Inventory 3891
Ceylon · 858 pages · 160 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
pepper vines, but having planted only 3396 cinnamon, 1339 areca, and 62 pepper vines, to pay, and requested me to that end to be allowed to sell his few lands and possessions. I provisionally advised him against selling these goods of his, and forbade it until such time as he should receive further orders from me regarding this, with the notification in the meantime that he should attempt to pledge these to someone or other. I therefore most humbly request to be provided with the necessary orders on how I shall have to act with these headmen of the ramblinjeros, as for myself I dare not venture a judgment in this case, all the more because I am fully assured that these headmen had to give some gifts to obtain this office, as was a general custom in those times. In my memorandum, I took the liberty, in case the proposals made therein for restoring the Magam Pattu were to be approved, to nominate the sergeant and postholder of Tangale, Hendrik Brinkman, as resident of this province; if the revered Ceylon government should likewise approve this nomination of mine, there will have to be a new postholder at Tangale, and I take the liberty in such a case to nominate as postholder there the gunner here, Frans Ernst Scheffeler, as a person of very good conduct who is always zealous in the service, and on whose fidelity one can rely. I have the honour to be with the greatest respect, Right Honourable Sir, your Right Honourable's duty-bound friend and servant, was signed, C. van Angelbeek. In the margin: Matara, 31 August 1789. Lower: agrees, was signed, M. Jr. Gratiaen, First Sworn Clerk. Below stood: agrees, signed, G. J. Sijbrands, First Sworn Clerk. In honour and in truth to state regarding the last two headmen over the fishers, since they have lacked no people and subordinates, and thus also no means to fulfill their promise. The first, the mohandiram and second headman of the Morawak Korle, has more reasons for excuse, since it is certain that he had less assistance. Checked. No. 3 5044 Colombo. To the Right Honourable, Right Worshipful Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, together with the Council. Extract dispatch dated 22 December 1789, written from Colombo to Galle. From the Matara papers sent to us alongside your letter of the 10th of this month, we have seen with particular pleasure the trouble which the Honourable Dessave van Angelbeek has taken to have the condition of the Magam Pattu surveyed, and to suggest the means that can make this district useful, both for the Company and for the inhabitants. Since the means proposed thereto by his Honour seem to us not only very suitable to achieve the intended purpose, but can also be put to work in an inexpensive manner for the Company, we have resolved in the session of the 19th of this month to embrace the proposals that appear in the report of the said Honourable van Angelbeek and were further presented by you, just as they lie. We hereby qualify you to authorise the Honourable Dessave van Angelbeek to execute his aforementioned plan for the improvement of the Magam Pattu just as it lies. You must alongside this express to the said Honourable van Angelbeek on our behalf the pleasure that we have taken in the zeal and competence shown by him in this matter for the improvement of the lands placed under his administration, and at the same time thank him for it on our behalf. To assist the aforementioned Honourable Dessave in the execution of this plan of his, we assign to him the sergeant and present postholder of Tangale, Hendrik Brinkman, whom we, in accordance with his Honour's request, have appointed as resident of the Magam Pattu, with promotion to bookkeeper, of which the deed goes herewith; and we have most favorably presented the request of the Honourable van Angelbeek to give the said Brinkman the title and rank of junior merchant to the Noble High Indian Government. To the said Resident Brinkman may be paid, in accordance with the proposal of the Honourable van Angelbeek, during the first five years, eighty rixdollars each month from the funds among others designated thereto by the Honourable van Angelbeek.
Dutch transcription
peeper ranken maar 3396: kanneel 1339: ar reeks en 62: peeper ranken aangeplant te betaal en mij ten dien eijnde verzogt zine weijnige landerijen en bezittingen temoogen verkoopen. Ik hebbe hem het verkoopen van deese zijne goederen pcovisioneel afgeraeden, en tot zoo lange hij van mij daar omtrent nadere orders zoude ontfangen verbooden, met aankon diging intusschen dat hij tragten moest om deese bij den een of ander te bespreeken. Ik verzoeke dus zeer oodmoedigst temoogen worden voorzien met de nodige ordres hoe ik met deese hoofden van de stamblinjeros zal moeten handelen, alsoo ik voor mij geen uitspraek in dit geval durswaegen, temeer ik ten vollen verzeekert ben, dat deese hoofden ter verkrijging van deeze dienst eenige geschenken hebben moe „ten doen gelijk, dat in die tijden een algemeen gebruik was. Bij mijn memorie hebbe ik de vrijheijd ge bruikt ingevalle daar bij gedaene voorstel- „len tot het in staat brengen van de magam parta in ne eere in waverneep te doen omtrend de twee laeste hoofden over de vissers, wijl het hun aan geen volk en ondergeschikten ge= mankeert heeft en dus ook aan geene mid- delen om hunne belofte natekoomen. Meer reedenen van verschooning heeft de eerste de mohandiran en tweede hoofd van de Morwa korle wijl het zeeker is, dat hij minder mogten. assistentie 5043. Achtbaaren Heer! mogten worden goedgekeurt om den sergeant en Posthouder van Tangale, Hendrik Brinkman, als resident van deeze provintie voortedraegen zoo de gevenereerde Ceilonse regee ring deese mijne voordragt insgelijks mogte goedkeuren, zoo zal op Tangales en nieuwe Posthouder moeten zijn, en ik gebruike de vrijheijd in zulk een geval als Posthouder aldaar voor tedraegen den kannonier alhier Frans Ernst Scheffeler, als een perzoon van een zeer goedgedrag, die steeds ijverig in den dienst is, en op welkers trouwe men staat kan maeken Ik hebbe de eere met de meeste agting te zijn /:onderstont:/ E: E: Agtb: heer uw E: E: agtbaere dienst schuldige vriend en Dienaar /:was ge „teekent:/ C:n van Angelbeek, /:in margine:/ Mature den 31:' aug:s 1789: /:lager:/ accordeert /:was geteekent:/ M: J:r Gratieaen, E: G: Clerk /:onderstont :/ accordeert: /:geteekent:/ G: J Sijbrands E: G: Clerk. uwel Edele Gestren„ parte secreete brief ten en zal duijde„ zoo als te leggen. n van gunstige Wij qualificeeren uE: mids dien, om den E: des- save van Angelbeek te authoriseeren, om voorsz: dezelve in zijn Plan ter verbeetering van de Magampattoe te Executeeren zoo als het legd. uE: moeten daar bij gemelden E: van Angelbeek, men van VE: tecreete gouverneur met dees raaff Akkordeert Sijbrandt uit. Raad. A Agtbaare eek. liklerk brief 5010 4V Linde in ne eere in wnaerheyd te doen omtrend de twee laeste hoofden over de vissers, wijl het hun aan geen volk en ondergeschikten ge= mankeert heeft en dus ook aan geene mid= delen om hunne belofte natekoomen. Meer reedenen van verschooning heeft de eerste de mohandiram en tweede hoofd van de Morwa- korle wijl het zeeker is, dat hij minder assistentie Nagezien N:o 3 5044 Colombo. A Agtbaare Aan Den wel Edelen gestrengen Groot Achtbaare, Heer willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en direkteur van het Eijland Ceijlon, met dees onderhoorigheeden Nevens den Raad. Extrakt missive de dato 22:' xber: 1789. AVan kolombo naar gale geschreeven. Bij de neevens uwen brief van den 10:' deeser, aan ons toegesondene Matureesche papieren, hebben we met bijzondere aangenaamheijd gezien, de moeite die de E: dessave van Angelbeek zig heeft gegeven, om den toestant van de Magampattoe te doen opnee men, en de middelen aan de hand te geeven, die dit landschap nuttig kunnen maeken, bij de voor de Comp: en voor de ingezeetenen. wijl de middelen door zijn E: daar toe voorgestelt, ons niet alleen zeer geschikt schijnen, om het bedoeld oogmerk te berijken, maar ook op eene onkostbaere wijze voor de Comp: kunnen werden te werk gestelt, hebben, ter sessie van den 19:' desser uwel Edele Gestren„ beslooten, de voorstallen die bij het berigt van gemelden E: van Angelbeek voorkoomen, en nader parte secreete brief door uE: zijn voorgedraegen te amplecteeren len en zal duijde„ zoo als te leggen. n van gunstige Wij qualificeeren uE: mids dien, om den E: des- Save van Angelbeek te authoriseeren, om voorsz: ^dezelve in zijn Plan ter verbeetering van de Magampattoe te Executeeren zoo als het legd. uE: moeten daar bij gemelden E: van Angelbeek, van VE te Creete uit: No. 2 eek. e brief 50 1/0 4V Linde uit onsen naam betuijgen het genoegen, dat we genoomen hebben in de door denselven in deesen betoonde iever en kunde ter verbeetering van de landen die onder zijn bewind zijn gestelt, en hem teffens uit onsen naem daar voor bedanken. Tot hulp van voorm: E: dessave in de Executie „voegen van dit zijn Plan vergoed we hem toe den ser geant en teegenswoordigen Posthouder van Tangale Hendrik Brinkman, dien we overeenkomstig 't verzoek van zijn E: hebben aangestelt tot resident van de Magampattoe„ onder bevordering tot boekhouder, waar van de akte hierneevens gaed, en hebben we het verzoek van den E: van Angelbeek om aan den gem: Brinkman te geeven de titel en rang van onderkoopman op het gunstigst aan de Edele hooge indische regee= ring voorgedraegen. Aan gemelde resident Brinkman moogen overeenkomstig het voorstel van den E: van Angelbeek„ geduurende de eerste vijf jaeren, worden betaelt tachtig rd:s elke maend uit de fondsen daar toe onder anderen door den E: van: assistentie Nagezien
English
No. 3 5045 Colombo. To the Right Honorable, To the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Counselor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council. proposed by van Angelbeek, in order to serve him as a means of subsistence, and to enable him thereby to cover the special expenses that he will have to incur in traveling and journeying. Your Honor must also authorize the Honorable Dessave van Angelbeek to establish two more ranks of lascarins for the Magampattoo to carry out the services of the pattoos and to procure the same in accordance with the proposal made for that purpose by His Honor. Likewise, Your Honor must authorize the same to carry out the very reasonable proposals made in his letter to the Honorable Commander Kraijenhoff, against all those who, as appears from the indications contained in this letter, have acted so derelict in the performance of that to which they bound themselves upon obtaining their offices, in order that those proposals may be carried into execution as His Honor shall find appropriate at that time in the service of the Company. Examined Agrees. Signed: G. Sijbrands, Sworn Clerk. Examined DVDLende Agrees Wijbrands Sworn Clerk assistance No. 3 Colombo. To the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Sir! Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Counselor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, High-Commanding Sir, I have had the honor to receive Your Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, very respected separate secret letter of the 17th of September last, and for the sake of clarity, and in the confidence of a favorable interpretation, I shall take the liberty to answer the same in the margin. The letter of the 5th of August last cited in the margin was addressed solely to the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Lord Governor, and was not written under the assumption that the same would come before the entire Government of Ceylon for deliberation; otherwise, I would have had the honor of addressing the same to the aforementioned Government. I nevertheless submit myself to the pleasure of the authorities in this matter, and shall very gladly render further account, both for everything that appears therein, as well as everything that was set down in my secret report and letter, both of the 31st of July last, and submit with all precision the clarification and considerations requested of me. Section 1. Upon review of Your Honor's secret letter of the 5th of August, the accompanying secret report of the first-mentioned date, several articles have appeared to us which require further clarification, and others regarding which we deem Your Honor's further considerations necessary; and this communication is therefore directed to request the same from Your Honor, and at the same time to provide Your Honor with the requested information and explanations regarding some points presented in Your Honor's aforesaid secret report. I have certainly said this, and, in the confidence of a favorable interpretation, am still of this opinion, as will become clearer below. Under this "something," I understand everything that appears in my secret report to the detriment of the Honorable Provisional Chief Administrator van Angelbeek; and which properly, or in short, consists of this: that it is pointed out therein that His Honor has not exercised sufficient knowledge or otherwise adequate attention in the governance of the Matara Dessavony, for had this been done, His Honor would not have been able to be so remarkably misled, and His Honor would have known how matters stood in the interior of the country among the inhabitants; and knowing this, His Honor would have been able to take care and put into effect the necessary measures so that these inhabitants would have been properly treated, and would have properly fulfilled their obligations to the landlord; when, in that case, certainly no such great discontent would have come to reside among the people, much less would an insurrection have been provoked without His Honor having been informed thereof before its outbreak, and having had an accurate understanding of its true cause upon its outbreak, and having been able to give a proper account thereof. Under the aforementioned "something," one might also understand that which I have said in my said secret report concerning Mr. Raket, currently Dessave of Matara, namely that I attribute to His Honor too little knowledge and capability in land administration, or properly speaking, in the art of ruling the Sinhalese, to be able to exercise the authority of the Matara Dessavony as is proper, at least in the present condition of the Dessavony, in which everything is still more or less restless, irregularities cannot yet be completely prevented, and the inhabitants have not yet returned to their old obligations. Section 2. In Your Honor's aforesaid separate letter, Your Honor states, among other things, that it might easily happen that Your Honor's sensitivity regarding insult, disrespect, and mistaken distrust directed against Your Honor would arise. But since in this secret report nothing appeared upon which we, or the first undersigned Governor in particular, to whom this separate letter was written, could apply this declaration of Your Honor, Your Honor must explain yourself further, clearly and directly, regarding what at least suggests something regarding Your Honor taking offense at something in Your Honor's secret report that would precisely not completely satisfy an agreeable reflection thereon, and that honor, duty, and the respect of Your Honor's public character require of Your Honor.
Dutch transcription
No 3 5045 Colombo. t Agtbaare Aan Den wel Edelen gestrengen Groot Achtbaare, Heer willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en direkteur van het Eijland Ceijlon, met dees onderhoorigheeden Nevens den Raad. van Angelbeek voorgestelt, ten eijnde hem te dienen tot een middel van bestaen, en om teffens daar uit te kunnen vinden de bezondere ongelden die hij met rijzen en trekken zal moeten doen. ook moeten u E: den E: dessave van Angelbeek authoriseeren, om nog twee randjes lascorijns voor de Magampattoe op terigten tot het ver= rigten der pattoes diensten en deselve te vinden overeenkomstig met het voorstel door zijn E: daar toe gedaen. Insgelijks moeten uE: denselven authoriseeren, om uittevoeren de zeer billijke voorslaegen, bij desselfs brief aan den E: gezaghobber kraij en hoff gedaen, teegen al die geenen, die zig blijkens de aanwijzing, die bij deesen brief voorkoomen zoo agterlijk gedraegen hebben in de uitvoering, waar toe ze zig bij het verkrijgen hunner ampten verbonden hebben, ten eijnde die voorstellen ter Executie teliggen dan in zoo als zijn E: dat, toen moesten dienste van de Comp: zal bevinden te behooren van VE te sreeke uwel Edele Gestren„ apparte secreete brief ten en zal duijde„ n van gunstige ^dezelve in /:onderstont:/ 50:10 eek. e brief 4V Glinde Nagezien /:onderstont:/ Accordeert /:geteekend/ G Sijbrands E: G: Clerk. Nagezien DVDLende Akkordeert Wijbrands Egklerk assistentie No. 3 Colombo. Aan Den wel Edelen gestrengen Groot Achtbaare, Heer! willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en direkteur van het Eijland Ceijlon, met dees onderhoorigheeden, Nevens den Raad. Wel Edele Gestrenge Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer Ik heb de eere gehad wel te ontfangen uwel Edele Gestren„ =ge groot Agtbaare zeer g'eerde aparte secreete brief van den 17.:' september Jongstleeden en zal duijde„ =lijkheids halven, en in vertrouwen van gunstige welduijding, de vrijheid neemen dezelve in margine te beantwoorden. De besijden geciteerde brief van den 5=e §. 1. Bij resumtie van VE: tecreeke Aug 50 1/10 brief ang: v eeden, was alleen aan den welEdelen gesta„ groot Agtb: heer gouverneur gerigt, en niet de veronderstelling geschreeven dat deselve ter„ deliberatie van de geheele Cijlonse regeering soude koomen, anders zoude ik de eere gehad hebben deselve aan wel gemelde regeering te addres„ seeren, ik onder werpe mij egter aan 't welbe„ hagen in deese, en zal seer gaarne, zoo wel voor al het geen daar bij voorkomt, als al 't geen bij mijn secreete rapport en brieff beijde van den 31: Julij J„o leeden, ter needergesteld is, nadere verantwoording doen, en de van mij gevraagd wordende opheldering en Consideratien met alle Juistheid overleggen. ik heb dit zeker gezegd, en ben ook als nog in vertrouwen van gunstige welduijding van dit gevoelen, gelijk hier onder nader zal blijken onder dit iets begrijp, ik al't geene bij mijn geheim rapport ten nadeele van dE: provisioneel Hoofd administrateur van Angelbeek voorkomt; en het welk eijgentlijk, of in 't korst gesegd, hierin bestaat, dat daar bij aange„ „weesen word, dat zijn E: geen toerij= kende kennis of anders voldoende. oplettendheid in 't bestier van de Ma„ turesche dessavonij beoeffent heeft, nen misleid worden, en zijn E: zoude geweeten hebben hoe 't i 't binnen ste en dit weetende zoude zijn E: hebbe kunnen sorgen en de noodige middelen in 't werk stellen: dat dese Jngezeetenen behoorlijk behandeld waaren geworden, en hunne verpligting aan den want was dit geschied, soude zijn gevoeligheid, wegens aangedaa„ E: niet zoo aanmerkelijk hebbe kin„ ne hoon, klijnagting: en tegens VE: verkeerde opgeratte mis= geheim rapport niets voorge„ =koomen, waarop wij, of de rerste ondergeteekende gouverneur in 't bijsonder, aan wien deese minsten iets zegt weegens VE: van t landen bij de ingesteenen gesteld was, trouwens. Dan wijl bij dit iets bij VE: gehei rapport was ingenoo„ =men, dat Juist niet volkoomen aan een genoegelijke bedenking daar over zoude voldoen, en dat 'eer pligt en 't aanzien van VE: publiek Carakkter van VE: voadord, dat VE ten §: 2. wij voorsz: vE: apparte brief zegd vE onder anderen, dat 't ligtelijk zoude kunnen gebeuren, dat. brief van den 5. aug.s daar aan en geheim rapport van eerst gem: datum, zijn ons verscheide artikelen voorgekoomen, die nadere op heldering vereijsschen, en andere waarom„ =trend we uE: verdere Consideratien noodig oordeelen, en is mids dien deesen gerigt, om deselven van VE: te requireeren, en om uE: teffens te doen toekoomen de versogte onder„ =rigtingen en verklaaringen, noopens eenig poincten bij voorsz: uE geheem rapport voorgesteld. Landheer apparte reg 5047 landheer behoorlijk volbragten wanneer als dan zeekerlijk ook geen zoo groote misnoegdheid bij het volk zoude hebbe komen residee„ =ren, nog minder een ovstand ver„ =wekt worden, zonder dat zijn E: voor dies uitbraak daarvan onderrigt. was geweest, en van dies wesentlyke oor„ saak bij het uitbreeken daarvan een Juist begrip had gehad en een behoorlijk verantwoording daarvan had kunnen doen onder het voorschreeven iets, zoude men ook konen begrijpen, het geen ik aan„ 0„ gaande den heer Raket tans dessave van mature, bij gemelde mijn geheim rapport gezegd heb, namentlyk, dat ik zijn Ed: fewijnig kunde en begaafdheeden in het landbesteer of eijgentlijk in de kunst de singaleesen te regeeren toeree„ „kene, om het gezag van de Malu„ neese dessavonij gelijk behoord te„ kunnen waarneemen, ten minsten in de tegenwoordige gesteldheid der Dessavonie, dat alles nog min of meer onrustig is, dat de onge„ regeldhaidheeden nog niet volkoo„ men belet kunnen worden, dat de in„ gezeetenen nog niet aan haare oude verpligting terug gekeerd zijn, apparte brief geschreeven is, deeze VE betuijging weeten toetepassen, moet VE: zig nader duijdelijk en regtstreeken verklaaren. ude „ 1
English
lay down. whether they had submitted to the new arrangements, and that the complaints still outstanding had not yet been investigated and decided, for all of which a good and capable provincial ruler is more than ever required. Raket, Mr. van Angelbeek, and all those who concern themselves with what regards these gentlemen. I had in mind herewith Mr. because I presume that one cannot have any pleasing, or rather agreeable, reflection on the contents of a writing wherein one finds something written to the detriment of oneself or of those in whose affairs we take part. was it not an insult, disparagement, and mistrust that Mr. van Angelbeek, and even more so the native chiefs and the sent commission from the Galle Council, were not deemed sufficient, 2. wherein consist the insult, disparagement, and misconceived mistrusts directed against your Honour? why this would not entirely meet with a pleasing reflection from those whom your Honour means here. 1. whom your Honour has in mind, to whom or which it might well be that something included in this secret report of your Honour would precisely not entirely satisfy a pleasing reflection thereupon, and of which, however, honour, duty, and the standing of your Honour's public character require that your Honour at least say something regarding the inflicted insult, disparagement, and misconceived mistrusts against your Honour, as also: but 5048 but on the contrary, in all conscience, requested another commission from the Ceylon government, or from the Council of Justice at Colombo, as being more useful on that occasion! was it not an insult and disparagement that Mr. van Angelbeek, instead of showing the said commissioners any honour or courtesy, caused it to be announced that his Honour was very displeased that they, the said commissioners, had had the tom-toms beaten on his territory, and that if they continued further, their entry into the gate at Matara would be prevented! was it not an insult and great belittlement for the Galle commission, that the commissioners, marching forward with the native suite, were ordered under bell-striking that entry into the gate was refused? I would, if a commission from the Colombo Council arrived here at Galle with the native state of the Governor, not dare to think of opposing them in anything; but would, if this commission were in any way inconvenient to me or affected me, be able to complain about it to your Right Honourable, highly esteemed Sirs. was it not an insult and disparagement that Mr. van Angelbeek appointed himself judge over the former Mudaliyar of the Wellaboda Pattu, whom the commissioners Van Schuler and De Vos, as appears from an accompanying copy letter from them under No. 1, had requested to be summoned to Galle and arrested, in view of his odious and outrageous conduct, concerning which the said commissioners as men of honour assure that this mudaliyar showed them every possible contempt, had disrespected me as Commander, and at which conduct even the attending interpreters were indignant; I say, was it not going too far that Mr. van Angelbeek set himself up as judge over this Mudaliyar, who in the persons of the commissioners Van Schuler and De Vos had insulted the entire Galle government, after notice of this case had already been sent to Galle, and thus the said Mudaliyar could not properly be tried by the Matara Dessave any longer? was it not an insult and disparagement that Mr. van Angelbeek, having been ordered up to twice to send the said Mudaliyar of the Wellaboda Pattu to Galle, did not comply with this order? was it not an insult and disparagement that Mr. van Angelbeek, having been ordered to send the titular Mohandiram Dahanaike to Galle, thought fit not to obey this order; although his Honour certainly could not know for what reasons this man was summoned by the Galle government, his Honour simply refusing
Dutch transcription
leggen. of zig de nieuwe schikkingen onderworssen hebben, en dat de als nog resideerende klag„ ten nog niet ondersogt, en beslisd zijn tot welk alles een goed en kundig landregent meer als immer vereijscht word Raket, den Heer van Angelbeek en alle de geene die zig, het geen deeze Ik heb hiermeede in toog den Heer dzijde Heeren aangaat, laeten aangeleegen om dat ik veronderstel dat men geene genoeglijke of liever aangenaame bedenking kan hebben over den in„ =houd van een geschrift, waarbij men iets ten nadeele van zig selven of van de zulke in welker zaeken wij deelneemen geschreeven vind. was het geen hoon blijnagting en mis- =trouwen dat de heer van An„ Jnlandsche Hoofden en gezon„ „dene Commissie uit de gaalschen Raad niet voldoende achteden, — 2. waarin bestaan de vE: aangedaene hoon klijnagting en teegens VE gelbeek, en nog meer zelfs de verkeerd opgeratte mistrotuwens. waarom dit iets bij de geene, die VE: hier bedoeld, Juist niet volkoomen aan eene genoeglijke bedenking daar over zoude voldoen. 1. wie uE: in 't oog heeft, aan wien of de welke het wel konde zijn, dat iets bij dit VE: geheim raport ingenoomen Juijst niet Volkoomen aan eene genoeg„ „lijke bedenking daar over zoude vol„ =doen, en waar van egter eer, pligt en 'taan„ =zien van VE: publiek Caracter vorderd, dat VE: ten minsten iets zegd wegens aange„ „daane hoon, klijn agting en teegens VE: verkeerd opgevatte mistrouwens, als meede. maar 5048 maar daar en tegen, ingemoede, een ander Commissie uit de Ceijlonse re„ „geering, of uit den Raad van Justitie te kolombo, als nuttiger bij die geleegendheid verzogten! was het geen hoonen klijnagting, dat den heer van Angelbeek aan de gemelde g'Com„ mitteerden, insteede, van Han eenige eene of Hoflijkheid te bewijzen, liet aankundigen, dat zijn 8: zeer te onvreeden was, dat zij /: gemelde Commissarissen:/ op zijn gebeld de Jamblijntjes hadden laaten slaan, en dat in die zij verder Continueerden Hun het inkoomen in de Poort te mature zoude belet worden! de gaalsche Commissie, dat de was het geen hoon en groote verklijning voor ^ om de Commissaarissen, met de inlandsche enisake voorttrekkende het ingaan in de poort onder ebelken in der rad gegeven was ske soude indien een Commissie us den Colom„ „boschen Raad, heer te gale met de Jnlandse statie van den Heer gouverneur aan„ „knam, niet in mijne gedagten durven neemen deselve in iets tegen te gaan; maar zoude mij, in dien dese Commissie mij eenigzints ongeleegen was, of aandeed, daar over aan uwel Edele gestrenge groot Achtbaare kunnen beswaaren. was het geen hoon en klijnagting dat de Heer van Angelbeek den geweesen Modli„ =aar van de willebaddeputtoe, dien de Commissarissen van schuler en deros blij= „kens een nevens gaande kopij brief van deselven onder N:o 1. verzogt hadden dat na gale mogten op ontbooden en gearresteerd worden, aangesien zijn hatelijk en verregaande gedrag, waaromtrend gemelde Commissarissen als mannen van eere verzeekeren dat deese modliaar hun alle mooglijke minagting betoonden mij als Commandeur gemankeerd had, en over welk gedrag zelfs de bij zijnde tolken verontwaardigd geweest zijn; jk zegge was het niet verre gaande dat de heer van Angelberk zig deesen Modliaar, die in de Commissarissen van schulex en De vos de geheelen gaalsche Regeering beleedigd had, tot rechter stelde, na dat reeds van dit geval na Gale kennis was gegeeven, en dus de gemelde Modliaar niet wel meer door de Naturee„ =sche Dessave konde teregt gesteld worden. was het geen hoon en klijnagting dat de Heer van An„ =gelbeek, tot twee Heeren toe, gelast, om den gemelden modliaar van de wellebaddepattoe na gale op te zenden, aan deese order niet voldaan heeft. was het geen hoon en klijnachting dat de heer van Angelbeek gelast om den titulairen Mohandiram Dahanaike na Gale tesenden, goedgevonden heeft deeze order niet te gehoorsaamen; schoon zijn E: zeeker, niet weeten kon om welke aerden deese man door de gaalse regeering op ontbooden wierd zijn E: rond aan
English
to keep this man in arrest, certainly advised out of contempt, to disobey the order received, because he had gone to Gale without his Honor's prior knowledge; were these motives sufficient not to obey the received order! I would certainly not, I hope that my conduct has proven this my opinion, dare to take it into my thoughts to detain someone who was summoned by Your Right Honorable, and the Ceylon government. Even had such a person made an attempt on the life of another, or committed high treason, I would still have had to send them up, yet subsequently have the right to submit my objections in this regard. Was it not an insult and contempt that Mr. van Angelbeek, in response to the order of the Gale Council to send up to Gale the arrested Moor Segoe along with the documents charging him, merely replies: "This Moor was arrested here in Mature a few days ago as a suspect person and sent up to Kolombo," without making any further mention in his letter of what he was found suspect in, nor why he was sent to Kolombo without the knowledge or consent of the Gale Council. If no contempt had taken place in this matter, Mr. van Angelbeek on that occasion would certainly have remembered that, owing to many occupations, he had forgotten to inform the Gale government of the apprehension and dispatch of this man; his own letter proves that his Honor thought of the Gale Council and of this Moor at one and the same time, and thus no inadvertence could have taken place in this regard. Was it not a bitter belittlement for me that the Moor Segoe, whom I had caused to be detained at Ambelangodse because he was transported past this fortress with force without my prior knowledge, had to be transported further to Kolombo, notwithstanding that I requested that he might be put on trial here in Gale, and notwithstanding that I had declared that this man was present in the Maturese Dissavony on my orders. If this Moor had undertaken anything more than what I assigned to him, then I most respectfully submit, with submission to better judgment, that I certainly ought to know this, and therefore could myself have caused the necessary investigation to be made, as I requested. Was it not a belittlement and distrust toward me that the order to send the Moor Segoe over to Kolombo was given directly to Mature, whereas Your Right Honorable otherwise usually issues all orders relating to the Maturese Dissavony and that service to the Commander or the Council at Gale! May it not be taken amiss that I most respectfully and very modestly ask Your Right Honorable whether Your Honors would not be exceedingly affected if Their High Nobilities in Batavia thought fit to send an order to the Commander of Jaspnapatnam or of Gale, without letting Your Right Honorable be informed of this order. Was it not a belittlement for me and the Gale Council that the request of the Honorable van Angelbeek and his headmen to be permitted to have a commission from Colombo was given more consideration than the proposal of the Gale government, which deemed a commission from Gale sufficient! Was it not a belittlement, even among the discontented or rebellious subjects, that this commission had to return immediately without having executed its task! Was it not a belittling reproach to me and the Gale government that it was interpreted to us as a far-reaching disobedience that we, with the best intentions in the world, did not write to the commissioners, who were already on their way to the Southerners, to return directly and without deliberation immediately, but on the contrary left it to these commissioners to adapt to the circumstances of the time and to put into execution the order to halt their commission in the most suitable manner! Does it not serve as insult, belittlement, and distrust toward me and the Gale Council that the Honorable Commissioners Frezz: and Samlant upon their departure for Mature gave us not the slightest disclosure of their assignment, just as if the Maturese Dissavony, which by the High Government of these lands was entrusted to our vigilance, did not concern us.
Dutch transcription
rond /: zeker uit klijnagting geraedene:/ den tegehoorsaemen:/ deesen man in arrest te houden, om dat hij buijten zijn E: voorkennis na Gale gegaa was, waaren dese beweegrerdenen toerijkende om de ontvangene order nie tegehoorsaamen! jk zoude zeeker niet:/ ik hoop dat mijn gedrag dit mijn gevoelen beweesen heeft in mijne gedagten durren neemen, om iemand terug te houden die door uwdEd: gestr groot Achtb:, en de Cijlonse regeering opgeroepen wierd. Al had zoo iemand ook na het leeven van een ander gestaan, of een Land verraad begaan, ik sve hun dog moeten opsenden, egter vervolgens het regt hebben, mijne beswaa „ven hier omtrend in tebrengen. was het geen hoon en klijnagting dat den Heer van Angelbeek op de order van den „gaalschen raad, om den g'arresteerden Moor segoe met de stukken ten zijnen laste na Gale optesenden, slegts antwoord, Deeze moor is hier /Mattire (voor eenige daege als een suspect persoon gearresteerd geworden en na kolombo opgesonden, zonder zijn brief verder eenige melding temaaken, waarin hij suspect is bevonden, nog waarom bij buijten meede weeten of toestemming van den Gaalsen raad na kolombo gesonde wierd. Jndien in deesen geene minachting plaats gevonden had; zoude de heer van Angelbeek bij die geleegenheid zeker wel indagtig geworden zijn, dat he wegens weele beezigheeden vergeeten had de Gaalsche regeering van 't Opratten en versenden van deese man kennis tegeeven: zijn eijgen brief bewijs dat zijn E: aan de gaalsche raad en aan deese Moor op een en het zelve tijdstij gedagt heeft, en dues geene in advertentie hier omtrend kan plaats gevond was het geen bittere verklijning voor mij, dat den moor segoe dien ik om dat hij zonder mijn voorkennis met geweld deese vesting voorbij ge =transporteerd wierd, te Ambelangodse had laaten aanhouden, verder na kolombo moest getransporteerd worden, niet tegenstaande dat ik verzogt dat hij hier te gale mooge teregt gesteld worden en niet tegenstaande ik verklaard had, dat deese man of mijn last in de Matureesche Dessaronie aanweezig was. Jndien deese moor iets meer bestaande had, dan het geen ik hem opgedraagen heb, dan vermeen ik eerbiedigst met onderwerping aan beetere gevoelen dat ik zulks immert: wel hebben. 1 5043. wel weeten mogt, en desweegens zelve gelijk ik verzogt heb het nodige ondersoek laaten doen. was het geen verklijning en mistrouwe voor mij dat de order om den Moor segoe na kolombo overtesenden direkt na Mature gegeeven wierd, schoon uwelhd: gestaenge groot Agtb: anders gewoonlijk alle gaders de Maturesche Dessaronie en die dienst betreklijk, aan de Commandeur of den raad te gale uitvaardigd! Het worde niet kwalijk uitgelegd, dat ik uwelEd: Gestr: groot Achtb: eerbiedigst en zeer bescheiden vrage of hoog deselven niet ten hoogsten aangedaan zouden zijn, indien Haare Hoog Edelheedens te Batavia goedgevonden, een order aan den Commandeur van Jasp =napatnam of van Gale tesenden, zonder uwel Edele Gestr: groot Agtb: van deese order te laaten onderrigten was het geene verklijning voor mij en den Gaalsen raad dat 't versoek van den E: van Angelbeek en zijne hoofden om eene Commissie van Colombo temoogen heb„ =ben in meerder aanmerking kwam dat het voorstel van de Gaalse regeering die een Commessie van Gale toerijkende oordeelde! was het geen verklijning, zelfs bij de misnoegde of rebellege onderdaenen, dat deese Commissie zonder uitgevoerd te hebben ten eersten terug moest keeren! was het geen verklijnend verwijt voor mij en de gaalse regeering dat ons als eene verregaande ongehoorsaamheid uitgelegd wierd, dat wij met de beste intenties van de waereld, aan de Commissarissen, die reeds na de suijtelingen op weg waaren, niet geschreeven hebben; om direkt en zonder overleg maar inmediaat terug tekeeren, maar inteegendeel aan deese Commissarissen overlieten om zig na de tijds omstandigheeden te schikken en de order om haare Commissie te staaken op de geschifkste wijze ter exekutie tebrengen! strekt. het niet hoon en verklijning en mistrouwen voor mij en den gaalschen Raad, dat DE:s Commissarissen Frezz: en Sam„ lant bij hun vertrek na Mature ons geen de munste opening van Hunnen last hebben gegeeven, even als of de Matureese dessavonie die door de Hooge Regeering deeser landen onse oplettendheid aan vertrouwd is, ons niet aanging was te nmer
English
Was it not mockery, disdain, and distrust that Messrs. Fretz and Samlant, upon my arrival at Mature, when asked by them for the instruction... was it not contempt that so little concerning the condition of the inhabitants of Mature was imparted to us, either by Mr. van Angelbeek or by Messrs. Fretz and Samlant, as will be shown more fully below in its proper place? Was it not distrust? I believe that the requesting and sending of a commission from Colombo, all the more because the Galle commission was already on its way, clearly proves that either I or the members sent as commissioners from the Galle council were suspected either of incompetence or of something else—for otherwise one could surely have let this commission proceed on its course—or that we were mistrusted. Was it not distrust that the taking and sending away of the Moor Segoe was kept a secret from me? Distrust undeniably took place in my view. For what else—I say this respectfully and with submission to wiser judgment—do I still not understand why I, through my Galle commission that had already been sent, could not just as well have taken care of the peace in the Mature dessavony as could be done by the commission from Colombo! Or why I and the Galle council were not permitted to know what Messrs. Fretz and Samlant had to accomplish and actually did accomplish. That this distrust, which I believe I have clearly shown to have taken place, was misconceived, is, according to my slight and humble judgment and with submission to wiser opinion, clearly proven by experience, since not the gentlemen commissioners from Colombo, but I and my council members have had the good fortune to restore peace in the Mature dessavony. §3. Your Honour further sends in the aforementioned separate letter that Your Honour, wishing to be malicious, could certainly have said not only more, but even much more, which could have caused no small unpleasantness to Mr. van Angelbeek. The Honourable Principal Administrator van Angelbeek... I certainly could have said more and even much more, if I had wished to be malicious. Could I not have painted in dark colors that Mr. van Angelbeek, perhaps with the best of intentions, intended to settle and plant a far remote wilderness like Baddigerie, when the inhabitants in the surrounding lands still absolutely refused, where there is enough to be done, which might well have been accomplished beforehand? Could I not have presented it as the height of impropriety that Mr. van Angelbeek actually undertook this expedition without knowing that all the inhabitants, great and small, were opposed to it? Could I not in my secret report have presented Mr. van Angelbeek as a tyrant and despot who treated his subordinates in an inhuman manner, and concerning which women and children brought their complaints to me that their blood relatives had even perished as a result of mistreatment? Could I not have presented Mr. van Angelbeek as a man who had no knowledge whatsoever of what was going on in the lands under his authority; who did not know that the poor farmer was sighing under the heaviest oppressions, but on the contrary imagined that the inhabitants, led by the most upright chiefs, lived in happy contentment, and who imagined that they, even when they were already in revolt, still showed him all respect! Could I not have explained it as ignorance that Mr. van Angelbeek so often praised all his native chiefs as upright, honest, and faithful men who were very attached to him? Could I not have presented the complaints brought against Mr. van Angelbeek, both generally and in particular classes, in a manner disagreeable to His Honour? Could I not have explained it to Mr. van Angelbeek as a far-reaching disobedience that he... the Mudaliyar... ...van Angelbeek has remarked on this that he, already in his letter of 19 April written from Mature to Galle, most emphatically requested that a careful investigation be made into his conduct during his administration there, and to investigate the complaints that might come in against him with all accuracy, conscientiously, and in the strictest manner; with the request that, since Your Honour says that Your Honour could have said not only more but much more, if Your Honour wished to be malicious, which could have caused him no small unpleasantness, Your Honour might be written to, in order to state clearly, without any further reserve, what that consists of which Your Honour believes to have to his charge not only more, but even much more, without allowing oneself to be restrained therefrom by any considerations whatsoever. We have therefore decided to order Your Honour, as is done hereby, in accordance with the aforementioned request of the Honourable van Angelbeek, to state clearly and without any further reserve to us all that Your Honour believes to have to the charge of him, van Angelbeek, and we shall defer until then the disposition on Your Honour's request made therein, to have Your Honour obtain from the said Honourable van Angelbeek, in a public manner in the Company's papers, such a reparation as will be necessary in such a case before the public, before whom Your Honour considers oneself to have been slighted. §4.
Dutch transcription
was het geen hoonen klijnagting en mistrouwen dat de Heeren Fretz en Sam„ =lant mij bij mijne komst te Mature, die van Hun gevraagd wordende Jnstruktie was het geene minagting, dat ons zoo wijnig van de gesteldheid, der Matureesche Jngeseetenen nog door de Heer van Angelbeek nog door de Heeren fresz: en Sam„ =lant bedeeld is, gelijk hier onder op sijn plaats nader zal aangetoond worden. was het geen mistrouwen Jk meen dat 't vraagen en senden van een Commessie van kolombo, temeer wijl de gaalse Commessie reeds op weg was, duidelijk bewijst, dat ik of de als Commissarissen gesondene leeden uit den gaalsen raad 't zij van onkunde of van iets anders /:want anders had men deese Commessie immers haaren gang kunnen laaten gaan:/ in verdenking waaren, of dat men ons, mestrouwe„ was het geen mistrouwen dat het opratten en versenden van de Moor segoe voor mij geheim gehouden is! Een mistdouwen vond na mijn insien onwedersprekelijk plaats, wat anders be„ grijp ik eerbiedigt, en met onderwerping aan wijzer oordeel gesegd, nog niet, waarom ik door mijne reeds gesondene gaalsche Commissie niet even zoo wel de rust in de Matureesche Dessavonie souden hebben kunnen besoagen, als dit door de Commissie van Colombo konde geschieden! of waarom ik en de gaalshe raad niet weeten mogten wat de Heeren fretz: en Samlant teverrigten d hadden, en werklijk verrigte den Dat dit mistrouwen, het welk ik duijdelijk meen aangetoond te hebben dat plaats had heeft„ verkeerd opgevat is geweest, word na mijn gering en nedrig vor„ 29 =deel en met onderwerping aan wijzer gevoelen door de ondervinding duijde„ =lijk beweesen, wijl niet de Heeren Commissarissen van kolombo, maar ik en mijne raadsleeden het geluk gehad hebben de rust in de Matureesche des„ =saronie te herstellen. §3. Nog zend vE: bij voorsz: apparte zeekerlijk zoude ik meer en zelfs veel brief dat uE: boosaardig willende heb konnen zeggen, indien ik boovaardig zijn, zeekerlijk niet alleen meer„ hadde willen zijn. maar zelfs veel meer zoude heb„ kon ik niet met een donkere verwe =den konnen zeggen, het geene niet afgeschilderd hebben, dat de Heer van Angelbeek, mogelijk met de beste weijnig onaangenaamhee„ intenties, eene verre afgeleegene den aan den Heer van Angel„ woestijne gelijk Baddigerie „beek soude kunnen toebrengen. De meende te bevolk planten, daar 'er in de om en bijleggende landen nog E: p:l Hoofdadministrateur van An„ volstrekt weijgerden. zij 2 el genoeg „gelbeek C he 5050. genoeg te doen valt, het welk wel voor af had mogen verrigt worden. stad ik niet als te hoogsten ongeschikt kunnen voorstellen dat de Heer van Angelbeek deese togt werkelijk ondernoomen heeft sonder te„ weeten dat alle de ingezeetenen groot en klijn zig daar tegen aankanteden. zoude ik den heer van Angelbeek niet bij mijn geheim raport als eenen waeedaard en duin„ „geland hebben kunnen voorstellen, die zijne onder„ geschikte op eene onmenschelijke wijze be„ handeld, en waar over vrouwen en kinderen hunne klagten bij mij hebben ingebragt, dat hunne bloedvhienden door mishandelingen zelfs om 't leeven gekoomen waeren. soude ik den heer van Angelbeek niet hebben kunnen voorstellen als een man die in 't ge„ heel niet geweeten heeft, wat in zijne on„ be„ der geschikte landen om ging, die niet wist dat den armen landman onder de sterkste wel verdrukkingen Lugtede; maar zig intee„ gendeel voorstelde dat de Jngeseetenen door de braafsde Hoofden aangevoerd, in eene geluckige vergenoegdheid leefde, en die zijn E: zig voorstelde dat hem zelfs toen zij reeds gerevolteerd waaren, nog aele agting toedroegen! zoude ik het niet als eene onkunde heb„ „ „ben kunnen uitleggen dat de Heer van An„ gelbeek zo dikwels alle zijne Jnlandse hoofden heeft aangepreesen als braave, eerlijke en getrouwe menschen, die hem zeer g'attacheerd waaren. zoude ik niet de klagten, die tegen, den Heer van Angelbeek zoo bij generaale als bij afzonderlijke olassen, ingekoo men zijn, op eene zijn E: onaangenaa„ =me wijze hebben konnen voorstellen, zoude ik het niet den Heer van Angelbeek als eene verregaande ongehoorsaam„ „heid hebben kunnen uit leggen dat hij den An¬ gelbeek heeft hierop aangemerkt, dat hy reeds bij zijn brief van den 19:' april van Ma„ =ture na Gale- geschreeven, op't nadrukke„ lijkst heeft versogt, om een naukeurig ondersoek tedoen na zijn gedrag gedilue„ rende zijn bestier aldaar, enom de klagten die teegens hem mogten inkoomen met alle naukeurigheid gemoedelijk en op het scherpst te ondersoeken met versoek dat wijl VE: zegd, dat VE: niet alleen meer maar veel meer zoude hebben kunnen zeggen, zoo VE: boosaardig zoude willen zijn, 't geen hem niet wijnig onaange„ naamheeden zoude hebben kunnen toe„ brengen, VE: mogte worden aangeschreeven, om zonder eenige verdere reserve duijdelijk optegeeven, waarin bestaat het geen VE: niet alleen meer, maar zelfs veel meer ten zijnen laste ver„ =meend te hebben, zonder zig daar van te laaten wederhouden door eenige Consi„ =deratien hoegenaamd wij hebben dierhalven beslooten vE: tege„ =lasten, zoo als geschied door deesen, om overeenkomstig 't voorsz: versoek van den E: van Angelbeek duijdelijk en sonder eenige verdere reserve, aan ons optegeeven al 't geen vE: ten laste van hem van Angelbeek meend te hebben, en sullen we tot zo lange uitstellen de dispositien op vE: daarbij gedaan versoek, om VE: door gem: E: van Angelbeek op eene pu„ blicque wijze bij sComp:s papieren zodanig eene repareerende eene te doen erlangen, als in zulk een ge„ val voor 't publiek, waar voor VE: zig agt verkleind teweesen, zal noodig weesen modliaar t e 6 s„ te §4
English
the mudaliyar of the Weligam Korale and the titular mohandiram of the Weligam Korale not to Galle, although he was strictly ordered to do so, I would not have been able to demonstrate that the Honorable van Angelbeek, in spite of all lodged complaints, particularly regarding the four native chiefs who were later dismissed from their posts, contrary to all rules of statecraft and policy, wished to maintain these chiefs, and that thereby the conspiracy grew and the dissatisfaction increased. Had I not been able to send some inhabitants who were beaten toward Colombo in order to present your Right Honorable Strict Mighty Worships with proofs of the cruellest treatment. Would I not have been able to show how the Honorable van Angelbeek brought the Gentlemen Foenander and Samlant into the greatest danger by having detachments march out without deliberation, whereby the inhabitants were thrown into unrest, and these Commissioners, who were at Hakmana for the pacification of the people, were moreover brought into the greatest danger! Would I not have been able to request your Right Honorable Strict Mighty Worships to ask the Honorable van Angelbeek on his word of honor what moved him to conceive any distrust toward me, as His Honor himself attested to me, which took place in the beginning of the disturbances. Could I not have interpreted it to the disadvantage of the Honorable van Angelbeek that His Honor, in his reports regarding the discontented inhabitants, almost always gives good hope that everything would quickly be restored to tranquility, while it has nevertheless become apparent that from the beginning of the revolt until the departure of the Honorable van Angelbeek the contrary existed. Finally, could it not have been interpreted as malicious if I had cited more in my secret report than I have already cited, and if I had incorporated into my secret report everything that I could have drawn up to the charge of the Honorable van Angelbeek, and presented it in a manner disparaging to His Honor. Section 4. In this letter it is stated very clearly that the Honorable van Angelbeek and his chiefs request a commission from Colombo, and that the motives why he and his chiefs desire no commission from the Galle Council, but instead another from Colombo. The Galle Commission is declined, but merely to conduct a simple survey, in my view no commission from Colombo was necessary either. Above this I have already had the honor to request your Worships, on my own behalf and that of the chiefs, for a commission from Colombo, which request I hereby further repeat, and thus thank your Worships very much for the commission already appointed there, all the more so if merely a survey of the complaints of the mutineers is to take place; for this, the second warehouse keeper, the Honorable de Moor, together with the Commandant here would suffice, who are known to the inhabitants here, and so far as I am aware, are also respected and esteemed. It is, however, not solely a survey of the complaints that I and my chiefs request, but indeed in particular a sharp investigation into these complaints, and according to our view, into the cause of this mutiny. And the aforementioned Honorable van Angelbeek has further declared that from your letter of the day before he could not see otherwise than that it was left to his option whether he deemed this commission necessary or not necessary, and that he consequently could not see that he had in any way insulted your Honor by declining the commission, while at the same time testifying that his request that a commission might be requested from us was made with no other purpose than because he thought in his conscience that such a commission would be of much use on this occasion; your Honor must therefore inform us further wherein, according to your view, it actually consists. These thoughts in conscience are allowed to be declared without, in my humble opinion, the Matara Dissava being able to provide just as few well-founded and good reasons regarding the Dissavony, as it would be presumptuous of me to suppose that a commission from Batavia would be required to conduct this sharp investigation; the Galle Commission was, as I respectfully presume, also suitable. Furthermore, I assume, with submission to your Right Honorable Strict Mighty Worships' enlightened judgment, that the Matara Dissava must hold a commission from the Galle Council, when it is found in his Dissavony, just as sufficient and honor it, just as a Commander of Galle is obliged to do when a commission from the Council at Colombo is sent into his Commandment. Had the Honorable van Angelbeek declined this commission within the time that I could receive his answer to my proposal regarding it, then this commission would probably not have departed either; nor would it have been an insult that the Honorable van Angelbeek had declined the sending of all commissions, but the insult lies, according to my humble understanding, enclosed in the fact that he did not deem the Galle Commission sufficient: And this is, in my view, a real insult, and just as appropriate as if I wished to decline an offered commission from Colombo to your Right Honorable Strict Mighty Worships, and requested another from Batavia instead. Section 4. Upon your Honor's demand made in the secret report, that the Honorable van Angelbeek will have to explain why His Honor declined a commission from the Galle Council and instead requested another from Colombo, the aforementioned Honorable van Angelbeek has declared that he had already stated this reason in his letter of 19 April written to your Honor, in which it is stated in so many words.
Dutch transcription
modliaar van de welle baddepattoe en den titulair mohandiram van de BelligamCorle niet na Gale heeft of gesonden, schoon hem dit stellig belast was zoude ik niet hebben kunnen verthoonen, dat de Heer van Angelbeek in weerwil van al ingebragte klagten in het bijsonder omtrend de vier Jnlandse Hoofden die naderhan uit hunne diensten gedinoreerd zijn, tegens alle regels van staat kunde en belee aan, deese Hoofden heeft willen maintineeren, en dat daar door de samen „rotting is toegenoomen en de onvergenoegdheid vergroot. Had ik niet eenige ingeseetenen die afgestaaft waaren kolombo-waards kunn hebben zenden om uwEd:e gestrenge groot Achtb: van de waeedste behandeling bewijsen voortestellen. zoude ik niet hebben kunnen aanweizen, hoe de heer van Angelbeek, de Heeren foetz: en Samlant in het grootste gevaar heeft gebragt, door, onverlegd Com„ =mandoos telaeten uitmarcheeren; waar door de Jngezeetenen in onrust in deese Commissarissen, die zig ter bevreediging van het volk te Hakman boven dien in het grootste gevaar zijn gebragt! zoude ik uwel Edele gestr: groot Agtb: niet hebben kunnen verzoeken, om den Heer van Angelbeek op zijn woord van Eere aftevraagen, waardoor hij bewoogen is geworden om teegens mij eenig wantrouwen optevatten, gelijk zijn E: mij zelve betuijgd heeft, dat en den beginne der onlusten plaats gehad heeft. zoude ik niet den Heer van Angelbeek tot nadeel hebben kunnen uitleggen, dat zijn E: bij desselfs berigten omtrend de mesnoegde inge„ =zeetenen meest altoos een goede hoop geeft, dat zig schielijk alles tot rust soude herstellen, terwijl dog gebleeken is, dat van den begin van den opstand tot het vertrek van den Heer van Angel„ =beek het tegendeel g'exasteerd heeft. Eijndelijk zoude men niet als boosaardig hebben kunnen uitleg„ =gen, indien ik meer bij mijn geheim rapport aangehaald had, als ik reeds aangehaald heb, en indien al het geen ik ten laste van den Heer van Angelbeek had kunnen opstellen bij mijn ge„ A heim raport had ingelijft, en op eene zijn E: verklijnende wijze had voorgedraagen. 1 §: 4. 5051 wij deede brief staat wel zeer duijdelijk bekend, dat de Heer van Angelbeek en zijn Hoofden, om eene Commissie van kolombo versoeken, en dat de beweegreedenen waarom hij en zijne hoofden gen, Commissie uit den gaalse raad, maar daar en teegen een ander van Colombo begeeren. de gaalse Commissie bedankt word, maar niet om een enkelde opneeming te doen, was na mijn inzien ook geen Commessie van kolombo noodig. Wier boven heb ik reeds de eene gehad uwelEd: achtb: uit mijn naam en die„ van de Hoofden, om eene Commessie van kolombo te versoeken, welk ver„ =zoek ik bij dese nader herhaele, en bedan„ =ke uwelhd: agtb: dus heel zeer voor de reeds benoemde Commissie aldaar, temeer zo enkeld eene opneeming der klagten van de muijtelingen moet geschieden; hier toe de tweede pakhuismeester den E: de Moor met den Commandant hijer voldoende zijn, welke bij de alhier bij de ingezeetenen bekend, en voor zoo verre ik bewest ben„ ook gezien en geagt zijn. Wet is egter niet alleenig eene op nee„ =ming der klagten, die ik en mijne Hoofden versoeke, maar wel inson„ „derheid een scherp ondersoek war van deese klagten, en na onzer ge„ oorsaak van deese muijterij zijn. en heeft gem: E: van Angelbeek daar bij nog verklaard, dat hij uit uwen om dit scherp ondersoek te doen; was de gaalse Commissie gelijk ik eerbiedig vermeene ook gescrikt voorts zeronderstel ik; met van onderwerping aan uwelhd: gestr: groot reeschen dessave een kommessie uit den ende gaalsen raad, wanneer die in zijn dessavonie gevonden word, voor even zo= Achtb: verligte oordeel, dat den Matu„daag, als ook na hun die de eerste §4. op vE: gedaane vordering bij 't gehaim rapport, dat de E: van Angelbeek zig zal dienen te verklaaren, waarom zijn E: voor een Commissie uit den gaalschen raad bedank„ =te en daar en tegen eene andere van Colombo„ versogt heeft, heeft gem: E: van Angelbeek verklaard, deese reeden reeds te hebben opgegeeven bij zijn brief van den 19 April aan VE: geschreeven, waar bij met zoo veel woorden staat. voldoende breet leg de voldoende moet houden, en deselve Honoreeren, gelijk een Commandeur van gale, jss verpligt is wanneer een Commissie uit den raat te kolombo in zijn Commandament gesonden word. stad de Heer van Angelbeek voor deese Com„ missie bedankt, binnen den tijd dat ik zijn antwoord of mijn voorstel, desweegens kon ontvangen, dan zoude deese Commis„ =sie ook waarschijnlijk niet vertrok„ =ken zijn, het zoude ook geen belee„„ Angelbeek voor 't zenden van alle Com„ „missies bedankt had, maar de beleedi„ =ging legd na mijn nedrig begrif daar in opgeslooten, dat hij de qualse Com„ missie niet voldoende achteden: En dit is na mijn insien eene werkelijke beleediging, en even, zoo gepast als of ik uwelEd: gestr: groot agtb: voor eene aangebooden Commissie van Colombo be„ =danken wilde, en daar en teegen eene andere van Batavia versoeke. mijn needrig begrip den Matu„ =reeschen dessave betreklijk de dessavonie even zoo weijnig gegronde en goede reede„ =nen te kunnen aangee„ =ren, als het vermetel van mij zoude zijn te veronderstellen, dat eene Commissie van Batavia =diging geweest zijn, dat de Heer van missie van ons mogte worden ver„ „ =missie in deese geleegendheid van veel nut zoude zijn, VE: moet ons derhalven nader berigten, waarin Deeze gedagten ingemoede zijn na in gemoede dagte, dat zulk een Com„ g'oorloofd te verklaaren zonder na uwen inzien eijgentlijk bestaat of hij deese Commissie nodig of niet noden agtede, en dat hij mits dien niet zien ko„ dat hij door het bedanken voor de Com„ „missie VE: in eenig opzigt souden heb„ =ben beleedigd, met betuiging teffens dat zijn versoek dat 'er eene Com„ =sogt, met geen ander oogmerk is geschiet, dan om dat hij brief van daags tevooren niet anders hee kunnen zien, dan dat het daar bij in zijn optie gesteld wars is, tot
English
5052 5 would not be of much use for the restoration of affairs in my Commandery, in the conscientious thoughts of Mr. van Angelbeek, in my humble judgment, it is also implied that His Honour, wishing to proceed as an honour-loving and faithful servant of the Company, did not consider the Commissioners from the Galle Council suitable, but deemed a Commission from Colombo from the Council of Policy or merely from the Council of Justice to be of greater utility. This insult consists, as I respectfully presume, in the rejection, or courteously expressed, the declining, of the Galle Commissioners as being judged insufficient, and in the unfriendly manner in which the Commissioners, who represented the Galle government or the supreme authority of Mr. van Angelbeek, were received at Mature. In my humble view, the Galle government may hope for a fair redress in this matter, because Mr. van Angelbeek, as I respectfully believe, was obliged to accept the said Galle Commissioners with just as much distinction as I have with pleasure received the Gentlemen Commissioners Fretz and Samlant. requiring fair redress. the insult, of which Your Honour says regarding this subject that the prestige and the honour of the Galle government [requires] a. This is saw assigned. This contempt consists in this, that Mr. van Angelbeek publicly caused an assistant to make known to the delegates van Schuler and de Vos that His Honour was very displeased that they, the Commissioners, had already had the drums beaten in his territory for so long, and that if this were continued, their entry through the Gate would be prevented. It was an even greater insult to the Honourable Gentlemen van Schuler and de Vos that Mr. van Angelbeek had actually given the order to prevent them from entering through the Gate; as soon as we decline the arrival of someone who has been announced to us and request someone else in their place, and in addition to that, the declined person appears against our wishes, and we are then unfriendly enough to receive him not politely but indiscreetly, others may certainly draw the conclusion that we were not pleased to see such a person appear. This is entirely the case with the Honourable Gentlemen van Schuler and de Vos. van Angelbeek gave me too little report or notice of the condition of the Dessavony: report or notice that the Honourable van Angelbeek had given Your Honour of the condition of the Dessavony, and that Your Honour, after the arrival of many reports, which Mr. van Angelbeek received, of which the same has left me completely uninformed; His Honour will certainly not deny this. the Honourable Fretz and Samlant, remained pretty much completely without any instruction, we have, at the request of the said Honourable van Angelbeek, had the copies received from Galle of the letters exchanged between Your Honour and the same examined, and it has appeared to us thereby how reluctantly His Honour [accepted] this Commission. Of the arrival of the Gentlemen Fretz and Samlant at Mature and their departure into the country to the Mutineers or of their operations, certainly Mr. van Angelbeek has Section 86. on Your Honour's grievance regarding the little Section 5. Your Honour must also explain further what properly constitutes the contempt with which the Honourable van Angelbeek received the delegates van Schuler and de Vos at Mature, and how from that follows the proof that Your Honour draws therein in Your Honour's secret report. that operations 7 4 3 5053 that the said Honourable van Angelbeek wrote to Your Honour to inform Your Honour from time to time regarding the state of affairs, on the 18th, 19th, 20th, 21st, 25th, 26th, 29th and 30th of April, 6th, 9th, 10th, 12th, 15th, 25th, and two of the 29th of May, 9th, 13th, 14th, 15th and 18th of June, and no reasons are known to us that could or should have prevented the Honourable Fretz and Samlant from acting communicatively with Your Honour, and this would also undoubtedly have happened if anything had occurred to Their Honours wherein, in their view, this could have been of service. operations with the same, I was given no notice at all, until after this had been expressly demanded by the entire Galle Council from the Honourable van Angelbeek. The Moor Segoe was arrested and dispatched without notice thereof being given to me. Samassen, Mandate olas, etc., were issued in the Dessavony, without the Galle Government being informed thereof. Four of the first native grandees and Heads of Provinces were dismissed from their posts without the foreknowledge of the Commander and the Galle Council, and likewise, without foreknowledge, the duties of these Heads were entrusted to others on an acting basis. We have at the Galle Secretariat only six letters to point out from the Gentlemen Fretz and Samlant written during their presence in the Mature Dessavony since their departure from Galle or from the 3rd of May until the 15th of June last, and in these letters little or no mention is made of Their Honours' dealings with the dissatisfied inhabitants. Although nothing had occurred to the Gentlemen Commissioners Fretz and Samlant wherein, in their view, it could have been of service to act communicatively with me regarding that matter, Their Honours should nevertheless, in my view, have [informed] me.
Dutch transcription
5052 5 tot herstel van zaaken in mijn Commande„ „ment van veel niet zoude zijn, in de ge„ =moedelijke gedagten van den heer van Angelbeek leggen na mijn gering oordeel ook opgeslooten, dat zijn E: als een eerlievende ge= „trouw dienaar van de Comp:e willende te„ werk gaan, de Commissarissen uit den gaalsen raad niet geschikt oordeelde, maar een Com„ =missie van Colombo uit den raad van Poli„ tie of slegts uit den raad van Justitie van meerder nut agte de. Deeze beleediging bestaat, gelijk ik eerbie„ =digs veronderstelle, in het verwerpen, of op eene Hoflijke wijze gesegd, bedanken, voor de gaalse Commissarissen als onvol„ doende geoordeeld wordende, en in de onvriendelijke weijze waarop de Commis„ sarissen, die de Gaalse regeering of des Heeren van Angelbeek oppergezag representeerden te Ma„ ture ontfangen zijn. na mijn nedrig insien mag de Gaal„ sche regeering eene billijke herstelling in deesen hoopen, wijl de heer van Angelbeek gelijk ik eerbiedig vermeene ver„ pligt was, gemelde gaalse Commissarissen met even zoo veel onderscheid te accepteeren, ges ik met vermaak de Hee„ en Commissarissen geretz: n famlant ontfangen heb. billijke, herstelling vordend. de beleediging, waarvan VE: noopens dit onderwerp zegd dat 't aanzien en de eere van de gaalsche re„ =geering eene. Deeze g er„ N is „sie zag opdragen. Deeze minachting bestaat hierin, dat de Heer van Angelbeek de gekommitteerdens van schuler en devos publiek door een assestend liet te kunnen geeven, dat zijn E zeer te onvreeden was, dat zij (:Commissarissen:/ reeds zoo lange tamblijntjes op zijn gebied hadde laaten slaan en dat indien daarmeede ge„ =continueerd wierd, het ingaan van de Poort belet soude worden. Het was eene nog groote beleediging voor DE:s van schuler en devos dat de Heer van An„ „gelbeek werklijk de order gegeeven; had om hun het ingaan ind' Poort te „beletten; =„ zoo dra wij voor de komst van iemand die bij ons aangediend is bedanken en iemand an„ =ders in dies plaats verzoeken en daarbij nog komt, dat de bedankte tegen ons verlangen verscheind en wij dan onvriendelijk genog zijn hem niet beleefdelijk maar onbescheiden te„ =ontfangen, mogen andere zekerlijk de con„ =requentie trekken, dat wij zoo iemand niet gaarne zagen opdaegen. Dit is volkoomen a het geval van de E:s van schuler en devos D=beek mij te weijnig verslag. of narigt van de gesteldheijd der Dessavonie ge„ „geeren: verslag of narigt, dat de E: van Angelbeek VE: van de gesteldheid der Dessaronie had gegeeven en dat VE: na de komst van veele teydingen, heeft den heer van An„ gelbeek erlangd, waarvan deselve de E: fretz: en Samlant, genoe mij geheel onkundig heeft gelaa„ „saem geheel buijten alle onder =ten zijn E: zal dit zeker niet =rigting bleef, hebben we ten ve ontkennen. zoeke van gem: E: van Angelbe van de komst van de Heeren fretz: en samlant te Mature laaten nazien de van Gale ontfa en hun vertrek in het land gene Copijen van de gewisselde brieven tusschen VE: en den zel„ bij de Muijtelingen of van hunne verrig„ ven en is ons daar bij gebleeken a zeekerlijk heeft de heer van Angel„ 86. op 1E: beswaarnis over het wijne hoe ongaarne zijn E: deese Comme § 5 ook moet vE: zig nader explieeren waarin eijgentlijk bestaat de minagten waar meede de E: van Angelbeek de gekommitteerden van schulea en de vos„ te Mature heeft ontfangen, en hoe daer uit volgd. het bewijs, dat VE: daar in bij vE: geheim rapport trekt. dat tingen „7 =4 3 5053 dat gem: E: van Angelbeek aan '1E: ge„ tingen bij deselve, wierd mij in t geheel geen =schreeven heeft, om vE: van tijd tot tijd kennis gegeeven, dan na dat dit expres door den geheelen gaalsen Raad van den E: van noopens den toestand der zaeke te on„ =derregten, den 18:' 19:' 20:' 21:' 25. ' 26: 29. en 30. Angelbeek begeerd is aphel, 6. 9. 10: 12: 15: 25. en twee van den De moor segoe is gearresteerd en verson„ =den sonder dat mij daarvan weerd ken„ 29:' Maij, 9. 13. 14. 15. en 18. Junij en ons sijn „nis gegeeven. geene reedenen bekend, die de E: fresz:, Samassen, Mandaat olassen W„: zijn in de en Samlant zouden hebben kunnen Dessavonie uit gevaardigd, zonder dat of behooren te beletten, om met VE: Com„ de gaalse Regeering daar van onder„ minuicatief tewerk te gaan, en dit =nigt is. soude ook ongetwyggeld zijn geschied, vier der eerste Jnlandsche grandes en Hoof„ indien Hun E:s iets waare voorgekoo= den van Provintien worden, zonder voor„ =men waaren dit naar hun inzien kennis van den Commandeur en den Gaal„ van dienst hadde kunnen zijn. omme schen raad uit hunne bedieningen ge„ demiteerd, en insgelijks worden sonder voorkennis de diensten van deeze Hoofden ter waarneeming aan an„ deren opgedraagen. wij hebben ter gaalsche secretarije van de Heeren fretz: en Samlant slegtsses brieven bij hun aanweesen in de Ma„ „tureesche. Dessaronie zederd hun ver„ „trek van Gale of van den 3. ' Maij tot den 15. Junij laatstleeden geschreeven op„ „tewijsen, en bij deese brieven word van Hun E: verrigting bij de misnoegde Jngezeetenen weinig of geen mentie„ gemaakt. schoon dh:s Commissarissen Fresz: en samlant niets waaren voorge„ koomen koasen, waarin naar hun inzien het van dienst had kunnen zijn, om met mij, daaromtrend Com„ municatief tewerk te gaan zoo hadden hun E Egter na mijn inzien mij, o n n
English
should not have left me ignorant of their capital dealings with the discontented, and of their public order issued in my Commandement, containing capital arrangements and changes in the service and customs of the inhabitants, as their Honours' ola mandate of 28 May contains. The Moor Segoe was not sent into the Matara Dessavony to obtain clarifications of what the Honourable van Angelbeek reported. And also the reports of the Honourable van Angelbeek were not taken into consideration at all upon the dispatch of the Moor Segoe, much less in such a manner that any disadvantageous consequences for the Honourable van Angelbeek could be drawn from it; nevertheless, through others than the Honourable van Angelbeek I received better information, and I would also not have known so early as has occurred that the discontented complained about the Honourable van Angelbeek himself, if I had sought no other information than what the letters of the Honourable van Angelbeek brought forward. Paragraph 7. If the reports that the Honourable van Angelbeek provided to Your Honour from time to time were not satisfactory, Your Honour would, in our view, have done just as well to ask His Honour himself for further clarification, rather than to employ for that purpose a man of such a character as is the Moor Segoe, who, as is said, is a born slave; nevertheless, it is certain that his master does not concern himself with him, that he goes wherever he wishes, and that he resides here in Galle, and seeks his livelihood according to his own choice. Upon closer investigation, it appears that this is a slave boy, whose master is an inhabitant in Matara. I would wish that the Honourable van Angelbeek declared in all conscience whether His Honour could not know what purposes, or for what ends this man was roaming about in his Dessavony without giving any notice thereof to the Honourable van Angelbeek, who therefore— 5054 —after this Moor was apprehended, did not know that he was an emissary from me. Perhaps the Maha Mudaliyar of Your Right Honourable and Worshipful Sir, who was then in Matara, must have known this after all. I in no way doubt that the sending of the Moor Segoe to Colombo did not take place without the prior express order of the Right Honourable and Worshipful Lord Governor; yet before the receipt of His Honour's separate letter of 17 May, this was unknown to me. I cannot, in my own case, judge whether the excuse of the Honourable van Angelbeek in this matter took place in the most proper manner, and I only most respectfully request to return to the beginning of this justification on page 6, line 25, where I believe I have already proven that the conduct in this matter of the Honourable van Angelbeek is to be attributed not to inattention, but indeed to contempt for his supreme authority. Paragraph 8. Regarding that which appears in Your Honour's secret report concerning the titular Mohandiram of the Weligam Korale, the Honourable van Angelbeek has undertaken to explain himself further in writing— The first undersigned Governor has already informed Your Honour by separate letter of 17 May that the sending to Colombo of the said Segoe took place by his express order. That the Honourable van Angelbeek gave no notice thereof to Your Honour is certainly wrong, and His Honour, having been questioned about this, declared that this arose solely from inattention, and at a time when he was overwhelmed with business, and that in a letter written on 20 May he subsequently excused himself to Your Honour in the most proper manner in this regard, and requested that Your Honour be pleased to accept this excuse of his. I shall eagerly await this further written explanation from the Honourable van Angelbeek. —with this preliminary declaration, however, that His Honour, as he informed Your Honour and the Council by his letter written on 30 April, had caused him to be arrested because, without need and necessity, without prior knowledge and obtained leave, he had left the Matara Dessavony and, according to his own confession, had proceeded to Galle, as the Dessaves of Matara, like all other regents, are entitled to do according to the existing order, such as among others the placard of 20 December 1758, whenever the chiefs subordinate to them conduct themselves in such a rebellious manner, without it being customary to give notice thereof. Just as I have hope and heartily wish that the most secret things relating to the late disturbances will become public, so I also hope that shortly the purpose and the writer of this ola will be discovered. That in the meantime the same has served to disparage me is indisputable. Paragraph 9. As regards the ola which Your Honour says was sent to the discontented by a very ill-disposed person, and about which Your Honour remarks that it has served not a little to increase the disparagement of which Your Honour complains, one should first need to know who that ill-disposed person is by whom the same was sent to the discontented before one can call anyone to account for it. Paragraph 10.
Dutch transcription
mij, niet onkundig moeten laeten van Hunne Capitaale verrigtinge bij de misnoegden, en van Hunne in mijn Commandement uitgevaardigde publique or „der, behelsende Capitaale schikkingen en veranderingen in den dienst en de ge„ woonte der Jngezeeteren, gelijk Hun E:s Mandaat ola van den 28. Maij behelsen. De Moor segoe is niet in de Matureesche 5. 7. Jn dien de berigten die de E: van Ange dessavonie gesonden, om ophelderingen beek van tijd tot tijd aan vE: gedaan heeft te haalen van het geen de Heer van An„ niet voldeeden, soude VE: naar ons „gelbeek berigtede. En ook zijn de berig„ inzien, al zoo wel gedaan hebben van „ten van den E: van Angelbeek bij 't ver„ zijn E: zelve nadere opheldering te =senden van de Moor segoe geheel in gee„ vraagen, dan om daartoe te gebruiken =ne aanmerking gekoomen, nog min„ =der op eene wijze dat daar uit eenige een man van zulk een stempel, als nadeelige gevolgen voor de Heer van An„ die is de Moor segoe, die naar ge„ „gelbeek souden kunnen getrokken segd word„ worden, egter heb ik door andere dan de Heer van Angelbeek beter onder„ =rigting gekreegen en ik soude ook niet zoo vroegtijdig, als plaats ge„ had heeft geweesen hebben, dat de„ misnoegden over den Heer van An„ „gelbeek zelve klaagden, indien ik geen andere onderrigtingen gesogt had, dan de breeven van de Heer van Angel„ =beek aangebragt hebben. de moor segoe een slaaf gebooren is, egter is het zeker dat zijn lijf„ heer zig om hem niet bemoeijt dat hij gaat waar hij wil en dat hij hier te Gale woonagtig is, en zijn broodwinning na eijge ver„ =kiesing zoekt. Jk wenschte wel dat de Heer van Angelbeek in gemoede ver„ =klaarde of zijn Ed: na dat niet konde weeten welke oogmerken, of het wat eijn„ dens deese man in zijn heer is een inwoonder te Mature sonder daarvan eenige kenniste geeven aan den E: van Angelbeek die mids dien. Het blijkt bij nader ondersoek dat een slaave Jonge is, waar van de lijf deese Dessavonie 5054 Des savonie rond Zwort deese moor opgevat was, niet geweeten heeft dat hij uitzendeling van mij geweest is Mooge„ lijk zal de Mahamodliaar, van uwe EEd: Gestrenge Groot agtb:, die toe te Mature„ was, die tog wel geweeten hebben. Jk twijfele geensints dat het opsenden van de moor segoe na Colombo niet geschied, is de na voor afgaande expresse last van den wel Edelen Gestrengen Groot agtb: Heer Gouverneur; edog voor den ontvangst van, Hoogst desselfs aparte brief van den 17:' maij, was mij dit onbekend. Jk kan, in mijn eigezaak- niet beoor„ „deelen, of de verschooning van den Heer van Angelbeek in deese, op de welvoeglijk„ „ste weise is geschied, en versoeke alleen eerbiedigst te willen terug gaan tot in den beginne deeser verantwoording op pag: 6. de 25. regel, alwaar ik reeds meene beweesen te hebben, dat het gedrag in deesen van den Heer van Angelbeek aan geen in advertentie, maar wel aan Klijnachting voor zijn oppergezag toeteschrijven 58. Nopens het geen bij uE: geheim raport voor komt betreklijk den titulair mchandiram van de Bel- „ligam Corle, heeft de E: van Angelbeek aangenoomen zig nader de eerste ondergeteekende Gouverneur hooft uE: reeds bij aparte brief van den 17:' Maij bedeeld, dat het opsenden na Colombo van gem: segoe, is geschied op desselfs expres„ „se last. Dat de E: van Angelbeek aan uE: daar van geen kennis gegeeven heeft, is zeekerlijk qualijk, en heeft zijn E: hier over gevraegd zijnde, ver- klaard, dit alleen te zijn voortgekoomen bij in advertentie, en eertijds dat hij overkropt was van beezigheeden, en dat hij zig bij een brief geschreeven de 20. Meij zeederd derwegens bij uE: op de welvoeglijkste wijse heeft verschoond, en versogt dat uE: in deese zijne verschooning wilde genoegen neemen. ƒ is Jk zal deese nadere schriftelijke verklae„ „ring van den Heer van Angelbeek met verlangen te gemoed zig. nader schriftelijk te verklaaren, miet deese voorlopige betuiging egter„ dat zijn E: hem zoo als hij dat bij zijn brief, den 30.' april aan uE: en den raad geschreeven heeft bedeeld, hadde doen arresteeren, wijl hij buiten nood en noodzaeke„ lijkheid, zonder voorkennis en erlangd verlof, de Materesche Dessavonie verlaaten, en volgens zijne eige bekentenis, zig na Gale begeeven hadde, zoo als de Dessa„ „ves van Mature gelijk alle andere regenten geregtigd zijn, volgens de lag= „gende order, gelijk onder andere het pla„ „caat van den 20. December 1758. wan„ „neer de aan hun ondergeschikte hoofd zig dus weederhoorig gedraegen, zonder dat 't gebruiklijk is daar van ken„ „nis te geven. §9: Wat aangaat de ola, die uE: zegt door Gelijk ik hoop hebbe en hartelijk eenen zeer quaed gesinden aan de misnoeg wensche dat de geheimste dinge tot „de gesonden te zijn en waar over de laatste onlusten betreklijk zullen uE: aanmerkt dat ze niet weinig openbaar worden, soo hoop ik ook dat binnen korten het oogmerk gestrekt heeft om de verklij= en de schrijver van deese ola zal „ning, waar over uE: klaegd ontdekt worden. Dat intusschen de- te vermeerderen, zoude men eerste zelve tot verklijning van mij ge„ „strekt heeft is ond wederspreekelijk. dienen te weeten wie die kwalijk gesinde is, door wien deselve aan de mi „noegden gesonden is voor dat men daar over ieman aanspreeken kan. 5. 10 t l De 8
English
5055 The summoning of this Mohandiram truly struck me, at a moment when I thought I would have much use of him, for he was virtually the only native servant among those I had around me whom I knew well enough and on whose loyalty I could therefore securely rely. Upon his departure I lost a very useful and capable servant, and I must assume that Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worship understood this as well, since Your Honour was so favourable to me as to send this Mohandiram back to Mature subsequently, at the moment when I was devoting all my care to appeasing the restless native and bringing him to a standstill. The joy I felt upon receiving Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worship’s honoured letter of 12 June, wherein I was requested, not ordered, to go in person to restore order in the Matura Dessavony and subsequently obtained full powers for that purpose; this joy was so great and refreshing that, wishing to give Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worship a sketch thereof, I could not describe it better than to compare it to the joy of someone who, lying under the heaviest suspicions and striving to bring his purity to light, is most unexpectedly surprised with the pleasant news that he is relieved of all suspicions and declared entirely pure before the world. Paragraph 10: It is furthermore not well to be understood how Your Honour can take it upon yourself that the first undersigned Governor summoned the Mohandiram of his gamekeepers to his residence; Paragraph 11: It is not known to us whence arose the distrustful sentiments which Your Honour displays in various paragraphs of Your Honour’s secret report, especially where Your Honour compares yourself to someone who, lying under the heaviest suspicions and striving to bring the purity of his conduct to the light of day, is surprised by the pleasant news that he is recognized as innocent, and his innocence has been proven to the entire world. We do not recall that we did not always treat Your Honour with a proper trust. If Your Honour nevertheless should believe to have reasons to complain about us in that matter, Your Honour may, if deemed fit, declare yourself more directly on this. However, from what took place before my departure for Mature, the observant world, which has no knowledge of the internal conditions and motives why the Government acts thus and not otherwise, and judges according to general maxims, could not have judged that I or the Galle administration had to lie under any suspicion. The world could easily understand that a suspicion actually took place: for whenever any supreme authority sees fit to send a commission, whether into the country, among the inhabitants, or into an administration, according to general rules that are always followed, this commission may and can direct or change nothing in that country or in that administration without the knowledge of the ruler of the country or of the administrator of the administration. However, this finds exceptions, and there may be circumstances that make a different conduct necessary and require that such a ruler or administrator cannot or may not have knowledge of what the commissioners sent to the lands or administration entrusted to his care have to execute. 5056 These exceptions, however, in my understanding, can absolutely never take place except in these cases: I. When the ruler or administrator is absent due to illness or otherwise. II. When complaints have been lodged against the ruler or administrator, or III. When this ruler or administrator was under suspicion. The first does not apply at present, for I was not absent, but personally had the pleasure of meeting the commissioners sent to the lands entrusted to me, Messrs. Fretz and Samlant, here in Galle, when full disclosure could have been given to me upon the presentation of their instructions; and during their Honours' presence in the Matura Dessavony, I believe that their Honours should have informed me of everything that occurred, or at least issued no capital orders nor made changes in the service and obligations of the country's inhabitants, as was done by mandate ola of 28 May, without informing me, to whom the supreme authority of these lands is directly entrusted. The second case, or that complaints could have been made about me as ruler, likewise does not apply; for, thus far, none of the inhabitants has brought any complaints against me, and on the contrary, the complaining community has more than once desired that their complaints might be investigated and settled by us. Thus, only the third case remains: I am extremely pleased if this suspicion or any distrust with regard to me had no place on the part of Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worship and the further honoured Ceylon Government in the dispatch of a commission from Colombo to Mature; and however much I myself truly do not yet understand why I and the Galle Administration were not permitted to concern ourselves with anything, before and until I was honoured with an evident trust free of all suspicions and had to proceed to Mature myself, where Messrs. Fretz and Samlant absolutely refused to let me see their instructions, and furthermore gave me no reading of the letters exchanged with Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worship, although I believed I would obtain the best information for my guidance from these papers, I am nonetheless most highly honoured by Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worship’s assurance of having always treated me with a proper trust. Paragraph 12.
Dutch transcription
5055 Wet op ontbieden van deese Mohandiram (Pz0: Het is voorts niet wel te begrijpen, heeft mij werklijk gefrappeert, in een hoe uE: zig aantrekken kan, dat de teidstip waar ik van hem veel nut eerst ondergeteekende Gouverneur den meende te hebben, want hij was genoeg„ mohandinam van desselfs wildschut- saam de eenigste Jnlandsche bediende van de geene die ik om en bij mij had„ die ik genoeg kende en op welkers trouwe ik mij dus gerust kon ver„ laaten: Bij zijn vertrek verloor ik een zeer nuttig en bruikbaar Dienaer„ en dit moet ik veronderstellen, dat uw wel Ed: Gestr: Groot agtb: zelve heeft begreepen, wijl Hoog deselve mij zoo gunstig is geweest, dee„ „zen mohandirae in 't vervolg weder na Mature toeteschikken op het moment dat ik alle mijne sorge besteede om den onrusten Jnlander te bevreedigen en tot stilstand te brengen. De vreugde die ik gevoelde bij den ontvangst van uw Ed: Gestrenge Groot agtb: g'eerde brief van den 12:' Junij, waar bij ik ver„ „zogt, niet gelast worde om in persoon de rust in de Matureesche Dessavonie te gaan herstellen en daar toe vervolgens een plijn„ pouvoir verkreeg; deese vreug- de was zoo groot en verkwikken„ de dat ik uw wel Ed: Gestr: Groot Agtb: gaarne en schits daar van willende geeven deselve niet beeter wist te beschrijven, dan ze te vergelijken bij de vraug= de van iemand die, onder de swaer„ „ste verdenkingen leggende, en daar op pijen zijne zuiverheid aan den dag te brengen,f het onverwagtst verrast word met de aangenaeme „ters aan desselfs Porta heeft ontboden; P 11. Het is ons niet bekend, waar uit zijn ontstaan de mistrou- wende gevoelens, die uE: in ver„ scheide paragraephe van uE: ge„ heim raport vertoond, speciaa„ „lijk daar uE: zig zelven verge= lijkt bij iemand, die onder de swaarste verdenkingen leggende en daar op pijntende om de zuiverheid van zijn gedrag aan het dagligt te brengen, overrast word door de aangenaeme tei„ ding, dat men hem voor on- schuldig kend, en zijne onschuld aan de geheele waereld is geblee= ken. wij herinneten ons niet dat we uE: niet steeds met een gepast vertrouwen zouden hebben behandeld. terding Zoo „ 4 „ t terding dat hij van alle ver- denkingen ontheft, en bij de wae„ „reld als geheel zuiver, ver„ „klaard word. Echter zoude uit het voorgevalle„ „ne voor mijn vertrek na Mature door de toeziende wae„ reld, die van de innerlijke ge„ steldheeden beweegreedenen waar„ om het Gouvernement zo en niet anders handeld geen kennis draegd en na algemeene stet- regels voordeeld, niet hebbe„ kunnen beoordeeld worden, dat ik of de Gaalsche regeering onder eenige verdenking moeste leggen. De waereld zoude ligtelijk kun„ nen begrijpen dat werkelijk eene erdenking plaats gehad heeft: want wanneer eenig oppergesag goed vind een Commissie te zenden het zij in het land, bij de inwoonderen, wet zij in een administratie; mag en kan vol„ „gens algemeene regels die steeds gevolg worden deese Commis„ „sie in dat land of in die Administratie niets derigeeren of veranderen zonder meede wee„ ten van de regent van het land of van de administrateur der administratie. Echter vind dit uitsonderinge en 'er kun„ ne omstandigheeden zijn die een ander gedrag noodzaekelijk mae„ ken en vereischen dat een diergelij„ „ke regent of administrateur geen kennis kan of mag hebben, van het geene de in zijne zorge aan ver„ „trouwde lande of zijne administra„ tie gesondene Commissarissen te executeeren hebben. 6 zoo uE: nogtans mogte ver„ meenen, reedenen te hebben, om zig in dat stuk over ons te beklaagen, kan uE: zig daar over des goedvindende regtstreeks na„ „der verklaaren. Deese 1 5056. Deese uitzonderinge kunnen na mijn begrip egter verstrekt noord plaats vinden den in deese gevallen. E: wanneer de regent of administrateur wegens zieke als andersints afweezig is. II. wanneer tegen den regent of administrateur klagten zijn ingebragt, of III: wanneer deese regent of administrateur onder verderking lagd. Het eerste vind teegenswoordig geen plaats, want ik ben niet afweesig geweest, maar hebben persoon het genoege gehad, de in mijne aanvertrouwde Landen ge„ ƒ „zondene kommissarissen de Heeren fretz: en samlant, hier te Gale te ontmoeten wanneer mij onder vertooning van hunne instruktie opening van zaeken had kunnen gegeeven worden, en bij hun E: aanweesen in de Matureesche Dessavonie meen ik dat hun E: mij van al het voorkoomende had„ „den moeten onderrigten, ten minsten geene kapitaale ouders uitvaardigen nog veranderinge in de dienst en de verpligtingen der lands inwoonderen maeken, gelijk bij mandaat ola van den 28.' Maij geschied is, zon= der mij die het oppergesag deeser landen dierekt aan vertrouwd is, daar „ven kennis te geeven. Het tweede geval of dat over mij als regent Geklaegd konde zijn, vind mel„ „de geen plaats; want, tot nog toe heeft, niemand der ingezeetenen tegens mij eenige klagten ingebragt, en tegendeel de klaagende gemeente heeft meer als eens begeerd dat haare klagten door wij mogten ondersogt, en afgedaan worden. alleen over: Jk ben te hoogsten Het derde geval blijft dus nog verblijd indien deese verdenking of eenig mistrouwen ten mijnen opzigte bij uwwel Edele Gestrenge Groot agtbaare en de verdere g'eerde Ceilonsche Regeering in het afsenden van een Commissie van Kolombo na Mature, geen plaats gehad heeft; en hoe zeer ik zelve werkelijk als nog niet begrijpe waar= om ik ende Gaatsche Regeering ons niet niets hebben moo„ „gen bemoeijen, voor en al eer ik niet een blijbaar vertrouwen vrij van alle verdenkingen vereerd wierd en zelve na Oltature moest overstappen, alwaar mij de Heeren fretz en samlant volstrekt weigerde haare Jnstruktie te laaten zien, en mij Gestrenge voorts geen lectura van hunne met uw wel Edele Groot agtb: gewisselde brieven hebben gegeeven, schoon ik uit deese papieren de beste onderrigting tot mijn narigt meende te verkrijgen, zoo ben ik egter dog ten hoogsten vereerd door uw wel Edele Gestr: Groot agtb: verseekering van mij steeds met een gepast vertrouwen te hebben behandeld= 3„ 12. „
English
It was by no means my intention to disadvantage the gentlemen Fretz and Samlant by stating that I had to wait ten days before all voluminous papers were handed over; far be this from me. These gentlemen were surprised by my arrival, and could therefore impossibly have a complete set of all the papers to be delivered to me in readiness upon my arrival. I was also an eyewitness, and declare this openly, that Mr. Fretz, with a party of I believe quite eight or nine scribes, wrote on untiringly and, I might almost say, incessantly during the said 10 days. I have read the report sent to me from the gentlemen Fretz and Samlant, or rather from Mr. Fretz alone, because Mr. Samlant probably did not wish to sign this paper, as this could otherwise have happened after his return from Matara; and I could make other remarks in response to many remarks therein, from which misunderstandings could easily arise that in themselves would effect nothing toward the decision of the main issue. I therefore also request to be excused from any further explanation regarding this matter, since I can sincerely assure you that my time, which I owe to the actual service of the Noble Company, would be greatly shortened if I had to spend most of my time with pen in hand, or in musings to defend my well-meaning efforts Section 12. It is easy to conceive that the honorable Messrs. Fretz and Samlant needed some time to arrange in proper order such voluminous papers as they had to hand over to you. That in the meantime some papers were sent to you for perusal, you yourself state in your aforesaid secret letter of 31 July. Nevertheless, concerning this and several other points of grievance that appear in your secret report against our aforesaid commissioners, we have requested and received from them the report that accompanies this in copy. and to give a continuous elucidation. And I furthermore sincerely declare that I feel so ill-disposed to writing that I would rather risk leading all discontented Sinhalese back to the right path than engage in a single paper war. How comforting it is for me, how greatly do I find my labor and cares during the late unrest in the Matara Dissavony rewarded by the favorable declaration of Your Right Honorable and Mighty Worships that I had full power, of which I am now also convinced that I made good use to the satisfaction of Your Right Honorable and Mighty Worships. Section 13. You were not bound by any Instruction, but had from us full power for the settlement of the Matara unrest, and the Instruction of the commissioners could only be of use if you had found something in their proceedings that could make it necessary to inquire after their mandate. This consideration probably made the commissioners think that the handing over of their instruction was not included in the order given to them to give you all such information regarding their proceedings as you would request of them for the complete judgment of the state of affairs. However, in order to satisfy your desire, a copy of this Instruction is enclosed herewith, and we further declare for your peace of mind by these presents that, regarding the giving or not giving of the perusal of this Instruction, we gave no specific orders to the aforesaid commissioners. I was certainly not bound by any Instruction, through the confidence that Your Right Honorable and Mighty Worships had placed in me at that moment by granting me full power. Yet, because my self-love does not go so far as to believe myself infallible, I thought I would draw very much useful benefit, which might serve me as the occasion arose, from this instruction, of which I have now obtained a copy by letter of 17 September, and for which I express my humble thanks. The refusal thereof made me doubly sensitive and caused me to insist upon it, and also on that account caused me to remark in my secret report that I, as an ordinary member, believed myself entitled to it, without my ever intending by this declaration of mine to offend Mr. Fretz, who appears to be sensitive about it and therefore possibly in his report Section 14.
Dutch transcription
Mijn intentie is geensints geweest de„ Heeren fresz: e: samlant tot nadeel te brengen dat ik tien daegen heb moeten wagten voor en al volumuneu„ te „ overgegeeven zijn, dit zij verre van die deese Heeren wierden door mijne komste verrast, en konden dies onmoog„ „lijk bij mijne komste een stel van alle de aan mij overtegeeve„ „ne papieren in gereedheid hebben„ ook ben ik oog getuige geweest„ en verklaere dit opentlijk, dat de heer fresz: met een partij ik geloofd wel agt of negen schrijvers onvermoeid en ik mag bij na zeg„ „gen onophoudelijk geduurende gem: 10: daagen voortgeschreeven heeft. Ik het het mij toegesondene berigt van de Heeren fresz: en Cambant of eigentlijk van de Heer trest: alleen, want de Heer Camlant heeft waer„ „schijnlijk dit papier niet willen teekenen, wijl zulks na zine te- „rug komst van Mature anders had kunnen geschieden, geleesen, en zoude op veele aanmerkingen daer bij, andere aanmerkingen kun„ ne maeken, waar uit wel ligtelijk verkeerde begrippen zouden kunnen ontstaan, die op zig zelven niets ter beslissing van de Hoofd „zaak zouden uitwerken, ik versoek daarom ook, van eenige nadere verklaaringe hieromtrend verschoond te blijven, wijl ik opregt verzeekeren kan, dat mijne tijd die ik aan den reeelen dienst van de Edele kom„ „perie verschuldigd ben veel verkort zoude worden indien ik mijn meesten tijd met de pen in de hand, of en overdenkingen moest doorbrengen; om mijne welmeenende verdeedigen pogingen te § 12. Wet is ligt te bedenken, dat Ed E:s f ret en samlant eenige tijd noodig geh hebben, om zulke volumuneuse p „pieren, als te aan uE: moesten over „geeven, en behoorlijke onder te bren Hoe dat intusschen aan uE: eenige pap „ren ter lectura gesonden zijn zegt uE: zelve bij uwen voorsz: sekreet brief van den 31:e Julij, niet te mi hebben we hier over en over eenige and re beswaar poincten, die bij uE: geheir raport voorkoomen tegen voorsz: onse gecommitteerden, van hun gevraegd en bekoomen het berigt dat in Kopia hier nevens gaat. en ho 5057. en eene geduurige opheldering te geeven, En ik betuige nog boven dien op- regt dat ik mij zoo aangeschikt in het schrijven gevoele, dat ik biever zoude willen waagen alle misnoegde singaleeren op de regte weg terug te brengen, dan mij in een enkelde penne strijd inte laaten. toe streekende is het voor mij § 13. UE: was aan geen Jnstruktie gebon= hoe zeer vind ik mijnen arbeid de waar had van ons een plein pou= en sorgen geduurende de laatste voir tot de afdoening van de Mature„ „sche onlusten, en de Jnstruktie van onlusten in de Matureesche Dessa- kommissarissen konde alleen te pas= „vonie beloond door de gunstige koomen wanneer uE: iets in der- verklaering van uw wel Edele „zelver verrigtingen had gevonden dat Gestr: Groot agtb: dat ik een het konde noodig maeken om hun plein pouvoir gehad. heb waer na derselver last te vraegen. Deese van ik nu ook overtuigd ben Consideratie heeft, waarschijnlijk de een goed gebruik tot genoege Commissarissen doen denken, dat 't ƒ van uw wel Edele Gestr: Groot overgeeven van hunne instruktie agtb: gemaekt te hebben. niet was begreepen onder de aan Ik was zeekerlijk aan geen Jnstruk„ hun gegeevene last, om aan uE: sie gebonden, door het vertrouwen nopens hunne verrigtingen alle zodanige onderrigting te geeven dat uw wel Edele Gestr: Groot agtb:, op dat moment door als uE: ter volkoomene beoordee„ mij een plein pouvoir te hebben „ling van den staat der gegeeven, in mij had gesteld, Dan zaake van hun zoude ver„ dewijle mijne eigeliefde niet zoo „zoeken om egter aan uE: ver„ verre gaat om te gelooven, van „langen te voldoen, gaat hierne„ onseilbaar te weeten meende ik „vens een kopij van deese uit deese instruktie waar van instrukte, en verklaaren ik nut bij brieve van den voorts tot uE: gerustheid 17:e 7ber: Copij erlangd hebbe„ en waar voor ik mijne nederige door deesen, dat wij om„t= dank betuige zeer veel nuttigste trend het geeve of niet zullen trekken wat mij in de ge„ geeven van tektura van deese legentheid konde te passe koomen. instruktie, aan voorsch: Com„ De weigering daar van maakte missarissen niets in 't bij mij dubbeld gevoelig en heeft 'er mij op doen staan, en ook daarom zonder hebben gelast. bij mijn geheim rapport doen aanmerken, dat ik 'er als onder lid, meende toe geregtigd te weesen zonder dat ik door deese mijne verklaering immer vermeende den Heer fretz: te beleedigen, die daar over gevoeligd scheind te weesen en daarom moogelijk bij desselfs § 14. berigt 4 7. 6
English
report notes having served the Honorable Company as a Military Captain at a period when I was still a bookkeeper. I do not know whether Mr. Fretz intends hereby to point out his own prosperity or my slow advancement. In the first case, I acknowledge his statement; in the second, I also admit it, since already at the moment that his Honor had served roughly 20 years as an assistant and bookkeeper and thus had not come out as a captain in so few years, while his Honor was favored by the Company and endowed with such high honors. The subsequent years, however, have been more prosperous for me and have brought about that I obtained a seat in the Council of Ceylon before his Honor. I could have wished that Mr. Samlant had also made some remarks, similar to those appearing in the report of Mr. Fretz, on one or another of the matters appearing in my secret report. These declarations have occurred to me more than once in such a manner that I had to attribute them to the general public. Mr. van Angelbeek will know this himself; at least Messrs. Fretz and Samlant will well remember this. The annexes hereto, No. 2, 3, 5, will prove that the discontented in general not only refused to resolve to come in and around Mature as long as Mr. van Angelbeek was there, but also that they heartily wished and would thank God when the Honorable van Angelbeek should have departed. This is also further proven by the fact that the people, during the presence of Mr. van Angelbeek at Mature, requested that I might come into the country to them, specifically to Kaddoewe, in order to hear their complaints; § 14. The declarations of the gathered mob, that they would not be restored to quiet until after the Honorable Dessave van Angelbeek should have been removed from Mature, have nowhere appeared to us to have been made in a manner that one cannot with sufficient reason attribute them to the bulk of the people. from which request they retracted as soon as the Dessave Mr. van Angelbeek had departed, whereupon they presented themselves to me in general at Mature, and timidly declared to me that they would not have come had Mr. van Angelbeek remained at Mature. I am nevertheless willing to believe that ill-disposed persons played their part herein, for this must also be concluded from the fact that one could not even obtain coolies for the transport of Mr. van Angelbeek to Galle, under the pretext that no coolies [illegible] could come before and until the complaints of the inhabitants had been dealt with. May I, in the confidence of a favorable interpretation, respectfully ask whether it would have been necessary to remove Mr. van Angelbeek from Mature, if it had been assumed that the people could have been restored to quiet during his Honor's presence there, and that the bulk of the people were not prejudiced against his Honor. Because the Moor Segoe, after Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir was well informed that he had been sent out by me as a peon, was nevertheless bound and trussed up, transported to Colombo and put in prison, I certainly had to fear that the same might well happen to a second of my peons; and it is for that reason that I requested not to have to name his name, all the more because I guaranteed this man against all evil consequences, regarding which I found myself powerless in the case of the Moor Segoe after he became known, however much I intervened on his behalf with Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir. It is unknown to me to this day that the Moor Segoe was arrested for any other reason than that he was caught as a peon in the Dessavony; if that happened for any other reason, I would have wished to have known it, in which case my fear of naming a second peon would have had no place. § 15. We have also resolved to ask from you further clarification concerning the difficulties that have restrained you from naming to us, in the said secret report, the peon who brought you the reports in the account appended to your secret report under No. 1; and what it is to mean that you did not name him to us in order not to expose him to any danger; that is, what dangers you foresaw for this man, if it became known to us that he had brought these reports from Kandy.
Dutch transcription
berigt aanmerkt DE: Comp: als kapitain Militair te hebben gediend in, een tijd perk dat ik nog boekhouder was. Jk weet niet of den Heer fretz: hier door zijne voorspoed of mijne langzaeme bevordering wil„ denonseeren. Jn het eerste geval, avoneer ik zijn E: stelling in het twee de bekenne ik zulx meede wijl ik reeds op het moment dat zijn wel Edele aonstreeks 20: ^ als assistent en Boekh: gediend had en dus niet zoo ponpen Jaaren Kupitain uitkwam DE: kom penie ele Jaaren ^ als zijn wel Edele begenadigd en met zulke hooge genste beschonken be: De volgende Jaaren zijn mij egter voorspoedige geweest en hebben te weege gebragt dat ik voor zijn wel Edele, zilf„ „ting in Raade van Ceilon heb verkreegen Ik hadde welgewenscht dat de Heer sambant ook eenige aanmerkingen, ge„ lijk bij het berigt van den Heer fresz: voorkoomen op de een of andere dingen bij mijn geheir raport voorkomende had gemaekt. Deese verklaaringe zijn mij meer als eens voorgekoomen of eene weise dat ik te stellen moest opreekening van het algemeen. De Heer van Angelbeek zal dit zel„ ven wel weeten, ten minsten zullen de Heeren Cretz: en samlant zig dit wel herinner. De Bijlaa„ „gen deeser N:o 2: 3: 5t. zullen. bewijsen dat de misnoegden in 't algemeen, niet allen be„ sluiten wilden, van om en bij Mature te koomen; zoo lan„ „ge den Heer van Angelbeek zig daarbevond; maar ook dat ze hartelijk wenschten en God danken zouden wanneer D E: van Angelbeek zoude vertrokken zijn. Dit word ook nog bewee„ „zen door die het volk bij aan„ weesen van de Heer van An= gelbeek te Maturi versogt dat ik in het land bij haar en wel op kaddoewe mogte koomen „ om hunne klagten §14. verklaaringe van de terzaamen gerotte meenigte, dat ze niet eer- der zouden tot ruste koomen, dan na dat den E: Dessave van Aux „gebbeek van Mature zoude zijn verwijderd zijn ons nergens voor„ gekoomen te zijn gedaan op eene weise dat mej die niet genoegzae= „nie grond kan stellen opreeke„ „ning van het gros van het volk. aante hooren 5058. aantehooren van welk versoek zij zijn terug gekoomen, zoo dra den den Heer Dessave van Angelbeek vertrokken was, als wanneer zig zig en 't Generaal bij mij op Mature hebben laaten vinden, en mij beschroomd verklaard te hebben dat zij niet zoude zijn gekoomen, indien den Heer van Angelbeek te Mature gebleeven was. Jk. wil egter wel gelooven, dat kwaed gesinde hier onder haare vol gespeeld hebben, want, dit moet, men almeede besluiten wijl men zelfs geen koelies tot transport van de Heer van Angelbeek na Gale heeft kunnen krijgen, onder voorgaeve dat er geen koelies t trenshat un a de an reugee den dert dune degn ente en h „gedaan waeren. voere wier en gee werttis konde koomen voor en al eer de klagten der ingezeetenen af- Mag ik in vertrouwen van gunstige welduiding eerbiedig vroegen op het nodig geweest was den Heer van Angelbeek van Mature wegteneemen, indien men„ verondersteld had dat het volk bij zijn E: aanweesen aldaar had kunnen tot rust gebragt worden, en dat het gros van het volk niet teegen teage zijn E: ingenoomen was. Wijl de moir segoe na dat uwel Ed: §15 Ook hebben we beslooten om van Gestr: Groot agtb: wel onderrigt was uE: nadere opheldering, te vraegen dat hij door mij als pion uitgesonden over de swaerigheeden die uE: hebben was nog gebonden en gevleugeld na weederhouden om de ppion, die uE: Colombo getransporteerd en in de gevan- de berigten bij het agter uE: kenis geset is, zoo moest ik zee„ „ker vreesen dat dit ook wel een tweede geheim raport gevoegd relaas mijner pions konde overkoomen; en N:o 1. heeft toegebragt bij het is daarom dat ik versogt gem: gehuir raport aan ons heb, zijn naam niet te moogen noemen, te meer wijl ik deese tenoemen, en wat 't zeggen zal, man voor alle quaade gevolgen heb uE: hem aan ons niet genoemd gevarandeerd, waaromtrend ik mij heeft om hem niet blood te bij de Moor Cegoe na dat hij be= stelten aan eenig gevaar dat is „kend was buiten vermoogen wat gevaeren, uE: er voor deesen heb bevonden toe zeer ik mij man in voorzag, indien het bij ook voor hun bij uwel Ed: ons bekend wierde dat hij deese Gestr: Groot agtb: geinteresteerd heb„ Mij is tot nog toe onbekend, dat de berigten uit kandia gebragt had. Moor segoe om eenige ander reeden, dat dat hij als ppion in de Dessavonie geattrapeerd is opgevat wierd, is dat om eenige andere reedenen geschied, dan wen„ „schte ik wel zulks geweeten te hebben; wan„ neer mijn vrees om een 2- spon tenoemen geen plaats zoude gevonden hebben; 516 Dit twee ndere 3 — 2 1 „ al- „ .
English
It is certain that the abuses by the Native chiefs have not yet been able to be prevented, however much effort has been made to that end. This I have said and am still of this opinion, and this is proven by the discontent and the filed complaints of the inhabitants. The dexterity with which the chiefs conceal their actions must certainly be accepted as a reason for this. Yet, in my understanding and subject to wiser judgment, this evil can be largely prevented by ensuring that the administration of the country is entrusted to capable people who have enough courage to speak out fearlessly for the well-being of the inhabitants; and by appointing such persons as Native chiefs of whose honesty one is most assured, and when these, as I have said repeatedly, stand as little as possible in family or other relations to one another, so that one can somewhat rely on them to report each other's actions and the evils thereof promptly. The familiarity of these Native chiefs with doing these things in a manner that is not only very difficult, but even generally quite impossible to convict them of, is well known. That this must be prevented continually by all possible means goes without saying. Paragraph 16. Your Honour stated in the secret report that the discontent of the inhabitants has arisen through accumulated abuses and extortions endured for many years past, through new burdens imposed that do not agree with the caste or birth and obligations of the inhabitants, without the addition of new rewards, while on the contrary the old rewards were taken away. Paragraph 17. Against abuses and extortions of the inhabitants by the Native chiefs, both great and lesser, it is extremely difficult to provide in an adequate manner, and we do not doubt in the least that this evil is not yet entirely eradicated, both in the Maturese district and elsewhere. We trust nevertheless that this will be countered as far as possible, and insofar as one has not been able to prevent this as fully as might be wished, it seems this must be attributed to the following: Paragraph 18. Circumstances have certainly brought about this or that new arrangement, as has occurred among other things regarding the carrying of cinnamon and also regarding the planting of cinnamon. But in my understanding, it mostly comes down to this: that the land regent ensures that under such innovations the people are properly treated and no extortions exist; such as, for example, that the assigned provisions are not delivered to them, that one buys himself free from labour whereby others must work double, etcetera, and whereby great discontent arises among the common people, which discontent is no less increased by the taking away of well-situated maintenance lands and assigning others in far remote places. In my understanding, this is what the complaint of the Natives comes down to. Upon investigation, all this will become clearer, and one will be able to provide further clarification of such services from which the Native ought to be discharged, or of others for which some rewards ought to be granted to them. Paragraph 18. The circumstances of time often demand this or that new arrangement which cannot be avoided; thus, for example, one had to impose the carrying away of cinnamon upon the Corle peoples about 20 years ago, because through the scarcity of cinnamon there otherwise did not remain enough time for peeling, but for this special service the people were paid. Also, for the plantations that were made for the account of the Company in the Dissavony of Mature, allowances of paddy money were provided about five years ago to the inhabitants who were employed for that purpose; but as the work did not measure up to the expenses, the principal chiefs themselves pointed this out, and therefore the provision was discontinued. However, since some time now, allowances of two parras of paddy per month have again been provided to the plantation workers. Other new obligations that are said to have been imposed on the inhabitants are unknown to us, just as it is also unknown to us that any old rewards have been taken away from the inhabitants, unless this might refer to some adjustments in the accomodessans made 20 years ago by the Honourable Senior Merchant Burnat, at the time he was Dissave of Mature, pursuant to standing orders which command that one must try to give as many accomodessans as possible from such areas as are most remote, and from which it is proportionally difficult for the Company to have the dues collected that derive therefrom. If Your Honour nevertheless knows of any new obligations under which the Natives have been brought from which they should be relieved, or also that any rewards to which they are entitled are withheld from them, we shall receive Your Honour's indications in that regard with great pleasure. Paragraph 19. That the chiefs in the Maturese Dissavony have made use of the opportunity of the uprising of the inhabitants to discharge themselves from the obligations they had taken upon themselves is very credible; but that the complaining of the people, that they have had to work so excessively therein...
Dutch transcription
Het is zeeker dat de mishande„ „lingen der Jnlandsche hoofden nog Dit heb ik gesegd en ben als nog van dit gevoelen, en dit word door de misnoegdheid en dit ingebragte klagten der ingeseetenen beweesen. niet hebben kunnen belet worden toe veel werk men daar van ook heeft gemaekt. Hoofden hunne bedrijven maat bedek„ „ken moet zeekerlijk in deesen als eene reeden aangenoomen worden. Edog na mijn begrip en niet onderwer- ping aan wijser gevoelen, is, dit kwaed veel voor te konnen door te sorgen dat het land bestier ag kundige luiden, opgedraegen worde die manmoedigheid De behendigheid waermeede de de bekendigheid deeser Jnlandsche Hoofden, om deese dinge te doen op een weise, dat het niet, alleen zeer elijk, maar zelfs doorgaans, gehu niet doendelijk is hun daarvan te overtuigen. Dat dit bij voort duuring door alle mogelijke in „delen moet worden belet, spreekt zelven. §16. UE: zogt bij het geheim ra „port dat 't misnoegen der inge „zeetenen is ontstaan, door zeedert veele Jaaren herwaerds onder gaen en opgestapelde mishandelingen Knevelarije, door opgelegde en met met de Caste ofgeboorte en ver „pligting der ingeseetene over een stemmende. nieuws lasten zonde toevoeging van nieuwe belooning terwijl en teegendeel de oude be looningen afgenoomen wierden: § 17. tegens mishandelingen en kneva „larijen der ingeseetenen door de in landsche Hoofden zoo groote als mindere is het ten hoogsten m „elijk op een toerijkende weese voorsien en we twijffelen geensinfs dat dit kwaed zoo wel in het Matureesche als elders nog met geheel is uitgeroeid. we vertro wen nogtans dat dit na m gelijkheid zal zijn teegen tega en voor zoo verre men dat niet zoo volkoomen als wel te wensch waere heeft kunnen voorkoom scheind men dit te moeten stellen op reekening van. genoeg § 18 D ae d be 5059. en de Rwaede daar van spoedig aanbrengen. De omstandigheeden hebben zeekerlijk deese of geene nieuwe inrigtinge voortgebragt gelijk zulks onder anderen omtrend het kaneel drae„ „gen plaats heeft gehad en ook om— trend het aanplantingen van de kas= „neel Dog het komt na mijn be„ „grip 'er meest of aan; dat de land= „regent sorgd dat bij diergelijke nieuwigheiden het volke behandeld worden en geene knevelarijen existeeren; als bij voorbeeld dat hun de toege= legde verstrekkingen niet geworden dat de een zig van den arbeid vrij- „koopt, waardoor anderen Dubbeld moeten werken &=a en waar door een groote misnoegdheid onder het gemeen ontstaat, en welke misnoeg= „heid niet minder vergroot word door het afneemen van welgeleegene onderhouds landen, en het aanwij= „sen van anderen of ver afgeleege- ne plaatsen. Na mijn be- „grip komt hier op de klagte der Jnlanderen deese neer Bij ondersoek zal dit alles nader„ blijken. en men zal in staat weesen alverder opheldering te doen, van zodanige diensten waar van den Jnlander diend ontslaagen te worden, of van anderen waer voor hun eenige belooningen zal moeten toegevoegd worden. kan men eenigzints staat maeken dat zij op malkanders bedrijven zullen gesegd heb, zoo weinig mogelijk en familie of andere betrekking staan„ en door zodanigen tot Jnlandsche Hoofden te benoemen van welker eerlijkheid men het meest verseekerd is, en wanneer dese woorden, gelijk ik meermaelen genoeg hebben, om voor het wel zijn der Jngeseetenen onbevreesd uittekoomen; § 18. De omstandigheeden, van tijd en vorde„ „ren dikwils deese of geene nieuwe inrigtingen die niet te ontwijken zijn; zoo heeft men bij voorbeeld het afdraegen van de kaneel omtrend 20. Jaeren geleeden de Corls volkeren moeten opleggen, wijl er door de schaarsteid van de kaneel, ander— „zints geen teid genoeg overschoot tot 't schillen, dog voor deese be= sondere dienst wold 't volk be- „toeld, ook zijn voor de aanplantin„ „gen, die voor reekening van de Comp: zijn gedaan in de Dessavonie van Mature, aan de ingeseetenen, die daar toe zijn geemploijeerd; voor om- „trend vijf Jaeren mainctementos van nelij geld verstrekt, dog wijl het werk aan de onkosten. niet voldeed; hebben de principaele Hoofden dit zelfs vertoond, en is daarom de verstrekking niet meer gedaen, dog zeederd nu eenige teid zijn weder mainctementos van twee parras Nelij 'smaands aan de plan„ „tigie werkers verstrekt. An- deze nieuwe verpligtingen die de Jngesietenen zouden zijn opgelegd, zijn ons onbekend, zoo als ook ons onbekend JK dat 70 nge t 5 ver „ de 60 20 va 1 s 4 f o t is, 3 dat aan de ingeseetenen eenige oude belooningen zouden zijn afgenoo „men, ten zij dit mogte zien op eenige verschikkingen in de ak Komodessans, nu voor 20 Jaeren gedaan door den E: opperkoop man Burnat, ten teede hij Dessave van Mature geweest is uit hoofde van de leggende orders, die beveelen, dat men zoo veel moogelijk akkomodessans, moet zoeken te geeven uit zulke strecken die 't meest afgeleegen zijn, en waar van 't de Comp: na maete van dien moeijelijk is, om de geregtighe die 'er van inkomt, te doen af „haelen. zo uE: nogtans eenige nieuwe verpligtingen waer onder de Jnlanderen gebragt zijn mogte weesen waarvan te zoude dienen te worden ontslaegen, of ook dat hun eenige belooningen waer toe ze gewettigd zijn, worden ont „houden, zullen we uE: aanwij= „zingen daaromtrend met veel welgevallen ontvangen. §19. Dat de Hoofden in de Matu- discavoilij van de geleegend heit reesch van den opstand der ingesee„ 3 „tenen gebruik gemaekt hebben, om zig van de verbintenissen die ze op sig genoomen hadde te ontslaan, is zeer geloofbaar„ dog dat het klagen van het volk, dat zo daar in zo buit matig hebben moeten werken; Heer h „
English
f 5060 the customary manner of the Sinhalese. I am also of the opinion that this has been reported in a greatly exaggerated manner, which can already be judged solely from the fact that, in general, these obligations have either not been met at all or only very deficiently, which will become further apparent when one examines all the plantings carried out piece by piece, and sees what has been achieved over the course of 4 or 5 years. If one then considers the great multitude of people among whom this work has circulated, one easily sees how greatly these complaints have been exaggerated beyond the truth. For the special survey that Your Honour the Right Honourable has ordered, I have issued the necessary orders to the Honourable Dessave Raket. That the inhabitants of the Matara Dessavony do not have such great reasons as they pretend to complain about the labor they performed before the native chiefs committed themselves to any plantings, and in order also to see what measures are necessary for the future for the further promotion of this work, we have resolved to order Your Honour, as is done herewith, to have a special survey made of all these plantings done by the chiefs in the Matara Dessavony as soon as circumstances permit; during which investigation it will also be most convenient to ascertain the validity of the inhabitants' complaints. With the Sinhalese it is not necessary that an oppressive labor be imposed on many among them for them to complain: as soon as any one of them is obliged to do any extraordinary work, they all immediately fear that this will become an obligation for them alone and therefore readily rise up in great numbers against such perceived obligations. In my view, the common man actually complains because he is pressed by the chiefs into this work beyond his obligation and must work without his choice and without reward. In this investigation I am also of the opinion that this will be cleared up, while it is meanwhile certain that several inhabitants have complained about the overseers of the cinnamon gardens, that their own lands and gardens have come to suffer through these plantings. The bookkeeper Frankena at Matara has submitted a report regarding the supplies given to the servants in the garden of Kappoegamme, which we herewith present to Your Right Honourable under No 5. Section 20. Concerning the complaint cited by Your Honour in your secret report from the discontented, that in the garden of Kappoegamme four hundred and seventy heads had to work while receiving only a single parra of paddy per month, the Honourable van Angelbeek has testified that in this garden no more than 30 people of the Jajenaike have ever worked; and since this is a specific case that must be investigated quickly, Your Honour must have this investigation conducted at once and thereby have the bookkeeper Frankena, who made the disbursements, prove how much paddy he disbursed monthly to each man. Section 21. In the investigation that is currently underway, the validity or groundlessness of the complaints will likely also become clearer, namely that the overseers of the gardens deliberately applied themselves to breaking down the fences in order to have the opportunity to seize the cattle of the inhabitants. The Honourable van Angelbeek has declared regarding these complaints that he does not remember that any complaints were ever brought to him regarding such malicious conduct by the overseers of the gardens; that he tried as much as possible to accommodate the public regarding the impounding of cattle. 5061 That it would certainly be very hazardous to attempt to give an exact account of all cattle that were impounded in the plantations and brought to Matara, nor which of the inhabitants paid any fine for the impounding of their cattle in the plantation, as it is hardly possible to recall all such small settlements of matters among thousands of greater importance: That he believes, however, it is a very high estimate if he assumes that there are ten persons who paid a small monetary fine of two or more schellingen according to the means of the owners for their impounded cattle, and which fine was divided among those who had impounded the cattle, whereas on the other hand there are perhaps a hundred who received their cattle back without paying any fine; that this fine was taken solely in such cases where it appeared that the owners out of malice did not wish to look after their cattle, and to whom their impounded cattle had already repeatedly been returned without any fine; that such cattle for which, after the lapse of several days, no owners appeared at Matara, were according to old custom handed over to the regular herders, so that when the owners subsequently appeared, these would also be returned to them, as has always occurred as soon as the owners made themselves known. We therefore order Your Honour, following these testimonies of the Honourable van Angelbeek, to have a closer investigation made with all accuracy, so that it may be known what the merits of these complaints are and that one may also better provide against them in the future. Regarding the matter appearing here, I have had the free merchant Tranchell give an amicable declaration under oath through the Honourable Dessave Raket. Section 22. Concerning what appears in Your Honour's secret report, that several such cattle were still pointed out in those belonging to the former Dessave van Angelbeek.
Dutch transcription
ƒ 5060 de gewoonte weise de singaleesen Jk ben ook van gevoelen dat dit na— Tot de speciaale opneem die uw Edele ik de nodige orders aen den E: Dessave Raket uitgevaardigd. zeer vergrootend is opgegeeven, is reeds daar uit alleen te beoordeelen, dat over het algemeen of geheel niet, of niet dan zeer gebrekkig aan deese verbintenissen is voldaan het geen nader zal blijken als men alle de gedaane aanplantinge van stuk tot stuk nagaat, en ziet wat er geduurende 4. of 5. Jaaren verrigt is. Als men nu daar bij bedenkt de groote meenigte van menschen waar over dit werk heeft gerouleerd; liet men ligt hoe zeer deese klagten zijn ge„ exagereerd om van de waarheid „6 dat de Jngeseetenen van Mature„ sche Dessavonie geen zoo groote reedenen hebben, als te voorgeeven „den om zig te beklaagen over „ arbeid die ze gedaan hebben voor de Jnlandsche Hoofden zig tot eenige aanplantingen hadden verbonden en om tevens te kunnen zien, wat maatregelen 'er voor den aanstaande nodig zijn, ter verdere bevordering van Dit werk, hebben we beslooten uE: te ge= „lasten, gelijk geschied bij deesen, om een speciaale opneem van alle deese door de Hoofden ge- daene aanplantingen in de Ma„ teresche Dessavonie te laaten doen zo dra de omstandigheeden het zullen kunnen geheugen: Bij welk ondersoek ook bekwaem „lijkst zal zijn nategaan de gegrond heid van der ingeseetene klagten Gestr: groot agtb: gelast heeft heb„ Het is bij den singalees net noodig dat veele onder hun een drukkende arbeid opgelegd moet worden om zig alleen te beklaagen: zo dra iemand van hun maer toe eenig buiten; gewoon werk verpligt word vreesen zij alle direct dat dit eene verpligting voor„ hun alleen zal worden en koome daar„ „om gaarne en meenigte teegen dierge„ lijke zig voorgestelde verpligtin- „gen op. Na mijn insien beklaegd zig de ge= meene man, eigentlijk daarom, dat hij door de hoofden tot dit werk buiten hunne verpligting geprest en zonder hunne verkiesing nog zonder beloo- „ning moeten arbeiden. al zeer vergroot is. he de waer Bij dit ondersoek ben ik meede „ben. De boekhouder Frankena te Ma„ „turee heeft aangaande de verstrek- „kingen, aan de dienstelingen in de thuine van kappoegamme gedaan een berigt ingediend, het welk wij uwel Edele Gestrenge Groot agtb: bij deesen onder N:o 5. aanbieden. „derd worden; terwijl het intus- „schen zeeker if dat verscheide van gevoelen, dat dit zal ophel„ Jngeseetenen zig over de opzigters der kaneel thinnen beklaagd heb„ dat hunne eige landerijen en thui bij deese aanplantingen zijn koom te leiden. §20. op de door uE: bij desselfs geheu rapport aangehaalde klagte va de misnoegden, dat in de thuin van kappoegamme vierhonderd zeventig koppen, onder 't genot slegts van een enkelde parra nel 'smaands hebben moeten arbeiden, heb de E: van Angelbeek betuigd dat in deese thuin nooit meer den 30: luiden van den Jajenaike gewerkt hebben: en wijl dit speciaal geval is, dat spoedig worden ondersogt, moet uE: dit ondersoek ten eersten laaten doen en daar bij door den boekhoud Frankena, die de verstrekking gedaan heeft laaten bewijsen, ho „hij veel nelij „ aan een elk man maandelijks heef verstrekt §21. Bij het ondersoek dat than onderhanden is, zal waarschijn „lijk ook nader blijken de ge grondheid of ongegrondheid der klagten, dat de opzigters der tuinen zig daarop zenden hebb toegelegd, om de hijningen te la E stukken breeken ten einde daar door geleegentheid te hebben, on de Koebeesten der ingeseetenen te kunnen opvatten. D E: van Augel beek heeft omtrend deese kla ten verklaard, dat hij zig niet en 6 4 5061 een zulk boosaardig gedrag der opzigters van de thuinen eenige klagten zijn ingebragt; dat hij zo veel mooglijk 't algemeen in 't opvatten der beeste heeft zoeken te gemoed te koomen. Dat 't zeeker zeer gehaserdeerd zoude zijn, om eene Juiste opgave van alle beesten die in de planta„ „gies opgevat, en na Mature opgebragt zijn te willen doen, nog ook welke der inwoonderen, voor 't opvatten van hunne beesten in de plantagie eenige boete betaeld hebben, alsoo het niet wel moogelijk is, dat men zig dierge„ lijke kleine afdoeningen van zaaken onder duisenden van meer belang, alle te binnen kan brengen: Dat hij intusschen geloofd, dat 't zeer hoog geree= kend is zo hij aanneemt dat er thien persoonen zijn die eene klijne geld boete van twee en meer schellingen na maate van 't vermoogen der agenaars, voor hunne opgevatte beesten hebben betaeld, en welke boete onder hen, die de beeste opgevat hadden, verdeeld wierd, terwijl daar en teegen misschien honderd zullen zijn die hunne beester zonder eenige boete te betaelen, weder te rug bekoomen hebben, dat deese boete alleenig genoomen is in zulke gevallen, waar bij het bleek dat de eigenaars uit kwaadaardigheid op hunne beesten niet wilden passen, en aan dewelke te meermaelen reeds hunne opge„ vatte beesten zonder eenige boete waaren te rug gegeeven; dat zulke beesten waar van na verloop van eenige daegen, geene eige- „naars op Mature gekoomen zijn, na ouder gewoonte zijn over- „gegeeven aan de gewoone verhoeders, ten einde wanneer de eigenaers naderhand opdaagen; ook die aan hun te doen te rug geeven, zoo als steeds is geschied zoo dra de eigenaars zig hebben bekend ge= „maekt we gelasten uE: derhalven om na deese betuigingen van de E: van Angelbeek met alle nauwkeurigheid nader onder„ „zoek te laaten doen, op dat men mag weeten wat van de gegrond„ „heid deeser klagten zij en men ook daar teegen in den aan= „staande te beeter kan voorsien. niet weet te herinneeren, dat er immer ooit bij hem, omtrend Aangaande het hier bij voorkoo= §22. Omtrend het geen bij uE: ge= „mende heb ik de vrijkoopman heim rapport voorkomt, dat 'er Tranchell eene gemoedelijke ver- nog verscheide zulke beesten aan= „onder „klaaring „ eede door den E: Des- „getoond zijn of in de aan den „save Naket laaten afvraegen. gew: Dessave van Angelbeek en er 68 4
English
and to the free merchant Tranchell belonged the garden at Talarme, or in an oil mill belonging to the latter, closer to Mature, the Honorable van Angelbeek, being questioned about this, answered: that nothing of this is known to him, that Tranchell alone carried out the management of the garden at Talarme, and that he requests that a further statement under oath may be demanded from Tranchell on this matter. You must consequently send orders to Mature that a statement under oath must be demanded from the free merchant Tranchell, whether he ever received any cattle from the Dessave van Angelbeek or through his ordering, be it for the service of the garden Talarme, his oil mill, or whatever else it might be, and that he shall specifically declare therein: 1. How he obtained the cattle that were found in the aforesaid garden or in the oil mill, and which according to your secret report were returned to the owners. 2. For what reason he invoked the testimony of the former Dessave van Angelbeek, claiming that the latter would know that he had properly paid for the aforesaid cattle, or had obtained them in a fitting manner so far as he is personally concerned, since the Honorable van Angelbeek testifies that he never interfered with helping him in any manner whatsoever to obtain cattle, other than giving him, as to all other inhabitants who requested it, permission to purchase some cattle in the country for his business. Section 23: That the regulation assigns 2 amonams to the Lascorijns, whereas to a Modliaar only 12 amonams, has no proportion and is a visible error, and if one wished to comply with it, little of the Company's rights would remain. This has been seen throughout all times, but rather than making a change in an established arrangement known to the people, one has always tried to arrange the accomodessans of the lascorijns as well as possible. One will nonetheless have to grant this to the lascorijns in the Matarese now, in order not to deviate from what has been promised to them, unless one could find another means in its place. The native in general has no conception that, by allotting to him the designated accomodessans, little of the Company's rights will remain; they insist upon the promise and that which has of old been granted to them. It were to be wished that another means for satisfaction in this regard could be devised. Section 24: We have already noted above in Section 18 that the reallocation concerning the accomodessans lands took place about 20 years ago, and it will appear upon the investigation instituted regarding this whether the interested parties, who according to your secret report have complained that many maintenance lands, which through their care and effort had been cultivated and were more fertile than others, had been taken from them some time ago, and withdrawn and leased out for the Honorable Company, were indeed wronged thereby. But because, however this might be, one can already foresee beforehand that it will be exceedingly difficult to make a change in this again, we have resolved to ask your consideration, as we do hereby, whether it would not [illegible] It will appear upon investigation whether the complainants, who claim through their care and effort to have cultivated some land, with which they have had to be content in place of that taken from them, which is said to have been withdrawn for the Honorable Company, were wronged thereby. I am honored that you please to ask my consideration regarding some change in this, to give for example 4 parras of paddy to each servant for each month that he according to his obligation is employed by the Honorable Company, and that in return the accomodessan, with which the servants are not content, could be withdrawn for the Company, whereby many difficulties would also be prevented. Yet before proceeding to this arrangement, I think, with submission to wiser judgment and as was proposed by the Galle resolution of the 1st of April last, that one must first accurately know how much and what sorts of lands the Honorable Company actually has. I also wished, in order to be able to state my thoughts, to know, and I shall inquire hereafter, whether the lascorijns and other servants who must be granted in the Dessavony of Mature could not be reduced to a smaller number, since I am not convinced myself whether their duties are so necessary and advantageous that precisely to the lascorijns alone a number of seventy-five should have to be granted.
Dutch transcription
en de vrijkoopman Tranchell toebe„ hoorde thuijn te Talarme, of in een olie - moete van den laasten, digter Bij Mature heeft de E: van Angel„ geantwoord: dat hem hier van niets beek hier na gevraegd zijnde bekend is, dat Tranchell de directie over de thuin te Talarme alleen heeft gevoerd, en dat hij versoekt dat van Franchell op dit stuk een nadere verklaaring onder eede mag worden afgevraegd. uE: moet mits die na Mature orders zenden, dat van den vrijKoopman Tranchell moet gevraegd worden een verklaering onder Eede of hij immer van den Dessave van Angelbeek of door des- „selfs bestelling, eenige koebeesten ontfangen heeft, het zij ten dien ste van de thuin Talarme, zijne oelie moole, of wat anders het ook zoude moegen zijn, en dat hij daar bij speciaal zal moet opgeeven: 1. thoe hij gekoomen is aan de koebeesten, die in de voorsch: thuin of in de olie- moole gevonden zijn, en die volgens uE: ge heim raport aan de eigenaars zijn te rug geeven. 2. om wat reeden hij zig op het getuigenis van den geweesen des t „save van Angelbeek beroepen, heeft, dat deese zoude weeten dat hij de voorschreeve koebeesten behoorlijk hadde betaeld, of daer aan op eene betaemelijke weise zo verre hem personeel aangaetij gekoomen was, wijl de E: van Angelbeek betuigd, zig min- ac mer te hebben bemoeid met hem op eenigerhande werk aankoebeesten te helpen, dan niet aan hem gelijk aan alle an„ „dere ingeseetenen die daarom versogt hebben; verlof te geeven om eenige beesten in 't land te moogen inkoopen tot zijn bedrijf § 23: Dat 't reglement de Laste ricus 2. ammonams toelegd daar 't aan een modliaar maar 12. ammonams, heeft geen pro„ „portie, en is een zigbaare abuis„ w of zoo men, daar aan wilde vol„ die doen zoude er weinig van sloo panies geregtigheeden ovor schieten Men heeft dit door all Den Jnlander in het algemeen heeft geen denkbeeld dat men, aan hem de bepaelde accomo„ dessaans toe deelende er wei= nig van 'sComp„s geregtigheeden over zal schieten, zij staan op de belofde en het geen haar van ouds toegevoegd is het waere te wenschen dat men een ander middel ter bevreediging hier om= trend konde uitvinden. heb tigjd 5062. tijden heen gezien, dog liever dan ver„ andering te maeken in een vast gestel„ de schikking, bij het volk bekend heeft men het met de akomodessons der las„ korijns steeds zoo goed mogelijk zien te schikken men zal dat nogtans aan de las Rorijns in het Matarese nu moe„ ten toestaan, om niet aftewijken van het geen aan deselve is toegesegd, ten zij men een ander middel vinden kon in de plaats. Het zal bij ondersoek blijken of de klaegens, §24. we hebben hier vooren §18. reeds aange„ merkt, dat de verschiking omtrend de land te hebben gekultiveerd, waarmeede zij zig alkomodassans landen voor nu omtrend hebben moeten te vreeden houden voor het hun af„ genomene, dat voor de Ed: Comp: zoude ingetrok„ 20. Iaaren is geschied, en het zal bij ken zijn, daar door te zijn verongelijkt /. Ik ben vereerd dat nie mijne consideratie geliefd het onderzoek daar over aangesteld te vraegen omtrend eenig verandering in deese om bij voorbeeld 4. parras nelgts, geeven aan elk diensteling voor elke maand dat blijken, of de geinteresseerdens, die vol„ bij volgens zijne verpligting bij de Ed: komp: gens uE: geheim raport, zig beswaard g'emploijeerd word en dat daar en teege de„ accomodessan, waarmede de dienstelingen, niet te vreeden zijn, voor de Comp: zoude kun, hebben dat veele onderhouds landen; die door hunne sorge en moeite waaren nen worden ingetroken, waar door dan ook veel moeijelijkheeden zoude worden voorgekoomen. gekultiveerd geworden, en meerder Dig alvoorens tot deese inrigting te treeden met ik met onderwerping aan wijzer gevoe„ vrugtbaar waaren dan andere, hun len en gelijk bij gaalsche resolutie van den 1:' april Joleden voorgesteld is, dat men al„ zedert eenige teid zouden zijn afgenoomen, voorens accuraat weeten moet hoe veel en welke zoorten van landen dE. kompanie en voor de E: Romparie ingetroken en werklijk heeft ook wenschte ik wel /:om verpagt geworden, werkelijk daar door mijne gedagten te kunnen zeggen:/ te„ weeten, en ik zal mij hier na informeeren; zijn verongelijkt, dan wijl hoe dit ook of de laskorijns en andere dienstelingen die in de dessavonce van Matiere geaccor„ deerd moeten worden, niet op een klijnder mogte zijn, men reeds voor afRan getal zoude kunnen worden gebragt, ter„ voorsie, dat 't ten hoogste moeije„ wijl ik het met mij zelve niet eens be„ of hunne verrigtinge zood noodzekelijk lijk zijn zal daar in weederom veran„ en voordeelig zijn, dat 'er Juist alleen dering te maeken hebben we be„ aan lascorijns een getal van vijf en ze„ ventig vandzes zoude moeten geac„ slooten uE: Consideratie te vraege, gelijk wij doe door deese, of 't niet cordeerd worden. die door hunne sorge en moeite voorgeeven eenig zoude ge dat aer — te „ 1k 70. bui all W. 8
English
could be undertaken, so that each of those who declare themselves not to be satisfied with the accommodation they presently possess, might instead be assigned, for example, four parras of paddy for each month that they are employed by the Company according to their obligation, and that, on the other hand, the accommodations with which they are dissatisfied be withdrawn for the Company, whereby many difficulties would be prevented, besides the fact that it will most likely also yield a much better account for the Company, and why it would even be very good if one could introduce such an arrangement generally throughout the entire Matureesche dessavony. Messrs. Burnat and Freth, who have administered the Matureesche dessavony, will be able to submit very useful advice concerning this aforesaid matter; after which, upon mature deliberation of the ways and means, a good arrangement can then be established. For myself, I do not dare to directly praise this arrangement without being better acquainted with the internal affairs of the Matureesche dessavony, because the native is so attached to his old privileges and customs, even to his own prejudice. I trust very certainly that the weight of this I shall also readily declare. In the meantime, I request that the advice of the aforementioned gentlemen, former Matureesche dessaves, may also be obtained regarding this and sent to us. § 25. How far the complaints of the inhabitants that they are employed by the headmen, entirely against their obligation, above their duty to cultivate the Company's fields are well-founded will become further apparent upon investigation. In the meantime, Your Honour's consideration must serve whether, in order to prevent all grounds for complaints about this in the future, it might not be possible that henceforth only the obligated 5063. I have found by experience that the obligated goijnaindes were used to cultivate the Company's lands on the footing that they have of old been obligated to do, and have hitherto always done, and that further no others are used for this work than such as are inclined to do so of their own free will and as one can best agree with them about it. That consequently, in so far as the aforesaid goijnaindes alone are not sufficient to cultivate the Company's fields, the native headmen who are charged with the care thereof will have to come to an agreement regarding the remaining fields with the inhabitants who are inclined to do so, as best they can, exactly and in such manner as is the custom among private persons who have some lands that they cause to be worked by others. § 26. The vidaans and the mayorals are nowhere better endowed than in the Matureesche dessavony, but because they are nevertheless not satisfied, and probably also will not be satisfied whatever reasonable arrangements one might wish to introduce, we have resolved The Sinhalese as well complain about not accepting pehendoems and adoe koes, and as has been complained on this occasion, that they must supply too much, in my view it only comes down to not demanding more from them than according to old custom, and I believe, subject to wiser judgment, to be able to determine that one cannot do better than each native to his innate obligation. Because it will also probably yield a better account for the Company, to ask Your Honour's consideration, as is done by this, whether, in order to settle these complaints once and for all, it would not be better to exempt the vidaans and mayorals in the entire Maturesche dessavony for the future from supplying pehendoems and adoe koes, and in return to confiscate for the Company the lioeandiram that they enjoy, to be farmed out, either separately or under the ordinary leases, and in return to pay in money the amount thereof to all the servants who travel in the Company's service and to whom hitherto, according to the custom of the country, adoe koes and pehindoems have been supplied. just to leave it on the old footing, as it was also best regarding the allowances of whatever kind that they enjoy to leave everything as it is, only that it be limited, and with this stipulation that it takes place according to the regulation as it happens in the Colombo and Galle districts. It has also appeared to me upon being in Matara that no one will have anything against the prescription in that regulation, except only the mudaliyars and other higher headmen, who are accustomed to enjoy in the Matureesche at least twice as much as is credited to them in the Colombo district at the resthouses. And regarding which, then, in order to satisfy them, some change in the regulation could take place with the approval of Your Right Honourable Sirs. Preference in the lease of the nelij duty was granted only to the Sinhalese over the Moors because the multitude insisted upon it; and § 27. although, on account of the necessity that gave occasion thereto, we approve that Your Honour has given the preference in leasing the nelij duty to the Sinhalese over the Moors, we have nevertheless, because it is probable that the leases will decrease considerably through this, resolved Your Honour's consideration
Dutch transcription
zoude kunnen aangaan, om dan een elk der geenen, die verklaaren niet te vree„ Heeren Burnat en Freth, die de Ma„ den te zijn met 't accomodessoen dat ze tureesche dessavong bestierd hebben omtrend dit voorschr: zeer nuttige tans bezitten, in steede van die toetelen„ advisen zullen kunnen ingeeven; waar- gen bij voorbeeld vier parras nolij voor namen vervolgens na rijpe over„ weeging de weegens en goede schik, elke maand dat ze volgens hunne ve„ pligting bij de Romp: worden geemploij„ king zal kunnen benoemen. Jk voor mij durve niet waegen, om eerd, en dat daar en teegen de accorno„ deese schikking, zonder met het in„ dessans, waarmeede te niet te vreeden nerlijke der Matureesche dessar„ zijn, voor de Komp: worden ingetrok„ vorij beter bekend te zijn divert aante prijzen, voor de wijl de Jn„ ken, waar door veele moeijelijkheeden lander zoo teer op zijne oude voor„ zoude worden voorgekoomen, be„ regten en gewoontent, zelvs tot halven dat 't ook naast denkelijk zijn eige prejuditie gesteld is. veel beetere reekening voor de kompenie geeven zal, en waarom het zelvs zeer goedwaaren, zo men een zulke schikking door de ge„ heele Maturesche dessavonce generaal konde invoeren Jk vertrouwe heel zeeker dat de § 25: Julive verre de klagten der in„ gezeetenen, dat ze door de hoofden dewigting zal ik mij hier over gants neegen, boven hunne ver„ ook goeme verklaeren. Intus„ schen soliciteere ik dat hier pligting, tot 't bearbeiden van omtrend het advies van vooren skomp:s velden zijn geemploijeerd gemelde heeren geweese Matu„ gegrond zijn, zal bij 't onderzoek nader veesche dessaves ook mag inge„ noomen en wij toegezonden worden blijken Intusschen moet uE: ont dienen van uE: Consideratie of liet, om in vervolg te voorkoomen alle reedenen van klagen daar over niet zoude kunnen aangaan, dat voortaan alleen de ver Na informatie en goede on„ pligte 5063. Ik heb bij ondervinding, dat de sin„ pligte goijnaendes wierden gebruijkt, tot het bearbeiden van 'skomp: lan„ den, op die voet als ze dat van ouds verpligt zijn, en tot nog toe altoos hebben gedaan, en dat voorts geene andere tot dit werk worden gebruijkt, dan zulke die geneijgt zijn dat uijt vrije wil, en zoo als men zig daar over met hun best verstaen kan, te doen. Dat mids dien voor zoo verre de voorsz: gooijnain de alleen niet genoeg zijn om 'skomp:s velden te bearbeeden de Jnland„ sche hoofden, die met de sorge daar over zijn belast, zig nopens de overige velden met de inge„ zeetenen, die geneegt zijn dat te doen, daar over zullen moeten ver„ staan, zoo als ze best kunnen en even en zodanig, als dat de gewoonte is onder particuliere die eenige landen hebben die te door andere laaten bewerken. § 26. De 22i daens en de majoraals zijn norgens beeter bedeeld, als in de galeeten zo wel klaegen over het niet ac„ als bij deese geleegenti: geklaagd is, dat Matureesche dessavonij, dan wijl cepteeren van pekendoens en adve Roes, ze des niet te men niet te vreeden ze te veel moeten opbrengen, het komt zijn, en waarscheenlijk ook niet te er na mijn insien, maar alleen op aan, dat men haar niet meer als na oude ge„ woonte afvergd, en ik meene niet onder„ vreeden zullen weesen; wat reede„ lijke schikkingen men ook mogte „werping aan wijzer gevoelen te mogen vast stellen dat men niet beter kandoen als ieder inlander bij zijne aangeboore verplig„ willen invoeren hebben ne beslooten „ting. wijl Gt ge„ wijl het ook waarscheinlijk beeter maar op de oude voet te laeten, gelijk zulks reekening voor de komp: geeven zal, uE: dan ook omtrend de verstrekkingen van konsideratie te vragen, gelijk geschied door hoe anderom die zij genieten beest was deesen, of 't om deese klagte op eenmaal alles zoo te breten als het is, alleen, dat het beperkt wierd, en met deese be„ afteluijden, niet beeter waere, om de ri„ paeling, dat het naar het regle„ doens en majoraels in de geheele Mator„ ment zo als het in het Colombosche sche dessavonie, voor den aanstaande en gaalsche geschied plaats heeft. Het is wij ook voorgekoomen bij aan„ te ontslaen van het opbrengen van weeten te Mateere, dat niemand pehendoems en adoe koes, en daar en iets teegens de voorschrijving bij teegen voor de kompanie wierden inge„ dat reglement zal hebben, dan trokken de lioeandiram die ze genie„ alleen de modliaers en andere meerdere loofden, die gewoon zijn ten, om te worden verpogt, het zij in het Matureesche wel tweemaal zoo veel te genieten als haar in het afzonderlijk, dan wel onder de ge„ Colembothe op de rusthuijse word woone pagten, en om daar en te„ goed gedaan En waar omtrend, dan om gen aan alle de dienaar die deese te bevreedigen wel eenige ver„ ondering bij het reglement met in skomps diensten reizen, en aan beleeven van uwel Edele Gestrenge groot achtbaare zoude kunnen dewelke tot hier toe naar slands gebruijk, adoe koet, en pehindoens verstrekt zijn, het bedraegen daar van te betaelen in geld. ting te houden, en deese zaak ook daar om plaats vinden. Men heeft de preferentie in het pagten van de nelij geregtigheid, alleen aan de Singaleeten boven de mooren toe„ gestaan wijl de meenig te daarom aanheeld; en §27. schoon we uijt hoofde van de noodzakelijkheid, die daar toe aan lei„ ding heeft gegeeven, approbeeren dat uE: aan de Singaleeden de preferentie in het pagten van de nelij geregtig„ tig heijd heeft gegeaven, boven de mooren hebben we egter, wijl het vermoedelijk is dat hier door de pagten merkelijk zullen daelen, beslooten uE: Consi„ „deratie 16 dlt slag dit to 76
English
5064 I gladly believe that it will be more advantageous to let the leasing take place by auction with increasing bids and not by decreasing bids; at least one could try this in order to experience it in the future. to ask whether, as we do hereby, in order to prevent this arrangement from having too adverse consequences, it might not be possible that the paddy in the Matara Dessavony henceforth be leased, instead of by decreasing bids, solely by increasing bids. Through the favorable permission to let this man once again enjoy his customary allowances, I believe that we bind him to us most strongly; and I thank most humbly that my proposal in this matter was taken into favorable consideration. Paragraph 28. The pay of the Pandare or Pandiyan, mentioned in your secret report, has not been taken from him, but the same has merely not been paid to him for a time, according to a private order from the first undersigned Governor, because this man is said to have enough means of his own to be able to subsist, and in order to try thereby whether the Company could not be relieved of this burdensome expense. Moreover, the surrender of this Pandara has been requested several times by the First Adigar of the Court, although not publicly yet with great emphasis, and it seemed somewhat offensive at the same time that, while keeping his presence in the Company's lands concealed from them, one was paying him a monthly salary underhand. Upon your proposal, however, his pay may for the present, and until it is seen whether it is further necessary, be paid out to him again in silence. These proofs are very clearly to be found in the annexes hereto under No. 6. Paragraph 29. Upon your request that the Honorable van Angelbeek should declare what reasons moved his Honor not to accept the Junior Merchants Schuler and De Vos in the capacity of commissioners from the Galle Council, and not to show the obliged honor, the said Honorable van Angelbeek testified that he did not know to which part of his actions the supposition relates that he allegedly refused to receive the Junior Merchants Schuler and De Vos as delegates from the Galle Council, and since no proofs thereof have appeared before us, we have decided that regarding this, as is done hereby, further clarification will be requested from you, as well as a further indication of what the obliged honor consisted of that the said Dessave van Angelbeek allegedly refused to show to the said Junior Merchants. When two commissioners representing the Galle Council arrive at Matara, they cannot, in my view, be given less honor upon their arrival at Matara, or at least that given to the commander of the commandery, than that which Dessave of Matara in his service requires. Paragraph 30. On the remaining 11 articles regarding which you have requested clarification, the necessary remarks have already been made previously. May it not be interpreted unfavorably by your Right Honorable. 5065 with sorrow and with submission to another opinion, respectfully testify that the necessary clarification requested by me in my secret report has not been dealt with sufficiently here above; at least I have not found it so. And I therefore further most respectfully request that my proposed 12 points, if possible, may come one by one before the deliberation of the esteemed Ceylon Government, and that the decisions made thereon subsequently be sent to me, whereby I look forward most pleasantly to receiving a fair satisfaction. Why would I not have made these testimonies unprompted? While they fully harmonize with the sincerity of my sentiments. I even add anew and again unprompted that I would have borne or forgiven with a silent patience all the unpleasantness that has befallen me since the beginning of the Matara troubles, were it not that I understood that my relation to the general welfare and my honor and prestige obligated and compelled me to behave and declare myself as I have actually done. Paragraph 31. Furthermore, we rest in your unprompted testimony that the proposal of the aforesaid 12 articles does not arise from any malice or revenge, and we hereby reiterate I feel in its full value the honor and the reward brought to me by the satisfaction that your Right Honorable generously pleases to testify in this matter, and I shall henceforth no our satisfaction with the trouble taken by you to bring the Matara inhabitants to peace, for which we have already thanked you and now thank you again hereby.
Dutch transcription
5064 Ik geloove greme, dat het voordeligen zal zijn, de verpogt en bij den opslagen niet bij den af„ slag te laeten geschieden, te minsten men zoude dit kunne probeeren om in het gevolg van te ondervinden. derdtig te vraegen; zo als we doen door deesen, of ter voorkooming, dat deese schikking geen al te nadeelige, gevolge heeft, het niet zoude kunnen aangaan, dat de nelij in de MatureeAhe dessavonie voortaan wierde verpacht in steede van bij afslag, alleen bij den op„ slag. Door het gunstig verlof, om aan deese § 28. De bekolding van de Pandare of Randiaen, vermeld bij uE: ge„ man weederom zijne gewoone toe„ leijm rapport, is hem niet ontnoo„ laegen te laeten genieten, geloove ik dat men, maar is desselve hem alleen men hem aan ons ten sterk te ver„ voor een heid lang niet betaeld, bind; en ik danke wel zeer needrig dat mijne voorstel in deese in gein„ volgens een particuliere aan„ stige aanmerking is gekoomen. schrijving van den eerst onderge„ teekende Gouverneur, wijl deese man gesegd word, van zig zelve vermoogen genoeg te hebben om te kunnen bestaan, en om mids die eert te probeeren, of men de compenie van deese last post niet zoude kunnen ontstaan, bovendeen is de uit leevering van deese Ponda„ ve door den eersten gehant van het Hof verscheidene keeren, schoon niet publiek nogtans met veel na„ drick versogt, en 't scheen wat aanstootelijk te ge„ lijker teijd dat men het aan„ weeten van hem in skomp landen ontveenst, hem een maand geld tot zijn „ 6 Deese blijken zijn heel duidelyk te wanneer twee kommissarisse die de gaal„ sche raed representeeren te Mature aan„ zijn onderhand te betaelen op uE voo dragt mag hem zijne besolding egter voor eerst, en tot dat men zie of 't verder noodig is, in stilte we derom worden uitgekeerd. § 29. op uE: versoek dat de E: van Angel del beek zig zoude verklaeren welke re gevo den zijn E bewoogen hebben de onderkoop„ lieden van schuler en de vos niet in de 12 v qualiteid van kommissarissen van de n het gaalsche regering te accepteeren, en het mij verpligt Honneur te bewijse, heeft bet gem: E. van Angelbeek betuigd het niet te weeten op welk gedeel„ te zijner verrigtingen neerkomt, de onderstelling dat hij de onder„ kooplieden van Schuler en de vos; wij zoude hebben geweigerd te ontvangen Een als gekommitteerdens uit de Gaalsche Raad, en wijl ook daar van geene men, hebben we beslooten Dat derwegens, zoo als geschied bij deesen nadere opheldering van uE zal worden gevraegd als meede een nadere aanwijzing waar in bestaan heeft het koomen, kan hun na mijn begrif niet min„ verpligte hionneur, dat de gen: dessave van Angelbeek zoude geweigerd hebben aan gemelde onderkooplieden te bewijsen vinden bij de bijlaegen deeser onder N:o 6. blijken aan ons zijn voorgekoo„ §30. op de overige 11. artikelen waeromtrend uE: opheldering be heeft versogt is reeds vooren Groot achtb: niet ongumstig uitgelegd Het worde door uwelEd: Gestr: bij zijne komst te Mateere of te minste trekking gegeeven worden. gesagvoerder van het kommandement der hormeur gegeeve worde, dan die den de Matureesche dessove in zyn dienst be„ dat het 5065. het noodige geremarkeerd. ping aanwijser gevoelen eerbiedig betuigen dat het noodige op de door mij bij mijn gehem raport versogte ophelderingen, hier voren gants niet voldoende verhan„ deld is, ten minsten ik heb dit niet gevonden; en versoeke dus nader zeer eerbiedigst dat mijne voorgestelde 12 poinicten indien het mogelijk is, een voor een ter deliberatie der g'eerde Cei„ lonsche regeering mooge koomen en mij vervolgens de daar op vallende besluiten toekoomen, waar bij ik mij op het aangenaemst voorstel eene billijke voldooening te zullen erlangen. waarom zoude ik deese betuigingen 531. voorts berusten we in uE:s ongevoegde betuiging, dat 't voordraegen van niet engevergd hebben gedaan; Ter de voorsz: 12. artikele niet uit wijl zo met de weetendlijkheijd mijner eenige kwaed gesindheid of sentementen volkoomen harmoni„ wraek voorkomt, en we herhiaelen eeren. Jk voege daar zelfs op het nieuw en weeder ongevergd nog door deesen. bij, dat ik al het mij zeederd de beginne der Matureesche onlusten inaangenoemst te berust gevallen is, met een stilswijgende lijdsaemheijd zoude verdralgen of vergeven hebben; was het niet dat ik begreepen had dat mijne betrekking op het al gemeene wel zijn en mijnen eere en aanzien mij verpligtede en dwongen mij zoodanig te ge„ draege en te verklaeren als ik werk„ lyk gedaan heb. Wk gevoel in halre gantsche waerde ons genoegen, over de moeite door uE: genoomen om de Matureesche in„ de eere en de belooning die mij word aangebragt door het genoegen geseetenen tot rust te brengen waer voor dat uwel Ed: gestrenge Groot achtb: we us bereeds hebben bedankt en nu in deese zoo grootmoedig gelieven te weeder bedanken door deese. betuige, en ik zal voortaan dat met leedwesen en met onderwer„ geene
English
I presumed when writing my [illegible] to let no opportunity pass by to merit furthermore their high favorable notice through the best efforts for the master's interest and the general well-being. Colombo separate letter of 23 December 1790. We do not understand what your consideration amounts to, as appearing in your aforementioned separate letter of 27 August with regard to the mudaliyars Tennekoon, De Saram, and Gooneratne, that according to your opinion the depositions should only serve as information for the future, and should not come into such consideration as to recall the said headmen to Colombo on that basis and have a judicial commission conduct any formal investigations. In our letter of 24 August, to which your aforementioned letter serves as an answer, we wrote no such thing. We stated verbatim in our letter of 17 August regarding these headmen: "The native headmen whom we think, on the basis of the received documents, had better be removed from the Matara dissavony for a time, are in particular the mudaliyars Tennekoon, Gooneratne, and De Saram. To summon them directly to Colombo would, if they are truly guilty, arouse too great a suspicion in them; we have therefore decided to make it known to them in a confidential manner that the Governor desires to speak with them in person, and that it will therefore be pleasing to His Honour that they come to Colombo on a visit." Herewith we ordered that the dissava of Matara should be instructed by secret letter that, when the aforementioned three mudaliyars requested His Honour to make a journey to Colombo, he should be permitted to grant it, unless there were reasons that might dissuade this for the time being. Regarding your explanation in your secret letter of 27 August concerning what appears in your secret letter of 20 August prior to that, and about which we requested further clarification in our secret letter of 24 August of the same month, we merely observe for the present that if one were to act upon such depositions as you lay as the foundation of your opinion regarding the Maha Mudaliyar, against those against whom the depositions lie, no one would henceforth be secure in his honor or his life. With submission to wiser judgment, I believed that shortly after the restored tranquility in the Matara dissavony, it would not be advisable to have the headmen come up to Colombo, much less to have any judicial inquiries conducted into their conduct, since, given that the restless minds of the inhabitants were not yet calmed down enough, this could easily have caused new unrest if the said headmen, feeling themselves guilty and thus fearful that their case would be discovered upon investigation, had understood that they could escape all inquiries into their conduct by the gathering and insubordination of the people. Therefore, I presumed that what one was informed of should only be taken as guidance for the future, by which I understood that only after the passage of some time should one carry into effect what one deemed necessary regarding these headmen, and with which, if Your Honourable, Right Honorable Sirs should approve, one could presently make a beginning, since three months have now elapsed since the unrest, and we may be assured that the bulk of the inhabitants has settled down, and will also remain in peace on account of the arrangements made by the Ola Mandate of 7 July last, provided this Ola Mandate is properly observed in all respects. I have always thought, and also represented it as such, that one must not proceed upon the depositions in such a manner as to draw a real accusation against those against whom the depositions lie, but that one should only take what one knew as guidance for the future. What I have thus said of the Maha Mudaliyar by hearsay, I submit with respect to [illegible].
Dutch transcription
Jk veronderstelde bij het schrijven van mijn geene geleegenheid laaten voorbij gaan, om hoog derselver gunstige opmerking door de beste pooginge voor smeesters belange, en liet algemeen wel zijn alvorder te moogen verdienen Colombose aparte brief van den 23:' xber: 1790. Wij begrijpen niet waar op het in uE: Con„ sideratie, voorkoomende bij voorm: uwer apparten brief van de 27. ' aug:s met be„ trekking tot de modliaars Tinne Roon„ De Savam en Goeneratne neer komt dat volgens uE: gevoelen 't gedepo„ onderwerping aan wijser gevoele, dat het neerde alleen tot narigt voor den aanstaende moet dienen, en niet ko„ kort na de herstelde rust in de Matu„ reesche dessavonie, niet roedbaem zoude danige aanmerking oet koomen, zijn om de hoofden na Colombo laeten op„ om daar op gedagte hoofde na koomen, nog minder eenige Iustitieele Colombo afteroeps, en voor eene ondersoeken na hun gedrag te laeten doe, wijl zulx aangesien de onrus„ Justitieele kommissie eenige tige gemoederen der ingezeeten en formeele ondersoeken te laaten toe nog niet genoeg bedoerd wae„ ven ligtelijk nieuwe onlusten zoude doen. Bij onsen brief van den 34:' hebben kunnen veroorsaeken, indien aug:s waar op voorsch: uwe brief gem: hoofden zig /:verondersteld:/ in antwoord diend, hebben we niets schuldig voelende en dus be„ diergelijks geschreeven wij hebben vreedd, dat hunne zaek bij on„ met betrekking tot deese hoofd„ derock zoude ontdekt worden, den bij brieve van den 17. ' augustus begreepen hadden dat zij door de woordelijk gesegd: „ De in landbche te zaemenrotting en de mis„ voegdheid des volks aan de hoofde die we uit hoofde van gang te houden van alle naspeu„„de ontvangene stukken denken, ringen na hun gedrag konden be„„ dat een hve beeter uijt de Ma„ areid raeken. Dier halve veronder„ „ tureesche dessaronce diene te wor„ stelde ik dat men het geene waer „de verwijderd zijn in onderheijd van men onderrigt was alleen tot na rigt voor den aanstaende moest „ de modliaes Tinnekoon, Goene„ neemen, waar door ik begreep dat „ratne en Detaram om hun direkt ma eerst na verloop van eenige teid moest op te ontbieden na Colombo, zoude, zoo bewerk stellen het geen men omtrend dee„ ze werkelijk schuldig zijn te groote se hoofden noodig oordeeld en waermede agterdogt bij hun verweke me men indien uwwel Edele gestr: groot achtb: dit mogte geroeden vanden zelfs hebben daerom besloots, om hun op een eerbiedige van den 27. aug:s Jongstleeden met teegenwoordig vertrouwelijke de d h 101 du bie 5066. Ik heb alteid gedagt, en men dit ook zoda„ vertrouwelijke wijse te doen bekend teegenswoordig een begin zoude kunnen worden dat de heer Gouverneur ver„ maeken, wijl nu reeds drie maenden na de onlusten verloopen zijn, en wij ons langd hun in persoon te spreeken, verzekeren moogen, dat het gros der en dat het zijn Edele mids dien ingeseetenen tot rust gekoomen is, en welgevaldigd zijn zal dat te voor ook uit loofde van de schikkingen een springtogt na Kolombo Roomen bij Mandaat ola van den 7:' Iulij Jol: in rust zal blijven, zoo deese Man„ Hier bij hebben we bevoolen, dat daat ola maer in allen deele gelijk de dessave van Mature bij een se„ behoord word nagekoomen. kreete brief zoude worden aange„ schreeven, om wanneer de voorsz: drie modliaars zijn E: versogte om een springtogt te doen na Kolombo hem dat te mogen toestaan, ten zij 'er reedenen waere die dit voor eerst mogten ontvaeden. op uE: explicatie bij uwen sekreeten brief van den 27. ' aug:s over het geene voorkomt bij uwe sekreeten brief van den 20. ' daar te vooren, en waar over wij een nadere op„ heldering gevraegd hebben bij on„ sen sekreeten brief van den 24.' derselver maand, merken wij voor 't teegenwoordige alleen aan dat zo men op zulk nig voorgesteld te hebben dat men op het ge„ deponeerde niet zodanig moet aangaen depositien, als uE: legd tot grond slag van uE: openie om er eene werkelijke beschuldiging teege die geeve waerteegen de depositie leggen nopens den Mahamodliaer, wil„ uitte trekken; maar dat men alleen het geen men wist voor den aanstaende tot narigt moest neemen Het geen ik de aangaan, niemand voortaen verzeekert zoude zijn van dus van de mahomodliaar als van hooren zeggen, gesegd heb meer ik eer„ biedigen met onderwerping zijn eer, nog van zijn leven aan a. s
English
to wiser judgment, that this can be regarded as no open or real thoughts of mine with respect to him. Far be it from me that, as long as I produce no convincing evidence or as long as this man enjoys the special trust of Your Right Honourable and Highly Respected Sir, I should advance anything as my opinion by which his, and consequently Your Right Honourable and Highly Respected Sir's placed trust, could be compromised. It would certainly have been desirable that Maddogodde Appoo could have been detained here at Galle, but no matter how much I diverted him from one day to the next, this was not possible for me, or else I would have had to have him detained, which certainly was not feasible with the passport given to him and the added instructions proving it; the intention was to bind this man to our interests through benevolence, in order to make use of him when occasions arose. I have given Madoegodde Appoo my permission that he should depart for his house and family, but did not determine the day of his departure; at the same time dissuading him as much as possible from this departure; nevertheless he departed quietly. I have already had the honour to convince Your Right Honourable and Highly Respected Sir how much trouble I have taken and am still taking to bring this villain to Galle or otherwise into our custody; and I still hope that this will happen soon. It would certainly have been desirable that Madoegodde Appoo could have been detained at Galle, even if he had shown some displeasure about it. He was precisely for that reason appointed Mohandiram of the Galle guard, so that one would have a reasonable pretext to keep him out of the Matara dissavony. It is not clearly apparent from your secret letter of 27 August whether Maddoegodde Appoo departed quietly and without having Your Honour's permission from Galle to Matara, but we think we may establish from what we have noted above that Your Honour gave him no permission for this, and it would therefore have been desirable that Your Honour, as soon as it became known that he had left Galle, had been able to find an opportunity to immediately send people after him in order to recall him and, if necessary, bring him back against his will and inclination if he refused to come. We desire to know the reasons why this was not done. [illegible] It was certainly not for lack of will, but rather the ability failed him to cause any real disturbances, unless he were supported by more powerful persons than himself; and if he is not supported, he will be apprehended and delivered up very quickly. It has caused me not a little suspicion that the headmen themselves have not apprehended this villain up to now, and I have read this notification with pleasure because I assume that the contents of the mandate, even though he also receives assistance, will never be the aim of our good efforts; and this too being ordered, will be accomplished. [illegible] to bring the Matara dissavony into unrest once again. We shall shortly appoint some servants for Matara and have them depart thither as soon as possible, to be employed by the Honourable Dissava of Matara as needed and as circumstances require; meanwhile, Your Honour must instruct the Honourable Matara Dissava to ensure that the arrangements made by Your Honour's mandate of 7 July are strictly executed. I am also of this opinion and believe that his abilities would never be sufficient. I have herewith, to the best of my abilities, answered the honoured letters of Your Right Honourable and Highly Respected Sir of 17 and 23 December last; and hope sincerely that Your High Honour's esteemed intention will be satisfied and no further explanation will be necessary. I testify uprightly that I have not been able to express myself more clearly than I have done up to now. Furthermore, I very respectfully and heartily request Your Right Honourable and Highly Respected Sir to be assured that my aim in drawing up my secret report, and the further account given in this letter, was by no means to cause anyone, whoever he may be, any grief: I would gladly have passed over everything in silence had I not held myself bound and entitled, by oath and duty as Commander of Galle and as a fellow member of the Council of the Ceylon Government, to submit my considerations concerning the Matara matters to Your Right Honourable and Highly Respected Sir. I testify that my proposals were intended more to derive therefrom the necessary information in investigating the origin and the driving forces of the recent unrest, and in taking measures for the future, than to point out and explain private neglects that have no bearing on the service of the Honourable Company and the well-being of land and people.
Dutch transcription
aan wijser gevoelen dat als geene openne of werkelijke gedagten, van mijn ten zijne opzigte kan aangemerkt worden. Het zij verre van mij, dat of solange ik geene overtuigende bewijse produceere of zoo lange dees man uwel Edel„ Gestr: groot Achtb: besondere vertrouwe geniet, iets als mijne opinie zal avanceeren waar door zijn en, en bij gevolg uwel Edele Gestr: Groot Achtb: geplaast vertrouwen ten toon gesteld konde worden. Het waere zeeker te wenschen ge het waere wel te wenschen geweest, dat Madoegod de Appoe te Gale hadde weest, dat Maddoe god de appoe hier te Gale had kunnen worden kunnen worden aangehouden, al was het aangehouden, dog hoe zeer ik hem ook dat hij daar over wat misnoegen ook van de eene dag tot de andere gediverteerd heb, wat mij dit niet liet blijken. Hij was even daar om moogelijk of ik had hem moeten tot mohandiram van de Gaalsche gewege laaten vast zetten het welk zeker arde aangesteld, op dat men een billijk bor molief zoude hebben, om hem uit de wed lijk niet bestaen baer was, met Matureesche dessaronce te houden. Het het aan hem gegeeven porton en toegevoegde geinst: bewees; De blijkt wel niet klaarlijk uijt uwen sekreeten brief van den 27:' aug:s of word intentie was om deese man door weldoeten aan ons belangen te„ Maddoegodde appoe stil en zonder da verbinden ten einde van hem bij voor vallende geleegendheeden, toe uE: verlof te hebben is vertrokken van Gale na Mature, dog we gebruik te maeken. denken uijt het geen we hier bo„ Jk kab Madoe godde Appoe mijne toestemming gegeeven, dat sij na„ ven hebben aangemerkt te moogen zijn huijs en balid zoude vertrekken vast stellen dat us hem daar k dog de dag van zijn vertrek niet bepaeld; hem teffens zoo veel moe„ toe geen verlof gegeeven heeft, gelijk van dit vertrek die vertee„ en het waare daar om wel rende; agter is hij stil vertrokke. Ik heb reeds de Eere gehad uwelEdele te wenbchen geweest, dat uE: gestr: Groot achtb: te overtuigen, zoo dra het bekend wierd love veel moeite ik wij gegeeven heb en nog geeve om deese boos„ dat hij zig van Gale hadde wigt na Gale of anders in onse weggepakt, geleegendheid had geweld te bekoomen; en ik heb als nog hoop dat dit spoedig zal ge„ kunnen vinden om hem da„ schieden. delijk volk agter na te zende, ten einde hem terug teroepen, en hem des noods tege wil en dank terug te brengen zo bij weijgerde te koomen w verlange te weeten de reedenen waerom dat zulks niet is geschi Ik dit den oog Het 91 zel to de van der de telj 2 w van 5067. het heeft hem zeekert niet aan de wil maar dan het vermooge geha„ kunnen worden om eenige reëele beweggingen perd om de Matureesche dessa, te veroorsaeken ten zig lig door meer vermogen„ der dan hij ondersteund worde en zoo hij niet vonie andermaal in onrust onderstaend word zal hij wel heel scheelijk op„ gevat en geleeverd zijn Het heeft bij mij niet weinig suspitie veroorsaekt dat de hoofden te brengen. zelfs, dat zijne vermorgens nooit toerijkende dese boodewigt tot nog toe niet opgevat en We zullen eerst daegs eenige bediends ik heb deese aanschrijving met verge„ voor en al eer de dessave Ruket eenige appoincteeren voor Mature en die ten vawoegen geleesen wijl ik verondersteld, dat eerste laaten vertrekken na derwaards om door den E. dessave van Mature te den inhoud der Mandaat -da hoe zeer kunnen worden geemploijeerd na benoodigd„ heid, en bevinden van zaeke intusschen moet uE: den E. Matureesche des sare re„ kommandeeren om te zorge dat de schikingen gemaekt bij uE man„ doet van den 7:' Iuli naauwkeu„ rig worden uitgevoerd. mede assistensie bekomt, nooit het oogmerkt van onse goede pogingen; en dit ook aan bevoole is zullen volbragt Ik heb hiermeede na mijne beste vermogens uwel Edele gestr: groot agtb: d'eerde brieven van den 17:' en 23:' 2ber: jongstleeden beantwoord; en hoope hortelijk dan aan Hoog derselve g'eerde intentie zal voldae; en geene na„ dere opheldering meer noodig zijn. Jk betuige oprecht mij niet duij„ delijker te hebben kunnen expliceeren dan ik tot dus verre gedaan hebbe. voorts versoeke ik uwel Edele gestr: Groot achtb: zeer eerbiedig en har„ telijk zig tewillen versekerd houden, dat mijne oogmerk bij het opstellen van mijn gehem rapport, en de bij deese brief gedaene nadere verantwoording geen„ zints geweest is, om iemand wil hij ook hij eenige verdreet aantebrenge: Jk zoude gaame alles met stelswijge hebben voor bij gegaan indien ik mij met eed-e- pligt-halven als kommandeur van Gale en als meede lid van de raad der Ceilon„ sche oegering hadde verpligt en geregtigd gehoude om over de Matureesche zoeke uwel Edele Gestr: groot achtb: mijne bedenkingen voor te stellen. Jk betuige dat mijne voorstellen meer gerigt waere om daar uit het noodige tot narigt te naamen in het ondersoeke na de oorspronk en de drijf veeren van de laatste onlusten, en in de teneemene moetzegele voor den aanstaande, dan tot aan„ weising en ophelderinge van particuliere versuimenissen die tot den dienst van de Ed: Komp: en het wel zijn van land en volk geen betrekking hebben: uwel Ik ben dit meede van gevoelen en geloof„ geleeverd hebben. d ij de Het e worden. bo„ ge aar — d „ g 3
English
Examined. Your Right Honourable Lordships will readily understand that if I had wished to insult or expose anyone, I would have done so not in secret but by public papers. I repeat that all that has been written by me may serve for Your Right Honourable, Severe and Grand Lordships' information in the investigation into the cause of the revolt and in the making of proper arrangements for the future, praying that you may be pleased to accept what is good in my proposals and reject what is bad in them, and furthermore to be so good as to demand no further clarifications from me that do not concern the service and the well-being of the inhabitants, since I cannot explain myself more clearly than I have done thus far, and also feel myself entirely unsuited to put to paper extensive discourses upon which nothing would remain to be said; and should anything unreasonable appear in my writings, I prefer to submit myself to the direct judgment thereof rather than give greater displeasure by an unpolished pen. I commend myself to Your Right Honourable, Severe and Grand Lordships' continuing favor, with which I have thus far found myself honoured, and subscribe myself with deepest respect. Below stood: Right Honourable, Severe, Grand and High Commanding Lord, Your Right Honourable, Severe and Grand Lordship's very humble servant. Signed: P: Sluijsken. In the margin: Gale, the 20th October Anno 1790. Agreed, Wijbrands, clerk. LV: Dinde No. 5. 5070. 5076. 5. 22. — - - - 18. 22. — - - - 17. 11. — - - - - . 14. 11. — - - - - - - 16. —. — - - - - - 6. 33. — --- 14. 33. — Extract Narrative: Leases of the Company's and of the Monsoons Maha and in the Dessavony of Matara, accounts of the under Diverse Thursday, the 12th August 1790. In the investigation that is presently underway, the validity or invalidity of the complaints will likely also become clearer, namely that the overseers of the gardens had applied themselves to the... 5.068 To the Right Honourable Commanding Lord Mattheus Petrus Raket, Senior Merchant and Second of the Galle Commandment, as well as Dessave of these Lands. Right Honourable Commanding Lord, To comply with the requisition in the much-esteemed Galle letter of the 28th September last past, the undersigned takes the liberty respectfully to inform Your Right Honourable and Commanding Lordship that to the servants who have worked in the cinnamon and other plantations, no maintenance of paddy has been issued directly to themselves or to each one individually, but that the arachchies, kanganies, and other overseers of the plantations, who brought the warrants to the undersigned, 397. 12. -. —: — - — 22. —. 1. 38. ½. 2. 22. — 8. 22. — —. 16½. 7. —. — 5. —. — 1. 11. — 3. —. — 6. 11. — 1. 11. — 1. 11. — 9. 22. — 13. —. — Extract Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. No. 4. - - - - 11. 11. —. - - - - - 4. —. —. 7 1. —. —. — 33. —. 1. 11. — 8. — — 7. — — 7. —. — 7. 22. — 7. 22. — 3. —. — 16. — — 3. 22. — 4. 8. 22. — 4. —. — 4. 22. — 2. —. — 7. — — – – – – 12. — — - - - - 5. — 16. —. — 23. —. —. . 75. —. — Examined. Your Right Honourable Lordships will readily understand that if I had wished to insult or expose anyone, I would have done so not in secret but by public papers. I repeat that all that has been written by me may serve for Your Right Honourable, Severe and Grand Lordships' information in the investigation into the cause of the revolt and in the making of proper arrangements for the future, praying that you may be pleased to accept what is good in my proposals and reject what is bad in them, and furthermore to be so good as to demand no further clarifications from me that do not concern the service and the well-being of the inhabitants, since I cannot explain myself more clearly than I have done thus far, and also feel myself entirely unsuited to put to paper extensive discourses upon which nothing would remain to be said; and should anything unreasonable appear in my writings, I prefer to submit myself to the direct judgment thereof rather than give greater displeasure by an unpolished pen. I commend myself to Your Right Honourable, Severe and Grand Lordships' continuing favor, with which I have thus far found myself honoured, and subscribe myself with deepest respect. Below stood: Right Honourable, Severe, Grand and High Commanding Lord, Your Right Honourable, Severe and Grand Lordship's very humble servant. Signed: P: Sluijsken. In the margin: Gale, the 20th October Anno 1790. have monthly received the quantity of paddy stated therein, calculated at 2 parras per man. But since, in the aforementioned warrants, with the exception of those for the last seven months, it is not specially mentioned how many head worked in each garden or plantation, the undersigned finds himself unable to specify in particular the number of servants who worked from the beginning (or already from the month of May 1789) in the garden at Kapugama, but can state that from the first of November Anno 1789 until the ultimate of March last past, maintenance was provided monthly for 30 head, and in the following month of April for 20 head of servants for the service of the said garden at Kapugama, which was monthly received by Pallawille Don Dinees Ratnaike, arachchi. Furthermore, the undersigned calls himself with much respect and high esteem, below stood: Right Honourable Commanding Lord, Your Right Honourable and Commanding Lordship's humble and dutiful servant, GV: DLinde. Signed.
Dutch transcription
Nagezien uwel Edele Groot Achtb: begrijpen ligtelijk, dat indie ik iemand persoon had willen beleedige of te toon stellen ik dat niet in het geheim maar bij publiek papeeren zoude gedaan hebben: Jk her zegge al liet door mij geschreevene mooge tot uwelEdele Gestrenge Groot achtb: narigt dienen/ in het ondersoeke na de oordrek van de revolte en in het maeken van goede schikkinge voor de aanstaende, hoog deselve geleeve het goede mijnen voor„ stellinge te accepteeren en het slegte daer van te verwerpen en voorts zoo goed te zijn van mij verder geene ophelderinge aftevraegen die geen betrekking tot den dienst en het wel zijn der Jngezeetene hebbe, wijl ik mij niet duidelijken expli„ ceeren kan als ik ut dus verre gedaen heb, en mij ook gantsch niet geschikt voele uit gebreide verhandelinge, waar op niets zoude te zeggen vallen ten papier te brengen, en mogte bij mijne geschrifte iets onreedelijks voorkoomen wil ik mij leever aan de directie uitspraek daer over onbe„ schaafder per, meerder ongenoege te geeven Jk beveele mij in uwel Edele Gestr: Groot achtb: aanhoudende gunste waermede ik mij tot dus verre heb vereerd ge„ vonden en onderteekene mij met verlist onzag /onder„ stond:/ wel Ed: Gestr: Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer uwer wel Ed: Gestr: Groot achtb: zeer onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ P: Sluijsken /:in margine:/ Gale den 20.:' oktober Anno 1790. Akkordeert Wijbrands eklerk LV: Dinde No. 5. 5070. 5076. 5. 22. — - - - 18. 22. — - - -„ 17. 11. — - - - - . 14. 11. — - - - - - - 16. —. — - - - - - 6. 33. — --- 14. 33. — aml: Nar: erpagtinge van 'sComp„s en van de Moussons Macha en in de Dessatonre van Matiore, ningen van de onder Diverse Donderdag Den 12:' augustus 1790. Bij het onderzoek dat thans onderhanden is, zal waarschijnlijk ook nader blijken de gegrondheijd of ongegrondheijd der klagten, dat, de opzigters der tuuinen zig daar op zouden hebben toegelegd, om de hij 5.068 Aan den wel Ed: gebiedende Heer Mattheus Petrus Raket opperkoopman en sekunde van het gaals Commandement mits „gaders dessave deezer Landen. Wel Edele gebiedende Heer. om aan het requisiet bij veel g' eerden Gael schen brief van den 28:' 7ber: Jongst leeden tevoldoen, gebruik de ondergeteekende de vrij „heijd uwel Edele gebiedende eerbiedigst te be- rigten. Dat, aan de dienstelingen dewelke in de kanneel en andere Plantagien hebben ge arbeijd geen onderhout van nelie aan zig zelven of aan elk men bijzonder verstrekt zijn, maar dat de arraetjes, kangaans en verdere opzigters der plantagien, wien de ordonnanties bij den ondergeteekende bragten, tere 397. 12. -. mimm —: — - — 22. —. 1. 38. ½. 2. 22. — 8. 22. — sse. . . . . . . . . —. 16½. 7. —. — 5. —. — 1. 11. — 3. —. — 6. 11. — 1. 11. — 1. 11. — 9. 22. — 13. —. — Extrakt Schreate Resolutie genoomen in raede van Ceilon. de: it voor „ sch op te No. 4. aan en - - - - - - - . - — .. . . . . . . . . - --— - . — . . . . - - - - - - - 11. 11. —. - - - - - 4. —. —. 7 - - - - - - ve - - - - elle - - . 1. —. —. fle. - - - — 33. —. - - -- -- 1. 11. — 8. — — 7. — — 7. —. — 7. 22. — 7. 22. — 3. —. — — . . „ -- --- - - - . - ---- . . - - „ 16. — — 3. 22. — 4. 8. 22. — 4. —. — 4. 22. — 2. —. — 7. — — – – – – 12. — — .. - - - - 5. — „ - - - - - - 16. —. — Ca - - - - - - 23. —. —. . 75. —. — af op. Nagezien uwel Edele Groot Achtb: begrijpen ligtelijk, dat indien ik iemand persoon had willen beleedigh of te toon stellen ik dat niet in het geheim maar bij publiek papeeren zoude gedaan hebben: Jk her zegge al liet door mij geschreevene mooge tot uwelEdele Gestrenge Groot achtb: narigt dienen, in het ondersoeke na de oordrck van de revolte en in het maeken van goede schikkinge voor de aanstaende, hoog deselve gelieve het goede mijner voor„ stellinge te accepteeren en het slegte daer van te verwerpe, en voorts zoo goed te zijn van mij verder geene ophelderinge aftevraegen die geen betrekking tot den dienst en het wel zijn dit niu niet duidelijken expli„ der Jngezeel leeren kan als niet geschi„ niets zoud bij mijne ge mij leever Schaafder Jk beveele in„ guinste na vonden en stond:/ wet uwer weld /:was geteek 20: ott de daar bij vermelde quantiteijd nelie geree= kent â 2: Parras perman, smaendelijks ontvangen hebben. Dan dewijl bij gem: ordonn: uitgezonderd, die van de laest zeeven maenden„ niet speciaal vermeld, staan hoe veel koppen in elk tuijn of plantagie arbeijden, zoo vind de teekenaar niet in staat om het getal der dienstelingen die van den beginne (of van de maand Maij 1789 al, in de tuijn te kappoegam me hebben gearbeijd bezonder te kunnen opgeeven, maar wel dat van Primo vaaat Novemb=r. A 1789: tot ult:o Maart jongst leeden 'smaends voor 30. koppen, en in de maand april daar„ aan voor 20. koppen dienstelingen ten dienste van meerm: thuijn te kappoegamme onderhoud verstrekt zijn het geen door Pallawille Don Dinees Ratnaike arraetje maendelijks ont„ „vangen is. overigens noeme zig de ondergeteekende met veel eerbied en hoog agting /:onderstont :/ wel Edele gebiedende Heer uwel Edele gebiedende onderdanigen en Trouwschuldigen Dienaar GV: DLinde /:was. „ „
English
5076. 5070. of the Moussous Macha and hereditary leases of the Company's and Thursday the 12th of August 1790. In the investigation that is currently underway, the validity or invalidity of the complaints will likely also become clearer, namely that the overseers of the gardens supposedly made a point of letting the fences 50.69. was signed J: Frankena at the side Matara the 6th of October 1790. Below stood: agrees C: L: B: van Albedijke, Secretary signed n below stood: agrees was signed: G: Jan Sijbrands, First Sworn Clerk. clerk amunam marakkal - - 17. 11. — 16. — — - - - - 3. 22. — 5. 22. — 18. 22. — 4. 8. 22. — 4. — — 4. 22. — 2. —. — 13. —. — 1. 11. — 9. 22. — 7. 22. — 7. 22. — 7. —. — 6. 11. — 7. — — 8. — — - . -. 1. 11. — - . — 3. —. — . - . . 5. —. — - - - 1. 11. — - - - - 11. 11. —. - - - - - 4. —. —. we - - - - 7. —. — - - - - - 8. 22. — - - - - 2. 22. — sse. - . . . . . . —. 16½. elle - - . 1. —. —. fle. . . . — 33. —. —: — — 22. —. 1. 38. ½. ƒ —i -- 14. 33. — -- -- 16. —. — - 3. —. — - - - 1. 11. — - - - - . 14. 11. — - - - - 6. 33. — 397. 12. -. 7. — — - - - - 3. - - - - - - - 16. —. — – – – – 12. — — . . . - -. 15. —. — C - - - - - - 23. —. —. -. - —— . . . - - - - - in the Disavony of Matara, collections of the under various Extract Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Agrees Sijbrands No. 5. from gs re b=t g ds - - - - --- .. - -- - -- . . - - -- -. - - off. on. more Your Right Honourable Noble Grand Worships easily understand that if I had wanted to insult or expose any person, I would not have done so in secret, but by public papers: I say again may all that was written by me serve for the information of Your Right Honourable Valiant Grand Worships, in investigating the cause of the revolt and in making good arrangements for the future, hoping that you may be pleased to accept the good in my proposals and reject the bad thereof, and further to be so good as not to ask me for any further explanations that have no relation to the service and the well-being of the inhabitants can live as not happened would nothing at my my life Schaafder I commend myself favour after found and stood: know of your was signed 20. October This now not clearly explained Checked JJLuide x LV: D: Linde Checked No. 5. 5076. 5070. hereditary leases of the Company's of the Moussous Macha and amunam marakkal --- 14. 33. — - - - - . 14. 11. — 8. 22. — Thursday the 12th of August 1790. In the investigation that is currently underway, the validity or invalidity of the complaints will likely also become clearer, namely that the overseers of the gardens supposedly made a point of letting the fences be broken to pieces, in order thereby to have the opportunity to impound the cattle of the inhabitants. The former Dissave of Matara and present provisional Head Administrator, having been questioned about this, has declared that he cannot recall that any complaints were ever or at any time brought to him concerning such malicious conduct of the overseers of the gardens. That he has sought as much as possible to accommodate the public regarding the impounding of cattle. That it would certainly be very rash to attempt to give an exact account of all cattle that were impounded in the plantations and brought to Matara, nor by some of the mutineers who claimed to be the owners of those cattle, successively ten head of the said cattle were returned to the complainants by order of the said Right Honourable Lord Commander. more 397. 12. -. mi le. - — 33. —. —- - — 22. —. 2. 22. — . 16½. - - - - 8. 22. — we - - - - 7. —. — 3. —. — 5. —. — 1. 11. — - - -. 1. 11. — - - - - 11. 11. —. 8. — — - - - - - 4. —. —. 6. 11. — 1. 11. — 1. 11. — 5. 22. — 3. 22. — collections of the under various in the Disavony of Matara, Extract Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. also: That: t for o 35, on. off. -- C - - - - - 23. —. —. - -- 16. —. — - - - - 6. 33. — -- -- - . - - - - - 16. —. — – – – – 12. — — —. - - 17. 11:— 16. — — - - 18. 22. — 4. 4. —. — 4. 22. — 2. —. — 13. —. — 9. 22. — 3. —. — 7. 22. — 7. 22. — 7. —. — 7. — — . . . - . . . . . -. .. —— - - - . - - - - - - - - - — - -- --- - - - - ---- . . . - — 7. — — 5. --. 75. —. — - - — . . . . --- - -- sse.. elle - - - 1. —. —. - - 1. 38.½. Checked person had wanted secret but all that was written by Grand Worships: of the revolt the future proposals to and further so to ask of me that of the inhabitants can learn as not happened would not at my my life Schaafder I commend favour after found and stood: know of your was signed Your Right Honourable Grand also which of the inhabitants have paid any fine for the impounding of their cattle in the plantations, as it is hardly possible for one to recall such minor settlements of matters among thousands of greater importance. That he believes, however, that it is estimated very high if he assumes that there are ten persons who have paid a small fine of two or more schellings according to the wealth of the owners for their impounded cattle, and which fine was distributed among those who had impounded the cattle, whereas on the other hand there are perhaps a hundred who received their cattle back without paying any fine; that this fine was taken only in such cases where it appeared that the owners out of malice refused to watch their cattle, and to whom their impounded cattle had repeatedly already been returned without any fine. That such cattle, of which after the lapse of several days no owners appeared at Matara, were according to ancient custom handed over to the customary. L: D Linde 20. Oct
Dutch transcription
5076. 5070. van de Moussous Macha en erpagtingen van 'sComp„s en Donderdag Den 12:' augustus 1790. Bij het onderzoek dat thans onderhanden is, zal waarschijnlijk ook nader blijken de gegrondheijd of ongegrondheijd der klagten, dat de opzigters der tuijnen zig daar op zouden hebben toegelegd, om de hij 50.69. /was geteekend/ J: Frankena /:bezijden:/ Mature den 6: 8ber: 1790. /:onderstont:/ accordeert C: L: B: van Albedijke sekretaris /geteekend/ n /:onderstont:/ accordeert /:was geteekend:/ G: J=n Sijbrands, E: G: Clerk. klerk amm: Mar: - - 17. 11. — 16. — — - - - - 3. 22. — 5. 22. — 18. 22. — 4. 8. 22. — 4. — — 4. 22. — 2. —. — 13. —. — 1. 11. — 9. 22. — 7. 22. — 7. 22. — 7. —. — 6. 11. — 7. — — 8. — — - . -. 1. 11. — - . — 3. —. — . - . . 5. —. — - - - 1. 11. — - - - - 11. 11. —. - - - - - 4. —. —. we - - - - 7. —. — - - - - - 8. 22. — - - - - 2. 22. — sse. - . . . . . . —. 16½. elle - - . 1. —. —. fle. . . . — 33. —. —: — — 22. —. 1. 38. ½. ƒ —i -- 14. 33. — -- -- 16. —. — - 3. —. — - - - 1. 11. — - - - - . 14. 11. — - - - - 6. 33. — 397. 12. -. 7. — — - - - - 3. - - - - - - - 16. —. — – – – – 12. — — . . . - -. 15. —. — C - - - - - - 23. —. —. -. - —— . . . - - - - - in de Dessatonrie van Matiore, ningen van de onder Diverse Extrakt Sekreate Resolutie genoomen in raede van Ceilon. Accordeert Sijbrands No. 5. ver „ gs re b=t g ds - - - - --- .. - -- - -- . . - - -- „ -. - - af. op. tere uwel Edele Groot Achtb: begrijpen ligtelijk, dat indie ik iemand persoon had willen beleedige of te toon stellen ik dat niet in het geheim maar bij publiek papeeren zoude gedaan hebben: Jk her zegge al liet door mij geschreevene mooge tot uwelEdele Gestrenge Groot achtb: narigt dienen/ in het ondersoeke na de oordrck van de revolte en in het maeken van goede schikkinge voor de aanstaende, hoog deselve geleeve het goede mijner voor„ stellinge te accepteeren en het slegte daer van te verwerpen, en voorts zoo goed te zijn van mij verder geene ophelderinge aftevraegen die geen betrekking tot den dienst en het wel zijn der Jngezeel leeven kan als niet geschi„ niets zoud bij mijne ge mij leeven Schaafder Jk beveele m gunste na vonden en stond:/ wet uwer wel /:was geteek 20. okt Dit nu niet duidelijken expli„ Nagezien JJLuide x LV: D:Linde Nagezien „ No. 5. 5076. 5070. erpagtingen van sComp„s van de Moussous Macha en amml: Mar: --- 14. 33. — - - - - . 14. 11. — 8. 22. — Donderdag Den 12:' augustus 1790. Bij het onderzoek dat thans onderhanden is, zal waarschijnlijk ook nader blijken de gegrondheijd of ongegrondheijd der klagten, dat de opzigters der tuijnen, zig daar op zouden hebben toegelegd, om de hij „ningen telaaten stukken breeken, ten eijnde daar door geleegendheijd te hebben, om de koebeesten der ingezeete= nen te kunnen opvatten. De gewesene dessive van Matura en presente P=l hoofdadministrateur, hier nagebraegd zijnde, heeft verklaerd, dat hij sig niet weet te herinneren dat er immer of ooit bij hem omtrent een zulk boosaerdig gedrag der opzigters van de tuijnen eenige klagten zijn ingebragt. Dat hij zoo veel moogelijk geweest is het algemeen in het opvatten der beesten heeft zoeken tegemoet te koomen. Dat het zeeker zeer gehaaardeerd zoude zijn om eene Juste opgaeve van alle beesten die in de Plantagies opgevat, en na Mature opgebragt zijn te willen doen, nog door sommige der muijtelingen die voorgaeven eijge naars dier beesten te tweesen, successief tien stuks van gedagte beesten ter ordre van welgem: E: E: agtb: heer Commandeur aan de klagers gerestitueerd zijn tere 397. 12. -. mi le. - — 33. —. —- - — 22. —. 2. 22. — . 16½. - - - - 8. 22. — we - - - - 7. —. — 3. —. — 5. —. — 1. 11. — - - -. 1. 11. — - - - - 11. 11. —. 8. — — - - - - - 4. —. —. 6. 11. — 1. 11. — 1. 11. — 5. 22. — 3. 22. — ninge van de onder Diverse in de Dessatorie van Matiore, Extrakt Sehreate Resolutie genoomen in raede van Ceilon. ook: Dat: t oor o 35, op. af. -- C - - - - - 23. —. —. - -- 16. —. — - - - - 6. 33. — -- -- - . - - - - - 16. —. — – – – – 12. — — —. - - „ 17. 11:— 16. — — - - 18. 22. — 4. 4. —. — 4. 22. — 2. —. — 13. —. — 9. 22. — 3. —. — 7. 22. — 7. 22. — 7. —. — 7. — — . . . - . . . . . -. .. —— - - - . - - - - - - - - - — - -- --- - - - - ---- . . . - — 7. — — 5. --. 75. —. — - - — . . . . --- - -- sse.. elle - - - 1. —. —. - „ - 1. 38.½. Nagezien persoon had wi geheim maar al liet door Groot achtb: van de vero den aanstaen stellinge te en voorts 2d aftevraegen d der Jngezeel leeren Ran als niet geschi„ niet zoud bij mijne ge mij leeven Schaafder Jk beveele in guinste na vonden en stond:/ wet uwer wel /:was geteek uwel Edele Groe ook welke de inwoonderen, voor het opvatten van hunne beesten in de plantagien eenige boete betaal hebben alsoo het niet welmoogelijk is, dat me„ zig diorgelijke kleine afdoeningen van zaeken onder duij zenden van meer belang alle te binnen kan brengen. Dat hij intusschen geloost, dat het zeer hoog gereekend is, zoo hij aanneemt dat er tien, perzoonen zijn die, eene kleijne geld boek van twee en meer schelling na maete van het vermoogen der eijgenaars voor hunne opgevatte beesten hebben betaalt en welke boete onder hen die de beesten op gevat hadden verdeeld wierd terwijl daar en teegen misschen hondert zullen, zijn, die hunne beesten zonder eenige boete te betaelen weeder te rug bekoomen hebben, dat dese boete alle „nig genoomen is in zulke gevallen waar bij het bleek dat de eijgenaars uit kwaadaerdigheijd op hunne beeften niet wilde passen, en aan de welke te meermale reeds hunne opgevatte beesten, zonder eenige boete waere terug gegeven. Dat zulke beesten, waar van na verloop van eenige daegen geene eijgenaars op Mature gekoomen zijn na ouder gewoonte zijn overgegeeven aan de ge= woone. L: DLinde 20. ok