Inventory 3890
Ceylon · 648 pages · 92 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
it was only posited that unfair things had been done to him on the journey from Jafna to Kolumbo. 147. The second reply regarding the peeling of cinnamon read: that it was the custom for the envoys of Kandia to arrive here first, and that after their return journey the Company's envoy, arriving in Kandia, presented the matter of the cinnamon to His Majesty, and that therefore the request made by us by letter, not having occurred beforehand, could not take place now either, and that it was not fitting to make unusual requests. Section 48. The extradition of deserters was stipulated in the latest peace treaty and thus cannot be refused without violating the same. The pretext that the treaty was also breached from our side is utterly false; the accusation that the Kandian who was arrested at Jafna at the request of the court and extradited to the same, was supposedly mistreated on the way, is proven by nothing and is to all appearances merely a frivolous fabrication. Moreover, the freedom to peel cinnamon in the King's territory is stipulated by the treaty without being bound to an embassy, while the annual compliment made by the Company's envoy in that regard is done out of sheer courtesy, and it is solely the fault of the court, and not of us, that it could not take place this year, because the embassy of the King must first have been here before ours can depart. Section 49. To still doubt any longer the hostile intentions of the court against the Company, of which we had already had so many signs and clear suspicions for four months, which are cited in our aforementioned resolution of 7 May, would have been a dangerous self-deception, as well as if one had wished to flatter oneself further with the hope that the court could be won over by gentleness and friendly representations, whereas we would thereby certainly have lost the time for cinnamon peeling to the great detriment of the Company. 150. We therefore unanimously decided on 14 May to reclaim the deserter once more on the basis of the treaty; to explicitly deny the pretext of the court that we had violated the treaty; to demand further particulars and proof regarding the accusation that the Kandian was mistreated on the way from Jafna to Kolumbo; and regarding the cinnamon peeling in the King's territory, to make use of the right which the Company acquired thereto under the latest treaty, and accordingly to send the cinnamon peelers into the King's territory and, if necessary, to protect them with arms against violence and harassment. 151. Regarding the first two matters, we request permission, owing to lack of time and an extraordinary multitude of pressing business, to be allowed to refer to our last-mentioned resolution and to the letters written concerning it to Kandia, of which the copies are enclosed herewith. But with respect to the cinnamon peeling in the King's territory, we point out here, on account of the exceptional weight of the matter, from our aforementioned resolution that we gave notice thereof by a letter to the court and demonstrated our right thereto with gravity and emphasis, yet at the same time not only left the way to amicable negotiations open, but as it were pointed it out through an appropriate remark concerning the reciprocal embassies and by setting a generous period of time for a satisfactory reply, that letter containing in substance: that the peace treaty nowhere prescribes that permission must be requested for cinnamon peeling in the King's territory; that the Company's ambassadors out of sheer courtesy are accustomed to request that His Imperial Majesty be pleased to issue the necessary orders in his lands so that the Company's cinnamon peelers may do their work unhindered; that it is not the fault of the Company, but of the court itself, that no ambassadors have yet been sent this time; that, had this occurred, the matter would have been handled according to custom, and that this can still take place as soon as His Imperial Majesty dispatches his usual ambassadors, who will be received with all goodwill, after which an embassy from here will also follow immediately; but that the peeling of cinnamon cannot wait for that, because the time for it would expire before the ambassadors could be sent back and forth; and that therefore the Company will make use of its right to peel up to the Balane, and for that purpose will send its cinnamon peelers into His Majesty's territory without further delay; that, nevertheless, to prevent all misunderstanding and out of sheer love of peace, one will await with the sending of the cinnamon peelers the time that an answer to this can be received, so that the court in the meantime, in accordance with the request already made thereto, can issue the necessary orders to the subjects so that the cinnamon peelers may proceed with the cinnamon peeling unhindered, for otherwise the Company would be compelled to devise the means for it itself. Section 52. In order to prepare the court in good time for the equitable proposals that we intend to make, if it comes to a negotiation, for the compensation of damages and expenses that
Dutch transcription
werd alleen geposeerd, dat hem op de reize van Jafra naar kolumbo on„ „billijke dingen aangedaan waaren 147. Het tweede antwoord nopens het kaneel schollen linde: dat het de gewoonte was, dat eerst de gezanten van kandia hier qua„ „men en dat na hunne terug reize skomp: gezant in kandia komen „de het stuk van de kaneel aan zijne majesteit voordroeg, en dat derzalven het verzoek door ons bij brieve gedaan, als noet be„ „voorens geschied zijnde, nu ook niet geschieden kost, en het niet poste, ongewoone verzoeken te doen §48 De uijtleevering van deserteurs is bij het Jongste vreedestraktoat be„ „dongen en kan dus niet, zonder hetzelve te verbreeken, geweigerd worden; Het voorgeeven, dat het trak „taat van onze zijde ook overtree„ „den was, is volstrekt volkz; de beschuldiging dat de kandi aan die op verzoek van het hof van Jafua 4596. Jafna in arrest opgeroepen en aan hetzelve uijtgeleeverd is, onder weg mis„ „handeld zijn zoude, word met niets beweesen, en is maar naar allen schijn een frivool verdigtzel; en de vrijheid tot het kaneel schillen in skonings land is bij het trak„ „taat gestipuleerd, zonder aan een gezantschap gebonden te zijn, ter„ „wijl het Jaarlijks kompliment door skomp: gezant derwegens uijt enkelde hoflijkheid gemaakt is en het alleen de schuld van het hof - en niet van ons is, dat het dit Jaar niet heeft kunnen geschieden, wijl de Ambassade van den koo„ „ning hier eerst moet geweest zijn, eer de onze vertrekken kan. §49. Nu nog langer aan de vijandige desseinen van het sot tegen de komp: tewillen twijffelen, waar van wij reets vier maanden lang zoo veele teekens en vermoedens blijken gehad hadden, die bij onze voormelde Resoluutie van den 7:' Mai aangehaald staan staan, zoude een gevoarlijk zelfs be„ „drog geweest zijn, zoo wel als wan„ neer men zich nu noch verder had willen vlijen met de koop, dat het stof door zogtmoedigheid en vriendelijke vertoogen zoude te „winnen zijn; terwijl wij daar„ „door voor zeeker den tijd tot het kaneel schillen tot groote schaade van de komp zouden verlooren hebben. 150. wij beslooten derhalven op den 14 Maij met eens gezindheid, den desserteur andermaal uijt hoofde van het traklaat te reklamee„ „ren, het voorgeeven van het Lof, dat wij het traklaat overtreeden hadden, uitdruklijk te ontken„ „nen, nopens de beschuldiging dat de kandiaan op den weg van Jafna voor kolumbo mishan„ „deld was, nadere opgave en be„ „wijs tevorderen, en nopens het kaneel schillen in skonings land 4597: land gebruijk temaaken, van het recht, het welk de komp: zich door„ „toe bij het Jongste traklaat ver„ „worven heeft en over zulx de kaneelschillers in 'skoningsland te zenden en des noods met de wapenen tegen geweld en overlast te beschermen. 151. Nopens de twee eerste stukken verzoeken wij verlof, wegens ge„ „brek aan tijd en een ongemeene mee¬ „nigte van onuijtstelbaare bee „zigheeden, ons te moogen gedraa„ „gen aan onze laastgemelde re„ „soluutsie en aan de daar over geschreevene brieven naar kan„ „dia, waar van de afschriften hiernevens leggen, Doet met opzigt tot het kaneelse zillen in skonings land wijzen wij hier, weegens het uijtneemend gewigt der zaake, uijt onze meerm: Resoluutsie aan, dat wij daar van bij een brief aan het hofkennis gegeeven 3 gegeeven en onsregt doartoe met ernst en nadruk vertoond, doch ter zelver tijd den weg tot minzaa„ „me onderhandelingen niet alleen open gelaaten, maar als 't waar aangeweezen hebben door eene. gepaste aanmerking nopens de wederzijdsche Ambossades en door een ruime bepraling van tijd tot een voldoend antwoord, be„ helzende die brief in substan„ „sie. dat het vreedestraktaat nergens voorschrijft, dat tot het kaneel„ „schillen in skoningsland verlof gevraagd moet worden, dat skom ambossadeurs uit enkelde hot „lijkheid gewoon zijn te verzoe„ „ken, dat zijne kaizerlijke Majesteit in zijne landen de noodige beveelen gelieve te stellen dat skomp= kaneelschillers or „verhinderd hun werk doen kunnen, dat het niet de schuld 4538. „schuld is van de komp:, maar van het „hot zelve, dat ditmaal nog geene Ambossadeurs gezonden zijn, dat, zoo dit geschied waare de zaak naar gewoonte zoude behandeld zijn, en dat dit ook als noch geschieden kan, zoo dra zijn keizerlijke na„ „jestait zijne gewoone Ambassa„ „deurs afzend, die met alle genee„ „genheid zullen ontvangen worden, waarna ook van hier ten eersten een ambossade zal volgen, doch dat het schillen van kaneel door„ „na niet kan wagten, wijl de tijd daartoe verloopen zoude, eer dat de Ambassadeurs over en weer kunnen gezonden wor¬ „den, en dat derhalven de komp: zigh van haar recht, om tot aan de Ballane te schillen, bedie„ „nen en doortoe haare koneel „schillers zonder verder verzuijm in 't land van zijn Majesteit zenden zal, dat men nogtans, om om alle mis verstand te voorkoo„ „men en uit enkelde vreede „lievendheid met het zenden van de kaneelschillers den tijd afwagten zal, dat hier op antwoord kan worden ontvan„ „gen, op dat het hof intusschen overeenkomstig met het doar„ „toe reeds gedaane verzoek aan de onderdoonen de noodi„ „ge ordres kan uijtvaardigen, op dat de kaneelschillers onverzinderd met het kaned„ „schillen kunnen voortgaan want dat de komp: anders zoude genoodzaakt zijn daartoe zelve de middelen te beroamen. 352 om het Htof bij tijds voorteberei„ „den op de billijke voorstellen, die wij als het tot eene onderhon „deling komt, doen willen tot ve „goeding van schaade en kosten, die
English
4599. which the Company had suffered through these disputes, we further added That the Company, through its very strange conduct, has already incurred very high expenses, among other things also through the summoning of troops from other places, which have already arrived and are still expected daily, and that the Court will therefore need to consider in good time the means to reimburse the Company for these damages. 53. So that these measures might make a greater impression on the minds of the Court grandees, and if necessary could also actually be carried into execution in the event of continued obstinacy, by the time stipulated in the aforementioned reply, not only were the necessary cinnamon peelers gathered at Sitavaka, but also the detachment that was stationed at Hangwelle stationed, was commanded under the orders of Colonel De Meuron to advance thither. 54. Furthermore, for its service, two hundred Lascarins and two hundred coolies from the Chalias and one hundred coolies from the lands of Galle and Matara were summoned, and likewise from this Dissavony three hundred Lascarins and one hundred coolies gathered and sent to Sitavaka. 55. It was further resolved, in case the Company might be compelled to send the cinnamon peelers into the King's land without his consent, then to inform the inhabitants of the Four Korales and further provinces whither they were sent, by a printed publication in detail of the intention and motives of the Company, and to assure that all those who did not hinder the cinnamon peelers and their headmen in their work, but treated them according to custom, 4600. custom, could remain peacefully in their villages and continue their ordinary work, because the strictest orders had been given to the commanders of the Company's troops to maintain strict military discipline and, during the march through, which would not happen other than by necessity, not to disturb or cause trouble to anyone who did no harm to the cinnamon peelers and their headmen; but that those of the inhabitants who might mistreat the repeatedly mentioned cinnamon peelers or in any manner disturb or hinder them in their work, would be treated as disturbers of the public peace, and that the headmen and inhabitants of each village would be obliged immediately to seize all such persons who mistreated the Company's cinnamon peelers or their headmen, and and hand them over to the commander of the nearest detachment or, if they could not be seized, at least to drive them away, since the Company would otherwise hold the entire village and especially its headmen accountable for it. 56. The Dutch draft of this publication was approved at the session of 26 May and incorporated into the resolution, to which we request permission to refer here, while we further report that since then a copy of that publication has been sent to the Court. 57. In this meeting two publications were also approved: the one, to be published in the Company's territory upon the continuation of these unrests, containing admonitions to our subjects to remain faithful, which since then, according to the secret resolution of 4601. the 9th of this month, has been published both in this Dissavony and in the lands of Galle and Matara; the other to be distributed in the King's land upon the outbreak of actual hostilities, for the reassurance of all inhabitants who shall conduct themselves quietly and peaceably. Both have been inserted into the resolution, to which we likewise refer, with the respectful communication that the first has since been published everywhere in our korales. 58. Since the Court had not answered the last-mentioned letter when the time stipulated therein had well expired, the Governor van de Graaff departed on 27 May for Sitavaka in order to place himself at the head of the detachment there, according to what was already communicated to your Excellencies by letter of 25 March last, after having handed over the presidency in our meetings and the management of affairs to the first signatory on the preceding day. 59. Finally, the reply of the Court was sent to us by the Governor from headquarters, of the following content: Previously, no cinnamon peelers were sent into the King's land without the Court's permission thereto; if this were to happen now, it would not tend to the increase of friendship; matters that were in the peace treaty had previously been altered by us, and now we also alter the friendship. 60. His Honour remarked upon this in his covering letter that matters could no longer remain on the present footing, and it should therefore be shown to the Court that the Company on its part had always observed the peace treaty, and the Court, on the contrary, had for a considerable time maintained and still maintained a conduct toward the Company whereby it was compelled 4602. compelled to demand a categorical answer from the same; with which proposal we concurred at the session of the 1st of this month. 61. The Dutch draft of that letter is inserted in our resolution of the 6th of this month, as it was sent to us by His Honour, and contains in substance that it was not our fault, but of the Court itself, that this time the sending of cinnamon peelers into the King's land could not be handled according to custom. That the Company, neither now nor previously, had altered matters that were in the peace treaty, as was now written by the Court for the second time, without specifying those things, as ought to have been done if the Court indeed meant to
Dutch transcription
4599. die de komp: door deeze geschillen geleeden heeft, voegden wij er nog bij Dat de komp: door deszelfs zeer vreemd gedrag reets zeer veele kosten heeft gedaan, onder an„ „deren ook door het ontbieden van troupen van ander plaatsen, die reets aangekoomen zijn, en nog dagelijks verwagt worden, en dat het Hofderhalven bij tijds zal dienen bedacht te zijn opmiddelen, om deeze schaa„ „de aan de komp: te vergoeden. 153. op dat deeze maatregelen te groo„ „teren indruk op de gemoederen der Hofsgrooten mogten maaken, en des noods ook bij aanhoudende hardnekkigheid met der daod konden ter uijtvoer gebragt wor„ „den, wierden, tegen den bij het voorschreeven antwoord bepaal„ „den tijd, niet alleen de noodige kaneelschillers te sitavaka ver„ „zaameld, maar ook het detache„ „ment, het welk te Hangwelle lag lag, onder bevel van kolonel De Meuron gekommandeerd, naar den „waards op te rukken. §54. voorts wierden tot dienst van het„ „zelve tweehonderd Laskorijns en twee hon„ „derd koelies van de Sjaleas en honderd koelies uijt de Landen van gale en nature op ontbooden, en tevens uit deeze Dessavonie driehonderd Las„ „korijns en honderd koelies verzoa„ „melden noar sitaraka gezonden §55. Noch werd beslooten, ingeval de kom genoodzaakt zijn mogten de konde „schillers, zonder skonings toestem„ „ming, in zijn land te zenden, als dan de ingezeetenen van de sospen „gam en verdere provincien, waar zij na toegezonden wierden, bij een gedrukte publikatie omstandig van het oogmerk en de beweegreedenen van de komp: te onderrichten, en te verzeekeren, dat alle de geenen, die de kanselschillers en hunne hoofden in hun werk niet verhin„ „derden, maar dezelven naar ge„ „woonte 4600 gewoonte behandelden, gerust in hun „ne dorpen blijven, en hun gewoone werk voortzetten konden, door dien aan de kommandanten van skomp: troepen de ernstigste beveelen ge„ „geeven waaren, om een strenge krijgstugt te houden en bij het doormarcheeren, het welk niet an„ „ders als bij noodzaaklijkheid ge„ „schieden zoude, niemand, die aan de kaneelschillers en hunne hoofden e leed deed, te ontrusten of overlost aan te doen, doch dat de geene der Jngezeetenen, die meermelde kaveelschillers mis„ „handelen of op eenigerhande wijze in hun werk ontrusten of ver„ „hinderen mogten, als verstoorders der gemeene ruste zouden gehan„ „deld worden en dat de hoofden en ingezeetenen van elk dorp verplicht zouden zijn, alle de zulke, die skomp: kaneelschillers of derzelver hoofden qualijk be„ „handelden, aanstonds opte vatten, en en aan den kommandant van 't naa detochement overteleeveren of indie zij niet mogten te vatten zijn, ten minsten te verjaagen, wijl de kom„ anders het heele dorpen in zonder, „heid desselfs Hoofden daar voor aanspreekelijk houden zoude 156. Het Nederduijtsche opstel van dee„ „ze publikaatsie is ter sessie van den 26. ' Maij geapprobeerd en bij de resoluutsie ingelijfd, waaraan wij verlof verzoeken, ons hier te „gedraagen, terwijl wij noch mel„ den, dat zeder van die publike „fie een exemplaar aan 't ttot ge„ „zonden is. 57. Jn deeze vergadering wierden ook twee publikaatsies goedgekeurd, de eene, om bij voortgang deezer onlusten in skomp: land gepubli„ „ceerd teworden, behelsende ver„ „maaningen aan onze onderdaanen om getrouw te blijven, die zeeder volgens sekreete resoluutsie van 4601 den 9:' deezer zoo wel in deeze Des„ „faronie als in de landen van gale en Mature gepubliceerd is. - de andere om bij het uitborsten van feitlijke vijandigheeden in skonings land verspieid teworden, tot geruststel„ „ling van alle inwooners, die zich stil en vreedig gedraagen zullen. Beide zijn bij de resoluutsie geinsereerd, waar aan wig ons almeede gedraagen onder eerbiedige kommu„ „nikaatsie, dat de eerste zeder alom„ „me in onze korles is gepubliceerd geworden. §58. wijl het Hot den laastgem: brief niet beantwoord hod, toen de daar bij be„ „paalde tijd ruim verstreeken was: zoo vertrok de Heer Gouverneur van de grooff den 27:' Maij noar Sitava„ „ka, om zich, volgens het reets aan uw Hoogedelheeden bedeelde bij brief van den 25. ' Maart J: aan het hoofd van het detoirement aldaar te stellen, na 'sdaags bevoorens het presidium in onze vergaderingen, en mane„ „ance der zaaken aan den Eerstgeteekenden overgegeeven overgegeeven te hebben. - §59. Eindelijk werd ons het antwoord van het hof door den Heer Gouverneur uijt het hoofdquartier toegezonden, van den volgenden inhoud. voor heen wasen geene koneelschil„ „lers in skoningsland gezonden, zonder deertoe het verlof van 't hof, Jndien dit nu mogt geschie„ „den, zoude het niet tot vermeer„ „dering van vriendschap strekken zaaken, die in het vreedestraklaal stonden, waaren bevoorens door ons veranderd, en nu veranderen wij ook de vriendschap. §60 zijn Edele merkte bij zijne geleide letteren hierop aan, dat de zaaken op den teegenwoordigen voet niet langer konden blijven, en men dus aan het Hofdiende te vertoonen, dat de komp: van haare zijde steeds het vreedestrakloat was noorgekoomen, en het Hof door en tegen zeder een geruijmen tijd tegen de komp: een gedrag gehoud haden noch kield, waardoor zij gen oodzaakt 4602. genoodzaakt wierd, van hetzelve een kategonsch antwoord te eisschen met welkers voorstel wij ons, ter sessie van den 1:' deezer konformeer „den. §61. Het Nederduijts opstel van dien brief is bij onze resoluutsie van den 6:' deezer geinsereerd, zoo als het ons door zijn Edele was toege„ „zonden, en behelst in substantie dat het niet de schuld van ons, waar van het hof zelve was, dat dit maal met het zenden van kaneelschillers in skonings land niet naargewoonte had kunnen gehandeld worden. Dat de komp: noch nu noch bevoorens zaaken, die in het vreedes trakloot stonden ver„ „anderd had, gelijk nu van het ttot voor de tweede maal ge „schreeven werd, zonder die dingen optegeeven, zoo als had behooren te geschieden, indien het hof inderdaad meende, zich
English
to be able to complain about anything. That through and against the court, for several months, many unusual movements and war preparations had been made, and that it still continued to do so, while it harbored a deserter, who had been demanded back twice, contrary to the clear content of the treaty, and despite our repeated request had thus far granted no orders regarding the unhindered progress of the cinnamon peeling in accordance with the aforesaid treaty. That it was therefore the court, and not the Company, that had altered matters contained in the peace treaty, or to speak plainly, had done, and was still doing, things that directly ran contrary to the peace treaty. That 4603. That the court had thereby given legitimate cause for matters to be brought to their present state, in which they could not remain, and that a clear and candid declaration of its disposition was therefore demanded from the same, as to whether it was inclined to make restitution for the wrong done to the Company, or not, and that as many days would be waited for this as were usually spent in writing back and forth. 162. Before this letter was even translated and dispatched, the Governor received complaints in Sitavaka that the cinnamon peelers, who had been sent into the King's country pursuant to the resolutions reviewed here, were being obstructed in their peeling in the Dissavony of Saffragam. §63. From the King's country came the news that the First Adigar had arrived at Attapitti in the Four Korales, three marches from Sitavaka, with many armed men, cannons, and grasshopper guns, and the Dessave of Saffragam had arrived in the Panawal Korle, one of the Three Korales, and was expected immediately in the Kuruwita Korle, belonging to Saffragam and bordering on Sitavaka. §64. And at the same time the Governor received further news from the Basnayake of Boddegiddere, named Eknelligoda, who is Head of the temple in Saffragam and a man of standing and means, that the Dessave of Saffragam had advanced to the borders of his Dissavony. §65. But, before we pursue this matter further, we must say of this man that for some time, through oral messages to the Maha Mudaliyar of the Governor, he had made an application for the Company's protection for himself and the inhabitants of the Korales of Saffragam, who in earlier years belonged to the Company, promising to come over to us and subsequently cause the entire province to revolt, provided the Company would grant them the desired protection, and moreover promise not to hand them over to the King again; but that the Governor, who still continually flattered himself with some hope of reconciliation with the court, had never given any positive answer to this, but had merely instructed his Mudaliyar to maintain that correspondence, upon which a signed ola was received from him in the month of May, wherein he repeated this offer. §66. This Basnayake now sent word to the Governor through an aforementioned confidant that the Dessave of Saffragam had approached up to the borders of his Dissavony, and that therefore a detachment ought to be sent into that district immediately, because otherwise his intention to come over to the Company and cause the entire Dissavony to revolt would fail due to the presence of the said Dessave. 167. About all this the Governor consulted with Colonel De Meuron and the Dessave Fietz, who were present at Sitavaka, and then came into special consideration: §68. That it had been warned in the publication that the Company would do itself justice if the cinnamon peelers were mistreated, and that therefore, if this were not done now, this threat would lose its force at the very outset. §69. That all amicable means with the Court of Kandy had been found to be fruitless, and that the preparations for war on the King's side showed very clearly that the intention was there to carry out the claim on the coastlines with all the force that the court was capable of. 370 4605 170. That if the court were allowed to proceed further, the court grandees would probably approach the Company's borders more and more and seek to stir up unrest in our Korales, and that, if they were allowed to continue doing so, things could soon fall into great confusion. §71. That the more the court advanced its objectives in this manner, the more intractable it would become on the matter of the coastlines, of which one had to trust with certainty that it would not abandon them unless compelled to do so by force of arms. §72. That, as far as the correspondence with the Basnayake of Boddegiddere was concerned, one had many reasons not to doubt its sincerity; that it was known that his loyalty had already long been suspected by the court, and it was thus also necessary for his own preservation that he change sides, as he had undertaken to do in a signed ola received from him a few days ago. 173. That although the hope of causing the headmen and the people of Saffragam to revolt and come over to the Company rested solely on the assurance of this man, yet unless he were a complete deceiver, one could conceive of no reasons why he would give us such great assurances on this matter, being well able to foresee that it would subsequently be taken ill by us if it should be found that he had misled us. §74. That the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, who had for some time, with the prior knowledge of the Governor, been in correspondence with the aforesaid Basnayake of Boddegiddere, testified during these deliberations that, from all his dealings with
Dutch transcription
zich over eenig stuk te kunnen beklaa „gen. Dat door en teegen het hof zeeder verscheide maanden veele onge„ „woone beweegingen en oorlogs„ „toerustingen gemaakt had, en daarmeede noch voortging, wijl het eenen deserteur, die toe tweemaal toe gereklameerd was tegen den duijdelijken inhoud van het traktaas ophield, en op ons herhaald verzoek gee „ne ordres nopens den onver„ „hinderden voortgang van het kaneelse zillen overeen kom„ „stig met het voorsch traktaa tot nu toe verleend had. Dat het dus het hof en niet de komp: was, die zaaken, welke in het vreedestraktaat stonden, veranderd, of om duijdelijk te spreeken, din¬ „gen gedaan had, en nog deed, die rechtstreex tegen het vee„ „destraklaat aanliepen. dat 4603. Dat het hof hier door wettige oorzaak gegeeven had, dat de zaaken in den tegenwoordigen staat gebragt waaren, waar in ze niet kosten blijven, en dus van het zelve een duijdelijke en onbewimpelde verklaaring van des„ „zelfs gezindheid gevraagd werd, of het geneegd was, van het aan de komp: aangedaane ongelijk herstel„ „ling te doen, of niet, en dat hier op zoo veele dagen gewagt zoude wor„ „den, als gewoonlijk met het heen en weder schrijven verliepen. 162. voor dat deeze brief noch vertaald en afgeschonden was, ontving de Heer gouverneur te sitoraka klogten, dat de kanneelschillers, die inge„ „volge de hier gerecenseerde besluij„ „ten in 'skoningsland gezonden waaren, in de Dessavonij van satter„ „gom in het schillen belet wierden. §63. uijt skoningsland quam de tijding dat de eerste rijpadigaar te Attapitti 1: in de vier korles drie marschen van sitovaka :/ met veel gewapend volk, kanonsen springhaanen, en Suipke Dessave van sottergam in de Pannamalkorle /:een van de de drie korles:/ aangekoomen was, en ten eersten in de koerwittekosle, gehoorende tot Sattergam en grensende aan Sitavaka, verwacht werd. §64: En ter zelver tijd ontving de Heer Goe„ „verneur van den Basnaike van Boddegiddere, genaamd Eknellegod„ „de, die Hoofd van den tempel in sottergam, en een man van aanzien en vermoogen is; nadere tijding dat de Dessave van soppergam op de limiten van zijne Dessavonie gevorderd was. §65. Doch, eer wij deeze materie ver„ „volgen, dien en wij van deezen man te zeggen, dat hij zeder eeni¬ „gen tijd door mondelinge boodschap „pen aan de Mahamodhaar van den Heer gouverneur aanzoek gedaan had, om 's komp=s protexie voor zich en de ingezeetenen van de korles van sottergam, die in vroeger Jaaren aan de komp toe „behoord hebben, met belofte tot o 4604. ons te willen overkoomen, en vervol „gens de heele provincie doen re„ „volteeren, mits de komp: haar de be„ „geerde protexie verleenen, en door„ „nevens belooven wilde, hoor niet weer aan den koning overtegeeven, doch dat de Heer gouverneur, die zich noch al steets met eenige koop van rekonciliaatsie met het hof vlijde, hier op noit eenig positief antwoord gegeeven, maar zijnen modliaar eenlijk belast had, die korrespondentsie aantehouden waarop in de maand Mai van hem een geteekende ola ontvangen werd, woarbij hij deeze aanbieding her„ „hoold. §66: Deeze Basnaike liet nu door eenen „gemelden vertrouwling aan den Heer gouverneur bericht geeven, dat de Dessave sattergam tot op de limi„ „ten van zijne dessavonie genaderd was, en dat derhalven ten eersten een detoctement in dat landschap „diende gezonden teworden, wijlan„ „ders zijn voorneemen, om tot de komp: overtekoomen en de heele dessavonij te te doen revolteeren, door de teegen„ woordigheid van gemelden Dessare mislukken zoude. 167. over dit een en ander raadpleegde de Heer Gouverneur met den ko„ „lonel De Meuron en den Dessa„ „re Fietz, die te sitaraka teegen „woordig waaren, en toen quam inbezondere aanmerking §68. Dat bij de publikaatsie gewaar„ „schuwd was, dat de komp. zich zelve recht zoude doen, zoo de ka„ „neelse zillers qualijk wierden be„ „handeld, en dat daarom, zoo dat nu niet geschiede, deeze bedrij„ „ging haare kragt reets in den be„ „ginne verliesen zoude. §69 Dat alle minlijke weegen met het hof van kandia vruchtloos bevonden waaren, en dat de toe„ „rustingen ten oorlog van 'skonings zijde zeer duijdlijk aantoonden da het voorneemen er lag, om den eisch op de stranden met al het ge„ „weld, waar toe het hof in staat was, ter uitvoer tebrengen. 370 4605 170. Dat als men het hof verder liet begaan de Hotsgrooten vermoedlijk meer en meer 'skomp=s grenzen zouden naderen en zoeken onrust te stoo„ „ker in onze korles, en dat, zoo men ze daarmeede liet voortgaan, de dingen spoedig zouden kunnen koomen in groote verwarring. §71. Dat, hoe meer het hof op deeze wijze zijne oogmerken bevorder„ „de, hoe meer het onhandelbaar worden zoude op het stuk van de stranden, waar van men in het zee„ „ker moest vertrouwen, dat het niet zoude afzien, dan door ge „weld van wapenen door toe ge„ „dwongen. §72. Dat wat de korrespondentsie met de Bosnoike van Boddegidde„ „re aanging, men veele reeden had, om de oprechtheid daar van niet in twijffel tetrekken, dat het bekend was, dat zijne trouw reets lan„ „ge aan het Htof verdogt was gehou„ „den, en het dus ook tot zijn eigen behoud noodig was, dat hij van partij parthij veranderde, zoo als hij had aan „genoomen te doen byj een geteekende ola, voor eenige daagen van hem ont„ „vangen. 173. Dat wel de hoop, om de hoofden en het volk van de Sottergam te doen revolteeren, en tot de komp te doen over „komen alleen rustede op de verzee„ „kering van deeze man, doch dat zoo hij geen volslaagen bedrieger was, men geene reedenen kost bedenken, waarom hij op dit stuk ons zoo groo„ „te verzeekering zoude geeven, wel kunnende voorzien, dat het hem naderhand bij ons zoude quaalijk worden uijtgelegd, zoo mogte worden bevonden, dat hij ons hadde misleid §74 Dat de Mahamodlaar van 's Gou„ verneurs porto, die zeeder eenig „gen tijd met voorkennis van den gouverneur, met de voorsz: Bas„ „naike van Baddegidoere in korrespondentie was, staande deeze deliberaatsien, betuijgd, hoe dat hij, uijt alle zijne handelingen met
English
4606. with this Bas Naike in conscience believed that he was in earnest to fulfill sincerely that which he had promised, and in proof thereof had voluntarily offered, how very much he was also a man of advanced years, nevertheless to be willing to go along in person himself and do his best to make this matter succeed well. 175. That, in order to be allowed to hope with good reason that the inhabitants of Sottergam would bind themselves to us, one, when they offered themselves, upon the granting of protection would have to promise them that the Sottergam, or as much of it as submitted, would be kept under the Company's protection, without this being surrendered again to the Court. 176. That this step, if one saw that it could succeed, and it were consequently undertaken, would certainly embitter the Court in the highest degree, but that one could well count upon it that, whether one did this or or not, the Court would nevertheless pursue its hostile designs against the Company as far as was in any way possible. 177. That if the design with the Safftergam, according to the hope that one seemed to be allowed to have thereof, should succeed well, it was very possible that this would bring the Court to reflections about the further losses that it might come to suffer and would be an example that according to the highest probability would be of a very favorable influence, not only on the King's inhabitants, who might be just as disposed as those of the Safftergam, but also on the Company's subjects, particularly those of the Matara Dissavony, upon whose loyalty, especially of a party thereof, little reliance was to be placed. 178. That, if it should be treacherous work with the Bas Naike, that would soon discover itself and the troops 4607. troops that one would send in accordance with his request could then see to return as well as possible. That although this in such a case would not pass without perhaps some loss, these losses and the consequences thereof were not to be compared with the advantages that the good success of the enterprise with the Sottergam could bring to the Company. 179. That the aforementioned hindrances caused to the cinnamon peelers gave the Company a legitimate reason for sending a military detachment to the Sottergam, and that making use of that opportunity to attempt the work, if it should also fail, in any case nothing else would have been done than that which had been written to the Court, that, if it gave no order that the cinnamon peelers could do their work unhindered, the Company would be compelled to take the measures thereto itself. 180. 180. That, besides all these considerations, the Court was the aggressor, through the threatening movements and war preparations made for a long time, which could have no other designs than to act hostily against the Company, that the Court by sending Court dignitaries with armed people, now further showed the design to attack the Company, and thus in this was the attacking party, and that consequently the Company thereby was fully entitled to put into effect everything that it found necessary for the repelling of this hostile enterprise, and for its own security. 181. And finally, that the matter could not brook the delay to consult with us about it, but that the Governor on account of several oral conversations on this subject held himself assured that the first subscriber of this was also of the opinion 4608. was that one should not let slip this opportunity to do damage to the Court at this juncture. 182. On these grounds the repeatedly mentioned Governor took the decision to send a detachment into the Sottergam Korle, under the command of Colonel De Meuron, who offered himself for that purpose, consisting of one company of Europeans and two companies of Orientals, besides three hundred Korle Lascarins under the command of the Maha Mudaliyar Dias Abesinge and one hundred Lascarins of the Mahabadde, under the command of the Mudaliyar and Maha Ridaan of the Chalias Dinees De Foijsa, to which aforementioned Colonel a written instruction was granted, which is inserted behind the aforementioned resolution, and goes over with the same among the appendices, to which we, to avoid too great verbosity, refer here. 183. We have conformed ourselves with this arrangement at our session of the 3rd of this month, conformed, and the Governor himself gave notice thereof to the Court at the end of the letter, of which the Dutch draft is reviewed here above in Section 60, and is inserted with our secret Resolution of the 6th, with these short words: as complaints have come in that the Company's cinnamon peelers in the Dissavony of Sattergam have been hindered from continuing with the peeling of cinnamon, the Company has been compelled, for the maintenance of its right, to send a military detachment thither. 184. In consequence of that arrangement, the Colonel marched on the 2nd of this month with the aforementioned detachment into the King's country, and arrived in the evening at Kindangamme, being treated everywhere with friendliness by the inhabitants. 185.
Dutch transcription
4606. met deezen Bas Naike in gemoede geloofde, dat het hem ernst was, om oprechtlijk natekoomen, het geen hij had beloofd, en ten blijke daar van zich vrijwillig had aangeborden, om hoe zeer zij ook een man van hooge Jaaren was, nochtans in per„ „zoon zelve tewillen meedegaan en zijn best te doen, om deeze zaak wel te doen gelukken. 175. Dat men, om niet grond te moogen hoopen, dat de ingezeetenen van sottergam zich aan ons zouden verbinden, men dezelven, wanneer ze zich aanbooden, bij het geeven van protexie zoude moeten beloo„ „ren, dat de sottergam, of zoo veel zich doar van onderwierp, onder skomp: bescherming zoude worden gehouden, zonder dit weeder aan het Hof te worden afgestaan. 176. Dat deeze stap, zoo men zag dat ze lukken kost, en ze mitsdien wierd ondernoomen, het hoff zeeker„ „lijk ten hoogsten zoude versitteren, doch dat men wel stoat maaken kost, dat, het zij men dit deed of of niet, het hof des niet temin deszelfs vijandelijke oogmerken teegens de kom zoo verre als eenigsints mogelijk was, zoude voortzetten. §77. Dat indien het oogmerk met de saf„ „tergam, naor de hoop, die men door van scheen temoogen hebben, wel slaag „de, het zeer mogelijk was, dat dit het hof zoude brengen tot nagedag „ten over de verdere verliezen, die het zoude kunnen koomen telijden en een voorbeeld zoude zijn, dat naa de hoogste waarschijnlijkheid van een zeer gunstigen invloed zoude weezen, niet alleen op 'skonings ingezeetenen, die eeren zoo gezind mogten zijn, als die van de susfer„ „gam, maar ook op 'skomp: onder„ „daanen voornaamlijk, die van de Matersche Des savonij, op welkers trouwe, inzonderheid op een parthij daar van weinig staat te maaken was. 178. Dat, zoo het ontrouw werk mogte zijn met den Bas Naike, zich dat spoedig ontdekken zoude en de troepes 4607. troepes, die men overeenkomstig met zijn verzoek zoud, als dan zoo goed moogelijk konden zien terug koomen. Dat schoon dit in zulk een geval, niet zoude toegaan zonder missihien eenig verlies, deeze verliesen en de gevol„ „gen daar van niet tevergelijken waaren bij de voordeelen, die het wel succedeeren van het voorneemen met de sottergam, de komp: aanbien„ „gen konde. 179. Dat de voorsz: beletzelen de kaneel„ „schillers aangedaan, de komp: een wettige reeden gaven, tot het zenden van een militair detochement naar de sottergam, en dat men zich van die geleegenheid bedienende, om het werk te beproeven, zoo het ook mogte mislukken, in allen gevallen niets anders zoude hebben gedaan, dan het geen aan het hof geschree„ „ven was, dat, zoo hetzelve geen bevel gat, dat de kaneelschillers onverhinderd hun werk konden doen, de komp: genoodzaakt zoude zijn, door toe zelve de maatregelen teneemen. 580 „ §80 Dat, buijten alle deeze konsideratie het hof was de aggresseur, door de drij „gende beweegingen en oorlogstoerus „tingen zeedert lange gemaakt, die geen andere oogmerken konden heb„ „ben, dan om tegens de komp: vij„ „andelijk te handelen, dat het hof door het afzenden van Hotsgrooten niet gewopend volk, nu nader toon „de het oogmerk, om de komp aantelosten, en dus in deezen was de aan vallen de parthij, en dat mits dien de komp: doar door volkoomen was gerechtigt, alles tewerk te „stellen, wat dezelve tot afweering deezer vijandelijke onderneeming, en tot eigen veiligheid noodig vond. 381. En eindelijk, dat de zoak het uit„ „stel niet kost veelen, om daar over niet ons te roodpleegen, doch dat de Heer Gouverneur zich uijt hoofde van verscheidene mond ge„ „sprekken, over dit onderwerp ver„ „zeekerd hield, dat de eerste tee„ „kenaar deezes ook van begrip was 4608. was, dat men deeze geleegenheid, om het hof afbreuk te doen, in dit tijdstip niet moest laaten slippen. §82. op deeze gronden nam meermelde Heer Goeverneur het besluijt, om een detochement in de sottergamkorle te zenden, onder bevel van den kolo„ „nel De Meuron, die zich daartoe zelve aanbood, bestaande uit een komp Europeeschen en twee kompanien oosterlingen, nevens driehonderd korles Loskorijns onder komman„ „de van den Mahamodliaar Dias Abesinge en honderd Loskorijns van de Mahabadde, onder komman, „do van den Modliaar en Maharidaan dersjaleas Dinees De foijsa, waartoe aangem: kolonel eene schriftelijke instruktie verleend werd, die agter de voorm: resoluutsie geinsereerd is, en met dezelve onder de bijlaagen overgaat, waaraan wij ons, tot vermijding van al te groote wijd „ „loopigheid, hier gedraagen. §83. wij hebben ons met deeze schik„ „king ter onzer sessie van den 3: deezer gekonformeerd gekonformeerd, en de Heer Gouver„ neur gaf door van zelve kennis aan het hof aan het einde van den brief, waar van het Nederduijtsch op„ „stel hier voorwaards §60 gerecenseerd, en bij onze sekreete Resoluutsie van den 6' geinsereerd is, met deeze korte woorden: wijl er klagten zijn ingekoomen, dat skomp=s kaneelschillers in de Dessavonie van sattergam belet zijn met het kaneelschil„ „len voortegaan, is de komp: ge„ „noodzaakt geweest, tot main„ „tenue van haar recht een militair detochement naar derwaards te zenden 184. Jngevolge van die schikking, moe „cheerde de kolonel den 2. ' deezer met het voorsz: detachement in skoningsland, en arriveerde savond te kindangamme, wordende over al door de inwooners vriendelijk bejeegend. 585
English
4603. 585. The Basnaike also appeared before him, but the arrival of the Dessave in the Koeroewitte Korle seemed to have foiled his plan, for it appeared from all circumstances that he did not possess the influence which he had attributed to himself, although he still continued to give hope that all would go well and the inhabitants would submit if the detachment marched into that part. 386. But this was not advisable, because the violent and continuous rains made the further march impracticable and made communication with Sitavaka very difficult; thus the detachment was recalled on the 6th of this month by the Governor, and it accordingly returned to the camp near Sitavaka on the 8th, without having encountered or committed any hostilities, all ammunition being likewise brought back, as well as all provisions except three or four parras of rice, for which no coolies were available. 187. On the 15th of this month we received a letter from the said Governor, containing: That the increasing rainy weather made it impossible for the present to undertake any operations in the King's lands with a well-founded hope of success, even though the further conduct of the court might make this necessary, and that we should therefore confine ourselves to merely repelling the attacks of the court during the bad monsoon, which could best be done from Hangwelle; and he was therefore of the opinion that the detachment from Sitavaka ought to return to Kolumbo, 4610. and only leave as many men at Hangwelle as were required for that purpose. That the Colonel and Dessave were also of that opinion, and that in any case 300 men were sufficient to defend that post against all insults. 588. At the session of the 15th of this month, we fully concurred with this proposal out of complete conviction of its soundness, and consequently we expect the Governor to return in a few days. §89. In accordance with our resolution reviewed under § 50, to actually exercise the Company's right to peel cinnamon in the King's land, we also resolved to send the cinnamon peelers into the King's land from the side of Mature; and for their protection, and especially also to keep in check the Company's subjects in that dessavony—who, according to previous examples, are not to be trusted upon the outbreak of troubles with the court—and to deter them from defection and revolt, to station a detachment of three hundred men at Kattoene, and to entrust the command thereof to the head of the militia, von Drieberg, but the direction of the expedition to the Commandeur of Gale and him together; and the said Commandeur was at the same time ordered to attach the Modliaars Tillekeratne and de Saram to the detachment with three or four hundred Lascorins. §90. The instruction given for this purpose to the said von Drieberg is annexed herewith. §91. But at the same time that this was decided here, the Gale officials, upon received reports of hostile movements and intentions of the court on the borders of Mature, had already resolved to send a detachment 4611. to Mature in order to reinforce Tengale, of which, upon the arrival of the Colonel at Gale, one company of Malays had already marched, and half a company of Europeans stood ready, whereby this expedition was considerably facilitated, so that he arrived at Mature with the entire detachment as early as the 1st of this month. §92. At Mature itself, the repeatedly mentioned Colonel encountered some difficulties, as nothing required for the expedition was in stock there, and the Mature chiefs, who had promised much, accomplished little for the service of the expedition. §93. Commandeur Sluijsken set forth this difficulty in a separate secret letter of the 7th, of which a copy is attached hereto, adding: that we could not rely on the Chiefs of Mature, as they would otherwise show it on this occasion, since they could easily provide everything the country yields for the service of the detachment if they were only willing; that we could therefore also not rely on the loyalty of our inhabitants, who placed all possible trust in these chiefs. 594. We were thereby moved to order the Commandeur of Gale to stop that march to Katoene, and to write to the Colonel to take post at or near Tengale until further orders. §95. But a few days thereafter the Colonel communicated, 4612. both by official and private letters of the 9th of this month, that the aforementioned chiefs supported him in his march with all willingness, and he had thus advanced as far as Marrekadse, being only two hours from Katoene; but that the two notorious brothers Don Simon, who acted like Belial during the last revolt, of whom one has been appointed Mohandiram of the Kandeboodepottoe and the other Mohandiram of the Magampottoe, had not appeared before him and, according to the second Modliaar of the Girrewaijs, were leaning towards the Kandians and were eager to form plots; wherefore he, the Colonel, judged that it would be advisable to apprehend those two mutineers and immediately appoint two other Chiefs in their places. 196. When therefore on the evening of the 14th of this month
Dutch transcription
4603. 585. De Basnaike verscheen ook voor hem, doch de aankomst van den Des„ „save in de koeroewitte korle scheen zijn projekt veriedeld te hebben, want het bleek uit alle omstandigheeden, dat hij het vermoogen niet had, het welk hij zich had toegeschreeven, hoewel hij noch al bij van houdend„ „heid hoope gaf, dat alles wel gaan, en de inwoonders zich onderwerpen zouden, als het detoehement die per inrukte. 386. Doch dit was niet raadzaam, wijl de geweldige en geduurige reegens den verderen optogt ondoenlijk, en de kommunikatie met sitavaka zeer moeilijk maakten, dus werd het detachement den 6 deezer door den Heer Gouverneur terug ontboden, het welk dan ook den 8. weder in 't leger bij SitavaKa terug quam, zonder vijandigheeden ontmoet of gepleegd te hebben, zijn„ „de alle ammunietsie almeede terug gebragt; gelijk ook alle pro„ „visien op drie e vier parras rijst na na waar voor geene koelies aanhan„ „den waaren: 187. Den 15:' deezer ontvingen wij een brief van hoog gedagte Heer Gou„ „verneur, inhoudende: Dat het toeneemende regenweer het voor het tegenwoordige on„ „mogelijk maakte, om met een gegronde hoop van suk„ „cas eenige onderneemingen te„ „doen in 'skonings landen, al„ „waar het ook, dat het ver„ „der gedrag van het tot dit noodig maakte, en dat wij ons dus zouden dienen te be„ „poalen, om geduurende de quaade moesson, de aansla„ „gen van het hof alleen afte„ „weeren, het geen van Hang„ „welle het best geschieden kost, en hij dus van geroe„ „len was, dat het detoche„ „ment van sitavaka noor kolumbo 4610. kolumbo diende te keeren, en alleen zoo veel manschap aan Hang„ „welle aftegeeven, als tot dat oogmerk vereischt werd. Dat de kolonel en Dessave meede van dat gevoelen waeren, en dat in allen gevallen 300 man toereikten, om die post tegen alle insultes te verder„ „digen. 588. Met deezen voorstel hebben wij ons ter sessie van den 15:' deezer uit volkoome„ „ne overtuijging van desselfs gestond„ „heid gekonformeerd en dien vol„ „gende zien wij den Heer Goeverneur in koste dagen weder tegemoet. §89. Jn overeenstemming met onze bij § 50 geresenseerde resoluutsie, om skomp:s recht tot het kaneelschillen in sko„ „ningsland met der daad te oefenen, beslooten wij ook van de kont van noture de kaneelschillers in 'sko„ „nings land te zenden, en tot hunne bescherming, en inzonderheid ook om 's komp=s onderdaanen in die des„ „saronij, die bij het ontstaan van onlusten met het hof, volgens vroegere vroegere voorbeelden niet te vertrok „wen zijn, in teugel te houden, en van afval en oproer afteschrikken een detochement van driehonderd koppen op kattoene te leggen, en het bevel door over aan het hoofd der militie van Driberg, doch de di„ „rektsie van de expedietsie aan den kommandeur van Gale en hem tezaamen, opte draagen, en gem: kommandeur kreeg tevens last, de Modliaars, Tillekerat, „ne en de saran met drie of vierhonderd Loskorijns aan het detachement toetevoegen: §90. De instruktsie, die hier toe aan„ „gemelde von Drieberg gegeeven is, gaat onder de bijlaagen over §91. Doch ter zelver tijd, dat dit hier be„ „slooten werd, hadden de gaalsche bedienden op bekoomene berichten van vijandige beweegingen en voor„ „neemens van het dot op de gren„ „zen van Mature, reets geresolveerd; een 4611 een detochement naar Moture te„ „zenden, om sengale te versterken, waar van bij aankomst van den kolonel te gale, al eene kompanie Malaijers gemarscheerd was, en een halve kompanie Europeesen gereed stond, waar door deeze expedietsie merkelijk gefacili„ „teerd wierd, invoegen hij reets den 1: deezer met het heele detoche„ „ment te Nature arriveerde §92. Te Noture zelve ontmoetede meer„ „melde kolovel eenige zwaarighee„ „den, wijl daar niets in voorraad was, wat tot de expeditie vereischt werd, en de Matureesehe hoofden, die veel beloofd hadden, weinig ten dienste der expeditie werkstel„ „lig maakten. §93. De kommandeur sluijsken vertoon„ „de bij een apporten sekreeten brief van den 7. ' waar van een afschrift hiernevens ligt, deeze zwaarigheid, onder bijvoeging: dat dat wij ons op de Hoofden van Ma„ „ture niet verlaoten konden, wijl ze zulks anders bij deeze ge¬ „leegenheid wel zouden betoonen, door dien ze al wat het land op„ „leeverd gemaklijk ten dienste van het detochement bezorgen kon„ „den, als zij maar geneegen waa„ „ren; dat wij ons dus ook niet ver„ „loaten konden op de trouwe on„ „zer ingezeetenen, die op deeze koof „den al het mogelijke vertrouwen hodden. 594. Hier door wierden wij bewoogen, den kommandeur van Gale te gelasten, dien optocht naar katoene te stooken, en den over„ „ste aanteschrijven, tot nader or„ „der te of omtrend Tengale post te votten. §95. Doch eenige wijnige dagen door na bedeelde de kolonel, zoo 4612. zoo bij officielle als partikuliere brie„ „ven van den 9. ' deezer, dat de voorm: hoofden met alle bereidwilligheid hem in zijnen optocht ondersteun„ „den en hij dus tot Marrekadse toe opgerukt was, zijnde slegts twee uuren van katoene, doch dat de twee beruchte Broeders, Donsi„ „mon, die in de laaste revolte nes Belzawels geageerd hebben, woor„ „van de eene tot Mohandiram van de kandeboodepottoe, en de Mohandiram andere tot axdliaar van de Ma„ „gampottoe aangesteld is, niet bij hem verscheenen waaren, en vol„ „gens zeggen van den tweeden Mod„ „liaar van de girrewaijs, naar de kandiaanen overtelden, en gaar„ „ne komplotten maaken wilden weshalven hij kolonel oordeelde dot het roodzaam zijn zoude die twee muitelingen opte votten en direct twee andere Hoofden in hunne plaatsen aantestellen 196. Toen derhalven den 14. ' deezer savonds
English
in the evening at the closing of the gates, news arrived from Mature that the aforementioned Mohandiram Don Simon had caused a seditious ola from the Kandyan Court to be delivered to the Mudaliyar Don Ilangakoon, who had handed over the same along with the courier to the Dissava, and it thus clearly appeared that the Court was truly busy inciting the Company's subjects to rebellion and defection, and that Don Simon, Mohandiram of the Kandebodapattu, lent a hand thereto: so the first undersigned judged that not a moment should be lost in checking that unholy enterprise in its very beginning, and to prevent the eruption of the revolt in the remote korles, and therefore sent orders to Galle that very same night that the Colonel should advance towards Katoene and attempt to capture both the Don Simons; with which we conformed the following morning, as appears from the secret resolution of the 15th of this month, since this expedition was deemed strictly necessary to keep the inhabitants of the Kandebodapattu and also of the Morruakorle in check and to prevent a revolt in these and further provinces of Mature. 397. The aforementioned ola was written by the Grand Imperial Secretary and Dissava of Sabaragamuwa, Leuke, and addressed to the principal Mudaliyars Ilangakoon, Tennekoon, Tillekeratne, and Jayetillekeratne, by name, and further to all other principal headmen over the nine korles of the aforesaid Dissavany, who in the heading of the letter are called nine bands of the conspiracy. 198. And as its contents deserve the highest attention, we shall insert the translation thereof here: Translation of a Sinhalese unsigned and undated ola letter addressed to Abeyesinwardene Ilangakoon Mudaliyar, Abeyewardene Naweratne Tennekoon Mudaliyar, Tillekeratne Gajenaike Mudaliyar, and Jayetillekeratne Mudaliyar, together with all the principal Headmen over the nine bands of the conspiracy, by the Grand Imperial Secretary and Dissava of Sabaragamuwa, Leuke Rajewardene Rajekaroena Senewiratne Eterat Moedianse Ralehamie. Your Honours have previously often requested a reassuring word from us, and without further inquiry from us, this remained neglected, but we did not take it into consideration; and since we have also been persistently petitioned by Your Honours since then, we are fully inclined to give Your Honours satisfaction in that regard, and to that end, on the 3rd day after the full moon of this month of May, being Friday /:that is to say the 20th of May:/ departed from His Majesty's royal residence city and arrived at the rest house of Batugedara. If it is out of loyalty to our illustrious monarch or out of attachment to us that Your Honours have resolved to carry through such an affair without the least doubt, then Your Honours must, while the bearer of this is with Your Honours, bring all the people into an assembly as before, whereby Your Honours shall demonstrate to us the greatness of your will unto death; and when this is brought to our knowledge by the bearer of this, we shall, with many people and an invincible force, on the day to be determined by Your Honours, invade Your Honours' country and direct our measures according to everyone's inclination. In case Your Honours would not take to heart these our proposals and commands, also for this time, and might be negligent in this matter, then Your Honours may be assured that in no time shall the least reliance be placed upon your word of honour. But if, on the contrary, without the least fear or dread of an unfavorable outcome, the commands contained herein were obeyed by each and everyone, and we received knowledge thereof, we shall call to our aid the English troops that have arrived by sea and are not far from Batticaloa, and fighting our way from this side strike through towards the Coast, at which time Your Honours can come via the road from Mature with the united revolting force. That being done, the Dutch will cease making war, and will not even be able to maintain themselves in Colombo any longer. Therefore Your Honours must, with all haste, proceed to the necessary preparations and carry out without delay that which serves to be put in readiness, further leaving the execution of everything commended to our care. Thus it would be very good to provide us with an answer concerning this united matter within the space of five days. /:underneath was written:/ For the translation, Mature the 11th of June 1791. /:was signed:/ P. A. de Moor, Secret Secretary /:in the margin stood:/ For the translation /:signed:/ L. Ferdinandus, Sworn Interpreter §99. The bearer of this ola, third brother of the aforementioned Don Simons, feigned ignorance in his rendered declaration, but has been summoned under arrest to Colombo in order to be further interrogated and punished according to findings, while his declaration is inserted into the resolution that accompanies the annexes of this. §100. Shortly thereafter we received further proof in hand of these evil plots to throw the Dissavany into revolt anew, inasmuch as the Vidane of Dewalebodde, having been sent by his chief, the Gajenaike Mudaliyar, to the Kandebodapattu to fetch some men for the service of the detachment, was not only hindered therein by Don Simon while uttering all kinds of seditious expressions, but was also detained until the following day, and in the meantime was an ear- and eyewitness that Don Simon summoned the inhabitants together by beat of tom-tom and
Dutch transcription
savonds met poortsluiten, van N ture tijding quam, dat de evenge¬ Motandiram Don Simon een op„ „roerige ola van het kandiasche tot had laaten bestellen aan den Modliaar Don Jlangakoon, die dezelve met den besteller aan den Dessave overgeleeverd had, en het dus klaarbleek, dat het Hol werkelijk beezig was, 'skomp: onderdaanen tot oproer en af„ „vol aantezetten en dat Donfi„ „mon Mohandiram van de kon „deboddepottoe de hand daar toe leende: zoo oordeelde de eerstgetee„ kende, dat men geen ogenblik behoorde te verliezen, om dat heilloos bestaan in zijn eerste be„ „gin te stuiten, en het uijtbarsten van de revolte in de afgeleege„ „ne korleste verhoeden, en zou derhalven nog dien zelfden nocht order naar gale, dat de 4613. de kolovel naar katoene opruk„ „ken en trachten moest de beide Don simons tevotten; waar„ „meede wij ons den volgenden morgen, blijkens sekreete re„ „soluutsie van den 15. ' deezer konformeerden, alzo deeze expeditie volstrekt noodzaak„ „lijk geoordeeld wierd, om de ingezeetenen van de kande„ „boodepottoe en tevens van de Norruakorle in teugel te hou„ „den en eene revolte in deeze en verdere provintien van Mature voortekomen. 397. De evengem: ola was door den groot, Rijkssekretaris en Dessave van saf„ „tergam, seuke, geschreeven, en ge„ „richt aan de voornaamste Mod„ „liaars Hangakoon, Tinnekon, Tillekeratne en Jajetillekerat„ „ne, met naamen, en voorts aan alle verdere principaale hoofden over de negenkorles van meerm: Dessaronie, die in 't hoofd van den den brief negen benden van de zoamenrotting genoemd worden. 198. en wijl dies inhoud de hoogste opmerking verdiend, zoo zullen wij de vertaaling, door van hier in „sereeren: Transloat sin geleesehe ongetee„ „kende en ongedateerde briefola gerigt aan Abejes in wordene Gangakoon modliaor, Abeje„ „wardene Naweratne Tinne„ „koon modliaar, Tillekeratne gajenaike modliaar en Jaje„ „tillekeratne modliaar bene„ „vens alle de principaale Hoofden over de negen benden van de tezamenrotting, door den groot Rijks sekretaris en dessave van fottergamme Leeuke Rajewordene Raje„ „karoena senewiratne Hterat Moedianse Rolehamie. uwh: hebben bevoorens veelmaa van ons een verzeekerend woord verzogt 4614. verzogt en, zonder verder bij ons te on„ „derzoeken, is zulks in de steek ge„ „bleeven, dog wij hebben het niet in aanmerking genoomen en wijl wij zedert dien ook, bij aanhoudendheid door uw E= aangezogt worden, zijn wij volkoomen geneegen, om uwh. s daarom„ „trend genoegen tegeeven en ten dien five den 3de dog na de volle maan van deeze maand Maij des vrij„ „dags /: B: zijnde den 20. ' Maij: uijt skonings Residentie stad ver„ „trokken en tons aan het Rusthuis van Battoegiddere aangekoomen. Als het is om de getrouwheid voor onzen luijsterrijken vorst of om„ de aanklevendheid tot ons, dat uwE:s voorgenoomen hebben zoo eene zoak zonder de minste twijfel deur tezetten, dan moeten uw E= terwijl den brenger deezes zich bij uwE=s bevind, gelijk bevoo„ „rens, alle de volkeren tot eene tezaamen rotting brengen, zul„ „lende door door uwb=s aan ons de grootheid van uwen wil met der dood doen blijken en als ons zulks zulks door den brenger deezes ter ken„ „nisse gebragt word, zullen wij, met veel volks en een onoverwinnelijke magt, op den door uwE=s te bepaalen dog, in uwE=s land invollen en na een elks zinlijkheid onze woot „regelen bestieren. Ingevalle uwE deete onze voorstellingen en beveelen, ook voor deeze rijs niet wilden ter herte neemen en door omtrendag„ „terlijk mogten weezen, dan kun „nen uw E=o verzekerd zijn, dat men ten geenen dage op nu man„ „nen woord de minste staat zal konnen maaken. Maar zoo in„ „tegendeel, zonder de minste vrees of schroom voor eenen na¬ „deligen uitslag, de beveslen hier in vervat, door allen en een iegelijk opgevolgd wierden en wij door van kennis kreegen, zullen wij het engelsch krijgs„ „volk, dat over zee gekoomen is en zich niet verre van Batti„ „kaloa bevind, te hulp roepen en van deeze kant oorlogende deurslaan na Costi, als wanneer uwE=s 4515 uwE=s met de vereenigde revol„ „teerende magt door de weg van Moture konnen koomen. zulks geschiedende zullen de hollan„ „ders, loot staan van te oorlogen, zelfs zich niet langer op kolom„ „bo kunnen houden. Dierhalven moeten uwE=s, met allen spoed, tot de noodige preparatoiren overgaan en het geen in gereed„ „heid diend gebragt teworden, zonder uijtstel bewerkstelligen, laatende voorts, de uitvoering van alles, onzer zorge aanbe„ „voolen. Dus waare het zeer goed, ons, wegens deeze eendragte„ „lijke zaak, binnen den tijd van vijf daagen bescheid te bezorgen. /:onderstond:/ voor de Translatie Matu„ „re den 11:' Junij 1791. /:was geteekend:/ P: a: demoor: sand=s sek:t /:in mar„ „gine stond:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ L: Ferdinandus, gesw: Volk §99. De brenger van deeze ola, derde Broeder van van de meerm: Don simons, speeld bij zijn verleende de klaratoir den onwee„ „tende, doch is in arrest naar kolum „bo ontboden, ten einde nader verhoord, en naar bevinding gestraft te worden terwijl zijn deklaratoir bij de reso„ „luutsie geinfereerd is, die onder de bijloogen deezes overgaat. §100. kort daarna kreegen wij van deeze booze aanslaagen, om de Dessavo„ „nij op 't nieuw in oproer tebrengen, nader bewijs in landen, door dien de vidaan van de Dewalebodde, door zijn hoofd den gagenaik Mod„ liaar, noor de kandeboddepattoe gezonden zijnde, om eenig volk ten dienste van het detochement te hoo„ „len, daar in niet alleen door Don simon onder het uitslaan van aller„ „lij oproerige uitdrukkingen, ver„ „hinderd, maar ook tot den volgenden dog opgehouden werd, en indien tusschentijd oor en oog getuijge was, dat den simon bij tamblijn„ „slag de inwooners bij een daagde en
English
and incited to rebellion, and at the same time sent messengers to the Morrua and Belligam Korles with an announcement to the community there that the revolt would break out in his pattoe that day, and that they too must therefore assemble to begin an insurrection. Furthermore saying to the Declarant that as soon as the revolt should have begun in his pattoe, the Kandians would join with the Matara inhabitants, all to be seen more fully in the Report which this Philip Vidaan passed concerning it on the 12th of this month at the secretariat of the Landraad at Mature, and which is inserted in the accompanying resolution of the 17th. From which it also appears that the second brother of Don Simon Mohondiram of the Magampattoe was also present with his wife and many people at those riotous activities. § 101. As soon as we received report of this, an order was immediately sent to the Commander Sluijsken and Colonel van Drieberg to attack this rebel, if he were still in his pattoe, with the entire detachment in case his following was large, or otherwise with a part, of which the further arrangement was left to the Colonel, and at the same time to have it published in the pattoe that Don Simon was deposed, and that the inhabitants must obey as their head the Mohandiram who should be appointed by the Colonel and remain faithful to the Company, under the threat that the rebels would be punished with the utmost severity. § 102. And since we could not know here how far the intended insurrection might have progressed by the receipt of our order, the aforementioned Colonel was further ordered, if the entire pattoe should have revolted, to attack the same with weapons, to shoot down all who offered resistance, and to send all who were taken prisoner or surrendered as prisoners to Mature and subsequently hither. § 103. But the wicked design of the Court and the efforts made to bring the Dissavany into rebellion have been, at least this time, fruitless; for upon the departure of the aforementioned Philip, only twenty men had appeared before the Chief Rebel at his summons, and along the way the aforementioned Vidaan Philip heard here and there from the inhabitants that they were disinclined to a new revolt, adding: that if they did not join the rebels, they would be ruined by their Head, and if they did, their entire pattoe would be destroyed. § 104. Wherefore these two scoundrels, who were the ringleaders of the recent uprising in the Matara district, and who at the pacification of the rebels were appointed and honored as Heads of two such prominent Provinces on the Kandian borders as the Kandeboddepattoe and Magamkorle, seeing their rebellious plots foiled, have both taken flight to the King's country. § 105. In order to foil as much as possible the aforementioned efforts of the Court to entice our subjects into insurrection and defection, and at the same time to deter the wavering subjects therefrom, we yesterday enacted a further mandate ola for the Colombo and Matara Dissavanies, as well as for the Galle Korle, whereby the pretense of the Court regarding the assistance of the English is refuted, and notice and reasons are given, with respect to Mature, for the placing of the detachment of Colonel Drieberg at Katoene, and with respect to Colombo, for the moving of the detachment of Colonel Meuron to Hangwelle, and the communities in both are warned that the subjects who might give heed to the aforementioned enticement will be punished with the utmost severity, and that military commandos will be sent into the rebellious districts to attack the villages and dwellings of the rebels with force, to destroy all who offer resistance, to burn the houses and to uproot all lands and gardens, to punish the revolting heads in body and life, to deport the remaining rebels to the lowest castes, or to send them off the island in chains; just as this took place in the year 1764 regarding the rebellious Hina and Happittigam Korles, by which example the inhabitants ought to take warning. § 106. Since the Lord Governor van de Graaff is expected back here this evening, we break off our respectful report concerning the Matara Dissavany here, and render yet a brief account of the strange movements of the Kandians in the Seven Korles and of our measures for the security of the places bordering thereon. § 107. That we early on reinforced Madampe and Puttalam against an attack was communicated in our previous letter of the 18th of February § 14. § 108. Since then, the rumors and reports of the preparations in that Dissavany became so numerous that one had to conclude that one of these two forts, or else Negombo, was about to be attacked in a hostile manner, but which of these three places was aimed at could not be deduced from the movements and preparations. § 109. Thus arose in our meeting on the 6th of this month the important question of what ought to be undertaken in this uncertainty to secure the same against hostile attacks. § 110. The fort of Negombo was occupied by only seventy-five men and therefore not in a state to offer proper resistance, and our garrison was already so small that nothing more could be detached from it. However, very much depended upon its preservation, as well for the protection of the inhabitants and the belonging thereto
Dutch transcription
4616. en tot opvoer aanhitste, en tevens boo„ „den voor de Morrua- en Belligam- korles zond met aankundiging aan de gemeente aldaar, dat de revolte dien dog in zijne pattoe uitbreeken zoude, en zij zich dus ook tot het beginnen van oproer moesten verzaamelen. zeg„ „gende voorts tegen den Deklarant, dat zoodra de revolte in zijn pattoe begonnen zijn zoude, de kandianen met de Motureesche ingezeetenen konjungeeren zouden, alles breeder tezien bij 't Reloos, hetwelk deeze Philip vidaan daar van op den 12:' deezer ter sekretarije van den Landraad te Mature heeft gepas„ „seerd, en bij de nevens gaande resoluutie van den 17' geinsereerd is. waarbij tevens blijkt, dat de tweede broeder van Don Simon Mo„ „hondiram van de Magampattoe„ zig met zijn vrouw en veel volk meede bij die oproerige bedrijven bevonden heeft. 3101. § 101. Zoo dra wij hier van bericht kreegen, werd ten eersten bevel aan den kom„ „mandeur sluijsken en overste van Drieberg gezonden, deezen rebel, in „dien hij zich noch in zijne pattoe bevond, aantelasten, ingevalle zijn aangang groot was, met het heele detochement, of anders met een ge„ „deelte, waar van de nadere schikking aan den kolovel werd overgelaaten, en ter zelver tijd in de pattoe telva„ „ten publiceeren, dat Don Simon afgezet was, en dat de ingezeetenen den Mohandiram, die door den kolo„ „nel zoude aangesteld worden, als hun hoofd getoorzaamen en de komp getrouw blijven moesten, onder be„ „drijging, dat de rebelen met de hoogste gestrengheid zouden gestraft worden. §102. En dewijl wij hier niet kosten wee„ „ten, hoe verre de voorgenoome op„ „roer op den ontfangst van onze order gevorderd waare, zoo werd meem: kolonel wijders gelost, indien de 4617. de heele pottoe mogte gerevolteerd zijn, dezelve met de wapens aan„ „telooten, al wat tegenstand bodd, onder de voet te schieten, al wat gevangen genoomen werd, of zich overgaf, gevangen naar Matu„ „re en vervolgens herwaards te„ „zenden. §103. Doch de snoode toeleg van het hof en de aangewende pogingen, om de Dessavonij in oproer tebrengen, zijn ten minsten dit maal vrucht„ „loos geweest; want bij het vertrek van meerm: Philip, waaren er slegts twintig koppen bij den Hoofdrebel op zijne indaging ver„ „scheenen, en onder weg vernam voorm: ridaan Philip hier en daar van de ingezeetenen, dat ze tot een nieuwe rerolte ongeneegen waa„ „ren, onder bij voeging: dat, zoo zij zich niet bij de rebellen vroeg„ „den, zij door Hun Hoofd zouden geruineerd, daartoe overgaande hunne heele pattoe gedestrueerd zoude worden. § 104 §104. weshalven deeze twee booswigten, die de belhamels van den Jongsten opstand in 't Matureesche geweest, en bij het bevreedigen van de re„ „bellen tot Hoofden, van zulke twee voornaame Provinsien op de kandiasche limiten als de kandeboddepattoe en Nagam„ „korle, aangesteld en verzeeren zijn, hunne oproerige aanslagen verieveld ziende, beide de vlucht noor skoninks land genoomen hebben. 1105. om de voorwaards beschreevene poogingen van het Hof tot het verleiden van onze onderdaanen tot oproer en afval zoo veel moo„ „gelijk te veriedelen, en om tevens de wankelmoedige onderdaanen daar van afte schrikken, hebben wij gisteren eene nadere man„ „daat ola voor de kolumbosche en Matersche sessaronijen mits„ „gaders voor de gale korle geor„ „resteerd, waarbij het voorgeeven van 4618. van het Hof nopens de assistentsie der Engelschen wederlegd, en met op„ „zicht tot Mature, van het ploatsen van het detochement van kolonel Drieberg te katoene, en met opzigt tot kolumbo, van het verplaatsen van het detachement van Kolonel Meuron naar Hangwelle, ken„ „nis en reeden gegeeven, en de ge„ „meenten in beiden gewaorschuwd word, dat de onderdoanen, die aan bovengem: verleiding gezoorgeeven mogten, met de uitterste strengheid gestraft, en dat in de oproerige distrikten militaire kommandos gezonden zullen worden, om de dorpen en wooningen der oproe„ „rigen met geweld aantelasten, al wat tegenstand bied, te vernie„ „len, de huizen te verbranden en alle landerijen en tuijnen uit te roeien de revolteerende hoofden aan lijf en leeren te straffen, de overige rebellen tot de loogste kastaste„ „deporteeren, of in de ketting van het eiland te zenden; zoo als dit dit in 't Jaar 1764. omtrend de oproe„ „rige Hina en Happittigam kos heeft plaats gehad, van welk exempel de Ingezeetenen zich die „nen te spiegelen. 3106. wijl de Heer Gouverneur van de graaff hier heeden avond terug verwagt word zoo breeken wij ons eerbiedig bericht nopens de Matarsche Dessaronij hier af, en doen noch een kort verslag van de vreemde beweegingen der kandiaanen in de zeeven korles en van onze maatre„ „gelen tot beveiliging van de plaatsen, die daar aan grensen §107. Dat wij silouw en Putulang alvroeg tegen een aanval ver„ „sterkt hebben, is bij onzen voorigen van den 18: febr: 814 be„ „deeld. §108. Zeder Wierden de geruchten en en berichten van de toezustingen in die dessaronij zoo meenig „vuldig, dat men vaststellen moest 4619. moest, dat eene van deeze twee torten, dan wel Nigombo, vij „ „andig stond aangelast te wor„ „den, doch op welke van deeze drie plaatzen het gemunt was, konde men uit de bewegingen en aanstolten niet opmaaken. § 109. Dus ontstond in onze bij een komst op den 6. deezer de wig„ „tige vrooge, wat men in deeze onzeekerheid diende in het werk te richten, om dezelven tegen vijandige aanvallen te beveiligen 3110. Het fort Nagombo was moor met vijf en seventig koppen bezet en dus niet in staat, om be„ „hoorlijken tegenstond tebieden, en ons garnizoen was reets zoo kleen, dat doar van niets meer kost gedetacteerd worden. 51 echter was aan dies behoud heel veel geleegen, zoo wel tot bescherming van de In„ „woonders en het door toe gehoorende
English
belonging district and to the communication with the northern forts and places, as well as because of the unfavorable impression on our further subjects, who, dispirited by the loss of the fort, might even be encouraged to fall away from the Company and side with the King, while the Kandians, by that success, would naturally become prouder and more unmanageable. § 111. The fort Putulang, which is also of great importance to the Company, both for the same reasons as have just been adduced with regard to Nigombo, and also because of the particular opportunity for correspondence with the opposite coast and for smuggling, was garrisoned with three hundred thirty-six heads, but, in order to be better able to withstand a great superior force, it still ought to have some reinforcement. § 112. Silou, which only has a small earthwork fort or rather a field redoubt, was garrisoned with no more than two hundred forty-three men, with which it might indeed repel a hostile attack, but against so great a superior force as the Dessave of the Seven Korles had with him, it could not maintain a proper defense in the long run. § 113. Under these circumstances we therefore took the decision to have two companies of Europeans and two companies of Malays marched from Trinconomaale, where currently over nine hundred heads were stationed (Battikaloa included therein) and where so many were not needed in time of peace with all European powers, through the Wanni to Putulang. § 114. And in case the Kandians might meanwhile come down with a large force from the Seven Korles, to abandon Silou and use the garrison to reinforce whichever of the two other posts might be attacked by them, for which the necessary orders were given that very same day. § 115. But since this decision had arisen solely on account of our temporary inability to assist Nigombo from here with the necessary manpower, it was immediately revoked, along with the orders relating thereto, as soon as we, through the return of the detachment from Sitavaka, became able properly to reinforce that fort with one company of Europeans and one company of Malays, as Your Right Excellencies may be pleased to observe this all in detail in our secret resolution of the 6th and 17th of this month forwarded herewith, to which we take the liberty to refer here. § 116. We break off our respectful reports here, in order to continue them together with the Governor, who is expected this evening, and have the honor to be with all respect and fidelity, (was signed below) Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honorable, Severe Sirs! Your Right Excellencies' humble and very obedient servants (was signed) J: G: van Angelbeek, M: P: Roket, De Paravicini, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Somlant, and J: A: Vollenhove (in the margin stood) Kolumbo, the 18th of June 1791. Agrees. Hybrands Sworn Clerk Batavia To His Right Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company and The Honorable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord! Honorable, Severe Sirs. § 117. The detachment that was posted at Awisawelle having been withdrawn to Hangwelle, in conformity with what was communicated in our respectful letter of the 18th of this month for the reasons given therein, the first undersigned Governor consequently returned here that same evening, for some time and until his presence shall be required elsewhere, after having first issued the necessary orders concerning the troops with which Hangwelle shall for the present remain garrisoned. § 118. Concerning the operations of the Kandians, apart from what has already been communicated, we have nothing extraordinary to report: their principal efforts consist for the present in seeing whether they can bring the Company's inhabitants over to their side through threats as well as promises. § 119. The Dessave of the Seven Korles, who has stationed himself with his armed force almost equidistant from Nigombo and from the Company's boundaries in the Happitigam Korle and the Pittigal Korle in the Silou area, has now already for some time maintained the same position. § 120. In the Three and Four Korles, which are under the first Adigar of the realm, little movement is heard of. § 121. The Dessave of Saffregam is likewise on the borders of the Matara Dessavony with a multitude of armed men and threatens to invade the Moorua Korle, on account of which our inhabitants have fled into the forests out of fear. Whether the Dessave of Oeva is with him, as some reports say, we cannot state with certainty. The reports that come in from time to time vary so much from one another that what is confirmed by one is often contradicted again shortly thereafter by others. § 122. We would therefore abuse Your Right Excellencies' attention if we wished to demonstrate this from these reports themselves, which moreover are only interesting at the moments they are received; nevertheless, we send them in a small bundle herewith, in case Your Right Excellencies might at times wish to inspect them. § 123. Among these is a translation of an unsigned ola, which was delivered in the name of the King's body physician written to the Attepattoo Mohandiram of the Dessave, in which it is urged with great force of argument to satisfy the Court, and that if all the beaches could not be given back, at least Putulang ought to be ceded back to the Court. Meanwhile
Dutch transcription
gehoorende distrikt en tot de kommunicatie met de nood „lijk forten en plaatsen, als m gens den nadeeligen indruk op onze verdere onderdaanen, die door het verlies van het fort Neerslagtig gemaakt en zelve wel aangemoedigd zouden worden van de kompas en den koning toe te vallen, ter „wijl de kandiaanen door dat sukers natuurlijker wijze trotscher en onhandelbaarer worden zouden. § 111. Het fort Putulang, het welk meede voor de komp: van groot belang is, zoo wel om dezelve reedenen, als zoo eeren net be „trekking tot Nigombo bij „gebragt zijn, als ook wegen de bezondere geleegenheid tot korrespondentsie met de overwal en tot het smokkele was 4620. was met driehonderd ses en der„ „tig koppen bezet, doch diende, om tegen een groote overmacht te beter bestand te zijn, noch wel eenige versterking te hebben §112. silou, het welk eenlijk een van aarde opgehaalde Aort„ „je of liever veldschanse heeft, was met niet meer dan twee „honderd drie en veertig Man bezet, waarmeede het wel een vijandige aanval afweezen, oork teegen eene zoo groote overmacht, als de Desfare van de seven korles bij zich bod, op den duur geene behoor„ „lijke defensie doen kost. §113. Jn deeze omstandigheeden na„ „men wij derhalven het besluijt van Trinconomaale, waartans over de negenhonderd koppen lagen, /: Battikaloa daar onder begreepen:/ en waar zoo veel in in tijd van vreede met alle Euro¬ peesche Mogendheeden niet no „dig waaren, twee kompanien Europeeschen en twee kompanien nolaiers door de wannig voor Puturlang te laaten morscheeven 1114. En ingevolle de kandiaanen middelerwijle met een groote macht uit de zeeven korles af„ „koomen mogten silou te abau„ „donneeren en de bezetting tot versterking van het zoodanige van de twee andere fosten te gebruijken, als door henl: ge„ „attaqueerd mogten worden, waartoe noch dien zelfden dag de noodige orders gegeeven wierde 3115. Dan dewijl dit besluit alleen voortgekoomen was, uit hoofde van ons temporeel on„ „overmoogen, om Nigombo vou hier met de noodige manschap bij te springen: zoo werd het „zelve, met de doartoe betreklijk vrders 4621. orders, ten eersten ingetrokken zoodra wij, door de terugkomst van het detoctement van sitara„ „ka in staat raakten, dat fort met eene kompanie Europeeschen en eene kompanie Malaiers behoorlijk te versterken zoo als uw Hoog Edelheden dit een en ander omstandig gelieven te beschouwen, bij onze tons over„ „gaande sekreete resoluutsie van den 6. en 17. deezer woor„ „aan wij de vrijheid gebruiken ons hier te gedraagen. §116. wij breeken hier onze eerbie„ „dige berichten af, om ze met den Heer Gouverneur, die heeden avond verwacht word, te zaa„ „men tevervolgen en hebben de eere met alle eerbied en trouwe te zijn. /:onderstond. / Hoog edele groot Achtb: wijdge„ „biedende Heer en welEdele gestr: Heeren! uwer hoog edelheden onderdanige naagezien onderdaanige en zeer gehoorzaa „men Dienaaren /:was geteekend:) J: g: van Angelbeek, M: P: Roket, de Pararacini, C: van Angelbeek, J: Reintous B: L: van Zitter, A: Somlant en J: A: vollenhove /:in mor„ „gine stond:/ kolumbo den 18. ' Iu„ „nij 1791. Akkordeert. Hybrands Segklerk 2 te Lowman 4622. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren wijd Gebiedenden Heek M:r Willem Arnold Alting Wegens den staat der vrije vereenigde Nederlan„ „den en de Generale Nederlandsche g'oktroijeerde Oost-Jndische kompenie Gouverneur Generaal en De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlandsch Jndia. Hoog Edele Groot Achtb: wijd Gebiedenden Heer! Wel Edele Gestrenge Heeren. en §: 117: Het detachement, dat te Awisawelle geposteerd was, konform het bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 18=e dezer om de daar bij gegeevene nee„ „denen terug getrokken zijnde naar Wangwelle, is mits dien de Eerst ondergeteekende Goeverneur dienzelven avond, voor eenigen tijd en tot dat zijne presentsie elders zal noodig zijn, alhier terug P terug gekomen, na alvorens te hebben gesteld, de noodige orders omtrend de troepes, waarmede thang „welle voor eerst zal blijven bezet. §: 118: Van de verrichtingen der kandiaanen hebben ioi behalven het reets bedeelde niets zonderlings te melden: Hunne voornaamste poogingen be„ staan voor als noch om te zien, of ze 's komp:s ingezeetenen zoo door dreigementen als beloften tot kunnen kans kunnen overhaalen. §:o 119 De Dessave van de zeven korles die zich met zijne krijgsmacht geplaatst heeft nagenoeg ee„ „ven verre van Nigombo, als van 's komp:s limie„ „ten in de Happiligam korle en depittigalkor„ „le in het silausche, houdt zederd nu reets een tijd lang dezelfde posietsie. §: 120: Jn de drie en vier korles, welke staan ondek den eersten Rijxt adigaar hoord men van wei„ „nig beweeging. §: 121: De Dessave van Sassergam staat op de limieten van de Matersche Dessavonij mede met een meenigte krijgsvolk en dreigd in de Moorua korle intevallen, weshalven onze ingezeetene uit vreeze in de bosschen gevlucht zijn. of de 4623. de Dessave van Oewe bij hem is, gelijk zommige berichten zeggen, kunnen wij niet verzeekeren. De berichten, die van tijd tot tijd inkomen va„ „rieeren zoo zeer van malkander, dat het geen bij de eene word bevestigd, veel tijds kort daar aan wederom door andere word wedersprooken. §: 122: We zouden derhalven de aandacht van uw Hoog Edelheeden misbruiken, zoo we dat uit deeze berichten zelve wilden aanwijzen, die boven dien alleen intressant zijn in de oogenblik„ „ken, dat men ze ontvangd woe zenden ze niet te min in een bondeltje hier nevens, of uw Hoog Edelheeden dezelven zomtijds zou„ „den willen inzien. §: 123. Onder dezelven is een translaat ongeteekende ola, die besteld is op den naam van 's konings lijfmedikus geschreeven aan den Attepattoe Mohandiram Matliaak van den Dessave, waer bij met veel kragt van reeden word aangedrongen, om het Hof te vreeden te stellen, en dat zoo ook alle de stranden niet konden worden terug gegee„ „ven, ten minsten Putulang wederom aan het Hoff diende te worden afgestaan. Inmiddels
English
Section 124: Meanwhile, all these reports and all these commotions fully indicate that the Court has set its mind on forcing us by violence to surrender the shores, or at least Putulang. Section 125: Your High Excellencies will be no less convinced than we are that this surrender would be utterly ruinous to the interests of the Company, and would within a few years even drag along with it the entire loss of the Island. Section 126: And thus war with Kandia appears to be unavoidable, and the Kandians themselves declare this in word and deed. Section 127: During the rainy season we shall occupy ourselves solely with preserving tranquility in the Company's own lands and warding off the attacks that the Kandians might undertake against us. Through the reinforcement with the detachment that we expect shortly from Trinkenomale and which is due to arrive at Kalpettij on 6 or 8 July, consisting of two companies of the Regiment de Meuron and two Eastern companies, we hope to be all the more capable of this. Section 128: By maintaining tranquility in the Company's lands, we have for the present overcome that which made all enterprises of the Court against the Company most dangerous. Section 129: If this can be kept going until the end of the rainy season, much ground will already have been gained against the Court. Section 130: Meanwhile, we shall prepare everything in order to undertake a vigorous expedition to Kandia as soon as the favorable monsoon permits, which in our judgment is the safest means to force it to make peace. Section 131: We think this expedition should be made through the Three and Four Korles. Everything can be transported by water as far as Roeanelle, and from there one can manage with four posts all the way to Kandia, and thus, if Sitavaka and Roeanelle are included, only six in total are necessary to keep the communication open. Section 132: To garrison these posts, 1200 to 1500 men will be necessary. For the general expedition to Kandia, we calculate that 2500 well-commanded men will be sufficient, and thus four thousand heads in total are required for this. Section 133: For this purpose, we think we shall be able to bring 2000 men into the field from our own troops and recruit 500 sepoys on the Malabar and Madura coasts; therefore, 1500 men must be sent to us by Your High Excellencies, as we hereby most humbly request: one third Europeans and two thirds Easterners, including the Ceylon troops sent to Batavia under Captain Bonneval. Section 134: These troops should be sent as soon as humanly possible, in order to be able to begin operations against Kandia as soon as the weather permits. Section 135: They should thus be here at least by next December; if it can be earlier, it is all the better. Section 136: If the troops sent a few years ago from the Cape to Batavia have not yet been sent back, a great service could be done to Ceylon if Your High Excellencies would have them return via this Government. One could then, beyond the troops that are actually employed, keep a good corps de reserve to be used as occasion may require. Section 137: With this assistance from Your High Excellencies, we hope soon to be able to force the Court to make peace, wherein we shall endeavor to annul the article of the peace treaty whereby the revenues of the shores were pledged to the King. Section 138: This article is of greater importance than it appears to be at first glance. The Court could demand large sums on that account, which in time it would be difficult to dispute except with sword in hand. Section 139: Even if one estimates these revenues at a very moderate rate, the arrears alone would already amount to at least one million guilders, if not more. Section 140: The war cannot cost the Company so much if it is carried out with vigor and speed, especially when one includes the principal sum, the interest of which is represented by the capital that one would have to pay out yearly. Section 141: We fully understand on the one hand that this war is very inconvenient for the Company in its straitened circumstances; however, apart from the fact that it does not rest with the Company to avoid it, but that it is forced into it willy-nilly by the Court, we must remark that this war, with respect to the political system of Europe, breaks out under circumstances that highly favor our cause. Section 142: The King's connections on the Coast are increasing from time to time. The Nayaks, who are gaining more and more credit and stature with the King, are steadily expanding at the expense of the Sinhalese, and through their credit and influence with the King, they compel such of the Court nobles as seek to ingratiate themselves with the King to support their ruinous measures. These
Dutch transcription
§: 124: Jnmiddels wijzen alle deeze berichten, en alle deeze gedoentes volkomen aan, dat het Hof het daer op gesteld heeft, ons met geweld tot den afstand van de stranden, of ten minsten van Putulang te dwingen. §: 125: Dat deeze afstand voor de belangens der Maat, schappij grond verderflijk zijn, en zelve binnen weinig Jaaren het heele verlies van het Eiland na zich sleepen zoude, daar van zullen uw Hoog Edelheden niet minder dan wij overtuigd zijn. §: 126: En dus schijnt de oorlog met kandia onvermeide„ lijk te zijn, en de kandianen zelve verklaa„ „ren dit met woorden en daeden. §: 127:We zullen ons geduurenden den regentijd alleen beezig houden met de rust in 's komp:s eigen landen te bewaaren en afteweeken de aan„ slaegen, die de kandiaanen tegen ons zouden mogen onderneemen. Door de versterking met het detachement, dat we eerstdaags van Trin „kenomale verwachten en den 6. of 8. Juli te kalpettij staat aantekomen, bestaande in twee kompanien van het regiment van Meuron 4624. Meuron en twee oostersche kompanien, hoopen we hier toe te meer te zullen in staat zijn. §: 128: Met het in rust houden van 'skomp:s landen zijn we voor eerst te bovengekomen, het geen alle on„ „derneemingen van het Hof tegens de komp:e het meest gevaarlijk maakte. §: 129 zoo men dit zoo kan gaande houden tot het einde„ van den regentijd, zal 'er reets veel veld op het Hof gewoonen zijn. §: 130: Jntusschen zullen we alles prepareeren om zoo dra de goede mousson het zal toelaaten eene vigoureuse expedietsie naer kandia te doen, het welk naer ons oordeel het veiligst middel is, hetzelve tot den vreede te nood„ „zaaken. §: 131: Deeze tocht denken we zal behooren te worden gedaan door de drie en vier korles. Tot Roeanelle toe kan alles te water worden gebragt en van daar kan men het met vier posten tot kandia toe af en dus zijn ex„ als sitavaka en Roeanelle daar onder begreepen worden maer ses in 't geheel noo„ „dig, om de kommunikaatsie open te houden. Om §: 132. Om deeze posten te bezetten zullen 1200. tot 15 00 Man noodig zijn. Tot de generaale expedietsie naar kandia reekenen wij, dat 2500. man wel bediend, toereikende zijn en dus worden hier toe in allen vierduizend koppen vereisch §:o 133. Hier toe denken ie, 2000. Man te zullen kun„ „nen te velde brengen uit onze eigene troepes en 500. Sipais op de Mallabaarsche en Madu„ „reesche kusten aante werven, en dienen ons dus door uw Hoog Edelheeden te worden ge„ „zonden, zoo als we dat door deezen zeer ne„ „drig verzoeken, 1500. man een derde Eur op ee„ „schen en twee derde oosterlingen; daar onder begreepen de Ceilonsche troepes, onder kapitain Bonneval na Batavia gezonden. §: 134 Deeze troepes dienen te worden gezonden zoo spoedig als eenigsins mogelijk is, ten einde de operatien tegen kandia te kunnen be„ „ginnen, zoo dra het week het toelaaten zal §:o 135 te dienen dus ten minsten met decembek aan g staande hier te weezen, kan het vroeger zijn, zoo is het des te beter: §: 136: zoo de voor een paar jaaren vande kaap naar Batavia 4625 Batavia gezondene troepes noch niet terug ge„ „zonden zijn, zoude Ceilon groote dienst kunnen geschieden indien uw Hoog Edelheeden dezelve over dit Goevernement lieten terug kooken. Mon zoude. dan buiten de troepes die werklijk worden g'emploijeerd een goed korps de neserve kunnen houden, om bij voorkomende geleegen, „heid te kunnen worden gebruikt. §: 137: Met deeze assistentsie van uw Hoog Edelheeden hoopen wij het Hoof spoedig tot vreede te zullen kunnen dwingen, waar bij wij trachten zul„ „len het artikel van het vreedes traktaat te vernietigen, waar bij de inkomsten der stran„ „den aan den koning worden toegezegd. §: 138: Dit artikel is van meer gewigt dan het in den eersten opslag schijnt te weezen. Met Hof zou„ „de derwegens groote sommen kunnen eischen; t die het in der tijd moeielijk zoude zijn te ontleggen, dan met den degen in de rand. §: 139: Doch als men ook deeze inkomsten maer steld op een zeer maatige prijs, zouden de agterstallen alleen reets nu ten minsten een millioen guldens bedraegen zoo niet meer„ zoo §: 140: zoo veel kan de oorlog de komp:e niet kosten, wan„ „neer ze met vigeur en spoed word uitgevoerd, inzonderheid als men daar bij reekend de hoofd som, waer van het kapitaal dat men Jack„ „lijx zoude moeten uitkeeken, de renten uitmaeht §: 141. Wij begrijpen aan d' eene zijde zeek wel, dat deeze oorlog voor de komp:e in haere bekrom „pene omstandigheeden zeer ongeleegen komt, doch behalven dat het aan de Komp:s niet staat om denzelven te ontgaan, maer zij daar toe door het Hof nolens volens gedwongen word, zoo dienen wij aantemerken, dat deeze oorlog met opzicht tot het politique sijsteem van Eu„ ropa onder omstandigheeden uitbarst, die on„ „ze zaak zeer begunstigen. §: 142: 's Konings nelatien op de kust neemen van tijd tot tijd toe. De Naikers, die meer en meer toe„ „neemen in krediet en aanzien bij den koning brijden zich ten kosten van de singaleezen gestadig uit, en door hun krediet en influs„ „tie bij de koning noodzaaken ze zulke der Hoffgrooten, die zich in 's konings gunst zoeken t brengen, hunne verderflijke maatregelen te ondersteunen. Deeze
English
4626. § 143. This disadvantageous disposition of the Court, which in all probability will increase more and more, would be especially and highly dangerous if one were involved in a foreign war. The Company would then, so to speak, be at the mercy of the Court; we have seen that in the late English war. § 144. Being now closely allied with England and the French being in no condition to be feared, the Company has great prospects for a favorable outcome, and at the same time hope to place its status on this Island on a more secure footing upon the conclusion of peace. § 145. This certainly cannot happen without expenses, but they will nevertheless not be nearly as large as in the previous war, and we think that we will go very far with six hundred thousand guilders; we also need to be supplied for that purpose with a quantity of gunpowder and muskets and some small items, and request therefore that the aforesaid requested assistance may be fulfilled without reduction; the accompanying extraordinary requisition, which for the greater convenience of your High Excellencies we insert below. 600000: say six hundred thousand guilders in cash in gold or silver specie 4000 pieces of new flintlocks 100000 lb of gunpowder 100 leagers of arrack 1000 bundles of Javanese binding rattans 25 barrels of salted meat or pork 15000 lb of coffee Surgical instruments: 2 complete sets of instruments for trepanning 6 complete sets for amputation 24 artery needles 100 straight needles etc. 12 hollow probes 24 curved bistouries 24 straight bistouries 24 curved incision scissors 24 straight incision scissors 6 stiff catheters 6 flexible catheters 12 wound syringes 6 clyster syringes 24 abscess lancets. § 146. The matter of the coolies is on an occasion like this one of the most difficult matters on Ceylon. If your High Excellencies could therefore send us a few hundred strong Malay slaves, even if it were only 150 pieces, a great service would be done to us. To encourage these people the more to loyalty, one could promise them freedom as soon as peace had been concluded. One could then also make an Eastern Company of them. § 147. Shortly after the first undersigned Governor had arrived at Sitawaka, the well-known Court magnate sent a confidant of his to his Honor, to give further assurance that what he was forced to do by virtue of his public capacity conflicted greatly with his private inclination, but that without exposing himself to great persecutions he could not fail at least outwardly to show that he was minded just like all the others; that for that reason, and so that the Governor might not draw any wrong conclusion from it, he now further sent this confidant of his to testify to the Governor on his behalf that his sentiments, of which he had repeatedly given assurance, were always the same, and that he would demonstrate this at a convenient time. § 148. After he had delivered his message, the Governor asked him what the real reasons were that the Court, which formerly had always shown itself friendly and well-disposed toward the Company, now behaved so hostily toward it, and by what motives those who had advised the King to such ruinous steps had been able to persuade him to it. He answered that especially the Nayakkars were to blame for it, and that they and the Court magnates who had united with them in this matter, among whom he specifically named Dumbara, Disava of the Seven Korales, and Leuke, Disava of Sabaragamuwa, had shown the King that it was hopeless for him to count any longer on recovering the coasts by way of friendliness. That the Company, which at first had treated that matter in a delaying manner for a long time, had for a couple of years written so positively about it that the King had to decide 4628. to abandon it or to do himself justice, and that if he had the intention ever to resolve upon the latter, the time was now very favorable to do so. That the Company was currently in a very moneyless state, and not only had nothing besides copper money that it had struck at Colombo, but that it did not even have enough of that to pay its troops, and therefore had to have the rest paid in paper. That the Company was consequently unable to let more troops come to Ceylon, as it already had trouble paying those who were there, and that therefore if the King only made some threatening movements, this would likely be enough to bring the Company, currently unable to wage a war, to its senses, and make it offer the coasts willingly. Dumbara, who was then still Disava of Uva, had added to this that if the King would make him Disava of the Seven Korales, he, if it should also come to acts of violence, would immediately Chilaw
Dutch transcription
4626. §: 143. Deeze nadeelige gesteldheid van het Hof, die nade hoogste waarschijnlijkheid meer en meer staat toeteneemen, zoude inzonderheid ten hoogsten gevaar„ „lijk zijn, wanneer men in een buitenlandsche oorlog om zoo was ingewikkeld. De komp: zoude dan orze te spreeken ter diskreetsie staan van het Hof: wij heb„ „ben dat gezien in den jongsten Engelschen oorlog. §: 144: Thans met Engeland nauw g'allieerden de Tran„ „schen in geen toestand zijnde, om ze moeten vreezen, heeft de komp„e groot voor uitzicht op een gunstigen uitslag, en tevens hoope, om haaren. staat op dit Eiland bij het sluiten van vreede op een meek verzeekende voet te brengen. §: 145: Dit kan zeeker zonder onkosten niet geschieden, doch dezelven zullen echter lange zoo groot niet zijn als in den voorige oorlog en wij den„ „ken dat wij met ses tonnen gouds heel verzul„ „len komen, ook dienen wij daer toe met een partij buskruit en geweeken en eenige kleenigheeden voorzien te worden en verzoeken derhalven dat ons bij de voorsz: bijstand aantroepen zonder vermindering mag worden voldaan; de hier nevens gaande extra ordinaire Eisch, die wij tot meender meerder gemak van uw Hoog Edelheeden hier Onder insereeren. 600000: zegge zes hondert duijzend guldens aan kontant in goud. of zilvere specien „ Vierduijzend p:s nieuwe snaphaanen 4000. „ een hondert duijzend lb: buskruijt 100000. „ een hondert leggers aarak 100. „ een duijzend bossen Javase bindnottings 1000. Vijfentwintig Vaten gezouten vleesch of spek 25. „ Vijftien duijzend lb: koffi 15000. „ 2: „ twee kompleete stellen instrumenten tot tiep aan 6. „ ses stellen Compleet tot de amputatie 24. „ Vierentwintig artepie naalden 100. „ een hondert regtnaalden inz: 12. „ twaelf holle sonden 24. „ Vierentwintig Kromme bestonien 24. „ Vierentwintig regte 24. „ Vierentwintig kromme insisie schaeren 24. „ Vierentwintig regte 6. „ ses stijve 6. „ ses slappe Cateters 12. „ twaelf wondsettingen 6. „ ses Clisteek seningen 24. „ Vierentwintig abceslancetten. §: 146. Het stuk vande koelies is ingeleegenheid als deeze een der bezwaarlijkste zaeken op Ceilon. Chinungiale instrumenten zoo - - 4627. zoo uw Hoog Edelheedens ons daerom een paak honderd sterke malaitsche slaaven en al was het maar 150. stuks konden toezenden, zoude ons daarmede groote dienst geschieden. Om deeze luiden te meek tot trouwe aantemoedigen zoude men hun de vrijheid kunnen belooven zoodna de vreede zoude geslooten zijn. Men zoude ek dan een oostersche komp:s van kunnen maaken„ §: 147: Kort nadat den eerst ondergeteekenden Gouverneur op situake was aangekoomen, zoud de bekende Hofsgroote aan zijn Edele een vertrouweling van hem, om nadere verzeekering te doen dat het geene Hij uit hoofde van zijne publieke kwali„ „teid genoodzaakt was te doen, zeer streed met zijne bezondere geneigtheid, dog dat wij zonder zig aan groote vervolgingen te exponeeren niet konde nalaaten ten minsten voor het uitterlijke te toonen dat hij even als alle andeken geziend was, Dat wij daarom en op dat de gouverneur daar uit geen verkeerd gevolg mogte trekken, nu nader deeze zijne vertrouweling zond om den Gouverneur zijnentwegen te betuigen, dat zijne gevoelens, waar van wij te meermaelen hadde 06 hadde verzeekering gedaan, altoos de zelfde wa„ „ren, en dat wij dit ter gelegener tijd zoude doen blijken. §: 148: Na dat wij zijn boodschap gedaan had, vroeg de pt de Gouverneur hem, wat rog „ reedenen waaren dat het Hof, het welk zig eertijds steeds vriendelijk en welgezind tegens de komp: hadde getoond, zig nu zoo vijandig tegens dezelve gedroeg, en door wat motiven tog degeenen die de koning tot zulke verderflijke stappen hadden geraaden, hem daar toe hebben kunnen overhaalen. Wij antwoorde, dat inzonderheid de Naikens daar van de sch waren, en dat deeze ende Hofsgrooten die zig met hun in dit stuk hadden vereenigd, waaronder hij inzonderheid opnoemde Doembeke, Dessave van de zeven korles, en Leeuwke, Dessave van saffergam, de koning hadden vertoond, dat het hoopeloos was, dat Hij langer reekening maakte op het terug krijgen der stranden door den weg van vriendelijkheid. Dat de komp:e die dat stuk eerst een tijd lang delaijeekend behandeld had, zeelent een paar jaaken daar over zoo stellig hadde, geschreeven, dat de koning zig moeste decideeren 4628. decideeren om daar van aftezien of zig zelven regt te doen, en dat zoo wij het voorneemen hadde om ooit tot het laatste te besluiten, de tijd nu zeek gunstig was omdat te doen. Dat de komp:e tans was in een zeer geldelooze staat, en niet alleen niets huijsen kooper geld, dat ze te kolombo deed aanslaan, maar dat ze ook zelfs daar van nog niet genoeg had om raeake troupes te betaalen, en daarom de rest moest doen re betaalen in papier. Dat de komp:e mits dien was buiten staat om meer troupes op Ceilon te laa„ „ten komen, wijl ze reeds werk had om die geene die er waren, te betaalen, en dat daarom wan„ neer de koning alleen wat dreigende beweegin„ „gen maakte dit vermoedelijk genoeg zijn zou„ „de om de komp: tans niet in staat om een oorlog te voeren, te doen bijkomen, en de stranden goed„ „willig te doen aanbieden- Doembere die toen nog was Dessave van oewe hadde daar bij ge„ voegd, dat zoo de koning hem Dessave vande zeven korles wilde maken, wij, zoo het ook tot daadelijkheden komen moest aanstonds Silau 35
English
would capture Silau and Putelang, and he saw a good chance of subsequently also capturing the Disavony of Colombo, upon which the King had immediately made him Disava of the Seven Korles. Leeuwke, who was then still Disava of the Three Korles, had also on his part bragged extensively about what he would accomplish. He would capture the Disavony of Matara if the King would make him Disava of Saffergam, which he has also since become. Both of them, however, as soon as Putelang and Silau were unexpectedly reinforced, had begun to see more difficulties in the undertaking, and Doembere, who had already been ready at the beginning of February to come down to the Seven Korles, had since managed to postpone his departure under all kinds of pretexts until the King had finally reminded him of his abovementioned promise with so much gravity that he, for shame, had to decide upon the journey, which he had also done because it was now approaching the rainy season, during which he well knew that the Company would not send its troops deep into the country. Leeuwke had thereupon also had to undertake the journey to Saffergam, but he assured the Governor that as soon as the Company seriously began to prepare for war, everything would soon turn out to their Excellencies' satisfaction, and said that for this reason his Master had on all occasions advised not to count on a friendly accommodation, and consequently to show as soon as possible that the Company intends to do itself justice by force of arms. Paragraph 149. The two brothers, Don Simon, who was Chief of the Kandebaddepattu, and the other, also sometimes called Don Constantijn, Chief of the Mahampattu, have fled after they had tried in vain to instigate a revolt anew in the Kandebaddepattu. Paragraph 150. As proof that the threats, especially against the native chiefs mentioned in the mandate ola in our humble previous letter of the 18th of this month, were not made in vain, we have outlawed both of them and promised a reward of 1000 1000 Rixdollars to anyone who brings in either of them dead or alive. Paragraph 151. In addition, we have recommended to Galle to have all their property destroyed, as well as that of their brother, the Aratchi Don Simon mentioned in our humble letter of the 18th of this month, who, while being brought under arrest from Matara, escaped at Bentotte through the carelessness of his escort, by pulling down or burning their houses, cutting down the trees in their gardens, and abandoning their cattle and other movable property as plunder to those who carry out this execution, whereby we have also ordered that their lands, as abandoned grounds, must be confiscated for the Company. Paragraph 152. We have caused a publication of this our decision to be made, not only in the Matara Disavony, but also in the Disavony of Colombo and in the Galle Korle, so that it should be known everywhere. Paragraph 153. The troops that the Ministers of the Cape might be able to reinforce us with, in all probability cannot be here soon enough to be used at the beginning of the expedition, yet even if they can only arrive here in the coming early spring, they can still be of great service. The more forcefully one can pursue the matter by force of arms, the more we can flatter ourselves with a fortunate and speedy success, and we have therefore requested the Ministers of the Cape to assist us with a party of troops, even if it were only 500 men; and because the Master of Equipage Anduinga points out, in a report accompanying this, that the ships destined for Batavia which depart in the early spring can touch at Ceylon without delaying their voyage thereby more than roughly a month, we have requested the Cape Ministers to use some of the ships bound for Batavia to transport the troops with which they will be able to assist us. We hope that your High Excellencies, because of the great importance of the matter, will favorably approve this. In Paragraph 154. In conclusion of this, we take the liberty to report further that, according to the latest reports, everything is also in deep tranquility in the Company's possessions on the east side of the Island. Paragraph 155. In compliance with your High Excellencies' order in the very esteemed secret missive of 30 December last, the Mannar Chief Ebell has, in an address that accompanies this in copy, defended himself against the accusation of the Nabob, as if he had clandestinely caused the Mannar pearl banks to be dived. In this address he states, as was also reported in our respectful letter of 27 January 1790, that the inspection that was carried out in the autumn of 1789, in which he and Lieutenant Bruger acted as commissioners, could not have been completed because of the continuous rough weather, and that therefore, after only four banks had been inspected, it had to be broken off on 20 December. He further demonstrates thereby that in this inspection no more than 49 oysters
Dutch transcription
Silau en Putelang zoude wegneemen, en Wij wel kans zag om vervolgens ook de Dessavo„ nie van kolombo te neemen, waar op de koning hem aanstonds Dessave van de Zeven korles hadde gemaakt. Leeuwke die toen nog Dessave van de drie Korles was, hadde ook van zijn kant breed opgegeeven van het geen hij verrigten zoude Wij zoude de Dessavonie van Matire wegneemen zoo de koning hem maken wilde Dessave van saffergam, gelijk wij dat ook zedert geworden is. Beide hadden ze nogtans zoo dra Putelang en silau op het onverwagst versterkt waren, meer swaarigheden in het werk beginnen te zien, en Doembere die reeds in het begin van februarij hadde klaak gestaan om na de zeven korles aftekomen, hadde zedert zijn vertrek onder allerhande pretexten wee„ „ten uit te stellen tot dat de koning hem eindelijk zijn belofte hier boven vermeld met zoo veel ernst hadde herinneerd dat Wij schaamtshalven tot de reize hadde moeten besluiten 4629. besluiten, het geen wij te eek gedaan hadde omdat het nu ging tegen de negen tijd, gedutrende dewelke Wij wel wist dat de komp: haare troupen niet dief in het land zenden zoude Leeuwke hadde daar op ook de reize na de saffregam moeten aanneemen, dog Wij verzeekerde de Gouverneur dat zoodra de komp: zig ernstig begon toe te bereeden tot den oor„ „log, zig alles spoedig tot haar Ed:e genoegen zoude schikken, en zeide dat daarom zijn Meester bij al„ „le gelegentheeden hadde doen raaden, om geen re„ „kening te maken op een vriendelijk akkome de„ „ment, en om mits dien hoe eer zoo beter te doen e blijken dat de komp:e zig zelven met de wapenen denkt regt te doen. §:o 149. De beide broeders Don Simon wack van de een ge„ „weest is Hoofd vande kande baddepattoe ende andere ook zomtijds Don konstantijn genoemd, Hoofd van de Mahampattoe zijn nadat ze te vergeefs op nieuw een revolte inde kandebaddepattoe hadden zoeken aan te richten gevlucht. §: 150: Ter blijke dat niet te vergeefs gedaan zijn de be„ „dreigingen inzonderheid tegens de jnlandsche hoof„ „den bij de mandaat ola vermeld bij onzen nee„ drigen voorgaanden van den 18:e dezer, hebben wij hun beide vogelvrij verklaard en beloofd een premie van 1000 — 1000. ud:s voor de geene die een elk hunner levendig op dood op brengd. §: 151: Wier bij hebben we na Gale aanbevoolen om alle hunne goederen zoo wel als die van hunnen broeder de bij onzen nedrigen brief van den 18. dezer vermelden Arraetje Don Simon die terwijl hij in arrest van Mature wiend opgebracht, door de agteloosheid van zijne geleidens, te Bentotte ont„ vlugt is, te laaten vernielen, door het afbreeken of in de brandsteeken van hunne huijzen, het afkappen vande boomen in hunne tuijnen, en het ten prooije geeven van hun véé en andere tilbaake goederen, aan de geenen die deeze executie doen, waer bij wij ook bevoolen hebben dat hunne landerijen, als verlaetene quonden, voor de Comp: moeten ingetrokken worden. §: 152: van deeze onze dispositie hebben we een pu„ „blikatie laaten doen, niet alleen in de Ma„ „tuinesche Dessavonie, maar ook in de Dessa„ vonie van Kolombo en in de Gale Korl, op dat het alom zoude zijn bekend. §: 153 De troupes die ons de Ministers, van de kaap zouden kunnen bijzetten kunnen naar de hoogste waarschijnlijkheid niet zoo spoe„ „dig Fr 4630. „dig hier zijn om ze in het begin vande expeditie te gebruiken, dan zoo ze ook eerst in het aanstaa„ „de vroegjaar kunnen hier koomen, klinnen ze nogtans van groote dienst zijn. Naar maa„ „te dat men de zaak met te meer geweld van wapenen kan doorzetten, kunnen we ons te meer vlijen met een gelukkig en spoedig suc„ „ces, en we hebben daerom de Ministers van de kaap verzogt, om ons ook met een partij troupen al was het ook met 500. Man te wil„ „len bijstaan, en wijl de Equipagiemeester An„ „duinga bij een berigt dat hier neevens gaat, aanwijst, dat de scheepen voor Batavia ge„ „destineerd die in het vroegjaar uitgaan, Cei„ „lon kunnen aangieren zonder hunne rijze daar door meek te vertraegen, dan min of meer een maand, hebben wij de kaabsche Ministers verzogt om tot het overbrengen der troupes, waer meede ze ons zullen kun„ „nen assisteeken te gebruiken eenige vande voor Batavia uitkoomende scheepen. We hoopen dat uw Hoog Edelheeden om het groot gewigt der zaake dit gunstig zullen goedkeuren, Tot §: 154: Tot slot deezes neemen we de vrijheid hier nag te bedeelen dat volgens de jongste benichten ook aande oostkant van het Eiland alles in skomp:s bezittingen is in diepe rust. §: 155: Het manaars opperhoofd Ebell, heeft ter vol„ „doening aan uwer Hoog Edelheeden bevel bij zeer g'eerde secreete missive van den 30. Zbek: pass=o, zig bij een addres, dat in Copia deezen verzeld, verantwoord op de beschuldiging van den Nabab, als of hij de Manaeksche paarlbanken Glandestine hadde laaten beduiken. Bij dit addnes zegt hij, zoo als dat ook bedeeld is bij onzen eek„ biedigen van den 27: Januarij, 1790:; dat de „visitaalsie, die in 't najaak van ƒ1789. gedaan is, en waar bij hij en de Luitenant Bruger als gecommitteerdens gevaceers hebben, niet volleedig had kunnen geschieden, wegens het aanhoudend uuw week, en dat daerom„ na dat slegts vier banken waaren gevisi„ „teerd, den 20. December hadde moeten worden uitgeschijden. Wij toond wijders daer bij aan„ dat in deeze visitatie niet meer dan 49: oes„ „kers
English
4631. at least had been brought up by diving, that these oysters had been opened publicly in the presence of more than 200 persons, and that if pearls had been found, ripe enough for a fishery, the divers and boatmen, who have so great an interest in holding a fishery, would not have concealed this. He further refers in this regard to a conversation which Mr. Buchanan, after the second inspection, conducted in the spring of 1790 by Captain-Lieutenants Foenander and Brohier, was completed, had held at Manaar itself with the agents of the Nabob, and wherein Mr. Buchanan had indicated not unclearly that he considered the aforementioned accusation to be fabricated. §: 156: Furthermore, we present herewith to your Right Excellencies eight sworn statements from the surveyor Hopker, the chief pilot van Rossum, and the native chiefs who all attended the aforementioned inspection in the autumn of 1789, from which it is sufficiently evident that very few oysters were brought up by diving, and that a small number of pearls were found in them, some of these native chiefs specifying the number of oysters brought up at 49 pieces, and that of the pearls found therein at 3 pieces. § 157. We also add hereto a sworn statement from the aforementioned Captain Brohier, wherein he confirms the aforementioned conversation held by Mr. Buchanan with the Nabob's agents. §: 158: We take the liberty of referring most humbly to the aforementioned papers, and only noting here that since the inspection takes place publicly and with so many people, and the oysters, when they are brought ashore, are counted publicly and subsequently also opened publicly, it is an absolute impossibility to commit any deceit therein, as the divers, who have an essential interest in holding a fishery and abandon all their other trades for it, 4632. would immediately have discovered and reported it. §: 159: To our letter written on 8 March last to the Government of Madras, of which a copy was presented to your Right Excellencies alongside our respectful letter of the 25th of that month, we have since received a further letter from the said Government dated 6 April, which accompanies this in copy. In this letter it is stated that the first letter of 29 January was written pursuant to a letter written by the Nabob to their Honours, wherein he claimed that he had refused to give the necessary orders for the continuation of the Dutch trade in the Tirnevelli provinces because they had violated ancient customs, and that their Honours had therefore supposed that there were genuine disputes: And acting as if the Treaty on the part of the Nabob no longer held ground, and we consequently would no longer be bound by it either, they reiterate their offered mediation and the request for copies of our evidence. §: 160 Already in the beginning of the month of April, the first-undersigned Governor had received from the Tuticorin Chief Mekern two copies delivered to him by Mr. Buchanan of a letter written on 29 January last by the Lord Governor of Madras Medows to the Nabob concerning the latest treaty concluded between him and the Company, and of the answer sent thereto by the Nabob on 25 February; and these letters, which accompany this in copy, clearly demonstrate the untruth of the assertion in the aforementioned letter of the Government of Madras, namely that the first letter of 29 January, of which we sent a copy to your Right Excellencies alongside our respectful letter of 2 March, was written in response to a letter received from the Nabob. §: 161: We have therefore briefly replied by a letter written on 18 May last, of which a copy accompanies this: that it has nowhere appeared to us that the Nabob has undertaken anything against the Company's 4633. trade and privileges on the Madura and Marawa coasts, that the Company also on its part observes the latest treaty; and that we consequently do not understand what orders they could be that the Nabob is said to have refused to issue in accordance therewith: That there are therefore on neither side any reasons not to consider the aforementioned treaty as in force and in its full validity. §: 162: Our balances of gunpowder are as follows: Colombo at the end of June. . . . . lb: 175343. —. Jaffnapatnam at the end of May - - - - - - lb: 10058. ¾. -. Manaar at the end of the same - - - - - - lb: 9523. –. Galle at the end of the same - - - - - lb: 92327. 1/12. Matara at the end of the same - - - - - lb: 5433. -. Trincomalee at the end of the same - - - - - - lb: 98537. ¾. Batticaloa at the end of the same - - - - - lb: 2341. 1/18. Herewith we commend your Right Excellencies to God's gracious protection, and remain with all respect and fidelity. Below stood: Right Noble, Highly Respected, Widely Ruling Lords and Noble, Right Honorable Sirs, your Right Excellencies' humble and very obedient servants. Was signed: W: I: van de Graaff, I: P: van Angelbeek, M: P: Raket, De Paravicini, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, and A: Samlant. In the margin: Colombo, 30 June 1791. Agreed First Clerk Dijbrands
Dutch transcription
4631. „tens waaren opgedooken, dat deeze oesters publiek, in presentie van meer dan 200. perzoonen, waaren geopend, en dat indien er paarlen waaren gevonden, uijp genoeg a tot eene visschenij de duijkers en tonij lieden„ die zoo groot een belang, bij 't houden van ee„ „ne visscherij hebben, dat niet zouden hebben =versweegen. Wij beroept zig voorts daer bij op een gesprek, het welk de Heer Bucha„ „nan, na dat de tweede visitaatsie, die in 't voor jaar van 1790. door de Capitain Luite„ „nants Foenander en Brohier is gedaan, afgeloopen was, te Manaak zelve had gehou„ „den met de zaak bezorgers vanden Nabab„ en waer in hij Heer Buchanan niet onduij„ „delijk hadde te kennen gegeeven, dat hij de voorsz: beschuldiging voor verzonnen hield. §: 156: Nog bieden wij uwen Hoog Edelheeden hier„ nevens aanagt b'eedigde verklaeringen van den Landmeter Hopker, den opperloots van Rossum en de inlandsche hoofden die alle de voorsz: visitatie in 't najaak van 1789 6 1789. hebben bijgewoond, waer uit voldoende blijkt, dat'er zeek wijnige oesters opgedooken, en dat daar in een gering getal paerlen gevonden zijn, bepaalende zommige van dee„ „ze inlandsche hoofden, het getal der opge„ „dookene oesters op 49: stux, en dat van de daer in bevondene paarlen op 3. stux. §„ 157. Ook voegen wij nog hier bij eene b'eedigde ver„ „klaring van voorm: Capitein Brohier, waar bij hij het voorsz: gesprek, door den Heer Ble„ „hanan met 's Nababs zaak bezorgers ge„ „houden, bevestigd. §: 158: Wij neemen de vrijheid ons aande voorsz: pa„ „pieren nedrigst te referecren, en hier bij eenelijk aantemerken, dat daar de visitaat, „sie publiek en met zoo veel volk geschied, en de oesters, wanneer ze aan de wal gebragt zijn, in 't openbaar geteld en vervolgens ook in 't openbaar geopend worden, het een volstrekt onmogelijke zaak is, om daar bij eenig bednog te pleegen, wijl de duijkers, die een wezendlijk belang bij het houden eener visschenij hebben, en daar voor alle hunne andere neeringen laaten 4632. laaten staan, het ten eersten ontdekt en uitge„ „bragt zouden hebben. §: 159: Op onzen brief den 8. Maert J:o L: aan 't Gouverne„ „ment van Madras geschreeven, waar van Copij nevens onzen eerbiedigen van den 25. daar den uwen Hoog Edelheeden aangebooden is, hebben we zedert een nadene brief van gem: Gouver„ „nement van den 6. April ontvangen, die in Copij dezen verzeld. Bij deezen brief word ge„ „zegd, dat de eerste brief van den 29. ' Januarij was geschreeven ingevolge van een brief, door den Nabab aan Hun Ed:s geschreeven, waer in hij beweende, dat hij gewijgerd hadde de nodige ouders tegeeven, tot de voortzet„ „ting vanden hollandschen handel in de Tir„ „nevellische provintien, omdat deeze de oude gewoonten geschonden hadden, en dat hun Edelens daerom hadden ondersteld, dat 'ek wezendlijke verschillen waaren: En zig hou„ „dende, als of 't Tractaat aan de zijde van den Nabab geen strand meer greep, en wij er mits dien meede niet langer aan ver„ „bonden zouden zijn, herhaalen ze hunne aangeboodene 8 aangeboodene bemiddeling, en 't verzoek om de Copijen van onze bewijzen. §: 160 Reeds in 't begin van de maand april, hadde eerst ondergeteekende Gouverneur van 't Tutu„ „korijns opperhoofd Mekorn ontvangen, twee door den Heer Buchanan aan hem bezougde Copijen, van een brief den 29. Jann: J:o L: door den Heek Gouverneur van Madras Medows aan den Nabab geschreeven, over 't jongste tractaat tusschen hem en de Comp: geslooten, en van 't antwoord door den Nabab den 25. Februarij daer opgezonden; en deeze brieven, die in Copia hiernevens gaan, toonen duijdelijk aande onwaarheid vande voorgave bij voorsz: brief van 't Gouvernement van Madras, dat namelijk de eerste brief van den 29. ' Januarij waar van wij aan uwe Hoog Edelheden Copij hebben gezonden, nevens onzen eerbiedigen van den 2=e Maert, zoude geschreeven zijn op een ontvangene brief van den Nabab. §: 161: Wij hebben derhalven bij een brief geschreeven den 18:e Mai I: L:, waek van afschrift dezen verzeld, kortelijk geantwoord: dat ons nen„ „gens voorgekoomen is, dat de Nabab iets tegen sComp:s l„ „ 4633. sComp:s handel en voorregten op de Madureesche en Marruasche kusten ondernoomen heeft, Dat de Comp:e ook van haare zijde 't Jongste trac„ „taat onderhoud; en dat wij mits dien niet be„ guijpen wat het voor beveelen zouden kunnen zijn, die de Nabab zoude geweijgerd hebben, overeenkomstig daarmede te stellen: Dat 'ek derhalven van weerskanten geene reeden zijn, om 't voorsz: tractaat niet te houden van kragt en in zijn volle waarde. §:o 162: Onze restanten van buskruit zijn als volgt Kolombo onder ult:o Junij. . . . . lb: 175343. —. „ „ Meij - - - - - - „ 10058. ¾. -. Jassenap:m Manaar „ „ d=o - - - - - - „ 9523. –. „ d=o - - - - - „ 92327. 1/12. Gale - „ „ d=o. - - - - - „ 5433. -. Mature „ Thinkenomale „ „ d=o - - - - - - „ 98537. ¾. d=o - - - - - „ 2341. 1/18. Battikaloa „ „ Hiermeede beveelen we uw Hoog Edel„ „heeden in Gods genadige bescheuming en naagezien Lo man en blijven met alle ecrbieden trouwe. /:on„ „derstond:/ Hoog Edele Groot Achtbaare wijd Gebiedende Weer en Wel Edele Gestrenge Heeren. uwel Hoog Edelheedens onderdanige en zeer Gehoorzame Dienaaren (:Was geteekend:) W: I: van de Graaff, I: P: van Angelbeek, M: P: Raket, De Paravicini, D: T: Fretz, C: van Angel„ „beek B: L: van Zitter, en A: Samlant, /:in margie„ „ne :/ kolombo den 30. Junij 1791: Accordeerd Egklerk Dijbrands
English
4634. Batavia folio 163. To His High Honour The High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord Master Willem Arnold Alting on behalf of the state of the free united Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company Governor-General The Honourable, Severe Gentlemen Councillors of Dutch India High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, and Honourable, Severe Gentlemen! We have the honour to present herewith to Your High Honours the duplicates of our secret letters dispatched with the ship Leiden of 18 and 30 June last; § 164. The Court dignitaries still continue to hold the same position, and the news that they are beginning to experience great scarcity of provisions everywhere is increasingly confirmed. § 165. This scarcity of provisions, which naturally must increase from time to time, secret and § 166. and the export of salt prohibited by us, must make the inhabitants see more and more all the inconveniences into which they have been brought by the Court, and will likely, in proportion thereto, make them all the more averse to the war. In the Company's lands, everything continuously remains at peace: Only in the Magampattoe, as soon as the military post that was stationed there was recalled by Commander Sluijsken, which was done by him on his private authority, a party of disobedient fellows have begun to put their heads together, as appears from the Galle letter of the 15th of this month, which is enclosed herewith with the accompanying annexes. § 167. From this Your High Honours will see, among other things, that some lesser chiefs of the party of the fled Head of this pattoe, Don Simon, who is also sometimes called Don Constantein, have gone so far as to order, in an insolent tone, the Company's renter of the salt pans in the Lewaijs to leave the pattoe, and that they have hauled onto the shore the vessels at the ferry of the Waluwe River, which separates the Magampattoe from 4635. from the Maturese Dissavony: § 168. As soon as we received this report, we ordered a sannas to be published in this pattoe to announce to the inhabitants that if they do not behave quietly and obediently, we shall send a military detachment to execute immediately the threats made in the mandate ola of 22 June last, mentioned in our respectful letter of 18 June, paragraph 105. § 169. And in order that this warning should make all the more impression, we have ordered that, simultaneously with the dispatch of this sannas, a detachment strong enough to execute the aforesaid threat if necessary be marched to the River Waluwe and made to take up a post there until one shall have seen the effect of the aforesaid warning, with orders that if the inhabitants nevertheless continue to behave disobediently, this detachment must march into this pattoe at once, and in deed and without respect of persons execute the threats made in the aforesaid mandate ola. We § 170. We have deemed it all the more necessary to issue these strict orders because the Magampattoe borders on the Panneasse lands belonging under Batticalo and situated quite far from there, and it could easily incite the inhabitants of that region to disobedient acts if they saw that the disobedience of the inhabitants of the Magampattoe remained unpunished. § 171. Meanwhile, the people in the Magampattoe seem already to have come to their senses somewhat, whether moved thereto by the preparations already made to compel them to obedience if necessary, or from their own consideration of the disasters to which they would expose themselves by persisting in their disobedient acts. In a letter of the 16th of this month, Colonel Drieberg writes to the first-undersigned Governor: "From the Magampattoe I have already received better news; according to the same, the inhabitants have already put the vessels back into the river." The reports received daily from the posts since our aforesaid respectful letters, we send herewith in a separate packet; they contain nothing worthy of note, 4636. worthy of note, and what appears here and there regarding what the Kandians might intend to do proves in the end to be nothing other than pure tales, which it is not improbable that the Kandians themselves spread so that those things might become known to us. § 173. Senior Merchant Van Angelbeek, as Dissave of Mature, has submitted his justification regarding the complaints and accusations which Commander Sluijsken brought against him in his secret report of 31 July 1790 and in his separate secret missive of 20 October following. § 174. Upon the first perusal it appeared to us indeed that the complaints against him are generally unfounded and exaggerated, and the accusations not only unproven, but also refuted by him with plausible arguments. § 175. But because the same revolve around very many and at the same time very diverse cases and circumstances, which require a careful investigation, for which beforehand very many voluminous papers must be examined and summarized with attention, we have, in the present unusual circumstances,
Dutch transcription
4634. Batavia ƒo. 163. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaeren wijd Gebiedenden Heer M:r Willem Arnoed Alting weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde oost- Indische komp: Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch India Hoog Edele Groot Achtb: wijd Gebiedenden Heer. en Wel Edele Gestrenge Heeren! Wij hebben de eere uwen Hoog Edelheeden hier nevens aantebieden, de duplikaeten van onze met schip Leiden afgevaardigde sekree„ te brieven van den 18:' en 30:' Junij J:o Leeden; §. 164. De Hoofsgrooten blijven nog altoos houden de zelfde positie en de tijdingen dat ze over al groot gebrek aan leevensmiddelen begin„ nen te krijgen, bevestigen zig meer en meer. § 165. Deeze schaarsheid van leevensmiddelen die natuurlijker wijze van tijd tot tijd toe„ sekreet nemen § 166. nemen moet, en de door ons verboodene uitvoer van zout, moet de ingezetenen meer en meer doen zien alle de ongeleegentheeden waar in ze door het Hof gebragt zijn, en zal hun ver„ moedelijk na maate van dien te meer af„ keerig maaken van den oorlog. Jn 's komp:s landen blijft bij voortduuring alles in rust: Alleen hebben in de Magampah„ toe, zoo dra de Militaire post die daar geleegen heeft, door de kommandeur sluijs„ ken is te rug ontbooden, het geen door hem is gedaan op prieve autoriheid een partij ongehoorsaeme knaapen de koppen beginnen te zaemen te steeken, blijkens de gaalsche brief van den 15:' deezer die met de daar bij gehoorende bijlaegen hier nevens gaat. §167. Daar bij zullen uw Hoog Edelheeden onder anderen zien dat eenige mindere hoofden van de partij van het gevlugte Hoofd dee„ zer pattoe Don Simon die ook somtijds Don Constantein genoemd word, zoo verre gegaan zijn, van op een stouten toon 'skomp:s pagter van de zout pannen in de lewaijs aante zeggen om zig buiten de pattoe te moeten begeeven, en dat ze de vaartuigen aan het veer van de walu„ wese rivier die de Magampattoe van 46. 35. van de Matureesche Dessavonij schied heb„ ben, op de wal gehaald: § 168. zoo dra we deeze leiding ontfingen, hebben we bevoolen in deeze pattoe te laaten pu bliceeren een sanas om de ingezetenen aan te kondigen dat zoo ze zig niet stil en gehoorsaam gedraaaegen wij een Militair detachement zullen zonden om daadelijk uittevoeren de bedrijgingen gedaan bij de Mandaat ola van den 22:' Junij J:o Leeden vermeld bij onzen eerbiedigen van den 18:' Junij 1. 105. § 169. En op dat deeze waarschouwing te meer indruk zoude doen, hebben we bevoolen om gelijk „tijdig met het afzenden van deeze samas een detachement sterk genoeg om de voorsz: bedreiging des noods te exekuteeren, te laaten marcheeren na de rivier de waluwe en het daar te doen post vatten, tot dat men zal hebben gezien de uitwerking van de voorsz: waarschouwing, met last dat zo de ingezetenen des niet teegen„ staande zig ongehoorsaam blijven ge„ draagen, dit detachement ten eersten in deeze pastoe moet inrukken, en met der daod en zonder aanzien van perzoon uit„ voeren de bedrijgingen bij de voorsz: Man„ daat ola gedaan. We 1170: we hebben te meer noodig geagt deeze strenge beveelen te stellen, wijl de Magampa Moe grensd aan de Panneasse landen die onder Battikalo gehooren een vrij verre van daar geleegen zijn, en het de ingezetenen van die landstreek ligtelijk tot ongehoorsaeme be„ drijven zoude kunnen opwekken, zoo ze zaa„ gen dat de ongehoorzaamheid der ingezetenen van de Magampattoe ongestraft bleef. § 171. Jntusschen scheint het volk in de Magam„ pattoe reets wat tot inkeer te zijn gekoo„ men, het zij dat het daar toe is bewoogen door de reeds gemaakte toestel om hun des noods tot gehoorsaamheid te dwingen dan wel uit eigen overweeging van de onheilen waar aan het zig in zijne ongehoorsaeme bedrijven voortgaande, zoude exponneeren. Bij een brief van den 16: deezer schrijft kolonel Drieberg aan den eerst onderge„ teekende Gouverneur: uit de Magam„ pattoe heb ik reets beeter tijding vol„ gens dezelve hebben de ingezetenen de vaartuigen reeds wederom in de rivier gezit. De zeedert voorsz: onze eerbiedige brieven dagelijks van de posten ingekoomen berichten zenden we nog in een appart bondeltje hier nevens ze behelsen niets weetens waardigs § 172. 4636. weetenswaardigs, en het geen nog hier en daar van het geen de kandianen voorneemens zouden zijn te doen, daar bij voorkomt blykt bij de uitkomst niet anders te zijn dan loutere vertelzels, die het niet onwaar„ schijnlijk is dat de kandianen zelve ver„ sprijden, op dat die dingen, bij ons mog„ ten worden bekend. § 173. De opperkoopman van Angelbeek als Dessave van Mature heeft zijne verantwoording ingediend op de klagten en beschuldigingen die de kommandeur sluijsken teegen hem heeft ingebragt bij zijn sekreet rapport van den 31:' Julij 1790. en bij zijne aparte sekreete missive van den 20:' october daar aan volgende. §174. Bij de eerste doorleezing is ons wel voorge„ koomen dat de klagten over hem doorgaans ongegrond en ge-exaggereerd, en de beschuldi„ gingen niet alleen niet beweezen, maar ook door hem met plausibel argumenten weder„ legd zijn. §. 175. Dan wijl dezelven over zeer veele en teevens zeer van elkander verschillende gevallen en om„ standigheeden roulleeren, die een nauwkeurig onderzoek vereischen, waar toe voor af zeer veel volumineuse papieren met aandagt moeten ge-examineerd en geresumeerd worden. zoo hebben wij in de teegenwoordige ongewone omstandigheeden
English
circumstances have not yet permitted us to do so. Section 176. Yet we hope, however, to be able to find the necessary time for it after the departure of the bearer of this, and in the meantime offer Your High Nobilities a copy of that statement of defense and the accompanying appendices belonging thereto, while we shall let our decision thereupon follow at the next opportunity. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, (below stood:) High Noble, Right Venerable, Widely Commanding Lord! and Right Noble, Severe Sirs, (was signed:) Your High Nobilities' humble and very obedient servants: W: J: van de Graaff, I: G: van Angelbeek, M: P: Raket, de Paravicini, C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland, and J: A: Vollenhove. (in the margin:) Kolombo, the 20th of July 1791. Agrees. Wijbrands, First Clerk. Examined. H Gieder. No. 3. 4637 To the Dessave of the Three and Four Korles. Many rumors that have arrived these days, without yet knowing how much reliance is to be placed upon them, say that in Kandia and elsewhere in the King's lands many unusual preparations are being made, and that in many places rest houses are being built or have already been built. The Illustrious Dutch Company does not arrogate to itself the right to take cognizance of what His Imperial Majesty sees fit to do in his lands. Only, the Right Honorable, Right Venerable Lord Governor has ordered me to ask Your Honor, as I do hereby, whether these unusual movements and preparations are taking place with any purpose against the Dutch Company; for although the Lord Governor has no reason to assume that, not knowing what the reason for it might be, His Honor nevertheless thinks he may and must ask this by virtue of the existing friendship and alliance between His Royal Majesty and the Illustrious Dutch Company. It is also by virtue of this existing very close alliance and good understanding between His Imperial Majesty and the Illustrious Dutch Company that the Right Honorable Lord Governor has further ordered me to inform Your Honor that, in this uncertainty and until I shall have received your answer to this, some military forces will be sent to Putelang and Silauw, and also to Hangewelle. I request that this be brought before the eyes of His Royal Majesty at an auspicious hour, and that your answer to this be sent to me as soon as it can be done. (was signed:) D: T: Fretz. (in the margin:) Kolombo, the 31st of January 1791. Agrees. Wijbrands, First Clerk. No. 4. 18. 4638. Translated ola letter written by the Dessave of the Three and Four Korles to the Dessave of Kolombo. The letter that Your Honor has written I have received and read. In it is stated that unusual, great things are happening at Court and elsewhere in the King's lands, contrary to custom, and that rest houses were said to be built and are actually being built in several places. From the planets it appears that there will be a rebellion, and since that appears from the planets, those things that appear in your letter are true, and that rest houses are being made and will be made in the Dissavonies is also true. The Chiefs of all Dissavonies and other lands will come down to take a muster of the lascorins, in order to take them into their lascorin service, and to take the other inhabitants for the making of tanks and dams and thus to make the country flourish. That we have begun in this manner is true; that we have been written to in order to ask us about these things, about that we are very glad. Since the evil portent of the planets is now such, if our mutual friendship continues, then no foreign enemy will have any opportunity. Therefore, when the shores and lands that formerly belonged to the King's provision are given back to the Court, the friendship between the Court and the Company will thereby become greater, and we shall have an easier opportunity to overcome foreign enemies quickly. Since this King has been on the Throne until the present day, no things have been done against the Company that are not customary. This Your Honor may tell the Lord Governor. At the head of the ola (signed:) with an illegible signature. (below stood:) translated at Kolombo the 9th of February 1791. (was signed:) D: D: Deadra. Agrees. Wijbrands, First Clerk. 12 No. 7. 4639. To the Dessave of the Three and Four Korles: Your letter in answer to mine of the 31st of January 1791, I have received this morning. The making of predictions from the planets are matters which, according to our notions, are beyond human capacity, about which no one ought to be alarmed. The Lord Governor has never heard that there is an enemy who has intended any designs against His Imperial Majesty or the Kandian Kingdom; His Honor would, if there were anything to it, certainly have received knowledge thereof before all others, and if we had learned anything of it, we would have informed His Majesty thereof at once. The Lord Governor therefore cannot understand for what purpose such unusual movements can be necessary; but since Your Honor nevertheless writes to me that the things which were learned here only by rumor are indeed so, without the reasons therefor having been made known to the Illustrious Company, as the Lord Governor with reason expects, that
Dutch transcription
omstandigheeden ons daar toe noch niet kunnen verleedigen. §. 176. Doch hoopen echter, na het vertrek van brenger „deezes den noodigen, tijd daar toe te zullen kunnen vinden, en bieden uw Hoog Edel„ heeden middelerwijl een afschrift van dat verweerschrift en de door toe gehoorende bijlaegen aan, terwijl wij onze dispositie daar op met de naaste gelegendheid zullen laaten volgen. Wij beveelen uw Hoog Edelheden en de belan„ gens der maatschappij in Godes vijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:on„ derstond:/ Hoog Edele Groot Achtbaaker wijd Gebiedenden Heer! en wel Edele Gestrenge „uwer Hoog Edelhedens onderdanige en zeer Gehoorzame dienaeren steeren /:was geteekend:/ w: J: van de Graaff: I: G: van Angelbeek, M: P: Raket, de Paravicini, C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland en J: A: vollenhove (:in margine) kolombo den 20: Julij 1791. Akkordeert Wijbrands Egklerk Nagezien HGieder No: 3. 4637 Aan de Dessave van de drie en vier korles. Veele gerugten die dezer dagen zijn ingekoomen, zonder nog tans te weeten hoe veel staat 'er op temmaaken zij, zeggen, dat 'er in kandia en elders in 's konings landen veele ongewoone toerustingen worden gemaakt, en dat 'er op veele plaatsen rusthuizen worden gebouwt of reeds gebouwt zijn. De Doorluctige Hollandsche komp:s matigt zig het regt niet aan om kennis te neemen, wat zijn kijkerlijke Majesteit goedvind, in zijn Landen te doen. Allien heeft den WelEdele Groot achtb: Heer Gouverneur mij gelast UEd: te vraagen zoo als ik doe door dezen, of die ongewoone bewregingen en toerustingen geschieden met eenig oogmerk tegens de Nederlandsche Hollandsche komp:e want schoon wel den Heer Gouverneur geen raden heeft om dat te veronderstellen niet weetende wat daar van de reden zoude kunnen, zijn, denst zijn Edele nogtans zulks te mogen en te moeten vragen, uijt hoofde van subsisteerende vriendschap en bondgenoodschap tusschen zijne k: M: en de Doorling tige Hollandsche Comp:e. Het is ook uit hoofde van dit subsisteerend zeer naauw bondgenoodschap en goede verstandhouding tusschen zijn E: M: en de Doorlugtige Nederlandsche komp:e dat den welEdelen Heer mij nog gelast heeft wed: kennis te Heer Gouverneur geeven, dat in deze onzekerheid en tot dat ik op deze uw antwoord zal hebben ontfangen, en eenige mili- tairen zullen worden gezonden na Putelang en silauw, en ook na Hangewelle Jk verzoeke deze bij een goed uur te brengen onder het oog van zijn k: M: en mij hier op uw antwoord toetezonden zoo spoedig het geschieden kan. /:was gebekeend: D: T: Fretz /:in margine:/ kolombo den 31. Ja„ nuarij 1791. Akkordeert. N Siblands eiklerk No. 4. 18. 4638. Den breief die UE: geschreeven heeft heb ik ontfangen en geleesen. Daar bij staat dat 'er ongewoone groote dingen geschieden aan het Htof en elders in 'tkonings landen, teegens de gewoonte, en dat 'er reesthuisen op verscheide plaatsen zouden worden gebouwt en werkelijk gebouwt worden. Uijt de planeeten schijnt, dat 'er een oproea zal zijn, en wijl dat uijt de planceten schijnt zoo zijn die dingen die in uwen brief voorkoomen waar, en dat 'er in de Dessavonien austhuisen worden gemaakt en gemaakt zullen worden is ook waar. De Hoofden van alle Dessavonien en andere landen zullen afkoomen om een opneem te doen van de laskorijns om die tot hun laskorijns dienst te neemen en de andere inwoonderen te neemen tot het maaken van Janken en Daumen en zoo het land te doen floreeren. Dat we op deze wijze begonnen hebben is waar; Dat aan ons geschreeven is om ons na deese dingen te vraegen daar over zijn we zeer verheugd. Wijl nu de kwaade aanwijzing der planceten zodanig Translaat brief ola geschreeven door dan Dessave der drie en vier korles aan den Dessave van kolombo. is 12 is, zoo onze onderlinge vriendschap kontinueert dan zal geen vreemde vijand eenige gelegentheid hebben. Wanneer daarom de staanden en landen zoo als te de voorens hebben behoort aan 'tkonings dispens, worden rug gegeeven aan het Hof, zal daar door de vaiondschag tusschen het Hof en de komp:e grooter worden en zullen we te ligter geleegentheid hebben om vreemde vijanden spoedig te overwinnen. zeedert dat deeze koning in de Regeering is tot heeden zijn 'er geene dingen gedaan tegens de komp:e die geen gewoonte zijn. Dit kan UE: aan den Heer Gouverneur zeggen. Aan het hoofd der ola /:getekend:/ met een on leesbaare: handtekening /:onderstond:/ voor het nasi kolombo den 9. februarij 1791. /:was getekend:/ D: D: Deadra: Akkordeert. ƒ Wijbrands Egklerk .ƒ 12 No. 7. 4639. Aan den Dessave van de drie en vier korles: Uw brief in antwoord van de mijne van den 31. Januarij 1791. heb ik heeden morgen ontvangen. Het doen van voorzeggingen uit de planceten, zijn zaken welke na ouze begrippen, zijn boven het menschelijk vermoogen, waar over zig niemand be- hoort te ontrusten. De Heer Gouverneur heeft nimmer gehoort, dat 'er een vijand zoude zijn, die eenige aanslaagen tegens zijn E: M:, of het kandiasche Rijk, zoude hebben voorgenoomen- zijn Edele Beede, zoo daar aan iets was, zekerlijk voor alle aerdere daar van kennis gekreegen hebben, en zoo wij daar van iets hadde vernoomen, zoude Wij zijn Majesteid daar van ten eersten hebben verwittigd. De Heer Gouverneur kan dus niet begrijpen, waar toe zulke ongewoone beweegingen kunnen noodig zijn; dan wijl UEd: mij nogtans schrijft dat de dingen, die hier alleen bij gerugt vernoomen waaren, wer kelijk zoo zijn, zonder dat de reedenen daar van aan de Doorluchtige komp:e zijn bekend gemaakt, zoo als de Heer Gouverneur met reeden verwacht, dat
English
that this would have taken place according to the 24th article of the peace treaty, if the same had or could have any relation to the interests of the Illustrious Company, His Honour has ordered me to write to Your Honour that His Honour requests that the court dignitaries do not stay near our borders with many armed men, so as not to expose the neighbouring inhabitants to unnecessary fear, and especially since our commanders of Putulang, Silauw, and other places, who must prevent all attacks, might sometimes be misled by this, from which great difficulties could arise before the Lord Governor could have the opportunity to assure them that they were Kandians and not enemies. The aforesaid treaty has always been observed by the Honourable Company sacredly and without any deviation, and that will also happen in the future, without the Honourable Company making any infringement on it or making any change. I request that this be brought to the notice of His Imperial Majesty at a favourable hour. Signed, J: Reintons In the margin: Ko= 4640. Kolombo, the 10th of February 1791. Agrees, G: Dijbrands First Clerk No: 6. 4641. To the Lord Dessave of the Three and Four Korles. Right Honourable Sir, The Right Honourable and Most Respected Lord Governor having been informed that the presence of the Company's troops extraordinarily sent out, of which I gave Your Honour notice in my letter of the 31st of January last, and the recall of which has until now been delayed only until the receipt of the answer that I look forward to receiving to the letter dispatched to Your Honour on the tenth of this month, would cause considerable unease among His Imperial Majesty's subjects, so that many people are said to be seeking to bring their goods to safety, the said Right Honourable and Most Respected Lord Governor, as proof of the Company's peace-loving sentiments, has ordered that the troops sent to Hangwelle shall return to Kolombo; except only a small detachment that shall still remain there, solely to guard the goods sent thither, in order thereby to put an immediate end to everything that could in the least disturb His Imperial Majesty's good inhabitants. This is what the Right Honourable and Most Respected Lord Governor has ordered me to bring to Your Honour's knowledge, with the request to make this known to His Imperial Majesty at a favourable hour. Furthermore, after many friendly greetings, I have the honour to be with all respect, Below stood: Right Honourable Sir, Your Honour's obedient servant, Signed: D: T: Fretz In the margin: Kolombo, the 20th of February 1791. Agrees, First Clerk, Hijbrands No: 7. 4642. After previous compliments. In the letter written to us it was found mentioned that the Right Honourable and Most Respected Lord Governor has not heard that an enemy is to be found against the Court, and if there should be any, the Right Honourable and Most Respected Lord Governor would then receive notice of it first, and if he had received notice of it, he would impart it to the Court. There is no doubt about the doctrines or intelligence that great prophets had introduced for the benefit of the world. If an enemy comes down, he will not make it known until he has accomplished his intention, and it will be difficult, as soon as one receives notice of it, to make the necessary preparations for such a matter, because of which it is not harmful that the necessary arrangements be made for it. In the said letter it is found mentioned that if the districts and lands which were taken for the Company did not remain under their Honours themselves, another enemy would have taken them, just as His Imperial Majesty had seen several times. The lands and the districts situated along the sea beaches were taken by the enemies after the same came under the Company. Translation of a Kandian ola letter written by the Dessave of the 3 and 4 Korles, Leuke Ralehamie, to the Honourable Johannes Reintons, acting in the Kolombo Dessavony. However, no attack by an enemy has occurred in a long time when they belonged under the Court. On the occasion that the fort at Trincomalee was taken by the English, an ambassador from them came to the Court and requested to ask leave of the same, in order to take away the lands and fortresses of the Company and to hand over to the Court the lands and districts that have belonged to the Court, but absolutely no freedom was given to them to carry out their intention, because we are very well-disposed to the Company; however, if even a little freedom had been given to them, this would have resulted in great disadvantage to the Company. The enemies, who have no friendship, had promised to hand over to the Court the lands and districts that had belonged to the same; therefore it is not becoming of the Dutch gentlemen, who remain faithful and friendly from of old, not to let such happen. In the said letter it was further found mentioned that the Right Honourable and Most Respected Lord Governor requests that the court dignitaries coming down do not stay with many armed men close to the borders of the lands of the Company, to the useless fear of the residents who live thereby. Because the lands and districts that had belonged to the Court were taken for the Company, this is very detrimental for the district and
Dutch transcription
dat zoude zijn geschied volgens 't 24. art:l van vreedens traklaat, indien dezelve eenige betrekking hadde, of zoude kunnen krijgen, tot de belangens van de Doorluchtige komp:, heeft zijn Edele mij gelast aan UE te schrijven, dat zijn Ed: vertoek dat de Hofsgrooten zig met geen veel gewapend volk bij onze limieten ophouden om de nabuu= rige ingezeetenen aan geen onnodige bedugting bloot te stellen, en inzonderheid vermits onze kom mandanten van Putulang, Silauw en andere plaatsen, die alle aanvallen moeten voorkoomen, somtijds daar door zouden kunnen worden geabu Peerd, waar uit groote moeijelijkheeden zouden, ken nen ontstaan, voor dat de Heer Gouverneur gele„ gentheid zoude kunnen hebben, hen te verzee keren, dat het kandiaanen, geen vijanden waare Het voorsz: Gaaktaat is door de Edele komp=e steets heilig en zonder eenige afwijking nage koomen, en dat zal ook in den aanstaande ge schieden, zonder dat de Edele komp:e daar op eenige inbreuke doen zal, of eenige verandering zal maaken. Jk verzoek dit bij een goed uur te brengen onder 't oog van zijne kijzerlijke Majesteit. J: /:was getekend./ Reintons /:in margine Ko= 4640. Holombo den 10. februarij 1791. Akkordeert g: Dijbrands Slijklerk No: 6. 4641. Aan den Heer Dessave van de drie en vier korles. WelEdele Heer De welEdele Groot achtb: Heer Gouverneur berigt zijnde, dat de presentie van de buiten gewoon gezondene troupes van de kompenie, waar van ik uwelEd: heb kennis gegeven bij mijn brief van den 31. Januarij J:ol: en waar van het te rug ontbieden alleen, tot hier toe is uijtgesteld gebleeven tot den ontvangst van het antwoord dat ik te gemoet zie op den brief die den thiende dezer maand aan uwElEd: afgezonden is, merkelijke ongerustheijd zoude ver- wekken bij zijne E: Majesteits onderdanen, zoo dat veele luiden hunne goederen, zoo gezegt word, zouden zoeken in zekerheid te brengen, heeft gemelde WelEdele Groot achtb: Heer Gouverneur, ten blijke van 'sComp=s vreede lievende gevoelens, badre gegeven, dat de troupen na wangewelle gezonden, zullen te rug keeren na kolombo; uijtgenoomen, alleen een klein detachement dat daar nog blijven zal, alleen om te bewaaken de goederen na derwaarts gezonden, ten einde daar door dadelijk te doen ophouden alles wat L: k: M: goeden ingezetanen in=r in hiet allerminst zoude kunnen ontrusten. Dit is het geene den welEdele Groot achtb: Heer Gou„ verneur mij gelast heeft ter uwel Ed:s kennis te bra gen, met verzoek om zulks bij een goed uur aan Z. Z: M: te willen bekent maaken. Jk heb voorts de eere na veelmalig vriendelijk groek met alle achting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele Waer UwelEd: D: W: Dicclaar /:was getekend:/ D: T: Freth /:in margine:/ Kolombo den 20. februarij 1791. — Akkordeert Gklerk Hijbrands No: 7. 4642. Na voorgaande komplimenten. Bij den aan wij geschreeven brief is aangehaalt gevonden, dat den welEdelen Groot achtb: Heer Gouverneur niet vernoomen heeft, dat 'er een vijand tegen het Hof is te vinden en zoo 'er wat mogte weezen zouden als dan den WelEdelen Groot achtb: Heer Gouverneur daar van eerst kennis krijgen, en zoo daar den kennis had ge- kreegen hattelse aan het Htof bedeelen. Over de leerstukken of kundschappen die groote propheeten ten beste van de wereld ingevoert hadden is niet te twijffelen. Indien een vijand afkomt zal hij zulx zoo lang niet regbaar maaken tot dat hij zijne mening zal volbragt hebben, mitsgaders zal het zwaar vallen zoo dra„ men daar van kennis kreeg te worden gemaakt de noodige voorberijdselen tot zodanig eene zaake door dien is niet schadelijk dat daar toe de nodige scthikkingen gemaakt worden. Bij gemelde brief is aangehaalt te vinden dat indien de distrikten en landen dewelke voor de komp: zijn afgenoomen, oneder haar Edelens zelve niet bleef, had dezelven een ander vijaed ingenoomen gelijk zeelx te meermaalen Z: K: M: gezien had. De landen en de strikten geleegen langs de zee stranden, zijn door de vijanden ingenoomen geworden na dat dezelve onder de komp=e Translaat kandiasche ola Brief geschreeven door den Dessave der 3 en 4. korles Laeuke Rale- hamie aan DE: Johannes Reintons, waarneemende de kolocebosche Dessavonij. ge- gekoomen is, dog is geen aanval van een vijand geschied in lange tijden toen ze onder het Hof hebben gehoort. Vz geleegenheid dat het fort te Tainkonomale is door de gelschen ieegenoomen geworden, is een gezant van dezelve naar 't Hof gekoomen en verzogt om aan den zelven verlof, te vraginnen, ten einde de landen en fortressen van de komp: te ontneemen en aan het Hof overtelee de landen en destrikten die aan het Hof hebben gehoort, maar is aan dezelven gantse geen vrijheid om hunne meening ter uijtvoer te brengen gegeven geworden, wijl aan de komp:e zeer geneegen is; echter zoo na een wijnig vrijheid aan hun gegeven was, had zulx tot groot nadar van de komp:e gestrekt. De vijanden die geen vriendshap hebben; hadden belooft om aan het Hof te zullen over. laaten de landen en distrikten die aan hetzelve toebehoord hadden, daarom is niet wel van de Heeren Hollanders dewelke van langen tijd af getrouw en vriedelijk blijv zoodanig niet laaten geschieden: Wij gemelde brieff is meer aangehaalt gevonden als dat den WelEdelen Groot achtb: Heer Gouverneur verzoekt, dat Hofsgrooten met geen veel gewaapend volk afkoomende te ophouden, digt bij de limieten van de landen van de Comp:e tot onnutte vreese van de berijden die daar bij woonen. Wijl aan de komp:e zijn genoomen de landen en distrikten die aan het Hof haddin geloort, is deer hadeelig voor het dissres en
English
4643. and treasury of the Great Court; therefore, the court dignitaries intend to depart for these and other districts in order to construct dams and tanks, lay out gardens, houses, and fields, and thus cause the land to flourish. If the lands and districts which previously belonged to the Court might be restored to it again, then the request of the Right Honourable Lord Governor could be fulfilled and increase the mutual friendship that has long been maintained. It will therefore be well that Your Honour, informing the Right Honourable Lord Governor, strive to increase this mutual friendship. At the top of the ola signed with an illegible signature. Below stood: for the translation, Colombo, the 22nd of February 1791. Signed: D. D. Perera Agrees. Ybrands First Clerk Examined Ageliter No. 8. 4644. To the Dissave of the Three and Four Korales. I have had the pleasure of receiving Your Honour's letter, the contents of which have been made known by me to the Lord Governor. The obscurity in the answer to what the Lord Governor reminded in order to prevent misunderstandings causes the order that had already been given for the return of the troops from Wangewelle to remain suspended until a definite answer shall have been received hereupon; while furthermore, concerning what is stated in the aforementioned letter that the loss of the lands and districts ceded to the Illustrious Company by the treaty is very detrimental to the provisions and treasury of His Imperial Majesty, I am charged by the aforementioned Lord Governor to answer Your Honour that the Illustrious Company's objective is not to enrich itself to the detriment of His Majesty's revenues, as is distinctly stated in the aforementioned treaty and has also been declared repeatedly, and that therefore, whenever His Imperial Majesty may be pleased to give the necessary instructions to the gentlemen ambassadors who are now customarily expected concerning the matter of the revenues of the lands, the same shall forthwith be regulated according to the fourth article of the peace treaty to the satisfaction of His Imperial Majesty, both for the elapsed time until the present and for the future. I request to bring this to the notice of His Imperial Majesty at a favorable moment. Was signed: D. F. Fretz. In the margin: Colombo, the 23rd of February 1791. Ybrands First Clerk Agrees. Examined Agielter No. 9 4645. We, Segoe Kandoe and Alie Jambie, have been to Kandy by order of the Resident of Chilaw, and proceeded as far as the village of Nendiwille, where we heard for certain that the Headmen who received orders to come down do not wish to come down, and that the white linen has been removed again from all the resthouses that had been lined with it, so that the resthouses now all stand empty, the seized muskets at Kandy all being detained, and the inhabitants ordered to return to their residential villages until further orders; further, the Kandyan inhabitants told us that the commandos from Chilaw would come down to Kandy, of which they are very afraid; further, all the gravets are still open, and as we did not dare to proceed further, we sent two of our good friends and trusted persons who reside in Kandy further up to the Court. As soon as these return, we shall provide a further report of everything. This ola being granted and signed by us, Segoe Kandoe and Alie Jambie, inhabitants of the Moor street at Chilaw. Below at the end of the ola the names of Segoe Kandoe and Alie Jambie were signed in Malabar characters; and dated Chilaw, the 14th of February 1791. The draft of this being signed for the translation Petrus Ripsama, where in the margin for the translation of the Sinhalese ola addressed to the Resident at Chilaw is translated: D. J. Ramenayke, interpreter. Below stood: Agrees. Signed: Petrus Ripsema. Agrees. Ybrands First Clerk No. 10 Separate 4646. To the Right Honourable Lord Peter Sluysken, Commander of the city and lands of Galle, Matara, etc. Right Honourable Lord, The Moor Mira Lebbe, whom Resident Brinkman sent some time ago on my orders as a trusted person to the Magam Pattu to keep an eye on the movements of the Kandyans, reported today upon his return that a road is being cleared from Kandy up to the temple of Kataragama in order, as they allege, to bring certain offerings thither with extraordinary ceremony; but this road is not being cut as they might do it in a straight line of about ten hours' march, but it has been taken from Kandy via Pandikhare and thus with a detour of approximately fifty hours' march, from which it is to be deduced, if the Moor's assertion contains the truth, that they are trying to keep this work secret. I consider it my duty to inform Your Right Honour of this at once. And I have the honour to be, with the greatest sentiments of high esteem, Below stood: Right Honourable Lord! Your Right Honour's obedient servant. Was signed: P. W. F. A. van Schuler. In the margin: Matara, the 7th of February 1791. Lower: P.S. Pandikhare is the uttermost boundary of the Magam Pattu towards the side of Batticaloa, and extends to the King's land. Below stood: Agrees. Was signed: J. H. Brechman, sworn clerk. Agrees. Ybrands First Clerk No. 11
Dutch transcription
4643. en geld kas van het groote Hoof, daarom zijn de Hoffgrooten van voorneemens te vertrekken naar deeze en andere land- schappen, ten einde dammen en tangen maakende, thuijnen, huijsen en velden te aanleggen en zodanig het land te doen floreeren. Indien de landen en distrikten dewelke voor het Hoff hadden toebehoord, aan hetzelve weeder mogte overlaaten als dan zoude het verzoek van den welEdelen Groot achtb: Heer Gouverneur kunnen geschieden en doen toeneemen de weederzijds vruendschap die van langen tijd onderhouden word. Derhalven zal het goed weezen dat uwE: den welEdelene Groot achtb: Heer Gouverneur kennis geevende tragt om de weederzijds vriendschap te doen toeneemen. Aan het hoofd der ola /getekend:/ met een onleesbaare handtdekening /. onderstond:/ voor de Granslatie kolombo den 22. februarij 1791. (getekend:/ D: D. Perera Akkvadeert. Hijbrands Gklerk Nagegjien Ageliter No. 8. 4644. Aan den Dassave der drie en vier kooles. UwelEd:s brief heb ik het genoegen gehad te ontvangen, waar van den inhoud door, mij aan den Heer Gouverneur is bekend gemaakt. De duijsterheid in 't andwoord op het geene de Heer Gouverneur heeft herinnerd ter voorkooming van abuisen, maakt dat de ordre die reets gegeven was tot het te rug koomen der troupps van wangewelle zal blijven opgeschort tot dat hier op stellig ant= woord zal zijn ontvangen, terwijl ik voorts op 't geene bij voorsz: brieff verder staat, dat 't gemis der staanden en districkten, die bij 't Graktaat aan de Doorlugtige komp:e zijn afgestaan, zeer nadeelig is aan 't dippens en de geld kas van zijn kijszerlijke Majesteid door welgem: Heer Gouverneur Een gelast uwEd: te antwoorden, dat 't de doorlugtige komp:s niet te doen is om zig ten nadeele van zijn Majesteits inkomsten te zoo als dat zeijdelijk bij 't voorsz: traktaat verrijken 4 staat, en ook te meermaalen is verklaard, en dat daarom, wanneer zijn kijkerlijke Majesteid aan de Heeren Ambassa deurs, die na gewoonte tans verwagt worden de nodige instruksie gelieve te geeven, op 't stuk van de inkomsten der staanden, 'tzelve overeenkomstig met 't vierde artikeul saaktaat, ten eersten tot genoegen van van 't vreedens zijn kijkerlijke Majesteit zal worden gereguileerd, zoo voor den verloopen teijd tot heeden als voor het vervolg. J Ik verzoek dit bij een goed mur te brengen onder 't oog van zijne kijkerlijke Majesteit /:was getekend:/ D: F: Frek /:in margine:/ kolombo den 23. februari 1791. Dijbrands Egklerk Akkordeert. Nagezien Agieilen N:o 9 4645. Wij segoe kandoe en Alie Jambie zijn uit ordre van den Resident van Silan na kandia geweest, en tot het doop Nendiwille gegaan alwaar wij voor zeeker gehoord hebben dat de Hoofden die ordre gehad hebben om na beneeden te koomen, niet willen afkoomen en dat het wit linnen alle uijt de rusthuijsen die bekleed geweest zijn, weder weg genoomen is, zoo dat de rusthuysen thans alle leedig staan, zijnde de opgenomene geweeren op kandia alle aangehouden, en de inwoonders geordineerd om weder tot na dere order na hun woondorpen te gaan, verders hebben de kandiasche ingezatenen ons gezagd dat de kommandos van Pilau na kandia zouden afkoomen, waar voor te zeer bevreest zijn, wijders, zijn alle de gravetten nog open, en wijl wij, niet verder duafden gaan, hebben wij twee van onze goede vrienden en vertrouwde perzoonen die in kandia woonen verder na 't Hof opgezonden, zoo spoedig deeze te ang koomen zullen wij van alles een nadere opgave doen, zijnde deeze ola door ons segoe kandoe en Alie Jambie inwoonder van de moorse straat te silaven verleend en getekent, onder aan het slot der ola was in mallabaaasche letters de namen van segoe kandoe en Alie Jambie, getekend; en gedateert silan den 14. februarij 1791. zijnde de minute deezes geteekent voor de Translatie Petrus Ripsama waar in marginee voor de Translaat Singaleesche ola gerigt aan den Resident te Silauw. ver- D: J: Ramenaijke tolk /:on vertaaling getekend is /getekend:/ Petrus Ripsema derstond:/ Akkordeert /: Akkordeert. rands Egklerk N o 10 Apart 4646. Aan den E: E: achtbaaren: Weer sluijsken Peter kommandeur den stad en landen van Gale, iMature etC=a E: E: achtbaare Heer Den moor Mira hebbe die den Resident Brinkman als een vertrouwd perzoon op mijne order voor eenigen tijd na de Ma- gampattoe gezonden heeft, om een wijnig op de bewaegingen der kandiaanen te letten, heeft te wij koomende heeden gerap- porteerd dat van kandia tot na de tempel van katteregam een weg gekapt word, om zoo als zij voorgeeven eenige opfer- handen, met eene buiten gewoone Ceremonie na derwaarts te brengen; dog deeze weg word niet doorgekapt zoo als zij zulks zouden kunnen doen, in eene regte lijn van cirka tien uuren gaans, maar is dezelve genoomen van kandia over Pandik- hare en dus met eenen omwag van ten naasten bij vijftig uuren gaans, waar uit aftelijden is indien het voorgeeven van den moor de waarheid behelst, dat zij dit werk tragten geheimn te houden, ik agte van wijn pligt uwE: E: achtb: hier van ten eersten kannis te geeven. En Gale En heb de eere met de meeste gevoelens van hoog agting te zijn /:onderstond:/ E: E: achtb: Weer! uw E: E: achtb: gehoorzaamen Di„ naar /:was getekend:/ P: W: F: A: van Schuler (:in margia: Mature den 7. februarij 1791. /:lager:/ P: S: Pandikare is de van de Magampattoe uiterste na de kant van Bath„ liniet kaloa, en strekt, zig tot aan 'skonings land /:onderstoned:/ Ak. kordeert /:was getekend:/ I. H: Brechman, g: klerk Akkordeert. Hijbrands Egkeerk No. 11
English
4647. Colombo To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Master Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, together with the Council, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Master. We take the liberty to let this serve respectfully to accompany the enclosed copy of a letter written to us by the Lieutenant Disava van Schuler, concerning some intelligence that he possesses of certain movements in the Kandyan territory. For the rest, this commandery, as far as we are aware, is in quiet repose. With the greatest sentiments of obliged high respect, we have the honor to be, below stood, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Master, Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed humble servants, was signed, P. Ruijsken, J. L. Scheede, M. van der Spaa, L. Haens, J. J. D. D., C. L. van Albedijk. In the margin, B. Stendauw Military Department Galle Galle, the 9th of January 1791. Agrees. Ijsbrands First Clerk No. 12 4648 Jaffnapatnam Military Department. To Mr. Bartholomeus Jacobus Raket, Commander together with the Council there. Valiant, Prudent, Discreet, Whether the Court of Kandy, if it should indeed intend to come to a serious rupture with the Company, might sometimes take steps, or have already taken steps, to summon any people from the opposite coast to its aid, we order you to guard against this in every possible manner, and to that end to have the beaches diligently cruised. The two cruise boats Ceilon No. 1 and 2 may be used for this, and as many vessels may be hired in addition as are necessary for that purpose. You must, regarding the manner in which this cruising ought to take place, take the advice of the Honorable Captain Land-Regent Nagel, who in the recent English War gained good knowledge of this through the cruising carried out by him at that time, and who accordingly must present a plan by which, according to his view, in the best possible manner all encroachment of foreigners, both on the east and on the reef side as far as Kalpitiya, can be prevented. We recommend the speedy execution of this order in the most emphatic manner. To the Chief of Mannar, Bell, we have sent a copy of this letter, to serve also for his information. We have written to him in addition that he, in the meantime and until your further order, must cause the beaches of Mannar to Kalpitiya to be diligently cruised with the aforesaid two cruise boats, and have all vessels that are in any way suspicious intercepted and inspected by these cruisers, and that he must bring those that have suspicious people on board to Mannar. Whereupon we have instructed him to take every possible care on Mannar itself to prevent any foreigners from secretly going to the interior. If there are still any able-bodied men in Jaffna, you must order Major Frankena to take them into service, since the Jaffna garrison has been noticeably weakened by the dispatch of a detachment to Pulicat. You must also write to the Land-Regent Nagel that he must gradually see to bring the Vanni marksmen to a full company of 100 men. Whatever this company may thereby cost more than the footing on which he has undertaken to pay the military establishment, must be charged by the Land-Regent Nagel to the account of the Company. All fakirs and similar vagrants who come from the Coast, and likewise all those who come from various places on this island to go to the Coast, must be detained. They must be inspected, and if they carry palm-leaf manuscripts or letters with them, these must be read. If they contain nothing in which the Company has any interest, they may be returned to them, and it must subsequently be notified to them, to those who come from the Coast that they must immediately return, and to those who come from various places on this island to go to the Coast, that they must for the present remain in Jaffna. If they undertake to depart notwithstanding, those who are caught must be placed in detention until our further order. We recommend to you, and in particular to the Commander, the compliance with this order in the most emphatic manner, and accordingly to take sufficient measures that such sort of people do not slip through unnoticed. For the rest, after greetings, we remain, below stood, Valiant, Prudent, Discreet, your good friends, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. J. V. Drieberg, J. G. van Angelbeek, B. L. van Zitter, A. Coulant, and J. A. Vollenhoven. In the margin, Colombo, the 12th of February 1791. Agrees. Ijsbrands First Clerk 4650 Jaffnapatnam Military Department. To Mr. Bartholomeus Jacobus Raket, Commander together with the Council there, Valiant, Prudent, Discreet! In continuation of what was ordered in our separate letter sent off to you this afternoon, we order you hereby, provisionally and until you, in consultation with the Honorable Captain Land-Regent Nagel, shall have more specifically regulated how the cruising ought to take place, immediately to begin having the northern and eastern beaches cruised, up to the latitude of Mullaitivu, or as much further as circumstances may require, as well as, in so far as it may be necessary, the cruising of the beaches between Jaffnapatnam and Mannar, for which you must employ not only the sloop Ceilon, but also the Pulicat sloop, and furthermore such other vessels as you shall deem necessary. You must also keep an eye that the cruising from Mannar to
Dutch transcription
4647. kolombo Aan den WelEdelen Gestrengen Groot, achtbaaren Waer„ Willem Iacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Iudien, Gouvernera en Direkteur van het Eiland Ceilon, met dies onderhoorigheeden, nevens den Raad, Wel Edele Gestrenge Groot, achtbaare Hoog gebiedende Weer Wij neemen de vrijheid deeze eerelijk te laaten dienen, ten gelijde van het inleggende afschreft van een brief door de Luij- tenant Dessave van schueler aan ons geschreeven, aangaande eenige narigten, die dezelve heeft van eenige beweegingen in het kandiasche Voor het overige bevind, zig in dit kommandeement, zoo veel ons bewust is, in stille rest. Met de meeste gevoelens van verpligte hoog achting hebben wij de eere te zijn /:onderstond:/ welEdele gestrange Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Gestr: Groot achtb: onderdaanige Deenaaren. /: was getekend:/. P: Ruijsken, I: L: Scheede, m: vanderspaa, L: Haens, J: J: D. D C: L: van Albedijkl /:in margine:/ b stendauw Militair departement Gale Gale den 9 Januari 1791. Ak kondaert. Hijbrands HEgkeerk No: 12 4648 Iaffenapatnam Militair departement. Aan den Heer Bartholomeus Jakobus Haket, kommandeur nevens den Raad aldaar. Manhaften Voordienigen Diskreeten Of het Hof van kardia, indien het werkelijk een voornee- men mogte hebben, om met de komp:e te koomen tot een ernstig ruptima„ somtijds stappen mogte doen, of reeds ge- daan hebben, om eenig volk van de overwal tot desselfs hulp te ontbieden, gelasten wij UE. daar teegens op alle mogelijke wijze tewaaken, en ten dien einde de staanden naarstig te doen bekruijssen. De twee krnijsboots Ceilon N:o 1. en 2. moogen daar toe worden gebruijkt, en moogen daar bij worden ingehuurt zoo veel vaartuijgen, als ten dien einde noodig zijn. UE: moet over de wijze, hoe deeze bekruijsing behoord te geschieden, inneemen het advies van den E: kapitein landregent Nagel, die in den Jongsten Engelschen oorlog, door de bekruijsing te dier tijd door hem gedaan, hier van goede kennisse verkreegen heeft, en mits dien daar van een plan moet opgeeven, waar door na zijn inzien, op de best moogelijke wijze alle indrang van vreemde vraemden, zoo aan de ooff als aan de rreff kant tot haa pettij toe kan worden voorkoomen: We rekommande de spoedige executie van deze ordre op de nadrukkelijkste w Aan 't opperhoofd van Mannaar Bell, hebben we een kopij van dezen brief gezonden, om ook te strekken tot zijn narigt. We hebben hem daar bij geschreeven, dat wij in tusschen en tot uE nader last, de straeden van Mannua tot kalpattij, met de voorsz: twee kruijs boots naarsten moet doen bekruijssen, en alle vaartuijgen die eenigzints ver„ dagt zijn, door deeze kruijssers doen aanhouden en visi= teeren, en dat wij zulke die verdagt volk aan boord hebben, moet doen opbrengen na Mannaar. Wier bij wa hem aanbevoolen, om op Mannaar zelfs hebben alle mogelijke zorg te draagen, ter voorkooming dat geen vreandelingen zig ter sluijk na de binnen landen begeeven. zoo 'er nog eenig knap volk te Jaffena is, moeten UE: den Majoor Frankena gelasten om die in dienst te naemen, wijl het Jaffenasche garnizoen, door het zenden van een detachement na Palleakatta, merkelijk is verzwakt. Aan den landregent Nagel moeten UE: ook aanschrijven, dat wij de Wannische schutters, gaande weg moet zien te brengen op een volle komp=e van 100. Man. Het gaen deeze komp:e daar bij meer komt te kosten; dan den voet waar- 4649. waar op Wij aangenoomen heeft de militaire staat te betaalen, moet door den landregent Nagel worden ge= bragt ten laste van de komp:e Alle fakiers en diergelijke loopers die van de kust koomen en zoo ook alle die van deeze en geene plaatsen van dit Eiland koomen om na de heeft tegaan moeten worden aangehouden. Ze moeten worden gevisiteerd, en zoo te vlassen of brieven bij zig hebben moeten te worden ge- leesen. Beheezen ze niets waar bij de komp:e eenig belang heeft, dan kunnen ze aan hun worden te rug gegeven, en moet hun vervolgens worden aangezegt, aan die geene die van de keeft koomen dat ze ten eersten moeten te rug gaan en aan die geene die van deze of geene plaatsen van dit Eiland koomen om na de heeft te gaan, dat ze voor eerst te Jaffeca blijven moeten. zoo ze het onderneemen om des niet tegenstaande te willen vertrekken, moeten de agterhaald wordende worden in hegtenis gezet tot onze nadere ordre. We rekommandeeren UE: en in het bijzonder den Heer kom meandeur de nakoming van deze order op de nadaek- kelijkste wijze en om mits dien toerijkende maatregelen te neemen dat zulk slag van volk niet ongemerkt doorslipt. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Man= haften voorzienigen Diskreeten: uE Goede Vrienden /was getekend:/ W. J. vande Graaff, M: P: Kathe D. J. V. Drieberg, van Angelboek, B: L: van f: Zitter, A: Saulant en J: A: Vollenhove /:in margine:/ kolombo den 12. februarij 1791. Akkordeert. Hijbrands Egklerk 4650 „ Jafferapatnam Militair departement. Vanden Weer Bartholomeus Jakobus Raket, kommandeur nevens den Raad aldaar, Manhafter Voorzienigen Distrecten! Ten vervolge van het aanbevoolene bij onzen apparten brief, heden middag aan UE: afgezonden, gelasten wij UE: door dezen, om bij provisie, en tot dat UE: met overleg van den E: kapitein landregent Nagel, meer bepaald zullen hebben gereguleerd, hoe de bekruijsing behoord te geschieden, daadelijk te beginnen met het doen bekruijssen van de Noordelijke en oostelijke stranden, tot op de hoogte van Moellativoe, of zoo veel verder als de omstandig= heeden, dat kunnen noodig maaken, als meede in zoo verre het kan noodzaakelijk weezen met het bekruissen der staanden tusschen Jaffenapatnaem en Manniaar, waar toe UE: niet alleen emploijeeren moeten de sloep Ceilon, maar ook de Palleakatsche sloep, en voorts zodanige andere vaartuigen, als uE, zullen noodig vinden. Ook moeten uE: er het oog ophoeden, dat de bekruissing van Mannaar tot O
English
up to Kalpettij is carried out with all attentiveness, in accordance with what we have communicated to Your Honour, which was written by us on that matter to the chief of Mannaar. Strict orders must be given to the commanders on these cruisers diligently to continue the cruising, and they must be instructed in writing therein what they must do to prevent the coming of strange and suspicious people to the Island. These things must meanwhile be done in as quiet and unobtrusive a manner as is possible, in order to make no unnecessary disturbances. For the rest, after greetings, we remain. Below stood: Valiant, Prudent, Discreet! Your Honour's Good friends. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D. C: von Drieberg, De Paravicini, C: van Angelbeek, J: Reintous and B: L: van Zitter. In the margin: Colombo the 12. February 1791. Agrees. Wijbrands Sworn Clerk No: 13 4651. Mannaar Military department. chief there To the junior merchant Carl Fredrik Hell, Honourable, Pious We send Your Honour herewith for information a copy of a letter written today to Jaffanapatnam, also to serve for Your Honour's information in so far as it concerns Your Honour's department, and Your Honour must meanwhile and until further orders from the Jaffna servants, diligently cause the shores from Manaar up to Kalpettij to be cruised by the two canoe boats Ceilon N:o 1. and 2., and cause all vessels that are in any way suspicious to be stopped and inspected by these cruisers, with orders to bring such vessels that have suspicious people on board to Manaar. Herewith Your Honour must on Mannaar itself take all possible care to prevent any strangers from secretly proceeding to the interior. All fakirs and similar wanderers coming from the Coast, and likewise all those coming from various places of this Island to go to the Coast, must be stopped and must be searched, and if they carry olas or letters with them, these must be read. If they contain nothing in which the Company has any interest, they can be returned to them, and they must subsequently be told; to those who come from the Coast, that they must return immediately, and to those who come from various places of this Island to go to the Coast, that they must for the present remain at Mannaar. If they should venture to attempt to depart notwithstanding, they must, upon being intercepted, be placed in detention until our further orders; We recommend to Your Honour the compliance with this order in the most emphatic manner, and to take adequate measures accordingly that such sort of people do not slip through unnoticed. If there are still any able-bodied lads to be had at Mannaar suitable for military service, they may be enlisted at f 9. and Your Honour must recommend Lieutenant Banger diligently to drill the men in the use of arms. For the rest, after greetings, we remain. Below stood: Honourable, Pious! Your Honour's Good friends. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D. C: von Drieberg, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, A: 4652. 3 A: Samlant and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo the 12. February 1791. Agrees. Wijbrands Sworn Clerk N:o: 14 4653. Kalpettij To the junior merchant Adriaan Sebastiaan van de Graaff, Chief, together with the captains Fredrik Willem von Drieberg and de La Motte Bartin. Honourable and Valiant, Pious! Above all, care must be taken that an enemy cannot surround nor enclose the fort Putulang, and to prevent such the most emphatic measures must be taken, and if necessary everything must be put into effect that can be undertaken without recklessness. For this purpose it is necessary that Your Honours immediately take into consideration how, in order to prevent this, some outposts could be placed in the most capable manner, such that if they do not support each other, they can at least maintain proper communication with one another, and if necessary can retire safely to the fort. In this arrangement Your Honours must take note as much as possible of what can also serve to secure the village of Putelang. Military department. As As it appears to us, these posts should not dare to extend further than up to the tank near the large heathen temple on the road to Schalinge, and the other posts proportionally. Herewith Your Honours must take into consideration whether on the north side of the fort up to the bazaar, the coconut trees ought to be cut down, as we think that that will have to be done, and it is further necessary to have all small bushes cleared away, and the terrain cleared thereof, at least up to near the small Moorish temple, situated near a tank on the edge of the plain. Herewith it seems highly necessary that on the broad side, at least up to the distance of 3. to 400. paces, the terrain is cleared of all bushes, in order to have a wide and open view on all sides. The small hamlet that is on the east side of the fort, or rather some huts, it will certainly also be necessary to raze. This latter, in so far as it can be done in an instant, might perhaps remain postponed until circumstances make the immediate execution thereof necessary. In all these things the interests of the inhabitants must be taken into account as much as possible.
Dutch transcription
tot kalpettij met alle oplettentheid geschied, overeenkomst met het geen we UE: hebben bedeeld, dat door ons op dat stuk: aan het opperhoofd van Mannaar is aan geschreeven. Aan de gezagvoerders op deze kruijssers, moeten de strikke beveelen gegeeven worden, om naarstig de bekruijssing voorttezetten, en moeten de daar bij schriftelijk worden geinstrueerd wat zij doen moeten, om het koomen van vreemd en verdagt volk op 't Eiland te beletten. Deeze dirgen moeten intussen geschieden op zoo eene stillen en min gericht maakende wijze, als dat mogelijk is, ten einde geene onnodige opscheeddingen, te maaken Wij blijven voor het overige na groete. /:onderstond:/ Manhaften voorzienigen Diskreeten! UE Goede vrienden /: was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D. C: von :Driberg, De Paravisim, C: van Angelbeek, J: Reintous en B: L: van Zitter /:in mar gine:/ holombo den 12. februarij 1791. Akkordeert. Dgblands Slijklerk No: 13 4651. Mannaar Militair departament. opperhoofd aldaar Aan den onderkoopman Carl Fredrik Hell, Eerzaame Vroome Wij Denden UE: hiernevens tot narielt een kopij brief, heden na Jaffanapatnam geschreeven, om ook te strekken tot uE: narigt in zoo verre daar van UE: departement is, en moet uE: intesschen en tot nader last van de Jaffancasche bedienden, de staanden van Manaar tot kalpettij toe, met de twee kanijs boots Ceilon N:o 1. en 2. naaastig doen bakanijssen, en alle vaartuijgen die eenigzints verdagt zijn, door deeze kruijsers doen aanhouden en visiteeren, met order om zulke vaartuigen, die verdagt volk aan boord hebben opte brergen na Manara. Hier bij moet UE: op Mannaar zelve, alle mogelijke zorg draegen, om voortekoomen dat geene vreamdelingen, zig ter sluijk na de binnen landen begraven. Alle fakiers en diergelijke loopers die van de kuft koomen en zoo ook alle die van deeze en geene plaatsen van dit Eiland koomen om na de Rust tegaan, moeten worden aan- aangehouden te moeten worden gevisiteerd, en zoo de olas„ of brieven bij zig hebben moeten te worden geleesen. Be„ heezen ze niets waar bij de komp=e eenig belang heeft, dan kunnen ze aan hun worden te rug gegeven, en meert hem vervolgens worden aangezegt; aan die geenen die van de keeft koomen, dat ze ten eersten moeten te rug gaan en aan die geenen die van deeze of geene plaatsen van dit Piland koomen om na de heeft te gaan, dat de voor eerst te Mannarr blijven moeten. zoo te het on- dernamen om des niet tegenstaande te willen vertrekken, moeten ze agterhaald wordende, worden in hegtenis getet tot onzer nadere ordre; We rekommandeeren UE: de re= kooming van deze ordre op de nadrukkelijkste wijze„ en om mits dien toerijkende maatragelen te neemen dat zulk slag van volk niet ongemerkt doorslipt. zoo 'er te Mannaar nog eenige knappe Jongens te klrijgen zijn goed tot den militairen dienst moogen te worden aangenoomen met ƒ 9. en moet UE: den luijtenant Banger rekomenen. daaren om het volk naarstig in den wapenhandel te Oefferren. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Eerzaame. Vroome! UE. Goede vrienden /: was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D. C: vonr Drieberg, E: van Angelbeek, B: L: van zitter, A: 4652. 3 A: Samlant en J. A. Vollenhove /:in maagine:/ ko= lomba den 12. februari 1791. Alkcondert. H Wijbrands Vegklerk N:o: 14 4653. KKalpettij Aan den onderkoopman Adriaan Sebastiaan van de Graaff, Opperhooft benevens de kapiteins Fredrik Willem von Driberg en de La Motte Bartin. Eerzaame en Manhafter Vroomen! Voor al moet worden zorg gedraagen dat een vijand het fort Putulang niet omringen nog insluijten kan, en om zulks te verhiederen moeten de allernadankkelijkste maatregelen worden genoomen, en des noods alles worden te werk gesteld wat zonder roekeloosheid kan worden ondernoomen Hier toe is het nodig dat UE: ten eersten neemen in overweeging, hoe om dit te verhanderen, op de bekwaanste wijze zoude kunnen geplaatst worden eenige voorposten, zoodanig dat ze elkanderen zoo niet sekondeeren, ten minsten met malkanderen een behoorlijke komminikatie kunnen onderhouden, en des noods op een vijlige wijze zig na het fort retireeren kunnen. Jn deeze schikking moeten UE: zoo veel mogelijk letten, op het geen tevens staakken kan ter bevijliging van 't doop Putelang. Militair departement. Naar Naar het ons voorkomt zouden deeze posten zig niet duaven uijtbrijden, als tot aan de tang bij den verder grooten Wijdensche tempel op de weg na Schalinge, en zoo de andere posten na proportie. Wier bij moeten UE: in overweeging neemen, of niet aan de Noordzijde van het fort tot aan de bazaar, de klapperboomen zouden dienen te worden omgekapt, zoo als we denken dat dat zal behooren te geschieden, en is het voorts nodig om alle klijne bosschagien te doen wegruijmen, en het terrijn daar van te zuiveren, ten minsten tot na bij de klijne Moorsche tempel, leggende bij een tang aan de boord van de vlakte. Hier bij schijnt het ten hoogsten noodig, dat aan de bried zijde tee minsten tot op den afstand van 3. â 400. hoeden, het tearijn van alle bosschagien word gezeiverd, om langs alle zijden een ruijm en vrij gezigt te hebben. Het klijn gerugt, dat aan de oost-zijde van het foat is, of liever eenige hutten, zal het zeekerlijk ook noodig zijn dat word geraseerd. Dit laaste in zoo verre P het in een ogenblik geschieden kan, zoude misschien kunnen blijven uijtgesteld, tot dat de omstandigheeden de daadelijke exelutie daar van noodig maaken. In alle deeze dingen moeten de intresten van de inge- zeetenen, zoo veel het mogelijk is, worden in agt ge-
English
taken and managed, nevertheless these considerations must always remain submitted to whatever you shall deem necessary for the aforementioned purpose. Regarding all such matters that can endure no delay, as well as regarding everything that is subsequently found necessary whereby the properties of private individuals are damaged, the interested parties must be indemnified, or at least be given proof that they will be indemnified. The establishment of batteries on the plain must be prevented by all possible means and ways. You must furthermore take into consideration to what extent it may be necessary and possible to occupy some advantageous post or other on the island of Nawekaare; and finding that it can and ought to be done, determine the location and how strong the post could and ought to be in proportion to your military capacity. You must also take into consideration the best means to maintain a secure communication between the forts of Kalpettij and Putulang, both by land and across the lake, so that an uninterrupted understanding can take place, and herein must be taken into consideration the best means for obtaining provisions, and how Putulang can be constantly provided with good drinking water in the most competent manner. From Nawekaare that might perhaps be difficult in the long run. With stale communication seems easier to be maintained for that purpose. The tone karres and the necessary vessels must be taken into fixed hire, and above the ordinary pay something extra may even be granted to them if necessary, so that they serve with somewhat more inclination. Finally, you must in general consider and immediately report to us the further most competent means of defense and what else could and ought to be done to that end for greater security, both with respect to both the forts of Kalpettij and Putulang themselves, as well as otherwise. Of everything that occurs and is in any way noteworthy, you must not only report to us, but also to Silauw. We have likewise ordered this to Silauw with respect to you. If matters with the Court of Kandia should come to acts of hostility, to the extent that the Court causes armed men to be brought onto the Company's ground and soil, a notification must be made to the person who holds command on behalf of the Court, either verbally or in writing according as circumstances shall advise, that he must immediately leave the Company's ground and soil with his men, and that if he does not do so, it will be regarded as an act of hostility, and accordingly one will act against him as an enemy. For the rest, after greetings, we remain, Honorable, Valiant, and Pious, your good friends. Was signed: W: I: vande Graaff, M: P. Rake, D: C: von Driberg, de Paravicini, C: van Angelbeek, and J: Reintons. In the margin: Kolombo the 13th of February 1791. Lower: P:S: With the beacon ship De Liefde you receive 500 rds in silver coin for expenses for spies and other such things for which no copper coin can be used, and this must be handled with some frugality, because we cannot send you more for the time being. Captain La Motte has taken along under his charge 1½ corgies of blue baftas. From these must be made for each non-commissioned officer and common European, both of the infantry and artillery, two jackets and two pairs of long trousers, which must be provided to them for free. Captain La Motte has not yet taken the oath of loyalty. Upon arrival at Kalpettij, he must take the same into the hands of the Chief, in the presence of two officers, on the form that accompanies this. You must in good time see to the purchase of a lot of dried fish, and if you should still lack one thing or another that must be sent from here, that must be reported to us immediately. If you think you need more butter, write immediately to Manaar to Chief Edell to have some butter purchased for you there. If it is not needed at Kalpettij afterwards, it can be sent to Kolombo. Agreed, Sijbrands Junior Clerk No: 15 To the Honorable Daniel Dillof van Ranzow, Military Department Silauw: titular Merchant and Chief of Nigombo and Silauw, together with Captain Iohan Wilhelm Uhlenbeek, Military Commander at Silauw. Honorable, Valiant, and Pious. You must form a council with the subaltern officers in garrison at Silauw and deliberate with one another on the best manner to defend the fort. After having deliberated upon the same, your considerations thereupon must be sent to us immediately, and if anyone should happen to be of a differing opinion, a note thereof must be kept with these considerations. It is above all necessary to prevent the enemy from approaching and establishing batteries against the fort. This point is so weighty that it merits all of your attention, so that the enemy cannot surround nor enclose the fort, and to that end, if it becomes necessary, everything must be done that can be undertaken without recklessness. You must therefore deliberate and report specifically to us how that, according to your view, is to be prevented in the most competent manner, and the implementation of these means must immediately
Dutch transcription
4654. genoomen en gemenageert, niet te min moeten deeze konsideratien altoos gesubmitteerd blijven, aan het geen UE ten einde voorschreeven zullen noodig oordeelen. Omtrent alle zulke dingen die geen uitstel veelen kunnen, zoo wel als omtrent alles wat vervol- gens word noodig gevonden, waar door de eigen- dommen der partitulieren worden beschadigt, moeten de geinterasseerdens worden schadeloos gesteld, of ten minsten aan hun gegeven worden bewijzen, dat ze schadeloos zullen gesteld worden. Het etablisseeren van batteaijen op de vlakte, moet door alle mogelijke middelen en weegen worden belet. UE: moeten voorts in overweeging neemen, in hoe verre het noodig en mogelijk zij, een of andere voordeelige post op het thier Eiland Nawekaare te okkupeeren; en bevindende dat het kan en behoord te geschieden, bepaalen de plaats en hoe sterk de post; na maate van UE: militaire vermoogen, zoude kunnen en behooren te zijn. Nog moeten UE: in overweeging noemen de beste middelen, om zoo te land als over het lak, een vijlige kom- minikaatsie troffen de forten kalpettij en Putulang te onderhouden, ten einde een onafgebrookene verstand- houding plaats hebben kan, en moeten hier bij in Over- overweeging genoomen worden de beste middelen, ter va krijging van levensmiddelen, en hoe Prtulang op de be„ kwaamste wijze steets van goed dankwater kan wor. den voorzien. Van Nawekaare zoude dat misschien op den duur moeijelijk kunnen zijn. Met stale schijnt de kommunikaatsie tot dat einde gemakkelijker te zullen kunnen worden onderhouden. De tone karres en de benodigde vaartuigen moeten in vaste huur worden genoomen, en boven de gewoone betaaling mag hun zelfs zoo het noodig is, iets worden toegelegd, op dat de wat te meer geneigtheid dienen. Eindelijk moeten UE: in het algemeen overwegen en aan ons ten eersten opgeeven, de verdere bekwaaenste mid- delen van deffensie en wat 'er ten dien einde nog tot meerdere zekerhijd zoude kunnen en behooren te worden gedaan, zoo ten opzigte van de bijde forten kalpettij en Putulang zelfs, als anderzints. van alles wat voorvalt en eenigsints weetens waardig is, moeten UE: niet alleen aan ons, maar ook na silauw bericht doen. Na silauw hebben we dit insgelijks bevoolen ten uoren aanzien. Wanneer de dingen met het stof van kandia mogten koomen tot dadelijkheeden, in zoo verre dat het Hof gewapend volk liet brengen op 'sComp:s gronden bodem ueret 4655. moet aan den geenen, die van wegens het Hof het kommando voert, worden gedaan een aanzegging, het zij mondeling of schriftelijk, na maate dat de omstandigheeden dat zullen aanraaden, dat hij da= delijk moet zijn volk, 'skomp. s grond en bodem zal hebben te verlaaten, en dat zoo wij dat niet doet, men zulks zal aanzien voor een daad van vijandelijkheid, en men ingevolge van dien als vijand tegens hem handelen zal. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Eerzaame en Manhafte vroomen: UE: Goede vrienden /: was getekend:/ W: I: vande Graaff, M: P. Rake, D: C: von Driberg, de Paravicini, C: van Angelbeek, en J: Rein- tons. /:in margine:/ kolombo den 13. februarij 1791. /:lager:/ P:S: Met de baak de Liefde ontvangen UE: 500. rd=s aan zilver geld, tot uitgavens voor spions en andere diergelijke dingen, waar toe geen koper geld kan worden gebruikt, en moet daarmeede met wat zuinigheid worden omgegaan, want we UE: voor eerst niet meer zenden kunnen. De kapitein La Motte, heeft onder zijn bestelling meede genoomen 1½. korgies blaauw baftas. voor elk onder officier en gemeene Eueropeeschen zoo van de Jnfanterie als ar- tillerie, moeten daar van gemaakt worden twee baatjes en en twee lange broeken, die aan dezelve voor niets moeh worden verstrekt. De kapitein La Motte heeft nog niet gedaan den eed van trouwe Wij aankomst te kalpettij moet wij dezelve doen in handen van het opperhoofd, ten overstaan van twee officieren, op het formilier dat hiernevens gaat UE: moeten in tijds zorgen voor het inkoopen van een paatij karwaat, en zoo uE nog het een of het ander mogt mankeeren, dat van hier moet worden gezonden, moet ons dat ten eersten worden opgegeven. zoo UE: meer booter denken noodig te hebben, dan schrijft ten eersten na Manaar aan het opperhoofd Edell, om daar wat booter voor UE: te doen inkoopen. zoo de vervolgens te kalpettij met nodig is, kan ze na ko= lombe worden gezonden Akkordeert Sijbrands J liklerk N:o: 15 4656. Aan den E: Daniel Dillof van Rankon, Militair departement Filauw: tit: koopman en opperhoofd van Nigombo en Silauw, beneevens 2: den kapitain Iohan Wilhelm Uh:len beek Militair kommandant te silauw Eerzaame en Manhafte vroomen. UE: moeten met de subalterne officieren te silauw in guarni„ „soen een Raad formeeren en met malkanderen beraamen de beste wijze om het fort te verdeedigen. Na dezelve te hebben overlegd moeten ons UE: konsideratien daar over ten eersten worden toege„ „zonden, en zoo iemand van een apart gevoelen mogte zijn, moet daar van bij deeze konsideratien aanteekening gehouden worden. Het is voor al noodig om den vijand het naderen en etablisseeren van batterijen teegens het fort te beletten. Dit pant is zoo ge„ „wigtig dat het alle UE: attentie verdiend, op dat de vijand het fort niet omringen nog insluijten kan, en moet ten dien einde als het noodig word, alles worden gedaan wat zonder „roekeloosheid kan worden ondernoomen. UE: moeten daarom overleggen een aan ons speciaal opgeeven hoe dat naar UE: inzien op de bekwaamste wijze te beletten zij, en met het te werk stellen van deeze middelen moet ten eersten
English
first be begun. In order to keep the enemy distant from the fort, special consideration must be given to where and at what distances, which for example could be taken at 2. to 300. rods, to be established, in such a manner that even if they cannot support one another, they can at least maintain a safe communication with one another, and if necessary can retreat to the fort; such posts must especially patrol at night and immediately report whenever an enemy might approach. The plains and heights behind the fort appear to be the most suitable places for establishing such posts. It is of the highest necessity that all woods around the fort be cleared and burned. This ought to extend to Moeniboeram, Sangantatan, and towards Madampe as far as the Salt pans. Regarding this, however, consideration must be given not only to what is necessary, but also how far the execution of those things is possible. That which is most necessary must be done first. All living hedges and other thickets in the gardens, as well as everything that can obstruct the view, must be cleared away. Meanwhile, in this and in all such matters, the interests of private individuals must be spared as much as possible, and regarding such things that can be done in an instant and can for the present safely remain postponed, it is well not to carry out the execution until further reports make it necessary, so as not to give too much offense to the inhabitants and thereby alienate them from us. All considerations regarding this must nonetheless always remain subject to that which is necessary for the defense of the fort, and insofar as the property of private individuals cannot be spared in that respect, compensation for damages must be given to the interested parties, or at least proof must be granted to them that it will happen. At the crossing of the river it will likewise be necessary that the woods be cleared and burned, so that the view becomes clear everywhere. It would also be very useful if suitable means could be employed to prevent the passage of the river from being hindered, and that as much care as possible be taken that its mouth remains free. Yet, since this seems hardly possible except by deploying a post that ought to be strong, and consequently would notably weaken the garrison, and taking into consideration that such a post could not be supported, we only present this to your attention to consider how far it might be possible to provide for this in one way or another. To secure the mouth, an armed raft fitted with sideboards like a breastwork and equipped with some swivel guns could be of service in this. A large padie boat, for example, could be useful for this purpose, but nothing should be undertaken except that which is practicable and for which the means are within our reach, and can be employed without detriment to other matters that are more essential. Care must be taken as far as possible for the collection of provisions, and especially of live cattle. It is necessary that Your Honor have some vessels at hand, and therefore the chief of Ranzor must have some Oedempekar thonies come to Silauw to be constantly ready there for all occurring services; for these thonies 16. stuivers in rent may be paid, if it cannot be bargained for less, and the customary rations to the crew navigating them. In addition, if Your Honor can find trustworthy men among the fishermen, some outrigger thonies may be used to sail back and forth between here and Silauw, as well as between Silauw and Kalpettij, to maintain communication when it can sometimes no longer take place by land. Of everything that occurs and is in any way noteworthy, Your Honor must report not only to us, but also to Kalpettij and Putulang. We have likewise ordered this to Kalpettij and Putulang regarding you. The chief of Ranzor must go back and forth as much as possible to establish the necessary order in everything. During his absence, Captain Uelenbeek with his subordinate officers must consider all that is prescribed herein and in the meantime do what is possible and necessary. Should matters with the Court of Kandia come to acts of hostility, to the extent that the Court sent armed men onto the Company's ground and soil, a summons must be given, either verbally or in writing as circumstances may advise, to the person commanding on behalf of the Court, stating that he will immediately have to leave the Company's ground and soil with his men, and that if he does not do so, this will be regarded as an act of hostility and one will consequently act against him as an enemy. Although it is not our intention, in keeping the enemy outside our limits, to undertake things that the size of the military force at Your Honor's disposal does not allow
Dutch transcription
eersten worden begonnen. Om den vijand van het fort geloigneerd, te houden, moet in zo „derheid worden in overweeging genomen, waar en op welk distantien, die bij voorbeeld op 2. p: 300. roeden zouden kunn worden genoomen, waar en op welke distantien, die bij v „beeld op te worden geatablisseerd, zoodanig dat zoo ze malkanderen al niet se kondeeren kunnen, ze ten minsten een vijlige kommunikatie met malkanderen kunnen „dekhouden, en des noods na het fort retireeren kunnen zulke posten moeten inzonderheid snagts patrouilleeren en aan ƒ 6 „stonds adverteeren wanneer een vijand mogte naderen. D. vlaktens. en hoogtens, agter het fort schijnen de bekwaar „ste plaatsen tot het etablisseeren van zulke posten. Het is ten hoogfsten nodig, dat alle boschagien rondom het port worden gekapt en verbrand. Dit zoude wel behooren te gele „den tot Moeniboeram, sangantatan, en na de zijde van Madampe tot aan de Zout pannen. Wier omtrend diend nag „tans te worden overwoogen niet alleen het geen noodig is„ maar ook hoe verre de uijtvoering dier din gis mogdi is. Het geen het allernoodzaakelijkst is, moet het eerst wa „den gedaan. Alle levendige paggers en andere bosschagien in #: de thijnen mitsgaders alles wat het gezigt beletten kan diend te worden uijt den weg geruijmd. Jntusschen moeten hier in en i all diergelijke dinge, de intrag van 4657. van de partikulieren zoo veel mogelijk worden gemenageer, en omtrent zulke dingen die op een ogenblik kunnen geschieden en voor eerst vijlig uijtgesteld kunnen blijven, is het goed de uijtvoering niet te doen, voor dat nadere berigten dat noodig maaken, ten einde de ingezeetenen niet te veel voor het hoofd te slooten en ze daar door van ons te verwijderen. Alle konsideratien derweegens, moeten niet te min altijd blij„ E „ven gesubmiteerd aan het geen tot de defensie van het fort noodig is, en voor zoo vere daar omtrent de eigen domme der partikulieren niet kunnen worden gemenageerd, moet aan de geinteresseerdens daar voor schaa vergoeding gedaan worden, of ten minsten aan hem worden verleend bewijzen dat het geschieden zal. Bij de overkomst van het rivier zal het insgelijks noodig zijn dat de bosschen worden weggekapt en werbrand, op 12 dat over al het gezigt vrij word. Het zoude ook zeer zijne nuttigheijd hebben, zoo 'er middelen konden worden te werk gesteld, bekuram, om te voorkoomen dat de doorvaard van het rivier niet kan worden belem„ „mer, en dat zoo weel mogelijk konde gezorgt worden, dae de mond van dezelve vrij blijft. Dan wijl dit niet wel anders schijnt, te kunnen geschieden, als door het uijtzetten van een post die wij sterk diende te zijn, en gevolgelijk het guarnizoen merkelijk zoude Verkwrkke verswakken en dat daar bij in aanmerking komt, dat z „danig een post niet zou konnen gesekondeert worden, geen we UE dit alleen in gedagten, om te overleggen in hoe ver het zoude kunnen mogelijk zijn, daar ti op de eene of andere wijze te voorzien. om de mond te bevrijden zoude een gewapend vlot met zijplanken borstweerings wijzijn de„ „zet, met eenige draaijbassen voorzien, hierin van dienst kunnen zijn. Een groote padie kan bij voorbeeld ten deezen eijnde te pas koomen, dog men moet niets onderneemen dan het geen uijtvoerlijk is, en waar toe de middelen onder ons berijk zijn, een zonder benaadeling van andere zaak: die noodzaakelijker zijn, kunnen worden geemploijeerd. zoo veel mogelijk moet er worden gezorgt voor het verzom „len van levensmiddelen, en inzonderheid van leevendig ver„ Het is noodig dat UE: eenige vaartuijge aan handen hebben„ en moet daarom het opperhoofd van Ranzor eenige oedem „pekaresche thonies na silauw laate koomen om daar tot 7. alle voorvallende diensten steeds gereed te zijn; voor deeze # thonies mag 16. stuijvers aan huur betaald worden, zoo het niet minder te bedingen is, en aan het daar op waa„ „rend volk de gewoone maintementos. Hier bij kunnen zoo UE: onder de vissers getrouwe menschen vinden eenige vlerk thonies worden gebruijkt, om tusschen hier en sllau„ als meede tusschen klauw en kalpettij over en weeder te vaaren „ 4658. vaaren ter onderhouding van de kommunikatie, wanneer die te lande zomtijds niet meer zoude kunnen geschieden. Van alles wat voorvalt en eenigzints weetens waardig is, moeten UE: niet alleen aan ons maar ook na kalpethij en Putulang berigt doen. Na kalpettij en Putulang hebben we dit insge„ „lijks bevoolen ter uwen aanzien. Het opperhoofd van Ranzonr moet zoo veel mogelijk af en toe gaan om op alles de noodige ordre te stellen. Geduurende zijn absentie moet kapitain UEElen beek met zijn ondergeschik„ po „ „te officieren al het hierin voorgeschreevene overweegen en in„ ƒ „tusschen doen wat mogelijk en nodig is. Wanneer de dingen met het Hof van kandia mogten koomen tot daadelijkheeden, in zoo verre dat het Hoff gewapend volk liet brengen, op 'skomp:s grond en bodem, moet aan den geenen die van weegens het Hof het kommando voert, worden gedaan een aanzegging het zij mondeling of schriftelijk na maate ƒ dat de omstandigheeden dat zullen aanraaden, dat hij daade„ „lijk met zijn volk 'skomp:s grond en bodem zal hebben te verlaaten, en dat zoo wij dat niet doet, men zulks zal aan„ „zien voor een daad van vijandelijk heeden men ingevolge van dien als vijand teegens hem handelen zal. schoon het nu onze intentie niet zij, om tot het houden van den vijand buijten onza limieten dingen te onderneemen, die de groo„ „te van de bij UE: aan handen zijnde militaire magt, niet toe„ „laaten oder :