Inventory 3894
Ceylon · 514 pages · 342 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the 30th of November 1790 to have the church there demolished as well as the house sold. to have certain 48½ parras of nelij written off to have a deed of gift granted to the modliaer Don Philip goenesekere seneweratne for a certain piece of land what the farming out of the yala season yielded And after deliberation it was approved and agreed to grant authority to have the house of the chief and the roof above the gate of the fort at Nigombo repaired, and also to have the two proposed new rooms built onto the aforesaid house, provided that the cost of these two rooms must be reimbursed to the Company in ten years by the chief of Ranzon and his successors, paying off a tenth part thereof annually; but on the other hand, in accordance with the resolution of [illegible], to have the dilapidated church at Nigombo demolished, and to have the materials thereof, as well as the dilapidated house of the proponent there, sold at public auction; with the recommendation to the chief of Ranzon to observe all possible frugality in the repair of the aforesaid house of the chief at Nigombo. The Honorable Dessave Frets having reported by letter of the 4th of this month that during the farming out of the nelij crop of the yala harvest of 1788/9 in the Idda Godde pattu of the Pasdoen Korle, the field Galkattoe mewille, measuring 4 ammunams and 30 koernies, which was only released for cultivation in December 1787, was also erroneously farmed out for 26½ parras of nelij, and that likewise during the farming out of the nelij crop of the Oedookaha pattu in the Hewagam Korle, on account of the monsoon Maha of 1789/90, the right to two chenas was erroneously farmed out for 22 parras of nelij, with the request that both these items may be written off, because the aforesaid field, according to the usual condition stipulated in the deed of gift, is only subject to tithes after three years, and because the aforesaid chenas were sown by the woodcutters, who previously possessed them free: It was after deliberation approved and agreed to grant the request of the Honorable Dessave, and consequently to have the aforesaid 48½ parras of nelij written off. From a return submitted by the Honorable Dessave Frets of the held farming out of the nelij crop of the monsoon Yala of this year, it was approved and agreed to note herewith that this farming out of the tithe rights has yielded 798 ammunams and 8 koernies, amounting to 6385 3/5 parras of nelij. Furthermore, the Honorable Dessave Frets has submitted a translated report from native commissioners who surveyed the garden that the modliaer of Kalutara, Don Philips goenesekere sineweratne, in compliance with the resolution of the 15th of August 1788, planted for the Company in the village of Welapoese Kalutara, named Aupijannawe and measuring about 4 ammunams and 10 koernies, stating that this garden is very well cleared, fenced, provided with ditches, and planted with young cinnamon plants and shoots that have already sprouted, that pepper vines have been planted against 82 trees left untaught to provide shade, which have already grown to a height of 1½ cobidos, and that 1532 young areca plants have also been planted therein. And in consideration that the aforesaid modliaer, by planting this garden, has fulfilled the condition upon which a piece of land of the Company's garden at Kalutara, called Wanderoewatte, was granted to him by the aforesaid resolution, it was approved and agreed to grant him now a deed of gift for the said piece of land, provided that it shall be stipulated therein that the soldier Gralje shall retain the usufruct of the seven coconut and eight soursop trees that he planted on this piece of land, and that those who have built cottages thereon and reside therein shall be given a term of five years to relocate from there. the 30th of November 1790 Concern regarding Jaffnapatnam approval of a Jaffna resolution regarding the poll and office moneys of the Vanni which the modliaers must collect. There was read a Jaffna resolution of the 27th of October last, whereby the officials, upon the proposal of the Captain Land Regent of the Vanni, decided: 1. In accordance with the custom in the Jaffna lands, to allow the modliaers in the Vanni to account for the poll and office moneys of the inhabitants of the Vanni during the intervening period of three years when the revision of the poll thombo does not take place, according to the latest registration, in order that they may supplement the poll and office moneys of those who die or become absent during that period from the poll and office moneys of those who in the meantime reach the age to perform Oeliam service. 2. Likewise to allow that, from the payment fixed by resolution of this government of the 15th of September last for the elephants captured for the inhabitants of the Vanni and delivered to the Company, another 12 percent be deducted.
Dutch transcription
208: 209: den 30. 9ber: 1790 — de kerk aldaar te laeten slegten van so wel als de woning verkoopen. zekere 48½. parras nelij te laeten afschrijven aan den moeliaer Don Philip goenesekere seneweratue een gifte brief te laeten ver- leenen van zeker stuk grond wat de verpagting van son jallo heeft opgeworpen En is na deliberatie goedgevonden en verstaen, qualifikatie te verleenen om de wooning van 't hoofd, en 't dak boven de poort van 't fort te Nigombo, te laeten repareeren, en ook om de twee voorgestelde nieuwe kamers, tot voorsz: woning te laeten aanbouwen, mits dat 't kostende van deeze twee kamers, door 't opperhoofd van Ranzon en zijne successeurs, in tien jaaren aan de Comp: moet worden gerestitueerd, met jaerlijks een tiende gedeelte daar van afteleggen; dog daar en tegen de bouvallige kerk te Nigombo, overeenkomstig met 't besluit van den - - - - - - - en de materiaelen vaar te laeten slegten, en de materiaelen daar van, zoo wel, als de bou- van den proponent belaek vallige wooning van den proponent aldaer, per publieke vendutie te laeten verkoopen; met rekommandatie aen 't opperhoofd van Ranzon, om in de reparatie van de voorsz: wooning van 't hoofd te Nigombo, alle mogelijke suinigheid te betragten Door den E: Sessave frets, bij brieve van den 4. deezer berigt zijnde, dat bij de verpagting van 't nelij gewasch van den jalla oegst van 178 3/9. in de Jede Godde pattoe der pas- doenkorle, het veld galkattoe mewille, groot 4. ammon- en 30. koernies, dat eerst in December 1787 ter Cultwveering is afgegeeven, meede abusive verpagt is voor 26.½. parras nelij, en dat insgelijks bij de verpagting van 't nelij gewasch van de oedoekahapattoe in de Wewagamkeorle„ voor reekening van 't mousson Maka van 17 29/90, abusive is verpagt de geregtigheid van twee sjenas voor 22. parras nelij, met verzoek dat deeze bijde artikulen mogen worden afgeschreeven, om dat 't voorsz: vild, vol- gens de gewoone Conditie bij de gifte brief gesteld, eerst na drie Jaeren tiende moet geeven, en om dat de voorsz: sjenas zijn besaard door de houtkappers, die dezelve bevorens vrij bezeeten hebben: Js na deliberatie goedgevonden en verstaen, 't verzoek van den E: Dessave te accordeeren, en mits dien de voorsz: 48. ½. paaras nelij te laeten afschrijven: uit een door den E: Dessave fresz: ingediend Rendement, van 't nelij gewasch van de mous- de gehoudene verpagting van 't nelij gewasch van de mous- son Jalla deezes Jaers, is goedgevonden en verstaen hier bij aanteteekenen, dat deeze verpagting aan tiende gereg- tigheid heeft opgebragt 798: amm=s en 8: koernies, uit- maekende 6385. 3/5. parras nelij. Nog is door den E: Dessave foetz: ingediend een Translaat rap- port van inlandse gekommitteerdens, die opgenomen hebben de tuijn, die den modliaer van kalture Don Philips goenesekere sineweratne, ter voldoening aan 't den 30. November 1790 — sulsiveering S besluit 210: 211: den 20. 9ber: 1790 — Gezoigne over Jaf fenapatnam approbatie eener Iaffinase omtrend de Hoofden officie movliaers moeten opbrengen. besluit van den 15. augustus 1788; in 't dorp welapoese kal- ture voor de Comp: heeft aangelegd, genaemt aupijannawe en groot omtrend 4. amm=s en 10. koernies, houdende dat deese tuin zeer wel gesuierd, bepaggerd, met gragten voorzien en bepland is met kaneel plantjes en petten, die reeds uitgeschooten zijn, dat aan 82. bomen, die om scha- duure te hebben ongekopt gelaaten zijn, peper ranken zijn aangeplant, die reeds ter hoogte van 1:½ Cobido opgeschooten zijn, en dat ook daer in zijn aangeplant 1532. arreeks plantjes En is uit aanmerking dat voorsz: modliaer, door 't aan- leggen van deeze tuijn, heeft voldaen aan de Conditie, waar op aan hem bij voorsz: resolutie, is afgestaan een stuk grond van scomp: tuijn te kaliture, gen=t wanderoewatte, goedgevonden en verstaen, als nu aan hem te verleenen een gifte brief voor gem: stuk goond, mits dat daar bij zal worden bedongen, dat de soldaet gralje het vrugtgebruik zal behouden van de zeven kokus en agt zoorzaks boomen, die hij op dit stuk grond heeft aangeplant, en dat aen de geenen, die daer op huisjes gebouwd hebben en daar in woon- agtig zijn, een termein van vijf jaeren zal worden gegeeven, om van daar te verhuisen Is geleezen een Iaffenase resolutie van den 27: Oktober Jz:, waar bij de bedienden, op 't voorstel van den kapitain Landregent van de wannij, hebben beslooten: „om overeenkomstig met 't gebruk in de Jaffenase gelden van de wannie die de landen, de modliaers in de wannij toetestaen, dat ze de hoofd en officie gelden van de wannische ingezee- tenen, geduurende den tusschen teid van drie Jaeren, dat de renovatie van de hoofd tombo niet geschied, moogen verantwoorden volgens de Jongste beschrijving, ten einde zy uit de hoofd en officie gelden der geener, die intusschen den ouderdom bereiken om oelij dienst te moeten doen, kunnen suppleeren de hoofd en officie gelden van de geenen, die geduurende dien teid sterven of absenteeren 2 om insgelijks toetestaen, dat van de bij resolutie deezer regeering van den 15.:' september Jzeeden, bepaelde betaeling voor de Elephanten, die voor de wannische ingezeetenen gevangen en aan de Compenie geleeverd worden, nog 12. prC: worden den 30. November 1790 — om gekort resol: houdende.
English
Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the Native Department, the 20th of November 1790. to take over, and in return to deduct [illegible] and grant it to the mudaliyars as a gratuity, and on the other hand to deny their request to be exempted from paying the tithe on the nachcheni and the varagu which are cultivated on the cleared forest lands for the second and third year, called palemplo. And after deliberation, it was approved and understood to confirm the said resolution. The Honorable Head Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Colonel Diederick Carel von Driberg The Honorable Disava Diederich Thomas Fretz The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove The Honorable First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Honorable Trade Bookkeeper Benedictus Lambertus van Zitter and The Honorable Pay Bookkeeper Abraham Samlant Absent: Gerrit Engel Holst, Secretary. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, D. T. Fretz, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Thursday the 16th of December 1790. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff, and the gentlemen of the Council. A letter was read from the Honorable Disava Fretz, dated the 24th of November last, containing the report that the vidane of Attidiya, Galpottege Makkoe Perera, cleared and planted at his own expense a cinnamon garden named Goketoegatakoeroendewatte, situated in Attidiya in the Salpiti Korale, measuring 5 amunams and 30 kurunis, and that the said vidane has requested that, for establishing the said garden, he might be appointed vidane arachchi with an accommodation land, or else obtain compensation for his expenses incurred on the aforesaid garden; but as the first request is too costly, His Honor had the garden surveyed and appraised, and the report received thereof is inserted below: Translation of a Sinhalese Ola Report By order of the Honorable our Great Disava of Colombo, we, Don Johannis, arachchi of the Atapattu, Kodikarege Don Zoewan Appuhami, and the vidane arachchi of the Salpiti Korale, Joewanies Perera, proceeding to the village of Attidiya in the Palle Pattu of the Salpiti Korale, and having inspected there the cinnamon garden Goketoegatakoeroendewatte, planted at his own expense by the vidane of the said village, Galpottege Makkoe Perera, found it to border: to the east on the cinnamon garden of the titular mohandiram of this korale, secondly on an owita, to the west on the cinnamon garden of the titular mohandiram of the basnayaka, and to the south on the cinnamon garden of the ronde mohandiram, measuring approximately five amunams and thirty kurunis of paddy sowing area; among which about thirty kurunis of remaining kekilla deniya ground was planted here and there with young cinnamon plants in the year 1789, and is currently overgrown to the height of three cubits with bowitiya and diyataliya; the clear patches without bushes, measuring one and a half mediet, amount together to twenty kurunis of sowing area; besides this, the remaining ground was planted everywhere in the years 1789 and 1790 with young cinnamon plants, and is now grown to the height of a span and with two to three leaves, which, together with the previously remaining cinnamon, stand at a distance of a fathom, 2 to 3 trees, being mardana ground; clearing and cleaning the brushwood of this garden and planting it with cinnamon will cost eighty rixdollars. Thus this commission was performed and signed below on the 7th of November of the year 1790 by the aforesaid three persons of us. Was signed: D. Joh., Don Hoewan, Joewanies Perera. That this land was inspected with the knowledge of me, mudaliyar of the Salpiti Korale, Goenetileke Samere-Singe. Was signed: D. D. Alwis. Below stood: For the translation, Hulfsdorp, the 8th of November of the year 1790. Was signed: A. P. vander Smagt, Tombu Keeper. In the margin: For the translation, signed: D. A. Perera, Sworn Interpreter. And considering that this garden, according to the report of the Honorable Disava, is surrounded by Company cinnamon gardens that were established by certain headmen in exchange for offices obtained, and that the appraised price for the work performed on it is not excessive: it was approved and agreed to take over the aforesaid garden for the Company, and to have eighty rixdollars paid to the planter for it. The 16th of December 1790.
Dutch transcription
212: 213: over tenemen en daar voor aan Resolutie gekort, en toegelegd aan de modliaers tot een douceu„ en daar en teegen te ontzeggen hun verzoek, om bevrijd te zijn van de tiende te betaalen op de Natjenie en de warregoe, die op de gekapte bosvelden, voor 't tweede en derde Jaer /:genaemt Palemplo:/ geteeld worden En is na deliberatie goedgevonden en verstaen gem: reso= lutie te approbeeren Deh: Hoofdadministrateur Deh: Kolonel — De E: Dessave Aldus Gedaan ende Geresolveerd in het kasteel kolombo, ten daege, maend en Jaere voorschreeven. Sch: sekretaris /:was geteekend:/ WJ van de Graaff, C: van Angel- deeser Negotie boekhouder beek, D: F: Fretz, J: Reintous, B: L: van Zitter en Asamlant. De h: zoldij boekhouder — Is geleesen een ontvangene brief van den E: Desjare fretz, zekere diun aa de Comp: van den 24. November J:, houdende berukt, dat den aanlegger taggentig ad=o de vidaen van Attedieje Galpottege Makkoe perera, op eigen kosten gezuierd en aangeplant heeft een Canneeltuijn genaemt goketoegata koeroende. watte geleegen te Attediese in de salpettikoole, groot 5. ammonams en 30. koernies, en dat gemelde vidaen verzogt heeft, om voor 't aanleggen van gem: Gerrit Engel Holst Deb: fiskaal - - M=r Johannes Adrianus vollenhove M=r Christiaan van Angelbeek Diederick Carel von Driberg Diederich Thomas fretz genedictus Lambertus van Zitter en Abraham Samlant VwelEdl: goot achtb: Heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaff, De E: Eerste Pakhuismeester Johannes Reintous Donderdag den 16. December 1790— Present. Resolutie genomen in Raede van Ceilon over het Inlands de partement. den 20=e November 1790. tuin . telaeten voldoen „ — - „ — - Absent op 214. 215. Den 16=e December 1790. tuin, temogen worden aangesteld tot vidaen arraetje met een accomodissan, dan wel vol- doening temogen erlangen van zijne aan voorsz: tuin besteede kosten, doch dat wijl 't eerste verzoek te kostbaer is, zijn E: de thun had laeten opneemen en taxeeren, en dat daer van inge- komen is 't rapport, dat hier onder word geinsereerd Ter ordre van den heer ons groot dessave van kolombo„ hebben wij Don Iohannis aaraetje van de attepattoe, kodikarege Don Zoewan appoehamij, en den vidoen at- „raetje van de salpittikorle Joewanies Perera, gaende na het Dorp attidije, in de pallepatioe van de salpittikorle, en aldaer, de door den vidaen van gem: dorp Gaepattege Maerkoe Pepera, of zijn Eijge kosten aangeplante kanneeltuin Goketoegatakoeroendoe- watte, gevisenteerd en bevonden te strekken, ten d=t aen de kaneel tuin van den titulair mohandiram van dese korle, ten 2=de aan een owitte, ten w=t aan de kaneeltuijn van den titulair mohandiram van de basnajeke, en ten A=de aen de kaneeltuin van den ronde mohandi- ram, groot omtrend vijf amm=s en dertig koernies Nelie gesaaij, waar onder omtrent dertig koerns kekille geblevene deni grond in a=o 1789. hier en daar met kaneel plantjes beplant, en tans ter hoogte van Drie kobidas begroeijt, met bomttie en Deigetarene, Translaet singalees Rapport ola de zonder bosschagies leggende plikken van een en een half mediet is tesaemen groot Twintig kornes gesaaij, buiten dien, de overige grond overal in A=o 1789 en 1790. met kanneel plantjes beplant, en thans begroeid ter hoogte van een pan en met twee â drie blaederen, dewelke met de bevorens gebleevene kanneel staan ter dista„ tie van een vaam 2. â 3. bomen, mardaan grond, de bos- schagie van dese tuin te kappen en te zuiveren en met kanneel te planten zal op Tagentig rijksd=s kosten koomen te staen zodanigdeze kommissie verrigt en hier onderteekend den 7. November A=o 1790: door voorm ons drie persoonen /:was geteekend:/ D: Joh: Don Hoewan, Ioewanies Pere„ ra. Dat dese grond is in kennisse van mij modliaer van de salpitti korle Goenetileke samere-Singe gevisenteert /:was geteekend:/ D: D: Alwies. /:onderstond:/ voor den Translatie Hulftsdorp den 8. November A=o 1790. /:was geteekend:/ A P:s vander Smagt Tombo houder /:in margine:/ voor de vertaeling /:geteekend:/ D: A: Pe- s. tera gezw: bolk En is uit aanmerking dat deeze tuijn, volgens bericht van den E: Dessave, omringd is van siompenies kanneel tuijnen, die door eenige hoofden voor verkregene bedieningen zijn aangelegd, en dat de getaxeerde prijs, voor het daar aen verrigte werk, niet teveel is: goedgevonden en verstaan, voorsz: tuin voor de Comp: overteneemen, en daar voor aen den aanlegger tachtig rd=s telaeten voldoen. den 16. December 1790—. de Bezoigne
English
216. 217. Business concerning Galle. Authorization to the Galle servants to dispose of the complaints brought against Resident Brinkman according to their findings. To the Lieutenant Dissava permission to employ the necessary people for the service of the decayed plantations. Note of the Sinhalese letter olas received from Matara in favor of the Honorable Dissava van Angelbeek. Alongside the Galle letter of 9 November last, a record having been received, kept at Matara, concerning the inquiry conducted into the complaints of the inhabitants of the Magampattoo against the Resident of the said pattoo, the bookkeeper Brinkman, together with three translations belonging thereto; with the report at the same time that the Honorable Dissava Raket had communicated that the remaining complainants, who had brought forward their general and several other separate grievances, were included by sannas and tom-tom beat, but that the servants judge it would be much better for this inquiry to take place in the Magampattoo itself, because it is not possible to let all the people who must be heard come from there to Matara, and to keep them there until the conclusion of the inquiry. It is, considering that the period of one month granted by resolution of 4 October last to the inhabitants of the Magampattoo to bring in the complaints they might have against the Resident Brinkman has already amply expired, approved and agreed to authorize the servants at Galle to dispose of the complaints already brought in according to their findings. 16 December 1790. The Galle servants having submitted, by letter of the 4th of this month, the proposal of the Matara Lieutenant Dissava van Schuler to be permitted to summon the necessary people from the country for the labor on the plantations in the Matara Dissavany, which have fallen into great decay due to the recent disturbances, and that they may be provided with two parras of aelij and one rixdollar in cash. It is, after deliberation, approved and agreed to authorize the Galle servants to grant permission to the Lieutenant Dissava van Schuler to employ the necessary people for the service of the decayed plantations, provided that they are not given more than one rupee and one parra of rice, or two parras of aelij per month. 16 December 1790. There having been received alongside the Galle letter of the 13th of this month five Sinhalese letter olas, with their translations, sent to Galle by the Matara Lieutenant Dissava van Schuler, all mainly stating that the Honorable Chief Administrator van Angelbeek, since his arrival as Dissava at Matara, has done much good for the inhabitants, and has brought much advantage to the Company and the inhabitants for the promotion of agriculture, 218. 219. 16 December 1790. Business concerning Trincomalee. Disposition on the report of von Drieberg and Fornbauer regarding the improvement of the administration and agriculture in the three Trincomalee provinces. and that it was an act of ill-disposed persons that His Honor was falsely accused, with an expression of regret over His Honor's departure from Matara, and of longing for his return, four of these olas being addressed to the Governor and the Political Council; namely one written by the minor headmen and inhabitants of the four baigams and the village of Witielle, dated 12 November 1790, and signed by 46 persons; one written by the minor headmen and inhabitants of the lordship of Belligam, dated 1 December 1790, and signed by 22 persons; one written by the minor headmen and inhabitants of the Weligam Korale, dated 20 November 1790, and signed by 47 persons; and one written by the mohandiram and the minor headmen of the Gangaboda Pattu, dated 24 November 1790, and signed by 17 persons; the fifth ola being addressed to the aforesaid Lieutenant Dissava himself, and written by the Mohandiram of the Gangaboda Pattu, 24 November 1790. And after resumption of the aforesaid translations, it is approved to keep this record thereof. Reason for this report. Because, by the transfer to Trincomalee of the Lieutenant of Artillery Diederiksz, who was stationed at Cottiar as Land-Regent, this province has been completely left to the administration of the Wannia and of the native headmen, and we believe we can demonstrate, with well-founded reasons, that this serves to the disadvantage of the inhabitants as well as of the Honorable Company; we therefore consider it our duty to lay open to Your Right Honorable particularly the condition of this province and the manner in which it has been governed, so that Your Right Honorable may be able to judge to what extent our opinions are well-founded. Right Honorable High-Commanding Lord. To the Right Honorable High-Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. There was read a report inserted below from the Lieutenant Colonel, the Honorable von Drieberg, and the Major, the Honorable Fornbauer; containing considerations for the improvement of the administration and agriculture in the provinces of Cottiar, Tamblegam, and Kattoecolompattoe, and after deliberation thereon it was disposed of in such manner as is noted beside each article. 16 December 1790.
Dutch transcription
216. 217. Bezoigne over Gale. se bedienden om op de reeds den resident Brinkman poneeren Aan den luitenant dessave het employeeren van 't nodig. volde en dienste van de ver„ vallene prantagien „beese brief olas ten voordeele van den E. Dessave van Angelbeek. Nevens Gaalsche brief van den 9. November J=oz: ontvangen qualifikatie aan de gae zijnde een Aanteekening gehouden te Mature, wegens ingebrag te klagten tegen 't gedaan onderzoek na de klagten der ingezeetenen van naar bevinding te des-de Magampattoe, tegen den Resident van gem: pattoe, de boekhouder Brinkman, nevens drie daar toe ge- hoorende translaeten; met bericht teffens dat de E: Dessave Raket had bedeeld, dat de overige klaegers, die hunne algemeene en nog verscheide andere afzonderlijke beswaernissen hadden ingebragt, bij san= =nas en tambleinslag ingevoegd zijn, doch dat de bedien- den oordeelen het veel beter te zullen zijn, dat dit on- dir zoek in de iagampattoe zelve geschied, om dat alle het niet mogelyk is, om „ 't volk, twelk verhoord moet worden, van daar op nature te laaten komen, en daar tot de absolvatie van 't onderzoek aantehouden Js uit aanmerking, dat 't bij resolutie van den 4 8ber- Jz: gegeeven termein van een maend, aan de ingezee- tenen van de Magampattoe, om de klagten, die ze tegen den Resident Brinkman mogten hebben, intebrengen, reets ruijm verstrecken is, goedgevon- den en verstaen, den bedienden te gale te qualificeeren, om op de reets ingebragte klagten naer bevinding te disponeeren den 16. December 1790 —. Door de Gaelsche bedienden, bij brieve van den 4. deezer voor- van schuler verlof gegeven, it gedraegen zijnde, het voorstel van den Matureescheit Luitenant Dessave van schuler, om het nodig volk uit het land temogen ontbieden, tot den arbeid aan de plantagien, in de Matureesche Dessavonij, die door de laetste onlusten zeer in verval geraekt zijn, en dat aan hun mogen worden verstrekt twee Parras Aelij en Een rd=s contant. Is na deliberatie, goedgevonden en verstaen, den Gaalsche bedienden te qualificeeren, om aan den luitenant desJare van schuler verlof te geeven, tot het emploijeeren van 't nodig volk, ten dienste van de vervallene planta- gien, mits aan hun niet meer word gegeeven dan een ropij en een Parra rijst, of twee Parras Aelij maends. zijn nevens Gaelsche brief van den 13. deeser ontvangen Mature ontfangene singa vijf singaleesche brief olas, met derzelver trans- laaten, door den Matureesche Luitinant Dessave van schuler na Gale gezonden, houdende alle hoofd- zoekelijk, dat de E: E:le hoofdadministrateur van Angelbeek, zedert desselfs komste als dessave te kature, de ingezeetenen veel goeds gedaan, en voor „bevordering de „bar van den landbouw, bij de Comp=e en de ingezeetenen veel voordeel toegebragt heeft, den 16. December 1790 —. Door aanteekening van de van 208 219:e Den 16. December 1790. Bezoigne over Trin- Dispositie op 't berigt van bauen wegens de verbetering bouw in de drie Jrinko„ en dat het een bedrijf van kwalijk gezinden was, dat zijn E: valschelijk beschuldigd is, met een betuiging van leedweesen over zijn E=t vertrek van Mature, en van verlangen na desselfs terug komste, zijnde vier van deese olas geaddresseerd aan den heer Gouverneur en den 8 politicquen Raad; naemelijk een geschreeven door de mindere hoofden en ingezeetenen van de vier baijgams en 't dorp witielle, gedateerd 12=e November 1790. en geteekend door 46 perzoonen. een geschreeven door de mindere hoofden en Jngezeetenen van de heerlykheid van Belligam gedateerd den 1=e december 1790. en geteekend door 22. perzoonen: een geschreeven door de mindere hoofden en Jngezeetenen van de wellebaddepatroe, gedateerd 20:e November 1790. en geteekend door 47. perzoonen; en een geschreeven door den mohandiram en de mindere hoofden van de gangebaddepattoe, gedateerd 24. e Novem„ ber 1790. en geteekend door 17. perzoonen. zijnde de vijfde ola geaddresseerd aan voorm: luitenant dessave zelve, en geschreeven door den Mohandiram van de Gangebadderpattoe, den 24. November 1790. En is na resumtie van voorsz: translaeten, goedgevon- den daar van te houden deeze aanteeke- ning. wijl door de verplaetzing naer Trinkonomale, van den Luite Reeden van dit birust want der Artillerie Diederiksz, die te koetjaer als Land- regent bescheiden is geweest, deeze provintie ten eenemaal„ overgelaeten is, aan het bestier van den wannia, en van de Jnlandsche Hoofden, en wij vermeenen, met gegronde reeve- nen te kunnen aantoonen, dat zulks ten nadeele strekt, zoo wel van de Jnwooners als van de Edele kompenie: zoo achter wij het onze plukt te zijn, uwwelEdele Groot achtb: in het bijzon= der den toestand deezer Provintie, en de wijze, hoedanig zij besturt is geworden openteleggen, op dat Hoogst dezelve zal kunnen beoordeelen, in hoe verre onze gevoelens gegrond Weledele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Aan den wel Edelen Groot achtb: Hoog Geb: Heer Willem Iacob van de Graaff, Raed ordinair van Nederlands Indien, Gou- verneur en Direkteur van het Eijland Cailon, met dies onderhoorigheeden Is geleesen een hier onder g'insereerd berukt van den luitenant de. wron Dreberg en forn„, kolonel, de E: von Driberg, en den najoor de E: fornbauer; hou van 'd bestir en den lamd: dende consideratien, ter verbeetering van 't bestier en den nomaalse provinkien landbouw in de provintien koetjaer, Tamblegam en kattoeko lompattoe, en is na deliberatie daar over zodanig gedisponeerd als bezijden elk artikul word aangeteekend. Den 16=e December 1790 — Bezoigne zijn konomale
English
The 16th of December 1790. We shall at the same time take the liberty of giving a general idea of the condition in which the other two provinces of Tamblegam and katioekolom pattoe find themselves. Under the territory of Trinconomale belong three provinces, namely koetjaer, Tamblegam and kattoekolompattoe. The province of koetjaer is approximately 10 square miles in size. It has three large and eighteen small villages, about 550 able-bodied inhabitants, among whom 60 headmen are counted; the tithes of paddy in the book year 17 8/9 were 160 1/6 paaras. It is governed by a wannia, whom the Company appointed some years ago, and whose influence on the inhabitants is rather less than that which the wanniases generally have. The inhabitants are Moors, a few Christians, and for the greatest part Malabars of the heathen faith, who practice their religion in the temples of wirgel and Nilapalli. The land is mostly low, for the most part under water in the rainy season; a freshwater river winds straight through a wooded plain. It is full of mosquitoes, the air is not very healthy, and leprosy is common. Three villages are uninhabited. The province of Tamblegam covers about 20 square miles. It has the large village of Tamblegam and 5 small villages, about 350 able-bodied inhabitants. The tithes in the book year 7 9/9 were 2162½ parras of paddy. The administration was formerly in the hands of the wannia of kattoekoekompattoe, afterwards in the hands of a modliar, and for some years it has been governed by a Resident. The inhabitants are some Moors, and mostly Malabars of the heathen faith, who practice their religion in the temple near Tamblegam. The land is mostly flat, overgrown with woods, with ridges of mountains here and there that are even over 200 feet high. The 16th of December 1790. The tank of kandelaij, which is fully 2½ miles in circumference, waters 4 to 5 hours of land by means of a small stream, and loses itself in the fields of Tamblegam. Except for the large village of Tambligam, the land is reasonably healthy. For some time the villages of kandelaij, wandoerapatan, walemadoe, Modelemadoe and Mihasawere have been repopulated with about 60 families of Sinhalese, mostly inhabitants who had left the land in previous years. Well over thirty villages still lie waste and uncultivated, some of which have been abandoned only for a few years. The province of kattoekolompattoe is about 16 square miles in size, has 5 large inhabited villages, and another four small ones, which count only two or three households. The able-bodied inhabitants are in the number of about 200 heads. The tithes in the book year 17 23/19 were 162 1/6 paaras of paddy. It is governed by a wannia who is held in high esteem among the inhabitants, because he descends from a noble lineage that has ruled in the land for some hundreds of years, and has generally distinguished itself by recalcitrance. The inhabitants are a few Moors; the largest number consists of Malabars of the heathen faith who perform their religious worship under trees, and in the temple of Tamblegam. The land is of the same nature as the province of Tamblegam. It likewise formerly had a tank of some miles in circumference, which supplied water to a large part of the province in the dry season, lies between tnakatte and Notjekolom, and is now overgrown with woods and in ruins. One counts over 200 smaller tanks, and finds everywhere the remains of temples, among which those near Tiriaaij deserve to be seen.
Dutch transcription
221: Den 16e. December 1790 — zijn. wij zullen teffens de vrijheid neemen een algemeen dink- beeld te geven van den toestand, waar in zich de andere twee Provintien Tamblegam en katioekolom pattoe bevinden onder het gebied van Trinkonomale behooren drie Eenige algemene denkbelden van de dainkenomd rovintie, namentlijk koetjaer, Tamblegam en kattoekolom- Provintien pattoe De Provintie koetjaer is ten naesten bij 10. vierkante mijlen groot. zij heeft drie groote en agtien klijne dorpen omtrent 550. manbaere inwooners, waar onder 60. hoofden geteld worden; „se tiendens aan Nelie waren in het boekjae 17 8/9„ 160 1/6 paaras. zij word bestierd door eenen wannia, dien de komp: eenige Jaeren geleeden aangesteld heeft, en wiens invloed op de Inwoo- „ners vrij geringer is, dan dien de wanniassen in het gemeen„ hebben. De Jnwooners zijn mooren, eenige weinige chrittenen en voor het grootste gedeelte Malabaeren van het Heidensche geloof, die in de Tempels van wirgel en Nilapalli hunnen godsdienst oeffenen. Het land is meestal laag, in de reegenteid grootstendiels onder water, een zoet rivier slingert zich dwars door eene boschaijke vlakte. Het is vol moeskiten, de lucht niet zeer gezond en de Lazaras ziekte gemeen. Drie dorpen zijn onbewoond. De Provintie Tamblegam beslaat omtrent 20. vierkante mijlen zij heeft het groote dorp Tamblegam en 5. kleine dorpen, omtrent: 350. manbaere Inwooners: De tiendens waren in het boekjaer 7 9/9 2162½ parras aan Nelie. het besteer was voor deezen in handen van den wannia van kattoekoekompattoe, naderhand in handen van eenen modelioer, en zedert eenige Jaeren word zij bestierd door eenen Resident. De Jnwoners zijn eenige mooren, en meest al Mallabaeren van het Heidensche geloop, die in den tempel bij Tamblegam hunnen godsdienst oeffenen; Het land is meest al vlakte met bosschen begroeid, len Den 16e. December 1790 hier en daar reiken van bergen, die zelven over 200: voeten hoog zijn. De tang van kandelaij die wel 2½ mijl in omtrek heeft, bewaterd door middel van een klein beekje 4: â 5. uuren lands, en verliest zich in de velden van Tamblegam. Het groote dorp Tambligam uitgenomen is het land redelijk gezond. zedert eenigen teid zijn de dorsen kandelaij, wan doe„ rapatan, walemadoe, Modelemadoe en Mihasawere, we- derom met omtrent 60. familien singaleesen bevolkt, meest al jnwooners, die in voorige Jaeren het land verlaeten had- den. Ruim dertig dorpen leggen nog niet woest en onbe- bouwd, waar van zommige eerst zedert eenige Jaeren verlaeten zijn De Provintie kattoekolompattoe is omtrent 16: vierkante wijlen groot, heeft 5. groote bewoonde dorpen, en nog vier kleine, die slegts twee of drie huisge- zinnen tellen. De Manbaere inwooners zijn ten getalle van omtrent 200. koppen. De tiendens waren in het boekjaer 17 23/19 162 1/6. paaras: Aelie. zij word bestierd van eenen wannia, die bij de Jnwooners zeer in achting is, wijl hij afstant, uit een adelijk geslacht, dat zedert eenige hondert Jaeren in het land geregeerd, en zich door- gaans. door balorigheid uitgeteekend heeft. De Inwoo- ners zijn eenige weinige mooren, het grootste getal bestaat uit Malabaeren van het Herdensche geloof dat zijnen Godsdienst onder bomen, en in den Tempel van Tamblegam verricht. Het land is van dezelve natuur als de provintie hamblegam. Wet heeft voor deezen insgelijks eenen tang van eenige mijlen in omtrek gehad, die aan een groot deel van de Pro- vintie, in de drooge teid, water heeft bezorgd, tusschen tnakatte en Notjekolom legt, en tans met bosch begroeid en vervallen is. Men teld over 200. kleindere tangen, en vind overal overblijfzels van Tempels, waar onder die bij Tiriaaij verdienen, bezien teworden. hier Meer
English
223. 16 December 1790— 16 December 1790— Probable causes Detrimental legal consequences In the Trinkonomaele Provinces More than thirty villages have been abandoned in the last 6 years, and are not yet overgrown with forest. Since a few months ago, the villages of Notjekolom, Tawaalkolom, Kalkadewe and Tamoel panekaltimoerispoe have been populated with about 40 families of Sinhalese, mostly former inhabitants. From this the following remarks can be made: 1. Forty-six square miles are populated with about 180 adult male inhabitants, which makes about 29 head per mile. 2. That the tithes of Nelie, despite the fertility of the lands in the past year, amounted to only 397 3/48 parras. 3. That the smallest province has the most inhabitants. 4. That the lands are less populated than they were a few years ago. When one reflects on the causes that have given rise to the matter of depopulation, one certainly sees without difficulty that in the first periods after the war which the Company waged with the Court of Kandia, the change of masters may have contributed much to it; one perceives just as easily that the marauding of the Kaffirs is partly to blame for the depopulation of the Provinces of Kattoekolompattoe and Tamblegam. But it is much more difficult to give the reasons why they were gradually abandoned, even after the Kaffirs no longer stayed in the Trinkonomaele provinces, and why villages now lie desolate which the chief, the Honorable Van Senden, found populated when making the inspection round in the year 1786. War, famine, nor contagious diseases have devastated the land. It is therefore highly probable that one must attribute the depopulation to the manner in which they have been ruled by the native chiefs. 5. That it is possible to populate them. The consequences flowing therefrom. At least the entire civil law in the provinces, and that which is called the local statutes, serves solely and exclusively for the benefit of the rich. It is beyond our scope to demonstrate that a land can impossible achieve any prosperity where the following laws and customs take place, laws that rest solely on tradition, and have no other authority than the will of the chiefs and notables among the people. The interest on borrowed money is generally, by custom and practice in all provinces, 25 percent. The needy farmer who borrows seed Nelie must in all provinces pay 50 percent. Borrowing an Inchiados to sow a field, 1/15 ammenam must be paid, which is about the value of the Inchiados. For a team of oxen to plow a field, 1/4 ammenam. In the Province of Koetjaer, there is 1 chief for every 9 inhabitants, and in the village of Palikoedirippoe 27 adult male inhabitants, among whom are 14 chiefs. The inhabitants of Koetjaer have had to plow and harvest certain fields annually for the Wannia. All provisions imported into the province of Koetjaer from the Kandian territory had to pay a tax of 10 percent to the Wannia, and those brought in from Trinkonomale 7 1/2 percent. For all Nelie exported by the inhabitants, even if it was to the Company's Provinces, they had to pay 10 stivers per ammenam to the Wannia.
Dutch transcription
223. Den 16. December 1790— Den 16=e December 1790 — waarschijnlijke oor„ Nadeelige wettige, ge= in de Trinkonomaelde Meer als dertig dorpen zijn in de laatste 6. Jaeren verlaaten. en nog niet met bosch begroeid. zedert eenige maenden zijn daar van de dorpen Notjekolom, Tawaalkolom, kalka- dewe en Tamoel panekaltimoerispoe met omtrent 40. fa= milien singaleezen meest al oude Inwooners bevolkt. Hier uit laten zich volgende ofmerkingen mae- 11 zes en veertig vierkante mijlen zijn bevolkt, met omtrent 180. manbaere inwooners, dat op elke wijl doet omtrent 29. koppen. 2:/ dat de tiendens aan Nilie ondanks de vrugtbaerheid der landen in het gepasseerde Jaer bedraegen hebben slegts 397: 3/48. parras. 3: dat de kleinste provintie de meeste inwooners heeft 41 dat de landen min bevolkt zijn, dan zij voor eenige jaeren zijn geweest. wanneer men over de oorzaeken nadenkt, die tot de zaak der ontvol-ontvolking aanleiding hebben gegeeven, ziet men zekerlijk zonder moeite, dat in de eerste teiden, na den oorlog dien de komp: met het Hof van kandia gevoerd heeft, de verandering van weerschappij veel daar toe kan hebben bijgedraegen; iken word even zoo ligt gewaer, dat de stroperijen der kaffers ten deele aan de ontvolking schuld zijn der Provintien kattoekolompat- toe en Tamblegam. Maer het is vrij mocielyker de reedenen optegeeven waarom dezelven gaande weg verlaeten zijn, zelfs na dat de kasfers, zich niet meer in de Trinkonomaelse provin„ =tien onthielden, en waarom thans dorpen woest leggen, die het opperhoofd dE: van senden, bij het doen van de ronde in het Jaar 1786. bevolkt heeft gevonden. Oorlog, hongers- nood, noch aansteekende ziektens, hebben het land niet verkeert. Wet is dus ten hoogsten waarschijnlijk„ dat men de ontvolking moet toeschrijven aan de wijze, waarmeede zij door de Inlandsche hoofden bestiert zijn. 5/ dat het mogelijk is dezelven te bevolken. de gevolgen Daar ini't vloeien Ten minsten sertrekt het geheele burgerlijke recht in de provintien, en het geen men de keuren noemd, enkeld en alleen ten voordeele der ryken. Het is buiten ons bestek te ontwikkelen, dat een land onmogelijk eenige wel= =vaart kan bereiken, waar volgende wetten en gewoontens plaats vinden, wetten die alleen op de overleevering rusten, en geen ander gezach hebben, dan den wille van de hoofden, en aanzienlijken onder het volk. De eijkzen op geleend geld, zijn doorgaens bruiken en Jnstellingen in alle provintien 25. ten hondert. De behoeftige landman, die zaed Aelie leend moet in alle provin- tien 50 ten hondert betalen Een Inchiados ter leen nemende, om een veld te bezaaijen, moet 1/15. ammenam betaeld worden dat is omtrend de waardij van de Inchiados voor een gespan busten om een veld teploegen ¼. ammonam Jn de Provintie koetjaer teld men op 9. inwooners 1. hoofd en in het dorp palikoedi- rippoe 27. manbaere inwooners, waar onder 14. hoofden. De inwooners van koetjaer, hebben, voor den wannia Iaerlijks zekere velden moeten ploegen en in oogsten Alle levensmiddelen die uit het kandiapte in de provintie koetjaar ingevoerd wierden, moesten aen den wannia 10. ten hondert pacht betaelen, en die van Trinkonomale ingebracht wierden 7½ ten Alle Nelie, dien de Inwooners uitvoerden, al was het naer de Provintien van de komp: moesten aen den wannia voor een anm: 10. stx: betalen hondert. Ten De 222 ken. king. Provintien
English
224 225. The 16th December 1790 —. The 16th December 1790 — and powerless administration of justice, dangerous for... Additions to the Instruction to amplify the instruction granted on the 28th of May 1789 to Lieutenant Diederiksz, as Land Regent of the three Trincomalee provinces, with the articles proposed alongside here, and subsequently to have it serve as instruction for the resident Land Regent of Koetjaer and Hamblegaen. Two examples of barbarous administration of justice. The administration of law and justice is on an equally barbarous footing. One has seen that, in the province of Koetjaar, they wished to make a family of 40 souls into temple slaves on no other evidence than that an inhabitant had heard from his late father that they were slaves. One has seen that an inhabitant in the province of Kattoekolompattoe, despite having been condemned by the venerable Ceylon Government itself to surrender an inheritance to another which he unlawfully possessed, nevertheless possessed the same for several years more, without the Wannia being able to carry out the sentence. Right of the Wannias. The Wannias appointed all headmen in the country and dismissed them at their pleasure. A privilege that alone is sufficient to afford them all possible influence. Objection answered: Perhaps one will come to the thought of asking why the Trincomalee chiefs have allowed all these abuses to take place. We cannot engage in answering this question; this much is certain, that they still existed in the past year. On the other hand, we do not see how the chief of Trincomalee can oversee the administration of the interior lands. He appears in the provinces once every two or three years for a brief moment, does not understand the language, and thus learns precisely as much as pleases the headmen. The sjambok of the Wannia smothers the complaints, and the tormented or ruined inhabitant finally abandons the country. Perhaps at this moment various abuses and detrimental customs still take place which are yet unknown. Improved condition of the upper lands, substantial advantages in the three provinces. In this condition were the provinces of Koetjaer and Kattoekolompattoe when it pleased Your Right Honourable Great Respectability, guided solely by the sense that the lands were poorly administered, to appoint a Land Regent in the province of Koetjaar, and at the same time to commend to him the supervision of the other two provinces, with this good result, that we almost dare to assure that the Nelie tithes this year for the province of Koetjaar amount to over 6225, for Tamblegam 2065 1/2, and for the province of Kattoekolompattoe 2267 paaras, and thus 658 19/40 parras more than in the past year, and 3165 2 parras more than the Company has ever had. When we furthermore consider how the population has increased by almost 100 families, and that the detrimental manner in which the Wannias administered the country has been removed; when we also add thereto the abolition of the inland farming leases, we flatter ourselves that Your Right Honourable Great Respectability, moved by these real advantages, will not regard our proposal to appoint a Resident in the province of Koetjaar as the product of a highly excited imagination that merely flatters itself with hope and promises. Instruction of the Land Regent Diederiksz. In the confidence that Your Right Honourable Great Respectability will be pleased to honour our proposal with your highly esteemed approval, we take the liberty to further propose to Your Right Honourable Great Respectability, besides the necessary alterations, to make the following additions to the Instruction which it pleased the Same to give under the date of the 28th of May 1789 to the Land Regent Diederiksz. The condition of the country, the manner in which it is governed, and the character of the inhabitants seem to require the same. In doing so, we have kept in view the principle that seems to shine through the Instruction, namely, to make the Resident appear as a figure appointed purely and solely to increase the happiness and prosperity of the inhabitants. It is understood to qualify the Honourable Major Fornbauer. 61.
Dutch transcription
224 225. Den 16. December 1790 —. Den 16. December 1790 — en krachtloose rechtsoekfening gevaarlijk voor„ Zijvoegzelen tot de Jn= om de instruktie, die den 28. Maij 1789. verleend is, aen den luitenant Diederiksz, als konomaelsche provintien, te mogen amplieeren met de hier bezijden voorgestelde artikulen, en dezelve ver- volgens te laeten dienen tot instruktie voor de resideer Landregent van de drie Trin- ten van koetjaer en hamblegaen. Twee voorbeelden De uitoeffening van recht en gerechtigheid, is op eenen van baabaerse ruim zoo barbaerschen voet. men heeft gezien dat, men in de provintie koetjaar eene familie van 40. zielen tot tamfel slaven wilde maeken, op geenen anderen bewijs, als wijl een Inwooner van zijnen overledenen vader gehoord had, dat zij slaeven waeren. men heeft gezien dat een Inwooner in de Provin die kattoekolom pattoe, ondanks hij door de gevenereer- de Ceilonsche regeering zelven, veroordeelt was, aen eenen anderen eene erflating aftestaen die hij onregt- matig bezat, niet te min dezelve nog eenige jaeren lang bezeten heeft, zonder dat de wannia het oordeel ter uitvoer konde brengen. De wanniassen stelden alle hoofden in het land reckt der wan-aan, en zetten zij na goeddunken ap. Een voorrecht niassen. dat alleen toereikende is, hun allen mogelijken invloed te verschaften Misschien zal men op ve gedachten komen te vragen, waerom Tegenwerping be- andwoord: de Trinkonomaelde opperhoofden alle deeze misbrunken hebben laaten standgrijpen wij kunnen ons niet inlaeten deeze vraeg te beandwoorden, zoo veel is zeker dat zij noch in het voor= ledene jaer bestaen hebben. Aan de andere kant, zien wij net hoe het opperhoofd van Trinkonomale het bestier der binnen landen kan nagaen. Wij verschijnt om de twee of drie Jaeren eens in de provintien voor een klein moment, verstaat de taal niet, en krijgt des nauwkeurig zoo veel te weeten, als aen de hoofden. behaegt. De schambok van den wannia smoort de klagten en de getergde of geruineerde Jnwooner verlaat eindelijk het land. Missitien vinden in dit moient noch verscheide misbruiken en nadeelige gewoontens plaats, die noch onbekend zijn. Jn deezen toestane waren de provintien koetjen verbeterde toe- stand, der boo= en kattoekolompattoe doen het uwel Ed: Groot agtb: behaegd heeft, geleid door het enkelde gevoel dat de landen slegt bestierd waren, eenen landregent in de provintie koetjaar te stellen, en hem teffens het opzicht der andere twee provintien aantebeveelen, met dit goedgevolg, dat wij bij na verzekeren durven, dat de Nelie diendens in dit Jaar voor de provintie koet= jaar boven 6225. , voor Tamblegam 2065. ½. en voor de provintie kattoe kolompattoe 2267. paaras bedra= gen, en dus 658. 19/40. parras meer dan in het voorlee= dene Jaar, en 3165. 2. parras meer, als de komp: ooijt ge- had heeft. wanneer wij boven dien nagaen, hoe de bevolking bij na om 100. familien vermeerdert is, en dat de nadeelige wyze ontrekt is, waermede de wanniassen het land bestierd hebben wanneer wij noch daar bij voe- „gen, de ophetfing der binnenlandsche packten: zoo vleien wij ons, dat uwelEd: Groot achtb: door deeze reëele voordeelen bewogen, ons voorstel, om in de provintie koetjaar, eenen Resident aante- stellen niet zal beschouwen als het uitwerkzel eener hoog opgewondenen verbeeldings kracht, die zich enkeld met loop en beloftens streeld. Jn het vertrouwen; dat uwel Ed: Groot agtb: ons voorstel„ Is verstaen den E: Majoor struktie van den land- met voogst deszelven gunstige goedkeuring zal formbauer te qualificeeren regent Diederiksz gelieven te vereeren, nemen wij de vrijheid uwelEd: groot achtb: verder voortestellen, om behalven de nodige veranderingen de volgende byvoeg zilen te maken, tot de Jnstruktie, die het Hoogstden= zelven behaagt heeft, onder dato den 28. Maij 1789: aen den Landregent Diederiksz: te geeven. De gesteld- heid van het land, de wijze waar na het vestierd word, en de geaartheid der inwooners schijnen dezelven te vereisschen wij hebben daar bij het beginzel in het oog gehouden, dat in de Instruktie door te straelen schijnt, namentlijk den Resident te doen verschijnen als een voorwerp, enkeld en alleen gesteld, om het geluk en de welvaert der ingezeetenen te vermeerderen landen wezendlijke vintien. 61.
English
227 The 16. December 1790 The 16th December 1790 We judge undertaking substantial changes in the administration of this province at this moment to be far too delicate, and it seems to us much safer to wait until time provides an opportunity, instead of the wannias, to appoint a Moorish, a Malabar, and a Sinhalese head in each province, in order to divide the administration among them. The points that could still be added to the Instruction are the following: 1. The wannia and the native heads must, for the present, remain in their full authority. The Resident shall treat them with all possible politeness. 2. Above all, he shall treat the priests with distinction and endeavor to win their affection. He must not mock their ceremonies and place no obstacles in the exercise of their religion. 3. He must not treat the inhabitants with abusive names, raging, and blustering, but he must apply himself to convincing them with reasons wherein they are wrong. Everything that could be disagreeable to the inhabitants he must have carried out by the wannia and the heads; on the other hand, he himself must do all that brings advantage to the inhabitants or could be pleasant. 4. The inhabitants who commit any offense that deserves to be punished with blows, he must point out to the wannia, and if the latter does not do proper justice, he shall report them to the head of Trinkonomale, or even to the Landraad. He himself must administer no corporal punishments. 5. The inhabitants who are in need of seed corn, he must provide with it at 25 per cent, instead of 50 per cent which they must pay to private persons. 6. Before and after the fields are sown, he must inspect the dams and tanks, and have repaired in good time whatever may be found damaged. 7. Admonishing the inhabitants to sow their fields, he must never say that it is to provide tithes to the Company; on the contrary, he must make them understand that through diligence and laboriousness they become richer, can buy gold ornaments for their wives, and by idleness expose themselves to the danger of perishing from hunger. 8. The crop being cut, he must have it gathered into heaps, have one or more of these heaps threshed, and calculate the tithes accordingly, so that the inhabitants can see with their own eyes that they are not being deceived. 9. Because many inhabitants are so needy that they must borrow seed corn from one year to the next, or for lack thereof must leave their fields uncultivated, he shall continuously keep seed nelly ready in the principal villages to be able to lend to them. All remaining nelly he must have delivered in good time to the warehouse of Koetjaar, and at the latest on the first of January, when everything has been harvested, submit the account thereof. The villages of Stikelem Pattoe, Koenetivoe, and Oelakpeel, which still lie waste, he must seek to populate. 10. All the nelly that is received and distributed must be measured with the Company's gauged parra and mediet. 11. He must not allow any tax to be placed on the export and import of provisions. 12. Likewise, [illegible] he must keep a watchful eye on all contraband trade. 13. He must report from time to time to Trinkonomale everything concerning the conduct of the heads, priests, and inhabitants that comes to his knowledge. 14. To prevent all misunderstanding between him and the inhabitants, a statement will subsequently be sent to him in which all compulsory services of the inhabitants will be made known, and nothing beyond the obligation may be demanded of them. 226 Furthermore
Dutch transcription
227 Den 16. December 1790— Den 16=e December 1790 — wezendlijke veranderingen in het bestier dezer provintie voortenemen oordeelen wij in dit moment veel te netelig en het schijnt ons vrij zekerder te zijn, aftewachten, tot dat de teid geleegentheid ver- schaft, insteede van de wanniassen, een moorsch, een Mallabereis, en een singalees hoofd in elke provintie aantestellen, om het bestier onder dezelven te verdeelen: De poincten die in de Instauk tie noch konden bijgevoegd worden zijn volgende: Is de wannia en de Inlandsche hoofden, moeten voor eerst in hun volgezach blijven. De Resident zal zij met alle mogelijke beleefdheid behandelen 2: /:' voor al zal hij de priesters met onderschijding behandelen en trachten hunne genegentheid te gewinnen, wij moet niet spotten over hunne Ceremonien en aan de intoeffening huns godsdienst geene hinderpaelen leggen 3. / Aan de Inwoners moet zij niet met schimpnamen, raazen en teeren bejegenen, maer hij moet zich daar op toeleggen, dezelven door reedenen te overtuigen, waar in zij ongelijk hebben. Al het geen de Inwooners kon aangenaam zijn, moet wij door den wannia en de hoofden laeten ter uitvoer brengen, daar en tegen hij zelfs moet doen, al wat aan de Inwoo- ners voordeel toebrengt of aangenaam kon zijn. 4:/ de Inwooners die eenig kwaed pleegen, dat verdiend met slagen gestraft te worden, moet hij aen den wannia aanwijzen, en zoo deeze niet behoorlijk reekt doet, zal hij zij, voor het hoofd van Tainkonomale, of zelfs voor den Landraed verklagen wij zelfs moet geene lijfstraffen intoeffenen 5/ de Jnwooners die verleegen zijn om zaadkoorn, moet hij er„ verstrekken tegen 25. prC:t in steede van 50: pC: die zij aan partikuliere betalen moeten voor en na dat de velden bezaeid zijn, moet hij de dammen en tanken nazien, en bij terds laten repareeren, het geen daar aen mogt worden bevonden, schadhaft te zijn. 7:/ De inwooners aanmanende hunne velden te bezaeijen, moet hij nooit zeggen, dat het is om aen de komp: tiendens te bezorgen in teegendeel moet hij ten begrijpelijk maken, dat zij voor vlijt en arbijdzaamheid rijker 13/ wij moet al het geen van het gedrag der hoofden, priesters en Jnwooners tot zijne kennisse komt, van tewd tot teid naar Trinkonomale beruhten 14: om allen misverstand tusschen hem en de Jnwooners te verhoeden, zal hem nader eene opgave gezonden worden, waar in alle verpligte diensten der Jnwooners, bekent zullen staan, en zal van hun, boven de verpligting niets mogen gevergd worden „. Wij moet niet toestaan dat op de uit en invoer der levensmiddelen eenige pacht gelegd word: 12: Jnsgelijks moet nattent op de roet en w dn le vdeleen eenige prceer geleed wd hij op allen sluikhandel een wakendoog g/:wijl veele inwooners zoo behoeftig zijn, dat zij van het eene Jaar tot het andere zaadkoorn; moeten lienen, of bij gebrek van dien hunne velden onaangebouwd moeten laten leggen, zoo zal hij geduurig in de voornaemste dorpen zaad nelij moeten klaer houden, om hem te kunnen uitleenen Alle overige Nelie, moet hij bij teids in het pakhuis van koetjaar laaten leveren, en het laatste p=mo Januarij, als wanneer alles ingeoogst is, de reekening daar van indienen De dorpen stikelem pattoe, koenetivoe en oelak peel die noch voest leggen, moet hij zoeken te bevolken; 10:: Al de Nelie die ontvangen en verstrekt word, moet met Ccomp:s geikte parra en mediet gemeeten worden, aan hunne vrouwen goude vercierzelen kunnen koopen, en zich door werkloosteid aan het gevaer bloot- stellen, voor honger te vergaen 8:/ Wet gewas gesneden zijnde moet hij het zelve laeten inhoopen opstellen, een of meer van deeze hoopen laaten trappen, en de tiendens daar na bereekenen, op dat de Jnwooners met oogen kunnen zien, dat zij niet bedrogen worden voorts 226 worden. worden. houden
English
228: 229: -. The 16th of December 1790 The 16th of December 1790 —. It has been approved to grant the Landmeter Belecke, who has been stationed provisionally as resident in Koetjaer, a gratuity of ten rixdollars per month, and to grant the clerk who acts as resident in Tamblegam so much more by way of a gratuity as he receives less in salary than Belecke; and moreover to allow both of these residents a deduction of 10 percent for spillage on the paddy. Reasons why it is not deemed advisable to appoint a resident in the province of Kattoekolompattoe for the present. It has been agreed regarding the administration of Kattoekolompattoe to make no changes for the present, but, according to the proposal made here alongside, to have this district visited from time to time by one of the residents of the other two provinces, in order thereby to obtain the necessary report about it. In consideration of the great advantage that may result from the proposal to populate the lands more, it has been agreed to approve this proposal, and to grant authority to the servants at Trinkonomale for the execution of the same. Furthermore, we think that someone must be chosen for this post who is young, because he must continually be on his feet, and who is conversant with the language, without which he only gets to know what the headmen see fit. It is also absolutely necessary that a monthly allowance be given to him, even if it is only ten rixdollars, since naturally he wears out a lot of clothes. On the paddy, at least 10 percent should be credited to him, because the paddy that is delivered from the land after the harvest, not being completely dried yet, shrinks even more while lying in the warehouse, and causes loss. For the rest, several abuses in the land have already been partly abolished by the former land regent Diederiksz: for the Company; others that require some time will likewise be abolished as the opportunity presents itself. In the province of Tamblegam a resident has been stationed for some time, to whom the same allowance and percentage on the paddy should be granted as to the resident of Koetjaer. Concerning the province of Kattoekolompattoe, it will for the present and as long as the wannia is there have to be administered without a resident. He is far too eager for business to tolerate a resident next to him without working against him in every possible way, and he has too much influence over the few inhabitants who still remain in the land not to be able to do so with ease. Stupid and consequently obstinate, timid and consequently vindictive, he is an object that one must treat with caution, not for the good that he is capable of doing, but only for the evil that he might cause. If one wishes to persuade him to any improvement in his land, it must be done in a deliberate manner. All that one can do in the meantime is now and then, under pretexts that are not difficult to devise, send the Resident of Koetjaer, or the one of Tamblegam, into the province of Kattoekolompattoe, in order to be informed of the condition in which the land is. However, we cannot omit noting that the wannia in this year has taken more trouble to improve his land than has happened in previous years. He himself and the inhabitants have cleared and sown several waste fields. Regarding the populating of the lands, since this can happen all at once only in theory, we take the liberty to propose the following: Every year, a few months before the sowing season, it could be made known that the Government is inclined to grant these and those villages that are abandoned to as many families as would come to register within a fixed time: That they will be provided with the necessary paddy for sowing and maintenance. That for three years they will be exempt from tithes and the usual percentage on borrowed paddy, in order to be able to pay during these three years what has been advanced to them. The lands of the King's wannias are badly ruled, and the taxes are incomparably higher than under the Company. In the lands of the Company itself there are poor families who will perhaps make use of this. The risk consists of a few hundred parras of paddy, and the advantage is certain. Moreover, it is necessary to populate the land on account of the garrisons of Trinkonomale and Oostenburg, which, if the land is not cultivated and populated more than it has been up to now, often suffer want, and always have to pay much higher prices for provisions than in any of the other places on the Island. Officers and soldiers get into debt, and all become discontented and listless. located One 62. received. 83. to be able to obtain.
Dutch transcription
228:„ 229: -. Den 16. December 1790 Den 16. December 1790 —. Is goedgevonden aan den Vlandmee- todige eigenschap„ als resident geplaetst is te koetjaer, toeteleggen een donceur van tien rd=s smaends, en aen den gers, die als resident te sam- blegam fungeerd, zoo veel meer tot een donceur toeteleggen, als hij aen appoinktementen min der heeft dan Belecke; en daar en boven nog aen deeze bijde residenten toetestaen, een af„ schrijving van 10. prC: voor spillagie op de pelie, die ze verscheide mis- afgeschaft aankwekeling bij de pen Buijs Reeden, waarom hit Is verstaen in 't bestier van kat met raedzaam mandeeren, om volgens 't te stellen. voorstel hier bezijden gedaen, dit landschap van tijd tot teid, door een der residenten van de twee andere provin- tien te doen bezoeken, om daer door 't nodig bericht danr groot voordeel, dat daar meer te bevolken. uit kan voortspruiten, is verstaen in dit voorstel te bewilligen, en den bedienden te Trinkonomale, tot de- exekutie van 't zelve, qua- lifikatie te verleenen voorts denken wij dat men tot dezen post iemand kiezen de taal kundig is, zonder welke hij slegts te weeten krijgt, wat de hoofden goedvinden. ook is het volstrekt nodig dat hem eene maendelijksche toelaege gegeeven word, al is het slegts tien rd=s, wijl hij natuurlijker wijs veel klederen verslijk. op de Nelie dienen hem ten minsten 10. prC goedgedaan te worden, want de Nelie die na den oogst uit het land geleeverd word nog niet te eenemael gedroogt zijnde, krumpt in het pakhuis leggen= de nog meer in, en veroorzaekt verlies. overigens zijn verscheide misbruiken door den gewezenen voor de Comp: it 't land-bruken reeds landregent Diederiksz: reeds geveeltelijk afgeschaft, andere die eenige teid vereisschen, zullen insgelijks afgeschaft worden, naer moete zich de geleegendheid presenteert In de provintie Tamblegam legt zedert eenigen teid een resident, aan wien men dezelve toelaege en p:r C: op de Nelie diene toetestaen, als den resident van koetjaer. De provintie kattoekolom pattoe aangaende dezelve toekolompattoe voor eerst is, in de provin-zal voor eerst en zoo lang de wannia is, moeten bestierd worden, geene verandering te mae tie kattoeko- zonder resident. Wij is veel te gezaekgierig, om naest zich eenen van brnconomale terecq, desdent aan resident te bulden zonder op alle mogelijke wijze tegen hem aan„ tewerken, en hij heeft te veel indloed op de weinige inwoners die noch in het land overig zijn, om het niet met gemak te kunnen doen. Dom en, bijgevolg eigenwijs, bloode en bij gevolg wraakzuchtig, is hij den voorwerp dat men ontzien moet, niet om het goede dat hij in staat is te doen, maar alleen om het kwaad dat hij zoude kunnen stiften wil men hem overhaelen tot eenige verbetering in zijn land, het moet beroedslagende wyze geschieden. Al wat men ondertusschen doen kan is nu en dan onder voorwendzels die niet moeielijk uittevinden zijn, den Resident van koetjaer, of dien van Tamblegam, in de provintie kattoekolompatioe te zenden, om van den toestand, waar in het land is, onderricht te krijgen. Ahter kunnen wij niet onder- laten aantemerken, dat de wannia in dit Jaar, meer moeite gedaen heeft, zijn land te verbeteren, dan in vooige jaaren ge= schied is. wij zilven en de Jnwooners hebben verscheide woest ter Beleeke, die provisione te beestjaern moet, die Jong is, om dat hij geduurig dient op de beenen te zijn en die uit aanmerking van 't voorstel om de landen geleegene velden, schoon gemaekt en bezaaid. Omtrent de bevolking der landen, wijl dezelve slegts in de bespiegeling eens klaps kan geschieden, nemen wij de vrijheid het volgende voortestaen: Alle Jaaren eenige maenden voor de zaaijteid, zoude men kunnen laaten bekend maeken, dat de Re- geering gezint is, deeze en geene dorpen, die verlaaten zijn aan zoo veel familien, die zich binnen eenen bepaelden teid, zouden komen aanmelden, aftegeeven: Dat hen de nodige Nelie tot zaeijen en onderhoud zal verstrekt worden. Dat zij drie jaeren lang, zullen vrij zijn van tiendens en de gewoone p:r C: op geleende Nelie om ge- duurende deeze drie jaeren te kunnen betaelen, het geen hen voorgeschoten is. De landen der konings wanniassen zijn slegt geregeerd, en de belastingen onge- lijk hoger als bij de komp: Jn de landen van de kompenie zelven zijn arme familien, die misschien daar van zullen gebruik maeken. De resico bestaet in eenige hondert parras Nelie, en het voordeel is zeeker. Boven dien is het noodzakelijk het land te bevolken van wegen de bezettingen van Tainkonom: en oostenburg, die, word het land niet meer aan- gebouwd en bevolkt, als het tot hier toe is geweest, dikwijls gebrek lijden, en altoos de levens middelen voor vrij hogere prijzen moeten betaelen dan in een der overige plaetzen van het Eijland. officieren en soldaeten raaken in schulden, en alle worden misnoegd en lusteloos geleegene Men 62. ontvangen. 83. van te kunnen bekomen.
English
238. 231. The 16th of December 1790. It is agreed to have the three provinces mentioned herein surveyed and mapped along the lines proposed here aside, but to postpone the confirmation of them and their successors in their posts of residents until they have given satisfaction therein, and to that end to charge them to show once every three months by a report what each has done in his province in compliance with the instruction or orders given to them. to write off the sum already expended for the damming and providing of sluices for the river of the pass, as well as for having a certain stream dug through and deepened. There is as yet no map of the Trincomalee lands, which however is highly necessary in all respects and above all in times of war. From the map that the second draughtsman has made of a part of the inland areas, travelling merely with the compass, and has had the honour to send to Your Honourable and Most Respectable, one sees however that the lands are fairly extensive. In the supposition that it might perhaps please Your Honourable and Most Respectable to have the Trincomalee provinces mapped, we take the liberty to recommend to Your Honourable and Most Respectable the Surveyor Christiaen Daniel Beleke for this purpose and at the same time to propose him as Resident of Kottiyar, as he possesses the necessary abilities in our judgment, and under the pretext of surveying could now and then visit the province of Kaddukulam Pattu: While surveying he could at the same time draw up the general description of the lands fairly accurately, and in order to carry out the survey in such a way that the map can serve for military use, at least one year ought to be granted to him for each province, along with what is further necessary for it. The Honourable Colonel The Honourable Dessave The Honourable Secretary The Honourable Fiscal The Honourable Chief Administrator - Mr. Christiaan van Angelbeek, Gerrit Engelholff The Honourable Pay Bookkeeper - Abraham Samlant, The Honourable Trade Bookkeeper The first two due to indisposition, and the latter occupied in service. The Honourable First Warehouse Keeper - Johannes Reintous We have the honour to be, with all high esteem and deep respect, underneath stood, Honourable, Most Respectable, High Ruling Lord, Your Honourable and Most Respectable's humble and obedient servants, was signed, D: C: von Drieberg and J: G: Tornbauer, in margin, Trincomalee, the 10th of November 1790. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid, was signed, W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, D. C. von Drieberg, D: T: Fretz, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A. Samlant. Having been submitted by the Honourable Dessave Fretz the account inserted below of what has been expended thus far in order, pursuant to the resolution of the 12th of March of this year, to dam the river of the pass and provide it with sluices, as well as to have the streams mentioned therein dug through and deepened, with a report. The Right Honourable and Most Respectable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff Diederich Carel von Drieberg Diederich Thomas Fretz, Benedictus Lambertus van Zitter Mr. Johannes Adrianus Vollenhove absent. Friday the 31st of December 1790. Present. Resolution taken in the Council of Ceylon concerning the Native Department. 55. 1790.
Dutch transcription
238. 231. Den 16. December 1790 —. „Is verstaan om door den J=o voorstelom van de. Provintien eene kant hier bezijden voorgestelden „voet, te laeten meeten en in kaart brengen de in deezen vermelde drie provintien, doch de bevestiging van heur en huijgers in hunne posten van residenten uittestellen, tot dat ze genoegen daar in zullen hebben gegeeven, en ten dien einde hun op teleggen, om alle drie maenden eens bij een bericht aantewijsen, wat een elk in zijne provintie gedaen heeft, in naerkoming van de aan hun gegeevene in- structie of orders. om de reeds veronkostigde som tot het bedammen en van vier van 't pas, zomede om zeker sprunt te laeten door- Men heeft van de Trinkonomaelsche landen nog geene „landmeeter kelecke, ovp den te laeten opnemen kaart, die echter in allen opzichten en voor al in oorlogstijden hoog noodzaekelijk is. uit de kaert die de tweede teekenaer van een gedeelte der binnen landen, slegts reizende met de boussole op genomen, en de eer gehad heeft aen uw wel Edele Groot Achtb: toetezenden, ziet men egter dat de landen vrij uitgestrekt zijn. Jn de veronderstelling dat het uwwel Edele Groot Achtbaere missichien behagen kan, de Tainkonomaelsche provintien in kaect te laeten brengen, nemen wij de vrijheid uwwelEdele Groot Achtb: den Landmeeter Christiaen Daniel Beleke daar toe aanterekommandeeren en teffens tot Resident van De E: Kolonel koetjaar voor te dragen, wijl hij na ons oordeel de nodige De E: Dessave bekwaamheden bezit, en onder het voorwandzel van meeten nu en dan de provintie kattoekolom pattoe zoude kunnen bezoeken: Al metende zoude hij teffens de landen hoofd DeE: Sekretaris - beschrijving vrij nauwkeurig kunnen opmaken, en zoude De E: fiskaal - hem, om de meeting zoo te doen dat de kaab ten militairen gebruik kan dienen, ten minsten een jaer voor elke provintie DeE: Hoofdadministrateur - Mt Christiaan van Angelbeek, dienen te worden toegestaen, met het geen verder daar toe - -. Gerrit Engel Holff DeE: zoldij boekhouder - Abraham Samlant, wij hebben de eere, met alle hoogachting en diep ont- De E: Negotie boekhouder de twee eersten mits indispositie, en de „zaik te zijn /:onderstond:/ welEdele Groot achtb: Hoog Gebie= laatste g'occupeerd in den dienst. dende Heer uwel Edele Groot achtb: onderdanige en gehoor- zame dienaeren /:was geteekend:/ D: C: von Driberg en J: G: Tornbauer /:in margine:/ Trinkonomale den 10. November De E: Eerste Pakhuismeester - - Iohannes Reintous nodig is. Aldus Gedaen ende Geresolveerd in het kasteel Kolombo ten daege, Maend en Jaere voorschreven /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, DC von Driberg, D: F: faetz, J: Reintous, B: L: van Zitter en Asamlant Door den E: Dessave fretz overgelegd zijnde, de hier qualifikatie aen de E: dessave onder g'insereerde reekening van 't tot dus verre lluijden te voorzign van de ri=e veronkostigde, om ingevolge resolutie van den 12. Maart graven en intdrieken, te laeten deezes jaers, de rivier van 't pas te bedammen en van sluijsen te voorzien, zomeede om de daar bij vermelde spruijten te laaten doorgraeven en int diepen, met berigt De wel Edele Groot achtb: Heer Gouverneur Willem Iacob van de Graaff - - . Diederich Carel von Drieberg - . Diederich Thomas foekz, - - Bjenedictus Lambertus van Zitter Mr. Johannes Adrianus vollenhove absent. Vrijdag den 31:' December 1790. Present. Resolutie genomen in Raede van Ceilon over het Inlands de- partement teffens 55. 1790 afschrijven - - - . op
English
232. 233. Carried forward - - - - rd=s 559. 42—. April also, that some small additional expenses will still have to be incurred thereon, but that nevertheless, after all the work shall have been completed, the total amount will not come to 5000. rd=s. Account of the expenses incurred both for deepening the streams at Bloemendal, and for raising the dikes at the Great Pass, and constructing sluices there. Successively received and disbursed at Hulftsdorp by Philip de Silva, Aratchi; namely: To the following who have deepened the streams; 1790. March The 1. to 19. heads at 6. stivers each per day. . . . . . rd=s 2. 18 —. ditto 2. to 63. ditto at ditto ditto — rd=s 7. 42. ditto 3. to 66. ditto at ditto ditto — rd=s 8. 12-. ditto 4. to 71. ditto at ditto ditto — rd=s 8. 42 —. ditto 5. to 4 ditto at ditto ditto - rd=s — 24 —. ditto 6. to 63. ditto at ditto ditto - rd=s 7. 42. ditto 7. to 50. ditto at 3. stivers each for half a day - - - - - rd=s 3. 6-. ditto 8. to 71. ditto at 6. stivers each per day - - - - - - - - rd=s 8. 42–. ditto 10. to 63. ditto at ditto ditto - rd=s 7. 42. ditto 11. to 70. ditto at ditto ditto - rd=s 8. 36. ditto 12. to 99. ditto at ditto ditto - rd=s 12. 18-. ditto 13. to 100 ditto at ditto ditto - rd=s 12. 24-. ditto 15. to 114. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 12 -. ditto 16. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 17. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 18. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 19. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 20. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 21. to 75. ditto at ditto ditto - rd=s 9. 18–. ditto 22. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 23. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 24. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 25. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 27. to 115. ditto at ditto ditto - rd=s 14. 18-. ditto 28. to 115. ditto at ditto ditto - - - - - - - rd=s 14. 18—. ditto 29. to 115. ditto at ditto ditto - - - - - - - rd=s 14. 18-. ditto 30. to 105. ditto at ditto ditto - - - - - - - rd=s 13. 6: ditto 31. to 115. ditto at ditto ditto - - - - - - - rd=s 14. 18 —. ditto 18. to 100. ditto at ditto ditto - rd=s 12. 24-. ditto 19. to 90. heads at 6. stivers each per day - - - - - - - rd=s 11. 12—. ditto 20. to 103. ditto at ditto ditto - - - - - - - - - rd=s 12. 42–. ditto 21. to 111. ditto at ditto ditto - - - - - - - - rd=s 13. 42– ditto 22. to 107. ditto at ditto ditto - - - - - - - - rd=s 13. 18–. ditto 23. to 101. ditto at ditto ditto - - - - - - - - rd=s 12. 30 –. ditto 24. to 99. ditto at ditto ditto - - - - - - - - rd=s 12. 18-. ditto 25. to 103. ditto at ditto ditto - - - - - - - - rd=s 12. 42– ditto 26. to 113. ditto at ditto ditto - - - - - - rd=s 14. 6 -. ditto 27. to 106. ditto at ditto ditto - - - - - - rd=s 13. 12– ditto 28. to 113. ditto at ditto ditto - - - - - - - rd=s 14. 6– Carried forward rd=s 718: 6 – To the following who bailed water at night at the sluices near the Karwaats Bridge and that of Mr. Burnat, and who guarded the lime, stones, and other materials brought to build both sluices; namely: March from the 3. to the 31. every night 4: heads at 6. stivers each for every night, amounting for 29. nights to - - - rd=s 14. 24-. April from the 1st to the 5. ditto amounting for 5. nights to - - rd=s 2 — —. ditto from the 13. to the 20. ditto every night 2. heads amounting for 8 nights to rd=s 2 — —. ditto on the 21. to 6 heads - rd=s — 36-. ditto on the 22. - rd=s — 24 -. ditto from the 23. to the 30. every night 2. heads amounting thus for 8. nights to - - rd=s 2 — —. May from the 1. to the 18. ditto as before 2. ditto for 18. nights to rd=s 4. 24– amounting to rd=s 26. 36 – To the following who worked at the Sluice of Mattakoelie; namely: May the 1. to 15. heads at 6. stivers each per day - - - - - rd:s 1. 42 —. ditto 2. to 25. ditto at ditto - - - - - - - - - rd=s 3. 6 —. ditto 3. to 30. ditto at ditto - - - - - - - - rd=s 3. 36-. ditto 4. to 20: ditto at ditto - - - - - - - - rd=s 2. 24 —. ditto 5. to 25. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 3. 6-. ditto 6. to 42. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 5. 12 —. ditto 7. to 20. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 2. 24 -. ditto 8: to 30. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 3. 36-. ditto 9. to 12. ditto at ditto – – – – – – – – rd=s 1. 24–. ditto 10. to 25. ditto at ditto - - - - - - – – rd=s 3. 6–. ditto 12. to 32. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 4. — — ditto 13. to 40. ditto at ditto – – – rd=s 5 — –. ditto 14. to 40. ditto at ditto – – – rd=s 5 — –. ditto 16. to 32. ditto at ditto – – – rd=s 4. — — ditto 18. to 30. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 3. 36-. ditto 20. to 25. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 3. 6-. ditto 22. to 25. ditto at ditto - - - - - - - rd=s 3. 6-. Carried forward Rd=s 79: 36— to rd 744: 42- The 21. December 1790.
Dutch transcription
232. 233. Transport - - - - rd=s 559. 42—. April teffens, dat daar aan nog eenige wijnige ongelden zullen moeten gedaan worden, dog dat egter, na dat al 't werk zal g'absolveerd zijn, 't geheel bedrae- „gen geen 5000. rd=s zal komen te beloopen Reekening van het bekostigde zo tot het uit diepen„ van de spruiten te Bloemendal, als tot het opwerpen van de Dammen aan het groote Pas, en aanmaken van sluijsen aldaer. Door Philip de silva arraetje, op Hulftsdorp successivelijk ontvangen en verstrekt; als: aan de volgende die de sprinten uitgedieft hebben; 1790. Maert Den 1. aen 19. koppen â. 6. stuw=s ider sdaegs. . . . . . rd=s 2. 18 —. „ 2. „ 63. _o „ _o _ do — „ 3. „ 66. _–o „ do _— „ 4. „ 71. _o— „ do — _ „ 5. „ 4 _o„ do _o - 7. „ 50. _o „ 3. stuw:s ider voor halve dag - - - - - „ 3. 6-. „ 8 „ 71. _o „ 6 „ 6. _o „ _o „ 10 „ 63. _o „ _o __o „ 70. _o „ _o_o 11. „ 12. „ 99. _o „ „ 13. „ 700 _o „_ „ 15 „ 114. _o „ _o _o „ 16 „ 115. _o „ _o „ 17 „ 115. _o —„ _o _o „ 18 „ 115 _o —„ _ _o „ 19 „ 115 _o „ _o _o „ 20 „ 115: _o „ _:o —. _o „ 21. „ 75: _o „ _o _„o „ 22. „ 115. _o _„ _o _o „ 23 „ 115 _o „ _o __o „ 24. „ 115 _o „ _o _o 0-„ 04 - - „ 18. „ 100. _o „ 25. „ 115 _o „ _o _o „ ldaeis - - - - - - - - „ 8. 42–. „ 3 2. _o „ 27 „ 115 _o „ _o _o „ 31. „ 115 _o —„ _o _ - „ er „ 28. „ 9/10. _o „ _o _o - - - - - - - „ 14. 18—. Transporteere ad=rs 7. 42. 8 36. -„ 8. 42 –.„ -„ 7. 30 –. 8: 12-. 12. 18-. - - - - - „ 8. 42. - - - - „ 8. 42 —. „ 21. „ 111. „ _o „ 22 „ 107. „ _o „ 23. „ 101. „ _o „ 24. „ 99. „ _o „ 25. „ 103. „ _o „ 26. „ 113. „ _o „ 27. „ 106. „ _o „ 28. „ 113. „ _o aan de volgende die des nagts bij de sluijsen aan de karwaats brug en die van de heer Burnat water hebben uitgeschept, als mede de kalk, steenen en verdere materiaelen die aangebragt zijn, om die bijde sluisen temetzelen, opgepast hebben; als. Maert van den 3. tot den 31. eke nagt 4: koppen â 6. stx: ider voor elke nagt, komt voor 29. nagten - - April „ „ 1=te tot den 5. d=o komt voor 5. nagten - - 2 — —. _o — „ „ 13. „ „ 20. d=o elke nagt 2. koppen komt voor 8 nagten„ — 36-. _o — „ „ 21. aen 6„ koppen _o — „ „ 22 _o — „ „ 23. tot den 30. elke nagt 2. koppen komt dus voor 8. nagten - - „ 2 — —. Maij „ „ 1. „ „ 18. „ „ als even 2. „ _o voor 18. lb – „ 4. 24– „ 26. 36 – aan de volgende die bij de Cluis van Mattakoelie gewerkt hebben; als. Maij den 1. aen 15. koppen â 6. stuiv=s ier sdaags - - - - - rd:s 1. 42 —. „ 4 „ 20: „ 7 „ 20 „ „ 9. „ 12. „ 10 „ 25. „ 12„ 3/98 „ 14 „ 40. „ 20„ 25: „ 3. „ 30. „ _o „ 8: „ 30. „ _o „ 29. „ 115. „ _o – – – – – – – –m rd: 718: 6 – - - - rd=s 14. - 24-. „ 5. „ 25. „ _o „ 6 „ 42. „ _o „ 13 „ 40. „ _o „ _o „ _ „ 16„ 32. „o „ 2 24 —. „ 18 „ 30. „ _o - - - - - - „ 13. 12– „ - - - – – – - „ 14. 6– - - - - - - - „ 14. 6 -. „ 30. „ 105. „ _o — - „ 2. „ 25. „ _o – - - - - - - - - „ 3. 6 —. „ _o „ 20. „ 103 „ _o _ - - - - - - - - - „ 12.42–. - - - - - - - - „ 14. 18-. - - - - „ 12. 42– Den 19. aen. 90. koppen â 6. stuivers ider sdaegs - - - - - - - „ 11. 12—. Den 21. December 1790. 5. 12 —. 4. — — 3. 36—. – – – „ 4. 36 – 5 — –. -„ 2. 24 -. – – – „ 5:12– - - - - - - – – „ 3. 6–. – – – – – – – – „ 1. 24–. -. -- - - - - - - - „ 3. 36-. - 3„. 6 Transporteere Rd=s 79: 36— rd 744: 42- „_o - - - - „ 7. 42. „ „ „ - „ - „ 14. 18 –. 14. 18-. 14. 18-. 14. 18 —. 14. 18-. 14. 18-. 14. 18-. 14. 18. 14. 18 -. 14. 18 -. 11. 12-. 14. 18 — 19. 30-. 11/3 6.. 13. 6: 12 24-. 13. 3/6 559. 42 -. „ „ „ --- „ - - - - - - - : - _o __o __o - _o - „ _o „ _a „ _o „ _o e _o o - „ _o - _o _o — - - - - – - - „ _ _o— e _o - _ _o _ - _o - „ -- „ „ „ „ „ „ -- „ „ - — – – – – – „ 9. 18–. „ — -„ „ -- _o — - - - - - „ _o _o _o - _o „ _o _o —„ _ „ „„ _o - - „ 114: 18-. 12. 24.. —— — „ 14. 12 -. _o - - - - „ - — - - - — — - „ - - - - - – – — — „ - - -- – - -- -- - -.„ — „ — -- – – - — - „ _o _ „ _o „ 22 „ 25. „ _o _o - - - – – -- – – – — — – – – – – – „ 2. 24– 1 - - - „ 3. 6-. „ — – – – – „ 3. 36— 5. 12 —. - „ — 24 —. — - — — - - - - — - - - - - - - - „ 12. 18-. – – – – – – – – – „ 12. 30 –. — — - - - – – – – „ 13. 42– — – – – – – „ 13. 18–. do 3 rs
English
234: 235. . . Carried forward ditto 394. 6. . rds 864. 36 —. " 27. " 35. " ditto June " 1. " 75: On the 27th to 30. heads at 6. stuivers each daily - - - - - " 3. 36– " 28. " 99 " rds - - " 12: 18. " 25. " who worked during the night, as above - - " 3: 6 —. " 29. " 83. " at 6. stuivers each daily — " 10. 18 —: - — 30 " 84. " ditto Sum " 119. 42 — To the following who constructed the dam from the Karwaets bridge down along the road towards the pass; namely. May " 1. to 95: heads at 6. stuivers, each daily - - - rds 11. 42—. " 2. " 92. " ditto - - - - - " 11. 24 —. " 3. " 76. " ditto - - - " 9. 24. " 4. " 83. " ditto - - - " 10. 18 —. " 5. " 84 " ditto - - — — — " 10. 24 -. " 6. " 66. " ditto - - - " 8. 12. —. " 7. " 70. " ditto - - - " 8. 36—. " 8. " 83. " ditto - - - " 10. 18 —. " 9. " 108. " ditto - - - - " 13. 24 —. " 10 " 80. " ditto - - - " 10. —: " 11 " 56. " ditto - - - " 7. — —. " 12 " 57. " ditto - - - " 7. 6 —. " 13. " 59. " ditto - - - - - " 7. 18 —. " 14: " 73. " ditto - - - " 9. 6 — " 15. " 75: " ditto - - - " 9. 18 —. " 16 " 69. " ditto — — " 8. 30 —. " 17. " 81. " ditto — " 10. 6 — " 18 " 79. " ditto - - - " 9. 42- " 19 " 74: " ditto - - - " 9. 12— " 20 " 84. " ditto - - - " 10. 24 -. " 21 " 89. " ditto — " 11. 6 –. " 22 " 88. " ditto - - - " 11. — —. " 23. " 60. " ditto — - - - " 7. 24. —. " 24. " 57. " ditto - - - " 7. 6 —. " 25 " 88. " ditto - - - " 11. — —. " 26 " 95. " ditto — - - " 11. 42- " 27: " 59. " ditto - - - " 7. 18 —. " 28. " 58: " ditto - - - " 7. 12 —. " 29. " 55. " ditto - - - " 6. 42—. " 31. " 54. " ditto - - - " 6. 36- June " 2 " 66. " ditto - - - " 8. 12- " 3 " 55. " ditto - - - " 6. 42—. " 4. " 81. " ditto - - - " 10. 6 –. " 5. " 74: " ditto - - - " 9. 12— " 6. " 74. " ditto - - - " 9. 12— " 8 " 67. " ditto - - - " 8. 18 –. " 9. " 56. " ditto - - - " 7. — —. " 10. " 58. " ditto - - - " 7. 12 —. " 11. " 56. " ditto - - - " 7. — —. " 12. " 57. " ditto - - - " 7. 6 —. " 15. " 57: " ditto - - - " 7. 6 —. " 16. " 51. " ditto - - - " 6. 18 -. " 17. " 55. " ditto - - - " 6. 42-. " 19. " 55. " ditto - - - " 6. 42-. " 21. " 53. " ditto - - - " 6. 30 —. on the 22nd to 58. heads at 6. stuivers each daily - - - rds 7. 12 —. " 25. " 49 " ditto - - - " 6. 6 — " 26. " 56. " ditto - - - " 7. — —. July " 3. " 57. " ditto - - - " 7. 6 —. " 9. " 39. 1/3. " ditto - - - " 4. 44 —. " 14. " 36. " ditto - - - " 4. 24 —. " 15. " 59. " ditto - - - " 7. 18 —. " 16. " 89. " ditto - - - " 11. 6. To carry forward - - rds 394. 6 - rds 864: 36 –. Carried forward ditto 79. 36. rds 744. 42— " 471. 12 —. To the following who drove into the ground piles along the dam on the river side which the Jaffnapatnam workers made, namely. July the 9th to 12. heads at 6. stuivers each daily — - rds 1. 24 -. " 10. " 10. " ditto . . . - - - - -. " 1. 12—. " 11. " 16 " ditto - - - - - " 2 - -. " 12. " 15. " ditto - - - - - " 1. 42-. " 15 " 10 " ditto - - " 1. 12 —. " 16 " 9. " ditto — — " 1. 6 —. " 17. " 10. " ditto - - " 1. 12 — " 18 " 10 " ditto — — " 1. 12— " 19. " 10 " ditto — — " 1. 12 —. " 21. " 10 " ditto — —— — " 1. 12 —. " 14. — For 1. raft of bamboos purchased for the use of the sluices both of the Karwaets bridge, and of Mr. Burnat – - " — 30 —. " 1. ditto for the use of the sluice at Mattakoelie, - - - - - " — 30 —. " 160. olas, for making mandapas at the aforementioned sluices " 24: —:— Together rds 1351. 36 —. To the aforesaid Philip de Silva, Aratchi, for the agreed sum for further improving, widening, and filling with kapok earth of the road or the dam from the Karwaets bridge to the pass— " 600. — —. Paid to the Jaffnapatnam workers from the Company's small-coin treasury for the following works which they performed, namely. For the dam along the road from the Great Pass Naklegam in length 225. fathoms, average width 3. fathoms, and height 4½ feet, or in volume 506. cubic fathoms at one rds each fathom — rds 506 — „ For the dam along the river up to the new sluice, in length 194. fathoms, 2½ fathoms average width, and 5½ feet height or in volume 400. cubic fathoms at 38. stuivers each fathom - - " 316. 32—. For a new ditch, of length 255. fathoms, width 2½ fathoms, and 2½ feet depth, in volume 476. 2/3 cubic fathoms, at 38. stuivers each fathom " 377. 16 —. For the dam from the preceding dam, down along the river up to the garden of the junior merchant the Honorable Tavel, in length 200. fathoms, 3½ fathoms width, and 6. feet height, or volume 694. 2/3. cubic fathoms, at 38: stuivers the fathom - - - rds 550. — — " 1750 — —. To carry forward - - - rds 3701. 36. – The 31st of December 1790. The 31st of December 1790.
Dutch transcription
234: 235. . . Transport d=s 394. 6. . rd:s 864. 36 —. „ 27. „ 35. „ _o Junij „ 1. „ 75: Den 27=e aen 30. koppen â 6. stuiv=s ider sdaegs - - - - - „ 3. 36– „ 28. „ 99 „ rd — - „ 12: 18. „ 25. „ die des nagts gewerkt hebben, als even - - „ 3: 6 —. „ 29. „ 83. „ â 6. stuw=s elk Edaags — „ 10. 18 —: - — 30 „ 84. „ _ Amm „ 119. 42 — aan de volgende die de Dam van de karwaets brug aflangst de wegh na het pas gemaekt hebben; als. Meij „ 1. aen 95: koppen â 6. Ctuw=s, ider sdaegs - - - rd:s 11. 42—. „ 2. „ 92. „ 3. „ 76. „ 4. „ 83. „ „ 6. „. 66. „ „ „ 8. „ 83. „ 11 „ 13. „ 59. „ 14: „ 73. „ 20 „ 84. „ 25 „ 88. „ 12 „ 57. „ „ 18 „ 79. „ 19„ 74: 9. „ 108. „ „ 10 „ 80. „ „ 1/15. „ 75: 89 „ „ 22„ 88. „ _o „ 17. „ 81. „ _o _ „ 21„ 89. „ _o „ 26 „ 95. „ _o 5. „ 84 „ _o - - — — — „ 10. 24 -. „ 16 „ 69. „ _ o — — _o „ 19„ 55. „ 17„ 55 Transporteere - - rd=s 394. 6 - r0 864: 36 –. 1 7. 6 —. — - - - - „ 6. 18 —. — - - „ 7. 18 —. 11 — —. 4. 18 -. 11. —6. - - „ 11: 42- - - - „ 11. – –. 6. 36- 7. 6 —. 9 6 — 10. —: „ 9: 42— 7. 18— „ 10:18–. Julij „ 25. „ „ 26. „ 56. „ 27: „ 59. _ „ _o „ 28. „ 29. „ 55. _o 58: „ 49 „ 3. „ 57. „ aande volgende die paalen langs de dam aan de rivier kant die de Jaffenapatnammers gemaekt in de grond geslagen hebben, als. Inbij den 9. aen 12. koppen a: 6. stuivers ider sdaegs — - rd:s 1. 24 -. — — „ 1. 6 —. „ 16 „ 9. „ „ 1. 12 — — — „ 1. 12— — —„ 1. 12 —. „ 21. „ 10 „ _ —— — 1. 12 —. „ 14. — voor 1. vlot bamboeden ten dienste van de sluiten zo van de karwaets brug, als van den heer Burnat ingekogt – - „ — 30 —. „ 1. d=o ten dienste van de Cluis te Mattakoelie, - - - - - „ — 30 —. „ 160. oladsen, tot het maken van mandoes bij de sluisen voormelt „ 24: —:— Tezaamen rd=s 1351. 36 —. Aan voorsz: Philip de silva araetje, voor het g'accordeerde tot het ver- =der verbeteren, verbreeden, en aanvullen met kapok aerde van de weg of de Dam van de harwaetsbrug na het pas— de Japfenapatnammers in't scomp:s kleene geld kassa betaeld voor de volgende werken die zi verrigt hebben, als. voor de Dam langst de weg van het groote Pas Naklegam aen lengte 225. raem=s, middel breete 3. raem, een hoogte 4½ voeten, of aen inhoud — rd:s 506 — „ 506. cubuq: raemen tegens een rd=s ider vaam voor de dam langst de rivier tot aen de nieuwe sluijster„ lengte van 194. vaem, 2½ raam middel brute, en 52 voeten hoogte of aan inhoud 400. cobuq: vaem tegens 38. stx: ider vaam - - „ 316. 32—. voor een nieuwe gragt, ter lengte van 255. vaam, breete 2½ raa„ en 2½ voeten diepte, aen inhoud 476. 2 eubuq voem, tegens 38. stuiv s 2der „ 377. 16 —. vaam voor de Dam van de voorenstaende dam, langs de rivier af tot aen de tuijn van den onderkoopman dE: Tavel ter lengte van 200. vaem, 3½ vaam breete en 6. voeten hoogte of inhoud 694. 2/3. Cubriq: vaam, tegens 38: stuijv:s de vaam - - - ra 550. — — „ 1750 — —. „ 15 „ 10 „ _o „ 1 „ _ _ „ 24. „ 57. „ 17. „ 10. „ _o „ 18 „ 10 „ _o „ 19. „ 10„ „ _o _ „ „ 10. „ 10. „ _o. . . - - - - -. „ 1. 12—. „ 11. „ 16 „ _o - - - - - „ 2 - -. „ 12. „ 15. „ _o - - - - - „ 1. 42-. - - „ 1. 12 —. - - - - ½ 6. 18- „ 471. 12 —. 7. 6 —. - – - „ 7. 6-. „ 6. 42-. „ 6. 6 — - - „ 7. 24. —. --„ 7: 6— — — - „ 7. 18 —. „ dn 22. aan 58. koppen â 6. stuiv=s wer sdaegs - - - rd:s 7. 12 —. J Hee Den 31. december 1790. E Transporte d=o 79. 36. rd:s 744. 42— Transporteere - - - rd=s 3701. 36. – „ „- „ _o _ „ _o _o _o _o — - _o — _o — _o — _o — „ _o — „ _o — „ „ _o— „ „ _o — _o — „ _ o— „ _o — „ _o — „ _o „ _o — „ _o „ _o „ _o „ _o _o „ _o — „ _o — — „ „ _o „ _o „ _o _ „ _o „ __o _o „ _o—. „ 16„ 51 „ 15„ 57: „ 12„5 „ 11 „ 56. „ 10„ 58. „. 9„ 56. „8„ 67. „ 7„ 70. „ 6„ 74. „ 5„ 74: „ 4„ 81. „ 3„ 55. „ 2 „ 66. „ 31. „ 54. „ „ - 9. _o - - -- - - „ „ „ „ —- - „ 7. 12 —. -„ — —. — — - — - — — — „ 8. 36—. „ „ 39. 1/3. „ 8. 18 –. 7- - 7 – –. 6. 42—. - 6: 42—. — — - „ 21„ 53. - - — — — - - - „ 6. 42—. -„ 10. 6 –. - -. „ 8. 12- „ „ - - - - — - „ - „ „ - 10. 24 -. 9. 12— 9. 42- - „ -„ 10. 6 — — — – – – „ 830 —. — — — - — „ 9. 18 —. „ – – – - „ 11. 6 –. „ — - — - - - -- - - - — - — - - - „ „ 9. 18 — 8. 12. —. — — — „. 10. 18 —. – - - „ 9 24. —. — -„ 11. 24 —. - — 1 — -- — — -„ „ Deen 31. december 1790. „ 23. „ 60. „ _o — „ 57. „ „ : _o — _o— - — — - — — — — - -- — - „ 7. 12 —. ƒ — — — — 0 „ 600. — —.
English
236 237. 31 December 1790 7 Brought forward Rds - - . rds 4054. 34 rds Per Transport for the sluices, both at the sowing field of Mr. Qurnat and at the Karwaetsbrug, furnished and consumed on behalf of the Company at Hulftsdorp; namely: - - rds 6. 12 -. 25 lb iron nails at 12 stuivers the lb: - - - 1850 pieces small cabook stones at 13 Rds the 1000 with the cartage: 24. 2 —. 75 large cabook stones at 52 Rds the thousand - - - 3. 43. —. 6600 masonry bricks at 6 Rds the thousand - - - 39. 28 —: 856½ parras masonry lime at 6 Rds the Last - - - - 68: 24 —: 4 pieces milile timber - - - Nendoen timber 8 milile planks - - - - - - 5— —. 60 lb iron for bolts, hooks and bands — 9 fathoms iron hawser to 2 carpenters who worked for one month – – – – 4 – –. stt: further 2 parras of rice to the same at 42 pt. the parra — — 1. 36. —. - 3 sawyers who likewise sawed the aforesaid 8 milile planks for ½ month - - - - - - - - - 2. 12 —. - 1. 15 —. 10 masons; namely 2 for one month, 2 for ½ month, 4 for 23, and 2 for 22 days, calculated at 3 Rds each per month - 22. 28¼. further 7¼ parras of rice to the same, at 42 stivers the parra ½ 17¼: 202. 26 —. The following Company tools were furnished both to Philip De Zilve Aratchi and to the Jaffnapatnam laborers for the service of the aforesaid dams at Hulftsdorp, and all accounted for again as unserviceable; namely: 100 pieces inchados at one Rd each - - - - - - - rds 100 — —. 2. 24— - 1. 24 —. 105. — to the Bookkeeper and Member of the Landraad van Pradau who, by the honored order of the Right Honorable Lord Governor, surveyed, measured and assessed the work done by 1 double number of Jaffna laborers from along the pass up to the Maduaal, from the 10th to the 29th of May of this year further 12 parras of rice to the same, as above at 42 4 axes - - 30 stuivers each — - -. - 2 — —. according to warrant of 1 August of this year et - - 6 12 —. - – 8 – – — – — 36 —. - - . 1 —— Assistant and Member of the Landraad Sinning who likewise, by high honored order as above, was on commission from 17 March to 27 April of this year at Passtaklegam, during the construction of the newly built dam, the digging of a branch, and causing some waste and uncultivated sowing fields situated at Kottanchena for 12 to 15 years to be worked, according to warrant of 1 August: 112: 2 paid - 45. 20 —: Rds 4054. 34-. 2 coytas 24 — Rds 3701. 36 — The following account was submitted under date of 12 September 1740 by the Iavel, concerning the expenses and costs incurred by His Honor for the sluice of the fields of Matrakoelie, namely: to 1 master carpenter at 8 Rds a month for 4 months paid: rds 32 — —. 1 carpenter - - 5 Rds and 1 parra of rice a month for 3 months, 18. 36 —. 4 ditto 21. – –. ditto — 4 Rds 1 ditto 4 Rds 1 ditto ditto 2 ditto 10. 24 —. The following were purchased and paid for; namely - – – - 11. 12. –. 9 milile beams, for — - - 6 ditto, among which 1 native teak - - - - - 6. — —. 10 soursop and mendore small beams, at 36 stuivers each - - - - 7. 24 —. 18 coconut trees, at 15 stuivers each - - - - - - - - 5. 30 —. 1 raft of bamboos - paid to the Sailmaker Oldenbottel — 5 lb soap - 13 harpuis . .. 16 pitch — —¾ barrel tar Paid to the coolies, to wit: 5 heads for 3 days at 6 stivers each per day . . . . rds 1. 42 —. 4 heads for 1 day at ditto 6 heads for 22 days at 6 ditto — 24 heads for 22 days at 5 ditto — paid by order of the Right Honorable Lord Governor to the Jaffna laborers — 2 Sum Rds 276. 47-. The following Company carpenters and sawyers were sent from Hulftsdorp for the service of the aforesaid sluice and also did service there, to wit: 2 carpenters — 2 months 2 ditto — 24 days 4 heads at 5 stivers ditto — 12 heads at 6 ditto 12 heads at 5 ditto 10 heads 15 heads 12 heads for 3 days at ditto - - - - - - 4. 36 —. 2 heads for 22 days at 3 ditto 2. 35—. 95. 10 —. for 4 days at ditto — — 26 heads 1 ditto 4½ heads for which was paid at Rds 2 per month each calculated — - - Rds 8. 9. ½ as also furnished 3½ parras of rice costing 320. —. Carry forward Rdrs 11. 29: ½ rd: 276. 47.— rds 4054. 34— 19. 30 —. rd: 13. — –. - 2. 24 —. 7. 24 —. - - 11. 22 — —— 36. — —. - - - - 22. — —. - - - — 24. —. - - 5. — —. 4 heads at ditto - - - r: 24 = 2 – –. 1. 17- Carry forward stiver the Parra — - — -- — — -- — 2 shovels 36 each — paid - rds 18.36 -. . 5. 8. 6 for 4 days at ditto — - - - – - – – - - - - — -- - - - - - — 20 –. - - 12. – –. - - 2. 24 — -. - 1. 12—: - 30. — — 52 2 ditto 172 1 ditto 1.
Dutch transcription
236 237. Den 31. december 1790 7 Transport Rd=s - - . rd:s 4054. 34 rd:s Pr Transport voor de sluisen zo op het zaaijveld van de heer qurnat als aen de karwaetsbrug, 'skomp: wegen op Hulfts dorp verstrekt en ver- bruikt; als. - - rd:s 6. 12 -. 25. lb: spijkers inz â 12. stuivers t: lb: - - - 18: 50. p=s kleene kaboksteenen â 13. rd=s t 1000 met de karloor „ 24. 2 —. 75. „ groote kaboksteenen â 52. rd=s het duijsend - - - „ 3. 43. —. 6600- „ metzelsteenen â 6. rd=s het duijzend - - - „ 39. 28 —: 856½ parras metzelkolk â 6. rd=s het Last - - - - „ 68: 24 —: 4: - stuks milile houten - - - Nendoen hout 8— „ milile planken - - - - - - „ 5— —. 60 —. lb: eizer tot bouten, haeken en banden — 9 vadems eizer tros aen 2. timmerlieden die een maend gewerkt hebben – – – – „ 4 – –. stt: nog 2: paara rijst aan dezelve à — 42. pt. „ 1. 36. —. de paara — — - 3: houtzagers die mede — ½ maend; de voorsz: 8. milile planken gezaagt hebben - - - - - - - - - „ 2. 12 —. -„ 1. 15 —. 10: metselaers; als 2. voor een maend, 2. voor — ½ maend. 4. voor 23., en 2. voor 22: dagen â 3. rd=s ider per maend gereekend - „ 22. 28¼. nog 7¼ parra rijst aen dezelve, â - 42. stxer: de parra ½ 17¼: „ 202. 26 —. De volgende Comp: gereedschappen, zijn zo aen Philip De zilve araetje, als aen de Jaffenapatnammers, ten dienst te der voorsz: Dammen op wulftsdorp verstrekt, en alle weder onbekwaam verantwoord; als. 100. P=s inchados â een rd=s ider - - - - - - - rd:s 100 — —. „ 2. 24— -„ 1. 24 —. „ 105. — aan den boekhouder en Lid van den Land-raed van Pradau die ter g'eerde ordre van den wel Edelen Groot achtb: heer Gouverneur het gedaene werk van 1: dubb: getal jaffenase werkslieden van langs 't pas tot aan het maduaal, van den 10. tot den 29=e kaij deses Jaers opgenomen, gemeeten en getaxeerd heeft nog 12 parra rijst aan dezelve, als vooren â - 42- 4. „ bijlen - - „ 30. stuivers ieder — - -. - „ 2 — —. volgens ordonnantie van den 1. augustus Jzeeden et - - „ 6 12 —. - –„ 8 – – — – „ — 36 —. - - . „ 1 —— assistent en Lid van den landraed sinning die mede ter hoog g'eerde ordre van als vooren, van den 17: maert tot den 27. april deses jaers, aen het Passta= klegam in kommissie is geweest, bij het opwerken van de nieuw aangelegde Dam, het groeven van een spruit, en het doen bewerken van eenige op kottan chena van 12. â 15. Jaeren gelegene woeste en ongekulti„ veerde zaaijvelden, volgens ordonn: van den 1. aug: 112: „ 2„ betaeld - 45. 20 —: rd=s 4054. 34-. 2. „ kooytas „ 24. „ rd=s 3701. 36 — De ondervolgende reekening is onder dato 12 7ber: 1740 door de Iavel overgelegd, wegens het verbruikte en veronkoste door zijn E: tot de sluijs der velden van Matrakoelie, als aan 1: baas timmerman â 8. rd=s smaends voor 4 maenden bet: rd=s 32 — —. „ 1: timmerman - - „ 5. „ en 1 parra rijst smaends voor 3. maenden, 18. 36 —. _ „ 4. d=o „ 21. – –. _o — „ 4. „ „ 1. „ „ 4 „ „ 1. „ „ _o „ 2. d=o „ 10. 24 —. De volgende zijn ingekogt, en betaeld; als - – – - „ 11. 12. –. 9. mililebalken, voor — - - 6. d_o „ waar onder 1. inlandsche kiate - - - - - „ 6. — —. 10. Zoorsax en mendore balkjes, â 36. stuiv=s ider - - - - „ 7. 24 —. 18. kokus bomen, â 15. stuiv=s ider - - - - - - - - „ 5. 30 —. 1. vlot bamboes - aan den Zeilmaker oldenbottel betaeld — 5. lb: zeep - 13. „ harpuis . .. 16. „ pik — —¾. vat thier Aan de koelies betaeld te weeten 5. koppen voor 3. daegen a 6. stvxr: ider sdeegs. . . . rd=s 1. 42 —. 4: „ „ 1. dag „ _0 6: 24. „ 22. „ „ 6 „ do — „ 22. „ „ 5 „ d — op ordre van den welEdelen Groot achtb: heer Gouverneur aen 2 de Jaffenammers betaeld — Somma rd=s 276. 47-. De volgende skomp=s timmerlieden en houtzagers, zijn: van hulftsdorp ten dienste der voorm: sluijs gesonden en aldaer ook dienst gedaan teweeten 2. timmerlieden — 2. maend 2. _o— 24: - dregen „ 4. „ „ 5. stx „ _o — „ 12. „ „ 6. „ _o „ 12. „ „ 5. „ _o _ 10. „ 15. „ 12. „ „ 3. dagen „ _o - - - - - - „ 4. 36 —. 2. „ „ 22 „ „ 3. „ _o _ „ 2. 35—. „ 95. 10 —. „ 4. „ „ _ — — 26. „ 1. do 4½ „ voor de welke betaeld is o rd=s 2. per rd=s 8. 9. ½ maend ider geteekend — - - als mede ook verstrek 3 3/2. parro rijst kostende „ 320. —. Transporteere rd=rs 11. 29: ½ rd: 276. 47.— rds 4054. 34— 19. 30 —. rd: 13. — –. -„ 2. 24 —. „ 7. 24 —. - - „ 11. 22 — —— „ 36. — —. - - - - „ 22. — —. - - - „ — 24. —. - - „ 5. — —. 4 „ „ do - - - „ r: 24 = „ 2 – –. 1. 17- Transporteere stver: de Parra — - — -- — — -- „ - 2. „ schoppen „ 36. „ „ — betaeld - rd:s 18.36 -. . 5. 8. 6 „ „ „ „ 4. „ „ _o — - - - – - – – „ - - - - — -- - - - - - „ — 20 –. „ - - „ 12. – –. - - „ 2. 24 — -. - „ 1. 12—: - 30. — — 52 „ 2. d=o 172 „ 1. d o 1.
English
236. 237. The 31st December 1790 Carried forward Rds - - - . rds 4054. 34— for the sluices both on the sowing field of Mr. Zurnat and at the Karwaets bridge, furnished and consumed on behalf of the Company at Hulftsdorp; namely: - - rds 6. 12 -. 25 lbs of nails at 12 stuivers the lb 1850 pieces small kabok stones at 13 rds the 1000 with the cartage 24. 2 —. 75 large kabok stones at 52 rds the thousand — — — 3. 43. —. 6600 masonry bricks at 6 rds the thousand - - - 39. 28 —. 856½ parras masonry lime at 6 rds the Last - - - - 68. 24 —. Nendoen wood - - - - 8 milile planks — – – – – 5 – –. - 60 lbs of iron for bolts, hooks and straps — 9 fathoms iron rope to 2 carpenters who worked for one month - - - - 4 – –. further 2 parras rice to the same at 42 stuivers the parra 1. 36. —. - 3 sawyers who also for ½ month sawed the aforementioned 8 milile planks - - - - - - - - - 2. 12 —. further 1½ parras rice to the same, as above at 42 stuivers the parra - - - - 1. 15 —. 10 bricklayers; namely 2 for one month, 2 for ½ month, 4 for 23, and 2 for 22 days, calculated at 3 rds each per month - 22. 28¼. further 7¼ parras rice to the same, at 42 stuivers the parra 7. 4. 202. 26 —. The following Company's tools were furnished both to Philip De Zilva Aratchy and to the Jaffnapatnam workmen for the service of the aforementioned dams at Hulftsdorp, and all accounted for as unusable again; namely: 100 pieces inchados at one rds each - to the Bookkeeper and Member of the Landraad of Mature, who by honored order of the Right Honorable and Most Respected Lord Governor surveyed, measured and assessed the work done by 1 double number of Jaffna workmen from along the pass up to the Mutwal, from the 10th to the 29th May of this year - - 2 — —. 4 pieces milile timber - - - - - - - - - 8. — — 4 axes at 30 stuivers each — 2. 24 —. — 36 —. Brought forward Rds 3701. 36 – 6. 12 —. —: - - rds 100 — —. the parra — - - - - 1 — —. according to warrant of 1 August last and 2 kooytas at 24 stuivers by highly honored order as above, was on commission from 17 March to 27 April of this year at Pas Betal, for the raising of the newly constructed dam, the digging of a spruit, and causing to be cultivated some wasteland and uncultivated sowing fields located on cottan chena for 12 to 15 years, according to warrant of 1 August 1790 paid - 45. 20 —. Assistant and Member of the Landraad Sinning who also 2 shovels at 36 stuivers 1. 24 —. 105. — 15. 26. 10. 6. paid by order of the Right Honorable and Most Respected Lord Governor to the Jaffna men — Total rds 276. 47-. The following Company's carpenters and sawyers were sent from Hulftsdorp for the service of the aforementioned sluice and also performed service there, to wit: 2 carpenters — 2 months 2 ditto — 24 days 1 ditto 4½ days for whom was paid calculated at 2 rds per month each — - rds 8. 9½ as well as furnished 3 13/32 parras rice costing 3. 20. —. Carry forward rds 29½ rds 276. 47. rds 4054. 34 — The following account was submitted under date 12 September 1790 by Mr. Javel, on account of what was consumed and expended by his Honor for the sluice of the fields of Mattakkuliya, namely: paid to 1 master carpenter at 8 rds per month for 4 months rds 32 — —. to 1 carpenter at 5 rds and 1 parra rice per month for 3 months 18. 36 —. The following were purchased and paid for; namely: 9 milile beams, for — - 6 ditto beams of which 1 native teak - - - - - 6. — —. 10 Soorsax and mendore small beams, at 36 stuivers each - - - - 7. 24 —. 18 coconut trees, at 15 stuivers each - - - - - - - - 5. 30 —. 1 raft of bamboos - - 5. — —. paid to the sailmaker Oldenbottel — 5 lbs soap - - - - - — 20 —. 13 lbs resin - - 2. 24 — ¾ barrel tar - - : - 1. 12—: Paid to the coolies, to wit: 5 head for 3 days at 6 stuivers each per day - - - rds 1. 42 —. ditto for 3 days ditto — 1. 17-. ditto for 4 days ditto — 2 — —. ditto for 4 days ditto — 12. – –. ditto for 4 days at 5 stuivers — 24.— ditto for 12 days at 6 stuivers 4. 36 –. ditto for 4 ditto 21. – –. - - - - - - - - 11. 12. -. 4 head for 1 day ditto 22 head for 6 days ditto - - 22. — —. ditto 22 for 5 days ditto 11. 22 —. ditto 12 for 5 days ditto 7. 24 —. 1 ditto 4 days and 1 ditto ditto 2 ditto 10. 24 —. 16 lbs pitch - 2. 24 —. 1 ditto 4 days and 1 ditto 7. 24 —. 19. 30 –. 36. — —. 2 head for 22 days and 3 ditto 2. 3.— 95. 10 -. rd 13. — —. Carry forward rds 4054. 34-. rds 18. 36 -. . - - paid — 24. 8. 12. 2 30. — —. 52 2 ditto 172 1 ditto
Dutch transcription
236. 237. Den 31. december 1790 Ar Transport Rd=s - - - . rd:s 4054. 34— voor de sluisen zo op het zaaijveld van de heer Zurnat als aen de karwaetsbrug, 'skomp:s wegen op Hulfts dor verstrekt en ver- bruikt; als. - - rd:s 6. 12 -. 25. lb: spijkers inz â 12. stuivers. 't: lb: 18: 50. p=s kleene kaboksteenen â 13. rd=s 't 1000. met de karloorn „ 24. 2 —. 75. „ groote kaboksteenen â 52. rd=s het duijsend — — — „ 3. 43. —. 6600. „ metzelsteenen â 6. rd=s het duijzend - - - „ 39. 28 —: 856½ parras metzelkolk â 6. rd=s het Last - - - - „ 68: 24 —: Nendoen hout - - - - 8— „ milile planken — – – – – „ 5 – –. - 60 —. lb: eizer tot bouten, haeken en banden — 9 vadems eizer toos aen 2. timmerlieden die een maend gewerkt hebben - - - - „ 4 – –. tt: nog 2: paara rijst aan dezelve à — 42. l „ 1. 36. —. - 3: houtzagers die mede — ½ maend, de voorsz: 8. milile planken gezaagt hebben - - - - - - - - - „ 2. 12 —. nog 12 parra rijst aan dezelve, als vooren â — 42— -- „ 1. 15 —. stver: de Parra - - - - 10: metselaers; als 2. voor een maend, 2: voor — ½ maend 4. voor 23, en 2. voor 22: dagen â 3 rd=s ider per maend gereekend - „ 22. 28¼. nog 7¼ parra rijst aen dezelve, â - 42. stxer: de parra ½ 7.4. „ 202. 26 —. De volgende somp:s gereedschappen, zijn zo aen Philip De zilve araetje, als aen de Jaffenapatnammers, ten dienstte der voorsz: Dammen op wulftsdorp verstrekt, en alle weder onbekwaam verantwoord; als. 100. P=s inchados â een rd=s ider - aan den boekhouder en Lid van den Land-raed van Tratau die ter g'eerde ordre van den welEdelen Groot achtb: heer Gouverneur het gedaene werk van 1: dubb: getal jaffenase werkslieden van langs 't pas tot aan het matuaal, van den 10. tot den 29=e kaij deses Jaers opgenomen, gemeeten en getaxeerd heeft - -. - „ 2 — —. 4: - stuks milile houten - - - - - - - - - „ 8. — — 4. „ bijlen - - „ 30. stuivers ieder — -„ 2. 24 —. - „ — 36 —. P=r Transport. - . . rd:s. . rd=s 3701. 36 – - „ 6 12 —. —: - - rd:s 100 — —. de paara — - - - - „ 1 — —. volgens ordonnantie van den 1. augustus Jzeeden et 2. „ kooytas „ 24. ter hoog g'eerde ordre van als vooren, van den 17. maert tot den 27. april deses jaers, aen het Passta= klegam in kommissie is geweest, bij het opwerken van de nieuw aangelegde Dam, het graeven van een spruit, en het doen bewerken van eenige op kottan chena van 12. â 15. Jaeren gelegene woeste en ongekulti: veerde zaaijvelden, volgens ordonn: van den 1. aug: 117: 2i„ betaeld - 45. 20 —. assistent en Lid van den landraed sinning die mede 2. „ schoppen „ 36. „ „ - — — - - „ 1. 24 —. „ 105. — 15. 26. „ 10. „ 6. op ordre van den welEdelen Groot achtb: heer Gouverneur aen de Jaffenammers betaeld — Somma rd=s 276. 47-. De volgende 'skomp=s timmerlieden en houtzagers, zijn. van hulfts dorp. ten dienste der voorm: sluijs gesonden en aldaer ook dienst gedaan teweeten. 2. timmerlieden — 2. maend 2. _o—. 24: - dregen 1. do 4½ „ voor de welke betaeld is ard=s 2. per rd=s 8. 9:½ maend ider gereekend — - als mede ook verstrekt 3: 13/32. parro rijst kostende „ 320. —: Transporteere rd=rs „. 29½ rd:s 276. 47. rds 4054:34 — De ondervolgende reekening is onder dato 12 7ber: 1790 door dE Iavel overgelegd, wegens het verbruikte en veronkoste door zijn E: tot de sluijs der velden van Matiakoelie, als aan 1: baas timmerman â 8. rd=s smaends voor 4 maenden bet: rd=s 32 — —. „ 1: timmerman - - „ 5. „ en 1 parra rijst smaends voor 3. maenden „ 18: 36 —: De volgende zijn ingekogt, en betaeld; als. 9. mililebalken, voor — - 6. d_o „ waar onder 1. inlandsche kiate - - - - - „ 6. — —. 10. Zoorsax en mendore balkjes, â 36. stuiv=s ider - - - - „ 7. 24 —. 18. kokus bomen, â 15. stuiv=s ider - - - - - - - - „ 1. vlot bamboes aan den zeilmaker Oldenbottel betaeld — 5. lb: zeep 13. „ harpuis - — ¾. vat thier Aan de koelies betaeld te weeten 5. koppen voor 3. daegen a 6. stxr: ider sdaegs - - - rd=s 1. 42 —. „ 3. dagen „ _o — „ 4. „ 4 „ „ _o — „ 4. „ „ _o — „ 4. „ „ 5. „ 12. „ „ 6. „ „ _ „ 4. d=o „ 21. – –. - - - - - - - - „ 11. 12. -. 4. „ „ 1. dag „ _o 22. „ „ 6 „ _o _. - - „ 22. — —. „ 22. „ „ 5 „ _o _ „ 11. 22 —. „ 12. „ „ 5. „ _o _ „ 7. 24 —. 1 _o „ 4 „ „ 1. „ „ do „ 2. do „ 10. 24 —. 16. „ pik - „ 1. _o — „ 4. „ „ 1. „ „ 1. 17-. 2 — —. - -„ 12. – –. - – – „ — 24.— - - - – - – „ 4. 36 –. -- „ 2. 24 —. - - - - „ 7. 24 —. „ 19. 30 –. — „ 36. — —. 2. „ „ 22 „ „ 3. „ _o _ . „ 2. 3.— „ 95. 10 -. — rd: 13. — —. Transporteere rd=s 4054: 34-. „ - — .— rd:s 18. 36 -. . - - betaeld — 24. 8. „ „ „ 12. „ – „ — „ - - - - - „ — 20 —. - - „ 2. 24 — - - : - „ 1. 12—: 5. 30 —. - - „ 5. — —. - „ _o— _— - - – 2 30. — —: 52 „ 2. d=o 172 „ 1. do
English
238 239. 9 Decision on a letter of considerations regarding the proposed advancement of agriculture in the district of Karretje, and the conditions on which he would take it upon himself. Business concerning Jaffna patnam and what His Honour is to be ordered in that regard. 3 sawyers for one month 3 parras of rice to the same - - - - - 230 —. Furthermore, the following Company supplies were furnished and expended for the service of the aforesaid sluice; namely: From Hulftsdorp 10 millila planks . . . . . - - - - - - 20 — –. 8 large mendora beams, of which 4 of 15 to 17 feet long - - - - - 8 — — 4 of 20 to 22 ditto - - - - 10 — —. 50 small mendora posts of 4 to 6 covids - - 15. 30 —. 22 millila planks of 2½ thumbs thick - - - - 11 — —. 8 Nabedde millila ditto - - - - 8 — —. From the shipwrights' yard 7 millila planks of 7½ thumbs thick - - - 7 —. From the factory of the Right Honourable Hendriksz 2 boeroete posts of 4 covids long, 1/3 covids thick, for two spindles - - - 1. 12 —. 200 pieces of gunny bags and several small bundles of timber for the stopping up and damming off of the breach - - - 20 —. From the master of the wagonmakers' shop 1 piece of koomwood - - - - 24 —. 1 ditto halmillila, from which 16 spoke staves were turned mf 122. 5½ Total Together Rds 4413. 38. ½. Hulftsdorp, the last of October Ao 1790. was signed: Adriaan vandort. 399. 4. ½. It is, after deliberation, approved and agreed to authorize the said Honourable Dissave to write off the sum of Rds 4453. 38. ½., already expended according to the aforesaid account, against the Hulftsdorp accounts; In fulfillment of the resolution of 27 November last, having been received from Captain Landregent of the Wannij Nagel a letter of the 17th of this month, in which he presents his considerations regarding the proposed means for the promotion of agriculture in the district of Karretje, and the conditions on which he would take this work upon himself, should the Honourable Dissave of Jaffnapatnam prefer not to burden himself with it, principally amounting to this: that he would take this district in lease for five years, and from his private purse pay the costs for the construction of the projected tanks, provided that during these five years there shall be ceded to him the customary tithes which the Company derives from the paddy crop with orders to have an assessment of these expenses, taken at 5000 Rds, made across all the fields that have been improved by this work, pro rata according to the size of the fields, to be paid by the owners thereof to the Company in three terms, namely one-third immediately after the calculation shall have been made, and the remaining two-thirds from six to six months. Carried Forward Rds 129 ½ rd 264 d 4:344 of this F 424. — 241. of this district, and that he in addition shall also be allowed to enjoy an equal tithe which the inhabitants had voluntarily offered to contribute for it, undertaking nevertheless to deliver from these revenues an annual net income of 5000 parras of paddy to the Company. It was deliberated thereon and taken into consideration: 1. That the construction of the tanks which Captain-Lieutenant Toenander deemed necessary solely for the eastern part of Karretje surveyed by him, will, according to the calculation of Captain Landregent Nagel, come to cost Rds 22436, not counting what the western part of this district, which has not yet been surveyed, will require. 2. That this government already by resolution of the 27th of November 1792 extensively observed of how great an importance it is for this Island that the grain cultivation be promoted in every possible manner, on the occasion that it was deliberated to lease the nine Vanni provinces to Captain Landregent Nagel, and that according to all incoming reports, there is no less expectation of the fertility of the district of Karretje than of the Vanni provinces. 3. That the offer of Captain Landregent Nagel to have the necessary tanks constructed in this district at his own expense, provided he receives the Company's customary tithes of the paddy, and an equal quantity from the inhabitants, is far preferable to having this work done for the Company's account, as that would certainly come to cost much more than if either the Dissave of Jaffnapatnam or Captain Nagel himself take it upon themselves and direct the work up close. 4. That although the Company in the last 10 years, or from 1780/81 to 1789/90, calculated one year with another, has had annually 7400 parras of paddy for tithes from Karretje, and that Their Honours therefore during the lease will miss 2400 parras a year, yet this can be no objection to reject the offer of Captain Nagel, since there is no likelihood of being able to contract out this beneficial work on a more advantageous footing, and it is to be assumed with well-founded reasons that the small loss which the Company suffers on the tithes during the lease will subsequently be most amply compensated from the increased revenues.
Dutch transcription
238 239. 9 Dispositie op en brief van consideratien over de voorge- van den landbouw, in't landschap karretje, en de conditien waarop zig neemen Besoigne over Iasse napatnam en wat zijn E: daaromtrent te gelasten. 3. hout zagers een maend 3. parra rijst aan dezelve - - - - - „ 230 —. Nog zijn de volgende skomp: wegen verstrekt, en verbruikt ten dienste der voorsz: sluijs; als. van Hulftsdorp 10.: milile planken. . . . . - - - - - - „ 20. — –. 8. groote mendore balken waar van 4. van 15. â 17. voeten lang - - - - - „ 8 — —: 4. „ 20: „ 22 _o _ - - - - „ 10 — —. 50. klijne mindore paelen van 4. â 6. kobid=s - - „ 15. 30—. 22. milile planken van 2½ d=m dik - - - - „ 11. — —. 8. Nabedde milile d=o. - - - - „ 8 — —. van de scheepstimmerwerf 7. milile planken van 7½ d=m dik - - -„ 7– van de fabreek VE: Hendriksz: 2. boeroete paelen van 4. kob=s lang — 1/3. kob=s - - „ 1. 12 —. dik tot twee spillen — - - 200. p=s goenij zakken en ettelijke geringe boshou= ten tot het toe stoppen en afdammen van de sprint . „ 20 — - — van de baas van de wagema= kers winkel 1. P=s koomhout - - - - „ 24 — 1. „ halmilile, waar van gedraart i6 wiel stokjes mƒ 122. 5½: Somma Tezaamen Rd=s 4413. 38. ½. Hulftsdorp den Laatsten October Ao 1790. /:was geteekend:/ Adriaan vandort. 399. 4. ½. Is na deliberatie goedgevonden en verstaen gemn: E: Dessave te qualificeeren, om de reeds, volgens voorsz reekening veronkostigde som van rd=s 4453. 38. ½., bij de Bulftsdorpsche reeke- Ter voldoening aan 't besluit van den 27. November dE: tagel houdende zijn es Jz:, van den Capitain Landregent van de wannij Nagel stelde middelen ter bevordering ontvangen zinde een brief van den 17=e deezer, waar bij hij dit werk zoude willen op hij opgeeft zijne consideratien, over de voorgestelde mid- =delen, ter bevordering van den landbouw in 't landschap: karretje, en de conditien waar op hij dit werk zoude willen op zig neemen, indien de E: Dessave van Jassenapatnam zig „niet daar meede „ mogte verkiezen te belasten, hoofdzaekelijk daar op uitkomende, dat hij dit landschap zoude nemen in admodiatie voor vijf Jaeren, en uit prive beurs doen de kosten tot 't aanbeggen van de geprojecteerde tanken, mits dat geduurende deeze vijf Jaeren aan hem zullen worden afgestaen de ge= woone tienden, die de kompenie van 't nelij gewasch „ning te mogen afschreven; met last, om een omslag van deeze ongelden, genomen op 5000. rd=s, te laaten doen over alle de velden, die door dit werk verbeeterd zijn, na rato van de groote der velden, om door de eigenaers daar van aan de Compenie te worden voldaan in drie termeinen, name lijk een verde veel terstond na dat de bereekening zal zijn gemaekt, en de overige twee derde deelen van ses tot ses maenden. P=r Transport Rd=s 129 ½ rd 264: d 4:344 deezes F „ 424. — 241. deezes landschaps toekomt, en dat hij daar en boven nog zal mogen genieten een gelijke tiende, die de ingezeetenen vrijwillig hadden, aangebooden daar voor optebrengen, aannee- mende nogtans om uit deeze inkomsten, Jaarlijks aan de kompenie een zuijver revenu van 5000. parras nelij te bezorgen Js. daar over gedelibereerd en in achting genomen: „ Dat 't aanmaeken van de tanken, die de Capitain Luitenant Toenander alleen voor 't door hem opgenomen oostelijk geveelte van karretje nodig oordield, volgens de bereekening van den Capitain Landregent Nagel, zal komen te kosten rd=s 22436. , ongereekend 't geen 't wettelijke. gedeelte van dit landschap, 't: welk nog niet opgenomen is, zal nodig hebben 21. Dat deeze regeering reets bij resolutie van den 27=e 9ber: 172; omstandig heeft aangemerkt van hoe groot belang het voor dit Eiland is, dat de graan cultuure op alle mogelijke wyze word bevordert, ter geleegentheid dat gedelibereerd is om de negen wanniasche provintien aan den capitain landre- gent Nagel in admodiatie aftegeeven, en dat volgens alle ingekomene berigten, er geen minde verwagting is van de vrugtbaertheid van 't landschap karretje, dan van de wannische provintien 3 / Dat de aanbieding van den kapitain landregent Nagel, om in dit landschap op zijne kosten de benodigde tanken te laeten aanmaeken, mits genietende 'skomp: gewoone tien den van de Nelij, en een gelijke hoeveelheid van de ingezeetenen, verre te prefereeren is, dan dit werk voor scomp=s reekening te laeten doen, wijl dat zekerlijk veel meer zal komen te kosten, dan wanneer 't zij de dessave van Iafsenapatnam, of kapitain Nagel zelve, dat op zig nemen en 't werk van na bij bestieren. 41: Dat wel de komp: in de laatste 10. Jaeren, of van 78/ :, tot 17 29/90., '2 eene Jaar door 't andere gereekend, Jaar lijks 7400: parras nelij voor tienden van karretje ge- had heeft, en dat haer Edele dus geduurende de ad- modiatie 2400. parras sjaers zal missen, dog dat dit gevns object kan zijn, om de aanbieding van kapitain Nagel te doen afwijzen, wijl 'er geen apparen tie is om dit heilsaam werk op een, voordeeliger voet te kunnen aanbesteeden, en 't met gegronde ree- denen te onderstellen is; dat 't gering verlees, 't welk de Compenie geduurende de admodiatie op de tienden leid, vervolgens wel ten aller ruijmsten zal worden vergoed uit de meerdere in- komsten
English
to demand on account of the two large tanks proposed by the Honorable Nagel instead of the separate tanks. To seek Your Honour's authorization to restore the Giant's Tank. Revenues of this district. And it has therefore been approved and agreed to send a copy of the aforementioned letter from Captain Landregent Nagel, with the aforementioned report from Captain Lieutenant Foenander, and the map belonging thereto, to Jaffanapatnam, and to instruct the officials to place the same in the hands of the Honorable Dessave Schreuder, and to inquire of him whether, on the conditions proposed by Captain Landregent Nagel, he wishes to take upon himself the work of improvements in the district of Karretje, and if the said Honorable Dessave does not wish to burden himself therewith, to assign that work on the aforementioned conditions to the aforementioned Captain Nagel, and thereby to separate the district of Karretje from the Jaffna Dessavony, and to place it under the direct administration of Captain Landregent Nagel; and in this latter case, the Honorable Dessave Schreuder shall be indemnified for whatever he might happen to lose in his revenues by this arrangement, which he must therefore, in this case, also specifically specify. It was further agreed, with regard to the consideration raised by Captain Landregent Nagel in his aforementioned letter, whether it would not be better, instead of the separate tanks proposed by Captain Lieutenant Foenander, to construct two large tanks at the places indicated by him on the map, to demand a further report from the said Foenander, and also to send this report to Jaffanapatnam for the consideration of the Honorable Dessave Schreuder. The Noble Lord Governor communicated to the meeting that His Honour, on account of the general opinion that if the water tank situated in the province of Mantotte, and called the Giant's Tank because of its great extent, could be restored, a great multitude of lands could thereby be irrigated and consequently made sowable, instructed Captain Lieutenant Foenander, on the occasion of his having been at Manaar in the beginning of this year to inspect the pearl banks, to also survey the aforementioned old tank accurately, as he indeed did and submitted thereof the report inserted below. To the Right Honorable, highly esteemed Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. Right Honorable, highly esteemed, high-commanding Lord! Pursuant to your Right Honorable, highly esteemed, highly revered orders to accurately survey and investigate whether the so-called Giant's Tank could be restored, and if so, what this would approximately cost, and what benefit one could expect from it with certainty, I first went into the country together with the Manaar Resident Ebell to inspect the said Tank. We were first brought to a place in the Moesseliese River where a dam of large, hewn stones is piled up. This dam was previously considered by both the inhabitants and others to be a part of the Giant's Tank; a stream was also shown to me, which takes its beginning a little below the dam from an arm of the river, which the inhabitants believed to have been the canal through which the water would have run from the Moesseliese River to the Giant's Tank. I went along the said stream and at once discovered the impossibility of their supposition, all the more so because the said stream runs to nothing, more than two and a half hours' walk away from the Giant's Tank. Subsequently I inspected the Giant's Tank, which is a large piece of low land surrounded by an earthen dike on the west and south side, within which the water was retained in the rainy season in order to irrigate the fields with it in the dry monsoon. On the 9th of July of this current year I had the honor to write extensively to your Right Honorable about this, see appendix letter A; therefore I write here, for the sake of brevity, only the essentials. In order to carry out this investigation with the utmost accuracy possible to me, I first measured the aforementioned dam or dike on a large scale and subsequently carried out a leveling along the same, as can be seen from the profile made thereof which I have the honor to offer herewith, and from my humble letter of the 16th of August of this current year, see letter B; your Right Honorable might be pleased to see that the said dam has been breached in several places, and in others has been washed away and become low. In order to be able to judge with certainty the usefulness of this work, I needed to know both the size of the Tank and of the fields that could be irrigated from it; therefore I had the Manaar surveyor Sneider measure the upper side of the tank, and also had a survey carried out around all the lands that could be irrigated from the Giant's Tank and made into good sowable fields, with the exception of all brackish soils, and it was discovered by this survey that the Giant's Tank is 3121 Morgen in size and the surrounding lands suitable for fields 25935 Morgen. The map made of this and the instructions I gave to the surveyor, I have likewise the December 31, 1790
Dutch transcription
242: 243. vorderen wegens de door dE: te tanken in steede van de by zondere tanken W1 UE. qualifikatie te ver- stiellen van de reuse tank kan komsten van dit landschap En is derhalven goedgevonden en verstaen, een copij van voorsz: brief van den kapitain Landregent Nagel, met 't hier vooren vermeld berigt van den ka- pitain Luitenant toenander, en de daar toe gehoo- rende kaart, te zenden na Jaffenapatnam, en den be- dienden te gelasten, om dezelve te stellen in handen van den E: Dessave schoeuder, en denzelven aftevraegen of hij op de Conditien, door den Capitain Landregent Nagel voorgesteld, op zig wil neemen 't werk der verbee teringen in 't landschap karretje, en zoo gem: E: vissa ve. zig daar meede niet wil belasten, dat werk op de voorsz: conditien op te draegen aan voorm: Capitain Nagel, en mits dien 't landschap karretje aftezonderen van de Jaffenasche Dessavonij, en te stellen onder 't direkt be- stier van den kapitain Landregent Nagel; en zal in dit laetste geval, de E: Dessave schreuder schadeloos worden ge- steld voor 't geen hij, door deeze schikking, mogt komen te verliesen aan zijne inkomsten, 't welk hij mits dien in dit geval; tevens bepaeldelijk moet op- geeven. Nog is verstaan, om nopens de bedenking van dE: foenander berigt te door den kapitain Landregent Nagel bij voorsz zijn brief Nagel voorgestelde twee groo- gemaekt, of 't niet beter waere, om insteede van de door den kapitain Luitenant Toenander voorgestelde bijzondere tanken, twee groote tanken op de door hem bij de kaert aangeweezene plaetsen aanteleggen, te vorderen nader berigt van gem: Toenan„ „der, en dit berigt ook te zenden na Iagsenapatnam, tot speku= latie van den E Dessave schreuver: De Edele heer Gouverneur Communiceerde ter vergadering, dat zijn zoeken tot 't laeten her Edele uit hoofde van 't algemeen gevoelen, dat zoo de water tank geleegen in de provintie Mantotte, en om haere groote uitgestrektheid de reuse tank genaamt, konde worden hersteld, daar door eene groote meenigte landen zoude kunnen worden bewaterd, en mits dien worden bezaaijbaer gemaekt, den kapitain Luitenant Toenander, ter geleegentheid dat hij in 't begin van dit Jaar te kannaer was geweest om de paerlbanken te visiteeren, heeft gelast, om ook de voorsz aeude tank naukeurig opteneemen, zoo als hij ook dat gedaan en daar van ingediend heeft 't hier onder g'insereerd be- rigt door Aan 244: 24. 5:— Aan den wel Edelen Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Raed ordinair van Nederlands India, Gouver„ neur en Direkteur van het Eiland Ceilon, met dies onderhorigheeden. WelEdele Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! Jngevolge uwer welEdele G: G: achtb: hoog g'eerde orders, om naeukeurig op teneemen en nategaen of de zo genaemde Reuse Tank zoude konnen hersteld worden, en zo Ja, wat dit naesten bij zoude komen te kosten, en wat nut men met zeeker- heid daar van zoude konnen verwagten ben ik eerst te zaemen met 't Manaers opperhoofd Ebell in het land geweest om de gem: Tank te bezigtigen wij wierden eerst gebragt op een plaets in de Moesseliese Rivier, daar een Beer van groote gekapte klipstienen opgestapeld is. Deeze heer is bevorens zo door de ingezeetenen als andere gehouden voor een gedeelte van de Reuse Tank, ook wierd mij een spruijt getoond, die iets beneeden de heer uijt een arm van de rivier zijn begin neemt, die de ingezeetenen hielden voor de wig geweest te hebben, waar door het water uit de Moesseliese Rivier naer de Reuse Tank zoude hebben geloopen. Jk ben langs de gem: spruijt gegaan, en ont- waarde ten eersten de onmogelijkheid van hunne suppositie„ te meer de gem: spruit tot niets loopt, meer als 2 ½ uur gaans van de reuse Tank af. vervolgens bezigtigde ik de Reuse Tank die een groote stuk laag land is, dat met een aarde dijk aan de west en zuijd zijde is omringt, waar binnen het water in de Regen teid is opgehouden geworden om in de drooge Mousson de vel- den daar mede te bewateren. Jk heb den 9. Julij I: Z: de Eer gehad uw wel Edele G: G: achtb: hier over breedvoerig te schrijven, vide bij laege L: A: dusschrijve ik hier in, kortheids halven, alleen het hoofd zaekelijke„ om dit onderzoek met de uiterste mij mogelijke naeuwkeurig heid te verrigten, zo heb ik de meerm: Dam of dijk eerst in een groote schaal gemeeten en vervolgens een water pas- huy langs dezelfde verrigt, uit de daar van gemaekte en profil die ik de eer hebbe hiernevens aante bieden, en uit mijn ootmoedige aanschrijving van den 16. aug: JZ: vide L:a B: geliefd uw wel Edele gestr: Groot achtb: Hoog gunstig. te zien dat gem: Dam op verscheide plaetsen is doorgebroo- ken, en op andere weder afgespoeld en laag geworden. Om met zekerheid van de nuttigheid van dit werk te konnen oordeelen had ik nodig zo wel de groote van de Tank als ook van de velden die daar uit bewa- terd konnen werden, teweeten; dierhalven heb ik door den Mannaerschen Landmeeter sneider de boven kant van de tank laaten meeten, als ook een meeting laaten verrigten rond alle de Lan- den die uit de Reuse Tank bewaterd en tot goede zaaijvelden gemaekt konnen werden, met uitzondering van alle brakke gronden, en is door deeze meeting ont- waard dat de reuse tank is groot 3121. Morg C: en de om- leggende tot velden dienlijke landen 25935: Morgl:- De hier van gemaekte kaert en de Jnstruktie die ik den geen landmeeter gaf, heb ik insgelijks de Den 31. december 1790 groote Er
English
247. The 31. December 1790. Before adding hereto, see Litt. C: I deemed it necessary to obtain some clarification from the Chiefs and inhabitants of Mantotte and Nanathan, therefore I drew up the query points attached hereto under Litt. D, which were translated to them at the secretariat of Manaer, and to which they handed over the opposite answers in writing in Malabar. Therein may it most favorably please Your Right Honorable and Worshipful to see that there are 22 villages or fields of purchased grounds and 2 ditto unpurchased lying inside the Giant's Tank, but notwithstanding this, it appears from the answer to the seventh question that they nonetheless very much wish that the Giant's Tank may be repaired; regarding the compensation of those who would come to lose their sowing fields in the tank, the grounds below and beside the Giant's Tank are just as fertile and good as those lying in the Tank. It is also no great trouble to make fields on all the uncultivated lands that lie outside the Giant's Tank, because only the small scrub and thorns need to be cut away and the necessary small dikes laid between the fields, and therefore it would not be unjust that all those who retain their fields undisturbed by this work and nevertheless derive benefit from the work, should assist the others who lose their fields to make new ones in their place. If Your Right Honorable and Worshipful should resolve to repair the aforementioned Giant's Tank, then 7019 cubic rods of earth would have to be thrown onto the Dike and into the Breaches in order to give it the required height and thickness; it is also necessary that five sluices are placed in the dike or dam, through which the water could be drained off to whichever side it is needed. These sluices ought to stand at the outer end of vaulted culverts, which culverts and sluices should be made so large that in a short time one can release as much water as is necessary for watering vast surfaces. According to my idea, these culverts must be at least 4 feet wide, 3 feet on the side walls, the half-diameter of the arch 2 feet, thus the total height inside the culvert 5 feet. Being made in this manner, one could, at the end of the dry Monsoon, when the water has been drained from the tank, inspect these culverts from the inside and if any minor defects occurred, repair them in time, which cannot be done with smaller culverts. At the east end of the Dike, one would necessarily have to build a weir, over which the excess water in heavy rain years could freely run off without damaging the Dike. The Dike will, according to my calculation, be 22 feet higher than the lowest lands inside the tank and 24 feet higher than the point No. 1. The weir will be 4 feet lower than the crown of the Dike, and in this manner the Dike would never run the risk of being flooded or breached, against which one must take great care, for an unfortunate breach would not only put the people, houses, and cattle that are below in danger of drowning, but the crops of an entire year could also be ruined thereby; according to the aforementioned determination of the height of the Weir, so is at the lowest place The 31. December 1790. side inside
Dutch transcription
247. Den 31. december 1790. Eer hiernevens bij te voegen vide L=a C: Jk achtide nodig eenige ophelderingen van de Hoofden en ingezee- tene van Mantotte en Nanathan te bekomen, dierhalven stelve Jk de hier bij onder L: D: gevoegde vraagpointen op die ter sekretarij van Manaer hun vertaeld wierd, en waar op zij de tegen overstaande antwoorden in het Malabaers schrif telijk overgaven. Daar in't gelieft uw welEdele G. G: achtb: gunstigst te zien dat 'er 22: dorpen of velden gekogte gronden en 2 d=o ongekogte binnen in de Reuse bank leggen, maar dit niet tegenstaende, blijkt uit het ant= woord op de zevende vraag, dat zij doch zeer wenschen dat de Reuse tank mag hersteld werden omtrend het schadeloos stellen van de geene die in tank hunne zaaijvelden zoude komen te verliesen; zo zijn de gronden beneden en opr zijde van de Reuse tank even zo vrugt baar en goed als de geene die in de Tank leggen. het is ook geen groote moeite aan, om op alle de onbe- bonde landen die buiten de reuse tank leggen velden te maeken, wijl alleen het kleine kreupelbosch en doorns hoeft weggekapt en de nodige dammeties tusschen de velden gelegd te worden, en daarom zoud het niet onbillijk zijn, dat alle de geene die onge- stoord van dit werk hunne vilden behouden en doch nut van het werk trekken, dat zij de andere die hun ne velden verliesen behulpzaam waeren om nieuwe in de plaets temaeken. Jndien uw welEdele G: G: achtb: mogte resolveeren om de meerm: Reuse Tank te herstellen; zo zoude op de Dam en in de Doorbraeken 7019. Enb: roeden aarde moeten ofgeworpen worden, om dezelve de vereischte hoogte en erkte te geeven ook is het noodzaekelijk dat er vijf sluijsen in het dijk of dan komen; waer door het water afgelaaten konde werden aan welke kant men het nodig heeft. Deeze sluijten dienen aan het buijten Einde van gewulfde Rivolen te staan, welke Rioolen en sluijsen zoo groot dienen te werden dat men in een korte teid zoo veel water kan laaten als tot bewatering van uitgestrekte oppervlaktens nodig zij. volgens mijn ide zo moeten deeze Rivolen ten minsten 4. voet breed zijn, op de zeide muuren 3. voet, de halve Diameeter van de boog 2. voet, dus de heele hoogte binnen in het Riool 5. voeten. Op deeze wijze gemaekt zijnde zoude men in het laatste van de drooge Mousson, wanneer het water uit de tank is uitgelaeten, deeze Rioolen van binnen konnen bezigtigen en zo 'er eenige kleine gebreeken aan kwamen, bij teids dezelfde repareeren, het welk met kleunder Rioolen niet gedaan kan werden: Aan het oosteind van de Dam zoude men noodzakelijk een heer moeten bouwen, waar over het overtollige water in swaare regen Jaeren vrij konde afloopen, zonder de Dam te beschadigen De Dam komt volgens mijn we 22. voeten hooger als de laetste landen binnen in de tank en 24. voeten hooger als de punt N=o 1. De beer word 4. voeten laeger als de kruijn van de Dam en op„ deeze wijze zoude de Dam nimmer gevaer loopen om over- stroomd of gebrooken te werden, waar voor men zeer moet zorgen, want eene ongelukkige doorbrak zoude niet alleen het volk, huijsen en 't vee dat beneden is in ge- vaer stellen om te verdrinken, maer het gewas van een heel jaar zoude ook daar door konnen vergaen vol- gens de voorgem: bepaling van de hoogte van de Beer, zo is op de laagste plaats Den 31. december 1790 —. kant binnen
English
248. 299. The 31st of December 1790. The 31st of December 1790. inside the tank, when it is full, 18 feet deep of water. I have respectfully demonstrated above that the Giant Tank is 3121 Morgl in size, and that the land that can be irrigated and made fertile from it is 25935 Morgl in size. One cannot well assume that all the land will be turned into fields, at least not that everything will be sown at the same time, for the farmers also need land for gardens and to pasture their cattle. Consequently, of the mentioned 25935 Morgl, one can count no more than 16000 Morgl as sowing fields, and thus one Morgl in the tank would have to irrigate 5 Morgl of fields. If a field receives 4 inches of water over itself each time, it is abundantly well irrigated, and therefore if all the assumed 16000 Morgl were to be irrigated at once, the water column in the tank would drop by 20 inches. If one further assumes that the water decreased by another 4 inches due to drying out between each time one irrigated, then, if the tank were equally deep everywhere, one would be able to irrigate all the land 9 times. But because the tank lies higher on the side of the high land, one cannot calculate the average depth of the water at more than 18 feet, and therefore one would not be able to irrigate with it more than 6 times a year. But this is also enough, because in the rainy season no water needs to be taken from the tank, and the crop of the great harvest, which is sown in the month of October and harvested in the months of February and March, would need to be irrigated at most three times. With the turn of the monsoon in the month of April, some rain usually falls every year on this side of the island, through which still more water would be added to the Giant Tank, and thus I have no doubt at all whether one could yearly sow and harvest the adjacent 16000 Morgl twice a year with water from the Giant Tank. Regarding obtaining the necessary water in the Giant Tank, I have no fear of that, because firstly a multitude of water discharges yearly from the high land around the Giant Tank, which according to my understanding is already enough; but if one should see that more was needed, one can simply lengthen the arm of the dam at the southeast end slightly, and thereby catch the water from some streams that also come from the high land and currently discharge into the Moeseliese river. Being able to divide the water in the land in such a way that one can easily irrigate that or whichever plots need it, without the others being flooded, is the greatest matter for the present. And since I lack an accurate general map of all the lands that must be irrigated, it is not possible for me to definitively lay out the lines and show along which the water ought to be led. Nevertheless, I have, by way of a project, drawn lines in pencil on the submitted map of the tank and surrounding lands, as according to my understanding it should approximately be made. Arranged in this manner, the whole land is turned into polders.
Dutch transcription
248. 299. Den 31. december 1790. Den 31: december 1790. binnen de tank, als dezelfde vol is, 18. voet dief water Jk heb hier boven eerbiedig aangetoond dat de reuse Tank is groot 3121. Morgl: en dat het Land daar uit bewaderd en vrugt- baer gemaekt kan werden is groot 25935: Morgl: men aan niet wel veronderstellen dat al het land tot velden gemaekt zal werden, ten minsten niet dat alles te gelijk bezaeid zal weezen, want de land- bouwers hebben ook landen nodig tot tuijnen en om hun voe op te werden, gevolgelyk kan men van de gem: 25935. Morgl: niet meer als 16000. Morgl: voor Zaaij- velden rekenen, en dus zoude een morg C: in de tante 5. Morg: velden moeten bewateren. Als een veld ieder keer 4. duijmen hoog water over zich krijgt zoo is het zelfde over- =vloedig wil bewaterd, en daarom als alle de aangenomene 16000. Morgl: te gelijk zoude bewaterd werden, zo zoude het water Colomiu in de tank 20 duijmen daalen, neemt men nog daar bij aan dat het water door uit droogen tusschen ieder keer men bewaterde noch 4: duijmen verminderde, zo zoude men indien de tank over al even diep was, al het land 9. keeren konnen bewateren, maer wijl de tank aan de kant van het hooge land hooger legt zo kan men de middelmatige diepte van het water, niet hoger reekenen als op 18. voeten en dierhalven zoude men niet meer als 6. keeren sjaers daarmede konnen bewateren maar dit is ook genoeg, want in de regenteid men geen water uit de tank tenemen en het gewas van de groote oegst dat in de maend oktober gezaaijt en in de maenden febr: en Maart in geooght werd zoude ten hoogsten drie keeren hoeven bewae =terd te werden met de kentering van de mousson in de maand april, valt gemeenlijk alle Jaeren aan deeze kant van het Eiland eenig reegen, waar door noch meer water in de Reude bank bij zoude komen, en dus twijffele ik geenschts of men Jaerlijks met water uit de Reuse tank de aanleggende 16000. korgC: twee maals sjaers konde bezaaijen en oogsten. omtrend het nodige water in de Reuse tank te bekoomen zoo heb ik daar voor geen vreeze, want eerstelijk ontlost zig uit het hooge land rond de Reuser tank Jaerlijks een menigte van water. dat volgens mijn begrip al genoeg is, maar zo indien men zien zoude dat men meer van noden had, zo kan men alleen de arm van de Dam aan het zuijd oost eind iets verlen- gen, zo vaugt men daar door het water uit eenige spruiten die ook uit het hooge land komen en ziet tans in de Moeseliese rivier ontlasten. Het water in het land zodanige te konnen verdee- len dat men gemakkelijk dat of welke stuk= ken kan bewateren die het nodig hebben, zonder dat de ander overstroomd worden is de grootste zaak voor het tegenwoordige en tot beid en wijl ik een accurate generaele kaert van alle de landen, die bewa= terd moeten werden, hebbe, is het mij niet mogelijk om bepaeldelijk de Linies uit te zetten en aante toonen langs welker het water dient geleid te werden, niet te mis heb ik projekts wijs op de ingeviende kaert van de tank en ommelanden met potlood Linies getrokken. zoo als het volgens mijn begrip in het naaste diend gemaekt te werden. of deeze wijze ingerigt, word het heele land en terd Polders 248. 299. Den 31. december 1790. Den 21: december 1790. binnen de tank, als dezelfde vol is, 18. voet dief hier boven eerbiedig aangetoond dat de reuse 3121. Morgl: en dat het Land daar uit bewader baer gemaekt kan werden is groot 2593: kan niet wel veronderstellen dat al te velden gemaekt zal werden, ten minsten alles te gelijk bezaeid zal weezen, wa bouwers hebben ook landen nodig tot hun voe op te werden, gevolgelyk kan m 25935. Morgl: niet meer als 16000. Mor velden rekenen, en dus zoude een Morg (: in de velden moeten bewateren. Als een veld ieder k hoog water over zich krijgt zoo is het =vloedig wil bewaterd, en daarom als alle de 16000. Morgl: te gelijk zoude bewaterd het water Coloniu in de tank 20 duijmen da men nog daar bij aan dat het water droogen tusschen ieder keer men ben noch 4: duijmen verminderde, zo zoo indien de tank over al even diep was, al 9. keeren konnen bewateren, maer wijl d kant van het hooge land hooger legt men de middelmatige diefte van niet hoger reekenen als op 18. voeten en zoude men niet meer als 6. keeren sjae konnen bewateren maar dit is ook geno in de regenteid men geen water uit de en het gewas van de groote oegst in de maend oktober gezaaijt maenden febr: en Maart in ge„ soude ten hoogsten drie keeren hoev =terd te werden met de kentering van de mousson in de maand april, valt gemeenlijk alle Jaeren aan deeze kant van het Eiland eenig deegen, waar door noch meer water in de Reude bank bij zoude komen, en dus twijffele ik geinsints of men Jaerlijks met water uit de Reuse tank de aanleggende 16000. korgl: twee maal sjaers konde bezaaijen en oogsten. omtrend het nodige water in de Reuse tank te bekoomen zoo heb ik daar voor geen vreeze, want eerstelijk ontlost zig uit het hooge land rond de Reuser tank Jaerlijks een menigte van water dat volgens mijn begrip al genoeg is, maar zo indien men zien zoude dat men meer van noden had, zo kan men alleen de arm van de Dam aan het zuijd oost eind iets verlen- gen, zo vaugt men daar door het water uit eenige spruiten die ook uit het hooge land komen en zieh tans in de Moeseliese rivier ontlasten. Het water in het land zodanige te konnen verdee= len dat men gemakkelijk dat of welke stuk= ken kan bewateren die het nodig hebben, zonder dat de ander overstroomd worden is de grootste zaak. voor het tegenwoordige en tot beiden wijl ik een accurate generaele kaert van alle de landen, die bewa= terd moeten werden, hebbe, is het mij niet mogelijk om bepaeldelijk de Linies uit te zetten en aante toonen langs welke het water dient geleid te werden, niet te mis heb ik projekts wijs op de ingediende kaert van de tank en ommelanden met potlood Linies getrokken. zoo als het volgens mijn begrip in het naaste diend gemaekt te werden. op deeze wijzer ingerigt, word het heele land en Polders
English
250 251. the 31st of December 1790. the 31st of December 1790. divided into polders, which by means of small sluices can be watered one by one or whichever might need it, without the others receiving any water; and once arranged in this manner and subsequently maintained through good orders and regulations, it cannot follow otherwise than that a land which is fertile by nature must necessarily tend to the great well-being of the sovereign and the subjects. In order to construct all these facilities and watercourses with the greatest utility and advantage, it is necessary that a general map of all the land be made, in which the clear boundaries between the fields and uncultivated lands are noted, in which all the small water tanks are accurately drawn, and in which the boundaries between the villages and the roads lie properly and in their actual locations. Having such a map, it is easy to determine distinctly how the watercourses should be laid out to bring the greatest utility and advantage; through this one could see exactly which and how many lands are already cultivated, where the uncultivated lands lie, and consequently where and how one can grant them to those who come to request land, without causing disorder in the whole plan of improvement. An Amunam or 8 parras of sowing is 750 square rods in extent. A morgen of land is 600 square rods in extent, so 6 2/5 parras can be sown on a morgen; over an extent of 16000 morgens this is 1000000 parras. In this region, which is truly one of the most fertile in Ceylon, a yield of 20 to 25 fold is usually reckoned, and on some fields in a good year twice as much; but even if it yielded only 10 fold, and the land were sown and harvested twice a year, then, when the entire land was made fertile, the Honorable Company would still have 200000 parras of paddy from it as a tithe right, and in the country itself Two Million parras would be produced for consumption and export, which I think is much more grain than the Company's possessions on Ceylon annually require from outside. This is not calculated too high, and thus it seems to me that it is a work that is most useful, and which one can undertake with the best prospects. All the products of Ceylon can barely offset the needs that this island presently has for grain; these products are exported without cash entering the country in return; thus the country must also be and remain stripped of specie, and in a word poor. The money that the repair of the Giant's Tank would cost remains in the country, and through God's blessing and help one can be almost certain, once this work is properly established, that there will be enough grain on Ceylon, whereby the country will undoubtedly flourish, not to mention the great comfort one has in the event of war, namely knowing that the provisions cannot be cut off. I have already had the honor to report that 7019 square rods of earth must be heaped onto the embankment to give it the proper height; but beforehand and before one begins raising it, the stones that lie on the inner side and are for the most part sunken into the ground must be removed, and the roots of the trees and bushes that stand on the embankment dug out, and the places where P
Dutch transcription
250 251. den 31: december 1790. den 31. december 1790. polders verdeelt, die daar behulp van kleine ziel sluijzen een voor een of welk het nodig mogte hebben, bewaterd kan werden zonder dat de andere eenig water bekomen, en over deeze wijze eens in order gebragt en naderhand door goede orders. en schikkingen onderhouden, zo kan niet anders volgen, als dat een land dat van aart en natuur vrugtbaer is, nood- zaekelijk, tot een overgroote wel zijn, van den lands Heere en onderdaenen moet strekken. Om alle deeze inrigtingen en water leidingen met het meeste nut en voordeel te konnen aanleggen is noodzaekelijk dat een generaele kaert van al het land gemaekt word waar in bekend staat de duidelijke linieten tusschen de velden en woeste landen, waarin alle de kleine water tanken nauwkeurig af„ geteekend staan; en waar in de lemieten tusschen: de dorpen en de weegen wel en op hunne wezentlijke plaets leggen: Een zodanig kaert hebbende, is het gemakke „lijk om alles bepaeldelijk te konnen uitzetten hoe de water leidingen gelegt worden om het meeste nut en voordeel toetebrengen hier door zoude men exact kunnen zien welke en hoe veele landen reets bebouwd zijn, waar de onbeboude landen leggen, en gevolgelijk waer en hoe men de geene die landen komen vraegen kan afgeeven, zonder in het heele plan van verbeetering, wan order te veroorzaeken Een Ammonam of 8: parras gezaaij is groot 750. quad: roedn. Een morgen land is groot 600 quad: roeden dus kan op een morgl: gezaaijd werden 6. 2/5 para=s het is ofer 16000. Moogl: groote 1000000: parras. Js dit land streek, dat wel eene van de vrugt baarste op Calom is, word doorgaens 20. â 25, voudig en op eenige velden in goed jaar dubbeld zoo veel voordeel gereekend, maer was het ook alleen dat het 10. voudig opbragte en dat het land twee keer 'sjaers bezaaijd en geoogst wierd, zo zoude wanneer het heele land vrugtbaer gemaekt was, de E: kompenie doch 200000: parras Nelie in tiende geregtigheid daar van hebben, en in het land zelve Twee Milioenen parras tot gebruik en uitvoer geproduceert: werden het welk ik denke veel meer granen is als 'skomp=s be- zittingen op Ceilon Jaerlijks van buijten nodig hebben. Dit is niet hoog gecalculeerd en dus dunkt het mij dat het een werk is, dat allernuttigst is, en dat men met de beste voor uitzigten onder handen kan neemen Alle de producten van Ceilon konnen naeuwelijks goedmaken de behoeftens die dit Eiland tegenwoordig heeft aan graane deeze produkten gaan uit zonder dat 'er contanten daar voor in het land komen dus moet ook het land zijn en blijven ontbloot van specie en met een woord arm, het geld dat de reparatie van de Reuse tank zoude kosten blijft in het land, en door Godes zegen en hulp kan men bij na verzekert weezen, als dit werk eens behoorlijk in stand gebragt is, dat men granen genoeg op Ceilon zal hebben, waar door het land ongetwijffeld zal floreeren, gesweegen de groote troost men bij een voorvallende oorlog heeft, namelijk om teweeten dat de levens middelen niet afgesneeden konnen werden. Jk heb riets de her gehad om te melden dat in 7019. En b: roeden aarde op de Dam moeten op geworpen werden, om den zelfde de behoorlijke hoogte te geeven; haar voor en al eer men aan het verhoogen gaat, moeten de steenen die aen de binnen kant leggen en tot het grut ste geveelte in de grond ingezonken zijn, uitgehaeld werden, de wortels van de boomen en bosschen die op de Dam staan uitgegraeven de plaatzen en daar P
English
252. 253:3 31 December 1790 21 December 1790. where the former sewers were, opened and cleaned in order to get the dam sealed from below everywhere; because the coral stones that must be used for the burning of lime necessarily need to be soaked in fresh water if one wants to have a durable lime, so they must also be broken immediately, brought in, and placed in fresh water. The timber for sluices, channels, etc., as well as the firewood for the lime kiln and brickworks, should also be chopped and brought in as soon as possible; for this and for the transportation of the baked bricks that must be made for the sluices and the weir, 10 to 12 ox carts are highly necessary, with the required draft animals. The brickmakers who come from the Jaffna district do not bake their bricks hard enough in the manner they usually work to build enduring structures underwater with them, so an oven will need to be built. Blacksmiths to repair tools and make the ironwork for the sluices, sawyers to saw the planks for the sluices and channels, carpenters to make the same, should also be provided in good time, so that one part of the work does not have to wait for the other. All the tools, especially for blacksmiths and sawyers, must also come from Colombo. All the necessary tools for the coolies, such as mammoties, crowbars, pickaxes, shovels, axes, chopping knives, rammers, and baskets, cadjans, must also be ready for 1100 heads if one wants to make progress with the work. By experience I have perceived that one must keep 100 Sinhalese very hard at work if they are to process one cubic rood of rammed earth in one day, so to lay 7019 cubic roods on the dam, 1000 heads are needed for 27 months, but, on account of the rainy season, one cannot work more than 9 months in the year, so one would have to spend three years on it. If one calculates that each head on average would have to be given 6 stivers per day, then, if one also includes the payment of the necessary mukaddams, lascars, etc., the raising of the dam would cost around 90,000 rixdollars, but then the sluices, channels, aqueducts, and all the aforesaid necessary work are still not accomplished. Which will cost not much less than the laying of the dam; but because one can maintain that the aqueducts should be maintained by the inhabitants who receive the benefit of this work, who at least for some small payment should be obliged to take care of them and work so that they can obtain water from them, it seems to me that one cannot calculate the costs for that so high. It would contribute much to a speedy completion and an execution of this work that satisfies the objective, if the person who carried it out also had full authority over the country and inhabitants. Otherwise, I foresee all the usual Ceylonese contrariness, and I dare assure that I would never want to meddle with the work of the Giants' Tank, and consequently with the improvement and rehabilitation of the provinces, if someone else had authority in the country; and therefore, under highly favorable indulgence, I take the liberty humbly to propose whether the restoration of the Giants' Tank should be placed under the Honorable Chief, if he considers himself capable of it.
Dutch transcription
252. — 253:3 den 31. december 1790 — Den 21. december 1790. daar de vorige Riolen zijn geweest g'openden schoongemaakt om den Dam over al van onder digt te krijgen: wijl de kraal- steenen die tot het branden van kalk gebruikt moeten worden noodzakelijk in zoet water iitgeversekt dienen te werden indien men een duugzoeme kalk wil hebben zo moeten dezelve ook ten eersten gebrooken aangebragt en in zoet water gelegt te werden. De houtwerken voor: sluijzen zielen &C:a als ook het brandhout voor de kalk branderij en steene bakkerij zouden ook hoe een zoo beeter dienen gekapt en aangebragt te werden; hier voor en voor het transporteeren van de gebakke steenen die voor de sluijten en de beer moeten aangemaekt werden, zijn 10. L 12. osse kaaren hoog nodig met de nodige trek beesten. De steene bakkers die uit het jaffenase komen, bakken hunne steenen niet hard genoeg op die wijze zij gewoonlijk werken, om onder water bestaendaere werken meede over tevoeren, dus zal een oeven dienen gebouwd te werden. smeeden tot het repareeren van gereed- schappen en het aanmaeken van het Eijzer werk aan de sluijzen, houtzagers om de planken voor de sluijzen, en zielen te zaagen, timmerlieden om dezelfde tewaeken, behooren ook bij teids gegeeven te werden, indien het eene gedeelte van het werk op het andere niet wagten moet. ook dienen alle de gereedschappen bijzonder voor smeeden en Houtzagers van kolombo te komen. Alle de nodig ge- reedschappen voor de koelies, zoo als in Chados koevoeten, pikhaans, schoppen, bijlen, kapinessen stampers en Manden kaddigans: dienen ook voor 1100: koppen gereed te zijn als men met werk wil voortgang maeken. hij ondervinding heb ik ontwaerd dat men 100 —: singalees en zeer sterk aan het werk moet houden indien zij een cubik roede gestampte aerde op een dag zullen ver- werken, dus om 7019. cubik Roede op de dam te leggen heeft men 1000- koppen in 27. maenden nodig, maer men kan, wegens de regen teid, niet meer als 9: maenden in het jaar arbeiden, dus zoude men drie jaeren daar toe moeten besteeden. Als men rekend dat men ieder kop door den anderen 6. stvxe=s sdaags zoude moeten geven zo zoude als men de betaling van de nodige Mokkedons Laskorijns &=a noch daar bij reekent, rerkent, het opweiken van de Dain circa 90'000. rd=s komen te staan, maar dan zijne sluijsen, zielen water leidingen en al het hier voorgemelde noodzaekelijke werk, nog niet verrigt. Het welk niet veel minder zal. vallen als het leggen van den Dam; haer wijl men preten deeren kan dat de waterleidingen door de ingezeetene die het nut van dit werk krijgen, ten minsten voor eenig gering betaeling, zouden verpligt moeten zijn om voor dezelve te zorgen en werken dat zij van het water konnen bekomen, zo dunkt mij dat men de kosten daar voor zoo hoog niet kan reekenen, het zoude veel bijdraegen tit een spoedig wilgemaekt en aan het oogmerk voldoene uitvoe= ring van dit werk, indien de geene die het zelfde uitvaerde ook het volle gezag over het land en ingezietenen had, Jk zie anders alle de gewoonlijke Ceilonse dwarsdrijverijen voor uit, en dat duwe ik verzeekeren dat ik mij nooit met het werk van de Reuse tank, en gevolgelijk met het verbeeteren en in staat brengen van de provintien zoude willen bemoeien, als iemand anders het gezag in het land haad; en daarom, onder hoog gunstig welduiding neeme ik de vrijheid onderdanig voortestellen of de het herstellen van de reuse tank onder het E: opperhoofd. te stellen, zoo indien hij zich daar toe in houden staat 1n
English
255: 31 December 1790 — 21 December 1790 — is able to see, or otherwise to choose someone else who is known to possess the capabilities to bring such a great and heavy work properly to execution, and to entrust him with the administration of the provinces and the improvement thereof until such time as everything has been brought into a proper state. If it could thus be arranged in such a manner, the entire work, with all that has been consumed for it, will not come to cost more than 150000 rixdollars. It is certainly a large sum, but if one considers on the other hand that a country which previously barely yielded 20,000 parras in tithe rights is enabled to deliver 200000 parras, and if the surplus, or 180,000, is valued at only 12 stivers per parra, which is 45000 rixdollars annually, then in a few years the Company would not only have its Honourable money back again, and afterwards draw very considerable revenues from it, but also a grain magazine on Ceylon. The greatest difficulty that confronts me in the entire project is to obtain the working people. The only means to attract workers is, according to my idea, to pay them reasonably and punctually, to release them from all compulsory services for as long as they serve at the Giant's Tank, to give them freedom to take as much land for nothing as they might choose, to grant them on the acquired lands the customary three years of exemption, and to grant them legal title deeds for a small expense. In the Jaffnapatnam district there is no lack of people at all, and if they are well rewarded and treated, I do not doubt that one could obtain very many from there. I have even seen that in Wanni, which has always had the reputation of being unhealthy, many day labourers, brickmakers as well as coolies, from the Jaffna district reside. The provinces having been deliberated upon, it was taken into consideration: 1. that the Company annually spends very large sums on the purchase of grain, and if one considers in addition the large sums that are annually exported. I hope hereby to have complied with the highly esteemed orders. I wish with all my heart a blessed and prosperous beginning, progress, and completion of this so beneficial work. The Honourable Company will find therein a source of well-being, and the contemporaries and descendants in this colony will always think with respect and gratitude of your Right Honourable, Highly Esteemed tireless, high care and zeal for agriculture, and in this expectation I remain with the deepest high esteem and submission. Was signed beneath: Right Honourable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Your Right Honourable, Highly Esteemed humble and dutiful servant, was signed: P. Toenander. Mantotte and Nanathan have always been known as a healthy region. Thus, in all likelihood, when there was money to be earned there, they would rather reside in the Mantotte district than in the Wanni, all the more because they can obtain side dishes more cheaply due to the richer fishing on this side. And once they were inhabitants, having established fields and gardens there, I do not doubt that they would take up their permanent abode there forever, and in such a manner one would not only obtain people for the work, but additionally make the land even more populated, which is also a matter of importance. Mantotte. For F 254: obtain.
Dutch transcription
255: Den 31. december 1790 — Den 21. december 1790 — staat ziet, of anders iemand anders te kiesen die men weet de capaciteiten te hebben, eene zoo groot en swaar werk be- hoorlijk ter uitvoer te brengen, en hem het bestier over de provintien en het verbeeteren derzelver optedraegn tot teid en wijl alles in een behoorlijken staat gebragt zij. Als het dus zodanig konde geschikt werden, zo zal het heele werk met al wat daar toe verbruikt is geworden niet over 150000. rd=s komen te staan Het is zeeker een groote som maer als men daar en teegen considereert dat een Land dat bevorens naeuwkijks 20, 000. parras in thiend geregtigheid heeft opgebragt, in staat gesteld word om 200000 parras op te leeveren en als de meerderheid of 180,000. alleen wak- deert op 12: stx d=r parra het is Jaerlijks 45000 rd=s zoo zoud in weinige Jaeren de komp: niet alleen haer E=ts geld wederom hebben, en daar uijt naderhand seer considerable revenuen trekken, maar ook een graan Maguazyn op Ceilon De grootste swaerigheid die mij in het heele project ontmoet is om het werks volk te bekomen. De eenigste middelen om arbeiders aantelokken, is volgens mijn ide, hun reede- lijk en rigtig te betaelen, hun van alle verpligte diensten te ontslaan zo lange zij bij de Reuse tank dienst doen, hun vrij- heid te geeven om zoo veel grond voor niets te moogen neemen als zij mogte verkiesen, hun op de verkreegene gronden de gewoone drie vrijheids jaeren toetestaen en hun voor een gering onkosten wettige eigendoms brieven te verleenen Jn het Jaffenap=te is gants geen gebrek aen volk, en zo indien zij wel beloond en behandeld worden, twijftele ik niet of men heel veel daar van daen zoude konnen bekomen; Ik heb zelfs gezien dat in wanni die al- toos het naam gehad dat daer ziekelijk is, veele dagloonders zo wel steene Bakkers als koelies, uijt het Jasfenase zig ophouden de provinties waar over gedelibereerd zijnde, is in achting genomen. 1/: dat de kompenie Jaerlijks tot 't inkoopen van graanen zeer groote sommen uit geeft en dat als men daar bij bedenkt, de groote sommen die Jaerlijks worden uitgevoerd Jk hoope hiermeede aan de hoog g'eerde orders voldaan te hebben; Jde wensche van al mijn hart een gezegent en gelukkig begin, voortgang en volbrenging van dit zo heilzaame werk; de E: komp: zal daar in een bron van wel zijn vinden, en de beidgenoo= „ten en nakomelingen in deeze colonie zullen altoos met eerbied en dankbaerheid om uwer welEdele Gestr: Groot achtb: onver- moeide hooge omzorgen ijver voor den landbouw, denken, en in deeze verwagting blijve ik met de diepste hoog achting en onderwer- pinge: /:onderstond:/ welEdele Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! uwer wel Edele Groot Achtb: onderdaenige en trouwschul- dige Dienaer /:was geteekend:/ P: Toenander Mantotte en Nanathan zijn altoos bekend geweest voor een gestond Landstreek Dus zonden ze na alle waerscheinlijkheid wanneer daar geld te verdienen was liever in het mantotse als in de wannies zich willen ophouden, temeer wijl zij de toespijs /: door de rijkerij vischvangst aan deeze kant:) beeter koop konnen bekomen En wanneer zij eens ingezetenen waaren, velden en tuijnen daar aangelegt hadden, zoo twijffele ik niet of zij daar voor altoos hun verbleif zoude houden, en op zodanige weize zoude men niet alleen, volk voor het werk krijgen maer noch daar bij het land noch meer bevolkt, dat ook een zaak rantotte. voor F 254: bekomen. van belangis.