VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3897

Malabar · 433 pages · 167 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3897_0256 view scan ↗

English

468. 469. Saturday the 20th of February 1740: Saturday the 20th of February 1790: 392 pieces with unserviceable stocks, thereof 206 with bayonets 149 without ditto 37 fusils 1261 pieces repairable, thereof 1065 pieces with bayonets 196 without ditto 31 pieces entirely unserviceable, thereof 29 pieces with bayonets 2 fusils And whereas the infantry at present here consists of 1536 heads, both Europeans and natives, however the detachment recently arrived from Ceylon is not included herein, one may thus assume that among this number there are at least 1200 muskets that belong to this government, because the detachment that came hither from Ceylon in earlier years will take their muskets with them again. Thus there are here at least 6988 muskets of different kinds, as has been specified in more detail hereinbefore. And in order to make a fixed regulation regarding this, it could be determined to have a serviceable musket in reserve in the armory for every infantryman who should be here in time of war, which cannot be deemed too much when one takes into consideration that a musket is very quickly rendered unserviceable, and that for lack of workmen much time is required for repair, and since we in our plan for the determination of the troops here in time of war have proposed a number of 3400 men, consequently 6800 muskets would be required in total in this government. Thus there would be 188 muskets more here than are required; but whereas unserviceable ones are found among them and many without bayonets, as well as several that must still be repaired, the fixed number of 6800 muskets will not be able to be found from this. And However . 470: 471. Saturday the 20th of February 1790: Saturday the 20th of February 1790: However, in order to make the requisition for the still required number upon good grounds, to condemn and send away the unserviceable ones, or to sell them among the natives, as well as to have those that remain here repaired as quickly as possible, and finally to cause a better management in the keeping thereof to take place, they have the honor to propose the following to Your Right Honorable regarding this: to appoint two officers, either of the artillery or of the infantry, who should take the management of the armory upon themselves; the master workman, however, would remain on the same footing, but be bound to assist the said officers at the inspection, and to have their orders carried out. These two officers ought to begin by inspecting all muskets exactly, and by condemning the unserviceable ones that are not repairable and having the same provisionally brought to another place. Then to have all the muskets that remain properly cleaned, greased, and placed on racks, but since the number of workmen assigned thereto is not sufficient, a certain number of soldiers from the garrison would have to be employed for that purpose, to whom one could grant a daily allowance for it during that time. In the meantime, the gunsmiths could proceed to repair all muskets on which defects were found and to provide them with bayonets; and in order to carry this out as quickly as was possible, one could also employ soldiers, if any were found who were skilled in this, for that purpose, and grant them a daily allowance for it. Then the said officers must draw up a specific statement: 1: of all muskets that are unserviceable and cannot be repaired, and thus ought to be sent away or sold; 2: of the muskets that cannot be used for infantry, and thus must also be sent away or sold; 3: of those that are being repaired; 4: and finally, of the muskets that are found here serviceable and provided with bayonets. Then one will be able to draw up a requisition for the muskets that are required here, which must be sent to Holland or Batavia with the request to comply therewith by sending muskets of the same caliber as are here hither. However, one ought to take care that all muskets that are approved and repaired, and thus remain here, are of an equal caliber and are provided with bayonets. When the approved muskets have been repaired, these two officers must hand over a written declaration to the Governor and the Commander of the Troops that these muskets in the armory are in a good and serviceable condition. The newly arrived officers must, when the armory has been taken over by them, hand over a written Then the Governor will appoint a commission to see whether all this is in proper order and whether the condemned muskets cannot be repaired; of which they shall make a report to the Governor, and upon finding that these two officers have acquitted themselves well of their commission, a gratuity of one hundred rupees ought to be granted to each of them. However, beforehand they shall hand over the management of this armory, with the specific lists thereof, to two other officers, who shall discharge this post in the same manner for the duration of one year, namely until the last of August, when they must in turn hand this over in the same manner to two other officers, who shall be appointed each year by the Governor. As declaration

Dutch transcription

468. 469. Saturdag den 20: Februari 1740: Saturdag den 20: Februari 1790: 392: p„s met onbequame laaden, daar van 206: met Bajonetten. 149: zonder d=o 37: fuseliers 1261: p„s Reparabel, daar van 1065: p=s met Bajonetten 196: „ zonder d-o. 6 31: p„s in het geheel onbeq: daar van 29: p„s met Bajonetten 2: „ fuzeliers En dewijl teegenswoordigde Infan„ „terie alhier bestaat uit 1536: hoof „den zoo Europeesche als Inlanders /zijnde egter het laatst aangekoo„ „mene Detachement van Ceilon hier niet onder begreepen:/ zoo mag men veronderstellen, dat onder dit getal ten minsten nog 1200: geweeren zijn, die aan dit Goevernement behooren, dewijl het Detachement dat in vroegere Iaaren herwaards van Ceilon gekomen is, wederom derzelver geweezen meede neemen. Dus bevind zig alhier ten minsten 6988: geweeren in differente soorten: zoo als breeder hier vooren ge„ „specificeert is. En ten Eijnde een vaste bepaaling hier ontrent te maaken; zoo zouden vastgesteld kunnen worden, om voor ieder Infanterift die alhier in tijd van oorlog moest zijn een bekwaam geweer in Reserve op de wapen„ „kamer te hebben, het welk niet te veel kan gereekend worden wan„ „neer men in consideratie neemt, dat een geweer zeer schielijk onbruik „baar gemaakt word, en dat uit ge„ „brek van werklieden veel tijd tot de reparatie nodig is, en daar wij in ons project tot bepaaling der Troupes alhier in tijd van oorlog voorgeslagen hebben Een getal van 3400: man zoo zoude dienvolgens 6800: geweeren in het geheel in dit goevernement benoodigt zijn. Dus zoude alhier nog 188: gewee„ „ren meerder zijn als verheijscht word dog dewijl zig daar onbruikbaar onder„ vinden en veele zonder Pajo„ „netten, als ook verscheidene die nog gerepareert moeten worden: zoo zal het bepaalde getal van 6800: gewee„ „ven hier niet uit kunnen gevon„ den worden En Dog . 470: 471. Saturdag den 20: Februari 1790:. Saturdag den 20:' Februari 1790:—. Dog ten einde den Eisch van het nog be„ „noodigde getal op goede gronden te doen de onbeq: aftekenren en weg te zenden, of onder de Inlanders te verkoopen als meede om die geenen welke al„ „hier blijven, zoo schielijk als moge„ lijk te laaten Repareeren en Eiside„ „lijk om een beetere Directie in de bewaaring te doen plaats hebben: zoo hebben zij de Eere u Hoogedele Gestrenge hier omtrend het volgende voorteslaan: om Twee officieren te benoemen het zij van de Arthillerij of van de Infanterie die de direc„ „tie van de wapenkamer op zig naamen; de Baas zoude egter op dezelfde voet blijven; dog gehouden zijn gemelde officieren bij de visi„ „tatie te assisteeren, en om derzel„ ver ordres te doen uitvoeren. Deeze twee officieren behoord te beginnen om alle geweeren Exact na tezien en om de onbruikbaare die niet reparabel zijn aftekeuren en de„ „zelve provisioneel op een andere plaats te laaten brengen. Als dan alle de geweeren, die over„ „blijven behoorlijk laaten schoon maa„ „ken, insmeeren en op Rakken weg stellen, dog dewijl het getal werk lieden daar toe geaffecteerd niet toereikende is. zoo zoude een zeeker getal soldaaten uit het garnipoen daar toe gebruikt moe„ „ten worden, welke men geduurende dien tijd een dag geld daar voor kon toeleggen. Intusschen zoude de geweer maa„ „kers voort kunnen gaan om alle geweeren waar aan zig defecten bevonden te repareeren en van Ba„ „sonetten te voorsien en om dit zoo schielijk uit te voeren, als moge„ „lijk was, zoude men ook soldaa„ „ten /:indien er zig bevonden welken dit kundig waaren :/ meede daar toe kunnen Emploieeren en hun een voor daggeld daar „ toe leggen als dan moeten gemelde officieren een speci„ „fique staat op maaken. 1: van al geweeren die onbruikbaar en niet te repareeren zijn, en dus behooren weg gezonden of verkogt te worden. 2: van de geweeren die niet voor Infan„ „blijven „terie 472: 473. Saturdag den 20: Februari 1790: Saturdag den 20 Februari 1740: „terie te gebruiken zijn, en dus ook weg gezonden of verkogt moeten worden. 3: van die geenen die men repareert 4: En eindelijk van de geweeren die bekwaam en van Bajonetten voorzien zig alhier bevinden. Als dan zal men een Petitie kun„ „nen opmaaken van de geweeren die alhier benoodigd zijn, en het welk na Holland of Batavia moet gezonden worden met verzoek daar aan te voldoen, om geweeren van het zelfde Calieber als hier zijn herwaards te zenden. Dog men behoord zorge te dragen dat alle geweeren die goed gekeurd en gerepareert worden en dus alhier blijven van een Egaal Caliber zijn, en van Bajonetten voor zien worden. Wanneer de goedgekeurde geweeren gerepareert zijn, zoo moeten deeze Twee officieren een schriftelijk De„ „claratoir aan den Heer Goeverneur en den Commandant der Troupes overhan„ „digen dat die geweeren zig op de wapenkamer in een goede en bruik„ „baare staat bevinden. De Nieuw aangekomene moeten wanneer de wapenkamer door hun overgenoomen is een schriftelijk Als dan zal den Heer Goeverneur een Commissie benoemen om te zien of dit alles in de behoorlijke ordre is en of de afgekeurde geweeren niet te repareeren zijn; waar van zij Rap„ „port zullen doen aan den Heer Goever„ „neur en bij bevinding dat zig deeze twee officieren wel van hunne Com„ „missie geacquiteert hebben zoo zal aan ieder van hun een Douceur toege„ „legt behooren te worden van Een hondert Ropijen. Dog alvoorens zullen zij de Directien over deeze wapenkamer met de specifique Lijsten daar van een twee andere officieren overgeeven; die deeze Post op dezelfde wijze geduurende een Iaar lang zullen waarneemen en wel tot ult„o Aug=s als wanneer zij zulks weederom op deselfde wijze aan twee andere officieren moeten overgeeven, dewelke ieder Iaar door den Heer Goeverneim benoemt zullen worden. Als Declaratoir

NL-HaNA_1.04.02_3897_0259 view scan ↗

English

474: 475. Saturday the 20: February 1790: Saturday the 20: February 1790:—. submit a declaration to the Governor whether the muskets and weapons are in good condition, in which case a gratuity of fifty Rupees shall be granted to each of the outgoing officers, but if they report that the muskets are not clean and not well maintained, and it is also found to be such, then this must be remedied at the expense of the outgoing Commissioners. On the other hand, if the incoming Commissioners report that everything is in proper order and upon an extra inspection by the Commander of the Troops, or by others appointed for that purpose by the Governor, this is not found to be so, then this must be repaired at the expense of the incoming ones. The rejected muskets as well as the surplus varieties ought to be sent away or sold at once, as they only take up storage space and time for cleaning unnecessarily. One could calculate how large the number of muskets is that become unusable, and prepare the annual demand accordingly. When muskets arrive from Holland or from Batavia, they must be examined carefully and immediately put to the test, and upon finding that they are not according to the demand made, or that they have irreparable defects, these muskets must be sent to Europe at the first opportunity with an attached report explaining why they were rejected, as this proves that the order given in this regard has not been strictly followed, and that abuses have occurred concerning this. All live cartridges should also be of the same caliber; namely 16. or 18: to one lb:, annually at the beginning of the good monsoon unnecessary ought 476: 477. Saturday the 20: February 1790: Saturday the 20: February 1790: Proposal to sell a thousand muskets to Trevankoor all muskets and weapons ought to be inspected, cleaned, and freshly lubricated, and as the number of workmen assigned thereto is insufficient, some soldiers from the garrison should be employed for this purpose and granted a daily allowance for it. And as we have learned during our inspection of the armory that the shortage of bayonets was caused because many soldiers lost them from their muskets and others were then issued to them: every man who lost his bayonet should be forced to take part in the annual cleaning of the muskets of the armory without receiving any remuneration for it, in order to teach them thereby to take better care of their muskets and weapons. And because the space for storing the muskets is very cramped, Upon the communication from the Governor that His Honour had found an opportunity to sell one thousand pieces of the 1061: muskets without bayonets, which could not be used here, to the King of Trevankoor for rop: 7 9/20: each, being ten stuivers less per piece than the price specified in the contract with Trevankoor for a musket with Cochim the 8: February 1790: was signed: I: O: vaillant, C: A. verheull, and D: f: L: Graevestein (if feasible) this ought to be provided for by adding another small room to it. One ought also to manufacture the required number of cartridge pouches for the number of troops required here in time of war, but no smaller than to store at least 36: live cartridges in them. if a 478. 479. Saturday the 20: February 1790: Saturday the 20: February 1790:—. Resolution upon this. have been contracted out. the number of those workmen increased. Resolution to communicate the appointments to the Supreme Government of India. Blankenberg promoted to sea captain. a bayonet: it was approved and agreed to comply with that sale; it was also approved and agreed to note here that the 1308: damaged muskets, for the repair of which separate workmen would have had to be hired, have been contracted out for four hundred Rupees, to be finished by the end of next May. In accordance with the prescribed instruction, it was resolved to increase the number of ordinary workmen in the armory with 1: gunstock maker, 2: locksmiths, and 1: cartridge pouch maker. It was also resolved to hire 4: locksmiths and 4: coolies for the repair of the muskets of the Ceylon detachment on monthly wages for the time that it remains here and no longer; the supervision of navigation has been approved and agreed in accordance with what was decided at the aforesaid conference to promote the Equipagemeester Iohannes van Blankenberg to sea captain. And in accordance with the further proposal of the Governor, it was approved and agreed to inform the Supreme Government of India of all the aforementioned appointments, to favorably recommend the persons promoted thereby to Their High Excellencies, and to intercede on their behalf for a favorable confirmation. Finally, it was approved and agreed, as proof that the said commission here concluded to the complete satisfaction of both sides, to insert here the farewell letters exchanged between the Commissioners and the Governor. approved High Noble el .

Dutch transcription

474: 475. Saturdag den 20: Februari 1790: Saturdag den 20:' Februari 1790:—. Declaratoir aan den Heer Goever„ „neur ingeeven of de geweeren en wa„ „penen zig in een goede staat bevin„ „den, als wanneer aan ieder der af„ „gaande officieren een Douceur van vijftig Ropijen zal toegelegt worden, maar wanneer zij Rapport doen, dat de geweeren niet schoon en niet wel onderhouden zijn, en dat het ook zodaanig bevonden word, zoo zal zulks ten kosten van de af„ „gaande Commissarissen gereme„ dieert moeten worden. Daar en tegen wanneer de aangekoo„ mene Commissarissen Rapport doen dat alles in een behoorlijke ordre is en dat dit bij een Extra visitaatsie van den Commandant der Troepes, of van andere door den Heer Goe„ verneur daar toe benoemt niet zodanige bevonden word, zoo zal zulks op kosten der aangekomene gerepareert moeten worden. De afgekeurde geweeren als meede de overtollige soorten behoorde ten eersten weggezonden of verkogt te worden, dewijl dezelve maar onnoodig plaats ter bewaaring en tijd tot schoon te houden wegneemen. men zoude kunnen bereekenen hoe groot het getal geweeren is dewelke onbruikbaar worden en daar na de Iaarlijksche Eisch opmaaken. wanneer geweeren uit Holland of uit Batavia aankomen zoo moet men die naauwkeurig Examineeren en dezelve direct de Proef doen onder„ „gaan en bij bevinding dat zij niet volgens den gedaane Eijsch zijn, of dat er onherstelbaare gebree„ ken aan zijn, zoo moeten deeze geweeren met de eerste geleegent„ „heid na Europa gezonden worden met een bijgevoegt relaas waar om dezelve afgekeurt zijn, dewijl zulks een bewijs is, dat de ordre dien aangaande gegeeven net nauw keurig nagekomen is; en dat daar omtrent abuijsen hebben plaats gehad. ook behoorde alle scherpe patroo„ nen van het zelfde Caliber te zijn; teweeten 16. of 18: in Een lb:, Iaarlijks bij den aanvang der goede Mousson onnoodig behoorde 476: 477. Saturdag den 20: Februari 1790: Saturdag den 20:' Februari 1790: voorslag om duizend te verkoopen. behoorde alle geweeren en wapenen nagezien, schoon gemaakt en op Nieuw ingesmeert te worden, en dewijl het getal werklieden daar bij bescheide niet toerijkende is, zoo zoude men eenige soldaaten ten dien einde uit het garnisoen hier toe Emploieeren en hun een dag geld daar voor toe leggen. En dewijl wij bij onse gedaane In„ spectie van de wapenkamer ver„ „noomen hebben, dat het gebrek van Baijonetten voortkwaam om dat veele soldaaten dezelve van hunne geweezen verlooren en dat als aan andere aan hun wierden verstrekt: zoo zoude ieder man die zijn Bajo„ „net verloor genoodzaakt worden om bij het Jaarlijksche schoon maa„ „ken der geweeren van de wapenkamer dat werk meede waarteneemen zonder eenige belooning daar voor te ontvangen, ten einde hun hier door te leeven van beeter zorg voor hun geweeren wapenen te hebben. En door de plaats tot berging der geweezen zeer bekrompen is, zoo soude Op de gegeevene kommunikaatsie geweeren aan Trevankoor van den Heer Goeverneur dat zijn Edele Ieder geleegenheid gevonden had, van de 1061: p„s geweeren zonder bajonets, waar van men hier geen ge= bruik kost maaken, duizend stux aan den koning van Trevankoor te verkoopen voor rop: 79/20: zijnde het stuk tien stuivere minder, als de bij het kontrakt met Trevankoor bepaalde prijs voor een geweer met Cochim den 8: Februari 1790: /:was geteekend:/ I: O: vaillant, C: A. verheull, en D: f: L: Graevestein (indien zulks doenlijk is:/ hier omtrent behooren voorzien te worden met nog een kleen vertrek. daar bij te voegen. Men behoorde ook benodigde getal Patroontassen voor het getal Troupes dat alhier in tijd van oorlog verEijscht word aantema„ „ken, dog niet kleinder als om ten minsten 36: scherpe Patroonen daar in te bergen /indien een 478. 479. Saturdag den 20:' Februari 1790: Saturdag den 20:' Februari 179.0:—. besluit daar op. zijn aanbesteed. het getal dier werk„ „lieden vermeerdert besluit van de aanstel„ „lingen- de Hooge Jndia„ „sche Regeering te kom„ municeeren. „tain ter zee bevordert. een Bajonet: zoo werd goedgevonden en verstaan, zich met dien verkoop te konformeeren, ook is goedgevon„ „den en verstaan, hier te noteeren dat de 1308: p„s beschadigde gewee„ ren tot welkers reparaatsie aparte aparte werkslieden zouden hebben moeten aangenoomen worden, voor de beschandigde geweeren vierhonderd ropijen aanbesteedt zijn, om tegen ult„o Mei aanstaande gereed te zijn. Konform de voorschreeven in= „struksie is beslooten, het getal der ordinaire werklieden op de wapen, kamer met 1: Lademaker, 2: sloo„ „temaakers en 1: Patroontas maaker te vermeerderen. Noch is beslooten, tot de repa„ raatsie van de geweeren van het Cei„ „lonsch detachement voor den tijd dat het zelve hier zal zijn en langer niet tegen maandelijxe betaaling in dienst te neemen 4: slootemaa„ „kers en 4: koelies; het op zicht tot de zeevaart is konform het ge„ „arresteerde bij voorsz: konferentsie Laastlijk is goed gevonden en verstaan, ten blijke, dat gemelde kommissie alhier met vol„ „koomen genoegen van weers„ kanten afgeloopen is, de brieven van afscheid tusschen de Heeren kom„ „missarissen en den Heer Goe„ verneur gewisseld, hier te insereeren goed gevonden en verstaan den Equi„ Blankenberg tot kapi„ pasiemeester Iohannes van Blan„ kenberg tot kapitain ter zee te bevorderen. En is konform de verdere proposiet, sie van den Heer Goeverneur goedge„ vonden en verstaan, van alle de voor„ melde aanstellingen aan de Hooge Regeering van Indien kennis te geeven, de daar bij bevorderde perzoonen aan Hunne Hoogedelheeden favora„ „bel voor te draagen en voor dezel„ „ven om gunstige bevesting te intercedeeren. goed Hoogedele el .

NL-HaNA_1.04.02_3897_0262 view scan ↗

English

480: 481. Saturday the 20: February 1740: Right Honorable Rigorous Sir. Since we intend to go on board our ships tomorrow evening the 14:th of this month, /:as we have already had the honor to communicate to you Right Honorable Rigorous:/ to sail from here firstly to Coilang and subsequently to Colombo, this serves to offer ourselves to execute with all exactitude such commissions as you Right Honorable Rigorous shall wish to entrust to us. We therefore limit our activities here on the coast to that which was determined in the conference of the 12:th of this month by you Right Honorable Rigorous and us by mutual consultation, while we hope to have the honor to communicate to you Right Honorable Rigorous our observations regarding Coilang after having made our inspection. It now only remains for us to offer you Right Honorable Rigorous our sincere gratitude for all the elucidations which you have been pleased to communicate to us with so much dispatch as clarity, regarding all such matters as could enable us to submit our reports concerning that which pertained to our commission and this your Right Honorable Rigorous Government, to His Serene Highness, according to our best judgment, and it serves as a particular pleasure to us that the same have been able to receive you Right Honorable Rigorous provisional approval. We recommend ourselves to you Right Honorable Rigorous continuing friendship, and remain with the utmost respect /:underneath was written:/ Right Honorable Rigorous humble and obedient servants /:was signed:/ J: O: Vaillant, C: A: verhulle, J: f: L: Gravestein. /:in the margin:/ Cochim the 13: January 1790: Saturday the 20.:th February 1740: Now Honorable 482. 483. Honorable Rigorous Sirs: Saturday the 20: February 1790. from the Fiscal van Rossum: With the utmost sensibility have I read the letter wherewith your Honorable Rigorous have been pleased to honor me. To have contributed anything, however small, to the service of such a distinguished commission, which aims at the prosperity of this colony, is to me a flattering testimony, and the approval of my weak efforts thereto the sweetest reward, and I consider this moment as the most agreeable of my administration, in which it is granted to me to be the executor of the wise measures and arrangements which your Honorable Rigorous have devised and established for the improvement of this establishment. Furthermore, receive Honorable Rigorous Sirs with your usual kindness my humble expressions of gratitude, for all the good Saturday the 20: February 1790: which this establishment may expect from the improvements made therein, my well-meaning reciprocal wishes for your highly esteemed persons and weighty undertakings, and the sincere assurance of the most complete respect With which I have the honor to remain /:underneath was written:/ Honorable Rigorous Sirs your Honorable Rigorous humble and very obedient servant /:was signed:/ I: G: van Angelbeek /:in the margin:/ Koetsiem the 13: February 1790: Reading of a petition was submitted and read out by the Governor, being a petition from the merchant and Fiscal the Honorable Mr. Ian Willem Hendrik van Rossum. reading as follows: To the Honorable Rigorous Highly Esteemed Sir Johan Gerard van Engelbeek Ordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor and Director of this coast which together with - 484: 485. Saturday the 20 February 1790: Saturday the 20:th February 1790: together with the other gentlemen members in the Honorable Esteemed Council of Policy for this Government Honorable Rigorous Highly Esteemed Sir and Gentlemen Members! Reverently shows to your Honorable Rigorous Highly Esteemed and Esteemed Sirs the undersigned merchant and Fiscal of this Government Mr. Ian Willem Hendrik van Rossum, how it pleased their High Honors the High Illustrious Government at Batavia, to elect him, the petitioner, on the 7:th Aug:st 1789: as Fiscal and Cashier from Batavia to this place, as appears from the annexed closed pay-account: And whereas in the aforementioned pay-account it is made known that the petitioner's salary should take course here on the books without directly determining when the same should have its commencement; the petitioner is precisely for that reason of the opinion that their High Honors have deferred such to the favorable approbation of your Honorable Rigorous Highly Esteemed and Esteemed Sirs, since otherwise the determined time of taking course is expressly specified, to which end the petitioner very humbly supplicates that it may favorably please your Honorable Rigorous Highly Esteemed and Esteemed Sirs to allow the petitioner's salary to take course again since the day of the write-off at Amboina, which was on the last of February of the year 1787: /:as the petitioner, although out of employment at Amboina, was existed since the day of the write-off of his salary at Macasser, which was under ult:o April 1785:/, as also that your Honorable Rigorous Highly Esteemed and Esteemed Sirs may find good in addition thereto, when to

Dutch transcription

480: 481. Saturdag den 20: Februari 1740: Hoog Edele Gestrenge Heer. Daar wij van voorneemen zijn, om Morgen avond den 14:' deezer ons na boord van onze schepen te begeeven, /:gelijk wij reeds de Eer gehad heb„ „ben u Hoog Edele Gestrenge te Communiceeren:/ om van herwaards Eerstelijk na Coilang en vervol„ „gens naar Colombo te zeilen, is dee„ „ze dienende, om ons aantebieden van zodanige Commissies, als, u Hoog Edele Gestrenge ons zal wil„ „len opdraagen, met alle exactitu„ „de uittevoeren. wij bepaalen dus onze verrigtingen hier ter kuste aan het geene in de conferentsie van den 12: deezer door u Hoog Edele Gestrenge en ons met gemeenschaplijk over„ „leg is gearresteerd, terwijl wij de eer hoopen te hebben, onze obser„ „vatien omtrent Coilang u Hoog „edele Gestrenge na gedaane Inspectie meede te deelen. Thans blijft ons nog over, om u Hoog„ edele Gestrenge onze opregte dank„ betuigingen te doen voor alle de Elu„ „cidatien, die dezelve ons met zoo veel expeditie als klaarheid wel heeft gelieven meede te deelen, omtrent alle zodanige zaaken als ons konden in staat stellen, om onze Rapporten, betreklijk het geen onze Commissie en dit u Hoogedele Gestrenge Goeverne„ ment betrof, aan zijne Doorlug„ „tige Hoogheid, na ons best inzien, te doen toekoomen, en het strekt ons tot een bij zonder genoegen, dat de„ zelve bij voorraad u Hoogedele Gestrenge Goedkeuring hebben mogen wegdragen. Wij recommandeeren ons u Hoog „ Edele Gestrenge aanhoudende vriend„ „schap, en verblijve met de uiterste hoogachting /:onderstond:/ Hoog„ edele Gestrenge onderdanige en ge„ hoorzaame Dienaaren /:was geteekend:/ J: O: Vaillant, C: A: verhulle, J: f: L: Gravestein. /:in margine:/ Cochim den 13: Januari 1790: Saturdag den 20.:' Februari 1740: Thans Weledele 482. 483. Weledele Gestrenge Heeren: Saturdag den 20: Februari 1790. van den Fiskaal van Rossum: Met de uiterste gevoeligheid hebbe ik den brief geleezen, waaren meede uwe weledele Gestrenge mij hebben gelieven te vereeren. Tets hoe gering ook gekontribueerd te hebben tot dienst van zulk eene aanzienlijke en het geluk van deeze kolonie bedoelende kom missie, is voor mij een vlijend ge„ tuigenis, en de goedkeuring van mijne zwakke poogingen daar toe de allerzoetste belooning, en ik reekene dit tijdstipt voor het aangenaamste van mijne bestier, maar in het mij gegunt word, de uitvoerder te mogen zijn van de wijze maatreegelen en schik„ kingen, die uwe weledele Gestrenge tot verbeetering van dit etablis„ „sement beraamd en vastgesteld hebben. voorts ontvangd weledele gestren„ „ge Heeren met uwe gewoone goedheid mijne ootmoedige dank betuiging, voor al het goede het Saturdag den 20: Februari 1790: welk dit etablissement van de daar in gemaakte verbeeteringen verwachten mag, mijne welmee„ nende teegen wenschen over uwe Hoog geeerde perzoonen en wig„ tige verrichtingen en de oprechten verzeekering van de volkomen„ ste hoogachting Waar meede ik de eer hebbe te blijven /:onderstond:/ weledele ge„ strenge Heeren uwer weledele Gestrenge ootmoedige en zeer gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 13: Februari 1790: Lektura van een request werd door den Heer Goeverneur over„ gelegd en op geleezen een request van den koopman en Fiskaal D E: M=r Ian Willem Hendrik van Rossum. luidende als volgd: Aan den Weledele Gestr: Groot achtbr Heer Johan Gerard van Engelbeek Raad ordinair van Never„ „lands India, mitsgaders Goeverneur en Direkteur deezer kunste welk nevens - 484: 485. Saturdag den 20 Februari 1790: Saturdag den 20:' Februari 1790: nevens de verdere heeren Leeden in den Ed: Agtb: Raade van Polietsie ten deesen Goeverne„ ment Weledele Gestr: Groot achtb: Heer en Heeren Leeden! vertoond uweledele Getrenge Groot achtb: en Agtbaarheedens reverentelijk den ondergeteekende koopman en fis„ kaal deezes Goevernements Mr Ian Willem Hendrik van Rossum, hoe het hun Hoog Edelheedens de Hooge illustre Regeering te Batavia behaagd heeft gehad, hem vertoonder op den 7: Aug„s 1789: tot fiskaal en Cassier van Batavia na herwaards te eligeeren, blijkens neevens gaande afgeslootene soldij reekening: En alzoo bij vooren gerepte soldij reekening bekend gesteld is, dat des vertoonders gage alhier bij de boeken Cours soude neemen sonder directelijk te bepaalen, wanneer dezelve sijn aanvang sou„ „de hebben; zoo is den vertoonder even daar om van sustinue dat hun Hoogedelheedens zulks aan de gun„ stige approbatie van uweledele ge„ strenge Groot achtb: en Agtbaarheedens gedefereert hebben gelaaten, wijl andersints de bepaalde tijd van Cours neeming uitdrukkelijk ge„ „specificeerd word, ten welken einde den vertoonder seer oot„ moedig is supplicerende dat het uweledele gestrenge Groot achtb: en Agtb=s gunstiglijk be„ haagen mag des vertoonders gage seedert den dag der afschr: te Am„ „boina dat op den laasten februari van den Iaare 1787: geweest is we„ „derom /:als den vertoonder te Amboina schoon buiten Emploije sijnde zeedert den dag der afschrijving sijner gage te Macasser het welke onder ult=o April 1785: heeft geexteerd geworden is:/ Cours te laaten neemen, als ook dat uweledele Gestrenge Groot achtb: en Agtb: nog boven dien mogen goedvinden wanneer om

NL-HaNA_1.04.02_3897_0265 view scan ↗

English

486. 487. Saturday the 20th February 1790. Resumption of a memorandum concerning pepper at Kalikoilang. to allow him, following the example of the Ambon ministry as appears from the attached extract from the minutes of the Ambon Political Council's resolution dated 19th June 1786, to have the petitioner's board money and house rent restituted again from the aforementioned date, underneath stood: Quo Facto, was signed: J. W. A. van Rossum. And after deliberation it was approved and understood, since this assembly is not authorized to dispose of the request made therein to let the petitioner's salary, board money, house rent and emoluments take effect from the last of February 1787, when his salary was written off at Batavia, to present the same to Their Right Excellencies the High Indian Government in the most favorable manner. After resumption of a memorandum of percentages on the pepper received and shipped out again at Kalikoilang, it was approved and understood to validate the wastage stated therein as being in accordance with the regulation, and after deducting the short-weighed 161½ lb to credit the remaining 518 lb at twenty rupees per one hundred pounds, and to insert the memorandum below. Memorandum of the permitted percentages on the contract pepper received and shipped out at the residency of Kalikoilang, namely: From 6th July 1789 to 3rd instant inclusive, received from the suppliers of the King of Travancore: lb 45,291. On the 14th instant shipped out in an almadia to Cochin: lb 45,129½. Thus shipped out less than received: lb 161½. The permitted 1½ per cent on the received parcel amounts to: lb 679½. Consequently, there is still due to the undersigned Resident: lb 518. Which he humbly requests may be paid out to him at 20 rupees per 100 lb buyout with: Rupees 103 2/5. Kalikoilang, 23rd January 1790. was signed: L. Schemering in the margin: Seen, signed: J. L. van Spall; lower: the percentage accords with the regulation of 15th August 1764, was signed: Jo. Leysig. Saturday the 20th February 1790. 488. 489. Saturday the 20th February 1790. Saturday the 28th February 1790. Report of the inspection of the outer works. The report of the inspection of the outer works of this city having been received, which according to the resolution of 18th August 1785 must be submitted monthly, it was agreed to insert the same here. Reading of a note of perished cattle. Read a note from the Adjutant Nikolaas Rose, from which it appeared that in the past month of January another five head of cattle had perished, and approved and understood to keep a record thereof hereby, and to insert the note below. List of the Company's perished cattle in the month of January: The 3rd January: two The 6th: one The 10th: one The 21st: one Cochin, the first of February 1790. was signed: N. Roze. To the Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Commanding Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast and its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Commanding Lord! The undersigned have the honor to report to Your Right Honorable High Respected that in the outer works they are still busy deepening the outer and inner moats; for the rest, everything is in very good order. Underneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Commanding Lord, Your Right Honorable High Respected's very humble and obedient servants, was signed: G. P. Sebhardt and F. C. Heupner. In the margin: Cochin, the 1st February 1790. Authorization for Kalikoilang to enter 6 rupees for the transfer of money. Upon the request made thereto by the Resident of Kalikoilang, Pieter Schemering, to be allowed to enter six rupees in his specification for the transfer of money.

Dutch transcription

486. 487. Saturdag den 20:' Februari 1790:—. „geld &=a te laaten koers„ neemen. resumtie van een Me„ morie van Peper te kali„ koilang. om hem vertoond in navolging van het Ambonse ministerium blijkens anexe Extrakt uit de Notulen des Ambonse Polieticquen, Raads be„ „sluit in dato den 19:' Iuni 1786: des vertoonders kostgeld, huishuur de van vooren gerepte datum af„ wederom te laaten restitueeren /:onderstond:/ Quo Facto /:was geteekend:/ I: W: A: van Rossum. En is na deliberaatsie goedgevonden en ver„ „staan wijl deeze vergaadening niet bevoegd is, tot de disposietsie op het daar bij gedaan besluit zijn gasie, kost„ verzoek om des suppliants gasie kost„ „geld, Huishuur en Emolumenten met aen laasten februari 1787: wanneer zijne gasie te Batavia afgeschreeven is te laa„ „ten koers neemen, het zelve aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge indische Regee„ ring op het favirabelste voortedraagen. Na resumsie van een Memorie van percentos op de te kalikoilang ontvangene en weder afgescheepte peper, is goed gevonden en verstaan, de daar bij opgebragte spillagie als met het Reglement akkordeerende, te valideeren en na aftrek van de minder uit gewoogene 161½: lb: de overige 518: lb: Memorie van de ge¬ „permitteerde percenten op de kontrakt peper, dewelke ter Residentsie kalikoilang ontvangen en afgescheept is te weeten: Van den 6: Iuli 1789: tot den 3: deezer inklusive van de Leverantsiers van den koning van revank oor ontvangen. . . . lb: 45291: —. —. op den 14: deezer in een almadie naar koetsien afgescheept. . . . . . „ 45129:½2: —. Dus minder afgescheept dan ontvangen ld: 161:½:—. De gepermitteerde 1½: p„r C=to op de ontvangene parthij bedraagt. - . . „ 679:½: —. over sulx den ondergeteekende Re„ sident noch ten goede koomen lb: 518: –. –. Dewelke denzelven onderdaniglijk verzoekt dat aan hem met 20: Ropijen de 100: lb: uitkoops voldaan moogen worden met - - - - - - . Ropias 103 2/5:—. Kalikoilang den 23: Januari 1790:. /:was geteekend:/ L: Schemering /:in margine:/ Gezien /:geteekent./ J: L: van Spall /:lager :/ de per„ „cento akkordeert met het reglement van den 15: Aug„s 1764: /:was geteekend:/ J„o Leijsig Saturdag den 20: Februari 1790:—. tegen twintig ropijen de een honderd pond te laaten goeddoen, en de memorie hier onder te insereeren. tegen Ingekoomen 488: 489. Saturdag den 20: Februari 1790: Saturdag den 28: Februari 1790:— Rapport van de visitaat„ „sie der buiten werken. Lektur van een notiet„ beesten qualifikaatsie om te Ingekoomen zijnde het rapport van de bezichtiging der buiten werken deezer stad, het welk volgens resoluutsie van den 18: Aug„s 1785. maandelijks moet worden ingediend, is verstaan, het zelve hier te insereeren. Is geleezen een Notietsie van den Ad„ sie van verrekte koe„ judant Nikolaas Rose waar bij bleek dat in de voorleeden maand Januari weder vijf koebeesten verrekt waaren, en goedgevonden en verstaan, daar van bij deezen aanteekening te houden, en de notietsie hier onder te insereeren. Lijste van de verrekte komp„s koebeesten in de Maand Januari. Den 3: Ianuari twee „. . 6: _=o Een De ondergeteekendens hebbe de „. . 10: - . . „. . . . . Een Eere uweledele Gestr: Groot achtb: te rap„ „ 21: - - - „. . . . Een „porteeren dat ze nog in den buiten wer„ koetsiem den Eersten Febr: 1790:—. „ken doende zijn aan de buiten en bin„ /:was geteekend:/ N: Roze. „nen Grachten uit te diepen; voor het Op het daar toe gedaan verzoek van overige is alles in een zeer goede Kalikoilang 6: rop: den Resident van kalikoilang Pieter order /:onderstond:/ wel edele Gestren„ te laaten opbrengen schemering om bij zijne specifikaat„ „ge Groot achtb: Hoog Gebiedende voor het overbrengen „sie ses ropijen te mogen opbrengen Heer uweledele Gestrenge Groot van gelt. Weledele Gestr: Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! Aan den Wel edele Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Neder„ „lands India, mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar met aen re„ sorte van dien. achtb: zeer onderdanige en gehoor„ „zaame Dienaaren /:was geteekend./ G: P: Sebhardt en f: C: Heupner /: in margine:/ koetsien den 1:e fe„ bruari 1790. achtb: voor

NL-HaNA_1.04.02_3897_0267 view scan ↗

English

490: 491: Saturday the 28 February 1790: In favor of the Second and Fiscal for costs incurred in sending a ballang hither to collect money, it is resolved and agreed to grant authorization therefor. Two acts of security having been submitted, passed before the secretary Arnoldus Limel and to Captain of the Burgher Guard Hendrik Dirksz: on behalf of the Honorable Second and Head Administrator Ian Lambertus van Spall, and by the aforementioned Honorable van Spall and the Military Captain Jakob Bernhard Weinsheimer on behalf of the Fiscal and Cashier Mr: Jan Willem Hendrik van Rossum, for the fidelity and administration of the goods and moneys resting in their care, it is resolved and agreed to accept the said sureties and to have the deeds filed. The Sailor klopstok complains about his captain to the Gentlemen Commissioners. Holds correspondence with the gunner Ongenaam. It is made known to the assembly by the Lord Governor that the Sailor Pieter Henrik Klopstok of the ship de schelde, lying here in the Hospital, has approached the Gentlemen Commissioners of the State and complained about the captain of his ship Christiaaan Martens, and has held correspondence thereabout with the gunner of the said ship named Pieter Ongenaar, and that the said gunner had written to the said klopstok about this in very seditious terms, among other things that he should make known to the Gentlemen Commissioners that the boatswain and other superior and petty officers were also mistreated, which he could do with an easy mind, since they were all of one mind on board, as appeared further from the note from the said gunner, reading as follows: Good Friend Klopstok, I let you know that I have received the note and understood therein that you have spoken to the Commander of the guard ship here, Saturday the 20: February 1790:— 492: 493. Saturday the 28: February 1790: and if I had anything to complain about, then I should write to you; thus I let you know that I am treated by the Captain as completely incompetent in my work, even though the same is ever so good, yes, have even received beatings for it, which grieves me all the more, for the reason that I have served 2: times in the country's service in that same capacity, of which the attestations which I have in my chest can give proof; be also so good and make known in what manner our boatswain is treated, a man who has also long been in the country's service, likewise of all other superior and petty officers or common seamen, of whatever you only know that they have been wronged; your Honor can rely on all superior and petty officers and common seamen, but be then so good and write to me what your Honor has then complained of and the answer to the same boldly and without care, come off, since we are all of one mind on board. Underneath was written: wherewith I am your friend Gunner. Was signed: Pieter Ongenaar. The gunner and Sailor arrested. Are examined. That he, the Lord Governor, thereupon had caused the said gunner Ongenaar, along with the Sailor klopstok, to be arrested and examined at the secretariat, the acts whereof were found to be of the following content: Today, the 31: January 1790:—. Appeared before me, Arnoldus Lumel, Secretary of Police here /:present the afternamed witnesses:/ The gunner of the ship de schelde, Pieter Ongenaar, currently under arrest at the Main Guard, who, at the requisition of the Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Engelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this Coast, declared that when the ship was sailing into the roads here, the deponent brought a bight of rope up on the deck and laid it around the bitts, and had coiled a double part below, to let the rope run out easily; Saturday the 20: February 1790: 494: 495. Saturday the 20 February 1790: that the captain, then having come below, had said that it was not right that way, and that it only gave much work to the crew; that the deponent then answered that it was better and easier this way; that the captain then replied that the deponent was too insolent, and that he would break his head; that a few days after the ship had arrived here, the deponent one evening had lit the portfire to fire the watch gun, but because the drum was not beaten and the portfire was burning down, the deponent asked the fireworker whether it was not yet eight bells, as his portfire was burning down; that the fireworker, having reported such to the captain, the captain called the deponent and had said that he had to wait to light the portfire until the drum beat; that the deponent then had answered that he cannot depend on the beating of the drum, and that the captain then replied, I shall break your head; that the deponent then went away and the next evening gave a match to the Gunner's Mate Henrik Brand, with orders not to light the same before he was warned; that the said Assistant, however, had lit the match and had gone to sit on the quarterdeck on the starboard side near the first cannon at the gangway; that the captain, having seen this, called the deponent and asked whether the deponent showed his head; that the deponent having answered, I have no head and I also showed no head, the captain asked, do you not see the match burning; that the deponent having answered that he had not ordered such, the captain replied Saturday the 20: February 1790:

Dutch transcription

490: 491: Saturdag den 28 Ten faveure van den Den Mattroos klopstok verklaagd zijn kapitain bij Heeren kommissarissen. houwdt briefwisse„ „ling met den kon„ stapel ongenaam Februari 1790: voor gedaane onkosten bij het zenden van een ballang naar herwaards tot het afhaalen van geld, is goed gevonden en verstaan, daar toe qualifikaatsie te verleenen. Ingediend zijnde twee aktens E: secunde en Fiskaal van oor tocht gepasseerd door den sekre„ „taris Arnoldus Limel en aen kapitain der Burgerije Hendrik Dirksz: ten behoeve van den E: sekunde en Hoofd „administrateur Ian Lambertus van Spall en door eeven gemelden E: van Spall en den kapitain Militair Jakob Bernhard Weinsheimer ten behoeve van den Fiskaal en kassier Mr: Jan Willem Hendrik van Rossum voor de Getrouwheid en administraat„ 2 „sie der Goederen en Gelden, onder hun berustende is goedgevonden en verstaan, gemelde Borgen te akcepteeren en de aktens te laaten seponeeren. Word door den Heer Goeverneur aan de vergaadering te kennen gegeeven dat de Mattroos Pieter Henrik Klopstok van het schip de schelde in het Hospitaal Goede Vriend Klopstok Ik laat uw weeten dat ik het Brief„ „je ontvangen heb en daar in't verstaan dat uwe de Commandant van het omlags schip gesprooken heeft Saturdag den 20:' Februari 1790:— alhier leggende, zich aan Heeren kommissarissen van den staat ver„ „voegd en over den kapitain van zijn schip Christiaaan Martens, geklaagd en daar over met den konstapel van gem: schip gen=t Pieter Ongenaar brief wisseling gehouden en dat gemelde konstabel daar over in zeer sedietsieuse termen aan gem: klopstok geschreeven had, onder ande„ ren dat hij aan Heeren Kommissarissen moest bekend maaken, dat de schie„ „man en andere opper en onder officieren meede mishandeld wierden, het geen bij gerust kost Doen, wijl ze alle aanboord eens waaren, zoo als dit nader bleek bij het briefje van gemelde konstabel, luidende als volgt alhier 492: 493. den konstapel en Mat „troos gearresteerd. worden geëxamineerd. Saturdag den 28:' Februari 1790: en indien ik iets te klagen had zoo touw ik aan uw schrijven, dus laat ik weten dat ik van de Capitijn bejegen word, als geheel onbekwaam in mijn werk, al is het zelve nog zoo goed, ja„ zelfs slagen omgekreegen hebben, het welk mijn des te meer spijt, om reden dat ik 2: maal in 'slands dienst in die zelve qualiteit heb gediend waar van de Attestatien welke ik in mijn kist heb blijken, van kunnen geven, weest ook zoo goed en maakt bekend op welk een namer onze schieman word bejegend, een man welke mede lang in 'slands dienst is geweest, insgelijke van alle andere open onder officieren of gemeene, welk u maar weet dat iets te kort, zijn gedaan, uw Ed: kunt vertrouwen van alle op en onder officieren en ge„ meene, maar weest aan zoo goed en schrijft mijn wat uEd: dan ge„ klaagd heb en het antwoord op het zelve onbeschroomt en zonder sorge af kommaen alzoo wij alle eens aan Heeden den 31: Januari 1790:—. kompareerde voor mij Arnoldus Lumel Sekretaris van polietsie al„ hier /:present de natenoemene ge„ „tuigen:/ De konstapel van het schip de schelde Pieter ongenaar, thans aan de Hoofdwagt gearresteerd, dewelke ter requisietsie van den weledelen gestrenge Groot achtb: Heer Johan Gerard van Engelbeek Raad ordinair van Nederlandsch Jndien Goeverneur en Direkteur deezer kuste, deklareerde, dat toen het schip hier op de reede zeilde„ de deklarant een bocht-Touw op het dek gehaald, en om de beding gelegd, mitsgaders een dubbele Saturdag den 20: Februari 1790: Boord zijn /:onderstond:/ waar mee„ „de ik zijn uwen vriend Constabel /:was geteekend:/ Pieter Ongenaar. Dat hij Heer Goeverneur daar op gem: konstabel Ongenaar met den Mattroos klopstok, had laaten arresteeren en ter sekretarije doen examineeren waar van de akten bevonden werden van een volgenden inhoud. Boord part 494 495. Saturdag den 20 Februari 1790: part om laag geschooten had, om het Touw gemaklijk te laaten uitloo„ „pen; dat de kapitain toen beneeden gekoomen zijnde gezegd had, dat het zoo niet goed was, en dat het maar veel werk voor het volk gaf, dat de dekearant toen geant„ woord dat het zoo beeter en gemak„ „lijker was: dat de kapitain toen gerepliceerd had, dat de dekla„ „rant te brutaal was, en dat hij hem den kop wel breeken zoude; Dat eenige dagen nadat het schip hier aangekoomen was de deklarant op een avond de blus aangestooken had, om de wachtschot te doen, doch wijl de trom niet geslaagen wierd en de blus uitbrande de de„ „klarant aan den vuurwerker, ge„ „vraagd had of het noch geen agt glasen was, dat zijn blus uitbran„ „dede dat de vuurwerker zulx aan den kapitain gerapporteerd hebbende de kapitain den deklarant geroepen en gezegd had, dat hij zoo lang moest wachten, met het aansteeken van de blus, tot de trom sloeg; dat de Saturdag den 20: Februari 1790: deklarant toen geantwoord had dat hij op het slaan van de troin geen staat kan maaken, en dat de kapitain toen gerepliceerd had, ik zal jouw kop wel breken, dat de deklarant toen weggegaan was„ en den anderen avond, aan den Bosschieter Henrik Brand een lout gegeeven had niet last om dezelve niet eerder aante„ „steeken voor hij gewaarschuwd wierd, dat gem: Handlanger echter de lont aangestooken had, en op het half dek aan stuurboord zijde bij het eerste stuk aan de valreep was gaan zitten: Dat de kapitain dit gezien hebbende den deklarant geroepen en gevraagd had„ of de deklarant zijn kop toonde dat de deklarant geantwoord hebbende, ik hebbe geen kop en ik toonde ook geen kop, de kapi„ „tain gevraagd had, ziet jij de lont niet branden; dat de deklarant geantwoord hebbende, dat hij sulx niet belast had: de kapitain deklarant gerepliceerd

NL-HaNA_1.04.02_3897_0270 view scan ↗

English

496. 497. Saturday the 20th of February 1790: Saturday the 20th of February 1790: had replied, I will dress your head properly; that the captain went ashore the following day, or Monday, and having returned on board in the evening, on Tuesday morning called the declarant and said, now I will break your head; that the declarant, having answered that he did not know in what way he had shown his head, the captain had the boatswain and the boatswain's mate called and had the declarant given a beating; that the declarant endured those blows patiently; that a few days later, it being discovered that the daily cable was chafed, the sheet anchor had fallen and the daily cable had been lying on the deck, that on a certain day the captain, having come on board with the equipage master, had a report made to him of it, and that while the captain and the equipage master were inspecting the cable, the declarant had wished to say to the captain that he had not seen the defect in the cable, but that the captain then said, you just keep quiet, you have already had a beating for that; that after the ship had gone before Aikotte, the captain asked the declarant for fixed cartridges for his gun to go hunting; that the declarant then gave cartridges for the Company's pistols, as he had filled no others at that time; that the captain, having returned on board, asked the declarant whether he had given pistol bullets, for they were too large; that the declarant having answered yes, the captain said, you must have another beating; that the sailor Pieter Henrik Klopstok, who was aft with the captain, received a beating because he did not wish to remain with the captain, and after those blows went to the hospital; that this Klopstok, three weeks ago, wrote a note to the declarant asking whether he should complain to the Gentlemen Commissioners about the ill-treatment by the captain; that the declarant wrote back to him and answered that he might well complain. That the captain also mistreated the other deck officers, especially that once the cook's mate had blows from six quartermasters because he had obtained firewood without giving notice; the boatswain's mate also a beating because the Chinese had let go while lowering the yawl and the yawl had fallen into the water; and furthermore that no deck officer could satisfy the captain, no matter how well they acted. The declarant ending this, his given declaration, with Today, the 31st of January 1790: appeared before me, Arnoldus Lunel, secretary of police here, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the sailor of the ship De Schelde, named Pieter Hendrik Klopstok, currently here in the hospital, who, at the requisition of the Right Honorable, Valiant, Most Worshipful Lord Saturday the 20th of February 1790: the assurance that the same contained the pure truth. Thus declared within the city of Cochin, at the police secretariat, on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Francois Martensz and Carel van Leeuwen, clerks, as witnesses. Was signed: L: Ongenaar. In the margin: present with us. Was signed: Francois Martens and C: van Leeuwen. Lower: to my knowledge. Was signed: Arnoldus Lunel, secretary. 500. 501. Saturday the 20th of February 1790: Saturday the 20th of February 1790: Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Member of the Council of Dutch India, Governor and Director of this coast, declared that on the voyage from Batavia to this place he had properly performed his duty; that upon arrival of the ship at these roads, Captain Christiaan Martensz ordered the declarant to come aft to serve him; that the declarant did so, but that the captain, on a day when the steward received a beating, having learned that the declarant had sailed for the Navy, said to him: are you also a naval rascal, then I do not want you, for then you are too cunning, and you must see that you get off the ship, or I will beat you off it; that the declarant then pretended to be ill, and having returned to the deck two days later, the captain had him given a beating, and thereafter said again: you must clear out of my ship, for you will never satisfy me; that the declarant that same evening reported himself sick again, and three days later went to the hospital, with another boy named Schreuder who was also ill; that the captain, upon the departure of both of them from the ship, said to them: when you come back on board, I will have you bound to a cannon at once and beaten. That the declarant, earning only nine guilders and not being able to run on half wages forever, a fortnight ago went to the Gentlemen Commissioners of the State and had himself announced; that then, Captain Verhuell having come forward, the declarant stated to His Honor as is here aforementioned and added that he would not return to him

Dutch transcription

496. 497. Saturdag den 20: Februari 1790: Saturdag den 20:' Februari 1790: gerepliceerd had ik zal dou kop wel tuigen: Dat de kapitain des anderen dags of Maandags naar de wal gegaan en savonds weder aan boord gekoomen zijnde, des Dingsdag morgens, den deklarant geroepen en gezegd had, nu zal ik jou kop wel breeken, dat de deklarant ge„ „antwoord hebbende, dat hij niet wist waar in hij zijn kop getoond had„ en de kapitain den Boodsman, de schie„ „man had laaten roepen, en den de kla„ „rant een pak slaagen had laaten geeven, dat de deklarant die sla„ „gen geduldig verdraagen had, dat eenige dagen daar na ontdekt zijnde, dat het dags-touw gescha„ „vield was, het plegt-ank er toen was gevallen het dags touw op'tdek geleegen had, dat op een dag de kapitain, met den Equipasie„ „meester aan boord gekoomen wel„ zende daar van aan hem rapport gedaan had, en dat de kapitain en de Equipagiemeester het Touw bezich„ „tigden de deklarant aan den kapitain had willen zeggen dat hij het manquement aan het touw niet gezien had, doch dat de kapitain toengezegd had, zwijg sij maar stil, gij hebt er al een pak slagen voorgehad: Dat na dat het schip voor Aikotte was gegaan, de ka„ „pitain aan de deklarant gevraagd had, om vaste pattroonen voor zijn geweer, om op de Jagt te gaan, dat de deklarant toen pattroo„ „nen gegeeven had van 's komp:s pistoolen, wijl bij geen andere toen gevuld had, dat den kapitain weder aan boord gekoomen zijnde aan den deklarant gevraagd had, of hij pistool kogels gegeeven had want dat ze te groot waaren dat de deklarant Ja geant„ „woord hebbende, de kapitain gezegd had, sij moet weder een pak slagen hebben: dat de Mattroos Pieter Henrik Klopstok, die bij den kapitain achter op was„ een pak slagen gekreegen had, om dat hij niet bij den kapitain had blijven 75. 498. 499. 05. Saturdag den 20:' Februari 1790: blijven wilde, en na die slagen, naar het Hospitaal gegaan was, dat deeze klopstok na drie weeken geleeden een briefje aan den deklarant ge„ „schreeven en daar bij gevraagd had, of hij over de mishandelingen van den kapitain bij Heeren kommissaris„ „sen klaagen zoude, dat de deklarant aan hem weder geschreeven en geant„ „woord had, dat hij maar klagen konde. Dat de kapitain de overige Deks officieren ook mishandelde, inzon„ „derheid dat eens de koksmaat van ses quartiermeester slagen gehad heeft, om dat hij brandhout gekreegen had, zonder kennis te geeven, de BootsmansMaat ook een pak slagen om dat de Sineesen bij het strijken van de Jol los gelaaten hadden en de Jol in het water gevallen, was en voorts dat geen deks officier, den kapitain vol„ daan konden, hoe wel zij het ook maakten. Eindigende de de klarant dit zijn gegeevene deklaratoir met Heeden den 31: Januari 1740: kompareerde voor mij Arnol„ „dus Lunel sekretaris van Poliet, „sie alhier /:present de natenoemen„ „ne getuigen :/ De Mattroos van het schip de schelde met naame Pieter Hendrik Klopslok thans alhier in het Hospitaal dewelke ter requisietsie van den wel edelen gestrenge Groot achtbaaren Heer Saturdag den 20: Februari 1740: betuiging dat het zelve de zui„ „vere waarheid behelschde Aldus Gedeklareerd binnen de stad koetsien, ter sekreta„ rije van polietsie ten dage maand en Jaare voormeld in presentsie van Francois Martensz en Carel van Leeuwen klerken als Getuigen /:was geteekend/ L: Ongenaar /:inmargine :/ ons present /:was geteekend:/ Francois Marteus en E: van Leeuwen /:lager / Jn mijn kennis /:was ge„ „teekend:/ Arnold„s Lunel sekretaris betuiging Johan 500: 501: Saturdag den 20 Februari 1740: Saturdag den 20„' Februari 1790: Johan Gerard van Angelbeek hand ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direkteur deezer deklareerde kuste „ k dat hij op de reize van Batavia naar herwaards behoor„ „lijk zijn dienst gedaan had, dat bij arrive van het schip op deeze reede de kapitain Christiaan Martensz den deklarant gelast had achter op te koomen om hem te dienen, dat de deklarant zulx gedaan had, doch dat de kapitain op een dag dat de Hofmeester een pak slagen kreeg, vernoomen hebbende, dat de de„ „klarant, bij het land ten oorlog gevaaren had, aan hem gezegd had, bent gij ook een oorlogs bauk, dan moet ik Jou niet hebben, want aan bent gij te veel gesleepen, en gij moet maaken dat gij van het schip afkomt, of ik zal Jou daar afslaan, dat de deklarant zich toen ziek gehouden had, en twee dagen daar na weeder op het dek gekoomen zijnde, de kapitain hem een pak slagen had laaten gee„ ven, en daar na weder gezegd had sij moet mijn schip ruimen, want gij sult mij nooit voldoen, dat de deklarant dien zelfden avond zich weder voor ziek opgegeeven had, en drie dagen daar na, naar het Hos„ pitaal gegaan was, met noch een Jongen genaamd Schreuder die ook ziek was, dat de kapitain bij vertrek van hun beiden van boord aan hen gezegd had, als gijlieden we„ „der aanboord komt, dan zal ik gouw op een kanon laaten binden en slaan; Dat de deklarant, maar negen gulden winnende, en niet altoos met halve gasie kun„ „nende loopen, heeden over veertien dagen na Heeren kommissarissen van den staat gegaan was, en zich had laaten aandienen, dat toen de Heer kapitain verhuell voorge„ koomen weezende de deklarant aan zijn Ed: zodaanig opgegeeven had, als hier voormeld staat en daar bij gezegd had, dat hij niet hem weder

NL-HaNA_1.04.02_3897_0273 view scan ↗

English

Saturday the 20th of February 1790. unfounded complaint Saturday the 20th of February 1790. dared go on board again, and also could no longer go on half pay; that the Captain Verhuell had told the declarant that it was well, that His Honour would come to the hospital in two or three days, and that the declarant might then just speak to His Honour; that the Commissioners had also since been in the hospital, and that the declarant had also spoken to their Honours then and said: if I return on board, I will be beaten in such a manner that I shall have to go to the hospital again; and that the Commander Vaillant had then answered, ho, ho, that will not do; that the declarant had thereafter received a letter from the gunner of the ship, Pieter Ongenaar, stating that the captain treated all the deck officers badly and that the declarant must go to the Commissioners or to the Governor and ensure that they all got off the ship; that the declarant had then given that letter to the chief surgeon and requested him to inform the Governor thereof. The declarant ending this his given declaration with the affirmation that the same contains the pure truth. Thus declared within the city of Koetsien, at the secretariat of police, on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Francois Martensz: and Carel van Leeuwen, clerks, as witnesses. Was signed: Pieter Hendrik Klopstok. In the margin: present before us. Signed: Francois Martensz: and C: van Leeuwen. Lower down: to my knowledge. Was signed: Arnoldus Lunel, Secretary. And whereas it appeared from these very examinations how unfounded the brought-forward complaints were, and moreover the aforementioned inserted letter savoured considerably of mutinous intentions: it is therefore approved and understood to demote the aforesaid gunner Pieter Ongenaar over this his insolent conduct, as an example to others, to gunner's mate at f 14:- a month, and severely to punish the sailor Pieter Hendrik Klopstok at the wharf for complaining to the Port Commissioners of the State while bypassing his superiors and officers, and to place him alongside the repeatedly mentioned Ongenaar here with the Artillery. Saturday the 20th of February 1790: The gunner is demoted to gunner's mate at f 14:- a month, and the sailor punished at the wharf and both placed with the artillery. Arrival of Demerarij. Deliberation on the ship's resolution. Reason for its arrival. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Koetsien, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I: I: van Engelbeek, J: L: van Spall, I: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haeften, Arnoldus Lunel, and D: A: Eversdijck. The ship Demerarie, destined from Batavia to Soeratte, having arrived at anchor in the roads yesterday evening, this meeting was expressly called to deliberate on the resolution of the ship's council of that vessel of the 17th and its additions of the 23rd of February last, containing the decision to head for these roads due to a lack of drinking water and persistent headwinds; and the said resolution, with the written opinions of the Captain-Lieutenant, Lieutenant, and Sub-Lieutenant attached thereto, was attentively examined; and whereas, before making a final disposition, one ought to be assured that in this matter there had been no neglect on the part of the ship's officers, it was beforehand approved and understood to requisition the ship's log and have it examined by nautical experts, and meanwhile to order the Master of Equipage to provide the ship with an ample supply of drinking water with the utmost speed, for the continuation of the voyage to Soeratte, for which the time was by no means expired, and one might with good reason hope that the same could still be accomplished. While it was furthermore resolved to insert the said ship's resolution and its enclosures here. Monday the 1st of March 1790. All present except the Junior Merchant Adriaan Loolvliet and the Secretary Arnoldus Lunel due to indisposition. Taken in the Council of Malabar at the city of Koetsiem. Resolution. Monday the 1st of March 1790: Right Honourable, Highly Respected Sir. Decision to demand the ship's log and have it examined. The Master of Equipage must provide drinking water. Insertion of the said resolution and its enclosures. To the Right Honourable, Highly Respected Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Governor and Director of the Malabar Coast. Honourable Sir. The undersigned Captain commanding the Honourable Company's ship Demerarij, destined from Batavia to Soeratte, has the honour hereby to communicate to Your Right Honourable, Highly Respected Sir: that having departed from Batavia with the vessel under his command on the 8th of November 1789, after having struggled endlessly with headwinds and calms, he only passed this government on the 27th of January, having at that time still 15 leagers and thus fresh water for one month within his vessel, with which we hoped to complete our voyage; but to our regret the wind shifted on the 2nd of February to the North-Northwest, with which we reached up to 17 degrees by the 23rd of this month, at which time we had no more than 2½ leagers left. Monday the 1st of March 1790. Right Honourable.

Dutch transcription

502: 503. Saturdag den 20:' Februari 1740. ongegronde klachte Saturdag den 20: Februari 1740. weder durfte naar boord gaan, en ook niet langer met halve gasie konde loopen Dat de Heer kapitain verhuell aan den deklarant gezegd had, dat het wel was, dat zijn Ed: over twee of drie dagen in het Hos „pitaal koomen zouden, en dat de deklarant zijn Ed: dan maar mocht aanspreeken: Dat de Heeren kom„ „missarissen ook zeder in het Hos„ „pitaal geweest zijn, en dat de dekla„ „rant hun Ed: ook toen aangesprooken en gezegd had: als ik weder aan boord komen, dan zal ik zodaanig geslaagen worden, dat ik weder naar het Hospitaal zal moeten en dat de Heer kommandant vaillant toen geantwoord had, ho, ho, dat zal zoo niet gaan, Dat de deklarant daar na een brief van den konstapel van het schip Pieter Ongenaar ontvangen had, behelsende, dat de kapitain alle de Deks officieren slegt behandelde en dat de dekla¬ rant bij de Heeren kommissaris„ „sen of bij den Heer Goeverneur moest. gaan, en maaken dat ze alle van het schip afquamen, Dat de de„ „klarant toen dien brief aan den oppermeester gegeeven en verzocht had daar van aan den Heer Goeverneur kennis tegeeven Eindigende de deklarant dit zijn gegeeven deklaratoir met betuiging dat het zelve de Zuivere waarheid behelsen. Adus Gedeklareerd binnen de stad koetsien, ter sekretarije van polietsie, ten dage, maand„ en Jaare voormeld in presentsie van Francois Martensz: en Carel van Leeuwen klerk en als getuigen /:was geteekend. / Pieter Hendrik Klopstok (:in„ margine. / ons present: /: geteekend:/ Francois Martensz: en C: van Leeuwen, /:lager:/ in mij kennis /:was geteekend:/ Arnoldus Lunel Sekretaris. — En wijl uit deeze examinaats ien zelve bleek, hoe ongegrond de voorgebragte gaan klagten 05. 504: 505. Saturdag den 20: Februari 1790: de konstapel word tot kanonier met ƒ 14: bide bij de arthille„ werf afgestrafd, en „rij geplaatst.— arrivement van Demerarij. deliberaatsie van de scheeps resoluitsie. reden zijner komst. klagten waaren, mitsgaders het voor „waards geinsereerde briefje vrij wat ^oproerige naar oprrakiza voorneemens overhee¬ den: zoo is goed gevonden en verstaan, voorm: konstapel Pieter ongenaar 's maands te rug gesteld over dit zijn brutaal gedrag tot een en den mattroos op de exempel voor anderen tot kano„ nier met ƒ 14:—. 'smaands terug stellen en den nattroos Pieter Henrik klopstok over het klagen bij Ha„ ven Commissarissen van den staat met voor bij gaan van zijne gebieders en officieren aan de werff strengelijk te„ laaten afstraffen en neevens meermelden Ongenaar alhier bij de Arthillerij te plaatsen Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Nalla„ „baar ter steede koetsien, ten dage maand en Jaare voormeld /:was ge„ „teekend:/ I: I: van Engelbeek J: L: van Spall, I: G: Gebhardf J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haeften, Arnold=s Limel, en D: A: Eversdijck. Het van Batavia naar Soeratte gedestineerde schip Demerarie gisteren avond ter rheede ten anker gekoomen zijnde werd deeze vergaa„ „dering expres beroepen om te delibereeren op de resoluutsie van den schipsraad van dien bodem van den 17: en dies bij„ voegzels van den 23: februari Jongst„ „leeden, houdende het besluit mits ge„ ^ drink „brek aen ^ drikwater en doorstaande tee„ „genwinden naar deeze reede te stee„ „venen, en werd gemelde resoluutsie met de daar aan gehechte schriftlijke advisen van den kapitain Luijtenant, Lui„ „tenant en sousluitenant aandachtig geëxamineerd, en vermits men alvoorens Maandag den 1:e Maart 1790:—. Alle present behalven De onderkoop„ man Adriaan Loolvliet en de sekretaris Arnoldus Lunel door indisposietsie genoomen in Raade van Mallabaar ter Steede Koetsiem. Resolutaisie Resoluitsie 507. Maandag den 1:e Maart 1790: Weledele Gestr. Groot achtb: naal op te eischen en te laaten examineeren. de Equipasie-meester „gen insertsie van gem: „gen. ten principaalen te disponeeren, behoor„ „de verzeekerd te zijn, dat het in deezen niet aan de scheeps overheeden geha„ „perd hebbe zoo werd voor af goed„ besluit het scheeps Jour, „gevonden en verstaan het scheeps Jour„ „naal op te eischen en door zee kundigen te laaten Examineeren en middeler„ „wijle den Equipasiemeester aante bevee„ „len het schip ten allerspoedigsten van een genoegsaamen voorraad van drikk moet drink water bezor„ water te voorzien, tot het voort„ „zetten der reize naar Soeratte, waar toe de tijd noch geensins verloopen was, en men wel gefundeerd mogt hoopen, dat dezelve als noch wel zoude kunnen volbragt worden. Terwijl al verder beslooten werd resoluitsie en dies bijlaa „ gem: scheepsresoluutsie en bij lagen hier te insereeren. Aan den Weled: Gestr: Groot achtb. Heer Johan Gerard van Angelbeek Goeverneur en Direkteur der kuste Malabaar Den ondergeteekende kapitain kom„ „mandeerende het Ed: komp: schip Demerarij van Batavia na soe„ „ratte gedestineerd, heeft de eer uwelec: Gestr: Groot achtb: bij deezen te kommuniceeren: dat hij met zijn onderhebbende Bodem den 8: November 1789: van Batavia ver„ „trokken zijnde, na oneindig met teegenwinden en stiltens gesuk„ keld te hebben, dit goevernement eerst op den 27: Januari gepasseerd is, hebbende als toen noch 15: leg„ „gers en dus voor een maand zoet„ water binnen zijn bodem waar meede wij hoopten onze reis te volbrengen maar tot ons leedweezen heeft zich de wind den 2: februari aan het Noord„ Noord west gezet, waarmeede wij tot den 23:e deezer tot op 17: graaden zijn gekoomen als wanneer wij niet meer als 2½: leggers over Heere. Maandag den 1:e Maart 1790:—. Weledele hadden 506.

NL-HaNA_1.04.02_3897_0276 view scan ↗

English

Monday the 1st of March 1740:— had, we being then resolved to bear away to this Capital, of which I have the honor to transmit herewith to your Right Honorable Sirs the papers containing the reasons for our actions, hoping that they may merit the approval of your Right Honorable Sirs in this case, so unfortunate for us. My ship is in a reasonable condition, having only one dead and 7 sick, but of little consequence, being manned by 85 Europeans and 26 Chinese, having now no more than 40 cans of fresh water in my ship. I therefore very humbly request your Right Honorable Sirs to send me some water, and subsequently to deign to honor me with the very esteemed orders of your Right Honorable Sirs as to how I shall further conduct myself in this matter. After having commended your Right Honorable Sirs and very distinguished family to the protection of God, Monday the 1st of March 1790: I have the honor to sign myself with the deepest respect, underneath stood: Right Honorable Sir, your Right Honorable Sirs' obedient servant, was signed: I: Paardekoper, in the margin: On board the Honorable Company's ship Demerarij the 28th of February 1740:—. Resolution taken in the ship's council on board the Honorable Company's ship Demerarij on the 17th of February 1740: Sailing in the North Latitude of 16: 10: about 4½ miles out at sea, having the islands of Queimadas or the burnt islands East-South-East of us. A written consideration having been submitted by the captain to the other members of the ship's council, annexed hereto marked Letter &, in order to give their written advice thereon, also annexed hereto, the ship's council has therefore convened again and, after having weighed everything that could be done in this so bitter affair, somewhere commended water 508. 510. 510. Monday the 1st of March 1790: to fetch water, whereas no Dutch place nearby is known to us where one could obtain water. Goa being the Portuguese capital and the nearest, conflicts with all orders, and even if one were to make use of it now in the north, and one were there and provided with water, at least ten days would be spent on it, and then one would still be obliged to let it stand out to the west, so as to sail to Souratte with the westerly of the northerly wind, and besides this is also so uncertain that one has not the slightest prospect of being at Soeratte before deep into the month of March; how uncertain this is, the Honorable Company's Sea Book states on page 15; and then, if the west monsoon were to break through somewhat early, one would indeed be forced to leave this coast and seek a place for our stay; and moreover, if no change in the winds takes place, which is not likely at present, since they have now already stood dead between the North-by-West and North-West for 25 days, without coming a point west or north of it: so that we cannot make it with our ship in a month, by which time the west monsoon will be at hand, and there would be no time left to unload the ship and reload it. Thus, in accordance with all advices, we resolved to see for a few more days whether the winds might change, so that we might still reach a factory to the north above the Angrian coast with that small supply of water, or if no change came, then to bear away and steer for the Roads of Cochim, since there might then perhaps still be time for the Right Honorable Mr. van Angelbeek, Governor and Director, together with the honorable place honorable 5 513 Monday the 1st of March 1798. — council, to take hand and such resolutions regarding ship and cargo as shall seem good to their Right Honorable Sirs. We then distributed in general for every European three small measures of water and two small measures of wine, and to the Chinese 5 small measures of water, which could then last for 13 days: Done on board the Honorable Company's ship aforesaid, the 17th of February 1740: was signed: I: Paardekooper, I: Aijsma, I: C: van Bommel, L: v: Goor, and with a cross and written around it: this is the mark of the Boatswain Jan Nill. To the Members of the ship's council of the Honorable Company's ship Demerarij. The undersigned Captain commanding the above-mentioned ship to which you are also appointed. It is known to you members how much effort has been made Monday the 1st of March 1790: from our departure from Batavia until today, night and day, to make our voyage prosperous, but having constantly had to struggle with contrary winds or wrestle with calms until today, being the 17th of February, our voyage has already taken 3 months and 8 days to reach 16: 10: North Latitude, and we still have to cover 5 degrees to Souratte; it is also known to you that the wind has already held us up for 24 days between North-North-West and North-West, and that one could not gain more than eight to ten minutes in a 24-hour period, and thus needed 6 days for one degree. The undersigned had hoped that with this new moon some change in the weather would have come, but to his great regret and grief he sees that the same is setting itself firmer and firmer between North and North-West; today we have no more than 512 3

Dutch transcription

509. Maandag den 1:e Maart 1740:— hadden, zijnde wij als toen geresol„ „veerd om aftehouden na deeze Hoofd„ „plaats, waar van ik de eer heb uwelEdele Gestrenge Groot achtb: de papieren hier nevens toetezenden, welke de reeden van ons doen inhouden, hopende dat zij de approbaatsie van Uweledele Gestrenge Groot achtb: in dit voor ons zoo ongelukkig geval mogen meriteeren. Mijn schip is in een reedelijken staat maar een doode en 7: zieken, doch van weinig belang, zijnde bemand met 85: Europeeschen en 26: smeesen hebbe thans niet meer als 40: kannen zalf water in mijn schip. Verzoeke uweledele gestr: Groot achtb: dus zeer nedrig, om mij wat water te laaten toekomen en mijn vervolgens met uweledel ge„ „strenge groot achtb: zeer geeerde ordres gelieft te vereeren, hoe ik mij dit geval verder zal gedra„ gen Na uweElEdele gestrenge Groot achtb: en zeer aanzienlijke familie in de bescherming Godes te hebben Maandag den 1=e Maart 1790: aanbevoolen hebbe ik de eer mij met de diepste eerbied te teekenen /:onderstond:/ weledele Gestrenge Groot achtb: Heere, uwel edele Gestrenge Groot achtb: gehoorzaa„ na Diewaar /:was geteekend:/ I: Paardekoper /:in margine:/ Aan boord 's Ekomp„s schip Demerarij den 28: februari 1740:—. Resoluutsie genoomen in den scheeps raad aan boord van 's Ekomp:s schip Demerarij den 17: februari 1740: Zeilende op de V: Breedte van 16: 10: omtrent 4½: mijl op zee, heb„ bende de eicanden queimadas of de verbrande eilanden O: Z: O: van ons. Door den kapitain aan de verdere Leden der scheepsraad een schriftelij„ „ke bedenking overgegeeven, hier annex gem: Letter &: om daar op haar schriftelijk advis tegeeven, hier meede annex, zoo hebbe hier op den scheeps„ „raad weeder vergaderd en na alles over„ „woogen te hebben wat men in deeze zoo bittere zaak doen konde Ergens aanbevoolen water 508. 510. 510. Maandag den 1:e Maart 1790: water te haalen waar zoo terwijl ons geen hollandsche plaats van na bij bekend is, daar men waater zoude kunnen bekoomen. Toa zijnde de portugeesche hoofd„ „plaats het naaste bij zijnde, strijd tee„ „gen alle orders, en of schoon men nu in noord daar al gebruik van maakte; en men daar was en van waater voor„ „zien was, zouden er op zijn minste thien dagen meede heen loopen, en als dan zoude men, noch genoodzaakt weezen vm het om de west te laaten door„ „staan, om dus met het westelijke van de wind om de noord souratten te bezijlen, en daar bij is dit ook zoo onzeeker, dat men geen de minste voor uitzicht heeft, om voor diep in de maand Maart op soe„ „ratte te zijn, hoe onzeeker dat dit is, schrijft 's Ekomp: Zeeboek pa„ „gina 15: en dan wanneer de west mousson wat vroeg door brak, zoude men wel genoodzaakt zijn deeze kuste te verlaaten, en een Maandag den 1:e Maart 1798: plaats tot ons verblijff te zoeken en buiten dien zoo er geen verandering in de winden plaats heeft, dat thans niet denkelijk is, alzoo dezelven nu reeds 25: daagen tusschen het N: T: W: en N: W: hebben pal ge„ staan, zonder een streek daar bewesten of benoorden te koomen: zoo dat wij het met ont schip in geen maand kun„ „nen ophaalen, als wanneer de west mousson dan ophanden is, en er geen tijd meer overig zoude zijn om het schip te ontlaaden en weder te laaden. Dus ii't alle advisen resolveerden wij om het noch voor eenige dagen in te zien, of de winden mogten veranderen, dat men nog een komptoijr om de noord boven de Angriasche kust mogten krijgen met die geringe voorraat van water of zoo 'er geen verandering kwam, als dan aftehouden en na de Rheede van Cochim te stervenen, vermits er dan misschien nog tijd zoude zijn dat den weledele gestrenge Groot plaats achtb: 5 513 Maart 1798. — Maandag den 1:e achtb: Heer van Angelbeek goever„ „neur en Direkteur beneevens de agtb: hand en zoodanige Resolutien weegens schip en Laading zouden kunnen neemen als hun weled: Groot achtb: zoude goeddunken. verstrekten als Toen in het Generaal voor ider Man Europe aanen drie mussies waater in twee musjies wijn En aan de Chineesen 5: Musjes waater konde als dan voor 13: dagen toe: Actum aan Boord van 's Ecomp: schip voornoemd den 17: februari 1740: /:was geteekend:/ I: Paardekooper, I: Aijsma, I: C: van Bommel, L: v: Goor en met een kruisje en daar omme geschreeven dit is het Merk van den Bootsman Jan Nill, Aan de Leden van den scheeps raads van 'sEkomp: schip Demerarij. Den ondergeteekenden Capitain Com„ mandeerende het bovengenoemde schip waar op uw Ed: meede bescheijden zijt Het is uw Leeden bekent met hoe veel moeijte men heeft aangewendt Maandag den 1:e Maart 1790: om van ons vertrek van Batavia tot heeden Nacht en dag om onze Reijze voorspoedig te maaken, dog steeds met teegenwinden hebbende moeten sukkelen of met stilten moeten wor„ =stelen tot dat wij heeden zijnde den 17: februari onze Reis reeds 3: Maanden in 8: dagen tot op 16: 10: N: Breedte te zijn gekoomen en ous nog 5: graaden tot op souratte moeten afleggen, het is uw lieden ook bekent dat ons de wind reeds 24: daagen tusschen het N: F: W: T: N: W: heeft op„ gehouden en dat men niet booven de acht a thien minuten in het Etmaal konde winnen en dus No: 6: Etmaal over een graadt Den ondergeteekenden had gehoopt met deeze nieuwe maan eenige ver„ andering in ze weer zoude zijn gekoomen, dog tot zijn groot leedweezen en smert ziet hij, dat S. Vaster dezelve zig ^ tek en vaster tusschen het N: en N: w: zetten; heeden hebben wij niet meer dan 512 3

NL-HaNA_1.04.02_3897_0279 view scan ↗

English

514 515 Monday the 1st of March 1790: Monday the 7th of March 1790: than four leggers of water in the ship, which taken at its longest can only last for 14 days. Meanwhile, the time passes that the monsoon winds here on this coast will turn more and more towards the west. Now the question is what one shall do in this bitter circumstance for the greatest benefit of the Honorable Company: whether to fetch water somewhere and then put to sea again, or to bear away directly towards our Government at Cochin, since with the persistence of the north wind it is not possible to reach Surat with our ship before the season has expired. Hereupon, at the request of each person, their written advice. Done on the Honorable Company's ship aforesaid, the 17th of February 1790. Was signed: J: Paardekooper. Right Honorable Valiant Sir! We have considered your honor's proposal and decided it will be best to choose the Roads of Cochin, while the Monsoon is at hand and one would then be forced to call at one place or another for our stay, while we also have so little water left in this Vessel. Done on board the Honorable Company's ship Demerary, the 17th of February 1790. Was signed: Aijsma. Right Honorable Valiant Sir! After having well considered your honor's valiant proposal, it would in my judgment be best for us and most advantageous for the Honorable Company to turn the prow and seek the Roads of Cochin, as water begins to fail, the west winds seem to have set in, and the Monsoon is at hand, and one daily sees that no progress is being made. The undersigned has the honor to sign with respect. Below was written: Right Honorable valiant Sir, your honor's valiant obedient Servant. Was signed: J: C: van Bommel. In the margin: On Board the Honorable Company's ship Demerary, 17th of February 1740. 516 517 Monday the 1st of March 1790. Right Honorable Valiant Sir! Monday the 1st of March 1790: Having reviewed and considered everything, it is in my opinion best to choose the Roads of Cochin, since one would make no progress by fetching water at another place and then putting to sea again, because it would be impossible for us to be at Surat before the monsoon and one would then still be forced to seek a place for our stay. Thus I am fully resolved that this will be the best and most advantageous for the Honorable Company. Done on board the Honorable Company's ship Demerary, the 17th of February 1795. Was signed: L: v: Goor, Ship's Lieutenant. Enclosures to the Resolution of the 17th instant, wherein it had been decided to wait and see for a few more days. Being today the 23rd of February and thus six days after the ordinary Resolution, seeing that no change in the winds seems likely to come anymore, having today the estimated North Latitude of 17 degrees 30 minutes, so that in 6 days we had gained only 1 degree 20 minutes, and that the current begins to set us more and more to the South-East, so that it is utterly impossible for us to tack against it with our ship unless we get land and sea breezes, which we have now not had for 25 days, and presently having only 2½ leggers of water left in the ship, which can only last for 6 to 7 days, and it not being quite possible in that time to reach a Factory to the North above the Angrian coast; and even if one should manage to get there with that supply of water, or if one bore away for Goa, it will be well into March by the time we are there, thus deep into March before one would be provided with a sufficient supply of water at a foreign Factory; and before we tack against the North-North-West winds, 518 519 it will surely be April before we reach Surat, and if the west winds should break through somewhat early, one would have to leave the coast and seek a place for our stay in order to winter there; resolved this morning at 8 o'clock to bear away and steer towards the Roads of Cochin according to the aforementioned Resolution, since it was hoped that those roads could still be reached with this meager supply of water. Done on the Honorable Company's ship Demerary, the 23rd of February 1740. Was signed: I: Paardekooper, I: Aijsma, I: C: van Bommel, L: v: Goor, and with a cross and written around it: this is the mark of the Boatswain Jan Nill. Thus Done, Resolved and Decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: van Rossum, D: A: Cellarius, W: van Haeften, and I: A: Eversdijck. Reading of a report concerning the examination of the ship's journal: There was read the report required at the session of the 1st instant from the Sea Captain Christiaan Martensz and Johannes van Blankenberg, Master of Equipage, regarding the completed examination of the ship's journal of the ship Demerary, reading as follows: To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir! In compliance with your Right Honorable, Highly Esteemed, highly respected order... Wednesday the 3rd of March 1790: All present except the Honorable Poolvliet and Lumel due to indisposition. Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin. Monday the 1st of March 1790: Resolution.

Dutch transcription

514 515 Maandag den 1. Maart 1790: Maandag den 7:e Maart 1790: dan vier leggers water in het schip dat op zijn langste genoomen maar voor 14: daagen kan verstrekken. Intusschen verloopt de tijd dat de mousson winde hier op deeze kuste steeds meer en meer na het west zullen keeren. Nu is de vraag wat men in dit bitter ge„ „val doen zal ten meesten nutte van D' ED: Compagnie, of Ergens waater te haalen en dan weeder zee te kiezen of direct aftehouden na ons Goevernement koetsiem dewijl bij aanhouden van noorde wind het niet moogelijk is. voor dat het Laijson verloopen is met ons schip souratte te kunnen bezeijlen. Hier op verzoek van een ieder het schriftelijk advies. Actum in sEkomp:s schip voorsz: den 17: febr: 1790: /was geteekend:/ J: Paardekooper. Weledele Manhafte Heer! uweledelen voorstel hebben over „woogen en beslooten het besten te zullen zijn de Rheede van Cochim te zullen kiezen, terwijl de Mous„ „son op handen is en men dan tot genoodzaakt zouden zijn den Eene ofte ander plaats tot ons verblijf aan te doen, terwijl men ook soon weinig water meer in deezen Bodem hebben, Actum aan boord van het 'sEkomp:s schip Demerarij den 17: februari 1790: /:was geteekend:/ Aijsma l Weledele Manhafte Heer! Na uwel edele Manh: voorstel wel te hebben overwoogen zoo zoude het mijns oordeels voor ons het beste en het voordeeligste voor D'E komp: steeven zijn de ####e te wenden en de Rheede van Cochim te zoeken, alzoo het water begunt te mankeeren, de weste winden zig schijnen gezet te hebben en de Mousson op handen is en men daagelijks ziet geene vorderingen te maaken. Den ondergeteekenden heeft de Een zig met respect te Teekenen /:onderstond:/ weledele nanhaften Heer uweledele Mant: gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ J: C: van Bommel /:in margine:/ Aan Boord 's Ekomp: schip Demerarij 17: febr: 1740:—. te weledele de 516. 517. Maandag den 1:e Maart 1790:-. Weledele Hanhafte Heer! Maandag den 1:' Maart 1790: Alles nagegaan ten overwoogen heb„ „bende zoo is mijns bedunkens het beste de Rheede van Cohim te kie„ „zen, dewijl men niets zoude vorderen met op Een ander plaats water te haalen en dan weeder zee te kiezen, dewijl het ons onmoogelijk zoude zijn, om voor de mousson op souratte te zijn en den tog genoodzaakt zou„ „de zijn Een plaats voor ons verblijf te zoeken. Dus ben ik ten vollen van besluit dat dit het beste en voordeeligste„ voor de Edkomp: zal zijn Actum aan boord in 's Ed komp: schip Demerarij den 17: februari 1795: /:was geteekend:/ L: v: Goor s=s Luitenant Bijlaagen bij de Resoluutsie van den 17: dee„ „zer waar in men het besloo„ ten had nog Eenige dagen intezien. Zijnde heeden den 23: febr: en dus zes dagen na de gewoone Resolutie, ziende dat er geen verandering in de winden meer schijnt te zullen komen, hebbende op heeden, de geg=e N: Breedte van 17: 30: min: zoo dat wij in 6: daagen, maar 1: 20: min: gewonnen hadden en dat ons de stroom meer en meer om de Z: O: begint te zetten, zoo dat het voor ons volstrekt onmoo„ „gelijk is, om het met ons schip op te laveeren, zoo wij geen Land en zeewind en krijgen, die wij nu in geen 25: daagen hebben gehad, en thans nog maar 2½: legger water meer in het schip hebbende, dat maar voor 6: â 7: daagen kan „verstrekken en het niet wel moog„ „lijk is, in dien tijd Een Cantoor, om de Noord boven de Angriase kust te konnen krijgen En zoo men daar al eens met de voorraad van water, mogt komen, of dat men afhiep na Goa, het is bij de in Maart een wij daar zijn, dus diep in Maart Eer men van een genoeg„ „zaame voorraad van water zoude voorzien weezen op een vreemd Comp„ „toir, en Eer wij het aan in de N: N: W: dat winden. 518. 519. winden op -laveeren is het zeeker April Eer wij op souratte komen, en wanneer de westen winden wat vroeg door bree„ pen zoude men de kust moeten verlaa„ „ten, en een plaats, tot ons verblijf zoeken om aldaar te overwinteren, Re„ solveerde heeden morgen om 8: uuren aftehouwen en na de Rheede van Cochim volgens gemelde Resoluutsie te steevenen, vermids men hoopte die rheede met deeze geringe voorraad van water nog te kunnen bezeijlen. Achim in 'sEkomp: schip Demerarij den 23: februari 1740: /:was geteekend:/ I: Paardekooper, I: Aijsma, I: C: van Bommel, L: v: Goor, en met een kruisje en daar omme geschreeven dit is het merk van de Bootsman Jan Nill Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem ten daage maand, en Iaare voorm: /:was geteekend: J: G: van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: van Rossum, D: A: Cellarius, W: van Haeften en I: A: Eversdijck, Lektura van een bericht werd geleezen het ter sessie van den nopens het exami„ 1: deezer gerequireerdt bericht van neeren van het scheeps den kapitain ter Zeer Christiaan Martensz en Johannes van Blankenberg, Equipasiemeester nopens de volbragte examinaatsie van het scheeps Journaal van het schip Demerarij luid ende als volgd. Aan den weled: Gestr: Groot. achtb. Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands India Goeverneur en Direk„ teur ter kuste Malabaar. ee Weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer In naarkoming van uwel edele Ge„ „strenge Groot achtb: veel g'eerde Woensdag den 3:e Maart 1790: alle present behalven D'E 6 Poolvliet en Lumel door indisposietsien Resolutis te ge„ „noomen in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem. Maandag den 1:e Maart 1790: Resoluutsie ordre Journaal

NL-HaNA_1.04.02_3897_0282 view scan ↗

English

521: Wednesday the 3rd of March 1790. Wednesday the 3rd of March 1790. Decision to send the report to Batavia. Resumption of a list Order, the undersigned have examined the journal of the Company's ship the Merarij, which is commanded by its captain Tan Paardekooper, and found that the said captain, according to seamanship, worked fully to achieve the voyage, but according to the winds recorded in the journal, could not proceed further than to the North Latitude of 17 degrees and 23 minutes, upon which it was then resolved to bear away for Koetsien due to lack of water. We judge that when the ship is provided with water, as it is only the first of March, the voyage to Souratte is still quite doable, whether along the coast close to shore, or else crossing over to reach Souratte with the westerly winds, as the pilot book states on folio 15 that this is feasible in the month of March; however, one should not leave the coast before reaching the latitude of 14 to 15 degrees. While we have the high honor to be with all respect, below stood: Right Honorable, Grand, Highly Respected, High Commanding Lord, your Right Honorable, Grand, Highly Respected, Most Obedient Servants. Was signed: C. Martensz and I. van Blankenberg. In the margin: Koetsiem, the first of March 1790. And since it appeared therefrom that the adversity that befell that ship on the voyage from Batavia to Soeratte must be attributed solely to unfavorable winds, and that the officers of that vessel acted entirely according to seamanship therein, it was approved and agreed to send that report to the High Government of the Indies at the first opportunity, and to allow the said ship, which today already receives its last water on board, to continue the voyage to Souratte. Resumption of a list of seven head of the Company's cattle of dead cattle. While that 520: Deliberation concerning a Batavian letter. Decision thereon. The requested eighteen-pounder cannons serve here for Wednesday the 3rd of March 1790. that perished in this month, it was approved and agreed to insert the same here. List of the dead Company's cattle in the month of February: The 1st of February: 2 cattle 2nd ditto: 2 ditto 11th ditto: 1 ditto 22nd ditto: 1 ditto 24th ditto: 1 ditto Koetsiem, the first of March 1790. Was signed: V. Rose. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. P. Gebhard, I. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haeften, and J. A. Eversdijck. Regarding Their High Noble's order at paragraph 90 to send up the eighteen-pounder cannons in stock here at the first opportunity, Deliberation was held concerning the missive of the High Indian Government at Batavia of the 3rd of November 1789, which was brought here on the first of this month with the ship Demerarij, and regarding the item of the Portuguese cargo Salema amounting to f 480.-.-, it was approved and agreed to charge the same back to the headquarters at the first opportunity. Tuesday the 9th of March 1790. Forenoon, all present except for the Junior Merchant Adriaan Poolvliet and the Secretary Lunel due to indisposition. Resolution taken in the Council of Malabaar at the city of Koetsien. Resolution is defense. on. 523. 525. Tuesday the 9th of March 1790. Examination of a demanded report from the Master of the Equippage regarding the expense account of the ship Zeeland. The Master of the Equippage instructed. The reduction of 11: does not belong here. Continued. it was approved and agreed to demonstrate in the reply that the same serve here for the defense of the bastions, and therefore to request Their High Nobles to be allowed to retain them until the necessary twenty-four-pounders shall have been received in their place. Regarding the items from the expense account of the ship Zeeland specified from Batavia for compensation and accountability, a report having been demanded and received from the Master of the Equippage van Blankenberg, the same was now examined, and regarding the first item of f 53:15 for a kedge anchor stock, it was noted that the Master of the Equippage is not liable is not liable, for that, since the Master Carpenter does not submit his account to him, but directly to the Chief Administrator, Ducats 56: stivers and furthermore that the timber for the anchor stock was brought up by the Master Carpenter not as f 53:15, but as f 33:7, and the Tuesday the 9th of March 1790. remaining f 20:8 was charged for the ironwork thereof; that according to previous expense accounts, the Master Carpenter always charged a whole first-quality beam for an anchor stock, the price of which was fixed at 27 3/48 rupees by the regulation of the year 1772, but that this is rather generously estimated for a kedge anchor stock, which needs to be only 11 to 12 feet long and only 11 to 12 inches thick, and it was therefore approved and agreed to reduce that charge by 1/3, and The Master Carpenter thus to have the Master Carpenter refund f 11:2. Regarding the second item concerning the reduction of 11 ducatons 56 stivers on account of provisions made to the Chinese, it was approved and agreed to indicate, from the report received thereon from the Chief Administrator van Spall, that the same is completely foreign to this place, and at Ceylon remaining seems 524

Dutch transcription

521: Woensdag den 3: Maart 1790:-. Woensdag den 3:e Maart 1790:—. besluit het bericht naar Batavia te zenden. resumptsie van een Lijst ordre hebben de ondergeteekendens het Journaal van 's komp: schip de Merarij, het welk gekomman„ „deert word door dies kapitain Tan Paardekooper, geexamineert, en bevonden, dat gemelde kapitain volgens Zeemans steijl volkomen ge„ werkt heeft om de reis te krijgen, maar volgens de winden die in het Journaal bekend staat, niet ver¬ „der heeft konnen koomen, als op de N: Breedte van 17: graden en 23: Minuten, waar op toen geresolveerd is om aftehouden na koetsien door gebrek van water. wij oordeelen wanneer het schip van water voorsien worden terwijl het nog maar den Eersten Maart is, dat de reijs nog wel te doen is na sou„ „ratte, het zij langs de wal op haa„ „ce of dan wel oversteeke om met de westlijks winde souratte te bezijlen gelijk het zee boek schrijft Folio 15: dat in de maand Maart sulks doenlijk is, dog diene de wal niet te verlaaten voor dat men de Breedte van 14 p: a 15: grade heeft: Terwijl wij de hoog Eer hebbe met alle eerbied te zijn /:onderstond:/ weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer, uwel edele Gestrenge Groot achtb: Zeer Gehoorzaamste Dienaaren /. was ge„ „teekend:/ C: Martensz: en I: van Blankenberg /:in margine:/ koetsiem den Eersten Maart 1790: -. En vermits daar bij bleek, dat de tee„ genspoed die dat schip op de reize van Batavia naar Soeratte is overgekoo¬ „men alleen aan ongunstige winden moet toegeschreeven worden, en dat de overheeden van dien bodem daar bij volkoomen naar Zeemans stijl ge„ werkt hebben: zoo is goedgevonden en verstaan, dat bericht met de eerste geleegenheid aan de Hooge Regeering van Indien te zenden, en het gemelde schip het welk heeden reets zijn laaste water aanboord krijgd de reize naar souratte te laaten voortzetten. Not resumptsie van een Lijst van zeeven stux koebeesten van de komp: van verrekte hoeboesten. Terwijl die 520: deliberaatsie over een Bataviase brief. besluit daar op. de geëischte agttien ponder kanons dienen hier tot Woensdag den 3: Maart 1790:—. die in deeze maand gekrepeerd zijn, is goedgevonden en verstaan, dezelve alhier te insereeren. Lijst van de verrekte komp: koebeesten in de maand Februari Den 1: Februari 2: koebeesten 2: _=o. 2: _=o. „ 11: _=o. 1: __o. „ 22: _—. 1: __o. „ 24: _=o. 1: __o. Hoetsiem den Eersten Maart 1790: /:was geteekend:/ V: Rose. Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd in zoude van Hal„ labaar ter steede kortsiem ten daa„ „ge maand en Jaare voormeld: /: was„ geteekend:/ J: G: van Angelbeek, J: L: van Spall, G: P: Gebhard I: W: H: van Rossum J: A: Cellarius; W: van Haeften, en J: A: Eversdijck Het opzicht tot Hunner Hoog„ edelheeden bevel bij §90: om de hier in voorraad zijnde agttien ponders kanons met de eerste geleegenheid op te zenden, Derd gedelibereerd over de Hissive van de Hooge Indische Regeering te Batavia van den 3: 9ber: 1789: die den eersten deezer alhier met het schip Demerarij is aangebragt en werd met opzicht tot de Post van den Portu„ „geeschen karga Salema groot ƒ 480:—. goedgevonden en verstaan dezelve met de eerste geleegenheid naar de hoofd„ „plaats te rug te reekenen. Dingsdag den 9:' Maart 1790: — voormiddag alle present behalven de onderkoopman Adriaan Poolvliet en de sekretaris Lunel door indis„ „posietsie Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsien Resoluutsie is „ defensie. op. 523. 525. Dingsdag den 9:' Maart 1790: examinaatsie van een gevorderd, bericht van den Equipasie mee„ „ster nopens de on„ „kostreekening van het schip Zeeland. De Equipasiemeester belast. de reduksie van 11: hoort hier niet te huis„ vervolg is goedgevonden en verstaan, bij het antwoord aan te toonen dat dezelven hier dienen tot defensie van de bolwerken, en overzulx Hunne Hoogedelheeden te ver„ „zoeken, dezelven temoogen aanhouden tot dat de noodige vier en twintig ponders in dies plaats zullen ontvangen weezen Nopens de van Batavia ter vergoeding en verantwoording opgegeevene posten uit de onkostreekening van het schip Zeeland van den Equipasiemeester van Blanken„ „berg bericht gevorderd en bekoomen zijn„ „de: zoo werd het zelve thans geëxa„ „mineerd en met opzicht tot de eerste post van ƒ 53:15: voor een werp anker stok aangemerkt dat de Equipa„ is niet aanspreekelijk, siemeester daar voor niet aanspreek„ lijk is, wijl de Baas timmerman zijne reekening niet aan hem maar direkt aan den Hoofdadministrateur Dukatons 56: stver„s overgeeft en wijders dat het hout tot de ankerstok door den Baas„ timmerman opgebragt is niet met ƒ 53. —. 15: maar met ƒ 33:7: en de Dingsdag den 9: Maart 1740:—. overige ƒ20: —. 8: voor het ijzer beslag daar van gereekend zijn dat volgens voorige onkostreekeningen de Baastimmerman voor een ankerstok altijt een heele balk eerste soort in reekening gebragt heeft waar van de prijs bij het regle„ „ment van het Jaar 1772: op Rop„ 27 3/48: bepaald is, doch dat dit voor een werp„ „anker stok, die maar 11. tot 12: voet lang en maar 11: â 12. duim dik behoefd te zijn, wat ruim genoomen is, en werd derhalven goedgevonden en verstaan, dien opbreng met 1/3: te verminderen en De Baas Timmerman dus door den Baas timmerman ƒ 11: - 2: te laaten in't keeren. Het opzicht tot de tweede post betreffende de reduktsie van 11: duka„ „tons 56: stuivers, wegens gedaane verstrek„ „king aan de sineesen, is goedgevonden en verstaan, uit het daar van inge„ koomen bericht van den Hoofdadmini„ „trateur van Spall, aan te wijzen ae„ „zelve hier geheel vreemd is, en te Ceilon overige schijnt 524 „

NL-HaNA_1.04.02_3897_0285 view scan ↗

English

526. 527. Tuesday the 9th of March 1790. Tuesday the 9th of March 1740. appears to belong at home and for that purpose to insert that report here. To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Engelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of these coasts with their dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord. The undersigned Chief Administrator has the honor to provide Your Right Honorable and Highly Esteemed Lord with a report that an extract from the Batavia letter dated 3 November 1789 has been delivered to him, which, among other things, notes that on the expense account of the ship Zeeland it was forgotten to reduce to guilders etc. the ducatoons 11: 56 stuivers issued to the Chinese assigned to that vessel. From this it appears that the charging of the abovementioned amount of ducatoons 11: 56 stuivers was not disbursed here, but perhaps this happened on Ceylon, as all calculations and disbursements are made there in ducatoons, which does not take place here. He has the honor to be with the most dutiful respect, below which stood, Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed Lord's most humble servant. Thus, it serves as a respectful reply to this that the Chinese here were only disbursed good months, as appears from the expense account of 10 January 1784, wherein rop: 432:—. ƒ 518: 8:—. was charged, being the amount of two months' wages delivered to them; an expense account of 28 April 1789, wherein rop: 436: 38: ƒ 524: 3: was charged, being the amount of two months' wages disbursed to them as before. Thus was signed. 528. 529. Tuesday the 9th of March 1740. The Master of Equipment is not accounted for. Remark concerning the Master of Equipment. The Master of Equipment is Decision for reimbursement; the justification is insufficient. Decision to recommend more circumspection to the Master of Equipment. was signed: I. L. van Spall In the margin: Cochin the 9th of March 1790. Regarding the third item of ƒ 19: 12: 12: for two brackets, and the seventh item for the fitting of ironwork to the crossjack yard, it being indicated by the Master of Equipment that he does not receive the blacksmith's accounts, specifically for two brackets, into his hands and therefore cannot account for them either, it was approved and resolved to make this known as fact to the High Government and therewith to report: that all ironwork for the ships as well as for other services, before it leaves the workshop, is weighed by commissioners and the weight is submitted in a written report, and that this was also found to have occurred regarding these two items. Regarding the fourth item of ƒ 8: 8: 8: for the repair of the armory and tool chests, and the item also cited under No. 6 of ƒ 7: 19: 15: for a bracket and a gun port, it being taken into consideration that the Master of Equipment was obliged to investigate the necessity of these repairs before he attested to them in his report to this assembly: it was resolved to have him reimburse these two items, and to recommend to him henceforth more circumspection concerning this matter. Tuesday the 9th of March 1790. Regarding the fifth item of ƒ 27: 14: 8: for the purchase of 1/16 ps of old rope, the justification of the Master of Equipment was judged too feeble and insufficient, and for that reason it was approved and resolved to have it reimbursed by him. Concerning the new rigging disbursed to the mentioned ship, the reimbursement of which was imposed on the said Master of Equipment in the sixth place, it was taken into consideration that the disbursement thereof occurred pursuant to the resolution of this Council of 8 January 1789, to which the Master of Equipment was obliged to disburse new rigging.

Dutch transcription

526. 527. Dingsdag den 9: Maart 1790:. Dingsdag den 9: Maart 1740: schijnt te huis tehooren en daar toe dat bericht hier te insereeren Aan den Weled: Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Engelbeek Raad ordinair van Nederlands Indien mitsgaders Goeverneur en Direkteur deezer kusten met den resorte van dienen. Weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer Den ondergeteekende Hoofdadmi„ „nistrateur heeft de eere uw weledele Gestrenge Groot achtb: van Bericht. te dienen, dat hem ter hand is ge„ steld, Een Extrakt uit de Bataviase brief gedatteerd 3: November 1789: het welk onder anderen staat te re„ marqueeren dat op de onkost reeke„ ning van het schip Zeeland vergee„ „ten is, de aan de op dien Bodem be„ „scheiden Chineesen afgegeevene Duka„ „tons 11:56: stuivers te reduceeren tot guldens enz: Hier uit Blijkt dat het aangereeken„ „de van bovengem: bedraagen van duk: 11: 56: stver:s alhier niet is verstrekt ge„ op Ceilon worden, maar mogelijk dit is geschied, Alzoo aldaar al bereekeningen en ver„ „strekkingen aan Dikatons werden gedaan, dat alhier geen plaats vind. Hij heeft de eere met de schuldigste Eerbied te zijn /:onderstond:/ welEdele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebie„ „dende Heer uw weledele Gestrenge Groot achtb: zeer onderdaanige Dienaar Zoo dient hier op in Eerbiedig antwoord dat aen de Chineesen eenlijk goedemaan„ den alhier is verstrekt geworden, blij„ keus onkostreekening van den 10: Janu„ „ari 1784: waar bij aangereek end rop: 432:—. ƒ 518: 8:—. zijnde het bedraagen van twee maanden Gagie aan hunlieden afgelangd Een onkostreek: van den 28: April 789: waar bij aangereekend rop: 436: 38: ƒ 524: 3: zijnde het bedraagen van twee maanden Gagie aan hun lieden als vooren verstrekt; Zoo /:was geteekend. / 528. 529. Dingsdag den 9:' Maart 1740:—. De Equipasiemeester is niet verantwoord„ aanmerking over de „pasiemeester. de Equipasiemeester is besluit ter vergoeding; de verantwoording is on„ Equi„ besluit om den omzigtigheid aan te /:was geteekend:/ I: L: van Spall /:in margine:/ koetsiem den 9: Maart 1790: Nopens de derde post van ƒ 19: 12: 12: voor twee beugels, en van de zeevende post„ weegens het beslaan van de bagijne rhaa„ door den Equipasiemeester aan geweezen zijnde, dat hij de reekeningen van den smit „lijk voor twee beugels niet in handen krijgt en dus daar voor ook niet verantwoorden kan, zoo werd =goedgevonden en verstaan, dit als in waarheid bestaande aan de Hooge Regee„ ring te kennen te geeven en daar bij te berichten: dat al het ijzerwerk voor de schepen zoo wel als tot andere voldoende diensten, voor dat het uit de winkel gaat door gekommitteerden gewogen en het gewigt bij een schriftelijk rapport overgegeeven word, en dat dit ook be„ „vonden is, omtrend deeze twee posten geschied te zijn. Nopens. al vierde post van ƒ 8: 8: 8: ƒ plicht van aen Equi voor reparaatsie van de geweer en gereed„ „schap kisten en de onder N=o 6: meede aangehaalde post van ƒ 7: 19:15: voor een beugel nog een schutpoort in aanmer„ Dingsdag den 9: Maart 1790:. „king genoomen zijnde, dat de Equipasie„ „meester verplicht geweest was, de noodzaaklijkheid van deeze reparaat „sie te onderzoeken, voor dat hij de„ zelve bij zijn bericht aan deeze ver„ gaadering attesteerde: zoo werd be„ „pasiemeester meerder slooten deeze twee posten door hem te laaten vergoeden en hem nopens dit stuk voortaan meerdere onzichtigheid aan te beveelen Nopens de vijfde post van ƒ 27:14::8: weegens den inkoop van —. 1/16: p„s oud touw werd de verantwoording van den Equipasiemeester te flauw en onvoldoende geoordeeld en over sulx goedgevonden en verstaan, dezelve door hem telaaten vergoeden. het opzicht tot het verstrekte Nieuwe want aangemelde schip, waar van de vergoeding gem: Equipasie„ verplicht geweest een meester in de sesde plaats is opgelegt, nieuwe want te verstrek werd in aanmerking genoomen, dat de verstrekking daar van geschied is op de resoluutsie deezes Raads van den 8: Januari 1789: waar aan de „kingn Equipasie„ - beveelen - . ken.

NL-HaNA_1.04.02_3897_0287 view scan ↗

English

Tuesday the 9th of March 1790. Inspection of the old rigging. Decision. Decision to reject requests by the Indies government. The equipage master was obliged to comply, and furthermore, that before deciding on the request made by Captain Bank for new rigging, this Council first had the old rigging inspected by Captains Louritz and Cornelis and by the aforementioned equipage master; and that these commissioners, in a written report inserted into the resolution of the 8th of January 1789, declared both sets of rigging unfit, alleging as grounds for their knowledge that from the foresheet shrouds not only were two shrouds broken, but all the rest was stretched and made unusable by old age, and that on the main shrouds several eyes of the shrouds had slip knots and were entirely unusable; and that this assembly, upon such a reasoned declaration, could make no other decision than to have two sets of new rigging provided. And consequently, it was approved and understood to bring this matter before the eyes of the highly esteemed Government, and to request Their High Excellencies to be pleased to release the said equipage master from that reimbursement. With respect to the equipage goods cited under number 7, namely: 4 pieces of coir hawsers at f 56: 11: - 10 lb sail yarn at f 6: 17: 8 30 lb lampblack at f 9: -: - and 1 barrel of tar at f 22: 10: 8, it was approved and understood to intercede with the High Indies Government so that the equipage master may be favorably acquitted from that reimbursement, because they were provided in good faith and must be accounted for by the ship's officers; while, in order to prevent all such unnecessary provisions, it was approved and understood to order the equipage master, by extract hereof, that he henceforth shall reject all requests for the provision of such supplies with which the ships were provided before their departure for the voyage, and inform the ship's officers who might persist in their demand that they must address their request for such goods to the assembly and, in support thereof, submit a written ship's declaration, demonstrating the necessity of the provision with the reasons therefor, which declaration shall then be affirmed under oath. Decision to have all items manufactured for the ships inspected by the equipage master etc. Remarks thereon. In order to be better able to check the accounts of the ship's carpenter and the master smith regarding what is delivered by them to the ships henceforth, and to avoid all excesses therein, it was approved and understood upon the proposition of the Governor that henceforth everything manufactured on the ship's carpentry wharf and smithy for the ships and vessels shall, before dispatch, be inspected, remeasured, and reweighed by the equipage master, and that the bills thereof shall subsequently be checked and signed by him, and only then handed over to the chief administrator. The Surat servants ordered to send 60,000 rupees. The High Government having notified in 393 that the Surat servants are ordered to send at least sixty thousand rupees hither, and it being noted that the favorable season for the passage from there has already so far elapsed that the aforementioned servants will with difficulty find an opportunity in this season to comply with that order, it was approved and understood upon the proposition of the Governor that attempts shall be made to obtain money on bills of exchange drawn on Surat from the English and other ships passing here, which often have cash on board, in order to remedy the great shortage of money thereby. Lists of the revenues and emoluments of the servants. The fiscal requests an extension. The lists of the revenues and emoluments of the Commander, the Chief Administrator, the Commanders of the Military and Artillery, the Equipage Master, the Secretary of Police, the Shahbandar or beach warden, the Chief of Coilong, and the Residents of Dorka and Calicoilang, as demanded at the session of the 20th of November 1789, were brought to the table. And after deliberation it was approved and understood to insert the same here, and to send them to Batavia according to the order of the High Government; and with respect to the revenues of the fiscal and the cashier, to note here that the list thereof will be sent on a following occasion, because merchant Van Rossum, who was appointed to those offices only recently, has requested by petition some extension for making that statement, in order first to learn those revenues himself, which petition it was understood would also be inserted here. The benefits of the Commanders of Malabar have existed from of old, without an order being at hand or the origin being discoverable, and in the so-called Shahbandar revenues are composed of the following items:

Dutch transcription

531: Dingsdag den 9: Maart 1790:—. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. : visitaatsie van het oude want besluit besluit bij de Indische„ kingen van de hand te wijsen. Equipasiemeester verplicht is geweest, te voldoen en voorts, dat deeze Raads alvoorens op het door den kapitain Bank gedaane verzoek om een nieuw want, te disponeeren, het oude eerste heeft laaten visiteeren door de kapitains Louritz: en Cornelis en door den Equi„ „pasimeester voorm: en dat deeze ge„ kommitteerden bij een schriftlijk rap„ port bij Resoluitsie van den 8: Ianu„ „ari 1789: geinsereerd, beide wanten voor onbeq: verklaarden voorreede van weetenschap geallegeerd hebben, dat van het fokke want niet alleen twee hoofd touwen gesprongen waarren maar al het overige door ouderdom uitgerekt en onbruik baar geworden was, en dat aan het groote want verscheidene oogen van de hoofd touwen met lam„ „ne steeken en ten eenemaal onbruik„ „baar waaren; en dat deeze vergaade„ „ving op sulk eene gemotiveerde verklaa„ „ring geen ander besluit heeft kunnen neemen, dan om twee stellen nieuw want te laaten verstrekken, en werd dienvolgende goedgevonden en verstaan, dit een en ander onder het oog van hoog gedachte Regeering te brengen, en Hunne Hoogedelheeden te verzoeken gemelden Equipasiemeester van die vergoeding te willen ontheffen. Met opzicht tot de onder N=o 7: aan„ gehaalde Equipasi goederen als. 4: p„s kaiertrossen. . . . tot. . ƒ 56: 11:—. 10: lb: Zeilgaaren. . . „ . -„ 6: 17: 8: 30: „ roet - - - - „. . - „ 9: –. –. en 1: vat 'Theer - - - „. . . „ 22: 10: 8: is goedgevonden en verstaan, bij de Hooge Indische Regeering te inter„ cedeeren, dat de Equi pasiemeester regeering te intencedeeren van die vergoeding gunstig vrij ge„ „kend worde, door dien dezelven ter goe„ der trouwe verstrekt zijn, en door de scheeps over heeden moeten verantwoord worden, terwijl tot voorkooming van alzulke onnoodige verstrekkingen; worden aanstaande goedgevonden en ver„ den Equipasimeester gelast verstaan is, den Equipasiemeester bij alle verzoeken van verstrek extrakt deezes aen te beveelen dat hij want voortaan 530. 532: 533. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. Dingsdag den 9:' Maart 1790: de verzoeken moeten zich aan de vergadering addres„ „seeren. besluit om alle aange„ maakte voor de scheepen door den Equipasiemee„ „ster te laten bezichtigen &„a aanmerking daar op. De Souratsche Bedien„ „den gelast 60'000: rop:t zenden. voortaan alle verzoeken van verstrek„ „kingen van zulke behoeften waar van de scheepen voor hun vertrek voor de reize voorzien zijn van de hand zal wijzen, en de scheeps overheeden die op hunnen eisch mogten blijven staan, informeeren, dat zij zich met hun verzoek om zulke goederen aan de ver„ „gaadering addresseeren en tot staaving van het zelve schriftelijke scheeps verklaaring overgeeven moeten: aanwijzende de noodzaaklijkheid van de verstrekking met de reeden van dien welke verklaaring als dan met eede gesterkt zal worden. Om voortaan de opbrenging van den scheeps timmermanz en van den Baassmit van het geen door henlieden aan de scheepen geleeverd word, te be„ „ter te kunnen nagaan en alle excessen daar nit te weeken is op de proposietsie van den Heer Goeverneur goed gevonden en verstaan, dat voortaan al wat op de scheeps timmerwerf en Smits winkel ^aan voor de scheepen en vaartuigen ^ ge maakt word, voor de afzending door den Equipasiemeester bezichtigd, na„ „gemeeten en nagewoogen zal worden, en dat de reekeningen daar van ver„ „volgens door den zelven voorgezien geteekend en als dan eerst aan den hoofd administrateur overgegeeven zullen worden. Door de Hooge Regeering bij 393: bedeeld zijnde, dat de soeratsche Be„ dienden gelast zijn, ten minsten sestig duizend ropijen herwaard te zenden, en daar op aangemerkt zijnde, dat het gunstige Jaar Getijde voor de vaart van daar reets zoo verloopen is, dat welmelde Bedienden in het zelve bezwaarlijk geleegenheid zullen vinden aan die onder te voldoen, zoo is op de proposietsie van de Heer Goener„ „neur goedgevonden en verstaan, dat men trachten zal, van de hier pas„ „seerende Engelsche en andere schepen die dikwils kontanten aan boord voor hebben O - 534: 535. Dingsdag. den 9:' Maart 1790:3. Dingsdag den 9: Maart 1790:~. Lijsten van de inkomsten en emolumenten der Dienaaren. De Fiskaal verzoekt uitstel. hebben geld-op wissels op Soeratte te bekoomen om daar door het groote geld gebrek te remedieeren. werden ter tafel gebragt de ter ses„ sie van den 20: 9ber: 1789: gevorderde lijsten van de inkomsten en e molumen„ „ten van den Commandeur, de Hoofd„ „administrateur de kommandanten van de Milietsie en Artillerie, den Equiffasiemeester, den sekretaris van polietsie, den sjabandaar of strand„ „wachter, het opporhoofd van koilang en de Residenten nan Dorka en ka„ „likoilangien werd na deliberaat„ „sie goed gevonden en verstaan, de„ „zelve hier te insereeren, en volgens bevel van de Hooge Regeering naar Batavia te zenden en met opzicht tot de inkomsten van den fiskaal en kassier hier te noteeren, dat de lijst daar van bij een volgende geleegenheid zal overgaan, door dien de koopman van Rossum, die eerst kortelings in die ampten De voordeelen van de kommandeurs van Malabaar hebben van ouds bestaan, zon„ „der dat daar van een order voorhanden of de oorsprong te ontdekken zij in de zoogenaamde sjabandarij inkomsten uit de volgende posten gekomponeerd zijn. gesteld is, tot het doen van die opgave eenige uitstel bij request verzocht heeft, om derzelver inkom„ sten eerst zelve te leeren kennen welk request ver„ „staan werd meede hier te insereeren gesteld vreemde

NL-HaNA_1.04.02_3897_0290 view scan ↗

English

536: 537: Tuesday the 9th of March 1748:—: Tuesday the 9th of March 1790:—. . „ 150: –. –. 1: —. Foreign ships and vessels that wish to enter the river, being required to request permission for this from the commander and pay for it as follows. A three-masted ship. Rop: 200: —. A snow or sloop. . . „ 160: —. small vessels without a deck, as well as Bombaras and Dhows pay nothing for this and with small ships and sloops this also rarely occurs so that for this per year at most can be calculated. . . . . . rop: 400: —. –. 2: — each Bombara and Dhow pays for its pass 19 1/5: ropij which per year amounts to over 600: rop: - - - - - - - „ 600: –. –. 3: -. whoever wishes to build a new Dhow or Bombara within this river requests permission for this from the commander and pays for it one hundred rop: rarely are more than two, often only one built in the year, thus set for this . „ 150: –. –. 4. –. for the export of timber - ¼: rop: per kand:l is paid. Annually ten or twelve thousand kand: are exported, thus set for this. . . . . . . . „ 2600: —. —. Carried forward Rop„s 3750: -. -. Brought forward Rop: 3750:–. –. 5: — for the export of copra 1: ropij per kand: per year 1000: to 1500: kand: are exported for which one may thus calculate. „ 1200: –. –. 6: — for the export of 1000. p„s coconuts 1: ropij, per year between two and three hundred thousand are exported, thus set for this - - - „ 250: —. —. 7: - for the export of coconut oil 1: fanums or 1½: stver:s the sjodene /: a native measure of around 7: jugs:/ the export is of small significance and amounts, per year not over. . . . . „ 100: —. —. 8: — for a pack of kolletjes klatjes of 80: p„s 1: ropi: per year more or less one hundred packs are exported, thus - - - - „ 100: —. —. 9: — for all other merchandise upon import and export one percent for which one may per year calculate up to 5000: ropijen, thus set. . . . „ 4600: —: — Total Rop„s 10000:-. -. The further income was sought through trade, but by Batavian letter of the 31st of October 1766: the same was forbidden to the commander and secunde and in its place 5: percent of the sales was granted of which 4: to the first and 1: to the second, this means of subsistence has in the eight years of my administration amounted together to rop: 121344: and thus in one year rop: 15168: for which I set here the round sum of - . „ 15000: –. –. Carried forward Rop. 25000: -. -. — . 539. 538. Tuesday the 9th of March 1790: Brought forward rojp s 25000: —. —. Furthermore their High Noble Honours have by secret letter of the 30th of October 1772: granted 3: per C=to on purchases, which are divided in the same manner and in the aforesaid eight years have amounted to rop: 45068:—, thus in one year 5633:—. but in the last two years this source has amounted to no more, that is in the Year 1787/8: rop: 2895. 1/16: and in the Year 1788/9: rop: 1607½. because private trade has come to nothing, and as for the present there are no prospects that the same will pick up again, I dare not set for this more than - „ 3000: —. —. By Resolution of their High Noble Honours of the 5th of April in the Year 1764: is granted to the commanders for all emoluments and the expenses of table and horse stable - „ 2000: —. —. Lastly he also enjoys per month two stacks of Firewood at rop 8: amounts in the year - - - - - - - - - „ 792:—. —. and 12: lb: of spices. . . . . . . „ 3: 28:—. Finally I also make known, that the Company's merchants have anciently been accustomed to offer a small present on New Year's Day, and in this are also joined by a few other prominent merchants who under my administration have at most amounted to around eight hundred ropijen for which I thus set - „ 700: —. —. Total Rop„s 30895: 28:—. /:was signed:/ J: G: van Angelbeek Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Sir. In compliance with the highly honored command of their High Noble Honours the High Indian Government, by extract resolution of the 31st of July 1784: and the decision taken thereon in Council of Malabar on the 20th of November following, to specify the income and emoluments of a secunde Chief Administrator here, the undersigned has the high honour to specify the same, for two years past during which he, due to the indisposition of the secunde Reinier van Harn, who passed away in the past year, has performed the service, until today that he has officiated therein, namely: Tuesday the 9th of March 1790: To the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Sir Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar To The 53 E e

Dutch transcription

536: 537: Dingsdag den 9:' Maart 1748:—: Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. . „ 150: –. –. 1: —. Vreemde schepen en vaartuigen die binnen de rivier wil„ „len, moetende daar toe van den kommandeur verlof verzoeken en betaalen daar voor als volgt. Een drie mastig schip. Rop: 200: —. Een snauw of sloep. . . „ 160: —. kleene vaartuigen zonder dek, als ook Bombaras en Dauws betaalen daar voor niets en met scheepjes en sloepen valt dit ook zelven voor„ zoo dat hier voor 'sjaars op zijn hoogst gereekend kan worden. . . . . . rop: 400: —. –. 2: — ider Bombara en Dauw betaald voor zijn pas 19 1/5: ropij het geen 's jaars op ruim 600: rop: 3: -. wie een nieuwe Dauw of Bombara bin„ „nen deeze rivier timmeren wil ver„ „zoekt daar toe het verlof van den kommandeur en betaald daar voor honderd rop: selben worden er meer aan twee dikwils maar eene in het Jaar gebouwd, dús stelle daar voor 4. –. voor den uitvoer van Timmerhout word - ¼: rop: van het kand:l be„ „taald Jaarlijx worden er tien of twaalf duizend kand: uit„ „gevoerd, dus stelle daar voor. . . . . . . . „ 2600: —. —. loopt - - - - - - - Transporteere Rop„s 3750: -. -. P„r Transport Rop: 3750:–. –. 5: — voor den uitvoer van koparas 1: ropij per kand: sjaars worden 1000: tot 1500: kand: uit„ gevoerd waar voor men dus mag reekenen. „ 1200: –. –. 6: — voor den intvoer van 1000. p„s kookos nooten 1: ropij, sjaars worden 'er tusschen de twee en drie maalhonderd duizend uitgevoerd, dus stelle daar voor - - - „ 250: —. —. 7: - voor den uitvoer van kokus olij 1: fanums of 1½: stver:s de sjodene /: een inlandsche maat van omtrend 7: kannen:/ de uitvoer is van gering belang en be„ „draagd, sjaars niet boven. . . . . „ 100: —. —. 8: — voor een pak kolletjes klatjes van 80: p„s 1: 70pi: sjaars worden min of meer hon„ „derd pakken uitgevoerd, dus - - - - „ 100: —. —. 9: — voor alle andere koopmanschappen bij in en uitvoer een percent waar voor men 'sjaars mag reekenen op tot 5000: ropijen, dus stelle. . . . „ 4600: —: — Somma Rop„s 10000:-. -. De verdere inkomsten wierden gezogt door de negootsie, doch bij Bataviasche brief van den 31: 8ber: 1766: werd dezelve aan den kommandeur en sekunde verboden en in dies plaats 5: percento van den ver„ „koop toegelegd waar van 4: aan den Eersten en 1: aan den tweeden, dit middel van bestaan heeft in de agt Jaaren van mijn bestier tezaamen rop: 121344: bedraagen en dus in een Jaar rop: 15168: waar voor ik hier stelle de ronde som van - . „ 15000: –. –. Transporteeren Rop. 25000: -. -. — . - - - „ 600: –. –. . 539. Dingsdag den 9: Maart 1790: P„r Transport rojp s 25000: —. —. Ieder hebben hunne Hoogedelheeden noch bij sekr: brief van den 30: 8ber: 1772: op den inkoop 3: p„r C=to toegestaan die inzelver voegen verdeeld worden en in voorschreeven agt Jaar rop: 45068:— bedragen hebben, due in een Jaar 5633:—. doct in de laaste twee Jaaren heeft dit middel niet meer bedragen, det in A„o 178 7/8: rop: 2895. 1/16: en in A„o 1788/9: rop: 1607½. door dien de particulie„ „re handel tot niet geloopen is, en wijl en voor eerst geene apparent„ sien zijn, dat dezelven wederom opneemen zal, zoo durve ik daar voor niet meer stellen dan - „30 Bij de Resoluitiie van Hun Hoogedel„ heeden van den 5: April A„o 1764: is aan de kommandeurs voor alle emolumenten en de onkosten van tinnen en paardestal: toegelegd - „ 2000: —. —. Eenlijk geniet hij noch smaands twee stapels, Brandhout a rop 8: bedraagd in het Iaar - - - - - - - - - „ 792:—. —. Eindelijk stelle ik noch bekend, dat 's komp:s kooplieden van ouds gewoon, zijn op nieuw Jaarsdag een smal geschenkje aan te bieden, en hier in ook wel ge„ voegd worden van een paar andere voornaame kooplieden die onder mijn bestier op zijn Hoogst omtrend agthonderd ropijen bedragen heb„ ben waar voor ik dus stelle Somma Rop„s 30895: 28:—. /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek en 12: lb: specerijen. . . . . . . „ 3: 28:—. . —. Weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer. In voldoening aan het Hoog G'eerde bevel van Hun Hoogedelheeden de Hooge indische Regeering, bij Ex „trakt resoluitsie van den 31: Juli 1784: en het daar op genoomen besluit in Raade van Mallabaar op den 20: November daar aan, om op tegeeven de Jnkomsten en Emolumenten, van een sekunde Hoofdadmini strateur alhier zoo heeft den onder„ geteekende de Hooge eere het zel„ ve op te geeven, zeeder twee Jaaren herwaards dat hij door indispo„ „sietsie van de sekunde Reinier van Harn, die A„o passato is ko„ „men te Overleiden de dienst heeft waargenoomen, tot heeden dat hij daar in heeft gefuurgeerd, teweeten: Dingsdag den 9:' Maart 1790: Aan den welEd: Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Engelbeek Raad ordinair van Neder„ „lands Indien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaare Aan De 53 538. E 700: e

NL-HaNA_1.04.02_3897_0292 view scan ↗

English

540: 541. Tuesday the 9th of March 1790: Tuesday the 9th of March 1790: The monthly emoluments of a Second and Head Administrator consist of: In salary: Ropias 40: In board money, rations, and firewood: 62:32: Together: Ropias 102:32: or in one year: Ropias 1232: From the Company's warehouse the same receives annually in fine spices the following: 2 lb mace, purchase cost: Ropias —:40: 2 lb nutmegs, ditto ditto: —:1:7: 2 lb cloves: —:29: The income of the same further consists of the following: On 1 per cent on the sold merchandise, has amounted in the last 2 book-years to the following: In the year 1787/8, it amounts to: Ropias 5115:4: 1788/9: 3352:3: Ropias 8467:7: or in one year: 4232:27: On the purchase of pepper and private trade: In the year 1787/8, it amounts to: Ropias 723:39: 1788/9: 1001:42: Ropias 1725:33: or in one year: Ropias 862:40: On account of Company-held auctions, where the same in the capacity of auction master of the Honorable Company receives 4 per cent, as follows: In the year 1787/8, it amounts to: Ropias —:— 1788/9: 6:19: or in one year: 3:9: From the bombards and dhows that come inside the river here, taking passes: Carried forward: Ropias 6032:18: 2 1:38: Brought forward: Ropias 6032:18: passes, of which the Second receives for each pass 9 1/5 Ropias, and has amounted in the last 2 book-years to: In the year 1787/8, it amounts to: Ropias 720:— 1788/9 ditto: 643:9: Ropias 1363:9: or in one year: 681:28: Furthermore, the Second receives from the Company's merchants, according to ancient custom, an annual New Year's gift, which in the last year that the undersigned was placed in this service amounted to: 250:—:— Total per year amounts to: Ropias 6963:46: Hoping hereby to have fulfilled the highly honored intention, and I subscribe myself with the utmost respect. Was below written: Right Honorable, Highly Commanded Lord, Your Right Honorable's very humble and obedient servant. Was signed: I: L: van Spall. In the margin: Cochin, the 1st of March 1790. To the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Council of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. 542: 543. Tuesday the 9th of March 1790: Right Honorable, Highly Commanded Lord, In humble compliance with the resolution of this Board dated the 26th of this month, and in satisfaction of the order of Their High Excellencies of the 31st of July last, the undersigned, Commandant of the Militia here, has the honor to show Your Right Honorableness exactly his monthly income, as follows: Tuesday the 9th of March 1790: ƒ 80: in salary. In emoluments: Ropias 27: in cash 7 cans of wine 7 lb butter 1 can of sweet oil 2 cans of vinegar. The Right Honorable Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Council of the Dutch Indies, has granted to the Commandant monthly: Ropias 150: for a gratuity. Cochin, the 3rd of November 1789. Was signed: I: P: Gebhardt. To the Right Honorable, Highly Commanded Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Council of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast and its jurisdiction. Right Honorable, Highly Commanded Lord! In humble compliance with the resolution of the 20th of November according to the extract received, the undersigned has the honor to show Your Right Honorableness in all respect exactly his income during a full year, as follows: In salary monthly: ƒ 60:— In emoluments: Ropias 27:13: 4½ duiten In gratuities from Your Right Honorableness: 43:3: He has the honor to call himself with all due esteem. Was below written: Right Honorable, Highly Commanded Lord, Your Right Honorableness' very humble and very obedient servant. Was signed: F: C: Seupner. In the margin: Cochin, the 14th of December 1789. To the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Council of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Right Honorable, Highly Commanded Lord, In obedient compliance with the order of Your Right Honorableness

Dutch transcription

540: 541. Dingsdag den 9:' Maart 1790: Dingsdag den 9:' Maart 1740:—. De maandelijkse Einolumenten van een sekunde en hoofdadministrateur bestaan aan gasie - - - - Ropias „ 40:—. Aan kostgeld, randsoen en Brandhout „ 62: 32: Te samen Rop„s 102:32: ofte in een Iaar . . . rop: 1232:—. Uit skomp: Pakhuis geniet denzelven Iaarlijx aan fijn spe„ „cerijen de volgende. 2: lb: foeli kosten inkoops. . . . rop: — : 40: „ Nooten d„o d=o - - - - „ —: 1:7: 2: „ Nagulen. „. . „. . . . . „ —. 29.„ De Inkomsten van denzel„ „ve bestaan verder in de volgende over 1: p„r C=to op de verkogte koopmanschappen, heeft be„ „draagen in de laast 2: boek„ „jaaren als volgd. A„o 178 7/8: bedraagd - - - - - rop: 3115: 4: 1789: Rop„s 8467: 7: ofte in een Iaar -. - „ 4232:27: Op den inkoop van peper en partikuliere handel en A„o 178 7/8: bedraagd. . . . . . - rop: 723: 39: „ 178 9: 40142: Nop: 1725. 33. ofte in een Jaar rop „ 562:40:—. wegens komp: gehouden ven„ „duutsies waar den zelven in de kwaliteit als rendumee„ „ster van de Ekomp: geniet. 4: p„rC=to als volgd. A„o 178 7/8: bedraagd - - - - - rop: —. - - - - - „ 6: 19: „ 17889: ofte in een Jaar. 3: 9:— van de Bombaras en Dauws die alhier binnen de rivier koomen neemen passen Transporteere Ropias 6032:18:— o „ 5352: 3 . „ 2: _o 1:38:—. P„r Transport Ropias 6032: 18:–. P passen, waar van de sekunde ge„ „niet voor ieder pas 9 1/5: rop: en heeft bedragen in de laaste 2: boekjaaren als: A„o 1787/8: bedraag- - - . . rop: 720: —. 89: d=o. . . . . „ 643: 9: 178 rop: 1363: 9: ofte in een Iaar - - - - „ 68128:—. Voorders geniet den sekunde van skomp: kooplieden volgens het al oude gebruik Jaarlijx een nieuwe Jaar geschenk het welk in het laaste Iaar dat den ondergetee„ „kende in deeze dienst is gesteld bedraagen heeft. . . . . „ 250: —. —. Bedraagd te saamen in Iaar Rop: 6963:46:—. verhoopende hiermeede aan de Hoog geëerde intentsie voldaan te hebben, en onderschrijve mij met de schuldigste Eerbied /:onderstond:/ weledele gestrenge Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer uwer weledele gestrenge Groot achtb: zeer onderdanige en gehoorzaa„ „me Dienaar /:was geteekend:/ I: L: van Spall /: inmargine:/ koetsiem den 1: Maart 1790:—. Aan den wel edelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direk„ „teur ter kuste Nalabaar. Weledele 59 _o „ . 542: 543. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. Weledele Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer In needrige opvolging van het besluijt deezer Tafel de dato den 26: deezer en ter voldoening aan de ordre van Hun Hoog edelheeden van den 31: Iuli Jongst„ leeden den ondergeteekenden komman„ dant der Milietsie alhier de Eere uwel Edele Groot achtb: Exactelijk te toonen desselfs Ink omsten 'smaands Dingsdag den 9: Maart 1740: ƒ 80: Aan Gagie. Aan Emolumenten Rop: 27: aan Contanten 7. - kannen wijn 7:–. lb: booter. 1: –. kan soeten olij. 2:–. kannen Azijn. De welEd: Groot achtb: Heer Goeverneur Johan Gerard van Engelbeek Raad ordinair van Nederlands heeft aan den kommandant 's maands Rop: 150: voor een Douceur Koetsiem den 3: November 1789:—. /:was geteekend:/ I: P: Sebhardt. Aan den welEd: Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raud ordinair van Nederlands Indien mitsgaders goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar niet den resorte van dien. India Weledele Gestrenge Groot achtb: wijd gebiedende Heer! In nedrige opvolging van het besluijt van den 20: 9ber: volgens bekomen Ex„ tract heeft den ondergeteekende in allen Eerbied uw weledele gestrenge groot achtb: Exactelijk aan te toonen desselfs inkomste geduurde een rondjaar; als: Aan Gasie maandelijks ƒ 60:—. Aan Emolumenten rop: 27:13: f=s 4½: d=t Aan Douceurs van uweledele Gestrenge groot achtb:. . . . . . . „ 43: 3: Hij heeft de Eer zig met alle verschuldigde hoogachting tenoemen /.onderstond:/ wele„ dele Gestrenge Groot achtb: wijd ge„ biedende Heer uweledele Gestrenge Groot achtb: zeer onderdaanige en zeer gehoorzaame Dienaar /:was getee„ „kend:/ F: C: Seupner /:in margine:/ koet„ siem den 14: December 1789. —. van den weled: Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direkteur ter kuste Nalabaar. Weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer In gehoorzaame voldoening aan weledele de 5 als: 7

NL-HaNA_1.04.02_3897_0294 view scan ↗

English

544. 545. Tuesday the 9: March 1790: the respected order of Their High Mightinesses the High Indian Government by extract resolution of the 31: July 1789: and the decision taken thereupon in the Council of Malabaar on the 20: November following, to specify the income and emoluments of an equipage master here, the undersigned has the honor hereby to demonstrate the following. The monthly emoluments of an equipage master consist of salary - - - - - Ropias 24: —. —. and of board money and house rent. . - - - . Ropias 14: 19/48: —. Together Ropias 38 19/48: —. Thus in a year Ropias 461 3/48: —. The income consists of the following: The foreign nations are obliged to take the water for their ships from the equipage master at 2: ropias the leaguer, which yields in a year, after deduction of all expenses, Ropias 400: —. —. The trade in equipage goods, both coir and homeland goods, which are purchased from French and Portuguese and sold again to foreign nations, and which has been permitted by Your Right Honorable, yields plus minus Ropias 2000: —. —. The pilotage fee from foreign nations and all other private shipping that comes out of and into the river, the risk of which is for the account of the equipage master, yields more or less in the year - - Ropias 500: —. —. Thus together Ropias 3361: 24/48: —. Herewith the undersigned hopes to have fulfilled the honored intention. In obedient fulfillment of the respected order of Their High Mightinesses the High Indian Government by extract resolution of the 31: July 1789: and the decision taken thereupon in the Council of Mallabaar on the 20: November following, to specify the income and emoluments of a secretary of police here, the undersigned has the honor hereby to demonstrate the following Tuesday the 9: March 1790:—. and signs with the greatest respect underneath Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honorable's very humble and dutiful servant was signed I: van Blankenberg in the margin Cochin the 25: December 1789: To the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Engelbeek, Ordinary Councilor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaar. Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, High Commanding Lord! 546. 547. Tuesday the 9: March 1790:—. The monthly emoluments of a secretary consisting of salary Ropias 20: —: —. and of board money, house rent, and rations. . . . Ropias 16 17/48: —: —. Together Ropias 36 17/48: —: —. Thus in a year - - - - - . Ropias 438: —. —. The income consists of the fee for the deeds and instruments that are passed at the secretariat according to the fee list, as well as of passes, safe-conducts, etc., along with the fee from the public auctions, which in the last five years have amounted to the following: in 1784/5. Ropias 2052: —. —. in 1785/6. . . . . Ropias 2220: —. —. in 1786/7. - - - Ropias 1918: —. —. in 1787/8. - - - Ropias 1818: —. —. in 1788/9. . . . Ropias 1877: —. —. Total Ropias 9885: —. —. Averaged in a year - - - Ropias 1977: —. —. Together Ropias 2415: —. —. Herewith the undersigned hopes to have fulfilled the honored intention and signs with the greatest respect underneath Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, High Commanding Lord, Your Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed's very humble and dutiful servant was signed Arnoldus Lunel in the margin Cochin the 28: February 1790:—. Tuesday the 9: March 1790:— To the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Ingelbeek, Ordinary Councilor of Netherlands India, Governor and Director of the Coast of Malabaar. Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed, High Commanding Lord! In obedient fulfillment of the respected order of Their High Mightinesses the High Indian Government by extract resolution of the 31: July 1789: and the decision taken thereupon in the Council of Malabaar on the 20: November following, to specify the income and emoluments of the shahbandar here, the undersigned has the honor hereby to demonstrate the following. The monthly emoluments of a shahbandar consist of salary Ropias 15: —. —. and of board money and rations. . . Ropias 9 2/3: —. Together Ropias 24 2/3: —. Thus in a year. . . . . Ropias 296: —. —. The income consists, according to old and constant custom, of the fee for procuring the passes and safe-conducts which at the secretariat To be carried forward To of

Dutch transcription

544. 545. Dingsdag den 9: Maart 1790: de gerespecteerde ordre van Hun Hoogedel„ „heeden de Hoog Indiasche Regeering bij Extract resoluutsie van den 31: Iuli 1789: en het daar op genoomen besluit in Raade van Malabaar op den 20: November daar aan, om op tegeeven de inkomsten en emo„ „lumenten van een Equipasiemeester alhier, zoo heeft de ondergeteekende de eer hier bij het volgende aantetoonen - De maandelijxe emolumenten van een Equi„ bestaan „pagiemeester ^ aan Gagie - - - - - Rop„s 24: —. —. en aan kostgeld en huishuur. . - - - . „ 14: 1/48: —. Te zaamen rop: 38 19/48:—. Dus in een Jaar . - e „ 461 3/48: —. De inkomsten bestaan in het volgende: De vreemde naatsies zijn verpligt om het water voor haare scheepen van den Equipascemeester te neemen tegen 2: rop: de legger het welke in een Iaar geeft, na aftrek van al„ „le onkoste 400: „ De negootsie in Equipasie goede„ „ren zoo kaijer als vaderlands goed, het welke van fransche en portu„ „geese word ingekocht en weder aan vreemde naatsien verkocht en het geen door uw weledele Groot achtb: gepermitteerd is geeft pl: mun: „ 2000: —. –. Het Looffgeld van vreemde naatsies en alle andere partikuliere vaart die de rivier uit een inkoomen waar van de risiko voor reek: van den Equipasiemeester is geeft min â meer in het Iaar - - „ 500: —. — 24 Dus tezaamen Rop: 3361:48: — Hier meede verhoopt de ondergeteeken„ de aan de G'eerde intentsie voldaan te hebben In gehoorzaame voldoening aan de gerespekteerde ordre van Hunne Hoogedelheeden de Hoog Indische Regee„ „ring bij Extrakt Resoluutsie van den 31: Juli 1789: en het daar op genoomen besluit in Raade van Mallabaar op den 20: November daar aan, om op te„ „geeven de inkomsten en emolumenten van een sekretaris van Polietsie alhier, zoo heeft die ondergetee„ kende de eer hier bij het volgen„ de aantetoonen Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. en onderschrijft zich met de meeste eer„ „bied /:onderstond:/ weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer uwer weledele Groot achtb: zeer onderdaanige en Trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ I: van Blankenberg /:in margine:/ Koetsiem den 25: December 1789: Aan den welEdele Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Engelbeek Raad ordinair van Nederlands Indien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar. Weledele Gestr: Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! De - i 546. 547. Dingsdag den 9: Maart 1790:—. De maandelijxe emolumenten van een se„ kretaris bestaande aan gasie Rop„ 20: —:—. en aan kostgeld, huishuur en Randsoen. . . . „ 16 17/48:—: Te Iaareen Rop„s 36 13/418:—: Dus in een Iaar - - - - - . „ 438: —. — Dinkomsten bestaan in 't salaris voor de aktens en instrumenten die ter sekretarije gepasseerd worden volgens de salaris Lijste als ook van Passen gelei brieven enz. mits„ „gaders het salarif van de ven„ duutsien die in de laaste vijf Jaaren bedraagen hebben, als volgd. in 178 2/5. Ropias 2052: „ 178 5/6. . . . . „. . . . 2220: „ 178 5/5. -. . - „. . . . . 1918: „ 178 7/8. - - - „. . . - 1818: „ 1788/9. . . . „. . . „ 1877: Gold Ropias 9885: Door malkander geslaagen in een Jaar - - - „1977: -. -. Te Zaamen Ropias 2415:–. –. Hiermeed verhoopt de ondergeteekende aan de geëerde intentie voldaan te hebben en onderschrijft zich met de meeste eerbied /:onderstond:/ welEdele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer uw weledele Gestrenge Groot achtb: zeer onderdanige en trouw schuldige Die naar /:wageteekend:/ Arnold=s Lunel /: in margine:/ koetsiem den 28: februari 1790:—. Dingsdag den 9: Maart 1790:— Aan den weled: Getr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Ingelbeek & Raad ordinair van Nederlands le India Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar. Wel edele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! In gehoorzaame voldoening aan de ge„ respecteerde ordre van Huw Hoogedelhee„ den de Hooge Indiasche Regeering bij Extrakt Resoluutsie van den 31: Iuli 1789: en het daar opgenoomen besluit in Raade van Malabaar op den 20: 9ber: daar aan n op tegeeven de In„ komsten en emolumenten van den sabandaar alhier, zoo heeft den on„ dergeteekenden de Eer hier bij het volgende aantetoonen. De maandelijkse emolumenten van een sabandaar bestaan aan gasie Kop: 15: –. —. en aan kostgeld en Randsoen. . . „ 9½: —. Te zaamen Ropias 24 2/3: —. Dus in een Iaar. . . . . Rop„s 296:–. –. De inkomsten bestaan volgens oude en konstante gebruik in het salaris voor het besorgen der passen en geëerde brieven /:die ter sekretarij Die Transporteere Aan van

NL-HaNA_1.04.02_3897_0296 view scan ↗

English

548. 549. Tuesday the 9th of March 1790. Brought forward Rupees 296. —. granted by the police to the Bombaras, Dhows, Sibars, and other small traders coming here to trade, namely: from a Bombara and Dhow each 5 rupees from a Sibar, Batel, and Almadia each 3 1/2 rupees from a Thoni and Manjua each 2 1/10 rupees which arrive here to trade in greater numbers one year and fewer the next, which, according to the notes of the undersigned during the two years that he has been serving in this present office, amounts annually to . . . . rupees 630. —. From a Dhow or Bombara that is built here anew, the undersigned receives twenty-five rupees; assuming in a year more or less two such vessels are built here, this amounts to . . 50. —. Upon the arrival of foreign ships and sloops inside this river, the undersigned receives ten rupees from each; assuming more or less three in a year, this amounts to . . . . 30. —. 710. —. — Makes together in a year Rupees 1006. —. — Herewith the undersigned hopes to have complied with the honored intention, Tuesday the 9th of March 1790 and subscribes himself with the greatest respect, below stood: Right Honorable, Stern, Highly Respected, High-Commanding Lord, Your Right Honorable, Stern, Highly Respected's very humble and faithfully bound servant, was signed: Johannes Wolff, in the margin, Cochin the 6th of March 1790. —. Statement of the Emoluments and Revenues of the undersigned Chief. Instead of the customary monthly house rent, the undersigned has free housing here on behalf of the Company. By the regulation inserted in the Cochin Resolution of the 16th of December 1772, there has been granted annually in kind to the Chief here: 72 jugs of coconut oil, and 36 lb of wax candles. By the aforementioned regulation and resolution, the Chief is also permitted to charge in an itemized bill for an entire year for three stacks of firewood: 36 Rupees in cash, which is also charged annually under the end of August on the itemized bill. Furthermore, the revenues of the undersigned here consist of the following, namely: Upon the granting of a passport: rupees 3 3/48. —. assuming 40 passports in an entire year, amounts to 126 1/3. For endorsing a passport: rupees —. 7/48; assuming 80 endorsements in an entire year, amounts to 28 48/48. —. For granting a pass: rupees 1 2/3; assuming 15 passes in an entire year, amounts to 25. —. — subscribes Yet 550. 551. Tuesday the 9th of March 1790. yet regarding this, the undersigned can find no orders nor regulations, only testifying, according to statements of old people residing here, that such has been in use since ancient times. The undersigned also has at his disposal the usufruct of a garden here, for which no expenses are charged to the Company. The proceeds thereof amount annually to no more than Rupees 25. —. from which, the expenses having been deducted, little remains. Quilon the 3rd of December 1789. was signed: I. Bos. To the Right Honorable, Stern, Highly Respected, High-Commanding Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast with its jurisdiction. Right Honorable, Stern, Highly Respected, High-Commanding Lord! In compliance with the highly venerated decision taken in the Council of Malabar on the 20th of November last, to state precisely the revenues and emoluments of a Revenues: The same are very uncertain; no record of them was kept by the previous Residents, nor can it be traced by whom they were granted, although it is a very old custom. In the last expired book-year 1788/9 they amounted to a sum of rupees 144 2/5, as follows: for 10 passes at 15 rupees each, amounts to rupees 150. —. Deduct for the Interpreter and Lascars 3 rupees each pass . . . 30. —. Remainder for the Resident rupees 120. —. —. 12 passes to Quilon and Cochin at 1 3/5 rupees each . . rupees 19 1/5. deduct for as above at rupees — 7/8 each . . 7 4/5. 10 2/5. —. 16 passes to endorse upon departure at —. 4/5 each 6 1/5. Duty on 8 vessels upon the import of tobacco from Jaffnapatnam at rupees 1 2/5 each, rupees 12 4/5; from this is deducted for the Interpreter and Lascars as above 5 2/5. 7 2/5. — Total Rupees 144 2/5. —. Resident here, with an indication of by which resolution they were granted to him, I take the liberty in all humility to furnish Your Right Honorable, Stern, Highly Respected with information thereof, and to demonstrate the same with all respect. Tuesday the 9th of March 1790. Resident Herewith

Dutch transcription

548. 549. Dingsdag den 9: Maart 1790:. P„r Transport Rog„s 296: —. van polietsie verleend word:/ aan de Bombaras Dauws sibaars en verdere hier ten han„ „del koomende smalle han„ „delaars, te weeten: van een Bombera en Dauw„ ider 5: rop: van een Sibaar Batel en Almedie ieder 3½: ropijen van een Thonies en Mans„ „jouws ider 2 1/10: rop: dewelke het eene Jaar meer en het ander Jaar minder al„ „hier ten handel komen dres volgens aanteekening van den ondergeteekende in de twee Jaaren dat hij in deeze prezente dienst fungeert bedraagd 'sjaars. . . . rop: 630:—. van een Dauw of Bombera dewelke alhier nieuw ge„ „bouwt word, krijgt den onder„ „geteekende vijfentwintig ropijen in een Jaar stelle min â meer twee dierge„ „lijke vaartuig dat hier getimmerd word komt. . „ Bij aankomst van vreem„ „de scheepen en sloepen binnen deeze rivier krijgt den onder„ geteekende van ider tien ro„ stelle „pijen min á meer drie in het Jaar komt. . . . „ 30: –: „ 710: —.— Maakt Tesamen in een Jaar Rop„s 1006:—. — Hier meede verhoopt den ondergeteekende aan de g'eerde intentie voldaan te hebben 50: —. Dingsdag den 9:' Maart 1790: onderschrijft zich met de meeste eerbied /:onderstond:/ weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer uweledele Gestrenge Grootachtb: zeer onderdaani„ „ge en Trouwschuldige Dienaar /:was„ geteekend:) Iohannes Wolff /:in margine, Koetsiem den 6: Maart 1790:—. Opgaave van de Emolu„ menten en Inkomsten van het ondergeteekende opperhoofd. In steede van de gewoone maandelijks Huishuur heeft den ondergeteekende 's komp„ wegen een vrije wooning alhier. Bij Reglement geinsereerd ter kosienis Resoluutsie van den 16: xber: 1772: is aan het opperhoofd, alhier Iaarlijks toege„ legt in nature. 72: kannen kokus Olie en 36: lb: waks kaarsen Bij voorz: Reglement en Resoluutsie is het opperhoofd teffens toegestaen bij spe„ „cifikaatsie voor een rondjaar te mogen opbrengen voor drie stapels brandhout. 36: Ropijen aan kontant, dewelke ook Jaarlijks onder ult„o aug„o bij de specifikaatsie op„ „gebragt word. „ e e voorts bestaad de Inkomsten van den onderge„ „teekende alhier in de volgende als: Bij het verleenen van een paspoort rop: 3 3/48:-. stelle in een rondjaar 40: paspoorten komt. „ 126 1/3: voor het indorseeren van een paspoort rop: -. 7/48: stelle in een rondjaar 80: indor„ „sclatsie komt.. - - - „ 28 48: -. Tot het verleenen van een geleide brief rop: 12/3: stelle in een rondjaar 15: gelei„ „de brieven komt. . . . . . „ 25: —. — onderschrijft Dog 550: 551. Dingsdag den 9:' Maart 1790:. dog hier omtrend kan den ondergeteekende geen orders, nog Reglementen vinden een„ „lijk betuigd hij volgens verklaarings van oude lieden die hier zijn, dat het dus„ „danig van al oude tijden in gebruik zijn. ook heeft den ondergeteekende tot zijn disposietsie het vrugt gebruik van een tuin alhier waar voor geen onkos„ ten daar aan de kompanie e Bansporie in reekening word gebragt Het provenue daar van bedraagd Iaarlijks niet meer dan Rop„s 25:—. waar van de ongelden afgetrokken zijn„ „de weinig overschiet. Koilang den 3: December 1789: /:was geteekend:/ I: Bos: Aan den weledele Gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands India mitsgaders Goeverneur en Direkteur der kuste Mal„ „labaar met den resorte van dien Weledele Gestr: Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer! ƒ Involdoening aan het hoog Gevenereerde besluit genoomen in Raade van Mal„ labaar op den 20: 9ber: Jongstleeden om exaktelijk op tegeeven de inkom„ „sten en Emolumenten van een Inkomsten Dezelve zijn zeer onseeker, daar van is geene aanteekeninge door de voorige Residenten gehouden, ook kan niet na„ „gaan door wien dezelve zijn toegelegt hoe wel het een heel oude Custume, is, dezelve hebben in het laas gepas„ „seer de Boekjaar 1788/9: bedrangen een Somma van rop: 144 2/5: als: voor 10: passen â 25p: 15. id=s komt rop: 150:—: Gaat af voor den Tolk en Laskorijns 3: rop. id=r pas. . . „ 30:—. Rest voor de Resident rop: 120:–. –. 12: Geleide Brief na koilang en koetsien â 1 3/5. rop: ider. . rop: 19 1/5: gaat af voor als boven â rop: — 7/8:-„ 75: „ 10: 2/5: —. „ 16: passen te indorseeren bij ver„ „trek à —. 4/5: ider. - - - - - „ 6 1/5: Gerechtigheid van 8: vaartuigen bij aanbreng van Tabak van Iaffa„ „napatnam á rop: 1 2/5: ider rop: 12 24/5: hier van gaat af voor Tolk en Laskorijns als booven 5 2/5. „ 7 /5:— Somma Ropias 144 2/5. -. Resident alhier met aanwijzinge bij wat Resoluutsie dezelve aan hem toegelegd zijn, zoo neeme in alle needrigheid de vrijheid uweledele gestrenge Groot Achtb: hier van berigt te dienen, en dezelve in alle Eerbied aantetoonen. Dingsdag den 9:' Maart 1740: Resident Hiermesde

NL-HaNA_1.04.02_3897_0298 view scan ↗

English

552: 553. Tuesday the 9th of March 1790. Tuesday the 9th of March 1790. Hoping herewith to have fulfilled the highly esteemed intention of your Right Honorable, I take the high honor, with due respect, to be, at the bottom stood: Right Honorable, High Commanding Sir, your Right Honorable's very obedient and dutiful servant, was signed: I: A: Scheids, in the margin: Porka the 11th of December 1789. To the Right Honorable Sir Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies, alongside the Honorable Political Council. Right Honorable, Far-Commanding Sir and Gentlemen: In dutiful compliance with the content of the extract from the Cochin Resolutions of the 20th past, received alongside your Right Honorable's highly respected missive of the 26th of this month, Cochin, I have the honor most humbly to set down that the revenues here are uncertain, one year less, the other more, and arise solely from the 1½ per cent permitted write-off on pepper. At present I have scarcely 80 candies of that grain; how much I shall retain from that from the permitted 1½ per cent I cannot yet know. The past financial year, as appears from the Memoir inserted in the Cochin Resolution of the 21st of April of this year, I retained 69½ Rupees from the write-off. To now demonstrate how the said 1½ per cent was allocated, I am not able to do here, as no earlier papers are to be found here than since the year 1770, and thereby nothing of it appears. The profit that I have from the purchase of pepper in private trade is also uncertain. I have therefore averaged the purchases of the eight years that I have been around here, among which received the 554. 555. Tuesday the 9th of March 1790. Tuesday the 9th of March 1790. the private pepper that I currently have stored is also included, which profit thereon amounts per year to scarcely 195 Rupees. Regarding the two Rupees that the Honorable Company pays for a corge of cowhides, I can barely manage with that, because I continually have to take coolies to air and dry the hides. Moreover, I must pay here yearly, according to the custom introduced by the previous Residents, 180 Chakrams rent to the servants of the King of Travancore for the unhindered purchase of those skins and so that other people may not buy them, as well as expenses for coolie wages upon rolling them up against the time they must be shipped, and for coir twine to bind the bundles. From the two Rupees that, according to the Memoir of Menasie of the Honorable Mr. Schreuder, his memory, are determined at this Residency for expenses on each candy of pepper upon the receipt and shipment of The other Honorable Members of the Honorable Council of Policy of this Government. To the Right Honorable Sir Johan Gerard van Engelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coast, alongside that grain, nothing can be left over; so much must be provided and paid from it that they are practically not sufficient, all the less because yearly only small quantities of pepper are shipped from here. Hoping herewith to have fulfilled the highly esteemed intention of your Right Honorable, while I have the honor to be with deep-due reverence, at the bottom stood: Right Honorable, Far-Commanding Sir and Gentlemen, your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: P: Schemering, in the margin: Kalikoilang the 30th of November 1784. that Right Honorable 556. 557. Tuesday the 9th of March 1790. to accept the letter Tuesday the 9th of March 1790. Right Honorable Sir and Gentlemen. The undersigned, having been charged pursuant to the resolution of the 20th of November 1784 taken in this Honorable Council to produce an exact statement of the revenues and emoluments of his office, takes the humble liberty to declare to your Right Honorable and Worships: that, while he has only so recently arrived here from Batavia and has performed this service for approximately two and a half months, he sees himself as yet unable to comply so quickly with the abovementioned resolution. Wherefore the subscriber most humbly requests that it may please your Right Honorable and Worships, for the reasons alleged above, to provisionally release him from this, until he shall be in a position to obey the aforesaid resolution and regarding that a The King of Cochin refuses The Governor communicated to the meeting that the King of Cochin had refused to accept the deed of sale for the island of Bendoertie and two small plots of land near Castella, which were sold to His Highness in the session of the 10th of November 1789 at 3 per cent on the condition that His Highness would surrender those lands again for the purchase price in case the High Government of the Indies might disapprove the sale thereof, reason of his refusal favorable result awaiting, he otherwise takes the honor to assure your Right Honorable and Worships that he remains with the deepest veneration and all due respect, at the bottom stood: Right Honorable Sir and Gentlemen, your Right Honorable and Worships' very obedient and humble servant, was signed: I: W: A: van Rossum, in the margin: Cochin the 25th of January 1790. favorable condition

Dutch transcription

552: 553. Dingsdag den 9: Maart 1790:—. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. Hiermeede verhoopende aan de Hoog geëerde intentsie van uweledele Gestren„ „ge groot achtb. te hebben voldaan matige mijn de Hooge Eere aan met verschuldigt Respect te zijn /:onderstond:/ weledele gestrenge Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer uwel„ edele Gestrenge Groot achtb: zeer gehoorzaame en Trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ I: A: scheids /:inmargine:/ Porka den 11: December 1789: —. v Van den Weledele Vestr: Grootachtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlandsch Indien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar met den Resorte van dien, nevens den E: Politiequen Raad. Weledel Gestrenge Groot achtb: Wijdgebiedende Heer en Heeren: Ter plichtschuldige voldoening aan den inhoud van het nevens uw weledele Gestrenge Groot achtb: hoog gerespek„ „teerde missive van den 26: deezer, Koetsiem ontvangen extrakt uit de koetsiemsche Resoluntsien van den 20: bevoorens hebbe de Eer onderdanigst ter neder te stellen, dat de inkomsten hier onzee„ ker zijn, het eene Iaar, min het ande„ „re meer, en eenelijk voortkoomen uit de 1½: p„r C=to gepermitteerde afschrijving op de peper, thans heb ik schaars 80: kandijlen van dien korl hoe veel ik daar van overhouden zal van de gepermitteerde 1½: p„r C=to kan ik noch niet weeten, het afgeloopen Boekjaar heb ik blijkens Memorie geinsereerd ter koetsiemsche Reso„ „luutsie van den 21: April deezes Jaars, aan afschrijving over behouden 69½: Ropijen om nu aanwijzing te doen, hoedanig gemelde 1½: p„r C=to zijn toegelegd geworden, ben ik hier niet in staat, alzoo hier geen vroege„ „re papieren te vinden zijn, dan zeder anno 1770: en daar bij blijkt daar van niets. Het genot dat ik hebbe van den inkoop van Peper in sekretessen is ook onzeker. Ik heb daar om den inkoop van de acht Jaaren, die ik omtrend hier ben, en waar onder ontvangen de 554. 555. Dingsdag den 9:' Maart 1790: Dingsdag den 9:' Maart 1790: de partikuliere Peper, die ik thans hebbe leggen, meede begreepen is, door mal„ kander geslaagen, welk voordeel daar op sjaars bedraagd schaars 195: ropijen. Betreffende de twee ropijen die D'E: kompanie betaald voor een korsie koe„ huiden daar meede kan ik ter naus„ „wernood, toekoomen, door dien ik kontinueel koelies moet neemen om de huiden te luchten en droogen, boven dien moet ik hier sjaars (:volgens ingevoerde gewoonte door de voorige Residenten ƒ 180: sjakrons Pacht, aan de koning van Trevankoor zijne Bediendens betaalen, voor den onbe„ „lemmerden inkoop dier vellen, en dat andere Menschen niet koopen moogen zoo meede ongelden aan koelies-loonen bij het oprollen, der „zelver tegen dat ze afgescheept moe„ „ten worden, en voor kaijer draad om de bossen te binden van de twee Ropijen, die volgens de Memorie van Menasie van de Edele Heer Schreuder /:Z: g:/ bepaald zijn te deezer Residentsie voor ongelden op ider kandije pepper bij den ontvangst en afscheep van De verdere Heeren Leeden in den Ed: Achtb: Raad van Polietsie ten deezen Goevernement. Aan den weledele Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Engelbeek Raad ordinair van Nederlandsch Indie, mitsgaders goeverneur en Direkteur deezer kuste. Nevens dien korl, kan niets overschieten, daar voor moet zoo veel bezorgd en van betaald worden dat dezelve genoeg „zaam, niet toereikende zijn, te min„ „der, om dat sjaars hier maar kleine quantiteiten peper afgescheept worden. verhoope hier meede aan de hoog ge„ eerde intentsie van uweledele ge„ „strenge Groot achtb. voldaan te heb„ „ben, terwijl ik de eer heb van met diepschuldig ontzach te zijn /:onderstond:/ weledele Gestrenge Groot achtb: wijdgebiedende Heer en Heeren, uwer weledele Gestrenge Groot achtb: on„ „derd aanigen en gehoorzaamen Dienaar /:was geteekend:/ P: Schemering /:in„ margine:/ kalikoilang den 30: No„ „vember 1784: —. dien weledele 556. 557. Dingsdag den 9: Maart 1790:—. brief te accepteeren Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. Weledele Gestr: Groot achtb: Heer en Heeren. Den ondergeteekende ingevolge besluit van den 20: 9ber: 1784: in deezen Ed: Achtb: Raade genoomen opgelegt sijnde een exactes opgaeve van de inkomsten en emcolumenten zijner bediening te produceren, zoo neemt denzelven de needrige vrijheid uweledele Ge„ „strenge Groot achtb: en Agtbaarens te declareeren: dat terwijl hij nog maar zoo kortelings van Batavia alhier gearriveerd is en deeze dienst ten naasten bij twee en een halve maand waargenoomen heeft hij zig voor als nog buiten staat siet gesteld om soo schielijk aan booven genoemde besluit te kunnen voldoen. Waar omme den teekenaar seer ootmoedig is verzoekende, dat het uweledele Gestrenge Groot achtb: en Achtb: om vooren gealligueerde reedenen behagen mag hem provi„ sioneel hier van te ontslaan, tot dat hij in staat zoh zal zijn om aan voormelde besluit te kunnen obedieeren en daar omtrent een de koning van koet„ Werd door den Heer Goeverneur ter siem weigerd den koop vergaadering gekommuniceerd, dat de koning van koetsiem den koopbrief van het eiland Bendoertie en twee stuk„ „jes grond bij kastella, die ter sessie van den 10: 9ber: 1789: aan zijne Hoog„ „heid verkocht zijn tegen 3: ten honderd op de voorwaarde, dat zijne Hoogheid die Landerijen tegen den koopschat wee„ „der overgeeven zoude, ingevallen de Hooge Indiasche Regeering den verkoop daar van mogt disapprobeeren, gewei„ reede zijner weigering „gerd had aanteneemen, wijl die gunstig resultaat blijvende inwag„ „ten, soneemt hij sig overigens de Eere uweledele Gestrenge Groot achtb: en Agtb: te verzeekeren dat hij met de diepste Eerbied en alle verschuldigde respect verblijft /:on„ „derstond:/ weledele Gestrenge Groot achtb. Heer en Heeren, uwel edele Gestrenge Groot achtb: en Agtb: zeer gehoorzaame en needrige Dienaar /:was geteekend:/ I: W: A: van Rossum (:inmargine:/ Cochim den 25: Januari 1790:-. gunstig voorwaarde

NL-HaNA_1.04.02_3897_0301 view scan ↗

English

559. Tuesday the 9: March 1790: condition was expressed therein, pretending that his Ministers had promised this privately and that it ought to suffice: whereupon, having deliberated and observed that the Company, wishing to retain the Island of Bendoerti longer, will be obliged, even in this favorable monsoon, to prevent further erosion in the coming monsoon by erecting a piling and throwing a quantity of stones before it, to incur heavy expenses which, if Their High Mightinesses were to grant authorization for the sale, would be lost, and that at this time nothing is so sorely needed as cash: it was resolved and agreed, upon the proposal made to that end by the Lord Governor, to cede the Island of Bendoertie, which is rented annually for 1300: rupees, without any clause, to the King at the earliest opportunity for the sum of rup: 43332 1/3: being a hundred for three, but to retain the three other parcels of land where there is no periculum in mora, and to request the authorization of Their High Mightinesses for the sale of the same. The Lord Governor communicated that His Honour, having recently observed in a petition submitted by the soldier Johannes Vreedenburg to marry the daughter of the soldier Johan Jurgen Ernhart that the daughter was Roman Catholic and the father Protestant, had caused it to be checked at the secretariat whether this Ernhardt, prior to his marriage, had pledged to raise the children in the Reformed Religion, and that it was then found that the said Ernhardt and his wife Katharina die Costa, who adheres to the Roman Catholic religion, had passed a solemn deed on the 12: October 1769: to raise the children born of their marriage in the Reformed religion: wherefore His Honour had entrusted this case to the fiscal for further investigation, who had submitted the following report thereon. To the Right Honourable, Right Worshipful Lord Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of this Coast Right Honourable, Right Worshipful Lord Pursuant to your Right Honourable, Right Worshipful very respected order to inquire whether the Grenadier Johan Jurgen Ernhart and wife had complied with their obligation, made by a secretarial deed dated the 12: October 1769:, to raise their children in the Reformed religion. The undersigned takes the liberty respectfully to inform your Right Honourable, Right Worshipful that he interrogated the aforementioned grenadier and his wife as to what reasons they had to raise their children in the Roman Catholic Religion, contrary to the obligation made in the aforementioned secretarial deed, and whether they well knew that they had committed a deliberate falsehood in that regard and had thus made themselves criminally guilty of the crime of committed forgery; to which they replied that they well remembered having passed such a deed, but as there were several examples of people who had passed just such a deed and yet had not complied with it, they had therefore thought that this was not a matter of consequence, and that they, like others, had let their children be raised in the Roman Catholic religion. Furthermore, the three daughters of the aforementioned grenadier Ernhart and wife, of whom the eldest is named Anna Catharina, the second Marica, and the third Elizabeth, having been questioned by the undersigned as to which religion they had been raised in by their parents, all three answered in the Roman Catholic religion, wherefore the undersigned, upon the confession of parents and children, did not fail, in accordance with the tenor of your Right Honourable, Right Worshipful command, to have the said three daughters of the grenadier Johan Jurgen Ernhard and wife transferred directly to the orphanage. And as the undersigned addressed himself to the Reverend Mr. Cornelisz, minister here, to inquire whether perhaps in the ecclesiastical archives a statutory law expressing the penalty concerning this case was to be found, His Reverence replied that whatever effort His Reverence had made, he had thus far been unable to discover anything anywhere. Yet while the matter stands thus, that nothing specific has been enacted, precisely for that reason the undersigned takes the liberty, salvo meliori, to bring to the attention of your Right Honourable, Right Worshipful what Mr. Izaak van den Berg says in the 4.th volume, Cons: 76: pag: 193. of his Dutch Advisory Book: Falsehood committed deliberately is punished with deportation and deprivation of office, but when not committed deliberately, but occasioned by slovenliness and inattention, it is punished with a monetary fine; and Eduard van Zurck dictates in his Codex Batavus under the title of Forgers in notis N:o 1: that because of the infinite varieties of Falsehoods

Dutch transcription

559. Dingsdag den 9: Maart 1790: hier op de qualifikaat„ ontwaard dat den sol„ „daat Ernhant protes„ roomsch is. „doerti aan den koning aftestaan. voorwaarde daar bij uitgedrukt stond, voorwendende dat zijne Ministers dit onderhands beloofd hadden en daar meede behoorden te volstaan: waar op gedelibereerd en aangemerkt zijnde, dat de kompanie het Eiland Ben„ „doerti begeerende langer te behouden, noch in deeze goede mousson verplicht zal zijn, tot voorkooming van de ver„ „dere afspoeling in de aanstaande quarstant en desselfs dochter „de mousson, door het zetten van een =paalwerk en het werpen van eene par„ „tij steenen voor het zelve zwaare kos„ „ten te marken, die wanneer Hunne Hoogedelheeden tot den verkoop qua„ „lifikaatsie mogten verleenen, verlooren zouden weezen en dat men in deezen tijd niets zoo zeer verleegen is, dan om baar geld: zoo werd op de daar toe gedaane proposietsie van den Heer goeverneur goedgevonden en verstaan, besluit het Eiland zen, het Eiland Bendoertie, het welke „ Jaarlijks voor 1300: ropijen verhuurd is, zonder eenige klausule, ten eer„ „sten aan den koning aftestaan voor de somma van rop: 43332 1/3: zijnde honderd Den Heer Goeverneur Werd door den Heer Goeverneur gekom„ municeerd dat zijn Edele deezer dagen bij eene ingediende verzoek lijst van den soldaat Iohannes Vreedenburg om met de dogter van den soldaat Johan Iurgen Ernhart te Trouwen, gezien hebbende dat de dogter Roomsch ende vader Protestant was ter sekretarije had laaten nazien, of deeze Ernhardt voor zijn trouwen zich verbonden had, om de kinderen in de Gereformeerde Relisie op te„ brengen, en dat toen bevonden was, dat gem: Ernhardt en zijne vrouw ka„ tharina die Costa, welke de Room„ „sche relisie toegedaen is, op den 12: ok„ „tober 1769: eene solemneele Akte hadden gepasseerd om de kinderen Donderdag den 9: Maart 1790: voor drie, doch de drie andere grond„ „stukken waar bij geen periculum in„ morax„ aan te houden en tot het ver„ „koopen van dezelven e de qualifi„ „tie van hunne Hoog kratsie van Hunne Hoogedelheeden Edelheeden te verzoeken te verzoeken. voor uit 558. 560 561. Dingsdag den 9:' Maart 1790:— de Heer Goeverneur draagd dit geval aan den fiskaal op. uit hun huwelijk spruitende in de gereformeerde relisie op te brengen: weshalven zijn Edele dit geval aan den fiskaal tot verder onderzoek had opgedraagen die daar van inge„ bericht van den fiskaal „diend had het volgende bericht. Aan den wel edele Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Neder„ „lands India, mitsgaders goe„ „verneur en Direkteur deezer Cust Weledele Gestrenge Groot achtbaaren Heer Ingevolge uweledele Gestrenge groot achtb: seer gerespekteerde ordre om te inquireeren of den Grana„ dier Johan Jurgen Ernhart en vrouw hunne bij een secretarieelee acte in dato den 12: 8ber: 1769: ge„ „daane verbintenis van desselfs kin„ „deren, in de gereformeerde religie Dingsdag den 9: Maart 1790: te sullen opbrengen naegekomen waaren. zoo neemt den ondergeteekende de vrijheid uweledele Gestrenge Groot achtb: Eerbiedig te berigten dat hij opgemelde granedier lu„ minzore afgevraagd heeft wat ree„ den zij hebben gehad om hunne kinderen teegens de verbintenis bij voormelde Sekretarieele acte gedaan, in de Roomsche Reliefie op te voeden, en of zij wel wisten dat ze daar omtrent een opsette„ „lijke falsiteit begaan en sig dus aan de misdaat van gepleegde falsiteit hadde straf schuldig ge„ maakt, daar zij tot antwoord op dienden dat hun wel voor stond sodaanige acte gepasseerd te heb„ ben, dog dewijl er verscheidene voorbeeld en waaren van menschen die Even zulk een acte gepasseerd hadden en dezelve egter met naa„ „gekoomen waare, daar om gedagt hadden zulks geen saeke van ge„ volgte sijn, dat zij even als ander„ „v=e hunne kinderen in de Roomsche religie 562. 563. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. reliegie lieten opbrengen. verders de drie dogters van even genoemde granadier Ernhart en vrouw waar van de oudste Arr„ na Catharina de tweede Marica, ende derde Elizabeth genaamt is door den ondergetee„ kende afgevraagd sijnde in wat veligie zij door hunne ouders waa„ „ren opgevoegd, antwoorden zij alle drie in de Roomsche, weshalven den ondergeteekende op bekente„ nis van ouders en kinderen niet gemanqueerd heeft enen gemelde drie dogters van den granadier Iohan Iurgen Ernhard en vrouw na teneuw van uweledele Gestrenge Groot achtb: bevel directelijk in het weeshuis te doen over„ „brengen. En alzoo den ondergeteekende sig bij den Eerwaarden heer Cornelisz predikant alhier geaddresseerd heeft gehad, of bij de kerkelijke archieren altemits, dit geval Conserneerende een statutaire wet, waar bij de poenaliteit geexpri„ Dingsdag den 9:' Maart 1790: „meerd stond, te vinden was, zoo heeft sijn Eerw: daar op tot ant„ „woord gediend gehad, dat welke moeite zijn Eerw: ook had aange„ wend, tot dus verre nergens iets had kunnen opspeuren. Dan terwijl het hier meede aldus gesitueerd is, dat niets bepaalde„ „lijk is gestatueerd, Even daar om neemt den ondergeteekende /: sal„ „vo meliori:/ de vrijheid uwel„ „edele Gestrenge Groot achtb: on„ „der het oog te brengen wat M„r Izaak vanden Berg in het 4. e deel, Cons: 76: pag: 193. van sijn Nederlands advisboek zegt. falsiteit opsettelijk gepleegd werd gestraft met deportement en privatie van officie, dog niet op„ „settelijk gepleegt, maar door slordigheid en onagtsaamheid toegekoomen zijnde werd gestraft met een geld boete en dicteerd Eduard van Zurck in zijn Codex Batavus onder den titul van falsarissen in notis N:o 1: dat om de oneindige zoorten van Falsiteiten neerd de

NL-HaNA_1.04.02_3897_0304 view scan ↗

English

Tuesday 9 March 1790. must be punished. Ernhart degraded to Sailor. decision to have the three daughters transferred to the orphanage. transgress. the punishment is arbitrary, but on account of a qualified forgery, flogging, banishment, and confiscation take place. The undersigned, hoping hereby to have complied with the honored orders of Your Right Honorable Worship, and leaving the disposal thereof to the prudent judgment of Your Right Honorable Worship, takes the liberty to call himself, with all due esteem and respect, (at the bottom:) Right Honorable Sir, Your Right Honorable Worship's very obedient and faithful servant, (was signed:) J. W. A. van Rossum (in the margin:) Cochin, 4 March 1790. And whereas it appeared from this report that the said Ernhart and his wife, contrary to this engagement, had raised their children in the Roman Catholic religion, and therefore ought to be punished in an exemplary manner for this willful transgression of the law and the breach of their engagement, but that neither in the secretariat nor among the papers of the church council could the origin of this law be traced or discovered, nor whether a fixed and definite punishment against the transgressors was established thereby. Thus, upon the proposal of the Governor, it was approved and understood to degrade the said soldier Ernhard to Sailor at 9 guilders a month, and to place the wife with the jailer on water and rice for the space of one month and have her sweep the streets daily, while with respect to the three daughters it was decided to let them remain in the orphanage, and instruct them in the truths of the reformed religion, as well as to commit the care for this to the Reverend Minister Cornelis. Tuesday 9 March 1790. Tuesday 9 March 1790. decision hereupon to have an edict published. punishment against the transgressors. clergy. to be expressed in the acts. continuation to charge him, in order to better maintain for the future the known order that the children from marriages between Protestants and Roman Catholics may not be educated in the latter religion, but must be in the former; it is, upon the proposal of the Governor, approved and understood, hereby to decree and publish by an edict that when the parents who act contrary to this law are persons of rank, the father shall be dismissed from the Company's service and banished with the mother from this Government, and that the latter regarding the Roman Catholics shall also take place with respectable citizens; but that non-commissioned officers and common soldiers of the militia, artillery, and navy shall be punished with the gauntlet or caned, and sent away from here in the lowest capacity; but their wives, for a specified time according to the findings of the case, shall be put to the public works and subsequently driven out of the city, which shall also take place with ordinary freemen or citizens; and that the children of all these shall be transferred to the orphanage and there, when the parents have means, educated in the Reformed religion at their expense, and otherwise at the expense of the Diaconate; further, that these penalties shall be clearly expressed in the act that must be passed at the secretariat by such persons before entering into marriage; and finally, that the Roman Catholic clergy subject to the jurisdiction and protection of the Company shall be prohibited from accepting and receiving into their religion any children whose father or mother makes profession of the Protestant religion, on pain that the vicar who dares to do so shall not only be immediately removed from his office, but also be placed in arrest on water and rice for the space of six months, of which express mention shall be made in the acts that the vicars are obliged to pass at the secretariat upon their appointment. It was communicated to the meeting by the Governor that, in compliance with the highly honored order of the Gentlemen Majors of 23 November 1785, His Honor had instructed his authorized agents in the Netherlands to purchase for him two shares of the Company in the Rotterdam Chamber, under which he had sailed, but that they had thus far been able to acquire only one share, of which the certified proof was submitted; but that His Honor was besides the owner of three shares in the Amsterdam Chamber, of which the certified proof was also produced, requesting a record thereof Tuesday 9 March 1790. in this Resolution; whereupon it was approved and understood to grant that request and to insert the aforesaid proofs here. I, the undersigned Ordinary Councilor of the Netherlands Indies in the service of the United Netherlands Chartered East India Company, declare by this my usual signature, upon the oath taken by me at the commencement of my service in the aforesaid capacity, that I participate under my own name, at my own risk, and for private account, and consequently am recorded in the capital book resting at the office of the aforesaid Company with a sum of twelve thousand guilders capital stock, without having encumbered, pledged, or sold the same, in whatever manner it might be, directly or indirectly, in whole or in part, conformably to what was written by the assembly of the

Dutch transcription

564. 565. Dingsdag den 9:' Maart 1790: -. moeten gestraft worden. Ernhart tot Mattroos gedeporteerd. besluit de drie dochters in het weeshuis te laa„ ten overbrengen. overtweeden. de straf arbitraer is, dog weegens een gequalificeerd, falsum geese„ „ling Ban en Confiscatie plaats vind. Den ondergeteekende hier meede verhoopende aan uweledele Gestren„ ge Groot achtb: geëerde ordres voldaan te hebben, en de dispositie daar van aan het prudent oor„ „deel van uweledele Gestrenge Groot achtb: overlaatende, neemt hij sig de vrijheid met alle verschul„ „digde hoogagting en Eerbied te noemen /:onderstond:/ weledele Gestrenge Groot achtb: Heer, uweledele Gestrenge Groot achtb: zeer gehoorzaame en Trouwschul¬ „dige Dienaar /:was geteekend:/ J: W: A: van Rossum /:inmar„ „gua/ Cochim den 4: Maart 1790:—. En dewijl bij dit bericht bleek, dat gemelde Ernhart en zijn vijf, tegen Den soldaat Ernhard en deeze verbintenis, hunne kinderen zijn wijt hebbende wet in de Roomsche Relisie hadden opgebragbragt, en derhalven over Dingsdag den 9: Maart 1740: —. deeze moedwillige overtreeding van „de wet en de verbreeking hun„ „ner verbintenisse exemplariter behoorden gestraft te worden, doch dat, zoo min ter sekretarije, als bij de papieren van kerkenraad de oorsprong deezer met kost gespeurt noch ook ontdekt wor„ „den, of daar bij eene vast bepaal„ „de straffe tegen de overtreeders gestatueerd zij. Zoo werd op de proposietsie van den Heer Goeverneur goedgevonden en ver„ „staan, gemelden soldaat Ernhard tot Mattroos met ƒ 9:–: 's maands te deporteeren en het wijf voor den zijn wijf bij de cipier gezet tijd van een maand bij den Cipier te water en rijst te zetten en dagelijx de straaten te laaten veegen, terwijl met opzicht tot de arie dogters beslooten werd, dezelven in het weeshuis te laaten blijven, en in de waarheiden van den hervorm„ den godsdienst onderwijzen, mits„ worden aan de zorg van „gaders de Zorge hier voor aan den den Predikant opgedraagen eerwaarden Predikant Cornelis deeze op te draagen 566. 567. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—: Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. besluit hier over een plak straffe tegen de overtrec„ „ders. gestelijkheid. bij de aktens worden uitgedrukt. vervolg op tedraagen om de bekende order dat de kinderen uit huwelijk en tusschen protestanten en Roomschen niet in de laastgem: relisie mogen; maar in de eerste moeten opgeleidt worden; voor den aanstaande te be„ „ter te mainteneeren is op de propo„ sietsie van den Heer Goeverneur goedgevonden en verstaan, bij deezen „kart te laaten publiceeren te statueeren en bij een plakkaat te publiceeren dat wanneer de ouders, die tegen aleze wet handelen van qualiteit zijn, de vader uit sComp„s dienst gesteld en met de Moeder uit dit Goevernement ge„ dit „bannen zal worden en dat laast voopens de Roomse ook omtrend fatsoenlijke Bur„ „gers plaats zal hebben, doch aat onderofficiers en gemeenen van de Hilietsie en Arthilleri en Zeevaart met spitsgaarden gestraft of gelaarst en in de minste qua„ liteit van hier vane verzonden; doch denzelver wijven voor een bepaalden tijd naar bevinding van zaaken aan de gemeene werke gesteld en vervolgens uit de Stad gejaagd zullen worden het geen ook omtrend gemeene vrijlieden of Burgers plaats zal hebben, en dat de kinderen van alle dezelven in het weeshuis overgebragt en daar wanneer de ouders vermogen heb„ ben, op derzelver kosten en anders voor reekening van de Diakonij in de gereformeerde Relisie onderweezen zullen worden, wijders dat deeze pena„ De poenaliteiten moeten, liteit en duidelijk zullen uitgedrukt worden bij de Akte, die door zulke perzoo„ „nen voor het aangaan van het huwe„ „lijk ter sekretarije moet worden gepas„ „seerd en eindelijk, dat aan de Room„ „sche geestelijkheid onder de Iurisdik„ sie en protexie van de komp: sortee„ rende, zal worden geinterdiceerd om geene kinderen in hunne relisie op en aan teneemen, welker vader of Moeder beleidenis doen van de Protestantsche Relisie op peene dat de vigair, die zulx bestaat, niet alleen direkt in't zijn ampt gedimoveerd maar ook voor den tijd van ses maanden, te gesteld water 568. 569. Dingsdag den 9: Maart 1790:—. water en te rijs in arrest gesteld zal worden, waar van bij de akten die de vigairs, bij hunnee aanstelling ver„ „plicht zijn ter sekretarije passeeren, uitdrukkelijk vermaan gedaan zal worden. Werd, door den Heer Goeverneur ter vergadering gekommunieerd, dat zijn Edele ter voldoening aan de hoog g'eerde order der Heeren Majores van den 23: 9ber: 1785: aan zijne ge„ machtigden in Nederland last ge„ „geeven had, twee Aktsien van de komp: bij de kamer Rotterdam waar voor hij uitgevaaren was, voor hem te koopen, doch dat dezelven maar eene Aktsie tot nu toe had„ „den kunnen magtig worden, waar van het gefidemeerde bewijs werd over gelegt, doch dat zijn Edele buiten des Eigenaar was van drie Altsien bij de kamer Amsterdam, waar van het gefidemeerde bewijs al„ meede werd geproduceerd, verzoe„ „kende daar van aanteekening Dingsdag den 9: Maart 1790:— bij deeze Resoluutsie, en werd daar op goedgevonden en verstaan, dat verzoek te akkorteeren en de voorz: bewijzen hier te insereeren. Ik ondergeschreeven Raad ordi„ „nair van Nederlands India in dient van de vereenigde Nederland „sche Geoktroijeerde oostindische Compagnie verklaare met dee„ „ze mijn gewoone signature op den Eed bij mij in den aanvang van mijne bediening in de voor„ schreeven qualiteit gedaan, dat ik op mijn eigen naam, pericul en voor partikuliere reekening participeere, en dienvolgende in het kapitaal boek ten Comptoire van de voorz: Comp: berustende; bekend staa met een somma van twaalf dui„ „zend guldens Capitaal actie, zonder het zelve belast, verpand of verkogt te hebben, in wat ma„ nieren het ook zoude weezen directelijk of indirectelijk, in het geheel of ten deele, Conform het geschreevene door de vergaadering bij der

NL-HaNA_1.04.02_3897_0307 view scan ↗

English

570: 571. Comparison of the transfer of Coylan. Tuesday the 9th of March 1790. of the Gentlemen Seventeen to the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated 23 November 1785. And that no parties have requested of me any shares against the capital that I am bound to participate in on time. In witness whereof I have signed this with my own hand. Cochin, the 9th of March 1790. Was signed: I: G: van Angelbeek The aforementioned Lord Governor made it known that, having been appointed Ordinary Councillor by the Gentlemen Masters on 21 December 1787, he had been under the impression that, apart from the notifications of the High Government of the Indies by letter of 26 August 1788, a certificate regarding the salary pertaining thereto was to follow, but this not having occurred, he had made inquiries at Colombo as to how this matter had been handled there in the parallel Tuesday the 9th of March 1790. cases of the Noble Lords Falck and van de Graaff, and was informed from there that the entry of salary had taken place there upon written notification and the extract from the promotion letter; he therefore proposed that, on that same footing, his salary as Ordinary Councillor be entered in the pay books at 350 guilders per month and the surplus thereof be credited to his account; whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to qualify the paymaster to do both by these presents. There was brought to the table the report concerning the further comparison by the Honorable Chief Administrator van Spall, concerning the further comparison of the transfer of the fortress of Coylan made by the junior merchant and outgoing chief Jean Rosier to the junior merchant and incoming chief Adriaan Zoolvliet, which was discussed in the Resolution of the 16th of October 52 572: 573. October 1788 and of the 2nd of February of the past year, reading as follows. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies. Tuesday the 9th of March 1790. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! The undersigned Chief Administrator has the honor to inform your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship that he has properly compared the transfer made of the fortress of Coylan, by the junior merchant and outgoing chief Jan Rosier to the incoming chief, the junior merchant Adriaan Poolvliet, under date of the 19th of September last, against the trade books, and has discovered in the same the following differences, upon which he requests your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship's honored disposition. Tuesday the 9th of March 1790. According to the books; According to the transfer; More; Less: In cash: rupees 2407 1/48; 2038 84/18; —; 369 1/8 Paddy: parrahs 203 1/2; 203 1/2; —; — Salt: ditto 296 14/410; 30; —; 266 14/410 Live cartridges, unserviceable: bundles 8; 40; 32; — Iron cannons of 6 lb: pieces 4; 4; —; — Gun carriages of 6 lb with swallow-tails: pieces 2; 4; 2; — Wheels of 6 lb without fittings: pieces 4; 8; 4; — Iron linchpins: pieces 7; 8; 1; — Round shot of 6 lb: pieces 100; 100; —; — Lead canister shot of 6 lb, of which 12 pieces are of too small a caliber, unserviceable: pieces 40; 40; —; — Empty linen cartridges of 6 lb, all unserviceable: pieces 243; 96; —; 147 Ditto ditto ditto of 36 lb: pieces —; 21; 21; — Copper ladles with scrapers of 6 lb: pieces 4; 4; —; — Sponges with rammers of 6 lb: pieces 4; 2; —; 2 Copper powder measure of 12 lb: pieces 1; 1; —; — Copper priming wires: pieces 4; 4; —; — Iron cannon covers: pieces 4; 1; —; 3 Powder horns: pieces 7; 2; —; 5 Handspikes: pieces 39; 4; —; 35 Cap squares, of which 1 piece is unserviceable: pieces 2; 2; —; — Grenadier muskets with bayonets and iron ramrods, of which 6 pieces are repairable: pieces 33; 28; —; 5

Dutch transcription

570: 571. konfrontaatsie van het Transport van koilang. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. der Heeren Seventhienen aan den Goeverneur Generaal en de Raaden van Indie te Batavia in dato 23: 9ber: 1785: —. En dat ik geene parthijen actien Teegens het Cap:l dat ik gehouden ben te participeeren in tijd verzogt hebben. met Ter oirkonde heb ik deeze ^ mijne eigen hand onderteekend. Koetsiem den 9: Maart 1790:— /:/was geteekend:/ I: G: van Angelbeek Werd door gem: Heer Goeverneur te kennen gegeeven, dat hij door den Heeren Majores op den 21: December 1787: aan„ gestelt zijnde tot Raad ordinair in het denkbeeld geverseerd had, dat buiten de notifikaatsien van de Hoo„ „ge Regeering van India bij missive van den 26: Augustus 1788: een be„ wijs nopens de daar toe staande gasie stond te volgen, doch zulx niet geschied zijnde te kolombo„ had laaten navorschen hoedanig, dit stuk daar, in de gelijkstandige Dingsdag den 9: Maart 1790: gevallen van de Edele Heeren Falck en van de Graaff behandeld was en van daar onderricht was, dat de inschrijving van Gasie aldaar op aanschrijving en het extrakt uit de promootsie brief gevolg genoomen had, proponeerde overzulx, dat op dien zelfden voet zijne gasie als Raad ordinair met ƒ 350: 's maands bij de soldij boeken ingeschreeven en hem het surplus daar van op zijne reek: goed gedaan moge worden, waar op gedelibereerd zijnde, werd goedgevonden en verstaan den soldij boekhouder tot het een en ander bij deezen te qualificeeren. werd ter tafel gebragt het be„ bericht nopens de nadere richt van den E: Hoofdadministrateur van Spall, nopens de nadere konfrons„ taatsie van het Transport van de Fortresse koilang door den onderkoop„ „man en afgaande opperhoofd Iean Rosier aan den onderkoopman en aan„ „koomende opperhoofd Adriaan Zoolvliet gedaan, waar van gesproo„ ken is bij Resoluutsie van den 16: gevallen oktober 52 572: 573. oktober 1788: en van den 2: februari A„o passato, luidende als volgt. Aan den Weled: Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek volg„s ' boeken India Goeverneur en Direk„ „teur ter kuste Malabaar met den Resorte van dien. Dingsdag den 9:' Maart 1790: Weledele Gestr: Groot achtb: Hoog Gebiesende Heer! De ondergeteekende Hoofd admi„ nistrateur heeft de eer uw welede„ „le Gestrenge Groot achtb: van bericht te dienen, dat hij het Rap„ „port gedaane Transport van de fortresse koilang, door den on„ „derkoopman en afgaande opperhoofd Jan Rosier aan den aankoomen„ „de opperhoofd den onderkoopman Adriaan Poololiet, onder da„ „to 19: september Iongstleeden teegens de Nogootsee Boeken behoorlijk gekonfronteerd en bij volg„s volgens Transp=t Transpt. meerder minder Raad ordinair van Nederlands rop: 2407 1/48: 2038 84/18: —. —. 869 1/8: Aan kontant parr„t 203½: 203½. —. —. —. —. Velie d=o 296 14/410: 30: —. —. —. 266 1/410: zout. bossen. 8:-. 40: -. 32: —. —. —. scherpe pattroonen onbeq: 4:- 4: — —. —. -. ijzere kanons van 6. lb: 2:- 4:— 2: — —. — affuiten van 6: lb: met swalte staarten. 4:- 8:- 4: - — - - wielen - - „ 6: „ zonder beslag 7: 8: - 1: „ —. - ijzere Lenken. 100:- 100:- —. — —. —. Rondscherp van 6: lb: 40:- 40: - — — —. - Loode druiven van 6: lb: waar van 12: p„s te klijn van kaliber, onbeq: 243: 96:— —. - 147: -. Leedige Linne kardoesen van 6: lb: alle onbeq: „ —. - 21:- 21: — —. _ _=o. _=o _=o. „ 36: „. 4:- 4: — — — —. — kopere schut leepels met kratsers van 6: lb: 4: - 2: — —. — 2. - wissers met aansetters - . „ 1:- 1: —. — —. - kopere kruitmaat - - - - „ —: 12: „. 4:- 4:- —. — —. - kopere Laadpriemen 4:- 1:- —. - ijzere kanon booven 3. — 7: - 2: - —. - 5: -. kruijt hoorns 39:-. 4:- —. - 35:-. handspaken. 2:- 2: — —. — —. - kaptijlen, als 1: p„s onbeq: 33: - 28:- —. 5: - Granadiers geweeren met bajonet „ten en ijzere Laadstokken, waar van 6: p„s reparabel. 7: dezelve de volgende ver„ schillen ontdekt heeft, waar op uw weledele Gestrenge groot achtb: geeerde dispo„ „sietsietsie verzoekt. Dingsdag den 9:' Maart 1790:—. dezelve 28: p„s „ „ „. „ „ „ „ „ „ „ „ 8

← previousnext →