Inventory 3892
Ceylon · 900 pages · 127 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
That the servants would have done better to give to the aforementioned Dessave a definite answer to his question for positive orders, in case the principal native Chiefs should happen to request him for a stronger detachment up to the number of 40 to 50 heads under a European officer, in order to disperse the mutinous band, rather than to brush him off with convoluted remarks and recommendations from which one can expect little else than that they will have placed the Dessave in considerable embarrassment, and that they especially can give rise to indecision, which on this occasion could bring terrible consequences in its wake. That this government particularly does not see what purpose will be served, for the Dessave on this occasion, by the servants' recommendation that he should carefully consider the difference that exists between an actual gathering of many consenting inhabitants from different provinces and the rebelling of a few unruly knaves, like Madoegodde appoe and his followers. That it goes without saying that Madoegodde appoe and his followers must be stopped in their evil intentions the sooner the better. That, therefore, it could not be a point of consideration among the servants whether or not this should be done, and this government thus does not understand how they could have found difficulty in strictly authorizing the Dessave, upon his specific question in the case presumed by him, to send out a detachment of 40 or 50 heads under a European officer to disperse the mutinous band, and even of a stronger detachment if it were necessary. That this government expects that the servants will let this remark serve for their guidance, and finds nothing further to remark upon the sending of a couple of council members other than only that, in circumstances like these, prompt executions of what must be put to work at that very moment are more appropriate than long-lasting consultations. That this government can hardly understand how Madoegodde appoe has dared to risk returning to the Mature Dessavony, but what surprises it in particular is that Don Simon Mohandiram and chief of the Kandebadde pattoe now still asks for orders as to what he is to do if the aforementioned Madoegodde appoe and Baddewokke araatje, whom he allowed to pass unhindered through the Kandebadde pattoe, should appear in his pattoe again, whereas this government believed it could rest assured that the servants would have taken care long since to have him and all other Chiefs of the korles and pattoes properly instructed on that matter: That if this has happened, as this government thinks it ought not to doubt, the statement of this Don Simon in his ola, that he has had no orders on this matter up to now, would be so suspicious that one could not help thinking that he is in league with Madoegodde appoe and Baddewokke araatje. That this very natural remark certainly cannot have escaped the servants, and it therefore surprises this government all the more that nothing is said to clarify this in their aforesaid letter. That the servants must report what has been undertaken by them against Madoegodde appoe after he cleared out of Gale, and that copies of the orders that have since been dispatched by them regarding him to Mature must be sent along therewith, both before and after the receipt of the secret letter of this government of 5 September 1752. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret Resolution Taken in the Council of Ceylon. Saturday the 9th of October 1790. Present: The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff; The Honorable Lord Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek; The Honorable Colonel Joh: Ph: Chr: Tilenius; The Honorable Dessave Diederig Thomas Fretz; The Honorable Tuticorin Chief Martinus Mekern; The Honorable First Warehouse Master Johannes Reinjous; The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant; The Honorable Fiscal Mr. Johanns. Adrians. Vollenhove. Absent: The Honorable Secretary Bened:ks Lamb: van Zitter, on account of indisposition; The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. Read an individual letter from the Honorable Tuticorin Chief Mekern of the 3rd of this month, wherein he communicates: That His Honor, in fulfillment of the objective of this government mentioned in the secret resolution of 10 September last, had paid a visit to Tirnevelli, and that His Honor had judged this all the more necessary because the Nabab's Agent had privately notified him that the Nabab had sent an embassy to the English Lord Governor General in Bengal, whereupon everything could easily be overturned and the Nabab restored to the government of his lands.
Dutch transcription
5231 Dat de bedienden beter zoude gedaan hebben aen gem: Lessare te geeven een behaald aantwoord op zij„ „ne vraege om stellige ordre, ingevalle de voor„ „naeme inlandsche Hoofden, hem om een sterker kommando tot 40. â 50. koppen en getal onder een Europees officier, kwaamen te verzoeken, ten einde de muitende bende te verstrooijen, dan om hem afte scheepen, met ingewikkelde aanmerkingen en rekommandatien waar van men niet veel anders ka„ verwagten, dan dat Leden dessave in merkelijke verleegentheid zullen hebben gebragt, en dat ze inzonderheid aanleijding kunnen geven tot beslui„ „tenloosheid, die ter dee zet geleegentheid verserre„ „lijke gevolgen zoude kunnen na zig sloepen. Dat deeze regeering en zonderheid niet ziet waartoe den Dessave, in deeze geleegendheid, strekke zal der bedienden aanbevaeling van wel te moeten overweegen het onderscheid dat ha is tusschen een werkelijke zaamenrottingg van veele over een„ stemmende ingezeetene, uit verschide provintie 4 en het rebelleeren van eenige wijnige natuil zieke knaapen, gelijk Madoegobde appoe en zijn aanhang. Dat 't van zelve spreekt dat Madoegodde apposen zijn aanhang hoe eer zoo beelete in hunne boose voor„ „neemens moeten worden gesluijt. Dat 't mits die bij de bedienden geen poinkt van bedenking. konde uitmaeken, of dit alof niet zoude wor„ „den gedaan, en deeze regeering dus niet begrijffet hoeze swaarigheid hebben kunnen vinden om den Dessave op zijn speciaale vraage„ „ het door hem veronderstelde geval, stellig te qualificeeren tot 't uitzenden van een deta„ „chement van 40. of 50. koppen onder een Euro„ „pas afficier, om de muitende bende te verstrooi en, en zelfs van een steaker de tachement zoo het noodig was. Dat deeze regeering verwagt dat de bedienden zig deeze aanmerking zullen laeten strekken tot narigt, en vind op 't zenden van een paer raadsleeden voorts niets aante mekken dan alleen 5232. alleen, dat i geleegentheeden als deeze, meer te pas koomen daadelijke uitvoeringen van 't geene voor dat oogenblik moet worden te werk gesteld, dan lang duurige raadpleegingen. : Dat deeze regeering kwalijk kan begrijpen hoe Madoegodie appoe 't heeft durven waeg, om wederom in de Matureesche Zessavonij te koomen, dog 't geen haar inzonderheid verwondert, dat Don Simon Mohandiaam en hoofd van de kande badde paltoe„ nu nog om order vraegt wat hem te doen staet indien gem: Madoegodde appoe en Badde wokke arret„ je, die hij door de kandebadde pattoe ongemoeid heeft laeten passeeren, wederom in zijn kaltoe mog„ ten verschijnen, daar deeze degeeking den ht hun te moogen verzeekert houden, dat de bedienden reeds langer zullen hebben zorggedraegen om hem e alle andere Hoofden van de korls en pattoes, of dat sluk behoorlijk te doen instrueeren: Dat indien dit is geschied, gelijk deeze regeering derckt daar aen niet te moogen twijffelen het zegge van deeze deeze Don Simon bij zijn ola, dat Hty op dit stuk tot nog toe geen order heeft, zoo nadenkelijk zoude zijn, dat men niet zoude kunnen nalaeten te den ki„ dat hij 't met Madoegodde appoe en Baddewokke araatje eens is. Dat deeze zeer natuurlijke aanmerking de bedienden ze korlijk niet kan zijn ontslipt, en het deeze regeering daarom te meer verwondert, dat ter opheldering van die bij voorsz: hun brief niets word gezegt. Dat de bedienden moeten berigten, wat door hun is te werk gesteld, tegens Madoegodde appoe nadat hij zig van Gale heeft weg gepakt, en dat daar bij moeten worden gezonden kapijen dek orders die door hun nopens hem zedert na Matiere zijn uitge„ „vaerdigt zoo voor als na den ontvangst van de se kreeten brief deezer regeering van den 5:' 7ber: 1752. Aldus Gedaan ende Geresolveerden't kasteel kolombo ten daege maand en Jaare voorsz: secreete 5293. Saturdag den 9. ' octob: 1790 Present Den Wel Ed: groot Agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff: De E: Heer Hoofdadministrateur M=r Christiaan van Angelbeek De E: Collonel. . . . . - - - Joh: Ph: Chr: Tilenius De E: Dessave Diederig Thomas Fretz T E: Tutucorijns opperhoofd. . . - - Martinus Mekern De: E: Eerste Pakhuismeester. . . . Iohannes Reinjous De E: Negotie Boekhouder - - Abraham Samlant, De E: Fiscaal Mr. Johanns. adrians. Vollenhove Absent. Bened:ks Lamb: van Zitter mits in dispositie. De 8: Secretaris. De E: Zoldij Boekhouder - - - - Gerrit Engel Holst Is geleezen een aparte brief van het E: Tutic Corijns opperhoofd Mekern van den 3e. deezer, waar bij den¬ „zelven bedeeld. Dat zijn E: in voldoening van het oogmerk deezer re„ „geering, vermeld bij secreete resolutie van den 10. Zeptem„ „ber J: L: een visite te firnevelli had afgelegd, en dat zijn E: dit te noodiger had geoordeeld, wijl 's Nababs A„ „gent hem in het partikulier had kennis opgeeven„ dat de Nabab een ambassade aan den Engelschen Heer Gouverneur Generaal in Bengalen had ge„ zonden, waar op ligtelijk alles omgekeerd ende Nabab in de regeering van zijne landen hersteld Secreete Resolutie Genoomen in Raade van Ceilon zoude n .. op.
English
could be: That he had had an interview with the Nabob's Agent and directly asked him whether he, on behalf of the Nabob, wished to proceed with us to the leasing of the chank fisheries and the inspection of the pearl banks, but that he had replied to this that he had already clearly declared by his letter of the 30th of August that he could no longer enter into any transaction of affairs, and that to the question of whether orders to that effect had been given to him by the Nabob, he had answered that he ministerially had not the least orders from the Nabob, but that he had seen publicly announced by the town crier of Madras that the English government had obtained means to take the administration of the Nabob's lands unto itself, that he had seen the same put into execution, and heard that it had been published that all inhabitants henceforth had to obey the English Company, that he thought he neither could nor might oppose those measures, and thus further declared that he considered himself unauthorized to enter into any measures with us on behalf of the Nabob. That the Chief, the Honorable Mekern, had also had an interview with the new superintendent, Mr. Torin, and requested of him some explanation of his letter, whereby he had communicated that the Government of Madras had introduced the English administration into the Nabob's lands, and to declare himself upon these two questions: 1. Whether the English Company now considered itself to be full Master of the realm of Carnatica, and if not, whether then in the second place Mr. Torin could show him proof from the Nabob whereby he consented to the administration of the English Company over his lands; and that Mr. Torin had thereupon frankly declared that they had placed themselves in possession of his lands against the will of the Nabob, and that they had even had to use force in some places; that this, however, had not happened with the intention of depriving the Nabob of his lands, nor to usurp the sovereignty thereof, but solely to secure for themselves the revenues for the discharge of the capital sums, for the satisfaction of which the Nabob had bound himself and in which obligation he had from time to time remained in arrears; that furthermore the Nabob had until now given no order to his servants in the country to make account and transfer to the English, but that this order would presumably arrive in a few days, and that should the Nabob remain completely obstinate, in such case more detailed orders would be given by the government according to which he would have to conduct himself in all circumstances as soon as the reply from Bengal should have arrived regarding the embassy that the Nabob had sent to Lord Cornwallis. That whereas now the inspection of the pearl banks and the leasing of the chank fishery could be postponed without any disadvantage until the end of this month, the Chief, the Honorable Mekern, requests further orders and specifically whether, if affairs between the English Company and the Nabob should remain in the same state in which they are until the end of October, the English will have to be invited to the inspection of the pearl banks and to the diving of the chanks, or whether the servants will let the inspection of the pearl banks and the diving of the chanks take place alone and without the intervention of the English or of the Nabob. That the Honorable Mekern furthermore showed by the aforementioned letter that this change of government gives a great prospect that all vexations that took place under the Nabob's government will cease at once and the Company and its privileges will be maintained; but that the right to the exclusive trade is in great danger of being lost through a continuous lack of money, as proposals have already been made and trials also undertaken by the English Company a few years ago to establish a trading post at Kayalpattinam, the delay of which must be attributed to the contracts that were made with Messrs. Dent and Buchanan, the Honorable Mekern therefore strongly urging a continuous supply of money, as in his thoughts the only means to maintain us in this right. That his Honor, since all the money will be spent by the ultimate of November and the servants will thus need a good sum to keep the trade going until the coming month of August, in hopes of favorable interpretation, had postponed until further orders the recommended notification to the directors of the Bank at Madras not to accept any money from the English merchant William Hollings, since this government had revoked the commission given to the said merchant to procure some money in the said bank on behalf of this government, in case this government might see fit to accept that money from the merchant Hollings after all, which would come uncommonly in handy. Whereupon deliberated and taken into consideration: 1. That the Nabob has already long been brought by the English to such subjection that the English are in effect master of the Nabob's
Dutch transcription
zoude kunnen worden: Dat hij een onderhoud met 5 Nababs Agent had gehad en denzelven direkt afgevraagd, of hij van wegen den Nabab met ons wilde treeden, tot de verpagting van de sjankoosduijkerijen de vist„ „tatie van de paarlbanken, maar dat Hij daar op had geantwoord, dat hij bij zijn brief van den 30. Augs zig reets duijdelijk verklaard had, dat hij in geene behandeling van zaeken meer konde treeden, en dat hij op de vraage op hem daartoe orders van den Nabab waren gegeeven, antwoord had nae, dat hij ministe„ ricel geende minste ordres van den Nabab had„ maak dat hij bij den koekiek van Madras publiek had zien bekend maeken dat 't Engelsch gouver„ nement middelen had bekoemt om de administratie van 's Nababs landen na zig te neemen, dat hij de zel„ „ve had zien tet uitvoer brengen, en gehoord, dat 'er gepr„ „bliceerd was, dat alle ingezeetenen voortaen de Engel „sche Comp: moesten gehoorzaemen dat hij meende zig tegen die te maatreegelen niet te konnen, nog te moogen verzetten, en dus nader verklaarde, zig onbevoegd te agte om met ons in eenige maatreegelen van weegen den Nabab te treeden. Dat het opperhoofd DE: Mekern ook met den nieuwe superinrendant den Heer Forin een onderhoud had gehad, en dezelven verzogt eenige verklaaring van zij /4 brief, waarbij Hij bedeeld had dat 't Gouvernement van Madras S Nababs landen de Engelsche almi„ nistratie had g'introduceerd, en om zig te verklaa „ren op deeze twee vraegen. 5234. 1:/ of de Engelsche komp: tans zig reekerde vollee„ dig Meester te weezen van het rijk van karna„ „tika, en zoo neen, of dan in de tweede plaats de Heer Torin aan hem konde vertoonen een bewijs van den Nabab, waar bij hij bewilligde in de admi¬ „nistratie van de Engelsche Comp: over zijne landen, en dat de Heer Toris daarop vrij uit had verklaard, dat zij tegen den wil van den Nabab zig in de „passessie van zijne landen hadden gesteld, en dat zij 58 zelfs of zommige plaatsen geweld hadden moeten gebruike, dat dit egter niet geschied was met 't oogmerk om den Nabab van Zijne landen te behooren, nog om zig de souvereiniteid daar van aantemaa„ tigen maak alleen om zig te verzeekeren van de in„ komsten tot voldoening vande kapitaalen, tot wel„ „ker voldoening den Nabab zig verbonden had en in welke verbintenis, hij van tijd tot tijd agterlijk was geblee„ ven, Dat voorts den Nabab tot nu toe geen ordre had gegeeven aan zijne dienaaren en het landomaande Engelsche reekening en transport teboen, maar dat deeze gen deeze ordre vermoedelijk en weinige daegen zoude koo„ men en dat zoo den Nabab geheel mogt halstgurig lijve„ in zulk geval, omstandiger ordres van het gouverne„ „ment zouden worden gegeeven waar na hij zig in alle omstandigheeden zouden moeten bestieren zoo dra het antwoord van Bengale zoude zijn gekoomen; op de ambassade die den Nabab aan Lord Cornwallishad gezonden. Dat wijl nu de visitatie van de paarlbanken en de verpagting van de sjankoos duijkerij tot in 't laast van deeze maand zonder ee„ nig nadeel konde worden uijtgesteld, het opperhoofd DE: Mekern om nadere ordres vraegd en bepaaldelijk, of indien de zaeken tusschen de Engelsche Comp: en den Nabab tot het laast van 8ber: in den zelven staat, waarien ze zijn, mog„ ten blijven, de Engelschen zullen moeten worden genoo„ „digd tot de visitatie vande paarlbanken en tot de duijkelij vande sjankoosen, dan wel of de bedig= „dens en de visitatie der paarlbanken en de duijkerij dek 5295 dek sjankoos allee en zonder tusschen komst van de Engelschen of van den Nabab zullen laeten geschieden. Dat den E: Mekern verder bi voorm: brieff heeft vertoond, dat deeze veranderring van regeering een groot uitzigt geeft, dat alle kwellingen die onder de Nababs regeering hebben plaats gehad, op een maal zullen op houden en de Comp: en derzelver privi„ „legie gehandhaafd;, maar dat het regt tot den exclusive handel door geduurzaeme geldeloos„ heid, i groot gevaer is, om verlooten te gaen, alzo bij de Engelsche Comp: voor eenige Jaaren reets voorsla„ „gen gedaen en ook soroeven genoomen zijn, om een handel kantoor te kailpatnam of terigten, waar van de agterblijving moet worden toegeschreeven aan re kontracten die met de Heeren Dot en Buchaanan gemaekt zijn, dringende den E: Mekern hierom kragtig aan, om een geduur„ „zaemen voorraed van geld, als na zij gedagten 't eenige middel om ons in dit regt te maintineeren. Dat zijn E: wijl al het geld met ult„o Novemb: zal zal uitgegeeven weezen en de bedienden dus een goede som zullen nodig hebben, om den handel tot de aan-staande maend Augustus gaende te houden, in hoope van welduiding, de aanbevoolene aan„ „schrijving aan de direkteuren van de Bank te Madras om geen geld vanden Engelsche korp„ man William Hollings te accep teeken, alzo deeze regeering de kommissie aan gem: koopman opgedraegen om in gem: bank te bezorgen eenig geld ten behoeve van dit goe„ „vernement weder heeft opgezegt tot na„ „deke ordre had uitgesteld, of deeze regeering mogt goedvinden om als nog dat geld van den koop„ man Hollings aanteneemen, 't welk ongemeen zoude te pas koomen. Waar over gedelibereerd en in agting genoomen zijnde 1: Dat de Nabab reets lange door de Engelschen tot zulk een onder werking is gebragt, dat de Engelschen in effekte meester zij van 's Nababs
English
5135. Nawab's lands, and have left nothing more to the Nawab than the administration of his lands, wherein he has nevertheless been so restricted that he has been unable to negotiate matters of importance with us except through the intervention of the English, just as the last treaty was also concluded under the mediation of the English Governor of Madras, and that it therefore seems to present all the less difficulty to enter into relations with the English, because the Nawab is under the absolute necessity of having to submit to the arrangements made by them in his lands. 2. That the English, who currently find themselves in full possession and administration of the Nawab's lands, are the ones to whom the Company will have to address itself upon occurrences of disputes in the Company's various possessions on the Madura coast, in order to claim its privileges, and that one could do this with little grace without at the same time allowing them, as replacing the Nawab, to enjoy the rights that the Nawab has in our territories. 3. That it is not probable that the embassy of the Nawab to Lord Cornwallis will effect anything, because Governor Medows, who is held to be the active cause of the change made in the government, has now been elevated to Governor General, and that even if one assumes that the Nawab might effect his restoration in Europe, one will nevertheless, even in this uncertain case, have to deal with the English for a considerable time. 4. That although the views of the Honorable Mekern, that a durable supply of money is the only means Section 237. to maintain the Company and its right to the exclusive trade, have appeared entirely well-founded to this government, it finds itself, to its regret, unable to satisfy this. And it is consequently approved and understood to write to the chief, the Honorable Mekern, to request from the English superintendent the arrangements that appear most suitable to him, even if it were only provisionally, so that both the chank diving and the inspection of the pearl banks may take place to mutual satisfaction. That His Honor, for the rest, in occurring disputes with the native servants, which absolutely must be removed out of the way first, must address himself to those who hold the government of the country in their hands. Furthermore, it is understood, considering that it was done with a good intention, to pass over the fact that the Honorable Mekern suspended the instructions given by this government by letter of 9 September last, to notify the directors of the bank at Madras that the commission entrusted to the English merchant William Hollings, to procure cash in the said bank for the benefit of this Government, has been revoked, and that they, the directors, consequently must accept no money from the said Hollings, pending further orders of this government; and to order His Honor to carry out the said instruction at the very earliest. That nevertheless, in order to employ all means within the power of this government not to let the looms stand idle, to authorize the Honorable Mekern, if it can be obtained, to negotiate money at the interest of one percent per month, in proportion as His Honor shall need this, and likewise to make efforts to obtain money or bills of exchange to the Netherlands from the English, as advantageously as can be negotiated. Regarding 5238. the basis upon which Their High Mightinesses have prescribed that this must take place henceforth, it is understood to send to the Honorable Mekern an extract from Their High Mightinesses' most esteemed missive of 31 August last, in order to regulate himself according to it as much as possible. It having also been shown by the Honorable Mekern on this occasion that cloves are currently at so low a price on the opposite coast that they could not even be sold for the Company's purchase price, because foreigners buy them here from the Company and carry them thither and sell them for less, as they find it more profitable than exchanging gold and silver money here for transport, it is after deliberation approved and understood to allow no cloves to be sold here for some time, except only to the inhabitants, so far as they need for their consumption, in order to try whether the price of cloves on the opposite coast might thereby rise. Further, Further, it having been made known by the Honorable Mekern by the aforesaid separate letter of the 3rd of this month, that the Honorable Ordinary Councillor and Malabar Governor Van Angelbeek had written to His Honor that His Honor, because of the small pepper delivery, had this time granted to the King of Travancore only six pepper passes instead of twenty, but that His Honor feared that the six vessels would take in more pepper than the hundred candies permitted to each vessel, with the request in such a case to remove the excess pepper from the vessels. That His Honor, in order to satisfy the object of this requisition, has prescribed what was required to the cruisers by an instruction, which is transmitted in copy and inserted below. Since it is suspected that the Travancore Instruction for the Commander of the cruisers. Section 1:
Dutch transcription
5135. Nababs landen, en aan den Nabab niets meer hebben overgelaaten als de administra„ „tie zijner landen, waar in hij egter zodaa„ „nig is bepaald geweest, dat Hij met ons geen zaeken van aanbelang heeft kunnen verhan„ delen als met tusschen komst van Engelsche, gelijk ook het laaste traktaat onder de mediatie van den Engelsche Gouverneur van Mabras is geslooten, en dat ik derhalven te minder swarigheid schijnt te weezen, om zig met de Engelschen intelaa„ „ten wijl de Nabab i de volstrekte noodzee„ „kelijkheid is, om zig temoeten onderwerpen aan de schikkingen, die door hem in zijne landen worden gemaakt. 2:/ Dat de Engelsche die tam 5 de volleedige passessie en administratie van 's Nababs landen zig bevinden, de geene zijn waarbij de Comp: zig zal moeten adresseeren bij ontmoetingen van verschillen en 's Comp=s: ver„ een n verspheide bezittingen op de Madureesche kust, om derzelver previlegien te reklameeren en dat men dit met wijnig gratie zoude kunnen doen zonder te gelijket tijd hen als vervan„ „gende den Nabab te doen fouisseeren van de regten, die de Nabab en onze tertitoiren heeft. 3:/ Dat 't niet waarschijnlijk is dat de Ambes„ „sade van den Nabab aan Lord Cornwallis iets zal uit werken, wijl de Heer Gouverneur Meadows, die voor de werkende oorzaek word gehoude van de gemaekte verandering in de regeering, tans tot Gouverneur Generael is verheeren, en dat schoon men ook veronder„ „steld, dat de Nabab in Europa zijne herstel„ ling bewerke, men egter zelfsi dit onzeker ge„ val een geruimen teid met de Engelsche zal te doen heb„ ben. 4:/ Dat hoe wel de begrippen van den E: Mekern, dat en geduurzaeme voorraed van geld het eenige mid„ „del § 237. „del is om de Comp: en haar regt tot de erkld„ „siven handel te maintineeren, deeze regeering al„ „lezints gegrond zijn voorgekoomen, ze tot haar loet weezen haar buijten staat bevind om daar van te voldoen. En is mits dien goedgevonden en verstaan het opper„ „hoofd DE: Makerw aan te schuijven: om van den Engelschen supprintendant te vraegen de seschikkin„ „ge, die hem het bekwaamst voorkoomen, al„ waere het ook maak alleen provisioneel, op dat beiden de S Jan kos,duijkerij ende visitatie van de paarlbanke tot weder zeids genoegen ge„ „schieden kan. Dat zijn E: voor het overige in voorkoomende ver„ „schillen met de inlandsche bediende, die volstrekt te eerste moeten worden uit den weg geruimt, zig moet rod resseeren bij de geene die de regee„ „ring van het land in handen hebben. Voorts is verstaan, uit aanmerking dat het met een goed oogmerk is geschied, te passeeren dat den E: Mekern Mekern 't aangeschreevene voor deeze begeeking bij brieff van den 9:' 7ber: J:s L: om aan de direc„ teuren vande bank te Madras kennis te geeven dat de kommissiaan de Engelschen koopman William Hollings op gedraegen, om in gem. bank te bezorge geniggeld te behoeve van dit Gou„ vernement weder is opgezegt, en dat zij diack„ „teurs mits dien geen geld van gemelden stollings moeten accepteeren, tot nadere ordre deezer regee„ „ring heeft uitgesteld, en zijn E. te gelasten om de gem: aanschrijving ten alder eerste te laeten geschieden: Dat egter om alle middelen in 't werk te stellen die in 't vermoogen deezer regeering zijn om de weefgetouwen niet te laeten stilstaen, den E: Mekern te qualificeeren om indien 't te bekoomen is geld te negotieeren tegen den intrest van een percent 's maands, na maate zijn E: dit zal noodig heb„ ben, en om insgelijks poogingen te doen om bij de Engelsche geld of assignatie na Nederland te be„ „koomen, zo voordeelig als 't te bedingen is. No„ „pens 5238. „pens den voet waer op Hunne Hoog Edelh: heb„ ben voorgeschreeven dat dit voortaan geschieden moet, is verstaen aan den E: Mekern te zenien een ex„ „tract uit Hun Hoog Edelh:s zeer geëerde missive van den 31:' Augustus J:o L: ten einde zig zoo veel moogelijk, daar na te reguleeren. Door den E: Mekern, bij deeze gelegentheid tevens vertoond zijnde, dat de nagelen teegenwoordig op de overwal in zoo laagen prijs zijn dat ze zelfs voor 's, Comp=s uitkoopsprijs niet konden verkogt worden door dien de vreemdelingen dezelve alhier van de Comp: koope en aldaar aan brengen en voor minder verkoopen, alzo ze daarbij beeter reekening vinden als hier goud en zilver geld intewisselen ter vervoer, zoo is na deliberatie goedgevonden en verstae voor eenigen tijd alhier geene nagelij te laeten ver= koopen, dan alleen aan de ingezeetenen, voor zo veel ze tot hunne Consumtie nodig hebben, om te probeeren ofde prijs van de nagele aan de over„ wal daardoor zoude aij zi. Nog Nog door den E: Mekern bij voorsz: apakte brieff van den 3. ' deezer te kennen gegeeven zijnde, dat den Edelen Heer Raad ordinair en Mallabaarsch Gouverneur van Angelleek zijn E aangeschreeven had, dat zijn wel Edele om de geringe peper leverantie ditmael in steede van tig, maar ses peper passen aan den koning van Trevankoor had verleend, maar dat zijn Edele dugte, dat de ses vaartuigen meerder peper zouden inneemen dan honderd kan„ dijlen, die aan ieder vaattuig vergund waake, met verzoek om i zulk gevalde meerder peeper uit de vaartuige te ligten. Dat zijn E: om aan het oog„ merk van deeze requisitie te voldoen, 't gerequireerde aan de kruijssers voorgeschreev, heeft bij en instruc„ tie, die in ta soij overgezonden en hieronder g'insereerd is. Vermits men vermoed, dat de Trevankoor„ Instructie voor de Gezag„ hebber van de kruijstonis. sche 5: 1:
English
native vessels departing with pepper for Kormandel may this time have loaded more pepper than is permitted according to the passes granted at Koek Siem, these vessels must be inspected with more than usual attentiveness. The Tutucorijn cruising thoni shall take post on the southern corner of the rotten island and pay close attention to all native vessels coming from the south. 52. The commander shall demand from the Trevankoor vessels laden with pepper their passes, whereby each vessel is permitted the transport of one hundred kandijlen, which are packed into two hundred packages, there being in each package 250 ponden or half a kandijl. The commander must therefore count these packages, and transship the packages loaded in excess of 200 into the cruising thonies to be brought hither, and subsequently allow the vessel subsequently to proceed immediately with the permitted cargo of 200 packages, or as many as are stated on the pass; if, however, the excess consists of only a few packages, the same shall not be offloaded, but left in the vessel. 53. The commander of the Tutucorijn cruising thoni, when he has inspected the vessels and found them in order, shall write on the back of the pass "Inspected, Tutucorijn the..." and sign his name behind it. The Kilkare cruising thoni shall take post at the fresh water island in order to inspect, as aforesaid, the pepper vessels that might pass Tutucorijn during the night; but if he perceives vessels that have already been inspected at Tutucorijn, he must not detain the same, but let them depart uninspected; however, all the others he must inspect in the same manner as prescribed to the commander of the Tutucorijn cruising thoni. The commanders must take care that these vessels are treated with friendliness, and that not the slightest trouble is caused to them, as they will be held accountable for it and obliged to compensate the damage; and since the monsoon is so far advanced that the vessels will reach the coast of Kormandel with difficulty, the commanders are furthermore most earnestly ordered not to detain them for a single moment. 56. If the King of Travancore should wish to use two vessels, for which passes were granted to him to bring areca nut to Manapaat, in order to transport pepper with them to the coast, the pepper must be offloaded from these vessels and brought to Tutucorijn, and permission subsequently given to the vessels to depart immediately. Regarding all other vessels, the commanders must regulate themselves according to the previous instructions, which remain fully in force. 58. To give more force to the inspection of the Trevankoor pepper vessels, each cruising thoni shall, in addition to its usual crew, be reinforced with two soldiers, and thus consist of one corporal and four privates. Below stood: Tutucorijn, the 1st of October 1790. Was signed: M. Mekern. Which having been deliberated upon, it was approved and agreed to sanction these instructions. Thus done and resolved in the castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Secret. 57. 5301 Friday the 15th of October, Anno 1790. Present: The Right Honourable and Most Respected Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honourable Lord Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek, The Honourable Dissave Diederich Thomas Fretz, The Honourable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honourable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honourable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, The Honourable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent: Due to indisposition: The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. Submitted by the Honourable retired Commander Kraijenhoff, in compliance with the resolution of the 21st of December last, the following report containing a further explanation of the accidental causes which, in his view, had contributed to the outbreak, progress, and continuation of the recent unrest in the Maturese Dessavony. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. To: The Right Honourable, Strict, and Most Respected Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honourable, Strict, and Most Respected Lord. By an extract handed to me from the minutes of what was resolved in the Council of Ceylon on the 21st of the last-passed month, there being demanded of me a further explanation of what, in my opinion, constituted the many, yet mostly accidental and nevertheless strongly contributing causes to which the outbreak, progress, and so far-reaching and punishable continuation of the unrest at that time—and now almost entirely pacified—in the Maturese Dessavony could be attributed, I have the honour, in dutiful and conscientious compliance with this high recommendation, with all sincerity, without any prejudice
Dutch transcription
52. 99. „sche vaartuigen die met peper naar korman„ del vertrekken, dit maal meer peper zullen hebben ingelaaden dan volgens de passen te koek siem verleend, is vergund zullen deeze vaartuigen met meer dan gewoone op lettendheid moe„ te worden gevisiteerd. — De Tutucorijnsche kruijs „tonie zal poost vatten op de zuidelijke hoek van 't rotten eiland en naeuwagt geeven op alle inlandsche vaartuigen, die van de zuijd koomen 5. 2. De gezaghebber zalde Trevarikoorsche vaartui „gen die met peper belaeden zijn moeten afvorde„ „ren hunne passe waarbij aan elk vaartuig het vervoeken van eenhonderd kandijlen is ge„ „permitteerd welke ; twee honderd pakken zijn afgepakt als zijnde in elk pak 250. pon„ „den of een half kandijl. De gezaghebber moet der halven deze pakken tellen en de pakken die boven 200. ingelaaden zijn in de kruijstonies over„ „scheepen om herwaarts te brengen en 't vaartuig vervolgens vervolgens met de gepermitteerde lading van 200. pakken of zo veel er op de pas staat te eersten laeten mis vorderen indien egter de meek„ „derheid maar in eenige weinige pakken bestaed zullen dezelve ook niet geligt worden, maar 'is 't vaartuig worden gelaeten. 6:3. De gezaghebber van de Tutucorijnsche kruijs„ „tonie zal, wanneer hij de vaartuigen gevisi„ teerd en wel bevonden heeft agter de pas stellen gevissiteerd. Tutucorijn den. . . . en daar agter zijn naame teekenen. De kilkaresche kruijstonie zal zig posteeken aan 't vers waters eilande om de peper vaartuij„ „gen die en den nagt Tutucorijn mogten voorbijloopen als vooren te visiteeren maar indien hij ontwaard vaartuigen die reets te Jutu corijn zij gevisiteerd moet hij om de zelve niet. . . . . . houden de zelve on„ „ge vesiteerd lieten vertrekke, dog alle de overigen moet hij 54. fe 5390. hij op dezelve weize visiteeren als aan den gezag„ hebber van de Tutucorijnsche kruijstonie is voorge¬ schaeven. De gezaghebbers zullen moeten zorge draagen dat deeze vaartuijgen met vriendelijkheid behandeld worden, en dat dezelve geen 't min „ste overlast word aangedaan, wijl zij daar voor zullen aanspreekelijk zijn en gehouden weezen de schaede te vergoeden, en vermits de moesson, zo ver verloopen is dat de vaar„ „tuigen bezwaarlijk de kust kormandel zullen krijgen, worden de gezaghebbers verder op 't alder ernstigste gelast om dezelve geen ogenblik op te houden. 56. Jndien de koning van Jaerankoor twee vaaktuij„ „ge waar voor hem passe zijn verleend om ak„ „reek na Manapaat te brengen, deeze twee vaartuijgen mogte willen laeten dienen om er 1:5. pepar peper mede nade kust te vervoeken, moet de peper uit deeze vaartuijgen geligt en na Iu„ „tu Corijn worden gebragt, en vervolgens aan de vaartui„ „gen verlof gegeeven om ten eerste te vertrekken. Omtrent alle ander vaartuige moeten de gezag„ hebbert zig reguleeren aande voorige instauksien, die te vollen blijven stand houden. 58. Om 't visiteeren van de Trevanhoorse peper vaartuige meer kragt bij te zetten zal elke kruijstonie bij zijn gewoone bemanning met twe militairen worden verstrekt, en dus bestaen;n een korporael & viel gemeenen /:onderstond:/ Tutu co„ „rijn den 1=e okctober 1790. /:was geteekend:/ M: Mekern: waar over gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaen deeze instruntie te approbeeren. Aldus Gedaan ende Geresolveerd in 't kas„ „teel kolombo ten daage maand en Jaare voorsz: secreete 57 5301 Vrijdag den 15. oktober A:o 1790. — Prezent De wel Edele Groot Agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob vande Graaff, D: E: Heer Hoofdadministrateur M:r Christiaan van Angelbeek, . . . . . . Diederich Thomas Fretz, . D: E: Dessave D: E: Eerste Pakhuismeester . . . . . . . Johannes Reintous, D: E: Secretaris. . . . . . . Benet=s Lamb:s Van Zitter, D: E: Negotie Boekhouder. . . . . . Abraham Samlant D: E. Fiscaal. . . . . . . M=r Johann:s Adrian. vollenhove. Absent. mits in dispositie. D: E. Zoldij Boekhouder. . . . . . . . Gerrit Engel Holst: Door den E: afgegaanen gezaghebber kraijenhoff, tek voldoening aan de resol: van den 21. Xber: J:o Leeden ingedient zijnde 't volgend berigt, houdende eene nadere verklaaring van de toevallige oorzaeken die naar zijn inzien hadden meede gewerkt, tot de uijtbaasting, voortgang en aanhouding van de Jongste ontusten in de Matureese Des Jaronij. Secreete Resolutie genomen in Raade van Ceilon Aan op Den Wel Edelen Gestr: Groot Agtb: Heek Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Directeur van 't Ei„ land Ceilon met dies onderhoorighee„ Wel Edele Gestr: Groot Agtbaare Hoek. Bij een Mij ter hand gestelde Extract uijt de Notie„ len van 't geresolveerde in Raade van Ceilon op den 21. der Jongst gepasseerde maand van mij gevorderd werdende Eene nadere verklaaring, waar in, na Mijne gedagten, bestaende veele, dog meest toevallige en eg„ ter seer meede werkende oorzaeken, aan de welken de uitbarsting; voortgang en zoo verre gaande en zoo straf waardige aanhouding der toenmalige en als nu haer 't geheel gestilde onlusten in de Matu„ „reesche Dessaronije zouden konnen toegeschreeven worden, zoo heb ik de eere daar op inpligtelijke en gemoedelijke opvolging deeser Hooge aanbe„ veeling met alle opregt heid, zonder eenige voor den.
English
or prejudice, according to what is known to me of the state and coherence of these circumstances, and according to my best judgment, and to comply herewith with all appropriate modesty; respectfully requesting a favorable indulgence for any defects that might appear therein upon a more accurate and more enlightened judgment and knowledge of matters and circumstances. The so unexpected eruption, speedy and far-reaching progress, and so unheard-of as well as punishable, and, above all in its consequences, so very much to be dreaded continuation of these commotions and unrests, can and may, in my opinion, most of all be attributed to the following contributing moving causes, namely: Firstly, to the long-standing, among the natives in general so greatly questioned and increased, and so highly disturbing discussions concerning the cultivation of cinnamon for the Honorable Company, as if some wild or tasteless cinnamon discovered in those new plantations / although to be found everywhere the cinnamon grows naturally, though possibly not so abundantly / and the special commission appointed for a closer and more specific investigation thereof, and the reports submitted thereon, made this otherwise so important and already so far advanced work appear not very satisfactory to the Noble High Indian Government itself, being taken by the same into much doubt as to whether it were of real use to the Honorable Company, and consequently was regarded as a great and oppressive burden for all the service-obligated persons working thereon, which particularly among the native in the Matara Dissavony has gained a very complete acceptance, as they far surpass the other Sinhalese inhabitants in the Company's territory, and even the much less civilized Kandyan subjects of the king, in excessive laziness and slowness, and in all vices that can ever occupy the human heart, which is fully known to everyone in this Government by ancient experience and daily trial, and one therefore does not need to wonder that particularly these base, and by nature even for their own existence and prosperity very sluggish, and so numerous malicious inhabitants of that large District, having a natural aversion to all labor, even for their private interest, not only gladly wished to free themselves, if it were possible, entirely and forever at the first opportunity from this burden, which to them in the beginning was completely new and strange, and which by the more zealous continuation of this so highly useful and important work, but much more through the abuse and malice of the high and low native Chiefs placed over them, against whom the Land Regent could not possibly always watch and provide with sufficient accuracy, was made and became more and more oppressive, and thus so much the more hated and odious, but also even together with their Chiefs, wished gladly to make use of the first best occurring good opportunity to be delivered, the sooner the better, from an industrious and disinterested Land Regent, who appeared to them to pursue an all too strict and attentive execution of the orders assigned to him for the benefit and improvement of the country, and especially for the increase and promotion of the so highly important and so invaluable cinnamon cultivation, flattering themselves with a lesser degree of activity, and one much more corresponding with their lazy and sluggish nature, under a new Land Regent; in which sentiment the most prominent native Chiefs have gladly supported them, as also considering the better for their interests to consist in a free allowance to take of paresses, or gifts and presents from their subordinates, and thus also gladly made use of all even accidental serving and contributing causes thereto that might occur to them in time, and which were assigned to them, certainly much earlier than they could expect, as favorable to their so destructive designs, as appears most clearly from the plan, the progress, and continuation of the commotions plotted by them long beforehand and erupted in the month of April last past; and the alleged expedition of Baddegama is merely an empty pretext, only to bring the people thereby to the first movements, seeing very well from the circumstances at that time that the rest serving their designs would quickly and as if of itself follow, wherein they also, in my opinion, were not mistaken; thus the public discussions concerning the cinnamon plantations and the consequences thereof, which produced so much notice among the native, both of themselves and as declared and everywhere spread by artful instigation, and which upon a well-regulated observation and thorough knowledge of matters contain mostly little and above all nothing of well-founded criticizing capacity, laid the first essential and most weighty grounds for the present general discontent of the people, which by the ill-disposed native Chiefs, so lacking in zeal and avaricious according to their inborn nature, through their excessive and striking influence, and even by making a more and more increasing abuse of the authority also in that respect entrusted to them over their subordinates
Dutch transcription
5302. of teegen ingenoomendheid, na het geen Mij van den staat en Samenhang deeser, omslandig heeden, en na Mijn best oordeel bekend is, en met alle voeg¬ „lijke beschijdend hijd bij deeze te voldoen; Eerbieetig eene gunstige inschikking verzoekende voor 't gebrek„ kiga dat zig daar in, bij een naeuwkeuriger en meer verligt oordeel en kennisse van zaeken en om„ standigheeden, mogte voordoen. De zoo onverwagte uijt baksting spoedige en verre„ gaande voortgang en zoo ongehoorde als strafwact„ „dige, en, voor al in zijne gevolgen, zoo zeek te dugte aanhouding deezer opschuddingen e onlus„ ten, konnen en moogen, na Mijne gedagten; wel het meest aan de ondervolgende meede werkende be„ weegoorzaeken toegeschreeven worden, als; t Aan het zeederd langs, bij den Inlanden un 't algemeen„ zoo zeer in bedenking aan en toegenoome en zoo hoog„ „lijk ontrustende verhandelingen over de aanplan„ tingen van kanneel voor de E: Comp: als of eenige in die Nieuwe Plantagien ontdekte, / schoon alom„ „me „me daar de kaneel van zelve groijt, schoon moogelijk niet zoo meenigvuldig, /te vindene wilde of smaake loose kanneel en de tol nauwer en bepaaldet on„ der zoek daar van benoemde Expresse kommissie en de daak van ingediende Berigten, dit anders zoo aangeleege en reeds zoo verre gevorderd werk de Edele Hooge Indiasche Regeering zelve niet zeer voldoende voorkwam, door Hoogst Dezelve in veel bedenking genoomen wierd, als of het van pen wezendlijk nut voor de E: Comp: waake, en bij gevolg, tot een groot en drukkend bezwaat voor alle de daar aen arbij„ „dende dienst verplijtelingen aangemerket wierd, het ge„ in het bijzonder by den Inlander in de Matureesche Des srvonije, eene Zeer geheede aanneeming verkreegen heeft, als de overige singaleese Bewoonders in CCort gebied, en zelfs de veel minder geciviliceerde kan„ diaanen onderdaanen des konings, in overgroote luij en traagheid, en in alle boosheeden, die het Mensch„ lijk hart immer konnen inneemen, verre te boven gaande, het geen door een aloude ondervinding en dagelijksche„ 5303 dagelijksche beproeving bij een ieder in dit Gouvernement ten vollen bekend is, en men zig dus niet behoeft te ver„ wonderen dat in 't bijzonder deeze slegte, en uijt den aerd zelfs voor hun eijge bestaen en welvaert zeer tracge en zoo talrijke kwaadaardige bewoonders van dat groot Distrikt, een natuurlijke afkeek van alle arbeijd, zelfs: voor Hun Partikulier belang hebbende zig niet alleen gaarne van deeze voor Hun, bij den aanvang geheel nieuw en vreemde last, die Hun bij de ijveriger voortzelling van dit zoo hooglijk nultig en aangeleege. werk, dog veel meer door misbruijk en kwaadwilligheid det over Hun gestelde groote en mindere Inlandsche Hoofden, teegen welken de Land Regend onnogelijk al„ Loos naauwkeurig genoeg waaken en voorsien konde, meek en meer drukkend, en dus zoo veel te haaden en hatelijker gemaakt en geworden is, bij eerst voorkomen, de ofprslijding, waare 't mogelijk, geheel en voor altoos te bevrijden, maar ook zelfs met hunne Hoofden, zig gaarne vande eersten best voorkoomende goede ge„ legendheid wilden bedienen om van stunijverige en eijge belangloose belangloose Land Regent, Die Hun een al te naauwkeurige en aandagtige of volgen der Hem toegedeelde beveelen, tot nut en verbeekering des Lands, en wel in het bijzondet tot vermeer„ „dering en bevordering der zoo hoog aangeleege en zoo onsmak „deerbaare kanneel kultuse, toescheen, hoe eer zo beeter verlest te worden als zig met een mindea, en veel meer met Hunne luijs e: tracge geaardheid overeen komende verkaomheid, bij een nieuw Land Regent vlijense, in welk gevoelen de meest aanzienlijke Inlandsche Hoofden Hui gaarne verstrekt hebben, als zig meede het beetere voor Hunne belangen in een vrije toelaating tot het neemen van Paressen, of giften en gaven van Hunne ondergeschik ten behoorende, en zig dus meede gaarne van alle zelfe toevallige daar toe dienende en meede werkende oorzaeken bedien„ den, die Hun in der teid mogten voorkoomen, en Hun, zee„ „kel veel vroeger dan zij konden verwagten, als guin„ stig voor Hunne zoo verderfelijke inzigten als toegedeeld wierden, gelijk uijt de aanleg, de voortgang en aanhouding der door Hun lang te vooren bekoemde, en in de Maand April :e lede ugtgbatse opschuddingn te duijdelijkste blijkt 5304 blijkt, ende voorgewender togt van Baddegehie maar een bloot voorwendsel is, om daak over het volk maar tot de eerste beweegingen te brengen, als uijt de toenmalige omstandigheeden zeer wel insiende dat de overigen tot Hunne insigten dienend en haast, en als van zelven zouden volgen waar in zij zig ook, na mijne gedagten, niet mis„ 8 gist hebben; dus de zoo van zig zelve, als door listige aen„ voeking verklaarde & alomme versprijde bij den Inlander zo veel of merking voortbrengende openbaare verhande„ linge, en bij een wel georganiseerde betragtingen grondige kennisse van zaaken, meest wijnig en voor al niets met grond afkeurende Carilitie, over de kanneel aanplantin„ gen en de gevolgen van dien de eerste weesendlijke en gewigtig„ ste gronden tot het teegenwoordig algemeen misnoegen des volko ggelegt hebben, het welk door de kwalijk gezinden, en na Hunne aangeboore aard, zoo ijverloose en schraaf¬ zugtige Inlandsche Hoofden, door Hunne overgroo„ te en treffende invloed, en zelfs door een meer en meer toeneemend misbruijk te maeken van het gezag, Hun ook in dien opzigte over Hunne onderhoorigen toevertoleed
English
and, by making the fair and proper burden as oppressive and thus more and more hateful to them as much as possible, were not a little incited in order to achieve their desired purpose thereby, and to remove the Country Regent, whose inborn indolence and hateful greed for taking gifts and presents from their subordinates was too intolerable, while they, according to the nature of all Indians, promised themselves an improvement for their private interests under a new Chief. Paragraph 1. The issuance of the general mandate ola by the Lord Commandeur Cluijsken, shortly after taking over the command of the Gaalsche Commandement, in order not only to inform the native of the assumption of the government of the city and lands, but also of His Honor's special attention and readiness to administer justice properly over all subordinates and to invite them to bring forward their burdens and grievances boldly before him, with the strongest assurances of not only being always ready to listen to them with all attention, but also to render all required justice thereupon, which no one will wish to assume, 5.305 taken in itself, not to be a good and even praiseworthy effort; yet, when one carefully investigates and observes all circumstances of the aforementioned unrest, it was not entirely unfruitful in causing the outbreak and manifestation thereof, and will appear more clear when one takes into proper consideration: a. That the complaints and grievances of the natives were brought forward such a short time after the assumption of authority by the said Lord Commandeur. b. That all these grievances, only excepting those concerning the alleged further expedition to Baddegam, contain charges or so-called oppressions which would have befallen the native not since 9 December of the past year, on which day I handed over the administration of the Commandement to the said Lord Commandeur, but long before and gradually, and that, c. None of these complaints and grievances were presented openly or separately during my entrusted administration, nor was any grievance against against the Honorable former Dessafe van Angelbeek ever presented to me, whether by great or small chiefs, or by any lesser natives, as I have already declared in my previous conscientious report of 28 August last, and one may therefore well determine on good grounds that the issuance of this mandate ola, however good and praiseworthy the great and useful purpose thereof may be, given the then still concealed ill disposition not so much of the common native as of some of the principal native chiefs, contributed much to the execution of their evil designs and intentions, and required no special emphasis or daily citation by all-observing, outward-spreading petty servants or special recommendation to be adopted and taken up by those ill-disposed great native chiefs as serviceable to their designs and views, even if the unfavorable sentiments of the newly arrived ruler against the Country Regent were entirely unknown, of which the contrary was also an inciting cause for the further plotting 5306 and executing of their cunning and malicious designs, whereas in my opinion the aforementioned mandate ola would have been more general and of less notice and inducement to the so ill-disposed great native chiefs, if, according to the order of which the Lord Commandeur Sluijsken cannot be ignorant, having also signed the public letter of the High and Honored Government of this island to me at the end of the year 1786, on the occasion that I, as ruler of the province, had issued a general mandate ola for the better and more adequate collection of the required areca in the Gale Corle and in the Maturessche Biltavonij, by which order the Commandeur of the province was instructed henceforth to issue no mandates in the country before they have been approved and recognized as good by the Supreme Government, the dutiful compliance with which before the proclamation of the said mandate ola of the Lord Commandeur Sluijsken, for which there certainly was plenty of time before taking over the authority so long entrusted to me, could surely bring no disadvantage to anyone in its consequences, but would obtain double respect and recommending force with the high consent and approval of the country's Supreme Government, and would have spared the so cunning and discerning native chiefs the special reflection: why such a general mandate or public order was not also proclaimed by the previous ruler upon assuming the government, if it were really useful and necessary for the public knowledge of his assumption and accession to the government, and of his hearty zeal and desire for the administration of law and justice. And one needs to have but little knowledge of the true nature of the natives to fathom clearly how great an impression all such unusual public announcements, although presented with the purest and best intentions, make upon them, and what consequences they naturally
Dutch transcription
en door Hun den billijke & betamelijke last zoo vel doenlijk Drukkend, en dus meer en meer haastelijk te maeken, niet wij„ nig aangezet is, om daar door tot hun gelieft oogmerk te gezaaken, &n de land Regent te verwijderen, die Hunne aan¬ geboore traagheid en haatelijke gerijgdheeden tot 't afneemen van gifte en gaaven van Hunne onderhoorigen te onverdraeg lijk viel, terwijl zij zig na den aard van alle Indiaanen bij een nieuw Hoofd en verboetering voor Hunne partikuliere belangen beloofden. §1. De uijtvaardiging der algemeene Mandaat ola van den Heer Commandeur Cluijsken, kort na het overneemen van het vooski van het Gaalsch: kcommandement, ten eijnde den Inlander niet alleen te onderrigten vande aanvaarding der Regeering van stad en aanden, maar ook van zijn Ed: bijzondere aandagt en berijdwvaardigheid tot het uijtreffenen van Regten gedegtigh over alle onderhoorigen en win te verbinden, wij moedig Hunne lasten en beswraarden tot den voor Hene te brengen, met de sterk„ ste betuijgingen van niet alleen altoos berijd te zijn die met alle aandagt aantehooren, maar ook daar op alle vereijscht wordend regt te doen, het geen niemand sal wile onderstellen, 5.305 of zig zelve genoomen, geen goeder zelfs loffelijke betrag¬ ting te zijn, dog egter, wanneer men alle onslandigheeden der voormelde onlusten met aandagt nagaat en opmerkt, niet geheel onvrugtbaar tot de uijtbarsting en openbaa„ ring daar van geweest is, en meet duijdelijk zal voorkoo„ men wanneer men in behoorlijke overweeging neemt. a. Dat de klagten en beswaarten van den Inlandick zoskorten tijd na het overneemen van het gezag door gemelde Heer Commandeur zijn vor gebragt. 6. Dat alle deeze beswaaken ( alleen die over de voorgevende nadere togt na Badde gezie uijtgezonderd, tgeene lasten of zoo gezegde onderdrukkingen inhouden, die den Jolan„ der zeederd den 9:' December des Jongst gepasseerde Jaars, op welke dag ik de Bestiering van het Comman„ dement aangem: Heer Commandeur hebovergegee¬ ven, maar lange te voren en gaande weg zouden overge„ koomen zijn, en dat. C, geene van deeze klagten en beswaaren gedruckende Mijn aanvertrouwd Bestick opentlijk of afzonder„ lijk zijn voorgesteld, of mij immmer eenig besraak teegen teeyr den E: geweese Dessare van Angelbeek, het hij door groote of klijne Hoofden, of door eenige mindere In„ landers zijn voorgesteld, gelijk Ik reeds bij mijn voorig gemoedelijk Berigt van den 28. aug„s Jongstleeden verklerd hebbe, en men dus wel op goede gronden mag vaststellen dat de uijtvaardiging deezer Mandaat ola, hoe goeden laffelijk ook 't groot en nuttig oogmerk daar van zijn mag bij de toenmalige nog bedekte kwade ge„ moeds gesteldheid niet zoo zeer van den algemeene Ju„ landet als wel van eenige der voornaemste Jnlandsche Hoofde, wij veel tot de uijt voering Hunner kwade oogmerken en in zigten toegebragt heeft, en geene bijsonde de opheffing over dagelijksche aanhaaling voor alles op„ merkende, uit en versprijende Porta Bediend= of bijzon„ deze aanbeveeling noodig had om door die kwalijk gezie„ de groote Jnlandsche Hoofden als dienstig tert Hunne org„ merke in zigt, aan en op genome te worden choon ovk de orgein stige gevoelens van den nieuw aangekoomen hebiedenteegen de„ Land Regent geheel onbekend waaken, waer van 't teegendeel almeede, een aanlijdende opmerking tot 't nader beleggen 5306 beleggen en uijtvoeken Wunner listige en kwadaardige oogwerken moest te weeg brengen, terwijl na mijne ge„ dagten voorm: Mandaat ola, meer algemeen en van minder opmerking en aanleijding voor de zoo kwalijk „gezinde groote Inlandsche Hoofden zouden geweest zijn. wanneer ze, na de order, van dewelke de Heer Comman¬ „deuk sluijsken niet kan onkundig zijn, als meede onderteekend hebbende, de publieke aanschrijving det Hoog geëerde Regeering deses Eijlands aan Mij in 't laast van 't Jaar 1786: bij geleegendheid Ik, als gezaghebber der Provincie, een algemeene Man¬ daat ols tot beeter en meer voldoende invordering, van de verpligting arreek in de GaleCorle en in de Maturee sche Bitsavonij had afgevaardigt, bij welke order de Commandeur der Provintie aangeschreeven is om voortaan geene Mandaaten in het Land uijtte¬ vaardigen voor dat ze door de oppor Regeering voor „goeden wel erkend zijn, waar van de verligtelijke op vol„ „ging voor de afkondiging der gem: Mandaat ola„ van den Heer Commandeur sluijsken; waar toe zeeker voor voor de overneeming van het Mij zoo lange aanvertrouwd gezag overvloedig tijd was, gewis niemanden zijne gevolgen eenig nadeel kon koebrenge, maar met de Horge toe„ stemming en goedkeuring van 'slands offer Rogeering ve„ dubbeld aanzien en aanbeveelende kragt verkrijgen, en voor de zoo listige en doorzigtige Inlandsche Hoofden de Brijzondere bedenking bespaard hebben a waarom zoodanig een algemeen Mandaat op opentlijk bevel „schrift ook niet door de voorige Gebieder, bij't aannee„ „men der Regeering wierd afgekondigd, zoo het voor „de algemeene kennis, zijner aannaming en toetree„ „ting tot de Regeering, en van zijne hartelijke ijver nen verlangen, tot 't uijtoeffenen van Regt ende gezeg„ ntigheid werkelijk nuttig en noodzaekelijk waare„ En men behoeft maak wijnig kennis van de wee„ sendlijke geaardheid der Inlanders te hebben om doede„ „lijk te doorgoonden hoe groot eene ofmerking alle diergelijke buijten gewoone opentlijke aan„ „kondigijven, schoon met de suijverste en boste oog med„ ken voorgesteld, bij Hun zijn, en welke gevolgen ze natuurlijk
English
5307. naturally have, when these, through some concurring circumstances, fall under their double attention and observation, because they are by their nature exceedingly prone to complain, and always make use of all ways and means that give even the slightest apparent cause or encouragement to the continuation of this natural inclination. III. To the arrival of the Right Honourable Gentlemen Commissioners for the better regulation of the so important matter of Defence in this Government, to whose public and known High Commission people have quite generally attributed that of an unobserved inspection and examination of the internal state and domestic condition of the Government, and in which sentiments the ill-disposed Native Chiefs, especially in the Matara Dessavony, were the more confirmed when it came to their knowledge that the Government at Galle, immediately upon receipt, by a formal Council resolution saw fit to have delivered to their Honours an authentic copy of an unsigned ola of complaint against the Disava van Angelbeek, brought to the Commander Sluijsken by a Post-Lascarin, from which notable treatment the already quite general opinion concerning the assumed unstated Commission of these Gentlemen for the examination of the internal system of the country and of all domestic matters surely greatly increased, and was as it were confirmed, and thus served the ill-disposed Native Chiefs as a cooperating means for the achievement of their evil designs, of which they also immediately, through their great influence over their subordinates who are so easily misled by probabilities, made every possible use; and that this does not rest on mere conjecture is evident not only from the coherence of many circumstances relating thereto, but especially from the fact that the commotion and complaints of the people in the Matara Dessavony manifested and revealed themselves just shortly after the arrival of their Honours at Galle in the month of April last, and the unsigned complaint ola mentioned in the Galle Government letter of 22nd April, delivered in such a suspicious 5308. suspicious manner, was also made known to the said Right Honourable Gentlemen Commissioners, with urgent entreaty to provide for the grievances of the people according to their Honours' power and ability, just as if their Honours had also come over for the inspection and investigation of all complaints and grievances of the inhabitants and of the Country. IV. From the disinclined sentiments of some grandees at the Court of Kandy against the Company, which were very well known especially to the most distinguished and prominent Native Chiefs by birth and status in the Matara Dessavony, from whose influence and support they, in these circumstances, promised themselves the best for their evil designs, and represented as sufficiently certain the memory of the former Native unrest under the administration of the Honourable Governor Schreuder of blessed memory, and based thereon their hope for a successful outcome of their evil designs, in which they, however, through the prudent and favourable disposition of the King and of his well-disposed First Ministers of State, particularly towards the present Government, have this time greatly miscalculated, however flattering their prospect was in the beginning of the commotion stirred up by them, and however much their plot remained formidable, alarming, and dubious for the Supreme Government of this Administration, as one was in the beginning not sufficiently assured of this disposition so fortunate for the Honourable Company, and one therefore could only meet the gathered rebellious multitude with all possible accommodation, and entirely rejected and set aside all means and forceful opposition, however fair and necessary. V. By the, in my opinion, ill-conceived speedy return of the Disava van Angelbeek to the Main Post, when His Honour, on his recent journey to Baddigama, at Dikwella, situated only about four hours from Matara, was informed of the gathering of some discontented persons, because their number there was still too small, not a single prominent Native Chief was among them as a leader, and it thus, in those 5309. circumstances, in my judgement, would have been better that His Honour had entirely rejected the suspicious advice of some distinguished Native Chiefs then present with His Honour, and had immediately marched towards the rebellious crowd, in order first to admonish them to their duty with all suitable kindness and paternal cordiality, to promise them in the most engaging manner all possible attention to all their complaints and grievances to be presented with modesty and decency, and upon the failure of this accommodation employed—quite substantial for a Land Regent knowing himself to be entirely easy and assured against any prejudice—in the then state of affairs, immediately to have the improper spokesmen and instigators of this rebellious and malicious multitude seized, whether by artifice or by force, by his Lascarins or Native warriors present with him, or immediately arriving from the Main Post, and immediately brought over under secure guard to Galle, and thus at these beginnings of the commotion immediately
Dutch transcription
5307. natuurlijk mise ten hebben wanneer die door eenige Zaa¬ „menloopende omstandigheeden, bij Hun in dubbelde aandagt en ofmerking vellen, wijl ze uit Hun aard ten hoogste klaag: ziek zijn, en zig altoos van alle Middelen en wegen bedienen die tot voortzelting van deeze natur„ lijke gereijgdheid maar eenige schijnbaare aanleij„ ding of aenmoediging geeven. 111. Aam de aankomst van de Hoog Edele Heeren kommissaris „t „se tot beeter reguleering van het zoo aangeleege Defensie weezen in dit Gouvernement, aan welker oppentlijke en bekende Hooge kommissie men al vrij algemeen die van eene onvermerkte betragting en opneeming van de inner„ „lijke staet en Huijshoudelijke toestand van 't Gouver„ nement heeft toegeschreeven, en in welke gevoelens de kwalijk gezinde Jnlandsche Hoofden, voor al in de Ma„ tureesche Detsavonij, te meek verstaekt wierde, wae„ neer ter Hunnek kennis kwam, Dat de Regoering =te Galen terstond op den ontvangst, bij een formeel Rads : esluijt goedgevonden aan H: H: Edelb: te laalen af„ geeven authentike kopij van een door een Post gragt, lat Corijn las Corijn bij den Heer Commandeur sluijsken aan gebragte onge„ teekende klagt ola teegen den Heer Dessare van Angelbeek uit welke opmerkelijke behandeling het weeds wij alge„ meen gevoelen over de onderstelde onverklaarde Commissie deezer Heeren tot opneeming van 'slands inwendig t zesteen en van alle Huijshoudelijke aangeleegend heeden, zaeker grootelijks toenam, en als bevestigd wierd, en dus de kwa„ lijk gezinde Jnlandsche Hoofden tot een meede werkend middel ter berijking Hunner boose oogmerken diende„ waak van zijook daadelijk door Hun grote invloed of Hur„ ne zoo ligt door waarschijnelijkheden te mislijden on„ derhoorigen alle moogelijke gebruijk maakten; en dat dit niet op eene bloote gissing steund is niet alleen uijt den zaemenhang van veele daat toe betrekkelijke omstan„ digheeden, maar wel i het bijzonder blijkbaar, Dat de opschuddinge en klagten des volkes in de Matureescha Dessavonije zig Juijst eeven na de aankomst van Hun Hoog Edelen te gale in de Maand April J:o L: verklaart en geopenbaard hebben, en de bij gaalsche Regierings brief van den 22:' April vermelde ongeteekende, e op eene zoo bedonkelijke 5. 308. bedenkelijke wijze bestelde klagt ola meede ingeligt was aan gedagte Hoog Edele Heeren Commissarisse, met na„ „drukkelijke instantie om in de beswaken des volks na Hun Edele Magt en vermoogen te voorzien, eeven of Hun Hoog Edelen meede tot opneeming en onderzoek van alle klagten en beswaaken van de Jngezeetene en des Lands waare overgekoomen. 1V: Uijt de, voor al bij de meest door Hunne geboorte stand aansienelijke en aanmerkelijke Jnlandsche Hoofden in de Martureesche Dessarong zeer wel bekende ongeneegene gevoelens van eenige grooten aan het Hoff van kandia teigen de scomp: van welker invloed en ondersteuning zij zig bij deeze omstandigheeden het beste voor Hunne boose in zigten beloofden, en in het denking der voormali„ ge Inlandsche onlusteir onder de Regeering van den Edelen Meer gouverneur Schreuder H: L: M: als genoegzaem) zeeker voorstelden, en daar op Hunne Hoof tot eene gelukkige uijtslag Hunner boose inzigten vertigden, waar in zij zig egter door de raadzaeme en gunstige vrij„ ging des koning, en van zijne veldenkende Eerste staats Dienaaren Dienaaren, in het bijzonder voor de teegenwoordige Regee„ ring;, dit maal zeer misgist hebben, hoe vlijend Hun voor uijtzigt ook in den aanvang der door Hun bezettende opschuddinge was, en Hunne toeleg voor de opper Regeering deeses Gouvernements zo reel te gedugten, zorgelijk en bedenkelijk bleef, als men in den beginne niet genoegzaem van deeze voor de Ed: Maatschappij zoo gelukkige Dispos„ tien verzeekert was, en maen daarom de zaamen gerotte op roe„ tige meenigte maak alleen met alle moogelijke inschik „kelijkheid konde te gemoet treeden, en alle middelen en kragdadige teegen kantingen, hoe pillijk en noodzaeke„ lijk ook, geheel afkeure, en ter zijde stellen. V: Door de, na mijne gedagten, kwalijk begreepe spoedige„ terug keeding van den Heer Dessave van Angelbeek na de Hoofd Post, wanneer zijn Ed: op zijne Jongste togt na Baddegirie, te Dikwelle, maar omtrent vier uuren van Mature geleegen, van de zaemenratting eeniger Misnoegden onderrigt wierd, wijl Hun getal aldaar nog telijn was, geen enkeld aanmerkeelijk Inlandsch Hoofd zig als Aanvoerder, bij hun bevond, en het dus bij die 5309. die omstandigheeden, mijnes oordeels, beeter geweest waake dat zijn Ed: den achitop hee likde raad van eenige zig als doen bij zijn Ed: bevindende aanzienelijke In„ landsche Hoefden geheel verworpen had, en terstond na de oproerige Hoof getrokken was, om hun eerst met alle voeglijke goedheid en lands vaderlijke hartelijkheid tot hun pligt te vermaenen, Hin alle moogelijke aan„ dagt ofp alle Hunne met baschijdentheed en na behoore voor te stelle klagten en beswaaken op eene meest verbin„ dende wijze toete seggen, en bij het niet opereeken van dee„ ze in de toenmaelige toedragt van zacken, al vrij veel voor een zig van alle benadeeling geheel gerust en verzeekerd kennende Land Regent, aangewende inschikkelijkheid, dadelijk de onbetaemelijke woordvoerders en aan„ storckens deezer oproedige en kwaadwillige Meenig te door zijne bij zig hebbende, of terstond van de Hoofd Post aante krome Lascorijns of Jnlandsche krijgers het zij met list, dan wel met geweld te laeten ofe rat„ ten, a terstond onder goede verzeekering na Gale over, brengen en dus bij deeze beginzelen dek opschuding dan delijk
English
finally to perform that which was feasible and most necessary, and which, in my opinion, would firstly have prevented the growth and increase of this malicious crowd of insignificant and common natives, who did not assemble of their own accord, which for that time would have been quite a substantial gain; and His Honour would very soon have discovered that many of the native chiefs under him not only had a greater share in his confidence than they truly deserved, but that most of them in those circumstances were even in the highest degree suspicious, and ought in time to have been deprived of all power to further advance their evil designs; and however much the removal of His Honour's second interpreter and Baddekoon, the Mohandiram Bartholomeus de Zilva Wikkremetatie, and his kinsmen, how greatly soever their loyalty and competence had also been experienced and assured by His Honour, was nevertheless of great importance and thus very necessary for that critical circumstance, even if it were only for a short time at first; concerning all which then existing and subsequent circumstances attending these disturbances the said Land Regent could best explain himself by a complete written accounting, and sufficiently demonstrate therein to what extent these, in my opinion, better considerations under those circumstances, as being best informed thereof, were feasible or not; and what harm the contrary of these my reflections could cause in the then prevailing course of the aforesaid disturbances, whether there was reason to fear for it, and thus remove the considerations arising likely against His Honour and these events. 7. By the, in my comprehension, too hasty nomination and dispatching of commissioners to Galle to investigate the complaints and grievances of what was then still only a small number of presumptuous malcontents in the Matara Dessavony, of whose assembly scarcely the first incomplete reports had been received, because one thereby, in the always observant eye of the natives, right from the outset conceived the matter to be of great weight and of a reasonable and necessary representation, whereby the kindled fire immediately received too much fuel, which immediately caused the number of malcontents and their improper outcry to increase, and indeed brought the ill-disposed under the necessity of causing the mutinous mob to grow more and more and to make the outcry general; and thus the speedy nomination and dispatching of these commissioners prevented the means that one might perhaps in the beginning still have been able to employ to disperse the assembled malicious mob and let everyone return to his home village, while one could indeed have heard their complaints and grievances, and given them the best assurance that every possible regard would be paid to them and all rightful satisfaction rendered, which could and should have been promised to them in a most persuasive and binding manner by the Land Regent himself, and explained by the great native chiefs best suited thereto in the manner most acceptable to them, whereby these disturbances could have been checked in their very infancy, and even entirely smothered, whereas now, through their immediate great increase and obstinate continuation, the entire country has been brought into great unrest and turmoil. 8. From the, especially in the beginning, by the gentlemen Fretz and Samlant, at the explicit request of the Matara Land Regent and on the proposal of the Galle Council for two commissioners, delegated thither by the supreme government of this government to hear, take down, and settle all the complaints and grievances presented by the assembled mutinous crowd in the Matara Dessavony, for so rash and entirely malicious a mob, unprovided with any notable leaders, in my opinion—for which we, by mistake, request a favourable pardon—fairly great indulgence, by promising and conceding so much to them so quickly, as is mentioned in Their Excellencies' issued mandate ola of the 28th of May last; and for these very criminal rioters, who proceed more and more in their threats and wicked deeds, not only to impart and proclaim from Their Excellencies themselves an assurance of a general pardon and a renewed favourable acceptance of them as brave and good inhabitants of the country, but, on top of that, to give these so punishable and rebellious villains a public assurance of a letter of pardon that had arrived for Their Excellencies in advance, and of a complete promise of grace and favourable acceptance by the supreme ruler of the country; which great and highly favourable representation and assurance, in my view, might well have been spared and withheld for so long until one was beforehand sufficiently assured of the calming of the fermenting minds and of the cordial willingness of the entire assembly to acknowledge their so punishable conduct, and of their conscientious and confident acceptance and acquiescence that prompt and proper justice would be done to all their equitable complaints and grievances, after their proper representation and after completed investigation of matters, and they, by immediately dispersing from one another and returning to their dwellings
Dutch transcription
„delijk dat uijt voerlijke te verzigten het welk meest noodig was, en, na mijne gedagten, wel vooreerst de aan„ groeijing en vermeerdering dee zet niet uijt Hun zelve zaemengerotte kwaadaerdige Hoof van min aanmer„ „kelijke en gemeene Inlanders zoude voorgekoomen hebben, het geen voor die tijd dan al vrij veel gewonnen was, en zijn Ed: wel haest zoude ontdekt hebben dat veele dek onder Hem beschijdeene Inlandsche Hoofden niet alle grooter aandeel i zijn vertrouwen hadden dan zij werkelijk verdienden, maar dat de meesten Hunnet in die omstandig„ heeden zelfs ten hoogsten verdagt waeren, en in tijds van alle vermoogen tot 't verder voortzatting Hunner kwaade, oogmerken moesten ontzet worden, en hoe zeer de verwijdering van zijn Ed. tweede Colk en Baddekoon, de Mohandiaam Bartholomeus de Zilva wikkaeme„ tatie en zijn Maagschap, hoe grootelijks Winne trouw en geschiktheid ook door zijn Ed: ondervonden en verzeekerd was, egter voor die bedenkelijke omstandigheid al waere het ook maak voor eerst voor een korte tijd geweest, van groot belang, en dus zeer nood zaekelijk was, over alle wel„ „ke 5310. „ke toenmalige en volgende omstandigheeden bij deeze opscheed„ dingen zig gem: Land Regent best door een volleedige schriftelijke verandwoording zoude konnen verklaaren, en haar bij genoegdoende aantoonen in hoe verbedeeze; na mijne gedagten, beetede betragting in die omstundigheeden als best daar van onderrigt, al of niet uijtvoerlijk was; en wat nadeel 't toegendeel deezer mijne bedenkinge„ in de toenmalige toedragt der voorm: opschuddinge konde toebrengen, oferdaak voor te dugten waare, en duszel„ ve de waarschijnlijk teegen zij Ed: en deeze ofkoomende bedenkingen weg neemen. V7: Door het, na mijn begrifral te spoedig benoemen en afzenden van gecommitteerden te Gale ter onderzoek van de klagten en beswaaren van als doen nog maar een gering aantal ver„ meetele Misnoegden in de Matijreesche Dessaronij, van welker zaamenrotting men naauwlijks de eerste onvolko„ mine Berigten ontvangen, had, wijl men daar door de zaek reeds in zijn aanvang voor het altoos wel op mer„ „inlanders als van groot gewigt en van een billijke en nood kend oog der„ saakelijke voorstelling begreep, waardoor het aangestooke vuur terstond te veel voedzel ontving, het het getal der Misnoeiden en Hun onbehoorlijk geschreeuw terstond deed toeneemen, en de kwalijk gezinden wel in de noodzgekelijkheid bragt aan den opnoedigen Hoop meer en meer te doen aangroeijen en het geschreeuw algemeen te maaken, en dus de spoedige benoeming en afzending deezer gekommitteerden de Middelen teegen hield, die men mogelijk nog in den beginne zoude hebben konnen aanwenden om de zaemengerotte kwaadaardige Hogf uijt malkanderen te doen wijken, en een ijder na zijn woon„ dorp te laaten te rug keeren, terwijl men daarom wel Hunne klagten en beswaaren had konnen verneemen, en Hun de beste verzeekering geeven dat daar op alle moogelijke reguard zoude geslaagen en alle regten voldoening toegebragt worden, het geen Hun op een meest overreedende en verbindende wijze door den Land Regent zelve had konnen en behooren toege¬ „zegt, en door de zig bost daar toe schikkende groote Inlandsche Hoofden op de voor Hun aannemelijk„ „ste wijze verklaard worden, wanneer deeze opschudlin„ „gen reeds in Hunne geboorte hadden konnen geslruijt en 5311 en zelfs geheel gesmoort worden, daar nu door de dadelijke groote toeneeming en halsterkige aan houding daar van 't geheele Land in groote onrust en opschudding gebragt is. V77. Uijt de, vooral in den beginne, door de Heeren Fretz en. Samlant, op uijtdrukkelijk verzoek van den Maturee„ „sche Land Regent en op voorstel van den Gaalsche Raad om twee kommissarissen, tot het aanhooren, op neemen en afdoen van alle de door de Zaemengerotte Muijtzugtige Meenigte in de Matureesche Dossavonij voorgesteld wek„ dende kelagten en beswaaren door de opper Regeering deezes Gouvernements derwaards afgevaerdigt, voor zoo een onbe„ suijsde engeheel kewaadaardige Hoop, on voorz zen van dene„ „ge aanmerkelijke Aan voerders, na mijne gedagten, voor dewelke we, bij vergisin, eene gunstige vershooning verzoeke, vrij groote toegeevendheid, met Hun zoo haast zoo veel toete zeggen en te belooven, als bij Derzelver afge„ „vaerdigde Mandaat ola van den 28. ' Maij Jongstleeden. vermeld word, en voor deeze meer een meer in Hunne Codrij¬ gingen en boosheeden voort vaadende zoo Zeer misdadige oproermaekers niet alleen een algemeen Pardon verzeeke„ „ring „ring en weeder gunstige aanneeming van Htun als braeve en goede Lands Jngezeetenen, van Hun Edelen selven toeledeelen en aftekondigen, maar, deeze zoo straf waardig en weederspannige booswiglen nog daak en booven van een Hun Edelen bij voorraed toegekoome Pardon Brij„ ƒ en van een vollaedige toezegging van graatie en gun„ stige: aanneeming van den oppergebieder des Lands op ent„ lijke verzeekering te geeven, welke groote en hoog guensti„ ge voorstelling en verzeekering, na Mije, inzien, wel zoo lang had moogen bespaard en te rug gehouden worden tot dat men voor af genoegzaem verzeekerd was van de bedaardhijd der gistende gemoederen en vande harte¬ „lijke berijd willigheijd der geheele zaemenrotting tot het erkennen van Hein zoo strafwaardig bestaan, en van Hunne gemoedelijke en vertrouwelijke aanneeming en berusting dat zun dadelijk en behoorlijk Regt op alle Hunne billijke klagten en beswaaren, na derzelver be¬ kaamelijke voorstelling en na volbragt onderzoek van zaeken, zoude gedaan worden, en zij door dadelijk uijt elkanderen te wijken en na Hunne wooningen weeder te keeken
English
to return and in some measure acknowledge such a completely undeserved, high favor; whereas now this mutinous headman, after such clear tokens of unearned and immense goodness, not only persisted in his intended wickedness, but even became increasingly malicious and utterly shameless, and thus certainly did not answer to that good expectation which the commissioners undoubtedly promised themselves from their so favorable dispensation to these wicked people, and thus, according to the proving outcome, served more toward a bolder and more shameless continuation and persistence than to the cessation and destruction of their wickedness, which is certainly much easier to notice and point out a posteriori than it is to foresee or fathom in and during such delicate and anxious circumstances, and is also only mentioned by me here as a mere reflection on what, in my opinion, could and might be regarded as an accidental and contributing cause to the so unheard-of progress and continuation of these so criminal disturbances in the Matara Dessavony, and is by no means adduced by me as if I wished to censure the zealous and watchful conduct of these gentlemen in and during the performance of their so anxious commission, or to point it out as in any way deficient or imperfect, to which I have not the slightest thought, being convinced that their Honors employed all possible courage, loyalty, and zeal in that entrusted commission, exposed the security of their persons very greatly in the beginning of their negotiations by venturing among the refugees, and certainly adapted their great indulgence to the understanding that their Honors then had of the nature and circumstances of the matters, and to the good that appeared to their Honors through a completely dark cloud from the midst of this rebellious multitude toward returning to their honor and duty, which flattering hope was certainly answered as unworthily as it was completely unexpectedly, which to their Honors, as well-meaning servants of the Honorable Company and members of the government of this administration, must certainly also have been exceedingly grievous. These now are, in my opinion, the principal accidental as well as contributing causes to the outbreak, progress, and continuation of the so great unrest and disturbances that manifested in the Matara Dessavony in the month of April last, which I have the honor hereby, according to the demand made upon me, to lay open with all sincerity and without any prior prejudice toward whomever it may be, respectfully requesting pardon for whatever defects may appear therein to the more enlightened judgment of your Right Honorable, in which favorable confidence I have the honor to sign myself with all sentiments of high esteem. Was written below: Right Honorable Sir, your Right Honorable's humble and very obedient servant. Was signed: C. D. Kraijenhoff. In the margin: Colombo, the 14th of October 1790. After resumption thereof, it was approved and understood to send a copy of it to Batavia. There was read a secret letter from the Galle servants of the 10th of this month, containing a report that the Honorable Matara Dessave Raket deems it necessary that a detachment of 27 Easterners, under a European sergeant, be placed in the Morrua Korle; and also just as many men at Alloerlie and at Akkurasse to prevent any further intrusion of Madoegodde Appoe and his followers, or rather to get him into our power upon a closer appearance, if possible; but that they, the servants, could not find it advisable to qualify the Honorable Raket for this, because these detachments might make a wrong impression on the inhabitants, as they would not understand the true purpose thereof or even not believe it, and also because these detachments do not seem suited for the capture of Madoegodde Appoe; since he will probably not come where they can catch him, besides that absolutely nothing else is needed for this than the goodwill of the Matara headmen, who, if they only want to, are in a position to have all the movements of him, Madoegodde Appoe, watched, and through their multitude of Lascarins and other people, can have him apprehended: proposing on the contrary to charge the Honorable Raket to order all the Matara native headmen of the korles and pattus, secretly and each separately, to devote all possible attention and take suitable measures to apprehend Madoegodde Appoe immediately when he enters the Company's territory again and transport him to Matara, with the promise of a premium of one thousand rixdollars to whichever of the headmen shall deliver him, and the threat that if any headman can be convicted of Madoegodde Appoe having been in his district without him having had him apprehended, he will then, according to the findings of the case, be exemplarily punished. And after deliberation, it was approved and understood to qualify the servants at Galle to give to the Honorable Dessave Raket the aforementioned charge proposed by them, with all such further recommendations as they shall find to be of service in this matter. Because
Dutch transcription
5312 tekeeren eene zoo geheel onverdiende, hooge gunst eenigsints wilden erkennen; daar nu deeze Muijtzugtige Hoof, na zoo duijdelijke blijken van onbehaalde en overgroote goedheid, niet alleen in zijn voorgestelde boosheid volhar„ de, maak zelfs hoe langs zoo meer kwaadaaadigen gantsch onbeschaemt wierd, en alzoo zeeker niet beand¬ woorde aan die goede verwagting, welke die Heeren kom„ missarissen zig ongetwijfseld van Derzelver zoo gunstege„ toedeeling van deeze boose Menschen beloofden, en dus, na de bewijsende uijt komst, meer tot stouter en onbeschaem„ der voortzetting en aanhouding dan tot op houding en vernietiging Hunnerboosheid gediend heeft, het geën zeeker veel ligter en aposteriore op temerken en aantewij„ sen is, dan het in en bij zodanige delideaate en zorgelijke omstandigheeden te voorzien of te doorgronden valt, en ook door Mij maar alleen bij deeze opgehaalt word als een bloote bedenking van het geen, na Mijne gedagten, tot den zoo ongehoorde voortgang en aanhouding dee zek zoo misdadige op schuddingen in de Maluereesche Dessa„ vonije als een toevallige en meedewerkende oorzaek zoude zoude konnen en moogen aangemerkt worden, en geensints door Mij aangekoert word als of Ik het ijverig en waak„ Zaem gedrag deezer Heeren in en bij het volbrengen Hun¬ net zoo zorgelijke kommissie wilde berispen, of als eenig„ sints onvoldoende of onvolkoome aanwijsen, waar toe ste geende mins te gedagten hebbe, als overtuijgd zijnde dat wele¬ Edelen in die aanvertrouwde kommissie alle moogelijke kloekheid, frouwe en ijver aangewend, de zeeker hijd Hun„ net Perzoonen in den beginne Hunner onderhandelin¬ gen met zig bij de vlugtelingen te vaagen, zeer bloot ge„ „steld, en Hunne groote toegeevendheid zeeker geschikt hebben na het begrip dat Hun Edelen als daar van den beedragt en omstandigheeden van Zaeken hadden, en na het goede dat Hun Edelen door een gantsch duij„ stere wolk uijt het midden deezer overwerige meenigte voor 't weederkeeren tot Huneer en pligt voorkwam, welke vlijende hoope zeeker eeren zoo onwaardig als ge„ heel onverwagt beandwoord wierd, 't geen Hun Ed: als wel¬ meenende Dienaaren der Ed: Maatschappije en heden der Regee„ ding deeses Gouvernements, zeeker ook ten hoogste grievend geweesd 5313 geweest is. Deeze nu zijn, na mijne gedagten, de voornaamste zoo toevallige als meedewerkende oorzaeken tot de uijtbaasting, den voortgang en aanhouding der in de Maand april JsL. in de Maturee„ J „sche Dessavonij geopenbaarde, zoo groote onlusten en opschud„ dingen, die ik de eere hebbe bij deeze, na de Mij voorgestel„ de vordering, met alle opregtheid en zonder eenige voor af teegen ingenomentheid voor wie het ook zijn mag, open te leggen, Eerbiedig verschooning verzoekende voor al het gebrek„ kige dat daar bij aan 't verligter oordeel van uwel Edele gestr: groot Agtb: mogte voorkoomen, in welk gein„ stig vertrouwen Ik de eere hebbe Mij met alle gevoelens van hoog agting te onderteekenen. /:onderstond:/ Wel Ed: Gestr: Groot Agtb: Heer, uwel Ed: Gestr: groot Agtb: onderdaanige en zeer gehoorzaeme Dienaat. /:was geteekend:/ C: D: Kraijenhoff: /: in mar„ gine: /. Kolombo den 14. ' october 1790. Is na resumtie van 't zelve goedgevonden en verstaan, Copij daarvan te zenden na Batavia. Js geleesen een secreete brief van de gaalsche bedienden van van den 10. deezer, houdende berigt, dat De E: Maturee sche Dessave Raket nodig oordeeld, dat in de Morrua„ Corle een detachement van 27. oosterlingen, onder een Europeesche zergeant gelegt, word; en ook even zo veel manschappen op Alloerlie en op Akkurasse tot voor„ „eenige verderen indrang van kooming van Maloegodde appoe en zijn aanhang, dan wel om hem bij nadere verschijning was het mogelijk in onze macht te krijgen; dog dat zij bedienden niet konden geraaden vinden, den E: Maket daartoe te qualificeeren, om dat deze detachementen een verkech den indalk bij de ingezeetenen kunnen maaken, wijl zij 't waake oogmerk daarvan niet zouden begrijpen of zelfs niet gelooven, en om dat ook tot het vangen van Madoegodde appoe deeze detachementen niet geschikt schijnen; wijl hij waarschijnelijk niet zal komen, daar deeze hem vatten kunnen, behalven dat daar toe vol„ strekt niet anders nodig is dande goede wil der ma„ tureesche hoofden, die wanneer ze maak willen in de geleegendheid zijn, om op alle de gangen, van hem Madoe„ „godde appoe te doen letten, en door hunne meenigte van LatCorijns 5314. Lascorijns en ander volk, hem kunnen laeten oppakken: stellende daar en tegen voor, den E: Raket tegelasten, om alle de matureesche Jnlandsche hoofden der korles en pattoes, in 't geheim en elk afzonderlijk aante beveelen 't om alle moogelijke oplettendheid te besteeden en geschikte maat reegelen teneemen, ten einde Madoegodde appoe„ wanneer hij weeder in sComp:s gebied komt, ten eersten optevatten en na Mature te transporteeren, met be„ lofte van eene premie van een duijzend rd=s aan den geenen der hoofden, die hem zal leeveren, en bedrijging, dat indien eenig hoofd kan worden overtuijgd, dat Madolegodde appoe in zijn distrikt geweest is, zonder dat hij hem had laeten ofvatten, hij dan na bevin„ ding van zaeken exemplaatlijk zal worden gestraff. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen, den be„ dienden te Gale te qualificeeren, om aan den E: Des„ save Raket te geeven de voorscht: door hun voorgestel„ de last, met alle zodanige verdere aanbeveelingen, als ze in deezen zullen bevinden van dienst te weezen. wijl
English
Because it is nevertheless not advisable to let matters depend solely upon these means, it has at the same time been resolved to write to the servants to instruct the Honorable Raket, in accordance with his proposal, to cause some military detachments to be stationed in the Morruacorl and elsewhere in the country where His Honor, in consultation with the Honorable Major Schede, shall deem it necessary, and to take these detachments rather on the strong side than too weak, as well as to place an officer at the head of each of them, so that military discipline may be better maintained, and thereby it may all the more be prevented that the soldiers cause any harassment to any of the inhabitants. And it has likewise been resolved to recommend to the servants to write to the Honorable Dessave Raket that he must ensure, by the most appropriate means, the provisioning of these detachments at the posts where they are stationed, and to arrange it as much as possible in such a manner that the inhabitants need to deliver nothing for this purpose that could be of any burden to them; but in so far as it cannot strictly be avoided, to cause whatever is delivered to be paid for immediately in cash, not according to the usual Company prices, but according to the market prices, and such as can be agreed upon to the satisfaction of the sellers, even if it were that the Company should have to bear some additional expense for it; and to this end, to provide the necessary cash to the commanders of these detachments, who must ensure that the payment is made to the suppliers themselves, in order to be assured that the money reaches the right person. Furthermore, in order to prevent the dispatch of these detachments from making a wrong impression upon the inhabitants, it has been approved to write further to the servants to order the Honorable Raket, when issuing the order proposed by them to the native chiefs of the korles and pattoes, to write at the same time that these detachments are about to march out to lend them strong assistance, if necessary, in capturing Madoegodde Appoe; and thereby to submit to the consideration of the servants whether it might not even be better that the aforementioned orders to the chiefs be given not in secret, but publicly and in the manner the dessaves are accustomed to issue their orders to them, so that not only the chiefs but also the inhabitants may obtain knowledge of the reason for which the aforementioned detachments are being sent. There was also read a separate letter from the Commander of Galle, Mr. Sluijsken, of the 12th of this month, containing the report that Baddewokke Aratje had sent a nephew of his to His Honor to request that he might come over to Galle in order to obtain forgiveness for his flight from the Dessavony, under the declaration that he would reveal very important matters concerning the latest unrest in the Maturese Dessavony, and promising that if His Honor should desire it, he would also go to fetch Madoegodde Appoe; and that His Honor had thereupon sent an ola to him, Baddewokke Aratje, containing that he is permitted to come to Galle, with the promise that he would be favorably treated upon findings of good behavior; requesting the said Mr. Sluijsken that it may be prescribed to him how His Honor should conduct himself upon the arrival of Baddewokke Aratje, and whether His Honor, after having heard him, should let him depart again to bring Madoegodde Appoe along to Galle, if possible. And after deliberation, it has been approved and resolved to write to the servants at Galle that if Baddewokke Aratje, upon the ola written to him by the Commander, arrives at Galle, he must first be heard, and this interrogation be sent hither as soon as possible, and that he subsequently, until further orders from this government, must be detained at Galle. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon, on Monday the 18th of October 1790. Present. The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Head Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek Diederich Thomas Fretz, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedikt Lamb. van Zitter The Honorable Fiscal Mr. Johann Adrianus Vollenhoven Absent. The first sick and the latter occupied in service. The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Camlant The Honorable Dessave The Honorable Paymaster Bookkeeper Gerrit Engel Holst Received a secret letter from the Galle servants, of the 15th of this month, containing notice that according to received reports, Madoegodde Appoe had moved toward the Galle Corle, and is attempting to stir up an insurrection there, having ordered the people who were sent to bring down cinnamon to [illegible] all the cinnamon
Dutch transcription
Wijl het nogtans niet raadzaem is, om het alleen of de ze middelen verder telaaten aankoomen, is tevens ver„ staen den bedienden aante schrijven, om den E: Raket aante beveelen, om overeenkomstig met zijn voorstel, eenige militaire detachementen te doen plaatsen in de Morruacorl, en elders in 't land, waar zijn E: dat, met overleg van den E: Majoor Schede, zal nodig vindee„ en deeze detachementen liever wat sterk dan te swak teneemen, mitsgaders aan 't hoofd van elk derzelve be officier te stellen, op dat de krijgstugt te beter onderhou„ den, en daek door temeek voorgekomen worde, dat de zol„ daeten aan niemand der Jngezeetenen eenig overlast doen En is teffens verstaen den bedienden aan te beveelen, om den E. Lessare Raket aan te schrijven, dat hij door de bekwaamste middelen moet zorgen, voor 't onder„ houd van deeze detachementen, op de posten daar ze ge„ legd worden, en het zoo veel mogelijk daarnaat te schikken, dat de Jngezeetenen daartoe niets behoeven te leveren, dat haar tot eenige last zoude kunnen verstrekken, dog voor zoo verke dat volstrekt niet te ont„ wijken 5315. wijken is, het geen geleeverd word aanstonds Contant te doe betaalen, niet na de gewoone Comp. s prijsen, maar naar de markt prijsen, en zoo als dat ten genoegen der verkoopers last kan worden bedonge, al was het ook dat de Comp: deer,„'t om eenige meerdere kosten zoude moeten draegen, en ten dien einde aan de Commandanten van deeze detachemen„ ten de nodige Contanten meede te geeven, die zorgen moe„ ten, dat de betaaling geschied aan de leeverenciers zelve, om verzeekerd te zijn dat 't geld aan den regten man komt. Voorts is om voortekoomen, dat het zenden van deeze deta„ chementen, geen verkeerden indruk maakt, op de inge„ Zeetenen, goedgevonden, den bedienden nog aan¬ te schrijven, om den E: Rakel te gelasten, om bij het stellen van de door hun gepropo„ neerde order, aan de Jnlandsche hoofden van de korles en patloes tevens te schrij„ ven, dat deeze detachementen staan uijt te rukken, om aan hun, tot het opvatten van Macoegodde appoe, te ver„ „leenen leenen de sterke hand, indien het nodig zij: en daarbij aan de bedienden in bedenking te geeven, of het daarom „zelfs niet beeter zij, dat de voorsz: orders aan de hoofden, gegeeven- worn¬ de niet in 't geheim, maar publicq en zoo als de dessaves gewoon zijn hunne orders aan dezelven uijtte¬ vaardigen, op dat niet alleen de hoofden maar ook de ingezetenen kennis krijgen van het motief, waartoe de voorsz: detaclementen gezonden worden Nog is geleezen een apparte brief van den heer gaalsch Commandeur sluijs¬ „ken, van den 12. deezer, houdende berigt, dat Baddewokke arraatje een neef van hem aan zijn E: had gezonden 5316. gezonden, om teverzoeken dat hij na Gale mogt overkoomen, ten einde vergiffenis voor zijne ont„ vlugting uit de Dessaronie te erlangen, onder betuij„ „ging dat hij heel gewigtige dingen, raekende de laatste onlusten in de Matureesche DesCaronij, ontdekken zoude, en beloovende, dat zoo zijn E: het mogte bogeeren hij Madoegodde ap„ poe meede zoude gaan haalen; en dat zijn E: daarop, aan hem Baddewok„ ke arkaatsje een ola had afgezonden, behelsende dat hem gepermitteerd word na gale te koomen, met belofte dat hij na bevinding van goede zaeken, gunstig zoude behandeld worden: verzoe„ kende gemelde heer sluijsken, hem te„ willen voorschrijven, hoe zijn E: zig bij de komst van Baddewokke Araetje ge„ draagen zoude, en of zijn E: na hem gehoord te hebben, hem weder zoude laaten vertrek„ ken om Madoegodde appoe meede, was het 9. secreete het mogelijk, na Gale te brengen; En is na delibetatie goedgevonden en verstaen den bedienden te gale aanteschrijven, dat zoo Baddewokke arraatje, of de ola, door den Heer Commandeur aan hem geschreeven, te gale aan¬ komt, hij ten eerste moet gehoord, en dit verloor ten allerspoedigsten herwaards gezonden worden, en dat hij vervolgens, tot nader order deezer regee„ ring, te gale moet worden aangehouden. Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het Cas„ teel Kolombo ten daege, maand, en Jaare voorsz: 5317. secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon, op. Maandag den 18. october 1790. Prezent. De Wel Ed: groot Agtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff D: E: Heer Hoofd dmin istrateur . M:r Christiaan van Angelbeek Diederich Thomas Fretz, D: E: Eerte Pakhuismeester. . . . . . Johannes Reintous, D: E: Secretaris. . . . . . . . Bened:k Lamb: van Zitter D: E. Fiscaal. . . . . . . . Mr Johann . Adrian:s Vollenhove: Abzent. de eerste ziek ende laatste in den dienst geoccupeerd. D: E: Negotie Boekhouder. . . - Abraham Camlant D: E: Dessave. . . . . . . - D: E: Zyldij boekhouder - - - - - - - Gerrit Engel Holst Ontvangen een secreete brief van de Gaalsche bedien¬ den, van den 15. dezer, houdende advertentie, dat val„ gens ingekoomene berigten, Madoegodde appoe nade kant van de Gale Corle, getrokken was, en aldaar een ferland tragt te verwekken, hebbende de volkeren, die gezonden zijn om kanneel afte brengen, aangezegd, om alle de kanneele 9.
English
cinnamon, to bring it into two mandus, which he had caused to be erected at Hienedoem, a village in the King's territory, and that the servants had ordered the overseer of the Korale of Schulet, and appointed some means, to capture him, if possible, without noise or causing commotion among the inhabitants. Whereupon, after deliberation and taking into consideration that the servants do not report which means they have employed to capture Madoegodde Appoe, and one therefore cannot judge whether they are sufficient to preserve the peace in the country and to prevent Madoegodde from unsettling the inhabitants; it is therefore approved and resolved to write to them that, if it has not already been done, they should nevertheless send some detachments into the country, to take up positions in such places as shall be deemed serviceable, in order to free the inhabitants from all harassment, and especially to secure the transport of cinnamon, unless they have well-founded reasons that advise against it for the present. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret 5318. 18:9. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Tuesday the 19th October 1798. Present. The Right Honorable Lord Governor - Willem Jacob van de Graaff The Honorable Lord Chief Administrator - Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Secretary - Bened:s Lamb:s van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper - Abraham Samlant The Honorable Fiscal - Mr. Johannis Adrian Vollenhove Absent. The Honorable Disava - Diederich Thomas Fretz The Honorable Pay Bookkeeper - Gerrit Engel Holst The Honorable First Warehouse Master - Johannes Reintous. Was read a secret letter from Galle dated the 17th of this month, stating that Baddewokke Aratchi had arrived in Galle on that day, and that he had sent an ola with two of his trusted persons to Madoegodde Appoe to persuade him to return to Galle, together with a report that Baddewokke Aratchi had declared that he assumed with great certainty that Madoegodde Appoe will appear there within a day or two, and that the servants had therefore ordered the Honorable Matara Disava not to send any commando into the country to apprehend Madoegodde Appoe until further orders, but to keep the military there prepared to march out immediately if Madoegodde Appoe should not appear after the lapse of some three days. And after deliberation, it was approved and resolved to take the report as communication, and provisionally to postpone the dispatch to Galle, resolved upon yesterday, to send military detachments into the country, until the receipt of further reports from Galle regarding the outcome of the message sent by Baddewokke Aratchi to Madoegodde Appoe. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret 5313. Thursday the 21st October, Anno 1798: Present The Right Honorable Lord Governor - Willem Jacob van de Graaff The Honorable Lord Chief Administrator - Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Disava - Diederich Thomas Fretz The Honorable First Warehouse Master - Johannes Reintous The Honorable Secretary - Bened:s Lamb:s van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper - Abraham Samlant The Honorable Fiscal - Mr. Johannis Adrianus Vollenhove. Absent The Honorable Pay Bookkeeper - Gerrit Engel Holst, due to indisposition. Was read a secret letter from Galle dated the 17th of this month, whereby, among other things, in response to the express inquiry made on that account by this Government in its letter of the 15th preceding, it is reported that Madoegodde Appoe had indeed obtained the consent of the Lord Commander Sluijsken to go to his house and land, but that he was nevertheless diverted as much as possible from this intention, and subsequently departed quietly from Galle without making this departure known. Whereupon, after deliberation and taking into consideration that Lord Sluijsken himself considered it ill-advised to leave this Madoegodde Appoe in the Matara Disavony, and he was for that very reason, upon his proposal, appointed as Mohandiram of the Galle Guard, but that it cannot be reconciled with this at all that His Honor has since given him consent, as expressed in a dubious manner in the aforesaid letter from Galle, to go to his house and land, since he might perhaps have inferred from this that he had absolute leave, and thus needed to give no further notice before his departure: It is therefore approved and resolved to request further clarification from the Lord Commander Sluijsken regarding this matter. It being reported by the Galle servants in a further secret letter of the 17th of this month that Baddewokke Aratchi had arrived there that day, and that he had dispatched an ola to Madoegodde Appoe to persuade him that he should come to Galle, and that the servants had therefore ordered the Honorable Matara Disava to send no commandos into the country until their further orders, because the purpose of these commandos was solely to apprehend the aforesaid Madoegodde Appoe and Baddewokke Aratchi. Deliberation was held thereon, and it was taken into consideration that the order given to the Galle servants by letter of the 15th of this month, to instruct the Honorable Matara Disava that, in accordance with his proposal, he must place some military detachments in the Morawak Korale and elsewhere in the country where His Honor, with the advice of the Honorable Major Scheede, should deem necessary, was not so much done to capture the aforesaid two malefactors, but rather to maintain peace in the country, and especially to prevent anything being undertaken by Madoegodde Appoe or by whomever else it might be
Dutch transcription
kanneel, te brengen, in twee mandoes, die hij te Hiene doem een dorp in 'skonings gebied, had laeten opslaen, en dat zij bedienden de opziender der Corle van Schulet hadden gelast, en eenige middelen behaemd, om hem, zonder geruigt of op zie bij de ingezeetenen teversekke, was 't mogelijke gevangen te krijgen. Waar op gedelibereerd, en in agting genoomen zijnde, dat de bediende niet melden welke middelen zij in 't werk gesteld hebben, om Madoegodde appoe te vangen, en men dus niet kan boo „deelen, of ze toerijkende zijn om de rust in 't land te Con„ serveeren, en voorte koomen dat Madoegodde de ingezeetenen D niet ontrusten; js der halven goedgevonden en verstaen hun aante schrijven, om indien het niet reets geschied is, als nog eenige retachementen in 't land te zenden, om op zul„ „ke plaatsen post te vatten, als dienstig zullen worden geoor„ deeld, om de ingezoetenen van alle overlast te bevrijden, en in zonderheid den afbreng van kanneel te bevijligen, ten zij ze gegronde reedenen hebben, die dat voor eerst ontraeden Aldus Gedaan ende Geresolveerd in 't Casteel Colombo ten daege maand en Jaare voorschd: secreete 5318. 18:9. Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon op Dingsdag den 19:' october 1798. Prezent. de Wel Ed: Groot Agtb: Heer Gouverneur - . Willem Jacob van de Graaff D: E: Heer Hoofdadministrateur. . Mr Christiaan van Angelbeek D: E: Secretaris. . - - - -. . . . Bened:s Lamb:s van Litter, D: E: Negotie Boekhouder. . - - - - - Abraham Samlant „ Mr: Johanns Adrian Vollenhove D: E. Fiscaal . . Absent. D: E: Dessare - - - _ _ _ - - - Diederich Thomas Fretz D: b: oldij Boekhouder - - - - - - - Gerrit Engel Holst, D: E. Eerste Pakhuismeester. . . . . . . Johannes Reintous. Js geleezen een Gaalsche secreete brief van den 17:' deezer, houdende, dat Baddewokke araatje diendag te Gale was aangekoomen, en dat hij een ola met tewee zijnet vertrouwde perzoonen, aan Madoegodde ap„ poe had gezonden, om hem te persuadeeren na Gale„ terug te koomen, met berigt teffens, dat Baddewokke aklaatje had betuigd heel vast te veronderstellen, dat 9. dat Madergolde Aspoe binnen eendag of twee aldaer zal ver„ schijnen, en dat zij bedienden dierhalven, den E: Matureesche Dessare hadden gelast, om tot nader order, geen Comman„ do in 't land te zenden, om Madoegoede appoe ofte vatten dog om den Militairen aldaar zaar toe gereed te : houden, om ten eersten te kunnen uitbukken, zoo Madoegodde appoe, na verloop van een dag of drie„ niet mogte te voorschijn koomen. En is na deliberatie goed gevonden en verstaan, het berigte voor Communicaatie te neemen, en bij provi„ ki uittestellen, de op gisteren gearresteerde aanschrij„ rens na Gale om Militaire detaChementen in 't land te zenden, tot den ontvang van nader berigt van Jale, wegens den uitslag van de boodschap door Bad„ de wokke arraatje aan Maddoegoode Appoe ge„ zonden. Aldus Gedaan ende Gerecolveerd in 't kas„ teel kolombo ten daege Maand en Jaare voorsch: Sekreete 5313. Donderdag den 21:' okctob: A=o 1798: Present ople Ee wel Ed: groot Agtb: Heer Goueneur. . . Willem Jacob vande Graaff E: E: Heer Hoofdadministrateur - M:r Christiaan van Angelbeek Diederich Thomas Fretz D: E: Dessave D: E: Eerste pakhuismeester. . . . . Johannes Reintous D: E: Secretaris. . . . - - - Bened=s Lamb:s van Zitter D: E: Negotie Boekhouder. . . - - Abraham Samlant „ Mr. Johanns. adrians Vollenhove. D. E: Fiscaal. Absent Gerrit Engel Holst mits in dispositie. O: E. Zoldij boek houder Is geleesen een gaalsche secreete brief van den 17. ' deezer, waar bij onder anderen, op de derweegens door deeze Regeering gedaene expresse vraege„ bij brieve van den 15. ' tevooren, word berigt, dat Ma„ „doegodde appoe, van den heer Commandeur sluijs„ ken desselfs toestemming wel heeft gehad, om na Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon„ zijn op . zijn huijs en land te zullen gaen, dog dat hij egter zoo veel mogelijk van dit voorneemen is gediverteerd, en vervolgens zonder dit vertrek bekend te maeken stil van Gule vertrokken. Waarop gedelibereerd en in agting genoomen zijnde, dat de heer sluijske, zelve het ongeraaden heeft geagt, om dee„ §/3n Madoegodde Appoe : de Matureesche de ssakonij luiten, en hij even daarom op desselfs voordragt, is aan „gesteld tot Mohanditam vande Gaalsche guarce, dog dat het daermeede geheel niet overeen te brengen is, dat zijn E: hem zedert desselfs toetsemming heeft gegeeve, om, gelijk bij de voorsch: gaalsche brief op eene buij „zeken wij ze word uijtgedrukt na zijn huijs en land te zullen gaen, wijl hij daar uijt misschien heeft afgeleid, dat hij ne ts volstrekt verlof had, en dus geen nader kernis na zijn vertrek behoefde te geeve: Is der halve goedgevonden en verstae, van de heer Comma deur sluijken derweegens nadere opheldering te Door de Gaalsche bedienden bij een nadere secreete brief van vraegen. 5320. van den 17 deezer bezigt zijnde, dat Baddewokke ar„ „kaetje dien dag aldaar was aangekoomen, en dat hij een ola aan Madoegodde appoe had afgezonden, om hem te per¬ suadeeren, dat hij na Gale zoude koomen, en dat zij be„ dienden daarom de E: Matursesche dessave hadden ge„ last, om tot hunne nader order geene Commandos 't Land te zenden wijl 't oogmerk van deeze Comma= „des alleen was, om voorsz: Maddegodde appoe en Badde„ wokke araakje op te vatten. Js daar over gedelibereerd en i agting genoomen dat de gegee„ vene order aande Gaalsche bedienden bij brieve van den 15. ' deezer, om den E: Matureesche dessave aante beveelen, dat hij over een komstig zijn voorstel, eenige militaire deta„ „chementen moet plaatsen de MorruaCorle en elderes in 't land; waar zijn E: dat met advies van den E Majoor scheede, zoude nodig vinden, zoo zeek niet is ge„ „hhied omde voorsz: twee boosdoenders tevangen, als wel om de rust in 't land te bewaaren en „madogodde affoe nog door inzonderheid om de voorkoomen dat door wien het anders zoude moogen zijn, iets worde ondernoo„ men
English
to prevent them from disrupting them anew; and that for no other reason was it written to recommend at the same time to the Honorable Council to write also to the native chiefs of the corles and pattoos that these detachments are about to march out here to assist with a strong hand in the apprehension of Madoegodde Appoe, primarily to remove all evil suspicions among the inhabitants of the country concerning the sending of the detachments. And it has therefore been approved and agreed to instruct the servants at Gale to write as yet to Mature that the detachments must be sent into the country, precisely and in accordance with what was prescribed in the aforementioned letter of the 15th of this month. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Secret. 5321. Monday, 25 October, Year 1798. Present: The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Head Administrator - - Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Dessave - - - - - - - Diderich Thomas Fretz The Honorable Pay Accountant - - - - - - Gerrit Engel Holst The Honorable Trade Accountant Abraham Samlant The Honorable Fiscal - - - - - - - - - Mr. Johannes Adrianus Vollenhove The first two sick, and the latter occupied in the service. The First Warehouse Keeper - Johannes Reinouts The Secretary Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on [illegible] Together with the secret letter from Gale of the 20th of this month, having been received a resolution of the 19th prior, in which is inserted an address from the Overseer of the Gale Corle, Von Schuler, in which, in compliance with the requisition of this government by secret letter of the 17th of this month, he declares his opinion that one could and should usefully place an European sergeant and twelve Javanese at Maplegam, as well as a corporal and eight Javanese at Hinidoema, being the boundary of the Company's territory, and an equal number in the rest house of Waliswe: not so much that they might seize Madoegodde there, but rather that he would thereby be deterred from showing himself in that far-flung part of the Company's territory, whereby the opportunity would be completely taken away from him to give evil counsel to the inhabitants there: and concerning which the servants at Gale have decided to ask the pleasure of this government in that regard, and at the same time to propose whether it might not be more advisable, instead of sending out detachments, to wait yet six days to see whether Madoegodde Appoe might not in the meantime be lured into the net in one way or another, and if this did not succeed, then to summon him by edict to appear within eight 5322. eight days, either at Colombo, Gale, or Mature, to answer to the accusations that lie against him, but should he not appear, then to declare him an outlaw and to set a bounty of one thousand rixdollars for the person who shall deliver him alive or dead. This having been deliberated upon and taken into consideration, that the six days which the servants propose in order to await the outcome of the measures taken by them regarding Madoegodde Appoe expire today, and that consequently, if he is not yet at Gale, it is beginning to be high time to take such measures as can serve to prevent the Company from being further rewarded in such a scandalous manner by this villain upon its own ground and soil. And it has therefore been approved and agreed to instruct the servants at Gale that if Madoegodde Appoe, upon receipt of this order, should not yet have arrived at Gale, to send a detachment of at least at least 50 men, commanded by a European officer, to Maplegam, and to order this officer by written instructions to maintain and cause to be maintained the strictest military discipline among his men, and that he shall be held responsible if the least wantonness occurs or any nuisance, in whatever respect it might be, is done to the inhabitants in the country, whether on the march back and forth, or during the time that this detachment lies in the country. And in order that the purpose may be the better fulfilled, it is agreed to further instruct the servants that the Overseer of the Corle himself, or if he is hindered therein by other duties, the Shahbandar Mudaliyar must go along and remain there until all necessary arrangements and provisions have been made, so that the troops are provided with proper provisions, with authorization to incur any extraordinary expenses to that end insofar as necessary, and that the said Overseer will 5323. will have to ensure that the inhabitants in the country, before the detachment marches out, are properly informed that the aforementioned detachment is sent solely to protect them against the harassment that Madoegodde Appoe or other ill-disposed persons might wish to inflict upon them; with further orders to the servants to add to the aforementioned detachment one to two ranks of armed lascars, taken from the guard or other men who are most suitable for this and most to be trusted. Furthermore, considering that the crimes of Madoegodde Appoe, committed against the Lord of the land, are so great and so overly notorious that no summons against him is necessary, it is therefore approved and agreed to order the servants at Gale, at the same time that the aforementioned detachment is sent into the country, to cause a proclamation to be made, both in the Gale Corle and in the Matara Dissavony, wherein everyone is ordered, whenever Madoegodde Appoe
Dutch transcription
men, om die op nieuw te stooren; en dat daarbig om gee„ „ne andere reden is aangeschreeven, den E Rahet leffens aan te beveelen, om aande Jnlandsche hoofden van de korl en pattoes tevens te schrijven, dat deeze detachementen staan uijt te rukken om hier tot 't opratten van Ma„ doegodde appoe te verleenen de sterkte hand, da hoofd„ zaaklijk om de Jngezeetenen en 't land, alle ergege„ „dagten over het zenden van de tachementen te beneemen. En is derhalve goedgevonden en verstaan, den bedienden te Gale te gelasten, om als nog na Mature aantescheig„ „ve dat de Dotachementen moeten worden gezonden „ 't land, even en in diervolgen als voorgeschreeven is bij voorschr: brief van den 15. deezer. Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het Casteel kolombo ten daege maand, en saare voorschreeve secreete 5321. Maandag Den 25:' october Ao 1798. — Prezent. Den Wel Edele groot Agtb: heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff De E: Hoofdadministrateur - - M:r Christiaan van Angelbeek, De E: Pessare. - - - - - - - Diderich Thomas Fretz, . . . Bened=k: Lamb:s van Zitter Ab Lent De E: Zoldij Boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst De E: Negotie Boekhouder Abraham Samlant H: Johanns: adrian:s Vollenhove De E: Fiscaal. . . de twee eersten ziek, en de laatste g'okkupeerd in den dienst. De „ Eerste Pakhuismeester - Iohannes Reintous, Nevens gaalsche secreete brief van den 20. deezer, ont„ vangen zijnde eene Resolutie van den 19. te vooren waar bij geinsereerd is een addres van den opsien„ der dat Gale Corle van Schulek, waar bij hij ter voldoening aan 't requisit deeser degoering bij so„ De „ Secretaris Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon op. „creete : . „croete brief van den 17. deezer, verklaard van ope„ nie te zijn, dat men met vrugt op Maplegam een Europees sergeant en twaalff Javaanen zoude kun nen en dienen te plaatsen, zo meede een Corporaal en agt Javaanen, te Hiniloeme, zijnde de Limiet van 's Comp=s gebied, en een gelijk getal in het rusthuijs van Walicwe: niet zoo zeel om dat zij Madoegodde aldaar zouden of vatten, als wel om dat hij daar door afgeschrikt zoude worden; zig in dat ver afgeleegene gedeelte van 's Comp„s gebied te vertoonen, waar door hem volkoomen zoude benoomen wordende gelegendheid, om de ingezeekenen aldaar kwarde Raad te geeven: en waar of de gaalsche be„ dienden hebben beslooten, daar omtrend te vraagen het goed„ vinden deezer Regeering, en daar bij teffens voortestel Een„ of 't niet raadsaimer zoude zijn, insteede van deta„ chementen uijt te zenden, nog zig daegen te wagten, off Ma„ doegodde appoe intusschen niet op de eene of andere wijze in 't niet konde gelokt worden, en zoo dit niet lukte, hem dan bij Edikte inte daegen, om binnen agt te 5322. agt daegen, 't zij te kolombo, gale of mature te verscheinen, om zig te verantwoorden teegen de beschuldigingen die teegen hem leggen, dog zoo hij niet verscheind, hem dan vogel vrij te verklaaren en eene premie te stellen van Een duijzend rd=s voor den geenen die hem leevendig of dood zal leeveren. Is daar ovek gedelibereerd en in agting genoomen, dat de zes daagen, die de bedienden voorstellen, om= aftewagten een uijtslag dek mactriegelen, door hem nopens Madoegodde afpoe genoomen, heeden ten einde loopen, en dat mits dien, zoo hij nog niet te Gale is, 't hoog tijd begind te worden om te neemen zodaa„ nige maat regelen, als strekken kunnen om te betetten dat de Comp: niet verder door deeze booswigjt op haaren eigen grond en bodem, op zoo een Rchandelyke wij ze geloond word. En is derhalven goedgevonden en verstaan, den bedien„ den te Gale aan te schrijven om zoo Madoegoode eef„ poe, bij ontvang deezer order, nog niet te Gale mogte zijn gekoomen, en detachement van ten min„ sten sten 50. Man, gecommandeerd door een Europeesche officier te zenden na Mapelgam, en deeze officier bij schriftelijke instructie, aante beveelen, om den strikste krijgstugt onder zijn volk te onderhouden en te doen onderhouden, en dat hij ek voor verant„ woordelijk zal zijn, zoo ek de minste baldadigheid „geschied, of eenigen overlast, in wat op zigt het ook zoude moogen zijn, worde gedaan aan de ingezeetenen in 't lang 't zij op de heen en weder marsch, dan wel geduurende die teid dat dit delachement 't land legd. En op dat aan het oogmerk te beter word voldaan, is verstaan den tedienden nog aan te schrijven dat de ovziender der Eerle zelfs of zoo hij door andere bezigheeden daarin gehinderd word de sjaban„ dhaar modliaat meede gaan, en daar blijven moet, tot dat alle noodige schikkingen en inrigtingen zijn gemaakt, te einde de troupes van behoorlijke beeftogt worden voorzien, met qualificatie om in zoo verre 't noodig zij, daar toe eenige buiten gewoo„ ne ongelden te moogen doen, en dat gem: opziender zal 5323. zal moeten zorgen dat de ingezeetenen in het land, voor dat 't detachement uijtrukt, behoorlijk worden onderrigt, dat voorsz: detachiment alleen gezonden word, om hun te dekken teegen den overlast, ƒ. die Madoegodde appoe of andere kwaad gezinde hun zouden willen aandoen; met last wijders aan de bedienden, om bij 't voorsz: detachement te voegen een à twee randjes gewapende latcorijns, genoomen uit de garde of andere volk, dat zig daar toe het beste schikt en meest te vertrouwen is. voorts geconsidereerd zijnde, dat de misdaeden van Madoegodde appoe, tegen den Heere van de lande be„ dreeren, zoo groot en zoo te over bekend zijn, dat 'ed geen indoeginge tegens hem noodig is; p der hal„ ven goedgevonden en verstaan, den bedienden te Gale te gelasten, om te gelijket teid dat het voorsz: detachement word in 't land gezonden, een bekendmaking te laeten doen, zoo wel in de Gale Corl als in de Materesche Dessavonie, waar bij een elk word aanbevoolen om Madoegoode appoe„ wanneer
English
whenever he enters the Company's territory, to apprehend him, whether alive or dead, with the promise of a reward of one thousand rds to whoever shall deliver him alive into the hands of the Company, and of five hundred rds to whoever brings him in dead, whether at Gale or at Mature. The servants at Gale having submitted, alongside their secret letter of the 21st of this month, the statements made by Badewokke Arraatje, together with a request for the orders of this Government as to whether what he states therein shall be further investigated and clarified, and how they must act regarding him, since although all measures have been devised to ensure that he does not escape again, he might nevertheless conceive the thought of leaving once more. This having been deliberated upon, and taken into consideration that already by a separate letter written on the 17th of August last to the Honorable Commander Sluijsken, His Honor was ordered, if in his view there was no objection, immediately to proceed with conducting the necessary investigation to clarify the accusations against the native headmen, which appeared in the documents sent hither alongside his secret report of the 31st of July prior, and that it was solely by reason of His Honor's considerations raised against it, in a separate letter of the 20th of August, that this Government, by letter of the 24th following, consented to refrain for the present from making any sensational investigations that might arouse any unrest among anyone whomsoever. Yet, since from the aforesaid question posed by the servants, as to whether the statements made by Badewokke Arraatje shall be further investigated and clarified, it must be assumed that this investigation, in their view, can now take place without objection: it has been approved and agreed to instruct the servants to have the most rigorous investigation conducted, not only into what Badewokke Arraatje states in his aforesaid declaration, but also into everything that has been stated elsewhere that may serve to shed any light on what occurred during the recent Mature disturbances. Furthermore, on the servants' second question, it has been approved to write to them that, if they have no other means that completely ensure them against the escape of Baddewokke Arraatje, to place him provisionally under civil arrest, and to have him guarded there in such a manner that he cannot escape. Thus Done and Resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. The Honorable Dissave The Honorable Pay Accountant Secret Resolution taken in the Council of Ceylon by circular inquiry Tuesday the 26th of October Anno 1790. Absent Diderich Thomas Fretz, Gerrit Engel Woeft. There was reviewed by circular transmission a secret letter from the servants at Gale, written on the 24th of this month, conveying the summary of the olas written by Madoegodde Appoe, one of which is addressed to the Honorable Commander Sluijsken and the Council at Gale, and the other to the Honorable Sluijsken alone, in which he, among others, accuses the Maha Mudaliyar Abesinge, the Mature Mudaliyars Tinnekoon, de Saram, and Goeneratne, and the Mohandiram of the Four Gravets, of having instigated the latest conspiracy in the Mature Dissavony, and undertakes to prove this, provided that a pardon ola is granted to him for his offenses committed up to now, the servants at Gale maintaining that he ought to be allowed to come forward, under promise of forgiveness for the past, and specifically to Gale and not to Mature or Kolombo, in order that he find no reason to say that he was made to come to a place where, according to his contention, his opposing party is held in high esteem. Whereupon, having deliberated, although it is disgraceful to engage further with such an abandoned scoundrel as Madoegodde Appoe, it was nevertheless approved and agreed to pass over this consideration and to authorize the servants at Gale, in accordance with their proposal in the aforesaid letter, to allow Madoegodde Appoe to come to Gale under promise of forgiveness for the past, provided that he proves his accusations, as he undertakes to do, and provided that he arrives at Gale within a short deadline that must be set for him, the determination of which shall be deferred to the servants, with orders also that, as soon as he shall have arrived at Gale, he shall then immediately and without any delay be examined before two members of the Council of Policy, who must instruct him to state clearly and at once: 1. The points of accusation that he has to bring against each of the accused persons in particular. 2. That he must immediately state not only the witnesses by name whom he has in proof of each point of his accusations, but also that he must clearly state what each of these witnesses can testify with regard to each of these points. And it was also agreed to write to the servants that, until the deadline they shall set for Madoegodde Appoe has expired, they are to suspend the orders given pursuant to yesterday's resolution, in so far as they shall find that necessary. Thus Done and Resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, Mr. C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and Mr. J. A. Vollenhove. Secret
Dutch transcription
wanneer hij op 's Comp:s territoir komt, op teratte het zij levendig of dood, met belofte van een prem van Eenduijzend rd=s aande geene die hem leven„ dig in handen van de Comp: zal leeveren, en van vijff hondert rd„s aande geene die hem dood op breng het zij te Gale of te Malure. Door de Gaalsche, bedienden nevens hunnen secreeten brief van den 21. deezer, overgegeeven zijnde de ver„ leende verklaringen door Badewokke arraatje, met versoek teffens om de orders deezer Regeering of 't geen hij daar bij opgeeft nader zal onder„ zogt en lopgehelderd worden, en hoe zy met dazen war moeten handelen, wijl af schoon alle middelen beraemd zijn, om te letten dat hij niet weder ontwijkt, hij nogtans zoude kunnen in zijn gedagten krijgen om weder heenen te gaen. Is daar over gedelibereerd en in agting genoomen, dat reeds bij apparte brief, den 17. aug„s J:o l: aan den heer Commandeur sluijsken geschreeven, zijn E: gelast is, om zoo 'er na desselfs in zien geene leden„ „kelijk„ 5324. „kelijkheid instak, ten eersten te laeten voort„ vaeren met 't doen van 't noodig onderzoek, ter opheldering vande beschuldigingen tegen de inland„ sche hoofden, die voorkwaemen bij de stukken die rapport van den 31. Julij te nevens desselfs geheim vooren, herwaards zijn gezonden, en dat 't alleen uijt hoofde van zijn E:s daar tegen ingebragte Con„ sidetatien, bij apparte brief van den 20. aug„s, is ge„ bi schied, dat deeze regeering, bij brieve van den 24. daar aan, heeft bewilligd, om voor eerst geene gerugt maakende ondersoekingen te doen, die bij iermand„ wie 't ook zij, eenige ongerustheid zoude kun„ nen verwekken. Dan wijl uit de voorsz: vraag doorde bedienden gedaan, of 't opgegeevene door Badiewokk a rant„ „je nader zal onderzogt en op geteleerd worden, moet worden ondersteld, dat dit onderzoek na hun in zien, nu zonder bedenking kange schieden: is goedgevonden en verstaande bedienden te gelas„ ten, om niet alleen naal 't geen Badewakke gerraatj arraatje bij voorsz: zijn verklaaring op geeft, maer ook na alles wat elders is opgegeeven, en tot eenige opheldering van 't voorgevallene inde Jongste Matureesche onluste strekken kan, te laeten doen een aller naukeurigst onderzoek. Voorts is op det bedienden tweede vraag, goed„ gevonden hun aante schrijven, om zoo ze gene an„ deze middelen hebben, die hen volkoomen zeeker stellen teegens 't ontkoomen van Baddewokke adraatje, hem bij provisie te doen zetten in Civiel arrest, en hem daat te doen bewaeken op eene wij„ ze, dat hij niet ontkoomen kan. Aldus Gedaan ende Geresolveert in 't Casteel Kolombo ten daege, maanden Jaare voorsz: 5325. Den E: Dessave Den „ zoldij Boekhouder Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon bij Rond „vraage Dingsdag den 26. oktober A:o 1790. Absent Diderich Thomas Fretz:, Gerrit Engel Woeft, . Is door rondsending geresumeerd een secreete brief van de Gaalsche bedienden, geschreven den 24. deeser, ten geleide van den korten inhoud van de olas, door Madoegodde appoe geschreeven, waar van een gerigt is aan den Heer Commandeur sluijsken en den Raad e Gale, en de andere aan den heer sluijsken alleen, en waar bij hij onder anderen den Mahamodliaar A. besinge de Matureesche Modliaars Tinnekoon, de Saram en Goeneratue, en den Mohan„ „diaam van de vier gravetten beschuldigd, van de laatste zamenrotting in de Matureesche Dessavonij bewerkt te hebben, en aanneemt dit te bewijzen, indien hem een Pardon ola voor zijne misdrijven tot nu toe begaan, gegeeven word, sustineerende de Gaalsche be- „dienden, dat men hem, onder belofte van vergiffenis voor 't gepasseerde, moet laaten op koomen en wel na gale„ en en niet na Mature of Kolombo, ten einde hij geene reedenen vind te kunnen zeggen, dat men hem op een plaats heeft laaten koomen; waar /: volgens zijne stelling:/ zijne teegen Parthij zig in aanzien bevinde. Waar op gedelibereert zijnde, is of schoon het schandelijk zij zig verder intelaaten met zoo een overgegeeve booswigt, als is Madoegodde aspoe, egter goedgevonden en verstaan over deese Consideratie heen te stappen en den bedienden te gale te ou„ „thoriseeren om Madoegodde appoe, over„ eenkomstig met hun voorstel bij voorsz: brief, te laaten op koomen na Gale, onder belofte van vergiffenis voor 't gepasseerde, mits hij zijne beschuldigingen bewijst, gelijk hij dat aanneemt te doen, en mits dat hij te gale komt binnen een kort termijn, dat hun moet worden gesteld, en waar van de bepaaling aan de bedienden zal worden gedefereert, met last tef= „fens, om zoo dra hij te Gale zal zijn aangekoomen, hem als dan dadelijk en uijtstel tedoen hooren voor zonder eenig twee leeden uijt den Raad van Politie, die hem moeten aanbeveelen, om ten eersten distinctelijk optegeeven. 1. De Poinkten van beschuldigingen, die hij tegens een elk der door hen be- schuldigde perzoonen in 't bezonder heeft entebrengen. 2. Dat 5326. 2. Dat hij aanstonds zal moeten opgeeven niet alleen de getuigens bij naamen, die hij heeft, ten bewijze van elk pointet zijner beschuldigingen, maar ook dat hij distinctelijk zal moe„ „ten opgeeven, wat en elk deezer getuigens, met betrekking tot een elk deeser pointen, getuigen kan. En is teffens verstaan den bedienden aan„ te schrijven, om tot dat zal zijn verloopen 't termijn, dat ze aan Madoegodde appoe zullen stellen, de gegeevene orders, ingevolge het besluijt van gisteren, opte schorten, in zoo verre zij dat noodig zullen vinden. Aldus Gedaan ende Geresolveert in 't Kasteel kolombo ten daege, maand een Jaare voorsz: (:was getekend:) W: I: van de Graaff, M:r C: van Angel„ „beek, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlaut en M:r I: A: vollenhove. Tekreete
English
Secret Resolution taken in the Council of Ceylon by circular vote on Thursday, 4 November 1790. Absent: Diderich Thomas Fretz, the Honorable Disava Gerrit Engel Holst, the Pay Bookkeeper Johannes Reintous, the First Warehouse Master Mr. Johannes Adrianus Vollenhove, the Fiscal Together with the secret letter from Galle of the 2nd of this month, there was received the resolution of the servants from the previous day, whereby the servants decided: 1. To summon several persons from Matara named by Madoegodde Appu, since he had declared that he persisted in his accusation that the Maha Mudaliyar of Colombo, and the Matara Mudaliyars de Saram, Goeneratne, and Tennekoon, caused the recent revolt in the Matara Disavany, and thereby testified that he needed the aforesaid named people in order to be able to prove this accusation of his. 2. To have Baddewokke Aratchi prove the statements made by him, in order, if possible, to be informed of the actual state of affairs. 3. Not to arrest Madoegodde Appu and Baddewokke Aratchi, but to let them go about freely in Galle, under such watch and supervision whereby one may consider oneself sufficiently assured that they cannot take a single step without the Commander being informed thereof. Which having been deliberated upon and taken into consideration that the servants have left unexecuted the positive orders given to them regarding Madoegodde Appu by secret letter of the 26th of October last, pursuant to the resolution of the same date: It has been approved and agreed to instruct them further with the utmost seriousness to comply with this now immediately and without any further delay, and to have it complied with, while simultaneously writing to them that if Madoegodde Appu excuses himself further in this regard or should ask for further delay, to have him transferred immediately to criminal prison, and likewise to have this done if the accusations he makes, and what he presents to prove those accusations, are not of such weight that according to legal procedure the investigation of the accusations brought by him against the aforesaid native chiefs can be grounded upon them; and with the recommendation to the servants to ensure meanwhile in an adequate manner that he does not escape, and if that cannot be done otherwise in a manner that completely secures his person, to place him without delay under military arrest. Furthermore, it has been approved to authorize the servants at Galle, as soon as Madoegodde Appu shall have made his declarations, to examine the same in their assembly and to take such decisions thereon as they shall find to be of the best service to the Company; with orders that, until this shall have taken place, no people named by him shall be summoned from the Matara Disavany or elsewhere, nor be examined. Finally, it has been agreed to write to the servants that if against Baddewokke Aratchi no other measures can be taken that assure them he cannot escape, to place him also immediately under military arrest, as has already been recommended in the aforesaid letter of 26 October. Thus done and resolved in the Castle on the day, month, and year aforesaid. (It was signed:) W. J. van de Graaff, Mr. C. van Angelbeek, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon by circular vote on Tuesday, 9 November 1790. Absent: Diderich Thomas Fretz, the Honorable Disava Gerrit Engel Holst, the Pay Bookkeeper There was read around a secret letter from Galle of the 6th of this month, with the annexes mentioned therein, in which the servants present the reasons why, at the request of Madoegodde Appu, they had decided to summon the people of Matara named by him; and furthermore, following the order given pursuant to the resolution of the 4th of this month to take the necessary decisions in their assembly upon the statement of Madoegodde Appu, request to be instructed: 1. Whether the witnesses who appear therein may be summoned and interrogated. 2. How they should conduct themselves regarding the accused persons if Baddewokke Aratchi and Madoegodde Appu actually prove their declarations with witnesses and thereby identify the authors of the recent revolt. Which having been deliberated upon, it has been approved and agreed, concerning what the servants have advanced regarding the summoning of the persons named by Madoegodde, to remark briefly for the present: That Madoegodde Appu, in accordance with their proposal in the letter of 24 October, was only promised that he would be granted remission of his crime if he proved his accusations. That this promise is consequently bound to conditions that he would have to prove, among other things, that the Mudaliyar of the Governor's Gate, and the Matara Mudaliyars Tennekoon, de Saram, and Goeneratne, as well as the Muhandiram of the Matara Four Gravets, caused the recent conspiracy in the Matara Disavany. That
Dutch transcription
Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon bij rond „vrage op Donderdag den 4. November 1790. Absent Diderich Thomas Freth:, De E: Dessave .. Gerrit Engel Holft, De „ zoldij Boekhouder, Johannes Reintous, De „ Eerste Pakhuijs meester„ M:r Johannes Adrianus vollenhove De „ fiscaal Is nevens Gaalsche Secreete brief van den 2. deeser, ontvangen der bedienden resolutie van 's daags te vooren, waar bij de be= „dienden hebben beslooten. om verscheide door Madoegodde appoe opgegeevene perzoonen van Mature te ontbieden, wijl hij had verklaard te persisteeren bij zijne beschuldi„ „ging, dat de Mahamodliaar van Kolombo, en de Matureesche modli- „aar de Saram, goeneratue en Tinnekoon, de laatste revolte in de Matureesche desjavongj hebben be„ „werkt, en daar bij betuijgd, dat hij de voorsz: opgegeevene luiden nooodig had, om deese zijne beschul„ „diging te kunnen bewijzen. 2: om de door Baddewokke arkaatje verleende . . ƒ 5327. door hem te laaten verleende verklaringen, bewijzen, ten einde was 't mogelijk, van de wesendlijke gesteldheid der dingen onder „digt te worden. 3. om Madoegodde appoe en Baddewokke arraatje niet te arresteeren, maar vrij te gale te laaten omgaan, onder zodae „nige oppassing en toezigt, waar door men zich genoegzaam mag versekerd houden, dat ze geen enkelde stap kun „nen doen, zonder dat de heer Comman „deur daar van kennis krijgt. waar over gedelibereerd en in achting genoomen dat de bedienden onuijtgevoerd zijnde, gelaeten, de stellige beveelen, inge- hebben „volge besluijt van den 26. october d:o L:, aan hun nopens Madoegodde appoe„ bij sekreete brief van dien gegeeven zelfden datum: Is goedgevonden en ver- „staan, hun nader met de woorste ernst te gelasten, om daar aan nu aanstonds, en zonder eenig verder uijtstel, te voldoen en te laeten voldoen met aanschrijvens teffens, om zoo Madoegodde appoe zich derwegens verder verschoond, of om nader uijt= „stel vraagen mogt, hem aanstonds te doen overbrengen in Crimineele gevangenis, en dit insgelijks telaeten doen, indien de beschuldigingen, die hij doet, en het geen hij opgeeft om die beschuldigingen te bewijzen, niet is is van dien raat, dat naar stijl van rechten daar op kan worden gefondeerd 't onder„ „zoek der beschuldigingen, door hen te= „gens de voorsz: Jnlandsche hoofden in„ „gebragt en met recommandatie van de bedienden, om intusschen op eene toerij- „kende wijze te zorgen, dat hij niet ontkomt, en om zoo dat niet anders kan geschieden op eene wijze, die hen volkoomen van zijn perzoon ver= „sekerd, hem zonder uijtstel tedoen neemen in militair arrest. Voorts is goedgevonden den bedienden te Gale te qualificeeren, om zoo dra Madoegodde appoe zijne opgaeden zal hebben gedaen, deselven in hunne vergadering te Examineeren, en daar op zodaanige besluijten te neemen, als zee ten meesten dienste van de Comp: zullen bevinden te behooren; met last, om tot zoo lange dat, dit zal zijn geschied, geene luiden door hem opgegeeven, uijt de Maturreesche dessavonij of elders, te ontbieden, noch te doen hooren. Eindelijk is verstaan den bedienden aan- „teschrijven, om zoo ook tegen Badde „wokke akraatje geene andere maet= „regelen kunnen worden genoomen, die hen verzekeren dat hij niet kan ont= „koomen, hem ook ten eersten in Mili„ arrest te doen stellen, zoo als „taire dat 5328. dat reets is aanbevoolen bij voorsz: brief van den 26. october. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kasteel ten dage, maand en Jaare voorsz: (:was getekend:) W: I: van de Graaff, M:r C: van Angelbeek; B: L: van Zitter en A: Samlant. — Dingsdag den 9. November 1790. Absent Diderich Thomas Fretz:, Gerrit Engel Holft, De „ zoldij Boekhouder, Is rondgeleesen een gaalsche sekreete brief van den 6. deeser, met de daar bij verm: bijlaegen, waar bij de bedienden vertoonen de reedenen, waarom ze op het versoek van Madoegodde appoe hadden beslooten, de door hem opgegeevene luijden van Mature te ontbieden; en voorts op de volgens resolutie van den 4. deeser gegeevene order, om op de verklaring van Madoegodde appoe in hunne vergadering de noodige besluijten te neemen, verzoeken temogen worden De P: Destade Secreete Resolutie genoomen bij in Raade van Ceilon Rondvraage onderrigt: te onderrigt: 1. of de getuigens, die daar bij voorkomen moogen worden op ontbooden en verhoord 2. Hoe ze zig zouden gedraagen omtrend de beschuldigde perzoonen, wanneer Baddewokke arraatje in Madoegodde appoe werkelijk met getuigens hunne opgaave bewijzen, en de autheurs van de laatste revolte daar door aantoonen. Waar over gedelibereerd zijnde, is goed¬ gevonden en verstaan, om op het geen de bedienden, wegens het oproepen van de door Madoegodde opgegeevene perzoonen, hebben geavanceerd, voor het tegens woordige kortelijk aan- „temerken: Dat aan Madoegodde appoe, over een¬ „komstig met hun voordragt bij brieve van den 24. october alleen is beloofd, dat hem uijtwissing van misdaad zou„ „de worden gegeeven, indien hij zijne beschuldigingen bewees. Dat deese toesegging mits dien is verbon„ „den aan voorwaarden, dat hij onder on„ „deren zoude moeten bewijzen, dat de Modliaar van 's Gouverneurs porta, en de Matureesche modliaars Tinne „koon, de sakan en Goeneratne, als meede de Mohandiaam van de Matureesche vier gravetten, de laetste zamenkotting in de Matureesche Destavonij hebben bewerkt. Dat 3
English
5329. That this Government therefore ordered the servants by letter of the 26th of October that, as soon as Madoegodde Appoe had arrived at Gale, he was to be examined without any delay before two members of the Political Council, in such manner as was prescribed in this letter. That thereby Madoegodde Appoe was afforded the opportunity to fulfill the conditions under which he had been promised that he would be granted remission of crime, and that, since he did not fulfill them, this promise must therefore be considered to have lapsed. That if the servants had governed themselves according to this simple and very natural rule, it would have prevented the honor and prestige of the Company, which has been insulted by Madoegodde Appoe in such an extreme and insolent manner that is without precedent, from being compromised any further, and Finally, that what was written by this government in the letter of the 17th of August, and since in the letter of the 26th of October concerning Baddewokke Ikhaatje, was very improperly and wrongly cited by the servants in order to justify the policy pursued by them in this matter. And it was furthermore resolved to postpone the answering of the aforesaid two-part question posed by the servants until the receipt of the servants' resolution, adopted upon the statements of Madoegodde Appoe, in accordance with what was written in the letter of the 4th of this month. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. (Was signed:) W: I: van de Graaff, M: C: van Angelbeek, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and M: J: A: Vollenhoove. Secret 5330. Secret Resolution Adopted in the Council of Ceilon on Monday the 15th of November 1790. Present The Right Honorable Lord Governor, Willem Iacob van de Graaff, The Honorable Principal Administrator for the North, Mr. Christiaan van Angelbeek, The Dessave Diderich Thomas Fretz, The First Warehouse Master Johannes Reintous, The Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Trade Bookkeeper Abraham Samlaat, Absent The Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holff, The Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove, the former due to indisposition and the latter engaged in judicial business. Further deliberation having been held upon the secret letters and annexes received from Gale of the 5th, 7th, 10th, and 15th of October last, as well as on a letter received since of the 9th of this month with the annexes received therewith, containing the report of the servants regarding what was carried out by them on the grounds of what was written to them in the secret letter of the 26th of October last concerning Madoegodde Appoe, and to what extent he has complied with what was written in that letter, it was taken into consideration: 1. That to Madoegodde Appoe, upon the recommendation of the Gale servants, in the aforesaid letter of the 26th of October, it was promised that he would be granted remission for his newly committed crimes if he proved his accusation, and that this promise was consequently made under the aforesaid express condition. 2. That he has now been examined twice at Gale, and in both of these interrogations did nothing other than persist in his accusations formerly made, which appear in the report of the Secretary van Albedijl, bound behind the secret report of Mr. Sluijsken, and further to repeat the general accusations that appear in his ola written to Commander Sluijsken, instead of now specifying and proving those accusations in detail. 3. That, as regards his accusations that appear in the aforesaid report of the Secretary van Albedijl, 5331. it has already been remarked thereupon, according to what was recorded in the secret resolution of the 7th of September last, that if one were to proceed upon such accusations, no one henceforth would be certain of his honor, or even of his life. 4. That in repeating his general accusations made in his above-mentioned ola written to Mr. Sluijsken, he did indeed list a great number of inhabitants from the Mature Dessavony, and said that these could testify to the truth of the accusations he made, but that he did not specify what the facts charged against each individual particularly consist of, especially not with regard to the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate; nor did he state, as he was instructed to do, what each of the people named by him, upon whose testimony he relies, can testify to in particular, so that they may be examined on that basis; and that consequently these people cannot be judicially interrogated upon such a statement without lapsing into a sort of inquisition. 5. That
Dutch transcription
5329. Dat deese Regeering daarom den bedienden bij brieve van den 26. oktober heeft be- „voolen, dat zoo dra Madoegodde appoe te gale zoude zijn aangekoomen, hij zon„ der eenig uijtstel moest nooden gehoord voor twee Leeden uijt den Raad van Politie, op zodaanige wijze als dat bij deesen brief was voorgeschreeven. Dat daar door Madoegodde appoe was gesteld in de gelegendheid om te kunnen voldoen aan de voorwaarden, waar op hem was toegezegd, dat hem uijtwis„ „sing van misdaad zoude worden gegeven en dat hij daar aan niet voldoende, deese toezegging daar door moet g'agt worden te zijn vervallen. Dat indien de bedienden zig na deesen eenvoudigen en zeer natuurlijken regel hadden bestierd, daar door zoude zijn dat de eere en het voorgekoomen, aanzien van de Comp:e, die door Madoegodde appoe is beleedigd op eene zoo verregaande en insolenti wijze, dat daar van geen voorbeeld zij, niet verder wierde gecompro- „mitteerd en Eindelijk dat het door deese regee= „ring geschrevene, bij brieve van den 17. aug:s, en 't zedert bij brieve van van den 26. oktober geschrevene nopens Baddewokke ikhaatje, door de bediende zeer qualijk en ten onregten is te passe„ gebragt, om te billijken het door hun in deesen gehouden beleid. En is voorts goedgevonden om de beant „woording van de voorsz: door de be„ „dienden gedaan twee ledige vraag uijttestellen tot den ontvang van der bedienden resolutie, genoomen op de opgaves van Madoegodde appoe, over „eenkomstig met het aangeschrevene bij brief van den 4. deeser. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten daege, - maand en Jaare voorsz: (: was gete= kend:) W: I: van de Graaff, M: C: van Angelbeek, J:s Reintous, B: L: van zitter, A: Samlant en M: J: A: vollenhoove. Secreete 5330. Secreete Resolutie Genoomen in Raade van Ceilon op Maandag den 15. November 1790. Present Den wel Ed: Groot achtb: Heer Gouverneur, Willem Iacob van de Graaff, De E: p:l Noordadministrateur M:r Christiaan van Angelbeek, Diderich Thomas Fretz: De „ Dessave Johannes Reintous, De „ Eerste Pakhuijsmeester, Benedictus Lambertus van Zitter De „ Sekretaris. .. Abraham Samlaat, De „ Negotie Boekhouder, Absent Gerrit Engel Holff, De E: Zoldij Boekhouder, De „ fiskaal . . . M:r Johannes Adrianus vollenhove, de Eerste mits indispositie en de laatste g'occupeerd bij de Justitie. Nader gedelibereerd zijnde op de van Gale ontvangene sekreete brieven en bijlaegen van den 5. 7. 10. en 15. oktober I:o leeden als meede op een zedert ontvangene brief van deen 9. deeser met de daar nevens ontvangene bijlaegen, houden „de der bediendens berigt nopens het door hun te werk gestelde uijt hoofde van het hun aangeschree„ vene bij schreete brief van den 26. obtober oktober I:o leeden nopens Madoegodde appoe en in hoe verre deese aan het aangeschreevene bij deese brief heeft voldaan, is in agtinge genoomen. Dat aan Madoegodde appoe op den voordragt der gaalsche bediendens, bij voorsz brief van den 26. oktober is toegezegt dat hem uijtwisseling van zijn op nieuw begaane misdaeden zoude worden ge= „geeven indien wij zijn beschuldiging be„ „wees, en dat deese toezegging mits dien is gedaen onder voorsz: Expresse voorwaarde. 2: Dat hij te Gale nu twee maal is ge- hoort, en in beide deese verhooring gedaen dan te per- niets anders heeft sisteeren bij zijne beschuldiging en, eertijds gedaan, die voorkoomen bij het berigt van den sekretaris van Albedijl„ ingebonden agter het geheim rapport van den Heer Sluijsken, en voorts te verhaalen de algemeene beschuldi- gingen die voorkoomen bij zijn ola aan den Heer kommandeur Hluijsken geschreeven in steede van die beschul„ „digingen nu getailleerd opte geeven en te bewijszen. 3. Dat, wat aangaat zijne beschuldi„ „gingen die voorkoomen bij 't voorsz: rapport van den sekretaris van Albedijl ƒ 5331. Albedijl daar op volgens het aange- „tekende ter sekreete resolutie van den 7. September I:oleeden reeds is aan- „gemerkt dat zoo men op zulke be„ „schuldigingen willen aangaan, niemant voortaan van zijn eer en zelfs niet van zijn leeven zouden zeeker zijn. Dat hij bij het herhaalen van zijne al gemeene beschuldigen gedaan bij zijn hier boven gem: ola aan den Heer Sluijsken geschreeven, wel heeft opgegeven een menigte ingesetenen uijt de Materophe Desjavonie en, gezegt dat deese zoude kunnen getuigen de waarheid van zijne gedaane beschuldigingen, dog dat hij niet heeft genoemd waar in speci= „aal bestaan de fijten tot een elks laste speciaal niet met betrekking tot de Mahamodliaar van sgon„ verneurs porta, gelijk wij ook niet heeft opgegeeven zoo als hem dat is opgelegd, wat de door hem ge¬ „noemde luijden op wiens getuigenis hij zig beroept, een elk in 't bijzonder getuigen kunnen, ten einde ze daar op te kunnen hooren, en dat dus deese luiden op zulk een opgave niet onder worden regterlijk kunnen „vervallen vraagt zonder teen in een zoort van inquisitie. 5. Dat 4.
English
5. That Madoegodde Appoe is a villain who, on account of his crimes, has repeatedly had to be punished and put in chains. 6. That he has behaved the most insolently among all the rebels. That he carried his insolence and extreme shamelessness so far that he openly dared to declare before the commissioners of this Government that he was the First Chief and director of the rebellion. That he even went so far that on that occasion, in the most outrageous manner, he threw to the ground and stamped underfoot an ola written by the Honorable van Angelbeek to the insurgents, and further conducted himself in such a way that even the bulk of the insurgents seemed to be ashamed of his extreme impudence. That after he, along with all the other inhabitants of the Matara Dissavony who had committed offenses in this rebellion, had received a General Pardon, on condition that he would in the future behave as becomes obedient and good inhabitants, and after he, through an excess of kindness, had been favored with a position of Mohandiram in the Commander's guard, he again, as soon as he managed to get away from Galle, made every possible effort to stir up an insurrection in the Matara Dissavony once more. 8. That he, seeing he gained no support, subsequently went to the King's country with the intention of going to Kandy, and also, according to received reports, passed through Ruwanwella on the 19th of September for that purpose, from where he returned again on the 25th or 26th and took the road to the Saffragam, after he, according to reports received since, was detained at Attapitiya by the King's guard post, which forbade him to proceed further without permission having first been requested and obtained from the Court. 9. That he subsequently went again to the Matara Dissavony and there, accompanied by a party of other malefactors dressed in Kandyan attire, one of whom has since been found to be a man who fled to Kandy 7 or 8 years ago on account of theft, gave himself out to be a King's Mudaliyar. 10. That on this occasion, having again made every possible effort to incite the people to rebellion, he subsequently withdrew from the Matara Dissavony and went to the borders of the Galle Korale. 11. That he likewise caused many disturbances there, aimed at stirring up an insurrection on that side if possible. 12. That according to received reports, he told the Company's people sent to deliver the cinnamon to bring the cinnamon to two mandus that he had erected there, and according to a report from a korale arachchi and a vidane arachchi, he summoned the Company's vidane and mayorals of Winedoeme to him and told them to serve the Company no longer and that they must provide him with adukku and pehidum, as two Dissaves were about to arrive and he himself had been appointed their Chief by the Court of Kandy by Sannas, and five lascorins of the Kattepulle had been assigned to him by the Court. 13. That, on the contrary, the people accused by him are all persons of good name and reputation. 14. That, as regards the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate in particular, he was, so to speak, the only one among the prominent families who remained loyal to the Company when, in the year 1761, in the Galle Korale, all the Chiefs and with them everyone of any distinction had joined the rebellious people. 15. That the late Governor Schreuder, after having appointed him Mudaliyar of the Gate at Galle in place of the fled Mudaliyar, subsequently presented him with a gold medal and chain to reward several faithful services rendered to the Company on that occasion. 16. That after almost 25 years as Mudaliyar at the Gate at Galle, and now for nearly 5 years as Mudaliyar of the Governor's Gate, he has, as far as is known, always served faithfully and honestly. 17. That the Matara Mudaliyars, all persons descended from the foremost families of Ceylon, are placed in the most distinguished offices and, moreover, are in very favorable circumstances with regard to their real fortune. That Mudaliyar Ilangakoon alone possesses a fortune of perhaps more than one hundred and fifty thousand rixdollars. 18. That from persons of such caliber and of such wealth, in the prominent status in which they are all placed, it is not conceivable what could have moved them to such criminal steps, by which they could gain nothing in their situation, and against which they risked everything, placed their honor and life in jeopardy, and could imagine nothing other than ultimately dying on the scaffold. 19. That it is not the first time that those who have committed crimes in rebellions have subsequently come forward with similar accusations against the foremost native Chiefs. That among others, the father of the present Mudaliyar Ilangakoon can serve as an example, against whom, at the time he was Mudaliyar of the Commander's Gate at Galle, precisely such accusations were brought forward by those who had committed offenses in the rebellion of the year 1758. 20. That
Dutch transcription
5. Dat Madoegodde appoe is een booswigt die om zijne misdrijven te meermaelen heeft moeten worden gestraft en in de ketting geklond 6. Dat Wij onder: alle de muijtelingen zig heeft alder insolenst heeft gedraagen. Dat wij zijn insolentie en verre gaande onbeschaamdheid (zoo verre heeft gepousseert, dat hij te „gens de kommissarissen van deese Regee„ „ring opentlijk heeft durven verklaaren teweesen het Eerste Hoofd in bestierder van den opkoek. Dat Hij zelfs zoo verre is gegaan, dat wij bij die gelegentheid op een alders moodelijkste wijze heeft op de grond gesmeeten en mit de voeten getrapt een ola, door den E: van Angel„ „beek aan de opvoerigen geschreeven en zig voorts der maaten gedraegen heeft, dat zelfs het gros der opboerigen over zijn verregaande brutaliteiten zig scheenen te Schaamen. Dat hij na met alle de overige inge sietenen van de Motereesche Dessavonie die zig in deesen opvoer hadden mis„ „daadig gemaakt, te hebben gekreegen mits dat hij zich Generaal Pardon, voor den aanstaende zoude gedraagen zoo als dat gehoorzaame en goede ingezeetenen betaamd, en na dat wij tot overmaat van goedheid; was begunstigd met een plaats van Mohandiaam in D: Kommandeurs. 7. 5332. 's kommandeurs garde op nieuw zoo dra hij zig van Gale heeft weeten wegtemaeken alle mogelijke pogingen heeft gedaen om andermaal een opstond in de Materesche Dessavonie te verwekken. 8: Dat Wij ziende geen bijval te krijgen vervolgens is gegaan na s' konings land met het voorneemen om te gaan na Kandia en ook volgens de ingekoomene berigten den 19. 7ber: ten dien einde is gepasseert te Roeanelle alwaar hij den 5. of 26. weder is terug gekoomen en den weg opgegaen na de safftegam, na dat Wij volgens zedert ingekoo- „mene berigten, te attapitti is opge= „houden door 's Konings wagt post die hem verbooden heeft verder te gaan zonder dat 'er eerst verlof van 't stoff was gevraagt en bekoomen. wederom is gegaan 9: Dat Wij vervolgens na de Materesche Dessavonie en daar verseld van een parthij andere boosdoen „ders gekleed in het kandiaanse gewaad„ en waar van eene, die zedert is be- „vonden teweesen een man die nu voor 7. of 8. Jaaren wegens diefstal na kan „dia gevlugt is; zig heeft uijtgegeeven voor een konings Modliaar. 10. Dat Wij ter deesen gelegentheid op nieuw alle mogelijke pogingen te hebben gedaan, om om het volk in oproer te brengen, ver„ „volgens uijt de Materesche Desjavonie geweeken is, een is gegaan na de gronsen van de Gale korli. 11. Dat hij daar insgelijks veele bewe= „gingen heeft gemaakt strekkende om waare het mogelijk een opstand aan die kant te verwekken. 12. Dat Hij volgens de ingekoomene be „rigten 's Comp:s volkeren gezonden om de kanneel aftedraagen, heeft gesegt om de kameel te brengen in twee man„ „does die hij daar liet opslaen een volgens een berigt van een korl arartje en een vidaen araatje, de komp:e vi- „daan en Majoraals van Winedoeme bij zig ontbooden en hun heeft gesegt om de komp:e niet meer te dienen en dat ze aan hem adoekoes en scheindoes„ moeten bezorgen, alzoo er twee Dessa„ ves stonden aftekoomen en wij zelfs door het Hoff van Randia bij Iamnas tot hun Hoofd was aangesteld en hem door het Htoff waaren toegevoegd vijff lascorijns van de kattekorelle 13. Dat daar en teegen de luijden die door hem zijn beschuldigt alle menschen zijn staande ter goeder naam en faam. 14. Dat 5333. 14. Dat wat de Mahamodliaar van 's Gouver= „neurs porta in 't bijzonder aangaat, wij om zoo te spreeken uijt de aanzienlijke ge.- „slagten, alleen de komp:e getrouw geblee= „ven is, toen in het Jaar 1761. in de Gale korle alle de Hoofden en met hun alles wat eenigsints aanzienlijk was, zig bij het opvoerig volk hadde vervoegt. 15. Dat wijlen de Heer Gouverneur Schreuder na hem in steede van den gevlugten Modli„ „aar te hebben aangesteld tot modliaar van de porta te gale hem zedert om te beloonen verscheide trouwe diensten in die gelegentheid aan de komp:e bewee„ „sen naderhand nog beschonken heeft met een goude penning en ketting. 16. Dat hij na genoeg 25. Jaaren als Mod= Gale en nu tuijn „liaar aan de porta te 5. Jaaren als modliaak van s Gouver- „neurs porta zoo veel men weet steeds trouw en eerlijk heeft gedient. Dat de Materesche Modliaars, alle luiden gesprooten uijt de voornaamste familien van Ceilon, zijn geplaatst in de aanzienlijkste een ampten, en boven dien ten aanzien van hun re- eel fortuijg zijn in zeer gunstige omstandigheeden. Dat de Modliaar Tig- „nekoon alleen een vermoogen heeft van misschien meer don Hondert vijftig 17. vijftig duijzent rd:s 18. Dat het van luiden van dien stempel en van dat vermoogen in het aanzig waarin ze alle geplaasst zijn niet wel te besetten is wat hun zoude hebben kunnen beweegen tot sulke misdae„ „dige stappen waar bij ze in hunnen toestand niets konde winnen, en waar en teegen ze alles waagden, hun een en leeven in de waagschaal stelde en zig niets anders konde voorstellen dan om eindelijk op het schroot te sterven. 19. Dat het net de eerste maal is dat zulke die zig in oproeken hadden misdadig gemaakt, vervolgens met diergelijke beschuldigingen tegens de voornaamste inlandsche Hoofden zijn voor den dag gekoomen. Dat onder anderen daar van ten voorbeeld strekken kan de vader van de tegenswoordige modliaar Jlangakoon tegens wien Hij modliaar was van ten teide kommandeurs porta te Gale door de geene, die zig in den opstand van het Jaar 1758. hadden misdaedig gemaakt, even zulke beschuldigin„ „gen zijn voortgebragt. 20. Dat
English
5334. 20. That this is not the place to bring up the proceedings held against him, which are, moreover, all too well known, and that although these were of such a nature that they gave his accusers the fullest opportunity to pursue and prove their accusations against him, no one appeared further against him after he had already been sent out of the country, from which his innocence later became abundantly clear. 21. That when one considers all these reflections, and moreover considers that the wanton manner in which Madoegodde appoe behaved in the King's territory was bound to result in him no longer being tolerated even in the Kandyan country, one can at least for the present consider his accusations as nothing more than a last attempt, if possible, to save himself by laying the first and principal blame for the rebellion upon the aforementioned Chiefs accused by him, in order that along this way he might at least be regarded as less culpable. 22. That despite all this, the matter must be investigated further, if only to give the native chiefs accused by him the opportunity to clear themselves of the blame cast upon them. 23. That it is therefore necessary that Madoegodde appoe be further judicially heard, and that since the principal among the accused is the Maha Modliaar of the Governor's Gate, who belongs here in Colombo, and because the accuser must follow the court of the accused, Madoegodde appoe must therefore be heard before the court of Colombo. Whereupon, after deliberation, it was approved and resolved by majority vote to summon Madoegodde appoe from Gale, and that the Galle officials shall be instructed to provide him with a military escort commanded by a European officer, so that he does not escape a second time, which officer shall be ordered by written instruction to take sufficient care that he does not escape along the way. The Honorable Chief Administrator van Angelbeek being of the opinion that the investigation should take place in Gale, so that 5335. by summoning Madoegodde appoe to Colombo his witnesses are not deterred. Furthermore, it was resolved to order the Galle officials to cease any further investigation into this matter there. It being also taken into consideration that Madoegodde appoe will probably appeal to Baddewokke akkaatje, and that he will consequently also have to be interrogated here: It has therefore been approved and resolved by majority vote to order the officials in Gale likewise to cease the investigation into the statements of the said Baddewokke akkaatje, which was ordered according to the secret resolution of 26 8ber, and to send him here as well with the same military escort and under the same instruction to the officer. Against which the Honorable Van Angelbeek, for the same reason as mentioned above, was of the opinion that he too should be left in Gale. The Galle officials having reported, in their aforementioned secret letter of the 9th of this month, that the Modliaar of the Gale Korle and the former Mohandiram Mandenaike, who were arrested within the fortress upon the accusation of the Sabandaar Modliaar that they had incited the uprising among the inhabitants in the Gale Korle, had stated by petition that the said Sabandaar Modliaar himself, and not they, had organized the unlawful gatherings of the inhabitants, undertaking to prove this within 14 days provided that the said Sabandaar Modliaar be taken into military arrest; and that they, the officials, because the Sabandaar Modliaar, although he had had 3 months' time to do so, had not proven his accusation against the petitioners, had decided to have him arrested, but to postpone the execution of this decision until they should have received the approval of this Government in that regard. This having been deliberated upon, and taken into consideration that in the petition of the aforementioned persons nothing else is stated 5336. than that the Sabandaar Modliaar had organized the unlawful gatherings of the inhabitants, without any circumstances being specified from which one could judge the fairness of the officials' decision to have him arrested: it has therefore been approved and resolved to order the officials to have the aforementioned Modliaar of the Gale Corle and former Mohandiram Mandenaike state in writing the circumstances of their accusation against the aforementioned Sabandaar Modliaar, namely, how they know that he organized the gathering of the inhabitants in the Gale Korle, and to send this statement here forthwith. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: I: van de Graaff, M:r C: van Angelbeek, D: T: Fretz:, I: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Secret Saturday, 27 November 1790. Present: The Right Honorable Governor, Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Dessave, Diderich Thomas Fretz:, The First Warehouse Master, Johannes Reintous, The Merchant and Bookkeeper, Benedictus Lambertus van Zitter, The Secretary, Abraham Samlaut, Absent: The Honorable Chief Administrator, M:r Christiaan van Angelbeek, The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Hoeft, The Fiscal, Mr Johannes Adrianus Vollenhoven, the first two on account of indisposition, and the last occupied at the Court of Justice. Madoegodde appoe, mentioned in the secret resolution of the 15th of this month, having arrived here, it has been approved and resolved after deliberation to have him further presented, by the Honorable Fiscal of this Government, the merchant M:r Johannes Adrianus Vollenhove, before two members of the Council of Justice, with the fact that, regarding his olas written to the Governor
Dutch transcription
5334. 20. Dat het hier de plaats niet is om opte- „haalen de tegens hem gehoudene procedures die boven dien te over bekend zijn, en dat schoon die zodaenig zijn geweest dat ze zijne beschuldigers op de volkomenste wijze gelegentheid gaaven om hunne be= schuldigingen tegens hem voorttesetten en te bewijzen niemand na dat hij reeds het land was uijtgezonden, tegens hem verder is opgedaagd, waar uijt jans onschuld naderhand op het widenst gebleeken is. 21: Dat als men alle deese bedenkingen overweegt en daar bij bedenkt dat de baldadige wijze waar op Madoegodde appoe zig in 's konings land heeft ge= draagen, moest voortbrengen dat hij ook zelfs in het kandiase niet ver= „der zoude worden geduld, kan men ten minsten voor als nog zijne beschul„ „digingen voor niets hooger aanzien dan voor een laaste pooging om was 't mogelijk zig nog te redden door de Eerste en voornaamste schuld van den oproer te leggen op de voorsz: door hem beschuldigde Hoofden, ten einde langs dien weg ten minste minder misdaadig te worden gehouden 22. Dat met dit alles de zaak verder dienst te worden ondersogt, al was 't ook maar alleen om de door hem beschuldigde inlandse hoofden daar door door te brengen in de gelegentheid om zig te kunnen zuijveren van de hun aangen reevere blaam. 23. Dat het mits dien noodig is, dat Ma„ „doegodde appoe nader geregtelijk word gehoord en dat wijl de voornaamste der beschuldigde is de Maha modliaen van 's Gouverneurs porta, die hier te kolombo tuijs hoord, en dat de beschuldigen moet volgen den regtbank van den beschuldigde, Madoegodde appoe mits dien moet worden gehoord voor de regt-bank van Kolombo. Waar op na deliberatie bij meerderheid van stemmen is goed gevonden en verstaen om Madoegodde appoe van Gale op te ontbieden en dat de gaalsche bedienden daar bij zal worden aangeschreeven om hem op dat Hij ten tweede maal niet ontkomt, meede te geeven een Militair Etkort gekommandeert door een Europeesche officier die bij eene schriftelijke Jnstruktie zal moeten worden gelast om toerijkende zorg te draagen dat wij op de weg niet koom te ontsnappen. zijnde den E: Hoofd= „administrateur van Angelbeek van gevoelen dat het onderzoek te gale moet geschieden, op dat door 5335. door het oproepen van Madoegodde appoe na kolombo zijne getuigen niet worden afgeschrikt. Voorts is verstaan de Gaalsche bedienden te gelasten om het verdere ondersoek in deese zaak aldaar te doen staaken. Nog in agtinge genoomen zijnde, dat Madoegodde appoe zig waarschijnlijk op Baddewokke akkaatje zal behoe¬ „pen, en hij mits dien meede hier in verhoor zal moeten koomen: Is derhalven bij meerderheid van stemmen goedgevonden en verstaan, den bedienden te gale te gelasten, om het volgens sekreete resolutie van den 26 8ber— aanbevoolen ondersoek, na de opga„ ves van gemelde Baddewokke akraatje, insgelijks te doen staaken, en hem ook met dezelfde mili„ „taire eskorte en onder deselfde aanbeveeling aan den officier, dit heen te zenden. waar en teegen dE: Van Angelbeek, om dezelfde reeden als hier boven vermeld vermeende dat ook deesen te Gale moet worden gelaaten. Door de Gaalsche bedienden, bij hun „ne voorm: sekreete brief van den 9. deeser, berigt zijnde, dat de de Modliaar van de Gale Korle en de gew: Mohandiram Mandenaike, die op de beschuldiging van den Sabendaat Modliaar, dat ze 't opvoer onder de ingeseetenen in de gale korle zouden verwekt hebben binnen de vesting zijn gearresteerd bij requeste hadden te kennen ge¬ geeven, dat gemelde Sabandaar modliaar zelve, en niet zij, de zamenrottingen der ingeseetenen bewerkt had, aanneemende dit binnen 14. daagen te bewijzen, mids ged:e Sabandaar Modliaar in mili„ „taire arrest genoomen worde; en dat zij bedienden, om dat de sabandaar modliaar, schoon wij 3. maanden teid daar toe had gehad„ zijne beschuldiging tegen de Supp=ten niet had beweesen, beslooten hadden hem te laeten arresteeren, dog de Executie van dit besluijt uijtte„ „stellen, tot dat ze deswegens 't goed vinden deeser Regeering zouden hebben ontvangen. Is daar over gedelibereert en in agtiing genoomen, dat bij 't request van de niet anders word gesegd, voorsz: Juff=r dan 5336. dan dat de Sabandaar modliaar de zamenrottingen der ingeseetenen had bewerkt, zonder dat daar bij eenige omstandigheeden zijn opgegeeven, waar uijt men zoude kunnen oordeelen over de billijkheid van den bedienden besluijt, om hem te doen arresteeren: en is derhalven goedgevonden en verstaen, den bedienden te gelasten, om door voorsz: modliaar van de Gale Corle een gew: Mohandiram Mandenacker schriftelijk te doen opgeeven de on= standigheeden van hunne beschuldi„ „ging tegen voorm: Sabandaar mod„ „liaar, namelijk, hoe zij weeten dat Wij de zamenrotting der inge- zeetenen in de Gale korle bewerkt heeft, en om deese opgaeve ten eersten herwaarts te zenden. Aldus Gedaan ende Geresolveert in 't kasteel kolombo ten daage, maand en Jaare voorsz: /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M:r C: van Angel„ „beek, D: T: Fretz:, I: Reintous, B: L: van Zitter, en A: Samlant. sekreete Zaterdag den 27. November 1790. Present De wel Edele Groot achtb: heer Gouverneur, Willem Jacob van de Graaff, Diderich Thomas Fretz:, Johannes Reintous, De „ Eerste Pakhuijs meester, Benedictus Lambertus van Zitter„ Abraham Samlaut, De „ Negotie Boekhouder, Ab Sent De E: Dessave De „ Sekretaris.. De E: Hoofdadministrateur, M:r Christiaan van Angelbeek, Gerrit Engel Hoeft, De E: zoldij boekhouder, Mr Johannes Adrianus Vollenhoven de twee Eersten mits in disho- „sitie en de laatste g'occupeerd bij de Justitie. De „ fiscaal Madoegodde appoe, vermeld bij sekreete resolutie van den 15. deeser, hier aan „gekoomen zijnde, is na deliberatie goedgevonden en verstaan, om hem door den E: fiskaal deeses Gouvernements, de koopman M:r Johannes Adria „nus vollenhove, voor twee leeden uijt den Raad van Justitie, nu nader te doen voorhouden, dat hem op zijn olas, geschreeven aan den Secreete Resolutie genoomen in Raade van Ceilon heer .
English
5337. Lord Commander Sluijsken, remission of crime has been promised, provided that he sufficiently proves in court his made accusation, namely that the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, Nicolaas Dias Abesinge, and other native headmen named by him, were the causes both of the recent rebellion in the Matara Dissavany and of the continuation thereof; and thus solely under this express and specific condition, with the further announcement that if he does not fulfill this condition, proceedings will be instituted against him according to the laws and placards of the land, specifically according to the 3rd article of the advertisement of the 1st of July 1775, which will have to be read to him in the Sinhalese language. It is furthermore resolved, after this has been announced to him, to have the Honorable Fiscal notify him further that he is now summoned to make a full declaration of the particular and specific facts which he has to bring against each of the aforesaid native headmen accused by him, and that he must state not only the names of the witnesses he has in proof of each point of his accusations, but that he will also have to state what each of these witnesses can testify with regard to each of the points to be specified by him. It is further resolved that as soon as this declaration has been obtained from him, the aforementioned Honorable Fiscal will have to report on his aforesaid proceedings to this Government, and submit therewith a copy of the aforesaid declaration, in order to obtain thereon the further disposition of this meeting. And an extract of this Resolution shall be given to the Honorable Fiscal, to serve for his guidance and to regulate himself accordingly, and there shall also be delivered to his Honor a copy of the aforesaid ola written by Madoegodde Appu to the Lord Commander Sluijsken, in which he undertakes to prove his aforesaid accusations, and a copy of the abovementioned ola written to him in reply by Commander Sluijsken, in which 5338. in which remission of crime was promised to him on the aforesaid condition. Taking into consideration that the accusations made by Madoegodde Appu and others against the Matara Mudaliyars Don Petrus Illangakoon, Mudaliyar of the Atapattu and first interpreter to the Dissave; Johannes Wijewardene Sinnekoon, saw and sowing master of the Giruwapattu; Don Constantin Tillekeratne, Gajenaike; Don Joean Goeneratne, head of the Weligam Korale; Don David de Saram, head of the Gangaboda Pattu; and the Mohandiram of the Four Gravets named Bandarnaike, namely that they were the causes of the recent Matara rebellion, ought to be investigated as soon as possible, unless these native headmen should claim the General Pardon that was granted without exception to all the inhabitants in the Matara Dissavany who offended on the occasion of the recent Matara rebellion, it is approved and resolved that the Galle servants shall be instructed, as they are instructed hereby, to write to the Dissave of Matara, the Honorable Raket, and in his absence the Lieutenant Dissave D. van Schuler, as soon as this resolution has been received by them: To summon the aforesaid headmen to his house in the presence of two members of the Landraad, and to announce to them that they are accused of being the causes both of the recent Matara rebellion and of the continuation thereof; and that this Government informs them of this accusation all the more candidly because it cannot comprehend what could have moved them—who are all sprung from the first families of Ceylon, whose ancestors as well as themselves have hitherto served the Company honestly and faithfully, and who by the Company (as well as their ancestors) on all occasions have even been favored above others and laden with benefits— 5339. laden with benefits—to such criminal steps; yet that with all this, the accusations brought against them cannot remain without investigation, which is even necessary for their clearance before the public if they are innocent; and that this Government has therefore decided to have them asked whether they know themselves to be innocent and consequently desire that the accusations brought against them be investigated, or whether they desire to be included in the proclaimed General Pardon, and consequently claim it; with the addition that this question is not put to them because this Government suspects or doubts their integrity and loyalty toward the Company, but solely because it has resolved to observe, and cause to be observed, religiously and without any breach thereof, the General Pardon granted on account of what occurred in the Matara Dissavany, toward all those who claim it; and that consequently no legal investigation can be made against any inhabitants of the Matara Dissavany, of whatever state or rank they may be, without putting this question to them beforehand; and that the same is put to them all the more because this Government considers that they would be offended if, without their expressly desiring it, one wished to include them in the aforesaid granted General Pardon, and on account thereof refrained from investigating the accusations brought against them. 2. To halt immediately all further investigations against all such of the aforesaid native headmen who might claim the General Pardon. 3. To examine further, immediately before two members from the Matara Landraad, both all those who bring any accusation against them, against those who say they are innocent and consequently do not need the General Pardon.
Dutch transcription
5337. Heer Commandeur sluijsken, uijtwissing van misdaad is toegezegd, wanneer hij in regten genoeg doende bewijst, zijne gedaane beschuldiging, dat namentlijk de Mahanrodliaaa van sGouverneurs porta Nicolaas Dias Abesinge, en andere Jnlandsche Hoofden door hem genoemd, zouden zijn de oorsaaken; zoo van den Jongsten opstand in de Matersche desjavonij als van de voortduuring daar van en dus alleen onder deese Eypresse en bepaalde voorwaarde, met aanhoudiging wij „ders, dat indien hij aan deese voor= „waarde niet voldoet, tegens hem zal worden geprocedeert na de wetten en placcaeten van den lande„ speciaal na 't 3. artikul van het advertissement van den 1. Julij 1775. , 't geen hem in de Singaleese taal zal moeten worden voorgeleesen. Nog is verstaan, om na dat dit hem zal zijn aangekondigt, hem door de E: fiscaal voorts te doen aanzeggen, dat hij nu nader ontbooden is, om te doen een volleedige deklaratie van de bijzondere en speciaale feiten, die hij heeft intebrengen tegens een elk der voorsz: door hem beschuldigde Jnlandse hoofden hoofden en dat hij moet opgeeven niet getuigens, die alleen de naamen der hij heeft ten bewijze van elk point zijner beschuldigingen, maar dat hij ook zal hebben op tegeeven, wat een elk deeser getuigens, met betrekking tot en elk der door hem op tegeevene pointen, getuigen kan. Wijders is verstaan, dat zoo dra dit declaratoir van hem zal zijn inge „woonen, de E: fiscaal voorm: van voorsz: zijne verrigtingen berigt zal moeten doen aan deese Regeering, en daar nevens overleggen een Copij van voorsz: de klakatoir, ten einde daar op te erlangen de verdere dispositie van deese vergadering. En zal van deese Resolutie worden Extrakt gegeeven aan den E: fiscaal, om te dienen tot zijn narigt en zig daar na te reguleeren, en daar ne¬ „vens aan zijn E: worden ter hand gesteld, een Copij van de voorsz: olas, door Madoegodde appoe aan den heer Commandeur sluijsken geschreeven, waar bij hij aanneemd voorsz: zijne beschuldigingen te bewijzen, en een kopij van de Hier bovengem: ola„ door den Commandeur sluijsken aan hem in antwoord geschreeven, waar 5338. waar bij hem op de voorsz: voorwaarde uijtwissing van misdaad is toegezagd. Tn agtinge genoomen zijnde, dat de beschuldigingen door Madoegodde appor en anderen gedaan, tegens de Ma„ terese Modliaars Don Petrus Hlan¬ „gekoon modliaar van de attepattoe en eerste tolk van den desjave, Johan „nes wizewardene Pinnekoon, zaag en zaaijmeester van de Ginewaij Don Constantin Tillekeratue Gajenaik, Don Joean Goeneratue hoofd van de Belligam Koal, Don David de Tarnam hoofd van de Gangebaddepattoe, en de Mohan „diaam van de vier gravetten gen:t Bandaknaike, dat ze namentlijk zouden zijn de oorzaeken van den Jongsten Materesche opstand, hoe een zoo beeter dienen te worden onder zogt, ten zij dat deese inlandsche Hoofden mogten reklameeren het Generaal Pardon, dat zonder uijtsondering gegeeven is aan alle de ingeseetenen in de Materesche Desjavonij, die zig ter gelegendheid van den Jongsten Materesche opstand hebben misdadig gemaakt, js goedgevonden goedgevonden en verstaan dat de Gaalsche bediendens zullen worden gelast, zoo als ze gelast worden door deesen, om zoo dra deese resolutie bij hun zal zijn ontvangen, den desjave van Mature de E: Raket, en bij zijn absentie den luijtenant dessave d: van schuler aante schrijven. om in presentie van twee leeden van den landraad, bij zig aan huijs te ontbieden de voorsz: Hoofden, en hun aantezeggen dat ze worden beschuldigt van te zijn de ook- zoo van den Jongsten Ma„ zaeken opstand, als van de voort= „tereesen daar van, en dat deese duuring Regeering hun te meer onbewim„ peld van deese beschuldiging doed informeeren, wijl ze niet bezetfen kan, wat hun, die alle gesprooten zijn uijt de eerste families van Ceilon, wiens voorvaderen, zoo wel als zij zelve, tot hier toe, de Compe eerlijk en getrouw gedient hebben en die door de Comp:e (zoo wel als hunne voorvaderen, bij alle ge= legenheeden zelfs boven andere zijn begunstigd en met weldoede overlaaden 5339. overlaeden, zoude hebben kunnen beweegen tot zulke misdaedige stappen, dog dat met dit alles de beschuldigingen die tegens hun zijn ingebragt, niet kunnen blijven buiten ondersoek, 't geen zelfs noodig is tot hunne zuijve¬ „king voor 't publiek, zoo te onschul„ „dig zijn, en dat deese Regeering daar om beslooten heeft, om hun te doen afvragen of ze zig onschuldig ken- „nen en mits dien verlangen, dat de tegens hen ingebragte beschuldigin „gen worden onderzogt, dan wel of ze begeeren te zijn begreepen in 't afgekondigde Generaal Pardon, en dat mits dien reklameeren; met bijvoeging dat deese vraage niet aan hun word gedaan, om dat deese Regeering hunne braefheid en trouwe tegens de komp:e verdenkt of in twijffel trekt, maar alleen daar om, om dat deselve beslooten heeft het Generaal Pardon, wegens het voorgevallene in de Materesche Dessavonie gegeeven, heilig en zon„ „der daar op eenig inbreuk tedoen, natekoomen, en te doen nakoomen, omtrend alle de geene die 't tekla¬ „meeren, en dat 'er mits dien geen legaale legaale ondersoek kan worden gedaan tegens eenige ingeseetenen van de materesche Dessavoni, van wat staat of rang te zouden moogen weesen, zonder voor of aan hun te doen deese vraage, en dat deselve te meer aan hun word gedaan, om dat deese regeering 't daar voor houd, dat het hun zoude zijn beleedigd, indien men hun zonder dat ze het zy pres, begeere, be„ „grijpen wilde in het voorsz: ge- Pardon, en uijt „geeven Generaal hoofde van dien naliet, om onder- zoek tedoen op de beschuldiginge tegens hun ingebragt. 2. om tegens alle zulke uijt de voorsz: inlandse hoofden, die 't Generaale perdon mogten reklameeren, aan „stonds alle verdere onderzoeken te staaken. 3. om tegens die geenen, die zeggen onschuldig te zijn, en mits dien 't Generaal Pardon niet te behoeven, aanstonds voor twee leeden uijt den matereschen landraad, nader te doen hooren, zoo wel alle de geene, die tegens hun eenige beschuldiging
English
have brought an accusation, as well as those whom these accusers have specified as witnesses to the facts charged against these headmen, and likewise to have heard before these two members of the Landraad all those who might bring any further accusation against these headmen, as well as their witnesses. Furthermore, it being taken into consideration that the bookkeeper and second warehouse master at Galle, who functions as secretary of the Matara Landraad, is otherwise overly busy with the hearing and settling of the complaints of the inhabitants currently on hand, it has been approved and agreed that the first clerk of the Colombo Police, Gerrard Joan Fijbrands, shall function as secretary to the above-mentioned Commission: And an extract of this resolution shall be sent to the Galle officials, to serve for their information and guidance, with orders to send a full copy thereof to the Honorable Dessave or Lieutenant Dessave of Matara aforesaid, with orders to let the same also serve for his information and guidance. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant, D. T. Fretz. Secret Resolution adopted in the Council of Ceylon on Friday, 10 December 1790. Present: The Right Honorable Governor, Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator, Mr. Christiaan van Angelbeek, The Colonel, Diderich Carl von Driberg, The Dessave, Diderich Thomas Fretz, The First Warehouse Master, Johannes Reintous, The Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter, The Trade Bookkeeper, Abraham Samlant, The Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhoven. Absent: The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Hoeft, on account of indisposition. The Honorable Fiscal Vollenhoven having, in compliance with the decision of 27 November last, provided a written report concerning the interrogation held of Madugodde Appu, while also producing two declarations granted by him on 30 November and the 2nd of this month. After reviewing the said documents, it was approved and agreed by a majority of votes to postpone the disposition regarding what further must be done in this matter until the investigation, which according to the decision taken on the same day is being conducted at Matara regarding the accusations against some of the principal native headmen there, shall have ended; the Honorable Chief Administrator van Angelbeek having requested, as President of the Council of Justice, to be excused from advising politically on this case both for the present and in the future, because a beginning with the inquiries had already been made by the Fiscal's office; against which the Honorable Dessave Fretz maintained that conducting an investigation into the authors of the recent unrest could alarm the people and stir up new disturbances, and consequently declared his opinion to be that no further investigation whatsoever should be conducted, but that the investigation already begun, both here and at Matara, should be halted immediately; and the Honorable Fiscal Vollenhoven testified that, since it is of the highest importance to the Company that the accusations against the native headmen be investigated—namely that they were the cause of the latest unrest in the Matara Dessavony, and those accusations involve crimes for which, according to the laws and placards of the country, corporal and capital punishments are stipulated—his Honor therefore judged that the investigation in that regard cannot and ought not to take place in any other manner than judicially. Received alongside the Galle secret letter of 19 November last is an address presented to the Honorable Commander Sluijsken by the Mudaliyar of the Galle Korale and the former Mohandiram Mandenaike, wherein they excuse themselves from providing in writing the particulars of their accusations against the Port Mudaliyar and Native Shahbandar at Galle as required by the Secret Resolution of the 15th prior, requesting to remain excused from this submission until such time as the said Shahbandar Mudaliyar shall have been arrested, as otherwise their secret might become known and they would then fall into the greatest distress and misfortune. Furthermore, alongside the Galle secret letter of the 5th of this month, an address was received from the aforesaid Shahbandar Mudaliyar, directed to the council members there, Martheze and De Ly, containing in substance that, having been ordered by the Honorable Commander Sluijsken to go to Mapalagama in order to apprehend the leaders of the assembled people of the Gangaboda Pattu, he had requested his Honor to confine the aforesaid Korale Mudaliyar and former Mohandiram within the town until his return, in order to prevent them from giving notice of his departure to their friends who were among the aforesaid assembly; but that having since been excused from the expedition to Mapalagama, he had again requested not to confine them within the town, and that the Honorable Sluijsken had since done so of his own accord when his Honor had further ordered him to go to Mapalagama in case the assembled inhabitants should not proceed to Divitotawela in order to
Dutch transcription
5340. beschuldiging hebben ingebragt, als de geene die deese beschuldigers hebben opgegeeven als getuijgen van de feiten die de deese hoofden ten laste leg„ „gen, en om insgelijks voor deese twee leeden van den landraad te doen hooren alle de geene, die verder nog eeniger beschuldiging tegens deese hoofden mogten inbrengen, zoo wel, als hunne getuigens. Voorts in aanmerking, genoomen zijn „de, dat de boekhouder en tweede Pakhuijsmeester ste Gale, die als sekretaris van de Maturesche land= „raad fungeerd, buiten dien besig -v „heeden te over heeft, bij 't aanhoo„ „ken en afdoen der onder handen zin „de klagten van de ingezeetenen, is goedgevonden en verstaan dat bij de hier boven gemelde Commissie als Sekretaris, zal fungeeren eerste klerk van de kolombosche Politie Gerrard Joan Fijbrands: En zal van deese resolutie worden Extrakt gezonden aan de gaalsche bediendens, om te dienen tot der „zelver narigt en zig daar na te reguleeren, met last om daer van een volleedige Copij te zenden aan aan den E: Dessave of Luijtenant dessave van Mature voornoemd, met last om zig ook dezelve te laaten strekken tot narigt en zig daar na te reguleeren. Aldus gedaan ende Geresolveert ƒ in het kasteel kolombo ten daege, maand en Jaare voorsz: /:was getekend:/ W: I: van de Graaff„ J:s Reintous; B: L: T: Fratz: D: Samlant van Zitter en A: Tekreete 5341 ge Secreete Resolutie „noomen in raade van Ceilon op Vrijdag den 10. December 1790. Present De wel Edele Groot Achtb: heer Gouverneur, Willem Iacob van de Graaff, De E: p:l Hoofdadministrateur M:r Christiaan van Angelbeek, Diderich Carl von Driberg, De „ kollonel Diderich Thomas Fretz:, De „ Dessave De „ Eerste Pakhuijsmeester, Iohannes Reintous, Benedictus Lambertus van Zitter, De „ Sekretaris . De „ Negotie boekhouder Abraham Samlant, Mr: Johannes Adrianus vollenhoven De „ fiskaal Absent Gerrit Engel Hoeft, De E: Zoldij Boekhouder, mits in dispositie. Door den E: fiskaal vollenhoove ter voldoening aan het besluijt van den 27. November J:o leeden, gediend zijnde van schriftelijk bericht, wegens het gehouden verhoor van Madoegodde appoe, onder produc„ „tie teffens van twee door hem op den 30. November en 2. deeser ver- „leende declaratoiren. 1 Is na resumtie van gemelde schriftuuren bij bij meerderheid van stemmen goedge vonden en verstaan, om de disposi„ „tie, nopens het geen verder in deese zaak moet worden gedaan, uijtte„ „stellen tot dat 't ondersoek, 't welk volgens 't ten selven daage genoomen besluijt, te Mature word gedaan, om trend de beschuldigingen tegens eenige der voornaamste Jnlandsche Hoofden aldaar, zal zijn afgeloopen: hebbende den E: Hoofdadministrateur van An= „gelbeek versogt, als President van den Raad van Justitie temoogen wor= „den g' Excuseerd om over dit geval zoo voor het tegenswoordige, als in den vervolge, politicq te adviseeren, wijl reets door het officie fiscaal een begin met de enquesten was gemaakt geworden; waar en teegen de E: Dessa„ „ve Fretz:, sustineerde, dat het doen van ondersoek na de authours der Jongste onlusten, 't volk zoude kun„ „nen ontrusten en nieuwe beroerten verwekken, en verklaarde mits dien van advies te zijn, dat geen verder ondersoek hoegenaamd moest worden gedaan, maar dat 't reets begonnen ondersoek, zoo hier als te Mature, direkt moest worden gestaakt; en de E: fiscael Vollenhove betuijgde 5342. betuijgde, dat wijl er de Comp:e ten hoogsten aangeleegen legd, dat onder zogt worden de beschuldigingen tegen de Jnlandse Hoofden, als of zij de oorzaak geweest waaren van de laatste onlusten in de Maturaesche Dessavonie, en die beschuldigingen in „houden misdaaden, waar toe volgens de wetten en placcaaten van den lande lijff en levens straffen bepaald staen zijn E: derhalven oordeelde, dat 't ondersoek dien aangaande op geene andere wijze, dan Justitieel kan en behoord te geschieden. Is nevens gaalsche sekreete brief van den 19. November I:o leeden ontvangen een door den Modliaar van de Gale korle en den gew: Mohandiran Mandenaike aan den Heer Cormandeur Huijsken gepresenteerd addres, waar bij te zig verschoonen, om volgens het gerequi„ „reerde bij sekreete Resolutie van den 15. te vooren, schriftelijk opte= „geeven de omstandigheeden van hunne beschuldigingen tegen den porta mod= „liaar en Jnlands sabandaar te gale„ met verzoek om van deese opgaave g' Excuseerd te moogen blijven, tot tijd en wijle gedagte Sabaudaar mod= liaar gearresteerd zal zijn, wijl 't anders konde gekeuren dat hun geheim bekent bekend wierd, en zij als dan in 't grootste verdrict en ongeluk zouden geraaken Nog is nevens gaalsche sekreete brief van den 5. deeser ontvangen, een addues van voorm: Sabandaar Modliaar, gericht aan de raadsleeden aldaar Martheze en De Lij, houdende hoofdsakelijk, dat hij door den heer Commandeur sluijsken gelast zijnde om na Mapelgam tegaan, ten einde de hoofden van de samongerotte volkeren van de Gangebadde pattoe op tevatten, hij aan zijn E: had ver= „zogt, om voorsz: korl modliaar en gew: Mohandiaam, tot zijne terug komst, binnen de stad te bannen, om voortekoomen, dat zij van zijn vertrek geen naricht gaeven aan hunne vrienden, die zich bij de voorsz: samenrotting bevonden dog dat hij 't sedert van de togt na Mapelgam g'Excuseerd zijn„ „den weder had versogt om hun niet binnen te bannen, en dat de heer sluijsken zulks 't zedert uijt eigen beweeging had gedaan, toen zijn E: hem nader had belast om na Mapelgam tegaan, indien de zaa„ „mengerotte Jngeseetenen zich niet na Diepegodde mogten begeeven, om
English
to give notice of their complaints there to the overseer of the korle of schuler. And considering that the aforementioned address of the Sabandaar Modliaar is directed to the junior merchants Martheze and De Lij, who by the servants' resolution of 4 September last were appointed as a commission to examine, in accordance with the proposition of the Commander Sluijsken, all accusations concerning the rebellion and the unlawful gatherings of the people at Mapelgam, and that there appears to be no reason to doubt that the said junior merchants were also commissioned to examine the charges against the aforementioned Sabandaar Modliaar, as appears among other things from the servants' secret letter of the 1st of this month, it has been approved and resolved by a majority of votes: 1. To request a report from the servants at Gale as to when the aforementioned junior merchants were also appointed by them to this commission, and what instructions were specifically given to them, with an order, if this was done by a resolution, to send a copy thereof hither. 2. To order the servants to request a report from the aforementioned junior merchants concerning what they have done in this commission up to now, with orders to indicate in this report: when they began this commission; what they put before the Sabandaar Modliaar pursuant to the instructions given to them, and why, as he states in the aforementioned address, they only asked him what objection he had against the former Mohandiram of the attepattoe, and did not put the same question to him regarding the korle modliaar; whether they also specially interrogated him on the points of accusation that appear in the aforementioned secret letter of the 1st of this month; and if not, why this was neglected by them, with orders in such case to do so still. Against which the Honourable Principal Administrator van Angelbeek was of the opinion that the previously submitted petition by the korle Modliaar and the former Mohandiram Mandenaijke, as well as their aforementioned further address and that of the Sabandaar Modliaar, ought to be handed over to the Council of Justice at Gale, in order to proceed therein according to the findings of the case; the Honourable Dessave Fretz advised that all investigation into the unrest in the Gale korle should be stopped entirely; and the Honourable Fiscal Vollenhove declared that he conformed with the Honourable van Angelbeek. Furthermore, considering that in the aforementioned address of the Sabandaar Modliaar nothing appears that seems to make it necessary that the aforementioned korle Modliaar and former Mohandiram remain banished inland, it has been approved and resolved to defer to the servants at Gale to relieve them of that banishment if there are no other reasons requiring this precaution. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforementioned. (Signed: W. I. van de Graaff, Mr C. van Angelbeek, D. C. von Driberg, D. T. Fretz, I. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and Mr I. A. Vollenhoove. Secret Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Thursday, 16 December 1790. Present: The Right Honourable Governor, Willem Jacob van de Graaff, The Honourable Principal Administrator, Mr Christiaan van Angelbeek, The Colonel, Diderich Carl von Driberg, The Dessave, Diderich Thomas Fretz, The First Warehouse Keeper, Johannes Reintous, The Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter, The Trade Bookkeeper, Abraham Samlant, Absent: The Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst, The Fiscal, Mr Johannes Adrianus Vollenhove. The Chief of Tuticorin, the Honourable Mekern, having transmitted with his secret letter of 20 November last the original letter written to his Honour under date of 10 October prior by the agent of the Nabob of the Carnatic, Mr Buchanan, wherein the said Mr Buchanan declares that he could no longer enter into any negotiations regarding the pearl and chank fisheries on behalf of the Nabob's interest, and that he consequently recommended the Honourable Mekern to take such measures for the interest of the Company as he should judge to be best in accordance with their Honours' interest, with the promise that he would take an opportunity to represent to the Nabob in a favourable manner how the Company had attempted, by postponing negotiations, to let the fisheries proceed on the usual footing this year. It has been approved and resolved to make this record thereof, and to cause the aforementioned original letter from Mr Buchanan to be deposited in the secret chest. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforementioned. (Signed: W. I. van de Graaff, Mr J. van Angelbeek, D. C. von Driberg, D. T. Fretz, I. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Agrees. Hijbrands First Clerk Examined D. V. D. Linde No. 9 Batavia To His High Honour, the Right Honourable and Most Worshipful, Far-Ruling Lord, Mr Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and the Right Honourable and Stern Lords Councilors of the Dutch Indies. Right Honourable, Most Worshipful, and Far-Ruling Lord! Right Honourable and Stern Lords! § 1. Referring most humbly to our respectful letter of 27 January last, which departs alongside this one, we have the honour to direct this primarily to accompany the ship Voorschooten, which is now departing thither. § 2.
Dutch transcription
5343 om daar hunne klagten aan den opsiender der korle van schuler tekennen te geeven. En is uijt aanmerking dat 't voorsz: addres van den Sabandaar Modliaar, gerigt is aan de onderkooplieden Martheze en De Lij, die bij der bedienden resolutie van den 4. 7ber: J:o leeden zijn in kommissie gesteld, om volgens de propositie van den Heer Commandeur sluijsken te ondersoeken alle beschuldigingen aangaande den opstand en de Jauren rottingen des volks te Mapelgam„ en dat men dus niet schijnt te moogen twijffelen, dat ook gemel„ „de onderkooplieden zijn gecom= „mitteerd, om te onderzoeken het laste van voorm: geen voorkomt ten modliaar anderen bij der Sabandaar, onder bedienden sekreeten brief van den 1:e deeser bij meerderheid van stemmen goedgevonden en verstaan. om van de bedienden te gale be- richt te vraagen, wanneer voorsz: onderkooplieden ook tot deese Commissie door hun zijn benoemd, en wat last aan hun beproedelijk gegeeven is, niet last om zoo dit geschied geschied is bij eene resolutie, een Copij daar van herwaarts te zenden. 2. den bedienden te gelasten, om van voorsz: onderkooplieden bericht te vraagen; van 't geen ze tot hier toe in deese kommissie gedaan hebben, met order om bij dit be= „richt aantewijzen: wanneer ze niet deese Commissie begonnen hebben! wat ze ingevolge de aan hun ge¬ geevene last, den Sabandaar Mod= voorgehouden en wan liaar hebben „eert waarom te hem gelijk hij bij voorsz: addres zegd, alleen gevraagd hebben, wat beswaar hij tegen den gew: Mohandiram van de attepattoe had, en niet deself„ „de vraag aan hun gedaan hebben, met betrekking tot den korle modliaar! of ze hem ook spe„ „ciaal hebben ondervraagd op de poincten van beschuldigingen, die bij voorsz: sekreeten brief van den 1. deeser voorkoomen? en zoo niet waarom dat door hun is nage= „laaten; met last in zulk geval„ om dat als nog te doen. Waar en teegen den E: hoofdadmini „strateur van Angelbeek van gevoelen 5344 gevoelen was, dat 't bevoorens ingediend request door den koul Modliaar en den gew: Mohandikan Mandenaijke zoo wel, als hun voorsz: nader addres, en dat van den Sabandaar modliaar, moeten worden overge „geeven aan den Raad van Justitie te gale, ten einde na bevinding van zaaken daarin te handelen; de E: dessave Fretz: adviseerde om ook alle ondersoek wegens de onlusten in de Gale korle geheel te doen staaken; en den E: fiscael vollenhove verklaarde zich met den E: van Angelbeek te Conformeeren. Voorts is uijt aanmerking, dat bij het voorm: addres van den sabandaar Modliaar niets voorkomt, dat 't schijnt noodsakelijk temaaken, dat de meere: Korle modliaaa en gew: Mohandiaam binnen gebannen blijven, goedgevonden en verstaan aan de bedienden te Gale te defereeren, om zoo 'er geene andere reedenen zijn, die deeze voorzorg vereijschen, hun van dat bannissement bannissement te onthefpen. Aldus gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten daege, maand en Jaare voorsz: (:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M„r C: van Angelbeek, D: C: von Driberg, D: T: Fretz:, I: Rein„ „tous, B: L: van Zitter, A: Samlant en M:r I: A: vollen„ „hoove. Dekreete 5345. Secreete Resolutie genoo¬ „men in Raade van Ceilon op Donderdag den 16: December 1790. Present Willem Jacob van de Graaff, De wel Edele Groot achtb: heer Gouverneur, De E: p:l Hoofdadministrateur, M:r Christiaan van Angelbeek, Diderich Carl von Driberg, De „ kolonel Didenich Thomas Fretz:, De „ Dessave Johannes Reintous, De „ Eerste pakhuijsmeester, Benedictus Lambertus van Zitter, De „ Sekretaris Abraham Samlaut, De „ Negotie boekhouder, Absent Gerrit Engel, Holft, M: Johannes Adrianus vollenhove De E: Zoldij Boekhouder, De „ fiscaal Door het Tutukorijnsch opperhoofd de E: Mekernn, bij zijn sekreete brief van den 20. November J:o leeden, overge„ „zonden zijnde de origineele brief door den agent van den Nabab van Karnatika, de Heer Buchanan, onder dato 10. october tevooren aan zijn E: geschreeden, en waar bij ge- „melde Heer Nuchanan verklaard, dat „ - dat hij zich voor 't belang van den Nabab, niet langer konde inlaaten in eenige onderhandeling omtrend de paarl en sjankos duijkerijen, en dat hij mits dien den E: Mekern aanbeval, om voor 't belang van de Comp:e zulke maatregelen te neemen, als hij met haar Edeles interest best overeenkoomende zou „de oordeelen; met belofte dat hij gelegentheid zoude waarnee eene „men, om aan den Nabab op eene favorabele wijze te vertoonen, hoe van wegen de komp:e getragt is, door de behandelingen uijttestel„ de visscherijen in dit Jaar „len, op den gewoonen voet te laaten geschieden. Is goedgevonden en verstaan daar van tehouden deese aantekening, en de voorsz: origineele brief van den Heer Buchanan telaeten Deponeeren in de Sekreete kas. Aldus Gedaan ende Geresol- „veert in het Kasteel Colom„ „bo ten daege, maand en Jaare voorsz: 5214 5346. voorsz: /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M:r J: van Angel„ „beek, D: C: von Driberg, D: T: Fretz:, I: Reintous, B: L: van zitter en A: Samlant. Akkordeert. Hijbrands SEgklerk Nagezien DV:D: Linde No: 9 5347 Den Hoog Edelen De Wel Edele Batavia Hoog Edelheid Aan zijn Heer Groot Achtb: wijd gebiedenden M:r Willem Arnold Alting, Wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden, en de Generaale Nederland- „sche, geoktroijeerde oost Jndische Comp: Gouverneur Generaal en Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Achtbaare Wijd gebiedende Heer! Wel Edele Gestrenge Heeren §. 1. Ons nedrigst refereerende aan onsen eerbiedigen van den 27. Januarij J:o l:, die nevens deesen afgaat, hebben we de eere deesen hoofd zakelijk te rig „ten ten geleide van het schip voor het welk tans na dea„ „schooten, vertrekt. „waarts 3. 2.