VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3892

Ceylon · 900 pages · 127 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3892_0254 view scan ↗

English

whatever his disposition may have been, I repeat that he has rendered me much service. The pay of this Kandyan has not been taken from him; it was only not paid to him for a time, according to a private order of the Governor, because this man was said to have sufficient means of his own to subsist, and thereby to try whether the Company could not be relieved of this expense. Furthermore, the surrender of this Bandara has been requested several times, though not publicly yet with great emphasis, by the first ambassador of the court, and it appeared somewhat offensive, at the same time that his presence in the Company's lands was denied, to pay him a monthly allowance for his subsistence. Upon the proposal of Mr. Sluijsken, however, his pay will for now, and until it is seen whether it is further necessary, be paid out to him again in his place. I have also derived much benefit from a Bandara, or native Candian, who came over to us from the Candian territory about eleven or twelve years ago, and after he had become a Christian, enjoyed a monthly allowance from the Hon. Company. When this man became a Christian, I, with the approval of the late Governor Falck, was his godfather. This caused him to be always attached to me, and enabled me to rely upon his confidence; I learned many things from him in particular, both regarding what went on in Candia and in the Dessavony of Mature. Because I have truly derived much benefit from him, I promised him that I would recommend him in the most favorable manner to Your Right Honorable, for the recovery of his monthly allowance, which has been taken from him for some time. From him, too, one will in future, if he remains devoted to us, be able to derive much benefit, and I do not think it advisable to disregard him. For, however much it is believed that he is not respected in Candia, it has nevertheless appeared to me that he still has many connections and friends there. I have also had much service, indeed more than from all others, from the titular Mohandiram of the Belligam Corle mentioned in the beginning of this, who, as already stated, had the misfortune of falling under suspicion and arrest with Mr. van Angelbeek. According to Mr. van Angelbeek's own testimony, this Mohandiram also had to suffer because His Honor, based on false reports, was unjustly and wrongly prejudiced against me. Through this Mohandiram I knew absolutely everything that was planned and executed by the Headmen and the people, and I can say that I almost never found his reports to be false. By his birth and descent, he is entitled to aspire to the highest posts among the Sinhalese, and since I have found him moreover to be a faithful person, I take the liberty respectfully to request Your Right Honorable that, on a favorable occasion, a good post may fall to his share. By letter of 6 July, Mr. Huijsken was written to that, in the view of this Government, it was all the more necessary that he go into the country himself, because no matter how favorably a Mandact ola to be sent to the mutineers were framed by him, those who deemed it in their interest to prolong the unrest would always find some pretext against it; and that he, on the contrary, speaking with the people, could always give way or restrain as circumstances might dictate. The true object was thus to cut off the way from the native headmen who were in the revolt, and to whose instigation it may be ascribed that it has lasted so long, should they deem it further in their interest to cause it to continue even longer. During my presence at Mature, several persons were of the opinion, and Your Right Honorable yourself was pleased repeatedly to advise me in your letters, and the mutinous people also urged so strongly, that I should go into the country to the gatherings in order to bring about peace there. I could not, however, resolve upon this, partly because Your Right Honorable had left me the freedom to act according to my best judgment, and partly because I foresaw little or almost no advantages from this inland journey, but rather disadvantages. My considerations regarding this were the following: Either the discontented were genuinely inclined to come to peace after they had been provided with fair justice, or they were not inclined thereto. If the discontented were genuinely inclined to peace, then my journey into the country was unnecessary, and I could arrange and manage everything much better around Mature than in the interior, as experience and the outcome have shown. If, on the contrary, the discontented intended to prolong their rebellion and bring it to open hostilities, then my journey certainly could have availed nothing; for I suppose in the latter case that the court of Kandia must certainly have been acting in concert; for without the assistance or support of this court, our subjects certainly could not accomplish anything of lasting consequence; and supposing the court were against us—having some hostile designs—then I could certainly accomplish nothing by this journey, but on the contrary exposed myself personally to danger and the Hon.

Dutch transcription

hoe zijn Part ook gesteld gewist is, jk herhaalen dat hij mij mij veel dienst heeft gedaan. nut Nog heb ik veel „ge „ De bezolding van deeze kandiaan is hem niet ontnoomen; ze is hem had aan een Bandare alleenig voor een teid lang niet be„ taele, volgens een partikuliere of geboore Candiaan, die aenschrijving van den heer Gouver„ neur, bijl deeze man gezegd word voor omtrend elf a: twaelf van zig zelve vermogen genoeg te hebben om te kunnen beslaen en om mits die eens te probeeren, of bij ons uit Jaaren men de komp:e van deeze laste„ post niet zoude kunnen ont„ Candiasche is staen Boven die is uitleevering van het deeze Pandare door den eerste gezant van het hoff verscheidene koeren schoon niet publiek nochtans overgekoomen en na dat met veel nadruk verzogt, en het scheen wat aenstootelijk, te gelijke hij Christen gewor teid dat men het aenweezen va„ hem in skomp: landen ontvenigt hem een maendgeld tot zijn onder den was eene houd te betaelen. op de voor dragt van den heer Sluijsken „ zal hem zijne bezolding egter Rere bezolding van voor eerst, en tot dat men ziet of het verder nodig is, in stelte wederom worden uitgekeerd. dE: Comp:e maande lijks heeft genooten- toen deeze man Chris„ ten wierd ben ik met zee goedkeuring 3. 65 1 18 5228 goedkeuring van den wel „zaligen Heer Gouverneur Falck, zijn doof vader geweest, dit. heeft veroorzaakt dat hij mij altoos g'at„ tacheerd was, en ik op zijn vertrouwen heb kunnen staat maaken; ik heb van hem in 't bijzonder veel dingen te weeten ge„ kreegen, zoo wel van 't geene in Candia als in de Maturee„ sche Dessavonij om„ ging. wijl ik wea„ kelijk van hem veel nut gehad heb, zoo heb ik hem beloofd hem bij uwel Edele Gestrenge Groot 18 achtb: achtbaare op het guns„ tigste te zullen voor„ draagen, ter wee„ der erlanging van zijne maandgelden, die hem Zeederd eenige tijd zijn af¬ genoomen. van hem zal men ook in 't vervolg, indien hij ons blijft toegedaan, veel niet kunnen „trekken en ik de „ke niet dat het naad„ zaam is, hem te veragten. want, hoe zeer men ook ver meend dat hij in Can„ dia niet geagt word, is mij egter voorge„ koomen dat hij daar nog veel verbintenis 5223 verbintenis en vrienden reeft. Nog heb ik veel dienst gehad, en wel meer als van alle anderen, aan den in den be „ginne deezer gemelden titu„ „lair Mohandiram van de belligamCorle, die gelijk reeds gezegd het ongeluk ge„ had heeft bij den Heer van Angelbeek in verdenking en arrest te geraaken vol„ „gens eige betuiging van den Heer van Angelbeek heeft deeze mohandinam„ ook moeten lijden, wijl zijn E: op verkeerde Ra„ „porten kwalijk en verkeerd tegen mij in„ „genoomen was door deeze Mohandiram heb ik volstrekt alles geweeten wat bij de Hoofden en het volk geprojecteerd geprojecteerd en uit gevoerd wierd en ik kan zeggen zijne berie„ „ten genoegzaam nooijd valsch bevonden te hebben hij is door zijne geboorte en afkomst geregtigd na de eerste plaat„ zen onder de singa„ „leezen te moogen tragten en wijl ik hem booven dien bevon„ „den heb een getrouw perzoon te zijn, zoo neem ik de vrijheid uwel Edele Gestrenge groot Achtbaa„ „re eerbiedig te verzoe„ yhem „ken dat „ een gunstig tot en 19 2 5230. Geduurrende mijn aenweezen te Bij brief van den 6. Julij is den heer Huijsken aengeschreeven dat Mature waeren verscheide van het naar het inzien deezer Regee„ ning te nodiger was, dat hij zelfs gevoelen, uwelEdele Gestr: Groot in het land ging, om dat hoe gunstig ook een Mandact ola, om den de Muij„ telingen te worden gezonden, door hem Achtb: zelve geliefde mij dit te wierde ingerigt, zulke die het van hun belang reekende, om de onrust herhaelende maalen bij desselfs te doen voortduuren, 'er altoos wat op zouden weeten uittevinden, en dat hij daer brieven aenteraeden, en de mis= en teegen met 't volk spreekende, waer moete van de noodzaekelijkheid al„ toos wat vieren of inhouden konde, zoo voegde volkeren hielden zoo gaar als de omstandigheede dat zouden geheugen. Het waere oogmerk was dus hier om aen, dat ik in het land om zoo de inlandsche hoofden die zig in de revolte bevonden en aen wier de „ bij de te zaemen rottingen moest drijf men het mag toeschrijve, dat ze zoo lang geduurd heeft, het verder van hien belang reekenden om ze nog gaen om aldaer de rust te langer te doe voortduuren, hun den bewerken Jk heb hier toe egter niet kunnen besluiten gedeeltelijk wijl uwelEdele Gestr: Groot achtb: mij de vryheid over„ gelaeten had, na mijn best overleg te werk te moogen weg daertoe aftesniden bij geleegenheid een goede en bediening mooge te beurt vallen gaen gaen en gedeeltelijk wijl ik bij deeze landtogt weinig of gaat geene voordeelen; maer wel nadeel voorzag. Mijne bedenkingen, des weegens waeren de volgende Of de misnoegden waaren werkelijk geneegen tot rust te koomen na hun een bil„ dat men lijk regt bezorgd had: of zij waeren niet 1 toe net genee gen waeren _„ 5231. waeren de misnoegden werke„ lijk tot rust geneegen, den was mijne reize in het land on„ noodig, en ik konde alles veel beeter om en bij Matirre bestellen en bestieren dan in het land; gelijk de ondervin„ ding en de uitkomst geleerd heeft „daaren Waeren „ teegen de Mitrvoegden voorneemens hunnen opstaad langer aentehouden, en die tot openbaere vijandelijkheeden te brengen, dan zoude zeeker„ lijk mijne reize niets heb„ be kunnen baaten; want ik veronderstel in het laatste geval dat als dan het hoff hoft van Kandia zeekerlijk in het spel moest meede werken; want zonder meede hulp of ondersteuning van dit hoff konden onze onder„ daanen zeeker niets ven duur uitrigten, en verondersteld het hoff was teegens ons /: hebben den eeni„ ge vijandige- oogmer„ ken:/ dan kon ik zee„ kerlijk door deeze reize niets uitvoeren maer stelde mij in teegendeel perzoo„ neel aan gevaar en dE. 20 Ams

NL-HaNA_1.04.02_3892_0263 view scan ↗

English

the Honorable Company would be exposed to a certain dishonor and danger, as upon the outbreak of a Sinhalese war one might possibly have begun by abducting me and my Councilors, if nothing worse had happened to us, as happened to the late Mr. Leembruggen; and had this occurred, the dishonor of the Honorable Company was naturally inherent in it. The mistrust that I had toward the native chiefs in general contributed not a little to keeping me from this overland journey: I thought it better to have them only close around and near me, when I could have watch kept on all their actions and even on everything that went on in their houses, and in time of difficulty secure their persons immediately, rather than distance myself from Mature. The outcome has shown that by this I overlooked nothing, nor acted wrongly. Besides that, the disposition, I dare say it, of the Sinhalese is all too well known to me, and I have learned through experience how he must be treated at times with rigor, but mostly with patience and merely serious justice, always keeping in view his birth and innate obligations, in order to be in any way assured that I would, if it were still possible or feasible, bring him to reason and back to his obligations, at least if the matter had not already gone all too far, and he was not directly incited and supported by the court and his chiefs. I hope and trust that the rest and peace that I have restored through God's goodness in the Maturese Disavony, and which I see re-established after my return in the Galle Korale, may be of long duration. It is, however, necessary that one keeps a watchful eye in this regard. The court of Kandy might well take it into its head to have us attacked by our own subjects. The Sinhalese is far from being as pliant as I knew him thirty years ago; he is now much more insolent, bolder, and more disobedient. I remember very well that formerly an ordinary European soldier was treated with more respect and awe than prominent officials are at present. Formerly the Sinhalese led a simple way of life and confined himself only to his agriculture, but now that arrack and all kinds of gambling games, cockfights, draughtboards, etcetera, are known, one finds drunkards and gamblers everywhere. These are vices that the Sinhalese have in common with all other peoples, against which, however, provision must be made as much as possible. The Moors also roam about in the country, and by them many loans are made on the crops and other usury is practiced, whereby the inhabitants naturally fall into a bad way of living, and this causes one to meet many insolent and licentious people nowadays. From this and that, it is also clearly evident that at present one must be even more attentive regarding the native than before, and that one must strive to have the means and power at hand to maintain the Honorable Company's prestige and to keep the subjects to their duty. It is therefore, according to my understanding, necessary that Mature must always have a permanent garrison, which should always consist of a company of Europeans and a company of Malays or Sepoys, and upon the outbreak of an inland war must be increased to at least six hundred men. With such a garrison, which according to the circumstances of the time must be provided with what is necessary; and with prudent conduct, supported by knowledge, I presume that one will always be able to make oneself respected in the Maturese Disavony. As upon my arrival at Mature I could not foresee, at least could not be assured, that I would bring about rest and peace through gentle means, I considered it my duty to make myself as well acquainted as possible with the manner in which Mature could be defended in time of actual unrest: In addition to my own thoughts, and what experience in the last Sinhalese war of Mature has shown me, I have taken the advice of such persons as seemed to me to be most knowledgeable in this branch at Mature, both among the gentleman officers and others; in this, the Honorable Secretary von Albedijhl, who has served in the military both in Europe and in India, has also been helpful to me. Regarding the defense of Mature, I have formed the following concept. As I have already said, I believe that Mature, in case of defense against a Sinhalese enemy, must have a garrison of at least six hundred men, at the head of which a capable officer should be positioned as Commandant. Furthermore, one should have no lack of the necessary military supplies and provisions. I do not judge it strictly necessary that one needs to construct many more new works; only what is dilapidated should be brought back into good condition. Next, I believe it to be good that two small earthen batteries should be raised at the mouth of the river, as well as behind the cinnamon warehouse, in order to hold a post there and, if required, be able to employ some field pieces. On the Red Hill, according to my understanding, a small work of some cannons should also be constructed. This Red Hill, the entire plain outside Mature, all small islands located in the river, and the surrounding area of the small fort of Eck should be cleared of all brushwood, thickets, and other obstructions to a free view. The small fort of Eck, which I had cleaned, should be maintained in such a manner [illegible]

Dutch transcription

5232. dE: komp:e aen een zeeker dis„ honneur blost aen gevaer wijl men bij het uitdree„ ken van een singaleesche oorlog moogelijk zoude begonnen hebben mij en mijne Raedsloeden opteligten zoo ons niets salim„ met was overgekomen, gelyk den /:z:/ heer Leembruggen overgekoomen is; en was dit gebeurd, lag het dishonneur van dE: komp:e hier van zelven opgeslooten Hat mistrouwen dat ik teegen den Inlandsche hoofden in het al„ gemeen had; droeg niet weinig toe om mij van deeze land reize te wederhouden: Ik dagt het beeter 69 beeter, hun alleen digt om en by mij te hebben, wanneer ik op alle hunne handelinge en zelfs op alles wat in hunne huij= zen omging kon laeten agt geeven, en mij en teid van onge„ leegendheid ten eersten van hunne perzoonen verzee„ keren, dan mij van Mature te verwijderen De uitkomst: heeft geleerd dat ik hier door niets verzien, of „kwalijk „gehandeld heb Behalven dien is mij de im„ borst, /:ik durfd het zeggen:/ van den Singalees alte wel bekend, en ik heb door 5233. door ondervinding geleerd hoe hij bij wijle met aigeur, dog meest met geduld en slegts rrotexo„ g, regtvaerdigheid, zijne ge„ boorte en aengeboore verplig= ting altoos in het oog houdende, moet behandeld worden, om met eenigzints verzeekerd temoogen zyn, dat ik hem zoo het nog moogelijk of doenlijk was te regt en weeder aen zijne verpligting zoude brengen, ten minsten indien de zaek niet reets al te verre mogte gekoomen zijn, en hij niet door het hoff en zijne hoofden direkt wierd aen„ gehitst en ondersteund. Jk hoop en vertrouw dat de rust Gr en vreede die ik door Gods goedheid en de Maturesche Dessavonij hersteld heb„ en dit ik na mijne terug komst in de Gale korle weder gevestigd zie, van lange duur mag weezen. Het is egter nood„ zaekelijk dat men hier om„ trend een wakend oog houde. Het hof van Kandia zoude wel eens in het begrep konnen koomen om ons door onze eige onderdaenen te doen bevooloo„ Den Singalees is lange niet zoo buijgzaam meer „ als ik hem voor dertig Jac„ ren gekend heb hij gen. §734 3. 67. alle andere volkers gesmeen hebben„ lijk word voorzign. hij is nu vrij vreevelmoediger, stouter en ongehoorzaemer, Ik hervinnere mij zeer wel dat eerteids een Europees gemeene zoldaet met meer eerbied en ontzag bejeegend wierd, als teegenwoordig aen„ zienelijke amptenaeren Eer„ tijds voerde den singalees eene „simpele „leevensweize en bepaelde zig alleen tot zijne landbouw edog Dit zijn lasters die de Singaleezen met tans dat de arreek en allerlij waerteegen niet temin zoo veel mooge „ zoorten van dobbel speelen Hanevegterijen Topborden &=a bekend zijn, vind men overal dronkaarts en speelders. De neede Moor en swerven rondeom in het land en door hun worden veele beleeningen op op het gewas gedaen en andere woeken gedreeven waerdoor de ingezeetenen natuurlijker wijze tot eene slegte leevens= weeze vervallen, en hier door veroorzaekt word dat men thans veel brutael en onge„ bonden volk ontmoet. uit dit een en ander blijkt dan ook duidelijk dat men teegen„ woordig zelfs meer als te vooren omtrend den Inlan„ „der oplettende moet zijn en dat men moet tragten die middelen en handen te hebben om skomp=s aenzien staende 5235 staende, en de onderdaenen in hun pligt te houden. Het is dus na mijn begrip noodzaekelijk dat Ma„ tuze altoos een vast quar„ nezoe moet hebben, dat uit een kompanie Europeesen en een komp:s Malaijers of Sipaijers, altoos diend te bestaen en bij het uitbreeken van een Inlandsch oorlog ten minsten tot ses honderd man, moet vermeerderd worden. Met een diergelijken guarnizoen, dat na omstandigheeden van teid met het nodige moet voor„ zien weezen; en met een voorzig„ tig gedrag, door kunde on„ der steund, verondersteld ik ik dat men zig in de Matiree„ sche dessavonie als dan al„ toos zal kunnen doen als pecteeren Wijl ik bij mijn aenkomst te Mature niet voorzien kon, ten minste mij niet konde verzeekeren, dat ik door zagte middelen de ruste en vreede zoude bewerken heb ik het voor mijn pligt geagt wij zoo veel doen„ lijk bekend temaeken met de wijze waar op Mature in teid van werkelijke onlusten zou„ de kunnen gedefen„ deerd worden: 1 22 5236. Ik heb bij mijne eigene gedagten, en het geen mij de ondervinding in den laats „ten singaleezen oorlog van Mature heeft doen zien; het advis in ge„ „noomen van zoodanigen die mij te Mature in deeze tark het meeste kundig scheenen, zoo wel onder de Heeren officieren als van anderen; ook is mij hier in behul¬ „pig geweest den E: secretaris van Albedijhl, die zoo wel in Europa als in India in het militaire gediend heeft. Ik heb mij om„ „trend de verdeediging van Ma„ ture het volgende dink beeld geformeerd. Gelijk ik reeds gezegd heb vermeene ik dat Mature in kas van defensie teegen een singaleesen vijand een guarnisoen van ten mindten seshondert man moet hebben, aan welker Hoofd zig een een kundig officier als Commandant diend te bewinden. Voorts diend men aan de noodige krijgs en mond behoeftens geen gebrek te hebben. Nieuwe werken oordeele ik Juist niet noodig dat men veel meer alleen behoefd aan te leggen, diend het vervallene weeder in goede staat gedragt te worden, vervolgens geloove ik het goed te zijn, dat men aan de mand van de Revier, gelijk ook agter het Canneel pakhuis twee klijne aarde baterijen dien optewerpen om aldaar post te houden en bij vereisch eenige veld 5237. veld stukken te kunnen emploij„ eeren. Op de Roode Berg diend meede na mijne begrip een klijne werk van eenige kan„ nons aangelegd te worden. Deeze Roode Berg, des geheele vlakte buiten Mature, alle zig in het rivier bevindende Eijlandjes, en de omstreek van het fortje van Eck dienen van alle ruijgtens, boschagien en andere belemmeringen aan de vrije uitzigt gezuiverd te worden. Het forth van Eck dat ik heb laaten schoonmaaken, diend zoodaanig onderhouden en ust r diaand

NL-HaNA_1.04.02_3892_0274 view scan ↗

English

and to be provided with some cannons in order to be able to sweep the river on both sides with them. The Matara garrison should detach a post to the Red Hill, as well as on both sides at the foot of this hill; namely on the seaside on the road to the Moorish Temple and on the river side near the coconut garden in which a Sinhalese Temple stands. A smaller post should be stationed on the river side in the Roman church, and on the seaside on the beach, about halfway between the Red Hill and Matara. And when, in addition to that, the small Fort Van Eck and the projected batteries at the mouth of the river and behind the cinnamon warehouse are properly garrisoned, and all these posts obtain the proper connection with Matara itself by means of a cordon of sentries, I believe that under a vigilant supervision one may rest assured in Matara against all hostile and unexpected occurrences. Not wishing to weary Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir with an extensive plan, I shall rest with these my remarks regarding the defense of Matara. Only noting further that one must be very sparing with the detaching of posts, and must send out nothing other than good and adequate commandos, and in this case must employ such force as the Sinhalese cannot withstand. Experience has taught us that in small detachments we can lose our men, and therefore, in my view, if it should come so far that the native must be engaged, it would be best if a large commando of 4 or 500 men could march out at once, which, provided with what is necessary, in the manner of a flying corps, could then make their way, as for example from Matara to Tangalle, from Tangalle to Mariakadde and Kahawatte, and then had to return again via Hakmana or the road from Kahawatte. In a similar manner one could also make other roads through the other korales, and by this means, whether by force or otherwise, bring those who were unwilling to submit back to their duty. Succeeding in this, one could subsequently, as also took place previously, place commandos of at least 200 men, or as needed, at Tangalle, Katuwana, Hakmana, Barlabentotta, and Akuressa, by which detachments the native is then kept in order. The road to Galle must always be kept open, and thus in times of unrest two strong communication posts must be placed at Goyapane and at the river of Polwatte, the latter having to place an outpost on the hill of Mirissa and not leave this hill as long as it is possible. I think that with these two posts, by having them patrol back and forth well with no fewer than fifty men each time, one will keep the communication between Galle and Matara open, at least until such time as a great superiority of the enemies makes this manner of acting impossible. In this regard I hereby offer His High Honor the thoughts in writing of the Honorable Captain-Commandant Scheede, who delivered them to me at my request after my return to Matara and which pretty much agree with mine. I also attach hereto a plan of Matara and its surroundings as it presently presents itself. I hope, and have reason to trust, that as far as the Company's subjects are concerned, we shall have no more unrest in the Matara Dissavony, but for this it is necessary that the authority of this Dissavony be entrusted to a man knowledgeable about the country who has courage and composure enough to hold the native to his obligation, without his being wronged in his ancient privileges. The Dissava should also ensure that worthy and deserving Native Chiefs are placed in and over the districts, and the country be purged of such as are ill-intentioned, for otherwise I do not foresee that one can and may assure oneself of a continuous peaceful habitation. Regarding the native chiefs, I further note that they nowadays stand mostly in far too close a relationship, from which a far too arbitrary treatment of the inhabitants, and the harmful solidarity among them of having to keep one another's injustices concealed, naturally arises; and whereby also, if this is not provided for with good deliberation, certainly even more unpleasantries are to be foreseen in the future. In the course of this secret report I have informed Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir that I was obliged to make promises to some of the principal Chiefs of the dissatisfied, and to give them a written proof thereof, that they would be favored after the restoration of peace and quiet. The former Mohandiram of the Magam Pattu Don Joean Rajapakse Dissanayake to second Mudaliyar of the Giruwapattu. Don Simon Constantinoe Wijesoendere Abeywickrema Aratchi to Mohandiram and head of the Kandebodapattu. Don Constantinoe to Mohandiram and head of the Magam Pattu, and Madugodde Don Simon Dissanayake Appuhamy to Mohandiram of the Galle Guard. The Belmeraals of the Giruwapattu to be permitted to carry hangers. Furthermore Don Fredrik Christiaan Abeyesinghe Jayawardene, a very respected and capable man who had no small influence on the latest unrest, to be confirmed in the service of Vidane Mohandiram and head over the vidanies of Katuwana, which service is being attended to by him. I

Dutch transcription

en met eenige kannons, om daar meede de Revier aan weerskanten te kunnen bestre „ken, voorzien te worden. Het Matureesche guarnisoen diend een post op de Roode berg te detacheeren, gelijk ook aan weerskanten aan de voet van deeze Berg; namentlijk aan de zeekant op de weg na de Moorse Tempel en aan de rivier kant bij de kokus thuin waar in een sing aleasse Tempel staat. Een klijn der post diend aande rivier kant in de Roomsche kerk, en aan de 23 5238 de zeekant op strand, omtrend in het midden tuschen de Roode „berg en Mature, gesteld te worden. En wanneer daar bij het Fortje van Eck, en de geprojecteerde Baterijen aan de mond van de Rivier en agter het kaneel pakhuis gelijk behoord bezet worden, en alle deeze posten door een Cardon van schildwagten met mature zelve de behoorlijke Connektie verkrijgen, dat geloove ik dat men onder een maak„ zaame toezigt teegen alle vijandelijke en onverhoopte toevallen in Mature gerust mag zijn. uwel 23 uwel Edele gestringe groot Achtb: met geen uitgebreid ontwerpt wil„ „lende verveelen, zal ik bij deeze mijne aanmerking nopens de defensie van Mature berusten. Alleen nog aanmerkende dat men met het detacheeren van posten wel zeer zuinig moet zijn en niet anders dan goede en toe„ rijkende Commandos moetuit zen„ „den en in dit geval zulk ge„ weld moet emploijeeren, waar teegen de singaleesen niet be„ staanbaar is. Bij klijne gedeeltens heeft ons de ondervinding geleerd, dat wij ons volk kunnen verliezen en daarom zoude het na mijn insien indien het zoo verre mogte 5239. mogte koomen dat den Inlander moet aangelast worden, het beste zijn, dat er een groot Commando van 4. of 500. man gelijk konde uittrukken, die van het noodi„ ge voor zien, bij weize van een fligend Corps, als dan hunne weg zoude kunnen maaken, als per exempel van Mature na Tangale, van Tangale na Mariakadde en kahawatte, en dat vervol„ gens over Hakman of de weg van kahawatte weeder terug moeste keeren. op Op een gelijke weize zouden men andere weegen door de andere corles ook kunnen maaken en hierdoor, het zij met geweld als ander„ sints, die geenen die zig niet onderwerpen wilden tot hunne pligt kunnen brengen. Hier in reusserende zoude me vervolgens zoo als bevoorens ook plaats heeft gehad kom mandos ten minste van 200 man, of na dat het noodig was, kunnen leggen op Tangale 5240. Tangale, kattoene, Hakman Barlabentotto. en Akkoeresse, door welk de taghementen als dan den Inlander in ordea word gehouden. De weg na gale diend altoos op en gehouden en dus in teid van onlusten twee ster„ ke Communicatie posten te goijapaene en aan de rivier van Polwatte gelegd te worden moeten de de laatste een voor. post op de berg van Mirisse stellen en zoo lange het moo„ gelijk is deeze berg niet verlaaten. Jk denk dat men men met deeze twee posten door wel te laaten heam en weeder patrouilleeren, met niet minder aan vijftig man telkens, de Communi„ catie tuschen gale en itature zal open houden ten minsten tot zoo lange, dat een groote ƒ overmagt der vijanden deeze wijze van ageeren onmoogelijk maakt. Jk biede Hoogst denselven dien aangaande bij deeze aan de gedagten in geschrif te, van den E: kapitain Commandant scheede, die mij 5241 mij dezelve na mijne tezug komst naer Mature op mijn verzoek heeft overgegeeven en die na genoeg met de mijne over„ eenkoomen - Ook voege ik bij deeze een plan van Mature en dus situatien zoo als het zelve zig teegenwoordig de mid „te Jk hoop, en heeb reeden vertrouwen dat wij, zoo verre sCompanies onderdaenen aangaat, geene onlusten meer in de Matureesche Dossa vonie te weesen hebben, dog hier toe is noortig dat aan een landkuendig man f het gezag van deezen Dessa„ vonie te die vonie word opgedraagen die man moedigheid en bedaard„ heid genoeg heeft den Jnlander tot zijn verpligting te houden; zonder dat denzelven in zijne oude voorregten te kort gedaan word. De Dessave diend meede te zorgen dat er waardige en verdienstige Jnlandsche Hoofden in en over de landschappe gesteld worden; in het land van zoo danigen gezuiverd worden die kwaad geintentieoneert zijn, want buiten dat voorzie ik niet dat men zig van eene aanhoudende vreedige inwoo¬ ning 5242 „ning kan en mag verzeekeren. Omtrend de Jnlandsche hoofden merke ik nog aan dat zij teegenwoordig meest alleen in eene alte naeúwe verwant, „schap staan, waar uit eene alte willekeurige handeling met de ingezetenen, en de schaadelijke eensgesindheid onder hun van malkanderaen, onregtvaardigheeden te moeten bedekt houden, natuurlijker weize ontstaat; en waar door dan ook, zoo hier en niet met goed overleg voor„ zien zie eene oo„ sien word, zeekerlijk nog meerder onaangenaamheeden in den aangestaande te voor x. zien zijn. Jn den loop van dit secreete Raport heb ik uwel Edele gestringe groot Achtb: gemeld dat ik verpligt geweest be„ aan eenige van de voornaam Hoofden der misnoegden „ste beloften te doen, en daar van een schriftelijke beweis te geeven, dat ze na herstel van rust en vreede zolid begunstigd worden. De 57.13 De geweese Mohandaran van de Magampattoe Don Joean Ragepakse Dessanaike tot tweede modliaar van de giraewapattae. Don Simon Constantinoe wigesoendere Aberrijke arraatje, tot Mahanderam en hoofd van de kande„ „badde pattoe. Don Constantinae tot mo„ handeram en hoofd van de magampattoe, en Ma„ doe voor e Edele meld aan gden zoud „doegodde Don Simon Des sanaike appoehaiij tot moha diram bij de gaalsche quaad De Belmeraals van de Girri„ „waijpattoe om houwers te moogen draagen- voorts Don Fredrik Christiaen Abeje„ singe Jazewardene, een Zeed gezien en bekwaam man, die niet weijnig invloed op de laatste onlusten gehad heefd, om in den dienst. van vidaan Mohandeaam en hoofd over de vidanie van katoene, welke dienst door hem waargenoomen word be„ vestigd te worden. Ik 26

NL-HaNA_1.04.02_3892_0287 view scan ↗

English

5244 I respectfully request of Your Right Honourable Vigorous High Mightinesses that all the aforementioned persons may obtain their deeds of confirmation in those offices to which I have nominated them, since peace in the Matara Dissavony is now restored. According to official letters from the Honourable Dissave Raket as well as according to my private advices, the watch-posts of the Lascarins in all 26 the provinces of the Dissavony are reoccupied according to old custom, and the inhabitants have generally returned to the cultivation of their fields and the performance of their obligatory Company services. Furthermore, may it be permitted to me, Your Right Honourable Vigorous High Mightinesses, in my public character which I hold in the service of the Honourable Company and in my office as Commander and President of the Galle Council, most respectfully to 5245 § 68. This has already been done on folio 9. request, and as by repetition most humbly to urge, that the following may be taken into consideration and executed by the esteemed Ceylon Government: 1. That the Master Chief Administrator van Angelbeek may be obliged to declare what reasons may have moved His Honour to decline a commission from the Galle Council and on the contrary to request another from the Government at Colombo. 2. What reasons have moved His Honour not to accept the Gentlemen van Schuler and Devos in the capacities of commissioners of the Galle Council and to render them the obligatory honour. The Honourable Principal Chief Administrator and former Dissave of Matara, van Angelbeek, having been questioned on this, states that he does not know to which part of his actions that which is assumed here refers, namely that he would have refused to receive the junior merchants van Schuler and Devos as commissioners from the Galle Council; and because no evidence thereof has come before this Government either, it has been approved and understood that on this matter, as is done hereby, further clarification will be requested from Mr. Sluijsken, as well as a further indication of what the obligatory honour consisted of which the former Dissave van Angelbeek is alleged to have refused to render to the said junior merchants. § 70. Regarding all these points, the necessary remarks have already been made above, and it is noted here without particular discretion that the question appearing at No. 8 does not suit Mr. Commander Sluijsken all too well. 3. Whether His Honour, or otherwise who, arrested the Moorish person. 4. On what grounds this Moor was arrested. 5. Why 5246 5. Why no notice was given to me or the Galle Council of the arrest of this Moor, who is an inhabitant of Galle and thus does not belong under the Matara jurisdiction. 6. Why this Moor was sent to Colombo and no missive regarding this dispatch came to me. 7. What statements this Moor made at Colombo. 8. On what grounds this Moor was released again. 9. Why Mr. van Angelbeek did not employ the titular Mohandiram, Dahanayake, in the latest unrests, as His Honour wrote to Galle in his letters of the 19th and 21st of April last, but on the contrary kept this Dahanayake in arrest for thirty-four days and very closely guarded. It has been noted above that the Honourable former Dissave van Angelbeek requested to make a declaration regarding this, and that this was agreed to by this Government. § 71. § 72. The necessary remarks have been made above. 10. Why the undersigned Commander and the Galle Council were not allowed to have an opening of the commission entrusted in writing to the Honourable Commissioners Fretz 5247 § 73. It has already been remarked above that the Honourable Commissioners were sent from here upon the proposal of the Galle officials themselves. and Samlant, in the Matara Dissavony subordinate to this Government. 11. What the reasons are why the Honourable Commissioners Fretz and Samlant refused me the reading of their Instruction and other papers, of which I requested inspection; and finally 12. What reasons moved the esteemed Ceylon Government not to charge me directly with the investigation of complaints and the promotion of the peace of the inhabitants living in the lands entrusted to my care by the High Government at Batavia. § 74. It is understood to acquiesce in this without further testimony from Mr. Commander Sluijsken. I pray Your Right Honourable Vigorous High Mightinesses in the most well-meaning and respectful manner not to assume that the presentation of these points arises from any ill will or revenge; no, I do not know such an evil way of thinking, and I would pass over all this in silence 5248 This Government has already expressed its satisfaction in its letter of the 20th of July last for the trouble taken by Mr. Sluijsken to bring the Matara inhabitants to peace, for which His Honour was thanked in that letter, just as he is further thanked for it hereby. § 75. and even step over it, were it not that my public character, and the honour of the Galle Government at the head of which I find myself, makes this démarche on my part absolutely necessary. For the rest, I hope that by my conduct, now in this so happily accomplished commission, and by the indication that I have given in this secret report, I shall at the same time have satisfied the trust with which I find myself favoured. I commend myself to the high favour of Your Right Honourable Vigorous High Mightinesses and sincerely wish that you may soon enjoy the pleasure of seeing peace restored and enduring throughout the entire island. With due reverence and a singular

Dutch transcription

5244 Ik verzoek uwel Edele Gestr: Groot achtb: eerbiedig dat alle de voorschr: perzoo„ nen, hunne akten ter bevestiging in die diensten waar in ik ze voorgedrae„ gen heb moogen erlangen, wijl thans de rudt in de Matureesche Des sewonij hersteld is. zijnde vol„ gens officieele brieven van den E: Dessave Ra„ ket zoo wel als volgens mijne partikuliere na= rigten de wagt posten der Laskorijns in alle 26 ri ee E de Landschappen der Dessa„ vonie na oude gewoonte weeder bezet, en de ingezee„ tenen in het algemeen aen het bearbeiden hunner velden, en het volbrengen hunner verpligte kompanies diensten, terug gekeerd. voorts zij het mij geper„ mitteerd uwel Edele Gestr: Groot achtb: in mijn publiek Character dat ik in den dienst der Ed: komp=e bekleede en in mijn ampt als Commandeur en Pre¬ sident van de Gaalphe Regeering, eerbiedigst te 5245 3. 68. Dit is reeds op I. 9. gedaen. te verzoeken, en als bij her„ haeling nedrigst aentehou„ den dat het volgende door de geëerde Ceilonpche Regeering moogen in overweeging genoomen en werkstellig gemaekt worden „ Dat de heer hoofdad„ ministrateur van Angel„ beek verpligt mooge worden zig te verklaeren welke reedenen zijn E: mooge bewoogen hebben om voor eene Commissie uit den gaelschen Raad te bedan„ ken en daer en teegen een ssa¬ he Den E: p:l hoofdadch: en geweeze dessa „ 2. / welke reedenen zijn E: ve van Matiore van Angelbeek hier over„ onderhouden zijnde, zegt niet teweeten op welk gedeelte zijner verrigtinge neer„ komt het geen hier word verondersteed bewoogen hebben UE: van dat hij de onderkooplieden van schuler en Devos, zoude hebben gewijgerd te ontvangen als gekommitteerdens uit de schuler en Devos niet Guelpe Raad, en wijl ook daer van geene blijken aen deeze Regeering zijn voor„ gekoomen, is goedgevonden en verstaan en de qualiteiten van dat derweegens zoo als geschied bij deeze, nadere opheldering van den heer sluijsken zal worden gevraegd, als meede kommissarissen van den een nadere aenwijzing waer in bestaen heeft, het verpligt honneur dat den geweeze Desselve van Angelbeek Gaelschen Regeering te zoude geweigerd hebben aen gem: onderkooplieden te bewijzen. accepteeren en het verpligt honneur te bewijzen. 5. 70 3. ) of zijn E:, dan wel an„ boven reeds het nodige gerekee koren, en word aldeer dit bijzonder dens wie, den moorsegoe„ diskretie hier niet aengemerkt, dat de vraege op N:o 8. voorkoomen gearresteerd heeft de den heer kommandeur sluijtken 4: op welke fondament deeze moor gearres= teerd is! Nopens alle deeze posten markeert niet al te wel voegt. een andere van de Regee„ ring te Colombo te ver zoeken 57 waerom 5246. 5: waerom aen mij of de Gael„ sche Raad van het arres„ teeren van deeze moor die een inwoonder van Gale is, en dus niet onder de Matureepche Iurisdic„ tie gehoord, geen kennis is gegeeven 6. / waerom deeze moor na Kolombo is gezonden en mij van deeze zending geen aenschrijving is toege„ koomen 7. / welke verklaerings deeze Moor te Colombo gedaen heeft! 8) op welke fondament deeze moor weeder ont„ slaegen is! J:J Warrenoen 67 Hier boven is aengeteekend, dat den E: geweezene Dessave van Angel„ beek heeft verzogt, zig omtrend te verklaeren en dat daerin bij deeze Regeering is bewilligt. 3. 71. 5. 72. het nodige aengemerkt g waervm de heer van Angel„ beek den titulair Mohan„ niet gelijk zijn E: bij des„ selfs brieven van den 19e. en 21. April J„o leeden na Gale geschreeven heeft in de laatste on„ lusten g'emploijeerd, maer daer en teegen vier en dertig daagen in arrest en zeer naauw bewaekt heeft! 10:/ waerom de ondergeteekende ook hier op is hier boven reeds Commandeur en de Gaelp Raad geen opening heeft moogen hebben van den aen „de E s kommissarissen deezen Dachanaijke schriftelijk diram, Dahanaijke Fretz 5247. § 73. Hier boven is reeds aengemerkt dat dE:s kommissarisse van hier gezonden zijn, op voordragt van de Gaelsche bediendens zelve Fretz en Samlant opge„ draegenen last, in de aen deeze Regeering ondergeschikte Matureesche Dessa„ ronie 11. Welke de reedenen zijn waerom de E:s kommis„ sarissen Fretz en Sam„ lant aan mij de lectura van desselfs Instructie „van en andere papieren, waeroa ik visie gevraegd heb„ geweigerd hebben en einde„ lijk 12. ) welke reedenen de geeerde Ceiloosche Regeering be„ woogen heeft, van mij niet directelijk te Chargee„ ren met het onderzoeken van gel„ s 19 n „ d e de 5. 74. 8. Is verstaen in deeze ongeverdere betuiging van den heer komman„ deur sluijsken te berusten van klagten en de bevorde„ ring van rust der Ingezee„ tenen, in de, door de hooge Regeering te Batavia mijne zorgen aenvertrouwde landen woonagtig Jk bid uwel Edele Gestr: Groot achtb: op de wel„ meenendste en eerbiedig= ste wijze van niet te veronderstellen dat het voorgedraegene deezer poincten uit eenige kwaed„ gezindheid of wraak voort„ komt; Neen, ik kenne een diergelijke slegte weize van denken niet. en ik zoude dit alles verzwijgen 20 52483 genoegen betuigt, over de moeste door de heer Sluijsken genomen tot rust te brengen, waer van zijn zoo als hij daer voor naeder bedankt word bij deezen verzwijgen en zelfs daer over heenen stappen indien met mijne publieke Character, en de Eere van de Gaalphee Regee„ ring, aan welker hoofd ik mij bevinde deeze demasche van mijnen kant volstaekt nood„ zaekelijk maekt dat ik door mijn gedrag „nu sie, en door de aenwijzing die ik bij dit sekreet Raport Deeze Regeering heeft reeds bij voor het overige hoop ik om de Matureesche Aengezeekenen deeze, zoo gelukkig Ed: bij deeze brief is bedankt volbragte kommis„ 5. 75. brief van den 20: Juli J„o leeden haer gedaen gedaan heb, teffens voldaan zal hebben aan het vertrouwen waer„ meede ik mij begunstigd vinde Ik beveele mij in uwelEdele Gestr: Groot achtb: hooge gunste en wensche oprecht dat hoogst dezelve spoedig het genoegen moogen swaeken van de rust over het ge„ heel Eiland her„ steld en aanhoudende tezien Met een verschuldigd ontzag en een bijzon„ dere

NL-HaNA_1.04.02_3892_0297 view scan ↗

English

5249. With this high esteem I have the honor to be, below was written, Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, your Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lordship's very humble servant, was signed, P: Sluijsken, in the margin, Gale, the last of Iulij Ao 1790. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid, was signed, W. J. van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, C: van Angelbeek, D: T: Fretz, J: Reintous, B: L: van Zitter, and J: A: Vollenhove. Agrees, Heijbrands, First Clerk. 5250. Monday the 23rd of August 1790. Secret Resolution taken in the Council of Ceilon. Present: The Honorable, Highly Esteemed Lord Governor, Willem Iacob van de Graaff, The Honorable retired Commander of Gale, Cornelius Dionisius Kraijenhoff, The Honorable Chief Administrator, Mr. Christiaan van Angelbeek, The Honorable Colonel, Jan Philip Christiaan Tilenius, The Honorable Dissave, Diederich Thomas Fretz, The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintous, The Honorable Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent: The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst, the first due to indisposition, The Honorable Trade Bookkeeper, Abraham Samlant, and the latter at Mature. Read: a letter from the Captain-Landregent of the Wannie, Nagel, dated the 16th of this month, containing the report that the Wannetje Simbernaatje, who had retreated to the Soerelie, had finally arrived that day at Moelletiewoe with a retinue of around 50 heads, and that upon her confession of guilt and expression of remorse for her offenses, and having thus come down in the hope of pardon to spend the rest of her days in peace, he, the Landregent, had handed over to her a certificate of pardon sent to him by the Lord Governor, with an admonition to make good use of this special favor and to ensure that henceforth her conduct gives no cause for displeasure. Whereupon it is understood to keep this record. The said Captain-Landregent having further submitted in the said letter the following petitions of the aforesaid Wannetje, namely: 1. That to her, on the security of her slaves and their relatives, 400 rixdollars might be advanced by the Company, in order to settle the debts that she had incurred in the Soerelie, and for which the guarantors who had bound themselves for these debts have been detained there. 2. That on the same security, the necessities for her maintenance might be provided to her until she had recovered from the damages suffered. And 3. That she might be permitted to go and live again at her former place of residence. 5251. This having been deliberated upon, and considering that Captain-Landregent Nagel assures that, besides the lands and slaves of the said Wannetje, the gold ornaments that she brought back and with which she had adorned herself are calculated to be worth at least 300 rixdollars, it was approved and resolved to authorize him to lend her, under such good security as may be possible, four hundred rixdollars, to satisfy the debts she made in the Soerelie; and as this Wannetje must necessarily be assisted until she can again enjoy the income from her lands, in order to deprive her of any opportunity to complain about the Company and cause unrest again, it is further resolved not only to approve that Captain-Landregent Nagel has relinquished to her the Sandare fields that she previously possessed, but also to request from him a statement of how much she, the Wannetje, in his view, requires monthly for her maintenance, with authorization to provide in the meantime the necessary support to her, in order that, along with the aforesaid 400 rixdollars, it may be reimbursed to the Company from the income of her lands. Furthermore, taking into consideration that Captain-Landregent Nagel in his aforesaid letter deemed it necessary that the aforesaid Wannetje keep her residence at Moelletiewoe, in order to be under observation and to more easily monitor who goes in and out of her house, and that for the time being 1 kangan and 4 lascoreens should be placed with her, as it were in her service, but actually to watch her movements, since she is steeped in all vices and, although unable to incite an uprising, would nevertheless not fail to instill harmful counsel in the inhabitants. It was approved and resolved to defer to the said Landregent to make such arrangements and determinations regarding the residence of this Wannetje as he shall deem necessary, both to prevent her from leaving the country again and to ensure that the peace in the Wannie is not disturbed again through her doing; with authorization also

Dutch transcription

5249. deze hoogachting heb ik de eer te zijn /:onder„ stond:/ welEdele Gestr: Groot achtb: Heer. uwel Edele Gestr: Groot achtb: zeer onder„ daenigen Dienaar /:was geteekend:/ P: Sluijsken /: in margine:/ Gale den Laatsten Iulij Ao 1790. Aldus Gedaen ende Geresolveerd in het kasteel kolombo ten daege maenden Jaere voorsz: /:was geteekend:/ W„ J van de Graaff, C: D: Kraijsenhoff, C: van An„ gelbeek, D: I: Fretz, J: Reintous, B: L: van zitter en J: A: vollenhove Akkordeert Heijbrands D E Calerk 13 ce „5250. De Wel Ed: Groot Achtb: Heer Gouverneur - - Willem Iacob van de Graaff, De E: afgegaanen Gaals gezaghebber - - - - Cornelius Dionisius kraijenhoff De E: Hoopdadministrateur - - - - - M:r Christiaan van Angelbeek De E: Kollonel - - - - - - - - - - - Jan Philip Christiaan Tilenius, De E: Dessave. - . . . . . . . . Diederich Thomas Fuelz De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - - - Johannes Reintous De E. Sekretaris - - - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Ziller, De E: fiscaal - - - - - - - M:r Johannes Adrianus vollenhove Absent De E. Zoldij Boekhouder - - - - Gerrit Engel Holst, De E: Negotie Boekhouder - - - - Abraham Samlant, Is geleesen: een brief van den capitain landregent van de wannie Nagel, van den 16:e deezer, houdende berigt, dat 't na de soerelie geretireerd wannetje Simbernaatje, einde„ „lijk die dag te Moelletiewoe aangekoomen was, met een gevolg van omtrend 50. koppen, en dat op haare gedaa„ „ne schuld bekentenis, en betuijging van berouw over de eerste mits indispositie en de laatste te Mature Maandag den 23:e Augustus 1742. Present op in Raade van Ceilon Sekreete Resolutie genoomen haare haare misdrijven, en dat zo op hoop van Pardon was afgekoomen, om haare overige daagen in aust te slijten P hij landregent aan haar had ter hand gesteld, een door den Heer Gouverneur aan hem toegezonden bewijs van Pardon, onder vermaaning om van deese bezondere gunst een goed gebruijk: te maaken, en te zorgen dat ze voortaen door haar gedaag geen reeden van misnoegen geeft. waar van verstaen is te houden deese aantee„ „kening Door gem: capitein Landaegent bij gem: brief nog voorge „draagen zijnde, de volgende inslantien van voorm: gE Wannetje, namelijk: 1. Dat aan haar, op onderpand van haare slaaven en dezelte „gen, door de Comp:e mogte worden verschooden 400. rd:s om daar meede te kunnen voldoen, de schulden, die ze in de soerelie had gemaakt, en waar voor de bor„ „gen, die zig voor deese schulden, die hadden verbonden aldaar zijn aangehouden. 2. Dat op 't zelfde onderpand, aan haar v 't noodige tot onderhoud mogte worden verstrekt, tot dat te zig van de geleedene schaade zoude hebben hersteld. en 3. Dat aan haar mogte worden toegestaan, om op haare oude verblijff plaats weeder te moogen gaan woonen. 5251 Js daar over gedelibereerd, en uijt aanmerking dat de kapi„ „ten Landregent Nagel verzeekerd, dat de buijten de landerijen en slaaven van gem: Wannetje, de Goudwer„ „ken, die ze had terug gebragt en waar meede ze zig had opgeschikt, nog wel calculatief 300. rijksdaal, „ders zullen waardig zijn, goedgevonden en verstaan denzelven te qualificeeren, om aan haar, onder zooda„ „nige goede verzeekering „ als moogelijk zal zijn, te moogen leenen Vier hondert uijksd:s, ter voldoe„ „ning van de schulden, die, ze in de soerelie gemaekt heeft: en wijl dit wannetje, tot dat ze weeder de inkomsten haarer landerijen kan genieten, noodzaake„ lijk diend te worden te gemoet te koomen, ten eijnde aan haar alle geleegendheid te beneemen, om zig over de Comp:e te beklaagen en weeder onrust te verwekken, is al verder verstaen, niet alleen te approbeeren, dat de kapitein Landregent Nagel aan haar afgestaan heeft de sandare velden, die te wel eer heeft bezeeten, maar ook van hem eene opgaave te vraagen, hoe veel zij wannetje, naar zijn inzien, maandelijks tot haar onderhoud noodig heeft, met qualificatie om intusschen het nodige aan verstrekken, ten einde met de voorsz aan haar te moogen 400. rd:s, uijt de inkomsten haarer landerijen aan de Comp:e te worden gerestitueerd. Voorts in agting genoomen zijnde, dat de capitein Landke„ „gent Nagel bij zijn voorsz: brief het noodig oordeed dat meerm: Wannetje haar verblijf te Moelletie„ „voe houd, om onder het oog te zijn en gemakkelijker te kunnen nagaan wie bij haar in - en -uijtgaat, en dat voor eerst 1. kangaan en 4. Laskorijns bij haar dienden geplaatst teworden, als het waare tot haaren dienst, dog eigentlijk om op haare gangen te letten, wijl zij in alle ondeugden doortrapt is, en schoon buijten staat om een opstand te verwekken egter niet zoude nalaaten den ingezeetenen nadeeligen raadslaagen inte boekemen. Is goedgevonden en verstaen aan gem: Landregent te defe„ „reeren, om noopens de verblijf plaats van dit Wan„ „netje, zoodanige schikkingen en bepaaling te moogen maaken, als hij noodig zal oordeelen, zoo wel om voortekoomen dat ze niet weeder 't land verlaat, als ook dat door haar toedoen de rust in de wan„ „nie niet weeder word gestoord; met qualificatie teffens

NL-HaNA_1.04.02_3892_0303 view scan ↗

English

also, to be permitted for that purpose to place for the time being 1 kangaen and 3 to 4 lascorins with her. There was read a separate letter from the Commander of Galle, Mr. Sluijsken, written on the 20th of this month, in answer to the separate letter of this Government of the 17th preceding, containing mainly that His Honour maintains that under the General Pardon granted to the mutineers in the Matara Dissavony must be included everyone, whoever he may be, who had any part, directly or indirectly, in the recent disturbances in the Matara Dissavony, and that because, according to His Honour's view, the chiefs who are under suspicion must also be included in that general pardon, the past events and the information obtained must serve solely as guidance for the future, and that regarding the present principal chiefs at Matara one must exercise all vigilance and take the most cautious and strongest measures; yet that His Honour cannot advise the coming up to Colombo of the three Mudaliyars Tinnekoon, de Saram, and Goeneratne, nor of any other chiefs, but considers it harmful, and one must therefore not summon them to Colombo, where, if one wishes to take the depositions into consideration, the root of all evil would be found, and which, if something had to be done, one would certainly have to tackle first; adding also that the native grandees always imagine, whenever they come to the capital, either that some harm will befall them or that they will have to make some considerable presents; and that His Honour could not find it advisable at all to investigate and obtain judicial statements under oath regarding everything there might be to the charge of the aforesaid chiefs, because according to his conception one must never let these chiefs see that one has any ill intentions toward them, which, in an investigation of matters in which they have so much part, could not be avoided. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the granted general pardon must certainly be observed sacredly and without any deviation, of whatever nature it might be, and that in the most extensive sense, and that in the same manner must be kept inviolate the certain assurances which the Commander says in his aforesaid letter to have given to the suspects, that no harm would come to them if peace were effected and they conducted themselves properly in the future; yet that it is nevertheless incomprehensible how it could in any way conflict therewith that the Mudaliyars Tinnekoon, de Saram, and Goeneratne, according to the resolution adopted by secret resolution of the 16th of this month, are given permission to come hither when they are inclined to do so and themselves make a request to that effect; that indeed, when the aforesaid Mudaliyars, and likewise all others who are in the same situation as they, claim the general pardon, or even only the aforesaid certain assurances given by Mr. Sluijsken that no harm would come to anyone, one must certainly let them enjoy the effect thereof in the broadest sense, but that one cannot see how, without such a claim, these Mudaliyars and other chiefs, who have at least maintained the appearance of having remained faithful to their duty, could be considered to be included in the general pardon, or even only in the aforesaid certain assurances given by His Honour, the more so as one must presume that wishing to include them therein without this might offend them. And it was therefore approved and agreed: 1. To instruct Commander Sluijsken further, pursuant to what was written in the aforesaid letter of the 17th of this month, to recommend to the Honourable Dessave of Matara, Raket, that when the frequently mentioned Mudaliyars Tinnekoon, de Saram, and Goeneratne request to come hither before the fishing season, to permit them to do so, unless there are weighty reasons that make their presence in the Dissavony necessary for the time being. 2. In the uncertainty of how the aforesaid chiefs will conduct themselves herein, to acquiesce in the considerations of Mr. Sluijsken not to make any clamorous investigations for the present that could cause any unease in anyone, whoever it may be, although this Government cannot see what difficulty there could be in having Maddugodde Appu repeat his depositions, already made before the Secretary van Albedijk, before a couple of members from the Council of Justice, or otherwise before a couple of members from the Council of Policy, if Mr. Sluijsken should judge that better, provided that these commissioners and the clerk or secretary who assists them are charged with the secrecy thereof upon the oath taken by them to the country; and that also Don Simon Aratchi, if he is still at Galle, be heard in the same manner, or that he at least be heard provisionally by the Secretary van Albedijk, just and in the same manner as was done with Maddugodde Appu, upon the appeal made to him in the report of the said Van Albedijk of 26 July last, bound behind the secret report of Mr. Sluijsken. 3. Likewise to acquiesce in the considerations of Mr. Sluijsken that it is better for the present not to summon the newly appointed chiefs to come hither, although it is hard to comprehend how

Dutch transcription

§ 252 teffens, om ten dien eijnde voor eerst 1. kangaen 3 4. lasko„ „rijns bij haar te mooge plaatse. o ps geleesen een aparte brief van den heer Gaalsch Comman„ „deur sluijsken, geschreeven den 20:e deeser, i and„ „woord op den aparten brief deezer Regeering van den 17:e bevoorens, houdende hoofdzaekelijk, dat zijn E: sustineer, dat onder 't verleend Generaal Pardon aan de Muijtelin„ „gen in de Matureesche dessavonie, begreepen midet worden een elk, wie hij ook zij, die eenig deel in de laatste onlusten in de Matureesche dessavonij, direct of indirect gehad heeft, en dat wijl dus naar zijn E:s inzien de hoofde„ die onder surpricie leggen, meede in dat algemeen pardon moeten begreepen worden, het gepasseerde en de Verkreegene onderrigtingen alleen tot narigt voor den aanstaande moeten dienen, de dat men omtrend de teegens„ „woordige eerste hoofden te Mature alle waakzaam„ 9 „heid moet beoeffenen, en de voorzigtigste en sterkste maatregelen moet neemen; dog dat zijn E: het opkoo„ „men van de drie modliaars Tinnekoon, de Saram Goeneratne, en van alle andere hoofden, na ko„ en „lombo niet kan aanraade, maar schaadelijk agt„ en me dus haar niet moet oproepen na kolomoo + alwaar, indien met het gedeponeerde in aanmerkin wil neemen, zig de wortel van al het kwaade zoude bevinden, en die men, zoo 'er iets moest gedaan worden zeekerlijk het eerst zoude en moeten aantasten; met di 9 „voeging teffens, dat de Jnlandsche Grandes: zig altoos voorstellen, wanneer ze na de hoofd plaats koomen of dat hun eenig kwaad zal geschieden, of dat ze eenige aanzienlijke paressen zullen moeten doen; en dat zijn E: in 't geheel niet raadzaam kon vinden, om te onder„ „zoeken en geregtelijke verklaaringen onder Eede inte„ „winnen, van al het geen er mogte zijn ten laste van voorsz: hoofden, wijl men na desselfs begrip aan dee„ „ze hoofden nooil moet laaten blijken, dat men omtrend hun eenige kwaade voorneemens heeft, 't welk: bij een onderzoek van zaaken, waaren ze zoo veel deer hebben, niet konde vermeid worden. pb Waarop gedelibereerd zijnde, is in agting genoomen; zal „ 't gegeeven generaal pardon zeeker heilig en zonder eenige afwijking, van wat natuur het ook zoude me „gen weezen, moet worden nagekoomen, en zulks in de uijtgestreksten 5253 uijtgestrekten zij, en dat inzelver voegen ongeschonden moeten gehouden worden de zeekere voor uijtzigten, die de Heer Commandeur bij zijn voorsz: brief zegt aan de suspecten gegeeven te hebben, dat hun geen kwaad zoude overkoomen, indien de rust bewerkt wierd, En en zij zig in den aanstaende behoorlijk zouden gedraa„ gen; dog dat het egter niet te beguijpen is, hoe daar gh ƒ v:1 teegen in eenig opzigt zoude kunnen strijden, dat aan de Modliaars Tinnekoon, de Saram en Goene„ „ratne, volgens 't besluijt bij sekreete resolutie van den 16=' deezer, verlof gegeeven word om her„ „waards te koomen, wanneer ze daar toe geneigd zijn, en zelve daar toe verzoek doen: Dat wel, wanneer de voorsz: Modliaars, en zoo ook alle andere die „ met hun in 't zelfde geval zijn, 't generaal pardon reclameeren, of ook maar alleen de voorsz: zeekere 117. vooruijtzigten door den heer sluijsken gegeeven, dat niemand eenig kwaad zoude overkoomen, P men hun 't effect daar van zeekerlijk in den ruijm„ x # I. „sten zin moet laaten genieten, dog dat men niet zien kan; hoe zonder eene diergelijke reclame, deese modliaars modliaars en andere hoofden, die te minsten de schijn„ hebben behouden van te zijn trouw gebleeven aan hun pligt, in 't generaal pardon, of ook zelfs maar in de voorsz: door zijn E: gegeevene zeekere vooruijtzig„ „ten, zouden kunnen geagt worden te zijn begreepen, te 8. 1t meet men onderstellen moet, dat met hun buijten dien daarin te willen begrijpen, zulks hen zoude kunnen beleedige. En is derhalven goedgevonden en verstaen: 1. den heer commandeur sluijsken nader te gelast, om als nog ingevolge het aangeschreevene bij voorsz: brief van den 17:e deeser, den E: Matureesche dessave Raket aantebeveelen, om wanneer de meerm: modli„ „aars Tinnekoon, de Saram en Goeneraine verzoek doen, voor den spaingtogt herwaards te koomen, hun dat toetestaan, ten zij 'er gewigtige reedenen zijn, die hunne teegenswoordigheid in de Dessavonie voor eerst noodzaakelijk maaken. 2. i de onzeekerheid hoe de voorschreeve hoofden zig hier in zullen gedraagen, te berusten in de Consideratien van den heer sluijsken, om voor eerst geene gerucht maakende 52.54 maakende onderzoekingen te doen, die bij iemand, wie het ook zij, eenige ongerustheid zoude kunnen Verwekken, schoon deese regeering niet zien kan, wat swaarigheid, 'er in kan steeken, om Maddoegodde appoe zijne depositen, bereeds voor den secretaris van Albedijkl gedaan, te doen herhaalen voor een paak Leeden uijt den Raad van Justitie, of anders voor een paar leeden uijt den Raad van Politie, indien de heer sluijsken dat beeter mogte oordeelen, mits aan deeze gecommitteerdens en den beamptschrijver of sekretaris, die daar bij assisteerd, het geheim houden word aanbevoolen op den eed door hun aan daar van de lande gedaan; en dat ook Don Simon Arraatje, zoo hij nogte Gale is, inzelvervoegen word geloord, of dat hij te minsten bij provisie door den secretaris van Albedijkl word gehoord, even en op dien voet als met Madoegodde appoe is ge„ „schied, op 't beroep dat op hem gedaan word bi 't berigt var gem: _ Van Albedijhl van den 26:e Julij J:Z:, agter 't geheim rap„ „port van den Heer Sluijsken ingebonden. 3. Jnsgelijks te berusten in de consideratien van den weer sluijsken, dat 't beeter zij de nieuw aangestelde hoofden voor eerst niet te spreeken om herwaards te komen, schoon 't kewalijk te beguijpen is, hoe

NL-HaNA_1.04.02_3892_0308 view scan ↗

English

how his Honor, among the reasons that would deter them from it, enumerates the fear that if they came here, they would be made to perform some significant services, whereas, even if that might have taken place in former times, everyone nevertheless knows that in at least 25 years no such services have been performed. 4. To request from Mr. Sluijsken a further, clear, and direct clarification of what is to be understood by the mysterious words used in his aforementioned letter, namely that in Colombo, if one wishes to take into consideration what has been deposed, the root of all evil would be found, and who it is that he means ought certainly to be tackled first, if anything had to be done; with orders not only to communicate clearly the grounds upon which this opinion of his rests, but also to send to this Government the documents relative thereto. Thus done and resolved in the Castle at Colombo on the day, month, and year aforementioned. Secret Secret Resolution taken Friday the 27th of August 1790. Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaen van Angelbeek The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Lier Absent The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhoven The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engelbert Holst, the first ill, the second in Mature, and the last occupied with the Judiciary. Read, and inserted below, the address of the Honorable Chief Administrator van Angelbeek in the Council of Ceylon on secret matters: To the Right Honorable High Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable High Commanding Lord, Notwithstanding that I have already answered verbally, upon Your Right Honor's representation, very many items of the secret report of the Lord Commander Sluijsken, in so far as they concern me, and have only reserved to myself a written defense for some articles, to which Your Right Honor has been pleased to consent, may it nevertheless be permitted to me hereby to request that I may be enabled to do so, either by obtaining an authentic copy of the said report and the documents belonging thereto, as containing nothing secret with respect to me, or else by the granting of a further and complete inspection, in order that I may answer it, in so far as I shall find necessary for my further discharge, more extensively and in its entire context, and that at the same time as the further grievances that the Lord Commander Sluijsken might wish to bring against me, to the bringing of which I have found myself, however reluctantly, compelled to request Your Right Honor that his Honor might be officially notified thereto, both on account of his Honor's declaration in a separate letter to Your Right Honor, and on account of what is found in this secret report of his concerning the reservation of these grievances. I hope Your Right Honor will not only justify this request of mine, but also find the same necessary for my protection, and in order to remove the unfavorable opinion that this report might sometimes provoke against me, the more so because in it most matters, both with respect to the period to which they belong and the purpose of their institutions, etc., are presented so indefinitely that not a few prejudicial thoughts against me and my conduct of administration might be aroused if they were not further clarified, and moreover it is certain that many things in an oral reply can only be stated very superficially, whereby one then often runs the risk that no small misgivings remain. It is true, and with genuine acknowledgment I mention it, that the Lord Commander Sluijsken does me the justice of deriving the causes of the arising trouble not from my administration but from earlier years, and I thus have, with respect to this point, no other reasons than to be satisfied with the said Sluijsken, a reason the more why I would have wished that his Honor had been willing to leave all personal remarks against me out of the report, as these can bring nothing but unpleasantness in their wake for his Honor and for myself; and, as I fear, nothing but vexatious occupations for Your Right Honor and the venerated Ceylon Government, I trust

Dutch transcription

hoe zijn E: onder de reedenen, die hun daarvan afleering zou„ „den maaken, opteld de vreese, dat men hun zoo ze hier kwa„ „men, eenige aanzienlijke paressen zouden laaten doen, wijl zoo dat ook in moegere tijden mogte hebben plaats gelad, een elk echter weet, dat in ten minsten 25. Jaaren diergelij„ „ke paressen niet zijn gedaan. 4. Van den Heer sluijsken eene nadere, duijdelijke en regtstreeksche opheldering te vraagen, wat men ver„ „staen moet door de geheim zinnige woorden bij zijn voorschreeve brief gebeezigd, dat men te kolombo„ indien men het gedeponeerde in aanmerking neemen wil„ zig de wortel van al het kwaade zoude bevinden, en wie het is die hij meend, die men, zoo 'er iets zeekerlijk het eerst zoude moeste gedaan worden, en moeten aantasten; met last, om daar bij niet alleen duijdelijk te bedeelen de gronden, waar op dit zijn gevollen rust, maar ook aan deeze Regeering te zenden de stukken daar toe relatief. Aldus Gedaan ende Geresolveert in ht kolombo te daege, maend het Kasteel en Jaare voorschreeven. Sekreete 5255 Secreete Resolutie genoomen Vrijdag den 27:e Augustus 1790. Present De Wel Ed: Groot Agtb: heer Gouverneur. Willem Jacob van de Graaff De E: Hoofdadministrateur - - - M:r Christiaen van Angelbeeks, De E: Dessave - - - - - - - - - - Diederich Thomas Fretz:, De E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Iohannes Reintous, De E: Secretaris - - - - - - - - Benedictus Lambertus van Litter Absent Holst, de eerste ziek, de tweede te Mature en de laatste geoccupeerd bij de Justitie. Is geleese, en hier onder g'insereerd adres van den E: p:s Hoofdadmini„ Aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Week p Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlandsch Jndia, Gouverneur en Direkteur van 't Eijland Ceij„ „lon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Niet teegenstaande ik reeds zeer veele posten van het De E: Negotie Boekhouder - - - - - Abraham Tamlant, De E: fiscaal - - _ _ _ _ M:r Johannes Adrianus Vollenhove, De E. Zoldij Boekhouder - - - - - Gerrit Engel # „strateur van Angelbeek in Raade van Ceilon op sekreet sekreet rapport van den Heer kommandeur sluijsken, Voor zoo verre die mij aanbetreffen, op uwel Edeles Groot Achtb: voorhouding mondelings beandwoord, en alleenig mij bij zommige artikels eene schriftelijke verandwoor„ „ding voorbehouden hebbe, waarin uw wel Edele Groot Achtb: wel heeft gelieven te bewilligen, zoo zij het mij nogtans geoorloofd; bij deesen te verzoeken dat ik daar toe mag worden in staat gesteld, het zij door het ver„ „krijgen van een autentiek kopij van gemeld rappoort, en de daarbij gehoorende stukken als niets sekreets ten mij„ 97 7. „nen opzigte inhoudende, dan wel door het verleenen van eene nadere en volleedige visie, ten eijnde ik het zelve, zoo verre ik dat tot mijne verdere decharge zal noodig vinden, meer uijtgebreijd, en in zijnen geheelen zaamenhang mag beandwoorden, en dat wel gelijktij„ „dig met de verdere bezwaaren, die de heer komman„ „deur sluijsken, teegens mij zoude willen inbaen, „gen, tot welke inbrenging ik mij, noe ongaarne ook genoodzaakt gevonden hebbe om uw welEd: Groot Achtb: te verzoeken, dat zijn Edele daar toe offi„ „cieel mogte geintimeerd worden, zoo uijt hoofde van zijn Edeles verklaaring bij apparten brief aan uw WelEd: Groot Achtb:, als uijt hoofde van het geene bij dit zijn sekreet rapport omtrend de reser„ „ve deezer beswaaren gevonden word. Ouw 5256 niet alleenig billijken, maar het zelve ook tot mijne „ dekking, en om het ongunstig gevoelen, dat dit rapport zom„ „tijds teegens mij zoude konnen verwekken, noodzaekelijk Vinden temeek bij het zelve de meeste zaaken, zoo ten op zig„ „te van 't tijsperk, waarin deselve gehooren, als het dog„ „merk hunner instellingen, enz: zoo onbepaeld zijn voorge„ „draagen, dat niet wijnige nadeelige gedagten teegens mij en mijn gehouden bestiek zoude konnen verwekt worden, zoo die niet nader wierden opgezeldert, en het boven dien zeeker is, dat veele dingen bij eene mondelinge be„ „andwoording niet dan maar zeer oppervlakkig kunnen daar gesteld worden, waar door men dan veel tijds ge„ „vaar loopt, dat niet geringe overdenkingen verblijven. Het is waar, en met weezendlijk erkentenis melde ik het, dat de Heer kommandeur sluijsken mij het regt doet van de oorzaeken van het ontstaen obroek niet in mij bestier maar van vroegere Jaaren af, afteleiden, en ik hebbe dus ten ƒ opzigte van dit punt geene andere reedenen dan over den ƒ7 seek sluijsken voldaan te zijn, eene reeden temeeke, waer„ # „om ik wel wenschte, dat zijn Edele alle perzoonalitei„ „ten teegens mij hadde willen uijt het rapport laaten, alzoo deese niet dan onaangenaemheeden voor zijn Edele en voor mij zelven na zig konnen sleepen; en zoo ik vreese, niet dan verdrietige deezigheeden voor uwel Edele Groot Achtb: en de gevenereede Ceilonsche Regering, Jk vertru„ „uw Wel Edele Groot Achtb: hope ik, zal dit mijn verzoek „we

NL-HaNA_1.04.02_3892_0312 view scan ↗

English

and hope however that Your Noble Great Right Honourables will not attribute the blame for this to me, as I believe that I could not have done otherwise, and that Mr. Sluijsken will even be convinced of this himself as soon as his Honour is pleased to observe what detrimental impressions a silence must inevitably entail regarding the statement that his Honour has made concerning me. No one can certainly boast of being entirely free from faults; it is therefore quite possible that something or other may be said and found regarding my conduct and the administration I have maintained, especially if one wishes to be malicious and present everything in the most hateful light, as Commander Sluijsken himself intended to bring up in his aforementioned report and separate letter to Your Noble Great Right Honourables. The awareness I have, however, that I carried out this administration free of any self-interest, and that on my part I did everything that could serve the well-being of the land and its inhabitants, is not only most comforting to me, but this same awareness also makes me hope that I shall always be regarded as a well-meaning servant of the Company and, as such, no matter how detrimentally one seeks to portray me before the eyes of the public, shall be recognized by my High Superiors and on that account be deemed worthy of their protection and favour. And I flatter myself with this all the more because I have taken no less care that the collection of the Company's products, which for years had largely come to a complete standstill, has once again, as in former times, constituted a more or less considerable delivery. I therefore remain assured that I shall always be able to produce the most striking proofs of my goodwill and of my untiring zeal to make the land and people prosperous and to promote the Company's interests, and that consequently I have not been entirely unworthy of the confidence that my High Superiors placed in me with my promotion to the post of Dessave of Mature. In the meantime, in order that I may be enabled to answer the charges already brought against me and those yet to be brought by Commander Sluijsken, I most humbly request that copies of all letters exchanged between Gale and Mature since 14th April until the day I handed over authority there be requested from Gale, as upon checking the copies to be found here I have noticed that these letters are not all to be found here. I also take the liberty of asking Your Noble Great Right Honourables

Dutch transcription

„we en hoope egter, dat uw Wel Ed: Groot Achtb: wij de schuld daar van niet zal toeschrijven, ik geloove dat ik niet anders hebbe konnen doen, en dat de Heer Sluijs„ „ken hier van zelfs zal overtuijgd zijn, zoo dra zijn Edele maar gelieft optemerken, welke nadeelige indruk„ „ken een stilswijgendheid, op de verklaaring, die zijn Ed: ter mijnen opzigte gedaen heeft, volstrekt moet na zig sleepen. Niemand ka zig zeeker beroemen geheel wij van feilen te zijn, het is dus zeer moogelijk, dat 'er het een of ander op mijn gedaag en gehouden bestier zal te zeggen vallen, en weesen, inzonderheid zoo men, zoo als de Heer komman„ „deur sluijsken wel zelve bij zijn meermeld rapport en apparten brief aan uw WelEd: Groot Achtb: heeft wil„ „len ophaalen, boosaardig wil zijn, en alles op het hatelijk„ „ste wil voordraagen, het bewrest zijn egter dat ik hebbe, dat ik buijten eenig eigen belang dit bestier waarge„ „noomen hebbe, en dat ik van mijn kant alles hebbe gedaan, wat tot wel zijn van het land en derzelver inwoonderen konde strekken, is voor mij niet alleen ten hoogsten ver„ x „ „troostende, maar dit zelfde bewust zijn doet mij ook hoopen, dat ik steeds als een welmeenend dienaer van de Comp:e zal beschouwd, en als zoodanig, hoe naadeelig men mij ook hoopen voor het oog van het alge„ # „meer zoekt afteschilderen, door mijnen Hooge gebiederen zal erkend, en uijt dien hoofde hunner protesie en ƒ gunst gunst waardig geagt worden en ik vlije mij hier meede te meek, wijl ik niet minder gezorgt hebbe, dat den inzaam van 'sComp:s producten, die zeedert Jaaren herwaards grooten deels geheel stil gestaen had„ „den, weeder gelijk in oude tijden eene min of meer aan„ „zienelijke leverantie heeft uijtgemaakt. Jk houde mij dus verzeeker, dat ik steeds de sprekens te bewijzen van mijne welmeenendheid en van mijnen onvermoeid iever om land en volk gelukkig temaaken, en sComp:s belangen te bevorderen zal kunnen daar leggen, en dat ik bij gevolg het vertrouwen, dat mijne hooge gebiederen met mijne bevordering tot de post van des„ „save van Mature in mij gesteld hebben niet geheel onwaardig geweest den. Ten eijnde ik intusschen mooge in staat gesteld worden om mij op de reeds teegens mij ingebragte en nog inte„ „brengene beschuldigingen door den Heer Commandeur sluijsken te konnen verandwoorden, zoo verzoeke ik needrigst, dat van Gale moogen opgeeijscht worden, de kopijen van alle de gewisselde brieven tusschen Gale en Mature zeedert den 14:e April tot den dag, dat ik het gezag aldaar hebbe overgegeeven, alzoo ik bij het nagaan der alhier te vindene kopijen ontwaerd hebbe, dat deese brieven hier niet alle te vinden zijn: Ook gebruijke ik de vrijheid uwwel Ed: Groot Agtb: te „we en hoope egter, dat uw Wel Ed: Groot Achtb: schuld daar van niet zal toeschrijven, ik gelooen ik niet anders hebbe konnen doen, en dat de Heer „ken hier van zelfs zal overtuijgd zijn, zoo dra Edele maar gelieft optemerken, welke nadeelige „ken een stilswijgendheid, op de verklaaring, die zijd mijnen opzigte gedaen heeft, volstrekt moet na zig Niemand ka zig zeeker beroemen geheel wij van feili het is dus zeer moogelijk, dat 'er het een of an mijn gedaag en gehouden bestier zal te zeggen van weesen, inzonderheid zoo men, zoo als de Heer „deur sluijsken wel zelve bij zijn meermeld en apparten bief aan uw Wel Ed: Groot Achtb: „len ophaalen, boosaardig wil zijn, en alles op het „ste wil voordraagen, het bewust zijn egter dat„ dat ik buijten eenig eigen belang dit bestier ier „noomen hebbe, en dat ik van mijn kant alles het wat tot wel zijn van het land en derzelver ind konde strekken, is voor mij niet alleen ten hoog „troostende, maar dit zelfde bewust zijnd ook hoopen, dat ik steeds als een welmeenend van de Comp:e zal beschouwd, en als zoodan„ naadeelig men mij ook koopen, voor het oog vr # 7 „meer zoekt afteschilderen, door mijnen Hooge zal erkend, en uijt die hoofde hunner pro„ gu. gunst waardig geagt worden en ik vlije mij hier meede te meek, wijl ik niet minder gezorgt hebbe, dat den inzaam van 'sComp:s producten, die zeedert Jaaren herwaards grooten deels geheel stil gestaen had„ „den, weeder gelijk in oude tijden eene min of meer aan„ „zienelijke leverantie heeft uijtgemaakt. Jk houde mij dus verzeeker, dat ik steeds de sprekenste bewijzen van mijne welmeenendheid en van mijnen onvermoeid iever om land en volk gelukkig temaaken, en sComp:s belangen te bevorderen zal kunnen daar leggen, en dat ik bij gevolg het vertrouwen, dat mijne hooge gebieseren met mijne bevordering tot de post van des„ „save van Mature in mij gesteld hebben niet geheel onwaardig geweest den Ten eijnde ik intusschen mooge in staat gesteld worden om mij op de reeds teegens mij ingebragte en nog inte„ „brengene beschuldigingen door den Heer Commandeur sluijsken te konnen verandwoorden, zoo verzoeke ik needrigst, dat van Gale moogen opgeeijscht worden, de kopijen van alle de gewisselde brieven tusschen Gale en Mature zeedert den 14:e April tot den dag, dat ik het gezag aldaar hebbe overgegeeven, alzoo ik bij het nagaan der alhier te vindene kopijen ontwaerd hebbe, dat deese brieven hier niet alle te vinden zijn: Ook gebruijk ik de vrijheid uwwel Ed: Groot Agtb:

NL-HaNA_1.04.02_3892_0316 view scan ↗

English

to request that an amicable declaration be asked from the former Gaals commander Cornelis Dionijsius Kraijenhoff regarding my conduct and administration in and of the Matureese dissavony during the time his Honour administered the commandement of Gale, being from 7 July 1787, when I took over the administration of the Matureese dissavony, until 9 December 1789, when his Honour handed over the Gaals commandement to Mr. Sluijken, which amounts to two and a half years that I served under his Honour, and only four months under Mr. Sluijtken, when the revolt broke out, and whether in all that time any complaints were lodged with his Honour against me or my conducted administration, and whether his Honour was able to perceive any discontent among the Maters residents regarding myself, or whether his Honour discovered anything irregular in my actions, and that this declaration likewise, along with and in addition to the report of Mr. Sluijsken, may be brought before Their High Honours. I have the honour to be with the greatest respect, beneath stood, Right Honourable, Right Honourable, Highly Respected, High-Born Sir, your Right Honourable, Highly Respected most obedient servant, was signed, C: van Angelbeek, in the margin, Kolombo, 27 August 1790. And after deliberation it was approved and resolved: 1. To have an authentic copy delivered to his Honour of the secret report of the Gaals commander Mr. Sluijsken, concerning the recent disturbances in the Matureesche Dessavoni, with the documents belonging thereto. 2. To require from Gale copies of all letters exchanged between Gale and Mature, from 14 April last until the day that the aforementioned E: Van Angelbeek handed over his authority as dessave of Mature, in so far as no copies thereof have yet been delivered here, and 3. To ask from the former Gaals Commander Kraijenhoff an amicable declaration regarding the aforementioned E: Van Angelbeek's conduct and administration in and of the Matureesche Dessavoni while his Honour administered the commandement of Gale, and whether in all that time any complaints were lodged with his Honour against him or his conducted administration, and whether his Honour was able to perceive any discontent among the Maters residents regarding him, or whether his Honour discovered anything irregular in his actions. Furthermore, it was approved and resolved to send a copy of the aforesaid address of the E: Van Angelbeek, along with a copy of the aforementioned declaration required from Mr. Kraijenhoff, should it arrive before the departure of the letters for Batavia summarized today, therewith to Their High Honours. The Dessave Fretz having submitted the following report in compliance with the secret resolution of the 12th of this month: To the Right Honourable, Right-Hand, Highly Respected Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the island Ceilon along with its dependencies. Right Honourable, Right-Hand, Highly Respected, High-Born Sir. Pursuant to the order taken in the secret resolutions passed in the Council of Ceilon on the 12th of this month of August, we, the undersigned, as former commissioners for the restoration of peace in the Dessavonij of Mature, have the honour to provide a report on the grievances of the Commander Mr. Pieter Sluijsken, appearing in his Honour's report of 31 July last. That we, no less than Commander Sluijsken, wished that we had been in a position to have handed over to his Honour all the papers of our commission immediately upon his arrival at Mature; partly for the sake of advancing the Company's interests, in which one can never be too prompt, and partly because the first signatory in particular, after the completion of his commission in the dissavonij of Mature, was so very desirous to be able to depart with all speed to Kolombo for his own Dessavonij, in order to observe the irregularities and to make such arrangements as were required for the promotion and continuation of peace; yet since this was an impossible matter, not only because the work had fallen behind due to the secretary assigned to us having departed for Gale as sick, without a single note having been fair-copied, but also because our activities continually

Dutch transcription

te verzoeken, dat van den weer oud Gaals kommandair Cornelis Dionijsius kraijenhoff mag afgevraegd l worden eene gemoedelijke verklaaring omtrend mijne ge „houdene handelwijze en bestiering in en van de Maturee 7. „sche desjavonije, geduurende zijn Edele het komman„ „dement van Gale bestierd heeft, zijnde zeedert den 7:e Julij 1787. , als wanneer ik de beheering. van de Ma„ „tureese dessavonie hebbe overgenoomen, tot den 9:e xber: 1789. wanneer zijn Edele, het Gaalsch kommande„ „ment aan den heer sluijken heeft overgegeeven, het welk twee en een half Jaar uijtmaakt, dat ik onder zijn Edele het Gantekr Sommandmens aan de dark odijt he wi ovrge, s wer twaan hest haar uijtments, dat ik onder zijn sglede gestaen hebbe, en alleenig maar vier maanden onder den Heer sluijtken, als wanneer de revolte uijtgebrooken is, en of in al die tijd bij zijn Edele teegens mij of mijn gehouden bestier eenige klagten ingebragt zijn gewor „den, en of zijn Edele eenige onvergenoegdheid bij de Mater„ „se ingezeetenen ten mijnen opzigte heeft konnen bespeuren, dan wel of zijn Edele iets ongereegelds in mijne handelin„ „gen heeft ontdekt, en dat deese verklaaring insgelijks met en beneevens het rapport van den heer sluijsken onder het oog van Hunne Hoog Edelheeden mag gebragt, worden. 17 ƒ Ik heb de eere met het meeste ontzag te zijn /:onderstond:/ ƒ Wel Edele 5257 Wel Edele Groot Achtb: Hoog Geb: Heer, uw wel„ „ Ed: Groot Achtb: zeer gehoorzaemen Dienaar /:was ge„ „teekend:/ C: van Angelbeek /:in margine:/ Kolom„ # „bo den 27:e Augustus 1790. —. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan„ 1. Aan zijn E: te laaten afgeeven een copij authenticq van 't geheim Rapport van den Heer Gaals commandeur sluijsken, spreekende van de onlangs ontstaane onlusten in de Matureesche Dessavoni, met de daar bij 4 geloorende stukken. 2. van Gale te requireeren copijen van alle de gewisselde Brieven tusschen Gale en Mature, zeedert den 14:e April J:o L: tot de dag, dat gem: E: Van Angelbeek deselfs gezag als dessave van Mature heeft overgegeeven, voor zoo verre daar van tot nog toe geene copijn hervaerds zijn bezorgd en 3. Van den E: gew: Gaalsch Gezaghebber kraijenhoff te vraagen eene gemoedelijke verklaaring, omtrend gem: ƒ 9 ƒ p E: van Angelbeeks gehoudene handelwijze en bestie„ 55 „ring en en van de Matureesche De Javoni geduurende „ he't Commandement van gale bestigrd heeft en of in al dien tijd bij zijn Ed=e zijn Edele „ teegens denzelven of desselfs gehouden bestier„ eenige eenige klagten ingebragt zijn geworden, en of zijn Edele enige onvergenoegdheid bij de matersche ingezeetenen, ten opzigte van„ denzelven heeft kunnen bespeuren, dan wel of zijn Ed, iets . ongereegelds ie desselfs handelingen heeft ontdekt„ Voorts is goedgevonden en verstaan, om een copij van 't voorsz: ad„ „dres van den E: van Angelbeek, neevens een Copij van de voorm: van den heer kraijenhoff gerequireerde Verklaering, indien deselve nog voor 't afgaan van de 1 op heeden geresumeerde Brieven voor Batavia mogte inkoomen, daar meede aan Hunne Hoog Edelh: toetezenden. 17 Door den E: Dessave Fretz:, ter voldoening aan de se„ „kreete resolutie van den 12:e deeser, ingediend zijnde het ondervolgend berigt; Aan den Wel Edelen Gestr: Groot Agtb: heer p Willem Jacob van de Graaff Ordinair Raad van Neederlands Julida Gouverneur en Direkteur van 't Eijland ceilon neevens dies onderhoorigherden. 9 WelEdele Gestr: Groot Achtb: Hoog Gdb: Weer. Ingevolge last bij gevenareerde secreete Resoluties genoomen in Raade van Ceilon op den 12:e deeser maand Augustus hebben 5258 hebben wij ondergeteekendens, als geweese kommissa„ „rissen tot herstelling der rust in de Dessavonij van Mature, de eere op de beswaarnissen van den Heer kommandeur Pieter Sluijsken, voorkoomende bij zijn Edele Achtb: rapport van den 31:e Julij J: Leeden N0 van berigt te dienen. Dat wij, niet minder dan den heer kommandeur suijs „ken gewenscht hebben, dat we in staat waaren geweest 7. om, aan zijn Achtb: alle de papieren van onse kommis„ „sie in mediaat bij desselfs aankomst te Mature te hebben kunnen overgeeven; eensdeels om de wille van de bevordering van 'sComp:s belangens, waarin men nim„ „mer te spoedig zijn kan, als te anderen om dat in„ „zonderheijd den eersten teekenaar na de voleijndiging 5 zijner kommissie in de dessavonij van Maturen zoo zeer verlangende was, ten eijnde met alle spoed na Kolombo in zijn eijge Dessavonij te konnen vertrekken, om de ongereegeldheeden te kunnen gaade slaan, en zoo„ „daanige schikkingen te maaken als tot bevordering en voortduuring der rust vereischt wierden dog weil dit eene onmoogelijke zaak was, door die niet alleen het werk ten agteren stond, uijt hoofde den ons toegevoegden secretaris als ziek na Gale vertrokken, zonder dat een enkelde aanteekening in het net ge„ „bragt was, maar wij ook bij kontinuatie onze beezigheeden

NL-HaNA_1.04.02_3892_0320 view scan ↗

English

occupations were found with receiving reports on the state of affairs in the various corals and districts and putting into effect what was necessary, as well as providing reports by letters to Colombo to Your Right Honourable, to which was further added that one more set of all our voluminous papers had to be prepared than we would otherwise have needed, namely for the Lord Commander, and that with such deficient and partly sickly clerks as are at Mature, who moreover have had to perform the further daily work and thus could not continuously remain at our papers; so that it was not feasible for us to finish with all papers earlier than the 25th of June and deliver the same to the Lord Commander Sluijsken, and that we have worked thereon with all diligence without letting any time be lost, the Lord Commander Sluijsken could indeed himself testify, having seen us in those occupations; but we are all too well convinced that we need no testimonies of our industriousness, since Your Right Honourable is sufficiently assured that we have always observed our offices with all diligence, and are also provided with reasonable talents to be able to do so, and to be able to help promote the Company's interests as well as any other subordinate servant. We might here not inappropriately ask how it actually came about that His Honour only sent us the report of the Honourable Commissioners van Schuler and de Vos, dated 30th April, on the 9th of May, whereas its dispatch to us was already written from Colombo to Gale on the 30th of April, and that report consists of only 14 sheets of writing. Probably the answer would be that due to more work it could not have been copied earlier, and exactly likewise did it go with our voluminous papers. The refusal of our Instruction to the Lord Commander Sluijsken occurred because we thought that the same concerned only us, and not the Lord Sluijsken, because His Honour, having obtained plein pouvoir, was thus bound to no Instruction; and especially the Instruction could be of no service to His Honour, besides that we also, having had no definite order to disclose the Instruction granted to us to His Honour, answered that His Honour would be pleased to write about it to Colombo, when within 4 to 5 days the answer could be expected; and if that Instruction was then a matter of so much consequence for His Honour, then indeed the question arises why His Honour did not immediately request the same from Colombo, or request that we might be ordered to disclose it; and since this did not occur, one may reasonably assume that His Honour himself must have considered that Instruction an unnecessary document. We believe furthermore that the citation of the Lord Commander Sluijsken, that we are much younger members of the Council of the Ceylon Government than His Honour, is just as little relevant to this case as it would be if the first subscriber could adduce that he already had the honour 26 years ago to serve the Company as Captain Military, when the Lord Commander Sluijsken was a bookkeeper, and that having afterwards been changed to Junior Merchant, he was so unfortunate as to have had to toil for 17 years as Junior Merchant, while the Lord Commander Sluijsken has been under [illegible] about as well. Of more, and indeed of the greatest importance, is the further statement of the Lord Commander Sluijsken, that His Honour obtained no sufficient information from us although the government at Colombo had expressly ordered this, and further in order to encourage the inhabitants and provide them with all freedom to present themselves to His Honour, went to live outside Mature on the other side of the river, having only a protection of a sergeant, a corporal, and 12 private soldiers, with another 16 Javanese material boys, etc.; on which we must in the first place express our absolute greatest astonishment at how the Lord Commander Sluijsken dares to say that His Honour could have obtained no sufficient information from us, whereas we informed His Honour completely of everything, even submitting our opinion as to what should be done for the furtherance of the matter; just as we also made known our willingness to give His Honour further explanation on everything whenever such were asked of us in one thing or another. It is furthermore unthinkable that the lack of information, even if that were true, could have served as the co-motive for the removal of the Lord Commander from the house of the then Dessave the Honourable van Angelbeek to the other side of the river; and as the Lord Commander says, having for protection only the aforementioned

Dutch transcription

beezigheeden vonden met berigten te ontvangen van de ge„ „steldheid der zaaken in de diverse koals en distrikten en 't noodige in 't werk te stellen, zoomeede het geeven van berigten bij brieven na kolombo aan UweEd: Groot Achtb: waar bij dan nog kwam dat 'er een stel van alle onse volumineuse papieren meerder moest in ge„ „reedheid gebragt worden, als wij anders hadden noo„ „dig gehad, namentlijk voor den heer Commandeur„ en dat met zulke gebrekkige en ten deele ziekelijke pennisten als te Mature zijn, die ook boven dien het verdere dagelijkse werk hebben moeten verrigten, en dus niet op den duur aan onze papieren hebben konnen blijven; zoo dat het ons niet doenlijk was om met alle papieren eerder dan den 25:e Junij blaak te koomen, en deselve aan den heer Commandeur sluijsken overtegeeven, en dat we daarmeede met allen ijver werk „zaam zijn geweest, zonder eenigen tijd te laaten ver„ „looren gaan, zoude de Heer kommandeur sluijs„ „ken wel zelfs kunnen getuijgen, als ons in die bee„ „zigheede gezien hebbende; dog wij zijn al te wel over„ „tuijgd, dat we geene getuijgenissen van onze arbeidzalm F „heid nodig hebben; wijl uwel Ed: Groot Achtb: ge„ „noegzaam verzeekerd is, dat wij steeds onze ampten met allen ijver hebben goede geslaagen; en ook met reede„ „lijke begaaftheeden verzien zijn, om zulks te kunnen doe„ 5253. en 'scomp:s belangens zoo goed als eenig ander onderge„ „schikt dienaar, te kunnen helpen bevorderen. Wij zouden hier niet te onpas konnen mraagen, hoe of het dog toegekoomen is, dat zijn Achtb: ons eerst het rapport van de E=s kommissarissen van Schuler en de vos, ged:t 30:e April, op den 9:e Maij heeft toegezonden, daar dies bezorging aan ons, reeds op den 30:e April van kolombo na Gale is aangeschree„ „ven, en dat rapport in maar 14. vellen schrifts bestaat. Waarschijnlijk zoude 't andwoord zijn, dat 't door meerder werk niet vroeger heeft kunnen afgeschree„ „ven worden, e even zoodanig heeft het gegaan met onze volumineuse papieren: 1 De weigering van onze Jnstructie aan den Heer Comman„ „deur sluijsken is geschied, weil wij meende, dat de„ „zelve ons alleen aanging, en niet de weer sluijsken om dat zijn Achtb: pleij pouvoir hebbende verkreegen, x ƒ dus aan geene Instructie gevonden was; en voor al de ^ Jnstructie an geen dienst voor zijn Achtb: kaen konde, behalve, dat wij ook geene bepaelde ondre hebbende gehad om de op ons verleende Instructie aan zijn Ed: openteleggen, 6 geandwoord hebben, dat zijn Achtb: daar over na Kolombo geliefte te schrijven, als wanneer binnen 4. â: 5. daegen het andwoord konde te gemoed gezien 7 #: worden en insien die Jnstructie dan eene zaak was van zoo weel aangeleegendheid voor zijn Ed, zo valt immers immers de vraag waarom zijn Achtbaeren dan deselve niet ten eersten van kolombo heeft gevraagd, of ver „zogt, dat wij tot dies openlegging mogten geordonneerd worden en vermits dit niet is geschied, zoo kan me„ het billijk daar voor houden dat zijn Achtb: zelfs Cf1 die Instructie voor een onnoodig stuk moet gehouden hebben. Wij vermeenen voorts dat de aanhaaling van den heer kommandeur sluijsken, Dat wij veel Jongeze leeden van den Raad des ceilonsche Gouvernements zijn, dan zijn Achtb:, even zoo min in eenige aanmerking dit geval te pas komt, als dat den eerste teekenaar zoude konnen bijbrengen, Dat hij voor 26. Jaaren reeds de eere had de Comp:e als kapitein Militair te dieven, toen de heer kommandeur sluijsken boekhouder was, en dat hij naderhand tot onderkoopman ge„ „changeerd zijnde, zoo ongelukkig is geweest van hebben 17. Jaaren lang als onderkoopman te moeten bukkelen terwijl de Heer kommandeur sluijdkeijn maar omtrend zoo wael gaende onderen is geweest van meerder, en wel van het grootste belang, is het ver„ „dere gezegde van den Heer kommandeur sluijsken„ dat zijn Edele geene toereikende onderrigting van ons erlangde schoon de regeering te kolombo„ dit Expres belast had, en voortd om de ingezeelenen aan te moedigen en haar alle vrijheid te bezoagen zig 5260. zig bij zijn Achtb: te kunnen aandiene, buijten Ma„ „ture aan de overkant van de rivier ging woonen, en slegts eene dekking hebbende van een zergeant een korporaal en 12. gemeene zoldaaten, met nog 16. Javaansche Materiaal Jongens dE: p waar op wij in de eerste plaatse onze allergroot„ t „ste verwondering moeten betuijgen hoe de Heer kommandeur sluijsken durft zeggen dat zijn Edele geene toerijkende onderrigting va ons had konnen krijgen, daar wij zijn Achtb: van alles Volkoomen hebben onderrigt, met opgaave zelfs van onze meening wat tot bevordering der zaake zou„ „de dienen gedaan te worden; gelijk wij ook onse be„ „reidwilligheid te konnen hebben gegeeven om zijn Agtb: in alles nadere reeden van oplossing te zullen geeven Wanneer zulks i 't een of ander van ons gevraegd wierde. Het is voorts niet te denken dat het manhement No van onderrigting, zoo dat al waar was tot de meede beweegreeden kan verstrekt hebben tot de verhuijsing N van den Heer kommandeur, uijt 't huijs van de toenmaeligen Dessave de E: van Angelbeek, na de overkant van de rivier; en gelijk de heer komman„ „deur zegt, slegts tot dekking hebbende de voor„ „schreeve

NL-HaNA_1.04.02_3892_0324 view scan ↗

English

above specified guard. To which may further be added that the Redoubt of Eck, occupied by day by the ordinary guard and provided at night with a picket of 25 men, which the lord commander caused to be augmented to 50 men on the day of his removal, being in the vicinity of His Honour's residence, there was thus no reason for apprehension, which might otherwise have been supposed. Now we shall have the honour to set down here below for Your Right Honourable Worships some of our information given outside the oral explanations of the state of affairs. On the 17th of June there was a meeting, and this was the first and only one to which His Honour invited us, and then we presented to His Honour the translated ola complaints, together with the reports and translated ola letters, as well as a Memoir from the lord Dessave van Angelbeek, requesting to have the documents back successively after reading, in order to arrange them along with others in proper order for further delivery; but the Lord Commander did not accept those papers, with the exception of the Memoir of the lord van Angelbeek, which His Honour sent back again on the 19th thereafter. We furthermore expressed at that session our readiness to provide the required disclosure of the state of affairs, and to serve with our advice in all such matters as His Honour should deem necessary and come to require, just as His Honour subsequently also did us the honour of asking our opinion concerning various matters, on which we gave our views with the greatest sincerity, just as we also promptly provided His Honour with several successively required papers, of which mention was also made in our Memoir presented to His Honour on the 25th of June, accompanying the voluminous documents and olas delivered; and to which Memoir we refer to avoid a double narrative; while His Honour, in addition to those papers, had also already brought with him from Gale our mandate ola of the 28th of May, by which the principal complaints of a general interest were settled by us, so that His Honour was fully and timely instructed in everything, and could thus proceed with the restoration of tranquility without having to wait for anything, except only, as we believe, for the further points of grievance to be expected from the inhabitants, which then subsequently came in via an ola addressed to us and consisting of 27 articles, and which ola we had handed over to His Honour unopened, as our commission had ended, but received back to have it translated; just as we delivered its translation to His Honour on the 23rd of June; while in the meantime a further and indeed the principal and largest ola of complaint addressed to His Honour came in, which, having been sent to Gale for translation, as we believe, was received back by His Honour at Mature on the 24th or 25th of June together with its translation; and because upon both those complaint olas, containing refutations of the points we had settled and the addition of several other articles, the settlements of the lord Commander Sluijsken by mandate ola of the seventh of July followed, it clearly appears that the lord Commander Sluijsken was in no way delayed in the settlement of affairs by the fact that the complete delivery of our papers only occurred on the 25th of June; which then serves as a particular satisfaction to us. That we have stood at the service of the lord Commander whenever His Honour required anything of us, we shall have the honour to demonstrate further below, as proof that we were prepared to give sufficient instruction, if only we were asked. On the 20th of June, the Lord Commander Sluijsken sent a letter and a draft sannas ola to the first subscriber, requesting that he share his thoughts regarding it with His Honour. That request was immediately complied with by a letter, and the first subscriber noted that in that sannas too much hope was given to the mutineers that their requests, of which the further presentations were still awaited, would be granted, and that he did not find the determination of the time for sowing advisable, because the rebels had aggrieved themselves over such a determination made by the Lord van Angelbeek. Hereupon His Honour also altered the draft sannas, and read it out to both subscribers the next day at His Honour's house, and as the first subscriber then also made a small remark, His Honour likewise immediately altered that point.

Dutch transcription

schreeve gespecificeerde wacht. Waar bij egter nog. kan gevoegd worden, dat de Redout van Eck, bij dag beset met de ordinaire wacht, en snagts verzien met een piquet van 25. man, dat de heer kommandeur op den dag zijner verhuijsing tot 50. man heeft doen augmenteeren, in de nabijheid van zijn Achtb: wooning zijnde, en dus geene reeden van bedugting, die anders al mogte verondersteld zijn, was. Nu zullen wij de eere hebben uwel Ed: Groot Achtb: eenige van onze gegeeve onderrigtingen buijten de mondelinge ophelderingen van de zaaks gesteldheid, hier onder ter needer te stellen. Den 17:e Junij was bij eenkomst, en dit was de eerste, en eenigste waar bij zijn Achtb: ons genoodigt 7„ heeft, en toen hebben wij zijn Achtb: aangepresen„ „teerd, de translaat klagt olassen, neevens de re„ „laasen en translaat brieve olassen, zoomeede eene Memorie van den heer Dessave van Angelbeek met verzoek om de stukken, na lactura successive weeder terug te mooegen hebben, om se neevens andere in behoorlijke ordre te schikken, ter nadere over„ „gave; dog de Heer kommandeur heeft die papie„ „ven niet geaccepteerd, uijtgezondert de Memorie van den heer van Angelbeek, die zijn Achtb: op 5261 op den 19:e daaraan weeder heeft terug gezonden. Wij a hebben voorts bij die zitting onse bereijdvaardigheid betuijgd tot het geeven van de vereischte opening der zacks„ gesteldheid, en te dienen van ons advies in alle zulke zaa„en „ken als zijn Achtb: zoude noodig oordeelen, en koomen te requireeren, gelijk zijn Achtb: ons vervolgens ook de eere aangedaan heeft van na onse meening om, 46 6 „trend verscheide dingen te vraagen, en waarop wij met de meeste welmeenendheid onse gevoelens hebben opgegeeven, gelijk wij zijn Achtb: ook verscheide suc„ „cessive gerequireerde papieren ten eersten hebben besorgt, van welk een en ander ook gewaag gemaakt is bij onse aan zijn Achtb: overgelegde Memorie van den 25. Junij, ten geleide van de volumineuse overgelegde papieren en olassen; en aan welke Memorie wij ons refereeren ter vermeiding van een dubbeld verhaal: terwijl zijn Achtb: ook, boven die papieren, reeds van Gale meede gebragt had onse Mandaat ola van den 28:e Maij, waar bij de hoofdzakelijke klagten van een algemeen 4 7„ belang door ons geschikt zijn, zoo dat zijn Achtb: volkoomen van alles in tijds geinstrueert was, en dus met de herstelling van de rust konde voortvaaren, 7 zonder dat na iets behoefde te wagten, dan alleen /: zoo. mij meenen :/ na de nadere te verwagtene beswaar beswaar poincten der ingezeetenen, die dan ook ver„ „volgens bij een ola aan ons gerigt en in 27. artikels 7„ bestaende, zijn ingekoomen, en welke ola wij aan zijn Achtb: ongeopend hadden overgegeeven, wijl onse kom„ „missie g'eindigt was, dog terug ontvangen hebben om hem te laaten translateeren; gelijk wij dies translaat op den 23„e Junij aan zijn Achtb: heb„ „ben bezorgt; terweil inmiddels nog een nadere en wel de principaalste en grootste klagt ola aan zijn Achtb: gerigt inkwam, die ter Translatee„ „ring na Gale gezonden zijnde, /:zoo wij vermeenen:/ op den 24. of 25. Junij neevens dies translaat weder bij zijn Achtb: te Mature ontvangen is; en weil op die beijde klagt olas, behelsende wederleggingen van de do ƒ poincten die wij geschikt hadden, en bijvoeging van meer andere artikels, de afdoeningen van den heer kommandeur sluijsken bij Mandaat ola van den sevenden Julij gevolgt is. zoo blijkt het klaat, dat de heer kommandeur sluijsken in de afdoening der zaaken, door dien de kompleete overgaave onser papieren op den 25. Junij eerst is geschied, in geeven dee„ „le opgehouden is; het welk ons dan tot besondere faf Salisfactie strekt. Dat wij de heer kommandeur ten dienste hebben ge„ „slag 5262 „stae, wanneer zijn Achtb: iets van ons requireer„ „de, zullen wij nader de eere hebben hier onder aan„ „teloonen, tot een bewijl dat we bereid vaardig zijn ge„ „weest om toereijkende onderrigting te geeven, indien we maak gevraagt wierden. Den 20:e Junij sond de Heer kommandeur sluijs„ „ken bij een brief en consept sannasola aan den eersten 7„ teekenaar, met verzoek van zijne gedagten dien aangaande aan zijn Achtb: te willen meede deelen. aan dat verzoek is dadelijk bij een brief voldaen, en heeft den eersten teekenaar aangemerkt, dat bij die sannas te veel hoop gegeeven, wierd aan de Muijtelingen, dat hunne verzoeken /:waar van de nadere voorstellingen nog verwagt wierden:/ 7 zouden toegestaan worden, en dat hij de bepaling van de heid tot het saaijen niet geraaden vond, om de wille de opvoerigen hun over dusdanigen bepaling door de Heer van Angelbeek be„ „swaard hadden hier op heeft zijn Achtb: ook de consept sannas verandert, en de bijde teekenaers des anderen daags ten huijse van zijn Achtb: voor„ „geleesen, en wijl den eerste teekenaar toe ook nog een kleine aanmerking maakte, zoo heeft zijn „ Achtb: die post ook almeede dadelijk veaandert. 3

NL-HaNA_1.04.02_3892_0328 view scan ↗

English

With the aforementioned letter, the first signatory also sent to His Reverence a letter which the newly appointed Dessave, Mr. Raket, had written to us, with the request that when His Reverence was in the Dessavony, to hand over that letter to His Reverence, along with the accompanying translated sannas and the original sannas ola, with the request to consider it as if it had been written to His Reverence; and the first signatory informed His Reverence at the same time that the original sannas, which belonged with the letter and had been sent to us from Colombo by express messenger, was not delivered with the letter, but according to the statements of the carriers, had been detained by His Reverence. Over the detention of that sannas by His Reverence, which belonged with the letter and had been sent to us by express messengers, we had justifiable reason to complain, although we let that pass in silence; but now, while the Lord Commander has declared himself so unfriendly toward us contrary to all expectation—we repeat, contrary to all expectation, since His Reverence gave us no other signs than those of a friend during our presence at Mature—we bring this our grievance before Your Noble Grand Reverence's eyes. 5263. With a second letter of the 20th of June, His Reverence sent two accounts to us, with the request that if we found anything to remark upon them, to share such with His Reverence, while His Reverence in addition also offered us a letter from Your Noble Grand Reverence for perusal. Thereupon we immediately served in reply that that evening, for lack of poute servants, we could not express ourselves on those accounts, since most of the names appearing therein were unknown to us, while we furthermore also judged that it was better to speak about these matters orally, as one could then better inform one another and afterward give advice and take a decision; and that we were prepared to come to His Reverence for that purpose at such time as he would be pleased to determine for it; just as we then also appeared before His Reverence the next day in the morning at 9 o'clock, according to requisition, and stated our opinion on the points presented to us. On the 22nd of June, the Lord Commander sent us a translation of a received letter-ola from the discontented, with a draft of the answer that His Reverence intended to send to them in response, with the request that we would share with His Reverence our remarks upon it, as well as upon a note received from Mr. van Angelbeek. Thereupon we immediately served in reply that we could not see otherwise than that the answer to the mutineers was well-drawn, but that we doubted whether they would be satisfied with His Reverence's refusal of not coming, since he could not come here to Katdoewe; as we too had at first intended to settle the matters in the Belligam Corle and afterward in the other corles, but had found ourselves quite obliged to comply with the rebels' request to come to Hakman; and that it was better to grant their request than that His Reverence would have to come to that afterward; and that it seemed incredible to us that the mutineers would have gathered the blacksmiths (as was said in the note from Mr. van Angelbeek) to repair their weapons. By letter of the 23rd of June, His Reverence requested the complaint olas of the discontented to which our mandate of the 28th of May had served in answer, and the instructions that we had received upon departing from Colombo or afterward, along with the pardon-ola issued by the Lord Governor, while the Sinhalese mandate of the 28th of May was also still requested orally. 5264. We thereupon immediately sent to His Reverence, by letter of the same date: A general complaint ola, No. 1. A complaint ola from the inhabitants of the Giruways, marked No. 5. With the request to ask Illangakoon Modliar for the Sinhalese mandate of the 28th of May, as we had not yet been able to obtain any copy from him. We also sent the mandate ola from Your Noble Grand Reverence dated 2 June, by which pardon was also granted, and promised to hand over to His Reverence a draft pardon placard with the remaining placards signed in blank, and a copy of the accompanying Colombo letter; but declared that we could not surrender the instruction granted to us without order from Your Noble Grand Reverence, and that we also believed that it could be of no use to His Reverence. By a further letter of the 23rd of June, His Reverence also requested translations of the olas sent to him, with the further request to be permitted to know whether these were the complaint olas upon which our mandate of the 28th of May was issued. We thereupon immediately served that we were busy examining the translations and all other papers and putting them in order, so as to hand them over to His Reverence the next day (if our writers were only somewhat diligent), with the request therefore not to take it amiss of us that we could not send the translations. That the sent complaint olas were the principal ones upon which our mandate of the 28th of May was drawn up, but that there were nevertheless also articles in them which we had answered in a further mandate to the Giruways, while on the other hand, in the mandate of the 28th of May, articles were also to be found that served in answer to some articles from other complaint olas, and that in a word, in the mandates, we had dealt with such articles as we had believed could serve to bring the wild mob provisionally to rest.

Dutch transcription

Bij evengemelde brieff sond den eersten teekenaar ook aan zijn Achtb: een brief die den nieuw aangestelden Des„ „save de Heer Raket aan ons had geschreeven, met ver„ „zoek, om wanneer zijn Achtb: zig in de dessavonij bevond, die brief, neevens de daar bij gehoorende trans„ „laat sannas, en de origineele sannasola aan zijn Achtb: te willen overgeeven, met verzoek om hem te willen houden als of hij aan zijn Achtb: geschreeven was; en den eersten teekenaar bedeelde zijn Achtb: lef„ „fens dat de origineele sannas, die bij de brief gehoor„ „de, en met Expresse van kolombo aan ons gezonden was; niet met de brief besteld, maar volgens zeg„ „gen der brengers, door zijn Achtb: aangehouden zij. Over de aanhouding dier sannas door zijn Agtb:, die bij de brief gehoorde, en door Expresse menschen aan ons gezonden was, hadden wij billijke reeden van kla„ „gen, schoon wij dat silswijgende hebben gepasseerd; dog nu, terwijl de heer kommandeur zig buijten g. alle verwagting zoo onvriendelijk over ons heeft verklaard, wij herzeggen buijten alle verwagting, meil zijn Achtb: ons bij aanweesen te Mature geene ande „re blijken dan die van een vriend heeft gegeeven, zoo brengen wij deese onse beswaarnis onder uwel Ed: Groot Achtb: oog. Bij 5263. Bij een tweede brief van den 20=e Junij zond zijn Achtb: twee relaasen aan ons, met verzoek om zo we iets, daarop aantemerken vonden, zulks zijn Achtb: te willen meede deelen, terweil zijn Achtb: ons nog daar bij een brief van uwel Ed: Groot- Achtb: aanbood ter lectura. Daarop dienden wij dadelijk in andwoord, Dat we ons dien avond, bij mankiement van pouta bediendens over die relaasen niet verklaaren konden, aangezien de meeste der daar bij voorkomende naamen ons onbekend waare, terweil we ook boven dien oordelden dat het beeter was om mondeling over die zaa„ „ken te spreeken, wijl men dan elkanderen beeten onder„ „rigten, en daarna advies geeven, en een besluijt neemen kon„ 7„ „de; en dat wij bereid waaren om ten dien eijnde bij zijn Achtb: te koomen op zoodanigen teijd als denselven daartoe zoude gelieven te bepaalen; gelijk wij dan ook des anderen daags smorgens om 9: auk, volgens requisit, bij zijn Achtb: zijn verscheenen, en onse meening op de ons voorgestelde poincten gezegd hebben Den 22:e Junij sond de heer kommandeur ons een translaat, van een ontvangene brieffola van de mis„ „noegden met een opstel van het andwoord dat zijn Agtb: daarop aan hem meende te zenden met verzoek es„ verzoek, dat wij zijn Achtb: onse aanmerkingen daar op wilden meede deelen, gelijk ook op een van den Heer van Angelbeek ontvangen. briefje. Daar op dienden wij dadelijk in andwoord, dat wij niet an„ „ders konden zien dan, dat het andwoord aan de Muijtelingen wel ingerigt was, dog dat wij twijffeldlen of zij wel genoe„ 13 p „gen zouden neemen in zijn Achtb: ontsegging van niet koomen; aangezien na katdoewe bij hier te kunnen wij ook eerst willens waaren geweest om de zaeken in de Belligamkoul, en naderhand in de andere „koals tegaen afdoen, maar ons wel verpligt hadden gevonden om aan der revolteurs verzoek om na Wakman te koomen, gehoor te geeven: en 8 dat het beeter zij om hun verzoek in tewilligen, dat dat zijn Agtb: naderhand daar toe zoude moeten koomen; en dat het ons ongelooflijk voor„ „kwam dat de muijtelingen de smeeden zouden vergadert hebben /:gelijk bij het briefje van de Heer van Angelbeek gezegt wierd :/ om hunne wapens te repareeren. Bij brief van den 23:e Junij verzogte zijn Agtb: om, de klagt olas der misnoegden waarop onse mandaat van den 20:e maij in andwoord odieend had, 5264 had, en de Jnstructies die we van kolombo vertrek„ „kende, of naderhand ontvangen hadde, neevens de Pardon-ola door de Heer Gouverneur uijtge„ 9. „vaardigt terweil ook nog mondeling de singalee„ „se Mandaat van den 28:e Maij gerequireerd wierd. wij zonden daar op dadelijk bij brieve van evenge„ „melte datum aan zijn Achtbaare. Een generaale klagt ola N. o 1. Een klagt ola van de ingezeeteng der Gerewaijs gem: No 5. met verzoek om de Zingaleese Mandaat van den 741 28.:e Maij van Jllangakoon Modliaer te willen vraegen, weil we nog geene kopij van hem hadden konnen bekoomen. No. „ Wij zonden ook de Mandaat ola van uwelEd: Groot G „ Achtb: ged: 2. Junij waar bij ook pardon gegeeven is, en beloofden aan zijn Agtb: te zullen overgeeven een concept pardon plakaat met de overige pla„ „kaaten in blanko geteekend, en een kopij van de daar bij gehoorende kolombosche brief; dog verklaerden dat wij de Jnstructie op ons verleend, niet konden af„ „geeven zonder bevel van uwelEd. Groot Agtb: e dat wij ok p vermeenden dat zij zijn Agtb: van gen nut zijn konde. Bij ar Bij een naderen brief van den 23:e Junij verzogte zijn Agtb: ook om translaaten van de aan denzelven toegezonde olaa, met verder verzoek om te moogen weeten of dit de klagt olassen waaren waarop onse Mandaar van den 28:e Maij uijtgevaardigt was. Wij dienden daarop dadelijk, dat wij beezig waaren om de translaaten en alle andere papieren natezien, en en ordre te schikken, om de 'sanderen daags /. wanneer onse schrijvers maar eenigzints ijverig waaren:/ aan zijn Agtb: overtegeeven, met verzoek om ons der„ „halven niet qualijk te willen duijden dat we de trans„ „laaten niet konden zenden. Dat de gezondene klagt olas de voornaemste waaren waar op onse Mandaat van den 28:e Maij ingerigt was, dat egter daar bij ook posten stonden die wij bij een nadere Mandaat na de Giawaijs beandwoord hadden terweijl daar en teegen bij mandaat van den 28:e Maij ook artikuls te vinden waaren die „ ten andwoord op eenige posten uijt andere klagt olas dienden en dat we met een woord bij de Man„ „daaten zoodanige artikuls verhandeld hadden als wij gemeend hadden te konnen dienen om den woesten hoop bij provisie tot rust te brengen. Bij

NL-HaNA_1.04.02_3892_0333 view scan ↗

English

5265 By a letter of the 25th of June signed by the Lord Commander and the Master of Equipage, along with the Secretary and van Albedyl, it was submitted to us by the Honorable Gentlemen that his Honor had already been at Mature for ten days and now repeatedly requested to receive, at least promptly, all the complaints that the discontented had made to us; and that, since their Honors possessed a copy of our Mandate of the 28th of May as well as of the response of the discontented to this Mandate, their Honors believed that these, together with the information already obtained, would likely suffice to enable the Lord Commander to dispose of the matter finally without further unnecessary loss of time. This letter was answered by delivering all the voluminous papers and olas, along with their Registers and an accompanying Memorial, to his Honor on that same day. Furthermore, after having had some private discussions with the Lord Commander on the matters of the southerners, the first signatory departed from Mature for Kolombo the following day. We trust that what has been set forth above will be found sufficient by your Right Honorable to clear us of the charge brought against us by the Lord Commander Sluijsken, as if his Honor could not have obtained timely and sufficient information from us. But as the aforesaid objection of the Lord Commander Sluijsken might bring their High Noble Excellencies of the Supreme Government, as well as our Lords Masters in the Netherlands, to a view unfavorable to the signatories, we therefore request your Right Honorable that your Honor would be so benevolent as to declare to what extent your Honor, while the undersigned were serving as Commissioners in the Dessavony of Mature, found both from the reports sent ahead and from the notes kept and submitted, that the signatories proved themselves worthy of the trust placed in them; at least, they believe that no one will be able to show that they did not act with all zeal, skill, and discretion toward the restoration of peace; whilst they believe they gave no less proof of their courage by going, the day after their arrival at Mature without loss of time, immediately among the multitude of armed mutineers inland, 5268. an act of which certainly no example will be known in Ceilon. While we conclude this our report of accountability in the confident trust that your Right Honorable, upon further consideration, will find, or will already have found sufficient, that we have earned the favorable approval already obtained on all that we have executed as Commissioners, as worthy servants and fellow promoters of the interests of the Honorable Company on this Island; and this shall serve us as a special satisfaction and further encouragement to continue thus with pleasure and zeal, and to be entitled to call ourselves, with right and all respect: lower down: Right Honorable, Great, Mighty, and High-Commanding Lord, your Right Honorable Faithful and obedient Servants, was signed: D: T: Fretz. In the margin: Kolombo, the 27th of August 1790. Lower down: Note serves: That the co-commissioner the Honorable Samlant is still at Mature, and therefore could not sign this. After resumption of the same, it was approved and resolved to send a copy thereof to their High Noble Excellencies with the letters now departing for Batavia, as well as a copy to Gale for the perusal of the Lord Commander Sluijsken. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Agreed, J. Sybrandsz. Geelvink. Underneath: 5267. Secret Resolution on Thursday the 2nd of September Anno 1790. Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaen van Angelbeek, The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent, being indisposed: The Honorable Colonel Joan Philip Chr: Tilonius, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. Was read a Secret Resolution from Gale of the 14th of July of the previous month containing a decision to commission the Council members Marbleze and de Ly to the interrogation taken in the Council of Ceilon of the detainees Wiellegodde Appoe and his son-in-law Watte Widaene Lage Adriaen; to have the clerk of the village of Zeelwelle, Don Abraham, placed under military arrest, likewise transferred to the jailer, and to have his son Zeelwelle Joan, the guard mandoor, and the aforementioned Adriaen arrested at the main guardhouse; and furthermore to have such a proclamation made in the Gale Corle by sannas as was prescribed by this government by secret letter of the 12th of the aforementioned month. And considering that these decisions accord with the intent of the Secret Resolution of this government of the 12th of July current year, it was approved and agreed to acquiesce therein. Furthermore, by the aforementioned Gale resolution, following the report from the overseer of the korle of Schulek that the vidaan arraatsjes of Tillekalde and Baddegam had sent an ola that the congregated inhabitants of the Gale Gangebaddepattoe had written to them so that the people would assemble and join them to lodge their grievances, it having been decided

Dutch transcription

5265 Bij een brief van den 25:e Junij door den heer komman„ „deur, en de Equipagiemeester, neevens den secretaris„ „en van Albedyl oudert: wierd ons voorgehouden de E=s Htams, Dat het reeds tien daagen zij dat zijn Achtb: te Mature was, en nu bij herhaeling ver„ „zogte om ten minsten spoedig temoogen hebben, alle de klagten die de misnoegden aan ons hadden gedaan, en dat, wijl hun Ed:s van onse Mandaat van den 28:e Maij, gelijk ook van het andwoord der mis„ „noegden op deese Mandaat den afschrift hadden, hun Ed:s vermeenden dat deselve, en de reeds erlang„ „de onderrigting, waarschijnlijk toerijkende zou„ „de zijn om den heer kommandeur in de geleegend„ „heijd te stellen om over de zaak finaal, zonder verder onnoodig tijd verlies, te konnen disponeeren deese brief is beandwoord door alle de volumi„ „neuse papieren en olassen, neevens dies Registers en eene daar bij gehoorende Memorie op dien zelfden dag aan zijn Achtb: overtegeeven. Voorts is den eersten teekenaar des anderen daags na nog eenige particuliere gesprekken met den Heer kommandeur over de zaaken der suijtelingen gehouden te hebben, van Mature na kolomboe vertrokken. Nij wij vertrouwen dat het voorschreevene bij uwel Ed: Groot Achtb: voldoende zal bevonden worden ter suijvering van het door den heer kommandeur sluijsken ten onsen laste ingebragte, als of zijn Achtb: geene tijdige en toe„ „rijkende onderrigting van ons hadde konnen krijgen. Dan deweil de voorsz: beswaarnis van den Heer komman„ „deur sluijsken hune Hoog Edelhed de voor et „sche Regeering, zoo wel als onse Heeren Majores in Neederland in een voor de teekenaars ongunstigd. kunnen brengen, zoo verzoeken wij denkbeeld zouden uwel Ed: Groot Agtb: Dat hoogst deselve zoo goed„ „gunstig gelieve te weezen van zig te willen verklaeren in hoe verre hoogst denselven, geduurende dat de onderteekenaars als kommissarissen in de Dessavonij van Mature geweest zijn, bevonden heeft, zoo uijt de voerge „sondene berigten, als uijt de gehoudene en overgelegdn aante„ „keningen, dat zig de teekenaars het in huer gestelde ver„ „trouwen waardig gemaakt te hebben; althans zij vermeenen 8 . dat hun niemand zal kunnen aantoonen, dat zij niet met allen ijver, kunde, en beleid te werk gegaan zijn ter herstel„ „ling van de rust: terwijl zij niet minder blijken van hunne kouragie meenen gegeeven te hebben, door hun 's daags na hunne aankomst te Malure zonder tijd verzuijm, dade„ „lijk onder de maenigte der gewapende muijselingen and„ „waards 5268. „waards in te begeeven, waar van zeeker geen voorbeeld op Ceilon bekend zal zijn. Terweil wij dit ons verandwoordings berigt besluijten in het zeekere vertrouwen dat uwel Ed: Groot Achtb: bij nadere over„ x1„ „weeging zullen bevinden, of al genoegzaem zullen bevonden, heb„ „ben, dat we de reeds. erlangde gunstige approbatie op al 't geene wij als kommissarissen verrigt hebben, als waardige dienaaren, en meede bevorderaars van de belangens der E: Comp:e ten deesen Eijlande verdiend hebben en dit zal ons strekken tot eene bezondere satisfactie, en verdere aenmoediging om, met lust en ijver zoodanig voortevaaren, en ons met regt, en alle Eerbied temoogen noemen. /:onderstond:/ wel Eds Gestren„ „ge. Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer, uw Ed: Gestr: Groot Achtb: Getrouwe en gehoorzaeme Dienaaren /: was ge„ Trof „teekend :/ D: I: Fretz /:in margine:/ Kolombo den 27: augustus 1790. /:lager:/ Per Nota diend. Dat den meede kommissaris de E„ Samlant zig nog te Mature bevind, en dus deese niet heeft kunnen teekenen. Is na resumtie van het zelve goedgevonden en verstaan, om ook daar van met de thans affgaande brieven na Bata„ „via, een copij te zenden aan hunne Hoog Edelheeden, zoo meede een copij na Gale, tot speculatie van den Heer commandeur sluijsken. Aldus Gedaa, ende Geresolveert in 't kasteel kolombo ten daege, maand en Jaare voorsz: Akkordeert ƒ. Sijbrands Geelvin W Vgreerk 5267. Secreete Resolutie op Donderdag den 2. 7ber: A:o 1790. Present De WelEd: Groot Agtb: heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff„ De E: Hoofd administrateur . . M:r Christiaen van Angelbeek, De E: Dessare . . . . . . . . . . Diederich Thomas Fretz, De E: Eerste Pakuismeester. - . . . . Johannes Reintous De E: Secretaris. . . . - - . Benedictus Lambertus van Zitter De E: Negotie boekhouder - - - Abraham Samlant; De E: fiscael. . . . . . M„r Johannes Adrianus Vollenhove Absent. mits in dispositie. De E: kolonel - - - - - _ Ioan Philip Chr: Tilonius De E: Zoldij Boekhouder - - - - - Gerrit Engel Holst, Js geleezen eene Gaalsche secreete Resolutie van den 14=e Julij J:s L: houdende besluit, om de Raadsleeden Mar „bleze en de Ly te committeeren tot het verhooriam genoomen in Raede van Ceilon den de gedetineerden wiellegodde appoe en zijn, schoon zoon watte widaene lage Adriaen, om den in Militaire aatrest gestelden schrijver van 't dorp Zeelwelle Eon Abraham, meede bij den cipier te laeten overbrengen, en zijn zoon zeel welle Joan en de guarde mandoe, en voorm: Adriaen in de Hoofdwagt te doen arresteeren; en om voorts in de Gale Corle zodanige bekendmaking bij sannaste laeten doen, als voorgeschreevene is door deeze regeering„ bij secreete brieff van den 12. van gem: maend. En is uit aenmerking, dat deeze besluijten overeenstem= „men, met de intentie van de secreete Resolutie dec„ „zer regeering van den 12. Julij J:o C: , goedgevonden en verstaen daer in te berusten. Nog bij voorsz: Gaalsche resolutie, op 't berigt van den op ziender der korle van schulek, dat de vidaen ar„ „raetjes van Tillekalde en Baddegam een ola gezonden hadden, die de te zaemen gerotte ingezeetenen van de Gaalsche Gangebaddepattoe aen hun hadden geschreeven, op dat de volk vergaderen en zig meede bij hun voegen zouden, om hunne bezwaeren in tebrengen, beslooten zijnde

NL-HaNA_1.04.02_3892_0341 view scan ↗

English

5268. it being decided to order the said superintendent of the korle to proceed quickly to the Gangebadde pattoe and to endeavor to calm the discontented and mobbed people. After deliberation, it was approved to endorse this disposition. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Secret Resolution taken in the Council of Ceilon, by circular inquiry, on Saturday the 4th of September, Anno 1795. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable former Galle Commander Cornelis Dionicius Kraijenhoff, The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaen van Angelbeek, The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent due to indisposition: The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable Colonel Joan Ph: Chr: Tilenius. Read by circulation was a private letter written by the Galle Commander Sluijsken on the 2nd of this month to the Governor, containing the report that various intelligence regarding Madoegoede Appoe had been received, among other things that he, passing through the Belligam korle, had ordered to harvest the crop quickly and store it, and that those who had not sown must do so quickly; likewise that he had walked around with a tom-tom to gather the people together, but had found no hearing, though it will soon become clear what the true state of affairs is, since his Honor had sent him a trusted person with an ola encouraging him to return to Gale, and that if he does not come, his Honor will employ another means to apprehend him, provided that permission is granted to him that it may be done even dead or alive. Which having been deliberated upon, it was considered that all new acts of disobedience which Madoegoede Appoe has already committed, or might commit hereafter, provide a lawful right to take the strictest measures against him, and that in this respect it would matter little what outcome, with regard to his life or death, these measures might have; but that it is nevertheless best that the order not to spare even his life in case of necessity and if it cannot be otherwise, should not be given publicly, as it might sometimes inspire too desperate thoughts in others who are entirely or partially in the same situation with him. And it is therefore approved and agreed to write to Commander Sluijsken to instruct secretly the person who is given the execution of the order to apprehend Madoegoede Appoe, that should he also perish, [illegible] he shall be held excused, and that accordingly, if it cannot be otherwise, the most violent means, whatever outcome they might have regarding his life or death, may be employed against him. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Secret Resolution, taken in the Council of Ceijllon, on Tuesday the 7th of September 1790. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaen van Angelbeek, The Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent due to indisposition: The Honorable Colonel Joan Ph: Chr: Tilenius, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. By virtue of the directives of their High Mightinesses by secret missive of the 18th of June last, it was approved and agreed upon the proposition of the Governor to order the Chief at Tutukorijn, the Honorable Mekern, to make known to the Directors of the Carnatic Bank at Madras in the most suitable manner that the commission given to the English merchant William Hollings to remit certain funds into the said bank on behalf of this Government has been revoked, and that they, the Directors, must therefore not accept any money from the said Hollings for this Government. Read was a separate letter from the Galle Commander Sluijsken of the 27th of August last, written in reply to the clarification requested pursuant to the secret resolution of the 23rd preceding regarding his statement in a separate letter of the 17th of the said month, that at Kolombo, if one wishes to take the depositions into consideration, the root of all the evil would be found, which, if anything had to be done, would certainly have to be attacked first; and after deliberation it was approved and agreed to remark upon it for the present only: that it is incomprehensible what in his considerations [illegible]

Dutch transcription

5268. zijnde, gem: opziender der korle te gelasten, om zig spoedig na de Gangebadde pattoe te begeeven, en te tragten om 't onvergenoegd en te zaemen gerot volk tot bedaeren te brengen. Is na deliberatie goedgevonden deeze dispositie te ap= „probeeren. Aldus Gedaen ende Geresolveerd in 't kasteel ko= „lombo ten dage, maend en Jaere voorsz: Secreete Resolutie genoomen in raede van Ceilon, bij rondvraege: op Zaturdag den 4=e Septemb: A=o 1795. Present De Wel Ed: gee: agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff, De E: geweezen Gaalsch gezaghebber - - Cornelis Dionicius kraijenhoff De E: Heer Hoofdadministrateur M=r Christiaen van Angelbeek De E: Dessave.. - „ . . . . Diederich Thomas Fretz De E: Eerste Pakhuismeester - . . . . Johannes Reintous. De E: Secretaris. . . . . . . . . . . Benedictus Lambertus van Zitter De E: Negotie boekhouder. . . - - Abraham Samlant De E: fiscael - - - - - - - M:r Johannes Adrianus vollenhove Alsent ... . Ioan Ph: Chr: Tilenius mits indispositie De E: Zoldij Boekhouder - - - - - Gerrit Engel Holst. De 8: kolonel - - - Js door rondzending geleesen een particulier brief, door . door den Heer Gaalsch Commandeur Sluijsken, den 2e: deezer aen den Heer Gouverneur geschreeve, houdende, berigt, dat er verschillende narigten om= „trend Madoegoode appoe zijn ingekoomen, en onder anderen, dat hij de Belligam korte doorgaende, bevoo„ „len had om het gewasch spoedig te snyden en op le „leggen, en dat die niet gezaeijd hadden zulks spoedig moet „ten doen; zomeede dat hij met een tamblinpro rondge= „loopen hebbende, om 't volk bij een te rotten, geen gehoorge„ „vonden had, dog dat het zig spoedig verklaeren zal, wat eijgentlijk van de zaek zij, weijl zijn E: hem een ver= „trouwd perzoon had toegezonden, met een ola, waer bij hij aangemoedigd is om weder na Gale te koomen, en dat zoo hij niet komt, zijn E: een ander middel bij der hand zal neemen, om hem magtig te worden, mits hem verlof gegeeven word, dat het onbehaeld mag zijn, zelfs leevendig of dood. Walk over gedelibereerd zijnde, is in agting genoomen, dat alle nieuwe bedrijven van ongehoorzaemheid, die Madoegoede appoe of reets bestaen heeft, of na deezen bestaen e 5263 bestaen mogte een wettig regt geeven om de strengste maetregelen teegens hem te neemen, en dat 'er in zoo verre weijnig aen zoude geleegen zijn, wat uitkomst, ten aenzien van zijn leeven of dood, deeze maetreegelen mogten hebben; dog dat het nogtans best is, dat de order om des noods en zoo het niet anders zijn kan, zelfs zijn leeven niet te spaeren, niet gegeeven worde publicq, wijl 't anderen, die met hem 't zij geheel of ten deele „'t zelfde geval zijn, zomteids te wanhoopige ge= „dagten mogte inboeze men. En is derhalven goedgevonden en verstaen, den Heer Comman„ „deur sluijsken aenteschrijven, om den geenen, aen wien de uit voering der, order, om Madoegodde appoe op te vatten, gegeeven word, in het geheim te instaueeren, dat zoo hij ook mogte omkoomen, ent wate h„ wE vergt wor „trren, men hem zal houden voor betaeld, en dat mits dien, zoo het niet ander zijn kon, de geweldigste middelen, wat uit komst die ook ten aenzien van zijn leeven of dood mogten hebben, tegens hem moogen worden te werk gesteld. Aldus Aldus Gedaen ende Geresolveerd in het kas= „teel kolombo ten baege, maend en Jaere voorschreeven. Dingsdag den 7. September 1790. Present De wel Ed: groot Agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De E: Hoofd administrateur . . M:r Christiaen van Angelbeek De E: Dessare - - - - . - - - Diederig Thomas Fketz, De: E: Eerste Pakhuismeester - - - . Johannes Reintous. .Bened=s Lamb:s van Zitter De E: Secretaris... De E: Negotie Boekhouder. - - - - Abraham Samlant. De E: Filskael. - . . . . . . m=r Johannes abrian=s vollenhove Absent De E: Colloneel. Uijt hoofde van Hunner Hoog Edelheeden aenschaij „ven bij secreete missive van den 18 Junij J: L: , is op de propositie van den Heer Gouuver= „neur goed gevonden en verstaen, 't opperhoofd te Ju„ „tu korijn de E: Mekern te gelasten, om aen de . . . . . . . Joan Ph: Chr: Tilenius mits in dispositie. De E: Zoldij Boekhouder. - - - - Gerrit Engel Holst. Secreete Resolutie, Genoomen in Raede van Ceijllon. Directeurs op 52. 18. Directeurs van de karnalikasche bank te Mabras, op de best geschikste wijze te doen bekend maeken, dat de Commissie, die aen den Engelschen koopman William Hollings is gegeeven, om in gem: bank te bezor= „gen eenig geld ten behoeve van dit Gouvernement, wee „der opgezegd is, en dat zij Directeurs mitsdien geen geld van gem: Hollings, voor dit Gouvernement moeten accepteeren. Is geleezen een aparte brief van den Heer Gaelsch Comman„ „deua Sluijsken van den 27: Augustus J=o L:, geschrec= „ven in antwoord op de ingevolge secreete resol: van den 23: te vooren, gevraegde op heldering nopens deszelfs stelling bij aparte brief van den 17. ' van gem: maend, dat men te kolombo, indien men het gedeponeerde in aen „merking neemen wil, zig de wortel van al het keaese zoude bevinden, die men zoo 'er iets moeste gedaen worden zeekerlijk het eerste zoude en moeten aenkasten; En is naa de liberatie goedgevonden en verstaen, daerop voor 't teegenswoordige alleen aente merken: dat het niet te begrijpen is, waerop het in desselfs Considieatien beek

NL-HaNA_1.04.02_3892_0346 view scan ↗

English

considerations regarding this letter concerning the modliaers Tinnekoon, de Saram, and Goeneratne, amounting to the fact that, in his opinion, the depositions must serve only for future guidance, and should not be taken into consideration in such a manner as to summon the aforementioned Chiefs to Colombo and have a judicial commission conduct any formal investigation, since in the separate letter of this Government dated 24 August, to which this separate letter from Mr. Sluijsken serves as an answer, nothing of the kind was written, but with respect to these Chiefs, it was written verbatim to His Honour in a separate letter of the 17th preceding: The native Chiefs, whom we think on the basis of the received documents should be removed from the Matara Dissavony as soon as possible, are in particular the modliaers Tinnekoon, Goeneratne, and de Saram. To summon them directly to Colombo would, if they are indeed guilty, arouse too great a suspicion among them. We have therefore decided to make it known to them in a confidential manner that the Governor wishes to speak with them in person, and that it will consequently be pleasing to His Honour if they come to Colombo for a brief visit. Whereby it was also ordered that the Dessave of Matara should be instructed in a secret letter that, whenever the aforesaid three modliaers requested His Honour to make a brief journey to Colombo, he may permit them to do so, unless there were reasons that might temporarily prevent it. That the explanation of Mr. Sluijsken, that if one takes into account the depositions regarding the Matara Chiefs, one can certainly also do so regarding the Maha Modliaer, and that if one assumes that the latter is also guilty, he must certainly be accused or investigated first or specifically in particular, as the root of all evil or rather the Head of this family, is of such a nature that if one were to act upon such depositions as Mr. Sluijsken lays down as the foundation of His Honour's opinion regarding the Maha Modliaer, no one henceforth would be assured of his honor or his life. It also having been communicated by Mr. Sluijsken in the aforesaid separate letter that Madoegodde Appoe had already returned to the Matara Dissavony a few days ago; that according to private reports he was dissatisfied that he had not also obtained the post of Chief over one province or another; and that it is even reported that he is seeking to stir up a rebellion again in the Beligam district. It was deliberated and taken into consideration upon this that it would indeed have been desirable if Madoegodde Appoe could have been detained at Galle, even if he had shown some displeasure about it, since he was appointed Mohandiram of the Galle guard for that very reason, so that there would be a reasonable motive to keep him out of the Matara Dissavony; that although it does not appear clearly from the aforesaid letter whether he departed from Galle to Matara quietly and without having permission from Mr. Sluijsken to do so, yet from what has been remarked above one must conclude that His Honour gave him no permission to do so, and that it would therefore have been desirable if His Honour, as soon as it became known that he had taken himself away from Galle, could have found an opportunity to send men after him immediately in order to recall him, and if necessary bring him back against his will if he refused to come. And it is therefore approved and agreed to ask Commander Sluijsken the reasons why this was not done. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret. Thursday, 9 September 1794. Present The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaen van Angelbeek The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Honorable Secretary Bernardus Lambertus van Zitlea The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent due to indisposition: The Honorable Colonel Joan Philip Christoffel Tilerius The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. It is approved and agreed that there shall be sent to all subordinate offices, to serve for the information of the officials, and with orders to govern themselves accordingly: Secret Resolution Adopted in the Council of Ceylon. 1. An extract of the secret missive from the Right Honorable Lords Seventeen dated 29 April 1789, brought hither from Batavia by the ship Nederlands Welvaren, together with a copy of the resolution of Their High Mightinesses mentioned therein, dated 5 March preceding. 2. An extract from the secret missive of Their High Excellencies dated 26 May of last year, paragraph 7, likewise brought hither by the aforesaid ship, and 3. A copy of the extract, received by the said ship, from the Minutes of the resolutions in the Council of India on 26 November 1789, with the letter inserted therein, written by the Lords Majors to Their High Excellencies on 29 April 1789. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Secret.

Dutch transcription

consideratien bij deezen brief met betrekking tot de mod „liaers Tinnekoon, de Saram en Goeneratne, neerkome dat volgens desselfs gevoelen, het gedeponeerde allien tot naarrigt voor den aenstaende moet dienen, en niet zoodaanig in aenmerking moet koomen, om daekof gedagte Hoofden naa kolombo op te roepen, en voor eene Justitieele Commissie eenige formeele, onderzoek„ te laeten doen, wijl hij aparte brief deezer Regeering van den 24. Augustus, waerop deeze aparte brief ve„ den Heer Sluijsken in antwoord diend, niets dierge= „lijks geschreeven is, maer met betrekking tot deeze Hoofden, bij aparte brief van den 17. ' te vooren woordelijk aen zijn E: geschreeven is. De inlandsche Hoofden, die we uit hoofde van de ontfangene stukken denken, dat hoe eer hoe Eacteu uit de matureesche Dessavonie dienen te worden verwijderd, zij in zonderheid de modliaeles Tinne „koon, Goeneratne en de Saram. om hun direct op te ontbieden naa kolombo, zoude, zoo te werkelijk schuldig zijn, te groote agterdogt bij hue ende 5271 hun verwekken. we hebben daerom beslooten, om hun op een vertrouwelijke wijze te doen bekend worden, dat de Heer Gouverneur verlangd hun in Perzoon te spreeken, en dat het zijn Edele mitsdien welgevallig zijn zal, dat ze voor een springboogt na kolombo koomen Waerbij nog bevoolen is, dat de Dessave van mature bij een secreete brief zoude worden aengeschreeven, om wanneer de voorsz: drie modliders zijn E: verzogte, om een springtogt te doen naa kolombo, hun dat te moogen toestaen, ten zij er reedenen waeren, die dat voor eerst mogten ortraeden. Dat de explicatie van den Heer Sluijsken, dat zoo men het gedeponeerde omtrend de Matureesche Hoofden in aen= „merking neemt, men het dan zeekerlijk ook om„ „trend de mahamobliaer doen kan, en dat zoo men ondersteld dat deeze meede schuldig is; hij dan zee„ „kerlijk als de wortel van al het kwaed, of lieven 't Hoofd van deeze familie, wel 't eerst of eijgen „lijk in 't bijzonder aangelast of onderzogt moet worden. worden, is van dien acht, dat zoo men op zulke de post „tien, als de Heer sluijsken tot grondslag legd van zijn E:s opinie nopens den Mahamodliaek, wilde aengaen, niemand voortaen verzeekerd zoude zijn van zijn eer, nog van zijn leeven. Door den Heer Sluijsken bij voorsz: aparle brief nog bedeeld zijnde, dat Maboegoede appoe reeds een paerbae„ „gen geleeden naa de Matureesche Dessaronie was terug gekeert, dat hij volgens particulieere berigten on= „vergenoegd zoude zijn, dat hij niet ook den dienst van Hoofd over de een of andere provintie had ver„ „kreegen; en dat men zelfs berigt, dat hij in het Belle „gamsche weeder een opstand zoekt te verwekken. Js dierover gedelibereerd en in agting genoomen, dat het wel te wenschen waere geweest, dat Madoegodde ap„ „poe te Gale hadde kunnen aengehouden worden, alswas 't ook dat hij daerover wat mis voegen liet blijken, wijl hij even daerom tot Alohandiram van de Gaalsche guarde was aengesteld, op dat men een billijk motief zoude hebben, om hem uit de maturee„ „sche 5232. „sche Dessavonie te houden; dat het wel niet klaerlijk uit voorsz: brief blijkt, of hij stil en zonder daertoe van den Heer Sluijsken verloff te hebben is vertrokken van Gale naa Mature, dog dat men uit 't geen hier boven aengemerkt is, denken moet te moogen vast stellen, dat zijn E. hem daertoe geen verlof gegeeven heeft, en dat het daerom wel te wenschen waere geweest, dat zijn E: zoo dra het bekend wierd, dat hij zig van Gale hadde weggepakt, geleegendheid had kunnen vier „den, om hem daedelyk volk agter nae te zenden, ten einde hem terug te roepen, en hem des noods teegen wil en dank terug te brengen, zoo hij wij= „gerde te koomen. En is derhalven goedgevonden en verstaen, van den Heer Commandeur sluijske, te vraegen de reedenen, waerom dat zulks niet is geschied. Aldus Gedaen ende Geresolveerd in 't kasteel kolombo ten daege, maend en Jaere voorschreeven: Secreete . Donderdag den 9. Septemb: 1794. Present De wel Edele groot agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De E: Hoofd administrateur. . . M=r Christiaen van Angelbeek Diederich Thomas Fretz E: E: Dessare -- . D: E: Eerste Pakhuismeester - Johannes Reintous D: E: Secretaris. . . - - - - . Bened=s Lamb:s van Zitlea D& E: Negotie Boekhouder. - - - Abraham Samlant D: E: Fiscael. . . . . . . - M=r Johanns: adrian=t vollenhove Absent mits in dispositie D: E: Colonel - - - - - _ _ _ Joan Ph: Chr: Tilerius D: E: Zoldij Boekhouder. . . - . . Gerrit Engel Holst. Is goed gevonden en verstaen, dat naa alle de onderhoorige kantooren, om te dienen tot der bedienden narigt, en met last om zig daerna te reguleeren, zullen worden gezonden: Secreete Resolutie Genoome in Raede van Ceilon. 1: Een op 5273. 1: Een extract secreete missive van den Wel Ed: Hoog Agtb: Heeren 17=en van den 29. april 1789: met 't schip neederlands welvaeren van Batavia al- „hier aengebragt, nevens een Copij van de daerbij verm: resolutie van Hunne Hoog moogenden van den 5: maert daer te vooren. 2: Een extract uit de secreete missive van Hunne Hoog Edelheeden van den 26. maij J:o L: P: 7: meede met voorm: schip alhier aangebragt, en 3: Een Copij van 't met gem: schip ontfangen Extract uit de Notulen van 't geresolveerde in Raede van Jndia op den 26. November 1789. met de daer onder g'in= „sereerde brief, door de Heeren Majoores den 29. april 1789. aen Hunne Hoog Edelheeden geschreeren. Aldus Gedaen ende Geresolveerd in 't Kasteel ko= „lombo, ten daege, maend en Jaere voorsz: Secreeten

NL-HaNA_1.04.02_3892_0352 view scan ↗

English

Friday, 10 September 1790. Present Secret Resolution taken in the Council of Ceylon The Honorable Colonel The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Lord Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek Diederich Thomas Fretz His Honor First Warehouse Master Johannes Reintoux His Honor Secretary Benediktus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent The Honorable Dissave Joan Philip Christiaan Tilenius The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst Smits indisposed Read a secret letter from the Chief of Tuticorin, the Honorable Mekern, dated the 6th of this month, in which he communicates that the English have finally brought matters so far that they have made themselves masters of the entire realm of Carnatica and placed themselves in full possession thereof; that the Nabob had indeed offered the strongest protest against this, and even went so far as to give orders to his land governors not to hand over the administration of the lands, but that it appeared he finally, understanding that this would avail him nothing because the English already held all posts and thus full power in their hands, submitted to the desire of the English; that the English, in the usual manner, had it made known in all villages in the country that the English Company had taken the lands of the Nabob to itself, and that henceforth everyone owes the same obedience to the English Company as they had previously shown to the Nabob, and that, in addition, it was made known in the province of Tirnevelli that Mr. Benjamin Torin has been appointed Regent of this Province. That the Maniyagar of Meloor had solemnly notified the servants at Tuticorin of this, and that Mr. Torin had written a letter to him, the Chief, dated the 2nd of this month, the contents of which state that the Government of Madras, according to the orders of the Governor General in Bengal, had found it necessary to introduce the administration of the English Company into the lands of the Nabob, and that he had been appointed superintendent of all the revenues etc.; the Honorable Chief Mekern therefore requesting the orders of this Government as to whether he shall henceforth treat matters concerning the Nabob with the English Government, with report at the same time that the Nabob's agent, Mr. Buchanan, had already declared by a private letter of 30 August that by the measures of the Government of Madras he no longer considered himself authorized to engage in any matters, and that the land regent was taken into arrest immediately after the publication regarding the transfer of the lands to the English Company. Which having been deliberated upon, it is taken into consideration: That according to the aforesaid publication made in the villages in the country and in the province of Tinnevelli, one might without hesitation consider that the Nabob of Carnatica, in the fullest sense of the Government, has been ousted from his lands, and that the matter has been brought to such terms that the English Company, replacing the Nabob in his rights, must henceforth be regarded as Lord of all the lands that have belonged to him until now, and among these especially as Lord of the Principality of Madure and Suzerain of the Marawa lands. That against this, the aforesaid letter from Mr. Torin makes the terms in which matters have been brought by this seem somewhat doubtful, since he only says that the Government of Madras, according to orders of the General Government of Bengal, had found it necessary to have established in the lands of the Nabob of Arkatte the administration of the English Company, and that the Government of Madras had appointed him superintendent of all revenues etc. in the country of Tirnevelli. That the observation of the Honorable Chief Mekern in his aforementioned secret letter—that according to the manner in which the English administration has been introduced into the realms of the Nabob, it will in any case lead to the same consequences as if they had completely appropriated the lands, although otherwise the description of Mr. Torin means considerably less—is certainly correct, and that one seems to have all the less reason to doubt this because Mr. Buchanan has already declared in his aforementioned letter that he no longer considers himself authorized to engage in any matters, and because the land regent was also taken into arrest immediately after the publication regarding the transfer of the lands to the English Company; besides which the Maniyagar of Meloor, who had the aforesaid notification given to the Honorable Chief Mekern, will certainly not have done so without having been ordered thereto by the English Government. That one nevertheless needs to have more certainty regarding the shape into which matters have been brought by this change, and whether one will know and must regard the English Company henceforth as Nabob of Arkatte before one can conduct oneself accordingly, and that it is very essential in this regard to know whether this arrangement is only provisional, or whether the intention thereof is to make it permanent. That in order to be informed regarding all these particulars, it could be of great service if the Honorable Chief Mekern could converse orally with Mr. Torin about this, which, since His Honor is personally acquainted with him, could be done by paying him a friendly visit at Tirnevelle. And it is therefore approved and understood to write to the Honorable Chief Mekern to proceed to Tirnevelli to that end and

Dutch transcription

D: E: Kolone - - - - - Den wel Ed: groot Agtb: heer Gouverneur - - Willem Jacob van de Graaff„ D: E: Heere Hoofdadministrateur M=r Christiaan van Angelbeek Diederich Thomas Faetk, Z: E: Eerste Pakhuismeester. . . . . . . Iohannes Reintous, 2: E: Secretaris . . . . . Bened=k Lamp:s van Litter, . D: E: Negotie Boekhouder. - - - - - - Abraham Samlant, D: E: Fiscael. . - - . . . . M=r Johanns: adrian=t vollenhove. Absent Ioan Ph: Chr: Tilenius, - Gerrit Engel Holst Smits in dispositie: D: E: Dessave - - . . D: E: Zoldij Boekhouder. -- Is geleezen een secreete brief van 't Tutucorijnsch opperhoofd de E: Mekern, van den 6. deezer, waek bij hij bedeeld, dat de Engelschen het eindelijk zoo ver hebben gebragt, dat ze zig van 't geheele rijk van karnatika meester gemaekt, en zig in 't volle bezit daar van gesteld heb= „ben; dat de Nabas, daer tegen wel de kragtigste Pro „tertatie gebien heft, en zelfs zoo ver gegaen is, dat hij Vrijdag den 10. September 1790. — Present Secreete Resolutie genoomen in Raede van Ceilon aen ende of 5 274 aen zijne land bestierders bevel gegeeven heeft, om de administratie der landen niet overtegeeven, maer dat het scheen, dat hij eindelijk, begrijpende dat hem dit niets zoude baaten, wijl de Engelschen reets alle staek„ „ten, en dus de volle magt in handen hadden, zig aende begeerte der Engelschen heeft onderworpen; det de En= „gelshen op alle dorpen in 't land, opde gewoone wijze, hebben laeten bekend maeken, dat de Engelsche Comp: de landen van den Nabab na zig had genoomen, en dat dus voortaen elk een aen de Engelsche Comp=e deselfde gehoorzaemheid schuldig is, die ze te vooren aen den Nabal beweezen hebben, en dat daer bij i de provintie Tirnevelli nog was bekend gemaekt, dat de Heer Benjamin Torin aengesteld is tot Regent van deeze Provintie. Dat de Mannigaer van Mleloek hier van aende bedienden te Tutucorijn plegtig kennis had laeten geeven, en dat de Heer Torin aen hem opperhoofd had geschreeven een brief, ged=t den 2: deeser, welke 6 inhoud, dat 't Gouvernement van Mabras, volgens de orders van den gouverneur Generael in Bengalen, het nood „ noodzakelijk had gevonden, om in de landen vanden Na„ „bab de administratie van de Engelsche Compagnie intevoeren, en dat hij benoemd was tot superinten „dant van alle de nevenden &c: verzoekende 't E: opperhoofd Alekern mitsdien de beveelen die zer ke„ „geering, of hij voortaen de zaeken den Nabab betaeffend zal behandelen met de Engelsche Regeering, met berigt teffens, dat 's Nababs agent, de Heer Buchanan, reets bij een particuliere brief van den 30. aug=s hed verklaerd, dat hij door de maet reegelen van het Gou„ „vernement van Madras, zig niet meer bevoegd agte, om zig omtreent eenige zaeken intelaeten, en dat de landregent straks na de publicatie, we„ „gens den overgang der landen aen de Engelsche Comp=e i arrest genoomen is. Waer over gedelibereerd zijnde, is in agting genoomen. Dat men het, volgens de voorsz: publicatie, gedaen op de dorpen in 't land en in de provintie Tinne velli„ zonder bedenking daer voor zoude moogen houden, dat de Nabab van karnatika in den volsten zin„ van 52:75 van de Regeering, over zijne landen ontsit is, en dat de zaek gebragtis, in die termen, dat de En= „gelsde Comp: den Nabab in zijne regte, vervangen= „de, voortaen moet worden aengezien, als Her van alle de landen, die tot hier toe aen hem hebben toegekoo„ „men, en daer onder speciael als heer van 't vorsten= „dom Madure, en opperleenheek van de Maruasche landen. Dat dit den voorsz: brief van den heer Jorin, daer en leegen te termen, waer in de zaeken, hier door zijen gebragt, wat twijffelagtig schijnen, wijl hij alleen regt, dat 't gouvernement van Madras, volgens orders van 't generael Gouvernement van Ben„ „galen, het heid nodig gevonden, om in de landen vanden Nabab van Arkatta, te doen etablisseeren de administraatie van de Engelsche Comp:, en dat 't gouvernement van Mabras hem had benoemd tot superentendant van alle aen= „ten etc=a in het land van Tirnerelli. Dat de aanmerking van 't E: opperhoofd Mekeari Meklern, bij voorm: zijn secreete brief, dat naer de wyjze, waerop de Engelsche administratie in de Ehreden van den Nabab is ingevoerd, het in= allen geval op 't zelfde zal doen uijtkoomen „de gevolgen, als of ze zig de lande volkoomen hadden toegeëigend schoon anders de beschrijving van den heele Jorin vrij minder beteekend, zeeke fuist is, en dat men daer aen teminder schijnt te moogen twijffelen, wijl de heer Buchanai bij zijn voormelte brief reeds heeft verklaerd zig niet meer bevoegd te agten, om (zig omtrend eenige zaeken intelaeten, en wijl ook de landae= „gent straks nade publicatie wegens den over„ „gang der landen aende Engelsche Comp:, en akr„ „reest genoomen is, behalven dat de Mannigaek van Meloer, die de voorschr: bekendmaking aen 't E: apperhoofd Mehern heeft laeten doen, dat zeker niet zal hebben gedaen, zonder dach toe door 't engelsch gouvernement te zijn gelast. Dat 52789. Dat men nogtans meer verzeekering diend te hebben vanden plooij waerin de dingen door deeze verandering zijn gebragt en of men de engelsche Comp: voor den aenstaende zal ken= „nen en moeten aenzien als Nabab van Ar=k katte, voordat men zig daer na kan be„ stieren, en dat het hier bij zecr essentteel is te weeten, of deeze schikking alleen is provi= „sioneel, dan of 't voorneemen daer van zij, om ze bestengtig te doen zijn. Dit om nopens alle deeze bezonderheeden te zijn onderligt, het van veel dienst zoude kunnen zijn, dat 't E: opperhoofd Mekern den heer forin daer over mondeling konde onderhouden 't welk, door dien zijn E. met hem inperzoon bekend is, zoude hunnen geschieden, met hem eene vriendelijke visite tegeeven te firnevelle En is derhalven goedgevonden en verstaa, 't E: opperhoofd Mehern aente schrijven, om„ zig ten dien eijnde na Tirnevelli te begeeven en

NL-HaNA_1.04.02_3892_0358 view scan ↗

English

and thereby to give him the freedom: 1: If His Honour finds matters disposed toward it, to deal officially with Mr. Torin, so that one no longer has to deal with the Nabab, or at least that for the present one must regard the English Company as de facto lord of the principality of Madure and supreme overlord of the Marrua lands, in which capacity one has hitherto dealt with the Nabab; then to begin by conversing with him regarding the inspection of the pearl banks and regarding the chank diving, and in such a case, if His Honour finds it advisable, also to give him an opening concerning the negotiations with the Nabab and concerning the state of affairs as it has been up to now. 2: Then, if deemed necessary, to inform Mr. Torin somewhat circumstantially of the Company's rights and privileges on the Madura and Marua coasts, and according to the circumstances, and according as he, the Chief, thinks necessary right now, to show him the contracts concluded not only with Mr. Dodt, but also the latest contract with Mr. Buchanan. 3: In the latter case, to inform Mr. Torin that in this latest contract in particular great sacrifices were made, solely to avoid the effect of the threatening language which Mr. Buchanan used in his negotiations, on orders, as is believed, of his master; and thereby to provide Mr. Torin with a description of the state of affairs as it formerly was, adding that it is trusted that through reasonable arrangements with the English Company, matters can again be brought back to how they were of old, and that this Government is very inclined to begin negotiations with His Honour directly whenever he shall consider himself duly authorized thereto. With the recommendation nevertheless to the aforementioned Honourable Mekern, that as long as any doubts remain as to whether affairs might not hereafter return to their former state, to avoid very prudently giving the Nabab any fair reasons to complain hereafter about the Company's conduct; and consequently, and in proof that one intends nothing in this that could in any respect offend the Nabab in his honour or prestige, whether before or after His Honour shall have spoken with Mr. Torin, also to confer with Mr. Buchanan on all points that seem necessary to him, the Chief, as evidence that toward his master, and also toward himself, one proceeds with all possible good faith and sincerity. And whereas on account of the Company's relations on the Madura coast, it might well happen that the English Government, if the English Company has indeed succeeded to all the rights of the Nabab and consequently must now be regarded as Landlord of the principality of Madure, will give notice thereof to this Government: it is at the same time resolved to instruct the Honourable Mehern that if His Honour could ascertain this in a dexterous manner and should judge that this is about to happen, then for the present, and until one is more certain thereof, not to proceed further with Mr. Torin than is strictly necessary for the present. The Tuticorin servants having suggested in their general letter of the 2nd of this month whether, if the English have assumed the right over the lands of the Nabab on the basis of a voluntary surrender by the Nabab, they ought not to ask them for the proof of the surrender or of the authorization from the Nabab: It has been approved after deliberation to write to the Honourable Chief Mehern that if His Honour should find Mr. Torin inclined to show him the proof of the surrender or of the authorization from the Nabab for assuming the administration of his lands, if this has occurred on the basis of a voluntary surrender, this would be an additional certainty; but that otherwise, in order not to suffer a refusal which one would have to put up with, one must be content with less, as long as there is only sufficient ground to proceed upon. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Secret. Wednesday the 15th of September 1790. Present: The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honourable retired Galle Authority Cornelis Dionijsius Kraijenhoff The Honourable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honourable Dessave Diederig Thomas Fretz The Honourable First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Honourable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honourable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honourable Colonel Johannes Philippus Christoffel Tilenius The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Honourable Trade Bookkeeper Abraham Samlant Was read a separate letter from the Galle Commander Sluijsken of the 9th of this month, containing in substance: that Madoegodde Appoe has not yet been found, but that he will certainly be caught if he is present in the Dessavony of Mature, and that His Honour finds little difficulty in that regard if the headmen, who had already procured him in chains several times, would make an effort of it; that nevertheless, even if one does not get hold of him, it was in His Honour's view not even of so much consequence, if only care were taken that the inhabitants were governed righteously and according to the contents of their own mandate ola of the 7th of July, to which they seem so very attached. And it was approved and resolved to make a note of this, and to write to the Commander Sluijtken to recommend the Honourable Maturese Dessave Raket to

Dutch transcription

en den zelven daerbij vrijheid te geeven 1: om zoo zijn E: de zaaken daer naer gedesponeerd vind, om met den heer Jorin officieel te haer= „delen, zoo dat men met den Nabal niet meer te doen heeft, ten minsten dat men voor het teegenswoordige, de Engelsche Comp„ moet houden als heer met 'er daad van 't vorstendom Madure, en opperleenheer van de Marruasche landen, in welke qualiteit men tot nog toe met den Nabab heeft leza„ gehad, dan te beginnen, met hem te onderhouden over de visitatie der paarlbanken, en over de sjankoos duijkerij, en en zoo een geval, indie zijn E: het raadzaem vind, hem ook opening te geeven vande handelingen met de Nabab, en vanden staat der zaeken, zoo als die tot hier toe is. 2: om dan des nodig vindende, den heer Jorin wat omstandig te onderregten van 'sComp: regten en voor regten op de Madureesche en 5277 in Maruasche kusten, en hem naer maele van de omstandigheeden, en naer macte hij opperhoofd dat nu aenstonds nodig denkt, te vertoonen de Contracten niet alleen met den heer Dodt geslooten, maek ook 't Jongste Contract met den heer Buchaanan. 3. Om in 't laetste geval den heer Corin te infor„ „meeren, dat bij dit laatste Contract in zonder „heid groote sacrifices gedaen zijn, alleen om te ontgaen 't effect van de vrijgende taal, waer van de heer Buchanan zig in zijne hande„ „lingen, op last zoo men vertrouwd van zij= „nen Meester, heeft bediend; en om daerbij aen den heer Jorin te doen eene beschrijving vanden staat der zaeken, zoo als die eentijds was, niet bijvoeging dat men vertrouwd, dat door de reedelijke schikkingen met de Engelsche Comp: de zaaken weder zullen kunnen worden gebragt, zoo als ze aertijds waeren, en dat deeze Regeering zeer geneijd ite 8 „ is, om de handelingen met zijn Ed: direct te beginnen, wanneer hij zig zal agten behoor „lik daer toe te zijn geauthoriseerd: Met recommandatie nogtans aan gem: E: Mekern, om zoo lange ek eenige twijffelij= „gen overschieten, of de zaeken na deeze niet weder„ „om zoude kunnen komen in den voirigen klooij zeer voorzigtig te vermeide, dat aen den Na= „bal geene billijke reedenen worden gegeeven, om zig na deesen over 'sComp:s handelwijze te kunnen beklaagen; en om mitsdien, en ten bewijze dat men in deeze niets voor heeft, 't geen den Na„ „boel in eenig op Ligt, in zijn eer of aenzien . 1 zoude kunnen beleedigen, 't zij voor of naa dat zijn E: met den heer Torin zal hebben gesproo„ „ken, ook den heer Buchanan te onderhouden over alle poincten, die hem opperhoofd nodig schijnen, ten blijke dat men ten aenzien van zijn Meester, en ook van hem zelve met alle mogelijke goede trou en opregtigheid te werk 5778 „ 3. „werk gaat. En wijl het uit hoofde van 'sComp=s rala„ „tien op de Madureesche kust, wel konde ge„ st „beuren, dat 't Engelsch gouvernement, zoo ' de Engelsche Comp: werkelijk getreeden is in alle de regten vanden Nabab, en mitsdien nu als Landheer van 't vorstendom Ma„ „duke moet worden aengezien, deeze Regu„ „ring daer van zal kennis geeven: per teffens verstaen den E: Mehern aente beveelen, om zoo zijn E. dat op eene behendige wijze konde onderlasten, en oordeelen mogte dat dit staat te geschieden, dan voor eerst; en tot dat men daer van meer zeeker is, met den heer Jori„ niet verder tegaen, dan voor het teegenswoor„ „dige volstrekt noodig is. Door de Tietucorijnsche bedienden, bij hunnen ge= „meenen brief vanden 2. deezer, in bedenking gegeeven zijnde, of ze indien de Engelschen 't recht over de landen vanden Nabab, uijt hoofde van eene eene vrijwillige overgifte van den Nabab, zig heb= „ben aangemaatigd, van hun niet behoorden te vraagen 't bewijs vande overgave, of vande qualificatie van den Nabab: Js naa delibera„ „tie, goedgevonden 't E: opperhoofd Alehern aante„ „schrijven, dat zoo zijn E: den heer Jorin mogte geneegen vinden, aen hem te toonen 't bewijs van de overgave, of van de qualificatie van den Na„ „bab tot de aanvaarding der administratie zij= „ner landen, indien dit geschied is uit hoofde eener vrrij willige overgifte, dit eene zeekerheid te meek zoude zijn; dog dat men zig anders, om geene wijgering te ondergaen, die men zoude moeten laeten welgevallen, met minder zal moete te vreeden houden, als 'er maer alleen, zoo veel gronds is, dat men daer op kan aengaen. Aldus Gedaen ende Geresolveerd in 't nasteel kolom bo, ten daege, maend en Jaare voorsz: secreete 5279. Woensdag den 15:' Septemb: 1790 ~ Present Den Wel Ed: groot Agtb: heer Gouverneur. Willem Jacob van de Graaff E: E: afgegaanen Gaalsch gezaghebber. Cornelis Dionijsimus Kraijenhoff D: E: Hoofdadministrateur . M:r Christiaan van Angelbeek . . . . . . Diederig Thomas Freth. D: E: Dessave D: E: Eerste Pakhuismeester . . . . . . Johannes Reintous ..Bened=s Lamb:s van Zitter D: E: Secretaris. D: E: Fiscaal Mr. Johan: Adrian: Vollenhove. Absent. D: E: Collonal . - - - . . Joh: Ph: Chr: Tilenius P: E: Zoldij Boekhouder - - Gerrit Engel Holst, E: Negotie Boekhouder. . . . - - Abraham Samlant D: Js geleezen een aparte brief van den heer Gaalsch Commandeur sluijskan„ houdende van den 9'. deezer hoofdzaekelijk; dat Madoe godde appoe nog niet gevonden is, dog dat hij wel gevat zal worden, Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon Zoo . . . . . „ op zoo hij in de dessavonij van Matare aan weezig is, en dat zijn E: daar omtrent wijnig swaarigheid vind„ indien de hoofden, die hem trecks verscheide keeken in de ketting be„ „zorgd hadden, hun werk daar wilden maaken; dat niet te van min en schoon men hem niet E=s magtig word, ek naar zijn in zien juijst ook zoo zeer niet aangelee„ „gen was, indien 'ek maak gezorgd wierd dat de ingezeetenen regt„ vaardig, en naar den inhoud van dese zelfs mandaat ola van den 7. Julij waer op ze zoo zeer gesteld scheinen, bestierd worden. En is goedgevonden en verstaan hier van aante „kening te houden, en den heer Commandeur „ sluijtken aante schrijven, om den E: Ma„ „tureesche Dessave Raket te re Commandee om

NL-HaNA_1.04.02_3892_0365 view scan ↗

English

to ensure that the arrangements made by the aforesaid mandate are accurately executed. There was also read a secret resolution from Galle, dated the 4th of this month, whereby the servants have decided: 1: To release from detention, at the request of the inhabitants of Mapelgam who have already returned to tranquility, Wiellegoede Appooe, who was detained by the jailer, since the accusation against him has not yet been proven, and merely to banish him within the city, but to set his arrested son-in-law, as being accused by no one, completely at liberty. 2: To commission the Council members Martheze and De Ly to investigate all accusations concerning the rebellion and the unlawful assembly of the people at Mapelgam and its surroundings, against whomever they might be leveled, along with all further complaints of the aforementioned dissatisfied inhabitants. 3: In whatever manner it may be, to have Madoegodde Appoe apprehended, and to place a bounty upon his person for whoever delivers him to Galle or Mature. 4: To provide Mature with some munitions of war against an unexpected new rebellion of the inhabitants. And after deliberation, it was approved and resolved to confirm the aforementioned decisions. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Secret. Secret Resolution taken in the Council of Ceilon on Tuesday the 21st of September 1790. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedikt Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honorable Colonel Johannes Philippus Christoffel Tilenius, on account of indisposition. The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. There was read to the assembly an address from the Honorable retired Governor of Galle, Kraijenhoff, submitted by him in compliance with the resolution of this table of the 27th of August last, whereby, at the request of the Honorable Chief Administrator van Angelbeek, a conscientious declaration was required from His Honor concerning the conduct and administration pursued by the aforementioned Honorable van Angelbeek in and of the Dessavony of Mature, while the said Honorable Kraijenhoff administered the Commandment of Galle; and whereas His Honor mentions therein, among other things, that the disturbances in the Dessavony of Mature, besides the occasions specially mentioned in this address, could furthermore in their other circumstances be attributed to many, though mostly accidental and yet very contributory causes, regarding which His Honor is not competent to explain himself, because the request of the Honorable van Angelbeek and the aforesaid resolution of this Government proposed or indicated nothing about it; it was approved and resolved to request from the said Honorable Kraijenhoff a further explanation as to what consist the many, though mostly accidental and yet very contributory causes to which the other circumstances of the disturbances of Mature, according to his aforesaid statement, can be attributed. The servants at Galle having requested instruction by secret letter of the 17th of this month as to whether the order of Their High Mightinesses, the Lords States General of the United Netherlands, contained in the extract sent to them from Their High Mightinesses' resolution of the 5th of March 1789 not to admit any foreign warships, admits of no exception, and especially regarding foreign warships that are in distress at sea and desire to be let in, or when a warship, like the ship of Captain Davidson that was here in the month of April 1787, instead of being equipped for war, is laden with rice or other merchandise and requests entry into the harbor; Taking into consideration that in the aforesaid resolution of Their High Mightinesses the case of uttermost necessity is expressly excepted, it was approved and resolved to instruct the servants to conduct themselves accordingly, and at the same time to have them observe that ships that sail purely for merchant shipping are not warships, even though they may formerly have been used as warships. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Secret. Secret Resolution taken in the Council of Ceilon on Monday the 27th of September 1790: Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable retired Governor of Galle Cornelis Dionijsius Kraijenhoff The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Secretary Benedikt Lambertus van Zitter The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honorable Colonel Johannes Philippus Christoffel Tilenius The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst the first two on account of indisposition and the last occupied in the service. The Lords Ministers at Koetsjien having made known by secret missive of the 22nd of August last that Their Honors are now being addressed

Dutch transcription

5280 om te zorgen dal de schikkingen, gemaekt bij voorschr: manduat naaukeurig worden uitgevoerd Nog is geleesen eene Gaalsche secreete, resolu„ tie van den 4: deezer; waarbij de bedienden hebben beslooten. 1: om op 't verzoek van de ingezeetenen van Mapelgam, die reets tot rust zijn gekoomen, Cipier gearkesteetellen wiellegoede den bij den appooe, wijl de beschuldiging teegen hem nog niet beweesen is, uijt zij arrest te ontslaan en hem eene„ lijk binnen de stad te bannen, dog zijn gearresteerde schoon zoon, als van niemant beschuldigd zijnde geheel op vrije voeten te stellen. do 2: om de Raadslieden Martheze en De lijte Committeeren, om alle beschuldigingen aangaende den opstand en 't zaamen kot„ „ting des volks te Mapelgam en daar„ „om streeks, teegen wien die ook mogten leggen, met alle verdere klagten van gem: misnoegde ingezeetenen, te onder zoeken. 3. 3: om op wat wijze het ook zij Ma„ „doe godde appoe te laeten opvatten, en eene preemie te stellen op zijn perzoon voor den geenen, die hem te Gale of Mature of brengt. 4: om Mature met eenige krijgs be„ „hoeften te voorzien tegen ee„ ne onverwagte nieuwe opstand der ingezeetenen En is na deliberatie goedgevonden en verstaan voorschreeve besluijten te approbeeren. Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het Casteel Kolombo ten daage, maand en jaare voorschreeve. secreete 5281 Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon op Dingsdag den 21. Septemb: 1790. — Present Den WelEd: groot Agtb: heer Gouverneur Willem Jacob van de Graafff: D: E: Heer Hoofdadministrateur. M:r Christiaan van Angelbeek D: E: Lessare . . . . . Diederig Thomas Faetz D: E: Eerste Pakhuismeester. . . . . Johannes Reintous; Bened=k Lambs van Zitter E: E: Secretaris- . D: E: Negotie Boekhouder. . - - Abraham Samlant D: E. faiscaal. . . . . . . M=r Johann:s adrian= vollenhove Absent. Joh: Ph: Chr: Tilenius mits in dispositie. D: E: Zoldij Boekhouder - - - - - Gerrit Engel Holst. D: E: Collonel. Is ter vergadering geleezen een adres van den E: afgegaanen gaalsch gezaghebber Geelvinck door den zelven Kraijenhoff ingediend ter voldoening aan besluit deezer tafel van den 27. ' augustus J: L: waar bij op 't verzoek van den E: - p=l Hoofd administrateur van Angel„ „beek, van zijn E is gevorderd eene gemoedelijke verklaaring, omtrend de gehoudene handelwijze en bestiering door gem: E van Angelbeek, i en van de Matureesche Les savonij, geduurende gem: E. Geple kraijenhoff het Commandement van Gale bestierd heeft, en wijl zijn E: haar bij onder aen „deken meld, dat de opschuddinge en de Mature sche des savonij behalven te bij dit asdres speci„ „aalijk genoemde aan leijdingen, verders hunne andere omstandigheeden aan veele, dog moest toevalligen en egter zeer meede werkende oor„ zaaken konnen toeschreeven worden, over welke zijn E: niet bevoegd zij, zig daar bij te verklaa „ken., wijl 't verzoek vanden E: van An„ „gelbeek, en 't voorsz: besluit deezer Regeering, niets daar van voorstelden of aandieiden ss goedgevonden en ver„ Geelvn „staan, van gem: E: Kraijenhoff te 5282. te vraagen eene na deze verklaaring, waar in bestaan de veele, dog meest toevallige en egter zelr meede werkende oorzaaken, waarden de andere omstandigheeden van de Matuereesche opschuddingen, volgens desselfs voorsz: stelling kunnen toegeschreeven worden. Door de Gaalsche bediende bij secreeten brief van den 17. ' deezer, onder wigting verzogt zijnde, of de order van hunne hoog mogenden, de ree„ „ren staden Generaal der vereenigde Nelder„ „landen vervat bij 't aan hun toegezonden ex„ tract uit hoogst derzelver resolutie van den 5=e Maart 1789. om geene vreemde oorlog scheepen te admitteeren, geen uitzondering vind, en wel speciaalijk omtrend vreemde oorlog scheepen, die in Zeenood zijn en begeere te worden binnen gelaaten, dan wel, wanneer een oorlog schip, gelijk 't schip van Capitein Davidson, dat in de maand april 1787: hier geweest is, insteede van ten oorlog toe ge toegerdst te zijn, met rijst of andere koopman schappen belaaden, om den ingang van de have verzogt. Is uijt aanmerking dat bij voor„ „schreeve resolutie van hunne Hoogmoogenden, stellig word uijtgezonderd 't geval van aller uijterste nood goedgevonden en verstaan den bedienden te gelasten, om zig daar naar te regten, en hun tevens te doen opmerken, dat scheepen die alleen ter koop„ „vaardig vaaren, geen oorlog scheepen zijn, schoon ze eer tijds tot oorlog scheepen mog„ „ten zijn gebruikt. Aldus Gedaan ende Geresol„ veerd in 't kasteel kolombo ten daege, maand en saake voorschreeve secreete 12 2 1783. secrete Resolutie genomen in Raade van Ceilon op Maandag den 27:' 7ber: 1790: Present. Den wel Ed: Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff„ D: E: afgeganen Gaalsch gezaghebber Cornelis Dionijsius Kraijmloff, M:r Christiaan van Angelbeek D: E: Heer Hoofd administrateur Dudiricel Chorgas Fritz: D: E: Dessave Johannes Reintons DE. Eerste Pakhuijsmeester Bened: Lambs: van Zitter D: E: Sekrets M. r Iohann: adrian: vollenhove D: E fiscaal Absent Joh: Ph: Chr: Filenius Gerrit Engel Holst Abraham Samlant de twee eerste mits indispositien en de haasste geoccupeerd in den dienst De Heeren Ministers te koetseem bij secrete missive van den 22. aug: Vl: te kennen gegeven hebben „de „ dat hun edelins tans worden aangeopto- D: E. Collonel D: E: Nigotie boekhouder „ D: E Zoldij Boekhouder ken . .- „

NL-HaNA_1.04.02_3892_0372 view scan ↗

English

concerning the 50000. rupees, which they, at the request of this Government by secret letter of 11. October 1785. in the name of Anta Sitti, have borrowed for this government at one per cent interest, but that their honors are entirely unable to raise that capital, with a request therefore, to enable their honors to make this repayment, also reporting that there the piastres are current at 2 1/50. rupee or 63. stuivers, and the Tuticorin pagoda at 3 1/5. rupee or 102. stuivers. It was deliberated thereon and taken into consideration that one is currently entirely unable to provide the aforementioned borrowed capital to the Ministers, through the lack of the funds that, according to the instruction of the Lords Superiors, by letter of 3. September 1789. were to be sent hither from Batavia, and that one cannot even count on that for this year, since Their High Nobles by letter of 26: May last have written to have detained even the 69. barrels of gunpowder sent out for Ceylon, on account of great scarcity. And it was therefore approved and agreed to give notice thereof to the Ministers, with a request to cause an assignment on the Company to be offered to the Lenders of the aforementioned 50000 rupees in payment of this debt, to be paid in the Netherlands in cash after the spring sale of 1792. or after the spring sale of 1793: provided that in the latter case an annual interest at 4. per cent be paid to them; and to inform their honors that if the Creditors do not desire such assignments, this Government will then see to what extent it may be possible to send a consignment of the pagodas intended for the linen trade, from time to time according to the stock, toward the repayment of the aforesaid debt, at the price of 3 1/5: rupee or 102. Indian stuivers per pagoda. Thus done and resolved in the castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret 1785 Monday the 4 October 1790. Present. The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaffe The Honorable Lord Head Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adriaan Vollenhove The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engelbert Holst The Honorable Colonel Joh: Ph: Chr: Filenius The Honorable Secretary Bened=s Lamb: van Zitter all absent due to indisposition. The Lord Governor, regarding that which was ordered by Their High Nobles by secret letter of 18. June last on the occasion that the same have disapproved the contract entered into with the English Captain Hollings, requested the members of the Council to declare themselves frankly and without any reservation, who thereupon collectively as well as individually testified that the Lord Governor, according to the view of this assembly, has in no case made any proposition to the Council other than those that conform to the intention of the positive orders of Their High Nobles, adapted to the circumstances of the time; and that as far as concerns in particular the contract with Captain Hollings, it was always within the power of the Company to return the money received in specie with the same interest that the Company pays on the Madura coast, if it should have found itself unable to fulfill it in goods, and that thus the very worst outcome of the contract would still always have been equal to the simple negotiating of money on the Madura coast, on that footing as has had to be done until now, and on which footing the Company is still a considerable amount of money in arrears, which not only could not yet be paid, but with which one even tried in vain to negotiate some more in order to keep the trade going, which, as soon as the gold received shall have been spent, will now have to stand still until one shall be provided anew with gold by the forthcoming ships; that moreover it was stipulated in this contract that the payment of the goods had to be made in pagodas, and that if one had not needed them for trade, one could have had the same transferred to Ceylon, where at least 40. per cent could have been gained on them; that finally it was stipulated therein that what could not be fully delivered in some goods could be supplemented with other articles, of which it is understood to keep this record. Thus Done and Resolved, castle of Colombo on the day, month and year aforesaid. Secret Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Thursday the 7. October 1790. Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Lord Head Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretz The Honorable Tuticorin Chief Resident Martinus Mekern The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engelbert Holst The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adriaan Vollenhove The Honorable Colonel Joh: Ph: Chr: Silenius The Honorable Secretary Bened=s Lamb: van Zitter absent due to indisposition. Was read a secret letter received today from Galle dated the 5. of this month with its enclosures, consisting of

Dutch transcription

ken om de 50000. ropijen, die ze op 't verzoek deezer Regerring bij secreeten brief van den 11. 8ber. 1785. op den naam van Anta Sitti voor dit gouvernement hebben geleend teegens een p=r C=o intrest dog dat hun edelens volstrekt onvermogend zijn om dat Capitaal op te brengen met verzoek derhalven, om hen edelens tot dis afbetaaling in staat te stellen onder be„ richt teffens dat aldaar de peasters tegens 2 1/50. ropij of 63. stuyvers, en de tutukorijnsche pagood teegens 3 1/5. ropij of 102. stuijvers gangbaal zijn Js daar over gedelibereerd en iagting genomen dat men tans volstrekt onvermogend is, om 't voorschreeve geleend Capitaal aen de Ministers te bezorgen, door 't gemes van de gelden, die volgens aan„ schrijven van de heeren Majores, bij missive van den 3. 7ber 1789. van Batavia herwaarts zouden worden gezon„ en. 5284 „den en dat men zelfs daarop voor dit jaar geen staat schijnt te moo„ gen maaken, vermits hunne hoog Edelheeden bij missive van op IL: hebben geschre„ den 26: maij „ ven zelfs de voor Ceilon uijtgezon„ dene 69. vaaten druijten, mit hoofde van groot gebrek, te hebben aangehouden. En is derhalven goedgevonden en verstaan, daar van kunnis te geeven aan de Ministers, met verzoek om aen de Leenders van voorschreeve 5000 ropijen, in betaaling van deeze schuld; te doen aantebieden assignatie op de Compenie, om in nederland betaald geld te worden om geld, naar de voorjaar sche verkooping van 1792. op na de voorjaarsche verkoop. verkoop van 1793: mitts in het laaste geval aan hun een Jaar intrest W d teegens 4. precent betaald en hun edelens daar bij te informeeren dat indien de Crediteuren zodanige assig„ natien niet begeeren; deeze Re„ geering als dan zien zal, m„t hoe veer het mogelijk zij, om van de pagooden, bestemd voor den lijwaat handel, naar maate van den voor„ raad, van tyd tot tyd een parthij 7 te zenden, ter afbetaaling van voorsz: schuld, teegens den prijs van 3 1/5: ropij of. 102. indische stuijvers de pagood Aldus gedaan ende geresolveerd in 't kas. teel kolombo ten daege, maand, en jaare voorsz: Secrete 1785 Maandag den 4 octobera 1790. Present. Den welEd: groot agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaffe D: E: Heer Hoofdadministrateur M:r Christiaan van Angelboek Diederig Thomas Fretz D: E: Dessave. D: E: Eerste Pakhuismeester. . . Johannes Reintous. D: E: Negotie Boekhouder. . . Abraham Samlant Mr. Johanns: adrians Vollenhove D: E: Fiscaal - - Absent Joh: Ph: Chr: Filenius Bened=s Lamb: van Zitter alle mits i dispositie.. D: E: Zoldij Boekhouder - - - - - . Gekttil Engel: Holst. P: E: Collonel E: E: Secretaris De Heer Gouverneur heeft nopens het ge„ ordonneerde door Hunne Hoog Edelheeden bij secreete missive van den 18: ' Junij schee„ „den, ter geleegentheid dat Hoogst Secreete Resolutie ge„ noomen in Raade van Ceilon deselve op - dezelve hebben afgekeurd het aangeque„ „ne kontract met de Engelse kaptijn Stollings, VE: leeden vande Raad verzop zig rondborstig en zonder eenig agterhout„ dentheijd te verklaaren, die daar op zoo ge„ „zaementlijk als hoofd voor Hoofd heb„ ben betuijgd, dat den steek Gouver„ „neur waar het inzien zee zek vergadekin in geen geval eenige propositie aan de Raad heeft gedaan, dan zulke die over„ „eenstemmen met de intentie der positive orders van H: H: E: geschikt na de onstandigheeden des tijds en dat wat in het bijzonder 't kontrakt met kapitijn Hollings aangaet, het altoos in het vermoogen stond van de komp: om het ontvangen geld met den Zelfden intrest, die de komp: op de Mabureesche kust 5288. kust betaald, terug te geeven in spikte, wanneer ze zig buijten staat mogte hebben bevonden om te vol„ „doen in goederen, en dat dus de allersleijste uijtkomst van het kontract, nog altoos zoude hebben gelijk gestaan met het eenvoudig negotieeren van geld op de Madureesche kust, op dien volt, als dat tot nog toe heeft moeten worden gedaan en of welke voel„ de komp: als nog een heele paatij geld ten agteren staat, dat niet alleen nog niet heeft kunnen worden voldaen, maar waar bij men zelfs te vergeefs gezogt heeft, nog wat te negotieeren 1 om den handel gaende te hou„ dra „den, die zoo var het ontfan„ „gene goud zal zijn uijtgegee„ „ven, nu zal moeten stilstaen„ tot tot dat men niet de aanstaende baaken zal op nieuw van goud zijn voorzien; dat boven die bij dit kontract was bedongen, dat de betaeling der goederen moeste worden gedaan in pagooden, en dat zoo men die ook voor den handel niet hadde noodig gehad, men dezelve hadde kunnen laeten over noomen na Ceilon, wanneer daar op te minsten 40. p:r C=o hadden kunnen worden gewonnen, 6 „dat eindelijk daer bij was bedongen, dat het geene aanzommige goederen niet konde worden vol uijt geleeverd, konde worden gesuppleerd met andere ak„ „tihelen, waar van verstaen is deeze aanteekening te houden. Aldus Gedaan ende Geresolveerd; kasteel kolombo ten daege, maend en zaare voorsz: secreete 5287. secreete Resolutie ge„ „noomen in Raade van Ceilon Donderdag den 7. october 1790. Present Den WelEd: groot Agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff : E: Heer hoofdadministrateur Mr Chaistiaan van Angelbeek Diederich Thomas Faetz P: E: Dessave Mr: Johanns abraans vollenhove Absent Joh: Ph: Chr: Silenius Bened=s Lamb. van Zitter. mits indispositie. I: E: Tutucorijns opperhoofd. - - - - Martinus Mekern. D: E: Negotie Boekhouder. . . - Abraham Samlant E: E: Zoldij Boekhouder. . . . . . Gerrit Engel Holst. D: E: Collonel. D: E: Secretaris - - - - D: E: fiscaal D: E: Eerste Pakhuismeester. . . . . Johannes Reintous Is geleezen een op heeden van Ga„ le ontvangen secreeten brief van den 5. deezer met dies bijlaegen, bestaande in len of -

NL-HaNA_1.04.02_3892_0380 view scan ↗

English

A copy of a letter written by the Honorable Matara Dissava Raket to the Galle servants on the 4th of this month, and A copy translation summary of an ola letter written by Don Simon Wieje Coendere Abenacke Mohandiram, Head of the Kandebodapattu, to Don Petrus Abe Jesikiwardene Ilangakoon, Mudaliyar of the Atapattu and First Interpreter at the Porta of the Honorable Matara Dissava, the aforementioned letter of the servants stating that the Honorable Dissava Raket, in his aforementioned letter, informed them that Aladoegodde Appu and Bandewokke Aratchi, accompanied by six Kandyan men, have returned to the Matara Dissavony and are doing everything possible to cause a rebellion and gathering among the inhabitants once again. That the Honorable Dissava, in order to apprehend these rebels, gave some armed men to the Mudaliyars De Saram and Tillekeratne at their request, his Honor requesting to be allowed to send out stronger commandos in case the mutinous band, which had already grown to seventy men, should increase. That the Mohandiram and head of the Kandebodapattu, in the aforementioned ola, informed that Madoegodde Appu and his associates passed through the Kandebodapattu and incited the inhabitants to a rebellion, he requesting to know what he is to do should Madoegodde Appu and his associates appear in his Pattu again. That the servants, in a meeting expressly held for that purpose, deliberated on the contents of the Honorable Raket's aforementioned letter and decided to write to his Honor, as was also done: 1. That they consider what his Honor has seen fit to carry out as communicated beforehand, and sincerely look forward to a good outcome from it. 2. That they recommend his Honor to proceed in this matter with all possible policy and caution, in order to prevent the Dissavony from being thrown into revolt once again, taking well into consideration the difference there is between an actual gathering of many conforming inhabitants from different provinces, and the rebellion of some mutinous fellows, like Madoegodde Appu and his followers, and as formerly took place at times in Malimbada and Kongala in isolated cases now and then; 3. That they leave it to his Honor to judge what ought to be done in this matter, as he is able to judge the actual state of affairs best from nearby. 4. That they recommend his Honor to proceed very cautiously with the sending out of military men and not without calm deliberation, and above all not to expose people unnecessarily, taking into consideration that if it is merely to apprehend Madoegodde Appu, the men already sent out and a party of lascorins, well led, are sufficient. But that if the inhabitants were truly to start a rebellion, which God forbid, then the sending out of small commandos would likely be fruitless, as experience has taught. 5. That they authorize his Honor, should he find it advisable, to place a monetary bounty, even up to one thousand rixdollars, on the person of Madoegodde Appu. 6. That they offer his Honor two members from their assembly anew in order to assist his Honor in the decisions to be taken. 7. That they will furthermore gladly extend to his Honor all further assistance that might depend on them, and 8. That they are of the opinion that Madoegodde Appu and his companions can easily be apprehended if the heads of the provinces, who have hundreds of lascorins and many other inhabitants under their command, are truly intended to master this Madoegodde Appu. That his Honor should confer with the heads about this, and indicate to them that they will make themselves highly suspect and even accountable should Madoegodde Appu escape again this time, which is practically impossible unless the heads turn a blind eye to it. Whereupon, after deliberation, it was resolved and agreed to write to the Galle servants that the report of the Honorable Dissava Raket mentioned in his aforementioned letter, namely that upon receiving the news that Madoegodde Appu and Bandewokke Aratchi had not only returned to the Matara Dissavony, but were also actually engaged in stirring up unrest anew, he had, with the advice of Mudaliyar Ilangakoon and other native heads, given to the Mudaliyars De Saram and Tillekeratne two small military detachments to take the aforementioned rabble-rousers and if possible also some of their scum into our custody, was evidently made to the servants not only so that they would have knowledge thereof, but especially in order to receive therefrom their approval and further such orders as could serve for his further instruction in this matter. That the servants' answer sent thereupon to the aforementioned Dissava, stating that they consider what his Honor has seen fit to carry out as communicated beforehand, is consequently entirely improper. That

Dutch transcription

Een afschrift van een brief door den E: Matureesche Dessave Raket aan de Gaalsche bedienden den 4.' deezer geschreeven, en Een kopij Translaat korte in houd van een brief olu door Don Simon Wieje Coendere Abenacke Mohandikame Hoofd van de kande badde pattoe geschreeven aan Don Petrus Abe Jesiki wardene Clangakoon, Modliaar der atte pattoe en eerste Tolk aan de Porta van den 8: Matureesche Dessave, houdende voorm der bedienden brief, dat den E: Dessave Raket bij desselfs voorsz: brief aan hun bedeeld heeft, dat Aladoegodde appoe, en Bandewokke arkaatje, verzeld van zes kandiaenen in de Matureesche Dessavonie terug gekeerd zijn, en alles in 't werk stellen om 5738. om weder een opstand en zaa¬ menrotting onder de Jngezee„ „tenen te veroorzaeken. Dat de E: Dessave om deeze rebel„ „len op tevatten aande Modlicates De Saram en Tillekekatne eenige gewapende manschappen op hun verzoek gegeeven heeft, ver„ „zoekende zijn E: omsterker Comman „dos te mogen uijtzenden, in geval„ „le de mui tende bende, die reeds tot seventig man aangegroeid was mogte toeneemen. Dat de Mohandiram en hoofd van de kan de badde pattoe, bij voorm: ola bedeeld heeft, dat Madoegodde appoe C: s: de kandebadde pattoe gepasseerd is, en de ingezoetenen tot een opstand heeft aangezet, verzoekende hij te moogen weeten, wat hem te doen staat, indien : indien Madoegodde appoe C: S: weder in zijn Pattoe mogte verscheinen. Dat de bedienden in een expres ten dien einde gehoudene vergade„ „king, over den inhoud van des E: Rakets voorsz: brief gedelibereerd en beslooten hebben zijn E: aante„ schrijven, gelijk ook is geschied. /:/ Dat ze het geen zijn E: goedge„ „vonden heeft te bewerk stel„ „ligen, voorgecommuniceerd. houden, en hartelijk een goed gevolg daar van te gemoed zien. 2:/ Dat ze zijnE: aan recommandee„ „ren, om met alle moogelijke be„ „leid en voorzigtigheid in deezen te werk te gaan, ten einde voor te koomen dat niet andermaal de Dessavonij en oproek gezaeke, wel overweegende het onderscheid dat er is 5283. is tusschen een werkelijke te zaa„ men rotting van veele overeenstem„ „mende, Jngezeetenen, dit verschei„ de provintien, dan wel 't rebel„ leeken van eenige muit zieke knaapen, gelijk Madoegs de appoe„ en zijn aanhang, en gelijk eer„ tijds wel te Malimande en koongelle, bij enkelde gevallen nu en dan heeft plaats gehad; 3:/ dat ze zijn E: overlaaten te beoor„ „deelen, wat in deeze diend gedaan te worden, als van na bij het lest over de wezentlijke gestelt heid van zaaken kunnende oordeelen. 4:/ Dat ze zijnh, aan rekomman„ „deeken om met het uit zenden van militaiteen zeer voorzigtig en uit„ zonder een uijt bedaard overleg te werk te gaan, en vooral geen volk onnog „dig „dig te exponeeren, in aanmercking neemende: dat zoo het slegts is, om Madoegodde appo op te vatten, die reeds uitgezondene man„ „schappen en een partij lascorijns wel aan „gevoerd, toerijkende zijn. Dog dat indien werklijk de ingezeetenen een opstand maek „ten, dat God verhoede, als dan het uitzende van kleine Commandos waarschijnlijk vrug teloos zoude zijn, gelijk de onder vinding heeft geleerd. 5:/ Dat ze zijnE. qualificeeren, zulks geraa„ „den vindende, een premie van geld, zelfs tot een duijsend rd=s toe op den perzoon van Madoegodde appoe te stellen. 6: / Dat ze zijn E: twee laeden uit hunne ver„ „gadering op 't nieuw aan bieden om zijn E: in de teneeme „ne besluiten te kunnen assistee„ „ken. 7:/ Dat ze zijnE: voorts alle verdere assis„ „tentie 5230. „tentie gaarne zullen laeten toekoomen, die van hun mogt afhangen, en 8:/ Dat ie van beghip zijn, dat Madoegoede afpre „ zijne metge zetten, gemaklijk kunnen opge„ „bakt worden, indien de Heofden der provin„ „ien, die 100: randses lascorijns en nog veele an„ „deke, ingezeelenen onder hun bevel hebben; wek, „kelijk g'intentioneerd zijn, om deezen Madvegoede appoe neester te worden. dat zijn E: hier over „de Hoofden diend te onderhouden, en hun aante„ „duiden, dat ze zig ten hoogsten susbect zelfs verantwoordelijk zulen maken, indien Madregodde appoe het deeze reize weder mogte ontkoomen, 't welk genoog „zaem onmogelijk is, indien zij hoof„ de zulks niet oogluikende toelaaten. Waar over gediligekeerd zijnde is goedgevonden en verstaan de Gaalsche bedienden aante schrijven dat 't berigt van den E: Eessare Raket bij desselfs 2 voorm: brief vermeld, dat bij namentlijk op de erlangde tijding, dat Madoegodde appoe en Badde wokke araatje in de Matureesche Lassaronij niet alleen waeren teruggenomen, maer ook werkelijk bezig waaren, om op nieuw on„ „rust te stooken met overleg vande Modlcaar J „langakoon en andere inlandsche Hoofden, aan de Modliaars de Caram en Jillekekatne had„ „de gegeven twee kleine militaire de tachemen„ „ten, om gem: roervinken en was het mooge„ „lijk ook eenige van hun gespuijs, in onze wagt te krijgen, blijkbaar aan de bedienden is gedaan niet alleen op dat ze daar van zouden kennis draegen, maer inzonderheid, om daar of van hur te ontvan„ „gen derzelver goedvinden en voorts zodanige bevee„ „len als in deezen zoude kunnen strekken tot zijn ver„ „der instructie Dat der bedienden antwoord daarop aengem: Lessa„ „ve gezonden, dat ze 't geene zijn E: goedgevonden heeft te bewerkstelligen, voorgecommuniceerd hou„ den, mits dien gants niet passelijk is. Dat

← previousnext →