Inventory 3891
Ceylon · 858 pages · 160 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
4373 Hijbrands First Clerk From the gammedda there is no other news, nor has it been cleared any further, than what I already previously had the honor to report to Your Honorable. Only that there are 2000 guns and together with the Disava's men 3600 heads. From Hireoewolle, along which the Disava of the 4 Korles and of the Moors is expected to arrive, the road has been cleared. 2 roads East-West and South-West are designated for the coming and going of people, and one for the Disava. At night, that Disava, aged 25 years, disguised himself in black and went to sleep with 10 confidants across the field to be found there into the woods, where a small house had previously been built. There is also much talk of his dismissal if he did not go to Silauw within 8 days. His armed men still consist only of Lascorins, the notorious mandue ettos, and batjas. From Gallelle to the gammedda were 7 guard posts, and above the gammedda towards his sleeping place. [illegible] Right Honorable Sir! Governor 5040 Checked Aremekez At Manaar 100 guns and 600 lb of sulfur had been purchased, of which 12 pieces had already been brought to the gammedda. The sulfur and remaining guns, to collect which 5 persons with a large number of buffaloes were to be sent, were buried near a Moorish priest, Alim Saijboe, living close by on the sea side of the Putulang district next to his house. The sulfur and guns are said to have been purchased at Jaffena. Yesterday, for communication purposes, I also had a road reported to me from Putulang which was cleared and lies before the command of Alloegolle and Maningomme, through the 12 Pattus and 7 Korles could be traversed, if Your Honorable might at some time order me to transmit it. From this it appears that Putulang is only 11 miles away from here. I have the honor to be with deepest respect, Below stood: Right Honorable Sir! Your Honorable's obedient servant, Was signed: C. v. Pratau In the margin: Pittigodde, the 13th of July 1791. Below stood: Agrees. Was signed: J. G. Renker, authorized. Agrees. Hijbrands No. 20. First Clerk 4376. The named Hitiani, coming from Bande Quedere in the Seven Korles, deposed that persons charged with the orders of the King proceeded on the 12th of the current month to Beligale in the Four Korles and from there to Degammedde in the Four Korles. He heard it said that it was specified that the Disava of Saffragam had complained to the King about the inaction of the two other Disavas, of whom one, the Adigar, occupied himself only with religious works, and the other sought only to fill his coffers by extortions which had already indisposed the people of his district [illegible] Translated report made by the Lascorin Soepermanien and the Moor Minapoelle, who keep guard in the Rasawannia Pattu at the villages of Kottoekatsche and Miettiwaijel, as follows: That they have learned from bystanders that the Mohandiram of Walpaloewe with some men is about to arrive at Kottoekatthe within the King's limit in order to maintain a post there. The ola signed by the above-mentioned two persons. Below stood: For the translation, Putulang the 15th of July 1791. Was signed: C. Fostij, Secretary. In the margin: Note: the village of Cotte Cattie, in the Razewannie Pattu; half of this belongs to the Company and the other half to the Kandyans. [illegible] Agrees. Hijbrands Report Honorable Sir! Governor 5040 At Manaar 100 guns and 600 lb of sulfur had been purchased, of which 12 pieces had already been brought to the gammedda. The sulfur and remaining guns, to collect which 5 persons with a large number of buffaloes were to be sent, were buried near a Moorish priest, Alim Saijboe, living close by on the sea side of the Putulang district, next to his house. Report made by the Lascorins Selemberen, Zaken, and the Moor Oessena Poelle, who keep guard at Maankollom and Namajie, being in the Koemakemannia Pattu, as follows: That they had seen that a certain Matteme Mohandiram, together with the Korals of Kieriemoestiawe and Werdete, arrived one and a quarter miles above the limit of the Honorable Company on their territory at the village of Kareankallie with 12 men, bringing along five firearms in order to maintain a post there, and at the same time ordered the inhabitants of the said village to chop some timbers for the construction of a gravet. The ola signed by the above-mentioned three persons. Below stood: For the translation, Putulang the 15th of July 1791. Was signed: C. Fostij, Secretary. Agrees. Hijbrands, First Clerk 4376. The named Hitiani, coming from Bande Quedere in the Seven Korles, deposed that persons charged with the orders of the King proceeded on the 12th of the current month to Beligale in the Four Korles and from there to Degammedde in the Four Korles. He heard it said that it was specified that the Disava of Saffragam had complained to the King about the inaction of the two other Disavas, of whom one, the Adigar, occupied himself only with religious works, and the other sought only to fill his coffers by extortions which had already indisposed the people of his district [illegible] [illegible] Honorable Sir! Governor 5048 Checked At Manaar 100 guns and 600 lb of sulfur had been purchased, of which 12 pieces had already been brought to the gammedda. The sulfur and remaining guns, to collect which 5 persons with a large number of buffaloes were to be sent, were buried near a Moorish priest, Alim Saijboe, living close by on the sea side of the Putulang district, next to his house. No. 21.
Dutch transcription
4373 Hijbrands Vegkeerk je degammedde is nog geen ander nieuws, niet meer schoongemaakt, dan reets bevoorens aan uwel Edele Geb: de eere ge„ „had heb te berigten. eenelijk zijn daar 2000. geweeren en met Dessaves volk zaamen 3600. koppen. van hireoewolle daar langs de Dessave der 4. Korls en der mooren staat verwagt teworden, is de weg gezuijverd, 2. wegen O:t W:t en Z:d W: zijn voor de aan en afloopende menschen, en een voor den Dessave be„ paald. 'snagts verkleede zig die dessave oud 25. Jaaren in zwart en gaa met 10. vertrouwelingen over 't daar te vindene veld in de bos, waar voor heen een klijn huijsje gebouwd was slaapen. Men spreeke ook veel van zijn afzetting zo hij binnen 8: daagen niet na silauw ging. zijn gewaapend volk bestaa, als nog maar in Laskorijns de berugten mandoe ettos en baatjes. Van Gallelle tot de gammedde waaren 7. wagt posten, en 't boven de gammedde na zijn slaap plaats toe. van VE te Creeten wel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duyde nvan gunstige dezelve in Rapport Achtbaaren Heer! afs: Gouverneur het dees aad. 5040 Agtbaare ik brief Nagesien Aremekez Te Manaar waaren opgekogt 100. geweeren en 600. lb: swavel, daar van reets 12. p:s na de gammelde gebragt waaren, de swavel. en overige geweeren, ter welker afhaal 5. perzoonen met een groot getal buffels stond gezonden te worden, waaren bij een aan de zee zijde van 't Putulangse tigt woonende alim Saijboe moorse priester naast zijn huijs vergraaven. de swavel en geweeren zullen te Jaffena opgekogt zijn. Ik heb gisteren ook nog ter kommunika„ „tie uijt Putulang een weg mij laaten opgeeven die gezuijvert en voor 't kom„ „mando ligt van Alloegolle en Manin„ „gomme door de 12. patt:s en 7. korls konde begaan worden. zo uwel Edele Geb: die mij zomtijds mogte beveelen over„ „te zenden. daer uijt blijkt dat Putulang van hier maer 11. mijlen ver is. Ik heb de eere met diepst ontzag te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Geb: Heer ! uwel Ed: Geb: gehoorzaame dienaer /:was getee„ „kend:/ C: v: Pratau /:in margine:/ Pitti„ godde den 13. ' Julij 1791. /:onderstond:/ Akkordeerd. /:was geteekend:/ J: G: Ren„ „ker geauthoriseerde Accordeert Hijbrands N=o 20. Ekeerk 4376. Le nommé hitiani venant de bande quedere dans les 7 borles a deposé que t petsonnes chargés des ordres du Roy, se tont rendus le 12 du bourant a Beligale dans les 4 borles et de la à degammede dams les Horles, il a oud dire qu'il etoit specefies quele dessave de suffregam setent plaint au noy de Finnaction des deux autres dessaves, dont l'un 1e Adieara ne Foccupoit qu'a desaewozes de religion, et l'autre ne chereliait qua hem plir ter boffres par des vexations qui av acent deja indis= I t die hande de londistrict quaret Translaat Rapport gedaan door ho den laskorijn, soepermanien en den moor Minapoelle, die in de Rasa„ wannia pattoe, aen de Dorpen kottoekat„ „sche en Miettiwaijel de wagt houden als Dat ze van ter zijde vernomen hebben dat de oop Motie van walpaloewe met eenige manschap„ ne =pen staan aante kommen op kottoe katthe binnen Konings Limiet om aldaar post te houden De ola getekend door bovengem: twee perzoonen /onderstond:/ voor de overzetting Paetulang den 't 15. Julij 1798. /:was geteekend/ C: Fostij secret=s /in margine / B: het dorp Cotte Cattie, in de Razewanniepattoe, hier van is de helft Comp:s t de andere helft Candiaanen: van VE tesreeken wel Edele Gestren parte secreete brief en en zal duijde van gunstige dezelve in Akkordeert. Hijbrands 6. 374 Rapport een Achtbaare Heer! Aff: Gouverneur het dees aad. 1 Agtbaare ik 6 Vegkeerk brief 5040 Te Manaar waaren opgekogt 100. geweeren en 600. lb: swavel, daar van reets 12. p:s na de gammedde gebragt waaren, de swavel. en overige geweeren, ter welker afhaal 5. perzoonen met een groot getal buffels stond gezonden te worden, waaren bij een aan de zee zijde van 't Putulangse tigt woonende alim Saijboe moorse 1 7„ „ huis vergraaven. Rapport gedaan door den Laskorijns selemberen, zaken en den moor oessena poelle die te Maankollom en Namajie, zijnde in de koemake„ =mannia pastoe de wagt houden als. Dat ze gezien hadden, dat zekere Matteme motie benevens de koraals van kieriemoestiawe en wer„ 1¼. meil boven de limiet van de E: Komp: op hun gebied =dete ^ aan het dorp Kareankallie aangekoo„ =men is met 12. manschappen mede brengende vijf schiet geweeren om aldaar post te houden, en teffens aan de inwoonders van gemelde dorp gelast om Eenige houtwerken te hak =ken tot het maaken van een gravet. De ola geteekend door de bovenstaande drie perzoonen /onderstond:/ voor de over„ zetting / Putulang den 15. Julij 1791. / was geteekend:/ C: Fostij secret=s Akkordeert. Hijbrands eiklerk „ 1 4376. Le nommé hitiani venant de bande quedere dans les o borles a depose que t personnes chargés des ordres du Roy, se tout hendus le 12 du bourant a Beligale dans les 4 Corles et de la à degammede dams les Hborles, il a oud dire qu'il etoit specefies quele dessave de saffregam setent plaint au noy de Finnaction des deux autres dessaves, dont l'un 1e. Adieara ne Poccupoit qu'a deicewzes de religion, et l'autre ne cheretsait qua hem plir ter boffres par des vexations qui av aient deja indis= tout o de laaatie der lants de tondistrict quaret een hap wel Edele Gestren„ arte fecreeste brief en en zal duyde van gunstige dezelve in ntie wa„ oo„ 4 ik Agtbaare rad. get dees Gouverneur aff Achtbaaren Heer 5048 van VE te sreeker brief Nagezien staats Te Manaar waaren opgekogt 100. geweeren en 600: lb: swavel, daar van reets 12. p:s na de gammedde gebragt waaren, de swavel. en overige geweeren, ter welker afhaal 5. perzoonen met een groot getal buffels stond gezonden te worden, waaren bij een aan de zee zijde van 't Putulangse tigt woonende alim Saijboe moorse „ lb 7. huis vergraaven N:o 21: „
English
4376. Honorable Sir! The person named Hitiami, coming from Bandequedere in the 7 Korles, has stated that 4 persons carrying orders from the King went on the 12th of the current month to Beligale in the 4 Korles and from there to Degammede in the 7 Korles. He heard that it was specified that the Dissave of Saffregam had complained to the King about the inactivity of the other two Dissaves, of whom one, the 1st Adigar, occupied himself only with religious works, and the other sought only to fill his coffers through extortions which had already disaffected a large part of the inhabitants of his district, to which effect 4975 Short account from the Kandyan region by Don Hendrik Wiebadde of the Pallepattoe of the Hewagam Korle. That eight days ago yesterday, going from his home village to Hangwelle to the Mudaliyar, he met on the road near Atigelle one Louis, who 5 years ago moved from the village of Pedigamme in the Hewagam Korle to the Dissavany of Saffergam in the village of Idelmalgodde, and was now going to visit his friends in Tedegamme, who, upon his asking what news there currently was in the Kandyan country, related: That the Basnaike Nilame had been arrested in the village of Openeke in Saffergam because he had come to the detachment of the Dutch at Kendangomme; and that his house and goods were sealed, and his cattle recorded on an inventory. Hulftsdorp, the 15th of July, Anno 1791. Was signed: I. G. Renker, authorized. In the margin was noted: NB. The above-mentioned Wiehadde also related that the aforementioned Louis had told him that Kattoekoekelle lascorins had arrived to convey the Basnaike under arrest to Kandy. Agrees. [illegible] 5010 At Mannar 100 muskets and 600 lb of sulfur had been purchased, of which 12 pieces had already been brought to the Gammedde; the sulfur and the remaining muskets, for the retrieval of which 5 persons with a large number of buffaloes were to be sent, were buried at a Moorish house of Alim Saijboe, who lives close to the sea side of the Puttalam district. 4376. The person named Hitiami, coming from Bandequedere in the 7 Korles, has stated that 4 persons carrying orders from the King went on the 12th of the current month to Beligale in the 4 Korles and from there to Degammede in the 7 Korles. He heard that it was specified that the Dissave of Saffregam had complained to the King about the inactivity of the other two Dissaves, of whom one, the 1st Adigar, occupied himself only with religious works, and the other sought only to fill his coffers through extortions which had already disaffected a large part of the inhabitants of his district, to which effect [illegible] 5040 At Mannar 100 muskets and 600 lb of sulfur had been purchased, of which 12 pieces had already been brought to the Gammedde; the sulfur and the remaining muskets, for the retrieval of which 5 persons with a large number of buffaloes were to be sent, were buried at a Moorish house of Alim Saijboe, who lives close to the sea side of the Puttalam district. Checked. Aremeke. No. 22. 4376. Honorable Sir! The person named Hitiami, coming from Bandequedere in the 7 Korles, has stated that 4 persons carrying orders from the King went on the 12th of the current month to Beligale in the 4 Korles and from there to Degammede in the 7 Korles. He heard that it was specified that the Dissave of Saffregam had complained to the King about the inactivity of the other two Dissaves, of whom one, the 1st Adigar, occupied himself only with religious works, and the other sought only to fill his coffers through extortions which had already disaffected a large part of the inhabitants of his district, to which effect he ordered them to move further forward or otherwise to withdraw entirely. And from the following day, the 13th, the Dissaves have given respective orders, namely the 1st Adigar to have everything ready at Ombeliade to receive him there on the 16th, and the Dissave of the 7 Korles is to come to Navissigavette to distribute alms there, and from there to enter the territory of Madampe. Signed, Der Person, signed with an illegible signature. Moegoeroegampelle, the 15th of July 1791. sent, and if he, the Dissave of the 7 Korles, wished to make a beginning with it, he should do so on this very day, as it was an auspicious day. Moegoeroegampelle, the 16th of July 1791. Was signed: J. C. Sining. Agrees. [illegible] Agrees. H. G. Leiser, Government Translator. Hijbrands. [illegible] 5040 [illegible] sent, and if he, the Dissave of the 7 Korles, wished to make a beginning with it, he should do so on this very day, as it was an auspicious day. Moegoeroegampelle, the 16th of July 1791. Was signed: J. C. Sining. Agrees. Dijbrands. Honorable Sir! [illegible] 5048 [illegible] No. 23.
Dutch transcription
4376. Achtbaaren Heer! Le nommé hitiami venant de bande quedere dans les 7 borles a dlepdsé que 4 personnes chargés desordres du Roy, se tout hendus le 12 du bourant a Beligale dans les 4 Corles et de la à degammede dams les 'borles, il a oui dire qu'il etoit specefies quele desseve de saffregam setent plaint an noy de Finnaction des deux autres dessaves, dont l'un 1e. Adieara ne Poccupoit qu'a deiaewzes de religion, et l'autre ne chereliait qua hem plir ter boffres par des vexations qui av aient deja indis= haratande laaatie der lants de son district quaret 4975 kort verhaal uijt het kan diasche door Don hendrik wiebadde der Pallepattoe van de henagamkorle. Dat hij gisteren voor agt daegen van zijn woondorp na hangwelle bij den modliaar gaande, op de weg bij Atigelle ontmoet heeft eenen Louis, die voor nu 5. Jaaren van 't dorp Pedigamme in de newagamkorl na de desjavonij saffergam in 't dorp Jdelmalgodde is gaan woonen, en nu zijne vrienden te Tedegamme ging besoeken hem op zijne gedaane vraage wat 'er tans nieuws in het kandiase was. verhaald heeft. Dat den Pasnaike Nilleme in het dorp openeke in de sattergam ge= „arresteerd was, om dat hij bij het Commando der hollanders te ken- dangomme gekoomen was; en dat zijn huijs en goederen verzegeld, en zijne beesten opgeschreeven waaren. Hulttsdorp den 15. Julij A:o 1791. (:was getekend:) I: G: Renker geauth: (:in margine:) stond NB. bovengemelde wiehadde heeft ook nog verhaalt, dat voorsz: Louis hem gesegt had, Dat kattoekoekelles lascorijns waaren gekoomen om den Basnaike na kandia Akkordeert. in arrest overtebrengen. parte secreete brief en en zal duyde n van gunstige dezelve in wel Edele Gestren„ Aff: Gouverneur het dees rad. Agtbaare ik van VE: te Creete brief Veklerk Hijbrands 5010 Te Manaar waaren opgekogt 100. geweeren en 600. lb: swavel, daar van reets 12. p:s na de gammedde gebragt waaren, de swavel. en overige geweeken, ter welker afhaal 5. perzoonen met een groot getal buffels stond gezonden te worden, waaren bij een aan de zee zijde van 't Putulangse tigt woonende alim Saijboe moorse # 7. „ huis vergraaven. „1 4376. Le nommé hitiami venant de bande quedere dans les 7 borles a depdsé que 4 petsonnes chargés des ordres du Roy, se tont hap hendus le 12 du bourant a Beligale dans les 4 borles et de la à degammede dams les 'borles, il a oui dire qu'il etoit specefies quele dessene de saffregam setent plaint au noy de Finnaction des deux autres dessaves, dont l'un 1e. Adicara ne Foccupoit qu'a der cewzes de religion, et l'autre ne cheretiait qua hem plir ter boffres par des vexations qui av arent deja indis= harad en maarde kartie des hants de son dutrict quacet van gunstige en en zal duijde parte secreete brief dezelve in wel Edele Gestren een Achtbaare Heer! aff: gouverneur het dees aad. 5040 Agtbaare ik van VE te Creete brief Te Manaar waaren opgekogt 100. geweeren en 600: lb: swavel, daar van reets 12. p:s na de gammedde gebragt waaren, de swavel. en overige geweeren, ter welker afhaal 5. perzoonen met een groot getal buffels stond gezonden te worden, waaren bij een aan de zee zijde van 't Putulangse tigt woonende alim Saijboe moorse 1 7„ „ huis vergraaven. Nagesien Aremeke No. 22. 4376. Achtbaare, Heer! Le nommé hitiami venant de bande quedere dans les 7 borles a deposé que to petsonnes chargés des ordres du Roy, se tont hendus le 12 du bourant a Beligale dans les 4 borles et de la à degammede dams les ' borles, il a oui dire qu'il etoit specefies quele dessene de saffregam setent plaint an noy de Finnaction des deux autres dessaves, dont l'un 1e. Adieara ne Poccupoit qu'a des auzes de religion, et l'autre ne cheretsait qua hem plir tes boffres par des vexations qui av aient deja indis= porées une grande partie des hands de ton dutrict quacet effet il leur signifiait de se porter plus avant ou si non de in s'en netires entresement et des le lendemain 13 les Ressaven ont donnés des ordres respectives savoir le je Adicara afinn. qu'ontienne tout prêt a lombeliade pour L'y recedoir waa„ le 16e et celin des I Cooles doit veiur a navissi gavette ve alf pour yn dutribuer des Aumones, et de la entrer dans le territoir de klauw /geteekend / Der Person /geteekend/ met een ondeerbaae de handteekening Moegoeroegam pelle le 15 Jullet 1791 gezonden. en zoo hij 7. Corls dessave daarvan een begin wilde maaken, het dan op deeze heedige dag te moeten doen, wijl een goede dag was. Moegoeroegampelle den 16. Julij 1791. (:was geteekend:) J: C. Sining. accordeert pante secreesse brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in wel Edele Gestren„ Accordeert HGlelser G Translr Hijbrands een aff: Gouverneur het dies aad. 5040 Agtbaare ik van VE te Creeke brief Vegkeerk aad. parte secreete brief en en zal duijde n van gunstige dezelve in wel Edele Gestren„ gezonden. en zoo hij - 7. Corls dessave daarvan een begin wilde maaken, het dan op deeze heedige dag te moeten doen, wijl een goede dag was. Moegoeroegampelle den 16. Julij 1791. (:was geteekend:) J: C. Sining. accordeert Dijbrands Achtbaaren Heer! Aff: gouverneur het dees 5048 Agtbaare ik als ven van VE te Creeke brief Vegkeerk No. 23.
English
4977. That on the 14th of this month the disawa of the Four Korales arrived at Stembeleadde, and is due to come to Attanagalla. That 30 individuals from the Hapitigam Korale had entered the King's territory. That the disawa of the Seven Korales will arrive at Gallella within 2 to 3 days, and is appointed to proceed to Negombo through the Alutkuru Korale. That among the 4 disawas and 2 adigars there is no more capable and enterprising man than the disawa of the Seven Korales, who has three hundred and twelve thousand guns. That the 5 vanniyars with their chiefs and peoples have gone toward the side of Puttalam. That Hurukgamuwe Mohottirala is having batteries made at Hendiyagalle with 800 men. That the Second Adigar of the realm has gone back to Kandy, and is due to come to the Seven Korales with the King's brother, for which the roads were being cleared and further orders had been given. sent. And if he, the disawa of the Seven Korales, wished to make a beginning with it, he must do so on this very day, as it was an auspicious day. Mugurugampola, 16 July 1791. Signed: J. C. Sinning. Agrees. Separate secret letter. [illegible] of favorable [illegible] the same in [illegible] Right Honorable, Valiant [illegible] Translation of the brief contents of an ola, which was given to me, the disawa, by the reporter of the following tidings, solely to assist the messenger's memory. That [illegible] Hybrands Honorable Sir! Copy: Governor [illegible] this Council. 5048 Honorable [illegible] [illegible] from Your Honor's secret letter That the chiefs from the korales and others daily send three or four olas to the Kandyan disawas, and when the disawas arrive at the border, the Company's peoples are ready to go over to them. That even if these things do not occur in 2 to 3 days, it will nonetheless take effect without fail within a month. Lastly, the sender of the aforesaid tidings requests to have some reply from me. Furthermore, the bearer of the message recounted that this news was imparted out of the King's territory to the sender of this news by a good acquaintance and friend of his. Upon this I informed the sender of the news that the statement regarding the guns must certainly be an error. That we would await the gentlemen disawas with their people, and would greet them with our military force from this side, and with the troops that had recently arrived from Trincomalee and were already at Chilaw. Likewise, that we would act toward the disloyal subjects according to the threat in the placard, and likewise cause their houses to be burned, and their goods and cattle to be given over as plunder, as well as their lands to be confiscated, 4378. confiscated, as had already occurred regarding an arachchi of the Hapitigam Korale. Hulftsdorp, 16 July 1791. Signed: D. Th. Fretz. Separate secret letter [illegible] favorable the same in Right Honorable, Valiant [illegible] sent. And if he, the disawa of the Seven Korales, wished to make a beginning with it, he must do so on this very day, as it was an auspicious day. Mugurugampola, 16 July 1791. Signed: J. C. Sining. Agreed. Hybrands [illegible] Agrees. Hybrands [illegible] Honorable Sir Copy: Governor [illegible] this Council. 5040 Honorable [illegible] from Your Honor's secret letter Frencke Examined Number 24 4381. The old vidane of the Chalias at Madampe came to the undersigned this morning and reported the following. Now three days ago, at Indalankawe and at Kallale, where there are batteries, a garrison of 500 men arrived in each battery, provided with guns, under the command of [illegible] Brought to notice of the undersigned by his spy Congiwsabol. That from the Kandyan Court a writing was sent to the disawa of the Seven Korales with due respect, namely by carrying it upon the head and covering it with a Dalhadder, the contents of which are as follows. Whether he, the disawa of the Seven Korales, had been sent to ruin the inhabitants or to wage war with the Company in order to gain something for the Court; and that he, the disawa, had to declare whether he wished to do so, and if not, then to return to the Court and another chief would be sent. And if he, the disawa of the Seven Korales, wished to make a beginning with it, he must do so on this very day, as it was an auspicious day. Mugurugampola, 16 July 1791. Signed: J. C. Siming. Agrees. Separate secret letter [illegible] favorable the same in Right Honorable, Valiant [illegible] 4979. Hybrands Honorable Sir! Copy: Governor [illegible] this Council. Honorable [illegible] 5040 from Your Honor's secret letter [illegible] Frencke Examined Number 24 4981. The old vidane of the Chalias at Madampe came to the undersigned this morning and reported the following. Now three days ago, at Indalankawe and at Kallale, where there are batteries, a garrison of 500 men arrived in each battery, provided with guns, under the command of [illegible] [illegible] favorable separate secret letter the same in from Your Honor's secret Honorable Sir! Copy: Governor this Council. 5040 Honorable Right Honorable, Valiant letter Frencke Examined Number 24. Number 25 Fremke Examined
Dutch transcription
4977. Dat den 14. deeser de dessave der vier korls te stem= beleadde aangekoomen zij, en na Attenegalle staat te koomen Dat 30. koppen uit de hapittigamkorle hun in 's konings land begeven hadden, Dat de dessave der seven kools binnen 2. a 3. dagen te gallelle zal aankoomen, en bepaald is om door de Alloetkoerkorl na Nigombo te gaan. Dat onder de 4. dissaves en 2. adigaars geen bekwaa„ „mer en onderneemender man is dan den dessave der seven kools; die driemaal hondert en twaalf duizend geweeren heeft. Dat de 5. wannees met hunne hoofden en volkeren na de kant van Pulland zyn gegaan Dat Hoeroekgamme Mohotiraale met 800. man te hen= „dije galle Batterijn laat maken Dat de 2:de Rijksadigaar weeder na kandia is gegaan, en met 'skonings broeder na de seven korls staat te koo= „men, waartoe de wegen schoon gemaakt wierden, en verdere ordres gegeven waaren gezonden. en zoo hij 7. Corls dessave daarvan een begin wilde maaken, het dan op deeze heedige dag te moeten doen, wijl een goede dag was. Moegoeroegampelle den 16. Julij 1791. (:was geteekend:) J: C. Sinning. accordeert parte secreete brief en en zal duide„ n van gunstige dezelve in wel Edele Gestren„ Translaat korten inhoud van een ola, die alleen tot ondersteuning van het geheugen van den boodschap per, door den berigten der onder= volgende tijding aan mij desjave meede gegeeven is. Dat Hijbrands Achtbaaren Heer! Aff: gouverneur het dees aad. 50:48 Agtbaare ek - Vegkeerk van VE te sreete brief Dat de hoofden uijt de kores, en andere, dagelijks drie vier olassen aan de Kandiase dessaves senden, en wan„ „neer de desjaves op de limiete koomen, skomp:s vol„ „keren gereed zijn om bij hun overtegaan. Dat schoon deze dingen in 2. â 3. dagen niet geschieden zulks dog sonder mankement in een maand staat gevolg te neemen Laastelijk versoekt den sender der voorschreeve tijdingen om eenige antwoord van mij te mogen hebben Voorts heeft den brenger: der boodschap verhaalt, dat des tijding door een goede kennis en vriend van; en aan den sonder deser tijding, uijt skonings land be„ „deelt is. Hier op heb ik aan den sender der tijding laten weeten, dat de opgave der geweeren zeeker een abuis moeste zijn, Dat wede Heeren desjaves met hun volk zouden te gemoet zien, en hun zouden begroeten met onse mili= „taire magt van dese kant, en met de troupes die nader van Trinkenomale gekoomen en reeds te silauw gearriveert waaren. zo meede dat we de ontrouwe onderdaanen volgens de bedreiging bij plakaat zouden handelen, en hunne huisen even zo zouden laten verbranden, en hunne goederen en beesten ten prooye geven, zoo meede hunne landerijen aanslaan 4378. aanslaan als dat reeds was geschied omtrend een arraatje van de hapittigamkorl. HElftsdorp Den 16. Julij 1791: /: was geteekend:/ D: Th: Fretz: parte secreete brief en en zal duide„ n van gunstige dezelve in wel Edele Gestren„ gezonden. en zoo hij 7. Corls dessave daarvan een begin wilde maaken, het dan op deeze heedige dag te moeten doen, wijl een goede dag was. Moegoeroegampelle den 16. Julij 1791. (:was geteekend:) J: C. Sining. Akkordeert Hijbrands ikeerk accordeert Hijbrands Tegkar Achtbaaren Heer aff: gouverneur het dees aad. 5040 Agtbaare ik van VE tecreete brief frenscke Nagesien N=o 24 4381. De oude vidaan der sjaliassen te Madampe is deesen morgen bij den ondergeteekende ge= koomen, en heeft het volgende berigt. Nu drie daagen geleeden zijn te Indalang= „kaue, en te kallale, alwaar batterijen zijn in ieder batterij 500: man besetting gekoomen met geweesen voorsien, onder bevel, van goa„ Bij den ondergeteekenden door des„ „selfs spion Congiwsabol ter kennisse gebragt. Dat van 's kandiase Hof een geschrifte met behoorlijken respect, als door het draagen op de kop en het bedek ken met Dalhadder na den dessave van de 7. Corl was gezonden, welkers inhoud: zij, als. op hij dessave der 7. Corl gezonden was, om de ingezeetenen te ruineeren ofte om met de Compenie te oorlogen om wat voor het Hof te winnen, en dat hij dessave zig moeste ver„ „klaeren of zulx doen wilde, zoo neen dan na het Hof te moeten te rug koomen en een ander hoofd te zullen worden gezonden. en zoo hij 7. Corls dessave daarvan een begin wilde maaken, het dan op deeze heedige dag te moeten doen, wijl een goede dag was. Moegoeroegampelle den 16. Julij 1791. (:was geteekend:) J: C. Siming. accordeert parte secreete brief en en zal duijde n van guenstige dezelve in wel Edele Gestren„ 4979. Hijbrands Achtbaaren Heer! Aff: gouverneur het dees aad. Agtbaare 5040 van VE: te Creete brief Vegkeerk frencke Nagesien No 24 4981. De oude vidaan der sjaliassen te Madampe is deesen morgen bij den ondergeteekende ge= koomen, en heeft het volgende berigt. Nu drie daagen geleeden zijn te Indalang= „kaure, en te kallale, alwaar batterijen zijn in ieder batterij 500: man, besetting gekoomen met geweesen voorsien, onder bevel, van god„ en en zal duijde n van gunstige parte secreeste brief dezelve in van VE te Creete Achtbaare Heer! afs: gouverneur het dees aad. 5040 Agtbaare wel Edele Gestren„ brief frencke Nagesien N=o 24. N=o 25 fremke Nagezien
English
4981. The old vidana of the chalias at Madampe came this morning to the undersigned and reported the following: Three days ago now, at Indalangkaure and at Kallale, where there are batteries, a garrison of 500 men arrived in each battery, equipped with muskets, under the command of God... 4980. Translation of a Sinhalese ola letter dated 15 July 1791 sent by the Negombo Mudaliyar of Mugurugampola to the Right Honorable and Noble Lord Dissava. A Hittihami of the Hinakorale having been sent into the Kandyan territory to learn what is happening there, has come to relate the following, namely: That the Dissava of Saffragam, having written to the Court of Kandy that the Dissava of the Four Korales had come down with the intention to make war, but that the same stays at every temple to make offerings; and that the Dissava of the Seven Korales is extorting money and rice from the inhabitants and sending it to Kandy; thereupon a written order was sent from Kandy by four appuhamis of the King's bedchamber to both said Dissavas, containing the following: if you wish to wage war, let it happen; if not, you must immediately return to Kandy. That thereupon the aforesaid two Dissavas intended to depart on the 16th of this month, namely the Dissava of the Seven Korales to Nasigarawatte, and having given an alms there on the 17th of this month, to enter the Company's territory and pull up the boundary posts; and the Dissava of the Four Korales was to depart via Jumbeliatte and Hapittigam Korale to Gallella. Notice of this has been given to Major Morak. Hulftsdorp, the 17th of July 1791. Below stood: for the translation, signed: I. G. Renker, authorized. Agrees. Hijbrands, First Clerk. Checked. 4381. The old vidana of the chalias at Madampe came this morning to the undersigned and reported the following: Three days ago now, at Indalangkaure and at Kallale, where there are batteries, a garrison of 500 men arrived in each battery, equipped with muskets, under the command of God... [illegible] Honorable Lord! Governor [illegible] Right Honorable and Noble Letter French Checked No. 24 No. 26. French Checked 4981. Honorable Lord! The old vidana of the chalias at Madampe came this morning to the undersigned and reported the following: Three days ago now, at Indalangkaure and at Kallale, where there are batteries, a garrison of 500 men arrived in each battery, equipped with muskets, under the command of Godagamme Mudaliyar and another 5 korales. Half of the main road from Tamerawille to Komalalle, near the village of Konouille, and at Bakimarepe, and at Kategambolle, batteries will also be erected. Now 10 days ago, 7 elephants arrived at Dekkamande with powder and iron cannonballs; and after they were unloaded, they were immediately sent back to fetch more. The vidana of the Paduwas from the village of Regalle, at Dekkamadde, some days ago, was to instruct his Paduwas in drilling; among them were three who refused such and said that they were willing to carry a pingo or palanquin, but that they could not drill; the Dissava of the Seven Korales had them so severely flogged with a sjambok that they died the next day. At Dekkamadde the batteries are [illegible] the camp; yesterday there was a great festival there. The person who came with the old vidana to me also says that last Saturday near the village of Jogiane, where there is a tamarind tree, Godagamme Mudaliyar was present with about 200 unarmed men, and also immediately went back again; it must have been between 6 and 7 o'clock in the morning. All the aforesaid the declarants testify to have seen and heard. Signed: J. W. Uhlenbeek. In the margin: Chilaw, the 17th of July 1791. Agrees. Hijbrands, First Clerk. [illegible] secret letter [illegible] to defend myself in writing against the accusations which Commander Sluysken has brought against me regarding the rebellion in the Dissavany of Matara; I therefore make use thereof herewith. And since so many voluminous papers have already been brought into the world on this subject, I will [illegible] Honorable Lord! Governor Right Honorable Right Honorable and Noble Letter I 5010 States. Checked No. 27.
Dutch transcription
4981. De oude vidaan der sjaliassen te Madampe is deesen morgen bij den ondergeteekende ge= koomen, en heeft het volgende berigt: Nu drie daagen geleeden zijn te Indalang= „kaure, en te kallale, alwaar batterijen zijn in ieder batterij 500: man besetting gekoomen met geweesen voorsien, onder bevel, van god„ 4980. Translaat Singaleese brief ola de dato 15. Julij 1791. door den Nigombosen Modliaar van Moegoeroegampelle aan den wel Edele Geb: Heer Des„ „save gezonden. Eenen Hittihamij van de Hinakoal in het kandiase gezonden zijnde, om te vernee„ „men wat aldaar passeert is het volgende koomen verhaalen. als. Dat de dessave der Saffergam na het Hof van kandia geschreeven hebbende, dat de dessave der vier koals afgekoomen was met inten„ „tie te oorlogen, maar dat den zelven zig bij ider tempel ophoud met offerhande te doen; en dat de dessave van de zeven koals geld en rijst van de ingezeetenen afperst, en na Kandia zend, is daerop van Randia door vier appoehamies van het slaaphuijs des Konings een geschrift gezonden aan bijde gem: dessaves, met den volgenden inhoud: zo uwes willen oorloogen zo moet zulks geschieden, zo niet, moeten uwesten eersten terug na Kandia koomen. Dat daar op voorsz: twee dessaves den 16. ' deeser hebben willen vertrekken als de dessave van de zeven korls na Nasigarawatte, en al„ „daer een almoosen gegeeven hebbende den parte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in wel Edele Gestren„ 17. „ 6 aad. het dees gouverneur aff: Achtbaaren Heer! 5040 Agtbaare van VE teCreete brief frenscke 24 17. ' deezer in 'skomp:s gebied te koomen, en de Limiet paalen uijtrukken en den dessave van de vier Kools over Joembe„ „liatte en Hapittigam Koal naar Gallelle zoude vertrekken. Hier van hebbe kennis is gegeeven aan den Heer majoor Morak. Hulftsdorp den 17. ' Julij 1791. /:onderstond:/ voor de translatie /:was geteekend:/ I: G: Renker geauth: Akkordeert Hijbrands EGklerk Nagesien v „ 4381. De oude vidaan der sjaliassen te Madampe is deesen morgen bij den ondergeteekende ge= koomen, en heeft het volgende berigt Nu drie daagen geleeden zijn te Indalang= „kaure, en te kallale, alwaar batkerijen zijn in ieder batterij 500: man besetting gekoomen met geweesen voorsien, onder bevel, van god„ en en zal duijde„ n van gunstige parte secreetse brief dezelve in van UE te creeke Achtbaare Heer! gouverneur het dees aad. 5048 Agtbaare ek uwel Edele Gestren„ brief frencke Nagesien N=o 24 No 26. Fremche Nagesien 4981. Achtbaaren Heer! De oude ridaan der sjaliassen te Madampe is deesen morgen bij den ondergeteekende ge= koomen, en heeft het volgende berigt. Nu drie daagen geleeden zijn te Indalang= „kaure, en te kallale, alwaar bakterijen zijn in ieder batterij 500: man besetting gekoomen met geweezen voorsien, onder bevel, van god„ gamme Maliaar, en nog 5. komals. helft van de groote weg van tamerawille, na komen alle, bij het dorp konouille, en te bakimarepe, en te kategambolle, zullen ook bakterijen aangeligt worden. Nu 10: daagen geleeden, zijn, te Dekkamande 7 olipkanten, met kruijt en ijzere koegels gekoomen;, en na dat ze ontlaaden ten eerste terug gezonden, om meer te haalen. Den vidaan der Paatjes, uit het dorp Regalle heeft de dekammadde, /: nu eenige daagen geleeden :/ zijne paatjes, in het drillen on= derwijzen zullen, daar onder zijn drie geweest die sulx geweigert, en gezegt dat ze wel een pingos, of palenkijn wilden draagen, maar dat ze niet konden drillen, die heeft den my in geprrift te verantwoorden tegen de beschuldigingen die de heer kommandeur sluijsken tegen mij ingebragt heeft, met betrekking tot den opstand in de Dessavonij van Mature; ik maake derhalven daer van bij deesen gebruijk. En wijl over dit onderwerp reets zoo veel volumineuse papieren in de wereld gebragt zijn, zal van VE te Creeter uwel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in Dessave ik 4 Aff gouverneur het dees aad. Agtbaare ik 5010 brief Dessaar der t: korl zoodaanig laaten scham bokken, dat ze sanderen daags zijn ge= storven. De de kammadde zijn de batterijen om het kam pwaardig, gisteren, is aldaar een groot feest geweest De perzoon, die met den oude vedaan bij m gekoomen is, segt ook dat gepasserde Zater= dag bij het dorp Jogiane /:alwaar een tammerijn Boom is p Gorgamme moliaar met omtrent een 200: ongewaapende mannen geweest is, en ook ten eersten weeder terug gegaan; het sal 'smorgens tusschen 6. en 7, uuren geweest zijn. Al het gezegte betuijgen de Declaranten ge= Tien en gehoort te hebben /:koad getekent:/ J: ws uhlenbrek /:in mar= gene:/ silau den 17. Julij 1791. — Akkordeert. Hijbrands . lyklerk en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in parte secreese brief my in geptrift te verantwoorden tegen de beschuldigingen die de heer kommandeur sluijsken tegen mij ingebragt heeft, met betrekking tot den opstand in de Dessavonij van Mature; ik maake derhalven daer van bij deesen gebruijk. En wijl over dit onderwerp reets zoo veel volumineuse papieren in de wereld gebragt zijn, zal van VE te Creete Achtbaare Heer! ass: gouverneur het dees aad. Agtbaare lk. uwel Edele Gestren„ brief ik 50. 10 Staats. Nago zig No. 27.
English
obligation of the native, since from ancient times the inhabitants were obliged to plant and maintain the Company's oil gardens and other gardens. From very ancient times they have also had to cultivate coffee and pepper gardens. And since it brings no degradation or dishonor to the native [illegible] against their inclination, because they feared that if cinnamon trees were to be found everywhere, everyone would then be exposed to unpleasant encounters and the persecutions of the Chalias, who, as they had already experienced, could cause much harm by accusing them of To the Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies, alongside the Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Right Honorable Sirs. § 1. It has graciously pleased Your Right Honorable to grant me the liberty to defend myself in writing against the accusations brought against me by the Commander Sluijsken concerning the rebellion in the Dessavony of Matara; I therefore make use of this right herewith. And because so many voluminous papers on this subject have already been produced, [illegible] I shall here observe the greatest brevity possible for me; but as I must consequently sacrifice several arguments and observations that might otherwise have served my purpose, I hope and request that the few and concise arguments of which I shall make use may be investigated and considered all the more carefully. § 2. The inquiry in this matter naturally divides into two chapters: 1) Whether the inhabitants of the Dessavony of Matara had reasons for the rebellion, and 2) Whether I am to blame for it. § 3. Regarding the first point, the Commander Sluijsken states in his secret report of 31 July 1790, § 179: All the foregoing (from § 134 to 178) clearly shows that the discontent of the people for some years past was not imaginary, but well-founded. § 4. I can therefore do no better, more briefly, or more convincingly, than to take this part of his report verbatim here, and place my observations in refutation alongside it. Response § 5. That this has always taken place in the past is indisputable; the question is therefore: did this also take place under my administration? § 6. I very willingly admit that this conduct of the Headmen, which they have practiced from the oldest times, and which is still practiced in the Kandyan territory and must be regarded as a consequence and remnant of the Kandyan form of government, also took place under my administration, as it is impossible to eradicate it completely; but these sorts of extortions and injustices were never committed so little, and there was never a time in which this conduct was opposed with greater seriousness and rigor, than under my administration. § 134 of the secret report It is well known that the superior and minor native headmen in the country have always regarded the common man as tools which they believed they had the right to use at their pleasure, in order to expand their wealth therewith; they have thus employed the people through all kinds of injustices and extortions for their own purposes, and very often in the name and on behalf of the Honorable Company, these headmen mostly passing off all their private affairs as Company's work. § 7. It was very well known to Mr. Sluijsken that never were stricter and more specific orders issued against these sorts of injustices and extortions than in recent years. Fairness therefore dictated that His Honor should have investigated whether this reason for discontent, which according to his assertion the people had experienced from ancient times, had increased or decreased in present times, and whether the people consequently had reasons to complain in this regard, or rather to boast. § 8. And I dare state with absolute certainty that he would then have found and perceived that there has never been a time when the people were better off in this respect than at present, namely since the Honorable Britz took over the administration of the Matara Dessavony. § 9. The planting of cinnamon was unknown for roughly 25 years and is thus in itself a new task; but from this it does not at all follow that this work is contrary to innate obligation [illegible] § 135. The establishment of cinnamon plantations was regarded by the inhabitants as a burden, being contrary to their innate obligations; they had all the more aversion to this work [illegible]
Dutch transcription
1aa 4384. verpligting van den inlan teegen zin wijl zij vreesden, dat wanneer der van ouds of waaren er kaneel boomen za de ingezetenen verpligt over al tevinden waaren sComp:s olij tuinen en andere als dan een ieder zoude bloot gesteld zijn, aen tuinen aan te planten en onaangenaame ont te onderhouden zij hebben moetingen en de ver„ ook reets van zeer oude „volgingen der sjalias„ tijden af koffij en peper „sen, die hun, zoo als tuinen moeten aanleggen ze reeds ondervonden En daer het den inlander geen verklijning of hadden, veel kwaed schande aanbrengt dat konden stigten met hun 1 chuldigen van 4982 Aan den Wel Edelen Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceilon, en dies onder„ hoorigheeden nevens den Raed Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! wel Edele Heeren. §: 1: Het heeft uwel Edele Groot achtbaare gun„ „stig behaagd, mij vrijheid te geeven, om mij in geschrift te verantwoorden tegen de beschuldigingen die de heer kommandeur sluijsken tegen mij ingebragt heeft, met betrekking tot den opstand in de Dessavonij van Mature, ik maake derhalven daer van bij deesen gebruijk. En wijl over dit onderwerp reets zoo veel volumineuse papieren in de wereld gebragt zijn, zal van VE tesreete wwel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duide nvan gunstige dezelve in gouverneur Achtbaaren Heer! ik aff het dees Raad. Agtbaare ik en brief 5040 Staats. No. 27. ik hier in de grootste kortheid betrachten die mij mogelijk is, dan dewijl ik hier aan verscheidene argumenten en aanmer„ kingen moet op offeren, die mij anders tot mijn oogmerk zouden hebben kunnen, te stade komen, zoo hoope en versoeke ik, dat de weinige en beknopte argumenten, waer van ik mij bedienen zal, des te nauw„ „keuriger ondersogt en overwoogen moogen §2. Het ondersoek ten deesen valt nataurlijker wijse in twee hoofdstukken. - 1:) of de ingeseetenen van de Dessavonij van Mature reedenen tot den opstand gehad hebben en 2:) of ik daer aan schuld gehad hebbe 4. 3. Nopens het eerste zegt de Heer komman deur sluijsken bij zijn geheim rapport van den 31:' Julij 1790. § 179. al het voorenstaande (: van 5134. tot 178 toond duidelijk aan dat de misnoeg„ „heid des volks zederd eenige Jaaren niet imaginair maar wel gegoondt is geweest §. 4. ik kan dus niet beter, korter of overtuij„ „gender handelen, dan dat ik dit gedeelte van zijn Nage zign worden. Vaa 4984. Achtbaaren Heer! verpligting van den inlan teegen zin wijl zij vreesden, dat wanneer der van ouds of waaren er kaneel boomen oa de ingezetenen verpligt over al tevinden waeren sComp:s olij tuinen en andere als dan een ieder zoude bloot gesteld zijn, aen tuinen aan te planten en onaangenaame ont te onderhouden zij hebben moetingen en de ver„ ook reets van zeer oude „volgingen der sjalias„ tijden af koffij en peper „sen, die hun, zoo als tuinen moeten aanleggen ze reeds ondervonden En daer het den inlander hadden, veel kwaed geen verklijning of schande aanbrengt dat konden stigten met hun 1 chuldigen van zijn bericht hier woordelijk inneeme, en mijne aanmerkingen tot wederlegging daer nevens stelle Beantwoording § 134. van het geheim rapport §5. Dat dit voor deeze altoos Het is bekend, dat de meer plaats gevonden, heeft, „deal en mindere inlandse is onbetwistbaer, de hoofden in 't land altoos vraage is dus heeft dit de gemeene man hebben ook plaats gevonden aangemerkt als werk„ onder mijn bestier §6. zeer gaarne wil ik toestaen tuijgen, waer van ze dat dit gedoente der Hoofden meenden het regt te het welk zij van de oudste hebben zig te kunnen tijden, afgepleegd hebben, en bedienen na hun wel in het kandiasche nog ge„ gevallen, om daer mede „pleegd word en als een ge„ volg en overblijfzel van de hunne vermogens uit„ kandiasche Regeerings- te bereiden zij hebben form moet aangemaekt dus het volk door worden, ook onder mijn be allerlij onragtvoer„ stier plaats gevonden heeft digheeden en kneve„ alzoo het onmogelijk is laaij en tot hunne oogmerken ge-ein die geheel te verdelgen; maer „ploijeerde en wel deese soorten van knevele veeltijds op naam en rijen en onregtvaerdig„ van de Edele kom„ reeden zijn nimmer zoo „pagnie, laatende weinig gepleegd en daer deese hoofden meest is nimmer geen tijd alle hunne pautiku„ geweest, waer in dit lieve verrigtingen voor gedoente met meerdere 'sComp:s werk doorgaen. ernsten regeur is tegen ge„ „gaan, dan onder mijn bestier van VE: te Creete wel Edele Gestren„ arte secreete brief en zal duyde„ n van gunstige dezelve in gouverneur 5040 4983 57. aff het dees Raad. Agtbaare ek brief Staats. No. 27. „ 7. Het was den Heer sluijsken over bekend, dat nimmer strengere en bepaalder beveelen gesteld waaren teegens deese zoorten van onregtvaerdig heeden en knevelaaijen, dan nu 't zeeder ee„ „nige Jaaren. De billijkheijd bragt het dus meede, dat zijn Ed ondersogt had, of deese reeden van misnoegen die volgens zijne sustenue het volk van ouds afgehad had, in de tegenwoordige tijd vermeerderd of verminderd was en of bij gevolg het volk ten deesen opsigte reedenen had zich te beklaagen, dan wal 58. En als heel zeeker durve ik stellen, dat hij als dan zoude gevonden en ontwaard, hebben, dat er nimmer een tijd geweest is, daer het volk het ten deesen opzigte beter gehad heeft, dan tee„ „genwoordig, en wel 't zeedert dat de E: britz: het bestier van de Matuaesche Des savonij aen „vaard heeft gehad. - § 9. Het aanplanten van ka„ 1. 135. Het aanleggen van kanneel plantagie wierd „neel was voor min door de ingesetenen als of meer 25. Jaeren onbe„ „kend en is dus op zig zel„ eene last aangemerkt ven een nieuw werk maer tegen hunne aange„ hier uit volgd nog in boorne verpligtige strij geenen deele, dat dit werk dende zij hadden strijdig is met de aangeboorne in dit werk te meer teegen Naga zig te beroemen. ver„
English
Honorable Sir! obligations of the native from ancient times or were among others the inhabitants obliged to plant and maintain the Company's oil gardens and other gardens; they have also from very ancient times been obliged to lay out coffee and pepper gardens. And as it brings no belittlement or shame upon the native that he plants cinnamon, and it amounts to the same thing whether he sticks a cinnamon seedling or indeed a coffee seedling or pepper vine into the ground: so it follows therefrom, that it by no means conflicts with the inherent obligation of the native to lay out cinnamon plantations. Paragraph 10. No less unfounded are the causes and reasons for the aversion of the inhabitants against this work. Because by the increase of the cinnamon in the Company's lands, the burden of the inhabitants is naturally reduced, and the peeling of cinnamon, which goes so much against their grain and which they regard as a humiliating labor, is thereby entirely eliminated. And it is likewise a self-evident matter that the more abundant the cinnamon is, the less the unpleasant encounters and persecutions by the Chalias are to be feared. Paragraph 11. The Sinhalese, although by far not yet civilized, generally possesses very good sense and is not as stupid as he is usually portrayed. Through the increase of cinnamon, he understood very easily that his privileges would have to be augmented, and that upon petitioning for new lands for his benefit, and clearing the overgrown lands already belonging to him in property, he would encounter far fewer difficulties than at present, when cinnamon cannot yet be obtained in such abundance in the Company's lands as is required for their Honors' trade. It has appeared to me on various occasions that these notions prevailed among the majority of the Sinhalese. Paragraph 12. For greater clarity and comprehensibility of what is treated here, I note beforehand that a reasonable distinction must be made between the deeds of obligation, since some of the same were entered into by persons who were appointed to new offices, and some by persons who had already obtained their offices prior to the introduction of the deeds of obligation. Paragraph 13. In the first category, the contractors bound themselves [illegible] a thousand men under the enjoyment of two parras of paddy, to be allowed to cultivate the gardens of cinnamon etc. Paragraph 135. The laying out of cinnamon plantations was regarded by the inhabitants as a burden contrary to their inherent obligations; they had an aversion to this work because they feared that if cinnamon trees were to be found everywhere, everyone would then be exposed to unpleasant encounters and the persecutions of the Chalias, who, as they had already experienced, could cause them much harm by accusing them of having ruined cinnamon trees or attaching some other malicious acts to them. Paragraph 136. The aversion of the people to the cinnamon cultivation was evident in the beginning from this: for whatever effort was taken to push through this cultivation, which was conceived with such good intentions and promised so much advantage to the Honorable Company, one could nevertheless hardly succeed in it except after the native was encouraged thereto by granting them titles of honor, prestigious offices, and other tokens of favor whenever he was willing to charge himself with this work. Paragraph 137. Eager for titles of honor and prestige, many of the most prominent Sinhalese soon offered to make substantial cinnamon plantings. They bound themselves thereto by notarial deeds upon forfeiture of their prestige, offices, and monetary fines. Paragraph 138. Many have subsequently indeed made substantial plantings, but one easily understands how much the common people, who were forced into this by the contractors who were mostly the principal headmen, had suffered. Paragraph 9. The planting of cinnamon was unknown twenty-five years ago, more or less, and is thus in itself a new work, but from this it by no means follows that this work conflicts with the inherent obligations. had that in this garden never more than 30 heads of the Gajanayake had worked; and since this was a special [illegible] to awaken that [illegible] Your Right Honorable's secret letter [illegible] will clearly [illegible] of favorable [illegible] the same in [illegible] Governor [illegible] of Your Right Honorable's secret letter [illegible] Honorable Council [illegible].
Dutch transcription
2a 4984. Achtbaare Heer! verpligting van den inlan teegen zin wijl zij vreesden, dat wanneer der van ouds of waaren er kaneel boomen oa de ingezetenen verpligt over al tevinden waeren sComp:s olij tuinen en andere als dan een ieder zoude bloot gesteld zijn, aen tuinen aan te planten en onaangenaame ont te onderhouden zij hebben moetingen en de ver„ ook reets van zeer oude „volgingen der sjalias„ tijden af koffij en peper sen, die hun, zoo als tuinen moeten aanleggen ze reeds ondervonden En daer het den inlanden hadden, veel kwaed geen verklijning of konden stigten met hun schande aanbrengt dat te beschuldigen van hij kanneel aanplant, kaneel boomen te heb„ en 't op het zelfde uijt„ „ben geruineerd of komt of hij een kan„ hun eenige andere neel plantje dan wel moedwillige bedrijven een koffij plantje of aantehangen peper vank in de grond steekt: zoo volgt daer uit, dat het geenzints teegen de aangeboore„ ne verpligting van den Jnlander strijd, om kaneel plantagien aanteleggen § 10. Niet minder ongegoond zijn § 136. De teegen zin des volks de oorzaaken en reedenen teegens de kaneel kutture van den tegenzin der is in den beginnen daer ingeseetenen teegens dit werk van gebleeken want wat ficeerd om had dat in deeze tuin nooit „zend man onder het meer dan 30. koppen van den genot van twee parras Gajanaik gewerkt hadden; nelij de thuijnen van En wijl dit een speciaal kaneel etc:a temogen bewer was ten en aanzien aan„ te verwekken die zee„ uwel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur moeile kealijk Ed aen want ge„ „gegaen - „ken van VE: tesreete brief ik. Agtbaare aad. het dees 4Aff 5040 want door het vermeerderen moeite men ook genoo„ van de kanneel in sComp:s heeft, om deese aanplan landen word de last der „ting die zoo welmeenen ingezeetenen van zelfs ver„ ontworpen was en di minderd en het daagen van, zoo veel voordeel, al„ de E: Comp: beloofde kanneel, dat hun zoo zeer door te zetten, heeft me tegen de borst sluit, en 't welk zij als een verneede„ egter daer omtrend bij „kend werk beschouwen„ na niet kunnen slage vervalt daer door geheel. dan na dat men den inlander daer toe aan En het is insgelijks een moedigde door hun zelfs spreekende zaak„ dat hoe overvloediger de hertitels, aanzienlijke kanneel is des teminder diensten en andere guns de onaangenaame ont„ bewijsingen toetestaan moetingen en vervolgen wanneer hij zig met dit werk wilde be„ „gen der sjalliassen te vree„ laaden. §. 11. De singalees, hoe wel op verre na noch niet beschaaft, bezit in 't algemeen en zeer goed vermist en is, zoo dom niet, als men hem gewoonlijk abphetst. Door het vermeerderen van kaneel begreep hij zeer ligt, dat zijne voorregten moesten vermeerderd worden, en dat hij bij het ver„ soeken van nieuwe gronden ten zijnen voordeeleen zuijveren van de verwilderde en hem reeds in „gen woon het bestier van de Maturesche Des savonij aen „vaard heeft gehad. - §. 135. Het aanleggen van § 9. Het aanplanten van ka„ kanneel plantagie wierd „neel was voor min door de ingesetenen als of meer 25. Jaeren onbe„ kend en is dus op zig zel„ eene last aangemerkt ven een nieuw werk maer tegen hunne aange„ hier uit volgd nog in boorne verpligtige stop geenen deele, dat dit werk dende zij hadden strijdig is met de aangeboorne in dit werk te mo eigendom teegen „sen zijn.. ver„ 1. 2. N. 4985 Achtbaare Heer! eigendom toebehoorende gronden, vrij min„ „dere zwaarigheeden zoude ontmoeten als tans, dat de kaneel nog niet in dien over„ vloed in sComp:s landen kan worden bekoomen als tot haar Ed: handel nodig is mij is bij onderscheide geleegendheeden te vooren gekoo„ men, dat deese begrippen bij het goos der singaleesen heerschten. §12. Tot meerder duijdelijkheijd en 137. versot op eertitels en aan zien booden zig verstaanbaarheid van 't ver„ spoedig veele der handelde bij deese, & 5: voornaamste singalee„ merke ik voor afaan, dat „sen om aanzienlijke er een billijk ouderscheid kaneel aanplantingen tusschen de verbintenis te doen. - zij verbonden hun aktens moet gemaakt daer toe door Notarieele worden, also sommige aktens op verbeuate van deselven aangegaen van hun aanzien, dien zijn door zulke „sten en geld boetens. die in nieuwe diensten gesteld wierden en zom„ § 138. veele hebben nadien wer mige door zulken die kelijk aanzienlijke reets voor de invoering aanplantingen gedaen der verbintenis aktens dog men begrijpt hunne diensten bekoomen ligt, hoe zeer het gemeene /volk/ dat door de aan„ §. 13. Bij de eerste zoort hebben neemens die meest de aanneemers zig verbonden al de eerste hoofden gehad, zeekere aanplantinge waer in gedwongen diceerd om had dat in deeze tuin nooit „zend man onder het meer dan 30. koppen van den genot van twee parras Gajanaik gewerkt hadden; nelij de thuijnen van En wijl dit een speciaal kaneel etc:a temogen bewer„ was ten en aanzien aan„ te verwekken die zee„ uwel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur wierden kealijk „gegaen de aln de me hadden. ten ge„ „ken - van VE: tesreete brief ek Agtbaare aad. het dees aAff 5040
English
were to labor on these plantations for the benefit of the Hon. Company within a specified time and often, according to the complaints and grievances submitted to me, had to sacrifice and lose their own gardens and lands, because the said contractors found them suitable and favorably situated for these plantations, and against this cinnamon cultivation were more and more taken. § 139. There is almost no native headman who has not undertaken, the one to please his superiors, the other to be placed in an office, the third to obtain a sword and title of honor, to make plantations of cinnamon, coffee, pepper, areca, sappanwood, etc., and that mostly all far above their capacities, in order to be able to accomplish the same. § 14. In the second sort, on the other hand, the contractors have only undertaken to make certain plantations for the benefit of the Hon. Company under forfeiture of their already acquired offices if they did not accomplish this their obligation in a certain period of time; there being only very few of these who at the same time bound themselves to pay a fine upon failing to complete their undertaking. having assumed the administration of the Matara Dessavony. § 9. The planting of cinnamon was more or less unknown 25 years ago and is therefore in itself a new work, but from this it does not in the least follow that this work is contrary to their innate obligations. § 135. The laying out of cinnamon plantations was regarded by the inhabitants as a burden against their innate obligations, in which work they were all the more opposed. § 146. 4986. Honorable Sir! § 15. There is thus a great distinction among these deeds of obligation, and it would therefore be very ill done if one wished to treat them all alike. I have also already in a separate letter of 31 August 1789 pointed out to the then Commander of Galle, Kraijenhoff, this distinction and at the same time the hardship in the case of the Headmen of the Tamblinieros of the Attepattoe. I also requested in the letter, of which a full copy can be found under the annexes hereof at No. 1, to be provided with the necessary orders as to how I should act with these headmen of the Tamblinieros, as for myself I dared not venture a decision in that case, the more so because I was fully assured that these headmen had had to make some gifts to obtain those services, as was a general custom in those and earlier times. § 140. In the deed of obligation of these contractors a certain time was determined when the planting had to be completed, if the contractor did not wish to incur the determined penalty. Some of the contractors had not fulfilled their obligation and, the time having expired, the Dessave Mr. Van Angelbeek with all equity imposed upon them that punishment to which they had voluntarily subjected themselves by the deed. § 141. This alerted all the other contractors (who, as already said, were the first persons of the country). And convinced that they could not and had not satisfied their obligations, which now were mostly expired or running out, there naturally arose in them the fear that they had forfeited either their offices, or their acquired titles of honor, or some monetary fine. This fear was all the greater because they felt they had brought themselves voluntarily into that situation, and because they had seen that Mr. Van Angelbeek conducted himself according to the contents of the deeds of obligation. § 142. It was natural that all the headmen and contractors began to think of means to avert the danger that threatened them. [illegible] to work the gardens of cinnamon etc. with a thousand men under the enjoyment of two parras of paddy, and to generate respect [illegible] Honorable Council. 5040 § 16. Pursuant to the respected directive of the Hon. Ceylon Government to Galle dated 22 September 1789, to be found at No. 2 among the annexes hereof, I was instructed by letter of the 26th following from Galle that your Honor may still carry out the very equitable proposals made by your Honor in the letter of 31 August. having assumed the administration of the Matara Dessavony. § 9. The planting of cinnamon was more or less unknown 25 years ago and is therefore in itself a new work, but from this it does not in the least follow that this work is contrary to their innate obligations. § 135. The laying out of cinnamon plantations was regarded by the inhabitants as a burden against their innate obligations, in which work they were all the more opposed.
Dutch transcription
wierden om in deese ten voordeele van de E: Comp: binnen een bepaalden tijd aen, aan plantingen te ar„ „beijden en dikwijls vol teleggen, onder voorwaarde, „gens de bij mij inge„ dat zoo zij aan hunne ver„ buitenis kwamen te man„ bragte klagten en be„ swaaren hunne eigene „gueeren, zij niet alleen hun„ thuijnen en landen moet „ne te verkrijgene en ver„ sten op offeren en ver„ sogte, diensten zouden ver„ „liesen, wijl gedagte aan „beuren maar ook boven neemens de zelve tot dien een zeekere geld boe„ deese aanplantingen be„ „quaam en gelegen vonden § 14. Bij de tweede zooat hebben teegen deese kaneel kul daer en tegen de aannee„ ture meer en meer „mers alleen aangenomen ingenoomen wierden zeekere aan plantingen ten §139. Daer is bij na geen voordeele van de E: Comp inlandsche hoofd, die niet te doen onder verbeurte den eene om zijn gebieden van hunne reets verkree„ te behaagen, den anderen in een dienst gesteld „gene diensten, zoo ze te worden; de derde om deese hunne verbinte„ een houwer en eerti„ nis niet in een zeeker tel te verkrijgen aan tijd peak volbragten; „genoomen heeft aan„ zijnde maar zeer en„ „plantingen van na„ „neel, koffij, peper „kelde van deese, die zig arreek sappanhout tevens verbonden heb„ etc:a te doen en dat meest allen verre boven ben bij het niet vol„ hunne vermogens, om de zelve te kun„ brengen van hunne aan„ „nen volbrengen. neeming eene boete te betaelen te betaalen. gemo het bestier van de Maturesche Des savonij aen „vaard heeft gehad. - § 9. Het aanplanten van ka„ 5. 135. Het aanleggen van kanneel plantagie wierd „neel was voor min door de ingesetenen als of meer 25. Jaeren onbe„ „kend en is dus op zig zel„ eene last aangemerkt ven een nieuw werk maer tegen hunne aange„ hier uit volgd nog in boorne verpligtige stui geenen deele, dat dit werk dende zij hadden strijdig is met de aangeboorne in dit werk te mee § 146 ver„ teegen 515 4986. Achtbaaren Heer! §: 15. Daar is dus een groot onder „ §. 140. Bij de verbintenis scheid onder deeze verbinte aktens deezer aannee„ „mers was een zeeker „nis akten, en het zoude dus zeer qualijk gedaen teid bepaald, wanneer zijn als men die alle op de aanplanting moest volbragt zin, wilde een en den zelfden leest den aanneemer niet wilde schoeien. ook heb in de bepaalde peene ik reets bij aparten brief vervallen. Eenige van den 31. Aug:s 1789. aen der aanneemens den toenmaligen Heer hadden hunne verbin„ Gaalsch kommandeur tenisse niet volbragt kraijenhoff dit onderscheid en de teid verstroo„ en tevens de hardigheid aan „ ken zijnde, leide den Heer Dessave van „geweezen in het geval van Angelbeek met al de Hoofden der Tamblienie„ „le billijkheid hun ros van de attepattoe. Jk die staaf op waer verzogt tevens bij den brief aan zij zig bij de van dewelken een volleedig akte vrijwillig kopij onder de bijlaegen onderworpen hadden. deezes bij N:o 1: te vinden § 141. Dit maakte alle is, met de nodige orders de overige aannee„ mers (:die gelijk te mogen worden voorzien reeds gezegd, de hoe ik met deeze hoofden eerste perzoonen van van de Tamblienieros zoude het land waaren:) op merkzaem. moeten handelen, alzoo ik En overtuigd dat ze voor mij geen uitspraak aangeschreeven dat ik betuigd oongecouw ficeerd om met duij„ had dat in deeze tuin nooit „zend man onder het meer dan 30. koppen van den genot van twee parras Gajanaik gewerkt hadden; nelij de thuijnen van En wijl dit een speciaal kaneel etc:a te mogen bewer„ was ten en aanzien aan „ te verwekken die zee„ uwel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duyde n van gunstige dezelve in gouverneur aan „kerlijk niet en en ut ge„ „gegaen „ken van VE tecreete brief in ik Agtbaare Raad. het dees 4aff 5040 aan hunne verbinte„ in dat geval duafde wagen, nissen, die meest alle te meer ik ten vollen ver„ nu ten einde liepen of zeeherd was, dat deeze geloopen waeren, niet hoofden ter verkrijging voldaan hadden nog vol„ van die diensten eenige ge„daen konden ontstond „in hun natuurlijker schenken hadden moeten wijze de vrees, dat zij doen, gelijk dat in zaar of hunne bedieningen of hunne verkreege die en in vroegere tijden eentitels, of eenig geld een algemeen gebruik boete verbeurt hadden was geweest. Deeze vrees was te grooter wijl zij ge„ § 16. Ingevolge van het gevenereer„ voelden zig vrijwillig de aanschrijven van de in het geval gebragt ge-eerde Ceilonsche Regee„ te hebben, en wijl zij ge„ „ring naar Gale de dato „zien hadden, dat den 22. 7ber: 1789. bij N:o 2: Heer van Angelbeek onder de bijlaegen deezes zig na den inhoud te vinden wierd mij bij der verbintenis ak„ brief van den 26: daer aen tens gedroeg. van Gale aangeschreeven 3142. Het was natuurlijk dat alle de hoofden Nog mag uw E: ter uit„ en aanneemens op voek stellen de zeer middelen begonnen te denken om het ge„ billijke voorslagen door uE: vaer, dat hun te voore„ bij brief van den 31. aug:s het bestier van de Maturesche Des savonij aan „vaard heeft gehad. - §. 135. Het aanleggen van § 9. Het aanplanten van ka„ kanneel plantagie wierd „neel was voor min door de ingesetenen als of meer 25. Jaeren onbe„ „kend en is dus op zig zel„ eene last aangemerkt ven een nieuw werk maer tegen hunne aange„ hier uit volgd nog in boorne verpligtige stef geenendeele, dat dit werk dende zij hadden strijdig is met de aangeboorne in dit werk te me gevon aan stond teegen ver„
English
4387. Honorable Sir! made to us, to remove resistance. Nothing was certainly more convenient for this purpose than to cause a general uprising by the people, who had so much self-interest that these plantations should no longer take place in the future; for these plantations had to be carried out, brought into state, and maintained by the common people, without them being rewarded for their trouble, while their own lands and gardens came to suffer under it. All those who, according to the indication appearing in the aforementioned letter, have behaved so negligently in the execution to which they bound themselves upon obtaining their posts, and thus to put those proposals into execution where and as Your Honor shall find to be proper in the best service of the Honorable Company. Paragraph 17. In consequence of this, both generous and favorable qualification and high approval of my proposals, I have not only not taken the least fine from the remaining single chief of the Tamblinievos—the second one, as appears from the copy of the separate letter of 31 August produced under No. 1, having fled with his family out of fear—nor dismissed him from the service, but on the contrary entrusted solely to him the post that they previously had held together. Paragraph 18. This example alone proves all too clearly how unfounded the assertion of Commander Sluysken in Paragraph 140 of his secret report is, where he says: And the time having expired, the Honorable Dessave van Angelbeek with all equity imposed upon them those punishments to which they had voluntarily subjected themselves by the deed. Paragraph 19. Besides these so speaking proofs, Mr. Sluysken might well have reflected somewhat more upon my declarations on Article 5 of the general complaint and at the 8th article of the complaints of the Girreway inhabitants, in which I pointed out that although all the deeds of agreement entered into at the time of the Honorable Dessave Fretz were mostly expired, yet none of the contractors was dismissed from their posts or punished by me, except those persons who appear in the copy of the separate letter of 31 August cited several times above, and the Vidane Arachche of Marakadde who has undertaken the administration of the Matara Dessavony. Paragraph 9. The planting of cinnamon was unknown for more or less 25 years and is thus in itself a new work, but from this it follows in no way that this work is contrary to native obligations. Paragraph 135. The laying out of cinnamon plantations was considered by the inhabitants as a burden against their native obligations, which they had in this work. 4992. Paragraph 29. It is certainly not to be denied that there are many. Paragraph 150. The common people up to Lascoreens inclusive were since long. 4988. Marakadde, who alone paid the fine and remained in his post, although he had also forfeited his post. Paragraph 20. I hope that these remarks will be sufficient to demonstrate with how much authorization I have treated this matter. And the product No. 1 will at the same time clearly show to what extent I have justified these deeds of agreement, and from all this together to what extent the complaints of the inhabitants regarding these deeds of agreement are well-founded or unfounded; and from the explanation below at Paragraph 152 it will become evident what must be thought of the complaints appearing here alongside: that the lands and gardens of the inhabitants came to suffer through these plantations. Paragraph 21. Mr. Sluysken was written to by the Venerable Ceylon Government by letter of 17 September regarding this complaint, that I testified that in this garden never more than 30 heads of the Gayanaik had worked; and because this was a special case. Paragraph 143. By the Colombo Government letter of 30 April 1789, the Honorable Dessave van Angelbeek was authorized to work the gardens of cinnamon etc. with one thousand men enjoying two parras of paddy, and to generate that separate secret letter, and it will clearly be seen that the same into favorable Governor, Right Honorable, can and shall be kept, Council, Honorable.
Dutch transcription
4387. Achtbaare Heer! „aan ons gedaan, teegen stond te verwijderen. Niets was zeker hier „alle de geenen die zig blij„ toe gerieflijker dan „kens aanwigzing, die bij een algemeen opstand „gem brief voorkoomen zo te laeten doen door het agterlijk gedragen hebben volk dat zo veel eigen in de uitvoering, waer toe belang had dat deese zij zig bij het verkrijgen aanplantingen in den hunner diensten verbonden vervolge geen plaats hebben en dus die voorstel meer vonden, want deese aanplantingen moesten „len ter exekutie leggen daar door het gemeen volk en zoo als uE: Een meesten geschieden in staat ge„ dienste van D E: kompanie „bragt en onderhouden zal bevinden te behooren worden, zonder dat ze voor hunne moeite §17. Ingevolge van deeze zoo ruinen als gunstige qua„ beloond wierden, terweil hunne eige landerijen „lificaatsie en hooge goed„ en thuijnen daer onder keuring van mijne voor„ quaemen te leiden. stellen hebbe ik niet alleen geene de minste boete van het overgebleeven eene hoofd der Tamblinievos (:als zijnde de tweede blijkens de onder N o 1. geproduceerde kopij aparte brief van den 31. ' aug:s met zijn familie uit vreese gevlugt:) genomen nog hem uit den aangeschreeven dat ik betuigd ongecoren genwom ficeerd om met duij„ had dat in deeze tuin nooit „zend man onder het meer dan 30. koppen van den genot van twee parras Gajanaik gewerkt hadden; nelij de thuijnen van En wijl dit een speciaal kaneel etc:a temogen bewer„ was ten en aanzien aan, te verwekken die zee„ wel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur dienst „kealijk „gegaen g g den te voore„ te ge„ „ken van VE tecreete brief ek Agtbaare 2 aad. het dees 4 aff: 5040 dienst gesteld, maer daer en teegen hem alleen den dienst opgedraagen, die zij voor heen met hun beiden bekleedt hadden. § 18: Dit voorbeeld alleen bewijst maer al te duidelijk hoe ongegoond het geposeerde van den Heer kommandeur sluijsken bij §140. van zijn geheim rapport is, alwaer hij zegd En de tijd verstreeken zijnde, leide DE: Dessave van Angelbeek met alle billijkheid hun die straffen op, waer aen zij zig bij de akte vrijwillig onderwarpen hadden §19. Behalven deeze zoo spreekende bewijzen, had de Heer sluijsken wel wat meerdere reflexie mogen slaen of mijne betuijgingen op aat: 5. van de generaele klagt ola en bij het 8=te ar„ tikel van de klagten der Girrewaise inge„ zeetenen, waer bij ik aangewesen heb, dat of schoon alle de verbintenis aktens ten tijde van de E: Dessave Fretz: aangegaan, meest verstreeken waeren, echter niemand der aanneemers door mij van hunne diensten is afgezet of gestraft geworden, be„ halven die perzoonen, die bij den hier vooren te meer maalen aangehaalden kopij aparten brief van den 31.: ' aug:s voorkoomen, en de vidoen aaraetje van Marahadde gew het bestier van de Maturesche Des savonij an „vaard heeft gehad. - §. 135. Het aanleggen van § 9. Het aanplanten van ka„ kanneel plantagie wierd „neel was voor min door de ingesetenen als of meer 25. Jaeren onbe„ „kend en is dus op zig zel„ eene last aangemerkt ven een nieuw werk maer tegen hunne aange„ hier uit volgd nog in boorne verpligtige stof geenen deele, dat dit werk dende zij hadden strijdig is met de aangeboorne in dit werk te me ver„ teegen 4992 § 29. Het is zeeker niet te ont en 150: Het gemeen volk kennen, dat er veele zijn tot Lascorijns in klusi„ —ve waaren 't zeederd lange 4988. Marakadde, die alleen de boete betaald heeft en in zijn dienst verbleeven is, of schoon hij zijn dienst ook verbeurd had. §20. Ik verhoope dat deeze aanmerkingen genoeg zaem zullen zijn, tot betoog met hoe veel gemagtigdheid ik dit stuk behandeld heb„ „be. En het produkt N:o 1. zal tevens duij„ „delijk doen zien, in hoe verre ik deeze verbintenis aktens gebillijkt hebbe en uit dit alles te zamen in hoe verre de klagten der ingezeetenen omtrend deeze verbinte„ „nis aktens gegrond af ongegrond zijn; En uit de opheldering hier beneeden bij 5 152. zal komen te blijken, wat van de klagten hier bezijden voorkomende: „ dat de lande„ „rijen en thuijnen der ingezeetenen door deese aanplantingen kwamen te lijden„ moet wor„ „den gedagt. §: 21. De Heer sluijkken werd door § 143. Bij kolombosche de gevenereerde Ceilonsche regeerings brief van den regeering bij brief van den 30. April 1789. wierd 17. 7ber: nopens deeze klagte den E: Dessave van aangeschreeven dat ik betuigd Angelbeek gekwali„en en zal duijde„ had dat in deeze tum nooit ficeerd om met duij„ „zend man onder het meer dan 30. koppen van den genot van twee parras Gajanaik gewerkt hadden; nelij de thuijnen van En wijl dit een speciaal kaneel etc:a temogen bewer 1oo ten en aanzien aan „ te verwekken die zee„ van VE: te Creete wel Edele Gestren„ parte secreete brief n van gunstige dezelve in gouverneur Achtbaare Heer! houden kunnen en zullen worden kealijk 4aff: het dees Raad. Agtbaare ek „ken brief ge„ „gegaen an van 50. 40
English
service, but on the contrary entrusted the service exclusively to him, which they previously had occupied together. Section 48. This example alone proves all too clearly. The discontented complained in the highest degree that in the garden of Kappoegamme 470 head had to labor under the benefit of only a single parra of nelij per month. case was, which could soon be investigated, his Honour should immediately have this investigation conducted, and thereby have the Bookkeeper Frankena, who made the distribution, prove how much nelij he had issued monthly to each person. Section 22. But his Honour, by letter of 20 October, among the appendices of this document under No. 3, section 20, merely replied to this: "The Bookkeeper Frankena submitted a report at Mature concerning the distributions made to the servants in the garden of Kappoegamme, which we hereby present to your Right Honorable under No. 5." Section 23. I likewise refer to this report, which is to be found under No. 4 of the appendices of this document, and further note: that although by Colombo letter of 30 April 1789 qualification was given to me to employ 800 to 1000 head for the work of the plantations, I nevertheless used at most 6 to 700 head for this work. In no way that the work is contrary to their innate nature in this work the more against. Section 29. It is certainly not to be denied that there are many, and 150: The common people, including Lascorijns, were for a long time. Yes, these servants were reduced by a third and a half during the sowing and mowing season to the satisfaction of the inhabitants and provided with proper maintenance, whereas previously they had to perform this work for several years consecutively at their own expense. Section 24. Regarding this complaint, I know nothing more to state than that which I have already declared at the session of 12 August in the Council of Police, to which declaration I refer hereby, and for the greater convenience of your Right Honorable, enclose a copy of that declaration among the appendices of this document under No. 5. Section 144: The people were also not a little prejudiced against these plantations, seeing the bad treatment by the overseers of the plantations, who made them endure many injustices. Section 145. These overseers seem to have applied themselves to breaking the fences and hedges to pieces, through which subsequently the cattle of the inhabitants entered the plantations and were seized by the overseers, and much in order to cause, which certainly to your Right Honorable secret letter and shall clearly from favorable the same in Governor Honorable Sir! can and shall be kept in time. service, but on the contrary entrusted the service exclusively to him, which they previously had occupied together. 448. This example alone proves all too clearly, to have a closer investigation conducted with all accuracy, so that one may know what truth there is to the foundation of these complaints, and one could also the better provide against it in the future; and who at that time was brought by the seizer to Mature before the Dessave; and [illegible] replied: "In this investigation I am also of the opinion that this will be cleared up, while in the meantime it is certain that several inhabitants have complained about the overseers of the cinnamon gardens." Section 26. In consequence of what was written from here to Galle, see section 22 separate secret letter of 20 October No. 3, a conscientious declaration under oath was requested from the free merchant Franchell at Mature, which was then also sent by the Galle letter of 15 December to your Right Honorable, and with an extract from the said Galle letter. Section 146. Where several were pointed out to me, either in the garden belonging to Mr. van Angelbeek and the free merchant Jan Schell, or in an oil mill of the latter near Maturoe, from where several cattle were then brought and returned to the owners. in no way that the work is contrary to their innate nature in this work the more against.
Dutch transcription
dienst gesteld, maer daer en teegen hem alleen den dienst opgedraagen, die zij voor heen met hun beiden bekleedt hadden. § 48 Dit voorbeeld alleen bewijst maer al te duidelijk ken. De misnoegden geval was, dat spoedig kon hebben zig ten hoogste werden onderzogt, zijn beklaagd, Dat in de Ed: dit onderzoek ten eersten thuijn van kappoega„ moest laeten doen, en daer me 470. koppen onder bij door den Boekhouder het genot slegts van Frankena die de verstrek een enkelde parra king gedaan heeft, laeten nelij smaands hebben bewijzen, hoe veel nelij hij moeten arbeijden. aan een elk maandelijks §22. Dog zijn Ed: heeft bij brief van den 20. ' oktober onder de bijlaegen deezes N:o 3. 1. 20. hier op eenlijk geantwoord „ de Boekhouder Franke „na heeft te Mature aangaande de verstrek„ „kingen aan de dienstelingen in de thuijn van kappoegamme gedaan een berigt inge„ „diend, het welk wij uwel Ed: gestr: groot achtb: bij deezen onder N:o 5. aanbieden § 23. Ik gedraege mij insgelijks aan dit berigt dat te vinden is bij N:o 4. van de bijlaegen deezes en merke verders aan: dat of schoon mij bij kolombosche brief van den 30' april 1789. kwalificatie gegeeven is geworden om 800. â. 1000. koppen tot het werk der plantasien te gebruijken, ik egter op zijn hoogst 6. â 700. koppen tot dit werk gebruikt hebben geenen deele, dat of't werk aende zij vooren strijdig is met de aangeboorne in dit werk te meer ver„ teegen had verstrekt. Ja 4932 § 29. Het is zeeker niet te ont en 150: Het gemeen volk kennen, dat er veele zijn tot Lascorijns in klusi„ ik ve waaren 't zeederd lange 4383. aad. Ja deese dienstelingen zijn in de zaai- en maai= „teid tot vergenoeging van de ingezeetenen op een derde en de helfte verminderd en van behoor „lijke onderhoud voorzien, daer ze bevoorens dit werk eenige Jaaren na den anderen op hun„ ne eigene kosten hebben moeten verrigten. — 524. Nopens deeze klagte weet 1:144: Het volk was ook ik niets meerder optegeeven, niet weinig ingenomen dan het geene ik reets ver tegens deze aanplan„ tingen, aangezien klaard hebbe ter sessie van de slegte behandelin„ den 12. aug:s in Raade van „gen der opzigters Polietsie, aan welke ver van de plantagien die hun veele onregt klaaring ik mij bij dee„ „zen gedraege en tot meerder vaerdigheeden lieten gemak van uwel Edele ondergaen groot agtb: een kopij van §145. Deeze opzigters die verklaaring onder de schijnen zig daer op bijlaegen deezes sub N:o 5. toegelegd te hebben om de heiningen en paggers te laeten §25. Jk doe dit te meer wijl de aan stukken bree„ Heer sluijsken bij brief ken, waar door dan van den 20:' oktober 3. 21. vervolgens de koe„ op de order om naer mijne heeften der ingezeete„ nen in de plantagien daar bij voorkomende be „kwamen en door de tuigingen met alle nauw„ opzigters opgevat en veel keurigheid i ten en aanzien aan „ te verwekken die zee„ van VE tecreete wwel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur Achtbaare, Heer! houden kunnen en zullen worden tyds kealijk „ 3 der van a voegen. meer „gegaen brief ik Agtbaare het dees 50 48 dienst gesteld, maer daer en teegen hem alleen den dienst opgedraagen, die zij voor heen met hun beiden bekleedt hadden. 448. D't voorbeeld alleen bewijst maer al te duidelijk keurigheid nader onder„ tijds door den opvatten na Mature bij DE: „zoek te laeten doen, op dat Dessave gebragt men mag weeten, wat van wierden. de gegrondheid deezer klagten zij en men ook daer teegen in den aanstaende te beter kon voorzien, en keldlijk geantwoord heeft: „ Bij dit onderzoek ben ik meede van gevoelen, dat dit zal opgehelderd worden, terwijl het intusschen zeker is dat ver„ „scheide ingezeetenen zig over de opzigters der kaneel thuijnen beklaagd hebben § 26. Ingevolge van het aange„ §146. Alwaer mij nog „schreevene van hier naer verscheide aangetoond Gale vide en 22: aparte se„ zijn of in de aan de Heer „kreete van den 20. ' oktob: van Angelbeek en den N:o 3. is van den vrijkoop vrijkoopman Jaan Chell toebehoorende tum „man Franchell te Ma„ Talaame of in een olie „ture eene gemoedelijke verklaring onder Eede af„moolen van den laatsten digt bij Maturoe waer gevraagd die dan ook bij Gaalse brief van den van daan dan ook ver scheide koebeesten ge„ 15. december aan uw „bragt en aan de Eijge„ wel Edele Groot Agtb: naars te rug ge„ gezonden is, en met een extrakt uit gem: Gaalsen „ geeven zijn. - Den brief geenen deele, dat ot werk dende zy vooren strijdig is met de aangeboorne in dit werk te meer van teegen ver„
English
4932 Section 29. It is certainly not to be denied that there are many among the people who have reason to complain about the maintenance lands allocated to them, as several among them possess bad fields and [illegible] not of that large [illegible] letter under the annexes of this quoted No. 6: is attached hereto. Section 27. This declaration, against which Mr. Sluysken has brought forward nothing, clears me in the most complete manner of all suspicions that the adjacent accusation might have produced. Section 28. From the clarification at Sections 137 to 143 it will sufficiently appear that the contractors in no way had reason to resort to such criminal extremes, because from the moderation with which those who entered into these deeds voluntarily and to obtain their offices and prestige [illegible] Right Honorable [illegible] secret letter [illegible] and shall clearly [illegible] of favorable [illegible] the same in [illegible] maintenance governor, Honorable Sir! be able to be kept and shall be [illegible] Section 150: The common people up to and including the Lascorins were for a long time displeased and have brought very many complaints to me about this, namely that there were only few among them who were accommodated. Discussing this with merchant Franchel here, he declared from his side out of a desire for peace to gladly submit to surrendering these cattle, relying however on the testimony of Mr. van Angelbeek that he had either paid properly for these cattle or had come by them in a proper manner so far as concerned him personally. Section 147. Having shown that the lower classes of the inhabitants, as well as the chiefs and contractors, had an interest in the matter of the plantations being abolished, one will easily understand that there was no better means to this end than to incite a rebellion that surely [illegible] general had to be, and for which no better opportunity could be found than the expedition to Baddegierie. Section 148. That the fear of bad consequences for not fulfilling the engagements to carry out considerable planting is one of the principal reasons for the latest unrest, or must at least be regarded as such, is almost beyond doubt. For whatever trouble the Honorable Commissioners Foetsz and Samlant and later I have taken to keep the deeds of engagement in force, it was not possible. The participants were not even satisfied that by my mandate ola these deeds of engagement were annulled; I found myself forced to have them torn up in the presence of the people, because they would not even be satisfied with having them cancelled. As soon as this was done, I could clearly perceive that everyone was satisfied and peace more or less began to be restored sufficiently. Section 149. In order not to let the matter of the plantings, which has actually already advanced very far, fall entirely into ruin again, but on the contrary, if it were possible, to let it continue, and to maintain as much as possible the prestige of the Honorable Company, I have by my mandate ola granted the contractors of the plantations another term of four years, as a special favor, to still be able to meet their engagements within that time, reserving for the Honorable Company the right to reward or punish those who, after the expiration of these four years, had acquitted themselves well or poorly of their obligation, according to the findings of the matter. By this, I believe to be assured that the plantings, if not increased, will at least be maintained in their present state. [illegible] dismissed from service, but on the contrary assigned solely to him the service that they previously had occupied together. [illegible] only proves all too clearly [illegible] at the time brought to Matara before the Honorable Dissave [illegible] to have a closer investigation made with accuracy, so that [illegible] had expired, been treated, could make a certain conclusion that one would practice the greatest leniency toward them in this matter, and the treatment of the head of the Tamblineros of the attepattoe toward those who already held their offices before entering into these engagements served as a guarantee to them that they ran no danger of getting into trouble over the non-fulfillment of their engagements.
Dutch transcription
4932 § 29. Het is zeeker niet te ont § 150: Het gemeen volk kennen, dat er veele zijn tot Lascorijns in klusi„ „ve waaren 't zeederd lange onder het volk, die reede„ misnoegd en hebben hier „nen hebben om zig over de over zeer veele klagten aad. hun toegedeelde onder bij mij ingebragt, na„ houds landen te beklagen mentlijk dat er onder alzo verscheide onder hun slegte velden bezitten en hun slegts weinige ik niet van die groote waaren, die akkomode„ brief onder de bijlaegen vrij koopman Franchel hier deeses gequoteerd N:o 6: over onderhoudende ver„ hier nevens legt. klaarde hij van zig uit § 27. Deese verklaaring waer hoofde van de lewenschene teegen de Heer sluijsken rustgaarne te onderwerpen niets ingebragt heeft, deese koebeesten aftestaen zuijverd mij op het vol„ zig egter beroepende op koomenste van alle ver„ het getuigenis van de „denkingen die de ne„ Heer van Angelbeek „venstaande beschuldiging dat hij of deese koebeesten had kunnen voortbrengen behoorlijk betaald, of daar aan op eene beta„ melijke wijze, zoo verre hem personeel aangong gekoomen was. §: 28. Uijt de opheldering bij § 147. aangetoond hebbende § 137. tot 143. zal ge„ dat de geringe klassen noegzaam blijken dat der ingezeelenen zoo wel de aannemers geenzints reedenen gehad hebben om als de hoofden en aannee„ tot zulke misdadige mers belang hadden dat uitersten over te slaan, het stuk der plantagien wijl zij uijt de gema mogte afgeschaft wor„ „tigdheid waermede den, zal men ligte zij die deese aktens lijk begrijpen, dat er vrijwillig en ter verkaij geen beter middel toe „ging van hunne amp „was dan een opstant ten en aanzien aan„ te verwekken die zee„ wel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in 1 8 onderhouds gouverneur Achtbaaren Heer! houden kunnen en zullen worden „kerlijk „ 4990. Agtbaare Ek het dees 4Aff: 5040 van VE teCreete brief „gegaen Den ver dienst gesteld, maer daer en teegen hem alleen den dienst opgedraagen, die zij voor heen met hun beiden bekleedt hadden. 448 't naarbaeld alleen bewijst maer al te duidelijk keurigheid nader onder„ tijds door den opvatte na Mature bij D E: „zoek te laeten doen, op dat „ Dessave gebragt „gegaan hadden en wel„kerlijk algemeen moeste „kers tijd reets verstael„ zijn, en waer toe geen ken was, behandelt zijn beeter gelegenheid konde geworden een seeker be„ gevonden worden dan de togd sluijt konden opmaeken na Baddegierie dat men omtrent hun de grootste toegeevend 3. 148. Dat de vrees voor heid in dit stuk beoeffekwaade gevolgen over het nen zoude, ende behan niet volbrengen der ver„ deling van het hoofd, bintenissen om aanzien„ der Tamblineros van lijke aanplanting en de attepattoe aan hun te doen een der voornaam die reets voor het aanste reeden van de laatste „gaan deeser verbinte onlusten is of ten minsten nissen hunne ampten daar voor moet aange„ bekleededen tot een waermerkt worden; is bij na borg verstrekte dat ze ontwijffelbaar. geen gevaar liepen om want wat moeijte de E: wegens 't niet volbren, kommissarissen Foetsz: „gen van hunne ver, en samlant en nader„ „bintenissen in verdriet hand ik gedaan hebben om de verbintenis aktens te komen. in weezen te houden was het niet mogelijk - De deelhebbers waaren niet eens voldan dat bij mijn Mans „ 4932 § 29. Pet is zeeker niet te ont, en 150: Het gemeen volk kennen, dat er veele zijn tot Lascorijns in klusi„ „ve waaren 't zeederd lange onder het volk, die reede misnoegd en hebben hier „nen hebben om zig over de over zeer veele klagten hun toegedeelde onder„ bij mij ingebragt, na„ houds landen te beklagen mentlijk dat er onder alzo verscheide onder hun slegte velden bezitten en hun slegts weinige aak niet van die groote waaren, die akkomode„ lans of onderhouds 4991 Mandaet ola deese ver„ „bintenis aktens vernie„ „tigd wierden; Ik zag mij genoodzaakt dezelve in teegenwoordigheid van het volk te laaten ver„ „scheuren, wijl ze niet eens zig vergenoegen wil„ den met dezelve te laeten roijeeren zo daae was dit niet gedaan of ik kon duijdelijk bemerken dat een elk voldaan en de rust genoegzaam min of meer zig begon te herstellen. §149. om het stuk der aanplantingen dat werke„ „lijk reeds zeer verre ge„ vorderd is niet weder geheel te laaten verval„ „len maar in tegendeel was het mogelijk te laaten voortduuren en om het aanzien wwel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in aaff gouverneur houden kunnen en zullen worden van moeste de lk Agtbaare raad. het dees Achtbaare Heer! 5048 van VE te Creete brief dienst gesteld, maer daer en teegen hem alleen den dienst opgedraagen, die zij voor heen met hun beiden bekleedt hadden. 448 P 't meerbaeld alleen bewijst maer al te duendelijk keurigheid nader onder„ tijds door den opvatte na Mature bij DE: „zoek te laeten doen, op dat t Dessave gebragt van de E: komp: zoo veel mogelijk staande te hou„ den heb ik bij mijn Man„ daat ola de aannemers der plantagien nog een ter„ mijn van vier Jaaren als uit een bijzondere gunst toegestaan om in die tijd als nog aan hunne engagementen te kunnen voldoen voor d' Ed: kompenie het regt behoudende om die geenen die na verloop van deese vier Jaaren zig van hunne verpligting wel of kwaalijk gekweeten hadden, na bevinding van zaaken te beloonen of te staaffen Hier door meene ik verzekerd te zijn, dat de aanplantingen zoo niet al vermeerderd ten minsten in de tegen „woordige staat onder houden
English
4932 Section 29. It is certainly not to be denied that there are many among the people who have reason to complain about the maintenance lands assigned to them, as several among them possess bad fields and also not of that size as the regulation specifies. Section 30. If, however, Mr. Sluijsken had been able to take the trouble and time had permitted him to trace and investigate the rolls of the accommodations kept at the Secretariat of Mature, he would have been convinced that the people have greatly exaggerated their grievances in this regard, and that it is in particular a palpable untruth that only a few among them possessed maintenance lands. Section 31. And with respect to the Lascorins as well as the corporals, he would have been able to discover this further from the descriptions and rolls of these servants, on which is also indicated what each of them [possesses] for maintenance. Section 32. The length of time since which the inhabitants have been complaining about this is sufficient proof that there is no possibility for the Honorable Company to satisfy them in this matter. Section 33. This reallocation of the maintenance lands was already carried out 20 years ago by the Honorable Dessave Burnat, and in this reallocation, more attention was certainly paid in general to the interest of the Honorable Company than to that of the people, with respect to the quality of the lands and the convenience of obtaining the harvested grains into the Company's warehouses in the easiest manner. Section 34. Regarding these complaints, the Honorable Dessave Faetz and I have already declared at the session of 21 August in the Council of Ceylon that, concerning this grievance... and 150: The common people, including the Lascorins, had long been discontented and have brought forward very many complaints about this to me, namely that among them there were only a few who possessed accommodations or maintenance lands for their services; that they, however, in accordance with their innate obligation, had always performed their service; that ever since 1744 they had been successively promised that each would be granted an accommodation for their service according to the Regulation, but that instead of that, with doubling and indeed without reward, all kinds of new obligations were imposed upon them: under which they specifically placed the establishing of cinnamon plantations and other products, for which the headmen were endowed with honorary offices and esteem, and this at the cost of their sweat and blood. Requesting, therefore, that this be redressed, and that as of old, only one person from each family, enjoying maintenance lands, might be taken into the Company's service. Section 151. Many maintenance lands that had been cultivated through the care and trouble of the inhabitants, and were more fertile than others, had been taken away from them for some time, confiscated for the Honorable Company, and leased out, whereby many who had possessed accommodations no longer profited from them at all; requesting therefore that everyone might be reinstated in the possession thereof; while also many pieces of land, which previously served as accommodations for eight persons, had for some time been divided among 16 persons. Section 152. Among the discontented, there were very many who complained that against their will, their coconut trees and gardens had been taken away from them... strongly insisted that [they] might be redressed speedily, because the most prominent families had to suffer very much damage through such a government. a person who was a native of the Gale Korle, is appointed as Ridaan Aratje of the resthouse of Kahawatte in the Gerewaijpattoe. Your Right Honorable Secret Letter... Honorable Sir! can and will be maintained. Section 157. Section 47. Honorable Council. 5048 letter
Dutch transcription
4932 § 29. Het is zeeker niet te ont, en 150: Het gemeen volk kennen, dat er veele zijn tot Lascorijns in klusi„ „ve waaren 't zeederd lange onder het volk, die reede„ misnoegd en hebben hier „nen hebben om zig over de over zeer veele klagten aad. hun toegedeelde onder bij mij ingebragt, na„ houds landen te beklagen mentlijk dat er onder alzo verscheide onder hun hun slegts weinige slegte velden bezitten en ook niet van die groote waaren, die akkomode„ sans of onderhouds als het reglement wel Landen voor hunne diensten §30. Indien echter de Heer sluijs bezaaten, dat zij egter „ken zig de moeite had kun navolgens hunne aange„ „nen geeven ende tijd hem 't boovene verpligting altoos toegelaeten had, om de ak hun dienst hadden ver„ „komodessans vollen tease rigt, dat men haer al 't „cretarij van Mature be„ zeedert 1744. sukces sief be rustende nategaan en te loofd hadde elk voor hun onderzoeken: zoo zoude hij dienst naer 't Reglement een overtuigd geworden zijn, dat accomodesan te zullen het volk hier omtrend zijne toevoegen, dog dat men bezwaaren zeer gegrosseert heeft, insteede van dat haer en dat het inzonderheid eene met verdubbeling en dat tastbaare onwaarheid is, dat wel zonder belooning allerleij bepaald. sterk aan, dat uit ling, die geboortig was spoedig mogten geredres„ uit de Gale korle, seerd werden, wijl de als ridaan arraatje aansienlijkste geslagten van het rusthuijs van kahawatte in door een diergelijk be„ de gere waijpattoe aan =stier zeer veel nadeel gesteld is moesten ondergaan. van VE te Creete uwel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde n van gunstige dezelve in gouverneur A Achtbaaren Heer! houden kunnen en zullen worden. zoorten § 157. §47. nen penie d om u maer ek Agtbaare het dees 5048 brief maar weinige onder hun zoorten van nieuwe ver„ onderhouds landen bezaeten. pligtingen opleide: waer § 31. En ten opzigter der Lasce onder zij in het bij zonder rijns zog wel als der kap het aanleggen van kan„ raels, zoude hij dit nader neel plantagien en ande hebben kunnen ontdekken re produkten stelden, en bij de beschrijvingen en waar voor de hoofden met rollen deezer dienstelingen, eer ampten en aanzien bij dewelke tevens aange„ wierden beschonken, en zulx weezen word, wat een ider ten kosten van hun sweet hunner tot onderhoud. en bloed. - verzoekende dus dat daer in voorzien wierde §32. De langheid van teid, 't en dat zoo als van ouds zeederd, welke de ingezee, uit elk familie slegts tenen ten deezen klaagen een persoon onder 't genot is een genoegzaam bewijs van onderhouds landen dat er geene mogelijkheid tot 's Comp: dienst mog„ voor de Ed: komp: is, om hun in dit stuk te verten genoomen worden. „genoegen. §: 33. Deeze verschikking der §151. veele, onderhouds land en onderhouds landen is reets die door zorge en moeite voor 20. Jaaren geschied door der ingezeetenen: waaren den E: Dessave Burnat gekultiveerd geworden en en bij deeze verschikking meer der vrugtbaer is zeeker in 't algemeen waaren dan anderen, waeren haar wel of kwaalijk gekweed hadden, na bevinding van zaaken te beloonen of te staaffen Hier door meer ik verzekerd te zijn, dat de aanplanting zoo niet al vermeerder ten minsten in de leg woordige staat onder het houden bezit. meer 4993 Achtbaaren Heer! meer op het belang van de het zeederd eenigen tijd af„ Ed: Comp: gezien dan op die genoomen en voor de E: Comp: des volks ten opzigte van ingetrokken en verpagt de deugdzaemheid der gron geworden waer door veele den en van het gemak, die akkomodesans hadden om de ingeoegst werdende bezeeten in 't geheel daer graanen in sComp:s pakhuij van niet meer profiteer„ „zen op de gemakkelijkste den; verzoekende daerom dat elk wederom in de wijze te bekoomen. bezetting daer van mog„ „te gesteld worden; terwijl ook veele stukken lands die bevoorens tot akkomo„ „dessans voor agt per„ zoonen hebben gestrekt t zeedert eenigen teid aan 16. perzoonen waaren verdeeld. 534. Nopens deeze klagten hebben 3. 152: onder de misnoeg„ DE: Dessave Faetz: en ik den bevonden zig zeer ter sessie van den 21. ' aug: in veel die zig beklaagden Raade van Ceilon reets dat men hun tegens hun verklaard, dat ons omtrend zin hunne kokes boo„ men en thuijnen hadde, deeze bezwaarnis geduu„ penn uar ling, die geboortig was spoedig mogten geredres„ uit de Gale koule seerd werden, wijl de als ridaan arraatje aansienlijkste geslagten van het rusthuijs van kahawatte in door een deergelijk be„ de gere waijpattoe aan =stier zeer veel nadeel gesteld is moesten ondergaan. van VE te Creete uwel Edele Gestren„ parte secreese brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur „vende afgenoomen § 157. aen haer §47. brief ek Agtbaare Raad. het dees 4 aff 50 48
English
confiscated and, during our administration of the Matara Dessavony, no complaints were brought before the Company as had previously been stated, withdrew from them no longer valid. Section 35. I explain this further at present: if it were done here on the side for the account of the Company, as mentioned, that which was paid for the coconut trees would have to be entered into the treasury accounts, doing so for eighteen stuivers for each tree, although they were worth 2 to 3 rixdollars, not counting the trouble they had taken upon themselves to plant and cultivate such coconut gardens in the hope of having some benefit from them in the future. Section 36. It is very improbable that others who made plantations would have chosen such lands on which there were coconut trees and for which they would have had to pay, since in the Matara district there were still so many thousands of morgens of waste lands. Section 37. And since, moreover, it was a fixed rule, both in the time of the Honorable Dessave Faetz and in mine, that those who wished to make any plantations, on whatever grounds that might occur, were obliged, before beginning therewith, to have the selected lands inspected and received no permission to make the plantations until after a written report of the inspection had come in, it is quite certain that the complaints brought before Mr. Sluysken concerning these confiscations of gardens can only have reference to occurrences prior to the administration of the Honorable Dessave Faetz and of myself, assuming that these complaints might be well-founded. Section 38. Yet this too is very improbable, as the Sinhalese have the habit, upon a change of administration, of bringing forward anew all their complaints, both settled and unsettled, and particularly not forgetting to report all the alleged harm done to them by the previous ruler to the new one, to reward or punish according to the findings of the matter whether they had acquitted themselves well or poorly. By this I believe it is assured that the plantations, if not increased, are at least maintained in their present state. Section 39. The grievances of the people appearing in these three paragraphs, 153 to 156, are most clearly elucidated in the Colombo resolution of 19 February 1763, in which is inserted a letter from the Extraordinary Councilor of Dutch India Arnoldus de Ly, the then Dessave of Matara, dated the 16th prior, written to the Noble Lord Governor Van Eck, together with an extensive report from knowledgeable natives, in which the manner of sowing the Company's fields is broadly indicated, both before the leasing of these fields arose in the year 1738 and after the leases were introduced. Paragraph 153. Many complained, and most notably the peoples from the Giruwapattu, that the inhabitants had been employed by the headmen quite improperly beyond their obligations to cultivate the Company's fields, because of which they had to neglect their own fields for so much time. Paragraph 154. To which injustice is added that the headmen had appropriated for themselves half of the sower's share that belongs to the cultivator in its entirety, whereby the sowers received only half of what was due to them, and even less after the deduction of the seed corn; furthermore, that even though the crop had been lost through one misfortune or another, they had still been made to pay for the seed corn despite the fact that they could enjoy nothing from the field. Paragraph 155. The inhabitants requested henceforth, according to ancient custom, strongly that redress might speedily be made, since the most distinguished families suffered great prejudice from such an administration, as a stranger native to the Galle Korale was appointed as ridaan aratchi of the resthouse of Kahawatte in the Giruwapattu. Section 40. From which report it fully appears that the inhabitants from ancient times have been obliged and bound to cultivate and harvest the Company's fields, from which it naturally follows that not the least foundation is found to reward or punish according to the findings of the matter whether they had acquitted themselves well or poorly. By this I believe it is assured that the plantations, if not increased, are at least maintained in their present state.
Dutch transcription
afgenoomen en voor 28. rende ons bestier van de Matureesche Dessavoni Comp: gelijk men voor geene klagten zijn voorge had gegeven, ingetrokken hun niet meer goed. §35. Ik verklaare dit thans doende als acht tien stuijv: nader: zoo het hier bezij„ voor ieder boom, schoon de„ zelve 2. â 3. rijksd:s waerd den verm: voor reeke„ „ning van de komp: waa waaren geweest niet ge„ re geschied, zoude het reekend de moeijte die betaalde voor de kokus ze sig hadden gegeeven boomen bij de kassa ree„ van diergelijke kooker keningen moeten opgebragt Thuijntjes aanteleggen en aante kweeken in §36. Zeer onwaarschijnlijk is hoop van daer van in het dat andere die aan den aanstaende eenig plantingen gedaan hebben nut te zullen hebben. zulke gronden zullen hebben gekooten op dewelke klapperboomen waa„ ren en waar voor ze zouden hebben betaald, daar in het Matureesche nog zoo veele duij zenden moogen woeste gronden waaren. §37. En daer het boven dien zoo wel ten tijde van den E. Dessave Faetz als van mij eene vaste wet was, dat zij, die eenige aanplantingen wilden doen, uit welken hoofde die ook mogt geschieden, verpligt waeren, voor daermeede te be„ „ginnen de uitgekoosene gronden te wel of kwaalijk gekweeten hadden, na bevinding van zaaken te beloonen of te staaffen Hier door meene ik verzekerd te zijn dat de aanplantingen zoo niet al vermeerderd ten minsten in de tegen „woordige staat onder laeten houden koomen. zijn. 4994. laaten visiteeren en niet eerder verlof kreegen, tot het doen der aanplantingen; dan na dat een schriftelijk rapport van de visitatie was ingekoomen zoo is het wel zeeker dat de klagten die omtrend deese afneemingen der thuijnen bij den heer sluijsken zijn ingebragt, alleen hunne betrekking kunnen haad. hebben opgebeurtenissen voor 't bestier van den E: Dessave faetz: en van mij veron„ „dersteld zijnde, dat deese klagten mogten gegrond weesen §38. Dog ook dit is zeer onwaarschijnlijk wijl de singalees tot gewoonte heeft bij 't ver„ anderen van bestier alle zijne klagten zoo afge„ ^als onafgemaekte maakte ^ op nieuw in tebrengen en in zon„ „derheid niet vergeet, om al 't vermeen„ „de quaad hem aangedaan door den voo„ rigen gebieder, bij den nieuwen aante §n 39. De beswaarnissen van 't 3153 veele beklaagden zig en wel voornamentlijk de volk bij deese drie para„ volkeren uijt de gerrewaij- „graaven 153. tot 156. voor koomende worden op 't pattoe, dat de ingeseetenen, duijdelijkste opgehelderd door de hoofden gants bij kolombose resolutie oneijgen boven hunne ver„ van den 19. febr: 1763. waer bij g'insereerd te vin plagting tot 't bearbeij„ „den is, een brief van den wier den van sComp:s velden Raad extra ordinair geemploijeerd waeren waer door brengen. en ervn v sterk aan, dat uit ling, die geboortig was spoedig mogten geredres„ uit de Gale korle seerd werden, wijl de als ridaan arraatje aansienlijkste geslagten van het rusthuijs van kahawatte in door een diergelijk be„ de gere waijpattoe aan =stier zeer veel nadeel gesteld is moesten ondergaan. van VE te steete harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in uwel Edele Gestren„ Agtbaare gouverneur 2aff Achtbaare, Heer! ze §157. §47. het dees 50.40 ik van brief van nederlands Jndia Arnol, zo veel tijds hunne en „dus de zij als toenmaligen velden hadden moeten Dessave van Mature, de dato verwaarloosen. 16: bevoorens aan den Edelen §n 154. Bij welke onregt Heer Gouverneur van Eck vaerdigheid nog komt geschreeven met en benevens dat de hoofden zig de een wijdloopig rapport van helft van 't zaaijens kundige inlanders, waer aandeel dat den bean„ beiden in zijn geheel bij in 't breede aangeweesen toekomt, hadden toe„ word de wijse van de bezaaij geeijgent, waer door ing van sComp:s velden, zoo de zaaijers slegts de helft wel voor dat de verpagtingen van 't geen hem toe„ deeser velden zijn opgekoomen kwam en wel nog in 't Jaer 1738. als na dat minder na aftrek van 't zaadkoover hadden de verpagtingen zijn inge bekoomen, voorts dat schoon 't gewasch door een of § 40. uit welk rapaat dan vol„ andere ongeval ver„ „koomen blijkt: dat de in„ „looven was gegaan, geseetenen van ouds af men hun dan nog 't zaad koorn in verpligt en gehouden weerwil dat zij niets zijn geweest sComp:s van het veld kouden velden te bearbeijden genieten, had doen en inteoegsten en waer uit betaalen. uijt dan ook van zelve §155. De Jngeseetenen volgd, dat er geen 't minste versogten voortae„ fundament gevonden word na oude gewoonte wel of kwaalijk gekweeten hadden, na bevinding van zaaken te beloonen of te staaffen Hier door meene ik verzekerd te zijn, dat de aanplantingen zoo niet al vermeerderd ten minsten in de leg „woordige staat onder houden „voerd. voor en
English
4995. Honorable Sir! concerning the assertion of the complaining inhabitants that, entirely contrary to their obligations regarding the cultivation of the Company's fields, they were employed by their headmen; and equally little regarding their request to obtain seed corn from the Honorable Company in the coming season for the sowing of these fields. Concerning this latter point, it is spoken of with greater emphasis in the much-esteemed Ceylon resolution of 30 December 1766, paragraph 41. It is no less sufficiently evident from the above-mentioned letter of the Honorable Mr. De Lij that upon the revocation of the volbaengeratninde, some tacit advantage from the Company's fields was granted to the headmen. and customary use, to let the sowers entirely enjoy the sower's share. Furthermore, that because the crop might be lost, they could obtain the seed corn from the Honorable Company in the coming season. On this, the inhabitants insisted particularly, and I have found myself obliged to promise them that I would submit this request to Your Right Honorable Sir, just as I respectfully do hereby. They also insisted strongly that this might soon be redressed, because the most prominent families suffered a great deal of disadvantage through such administration. which involves not the slightest injustice, if one considers that the Headmen must direct the entire work of the sowers and only enjoy any advantage from such fields with which they show some favor to those to whom they cede them, and with whom they agree beforehand on the share that they will have from the crop. Paragraph 42. It has occurred to me more than once that some, on account of hereditary right, believed themselves entitled to one service or another. Paragraph 43. It is known that this only applies to Lascorins, Mayorals, and minor obligated persons, but that the services of vidaans, aratchies, and other such offices are elective and do not pass from father to son. Paragraph 44. It is nevertheless possible that in a few families certain services have been held for a long time. Paragraph 45. However, this is no reason why this must always remain so, since moreover, for the service of the Honorable Company and the welfare of the inhabitants, it would by no means be advisable that offices of any distinction were declared hereditary. Paragraph 46. I have already declared in the session of 21 August in the Political Council that in my time only a single stranger, who was a native of the Galle Korle, was appointed as vidaan aratchy of the resthouse of Kahawatte in the Girrewaypattoe. 156. The discontent of the inhabitants is also very much caused by the dissatisfaction of the minor headmen, who complained that for some time, contrary to all ancient custom, it had frequently happened that the minor headmen in the Korles and villages under one title or another were removed from their offices, and these offices were assigned to strangers who had arrived there from other regions and had managed to intrude themselves, and who had not had the slightest right to such offices. Many showed their Sinhalese appointment certificates from far ancestors who had held one office or another, by which they were deposed contrary to family right. They insisted very strongly that this might soon be redressed, because the most prominent families suffered a great deal of disadvantage through such administration. 5000. brought in, should be taken into all discretion. Paragraph 59. It is remarkable that the inhabitants complain so much about the external displays that this man is said to have assumed above his caste, and by which it appears that he caused harm to his subordinate craftsmen: that he had himself carried about the country in a large palanquin, and that wherever he passed showing this width, he had the fences of the gardens and fields broken to pieces so that he could pass with his [illegible]. whether they had acquitted themselves well or poorly, to reward or punish them according to the findings of the matter. By this, I believe it is assured that the plantations, if not increased, are at least maintained in their present state. 4996. Honorable Sir! which involves not the slightest injustice, if one considers that the Headmen must direct the entire work of the sowers and only enjoy any advantage from such fields with which they show some favor to those to whom they cede them, and with whom they agree beforehand on the share that they will have from the crop. Paragraph 47. These leases were introduced by the Honorable Dessave, and indeed with the best and most humane intentions, as has already been shown at length in the session of 21 August last. Paragraph 157. The recently introduced bridge toll at Polwatte and the bazaar toll at Matara appeared to have aroused no small amount of discontent among the inhabitants. Hundreds of women and children complained that they could not pay these tolls, because they often came to market without selling any of their goods, yet nonetheless had to pay the stipulated toll. Paragraph 158. Because these aforementioned tolls together yielded a sum of 240 rixdollars, and the assertion of the [illegible]
Dutch transcription
4995. Achtbaaren Heer! voor het voorgeevender kla„ en gebruijk het zaaij „gende ingeseetenen. Dat ze ers aandeel door de gantsch oneigen boven hunne zaaijers in 't geheel verpligting tot 't bearbeiden te laaten genieten. van sComp:s velden door hun voorts dat wijl het konde „ne hoofden geemploijeerd gewasch„ verlooren wierden, en even zoo min gaan, zij in den aan„ voor hun versoek om in staande het zaad koo„ „den van de Ed: Comp: den aanstaande t zaadkoorn tot 't bezaaijen van deese mogten erlangen, velden van de Comp: te moo hier op hielden de „gen krijgen, omtrend welk ingeseetenen voor namentlijk aan„ laaste met meerder nadruk en ik heb mij ver gesprooken word bij veel „pligt gevonden geeerd Ceilons besluijt hun te belooven van den 30: xber: 1766: uwel Ed: Gestrenge § 41. Niet minder blijkt het Groot Agtb: dit ver„ reets genoegzaam uit soek te zullen boven gem: brief van den voordraagen, gelijk Ed: Heer De Lij, dat bij bij deesen eerbiedig de intrekking van de volbaenge. ratninde eenig stilswij„ „gent voordeel uijt 'sComp:s velden aan de hoofden is toegestaan waar in ook sterk aan, dat uit ling, die geboortig was spoedig mogten geredres„ uit de Gale korle seerd werden, wijl de als ridaan arraatje aansien lijkste geslagten van het rusthuijs van kahawatte in door een deergelijk be„ de gere waijpattoe aan =stier zeer veel nadeel gesteld is moesten ondergaan. van VE te sreete wel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in Gouverneur geen §157. Aff: het dees aad. 5048 Agtbaare ik brief §47. geen de minste onregtvaardigheid strekt, zoo men bedenkt, dat de Hoofden het geheele zaaijers werk moeten bestieren en alleen van zulke velden eenig voordeel genieten waarmede zij den geenen aan wien zij die afstaan, eenige gunst bewijzen, en met den welken zij voor af, over 't deel, dat zij van 't gewas zullen hebben, over een koomen. § 42. Het is mij meer dan eens 156. De misnoegdheijd voorgekoomen, dat som der ingezeetenen, is ook heel veel veroorzaekt „mige uit hoofde van erbregt vermeenden door de onvergenoegd„ tot den eenen of anderen heid der mindere hoof„ dienst geregtigd te zijn, den die zig beklaagden dat 't zedert eenigen §43. Het is bekent, dat dit alleen plaats vind bij teijden wel teegens Lascorijns, Majoraals en alle oude gewoonte mindere verpligtelingen het veelmaalen ge„ maar dat de diensten van beurd was dat de vidaans, Araatjes, en mindere hoofden in de meer andere verkieze„ Corles en doopen onder „lijk zijn en niet van va„ de een of andere be„ der op zoon overgaan. „naaming uijt hunne §44. Het is des niet te min diensten waaren gesteld. mogelijk, dat bij en kel„ en deese diensten aen „de familien zeekere diensten vreemdelingen opgadrae„ wel of kwaalijk gekweeten hadden, na bevinding van zaaken te beloonen of te staaffen Hier door meene ik verzekerd te zijn, dat de aanplantingen zoo niet al vermeerderd ten minsten in de leg „woordige staat onder gen houden 5000. ingebragt in alle diskreetje zijne ondergeschikte hand„ dienen op genoomen te worden werks lieden aandeed: - Dat. § 59 Aanmerkelijk is het dat de hij zig in een groote Jngezeetenen zig zoo zeer palenkijn in het land over de uitterlijkheeden be„ liet omdraegen en dat klaegen die deze man zig hij waer hij op die wijde booven dar zijne kasta zoude Weijzende Passeerde de aangematigd. hebben en waar paggers der thuijnen en door het scheijnd dat ine velden liet stukkend p: d 1 d d laat des breeken om met zij„ 't zeederd lange gewordingen die uit andere ge„ waards bekleed zijn gersagt. westen aldaar waaren aan„ 45. Dit heeft egter geen reeden gekoomen, en zig daar dat dit alteid zoo moet hadden weeten intedringen blijven, daar het boven en die tot diergelijke dien„ dien voor den dienst =sten geen 't minste regt had„ van de Ed:e Comp:e en het den gehad. veele toonden wel zijn van de ingesee„ hunne singaleese beres„ =tenen geenzints raadzaam zoude weesen, dat diensten tings bewijsen van een veer van eenig aanzien erflijk van voor ouderen die wierden verklaard. de eene of andere be„ diening bezeeten hebben, § 46. Jk heb reeds ter sessie van den 21. aug:s waar uit zij tegens in raade van Po„ het familie regt gesteld =litie verklaard, waaren; zij hielden zeer dat in mijn tijd alleen een enkelder vreemde„ sterk aan, dat dit ling, die geboortig was spoedig mogten geredres„ uit de Gale korle seerd werden, wijl de als ridaan arraatje aansienlijkste geslagten van het rusthuijs van kahawatte in door een diergelijk be„ de gere waijpattoe aan =stier zeer veel nadeel gesteld is moesten ondergaan. van VE te Creete wel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duijde„ p van gunstige dezelve in Agtbaare 4996. gouverneur Achtbaare Heer! 50 1/8 §157. gadrae¬ § 47. brief ek Raad. het dies aaff: geen de minste onregtvaardigheid strekt, zoo men bedenkt, dat de Hoofden het geheele zaaijers werk moeten bestieren en alleen van zulke velden eenig voordeel genieten waarmede zij den geenen aan wien zij die afstaan, eenige gunst bewijzen, en met den welken zij voor af, over 't deel, dat zij van 't gewas zullen hebben, over een koomen. § 47. Deese pagte zijn door §157. De kortelings inge„ den E: dessare fresz: voerde brugge pagt te ingevoerd en wel met Polwatte en Bazaar de beste en menslie„ pagt te Mature scheenen ventst oogmerken, gelijk dat reeds niet weinig misnoegen in 't breede ter bij de ingeseetenen te hebben sessie van den verewekt. 21. aug=s Jleeden Honderden van vrouwen aangeweesen is. en kinderen beklaagden zig, dat zij deese pagten niet =konden betaalen, wijl zij veeltijds te markt kwamen, sonder iets van haare goederen te verkoopen moetende det niet temin de gestelde pagt opbren„ =gen. § 158. wijl deese even gem: pagten met malkanderen Regts eene somma van rd:s 240: opbragten en 't roorgeeven 1 „ul - der
English
Honorable Sir! Section 48. If the vidanes and mayorals were to keep to their obligation in this matter, they would have no reason to complain in any manner; these people, however, go beyond their duty in this regard by daily furnishing adukus and pehendus to their chiefs and minor chiefs. Section 49. It cannot be unknown to these vidanes and mayorals that they are not obliged to do this, since they have long been known to be exempt from this supply, and the Honorable Dissave Burnat announced this further to them by ola of 19 May 1870. Section 50. Besides these provisions, the remaining ones are not only very rare, as the Matara dissavony is only very seldom visited by any qualified persons, and only those traveling in the service of the Company may have any claim to provisions, which are all determined by the regulation that is just as well known in the Matara district as in the Colombo and Galle districts, which appears sufficiently from the quarterly accounts of the Shahbandar of Weligama and the Mohandiram of the Weligam Korale, so that in those districts [illegible] to have been introduced. Section 51. For the rest, the mayorals and vidanes are so well provided for here, on account of the many and substantial cankopels that they draw, that they are fully capable of making the obligatory provisions and still retaining a good income. Section 52. It is evident that Mr. Sluysken allowed himself to be misled in this matter, since the then-Master of the ship and house carpentry yard and smith's shop is of the silversmith caste, to which caste the carpenters and blacksmiths belong, and that this master was one of the foremost [illegible]. Section 59. It is remarkable that the inhabitants complain so much about the outward appearances that this man is said to have assumed above his caste, and whereby it seems that in particular the hatred of the complainants against this was to some extent well-founded, which he caused to his subordinate craftsmen: that he had himself carried about the country in a large palanquin, and that wherever he passed in that manner, pointing the way, he had the fences of the gardens and fields broken down in order to [illegible] with his [illegible]. For it is certainly oppressive that someone must pay any lease for the goods brought by them to market, which they must carry back home unsold. Section 159. I had scarcely abolished these leases when the market immediately became larger and more considerable, and thus the general public was accommodated; the people insisted all the more on the abolition of these leases because, according to their declarations, the lessees had done them much injustice. Section 160. The dissatisfied also complained further and brought this forward as a special burden and hardship: furthermore, that to the qualified persons arriving in the country, from the first to the very last, so many provisions and levies had to be supplied at the rest houses. Section 161. The mayorals, among others, specifically requested that a fixed arrangement might be made in this regard, since the furnishing of so many pehendus and adukus served as a general oppression for them. Section 162. It has also occurred to me that in this regard there is a very great difference in the Matara district in comparison with the Colombo and Galle Korale, and thus, if Your Honorable Council finds it appropriate, a similar arrangement could take place in this regard and the regulation be introduced there also in the Matara district where it does not yet appear to have been established, and that the provisions should be made for the account of the Honorable Company. Section 163. The dissatisfied also complained about the appointment of chiefs and masters who were of lower birth and descent than the craftsmen placed under them, this being truly contrary to the ancient customs and privileges of the Sinhalese. It by no means constitutes the least injustice when one considers that the Chiefs must direct the entire work of the sowers and enjoy some advantage only from such fields with which they bestow some favor upon those to whom they grant them, and with whom they agree beforehand regarding the share they shall have of the crop.
Dutch transcription
5000. Achtbaaren Heer! § 48. zoo de vidaans en majo„ ingebragt in alle diskreesse zijne ondergeschikte hand„ dienen opgenoomen te worden werks lieden aandeed: - Dat § 59 Aanmerkelijk is het dat de hij zig in een groote Jngezeetenen zig zoo zeer palenkijn in het land over de uitterlijkheeden be„ liet omdraegen en dat klaegen die deze man zig hij waer hij op die wijse booven dier zijne kasta zoude Weijzende Passeerde de aangematigd. hebben en waar paggers der thuijnen en door het scheijnd dat ine velden liet stukkend Piderhaid de haat des breeken om met zij„ 4997 der klaagende hier over eenig„ zints gegrond was, want dat iemand eenige pagt moet betaalen voor de door hun te markt gebragte goederen, welke hij onverkogt weder te huijs moet daagen, is zeekerlijk drukkende §159. sk. had nauwlijks deese pagten ingetrokken off de markt wierd onmiddelijk grooter en aanzienlijker en dus het algemeen geriefd over 't afschapfen van deese pagten hield het volk temeer aan wijl volgens hunne betuiginge de pagters hun veel onregt gedaan hadden. § 160. De misnoegden beklaagden „raals zig in deesen aan huin zig ook nog en bragten dit als „ne verpligting hielden; zoo zouden zij geene een bijzondere last en besmatnis reeden hebben om van VE te Creete= wel Edele Gestren„ harte secreese brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur voorts zig aaff het dees Raad. 50 48 t Agtbaare ik brief t geen de minste onregtvaardigheid strekt, zoo men bedenkt, dat de Hoofden het geheele zaaijers werk moeten bestieren en alleen van zulke velden eenig voordeel genieten waarmede zij den geenen aan wien zij die afstaan, eenige gunst bewijzen, en met den welken zij voor af, over 't deel, dat zij van 't gewas zullen hebben, overeen„ „koomen. zig in eeniger hande man„ voorts dat aan de in het land nieren te beklaagen, deese koomende gequalificeerdens menschen gaan, egter in deese, boven hunne rer van de eerste tot de laatste toe pligting, met aan hunne hoofd, zoo veele verstrekkingen en =den en mindere hoofden da„ omslag op de rusthuijsen moesten gelijks addoekoes en pehien„ gedaan worden. „does te verstrekken. § 49. Het kan deese ridaans § 161. De Majoraals onder an„ en majoraals niet onbe„=deren versogte in 't bijzon„ kend zijn, dat ze hier toe niet verpligt zijn, der dat hier omtrend een vermits zij van deese vaste schikking mogten verstrekking reets van gemaakt worden, wijl het ouds vrij gekend zijn opbrengen van zoo veel phiendoes en dE: dessare Bur„ en addoekoes tot een algemeene nat bij samas van den 19. maij 1870. hun drukking voor haar strekte dit nader aangekondigt § 162. Het is mij ook voor ge„ heeft. 50. Behalven deese verstrek„ koomen, dat daar om„ =kingen zijn de overige niet alle zeer zeldzaem, als wer„ trend in 't matureese een =dende de Matureese des„ saronie, niet dan zeer zeer groot verschil is in „van zelden door eenige gequali„ vergelijk „ voor't Colombose „ficeerde persoonen besorgt en in de Gale Corle en dus zoude en alleen zij, die in den dienst gestenge vinden, van uwel van de Comp:e reisen eenige met goed aanspraak op verstrek„ Edele ^ Groot agtb: hier omtrend „kingen moogen die alle be„ paald zijn bij't reglement eene gelijke schikking kunnen dat in 't maturese even zo welplaats vinden en 't reglement bekend is, als in't kolombose „dhuid daar 0 5000. Achtbaare, Heer! ingebragt in alle diskretje zijne ondergeschikte hand„ dienen op genoomen te worden werks lieden aandeed: - Dat. § 59 Aanmerkelijk is het dat de hij zig in een groote Jngezeetenen zig zoo zeer palenkijn in het land over de uitterlijkheeden be„ liet omdraegen en dat klaegen die deze man zig hij waer hij op die wijde booven zar zijne kasta zoude Weijzende Passeerde de aangematigd. hebben en waar paggers der thuijnen en door het scheijnd dat in= velden liet stukkend zonderheid de haat des breeken om met zij„ en Gaalsche het geene ge„ daaromtrend ook in het nooegzaem komt te blijken, Matureesche alwaer deliaar van de wellebad„ de pattoe, alzo in die Dustrik„ „ningen van den Sabandaar te hebben konnen inge„ van Belligamn en den Mo„voerd worden. uit de driemaendige reeke, het nog geen plaetsscheijnd „ §51: De Majoraels en rudaens zijn voor het overige hier zoo wel voorsien, uit hoofde van de veele en zwaere hoe„ andirams die zij trekken, dat ze volkoomen in staet zijn de verpligte verstrekkingen te doen en nog een goed inkoomen overhouden. § 52: Heb is blijkbaer dat de Heer sluijske. zig in deesen 163. De misnoegen beklaegden heeft laeten misleiden, alzoo de zig nog, over het aanstellen toennaelige Baas vande vam hoofden en Baezen die scheeps en huijstimmer werf van minder geboorte en af„ en smits winkel van het zil„ komst waeren als de onder versmits geslag is, tot welk hun gestelde werkslieden geslagt de timmerlieden en waeren. smeeden gehooren en dat dee „ en dit werkelijke strijdende met de oude ze baas een der voornaem „ gewoonte en vooregten der singalee zen van VE tecCreete uwel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in ten de verstrekkingen voor reekening van de Ed: komp. gouverneur 4998 was tot E Agtbaare Ek. Raad. het dees aaff: 50:40 111 brief „ste geschieden.
English
constitutes not the slightest injustice, if one considers that the Chiefs must manage the entire work of the sowers and only enjoy some benefit from such fields whereby they show some favor to those to whom they cede them, and with whom they agree in advance regarding the share that they shall have of the crop. the first among his lineage, as being a descendant of the Master of the Hunt and Chief Riding-officer of the Betme and Corale of the Dolasdas Corle, Girrewaij Pattoe, Anthonij Rabel, who on account of his special merits was not only elevated to those services by the Noble Lord Admiral Rijklof van Goens, but was also honored in the year 1661 with a gold medal, which still rests in the hands of this Master. Paragraph 53: This proves all too well to what false and groundless complaints the Sinhalese is inclined, and how greatly one can err if one accepts and takes up their complaints without investigation. Paragraph 54. The authority of this Master over the woodcutters extended no further than that he pointed out to them the work that they had to perform, and had them summoned for this purpose by a kankan of their own caste. Paragraph 55: Under this Master are in total nineteen families of carpenters and 18 families of smiths. I deem therefore that these complaints, if they were as well-founded as they are in reality unfounded, were still very improperly placed among the number of the general complaints of the collective malcontents. Paragraph 56: As also the following complaint concerning the Mokedon or overseer of the public works, as these Naindes consist of only 62 families. Paragraph 57: I learn, for the rest, that it must appear somewhat dubious that these Naindes, in requesting to be discharged from this overseer, have so specifically insisted upon having the burgher Floris Janszen as their chief, since he possesses not the slightest qualifications for this service, nor has he ever previously had any relation to these Naindes. I have therefore also entrusted this service provisionally to a Matara burgher named Floris Jansz., as all the Naindes publicly requested him, and left it to the Honorable Dissave Raket to propose him for confirmation. Paragraph 58. This man is actually Mohandiram over the Kotal-badde and Dewalle-badde. The merits which Mr. Sluijsken himself attributes to this man in Paragraph 168 prove that the complaints brought against him should be taken in all discretion. Paragraph 59: It is remarkable that the inhabitants complain so much about the external displays which this man is said to have assumed above his caste, and whereby it seems that the hatred of the people against him has particularly been caused, and that these inhabitants do not speak a single word of the daily increasing insolence of the Mahabadde in this matter, who are nevertheless reckoned far below the caste of this man. Paragraph 60. This observation alone would almost be sufficient to lead to the suspicion that this complaint had some other motive and enmity against this person, the woodcutters who are of the Vellala caste not being able to tolerate that they should be subordinated to someone of a lower caste. I was obliged upon this complaint to promise the carpenters and woodcutters each a separate chief in place of the one who was appointed over them at that moment, just as I then also provisionally, and to act in the interim, appointed the son of the deceased Master Carpenter Haspelaas as master over the carpenters, and another as master or overseer over the woodcutters. Honorable Sir! Paragraph 164. Concerning the Mokedon or overseer over the public works at Mature there was also very strong complaint, namely that he made the Naindes perform all kinds of common services contrary to their birth and obligations, and treated the inhabitants working under them unjustly, and subjected them to many extortions. The malcontents strongly insisted on having another Mokedon. Paragraph 165. Furthermore, it was generally complained of by all the malcontents concerning a certain Mohandiram of the Kotalbadde, that he inflicted all sorts of vexations upon his subordinate craftsmen; that he had himself carried about the country in a large palanquin, and that wherever he passed along those wide roads he had the fences of gardens and fields broken to pieces in order to be able to proceed with the cortege he had with him. Paragraph 166. The inhabitants further complained of more other unauthorized acts, and of which almost all native chiefs are greatly guilty, when such punishment is not inflicted. [illegible] Right Honorable Strong [illegible] secret letter [illegible] Governor and Council [illegible] 4999 [illegible] 5048 [illegible] 5000 [illegible]
Dutch transcription
geen de minste onregtvaardigheid strekt, zoo men bedenkt, dat de Hoofden het geheele zaaijers werk moeten bestieren en alleen van zulke velden eenig voordeel genieten waarmede zij den geenen aan wien zij die afstaan, eenige gunst bewijzen, en met den welken zij voor af, over 't deel, dat zij van 't gewas zullen hebben, over een„ „koomen. ste onder zijn geslagt is, als was ik genoodsaekt op dee„ zijnde afstammeling vanden ze klagte aan de timmer„ Jaagmeester en opperrid aan lieden en houtzaegen selk van de Betme en koraal in het bijzonder een hoofd. van de Dolasdas korle, in plaats van den geenen Girrewaij pattoe Antho„ die op dat moment „nij Rabel die weegens zijne over hun gestelt was, bij zondere verdiensten door toe tezeggen, zoo als den Edelen Heer admirael ik dan ook voor eerst. Rijklof van Goens niet en ter waerneeming, alleen tot die diensten ver„de zoon van den over„ heeven maar ook in het leeden Baas tum„ jaer 1661: met een goude merman Haspe„ penning reveerd is geworden laas als baas over„ die nog in handen van deeze de timmerlieden en Baas berust. eenen anderen als § 53: Dit bewijst maar alte zeer Baas of meesters tot welke valsche en onge„ over de woutzaekens gronde klagten de singalees aangesteld heb. geneigd is en hoe zeer men zig kan misgissen, indien men hunne klagten zonder on„ derzoek aan en opneemt. §54. Het gezag. van deeze Baas strekte zig over de hout 0 5000. Achtbaare, Heer! ingebragt in alle diskreefje zijne ondergeschikte hand„ dienen op genoomen te worden werks lieden aandeed: - Dat. § 59 Aanmerkelijk is het dat de hij zig in een groote Jngezeetenen zig zoo zeer palenkijn in het land over de uitterlijkheeden be„ liet omdraegen en dat klaegen die deze man zig hij waer hij op die wijde booven dar zijne kasta zoude Weijzende Passeerde de aangematigd. hebben en waar paggers der thuijnen en door het scheijnd dat ine velden liet stukkend zonderheid de haat des breeken om met zij„ houtzaegers die van het wellales geslagt zijn niet werk verder uit dan dat hij hun het „ welk dat zij tever= „rigten. hadden aanwees, en hun daar toe door een kan gaen van hun eijgen geslagt liet oproepen. § 55: Onder deezen Baas zijn in 't geheel negentien fa„ milies timmerlieden en 18: families smeeden. Ik. vermeene dus dat deeze klagten zoo ze zoo ge„ grond waere, als, ze werkelijk ongegrond is, nog seer oneigen onder het getal der alge„ meene klagten van de gezaementlijk mis„ noegden. gesteld es geworden. § 56: Gelijk ook de volgende klag„ 6. 164. over den Mokedon „te over den Mokodon of op„ of opzigter over de gemee„ zigter over de gemeene, ne werken, te Mature werken. alzoo deeze Naijndes wierd ook zeer sterk ge„ maar in 62. Families bestaen klaegd namendlijk dat hij 657 Jk verneeme voor 't overige de Naijndes alle gemeene dat het wat bedenkelijk moet en teegen hunne geboor„ voor koomen. dat deese Naijmte en verpligtingen strijde„ „des, bij het versoeken, om de diensten liet verrigten van deezen op zigter ontslagende onder hun werken„ „gen te zijn, zoo bepaeldelijk, de ingezeetenen onregt„ ge=instreerd. hebben, omden vaardig behandelde„ burger Floris Janszen tot hunne hoofd te hebben, van VE tecreete harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in uwel Edele Gestren„ gouverneur 4999 en daer „ 11 Raad. het dees aaff 5048 Agtbaare ek brief geen de minste onregtvaardigheid strekt, zoo men bedenkt, dat de Hoofden het geheele zaaijers werk moeten bestieren en alleen van zulke velden eenig voordeel genieten waarmede zij den geenen aan wien zij die afstaan, eenige gunst bewijzen, en met den welken zij voor af, over 't deel, dat zij van 't gewas zullen hebben, over een „koomen. daar deze tog tot deezen en veele knevelanien dienst geene de minste lieten ondergaen„ vereischtens bezit nogoet De mis noeg den hielden voor deezen op deze Naijn, ten sterksten aan, om „des eenige betrekking ge„ een ander Mokodon „had heeft. ik heb dus deeze dienst aan een Matureesche Burger in naeme Ho„ „ris, Jansz: daar alle de „ om ver„ Naindes publiecq „ mver¬ „zogten, ter waerneeming meede opgedraegen en den E: Dessave Raket overgelaeten hem ter be„ vestiging voor te draagen. §58. Deeze man is eijgentlijk §165. Nog wierd door alle Mohandiram over de kot„ de misnoegden in 't alge„ „tal= en Dewalle= badde meen geklaegd over, „die de verdiensten aide zeekeren Mohandiram keer sluijsken van de kotal bade zelfs aan deezen dat hij hun alle man toeschrijft bij zoorten van rexaken § 168. bewijzen dat de in het bijzonder aan klagten teegens hem 1„i zynde eige - 5000. Achtbaare Heer! ingebragt in alle diskreefse zijne ondergeschikte hand„ dienen op genoomen te worden werks lieden aandeed: - Dat. § 59 Aanmerkelijk is het dat de hij zig in een groote Jngezeetenen zig zoo zeer palenkijn in het land over de uitterlijkheeden be„ liet omdraegen en dat klaegen die deze man zig hij waer hij op die wijde booven der zijne kasta zoude Weijzende Passeerde de aangematigd. hebben en waer paggers der thuijnen en door het scheijnd dat ine velden liet stukkend zonderheid de haat des breeken om met zij„ volks teegens hem revoor„ne bij zig hebben„ zaakt is geworden en dat de statie te kunnen deeze jngezeetenen geen doorstrekken. enkeld woord spreeken. van de daegelijks toenee„ mende stontheid der Ma„ habadde in dit stuk, die egter verre beneeden de Kasta van deezen man ge„ reekend worden. §60. Deese aanmerking allen zoude §166. De ingezeetenen be„ bijna genoeg zijn om in het klaegden zig nog over vermoeden te koomen dat deese meer andere ongeoorloofde klagte eenige ander beweeg. en aan meest alle oorzaek hunne voordragten en vijandschap teegen den een enden ander groote„ „lijks schuldig zijn, wanneer dier gelijke Straf tebrengen niet ancenp wel Edele Gestren„ parte secreete brief en en zal duyde n van gunstige dezelve in inlandsche gouverneur kunnen aaff het dees Raad. 5048 Agtbaare te ik van VE te Creete brief
English
has a cause other than old native headmen, their own habits, and irregularities; and they requested to be relieved of this man and, as before, merely to have a Raddada as head of the Kotalbadde, since a Raddada was sufficient and did not need to occupy himself with all those offensive outward matters. Section 167: For the pacification of the people, and because it truly appeared to me that the said Mohandiram was entirely unblemished, I have removed his authority and promised the inhabitants to propose their request to have a Raddada as head to Your Right Honourable, Valiant, and Highly Respected Sirs. Section 168: However, I have left this aforesaid Mohandiram his titular honours, as he appeared to me to be a capable and polite man, and upon inquiry it became evident to me that through real merit and zeal in the service he has won the favour of his superiors, and therefore received the titular honour of Mohandiram as a special reward. 150: This man is actually Mohandiram over the Kotal- and Dewallebadde, whose merits Mr Sluijsken himself attributes to this man in Section 168, proving that the complaints against him are out of self-interest. Section 165: Furthermore, all the discontented in general complained about a certain Mohandiram of the Kotalbadde, stating that he caused them all sorts of vexations, in particular... Section 61: No institution exists, however good it may be, of which no abuses can be made. If the orders laid down in this regard are properly observed, the inhabitants can settle their disputes in no easier and less expensive manner. Section 169: The inhabitants also showed great discontent and insisted very urgently on a change regarding the manner in which they were obliged to bring forward their complaints and the manner in which these complaints were settled, because they were not in a position to address themselves immediately to the Honourable Dessave and the Landraad, access to the Honourable Dessave and this Court being denied them under all kinds of pretexts; being obliged to lodge their complaints in the first place with the village headmen, where they had to be provided with written proof of how their complaints were settled, and that such proofs were not drawn up according to equity but mostly in favour of those whom the headmen, for one reason or another, favoured most; and that whenever the complainant was not satisfied with the decision of these headmen and pursued his case further, it usually remained resting on the first settlement without conducting a further and accurate investigation; that they were often detained entirely unlawfully before the headmen gave them the aforementioned written proof; and that whenever they were not provided with such written proof and presented themselves to the Honourable Dessave without it, they were turned away. Section 62: This can already be sufficiently inferred from the description that Mr Sluijsken gives here beside of the manner in which the inhabitants had to lodge these complaints of theirs, especially if one takes into consideration the vast extent of the country and the trouble and expense that the complainant and the accused must incur, both for a journey of 20 and 30 hours and more, and for collecting their witnesses; and that even then, in very many disputes, especially if they concern fixed property, it is necessary, before a Dessave can settle the same, that commissioners must be sent to the place itself to investigate the truth of the matter; and that the reports of these commissioners are again primarily based on the accounts they receive from the village headmen. Section 63: All this trouble largely falls away if the complaining parties, according to the orders, address themselves first to their minor headmen and subsequently to their principal headmen, as they are then already in the first instance provided with all the necessary proofs to continue their complaints in the second instance if they are not satisfied with the first decision, when the matter can be investigated a second time anew with little effort and as if on the spot itself. Section 170: Knowing the nature of the native headmen, and having experienced more than once in my long-standing observations of various country services how much they are guilty of hatred and enmity against one another in their representations, whenever such... Right Honourable Sir! Secret letter to the Council.
Dutch transcription
oorzaek heeft dande oude ge„inlandsche hoofden eijgen woonte en dat die zoo zeer niet jongereegeldheeden en op reekening van het algemeen zij versogten om deesen diend gesteld, maar veel man ontslaegen te weezen meer aan partikulieren en gelijk bevooren 's slegt ingezigten= toegeschreeven een ridaan tot hoofdo „de kolalbaedes te moe moeten worden. hebben wijl een ridae, toe„ rijkende was en zig met alle die aanstootelijke in terlijkheeden niet hoefde op te houden § 167: tot bevreediging van het volk en wijl het in„ werkelijk voorkwam dat gedagte Mohandiramun geheel zuijver was, heb i„ hem het gezag ontnoom„ en de ingezeetenen beloo„ hun verzoek om een rede als hoofd te moogen hebb uwel Ed:e Gestr: Groot act te zullen voordraegen. § 168. Deeze evengenoemden Mohandiram heb ik echter 150: Deeze man is eijgentlijk § 165. Nog weerd door alle Mohandiram over de kot„ de misnoegden in 't alge„ „tal= en Dewalle= badde meen geklaeid over „die de verdiensten „ dide zeekeren Mohandiram heer sluijsken van de kotal bade zelfs aan deezen dat hij hun alle man toeschrijft bij zoorten van rexalien § 168. bewijzen dat de in het bijzonder aan klagten teegens hem zynde eige zin 5001. zijn rolle houneur gelaeten, wijl hy mij voorkwam een geschik en huefs man te zijn en bij na vraege is mij gebleeken dat hij door werkelijke verDiensten en iver in den dienst de gunst van zijne gebieders heeft gewoonnen en daer om als een bijsondere belooning het Houneur als Moheindiram heeft ver„ kreegen. §61. Goene instelling zijn §. 169. Een groot misnoegen betoonden en hoe goed die ook de Jngezeetenen ook nog en moogen weezen hielden des weegens zeer van dewelken geen dringende om eene ver„ misbruijken kennen andering over de wijze gemaakt worden dat ze verpligt waeren Jndien de orderste hunnen klagten voor te brengen deezen gesteld be„ en dat deezen klagten hoorlijk opgevolgd afgemaakt wierden worden zoo kun„ wijl ze niet in de geleegen„ „nen de ingezeete„heid waeren zig onmidde„ nen op geene gemak„lijk aan den E: Dessave kelijker en minkostbaere en den Landraad te kun„ wijze hunne geschillen afgemaakt krijgen. 462 hunne voordragten en vijandschap teegen den een enden ander groote„ „lijks schuldig zijn, wanneer dier gelijke S te brengen niet ancerp van VE te sreete uwel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde n van gunstige dezelve in gouverneur Achtbaaren Heer! kunnen aaff het dees Raad. 5048 E Agtbaare „nen - brief §62: Dit is reets genoegzaem „ nen addresseeren wordende op temaeken uit de beschrij„tum de toegang tot den ring die de Heer sluijsken E: Dessave en deeze Recht heer bezijden doed vande bank onder allerlij voor„ wijze op de welke de inge wendzels belet: moetende zeetenen deeze hunne klag hunne klagten in de eer„ „ten moesten inbrengen in ste plaats bij de dorps zonderheid soo hier Et hoofden inbrengen al„ bij in aanmerking genoomen waar ze van een schrif„ word de uitgestrektheid van telijk bewijs moesten voor„ het land en de moeijte zien worden hoedanig en kosten die klaeger hunne klagten afge„ en aangeklaagde moeten maakt wierden, en dat doen zoo tot een reijze van diergelijke bewijzen niet 20 en 30. uuren en meer als naar de billykheid tot het ophaelen van maar meest al ten hunne getuijgen en dat faveure van den gee„ dan nog bij zeer veele ques„nen ingerigt. wierden „tien, inzonderheid zoo die die de hoofden om over van de vaste bezittingen van eene of andere ree„ delen het noodig is dat voor den het meest dat een Dessave dezelve gunstig waeren, En dat kan afmaeken, gecom„ wanneer de klaeger mitteerden nade plaets over de uitspraek de„ zelve moeten gezonden zer hoofden niet voldaen worden om de waarheid zijnde zijn zaak verder pousseerde men gemeen van 150: zeeze man is eygentlyk §105. Nog weerd door alle Mohandiram over de kot„ de misnoegden in 't alge„ „tal= en Dewalle= badde meen geklaegd over, „die de verdiensten aide zeekeren Mohandiram heer sluijsken van de kotal bade. zelfs aan deezen dat hij hun alle man toeschrijft bij zoorten van rezaken § 168. bewijzen dat de in het bijzonder aan klagten teegens hem lijk zynde inge 5002. van de zaek te onverzoeken lijk bij de eerste afdoe„ en dat de rapporten deezer ning bleef berusten, zon„ gecommitteerden alweeder der een verder en nauwkeu„ voornamentlijk gegrond zijn rig onderzoek te doen dat ze op de berigten die zij van dikwils gants ongeoorloofd de dorpshoofden bekoomen op gehouden wierden voor §63: Al deeze omslag valt groo „ en al eer de hoofden hun „tendeels weg zoo de klagen„ het gemelden schriftelijk „de partijen volgens de orders zig eerst bij hunne klijne bewijs gaven; En dat zij hoofden en vervolggens bij hunne eerste hoofden ad„ wanneer zij van een dier„ dresseeren alzoo zij reets gelijke schriftelijk bewijs ter eerster instantie van niet voorzien waeren al de noodige bewijzen voor, en zonder het zelve hun zien worden om hunne klag, aan den E: Dessave ver„ „ten ter tweede instantie toonden, van de hand zoo ze met de eerste uit„geweezen wierden. spraek niet tevreeden zijn 8770 den aard der inband„ voorttezetten wanneer de „sche Hoofden kennende zaek op 't nieuw niet en meer als eens. weijnig moeijte en als in mijne lang= op de plaats zelfs duurige waerneemi= ten tweedemaele kan„gen van onderscheide„ onderzogt worden van ne land diensten on„ dervonden hebbende vreeuwoen open voor hunne voordragten en vijandschap teegen den een enden ander groote„ „lijks schuldig zijn, wanneer dier gelijke tra dr te brengen niet anders van VE te sreete harte secreete brief en en zal duijde n van gunstige dezelve in uwel Edele Gestren„ welk gouverneur hoe kunnen Achtbaare Heer! aaff het dees Raad. 50 48 t Agtbaare lk brief
English
which investigation, if the parties are not satisfied with the verdict, results in a certificate or report being delivered to the opposing party, wherein not only the nature of the complaint, but also the evidence and witnesses produced on both sides and the verdict, along with the reasons for it, are clearly indicated; which report is presented to both parties before delivery. §64. With this report, the parties appear with their evidence and witnesses before the Dessave, who then examines the matter further, and upon the report of the head of the province determines the verdict and delivers it into the hands of the prevailing party. This man is actually Mohandiram over the Kottal and Dewalle Badde. The merits that Mr. Sluijsken himself attributes to this man in §168 prove that the complaints against him are well-founded. how partial, unjust, and with what self-interest the chiefs decide and settle the disputes of the poor inhabitants; and since the community insisted on this point in a particularly urgent manner, I found myself obliged to secure for them free access to the Dessave and the Landraad as soon as they were not provided with such a written certificate within twice twenty-four hours. And I, having obtained the approval of this mandate from Your Right Honourable and Worshipful Council, have been so fortunate as to find that this arrangement of mine carried Your Right Honourable and Worshipful Council's approval. §105. Furthermore, all the discontented people generally complained about a certain Mohandiram of the Kottal Badde, stating that he subjected them to all sorts of vexations, in particular... 5003. §65. This method of settlement was not introduced recently, but was already commanded in the year 1706 by the Noble Lord Governor Simons in an ordinance of 24 August of that year; renewed and further enacted in anno 1744 by the Noble Lord Governor Gollenisse; confirmed by ordinance of 20 October 1758; and lastly renovated by the Noble Lord Governor Falck by ordinance of 26 November 1784. §66. From what has been set down here, it is all too evident that the poor inhabitants could have nothing against this arrangement, but rather the lesser and greater chiefs, who had nothing but trouble in hearing and settling the complaints without enjoying any profit; and that the arrangement of Mr. Sluijsken only serves the advantage of the lesser and greater chiefs and is by no means for the benefit of the inhabitants, for whom it was undoubtedly far less trouble and expense to lodge their complaint with the Dessave regarding the negligence of their chief in settling complaints, which was handled by a single letter to the chief, than now, where they will sometimes have to remain at Matara for weeks before it will be possible for the Dessave to assist them. §67. It is quite certain that many chiefs, having so convenient a means at hand, will rid themselves of hearing troublesome and intricate complaints, without the native being in the least protected thereby from the partiality, injustice, and rapacity of the chiefs, who, if they wish to make themselves guilty of these misdeeds, can now commit them with greater tranquility than if they had to hear and settle the complaints themselves, since they lack no means to do this so covertly that one can never trace them, while all exceptions are taken away from them if they must decide the complaints themselves. §68. This point of grievance of the inhabitants, which Mr. Sluijsken further touched upon in his secret report §179½ to §182, has... This man is actually Mohandiram over the Kottal and Dewalle Badde. The merits that Mr. Sluijsken himself attributes to this man in §168 prove that the complaints against him are well-founded. native chiefs, through their representations and enmity against one another, are greatly to blame when such... Your Right Honourable and Worshipful Council... secret letter... and shall clearly... of favourable... the same in... governor... can... Honourable Sir! ... this Council. Furthermore, the inhabitants in general were very discontented that the execution of punishments for offenses committed... §105. Furthermore, all the discontented people generally complained about a certain Mohandiram of the Kottal Badde, stating that he subjected them to all sorts of vexations, in particular... 5088. and deserves consideration that the inhabitants of the Weligam Korale, of the Four Gravets, of the Baygams, of the lands of Weligama and Dondra, and of the lower villages of the Gangaboda Pattuwa, although they likewise were ordered by their chiefs to go to Baddegama... has a special personal reference to me; the investigation and my defense against it belong in the second part of this document and are postponed until then. punishments for committed offenses, both by women and men, had not been determined according to the ancient customs of the country, and that the same punishment had been inflicted upon persons of distinction and commoners alike, whereby very many respectable families had been needlessly dishonoured. §172. I have therefore also found myself obliged to give the inhabitants the best assurances for the future; and since the native chiefs, through their representations and enmity against one another, are greatly to blame when such punishments are inflicted... to bring... secret letter from Your Right Honourable and Worshipful Council... and shall clearly... of favourable... the same in... governor... can... Honourable Sir! ... this Council.
Dutch transcription
welk onderzoek als parthijn hoe parthijdig onregt met de uitspraek niet te vaardig en met wat vreeden zijn, aan den opposant eijgen belang de een bewijs of rapport word hoofden de geschillen afgegeeven waarbij niet der arme ingezeetene alleen de nattuur der klagte beslissen en afdoen maar ook de bewijzen en en wijl, de gemeente betuijgen, die over en weeder hier over voornambu geproduceerd zijn en de lijk en zeer dringende uitspraek met de ree„ aanhield heb ik mij denen van dien duijde„ verpligt gevonden „lijk aangeweezen worden; hun een en vrijen welk rapport voor de toegang tot den Heer afgaeve aan beide parthijen Dessave en den Land„ voor gehouden raad te verzeekeren zoo dra ze niet binnen §64. Met dit rapport ver„ twee maal viet„ schrijnen parthijen met en twintig uuren hunne bewijzen en Ge van een diergelijke tuijgen voor den Desseve schriftelijk bewijs die dan de questie naeder voorzien wierden. „ber onderzoekt en op het ra„ En ik „ door de port van het hoofd vande approbatie dee zijn Provintie „ uitspraek steld mijn mandaat o en in handen van den trium„ phant overgeeft. 154: zeeze man is eygentlijk §105. Nog weerd door alle Mohandiram over de kot„ de misnoegden in 't alge„ „tal= en Dewalle= badde meen geklaegd over „die de verdiensten dide zeekeren Mohandiram heer sluijsken van de kotal bade zelfs aan deezen dat hij hun alle man toeschrijft bij zoorten van rexalien § 168. bewijzen dat de in het bijzonder aan klagten teegens hem 165. van zynde eige worden. 5003. §65. Deeze wijze van afdre„ van uwelEd: Gestr: Groot ning is niet onlangs in gevoerd; Achtb: verkreegen heeft. maar reets in het Iaar, zoo gelukkig geweest te 1706. door den Edelen Heer ondervinden dat deeze mij„ Gouverneur Simons bij ne schikking uwel Ed: een plakaat van den 24: gestr: Groot agtb: goed= Aug:s van dat per aande keuring wegdraeger. voolen in anno 1744. door den Ede„ len Heer Gouverneur Gollenisse hernieuwd en nae„ der gestatueerd: bij Plakaat van 20=e oktober 1758. en laestelijk door den Edelen Heer Gouverneur Falck bij placaat van den 26 November 1784. gerenoveerd. §66 uit dit nedergestelde is het maar alte blijkbaer dat de schamele ingezeetenen teegens deeze in„ rigting niets konden hebben, maer wel de mindere en grootere hoofden die bij het aanhoo„ „ren en afdoen der klagten niets anders dan moeijte hadden zonder eenig voordeel te genieten; en dat de schik „king van den Heer Sluijsken alleen tot voor„ deel van de mindere en grootere Hoofden sterkt en geenzints tot nut van de inge„ zeetenen, den welken het ongetwijffeld vrij mindere moeijte en kosten was om hun be„ klag weegens de traagheid van hun hoofd icanopie hoofden door hunne voordragten en vijandschap teegen den een enden ander groote „lijks schuldig zijn, wanneer dier gelijke En te brengen niet ancerp van VE te Creete uwel Edele Gestren„ harte secreete brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur kunnen Achtbaaren Heer! aaff het dees Raad. 50 48 Agtbaare Elk in brief in het afdoen van klagten, bij den Dessave te koomen doen en het welk door een enkelden brief aan het „zij hoofd afgedaen wierd, dan nu daer „ zig Zom„ „teids weeken lang op mature zullen moeten op„ houden voor dat het: den Dessave moogelijk zal zijn om hun te helpen. §. 67. Het is wel zeeker dat veele hoofden een zoe ge makkelijk middel aan de hand hebbende, zig van het aanhooren van lastige en ingewekkelde klagten zullen ontslaan, zonder dat daer door de inlander in het minste gedekt word voor de parthijdigheid, onregtvaerdigheid en schraap„ zugt der hoofden, die zoo ze zig aan deeze mis„ daden schuldig willen maeken dezelve, met meerdere gerustheid thans pleegen konnen dan als zij zelfs de klagten moeten aanhooren en afmaeken alsoo het hun aan geene middele ontbreekt, om dit zoo bedektelijk te doen dat me ze riummer kan agterhaelen terweil alle exeptien soo zij de klagten zelfs moeten beslissen hun ontnoo„ men worden. § 68: Dit bezwaer poinct der w7 Nog waeren de in„ Jngezeetenen het welk gezeetenen in het al ge de Heer Sluijsken bij zijn meer zeer misnoegd. dert eenige el geheim rapport 8179½. — dat men „ straf § 182 naader ophaeld=e had den staf oeffeningen over begaene heeft 150: zeese man is eygentlyk §105. Nog weerd door alle Mohandiram over de kot„ de misnoegden in 't alge„ „tal= en Dewalle= badde meen geklaegd over „die de verdiensten „ aide zeekeren Mohandiram heer sluijsken van de kotal bade. zelfs aan deezen dat hij hun alle man toeschrijft bij zoorten van rexaken § 168. bewijzen dat de in het bijzonder aan klagten teegens hem inge zynde 14 5088 en bedenking verdiend dat de Jngezeetenen van de wellebaddepattoe van de vier gravetten, van de Baijgams van de Weerlijkheeden van Belligam en Dondure en vande beneeden dorpen van de Gangebaddepattoe of schoon die insgelijks van hunne hoofden last hadden, om meede naer Baddegierie heeft tot waij mij bezonderen, begaene misdrijven zoo perzoneele betrekking, het door vrouwen als mannen onderzoek en mijne verand, niet had bepaald na 'slands woording daar teegen ge„aloude gebruijken hoord dus in het tweede en dat aan voornae„ deel van dit geschrift men en geringen een en word tot dat daer toe gelijke straf was toe uitgesteld. gedeeld geworden, maer door zeer veele fatzoen= „lijke familien buijten noodzaekelijkheid ont= eerd waeren. §172. Jk heb. mij hierom Arend ook verpligt gevon= den de ingezetenen de beste verzeekeringe te geeven voor den aan„ staende en wijl de inlandsche hoofden door hunne voordragten en vijandschap teegen den een enden ander groote „lijks schuldig zijn, wanneer dier gelijke Stra te brengen niet anders. uwel Edele Gestren„ harte secreetse brief en en zal duijde„ n van gunstige dezelve in gouverneur aaff Achtbaare Heer! 5004. kunnen 14 het dees Raad. 5040 Agtbaare lk van VE tesreete brief
English
in the settlement of complaints, having to come to the Dessave, which used to be settled with a single letter to the chief, whereas now they will sometimes have to stay at Matara for weeks before it will be possible for the Dessave to help them. Section 67. It is indeed certain that many chiefs have carried out such punishments contrary to the custom of the land; I have therefore also declared these native chiefs accountable whenever such unlawful punishments might take place in the future. Section 69. Already at the session of 21 August I noted on this item that, in order to prevent these complaints, I had prohibited by olas that any others should be taken for carrying cinnamon than those who were obliged to do so from of old, referring to this end to a writing signed on 22 May 1790 handed over to the honorable Commissioners Fretz and Samlant at Matara, and by the latter presented to Mr. Sluysken with the further papers. 170. From the Matara Resolution of 24 to 27 May cited on this occasion, it likewise appears that the chiefs also received this order. Section 71. The people therefore had no reason to complain in this regard, since their complaint had already been sufficiently provided for by me. Section 72. Concerning this item as well, I already testified at the session of 21 August that I have never heard of coercive measures allegedly employed during the receipt of grains; that it only occurred now and then that the suppliers of the paddy believed that the paddy needed to be dried and cleaned less than the receivers thought necessary and is also commanded by the existing orders; but that I also arranged matters here as much as possible to the satisfaction of the suppliers; that I constantly gave the strictest orders to the postholder of Tangalle who received the paddy in that vicinity, and to the Bookkeeper Twankena who administered the Matara warehouses, to receive the paddy according to the existing orders; that regarding the receipt of paddy in the Warehouse of Matara no complaints were raised to the honorable Commissioners, but that it is nevertheless not surprising that this complaint was also brought forward, as there has rarely or never been a revolt in the Matara district where complaints were not made in this regard. Section 73. Meanwhile, I repeat here my conscientious declaration that no complaints were ever made to me, either regarding the Postholder of Tangalle or regarding the Bookkeeper Frankena, on account of too large a measurement upon receipt. Section 74. This is beyond my responsibility, but whether the arrangement made—that the Sinhalese shall henceforth have preference—will not tend to the Company's disadvantage, time must tell. 173. The discontented also complained very strongly that the Chiefs, contrary to the order dictating the transport of cinnamon from the countryside, did not employ the common people of the low castes, but also forced prominent inhabitants to this work; requesting that this might again be arranged on the old footing. Since the order determines this, I have accordingly so commanded in my mandate ola, holding the chiefs liable in this case. 174. No less discontented were the inhabitants about the detrimental manner in which they were forced to deliver the obligatory paddy to the Matara and Tangalle warehouse, complaining that much injustice was done to them by the receivers during the measuring of that paddy, requesting that henceforth their paddy may be measured and received according to the order. I have also determined this and arranged it as prescribed by the order, and I truly hope that the receivers will no longer exceed their bounds in the future; at least, should it unexpectedly happen, the guilty should be punished exemplarily. 5175. A general discontent and complaint of the inhabitants further consisted in this: that, according to their statement, they were treated in the most unjust manner by the Moors, who obtained most of the paddy leases in the country; requesting urgently and persistently that the Moors might be excluded from all leases. In order merely to satisfy the people, yet without causing disadvantage to the Honorable Company, I could not do otherwise. and it deserves consideration that the inhabitants of the Wellabadda Pattu of the Four Gravets, of the Baygams, of the coastal districts of Weligama and Dondra, and of the lower villages of the Gangabadda Pattu, although they likewise had orders from their chiefs to go along to Baddegama and had partly already departed thither, did not rebel along with them until long after the revolt had already broken out elsewhere. [illegible] private secret letter [illegible] and will clearly [illegible] of favorable [illegible] the same in [illegible] Right Honorable [illegible] governor [illegible] Honorable Sir! [illegible] of Your Honor [illegible] could [illegible] with their Council [illegible] Honorable [illegible] have [illegible] of [illegible] letter
Dutch transcription
in het afdoen van klagten, bij den Dessave te koomen doen en het welk door een enkelden brief aan het hoofd afgedaen wierd, dan nu daer „ zig Zom„ „teids weeken lang op mature zullen moeten op„ houden voor dat het: den Dessave moogelijk zal zijn om hun te helpen. §. 67. Het is wel zeeker dat veele hoofden een zoe ge strafoeffeningene teegen slands gewoonte werk„ stellig gemaakt worde zoo heb ik deeze inland „sche hoofden meede ver antwoordelijk verklaer wanneer dier gelijke on geoorloofde straf oosse„ „ningen in den aansta de mogten plaats heb„ §69 Reets ter sessie van den 21: 8 173 De misnoeg den augustus heb ik op deeze beklaegden zig ook nog post aan gemerkt dat ik zeer sterk dat de Hoofden tot voorkooming van deeze niet gelijk de order klagten bij sammas ver„dikteerd tot het af booden had, dat geene brengen van kanneel andere tot het draegen uit het land het van kanneel zouden gemeene volk in genoomen worden, dan de laage kasten en die van ouds daertoe ploijeerden, maer tot verpligt waeren en mij ten dit werk ook aan dien einde beroepen op zienlijk ingezeete een geschrift geteekend den 22:' dwongen; verzoekend Marij 1790. aan E:o gecommit= erge dat 11 „ben. teerden 5008 en bedenking verdiend dat de Jngezeetenen van de wellebaddepattoe van de vier gravetten, van de Baijgans vande Weerlijkheeden van Belligam en Dondure en vande beneeden dorpen van de Gange baddepattoe of schoon die insgelijks van hunne hoofden last hadden, om meede naer Baddegierie teerden Fretz: en Samlant dat dit weeder op den ouden te Mature overgegeeven en voet moogen geschikt door deezen aan den Heer worden, Het welk ik sluijsken met de verdere dan aangezien de order papieren overhandigd. dit bepaald, ook zoo 170. uit de ter deeze geleegendheid daanig bij mijn man aangehaalde Matureesche daat ola belast heb„ „geval aanspreekelijk Resolutie van den 24=te De hoofden indit „ houden„ tot 27. ' May blijkt insje, de. lijks dat de hoofden dee„ ze order meede ontvangen. §71. Het volk had dus hier omtrend geene reeden van klaegen wijl in deeze hunne klagte reets ge„ noeg doende door mij voorzien was. §72: Ook omtrend deeze post heb §:174. Niet minder waeren ik reets ten sessie van den 21:e de ingezeetenen mis noegd. aug:s betuijgd dat ik nimmer over de nadeelige wijze van dwang middelen gehoord, dat ze gedwongen wierden hebben, die bij den ontvangst de verpligte Nelij in het der graanen zouden zijn Matureesch en Tangaals in het werk gesteld, dat pakhuijs te leeveren wij nu en dan eenlijk is voorge, zig beklaegende dat koomen dat de leverantsiers hun bij het meeten der te brengen net ancenp harte secreete brief en en zal duijde„ p van gunstige dezelve in uwel Edele Gestren„ gouverneur aaff. Achtbaare Heer! van VE tesreeken 5005 kunnen „ met dies Raad. 5048 t Agtbaare lk hebben van brief in het afdoen van klagten, bij den Dessave te koomen doen en het welk door een enkelden brief aan het hoofd afgedaen wierd, dan nu daer „ zig Zom„ „teids weeken lang op mature zullen moeten op„ houden voor dat het: den Dessave moogelijk zal zijn om hun te helpen. §. 67. Het is wel zeeker dat veele hoofden een zoo ge„ der nelie meenden, dat de van die Nelij veel onregt nelie minder moest worden door de ontvangers ge„ gedroogd en gezuijverd dan de daen wierd, verzoekende ontvangers dat dagten dat voortaen hun Nelij noodzaekelijk te weezen na de order mooge ge„ en ook bij de leggende or„meeten en ontvangen wor„ ders bevoolen word, dog dat den: Jk heb dit meede be„ ik ook hier in zoo veel te paald en zoodanig ge= heeft kunnen geschieden schikt als de order voor de dingen steeds tot genoegen schrijft, en ik wel hoopd der leverantsiers geschikt dat de ontvangers zeg in heb dat ik aan den post „ den aanstaende niet meer houder van Jangale die de zullen te buyten gaen Nelie daar omtrend en ten minsten zoo het ouver= aen den Boekhouder Twan„ hoopt mogte geschieden kena die de administratie dienen de schieldigen voor„ van de Matureesche pak„ beeldelijk gestraft te worden. huijsen heeft gevoerd steets de strikste beveelen gegeven heb, om de nelie te ont„ vangen na de liggende orders dat omtrend den ont„ vangst van de Nelij in het Pakhuij van Matur aandn E: gecommitteerden geene klagte zijn ge„ moveerd dog dat het egter niet te verwonderenis dat deeze klagte ook ingebragt is geworden wijl or minne erige nog 5008 en bedenking verdiend dat de Jngezeetenen van de wellebaddepattoe van de vier gravetten, van de Baijgans van de Weeklijkheeden van Belligam en Dondure en vande beneeden dorpen van de Gange baddepattoe of schoon die insgelijks van hunne hoofden last hadden, om meede naer Baddegierie te gaan en gedeeltelijk reets naar de nwaards ver„ „trokken waaren, niet meede gerebelleerd heb„ ^reets „ben dan lange na dat de revolte ^ elders doorge„ nog eene revolte geweest is in het Matureesche, dat hier omtrend niet zoude zijn geklaegd geworden. §. 73. Jntusschen herhaale ik hier mijne gemoedelijke verklaering, dat mij nimmer zoo omtrend den Post, „houder van Tangale nog omtrend den Boekhouder Frankena eenige klagten weegens eene te ruij„ me ontvangst gedaan zijn geworden. §. 74. Dit is buijten mijne ver„ 5175. Een algemeene misnoe„ „andwoording dog of de ge„gen en klagte der Jnge„ maakte schikking dat de Zeetenen bestond nog hier singaleesen voortaan de in, dat zij volgens hun voor„ preferentsie zullen heb„ geeven door de Mooren ^ alle „ben niet s Comp:s na„ die meest nelie verpag„ deel zal strekken, moet tingen in het land verkree„ de teid leeren. „gen, op de onregtvaardig„ ste wijze behandeld wor„ „den, verzoekende zeek drin„ „gende en instantig dat dog de Mooren van alle verpagtingen mogten uitgesloo„ „ten worden. Jk heb dit om het volk maar te bevreedigen en d' Ed: komp: egter geen nadeel aan„ te brengen niet anders. van VE tesreeken uwel Edele Gestren„ parte secreette brief Een en zal duijde„ n van gunstige dezelve in Agtbaare gouverneur Achtbaare Heer! 5006. kunnen 14 aaff het dees Raad. 5048 ek brief
English
in handling complaints, to come before the Dessave, which was settled by a single letter to the chief, whereas now they will sometimes have to stay at Mature for weeks before it will be possible for the Dessave to help them. Section 67. It is quite certain that many chiefs [illegible] that of that paddy much injustice [illegible] than by granting preference to the Sinhalese, who were inclined to pay the same lease amount that might be accepted by a Moor. Section 75. Besides in this section, which I shall answer together with Section 76, Mr. Sluijsken also speaks in Sections 2 and 129 of his secret report about this expedition, and he assumes in the latter Section 129 that the dissatisfaction of the inhabitants rose into a general revolt solely out of fear of the expedition to Baddegierie; this therefore deserves a careful investigation. Section 76. Besides and above what has been written, the inhabitants also had many complaints, the subjects of which caused their dissatisfaction and which I arranged and settled in the best manner and according to ancient custom and obligations. Among these belongs especially their aversion to the cultivation of the waste land of Baddegierie, Section 76. I have already declared regarding this article at the session of 16 August 1790, and I now declare further, that this expedition was a voluntary matter, to which no inhabitants were forced, and this I shall demonstrate further here. Section 77. If the inhabitants had been unwilling to undertake the journey to Baddegierie, they would not have prepared themselves for it, but would have made their aversion known to me, since they knew that this journey took place on the proposal of their chiefs. Section 78. For this they had abundant time and opportunity, as the offer of their chiefs was made not short days before the appointed departure, nor in private, but fully four months on which they strongly insisted in order to obtain a firm assurance that henceforth they would no longer be forced or invited to make an expedition to this unhealthy land, as they regarded it as their slaughterhouse. Section 171. If one can accept the assertion of the inhabitants, and if it were genuinely proven that [illegible] of the people who were sent to Baddegierie perished, then it is certainly not surprising that here [illegible] your Honorable, Valiant [illegible] secret letter [illegible] Honorable Governor, Honorable Sir! 5048 5007 5088 and it deserves fair attention and reflection that the inhabitants of the Wellebaddepattoe, of the Four Gravets, of the Baygams, of the domains of Belligam and Dondure, and of the lower villages of the Gangebaddepattoe, although they likewise had orders from their chiefs to go along to Baddegierie and had already partly departed thither, did not join in the rebellion until long after the revolt had already broken out elsewhere. in handling complaints, to come before the Dessave, which was settled by a single letter to the chief, whereas now they will sometimes have to stay at Mature for weeks before it will be possible for the Dessave to help them. Section 67. It is quite certain that many chiefs [illegible] that from that paddy much injustice could have been provoked by a general dissatisfaction. I had men, women, and children come to me who uttered the most touching lamentations over the loss of their sons, husbands, fathers, and other blood relatives, who they said had been sent to Baddegierie and perished there. A sensitive heart had to be moved to see these people mourn and lament their loss. previously and in public, in which interval the greatest part of the most prominent inhabitants and lesser chiefs, both at Tengale and Mature, appeared before me at the holding of the leases of the paddy crop, as well as on the occasion of the Sinhalese New Year. Section 79. It was no less natural that, if the expedition to Baddegierie had given rise to the uprising, the people of the Giarewaijpattoe ought to have revolted first of all, since some among them had departed with their Mudaliyar for Baddegierie a month beforehand to perform some preliminary work. Section 80. While, on the other hand, a fair attentiveness
Dutch transcription
in het afdoen van klagten, bij den Dessave te koomen doen en het welk door een enkelden brief aan het hoofd afgedaen wierd, dan nu daer „ zig Zom„ „teids weeken lang op mature zullen moeten op„ houden voor dat het: den Dessave moogelijk zal zijn om hun te helpen. §. 67. Het is wel zeeker dat veele hoofden een zoo ge„ der inl eeenden dat de van die Nelij veel onregt kunnen beslissen dan door de singaleesen de preferentsie toe„estaan; dien zij geneegen waar dezelve pagt schat opte„ brengen die door een Mon mogte aangenomen worden § 75. Behalven in deeze 7ben 177:e §76. Buijten en behalven paragraaf; die ik te zaemen het voorschreevene had„ beantwoorden zal spreekt de den de Jngezeetenen nog Heek sluijsken nog bij §:2. en veele klagten, welkens 129. van zijn geheim rapport voorwerpen hun mis„ van deezen tocht en hij noegen veroorzaekten en verondersteld bij laastge„ die ik op de beste wij„ melde § 129. dat de mis„ze en na de als oude noegdheid der ingezeete„ gewoonte en verplig„ „nen alleen uit vreeze„tingen geschikt en af„ voor de tocht naar Badde„ „ gedaan heb. „gierie tot eenen algemee„ Onder deeze behooren „nen opstand is opgeklom„ nog wel in het bijzon„ men, dit verdiend dus „ der hun teegenzin teegen een nauwkeurig onder „ de bekwaammaeking van het woeste land §: 76. Jk. hebbe reets ter sessie van van Baddegiekie den 16:' aug:s 1790. nopens. dit Waak 8 14 „zoek. 5088 en bedenking verdiend dat de Jngezeetenen van de wellebaddepattoe van de vier gravetten, van de Baijgams vande Weetlijkheeden van Belligam en Dondure en vande beneeden dorpen van de Gangebaddepattoe of schoon die insgelijks van hunne hoofden last hadden, om meede naer Baddegierie te gaan en gedeeltelijk reets naar de nwaards ver„ „trokken waaren, niet meede gerebelleerd heb„ ^reets „ben dan lange na dat de revolte ^ elders doorge„ „hielden dit artikel verklaerden waar op zij sterk aan e verklaere tans naeder, dat om dog een vaste verzeg deeze tocht een vrijwilligwerk, ketting te moogen krij„ geweest is, waartoe geene, gen dat ze voortaan ingezeetenen gedwongen niet meer zouden wor„ zijn en dit zal ik hier „ den gedwongen of uit„ nadere betoogen. genodigd om een togt §. 77. Waaren de ingezeetenen, na - dit ongezonde land onwillig geweest de wijze te doen wijl zij het naer Baddegieriete onder„ zelve als hunne moord„ „neemen, zij zouden zig tot „ kuijl aanmerkten. dezelve niet gereed ge„ „maekt maar deezen ku„ „nen afkeer aan mij I. 17I. zoo men het voor„ te kennen gegeeven, geeven der ingezeete, hebben, alzo zij wisten, nen kan aanneemen dat deeze reijse opvoor, en dat het werke„ „stel van hunne hoof„lijk beweezen wons, „den geschiede. dat ek van het volk §. 78. Wier toe hadden zij over„ dat na Baddegiekie „vloedige leid en gelee„ „genheid gehad alzoo is verzonden veele de aanbieding van zijn omgekoomen, dan hunne hoofden niet i het zeeker, niet korte daegen voor het bepaeld vertrek nog in te verwonderen dat hier het partikulier maar wel vier maanden van VE teCreete uwel Edele Gestren„ harte secreete brief Een en zal duijde n van gunstige dezelve in Agtbaare gouverneur Achtbaaren Heer! 50 48 5007 door bevoorens ss aaff: met dees Raad. ek brief in het afdoen van klagten, bij den Dessave te koomen doen en het welk door een enkelden brief aan het hoofd afgedaen wierd, dan nu daer „ zig Zom„ „teids weeken lang op mature zullen moeten op„ houden voor dat het: den Dessave moogelijk zal zijn om hun te helpen. §. 67. Het is wel zeeker dat veele hoofden een zoo ge„ deren e meenden. dat de van die Nelij veel onregt bevoorens en in het open, door eene algemeene baer geschied is, in welke tus„ misnoegdheid heeft „schen teid het grootste gedeelte kunnen verwekt wor„ van de aanzienlijkste in„den Jk heb mannen „gezeetenen en mindere en vrouwen en kinde, hoofden zoo te Tengale als ren bij mij gehad, die Mature bij het houden van het aandoenlijkste jam„ de verpagtingen van het mergeklag voort„ nelie gewas, als ook ter bragten over het geleegenheid van het singe, verlies van hunne „lees nieuw saak voor zoonen mannen vaa„ mij verscheenen zijn „ders en andere bloed„ §. 79. Niet minder was het na, verwanten, die zij zei„ „tuurlijk, dat indien de den dat na Badde„ tocht naar Baddegierie „gierie versonden en tot den opstand aanleiding aldaar omgekoomen gegeeven had het volk van de giarewaijpattoe het eerste waaken Een gevoe„ van alle zoude hebben moe„ lig hart moest „ten revolteeren, wijl eenige onder hun eene maand be„aangedaen worden voorens met hun Moddeliaar deeze menschen naar Baddegierie vertrok„ ken waeren, om eenignoodig hun verlies te zien voor afgaand werk te verrig„ betreuken en bejam¬ „ten. §. 80. Terweil het daaren teegen, meren. eene billijke oplettendheid ƒ
English
5008 and it deserves fair consideration that the inhabitants of the Wellabaddepattoe, of the Four Gravets, of the Baygams, of the lordships of Belligam and Dondure, and of the lower villages of the Gangebaddepattoe—although they likewise had orders from their headmen to go along to Baddegierie and had partly already departed for the interior—did not rebel along with them until long after the revolt had already broken out elsewhere, and they, through the instigations of the other districts under the heaviest threats that if they did not join them, their houses and gardens would be burned and destroyed and their wives and children mistreated, were forced to behave as rebels as well. § 81. That in the meantime the Morwakorle, whose inhabitants had been exempted from that journey, went over to the mutineers, and that the people of the Girreways also did not revolt until after the mutineers from the Kandebaddepattoe, Belligam Korle, and some [illegible] other districts had violently forced their way into that province. § 82. And as if this were not already enough to prove that other causes for the revolt must be sought, why then did the inhabitants, upon my sannases—whereby they were freed from this journey and expedition and even ordered not to depart—not come to a halt? § 83. If the displeasure of the people against this expedition was so great and general, why did the rebels have to force the inhabitants of the other districts, who continued to behave obediently, into the mutiny by violence? § 84. Upon the arrival of the honorable commissioners Fretz and Lamlant, the Gangebaddepattoe, the Baygams, the Wellabaddepattoe, the Mahampattoe, the Four Gravets, and the lordships of Belligam and Dondure were at peace; they remained so for some time thereafter, until they could no longer resist the fury of the mutineers, and two of these provinces that had remained at peace saw their principal headmen arrested at the desire of the mutinous inhabitants. § 85. [illegible] the people of the Girrewypattoe should have been the first of all to revolt, because some among them had departed with their Mudaliyar for Baddegierie a month beforehand in order to perform some necessary preliminary work. § 80. While, on the contrary, it [illegible] A sensitive heart had to be moved to see these people mourn and lament their loss. 5009 § 85. Besides these considerations, which show only too clearly that more hidden reasons must have been the true causes of the recent insurrection, it is moreover, as I already remarked at the session of 21 August, incomprehensible that there should really have been such a general fear of this expedition among the people, because most, or at least very many, of these inhabitants make this journey annually when they go to Kattregam to perform their offerings and then must pass Baddegierie, and Kattregam is considered even more unhealthy than the tract of land in which Baddegierie lies. § 86. Also, the acceptance by Don Constantino (one of the principal and first instigators) of the post as headman and Mohandiram of that province is no slight argument militating against it. § 87. Now, as far as the unhealthiness of Baddegierie and the entire Mahampattoe is concerned, it should be noted that during the east monsoon, not only in this province, but also in the Girrewais and in the vidanies of Kattoene and in the entire district of Roene, as well as in other regions on this island, both of the Gale Korle and the Colombo Disavany, the fever prevails; but that in the north-west monsoon, one knows just as little of any sickness there as in the other districts, and since the expedition was to take place in the west monsoon, fear of sickness could not have made anyone averse to that expedition. § 88. The declaration of the Mudaliyar Tennekoon and of the Gajenayake Arachchi—the first that of the 456 men with whom he had departed for Baddegierie and who worked there for 15 days and were then replaced by the others, only a single one died upon return; and of the second, that he had not heard that more than a single Sinhalese blacksmith had died at Baddegierie—are indeed sufficient proof that Baddegierie is by far not as unhealthy as is alleged. § 89. [illegible]
Dutch transcription
5008 en bedenking verdiend dat de Jngezeetenen van de wellebaddepattoe van de vier gravetten, van de Baijgans van de Weetlijkheeden van Belligam en Dondure en vande beneeden dorpen van de Gangebaddepattoe of schoon die insgelijks van hunne hoofden last hadden, om meede naer Baddegierie tegaan en gedeeltelijk reets naar de nwaands vek„ „trokken waaren, niet meede gerebelleerd heb„ ^reets „ben dan lange na dat de revolte ^ elders doorge„ „brooken was, en zij door de oproekingen van de andere distrikten onder de zwaarste bedrijgingen, dat zoo zij zig niet bij hen vervoegden, hunne huizen en tuijnen verbrand, en vernield en hunne vrouwen en kinderen mishandeld zou„ „de worden, gedwongen wierden zig meede als opvoeringen tegedraegen. §. 81. Dat intusschen de Morwakoule, welkers inwoo„ „ners van die reize ontslaegen waaren, tot de muijte„ „lingen overgegaan is en dat ook het volk van de Girrewaijs eerst gerevolteerd is na dat de mnuijtelingen, vande kandebaddepattoe Belligam korle en eenige - ben; dan dat ik geene landkunde beseeten hebbe, dan weer, dat ik mij door de inland„ sche hoofden heb laaten mislijden §: 103: Jk was dertig Jaar oud toen ik Dessave word, en dus tot dien ouderdom gevordeael, die voor andere uwel Edele Gestren„ parte secreette brief en en zal duijde n van gunstige dezelve in gouverneur Achtbare Heer! van VE te Creeke alle van „1 aaff het dees Raad. 2 Agtbaare ik 50 48 brief andere distrikten geweld daadig in die provintsie ingedrongen zijn. §: 82. En of dit niet reets genoeg waere om te bewijzen, dat er andere oorzaeken vande revolte moeten gezocht worden, waarom zijn dan de ingezetenen op mijne sanassen, waar bij zij van deze reise en tocht bevrijd en zelfs gelast wierden, om niet te vertrekken, niet tot stilstand gekoomen. §. 83. Was het misnoegen des volks teegens deze tocht zoo groot en algemeen, waarom moesten de rebellen de ongezeetenen vande andere distrik„ „ten die zig gehoorzaam bleeven gedraegen, met geweld tot de muiterij dwingen. §: 84. Bij de komste van d' E: gecommitteerden Fretz en Lamlant waaren de Gangebaddepattoe de Baijgams, de wellebad de pattoe de Mahampattoe de vier Gravelten, en de heerlijkheeden van Belligam en Dondiere in rust, zij zijn dat nog eenigen tijd daar na gebleeven, tot dat ze niet langer de woede der muijtelingen teegenstand konden bieden, en twee van deeze in rust verbleeven provinties hun „ne eerste hoofden, op begeerte der muijtende Jnge„ „zeetenen g'arresteerd Zaegen. S. 85. or gegeeven tad het volk van de giarewaijpattoe het eerste waaken Een gevoe„ van alle zoude hebben moen„ lig hart moest „ten revolteeren, wijl eenige onder hun eene maand be„ aangedaen worden voorens met hun Moddeliaar deeze menschen naar Baddegierie vertrok„ „ken waeren, om eenigmoodig hun verlies te zien voor afgaand werk te verrig„ betreuken en bejam„ §. 80. Terweil het daaren teegen meren. eene billijke oplettendheid e „ken. 5009. §. 85. Behalven deze konsideraatsien, die maar al te zigtbaak doen zien, dat meer verborgene reedenen de waere oorzaeken vanden jongsten opstand moe„ „ten geweest zijn: zoo is het buijten des, gelijk ik reets ter sessie van den 21. ' aug:s aangemerkt hebbe, onbegrijplijk, dat er werkelijk eene zo algemeene vreeze voor deeze tocht onder het volk geweest zoude zijn, wijl de meeste of ten minsten zeer veele dezer jnwoonders jaarlijks deze tocht doen als zij naer kattregam gaan om hunne offerhanden te verrigten en als dan Baddegierie passeeren moeten en kattregam voor nog ongezonder ge„ „houden word dan de streekslands daer Badde„ „gierie in ligd. §. 86. Ook is de aanneeming van Don constantino /: een der voornaamste en eerste opvoermakers:/ van de post als hoofd en Mohandiram van die Provint„ „sie geen goring argument dat daar teegen mili„ „teerd. §. 87. Wat nu de ongezondheid van Baddegierie ende heele Mahampattoe betreft zoo is aantemerken, dat in de oost mousson niet alleen in deeze provintsie, maar ook inde girrewais en inde vidanien van kattoene en in 't geheele distrikt van Roene gelijk war, ben; dan dat ik geene landkunde beseeten hebbe, dan weer, dat ik wij door de inland„ sche hoofden heb laaten mislijden §: 103: Jk was dertig Jaar oud toen ik Dessave word, en dus tot dien ouderdom gevordeael, die voor & ook uwel Edele Gestren„ harte secreetse brief en en zal duijde n van gunstige dezelve in gouverneur alle van Achtbaare Heer! aaff met dees Raad. 50 48 E Agtbaare ik van VE te sreete brief ook in andere streeken op dit Eiland, zoo van de Gaalekorle als kolombosche Dessavonij des koon heerscht, dog dat men in de Noorden westmous„ „son daar even zoo weijnig als inde andere dis„ „trikten van eenige ziekte weet, en vermits de tocht inde west mousson stond te geschieden, zoo konde vreeze voorziektens niemant van die tocst afkeerig maaken. §. 88. De verklaering van den Modliaak Tinne koon en vanden gajeman Arraatje, de eerste dat vande 456. koppen waarmeede, hij na Badde„ „giedie vertrokken geweest is en die aldaar ^ hebben 15. daegen gewerkt, en toen door de andere vervangen zijn Geworden maak een enkel„ „de bij terug komst overleeden is - - - En van de tweede dat hij niet vernoomen heeft dat meer dan een enkelden singa„ „leesche smit op Baddegierie gestorven is zijn wel genoegzaam bewijzen dat Badde„ „giekie op verre na zoo- ongezond niet is, als men voorgeeft. §. 89. omwoonig gegeeven tad het volk van de giurewaijpattoe het eerste waaken Een gevoe„ van alle zoude hebben moen„ lig hart moest „ten revolteeren, wijl eenige onder hun eene maand be„ aangedaen worden voorens met hun Moddeliaar deeze menschen naar Baddegierie vertrok„ „ken waeren, om eenig noodig hun verlies te zien voor afgaand werk te verrig„ betreuken en bezam„ „ken. §. 80. Terweil het daaren teegen, menen. eene billijke oplettendheid 2