Inventory 3893
Ceylon · 956 pages · 275 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
session of 8 August 1788, in order to grant him, just as other district regents enjoy, a 10 percent surplus measure on all the paddy received by him from the Vanni lands for the Company, explicitly permitted that the surplus measure would also be calculated on the paddy that he had received from the time the Vanni lands were taken under the direct administration of the Company until that time, so that he would have an equivalent therein for the compensation requested by him in his aforementioned letter of 28 February 1788; but that now the High Government has granted him the aforementioned surplus measure only since 17 April 1789, equity demands that he be indemnified for the aforementioned extraordinary expenses incurred by him: And it has therefore been approved and resolved to send an extract from the aforementioned Jaffna resolution to Batavia and to submit most humbly to Their High Excellencies that the 3378 parras of paddy on account of surplus measure for the years 1785 to 1788 may be validated to Captain and District Regent Nagel, or else that compensation may be granted to him for the extra expenses indicated by him, either by satisfying the entire sum of 1446 rixdollars in cash, or else that Their High Excellencies might see fit to return the horses in natura 1 June 1790. 1 June 1790. and to have the harnesses repaired at the Company's expense, in which case no more than 726 rixdollars will remain to be compensated in cash. Furthermore, as the aforementioned Captain and District Regent Nagel demonstrated in his aforementioned letter of 19 April last that, for lack of cash and without authorization from the Jaffna servants to negotiate the necessary money from private individuals at interest, he has successively advanced to the Company from the end of October 1788 until the end of December 1789 the amount of 23728 rixdollars for the Vanni treasury, and that on this account he is due 240 rixdollars and 6 stuivers at half a percent interest for one month: It has been approved and resolved, considering that if this money had been borrowed from others, interest would have had to be credited on it, to authorize the servants at Jaffnapatnam, if it appears from the Vanni monthly accounts that the aforementioned funds were genuinely advanced by Captain and District Regent Nagel, to then credit him with interest thereon at half a percent per month. Reconsidered was a Jaffna resolution of 11 May last, containing among other decisions: 1. To authorize the tombo keeper Williamsz, after inquiry made, to write off in the tombo the deceased and absent oeliammers of the Karaiyar caste reported by the adappanar, and in contrast to register therein the newcomers reported by the said adappanar who are able to perform oeliam service. 2. To appoint the consumption bookkeeper under the disava, Fredrik Gerrard de Niese, as secretary of the newly established native main orphan chamber there. 3. To have the timber yard enclosed with walls and to have a warehouse built there to prevent the timber from rotting or being stolen, but to postpone the execution of this decision until the commandery and the warehouses in the castle have been repaired. 4. To authorize the Captain and District Regent of the Vanni, Nagel, to pay out 102 rixdollars and 3/6 to the commander of the military and the adhikaars of the posts in the Vanni for the butter purchased for night lights, in place and in the absence of 822 mediet measures of oil. To order the said Nagel, in order to satisfy the demand of this government, to purchase a quantity of butter in the Vanni at 6 stuivers per mediet. Whereupon, having deliberated, it was approved and resolved to write to the servants that they must order the tombo keeper Williamsz, before carrying out the writing off
Dutch transcription
28 sessie van den 8. Aug:s 1788. om aan hun, even gelijk andere landregenten genieten toetevoegen 10. pc=t overmaat op alle de nelie die door hem uit de wannische landen voor de Comp: word ontvangen, expres heeft toegestaan dat de overmaat ook zoude worden geree„ „kend op de nelie, die hij zedert dat de wan„ „nische Landen onder het direct bestier van de Comp: zijn genoomen, tot dien tijd toe had ontvangen, op dat hij daer aan zoude heb- „ben een Equivalent, voor de door hem bij voorsz: zijnen brief van den 28. februarij 1788. gevraag„ „de scha vergoeding dog dat nu de hooge regee„ ring aan hun de voorsz: overmaat heeft toege„ staan, alleen zedert den 17. April 1789. het de billijkheid vereischt, dat hij, wegens de voorsz: door hem gedaane buijten gewoone ongelden schar„ „deloos word gesteld: En is derhalven goedgevonden en verstaan, om een Extract uit de voorsz: Jaffanasche resolutie na Batavia te zenden en aan Hunne Hoog Edelheeden nedrigst voortestellen dat aan de Capitain land- regent Nagel mogen worden gevalideerd de 3378: parras nelij, wegens overmaat voor de Jaeren 1785. tot 1788. , dan wel, dat hem vergoeding mag wor„ den toegestaen, voor de door hem aangeweezene extra uitgaves, het zij met de geheele som van rds 1446. — contant te voldoen, dan wel dat Hunna Hoog Edelheeden mogten goedvinden om de paarden in natara te rug Den 1. Junij 1790. te 521. Den 1' Junij 1790. „trest tegens 2: pC:o smaends door hem geleende gelden. dispositie op een Jaffanase resol: houdende. tombo houder om na ge„ doen onderzoek de gegee„ abzente te geven, en de thuijgen voor reekening van de Comp: te laten repareeren, en welk geval niet meer dan 726. rd.:s zullen resteeren, om contant te worden vergoed Nog door gem: Capitain landregent Nagel, bij voorsz: aan gem: Nagel den in „ zijnen brief van den 19. April Jzeeden vertoond te laten goeddoen voor de zijnde, dat hij bij gebrek van Contanten en de wannische cas, en op de qualificatie van de Jaffanasche bedienden, om het nodig geld van particulieren op intrest te negotieeren, zedert ultimo oktober 1788: tot ult:o xber: 1789. aan de Comp:e successive in verschot is geweest voor rd:s 23728. en dat hem daer voor wegens half prc=o intrest voor een maand competeerd rd:s 240. 6. – Is uit aanmerking, dat indien deeze gelden van andere waaren geleend, daer op intrest zoude heb„ „ben moeten worden goedgedaan, goedgevonden en ver„ „staan, den bedienden te Jaffanapatnam te qualificeeren om indien het bij de wannische- maandreekeningen blijkt, dat de voorsz: gelden door den Capitain landregent Nagel werkelijk verschooten zijn als dan daer op aan hem intrest goed te doen, tegens half prC=o 'smaands. s geresumeerd eene Jaffanase resolutie van den 11 Maij Jzeeden houdende onder anderen besluijten. qualificatie aen den 1. Om den thombohouder Williamsz: te qualificeeren vene overleedene en om na gedaan onderzoek de door den adponaea van kareven n Den 1 ' Junij 1790. te schrijven en daer en teegen in teneemen de aan koome„ „lingen die oelie dienst verrigten kunnen om de Niese tot secreta„ ris van de hoofd boedel- „kamer aantestellen. Om de timmerwerf te wen en wanneer. qualificatie aan de E: Nagel om zeker bedragen aan den commandant der der posten in de swannij uitte keeren en waer zoo meede om een quantiteid inte hoopen. „ opgegeevene overleedene abzeute oeliammers af kveen kareoer„ en abzente oeliammers, bij de thombo afteschrijven, en daer en tegen daer bij inte„ neemen de door gemelde Aoopenaer opgegeevene aankoomelingen, die oelij dienst verrigten kunnen. 2. ) Om tot sekretaris van de aldaar nieuw opgerigte inlandsche hoofd boedelkamer, aantestellen den Con„ „sumtie boekhouder bij den dessave fredrik Gerrard de Niese. 3/ Om de timmerwerff te doen om muuren, en daer bij doen ven daer bij een pakhuijs tedoen bouwen ter voorkoming dat een pakhuijs tedoen bou„de houtwerken niet verrot raaken, nog weg ge„ stoolen worden dog de Executie van dit besluit uittestellen, tot dat het commandement en de pakhuijzen in het kasteel zullen gerepareerd 4:) om den Capitain landregent van de wannij Nagel te qualificeeren om rd:s 102. 3/6. uittekeeren aan militie en de adigaars den Commandant der militairen en de adigaers der posten in de wannij voor de ingekogte boter tot nagt ligt, insteede en mits ontstentenis van 822. medieten olie. Om gem: Nagel te gelasten, om ter voldoening aan den booter voor kolombo eisch deezer regeering, een quantiteid boter tegens 6. stuijvers de mediet in de wannij inte koopen. Waar over gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en ver„ staan, den bedienden aanteschrijven, dat zij den Thombohou„ der Williamsz: moeten gelasten om alvorens tedoen, de afschrijving zijn. voor.
English
The 1st of June 1790. Approval of a Jaffna resolution containing the decision to attach the assistant De Meij and two lascorins to the Honorable Foenander and to provide him with gunpowder and lead, and why. Disposition on the request made by the Jaffna servants for the interpretation of a certain order given in the instructions adopted for the Ceylon Landraads. Write-off of the absent and deceased oeliammers, to furnish a report of his findings regarding the investigation assigned to him in that respect, in order to dispose further thereupon; and regarding the projected alterations at the timber yard, to suspend the disposition until the repairs of the commandement and the warehouses shall have been completed, but for the rest to approve the servants' further decisions mentioned herefore. It having been decided by the Jaffna servants by resolution of the 14th of May last past, upon a petition from Captain Lieutenant Foenander, to attach to him for his assistance and service during his commission in the Wannij the assistant De Meij and two lascorins, as well as to have delivered to him 5 lb of fine gunpowder and 8 lb of lead, for use against wild beasts; it is approved and agreed to sanction the said resolution. There has been received from Jaffna a judicial record of the 14th of May last past, containing a request for the interpretation of the order given in the instructions adopted last year for the Ceylon Landraads, stating that all orders of the Court of Justice, insofar as goods situated within the jurisdiction of the Landraad are thereby declared executable, must be executed by the Landraad; and whether orders of summary execution ought not to be excepted therefrom, because upon non-compliance the condemned parties are committed to the lord's chains or civil detention. Which having been deliberated upon, it has been taken into consideration that the resolution of this government of the 5th of November 1779, an extract of which is inserted in the aforesaid instructions, clearly states that both in cases that come in appeal before the Court of Justice and in cases brought before the said Court in the first instance by their own nature, the sales that must take place outside the gravets must be conducted by the Landraad. And it is therefore approved and agreed to instruct the servants further that all orders of the Court of Justice, insofar as goods situated in the countryside are thereby declared executable, must be executed by the Landraad, and that this cannot prevent further proceedings from being taken according to court custom before the Court of Justice if the sale does not yield as much as the debt amounts to. Record of the report regarding the residential house of the Honorable Jaffna Dessave. The Jaffna servants having reported by letter of the 20th of May last past that the residential house of the Dessave, The 1st of June 1790. in accordance with the decision of this government of the 18th of March, was put up for auction at public sale and, having been held at 3000 rixdollars, was taken over for that amount by the Honorable Dessave Schreuder; it is approved and agreed to keep this record thereof. The Jaffna servants having reported the sale of the boat De Jonge Willem, and what is to be written to the servants regarding this. Likewise, information having been given by the Jaffna servants by the aforesaid letter that the boat De Jonge Willem, with its appurtenances, in accordance with the authorization of this government by letter of the 1st of May last past, was auctioned publicly and was struck down to the burgher Lourens Stein for 750 rixdollars, and that they, the servants, have left the same to him, Stein, because the burgher Fredrik Jacob Muller, to whom this government has given the preference to take it over for the price struck down, was not present there and also, on account of his financial circumstances, would not well be able to provide sureties for it. It is, after deliberation, approved and agreed to write to the servants that the burgher Muller has already departed thither, and that the boat must preferentially be delivered to him if it suits him for the price struck down and he provides proper security for payment in due time, or otherwise be left to the said Stein himself. The 1st of June 1790. The public tendering of various goods held at Jaffna. There has been received from Jaffna a record kept on the 14th of May last past concerning the public tendering held for various goods to be supplied to the Company for the lowest offered prices, from which it appears that the lowest bid was, namely: 1 rixdollar and 8 stuivers for a jaggery wood of 2 from a tree, which fetched 29 stuivers last year. 16 stuivers for a jaggery wood of 3 from a tree, which was tendered last year for 10 stuivers. 8 stuivers for a jaggery wood of 4 from a tree, which was delivered in the past year for 6 stuivers. 4 rixdollars and 24 stuivers for one hundred jaggery laths, which last year were tendered for 3 rixdollars and 12 stuivers per 100 pieces. 12 stuivers for one lb of tamarind, which has never before been purchased at Jaffna for the Company. 1¼ stuivers for a karsingo 3 cubits long and 2 cubits wide, which previously was delivered by the inhabitants as an obligation for 1 stuiver apiece. 8 rixdollars and 12 stuivers for one thousand pieces of jaggery sugar, which previously was also delivered as an obligation for 2 rixdollars and 24 stuivers per 1000 pieces. 6 rixdollars for one hundred kaddegams, previously delivered as an obligation at 1/5 stuivers apiece, or 20 stuivers for the 100 pieces. 24 rixdollars for one hundred ola mats, each 3 cubits long and 1½ cubits wide, of which previously were delivered under obligation
Dutch transcription
23 Den 1 ' Junij 1790. approbatie eener Jaffenase om aan den E: Toenander de Meij en twee lascorijns strekken kruijt en lood en waarom. dispositie op het door de Jaffanase bedienden ge„ daan verzoek om inter„ pretatie van zeker order gegeeven bij de instructie „den gearresteerd. afschrijving van de abzente en overleedene oeliammers, berigt te suppediteeren van zijne bevinding, wegens het aan hem derweegens opgedraagen onderzoek om daer over nader bij hun te worden gedisponeerd, en weegens de geprojecteerde vertimmeringen aen de timmerwerff, de dispositie te suacheeren tot dat de reparatie van het commandement en de pakhuijzen zal zijn gedaan, dog voor het overige te approbeeren der bedienden verdere besluijten hier vooren vermeld. Door de Jaffanasche bedienden bij resolutie van „ retol: houdende besluit den 14. Maij Jzeeden op een addres van den capi„ toetevoegen de handlanger tamn luijtenant Foenander, beslooten zijnde en aan hem te laeten wer om aan hem tot zijn assistentie en dienst geduu„ rende zijne Commissie in de wannij toetevoegen den handlanger De Meij, en twee lascorijns, zoo meede aan hem te laeten verstrekken 5. lb: bijn bus„ kruijt en 8. lb: lood, tot gebruik tegen het wild ge„ „dierte is goedgevonden en verstaan gem: „ roskruijt „beslig. te approbeeren. Is van Jaffana ontvangen een Justitieele aanteekening van den 14. Maij Jongst leeden houdende verzoek, om interpretatie van de order, gegeeven bij de in„ voor de ceilonse landaaa „ structie, voorleeden Jaer voor de Ceilonse land- raaden gearresteerd, dat alle appoinctementen van den raad van Justitie, voor zoo verre daer bij Executabel zijn verklaard goederen geleegen in de Juris- „dictie van den Landraad door den Landraad zullen aanteekening van het re„ van den E: Jaffanas Dassave zullen moeten worden g'executeerd, en of daer van niet behooren uijtgezondert te blijven de appoinctementen van parate executie, om dat bij non voldoening, de gecondemneerden tot 's heeren boeijen of geizeling worden verweezen. Waar over gedelibereerd zijnde is in achting genoomen dat de resolutie deezer regeering van den 5. 9ber: 1779. waer van Extrakt in voorsz: instructie is geinsereerd, duijdelijk zegd, dat zoo wel in zaaken, die in appel voor den raad van Justitie koomen als in zaken, die uit haaren eigen aaat, ter eerster instantie voor gem: raad gebragt worden de verkoo„ „pingen, die buijten de gravetten moeten geschieden, moe„ ten worden gedaan door den landraad. En is derhalven goedgevonden en verstaan, den bedienden nader te onderrigten, dat alle appoinctementen van den raad van Justitie, voor zoo verre daer bij executabel zijn verklaard goederen, geleegen te platte lande door den landraad zullen moeten worden g'executeerd, en dat dit niet kan beletten dat wanneer de verkooping niet zoo veel op„ „brengt als de schuld bedraagd, daer over verder voor den raad van Justitie na stidlo word ge„ „procideerd. De Jaffanase bedienden bij brieve van den „dement van het woonhuijs 20. Maij Jongstleeden bedeeld hebbende dat het woonhuijs van den Dessave Den 1 Junij 1790. ingevolge 525 Den 1 Junij 1790. de Jaffanase bedienden van de boot de Jonge willem. en wat de bedienden daer ingevolge besluijt deezer regeering van den 18.' Maart, bij publieke vendutie opgeveild en op rd:s 3000:—. opgehouden zijnde, daer voor door dE: dessave schreuder overgenoomen is; is goedgevonden en verstaan daer van te houden deeze aanteekening. Insgelijks door de Jaffanasche bedienden, bij hebben bedeelt de verkoop voorsz: brief kennis gegeeven zijnde, dat de boot de Jonge Willem, met dies toebehooren, volgens qualificatie deezer regeering bij brieve van Co den 1 Maij Jo Leeden publiek opgeveild, en bij den burger Lourens Stein voor 750. rd:s gemeind is, en dat zij bedienden dezelve aan hem stein hebben overgelaaten, om dat de burger fredrik Iacob Muller, aan wien deeze regeering de preferentie heeft gegeeven, om dezelve voor de gemeind wordende prijs te mogen overneemen, aldaar niet present was, en ook wegens zijne zaakelijke omstandigheeden, daer voor niet wel borgen zouden kunnen geven. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan, omtrend aante schrijven den bedienden aante schrijven dat de burger Muller reeds na derwaards is vertrokken, en dat de boot aan hem, zoo ze hem voor de gemeinde prijs aanstaat, en hij behoor„ „lijke zekerheid geeft voor de betaaling op zijn tijd bij preferentie moet worden overge„ „geeven, of anders aan gedagte stem zelve over„ „gelaaten worden. Is en Den 1 Junij 1790. De te Jassana gedaane fa„ diverse goederen. Is van Jaffana ontvangen eene gehoudene aanteeke„ blieke aanbesteeding van ning op den 14. Maij JoLeeden, wegens de gedaane publieke aanbesteeding van diversche goederen, om voor de minst geboodene prijzen aan de Comp:e te worden geleeverd waer bij blijkt, dat het minste bod is geweest, namelijk: rd:s 1. 8. voor een Jagerhout van 2. uit een boom, die voorleeden Jaer gedaan heeft 29. stuijvers „ — 16. voor een Jagerhout van 3. uit een boom, die voor- leeden Jaer aanbesteed is voor 10. stuijvers „ — 8. voor een Jagerhout van 4. uijt een boom- die a:o p=to geleevert is voor 6. stuijvers. „ 4. 24. voor een Hondert Jagerlatten, die voorleeden Jaer zijn aanbesteed voor rd:s 3. 12. de 100. stux. „ — 12. voor een lb: Tammerinde die nooit bevoorens te Jaffana voor de Comp: is ingekogt. „ — 1¼. voor een karsingo lang 3. en breet 2. kob: die te vooren door de ingezeetenen over verpligting is geleevert voor 1. stuijver het stuk. „ 8. 12. voor een Duijzend stux Jager zuijker die te vooren meede over verpligting is ge„ leeverd voor rd:s 2. 24. de 1000. stuks „ 6. —. voor een Hondert kaddegams, bevoorens over verpligting geleeverd tegens 1/5. stuijvers het stuk of de 100. stuks voor 20. stuijvers „ 24. –. voor een honderd ola matten lang. 3. en breed 12: Cobido ieder, waer van bevoorens onder verpligting zijn gelee„ „verd 2
English
527. The 1st of June 1790. Remarks on the aforementioned tenders, approved except for that of the tamarind. Further, 100 pieces, length 12 and width ¾ cobido for 16 stuijvers; rd:s 2. 24 for one hundred coconut plants with husks, which were previously purchased for the Company on Jaffana. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that the higher prices for the timber and laths arise especially from the fact that the contractors are henceforth obliged to deliver them to the timber yard at Jaffana and at the outer ports, and that no further advance of money will be made to them, and that regarding the remaining items, which the inhabitants have hitherto been obliged to deliver by way of obligation, this has not only frequently given cause for the headmen to mistreat the inhabitants, but also that the Company, on account of the low payment, was never properly accommodated with the required quantities; yet that it is very probable that those goods which are now contracted somewhat high will also be obtainable cheaper in the future, when the inhabitants shall have experienced what reckoning they can make in the delivery thereof to the Company. And it is therefore approved and agreed to approve the aforementioned tenders made, except for that of the tamarind, and consequently to abandon its collection at Jaffana, since it is to be had on this island at Tutukorijn and elsewhere considerably cheaper. The 1st of June 1790. Business concerning Tutukorijn. Notification made by the Tutukorijn servants regarding the condition of the English snow the Crofts and the arrangements made thereabouts by the Honorable Chief Mekean. By the Tutukorijn servants, having communicated by letter of the 15th of May last: That the English snow the Crofts, in which, according to the resolution of the 4th of February last, the chanks purchased there were laden on freight, arrived at Madras in so bad a condition that it could not have continued the voyage to Bengal with its cargo; and that Mr. Kindersleij, believing that the chanks belonged to the Honorable Tutukorijn Chief Mekean, concerned himself with the matter and compelled Captain Elliot of that vessel to transship the chanks into another ship for his account and transport them to Bengal. That meanwhile the underwriters of the aforementioned chanks also came forward with a protest, stating that they considered the insurance on the Crofts invalid, because this vessel, contrary to the conditions of the insurance, had discharged and loaded at Pondicherry, and had thereafter come to Madras, whereas the vessel ought to have departed directly from Colombo to Bengal; but that they also refused to return any of the insurance premium received. 579. The 1st of June 1790. That the servants, however, have not learned whether the ship into which the chanks were transshipped has already departed, or when it would depart, but indeed that the chanks transshipped into another ship are now not insured; and that therefore, and since it had appeared to them that the intention of this government was directed to the end that the chanks should be fully insured, they, without entering into disputes with Captain Elliot and the underwriters, had requested and authorized Mr. Kindersleij to insure the chanks anew for the voyage from Madras to Bengal, and to communicate the amount of this insurance and all further expenses that might have been incurred to the Honorable Director of Bengal, Titsing. That they, the servants, had also themselves written concerning this matter to the aforementioned Mr. Titsing and requested that, upon settling accounts with Captain Elliot, he deduct all the costs and damages he caused by deviating from the conditions, and especially also to oblige Captain Elliot to assume the legal action against the first underwriters, because although Mr. Kinderslij has already declared to them that they ought to be satisfied with a proportional part of the insurance premium and that they ought to return the remainder, and the servants had authorized Mr. Kinderslij to make an amicable settlement with the underwriters about this, as he himself would find equitable, it is nevertheless to be feared that the underwriters will persist in their refusal, and in this case it is not advisable to enter into litigation with them over it, on account of the costs which are terribly high at Madras. The aforementioned arrangements approved. The Tutukorijn servants authorized to be permitted to have the barks de Jonge Willem Arnold and de Kreeft properly repaired of their defects. It is, after deliberation, approved and agreed to approve the arrangements made by the Honorable Chief Mekean regarding the aforementioned chanks, and the letters written on that account to the Honorable Bengal Director Titsing and to Mr. Kinderslij, but regarding the insurance already paid for it, before commencing any proceedings against the underwriters, to await whether Mr. Titsing will not be able to obtain compensation for it from Captain Elliot. There were resumed two reports received from Tutukorijn of the inspection of the barks de Jonge Willem Arnold and de Kreeft, according to which the former must be provided with a new mainmast and a new sheathing, but The 1st of June 1790.
Dutch transcription
527. Den 1 ' Junij 1790. aanmerking daer op voorm: aanbesteedingen geapprobeerd excepto die van de tammer inde verd 100. stux, lang 12: en breed ¾. Cobido voor 16. stuijv:s rd:s 2. 24. voor een Hondert plant kokus met schillen die te vooren op Jaffana voor de Comp met zijn ingekogt. Waar over gedelibereert zijnde, is in agting genoomen, dat de hoogere prijzen van de Jagerhouten en latten, inzonderheid daer uit ontstaen, om dat de aannee„ meas voortaan verpligt zijn, deselven teleeveren, op de timmerwerff te Jaffana en aan de buijten hae„ „vens, en om dat aan hun geen voor uit verstrekking van geld meer zal gedaan worden, en dat wat de overige artikulen aangaat, die de ingeseetenen tot nog toe over verpligting hebben moeten leeveren, dat niet alleen veel al aanlijding heeft gegeven aan de hoof„ om „den, „ ook de ingesetenen qualijk te behandelen, maer ook dat de Comp: weegens de geringe be„ „taeling, nimmer naer behooren uit de benoodig„ „de quantiteiten geriefd is geworden dog dat hetr zeer waarschijnlijk is, dat ook die goederen, die nu wat hoog zijn aanbesteed in den vervolge beter koop zullen te bekoomen zijn wanneer de ingezeetenen zullen hebben ondervonden, wat reek: zij bij de leeverantie daer van aan de Comp kunnen maeken. En is derhalven goedgevonden en verstaan, om de voorsz: gedaane aanbesteedingen te approbeeren, excepto die van de tammerinde, en mits dien van dies inzaemeling te Jaffana aftezien wijl ze op tutukorijn en elders ten deesen d Besoigne over Tutukorijn aan schrijving door de tustirk: bedienden gedaan noopens den toestand van de engelse omtrent gemaakte schik „kingen door het E: opperhoofd „Mekean. Door de tutukorijnsche bedienden, bij brive van snauw de Crofts en de daer den 15. ' Maij Jongstleeden bedeeld zijnde. Dat de Engelsche snau de Crofts, waer in volgens resolutie van den 4. februarij Jongst leeden de aldaer ingekogte sjankos op vragt gelaeden zijn, in „ Zoo. een „ slegten toestand te Madras aangekoomen is, dat deselve met zijne inlaeding de reijze na Bengaele niet had kunnen vervolgen, en dat de heer Kindersleij, meenende dat de sjankos aan het E: tutukorijns opperhoofd Mekern gehoor„ „den, zig de zaak aangetrokken en den Capitein van dat vaertuig Elliot genoodzaekt had om de sjankoosen in een ander schip, voor zijne reek: aftescheepen en na Bengale te transporteeren. Dat intusschen ook de assuradeurs van gem: sjankoo„ „sen, te voorschijn gekoomen zijn met een protest, dat zij de assurantie op de Crofts voor invalide hielden, wijl dit vaertuijg, teegen de konditien bij de assurantie, te Pondecherie gelost en gelaeden had, en daer na na Madras gekoomen was, daer het vaertuijg direkt van kolombo na Bengale had moeten vertrekken; dog dat ze ook weijgerden, om van de genootene assurantie iets terug tegeeven. deesen eilande ongelijk beeter koop te bekoomen is. Den 1. ' Junij 1790. Dat 579 Den 1. ' Junij 1790. — Dat de bedienden echter niet vernoomen hebben of het schip, waer in de Tjankoos zijn overgescheept, reeds is vertrokken, of wanneer het vertrekken zoude, maar wel dat de sjankoos in een ander schip overgescheept, nu niet verzeekert zijn, en dat ze daarom, en vermits hun gebleeken was, dat het oogmerk van deese regeering doer toe strekte, dat de sjankoos volkoomen zouden verzeekert worden, zij zonder te treeden in disputen met den kapitain Elliot en de assuradeuas, den Heer kindersleij hadden verzogt en gequalificeerd, om de 's jankoosen op nieuw te assureeren, voor de reijse van Madras na Bengalen, en om het bedraegen van deese assurantie en alle verdere ongelden, die er mogten zijn gevallen, te bedeelen aan den Heer Direk„ „teur van Bengalen Titsing. „ over Dat zij bedienden ook zelve „ ook deeze zaak aan gem: Heer Titsing hadden geschreeven en verzogt om bij de afreekening met den Capitein Elliot, aftetrekken alle de kosten en schaaden, die hij ver„ „oorzaekt heeft, door van de conditien aftewijke„ en inzonderheid ook om den Capitain Elliot teverpligten, dat hij de actie teegen de eerste assura„ „deurs op zig neemt, wijl of schoon de Heer Kinderslij hen reeds verklaard heeft, dat zij behoor„ „den te vreeden teweesen met een proportioneele gedeelte in de premie van assurantie, en dat zij het resteerende behoorden voorm: schikkingen geapprobeerd. de tutuk: bedienden gequalificeerd om de baaken de Jonge wil„ lem Arnold en de Kreeft behooren temoogen doen voorzien. behoorden te rug tegeeven en de bedienden den Heer kinderslij gequalificeerd hadden, om daer over een vaiendelijke schikking met de assuradeurs te maeken, zoo als hij dit zelfs billijk zoude vinden, het nogtans tevreesen is, dat de assura„ „deurs bij de weijgering zullen volharden, en het in dit geval niet aanteraeden is, om met hun daar over in proces te treeden, weegens de onkosten die te Madras verschrikkelijk groot zijn. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan, te approbeeren de door het E: opperhoofd Mekean gemaakte schikkingen ten opzigte van de voorsz: 'sjan koosen, en de derweegens gedaene aanschrij„ „vens aan den Heer Bengaelsch Direkteur Titsing, en aan den Heer Kinderslij, dog nopens de reeds daer voor betaalde assurantie alvoorens „ assuradeurs eenige procedures teegen de aantevangen, aftewagten of de Heer Titsing daar voor geen vergoeding van Capitein Elliot zal kunnen bekoomen zijn geresumeerd twee van Tutukorijn ont„ 1 8 vangene rapporten, van de visitatie van de ƒ van haere gebreeken naer barken de Jonge Willem Arnold en de kreeft„ volgens welken de eerste met een nieuwe groote mast en een nieuwe dubbelheid moet voorzien Den 1. Junij 1790. dog
English
531. The 1 June 1790. Approval of a Tuticorin resolution to borrow 11000. pagodas from private individuals. yet the latter only needs to be caulked. And it has been approved and agreed to qualify the servants to properly provide for this. Also reviewed was a Tuticorin resolution of 29: April last, containing the decision to borrow 11000. pagodas from private individuals, at 1. percent interest per month for the continuation of the linen trade. And it has been approved and agreed to approve the said resolution. Thus Done and Resolved in the castle Colombo on the day, month, and Year aforesaid: was signed: W: I: van de Graaff, M: P: Raket, I: P: C: Filenius, B: L: van Zitter, and I: A: Vollenhove Sunday Sunday the 6: June 1790. Note of the approval given by the Governor for the promotion of some officers in the regiment de Meuron to fill the vacant positions. Present The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable retired Galle Commander - Cornelis Dionisius Kraijenhoff The Honorable Chief Administrator - - - Mattheus Petrus Raket, The Honorable Colonel. . . . . . . . Johan Philip Christiaen Tilenius The Honorable Secretary. - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Fiscal. . . . . . . . Mr. Johannes Adrianus Vollenhove The Honorable First Warehouse Master. . Johannes Reintous Absent The Honorable Pay Bookkeeper - Gerrit Engel Holst, The Honorable Disava. . . . . . . Diderich Thomas Fretz The Honorable Trade Bookkeeper. - - Abraham Samlant the first and last on commission to Matara, the second sick, and the third on commission to Jaelle. The Governor communicated to the meeting that His Honor, upon the written proposal of the Honorable Colonel De Meuron to fill some vacant officer positions in the regiment de Meuron, subject to the further pleasure of the Lords Majors, has given approval to the following promotions, namely: The Lieutenants Francois Louis Martin and Pierre Francois Filsjean to Captain Lieutenants instead of the Captain Lieutenants Dubais Dumillac and Jean Donzel, of whom the first has taken his discharge and the latter has died. The Ensigns Jean George Gradman and Jean Thomas Bar to Lieutenant, instead of the aforesaid Martin and Filsjean. 533. The 6. June 1790. The Second Lieutenants Jacques, Dubas, Henrij Droz, and Louis Fabert, to Ensigns, the first two instead of the mentioned Gradman and Bar, and the last to fill the Ensign position that has been vacant for some time in the regiment. The Quartermaster Abraham Louis Tuller, and the Cadet Sergeants Elie Fredrich Wolff, Henrij de La Harpe, Abraham Martin, and Albert Faaz, to Second Lieutenants à la suite, the first three instead of the mentioned Dubas, Droz, and Fabert, and the last two to fill the positions that have already been vacant for some time, and the latter to be attached to the general staff. And it has been approved and agreed to keep this record thereof, and to allow the appointments of all these officers to take effect, namely that of the Second Lieutenant à la suite Tuller, with the month of January last, when he should have succeeded thereto through the retirement of the Second Lieutenant à la suite Queraenet, and those of the others with the month of May last, as the vacated positions have been vacant since that time. Thus Done and Resolved in the castle Colombo on the day, month, and Year aforesaid: was signed: W: I: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, M: P: Raket, I: P: C: Filenius, B: L: van Zitter, and I: A: Vollenhove The 6. June 1790. Tuesday 534 535. Tuesday the 8: June 1790. — Why the case against the Chalia Janang and associates is to be returned. Present The Right Honorable Governor: Willem Jacob van de Graaff The Honorable retired Galle Commander Cornelius Dionicius Kraijenhoff The Honorable Chief Administrator - - Mattheus Petrus Raket, The Honorable Colonel. . . . . . . Joan Philip Christiaan Tilenius, The Honorable First Warehouse Master. . . Johannes Reintous, The Honorable Secretary. - . . -- Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Fiscal. - . . _ . . . Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent. The Honorable Pay Bookkeeper - Gerrit Engel Holst, The Honorable Disava. . . . . . . . Diderich Thomas Fretz: The Honorable Trade Bookkeeper. - Abraham Samlant. the first and last on commission to Matara, but the second owing to indisposition. Reviewed by circulation was a criminal case initiated ex officio by the Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove before the Court of Justice against the Chalia and resident of Negombo Janang, and the Tom-tom beater and resident of Nagoda Baha, concerning the vehement presumption of complicity in the theft committed at Palliwassel, at the house of the washerwoman named Maria, and for which they both have been condemned by the Court of Justice of this castle to be chained in irons as suspect and pernicious subjects, and confined for the period of five Years, wherever this government shall think fit to designate in order there for the Company
Dutch transcription
531. Den 1 Junij 1790. approbatie eener tutuks„ rijnsche resoluutie om 11000. pag: van partiku„ lieren te leenen. dog de laeste eenelijk gekalvaat moet worden. En is goedgevonden en verstaan den bedienden te qualifi„ „ceeren, om daer in naer behooren temoogen doen voorzien. Nog is geresumeerd eene Tutukorijnsche resolutie van den 29: April JLeeden, houdende besluit, om 11000. pagooden van partikulieren teleenen, teegens 1. percento intrest smaands tot voortzetting van den Lijwaat handel. En is goedgevonden en verstaan gemelde resoluutsie te approbeeren. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten daege maend en Jaere voorsz: (:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, I: P: C: Filenius, B: L: van Zitter, en I: A: vollenhove Zondag Zondag den 6:' Iunij 1790.. aanteekening van het den Heer Gouverneur tot de bevordering van eenige officieren bij het regiement van Meuron ter vervulling van de vacante plaetsen. Den Wel Edelen Groot achtb: Heer Gouvern Willem Jacob van de Graaff Den E: afgegaenen gaalsch gezaghebber - Cornelis Dionisius Kraijenhoff Den E: Hoofdadministrateur - - - Mattheus Petrus Raket, Den E: Kollonel. . . . . . . . Johan Philip Christiaen Tilenius Den E: Sekretaris. - - - - - - - Benedictus Lambertus van Zitter Den E: fiskaal. . . . . . . . M: Johannes Adrianus vollenhove Ab Zent Den E: soldij boekhouder- - Den E: Eerste Pakhuijsmeester. . Iohannes Reintous De Heer Gouverneur Communiceerde ter vergade„ gegeven agrement door ring, dat zijn Edele op de schriftelijke voordragt „ van den E: Collonel De Meuron, om eenige vacante officiers plaetsen bij het regiement de Meuron te vervullen, op het nader welbehaegen van de Hee„ „ren Majores, het agrement gegeven heeft tot de volgende bevorderingen, namelijk: De luijtenants francois Louis Martin en Pierre francois Filsjean tot Capitain Luijtenants in steede van de Capitain luijtenants Dubais Du„ „millac en Jean Donzel, waer van de eerste zijne demissie genoomen heeft en de laeste over„ leeden is. De vaandrigs Jean George Gradman en Jean Thomas Bar tot luitenant, insteede van voorsz: Maatin Gerrit Engel Holst, de eerste en laetste in commissie na Mature den tweede ziek en de derde in Commissie na Jaelle. Den E: Dessave. . . . . . . Diderich Thomas Fretz Den E. Negotie boekhouder. - - Abraham Samlant Prezent en 533. Den 6. Junij 1790. en Filsjean. De sous luijtenants Jacques, Dubas, Henaij Droz, en Louis fabert, tot vaandrigs, de twee eerste insteede van gedagte Gaadman en Bar, en de laeste om te vervullen de vaandrigs plaats, die zeedert eenige„ tijd in het regiement vakant geweest is. De fourier Abraham Louis Tuller, en de kadet sergeants Elie fredrich Wolff, Henrij de La Haape, Abraham Martin, en Albert Faaz, tot sous luijtenants ala suite, de drie eerste insteede van gedagte Dubas, Droz, en Fabert, en de twee laaste om te vervullen de plaetsen, die reeds zeedert eenigen tijd vakant geweest zijn en wel den laetsten om te zijn geattacheerd aan de groote staf. En is goedgevonden en verstaan daer van te houden deeze aanteekening, en toetestaan dat de appoinc„ „tementen van alle deeze officieren moogen ingaen namelijk die van de sous luijtenant à la suite Tuller, met de maand Januarij Jongst leeden, wanneer hij daer toe hadde moeten optreeden door de retraite van den sous Luijtenant à la suite queraenet, en die van de overige„ met de maand maij Jongstleeden, wijl de ver„ „geevene plaetsen zeedert dien tijd vakant zijn geweest Aldus Aldus Gedaan ende Geresolveert in het kasteel kolombo ten daege maand en Jaere voorsz: /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, M P: Raket, I: P: C: Filenius, B: L: van zitter en I: A: vollenhove Den 6. Junij 1790. Dingsdag 534 535. Dingsdag den 8. ' Junij 1790. — Waarom het proces teegen den Tjalia Janang C:S: terug tegeeven. Prezent Den Wel Edele Groot achtb: Heer Gouvern: Willem Jacob van de Graaf Den E: afgegaenen gaals Gezaghebber Cornelius Dionicius Kraisenhoff Den E: Hoofdadministrateur - - Mattheus Petrus Raket, Den E: Kollonel. . . . . . . Joan Philip Christiaan Tilenius, Den E: Eerste Pakhuijsmeester. . . Johannes Reintous, Benedictus Lambertus van Zitter, Den E. sekretaris. - . . -- Den E: fishaal. - . . _ . . . M:r Johannes Adrianus vollenhove Ab: Zent. Gerrit Engel Holst, de eerste en laetste in Commissie na Mature dog de tweede mits indispositie. Den E: Dessave. . . . . . . . Diderich Thomas Fretz: Den E: Negotie boekhouder. - Abraham Samlant. Den E: soldij boekhouder - Is door rondsending geresumeerd een Carineel proces„ door E: fiscaal M=r Johannes Adrianus vollenhove, aan den raad van Justitie Ratt: officie g'entameerd teegen den Chalia en in„ woonder van Nigombo Janang, en den Tamblur„ „jero en inwoonder van Nagodde Baha, over vere„ „mente presumtie van meede pligtigheid aan de„ gepleegden diefstal te Palliwassel, bij de wasserin genaamt Maria, en waer over zij beijde door den raad van Justitie dezes kasteels zijn gecon„ demneert, om als suspekte en schaedelijke sub„ „jekten in de ketting geklonken, en voor den tijd van vijf Jaeren geconfineerd teworden, alwaer het deese regeering zal goedvinden te designeeren ten eijnde aldaer aen skomp: -
English
to labor at the Company's public works, with further condemnation also in the costs and expenses of Justice, and reservation of the officer's action against the fugitive widane who is implicated in this case, in order to institute the same against him upon apprehension as shall be found appropriate. Whereupon, having deliberated, it has been taken into consideration that in this trial not all the investigation has been done that could have taken place, and which, if not for the conviction of the prisoners, at least could have served for the further elucidation of the case, such as the following points: That the robbed woman Maria, in her declaration No. 2, states that for a year a Sinhalese and four Moors, who were accustomed to travel back and forth with merchandise, used to take up lodging at her house, and that this Sinhalese was even accommodated at her house for 15 days when she had made him move out because she was going to Kalpettij, and that nevertheless no investigation was made thereafter with her son Sawerie Moettoe, who nonetheless says in his declaration No. 4 that he resides at the house of his mother and thus could have knowledge thereof; and that also left unexamined are the stepfather and brother-in-law of the said Sawerie Moettoe, whom he says to have also been at the house of his mother, 8 June 1790. 537. to have been, and thus likewise could have knowledge of those people. That the prisoners in their declarations Nos. 9 and 10 say that they first went to Kalpettij with four Moors, and that upon returning to Etale they were again hired by a Sinhalese and had proceeded with him once more to Kalpetti, without their having been further examined on that matter, whether to know what sort of Moors they were, or where these Moors and the Sinhalese had taken up lodging in Kalpettij, and without the prisoners even having been asked where they themselves lodged the last time in Kalpettij, since they say that only after nine days did they depart from there again with the Sinhalese; besides which these prisoners have also not been confronted against each other regarding their contradictory statements, since the one says that the Sinhalese had given them 3 bags of linens, and the other speaks of only 2 bags of linens. And it has therefore been approved and agreed to return the aforesaid trial to the Council of Justice with orders to have further investigation made by the fiscal, not only regarding the aforesaid points, but also regarding all that might occur to him in this investigation that could be serviceable for the further elucidation of the case and for the greater conviction of the prisoners. 8 June 1790. Furthermore, Resumption of a criminal case against Annemalle Philippoe Kollesegra et al. Furthermore, by circulation, there was resumed the criminal trial prosecuted in appeal before the Council of Justice of this Castle, pursuant to a resolution of this board of 5 June 1789, by the aforesaid Honorable Fiscal Vollenhove against Annemalle Philippoe Kollasegra, Poentje Raele, and Jantje Wederaele, together residents of Trinkonomale, currently the Lord's prisoners—the first for having given occasion and cooperation to the abduction of a female slave of the Surgeon of the Regiment of Meuron, Grudemont; the second for the actual abduction of the said female slave and for inflicting a blow to the shin of the lascorijn Patten, who attempted to seize him and who died two days thereafter; and the third for having given the opportunity to the first to cause the aforesaid female slave to be abducted—as also against Simon, also a resident of Trinkonomale, summoned in person by edict and defaulting, for engaging the aforesaid Poentje Raele for the abduction of the aforesaid female slave and accompanying the same during the abduction up to a certain distance; whereupon, by definitive sentence of the aforesaid Council of Justice, the defaulting Simon, by virtue and for the benefit of the expired defaults, has forfeited the declinatory, dilatory, and peremptory exceptions 8 June 1790. and 539 8 June 1790. Deliberation thereupon and all legal defenses and bars that he, appearing, could or might have proposed; and furthermore he, as well as the three aforementioned prisoners, were condemned to be brought to the ordinary place of justice and delivered to the executioner, first Annemalle Philippoe Kollesegra and Poentje Raele to be bound with a rope around the neck to one of the posts of the gallows, flogged until bleeding, branded on the back, and subsequently riveted in chains, the first for 25 years and the second confined ad vitam at the place to be determined by this government in order to labor there at the Company's public works; furthermore Jantje Wederaele and Simon to be tied to a post, flogged until bleeding, and subsequently riveted in chains, each to be put to labor for 10 years at the place to be designated by this government, with further condemnation of them jointly in the costs and expenses of Justice. Whereupon, having deliberated, it was taken into consideration that although the laws prescribe certain specific punishments for the different crimes, the judge is nonetheless obliged in applying these punishments to pay heed to the intentions of the criminals and to the outcomes of the crimes, and to conform himself accordingly
Dutch transcription
's Comp: gemeene werken te arbeijden, met Condemna„ „tie wijders ook in de kosten en misen der Justitie en reserve van des officiers actie teegen den in deeze zaak gecomplikeerden voortvlugtigen wi„ dane, om die bij agterhaeling teegen hem te in „stitueeren zodanig als bevinden zal te behooren Waar over gedelibereerd zijnde, is in achting genoo„ men, dat in dit proces niet is gedaan al het on„ „der zoek, dat hadde kunnen geschieden; en zoo niet tot overtuijging van de gevangenen ten minsten tot meerder opheldering van de zaak konde gediend hebben, gelijk zijn de volgende poincten Dat de bestoole vrouw Maria bij haer declara„ „toir N:o 2. zegt, dat zeedert een Jaer een singa„ lees en vier mooren die gewoon waaren over en weder met koopgoederen te rijzen bij haer in huijs hun intrek plagten te neemen, en dat zelfs die singalees 15. daegen bij haar was gehuijsvest, toen ze hem had doen verhuijzen, om dat ze na Kalpettij ging, en dat echter daar na geen onderzoek is gedaan bij haar zoon sawerie Moettoe die nog„ „tans bij zijn deklaratoir n:o 4. zegt ten huijze zijner moeder woonagtig te zijn, en mits dien daar van kennis konde hebben, en dat ook buijten verhoor zijn gelaeten de stiefvader en swager van gem: sawverie Moettoe die hij zegd meede ten huijze zijner moeder geweest Den 8. ' Junij 1790. te zijn 537. te zijn, en dus insgelijks kennis aan die luijden konden hebben. Dat de gevangen bij hunne de klaratoiren w:o 9. en 10. seggen dat ze eerst met vier mooren na kal„ „pettij zijn gegaan en dat ze terug koomende op Etale, weeder door een singalees gehuurd waeren en zigt met hem andermael na kalpetti had„ „den begeeven, zonder dat zij daer over nader zijn g' Examineerd, het zij om teweeten wat het voor mooren waeren, dan wel waer deese moooen in de singalees hun intrek te kalpettij genoomen hadden, en zonder dat zelfs de gevan„ „genen zijn gevraagd, waer zij zelve de laeste„ maal te kalpettij gelogeerd hebben, wijl ze zeggen eerst na neegen daegen met den singalees wee„ „der van daer vertrokken te zijn, behalven dat ook deeze gevangenen teegen elkanderen niet zijn ge„ „confronteerd over hunne contra dictoire opgave„ wijl de eene zegd dat de singalees 3. sakken lij„ „waeten hun had gegeven, en de andere maer van 2. zakken lijwaeten spreekt. En is derhalven goed gevonden en verstaan, het voorsz: proces terug tegeeven aan den raad van Justitie met last om door den fiscaal nader onderzoek te laaten doen, niet alleen omtrent de voorsz: poincten maar ook omtrent al het geen hem bij dit onderzoek mogte voorkoomen, dat tot verdere op heldering van de zaak en tot meerder overtuij„ „ging van de gevangenen zoude kunnen dienstig zijn: Den 8. ' Junij 1790. Nog resumtie van een Curmi„ „malle philipoe Colle„ „segra. C: S: Nog is door rondsending geresumeerd, het door „neel proces teegen anne voorm: E: fiskaal vollenhove, volgens besluit deezer tafel van den 5. Junij 1789. voor den raad van Justitie deezes Casteels in appellatoria ver„ volgd crimineel pooces teegens anne Malle Philippoe kollasegra Poentje Raele en Jantje wederaele gezamentlijk inwoonders van Trinko nomale thans 's heeren gevangenen de eerste overge„ „gevene aanleijding en meede werking, tot de vervoering van een slavi van den Chirurgijn van het regiement van Meuron Grudemont, de tweede over het werkelijk vervoeren van gem: slavin, en het toebrengen van een scheenslag aan den laskorijn Patten, die hem heeft willen opvat„ „ten, en die twee daegen daer na gestorven is, en de derde overgegevene geleegentheid aan den eersten om voorm: slavin tedoen vervoeren: zoo meede teegen Simon, meede inwoonder van Trinkonomale, gedaegde in perzoon bij edicte en defaillant, over het engageeren van voorsz: Poentje Raele tot de ontvoering van voorm: slavin, en het ver„ „zellen van den zelven bij de ontvoering tot eene zeekere distantie waer over bij diffenitive sen„ „tentie van voormelte raad van Justitie de defail„ „lant Simon, uijt kragte en voor het profijt der verloopene defaulten, is verstreeken van de Excep- „tien de clinatoir dilatoir en peremptoir en Den 8. ' Junij 1790. van e 539 Den 8. ' Junij 1790. deliberatie daer op van alle defensien en weiren van regten, die hij com„ „pareerende hadde kunnen of moogen doen proponeeren, en voorts hij zoo wel, als de drie voornoemde gevan„ „genen gecondemneerd, om ter ordinaire geregts= plaats gebragt en aan den scherpregter overgeleevert zijnde, voor af Annemalle Philippoe kollesegra en e Poentje Raele, met de strop om den hals aan een. der stijlen van de galg gebonden, ten bloede gegeesseld op den rugge gebrandmerkt, en vervolgens in de ketting geklonken de eerste voor 25. Jaaren, en de tweede advitamn geconvineerd teworden ter plaetse door deese regeering te bepaelen, ten eijnde aldaer aan sComp: gemeene werken te arbeijden, voorts Iantje wederacle en Simon, om aan een pael gebonden, ten bloede gegeesselt en vervolgens in de ketting geklonken elk voor 10. Jaeren ten arbeijd ge„ steld teworden, ter plaatse door deese regeering te be„ „stemmen met Condemnatie wijders van hun gesament„ „lijk in de kosten en misen der Justitie. Waar over gedelibereerd zijnde, is in agting genoomen dat schoon de wetten op de differente misdaeden zeeke„ „de bepaalde straffen voorschrijven de regter nog„ „tans in het toepassen deezer straffen verpligt is te letten op de oogmerken der misdadigers en op de uitkomsten der misdaeden en zig daer naer „ te ½
English
8 June 1790. to acquiesce in his sentence, so that fairness would consequently have required more attention in these proceedings, firstly, with respect to the collective convicts: that although all of them cooperated more or less to steal the slave woman belonging to Surgeon Gaudemont from her master, and she was indeed abducted by two of them, this slave woman was nevertheless not entirely lost, nor was any harm done to her, but that she was overtaken and returned safely into the power of the owner; secondly, that although all are guilty of this act—both those who advised and provided the means for it and those who actually executed it—the former are nonetheless punishable to a lesser degree than the latter, because the latter, though bribed or enticed to the deed, still retained the choice to do it or leave it undone, and that consequently there is no proportion in the imposed sentences, in particular regarding Annamale Philipoe kollesegra, who merely advised the slave woman and did his best to provide her with the opportunity to escape, and regarding the fugitive Simon, who not only persuaded Poentje Raele to transport her, but also escorted her himself and accompanied her up to a certain distance; and thirdly, that Poentje Raele, although he is moreover guilty of delivering the blow to the shin of the since deceased lascar Patten, did not deserve so severe a sentence as was imposed upon him, which could scarcely have been set higher against a deliberate murderer who continued to deny his crime. That although the Noble Supreme Indian Government, by dispatch of 12 August 1788, ordered that, in the event this government found difficulty in approving judicial sentences in criminal cases, it should cause the officer to appeal such sentences, or else suspend the execution and send the trial records to Batavia, an appeal cannot take place here because the sentence is in accordance with the officer's claim; and furthermore, by sending the trial records to Batavia, the prisoners, who have already been in detention for two years, would have to remain in custody for approximately another year, whereby their punishment would be significantly aggravated. And it is therefore, in humble trust that Their High Nobles will most favorably acquiesce in this, approved and agreed to alter and mitigate the aforementioned sentence in this manner: that Annemalle Philipoe kollesegra and Poentje Raele shall be delivered to the executioner, bound to a post, and severely whipped; but that Jantje wederaele shall be flogged with a sjambok, and subsequently all three shall be put in irons and put to hard labor here in the Materials House, the first for 5, the second for 10, and the third for 3 years; and that the defaulting Simon shall be banished outside the jurisdiction of the Company, under penalty of being brought to further justice upon capture; with condemnation of them jointly in the costs and expenses of justice. There was read a report from the master of the blacksmith shop, Blinne, and from the saddler, Nonis, stating that they inspected the carriage body brought from Koetsiem by the narrow vessel De Verwagting, and found that the front and rear panels are cracked, 3 pairs of copper hinges unserviceable, and 4 shutter frames, 4 glass frames, 1 front support, 3 upper moldings, and the steps are missing, and that the carriage body is unlined both inside and out; but that the defects can be repaired and the missing parts manufactured. And it is approved and agreed to have the aforementioned carriage body repaired and provided with the missing parts, while in the meantime asking the gentlemen ministers in Koetsiem how Their Honors desire the same to be upholstered. 8 June 1790. Upon the request submitted by petition by Mistress Magdalena Jacoba van Buuren, widow of the Reverend Sezilles, it was approved and agreed, on account of her advancing years and sickly condition, to discharge her as outside regentess of the orphanage here, and to appoint in her place Mistress Clara Johanna Overbeek, wife of the Honorable First Warehouse Master Reintous, who will be requested to be willing to undertake this charge. There was read a report from Captain Lieutenant Edema and Boatswain Hansen, stating that they inspected the rigging of the flagpole here and found that it is entirely unserviceable and can be used for no other purpose than picking oakum, and that consequently an entirely new set of rigging ought to be made, for which must be supplied: one set of lower shrouds, one ditto topmast shrouds, four topmast backstays, five lower backstays, one preventer stay, two flag halyards, two top ropes, along with the necessary ratlines for the main and topmast shrouds.
Dutch transcription
48 Den 8' Junij 1790. te schikken in zijne condemnatie, dat het midsdien de billijkheid hadde vereijscht, dat meer in dit pro„ „ces had gelet voor eerst ten opzigte van de gesa„ „mentlijke gecondemneerden dat schoon ze alle min of meer hebben meede gewerkt om de slavin van den Chirurgijn Gaudemont haeren meester te ontvreemden, en ze ook werkelijk door twee hunner ontvoerd is, deese slaven nog„ „tans niet geheel verlooren nog haer eenig leed aan„ „gedaan, maar dat ze agterhaald en weeder be„ houden in de macht van den eijgenaer geraekt is, ten tweeden, dat schoon ze alle aan deese daad schuldig zijn, zoo wel die aangeraaden en de mid- „delen daer toe bezorgd hebben als die het werke„ „lijk uitgevoerd hebben, de eerste echter in een minde „ven groed strafbaar zijn, dan de laeste, om dat deeze schoon tot de daed omgekogt of verleijd nogtans de verkiesing hadden om het tedoen of telaeten, en dat er mits dien geene proportie is in de opgelegde straffen in zonderheid aan Annamale Philipoe kollesegra, die alleen de slavin aange„ „raeden en zijn best gedaan heeft om aan haer gele„ „gentheid ter voortkoming te bezorgen en aan den voortvlugtigen simon die niet alleen Poentje Raele heeft bepraet om haer te vervoeren, maer ook zelfs haer uitgelijd en tot eene zee„ „kere 548 541. Den 8. ' Junij 1790. hoedanig de sententie gealtereerden gemitigeerd „kere distantie verzeed heeft, en ten derden dat Poentje Raele, schoon hij booven dien schuldig is aan het toebrengen van den scheenslag aen den zee„ „dert overleedenen laskorijn Patten, niet heeft verdiend een soo swaare straf, als hem is opgelegd, en die naauwlijks hooger konde genoomen zijn teegen een opzettelijken moorde„ naar die zijn misdaed bleef ontkennen: Dat wel de Edele Hooge indische regeering, bij missi„ ve van den 12. augustus 1788. heeft bevoolen om ingevalle dat deeze regeering swvarigheid vond „ om de Justitieele vonnissen in Caimineele zaeken te approbeeren, van diergelijke vonnissen door den officier te doen appelleeren, dan wel de Executie te surcheeren en het proces na Batavia te zenden, dog dat hier geen appelplaats kan hebben, om dat het vonnis is over een komstig met des officiers conclusie, en dat ten anderen met het proces na Batavia tezenden, de gevangenen die reeds twee Jaeren in detentie zijn nog wel omtrent een Jaer langer zouden moeten in hegtenis zitten waer door hunne straf merkelijk zal worden verswaard. En is derhalven in nedrig vertrouwen, dat hunne Hoog Edelheeden dit gunstigst zullen gelieven inteschikken goedgevonden en verstaan de voorsz: sententie in deezer voegen te altereeren en mitigeeren, dat anne„ „malle philipoe kolle segra en Poentje Raele, den scherp - 54 Den 8. Junij 1790. baagle bak van een scherpregter overgeleeverd, aen een pael gebonden, staengelijk gegeesseld dog dat Jantje wederaele „gesjambokt en vervolgens alle drie in de ketting geklonken, en alhier in het Materiaalhuijs ten arbeijd gesteld zullen worden, de eerste voor 5. de tweede voor 10. en de derde voor 3. Jaeren, en dat de defaillant simon zal worden gebannen buijten de Jurisdiktie van de Comp:e sub pane van bij agterhaling nader teregt gesteld te worden met Condemnatie van hun gezamentlijk in de kosten en misen der Justitie. Is geleezen een rapport van den baas van de smits= de van koelsiem aange winkel Blinne en van den sadelmaker Nonis„ „een „waegen te laeten repareeren houdende dat zij de bak van den „ waegen die en van 't nodige voorsien met het smal schip de verwagting van koetsiem is aangebragt, hebben gevisiteerd en bevonden, dat de voor en agter panneelen ge„ „scheurd 3. paaren kopere schaanieren onbequaem en 4. blinderaemen, 4: glaese raemen, 1. voorstut„ 3. boven lijsten en de trappen te min zijn, mits„ „gaders dat de bak van binnen en buijten on„ „bekleed is, dog dat de gebreeken kunnen gere„ „pareerd en de temin bevondene stukken aange„ maekt worden En is goedgevonden en verstaan, de voorsz: Bak telaeten repareeren, en van het ontbreekende voor„ „zien dog intusschen de heeren ministers te koetsiem te vraegen hoedanig hun Ed:s be„ „geeren dat deselve zal worden bekleed. op 543 Den 8. Junij 1790. — Juffw Reintous tot het weeshuijs benoemd. " nieuwen van het tuijg Op het bij requeste gedaan verzoek door me Juf„ buijten regentosse van vrouw Magdalena Jacoba van Buuren weduwe van den predikant sezilles is goedgevonden en ver„ staan haer weegens haere toeneemende Jaaren en ziekelijken toestand, te ontslaan als buijten regen„ „tesse van het weeshuijs alhier, en daer toe te benoe„ „men Mejufvrouw Clara Iohanna overbeek, „ huijsvrouw van den E: Eerste Pakhuijsmeester Reintous, die zal worden verzogt zig met deeze zarge te wille belasten. Is geleezen een rapport van den kapitain luijtenant qualificatie tot het ver Edema en van den bootsman Hansen, houdende, van de vlaggemast alhier dat zij het tuijg van de vlaggemast alhier ge„ visiteerd, en bevonden hebben, dat het ten eene„ maal onbequaamisen tot geene andere diensten, dan tot het plukken van werk, kan worden g'emploijeerd, en dat mits dien een geheel nieuwe tuijg diend aangemaakt te worden, en daer toe moeten verstrekt worden. een stel onderwant een d=o stengewant vier stenge pardoeks vijf onderpardoens een krinkstag twee vlaggevallen twee windreepen neevens de noodige weevelings van het groot en stenge 1 want
English
The 8th of June 1790. Why the papers regarding the case of the maid Helena are to be placed in the hands of the fiscal Vollenhove. shroud seizings, straps for the deadeyes, futtock shrouds, lanyards and swifters. And after deliberation it was approved and agreed to grant authorization for renewing the aforesaid rigging, and to supply what is required for it, and to have the old rigging used for picking oakum. In compliance with the resolution of the 27th of April last, the following report was received from the Council of Justice of this castle. To the Right Honorable, Greatly Respected Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Member of the Council of Netherlands India Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, Right Honorable, Greatly Respected, High-Commanding Sir! The undersigned President and Members of the Council of Justice here have the honor, in compliance with Your Right Honorable's much-respected order, contained in the resolution of the 27th of April last and communicated to them in extract, concerning the objection raised in a petition by the maid Helena against the decision of the undersigned dated the 10th of March last, respectfully to report: That the grounds which appeared to them for declaring the said maid Helena to be a slave consist of the following: First: Because the Reverend Wardmasters, in their submitted address, have made known that it clearly appears from a certain memorandum book of Simon de Melho that the maids Sicilia and Susanna, who are deceased and from the latter of whom Helena was born, were, just like the maid Walli, given to Matthijs Gomes as a wedding gift. Secondly: Because the Reverend Wardmasters, when taking over the estate of Philip Rodrigo Sidemberen, would not have recorded the maid Helena upon frivolous grounds as belonging to him in property, nor left her with his friends to be handed over to his son Simon Rodrigo Sidemberen upon reaching his majority, as indeed took place in the year 1788. Thirdly: Because the Reverend Wardmasters, for further corroboration, have submitted a notarial declaration by Franciscus Paulus, Malabar Mudaliyar and interpreter at the gate of Your Right Honorable; Philip Jansz, teacher in the Portuguese language; Joan Pienies, former vidane of Pellegaare; Thome de Soijsa, former Malabar schoolmaster; and Christovoe Fernando, freeman; who declare disinterestedly that the frequently-mentioned Helena was born under the obedience and out of the maid Susanna belonging in property to the Chetti Matthijs Gomes, stating as the basis of their knowledge that, having constantly had access to the house of Matthijs Gomes, they have knowledge and have seen with their own eyes that she was like all others as a slave. Fourthly: Because legal scholars are of the opinion that full credit is given to the memorandum books of merchants, brokers, and all others if such is confirmed by death, which should also apply with respect to the memorandum book of the said De Melho, all the more because he, De Melho, was a man of great wealth and, having left a large estate, would have had no reason in the world to give the maid Susanna, if she were free, into slavery as a wedding gift to Matthijs Gomes, just like the maid Wallie, for whom a proof of ownership was found in the estate of Matthijs Gomes, for which reason certificates were also granted for her descendants; from which the undersigned further understood that the certificate of the maid Susanna had been misplaced by Matthijs Gomes, who on account of old age was at the end not entirely in his right mind; and as regards the statement of the maid Helena in her submitted petition, namely: that she and her mother served in the house of the deceased Chetti Matthijs Gomes, but her, the petitioner's, grandmother in the house of the deceased Mudaliyar Simon de Melho, for their board and clothing because they were very poor people, this cannot well be understood without knowing the moving cause, since the grandmother serving at Simon de Melho's and the granddaughter at Matthijs Gomes's are two distinct matters which quickly become comprehensible if one considers that the maid Susanna, from whom this Helena was born, along with others, was given by the said De Melho to Matthijs Gomes as a wedding gift. Now, concerning the further statement of Helena, namely that after the death of Sedemberen, and her grandmother and mother, they served no one, the undersigned take this to be falsehood, although she attempts to substantiate her assertion through some picked-up witnesses, for the reason that the Reverend Wardmasters, as has already been shown above, left the maid Helena among the friends of Philip Rodrigo Sidemberen; and it is for this reason that the undersigned
Dutch transcription
Den 8:' Junij 1790. J Waerom de papieren van de zaak van de meidste„ lena testellen in handen van den fiskaal vollenhove. want bindsels, strappen voor de Juffers, puttings touwen, talireepen en swigting. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan qua„ „lificatie te verleenen tot het vernieuwen van het voorsz: tuijg, en om het benoodigde daer toe te verstrekken, en het oude tuijg tot het plukken van werk te doen emploijeeren. Is ter voldoening aan de resolutie van den 27. April Jongstleeden; ingekoomen het ondervolgende berigt van den raad van Justitie dezes kasteels. Aan den Wel Edelen Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Directeur van het Eij„ land Ceilon met dies onderhoorighee„ den, Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! De ondergetekende president en leeden van den raad van Justitie alhier, hebben de eer om in voldoeninge aan uwer wel Edele Groot achtb: veel gerespekteerde ordre, vervat bij resolutie van den 27. April Jongstleeden hen in Extrakt meede gedeeld, weegens bezwaar bij requeste door de meid Helena gedaan over het appoinctement van den ondergeteekenden van dato 10. ' Maart Jongstleeden eerbiediglijk te berichten. Dat de motiven die hen zijn voorgekoomen om gem: mei Helena 545 Den 8 ' Junij 1790. — Helena voor een slavi te verklaeren, in de vol„ „gende bestaan. Eerstelijk: wijl herwaarde boedelmeesteren bij hun gepresenteerd addres te kennen gegeeven hebben dat bij zeekere aantekening boek van simon de Melho duijdelijk blijkt, dat de mijden sicilia en Susanna die overleeden en uit welke laeste Helena gebooren is, even gelijk de mijd walli, aen Matthijs Gomes tot huwelijks gifte geschonken zijn, Ten tweeden: wijl Eerwaarde boedelmeesteren bij het aanvaarden des boedels van Philip Rodrigo sidem beren op geen losse gronden de mijd Helena als hem in eijgendom kompeteerende zouden aangemaakt en bij zijne vrienden gelaaten hebben om bij mondi„ „ge Jaaren van zijnen zoon Simon Rodrigo sidem„ beren aan hem afgegeven teworden zoo als zulks ook geschied is in het Jaer 1788. Ten derden wijl Eerw: boedelmeesteren tot meerder be„ kragtiging hebben overgelegd een notarieele verklaering door franciscus Paulus mallab: modliaar en tolk aan de porta van uwer wel Ed: Groot achtb: Philip Iansz: leermeester in de portugeese taele, Joan Pie„ „nies geweeten vidoen van Pellegaare thome de soijsa geweesen mallabaarschen schoolmeester en Christovoe fernando vrijeling welke buijten eijgen belang ver„ klaren, dat meerm: Helena onder de gehoorzaamheid en uit de den Chittij Matthijs Gomes in eijgendom toebehoorende meid Susanna gebooven is, geevende voor reeden van weetenschap dat zij steeds in en uit„ „gang ten huijze van Matthijs Gomes gehad hebbende, kennis draegen en met hun eijgen gezien hebben, dat zij gelijk alle anderen als een slavin is geweest. Ten vierden om dat de regtsgeleerden van gevoelen zijn dat aan aanteekening boeken van kooplieden, mackelaars en alle andere volkoomen geloof word gegeven, zoo die met de dood werd bevestigd, het welk ook diend plaats te hebben ten Den 8:' Junij 1790. ten opzigte van het aanteekening boek van gem: De Melho temeer, om dat hij de Melho een man van groot vermoogen geweest is en eene groote bezitting nagelaaten hebbende geen reeden ter wereld zoude ge„ had hebben om de meid susanna, indien zij vrijwas„ in slavernij tot een huwelijks gifte aan Matthijs Gomes te schenken gelijk de meid wallie waer van een eijgendoms bewijs in den boedel van Matthijs Gomes gevonden zijnde daerom ook certificaeten van haere afkomelingen verleend zijn, waer uit de ondergeteekenden verder begreepen, dat het certificaet van de meid Susanna door Matthijs Gomes, die mits hoogen ouderdom op het laest niet wel bij zijn kennis is geweest, was verlegt, en wat het zeggen van de meijd Helena bij haer gepresenteerd request betreft, naemelijk: dat zij en haere moeder ten huijze van de overleeden sittij Matthijs Gomes dog haer suppliante groot moeder ten huijze van den overleeden modliaar Simon de Melho gediend hebben voor hunne kost en kleederen, wijl zij zeer arme lieden geweest zijn, kan niet wel begreepen worden zonder de bewoogen hebbende oorzaek teweeten, ver„ mits de grootmoeder bij Simon de Melho en de klijn„ dogter bij Matthijs Gomes tedienen, twee bijzon„ „dere zaeken zijn, welke zig schielijk vatbaer maeken, zoo men overweege dat de meid susanna waer uit deeze Helena gebooren neevens andere door gem: de Melho aan Matthijs Gomes bij huwe„ lijks gifte gegeeven is. Aangaande, nu het verder zeggen van Welena dat zij nae„ melijk na de dood van sedemberen, en haere groot„ moeder en moeder bij niemand gediend hebben neemen de ondergeteekenden zulks voor leugentael op schoon zij haer voorgeeven door eenig opgeraepte getuijgens tragt goed temaeken, om reeden de eerwaerde boedelmeeste„ ren, zoo als hier vooren bereeds aangetoond is, de meid We„ lena onder de vrienden van Philip Rodrigo sidemberen gelaeten hebben en het is mits dien dat de onderte„ „kenaers
English
547. The 8th of June 1790. — signers defer more credit to the words or testimony of a college than to those of the maid Helena and her witnesses. To examine the maid Helena again, the undersigned have deemed unnecessary, partly because the proofs alleged herebefore appeared to them sufficient enough, which confirmed her enslaved status, and partly because they held themselves assured that, having once been examined at the Secretariat of Police by the official clerk and witnesses, and having then denied that she had been a slave neither of Simon de Melho nor of Matthijs Gomes nor of Philip Rodrigo sidemberen, she therefore would also not have failed to do the same, and to verify with witnesses who only have it from hearsay and may not stand in law, from which an expensive lawsuit would arise, which would bring her back from the end to the beginning. Wherewith the undersigned, hoping to have satisfied the honored intention of your Right Honorable, furthermore take the honor to subscribe this with the greatest veneration. was subtitled: Right Honorable High Commanding Lord, your Right Honorable's faithful and obedient servants was signed: M: P: Raket, I: A: vollenhove, w: A: Berghuijs, B: P: C: de Haaat, I: kriekenbeek, H: v: van sohsten, W: A: Johnson, and W: W: Francke in the margin: Colombo the 31st of May Anno 1790. Which having been deliberated upon, it was taken into consideration that what the curators of the estate have noted regarding this matter according to the reports received by them in their address to the Court of Justice cannot serve as proof in this without further investigation, The 8th of June 1790. Judicial report and that therefore the Court of Justice should not have accepted those allegations as truth without further investigation, nor had the declaration produced by the curators of the estate confirmed by oath, without having heard the maid Helena or having given her the opportunity to express herself regarding the witnesses of her opposing party, as no one may be condemned unheard, nor are any witnesses admissible in law other than those regarding whom the opposing party has been given the opportunity to test and reproach them. And it is therefore approved and understood to place the papers relating to this matter into the hands of the Honorable Fiscal vollenhove, with orders to conduct a careful investigation in that regard, and to serve this government with a report of his findings. Upon a received report from the Judicial members kriekenbeek and Issendorp, stating that on the declaration of the boatswains Haeijs and Mortier, on the oath wherewith they are bound to the Company, that a hawser of 13 inches thick and a hawser of 8 inches thick, which served for the mooring of the packet boat Maria Louisa, can no longer be used, they have had the same cut into three equal pieces and delivered to the Master of the Equippage, to be used for lesser services: It is approved and understood to keep this record thereof. Upon a report made known by the Captain Lieutenant and Master of the Stables Brohier that two of the Company's chaises are altogether unserviceable: It is approved and understood to have the same sold at public auction for the prevailing price. Due to lack of the necessary linens to be distributed as customary to the elephant servants who delivered 57 trade beasts to Wattehandel, and for which according to the statement of the Honorable Chief Administrator 166 7/8 pieces of ordinary bleached Tuticorin salampores are required: It is approved and understood to have said elephant servants provided cash instead at 3 rixdollars for each salampore. Was read the report inserted below from the Apothecary Staatsburg, regarding the compounds that he prepared since the first of March to the ultimate of May last. To The 8th of June 1790. To the Right Honorable Lord: Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island Ceylon with its dependencies etc. Right Honorable High Commanding Lord! In fulfillment of the revered order contained in the resolution taken in the Council of Ceylon on the 9th of July 1787, the undersigned chief apothecary has the honor to inform your Right Honorable that since the first of March last to the date hereof the following compounds have been prepared in the Company's pharmacy here in conformity with what was enacted by resolutions of the 18th of June 1757 and the 20th of June 1780, with the humble request of the undersigned that by the favorable pleasure of your Right Honorable the ingredients consumed therefor may be written off, namely: 12 2/3 tartar emeticus 6 laudanum opiat for Kalpitiya against payment 24 lb Emplastrum de Cumino 5 lb Gum ammoniac depuratum 60 lb Emplastrum Capon barbatt 30 lb Unguentum album camphoratum 12 lb Unguentum de althea Wherewith the undersigned has the honor to sign with all submission was subtitled: Right Honorable High Commanding Lord, your Right Honorable's faithful and obedient servant was signed: C: F: Stratsburg in the margin: Colombo ultimate of May Anno 1790. lower: the compounds mentioned herein have been found good by us signed: B: Aleman and G: Knausz. En
Dutch transcription
547. Den 8. ' Junij 1790. — „kenaars meerder geloof defereeren aan de woorden of betuijging eener kollesie dan aan die van de meid Helena en haere getuijgens. Om wet de meid Helena andermael te verhooren hebben de ondergeteekenden onnoodig geoordeelt, eens deels, om dat de bewijzen hier vooren geallegeerd hun voldoende genoeg voorkwaemen, welke haare slaafbaarheid bevestigden, en anderdeels, om dat zij zig verzeekerd hielden, dat zij eenmael ter sekretarije van Politie door den beamptschrij„ „ver en getuijgen g' Examineert zijnde, en toen ontkend hebbende, dat zij geen slavin van Simon de Melho nog van Matthijs Gomes nog van Philip Rodrigo sidemberen geweest is, derhalven ook niet zoude nagelaaten hebben het zelve te doen, Ja met getuijgen, die het maar van hooren zeggen hebben in regten niet moogen bestaen, te verefieeren, waer uit een kostbaer proces zou ontstaan, wel„ „ke haar van het eijnde tot het beginzel zal wee„ der brengen. Waarmeede de ondergeteekenden verhoopende aan de g' eerde intentie van uwel Edele Groot achtb: te hebben voldaan, Een alverder de eer aanmati„ „gen deesen met de meeste veneraetsie te onder„ „schrijven. /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtb: Hoog Geb: Heer uwel Edele groot achtb: Trouwschul„ „dige en gehoorzaeme Dienaeren /:was geteekend:) M: P: Raket, I: A: vollenhove, w: A: Berghuijs, B: P: C: de Haaat, I: kriekenbeek, H: v: van sohsten, W: A: Johnson, en W: W: Francke (:in margine:) kolombo den 31' Maij A„o 1790. Waar op gedelibereerd zijnde is in achting genoomen dat het geen der boedelmeesteren over deeze zaak naar de berigten derweegens bij hun ingekoomen bij hun addres aan den raed van Justitie is aangemerkt in deesen zonder nader onderzoek Den 8 ' Junij 1790. Justitieele rapport „gestouwen. onderzoek tot geen bewijs strekken kan, en dat dus de raad van Justitie die allegatien niet hadde moeten voor waarheid accepteeren zonder nader on„ „derzoek, nog de door boedelmeesteren geproduceerde verklaring met eede doen bekragtigen, zonder de meijd Helena gehoord of aan haer gelegentheid gegeven te hebben om zig over de getuijgens van haere parthij te kunnen verklaeren, wijl niemand onverhoord mag worden veroordeeld, nog ook eenige getuijgen in regten admissibel zijn, dan zulken waer omtrend aan de tegen parthij gelee„ gentheid is gegeeven om die te kunnen toetsen en reprocheeren. En is derhalven goedgevonden en verstaan de papie„ ren tot deeze zaak betrekkelijk tedoen stellen in handen van den E: fiskaal vollenhove, met last om daer omtrent een naeuwkeurig onder„ zoek tedoen, en van zijne bevinding aan deese regeering tedienen van berigt. Op een ingekoomen rapport van de Justitieele leeden van gekapte twee vij„ kriekenbeek en Issendorp houdende, dat zij een vijgertouw van 13. d=m dik en een vijger„ touw van 8: d=m dik die tot het vertuijen van de paket boot Maria Louisa hebben gediend op de verklaring van de boots„ lieden Haeijs en Mortier, op den Eed waermede 2 549 Den 8e. Junij 1790. te laaten verkoopen. aan zekere Elephants Lijwaaten drie ad: voor ieder salmpoeris te laeten verstrekken. qualificatie ter afschrij „ving van de tot het verbruijkte inqredienten. waarmeede se aan de Comp: zijn verbonden, dat deselve niet meer kunnen gebruijkt worden en drie eguaele stukken hebben doen kappen en aan den Equipagiemeester overgegeven, om tot mindere diensten teworden gebruijkt: Is goedgevonden en verstaan daar van tehouden deeze aanteekening. Twee onbeknaame sComp:s dor den kapitain Luijtenant en stalmeester Bro„ Caiden per publieke vendutie, hier bij een berigt te kennen gegeven zijnde dat twee sComp: Chaisen ten eenemaal onbequaam zijn: Is goedgevonden en verstaan, deselven per publieke vendutie voor het geldende te laaten verkoopen. Mits gebrek aan de noodige lijwaaten om aan de Ele„ bedienden bij gebrek van phants bedienden die 57. handelbeesten op watte„ handel hebben bezorgd, naar gewoonte teworden uitgedeeld, en waar toe volgens opgaeve van den E: Hoofdadministrateur 166 /8. p:s salmpoeris gemeen gebleekte Tutukorijnse worden vereijscht: Is goedgevonden en verstaan om aan gemelte Elephants bedienden daar voor contant telaaten verstrekken tegens 3. rd.:s ieder salmpoeris. Is geleesen het hier onder g'insereerd berigt maeken van composita van den Appothekar staatsburg, wegens de Compositas, die hij zeedert primo Maart tot ult:o Maij Jongstleeden aangemaakt heeft. Aan Den 8. ' Junij 1790. Aan den wel Edelen Groot achtbaeren Heer: Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden &=a Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! In voldoening aan de gevenereerde ordre vervat bij resol genoomen in raede van Ceilon op den 9. ' Julij 1787. heeft den ondergeteekende eerste appothe„ „car de eere uwel Edele Groot achtb: te berigten dat zeedert primo Maart Jzeeden tot dato deezer de volgende composita in sComp: apotheek alhier zijn aangemaakt in conformiteid van het gestatu„ „eerde bij resoluties van den 18. Junij 1757. en 20. Junij 1780. met nedrig verzoek van den ondergeteekenden dat met gunstig welbehaegen van uwel Ed: Groot Achtb: de daer toe verbruijkte inqredienten temoogen afgeschreeven worden als: 12. 2/3 tartar: Emedicus 6. „ landan opiat voor kalpetti voor betaling 24. lb: Empl: de Cumino 5. „ guin ammoniac de purat 60. „ Empl: Capon barbatt: 30: „ ung alb: Camphorat 12. „ „ de althea Waarmeede den ondergetekende de eere heeft zig met alle submissie te onderteekenen (:onderstond:/ wel Edele Groot achtb: Hoog Geb: Heer uwel Ed: Groot achtb: trouw= schuldigen, en gehoorzaeme dienaeren /:was geteekend:) C: F: stratsburg (:in margine:) kolombo ult=o Maij A„o 1790. (:lager:) de hier in gem: composita zijn door ons wel be„ „vonden (:geteekend:/ B: Aleman en G: Knausz: 6n
English
551. The 8th of June 1790. Deliberation on the disposition regarding the defense of the Jaffnapatnam held proceedings against Koen Jiemieraen Poelle. And in consideration of the fact that the head master Aleman and the Surgeon Major Knauz have certified at the foot of the mentioned report that the compounds were properly prepared, it was approved and understood to grant authorization to write off the ingredients used for that purpose. Pursuant to the resolution of the 9th of January last, a defense was received from the Jaffnapatnam Council of Justice concerning the proceedings held against the kolaiyada Koen Jimiraen Pulle, mainly stating that he was condemned to civil detention because he had not denied that he had paid an amount of 207 rixdollars to Resident Mooijaart for the account of his brother-in-law Katjiepoelle, and as this alone was sufficient to convince them that his aforementioned brother-in-law had absconded through his doing, besides this having been confirmed by two witnesses, against which he had submitted nothing, although copies of their statements had been provided to him along with the claim's petition, which were also for that very reason not produced in forma probandi. Having deliberated upon this, it was taken into consideration that although the kolaiyada Koe Jiemieraen Poelle paid some money to Mooijaart for the account of his brother-in-law Kotjiepoelle, this nevertheless is no proof that he had helped his brother-in-law escape, in order to oblige him on that account to interpose for his aforementioned brother-in-law or to pay his remaining debts, and that, apart from the admissibility of the two witnesses who testified against him having already been noted by resolution of the 9th of January, it is solely due to the incorrect manner of proceeding that Mooijaart conducted in this matter, or rather to the rashness of the Council itself, that Koen Jiemiraen Poelle did not challenge these witnesses, because the Council, by ruling directly on the claim and keeping these witnesses without confirmation, deprived him of the opportunity to reprove them in due time. And it was therefore approved and understood to recommend to the said Council of Justice to adhere in the future to the customary manner of proceeding and not to base their sentences on suppositions, but rather on evidence that is beyond all exception, The 8th of June 1790. but 553. The 8th of June 1790. Authorization to the Jaffnapatnam officials to proceed with the repair of the Commandery, and what has been ordered to them in that regard. but for the rest leaving it reserved for the aforementioned Koen Jiemiraan Poelle to pursue his action for compensation for the insult and damages he suffered through the endured arrest against whomever he shall deem responsible for it. Reconsidered a report received from Jaffnapatnam pursuant to the resolution of the 18th of March last regarding the survey of the state of the Commandery there, together with an estimated calculation of what the repairs and renewals that must be done to it will cost, amounting to ƒ 6950. 18: 8. And it was approved and understood to acquiesce in the aforementioned estimated calculation and to authorize the officials to proceed with the repair of the Commandery, provided that they ensure that the expenses incurred thereon do not exceed the amount indicated in the said estimate, and that all the blacksmith and carpentry work required for it is made as much as possible in the Company's workshops by the ordinary laborers, with instructions also to send to this government, after the completion of the work, a specification of what was actually spent on it, and also to indicate therein the chikos money of the ouliam laborers who will have worked on it. 5a The 8th of June 1790. Petition of Maria Koenje Naatja and associates containing a complaint against Tommoderen Pulle concerning lands leased by Sammogena Jega. Report of two Jaffnapatnam council members who investigated the aforementioned complaints. Read a petition from Maria Koenje Naatja and her sisters, children of the deceased Wannia of Meelpattoe, Don Philipoe Illengesemenane, through the Mudaliyar Poewi Nella Mapane, containing a complaint that Sammogenajege, Mudaliyar at the Gate of the Lord Commander of Jaffnapatnam, having leased their lands this year for 1060 rixdollars, had transferred the same at a profit to Tammodaumpulle, who had leased them out again to others for 2800 rixdollars, and that not only had the brother-in-law of Tammodrumpulle had many jaggery trees cut down from the leased gardens and sold, but that Tamodrumpoelle had also appropriated the income of the gardens and fields that the petitioners had ceded to their slaves, on account of which 70 of these serfs, who had suffered great destitution, were said to have absented themselves. Also read a report of the Jaffnapatnam council members Mooijaart and Williams, who investigated the aforementioned complaints, and from which it clearly appears that the petitioners complained only out of
Dutch transcription
551. Den 8 ' Junij 1790. Besoigne over dispositie op de verand„ „woording van den Jaffana; de gehoudene procedures koen jiemieraen Poelle. En is uit aanmerking dat de oppermeester Aleman; en de Chirurgijn Majoor knauz aan den voet van gem berigt betuigd hebben, dat de Compositas wel tesae„ men gestelt zijn, goedgevonden en verstaan, qualifi„ „katie te verleenen om de daer toe verbruijkte ingoedien„ „ten temoogen afschrijven. s ter voldoening aan de resolutie van den 9. Januarij Jongst leeden, ontvangen eene verantwoording van „schen raad van Justitie over den Jaffanaschen raad van Justitie over de gehou„ tagen den kooijlanden dene proceduures teegen den kolaijder koen Jimi„ raen Pulle, houdende hoofdzaekelijk, dat hij tot de Gijzeling gecondemneerd is, om dat hij niet had ontkend dat hij voor reekening van zijn swager katjiepoelle een bedraegen van 207. rd:s aan den resident Mooijaart betaeld had en wijl dit alleen genoeg was om hem te overtuij„ „gen dat gemelde zijn swager door zijn toedoen was weggeraekt, behalven dat zulks nog door twee getuijgen was bevestigd, waer teegen hij niets had ingebragt, schoon hem van hunne verklaringen Copij waeren bezorgd, nee„ „vens het request van Eijsch en die ook even daerom niet waaren gebragt in forma probanti. Waar over gedelibereerd zijnde is in aanmerking ge„ „ Iaffanapatnam „noomen „noomen, dat schoon de kooijlander Koe jiemier aen Poelle eenig geld, voor reekening van zijnen swager kotjiepoelle, aan Mooijaart heeft betaald, zulks egter geen bewijs is, dat hij zijnen zwager, zoude hebben helpen ontvlugten, om hem uit dien hoofde teverplig„ „ten, dat hij zig voor gem: zijnen zwager, zoude in„ „terponeeren, dan wel zijne overige schulden betaelen, en dat behalven dat de onbestaanbaarheid van de twee getuijgen, die teegen hem hebben verklaard, reeds is aangemerkt bij resol: van den 9. Januarij het alleen te wijten is aan de verheerde wijze van proceduuren, die Mooijaart in deeze zaak heeft gehouden of liever aan de voorbarigheid van den raad zelve, dat hij koen Jiemiraen Poelle deese getuijgen niet heeft gewraekt wijl de raad, door direkt op den Eijsch te disponeeren en deese getuij„ „gens te houden buijten recollement hem de gelee„ „gentheid heeft benoomen, om hun ter zijner tijd te kunnen reprocheeren. En is derhalven goedgevonden en verstaen om gem: raad van Justitie terecommandeeren, om zig in den aanstaende te houden aan de gewoone maniere van pro„ „cedeeren en hunne sententien niet op onderstellingen tevestigen maar wel op bewijsen, die boven alle Exceptien zijn, Den 8. ' Junij 1790. dog 553. Den 8. ' Junij 1790. qualificatie aan de Jaffe„ nase bedienden om met de reparatie van 't Com„ „mandement temoogen doen voortvaaren en wat, hun daer omtrent is ge„ dog voor het overige aan voorm: koen jiemiraan Poelle gereserveerd telaaten, om zijne actie tot ver„ goeding van de hoon en schaede, die hij door het ondergaene arrest heeft geleeden te moogen restituee„ „ven teegen dien hij zal vermeenen daar aan schul„ „dig te zijn. Is geresumeerd een van Jaffana, ter voldoening aen de resolutie van den 18. Maart vzeeden ontvangen rap„ „port van den opneem der toestand van het comman„ dement aldaar, neevens eene calculative beree„ kening van het geen de reparatie en vernieuwingen, die daar aan moeten worden gedaan, zullen kosten bedraegende ƒ 6950. 18: 8. En is goedgevonden en verstaan om te berusten in voorsz: kalkulative opgaeve, en den bedienden te qualificeeren, om met de reparatie van het Com„ mandement te moogen doen voortvaeren, mits dat zij zorgen dat de ongelden, die daer aan worden gedaan, niet surpasseeren het bij gedagte opgaee aangeweezen, bedraegen, en dat al het daer toe benoodigd smits en timmerwerk, zoo veel mogelijk op sCompenies winkels door de gewoone arbeijds„ „lieden worden aangemaakt met last teffens, om na de absolvatie van 't werk aan deeze regeering toe te senden eene specificatie van het geen daer aen werkelijk „last. 5a Den 8. ' Junij 1790. request van Maria koenje Naatja C: S: houdende klagte teegen Tommoderen pulle over sammogena Jega gepag„ te landerijen. berigt van twee Jaffenase raadsleeden die onderzoek na de voorsz klagten ge„ „daan hebben. — werkelijk is bekostigd, en daar bij ook tedoen aan„ wijzen het chikos geld van de oeliammers die daer aan zullen hebben gearbeijd. Is geleesen een request van Maria Koenje naetja en haare susters, kinderen van den overleeden wannia van Meelpattoe, Don Philipoe Illengesemenane de door den madliaan Poewi Nella Mapane, houdende klagte, dat sam„ „mogenajege, modliaar aan de porta van den Heer Jaffanaschen kommandeur, haare landerijen in dit jaer voor 1060. rd:s gepagt hebbende, deselve met voordeel had overgelaaten aan Tammodaumpulle, die ze weeder aan anderen voor 2800. rd.:s had verpacht, en dat niet alleen de swager van Tammodrumpulle veele Jager boomen uit de verpagte thuijnen had laaten kappen en verkogt, maar dat ook Tamodrum„ „poelle na zig genoomen hadt het inkoomen der thuijnen en velden, die de supplianten aan haare slaeven hadden afgestaen, waer omme 70. stuks van deese lijfeijgenen die groot gebrek geleeden hadden, zig zouden hebben absent gemaekt: Nog is geleesen een berigt van de Jaffema„ sche raadsleeden Mooijaart en Williams, die onderzoek na de voorschreeven klag„ „ten gedaan hebben, en waar bij het duijdelijk blijkt, dat de supplianten alleen geklaegd hebben te uit 2 1
English
55. 5 The 8th June 1790. Decision to hold that report as satisfactory. The trade transferer of Jaffana Maartens discharged from his post out of disinclination, because Tammodrum poelle, who had leased these lands for himself through sammonasege modliaat, had subsequently subleased the same privately to various persons at a considerable profit, and that furthermore his brother-in-law had not had any Jager trees felled, nor had he himself appropriated and managed any other lands than those which were leased publicly according to the thombo and lease conditions. And it has been approved and understood to consider this report satisfactory. The Jaffna trade transferer Louis Maartens having requested by petition to be discharged from that post with retention of his salary, in consideration of the fact that he is now deprived of his sight and has already served the Company for 44 years, including 21 years in his present capacity: after deliberation, it has been approved and understood to discharge him from his post, but to have his salary written off as of the day that he surrenders his service, as it is not in the power of this government to allow him to retain it, with the promise, however, to request for him, should he so choose, the customary pension of bookkeeper from the Honourable High Government of the Indies. The 8th June 1790. The bookkeeper Kroon appointed as trade transferer. Approval of a Jaffna resolution regarding the appointment of Captain Frankena as elder, the procurator De Niese as deacon, and De Rambelje as fire warden. Approval of a Jaffna resolution whereby the servants decided to allow the fireworks maker Hopker the wage and maintenance of 26 coolies, and why. And it has also been approved and understood to appoint in his place as trade transferer the bookkeeper Johannes Philippus Kroon, nominated for that purpose by the Jaffna servants. A Jaffna resolution of 22 May last was resumed and approved, whereby the servants decided to appoint Captain Commandant Frankena as elder, in place of the Secretary of Police De Moor; the procurator De Niese as deacon, in place of the consumption bookkeeper De Niese; and the burgher ensign De la Rambelje as fire warden, in place of the deceased fire warden Verwer. Also resumed was a Jaffna resolution of 25 May last, whereby the servants, upon the written representation of the fireworks maker Hopker that the 70 rixdollars per month granted to him by resolution of this government of 1 May last for hiring coolies for his commission in the Vanni are insufficient to hire the necessary coolies, because they cannot be obtained for less than six stuivers and one mediet of rice per day each, decided to allow him during his commission the wage and maintenance of 26 coolies at 6 Indian stuivers and one mediet of rice per day each. And after deliberation, it was approved and understood to approve the aforesaid resolution, trusting nonetheless that the said Hopker will try to satisfy the coolies with 4 stuivers and 1 mediet of rice during the time they remain stationary in the Vanni and do not have to carry any loads. 57. The 8th June 1790. Statement of the merchandise that Mooijaart wishes to take over on his account. The servants ordered to enter the same on his account in the trade books. Business concerning Galle. Approval of a Galle sentence against the cook of the ship Vreedenburg, Hendrik Muilman, and associates. From Jaffanapatnam was received a statement of the merchandise that the administrator Mooijaart wishes to take over on his account pursuant to the resolution of 8 December past. And it was approved and understood to order the servants to enter the same in the trade books to the account of the said administrator at the customary sale prices, and to act in the same manner with the goods that might subsequently be found not to have been indicated in the aforesaid statement. There was resumed by circulation a criminal trial initiated ex officio by the Galle fiscal De Estandau against the cook Muilman, the assistant victualler Willem van der Poel, the cooper Hendrik van den Briesheuvel, and the sailor Jan Wagenaer, all stationed on the ship Vreedenburg, concerning the desertion from the said vessel and fleeing toward the side of Mature; for which the Council of Justice at Galle suspended the first three named from their posts for the period of six months, and condemned the last-named to be severely flogged on the sailors' point, and subsequently to be sent together to Batavia at the first opportunity while performing sailors' duty, further declaring that they have enjoyed no wages since their detention, and condemning each to a fine of two months' wages pro fisco; as well as the cooper Van den Biesheuvel to compensate the Company for the nine missing iron tierce hoops sent ashore under his care, and furthermore also jointly to pay the costs and expenses of justice. And after deliberation, it was approved and understood to approve the aforesaid sentence of the Galle Court of Justice. Tutukorijn Authorisation to the Tutukorijn servants. By the Tutukorijn servants, in a letter of 18 April
Dutch transcription
55. 5 Den 8. ' Junij 1790. besluit om met dat berigt te houden voor voldaan. De Negotie overdragen van Jaffana Maartens uit zijn functie ontslaegen uit wangeinst, om dat Tammodrum poelle die deeze landerijen door sammonasege modliaat voor zig zelven had doen pagten, deselven vervolgens weeder onder de hand, aan deesen en geenen met een aanmer„ „kelijk voordeel had verpagt en dat voor het overige zijn swager geen Jagerboomen had doen kappen, nog hij zelve geen andere landerijen genaest en beheerd heeft, dan die volgens de tombo en pacht conditie publiek zijn verpagt. En is goedgevonden en verstaan, om met dit berigt te houden voor voldoen Door den Jaffanaschen negotie overdrager Louis Maar„ tens, bij requeste verzoek gedaan zijnde, om uit die bunctie temoogen ontslaegen worden met behoud van zijne gagie, uit aanmerking dat hij tans van zijn gezigt beroofd is, en reeds 44. Jaaren de Comp=e ge„ „diend heeft daar onder 21. Jaaren in zijn presente qualiteid: is na deliberatie goedgevonden en verstaen om hem uit zijne functie te ontslaan, dog zijne gagie te laeten afschrijven met den dag, dat hij zijn dienst overgeeft, wijl het niet in het vermoo„ „gen deezer regeering is om hem die te laeten be„ houden, met belofte egter om voor hem zo hij dat verkiest de gewoone rustgagie van boekhouder te zullen verzoeken van de Edele Hooge indische regeering Den 8' Junij 1790. de boekhouder kroon tot gesteld. approbatie eener Jaffa„ aanstelling van den kapi„ „ling den prokureur de Niese tot diaken en den kambelje tot brandmee„ „ster. approbatie eener Jaffanase beslooten hebben om aan het loon toen onderhoud van regeering. En is teffens goedgevonden en verstaan, om in zijn plaats negotie overdrager aan tot negotie overdrager aantestellen den door de Jaffa„ „nase bedienden daer toe voorgedraegenen boekhouder Johannes Philippus Kroon. Is geresumeerd en geapprobeerd eene Jaffanase re„ „nasche resol: houdende solutie van den 22. Maij Jongstleeden waer bij de „tain frankena tot ouder bedienden hebben beslooten aantestellen den capi„ burger vaandarig do za tain Commandant Frankena tot onderling, in„ steede van den sekretaris van Politie de Moor„ den procureur de Niese tot Diaken, in plaats van den consumtie boekhouder De Niese en den burger vaandrig de la Rambelje tot brandmeester, in steede van den overleedenen brandmeester verwer Nog is geresumeerd eene Jaffanasche resolutie van resol: waer bij de bedienden den 25. Maij Jongstleeden, waar bij de bedienden, ktopker telaeten goeddoen op de schriftelijke vertooning van den vuurwer„ 26. koelies, en waarom ker Hopker, dat de 70. rd. s smaands die bij reso„ „lutie deezer regeering van den 1. Maij Jongstlee„ „den hem toegelegd zijn tot het inhuuren, van koelies voor zijne kommissie in de wanni niet toerijkende zijn, om de benoodigde koelies te huu„ „ren, wijl ze voor niet minder te bedingen zijn dan teegens ses stuijvers en een mediet uijt 's daegs ieder hebben beslooten om aan hem geduurende zijne 57. Den 8e Junij 1740. opgaeve van de koop„ aart voor zijne reek: „de bedienden gelast om deselve bij de negotie boeken op zijn reek: telaeten stellen. Bezoigne over gale approbatie eenen gaalse sententie teegen den kok zijne kommissie te laeten goed doen het loon en onder„ houd van 26. koelies teegens 6. indische stuijvers en een mediet rijst 'sdaegs ieder. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan voorsz: resolutie te approbeeren, invertrouwen nogtans, dat gem: sopker de Koelies zal tragten tevreeden te stellen met 4. stuijvers en 1. mediet rijst, geduurende den tijd, dat ze in de wannistil leggen en geen last behoeven tedraegen. Is van Jaffanapatnam ontvangen eene opgaeve manschappen die Mooij van de koopmanschappen die de administrateur Mooijaart ingevolge resolutie van den 8. xber: passato, voor zijne reekening wil overneemen. En is goedgevonden en verstaan den bedienden te gelasten, om deselve bij de negotie boeken op reekening van gem: administrateur telaaten stellen, teegens de gewoone verkoops prijsen, en inselvervoegen te doen handelen met de goederen die nader mogten worden bevonden bij de voorsz opgaeve niet te zijn aangeweezen. Is door rondzending geresumeerd een van 't schip vreedenburg Crimineel proces door den gaelschen Hendrik Aechilman C:s: fiskael de Estandau, Ex officio g' enta„ „meerd wil overneemen. s Den 8. ' Junij 1790. Bezoigne over „meerd teegen den kok Muilman den botteliersmoet willem van der Poel, den kuiper Hendrik van den Briesheuvel en den Mattroos Jan Wagenaer, alle bescheijden geweest op het schip vrel„ denburg over het verlaeten van gem: bodem en doossen na de kant van Mature, waar over de raed van Justitie te Gale, de drie eerstgenoemden heeft gesuspendeerd van hunne qualiteiten, voor den tijd van ses maanden, en den laetsten gecon„ demneerd, om op de Mattroose punt staengelijk gelaenst teworden, en om vervolgens gezaement„ „lijk, mits doende mattroosen dienst, met de eerste geleegentheid na Batavia verzonden teworden met verklaring voorts, dat ze geene gagie genooten hebben zeedert hunne detentie, en met condemnatie van ieder in een boete van twee maanden gagie profisco; zoo meede den kuijper van den biesheuvel in de vergoeding aan de Comp: van de onder zijne zoage van boord gezondene en vermiste neegen ijzere leggers banden, en wijders ook gezaementlijk in de kosten en misen der Justitie. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen de voorsz: „ herhtga sententie van den gaalschen „ te approbeeren. Tutukorijn qualificatie aan de tusse:s door de tutukorijnsche bedienden, bij brieve van den 18. April bedienden
English
559 8 June 1790. Employees instructed to allow the divers for the inspection of the pearl banks to receive the same as the Kalpitiya divers enjoyed. Representation of the Tuticorin employees to make timely arrangements regarding the chank leaseholder. Presented on 18 April last was the petition of the Tuticorin divers who were sent to Mannar for the inspection of the pearl banks, requesting that they might receive the same wages and subsistence as the divers from Kalpitiya who were employed in the aforesaid inspection. And in consideration of the reasonableness of this request, it has been approved and agreed to authorize the employees, in accordance with the statement received from Kalpitiya, to allow each of the aforesaid Tuticorin divers for each day eight Indian stuivers in cash, four lb of rice, and a mutsje of arrack, along with a quarter lb of pepper with every parra of rice. The Tuticorin employees having further represented by letter of 26 May last, Decision on the further representation to make an arrangement regarding the chank leaseholder. the necessity of making timely arrangements regarding whether the chank leaseholder shall receive compensation or not if the chank divers are employed in the holding of a pearl fishery, because if the case arises that a pearl fishery is held, it will be too late to make such an arrangement without double loss to the Company. After deliberation, it has been approved and agreed to authorize the employees to devise, during the upcoming leasing of the chank fishery with the agent of the Nawab, Mr. Buchanan, such arrangements as they shall deem necessary to prevent the Company from having to bear alone the damages that the leaseholder will suffer in case the chank divers assist in a pearl fishery. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. P. C. Tilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. Saturday 561. Saturday 12 June 1790. Request of the Moor Segoe Mira Lebbe to be granted relief in order to pursue a certain lawsuit in appeal before the Court of Justice. Present: The Right Honourable Governor Willem Jacob van de Graaff, The Honourable outgoing Galle Commander Cornelis Dionisius Kraijenhoff, The Honourable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honourable Colonel Johan Philip Christiaen Tilenius, The Honourable First Warehouse Master Johannes Reintous, The Honourable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, Master Johannes Adrianus Vollenhove. Absent: The Honourable Fiscal Diderich Thomas Fretz, The Honourable Dissave Abraham Samlant, The Honourable Trade Bookkeeper, the first and the last on commission to Matara, and the second due to indisposition. The Honourable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst. There was reviewed by circulation a petition from the Moor and resident of Panadura, Segoe Mira Lebbe Kannekapulle, wherein he complains about the judgment pronounced here by the Landraad in his debt lawsuit against the Chando and resident of Panadura, Adanberege Daniel Alwis, requesting therefore to be granted relief to pursue this lawsuit in appeal before the Court of Justice of this Castle. And 12 June 1790. Denied. Request of the burgher Philipsz to be allowed to execute a deed of property for his house in the old town. And whereas upon review of the case documents it has appeared that the Landraad has judged equitably, it has been approved and agreed to deny the requested relief. The local burgher Gabriel Philipsz having requested by petition authorization to be allowed to execute a deed of property for his house situated in the town, in the fishermen's quarter, which he received from his parents as a marriage gift, and for which deeds of property have never been made before, as also most houses in that quarter have no proofs of ownership. Decision to order the ward masters to report after conducting an investigation. In consideration that the possession of real property without proof of ownership can not only give rise to insurmountable disputes, but is also disadvantageous to the Company in various respects, it has been approved and agreed, before deciding on the petitioner's request, to order the ward masters not only to investigate and report whether the petitioner is a lawful owner of the house mentioned in his petition, but also which other houses there are that, as he says, 5
Dutch transcription
559 Den 8. ' Junij 1790. bedienden om aan de duij„ „kers tot de visitatie der paarlbanken na te laeten verstrekken als de kalpattijse duij„ „keas genooten hebben. vertooning van de tutu„ korijnse bedienden om in tijds een arrangement sjan kos pagter. 18. April Jongstleeden voorgedraagen, het verzoek van de Tutukonijnsche duijkers, die tot de visi„ Mannaar zijn gezonde tatie der paarlbanken na Mannaar zijn ge„ „ gelijke loon en onderhoud zouden, om te moogen hebben gelijke loon en on„ derhoud, als de duijkers van kalpettij die bij voorsz: visitatie zijn gebruijkt hebben genooten. En is uit aanmerking van de billijk van dit verzoek goedgevonden en verstaan den bedienden te qualificeeren, om overeenkomstig de van kal„ „pettij ontvangene opgave aan ieder van de voorsz: tutukowijnsche duijkers voor elke dag te laeten verstrekken acht indische stuijvers aan Contant, vier lb: rijst en een musje arrak neevens een quaat lb: peeper bij ieder parra rijst. Door de tutucorijnsche bedienden, bij brieve van dispositie op de nadere, den 26 ' Maij Jongstleeden nader vertoond zijnde, de noodzaakelijkheid, om in tijds een arrange„ te maken omtrend den ment te maken, of de sjankoos pagter scha vergoe„ „ding zal hebben, of niet indien de 'sjankoos duijkers, bij het houden eener paerlvisscherij daer toe worden g'emploijeerd, wijl als het geval exteerd, dat er eene Paarlvisscherij gehouden word„ het te laat zal weezen om een diergelijke aarangement te maaken zonder een dubbelde schaade van de Comp: Is na deliberatie goedgevonden en verstaan den bedienden te qualificeeren, om bij de Den 8 ' Junij 1790. de aanstaande verpagting van de Tjankos duijkerij met den agent van den Nabab de Heer Buchanan, zodanige schikkingen te mogen beraamen, als zij nodig zullen oordeelen, om voortekoomen dat de Comp: de schaade niet alleen behoefd te draagen, die de pagter zal koomen te lijden, ingeval dat bij eene Paarlvisscherij, de sjankos duijkers daer bij Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het kasteel kolombo ten dage maand en Jaere voorsz: (:was geteekend:/ W: I: van de Graaff„ M: P: Raket, J: P: C: Tilenius, J: Reintous, B: L: van Zitter en I: A: Vollenhove. Zaturdag assisteeren. 561. Zaturdag den 12. ' Iunij 1790- verzoek van den moor segoe Mira Lebbe om relief te mogen hebben om zeker proces in appel voor den raad van Justitie te kunnen vervolgen. Prezent Den wel Ed: Grot achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff, Den E: afgegaanen gaalsch gezaghebber Cornelis Dionisius, Kraijenhoff Den E: Hoofdadministrateur. . Mattheus Petrus Raket, Den E: Collonel. . . . . . Johan Philip Christiaen Filenius, Den E: Eerste Pakhuijsmeester. . . Johannes Reintous, Den E: Sekretaris - - - - Benedictus Lambertus van Zitter M:r Johannes Adrianus vollenhove Abzent Den E: fiskaal -- - - Den E: Dessave.. .. Den E: Negotie boekhouder Is door rondzending geresumeerd een request van den moor en inwoonder van Panture segoe Mira Lebbe kannekapulle waer bij hij zig be„ zwaard over het door den landraad alhier geslaegen vonnis in zijn proces over schuldd, Contraden sjando en inwoonder van Panture Adan berege Daniel Alwis, verzoekende derhalven relief te mogen hebben om dit proces in appel te kunnen vervolgen voor den raad van Justitie deezes Casteels. Diderich Thomas Faetz: Abraham Samlant, de Eerste en laetste in Commissie na Mature, en de tweede mits indispositie. Den E: soldij boekhouder Gerrit Engel Holst, En Den 12. Junij 1790. ontzegt verzoek van den bur„ „ger Philipsz: om een eigendom brief te mogen laten passee„ de oude stad. „ters te gelasten om hier en te berigten En dewijl bij resumtie van de proces stukken is ge„ bleeken dat de landraad naer billijkheid heeft gevonnist, is goedgevonden en verstaan, het ver„ „zogte relief te ontzeggen Door den burger alhier Gabriel Philipsz: bij requeste qualificatie verzogt zijnde om een eigen- „doms brief te mogen laaten passeeren van zijn „ren van zijn huijs in huijs geleegen in de stad, in het visschers quar„ „tier het welk hij van zijne ouders tot huwe„ „lijks gifte heeft gekreegen, en waer voor nooijt te vooren eigendoms brieven zijn gemaakt, gelijk ook de meeste huijzen in dat quartier geen eigendoms beweizen hebben. Is uit aanmerking dat het bezitten van vaste besluit om de wijkmees goederen zonder eigendoms beweesen, niet na onderzoek tedoen alleen aanleiding kan geeven tot ondoor„ „koomelijke questen, maar dat het ook in verscheide opzigten nadeelig is voor de Comp: goedgevonden en verstaan, om alvoorens op des suppliants verzoek te disponeeren, de wijkmeesteren te gelasten, om niet alleen te ondersoeken en berichten of de suppliant een wettig eigenaar is van het huijs bij zijn re„ „quest vermeld, maar ook welke huij„ „zen er meer zijn, die gelijk hij zegd 5
English
563. The 12th of June 1790. Disposition regarding the findings on the bombs brought by the ship Vreedenburg from Gale, also having no proofs of ownership. Was read a report inserted hereunder from the Honorable Chief Administrator Raket, concerning the findings on the bombs brought here with the ship Vreedenburg from Gale and mentioned in the resolution of the 22nd of February last. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord: Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! The ordinary pyrotechnician Andries Emming and the bombardier Ian Burgeat having submitted the annexed report, in compliance with the report that has already been submitted with the findings on the unloaded Gale cargo of the ship Vreedenburg, wherein they gave notice that they would further report on the condition of the bombs, the undersigned takes the liberty to present hereby; namely: Surplus / Deficit 62 of 7 3/4 inches each, namely: 44 with and instead of 100 pieces, thus deficit 38. 18 without ears. 38 of 7 2/3 inches, of which 22 with and instead of 140 pieces of 6 inches, thus deficit 102. 16 without ears. 154 of 5 1/2 inches each, namely: 135 with and 1 with ears and wide mouth instead of 235 pieces, thus deficit 81. 18 without ears. 978 pieces of bombs, of which: 358 pieces 358 of 5 5/6 inches each, of which 45 with and instead of 287 pieces, thus surplus 71. 313 without ears. 144 of 5 1/4 inches each, namely: 19 with and 125 without ears, instead of 15 pieces, thus surplus 129. 31 of 5 5/12 inches each with ears instead of 159 pieces, thus deficit 128. 12 of 5 7/12 inches each, namely: 9 without ears with wide mouths instead of 42 pieces of 5 1/6 inches, thus deficit 30. 3 unserviceable. 11 of 5 2/3 inches each with ears, not agreeing with the Bill of Lading in calibers, thus surplus 11. 161 of 5 inches each, of which 158 with ears 3 without ditto, not agreeing with the Bill of Lading in the calibers, thus surplus 161. 7 of 4 1/12 inches each, to wit: 6 with ears 1 without ears, thus surplus 7. The surplus consisting of: of 5 5/6 inches pieces 71. 5 1/4 inches pieces 129. 5 2/3 inches pieces 11. 5 inches pieces 161. 4 1/12 inches pieces 7. Total: 379. And the deficit of: 7 3/4 inches pieces 38. 6 inches pieces 102. 5 1/2 inches pieces 81. 5 5/12 inches pieces 128. 5 1/6 inches pieces 30. Total: 379. Agreeing with the Bill of Lading in the pieces. These bombs were requested from here by letter of the 24th of December last and they ought to be entered into the books according to the calibers found, but to employ the 3 unserviceable pieces of 5 7/12 inches as ballast to the Netherlands. Meanwhile I have the honor to remain with all high esteem, (below stood:) Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! Your Right Honorable, Highly Esteemed's obedient and humble servant, (was signed:) M: P: Raket (in the margin:) Kolombo, the 27th of April 1790. Was also read an explanation received thereupon from the Captain Commandant of the Gale artillery, Chevret, stating that the aforesaid bombs were calibrated in the year 1783, and according to those calibers were reported to the trade officials at the shipment in the ship Vreedenburg and stated in the ship's Bill of Lading; however, that these bombs became rusted due to long storage, and the rust having fallen off both during shipment there and during unloading here, the difference in calibers found here must have been caused thereby; declaring at the same time that the majority of these bombs were without ears, of which he had nevertheless made no mention because this defect can be remedied by double cable-yarn, and thus the bombs can be used without any danger. Which having been deliberated, it was approved and agreed, considering that the reason given by Captain Chevaet for the difference in the calibers of the bombs is very acceptable, to acquiesce for this time in his aforesaid explanation, and to have the serviceable bombs entered into the books according to the calibers found here, but to let the 3 unserviceable bombs of 5 7/12 inches serve as ballast for the return ships. And it was further agreed that the Honorable Major Paravicini will be ordered, as he is ordered hereby, to write to Captain Lieutenant Chevaet and further to all subordinate commanders of the artillery in this government and strictly order them not to ship any bombs or cannonballs without calibrating them beforehand, and that they must be stated in the Bills of Lading according to their true calibers. And an extract hereof will be given to the said Major Paravicini to serve for his guidance. The 12th of June 1790. Business concerning Gale. Approval of a Gale resolution regarding the destruction of two unserviceable mooring cables that served for the ship Vreedenburg. Was reviewed a Gale resolution of the 18th of May last, wherein the authorities, upon a report of the Master of the Equipage Aams, stating that a mooring cable of 16 inches thick, long 95 fathoms, and a mooring cable of 14 inches thick, long 100 fathoms, which served for the mooring of the ship Vreedenburg, have become unserviceable, decided to have these cables inspected by a Judicial Commission, and upon finding that they are indeed unserviceable, to have them destroyed.
Dutch transcription
563. Den 12. ' Iunij 1790. dispositie op de bevin„ „ding van de met 't schip aangebragte bommen zegd; meede geene eigendoms beweizen hebben. Is geleezen een hier onder g'insereerd berigt van den E: Hoofdadministrateur Raket, weegens de vaeldenburg van Gale bevinding van de bommen die met het schip vreedenburg van Gale alhier aangebragt zijn en vermeld staan, bij resolutie van den 22=e fe„ „bruarij Jongstleeden. Aan den wel Edele Groot Achtb: Heer: Willem Jacob van de Graaff„ Raad ordinaia van Nederlandsch Jndia Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onder hoo„ „righeeden. Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! De ordinaire vuurwerker Andries Emming en de bombardier Ian Burgeat, ter voldoe„ „ning aan het rapport het welk met de bevinding op de uijtgeleeverde gaalsche laading van het schip vreedenburg bereeds ingediend is, en waer bij zig te kennen gaaven dat zij weegens de gesteld- heid der bommen nader zullen opgeeven ingediend hebbende het bij gevoegd rapport, zoo gebruijkt de ondergeteekende de vrijheid hier bij te vertoonen; Als: meerder minder 62. van 7¾. d=m ider als. 44. met en. . . in steede van 100. p:s dus. - - - - - - . . „ 38. — — 18. zonder ooren.. 38. van 7 2/3. d:m waer van in steede van 140. p: van 6. d=m dus - - - - „ 102. — – 22. met en 16. zonder ooren. .. „ 154. van 5. ½. d=m ider als. 135. met en. . . . . . . 1: met ooren en wijde mond in steede van 235: p:s dus - - - - - - - „ 81. — — 18. zonder ooren 978. — p:s bommen, daer van 358. p:s 358. van 5 5/6. d=m ieder daer van 45. met en 313. zonder ooren. . . . .. 144. van 5¼. d=m ider als. 19. met en. . . 125. zonder ooren - - - 5 in steede van 15. p:s dus. . . . . 129. —— 31. van 5 5/12. d=m ieder met ooren insteede van 159. p:s dus - - - - - 128. — — 12. „ 5712. „. „ als:. . . .. in steede van 42. p:s van 9. zonder ooren met wijde monden 5 1/6. d=m dus. . . . 3. onbeq:. . .. 11. van 5 2/3. d=m ieder niet ooren met het Cognossement 161. „ 5. –. „. „ waer van niet overeenkoomende in 158. niet ooren de Calibers dus meerder 119. – —. – – 3. zonder d=o. 7. van 4 1/12. d:m ieder, te weeten 6. met ooren 1. zonder ooren. . . . . . . Bestaande de meerderheid in van 5 5/6. d=m p: 71. „ 5¼. „. „ 129. „ 52/3. . „p: 11. – „ 5. —. . . „ „ 161. – „ „ „ 7. „ 4 1/12. „ 179: 6: 379. En de minderheid van 7. ¾. d=m p: 38. 6. –. „. . . „ 102. „ „ 5. 1½. . „. . . „ 81. „ 5. 2/3. „. „ 128. „ 5 1/6. „ 2 „. 379. Accordeerende met het Cognossement in destukken Deeze bommen zijn bij brieve van den 24. xber: Jzeeden van hier gevraagt en diend dezelve na de bevondene calibeas bij de boeken te worden ingenoomen dog de 3. p:s onbeq: van 5 7/12. d=m voor ballast naer Nederland te emploijeeren Midlerwijl heb ik de eer met alle hooge, achting te blijven (:onderstond:) wel Edele Groot achtb: Hoog Geb: Heer:/uwer wel Edele Groot achtb: gehoorzaame en onderdanige dinaer (:was geteekend:/ M: P: Raket (:in margine:) kolombo den 27:' April 1790. Nog is geleezen een daer op ontvangene verandwoording van den Capitain Commandant der gaalsche artillerie Chevret, houdende, dat de voorsz: Bommen in - - - 30. — — in steede van 287. p:s dus. . 71. – — – – Den 12. Junij 1790. meerder minder het 64 .. . . . . „ —— 567 e „kaliebreerd het Jaer 1783. ge„ en volgens die kalibers bij den afscheep in het schip vreeden„ burg, aan de negotie bedienden opgegeeven en bij het scheeps Cognoissement bekend gestelt zijn, doch dat deeze bommen, door het lang leggen verroest, en de roest zoo bij den afscheep aldaar, als bij de ontlossing alhier, daar van afgevallen zijnde, daer door het alhier bevonden verschil in de calibers moet veroorzaekt zijn met betuijging teffens, dat het grootste gedeelte van deeze bommen zonder ooren is geweest, waer van hij echter geen opgaave hadde gedaan, om dat dit gebrek door dubbelde kabel„ „gaaren kan geholpen, en dus de bommen zonder eenig gevaar gebruijkt worden Waar over gedelibereert zijnde is uijt aan mer„ „king dat de reeden, die Capitain Chevaet geeft, voor het verschil in de Calibeas der bom„ „men, zeer aanneemelijk is goedgevonden en verstaan, om voor ditmaal te berusten in zijne voorsz: verandwoording, en de bequaame bommen, naer de alhier bevonde„ „ne calibers, bij de boeken te laaten inneemen, dog de 3. onbequaame bom„ men van 3: /12. d=m tot Ballast voor de retour scheepen te laaten dienen En is voorts verstaan, dat den E: Majoor Paravisinie Den 12. ' Junij 1790. - zal Den 12. Junij 1790. Besoigne over Gale approbatie eener gaalse resol: wegens vernie„ touwen die tot het vreedenburg hebben gediend. zal worden gelast, zoo als hij gelast word door deezen, om aan den Capitain luijtenant Che„ „vaet en voorts aan alle de ondergeschikte com„ „mandant van de artillerie in dit gouverne„ ment aanteschrijven en ernstig te gelasten, om geene bommen noch koegels, aftescheepen zon„ „der ze alvoorens te calibreeren, en dat ze na de waare calibers bij de Cognoissemen„ „ten zullen moeten worden bekent gesteld. En zal hier van Extract gegeeven worden aan gem: Majoor Paravicinie om te dienen tot zijn naaigt. Is geresumeerd eene gaalsche resolutie van den 18: Maij Jongst leeden, waer bij de be„ tigde twee onbeq: rijgen dienden, op een berigt van den Equipagiemeester vertuijen van het schip Aams, houdende dat een vijgertouw van 16. d:m dik; lang 95. vadems en een vij„ „gertouw van 14. d=m dik lang 100. vadems die tot het vertuijen van het schip vree„ „denburg hebben gediend, onbequaam zijn geworden, hebben beslooten om deeze touwen door eene Justitieele Commissie te laaten bezigtigen, en bij bevinding dat ze werkelijk onbequaam zijn te laaten vernietigen. 6n
English
567. The 12th of June 1790 to instruct the servants further in that regard. And it has been approved and agreed to approve this resolution. However, since the aforementioned procedure nevertheless contradicts what was prescribed by this government in letters of 19 July 1782 and 13 April last, and gives rise to double paperwork, because after the destruction of the aforementioned ropes the servants must again make a decision to have them written off. It has therefore been approved and agreed to instruct the servants further, that the Lord Commander, in the future, as soon as the Master of the Equippage reports that unusable ropes have been brought ashore, must immediately send a Judicial commission to have them inspected, and upon finding that they are indeed unusable to have them destroyed at once, without a decision first needing to be taken for that purpose, but that when the Judicial Commission submits a written report of their actions, the servants shall then have to make a disposition thereon at their meeting. The 12th of June 1790. To cause to be paid to the junior merchant Conradi for the 1000 pieces of teak staves that he delivered at Gale 35 rixdollars per one hundred pieces. Resolution regarding the disposition on the findings concerning the Cochin cargo of the ship Vreedenburg delivered there. Upon a report received from Gale from the commissioners Otto and Hopman, that for the account of the junior merchant Conradie, One Thousand pieces of teak staves were delivered there to the Company. It has been approved and agreed to cause to be paid to the said Conradi here from the Company's treasury, the price of 35 rixdollars per hundred pieces determined by resolution of 23 March last. Approval of a Gale resolution regarding the cargo of the ship Vreedenburg returned from Cochin. A Gale resolution of 10 May last was resumed, containing a disposition on the findings concerning the Cochin cargo of the ship Vreedenburg delivered there. And it has been approved and agreed to approve the said resolution, in so far as concerns the dispositions of the Gale servants; but since it appears from the aforementioned findings that the ammunition goods returned from Cochin were not only found there to be partly defective and also partly unusable, but also that the cannonballs at Gale were found to be of smaller calibers than they ought to hold according to the Bill of Lading. It is furthermore agreed, with the transmission of an extract from the said findings regarding the ammunition goods returned from Cochin, to request a report from Major Saravicini. 569 The 12th of June 1790. Approval of a Gale resolution regarding the Cochin cargo of the ship De Schelde delivered there. Approval of a Gale resolution to have five unusable mooring cables destroyed. Business concerning Tuticorin. Report of the Tuticorin trade bookkeeper Smith concerning certain hospital expenses charged back from here. to request a report from the Honorable Major and head of the artillery here, Paravicini di Capelli. Further was resumed and approved a Gale resolution of 19 May last, containing a disposition on the Cochin cargo of the ship De Schelde delivered there. Likewise was resumed a Gale resolution of the 1st of this month, whereby the servants, upon a report from the Master of the Equippage Aams, decided to have 5 mooring cables reported as unusable inspected by a Judicial Commission, and upon finding that they are unusable, to have them destroyed, namely: 1 of 18 inches thick and 95 fathoms long, which served for mooring the ship De Schelde 1 of 16 inches thick and 100 fathoms long, ditto 1 of 12 inches thick and 95 fathoms long, ditto, with which the packet boat Maria Louisa was moored 1 of 10 inches thick and 100 fathoms long, ditto 1 of 8 inches thick and 100 fathoms long, ditto, which was used as a messenger cable in mooring the ships. And after deliberation, it has been approved and agreed to approve this resolution. Was read an address inserted below from the Tuticorin trade bookkeeper Smith concerning certain hospital expenses charged back from here. To the Honorable, Right Worshipful Sir! Martinus Mekern, Senior Merchant and Chief of the Madura Coast and its dependencies Honorable, Right Worshipful Sir! The undersigned trade bookkeeper, as keeper of the pay records here, takes the liberty hereby to inform Your Honorable, Right Worshipful. That with the received Colombo invoice of accounts, dated 22 December 1789, according to a counter-extract from the pay clerks there, among others according to the statement set down below, an amount of 11 guilders 16 stuivers was charged back here, which was charged from here to there by two invoices dated 9 October and 6 November, in accordance with the enclosed indications of the ultimate of September and ultimate of October and specification of the first-mentioned date, both for bedding and for the heaping of coffee etc., as well as hospital expenses, to the account of the sailors Jan Jochem Martensz of Wismar, Johannes Occa of Middelburg, and Hendrik Saekes of Amsterdam, with the addition that their pay accounts had been closed on the ships De Arend and Zaanstroom prior to the receipt of the said papers from Colombo, and they had been repatriated with these ships from Gale according to written notices. The 12th of June 1790. Jan
Dutch transcription
567. Den 12 ' Junij 1790 wat de bedienden daer omtrend nader te onderrigten. En is goedgevonden en verstaan deeze resolutie te approbeeren. Dog wijl voorsz: behandeling nogtans strijd tegen het voorgeschreevene door deeze regeering bij brieven van den 19. Julij 1782. en 13. April Jongst„ „leeden, en aanleiding geeft tot dubbeld schrijf„ werk, wijl de bedienden na de vernieting der voorsz: touwen weder een besluijt moeten neemen om ze te laaten afschrijven. Is der halven goedgevonden en verstaan, den bedien„ den nader te onderrigten, dat de Heer Com„ mandeur, in den aanstaande, zoo dra de Equipagiemeester rapporteerd, dat er onbequaa„ „me touwen zijn aan de wal gebragt, ter „stond eene Justitieele commissie moet zenden om ze te laten bezigtigen, en bij bevinding dat ze werkelijk onbequaam zijn aanstonds te laaten vernietigen, zonder dat daer toe eerst een besluijt behoefd genoomen te worden, dog dat wanneer de Justi„ tie Commissie van hunne verrigting schriftelijk rapport overlegd de be„ dienden als dan daer op aan Hunne vergadering zullende moeten dispo„ „neeren —. op Den 12. ' Junij 1790. aan den onderkoopman Conradi voor de 1000. p:s niate duijgen die hij te„ Gale geleeverd heeft te laeten voldoen 35. rd. s voor de een hondert stux resol: nopens 't gedispo„ „neerde op de bevinding naer de uitgeleeverde 't schip vreeden brag. terug gezondene Op een van Gale ontvangen rapport van de gecom„ van mitteerden otto en Hopman, dat voor reekening te van den onderkoopman Conradie, aldaar aan de Compenie zijn geleevert Een Duijzend p=s kiate resol sitie duijgen. Is goedgevonden en verstaan, om daer voor aan gem: Couradi alhier uit 'sComp: kas te laaten voldoen, de bij resolutie van den 23 Maert Jongstleeden bepaalde prijs van 35. rd. s voor de honderd stuks. approbatie eener gaalse Is geresumeerd eene gaalsche resolutie van den 10: Maij Jongst leeden houdende dispositie koetsiemn de lading van op de bevinding van de aldaer uitgeleeverde koetsiemsche lading van het schip vree„ „denburg. — En is goedgevonden en verstaan gem: resolutie te approbeeren, in zoo verre betreft de disposi„ „tien van de Gaalsche bedienden; maar wijl bij de voorsz: bevinding blijkt, dat de van hoet„ „siem te rug gezondene ammonitie goederen, niet alleen daer zelfs zijn bevonden gedeelte„ lijk te zijn defect, en ook gedeeltelijk on„ „bruijkbaar, maer ook dat de koegels op Gale zijn bevonden van mindere calibers, dan ze volgens het Cognossement moesten houden. Is alverder verstaan om wegens de van katsiem onder afgave van een extract uit gemelde bevinding derweegens berigt 268 ammun: 569 Den 12 ' Junij 1790. van den majoor Saravicini te vraagen. probatie eener gaalse sitie op de aldaer uitge„ leeverde koetsiemse laa„ „ding van 't schip de schelde probatie eener gaalse baare vijgen touwen te laeten vernietigen. Besoigne over Tutucorijn. berigt van den tutuk na„ „otie overdrager emmonitie goederen berigt berigt te vraagen van den E: Majoor en hoofd der artillerie alhier Paravicini de Capellie Nog is geresumeerd en geapprobeerd eene gaalsche resolutie houdende dispo resolutie van den 19. ' Maij Jongstleeden, houdende dispositie op de aldaer uijtgeleeverde koetsiemse lading van het schip de schelde. Insgelijks is geresumeerd eene gaalsche resolutie resolutie om vijf onbruijk van den 1. deezer, waer bij de bedienden op een berigt van den Equipagiemeester Aams, hebben beslooten, om 5. voor onbruijkbaar opgegeevene vijgertouwen, door eene Justitieele Commissie te laaten bezigtigen, en bij bevinding dat ze onbequaam zijn, te laaten vernietigen namelijk 1. dik 18. d=m en lang 95: vadems) die gediend hebben tot het vertuijen van 't schip de schelde 1. „ 16. „ „. „ 100. d=o. 1. „ 12. „ „ „ 95. do waermeede de paket boot Maria 1. „ 10. „. „ „ 100. d=o Louisa vertuijgd is. 1. „ 8. „ „. „ 100. do. het welk tot een om„ „haalden gebruijkt is bij het vertuijen der schee„ „pen. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan deeze resolutie te approbeeren. Is geleesen een hier onder geinsereerde addres van den Tutukorijnschen nego„ Smith tie g hier te rug gereekende hospitaals ongelden. smith over zeekere van tie overdraagen smith over zeekere van hier te rug gereekende hospitaals ongelden. Aan den wel Edelen Gebiedenden Heer! Martinus Mekern, opperkoopman en opperhoofd der kuste Maduae en resorte Wel Edele Gebiedende Heer! De ondergeteekende negotie overdraager als houden der zoldij papieren alhier, gebruijkt mits deezen de vrijheid uwel Edele Gebiedende te berigten. Dat bij ontvangene kolombosche factuur van aanreekening, gedateerd 22. December 1789. volgens een contra Extract van de zoldij bediendens aldaer onder anderen volgens de hier agter gestelde aantooning na herwaards is te rug geweezen een bedraagen van ƒ 11. 16. het welk van hier na derwaards is aangereekent, bij twee faktuuren gedateerd 9. oktober en 6. 9ber: Conform de daer bij gevoegde aanwijzingen van ult:o 7er: en ult:o oktober en specificatie van eerst gem datum zoo wel over slaap goed als voor het hoopen van koffie &=a mitsgaders hospijtaels ongelden, ten laste van de mattroosen Jan Jochem Martensz: van wismaar Johannes occa van Middelburg en Hendrik Saekes van Amsterdam met bijvoeging dat hunne zoldij reeke„ „ningen voor den ontvangst van gemelde papieren van kolombo op de scheepen de Arend en zaan„ „stroom afgeslooten, en zij met deeze scheepen volgens aanschrijvens, van Gale gerepatrieerd waeren. Den 12. Junij 1790. Jan
English
57 The 12th of June 1790. Jan Jochem Martensz of Wismar for bedding and for the purchase of coffee etcetera according to the specification of the ultimate of September arresteert rood ƒ 2. 13. 8. Johannes Occe of Middelburg the same 2. 13. 8. ƒ 5. 7. - light money calculated at ƒ 6. - per pagoda amounts to pagodas: - 1/120. at ƒ 4. 8. /15. the pagoda with the agio ƒ 3. 19. - Jan Jochem Martensz aforesaid for hospital expenses; namely. as shown by the indication of the ultimate of September aforementioned ƒ 5. 10. - as shown by the same of the ultimate of October aforementioned 6. 12. - Johannes Occe aforesaid also for hospital expenses; namely. according to the indication of the first-mentioned date 3. 3. - the same of the last-mentioned date 3. 17. - Hendrik Saekes of Amsterdam likewise for hospital expenses according to the indication of the ultimate of October aforementioned - 18. - Light money ƒ 11. 7. - 107 amounting to pagodas 1 1/120 and at ƒ 4. 3. - each ƒ 11. 16. - To clarify this matter, the undersigned will respectfully state herewith that the aforementioned three sailors were discharged from the hospital on the 6th of October 1789 and subsequently departed from Colombo with the beacon vessel the Gustaaff, the accounting not having taken place at the same time because for as long as he has kept the pay records, all accountings for charges to the accounts of the sailors lying sick here in the hospital have always been made at the same time as the emoluments of the permanently stationed servants only under the ultimate of the month, regarding which practice not the slightest objection has ever been made. Besides and except that it is not to be assumed that the papers, or rather the invoice of the 9th of October, which was sent off on the 13th following, and thus 7 days after the departure of the Gustaaf, with the ship Zaanstroom, would have been received in Colombo so late that the debits could not have been made, this already adds a great probability to the case that the accounting of the 9th of October was delivered in time, because the amount charged in the said invoice The 12th of June 1790 to the account of the last-named sailor Hendrik Saekes of Amsterdam has not been charged back, but only to the two others Jan Jochim Martensz and Johannes Occe, whose emoluments were charged at the same time as those of Saekes in the aforementioned invoice of the 9th of October. And since this charge-back cannot now be settled except to the charge of the undersigned, he humbly requests Your Right Honourable Worships to be pleased to relieve him favorably of this charge. Wherewith I have the honour to be with all high esteem and respect, underwrote Right Honourable Sir Your Right Honourable Worships' very obedient and dutiful servant was signed I. H. Smith in the margin Tuticorin the 25th of February 1790. Whereupon having been deliberated, it has been taken into consideration that the accounting of the provisions for the month of September mentioned in the aforesaid address was made in the Tuticorin invoice of the 9th of October which was delivered here to the pay office on the 29th following, and thus still in time enough to be referred to Galle in order to be charged there to the pay accounts of the recipients, who were only repatriated on the 17th of November with the return ships the Arend and the Zaanstroom; but that the provisions for the month of October, having been accounted for in the Tuticorin invoice of the 6th of November, which was received here on the 23rd following, and thus after the departure of the aforesaid return ships, 573. The 12th of June 1790 the provision for pay servants here and the provision to the Tuticorin servants. What further regarding this has been decided. return ships, must equitably remain to the charge of the Tuticorin trade servants, because their excuse that the accountings of the provisions to the servants had always taken place under the ultimate of each month is not acceptable in this case, because they ought to have understood that seafarers have no permanent place, but are now ashore, and then placed again upon a ship or vessel, and that thus the accountings to their charge need to be delivered early. And it has therefore been approved and agreed to impose upon the pay servants here for reimbursement of the aforesaid hospital expenses charged back, the provision for the month of September amounting to ƒ 9. 18. 8. Dutch money, but to have the provision for the month of October, to the amount of ƒ 1. 17. 8., reimbursed by the Tuticorin servants. Furthermore, in order to prevent similar omissions, it has also been approved to instruct the trade servants at Tuticorin that in the future the provisions that are made
Dutch transcription
57 Den 12. Junij 1790. Ian Jochei Martensz: van wiesmaer over slaap goed en voor 't koopen van koffi &:a volgens speci„ „ficatie van ult:o 7ber„ arrate rod. ƒ 2. 13. 8. Iohannes occe van middelburg adidem „ 2. 13. 8. ƒ 5. 7. — ligt geld a ƒ 6. - de pagood gereekend bedraa„ „gen pag: — 1/120. a ƒ 4. 8. /15. de pagood met Ian Jochem Martensz: evengem: over hospitaals ongelden; Als. blijkens aanwijzing van ult:o 7ber; meerm:. . - - . . . . . ƒ 5. 10. — blijkens d=o van ult:o 8ber: meerm: kinnin„ Iohannes occe voorm: meede over hospitaals ongelden; als. volgens aanwijzing van eerst gem: dato. . . . . . . . . . . . „ 3. 3. — d_o. van laastgem: d-o. - - - - ½„ 3. 17. - Hendrik Saebes van Amsterdam insgelijks over hospitaals ongelden volgens aanwijzing van ult:o ok„ „tober meer gerept. . . . . . . . „ — —: -„ 18. — Geldligt geld. . ƒ 11. 7. — 107 uijtmaakende pag: 1: 1/120. en á ƒ 4. 3. - ieder: . . . ½7:17:— ƒ 11. 16. — Tot opheldering van deeze zaak zal de ondergeteekende hier bij in eerbied ter nederstellen, dat de voorm: drie mattroosen den 6. oktober 1789. uit het hospitaal uitgeschreeven en vervolgens met de baak de Gustaaff van kolombo vertrokken zijnde, de aanree„ „kening niet ter zelver tijd geschied is dewijl zoo lang als hij de zoldij papieren gehouden heeft, en alteid alle aanreekeningen tot belastingen op reekenings van de alhier in het hospitaal ziek geleegene mattroosen tegelijk met het genot van de vast bescheidene dienaaren eerst onder ult:o van de maand gedaan worden, op welke behandeling ook nimmer de minste aanmerking gemaakt is. Buijten en behalven dat het niet te veronderstellen is, dat de papieren, of liever de factuur van den 9. ' oktober die den 13. daar aan, en dus 7. daagen na het vertrek van de Gustaaf, met het schip zaanstroom is afgezonden, zoo laat te kolombo zoude ontvangen zijn, dat de belastingen niet hadden kunnen geschieden, zoo zet reeds aan het ge„ val een groote waarschijnlijkheid bij dat de aanreeke„ „ning van den 9. oktober nog tijdig bezorgd is, wijl het aangereekende bij gemelde factuur het opgeld. . . . . . . . . . .. ƒ 3. 19. — 6. 12. — ten Den 12 ' Junij 1790 ten laste van den laastgenoemden mattroos Hendrik saekes van Amsterdam niet is te rug gereekend, maar alleen aan de twee andere Jan Jochim Martensz en Johannes occe, welkers genot met dat van saekes bij voorm: factuur van den 9. ' oktober te gelijk gereekend is. En vermits nu deeze te rug reekening niet kan worden vereffent dan ten lasten van den onderteekenaer, zoo ver„ zoekt hij uwel Edele Geb: ootmoedig hem van deeze belasting gunstiglijk te willen ontheffen. Waar meede de eere hebbe met alle hoog achting en eerbied, te zijn (:onderstond:/ wel Ed: Geb: Heer uwer wel Edele Geb: zeer gehoorzaame en trouwschuldige dienaer (:was geteekend:/ I: H: Smith (:in margine:/ Tutucorijn den 25. ' febr: 1790. - Waar op gedelibereerd zijnde, is in achting genoomen dat de aanreekening van de verstrekking voor de maand september vermeld bij voorsz: addaes„ is gedaan bij tutucorijnsche factuur van den 9. ' oktober die hier ten zoldij cantoor is besteld den 29:' daar aan, en dus noch tijdig genoeg om te kunnen worden overgeweezen na Gale„ ten einde aldaar te worden belast op de zoldij reekeningen van de genieters, die eerst den 17. November, met de retour scheepen den Arend en de zaanstroom, zijn gerepatrieerd; dog dat de verstrekking voor de maand oktober aangereekend zijnde bij tutucorijnse factuur van den 6. November, die hier is ontvangen den 23: daer aan en dus na het vertrek van de voorsz: de retourscheepen 1 de zo ten bed 573. Den 12. Junij 1790 de verstrekking voor zoldij bedienden alhier en de verstrekking aan de tutucorijnse bedienden. Wat verder daer retourscheepen, billijk moet blijven ten laste van de tutukorijnsche negotie bedienden, wijl hunne verschooning dat de aanreekenin„ „gen van de verstrekkingen aan de dienaaren alteid onder ultimo van elke maand zouden geschied zijn, in dit geval niet aanneemelijk is, om dat ze hadden moeten begrijpen, dat zeevaarenden geen blijvende plaats hebben, maer dan aan de wal zijn, en dan weder op een schip of vaartuijg geplaatst worden, en dat dus de aanreekeningen ten hunnen laste vroegtijdig dienen te worden bezorgd. En is derhalven goedgevonden en verstaan, om de maand zbea den van de voorsz: te rug gereekende hospitaels ter vergoeding opgelegd ongelden, den zoldij bedienden alhier ter ver„ voor de maand oktober „ goeding opteleggen, de verstrekking voor de maand 7ber: bedraagende ƒ 9. 18. 8. Neder„ „landsch geld, dog de verstrekking voor de maand aktober, ten bedraage van ƒ1. 17. 8. te laaten vergoeden door de Tutukorijnsche bedien„ „den. Voorts is tot voorkooming van diergelijke kom„ omtrend s beslooten, missien, nog goedgevonden om de Negotie be„ dienden te Tutukorijn, te recommandeeren om in den aanstaande de verstrekkingen die gedaan
English
The 12th of June 1790. The request of the widow Taek, that the private will which she and her husband executed, but which remained without endorsement, might be validated, is to be referred to the Council of Justice. to be noted down here immediately upon the departure of such servants, regarding payments made to servants who happened to remain there. Was read a petition from Anna Helena Ledulx, widow of the assistant at Mannapaer, Jacob Gidion Taek, in which she requests that the private will which she and her aforesaid husband executed at Mannapaar, but which remained without superscription and without seal because there is no official secretary there, might be validated by this government, considering that it was written and signed by her husband's own hand, and that both of them were at a place where they could make no other will, and where in their ignorance they could obtain no instruction. And after deliberation, and considering that this matter is purely judicial, it was approved and resolved to return the will received alongside the aforementioned petition to the Tuticorin officials, in order to be delivered to the petitioner and to instruct her to address her request for the approval of that will to the Council of Justice. 575. The 12th of June 1790. Approval of a Tuticorin resolution containing provisions on the findings regarding the cargoes of various vessels delivered there; to purchase quills for the writing offices and residents; to appoint Van Spal as president of matrimonial affairs; and to write off ¼ lb of cloves and 14 lb of nutmegs that were presented to a Travancore captain of the line; to continue to maintain the goods used in the administration at Tuticorin for the Company's account. Re-examined a Tuticorin resolution of the 8th of May last containing provisions on the findings regarding the delivered cargoes of various vessels there, as well as decisions to purchase 16 bundles of quills for the writing offices and Residents, at ¼ pagoda per bundle; to appoint, in place of the deceased Junior Merchant Hubert, the Fiscal and Secretary Van Spal as president of the Board of Matrimonial Affairs; and to write off ¼ lb of cloves and ¼ lb of nutmegs, which were presented at Cape Comorin to a Travancore Captain of the line who had newly arrived there. And it was approved and resolved to approve the aforementioned resolution. By the Tuticorin officials, in compliance with the resolution of the 9th of December last, having been transmitted along with a letter of the 21st of May last, two statements of the goods that have been in use there in the administrations and at the residencies since 1782/5 and are still currently in existence, amounting, after deduction of the scales, weights, and measures, to a sum of ƒ 512. 8., together with a report that in the five years before the last war, nor after the repossession of the offices, any repairs were made to them, and that they therefore hardly believe that a more economical management could be substituted: The 12th of June 1790. A gratuity of one hundred rds granted to the head surgeon of Tuticorin. It was approved and resolved after deliberation to continue to leave these goods being used at Tuticorin for the Company's account. Upon the question which, pursuant to the resolution of the 4th of December last, was put to the Tuticorin officials, they having answered by the aforementioned letter that in the months of July, August, and September, of the ships arriving there from Batavia and from Europe, generally more sick persons lie in the hospital than at Colombo, Galle, and Trincomalee, and that indeed in the remaining 9 months the number of sick is considerably smaller than in the hospitals at Colombo, Galle, and Trincomalee, but that because the shipyard for the sloops is there, and there is moreover extensive navigation of the Company's sloops along that coast, generally many sailors come into the hospital there, of whom fully half are infected with venereal diseases, and that they, the officials, are therefore of the opinion that instead of the abolished cure fee for venereal diseases, a gratuity of one hundred rds per year could be granted to the head surgeon of Tuticorin, proportionate to the head surgeon of Galle: 577. The 12th of June 1790. Committee concerning Trincomalee. To enter into the books for the benefit of the Company the cannonballs and grapnels salvaged at Trincomalee. It was approved and resolved after deliberation, in accordance with the aforementioned advice, to grant to the head surgeon of Tuticorin a gratuity of one hundred rds per year, and to let this take effect with this current financial year. Was received from Trincomalee a list inserted below of the cannonballs salvaged there this year by diving from the French ship Le Coacent, as well as of the grapnels recovered from the lost vessel De Batavier. List ƒ
Dutch transcription
Den 12' Junij 1790. 'T verzoek van de wedu„ „hands testament het hebben gepasseerd dog ons gesuperscribeerd is ge„ bleeven mogte worden gewettigd aan den raed van Justitie over te wijzen. gedaan worden aan dienaaren welken aldaar toe„ „vallig zijn gebleeven, direct bij het vertrek van zulke dienaaren, herwaards aantereekenen. Is geleesen een request van Anna Helena Ledulz „we Taek, dat het onder weduwe van den assistent te Mannapaer Jacob welk zij en haaren man Gidion saek, waer bij zij verzoekt dat het onderhands testament, het welk zij en haere op gem: Man te Mannapaar hebben gepas„ seert, doch ongesuperscribeerd en ongeca„ „chetteerd is gebleeven, om dat aldaar geen beamptschrijver is, door deeze regeering mogte worden gewettigd, uit aanmerking dat het door haer Man eigenhandig ge„ „schreeven en onderteekend is, en zij beiden zich op een plaats hebben bevonden, daer zij geen testament anders hebben konnen maaken, en daar ze in hunne onkunde geene onderrigting konden erlangen. En is na deliberatie, en uit aanmerking dat deeze zaak is zuijver Justitieel, goed- „gevonden en verstaan, het nevens, voorsz: request ontvangen testament aen de tutucorijnsche bedienden te rug te zenden, om aan de suppliante te worden afgegeeven en haer aan te zeggen om zig met haer 575. Den 12. Junij 1790. approbatie eener tutuk: resolutie houdende. dispositie op de bevinding van de aldaer uitgeleverde, ladingen van diverse vaertuijgen. om pennephagten voor de schrijfkantorren en residenten inte koopen. van de huwelijksche zaeken aantestellen, en om te laeten afschrijven ¼. lb: nagulen en 14. lb: nooten die aan een Crevankoorsche Ca„ verschonken. pitain van de linie zijn de in de administratie te tutuk gebruijkt wordende goederen bij voortduuring voor 's Comp:s reek: te laeten. haar verzoek tot approbatie van dat Testament te addresseeren aan den Raad van Justitie A geresumeerd eene tutukorijnsche resolutie van den 8. Maij Iongst leeden houdende dispositien op eene bevinding van de aldaar uijtgeleverde lo= dingen van diversche vaartuijgen zoo meede besluijten om 16. bossen penneschagten voor de schrijfkantooren en Residenten intekoopen, tegens -¼. pagood het bos; om insteede van den overleeden onderkoopman Hubert, den om van spal tot president fiscaal en sekretaris van Bpall tot pre„ „sident van 't Collegie van huwelijksche zaaken aantestellen, en om te laaten afschrijven —. ¼. lb: nagulen en —¼. lb: nooten, die aan de Caab kommorijn zijn verschonken aan een trewankoors Capitain van de linie die aldaar nieuw was aangekoomen. En is goedgevonden en verstaan om voorsz: resolutie te approbeeren. Door de tutukorijnsche bedienden, ter voldoe„ „ning aan de resolutie van den 9: december Jongstleeden, nevens brief van den 21. Maij Jongstleeden overgezonden zijnde, twee aanwijzingen van de goederen die aldaar in de administratien en op de residentin, zedert 178 2/5. in gebruijk en thans nog in weezen zijn bedraagende na aftrek van de Den 12 ' Junij 1790: aan den oppermeester van tutukoaijn en douseur van een Hondert rd:s toege„ „legd. de evenaars gewigtig en maaten eene somma van ƒ 512. 8. met berigt teffens, dat in de vijff Jaaren voor den laatsten oorlog nog na ƒ. de weder in besit neeming van de kantoo„ „ren, daar aan geene reparatien zijn gedaan en dat ze dus kwalijk gelooven, dat 'er„ een zuijniger behandeling in de plaats zoude kunnen worden gesteld: Is na de- „liberatie goedgevonden en verstaan, om deese gebruijkt wordende goederen op Teetukobijn bij voortduuring voor 's Comp:s reekening telaaten Op de vaag, die ingevolge resolutie van den 4. december V: l:, is gedaan aan de tretu= „korijnsche bedienden, door hun bij voorsz: brief geantwoord zijnde, dat in de maanden. Julij, aug:s en zber: van de scheepen, die van Batavia en uijt Eu„ „ropa aldaar aankoomen, doorgaans meer zieken in het hospitaal leggen, dan te Kolombo, Gale en Trinconomeli en dat wel in de overige 9: maanden, het getal der zieken aanmerkelijk klijnder is, dan in de hospitaalen te kolombo, gale 577. Den 12. ' Junij 1790. Besoigne over Trinkonomale. de te Tainkonromale op en dreggen, ten voordeele van de komp: bij de boeken te doen inneemen Gale en Trinkonomale doch dat wijl de timmerwerf voor de sloepen daar, en er buiten des een groote vaart van 's Comp: sloepen op die kust is, doorgaans veele mettroosen in het hospitael aldaer koomen waar van wel de helfte met onceijne ziehten besmit zijn, en dat zij bedienden daarom van gevoelen zijn, dat aan den oppermeester van Tutukorijn in steede van het afgeschafte Cuur loon voor de on= „reine zichten, een douceur van Een- „honderd rd:s sjaars zoude kunnen toe„ „gelegd worden, evenredig met den opper- „meester van Gale Js na deliberatie goedgevonden en verstaan, om over een komstig het voorsz: advies, aan den oppermeester van tutukorijn toeteleggen een douceur van Een hondert rd:s 'tjaars, en dit te laeten ingaen met dit loopend boekjaar. Is van Trinkonomale ontvangen een hier onder gedookene kanon kogels geinsereerde lijste van de aldoor in dit Jaar opgedokene kanon kogels, van het fransch schip Leoacent, zoo meede van de opge- „viste dreggen van de verloorene Gammel de Batavier. Lijste ƒ
English
Approval of a Trincomalee resolution regarding the appointments of some land council members. Business concerning Batticaloa. Approval of a Batticaloa land council resolution regarding agriculture. The 12th of June 1790. List of the following cannonballs that have been salvaged here from the French ship L'Orient, namely: 88 pieces at 36 lb 143 pieces at 34 lb 38 pieces at 30 lb 64 pieces at 26 lb 44 pieces at 20 lb 494 pieces at 18 lb 40 pieces at 12 lb 32 pieces at 24 lb 13 pieces of round grape-shot altogether 2, that is two, pairs of iron grapnels from the vessel De Batavier. Trincomalee, the 27th of April Anno 1790. (was signed:) J. Schreuder. And it was approved and agreed to enter the aforementioned cannonballs and grapnels into the books for the benefit of the Company. A Trincomalee resolution of the 15th of May last was reviewed, whereby the infantry lieutenants Deibert and Koonman, and the extraordinary artillery lieutenants Buijgers and Carstees, alongside the former secretary Pietersz, were appointed as members of the Landraad. And it was approved and agreed to confirm the appointment of the aforementioned officers, but to excuse the former secretary Pietersz from the Landraad, as he is already pensioned. A resolution of the Batticaloa district assembly of the 28th of December last was reviewed, containing various arrangements both for the promotion of agriculture and for conducting a census of the Batticaloa inhabitants, and for the proper collection and accounting of their oil and poll taxes. And it was approved and agreed to confirm the aforementioned decisions. The 12th of June 1790. To request the advice of the Chief Burnand regarding a certain fine that ought to be imposed on the district vidane. Furthermore, with the determination of the punishment deserved by the district vidane being referred to this government by the aforementioned resolution, for his negligence in failing, according to the order given to him, to take adequate care for the preservation of two dams that were constructed last year to collect the necessary water for the plain of Wallalewaaij in the province of Akkaraipattu, both of which were almost entirely washed away through his neglect. Before deciding thereon, it was approved and agreed to request the advice of the Chief Burnand regarding the fine that ought to be imposed on the district vidane for this. The 12th of June 1790. Authorization to the Batticaloa Chief to purchase 100 lasts of paddy for Trincomalee. Business concerning Kalpitiya. Record of the amount of the tithes of the paddy crop in the Kalpitiya district. Upon the inquiry made by letter of the 1st of May last to the aforementioned Chief regarding the quantity of paddy he could procure for Trincomalee during the open season, both from the tithe rights and through purchase at a moderate price, he having communicated by letter of the 14th thereof that he cannot state positively how much paddy could be purchased, since the price thereof is currently from 32 to 36 stuivers per parra, and as he assumes that it will not fall below 18 stuivers: It was approved and agreed to authorize the Batticaloa Chief, whenever the price of paddy has fallen so far that it can be obtained at 18 Indian stuivers per parra, to then purchase 100 lasts thereof for Trincomalee, and even a larger quantity if the Honorable Commandant van Drieberg should deem it necessary. From a report received from Kalpitiya, it was approved and agreed to record herewith that the tithe rights of the paddy crop in the Kumakenanni and Rasawannie, belonging under Kalpitiya, for the great harvest of this book year, amounted to 672 ¾ parras of paddy. The 12th of June 1790. Authorization to the Kalpitiya Chief for having a dhoney built. Upon the request of the Chief of Kalpitiya by letter of the 7th of May last, it was approved and agreed to authorize him to have a new dhoney built instead of the unserviceable one that is to be sold according to the resolution of the 7th of May last. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (was signed:) W. J. van de Graaff, C. D. Kraijenhoff, M. P. Raket, J. P. C. Plenius, J.s Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. Monday, the 14th of June 1790. To treat Sergeant Lefebre in the hospital, or outside of it if he prefers, and in the latter case what to provide him monthly. Present: The Right Honorable Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Colonel Cornelius Dionicius Kraijenhoff, The Honorable retired Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Chief Administrator Joan Philip Christiaan Plenius, The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent: The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz, The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Wolff, The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant; the first and last on a commission to Matara, and the second due to indisposition. It was approved and agreed to have the former sergeant of the Regiment of Luxemburg, Jan Isaak Lefebre, who remained behind due to illness and currently lies paralyzed here in the hospital, treated and cared for in the hospital according to custom until he is in a condition to make the voyage to Europe; or, if he prefers to support and have himself cared for outside the hospital, to provide him monthly for his maintenance with five rixdollars in cash and one parra of rice, being equally
Dutch transcription
approbatie eener trinko„ „nomaalse resolutie wee„ „gens de aanstellingen van eenige landraads leeden. Besoigne over Battikaloa approbatie eener battika„ „loasche landraeds resol: weegens den landbouw. 88. p:s â. 36. lb: 143. „ „ 34. „ 30. „ 38. „ „ 64. „ „ 26. „ 44. „ „ 20. „ 494. „ „ 18. „ 40. „ „ 12: „ 32. „ „ 24. „ 13. p:s rond scherpen tesaamen 2. zegge twee p:r ijzere dreggen van de gammel de Batavier. Trinkonomale den 27. April A:o 1790. (:was getekend:) I: Schreuder. En is goedgevonden en verstaan, om gemelde koegels en dreggen ten voordeele van de Comp:e bij de boeken ten doen inneemen Is geresumeerd eene Prinkenomaalsche resolutie van den 15. Maij I:o leeden, waar bij de luijtenants van de. infauterie Deibert en koonman, en de Extra ordinair luijtenants der artillerie Buijgers en Carstees, nevens den geweesen sekretaris Pietersz: tot leeden van den land- „raad zijn aangesteld En is goed gevonden en verstaan de aanstelling van de voorsz: officieren te approbeeren, dog de gew: sekretaris Pieterz: uijt den landraad te Excuseeren wijl hij reeds gegagieerd is. Is geresumeerd eene resolutie van de Battika- „loasche lands vergadering, van den 28:e Den 12 ' Junij 1790. Lijste der ondervolgende kogels die alhier opgedooken zijn van het fransche schip Peorient, als: december 6 579 Den 12' Junij 1790. 's advijs van 't opperhoofd Burnand tevraegen noo„ „pens zeekere boete die aen„ de lands vidoen zoude behooren teworden opgelegt december passato houdende diversche schikkingen zoo ter bevordering van den landbouw, als tot het doen van eene hoofd beschrijving der Ba= „ticaloasch ingezeetenen en tot de rigtige in vordering en verandwoording van hunne oelie en hoofdgelden. En is goedgevonden en verstaan gemelde disposi„ „tien te approbeeren. Nog bij voorsz: resolutie aan deese regeering ge„ defereerd zijnde, de bepaaling van de Cok- „rectie, die de lands vidaan heeft verdiend, over zijne nalatigheid, om volgens de daar toe aan hem gegeevene order, toerijkende zorg te draagen tot behoud van twee dam„ „men, die in het voorleeden Jaar tot stand zijn gebragt, om het noodig water opte„ „vangen voor de vlakte wallalewaaij, in de provintie accrepattoe en die beide door zijne versuijm genoegzaam geheel weggespoeld zijn. Is alvoorens daar op te disponeeren goedge- „vonden en verstaan te vraagen het advies van het opperhoofd Burnand, nopens de boete die den lands vidaan, daar over zoude behooren teworden opgelegd. Den 12:' Junij 1790. qualificatie aan het battikaloaphe opper„ hoofd om 100. lasten in te koopen Besoigne over kalpette aanteekening van het bedraegen der tiende van 't nelij gewasch in 't kalpettijsche. Op de bij brieve van den 1. Maij .:o beeden gedaane vraag aan gemelde opperhoofd wegens de quanti„ nelij voor Jam konour: teid Nelij, die hij voor Trinkonomale zoude kunnen bezorgen, geduurende de opewaart, zoo uijt de tiende geregtigheid, als door inkoop tegens een matige prijs door hem bij brieve van den 14. daar aan bedeeld zijnde, dat hij niet positief kan opgeeven, hoe veel nelie er zoude kunnen worden ingekogt, wijl de prijs daar van tans is van 32. tot 36. stuij- „vers de parra in wijl hij ondersteld dat ze niet beneeden de 18. stuijvers daalen zal: Is goedgevonden en verstaan het Battikaloosre opperhoofd te qualificeeren, om wanneer de prijs van de Nelie zoo verre zal gedaald zijn, dat ze tot 18. Jndische stuijvers de parras kan worden bekoomen, als dan daar van 100. lasten voor Trinkonomali inte- „koopen en zelfs een grooter quantiteid, indien dE: Commandant van Drieberg het noodig mogte oordeelen. uijt een van kalpette ontvangen rapport is goedgevonden en verstaan hier bij rante= teekenen dat de tiende gerechtigheid van het Nelie gewasch in de Koemakenannij en Rasawannie, gehoorende onder kaepetti voor 580. 581. Den 12' Junij 1790. qualificatie aan het Kalpettijsche opperhoofd van een touie: voor den grooten oogst deeses boekjaars heeft bedraagen 672. ¾. Parras Nelie. Op het verzoek van het opperhoofd van kal- petti bij brieve van den 7. deeser Maij J:o leeden, tot het laeten aanbouwen is goed gevonden en verstaan, hem te qualifi„ ficeeren om een nieuwe thonie temoogen laaten aanbouwen, insteede van de onbequaa„ 10 „me, die volgens resolutie van den 7. Maij JZ: verkogt staat te worden. Geresolveert in het Aldus Gedaan ende kasteel kolombo ten dage maand en Jaare voorsz: (:was getekend:) W: I: van de Graaff, C: D: Kraijenhoff, M: P: Raket, J: P: C: Pelenius, J:s Reintous, B: L: van Zitter en I: A: vollenhoove. Maandag De sergeant Lefebae behandelen dan wel zoo hij verkiest buijten 't selve, en wat hem in 't laetste geval maande„ „lijks te laeten verstrek„ „ken, Prezent Den wel Edle Groot Achtb: Heer Gouverneur, Willem Iacob van de Graaff, Cornelius Dionicius Kraij en hoff Den E: afgegaanen gezaghebber Mattheus Petrus Raket, Den „ Hoofd administrateur Joan Philip Christiaan Pleniur Benedictus Lambertus van Litter„ Mr: Johannes Adrianus vollenhove Absent. Diederich Thomas Fretz:, Gerrit Engel Wolff, Abraham Samlant, de eerste en laatste in Commissi na Mature en de tweede mits„ indispositie. Den „ kollondl Den „ Sekretaris Den „ fiscaal Den E: Dessave Den „ zoldij Boekhouder Den „ Negotie Boekhouder Is goedgevonden en verstaan, om den geweesen sergeant in het Hospitaal te laeten van het regiment van Luxemburg Jan Isaak Lefebrie, die mits ziekte is terug gebleeven, en tans lam alhier in 't hospitaal legd, tot dat hij in staat zal zijn om de reise na Europa te doen in het hospitaal te laaten behandelen en na gewoonte te verpleegen, dan wel indien hij liever buijten het hos„ „pitaal zich zelve wil erneeren en doen verpleegen maandelijks tot zijn onderhoud te laeten verstrekken vijff red:s Contant en een paara rijst, zijnde even Maandag den 14. Iunij 1790. 2oo 58 p
English
583. 14 June 1790. Granted to the widow Philipsz the customary salary of a minister's widow. To have a new mainmast provided for the sloop Kolombo. The burgher Perera appointed sergeant over the Kalutara burghers and what is to be granted to him as a gratuity. As much as a patient consumes in the hospital. Upon the request of the widow of the late minister Hendriks Philipsz, it has been approved and agreed to grant her the customary salary of a minister's widow, consisting of half of the board allowance and the emoluments which her husband enjoyed in his lifetime. There was read an incoming report from the master of the shipwrights Teunese and the shipwrights Neetberg and van Hameren, containing that the mainmast of the sloop Kolombo is unfit and cannot be trusted to sail with any longer, and it has been approved and agreed to have the said sloop provided with a new mainmast. Upon a petition from the burgher Abraham Perera, stating that there are several burghers in the Kalutara district whom he offers to drill in the use of arms if he were appointed sergeant over them according to his request, with a small means of subsistence, it has been approved and agreed, in consideration that this might sometimes be of service in the present circumstances of the times, Business regarding Jaffnapatnam. Approval of a Jaffna resolution regarding an alteration to be made to the lease conditions of the passes. 14 June 1790. to appoint him as sergeant over these burghers, and that if the fish lease of Kallemoelle does not exceed 210.- rixdollars, for which it was recently farmed out, the same shall be left to him for that lease amount; and that if the said lease, whether by the petitioner or by others, should be bid up for more than 235 rixdollars, then 25 rixdollars shall be disbursed annually to the petitioner from the yield of this lease as a gratuity. There was reviewed a Jaffna resolution of 26 May last, whereby the servants, in compliance with the decision of this Government of 23 March last, have resolved, in order to remove all grounds of complaint which the farmer of the Jaffna passes has repeatedly brought forward against the leases introduced in the Vanni, to make this provision in the 2nd and 4th articles of the conditions of the lease of the passes: that the farmer shall only be permitted to levy the tolls specified therein when the goods mentioned therein are brought from the Vanni or from the King's territory into the Jaffna district, but not otherwise. And after deliberation, it has been approved and agreed to approve this decision. The servants having further maintained in the said resolution that the farmer of the Jaffna passes cannot now receive as much as before, because most of the goods that previously used to be brought out of the Vanni are now consumed there itself, and especially because many inhabitants have died and fallen into poverty due to the smallpox in the past and present year, and it having therefore been resolved by them to cause the present farmer of the passes to submit, as of the ultimate of August next, an account of what he has actually collected in lease tax, in order to remit to him, after the same shall have been sworn to, the loss suffered by him; The matter was deliberated upon and taken into consideration that already by resolution of 23 March last the requested reduction was refused to the farmer of the past financial year, because although the public leasing was introduced in the Vanni in his time, the levying of toll had nevertheless also been customary in the Vanni previously, and that there are even less grounds 585. 14 June 1790. Why the farmer of the Jaffna passes cannot have any reduction on his lease, and in what manner the servants are to be authorized in that regard. to grant any reduction to the farmer of the passes for this financial year on account of the leases in the Vanni, since the Vanni leases were already in effect when he farmed the lease of the passes for this financial year, so that he cannot claim to have been prejudiced by an unforeseen novelty. And it has therefore been approved and agreed to write to the servants at Jaffnapatnam that the present farmer of the passes cannot have any reduction on account of the leases already introduced into the Vanni in the past year, but that since he might nevertheless sometimes have suffered loss due to the raging smallpox, the servants are authorized to take into consideration, after the expiration of his lease term, whether he might deserve any accommodation on that account, and if so, to report to this Government what reasonable remission ought to be granted to him. Note of the statement of the Jaffna servants. 14 June 1790. By the Jaffna servants, in compliance with the resolution of 4 May last, [illegible]
Dutch transcription
583. Den 14. Junij 1790. aan de wed: Philipsz: toegelegd het gewoon trachtement van een predikants weduwe een nieuwe Groote mast te laeten voorsien De burger Perera aan „gesteld tot sergeant over de kalteaese bua„ „gers en wat hem tot een douceur toeteleggen. zoo veel als een zieke in het hospitaal verteerd. Op het verzoek van de weduwe van wijlen den kre„ „dikant Hendriks Philipsz: is goedgevonden en verstaan, aan haar toetestaan, het gewoon trac„ „tement van een predikants weduwe, bestaen„ „de in de helfte van het kostgeld en de emo- „lumenten, die haar man in desselfs leevend heeft genooten. Is geleesen een ingekoomen repport van den baas der de sloep, kolombo van scheepstimmerlieden Teunese en de scheeps- timmerlieden Neetberg en van Hameren, hhoudende dat de groote mast van de sloep kolombo onbequaam is, en niet kan worden vertrouwd om er langer meede te vaaren, en is goedge- „vonden en verstaan, om gem: sloep van een nieuwe groote mast te laeten voorzien. Op een request van den burger Abraham Perera houdende dat er verscheide bur- „gers in het kalitureesch distrikt zig bevinden, die hij presenteerd en der wapen„ „ „handel te ooffenen zoo hij daar over volgens zijn verzoek wierden aangesteld tot sergeant met een klein middel van bestaan, Is uijt aanmerking dat dit in tegenswoordige tijds omstandigheeden zomtijds zoude kunnen zijn van dienst„ goed gevonden Besoigne over Taffenapatnam. nase retol: wegens eene bij de pagt konditien der passen Den 14:' Junij 1790 goedgevonden. en verstaan hem over deese burgers aantestellen tot sergeant en dat zoo de vispagt van Kallemoelle niet hooger loopt dan rd:s 210. —. waar voor ze Jongst is verpagt deselve aan hem voor dien pacht zal worden overgelaaten, en dat indien gemelde pogt het bedie zij door den suppliant dan wel door te andere, voor meer dan 235. rd:s mogte worden gemeind als dan aan den suppliant, uijt het product van deese pagt Jaarlijks 25. rd:s tot een douceur zal worden uitgekeerd. kan afslag Is geresumeerd eene Jaffenase resolutie van den 26. approbatie eener Jaffe„ Maij J:o leeden, waar bij de bedienden ter vol„ temakene verandering„ doening aan het besluijt deeser Regeering van den 23. maart I:o E: hebben beslooten, om tot wegneeming van alle redenen van klagten, die de pagter der Jaffenasche passen een en andermael tegen de ingevoerde pogten in de wannij hebben voortgebragt bij de 2. en 4. articulen van de Conditie van de pagt der passen te maaken deese bepaaling dat de pagter de daar bij bepaalde tollen al„ „leen zal moogen neffen, wanneer de daar in genoemde goederen uijt de wannij of uijt 's konings land door de wanina„ de ie qua in 585 Den 14. ' Junij 1790. waerom den pagter van de Jaffenase passen geen afslag van zijn pagt kan hebben en wat de bedienden daer omtrent te qualificeeren. in het Jaffenasche worden aangebragt dog anders niet En is na deliberatie goedgevonden en verstaan dit besluijt te approbeeren. Nog door de bedienden bij gemelde resolutie ge= „sustineerd zijnde, dat de pagter van de Jaste- „nasche passen, nu niet zoo veel, kan hebben als bevoorens, om dat de meeste goederen, die te vooren uijt de wanni plagten afge= „bragt te worden tans daar zelfs worden „ook vertierd, en inzonderheid om dat door de kinder ziekte in het voorleeden en dit Jaar, veele inwoonderen overleeden en in armoede vervallen zijn, en daarom door hun beslooten zijnde, door den presentien pagter van de passen, onder ult:o aug:o aanstaande, eene reekening van het geen hij werkelijk aan pagtschat heeft ingevordert tedoen overleggen, om na dat deselve b'eedigd zal zijn aan hem te remitteeren, de door hun geleedene schaade„ Is daar over gedelibereerd en in aanmerking genoomen dat reeds bij resolutie van den 23 Maart: JZ: aan den pagter van het voor= „leeden boekjaar het verzogte afslag is geweigerd, om dat schoon de publieke verpagting in de wannij in zijn teid was ingevoerd, het heffen van tol nogtans ook bevoorens in de wanerij en gebruijk was „ was geweest, en dat 'er nog mierder gronds is, om aan den pagter der passen van dit boek „jaar uijt hoofde van de verpagtingen in de wannij eenig afslag toebestaan wijl de wannische pagten reeds in stand geweest zijn „de, toen hij de pagt der passen voor dit boekjaar meinde, hij dus niet kan voorgeeven door eene onvoorziene nieuwig „heid te zijn benadeeld. En is derhalven goed gevonden en verstaen, den be- „dienden te Jaffenapatnam aanteschrijven, dat de presente pogter van de passen geen afslag kan hebben, uijt hoofde van de reets in het voorleede Jaar ingevoerde pagten in de waam, doch dat wijl hij nogtans, door de grasseerende kindersiekte zom- „tijds nadeel konde hebben geleeden, zij be„ „dienden worden gequalificeert, om na het eindigen van zijn pagt tijd in overweezing te neemen, of uijt dien hoofde eenige mogte verdienen, en zoo jaar„ inschikking deese regeering te berigten, hoedanige be- „missive billijk aan hem zoude behooren „ te worden „toetestaan. aantee kening vande Door de Jafferiasche bedienden ter voldoening opgave des Jasfanasche be„ aan de resolutie van den vierde Maij „l Den 14.:' Junij 1790. dienden J:o leeden 1 de 3
English
587 The 14th of June 1790. Information served concerning the chay-roots of the islands Delft and the Two Brothers. The oversight of the chay-digging on the aforementioned islands assigned to Lieutenant von Meybrink. Business concerning Galle. Approval of a Galle resolution regarding the delivered Cochin cargo of the ship De Merarie. It having been communicated by letter of the 5th instant that from the trade books the quantity of chay-roots that the chay-diggers of the islands Delft and the Two Brothers ought to have delivered according to ancient custom cannot be stated, because the sound chay-roots were not delivered separately from each place, but that the former adigaars and partners of the chay-roots have stated that they yearly received from the koedoemba and Saemba of the Island Delft, 500, 600, to 700 lb, and from the sergeant and overseer of the islands the Two Brothers 40, 45, to 50 maunds of chay-roots. It is, after deliberation, approved and agreed to keep this record thereof, and that the oversight of the chay-digging on the aforementioned islands shall be assigned to the Lieutenant and overseer of the horse stud farm von Meybrink. There is resumed and approved a Galle resolution of the 28th of May last, containing the disposition on the findings of the delivered Cochin cargo of the ship De Merarie, and whereas by the aforementioned resolution it appears that 12 5/8 paaras 588 The 14th of June 1790. Why the papers concerning a certain claim of the linen farmer De Waas against the former Master Attendant Abo are to be sent back to Galle. Business concerning Tuticorin. Authorization to the Tuticorin servants to send back hither the spices requested by Mr. Buchanan for the native regent. of parras paddy, which were brought by the aforementioned vessel, have been found old, dusty, and damaged by weevils, it is also approved to authorize the servants to have the same sold by public auction for the going rate. There is further resumed a subsequent Galle resolution of the 28th of May aforementioned, whereby the servants, upon an incoming report from the Junior Merchant De Vos regarding the investigation conducted by him as acting Fiscal into the claim of the former linen farmer De Waas against the former Master Attendant Abo, have decided that after the said Master Attendant Abo shall have satisfied his deficits to the Company, to give to the aforesaid farmer a preferential claim and right against him, Abo, above all other private creditors. And it is, after deliberation, approved and agreed to send the papers received concerning this matter back to Galle, with instructions to the servants that they must order the Fiscal to address himself concerning this to the Court of Justice there. It having been communicated by the Tuticorin servants by letter of the 28th of May last that the agent of the Nabob, Mr. Buchanan, has represented that the spices which, pursuant to the resolution of the 22nd of February last, were sent thither from here, were requested by them at the request of the deposed native regent Edward Chan, but that he now finds himself unable to take over those spices. 589 The 14th of June 1790. Business concerning Trincomalee. The Ensign in the Eastern Company of Captain Kietjel Tjatja Goena appointed Lieutenant in the Company of Captain Wiramangala. It is, considering that Mr. Buchanan, upon requesting these spices, immediately declared that he requested them on commission for the native regent, and that one therefore cannot properly demand of him that he take them over for his own account, approved and agreed to authorize the servants to send the aforesaid spices back hither when occasion offers. Upon the proposal of the Trincomalee servants, it is approved and agreed to promote the Ensign in the Eastern Company of Captain Kietjel Tjatja Goena, due to a vacancy, to Lieutenant in the Eastern Company of Captain Wiramangala. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. (was signed:) W. I. van de Graaff, C. d. Kraijenhoff, M. P. Raket, I. P. C. Telenius, V. Reintous, B. L. van Zitter, and I. A. Vollinhoove. The 14th of June 1790. Resolution. 591 Friday the 18th of June Anno 1790. Absent. The Honorable Disava - - - - - - - - - - Diderich Thomas Frétsz, Johannes Reintous, The Honorable First Warehouse Keeper - - Abraham Samlant, The Honorable Trade Bookkeeper - - - - - - - - The Honorable Pay Bookkeeper - - - - - - - Gerrit Engel Holst, Resolution taken in the Council of Ceylon, by circular inquiry. Disposition on a three-monthly report of the Chief Administration. It is approved and agreed to write off the 1 7/8 lb of cloves found short in these parcels to the debit of the profit account. There is circulated for reading a report submitted by the Honorable Chief Administrator Raket and inserted below, of the goods which since the first of December past until the end of February last have been handled here in the administrations and also brought in by various vessels from the subordinate offices; and it is approved and agreed to make disposition thereon as noted alongside the same. Findings on the following parcels in the period of three months calculated from 1 December 1789 until the end of February 1790, both handled in the aforementioned administrations and brought in and delivered by various vessels from the subordinate offices, namely: less percent In the Trade Warehouse Cloves According to judicial sworn certificate No. 1, a sealed chest with nutmegs and cloves marked No. 4, weighing on
Dutch transcription
587 Den 14' Junij 1790. dienden nopens de Zuije„ wortelen van de eijlanden helft en twee gebroeders. O 't op zigt over de zaaije„ „delveri op gem: eilanden op gedraegen aan den luite„ nant von Meijbaink. Besoigne over Gale. S approbatie eener Gaalse retol: wegens de uitge„ leverde koesiemse laeding van 't schip de Merarse d:oleeden bij brieve van den 5. deeser bedeeld zijnde, dat uijt de Negotie boeken niet opgegeeven kan worden de quantiteid van de zaaij ewortelen die de zaaijegravens van de Eilanden Delft en de twee gebroeders na ouder gewoonte moe„ „sten leeveren, om dat de deugd zaame zaaije „wortelig niet van elke pleets afzonder= „lijk geleevert waaren, dog dat de ge= „weesene adigaars en parters der zaeije— „wortelen opgegeeven hebben, dat ze 's jaars van de koedoemba en Saemba van het Ei„ „land Delft, 5. 6. â. 700: lb: en van den Ter- „geant en opsiender van de Eilanden de twee gebroeders 40. 45. â 50. maunden zaaijewortelen hadden gekreegen. Is na deliberatie, goedgevonden en verstaan daar van te houden deese aantekening en dat het opzigt over de Zaaijedelverij opgem: Pilanden zal worden opgedraagen aan den fuitenant en op ziender over de paarde stoeterij von Mijbrink. Is geresumeerd en geapprobeerd eene Gaalsche resolutie van den 28. Maij J:o l: houdende dispositie op de bevinding der uijtgeleverde koetsiensche lading van 't schip D' merarie en wijl bij gem: resolutie blijkt dat 12: e/8 paaras Den 14:' Junij 1790. waerom de papieren no„ „pens zekere pretentie van den lijwaets pagter wesen Equipagiemeester Abo na Gale terug te zenden. Besoigne over Tutukonijn. „tukorijnse bedienden om de specerijen die door den parras nog, die niet gedagte bodem zijn aangebragt, oud stoffig en door de kalen- „ders beschadigd is bevonden. is teffens goed „gevonden den bedienden te qualificeeren, ons deselve per publieke vendutie voor het geldende te laaten verkoopen. Nog is geresumeerd eene nadere gaalsche resolutie van den 28: Maij voormeld, waar bij de bedienden op de waas tegen den ge een ingekoomen rapport van den onderkoopman de vos, wegens het door hem als waarnemen„ „de het fiscalaat, gedaan onderzoek van de pretentie van den voorjaarigen lijwaats pagter De waas, teegen den geweesen Equipagiemeester Abo, hebben beslooten, om na dat gedagte Equi„ „pagiemeester Abo zijne te kort koomingen aan de Comp: zal hebben voldaan, aan voorz: pagter een preferente aanspraak en regt, boven alle overige partikuliere Crediteuren, op hem Abo te geeven. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, om de nopens deese zaak ontvangene pa- oos „pieren, terug tezenden na Gale, met aanschrij„ Goe „vens aan de bedienden, dat ze den fiscaal moeten gelasten om zig daar over te addres„ „seeren aan den Raad van Justitie aldaar. er qualificatie aan de tw Door de tutukorijnsche bedienden bij brieve van den 28. Maij J:o l: bedeeld zijnde dat den agent 5 88 an heer 589. Den 14 ' Junij 1790. peer Buchanan voor den landregend gevraagd en erwaards terug tesenden Besoigne over Prinkononiale. den vaandrig bij de oostersche komp van kapitein kietjel Tjatja „ Goena tot luitenant vere„ ramangale aangsteen. bij de Comp: van Mapit wiekamangale aangesteld. agent van den Nabab de Heer Buchanan heeft erwaards gesonden zijn vertoond, dat de specerijen, die ingevolge reso= „lutie van den 22. februarij 'szeeden van hier zijn verzonden door hen gevraagd. zijn, op versoek van den af- „gesetten landregent Edward Chan, dog dat deese zich tans niet in staat bevind om die specerijen overteneemen. Is uijt aanmerking dat de heer Buchanan bij het vraagen van deese specerijen, direct heeft verklaard dat hij ze in Commissie verzogte voor den landregent, en dat men dus niet voegt van hem niet kan vergen: dat hij ze voor zijne eigene reekening zal overneemen, goedgevonden en verstaan den bedienden te qualificeeren om de voorsz: specerijen bij gelegendheid herwaards terug tezenden. Op de voordragt van de Trinkonomaalsche bedienden, is goed gevonden en verstaan om den vaandrig bij de oostersche kompenie van Kapitain Kietjel Tjotja goena mits vakatura, te bevorderen tot Luijte„ „nant bij de oostersche kompenie van Kapitain wiramangala. Aldus es„ Aldus gedaan ende Geresolveert in 't kasteel kolombo ten dage maand en Jaare voorsz (:was getekend:) W: I: van de Graaff, C: d: Kraijenhoff, M: P: Raket, I: P: C: Teleniu „linhoove. V:s Reintous, B: L: van zitter, en I: A: vol„ Den 14. ' Junij 1790. Resolutie: 591. Den E: Dessave Dispositie op een drie maandige bevinding van de hoofdadmi„ „nistratie. Is goed gevonden en verstaan om de op deeze parthijen temin bevondene 1. 7/8. lb gariofsel nagulen ten laste van de winst reekening te laaten Den E: Eerste Pakhuijsmeester - - - - Den E: Negotie boekhouder Ts rond geleezen een door den E: hoofd administrateur Raket ingediende en hier onder geinsereerde bevinding van de goe„ deren die zedert Primo December passato tot ultimo februarij Jongstleeden alhier in de administratien be„ „handeld en ook per diversche vaartuigen van de onder„ hoorige kantooren aangebragt zijn; en is goedgevonden en verstaan daar op te disponeeren, zoo als bezijden dezel„ „ve staat aangeteekend. Bevinding op de volgende partijen in den tijd van drie maanden gereekent van p=mo xber: 1789. tot ult=o februarij 1790: zoo in de temeldene administratien behandelt als per diverse vaartuigen van de onderhoorige kantooren aangebragt en uijtgeleevert; als. neerden minder p:r C=o In het Negotie Pakhuijs Pariossel Nagulen volgens Iustitieele b'eedigde Certifikaat NI. eene verzegelde kist met nooten en nagulen gem:t No 4. Vrijdag den 18=e Junij Anno 1790 —. Absent. . . . . . Diderich Thomas Frétsz:, Johannes Reintous, .. . Abraham Samlant, Den E: Zoldij Boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst, Resolutie genoomen in raade van Ceilon, bij rondvraage. afschrijven. Wegende . op D1:
English
surplus deficit per Co. these 18 3/16 lb. dust and refuse to Batavia to be sent. written off and the found The 18th June 1790. weighing gross 150 1/4 instead of 155 lb., tare 51 7/8 instead of 53 lb., brought here with the ship Phenecier in the month November 1788 from Batavia, bound to contain of nutmegs 74 lb. and 28 -. yet upon opening found of good lb. of dust and refuse - - - 29 - - - - - - 1 - 3 3/88 according to the same Certificate No. 2, a sealed chest with nutmegs and cloves marked No. 3, weighing gross 123 1/4 instead of 123 1/2 lb., tare 47 1/8 instead of 47 1/4, brought here with the ship Leviathan in the month November 1789 from Batavia, bound to contain of nutmegs 45 7/8 lb. and of cloves yet upon opening found of good - lb. 28 3/4 of dust and refuse - - 2 3/8, 31 1/8 according to the same Certificate No. 3, a sealed chest with nutmegs and cloves marked No. 2, weighing gross 144 5/16 instead of 145 1/2 lb., tare 54 3/16 instead of 52 1/4 lb., with the aforementioned bottom and in the aforementioned time, bound to contain of nutmegs 62 lb. and of cloves lb. 31 1/4, yet upon opening found of good - lb. 28 3/16, According to Judicial sworn Certificate No. 4, a sealed chest marked No. 6, with the ship Zaanstroom in the month September 1789 from Batavia, weighing gross 141 3/4 instead of 142 1/2 lb., tare 51 1/4 instead of 51 lb., bound to contain lb. 90 1/2, yet upon opening found of good - - lb. 87 3/4, of dust and refuse - - 2 3/4, according to the same Certificate, a sealed chest marked No. 10, brought as just mentioned, weighing gross 108 3/4 lb., tare 49 1/4 instead of 49 lb., bound to contain - - - - - - - - - lb. 59 1/2, yet upon opening found of good - - lb. 57 1/16, of dust and refuse - - 5 3/16, 59 1/2, according to the same Certificate, a sealed chest marked No. 9, the same, weighing gross 140 1/4, tare 50 lb., bound to contain - - lb. 90 1/4, 88 1/16, yet upon opening found of good lb. 3 1/16, of dust and refuse 90 1/4, of cloves - - - - - - - lb. 30 -, cloves - - of dust and refuse 2 7/8, 30 2 - - - 3/4 2 3/8 8 - - - lb. 30 1/2, 90 1/2, 3/8 - 2 - 1 Is approved according to. 59 - 9 - - - deficit nutmegs gain off decayed land sch ot Is understood 3 1/16. these on the to let 98 1 6 593 The 18th June 1790. surplus deficit Per Co. Section 2. It is approved to have these found deficient 7 1/8 lb. nutmegs also written off to the profit account, but to send the 9 1/16 lb. decayed nutmegs to the Netherlands. It is understood to have these 3 1/16 lb. found deficient mace likewise written off to the profit account. according to Judicial Certificate, a sealed chest marked No. 4, with one of as stated, weighing gross 109 lb., tare 48 1/4 lb., bound to contain - - - lb. 60 3/4, yet upon opening found of good lb. 58 7/8, of dust and refuse 2 1/8, 1 1 according to the same Certificate, a sealed chest marked No. 11, the same, weighing gross 108 lb., tare 46 lb., bound to contain - - - lb. 62 -, yet upon opening found of good - lb. 59 7/8, of dust and refuse - - 5 3/8, 62 -, according to the same Certificate, a sealed chest marked No. 1, the same, weighing gross 121 3/4 instead of 122 1/2 lb., tare 53 1/4 lb., bound to contain - - - - - - - lb. 69 1/4, yet upon opening found of good - lb. 65 1/8, of dust and refuse - - 2 1/8, 68 1/2. Nutmegs. According to Certificate No. 1, the chest No. 4 was bound to contain of nutmegs net - lb. 74, wherein found of good lb. 69 -, of decayed - - - 7/8, 69 7/8. According to Certificate No. 2, the chest No. 3 was bound to contain of nutmegs net lb. 45 7/8, wherein found of good - - lb. 41 3/16, of decayed - - - 3 3/16, 45 -. According to Certificate No. 3, the chest No. 2 was bound to contain of nutmegs net - lb. 62 -, wherein found of good - - - lb. 55 -, of decayed - - - 4 7/8, 59 7/8. These surpluses and deficits should be applied to the credit and debit of the profit account after the dust and refuse of cloves shall have been sent to Batavia and the decayed nutmegs to the Netherlands, in compliance with the order contained in the resolution of their High Nobilities dated the 17th June 1765 and 20th August 1789. According to Judicial sworn Certificate No. 5, a bale marked No. 32, weighing gross 172 1/16 lb., brought with the Leviathan in November last past, which was bound to contain net - - - - - - - - lb. 154 -, yet 22 lb. of tare having been deducted from the aforementioned gross in accordance with the resolution taken in the Council of Ceylon on the 24th June 1785, there 60 3/4 remains for the net - - - - - 150 1/16. Mace 4 5/8, 5 1/8 5 these - 1/4 1. . . . . . . . - 7/8, 2 S. - - - 2 3/8, 3 3/4 r: 3 1/16 2 s fl. P. 3.
Dutch transcription
meerder minden p:r „dene 18. 3/16. lb: stof en gruijs na Batavia te verzenden. afschrijen en de bevon„ Den 18. Iunij 1790. weegende bruto 150.¼. insteede van 155 lb: tarra 51. 7/8. in steede van 53. lb: met het schip Phenecier in de maad 9ber: 1788. van batavia alhier aange„ bragt, moetende inhouden aan noten 74. lb: en 28. —. dog bij opening bevonden aan goede lb: aan stof en gruijs - „ —. — . „ 29: —: - - - - - - 1. - 3. 3/88 volgens d=o Certifikaat N=o 2. eene verzegelde kist met nooten en nagulen gem:t No 3: weegende bruto 123.¼. in steede van 123½. lb: tarra 47: 1/8. in stee„ „de van 17: ¼. met '8. schip Leviathan in de maand 9ber: 1789. van batavia alhier aangebragt, moe„ tende inhouden aan nooten 45 7/8. lb: en aan na„ dog bij opnening bevonden aan goede - lb: 28. ¾„ aan stof en gruijs - - „ „ 2 /8 „ 31 1/8 volgens d=o. Certifikaat N=o 3. een verzegelde kist met nooten en nagelen gemt. No. 2. wegende bruto 144: 5/16. in steede van 145. ½ lbtavra 54 3/16. - insteede van 52. ¼. lb: niet gem: bodem en in gem: tijd moetende in„ houden aan nooten 62. lb. en aan nagelen. - - lb 31. ¼. dog bij opening bevinden aan goede . - lb 28 3/16„ Volgens Justitieele beeedigd Certifikaat N:o 4: eene verzegelde kost gem=t N=o 6. met het schip Zaan„ „stroom in de maand 7ber: 1789. van Batavia weeg: bruto 141. ¾: insteede van 142. ½. lb. tarra 51. ¼: in steede van 51. lb: moetende in houden . lb: 90. ½. dog bij opening bevinden aan goede - - lb: 8:7:¾.„ aan stof en gruijs - - „ 2. ¾ volgens d=o Certifikaat een verzegelde kist gem: N:o 10. als even aangebragt weeg: brieto 108. ¾. lb: tarra 99:¼. insteede van 49. lb. moeten„ „de inhouden - - - - - - - - - - lb: 597. dog bij opening bevinden aan goad - - lb: 57 1/16. aan stof en gruijs - - „ 5. 3/16 „ 59. ½. volgens d=o Certifikaat eene verzegelde kist gem=t N=o 9. idem weeg. bruto 140. ¼. tarra 50. lb: moetende inhouden. . . . - - lb: 90.¼. 88. 1/16. dog bij opening bevinden aan goede . . lb: 3. 1/16. aan stof en gruijs -- „ „ 90¼ aan nagelen. . - - - - - - - lb: 30. –. =gulen - - aan stoff en gruijs „ 2 7/80 „ 30:2: - - - —¾„ 2. 3/8. 8. -. - -. lb: 30½. 90. ½. 3/8. - . . 2 —. 1 Is goed volgens. 59 - 9 - - - te min nooten win af vermot land sch ot Is ver 3: 1/16. „dene op de laten 98 1 6 593 Den 18:e Junij 1790—. meerder minder P=r Co §. 2. Is goed gevinden, om deeze te min bevondene 7. 1/8. lb. nooten muskaat, ook op de winst reekening te laaten afschrijven dog de 9 1/16: lb: vermolmde nooten na neder„ land te verzenden Is verstaan om deeze 3: 1/16. lb: min der bevin„ „dene foelie almeede op de winst reek. te laten afschrijven. volgens Iustitieele Certifikaat eene verze„ gelde kist gem: No 4: met een van als gezegt weeg: bruto 109. lb: tarra 48. ¼. lb: moetende in„ - - - lb: „ 60:¾ ---- houden dog bij opening bevinden aan goede. . lb: 58. 7/8. aan stof en gruijs. . . „ 2: 1/8: 1 1 volgens d=o Certifikaat eene verzegelde kist. gem: N=o 11. adidem, weeg. bruto 108. lb: tavra 46. lb . . . - lb: 62 — moetende inhouden - : dog bij opening bevinden aan goede - lb: 59. 7/8. aan stof en gruijs - - „ 5: 3/8. „ 62— volgens d=o Certifikaat eene verzegelde kust gem: N=o 1. hodem weegende bruto 121. ¾. insteede van 122. ½. lb. tarra 53.:¼. lb: moetende in houden. . . - - - - - - - lb. 69.¼ dog bij opening bevinden aan goede - lb: 65: 1/8 aan stof en gruijs. - . - „ 2. 1/8 „ 68½ Nooten Muskaat. Volgens Certifikaat N=o 1. moetende de kist — lb. 74. N o 4. aan noten in houden netto waar in bevonden aan goede. . . lb: 69 — „ vermolmde - - - - „ — 7/8: „ 69. 3/¾. volgens Certifikaat No. 2: moetende de kist N:o 3. aan nooten inhoudende netto. . . lb 45. 7/8. waar in bevinden aan goede - - lb. 4. 3/16 „ vermolmde - - - „ 3. 3/16„ 45 — Volgens Certifikaat N=o 3. moeten de kist N=o 2: aan nooten inhouden netto. . . - lb: 62. —. waar in bevinden aan goede. - - - lb: 55. —. „ vermolmde - - - „ 4. 7/8 „ 59. 5/8. Deeze meer en minderheeden dienen ten voor en nadeele der winst reekening te koo„ „men na dat 't stof en gruis van nagelen na Batavia ende vermolmde nooten na Ne„ derland zullen gezonden zijn in nakooming der ordre vervat bij hun Hoog Edelheeden be„ sluit van den 17. Junij 1765. en 20. aug:s 1789. volgens Iustitieele b'eedigde Certifikaat N=o 5. een zoekel gem=t N=o 32: weegd brieto 172 1/16 lb. in 9ber: a=o Jongst leeden met de Leriathan aangebragt in welke netto in„ houden moest. - - - - - - - - lb: 154.: —. Dog 22. lb: aan tarra van gem. brueto ingevol„ „ge resol: genoomen in raade van Ceilon op den 24: Junij 1785. afgetrokken zijnde zoo 60. ¾ resteeren voor 't netto - - - - - „ 150 1/16: Foeli 4. 5/8. 5 1/8 5 deeze —¼ 1. . . . . . . . — 7/8. 2. S. - - - 2: 3/8. 3.¾ r: 3 1/16 2. s ƒ P. 3.
English
surplus deficit. It was resolved to credit the transporters at cost price for these 16. lb: of cotton as surplus leakage due to them. It was agreed to write off these 22: lb: of short-delivered sugar candy and to compensate the transporters for ½. lb: as a supplement to the leakage allocated by regulation due to the transporters, but to charge the remaining 60. 1/5. lb to the said transporters for compensation at 8. Indian stuivers per lb: The 18. June 1790. This deficit is also to be written off to the debit of the profit and loss account Cotton According to the Trincomalee bill of lading per the sloop Sunsura as received there in the past year from the Wanni in 15. gunny sacks lb: 1603. -. According to report No 6: delivered uncleaned in 15. according to the regulation 1. per Cent to be credited to the commander J: De Neijs and his quartermaster Sugar Candy according to Tuticorin bill of lading per the sloop the Jonge Willem Arnold in 3: canassers weighing gross 1596. lb: tare 30. lb: each, thus net - - 1506. - report No 7: delivered in 3: canassers weighed gross 1574. lb: after deducting 30. lb: for tare for each canasser, the remainder in net - - - - - 1484: –: - . . 22. 1 ½ s. credit. . . - - - - - - - - - - - lb: 16. –. gunny sacks - - - - - - - - 1603. — of this, 1½. percent passing for leakage by virtue of the regulation . . . . - - lb: 22½. - thus the commander Jan Jacobs and his quartermaster are still entitled to - - - - from Remainder - lb 22. — Chaya Root Karaitivu according to the Mannar bill of lading per the boat the Jonge Thomas from Jaffnapatnam from the Wanni in 12. bales containing 3. bahars of 483: lb: each, together - - - - - lb: 1440. —: Report No 8. delivered 12 bales weighing gross 1605. lb: from which deducted for tare for each bale 20. lb: or together 240. lb:, the net remaining- validating according to Madder Root at 1. per Cent -- — thus the quartermaster Lourens Andries Matthijs must still compensate - - - - - - 60 1/5 m Counts lb: 75—. NB: The aforementioned Lourens Andries Matthijs says in the said report as his excuse that he received the bales unweighed on Mannar. lb: 14 3/5. 1365. –. – . — of 14 2/5. lb: of surplus leakage short-delivered 75. lb. Chaya Root Karaitivu to be written off It was resolved to write off this Opium 29 1: 4. —. 1 5. —. 8. 6. —. E 75— 595. The 18th of June 1790 - D. 7. It was agreed to send the unmerchantable opium mentioned alongside back to the Wanni in order to be returned to the owner. 8. 8. It was resolved to credit the transporters at cost price for these 1. ¾. lb: of raw wax as surplus over the permitted leakage. It was resolved to write off these short-delivered 14. lb: of wax and to credit the transporters on the other hand with another 16: lb: as a supplement to the permitted leakage 9. to have 76. kannen that were retained at Hulftsdorp charged to the account of the Honorable Dessave. 4. 2. Opium according to Extract Mullaitivu, in a sealed small box as a sample of the 1st sort - - - lb. 3. of the 2nd ditto . . . 1. 2 88: report No 9. delivered and upon inspection found to have a sour smell, thus unable to be sold here of the 1st sort. lb. of the 2nd ditto This opium, having been found not good, is to be sent back to the Wanni in order to be returned there to the owner. In the Dispensary. Raw Wax according to Trincomalee bill of lading per the bark De Liefde as taken in at Batticaloa. . - - - - - - - - - - - lb. 121. ½. report No 10. delivered. . . . . . . . . 121. 2. Calculated hereon to credit the commander A: Boelerig with 12. per Cent according to regulation - - - - - - - - - lb: 8. ¾ - according to Tuticorin bill of lading per the sloop the Jonge Willem Arnold. . . . . . . lb. 2000 — report No 11. delivered - - - - - - - 1986. – Idem 1. ½ per Cent . . . . . . . . . lb: 30. –. Thus still to the credit of the commander Jan Jacobs and his quartermaster - - 16 —. Remainder lb 14. — Coconut oil according to Kalutara bill of lading per a pada boat . . . - -. k: 596. - –. report No 12: delivered. . . - - - - 573. This differs little from the 4: per Cent which the regulation allows. according to Kalutara bill of lading per a pada boat in 8. full aams containing - - - - k: 684. —. report No 13. delivered in 7. pieces full aams - k: 581. — receipt No 14: retained by the Dessave Mr. Fretz for his Honor's service 1. full aam - - - - - - - 76. —. 657. — Idem, but to debit the Dessave for the retained portion It was agreed to write off these short-delivered 50: kannen of coconut oil, as roughly constituting the determined leakage A are ½ s. 10 -. 5 1/8. v: . - - 23. — 4. 1/8 14. — in m 1. 2. n 3 4.½. -- . 27. — 4. S:
Dutch transcription
meerder minder. Is goedgevinden om deeze 16. lb: kattoen over spilla„ „gie den overvoerders kom„ peteerende, aan hun in„ „koops te laaten goed doen. Is verstaan om deeze 22: lb: temin geleeverde zuijker, kandij telaten afschrijven en aan den overvoerders te doen vergoeden ½. lb: tot supplement van de bij regle„ „ment toegelegde spillatie den overvoerders Competee„ „rende dog de overige 60. 1/5. gem: over voerdees ter ver„ =goeding op teleggen tegens 8. Jndische stuivers het lb: Den 18. Iunij 1790. Deeze minderheid ook ten laste der reekening van winst en verlies afteschrijven Kattoen Volgens Trinconomalsche Cognossement per de sloep Sunsura als in voorleeden Jaar van de wannij aldaar ontvangen in 15. goenij zakken lb: 1603. -. Volgens rapport N=o 6: geleevert ongezuijverde in 15. na het reglement 1. p=r C. o aan den gezaghebber J: De Neijs en zijnen quartiermeester goed te„ Zuijker Kandij volgens koetkemsche Cognossement per de sloep den Jongen Willem Arnold in 3: kanassers wee„ „gende bruto 1596. lb: tarra 30. lb: ider dus netto - - „ 1506. - „ rapport N=o 7: geleevert in 3: kanassers gewoogen brueto 1574. lb: voor tarra 30. lb: ider kanasser afgetrokken rest aan netto - - - - - „ 1484: –: „ - . . 22. 1 ½ s. doen. . . - - - - - - - - - - - lb: 16. –. goenij zakken - - - - - - - - „ 1603. — hier van 1½. percento uit kragte van het reglement tot spillagie passeeren„ de . . . . - - lb: 22½. - zoo komt den gezaghebber Jan Jacobs en zijn quartiermeester nog toe - - - - van Rest - lb„ 22. — Zaaije Karedivos volgens Mannaarsche Cognossement per de bood de Jonge Thomas van Jaffanapatnam uit de wannij in 12. baalen inhoudende 3. baaren van 483: lb: ider zaamen - - - - - lb: 1440. —: „ Rapport N:o 8. geleevert 12 baalen weegende brito. 1605. lb: waar van aan tarra voor ider baal 20. lb: ofte tezaamen 240. lb: afgetrokken voor het netto over blijft- na Ruinas Wortel 1. p=r C=o valideerende -- — zoo diend den quartiermeester Lourens andries Matthijs mog te vergoeden - - - - - - „ 60 /5 m Telt lb: 75—. NB: De voorm: Lourens andries Matthijs zegt bij gem: rapport tot zijne verschooning dat hij de baalen ongewoogen op manaar heeft ontv: lb: 14 3/5. „ 1365. –. – . — ven 14 2/5. lb: over spillagie temin geleeverde 75. lb. Zaaije karidivos telaten afschrij„ Is goed gevinden om van deeze Amfioen 29 1: 4. —. 1 5. —. 8. 6. —. E 75— „ 595. Den 18=e Iunij 1790 - D. 7. Is verstaan de bezijden vermelde onverkoopbaare amphioen na de wanni terug te zenden om aan den eigenaar te worden afgegeeven. 8. 8. Is goedgevinden, om deeze 1. ¾. lb: wax ruwe den over„ voerders over toegestaa„ „ne spillagie inkoops te laaten goed doen. Is goed gevinden om deeze te min geleeverde 14. lb: waar mide te laten afschrij„ „ver„ goed doen nog 16: lb: tot supplement van de „toegestane spillagie 9. laaten 76. kann: die op hu Eftsdorp zijn aangehouden op de reekening van den E: des„ ven en daar en teegen de =save te doen belasten. 4. 2. Amfioen „re Missive volgens Extract moeletivoe, in een verzegelde kasje tot monster van de 1:e Zoort - - - lb. 3. „. . „ 2. d=o. . . „ 1. 2 88: „ rapport N=o 9. geleevert en bij 't nazien be„ vonden van een zuur reuk te zijn dus al„ hier niet te kunnen verdebiteuren van de 1: Zout. lb. „ „. „ 2:o „ Deeze amphioen als niet wel bevonden zijn„ de na de wannij te rug te zenden om al„ daar aan de eigenaar teworden afgegeeven In het Dispens. Waxt Ruwe volgens Trink onemaalsche Cognossement per de bark De Liefde als te Baticaloa ingenoomen. . - - - - - - - - - - - lb. 121. ½. „rapport N=o 10. geleevert. . . . . . . . . „ 121. 2. Hier op 12. pr C=o volgens reglement aan den gezaghebber A: Boelerig goed te doen ree„ . . lb: kend - - - - - - - - - 8. ¾ - volgens koetkemsche Cognossement per de sloep de Ionge willem Arnold. . . . . . . lb. 2000 — rapport No 11. geleevert - - - - - - - „ 1986. – Idem 1. ½ p=rC=t. . . . . . . . . . lb: 30. –. Dus nog ten goede van den gezaghebber Jan Jacobs en zijnen quartiermeester - - „ 16 —. Rest ld. 14. — Kokus olie volgens kaltereesch Cognossement per een . . . - -. k: 596. - –. padie „rapport N:o 12: geleevert. . . - - - - „ 573. Dit verschild niet veel van de 4: p:r C=o welke het reglement toestaat. volgens kaltersch Cognossement per een padie in 8. heele aams inhoudende - - - - k: 684. —. „ rapport N=o 13. geleevert in 7. p:s heele k: 581. — aams - „kwittantie N=o 14: door de heer dessave Fretz: tot zijn wel Ed: dienst aange„ houden 1. heele aam - - - - - - - „ 76. —. „ 657. — Idem dog voor de aangehoudene den dessave te debiteeren Is verstaan om deeze min„ „der, geleeverde 50: kannen kokus olie, als omtrend uit maakende de bepaalde spillagie te laten afschrij„ A zijn ½ s. § 10 -. 5 1/8. v: . - - 23. — 4. 1/8 14. — in m 1. 2. n 3 4.½. -- . 27. — 4. S: