs, wegens de Examinaetsie van de Jaffenasche en Mannaersche Ne„ „gootsie boeken de annis 178 4/5. en 178 7/16 en van de gaalsche en Matu„ „resche Negootsie boeken de A=s 1782/8 178 4/5. en 178 5/6. en neemen de 460 461. 4354. eenige administratien zoo hier als te gale gekonfrenteerd de vrijheid ons medrigst te gedrac„ „gen aan de daar van onder de bij= „laegen overgaande afzonderlijke resolutien, waar uijt wij hier bij eenelijk noteeren, dat we de gaal „sche bedienden hebben gelast, om nopens zekere verstrekkingen, die zedert eenigen teid wat ruimer zijn gedaan, dan in vroegere Jaa „ren, en wel speciaal het boekjaar 17 3/60, nauwkeurig onderzoek te doen, en daar omtrend eene bepaa„ „ling voor den aanstaande te maeken. § 303. op de ingekomene Bevinding van de konfrontatie van de gelds ge„ „regtigheeden in de kolombosche dessavonie, hebben we gedisponeerd bij 2:e tu„ n qualificatie ter af„ schrijving van zekere vertueurde pokten bij onze resolutie van den 18:' ok¬ „tober passato op de bevinding van de konfrontatie van ver„ „scheide andere administratien, zo te kolombo als te gale, hebben we gedisponeerd bij onze reso„ lutien van den 25. oktober en 16. december daar aan, en we ver „zoeken nedrig verlof, ons in deezen te mogen refereeren aan de daar op genoomene resolutien. § 304. Aan de bedienden te Gale en Prinke „nomale hebben we, blijkens onse resoluutsie van den 23. ' Maart pass=o verlof gegeven, om eenige verzuijmde afschrijvingen en 't boekjaar 178 8/9. ten laste van de voorjaarigen reekeningen te moogen 462 van 't tem for men 463. 4355. men heeft een reekening van 't militair deper„ tement bij de boeken doen formeeren. moogen laaten doen bij de boeken van 17 8/90 § 300: Uijt hoofde dat de heeren van de militaire kommissie eene be„ „reekening hebben gemaakt hoe„ „veel de bepaalde troupes voor dit gouvernement op den kom„ „pleeten voet in tijd van vreede jaarlijks zullen kosten, hebben we, om ten allen tijde met den eersten opslag te kunnen zien, wat de militaire staat in dit gouvernement kost, bij onze Resolutsie over 't militair departement van den 27.:' November pass=o beslooten, om bij de Negootsie boeken te doen formeeren eene reekening

NL-HaNA_1.04.02_3889_0540 view scan ↗

English

Change in the calculation of the pay of the military account of the military department, and to debit thereto from the first of September 1790 onwards all disbursements of pay, emoluments, and bonuses to the military, both of the infantry and of the artillery, whether nationals or foreigners, Europeans or natives, provided that they shall be transferred annually upon the closing of the books to the ordinary expense accounts. Section 306. And so that nothing else shall be debited to this account of the military department than the pure benefit of the military, we have likewise decreed that, as far as the military is concerned, the custom shall be abolished of treating the disbursed pay in rijksdaalders of 48 stuivers in the books against rijksdaalders of 51 1/2 stuivers, and that consequently henceforth the pay of the military shall be calculated in the books against rijksdaalders of f. 2. 8. Indies currency, and ducatoons of f. 3. 6. Netherlands currency. Decision to have separate books kept for the artillery and ammunition goods. Section 307. We have also resolved by the said resolution, in accordance with the proposal of the gentlemen of the military committee in their draft concerning the artillery inserted in our resolution regarding the military department of 21 October last, to have separate books kept for the artillery and ammunition goods starting the first of September 1790, provided that the same shall be compared annually by the respective trade bookkeepers against the inventory. The Colombo trade books of 1788/9 are being sent over, and why they were not sent earlier. Section 308. The Colombo trade books of 1788/9 have already been sent to Gale in order to be dispatched to Batavia with the first departing ship; and that this did not happen earlier arises from the fact that these books could only be commenced very late, because the books of the previous financial year 1787/8 had fallen very far behind owing to the late receipt of some Trinkenomale papers which necessarily had to be processed therein. Those of 1789/90 are not yet finished. Section 309. However much the trade clerks have exerted themselves to clear the work of 1789/90, which had fallen behind as a result, to such an extent that the necessary statements could be provided herewith, this could nevertheless not succeed; and we must therefore postpone these statements, as has been noted hereinbefore in several places, until a further occasion. Remarks thereupon. Section 310. We nevertheless take the liberty to remark humbly herewith that, as the clerks cannot begin with the closing of the books earlier than around mid-December, the time is far too short to get this laborious work finished so early in January that so many detailed appendices—such as the financial statement, yield accounts of sold merchandise, and the further statements required by the gentlemen superiors by general missive of 20 December 1787—can be properly drawn up and prepared for dispatch with the return ships of the second consignment, without fear that, if the closing of the books and the preparation of the aforementioned appendices must take place in too great haste, this work cannot be performed with such attentiveness and accuracy as it ought to be; and whereas, even though the Ceylon books are completed one or two months later, they can nevertheless still be delivered to Batavia in time to be processed into the general Indies books, we most humbly think that, in order to be assured that these duties are properly executed, it is best that the statements and appendices which are ordinarily delivered with the ships of the second consignment alongside our general report, be sent henceforth with the first packet boat departing thereafter. Presentation of the expenses and profits. Section 311. The financial statement that is transmitted among the appendices hereto shows that the general expenses and profits of this Government in the financial year 1788/9 have amounted to the following: the expenses: f. 1820346. 7. 12. the profits and revenues: f. 861712. 13. 4. thus the expenses exceeded by: f. 958633. 14. 8. In 1787/8 the expenses amounted to: f. 1677319. 10. 8. the profits: f. 822283. 1. 0. so that the expenses exceeded by: f. 855036. 9. 8. It thus appears that in 1788/9, compared to the year 1787/8, this Government has fallen behind by: f. 103597. 5. 0. The secret memorandum on household management fixes the expenses of this government at: f. 766342. 10. 0. Which, deducted from the expenses of 1788/9 amounting to: f. 1820346. 7. 12. shows that these expenses have exceeded the fixed limit by: f. 1054003. 17. 12. Preliminary indication of the causes of the increases and decreases in the expenses. Section 312. Concerning the aforementioned financial statement, we shall deliberate shortly in a special meeting in compliance with Your High Nobilities' order by extract from the minutes of 22 August 1788, and meanwhile take the liberty to remark provisionally thereon: 1. That the account of ordinary rations in 1788/9 amounted to more by f. 309. 1. 8., mainly due to the appointment of some officers for the garrison of Trinkenomale. 2. That the account of ordinary expenses amounts to less by f. 12848. 19. 0., particularly due to the lower price of rice and the reduced disbursement.

Dutch transcription

verandering in de beree„ „kening van de gagie der militairen reekening van 't militair de par„ „tement, en daar op van primo zeptember 1790. af te doen belasten alle verstrekkingen van gagie Emolumenten en douceurs aan de militairen, zoo wel van de infanterij als van de artellerij, het zij nationaale of vreemden, Europeeschen of inlanders, mets dat ze Jaarlijks onder 't sluijten der boeken zullen worden over geschreeven op de gewoone last„ „reekeningen § 306. En op dat, op deese reekening van 't militair departement, niet anders word belast, dan 't zuijver genot van De militairen, hebben we teffens gearresteerd, dat voor zoo 465 4356 bolluit om aparte boeken te doen houden van de artillerij en ammonitie goederen. zoo verre de militairen aan gaat zal worden afschaft 't gebruijk, om 1 de verstrekte gagie in rijxdaalders van 48. , bij de boeken te verhan„ delen tegens rijxdaalders van 51. ½ stuijvers, en dat mits dien voortaan de gagie van de mi„ „litairen, bij de boeken zal wor„ den bereekend tegens rijxdaelders van ƒ. 2. 8. indisch, en ducatons van ƒ 3. 6. — Nederlandsch geld §. 307. Ook hebben we bij gem: Resoluut „sie beslooten om volgens 't voorstel van de heeren van de militaire kommissie, bij hoogst derzelver Concept raakende de artillerij, g' insereerd in onze resoluutsie over het militair „ van ver de kolombosche negotie boeken van 1788/9. gaan over, en waaron niet eerder gezonden. militair departement van den 21: oktober pass:o, van de artille= „rij en ammonietsie goederen, met primo zeptember 1790, te doen apparte boeken, mits dat houden deselve Jaarlijks door de respecti„ „ve negootsie boekhouders zullen moeten worden gekonfronteerd tegens den opneem §: 308. De kolombosche Negootsie boeken van 1788/9. zijn reeds na gale gezon„ „den om met 't eerst vertrek„ „kend schip na Batavia te worden gezonden, en dat dit niet vroeger is geschied, is daar uijt ontslaan, dat deese boeken zeer laat hebben kunnen worden begonnen, om dat do boeken van 466 niet 467 4357. die van 17 39/90 zijn nog niet geabsolveert van 't voorig boekjaar 1787/8 door den laaten ontvang van eenige Trinkenomaalsche papieren die daar bij noodzaakelijk moes„ „ten worden verhandeld, zeer ten agteren waaren geraakt. § 309. Hoe zeer de Negootsie bedienden hebben g'ieverd, om 't daar door agter uit geraakte werk van 17 8/90 in zoo verre te vereffenen, dat de noodige opgavens daar uijt bij deezen konden worden gedaan, heeft dat egter niet kunnen lukken, en we„ moeten derhalven deeze op„ gavas, gelijk hier vooren op verscheide plaatsen is aangeteekend, tot eene na„ „dere 468 aanmerking daar over. „dere geleegendheid uitstellen. §. 310. We neemen egter de vrijheid bij deezen nedrig aantemerken dat wijl de bedienden met het sluijten van de boeken niet vroeger kunnen beginnen, dan omtrend medio december, de tijd veel te kort is, om dit omslagtig werk zoo vroeg in Januarij klaar te krijgen, dat daar uijt zoo veel gede„ tailleerde bijlaegen, als zijn de staat reekening, rendenren„ „ter van verkogte koopman„ „schappen, en de verdere door de heeren majores bij generaale missive van den 20:' Decem„ „ber 1787. „ gerequireerde opgaves, naar 169 4358. naar behooren kunnen opge„ „maakt in bezorgd worden, ter verzending met de retoer scheepen van de tweede bezen= „ding zonder bedugting, dat wanneer 't sluijten van de boeken, en 't opmaaken van voorsz: bijlaagen, met al te groote overhaasting geschieden moet, dit werk niet met die oplettendheid en zuijverheid kan worden verrigt, als het be„ „hoord: en vermits, schoon de Ceilonsche boeken een â twee maanden laaten klaar koomen, dezelve egter nog tijdig op Batavia kunnen worden bezorgd, om bij de generaale vertooning van de lasten en winsten §. 311. generaale indische boeken te worden verhandeld, denken we nedrigst, dat het, om verzee„ kerd te zijn dat deeze verzig„ tingen behoorlijk geschieden best is, dat de opgaves en bij„ „laagen die ordinaire met de scheepen van de tweede bezending, nevens ons generaal verslag zijn bezorgd, voortaan wor„ den gezonden met de eerste pakelboot, die daar na verstrekt. De Staat Reekening die onder de bylaegen deezes over„ gaat, toond aan dat de ge„ „neraals lasten en winsten dee„ zes Gouvernements in 't boekjaer 178/9 4p: 47t 4359. 1788/9. hebben bedraegen als volgt. ƒ1820346. 7. 12. de lasten „ 861712. 13. 4 - de winsten en inkomsten. ƒ 958.633. 14. 8. dus de Lasten meerder in 178 7/8. bedroegen de ƒ 1677319:10:8: lasten „ - de winsten. . . . . „ 822283. 1. – over zulj de lasten meerder - - - „855036. 9. 8. blijkende mits dien dat in fo 1788/9. in vergelijk van A=o 178 7/8. dit Gouvernement ten agteren is geraakt. ƒ„103597. 5. —. de sekreete memorie van menage bepaald de lasten deses gouvernements op ƒ766342. 10. – die afgetrokken van de lasten „1820346. 7. 12 van 178/9 groot. . . . .. blijkt dat deeze lasten de be„ „paaling hebben overtroffen. - . ƒ. 1054003. 17. 12. over 9 aer 472 voorlopige aanwijzing van de oorzaken der meerder e minderheeden van de latten § 312. Over de voorsz: staat reekening zullen we ter voldoening aan uwer Hoog Edelheeden order bij extrakt uit de Notulen van den 22. augustus 1788. eerst daags in eene expresse verga¬ „dering besoigneeren, en neemen in„ tusschen de vrijheid om daar op voor „loopig aantemerken: 1. Dat de reekening van randzoenen ordinair in 1788/9. meerder bedrae„ gen ƒ. 309. 1. 8. hoofdzaake„ „lijk door de aanstelling van eenige officieren, voor 't garnisoen van Trinkenomale 2 dat de reekening van onkosten ordinair minder bedraegt ƒ12848. 19: inzonderheid door de mindere prijs van de rijst, en door de minderen verstrekking

NL-HaNA_1.04.02_3889_0549 view scan ↗

English

supply of weapon goods to the military 3. That the account of extraordinary expenses amounts to ƒ91193. 9. —. more, because in 1788/9 ƒ101568. 13. — more was supplied to the regiment of Meuron than the supplies made in 1786/7 to the same and to the regiment of Luxemburg amounted to, as in the last financial year the back pay and emoluments earned on the voyage from the Cape hither were paid off to the first-mentioned regiment; as well as because in this financial year the table money granted to him by Your High Excellencies was provided to the Trincomalee chief, and to the military mess officers there the douceur permitted by our secret resolution of 22 December 1787 on account of the dearness of foodstuffs; also at Batticaloa in the last year, a whole year's salary was provided to the 50 eastern soldiers who were taken into service in the previous year and had enjoyed only five months' salary; and at Kalpitiya there were written off to this account the expenses incurred for the inspection of the pearl banks of Kalpitiya and Chilaw; in the Vanni a few more riflemen were in service in the last year than in the previous financial year, because the easterners and sepoys who were stationed there were sent to Trincomalee and Mannar to reinforce the garrison there; and at Tuticorin there were written off to this account, among others, the expenses incurred during the inspection of the pearl banks there, as well as the travel expenses of Captain-Lieutenant Brochier, of the Punnaikayal resident Francken, and the Tuticorin chief interpreter, of whom the first was sent on a mission to Tirunelveli, and the latter two to Kilakarai 4. That the account of carpentry and repairs has amounted to ƒ9389. 2. —. less for such reasons as have been indicated herebefore under the main section of carpentries and repairs 5. That the account of fortifications has amounted to ƒ1100. 7. —. more, for such reasons as are likewise mentioned more extensively herebefore under the main section of fortifications. 6. That the account of the Hospital this year amounts to ƒ895. 13. 8. more, because in the hospitals of Colombo, Jaffnapatnam, Galle, and Tuticorin a greater number of sick persons suffered than in the previous financial year 7. That the account of expenses of sloops and lesser vessels in the last financial year, notwithstanding extraordinary expenses indicated herebefore under the main section of ships and vessels, amounts to ƒ1889. 5. —. less, because in the previous financial year on Coromandel a major repair was made to the boat Rammekens, which had fallen into decay there due to heavy weather, as well as because in the mentioned financial year a new gamel was built at Galle, all of which therefore appear as reductions in the last financial year; besides which also at Batticaloa, Jaffnapatnam, in the Vanni, and at Matara lesser repairs and supplies were made to the debit of this account 8. That the account of condemnation and confiscation in the last financial year amounts to ƒ762. 3. 8. more, predominantly on account of what was paid to the jailer at Galle for provisions given to criminal prisoners who were tried and punished in the last financial year. 9. That the account of salaries ashore in the last financial year has amounted to ƒ11322. 17. 8. less, because fewer salaries were provided to the servants appointed in this government. 10. That the account of shipboard salaries amounts to ƒ730. 12. —. less on account of fewer salaries paid to the seamen 11. That the account of the native servants' monthly pay amounts to ƒ10120. —. — more, in particular because the entire company of Free Moors was in service in the last financial year and lay in garrison at Chilaw, Mannar, and in the Vanni, as well as because the pay of an ordinary company of Sepoys, which lies in garrison at Mannar and Jaffnapatnam, was erroneously charged to the account of extraordinary expenses in the previous financial year, and to this account in the last year. 12. That the account of gifts in the last financial year amounts to ƒ28321. 14. 12. less, because in the previous year gifts and provisions were made to the Nawab and to his envoys, and also 2000 pagodas were sent to the Court of Kandy, which appear as reductions in the last financial year, besides the fact that the gifts sent to Kandy also amounted to ƒ17289. 10. 8. less than in the previous financial year 13. That the account of ship expenses in the last financial year amounts to ƒ103148. 13. — more, mainly because in this financial year the chartered ships that transported the regiment of Luxemburg had to be provisioned and supplied with cooperage and other necessities; also two return ships were victualed here, and on the other hand there appears this year as a deduction what was credited to this account in the previous year on account of 35 days' hire of the ship Houtlust, which was used for careening the French warship La Resolution. §313. Furthermore, the decrease in profits and revenues was caused by the lower return of the fishery lease and the cancellation of the lawelang lease at Trincomalee, by the lesser profits made at Galle on account of the one and a half percent and charges on merchandise on the dispatched

Dutch transcription

173 4360. verstrekking van wapen goederen aan de militairen 3. Dat de reekening van onkosten extra ordinair ƒ91193. 9. —. meerder bedraagd, om dat in 1788/9 aan 't regiment van Meuren ƒ101568. 13. — meerder verstrekt is, dan bedraegen de verstrekkingen in 1786/7 aan 't zelve en aan 't regiment van Luxemburg gedaan, wijl in 't laatste boekjaar aan eerst gem: regiment zijn afbetaald, de te goed gemaakte gagie en emolumenten op de reijle van de kaap na her„ waards, zo meede om dat in dit boekjaar aan 't Trinkenemaals opperhoofd verstrekt is, 't tafel geld, door uwe Hoog Edelheeden J. aan 3012 a en a He deren ing aan hem toegelegd, en aan de militair schafbaalen aldaar 't bij onze sekreete resoluutsie van den 22. december 1787. toegestaane. donceua, wegens de duurte der levens middelen ook is te Bati„ kaloa in 't laatste jaar aan de 50 oostersche militairen die in 't voorig Jaar in dienst genomen zijn, en maar vijf maanden traktement genooten hebben, een geheel Jaar besolding ver„ strekt, en te kalpettij zijn op deeze reekening afgeschreeven de gedaane ongelden tot de visi„ tatie van de paarlbanken van kalpettij en Lilauw; in de wan„ nij zijn in't laatste jaar eenige schutters 471 474 4361. schutters meer in dienst geweest, dan in 't voorige boekjaar, om dat de oosterlingen en sipais die daar geleegen hebben, zijn gezonden na Trinkenemale en Manaar, ter verstrrkking van de guarnisoen aldaar, en te Tutukonijn zijn op deese reekening onder anderen afge„ schreeven, de gedaane engelden bij de visitaatsie van de paarl„ banken aldaar, tomeede de rijs ongelden van den kapitein luitenant Brochier, van den bonnekailschen resident Franc„ ken en den Tutukorijnschen oppertolk, waar van de eersten na Tirnevellij, en de twee laatsten na en na kilkare in kommissie zijn gezonden 4. Dat de reekening van Timmeragie en reparaatsie ƒ 9389. 2. —. mn in der bedraagen heeft uit zodaanige oorzaaken, als hier vooren onder 't hoofd deel van Timmeragien en reparaatsien zijn aangeweesen 5. Dat de reekening van fortifi„ kaatsien ƒ 1100. 7. —. meerder heeft bedraegen, om zodanige reedenen; als insgelijks hier vooren onder 't hoofddeel van fortifikaatsien breeder zijn vermeld. 6. Dat de reekening van 't Hospitaal dit Jaar ƒ 895: 13. 8. meerder be„ „draagd, om dat er in de hospitaa „ len van kolombo, Jaffanapatnam gale 276 477 4362. gale en Tutukorijn een grooter getal van zieken geleeden hebben dan in 't voorig boekjaar 7. Dat de reekening van onkosten van sloepen en mindere vaartuigen in 't laatst boekjaar, niet te„ „genstaande hier vooren onder 't hoofdeel van scheepen en vaar„ tuijgen aangeweesen extra ordi „naire ongelden, minder bedraagd ƒ1889. 5. —. om dat in het voorig boekjaar op kormandel eene groote reparaatsie is gedaan, aan de bood Rammekens, die door zwaar weer aldaar was koo„ men te vervallen, someede om dat in gem: boekjaar een gammel te gale is nieuwe aangebeurrd „„ aangebouwd, die dus alle in 't laat„ ste boekjaar als minderheeden voorkoomen; behalven dat 'er ook te Battikaloa, Iaffena. „patnam in de wannij en te Mature mindere reparaat. „sien en verstreckingen ten zijn laste deeser rekeening gedaan Dat de reekening van Condem„ naatie en Confiskatie in 't laat „ste boekjaar ƒ 762: 3. 8: meerder bedraagd, voornamentlijk we„ Cipier „gens 't betaalde aan den te gale voor gegeevene mond kolt aan kaimineele gevangenen die in 't laatste boekjaar zijn te regt gesteld en afgestraft. 9 478 479 4363. Dat de reekening van soldijen aan land in 't laatste boekjaar ƒ11322. 17. 8. minder heeft bedraagen, om dat „ en minder soldijen verstrekt zijn aan de dienaaren in dit gouverne„ ment bescheiden. 10. Dat de reekening van scheeps zoldijen ƒ 730. 12. —. minder bedraagd wegens minder voldaene soldyen aan de scheepelingen 11. Dat de reekening van de inland 1 „sche dienaars maand gelden ƒ10120. —. — meerder bedraagd inzonderheid om dat de geheele komp: vrije mooren in het laatste boekjaar in dienst geweest is, en te kilauw, Man„ naar en in de wanne in guarnitoen 9. 480 guarnisoen geleegen heeft, zomeede om dat de bekelding van een ge„ „woone komp: Sipais, die te Mannaar en Iaffenapatnam in gaanisoen legd, in 't voorig boekjaar abusive op de reeke„ ning van onkosten Extra ondi„ nair, en in 't laatste jaar op deeze reekening belast is. 12. Dat de reekening van schenka. „gie in 't laatste boekjaar ƒ 28321. 14. 12. minder bedraagd om dat in 't voorig Iaar - aan de Nabab en aan zij„ „ne zendelingen, geschinken en verstreckingen zijn gedaan, en ook 2000. pagooden aan het Hof van kandia ge„ zonder 481. 4364. „zonden, die in 't laatste boekjaar als minderheeden voorkoomen behalven dat ook de gesondene geschenken na Kandia ƒ17289. 10. 8. minder hebben bedraegen dan in 't voorig boekjaar 13. Dat de reekening van onkosten van scheepen in 't laatste boek „jaar ƒ:103148. 13. - meerder be„ „draagt hoofd zakelijk, om dat in dit boekjaar de gehuurde scheepen, die 't regiment van Luxemburg hebben vervoerd, hebben moeten wor„ den geproviandeerd en van vaatwerken en andere benodigdheeden worden voorzien, ook zijn twee retoer scheepen alhier gevictualieerd n0 p 482 en van de winsten en inkomsten gevictucalieerd, en daar en tegen vertoond zig in dit jaar als eene minderheid 't geen in 't voorig Jaar op deese reekening bevoordeeld is, wegens 35. dagen huur van 't schip Houtlust, dat gebruijkt is tot het kielen van 't fransch oorlog schip La Resolution §313. Voorts is de vermindering van de winsten en inkomsten var„ „oorzaakt, door 't minder Ren„ „dement van de vispagt en de intrekking van de lawelangs pagt te Trinkenomaale, door 't minder geprofiteerde te Gale wegens een en half p:r C:o en kosten op koopmanschappen op de verzondene e Ceigt de tot

NL-HaNA_1.04.02_3889_0559 view scan ↗

English

482. 4365. Report of the commission for the revision of the Memoir of Management. Goods dispatched, on account of rebate on the counted funds per assignment and on the doudous coinage, by the lesser profit gained from the Tuticorin chank fishery, since half of it was ceded to the Nabob in the last financial year, and by the lesser turnover of merchandise. Section 314. The commission which we, according to what was communicated in our Respectful letter of 25 December 1789, appointed for the revision of the Memoir of Management, has submitted to us the report that is included in copy among the annexes. In this report, the commissioners state 484. Remark on the general causes of the increase of expenses. firstly, that they have compared the expenses of Colombo for the financial year 1788/9 against the provisions in the Memoir of Management, and that they have found that the expenses of the said financial year exceed the provisions by f. 479527. 18. 4., that the principal reasons for this are the provisions of pay and emoluments to the Regiment of Luxembourg and to the Regiment of Meuron, as well as the wages issued to the national servants, but that it has also contributed much thereto that the goods from the fatherland and from the Cape 23 4366. and in finding some of the expense accounts, goods received in the said financial year, have been charged considerably dearer, and indeed the principal articles thereof 25 percent higher than in the year 1760 and earlier years. Section 315. Furthermore, they note in that report concerning the various expense accounts in particular: 1. That the account of ordinary rations in 1788/9 amounts to f. 16986. 14. 8. more than stipulated in the Memoir of Management, mainly on account of the increased board money of the corporals, gunners, quartermasters, craftsmen, soldiers, assistants, and sailors. 486. As well as on account of the higher price of the rice provided for rations. 2. That the account of ordinary expenses in the financial year 1788/9 has amounted to f. 28875. 16. - more than the Memoir of Management stipulated, with an indication not only of various additional native servants who have been granted by various resolutions since the establishment of the regulation, but also of some articles in which, in their view, changes could be made; regarding the armory, provision has already been made by 482 4367. by the new ordinance which we, according to what was communicated in our respectful letter of 27 January 1790, adopted at the session of 27 October 1789, and which has since also been approved by the gentlemen of the military commission. 3. That the account of extraordinary expenses has amounted to f. 363488. 14. - on account of provisions made to the regiments of Luxembourg and Meuron, as well as to the Company's Madurese and sepoys, alongside some other minor provisions. Finally, they state in that report Why the commission did not proceed further. that they had advanced thus far therewith, when they received a copy of the report of the Visitateur-General sent to us by Your Right Excellencies, with the model attached thereto for the revision of the Memoir of Management; and they observe regarding this that this work in a government such as Ceylon will not only be very voluminous, and extremely difficult to prepare, but also extremely difficult to use, because of the great multitude of details into which one will have to enter, if such a statement is to be of service. 489. 4368. 4316. Model for the revision received from Batavia. Reflections on the model. We admit it: if one must list and aggregate all the kinds of goods that are issued in the administration both in Colombo and at the subordinate stations, in the manner prescribed in the model received, it will present a task of difficult labor and long duration; and we are therefore not 4 Section 317. Statement of the remainders as of the end of August 1789. not averse to the understanding of the said commissioners that a statement showing what must necessarily be issued to each department will fulfill the objective, and at the same time can serve to always know what each department costs the Company annually. The General Remainders of cash, merchandise, 4369. provisions, equipment, ammunition, and other goods, as of the end of August 1789, according to the indication in the aforesaid statement of accounts, amounted to a sum of f. 4083418. 17. 8. Against this, as of the end of August 1788, they amounted to 3794866. 3. 8. thus in the latter year more by f. 288552. 14. – This surplus arises mainly from the fact that in 1789 the Surat ship Berkhout and the Tuticorin sloops De Jonge Willem Arnold and Section 318. And of the credit current account. Colombo arrived at Galle only after the departure of the return ship De Batavier, and that therefore the linens etc. brought with them, both for the fatherland and for the Cape, amounting together to f. 309360. 10. 8., had to remain lying over there; otherwise the remainders would have amounted to less. The creditors and other credit current accounts amounted in the year 1788/9 to f. 1898959. 1. 8. in 1787/8 they were 1254908. 18. – thus in 1788/9 more by f. 644050. 3. 8. 492.

Dutch transcription

482. 4365. berigt van de kommissie tot de revisie der memorie van Monagie versondene goederen, wegens ra= „bat op de getelde gelden per assig= „natie en op de doedoes munterij, door 't minder geprofiteerde op de Tutukorijnsche Sjankos duijkerij, wijl daar van in 't laatste boekjaar de helfte aan den Nabab is afgestaan, en door de minder vertier van koopman„ schappen §. 314. De kommissie die wij volgens 't bedeelde bij onsen Eerbiedigen van den 25. December 1789. , be„ noemd hebben, tot de revisie van de Memorie van menagie, heeft aan ons gediend 't berigt dat in Kopia onder de bijlaagen gaat. Bij dit berigt zeggen de gekommitteerden ten 1 1 ne 6 484 aanmerking over de alge„ meene oorsaaken der ver„ meerdering der lasten gekommitteerden, dat ze de lasten van kolombo, van het boek„ „jaar 1788/9. hebben vergelee„ „ken tegen 't bepaalde bij de memorie van Menage, en dat ze hebben bevonden, dat de lasten van gem: boekjaar ƒ. 479527. 18. 4. - meerder bedraagen, dan de bepae„ „lingen, dat daar van de voor„ naamste reedenen zijn, de ver„ „strekkingen van gagie en Emo„ „lumenten aan 't regiment van Liexemburg en aan 't regiment van Meuron, zomeede de uijt„ „gerijkte soldijen aan de Natio„ „naale dienaaren, dog dat ook daar toe veel heeft toegebragt, dat de vaderlandsche en kaabse goederen 23 4366. en in 't belonden van eenige den lastreekeningen goederen in gem: boekjaar ontvan„ „gen, vrij duurder zijn aange„ reekend, en wel de voornaamste artikulen daar van 25. p„rCo o hooger, dan in anno 1760. en vroegere Jaaren §315 Voorts merken ze bij dat berigt omtrend de onderscheidene last reekeningen in 't bijsonder aan: „dat de reekening van randsoen ordinair in 178 3/9. ƒ 16986. 14. 8. meerder bedraagd, dan 't bepaalde bij de Memorie van Menagie, hoofd zakelijk wegens het verhoogd kostgeld van de kor„ „poraals, kannonies, quartiermees„ „ters ambagtslieden, soldaaten, handlangers en Mattroosen Zomeede en ze al„ se 486 zomoede wegens den hoogeren prijs van de verstrekte rijst tot randsoen. 2. Dat de reekening van onkosten ordinair in 't boekjaar 1783/9 ƒ. 28875. 16. - meer heeft bedraegen, dan de Memorie van Me„ „nagie bepaald, met aanwijsing niet alleen van diverse meer„ „dere inlandsche dienaaren, die zeedert 't gemaakte regle„ „ment bij verscheide reso„ „lutie zijn toegestaan, maar ook van eenige articulen, waer en naar hun insien veran¬ „dering zoude kunnen ge„ maakt worden, omtrend de wapenkamer is reets voorsien door 482 4367. door de nieuwe ordonnantie die we volgens 't bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 27' Januarij 1790 ter sessie van den 27. oktober 1789. hebben gearresteerd, en zeedert ook door de Heeren van de militaire kom„ „missee goedgekeurd is. 3. Dat de reekening van onkosten extra, ordinair heeft bedraegen ƒ 363488. 14. - Wegens gedaane verstrekkingen aan de re„ „gimenten van Luxemburg en Meuron, zomeede aan de komp:e Madureeschen en sipaijs, nevens eenige andere geringe verstrekkingen. Eijndelijk zeggen zij bij dat berigt dat tot waarom met de kommissie niet voortgevaaren dat ze tot dus verre daarmeede waaren gevorderd, toen ze hebben ontfangen een kopij van 't door uwe Hoog Edelheeden aan ons toegesonden berigt van den Heer visitateur generaal, met 't daar bij gevoegd moddel tot de revisie van de memorie van minagie en ze merken daaromtrend, aan dat dit werk in een gou= „vernement als Cijlon niet alleen zeer omslagtig zal zijn, en ten hoogsten moeijelijk om 't te vervaardigen, maar ook ten hoogsten moeijelijk om 't te„ gebruijken om de groote menigte van detailles, waar in men zal moeten treeden, zoude zulk een aanwijzing 723 d 489. 4368. 4316. van Batavia ontvan„ „gene model tot de revictie aanwijzing van dienst zijn Wij bekennen het, indien bedenkingen over 't min al de soorten van goederen, die in de huijs =houding zoo te Kolom„ bo, als op de onder kantooren hoorige verstrekt worden moet opzetten en Zaa„ mentrekken, zoodanig als dat bij 't ontvangen model word voorgeschreven, zal dat een werk geeven van een moeijelyken arbeid en lan „gen nasleep en we zijn daarom niet ie 4 §317. aanwijsing der restanten onder ult:o aug: 1789: niet vreemd van 't begup van gemelde gecommitteer„ „dens dat een opzetting, aan „wijzende wat aan elk depar „tement noodzaekelijk moet verstrekt worden, waar aan 't oogmerk voldoen zal en teffens dienen kan om alteid te kunnen waeten wat ieder departement Jaarlijks aan de komp: Kost. De Generaele Restanten Contanten, koopman van „schappen „ 4369. schappen; provisien equipa„ „gie, ammonitie, en ander goederen, hebben onder ult=o augustus 1789. blijkens aan„ „wijzing by de voorsz staat reekening, bedraegen eene ƒ 4083418. 17. 8. somma van daar en tegen bedroegen ze onder ult:o aug:s 1783. . „ 3794866. 3. 8. dus in 't laatste Jaar meerder ƒ288552. 14. – Deeze meerderheid ontstaat voornaemelijk daar uit, dat in 1789. '2 Soeratsch schip Berk„ hout, en De Tutukorynsche sloepen de Jonge Willem Arnold en kolombo end aan §318. en van de trediet loo„ „pende reekening. Kolombo eerst na 't ver„ „trek van 't retour schip de Batavier, te Gale zijn aangekomen, en dat daar„ om de daarmeede aangebragte lijwaaten Etc:a, zoo voor 't vader land als voor de Caab bedraegende te zamen ƒ309360. 10. 8. daar hebben moeten blijven overleggen anders zouden de restanten minder bedraegen heb„ „ben. De Krediteuren en andere Coediet loopende reekeningen be¬ droegen in a:o 178 8/9. - ƒ1898959. 1. 8. in 178 7/8 waeren ze groot „ 1254908. 18. – m ƒ 644050:3:8: dus in 178 8/9 meerder De 492

NL-HaNA_1.04.02_3889_0569 view scan ↗

English

493. 4370. 4319: The general muster rolls of 1789 have been collated. Disposition regarding the discovered discrepancies. § 321. The muster rolls of 1790 are presently being collated. The Pay Books. The General Muster Rolls of this government as of the end of June 1789 have been collated against the pay books by expressly appointed commissioners, and the report received thereof has been inserted into our resolution of 23 August last. 1320. — Regarding some discrepancies indicated therein, discovered in the muster rolls of Trincomalee, we requested a report from the officials there, and have disposed upon this report in our resolution of 21 October thereafter. The general muster rolls of this government, as of the end of June 1790, 3 491 Arrangement regarding the payment of the troops. 1322. 1790, are presently being collated against the regulations and pay books, and as soon as the reports thereof arrive, we shall dispose upon them according to our findings. Whereas, according to the proposal of the gentlemen of the military commission in their highest remarks concerning the national troops, both infantry and artillery, garrisoned here in Ceylon and its dependencies, henceforth each captain of a company of infantry or artillery must individually receive the allowances of his company, 1 thereof 495 4371. The requisition of necessities is forwarded. keep books thereof and make the customary payments, we have, for the execution thereof, made the necessary arrangements in our Resolution concerning the Military Department of 27 November last, to which we request permission to refer. Requisition of Necessities. § 323. We take the liberty of presenting herewith to Your High Excellencies our Requisition of necessities for the coming financial year, which is also inserted below according to order. 496 4000. 200,000. that is, two hundred thousand lb. powdered sugar. One thousand lb. candy sugar. Five hundred lb. mace. One thousand lb. nutmegs. Ten thousand lb. cloves. Five hundred lb. opium, best sort. 150,000 — One hundred fifty thousand pounds of Japanese copper. Among 30 sold parcels are included 44,935 1/8 lb. copper and 2,780 7/24 lb. tin which were minted here. Four thousand lb. tin, Banka. Four thousand lb. spelter. Four hundred lb. alum. Three thousand pounds of packing yarn; this we have requested from Bengal several times in succession, but have not received. 1000 500. 1000 For the Trade Warehouse. 1400. tinplate 10,000 500 — — 4000. 3000 400 Requisition 497. 4372. 1500 2000 150 One thousand four hundred single bundles or 700 double bundles of Javanese rattans, 1400. – that is of which 200 bundles are for the Artillery. Requisition For the Dispensary. One thousand and five hundred lasts of rice. For the Iron Warehouse. Two thousand pounds of Persian red earth. For the Medical Shop. One hundred and fifty lb. Radix China. 200. 2199 498 2000 Twenty lb. Succus Opii. Seventy-five lb. Manna Calabrina. Four lb. Oleum Nucis Moschatae Expressum. For the Cooperage. Two thousand pieces of teak staves. For the Shipyards. One hundred and sixty pieces of beams, of which: 6 of 16 feet long, 17 to 18 inches thick; 12 for the shipyard, 5 for Galle; 25 of 24 to 25 feet long, 9 to 10 inches thick; 2; 17 of 28 to 30 feet long, 11 to 12 inches thick, as: 4 of 28 to 38 feet long, 13 to 14 inches thick; 6 of 30 feet long, 14 to 15 inches thick, for the shipyard. Eight lb. Oleum Caryophyllorum. 200. that is, two hundred lb. Gum Camphor. 30 Requisition 20. 8 75 160. — Requisition 429 4373. Requisition 1260 30 tangent for the shipyard; 30 jalsemse; 36 Ambonese, namely: 30 for the shipyard, 6 for Tuticorin; 7 for anchor stocks, namely: 6 for the shipyard, 1 for Galle; 75. that is, seventy-five capstan bars, namely: 50 for the shipyard, 25 for Galle; One hundred twenty-six pieces of thick planks, namely: 36 of 6 inches thick, of which: 6 for bench timbers for the shipyard, 30 for 24-lb. calibers for the wagon makers' shed; 30 of 5½ inches thick for 18-lb. calibers; 30 of 5 inches thick for 12-lb. calibers; 30 of 3 to 4 inches thick for the shipyard. Four thousand two hundred and sixty pieces of planks, namely: 160 large tenkanse, of which: 100 for the shipyard, 10 for Jaffnapatnam, 126 10 150 small tenkanse, namely: 500 for the shipyard, 10 for Trincomalee, 10 for Tuticorin, 20 for Jaffnapatnam; 40 morlo of 3 inches, of which: 20 for Galle, 20 for Trincomalee; 90 morlo of 2 inches, of which: 30 for the shipyard, 20 for Jaffnapatnam, 20 for Galle, 20 for Tuticorin; 30 morlo of 1½ inches for Galle; 100 for the shipyard, 50 for Galle, 10 for Trincomalee, 10 for Tuticorin; 190 of 1 inch, of which: 40 for Tuticorin; 3600 Chinese, of which: 2000 for the shipyard, 400 for Jaffnapatnam and Mannar, 400 for Trincomalee, 800 for the artillery. By 582 Requisition What 501. 4374. What has been observed therein. A complete fulfillment is requested. § 324. — To this Requisition, in compliance with Your High Excellencies' order by extract from the minutes of 14 November 1786, we have had two more columns added, indicating the prices that the goods requisitioned for trade fetched in the past year and how much percent profit they yielded. § 325. — We humbly request Your High Excellencies favorably to grant the fulfillment of this Requisition, which is proportioned to our needs, to the consumption in the past year, and to the prospects of the coming sales.

Dutch transcription

493. 4370. 4319: de generaale monster„ „kollen van 1789 zijn gekonfronteerd dispositie over de ont„ „dekte verschillen §321. de menlten rollen van 1790. worden tans ge„ kongkonteend De zoldij Boeken De Generaale Monsterrollen deeses gouvernements onder ult:o Junij 1789. zijn door Expresse ge„ „kommitteerden tegen de soldij boeken gekonfronteerd, en 't daer van ingekoomen berigt is ge insereerd in onze resoluutsie van den 23. ' aug=s pass=o 1320. — Over eenige daar bij aangeweezene verschillen, ontdekt bij de monster rollen van Trinkenomaale, heb= ben we van de bedienden aldaer berigt gevraegt, en hebben op dit berigt gedisponeerd bij onze resol: van den 21. ' October daar aan De generaale monster rollen deses gouvernements, onder ult=o Junij 1790 3 491 schicking nopens de betaaling der taupen 1322 1790. worden tans teegen de regle „menten en soldij boeken gekon „fronteerd, en zullen we zoo dra de berigten daar van inkoomen daar over naar bevinding dispo„ „neeren Wijl volgens 't voorstel van de heeren van de militaire kom„ „missie bij hoogst derzelver aan „merkinger over de nationaele troupen, zoo infanterij als artil„ „lerij alhier te Ceilon en dies on= „derhoorigheeden garnisoen houdende, voortaan elk ka„ „pitain van een komp: infan„ 1 „terij of artillerij de appoincte„ „menten van zijn komp: af„ zonderlijk moet ontvangen daar 495 4371. de eischt van benodigd„ heeden gaat over daar van boekhouden en de gewoone afbetaalingen doen, hebben we tot de executee daar van de noodige schikkingen gemaakt bij onze Resoluutsie over 't Militair departement van den 27. November passito waar aan we verlof verzoeken ons te moogen ge„ draegen. Eijsch van Benodigtheeden § 323. We neemen de vrijheid uwen Hoog Edelheeden hiernevens aantebieden onze Eijsch van benodigtheeden voor 't aanstaande boekjaar die ook vol„ „gens de order hier onder word g'insereerd. 496 4000. 200'000. zegge twee honderd duizend lb: poeder luijker Een duijsend lb: kandij zuijker vijfhonderd lb: foelij of macis Een duikend lb: nooten musschaaten „ tien duizend lb: Garioffel Nagulen vijfhonderd lb: amfioeij belte zoort 150000 - Een honderd vijftig duisend ponden onder 30. verkogte partijen zijn begreepen 44935. 1/8. lb: kooper en 2780 7/24: lb: tin dewelke alhier vermunt zijn vier duikend l: ten bankas - - - . vier duijsend lb: spiauten vier honderd lb: allum drie duijzend ponden pakgaaren, Dit hebben wij verscheide zaa„ nen agter een wel van Bengale gevraagd, maar niet bekoomen Japans kooper 1000 500. 1000 voor het Negootsie Pakhuijs 1400. bilck 10'000 500 - - „ 4000. „ „ „ 3000 400 Eil 497. 4372. 1500 2000 150 Een Duizend en vier honderd enkelde 1400. – zegge bossen ofte 700. — dubbelde bolsen rettings javasche waar onder 200. bossen voor de Artillerij Eilch voor 't Dispens Een duijsend en vijfhonderd lasten rijst voor 't ijser magazijn twee duijsend ponden perliaanse rood aarde voor de Medisijn winkel Een honderd en vijftig lb: nader China 200. 2199 „ „ 498 2000 twintig lb: Lucces opium vijf en seventig lb: manna Calabama vier lb: ol: nuc: muscb: expr: voor de kuijpers winkel twee duijsend p:s kiate duigen voor de Timmerwerven Een honderd en sestig p„s balken daar van 6. van 16. v:t lang 17. â 18. d=m dik 12: voor de scheepstimmerwerf 5 „ gale 25. „ 24. â 25. v:t lang 9 â 10. d=m dik 2 17. „ 28. â 30. v:t lang 1. â 12. d=m sik als 4. 28: â 38: 1:t „ 13. „ 14. „ 6: „ 30. „ „ 14. 15. „ „ voor de scheepswerf Agt lb: oliui Cariophillor 200. zegge twee honderd lb: guim Camphora 30 Esch 20. 8 75 160. — Eisch 429 4373. Eisch 1260 30. tangente voor de scheepswerf 30. Jalsemse 36 ambonse; als. 30 voor de scheepstimmerwerf 6. „ tixtukonijn 7. voor ankerstocken; als 6. voor de scheepstimmerwerf 1 „ gale 75. zegge vijf en seventig windboomen als 50. voor de scheepstimmerwerf 25 „ gale Een honderd ses en twintig p:s swalpen als 36. van 6d=m dik, daar van. 6. voor bankhouten voor de scheepstimmerwerf 30 „ 24. lb kalibers „ „ wagemakers logie 30. van 5½ d=m dik voor 18. lbC: der 30 „ 5. — „ „ „ 12. „ „ 30 „ 3. â 4. „ „ „ de scheepstimmerwerf vier duizend tweehonderd en zestig p. s planken; als 160: groote tenkanse daar van. 100. voor de scheepstimmerwerf 10 „ Jaffenapatnam 126 10 150 kleene tinkanse; teweeten 500. voor de scheepstimmerwerf 10 „ Trinkenemale 40. morlo van 3. d=m daar van 20. voor gale 20 „ Trinkenemole 90. moole van 2 d=m daar van 30 voor de scheepstimmerwerf 20. „ Jaffenapatnam 20 „ gale 30 moole van 1½ d=m voor gale 100. voor de scheepstimmerwerf 50. „ gale 190: „ „ 1. — „ daar van 40. „ Tutukonijn 3600. Lineese daar van 2000. voor de scheepstimmerwerf 400 „ Jaffanapatnam en Manaar 400. „ Tainkonemale 800. „ „ artillerij 20: „ Tutukonijn 20. „ Jaffenapatnam 20 „ tutucorijn 10. „ Trinkonemale 10. voor Tutukonijn Bij 582 Eilch wat 501. 4374. wat daar bij g'obsca„ deerd men verzoekt eene kompleete voldoening § 324. — Bij deezen Eisch hebben we ter vol„ „doening aan uwer Hoog Edel „heeden order bij Extrakt uijt de notielen van den 14. November 1786, nog twee kolommen laaten voegen aanwijzende de prijsen welke de goederen, die tot den handel zijn g'eischt, in 't laatste Jaar hebben gehaald en hoeveel per„ „centos winst dezelve gegeven hebbe §325. — Wij verzoeken uwe Hoog Edelh: nedrig dat deeze Eisch die ge„ „schikt is naar maate van onze benodigdheid, van 't vertier in 't laatste jaar, en 't voor uijt zigt van 't aanstaande debel, gunstiglijk te willen laaten voldoen.

NL-HaNA_1.04.02_3889_0578 view scan ↗

English

Cash and Grains. Kalpitiya The remaining balances of cash and grains in this Government have consisted of the following, namely: The grains. Paddy Cash Rice sufficient for Dutch money Lasts Lasts Here, on the last of December past: ƒ 246,873. 14: 8, 838: 527 1/156, 66 months; at Jaffanapatnam, on November past: 82,928: 4: -; at Mannar, on the last of December past: 3,546: 14: 8, 22. 3/15; at Galle, on December past: 63,400: 4: -, 450: -, 79: - rice for 1: arrival, paddy until the new supply; at Matara, on the last of December past: 10,395: -: -, -: -, 14 1/3: 1 1/2 months; at Trincomalee, on October past: 64,396. 4: 8, 105: 17/15, 628 19/15, 19: ditto; at Tuticorin and at the residencies on the last of December past: 10,530: 16: -, -: -, 62. 75, 6 1/2 ditto; at Batticaloa, on the last of September past: 37,227: 19: -; at Kalpitiya, on August past: 12,507: 10: 8. Included in the aforementioned amount of cash are calculated letters of credit. Domestic affairs. By which ministers religion was conducted. Domestic Affairs. Paragraph 327: Religion is properly conducted: here by the Reverend ministers Fijbrands, Kauwertz, and Meijer, along with the candidate Camp, who minister in the Dutch congregation; by the candidates Giffening and Philipsz in the Sinhalese congregation; and by two candidates, both named Ondaatje, in the Portuguese and Malabar congregations; at Jaffanapatnam by the minister Schroter; at Mannar by the candidate Ondaatje; at Galle by the minister Capelli and the candidate Engelbregt; and at Matara by the candidate Don Louis. And the school inspection was conducted. Number of Christians. Paragraph 328. The school inspections were conducted in the Colombo Disavani by the ministers Philipsz, Kauwertz, and Meijer; at Jaffanapatnam by the minister Ondaatje; and at Galle by the minister Capelli. The reports of Colombo and Galle are transmitted in the appendices, but that of Jaffanapatnam has not been received owing to the decease of the minister Ondaatje. Paragraph 329. The number of native Christians, according to the aforesaid reports, has consisted of the following, namely: in the Colombo Disavani: 155,364; in the Galle Korale and the Matara Disavani: 59,237; among them are 2,735 church members, namely: at Colombo: 400; at Galle and Matara: 2,335. Instruction in the Seminary continues. Arrangement regarding the Jaffna schoolmasters. Paragraph 330: In the Seminary, under the supervision of the Candidate Camp, the pupils as well as the schoolmasters, who come up in turns from the country, continue to be instructed in the divine truths. Paragraph 331: Because no schoolmasters nor young men come hither from Jaffanapatnam to be instructed in the Seminary, and it appeared to us that they are unwilling to travel so far from home, we resolved in the session of October 4 past to leave unfilled, upon vacancy, the third part of the number of pupils intended for the Seminary, and to apply the maintenance designated for them in Jaffna, in order to have the schoolmasters instructed by the ministers in turn. Capital funds of certain Boards. Paragraph 332: According to the submitted accounts, copies of which are included in the appendices, the Boards possessed the following capital funds on the last of August past, namely: The Dutch Orphan Chamber at Colombo: 233,373 Rixdollars, 28 Stivers, 322/480; The Native Estate Chamber at Colombo: 25,966 Rixdollars, 35 Stivers; The Diaconate at Colombo: 13,134 Rixdollars, 24 Stivers; and The Leper Hospital at Colombo: 29,189 Rixdollars, 24 Stivers. Native Estate Chamber established in the Jaffna district. Paragraph 333: In the Jaffna Commandery, upon the proposal of the Jaffna officials, as appears from our resolution of June 1 past, we have established a Native Estate Chamber, and, for its relief, special estate chambers in each church district in the country, which nevertheless depend upon the Estate Chamber at Jaffanapatnam and shall render accounts and explanation to it. The instruction for these estate chambers is transmitted in copy under the appendices. A subject of the King of Travancore is held hostage at Jaffna. Judicial Affairs. Paragraph 334: At Jaffanapatnam last year, a subject of the King of Travancore was placed in civil hostage until he should have delivered a debtor of the Resident of Kayts, or else should have paid his debt, solely because he was suspected of having helped this debtor to escape from Jaffanapatnam; and because the evidence brought against him was by no means sufficient, we have—upon his petition to us, and because the gentlemen ministers at Cochin also informed us that the Prime Minister of the King of Travancore had complained to their Honors about this arrest—ordered the Jaffna officials to release the said arrestee free of cost and damages, as all of this appears more fully in our resolutions of January 9 and June 8 past. Disposition regarding a certain defectively instituted criminal trial at Jaffanapatnam. Paragraph 335: Sentence having been passed by the Council of Justice at Jaffanapatnam in a criminal trial against the collectors of the churches of Chavakachcheri and Kopay, and against the mayor of Mattuvil—of whom the first two were accused of extortion and the latter of forgery—that the last-named should be whipped, shackled in chains, and put to labor on the public works for three years, with condemnation also of him, the mayor, as well as of the aforesaid two collectors, in the costs of this investigation: we, considering that in this trial two

Dutch transcription

582: contanten en graanen. „ kalpeltij De Restanten van Contanten en §326. Praanen in dit Gouvernement hebben bestaan in 't volgende, als de graanen. Nelij contanten Rijst toerijkende voor Nederl: geld Lasten Lasten Alhier onder ult:o xber: pass:o. ƒ 246873. 14: 8 838: 527 1/156 66 maand: te Jaffenap: „ „ November „ 82928: 4. –. „ Mannaar „ „ 8. — - - „ 3546: 14: 8 22. 3/15 „ gale. „ December - - - „ 63400: 4:— 450: — 79: -rijst voor 1: aanken nelie tot den weder aan„ breng. „ 10395:—: — —. – 14 1/3: 1½: maand 4 Mature „ „ 8 — „ Jrenkonomala „ „ oktober. „ Tutukonijn en op de residentien „ onder ultimo 2ber. „„ Batikaloa onder ult=o 97ber: de restanten van 64396 4. 8. 105. 17/15 628 19/15 19: d=o Onder 't voorschreeven bedraegen der kontanten, zijn gerekend. /. . . . . . . - aan Crediet brieven Huijsselijke 28 10530: 16. – - - - - 62. 75. 6½ d–o 37227. 19. -. ang=t. „ 12507. 10. 8. - 1 - word e ged. - .. . „ „ 1 „ 502 4375. door welke levaaren de godsdientt verrigt g Huijselyke Bestellingen §327: De Godsdienst word behoorlijk ver„ „rigt, alhier door de Eerwaarde predikanten Fijbrands, Kau„ „wertz: en Meijer, nevens den proponent Camp, die in de Ne„ derduitsche; door de proponenten giffening en Philipsz in de singaleesche en door twee propo„ „nenten, bijde genaamt ondaatje in de portugeesche en Malla„ „baarsche gemeenten; te Jappena „patnam door den predikant schroter, te Mannaar door den proponent ondaatje, te gale door den predikant Capelli, en den proponent Engelbregt, en te Mature door den proponent Don Louis. De en en voor word l na weder aan„ der 524: en de school visite gedaan is getal der Christenen. §328. De schoolvisites zijn gedaan in de kolombosche dessavonij door de predikanten Philipsz:, Kauwertz: en Meijer, te Jaffenapatnam door den predikant ondaatje, en te Gale door den predikant Capelli. De Rapporten van kolombo en Gale gaan onder de bijlaegen over, dog die van Jaffenapatnam is mits 't over„ „lijden van den predikant on„ daatje niet ingekoomen §329. 'T getal der inlandsche Christenen heeft, volgens de voorsz rappor„ „ta, bestaan in 't volgende, als: in de kolombosche dessavonij. . . . 155364. — in de Gaalekorle en de Matu„ „resche F2 tee 505 4376. §: 330/: 't onderwijl in 't remina„ 4. um gaat voort schicking omtrent de Jaffenalcke schoil„ meesters „resche dessavonij „ 59237:— daar onder zijn 2735: — leede.„ „maaten; teweeten: te kolombo.-. „ gale en Mateire - . In het Seminarium word bij voortduuring, onder het op zigt van den Proponent Camp, de queekelingen zoo wel als de schoolmeesters, die beurtelings uit 't Land opkoomen in de goddelike waarheeden ge„ instrueerd. §: 331: Wijl van Jaffenapatnam geen schoolmeesters, nog Jongelingen herwaards op koomen om in het seminarium te worden onder„ „ 400: — - - 2335. — „weezen e 3880 kapitaale van zeeker Collegien „weezen, en 't ons toescheen, dat ze niet gaaane zoo verre van huijs gaan willen, hebben we ter sessie van den 4. oktober passato beslooten, om 't derde getal van de queekelingen die voor 't seminarium zijn bestemd, bij vacatura onver„ veild te laeten, en 't daar voor bepaald onderhoud op Jaffena te laeten besteeden, om de schoolmeesters door de predikanten beurtelings te doen onderwijzen §: 332: De Collegien hebben onder ult=o augustus passato volgens de ingekoomene staat reekeningen die in Kopia onder de bijlaegen gaan 507. 4377. inlandsche boedel kamer in 't Joffenalche ofgerigt gaan, de volgende Capitaalen ge„ „had, namelijk De Nederlandsche Weeskamer te 322 kolombo rd=s 233373: 28. 480: De Inlandsche Boedelkamer te ko„ „lombo rd=s 25966. 35. -. – De Diaconia te Kolombo rd=s 13134. 24. —. en Het Leproosen huijs te kolombo rd=s 29189. 24. —: - §: 333: Jn 't Jaffenasch Commandement hebben we op 't voorstel van de Jaffenasche bedienden blijkens onse resoluutsie van den 1:' Junij passato een inlandsche boedel kamer opgerigt en tot ver„ „ligting van dezelve bijzondere boedelkamers in elk kerk dis= „trikt ze 502 1. 334: len onderdaan van den koning van toevankoor word te Jaffena gegijzeld „trekt in 't land, die nogtans van de boedelkamer te Jaffena„ „patnam dependeeren, en daar aan reekening en verantwoor„ „ding doen zullen, De instructie voor deeze boedelkamers gaat in kopij onder de bijlaegen over Justitieele zaaken te Jaffenapatnam is voorleeden jaar, een onderdaan van den koo„ „ning van Trevankoor in Civiele geijzeling gesteld, tot dat hij zoude geleverd hebben een debiteur van den resident van Kaits, dan wel zijn schuld betaald zoude hebben alleen om dat hij verdagt wierd ge„ „houden, dat hij deesen debiteur zoude hebben 509 4378. dog is kolt en schadeloos ontslagen hebben geholpen, om van Jaffena „patnam weg te komen en wijl de bewysen die teegen hem zijn ingebragt geensints voldoende waaren; hebben we op zijn addres aan ons, en wijl ook de Heeren ministers te koetsiem ons hebben berigt, dat de eerste minister van den koning van Trevankoor zig over dit arrest bij hun Edelens had beklaagd, den jappenasche bedienden gelast, om gem: arres= tant kost en schadeloos te doen ontslaan, zoo als dat een en andere breder blijkt bij onze resolutsien van den 9. Januarij en 8. Junij passato. §: 335: Door den Raad van Justitie te Japfenapatnam s na„ 2 540. dispositie over zekere gebreckig ingesteld Cai. mineel facces te Jaffenapatnam. Jaffenapatnam in een crimineel projes teegen de ontvangers van de kerken Savagacherie en koopaaij, en tegen den majorael van mattoewiel; waar van de twee eersten van knevelarijen en de laatste van valschheid beschul„ „digd waaren, gesententieerd zijnde, dat de laatst genoemde gessam„ „bokt, in de ketting geklonken en voor drie Jaaren aan de ge„ „meene werken ten arbeid ge„ „steld zoude worden, met Condem„ „natie teffens zoo wel van hem majoraal, als van de voorsz: twee ontvangers, in de kosten van dit onderzoek: hebbe we uit aanmerking dat in dit projes twee No 20 1

NL-HaNA_1.04.02_3889_0587 view scan ↗

English

two different actions were formulated against several persons, and not only was no proper investigation conducted against the aforementioned Mayoraal, although he had undertaken to verify his assertion further, but also that the two receivers were condemned in the costs without the least investigation having been made against them and without it having become evident thereby whether they were at fault, for which reason the Council itself, by this same sentence, also reserved the action of the Fiscal against them, as appears from our resolution of 13 March passato, suspended the execution of the said sentence, and ordered the Council of Justice at Iappenapatnam to have both the aforesaid receivers and the Mayoraal released from their arrest under Caution de Judicio sisti, and to give them the opportunity, pursuant to an earlier appointment of the said Council, to submit in writing their defense against the charges laid to their account, and subsequently to prove the same at law. Likewise concerning a similar criminal trial from Gale. Two other criminal trials have been politically settled at Gale. In a Galle criminal trial against the Sinhalese Roenage Joaannis, concerning the reckless shooting to death of his nephew, no proper investigation having been conducted and very obvious errors having been committed even in the judgment of the Council of Justice, we have, as appears from our resolution of 27 April passato, sent this trial back to Gale, in order to have further investigation made therein and to rectify the committed errors. The Galle servants have, by their resolution of 7 September passato, which is transmitted in extract among the annexes, disposed of two criminal trials that were stalled before the Council of Justice there, and in one of which the Fiscal had already even served his demand. One of them has since been concluded. According to our decision of 27 December passato, we sent both of these trials back to Gale, with orders to the servants to have the same delivered again to the Council of Justice so as to render judgment thereon according to the findings. Since then, we have received back one of these trials, instituted against the soldier Jodocus Rouls for deserting his garrison, with a sentence of the Council of Justice whereby he is condemned to run the gauntlet; but since this sentence did not determine through how many men and how many times up and down he had to run the gauntlet, we sent this trial, as appears from the resolution of 25 October last, back to Gale, to have the aforesaid defect in the sentence rectified, as was done by a further sentence of the said Council, whereby the aforesaid Rouls It is now submitted to the disposition of the High Government. Rouls was condemned to run the gauntlet through a corps of 108 men three times up and three times down, with a declaration of not having earned any wages since the day of his absence, and with further condemnation in the costs and expenses of Justice. This man had been arrested since primo June, wherefore it appeared very questionable to us to punish him, notwithstanding so long a detention, with the usual punishment prescribed for desertion; and we therefore decided, in the session of 30 November last, to suspend the execution of the aforesaid sentence, and to request thereon the esteemed disposition of Your High Excellencies, as we take the liberty of doing by these presents. The documents of this trial are accordingly transmitted among the annexes, and we have ordered the Galle servants to place the frequently mentioned soldier in the meantime, and until the receipt of Your High Excellencies' verdict, at the so-called Black Fort there, with the notification that he shall not be permitted to remove himself from there until further orders. Severe punishment imposed on a Moor by the Colombo court. In the year 1789, a Moor named Slema, for theft committed, was, pursuant to the sentence of the Council of Justice of this Castle, flogged, put in chains, and confined to the Magampattoe for ten years; yet with the recent unrest, he made off from there, and having returned here, he again made himself guilty of theft, for which he was condemned by the Council of Justice of this Castle to be bound to one of the posts of the gallows with a halter around his neck, flogged until bleeding, branded on the back, This process is now also sent to Their High Excellencies for disposition. and subsequently put in chains, to be put to work for 25 years on the Company's public works: but since this man did not make himself guilty of any aggravated theft, having merely fetched a chest from a house found open and taken therefrom only some trifles of little value, for which he cannot be considered to have deserved so severe a punishment as has now been imposed upon him, we decided, in the session of 15 November last, to suspend the execution of the aforesaid sentence.

Dutch transcription

12. 4379. twee differente actien teegen verscheide perzoonen waaren gefumuleerd, en dat niet alleen geen behoorlijk onderzoek tee„ „gen voorm: Majoraal was gedaan, onaangezien hij had aangenoomen om zine voorgaave nader te verifieeren maar ook dat de twee ontvan gers in de kosten zijn gecon„ „demneerd zonder dat 't minste onderzoek teegen hun was ge„ daan en zonder dat het mits dien gebleeken was of ze schuld hadden, waarom ook de raad zelfs, by deese zelfde sententie, de actie van den fis„ „caal tegen hem heeft gereser„ „v. eerd 312. „veerd blijkens onze resoluutsie van den 13. Maart pass=o de Executie van gem: senten tie gesurcheerd, en den raad van Justitie te Iappenapat= „nam gelast, om zoo wel de voorsz: ontvangers als den majoraal, onder Cautie de Judicio sisti, uijt hun ar= „rest te doen ontslaan, en aan hun geleegendheid te geven, om volgens een vroegere appoinctement van gemelde raad hunne weeren en de„ „fensien, tegen de ten hunnen laste leggende beschuldigingen, schriftelijk intebrengen, en vervolgens dezelve in regten te 22 20 ook twee pa geta 513: 4380. §: 336: zo ook over een diengelijken Crimineel proces van gale 1 337 twee andere Camineele processen zijn te gale peliticq gelaammeert te probeeren Jn Een Gaalsch Crimineel proces teegen den singalees Roenage Joaannis, over 't onvoorzigtig dood, schieten van zijn neeff, geen behoorlijk onderzoek gedaan en zelfs bij 't vonnis van den raad van Justitietsie zeer blijkbaare erreuren begaan zijnde, hebben we blijkens onze resoluutsie van den 27:' April passato dit proces na gale terug gezon„ „den, om daar in nader onder„ „zoek te laeten doen en de begaene vereuren te verbeeteren De gaalsche bedienden hebben bij hunne resolutie van den 7. Zeptem „ber pass=o die in Extrakt onder de v 514:„ §338: een daar van is zedert getinl rgedaan de bijlaegen gaat, gedisponeerd op twee Caimineele processen, die bij den raad van Justitie aldaer bankvast zijn geweest, en in een van welke zelfs reeds door den fiskaal van Eisch gediend was We hebben volgens ons besluijt van den 27. ' xber: passato, bijde deese processen te rug gezonden na gale, met last aan de be„ dienden, om dezelven weder aan den raad van Justitietsie te lae„ ten afgeeven ten einde daar over naar bevinding uitspraak te doen. T zeedert hebben we een van deese processen, g'entameerd tegen den soldaat Jodocus Rouls over het verlaaten 565: 4381 verlaaten van zijn garnisoen weeder ontvangen, met een sententie van den raad van Justietsie, waar bij hij gekon„ „demneerd is, om door de spits roede te worden gejaagd; maar wijl bij deese sententie niet was bepaald door hoeveel manschappen en hoeveel keeren op en neer hij de spitsroede moest loopen, heb„ „ben we dit proces, blijkens re„ „soluutsie van den 25. oktober Jongstleeden, na den na Gale„ gezonden, om 't voorschreeve defect in de sententie te doen verbeeteren, gelijk geschied is bij eene nadere sententie biy voorsz: van gem: raad, waar Rouls se het 516. het gaat ter dispositie van de hooge rog eering tans over Rouls is gekondemneerd om door een korps van 108. koppen drie maal op en driemaal nee„ „der spits roede te loopen met verklaering van geen gagie gekomen te hebben zeedert den dag zijner absentie, en met kon „demnatie wijders in de kosten en misen der Justitie §: 339: Deeze man was zeedert primo Junij gearresteerd weshalven het ons zeer bedenkelyk voor„ „kwam om hem niet tegenstaen„ „de een soo lange detensie te doen strappen met de gewoone straf, tegen de desertie bepaeld; en hebben we daar om ter sessee van den 30: 9ber: Jongstleeden beslooten 517. 4382. beslooten, de executie van voorsz: sententie te surcheeren, en daar op te verzoeken de g'eerde dis¬ posietsie van uwe Hoog Edel„ heeden zoo als wa de vryheid neemen te doen door deezen. De stukken van dit proces gaan mits dien onder de bijlaegen over, en we hebben de gaalsche bedienden gelast, om den meer„ „melte soldaat intusschen en tot den ontvang van Uwer Hoog Edelheeden uijtspraake te doen plaatsen op 't zoge„ naamde swaarte fort al„ „daar, met aankundiging, dat hij tot nadere last, zig van daar niet zal moogen verwijderen In 518. swaare staaf door den kolemboschen rechten aan een moor opgelegt §340: Jn 't jaar 1789. is een moor genaemt Slema, over gepleegde dieverij volgens de sententie van den raad van Justitie deses kasteels, gegeeseld in de kit= ting geklonken en na de Magampattoe geconfineerd voor tien Jaaren, dog met de Jongste onlusten, heeft hij zig van daar weg gemaakt en alhier, terug koomende heeft hij zig weeder aan dieve„ „rij schuldig gemaakt, waar over hij door den raad van Justitie deses kasteels is gecondem„ „neerd, om met een strop om den hals„ aan een der stijlen van de galg gebonden ten bloede gegeeseld, op den rugge ge„ „brand meede Edelh ge -519 4383. des parcel word tans meede aan Hunne Hoog Edelh: ter dispositie gesonden „brandmerkt en vervolgens in de ketting geklonken, voor 25. Jaaren aan skomp:s gemeene werken ten ar„ „bijde gesteld te worden: maar wijl deese man zig aan geene gequa„ „lificeerde dieverij heeft schuldig ge „maakt, als hebbende slegts uit een open gevondene huijs een kist gehaald en daar uit alleen eenige kleenigheeden van geringe waarde genoomen, waar over hij eene zoo zwaare straf, als hem tans opgelegd is, niet kan worden geagt te hebben verdiend heb„ „ben, we ter zessie van den 151 9ber: Jongst leeden be slooten, om de executie van de voorsz: sententie te surcheeren mt erij

NL-HaNA_1.04.02_3889_0596 view scan ↗

English

Section 341. Further decisions regarding various criminal trials. ... to suspend, and to submit the trial records for decision to Your High Excellencies, as we have the honor to do hereby, and meanwhile provisionally and until the receipt of Your High Excellencies' decision, to have the condemned man put in chains and placed in the Material House here. Regarding the further criminal trials that have been successively concluded by the Councils of Justice of Kolombo, Jappena, and Gale, we have made dispositions in our resolutions of 13 March, 8 June, 14 July, 2 and 21 September, 27 October, and 6 and 15 November, and 16 December last. Section 342. What was performed in the printing office. The Printing Office. In the same, the following were printed during the past year: The Doctrine of Truth in Sinhalese, the Old Testament in Malabar, Conditions for the farming out of the Nelie dues, Regulations for the garrison, Articles of War, Sailing orders, instructions for the ships, together with various edicts, assignations, letters of credit, deeds for the oriental soldiers, military reports, passes, etc. Section 343. The correspondence with the Western Governments has been properly maintained, and copies of the exchanged letters are transmitted among the appendices. Section 344. The surveyors must henceforth provide themselves with tools. Other domestic matters. Considering that the head surveyors, here and at the subordinate stations, besides their salaries from the Company, enjoy a considerable profit from the surveys of houses and lands that they perform for private individuals, and that it is consequently most reasonable that each of them provide himself at his own expense with the instruments they require for their duties as surveyors, we resolved in the session of 12 March last that the head surveyors, both here and at the subordinate stations, must provide themselves with the necessary instruments, and at the same time made the necessary arrangements not only to assist them therein, but also to be assured that they have everything and keep it in good condition as is needed to perform their service properly. Section 345. The wood-cutting establishment at Atchelai discontinued. The Jaffna servants having decided by their resolution of 9 January of last year to discontinue the wood-cutting establishment at Atchelai, which was found to cost more than the value of the timber delivered therefrom, and to make a trial by provisionally having the required timber cut for one year in the Vanni, and also as a result of this arrangement to employ elsewhere the servants who served at the Atchelai wood-cutting establishment, we approved this decision, as being advantageous to the Company, by our resolution of 18 March following. Section 346. The smiths', coopers', and house carpenters' workshops at Kolombo discontinued. On account of the great expense of the smiths', coopers', and house carpenters' workshops here, and because it is always more advantageous that the Company's requirements be provided by way of contract, we decided in the session of 27 April last to discontinue these workshops, and only to retain in service the master of the smiths' and coopers' workshops, and the master house carpenter, along with the foremen of the smiths' and coopers' workshops. The procurement of what has hitherto been done in these workshops for the Company, we have contracted out to the aforesaid two masters for such payment as appears in the price lists inserted in our aforesaid resolution and in the resolutions of 18 October and 14 December following; and the masters shall in return pay the wages of the craftsmen whom we shall retain in service provisionally and until they become accustomed to this arrangement, just as they must also pay at the ordinary sales price for the materials and tools they require from the Company. Section 347. Determination of the goods in use at Jappena and a fixed sum for their maintenance. Pursuant to what was communicated in our respectful letter of 27 January last, section 296, we have first of all, upon the reports received from Jaffnapatnam, determined in the session of 20 July the goods that each department there shall be permitted to have in use, and what shall be paid annually to maintain them properly and to procure new ones in place of unserviceable ones. Section 348. Reference to the resolutions regarding other matters. Regarding matters of lesser importance relating to this main section, we take the liberty most humbly to refer to our resolutions of 8 and 22 February, 12, 18, and 23 March, 27 April, 4 and 12 May, 1, 8, 14, 22, and 24 June, 3 and 20 July, 27 August, 2, 3, and 7 September, 21, 25, and 28 October, 27 November, and 16 December last. No. 25. Report concerning the weapons received back. General Maatsuiker. Section 349. To the head of the Ceylon military, Lieutenant Colonel von Driberg, who at the time when Captain Bonneval departed from Trincomalee with his detachment was chief of the troops there, has been handed a copy of the report presented to His High Excellency by Brigadier Colmont, and he was thereby notified of what was written in that regard by Your High Excellencies in your most esteemed separate dispatch of 26 May 1790 to the first undersigned Governor. From the report submitted by him in response thereto, which

Dutch transcription

528 §: 341. verdere dispolitien over diverse Cremineele processen. surcheeren, de stukken van 't pro„ „ces ter disposietsie aan uw hoog Edelheeden aantebieden, zoo als we de eere hebben te doen door deezen en intusschen den gecon„ „demneerden bij provisie en tot den ontvang van uwer hoog Edelheeden disposietsie, in de ketting te laeten klinken en in 't Materiaalhuijs alhier te doen plaatsen Op de verdere Crimineele processen die door de raaden van Justietsie van Kolombo, Jappena en Gale successive getermineerd zijn hebben wo gedisponeerd bij onse resoluutsie van den 13. Maart 8. Junij: 14. Julij, 2. en 21. 7ber: 27. wat de 21 4384. §: 342: wat er verrigt is in de boek drukkerij 27: oktober en 6. en 15 Novem„ „ber en 16. December pass=o De Boekdrukkerij Jn dezelve zijn in 't voorleeden Jaar gedrukt het volgende de leere der waarheid in 't sin„ „galeesch, 't oude testament in 't mallabaarsch, Condictsien voor de verpagting van de Nelie ge„ „regtigheid. Reglement voor 't garnisoen, krijgs articulen, Zijlaas order, instruktien voor de scheepen nevens diversche plakkaeten, assig „natien, krediet brieven, acten voor de oostersche militairen, militaire rapporten, passen EtC=a De oog 522 ƒ 346: de Correspondentie is §: 344: de landmeeters moeten voortaan zig zelven van gereedschappen voorzien de Westersche gouvernementen behoorlijk onderhouden en direkteen behoorlijk onder „houden, en gaan kopijen van de gewisselde brieven onder de bijlaegen over De Correspondentie is met De verdere Huijselyke bestellingen uijt aanmerking dat de eerste landmeesters, hier en op de on„ derhoorige kantooren, buijten hunne appoinctementen van de kompenie, een tamelijk voordeel genieten van de metingen der huijse en Landerijen die ze partikuleeren en doen voor dat 't mits dien ten hoogsten billijk 523 4385. billijk is, dat een elk hunner zig op eigen kosten voor ziet van de instrumenten, die ze noodig hebben in hunne ver„ rigtingen als Landmeeters hebben we ter sessie van den 12. Maart passato gearres= „teerd, dat de eerste landmeetert „zoo hier als op de onderhoorige de zig zelven van kantooren instrumenten moeten noodige voorzien, en teffens de noodi ge schikkingen gemaakt, om niet alleen hun daar in te gemoet te koomen maar ook om verzeekerd te zijn dat ze alles hebben en in goeden staat onderhouden wat noodig is de Atchelaijsche hout kapperij ingetrokken is om hun dienst naar behoo¬ „ren te verrigten. 4: 345. Door de Japfenasche bedienden bij hun resoluutsie van den 9:' Januarij J:o l: beslooten zijnde om de houtkapperij op Alche „laij die bevonden is meerder te kosten dan het bedraegen van de daar van geleeverde hout= „werken, intetrekken, en een proef te neemen met de beno„ „digde houtwerken, bij provisie voor een Jaar te laaten kappen in de Wannij, mitsgaders als een gevolg van deese schikking de dienstelingen, die bij de Atchelaijsche houtkapparij heb= „ben dienst gedaan, elders te emploijeeren 524: de huijs kolo m 525. 4386. de Smits, kuijpers en huijstimmerwinkels te Kolombo ingetrokken. emploijeeren, hebben we dit besluijt, als voordeelig voor de Comp: geapprobeerd bij onze Resoluutsie van den 18. Maart daar aan §346. Wegens den grooten omslag van de Smits, kuijpers en huijs timmerwinkels alhier, en wijl het altijd voor„ „deeliger uijtkomt dat de benodigdheeden voor de kompenie bij weege van aanbesteeding worden besorgd, hebben we ter sessie van den 27. April pass=o beslooten, deese winkels in„ tetrekken, en alleen in dienst te houden den baas van h oo„ de ut= heb= ren 526. van de Smits en Kuijpers winkels, en den baas huijs timmerman, nevens de mees= ter knegts van de smits en kuijpers winkels. Het bezorgen van 't geen tot nog toe op deese winkels voor de Komp=e gedaan is, hebben we aan voorsz . twee baasen aanbesteed voor zodanige betaaling als blijkt bij de lijsten der prijsen, g'insereerd in voorsz onze Resolutie en in de Resoluutsien van den 18. ' oktober en 14=e december daar aan; en zullen de baasen daar 1: bepali inge en een 2eter en „ 527. — 4387. bepaling van de goederen in gebrunk te Jappena en een vast geld tot der zelver onderhoud en teegen betaalen de ap= poinctementen van de am„ „bagtslieden, die we bij prove„ „sie en tot dat ze zig aan dese schikking gewennen, in dienst zullen houden zoo als ze ook tegens den gewoonen verkoops prijs moeten betaalen, de Male riaalen en gereedschappen die ze van de kompenie noodig hebben §347: Ingevolge het bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 27:' Januarij pass=o §. 296. hebben we voor eerst, op de ontvangene berigten van Jaffenapatnam, ter setsie van Het ls n . g 14= 528 reforte aan de resoluntsien over de verdere verrigtin„ =gen van den 20:' Julij bepaald de goederen, die een elk departement. aldaar in gebruijk zullen moogen . hebben, en 't geen Jaar„ lijks zal worden betaald, om ze na behooren te steeden onderhouden en in van onbequaame nieuwe te bezorgen §348. Omtrend zaaken van minder belang die re„ laatsie hebben tot dit hoofd deel neemen we de vrijheid ons nedrigst te gedraagen aan onze Resoluntsien van den 8. ' en 22' Februarij 12 e be on met Gene e No. 25 4388. berigt wegens de terug ontfangene wapens Generael Maatsuiker 12: 18: en 23: Maart, 27. april, 4. en 12. maij 1. 8. 14: 22:' en 24. Junij 3. ' en 20. Julij, 27:' aug: 2: 3: en 7. 7ber: 21: 25. en 28. oktober 27. November in 16. xber: pass=o § 349. Aan 't hoofd van de Ceilonse militae de Luit: Colonel von Driberg, die ten teide met de Gouverneur dat kapitain Bonneval, met zijn onderhebbende detachement van Trinkenomale vertrokken is, aldaar was Chef van de troepen, is ter hand gesteld een Copij van 't berigt, door den heer brigadier Colmont aan zijne Hoog Edelheid gepresenteerd, en is hem daar bij kennis gegeven, van het derwee „gens door uw Hoog Edelh: geschrevene, bij hoogst derzelver zeer g'eerde apparte missive van den 26. Maij 1790. aan den eerst ondergeteekende Gouverneur Bij 't door hem daar op ingediend berigt, dat aald , we re„ en 1 aan n

NL-HaNA_1.04.02_3889_0606 view scan ↗

English

ƒ 520 Continuation that as appears from the copy accompanying this, the firearms and other weaponry of the men who comprised the aforementioned detachment were properly inspected, that two officers were commissioned for this inspection, being Lieutenant Kroner and Ensign Fretz, who carried out this commission in the presence of Adjutant Blume, and that the inspection was conducted by Captain Bonneval himself together with his two officers Rogwijn and Koolwaagen. It further appears from this that only 5 to 6 firearms were rejected by Captain Bonneval and his aforementioned officers, for which others were immediately provided, and that provided that in this matter action was taken according to the orders of the service. 31 F 4389. Captain Bonneval and his officers may account for themselves. 4350. We request, therefore, that Captain Bonneval and his officers may be called to account, and that they may be asked, on the oath taken to the country, whether the inspection of the firearms and weaponry did not take place as recounted above, and whether they, besides the 5 to 6 firearms that they rejected and for which others were immediately given to them, made any further representations regarding the condition of the firearms and weaponry with which the aforementioned detachment was armed, as would have been their duty to do in case the aforementioned firearms and weaponry were not good. Of this accountability, we request that a copy may be sent to us. 182 and for some papers concerning this subject. §351. Whatever defects may have arisen in the firearms and weaponry during the voyage is solely the responsibility of Captain Bonneval and his officers, who were obliged to see to them. Nevertheless, it would be pleasing to us if Your High Excellencies would be so good as to send us also the written report received from Captain Lieutenant Pastaille and Lieutenant Philiph, mentioned in the report of Brigadier Colmond, who by order of His Honor inspected the firearms and weaponry of Captain Bonneval's detachment, as one might perhaps be able to see from that whether the defects found in the firearms and weaponry were of such a nature that they must have already existed in Ceylon, or whether they could have suffered that damage during the voyage, for we do not doubt that in the report of the aforementioned officers all the defects found will be pointed out in detail. Until such time as we have received Captain Bonneval's accounting, no one in this government can be called upon to indemnify the Company in this matter. findings here 1352. Attached to the report of Lieutenant Colonel Drieberg, Your High Excellencies will find annexed the report of the commission appointed to inspect these firearms and weaponry received back with the ship the Gouverneur Generaal Maatzuijker. By this report, it is pointed out that all the firearms are so rusted inside and out that, before they have been cleaned, it is utterly impossible to inspect and judge them in order to ascertain which of them are still good and usable and which are not. The cutlasses, as appears from this report, were also found to be so heavily rusted that they must first be cleaned before one can judge them, although in appearance the greater part of them seems to be usable and fit. The leather goods were all found unfit; when those items are not properly cared for, they can spoil in even less time. request of Miss Borwater request of Franchell regarding certain attached funds. §353. Upon the closing of this, the enclosed petition to Your High Excellencies was presented to us by Miss the widow Borwater, containing a request for passage to Europe with the Ceylon return ships; she has requested passage from us with the return ships that are now about to depart, which we have denied her on account of the order given to us by Your High Excellencies in your most respected letter of 13 August last. § 354. The citizen Johannes Tranchel has, by a petition that accompanies the annexes to our letters, requested Your High Excellencies that the attachment placed by Your High Excellencies on the funds of the repatriated Nagapatnam minister van der Werth, which are in the custody of the alderman Christiaan Louis Arnold, might be released. We take the liberty of presenting this request to Your High Excellencies, and as we presume that this attachment will have been placed on account of the unpaid bill of exchange drawn by the aforementioned minister van der Werth in favor of the petitioner on the insolvent deceased junior merchant Hollenhaagen, of which, in the matter of Franchell's debt to the Company, we gave notice to Your High Excellencies in our respectful letter of 17 October 1788, we therefore have the honor to inform Your High Excellencies now that this debt, as appears from the minutes of the resolution of 26 March 1789, has already been settled by him, both by delivery of goods and by a commitment of the Surgeon Major Wolkers to satisfy the remainder with interest to the Company, as is to happen shortly. Native affairs: With respect to the Court of Kandy, we have nothing special to report at present, as the usual annual embassy has not yet arrived.

Dutch transcription

ƒ 520 Vervolg dat in Copij hiernevens gaat blijkt dat de geweeren en andere wapen= „tuijgen der manschappen, die uitge maakt hebben het voorsz: delache„ „ment, behoorlijk zijn gevisiteerd, dat bij deese visitatie zijn gecom„ „mitteerd geweest twee opfigieren die geweest zijn de Luit: Kroner „en der vaendrig Fretz die deeze Commissie hebben gedaan ten overstaan van den adjudant Blume en dat de visitatie gedaan is door de Capitein Bonneval zelve ne„ „vens zijne twee officieren Rog wijn en Koolwaagen- Nog blijkt daar uit, dat door kapitein Bonneval en voorsz: zijne officieren alleen 5. â. 6: ge„ „weeren zijn uitgeschooten waar voor dadelijk andere verstrekt zijn, en dat mets „ 31 F 4389. „tain Bonneval en „zijne officieren zig mogen verantwoor„ mits dien in deezen gehandeld is na de order van den dienst. 4350. We verzoeken, daar om, dat kapitain verzoek dat kapi Bonneval en zijne officieren mogen worden ter verantwoording geroepen en dat hun op den Eed aan den lande gedaan, mag worden gevraagd, op de visitatie der geweeren en wapenzuij„ „gen niet is geschied, zoo als dat hier boven is verhaald, en of ze buijten de 5. â 6. geweezen die ze uijtgeschooten hebben, en waar voor hun dadelijk andere gegeeven zijn, eenige verdere representatien hebben gedaan, wegens de gesteld= heid der geweezen en wapentuigen, waar„ meede voorsz: detactement is gewaa„ „pend geweest, zoo als dat in gevalle de „den 182 en om eenige papieren betrekkelijk dit onder werp de voorsz geweezen en wapentuijgen niet goed waaren, zoude ge„ „weest zijn, hem pligt van deeze verantwoording, verzoeken wa, dat ons mag worden gesonden een kopij §351. Wat gebreeken er aan de geweezen en wapentuijgen kunnen zijn ge„ „komen op de rijze, staat alleen ter ver„ „antwoording, van kap:t Bonneval en zijn zuijne officieren, die verpligt zijn geweest daar voor te zorgen. Niet te min zoude het ons aangenaam zijn indien uw Hoog Edelh: zoo goed willen zijn, om ons nog toekesen„ „den het schriftelijk ingekomen rapport van den kap: Luitenant Pastaille en Luitenant Philiph vermeld bij 't rapport van den Heer 4390 Heer bregadier Colmond, en welke ter ordre van zijn E: de geweeren en wapentuijgen van 't detachement van kapitein Bonneval hebben gevisiteerd wijl men daar uijt misschien zal kunnen sien op de bevondene gebreeken aan de gewee „aen en wapentuijgen, zijn geweest van dien aart, dat die reeds hebben moeten bestaan op Cijlon, dan wel of ze die schaede hebben kunnen krijgen op de rijze want we niet twijffelen of bij 't rappart van de voorsz: officieren, zullen alle de bevondene ge„ „breken gedetailleerd zijn aangeweesen. Tot zoo lange dat we de verantwoor„ „ding van Kapitein Bonneval zullen hebben ontvangen kan in dit gouver „nement gen ge¬ oken en h en bevinding alhier „nement niemand worden aange„ „sprooken, om de Kompenie in deesen schadeloos te stellen 1352. Agter 't rapport van de Luijte= „nant Colonel Driberg zullen uw Hoog Edelheeden geannexeerd vinden het rapport de Commis= „sien benoemd om deese met het schip de Gouverneur Generaal Maatzuijker terug ontfangene geweezen en wapentuijgen te visiteeren. By dit rapport word aangeweesen dat alle de geweezen sodanig van binnen en buij= „ten zijn verroest, dat 't voor dat ze sullen zijn schoon gemaakt, volstrekt en mogelijk is deselve natezien en te beoordeelen, ten ervaering 125 4341. ervaering welke daar van nog goed en bruijkbaar zijn en welke niet De houwers zijn ook blijkens dit rap„ „port, bevonden zoo sterk te zijn verzoest, dat ze eerst moeten worden schoon gemaakt het men daar over oordeelen kan hoe wel naar aanschijn, het grootste gedeelte daar van bruijkbaar en bequaam schijnt te weesen. Het leste goed is alle onbequaam bevonden wanneer die dingen niet behoor„ lijk worden opgepast is, kun„ „nen ze zelfs in minder teid verstikken F versoek van mejuffe: Borwater versoek van Fran „chell omtrend ze= „kere gearresteerde gelden. §353. Op 't sluijten deezes is door Mejuffvrouw de weduwe Borwater aan ons gepresen¬ teerd, het hier in overgaand request aan uw Hoog Edelh: houdende verzoek om passagie met de Cijlonse retoer scheepen na Europa zij heeft bij ons versogt om passagie met de retoer scheepen, die nu staan te vertrekken, 't geen we haar hebben ontzegt, uit hoofde der order ons door uw Hoog Edelheeden, gegeven bij hoogst derzelver zeer gerespecteerd missive van den 13. aug:s passato. § 354. De burger Iohannes Tranchel heeft bij een request, dat onder de bijlaagen gaat onse voorschrijvens aan Uwe Hoog Edelheeden versogt, op dat 't door uwe Hoog Edelheeden gelegde ar= „rest op de gelden van de gerepatrieer „den Nagapatnamsen predikant van van 534. 4392. van der werth, die onder berusting zijn van den scheepen Christiaan Louis Arnold mogte worden opge„ „geeven, we neemen de vrijheid dit versoek aan uwe Hoog Edel „heeden voortedraegen, en wijl we onderstellen dat dit arrest zal zijn gelegt, wegens de onbetaalde predikant wissel door voorm: van de Werth, ten behoeve van den supp:t op den insolvent overleedenen onderkoopman Hol= „lenhaagen getrokken, waar van we ter zaake van Franchell schuld aan de komp:, aan uw Hoog Edelh: kennis hebben gegeven bij onsen eerbiedigen van den 17=e Okto- 1788. zoo hebben we de ber Eese n va van bij aa= t trieer 148. §: 350: de kandiase ambasja „de is nog niet aange koomen eere uwen Hoog Edelheeden tans te berigten dat dese schuld blijkens 't aangeteekende bij resolutie van „den 26. Maart 1789. reeds door hem geliquideerd is, zoo door leverantie van goederen, als door een ver„ „bintenis van den chirurgijn Majoor Wolkers, om 't res= „tant met intrest aan de komp: te voldoen, gelijk eerst „daags staat te geschieden Inlandsche zaaken met betrekking tot T Hoff van Kandia, hebben we tans niets bijzonders te melden, wijl 't gewoone Jaarlijks gesantschap tot nog toe niet is aangekomen. alleen 4 1

NL-HaNA_1.04.02_3889_0615 view scan ↗

English

arrives in Tirnevelli. We merely present to Your High Nobilities among the appendices copies of the letters exchanged between the dissava of Colombo and the dissava of the Three and Four Korles. Section 356. The Madura Kingdom has produced significant changes in the past year. First, the land regent of Tirnelvelli, Ectabar Khan, who for some years governed the lowlands, in which Tuticorin, Punnaikayal, and Manapad are situated, and who often caused us many unpleasantnesses, was unexpectedly arrested on the 24th of May by order of the Nabob, and his goods confiscated. And he has been succeeded in his place as land regent by one Dalawa Titinappa Mudaliyar, who, however, was not permitted to retain this post for long. Section 357. The Nabob, having fallen considerably behind, since the departure of the Governor of Madras, Mr. Campbell, in the payment of the sum to which he had bound himself, the Government of Madras, by qualification of the High Council of Bengal, took the decision to deprive the Nabob of the administration of his lands, and to have them governed by servants of the English Company; and this was indeed carried out in the month of September last, notwithstanding that the Nabob strongly protested against it, and, as they say, gave strict orders to his land administrators to maintain themselves by force in their authority against all attacks. Section 358. The aforementioned new land regent has been arrested by the English, and the administration of the lowlands has been entrusted to an English superintendent, Torin, with whom we must now therefore deal with matters, the more so because the agent of the Nabob, Mr. Buchanan, in a letter written to the Tuticorin Chief Mekern, which is attached hereto in copy, declared that he no longer considers himself authorized to deal with us on public affairs. Section 359. The Marava Kingdom, which likewise belongs to the dominion of the aforementioned Nabob, thus shares in this change of government. Section 360. The Kingdom of Travancore offers nothing special to report insofar as concerns its relation to this government. Section 361. The Maldive Islands. The letter from the Sultan of these islands, which was brought by his usual annual envoy, is transmitted in copy among the appendices, together with a copy of the reply given to it and of the memorandum of the counter-gift that was sent to him. From these islands there arrived in the past year three vessels here, four in Galle, and one in Tuticorin, from which was purchased for the Company 44081 lbs. of cowries, namely: 8290 lbs. in Colombo, 24751 lbs. in Galle, and 11040 lbs. in Tuticorin. Company Lands and Subjects. Section 362. The short summaries of the chenas that the inhabitants of Colombo, Galle, and Matara requested to be allowed to clear and cultivate are inserted in our resolutions on the Native Department of the 4th of February and the 12th and 23rd of March past, whereby we granted permission thereto under the usual restrictions. Section 363. To various petitioners who requested several waste-lying Company lands, both in the Colombo, Galle, Matara, and Batticaloa districts, for preparation and cultivation, provided they render the usual dues to the Company, and plant a portion thereof with cinnamon and other produce for the Honorable Company, we granted this by our resolutions on the Native Department of the 22nd of February, 20th of July, and 9th of September. Section 364. The Batticaloa Chief Burnand reported to us in his letter of the 8th of June past that the vidane of the district of Panoa has now for the first time delivered 93 lbs. of raw wax to the Company, as an annual due from four districts of the Panoa forests, but that there are still six such districts whose inhabitants seem to sort under Kandy and refuse to recognize the authority of the aforementioned vidane. As appears from our resolution of the 7th of September, we instructed the said Chief to proceed with the collection of this due from the aforementioned six districts according to the circumstances of the times, and in proportion as it shall become apparent that these six districts must be regarded as belonging to the Company. Section 365. With the Orphan Chamber here, a garden and a sowing field were mortgaged by a chief of the Moors who had died long ago; and because his widow and heirs, who were very poor and unable to pay the debt, on which much interest had accrued, relinquished these lands and another piece of ground situated adjacent thereto for the debt, we decided in the session of the 8th of February to have the aforementioned arrears at the Orphan Chamber written off to the account of remaining interest, and to repossess these lands for the Company. As appears from our resolution of the 4th of May, they have since been ceded in hereditary lease to the burgher Heisje for 40 rixdollars a year, provided that he shall be obliged to deliver the produce planted thereon to the Company at the usual prices, and provided that

Dutch transcription

539 4393 komt te Ternevelli alleen bieden we uwen Hoog Edelheeden onder de bijlaagen aan kopijen van de gewisselde brieven tusschen den dessave van Kolombo en den dessave van de Drie en vier Korles. §: 356 'T Madicaeesche Rijk heeft in 't een nieuwe land regent voorleeden Jaar veranderingen van belang uijtgeleverd. Eerst is de landregent van Tirnelvelli Ectabar chan, die zeedert eenige Jaaren de beneeden landen, waar in Tritukorijn, Ponnekail en Man„ napaas geleegen zijn bestierd en ons dikwils veel onaangenaam¬ heeden berokkend heeft, den 24:' Maij op 't onverwagts ter order van den de st tans 148. de regeering van snababs landen aanvaard door de Engelsche komp: der Nabab g'arresteerd, en zijne goederen in beslag genoomen en is in zijn plaats als land regent op gevolgd eenen Talwaij Tite= „nappa Moddelie, die egter deese post niet lang heeft moogen behouden §: 352: De Nabab zedert 't vertrek van den gouverneurens van Madras de Heer Campbel, merkelijk agterlijk gebleeven zijnde in de voldoening van de som, waar toe hij zig hadde verbonden, heeft de regeering van Madras op qua„ „lificatie van den Hoogen Raad van Bengale, 't besluijt genomen om den Nabab de administratie zijner landen te ontneemen, en deselve te taeten bestieren. door 541 4394. de beneeden landen heeft aangesteld. door dienaaren van de Engelsche kompenie; en dit is ook in de maand zeptember Jongstleeden werkelijk uitgevoerd, niet tegenstaande de Nabab daar teegen sterk protesteer„ „de, en zoo men zegt, strikte bevee„ „len gaf aan zyne land besteerders, om zig teegen alle aanvallen, met geweld in hun gezag te mainti= „neeren §. 358. De voorsz nieuwe landregent is door die een supperintendent over de Engelschen gearresteerd, en 't be „stier van de benaeden landen is op gedraegen aan eenen Engelschen superintandant Torin, waarmee„ „de wij dus tans de zaaken moeten behandelen, temeer ook de agant van den Nabab, de heer Buchanan bij en. 542: §354. 't marruase rijk is mede aan deese verandering onderworpen. van Tievankoor valt niets te zeggen. bij een brief geschreeven aan 't tutu= „korijnsche opperhoofd Mekern, die in kopij hiernevens gaat, verklaert heeft, zig niet verder bevoegd te agten, om over de publieke zaeken met ons te handeten. S Marruasche Rijk dat „meede tot de heerschappij van voorm: Nabab behoord, deeld dus meede in deeze verandering van regee„ „ring. 16368. 'T Rijk van Trevankoor geeft niets bijzonders temelden in zoo verre aangaat dies rela„ „tie tot dit gouvernement De 542 4395. de Maldirosen sultan maldirose vaartuigen ingekogte Kauris Kompagnies §366: De Maldivosche Eilanden. gewisselde brieven met De brief van den sultan deeser Eij= landen, die door zijn gewoonen Jaarlijkschen gezant is aan„ „gebragt, gaat in kopij onder de bijlaegen over, nevens kopij van 't daar op gegeven antwoord= en van de memorie van 't kontra„ geschenk dat aan hem is gesonden getal der aangekomen d z van deese Eilanden zijn in 't gepas= „seerde Jaar alhier drie, te Gale vier, en te Tutukorijn een vaar„ „tuijg aangekomen, waar van voor de komp: is ingekogt 44081:—. lb: kauris te weeten: 8290. lb: te Kolombo 24751:„ „ Gale en 11040. „ „ Tutukorijn 544 toegestaane Tjenas aan de ingesetenen afgestaane gronden ter bebouwing. Compenies Landen en onderdaenen §368. De korte te zaamen trekkingen van de sjenas, die de ingeseetenen van kolom„ „bo, Gale en Mature hebben ver„ „sogt te moogen kappen en bewerken, zijn g'insereerd in onze resol: over 't Jnlands Departement van den 4. februarij en 12. ' en 23.' Maart pass=o, waar bij we ver„ lof daar toe hebben gegeeven onder de gewoone restrictien. §364. Aan verscheide verzoekers die diverse woest leggende komp: gron„ „den, zo in 't kolombose als gaalsche, Matureesche en Battikaloasche, ter bekwaammaaking en bebouwing verzogt: hebben, mits opbrengende de gewoone geregtigheid aan de komp:s e 545 4396 ingekomene geregtig= heid van de Panoase bosschen. komp:, aan wel om gedeelte daar van met kanneel en andere producten voor haar Edele te beplanten, hebben we dat toegestaan bij onze resolutien over 't Jnlands departement van den 22. februa„ „rij, 20:' Julij n 9. September §364. 'T Battikaloasche opperhoofd Burnand heeft ons bij zijn brief van den 8. Junij passato berigt, dat de vidaan van 't landschap Panoa, tans voor de eerste maal 93. lb: ruw wax aan de komp: heeft geleeverd, als eene Jaarlyksche geregtigheid van vier districten van de Panoasche bos„ „schen, dog dat er nog ses dier„ „gelijke distrikten zijn, waar van de bewooners onder kandia schijnen te sorteeren, en 't gezag van nen zekere particuliere gronden voor de komp: overgenomen van voorm: vidaan wygeren te erken„ „nen, we hebben blijkens onse reso„ „lutie van den 7. 7ber: gem: opper= „hoofd aangeschreeven, om met de invordering deeser geregtigheid van voorsz: ses distrikten, tewerk te gaan naar tijds omstandigheeden, en na maate dat 't zal koomen te blijken, dat deese ses distrikten moeten worden geagt, aan de komp: te behooren. §: 366. Bij de weeskamer alhier zijn een tuijn en een zaaijveld verpand geweest, door een hoofd der mooren, die reeds lange was overleeden, en wijl zijne weduwe en Erfgenaamen, die zeer arm en onvermoogend waa„ „ken, om de schuld, waar op veel intrest 507 4397. staan. intrest was opgeloopen, te betaa„ „len, van deese landerijen en nog een stuk daar aan geleegen grond, afstand voor de schuald heb= „ben gedaan, hebben we ter sessie van den 8. februarij beslooten, 't voorsz agterweesen bij de weeska„ „mer te laaten afschrijven, op de reek: van overige intrest, en dese lan„ „derijen voor de komp: intetrekken. De en in Erfpagt afge„zelve zijn zeedert, blykens onze resolutie van den 4. Maij in Erfpagt afgestaan aan den bur„ „ger Heisje voor 40. rd=s 'sjaars, mits dat hij verpligt zal zijn om de producten, die daar op worden aan„ „geplant, aan de komp: te teveren, tegens de gewoone prijsen en mits dat p:

NL-HaNA_1.04.02_3889_0624 view scan ↗

English

besides another one previously The Galle servants authorized to have a certain canal dug in the Talpepattoe. that for the sowing field was paid the customary tithe right of the nelij crop, and the piece of land granted on the same conditions was also transferred to him, as appears from our resolution of 20 July, being a piece of land which, by our resolution of 24 April 1789, was ceded to the first warehouse master Reintous, but of which the latter has since renounced. § 367. To the Galle servants we have, in the session of 12 February last, granted authorization to have a canal dug, in order to obtain a communication between the lake of Kogelle and the stream Tiembirieille, which discharges into the bay of Galle at the gravet of Galle below the mountain of Oeneratte, because according to the report of the said servants the transportation of timber from the Talpepattoe for the Company, and the conveyance of a multitude of provisions for Galle, can thereby be greatly facilitated, while 40 ammonams of sowing lands, which now suffer from drought, and 400 ammonams of marshland that currently lie uncultivated due to lack of water, will be provided with sufficient water to be worked and cultivated; and on the proposal of the servants we have permitted them, to those through whose sowing fields this canal is made, in proportion to their loss, to cede as much of the aforementioned marshlands as will be necessary to indemnify them, provided that an indication thereof is first delivered to us. Disposition concerning the arrears of the Panture gardens. § 368. Upon a report from the dessave Fuetz that the owners of the gardens situated in the district of Panture, who, for the retention of the third part of these gardens, which they otherwise would have had to surrender to the Company or pay for in cash, are obliged to deliver annually a certain quantity of oil to the Company against payment of 2½ Indian stuivers the mediet, have for some years been very backward in the fulfillment of this obligation, we have resolved in the session of 22 February last to instruct them to deliver the aforesaid quantity of overdue oil in kind to the Company within the period of fourteen days after this decision shall have been announced to them, or else to provide cash payment for it at six Indian stuivers the mediet, with authorization to the dessave, after the expiration of that term, in case the owners of those gardens should fail either to deliver the overdue oil or to provide cash payment for it in the aforesaid manner, to mark the third part of those gardens as having reverted to the Company, and consequently to have the same sold by public auction for the benefit of the Honorable Company. Work done for the improvement of the sowing fields within the Colombo gravets. § 369. Because the multitude of sowing fields situated within the gravets of Colombo suffered much, now by drought and then again by floods, we had the number of these sowing fields and the condition thereof surveyed by a committee, and upon the report received thereof, we resolved in the session of 12 March last to have the necessary cuttings, dams, and sluices made, both to be able to discharge the surplus water and to retain the necessary water for these fields, and the costs expended for this purpose shall be apportioned over the aforesaid fields and paid by the owners. A certain canal digging permitted in the Kalutara district, § 388. Also, upon a report of the dessave Fretz, inserted in our resolution on the native department of 5 August 1789, we have had surveyed the condition of the places in the Kalutara district where the said dessave proposed to have some canal digging done, as well as the streams that had to be deepened, and because according to the report received thereof, through the execution of this plan, not only the fields situated thereabouts, measuring well over 700 ammonams of sowing, which until now have yielded very little profit, will be noticeably improved and made arable, but also that thereby the Kalutara river will obtain a communication with that of Beruwala, whereby all transports of goods, in particular the cinnamon, can be done inland from Kalutara, and even also from Colombo, to Beruwala, we resolved in the session of 12 March last to have the aforesaid cuttings and deepenings also carried out, provided that the costs thereof shall likewise be reimbursed by the owners of the fields. as well as in the Hewagam Korale. § 376. Furthermore, on the report of the said dessave, that he found upon ocular inspection that by repairing the dam in the stream Wakoije, situated in the Dedukahapattoe in the Hewagam Korale, and by digging some watercourses to divert the water from this stream, several owita fields of the size of 67 ammonams and 6 kurunies, which until now could only be sown once every 2 to 3 years, could be made into mud fields and sown annually, indeed that even probably many other owita fields situated higher up would thereby be improved and could be sown annually, by

Dutch transcription

2 nevens nog een te vooren de Gaalsche bedienden gequalificeerd om ze„ „kere doorgraaving te laeten doen in de talpepattoe. dat voor 't zaaijveld werd opgebragt de gewoont tiende geregtigheid van 't nelij gewasch, en op deselfde konditien afgegevene stuk grond is ook aan hem, blijkens onse repo„ „lutie van den 20 Julij overgelaaten een stuk grond, 't welk bij onse resolutie van den 24. ' April 1789. , aan den eersten pakhuijsmeester Reintous was afgestaan, dog waar van deese 't zeedert gere„ „nuncieerd heeft. §367. Aan de Gaalsche bedienden hebben wo ter zessie van 12.:' febr: pass=o qualificatie verleend, om eene door graaving te laaten doen, ter verkrijging van eene Communi¬ „catie tusschen 't lak van kogelle en de spruijt Tiembirieille, die Zig 519 4398. zich bij het gravet van gale beneeden de berg van oeneratte, in de baaij van gale entlost, wijl volgens berigt van gemelde bedienden daar door het Transporteeren, van hout„ werken van de talpepattoe voor de kompagnie, en den afbreng van een meenigte leevens middelen voor gale, grootelijks zullen konnen bevondend, mitsgaders 40. ammo„ „nams zaaijgaenden, die nu wee„ „gens droogte kwijnen, en 400. –. ammonams bielland die tans wegens gebrek aan waater enbe„ bouwd leggen, van genoegzaam water voorzien worden om te kunnen worden bearbeiden bebouwd en hebben we op het voorstel van de bedienden e ben die 170 dispositie over de agtar„ „stallen van de pantu neesche die luinen bedienden toegestaan, om aan de geenen door wiens zaaijvelden dee „ze doorgraaving geschied, na even needigheid van hun verlies, zoo veel van de hier vooren vermelde bieslanden temogen afstaan, als noodig zal zijn om hum schaade„ „loos te stellen, mits dat daar van alvoorens eene aanwijzing aan ons word bezorgd 4368. op een bericht van den dessave Fuetz dat de eigenaars van de tuijnen geleegen in het distrikt van Pantu„ „be, die voor het behoud van het derde gedeelte deeser tuijnen, het welk ze anders aan de Comp: hadden moeten afslaan of kontant betaaling, verplicht zijn jaarlijks eene bepaalde quantiteit olie 5 4392 die aan de komp: te leeveren, tegens betaaling van 2½ ind: stuijv: de mediet in de voldoening van deeze verplig„ „ting zeedert eenige jaaren zeer agter„ „lijk waaren geweest, hebben we ter sessie van den 22 Februarie pass=o beklooten, hen opteleggen, om de voorsz: quantiteit agterstallige olie binnen den teid van veertien dagen, na dat hem dit bekluit zoude zijn aangehondigd, in natura aan de komt: te leeveren, dan wel daar voor kontante voldoening te bezorgen, tegens zet indische stuijvers de me„ diet, met qualifikatie aan den des„ „save om na expiratie van dat termijn het derde gedeelte van die tuinen waar van de eigenaars in gebreeke mogten blijven om t it 532 gedaane werk ter verbetering van de zaaijvelden binnen de kolembosche gravetten om het zij de agterstallige olij te leeveren, dan wel kontante betaaling daar voor invoegen voorsz: te betergen, aantemarken als weder vervallen aan de komp: en het zelve mits dien ten voordeele van haar Ed per - publieke vendutie te laten verkopen. §369 vermits de meenigte van saaijvelden, gelegen binnen de gravetten van kolembo nu eens door droogte, dan weder door overstaemingen veel leeden, hebben we door een int:s kommissie 't getal deezer saaijvelden en de gelegendhaid daar van laaten opneemen en op het daar van ingekomen bericht hebben we ter sessie van den 12. ' maart pass:o be„ „slooten de nodige doorgravingen, dammen en kluijsen te lasten maken, zo wel om t overvloedig water te kun„ „nen ontlasten, als 't benodigd water voor deze velden „intehouden, en zullen de kosten daar toe besteed over de voorsz: velden omgeslagen en door de eigenaars voldaan 4400. zekere doorgeaering toegestaen in 't Kal „teirasche distrikt voldaan worden § 388. ook hebben W' op een berigt van den dessave Fretz, geinsereerd in onze resolutie over 't in= landsch departement van den 5. aug:s 1789. laten opneemen de geleegenheijd van de plaatsen in 't kalteresche distrikt, alwaar gem: dessave heeft voorgesteld eenige doorgraaving te laeten doen, zomeede de spruijten die uit gediept moesten worden, en wijl volgens 't ingekomen rapport daar van door de executien van dit plan, niet alleen de daar omstreeks leggende velden groot ruijm 700. amm:s zaaijens, die tot hier aan toe zeer wijnig voordeel gegeven hebben, merkelijk verbeeterd en bezaagjbaar zullen worden, maar dat ook daar door de kalteresche rivier eene correspondentien verkrijgt met die van Ber„ berij waar door alle transporten van goederen in zon„ „derheid de kanneel, binnen door van Kaltere, en zelfs ook van kolombo, tot na berberij gedaan kin „nen erde n zomede in de hewa„ „gamkorle „nen worden, ter Zessie van den 12. maart pass=o beslooten, voorsz: doorgravingen en uit diepingen meede te laeten doen, mits dat de kosten daar van insgelijks door de eigenaers der velden worden vergoed. § 376. Nog hebben we op 't berigt van gem: desjare, dat hij bij genomene oculaire inspectie heeft be„ „vonden, dat door het herstellen van den dam in de spruit wakoije geleegen in de dedoekahap attoe in de hewagamkorle, en door het graeven van eenige waterlijdingen, om 't water uit deese spruit aftelijden verscheide owitte velden ter groote van 67. amm:s en 6. koen:s, die tot dus verre alleen om de 2. â 3. Jaaren eens hebben konnen worden bezaaijd, tot moddervelden zouden konnen gemaakt en Jaarlyks bezaaijd worden, Ja dat zelfs vermoedelijk hier door nog veele an„ „dere owittevelden, die hooger opleggen vorbee„ „terd en Jaarlijks zouden kunnen bezaaijd worden, bij /44:

NL-HaNA_1.04.02_3889_0631 view scan ↗

English

145:7 4401. provision for the improvement of agriculture in the Jaffnapatnam region disposition upon the considerations of Captain Land Regent Nagel by our aforesaid resolution authorization was granted to have the aforesaid dam repaired and the necessary water courses dug, provided that the expenses thereof are likewise compensated by the inhabitants. Section 367. Upon diverse reports from the Dessave Schreuder, containing an indication of the means he had already employed, and which could still be employed, for the improvement and promotion of agriculture in the lands of Jaffnapatnam, we have made dispositions by our resolutions concerning the native department of 13 and 18 March as well as 27 April past, to which we take the liberty most humbly to refer. Section 378. Likewise, by our resolution concerning the native department of 18 March past, we have made dispositions upon the received considerations of the Captain Land Regent of the Vanni, Nagel, concerning copy of the said considerations is forwarded concerning what in his view ought to be done for the promotion of agriculture in the Vanni; and although these dispositions have lapsed through the arrangement that has since been made regarding the Vanni by resolution of 27 November last, of which more will be said below, we nevertheless take the liberty to offer a copy of his aforesaid considerations to Your Excellencies among the annexes, as the same may serve to give a clear understanding of the situation and condition of the Vanni provinces, in order to be able the better to judge the importance thereof, and to what extent the great expectation we hold of their extent and fertility is well-founded: The 557. 4402. Section 374. the incoming products demonstrate the effect of the promotion of agriculture and well-founded expectation of the Vanni The indications given above of the incoming produce of the country, especially of the paddy dues, already serve to some extent as proof of what one may reasonably hope for in time, if the work of agriculture is continually pursued and promoted by all possible means and ways in accordance with the interest of the matter. Section 375. The Vanni, where the highest paddy dues up to the year 1788/9 amounted to 13985 parras, and in the latest completed financial year have already amounted to 20640 parras, can be brought to a high degree of prosperity, and annually give a handsome quantity of grains to the Company, but for that it is necessary that the tanks, from which the fields must be irrigated, are repaired. Section 376. Land Regent Nagel has had the same surveyed together with the size of the fields that must be irrigated from each tank, and in transmitting the report received thereof, he has pointed out that when the tanks are repaired, the Vanni, even without laying out new fields, can within a short time annually yield 50000 parras of paddy in dues. The repair of the tanks is calculated in the received report at 569. 4403. offer of Captain Land Regent Nagel to take the Vanni into lease at nearly 25000 Rixdollars. Section 377. Upon these reports, the undersigned Governor suggested to Land Regent Nagel whether it might not be feasible to raise the aforesaid sum necessary for repairing the tanks by way of subscription under reasonable conditions; and Nagel immediately offered to subscribe for 3000 Rixdollars himself, if enough interested parties could be found for the remainder. But being fearful that attempting such a course might expose so good a work as this to tedious delay, and being very desirous to bring to completion all at once an affair which he had hitherto managed with so much success, he offered: firstly, to have the aforesaid tanks repaired at his own expense, which however must be understood to mean that he will later reclaim the cost thereof from the owners of these tanks, as they shall through this aid become able to pay it; secondly, to assume for his own account the domestic expenses of the Vanni, both of the civil and military departments, for the duration of four years; and thirdly, moreover to deliver 10000 parras of paddy annually to the Company, unless there should be a total crop failure, provided that the Vanni were granted to him for the aforesaid duration in a kind of lease, and that all revenues were accordingly ceded to him to collect during that time on the footing as they are currently established, and that, provided he fulfills his engagement, he should after the expiration of the lease, under certain favorable conditions, be preferred above all others in whatever they might then come to offer, supposing that the Company finds that it suits the Honorable Company to continue such a lease for some time longer; or that otherwise, instead thereof, a reasonable gratuity be given to him according to the merits of the case, as a reward for his zeal and goodwill demonstrated in this matter, as all of this is described at large in our resolution of 27 November last, to which we take the liberty for the rest to refer ourselves. These

Dutch transcription

145:7 4401. dispositie ter verbeele =ring van den landbouw in de Jaffenasche desposietsie op de con„ „sideraetsie van den kap: landregent Nagel bij voorsz onze resolutie qualifikatie verleend, om den voorsz dam te laaten herstellen en de noodige waterlijdingen te laten graaven, mits dat de onkosten daar van almeede door de ingezeetenen worden vergoed. §367. op diversche berigten van den dessave schrouder houdende aanwijzing van de middelen, die hij reeds in 't werk had gesteld, en nog zouden kunnen in 't werk gesteld worden, ter verbeetering en be„ „vordering van den landbouw in de landen van Jappanepatnam, hebben we gedisponeerd bij onse resoluutsien over 't inlandsch departement van den 13. ' en 18. maart mitsg:s 27. april pass=o, waar aan we de vrijheid neemen ons nedrigst te refereeren. § 378. Insgelijks hebben we bij onse resolutie over 't in „lands de partement van den 18. maart paij.o ge„ disponeerd op de ontfangene konsideraatseen van den Kapit: landregent van de wannij Nagel wegens landen den 1 gemelde consideratien gaat in kopij over wegens 't geen naar zijn inzien diend gedaan te worden, ter bevordering van den landbouw in de Wannij, en schoon deeze desposiet. „sien vervallen zijn, door de schikking die 't zedert omtrent de wannij, bij resoluntsie van den 27' 9ber: Jongstleeden gemaakt is, waar van hier onder breeder zal worden ge„ „sprooken, neemen we egter de vrijheid een kopij van voorsz: zijne konsideraatsien uwen Hoog Edelh: onder de bijlaegen deps aantebeeden, wijl dezelve dienen kan om een duidelijke be„ „grip te geven van de geleegentheid en ge„ „steldheid van de Wannische provintsien ten einde te beter te kunnen oordeelen, . .- over de aangeleegentheid daar van, en in hoeverre de groote verwagting, die we van haare uitgestrektheeden vrugtbaarheid hebben gegrond zy: De 557. 4402. §: 374. ingekomene provuk ten toont 't effect en van de bevordering van den landbouw gegronde verwagting van de wannie De aanwijzingen hier boven gedaan de aanwijsing van de van de ingekomene 'slands produc„ „ten, speciaal van de nelie gerech „tigheid, strekken reeds eenigermaten ten bewijze van het geene men door den tijd met gronds hoopen kan, zoo het werk van den landbouw bij voortduuring word doorgezet en over een komstig met het belang der zaake, door alle mogelijke mid„ „delen en weegen word bevorderd. §376 De wanni daar de hoogste nalie ge„ „regtigheid tot het Jaar 17 8/9. bedroeg 13985. parr:s, en in het Jongste afgeloo„ „pen boekjaar reeds bedraegen heeft 20640. parr:s, kan tot een groote trap van wel vaarentheid gebragt worden, en Jaarlijks eene schoone daa 4 152„ op neem der Wannise velden schoone hoeveelheid graanen aan de komp: geeven, dog daar toe is het n noodig dat de tanken, waar uijt kap N de velden moeten bewaterd worden, „nij worden hersteld. §376. De landregent Nagel heeft dezelve doen opneemen met de groote der velden die uijt elke tank moeten worden bewaterd, en bij het over„ „zenden van het daar van ingeko „men berigt, heeft hij aangeweesen dat wanneer de tanken worden hersteld, de wannie, zelfs zonder het aanleggen van nieuwe velden binnen korten tijd Jaarlijks 50'000: parras Nelij aangeregtigheid ge„ „ven kan. Het herstellen der tan„ „ken word bij het ingekomen berigt ge„ „kalkuleerd te 569. 4403. aanbieding van den kapitein land regent Nagel om de wan„ „nij in admodiatie te neemen kalkuleerd op na genoeg 25000. Rd:s §. 377 Op deeze berigten gaf der ondergete„ kende gouverneur den land regent Nagel in overweeging, of het niet zoude kunnen aangaan om de voorsch: som noodig tot het herstellen der tanken, te ligten bij weege van inschrij„ =ring op reedelijke voorwaarden, en Nagel bood aanstonds aan, om zelfs voor 3000: rd:s inteschrijven, zoo men voor de rest liefhebbers genoeg vinden konde, dog bedugt zijnde, dat zulks te probeeren, een zo goed werk als dit zoude kun„ „nen exponeeren aan lang wijligheid en zeer verlangende een zaak die hij tot hier toe met zoo veel succes hadde besteerd, verder met eene ten eijnde te brengen, bood hij aan 1=e om de voorsz: tanken op zijn eijge kosten te doen herstellen, het geen nogtans ze moet worden verstaan dat de gea dat hij het kostende daar van naderhand zal terug vraagen an de eijgenaars deser tanken, na maate dat ze door deese hulp J zullen instaat koomen dat te voldoen, 2=e om geduurende vier Jaaren de huijs„ „houdelijke onkosten van de Wannie zoo van het civiel als militair de„ „partement te neemen voor zijne reekening, en 3: om boven dien nog 10'000. parras Nelie 'sjaars aan de komp: te zullen uitkeeren, ten zij er een totaal misgewas zijn mogte indien hem de wannier ge„ „duurende den voorsz tijd wierde gegeeven in een soort van admodia„ „tie en mits dien aan hem wierden afgestaan alle de inkomsten, om die geduurende dien tijd temogen heffen op dien voet als ze tans zijn „ge 164 164 4404. g:etablisseerd, en hij mits aan zijn engagement voldoende, na het uijt einde der admodiatie onder zekere gunstige voorwaarde zoude zyn ge„ „prefereerd, aan alle anderen in het geen ze als dan mogten koomen te bieden, verondersteld dat de komp: bevind, dat het haar E: als dan nog konveni„ eerst zulk een admodiatie nog voor„ eenigen tijd te kontinueeren, of dat hem anders insteede van dien na be„ „vinding van zaeken een billijke gratifi„ kaatsie gegeven wierd, als een beloo„ „ning van zijn ijver en in deezen be„ „toonde welmeenentheid, zo als dat alles in het breede beschreeven is bij onze resol. van den 27. 9ber: Jleeden, waar aan, we de vrij „heid gebruijken ons voor't overige te gedraegen, Deese

← previousnext →