Inventory 3892
Ceylon · 900 pages · 127 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
§. 2. The Galle servants have been ordered to ship aboard it the available coir and coir ropes, alongside all the cinnamon that was delivered at Galle and Mature after the loading of the return ships, and concerning which we take the liberty most humbly to refer to the report that the Galle servants will provide to Your High Noble Honours thereof. §. 3. We have granted transport thither with this vessel to the clerk apprentice Jan Wabtist Kalkoen at his request and on condition of the expiration of his contract, with retention of wages; and we have also authorized the servants at Galle, if there should be old and disabled eastern soldiers in the Galle garrison who choose to return to Batavia, to let them cross with this vessel. §. 4. The return ships Berkhout and the Leviathan departed from Galle on the 2nd of this month, the first with a cargo amounting to ƒ 241,684. 9. -. and the latter with a cargo amounting to ƒ 240,503. 13. 8., as shown by the short invoices that are currently being transmitted, and to which are attached copies of the letters and other documents dispatched therewith. §. 5. From the enclosed answered Homeland Requisition, and the extracts attached thereto from the letters exchanged with the Tuticorin servants, Your High Noble Honours will be pleased to see that we ordered the said servants to inquire whether, in the lands of Madure and Mahrua, there could not also be manufactured, at least partly, such kinds of linens as the Company purchases in Bengal and on the Coast of Coromandel, and that the servants are of the opinion that one could make an attempt, at least with such sorts that are not of the very finest. §. 6. The samples that they promised us we have not yet received, and we shall send them to the Netherlands at a next opportunity; but since the specific assortments that are purchased on Coromandel and in Bengal for the Company, and their lengths and breadths, are not known here, we humbly request Your High Noble Honours that the ministers there may be ordered to send us the samples of all the linens that the Company purchases in those places, with the prices that the Company spends for them. §. 7. Furthermore, from the aforementioned answered Requisition Your High Noble Honours will be pleased to see that we had wished to send to the Netherlands as samples eleven pounds of cardamom from Malabar plants, which were gathered this year in the Colombo Dessavony, and 62 pounds of white pepper which we had purchased, to see whether it might please the Gentlemen Masters that effort be made here to collect some of it; however, these samples were ordered somewhat late at Galle, and will therefore also be sent to the Netherlands at a next opportunity. §. 8. The crew of the packet boat De Zeemeeuw brought out in their permitted chests and casks some merchandise, consisting of provisions and other trinkets, for which the toll farmer maintained that the usual toll was due to him, because according to the permits by which these chests and casks are allowed, nothing other than personal clothing could be stored therein. The permits for the permitted chests and casks of the crew on the Company's ordinary ships also contain the same stipulation, namely that nothing other than personal clothing may be inside them; however, merchandise has nevertheless always been brought out in them, for which the usual recognition duty has consistently been paid here according to the lists received from the Netherlands, without the toll farmer ever having claimed or enjoyed any toll for it; and we have therefore also exempt the crew on the aforementioned packet boat from the payment of toll. §. 9. In the received revised regulations it is indeed proposed in §. 31 not to permit recognition goods to the crew on the packet boats, yet this in our view relates to the number of containers they would be allowed to bring out, and not to what they may carry along in the permitted containers. We nonetheless humbly request Your High Noble Honours to be pleased to provide us with your highest orders on this subject for the future. §. 10. The Captain Lieutenant of the burghery of Cuijlenburg, to whom, according to what was communicated in our respectful letter of 26 January 1789, §. 202, we granted the diving for chanks and pearls along the Trincomalee shores on trial for five years—the first two years for free, and the last three years provided he pays the Company one quarter of the product of the aforementioned diving—has, after the expiration of the first two years, indicated in a petition (a copy of which is included among the annexes) that despite all efforts made during that time, nothing else was found than 484 chanks, requesting therefore to be excused from continuing this diving, on which he had already spent 400 rd:s; and since it now appeared that nothing of note is to be expected from this diving, as we have already provisionally communicated to Your High Noble Honours in our aforementioned letter §. 201, we have
Dutch transcription
§. 2. De gaalsche bedienden zijn gelast daar in te doen afscheepen de aan handen zijnde kaijer en kaijer touwen nevens al de kanneel, die na de belaading van de retourscheepen, te Gale en Mature, geleeverd is, en waar omtrend wij de vrijheid nee„ „men ons needrigst te refereeren aan het berigt, dat de Gaalsche daar van aan uwe Hoog bedienden Edelheeden zullen doen. §. 3. Wij hebben aan den aanquekeling bij den pen Jan wabtist kalkoen op zin versoek en mits tijds Expiratie, met deesen bodem transport na derwaards verleend, met behoud van gagie; en hebben we ook den bedienden te Gale gekwalificeerd, om zoo er oude en gebrekkige ooster„ „sche militairen in 't Gaalsch guar„ „nizoen mogten zijn, die verkiesen na Batavia terug te keeren, de„ „zelven met deesen bodem telaeten overgaan. 7. 4. 5348 §. 4. De retour scheepen Berkhout en de Levia„ „than zijn den 2. deeser van gale ver„ „trokken, 't eerste met eene lading ten bedraage van ƒ 241684. 9. -. en 't laatste met eene laading groot ƒ 240503. 13. 8. , blijkens de korte fatituuren die tans overgaan, en waar bij gevoegd zijn kopijen van de daarmede afgevaar„ „digde brieven en verdere papieren. §. 5. Bij de daar nevens overgaande beant= „woorde Patriasche Eijsch, en de daar bij uijt de gewisselde Extrakten gevoegde brieven met de Tutukorijnsche be= „dienden, zullen uwe Hoog Edelheeden gelieven te zien, dat we gemelde bedienden hebben gelast, om zig te informeeren, of 'er ook in de landen van Madure en Mahrua, niet zouden kunnen worden aangemaekt ten minsten gedeeltelijk, zulke zoorten van lijwaaten, als de Comp: in Bengale en op de kust van Kormandel doet inkoopen, en dat de bedienden van oordeel zijn dat men het zoude kunnen probeeren, ten ten minsten met zulke zoorten, die niet de aller fijnste zijn. §. 6. De monsters die ze ons hebben toegesegd hebben we nog niet ontvangen, en zul„ „len wij deselve bij eene volgende ge„ „legendheid na Nederland zenden; dan wijl de bijzondere zortementen die op Kormandel en in Bengale voor de Comp:e worden ingekogt, en derselver lengte en brecte alhier niet bekend zijn, versoeken we uwe Hoog Edelh: needrig, dat de mi- „nisters aldaar moogen worden ge= „last, om aan ons te zenden de monsters van alle de lijwaaten die de Comp:e op deese plaatsen doet inkoopen, met de prijzen die de Comp:e daar voor besteed. §. 7. Nog zullen uwe Hoog Edelheeden uijt den voorschreven beandwoorden Eijsch gelieven te zien, dat we tot monster na Nederland hadden wil„ „len zenden, Elf ponden kardamon van Mallabaarsche plantjes, die in 5349. in dit Jaar in de kolombosche dessavo „nie zijn ingezaameld, en 62. ponden witte peeper die ede hebben doen in „koopen, of het de Heeren Majores mogte behaagen dat men hier de moeijte doet, om 'er wat van te doen inzaamelin, dog deese monsters zijn wat laat op Gale besteld, en zullen mits dien meede bij eene volgende gelegendheid na Neder„ „land worden verzonden. 3. 8. De scheepelingen van de Paket boot de Zeemeeuw, hebben in hunne gepermitteerde kisten en vaaten eenige koopmanschappen, bestaande in pro „visien en andere snuijsterijen uijtge„ „bragt, waar voor de pagter susti„ „neerde dat hem de gewoone tol toe„ „quam, om dat volgens de briefjes, waar bij deese kisten en vaaten zijn gepermitteerd, daarin niets anders mog te worden geborgen dan plunjes, De briefjes van de gepermitteerde kisten en vaaten van de scheepelingen op 'sComp:s ordinaire scheepen, houden ook deselve bepaaling, dat namelijk daarin daarin niet anders dan plunjes zouden moogen weesen, dog egter zijn daarin altijd koopmanschappen uijtgebragt, waar voor steeds volgens de ontvan „gene lijsten uijt Nederland, alhier de gewoone recognitie is betaald, zonder dat de pagter daar voor ooijt eenige tol heeft gepretendeerd of genooten; en wij hebben daarom ook de scheepelingen op de voorsz: Paket boot vrij gesprooken van de betaaling van tol. §. 9. Bij het ontvangen geredresseerd; Blan word wel §. 31. geproponeerd, om aan de scheepelingen op de Paketboots geen recognitie goederen te permitteeren, dog dit ziet naar ons inzien op het getal der voluumnes, die te zouden moogen uijtbrengen, en niet op het geen ze in de gepermit- „teerde volumes moogen meede brengen. we verzoeken niet tennin uwe Hoog Edelh: needrig, ons op dit onderwerp voor den aan „staande met hoogst derzelver orders tewillen voorzien. 8. 10. 5350. §. 10. De Capitain luitenant van de burgerij van Cuijlenburg, aan wien we, volgens het bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 26. Januarij 1789. 3. 202. de duij„ „kerij van de sjankoosen en Paarlen langs de Trinkenomaalsche stranden, voor vijff Jaaren ter preuve hebben afgestaan, de twee eerste Jaaren, voor niet, en de drie laaste Jaaren mits betaalende aan de Comp:e een quart van het product der voorsz: duij„ „kerij, heeft na verloop van de twee eerste Jaaren bij een request; dat in Copij onder de bijlaegen gaat te ken„ „nen gegeeven dat niet tegenstaende alle aangewende moeite geduurende zijn dien tijd niet auders gevonden dan 484. sjankoosen, verzoekende derhalven te moogen worden ver- „schoond van 't voortsetten deeser duijkerij waar aan hij reeds 400. rd:s had bekostigd: en wijl het nu bleek dat van deese duijkerij niets naamwaardigs te verwagten is, zoo als we dat reeds voorloopend aan uwe Hoog Edelh: hebben bedeeld bij voorsz: onzen bij brief §: 201. , hebben we
English
we have not only stopped this trial from proceeding further, but have also written off the lease amount for which the first lessee was still carried as a debtor on the books. §. 11. The Sea Captain and former Galle Equipagemeester Abo, upon handing over his administration to his successor in office, accounted for various equipage and other goods in surplus and also in deficit. He demonstrated that this was partly caused by the inattention of his bookkeeper, being a private individual, who had written off some issued goods either not at all, or erroneously one for the other, and that the European goods accounted for in surplus were also partly purchased by him in order to assist foreign ships and vessels therewith, just as his predecessors at Gale and also the Equipagemeester at Kolombo had always done, since the prohibition that no Equipagemeesters were permitted to trade in equipage goods was only received here a few months before the surrender of his service. §. 12. That the Equipagemeesters of Kolombo and Gale, when opportunities arose, laid in European equipage goods in order to profit a penny by accommodating foreign ships and vessels that frequently needed something or other, is a very well-known matter, and even the Company could often be helped thereby, for the benefit of her own ships as well as the warships of the State; and it is also for that reason that, upon receipt of the order from the Lords Majores that no Equipagemeesters in the Indies may conduct any trade in equipage goods, we resolved in the session of 25 September 1789 to demand from the Equipagemeesters in this Government a statement of the remaining stocks they might still have of all such goods as fall under the terms of the aforementioned prohibition, in order to dispose of them as should be found equitable, as we already deemed it proper that an opportunity be given to them to dispose of what they might still have had in an innocuous manner, although we have received these demanded statements from no one. §. 13. And although Captain Abo now says that he thought that statement unnecessary at the time because his successor had already arrived, to whom he had to make the transfer, and he had flattered himself that what was found in surplus upon the handover would be paid to him on the basis of our aforementioned resolution, we have nevertheless, in order to comply with the existing orders, resolved to have all the European equipage goods accounted for in surplus by him seized for the Company, and conversely to have the deficit accounted for by him reimbursed to the Company. §. 14. Since, nevertheless, among these goods accounted for in surplus and deficit there are several articles of the same kind, such as different types of sailcloth and ropework, from which it appears upon confrontation that in the distribution one was written off for the other, whereby notoriously one had to appear as a surplus and the other as a deficit, and it would consequently entail a hardship to have to forfeit the one and to have to reimburse the other with two capital advances, and in addition to have to lose such articles as may genuinely have been purchased by him at a time when this trade was tolerated and deemed legitimized by custom; we have therefore, as well as out of consideration for the very adverse circumstances in which Captain Abo currently finds himself, resolved to propose to Your High Nobilities, as we take the liberty to do hereby, whether your highest selves might see fit to authorize us to offset against each other the goods of the same kind, of which one article is accounted for in deficit and the other in surplus, either in quantity or according to the purchase cost. §. 15. Upon the confrontations of the report of the transfer of the administrations of the former Kolombo Equipagemeester van der Wegge and of the former Galle Equipagemeester de Sille, it also appeared to us that of goods of the same kind, one article was found to be deficient against the other. Thus, for example, the Sea Captain and Equipagemeester de Sille accounted for coarse hemp cloth and heavy cloth in surplus, and on the other hand accounted for broad canvas, common cloth, and Dutch sailcloth in deficit; Dutch sail yarn in surplus and English sail yarn in deficit; cable rope of 5 inches in surplus and cable rope of 4 ½ inches in deficit. §. 16. We have indeed resolved to have all the European goods accounted for in surplus by both of these former Equipagemeesters taken in for the Company, but since similar errors in the writing-off as occurred in the administration of Captain Abo also existed with these individuals, we take the liberty to request each authorization from Your High Nobilities, to the end that the goods of the same kind, of which one article was found in surplus and the other in deficit, may also be offset against each other in both these administrations, either in quantity or according to the purchase cost. §. 17. Regarding the request that Captain Abo has furthermore made to us, that the equipage goods delivered in surplus which do not fall within the terms to be offset against each other in the aforementioned manner may also be credited to him in account, we take the liberty, on the grounds of the man's destitute and truly pitiable condition, to request a favorable decision from Your High Nobilities hereby. §. 18. The Senior Merchant and former Galle Commander Kraijenhoff, who repatriated on the ship De Unie, has requested of us that on the amount of 8000 rixdollars, which he on account of suretyship and
Dutch transcription
we deese proeve niet alleen niet verder doen doorzetten maar hebben ook de pagt schat waar voor de eerste pagter nog als debiteur bij de boeken voortliep laaten afschrijven. §. 11. De Capitain ter zee en gew: Graesch Equipagiemeester Abo, heeft bij de overgave van zijne administratie aan zijnen vervanger in officie verscheeve Equipagie en andere goederen meerder en ook minder ver= antwoord. Wij heeft vertoond, dat dit ten deele ontstaan was door de mattentie van zijn boekhouder, zijnde een particuliere perzoon, goederen die sommige verstrekte of geheel niet, dan wel verkeer- „delijk 't een voor 't ander afge- „schreeven had, en dat ook de meer„ „der verantwoorde Europische goe„ „deren gedeeltelijk door hem waaren ingekogt, om daar meede vreemde scheepen en vaartuigen te assistee„ ken, gelijk dat zijne voorzaeten te Gale en ook de Equipagiemeester te kolombo steeds hadden gedaan, wijl 't verbod dat geene Equipagimeesters in 5351 mogten negotieeren in Equipagie goederen eerst eenige maanden voor de overgaeve van zijn dienst hier was ontvangen, §. 12. Dat de Equipagiemeesters van ko= olombo en Gale, bij voorkoomende ge- „legentheeden Europische Equipagie goederen opgedaan hebben, om door 't gerieven van vreemde scheepen en vaartuigen, die dikwils 't een of ander noodig hadden, een stuijvertje te pro= „fiteeren, is een zeer bekende zaak en zelfs heeft de komp:e daar door dikwils kunnen worden gehoepen, ten behoeve van haare eige scheepen, zoo wel, als van slands oorlog kzu„ nen: en is 't ook daarom dat we bij den ontvang van de order van de heeren Majores, dat geene Equipagiemeesters in Jndie eenigen handel in Equipagie goederen moogen drijven, ter sessie van den 25. 7ber: 1789. hebben beslooten om van de Equipagiemeesters in dit Gouvernement, eene opgaave te vorde„ „ren van de restanten, die ze nog mog„ „ten hebben van alle zodaanige goede„ „ken, als vallen in de termen van voorsz: verbod, om daar op te disponeeren, zoo als naar billijkheid zoude worden bevonden wijl we 't reede bevonden te behooren „lijk oordeelden, dat aan hun gelegend „heid wierde gegeeven, om zig van 't geen ze nog mogten gehad hebben, op eene onschadelijke wijze te kunnen ontdoen, hoe wel wij van niemand deese gevorderde opgaves hebben ontvangen §. 13. En schoon kapitein Abo nu ziegt, dat hij die opgave toen onnoodig had gedagt, om dat zijn vervanger reeds aange- „koomen was, aan wien hij Transport doen moest, en hij zig had gevlijt, dat 't geen bij de overgave meerder wierd bevonden, uijt hoofde van voorsz: ons besluijt, aan hem zoude worden betaald, hebben we echter om aan de leggende orders te voldoen, beslooten om alle de door hem meer „der verantwoorde Europische Equi „pagie goederen voor de Comp:e te doen intrekken, en 't minder verantwoorde daar en teegen door hem aan de Comp:e te doen vergoeden. §. 14. Wijl nogtans onder deese meerder en minder verantwoorde goederen verscheide gelijk soortige articulen zijn, als differente zoorten van Zijldoek en touwerk, waar van 't beide Confron„ „tatie 5352 „tatie blijkt, dat bij verstrekking 't een voor 't ander is afgeschreeven, waar door notoir 't eene als eene meerder= „heid, en 't andere als eene minder- „heid moest voorkoomen, en 't mits dien eene hardigheid zoude insluijten, 't eene te moeten missen, en 't andere met twee Capitaalen advans te moeten vergoeden, en daar bij nog te moeten inschieten zulke articulen, die door hem werkelijk kunnen zijn inge¬ „kogt, in een teid, dat deese handel getolloveerd en door de gewoonte als gewettigd was; hebben we daarom zoo wel, als uijt Consideratie van de zeer nadeelige omstandigheeden, waar in kapitein Abo zig tans be„ „vind, beslooten aan ude Hoog Edelh: voortestellen, gelijk we de vrijheid neemen te doen door deesen, of hoogst deselven zouden kunnen goed vinden ons te qualificeeren, om de gelijk Poortige goederen, waar van 't eene articul minder en 't ander meer= „der verantwoord is, in quantiteid of naar 't inkoops kostende, tegen elkanderen temoogen, doen rescontreeren. 9. 15. n port de van de overgave der §. 15. Bij de Confrontatien administratien van den gew: kolomboschen Equipagiemeester van der wegge, en van den gew: Gaalschen Equipagiemeester de Sille, is ons meede voorgekoomen dat van goederen van gelijke zoort, 't eene articul over 't andere te kort bevonden is. zoo heeft bij voorbeeld de kapitein ter zee en Equipagie „meester de sille graan hennip doek en swaardoek meerder, en daar en teegen breed E verdoek, gemeen doek en hollandsch zijldoek min „der verantwoord; hollands zijl gaaren meerder en Engelsch zijlgaa„ „ren minder verantwoord; Cabeltouw van 5. d=m meerder en Cabeltouw van 4. ½. d=m minder verantwoord. §. 16. Wij hebben wel beslooten, om alle de gen: Equipagie door bijde deese „meesters meerder verantwoorde Eu„ „ropische goederen, voor de Comp:e te laaten inneemen, maar wijl gelijke abuisen in de afschrijving als in de administratie van kopi „tain Abo plaats gehad hebben, ook bij deese houden zijn g'Ex- „teerd, zoo neemen wde de vrijheid ieder 5353. qualificatie te uwer Hoog Edelheeden versoeken, ten einde de gelijksoortige goederen, waar van 't een articul meer„ „der en 't andere minder bevonden is, ook in deese beide administratien teegen elkanderen, 't zij in quantiteit dan wel naar 't inkoops kostende te moogen doen ressorteeren. §. 17. Nopens het verzoek dat kapitain Abo nog aan ons heeft gedaan, dat hem ook in reekening moogen worden de meerder geleverde gevalideerd Equipagie goederen, die niet vallen in de termen, om op de voorsz: wij „ze het een tegen het ander te kunnen gebruijken worden gereskronteerd, we de vrijheid, uijt hoofde van smans behoeftigen en werkelijk medelijden waardigen staat, uw Hoog Edelheeden door deesen eene gunstige dispositie te verzoeken. §. 18. De met 't schip de unie gerepatri- „eerde opperkoopman en gew: Graesch gezaghebber kraijenhoff heeft ons verzogt, dat op 't bedraagen van 8000. rd:s, het welk hij wegens borgtogt en
English
had to count into the Company's treasury, interest might be credited to him at six per cent per annum. When the servants cannot suffice, not for the sum that the Company has determined in order to find its recourse upon the discovery of any malversations, to give good and certain sureties, as is customary in all such circumstances to be held as sufficient, and that Your Honours desire that this sum shall be counted into the treasury in cash, it appears very equitable to us that upon such counted funds, the interest should be paid that the servants might have earned thereon by putting out those funds on good mortgages, and giving the deeds thereof in pledge to the Company as security. §. 19. Nevertheless, we have resolved solely to bring these our humble considerations on the aforementioned request under the eye of Your High Honours and to request your most highly esteemed disposition thereon. §. 20. Since, according to the arrangement of the Gentlemen of the Military Commission, the staff officers may have no companies, and not only had all the companies to be reduced to 100 men, but also an European officer had to be placed as Commander with every native company, we have, to fill the lacking officers, upon the nomination of the ad interim Head of the Ceylon militia, Lieutenant Colonel van Drieberg, promoted in the National infantry in this government, subject to Your High Honours' favourable approval: To captains: The Captain Lieutenant Iohan Willem Uhlenbeek The Captain Lieutenant Jean Brohier The Lieutenant David Kahle The Lieutenant George Michiel Kronen and The Lieutenant Fredrik Wilhelm von Drieberg To lieutenants, the ensigns: George Zowell Johannes Nijssen Johan Emanuel Flaming Pieter Wilhelm Behm Hendrik de Nijs Schwallie Johan Ernst Theilé Wilhelm Fredrik Hendrik Gosewijn Baron von Marcken Nicolaas Thiedeman Lodewijk Joseph Souttea Weldert Thouw Michael Elias Termer Philip Christiaan Frantz Johan George Aroom Pieter van der Straaten Hendrik Christiaan Mollij Udo Brands Jacob Meijer Johan Justus Bannenberg Dirk van den Driesen and Hans Swaane Fretz And to ensigns: The sub-adjutant at Trincomalee, Andreas Boegman The cadet Matthias Johannes la Rusch The cadet Johan Andries Wilhelm Gebhardt The cadet Johannes Paulus van Essen The cadet Woldeman Herman Baron von Rhamel The cadet sergeant Henrij Meuron d'Orbe The cadet sergeant Andreas Marcken The cadet sergeant Louis Bove The sergeant Carel Diederich Braaze and The sergeant Prudent Joseph de Lille We humbly request Your High Honours that these appointments may be approved, and that the salaries pertaining thereto may be granted to the promoted persons. Their petitions are annexed to the enclosures of this document. §. 21. Furthermore, upon his offer made to that end, we have accepted into the Company's service as captain of the infantry the former captain in the Regiment of Luxemburg, René François August de la Motte Bertin. He is a man of ability, who served 7 years with the aforementioned regiment as captain, and has given proofs of his attachment to the Company on the occasion of the mutinous conduct of the former Colonel De Hugonet and his associates, and is married and established in the colony here. Being assured that the Company makes a very good acquisition thereby, we take the liberty to recommend him to Your High Honours' high favour, to obtain approval of his appointment, with the salary pertaining thereto; his petition also accompanies the enclosures of this document. Also included among the enclosures is a list of the companies, divided into European and native battalions, and how the officers are stationed therewith. §. 22. In our respectful letter of 27 August last, section 7, we informed Your High Honours that we would make the granted increase of two guilders in pay to the soldiers of the Regiment of Meuron who had completed their five-year engagement commence from 26 December 1788 for those soldiers who had completed their engagement prior to that time, because Colonel de Meuron had claimed this improvement under that date. However, as Colonel de Meuron has since represented to us that he would have made the request to increase the pay of the soldiers who had completed their five-year engagement earlier and even at the Cape of Good Hope, had not the order been received that the regiment had to change garrison, and he consequently had believed that that request could be postponed without prejudice, to be made to us upon his arrival on Ceylon, as he also did shortly after his arrival here in his aforementioned address of 26 December 1788; and that he consequently hoped that this delay would not be regarded as a neglect to the disadvantage of the soldiers who had completed their engagement before the presentation of that address, since these bore no fault for the request not having been made by him earlier, and thus could not with any equity suffer therefrom; we have therefore resolved to allow the granted increase of pay to be credited to the soldiers who completed their engagement prior to the presentation of the aforementioned address, from the day on which
Dutch transcription
in 'sComp:s kas heeft moeten tellen, aan hem intrest mogt worden goed gedaan, tegens ses p:r C:t 'sjaars wanneer de dienaaren niet kunnen volstaan, niet voor de son die de komp:e heeft bepaalt ten einde daar op bij ontdekking van erkeuren, haar verhaal te kunnen vinden goede en zekere borgen te geeven zoo als dat in alle zulke gelegentheeden pleeg teworden gehouden voor voldoene, en dat haar Ed: begeert dat deese Som in kas zal worden getelt in konton „ten; komt het ons zeer billijk voor dat op zulke getelde gelden, word betaald den intrest, die de die„ „naaren daar op zoude kunnen win„ „nen met die gelden uijttesetten op goede hijpoteeken, en de aktens daar voor aan de komp:e tot sekerheid tegeeven in pand. §. 19. Niet te min hebben we beslooten alleen deese onze nedrige konsideratien op het voorsz: versoek te brengen on„ „der het oog van uw Hoog Edelheeden en Hoogst derselver zeer g'eerde dispositie te verzoeken. §. 20. Nadien volgens de schikking van de steeren 5354. kommissie, Heeren van de Militaire Compenien moo„ de staf officieren geene „gen hebben, en niet alleen alle de Com„ „penien moesten worden gereduceerd op 100. man, maar ook bij elke Jnland „sche Comp:e een Europeesch officier als Commandant moest worden geplaetse hebben we tot vervulling van de man„ „keerende officieren, op de voordragt van 't adinterin Hoofd der Ceilonse militie, de luijtenant Colonel van Drieberg, bij de Nationaale infan- „terie in dit gouvernement, op uwer Hoog Edelheeden gunstige approbatie bevorderd. Tot kapitains. De kapitain luitenant Iohan Willem uhlenbeek De Capitain luijtenant Jean Brohier De luijtenant David Kahle. De luijtenant George Michiel Kronen en De luijtenant Fredrik Wilhelm von Drieberg Tot luijtenants, de vaandrigs George Zowell Johannes Nijssen Johan Emanuel Flaming Pieter 0 Pieter wilhelm Behm Hendrik de Nijs Schwallie Johan Ernst Theilé Wilhelm Fredrik Hendrik Gosewijn Baron von Marcken Nicolaas Thiedeman Lodewijk Joseph Souttea Weldert Thouw Michael Elias Termer Philip Christiaan Frantz: Johan George Aroom Pieter van der Straaten Hendrik Christiaan Mollij udo Brands Jacob Meijer Johan Justus Bannenberg Dirk van den Driesen en Hans swaane Fretz: En tot vrandrigs De onder adjudant te Thinconomale Andreas Boegman. De Kadet Matthias Johannes la Rusch De Nadet Johan Andries Wilhelm Gebhardt De Kadet Johannes Paulus van Essen De Kadet Woldeman herman Baron von Rhamel De kadet sergeant Henrij Meuron d'orbe. De 6 5355. De kedet sergeant Andreas Marcken De kadet sergeant Louis Bove De sergeant Carel Diederich Braaze en De Sergeant Prudent Joseph de lille„ Wij verzoeken uwe Hoog Edelh: needrig dat deese aanstellingen g'approbeerd, en aan de geavanceerden toegelegd moogen worden de gagien daar toe staande: Hunne requesten zijn onder de bijlaegen deeses gevoegd. §. 21. Nog hebben we de gew: kapitain in het Regiment van Luxemburg René François August de la Motte bertig„ op zijne daar toe gedaane aanbieding in 'sComp:s dienst aangenoomen als kapitain van de infanterie. Hij is een man van kunde, die 7. Jaaren bij voorsz: regiment als Capitain gediend, en blijken van zijn attache „ment aan de Comp:e heeft gegeeven, ter gelegendheid van 't opvoerig gedrag van den geweesen Colonel De Hugonet C: S:, en is in de kolonie alhier getrouwd en g'etablisseerd. verzekert dat de komp:e daar aan een heele goede aquisietsie doet, neemen wij de vrijheid, hem in under Hoog Hoog Edelheeden hooge gunste aantebeveel ter verkrijging van approbatie zijne aanstelling, met de daar toe staande gagie zijn request verzeld meede de bijlaegen deeses. Nog gaat onder de bijlaegen over een lijste der kom zoo Europese als inlanderen en bat„ „taljons verdeeld, en hoe de officie „ren daar bij zijn geplaatst. §: 22. Bij onsen eerbiedigen van den 27. aug:s passa „to 3. 7. hebben we uwen Hoog Edelh: bedeeld, dat ide de toegestaane ver- „hooging van twee guldens gagie aan de zoldaeten van het regiment van Meuron, die hun vijf jaarig verband hadden uijtgediend, zouden doen ingaen met den 26. december 1788 voor de zoldaeten, die voor dien teid hun verband hebben uijtgediend ge- „ had, om dat de Colonel de Meu„ „non onder dien datum, deese ver- „betering heeft gereclameerd. Wijl nogtans de Colonel de Meuron aan ons 't zeedert heeft vertoond, dat hij 't versoek om de zoldaeten die hun vijff jaarig verband hebben uijtgediend, in gagie te verhoogen eerder 5356. eerder en zelfs aan de Caab de Goede Hoop zoude gedaan hebben, indien 'er de order niet was ontvangen, dat 't regiment van garnizoen moeste veranderen, en hij mits dien gemeend had, dat dat verzoek zonder prejudicie konde worden uijtgesteld, om bij zijne Ceilon aan ons te doen, komst op gelijk hij ook dat, kort na zijne arrive alhier, bij zijn voorsz: addres van den 26. december 1788. heeft ge= „daan, en dat hij mits dien hoopte„ dat dit uijtstel niet als een ver- zuijm zoude aangemerkt worden, ten nadeele van de zoldaaten, die hun verband voor het indienen van dat addres hadden uijtgediend, wijl deese geen schuld hadden, dat 't versoek door hem niet eerder was gedaan, en dus met geene bil „lijkheid daar onder konden lijden, hebben we daarom beslooten, om aan de zoldaeten, die hun verband hebben uijtgediend voor 't indienen van voorsz: addres, de geaccor¬ „deerde verhooging van gagie, te laeten goed doen van den dag af dat
English
five-year commitment is completed when their first term expires. Section 23. And since the national soldiers, who formerly were advanced from 9 to 11 guilders upon a new commitment of three years, have for more than 20 years past, pursuant to the qualification of Your Right Honourables' respected letter of 18 July 1768, been advanced from 9 to 13 guilders if they re-engage for 5 years; and Colonel de Meuron has submitted to us the request of the soldiers of his regiment to be permitted to be advanced in the same manner, namely from 9 to 13 guilders for 5 years, we have resolved to treat them in this matter on an equal footing with the national soldiers. Section 24. The bookkeeper Johannes Abraham Bronsveld, who before the recent war was first clerk of Policy and secretary of Justice at Nagapatnam, and has since been stationed at Paleacatta, crossed over here at the end of the year 1788 on a temporary leave, and subsequently, by a petition addressed to the Ministers at Paleacatta—which was sent to the said Ministers along with our letter of 9 April 1789—made a request to be allowed to remain here on account of his sickly condition, even if it were with wages written off. Before we had received the Ministers' answer to this, he requested by a further petition to be allowed to exchange positions with the bookkeeper Leembruggen, who has since departed for Batavia and who likewise requested to go to Paleacatta in place of Bronsveld. We had nothing against this exchange, and therefore gave notice thereof to the Ministers at Paleacatta by our letter of 26 August 1789; but the Ministers denied both of these applications by their letters of 8 August and 11 November 1789, and in the former requested us at the same time that, if Bronsveld could not provide secure guarantors for his debts, he be sent over to Paleacatta in one secure manner or another. We therefore caused him to be notified that he had to depart for there, just as we also gave notice thereof to the Ministers there by our letter of 23 September 1789. Section 25. The said Bronsveld was actually ill at that time and therefore could not cross over, and since then he has delivered to us a petition to the Paleacatta ministers containing a request to be permitted to remain here with suspension of wages until his recovery, or else to be fully discharged from the Company's service. This petition was sent to the Ministers along with our letter of 17 April 1790, but that request too was rejected by the ministers by their letter of 18 July following, and we were thereby further requested to order him to come over to Paleacatta at the earliest opportunity in order to settle his affairs there; and we also gave this order to Bronsveld, who nevertheless continued to tarry here until we received the Ministers' letter of 20 November last, which is attached hereto in extract, and in which they urgently requested us to take security of Bronsveld's person and goods immediately, or, for the indemnification of the Ministers who are held responsible, to devise and execute such measures as we would find agreeable to equity and justice regarding the matter. We have therefore caused his goods to be inventoried and secured by a judicial commission, and he himself has been placed under military arrest with the provost. Section 26. Since then, Bronsveld has presented to us a petition in which he details the state of his affairs, and among other things declares himself to be utterly aggrieved to submit to the judgment of his otherwise lawful judges at Paleacatta, with the request that we bring this to the attention of Your Right Honourables and meanwhile grant him permission to remain in his arrest here until the receipt of Your Right Honourables' decision. We shall give notice of this request to the ministers at Paleacatta and provisionally keep Bronsveld under arrest here; and meanwhile take the liberty of presenting to Your Right Honourables in copy herewith his aforesaid petition, along with a further address submitted by him, and most humbly request Your Right Honourables' highest approval regarding his aforesaid objection. We commend Your Right Honourables and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Governing Lords, Your Right Honourables' humble and obedient servants. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. T. Fretz, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In margin: Colombo, 18 February Anno 1791. Section 1. The ship Voorschoten departed from Galle for there on the 5th of this month, and we take the liberty of presenting to Your Right Honourables, among the enclosures hereto, the duplicates of our letters dispatched therewith. Section 2. We now proceed to reply respectfully to Your Right Honourables' most revered letters of 30 September, 7, 19, and 24 October, and 2 November past, the last of which was brought by the ship Leiden via Cochin. Section 3. The prices of the goods requested by us from the Netherlands for trade are indeed stated in the requisition that was inserted in our dispatched letter to the Lords Majors, the
Dutch transcription
vijf Jaarig verband isg dat hun eerste Expineerd. §. 23. En vermits ook de Nationaale zol „daaten, die eertijds van ƒ 9. tot 11. verbeterd wierden, op een nieuw ver „band van drie Jaaren, zedert ruijm 20. Jaaren herwaards, volgens qual „ficatie van uwe Hoog Edelh: lig missive van den 18. Julij 1768. worden verbeterd van ƒ 9. tot ƒ 19. indien ze zig op nieuw voor 5. Jaaren engageeren; en de Collonel de Meuron aan ons heeft voorge¬ „draagen het verzoek van de zol„ „daaten van zijn regiment, om op deselfde wijze te moogen worden verbeterd, namelijk van ƒ 9. tot 13. voor 5. Jaaren, hebben we beslooten, om hun in dat stuk ook te be- „handelen gelijkstandig met de nationaale soldaaten. §. 24. De boekhouder Iohannes Abraham Bronsveld, die voor den Jongsten oorlog te Nagapatnam is geweest eerste klerk van Politie en sekke„ Justitie, en zedert te taris van Paleacatta is bescheiden geweest, :„ is 5367. is in 't laatst van 't Jaar 1788: voor een springtogt alhier overgekoomen, en heeft hij vervolgens bij een request„ gerigt aan de Ministers te Paleacat= „ta, 't welk nevens onzen brief van den 9. April 1789. aan gemelde Ministers gezonden is, verzoek ge= „daan, om wegens zijne ziekelijke omstandigheeden, al was 't met afgeschreeven gagie, hier temoogen verblijven. Eer wde hier op 't ant= „woord van de Ministers nog hadden, heeft hij bij een nader request ver- zogt, om te moogen ruijlen met den zedert na Batavia vertrok„ kenen boekhouder Leembruggen, die insgelijks verzogt heeft om in plaats van hem kronsveld na Paleacatta tegaan. we hadden niets tegen deese ruijling, en heb= „ben daarom daar van kennis gegeeven aan de Ministers te Paleacatta, bij onsen brief van den 26. aug:s 1789., dog bijde deese instantien hebben de Ministers ontzegt, bij hunne brieven van den den 8. aug:s en 11:' 9ber: 1789. , en bij den eersten ons teffens versogt, om zoo hij Bronsveld voor zijne schulden geene secuure borgen konde stellen, hem op de een of andere verzekerde wijs na Paleacatta overtesenden. We heb „ben daarom hem doen aanzeggen, dat hij na derwaards vertrekken moest, zoo als we ook daar van kennis hebben gegeeven aan de Ministers aldaar bij onsen brief van den 23. September 1789. §. 25. Gemelde Bronsveld was te dien tijd werkelijk ziek en kode daar om niet overgaan, en zedert heeft hij ons overgegeeven een request aan de Paleacatsche ministers, houdende versoek om met stilstand van gagie tot zijn herstelling alhier te moogen blijven, dan wel volkomen uijt 's Comp:s dienst te moogen worden ontslagen. Dit request is nevens onzen brief van den 17. April 1790. aan de Ministers ge„ „zonden, dog ook dat verzoek is door de ministers van de hand geweesen, bij derselver brief van den 5358 den 18. Julij daar aan, en wij zijn daar bij nader versogt om hem te gelasten, om ten eersten na Paleacatta overte„ „koomen ten einde zijne affaires aldaar aftedoen; en deese order hebben we ook aan Bronsveld gegeeven, die nogtans hier is blijven vertoeven, tot dat we hebben ontvangen der Ministeren brief van den 20. 9ber: J:ol:, die in Extrakt hier nevens gaat, en waar bij ze ons nadruk„ „kelijk verzogten, om illico zee= „kerheid te neemen van Brons„ „velds perzoon en goederen; ofte tot schade vergoeding van de respon„ „sabel gehoudene Ministers, zodae„ „nige middelen te beraamen en te bewerkstelligen, als wij ten sujette„ met billijkheid en geregtigheid, over eenkomstig zouden vinden. We hebben daarom zijne goederen door eene geregtelijke Commissie doen inventarisseeren en in verseke „ring neemen, en hij zelve is ge„ „steld in Militair arrest bij den provoost. §. 26. Het zedert heeft Bronsveld aan ons ons gepresenteerd een requist waar bij hij een detail doet van den staet zijner zaaken, en onder anderen verklaard zig volstrekt beswaard te vinden, om hem aan de uijtspraake van zijne andersints wettige regters op Pa¬ „leacatta te onderwerpen met ver„ zoek dat we zulks zouden bren„ „gen onder 't oog van uwe Hoog Edelh: en hem intusschen accordeeren, om tot den ontvang van uwer Hoog Edelh: dispositie, te moogen Continueeren in zijn arrest alhier. We zullen van dit versoek kennis geeven aan de ministers te Pale catta en Bronsveld bij provisie hier in arrest aanhouden; en neemen intus„ „schen de vrijheid zijn voorsz: re= „quest; met een nader door hem inge„ „diend addres, uwen Hoog Edelh: in Copia hier nevens aantebieden en op voorsz: zijn beswaar hoogst derselver goedvinden nedrigst te verzoeken. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangen der maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle Eerbied en Trouwe (:onderstond:) Hoog Edele Groot Achtbaare wijd 0 5359 Aan als vooren. wel Edele Gestrenge wijd gebiedende Heek, Weer, uwer Hoog Edelheedens onder „daanige en gehoorzaame Dienaaren. (:was getekend:) W: J: van de Graaff„ M: P: Raket, D: T: Pretz: C: van Angelbeek, J:s Reintous, B: L: van zitter, A: Samlant en I: A: vol„ „lenhove. (:in margine:) kolombo den 18. Februarij A:o 1791. §. 1. 'T schip voorschooten is den 5. deeser van Gale na derwaards vertrokken, en we neemen de vrijheid de duplicaaten van onze daarmede afgegaane brieven, onder de Bijlaegen deeses uwen Hoog Edelh: aantebieden. §. 2. Wij gaan tons over, om eerbiedig te ant= „woorden op uwer Hoog Edelh: zeer g' venereerde missives van den 30. 7ber: 7. 19. en 24. oktober en 2. 9ber: passato, waar van de laatste p:r 't schip Leiden over koetsien aangebragt is. §. 3. De Prijzen van de door ons voor den handel uijt Nederland gevraagde goe- „deren, zijn werkelijk opgegeeven bij die g' intereerd is, bij onzen den Eijsch, afgegaanen brief aan de heeren Majores, de
English
dated 12 November 1789, as will appear from the duplicate of the said requisition, alongside our respectful letter of 25 December presented to Your High Honours, of which an extract is enclosed herewith for abundance of caution; however, in the letter itself, in the insertion of the said requisition, nothing else was inserted other than the requested quantities, as has been done for several years. Paragraph 4. Upon the abolition of the post of consumption bookkeeper at Mature and the simultaneous cessation of keeping trade books there, we had already, as appears from our letter of 26 March 1788 written to the Galle employees, issued the necessary order that the Mature cash account should be sent to Galle monthly, and the consumption account every three months, to be processed into the trade books, and this order has been observed up to now, whereby the Galle Commander had the opportunity to inspect and examine these accounts. Nevertheless, in accordance with Your High Honours' order, we will now specifically instruct him in this regard, and also that henceforth the consumption account must likewise be delivered to Galle monthly. Paragraph 5. For the silk purchased from Mr. Monneron, no cash payment was made to him, but it was accepted from him in reduction both of the provisions supplied to him on behalf of the French crown, and for the goods accepted by him from the Batavian cargo of the ship Overduin, as appears from the current account balanced under the date of 30 July 1784, a copy of which is included among the appendices. Paragraph 6. We will have the honour of sending Your High Honours the requested samples of the Ceylon mast timber at a following opportunity. Paragraph 7. The premium on gold and silver specie against copper coin has increased from time to time as this specie became scarcer. Your High Honours will find a detailed demonstration of this in a memorial transmitted among the appendices, which Lieutenant Colonel de Raymond presented to the former Galle administrator Kraijenhoff shortly before the departure of the Luxembourg regiment. Since then, this difference has by no means diminished, and now and then it was even much higher. At present, up to 1 rixdollar is paid for a rupee, 36 schellingen for a Venetian ducat, 34 schellingen for a Dutch ducat, and 96 to 98 and 99 stuivers in copper coin for a piastre. Paragraph 8. The anchor of the ship Leviathan left behind here was found, upon hauling it home, to have its shank broken to pieces and thus entirely unusable, as appears from the sworn ship's declaration which is transmitted in original among the appendices. Paragraph 9. The person who is referred to as a prince in the Galle resolution of 14 January 1790 is the Tumenggung Raden Abdul Wahid, who arrived here in the year 1789 from Batavia aboard the ship Den Arend in order to go on a pilgrimage to Mecca. Such sort of people coming from Batavia are here in common parlance often called princes. Paragraph 10. That we appointed the examiner in Colombo and the administrators at the subordinate offices to examine the annual itemised statements of the expenses incurred on the vessels is because we do not know to whom we could more properly assign this task, it being the duty of these employees to ensure that provisions are made according to the regulations. Paragraph 11. The tar which, according to paragraph 66 of our respectful letter of 27 January 1790, was purchased for 200 rupees per last of 3000 lbs, was sold to the public for 1 rixdollar and 32 stuivers per parra, being what the purchase cost. Paragraph 12. That we purchased the Danish copper for 25 1/4 stuivers per lb took place because it could not be negotiated for less. Private individuals offered this for it. The Japan copper that we received over several years has, except for a small matter, been used entirely for minting. Thus, no improper use of it could be made to produce counterfeit coin. It is therefore not for that reason that we increased its price to 25 stuivers, but because it was thought that, since it was evident that foreign copper was readily available to private individuals for such a price, it was not unreasonable that Japan copper, however much or little the sale of it might be, was paid for by the public at that same price, as long as it serves only for this or that domestic convenience; for as soon as Japan copper is no longer used for the mint and it is bought as a trade article, it will have to be lowered again, because no one can buy it at that price in order to trade with it. That we also did not set it precisely at 25 1/4 stuivers, for which the private copper was purchased, was because this was a completely coincidental matter which we thought we should not follow in the strictest sense. Paragraph 13. For a long time we have had no gold and silver money in the treasury. All purchases and sales are conducted in paper money or copper coin, as we already remarked in our humble letter of 27 January of last year, paragraph 90. Therefore, so as not to constantly repeat with every item of purchase or sale that payment was made in copper coin, we respectfully request permission to suffice merely with recording this only for such items for which gold or silver money is in time received or disbursed. Paragraph 14. From the Jaffna employees, we did not demand an explanation regarding the expensive purchase of paddy at 42 stuivers per parra, because we had knowledge of the great scarcity that prevailed there at that time; nevertheless, we have [illegible] the Commander Raket that
Dutch transcription
de dato 12. 9ber: 1789., zoo als dat zal blijken bij de weder gaa van gemelde Eijsch, nevens onsen eerbiedigen van den 25. xber: daar aan uwen Hoog Edelhe aangebooden, en waar van ten over- „vloede een Extraht deesen verzeld; dog bij de brief zelve is, bij de in- „sertie van gemelde Eijsch, niet anders geinsereerd dan de gevraagde quanti¬ „teiten, zoo als dat zedert eenige Jaaren is gedaan. §: 4. Bij de intrekking van den dienst van Consumtie boekhouder te Mature en de gelijk tijdige afschaffing van 't houden van Negotie boeken aldaar hebben we reeds, blijkens onzen brief van den 26. maart 1788., geschreeven aan de Gaalsche bedienden, de nood dat de matureese „ge order gesteld, Kassa reekening maandelijks, en de om de drie maenden „ Consuutie reek: gesonden worden na Gale zouden ter verhandeling bij de Negotie boe „ken, en deese order is ook tot nog toe geobserveerd, waar door de Gaalsche Commandeur gelegendheid heeft gehad, om deese reekeningen te „ 5360 te zien en te Examineeren. Niet te min 8 zullen we nu, volgens uwer Hoog Edelh: order, hem dit speciaal aan- „beveelen, en ook dat voortaan de Con„ „sumtie reekening meede maandelijks na Gale moet besorgd worden. §: 5. voor de gekogte zijde van den heer Mon„ „neron, is aan hem geen Contante vol= doening gedaen maar is deselve van hem overgenoomen in mindering zoo voor de verstrekkingen aan hem ge= „daan ten behoeve van de fransche kroon, als voor de door hem overgenoomene goederen uijt de Ba= „tavinsche lading van 't schip over„ „duijn, zoo als dat blijkt bij de reekening Courant, geslooten onder dato 30. Julij 1784. , waar van een kopij onder de bijlaegen overgaat. §. 6. De gevraagde emonsters van de Ceilonsche masthouten zullen we de eere hebben uwen Hoog Edelh: bij eene volgende gelegendheid toete„ „zenden. §. 7. Het opgeld op de goude en silvere specien tegens kopere munt, is van teid tot tijd gesteegen, na moete dat deese specien schaarser geworden zijn, zijn. Eene omstandige aanwijsing daar van zullen uw Hoog Edelheeden vinden bij een onder de bijlaegen overgaande Me- morie, die de luijt: kolonel de Raijmond, kort voor 't vertrek van 't regiment van Luxenburg aan den gew: gaals gezaghebber Kraijenhoff, heeft overgegeeven zee= „dert is dit verschil voor al niet vermindert, en nu en dan is 't zelfs veel hooger geweest. Tans word voor een ropij betaald tot een rd:s, voor een venetiaanse dukaat 36. schill: voor een hollandse ducaat 34. schill: en voor een piaster 96. tot 98. en 99 stuijv:s aan kopere munt: §. 8: 'T hier verbleeven anker van 't schip leviathan is bij 't thuijs winden be „vonden, dat de schagt aan stukken en dus geheel onbequaam was, blij„ „kens b'edigde scheeps verklaering die in origine onder de bijlaagen gaat. die bij de gaalsche 3. 9. De perzoon van den 14. Januarij resolutie prens genoemd word. 1790: een is 5381. is de Tommegon nadja Abdul waij- „niet, die in 't Jaar 1789. met 't schip den Arend van Batavia alhier aan „gekoomen is om ter beedevaart na Mecra te gaan. zulk slag van menschen koomende van Batavia, worden hier in de wandeling veel al prinsen genoemt. 1 §. 10. Dat we den visitateur te kolombo en de administrateurs op de onderhoori„ „ge Contooren hebben benoemd, om de Jaarlijksche specificatien van het veronkostigde aan de vaartuijgen te Examineeren, is om dat we niet weeten aan wien we dit werk ei„ „gentlijker zouden op draegen, zijn— „de 't de pligt deeser bediendens, om toetesien dat de verstrekkingen volgens de reglementen geschieden. §. 11. De taande die volgens 3. 66. van onzen eerbiedigen van den 27. Januarij 1790. ingekogt is tegens 200. ropijen 't last van 3000. lb:, is aan de gemeen„ „te verkogt tegens rd:s 1. 32. de paraa, zijnde het inkoops kos„ „teerde. §. 12. Dat we het deensch koper voor 25. ¼. stuijv:s stuijv:s 't lb: hebben ingekogt, is geschied om dat 't niet minder te bedingen was. Door Particulieren wierd en dit voor gebooden. Wet Iapans koper dat we zedert eenige Jaaren ontvangen hebben, is buiten eene kleinigheid na geheel tot het verminten gebruijkt. Daar van heeft dus geen misbruijk konden worden gemaakt tot 't maaken van valsche muurt. Het is mits dien dat we den prijs daar niet daarom van verhoogt hebben tot 25. stuijv:, maar om dat ede dagt dat wijl het bleek dat het vreemd koper de particu„ „lieren voor zulk een prijs gran stond, het niet dubillijk was dat het Japans koper, hoe veel of weinig ook den verkoop daar van is, tot die zelfde prijs door de gemeente wierd betaald, zoo lange het alleen diend tot deese en geene huijselijke gerieflijkheeden; want zoo ora het niet meer tot de munt Japans koper gebruijkt word en het gekogt word tot een artikel van Negotie het wederom zal moeten worden ver- „laagd wijl niemand het voor dien prijs koopen kan, om er handel meede te Drijven. Dat we hot ook niet 5362. niet Juijst, op 25. ¼. stuijv: gesteld heb= „ben, waar voor het particulier koper is ingekogt, is geweest om dat dit eene geheel toevallige zaak wes„ die we gemeend hebben niet in den aller sterkten zig te moeten volgen §. 13: zedert lange hebben we geen goud en zilver geld in de Cas gehad: Alle in en verkoop geschied voor papiere geld of kopere munt, zoo als we dat reets bij onsen nedrigen van den 27. Januarij J:o leeden Z. 90. hebben aangemerkt. om dus niet gestaa„ van in of ver„ „dig bij elk articul „koop te repeteeren dat de be- „taaling geschied is in kopere verzoeken we eerbiedig te munt bij volstaan, niet alleen moogen articulen, waar voor is den zulks tijd goud of zilver geld ontvan„ „gen of uijtgegeeven word, dat aan „teteekenen. 3. 14. Van de Jaffenasche bedienden hebben we; wegens den duuren inkoop van Nelij. tot 42. stuijv:s de parra, geene verantwoording gevraagd, om dat we kennis droegen van de groote schaars „heid die 'er te dier tijd heerste, niet te min hebben we den Commandeur Raket hie dt dat 6
English
to make arrangements, it is recommended, in order to have the necessary grains purchased on the coast itself for more suitable prices. Section 15. The purchase that was made at Manaar of 100 parras of rice, at 17 schill: per parra, necessarily had to be done, because there were no grains in stock to provide to the elephant servants, who had arrived there from Jaffna for the transport of elephants that were sent from here to Jaffna. However, in order not to burden the Company with this expensive rice, we had this purchase charged to the lot that we, according to what was communicated in our respectful letter of 27 January 1790, Section 65, had sent to Mannaar for sale to the public, and against this we had the provisions to the aforesaid elephant servants written off from these five sent for sale, which was purchased at 85 rd:s per last, as all this appears from the Manaar letter of 2 October 1789, and from our resolution of the 16th thereof, to which we most humbly refer. Section 16. One could certainly purchase all the required dried fish in the season that it is available at 4 stuijv:s per lb:, but since dried fish cannot be preserved any longer without spoiling, one is indeed forced to purchase no more of it each time than is necessary for the provisions, and from this arises the necessity that the purchase, which is made at Gale from May to August, must take place at 6 stuijv:s per lb:, on account of the meager catch of fish that occurs there during that time, yet the purchase in these four months is not large, as the shipping is then sufficiently provided. The higher price for the small purchases made during these months spares the Company from throwing away a lot of spoiled dried fish, as previously had to happen now and then, and according to our view yields a better account. Section 17. In this Government no more coffee is sold than only what is necessary for consumption by the public, and the remainder is shipped to the Netherlands. Section 18. When the ship the Phenecier was berthed at Mature, there was already, according to the Galle letter of 23 March 1789, a stock of circa 18000 parras of paddy, which since then has increased through deliveries from the country to such an extent that this ship, according to the Galle letter of 7 April following, has loaded 20700 parras of paddy. The paddy that was sold according to our resolution of 24 April 1789 is from the delivery at Tangale that had not yet come in when the ship the Phenecier was berthed at Mature, but could only be shipped towards the middle of April, as appears from the aforesaid Galle letter of 23 March; and since we could not risk our sloops to Tangale so late in the season, because if the monsoon should turn in the meantime, they would not have been able to return, we thought it best to have it sold, and referred the determination of the price to the Galle servants, who fixed it at 18 stuijv: per parra, as shown by their letter of 31 March 1789, because this paddy is usually purchased by inhabitants of Gale, Kalutara and other places, who have it collected over sea with small vessels, and would find no profit in it if they had to pay a higher price for it. How large a quantity of it was sold, the servants have not informed us, and we have therefore requested a report from them in this regard, which we shall have the honor to communicate further to your High Excellencies. Section 19. The public sale of the Company's goods at set times, we think can be introduced here just as well as it is already in practice elsewhere; whenever our stock of merchandise is so large that it is worth the trouble to hold public sales of it, and we will then have it tried. Section 20. Because the increased price of the Japanese copper to 25 stuijv:s amounts to nearly 25 percent above the usual retail price, we have also set the European copper 25 percent higher in price than what it was sold for previously. That it is stated in our letter of 27 January 1790 that the price of European copper was also set at 25 stuijv: per lb: is an error for which we humbly beg pardon. Section 21. In the reduction of the elephant servants at Jaffnapatnam, we only intended to relieve the Company of a number of people who enjoyed useless maintenance. The inhabitants to whom this arrangement has no relation are thereby neither burdened nor relieved. The people who through this arrangement were now superfluous here have been transferred to the ordinary ouliam service, and for them it comes down to the same thing that they now perform their compulsory ouliam service elsewhere. Section 22. We have already demonstrated to your High Excellencies in our respectful letter of 27 January 1790 that it cannot in fairness be demanded of Lieutenant Meijbrink to provide security regarding the horse stud, in accordance with your High Excellencies' intention. Every undertaking, however useful it may be, must have a certain time to be brought to fruition. From the received reports it already appears that a much larger number of foals have been born than previously used to happen, and since sufficient care is now taken for the young horses, a large part of which formerly perished for lack of supervision, there is consequently the greatest hope that the Company within a few years will be able to sell a good number of horses year by year, yet at least 3 or 4 years must pass therewith, calculated from the time that Meijbrink undertook this work. Should your High Excellencies nevertheless think that it is better for the Company to be satisfied with the profits it has enjoyed from the stud up to now, we think that Meijbrink very
Dutch transcription
om schikkinge Rateit gerecommandeerd, te maaken, ten einde de noodige graanen op de kust zelve, voor Convenabeler prijsen te doen inkoopen §. 15. De inkoop die te Manaar is gedaen van 100. parras rijst, tegens 17. schill: de parra, heeft noodsake „lijk moeten worden gedaan, om dat ir geen graanen in voorraad waaren tot de verstrekking aan de Elephouts bedienden, die daar van Jaffena waaren aangekoomen ter overbreng van Elephanten, die van hier na Jaf„ „fena zijn gezonden. we hebben nogtans om de Comp:e uit dese duure rijst niet te beswaaren, deese inkoop doen stellen op de parthij die wa volgens het bedeel„ „de bij onzen eerbiedigen van den 27. Januarij 1790. §. 65. , na Mannaar gezonden ter verkoop aan de hadden gemeente, en daar en teegen de verstrek„ „king aan de voorsz: Elephants bedienden, laaten afschrijven van „ deese ter verkoop gezondene vijff, die ingekogt is tegens 85. rd:s 't last, zoo als dit een en ander blijkt de bij de manaarse brief van den 2:de oktober 1789. , en bij onse resolutie van 5363. waar aan wij ons van den 16. daar van nedrigst refereeren. §. 16. Men zoude zekerlijk al de benoodigde Caaraat kunnen inkoopen in den teed, dat ze te bekoomen is tegens 4. stuijv:s 't lb:, maar wijl de karwaat niet langer zonder bedert kan worden bewaard, is men wel genood zaakt daar van telkens niet meer intekoopen, dan tot de ver „strekking noodig is, en daar uijt spruijt de noodsakelijkheid dat de inhoop, die te Gale, gedaan word van Maij tot august, te gens 6. stuijv:s 't lb: moet ge= schieden, wegens den schraalen visch vangst die daar geduurende dien tijd plaats heeft, dog de in „koop in deese vier maanden is niet groot, wijl de vaart dan genoegzaam verstrecken is. De meer „dere prijs voor de wiinige inkoo- „pen die geduurende deese maenden geschieden bevrijd de komp:e van het wegwerpen van een partij bedorve Norwaat, zoo als dat eertijds nu en dan heeft moeten geschieden, en geeft naar de denken beeter reekening. 8. 17. §. 17. In dit Gouvernement word niet meer koffi verkogt, dan alleen 't noodige tot Consumtie voor de gemeente, en de rest word na Nederland Verzonden. 3. 18. Toen 't schip de Phenecier na Matu„ „cre wierd aangelegd, was doar, vol- „gens gaalsche brief van den 23. maart 1789., reets een voorraad van Circum Cinca 18000. pavias Nelij, die ze„ dert door leverantie uijt 't land in zoo verre is vermeerderd, dat dit schip, volgens gaalsche brief van den 7. April daar aan, ge „laaden heeft 20700. panns nelij: De Nelij die volgens onse resol: van den 24. April 1789. verkogt is, is uijt de leverantie te Tangale die nog niet was ingekoomen, toen 't schip de Phenecier na Ma„ „ture wierd aangelegd, maar eerst tegens medio April konde wor¬ „den afgescheept, gelijk blijkt bij voorsz: Gaalsche brief van den 23. Maart; en wijl we zoo laat in den teid onse sloepen niet na Tangale konden waegen, om dat ze zoo de mousson intusschen mogte kenteren, niet hadden kunnen te rug 5364 rug koomen, hebben we best gedagt deselve te laaten verkoopen, en de bepaaling van de prijs gedefereerd aan de Gaalsche bedienden, die ze gesteed hebben op 18. stuijv: de parra, blijkens hun brief van den 31. maart 1789., om dat deese Nelij doorgaans word gekogt door ingezeetenen van gale, kaliture en andere plaatsen, die ze over zee doen afhaalen met klijne vaartuigen, en daar bij geene reekening zouden vinden, indien ze deselve duurden moesten betaalen. Hoe groote quantiteid daar van ver- kogt is, hebben de bedienden ons niet bedeeld, en hebben we van hun daarom derwegens berigt gevraagd, 't welk ie de eere zullen hebben uwen Hoog Edelheeden nader te Communiceeren. van 'sComp:s §. 19. De publieke verkoop goederen op gezette tijden, denken we dat hier zoo wel kan worden in„ „gevoerd, als dat elders reets in tranjp: is; wanneer onze voorraad van t koopmanschappen zoo groot is, dat 't de moeijte verdiend om daar van publieke verkopingen tehouden, en zullen het als dan laaten probecren § 20. wijl de verhoogde prijs van het Japans kooper tot 25. stuijv=s na genoeg 25. p:rC: uijtmaekt boven de gewoone uijtkoops prijs hebben we ook 't Europisch koper 25. p: C: hooger in prijs gesteld, dan waar voor 't tevooren verkogt wierd. Dat bij onsen brief van den 27. Januarij ro9o. staat, dat ook de prijs van 1 Europis kooper op 25. stuijv: 't l: was gestild, is een abuijs waar over we needrig om der schooning verzoeken. §. 21. Jn de vermindering van de Elephants bedienden te Jaffenapatnam, hebben we alleen bedoeld om de komp: van een parthij volk te ontlasten dat nutteloos onderhoud genoot. De ingezeetenen tot wien deeze bestelling geen betrekking heeft zijn daar door nog belast nog ont= „last. Het volk dat door deese schikking nu hir overtollig was, is tot de gewoone oelie dienst ingetrokken, en voor deesen komt het op 't zelfde uijt dat hunne verpligte oelie dienst nu elders verrigten. 9: 22. 5365 §. 22. We hebben uwen Hoog Edelheeden reets bij onsen eerbiedigen van den 27. Januarij 1790. vertoond, dat 't uit billijk„ heid van den luijtenant voor Meij„ „brink niet kan worden gevorgd, om ten aanzien van de paarde stoeterij, volgens uwer Hoog Edelh: intentie Cautie te stellen. Alle onderneeming hoe nuttie die ook zijn moeten een seker tijd hebben om tot stand te worden gebragt. uijt de ingekoomene rapporten blijkt riets, dat er een veel grooter getal veulens zijn aangeworpen dan eertijds pleeg te geschieden, en wijl 'er voor de Jonge paar „den, die eertijds voor een goed gedeelte door gebrek van toesigt omkwamen, nu toerijkende zorge gedraagen word, is er mits dien de grootste hoop dat de komp: binnen weinige Jaaren, Jaar voor Jaar een goed getal paarden zal kunnen verkoopen, dog daarmede moeten ten minsten 3. of 4. Jaaren verloopen, gerekeend van den teid af aan dat Meijbrink dit werk heeft aanvaard. Mogten uw Hoog Edelheeden nogtans denken dat het voor de komp: beeter zij, om zig te vergenoegen met de winsten die ze tot hier toe van de stoeterij genooten heeft, zoo denken ide dat Meijbrink zeer ge¬
English
will be easily persuaded to make good to the Company all the extraordinary expenses that have been incurred, and moreover to deliver to Your Excellencies annually as many young horses as the Company formerly used to draw from the stud farm, provided that the rest of the benefits that the stud farm can yield be ceded to him. Section 23. Upon introducing the farming out of the duty on the export of palmyra timber and laths, we expressly ordered that a proper record of the export should be kept; and as it appeared that the export began to exceed somewhat the bounds within which it ought to remain, because the palmyra trees constitute a substantial part of the sustenance for the inhabitants of Jaffna, we deemed it necessary for the welfare of the country to provide against this. Formerly, the Company derived nothing from this export, and what it has derived from it recently, and may still derive in the future after the gratuities to the servants have been paid out of the revenue thereof—calculated according to what this income was formerly more or less worth to them—is solely a consequence of our arrangement made in this matter. Section 24. Regarding Your High Excellencies' remark that the Company ought to be freed from the burden imposed upon it by the allowance of more chay-root and dyeing wages to the dyers, we have requested the considerations of the Jaffna servants, and when these have come in, we shall have the honor to report thereof to Your High Excellencies. Section 25. The expenses of the inspection of the pearl banks incurred by the Company were not brought into account in the division of the proceeds of the latest Tuticorin fishery between the Company and the Nabob, who also bore his own expenses. If Your High Excellencies, however, should desire that in the future it shall happen otherwise, we shall do so. The Company will then also have to share in the expenses incurred on the part of the Nabob, which in such case might sometimes be charged high. In this regard, we cannot be certain whether this change might not also sometimes give rise to more quarrels over the daily management, which hitherto has mostly been exercised by the Company's servants, and which still gives the Company some prestige among the people. Section 26. The decrease in the amount of the domains in 1789/90 to f 77423. - . - arose chiefly from the lesser yield of the Ceylon chank diving and the Jaffna customs lease, of which the former amounted to 3100 rixdollars and the latter to 9900 rixdollars. The decrease of the latter is particularly to be attributed to the unfortunate condition of the country, caused by the prevailing cattle disease and scarcity of grain, whereby all trades and commerce have suffered a great stagnation. Furthermore, it gave the appearance of a decrease that the revenues from the chikos poll tax of the oeliammers and slaves, and the duty on the transport of palmyra timber and laths—which in 1788/9 together yielded 28050 rixdollars—were not farmed out for 1789/90, but collected by direct administration, the proceeds of which could consequently only be shown after the end of the financial year, as was done in our respectful general report of January 27 last. Also, for 1789/90, the tarrego, or lease on greens imported into Jaffna and Mannar, which in 1788/9 yielded 3110. - rixdollars, was not farmed out. In this regard, we further refer to the general yield account presented to Your High Excellencies alongside our respectful letter of January 27, 1790. Section 27. The duties that were farmed out in the Vanni for the last six months of the financial year 1788/9 consist, according to what was recorded in our resolution of March 24, 1789, of the arrack tavern, and the lease on the import of Jaffna piece-goods, areca, and coconuts, and on the export of cattle, tobacco, and butter. The arrack tavern yielded 80 rixdollars, and the latter lease 500 rixdollars. Section 28. Prior to the introduction of the farming out of the chikos money of the Jaffna slaves, these people had to serve the Company without any wages, and consequently also paid no chikos money; but with the introduction of the lease, they had to pay chikos money, and it was therefore fair that they were paid for their service, otherwise they would have had to bear a double burden. It is situated in exactly the same way with the inhabitants of Kalpitiya or Puttalam, who formerly performed oeliam service without wages, and now pay poll tax. The difference of this arrangement consists simply in this: that formerly the Company had these people perform their corvée labor in deed, and that Your Excellencies now receive a poll tax for it as a redemption thereof. The Company does not find itself badly off under this arrangement, but even if it were somewhat less advantageous, we would nevertheless think that this arrangement is to be preferred, in order to free these people from the vexations that formerly used to be inflicted upon them here by the native servants appointed to make them perform this corvée labor. Section 29. Regarding the lesser yield of the chikos money of the slaves in 1788/9, no reasons have come to our knowledge.
Dutch transcription
gemakkelijk zal zijn te beweegen, om aan de komp:e uijttekenen alle de uitgaaven die buiten gewoon gedaan zijn, en boven dien Jaarlijks zoo veel Ionge paarden als de komp:e eertijds„ uijt de stoeterij pleeg te trekken Maar Ed: te leeveren, mits de rest aan van de voordeelen, die de stoeterij gee„ „ven kan, aan hem worden afgestaen. §. 23. Bij het invoeken van de verpagting van de geregtigheid, op den uitvoer van Jagerhouten en lasten hebben we En pres bevoolen dat van den uitvoer goede aantekening zoude worden gehouden en wijl het bleek dat de uijtvoer wat begon te loopen buiten de packen„ waar in die diend te blijven beperkt om dat de Jagerboomen een goed ge„ „deelte uijtmaaken van het voedsel voor de Jaffenasche ingeseetenen meen „den we tot slands wel zijn daar in te moeten voorsien. hertijds genoot de komp:e van deesen uijtvoer niets en het geen ze daar van riets ge- „nooten heeft, en in den aanstaende nog genieten kan, na dat uijt 't inkoomen daar van zijn betaald de douceurs aan de dienaaren, gerekend naar het geene hun dit inkoomen eertijds min of meer waardig was, is een enkeld gevolg 5366. gevolg van onse schikking in deesen gemaakt. §. 24. op uwer Hoog Edelh: aanmerking, dat de komp:e behoord bevrijd teweesen van den last haar opgelegd, door de toevoeging, van meerder zaaij wortel en verfloon aan de verwers, hebben we de konsideratien van de Jaffe- „nase bedienden gevraagd, en zullen we, wanneer die ingekoomen zijn de eer hebben uwen Hoog Edelh: daar van verslag tedoen. §. 25. De ongelden van de visitatie der paarl „banken, door de komp:e gedaen zijn niet in reekening gebragt, bij de verdeeling van 't produkt der Jongste Tutuhorijnsche visserij, tusschen de komp:e en den Nabab, die ook zijn eige ongelden gedraagen heeft. zoo uwe Hoog Edelh: nogtans mogten begeeren, dat 'z voor den aanstaende anders zal geschieden, zullen we 'te doen. De komp:e zal dan ook moe„ „tig deelen in de ongelden, die van s Nababs weegen worden gedaen, en die in zulk geval zomtijds hoog zou¬ „den kunnen worden aangerekend. Hier bij kunnen we niet versekeen of niet deese verandering ook zom „tijds aanleiding geeven zal tot meerder knakeelen over de dagelijk se direntsie, die tot hier toe meest door door komp:s bedienden is g'oeffent, en de komp: nog al eenig aanzien geeft onder het volk. §. 26. De minderheid van 't bedraagen der domainen in 17 3/90. tot ƒ 77423. -. –. , is voornamelijk ontstan uijt 't min van de Ceilonsche Ban„ „der rendement „kos duijkerij en de Jaffinasche al= „schondigs pagt waar van de eerste rd:s 3100. en de laatste rd:s 9900. heeft bedraagen. De vermindering van de laatste is insonderheid toete schrijven aan de ongelukkige gesteldheid van het land, door de heerschende. Mindersieh„ te en schaarsheid van graanen waar door alle neeringen en handelingen een groote stremming hebben onder„ „gaan. Nog heeft het eene vertoo= „ning van minderheid gemaakt dat de inkomsten van de Chihos penningen der oeliammers, en slaa= „ven, en de geregtigheid op den ver- „voer van Jagerhouten en latten, die in 178/9. te zaamen hebben opge- bragt rd:s 28050. , voor 17 9/90: niet zijn verpagt, maar bij Collecte ingevorderd, en welker profenur mits dien na 't eindigen van het boekjaar konde vertoond worden, zoo als geschied is bij onzen eerbidige 5387. van den 27. Januarij I:o leeden eerbiedigen 29/90. niet verpogt ook zijn voor 17 de tarrego, of pagt op de groenen die te Jaffena en Mannaar worden ingevoerd, welke in 178 8/9. heeft opgebragt rd:s 3110. —. Wij refereeren ons daar omtrend voorts aan 't Rendement, nevens onzen Generaal van den 27. Januarij 1790. eerbiedigen Edelh: aangebooden. uwen Hoog §. 27. De geregtigheeden die in de wannij, voor de laatste zes maanden van 't boekjaar 178 8/9. , zijn verpagt, bestaan volgens het aangetekende bij onse resolutie van den 24. maart 1789. in de ak „raks tapperij, en de pagt op den invoer van Jaffenasche lijwaeten akreek en kokus, en op den uijt- „voer van beesten tabak en boter. De arraks tapperij heeft 80. rd=s, en de laatste pagt 500. rd:s opge„ „bragt. §. 28. voor de invoering van de verpagting van 't Chikos geld der Jaffenasche slaaven, hebben deese luijden de Comp: moeten dienen zonder eenige loon, en betaalden mits dien ook geen Chikos geld, maar met de invoering van de verpogting, moesten de Chikos geld betaalen, en 't was dus billijk dat ze 5. 29 dienst beloond wierden, aen ze voor hun „ders zouden ze een dubbelde last hebben moeten draagen: even zodaenig is het ook geleegen met de inge„ zeetenen van kalpette of Putu„ „lang die te vooren oclie dienst deeden zonder loon, en nu hoofd geld betaalen. Het onderscheid van deese schikking bestaat eenvoudig hier in, dat te vooren de Comp: deese menschen hunne heeren diensten liet verrigtig met der daat, en dat haar Ed: daar voor nu een hoofd geld ontvangt als een afkoop daar van. De komp:e bevind zig bij deese schikking niet kwalijk, dog al was dat ook eeniger maaten min voordee„ „lig zouwe we nogtans denken dat die schikking te prefereeren is, om deese luiden te bevrijden van de veratie die hier eertijds plegen te worden aangedaen, door de inlandse bediendens gesteld om hun deese sheeren dienst te doen verrigten. §29. Wegens 't minder rendement van 't Cnikos geld der slaaven in 178. 8/9. zijn geene redenen tot onse kennis gekoomen
English
5368 it was found probable that the previous year's farmer had made a bad calculation there. § 30. The lower yield of the duty on the Mannar cooking butter in 1788/9 is presumably solely to be attributed to the drought with which the Mannar lands were afflicted, and through which people and animals suffered from hunger. § 30. Regarding the 12 leagers of arrack api that were sold on account of payment to the aforementioned Landraad messenger Beling, we cannot inform Your High Nobilities otherwise than what was communicated in our respectful letter of 27 January 1790, § 182. We only add hereto, for Your High Nobilities' consideration, copies of two reports submitted regarding this by the recently repatriated Jaffna dissava De Bok, with a copy of the warrant granted by him as then head administrator for the delivery of the said arrack to the aforementioned Beling. § 32. According to Your High Nobilities' much-esteemed order, we shall arrange the condition of the arrack farm in such a manner that the farmers know that whatever reductions might occur in the garrison, they are to expect no discount; whether this will not cause this farm to decrease noticeably appears somewhat doubtful to us. § 33. Of the arrears at the Colombo dissavony, for the write-off of which we requested Your High Nobilities' authorization, only a small amount has since been received, and we shall therefore, pursuant to Your High Nobilities' favorable permission, have them written off immediately. § 34. That the farmer of the Chikos pennies for 1787/8 really made a mistake and bid too high for the farm is clearly demonstrated by the Jaffna resolution of 15 September 1789, which is transmitted in extract among the annexes hereto; and since it appears therefrom that, according to the number of uliyamers known in the tombo, he could have no more in Chikos pennies than rds. 12,870.-, and that he therefore, in bidding for the farm at 19,300 rds., greatly erred, 5369 erred, we take the liberty of most humbly repeating herewith our proposal made in his favor in the letter of 27 January 1790, § 187. § 35. The returns of the Mannar arrears requested by Your High Nobilities are transmitted in copy among the annexes hereto. § 36. The rice purchased here successively was used alongside our further supply thereof for all ordinary and daily issues, without any distinction being made in the employment thereof; our trade books of 1789/90, which are to be presented to Your High Nobilities shortly, will show this. § 37. The minter of the dudu buys the Japanese copper from the Company for the usual price of 18 Indian stivers per pound; he delivers for each pound 37 stivers pieces to the Company, and the Company pays 30 stivers in minting fees for each pound, so that the Company profits 7 stivers on each pound. § 38. In granting bills of exchange on the Netherlands, the order regarding the payment after the autumn or spring sale is strictly observed; and whenever we cannot avoid accepting more money than is stipulated for Ceylon, we set the term of payment at a later sale, as was also done in the past year and this year according to what was communicated in our respectful letters of 27 January 1790 and 27 January last. § 39. Since Your High Nobilities do not desire that the Company suffer a loss on the bill of exchange granted to the French merchant Monturoy, and are pleased to remark that the Trincomalee servants cannot be held responsible that 10 23/39 percent was discounted thereon, we therefore humbly request Your High Nobilities kindly to instruct us by whom Your High Nobilities are pleased to have this discount reimbursed to the Company; we had no silver or gold specie to satisfy the bill of exchange; to refuse satisfaction appeared to us impossible without more or less compromising the honor and the dignity of the Company, and we could not make other or less onerous arrangements. Herewith we further humbly request permission to remark that the late Chief of Trincomalee Van Senden having for a considerable time received nothing other than copper coin for his salary from the Company, it deserved in our view some accommodation that he for once made use of that means to provide himself with some almost indispensable necessities in a place where no other means was left to him for that purpose. § 40. We have written to the servants at Tuticorin to further urge the first Resident of Manapad, Augier, to the payment of the 2,000 pagodas for the improvements made to his dwelling, and we shall report the outcome thereof further to Your High Nobilities. § 41. The payment that is made annually to the equipage masters of Colombo and Galle for the supply of bags is made only for the bags needed for loading and unloading, but not for the bags that are shipped with goods and remain on board, such as the bags given along to the return ships for the stowage of pepper outside the hold, which have always been supplied from the Company's stores. § 42. Although the price of the Batticaloa paddy is set at f 36 Indian, the calculation in the books will nevertheless be made in Netherlands currency. § 43. Our resolutions to requisition the goods for trade separately, and upon arrival to surrender them directly to the administrator who requisitioned them, will remain unexecuted according to Your High Nobilities' much-esteemed order. In taking them, we were mainly guided by the
Dutch transcription
5368 waarschijnlijk is bevonden gekoomen. dat den voorjaarigen pagtegr daar bij een kwrade reekening hadde gemaakt. 3. 30. Het minder rendement van de geregtig- „heid der manaarse kookboter in 178 8/9. is vermoedelijk alleen toete schrijven aan de droogte, waarmeede de manaarsche landen bezogt was, en waar door menschen en beesten hongerleeden. §. 30. Omtrend de 12. leggers abaak apie„ die op reek: van betaeling zijn verkogt aan den gem: landraads bode Beling, kunnen we uwe Hoog Edelh: niet anders berigten, dan 't geen bedeeld is bij onzen eerbiedigen van den 27. Januarij 1790. §. 182. Alleen voegen ide hier nog bij tot uwer Hoog Edelh: specu„ latie kopij van twee berigten, door den onlangs gerepatrieerden Jaffenasche dessave De Bok der „wegens gediend, met een kopij van de door hem als toenmalige hoofd administrateur verleende ordonnan „tie, tot de verstrekking van gemelde arrak aan voorn: Beling. §. 32. we zullen volgens uwer Hoog Edelh: zeer g'eerde order de kon„ ditie der arraks nagt zodanig inrigten 3. 33. 3. 84. inrigten, dat de pagters, weeten dat wat de verminderingen 'er ook in het gaanisoen mogten voorvallen, ze geen afslag te wogten hebben of dit deese pagt niet merkelijk zal doen daalen, komt ons wat twijffelagtig voor. van de agterstallen bij de kolombosze dessavonie, tot welker afschrijving. wij uwer Hoog Edelh: qualificatie hebben verzogt, is zedert slagts eene geringheid ingekoomen, en we zullen daarom deselve, ingevolge hoogst derselver gunstige vergun „ning, direkt laaten afschrijven. Dat de pagter der Chikos pennin „gen voor 178 7/8. zig werkelijk mis„ „gist en de pagt te hoog gemeind heeft, word duijdelijk aangeweesen bij de Jaffenasche resolutie van den 15. 7ber: 1789. , die in Extrakt onder de bijlaegen deeses overgaat, en wijl daar uijt blijkt, dat hij volgens 't getal der oeliammers bij de thombo bekend, niet weer aan Chikos penningen konde hebben dan rd:s 12870. -. en dat hij dus met de pagt op 19300. rd:s te meinen, zig grootelijks heeft vergist, 5369 vergist, neemen ide de vrijheid om onse gedaane voordragt ten faveure gebragt, bij brieve van den 27. Ja„ „nuarij 1790. §. 187:, door deezen nedrigst te herhaalen. §. 35. De door uwe Hoog Edelh: gere= „quireerde opgaves van de ma„ „naarse agterstallen, gaan in Copij onder de bijlaagen deezes over §. 36. De successive alhier ingekogte rijst is nevens onse verder voorraad daar van tot alle gewoone en dagelijkse verstrekkingen gebruijkt zouden dat in het emploij daar van eenig onderscheid gemaakt is, onse Ne „gotie boeken van 17 89/90. die eerst uwe Hoog Edele staan daags aan te worden wijze dat aan aangebooden van de doedoes koopt 3. 37. De Munter 't Japans koper van de Comp:e voor de gewoone prijs van 18. / indische stuijv: 't sond hij leverd voor elk pond 37. st:s stukken aan de Comp: en de Comp:e betaald aan munt loon 30. st:s voor elke pond zo dat s haar Edele op elk ptond 7. Ht: profiteerd. van assignatien op 3. 38. Jn 't verleenen Nederland Nederland, word de order, omtrend de betaaling na de naa of voor Jaarse verkooping stipt g'observeerd; en wanneer we 't niet ontwijken kun „nen om meer geld te accepteeren dan voor Ceilon bepaald is, stellen we het termein van betaaling op een laatere verkoping, 200 als dat ook in het voorleeden Jaar en dit Jaar geschied is volgens 't bedeelde bij onse eerbiedige brie„ „ven van den 27. Januarij 1790. en J:o leeden. 27. Januarij §. 39. Vermits uwe Hoog Edelh: niet be= geeren, dat de Comp:e op de ver „leende assignatie aan den franschen koopman Monturoij nadeel lij„ „den en daar bij gelieven aantemerken dat de Trinkenomaalsche bedien= konnen, dat „den niet respondeeren 10 de 10. 2/39. p:r C:t daar t zijn gerabbatteerd, zoo verzoeken wij uwe Hoog Edelh: needrig, ons gunstig te willen onderrigten door wien uw Hoog Edelh: gelieven, dat dit rabat aan de Comp:e moet worden vergoed, wij hadden geen zilvere nog zoude specicn om de assignatie 5370. assignatie te voldoen de voldoening te wijgeren kwam om voor dat niet geschieden konde zonder de eer en de waardigheid van de komp:e min of meer te Compromitteeren en een ander of minder onnereuse schik¬ „kingen konde we niet maaken Hier bij versoek we nog verlof needrig aantemerken dat wijlen het opperhoofd van Trinconomale van senden zedert een geruimen tijd voor zijne traktementen bij de komp:e niet anders dan koper munt ontvangen hebbende het na ons inzien eenige inschikkelijkheid verdiend dat hij voor een enkeld maal zig van dien middel heeft bediend om zig van eenige bij na onontbeerlijke noodwendigheeden te voorsien op een plaatse daar hem daar toe geen ander middel overschoot. §. 40. Wij hebben de bedienden te tutukorijen aangeschreeven om den manapaarschen eersten Resident Augier nader te adhorteeren tot de voldoening van de 2000. pegooden voor de gedaane verbeeteringen aan zijne wooning en zullen den uijtslag daar van uwen Hoog Edelh: nader bedeelen. §. 41. §. 41. De betaaling die Jaarlijks aan de Equi pagiemeesters van Kolombo en Gale voor de leverantie van zakken word gedaan, geschied alleen voor de zak „ken noodig tot het lossen en laeden maar niet voor de zakken die niet goederen worden afgescheept en binnen boord blijven gelijk zijn „de rakken die aan de retour scheepen worden meede gegeeven tot het bergen van peeper buiten het ruijm welke altijd uijt 'sComp: voorraad zijn verstrekt. §. 42. schoon de prijs van de katicalo- „asche nelij gesteld is op ƒ 36. Jndisch, zal de bereekening bij de boeken nogtans geschieden en Ne- „derlands geld. §. 43. onse besluijten omn de goederen voor den hondel appart te eijsschen, en bij aanbreng direct aftestaan aan den administrateur, die z' g'eijscht heeft, zullen volgens uw Hoog Edelh: zeer g'eerde Executie. ordre blijven buiten Jn het neemen van deselve zijn we hoofdsakelijk gelijd door de
English
5371 the following reasons: 1st, because the Company, selling its goods with fixed advances, thereby receives one and the same amount in a single sum within the year, which it otherwise receives in several parcels in proportion as the goods are sold. 2nd, because the Company thereby remains freed from all leakage and disadvantages that arise from spoilage as well as otherwise. 3rd, because the goods can then, after the invoices have been entered into the books, be written off immediately and their amount transferred in money to the administrators' account without it being necessary to trade them in the books. Section 44. It was in earlier years a custom among the Land Councils on Ceylon that in their decrees the reason was given for the judgment, and this presented no difficulty, provided that the decree was passed by the majority, because thereby nothing of the divergence of opinions, but only the decision of the majority, with the reasons for it, was recorded. We have renewed this custom all the more in the latest instructions, because it obliges the members to greater attentiveness in judging matters. That we have left the costs of obtaining copies at the expense of those who obtain these copies was done solely to prevent the wealthy from thereby burdening the less wealthy with costs, all the more so since with such a short method of proceeding as we have prescribed in the aforesaid Instructions, it will not be necessary to obtain many copies. However, if your High Excellencies so desire, we shall have these two articles removed from the aforesaid Instructions; otherwise we do not know what changes in them would still be necessary to frame a new instruction according to your High Excellencies' order. Section 45. The lease of the arrack tavern outside the city of Gale seldom yielded more than 500 rd:s until the year 178¾, and often less. Through the arrangements made in the year 1784, this lease yielded 775 rd:s in 178 4/5 and has since risen considerably further. It was leased in 178/9 for 1600: rd:s, in 17 39/90 for rd:s 1785, and in 179 3/1 for rd. s 1420. From this your High Excellencies will see that the Company, through the addition of 300 rd:s from this lease to the Gale fiscal for the loss of his income from the abolished haare vegterij, has been amply indemnified. We therefore thought it necessary first to bring this to your High Excellencies' attention before we make any change therein. Section 46. The requested statement of how many sick can be lodged in the present hospital at Thinkenomale, and how many sick usually lie in the same, in proportion to the garrison, we have requested from the officials there, and shall communicate it to your High Excellencies upon receipt thereof. Section 47. The accountability of the former Gale governor Khaijenhoff cannot, strictly speaking (as your High Excellencies note with much reason), certainly not 9. 50. be considered sufficient. It is also only by way of accommodation that we have acquiesced therein, in order not to trouble your High Excellencies further with it. Section 48. From Commander Sluijsken, further clarification has been requested according to your High Excellencies' order regarding his statement that the inhabitants of the korles of the King's country near Gale would rather let their areca rot than carry it to Kolombo, and as soon as his answer thereto is received, we shall forward it to your High Excellencies. Section 49. Likewise, we have requested from the said Commander the report required by your High Excellencies concerning his correspondence with the Kandyan chiefs, which we shall also present to your High Excellencies upon receipt. Section 50. The benefit that has been brought to the Company by the canal cut in the Moaruakorle is very evident, since the Company's revenue from the paddy from the Matara Dessavony has since increased from year to year. In A:o 1785/8 5373. Dessavony, it has increased from year to year since then. In A:o 1785/8 it amounted to 732 19/600 last, in 178 8/9 to 937 23/15 last, and in A:o 17 3/90 to 1368 2/5 last. We therefore humbly hope that your High Excellencies, upon further consideration, will not find it unreasonable that the Company, in proportion to the size of the fields it owns in the pattuwas improved by this canal cut, bears a proportionate share in the costs incurred for it, and that your High Excellencies will accordingly still be pleased to approve the arrangements mentioned in our respectful letter of 27 January 1790, sections 357 and 359, as well as that Captain-Lieutenant Foenander, who carried out such a useful work, may retain the gratuity granted to him. Section 51. The gratuity of one thousand rd:s granted to the Chief of Battikaloa, to serve him as an indemnification for what he formerly enjoyed from the revenues that have now been withdrawn for the Company, and after
Dutch transcription
5371 de volgende reedenen: 1:e om dat de komp:e haare goederen met vastgestelde advancen doende verkoopen, ze daar door even en het zelfde, be- „draagen in eene som ontvangt binnen sjaars, het geen ze anders in verscheide parthijen ontvangt na maaten dat de goederen verkogt worden. 2:e om dat daar door de komp:e blijft bevrijd van alle spillagie en nadeelen die uijt bederf als andersins ontstaen. 3:e om dat dan de goederen na dat de faktuuren bij de boeken zijn ingenoo= „men, aanstonds kunnen worden afge„ schreeven en het bedraagen daar van in geld overgebragt op de reekening van de administrateurs zonder dat het noodig zij die bij de boeken te verhandelen. Jaaren een gebruijk §. 44. Het was in vroeger bij de landraaden op Ceilon, dat bij haare appoinctementen reeden wierd gegeeven voor 't geweisde, en dit had geene swaarigheid ingevallen, dat 't appoinctement bij de meerder heid was geslaagen, om dat daar bij van de verschillendheid der ge¬ „voelens niets, maar alleen 't be- „sluijt van de meerderheid, met de reeden daar van, wierd aange- dit gebruijk „teekend. Wij hebben temeer temeer bij de Iongste instructie hea„ nieuwd, om dat 't de leeden tot meer „der oplettendheid verpligt, in het beoordeelen van zaaken. Dat de de kosten van het ligten van Copijen, daar bij hebben gelaaten ten laste van de geenen, die deese Copijen ligten, is alleen geschied om voortekoomen dat de vermoogenden daar door den min vermoogenden op geene kosten Jaagen, temeer bij een diergelijk korte manier van procedeeren, als we bij de voorsz: Jnstructie hebben voorgeschreeven; het niet noodig zal zijn om veele kopijen teligten. Jndien uwe Hoog Edelh: het nogtans begeeren, zullen we deese twee artikulen uijt de voorsz: Jnstructie doen ligten; anders weeten wij niet, welke verandering daar in nog zouden noodig zijn, om volgens uwer Hoog Edelh: last, eene nieuwe instructie te for„ „meeren. §. 45. De Pagt van de azaaks tapperij buij „ten de stad gale, heeft tot het jaar 178¾. zelden meer dan 500. rd=s opgebragt, en veeltijds minder Door de schikkingen gemaakt in 't Jaar 1784., heeft deese pagt in 5372 in 178 4/5. gerendeert 775. rd:s en is sedert nog merkelijk gesteegen. Deselve is verpagt in 178/9. voor 1600: rd:s, in 17 39/90. voor rd:s 1785., en in 179 3/1 voor rd. s 1420. Hier uijt zullen uwe Hoog Edelh: zien, dat de Comp: door de toevoeging van 300. rd:s uijt deese pagt aan den gaals fiskaal voor 't gemis van zijn inkoomen van de afgeschafte haare vegterij ruijm is schadeloos gesteld. We hebben daarom gemeent dit eerst te moeten brengen onder 't oog van uw Hoog Edelh: voor dat we daarin, verandering maaken. §. 46. De gevorderde opgaave, hoe veel zie „ken in het present hospitaal te Thinkenomale kunnen worden gelogeerd, en hoe veel zieken ge- woonlijk in het zelve leggen, na maete van 't garnisoen, hebben we van de bedienden aldaar ge- „vraagd, en zullen bij ontvang der „zelve uwen Hoog Edelheeden be„ „deelen. §. 47. De verantwoording van den gew: gaals gezaghebber Khaijenhoff kan strikt gesprooken (zoo als uw Hoog Edelh: dat met veel gronds aanmerken, zekerlijk niet 9. 50. niet g'agt worden toerijkende te zijn Het is ook alleen bij weege van in schikkelijkheid dat we daar in hebben berust; ten einde uwe Hoog Edelh: daarmede niet ver= „der te vermoezelijken. §. 48. van den kommandeur sluijsken is volgens uw Hoog Edelheeden bevel nadere opheldering gevraagd noopens zijn zeggen dat de in- van 's ko- gezeetenen der korles Gale, hunne „nings land na bij arreek liever laaten verrotten, dan ze na Kolombo te draagen, en zullen we zoo dra zijn antwoord daar op zal zijn ont¬ vangen het aan uwen Hoog Edelh: toezenden. §. 49. Insgelijks hebben we van gemelde Commandeur gevraagd, 't door uwe Hoog Edelh: gevordert berigt, nopens zijne Corres pondentie met de handiasche hoofden, 't welk we ook bij ontvang uwen Hoog Edelh: zullen aanbieden. Het voordeel, dat door de gemaekte doorgroeving in de Moaruakorle, aan de komp: is toegebragt, is zeer evident, wijl 'sComp:s inkomst van de Nelie uijt de Matureesche Destavoin 5373. Dessavonij, het zedert van Jaar tot Jaar vermeerderd is. In A:o 1785/8. 109 bedroeg deselve 732. 19/600. last, in 178 8/9. 937. 23/15. last, en in A:o 17 3/90. 1368. 2/5. last. we hoopen daarom needrig dat uwe Hoog Edelh: bij nadere overweeging, het niet onbillijk zullen vinden, dat de Compenie, naar maate van de groote der vel„ „den, die ze in eigendom besit in de Pattoes, welke door deese door grag „ving verbeterd zijn, een evenreedig draagt in de kosten daar deel toe gedaan, en dat uwe Hoog Edel „heeden mits dien, als nog zullen, gelieven goed te keuren de schikkin „gen, vermeld bij onsen eerbiedigen van den 27. Januarij 1790. §. 357. en 359. , zomeede dat de Capitain luijtenant Foenander, die een zoo nuttig werk heeft ter uijt- „voer gebragt, het aan hem toe„ „gelegt douceur mag behouden. §. 51. Het toegelegde douceur aan het opperhoofd. van Battikaloa van een duijzent rd:s, om hem te strekken tot een dedomagement van het geen hij eertijds genoot uijt de inkomsten, die nu voor de komp:e zijn ingetrokken, en na
English
almost richly compensated. Paragraph 52. The revoked field right, as was pointed out in our respectful letter of 27 January of the current year, folio 220, yielded in 1789/90 ƒ2575. 5. 8 Indies, or rd:s 1073. 1. 8, and the oil and poll taxes ƒ 5345. 8. or rd:s 2227. 12. -, and these revenues will likely increase noticeably over time. Paragraph 53. The remoteness and large extent of the Korle Pattoe and the Panoa lands make it necessary for postholders to be stationed there, in order to keep the inhabitants to their duty and, through good supervision, to ensure that agriculture and the obligatory services to the Company make proper progress. In the Batticaloa compendium it is indicated that the district of Panoa in the most recent year yielded 1100 parras of paddy and rd:s 43: 34 in field right, and the district of Korle Pattoe 350 parras of paddy and rd:s 21. 30. – in field right. These revenues, which initially amounted to this much with some forbearance, had to be levied in order to accustom the inhabitants thereto, with the intention of increasing them from time to time; and can consequently serve as a very ample equivalent for the expenses that are necessary to have a small post at each of these places. Paragraph 54. We are very obliged to Your Right Honourables for the favorable concession that the half of the increased revenues from the paddy proposed by us may be handed over to the land regents. Regarding the distribution thereof, and the further information requested concerning it, we shall endeavor to satisfy Your Right Honourables as much as possible on a subsequent occasion. Paragraph 55. In our Resolution passed to allow private linens to be sent on freight to the Cape with our return ships, provided that 10 percent is paid for it, we had not the slightest intention concerning the Cape inhabitants. We took it solely because it appeared to us that when space remains in the return ships after all the returns on hand have been laden therein, as we very expressly prescribed in our aforementioned resolution, the Company could easily take this 10 percent provisionally and until Your Right Honourables yourselves should have judged further whether this freight was sufficient, or whether it ought to be increased somewhat. Upon receipt of Your Right Honourables' order, we revoked our aforementioned resolution in accordance with Your most esteemed intention. Paragraph 56. We hardly understand how the renewal of an order, which had been out of use for some time, to pay transport money for the slaves that various persons take with them to the Cape, could have led Your Right Honourables to suspect that we sought to encourage the slave trade to the Cape. Our intention was much more to prevent the excessive transport of slaves, by which the ships are sometimes encumbered. Paragraph 57. Regarding whether or not to permit the dispatch of linens on freight with the packet boats to the Cape of Good Hope, we shall await the pleasure of the Lords Majors. Paragraph 58. In the hope that Your Right Honourables would grant our proposal made to put all the bombardiers at ƒ 24 and all the gunners at ƒ 16 in pay, for the reasons given for this in our respectful letter of 27 January 1790, we, on the occasion that a detachment of our artillerymen was sent to Cochin, added the surplus up to the aforementioned proposed increase to the bombardiers and gunners who earned ƒ 20 and ƒ 14 in pay. We therefore take the liberty hereby to urge Your Right Honourables further respectfully that our aforementioned proposal made may yet be favorably granted. Paragraph 59. Here above, in Paragraph 7, we already had the honor to speak of the difference between the gold and silver money and our copper coin. Just so is also the difference between the gold and silver money and the credit paper, which latter is on par with the copper money. For some years now, we have received into the treasury for the bills of exchange to the Netherlands nothing other than copper money and credit paper. The bills of exchange were granted after deduction of a 10 13/89 percent rebate, making up the difference of the ducatoons from 78 to 70 stuivers. That the purchase and sale at the Company during all that time has also taken place in copper money and credit paper, we have already noted here above in Paragraph 13. Paragraph 60. We shall pay as much attention as possible to ensure that no abuse is made of the granting of Your Right Honourables' concession to draw bills of exchange on Batavia, in order to do so with the aim of taking advantage of the large difference that exists here at present between the gold and silver specie and our copper coin. Paragraph 61. The calculation of what is due to the Company from the French Crown, promised by the Lords Majors in their general missive of 20 December 1787, folio 406, which was also further promised to us in their missive of 8 January 1788, we have not yet received, and for this reason we have not been able to carry out the order given to us to liquidate this claim with the Government of Pondicherry. Paragraph 62. The report required by Your Right Honourables regarding the unserviceable round shot received with the ship Vreedenburg from Cochin not having come in yet, we shall have the honor to submit the same on a further occasion. Paragraph 63. We shall also supply to Your Right Honourables by the next opportunity the requested elucidation regarding the supplies provided to the Chinese of the ship Zeeland. Paragraph 64. As far as is known to us, there are
Dutch transcription
na genoeg rijkelijk vergoed. §. 52. De ingetrokke veld geregtigheid heeft gelijk dat aangeweesen is bij onsen eerbiedigen van den 27. Januarij J:o C: 3. 220. , in 1789/90. opgebragt ƒ2575. 5. 8 Jnd:, of rd:s 1073. 1. 8. en de oelij en hoofd gelden ƒ 5345. 8. of rd:s 2227. 12. - en deese inkomste zullen naest denkelijk door den heid nog mer„ „kelijk toeneemen. §. 53. De afgelegendheid en groote uijt„ gestrektheid van de kool pattoe en de Pavoasche landen maaken het noodsakelijk dat daar post houders leggen, om de ingeseetenen tot hun pligt tehouden, en door een goed toesigt te zorgen, dat de land bouw en de verpligte diensten aan de Comp:e behoorlijke voort„ „gang hebben. Bij het Batikalo „as kompendium word aangewee „zen, dat het landschap Panoea in het Jongste Jaar heeft opge„ „bragt 1100. parras nelie en rd:s 43: 34: aan veld geregtigheid en het land¬ „schap Korle pattoe 350. parr:s Nelie en rd:s 21. 30. –. aan veldge „regtigheid. Deese inkomsten die voor eerst met wat menogement zoo veel bedroeg, is hebben 5374. worden geheven om de hebben moeten daar aan te gewernen ingeseetenen „staan van tijt tot tijd te vermeer„ „deren; en kunnen mits dien een zeer ruijm equivalent zijn van de ongelden, die noodig zijn om op elk deeser plaatsen te hebben eene klijne post. §. 54. wij zijn uwe Hoog Edelh: zeer ver= „pligt voor de gunstige Conces„ dat aan de landregenten „sie, mag worden afgegeeven, de door ons voorgestelde helfte van de meerdere inkomsten van de Nelie Nopens de verdeeling derselve, en de verder daar omtrend gevraag „de berigtin, zullen we tragten uwe Hoog Edelh: bij eene vol„ gende gelegendheid zoo veel moogelijk te voldoen. §. 55. Bij onse Resolutie genoomen om paa„ „ticuliere lijwaaten met onse re toir scheepen te moogen versenden op vragt na de Kaab, mits daer voor betaalende 10. p:r C:t hebben we geen de minste oogmerken gehad betrekkelijk tot de kaap- „sche ingezeetenen. we hebben ze genoomen wijl het ons alleen voorkwam voorkwam dat wanneer er ruijmte in de retourscheepen, overschiet, na dat alle de aan handen zijnde te„ „touren daer in zouden zijn afge= „laaden, zoo als we dat zeer Ey- „pres bij voorsz: onse resolutie hebben voorgeschreeven, de Comp: gemakkelijk deese 10. p:r C:t meede neemen konde bij pro- visie en tot dat uw Hoog Edelh: zelve naader zouden hebben geoordeeld of deese vragt genoeg was, dan wel of ze nog wat diende te worden verhoogt. op den ontvangst van uw Hoog Edelh: ordre hebben we overeen- komstig met hoogst derselver zeer g'eerde intentie, voorsz: ons besluijt ingetrokken. §. 56. we begrijpen kwelijk hoe het ver „nieuwen van een een tijd lang in on„ bruijk geweest zijnde ordre om Transport geld te betaalen voor de slaaven die deese en geene meede neemen na de kaap, ons bij uw Hoog Edelh: heeft kunnen bren„ „gen in het vermoeden, dat we den slaaven 5375 slaaven handel na de kaap zouden hebben zoeken aantemoedigen. ons oogmerk is veel meer geweest om het vervoeken van slaaven, al te veel de scheepen zomtijds waar door belemmerd zijn, daar door te voor„ „koomen. §. 57. Nopens 't al of niet toestaan van de versending van lijwaeten op vragt„ met de Paket boots na de Caab de goede Hoop, zullen ide afwagten 't goedvinden van Heeren Majores. 3. 58. op Hoop dat uwe Hoog Edelheeden ons gedaane voorstel, om alle de bombardiers op ƒ 24. en alle de kannoniers op ƒ 16. aan gagie te stellen, om de daar van gegeevene reedenen bij onsen eerbiedigen van den 27. Januarij 1790. zouden in „willigen, hebben we ter gelegent- „heid dat een detachement onzer artilleristen na koetsien gesonden wierd, aan de bombardiers en ka= „noniers die ƒ 20. en ƒ 14. aan gagie hebben gewonnen, 't surplus tot de voorsz: voorgestelde verhooging toegevoegd. Wij neemen derhalven de vrijheid uwe Hoog Edelh: door deesen nader eerbiedig te insteeren dat §: 59. dat voorsz: onse gedaane propositie als nog gunstig mag worden geaccordeert. Wier boven §. 7. hebben we reets de eere gehad te spreeken van 't verschil tus„ „schen 't goud en silvere geld en onze koper munt Even zodaenig is ook 't verschil tusschen 't goud en zilver geld en 't papier van Credit, welk laatste gelijk staet met 't koper geld. zedert eenige Jaaren hebben we voor de assignatien na Nederland, niet anders in kas gekreegen dan koper geld en papier van Credit. De assignatien zijn verleend na _o p:r C:t rabat uijt„ aftrek van 10. 13/89. „maakende 't verschil van de duca„ „tons van 78. tot 70. stuijv:. Dat de en en verkoop bij de komp:e, ge= „dueurende al dien teid meede in koper geld en papier van Crevit is geschiet; hebben we reets hier vooren §. 13. aangemerkt. 3. 60. Wen zullen er zo veel moogelijk op letten, dat het verleenen van uw Hoog Edelh: Consessie tot 't trekken van assignaties op Batavia geen mis= „bruijk word gemaakt, om dat te doen met 't oogmerk van zig ten nutte te maaken het groot ver„ schil, dat hier tons bestaat tussen 5376 §. 62. tussen de goude en zilvere spetien in onze koopere munt. §. 61. De door de Heeren Majores, bij hoogst derselven generaale missive van den 20. xber: 1787. 3. 406. , beloofde be- „reekening van 't geen de Comp: van de faansche kroon Competeerd, welke ook nader aan ons toege reid is bij hoogst derselver insti¬ „ve van den 8. Januarij 1788. hebben we nog niet ontvangen, en hierom hebben we de aan ons gegeevene order, om deese pretentie met 't Gouvernement van Pondichiaie te liquideeren, niet kunnen ten uijt- voer brengen. T door uwe Hoog Edelh: gevordert berigt, wegens 't met 't schip van koetsien ont- Vreedenburg „vangen onbequaam rond scherp, nog nog ingekoomen zijnde, zullen we der eer hebben 't zelve bij eene aantebieden. nadere gelegendheid §. 6.8. ook zullen we uwe Hoog Edelh: per naasten suppediteeren, de ge= vraagde elucidatie wegens de gedaane verstrekking aan de Chi¬ „neesen van 't schip Zeeland. voor zo verre het ons bekend is, 3. 64. zijn
English
no Sumenappers of the first Company have remained behind here. § 65. The Sinhalese Appu Naide, who was prosecuted for murder and appeared insane in the course of the trial, recently passed away from smallpox. § 66. According to a report from the Galle servants, the Chinese Pio Wansoeng, recalled by Your High Noble, has already been dead for a long time. § 67. We find ourselves considerably embarrassed by Your High Noble's order that no bills of exchange to the Netherlands may be granted, except on the condition that the payment of the funds into the Company's treasury is made half in silver and current gold coin species and the other half in paper money. If we must strictly adhere to this order, the consequence thereof would be that no money is paid into the treasury on bills of exchange to the Netherlands, because it is an absolute impossibility for anyone to pay even a smaller portion of the bills of exchange in gold or silver money, even if he could obtain some of it, without suffering a great loss due to the heavy premium he would have to pay to exchange those species. Because of this, private trade would be entirely ruined, and the Colony, which already pays the dearest price for European provisions and goods due to the great difference between the gold and silver species, and between the copper coinage and the paper money, would be oppressed even more thereby. We therefore humbly request Your High Noble to take these inconveniences into favorable consideration, and to be pleased to revoke the aforementioned order until better times. § 68. The spice chests that were brought in 1787 on the ship Java for Coromandel were sent unopened to Paleacatte, and we have therefore requested the ministers there to report to Your High Noble how the net weight of these spices was found to be there. Since we were thus unable to make a disposition according to this finding pursuant to Your High Noble's authorization to relieve Captain Kraay of the assessment imposed upon him, he requested by a petition, a copy of which accompanies this, that this disposition might take place according to the finding of the spice chests that were received and weighed out here in the last 5 years, or from 1786 to 1790; but we judged ourselves not authorized to do so, and therefore take the liberty of presenting herewith a statement of this five-year finding to Your High Noble, in case Your High Noble might think fit to make use thereof. § 69. The further orders and recommendations given in Your High Noble's aforementioned letters, and the extracts from the minutes received alongside them, we shall take as our dutiful guide, and in so far as some of them require a special answer, we shall have the honor of doing so on a later occasion. § 70. We have given notice to Commander Sluijsken of the commission assigned to him regarding the district of Diwitoere, transmitting an extract from Your High Noble's missive. The first undersigned Governor cannot refrain on this occasion from noting here with due respect that, having been so unfortunate for some time as to see that his best-intentioned measures were often judged by Your High Noble not as favorably as he had flattered himself to be allowed to hope, this has long made him despondent; yet the decisions of Your High Noble to demand direct reports from a servant subordinate to us, as in this case and also in case the Matara unrest had unfortunately still continued, have affected him most acutely. He does not know what can have given rise to this, and believes with reason that he may complain to Your High Noble about such a marked distrust in the reports made by him together with the Council, as Your High Noble will easily comprehend how greatly one is hindered thereby in the required boldness to choose the necessary means and put them into execution. § 71. We are now letting the ship De Gouverneur Generaal Maatzuijker depart for that destination, and shipped aboard it from here are 122 bales of cinnamon, constituting, with what was sent last year per the ship Vreedenburg and this year with the ship Voorschooten, Your High Noble's full requisition for this year. § 72. We have ordered the officers of this vessel by a written warrant to call at the Punicale roadstead and inquire whether there are also linens lying in readiness there for Batavia or the eastern factories, if this can be done without significant delay to their voyage; and the Tuticorin servants are authorized, if there are linens, to have them shipped aboard this vessel and to render a report thereof to Your High Nobles. § 73. It having been represented by the chief surgeon of this vessel, Kloprogge, that due to the many and lingering illnesses that prevailed on board this ship on the voyage from Batavia to this place, the medicine chest is practically destitute of the needed medications, we have had such medicines and necessities furnished to him as were requisitioned by him in a note, which is inserted in our resolution of
Dutch transcription
zijn hier geene Sumanappers van de eerste Comp:e terug gebleeven. 3. 65. De singalees Appoe Naide, die over moord, geactioneerd en in den Cours van 't proces krank zining voorgekoomen is, is onlangs aan de kinder pokken overleeden 3. 66. volgens berigt van de gaalsche bedienden, is de door uwe Hoog Edelh: gerappelleerde Chinees Pio wansoeng, riets lange al„ gestorven. „daar §. 67. Wij vinden ons merkelijk verleegen met uwer Hoog Edelh: order, dat geene assignatien na Nederland moogen worden verleend, dan mits dat de telling der gelden in 's Comp: Cassa gescheid, de helfte in zil„ „vere en Courante goude munt spectsien en de weder helfte in papiere geld. zoo we ons stipte „lijk aan deese order moeten hou„ „den, zoude het gevolg daar van zijn dat geen geld in kas geteld word, op assignatien na Nederland om dat het een volstrekt onmo „gelijke zaek is, dat imand zelfs een 5377 deel van de assignatien een geringer in goud of zilver geld kan tellen, zoo hij 'er ook wat van konde magtig worden, zonder een groot verlies te ondergaen, wegens het zwaar opgeld dat hij zoude moeten betaalen, om die speetsien intewisselen. Hier door, zoude de particuliere handel volstrekt bedorden zijn, en de Colonie die reets de Europische provisien en goederen, wegens 't groot verschil tusschen de goude en zilvere spect„ „sien, en tusschen de kopere munt en 't papiere geld, ten duursten betaald, zoude daar door nog meer worden gedrukt. Wij ver- zoeken derhalven uwe Hoog Edelh: needrig, deese inconveni„ „enten in gunstige overweeging te willen neemen, en de voorsz: order tewillen intrekken, tot bee= „tere tijden. §. 68. De specerij kisten, die in 1787. met het schip Java voor Kormandel aangebragt, zijn ongeopend zijn Paleacetta verzonden, en we na hebben hebben daarom de ministers aldaar versogt, om aan uwe Hoog Edelh: te berigten, noedaenig het netto gewegt deeser specerijen aldaar be „vonden is. wijl ide dus volgens uwer Hoog Edelh: qualificatie naar deese bevinding niet hebben tot onthef„ kunnen disponeeren, „fing van den Capitain Kraaij van de hem opgelegde belasting heeft hij bij een request, dat i Copia deesen verseld, verzogt dat deese dispositie mogte geschieden volgens de Bevinding van de specerij kisten, dien in de laatste 5. Jaaren, of van 1786. tot 1790. , hier zijn ontvangen en uijtgewoogen; maar we hebben ons daar toe niet bevoegd ge= oordeeld, en neemen derhalven de vrijheid, eene aanwijzing van deese vijfjaarige bevinding uwen Hoog Edelh: hier nevens aan „tebieden, of hoogst deselven mogten goedvinden daar van gebruijk te maaken. §. 69 5378 §. 69. De verdere bij voorsz: uwer Hoog Edelh: brieven, en de daar nevens ontvangene sy trakten uijt de No- „tulen, gegeevene orders en recomman- # „datien, zullen we tot ons schuldig narigt laaten strekken, en voor zoo verre sommige derselve eene speciaale beantwoording nodig heb= „ben, zullen we de eere hebben dat te doen bij eene nadere gelegend- „heid. §. 70. we hebben den kommandeur sluijsken onder toesending van Extrakt uijt uwer Hoog Edelh: missive kennis gegeeven aan de aan hem opgedragene kommissie ten aanzien van het landschap Diwitoere. De eerst ondergetekende Gouverneur kan niet voor bij ter deeser gelegentheid hier met behoorlijke eerbied aante „merken, dat wij een tijd lang zoo ongelukkig geweest zijnde van te zin dat zijne bist ge„ „meende maatzegelen, veel tijds door uwe Hoog Edelh:, niet zoo gunstig zijn beoordeeld, als Wij zig gevlijd had dat te moogen dit hem reeds lange hoopen, miesmoedig gemaakt heeft, dog da mismoedig de besluiten van uw Hoog Edelh om van een aan ons gesubordonneer „den bediende dischte berichten vorderen gelijk in dit gevel en ook in geval de materesche onlusten ongelukkig nog hadden voortge „duurd, hem op het levendigst heb „ben getroffen. Hij weet niet wat daar toe aanlijding kan hebben gegeeven, en meend met reeden, over een zoo gemarkeert mistrouwen in de berigten door hem met de Raad te zaamen gedaan, zig te moogen beklagen bij uw Hoog Edelh:, die zelve ligtelijk zullen besetten, hoe zeer van dat belemmerd in de vereijschte vrijmoedigheid om de noodige middelen te kiesen en in het werk te rigten. §. 71, wij laaten tans 't schip de Gouverneur Generaal Maatzuijker na derwaarts vertrekken, en zijn daar in, alhier afgescheept 122. baalen kanneel, uijt „maakende met het geen in 't voor„ „leeden Jaar p:r 't schip vreedenburg en in dit Jaar met 't schip voorschooten gezonden 5379 gezonden is, uwer Hoog Edelh: volle Eisch voor dit Jaar. 3. 72. We hebben den overheeden deeses bodems bij een schriftelijke ordonnantie ge- „last, om zoo dat zonder merkelijk verlet van hunne rijze geschieden kan, de Ponnecailsche rheede aantegeeven en te verneemen of daar ook lijwae „ten in gereedheid leggen voor Batavia of de oostersche Comptoiren; en zijn de Putuhozijnsche bedienden ge- „qualificeerd, om zoo 'er lijwaaten zijn, deselve in deesen boodem te laeten afscheepen, en daar van ver= „slag te doen aan uwe Hoog Edelheeden §. 73. Door den oppermeester van deesen bodem kloprogge vertoond zijnde, dat door de veele en sleepende zichten, die aan boord van dit schip op de wijze van Batavia na herwaards gegrasseerd hebben, de medicijn kist genoegzaam van de benodig „de medikamenten ontbloot is, hebben we aan hem. zodaanige medicamenten en benodigtheeden laaten verstrekken, als door hem zijn g'eijscht bij eene Notitie, die g'insereerd is in onze resolutie van
English
5. 75. of the 21st of this month, an extract of which is forwarded among the annexes to this letter. Paragraph 74. As passengers on this vessel travel the Captain of the Infantry Ettienne August Thoma le Clerc and the clerk Mattheus Jurgen van Hek, the latter with discharged salary, along with 1 lieutenant, 3 ensigns, 3 sergeants, and 10 soldiers of the Eastern Companies, unfit for military service and listed by name in the declaration forwarded among the annexes, which also shows that they have enjoyed their pay until the last of April next. Captain le Clerc was destined for Jaffenapatnam to command Company Number 11 there, as appears from the distribution list of the Ceylonese national officers, which we had the honour to present to Your High Excellencies alongside our respectful letter of 18 February last. He has since been ordered to Gale. Gale. Upon his departure he was promised the vacant company of Major Scheede, because the staff officers, according to the arrangement of the gentlemen of the Military Commission, shall henceforth have no company. Paragraph 76. Captain le Clerc had barely arrived in Gale when he addressed Commander Sluijsken in a very insubordinate manner, as Your High Excellencies will see from the Gale letter of the 2nd of this month, which is attached hereto in extract. We found this conduct of Captain le Clerc so irregular that, especially as he demanded in such a haughty tone to go to Batavia, we decided to send him by the bearer of this letter to be placed at the disposal of Your High Excellencies. The letter that we furthermore received from Gale in response regarding this is also attached hereto in extract. Paragraph 77. The Ministers of the Cape of Good Hope have sent us, alongside their letter of 25 May 1790, a note kept on board the ship Gouverneur Generaal Mossel, signed by the ship officers and some of the passengers, containing a description of the conduct that the aforementioned Captain le Clerc, who had arrived with the said vessel, had maintained during the voyage. We have forwarded this note, which is included in copy among the annexes, to the fiscal pursuant to our resolution of 21 August past in order to conduct an investigation, just as he also judicially interrogated the signatories of the said note, and subsequently presented us with the report that is likewise enclosed in copy among the annexes; and because it appeared to us from this report that Captain le Clerc had declared to him, the fiscal, to be prepared to answer for himself regarding the aforementioned note whenever it was deemed necessary, we have, pursuant to our resolution of 7 September following, had a copy of the aforementioned note delivered to him so that he could answer for himself regarding it. This he has not done, however, but now that he is on the point of departure for Batavia, he requested by a petition on the 21st of this month, a copy of which accompanies this letter, to be allowed copies of the aforementioned investigation conducted by the fiscal, but we have held the decision thereon under advisement here because he has not yet submitted his aforementioned defense. In case it might be of service, we send all the aforementioned papers relative to this matter in a small bundle herewith. Paragraph 78. Regarding the findings on the discharged cargo of the ship Gouverneur Generaal Maatzuijker, we made dispositions on the 14th of this month, as shown by our resolution taken thereon, which is forwarded in extract among the annexes, and to which we most humbly request permission to refer. Paragraph 79. We only note from this that in the four chests of nutmeg and cloves received, 25 7/16 lb less nutmeg was found, and by contrast 15 1/4 lb more cloves; and because we could hardly think otherwise than that the deficit in the nutmeg was caused by the cloves having drawn the juices of the nutmeg into themselves, we have had the found surplus of 15 1/4 lb of clove spices taken in for the Company, and for this have had just as much nutmeg written off, alongside another 2 5/8 lb for allowable spillage, and on the other hand charged the ship's officers for compensation 7 7/16 lb of nutmeg which they are still short. On the delivered sack of mace, a deficit in the gross weight of 3 1/8 lb was found, which, after deduction of the stipulated 1 per cent, we have charged to the ship's officers for compensation; however, because this sack, according to the documentation, must contain 169 lb gross and 154 lb net, and thus the tare would only amount to 15 lb, whereas otherwise a sack usually contains 20 to 22 lb of tare, we cannot omit to note this here. In the delivered gun chests, 5 guns were found lacking, and because the master of the armoury had these chests opened without the ship's officers or anyone on their behalf being present, we have charged this found deficit of guns to the said master for compensation. Paragraph 80. In accordance with Your High Excellencies' permission, we have granted the captain of this vessel, Jan Vekaaij, a bill of exchange for ƒ 30690. –. –. Paragraph 81. The captain-lieutenant on the ship Gouverneur Generaal Maatzuijker, Frans van Vlaanderen, has complained to us that during his presence here in the year 1789 as captain-lieutenant of the ship Gouverneur Generaal de Klerk, his salary account was charged for the deficit found in good
Dutch transcription
5. 75. van den 21. deeser, waar van Extrakt onder de bijlaagen deeses overgaat. §. 74. Als passagiers gaan met deesen bo= „den over de Capitain van de in fanterij Ettienne August Thoma le Clerc en de aanguekeling bij de pen Mattheus Jurgen van Hek¬ de laatste met afgeschreevene ga„ „gie, nevens 1. luijtenant, 3. vaan„ „drigs, 3. Sergeants en 10. zoldaeten van de oostersche Compeinen, onbe„ kwaam tot de militairen dienst„ en met naamen vermeld bij de onder de Wijlangen overgaande verklaaring, waar bij ook blijkt dat ze hunne gagie hebben genooten tot ult:o april aanstand Capitain le Clerc was bestemd voor Jaffenapatnam, om daar te Commandeeren de Comp:e N:o 11. , zoo als dat blijkt bij de lijst van de repartitie der Ceilonsche na tionaale officieren, die we de eer gehad hebben uwe Hoog Edelh: nevens onzen eerbiedigen van den 18. februarij J:o leeden aantebieden. gecommandeerd na zedert is hij gale. 5380 Gale. Bij zijn vertrek was hem toegesegt de vacante Compenie van den Majoor scheede, wijl de stafs officieren, volgens de schikking van de Heeren van de Militaire Commissie, voortaan geen Compenie zullen hebben. §. 76. Naulijks quam Capitain le Clerc te gale, of hij addresseerde zig aan den Commandeur sluijsken, op een zeer g'insuborneerde wijze, zoo als uwe Hoog Edelheeden dat zien zullen bij de Gaalsche brief van den 2. deeser, die in Extrakt hier nevens gaat. We hebben dit gedrag van Capitain le Clerc zoo inregulier. gevonden dat we, temeer hij op een zoo hoogen toon vroeg om te gaan na Batavia, beslooten, hem ter dispositie van uwe Hoog Edelh: op tesenden net brenger deeses. De brief die we deuwe= „gens nog van Gale in antwoord ontvangen hebben, gaat ook in Extrakt hier nevens. 3. 77. De Ministers van de Caab de Goede Hoop :. Hoop hebben ons, nevens derselver brief van den 25. Maij 1790. , toe „gezonden eene aantekening, ge„ „houden aan boord van 't schip de Gouverneur Generaal Mossel, getekend door de scheeps officiere en eenige der passagiers, houdende een beschrijving van 't gedrag dat voorm: Capitain le Clerc, die met gemelde bodem was uijtge„ „koomen, geduurende de rijze had gehouden. We hebben deese aantekening, die in nopia on„ „der de bijlaegen gaat, volgens ons besluijt van den 21. aug:s passeto, aan den fishaal laeten afgeeven om onderzoek te doen, zoo als hij ook de tekenaars van gemelde aantekening Justiti„ „eel verhoord, en vervolgens ons gediend heeft het berigt dat meede in Copia onder de bijlae„ gen gevoegd is; en wijl ons bij dit berigt is voorgekoomen, dat Ca= „pitain le Clerc aan hem fiscael had betuijgt, bereid te zijn om zig op de voorsz: aantekening te verantwoorden, wanneer het noodig 5381 noodig wierd g'oordeeld, hebben we volgens ons besluijt van den 7. 7ber: daar aan, een Copij van voorsz: aan„ „teekening aan hem laaten afgeeven, om zig daar op te kunnen verande „woorden. Dit heeft hij egter niet gedaan, maar nu dat hij op zijn vertrek staat na Batavia, heeft, hiij op den 21. deeser bij een addres„ waar van afschrift deesen verzeld, verzogt Copijen te moogen hebben van 't voorsz: door den fiscaal gedaane onderzoek, dog we¬ alhier hebben de dispositie daar op gehouden in advies, om dat hij zijne voorsz: verantwoording nog niet heeft ingediend. of het van dienst konde zijn, zeuven we alle de voorsz: papieren tot deese zaak betrekkelijk, in een bondeltje hier nevens. §78. op de Bevinding van de uijtgeleverde laading van 't schip de Gouver- „neur Generaal Maatzuijker, hebben ide den 14. deeser gedis„ „poneerd, blijkens onse daar op genoomene resolutie, die in Ae- „trakt onder de bijlaegen overgaat, en waar aan we verlof verzoeken ons nedrigst te moogen gedraegen. 3. 79. §. 79: Alleen noteeren we daar uijt, dat in de ontvangene vier kisten noten en Nagulen, bevonden is 25. 7/16. lb: nooten minder en daar en teegen 15. ¼. lb: Negulen meerder, en wijl we qualijk anders konden denken dan dat de minderheid op de Nots veroorzaakt is, door dat de Na„ „gelen de zappen van de Nooten aan zig hebben getrokken, hebben we de meerder bevondene 15. ¼. lb: garioffel Nagulen voor de Compe: laaten inneemen, en daar voor even zoo veel nooten laaten af„ „schrijven, nevens nog 2. 5/8. lb: we„ „gens toegestaane spillagie, en daak en teegen den scheeps over heeden ter vergoeding opgelegd 7. 7/16. lb: Nooten Muscaat, die zij nog te kort koomen. op de aan „gebregte Zoekel foeli, is een minderheid op 't bruto gewigt bevonden van 3. 1/8. lb:, die wde na aftrek van de bepaalde 1. p:r J: den scheeps overheeden ter vergoe„ „ding hebben opgelegt; dan wijl deese zoekel volgens de aanhee „kening, 169. lb: bruto en 154. lb: netto moet houden, en dus de taro maar 5382. 3. 80. koomen te maar op 15. lb: zoude staan, daar anders een zoekel, door„ „gaans 20. â. 22. lb: aen tarra houd 1 kunnen we niet voor bij dat optemerken. Jn de aan„ hier bij ƒ „gebragte geweir kisten zijn 5. geweezen te min bevonden, en wijl de baas van de wapenkamer deese kassen heeft laaten openen zzonder dat de scheeps overheeden of iemand hunment weegen present was ge= „weest, hebben we deese minder bevondene geweezen gemelde baas ter vergoeding opgelegd. Ingevolge uwer Hoog Edelheeden vergunning, hebben ede aan den Capitain van deesen bodem Jan vekaaij, een assignatie verleend voor ƒ 30690. –. –. §. 81. De Capitain luijtenant op 't schip de Gouverneur Generaal Maat„ zuijker Frans van vlaanderen, heeft zig bij ons beklaagd, dat hij bij aanweesen alhier in het Jaar 1789. als Kapitain luijte„ „nant van het schip de Gouver„ „neur Generaal de klerk, op zijne zoldij reekening was belast geworden, voor de minder bevondene goe
English
goods found on the barge-borne cargo of the said ship, which charge he maintains ought to have been debited to the pay account of Captain-Lieutenant Cornelis Clement, who sailed out with that vessel in that capacity and was thus also liable for the cargo received in the Netherlands, but not he, the petitioner, who was promoted to Captain-Lieutenant only after the said Clement had died on the voyage, and thus shortly before his arrival here, and consequently had done nothing with regard to the cargo other than helping to deliver it here. The pay clerks, being called to account, have certified in a report, a copy of which accompanies this, that they charged the petitioner for one-third of the amount of the aforementioned shortfall pursuant to an ordinance in which the Captain-Lieutenant was not mentioned, maintaining at the same time that not the deceased Captain-Lieutenant, although he had received the cargo, but the petitioner himself ought to have been charged for it, because he brought the cargo here and accounted for it. We are nevertheless of the opinion that Captain-Lieutenant Clement, if not for the entire third part of the shortfall, should at least have been charged for the greater part thereof, not only because he received the cargo in the Netherlands, but also because he completed by far the greatest part of the voyage and had the cargo under his responsibility, since he died on 19 October 1788 and the ship arrived here on 5 December following. Because, however, no redress can presently be made here in this matter, as the books of the ship the Gouverneur Generaal de Klerk, in which the pay account of the deceased Clement was closed, have already been sent to the Netherlands, we take the liberty most humbly to refer the disposal of this matter to Your High Nobilities. By the aforementioned ordinance, which is further attached hereto in copy, Your High Nobilities will see that under the aforementioned charge is also included half of the weapons which were sent along in the Netherlands for the soldiers dispatched with this ship, for according to the invoice weapons were sent along for 100 soldiers, of which no more than half was delivered here; and since it is very probable that the other half remained behind in Zeeland, when this item is deducted from the entire charge, no more will remain for the actual shortfall than ƒ 93. 15. —. Indian, or merely ƒ 31. 5. —. for the third part of the Captain-Lieutenant. To be paid there in paper money, or in such coin as Your High Nobilities shall deem fit; and on the same footing we have also taken the liberty to grant an assignment for ƒ 2772. —. to the junior merchant Johan Fredrik Conradi, for the account of the Captain on the ship Nederlands Welvaaren, Jacob Smit. On both these sums the customary agio was paid here to the Company; and the memorandum of these assignments is forwarded among the appendices. Section 82. We have the honour to present herewith to Your High Nobilities a petition from the minister of the Dutch congregation here, Willem Rudolf Godfried Kauwersz, together with a copy submitted therewith of his pay account closed in the year 1787 on the ship 't Loo. He requests Your High Nobilities that, in view of the loss of the original account, this copy may be registered in the books, in order to be able to receive the salary credited therein to the amount of ƒ 389. 10. –. Section 83. The minister Johannes Lambertus Hofman has requested us in a petition, the original of which is included among the appendices, that his salary and emoluments might resume their course; but as Your High Nobilities informed us by letter of 19 October last that you had denied his request made there to that end, we have not dared to take it upon ourselves to grant his aforementioned request, and have therefore resolved to present the said petition to Your High Nobilities for your disposal, as we also take the liberty to do by this present letter. Section 84. Furthermore, we also have the honour to present herewith to Your High Nobilities a further list of the postings of the officers of the infantry in this government, to which are also now added those of the Regiment de Meuron, together with a list of the postings of the officers of the artillery. To as before. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity. Was signed: High Noble, Greatly Esteemed, Wide-Commanding Lord, Noble and Strict Lords, Your High Nobilities' humble and very obedient servants. Was signed: W. I. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, D. T. Fretz, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Ritter, A. Samlant, and I. A. Vollenhoven. In the margin: Colombo, 25 March 1791. Section 85. We have the honour to present herewith to Your High Nobilities the duplicate of our respectful letter of 25 March past, and proceeding to the transaction of business, we begin with the ships and vessels. Section 86. The ship the Gouverneur Generael Maatzuijker departed from here on 26 March, in order, according to what was communicated in our aforementioned respectful letter, to continue the voyage to Batavia by way of Tuticorin; but has not Tuticorin
Dutch transcription
goederen op de baarsche bevondene laading van gemelde schip, welke belasting hij sustineerd, dat hed „de moeten zijn gesteld op de zoldij reekening van den Capitain luijtenant Cornelis Clement, die in die qualiteid met dien boden is uijtgevaaren, en dus ook aansprekelijk was geweest voor de in Nederland ontvangene lading, maar niet hij supp:t, die eerst na dat gemelde Clement op de wijze overleeden was; en dus kort voor zijne arrive alhier, tot Capitain buijtenant was bevore„ „dert, en mits dien aan de laeding niet anders gedaan had, dan de„ zelve hier te helpen uitleeveren. De zoldij bedienden niet over verantwoording gevraagd zijnde, hebben bij een berigt, dat en Copij hier nevens gaat, betuijgd, dat ze den supp:t voor een derde van 't bedraagen der voorsz: te kort kooming hebben belast, op eene ordonnantie waar bij de Capitain luijtenant niet was genoemd, sustineerende teffens, dat niet de 5383. luitenant, de overleedene Capitain had ontvangen, schoon hij de laading maar de suppt: zelve daar voor hadde moeten belast worden, om dat hij de lading hier aangebragt en verantwoord heeft. wij zijn egter van oordeel dat de Capitain luitenant Clement, zoo niet voor 't geheele derde gedeelte van de te kort kooming, evenwel voor 't grootste gedeelte daar van hadde moeten belast worden, niet alleen om dat hij de laading in Neder „land heeft ontvangen, maar ook om dat hij verre 't grootste gedeelte van de rijze afgelegd, en de laading onder zijne ver„ „antwoording gehad heeft, wijl hij den 19. october 1788. gestor= „ven, en 't schip den 5. december daar aan alhier gearriveerd is. vermits nogtans alhier tans daar in geen redres kan worden gemaakt, om dat de boeken van schip de Gouverneur Gene„ „raal de klerk, waar bij de zoldij reekening van den overleede„ „nen Clement afgeslooten is, reeds na na Nederland versonden zijn, neemen de de vrijheid, de dispositie hier over nedrigst aan uwe Hoog Edelh: te defereeren. Bij de voorsz: ordon„ „nantie, die in Copij hier nog bij gevoegd is, zullen ue Hoog Edel „heeden zien, dat onder de voorsz: belosting ook begreepen is, de helf„ „te van de wapenen, welke in Nederland zijn meede gegeeven voor de met dit schip uijtgeson„ „dene Militairen, want volgens de aanrekening zijn meede gegeeven wapenen voor 100. militairen, waar van hier niet mede is uijt= geleverd dan de helfte; en wijl 't zeer vermoedelijk is, dat de we„ der helfte in Zeeland te rug gebleeven is, zoo zal wanneer dit articul van de geheele be„ „lasting afgaat, voor de werke„ „lijke te kort kooming niet meer overschieten dan ƒ 93. 15. —. Jndiasch, of maar ƒ 31. 5. —. voor 't derde deel van den Capitain luijtenant. om aldaar in papiere geld, dan wel in zodaanige munt als uwe Hoog Edelh: zullen goed vinden, te worden voldaan; en dp 5384 op denzelfden voet, hebben we ook de vrijheid gebruijkt, een assigne verleenen „tie voor ƒ 2772. —. te aan den onderkoopman Johan fredrik Conradi, voor reek: van den Capitain op 't schip Neder- „lands welvaaren Jacob Smit. op beide deese sommen is de ge- „woone, agio alhier aan de Comp:e voldaan; en gaat de Memorie van deese assignatien onder de bijlaegen over. §. 82. Wij hebben de eere uwen Hoog Edelh: hier nevens aantebieden, een Request van den Predikant in de Nederduijt= „sche gemeente alhier Willem Ru„ „dolf Godfried kauwersz:, nevens een daar bij overgelegde Copij van zijne in 't Jaar 1787. op 't schip F Loo afgeslootene zoldij ree- „kening. Wij verzoeht uwe Hoog Edelheeden, dat mits 't verlies van de origineele reekening, dit Copij bij de boeken mag worden ingetrokken, ten einde de daar bij te goed gemaakte gagie, ten bedraage van ƒ 389. 10. –. te kunnen ontvangen S. 83. De Predikant Johannes Lambertus Hofman e Hofman heeft ons bij een addres, dat in origine onder de Bijlaegen gevoegd is, verzogt, dat zijne gage en emolumenten weder mogten Cours neemen, maar wijl uwe Hoog Edelh: ons bij brieve van den 19. october passato hebben bedeeld, dat hoogst deselven zijne aldaar daar toe gedaane instantie hebben ontzegt, hebben we 't op ons niet durven neemen om in zijn voorsz: verzoek te bewilligen, en daarom beslooten gemelde addres aan uwe Hoog Edelh: ter dispositie aantebieden zoo als ede de vrijheid gebruij¬ „ken dat te doen door deesen. §. 84. Voorts hebben we ook de eere uwen Hoog Edelheeden hier nevens aan „tebieden, eene nadere Lijst van de plaatsing der officieren van de infanterij in dit gouverne„ „ment, waar bij ook tans ge= „voegd zijn die van het Regi„ „ment de Meuron nevens een Lijst van de plaatsing van de officieren van de artillerij Wij 5385 Aan als vooren. Wij beveelen uwe Hoog Edelheeden en de belangen der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtbaare wijd gebieden„ „de Heer, wel Edele gestrenge Wee„ „ren, uwer Hoog Edelheedens on= „derdaanige en zeer gehoorzaeme Dienaaren. /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, D: T: Fhetz: C: van Angelbeek, J: Reintous B: L: van ritter, A: Samlaut en I: A: vollenhoven. /:in Mar„ „gine:/ Kolombo den 25. Maart 1791. — §. 85. Wij hebben de eere, uwen Hoog Edelheeden hier nevens aantebieden 't duplikaat van onsen eerbiedigen van den 25. maart J:o Leeden en overgaande tot de verhan„ „deling van zaaken, beginnen wij met de scheepen en vaartuijgen. §. 86. 'T schip de Gouverneur Generael Maat„ „zuijker is den 26. maart van hier vertrokken, om, volgens 't bedeelde bij voorsz: onzen eerbiedigen, over Pietukorijn de rijze naar Batavia voorttezetten; doch heeft Tutucorijn niet
English
not brought near, presumably because it would have been delayed too long by the already started west wind. §. 87. On 29 April, the ship Demerarie arrived at this roadstead from Koetsien, and departed on 1 May via Tutucorijn for Gale, where it arrived on the 16th thereafter, and is due to return thither with the coir, cordage, and other Batavian requisition goods on hand there. §. 88. The ship Leiden arrived at Gale from Koetsien on 5 May last and, due to the wrecking of the bark De Liefde (of which more below) and the necessary employment of several sloops, had to be used to transport the annual necessities to Trinkonomale, from where it will depart directly for Batavia and will thus be the bearer of this. §. 89. At the request of the captains of the aforesaid ships, Paardekoper and Roem, we have permitted their captain-lieutenants to exchange vessels. §. 90. The bark De Gustaaf, which according to the communication in our humble letter of 27 January last was being repaired here, has since been fully restored and offered at public auction, but as not even ten thousand rixdollars was bid for it, it was retained for further use. §. 91. From 15 to 26 May, we had such a heavy wind from the west and southwest, accompanied occasionally by fierce gusts and high surging seas, that all the sloops in the roadstead were in the utmost danger. §. 92. The packet boat De Zeeuw Nieuw, which lay ready to head for Tutukorijn, went adrift on the night between 15 and 16 May, and was only with great difficulty saved by people from the shore, but six men thereof drowned, and since then it was not possible to bring any further aid from land to the distressed vessels. §. 93. The bark De Liefde, which was loading for Trinconomale, was torn from its anchors on 23 May and thrown onto the beach. §. 94. It had not yet received its entire projected cargo, and of what had already been loaded into it, we hope that a good part can be saved, on which diligent work is still underway, so that we cannot yet inform your Right Honourables of the true loss. §. 95. The other sloops fortunately held out, and the aforementioned packet boat was subsequently sent to Tutukorijn to await there our dispatches for the Netherlands. §. 96. Captain-Lieutenant Muntz, commanding thereon, was, due to indisposition, discharged from it at his own request with discontinued pay and permitted to remain here for the present. §. 97. The command of the aforesaid packet boat has consequently been assigned to the lieutenant stationed thereon, Pieter Peterus, with promotion to captain-lieutenant. §. 98. Sub-Lieutenant Cornelis van Daalen was thereupon appointed lieutenant, and Quartermaster Laurens Kronroos, who was deemed capable for it by Equipment Master Andringa and Captain-Lieutenant Muntz, was appointed sub-lieutenant. §. 99. On the night of 15 May, the boat of the said packet boat became waterlogged and drifted to the shore, and was also so severely damaged that upon inspection it was found entirely unserviceable, and therefore sold at public auction for what it would fetch. §. 100. Upon the request made by the Governor to Captain Vaillant during his presence at Trinkenomaale to have his advice regarding what could be undertaken in the inner bay of Trinkenomale in order to be able to careen large ships there, His Honour stated in a writing—which is transmitted in copy under the annexes hereof together with the plan received alongside it—that for the construction of a careening wharf in the inner bay of Oostenburg there is no more suitable place than in the so-called Gans on the east side of the Company's Island, provided that a careening quay is built out into the sea there to a depth of 18 feet of water; but if this place were not found suitable to be used in both the southwest and northeast monsoons, it would then be better to keep two careening lighters in the inner bay. §. 101. We have requested hereupon the consideration of Major Fornbauer, who, in a report that likewise accompanies this in copy, has indeed nothing against the place itself where, according to the opinion of Captain Vaillant, the careening wharf ought to be constructed, but on the other hand points out several objections which would make the construction of the proposed quay, if not entirely impracticable, at least very difficult, in addition to which he still maintains that it would not be too safe in the northeast monsoon, wherefore he judges the keeping of careening lighters to be preferable. §. 102. The necessity for the ships, both of the Company and of the State, to be able to careen in this bay—of which Captain Vaillant himself experienced the necessity, who had to have his frigate Zephier careened at the designated place, as appears from his aforesaid writing—causes us to take the liberty to bring these proposals to the attention of your Right Honourables, and to request thereon your most esteemed disposition. §. 103. Regarding the delivered cargo of the ship Leiden, the employees at
Dutch transcription
niet aangegierd, vermoedelijk, om dat het door de reeds door gekoomene weste wind te lang zoude opgehou= „den zijn. §. 87. Den 29. April is 't schip Demerarie van Moetsiem ter deeser rheede ge= „arriveerd, en den 1:e Maij over Tutuco„ „rijn na Gale vertrokken alwaar het den 16: daar aan aangekoomen is, en met de daar aan„ handen zijnde kaijer, touwerk en andere Bataviaschen Eijsch„ goederen op den na derwaarts staat terug tekeeren. 3. 88. T. schip Leiden is den 5. Maij I:o leeden van Koetsien op Gale aangekoomen en heeft mits het verongelukken van de bank de liefde (: waar van hier na nader:/ en het nood zaek „lijk emploij van verscheidene sloepen, moeten gebruijkt worden, de Jaarlijkse benodigdheeden naar Trinkonomale overtevoeren, van waar het Direkt naar Batavia vertrekken en dus de brenger deeses zijn zal. §. 89. op 't verzoek van de kapitains van voorsz: scheepen Paardekoper en Roem 5386. dat hunne Roem, hebben we toegestaan kapitain luijtenants van bodems mogten verwisselen. §. 90. De Wark de Gustaaf, die volgens 't bedeelde bij onzen nedrigen J:o leeden al„ van den 27. Januarij hier gerepareerd wierd, is zeder ten vollen hersteld en op publie„ „ke vendutie geveild, doch wijl er geen tien duijzent rd=s voor gebooden werd, tot verder gebruijk aangehouden. §. 91. Ieder den 15. tot den 26. Mai hebben wind uijt 't wij zulk een zwaaren gehad, ver¬ wetten en zuijd westen zeld tusschen beiden met felle ruk winden en hoog aanschietende zeeen, dat de sloepen op de rheede alle zich in het uijtterste gevaar bevonden. §. 92. De Paket boot de Zeeuw nieuw, die gereed lag naar Tutukorijn te stee„ „venen, werd s nagts tusschen den 15. en den 16. Maij driftig, en noch ter nauwer nood door volk van de wal behouden, doch daar van zijn ses man verdronken, en zeder was 't niet §. 93. niet mogelijk, aan de noodlijdende vaartuigen van land eenige verdere hulpe toetebrengen. De Bark de Liefde, die in laading lag voor Trinconomale, werd op den 23. Maij van zijn ankers geslaagen en op 't strand gesmeeten. 3. 94. Deselve had zijne geprozekteerde lading nog niet geheel ingekreegen, en van 't geen er reeds in gelaaden was, hoopen wij dat een goed gedeel„ „te zal kunnen worden behouden waar aan thans noch vlijtig word gewerkt, zoo dat we 't waare verlies uwen Hoog Edelh: noch niet bedeelen kunnen. §. 95. De verdere sloepen hebben het ge- „lukkig uijtgehouden, en de voorm: patet boot is vervolgens naar Tutukorijn gezonden om daar op onze advisen naar Nederland te wachten. §. 96. De daar op kommandeerende ka„ pitain luijtenant Muntz: is mits indispositie op zijn ver- zoek met afgeschreevene gasie daar van ontslaegen en gepermit „teerd hier voor eerst te blijven §. 97. 5387. 9. 98. paket boot §. 97. Het gezag op de voorsz: is mits dien opgedragen aan den daer op bescheidenen luijtenant Pieter Peterus, onder bevordering tot kapi„ „ten luijtenant. De sous luitenant Cornelis van Daalen is daar op tot luitenant en de quartiermeester Laurens Kron „roos die door den Equipagiemeester Andringa en den kapitain luijte „nant Muntz: daar toe bequaam gekeurd is, tot sous luitenant aan „gesteld. 4. 99. De schuijt van gedagte Paket boot is den 15. Maij des nagts, vol water geraakt en naar 't strand gedreeven, mitsg:s zoo zwaar beschadigd, dat bij visitaatsie te eenemaal onbequaam bevonden, en daarom per publieke vendutie voor 't geldende verkogt is. §. 100: op 't verzoek, door den Gouverneur aan den heer kapitain vaillant bij desselfs aanweesen te Trinkeno= „maale gedaan, om zijn advies te moogen hebben, over 't geene men in de binnen baaij van Trinkenomale zoude kunenen in 't werk stellen, om om aldaar groote scheepen te kunnen kielen, heeft zijn Edele bij een schrid „tuur, 't welk met het daar nevens ontvangene man in Copia onder de bijlaegen deezes overgaat, opgegeeven dat 'er tot het aanleggen van een kielwerf, in de binnen baaij van oostenburg geen geleegener plaats is, dan in de zogenaamde gaens aan de oost zijde van 't komp: Eiland, mits dat aldaar een Kiel - Kaaij in zee word uijtge- „bouwt; tot op de diepte van 18. voeten waters; doch dat zoo deese plaats niet geschikt wierd bevonden om zoo wel in de zuijd-west als in de noord- oost mousson tekunnen gebruijkt worden, 't dan beeter waare twee kielligters in de binnen baaij aantehouden. §. 101. Wij hebben hier over gevraagd de Con„ sideraatsie van den Majoor Forn „bauer, die bij een berigt, 't welk meede deesen in kopij verseld, wel niets heeft teegen de plaats zelve, daar volgens de openie van den Heer vaillant, de kiel werf 5388. §S. 102. werf behoord aangelegd te worden, maar daar en teegen verscheide objectien aanwijst, die 't uijt „bouwen van de geproponeerde Kaaij, indien niet geheel ondoenlijk, ten minsten zeer beswaarlijk zouden maaken, waar bij hij nog susti„ „neerd, dat het. in in de noord- oost mousson niet al te veilig zoude weesen, weshalven hij 't houden van Kielligters prefera„ „bel oordeeld. Het geziet voor de scheepen, zoo van de komp: als den staat, om in deese baai te kunnen kielen waar van de heer Vaillant zelve de noodsakelijkheid heeft onder- „vonden, die zijn fregat zephia„ gelijk bij desselfs voorsz: schrif„ „tuur blijkt, op de aangeweesene plaats heeft moeten doen kielen, doed ons de vrijheid gebruijken deese voorstellen te brengen onder 't oog van uwe Hoog Edelh:, en daar op te verzoeken hoogst derselver zeek g'eerde dispositie. §. 103. Over de uijtgeleverde Laading van 't schip Leiden, hebben de bedienden te
English
disposed of at Gale by their resolution of 24 May last, which has been approved by us and accompanies this in extract. We take the liberty to refer to it, as there is nothing particular to note regarding it. Paragraph 104. Since the purchase of coffee beans had come almost entirely to a standstill due to the low delivery thereof, and we had nothing of it in stock, especially to supply the dispatched detachments, we were compelled immediately to introduce the increase of the purchase price to three Indian stuivers per pound, as proposed to your High Excellencies in our respectful letter of 27 January last. Paragraph 105. This measure has nevertheless not helped much to stimulate that delivery, wherefore we, in order to test whether the clandestine export thereof could be somewhat better prevented by burdening the coffee that is brought in daily for the convenience of the community with an import duty, Paragraph 106. Consequently placed a tax of three Indian stuivers on every pound of coffee brought within the gravets of Colombo, and farmed out the collection thereof provisionally for the period of three months, on the following conditions: 1. That for the coffee brought for sale within the gravets, three stuivers per pound shall be paid to the farmer, and 2. That to those who prefer to sell their coffee directly to the farmer himself rather than paying this duty, the purchase price of three stuivers for each pound, as determined by the Company, shall be paid immediately in cash by the farmer. Paragraph 107. By this arrangement we hope that the coffee brought from the country will for the most part come into the hands of the farmer; and although the Company must take its requirements from the farmer at six stuivers per pound, it nevertheless loses nothing thereby, since it sells the same again for the same price, and the lease money, which amounts to 85 rixdollars for the first three months, is meanwhile pure profit. Paragraph 108. As soon, however, as the delivery becomes so large that we can count on a collection for the Netherlands, this lease will be revoked again. Paragraph 109. The fishery on the Pearl banks of Tuticorin, on which the English superintendent of Tinnevelly had insisted so strongly, according to the report in our respectful letter of 27 January last, has made no progress, because due to the back-and-forth correspondence the time had passed too far to be able to hold a pearl fishery in this spring with any hope of success, and the same has therefore by mutual consent been postponed until the coming year. Paragraph 110. Concerning financial matters, we inform your High Excellencies that we have taken the liberty to grant to the junior merchant Johan Fredrik Conradi a bill of exchange, chargeable to your High Excellencies, for the amount of 1081 2/5 ducatons, to be paid there in paper money, or in such currency as your Excellencies shall see fit, to the Sea Captain Gerardus Masson, his attorneys, or heirs; and we have the honour to include a memorandum thereof among the annexes hereto, with the humble request that the aforementioned bill of exchange may be favoured with payment. Paragraph 111. With relation to the main head of Write-ins and Write-offs, we take the liberty to present to your High Excellencies a petition from the Colombo Master Attendant Andringa, in which he requests that he may be credited for 6788 1/6 lbs of packing twine, which, since he has been Master Attendant, has been written off in his administration less than was stipulated for the making of cinnamon bags: and since not only by our resolution of 4 June 1757, 1/3 lb of packing twine was allocated for the sewing of a cinnamon bag, but it was also found during the investigation that we had conducted afterwards, according to a report from Chief Administrator Raket, a copy of which accompanies this, that this quantity of packing twine is indeed required for that purpose, we take the liberty to request from your High Excellencies a favourable disposition on his aforementioned petition. Paragraph 112. Concerning the charges and compensations, we take the liberty, in continuation of what we have already provisionally reported in our respectful letter of 18 February last concerning the deficit of the former Master Attendant of Galle, Abo, to report now that the said Abo has since complained in a petition which is inserted in our resolution of 9 April last, of which an extract accompanies this: 1. That the unaccounted coir was charged to him at the purchase cost, or actually burdened with a 50 percent advance, and 2. That diverse old and unserviceable sails were charged to him, which according to sworn statements could no longer serve any useful purpose, and were therefore taken off the ships pursuant to resolutions adopted for that purpose, and used for minor services such as mattings, breeches, etc. Paragraph 113. Upon this, we have taken into consideration that the deficit of the coir primarily arose because Abo, with the money that he received at the end of the book-year 1788/9, could make no delivery of coir, because shortly thereafter he had to hand over his office to the Master Attendant Aams, who had arrived from Batavia in the meantime; and secondly, that all the ropes which he had laid since February 1787
Dutch transcription
te Gale gedisponeerd bij hunne resoluutiie van den 24. maij J:o beeden die door ons geapprobeerd is en in Ey trakt deesen accompagneerd. Wij neemen de vrijheid ons daar aan te gedraagen, wijl daar op niets be „zonders aantemerken valt. §. 104. vermits de Jnkoop van koffi boonen bij na geheel stil stond, door den geringen aanbreng daar van, en wij daar van niets in voorraad hadden, inzonderheid om de uijtgesondene detachementen te gerieden, zijn wij genoodsaakt geweest, om de aan uwe Hoog Edelh: bij onsen eerbiedigen van den 27. Januarij J:o leeden voor „gestelde verhooging van den in„ „koops prijs, tot drie indische stuijders 't pond, dadelijk in „tevoeren.. §. 105. Dit middel heeft nogtans niet veel geholpen om dien aanbreng opu„ „leuter te maaken, weshalven wij ter beproeving, of door de koffi„ die tot gerief van de gemeente dagelijks word aangebragt, te bezwaaren met een inkoomend regt, met eenigszints beeter zoude kunnen 5389 kunnen worden voorgekoomen het ter sluijk uijtvoeren van dezelve J. 106. Dienvolgende hebben wij op de koffi, die binnen de gravetten van kolombo word gebragt, eene belasting van drie Indische stuivers voor elk pond gelegd, en de in- „vordering daar van bij provisie voor den tijd van drie maanden doen verpag „ten, op de volgende voorwaarden 1. 1 Dat van de koffi, die binnen de gravetten ter verkoop word aangebragt, aan den pagter zal worden betaald drie stuijv:s het pond en 2. / Dat aan die geenen, die liever hun „ne koffi aan den pagter zelve wil„ „len verkoopen, dan deese geregtigheid betaalen, daar voor door den pagter aanstonds in kontant zal worden betaald, de bij de komp:e bepaalde inkoops prijs van drie stuijvers voor elk pond. §. 107. Door deese schikking hoopen wij, dat de koffi, die uijt het land word gebragt, voor 't grootste gedeelte zal koomen in de handen van den pagter; en hoewel de komp:e haare benodigdheid van den pagter moet neemen voor ses stuijv: 't pond, verliest zij egter daar bij niets, wijl wijl ze dezelve weder voor den zelfden prijs verkoopt, en de pacht schut die voor de eerste drie maanden 85. rd:s bedraagd, is intusschen zuijvere winst. 5. 108. zoo dra egter de aanbreng zoo groot word, dat wij op eene inzaameling voor Nederland kunnen reekenen, zal deese pagt weder worden inge„ „trokken. §. 109. De visserij op de Paarl - rheeven van Tutucorijn, waar op de Engel„ „sche superintendant van Tirne„ „velli, volgens 't bedeelte bij onsen eerbiedigen van den 27. Januarij J:o leeden, zoo sterk heeft aange- „drongen, heeft geen voortgang ge„ „had, wijl door het over en weder schrijven de tijd te zeer verloo= „pen was, om met hoope van suc „ces, noch in dit voor Jaar een paarlvisserij te kunnen houden en is deselve, daarom met gemeene bewilliging uijtgesteld tot 't aan= „staande Jaar. 3. 110. Omtrend geldzaaken berichten wij uwen Hoog Edelh:, dat we den vrij„ „heid hebben gebruijkt aan den onder koopman 53. 90. Fredrik Conradi „koopman Iohan eene assignatie te verleenen, ten laste van uwe Hoog Edelheeden groot du„ „catons 1081. 2/5., om aldaar in papiere geld, dan wel in zodaenige munt als hoogst deselven zullen goedvinden te worden betaald aan den Capitain ter Zee Gerrrdus Masson, gemach¬ „tigden of Erven; en wij hebben de eere eene Memorie daar van onder de bijlaegen deeses te voegen, met nedrig verzoek, dat gemelde as„ „signatie met betaaling mag worden begunstigd. §. 111. Met relatie tot het hoofddeel van In en Afschrijvingen, neemen we de vrijheid uwen Hoog Edelheeden aan„ „tebieden een addres van den kolum- boschen Equipagiemeester Andringa waar bij hij insteerd, dat aan hem moogen worden goed gedaan 6788. 1/6. lb: pakgaaren, die zeder dat hij Equipagiemeester is, in zijne admi„ nistratie minder zijn afgeschreeven dan bepaald is tot het maaken van kanneel zakken: en wijl niet alleen bij onse Resoluutsie van den 4. Junij 1757. /3. lb: pakgaaren toegelegd k toegelegd is tot 't naaijen van een kaneel zak maar ook bij het ondersoek, dat wde daar na hebben laeten doen, blijkens een berigt van den hoofdadministrateur Ra„ „ket, dat in kopij deesen verzeed, bevonden is, dat deese kwantiteit pakgaaren daar toe werkelijk vereijscht word, neemen we de vrij„ „heid uwen Hoog Edelh: om eene gunstige dispositie op zijne voorsz: instantsie te verzoeken. §. 112: Omtrend de belastingen en vergoedin „gen neemen we de vrijheid, ten ver„ „volge van 't geen wij reeds, bij onzen eerbiedigen van den 18. febru„ „arij I:o leeden, voorloopig hebben bedeeld van de te kort kooming van den gew: gralsch Equipagie- „meester Abo, tans te berichten, dat gemelde Abo zig zeder bij een addres 't welk geinsereerd is in onse resoluutsie van den 9: April J:o leeden; waar van Extrakt deesen verzeld, heeft beklaagd. 1. / Dat hem de minder verantwoor„ de kaijer was ten laste gebragt tegens 5391 §. 113. tegens 't uijtkoops kostende, of eij „gentlijk beswaard met 50. p: C:t advans en 2. / Dat hem ten laste waaren ge- „bragt diverse oude en onbequaame zijlig die volgens b'edigde ver- „klaaringen tot geen nut meer konden strekken, en daarom op de daar toe genoomene besluijten van de scheepen geligt, en tot ge „ringe diensten gelijk mak- „tings, broekings etc: verbruijkt waaren. Wij hebben hier op in overweeging ge= „noomen; dat de minderheid van de Maijer voornamelijk is ontstaen door dien Abo voor 't geld, 't welk hij in 't laatst van 't boekjaar 178 8/9. heeft ontvangen, geen leve- „rantsie van Kaijer heeft kunnen doen, om dat hij kort daar aan zijn dienst heeft moeten overgee= „ven aan den Equipagiemeester Aams, die intusschen van Bata= „via was aangekoomen; dat ten anderen alle de touwen, die hij zedert februarij 1787. heeft laeten slaan,
English
twisted, and for which just as much coir had been written off by him as had been booked for it by his predecessors, have been reduced and set at less coir, partly according to the findings of some ropes that we had made by way of trial at Gale, and the rest according to the usual write-off here in Kolombo; and finally, that the ropes accounted for in excess by Abo have been credited to him also according to this reduced calculation. And we have therefore, as well as out of consideration that no precise determination can be made of the quantity of coir required for each rope, since this depends much on the method of working, seeing that the more tightly a rope is laid, the more coir is needed for it, as appears from our said Resolution, decided provisionally and pending the further pleasure of 5392. Your High Excellencies, to let him suffice with the compensation only of the cost price of the under-accounted coir, but on the other hand to refer the decision on his request to be completely exempted from compensation for the unserviceable sails to Your High Excellencies. § 114. The entire deficit of Abo amounts, after deduction of the Indian goods accounted for in excess by him and of all that has been received to his benefit, both through the sale of his goods and otherwise, to an amount of rd:s 17312: 25.½. To which is further added rd:s 469. 15. — for some compensations previously imposed upon him, and another rd:s 2872: 27.- for what Your High Excellencies have imposed upon him as compensation on account of certain supplies made to the ships de Hoop, de Phanecier, 't Slot ter Hooge, and de Gouverneur Generaal de Klerk (so that his total arrears now amount to rd=s 20654. 19. ½. § 115. The officials at Gale have reported upon our express inquiry that Abo has no more property to be attached to the benefit of the Company, and Abo did not provide any sureties for his administration, but left his salary outstanding, in which he had a credit balance under the last of Maij of the past year of ƒ 1593. 13. 2. On the other hand, for 24800 bundles of coir, which upon the first survey and before the confrontation of his administration was done were found to be deficient, he provided sureties, who have already paid 8000 rd:s in reduction thereof, so that they, if necessary, and in case Abo cannot settle his aforesaid arrears in any other manner, will still have to contribute 4400 rd:s. § 116. Abo still has about 5000. –. rd:s due to him at the Cape of Good Hope, which money he has requested may be ordered from there and handed over here to his authorized agents, in order to be exchanged to his greatest 5393. advantage, and the proceeds thereof to be accounted for to the Company; which request we will submit to the ministers there at the first opportunity, provided that the risk of the transport shall be for the account of Abo. § 117. For this reason, and because we do not know what decisions Your High Excellencies will be pleased to take on the petitions of Abo, submitted with our letters of 27 Januarij and 18 Februarij of the past year, namely to be absolved from the aforesaid compensation of rd:s 2872. 27. -. imposed by Your High Excellencies, and that he might be credited for the European equipage goods accounted for in excess by him upon the handover of his administration, we have postponed calling upon his sureties for the payment of the aforesaid 4400 rd:s that must still come in on their suretyship. § 118. Meanwhile, Abo has repeatedly requested to be allowed to go to Batavia, and because by keeping him here longer we had no prospect of any reduction of his arrears, we, upon the statement of his one surety, the provisional Lieutenant Dessave of Mature van Schuler, that he had nothing against it, while the other surety, the titular Lieutenant at Sea in the Company's service Crap, on account of his absence abroad, could not be heard on the matter, have granted his request, and he is thus now crossing over with the bearer of this. § 119. His aforesaid arrears are therefore provisionally, subject to the honored decision of Your High Excellencies, debited thither on the invoice that goes over among the enclosures to this, to which we also add two lists of the European equipage goods accounted for in excess by him, which, according to what was communicated in our respectful letter of 18 Februarij aforementioned, we have for the present and pending the further pleasure of Your High 5394. Excellencies caused to be taken in for the benefit of the Company, amounting together in cost price to ƒ 10458. 7. -. Netherlands money. § 120. Regarding the questionable ropes that were supplied in the year 1788 at Gale to the five chartered ships that brought the Regiment de Meuron there, we have to date received no writings from the Netherlands as to whether the shipowners of the said ships have raised any difficulties in this regard. Nevertheless, we take the liberty of presenting herewith to Your High Excellencies a statement of these ropes, being calculated in Netherlands money as they are charged on the expense accounts of the aforesaid ships, to which is also added a copy of the notarial deed that the said Equipagemeester Abo, according to what was communicated in our respectful letter of 16 September 1789, has executed to indemnify the Company in case the owners of the aforesaid ships should refuse to pay for the said ropes; however, he has not been able to provide the security required by Your High Excellencies for these ropes. § 121.
Dutch transcription
slaan, en waar voor even zo, veel kaijer door hem was afgeschreeven als door zijne voorzaeten daar voor opgebragt is; zijn gereduceerd en gesteld op mindere Kaijers, gedeelte„ „lijk volgens de bevinding van eenige touwen, die wij op gale ter preuve hebben laaten aanslaan en de rest naar de gewoone afschrijving hier te Kolombo; en dat eindelijk de door Abo meerder verantwoorde touwen„ hem zijn ten goede gebregt meede naar deese gereduceerde bereke ning: en hebben daarom zoo wel„ als uijt Consideratie dat 'er geene nauw keurige bepaaling kan gemaakt worden, van de hoeveel heid van Kaijer die voor elke touw vereijscht word, wijl dit veel aankomt op de manier van bewerking alzo hoe steevi„ geslaagen word hoe „ger een touw meer kaijer daar toe noodig is, blijkens gemelde onse Reso„ „luutsie beslooten, hem bij pro„ „visie en tot op 't nader goed vinden van 5392. van uwe Hoog Edelheeden, te laaten vol„ „staan met de vergoeding alleen van 't inkoops kostende van de minder verantwoorde Kaijer, dog doer en teegen de disposietsie op zijn versoek, om geheel ontheeven te worden van de vergoeding der on„ „bequaame zijlen, aen uwe Hoog Edelheeden te defereeren. §. 114. De geheele te kort kooming van Abo bedraagd, na aftrek van de door hem meerder verantwoorde indische goederen en van al het geen zoo door verkoop zijner goederen, als ander= zints, ten zijnen voordeele ingekoo„ „men is, een bedraagen van rd:s 17312: 25.½. waar bij nog komt rd:s 469. 15. — voor eenige hem te vooren opge¬ „legde vergoedingen, en noch rd:s 2872: 27.- voor 't geen uwe Hoog Edelheeden hem ter vergoeding hebben opgelegd, wegens zeekere gedaane verstrek¬ „kingen aan de scheepen de Hoop, de Phanecier, 't slot ter Hooge en de Gouverneur Generaal de klerk (zoo dat zijn geheel agterstal tans bedraagd rd=s 20654. 19. ½. 5. §. 115. De bedienden te Gale hebben op onze Expresse vraage berigt, dat Abo geen meer eigendommen heeft, om ten voordeele van de komp: te worden aangeslagen, en Abo heeft voor zijne administratie geene borgen gesteld, maar zijne gagie laaten staen, waar aan hij onder ult:o Maij J:o leeden heeft te goed gehad ƒ 1593. 13. 2. Daar en teegen heeft hij voor 24800. bossen kaijer, welke in den eersten opslag, en voor dat de Confrontatie zijner admini„ „straatsie gedaan was, te min wierden bevonden, borgen gegeeven, die reeds in mindering daar van 8000. rd:s heb= „ben betaald, zoo dat zee des noods, en indien Abo zijn voorsz: agter „stal op geene andere wijze kan vereffenen, nog 4400. rd:s zullen moeten contribueeren. 5. 116. Abo heeft nog omtrend 5000. –. rd:s te goed aan de kaab de Goede Hoop welk geld hij verzogt heeft, dat van daar mag ontbooden en hier aan zijne gemagtigden af„ „gegeeven worden, om ten zijnen meesten 5393. meesten voordeele verwisseld, en 't product daar van aan de kompe„ „nie verantwoord te worden; welk verzoek wij bij eerste gelegentheid aan de ministers aldaar zullen voordraagen, mits dat de resico van 't transport zal zijn voor reekening van Abo. §. 117. Hier om, en wijl wij niet weeten welke disposietsien uwe Hoog Edelh: zullen gelieven te neemen op de in„ „stantien van Abo, voorgedragen bij onse brieven van den 27. Janu„ „arij en 18. februarij J:o leeden om namelijk te moogen worden geab- „solveerd van de voorsz: door ewe Hoog Edelh: opgelegde vergoeding van rd:s 2872. 27. -. en dat aan hem mogten worden goedgedaan de door hem, bij de overgave zijner ad¬ „ministratie, meerder verantwoorde Europische Equipagie goederen, hebben we uijtgesteld gelaaten zijne borgen te doen aanspreeken, tot de betaaling van de voorsz: 4400. rd:s die nog op hunne borgtogt moeten inkoomen. 5. 118. „ §. 118. Intusschen heeft Abo bij herhaaling ver„ „zogt na Batavia te moogen gaan, en wijl we met hem hier langer aantehouden, geen voor uijtzigt hadden, tot eenige vermindering van zijn agterstal hebben we op de verklaaring van zijn eene borg„ de p:l Luitenant Dessave van Mature van Schuler, dat hij daar niets tegen had, terwijl de andere borg, de tit: luijtenant ter zee in slaurs dienst Crap, mits zijne uijtlandigheid daar op niet heeft kunnen worden gehoord in zijn verzoek bewilligd, en gaat hij dus tens met brenger deezes over. §: 119. zijn voorsz: agterstal word derhalven bij provisie, ter g'eerde disposietsie van uwe Hoog Edelh: derwaarts aan„ „gerekend bij de faktuur, die onder de Bijlaegen deeses overgaat, waar bij wij nog voegen twee lijsten van de door hem meerder verantwoorde Europische Equipagie goederen, die wij volgens 't bedeelde bij onsen eerbie= „digen van den 18. februarij voorm: voor eerst en tot nader goedvinden van inde 5394. Edelheeden ten voordeele van uwe Hoog de komp: hebben doen inneemen, bedraagende tezaamen inkoops geld. ƒ 10458. 7. -. Nederlands §. 120. Nopens de questieuse touwen, die in 't Jaar 1788. te gale zijn verstrekt aan de vijff gehuurde scheepen, welke 't Regiment de Meuron daar hebben aangebragt, hebben wij tot noch toe geen schrijvens uijt Nederland, of de rheeders van gem: scheepen dezwegens eenige difficulteiten hebben gemaakt: niet te min neemen we de vrijheid eene opgaave van desse touwen uwen Hoog Edelheeden hier nevens aantebieden, zijnde bereekend in Neder lands geld zodaenig als deselve beloft zijn op de onkost reekeningen van voorsz: scheepen, waar bij nog gevoegd is een kopij van de secretarieele akte, die de get: Equipagiemeester Abo volgens 't bedeelde bij onsen eerbiedige van den 16. 7ber: 1789. heeft gepas„ „seerd om de kompenie schadeloos te stellen, indien de reeders van voorsz: scheepen mogte wijgeren ge= „melde touwen e voldoen; doch de door uwe Hoog Edelheeden gere„ quireerde Cautie voor deese touwen heeft hij niet kunnen stellen. 3. 121.
English
Section 121. On the representation of Abo that he had nothing to live on, in consideration that he enjoyed neither salary nor emoluments, and that all his property had been attached for the Company, we have granted him 30 rixdollars per month for his maintenance, which allowance he has received here for only two months, which we have caused to be charged to his pay account. Section 122. For the rest, we take the liberty most humbly to commend him to the generous favor of Your High Excellencies, because, apart from what we have already remarked here before concerning the account book, it has appeared to us from various discovered errors that his bookkeeper must have been an unskilled and inattentive subject, and we must therefore assume that the discovered deficit arose for the most part through neglected write-offs and improper transactions. Section 123. Among the annexes we submit to Your High Excellencies an Indent for Medicines, which we humbly request, on account of our present necessity, you will please have fulfilled as closely as possible; the said Indent being inserted below according to the order. For the Pharmacy. 100, say one hundred lb. gum camphor 30, thirty lb. radix jalap 50, fifty lb. Manna Calabrina 50, fifty lb. sal mirabile Glauberi 5, five lb. gum asafoetida Section 124. The balances of cash and grains in this government have consisted in the following, namely: Cash in Dutch money. Rice lasts. Paddy lasts. The grains sufficient for Here under last of May last year f 105804. 19. - 305. —. 423. 1/3. At Jaffenapatnam last of May f 78423: 7:8. 13: 2/15. —. Manaar ditto ditto f 3732. 3. 8. 7. 24/15. —. Gale ditto ditto f 82790: 4. -. 261. —. 36. –. for 8 months Mature ditto ditto f 8835: 15. –. —. –. 114. 1/15. for 6 ditto Tutukorijn and on the subordinate residencies last of March f 26121. 3. 8. —. —. —. —. Trinkonomale last of May f 58460: 7. 8. 4. —. 396. 17/16. Battikaloa ditto f 481. 6. –. –. –. —. —. Kalpetti —. —. –. —. —. — Under the aforementioned cash is included f 143480. 3. -. in letters of credit. Section 125. Regarding the Domestic Arrangements, we have at present nothing else to report than that we had to dismiss the captain of one of the old Company Sumenappers, named Kietjiel, upon the complaints received against him from his company, and give him his discharge to Batavia. He goes over accordingly with the bearer of this, and we have caused two months' salary to be advanced to him for the journey. Section 126. He has offered, with the permission of Your High Excellencies, to recruit a company of Sumenappers for Ceylon and bring them hither; and because a great service will thereby be rendered to the Company, and the Sumenappers are to be preferred above Madurese, we humbly request Your High Excellencies to let him be authorized for this recruitment and to be assisted. Section 127. Among the servants in this Government, since the departure of our latest letter, there have died at Trinkonomale the Captain of Infantry George Michiel Kroner and the Junior Merchant and Administrator Abraham Pusch Lever. Section 128. In place of the said Kroner and of Captain Le Clerc, who departed thither with the ship De Gouverneur-Generaal Maatzuijker, we have, subject to the highly honored approval of Your High Excellencies, promoted to Captains of Infantry the Lieutenants Johan Godfried Deibert and Fredrik Godlieb Kornman, whose petitions we have the honor to submit herewith to Your High Excellencies. Section 129. In accordance with our resolution of 29 December 1789 to abolish the office of administrator at Trinkonomale, we have appointed as consumption bookkeeper of Trinkonomale the bookkeeper Johan Godfried Schleuder. Section 130. Because the present scope of the artillery at Trinkonomale is too great for the Commander of Artillery to be able to manage the department of the Equipage properly, and because the gentlemen of the Military Commission have also judged that the oversight of the Equipage ought to be entrusted to a naval officer, because in such a person the most knowledge presumed necessary for it is naturally found, we have, subject to the honored approval of Your High Excellencies, appointed the Second Mate Gerrit de Lange, who has sailed for a series of years as commander on the Ceylon sloops, to be Equipage Overseer of Trinkonomale with the rank of Lieutenant at Sea; his petition, in which he requests to be confirmed in this post, is sent under the annexes. Section 131. To fill the vacant positions in our garrisons, both in the national infantry and in the indigenous company, we have promoted to Ensigns: The quartermaster-sergeant Johan Georg Goederle. The cadet-sergeant with the Regiment de Meuron Vincent Sadlo. The sergeant Johan Michiel Wagner. The cadet Carel Lodewijk Veenekamp. The sergeant Fredrik Elck. The quartermaster-sergeant Petrus Flanderka. The quartermaster-sergeant Carolus Kail. The sergeant David Estoop, and The sergeant Joost Herman Pelgrin. Section 132. We humbly request Your High Excellencies favorably to approve these appointments, and take the liberty to submit herewith their petitions presented for that purpose. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, (underneath was written:) Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling
Dutch transcription
geeeding van Abo, dat §. 121. op de te kennen hij niets hadde om 'er van te leeven hebben wde uijt aanmerking dat hij geen gagie noch emolumenten genoot„ en dat alle zijne eigendommen voor de komp:e waaren aangeslaagen aan hem tot zijn onderhoud toege- „legd 30. rd:s 'smaands, welke toe „laage hij hier maar voor twee maanden ontvangen heeft die wij op zijne zoldij reekening hebben doen belasten. §. 122. Wij neemen voor 't overige de vrijheid, hen in de Edelmoedige gunste van uwe Hoog Edelh: nedrigst te ver „bidden, wijl buiten 't geen wij reeds hier vooren omtrend de kaijer hebben aangemerkt, het ons uijt verscheide ontdekte abuijsen is voor„ „gekoomen dat zijn boekhouder een onkundig en in attent subjekt moet geweest zijn, en wij daarom onder= „stellen moeten, dat de ontdekte te kort kooming veel al door verzuijmde afschrijvingen en ver„ keerde behandelingen is ontstaan. §. 123. onder de wijlaagen bieden wij uwen Hoog Edelheeden aan een Eijsch van Medikament 5395 Medikamenten, die wij needrig verzoeken uijt hoofde van onse presente beno„ „digtheid, zoo na mogelijk tewillen laaten voldoen: wordende gem: Eijsch na de order hier onder geinsereerd. Voor de Medicijnwinkel. 100. zegge eenhondert lb: gun kamter 30. „ dertig lb: rad: salappa vijftig „ Manna Calabain: 50. „ vijftig „ sel mirabile glamberi 50. „ 5. „ vijff „ guim assasetid: §: 124. De Restanten van kontanten en Graanen in dit gouvernement, hebben bestaan in het volgende, als: Rijst Nelie de Graanen toe= kontanten Ned: geld. lasten Lasten. „ rijkende voor Alhier onder ult:o Maij J:o Leeden ƒ 105804. 19. - 305. —. 423. 1/3. Te Jaffenapatnam ult:o Maij „ 78423: 7:8. 13: 2/15. —. d. o - d. o . „ 3732. 3. 8. 7. 24/15. —. „ Manaar . do d=o. . „ 82790: 4. -. 261. —. 36. –. voor 8. maanden Gale d=o. d=o. „ 8835: 15. –. —. –. 114. 1/15. „ 6. d–o „ Mature „ Tutukorijn en op de onder „hoorige Residentien ult:o maort „ 26121. 3. 8. —. —. —. —. „ Trinkonomale „ Maij „ 58460: 7. 8. 4. /. 396. 17/16. „ Battikaloa „ d=o. „ 481. 6. –. –. –. —. —. -- - - - „ —. —. –. —. —. — „ Kalpetti Onder voorm: kontanten zijn begreepen ƒ143480. 3. -. aan kredit brieven §. 125: omtrend de Huijselijke Bestellingen hebben wij voor 't tegenswoordige niet anders te melden, dan dat wij „ - 2 wij den kapitain van eene der oude kom„ penie Sumanappers, genaamt kiet„ ingekoomene „jiel, op de tegen hem klagten van zijne kompenie hebben moeten afzetten en aan han zijne de „missie na Batavia geeven. Hij gaat mits dien met brenger deeses over, en hebben wij aan hem twee maanden gasie voor de reise laeten Verstrekken. §. 126: Wij heeft aangebooden, om net verlof van uwe Hoog Edelh:, eene kom: penie Sumanappers voor Ceilon aantewerven en herwaards te brengen: en wijl hier door groote dienst aan de kompenie zal geschieden, en de Sumanappers boven Madu zijn, verzoe¬ „reesen te prefereeren „ken we uwe Hoog Edelheeden needrig, hem tot deese aanwerving te laaten authoriseeren en behulpig weezen. §. 127. onder de Dienaaren in dit Gou„ „vernement, zijn zedart 't afgaen van onzen Jongsten brief te Trin- „konomale overleeden de kapitain van de infanterij George Michiel kroner 5397 5396 kronen en de onderkoopman en admini„ „strateur Abraham Pusch Lever §. 128. Jn plaats van gemelde kroner en van den met 't schip de Gouverneur generaal Maatzuijker na derwaarts vertrokkenen kapitain le Clerc„ hebben we op uwer Hoog Edelh: zeer g'eerde approbaatsie, tot kapitains van de inforterij be„ „vorderd, de luitenants Johan Godfried Deibert en Fredrik godlieb kornman, wier reques„ „ten wij de eere hebben, uwen Hoog Edelheeden hier nevens aantebieden. §. 129. overeenkomstig met ons besluijt van den 29. december 1789. om oen dienst van administrateur te Trinke 1 „nomale intetrekken, hebben wij tot konsumtsie boekhouder van Trinkenomale aangesteld den boekhouder Johan Godfried schleu¬ „der. §. 130. Vermits. de tegenswoordige omslag van de artillerij te Trinkeno- „maale te groot is, dan dat de kommandant van de Artillerij 't departement van de Equipagie naar naar behooren kan bestieren, en wijl ook de Heeren van de Militaire kommissie geoordeeld hebben, dat 't opzigt over de Equipagie aan een officier van de maaire behoord te worden opgedraagen, om dat in deesen natuurlijker wijze de meeste kundigheeden, die daer toe worden ondersteld, hebben we op de g'eerde approbaatsie van uwe Hoog Edelh: den onderstuurman Gerrit de lange die eene rechs van Jaaren als gezaghebber op de Ceilonsche sloepen gevaaren heeft, aangesteld tot Equipagie opzigter van Trin¬ konomale met de qualiteit van Luitenant ter zee, zijn re- „quest, waar bij hij verzoekt in deese post te moogen worden bevestigd gaat onder de bijlaegen over §. 131. Tot vervulling van de vakante plaatsen in onze garnizoenen zoo bij de nationaale infan- „terij als bij de Jnlandsche kom= penie, hebben we tot vaandrigs bevorderd: Den 5337. Den fourier Johan Georg Goederle. Den kadet sergeant bij 't regiment de Meuron vincent sadlo. Den sergeant Johan Michiel wagner Den kadet Carel Lodewijk Veene kamp„ Den sergeant Fredrik Elck. Petrus Flanderka. Den fourier Den fourier Carolus Kail. Den sergeant David Estoop en Den sergeant Joost Herman Pelgrin. §. 132. Wij verzoeken uwe Hoog Edelheeden needrig, deese aanstellingen gun „stig tewillen approbeeren en nee„ „men de vrijheid hunne daar toe ingediende Requesten hier nevens aantebieden. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangens der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trou„ Hoog Edelen „we (:onderstond:) Groot Achtbaaren wijd gebie„ „denden
English
To the same as before. ...commanding Lord and Right Honourable Severe Lords, Your High Mightinesses' humble and very obedient servants. Was signed: I: G: van Angelbeek, M: P: Raket, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, and H: Samlaut. In the margin: Colombo the 18th of June Anno 1791. We have the honour to present herewith to Your High Mightinesses a copy of a finding received from Trinconomale concerning the cargo delivered there from the ship Leiden, with a copy of the resolution taken by the servants thereon on the 28th of June last, which we have approved only with this change: that what is due to the ship's officers for permitted leakage on the Ceylon products transported by them, namely arrack, coconut oil, and coffee, must be credited to them not at the selling price, but against the purchase price. We have taken the liberty to grant to the first-undersigned Governor a bill of exchange, to the charge of Your High Mightinesses, amounting to ƒ 990, to be paid there to the former alderman Christiaan Louis Arnold, his proxies, or heirs, whether in paper money or letters of credit, or else in such coin as Your High Mightinesses shall see fit. And we humbly request that this bill of exchange may be favoured with payment, and we have the honour to present the memorandum thereof herewith. We commend Your High Mightinesses and the interests of the Company into God's safe keeping and remain with all respect and fidelity... Underneath stood: High Honourable, Highly Respected, Widely Commanding Lord, Right Honourable Severe Lords, Your High Mightinesses' humble and very obedient servants. Was signed: W: I: van de Graaff, M: P: Raket, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, A: Samlaut, and I: A: Vollenhoove. In the margin: Colombo the 9th of July Anno 1791. To the same as before. Paragraph 133. We have the honour to present herewith to Your High Mightinesses the duplicate of our respectful letter of the 18th of June, which goes over with the ship Leiden; and we further take the liberty to supply herewith the answer, reserved in our preceding letter of the 25th of March, to some articles of Your High Mightinesses' very esteemed letters of the 30th of September and the 7th of October past. Paragraph 134. The chanks mentioned in our respectful letter of the 27th of January 1790 were contracted for at such moderate prices that a good profit could reasonably be expected from them. To compel Captain Stephinson against his will to comply with the agreement that we had made with him regarding these chanks, and which was communicated to Your High Mightinesses, we did not think advisable, because when such things are undertaken against one's will, one must with reason be apprehensive about the outcome thereof. This did not prevent all the motives that had made us purchase these chanks, and which we had the honour to communicate to Your High Mightinesses in our aforementioned humble letter of the 27th of January 1790, from nevertheless continuing to exist. The trade would certainly have yielded a profitable account, if the chanks had been brought safely into Bengal. Paragraph 135. Against misfortunes at sea, provision was made by ordinary insurance, and although the insurance chamber at Madras has made an objection against payment because the vessel in which the chanks were laden had called at Pondicherry, the insurance policy, of which a translation is attached hereto, nevertheless shows very clearly that this exception is very unfounded, as will already have appeared to Your High Mightinesses from our correspondence on the matter held with the Bengal Ministers, which we had the honour to send to Your High Mightinesses with our letter of the 27th of January last. We daily await an answer from Bengal regarding the settlement of this case, and as soon as we have received it, we will have the honour to communicate the entire outcome thereof to Your High Mightinesses. Paragraph 136. In continuation of what was written by us in the letter of the 25th of March last, paragraph 18, we have the honour to inform Your High Mightinesses that the quantity of paddy sold by the Galle servants at Tangale has amounted to 4800 parras. That this sale of paddy at 18 stivers the parra did not occur out of bad management, as Your High Mightinesses seem to suspect because in other places the paddy had to be purchased at high prices, will, we hope, already have appeared very clearly to Your High Mightinesses from our aforesaid letter. In addition, we request permission, for further answer to what was written by Your High Mightinesses in the letter of 30 September 1790, paragraph 45, to be allowed on this occasion to remark further that, although it be true that at that time we had eight barks and sloops at hand here, these must be used for many other commissions, and were at times barely sufficient for that purpose. That we do not have too many of them, Your High Mightinesses will easily understand from the number of barks and sloops that were at hand here before the war. Moreover, Trinconomale at that time needed no more than one or sometimes two sloops; currently we must send three or sometimes four sloops thither, because of the large garrison stationed there. Paragraph 137. In reply to what was remarked by Your High Mightinesses in paragraph 50 of the aforementioned very esteemed letter of Your High Mightinesses, namely that only a little over 58 ¾ amunams of areca nut were delivered from the Company's plantations, we use the liberty to remark here that the areca trees, as is known to Your High Mightinesses, on Ceylon only bear fruit after they are 10 and sometimes more years old. That these 58 ¾ amunams of areca nut have consequently been delivered from plantations established already many years ago...
Dutch transcription
Aan als vooren. „denden Heer en wel Edele Gestreg„ „ge Weeken, uer Hoog Edel- „heedens onderdaanige en zeer gehoorzaame Dienaaren. (:was getekend:) I: G: van Angel„ C: van „beek, M: P: Raket, Angelbeek, B: L: van zitter, en H: Samlaut (:in margine:) Kolombo den 18:e Junij A:o 1791: Wij hebben de eere uen Hodg Edel„ „heeden hier nevens aantebieden, Copia van eene van Trinconomale ontvangene Bevinding der aldaar uijtgeleverde laading van het schip Leiden, met een Copij van der bedienden daar op genoomen op den 28. Junij „ne resolutie J:o leeden, die wij geapprobeerd alleen met deese veran hebben dat het geen de scheeps „dering overheeden 5398. toekomt, wegens geper overheeden spillagie op de door „mitteerde hun vervoerde Ceilonsche pro= „ducten, namelijk arrak kokus olij en koffij, aan hun niet uijt„ „koops, maar tegens inkoops goed gedaan. prijs moet worden gebruijkt Wij hebben de vrijheid aan den eerst ondergetekenden gouverneur te verleenen eene assignatie, ten laste van iede Hoog Edelheeden, groot ƒ 990. , om aldaar te worden uijtbe „taald aan den oud scheepen Chris„ Louis Arnold, gemag¬ „tiaan ofte erven, het zij in „tigden papiere geld of kredit brief „ven, dan wel in zodaanige munt als uwe Hoog Edel„ goed vinden. „heeden zullen Wij en needrig, dat deese Wij verzoeken assignatie met betaaling mog worden begunstigd, en hebben de eere de Memorie daar van hier neevens aantebieden. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangens der Maatschap„ „pij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe„ (:onderstond:) Hoog Edele Groot achtb: wijd gebiedenden Heer, wel Edele Gestrenge Heeren, uwer Hoog Edelh: onderdaanige en zeer gehoorzaeme Dienaaren. (:was getekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Raket, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, A: Samlaut en I: A: vollenhoove. (:in Margine:) Julij A:o 1791. ƒ Kolombo den 9:e Aan 5399. Aan als vooren § 184. §133. Wij hebben de eere uwen Hoog Edel„ „heeden hier neevens aantebieden, 't Duplicaat van onsen eerbie„ „digen van den 18. Iunij, die met het schip Leiden over- „gaat: en neemen voorts de vrij „heid hier bij te suppediteeren, het bij onzen voorgaanden van den 25. Maart, geresek- veert antwoord op eenige ar„ „tikelen van uwer Hoog Edel„ „heeden zeer g'eerde missives van den 30. Zeptember en 7. october passato. De sjankoosen vermeld bij on„ „zen eerbiedigen brief van den 27. Januarij 1790. , waaren bedongen tegens zoo matige prijzen, dat met grond daar op een goed voordeel konde worden verwagt. verwagt. om Capitain Stephin- „son tegens wil en dank te noodsaaken om natekoomen 't beding, dat de nopens deese sjankoosen met hem gemaakt hadden, en aan uwe Hoog Edel„ „heeden bedeeld is, dogten we niet raadsaam te zijn, om dat wanneer diergelijke din„ „gen niet tegen zin worden ondernoomen, men met reeden bedugt moet zijn voor de uijtkomsten daar van. Dit belette niet, dat des niet tegenstaande bestonden al„ „le de motiven, die ons deese sjankoosen hadden doen koopen, en die we de eere gehad hebben uwe Hoog 5400. bij onzen Edelheeden Hoog van den 27. Januarij 1790. voorm: nedrigen te bedeelen. De handel zou„ „de zeekerlijk een voordeelige reekening gegeeven hebben, zoo de s Jankoosen behouden in Bengale waaren aangebragt. §135. Tegens ongelukken ter zee is door de gewoone assurantie voorzien, en schoon wel de assurantie kamer te Ma¬ „dras tegens de betaaling heeft g' Excipieerd, om dat het vaartuijg, waarin de sjan- „koosen waaren afgelaaden, te Pondicherie was aange¬ „weest, toond echter de po„ „lus van de assurantie, waer van de vertaaling hier nevens gaat, 6 gaat, heel duijdelijk aan, dat deese Exceptie zeer ongegrond is, zoo als uwe Hoog Edelh: dat reets zal gebleeken zijn uijt onse daar over gehoude„ „ne Correspondentie met de Bengaalsche Ministers, die wij de eere hebben gehad uwen Hoog Edelheeden bij on„ „zen brief van den 27. Janua„ „rij J:o leeden toetesenden. Wij wagten dagelijks antwoord uijt Bengale wegens de afdoening deeser zaak, en zullen zoo dra wij het ontvangen hebben, de eere hebben uwen Hoog Edelheeden den geheelen uijtslag daar van te bedeelen. §136 Ten vervolge van het door ons ge= schreevene bij brieve van den 25. Maart 5401 maart I:o leeden §. 18. , hebben wij d' een inden Hoog Edelheeden te bedeelen, dat de quantiteit Nelie, door de Gaalsche bedienden te Tangale ver„ „kogt, heeft bestaan, in 4800. parras. Dat deese verkoop van Nelie te „gens 1.8. stuijv:s de Parra, niet is geschied uijt kwaad, overleg, gelijk uwe Hoog Edelheeden dat schijnen te vermoeden, wijl men op andere plaatsen de Nelie teegen noogen prijsen heeft moeten in koopen, hoopen wij dat uwe Hoog Edelheeden bij voorsz: onzen brief reets zeer duijdelijk zal zijn gebleeken. Hier bij verzoeken we verlof, ter verdere beantwoording van het geschreevene door uwe Hoog Edelheeden bij missive van 30. 7ber: 1790. 3. 45. , ter deeser gelegend- „heid nog te moogen aanmerken, dat schoon het waar zij, dat wij ter dier tijd hier agt barken een sloepen aan handen hadden, deese tot veele andere bestellin¬ „gen moeten worden, gebruijkt, en daar toe somtijds maar was toerijken. Dat wij daar aan niet te te veel hebben, zullen uwe Hoog Edel „heelen ligt begrijpen uijt 't getel en sloepen, die voor der barken hier aan handen ge den oorlog Boven dien had Trin weest zijn. „konomale te dier teid niet meer dan een of somtijds twee sloepen noodig; tans moeten wij 'er drie of zomtijds vier sloepen na toezenden, om de groote bezet „ting die daar legd. §137 Jn antwoord van het geen door uwe Hoog Edelh: is aangemerkt, bij 3. 5o van voorsz: hoogst derzelven zeer g'eerde missive, dat naam „lijk maar ruijm 58. ¾. amm: arreek uijt 'sComp:s plantagien geleverd waaren, gebruijken wij de vrijheid hier aantemerken, dat de arrechs boomen, gelijk uwe Hoog Edelh: bekend is, niet te Ceilon eerst vrugten geeven na dat ze 10. en somtijds meer Jaaren oud zijn. Dat deese 58. ¾. anm: arreek mits dien gele- verd zijn uijt plantagien, nu reets veele Jaaren geleeden aangeleg Te
English
5402. Repeatedly we have noted the defective nature of these earlier plantations, and to that alone it must be attributed that the Company has hitherto enjoyed no greater advantages from them. Section 138. That we, in communicating the stipulation made concerning the delivery of Cardamom, have not sought to flatter Your High Excellencies with impossible matters, is evident from the earlier deliveries, specifically from that of the Year 1779/80, when over 14000 lb were delivered. The causes why this delivery occurs so hesitantly were recently brought before the eyes of Your High Excellencies in such detail that it would be superfluous to expatiate further on it here. From this it appears in great detail how highly necessary it is that more oversight be maintained over the Native chiefs; more than has hitherto been possible due to the lack of an adequate number of servants in the Native department. Section 139. Concerning the added additional Chaya roots to the dyers of the Company's linens, the Jaffna servants are of the opinion that it ought to adhere to the arrangement of the Year 1789, which was made not only to have the Company's linens dyed better, but also thereby to find enthusiasts for this work, since the privileged dyers had all already passed away, and since then no one had offered themselves for it. We furthermore take the liberty to refer regarding this to the servants' resolution of the 9th of May of the past year, which accompanies this in extract. Section 140. That we ordered the servants at Jaffnapatnam to have the Chitos money from the full number of oeliadโปers and slaves recorded in the books annually on the 1st of September, was done 5403 was done to prevent all malpractices in that matter. According to our aforementioned arrangement, it must clearly appear how many people have worked and how much Chitos money has been paid, which otherwise would not be so easily discovered. Should Your High Excellencies nevertheless prefer that this be done otherwise, and that only that which is actually received shall be recorded, we shall immediately change that arrangement. Section 141. We present herewith to Your High Excellencies a copy of a report from Major Tornbauek, and of an indication received therewith; from the first it appears that in the present hospital of Trincomalee no more than 40 sick persons can properly be accommodated, and in the latter he shows how strong the garrison of Trincomalee and Oostenburg was in the book year 1789/90, and how many persons thereof lay in the hospital monthly. Section 142. The ordinary lieutenant of the artillery Diederich has been stationed in the garrison at Trincomalee, as appears from the list of the distribution of artillery officers, which we presented to Your High Excellencies alongside our respectful letter of the 25th of March of the past year. Section 143. On the question posed by Your High Excellencies concerning the distribution of the surplus income from the Nelij above the harvest of the highest Year of the last fifteen book years, namely: 1. what the regents and the Company, after a certain fixed quantity, participate therein; 2. what both the one and the other would profit more than previously; and 3. whether the inhabitants, who after all must do the labor, enjoy anything from it; we take the liberty most respectfully to reply: 1. That we already, in our humble letter of the 7th of May 1790 Section 73, notified Your High Excellencies what the highest collection of the Neli was at each place in the last fifteen book years proposed by us; and that consequently all that is collected above those quantities will, as a surplus income, in accordance 5404 in accordance with Your High Excellencies' favorable concession, be divided between the Company for one half, and the land regents with the servants subordinate to them for the other half. 2. That this is properly that which the one as well as the other will profit more than previously; for to state precisely the amount of this surplus advantage is not in our power, because the harvest turns out larger in one Year than in the other. 3. That the inhabitants will not share in this advantage because, although they produce the harvest through their labor, they nevertheless must be considered to labor for themselves, and thus can claim no other reward than the nine-tenths of the crop of their fields, which they have always had, and shall also retain for the future. Section 144. On this occasion, as we speak of subordinate servants who shall share with the land regents in the half of the surplus collection of the Nelij, we take the liberty to inform Your High Excellencies that, in view of the great necessity that European servants go into the country from time to time to visit the different corles and pattoes, to personally inspect the condition of agriculture and of the plantations, both of Cinnamon and of other products, to make the necessary orders regarding this and regarding the performance of other Company's services, and to awaken and encourage the native chiefs and the inhabitants to the observance of their duty, for which the land regents themselves, as we have noted repeatedly, cannot possibly be present in person everywhere as frequently as is required without neglecting their other occupations and the lawsuits of the native, which are so numerous that they furnish them with daily work.
Dutch transcription
5402. hebben wij het defectu„ Temeermealen deese vroegere planta „ceuse, van „gien aangemerkt, en daar aan is het alleen toeteschrijven, dat de Compenie daar van tot nog toe geen meerder voordeelen genooten heeft. §138. Dat wij bij bij bedeelen der bepaaling, gemaakt omtrend de leverantsie van Cardamon, uwen Hoog Edelh: niet hebben zoeken te vlijen met ondoenlijke zaaken, blijkt uijt de vroegere leverantien, speciaal uijt die van 't Jaar 17 3/80. , toen er ruijm 14000: lb: geleverd zijn. De oorzaaken waarom deese leve „rantie zoo schoorvoetende ge„ „schied, zijn onlangs zoo omstan „dig onder het oog van uwe Hoog Edelh: gebragt, dat het overtol„ „lig zoude zijn hier daar over verder uittewijden. Daar uijt blijkt zeer omstandig, hoe het ten hoogsten noodig zij, dat 'er meer toezigt over de Jnlandsche hoofden gehouden word; dan dat door gebrek van een toerijkend getal bediendens in 't Inlands de „ departement, tot nog toe is moge „lijk geweest. 1139 Nopens de toegevoegde meerdere Zaar „wortelen aan de verwers van sComp:s lijwaaten, zijn de Jaffenasche be „dienden van oordeel, dat 't behoord te blijven bij de schikking van 't Jaar 1789. , die niet alleen zoude zijn gemaakt om 's Comp:s lijwaeten beter geverfd te krijgen, maar ook om daar door lief„ „hebbers tot dit werk tevinden, wijl de gepriviligeerde verwers reeds alle overleeden waaren, een zedert niemand zig daar toe aangebooden hadden. Wij neemen voorts de voijheid ons derwegen te refereeren aan der bedienden resolutie van den 9. Maij F:o l:, die in Extrakt deesen verzeld. §140. Dat wij den bedienden te Jaffena= „patnam hebben bevoolen, om jaar„ Zeptember no „lijks met p=mo '1 Chitos geld van 't volle getal der oeliammiers en slaaven bij de boeken te laaten inneemen, is geschied 5403 geschied om alle kwaaren handel in dat stuk voortekoomen. Naar voorsz: onse schikking, moet het duijdelijk blijken, hoe veel volk heeft gewerkt en hoe veel Chitos geld heeft be- „taald, het geen buiten dien niet zoo ligtelijk zoude (zijn te ontdekken. gelieven uwe Hoog Edelh: nogtans dat dit anders gedaen word; en dat alleen zal worden ingenoomen het geen werkelijk inkomt, zullen wij die schikking ten eersten doeg veranderen. § 141. Wij bieden uwen Hoog Edelh: hiernevens aan, Copij van een berigt van den Majoor Tornbauek, en van een daar bij ontvangene aanwijzing uijt 't eerste blijkt, dat in het tegenswoordig hospitaal van Princonomale niet meer dan 40. zieken ordentelijk kunnen plaets hebben, en bij 't laatste toond hij aan, hoe sterk 't gar „nizoen van Trinconomale n 29 oostenburg in 't boekjaar 17 39/90. geweest is, en hoe veel koppen daar van maandelijks in 't hostri „taal geleegen hebben. En na ordinaire luitenant der 5142. De artillerij der artillerij Diederich is geplaatst in 't garnisoen te Trinconomale, zoo als dat blijkt bij de lijst der verdeeling van de artillerij officieren, die wij nevens onsen eerbiedigen van den 25. maart J:o leeden, uw en Hoog Edelheeden hebben aangebooden: § 143. op de vraage door uw Hoog Edelh: ge „daan, nopens de verdeeling van de meer „dere inkomstig van de Nelij, boven de inzameling van 't hoogste Jaar der laatste vijftien boekjaaren, namelijk: 1. wat de regenten en de Comp:e, na een zekere gestelde quantiteid, daarin participeeren. 2. wat zoo de eene als de andere meer zouden profi- „teeren dan bevoorens en 3. of de ingezeetenen, die dog den arbeid moeten doen, daar van iets genieten. neemen we de vrijheid eerbiedigst te antwoorden. 1. Dat we reeds bij onzen nedrigen van den 7. Maij 1790. §. 73. , aan uwe Hoog Edelheeden hebben bedied, hoe veel de hoogste inzaameling van de Neli, op elke plaats geweest is, in de door ons voorgestelde laatste vijf „tien boekjaaren; en dat mits dien al wat boven die quantiteiten word inge„ „zameld, als eene meerdere inkomst, ingevolge 5404 ingevolge uwer Hoog Edelh: gunstige consessie, zal worden verdeeld tusschen de Comp:e voor de eene heeft, en de landregenten met de aan hun onder- „geschikte bedienden voor de weder helft. Det dit eigentlijk is 't geen, dat de eene zoo wel als de andere meer zal profiteeren, dan bevoorens; want om de hoeveelheid van dit meerder voordeel bepaaldelijk op tegeeven, is 't niet in ons vermoogen, om dat de oegst in 't eene Jaar groo „ter valt, dan in 't andere. 3. Dat de ingeseetenen in dit voordeel niet zullen deelen om dat, of schoon zij door hunnen arbeid den oegst voortbrengen, zij nogtans moeten worden geagt voor zig zelfs te arbeiden, en dus geene andere be- „looning kunnen pretendeeren, dan 't Negentuern dat va 't gewash hunner velden, 't welk zij altijd gehad hebben, en ook voor den aan- „staande behouden zullen. §144: Ten deezer gelegendheid, dat we spreeken van ondergeschikte bedienden die met de landregenten zullen deelen in de helfte van den meerderen inzaam 2. neemen we de vrij inzaam der Nelij „heid unden Hoog Edelheeden te be„ „rigten, dat wij uijt aanmerking van de groote noodsakelijklijk, dat tot tijd Europeesche er van tijd bedienden in 't land gaan, om de differente korles en pattoes te be „zoeken, den toestand van den land- bou en van de plantagien, zoo van Namel als van andere producten in perzoon op teneemen, daar omtrend en omtrend de verrigting van en „dere 'sComp:s diensten de noodige orders te stellen, en de inlandsche hoofden en de ingeseetenen ter betragting van hun pligt op te wekken en aantemoedigen, waar toe de landregenten zelve, ge lijk uij ' te meer maalen hebben onmoogelijk zig in aangemerkt 1 perzoon, en zoo meenigmaalen als 't vereijscht word, over al kun „nen laaten vinden, zonder hunne andere bezigheeden en de regts- „zaaken van den inlouder, die zoo meenigvuldig zijn dat te hun dagelijks werk verschaften, te ver-
English
5405 neglecting their duties, in the hope of Your Right Honourables' favourable approval, we have decided to assign some servants to these land regents. Paragraph 145: We have consequently, as appears from our resolution concerning the native department of 29 December 1789, assigned to the Colombo Dessave eight clerks for the 8 korles of the Colombo dessavony, and one clerk for the district of Silauw, all of whom shall at the same time be members of the Colombo Landraad, so that, when they are not employed in the country, they can sit on the said council to examine the complaint cases of the natives, which often remained unsettled for years on end for lack of members, because under the regulations no separate members are assigned for the Ceylon Landraads, and the servants who are co-opted onto it cannot always be spared from their posts to attend the Landraad daily, or at least 2 to 3 times a week. How the half of the aforesaid increased revenue must be divided between the Colombo Dessave, the chiefs of Kalutara, Nigombo and Silauw, and the aforesaid Landraad members, has been determined by our aforesaid resolution, to which we take the liberty most humbly to refer. Paragraph 146: In the same manner and for the same reasons, as appears from our resolutions concerning the native department of 7 September and 6 November 1790, we have added four members to the Galle Landraad and six members to the Matara Landraad, to be employed for the same purposes as we have stated above regarding the Colombo dessavony; and half of the increased revenue from the paddy in the Galle Korle and the Matara dessavony shall be divided in the same proportion as in the Colombo dessavony, at Galle between the overseer of the korle and the four Landraad members, and at Matara between the Dessave and the six Landraad members. Paragraph 147: Whereas in the Jaffna dessavony there are no 5405 plantations belonging to the Company, and the Dessave therefore only has to ensure that private individuals properly cultivate and plant their fields and gardens, we have authorised him, when it should be necessary that someone is sent into the country now and then, to make use for that purpose of the servants who have a seat on the Jaffna Landraad; we have merely, as appears from the resolution of 9 December 1789, added another clerk to him, because through the arrangements for the promotion of agriculture and other duties in the country's administration, the Dessave's clerical work has increased significantly, and his regular clerk cannot manage it alone. We have consequently not been able to determine how the half of the Jaffna increased revenue shall be divided, but have deferred to the Dessave, by resolution concerning the native department of 18 March 1790, to make the distribution thereof according to the extent that each person is employed, provided that the account of this distribution is sent to us each time. Paragraph 148: To the Vanni we have, as appears from the resolution concerning the native department of 18 March 1790, assigned four adigaars with corporal's pay to supervise the cultivation, and also determined thereby, and by the resolution concerning the native department of 27 August following, how the half of the increased revenue should be divided; but since the Vanni provinces, according to what was reported in our respectful letter of 27 January of the same year, have been leased out to Captain Land Regent Nagel, this arrangement shall remain suspended as long as the lease lasts, and consequently the aforesaid adigaars have not been appointed. Paragraph 149: The arrangement concerning the Trincomalee provinces, and how half of the increased revenue there shall be divided, we communicated to Your Right Honourables in our respectful letter of 27 January 1790, but since 5407 since that time Lieutenant Dideriksz was relieved of the administration of these provinces, and the same could not be entirely entrusted to the direction of the native chiefs, we have, upon the proposal of Lieutenant Colonel van Drieberg and Major Fornbauer in their submitted written considerations on the state of these provinces, which is inserted in our resolution of 16 December 1790, provisionally appointed two residents for the provinces of Cottiar and Tamblegam, and these shall consequently, if they perform well, enjoy the share of the aforesaid increased revenue that was assigned to Lieutenant Dideriksz. Paragraph 150: The Chief of Batticaloa, Burnand, in his letter of 15 December 1790, declined the half of the increased Batticaloa paddy dues intended for him, as he maintained that in time abuse could be made thereof to the detriment of the Batticaloa farmers; on the other hand, he requested that a small amount might be assigned to the authorised agent and some native servants who attend to the translation of the rolls and the collection of the tithes, and we have therefore, upon his proposal, granted them 57 amunams and 5/12 markals of paddy, amounting to 570 5/36 parras. Paragraph 151: To the Chiefs of Kalpitiya and Mannar no special servants have been assigned, but they shall make use of their subordinates, and thus the distribution of the half of the increased revenue shall be handled as we have stated above regarding the Jaffna dessavony. Paragraph 152: To the servants of the Company who are sent on commission into the country, certain provisions are supplied at the rest houses in this Government
Dutch transcription
5405 van ulder verwaarloosen, in hoope goed keuring Hoog Edelh: gunstige beslooten hebben, om aan deese land regenten eenige bedienden toe „tevoegen. § 145: Wij hebben mits dien, blijkens onse resolutie over 't inlands de par- „tement van den 29. december 1789. , aan den kolomboschen Desse „ve toegevoegd. agt pennisten voor de 8. korles van de kolombosche dessavonij, en een pennist voor 't distrikt van Pilauw, die alle tevens zullen zijn leeden van den Nolomboschen landraad, ten eijnde, wanneer ze niet in 't land zijn g'em- ploijeerd, bij gem: raad te kunnen vacee„ „ren bij 't ondersoek van de klagt zaeken der inlanderen, die veel tijds Jaaren lang: onafgedaan zijn gebleeven bij gebrek van leeden, om dat voor de Ceilonsche landraaden geene afzonderlijke leeden bij 't reglement zijn goedgedaan, en de dienaaren die daar bij zijn g'assumeerd niet alteid in hunne posten kunnen worden gemist, om dagelijks, of ten minsten 2. â 3. maal in de week, den landraad te kunnen bij woonen. woedre „nig de helfte van de voorsz: meerdere inkomsten, inkomsten, tusschen den kolomboschen dessave de hoofden van Kalteze, Ni„ gombo en Silauw, en de voorsz: land- raads leeden moet worden verdeeld, is bepaald bij voorsz: onse resolutie, waer aan wij de vrijheid gebruijken ons Nedrigst te refereeren. 5146: Jn zelvervoegen en om deselfde reedenen hebben ede blijkens onse resolutien over 't inlands departement van den 7. 7ber: en 6. 9ber: 1790. ; vier leeden aan den gaalschen landraad en ses leeden aan den Matureeschen land „raad toegevoegd, om te worden ge= „bruijkt tot de zelfde eindens, als wij hier boven van de kolombosche dessavonie hebben gezegt; en de helft van de meerdere inkomsten der Nelij in de Gale Korle en de Maturie „sche dessavonie, zal in de zelfde pro„ „portie als in de Kolombosche dessa- „vonij worden verdeeld, te gale tusschen den op ziender der korle en de vier landraads leeden en te Mature tus= „schen den dessave en de ses landraads leeden. §147. Terwijl in de Jaffenasche dessavonij geene - . 5405 geene plantagien van de Comp: zijn, en de dessave dus alleen tezorgen heeft dat particulieren hunne velden en tuijnen behoorlijk bebouwen en beplanten, hebben we hem gequa „lificeerd, om wanneer 't noodig mogte zijn dat 'er iemand nu en dan in 't land word gezonden, daer toe gebruijk te maaken van de Dienaaren, die sessie hebben in den Jaffenaschen landraad: eenelijk hebben we blijkens resolutie van den 9. december 1789. aan hem nog een schribent toegevoegd, om dat door de schikkingen ter bevordering van den landbou, en andere verrigtingen in 't land bestier, 't schrijfwerk bij den Dessave merkelijk vermeerderd is, en zijn gewoone schrijver dat al„ „leen niet afdoen kan. Wij hebben mits dien niet kunnen bepaalen, hoe de helfte van 't Jaffenasche meerder inkoomen zal worden ver- deeld, maar aan den dessave bij resolutie over 't inlands de parte - „ment van den 18. Maart 1790. ge„ „defereert, om de verdeeling daar van te doen, naar maate dat een ieder word g'emploijeerd, mits de reeke„ „ning deese verdeeling telkens aan „ning van ons word toegesonden. §148. Aan de wanni hebben we, blijkens re- solutie over het inlands departement van den 18. maart 1790. , vier adi= „gaars met Corporaals tractement toegevoegd, om op zigt te hebben over de Cultere, en ook daar bij en bij resolutie over het inlands de - „partement van den 27. aug:s daar aan, bepaald hoedaenig de helfte van 't meerder inkoomen zoude moeten verdeeld worden; dog wijl de wannische provintien, volgens 't bedeelde bij onsen eerbiedigen. van den 27. Januarij d.:o 7:, aan den Capitain landregent Nagel in admodiatie is overgelaeten, zal deese schikking zoo lang de admo„ diatie duurd opgeschort blijven en zijn ook mits dien de voorsz: adigaars niet aangesteld. § 149. De schikking omtrend de Princono ƒ hoedanig „maalsche provintien, en de helft van de meerdere inkom „sten daar zal worden verdeeld, hebben we aen uwe Hoog Edelh: gecommuniceerd bij onsen eerbidigen van den 27. Ianuarij 1790. , maar wijl 5407 § 150. wijl 't zedert de luijtenand Dideriksz van 't bestier deeser provintien ontslagen is, en deselve niet geheel aan de directie van de inlandsche hoofden konden toevertrouwd worden hebben we op 't voorstel van den luijtenant Colonel van Driberg en den Majoor Fornbauer, bij de door hun ingediende schriftelijke hij Consideratie over den toestand deeser provintien, die geinsereerd is in onze resolutie van den 16. decen„ „ber 1790. , bij provisie twee re„ „sidentin aangesteld voor de pro- „vintien van koetjaar en Tam„ „blegam, en zullen deese mits dien zoo ze 't wel maaken, genieten 't aandeel uijt de voorsz: meerdere inkomsten, dat toegelegd is aan den luitenant Dideriksz: opperhoofd van Battikaloa Bur„ „nand heeft, bij zijn brief van den 15. december 1790., bedankt voor de aan hem toegedagte helft der meerdere Maticaloesche Nelij geregtigheid, wijl hij sustineerde dat daar van in der tijd een mis= „bruijk „bruijk zoude kunnen worden gemaakt, ten nadeele der Battikaloasche land bouwers; daar en teegen heeft hij verzogt, dat aan den geautho „riseerden en eenige Jnlandsche be„ „dienden die tot 't Translatieren der vollen en bij de invordering der tienden oppassen, eene klijnigheid mogte worden toegeweesen, en wij hebben hun derhalven op zijn voor „stel toegevoegd 57. anm: en 5/12. markals Nelie, uijtmaakende 570. 5/36. parras. §151 Aan de opperhoofden van Kalpetti en Manaar zijn geene bijzondere bedienden toegevoegd, maar zullen zij gebruijk maaken van hunne ondergeschikten, en dus zal in de verdeeling van de helfte der meerdere inkomsten gehandeld worden, zoo als wij dat hier boven van de Jaffenasche dessavonij hebben gezegd. §. 152 Aan de dienaaren van de Comp:e, die in 't land in Commissie worden gezonden, worden in dit Gouvernement op de rust huijzen zeekere ver „ Strekking