Inventory 3893
Ceylon · 956 pages · 275 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 27th of April 1790. The insolvent estate of the late deceased school and tombo keeper Johannes de Zijpat, having been accepted by their secretary in the capacity of sequestrator pursuant to the decree of the undersigned dated the 3rd of September last, he, the secretary, consequently took over from the second mate Gerrit de Lange a title deed for a garden, which was mortgaged to him, De Lange, under a judicial bond of the 23rd of July 1780 by the aforementioned De Zijpat, for a sum of two hundred rixdollars. This deed, being made out solely in the name of De Zijpat, the secretary of the undersigned placed into the hands of the secretary of the Reverend Landraad, as the execution upon lands situated outside the gravets must, according to regulations, be carried out by the Landraad; but since a certain Jajessoendere Don Daniel Saffremadoe Appoehamie lodged an objection with the Reverend Landraad against the sale of the aforementioned garden, and laid claim to half of it for the reason, as he alleged, that that part had been planted by him and a house built upon it, a commissarial note from Their Reverences was received, dated the 11th of December last, speaking of the objection of the said Jajessoindere Don Daniel Saffremadoe Appoehanij, without the least proof of justification for his claim being attached thereto. The undersigned, for those reasons, decreed in session on the 24th of March last that the aforementioned garden shall be sold for the account of the estate left by Johannes de Zijpat, leaving Jajesoendere Don Daniel Saffremadoe Appoehamie the liberty to institute his claim against the aforesaid estate of De Zijpat in such manner as he shall be advised. A copy of this decree was delivered to the secretary of the Reverend Landraad, and the undersigned, although in the hope that their just-mentioned decree would be complied with, inasmuch as all insolvent estates remain subject to the jurisdiction of the undersigned, because proceedings therein must not only be conducted according to style brevissimo modo in cases of preference and concurrence, but moreover the second mate Gerrit de Lange in this case possesses a legal mortgage on the frequently mentioned garden; yet they received, in their meeting on the 21st of this month, a copy of a decree of the Reverend Landraad, issued under date of the 10th of this month, reading verbatim: The Council understands that the aforementioned garden shall remain unsold until the preference of Jajesoenderege Don Daniel Saffermadoe Appoehannie shall have been dealt with. Since Their Reverences thus seek to place their jurisdiction above that of the undersigned, the undersigned request Your Right Honourable, under whose protection they have the honour to maintain justice, to be pleased to uphold them in that office and the privileges attached thereto, and to apply such correction to the Reverend Landraad concerning these undertaken cavillations as Your Right Honourable shall find to be necessary; the more so because the undersigned, subject nevertheless to the far wiser opinion of Your Right Honourable, believe that the Reverend Landraad ought not to have, nor had the power to set aside the decree of the Council of Justice, but rather would have been obliged to demonstrate the grounds why the same could not be put into execution; and the undersigned nevertheless continuing to persist in their decree, the time would only then have arisen for Their Reverences to address themselves with their grievance to Your Right Honourable. While the undersigned, in order to be freed from further attacks, respectfully commend themselves to the protection of Your Right Honourable, they have the honour to be with all sentiments of high esteem, was underwritten, Right Honourable Highly Commanding Lord, Your Right Honourable's faithful and obedient servants, was signed, M: P: Raket, J: A: Vollenhove, W: A: Berghuijs, I. Thieubach, B: P: C: de Waart, I:s Kriekenbeek, H: V: van Sohsten, A: Issendorp, and W: W: Franke, in the margin, Colombo the 26th of April Anno 1790. Which having been deliberated upon, it was, considering that the Landraad, in the event it maintains that decrees of the Council of Justice which must be executed in the jurisdiction of the Landraad have not been issued conformable to the order, or that they might find any difficulty in the execution thereof, is obliged to address this government regarding it and to request instructions or disposition, but that such did not occur in this case: approved and resolved to demand a report and justification from the said Landraad concerning what appears in the aforesaid address. The amount of the gratuity provided to the subaltern officers of Colombo, Galle, and Trincomalee after Jaffanapatnam to be reimbursed there to the Company from the office fees of the native servants. It is because the Honourable High Indian Government, by a very esteemed missive of the 22nd of September past, has refused to allow to be charged to this government the proposal made to grant a monthly gratuity to the officers of the national infantry and artillery, and that the subaltern officers, who in the meantime, pursuant to the resolution of the 26th of May preceding, have enjoyed this gratuity both here and at Galle and Trincomalee, are unable to repay the same, according to the resolution of the 20th of November
Dutch transcription
387 Den 27. ' April 1790. De insolvente boedel van wijlen den overleeden school „tombohouder Johannes de Zijpat, volgens appoinc„ „tement van den ondergeteekenden de dato 3. 7ber laastleeden door hun sekretaris, in qualite als se„ „questor aanvaard zijnde, heeft hij sekretaris dienvolgende van den onderstuurman Gerritt de Lange overgenoomen een brief van een tuijn„ die bij hem de Lange die bij eene Justitieele schuldkennisse van den 23:' Julij 1780. door voorm: de zijpat verhijpothequeerd is, voor eene somma van twee Hondert rd:s Deeze brief op de naam van de zijpat alleen luij„ „dende stelde de sekretaris van de ondergeteekenden in handen van den sekretaris van den Eerev: Landraad. dat de Executie van landerijen buiten de gravetten geleegen volgens de ordre door den landraad moet geschieden, dog zedert eenen Jajessoendere Don Daniel Saffremadoe appoehamie, zig tegen de verkoopinge van voor„ noemde thuijn bij den Eerw: landraad bezwaerd en op de helfte daer van pretentie gemaekt hebben- „de, om reeden zoo hij voorgaf, dat gedeelte, door hem zoude aangeplant, en daar op een huijs gebouwd weezen bequaam men een Commisseriaal aanteekening van hun Eerw: gedateerd 11. December sleeden, spreekende van 't bezwaer van gedagte Jajessoindere Don Daniel saffremadoe appoehanij, zonder dat daer bij eenig de minste blijk van Justificatie zijner pretentie was bijgevoegd. De ondergeteekenden hierop ter sessie van den 24. Maert Jzeeden om die reeden geappoincteerd dat voorm: thuijn zal worden verkogt voor reekening van de nagelatenen boedel van Johannes de Zijpat latende egter Jajesoen„ „dere Don Daniel Saffremadoe appoehamij de vrijheid o7ts 388 Den 27. ' April 1790. om zijne pretentie op voorsz: boedel van de zijpat te institueeren zodanig hij te rade werden zal van dit appoinctement wierd afschrift besteld aen den sekretaris van den Eerw: landraad, en den onder„ dat geteekenden hoewel in die hoope aan hun evengemeld de kreet zoude worden voldaan door dien alle in„ solvente boedels de regts wang van de ondergetekenden onderworpen blijven, om dat daer in niet alleen naer stijle brevissimo modo moet worden geprocedeert in kas van preferentie en Concurentie maer daer en boven de on„ derstuurman Gerrit de Lange in dit geval legaal hij „potheek heeft op meergem: thuijn zoo ontvingen zij egjter in hunne bij eenkomste op den 21. deezer een afschrift appoinctement van den Eerw: landraad, onder, dato 10. ' deezer geslaagen, en luijdende in verbis„ De raad verstaat, dat voorm: thuijn zal blijven onver„ kogt tot dat de preferentie van Jajesoenderege Don Daniel Saffermadoe appoehannie zal weezen gedaan Dan alzoo hun Eerw: derzelver regtsmagt boven die der ondergeteekenden zoeken te stellen, zoo verzoeken de onder„ „geteekenden uwel Edele Groot Achtb: onder wiens beschea„ minge zij de eere hebben de Justitie te handhaven een in dat ampt en de voorregten daer aen verkogt, te willen mainctineeren en den Eerw: landraad over deeze on„ „dernoomene kavillaatsien, zodanige Correctie toe te pas„ „sen, als uwel Edele Groot achtbaare zal bevinden te behoo„ „ven te meer wijl de ondergeteekenden /:onderwerpig nog„ „tans aan het veel wijzer gevoelen van uwel Edele Groot Achtbaare :/ vermeenen dat de Eerw: landraad het appoinc„ „tement van de raad van Justitie niet hadde behooren ver nog vermogen buijten effect te stellen, maer veel eer verpligt waare geweest de gronden aantetoonen, waerom het zelve niet konde worden ter Executie gelegd, en de te ondergeteekenden egter blijvende persisteeren bij hun app=l aldaar als dan de tijd eerst voor hun Eerw: gebooren wierd, omt gelden worden zig met der zelver bezwaer bij uw wel Edele Groot Achtbaare te addresseeren. Terwijl de ondergeteekenden om voor verdere aanvallen bevrijd, te zijn, zig eerbiediglijk in de protexcie van uwel Edele Groot Achtbaare beveelende de eere hebben met alle gevoelens van hoogachting te zijn (:onderstond:) wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer uwel 38 het 389 Den 27. April 1790. verstrekte douceur aan de subalterne officieren van kolombo, Gale, en jrin Cond„ male na Jaffanapatnam aldaar aan de kompe te worden vergoed uit de ampt„ gelden der inlandse bedienen. uwel Edele Groot achtbaare trouwschuldige en gehoorzaame dienaeren (:was geteekend:/ M: P: Raket J: A: vollenhove, W: A: Berghuijs, I. Thieubach B: P: C: de Waart, I:s Kriekenbeek, H: V: van sohsten, A: Issendorp en W: W: Franke (:in margine:/ kolombo den 26:' April A„o 1790. — Waar op gedelibereerd zijnde, is uit aanmerking dat de landraad, ingevallen dat ze sustineerd. dat appoinctementen van den raad van Justitie die in de Jurisdictie van den landraad moeten worden g' Executeerd, niet zijn geslaagen Con „ „borm de order, of dat ze in de Executie daer van eenige zwaarigheid mogte vinden, verpligt is, zig daer over te addresseeren aan deeze regee„ „ring, en onderrigting of -dispositie te verzoeken. dog dat zulx in dit geval niet is geschied: goedgevonden en verstaan, van gem: landraed noopens het geen bij voorsz: addres voor„ komt, te vorderen berigt en verandwoording. het bedraagen van 't Js uit hoofde dat de Edele Hooge indische regee„ ring bij zeer g'eerde missive van den 22. 7ber: passato heeft ontzegt het door deeze regeering te laten aanreekenen om gedaane voorstel, om aan de officieren van de nationaale infanterij en arthillerie een maen„ delijks douceur toeteleggen, en dat de subalterne officieren, die intusschen volgens resolutie van den 26. Maij te vooren dit douceur zoo wel hier, als te Gale en Trinkenomale hebben genooten onvermoogen, „de zijn, om het zelve, volgens resolutie van den 20=e November „
English
390 The 27th April 1790. Report from the master of works regarding wages paid to the coolies who served on the fortifications here in the month of March. November last to the Company, upon the proposal of the Governor, it was approved and resolved to have the amount of the gratuity provided to the aforesaid subaltern officers, amounting together to rd:s 1989. 42:, charged to Jaffanapatnam in order to be reimbursed to the Company there from the office revenues of the native servants. The master of works Hendriksz: having submitted the below-inserted report of wages paid to the coolies who performed service on the fortifications here during the past month: To the Right Honourable, Venerable Sir! Willem Jacob van den Graaff, Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Right Honourable, Venerable, High-born Sir, The undersigned master of works has the high honour herewith dutifully to show the number of oliyas as well as of the big and small boys who worked in the past month of March on the works of the fortifications as well as on the daily occurring repair works, with a statement of the monthly wages paid out to both the last-mentioned; to wit: to 25 oliyas . . . . . . . . . . . rd:s —. — to 18 grown boys at 1½ rd.s each per month . . rd:s 27. — to 16 small ditto at 1¼ ditto ditto . . rd:s 20. — or together . . rds 47. — which, deducted from the remaining amount carried over on the first of this month of . . . . . rd:s 131. 18½ then remained running on his account . . . . . rds 84. 18½ While he remains otherwise with deep awe and respect, was undersigned: Right Honourable, Venerable, High-born Sir, Your Right Honourable, Venerable's humble and faithful servant, was signed: R: Hendriksz:, in the margin: Colombo, the 6th April 1790. 398 The 27th April 1790. Judicial report regarding three destroyed hawser cables that served for the mooring of the ship Vreedenburg. It was approved and resolved to write off the forty-seven rd:s stated therein. A report of the judicial committee members Chierbach and Kriekenbeek was read, stating that they saw inspected 3 hawser cables, which have served up to two voyages for the mooring of the ship Vreedenburg, and that, upon the declaration of the boatswains Haijers and Mortier on the oath by which they are bound to the Company that these cables could no longer be used, they had the same cut into three equal pieces and handed over to the Master Attendant to be used for various ship work, namely: 1 of 22 inches, long 104 fathoms 1 of 16 ditto, long 112 fathoms 1 of 16 ditto, long 105 fathoms And after deliberation, it was approved and resolved to record this note thereof. To demand compensation from the Regiment de Meuron regarding a certain double paid Major's appointment. The First Visitor Berghuijs having reported that the Major of the Regiment de Meuron, Morack, according to a received Cape list, enjoyed his emoluments there for the months of July, August, and September of the past year at rd:s 103. 2. per month, and that for the same months Captain Renaud here, who performed the duties 392 The 27th April 1790. The authorized agent of Nigombo, Boets, promoted to bookkeeper. of Major in the aforesaid regiment, was credited with the surplus of the Major's emoluments at rd:s 61. 12. per month: Considering that the provision of the aforesaid surplus, upon the request of Colonel de Meuron, was granted by resolution of the 9th September 1788 under the express condition that it must be reimbursed to the Company in case the Gentlemen Majors should disapprove of it, and that although no answer has yet been received to the communication sent to the same by letter of the 26th January 1789, it nevertheless stands to reason that the Company needs not make a double payment for one post: it was approved and resolved to demand compensation from the aforesaid regiment for the surplus provided to Captain Renaud for the three months in which Major Morack enjoyed his emoluments himself. Upon the request of the authorized agent at Nigombo, Johan Godfried Boetz, who has held the office since the year 1780 and on the 24th December 1785 was increased in salary to ƒ 24., that he might be further advanced due to the expiration of his contract term, it was, considering that although the regulations grant no higher salary to the authorized agents at the small posts under the Colombo Dissavany, [illegible]
Dutch transcription
390 Den 27' April 1790. berigt van den fabriek wegens betaalde loon aan Maart aan de vesting werken alhier dienst hebben gedaan. November pass=o aan de Comp:e te restitueeren op de propositie van den Heer Gouverneur goedgevonden en verstaan het bedraagen van het verstrekte dou„ ceur aan voorsz: subalterne officieren, uitmae„ „kende tezamen rd:s 1989. 42: te laten aanreekenen na Jaffanapatnam om aldaer aan de Comp: te worden vergoed uit de amptgelden der inlandsche bedienden. de koelie, die in de maand Door den fabriek Hendriksz: overgelegd zijnde 't hier onder g'insereerd „berigt van betaalde boon aan de koelies die in de gepasseerde maand aan de vesting werken alhier dienst hebben gedaan: Aan den wel Ed: Groot Achtbaer Heer! Willem Jacob van den Graaffm raad ordinair van Nederlands Jndia Goor„ verneur en direkteur van het Eiland ceilon met dies onderhoorigheeden. e Wel Edele Groot Achtb: Hoog Geb: Heer Den ondergeteekende fabriek heeft de hooge eere hier bij schuldpligtig aantetoonen het getal der oeliammers zoo wel als der groote en kleene Jongens die in verleede maand Maart gearbeid hebben aan het werk van de forticatien zoo wel als het dagelijksche voor„ „vallend werk van reparatien, met notitie van de aan de beide laast genoemdens afbetaalde maand„ „gelden; Als: aan 25. oeliammeas. . . . . . . . . . . rd:s —. — 18. opgeschoote Jongens à: 12: rd.s ieder smaands - „ 27. — „ „ 20. — nn of te zaamen. . rds 47. — welke afgetrokken van 't onder primo deezer per resto overgebleeven bedraagen van. . . . . „ 131. 18½ als toen ter zijner verandwoording voortloopend bleef rds 84. 18½ Terwijl hij overigens met diepe ontzag en eerbied blijft, /:onderstond:/ wel Edele Groot achtb: Hoog Geb: weer uwel Edele Groot achtb: onderdanigen en trouwschuldigen dienaer (:was geteekend:/ R: Hendriksz: (:in margine:/ kolombo den 6. ' April 1790. 16. kleene. . . d=o. „ 1¼. „ „ Is ƒ ven d z2cde. „ bet meu N 398 Den 27. ' April 1790. — Justitieele rapport wegens vernietigde 3. vijgertouwen die tot het vertuien van het hebben. ment van Meuron te ment: Is goed gevonden en verstaan de daer bij opgebragte seven en veertig rd:s te laten afschrijven Is geleesen een rapport van de gecommitteerde Justitiee„ le leeden Chierbach en kriekenbeek houdende schip vaerden buag gediend dat ze hebben zien bezigtigen 3. vijgertouwen, die tot twee rijsen toe hebben gediend tot het vertuijgen van het schip vreedenburg en dat ze op de ver„ „klaaring van de bootslieden Haijers en Mortier op den eed waermeede ze aan de Comp:e ver„ „bonden zijn, dat deeze touwen niet meer konden worden gebruijkt, dezelve aan drie egaale stukken hebben doen kappen, en aan den Equi„ „pagiemeester overgeeven om tot het een en ander scheepswerk te worden gebruijkt namelijk: 1. van 22 d=m lang 104. v=m 1. „ 16. „. „ 112. . „ 1. „ 16. „. „ 105. „ En is na deliberatie goedgevonden en verstaan daer van te houden deeze aanteekening. vergoeding van 't regi Door den Eersten visitateur Berghuijs berigt vragen nopens zeker dubb: zijnde dat dE: Majoor van het regiment van betaald Majoors apporite „ Meuron Morack volgens eene ontvangene caabsche lijst, aldaer heeft genooten deszelfs emolumenten voor de maanden Julij augustus en september pass=o a:o rd:s 103. 2. smaands, en dat voor dezelfde maanden alhier aan den capitain Renaud die den dienst van 392 Den 27:' April 1790. de geauthoriseerde van 1 Nigombo Boets bevor„ dert tot boekhouder van Majoor bij voorm: regiment heeft waer„ „gene noomen, het suaplus van de majoorsemo„ lumenten is goed gedaan tegens rd:s 61. 12. smaands„ Is uit aanmerking dat de verstrekking van 't voorsz: suaplus op het verzoek van den Heer Colonel de Meuron, bij resolutie van den 9. ' 7ber: 1788. is toegestaen, onder expres beding dat het aan de Comp: moet worden gerestitueerd, inge„ valle de Heeren Majores zulx quamen te disapprobeeren, en dat schoon men tot nog toe„ op de daer van gegeevene Communicatie aen het hoogst dezelven bij brieve van den 26. ' Ja„ nuarij 1789. geen antwoord heeft bekoomen het nogtans van zelfs spreekt, dat de Comp: voor een post geen dubb: betaaling behoeft te doen: goedgevonden en verstaan wegens het verstrekte surplus aan den Capitain Renaud voor de drie maanden, in welken de majoor Morack zijne Emolumenten zelfs heeft genoo„ „ten, vergoeding te vraagen meerm: regiment op het verzoek van den geauthoriseerde te Nigom„ bo Johan Godfried Boetz, die zedert het Jaer 1780. de functie bekleed, en den 24. December 1785. in gagie verhoogd is tot ƒ 24. , om mits tijds Expiratie verder te mogen worden verbee„ „terd, is uit aanmerking, dat schoon 't reglement aan de geauthoriseerden op de kleine posten onder de kolombosche Dessavonij geen hooger tracte„ „ment be tot 37 van
English
393 The 27th of April 1790. — authorization to the First Clerk Fijbrands for purchasing 37 bundles of quill pens; granted 12 rd:s per month to the surveyor Elias for as long as he serves the gentlemen of the military commission. allocated salary than that of a corporal, these people have nevertheless, now and then upon the expiration of time, been increased in wages, on the very same footing as the writers are advanced, in order thereby to oblige them to continue in those posts, where through a long residence they have acquired the necessary knowledge of the Company's service, and of the customs and obligations of the native: it has been approved and agreed, for that reason as well as on account of the good testimony that the Honorable Dessave Fretz gives to the petitioner as a zealous and capable person, to promote him to Bookkeeper, with the salary attached thereto of 30 guilders a month. Because there are no longer any quill pens in stock here in the warehouse to make the usual three-monthly provision to the Political Secretariat from them according to the established regulations; it has been approved and agreed to authorize the First Clerk Fijbrands to purchase 37 bundles of quills from private individuals at 36 Indian stuijvers per bundle. Upon the proposal of the Honorable Governor, it has been approved and agreed to grant to the young surveyor Pieter Elias, who at the request of the Gentlemen of the Military Commission has been loaned to their Honors to assist them in the proceedings of the Commission, for as long as he is employed for that purpose, a gratuity of twelve rd:s per month. on what footing the administration of the artillery and ammunition goods has been transferred to two artillery officers; the appeal by the Moor Mira Lebbe Alietambie granted. At the request of the Honorable Major and head of the Ceylon artillery Paravicinie de Capellie, and considering that his sickly condition does not permit him to oversee in person the administration of the artillery and ammunition goods here, it has been approved and agreed, given the death of Captain Kuhn, who otherwise performed the same, and which therefore still runs on his account, to allow this administration to be handed over by the said Major, as he chooses, to two artillery officers, at the choice of the said Honorable Major, who will remain primarily accountable for it, provided however that in case they might default and cannot make satisfaction, the Honorable Major Paravisinie must pay for it. the requested relief. Read a petition from the Moor and inhabitant here, Mira Lebbe Alie Tambie, wherein he complains about the judgment of the Landraad of Calpentijn, in a certain lawsuit conducted by him concerning an inheritance against Nalle Mira Naatje, widow of the Moor Kader Poelle Marcair, with a request for relief in order to be able to continue the lawsuit in case of appeal before the Court of Justice of this castle. And after deliberation, it has been approved and agreed to grant the requested relief. why a sealed Colombo ell is to be sent to Cochin. Captain-Lieutenant of the Sea Edema having made known by a petition that on 444 ells of cloth, which he recently transported from here to Cochin via the sloop De Jonge Willem Arnold, he fell six ells short there, and that upon examination he found that the Cochin ell is ½ inch longer than that of Colombo, with a request therefore that this difference between the Colombo and Cochin ell may be further investigated, so that he may remain free of damage. After deliberation, it has been approved and agreed to send a sealed Colombo ell to Cochin on a convenient occasion, and to request the ministers to have the same compared against the Cochin ell. to suspend the decree of the Court of Justice whereby Helena is declared a slave, and to request a report from the said Court. Read a petition from Helena, calling herself a free woman, wherein she complains that, notwithstanding this government having referred to the Court of Justice of this castle the native Executors who made a request to be allowed to execute a deed of slavery over her, the petitioner, for the benefit of the estate of the deceased Chitty Matthijs Gomes, because it appeared from their petition that the petitioner denied her alleged condition of slavery, and thus the matter required further investigation, the said Court nevertheless, without ever having heard the petitioner, or having made any the least investigation into the matter, thought fit, by virtue of the same declaration of witnesses that was presented by the Executors to this government, to declare the petitioner and her daughter to be lawful slaves, provided that the aforementioned witnesses should confirm their declaration under oath, and that although the petitioner has since addressed the aforementioned Court about this and demonstrated with a declaration of witnesses, which she now presents to this government, that she was never a slave, the Court nevertheless dismissed her, requesting therefore most urgently to requisition the papers pertaining to this matter and dispose thereof according to equity, or else
Dutch transcription
393 Den 27. ' April 1790. — qualificaatie aan den Eerste klerk fijbaands 37. bossen penne schagten: zoo lange hij bij de heeren dienst doet 12. rd:s senaands toegelegd. ment toelegd dan dat van een korporael deeze luijden egter het zedert, nu en dan bij tijds Expi„ „vaatsie in gagie zijn verhoogd, even op dien voet als de schribenten worden verbeeterd, ten eijnde hun daer door te verpligten om op die posten te continueeren, daer ze door een lang verbleif de noodige kundigheeden van sComp: dienst, en van de gewoontens en verpligtingen van den inlander hebben verkreegen: goedgevonden en verstaan, daerom zoo wel, als om het goed getuijgenis dat dE: Dessave Fretz, aan den suppliant, als een ieverig en be„ „quaam subject, geeft, hem te bevorderen tot Boek„ „houder, met de daer toe staande gagie van 30 gul„ „dens smaands. Is uit hoofde dat hier in het Pakhuijs geen penne„ tot het inkoopen van „schagten meer in voorraad zijn, om daer van volgens de gemaakte bepaalingen de ge„ „woone drie maandige verstrekking aan de sehretarije van Politie te laten doen; goed„ „gevonden en verstaan, den eersten klerk Fij„ „brands te qualificeeren om van particulieren te mogen in kopen 37. bosschagten tegens 36. in dische stuijvers het bosch aan den Land meeter blias Op de propositie van den Heer Gouverneur is goedge„ van de militaire Comissie vonden en verstaan, om aan den Jong landmeeter Pieter C. Elias, die op het verzoek van de Heeren van de Militaire Commissie Den 27. ' April 1790. administratie van de artillerij en amonitie goederen aan twee artil„ lerij officieren is op gedraa„ „kas de appel door den Moor Mica Lebbé Alie„ tambie geaccordeert. Commissie, aan hun Edelens is geleend, om dezelven in de verrigtingen der Commissie ten dienste te staan, zoo lang hij daer toe word gebruijkt, te laten verstrekken een douceur van twaalf rids sm: op hoedanigen voet de Js op het verzoek van den E: Majoor en hoofd van de Ceilonsche arthillerie Paravicinie de Capellie, en uit aanmerking dat deszelfs ziekelijken toestand hem niet permitteerd, om in perzoon de admini„ stratie van de arthillerie en ammonietsie goederen alhier gade te slaan, goedgevonden en verstaan deeze administratie mits het overleiden van den kapitain kuhn, die dezelve anders heeft waer„ „genoomen, en welke mits dien nog voor zijne reekening loopt, te laten overgeeven en dien gem: majoor na dat verkiest aan twee arthillerie officieren, ter keuse van gem: E: majoor die daar voor in de eerste plaats aanspreekelijk zal blijven, zoo egter dat ingevalle ze bij te kort„ kooming niet mogten kunnen voldoen den E: Majoor Paravisinie, zulx zal moeten betaalen. het verzogte relief Is geleesen een request van den moor en inwoon„ der alhier Mira Lebbe Alie Tambie waer bij hij zig bezwaard over het geweisde van den Calpet„ „tischen landraad, in zeker proces, door hem over erffenis gevoerd tegen Nalle Mira Naatje, weduwe van den moor Kader Poelle Marcair, met verzoek om relief ten einde het proces in Cas de Appel, voor den raad van Justitie deezes kasteels gen. raad bij is en te 395 Den 27.:' April 1790. raad van Justitie waar bij Helenen voor slaven is verklaerd te surcheeren te vragen. kasteels te kunnen voortzetten. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, om het verzogte relief te accordeeren. waarom een kolombosche door den kapitain luijtenant ter zee Edema el verzegeld na koetsien bij een addres te kennen gegeeven zijnde, dat hij op 444. ellen laken, die hij onlangs per de sloep de Jonge Willem Arnold, van hier na koetsiem heeft overgebragt, aldaer ses ellen te kort gekoomen is, en dat hij bij onderzoek heeft bevonden, dat de koetsiemsche. el ½. d=m lan„ „ger is, dan die van kolombo, met verzoek derhalven, dat dit verschil tusschen de kolom„ „bosche en koetsiemsche el, nader mag onder„ „zogt worden, op dat hij buijten schade kan blijven. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan bij voorkoomende geleegendheid een kolombo„ „sche el verzegeld na koetsiem te zenden, en de ministers te verzoeken, om dezelve te laten confronteeren teegen de koetsiem„ „sche El t appoinctement van res geleezen een request van Helena zig noe mende vrije vrouw, waer bij ze zig be„ en van gem: roed berigt „klaagd, dat niet tegenstaande deeze regeering de inlandsche Boedelmeesteren die te zenden e Den 27. April 1790. die verzoek hebben gedaan, om van haer suppliante een slaave brief te mogen laten passeeren, ten behoeve des boedels van den overleeden Chittij Matthijs Gomes na den raad van Justitie deezes kasteels heeft gerenvoijeerd, om dat bij hun request was gebleeken, dat de supplian„ „te haare pretentie slaapbaarheid ontkende, en dus de questi een nader onderzoek nodig had, gemelde raad egter, zonder eens de suppli„ „ante gehoord, of eenig het minste onderzoek in de zaak gedaan te hebben, heeft kunnen goedvinden, om uit kragte van dezelfde verklaaring van getuijgen, die door boedelmeesteren aan deeze regeering was gepresenteerd, de suppliante en haere dogter te verklaaren voor wettige slavinnen, mits dat de voorsz: getuijgen hunne verklaaring met eede zouden bevestigen, en dat schoon de suppliante, zig het zedert daer over aan voorsz: raad geaddresseert en met een ver„ „klaring van getuijgen, die ze thans aan deeze regeering presenteerd, aangetoond had, dat ze nimmer een slavin geweest is, de raad nogtans haer van de hand geweezen heeft verzoekende derhalven instantigst, de papie„ „ren tot deeze zaak behoorende te willen opeisschen en daar over naar billijkheid disponeeren, dan wel A N
English
397 The 27th of April 1790. Committee report on Jaffanapatnam: To grant her relief against the lapse of time despite the expiration of the fatalia appellationis, in order to seek her legal remedy further before the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia. After deliberation, it was approved and resolved to request a report from the Council of Justice of this castle on the aforementioned petition, while suspending the decree of the said Council whereby this Helena was declared a slave. Transport to the Netherlands granted to Captain-Lieutenant Andree, along with his wife and children: Upon the request of the ministers in Coetsiem, it was approved and resolved to grant Captain-Lieutenant Johan Fredrik Andree, along with his wife and children, who arrived there in Gale with the ship Vreedenburg, transport to the Netherlands on one of the upcoming return ships, provided that he pays the usual transport and board money for his wife and children. Further report from the Mannar servants regarding the two unserviceable tarpaulins to be accepted: An extract from a letter dated the 5th of February last, written by the Mannar Chief Ebell to the Jaffna servants, was read, in which, in compliance with the resolution of this government of the 9th of December of the past year, he reports that the two tarpaulins mentioned therein, which were taken into use in the year 1777/8, became unserviceable 398 The 27th of April 1790. because they were constantly used on the thonies during the unloading and loading of Company goods to preserve various items, and that the other tarpaulin, which has been in use since the year 1782, remained usable longer because it was used solely in the armory for covering and airing fixed cartridges. And since the Jaffna servants, by letter of the 18th of March last, have testified that this report appears very plausible to them, it was therefore, and because it sufficiently appears from the said report why the one tarpaulin could be used longer than the other, approved and resolved to accept it. Reconsideration of a Jaffna resolution regarding the sale of the elephants: A Jaffna resolution of the 22nd of March last was reconsidered, wherein the servants resolved: To represent to this government, in response to what was submitted to the servants for consideration by this government by letter of the 25th of February last regarding the sale of the elephants, that sending elephants to the Coast on Company account and risk to be sold there will, in their view, always be subject to many difficulties and uncertainties, and that the servants are therefore of the 399 The 27th of April 1790. opinion that one could, merely by way of accommodation on account of their long stay, allow the two merchants currently present there to choose from the herd the 9 to 10 elephants that they wish to have selected; but that for the rest it is better rather to cede the elephants to Company brokers and residents on credit, in order thereby to show the foreign merchants that the elephants can be disposed of without them. To hold for advice the request of the Honorable Disava Schreuder regarding the delivery of the palmyra rafters and laths: To hold for advice the request of the Honorable Disava Schreuder, that in order to prevent all evasions brought forward by the suppliers of the palmyra rafters and laths in excuse of the slow delivery, and to be assured of the quality of the rafters and laths that they procure, they may be required to deliver the contracted rafters and laths from the inner harbor directly to the shipyard in Jaffna with their own or hired vessels, for some additional payment of about 12 stivers more or less for each timber, and proportionately for the laths, as can best be negotiated with these suppliers; and further, pursuant to the request of the said Honorable Disava, to prohibit by posting placards the
Dutch transcription
397 Den 27. April 1790. kinderen Transport na Besoigne over Iaffanapatnam de manaarse bedienden wegens de twee onbe„ quaame presenning. wel haer te willen verleenen relief tegen den laps des tijds mits het verloop der fatalia appel„ „lationis, ten einde haer goed regt verder te zoeken voor den Achtbaare raad van Justitie des kasteels Batavia. Een is na deliberatie goedgevonden en verstaan, om op voorsz: request van den raad van Justitie deezes kasteels berigt te vraagen, intusschen het appoinctement van gem: raad, waer bij deeze Helena voor slavin is verklaard, te surcheeren: Aan den kapt: Luit: p het verzoek van de heeren Ministers te koet„ Andree, nevens vrouwen, siem, is goed gevonden en verstaan, om aan Nederland verleend den kapitein luijtenant Johan bredrik An„ „dree, nevens zijn vrouw en kinderen, die met het schip vreedenburg van daer te Gale zijn aangekoomen, met een der aanstaande re„ „tour scheepen transport naer Nederland te verleenen, mits betaalende voor deszelfs huijsvrouw en kinderen het gewoone transport en kostgeld Jn 't nader berigt va Is geleesen een Extrakt uit een brief van den 5. bebru„ arij Jongstleeden door het Mannaarsch opperhoofd Ebell aan de Jaffanasche bedienden geschreeven, waer bij hij ter voldoening aan het besluit dee„ „zer regeering van den 9 xber: Ao passato berigt, dat de daer bij vermelde twee presennings, dewelke in a:o 177 7/8. in gebruik zijn genoomen, onbequaam geworden te berusten.. Den 27. ' April 1790. — nase resolutie houdende. wegens den verkoop der Elephanten gewoorden zijn door dat ze steeds op de tonies„ bij het lossen en laden van sComp: goederen, gebruijkt zijn geworden tot preserveeren van het een en ander, en dat de andere poezenning die zedert het Jaer 1782. in gebruik is, langer bruijkbaar is gebleeven, om dat dezelve eenlijk in de wapenkamer is gebruijkt, tot het dekke„ en lugten van vaste quaderen pattroonen En wijl de Jaffanapche bedienden bij brieve van den 18' Maart Jongstleeden hebben betuijgd dat hun dit berigt zeer aanneemelijk voorkomt, is daerom en om dat het uit gem: berigt voldoende blijkt, waerom de eene prezen„ „ning langer heeft kunnen worden gebruijkt, dan de andere, goedgevonden en verstaan daer in te berusten. resumptie eener Jaffa, Is geresumeerd een Jaffanasche resolutie van den 22: Maart Jongstleeden waer bij de bedienden hebben beslooten. Om op het geen door deeze regeering den bedienden noopens den verkoop der elephanten bij brieve van den 25. Februarij Jongstleeden, is in overwee„ „ging gegeeven, aan deeze regeering te vertoonen dat het zenden van Elephanten na de kust voor reekening en resiko van de kompenie om daer te worden verkogt, naer hun inzien steeds aan veele zwaarigheeden en onzekerheeden zal onderworpen zijn, en dat de bedienden daarom van t ver lave latten van om de oordeel d en lat Limm 399 Den 27: April 1790. 12 om in advies te houde 't verzoek van den E: des„ lave dat de leveranciers latten mag worden op gelegd om de aanbesteede houten en latten zelfs op de timmerwerf te beson oordeel zijn, dat men aan de twee kooplieden, die zig thans daar bevinden, alleen bij weege van inschikkelijkheid weegens hun lang vertoef, zoude kunnen toestaan om de 9 à 10. Elephanten, die ze willen uitgezogt hebben, uit den hoop te mogen kiesen, dog dat het voor het overige beter is, de Elephanten liever aan sComp: makelaars en ingezeetenen aftestaan op Crediet, ten einde daar door de buijten landsche kooplieden te doen zien, dat men de Elephanten buijten een kan kwijt te raaken. Om in advies te houden het verzoek van den E: Dessave schreuder, dat tot voorkooming van van de Jagerhouten en alle uijtvlugten, die de leveranciers van de Jager„ houten en latten voortbrengen, ter verschooning van de traage leverancie, en om verzeekerd te zijn van de deugdzaamheid, der houten en latten, die ze bezoogen, hun mag worden opgelegd, om de aanbesteede houten en latten van de binnen haven zelfs op de timmerwerf te Iaffana met hunne of door hun gehuurde vaertuijgen, te leeveren voor eenige meerdere betaaling van 12: st: min of meer voor ieder hout, en na advenant voor de latten, zoo als dat met deeze leveran„ „ciers best kan worden bedongen, en om voorts volgens het verzoek van gemelde E: Dessave bij affizie van biljetten te verbieden, het gen.
English
The 27th of April 1790. To prohibit the cutting of timber and firewood by placard, without permission of the Lord Commander, upon forfeiture of a monetary fine, for the benefit of the Diaconate and the War Chest. To allow, according to the request of the Captain Land Regent of the Wannij Nagel, 1000 lb of gunpowder and the necessary lead to be sold annually to the Wannese inhabitants, in order to ward off wild animals from their fields, provided that they deliver elephants to the Company according to the proposal already made to them. To allow the payment of 74 rixdollars 16 stivers for various purchased necessities for making a tent cloth, curtains, mattress, and pillows for the dhoni with which the Lord Commander Raket sailed to Mannar for the leasing of the pearl fishery, and to write off 48 ells of broad sailcloth and 1 1/2 pieces of Guinees that were consumed for that purpose from the Company's stock. Which having been deliberated upon, no resolution was taken on the aforementioned address of the Jaffna servants regarding the sale of elephants, as the servants, according to advice by letter of the 1st of this month, found an opportunity through the arrival of another merchant from the coast to sell 20 elephants at the ordinary selling prices. And it was further understood to approve the prohibition against the cutting of timber and firewood without permission, and the sale of the necessary gunpowder and lead to the Wannese inhabitants, trusting however that the Captain Land Regent Nagel will observe such precautions regarding this matter as shall be found necessary to be assured that no detrimental use is made of this gunpowder and lead, and provided that the gunpowder is sold at an advance of two capitals, and the lead against the ordinary retail price. Furthermore, it having been taken into consideration that it is very good that those who undertake by contract to deliver the necessary palmyra timber and laths to the Company, the delivery of which has hitherto been made at the inner ports, shall henceforth do so directly at the Carpentry Yard at Jaffanapatnam or wherever else it is convenient for the Company according to the purpose for which they must serve, but that the payment of separate transport money for this to the suppliers will yield too uncertain an account: It is therefore approved and understood to instruct the servants in the future, when contracting for palmyra timber and laths, to stipulate that the delivery must be made at the Carpentry Yard and at the outer ports as may be necessary, and that in order to be assured that the delivery of the timber and laths occurs in due time and in good quality, the Lord Commander, with the advice of the Honorable Dissave, must make such arrangements as shall be found necessary and sufficient for that purpose. And it is likewise understood to recommend the servants in future not to allow any advance payments of money to be made to the suppliers of the palmyra timber and laths, but only as often as they prove by receipts that they have delivered a parcel of timber and laths at the Carpentry Yard or at the outer ports, and that the same have been found to be of the required quality, to allow payment of the amount of what was delivered. It is also approved to repeat the order given to the servants pursuant to the resolution of the thirteenth of March last to cause the arrears of the previous year's contractors to be refunded with interest to the Company, and also to make this order applicable to the contractors of this book year if they should fail to deliver the contracted quantities at the stipulated time, with instructions also to the servants in future to contract for the palmyra timber and laths on condition that the contractors shall be obliged to compensate the Company for double the value of the timber and laths that they might deliver short, calculated against the prices for which the contract is made, and that they will be required to provide sureties for this. Regarding the elephant hunt in the Wannij proposed in the aforementioned Jaffna resolution, it is understood to await the outcome of the country council of which the Captain Land Regent Nagel speaks in his letter of the 15th of March last, inserted in the aforementioned resolution; and as the Jaffna servants consider that the Wannese elephants are the most desired, it is likewise understood to write to them to recommend that the Captain Land Regent Nagel exert his utmost effort in order to persuade the Wannese headmen to cause as many elephants to be caught and delivered to the Company annually on fair terms as the servants think belong to trade. Finally, it is understood to approve the servants' aforementioned decision for the payment and writing off of the items purchased and consumed for the outfitting of the tent dhoni, with orders nevertheless to report to this government when the tent dhoni was last supplied therewith and how much that cost at that time.
Dutch transcription
40 Den 27. ' April 1790. en brandhout bij biljet te verbieden. om onder zeker mits 3 aan de wannische inge„ zeetene kruit en Lood te laaten verkoopen tot wee„ ring van wild gediertens om het bedragen van de inge„ kogte benoodigtheeden voor de kommandeur na mannaeris paarevisserij te laten voldaen. om te laten afschrijven 48. el„ voor guinees, die „ gem: thonie zijn gebruikt op de eerste post geen resol: genoomen om het kappen van bouw het kappen van bouw en brandhout zonder ver„ lof van den Heer Commandeur op verbeurte van eene geld boete, ten behoeve van de Diaconie en de kaeigs kas. Om volgens het verzoek van den kapitein landae„ gent van de wannij Nagel, Jaarlijks 1000. lb: kruijt en het nodig lood aan de wannische inge„ „zeetenen te laten verkoopen, om het wild gedierte uit hunne velden te kunnen weezen, mits dat ze Elephanten aan de Comp: leeveren volgens het reeds aan hun gedaane voorstel: Om te laten voldoen rd. s 74. 16. - voor diverse inge„ tronie waarmeede de heer kogte benoodigdheeden tot 't maken van een tent gevaeren tot 't verpagten van de kleed, gardijnen, matras en kussens voor de tonie waer meede de heer Commandeur Raket na Mannaar is gevaaren tot het verpagten van de een breedeverdoek en een half stuk paarl visserij en om te laten afschrijven 48. ellen breed everdoek en 1½. stuk guinees, die uit sCompenies voorraad daer toe zijn verbruijkt. Waar over gedelibereerd zijnde, is op het voorsz: addres der Jaffanasche bedienden nopens den ver„ „koop van Elephanten geen resolutie genoomen wijl de bedienden volgens berigt bij brieve van den 1=e deezer door de komst van nog een koopman van de kust, geleegendheid hebben gevonden om 20. Elephanten voor de gewoone verkoops prijzen te verkoopen en is voorts verstaan te approbeeren het verbod 401. Den 27. ' April 1790. approbatie van den 3. e 4. posten. post verbod tegen het kappen van bouw en brandhout 7 zonder verlof en het verkoopen van het nodig kruijt en lood aan de wannische ingezeetenen, in vertrouwen egter dat de kapitain landregent Nagel daer omtrend zodanige voorzorgen zal ge„ bruijken, als nodig zullen worden bevonden, om verzekerd te kunnen zijn, dat van dit kruijt en lood geen nadeelig gebruik word gemaekt, en mits dat het kruijt met twee kapitaalen advans, en het lood tegens den gewoonen uitkoops prijs word verkogt. besluit op de tweed Voorts in achting genoomen zijnde dat het zeer goed is dat de geenen, die bij aan besteeding aen neemen de benoodigde Jagerhouten en latten aen de Comp: te leeveren de leverantie daer van die tot nog toe aan de binnen havens gedaen is voortaan doen direct op de Timmerwerff te Iaffanapatnam of waer het elders voor de Comp: Convenent is, na het oogmerk waer toe ze moeten dienen, dog dat het betaalen van aparte transport gelden, daer voor aan de leveranciers, een te onzeekere reekening geven zal Is derhalven goedgevonden en verstaan den bedienden te gelasten, om in het vervolg, bij de aanbesteeding van Jagarhouten en latten, te bedingen dat de leverantie moet worden gedaan op de Timmerwerff en aan Den 27. ' April 1790. aan de buijten havens naer dat dit nodig zij, en dat om verzekerd te zijn dat de leverantie van de houten en latten ter behoorlijker tijd en in deugd= „zaame zoorten geschied, de Heer Commandeur met advies van den E: Dessave zodanige schik„ „kingen moet maken als daer toe nodig en toe„ rijkende zullen worden bevonden. En is teffens verstaan den bedienden aantebeveelen om in den aanstaande geene voor uit verstrek„ „king van geld te laten doen, aan de leveranciers van de Jager houten en latten, maer zoo dik„ wijls zij met quitanties bewijzen, dat zij een parthij houten en latten op de Timmerwerff of aan de buijten havens hebben geleevert, en dat dezelve van de vereischte deugd bevonden zijn alleen het bedraagen van het geleeverde te laeten afbetaalen. Nog is goedgevonden te herhalen de ingevolge resolutie van den dertiende Maart Jongst Leeden gegeevene order aan de bedienden om het agterstal van de voorjarige aanneemers, met intrest aan de Compenie tedoen restitueeren en ook deeze order betrekkelijk te maken tot de aanneemers van dit boekjaer, indien ze de aangenoomene quantiteiten ter bepaalder tijd niet mogten lee„ veren, met last teffens aan de bedienden om in den aanstaande, de aanbesteeding van de Jagerhou„ „ten en latten te doen op Conditie dat 403 Den 27:' April 1790. besluijt op de door de „poneerde Elephan tot vangst in de wannij. approbatie van de vijde en sesde potten. dat de aanneemens voor de houten en latten, die ze minder mogten leeveren aan de Comp: de dub„ belde waarde daar van zullen moeten vergoeden, gereekend tegens de prijsen waer voor de aanbestee„ „ding geschied en dat ze daar voor borgen zullen moeten stellen. Nopens de bij voorsz: Jaffanasche resolutie gepropo„ vangst Jaffanase bedienden gepro„neerde Elephants in de wannij, is verstaan om aftewagten den uitslag van de lands vergadering, waer van de Capitain landregent Nagel in zijnen brief van den 15. Maart Jongstleeden, g'insereerd in voorsz resolutie spreekt, en wijl de Jaffanasche bedienden oordeelen, dat de wannische elephanten de meest gewiedste zijn: is teffens verstaan hun aante schrijven, om den Capitain Landregent Nagel, te recommandeeren, om zijn uitterste devoir aantewenden, ten einde de wannische hoofden te persuadeeren, om Jaarlijks op billij„ „ke Conditien zoo veel Elephanten tedoen vange„ en aan de Compenie leveren als de bedienden denken tot den handel te behooren. Eijndelijk is verstaan te approbeeren der bedienden voorsz: besluit, tot voldoening en afschrijving van het ingekogte en verbruijkte tot de Equipagie van de tend tonij „aan met last nogtans om „ deeze regeering te berigten wanneer de tend tonij het laast daar van is voorzien geworden en hoe veel dat toen gekost heeft. Door
English
The 27th April 1790. Authorization to Jaffnapatnam servants for the purchase of quill pens. That the Jaffnapatnam servants are to be instructed regarding their decision to have the estate of the widow Schokman inventoried and sold by a sworn clerk. A request having been made by the Jaffnapatnam servants by letter of the 1st of this month, to be supplied with quill pens, or otherwise to be authorized to purchase the same there, at 30 Indian stuivers per bundle. It has been approved and understood, on the grounds that there are no quill pens in stock here, to authorize the servants to purchase as many of them as they will need until the arrival of the ships from Batavia, at the aforesaid price. Read a Jaffnapatnam resolution of the 23rd of March last, whereby the servants have permitted the Honorable Disava Schreuder and the Junior Merchant Van Sprang not only to have the body of the deceased intestate widow Schokman buried, without however being considered liable for her estate on that account, but also to have the said estate inventoried and sold by the sworn clerk, in order to pay her debts therefrom. And after deliberation, it has been approved and understood to instruct the servants at Jaffanapatnam that in the future such requests, having no relation to the administration of police, must be referred to the Court of Justice. Further 405 Approval of a Jaffnapatnam resolution concerning the purchase of bridle hides. Approval with certain extension and alteration of a Jaffnapatnam resolution containing: Authorization to the Chief Ebell for the purchase of paddy. Order to the said Chief to send the goods that are of no use on Manaar to Jaffna. Authorization to Lieutenant Von Mijbrink for the completion of the stables and the other buildings on the island De Twee Gebroeders. Further resumed a Jaffnapatnam resolution of the 24th of March last, whereby authorization was given to the master of the armory to purchase for the service of the Company 100 skins of locally prepared leather at 15 stuivers each and 20 bridle hides at 24 stuivers each. And it has been approved and understood to confirm the said resolution. Read a Jaffnapatnam resolution of the 31st of March last, whereby the servants have decided: 1. To authorize the Manaar Chief Ebell to purchase 600 parras of paddy at 27 stuivers per parra, and at the same time to order him to send to Jaffanapatnam, from the goods which he has reported to be of no service on Manaar, 12 pieces of metal hammers and 6 pieces of metal swivel-guns for the minting of money, and 2 ox carts to be used in the Disavany, and to send the remaining goods hither at the first opportunity. 2. To authorize Lieutenant Von Meijbrink, for the completion of the stables and the other buildings on the island De Twee Gebroeders, to have cut, both on this island and on the island of Delft, as many palmyra trees as are necessary for the 325 beams and 1500 laths requisitioned by him; The 27th April 1790. Authorization to said Von Mijbrink to have palmyra wood cut on the islands De Twee Gebroeders and Delft, and for what purpose. Likewise authorization to him to make a trial whether the tiles requested by him for the stables etcetera can be made on the island of Delft. provided that no more is paid for them than the price for which the delivery of these timbers and laths has been contracted this year; and likewise to authorize him to make a trial whether the 70,000 tiles requested by him for the aforesaid stables and buildings can be made on the island of Delft, and for that purpose to have the necessary tile makers provided to him. And after deliberation, it has been approved and understood to confirm the aforesaid resolution, with this extension and alteration: that because the price of 27 Indian stuivers for a parra of paddy is too high, the Chief Ebell shall be ordered to require an oath from the person who made the purchase thereof for him, declaring that this paddy was genuinely purchased for 27 stuivers per parra; and that the 12 wheelbarrows, included among the goods that are of no service at Manaar, must be sold there at public auction; but that the metal swivel-guns and hammers must not be melted down into coin, but must be sent hither with the remaining goods, in order to The 27th April 1790. serve
Dutch transcription
Den 27. ' April 1790. qualificatie aan Jaffa„ nase bedienden tot den inkoop van penne schagten. wat de Jappenase be dienden te onderrigten „nopens hun genoomen besluijt om den boedel van de wed: schokman door een gezw: kleak te laeten, inventariseeren en verkoopen. Door de Jaffenasche bedienden bij brieve van den 1. deezer verzoek gedaan zijnde, om met penne„ „schagten geriefd, dan wel gequalificeerd te mogen worden om dezelve aldaer te mogen in koopen, tegens 30. indische stuijvers het bosch. Is uit hoofde dat men geen pennepragten alhier in voorraad heeft, goedgevonden, en verstaan den bedienden te qualificeeren, om zoo veel daer van als ze tot de komste der baarsche scheepen nodig zullen hebben tegens den voorsz: prijs te mogen inkoopen. Is geleezen eene Jaffanaphe resolutie van den 23. Maart Jongstleeden, waer bij de bedienden, aen den E: Dessave schreuder en den onder koopman van sprang hebben toegestaan, om niet alleen ab intestato het lijk van de overleedene weduwe schokman te laten begraaven, zonder nogtans daerom ge- „acht te worden aanspreekelijk te zijn over haaren boedel, maer ook om gem: boedel door den gezwoore klerk te mogen laten inventa„ „visseeren en verkoopen, om daer uit haere schulden te voldoen. En is na deliberatie goed gevonden en verstaan, den bedienden te Iaffanapatnam te onderrigten, dat in den aanstaande diergelijke verzoeken, als geen betrekking hebbende tot de politie moe„ „ten worden gerenvoijeerd aan den raad van Justitie Nog 405 approbatie eener Jaffe„ „inkoop van taomvellen. ampliatie en alteratie eenen qualificatie aan het opper„ van nelij. last aan gem: opperhoofd om de goederen die op ma„ „naer van gem: dienst zijn na Jaffena te zenden. qualificatie aen voor Mijbrink tot het vol„ tooijen van de stellen ende twee gebroeders Nog is geresumeerd eene Jaffanasche resolutie van „nase resol: wegens den den 24. ' Maart Jongstleeden, waer bij aan den baas van de wapenkamer house qualificatie is gegeeven om ten dienste van de Comp: inte koopen 100. vellen inlands bereid leer tegens 15. stuijvers ieder en 20. toomvellen tegens 24. stuijvers ieder En is goedgevonden en verstaan gem: resoluutsie te approbeeren. approbatie onder zeeker.s geleesen eene Jaffanasche resoluutie van den 31: Maart Jaffanase resol: houdende Jongstleeden, waer bij de bedienden hebben beslooten. 1. Om het Mannaaasch opperhoofd Ebell te qualificeeren „hoofd Ebell tot den inkoop tot het inhoopen van 600. parras nelij teegens 27. stuijvers de parra, en hem teffens te gelasten om van de goederen, die hij opgegeeven heeft, op Mannaar van geen dienst te zijn, na Jaffanapat„ „nam te zenden 12. p:s metaale hamers en 6. p:s metaele bassen tot de geld munterij en 2. osse haaren om in de Dessavonij te worden gebruijkt, en de overige goederen bij geleegendheid na herwaards te zenden. 2. / Om den luijtenant von Meijbrink te quali„ „ficeeren, om tot het voltooijen van de stallen en gefbouwen, op 't eiland de de overige gebouwen op het Eiland de twee ge„ broeders zoo wel op dit Eiland, als op 't Eiland Delft, te mogen laten happen, zoo veel Jager„ „boomen, als nodig zijn tot de door hem gere„ Den 27. April 1790. „quireerde van Mijbrink om op de eijlanden de twee ge„ broeders en delft Jager„ en waer toe. Jnsgelijks qualificatie aan hem om een proef te mogen nemen of de daer hem voor de stallen etc=a gevraagde pannen op't eiland delft kunnen worden gemaekt. qualificatie aan gem: „ quireerde 325. houten 1500. latten; mits dat daer voor niet meer word betaald dan de prijs, waer houten te laeten kappen voor de leverantie van deeze houten en latten dit Jaer is aanbesteed, en om hem insge„ lijks te qualificeeren, om een proef te mogen 6 neemen, of de door hem voor de voorsz: stallen en gebouwen gevraagde 70'000 pannen, op het Eiland Delft kunnen worden gemaakt, en „daar toe aan hem de noodige pannebakkers te laeten bezorgen. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen voorsz: resolutie te approbeeren, met deeze ampliatie en alteratie, dat wijl de prijs van 27. indische stuijvers voor een parra nelij te veel is, het opperhoofd Ebell zal worden gelast, dat bij den geenen, die den inkoop daer van voor hem gedaan heeft, den eed moet laten presteeren dat deeze nelij werkelijk voor 27. stuijvers de parra is ingekogt, en dat de 12: kruijwagen, begreepen onder de goederen die te Manaar van geen dienst zijn daer zelve moeten worden verkogt per publieke vendutie dog dat de metaale bassen en hamers niet ver„ munt, maar met de overige goederen her„ „waards moeten gezonden worden, om te Den 27. April 1790. dienen ao
English
The 27th of April 1790: Decision on the considerations regarding the gratuity and what further should be provided to the surveyor Hopker and his assistants for the surveying and mapping of the Wannian lands. A copy of a letter from the Captain Land Regent of the Wanni, Nagel, dated the 27th of March last, written to the Jaffna officials, was read, containing considerations regarding the gratuity and what further should be provided to the Surveyor Hopker and his assistants for the surveying and mapping of the Wannian Lands, namely: 1.) That in his view, a gratuity of 850 rd:s may well be granted to the surveyor Hopker and his two assistants. 2.) That during this commission, double board wages should be provided to him, and 3.) That the Surveyor Hopker, instead of the 36 permanent coolies requested by him, must be given 26 coolies. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood to postpone the determination of the gratuity that the surveyor Hopker and his assistants deserve to have for this Commission until the work shall be completed and the map thereof delivered, but meanwhile to authorize the officials at Jaffanapatnam to allow the Surveyor Hopker 70 rd:s monthly to hire the necessary coolies for that purpose, provided that this provision ceases for as long as he must suspend his operations on account of the rainy monsoon; and to allow not only double board wages to be provided to him and his assistants, but also to advance monthly to the surveyor Hopker, in reduction of the gratuity, such sum of money as the officials shall judge that he will need for incurring unavoidable expenses in the country. To have certain seven elephants sold or shot dead. The Jaffna officials having informed by letter of the 8th of this month that after the sale of the aforementioned 20 Elephants, 7 remained which the merchants would not take because of their defects: It was, after deliberation, approved and understood to authorize the officials to have these defective Elephants sold at public auction for the going rate, and if there should be no takers for them, to have them shot dead. Note of the amount of the farmed tithe of the paddy crop in the Wanni. The officials having further informed by the said letter that the farming of the tithe duty of the Paddy crop in the Wanni yielded 19,170 1/2 parras, and thus 14,701 5/8 parras more than in the previous financial year: it was approved and understood to make this record thereof. The 27th of April 1790. To what extent the request of the Disawa Schreuder to have preference in the sale of the Disawa's house is granted. An address from the Honorable Disawa Schreuder was read, containing a request not only to have preference in the sale of the Disawa's house at Jaffanapatnam, so as to be able to take it over, if desired, for the price for which it might be bid by others, but also that if this house is sold higher than he wishes to pay for it, he might then have the right to continue living therein until his garden house shall be completed, provided he pays 12 rd:s a month in rent to the buyer of the house. And having deliberated, it was approved and understood only to grant the preference requested by the Honorable Schreuder to be allowed to take over the house for the price for which others might bid it; but to deny the request to continue living in the house until his own House shall be completed, unless it might be only for a few months, until His Honor shall have provided himself with another dwelling. The 27th of April 1790. Decision on the petition of Franckena to be promoted to Major. Two petitions having also been received from Jaffanapatnam from the Captain and Commandant of the militia there, Franckena, of which one is addressed to this government and the other to the Honorable High Indian Government, both containing a request to be promoted to major according to previous examples: It was approved and understood to postpone the disposition thereof until the Gentlemen of the military Commission shall have communicated their Considerations regarding the military state of this Government to this government. Approval of a Galle resolution containing the introduction of the instructions for the Ceylon Landraads, decreed on the 25th of June last. A Galle resolution of the 28th of November 1789 was resumed, whereby the officials decided to introduce there the instructions decreed by this government in the session of the 25th of June last for the Ceylon Landraads, as requiring no change as far as Galle is concerned. And after deliberation, it was approved and understood to approve the said decision and at the same time to instruct the officials to also have the aforesaid instructions introduced at the Landraad at Mature. Why the trial against the Sinhalese Roenegedera Johannes C: s: of Galle is to be sent back. A criminal trial having been resumed by circulation, conducted ex officio by the Galle Fiscal De Estandauw against the Sinhalese Roenegedera Johannes C: s: of Galle
Dutch transcription
407 Den 27. April 1790: besluit op de Consideratien over het doucoua en het geen verder zoude moeten ver„ strekt worden aan den landmeeter. stopker en zijne suspoosten voor 't van de wanniaphe landen. dienen tot ballast voor de retourscheepen Is geleesen een Copia brief van den Capitain land re„ van den landregent Nagel gent van de wannij Nagel, den 27. Maart Jongst- leeden, aan de Jaffanasche bedienden geschreeven hou„ „dende Consideratien over het douceur en het geen meeten en in haart brengen verder zoude moeten verstrekt worden aan den Landmeeter Hopker en zijne suppoosten voor het meeten en in kaart brengen van de wannische Landen namelijk: 1. ) Dat naar zijn inzien aan den landmeeter Hopker en zijne twee suppoosten wel mag toegevoegd wor„ „den, een douceur van 850. rd:s 2. ) Dat aan hem, geduurende deeze commissie dubbeld kostgeld diend verstrekt te worden en 3. ) Dat aan den Landmeeter Hopker, insteede van de door hem gevraagde 36. vaste koelies, moeten worden gegeeven 26. koelies. Waar over gedelibereerd zijnde is goedgevonden en ver„ „staan de bepaaling van het douceur dat de landmeeter Hopker en zijne suppoosten voor deeze Commissie verdienen te hebben uittestel„ „len tot dat het werk zal geabsolveerd en de kaart daer van ingekoomen zijn, dog intusschen den bedienden te Jaffemapatnam te qua„ „lificeeren, om aan den Landmeeter Hop„ „ker maandelijks 70. rd:s te laaten ver„ „strekken, om daer voor de benoodigde hoelies G ge„ sekere seven stux Elephan of doodschieten. aanteekening van 't de„ „draegen van de verpagte „wasch in de wannij koelies inte huuren mits dat deeze verstrek„ „king ophoud, zoo lange hij weegens het regen mosson, zijne verrigtingen zal moeten staaken, en om aan hem en zijne suppoosten, niet alleen dubbeld kostgeed te laten ver„ „strekken, maar ook nog maandelijks aan den landmeeter Hopker in minde „ „ring van het douceur zodanige somma gelds te laten voorschieten als zij bedienden zullen oordeelen, dat hij tot het doen van onver„ „meidelijke ongelden in het land nodig zal hebben. - Door de Jaffanasche bedienden bij brieve van den 8: „ten te laeten verkoopen deezer bedeeld zijnde, dat na den verkoop van de hier vooren vermelde 20. Elephanten nog 7. stuks zijn overgeschooten die de koop„ „ „lieden om haare gebreeken niet hadde willen neemen: Is na deliberatie goedgevonden en verstaan den bedienden te qualificeeren, om deeze gebrekkige Elephanten per publieke vendutie voor het geldende te laten verkopen, en zoo daer toe geene liefhebbers mogten zijn, dezelve te laten doodschieten. Nog door de bedienden bij gemelde brief „tiende van 't nelij ge„ bedeeld zijnde, dat de verpagting van de tiende geregtigheid van het Nelie Den 27. April 1790. gewas 408 1 „ 409. Den 27: April 1790. Jn hoe verre toegestaen „save schreuder om zeker ben bij den verkoop van het dessaves bewijs. gewas in de wannij, heeft opgebragt 19170½ par„ „ras, en dus 14701 5/8. parras meerder dan in het voorleeden boekjaer: is goedgevonden en verstaen daar van te houden deeze aanteekening. Is geleezen een addres van den E: Dessave schreu„ het verzoek van den des„ der, houdende verzoek, om niet alleen prefe„ preferentie temoogen heb„ rentie te mogen hebben bij den verkoop van het Dessaves huijs te Iaffanapatnam, ten einde „het zelve des begeerende, te mogen overneemen voor den prijs, waar voor het door andere mog„ „te worden gemeind, maar ook om indien dit huijs hoger word verkogt, dan hij daar voor wil geeven, als dan het regt te mogen hebben, om zoo lang daer in te blijven woonen, tot dat zijn thuijn huijs voltooijd zal zijn, mits betaalende 12. rd:s smaands voor huur aan den kooper van het huijs. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan alleen toe te staan de door den E: schreuver verzogte preferentie, om het huijs te moogen overneemen voor den prijs, waar voor andere het zelve mogte mijnen dog het verzoek om in het huijs te blijven woonen, tot dat zijn eigen Huijs voltooijt zal zijn, te ontzeggen ten zij het alleen mogt weezen voor eenige wei„ „nige maanden, tot dat zijn E: zig van een ander wooning zal hebben voorzien Nog o No Den 27. ' April 1790- besluijt op het request van baankeua om tot majoor te worden be„ vorderd. approbatie eener Gaalse „dictie van de instructie „den g'arresteerd den singaleesche Roenege„ rug tesenden. Nog van Jaffanapatnam ontvangen zijnde twee requesten van den Capitain en Commandant van de militie aldaar Franckena, waer van het eene aan deeze regeering en het andere aan de Edele Hooge Jndische regeering gerigt is, houdende bij„ de verzoek, om na voorige exempelen te worden bevordert tot majoor Is goedgevonden en verstaen de dispositie daer over uittestellen, tot dat de Heeren van de militaire Commissie, derzelver Considera„ tien over den militairen staat deezes Gouverne„ „ments, aan deeze regeering zullen hebben ge„ „communiceert. Is geresumeerd eene Gaalsche resolutie van den resol: houdende in tro„ 28. 9ber: 1789. , waer bij de bedienden hebben beslooten, voor de Ceilonse landrae, om de door deeze regeering ter sessie van den 25 Junij passato voor de Ceilonsche landraaden gearresteer„ „de instructie als voor zoo verre Gale betreft geene verandering vereisschende aldaer te introduceeren. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan gem: besluit te approbeeren en de bedienden teffens aante schrijven, om ook de voorsz in„ structie bij den landraad te Mature te doen introduceeren. waerom het proces tegen Door rondzending geresumeerd zijnde een Caimineel Johannes C: s: van Gale te proces, door den gaalsch fiskaal De Estandauw Besoigne over Gale er officio
English
4.80 continuation officially initiated against the Sinhalese Roenge Ioanies, the Sinhalese Mawellege loka and the Sinhalese woman Anna Maria, the first regarding the reckless fatal shooting of his cousin who had been hunting with them, and the latter two regarding the swindling of 25. rd:s from the first-mentioned under the fraudulent pretext of thereby securing his acquittal, alongside a sentence of the Council of Justice at Gale decreeing that Roenege Ioannes shall be released from his detention upon giving his hand and word, and that Mawellege loke, as a bad subject, shall be banished from the gravet of Gale for five years, further declaring Anna Maria free and innocent, with condemnation of the first two in the costs and expenses of justice and in the restitution of seven rd:s to the aforementioned Anna Maria. Having deliberated upon this and taking into consideration That the first-mentioned Roenege Joannes has made himself very suspicious through his mendacious statements, and that although he cannot be convicted of a premeditated and intentional murder, he nevertheless cannot be considered free of a very far-reaching recklessness, because where he himself in his declaration The 27. April 1790 No 6. continuation No 6. says that he and his cousin had each gone to a chena to hunt, he could therefore very well have imagined that this cousin of his could have been around the place where he says he heard a noise in the woods, and thus ought not to have fired so thoughtlessly, especially since manslaughter caused by recklessness is also punished by law, although with lighter penalties than an intentional homicide. That the woman Anna Maria, while not convicted, is nevertheless very suspect of being complicit in the fraud whereby 25. rd:s were swindled from the aforementioned Roenege Joannes, since besides the fact that the hunter Iakgahahakoerege Bastiaan and his wife testify in their declaration No 13. that this money was actually brought to her house, it is very dubious that the mother of Roenegje Johannes would accuse her in this case if she had not meddled in the matter to some extent; That this suspicion gains even more strength from the affirmation of her own servant Daniel, in note No 23., namely that she, Anna Maria, had forbidden him, Daniel, from saying anything to anyone concerning the paper that was slipped into the hands of the deceived Roenegé The 27. April 1790. Johannes 413 The 27. April 1790. continuation Joannes as proof of acquittal, and that the Council of Justice, therefore, before declaring this woman free and innocent, ought to have enjoined the fiscal to examine the three Sinhalese who, according to declarations No 9. and 10., were sent by her with a message to Mawellege loka, regarding the contents of the message, the more so because different accounts thereof were given in the aforementioned documents. That it is, furthermore, incomprehensible why the Council of Justice condemned the aforementioned Roenege Joannes and Mawellege loka to the restitution of 7. rd:s to the aforementioned Anna Maria, since it does not appear from any of the case documents that Roenege Ioannes received any money from her, but rather that she is accused of having received 25. rd:s from his mother to arrange his acquittal, and since, even though documents No 8. 9. 10. and 14. indeed unanimously say that Mawellege loka received 6. rd:s from the repeatedly mentioned woman, he nevertheless does not need to pay the same, and much less the seven rd:s mentioned in the sentence, to her, because both she, Anna Maria herself, and her husband Jan van de Nurk say under No 9. and 14. that these 6. rd:s were taken The 27th April 1790. - from his own money, or from 13. rd:s that he had brought to their house one evening, of which he had given the remaining seven rd:s to the aforementioned Anna Maria for safekeeping, so that according to this confession of her own, she herself owes seven rd:s to Mawellege loka and must restore them, but not he nor Ranoege Johannes to her. And it is therefore resolved and agreed to suspend the ruling on this trial, and to send the same back to Gale to be delivered to the Council of Justice, with orders to correct the aforementioned indicated defects and errors. Read a petition received from Gale from the equipage master Aams, whereby he states his opinion that the coir ropes that are fitted at Gale could, through economical management and careful supervision, be brought to a lesser weight than they have previously maintained, requesting therefore that the weight thereof may for the time being be determined as is customary here. And after deliberation, it was resolved and agreed to grant this request, and thereby henceforth to have the write-off of coir for the ropes made at Gale done according to the resolution of 14. December 1786, as is customary here.
Dutch transcription
4.80 vervolg er officio g'entameerd tegen den singaleesch Roenge„ 6 Ioanies, den singaleesch Mawellege loka en de singaleesche vrouw Anna Maria, de eerste over het onvoorzigtig doodschieten van zijnen neeff die met hun op de Jagt is geweest, en de twee laatsten over het aftroggelen van 25. rd:s van den eerst genoemden onder het bedriegelijk voorwendzel van daermeede zijne vrijspraak te zullen uitwerken, neevens eene sententie van den raad van Justitie te Gale houdende dat Roenege Ioannes uit zijne de„ tentie onder handtasting zal worden ontslaagen en dat Mawellege loke, als een slegt subjekt voor vijf Jaaren uit de gravet van Gale zal worden gebannen, verklaarende voorts Anna Maria vrij en onschuldig, met Condemnatie der twee eersten in de kosten en misen der Justitie en in de restitutie van seven rd:s aan gem: Anna Maria. Is daar over gedelibereerd en in achting genoome„ Dat de eerstgenoemde Roenege Joannes, zig door zijne leugenachtige voorgaves, zeer verdagt heeft gemaakt, en dat schoon hij niet kan worden overtuijgd van eene voorbedagte en opzettelijke moord, hij nogtans niet vrij te kennen is van eene zeer verre gaande onvoor„ „zigtigheid, wijl daer hij zelfs bij zijn declaratoir Den 27. April 1790 N. o 6. vervolg N:o 6. zegt, dat hij met zijn neef elk na een sjena was gegaan om te saagen hij zig mits dien wel konde hebben voorgesteld, dat deeze zijn neef zig omstreeks de plaats; daer hij zegt een ge„ „raas in het bosch gehoord te hebben, zoude hebben kunnen bevinden, en dus te meer zoo onbedagt niet moest hebben geschooten, vermits, doodslag door onvoorzigtigheid veroorzaakt naer regten meede gestrapt word, hoewel met ligter straffen dan een opzettelijke manslag. Dat de vrouw Anna Maria wel niet overtuijgd, maar egter zeer suspect is van meede pligtig is te weezen aan het bedrog waar door den voorm: Roenege Joannes 25. rd:s zijn afgetoog„ „gelt alzoo behalven dat de Jagerero Iakga„ „hahakoerege Bastiaan en zijne vrouw bij hunne verklaaring N:o 13. getuijgen, dat dit geld werkelijk ten haaren huijze was ge„ „bragt het zeer bedenkelijk is, dat de moeder van Roenegje Johannes haer in dit geval zoude betigten, indien ze niet eenigzints zig met de zaak hadde bemoeijd; Dat deeze verdenking nog meer kragt krijgd, door de betuijging van haaren eigen dienaer Daniel, bij aanteekening N=o 23. name„ „lijk dat zij Anna Maria hem Daniel had verbooden, om iets raakende het pa„ „pier, dat men den bedroogenen Roenegé Den 27. April 1790. Johannes 413 Den 27. April 1790. vervolg Joannes als een beweis van vrijspraak in handen heeft gestopt, aan imand te zeggen, en dat de raed van Justitie derhalven, alvoorens deeze vrouw vrij en onschuldig te verklaaren, den fiskael had moeten injungeeren om de drie singaleesen, die volgens de klacatoiren N:o 9. en 10. door haer met een boodschap aan Mawellege loka zijn gezonden, te examineeren over den inhoud van de boodschap, te meer om dat daer van bij gem: stukken verschillende opgewes zijn gedaen. Dat het voorts niet te begrijpen is, waerom de raad van Justitie voorm: Roenege Joannes en Mawellege loka gekondemneert heeft dat de restitutie van 7. rd:s aan voorm: Anna Maria, wijl het bij geene van de proces stukken blijkt dat Roenege Ioannes eenig geld van haer heeft genooten, maer wel dat zij beschuldigd word 25. rd:s van zijne moeder ontvangen te hebben, om zijne vrijspraak te bewerken en wijl schoon ook de stuk„ „ken N:o 8. 9. 10. en 14. wel eenparig zeggen, dat Mawellege loka 6. rd. s van meermelte vrouw ontvangen heeft, hij nogtans dezelve, en veel minder de bij sententie vermelde seeven rd:s, aan haer niet behoefd uitte keeren om dat zoo wel zij Anna Maria zelve als haere man Jan van de Nurk bij N:o 9. en 14. zeggen, dat deeze 6. rd:s zijn genoo„ men Den 27. ' April 1790. - de afschrijving van kaijer worden geslaegen voortaen„ te laeten doen zo als dat hier in gebruikt is. men uit zijn eigen geld, of van 13. rd:s die hij op een avond ten hunnen huijze had gebragt, en waer van hij de overige seven rd:s aan voorsz Anna Maria ter bewaaring had overgegeeven zoo dat volgens deeze haere eige bekentenis, zij zelve seven rd:s aan Mawellege loka schuldig is en restitueeren moet, dog niet hij nog Ranoege Johannes, aan haer En is derhalven goedgevonden en verstaan, om de dispositie over dit proces te surcheeren, en het zelve na Gale terug te zenden, om aan den raad van Justitie te worden afgegeeven, met last om de voorsz aangeweezene defecten en erreuren te verbeeteren Js geleezen een van Gale ontvangen addres van den voor de tourijsen die te Gale quipagiemeester Aams, waer bij hij betuijgd van begrip te zijn dat de kaijer touwen, die te Gale worden aangeslaagen door een suijnig overleg en naukeurig toezigt, op eene min„ „dere zwaarte zouden kunnen gebragt worden, dan ze bevoorens hebben gehouden verzoeken„ de derhalven dat de zwaarte daer van voor eerst mag worden bepaald, zoo als het alhier in gebruik is. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, dit 9 verzoek, dit verzzoek te accordeeren, en mits dien dor de afschrijving van kaijer voor de touwen die te gale worden geslaagen voortaan volgens het besluit van den 14. December 1786. te laten doen zoo als dat hier in 4 het laeten aij dan 660 is tot gens gelden zal vols
English
The 27th April 1790. to have the necessary investigation made regarding the coir that was written off in excess during the time of Abo, from the head of the Matara and Weligama moormen, until his debt on account of head monies of the oeliammers is satisfied. authorization to the servants to take in goods remaining to the credit of Abo, in reduction of his deficit. is in use. Yet because the aforementioned declaration of the Equipagiemeester Aams is not binding with respect to the Equipagiemeester, the former Equipagiemeester Abo, in order to be able to compel him, according to the notification by letter of the 27th February 1787, to the restitution of that which was written off in excess in his time for the making of cordage, it has been approved to write to the servants to have the investigation made as yet, according to that which was recommended by letter of the 29th January last, which is necessary to that end. Upon a petition received from Galle from Sinne Lebbe Marcair, former head of the Matara and Weligama Moors, regarding damages and arrears of head monies, it has been, in consideration of his impoverished state and suffered damage through the demise of a party of oeliammers, approved and agreed to grant him permission to suffice with the payment of 100 rd.s annually, until his debt amounting to 500 rd:s on account of overdue head monies of the oeliammers shall be fully liquidated. Read a Galle resolution of the 3rd March last, whereby the servants have resolved to ask authorization of this government so that, pursuant to the request of the Equipagiemeester Abo, to his benefit and in reduction of his deficit to the Company, they may be permitted to take in 21 lasten 118 240 parras of salt, 40 cans of linseed oil, and 500 cans of coconut oil, which he advanced for the salting of coir and for the painting and tarring of the Company's cargo and rowing vessels, and consequently has retained to his credit with the Company according to the trade books and three warrants produced by him, Abo, of the 1st September 1787 and 1st September 1788. And after deliberation, it has been approved and agreed to authorize the servants to allow the aforementioned goods retained to the credit of Abo to be taken in, in reduction of his deficit. approbation of a Galle resolution regarding the appointment of the burgher sergeant Schrijver as member of the orphan chamber Read also a Galle resolution of the 13th March last, whereby the servants have resolved to propose the burgher sergeant Christoffel Lodewijk Schrijver to this government as a member of the orphan chamber there, instead of the deceased burgher ensign Coenraad Hendeling. And it has been approved and agreed to appoint the said Schrijver as member of the orphan chamber there. The 27th April 1790. 117 wherefore to charge the heirs of the deceased overseer of the Galle Korale to reimburse the Company for the sawing wages of certain planks and slabs. Read a report from the overseer of the Galle Korale Van Schuler, stating that the deceased overseer of the Korale Gratiaen, in order to be delivered directly to the repatriated fabriek Johannes, had caused to be sawn 281½ planks, whereof 107 horgas of 3 inches, 112 slabs of the same, 25 angelieke planks, 34 slabs of the same, and 3½ zoorzaks planks; but that the said Johannes, notwithstanding repeated requests to have the same collected, had received no more than 62 pieces; and that the remaining 219½ planks and slabs are currently still to be found at the bangsal; the sawing wages of which, in the trade books after the death of the aforementioned Gratiaen, were first placed on the account of his replacement, the under-merchant Van Tijlingen, and after he had departed, on the account of the reporting officer himself; requesting therefore that he may be relieved thereof, and that the necessary disposition might be made in that regard for the indemnification of the Company. And it being considered that the late overseer Gratiaen ought not to have had more planks sawn than the fabriek required, or that if the latter had ordered all the aforementioned sawn planks, he, Gratiaen, ought to have complained about his unwillingness to receive them. The 27th April 1790. complained, it has been approved and agreed to condemn the heirs of the said Gratiaen to reimburse the Company for the sawing wages of the 219½ planks and slabs mentioned in the report of the overseer of the Galle Korale Van Schuler, and consequently to leave the aforementioned planks and slabs to them; or, if they rather prefer it, to have them sold by public auction and let the proceeds thereof serve in reduction of the sawing wages imposed upon them for reimbursement. The assistant Brechman appointed sworn clerk. By reason of the transfer of the Galle sworn clerk Petrus Gerrardus de Vos as sworn clerk to the Secretariat of Policy here, it has been, upon the request of the assistant Johannes Hendrik Brechman, approved and agreed to appoint him, Brechman, as sworn clerk to the Secretariat of Policy and Justice at Galle, and consequently to promote him to bookkeeper with the salary of 30 guilders per month. approbation of a Galle resolution regarding the cutting to pieces of 12 coir ropes. Read a Galle resolution of the 17th March last, whereby it was resolved regarding the 12 coir ropes mentioned in the resolution of this government of the 23rd March last, as having been found unserviceable upon closer inspection, after The 27th April 1790.
Dutch transcription
115 Den 27.' April 1790. het nodig onderzoek te laeten doen nopens de paijer die in den tijd van obo meerder afgeschreeven van het hoofd den Malu„ veese en belligam sjaers tot dat zijn schuld we„ gelden der oeliammers volstaan. qualificatie aan de saal„ door Abo te goed behoude„ ne goederen temoogen laa„ „ring zijne te kootkoming. in gebruik is. Dan wijl de voorsz: verklaaring van den Equipa„ „giemeester Aams, niet verbindende is ten opzigte den Equipagiemeester van de gew: Equipagiemeester Abo, om hem vol„ is tot het slaan van touwagens de aan kondiging bij brief van den 27. februarij 1787. , tot de vergoeding van het meerder afgeschree„ vene in zijn tijd te kunnen verpligten, is goedgevon„ „den den bedienden aanteschrijven, om als nog volgens het aanbevoolene bij brieve van den 29. Januarij Jongstleeden te laeten doen het onderzoek dat ten dien eijnde nodig is. Op een van Gale ontvangen request van sinne Lebbe Marcair schade Marcaia, geweezen hoofd der gens agterstallige hoofd„ Matureesche en belligamshe mooren is uit aan„ zal zijn voldoen, te moogen merking van zijnen armoedigen staat en geleedene schade door het overleiden van een parthij oeliam„ „mers, goedgevonden en verstaan hem te vergun„ „nen om te mogen volstaan met de betaaling van 100. rd. s 'sjaars, tot dat zijn schuld groot 500. rd:s weegens agterstallige hoofd gelden der oeliammers, ten vollen zal zijn geliquideert. Is geleesen eene gaalsche resolutie van den 3.' de bedienden, om zekkere Maart Jongstleeden, waar bij de bedienden ten inneemen in vinde „ hebben beslooten van deeze regeering qualificatie te vraagen om ingevolge het approbatie eener Gaalse „stelling van den burger lijd van de weeskamer het verzoek van den Equipagiemeester Abo, ten zijnen voordeele, en in mindering van zijne te kortkooming aan de Comp: te mogen laeten inneemen 21. lasten 118. 240. parras zout, 40. kannen lijn olie en 500. kannen kokus olie, die hij tot het zouten van kaijer en tot het schilderen en streng moesen van sComp: los en roeijvaertuijgen, voor uit verstrekt en mids dien bij de Compenie te goed behouden heeft volgens de negotie boeken en drie door hem Abo geproduceerde ordonnantien van den 1: 7ber: 1787. en 1. 7ber 1788. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan den bedienden te qualificeeren, om de voorsz: door Abo te goed behoudene goederen, te moo„ „gen laten inneemen in mindering zijner te kortkooming. Nog is geleezen eene gaalsche resolutie van den resol: weegens de aan 13.:' Maart Jongstleeden, waer bij de be„ sergeant schrijver tot dienden hebben beslooten, om den burger sergeant Christoffel Lodewijk schrijver aan deeze re„ „geering voor tedraagen, tot lid van de weeska„ mer aldaer, insteede van den overleeden burger vaandrig Coenraad Hendeling. En is goed gevonden en verstaan gem: schrijver aante„ „stellen tot lid van de weeskamer aldaer Den 27. ' April 1790. Is a 117 waerom de erfgenaemen van de overleden nap:t van de koale gaatien op te leggen in het zaagloon van zekere planken en schaalen aan de komp: te vergoeden. Is geleezen een beuigt van den opziender der Gale Korle van schuler, houdende dat de over„ leedene opziender der korle Gratiaen om direct aan den gerepatrieerden babriek Iohan„ „nes te worden geleevert, had doen zaegen 2812: planken daer van 107. horgas van 3. d=m m 112. d=m schaalen, 25. angelieke planken 34. d=m schaalen en 3½: zoor zaks planken, dog dat gem: Iohannes, niet tegenstaande herhaalde verzoe„ „ken om dezelve tedoen afhaalen niet meer dan 62. stux had ontvangen; en dat de overige 219½: planken en schaalen tans nog aan de bang tevin„ „den zijn; waer van het zaagloon bij de negotie boeken na den dood van voorm: Gratiaen eerst op de reek: van zijnen vervanger, den onder„ koopman van Tijlingen, en na dat deeze was afgegaan, op de reek: van hem berigten is ge„ „steld. verzoekende derhalven, dat hij daer van mag worden ontheeven, en dat daer omtrend de noodige dispositie mogte worden gemaekt ter schadeloosstelling van de Compagnie En is uit aanmerking dat wijle de opziender Gratiaen niet meer planken hadde moeten laten zaagen dan de fabriek nodig had of dat zoo deeze alle de voorsz: gezaagde planken had besteld, hij Gratiaan over zijne onwil„ „ligheid om zig te ontvangen hadde moeten Den 27. ' April 1790. klaagen Den assistent Brechman „steld. approbatie eener Gaalsche resol: weegens het aan stukken kappen van 12. kaijer touwen. klaagen goedgevonden en verstaan de Erfgenaamen van hem Gratiaan te Condemneeren, om het zaagloon van de 219½: planken en schaalen ver„ „meld bij het berigt van den opziender der haale van schuler, aan de Comp: te vergoeden, en mits dien de voorsz planken en schaalen aan hun overtelaaten; of zoo ze dat liever verkiesen, per publieke vendutie te laten verkoopen, en het product daer van te laten strekken in mindering van het hun ter vergoeding opgelegd zaagloon. gaalsohen Mits de verplaatzing van den gezwooren kleak tot gezw: klerk aange Petrus Gerrardus de vos, als gezwoore klerk ter sekretarij van Politie alhier, is op het verzoek van den assistent Iohannes Hendrik Brechman, goedgevonden en ver„ „staan, hem Brechman aantestellen tot gezwoo„ „ven klerk ter sekretarij van Politie en Justi„ „tie te Gale en hem mits dien te bevorderen tot boekhouder met de gagie van 30. gul„ „dens 'smaands. Is geleesen eene Gaalsche resolutie van den 17. Maart Jongstleeden, waar bij beslooten is om de bij resolutie deezer regeering van den 23. ' Maart Jongst leeden vermelde 12: kaijer touwen„ als bij nader bezigtiging onbruijk„ „baar bevonden zijnde na Den 27. ' April 1790. — de
English
419 Granted to the Commandant of the artillery at Galle only on the coir match that is shipped off, such percentage as the regulations allow for loose coir. to have the order chopped to pieces, in order subsequently to be used for lesser services. And after deliberation it was approved and agreed to confirm the said resolution. The servants having submitted by their resolution of 25 March last the request of the Commandant of the artillery, Captain Chevaet, that he should be allowed as much percentage for spillage on the coir match, which he manages now and then and sometimes ships off in large lots, as is determined in the regulations of entry and discharge for the coir managed by the Equipage Master. After deliberation, and considering that the coir match crumbles during processing, and thus can indeed cause a notable loss on a large quantity, it was approved and agreed to grant to the Commandant of the Artillery at Galle, only on the coir match that is shipped off from there, but not on that which is consumed locally in the household itself, the same percentage for spillage as is determined for loose coir in the aforementioned regulations. 27 April 1790. 27 April 1790. Approval of a Galle resolution containing the appointment of van den Broek and de Vos as elders. Decision on the request of van Schuler to be permitted to have a piece of the Company garden Sittigelle Moderewatte by appraisal. Read a Galle resolution of 29 March last, containing among other decisions to submit to this government: 1) The election made by the consistory there of the burgher captain van den Broek and shopkeeper de Vos as elders, and of the bookkeeper Jolles and assistant Anthonijsz as deacons. 2) The request of the superintendent of the korle, van Schuler, to be permitted to have in ownership by appraisal, or in such other manner as this government shall see fit, a piece of the Company garden named Pettigelle Moderewatte, which has already long been enclosed within the walls of his own garden, not only because this piece of land forms the square of his entire premises, but also to prevent the lessee of the aforementioned garden Pettigelle Moderewatte from needing to enter his garden on account of this piece. And after deliberation it was approved and agreed not only to approve the appointment of the aforementioned elders and deacons, but also to authorize the servants to cede to the superintendent of the korle, van Schuler, by appraisal the piece of land requested by him, trusting that the appraisal will be made in proportion to what the entire garden yields in rent, 420. To have written off the amount of certain medicines used by Surgeon van Alken. yields in rent, and by how much it will decrease in value through the ceding of the said piece of land. Furthermore, the servants having submitted by their resolution of the 15th of this month the request of the garrison surgeon van Alken, to be relieved of the reimbursement imposed upon him for the medicines mentioned in the resolution of this government of 5 March 1789, because he had requisitioned and used these medicines on the express order of the late Major Leever, to cure a certain disease called Berri-berri, which prevailed there in the months of October and November 1787 and afflicted several soldiers of the garrison, since the said Major Lever did not desire those sick persons to be brought to the Hospital. Considering that the allegation made by the petitioner is confirmed by Lieutenant Metler, Ensign Behm, and Head Surgeon van Wek, it was approved and agreed to grant the petitioner's request, and to have the amount of the aforementioned medicines, amounting to ƒ41. 15. 8. Dutch currency, written off in the books. 27 April 1790. All the Galle and Matara areca that comes in this and in the coming year ceded to Mr. Sluijsken, and for how much. Whereas the contract entered into in the year 1784 with the Galle beach interpreter, to sell to him all the Galle and Matara areca, expired at the end of last year: On the request of Commander Sluijsken, it was approved and agreed to cede to him all the Galle and Matara areca that comes in during this and the coming year, for eight rixdollars and forty-four stuivers per amunam, not counting the usual advance that private traders must pay for it to the Galle Commander. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid (was signed:) W: I: van de Graaff, M: P: Raket, I: P: C: Tilenius, D: T: Fretz, I: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: Vollenhove. Saturday, 27 April 1790.
Dutch transcription
419 Aan den Commandant van de ar„ „tillerij te Tale toegelegd alleen op de Kaijer lond die afgescheift word zodanige p„r C:o als 't re„ „glement toestaat voor de losse Weijer. de order telaaten aan stukken kappen, om vervol„ „gens gebruikt te worden tot mindere diensten. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan gem: resolutie te approbeeren. Door de bedienden bij hunne resolutie van den 25. Maert Jzeeden voorgedraagen zijnde het verzoek van den Commandant der artillerij Chevaet, Capitain dat aan hem op de kaijer lond, die hij nu en dan administreert en zomtijds in groote parthijen afscheept, even zoo veel percentos voor spillagie moeten worden toegestaan, als bij het reglement van in en afschrijving, zijn bepaald voor de kaijer die de Equipagie meester administreerd Is na deliberatie en uit aanmerking dat de kaijer lond bij het verwerken vergruijst, en dus op een groote quantiteid wel een merke„ „lijk verlies kan geeven goedgevonden en ver„ „staan, om aan den Commandant der Artille„ rij te Gale, alleen op de kaijer lond die van daar word afgescheept, maar niet op het geen aldaar zelve in de huijshouding word verbruijkt, toeteleggen dezelfde percentos voor spillagie als de losse kaijer bij het voorschreeven reglement is bepaald Den 27'. April 1790. Fs . : Den 27 ' April 1790. approbatie eener Gaalse resol: houdende aanstelling van van tot ouderlingen besluit op het verzoek een stuk van skomp:s doewatte per taxatie te mogen hebben. Is geleezen eene gaalsche resolutie van den 29. ' Maert Jzeeden, houdende onder anderen besluijten om aen deeze regeering voortedraagen. 1/ De door den kerkenraad aldaer gedaane verkie„ den broek en de vos sing van den burger kapitain van den broek en winkelier de vos tot ouderlingen, en van den boek„ „houder Jolles en assistent Anthonijsz: tot diakonen 2) Het verzoek van den opziender der korle van van van schuler om schuler, om een stuk van 's komp: thuijn genaamt thuijn sittigelle Mo, Pettigelle Moderewatte, dat reeds lange binnen de muuren van zijn eijgen thuijn getrokken is per taxatie, of zodanig anders als deeze regeering het zal goedvinden in eigendom te mogen hebben, niet alleen om dat dit stuk grond uitmaakt het vierkant van zijn geheele erf maer ook tot voorkooming dat de pagter van de voorsz: thuijn Pettigelle moderewatte wegens dit stuk niet binnen zijn thuijn behoefd te koomen En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, niet alleen te approbeeren de aanstelling van voorsz: ouderlingen en Diakonen, maer ook den bedienden te qualificeeren, om aan den opziender der haale van schulen per taxatie te mogen afstaan de door hem verzogte stuk grond en vertrouwen dat de taxatie zal worden gedaan, naer evenredigheid van het geen de geheele thuijn aan„ „pagt 420. het bedraegen van zeke„ „re medikamenten die door den Chirurgijn te laeten afschrijven. pagt opbrengd, en van het geen ze door het afstaan van gem: stuk grond, in waarde zal verminderen Nog door de bedienden bij hunne resolutie van den 15: deezer voorgedraagen zijnde het verzoek van Alken zijn gebruijk van den gaanizoen Chirurgijn van Alken„ om te mogen worden ontheven van de vergoe„ „ding die hem opgelegd is voor de medica„ menten vermeld bij de resolutie deezer regeering van den 56 Maart 1789 preargee wijl hij deeze medicamenten, op expresse order van wijlen den E: Majoor Leever had g'eijscht en g' em„ „ploijeerd, om zeekere ziekte genaamt Berri„ „beaar, welke in de maanden oktober en November 1787. aldaer geheerscht en ver„ scheide militairen van het guarnizoen aan„ „gelast had, te geneezen, vermits gem: E: Lever niet begeerde dat die zieken in het Hos„ „pitaal, zouden worden gebragt. Is uit aanmerking dat het door den suppli„ ant geallegueerde word bevestigd, door den Luijtenant Metler, vaandrig Behm en oppermeester van Wek, goedgevonden en ver„ „staan, des suppliants verzoek te accordeeren, en het bedraegen van de voorsz medikamenten, uitmaakende ƒ41. 15. 8. Nederlandsch geld, bij de boeken te laeten afschrijven. — Den 27. April 1790. Vermits „ alle de Gaalse en matu„ „en in het aanstaende sluijsken afgestaen en voor hoe veel Vermits in het in ½t Jaer 1784. met den gaalsch „reese arreek die in dit strand tolk aangegaen contract, om aen hem Jaer inkomt aen den heer te verkoopen alle de gaalsche en Matureesche arreek, met het laatst van voorleeden Jaer is ten einde geloopen: Is op het verzoek van den Heer Commandeur sluijsken, goed gevonden en verstaan, om alle degaalsche en maturee„ „sche arreek, die in dit en in het aanstaende Jaer inkomt, aan zijn E: aftestaen voor agt rd. s en vier en veertig stuijvers de am„ monam, ongereekend het gewoone opgeld; dat particuliere trafiquanten daer voor aen den gaalschen Commandeur moeten betaelen. — Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten dage maand en Jaere voorsz (:was geteekend :/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, I: P: C: Tilenius, D: T: Fretz, I: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove Zaturdag Den 27. April 1790.
English
423 Saturday the 1st of May Anno 1790. Resumption of a requisition of necessities for the benefit of the packet boat the Maria Louisa. The Right Honorable Lord Governor Willem Iacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Colonel Johan Philip Christiaan Tilenius, The Honorable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, Mr. Johannes Adrianus Vollenhove, The Honorable Fiscal, Absent The Honorable Dessave Diderich Thomas Fretz, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant. There was resumed by circular an inserted Requisition of necessities below for the benefit of the packet boat the Maria Louisa for undertaking the voyage to the Cape of Good Hope. Requisition for the benefit of the packet boat the Maria Louisa for undertaking the voyage to the Cape of Good Hope, namely: 5 lb lampblack 6 pieces painter's hawsers, assorted 60 skeins sail twine 2 pieces iron hawsers 4 pieces wheel hawsers 7 pieces Dutch tarred lines 1 piece ditto lead line instead of unserviceable 8 double bundles Javanese binding rattans 4 pieces ditto white lines Present 1 piece octant instead of unserviceable 1 piece main topsail 1 piece main topgallant ditto instead of unserviceable 1 piece fore ditto 1 piece spanker 1 piece fore topsail, requires repair 1 piece foresail 1 jug of ink 1 pair iron hoops for the mastheads, namely 1 of 10½ and 1 of 9½ inches square 25 iron yard hoops 4 irons of 14 inches long for the galley instead of unserviceable 4 pieces bulkheads 1 spar of seven palms for a jib boom instead of lost one according to sworn declaration 10 ends of timber 10 clews of oakum 4 bundles of moss 1 plank 24 feet long, 14 inches wide, and 4 inches thick, for coamings of the fore hatch 1 piece of timber of 3 inches for ribs of the fore hatch 8 pieces corner irons for the hatches 60 lb nails, assorted 1 piece old main topsail for repairing the sails on board 30 ells wide duck canvas for repairing the light sails, such as jibs and staysails on board 1 piece cat block instead of an old one 1 piece sheaves, bundles, instead of unserviceable 36 pieces wooden pegs, assorted 18 pieces ditto sheaves ditto 12 single blocks, 5 inches long and 3½ inches wide 6 double-sheave blocks, 6 inches long and 4 inches wide 12 pieces hooks and thimbles 2 pieces lanterns instead of unserviceable 20 cans linseed oil 60 lb paints, assorted 4 paintbrushes 1 piece metal sheave 15 sail needles Furthermore, said packet boat requires to be provisioned for 3½ months for 4 cabin passengers, 4 petty officers, 425 The 1st of May 1790. and 16 seamen, as well as to repair the repairable goods instead of unserviceable ones, supply new ones, and rebuild and renew the cook's wares. Colombo the 29th of April 1790. Was signed: A. Fr. Steffers. In the margin: known to me for the necessity, signed: O. Andringa. And taking into consideration that the Master of Equipage Andringa has acknowledged the necessity of what was requested, it was approved and agreed to authorize the Honorable Chief Administrator to satisfy the said requisition. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, I. P. C. Tilenius, I. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. Resolution Why to send 200 bales of cinnamon to Batavia with the ship Vreedenburg. Business concerning Galle. Taking into consideration that thus far there is no report that the ship Hinloopen, which departed from Galle on the 7th of May past, has arrived at Batavia, or whether some unexpected misfortune might have befallen the aforesaid ship, and that it is not known whether there will subsequently be an opportunity to dispatch the cinnamon so early that it can be in Batavia in the coming spring, it was approved and agreed by a majority of votes to dispatch 200 bales of cinnamon to Batavia with the ship Vreedenburg, which is currently loading at Galle; the Honorable Reintous, on the other hand, being of the opinion that one must adhere to the explicit order of Their High Mightinesses by letter of the 22nd of September 1789. Approval of Galle resolution: A Galle resolution of the 27th of April was resumed. The Honorable Dessave Diderich Thomas Fretz, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, Monday the 3rd of May 1790. Absent. Resolution taken in the Council of Ceylon, by way of circular inquiry, 427 The 3rd of May 1790. regarding the requisition made by the ship Vreedenburg. last past, whereby the servants decided to have supplied to the aforesaid ship Vreedenburg for the benefit of Captain Coblijn, for undertaking the voyage to Batavia, some equipage goods requisitioned by Captain Coblijn and deemed necessary by Master of Equipage Aams. And after deliberation, it was approved and agreed to ratify the said resolution. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. I. van de Graaff, M. P. Raket, I. P. C. Tilenius, I. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. Tuesday
Dutch transcription
423 Saturdag den 1:' Maij A:o 1790. resumtie van een eijsch van benodigdieden ten behoeve van de paket boot de Maria Louisa Den Wel Edelen Groot achtb Her Gouvern: Willem Iacob van de Graaff, Den E: Hoofdadministrateur. Mattheus Petrus Raket, Den E: kollonel - - - - - - - - Johan Philip Christiaan Tilenius Den E: Eerste Pakhuijsmeester Johannes Reintous, Den E: Sekretaris. - - - . . Benedictus Lambertus van Zitter, Mr Johannes Adrianus Vollenhove Den E: fiskaal-- - Ab Zent Den E: Dessave. . . . . . . Diderich Thomas Fretz, Den E: zoldij Boekhouder. - Gerrit Engel Holst, Den E: negotie boekhouder. . Abraham Camlant Is door rondzending geresumeerd een hier onder geinsereerde Eisch van benoodigdheeden ten behoeve van de Paket boot de Maria Louisa tot het doen der reize naar de Caab de Goede Hoop. Eijsch ten behoeve van de Paket boot de Maaia Louisa tot het doen der reize naar de kaab de Goede Hoop als. 5. - lb: Roet 6. – p:s vijgertrossen in zooaten 60. – strengen zijlgaaren 2. - p:s ijzer trossen 4. - „ wiel trossen 7. – „ hollandsche geteerde lijnen d-o loodlijn in steede van onbeq: 1. – „ 8. – dubb bossen Javase bindrottings d=o— witte lijnen. 4. – „ Present 1. p:s 1. – „ schuijven bossen in steede van onbeq: 36. - „ houte nagels in zoorten 18. - „. . „ schuijven. . d_o. 12. - „ blokken lang 5. en breed 32: d=m enkelde 6. - „ blakken. . „ 6. „ „ 4. . . „ twee schuijfde 12. - „ haaken en kousen 2. - „ lanthaaans in steede van onbeq: 20. - „ kann: lijnolie 60. - lb. vereven in zoorten 4. – p:s verfquasten „ oktant in steede van onbeq: „ groot maaszijl. 1. - „ groot bram d=o insteede van onbeq: 1. — „ voor d_o. 1. - „ baiks bezaan. 1. - „ voor maas zijl ver eijscht reparatie 1. - „ fok - - 1. - „ kruijk met inkt 1. - „ ijzere beugels voor de toppen van de masten als 1: van 10½ en 1. van 9½. d=m in het vierkant 25. - „ ijzere rhaakrammen 4. - „ ijzers van 14: d=m lang voor de kombuijs in steede van onbeq 4. - „ barkoenen 1. — „ seven palm tot een kluijfhout insteede van verloorene volgens bee digde verklaering. 10. — „ Enden timmerhout 10. — „ kluwen weak 4. - „ bosschen mosch 1. - „ plank lang 24. voeten breed 14. d=m en dik 4. d=m, voor hoofden van het voorluijk 1. - stuk hout van 3. d=m voor ribben van het voorluijk 8. – p:s hoek eijzers voor de luijken 60. - lb: spijkers in'z: 1. - p:s oud gooot marzijl tot het verstellen van de zijlen aan boood 30. — l: breed boerdoek tot het verstellen der ligte zijlen, als kluijvers en stag zijls aan boord. 1. – p:s katblok insteede van een oude 1. - „ metaele„ 15. - p:s Zijlnaalden. Wijders vereischt gem: paket boot te proviandeeren voor 3½: maanden voor 4. kajuijts gasten 4. onder officieren Den 1. Maij 1790. en 1. — 1. — . 6 6 425 Den 1. Maij 1790. en 16. gemeenen, zoo meede dient de reparable goe„ deren te repareeren in steede van onbeq: nieuwe te ver„ strekken, en de koks goederen te vertimmeren en ver„ nieuwen. kolombo den 29:' April 1790. (:was geteekend:/ A: Fr: steffers (:in margine:) mij bekend voor de benoo„ „digdheid (:geteekend:) O: Andringa En is uit aanmerking dat de Equipagiemeester Andringa de benoodigdheid van het gevraagde heeft erkent, goedgevonden en verstaan, den E. Hoofdadministrateur te qualificeeren tot de vol„ „doening van gem: Eisch. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het Kasteel kolombo ten dage maand en Jaare voorsz: (:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, I: P: C: Tilenius, I: Reintous, B: L: van Zitter en J: A: vol„ „lenhove. Resolutie waerom met het schip voerden burg 200. baalen kanneel na Batavia te versenden. Besoigne over Gale In achting genoomen zijnde dat men tot nog toe geen berigt heeft, dat het schip Hinloopen, het welk den 7=en Maij passato van Gale is vertrokken, op Batavia gearriveerd is, int of aan het voorsz: schip zomtyds onver hoopt eenig ongeluk mogte zijn overgekoomen en dat men niet weet of er vervolgens geleegend „heid zal zijn, om de kanneel zoo vroegtijdig te verzenden, dat dezelve in het aanstaande voorjaer te Batavia kan zijn, bij meerderheid van stemmen goedgevonden en verstaan, om met het schip vreedenburg, het welk tans te Gale in lading legt, 200. baalen kanneel na Batavia te verzenden: zijnde daer en tegen de E: Reintous van advijs, dat men zig houden moet aan de stellige order van Hunne Hoog Edelheeden bij brie„ „ve van den 22. ' 7ber: 1789. apporbatie er qualsche riffe: Is geresumeerd eene Gaalsche resolutie van den 27. April Den E: Dessave. . . . . Diderich Thomas Fretz Den E: zoldij Boekhouder - - Gerrit Engel Holst Den E: Negotie boekhouder. - - Abraham Samlant. Maandag den 3. ' Maij 1790. — Ab zent. Resolutie genoomen in raede van Ceilon, bij weege van rond„ vraage wegens 7 zeeden a 1 op l 427. Den 3. ' Maij 1790. wegens den gedanen eijsch door 't schip vreedenburg zeeden, waer bij de bedienden hebben beslooten om gtt: Cobijn ten behoeve van aan voorsz schip vreedenburg tot het doen der reize na Batavia te laten verstrekken eenige door den Capitain Coblijn g' eischte, en door den Equipagiemeester Aams noodzakelijk geoordeelde Equipagie goederen. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan gemelde resolutie te approbeeren Aldus Gedaan inde Geresolveert in het kas„ „teel kolombo ten dage maand en Jaare voorsz: (:was geteekend:) W: I: van de Graaff, M: P: Raket, I: P: C: Tilenius, I: Reintous, B: L: van Zitter en J: A: vollenhove. Dingsdag
English
Approval of four ordinary resolutions and one secret resolution. Resumption of a draft letter for the English General Government at Calcutta. Tuesday the 4th May Anno 1790. Present: The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honourable retired Galle Commander Cornelis Dionijsius Kraijenhoff, The Honourable Head Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honourable Colonel Johan Philip Christiaen Tilenius, The Honourable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honourable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honourable Fiscal Mr Johannes Adrianus Vollenhove. Absent: The Honourable Trade Bookkeeper Abraham Samlant, the first and last on commission at Mature, and the second due to indisposition, The Honourable Dessave Diderich Thomas Fretz, The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. There were resumed and approved the ordinary resolutions of this table of the 1st, 6th, 7th, and 9th March last, together with the secret resolution of the 2nd of the said month, whereof it was agreed to keep this record. Also resumed and approved was a draft letter for the English General Government at Calcutta, in response to their received missive mentioned in the secret resolution of the 5th April last, and it was agreed to keep this record thereof. Why the packet boat the Maria Louisa is still to be detained. In consideration of the great preparations that the English are making to attack Tipu Sultan, and that the news of the outcome thereof may at times be very interesting, in view of the Company's interests on the Malabar coast, it is approved and agreed to detain the packet boat the Maria Louisa a while longer, in order to be able to forward therewith some further report regarding this war to the Lords Principals. The Moor Kasien Pakkier to be discharged from the Material House and set at liberty. Approved. There was read a petition from Arsamma, wife of the Moor Kasien Pakkier, who, for illicit trade in gunpowder, was confined to the Material House here for the term of 5 years by judicial decree under resolution of the 18th April 1788, containing a request that her said husband, in view of his advanced age and sickly condition, may be discharged from the Material House and set at liberty again. And all the more because this man, on account of his debilitated state, serves only as an encumbrance in the Material House, it was approved and agreed to grant the request of the petitioner, and therefore to discharge the said Kasien Pakkier from the Material House and set him at liberty. Report received of the taking of the balance of the great treasury here as of the ultimate of February. 4th May 1790. 4th May 1790. A report having been received of the taking of the balance of the great treasury here as of the ultimate of February last, it was, after resumption thereof, approved and agreed to insert the said report hereunder: To the Right Honourable High-born Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies. Right Honourable High-born Lord, In dutiful observance of the esteemed written order granted by Your Right Honourable to us, the undersigned, we have the honour to report to Your Right Honourable in all submission that all the cash and other species etc. in the Company's great treasury, concerning the remainder as of the ultimate of February last under the accountability of the Senior Merchant and Head Administrator of this Government, the Honourable Mattheus Petrus Raket, found by us, have been taken with the requisite attention and found as follows: 4, that is four guilders in fractional coin. 71 17/64, seventy-one and seventeen sixty-fourths mark reals. 34, thirty-four pieces sample pagodas, gold. 4, four pieces sample pagodas, Porto Novo. 72, seventy-two pieces sample fanams. 700, seven hundred various gold samples. 24, twenty-four various fanam samples. 1, one ounce various samples and small remainders of various gold Indian rupees as well as of two Turkish gold ducats. 11 5/8, eleven and five-eighths engels. 3, three pieces assay samples of Porto Novo pagodas. 9, nine various gold samples of 1 1/4 engels each, to wit: 3 of Venetian ducats, 1 other ducats, 1 foreign coin, 1 stambalies. 1, grit sample from the mass of 485 marks and 19 1697/4352 engels. 2 pagoda samples from the mass in assay 17 carats. 7 pieces sample rupees, silver. 100, that is one hundred pieces samples of silver rupees of 1 1/4 engels each. 28, twenty-eight pieces ditto silver. Wherewith we have the honour to call ourselves with deep, dutiful respect, Right Honourable High-born Lord.
Dutch transcription
approbatie van vier „te resolutie. resumtie van een ontwor„ „pen brief voor 't engelse generaal gouvernement te kalkatta. te houden. Den Wel Edelen Groot achtb: Her Gouvernaur Willem Jacob van de Graaff, Den E: afgegaanen gaalsch gezaghebber Cornelis Dionijsius Kraijenhoff Den E: Hoofdadministrateur. . . . Mattheus Petrus Raket Den E: Collonel. . . . . . . . Johan Philip Christiaen Tilenius Den E: Eerste Pakhuijsmeester Johannes Reintous Den E: sekretaris. . . . . Benedictus Lambertus van Zitter Den E: fiskaal. . . . . . . . M:r Johannes Adrianus vollenhove Abzent. Den E: Negotie boekhouder - Abraham Samlant, de eerste en laatste in commissie te Mature en de tweede mids in dispositie Den E: Dessave. . . . . . . . Diderich Thomas Fretz, Den E: zoldij Boekhouder. - - Gerrit Engel Holst, zijn geresumeerd en geapprobeerd de gemeene reso„ gemeene en een schree lutien deezer tafel van den 1. 6. 7. en 9. Maart Jongst „leeden nevens de secreete resolutie van den 2. van gemelde maand, waer van verstaan is te houden deeze aanteekening Nog is geresumeerd en geapprobeerd een ontworpene brief voor het engelsch Generael Gouver„ „nement te kalkatta, in antwoord op des„ „zelfs ontvangene missive vermeld bij sekree„ „te resolutie van den 5.' April JLeeden en is ver„ staan daar van te houden deeze aanteekening. warom de paket biot de Utit aanmerking van de groote toebereidzelen, maria lousa nog vat aan die de engelschen maaken om Tipoe Dingsdag den 4:' Maij A„o 1790. Present sultan a 129 Den moor Kasien pak „hier uit 't materiaal„ en op vrije voeten stellen: alhier onder ulto februadij sultan aante tasten, en dat de tijdingen van den uijtslag daer van zomtijds zeer interessant kunnen zijn, uit hoofde van 'sComp: belangens op de kuste Mallabaar: is goedgevonden en ver„ „staan om de Paket boot de Maria Louisa nog wat aantehouden, ten einde daer meede eenig nader berigt weegens deezen oorlog aan de Heeren Majores te kunnen doen toekoomen. Js geleesen een request van Arsamma vrouw van den moor kasien Pakkier, die over verbooden „geapprobeerd. „huijs, te laaten ontslaen handel in kruijt op een Justitieel appainctement„ bij resolutie van den 18. April 1788. in het Mate„ „riaalhuijs alhier voor den tijd van 5. Jaaren is gekonbineerd, houdende verzoek dat gem: haere man, uit hoofde van zijn hogen ouderdom en ziekelijken toestand, uit het Materiaalhuijs ontslaagen en weder op vrije voeten gesteld mag worden. En is te meer wijl deeze man weegens zijn debi„ „len staat maer tot overlast verstrekt in het Materiaalhuijs, goedgevonden en verstaan te bewilligen in het verzoek van de suppliante en over zulx gem: kassier Pakkier, uit het Ma„ „teriaal huijs te laaten ontslaan en op vrije vol„ „ten stellen. ingekomen rapport van den ongekoomen zijnde een rapport van den opneem „mhem van de groote gld kossa van de groote geld Cassa alhier onder ult=o Den 4. Maij 1790. febr: Den 4. ' Maij 1790. februarij Jongstleeden, is na resumtie van het zelve goedgevonden en verstaan, gem: rapport hier onder te insereeren Aan den wel Edelen Groot Achtbaeren Heer, Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Directeur van het Eiland ceilon met dies onderhoorigheeden Wel Edele Groot Achtb: Hoog Geb Heer In schuldige observantie der g'eerde schriftelijke ordonnantie door uwel Ed: Groot Achtb: op ons on„ „dergeteekenden verleend, hebben wij de eer uwel Ed: groot achtb: in alle onderdaanigheid te berigten dat alle de Contanten en andere spetien &=a in sComp:s groote geld kassa, wegens restant onder ult:o febr:: Jzeeden ter verantwoording van den opperkoopman en hoofd admi„ nistrateur deezes Gouvernements den E: Mattheus Petrus Raket, te vinden door ons met de vereischte attentie zijn opgenoomen en bevonden in voegen als volgd 4. zegge vier gulden aan pajement 71 13/4. „ Een en seventig seventien en vier en sestigste mq reaalen. 34 — „ vier en dertig p.:s proef pagooden goude 4. – „ vier p:s proef pagooden portonov: 72. - „ twee en seventig p:s proef fanums 700. – „ seven hondert. . . . „ diverse goude proeven 24. – „ vierentwintig. . „ diverse fanums proeven 1. – „ Een onsen. . . . . . . . diverse prowen en restantjes van diverse goude indische ropijen zoo wel als van 11 5/8. „ Elf en vijfagtste eng: twee tuuksche goude ducaten. 3. - „ drie p:s essaij proefjes van portonovosche pagooden 9. – „ negen „ diverse goude pareven van 1¼. eng: ider te weeten 3. van venentiaansche dukaaten 1. „ andere ducaaten 1. „ vreemd geld. 1. „ stambalies 1697 1. „ gruijs proef uit de massa van 485. mq: en 19 4352. inq: ƒ 2. pagoode proeven uit de massa in Essaij 17. karaat 7. p:s proef ropijen zilvere 100„ zegge Een honderd p:s proeven van silvere ropijen van 1¼. eng: ider 28. . . „ agtentwintig p:s d=o. . . „ zilvere Waarmeede wij de eere hebben ons met diep schuldig ontzag te noemen (:onderstond:) wel Ed: Groot achtb: Hoog 2
English
431. The 4th of May 1790. To cause cash payment to be made to the elephant servants in default of linens. Kofferman and Andriesz appointed as members of the Matrimonial and Small Causes Court. De Jong as member of the Orphan Chamber. Renker and Sinning as members of the Native Estate Chamber. Aldons and Maas as wardmasters of the Castle, and Bekkenhoff of the city, and De Haan as sergeant of the burghery. Record of the declaration granted by the adapanaars of Putuancarre and Welleville concerning a lost anchor. High Commanding Sir, Your Right Honorable Great Worships' obedient and humble servants (was signed) J:s Reintous and A=m Samlant; in the margin: Colombo the ultimate of February 1790; lower: for my accountability (signed) M: P: Rahet; still lower: before me (signed) P: L: van der Straaten. Owing to the lack of linens in the warehouse here for the customary distribution to the elephant servants, who have brought twelve trade animals, with eight hunting animals, from here to Jaffanapatnam and have returned, it has been approved and agreed to cause cash payment to be made to them for 56¾ pieces of ordinary bleached Tuticorin salempores third sort, which according to the statement of the Honorable Chief Administrator they must receive, at 3 rixdollars the piece. Upon a received annual list of nominations, it has been approved and agreed: To discharge from the Board of Matrimonial and Small Causes the burgher lieutenant and adjutant Van Cuijlenburg and the former sworn clerk Mijer, and to appoint in their place as members the burgher lieutenant Kofferman and the sworn clerk Andriesz. To discharge from the Board of Orphan Masters the sworn clerk Andriesz, and to appoint in his place as member the bookkeeper Barend de Jong. To appoint as members in the Board of Native Estate Masters the bookkeeper Renker and the assistant Sinning. To discharge from the Board of Wardmasters the burgher lieutenant Kofferman, the master of the armory Gerard, and the burgher Berteram, and to appoint in their place as wardmasters of the Castle the bookkeeper Robbert Aldons and the burgher Anthonij Maas, and as wardmaster of the city the burgher Bekkenhoff. To discharge in the Company's burghery the watchmaster Lipke, and to appoint in his place as watchmaster the sergeant Philippus Jacobus de Haan. Was read a declaration granted by the adapanaars of Putuancarre and Welleville at Silauw, stating that they have made every effort to have an anchor fished up belonging to the Mannar thonij, which was lost in the month of December past at the mouth of the Silauw river, but that this has been impossible, because the rope of the aforesaid anchor broke by rubbing against the rocks and drifted out to sea with the buoy, and the anchor became so lodged beneath the rocks that it cannot possibly be fished up. It has been approved and agreed to keep this record thereof. The 4th of May 1790. Decision on a report concerning the paddy for seed grain brought here by a private vessel from Mature. Was read a report inserted hereunder, concerning the paddy for seed grain brought here by a private vessel from Mature: To the Honorable Commanding Sir, Diderich Thomas Fretz, Senior Merchant and Dissave of the Colombo Outer Lands. Honorable Commanding Sir! In fulfillment of the honored order of Your Honorable Command, we, the undersigned as express commissioners, went to the Paddy Warehouse at Hulftsdorp and there, by having it measured, found the paddy for seed grain brought from Mature by a private vessel under the supervision of the tindal Agamadoe Kasien Poelle Neijna Markan, according to the ordinance of the 6th of April 1790, as follows hereunder: 906 parras aas-kareal, but according to the aforesaid ordinance it must be 922 parras or 115¼ amunams, thus 16 parras too few; 62 ditto Danehale, according to the ordinance 64 parras, thus 2 parras too few; 22 ditto soedoewe, according to the ordinance 23 parras, 1 parra too few, in 354 straw bags, all torn and unfit. Wherewith we hope to have executed Your Honorable Command's order, subscribing ourselves with the deepest respect, (below stood) Honorable Commanding Sir, Your Honorable Command's most humble and obedient servants (signed) J: G: Renker and Peter Jozeph Rigoulot; in the margin: Hulftsdorp the 13th of April 1790; lower: for the receipt (signed) A: van Dorth; still lower: for the delivery (signed) with a Malabar signature. The 4th of May 1790. Record of the amount of the paddy dues in the Colombo Dissavony. Committee on Jaffanapatnam: report by the Jaffna servants on what the work of a mayorál is. And whereas the Honorable Dissave Fretz has reported by letter of the 21st of April past that His Honor, according to the agreement made with the owner of the said vessel, had credited to him on the aforesaid paddy 2 percent for spillage, and 24 stivers in freight for every amunam of 8 parras: it has been approved and agreed to approve this credit, and to write off the shortfall of 19 parras of paddy as included under the agreed spillage, and to charge the amount of this spillage and of the freight to the delivered consignment. The Honorable Dissave Fretz having submitted three returns of the farming out of the paddy dues in the Colombo Dissavony for the monsoon Yala and Maha of 1789/90, it has been approved and agreed, after resumption of the same, to note therefrom that this due has yielded 16462 1/5 parras of paddy. The Jaffna servants, in compliance with the resolution of the 18th of March last, having reported by letter of the 21st of April that the work of a Mayorál is to collect the Company's revenues and to account for them to the recebedor, and that the
Dutch transcription
431. Den 4. ' Maij 1790. aan de Elephants be„ dienden bij manque ment van lijwaeten te laeten doen. hofferm en Andriesz tot leeden van de huwe„ lijkse en kleene geregts zaeken aangesteld. De Jong tot lid van de weeskamer. Hoog Gebiedende Heer Uwer wel Edele Groot Achtb: gehoorzaame en onderdaanige dienaaren (:was geteekend:) I:s Reintous en A=m Samlant /:in margine:/ kolom„ „bo ult:o februarij 1790. /:lager:/ ter mijner verantwoor„ „ding (:geteekend:/ M: P: Rahet /: nog laager:/ ten mijnen overstaan (:geteekend:) P: L: van der straaten. Mits manquement van lijwaaten in het Pakhuijs alhier, tot de gewoone verstrekking aan de Ele„ kontante betaeling „phants bedienden, die twaalf handel beesten, met agt Jaagbeesten, van hier na Jaffanapatnam ge„ „bragt hebben en weder te rug gekeurd zijn, is goedgevonden en verstaan, om Contante betaa „ling aan hun te laten doen voor 56¾. p:s salm„ „poeris gemeen gebleek tutukorijnsch derde zoort, die ze volgens opgave van den E: Hoofd= administrateur moeten hebben, tegens 3. rd:s 't p:s Op een ingekoomen Jaarlijksche nominatien is goedgevonden en verstaan. Uit het Collegie van huwelijksche en kleine geregts zaaken te ontslaan, den burger luite„ „nant en adjudant van Cuijlenburg en den oud gezwoore klerk Mijer en in hun plaats tot leeden aantestellen den burger Luitenant Kopferman en den gezw: klerk Andriesz: Uit het Collegie van weesmeesteren te ont„ slaan den gezwoore klerk Andriesz en in zijn plaats tot lid aantestellen de boekhouder Barend de Iong d 6 In Reuker en sinning tot Aldons en Maas tot wijkmeesters van het kasteel en Bekkenhof van de stad en De Haan tot wagtmeester van de burgerij aanteekening van de door de addaponacas van wille verleende verklae„ verlooren anker In het Collegie van inlandsch boedelmeesteren leeden van de boedelkamer tot leeden aantestellen den boekhouder Renker en den assistent sinning. Uit het Collegie van wijkmeesteren te ontslaan den burger Luitenant Kofferman, den baas van de wapenkamer Gerard, en den burger Berte„ ram, en in hunne plaats aantestellen als wijk meesteren van het kasteel den boekhouder Rob„ „bert Aldons en den burger Anthonij Maas„ en tot wijkmeester van de stad den burger Bek„ kenhoff. Bij de Comp: burgerij te ontslaan de wagtmeester Lipke, en in zijn plaats tot wagtmeester aan„ testellen den sergeant Philippus Jacobus de Htaan. Is geleesen een verklaaring door den adopenaars van Putuancarae en wellewille te silauw Sutuancarre en welle„ verleend, houdende dat ze alle moeijte hebben „ring, weegens zeekere aangeevend om een anker van de Mannaarsche tonij het welk in de maand December passato aan de mond der silauwsche revier verlooren is, te laten opvisschen dog dat zulks ondoende„ „lijk is geweest, om dat het touw van voorsz: anker, door het vijlen tegen de klippen gebrooken en met de boeij in zee gedreeven, en het an„ „ker zodanig onder de klippen geraekt is, dat het onmogelijk kan worden opge„ „vischt. Js goedgevonden en verstaan, daar van te houden Den 4. ' Maij 1790 deeze 43 Den 4. Maij 1790. besluijt op een rapport, weegens de alhier per een„ partikuliere vaertuig nelij tot zaadkoorn. deeze aanteekening. Is geleesen een hier onder g'insereerd rapport, wee„ gens de alhier per een particuliere vaartuig van Mature aangebragte van Mature aangebragte nelij, tot zaad koorn Aan den Wel Edelen Gebiedende Heer Diderich Thomas Faetz: opperkoopman en Dessave der Kolombosche omme landen. Wel Edele Gebiedende Heer! Jn voldoening der g'eerde ordre van uwel Ed: Geb: hebben wij ondergeteekendens als expresse gecommit„ „teerdens vervoegt, in het Nelij Pakhuijs te Hulftsdorp„ en aldaar de per een particuliere vaertuig, onder opzigt van den tandel Agamadoe kasien Poelle Neijna Markan, blijkens ordonnantie van den 6: April 1790 van Mature aangebragte nelij tot zaadkoorn, door het laaten meeten bevonden, gelijk hier onder volgt. 906. parras aas-kareal, dog volgens voorsz ordonn: moet weesen 922. parras of 115¼. anm dus te min 16. paaras. 62. d=o. Danehale volgens ordonn: 64. paar: dus te min 2. paar:s 22. d=o. soedoewe blijkens ordonn: 23. paar: te min 1. paara in 354. stroo zakken, alle gescheurt en onbequaam. Waarmeede wij verhoopen uwel Edele gebiedende ordre te hebben volbragt ons met de diepste eerbied onderteekenen (:onderstond:) wel Edele Gebiedende Week: uwel Edele gebiedende aller onderdaanige en gehoorzaa„ „me dienaaren (:geteekend:) J: G: Renker en Peter Jozeph Rigoulot (:in margine:) Hueftsdorp den 13:' April 1790. /:lager:/ voor den ontvangst /:geteekend:) A: van Dorth /:nog lager:/ voor de leverantie (:geteekend:) met een mallab: handteekening. En Den 4. ' Maij 1790. aanteekening van het be„ „heijd in de Colombose Des saornij Besoigne over Iaffanapatnam van een majoraal is En wijl dE: Dessave Fretz: bij brieve van den 21. April Jzeeden heeft berigt, dat zijn E: volgens het aangegaan accoord met den eigenaer van gem: vaartuijg, aan hem op de voorsz: nelij heeft laaten goeddoen 2. percento voor spillagie, en 24. stuijvers aan vragt, voor elke ammonam van 8. parras: is goedgevonden en verstaan deeze goeddoening te approbeeren en de minder geleeverde 19. parras nelij, als begreepen onder de veraccordeerde spillagie te laeten afschrijven, en het bedraagen van deeze spillagie en van de vragt, te doen belasten op de uitgeleeverde paat hij. Door den E: Dessave Fretz: overgelegd zijnde „draegen der nelij geregtig drie rendementen van de verpagting der nelij geregtigheid in de kolombosche Dessavonij 89 voor de mousson Talla op Maha van 17 89/90. goedgevonden en is na resumtie van de zelven verstaan, daer uit te noteeren, dat deeze gerechtigheid heeft opgebragt 16462: 1/5. parras Nelij. Door de Jaffenasche bedienden ter voldoening aen berigt door de Jaffenase de resolutie van den 18.' Maart Jongstleeden, bedienden wat het werk bij brieve van den 21. April daar aan berigt zijnde, dat het werk van een Majoraal is, sCompe„ „nies revenuen intevorderen en aen de recibedoor te verandwoorden, en dat de 23
English
435 of the Chikos moneys to be enjoyed, 1½ percent by the recibedor and 2½ by the majorals. to relinquish to the weavers, dyers and painters the required chay roots for 5 Indian stivers the lb, and also to excuse them from a certain obligation of the granted 4 percent to the recibedors, 1½ percent to the recibedor and 2½ percent to the majorals. the recibedor, whether this collection has been made or not, is obliged to account for the amount thereof into the Company's treasury at the appointed time, and that the officials therefore consider that of the 4 percent of the Chikos moneys which by resolution of 26 August 1789 were granted to the recibedors, 2½ percent ought to be allocated to the majorals. After deliberation, it was approved and resolved in accordance with this advice to determine that of the aforesaid granted 4 percent, 1½ percent shall be enjoyed by the recibedor and 2½ percent by the majorals. Upon the instruction given by the aforesaid resolution of 18 March last to the Jaffna Commander Raket, to take into consideration and to advise this government by what means one could relieve the weavers, dyers, and painters, both of Jaffanapatnam and of Mannaar, on account of the increase in the price of chay roots, and how the enjoyment of the favors shown to them could be secured for them; the officials having answered by letter of 21 April last that they consider there to be no other means to assist the weavers, dyers, and painters The 4th of May 1790. both The 4th of May 1790. continuation both of Jaffanapatnam and Mannaar in their trade than by relinquishing chay roots to them at a lower price, even if it were at 5 Indian stivers the pound, and moreover by releasing them from the imposed obligation to take an equal quantity of Seven Places roots along with the Karardivo and Mannaar chay roots, since this latter sort is not used there; at the same time assuring that it is not known to them that the weavers, dyers, and painters there are under any constraint, or that they do not enjoy proper freedom in their trade. This having been deliberated upon, and however much this government would have preferred that a means could have been devised for the benefit of the weavers, dyers, and painters to assist them that might give less cause for abuses than lowering the price of the chay roots which they need in their trade; yet because the officials seem not to have been able to find this, it is approved and resolved to consent that the required chay roots be relinquished to them for five Indian stivers the pound, and that they also remain excused from the obligation to take an equal 437 The 4th of May 1790. what further was decided in that regard. equal quantity of Seven Places roots with the good chay roots, provided that an arrangement be made whereby it is adequately ensured that no abuse of any kind can be made of this indulgence in favor of these people; with orders at the same time to the officials to send hither annually a nominal roll of these weavers, dyers, and painters signed by the administrator, indicating also the quantity of roots that has been issued to each of them. And for the rest, it is resolved to persist with the decision of the seventeenth of November past to sell the different sorts of chay roots for no less than at eight Indian stivers the pound, and that all the sorts mixed together, approximately in that proportion as they come in; and to be assured that no illicit trade is carried on therewith, it is further approved to recommend to the officials at Jaffanapatnam to establish the necessary orders, according to their proposal, that no chay roots may be exported there and at Mannaar except upon the presentation of The 4th of May 1790. approbation of the appointment of a kanakapulle at Kaits made by the Jaffna officials, and excusing him from paying the office fee. of a certificate from the administrator, or from the Mannaar chief, by which must appear not only that the presenter of the certificate has purchased the chay roots which he wishes to export from the Company, but also the quantity of each sort thereof, so that he who conducts the search can verify whether no larger quantity is exported than was purchased from the Company, and to seize for the Company all that is found to have been shipped in excess thereof; with orders further to the officials to send hither annually a list signed by the administrator of the lots sold, as they have successively been delivered. It having been communicated by the Jaffna officials in the aforementioned letter that Commander Raket, in fulfillment of the resolution of 18 March aforesaid, had reinstated the former kanakapulle of Kaits in that post instead of Aijen Poelle, who was dismissed by the aforesaid resolution, because he had conducted himself well in his function; but that he cannot pay any office fee for it, because the revenues of a kanakapulle are very strictly limited, and he consequently would not be able to contribute it without committing unreasonable exactions upon the boatmen. It is
Dutch transcription
435 van de Chikos penningen den de sibedoor en d' ½n bij de majoraals te worden. aan de weders, verwer„ zaaijwortelen aftestaan voor te excuceeren van zekere verpligting de recibedoor, het zij deeze invordering gedaan is of niet, verpligt is het beloop daar van, op den bepaalden tijd in 'sComp: kas te verandwoorden en dat de bedienden daerom vermeenen, dat van de 4. percento van de Chikos penningen die bij resolutie van den 26. Augusto 1789. —. aan de recibedoors zijn toegelegd, 2½: prC=to aan de Majoraals behoorden te worden toege„ „weezen. van de toegelegd 4: p:r:o Is na deliberatie goedgevonden en verstaan over„ aan de resibedoors19/„n bij een komstig dit advies te bepaalen, dat van de voorsz: toegelegde 4: percento zullen worden genooten 12: percento bij den recibedoor en 22: pro bij de majoraals. Op de bij voorsz: resolutie van den 18. ' Maart jongst en schilders de benoodigde leeden gegeevene last aan den Heer Jaffanasche 5: indische stvers 't lb: en ook Commandeur Raket, om in overweeging te nee„ „men en deeze regeering te adviseeren, door welke middelen men de weevers, verwers en schilders„ zoo wel van Jaffanapatnam als van Mannaer weegens de verhooging van den prijs der zaaij wortelen, zoude kunnen soulageeren, en aan hun het genot der gunsten, die men hun bewijst zoude kunnen worden verzeekerd door de bedienden bij brieve van den 21.' April Jongstleeden geand„ woord zijnde dat ze vermeenen, dat er geen ander middel is om de weevers, verwers en schilders Den 4. ' Maij 1790. zoo Den 4 Maij 1790. vervolg zoo van Jaffanapatnam als Mannaar, in hun neering te gemoed te koomen, dan met zaaijewor„ „telen aan hun aftestaan voor eenen minderen prijs, al was het zelfs tot 5. Jndische stuijvers het pond„ en met hun daar en boven te ontheffen van de opgelegde verpligting, om bij de karardivosche en Mannaarsche zaaijewortelen eene gelijke quan„ „titeid zeven plaatsche wortelen te moeten neemen, wijl deeze laatste zoort aldaar niet word ge„ „bruijkt, met verzeekering teffens dat het hun niet bekend zij, dat de weevers verwers en schilders aldaar onder eenig bedwang staan„ of dat ze geene behoorlijke vrijheid in hun bedrijf zouden genieten. Js daar over gedelibereerd, en hoe zeer deeze regee„ „ring liever zoude gezien hebben, dat men ten behoeve van de weevers, verwers en schilders, om hen te gemoet te koomen een middel hadden kunnen uitdenken, dat minder aanleiding gee„ „ven konde tot misbruijken; dan het verlaagen van de prijs der zaaijwootelen, die ze in hun bedrijf behoeven egter wijl de bedienden dit niet „vinden schijnen te hebben kunnen „ goedgevonden en verstaen te bewilligen, dat aan hun de benoodigde zaaije„ wortelen, worden afgestaan voor vijf indische stuij„ „vers het pond en dat ze ook g'excuseerd blijven van de verpligting, om bij de goede zaaije wortelen eene 437 Den 4' Maij 1790. wat verder daar om„ trend beslooten. eene gelijke quantiteid van zeven plaatsche te moeten neemen, mits dat er een schikking gemaakt worde, waer bij op een toerijkende wijze word gezoagd, dat op geenerhande wijze van deeze inschikkelijkheid ter begunstiging van deeze menschen, een misbruijk kan worden gemaakt met last teffens aan den bedienden om van deeze weevers verwers en schilders„ Jaarlijks eene naamlijst door den administra„ „teur geteekend herwaards te zenden, met aan„ „wijzing teffens van de quantiteid wortelen die aan een elk hunner afgegeeven is. En is voor het overige verstaan te persisteeren bij het besluijt van den seventiende. November passato om de differente zoorten van zaaijwor„ telen voor niet minder te verkoopen, dan te„ „gens agt indische stuijvers het pond; en zulks alle de zoorten door malkanderen, ten naasten bij in die proportie zoo als ze inkoomen en om verzekert te zijn, dat er geen onge- oorlofde handel meede gedreeven word, is alverder goedgevonden den bedienden te Jaffa„ napatnam aantebeveelen, om volgens hun voorstel de nodige orders te stellen, dat aldaar en te Mannaar geene saaijewaatelen zul„ „len mogen worden uijtgevoerd, dan op de vertoning van Den 4. ' Maij 1790. Jaffanase bedienden gedaa„ ne aanstelling van een kannekappel te kaits en hem verschoond van 't op„ brengen van 't amptgeld. van een bewijs van den administrateur, of van het mannaarsch opperhoofd, waer bij blijken moets„ niet alleen dat de vertoonder van het beweis„ de zaaijwaatelen die hij uitvoeren wil van de Comp: heeft gekogt, maar ook de quanti„ „teid van elk zoort daer van, op dat de geene, die de visitatie doet, nagaan kan of er geen grooter quantiteid word uitgevoerd, dan van de Comp: gekogt is, en om al wat er boven dien bevonden word, te zijn af„ „gescheept, voor de Comp: aanteslaan, met last wijders aan de bedienden, om van de verkogte parthijen, zoo als ze successive zijn afgeleeverd, Jaarlijks eene door den adminis„ „trateur geteekende lijst herwaards te zenden. approbatie van de door Door de Jaffanasche bedienden bij meerm: brieff bedeeld zijnde, dat de Heer Commandeur Raket ter voldoening aan de resolutie van den 18. Maert voormeld den voormaligen kannekappel van kaits, wijl hij zig in zijne functie wel ge„ draagen had, insteede van den bij voorsz: resolutie ontslaagenen Aijen Poelle, weder in dien post heeft gestelt, dog dat hij daer voor geen ampt geld kan opbrengen, om dat de inkomsten van eenen kannekappel zeer nauw bepaald zijn, en hij mits dien het niet zoude kunnen contribueeren, zonder onreedelijkheeden te pleegen aan de barkiers. - Is „3
English
Jaffna Council of Justice that the Dessave and two Landraads members might be revoked, to grant for this time. This having been deliberated upon, and although it is incomprehensible that the payment of a voluntary office fee could constitute a motive not to keep the person who pays it to his duty just as well as the person who does not pay it, and why the person who pays it would have more opportunity to commit any injustices than the person who does not pay it, as the Lord Commandeur seems to suppose, it was nevertheless approved and understood to sanction the appointment of the aforesaid cannapulle, and to excuse him from the office fee. The request of the Jaffna Council of Justice that a certain commission assigned to the council members may be revoked. Regarding the request presented by the Jaffna servants in the repeatedly mentioned letter of 21 April from the Council of Justice there, that the commission assigned by resolution of 18 March previously to the Honorable Dessave Schreuder and two Landraad members, to conduct the necessary investigation into the case of Maria Chidewie, widow of the vellala of Marwenplo Don Joan Nitzinga Kasienade Modliaar, as tending toward a decline of the said Council of Justice, might be revoked, and that two members of the Justice, even if with the addition of the Honorable Dessave, might be commissioned for that purpose. The 4th of May 1790. To acquiesce regarding the piece of land to which the Modliaar made a claim. In consideration of the fact that this government assigned this investigation to a commission of the Landraad for no other reason than solely because the Fiscal, to whom this investigation was first ordered according to the record of the aforesaid resolution, did not properly acquit himself of his duty therein, and the Council of Justice itself allowed this neglect of duty to pass unnoticed: it was approved and understood, solely out of exceptional accommodation, to resile for this time from the aforesaid decision and thereby to allow that, in the investigation assigned to the Honorable Dessave Schreuder concerning the authenticity of the indication made by the majorals and schoolmaster of the possessions of KoenJaliaar Don Francisko Nalla Mapane, two members from the Council of Justice there may assist instead of two Landraad members, provided that this does not cost more at the expense of the interested parties than a commission from the Landraad would have cost. In the report of the Jaffna Council of Justice concerning the Maddapallij Don Ignatie Tiessewere Ratne. A report from the Council of Justice there having been transmitted by the Jaffna servants in compliance with the aforementioned resolution, stating that the piece of land to which the Madapallij Don Jgnatie Tissewireretna Modliaar made a claim was sold publicly at the request of its former owners, because the same had not been sold to the complainant, but had only been bound on ottij. The 4th of May 1790. The 4th of May 1790. The interrogation of the chief pilot regarding why the Civiel and Falk bank had not been properly inspected, to be sent back to Jaffna. It was after deliberation approved and understood to acquiesce in this report, and thereby to allow that the sentence rendered in this case be executed. A report received from Jaffnapatnam from the council members De Moor and Van Wek was resumed, with the papers relating thereto, regarding the interrogation of the chief pilot Willem van Rossum concerning his assertion that the Ciwel and Balke bank, when they were surveyed on the 26th and 27th of February last under the supervision of Captain-Lieutenant Foenander, who was commissioned for the inspection of the Arippo pearl banks, had not been properly inspected. And since the said Van Rossum further testified at this interrogation that upon the repeated inspection of the Ciwel bank he had become convinced that this bank must not have been properly inspected during the first inspection, and thus explicitly maintained his first assertion, without the commissioners having conducted any further investigation therein. It was after deliberation approved and understood to send the aforesaid papers back to Jaffnapatnam, with orders to have further investigation made regarding the aforesaid assertion of the said chief pilot, The 4th of May 1790. Approval of a Jaffna resolution containing a decision on the grievance of the sureties of the renter of the chikos pennies. and particularly to demand of him a clear explanation of what his statement is based upon, that upon the repeated inspection of the Ciwel bank he had become convinced that this bank must not have been properly inspected during the first inspection, and to compare what he states against the report of the commissioners at the inspection of the aforesaid pearl banks, and from that, if necessary, to have all such questions put to him, Van Rossum, as may serve to place the matter in a clear light, and finally also, if necessary, to have heard and confronted against the repeatedly mentioned chief pilot the Jaffna native headmen who assisted at the aforesaid inspection. A Jaffna resolution of the 6th of April last was read, whereby the servants, upon the grievance of the sureties of the renter of the chikos pennies of the year 1785/6 about having been sued together with the renter by the Fiscal on account of the arrears of the said renter, decided to order the Fiscal, according to the request of these sureties, first to sell the possessions of the renter of the oeliammers Razakaria Siettamble Modliaer, and if those were not sufficient,
Dutch transcription
139 „nasen raad van Justitie dat b: dessave en twee Land„ weder mogte worden inge„ trokken voor diet maal toetestaan. Is daar over gedelibereert, en schoon het niet te begrijpen is, dat het betaalen, van een vrijwil„ „lig ampt geld, een motief kan uitmaaken om den geenen, die dat betaald niet te houden tot zijn pligt zoo wel als den geenen die dat niet be„ „taald en waarom de geene die dat betaalt, meer geleegendheid zoude hebben tot het pleegen van eenige onregtvaardigheeden dan de geene die het niet betaald, gelijk de Heer Comman„ „deur dat scheint te veronderstellen, nogtans goedgevonden en verstaan te approbeeren de aanstelling van voorsz: kannekappel, en hem te verschoonen van het ampt geld. het verzoek van den Japp p het door de Jaffanasche bedienden bij meerm: zeker kommissie die op den brief van den 21. April voorgedraagen verzoek raadsleeden gedeserneerd is van den raad van Justitie aldaar dat de Com„ missie die bij resolutie van den 18. ' Maart te vooren op den E: Dessave schreuder en twee land- raads leeden gedecerneerd is, tot het doen van 't nodig onderzoek in de zaak van Maria Chidewie weduwe van den bellale van Mar„ wenplo Don Joan Nitzinga kasienade modliaar als strekkende tot declin van gem: raad van Justitie, weder mogte ingetrokken worden en dat daer toe twee leeden van de Justitie, al was het niet bijvoeging van den E: Dessave, gecommitteerd mogten worden Den 4. ' Maij 1790. S 440 wegens stuk land waar mod:t pretentie heeft ge„ maakt, te berusten. Is uit aanmerking dat deeze regeering dit on„ „derzoek om geen ander reeden aan eene Commis„ „sie van den landraad heeft opgedraagen, dan alleen om dat de biskaal aan wien dit onderzoek volgens het aangeteekende bij voorsz resolutie eerst is aan bevoolen geweest, daer in niet nabe„ hooren van zijn pligt heeft gekweeten, en de raed van Justitie zelve dit pligt versuim ongemerkt heeft gepasseert: goedgevonden en verstaan, alleen uijt bij zonder inschikkelijkheid, voor ditmaal van voorsz: besluit te resilieeren en mits dien toetestaan, dat bij het aan den E: Dessave schreuder opgedraagen onderzoek. nopens de egtheid der door de Ma„ „Joraals en schoolmeester gedaane aanwijzing van de bezittingen van koenJaliaar Don francisko Nalla Mapane, insteede van twee landraads leeden, zullen mogen assisteeren twee leeden uit den raad van Justitie aldaar, mits dit niet meer kome te kosten ten laste van de belang hebbende parthijen, dan zoude gekost hebben en commissie uit den landraad. Jn 't berigt van de Jaf Noij door de Jaffenasche bedienden ter voldoening aen tenase raad van Justitie voorm: resolutie overgezonden zijnde een berigt over de maddapallij don van den raad van Justitie aldaar houdende, dat Ignatie tiessewere ratne het stuk land, waer over de Madapallij Don Jgnatie Tissewireretna modliaar pretentie heeft gemaakt, publiek is verkogt op het verzoek van dies voorige eigenaars, om dat het zelve aan den klager niet verkogt, maer eenelijk op ottij verbonden was geweest. Den 4:' Maij 1790. Is 441. Den 4. ' Maij 1790. — 't verhoor van de opperloots van dat de Civiel en falk bank niet wel zoude zijn gevisiteerd terug te zenden na sassena. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan in dit berigt te berusten, en mits dien toetestaen „worden dat het in deeze zaak geslaagen vonnis„ g: executeerd. Is geresumeerd een van Jaffanapatnam ontvan„ waarom de papieren, regens gen berigt van de raadsleeden De Moor en van Rossim over zijne voorqaae wek, met de daer toe betrekkelijke papieren, wee„ gens het verhoor van den opperloots Willem van Rossum, over zijne voorgaave, dat de Ciwel en balke bank, toen dezelve op den 26. en 27. februarij Jongst leeden onder opzigt van den Capitain luijtenant Foenander, die gecommit„ „teerd was tot de visitatie der arriposche paarl„ banken, zijn opgenoomen niet wel zouden zijn gevisiteerd. En wijl gem: van Rossum bij dit verhoor nader heeft betuigd, dat hij bij de herhaalde visitatie van de Ciwel bank overtuijgd was geworden, dat deeze bank bij de eerste visita„ „tie niet wel moeste gevisiteerd zijn, en dus uijtdrukkelijk zijne eerste voorgaave heeft staande gehouden, zonder dat de gecommit„ „teerden daer in eenig verder onderzoek hebben gedaan. Js na deliberatie goedgevonden en verstaan de voorschreeve papieren te rug te zenden na Jaffanapatnam, met last, om nopens de voorschreeve voorgave van gemelde opperloots t 485 Den 4. ' Maij 1790. approbatie ener Jaffenase beswarenis van de borgen van oppertoots, verder onderzoek te laeten doen, en inzonderheid van hun eene duijdelijke Explicatie te vorderen, waer op gegrond is. zijn zeggen, dat hij bij de herhaalde visitatie van de Ciwel bank overtuijgd was geworden, dat deeze bank bij de eerste visitatie niet wel moeste gevisiteerd zijn„ en het geen hij opgeeft tedoen vergelijken tegens het rapport van de gecommitteerden bij de visita„ „tie der voorsz: paarlbanken, en daer uijt zoo het nodig is, aan hem van Rossum te laten doen alle zulke vraagen, als strekken kunnen om de zaak in een duijdelijk dagligt te stellen, en eindelijk ook om des noods te doen hooren en tegen meerm: opperloots doen Confron „teeren, de Jaffanasche inlandsche hoofden, die bij de voorsz visitatie hebben geassisteerd. s geleesen eene Jaffanasche resolutie van den resol: houdenden besluit op de 6:' April Jongst leeden, waer bij de bedienden den pagter der Chika penn: op de bezwaarnis van de borgen van den pagter der Chikos penningen van A=o 178:6/ over dat ze te zaamen met den pagter, door den fiskaal waaren geactioneerd, wee„ „gens het agterstal van gem: pagter hebben beslooten den fiskaal te gelasten, om vol„ „gens het verzoek, deezer borgen, eerst de be„ „zittingen van den pagter der oeliammers Raza„ „karia siettamble modliaer, en die niet toerijkende zijnde
English
443 The 4th of May 1790. Resolution containing the decision to have written off 27 filled cartridges and 12 lb of gunpowder. Resolution containing the decision appointing the merchants van Hek and van Sprang as members of the Jaffna Landraad. being, than to have those of his guarantors and co-parties sold. And in view of the fairness of this decision, it is approved and agreed to confirm the same. Approval of a Jaffna resolution to provide Captain Lieutenant Foenander with 200 rds. The Jaffna officials having decided by resolution of the 7th of April last to write off in the trade books 27 filled cartridges and 12 lb of gunpowder, which were consumed during the recently held inspection of the pearl banks. It is approved and agreed to confirm the said resolution. A Jaffna resolution of the 13th of April last was read, whereby the officials decided to provide Captain Lieutenant Foenander, pending further accounting, with 200 rds to cover the necessary expenses in the commissions assigned to him. And it is approved and agreed to confirm the said resolution and to instruct the officials to have the aforesaid amount charged hither. Appointment of the junior merchants van Hek and van Sprang. The Jaffna officials, in accordance with the resolution of this government of the 27th of March last, having appointed by their resolution of the 16th of April following the unassigned junior merchant Johannes Lambertus van Hek as a member of the Landraad, it is approved and agreed to confirm this appointment, and also to appoint the fellow unassigned junior merchant van Sprang as a member of the Jaffna Landraad, with instructions to the Jaffna officials to employ these two members especially to examine matters summarily according to the latest instruction. The 4th of May 1790. Resolution containing the decision to publicly tender the supply of jaggery timber and laths, jaggery sugar, and cairsingels; and to obligate the chaya diggers of the islands of Delft and the Two Brothers to deliver the specified quantity of chaya roots according to ancient custom. In how far approved. Business concerning Galle: To demand an accounting from the former Master of Attendants Abo regarding certain coir cables. A Jaffna resolution of the 21st of April last was read, whereby the officials decided: 1. To publicly tender anew, according to the request of the Honourable Dissave Schreuder, the supply of jaggery timber and laths, owing to the failure of the latest contractors to fulfill their obligation, and likewise to tender publicly to the lowest bidder the supply of the necessary jaggery sugar and cairsingels, both for Jaffna and for the Vanni, Mannar, and Trincomalee, because the collection thereof made by the headmen proceeds very slowly due to the low fixed prices and is insufficient to meet the demands; 2. To obligate, according to the request of the administrator Mooijaart, the chaya diggers of the islands of Delft and 445 The 4th of May 1790. the Two Brothers to deliver the specified quantity of chaya roots according to ancient custom, since there is not so much to do at the horse stud farm, and the chaya diggers leave that work mostly to their wives and children. And after deliberation, it is approved and agreed to confirm that the supply of jaggery timber and laths be tendered anew, and that the supply of jaggery sugar and cairsingels also be tendered henceforth; but before disposing of the officials' decision to obligate the chaya diggers of the islands of Delft and the Two Brothers to deliver the specified quantity of chaya roots according to ancient custom, to request a report from them as to how much this quantity specified by ancient custom amounts to, and how much these chaya diggers have actually delivered thereof, especially in the last five years, as well as how much this amounts to per head on average. A Galle resolution of the 29th of March last was read, whereby the officials, among other things upon a petition from the former Master of Attendants Abo, decided regarding 1 coir cable of 14 inches thick and 1 ditto of 11 inches thick, both 125 fathoms long, which were used for the mooring of
Dutch transcription
443 Den 4. ' Maij 1790. resol: houdende besluet om te laten afschrijven 27: p„s gevulde kandoesen en 1½½. lb: buskruit resolutie houdende besluit kooplieden van Hek en van sprang tot Leden van Zattenasen Landraad zijnde; dan die van zijne borgen en meede stan„ ders te laten verkoopen. En is uit aanmerking van de billijkheid van dit besluit goedgevonden en verstaan het zelve te approbeeren. approbatie ener Jaffenase Door de Jaffanasche bedienden bij resolutie van den 7. April Jongstleeden beslooten zijnde, om bij de negotie boeken te laten afschrijven 27. p:s gevulde kaadoesen en 12: lb: buskruijt die bij de onlangs gehoudene visitatie der paarl ban„ ken verbruijkt zijn. Is goedgevonden en verstaan gemelde resolutie te approbeeren. Is geleezen een Jaffanaische resolutie van den 13: ' april approbatie eener Jaffenase Jongstleeden, waer bij de bedienden hebben beslooten om aan den kapit: luitenant om aan den Capitain Luijtenant Foenander Foenander te laaten verstrek„ ter nader verandwoording te laten verstrekken 200. rd:s tot het doen van de noodige onkosten in de aan hem opgedraagene Commissien. En is goedgevonden en verstaan gemelde resolutie te approbeeren en den bedienden aante schrijven om voorsz: bedraagen herwaards te laaten aanree„ kenen. aanstelling van de onder Door de Jaffanasche bedienden over eenkomstig het besluit deezer regeering van den 27. –. Maart Jongst Leeden, bij hunne resolutie van den 16. April daar aan, de onderkoopman buijten emploij Johan„ „nes Barbertus van Wek tot lid van den „nen 200. w=s Den 4. ' Maij 1790. resol: houdende om de leverantie van Jagen houten en fatten, Jager„ zuiker Karsings op u bliek te doen aantesleeden. om de zaaije gravens van de den Landraad aangesteld zijnde is goedgevon„ „den en verstaan deeze aanstelling te approbeeren, en ook den meede onderkoopman buijten em„ „ploij van sprang, insgelijks aan testellen tot lid van den Jaffanaschen Landraad, met last aan de Jaffanasche bedienden om deeze twee leeden, inzonderheid te doen emploijeeren om de zaaken volgens de Jongste instructie de plano te onder„ „zoeken. resumtie ener Jaffenase Is geleezen eene Jaffanasche resolutie van den 21. April Jongstleeden, waer bij de bedienden hebben beslooten. 1. om volgens het verzoek van den E: Dessave schreu„ der, de leverantie van Jagerhouten en latten, mits het verzuijm van de Jagerhouten en latten, mits het verzuijm van de Jongste aanneemers om aan hunne verbintenis te voldoen, op nieuw publicq tedoen aanbesteeden, en om insgelijks de leverantie van de benoodigde Jager zuijker en karsingos, zoo voor Jaffana als voor de wanni, Meinaar en Tuinhonoma„ „le, meede publiek aan den minst bedienden aan te besteeden, om dat de inzaameling die de hoofden daar van doen, wegens de geringheid der bepaalde prijzen, zeer traag voortgaat en niet toerijkende is tot voldoening der eisschen 2. / om volgens het verzoek van den administrateur eijlinden Delft en de twee Mooijaart, de zaaijegraaveas van de Eilanden Delft„ gebroeders ende a2 445 Den 4' Meij 1790. broeders op teleggen om na onder gewoonte te leeveren de bepaalde quantiteid zaijewortelen. Jn hoe verre geappro„ belad. Besoigne over Gale er Abo verantwoording te vorderen van zekere vijgertouwen. de twee gebroeders opteleggen, om na ouder gewoonte te leveren de bepaalde quantiteid zaaijewortelen dewijl bij de Paarde stoeterij niet zoo veel te doen valt, en de zaaijedelvers, dat werk meest door hunne vrouwen en kinderen laten verrigten. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan te approbeeren dat de leverantie van Jagerhouten en latten nader word aanbesteed, en dat ook de leverantie van Jagerzuijker en karsingos voor„ „taan word aanbesteed, dog alvoorens te disponee„ „nen over der bedienden besluit om de zaaijegra„ „vers van de eijlanden Delft in de twee gebroe„ „ders opteleggen om na ouder gewoonte te lee„ „veren de bepaalde quantiteid zaaijewaatelen, van hun berigt te vraagen, hoe veel dieze na oude gewoonte bepaalde quantiteid bedraagt, en hoe veil deeze zaaijedelvers daar van in effecte hebben geleevert, speciaal in de Jongste vijf Jaaren, „ hoeerel mitsgaders „ dit door malkanderen gereekend per kop bedraagd. van den Equipagiemeed 's geleezen eene gaalsche resolutie van den 29:' Maart Jongstleeden, waer bij de bedienden onder anderen op een addres van den gew: Equipagiemeester Abo, hebben beslooten, om 1. vijgertouw van 14. duim dik en 1. duim van 11: d=m dik bijde lang 125. vadems, die tot het vertuijen van
English
The 4th of May 1790. that have served on the ship Het Spaarne, and by the long laying of that vessel in the Galle Bay have become unfit, to be inspected by a judicial committee, and upon finding that they are no longer usable, to have them destroyed and written off. And after deliberation it was approved and agreed, prior to approving this resolution, to write to the servants at Galle to demand an accounting from the former Equipagemeester Abo, and to report to this government why the said two ropes were not submitted for inspection and destruction immediately after the departure of the ship Het Spaarne, according to the order, or else upon the transfer of his administration. The Galle servants having reported by letter of the 1st of this month that on the Cape requisition for the year 1789, two messenger ropes of 13 and 14 inches must still be satisfied, but that no other ropes are in stock for this purpose than those that have been marked for Batavia. After deliberation it was approved and agreed to order the servants, in order to satisfy the Cape requisition, to employ two of the ropes marked for Batavia, and to send these two ropes with the packet boat Maria Louisa alongside 50 packs of Company linens from the lot that remained behind there upon the departure of the latest return ships due to a lack of space, and also to send on freight to the Cape with the said vessel as many private linens as the owners might choose: And it is also agreed to recommend the servants to satisfy as far as possible the Batavian requisition of coir and ropes with the ship Vreedenburg and the two Cochin ships that are expected, and so far as the ropes cannot be prepared so quickly, to cause the missing ropes for Batavia to be supplemented with salted loose coir. Read a Galle resolution of the 20th of February last, containing the decision to have a Dutch heavy rope from the ship Huisduinen delivered to the Equipagemeester for this use, which according to a declaration submitted by the officers of the said vessel is partly unfit and thus no longer serviceable for further use, and upon inspection before commissioned judicial members was stated by the boatswains only to be able to serve for the making of laid lines, row strops, sennit, spunyarn, and shroud strops, and also for the picking of oakum and cable yarn. And it was approved and agreed to approve the said resolution. The 9th of May 1790. Further was resumed a Galle resolution of the 29th of April last, whereby the servants decided to request authorization from this government to be allowed to grant the following extra issues, according to the proposal of the Honorable Dessave of Matara van Angelbeek, to the soldiers who are currently detached there beyond the ordinary because of the disturbances in the said Dessavony, namely: To the officers, non-commissioned officers, and European privates: extra board money. To the corporals, gunners, and privates furthermore: 1 3/8 lb of rice each per day, or 1 parra per month. 2 mutsjes or 1 1/5 kan of arrack per man per day above ordinary and extra rations, and salt and pepper pro rata. To the native officers, non-commissioned officers, and privates: 4 lb of dried fish each per month, or failing that, 4 stuivers per lb in cash. 1 1/3 lb of rice per day each, or 1 parra per month, salt and pepper pro rata. 1 mutsje or 1/10 kan of arrack per day each. Whereupon having deliberated, and taking into consideration that the soldiers now that provisions in Matara, due to the cessation of all supply from the country, are scarce and expensive, cannot subsist on their ordinary pay, and therefore ought to be accommodated with an extra allowance, although one may trust that the necessity of the stay of these troops in the Matara district will be of short duration. It was therefore approved and agreed to authorize the servants at Galle to allow extra board money to be granted to the officers of the European militia who are detached to Matara, and to allow such an allowance in money or provisions to be granted to the non-commissioned officers and privates, alongside the native soldiers, as the Honorable Dessave van Angelbeek shall find necessary according to the circumstances of time and place, provided that the one and the other does not exceed the amounts of the aforesaid proposed issues. Received from Tuticorin an assay of 660 mark of gold, from the consignment of the ship Trinkonomale, which was minted there into 47369 14/15 pagodas, and since it has been examined by the first searcher Berghuis and found correct, it was agreed to insert it below: Assay.
Dutch transcription
Den 4. ' Maij 1790. ter voldoening van den Caas„ batavia aangeslaagene touwen te emploijeeren en deze twee touwe te verzenden met de van het schip het spaarne gediend hebben, en door het lang leggen van dien bodem in de gaalsche baaij onbequaam geworden zijn, door eene Justitieele commissie te laten bezigtigen en bij bevinding dat ze niet meer bruikbaar zijn te laten verme„ „tigen en afschrijven. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan al„ „voorens dit besluit te approbeeren den bedienden te Gale aanteschrijven, om van den gew: Equipagie„ „meester Abo verandwoording te vorderen, en deeze regeering te berigten, waerom gedagte twee „niet touwen „ volgens de ordre dadelijk na het vertrek van het schip 'T spaarne, of wel bij het doen van transport van zijne administratie, ter bezigtiging en vernitiging opgegeeven zijn. Door de Gaalsche bediendienden bij brieve van schen eijsch twee van de voor den 1. deezer berigt zijnde dat op den kaabschen eisch voor het Jaer 1789, nog twee vijgertouwen paket boot Maria Louisa van 13. en 14. d=m moeten worden voldaan, dog dat nevens 50: pakken Lijwaaten en ten dien eijnde geene andere touwen in voor„ raad zijn, dan die voor Batavia zijn aangeslaegen. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan den bedienden te gelasten, om tot voldoening van den kaabschen Eijsch, twee van de voor Bataviaa aangeslaagen touwen te emploijeeren, en deeze twee touwen te verzenden met de Paket boot Maria Louisa nevens 50. pakken sCompenies lijwaaten uit de parthij die bij vertrek van de Jongste retouw scheepen mits gebrek aan ruijmte aldaar zijn te 447. Den 4. Maij 1790. de gaalse bedienden te re„ commanderen om zoo veel uijssch van kaijer en tou„ wen te voldoen. waar om 't onbequaam hol„ lands swaar touw van 't schip huisduinen aan de Equi„ te rug gebleeven, en nog zoo veel particuliere lij„ waaten als de eigenaars mogten verkiesen met gem: vaartuig op vragt na de caab te verzenden: En is teffens verstaan den bedienden te recomman„ mogelijk den bataviaschen deeren, om zoo veel mogelijk den Bataviaschen eisch van kaijer en touwen met het schip vreeden, burg en de twee verwagt wordende koetsiemsche scheepen te voldoen, en voor zoo verre te touwen niet zoo spoedig kunnen worden aangeslagen, de ontbreekende touwen voor Batavia tedoen suppleeren met gezoute losse kaijer Is geleezen eene gaalsche resolutie van den 20. februarij Joleeden, houdende besluijt om een pagiemeester te laten af„ hollands ziaar touw van het schip Huijs, duijnen, het welk volgens eene door de overhee„ „den van gem: bodem ingediende verklaaring, voor een gedeelte onbequaam en dus tot verder gebruik daer toe niet dienstig is, en bij bezigti„ „ging voor gecommitteerde Justitieele leeden, door de bootslieden zijn opgegeeven alleen te kunnen dienen, tot het maaken van opgeslaagene lijnen, roeij stooppen, platting, schiemans gaaren en want stroppen, en ook tot het pluijzen van weak en kabel gaaren tot dit gebruik aen den Equipagiemeester te laten afgeven. En is goedgevonden en verstaan gemelde reso„ „lutie te approbeeren. — Nog geven. Den 9e' Meij 1790. qualificatie aan de gaalse van de europeese militie die te mattire is gedetacheerd extra kostgeld te laten officieren en gem: nevens de toelage. Nog is geresumeerd eene gaalsche resolutie van bedienden om aan de officieren den 29. ' April Jongstleeden, waer bij de bedienden hebben beslooten qualificatie van deeze regeering verstrekken en aan de onder te vraagen, om volgens het voorstel van den E: oosterte militairen een Matureesch Dessave van Angelbeek, aan de militairen die thans, wegens de onlusten in gem: Dessave, aldaar buijten gewoon zijn gede„ tacheert, te mogen laten doen de volgende Extra verstrekkingen, namentlijk Aan de officieren, onder officieren en gemeene Europeeschen extra kostgeld. Aan de hooporaals, kannoniers en gemeenen daer en boven nog. 1 3/8. lb: rijst ider 's daags of 1. paara per maand. 2. –. musjes of 1 1/5. kann: rarak de man 's daags over ordinair en extra randzoen en zout en peeper na rato. Aan de oostersche officieren onder officieren en gemeenen. 4. lb: karwaat elk per maand, of bij ontsten„ „tenis van dien 4. stuijvers het lb: aan contant. 1: 1/3. „ rijst 's daags ieder, of 1. paara per maand zout en peeper na rato 1. mutsje of 1/10. kan arrak 'sdaags. ieder Waar over gedelibereert en in achting genoomen zijnde, dat de militairen nu dat de levens middelen te Mature, door het ophouden van alle toevoer uijt het 449 Den 4. Maij 1790: Besoigne over Tutucorijn Jnsertie van 't rendement oud tot pagooden. het land:, schaars en duur zijn, van hun gewoon tractement niet kunnen bestaan, en mits dien daar in door eene Extra toelaage dienen te wor„ „den te gemoed gekoomen, hoewel men vertrou„ „wen mag, dat de noodzakelijkheid van het ver„ „blijf deezer troupen in het Matureesche van kooten duur zijn zal. Is derhalven goedgevonden en verstaan den be„ dienden te Gale te qualificeeren, om aan de officieren van de Europeesche militie, die te Mature is gedetacheerd, te mogen laten veastrekken Extra kostgeld, en om aan de onder officieren en gemeenen nevens de oos„ tersche militairen zodanige toelaage in gelde of provisien te mogen akkordeeren, als dE: Dessave van Angelbeek na de omstan„ „digheeden van tijd en plaats, zal nodig vinden, mits dat het een en ander niet te boven gaa„ het bedraagen der voorsz: geproponeerde ver„ „strekkingen. - Is van tutucorijn ontvangen eene bevinding van in vermunte 660: maak 660. maak: goud, uit den aanbreng van het „welke schip Trinkonomale „ aldaar vermunt is tot 47369. 14/15. pagooden, en wijl dezelve door den eersten visitateur Berghuijs g'exami„ „neert en wel bevonden is: Is verstaan dezelve hier onder te insereeren Bevinding 7. 6. 6.
English
The 4th of May 1790. Maak p7c Engelsen 20. —. —. — 20. —. —. — 20. —. —. — 20. —. —. —. . 1. 20. —. —. — 20. —. —. — . 1. 20. —. —. — . 1. 658. —. —. —. Remainder bars of Dutch gold in two chests, the first chest of 16 bars and marked L: G: & and the second chest being of 19 bars the chest marked L: W: & of which the last two bars of gold No. 23 and 24 are retained for the minting of fanums, the aforesaid gold having been brought here by the ship Trinkonomale, which gold, by honored order of the Honorable Born Lord Martinus Mehern, Senior Merchant and Chief of the Coast of Madura, was supplied by the Honorable Lord Anthonij van der Wall, Junior Merchant and Administrator here, from the Company's general treasury to the mint for the striking of pagodas according to the new Nagapatnam mint standard, subsequently assayed by the Assayer Godfried Stieglig, and by me, the undersigned Mintmaster, in the presence of the aforesaid Stieglig and the commissioner Harmanus Engelbert Dender duly caused to be broken, melted, and cast into granules, and handed over to the minters, namely: 20. —. —. — for 1 bar of gold No. 7 assayed at: 18 karats 5 1/2 grains 20. —. —. — for 1 ditto No. 8 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto 20. —. —. — for 1 ditto No. 9 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto 20. —. —. — for 1 ditto No. 10 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto 20. —. —. — for 1 ditto No. 11 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto 20. —. —. — for 1 ditto No. 12 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto 20. —. —. — for 1 ditto No. 13 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto for 1 ditto No. 43 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto 1 ditto No. 44 ditto 18 ditto 5 1/2 ditto The second chest therein: 20. —. —. — for 1 bar of gold No. 1 assayed at: 18 karats 5 1/2 grains for 2 ditto 18 5 1/2 for 1 ditto No. 14 ditto 18 5 1/2 for 3 ditto 18 5 1/2 Finding or Yield of 660 Maak of 33: 20. —. —. — for 1 ditto No. 15 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 16 ditto 18 5 1/2 for 8 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 17 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 42 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 45 ditto 18 5 1/2 1 ditto No. 18 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 4 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 14 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 16 ditto 18 5 1/2 1 ditto No. 17 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 5 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 6 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 7 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 15 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 19 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 21 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 46 ditto 18 5 1/2 20. —. —. — for 1 ditto No. 20 ditto 18 5 1/2 1 ditto No. 22 ditto 18 5 1/2 660. —. —. — for 33 bars of gold in total. Deduct for 66 assays, thereof 33 Dutch assays and 33 assays drawn here, each of 1 1/4 Engelsen, being delivered to the Honorable Lord Administrator in the general treasury. 659. 3. 17 1/2 remains in mint material lost in the breaking of the bars and melting To be carried forward 4. 2 1/2
Dutch transcription
Den 4:' Maij 1790. Maac: p7c: Eng: 20. —„ —„ —„ 20. — „ —„ —„ 20. —. „ —„ —„ 20. —„ —„ —„. . „ 1. „ 20. — „ —„ —„ „ 20. — „ —„ — „ „ 1. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. „ 658. —. —: —. Rest bhaaren Vaederlands goud aan twee kisten, de eerste kist van 16. bhaaren en gem: L: G: & en de tweede kist zijnde van 19. bhaaren de kist gem: L: W: & waarvan de twee laatste staeven goud N:o 23. en 24. zijn aangehouden tot het vermunten van fanums, zijnde, het voorm: goud per het schip Trinkonomale alhier aangebragt welk goud ter g'eerde ordre van den wel Edele Geb: Heer Maati„ „nus Mehern opperkoopman en opperhoofd der kuste Madure door den Ed: Heer Anthonij van der Wall onder koopman en Admi„ nistrateur alhier uijt scomp: groote geld kassa en de munt ver„ „strekt zijn tot het slaan van pag: naar de nieuwe nagap: munt voet vervolgens door den Essaijeur Godfried stiegling g'essai eert en door mij ondergeteekende muntmeester ten bijweezen van den voorm: stiegling en de gecommitteerde Harmanus Engelbert Dender behoorlijk doen breeken, smelten en tot gruijs gieten mitsgaders de munters inhandigt, nament„ lijk: 20. —. „ —„ — „ aan 1. baar goud N:o 7. g'essaijeert à: 18. kaar:ls 5. 2. gaijn 20. —„ —„ —„ „ 1. d=o. . . „. „ 8. do. „ 18. . . „ 52: d„ do —. „ 18. . . „ 52:. - „ 20. —„ —„ —„ „ 1. d=o. „. . „ 9. . ——. „ 18. . „ 52. .. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. d–o - „ „ 10. do 20. —„ —„ —„ „ 1. d=o. „. . „ 11. . d_o. . „ 18. . . „ 52: -. „ do —. „ 18. . . „ 52. . „ 20. —„ —„ —„ „ 1. d–o. „. . „ 12. do —. . „ 18. . . „ 52.. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. d=o „. „ 13. . 52:. . . „ „ 1. d–o „. „ 43. . . d–o. . „ 18. . . „ 1. d=o „. „ 44. . d=o. . . „ 18: „ 52: . . „ 52:. „ De tweede kist daar in 20. —„ —„ —„ aan 1. bhaar goud N:o 1. g:' Essaijeert â: 18: karn:t 5½. grijn „ „ 2. d=o — „ 18. „ 52: 8. . „ 52:. . . „ 52: „ 52:. . „ 52: .. „ 52:. - „ do. „ 18. „ 52:. . „ _o 78. „ 18. „ 52: . . „ do — „ 18. „ do 18. „. 52: . „ 18. „ 52„„ Bevinding of Rendement van 660. Maak aan 33: 20. —„ —„ —„ „ 1. d-o. „. „. 14. . . d_o. . „ 18. „ 52: „ „ 3. d=o. „ 18. „ 52: „ 5½:. . „ „ 52:. . „ 52:. . „ „ „ 8. d=o. . . „ 18. „ 52:.: „ 52: . - „ 52: . . . „ 20. —„ —. „ —„ „ 1. d-o „. „ 15. . d_o. . . „ 18. . „ 20. —„ —„ —„ „ 1. d-o „. „ 16. . . d–o. . „ 18. . . „ 52:. . „ 20. —„ —„ —„ „ „ 1. do „. . . „ 17. do. . „ 18. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. d-o „. „ 42. d_o. . . „ 18. „ 52: .. „ 52:. . „ 20. —„ —„ —„ „ 1. do „. „ 45. . . . d_o. . . „ 18. . . „ 1. „. „ „ 18. . . do 20. —„ —„ —„ „ 1. „ „ „ 4. d=o „ 18. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. „. „ „ 14. d=o. . . „ 18. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. „ „ „ 16. . . d=o. . „ 18. „ „ 1. . . „. „ „ 17. . . . do 20. —„ — „ —„. „ 1. . . „. . „. „ 5. . . d=o. . . „ 18. „ 20. —„ —„ —„ „ 1. . . „. . „ „ 6. . . d=o. . . „ 18. „ 20. —„ —„ —„. „. 1: „ „. „ 7. . . d=o. . . „ 18. „ .20. —„ —„ —„ „ 1. „ „. „ 15. do 20. —„ —„ —„ „ 1. „ „ „ 19. 20. —„ —„ —„ „ 1. . „. „. „ 21. . . do 20. —„ —„ —„ „ 1. do „ „ 46. . . . d=o. . . „ 18. . . „ 20 —„ —„ —„ „ 1. „ „ „ 20. „ 660 — „ —„ —„ aan 33. bhaaren goud tezamen.. . gaat af aan 66. proeven daar van 33. vaderlandse en 33. hier getrokkene proeven ieder van 1¼. Eng: zijnde aan de E: Heer administrateur in de groote geld kassa afgegeeven. 659. 3: 17 ½ blijft aan munt materiaal onmndi bij het breeken der staeven en smelten verlooren Die Transporteere 4 „ 18. „ 52: . . „ 1. „. „ „ 22. . . d=o „ „ 4. 2 ½
English
Mark in C: Eng:s The 4. May 1790. —. 4. 1. 3/4. Lost during remelting and drossing. 658. 2. 8 1/4. –. remains. —. — 1:1/4 —. to a assay given over as before assayed at 1. 1/4. carat: whole 68 —. —. 2 1/2. — to two assays of two minted pagodas from the Honorable pile delivered by a person unknown in the mint in the presence of the Honorable fiscal and Members assayed as before. 650. 2: 4:1/2. —. thus held pure calculated at 72. 1/4 Pag: weight each mark yielding - 47560. 11. 1/8 for silversmiths or minters - - for the Writer or brahmin . . . . . . . . . — 2. — for melting or coppersmith - - - - - - - — 1. 1/4. are Pag:s 3. 5. —. reduced against coast fanams at 22 1/2: per pag:s are Pag: 3. 3/9 per thousand . . - - - - - - - - - . . . - - - - Pag:s 153. 4/16 for coal . . - - - - - - - - - - - Pag: — 12. –. for oil dross pots pans lemons and piano or Lascars - — 6:1/2 are —. 18.1/2. Reduced against coast fanam at 22:1/2: per pag: is . . . - Pag: 3. 1. –. - - - - - Brought forward 658. 2. 7: —. remains still. pag: — 4/16 per thousand - - - - - - - - - - - Pag: .. . -. . . . . Pag:s the loss - - - - - - - - - - - - —- 39. 1. 1/16. Pag: 192: 6: 5/8. - - Deducted- Remains Pag: 47368. 4 1/2. From which in the manner as before delivered to the Honorable fiscal and members for transfer into the main cash vault- 2. —. — Remains for the mass 47366. 4:1/2. Add here again the value of 3 3/4. Eng:s from the aforementioned mass delivered. . . . . set as delivered into the main cash vault- -- 1. 13. — 2 Counts - - 47367: 17:2. 2. —. —. Adds - - 47369. 17. 2. Aforesaid marks gross 660:—. are marks fine 507:14: 6: grains calculated, at ƒ 375. the mark fine after deduction of the assays of 4. ounces 2.1/2. Eng:s at a cost of ƒ148. 14. 3. pennies. - - - - - - - - – – 190202: 17. 1. From which as said before after deduction of the expenses incurred thereon have been minted for the Honorable Company pag: 47369: 14/15. making at ƒ387:5: 9. pennies the mark fine - - - - - - - - - - - - - - - - 196585. 4. 7. Yielding this parcel of gold a profit of 3: 1/32: per Cent ample or - - - - - - ƒ 6382. 7: 6. Tuticorin the 20. November 1789. /:signed:/ F Damman /:in margin:/ calculated /:signed:/ G: Stiegling and W: E: Dender short demonstration in comparison against the charged price of the gold encumbered with the agio calculated thereon at 10: per Cent amounting the purchase to ƒ198219. 8. 4: deducted from this the cost of the assays ƒ 155. 7. 1. pennies . - - - - - - - - - - - - ƒ198064: 1: 3: remains- - - from which after deduction of the expenses incurred thereon have been minted for the Honorable Company pag: 47369. 1/16. making at ƒ387:5: 9. pennies the mark fine - 196585: 4: 7: yielding this parcel of gold a loss of 3/4. per Cent or ƒ 1478. 16. 12. /:was signed:/ F: Damman /:in margin:/ Examined and found correct /:signed:/ W: A: Berghuijs 658. 7. —. —: still. less - - - - - - - - . . 451.
Dutch transcription
Marke in C: Eng:s Den 4. Maij 1790. —. 4. 1. ¾4. Bij 't wederom smelten en gruisen verlooren. 658. 2. 8¼. –. blijft. —. — 1:¼ —. aan een proef als vooren overgegeeven g'essaijeert a. 1. 1/4. karat: heelen 68 —. —. 2½. — aan twee proeven van twee geslaagene pagooden uit den „ Ed: hoop gelangt door een in de munt onbe„ „kend perzoon ter presentie van D'E: fiscaal en Leeden g'essaijeert gelijk vooren. 650. 2: 4:½. —. dus zuijver gehouden gereekend â 72.¼4 Pag: zwarke ieder mark uit maa„ kende - 47560. 11. 1/8 voor zilver smits of munters - - „. den Schrijver of bramine. . . . . . . . . „ — 2. — „. - „. smelten of koperslaager - - - - - - - „ — 1. ¼. m zijn Pag:s 3. 5. —. gereduceert tegens kust fanums aan 22½: per pag:s zijn B §: 3. 3/9 per miel. . - - - - - - - - - . . . - - - - Pag:s 153. 4 /16 voor koolen. . - - - - - - - - - - - Pag: — 12. –. „: olij gruijspotten pannen limoenen en piano of Lascorijns - „ — 6:½ zijn „ —. 18.½. Gereduceert tegens kust fanum aan 22:½: per pag: is .. . - Pag: 3. 1. –. - - - - - P„r Transport 658. 2. 7: —. blijft nog. pag: — 4/415. per mil - - - - - - - - - - - Pag: .. . -. . . . . Pag:s „ het verlies - - - - - - - - - - - - „ —- 39. 1. 1/16. Pag: 192: 6: 5/8. - - Gaat af- Blijft Pag: 17368. 4 1/½. Waar van in maniere als vooren aan de E: fiskaal en leeden ter overbrenging in de groote geld kassa afgegeeven- 2. —. — B Blijft voor de massa „ 47366. 4:½. Voege hier wederom bij de waarde van 3¾. Eng:s uit voorschreevene massa overgegeeven. . . . . stelle in de groote geld kassa overgegeeven- --„ 1. 13. — 2 Teld - - „ 47367: 17:2. ½ 2. —. —. Addeert - - „ 47369. 17. 2. Voorsz: marken frois 660:—. zijn marken fijn 507:14: 6: grijn bereekent, à ƒ 375. 't mark fijn naar aftrek der proeven van 4. onc: 2.½. Eng:s ten kosten van ƒ148. 14. 3. penn. . Waar van gelijk vooren gezegt naar detractie der daar opgevallene on„ „gelden voor dE: Comp: geslaagen zijn pag: 47369: 14/15. maakende tot ƒ387:5: 9. penn: de mark fijn - - - - - - - - - - - - - - - - „196585. 4. 7. - - - - - - - - – – „190202: 17. 1. Geevende deeze partij goud en winst van 3: 1/32: p„rC:o ruim of - - - - - - ƒ 6382. 7: 6. Tutukorijn den 20. November 1789. /:geteekend:/ F Damman /:in margine:/ beree„ kend /:geteekend:/ G: Stiegling en W: E: Dender korte aanwijzing in vergelijk tegens de aanreekenende prijs van het goud bezwaart met de daar op bereekende agio â 10: p:r C:o bedraagende de inkoop ƒ198219. 8. 4: hier van afgetrokken het kostende der proeven k: 155. 7. 1. penningen . - - - - - - - - - - - - ƒ198064: 1: 3: blijft- - - waar van naar detractie der daar op gevallene ongelde voor de E: Comp: geslaagen zijn pag: 17369. 1/16. maakende tot ƒ387:5: 9. penn: de mark fijn - „ 196585: 4: 7: t geevende deeze parthij goud een verlies van ¾. p=rC=o of ƒ 1478. 16. 12. /:was geteekend:/ F: Damman /:in margine:) g'Examineerd en wel bevinden (:getee„ =kend:/ W: A: Berghuijs 658. 7. —. —: nog. min - - - - - - - - . . 451.
English
The 4th of May 1790. Insertion of the yield of 640 mark of gold minted into pagodas of 1¼ Engelse, being delivered to the Honorable Administrator in the main treasury. Furthermore, received from Tuticorin is a statement of the minting of 640 mark of gold, likewise from the consignment brought by the ship Trinkonomale, amounting to 45934: 1/1 pagodas, and it is understood that the same, having also been found in order by the aforementioned visitor upon examination, is to be inserted below. Finding or Yield of 640 mark in 32 bars of gold from the Netherlands, in two chests, each chest containing 16 bars, the first chest marked LZ: and the second chest marked L: Fa sent via the ship Trinkonomale for the account of Ceylon and brought here; which gold, pursuant to the esteemed order of the Right Honorable Martinus Mekern, Senior Merchant and Chief of the Coast of Madura, was supplied out of the Company's main treasury into the mint by the Honorable Anthonij van der Wall, Junior Merchant and Administrator here, for the minting of pagodas according to the new Nagapattinam coinage; subsequently assayed by the assayer Godfried Stiegeling, and properly broken, smelted, cast into granules, and handed over to the minters by me, the undersigned Mintmaster, in the presence of the aforementioned Stiegeling and the commissioner Hermanus Engelbert Dender, namely: 20. —. —. —. in 1 bar of gold No. 9: assayed at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 10: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 11: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 12: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 28: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 29: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 32: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 33: ditto at 18 karat 5½ grain. From 8: 20. —. —. —. in 1 ditto No. 34: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 35: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 37: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 38: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 47: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 48: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 49: ditto at 18 karat 5½ grain. The second chest therein: 20. —. —. —. in 1 bar of gold No. 1: assayed at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 2: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 3: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 4: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 5: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 6: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 13: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 25: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 26: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 27: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 30: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 31: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 36: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 39: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 40: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 41: ditto at 18 karat 5½ grain. 20. —. —. —. in 1 ditto No. 50: ditto at 18 karat 5½ grain. 640. —. —. —. for 32 bars of gold in total. — 4. —. —. deducted for 64 assay samples, of which 32 are samples from the Netherlands and 32 are samples drawn here, each [illegible] To carry forward. 639. 4. —. —. remains in mint material. Mark: Oncen: Engels:
Dutch transcription
Den 4. Maij 1790—. Jnseatie van 't rendement van vermunte 640. maak goud tot pagooden. van 1¼. Eng: zijnde aan den Ed: Heer administrateur in de groote geld kassa afgegeeven Nog is van Tritukorijn ontvangen een bevinding van de vermunting van 640. mark goud meede uit den aanbreng van het schip Trinko= =nemale tot 45934: 1/1. pag: en is verstaan dezelve, als insgelijks door voorm: visitateur bij examinatie wel bevonden zijnde hier onder te insereeren. Bevinding of Rendement van 640: mark: aan 32— bhaaren vaderlandsche goud aan twee kisten ieder kist van 16. bhaaren de Eerste kist gem: LZ: & en de tweede kist gem: L: F:a & per het schip Trinkonomale voor reek: van Ceilon gezonden en alhier aangebragt, welk goud ter g'eerde order van den wel Ed: geb: Heer Martinus Mekern opperkoopman en opperhoofd der kuste Madure door den Ed:e Heer Anthonij van der wall onder„ „koopman en administrateur alhier uit sComp=s groote geld kassa in de munt verstrekt zijn tot het slaan van pag: naar de nieuwe nagap: munt vervolgens door den essaijeur Godfried stiegeling g'effaijeert en door mij ondergeteekende muntmeester ten bijweesen van den voormelde stiegling en den gecommitteerde Hermanus Engelbert Dender be„ hoorlijk doen breeken smeeten en tot gruijsgieten mitsgaders de min„ „ters inhandigt, namentlijk. 20: —„ —„ —. „ aan 1. bhaar goud N:o 9: g'Essaijeert aan 18: karr=t 5:½: grijn. 20. —„ —„ —. „ - „ 1. - - - „ - - - „ - - - „ 10: - do —. -. - „ - 18. - - „ - 52: - -„ 20. —. „ —. „ —. „ - „ 1. - - „ - - „ - - „ 11: - - do —. - - „ 18. -. - „ - 5. 2. - -„ 20. —. „ —. „ —. „ - „ 1. . . „ - - „ - - „ 12: - d o —. - „ 18. - - „: 5: 2. - -„ 20. —. „ —. „ —. „ „ 1. - - „ - - „ - - - „ 28. —. do — – – „ – 18. — - „ 5: 2: - -„ 20. —„ —. „ —. „ . „ 1. . . „. . . „. - . „ 29. – . do —. . „ – 18. . . . „ 5. 2. . . „ 20. —„ —„ —. „. „ 1. - - „ - - „ - - - „ 32: - do —. - - „ 18. - -. - „. - 5. 2: - : „ 20. —„ —. „ —. „ „ 1 . - - - „ - - - „ - - - „ 33. - do — – - „ - 18 - - - „ - 5. 2. - -„ Vona„ „„ „ „ 8 : - - „ 20. —„ —. „ —. „. „ 1. - - . „ - - „ - - - „ 34. — do — – – „ – 18 - - „ 52: - - „ 20: —„ —„ —. „ „ 1. - - - „ - - „ - - - „ 35. — - do — – – „ - 18. - - „ 5: 2: – -„ 20: —„ —.„ —. „ „ 1. - - - „ - - „ - - - - „ 37: -. do —. -. . „ - 18. —. . - „. . 5. 2„. - -„ 20. —„ —. „ —. „ - „ 1. - - - „ - - „ - - „ 38. - do —. – „ 18. — - „. 5. 2. - -„ 20 —„ —„ —. „ — „ 1. - - . „ - - „ - - - „ 47. - - d_o—. . „ 18. . . „. . 5. 2. - -„ 20. —„ —. „ —. „ - „ 1 - - - „ - - - „ - - - „ 48. - do —. . „ 18. - . „. . 5. 2„ - -„ 20. —. „ —. „ —. „ „ 1. - — „ - - „ - - - „ 49. - do. -. „ - 18 - „. 52. - - „ E De tweede kist daarin 20 —„ —„ —„ aan 1. bhaar goud N:o 1. g'essaijeerd â: -. 18. kart=t 5:2. - grijn. 20 —„ —„ —„ - - „ 1. - - „ - - „ - - „ 2: d=o — „ -. 18: - - „ - 52„ - - - „ 20: —„ —„ —„ - - „ 1. - - „ - - „ - - „ 3. do — -„. - -. 18. - - - „ - 5½ - - -„ 20. —„ —„ —„ - -. „ 1. . . „. . „ - . „ 4. do -. „. . . - 18. -. . „. . . 52. . „ do —. . „ —. . - 18„ - - „ - - 5: 2: - - - „ 20. —„ —„ —„ - - „ 1. - - - „ - - - „ - - - „ 5: do —. . „. . . . 18. . . „ - . 5. 2. - . „ 20. —„ —„ —„ - - „ 1 - - „ - - „ - - - „ 6. - - - „ -. . „ - - - „ 13. do. . „. . . . 18. . - - „ - - 52. - - -„ 20. —„ —„ —„ - - „ 1. 20. —„ —„ —„ - - „ 1. - - - „ - - „ - - „ 25. do . „. . 18. - -. . „ . . 5. 2„ - - „ 20. —„ —„ —„ —„ 1. - — . „ - „. . „ 26. do —. „. . . 18. - - „ 5. 2„ - - „ do — „ - 18. - - - „. . . 5 2„ - - „ 20 —„ —„ —„ - - „ 1. - - - „ - - „ - - „ 27: - - 18. - - „. - - 52 - - „ 20. —„ —„ —„ - . „ 1 - - - „ - - „ - - „ 30. 20 —„ —„ —„ - - „ 1. - . „ - - „ - - „ 31. d. o— —„ - - 18: - - - „ - - 52: - - „ 20. —„ —„ —„ - - „ 1. - - - „ - - „ - -. „ 36: do — „. - - 18. - - „. - 52. - . „ —„ - - - 18: - - - „. - - 52. - - „ 20. —„ —„ —: „ „ 1. - . . „ - -. . „. . . . „ 50: — do—. —. „. 18. . . „. . . 5½. - . „„ 20. —„ —„ —„ . „ 1 - - - „ - - „ - - - „ 39. do 20. —„ —„ —„ - - „ 1. . . „ - . - „ - - „ 40. do do „ -„ - - 18. - - „ - - 5:2. - - - „ 640. —. —. „ —„ 32: bhaaren goud te saamen. — 4. —„ —„ gaat af aan 64: proeven daar van 32: vaderlandsche en 32: hier getrokkene proeven ieder Die Transporteere. 639. 4. —. — „ blijft aan munt materiaal Mank: onC: Eng:s 20. —„ —„ —„ -. . „ 1. . . . „ . . „ - „ 41. do —„ - - 18. - - - „ - 52. - - - „