VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3897

Malabar · 433 pages · 167 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3897_0360 view scan ↗

English

676. 677. Resolution to send the said papers in original with the ship to Batavia. Opening of a packet from Batavia to Soeratte. Reason for this opening: Finding. Resolution to send the packet under covering letters to Bombay. Resolution not to draw bills on Soeratte. Why 60,000 rop: are sent hither. Tuesday the 23 March 1790 and currently still lie ready to depart, this meeting ought, however, to acquiesce in the aforesaid ship resolutions and the report of the nautical experts: the more so, because the ship's officers are primarily accountable to the High Government in Batavia for the failure of the voyage to Soeratte, and it was accordingly approved and agreed to send the said papers in original with the ship to Batavia, for the decision of Their High Excellencies. Upon the proposal of the Governor, the packet brought from Batavia addressed to the Ministers in Soeratte was opened; in order to ascertain whether any orders were contained therein that could be executed here, and it was approved and agreed to record that there was found therein an original Missive Tuesday the 23: March 1790. from the High Indian Government in Batavia directed to the Soeratte Ministers, under the date of the 3 November 1789: with the other papers mentioned in the register. And it was furthermore resolved to send the said packet on an English ship to Bombay under covering letters from the Governor to his agents, for further transmission to Soeratte. Whereas the order of the High Government to the Ministers to send 60,000 rupees hither was probably given in the supposition that they would obtain ample funds for this purpose through the sale of the cargo of this ship: it is thus approved and agreed to make no further use of the resolution adopted in the session of the 9th of this month to draw bills of exchange on the Ministers for that amount, which has already taken place to an amount of 31,116 rupees. 678. 679. Tuesday the 23 March 1790 Resolution to unload the ship Dembrari as soon as possible. Discovery that pepper is delivered to a Portuguese ship at Alepe. Resolution to address Trevankoor about this. Boat. The boat of the ship Zeeland has been fetched from Waliatorre. Furthermore, it is resolved to unload the ship Dembrari here as soon as possible and send it to Batavia, and since the sugar, due to the passing of the season, must be held over until autumn, also to leave the spices unsold for that long, as they must serve to promote the sale of the sugar. It having been seen from a letter of the Resident at Porka that pepper is delivered to a Portuguese ship at Alepe, and that according to rumors pepper will also be delivered to a second Portuguese ship, it was approved and agreed to address the King of Trevankoor about this in the most emphatic manner and to admonish him to a Tuesday the 23: March 1790 better compliance with the treaty. It was communicated by the Governor that His Honour had now had brought hither from there the boat of the ship Zeeland, with which, as appears from the minute in the resolution of the 27 March 1789, four deserters had fled from here and which had been fished out by the people of Trevankoor and dragged onto the shore at Walliatorre; but which at the time, due to the passing of the Monsoon, could not be fetched away; but that it had been found that the boat which the King's servants had handed over was not the genuine one of the said ship, but an old discarded vessel that was not worth repair, as further appeared from the declaration of the Master of Equipage van Blankenberg and further committee members; reading as follows: 680. 681. The Carpenters declare that the genuine boat was exchanged to an Englishman. The Frenchman Donnau is to blame for it. Tuesday the 23 March 1790 To The Right Honourable Sir Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councillor of the Netherlands Indies together with Governor and Director of the Malabar Coast with the resort thereof. Right Honourable High Commanding Lord. In accordance with your Right Honourable highly esteemed order, we have inspected the boat that has arrived here from Walleatorre, and we must with all respect declare to your Right Honourable regarding it that the same is an old discarded boat, not worth any repair, moreover without masts or sails, solely provided with four old oars, and thus is not the boat of Tuesday the 23 March 1790 the ship Zeeland, which was not only much larger, but new, provided with two masts and its sails and boat oars. We have the honour to subscribe ourselves with all respect /was underwritten/ Right Honourable High Commanding Lord! Your Right Honourable humble and obedient Servants /was signed/ J: van Blankenberg: C: J: Springer and Jan de Lange (carpenters) / Cochin the 16: March 1790. And whereas from a declaration passed today at the Secretariat by the Carpenters who were sent to repair the said boat, it appeared that the genuine boat of the ship Zeeland had been exchanged to an Englishman, and it had been learned on the side that a certain Frenchman named Donnau had made himself guilty thereof; it was approved and agreed, the King

Dutch transcription

676. 677. besluit gem: papieren in originale met het te zenden. opening van een pakket reede deezer opening: bevinding besluit geen wissels op soe vatte te trekken. waarom 60'000: rop: her„ waarts gezonden worden. geleide letteren naar Dingsdag den 23 Maart 1790 en thans noch ter vertrek gereed leg„ „gen, deeze vergadering echter in voorsch: scheeps-resoluutsien en het rapport van zeekundigen behoord te berusten: te meer, wijl de scheeps overheeden de verantwoording wegens het mitser van de reize naar Soeratte, aan de Hooge Regeering te Batavia voornaamlijk verschuldigd zijn, en werd dienvolgende goed gevonden en verstaan, gem: papieren schip naar Batavia in Origineele met het schip naar Batavia te zenden, ter decisi van Hunne HoogEdelheeden. Op de proposietsie van den Heer van Batavia naar soeratte. goeverneur werd het van Batavia aangebragte pakken aan de Mi„ „nisters te soeratte geopend; ter ontwaaring, of daar in eenige ordees vervat waaren, die men heer kost ter uitvoer brengen, en werd goedge„ „vonden en verstaan, te noteeren, dat daar in gevonden is een origineele Messie Dingsdag den 23: Maart 1740. van de Hooge Indiasche Regeering te Batavia aan de Soeratsche Ministers gerecht, onder de dagteekening van den 3. ' November 1789: met de verdere papieren bij het register vermeldt besluit het pasket onder en werd voords beslooten, het gemeld Batavia te zenden. pakket met een Engelsch schip naar Bombai te zenden onder geleide let„ teren van den Heer Goeverneur aan zijne gemachtigden, ter verdere bezor„ „ging naar Soeratte wijl de order der Hooge Regeering aan de Ministers tot het zenden van 60'000 - ropjen naar herwaards waar„ „schijnlijk verleend is. in de onderstel„ „ling, dat zij daar toe door de ver„ „kooping van de laading van dit schip ruime fondsen zouden aan„ handen krijgen: zoo is goed gevon„ den en verstaan, van het ter sessie van den 9=e deezer Genoomen besluit om voor dat bedraagen wissels op van de 60 678: 679. Dingsdag den 23 Maart 1790 besluit het schip Dembrari ten spoedigste te lossen ontwaaring, dat aan een zor„ tugeesch schip te Alepe Peper geleeverd word. over te onderhouden. schuit. de schuit van het schip Zeeland is van Walia„ „torre gehaald. de Ministers te trekken, het welk reets tot een bedraagen van 3d'116: - ropijen geschied is, geen verder gebruikte te maaken. voorts is beslooten, het schip Damerarij hier ten spoedigsten te lossen en naar Batavia tezenden, en wijl de suiker mits het verloop van het Saisoen, tot het najaar moet overleggen zao brnen ook de specerijen zoo lange onverkocht te laaten, als moetende dienen om den sleet der suiker te begunstigen. uit een brief van den Resident te Porka gezien zijnde, dat ten Alepe aan een Portugeesch schip peper geleeverd word, en dat volgens geruchten ook aan een tweede Portugeesch schip is met de rechte komp„s peper geleeverd zal worden, zoo is goed„ gevonden en verstaan, den Koning van besluit Trevankoor daar Trevankoor daar over op het nadruk„ „lijkst te onderhouden en tot een Dingsdag den 23:' Maart 1790 beetere nakoming van het traklaat te vermaanen werd door den Heer Gouverneur gekommuniceerd, dat zijn Edele de schuit van 't schip Zeeland waarmede blijkens het aangeteeken„ „de bij resoluutsie van den 27: Maart 1789: vier deserteurs van hier gevlugt waaren en die door het volk van Trevankoor op gevischt en te Wallia„ „torre op de wal gesleept was; doch toen wegens 't verloop van de Mous„ „sen niet kost afgehaald worden, thans, van daar had laaten herwaards brengen, doch dat men bevonden had, dat de schuit, die 's konings Bedienden afgegeeven hadden, niet de rechte van het gemelde schip, maar een oud afgelegd vaartuig was, het geen de reparaatsie niet verdiende zoo als naden bleek bij de verklaaring van den Equipasiemeester van Blanken beetere „berg 680. 681. de Timmerlieden verklaa„ aan een Engelsman ver„ de fransman Donnau is schuld daar aan Dingsdag den 23 Maart 1790 „berg en verdere gekommitteerden; lui„ dende als volgt Aan Den Wel Edele Gestrenge Grot Achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands India mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter Kuste Malabaar met den resorte van dien Weledele Gerbrerge Groot Achtb Hoog gebiedende Heer. Ingevolge uweled: Gestr: Groot Achtb: Hoog g'eerde bevel, hebben wij de schuijt die van Walleatorre alhier aangekoomen is, bezichtigd, en wij moeten Uweled: gestr: Groot Achtb:s heer omtrend in allen Eerbied verklaaren dat dezelven een oude afgeleegen schuijt is, geene reparatie waardig, bovendien zonder masten of zeilen, eenelijk voorzien van vier oude riemen, en dus niet de schuijt is van Dingsdag den 23 Maart 1790 „het schip Zeeland! die niet alleen wij „grooter maar nieuw was voorzien van „ twee masten en zijne zeilen en schut „riemen. wij hebben de Eere ons met alle Eer„ beed te onderschrijven /onderstond/ weledele gestr: groot Achtb:, Hoog gebiedende Heer! Uweld: Gestr groot Achtb: onderdaanige en gehoorzaame Dienaaren /was geteekend/ J=s van Blaaken, berg: C: J: Springer en Ian de Lange (immer„ „sine / Koelsiem den 16: Maert 1790. En vermits uit eene heeden ter schreta„ „rije gepasseerde verklaaring van de Timmerlieden, die gem: schuit te repareeren gezonden waaren, te blijken quam dat de rechte schuit van 't schip Zeeland aan een Engelsman ren dat de rechte schuid verruild was, en men ter zijde ver„ „noomen, had dat zeekere Thans man Donnali gen=d zich daar aan hod schuldig Gemaakt; zoo werd goed„ gevonden en verstaan, den koning let van vuuld is.

NL-HaNA_1.04.02_3897_0363 view scan ↗

English

682. 683. to confer about that. Tuesday the 23rd of March 1790 decision to confer with the King of Travancore about that, and to insist on compensation for the Company in this matter, as well as to insert the aforementioned declaration here. Today the 23rd of March 1790 appeared before me Andreas Heinrich Schacht, First sworn clerk of police of this Malabar Government, in the presence of the witnesses to be named hereafter, Matthias Pereira, George Ferreira and Joseph de Souza, Carpenters, and the Native Sailor Louis Gonsalves Fernandes, who, through translation by the Junior Interpreter Leendert Cardozo, declared it to be true and truthful that they departed from here on the orders of the Master of Equipment Johannes van Blankenberg to Locintorra, in order to repair a recovered boat there, with which four sailors had deserted from the ship Zeeland; Tuesday the 23rd of March 1790. that arriving there, they found the same on the sea beach in the open air in a most desolate state, with four oars and the rudder which lacked a gudgeon; they had also learned from a Frenchman, being the flagman of the King of Travancore, that the same was not the real Company boat, but had been traded away to an Englishman; that during the aforementioned Frenchman's tale his Wife had rushed in, striking her hand over her husband's mouth and saying: why would you make such things public, whereupon the flagman then kept completely silent; that they, the deponents, had repaired the boat and brought it hither. The Deponents ending this their given and rendered declaration with the affirmation that the same contains the pure and sincere truth, giving as reason for that their knowledge 684. 685. Reading of a calculation of a new gamel to be constructed. construction. The aforementioned calculation has been examined by committee members. how much it will cost. Tuesday the 23rd of March 1790 their knowledge as stated in the text, remaining moreover prepared to confirm what has been attested further under Oath if necessary. Thus Done and declared, at the secretariat of police, within the city of Cochin, on the day, month, and Year aforementioned, in the presence of François Martensz, and Pieter Joost Kappes, clerks, as witnesses. Was signed: Mathias Pereira, George Ferreira, and with two crosses, and written around them set by Joseph de Souza and Louis Gonsalves Fernandes themselves. In the margin: present before us, was signed: F. Martensz and P. J. Kappes. Lower down: for the translation, was signed: L. Cardozo. Still lower: to my knowledge, was signed: A. H. Schacht, First sworn Clerk. Was read a Calculation by the Master Shipwright regarding the cost of a new gamel to be constructed, from which it appeared that the same will come to cost Tuesday the 23rd of March 1790 a sum of rupees 2852:45. — Which Calculation has been examined by the Master of Equipment van Blankenberg, the overseer of the Timber Yard Vogt, and the Foreman of the blacksmith's shop Springer, as expressly appointed Commissioners, who in their report submitted thereof, which was also read out, declare that they declare it is not to be too much. the amount stated is not too much, for making a firm and strong gamel of fifty-three feet long, eighteen and a half feet wide, and seven feet deep. And it was therefore approved and resolved decision to have a Gamel constructed. to have the Said gamel constructed for the above-mentioned price, as well as to insert the Calculation and the report of the commissioners hereunto. calculation

Dutch transcription

682. 683. daar over te onderhouden. Dingsdag den 23:' Maart 1790 van Trewankoer daar over te onder„ besluit de Trevankoor i houden, en op de schaadeloostelling van de Rompenie in deezen te insis„ „teeren mitsgaders Gem: verklaring hier te insereeren Heeden den 23 Maart 1790 kompareerden voor mij Andreas Heinrich Schacht, Eerste gezwoo„ „rene klerk van polietsie deezes Mal„ „labaarschen Goevernements / present de natenoemene getuigen / Matthias Zarere, George Fercéra en Ioseph de Souda, Timmerlieden en den In„ „landsen Mattroos Louis Gonsal Fernandel, dewelke door vertaaling van den Iongtolk Leendert Cardozo, verklaarden waar en waarachtig te weezen dat zij van hier op order van den Equipasiemeester Iohannes van Blankenberg vertrokken zijn naar Locintorra, om aldaar een op= gevischte schuit waar meede vier. mattroosen van het schip Zeeland ge„ gedeserteerd waarin, te repareeren Dingsdag den 23 Maart 1790. dat zij daar koomende dezelve aan Zeestrand onder de bloote lucht in een aller desolaalste staat bevonden hadden met vier riemen en het roer waar aan een vingerling ont„ brak in leevens van een Fransman zijnde de vlaggeman van den ko„ „ning van Rravankoor vernoomen hadden dat dezelve niet de regte Rompenies schuit was maar verheild geworden was aan een Een „gelschman, dat onder het verhaal van den Fhansman voornoemd deszelfs Huisvrouw was toegeschoo¬ „ten, slaande met de hand op de mond van haare man zeggende: waarom weld Gij zulx openbaar maaken dat de vlaygeman toen heeft stel gezweegen, dat zij at„ „testanten de schuit gerepareerd en naar herwaards gebragt hadden. Eindigende de Attestanten deeze hunne gegeevene en verleende verklaaring met betuiging dezelve te behelzen de zuivere en oprechte waarheid, Geevende voor, reeden van dat wetenschap 684. 685. Lek tura eener kalku„ caatsie van een nieuw aantemaakene Gamel. aanmaaken. gem: kalkulaatsie is door gekommitteerden geexamineerd. hoeveel kosten zal. Dingsdag den 23: Maart 1790 wetenschap als in den text, over zulx bereid blijvende het geattesteerde des noods nader met Eede te sterken. Aldus Gedaan en verklaard, ten schre„ „tarije van polcetsie, binnen de stad Koetsiem, ten dage, maand, en Iaare voormeld, in prezentiie van Francais Martensz:, en Pieter Ioost kappes klerken als getuigen /was geteekend/ Mathias Preira goz: Fereira en met twee kruisjes / en daaromme geschreeven door Joseph de Souka en Lous Gousal Fernandes zelfs gesteld /in marsine / ons prezent /was getz:/ I Martinsz: en L: D: Kappes, /lager / voor de vertaaling /was getee„ „kend / L: Cardozo /nog lager / in mijn Kennis (was geteekend/ A: H: Schacht Eg: Klerk Is geleezen een Kalkulaatsie door den Baas der scheepstimmerlieden wegens het kostende van een nieuw aantemaakene gamel, waar bij bleek, dat dezelve zal te staan Dingsdag den 23: Maart 1790 koomen een somma van ropijen 2852:45. — welke Kalkulaatse door den Equipa„ „liemeester van Blankenberg den opziender van de Houtleein vogt en den Meesterknegt van de smitswinkel Springen, als expres„ „se Gekommitteerden is g'exame„ „neerd die bij hem daar van ingediend rapport, het welk mee„ „de opgeleezen is, verklaaren dat verklaaren niet te veel het opgebragte niet te veel is, tot het maaken van een hegte en sterke gamel van drie en vijftig voeten lang, agttien in een w half voeten breed en zeven voeten diep. En werd besluit een Gamel te laaten derhalven goedgevonden en ver„ staan Gemelde gamel voor de boven gemelde prijs te laaten aanmaaken, mitsgaders de Kalkulaatsie en het rapport van gekommitteerden hier bij te insereeren kemen kalkulaatsie te zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3897_0365 view scan ↗

English

686. 667. Tuesday the 23rd of March 1790 Estimate for the construction of a new Gamel, length over the stems 53 feet, breadth at its waterline 18½ feet, and depth in the hold 7 feet; namely: In cash 2200 feet of teak planks of 3 inches, 1st sort for the outer hull at 23:36 ropias per 100 feet - - - - - R 522:24. 990 ditto teak planks of 3 inches, 1st sort for the ceiling at 23:36 ropias per 100 feet - - - - - - - 235:6:— 80 teak planks of 6 inches, 1st sort for the thwarts and head- pieces at 45:24 ropias per 100 feet - - - - 36:19:— 250 teak planks of 4 inches, 1st sort for the wales, keelson and carlings at 30:16 ropias per 100 feet - 75:40:— 80 teak planks of 6 inches, 1st sort for the stern and transom at 45:24 ropias per 100 feet - - - - - 36:19:— 90 teak planks of 3 inches, 1st sort for the deck, rudder and otherwise at 23:36 ropias per 100 feet . . 21:18:— 160 teak planks of 2 inches, 1st sort for hatch covers at 17:6 ropias per 100 feet - - - - - - - - . 27:21:— 520 teak ribs of 7 to 7 inches for the floor timbers at 6:40 ropias per 30 feet - .. - - - - 118:2:— 42 pieces of crooked timber, 1st sort for the futtocks at 4:24 ropias each 189:—:— 8 ditto knees, 1st sort for the thwarts and stern 1:36:8 each - 14:—:— 6 beams, 1st sort for keel, stem, decks, clamps, riser- timbers, aft and fore and otherwise at 27:38 ropias each 166:36:— 1½ beam, 2nd ditto for five clamps at 23:21 ropias each - - - 35:8:— 2448 days of carpenters and caulkers for building and saw- ing at 2 p.: 3/10 each per day - - - 734:19:— 1600 feet of planks of 1 inch, 2nd ditto for the sheathing at 7:36 ropias per 100 feet - - - - - - - - - - 124:—:— 1 piece of mast, costs - - - - - - - - 26:—:— Carried forward Rp 2362:20:— Tuesday the 23rd of March 1790. Carried over ropias 2362:20:— 112 days of coolies at 1/10 ropie each per day - - - - - - - 11:9:— 40 candies of fish oil at 1:¾ ropias each candy - - - - - - - - - - 70:—:— 5 candies of lime at 4:26 ropias per candy - - 22:38:— to stringers 190 lb brimstone at 60 ropias per 500 lb - - - 22:38:— 50 cans of coconut oil at 30 ropias per 100 cans - - - 15:—:— 40 lb of kapok for laying the seams and sleeves at 50 ropias per 500 lb - 4:—:— Sum Rpias 2488:45:— From stock 2500 lb of nails, for various services, purchase cost - . . . . . . . . rds 296:32:— 1¼ barrel of rosin, for greasing, purchase cost - - - - - - -. . 42:44:— ½ barrel of tar for laying the seams, purchase cost — 9:18:— ½ barrel of pitch for caulking ditto 15:2:— 364:—:— Total Sum Rx 2852:45:— Cochin the first of March Anno 1790 /was signed/ Ian de Lange. To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Netherlands In- dia, Governor and Director on the coast of Malabar, with the jurisdiction thereof Right Honorable, Highly Esteemed, 688. 689. Tuesday the 23rd of March 1790 High and Mighty Lord We have the honor to inform your Right Honorable that we have examined the estimate of the master of the ship carpenters' yard for the construction of a new gamel, length over stems 53 feet, width at its waterline 18½ feet and depth in the hold 7 feet, with the utmost ac- curacy and must tes- tify that this expenditure of 2852:45 ropias is not too high, as what has been specified for it will be necessary if it is to be made firm and strong according to those dimensions hoping herewith to have complied with the high intentions of your Right Honorable, and with the most dutiful submission we have the honor to be /underwritten/ Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, your Right Honorable's very humble and obedient servants /was signed/ I: van Blankenberg, Tuesday the 23rd of March 1790 Reading of an estimate. Declaration of the appointed examiners to be assigned. The further supply I: H: Vogt and C: I: Springer /in the margin/ Cochin the 16th of March 1790. Was read an estimate from the aforesaid Master Carpenter de Lange of what will be needed for repairing the gamel no. [illegible], and whereas the appointed exami- ners declare in their submitted written report that the sum of 667:32 ropias specified in that es- timate is not too high, and will be es- sentially needed to put the said gamel, which requires a major repair, back into service; it is therefore approved Resolution to assign those amounts, and understood to assign the said amount of 667:32 ropias to the repeatedly mentioned Master de Lange for repairing that gamel, and to also have supplied for that purpose from the Company's stock one quarter barrel of pitch, one barrel of rosin, and six hundred thirty pounds of assorted nails, and to insert the afore- said estimate and the report below. F:

Dutch transcription

686. 667. Dingsdag den 23:' Maart 1790 Kalkulaatse, tot het aanmaaken dan Een Nieuw Gamel Lang oversteeven 53: Veten t wijd op zijn uitwaten „ring 18½ voeten, en diep in het Hol 7:- voeten; te weeten. Aan Kontant 2200 - voeten zakke planken van 3: - duijm, 1=e zoort tot de voste Huijd te Ropias 23:36: de 100: voeten - - - - - R„ 52224. 990 - _=o zekke Planken van 3=demn 1: z=t tot de weegerings a rop:s 23: 36: de 100: - voeten - - - - - - - „ 235. 6:— Tekke Planken van 6:den 1. z=t tot de Doften en kop- stukken a rops 45. 24. de 100: vosten - - - - „ 36: 19:— Lekke klanken van 4: d=m 1:e 2:t tot de borghout, zaathout en kolswijn a rop:s 30:16:—- do 100 - voeten - „ 75. 40. — Tekke Planken van 6=den 1: z=t tot de spiegel en Pakboul â rop=s 45. 24: - de 100: voeten - - - - - „ 36. 19. — en Tekke Planken van 3d=m 1a Z=t tot de pleg„s Roer als andersints â ros 23: 36:— de 100: voeten. . „ 21:18 — Tekke planken van 2 d=m 1 Z=o tot poldeksels a rop 17: 6: — de 100: - voeten - - - - - - - . „ 27: 21.— Tekke Ribben van 7: a 7: d=m tot de leggers â rop:s 6: 40: — ƒ de 30: voeten - .. - - - -„ 118. 2:— 42 - p=s kromhoutten 1 2=t tot de op langees a rop:s 4:24: tp „ 189 — — 8 - d=o Knien 1: z=t tot de Dosten en spiegel „ „ 1:36:8- - „ 14 — 6 — Balken 1: „ - - „ - „ keel steeven, Zolders, klampen Climp houters, agter en vooren als andersints a rop 27: 38: 't p=s „ 166. 36 — 1½ „ Balk 2: d=o tot vijf klampen a rops 23. 21. 't pees - - - „ 35. 8 — 1600 - voeten planken van 1: d=m 2: d=o tot de dubbelhuijde op. 7 36:. de 1 – pees Mast, kost - - - - 2448. — dagh: van Timmerlieden en kalfaaters tot 't temmeren en het saa. — – „ 734. 19: — „ten a 2 p.: 3/10: ieder daags - 100: - voeten - - - - - - - - - - „ 124. — — - – – – „ 26 — — Dingsdag den 23:' Maart 1790. P=r Transport rop=s 2362: 20 — 112: — dagb: tan Koeles a 1/10. ropje iders daags - - - - - - - „ 11:9. — 40 - Chio=s visteaan a 1: ¾. rop: ider Chiad.:s - - - - - - - - - - „ 70: —:— 5 - kand kalk - a 3/40. 1 a Kandijl - tob strenginoes 190 — lb swabel „ 60 - - „ de 500: ld: 50 — kann. kokos olij, 30: - a „ 100. kann 40 — lb Kapok tot het beleggen der Narden en sleeven atop: 50 de 500: lb: — Somma Rap: 2488:45: — 4== uit voorraad 2500 - lb: spijkers, tot verscheijde diensten, kost in„ „koops - . . . . . . . . rds 296:32:— 1¼. Vat Harpuijs, tot het smeeren kost in korps - - - - - - -. . „ 42: 44: — — ½. „ 'theer tot het beleggen der Naaden kost inkoops — „ 9: 18: —: — ½ „ Ziek „ „ bepenken „ „ d=o „ „ 15: 2: — „ 364:—:— Somma Totaal Rx. 2852. 45. — Koetsiem den Eersten Maart Anno 1790 /was geteekend/ Ian de lange. Aan den Weledelen Gest: groot Achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlandsch In„ dia Goevernaur en Directeur ter kuste Mallabaar, met den resorte van dien Weledele, Gestrenge, Groot Achtbaare „ 22:38. — -„ 3. 26. — Transporteere Rp 2362. 20. — Hoog 80 250 — 80 — „ 90 – „ 160 — 520 - „ — 0 - „ 15 — — 688. 689. Lektowa eenen kalkulaatsie. verklaaring van gekom„ „mitteerde examinateurs te leggen. de verdere verstrekking Dingsdag den 23 Maart 1790 Hoog Gebiedende Heer wij hebben de Eer uweled: gestr: groot Achtb: van bericht te dienen, dat wij de Kalkulaatsie van de Baas der scheeps Timmerwerff voor 't aan maa„ „ken van Een nieuwe hamel, lang over steeven 53: voeten, wijd op zijn uijtwatering 18½: voet en diep in 't Het 7: voeten, hebben allernaauw„ „keurigst nagegaan en moeten be„ „tuigen, dat deeze opbrenging van rop=s 2852: 45:- niet te veel is, alzoo het daar voor opgebragte nodig zal zijn, wanneer dezelve naar die maat hegt en sterk zal gemaakt worden verloopende hier meede aen de Hoog g'eerde intentie van uweledele gestr groot Achtb voldaan te hebben en met de schuldigste submissie hebben wij de een te zijn /onderstond/ Weledele gestrenge groot Achtb: Hoog gebiedende Heer Uweled: Gestr: Groot Achtb. Zeer onderdaanige en Gehoorsame dienaaren /was geteekend/ I: van Blankenberg Dingsdag den 23 Maart 1790 I: H: Vogt en C: I: Springer /inmar„ „sine Koetsam den 16 Maart 1790. werd geleezen een Kalkulaatsie van gemelden Baastimmerman de Lange van het geen noodig zal weezen, tot repareeren van de Gamel Nh: en vermits gekommitteerde examina„ „teurs bij hun ingediend schriftelijk rapport verklaaren dat de bij die kal„ kulaalsie opgebragte som van rep=s 667: 32: — niet te veel is, en weezent„ „lijk noodig zal weezen, om gemelde Gamel, die een groote reparaatsie vereischt weder in staat te brengen: zoo is goedgevon„ besluit dat bedrangen toe, den en verstaan gemelde bedraagen van ropijen 667: 32:- aan meerm: Baas de Lange tot het repareeren van die Gamel toe„ teleggen en uijt 's Komp:s voorraad daar toe mede te laaten verstrekken een quart vat pik, een vat harpuis en ses honderd dertig ponden spijkers in soort, mitsgaders de voor„ „melde kalkielaatsie en het rapport hier onder te F: insereeren

NL-HaNA_1.04.02_3897_0367 view scan ↗

English

691: insert Estimate for repairing a gamel named No 1:- to wit In cash 125 feet teak planks of 4 inches 1st sort for the wales at Rop: 30: 10 the 100 feet - - - - - - - - ro/o at 37. 44 f 5 pieces teak beams 3rd sort for futtocks at rop: 23: 24 the piece - - - 117:24 125 feet do planks of 2 inches 1st sort for the strakes rop 17: 6 the 100 feet - - 24: 19 125 do do 2 2 - gunwales 12:30:1 do - - 15:37. 250 - - - 1 - 1: - - floor timbers 40:28 - - - - - 26:22. 1½ pieces beams 3rd sort - - - - - - - rubbing cleats 23: 24 the piece - - 35. 12. 108 feet 1: planks of 2 do 2 do forecastle - 12: 30 100 feet - - 1330 1 piece compass timber 1st sort, costs - - - - - -¾ beam second sort for bollards and swivel guns at rop: 23: 24:- - . each piece - - - - - - - - - - - - 1728. 125 feet planks of 3 inches 1st sort for the main hull at to 23: 36:8 100 f: 29: 33. 150 do do - 2 2 - - - - - ceilings 12:30: do - - 1845. 1400 - - - 1 double hull 7: 36:4 - - 108:24 340 days of carpenters and caulkers for timbering and caulking at 3/40 rops each day - - 38 chiodos train oil at rop: 1: 36 each chiode 190 lb sulfur 60: - the 500: - lb - - - 2238. 48 kannen coconut oil and 30 - 100 kannen: - 6 candy lime - - 3/40 the candy- . . . 4. 12 130 days of coolies for pounding oakum at 184 1/10 each day f 13. - Sum Rop. 667. 32 From stock - - - 102 - For oakum 421. - - - 66:24. - - - 12:- =¼ barrel pitch 1 - rosin 630 lb nails Cochin the 12th March a 1790 /was signed/ I: de Lange Tuesday the 23rd March 1790 Tuesday, the 23rd March 1790 To the Right Honorable Stern highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councilor of the Dutch Indies Governor and Director of the coast of Malabar with the resort thereof Right Honorable Stern Highly Esteemed High Commanding Lord! We have the honor to serve Your Right Honorable Stern Highly Esteemed with the report that we have inspected the gamel named No 6 and found that the same is in need of a major repair, which we, against the estimate of the Master of the Ship Carpenters Yard annexed hereto in all respect, have checked most accurately and found that in this estimate nothing too much has been entered, and these expenses will be necessary to bring the gamel back into proper condition hoping hereby to have complied with the highly honored intention of Your Right Honorable Stern Highly Esteemed, and with the utmost submission we have the honor to be /underneath was written/ Right Honorable Stern Highly Esteemed High Commanding Lord To again 690. -- - - - - 692. 693: - report concerning the accounting made by the secretary of the Orphan Masters. Tuesday the 23rd March 1790 Your Right Honorable Stern Highly Esteemed's very humble and obedient servants /was signed/ I: van Blankenberg: I: H: Vogt and I: Sprenger in Cochin the 16th March 1790: The report concerning the accounting and proof made by the secretary of the Orphan Masters of the monies administered by him during the time of six months or from the first of September 1789 until the end of February last, having been resumed, it is understood to insert the same herein To the Right Honorable Stern Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the coast of Malabar with the Resort thereof Right Honorable Stern Highly Esteemed, High Commanding Lord In compliance with the highly - - - - 4 1701 3/40 28: 172: Tuesday the 23rd March 1790 venerated order of Their High Mightinesses the Lords of the High Government contained in the honored order dated 23 July 1736 to audit the orphan chamber's cash account every six months, we the undersigned commissioners have presented ourselves to the secretary Abraham Gerrit van der Sloot and there audited the cash, inspected the journal and the ledger of the financial year 1789/90 and found The balance of the end of August last was a sum of - - - Rps 31 59/10 ps 41: 1: 8. Since then received in cash f 201: -. -. - Counted Rop: 356 61/40: Rds 41:8: Since the end of August successively disbursed from cash so that as of the end of February last the balance has been Rds 1815 - rds 312:14:6: In the hope that we have accomplished this our assigned commission according to the honored intention of Your Right Honorable Stern Highly Esteemed, we assume the honor to be with due respect /underneath was written/ Right Honorable Stern Highly Esteemed High Commanding Lord Your Right Honorable Stern Highly Esteemed's venerated very

Dutch transcription

691: insereeren Kalkulaatsie, tot het repareeren van Een Gamel gen=t N=o 1:- teweeten Aan Kontant 125 Vooten zekke planken van 4: d=m 1= zoort tot de berghouten â. Rop: 30: 10 de 100: voeten - - - - - - - - ro/o â 37. 44 ƒ 5 – p=s zekke balken 3: Z=t tot op langers a rop: 23: 24: tpees - - - „ 117:24 125 - Voeten d=o planken van 2: d=m 1: d=ot tot de zetgang rop 17: 6de 100 voeten - - „ 24: 19 125 - d o - „. _=o „ 2„ 2: „: —: „ „ potdekzels „ 12:30:1 _=o - - „ 15:37. 250 - „ - - „ - - - „ - - - „ 1 „ - 1: „ - - „ „ vrellings. „ 40:28„ - „ - - - - „ 26:22. 1½ p=s „ balken 3:e zoort - - - - - - - „ Vrijf klampen „ 23: 24: 'tpoes - - „ 35. 12. 108 – Voeten 1: planken van 2 d=o 2 d=r „ e plegt . - „ 12: 30 „100: voeten - - „ 1330 1 — pees kroomhout 1=e zoort, kost - - - - — —¾. „ Balk tweede zoort tot polders en draaijbassen a rop: 23: 24:- - . ider pees - - - - - - - - – – - - – „ 1728. 125 - Voeten planken van 3 d=m 1e zoont tot de vaste Huijd a to 23: 36:8 100 v: „ 29: 33. 150 - d=o _ _=o - „ 2: „ 2: „ - - „ - - „ waegerings „ „ 12:30: „ d=o - - „ 1845. 1400 - „ - - - „ - - - „ 1: „ „ „ - - „ - - „ dubbel huijd „ „ 7: 36:4 „ — - „ 108:24 340 - dagh: van Timmerlieden en Kalfaaters lot 't temmeren en kalfaten a 3/40 rop:s ider daags — - 38 - Cheod=s vistraen a rop: 1: 36: ider chiode 190 lb: swavel „ „ 60: — de 500: — lb - - – „ 22„38. 48 - kann kokers olij en „ 30 - „ 100: kann: - 6 — kaurdijl kalk - - „ „ 3/40. t' kandijl- . . . „ 4. 12 130 - dagt: van koeles tot 't stampen van strengmael a 184 1/10: id er dagtkant ƒ 13. — Somma Rop. 667. 32 Uut voorraal – – – „ 102 — Tot strangenoes „ 421. — - - „ 66:24. – – -„ 12:— =¼ vet pik 1 – „ Harpuijs 630 – lb spijkers Roetsiem den 12: Maart a 1790 /was gets:/ I: de Lange Dingsdag den 23 Maart 1790 Dingsdag, den 23 Maart 1790 Aan den weledelen Gestr: groot Achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlandsche Indien Goeverneur en Directeur der hus te Malla„ „baar met den resorte van dien WelEdele Gest: Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer! Wij hebben de Eere Uweled: Gestr: groot Achtb: van berigt te dienen, dat wij de gamal gent No 6: hebben bezichtigd en bevonden, dat deselve eene groote reparaatsie nodig heeft, die wij tegens de alhier in alle Eerbied g'annexeerde kalkulaatsie van de Baas der scheeps Timmerwerff: alle & nauwkeurigst hebben nagegaan en bevonden, dat bij deeze kalkulaatsie niets te viel is opge„ bragt geworden, en deeze ongelden nodig zullen zijn om de gamel weder in be„ „hoorlijke stand te brengen verhoopende hier meede aan de hoog g'Eerde intentsie van uweled: Gestr: groot Achtb voldaan te hebben, en met de schuldigste Luch„ „missie hebben wij de Eer te zijn /onderstond/ Weled: gest: groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Aan weerled 690. -- - - - - 692. 693: - rapport wegens gedaane rekening door den sekre„ „taris van weesmeesteren. Dingsdag den 23 Maart 1790 uweled: Gestr groot Achtb. zeer onderdanige en Gehoorsaame dienaaren /was geteekend/ I: van Blankenberg: I: H: Vogt en I: Sprenger jinmarsine kortseem den 16 Maart 1790: Het raport wegens gedaane reekening en bewijs door den sekretaris van Wees„ „meesteren van de penningen Geduurende den tijd van ses maanden of van primco september 1789 tot ultemo feb: J:o leeden, door hem Geadministreerd, geresumeerd zijnde, is verstaan, het zelve in deezen te insereeren Aan den Ueledelen Gestr: Groot achtb: Heer Johan Geraed van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands In„ „dien, goeverneur en Direkteur ter kieste Mallabaar met de Resorte van dien WelEdele Gestrenge Groot Achtbaare, Hoog Gebiedende. Heer In naarkooming van de Hoog - - - - 4 1701 3/40 28: 172: Dingsdag den 23 Maart 1790 gevenereerde ordre van Haar Hoogedel„ „heedens de Heeren van de Hooge regee„ „ring vervat bij geeerde ordre de dato 23: Iiele 1736: om alle ses maanden de weeskamers kas op te neemen hebben wij ondergeteekende gekommitteerdiens ons vervoegt bij den sekretaris Abraham Gerrit van der Sloot en aldaar de kassa opgenomen het Journaal en de groot boek van het boekjaar 1787/90. gevisiteerd en bevonden Het restant van ult:o aug=s J=o leeden is ge„ „weest een somma van - - - Rp:s 31 59/10 p s 41: 1: 8. 'T zedert dien in kossa ontvangen ƒ 201: —. —. — Teld Rop: 356 61/40: Ri:s 41:8: 'T zedert ult:o aucq:s suksessivelijk ult: Rassa verstrekt zoo dat of onder uelb: feb: J:t eerl „ken per restant is geweest Rx: 1815 — rd:s 312:14:6: In hoope dat deeze onze opgelegde kom„ missie na de g'eerde intentse van uw Weled: Gestr: groot achtb: te hebben volbragt zoo matige wij ons de eer aan met verschuldigde eerbied te zijn /onder„ stond eled: gestr groot achtb: Hoog Gebie„ „dende Heer uw welEd: Gestr: groot rechtb: gevenereerde e zeer

NL-HaNA_1.04.02_3897_0369 view scan ↗

English

694. 695. and by the Secretary of Justice. Tuesday, 23 March 1790 Very humble and obedient servants, was signed: W. van Haeften and R. Groenroodt. In the margin: Cochin, 13 March 1790. The report regarding the rendered accounting and proof by the Secretary of Justice of accounted dues over the period of six months, or from 1 September 1789 to the last of February past, having been reviewed, it is agreed to insert the same here. Report made and submitted to the Honorable, Right Worshipful Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast, by the undersigned Judicial Members, containing the accounting, proof, and balance of the administration of the Secretary of Justice Andreas Henrich Schacht. Right Honorable, Right Worshipful, High Ruling Lord, In humble compliance with the highly venerated order of Their Right Worships contained in the Extract Resolution of the business and resolutions in the Council of the Indies under date of 23 July 1736, the undersigned, having been commissioned to see the aforementioned Secretary render accounting, proof, and balance of the administration under his charge, have, after examination conducted, found that as of the last of August of the past year no cash remained held by the said Secretary. Thereafter, since 1 September following until the last of February past, there was received successively on account of the Lord's dues from sold houses and yards six hundred ninety-nine and one-quarter rupees. He has furthermore shown us a receipt from the Honorable Cashier Mr. Jan Willem Hendrik van Rossum, dated the last of February just mentioned, showing that the aforementioned 699¼ rupees were properly paid into the Company's petty cash fund, so that the receipts from 1 September of the past year until the last of February past agree with the disbursements, and as of the last-mentioned date no cash remains in his hands. Wherewith we hope to have complied with the aforementioned highly venerated order, and we remain with respect, underwritten: Right Honorable, Right Worshipful, High Ruling Lord, Your Right Worship's humble and obedient servants, was signed: J. G. Mueller and Dan. V. Der Sloot. In the margin: Cochin, 15 March 1790. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month, and year aforementioned. Was signed: J. G. van Angelbeek, P. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haeften, J. B. Eversdijck. Resolution taken by circular query. Tuesday, 23 March 1790. Tuesday, 23 March 1790. Tuesday, 30 March 1790. All present. Captain Paardekooper requests two months' salary for his crew. Resolved to grant the request. Upon the request made thereto by a petition from the Captain of the ship Demerari, Jan Paardekooper, for two months' salary for the crew of his ship, both Europeans and Chinese, it was approved and agreed by written circular query to let the two months' salary be issued to them and to insert the petition herewith. To the Right Honorable, Right Worshipful Lord Johan Gerard van Angelbeek, Governor and Director of the Malabar Coast. The undersigned Captain of the Company's ship Demerari most humbly requests of Your Honor, Right Worshipful, to let two months' salary be issued for his crew, consisting of 84 Europeans and 25 Chinese. Herewith you will greatly oblige Your Honor, Right Worshipful's humble servant who has the honor to call himself with the utmost veneration, underwritten: Your Honor, Right Worshipful's humble servant, was signed: J. Paardekooper. In the margin: Cochin, 30 March 1790. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month, and year aforementioned. Was signed: J. G. van Angelbeek, P. L. van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Haeften, A. Lenel, and J. A. Eversdijck. 698. 699. Bills of exchange granted in place of lost ones. Resolution taken by way of circular query. Tuesday, 30 March 1790. Wednesday, 31 March 1790. A petition having been submitted by the Parsi Lestentsjah Kantsjah containing a request to have new bills of exchange on the Government at Surat for the 17500 rupees counted into the treasury here, in place of those granted in duplicate under date of the 19th of this month which were dispatched with the ship Hindostan and burned therewith, it was approved and agreed by written circular query to grant that request herewith, provided that it be explicitly noted on the new bills of exchange that a bill of exchange had already been granted for that money and was burned with the said ship, and that proper mention thereof also be made in the letter of advice. And it was further agreed to insert the aforementioned petition herewith. To the Right Honorable, Right Worshipful, High Ruling Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Right Honorable, Right Worshipful, High Ruling Lord, The Persian Lestentjie Cautjee, Your Right Honorable, Right Worshipful's very humble servant, reverently shows how he, petitioner, had sent the bill of exchange granted to him here under date of 19 March 1790 on the Government at Surat, for the 17500 rupees counted by him into the Company's treasury, to Surat with the ship Hindostan, and

Dutch transcription

694. 695. en door den sekretaris van Iustietsie. Dingsdag den 23 Maart 1740 zeer nedrige en onderdanige Dienaaren /was geteekend/ W: van Haeften in r„ Groenroodt /in marsine / Roetsiem den 13: Maart 1790 Het rapport wegens gedaane reekening en bewijs door den schretares van Iustiet „sie van verantwoorde gerechtigheeden in den tijd van ses maanden of Ieder primo September 1789: tot ult:o feb: Jl: Geresumeerd zijnde is verstaan het zelve hier te insereeren Rapport Gedaan maaken en Aan den wel edele gestr: Groot Achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands Indien mitsgaders Gouverneur en Direk„ teur van de Ruste Mallabaar door de ondergeteekende Justietsieele Leden overgegeeven, inhoudende reekening bewijs en reliqua van de administraatsie van den sekretaris van Justiel„ In nedrige opvolging der Hoog Ge„ „venereerde order van Hunne Hoog Edel„ „heeden vervat bij Extrakt Resoluutse van het Gebesoigneerde en Geresolveerde in Raade van Indien sub dato 23. ' Iulij 1736: de ondergeteekende gekom„ „mitteerd geworden zijnde om door boo= „vengemelde sekretaris te zien doen, reekening bewijs en Reliqua van zijn onder hebbende adminis„ „traatsie hebben dezelve na genoo„ „mene Examinaatsie bevonden, dat onder ult=o Aug=s Anno passato geen kontanten onder gemelde sekretaris berustende zijn gebleeven waar na het zedert princo Septem „ber daar aan tot ultimo februari Jongstleeden sukcessivelijk weegens 's Heeren gerechtigheid van verkochte Dingsdag den 23 Maart 1790 „sie Andreas Henrich Schacht. Weledele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer „sie Huisen 696. 697. twee maanden gasie voor zijn Equipasie. besluit het verzoek toe te staan. Huisen en erven ontvangen zijn ses. honderd, negenen negentig en een quart ropijen, Heeft hij wijders aan ons ver„ „toond, een quitantsie van den E: Kas„ sier M=r Jan Willem Hendrik van Rossuin, van ultimo feb: evengemeld, waar bij blijkt dat in skomp:s kleene geld Kassa behoorlijk zijn betaald, de voormelde 699¼. ropijen: zoo dat het ingekoomene sedert primo September vergangen Iaar tot ultimo feb: Iongst leeden met den uitgift akhordeerd en met laast gem: dato geen kontan „ten onder hem zijn berustende waar meede hoopen wij te hebben voldaan aan boven gemelde Hoog gevenereerde order blijven met Eerbied /onderstond/ weledele, gestrenge groot achtbaare Hoog gebeedende Heer uier weledele gestrenge groot achtb: onder„ danige en gehoorzaame Dienaaren was getst/ I: G: Meeller en Dan: V: D=r sloot /in marsine/ Roetsiem den 15: Maart 1790 Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Dingsdag den 23' Maart 1790 Dingsdag den 23 Maart 1790. Mallabaar ter Steede Roetsiem ten daage, maand, en Iaare voormeld /was geteekend/ P: G: van Angelbeek, P: L: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: van Rossum, I: A: Cellarius, WV:V: Haeften I: B: Eversdijck Resoluutiie genoomen bij rondvraage Dingsdag den 30 Maart 1790 Alle prezent kap: Saanodek oper verzoekt Op het daar toe bij een request ge„ „daan versoek van den kapitain van het schip Demerari Ian Laardekoper om twee maanden Gasie voor de Equipa„ „sie van zijn schip: zoo wel Europeeschen als sineezen, is bij schriftelijke rond„ „vraage goedgevinden en verstaan Mallabaar die 698. 699. wissels in steede van Dingsdag den 30 Maart 1740 Die twee maanden gasie aan dezelve te laaten verstrekken en het request „hier bij te insereeren Aan den Weledelen Gest: Groot achtb Heer Johan Geraid van Angelboek gouverneur en Direkteur van de Kuste mallabaar Den ondergetekende Capitain van Z8 d Comp:s schip Demierarij verzoekt aan uw Ed: groot Achtb: op het aller nedrigst om voor zijn schepelingen bestaande in 84: Europesen en 25. Chineesen twee Maanden Gasie te laaten verstrekken Hier meede zal uw Ed: Groot Achtb: ten hoogste verpligten die de Eere heeft zig met de uijtterste veneratie te noemen /onderstond Uw Ed: groot achtb ootenoedig D=r /was geteekend/ 3: Paarde kooper /in margine/ Koetsien verloorene verleend. Woensdag den 31: Maart 1790. Door den Parse Lestentsjah Kan-tsjah ingediend zijnde een request, behelsende Rasolatttsa genoomen bij Weege van Rondvraage Dingsdag den 30 Maart 1790 den 30=e Maart 1790: Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Mal„ „labaan, ter steede Roetseem ten daage„ maand, en Iaare voormeld /was get/ Z: G: van Angelbeek, P: L: van Spall, G: g: Gebhardt, I: W: H: van Rossum I: A: Cellareus, W: van Haesen A= Lenel en S: A: Eversdijck den verzoch 700 701. Woensdag den 31 Maart 1790 verzoek om nieuwe wissels op de Reegering te soeratte te„ „hebben voor de hier in kas getelde 17500: ropijen, in steede van de daar voor in duplo verleenden sub dato 19e deeser die met het schip Hindosten ver„ „zonden en daar meede verbrand waaren: zoo is bij schriftelijke ronds „vraage goedgevonden en verstaan dat verzoek bij deezen toekstaan mets bij de nieuwe wissels ex„ pres bekend gesteld worde dat voor dat geld reets een wissel verleend geweest en met gemelde schip verbrand is, en dat hier van ook be„ „hoorlijke mentsel gemaakt werde, bij het advis briefje, de heeft reverentelijk te kennen de E Persiaan Lestentjie Cautjee uwel edele Gestrenge groot achtbaare zeer onderdanige dienaar, hoe hij suppliant de Aan hem alhier verleende wissel sub dato 19:' Maart 1790:- op de Regeering te Soeratta, voor de door hem in shomopenies kas getelde 17500: ropijen met het schip Hindostan naar Soeratta had Wel Edele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Aan den Weledelen Gestr: Groot Achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands India, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar Woensdag den 31:' Maart 1790 en is wijders verstaan, het voormelde request hier bij te insereeren. en gezonden

NL-HaNA_1.04.02_3897_0373 view scan ↗

English

702. 703. Wednesday the 31st of March 1790 Further request from Captain Coblijn for rations. sent, but that the said ship off Tellicherry unfortunately caught fire, whereby the petitioner finds himself deprived of his bills of exchange; therefore the humble petitioner takes the liberty humbly to beseech Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worships to favour him with other bills of exchange in place of the burnt ones, for which proof of favour he will remain infinitely obliged to Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Worships. Beneath stood: Doing which. Was signed with some Persian characters by Lestentjie Cautjie himself. In the margin: Cochin, the 31st of March 1790. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. J. Gebhardt, J. W. H. van Rossen, J. A. Cellarius, W. van Haasten, Arnoldus Lunel, S. A. Eversdijck. Thursday the 1st of April 1790 Present all, except the Pay Bookkeeper Eversdijck, being engaged in the service. Resolutions Taken in the Council of Malabar at the city of Cochin. As the Captain of the ship Vreedenburg, Albert Coblijn, has further made known by petition that of the rations received at Batavia for nine months for the voyage to Surat, he has made distributions every first of the month since last August, and at present has only been able to issue for fourteen days, it is, upon his repeated request, approved and resolved to let the said ship be provisioned for seventy-four hands with butter, meat, candles, cotton, tamarind, and firewood for the period of three months, and in place of the requested ration of pork, which is not in stock, meat, and in place of the requested olive oil, butter, and to insert the petition herewith. 704. 705. Thursday the 1st of April 1790 Decision to supply it. To the Right Honourable, Highly Esteemed Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies and Governor and Director at Cochin. Right Honourable, Highly Esteemed Sir, The undersigned Captain of the Company's ship Vreedenburg, presently lying here in the roads, makes known to Your Right Honourable, Highly Esteemed Worship with all submissive respect that since the first of August 1789 he has already made distributions from his consumption supplies received at Batavia, of which eight months have now already passed, having also had some spoilage in those consumption supplies, and has presently only been able to supply for 14 days, being the last of the provisions; and at Colombo was again newly supplied for 3 months, except for butter, sweet oil, pork, meat, candles, cotton, tamarind, and firewood for 74 seafaring hands, which remained in shortage there. Wherefore he most humbly solicits Your Right Honourable, Highly Esteemed Worship to be permitted to be provided with 3 months of the said rations for 74 seafaring hands. Wherewith having the honour to be with due respect, Right Honourable, Highly Esteemed Sir, Your Right Honourable, Highly Esteemed Worship's humble and obedient servant. Was signed: A. Coblijn. In the margin: Cochin, the 1st of April 1790. 706. 707. Thursday the 1st of April 1790 Request of Anta Settie to send the cotton to Batavia. There was read a petition from the merchant and farmer of the alfandega, Anta Settie, wherein he makes known that in the past financial year he already suffered losses on the tax farm, and that in this year, on account of the war, the inland trade here had noticeably diminished, wherefore he feared he would have to suffer great losses; requesting therefore that he might be permitted to send one hundred and fifty candeels of cotton freight-free to Batavia on one of the Company's ships, and also to recommend that this cotton might be imported at Batavia free of duty, in order by that means to recoup the loss that he would have to suffer on the farm. Whereupon, it being noted that the statement of the farmer regarding the standstill of all domestic trade and dealings contains the absolute truth, of which the decline of the tax farm is a very natural and inevitable consequence; so it is, after deliberation, approved and resolved to grant him permission to send the 150 candeels of cotton to Batavia on one of the Company's ships, but to present his request for exemption from freight and tolls favourably to Their High Excellencies, the Supreme Government of the Indies, and to insert the petition herewith. To

Dutch transcription

702. 703. nader verzoek van kapi„ Woensdag den 31: Maart 1790 gezonden, doch dat gemelde schip op de hoogte van Lalleserie onge„ „lukkiglijk in de brand is geraakt waar door den suppt zich van zijn wissels beroofd ziet, dierhalven neemt den nedrigen supp=t de vrij„ „heid Uweledele gestrengen groot acht= „baare ootmoedig te smeeken om hem te begunstigen met andere wessels in steede van de ver„ „brande, voor welke gunst bewijzen gen hij Uweledele gestrenge groot achtbaare Oneindig zal verplicht blijven /onderstond / T: welk Doender/ was geteekend/ met eenige Persiaan„ „sche Karakters / door Lestentjie Cautjie „zelfs gesteld /in margine/ koetsiem den 31: Maart 1790:— Aldus Gedaan Deresolveerd en Gearresteerd; in Raade van Mal„ „labaar ter steede Roetsiem, ten Door den kapitain van het schip „tain Coblijn om randsoen. vreedenburg Albert Coblijn, bij Request nader te kennen gegeeven zijnde dat hij van de te Batavia ontvangene rantsoenen voor negen maanden voor de reize naar Soeratte, het Ieder p=mo Donderdag den 1:e April 1740 prezent alle, behalven De soldij boekhouder Eversdijck, als in den dienst geonkuipeerd Resolutiesie Genoomen en Raade van Malabaar ter steede Roelsiem Woensdag den 31 Maart 1740 daage, maand en Iaare voormeld /was geteekend/ I: G: van Angelbeek, I: L: van Spall, G: J: Gebhardt, I: W: H: van Rossen, I: A: Cellarius, W: van Haasten, Arnold=s Lenel„ S: A: Evasdijck. daage Aug=s 704. 705: Donderdag den 1:e April 1790 besluit om het te verstrekken. Donderdag den 1=' April 1790 Aug=s J=oleeden verstrekking gedaan heeft en thans maar voor veertien dagen heeft kunnen verstrekken, zoo is op zijn herhaald verzoek goedgevon„ „den en verstaen, aan het gem: schip voor vier en zeeventig koppen, Boter, vleesch, kaarsen, kattoen, Tammerinde en Brandhoudt, voor den tijd van drie„ „maanden en in steede van het verzogte rantsoen van spek het welk niet in voorraad is, vleesch en in steede van de verkochte olijven olij, boter te laaten verstrekken, en het request hier beij te insereeren Aan den Weledelen Groot Agtbaare Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands Indien en Goeverneur en Direkteur te Coelsiem W=- h=r V=r Wel Edele Groot Den ondergetekende Cap=tn van het tans alhier ter Reede Leggende 'sComp=s schip Vreedenburg uwel Ed: groot agtbaare met alle onderdanige Eerbied te kenne geevende dat hij zeedert den Eerste Augustus 1789:, reets van zijne ontvange Comsunisie te Batavia verstrekt heeft, waar van Nieuw reets ligt maande van om zeijn ook Erigen spelasie In die comseunsie gehad hebbende en tans voor 14: daage maar heb kunne verstrekken, zijnde het Laaste van de Consumtie En op Colombo weeder op Nieuw voor 3: maande verstrekt heeft gekreegen Excopto. booter soete olij, spek, vlees, kaarsen, Cattoen, Lammarende, En brandhoud voor 74. koppen zeevaarende het welk aldaar schit Per Restant was weshalven Uwel Edele Achtb: Heer Achtb groot 706. 707. verzoek van tnta settie den katoen naar Batavia te zenden. Donderdag den 1 April 1790 groot Agtbaaren op het aller nedrigs= sollescieteeren om voor 3: maanden van gemelde Randsoene voor 74 koppen zeevat„s te mooge worde verdoen waarmeede de Eer hebben met schuldige Exrbeed te zijn /onderstond/ Weledele groot Achtbaare Heer, Uwel Edele Groot Agtbaar D: W: Gehoorzaame Dienaar (was ge„ teekend/ A: Coblijn /inmargine/ koetsern den 1: April 1790. — werd geleezen een request van stomp koopman en Lachter van de alfandige Ant sellij waar bij hij tekennen geeft, in het ver„ „leeden boekjaar reets bij de pacht schaade toegestaan te hebben geleeden, en dat in dit Iaar wegens den oorlog de binnenlandsche handel alhier merkelijk verminderd was, waar door hij vreesdere groote schaade te zullen moeten lijden: ver¬ „zoekende derhalven, dat aan hem ge permitteerd mogt worden, met een van s komp:s scheepen een honderd en vijftig Donderdag den 1 April 1790 kandijser kaltoen vragt vrij naar Batavia te zenden en teffens om voorschrijven, dat dit Kattoen te Batavia tot vrij mogt ingevoerd werden, om door dat middel de schaade die hij op de pacht zoude moeten lijden weeder intehaalen waar op aangemerkt zijnde, dat het voor geeven van hem Lachter nopens het stilstaan van alle handel en wandel binnen slands de zuivere waarheid behelst, waar van het verval der pacht een zeer natruurlijk en onvermijdelijk gevolg es: zoo is na deleberaatsie Goed„ gevonden en verstaan, aan hem per„ „missie te verleenen, om de 150. kan„ dijlen kattoen met een der komparies scheepen naar Batavia te mogen verzenden, doch zijn versoek om vragt en tolvrijheid aan Hunne Hoog edelheeden de Hooge Indesche Regeering favorabel voor te draagen, mitsgaders het requeest hier bij te insereeren handijlen Aan

NL-HaNA_1.04.02_3897_0376 view scan ↗

English

708. 709. Thursday the 1st of April 1790 To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Council of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Malabar Coast and its dependencies. Right Honorable, Highly Commanding Lord, The Company merchant and farmer Anta Settij, residing outside this town, reverently makes known how, upon entering into the alfandiga lease for this financial year in the past month of August at the public auction then held, the petitioner made known to Your Right Honorable and the Council his suffered losses in the past financial year on the said lease, on account of the meager import of goods and poor shipping, which had arisen due to wartime movements. However, upon Your Right Honorable's assurance that more vessels would arrive this year, and that care would be taken that the petitioner should not suffer any loss, he, relying on that trust, farmed the alfandiga lease for the sum of eighteen thousand rupees. That, since then, not only has shipping significantly decreased due to the present war, but also the supply of goods from other places has been hindered by the Kings, and the remaining merchants here, out of fear of difficulties, have likewise refrained from trade; and as the petitioner thereby comes to suffer much loss, he turns to Your Right Honorable, humbly begging to permit him to send one hundred and fifty candies of cotton to Batavia on one of the Company's ships free of freight, and 710. 711. Written to Travancore regarding the sale of pepper to the Portuguese. To await the King's reply. Report on the shipment of pepper. to favor him with His Honor's favorable letter to the High Indian Government in Batavia, so that the 150 candies of cotton may be sold there duty-free onshore, in order that by this means he may recoup his losses on the farmed lease of this financial year through Your Right Honorable's gracious benefaction. Awaiting hereupon a favorable and favorable reply. (Below stood:) Which doing, etc. (Was signed:) with some Malabar characters set down by Anta Settij himself. (In the margin:) Cochin, 30 March 1790. It was communicated by the Governor to the assembly that, pursuant to the resolution taken on the 23rd of March last, His Honor had written to the King of Travancore in serious terms regarding the selling of pepper to Portuguese ships, and had thereby admonished him to fulfill the contract with the Honorable Company; but that another letter had been received from Porca with the report that the Portuguese ship Sao Tiago Maior had already begun loading pepper, and that its captain had contracted for 1500 candies of pepper at 142½ rupees per candy, and that the other ship mentioned in previous letters was named Estrela da Alva, without adding whether and where it would load pepper. Whereupon, the matter being deliberated, it was approved and understood first to await the King's reply to the aforementioned letter of the Governor, and thereupon to decide further what is necessary; while it was furthermore resolved to insert here the draft of the letter written on this matter by the Governor to the said King, to wit: Draft 712. Thursday the 1st of April 1790 Draft letter written by the Right Honorable Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore, the 23rd of March 1790. I have been informed that 10 vessels with pepper from the provinces of Anamalai in Changanacherry have been brought to Chambakulam and from there to Alleppey, and are being loaded into a Portuguese ship; also, another Portuguese ship is lying at [illegible], which will likewise load pepper. This is a manifest breach of the treaty between the Company and Your Highness, which I had all the less expected, as the Company on its part on every occasion gives proof to Your Highness of its friendship and sincere fidelity in upholding the alliance. I am therefore obliged to address Your Highness earnestly on this matter and hereby to make serious representations against it as being contrary to the clear letter of the alliance, with the request to cease such unlawful trade and to deliver the pepper growing in Your Highness's country to our Company according to the said treaty. I request hereupon a speedy reply from Your Highness, and at the same time to be informed of Your Highness's welfare. May God preserve Your Highness. (Below stood:) Translated thus into Malabar by me, Cochin, date as above. (Was signed:) J. M. Kruys, sworn translator, as the Assistant Christiaan Karel 713.

Dutch transcription

708. 709 Donderdag den 1:e April 1790 Aan den Weledelen Groot achtbaaren Heer Johan Gerad van Angelbeek Raad Ordenair van Nederlandsch Indien Goeverneur en Directeur ter Kieste Mallabaar en Resorte van dien Rd=t Weledele Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer Heeft reverentelijk te kunnen de Skompanies koopman en Lachter Art Letlij woonachtig buiten deeze stad hoe hij suppt bij het aanvaarden van de Al„ fandigo=pacht van dit Boekjaar in de gepasseerde maand Atug=ts bij die gehou„ „dene publike vendulsie aan uw wel edele groot achtb. en den Raad bekend gemaakt heeft zijne geleedene schaade in het gepasseerde Boek jaar op eenen gem pacht, wegens den Loberen invoet van goe„ deren en slechte vaart, die door de oorlog Donderdag den 1:e April 1790 beweegingen ontstaan waaren; Doch op uw Weledele groot achtbaare verzee„ „ring, dat dit Jaar meen vaartuigen ko„ „men zoude, en zorgen zoude dat de supp=t geen schaade zal komen te lijden, hij op dat vertrouwen de Alfandigo-pacht ge„ meind heeft voor de somma van agt„ tienduizend ropijen, Dat, zeder niet alleen door den tegenwoordigen oorlog de vaart merklijk verminderd, maar ook den aanbreng van goederen van andere plaatsen door de Koningen verhin„ „derd was, en de overige kooplieden alhier uit vreese voor moeilijkheeden ook van den handel afgezien hadden, en wijl die supp=t hier door veele schaade komt te lijdene: zoo keerd hij zich tot uw weledele groot achtbaare ootmoe„ dig smeekende, hem te permitteeren met een van 'skomp: schepen honderd en vyftig Kandijlen kattoen naar Batavia zonder vragt te zenden en beweegingen net 700. 711. Aan Trevankoor is voor den verkoop om peper aan Portugeschen geschreeven. van den koning aftewachten. bericht van afscheep van met Hoogst deszelfs Gunstige aanscheij„ „ven aan de Hooge Indiesche Regeering te Batavia te begunstigen, op dat de 150: kandijsen Katoen aldaar zal= vrij aan de wal verkoopere man om door de middel zijne schaade op de gemeinde pacht van dit BoekJaar door Uw wel Edele groot achtbaare grasieuse weldaad inhaalen ken„ verwachtende hier op een gunsteg in facorabel antwoord /onderstond / Twelk Doende w /was get:/ met eenige Bur„ Jaanse Karakters door Anta Sittij zelfs gesteld /(inmarsine/ Koetsiem den 30 Maart 1790. werd door den Heer Goeverneur aan de vergadering gekommuniceerd, dat zij Ed: ingevolge het op den 23: Maart Vleeder genoomen besluit aan den koning van Treeankoor in ernstige termen, nopens het verkoopen van peper aan Portiegee „sche schepen geschreeven en daar bij Donderdag den 1. April 1740 Donderdag den 1: April 1790 tot het nakoomen van het kontrakt aan d'E: koompanie vermaand had, doch dat van Porka weder een brief ontvan„ „gen. was met het bericht, dat het Portu„ „geesch schip S=t Sago Major reets begon„ „nen had peper te laaden en dat dies Kapitain 1500: - kandijlen peper gehou„ „trakteerd had tegen 142½ ropij het kandijf en dat het andere schip, waar van bij voorige letteren gewag gemaakt was Estrela de Alva genaamd was, zonder daar bij te voegen, of en waar het zelve peper laaden zoude, waar op besluit het antwoord gedelibereerd zijnde, werd goedgevonden en verstaan, het antwoord van den ko„ „ning op den voorm: brief van den Heer goeverneur eerst aftewachten en als dan het nodige nader daar op te be„ „sluiten, terwijl alverder beslooten werd het opstel van den brief van den Heer goeverneur aan gem: koning hier over geschreeven, hier te insereeren tot konsipt peper. 712. Donderdag den 1:e April 1790 Konsept brief door den Weledelen Gestrengen Groot achtbaaren Heer Goevern Johan Gerard Van Angelbeek geschreeven aan den koning van TrevanKoor, den 23: Maart 1790 Ik ben onderricht dat 10: vaartuige niet peper uit de provincienen Anamal in schanganaseri naar Tjambakolon en van daar naar Alepe gebragt zijn, en in een Portugeesche schip gelaaden worden, ook ligt noch een Portu geer sche schip op Loendorae, het welk ook peper laaden zal Dit is een openbaare inbreuk van het Traklaat tusschen de kompenie en uwe Hoog „heid, die ik te minder verwacht had, wijl de kompenie van haare zijde bij alle geleegenheid van uwe Hoogheid blijken van haare Vriend Donderdag den 5. e April 1790 „schap en oprechte getrouwigheid in het onderhouden van het verbond geeft, Ik ben derhalven verplicht uwe Hoogheid hier over ernstig te onderhouden en daar tegen, als te„ „gen, als tegen den klaaren letter van het verbond strijdende bij deezen, ernstige representaatsie te doen met verzoek om zulken ongeoor„ „loofden handel te staaken en de peper in Uw Hoogheids land vallende volgens het gem: trak„ laat aan onze kompence te leeveren, Ik verzoeke hier op van uwe Hoogheid een spoedig antwoord, en mij tevens den welstand van uwe Hoogheid te bedeelen, God Bewaare uwe Hoogheid (onderstond/ zoodanig door mij in 't Malab=s over„ „gezet, koetsiene dato als vooren /was geteekend/ I: M. Zruijens ge Cranslateur wijl de Assistent Chrestiaan Karel schap van E 713.

NL-HaNA_1.04.02_3897_0379 view scan ↗

English

714. 715. van der Wall admitted into the number of clerks. Resolution to send the ship Vreedenburg to Tuticorin. The ship Geldria was hired last year, and six hundred rupees advanced from it for repairs. A bill of exchange thereof sent to Coromandel, but received back under protest. Thursday, the 1st of April 1790. The recruit van Heenen, who according to the honored Batavian dispatch of 10 September last was destined for this government, not having arrived here, and by the promotion of the sworn clerk Schacht to first clerk, and of the assistant van der Poel to sworn clerk, one clerk is missing from the fixed number; it is therefore approved and understood to admit the recruit Bartolomeus Jacobus Dirk van der Wall into the fixed number at the secretariat, and to recommend him favorably for obtaining the deed of assistant. Thursday, the 1st of April 1790. The chief of the Madura Coast, the honorable Martinus Mekern, having made known by letter of 26 March today to the governor that a large quantity of paddy was lying at Punnaikayal, which could not be preserved there, wherefore he requested that a ship might be sent from here for its transport to Colombo; it was therefore approved and understood to let the ship Vreedenburg depart as soon as possible for the roads of Punnaikayal. Furthermore, the governor communicated to the honorable members that in the past spring the small vessel Geldria, belonging to the merchant and chief of Sadraspatnam, Hendrik Willem Graave van Bijland, had arrived here and was hired for the Company to convey a cargo of rice to Ceylon; that the captain of the same, Joseph Kingsmill, had received six hundred rupees in deduction of the freight for a repair, 716. 717. Thursday, the 1st of April 1790. repair, but that meanwhile the season had advanced too far, wherefore the shipment to Ceylon was abandoned and a bill of exchange was taken from the said Kingsmill for the six hundred rupees drawn upon the aforementioned van Bijland, which was sent along with a letter of 16 April 1789 to the ministry of Coromandel for collection; but that the aforementioned ministers by letter of 11 November last had sent back that bill of exchange, because the repeatedly mentioned van Bijland had refused to honor the same with payment, for such reasons as he had presented on 8 September previously in the Council of Pulicat by a written protest, which document, having been forwarded by the repeatedly mentioned ministers and read in the Council, was found to read as follows: Thursday, the 1st of April 1790. Herewith, according to promise in the meeting of the 8th of this month of the Political Council, to produce the extract from the Cochin Council, which I have the honor to do hereby, and to which I fully refer myself, adding that, far from the noble Mr. van Angelbeek having been of any assistance to me, the contrary is evident, since His Honor has been able to tolerate, under his jurisdiction, that Captain Kingsmill sold my vessel, the ship Geldria, in a fraudulent and impermissible manner, without proof of ownership or any appearance of power of attorney; so that that government has been able to tolerate such a thing to the greatest damage of the shipowner, yea even without the attachment of the funds which was requested in the last meeting by the undersigned, 718. Remarks thereon. funds, or giving the undersigned any notice thereof by Tappal or otherwise; and that it is fully evident from the extract that those six hundred rupees were by no means given to serve any benefit to the shipowner, but that nothing else is intended than the restitution of 600 rupees, which were paid so loosely in advance on the accepted freight; for all these reasons, and in order not to enlarge further, not to demonstrate in what manner and for what reason he, Kingsmill, was obliged to sell his owner's ship, while everyone was aware that he, Captain Kingsmill, had not even a share in it, I say for all these reasons, the undersigned finds himself compelled to protest this bill of exchange, reserving the action which he thinks he can institute against those who have been able to tolerate that stolen property was sold with full knowledge and consent. Thursday, the 1st of April 1790. I request that this may be sent over in original form, and serve as an answer. Thus done at Pulicat on the [blank] September 1789. Was signed: W. B. G. van Bijland. Underneath stood: Agreed. Was signed: I. I. Hasz, first sworn clerk. Whereupon, deliberation having been held, it was remarked with regard to the protested bill of exchange itself that the advance of a portion of freight moneys to hired ships is a matter as customary as it is permissible, for which the owner or shipowner of the vessel is held liable, and that this especially applies in the present case, since the advanced money served for the repair of the ship in question; and it was consequently approved and understood to request the protested bill of exchange with the papers belonging thereto to 719.

Dutch transcription

714. 715. wall onder het getal pennisten opgenoomen. besluit om het schip vree„ „denburg naar Tutukorijn te zenden. uit verstrekt. Het schip Geldria is Den Aanquekeling van der van Heenen die volgens geëerde Bar „taviasche missive van den 10 sep „tember J=oleeden voor dit goeverne „ment bestemd alhier niet aange „koomen is, en door de optreeding van den gezeoorenen klerk schacht tot eersten klerk, en van den As„ „sistent van der Poel tot gezwoo„ „renen Klerk een Pennust aan het bepaalde getal mankeerd: zoo is goed gevonden en verstaan, den stanquee voorleeden Jaar ingehuurd. „keling aan de Een Bartolomeus Iacobus Dirk van der wall onder het bepaalde getal op de sekre„ „larij op te neemen en ter erlanging van de Assistents akte gunstig voor te draagen. Donderdag den 1:' April 1790 Door het opperhoofd van de Ma„ „dureesche Ruste DE. Martinues Mekera bij brief van den 26: Maart Heeden aan den Heer goeverneur te kennen gegeeven zijnde, dat te Ponekael Donderdag den 8=e April 1790 een groote partij Nelij lag; die daar niet koste bewaard blijven, weshalven hij verzocht, dat tot dies overvoer naar Kolombo een schip van hier mogt gezonden worden. zoo werd goed gevonden en verstaan, het schip Vreedenburg ten spoedigsten naar de rheede van Ponnekeil te laaten ver„ „trekken voorts kommuniceerde de Heer goeverneur aan D'E Leden, dat in het voorleede voorJaar het scheepje Geldria toebehoorende aan den koop„ „man en Opperhoofd van Sadraspat„ „nam Hendrik Willem Graave van Bijland, hier aangelandt en voor de Rompanie ingehuurd was, om een laading rijst naar Ceilon over te brengen, dat de kapitain van het zelve Ioseph Ringsmill, in en daar van 600: rop: voor mindering van de vragt ses hon„ „derd roppijen ontvangen had tot een reparaatsie 716. 717. kormandel gezonden. doch niet protest te rug ontvangen. Donderdag den 1=e April 1790 „reparaat see, doch dat middelerwijl de tijd te ver verloopen was, wes„ „halven men van de bezending naar Ceilon afgezien en voor de ses„ „honderd ropijen van gem: Ringsmill een wissel genoomen had op voor „melden van Bijland die nevens brief van den 16: April 1789: aan het een wissel daar van naar Ministerium van kormandel ter inpalening gezonden was; Doch dat evengemelde Ministers bij bried van den 11:e Nober: Hleeden die wissel terug gezonden hadden, door dien meerm: van Bijland geweigerd had denzelven met betaaling te hononeeren om zoodanige reedenen, als bij op den 8 september bevoorens in Raade van Palliakatta bij een schriftelijk protest had opgegeeven welk geschrift door meerm Me„ „nisters overgezonden en in Raade geleezen zijnde, bevonden werd Heer neevens volgens belofte in vergadering van 8. deezer Politie„ „quen Raad het Extroct te produceeren uijt den Cochimsen Raad, het welke de Eere hebbe te doen bij deezen, en aan dewelke Ik mij ten vollen refereere, met bijvoeging, dat wel verre den Edelen Heer van Angelboek mij van Eenige assistentsie geweest is, zoo blijkt het tegendeel, alsoo sijn Edele heeft kunnen tollereeren, on„ „der sijn gebied, dat de Cap:n Ringsmill op een frauduleuse ongepermet„ „teerde wijze mijnen Bodem het schip Peldria te verkoopen, sonder bewijs van eijgendom of Eenige schein van volmagtschap; zoo dat die Regeering zoo iets heeft kun„ „nen tollexeeren tot de grootste schaade van den Rheiden, La zelfs sonder de Aanteekening dewelke versogt is in de laatste vergaedering door den ondergeteekende: Donderdag den 1=e April 1790 Aldus luidende. Aldus penningen 718. namerking daar op. penningen te arresteeren, of den ondergeteekende eenige kennisse daar van te doen geeven per Tappas of an„ ders, en dat het ten vollen blijkt uijt het Extrakt, dat die seshonderd Ropijen geenzins gegeeven sijn om den Rheeder tot eenig nut te kunnen strekken, maar niet anders in bedoeld dan de Restitutie van 600: Ropijen, die op de aangenoome vragt voor uit soo los betaald zijn, om alle deeze Reeden en om mij niet breeder uijttelaaten niet aantetoonen op wal wijze en om wat reeden hij Ringsmilt ver„ plicht is geworden om seijn Rheeden schip te verkoopen, terwijl een ijder bewust was, dat hij Capt: Ringsmill selfs geen portie daar inhad, her zeg„ „ge van alle deeze reeden, vind zich den ondergeteekende gedwongen com deeze wissel te protesteeren, sig re„ „serveerende de actie die hij meend te kennen mistitueeren, teegens die, de„ welke hebbe kunnen tollereeren, dat gestoole goed met kennis en weeten „schap is verkogt geworden. Donderdag den 1:e April 1798 Donderdag den 1:e April 1790: versoeke dat dit in originalia mag overgezonden worden, en dienen tot ant„ woord. Aldus Gedaan te Palliacatta op den - . - . 7ber 1709 /was geteekend/ W: B: G: van Bijland /ondstond/ Akkor„ „deerd:/was geteekend/ I: I: Hasz E: g klerk Waar op gedelibereerd zijnde: zoo werd met opzicht tot de geprotesteerde wis„ „sel zelve aangemerkt, dat de voor„ uit verstrekking van een gedeelte van vragtpenningen aan ingehuurde sehe„ „pen eene zoo gebruiklijke als geoor„ „loofde zaak is, waar voor de Eigenaar of Rheeder van het vaartuig aan„ spreekelijk gemaakt word, en dat dit inzonderheid ook plaats heeft in het tegenwoordig geval, wijl het ver„ „schooten geld gediend heeft tot reparaat „sie van het schip inquestie, en werd dien volgende goedgevonden en ver„ staan, de geprotesteerde wissel met de daar toe spekteerende papieren versoekt aan 719:

NL-HaNA_1.04.02_3897_0382 view scan ↗

English

720. 721. Thursday the 1st April 1790 Accusation against the Lord Governor. Remark thereupon. continuation Thursday the 1st April 1790. to be sent to the High Indian Government and to request Their High Noble Lordships to order the collection of that money from the Coromandel Ministers. With respect to the accusation contained in that writing against the Lord Governor here, that he had tolerated within his jurisdiction that Captain Ringsmill had sold the ship Geldria in a fraudulent manner, and that stolen property had been sold with his knowledge and consent, it was remarked by His Honour: 1st That this accusation contained two different propositions, to wit, the one that Ringsmill had sold the vessel in a fraudulent manner, and the other that he, the Governor, had known, tolerated, and approved of this, whereof the first could be true without it following that the second must also be true, and that the aforementioned van Bijland had therefore been obligated to properly prove those two assertions, and that this not having been done, he, the Governor, could in this case suffice with the solemn declaration that he had obtained no knowledge of the sale of that ship, a declaration which His Honour now made in good conscience and, if it had been necessary, could have confirmed by oath. 2nd That no one being bound to prove a negative, His Honour merely for the sake of superabundance produced a secretarial declaration of the Portuguese Francisco Xavier Roquette continuation 722. 723. Thursday the 1 April 1790 Roquette containing that the Portuguese Captain Rodrigo Jose Loureiro, who at the same time lay with his small vessel in this river undergoing repairs, had chartered the ship Geldria from its Captain Ringsmill for three thousand rupees for a voyage to Madras, and had also departed with the same ship and with the repeatedly mentioned Ringsmill from this river, and furthermore another declaration from the Coastguard Johannes Wolff, containing that Loureiro had reported to him that he had chartered the said small vessel from Ringsmill, and that he, Wolff, had also reported this as such to him, the Governor; which declarations, having been read out in Council, were found to read as follows. Thursday the 1st April 1790 Appeared before me, Jonas van der Poel, sworn clerk of police and justice of this Malabar Government, present the witnesses to be named hereafter, the former Portuguese mate, now passenger, named Francisco Xavier Roquette, who, at the requisition of the Right Honourable, Rigorous, and Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of this Coast, and through the translation of the junior interpreter Leendert Cardozo, declared it to be true and truthful that on the 2nd May of the past year he departed from here in the capacity of mate with the ship Geldria, commanded by Captain Joseph Ringsmill, bound for Madras; that Captain Rodrigo Jose Loureiro aforementioned 724. 725. Thursday the 1st April 1790 had chartered the aforementioned vessel for a sum of three thousand rupees, which monies the above-mentioned Ringsmill had received here for the repair of the keel Geldria under his command; that just before the said ship set sail, it was proposed by the said Ringsmill to Mr Loureiro that he wished to avail himself of the fine opportunity of an English pattamar that lay ready to depart therewith for Bombay, since he, Ringsmill, having incurred many debts at Madras, did not consider himself safe there, just as he also effectively betook himself with his wife and goods into the aforesaid pattamar and actually departed therewith on the same day for the north; Thursday the 1st April 1790 that, however, the ship Geldria had continued its voyage to Madras; that he, the deponent, having arrived at Madras, was even present as a witness that the Count of Bijland, upon the rumour of the arrival of his vessel from Pulicat, came directly to Madras, and solemnly sold the aforementioned ship for eighteen thousand rupees to the above-cited Captain Loureiro; further, that the Count of Bijland, upon the first demand to settle the advanced three thousand rupees, was not willing to pay the same, but the matter having been clearly brought before the eyes of the said Count of Bijland and demonstrated, he had finally proceeded to the settlement: wherewith the deponent concluded this his rendered deposition with the declaration that

Dutch transcription

720. 721. Donderdag den 1:e April 1790 Geschuldiging tegen den Heer Goeverneur. armerking daar op. vervolg Donderdag den 1:en April 1790. aan de Hooge Indische Regeering te zenden en Hunne Hoog edel„ „heeden te verzoeken de invon„ „dering van dat geld aan de kor„ „mandelsche Minesters aan te bevrelen. Met opzicht tot de bij dat ge„ „schrift vervatte beschuldiging tegen den Heer Goeverneur al„ hier dat dezelve getolereerd had onder zijn gebied, dat de kapetain Ringsmill het schip Pldria op een frauduleuse wijze ver„ „kocht had en dat gestoolen goed met Rennis en weetenschap was verkocht geworden, werd door zijn Edele aangemerkt: 1:e Dat deeze beschuldiging twee verschillende proposietsien behelsde te weeten, d'eene dat Ringsmill- het vaartuig op een fraudulcuese wijze verkocht had, en d' andere dat hij Goeverneur zulx geweeten en getoloreerd en Goedgekeurd, had waar„ „ van de Eerste waar kost weezen zon „den dat daar uit volgde, dat de tweede ook waar moest zijn en dat voor„ „melde van Bijland derhalven ver„ plicht geweest was, die twee stel„ „lingen behoorlijk te bewijzen en dat dit niet geschied zijnde, hij goeverneur in dit geval zoude kun„ „nen volstaan met de gemoedelijke betuiging dat hij van den verkoop van dat schip Geene Kennies er „langd had, eene betuiging, die zijn Edele thans in gemoede deed en als het noodig Geweest waare, met eede zoude hebben kunnen bevestigen 2:e Dat niemand gehouden zijnde de negative te bewijzen, zijn Edele eenelijk ten overvloede produceerde eene sekretarieele verklaaring van den Portugees Francisco Lavier gecoloreerd Roquette vervolg 722. 723. Donderdag den 1 April 1740 Roqueeste behelsende, dat de Portu„ geesche kapitain Rodrego Ioze Laurerd, die ter zelver tijd met zijn scheepje in deeze revier lag te vertemmeren, het schip Geldria van dies Kapitain Ringsmill voor „drie duizend ropijn gekeuurd had voor eene togt naar Madras en ook met het zelve schip en met meermelden Ringsmill uit het deede revier vertrokken was, en voorts noch eene verklaaring van den Strandwackter Iohannes Wolff, behelzende, dat Lourers aan hem had op gegeeven, dat hij heet gemelde scheepje van Ringsmill gehuurd had, en dat hij Wolff det oorst zoodanig aan hem Goeverneur geras„ „porteerd had, welke verklaaringen in Raade op geleezen zijnde bevonden werden aldus te luiden. Donderdag den 7:' April 1740 Kompareerde voor mij Jonas van der Poel, gezwoorene klerk van polietsie en Iustietsie deezes mallabaarschen goevernements / present de natenoeme„ „ne geteigen/ Den geweezene Portu„ geesche stuurman thans passa„ „sier in naame Francisco Lavier Roguele, dewelke ter requiscessie van den Weledelen Gestrengen groot Achtb: Heer Iohan Gerard van Angel„ „beek, Raa Ordinair van Neder„ „lands Indien, goeverneur en Direk„ „teur deezer Ruste en door vertaaling van den Iong tolk Leendert Cardozo verklaarde waar en waerachtig te zijn, dat hij op den 2:e Mei anno passato van hier in qualitait als stuurman met het schip Geldria gekommandeerd door den kapitain Ioseph Ring smell vertrokken is naar Madras, dat den kapitain Rodrigo Ioze Lourero kompareerde gemelde 724. 725. Donderdag den 1:' April 1790 gemelde bodem afgeheeurd had voor een somma van drie duizend ho„ „pijen, welke penningen boven ge„ „noemde Ringsmill alhier ontvan„ „gen had tot reparaatsie van zijn onderhebbende kiel Geldria, dat even voor dat gem: schip onder zeil ging door gemelde Rengsmill gepro„ poneerd wierd aan den Heer Louxiro dat hij zich bedienen wilde van de schoone geleegenheid van een En„ gelsche Pattamaar die klaar lag om daar mede naar Bombaij te vertrekken, overmits hij Kings „mill op Madras veele schulden gemaakt hebbende zich aldaar met veelig agtede, gelijk hij ook effektied zich met zijn vrouw, en goederen in evengemelde pattamaar begeeven en daarmede werklijk op den zelfden dag naar de noord vertrokken was Donderdag den 1:e April 1790 dat echter het schip Peldria zijn reize naar Madras vervolgd had, dat hij attestants te Madras gekoomen zijnde zelfs als getuigen Jegenswoordig was geweest, dat de Graaf van Bijland op het gerucht van het arrive van zijn bodem van Paliakatta direk„ „telijk naar Madras was gekoomen, en voormelde schip plechtig verkocht heeft voor agttien duizend ropijen aan boven geciteerden kapitain Lourero, voorts dat de Rraaf van Bijland op de eerste aanmaaning om de verschootene drie duizend ropijen zulx niet heeft willen vol„ „doen, echter de zaak duidelijk onder het oog van gedagte Graaf van Bijland gebracht en gedemonstreerd zijnde, hij eindelijk tot de voldoening over ge„ gaan was: waar meede de Attestant deeze zijne verleende Attest fineerde met bittui dat ging

NL-HaNA_1.04.02_3897_0385 view scan ↗

English

726 728. April 1790 Thursday the 1st declaring that the same contains the pure and sincere truth, giving as reasons for his knowledge as stated in the text, remaining willing to further confirm what has been attested under oath if necessary. Thus done and passed at the Police Secretariat within the city of Cochin on the 24th of March 1790, in the presence of Godlieb Hendrik Bakker and Pieter Joost Rappes, clerks, as witnesses. The original minute of this document is properly signed. Below stood: Which I attest. Was signed: J. van der Poel, sworn clerk. Today, the 27th of March 1790, appeared before me, Arnholdus Lunel, Secretary of Police here, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Shahbandar Johannes Wolff, who, for the upholding of the truth 50 rolls of sailcloth 15 Dutch hawsers and 2 barrels of tar that the farmer of the revenue having demanded duty from him for those goods, he, Loureiro, had addressed himself to the deponent, Thursday the 7th of April 1790 and at the requisition of the Honorable, Strict, and Most Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast, acknowledged and declared it to be true and genuine that the Portuguese merchant Loureiro, having arrived here in the past year 1789 late in the month of April with his snow the Belle Union, transshipped the following goods from it into the ship Geldria, commanded by an Englishman named Joseph Ringsmill, to wit: and guardian 729. continuation that the deponent had answered him that since he had transshipped goods from one ship into the other, he also had to pay duty for them; that Loureiro had then replied that it might well be that it was the custom here to pay duty when goods were transshipped from one ship into another ship belonging to someone else, but that this ship Geldria had to be regarded as his own ship, since he had chartered it and would even depart with it himself; that the deponent, having informed the Noble Lord Governor of this case, his Honorable, Strict, and Most Esteemed Lordship had ordered that Loureiro must pay the duty according to custom, and that Thursday the 1st of April 1790 Thursday the 1st of April 1790 consequently half-duty was paid for those goods. The deponent ending this declaration given and granted by him with the assertion that it contains the pure and sincere truth. Thus done and declared within the city of Cochin, at the Police Secretariat, on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Cornelis Dirk Swabe and Godlieb Hendrik Bakker, clerks, as witnesses. The original minute of this document is properly signed. Below stood: Which I attest. Was signed: Arnoldus Lunel, Secretary. 3. That also the allegation of the aforementioned Van Bijland that his ship Geldria had been fraudulently sold here by Captain Ringsmill was a frivolous fabrication and a deliberate falsehood, because also because 730. 731. Thursday the 1st of April 1790 Van Bijland himself had sold the said vessel Geldria, after it had arrived at Madras from here, to the aforementioned Portuguese Loureiro under the name of Casamajor for eighteen thousand rupees, and had pocketed the money for it, as appeared from the declaration of the Chief Mate Roquette inserted above and from the handwritten declaration of the said Loureiro, which latter declaration also having been read in Council was found to read as follows: I, the undersigned Rodrigo José Loureiro, acknowledge: Firstly, that having arrived in the roadstead here anno passato and having met the captain of the ship Geldria, Joseph Ringsmill, I agreed with him, took over the said ship, Thursday the 1st of April 1790 and undertook the voyage with it to Madras, paying to him three thousand rupees toward the settlement of various expenses incurred for the same; that the said vessel departed from here under the command of said Ringsmill and was handed over to me the day after, and that he departed with his wife and goods on a pattamar for Bombay, alleging that for certain reasons he could not depart with me to Madras. Secondly, that upon my arrival at Madras the said ship was sold to me by Lord Willem Hendrik, Count of Bijland, who had come from Pulicat to Madras as soon as I arrived there, for the price of 18,000 Arcot rupees, on the 20th of May 1789, taken over under

Dutch transcription

726 728. April 1790 Donderdag den 1e „ging dezelve te behelsen, de Zuivere en oprechte waarheid: Geevende voor reeden van wetenschap als in de text over zulx bereid blijvende het geattesteerde des noots nader met eede te sterken Aldus Gedaan en de Gepasseerd, ter schretarije van polrelsie binnen de stad Koelsiem den 24: Maart 1790 in prezentsie van Godlieb Hendrik Bakker, en Pieter Ioost Rappes klerken als getuigen, Diminute deezes is behoorlijk getekend / onderstond /T welk getuigd /was getk:t / J=s van der Poel gestru klerk Heden den 27: Maart 1790 Kompareerde voor my Arnholdus Lunel, sekretaris van polietsie alhier /prezent de natenoemene getuigen/ den Sabandaar Iohannes Wolff dewelke tot voorstand der waarheid 50: rollen Zeildoek 15: Vaderlandsche trossen en 2: vaten theer dat de pachter van hem voor die goederen pacht begeerd hebbende hij Lourero zich bij den Allestant ver„ Donderdag den 7e April 1790 en ter requisietsie van den weledelen gestrengen groot achtb: Heer Iohan Gerard van Angelbeek Raad ordi„ „nair van Nederlandsche Indien mitsgaders Goeverneur en Direktaur van de kuste Mallabaar, bekende en verklaarde waar en waarachtig te zijn, dat de Portugeesche koopman Loureiro in het gepasseerde Iaar 1789 in het laast van de maand April met zijn snaauw de Belleunion hier zijnde, de volgende goederen daar uit overgescheept had, in het schip Geldria, gekommandeerd door een Engelsman Ioseph Ringsmiell genaamd als en voogd 729. vervolg „voegd had, dat de attestant aan hem daar op geantwoord had dat bij goederen uit het eene schip in het eene Schip in het andere overgescheept hebbende, daar voor ook pacht moest betaalen dat Lourero toen gerepli„ „ceerd had, dat het wel weezen konde, dat hier de gewoonte was pacht te betaalen wanneer goederen van 't eene schip in een ander schip iemand anders toebehoorende wierd overgescheept, maar dat dit schip Geldria moest aangemerkt wor„ „den als zijn eigen schip, wijl hij het zelve afgehuurd had, en ook zelfs daarmeede vertrekken zoude, Dat de Attestant van dit geval aan den Edelen Heer Goeverneur kennis gegeeven hebbende zijn wel edele Ge„ „strenge groot Achtb: geordonneerd had dat Lourero de pacht volgens de gewoonte moest betaalen en dat Donderdag den 1' April 1790 Donderdag den 1e April 1790 ook dienvolgende voor die goederen halve pacht betaald is. Endigende de Attestant deze zijne gegeevene en verleende verklaaring met betuiging dezelve te behelsen de Zuivere en oprechte waarheid Aldus Gedaan en verklaard binnen de stad Roelsiem, ter Le„ „kretarije van plietsie ten daage maanden, Iaare voormeld inpre„ „zentsie van Cornelis Dirk Swabe en Godliel Hendrik Bakker klerken als getuigen, Deminute deezes is behoorlijk geteekend /on„ derstond /'T welk getuigd /was geteekend) Arno Ed=t Leviel Schred=s 3. Dat ook het voorgeeven van meer„ „melden van Bijland, dat zijn schip Geldria door Kapitain Ringsmill alhier franduleuslyk was verkocht geworden, een frivot verdichtzel en eene opzettelijke onwaarheid was, door ook dien 730. 731. Donderdag den 1:e April 1790 dien van Bijland, zelve het gewveelde scheepje Aeldria na dat het van hier te Madras aangekoomen za aan den voornoemden Portugees Lourero onder den naam van Casa major voor agttien duizend ropijen verkocht, en het geld daar zijn voor in ^ sak gestooken had, het geen bleek bij de voorwaards gein¬ kreerde verklaaring van den Stuurman: Roquette en bij de eigenhandige verklaaring a gemelden Lourezs welke laaste almede in Raade geleezen zijnde bevonden wierd aldus te luiden Ik ondergeteekende Rodrigo Loze Loureiro, bekenne: Eerstelyk dat ik anno passato alhier ter „rheede komende en den kapitaine van 't schip Padria Ioseph Ringsnelt, ontmoetende, met hem heb verakkordeerd gem Schip Donderdag den 1' April 1790 overgenoomen en daar meede naar Madras de reize onderneemen hebben betaalende aan denzelven drie duizend ropijen tot afbetaaling van verscheidene onkosten aan het zelve gedaan, dat gem: bodem onder kommando van geinkings„ mill van hier afgegaan en sdaags daar aan mij overgegeeven is, en hij met zijn vrouw en goederen met een Pattamaar naar Bom„ baij vertrokken is: voorgeevende. dat hij om zeekere reeden met mij niet naar Madra's kost vertrekken Ten tweeden dat gemelde schip met mijn aankomst op Madras aan mij verkocht is, door den Heer Willem Hendrik Graaf van Kei„ „land, die van Paliakatta op Madras gedomen was, zoo dra ik daar arri„ „veerde voor de prijs van 18'000: -: Ar„ „katsche ropijen, op den 20 Maij 1739 overgenmen onder

NL-HaNA_1.04.02_3897_0388 view scan ↗

English

732. 733. Thursday the 1st of April 1790 under the name of Casa Maijor, according to the bill of sale signed by him. That this is the same ship that was called Peldria by the mentioned Captain Ringsmill, but that no difficulty was made over the dispute regarding the name, because it could be of no consequence whether the ship was named this or that, and that it is certain that when the aforementioned Ringsmell sold this ship to the mentioned Count van Bijland, it was called Casa Maijor, as appears from the written bill of sale dated 10 June 1788; further declaring that this is the same ship that I took from the mentioned Ringsmell, with which I departed for Madras, and upon the request made to me, I have passed this paper at Roetsiem, the 26th of March 1790 /was signed/ R: D: Lourero. 4th. That His Honour, in order to make this last proof as complete as possible, had requested and obtained from the mentioned Lourero the original bill of sale in the English language, which accordingly was also produced in this Council, and upon a confrontation held against the signature of the repeatedly mentioned van Bijland under the Company's letter from Paliakatte of 11 November 1789, was acknowledged and found by all members, one by one, to have been signed by the hand of the just mentioned van Bijland, with only this difference, that under the bill of sale Count de was placed instead of C: van, which bill of sale, having been translated from the English into the Dutch language by the fellow member of this assembly, Iohan Adam Cellarius, 734. 735. Thursday the 1st of April 1790 was found to read as follows: Be it known to everyone by this letter that I, Willem Hendrik Graaf van Biland, currently in Madras, merchant, owner of the ship Kasamaijor now lying at anchor in the roads of Madras, for and in consideration of the sum of eighteen thousand Arcot Rupees, duly counted out to me before the sealing and delivery of this document by Rodrigo Joze Loureiro of the same place, merchant, of which the named Willem Hendrik Graaf van Bijland acknowledges the receipt of this sum and of all parts thereof, doing clearly acquit and discharge the named Rodrigo Joze Loureiro, his heirs, executors, administrators, and assigns forever by this letter, have transferred, sold, assigned, and freely surrendered, as I do hereby transfer, sell, assign, and freely surrender to the mentioned Rodrigo Joze Loureiro, his heirs, executors, administrators, and assigns, the herein mentioned ship or vessel Casamaijor belonging to me, with all its masts, sails, yards, and anchors, cables, ropes, boats, oars, ordnance, gunpowder, cannonballs, tackles, apparels, ammunition, inventory, and other appurtenances left therein and belonging to the mentioned ship, and all my right, title, interest, or claim of whatever kind, to occupy and hold the aforementioned 736. 737. Thursday the 1st of April 1790 ship or vessel with its appurtenances, by him, Rodrigo Joze Loureiro, his heirs, executors, administrators, and assigns, for his and their use from now on forever, as fully as I, the mentioned Willem Hendrik Graaf van Bijland, possessed and enjoyed the same; and I, the mentioned Willem Hendrik Graaf van Bijland, bind myself, promise, and assure the mentioned Rodrigo Joze Loureiro, his heirs, executors, administrators, and assigns, for myself, my heirs, executors, administrators, and assigns, that I, the mentioned Willem Hendrik Graaf van Bijland, have not made or passed any deed whatsoever tending to the encumbrance of the mentioned ship or vessel; and I, the mentioned Willem Hendrik Graaf van Bijland, bind myself, promise, and assure the mentioned Rodrigo Joze Loureiro, his executors, administrators, and assigns, that I, the mentioned Willem Hendrik Graaf van Bijland, will at all times, upon the request or by order of the mentioned Rodrigo Joze Loureiro, his executors, administrators, or assigns, grant all such further deeds that may better enable him or them to obtain all benefits or advantages by or with respect to the herein mentioned ship or vessel for his or their behalf, and to confirm the sale of the mentioned ship or vessel, as shall be required in equity.

Dutch transcription

732. 733. Donderdag den 1=e April 1790 onder den naam van Casa Maijor volgens de koopbrief door hem onder geteekend, Dat dit het zelfde schip is dat door gemelden vervolg kap=t Ringsmill gen=d wierd Pel „dria, dork, dat over het geschil van de naam, geen zevaarigheid gemaakt hebbe, om dat van geen gevolg trekking kon weezen, of het schip sies of zoo genaamd was en dat het zeeker is, dat toen voormelde Ringsmell dit schip aan gem: Heer Rraaff van Bij „land verkocht had, gen=d was Casa Maijor, gelijk blijkt uit de schriftelijke koopbrief ged=t 10: Iuni 1788, verklaarende wijders dat dit het zelfde schip is het welk ik van gem: Ringsmell genoomen hebben waarmeede naar Madras vertrokken ben en op het verzoek aan mij gedaan, heb ik dit papier Donderdag den 1=e April 1790 Op Roetsiem gepasseerd, den 26: Maart 790: /was geteekend/ R: D: Lourero 4:/ Dat zijn Edele, om dit laaste be„ „wijs: zoo volstandig te maaken als mogelijk was, van gem: Lourero gere„ quireerd en verkreegen had den origineelen koopbrief in de Engelsche taale die over zulx in deezen Raade almede gepro„ „duceerd er bij aangestelde konfron taatsee tegens de handteekening van meermel, „den van Bijland onder 'Skomp:s brief van Paliakalte van den 11: Novem„ „ber 1789: door alle leeden hoofd voor hoofd erkend en bevonden werd, door eevengemelden van Bijland eigenhan„ „dig onderteekend teweezen, alleen met dit onderscheid, dat onder den koop brief Court de instelde van O: van gestelde was, welke koopbrief door het Medelid deezer vergadering Iohan Adam Cellaruus uit de Engelsche in de Nederlandsche taale overgezet zijnde 734. 735. Donderdag den 1: April 1792. zijnde bevonden wierd aldus te „luiden Bekende zij 't ijder een bij deer „zen brief dat ik Willem Hendrik Graaf van Biland teegenwoordig in Madras, koop„ „man Eigenaar van het schip Kasamaijor thans voor Ang ken leggende ter Rheede van Madras voor en in konsideraatse van de somma van Agttien duu zend Arkaalsche Ropijen, mij wel toegeteld voor het Zeegelen en overleeveren van dezen oud bij Rodrego Joze Loureco van dezelfde plaats, koopman, waar van hij de genoemde Willem Hendrik Graaf van Bijland eekent den ontvangst dezer somme en van alle deelen daar van doende klaarblijklijk ak„ „quitteeren in ontlesten genoem Donderdag den 1:e April 1790: „den Rodrigo Ioze Loureco zijne, Erven, Executeeren Administra„ „teurs en Lasthebbende voor altoos bij deezen brief, hebbe overgelaten verkogt aangeweezen, en vrij over„ gegeeven, gelijk ik bij deezen over„ „laate, verkoope, aanwijze, en vrij overgeeve aan Gemelden Rodrego Joze Laurero, zijne Erven, Executeurs, Administrateuren en Lasthebbende het hier in gemeld schip of vaartuig Casamaijor mij toebehoorende „ met alle zijne masten, zeilen, Raa„ „ en Ankers, Kabels, touwen, Boots, riemen, geschut, buskruit koogels, „takels, Apparels, Ammunietsie in„ „boel, en andere toebehoorens daar in overgelaten en tot het gemeld schip behoorende en al mijn Reeht, Zigtel„ Interesst of belang, eisch, op welke wijze 't zij hoegenaamd om voor„ „den „neld 736: 737. Donderdag den 1=e April 1798 „meld schip of vaartuig te bezetten en te houden met zijn toebehooren hij Rodrigs Ioze Laurero, zijne Erven, Executeurs, Administrateurs en Lasthebbende voor zijn en hunne gebreuik van helden af voor altoos zoo vol als in de gemelde Willem Hendrik Graaf van Bijland het zelve bezitte en genieten en ik de gemelde Willem Hendrik Graaff. Bijland varbende mij beloove en verzoekere aan gemelden Rodrigo Ioze Louhero zijne Erven, Execu„ „teuren, Administrateurs en Lastheb, „bende, voor mij zelve, mijne Erven„ Executeurs Administrateurs en Last hebbende, dat ik de gemelde Willem Hendrik Graat Bijland geene akte siels diergelijks gedaan of gepas„ „seerd hebbe, strekkende ter beslem„ „mering van gemeld schip of vaar„ „tuig, en ik de gemelde Willem Donderdag den 1:' April 1740 Hendrik Graaf Beijland verbende mij beloove en verzeekere aan ge„ „melden Rodigo Aze Lourers zijne Executeurs, Adminis tra„ „teurs en Lasthebbende, dat ik de gemelde Willem Hendrik graaf van Bijland, ten allen tijden op het verzoek of op Last van gemelden Rodrigo Loze Lou„ „rero zijne Executeurs, Admini„ strateurs of Lasthebbende alle zodanige verdere akten zal ver„ leenen, die hem of hen te beeter in slaat kunnen stellen ter verkrijging van alle benifeet„ „sien of voordeelen by of ten op„ „zegt van 't hier in gemeld schip of vaartuig ten zijnen of hunnen behoeve, en ter bekragtiging des verkoops van 't gemeld schip of vaartuig zoo als het naar bil„ „ligheid vereischt zal worden Hendrik der

NL-HaNA_1.04.02_3897_0391 view scan ↗

English

738. 739. Thursday the 1st of April 1790 to sell. Thursday the 1st of April 1790 In witness whereof I, the aforementioned Willem Hendrik Graaf Bylandt, have hereunto set my hand and seal in Madras aforesaid, the twentieth day of the month of May, in the year of our Lord one thousand seven hundred and eighty-nine was signed W: H: Count de Bylandt, and sealed in red wax. In the margin was written signed, sealed, and delivered, when no stamped paper was to be obtained, in the presence of was signed J: L: Beggle and Franco Xavier Roquete and sealed with their seals in red wax. Below was written Thus translated by me from the English language at Cochin the 1st of April 1790 was signed J: A: Cellarius. Upon all of which, having been attentively deliberated, it was approved and understood to bring this case with all circumstances under the attention of the High Indies Government, and to request Their High Excellencies for such striking satisfaction as Their High Excellencies, according to the atrocity of the accusation and the deliberate falsehood thereof against a Governor in his office and against a Member of the High Government, brought forward by a public document and in a full Council meeting, shall deem fit. From the report of the judicial commissioners who received the spices discharged from the ship Demerary, it having been observed that of the 1797½ lb. of ungarbled Nutmegs, 740. 741. Thursday the 1st of April 1790 110 lb. were worm-eaten, mite-ridden, and partly completely pulverized into dust, it was, on the proposal of the Governor—that if the same were sent, according to the order of Their High Excellencies, to Ceylon and from there in the autumn to the Netherlands, they would entirely perish, and that the Company's merchants, owing to the absolute lack of that kind of spice, had offered six rupees per pound, with the exception of the wholly unusable dust and powder—unanimously approved and understood to sell the said damaged Nutmegs, after separating the dust and powder, which shall be sent sealed to Batavia, for six rupees per pound, and to insert the aforementioned report below. To the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, By us, the undersigned commissioned judicial members, in the presence of the Fiscal Master Jan Willem Hendrik van Rossieur, were received from the cargo of the Company's ship Demerary the following spices brought for Surat, which by us, according to the Honourable Political Resolution dated 16 October 1788, the chests with Nutmegs and Cloves, and also the chests with single Cloves, were each weighed separately in gross, tare, and net pounds, and returned into their chests and closed up, after having previously garbled the Nutmegs, and the mite-ridden dust and powder, etc., were stored each separately in a distinct chest; however, the suckels with Mace, being found in good condition, were not opened pursuant to the latest highly revered order of 10 December 1789, but only weighed gross and as such, along with all the other spices, stored in the spice warehouse, the findings of which we let follow in detail below: Thursday the 1st of April 1790 Mace 743. Thursday the 1st of April 1790 Number Gross Suckels 1: 167 2: 163 3: 161 4: 165 4 suckels weigh 656 lb. gross together Nutmegs and Cloves in chests as follows: Chest Number Gross Tare Nutmegs Cloves Worm-eaten Nutmegs Stones, Chalk Dust and Powder 1 1 128½ 52 43 33½ - 12 - 1 - 2 1 2 133 56 49 28 - 13½ - 1 - 2 1 3 134½ 46 58½ 23 - 5¾ 1 - 1½ 1 4 147 49 66½ 31½ 6½ 1 1 8 1 5 133 52 50½ 30½ ¾ ½ 3¾ 1 6 147½ 55½ 60½ 31½ ¼ ½ 3 1 7 144 46½ 67 30½ 1 - ½ 5 1 8 150½ 53 67½ 30 - - - 1 9 149 52 65 32 2 - - 1½ 1 10 148 52 66 30 2½ - - - 1 11 169½ 55½ 82½ 31½ - - - 1 12 144½ 47½ 66 31 3 - - - 1 13 155 57 67 31 2 - ¼ - 1 14 142½ 48 64½ 30 4 - ¼ ½ 1 15 147½ 48 68½ 31 - - - - 1 16 136 56 69½ 30½ 3½ - 1 - 1 17 140 48 62 30 3 - - - 1 18 141 50 61 30 3 - - - 1 19 142½ 48 64 30½ 3½ - - 1½ 1 20 152 48 73 29 2¾ ¼ ¾ 1 21 151½ 54 69 30½ - - - - 1 22 146½ 51 66 29½ - - - - 1 23 151 47½ 73 30½ - - 4½ 1 24 144½ 56 58½ 30 - ½ - 1 25 150½ 54 66 30½ 1 - - - 1 26 148 57½ 60½ 30 4 - - - 1 27 142½ 46½ 66 30 4¼ - - 1 1 28 145½ 52½ 65 28 6 - 1 1 28 chests weigh 1797½ lb. Mace Thursday the 1st of April 1790 Cloves in chests as follows: Chest Number Gross Tare Cloves 1 1 145 56 89 1 2 138 49 89 1 3 142 52 90 1 4 141 53 88 1 5 144 50 94 1 6 140 49 91 1 7 142 53 89 1 8 144 55 89 1 9 138 47 91 1 10 136 50 86 1 11 136 46 90 1 12 137½ 47 90½ 1 13 150 53 97 1 14 138 46 92 1 15 138 53 85 1 16 143 49 94 1 17 140 48 92 1 18 154 57 97 1 19 151 50 101 1 20 142 53½ 88½ 1 21 143 51 92 1 22 143 50 93 1 23 136 46 90 1 24 140 55 85 1 25 131 47 84 1 26 134 43 91 1 27 142 54 88 1 28 146 53 93 1 29 147 51 96 1 30 151 55 96 2731 lb. which I carry forward 742.

Dutch transcription

738. 739. Donderdag den 7 April 1790 te verkoopen. Donderdag den 1:e April 1740 ter oirkonde dezes hebbe ik de voormelde Willem Hendrik besluit daar op. groot Bijland hier onder gekeart mijn handteekening en zeegel in Madias voornoemd, den twintigsten dag der maand maij, in 't Jaar onses Heere Een duizend seven honderd negen en tagchentcg /was get: W: H Court de Bijland, en ge zeegelt in roode wax (in marginee stond /geteekend/ gezeegeld / en overgeleevert, wanneer geen stempel papieren te krijgen was ter presentiie van (was get I: L: Beggle en Franc=o Ravier Roquete en gezeegeld met hum zeegel in rood wax (onderstond) Aldus door mij uit de Engel gesluit om vermolende „sche taale overgezet koet„ nooten van 6. rop: 't lb: hein den 1e: April 1790 (was get: I A Cillarius. Op al het welk met aandacht ge„ delibereerd zijnde, werd goedgevon„ „den en verstaan, dat geval met alle omstandigheeden onder het oog van de Hooge Indische Regee¬ „ring te brengen, en Hunne Hoog Edelheeden om zodanig exlatante satesfasitsie te verzoeken als Hoogst dezelven naar maate van de atro„ citeit der beschuldiging en van de opzetlijk valschheid van dezelve tegen eenen goevernement in zijn ampt en tegen een Lid der Hooge Regiering, bij een publiert papier, en in een volle Raads ver„ gadering ter baangebragt zullen bevinden te behooren Bij het rapport van Justietsieelen die de tut het schip Demerazij geloste specerijen ontvangen hebben gezien zijnde dat van de 1797½ lb: ongegarbileerde Nooten Mees„ o „kaaten 740. 741. Donderdag den 1 April 1790 „kaaten 110: lb: aangestooken vermij„ „terd en gedeeltelijk heel vergruits waaren werd op de proposietsie van den Heer Goe„ „verneur, dat dezelven indien ze volgens de order van Hunne Hoog edelheeden naar Ceelon en van daar in 't najaar naar Nederland gesonden wierden, ten eenemaal vergaan zouden en dat 'skhorr kooplieden mits het volstrekte gebrek aan dat soort specerij voor het pond ses ropijen geborden hadden, met uitzon„ „dering van het geheel onbruikbaare stot in greëes met eenpaarigheid van Stem men goed gevonden en verstaan, ge„ melde beschaadigde Nooten, na afzon„ „dering van het stot in gruis het welke verzegeld naar Batavile gezonden wor „den zal, voor ses ropijen het pond te vr „koopen en het voormelde rapport hier onder te insereeren Aan den Wel Edele Gestren„ ge Groot Achtbaare Heer Johan Gerard van Angelboek Raad ordinair van Nederlandt Indien Goeverneur en Direkteur Wel edele Gest: Groot Achtbaare Hoog gebiedende Heer Door ons ondergeteekende gekommitteerde Justeetsieele leeden, ten overstaan van DE fiskaal M=r Jan Willem Hendrik van Rossieur uit de laading van 'skomp:s schip De„ „mezarij ontvangen, de volgende voor Soeratte aangebragte specerijen, welk door ons volgens E: Politicq besluit de dato 16: 8ber 1788. de kesten met Nooten en Nagielen en ook de kesten met zempele Nagielen ieder afzonderlijk Bruto„ Parra, en Netto ponden gewoogen, en weeder in derzelver fiesten gevuld en toegemaakt Naar alvoorens de Nooten te hebben gegarbu= „leerd en de vermijterden stot en gruijs etc: ider afzonderlijk in een apparte kist geborgen, Edock de zoekels met foele als wel gekondielsiee„ neerd bevonden zijnde / ingevolge laatste Hoog g'eerde ordre van den 10 xber 1789 niet geopend, maar eenelijk Bruto Geworgen en zodanig neevens alle de andere specerijen in het specelij ktok geborgen Eder welkers bevinding wij hier onder in het Rreede Laaten volgen Donderdag den 7=e April 1790 ter Kutte Mallabaar met den resorte van dien ten Froeli „ - 743: April 1790 Donderdag den 1 Ns Bruto = Zoekels 1: 167 1: 1: 2: 163. 3: 161 4. 165 4: zoekels weegen 656: lb: brnto tezamen Nooten en Nagulen in kisten als kisten N=o Cruto Tarra Nooten Nagulen ofr mijl.s nooten sleenen kolk s tot 3 pruis 1:: . 1: 128½. 52: 43: 33½ -. - . . 12: - - - 1: - - 2: 1: 2: 133. . 56: 49: 28 - - - - - 13½ - - 1: - - 2: 1: 1: 1: 3:-. 134½ 46. - . 58½. 230 - - - - - 5¾ 1. 1: 4. 147— 49: 66½. 31½. 6½. 1: 1: 1½ 8— 50½ 30½ . 1: 5. 133 — 52. ¾. —½ 3¾ 60½ 31½ 1: 6: 147½. 35½ ¼ — ½ 3 — 67 - -. . 30½ 1. 7. 144 — 46½ 1: — —½ 5. 67½ 30 — 1. 8. 150½ 53 – —. — — 65 - 32 — 1. 9. 149 - 52 – 2 - - - - - „ 1½ 66 - - 30 – 1 10. 148 52 2½ —. —. — 82½ 31½ 1. 11: 169½ 55½ 66 – - 31. - - - 3 – – – —. —. – 1. 12 - 144½ 47½ 67 – 31 - - - 2 – - - - ¼. — — 1. 13 - 155 - 57 – 1. 14 –. 142½ 48– 64½ 30 - - - - - 4 – - - - -¼ —½ -– - . —. —. — 1. 15 – 147½ 48 – 68½ 31 – - 69½ 30½ – - 3½ - - - ƒ — — 1. 16 - 136 –. . 56 – 1. 17. 140 – 48 – 62 – 30 – - - - 3 – - - - - — . — 1. 18 – 141 – 50 – 61 – 30 – – - 3 – – – - - -„— — — 1:½ 64 – 30½ - - 3½ 1: 19 — 142½ 48 – —¼. —¾ 2¾. 7. 3 – 29 — 1 20 - 152 „ 48 – 69 — 30½ — - —. — . „ —. — 1 21:- 151½ 54 – 66 — 29½ 1: 22 – 146½ 51:– 73 – 30½ - — 1. 23 - 151 - 47½ 58½ 30 — 1. 24 — 144½ 56 – 1 23 – 150½ 54 – 66 – 30½ - - 1 — - 4½ 60½ 30 — 1 26 - 148 – 57½ 4¼ — — 1 66 – 30 — 1 27 - 142½ 46½ 65 — 28 — 1 28 — 145½ 52½ 179 2/5 57: Ed: 28. kesten weeg .. —. -. 4½ –½ — — — — 4 — —. — — 6 – - 1 - 1:— —. — ½ —— — Foeli Donderdag den 1=e April 1790 Nagulen in kisten als kesten N=o Brieto Zarra Nagulen 1: 1: 145. 56 89. 1. 2 138. 49. 89. 1. 3. 142. 52„ 90. 1. 4. 141 53 88 1. 5. 144. 50. 94. 1. 6. 140 49. 91 1 7. 142. 53 89 1. 8. 144. 55: 89. 1. 9 138. 47 91. 1 10. 136. 50. 86. 1. 11 136 46. 90 1. 12 137½ 47. 90½ 1. 13 150 - 53. 97 - 1. 14. 138. 46 – 92- 1. 15. 138. 53 - 85. 1: 16 143. 49 - 94. 1 17 140 48. 92. 1: 19: 154. 57. 97 1 19. 157. 50. 101 1. 20 142. 53½: 88½ 1 21: 143 - 51. 92. 1. 22. 143. 50 - 93 1 23. 136. 46. 90 1 34. 140: 55. 85 1 25. 131. 47 84 1. 26. 134. 43 91 1 27: 142 54. 88. 1 3. 8. 146 53. 93 1. 29. 147. 57: 96 1 30 157. 55. 9 /6 2731: ed: die Transporteere 742. 1: 7:

NL-HaNA_1.04.02_3897_0394 view scan ↗

English

744. 745 Thursday the 1st of April 1790 Thursday the 1st of April 1798 Chests No. Gross Tare Cloves 2731: Carried forward 1 31: 146: 55: 91: 1. 32. 140. 47. 93. 1. 33. 146. 42. 104. 1: 34. 144. 57: 93: 1. 35. 137. 48. 89. 1. 36. 143. 54. 89. 1. 37. 138 „ 46. 92. 1. 38. 138. 47. 91. 1. 39. 141. 52. 89. 1: 40. 145 52. 93. 1 41 136. 47 89. 1 42 140. 48. 92. 1 43. 130. 68. 102. 1 44. 132. 43. 89 – 1 45 140. 50. 90 1 46 138. 57. 87. 1. 47. 163. 62. 101. 1 48. 163. 61. 102.. 1 49. 148. 57. 97. 1 50. 137. 45. 92. 1 51. 140. 48. 92 „ 52 144. 52. 92 1 53. 142 50 92 1 54. 148. 54. 94 „ 55. 147. 53. 94„ 1. 56: 154 58. 96. 1. 57. 147 53„ 94. 1 58 141 45„ 96 1. 59 149 53 96. 1. 60 149 50½ 94: 5536: lb: to be carried forward Chests No. Gross Tare Cloves 5536: Carried forward 1: 61: 140. 47 93 „ 62. 144. 52 42 1 63 144. 50 94 1: 64. 141. 51 90 1 65: 147 52„ 95. 1 66. 137. 47. 90. 1 87 139. 50: 89 1 68: 153 54. 99 1 69 142 49. 93 1 70 154 54: 100 1 71 145. 52. 43 1 72 142. 52. 90 1 73 143 47. 96. 1 74. 154. 54. 100. 1 75. 146 50. 96. „ 76 140 50. 90. 77 144 50. 94. 1 78. 140 49 91 1 79. 152. 57: „ 101 1 80 151 48 103 1 81 140 57: 89 1 82 141 48. 93 „ 83 140 53 87 83 chests weigh . . 7694: lb Found in both sample chests 1. lb: Nutmegs 1 „ Cloves In the chests of Nutmegs and Cloves we found upon garbling 110½ lb: rejected Nutmegs 10½ lb: lime and stones and 15¼: ditto: dust and debris, this 746 747. Thursday the 1st of April 1790 Findings on the delivered coffee beans in the according following Surplus basket per cent invoice report drawn together with the good Nutmegs and one lb: for a sample amounts in total to 193 14/4 and according to calculation there ought to be of Nutmegs vreeden burg 2054: lb: which still gives a shortage of 119¼: lb In the chests with nutmegs are 11. lb: Cloves in excess, as according to the calculation 30: lb of Cloves was poured into each chest, or in 28. chests 840 lbs and in total found 851: lb: which surplus we found in the tare of the chests, through whose drying out the Cloves have increased. Likewise we found with the chests containing solely Cloves, in which according to calculation ought to be in 83: Chests 7624. lbs: and weighed out at 7694: lb: thus surplus 70: lb: makes with the one pound for a sample 71: lb together; we hope herewith to have accomplished our commission to the satisfaction of your Rigth Honorable, Venerable, and we have the honor to be underneath Honorable, Right Honorable, Venerable High and Mighty Lord, Your Right Honorable, Venerable, most humble and dutifully obliged servants signed P: Elstendorp, and D: V: d Sloot lower In my presence signed: I: W: H: van Rossuw in the margin Cochin the 1st of April 1790: gross 2848. lbs: containing with the 14: ditto weight the sample box that corresponds with the parcel The above-mentioned surplus being the permitted write-off copper test weight of 57. lb: from the ship Treikonomale Cochin the 29: March Anno 1790 signed J: L: v. Spall we the high honor of not the most dutiful members lb 2800 2744 - — 56 - 2: Ceylon coffee beans in 12: bags, weighing Findings on the delivered cargo brought here per the ship Vreedenburg from Colombo Namely In the Company's Trade Warehouse Thursday the 1st of April 1790. Having been submitted by the Honorable Chief Administrator Jan Lambertus van Spall a finding of delivered coffee beans brought with the ship Vreedenburg from Colombo: it was after resumption of the same approved and resolved to validate the shortage occurring therein of two per cent as being in accordance with the regulations and to insert the finding here below By 12 1— 1: — 1 — Is

Dutch transcription

744. 745 Donderdag den 1e April 1790 Donderdag den 1=e April 1798 Kisten N=r Breeto Farra Nagilem 2731: P=r Transport 1 31: 146: 55: 91: 1. 32. 140. 47. 93. 1. 33. 146. 42. 104. 1: 34. 144. 57: 93: 1. 35. 137. 48. 89. 1. 36. 143. 54. 89. 1. 37. 138 „ 46. 92. 1. 38. 138. 47. 91. 1. 39. 141. 52. 89. 1: 40. 145 52. 93. 1 41 136. 47 89. 1 42 140. 48. 92. 1 43. 130. 68. 102. 1 44. 132. 43. 89 – 1 45 140. 50. 90 1 46 138. 57. 87. 1. 47. 163. 62. 101. 1 48. 163. 61. 102.. 1 49. 148. 57. 97. 1 50. 137. 45. 92. 1 51. 140. 48. 92 „ 52 144. 52. 92 1 53. 142 50 92 1 54. 148. 54. 94 „ 55. 147. 53. 94„ 1. 56: 154 58. 96. 1. 57. 147 53„ 94. 1 58 141 45„ 96 1. 59 149 53 96. 1. 60 149„e 50½ 94: 5536: lb: die Transporteere Kesten No. Bruto Tarra Majulau 5536: P=r Transport 1: 61: 140. 47 93 „ 62. 144. 52 42 1 63 144. 50 94 1: 64. 141. 51 90 1 65: 147 52„ 95. 1 66. 137. 47. 90. 1 87 139. 50: 89 1 68: 153 54. 99 1 69 142 49. 93 1 70 154„ 54: 100 1 71 145. 52. 43 1 72 142. 52. 90 1 73 143 47. 96. 1 74. 154. 54. 100. 1 75. 146 50. 96. „ 76 140 50. 90. 77 144 50. 94. 1 78. 140 49 91 1 79. 152. 57: „ 101 1 80 151 48 103 1 81 140 57: 89 1 82 141 48. 93 „ 83 140 53 87 83 kisten weeg. . 7694: lb In bede monster kestje bevonden 1. lb: Nooten 1 „ Nagulen In de kesten Nooten en Nagulen hebben wij bij garbulaalsie bevonden 110½ lb: verwijterde Norten 10½ lb: kalk en steen en 15¼: ed: Htoff en gruijs dit bij 746 747. Donderdag den 1=e April 1790 bevinding van ui't gelee„ verde koffij boonen in't volgens volgand Meerder Mande p C=o faktuur rasfort bij de goede Nooten en Een lb: tot monster te zamen getrokken bedraagd in het geheel 193 14/4 en vol„ „gens aanreekening moet 'er aan Nooten weezen vreeden burg 20 54: lb: dat nog een minderheid geeft van 119¼4: lb In de kesteer met nooten zijn 11. lb: Nagulen meer „der alzoo volgens aanreekening in ider kist 30: lb Nageilen gestort is, ofte in 28. kosten Egoes en in het geheel bevonden 851: lb: welke meerderheid wij bevonden in de tarra van de kisten welkers indrooging de Nagulere hebben toegenoomen Insgelijks hebben wij bevonden met de kesten met sumpele Nagulen waarin volgens aan „reekening moest zijn in 83: Resten 7624. d: en uijt gewoogen met 7694: lb: dus meerder 70: lb: maakt met het eene Lond tot monster 71: lb te zaamen; wij verhoopen hier meede onze kommissie naar genoegen van uweled gestr groot Achtb: te hebben volbracht zoo hebben te zijn /onderstond/ wel edele Gestr: groot 3chlb Hoog Gebiedende Heer Ueled: gestr groot Hbbb zeer onderdaanige en trouw schuuldige dienaa„ „ren /was geteekend/ P: Elstendorp, en D: V: d Sloot /lager / Ten mijnen overstaan /was getee„ „kend /: I: W: H: van Rossuw /iamargine/ kotsiem den 1e April 1790: bruto 2848. ld: inhoudende met de 14: ad: heijt 't monster kasje dat met de parthij over een komt De bovenstaande Meorderheid zijnde de geper„ mitteerde afschrijving kopere proet gewegt van 57. lb: van 't schip Treikonomale Roetsaem den 29: Maart Ao 1790 /:wat get:/ J: L: v. Stale wij d' hooge Eere van niet d' schuldigste berlied lt 2800 2744 - — 56 - 2: Ceijlons kopfij boomen in 12: zakken, weegen Bevinding op de uijtgeleeverde lading per 't schip Vreedenburg van Kolembo alhier aangebragt Namentlijk In 'sComp:s Negotie Pakhuijs Donderdag den 1:' April 1790. Door den E: hoofd-administrateur Ian Lambertus van Spall ingediend zijnde eene bevinding van uitgeleeverde koffiboonen met het schip vreedenbrurg van kolombo aange„ „bragt: zoo is na resumsie derzelve goed gevonden en verstaan de daar bij voorkoomende minder„ „heid van twee pC=to als met het reglement over„ eenkomende te valideeren en de bevinding hier onder te insereeren Door 12 1— 1: — 1 — Is

NL-HaNA_1.04.02_3897_0396 view scan ↗

English

748 749 Thursday the 1st of April 1790 Thursday the 1st of April 1790 of the barque De Kreeft according to according to bill of lading report 919 — 912 1/2 — — 333 — 330 1/2 — — according to Bill of lading report More Less per Cent findings of the cargo It was resumed a finding submitted by the Honorable Head Administrator Jan Lambertus van Spall, of the delivered cargo of the Barque De Kreeft, coming from Colombo, reading as follows. Finding on the delivered Cargo per the Barque De Kreeft from Colombo brought here, Namely In the Company's Trade Warehouse 6 5/8 — 3/4 square iron of 1 inch in 30 bars 2 1/2 — 3/4 ditto ditto 1 1/4 inch in 6 ditto 304 — 301 3/4 — 2 1/4 3/4 ditto ditto ditto 1 1/2 inch in 3 ditto The above-mentioned Shortages being the permitted write-off In the Artillery — Brass Cannons of 8 lb Caliber No. 7, 5, 9, and 8 weighing 1675, 2188, 2570, 2465, and lb, of which No. 5 has expanded to 11 lb Caliber and No. 8 whose vent is burned out to 1 1/3 inches — Brass Cannons of 3 lb Caliber No. 25, 29, 27, 20, 19, and 23 weighing 682, 885, 668, 770, 791, and 832 lb. — iron cannons of 8 lb Caliber new No. 6 and 7 the weight unknown 2424 — 2405 1/8 — 18 7/8 3/4 ditto ditto ditto 40 ditto More Less percent 34 — 600 — 100 — iron cannons of 4 lb Caliber new No. 14, 15, 22, and 23 the weight unknown iron cannons of 4 lb Caliber old without Carriages A:o f: 8, 4, and 3 weighing 1106, 1100, 1164, and the last No. 3 the weight unknown iron cannons of 3 lb Caliber old No. 1, 6, 8, and 10 wheels of 8 lb Caliber with full iron fittings Dutch Carriages each with 2 wheels of 3 lb Caliber with full iron fittings 4 — — — — — Dutch Carriages each with 2 wheels of 4 lb Caliber unfitted 1 — — — — — — New Model rampart Carriages with 4 wheels of 8 lb Caliber and full iron fittings 4 — — — — — — truck carriages of 3 lb Caliber with 4 wheels with full iron fittings — — Sailcloth cannon aprons 600 — — — — — — round shot of 6 lb of which 40 pieces are rusted and out of Caliber — round shot of 6 lb of which 16 pieces are rusted and out of Caliber round shot of 4 lb of which 31 pieces are rusted and out of Caliber 5 — 5 — — — — — — Dutch Carriages each with 2 24 — 24 — — — — — — vent plugs according to pieces 500 lb pieces 4 — 4 — — — 6 — 6 2 — 2 — 4 — 24 — 1 6 — — — 4 — 4 — — — 4 — 4 — according to 4 — 100 — — 300 300 750 751 Thursday the 1st of April 1790 according to More Less Percent according to bill of lading Report disposition on the finding of the barque De Jonge Willem Arnold. 500 — 500 — — — — — round shot of 3 lb of which 32 pieces are rusted and out of Caliber 300 — 300 — — — — — round shot of 2 lb of which 74 are rusted and out of Caliber — — cannon Ladles with their Sponges of 8 lb 1: 2 — — — — — ditto ditto ditto ditto ditto 6 lb 6 — 6 — — — — — sponges with rammers of 2 lb 2 — 2 — — — — — ditto ditto ditto ditto 6 lb 5 — 5 — — — — — ditto ditto ditto ditto 3 lb 6 — 6 — — — ditto ditto ditto ditto 2 lb 20 — 20 — — — — — powder horns 20 — 20 — — — — — copper priming irons 20 — 14 — 6 — — — — quoin wedges 20 — 13 — 7 — — — — quoin wedges Tuticorin the 29th of March Ao 1790 / signed / J. L. van Spall. And thereupon it was approved and resolved disposition thereon. the unaccounted for 6 quoin wedges and 7 quoin wedges to be paid and compensated by the deliverers to the Company, the remaining shortages on iron to be validated as agreeing with the regulation, of the 4 brass cannons of eight lb, the cannon No. 8 whose vent has burned out to 1 1/3 inches, which can thus not be used, together with 5 — 5 — — — — — ditto ditto ditto ditto ditto 3 lb 6 — 6 — — — the unserviceable round shot of 8, 6, 4, 3, and 2 lb caliber being also unusable, to be sent back to Colombo with the First opportunity. Having read a finding from the Honorable Head Administrator Jan Lambertus van Spall of the delivered cargo of the barque De Jonge Willem Arnold coming from Colombo, after resumption of the same it was approved and resolved, to let the deliverers compensate the Honorable Company for the unaccounted 6 ells of common blue cloth, 5/16 ell of silver officer's lace, 1/8 ell of silver non- commissioned officer's lace, and one brass cannon of 2 lb whose vent is burned out to two-thirds of an inch, together with round shot of 8, 6, 4, 3, and 2 lb found rusted and out of caliber, the unserviceable wheel of the carriage No. 14, the two unusable truck carriages of 6 lb cannons and the further unserviceable loading tools to be sent back to Colombo with the first opportunity and to incorporate the finding herewith Thursday the 1st of April 1790 Finding on the delivered Cargo 1

Dutch transcription

748 749 Donderdag den 1=e April 1790 Donderdag den 1=e April 1740 van de bark dekreeft vol=s volgens hognossement rapport 919 — 912 1/. —. „ 333 — 330½ — — volgens Cognossament rapport Maerder Minder pr. Ct bevinding van de laading Is geresuueerd een bevinding door den E: Hoofd administrateur Ian Lambertus van spall ingediend, van de uitgeleeverde laading van de Bark de kreeft, koomende van Rolombo, luidende als volgd. Bevinding op de uijtgeleeverde Lading per de Bark De kreeft van Kolembo alhier aangebragt Namentlyjk In 't Comp=s Negotie Pakhuijs 6 5/8. —¾ vierkant ijzer van 1: d=m aan 30. staaven 2½ — ¾ d=o d=o „ 1¼ „ „ „ 6: _=o 304 - 301¾ —- 2¼ ¾ „ „ „ 1½ „ „ „ 3: d=o De bovenstaande Minderheeden zijnde de gepermitteerde afschryving In de Arthillerij — Metaale Kanons van 8. ld: Caliber N=o 7. 5. 9: ^ 2465. en en 8. weegende 1675: 2188: 2570: lb: waar van N=o 5: verloopen is tot 11: d: Caliber en N=o 8. dus zined gaat is verbrand op 1 1/3: duijm —Metaale Kanons van 3: lb: Caleber N=o 25: 29. 27:20: 19: en 23: weegende 682: 885: 668: 770 791: en 832 lb. — ijzere kanons van 8 lb. Caleber nieuwe No. 6: en 7. het gewigt onbekeert 2424 — 2405 1/8 — — 18 1/8 ¾ „ „ „ - - - - „ 40 „ Meerder Minden pacc 34 — 600 — 100 — ijzere kanons van 4: lb: Caliber nieuwe No 14: 15: 22: en 23: het gewegt onbekent ijzere kanons van 4: lb: Caleber oude zonder Affuijten A:o ƒ: 8: 4: en 3: weegende 1106„ 1100: 1164: en de laatste N=o 3: het gewigt onbekend ijzere kanons van 3: ld: Caliber oude N=o 1: 6: 8. en 10: wielen van 8. ld: Calebee met volle beslag hollandse Afuijten ieder met 2: wielen van 3: ld: Caleber met volle beslag 4 - — — — — hollandse Affuijten ieder met 2: wielen van 4: ed: Caleber onbeslagen 1 — — — — — — Nieuwe Modelse wal Affuijten met 4: wielen van 8. lb: Caliber en volle beslag 4 — — — — — — rolpaarden van 3. lb: Calibee met 4: wielen in volle beslag — — Zijldoekse kanon klappen 600 - — — — — — rondscherp van Geld: waar van 40: p=s verroest de verloopen van Caleber — rondscherp van 6: lb: waar van 16: C=s verroest en verloopen van Caliber rondscherp van 4: ld: waar van 31 st verroesten en verloopen van Coliber 5 - 5 - — - - - - - — hollandse Affuijten ieder met 2: 24 — 24 — — — — — — wind propen volgens p=o 500 lb „ „ ps 4 - 4 - — — 6. — 6 2 — 2— - „ 4 — 24 — - „ - 1 6 — — — 4 - 4. — — — 4„ — 4— —— —— — volgens 4 — 100 — — 300 300 750„ 751: Donderdag den 7=e April 1796 volgens Meerder Mander PCto. volgens koguossamt Repport disposietsie op de de„ „vinding van de bank de Jonge willem Arnold. 500. — 500 — — _: _ : - _ rondscherp van 3. lb: waar van 32: p=s velbook en verloopen van Caleser 300: - „ 300 - — - - - - - - rond scherp van 2 lb: waar van 74: verroesten — en verloopen van Calebar — — kanon Lepels met haare Brotsers van 8. l 1: 2: - — - - — d=o d–o d=o d=o d=o „ 6: „ 6 - 6 „ - - - - - witsers met aansellers van 2. ld 2– 2=: —: —. — - — d=o d=o _o d=o „ 6: 4 5 – 5 — — — —. — — „ - - „ - „ „ „ 34 6„ 6--— „ „. „. „ „ 2:4 20 —. 20. - —: — — — — kruijthoorses 20 — 20 — — — — — — kopere laad priemen 20 — „ 14 - 6 — — — — stelkouten 20 - 13 — 7 — —. — — Hel Higgen Roetsiem den 29:' Maart Ao 790 /:wat get / D. L. van spall. En werd daar op goed geevredert en Verslaan disposietsie daar op. de mindere verantwoord b: stelkoueten en 7: steleviggen door de overbrengers aan de komipde „nie behaalen vergoeden de vertige weerder hee„ „den op ijzer als met het reglement alkerdeeren „de te valideeren van de 4: metaale kanons van agt lb: het kason N=o 8 waer van het zend gat tot 1 1/3 duien uilgebrandt is, het welk diet niet kan gebruikt worden, mitsgaders 5 - 5 — — - - - - „ „ „ „ „. „ 3: 4 6 — 6 — — — de onbequaame rondsscherp van 86: 4: 3: en 2: lb: kaliber als ook niet te gebruiken zijn= „de, met de Eerste geleegenheid naar kolombo te rug tezenden. Geleezen zijnde een bevinding van den E: Hoofd administ: Ian Lambertus van spall van de uitgeleeverde lading van de bark de Ionge Willem Arnold koomende van Kolombo, is na resumptsie van dezelve goed gevonden en verslaan, de minder verant woorde 6: el gemeene blaauwlaaken 5/16. el silver officiers passamenten 1/8. el silver on„ „der officiers passement door de overbrengers aan dE: kompenie te laaten vergoeden, ende eene metaale kanon van 2: ed: waar van het zind gat tot twee derde duim verbrond is mats„ gaders verroest een verloopen bevonden rond scherp van 8. 6:4: 3: en 2: lb: het onbequaame wier van de affuit N=o 14: de twee onbruik „baare rolpaarden van 6: lb: kanons en het verder onbequaame laad gereedschap met de eerste geleegenheid naar kolombo te rug te zenden ende bevinding hier by intelijven Donderdag den 1 April 1790 Bevinding op de uijtleeverde de Lading „ 1 „ „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3897_0398 view scan ↗

English

752. 753 Thursday the 1st of April 1790 Thursday the 1st of April 1790 According to bill of lading / According to report / More / Less / Per cent Cargo brought here per the sloop De Jonge Willem Arnold from Kolombo, namely: According to bill of lading / According to report / More / Less / Per cent In Company's Trade Warehouse In 2 cases marked No. 1 and 2, unpacked, weighing gross 360 and 340 lb: 444 / 438 / — / 6 / — / Blue common cloth in 12 rolls, of which 260 lb for the service of the company of Capt. Koch. 178 / — / — / — / — / @ for the service of the eastern company of Capt. Koch. 10 / 9 1/16 / — / 15/16 / — / silver officer's ribbed lace for the eastern company of Capt. Koch. 14 1/2 / 14 3/8 / — / 1/8 / — / lb under ditto ditto ditto Abileum. The above deficits should be reimbursed by the commander. 37 / 37 / — / — / — / red common cloth in 1 roll for the company of Capt. Koch. 18 / 18 / — / — / — / blue non-commissioned officers' cloth for the eastern company of Capt. Abiteur. 800 / 800 / — / — / — / [illegible] coarse common goods for the eastern company of Capt. Abituem. 12 / 12 / — / — / — / skeins of silver thread for the eastern company of Capt. Abitum. 14 / 14 / — / — / — / canvassed Attoers in 24 pieces in 12 straw sacks in 2 packs lashed with fig-lines for the European and eastern military personnel as under-uniforms. In the Artillery 6 / 6 / — / — / — / iron cannons of 8 lb caliber, new, marked No. 8, 9, 10, 11, 12, and 13, the weight unknown. 6 / 6 / — / — / — / iron cannons of 4 lb caliber, new, marked No. 14, 15, 16, 17, 18, and 19, the weight unknown. 2 / — / — / — / — / iron cannons of 6 lb caliber, old; these need to be tested. 6 / 6 / — / — / — / iron cannons of 3 lb caliber. 6 / 6 / — / — / — / Brass cannons of 2 lb caliber, marked 2:1: 24: 1: 14: 13, weighing 810, 356, 541, 638, 554, and 700 lbs, of which 1 piece of No. 14 has the touchhole burned out up to 2 2/3 inches. 6 / 6 / — / — / — / Dutch gun carriages of 8 lb caliber, each with 2 wheels and full iron fittings, among which 1 piece with wheel of 2 lb of the carriages No. 14 is unfit. 6 / 6 / — / — / — / ditto ditto 4 ditto. 2 / 2 / — / — / — / Truck carriages with 4 wheels of 6 lb caliber, unusable because they are too low and too weak in iron fittings. 26 / 26 / — / — / — / Sailcloth cannon aprons, among which 6 are unfit. 26 / 26 / — / — / — / tompions, of which 3 are unfit. 6 / 6 / — / — / — / Copper ladles with their scrapers of 8 lb caliber. 6 / 6 / — / — / — / ditto ditto 4 ditto. 20 / 20 / — / — / — / quoins 1 20 / 20 / — / — / — / adjusting wedges 8 6 / 6 / — / — / — / ditto ditto 2 ditto old without carriages 754 755 Thursday the 1st of April 1790 According to bill of lading / According to report / More / Less / Per cent 6 / 6 / — / — / — / Copper ladles with their scrapers of 3 lb caliber pieces 5 / 5 / — / — / — / ditto ditto ditto 2 lb ditto 20 / 20 / — / — / — / Powder horns, of which 2 are unfit 6 / 6 / — / — / — / rammers with their sponges of 6 lb caliber 5 / 5 / — / — / — / ditto ditto 3 ditto 600 / 600 / — / — / — / round shot of 8 lb caliber, among which 69 pieces are rusted and degraded in caliber 100 / 100 / — / — / — / round shot of 6 lb caliber, among which 20 pieces are rusted and degraded in caliber 300 / 300 / — / — / — / round shot of 4 lb caliber, among which 34 pieces are rusted and degraded in caliber 500 / 500 / — / — / — / round shot of 3 lb caliber, among which 73 pieces are rusted and degraded in caliber 300 / 300 / — / — / — / round shot of 2 lb caliber, among which 105 pieces are rusted and degraded in caliber 20 / 20 / — / — / — / copper vent-prickers 6 / 6 / — / — / — / ditto ditto 4 ditto Cochin the 29th of March Anno 1790 /was signed/ J. L. van Dael. Thursday the 1st of April 1790 Notice of dead cattle. Upon a submitted list of five cattle that died in the month of March, it has been approved and agreed to have them written off and to insert the list below. List of the deceased Company cattle in the month of March: The 8th of March: One The 11th: One The 21st: One The 27th: One The 29th: One Total Five Cochin the 31st of March 1790 /was signed/ N. Rose. Report of 10 anchors that are in stock here. Resolution to send six of them. As it was stated in a report by the Master of Equipage Johannes van Blankenberg that ten heavy ship anchors are in stock here, which from lying in the open air for a long time rust from time to time, it has been approved and agreed to keep four of them here and to send the remaining six to Kolombo at the next opportunity, with a request to the Ministers to forward the same to Batavia if not needed there, as little opportunity presents itself here to be able to issue them; and it is furthermore agreed to insert the report herewith. 756. 757 Thursday the 1st of April 1790 To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, The undersigned Master of Equipage has the honor most obediently to report to your Right Honorable, Highly Esteemed Lord that ten heavy ship anchors are in stock here, of which few are issued, and which consequently, by lying in the open air for a long time, rust from time to time. He has the honor to be with the greatest respect, /below was written/ Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, your Right Honorable, Highly Esteemed Lord's humble and very obedient servant /was signed/ J. V. Blankenberg /in margin/ Cochin, the first of April 1790. Thursday the 1st of April 1790 Having received two closed current accounts of the King of Travancore dated 1 May and 12 November 1789, from which it appeared that the balance of the first in favor of the King amounting to rupees 47981: 20 has been properly brought over to the other, and that the balance of this one to the debit of the said Prince amounting to rupees 109202 has been settled with a receipt against the pepper delivery: it was thus approved and agreed to insert both those accounts below.

Dutch transcription

752. 753 Donderdag den 1=e April 1790 Donderdag den 1=e April 1790 voGgens Meerde Mindr. Pr Ct volgens volgens Minder Mind=r frC=t Cogurassement repport strengen 12 – 12 - — — —– cognossemant respert lading per de sloep De Ionge 800„ 800- Willem Arnold van Kolombo C alhier aangebragt Namentlyk volgens In skomps Negotie Pakhuijs In 2: kassen gemerkt N=o 1: en 2: afgepakt weegen bruto 360: en 340: lb: @ 444- 438 — — 6 — — Blauwe gemeene laaken aan 12: rollen daar van 260: lb: ten dienste van de komp van kap: Koch. 178 @ ten dienste van de oosterse komp: van kapt Koch —1/16 — zelvere offeciers geript passement voor de oosterse }komp: van kap=t 14½ 14 3/8 — — — 1/8 — lb — onder d=o d=o d=o Abileum De bovenstaande Minderheeden diend door de gesaghebber vergoed te werden 37 - 37- — — rood gemeen laken aan 1: rol voor de komp. e van kap=t kock 18. — 18 — —. — — — — blauw onder officiers Laken voor de oostersche komsp: van Rapit. Abiteur uit grof gemeene zaaken voor de oosterse komp: van kapt: Abituem zilverdraad 1/n. voor de oosterse komp:s van kapt. Abitum In de Arthillerij ijzere kanons van 8. lb Caliber Nieuw gen=t N=o 8: 9: 10: 14: 12 en 13: 't gewigt onbekend ijzere kanons van 4: lb: Caleber nieuw gem=t „ N:o 14: 15: 16: 17: 18. en 19: 't gewigt: onbekent — ijzere kanons van 6: ld: Caliber oude deeze dienen ge„ „ 6. 6— —: — — ijzere kanons van 3: ld: Caleber probeert te worden — - — Metaale kanons â 2: lb: Caleber gem=t 2:1: 24: 1: 14 — 13: weegende 810: 356: 541: 638: 554: en 700: Hb=n waar van 1: k van N=o 14: het sindgat tot op 2 2/3 duij in verbrand is 6 — — — —— — hollandse Affuijten a 8. lb: Caleber ieder met 2: wirden en volle beslag waar onder 1 p. s weel Câ 2: ed: van de afficiten No 14 an behewaam waar onder 3: staatet offuiten 2 - 2 — — - — - - - - Rolpaarden met 4: wielen a 6. ld. Caleber onbruij„ „baar wijl ze te laag in te swak zijn van beslag 26 — 26 — — — — — Zijl doekse kanon klappen, waar onder 6: onbe„ kwaam 26 — 26 — — — — — windprofsen waar van 3: onbekwaam 6 - 6 — — — — — Kopere Lepels met hunne kradsers a 8 d aleber 6- 6— — — — : — d=o d=o 4 „ d=o 20 - 20 — — — — — — stothoulen „ „ 1:— oude zonder affueiten - - - - --- „ 20„ 20 — — — — — stelwiggen „ „ 8: 6 - 6 — — - — - - - „ „ „ 2 „ „ — E verdoekt Attoers aan 24: p=s in 12: stroozakken aan 2: pakken met vijgerlijnen geshord voor de Europeese en oosterse militairen tot onder mon„ teering. @ 800 d=o „ 4 „ d=o 5 10 — 9 1/16 — - 14 — 14 - — - —– 6 6. 6 - - - 2 - — — 6- 6 - — — 1 6 - „ 6 – — — 2. 6 - 6 - — - — - — _o _o „ d=o s 754 755 Donderdag den 1e April 1790 volgens volgens Meerder Minder pr C=to Cegnossems. rapport notietie van verrekte koe„ „beesten. besluit ses daar van te verzen„ bericht van 10: Ankers die hier in voorraad zijn 6„ 6 — – — p=s 5- 5. — — — — Kopere Lepels met hunne kradsers a 3 ld: Coleber „ „ „ „ „ 2: lb „ 20 — 20 _ _ _ — Kruithoorns waar van 2: onbekwaam „ 6- 6. — — — — — wissers met hun aansatters van 6. lb: Calober „ 3. „ „ „ 600 - 600- —: —- —:o rondscherp a 8. d: Caleber waar onder 69 ps verroesten verloopen van Caliber „ 100 - 100 - — - — - — rondscherp a 6: lb: Caleber waaronder 20 p=s verroekt en verloopen van Caliber. 300 — 350 - — — — — — . rondscherp a 4. lb: Caliber waar onder 34: p=s verroest en verloopen van Caleber roud scherp a 3. lb: Caleber waar onder 73 ps verroest en verloopen van Caliber rondscherp a 2: lb Caleber waar neder 105 p=s verroest en verloopen van Calober Soitseem den 29 Maart Ao 1790 /was get/ I: L: van Dacl. „ 20 — 28 — — — — — kopere Land prianen „ 6– 6 — — — — — d=–o „ d=o - „ 4: 4 d=o Op een ingediend Lijst van vijf Roebeesten, die in de maand Maart verrekt zijn, is goedgevonden en ver„ „staan, dezelven te laaten Somma Vijf Koitsiem den 31: Maart 1790 /was gelt: / N Rose. Door den Equipasie eeester Johannas van Blankenberg, bij een bericht opgegreven zijnde, dat alhier tien zwaare scheeps ankers in voorraad zijn, die door langer leggen in de opene lucht, van tijd tot verroesten zoo is goedgevonden en verstaan, vier daar van alhier aantehouden en de overige ses bij geleegenheid naar kolem bo te zenden: met verzoek aan de Lijste van de verrekte komp Koebeesten in de Maand Maart Den 8: Maart Een „ 11: - „ Een „ 21: - - . „ Een „ 27: - - - „ Een 29: „ Een Donderdag den 1=e April 1790 afschrijven en de lijst hier onder te insereeren afschrijven Miensters „ 5 5 — — – — - — „ „ 500 - 500 „ — — „ 300 —: 350 „ —: —„ „ „ - ƒ „den 756. 757 Donderdag den 1=e April 1790 Ministers om dezelven daar niet benoo„ „digd zijnde naar Batavia voorttezenden, alzoo hier weinig geleegenheid voorkomt, omze te kunnen verstrekken, en is wijders verstaan, het bericht hier bij te inscreeren Aan den Wel edelen Gestr: Groot Achtb Haer Johan Grard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direkteur ter kusta Mallabaar Weledele Gestr Groot Achtb Hoog Gebiedende Heer De ondergeteekende Equipaseern: heeft de Eer uw weledele gestr. groot dchell gehoorzaamst In gekomen zijnde twee afgeslootene reeke „nings Roerant van den koning van Trevan „koor gedateerd 1: Mai en 12: November 1789, waar bij bleek, dat het saldo van de eerste ten voordeele van den koning groot ropijon 47981: 20: behoorlijk bij de andere is overgebragt en dat 't soldo van deeze ten laste van gem vrist groot rop=s 109'202: met een quitantsie ^ op de peper leverantsie ^ vereffent is: zoo werd goedgevonden en verstaan, die beede reekenings hier onder te insereeren Hij heeft de Eer met de meeste eerbied te zijn /onderstond/ wel edele gestlr: groot achtb: Hoog gebiedende Heer uw weledele gestr groot achtb. onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaar /was geteekend/ I: V: Blanken„ „berg /in margine / Roelhein Den Eersten April 1790 Donderdag den 1=e April 1790 te berichten dat alhier tien swaare scheeps ankers in voorraad zijn, waar van wei„ „nig verstrekt, word en derhalven door lang van leggen in de opene lucht naar tijd tat tijd ver roesten te lebet

NL-HaNA_1.04.02_3897_0401 view scan ↗

English

758:— 759: April 1790 Thursday the 1st Account Current of the King of Travancore Debit 1788: the 6th May To cash - - - - - - - - - - . Rops 10000. —. or ƒ 12000 —: – " 8th September ditto ditto . . . . . . " 19650 – " " 23580. –. " 10th December . . . . . . . . . " 10000 — " " 12000. — " 28th February - - - - " - - - - - " 23386. 36 " " 28064. 2: — To ordinary present for the year 788. - – – – " 3508 — " " 4200 – – " Toll dues; on the aforementioned entire amount of 1603 3/15 candies at 4 gold rasias of 1525 Indian stuivers per candy of 500 lb: being thus 38 Rasias as much as 1 3/5 rupees amounting to rasias 6414. 2/5. which upon reduction . . . " 3284:8. – " ƒ 3941. -. Debit. Cochin the 1st May Year 789 /:was signed/ I: L: v: Spall Sum Rop: 1018. . ƒ 13241:16:— 1789 Credit 801800 lb Pepper thereof 775000 lb at Porca since the 16th June until the 19th December last 26800 " " Calicoilan " " 23rd October " that same month ditto 801800 lb: at 13 rupees or ƒ 15: 12: the 100 lb: - - - - Rop: 104234 — or ƒ 125080. 16. — The balance hereof which His Highness stands in advance, is debited to His Highness in order to be settled with the purchased Batavian merchandise - - - - - - - - " 47981: 20 – " 57577: 14: Sum Ro. 1018 . ƒ 132:16. 760 761. Thursday the 1st April 1789 Debit The King of Travancore the 26th January To regarding Batavian merchandise received - . . rop 45430:— ditto 29th July To regarding lands sold - - - " 61366. 32. " 9th August To ammunition - - - " 5007 — " 17th ditto " regarding arms " 379:36 " 22nd April for the following goods . - - namely 120 Lasts or 36000 lb rice at 90 rop: the last being 3000 rd: - " 10800: — 500 lb Cardamom at 2: - - - 1008: —. — Sum Rps 164983: 20. Credit the 13th May By that which His Highness stands in advance from the previous accounting - - rop 47981: 20.— The balance hereof which His Highness stands in arrears - " 105202 — Sum Rt " 6903. 20 Cochin the 12th November year 1789: After the above account was confronted by the King's envoy Kalaga Manten with the undersigned and found to be in agreement, the said envoy has with me settled the balance hereof amounting to Rps 105202 /say/ One hundred five thousand, two hundred, and two. Giving proof hereof that hereby the arrears of debt of the most recently passed financial year 1789 of His Highness the King of Travancore, as appears from the above account current, has been settled, cleared and paid. In token of the truth I confirm this with my customary signature /. Date as above /was signed/ I: L: V: Spall. 1792 April 1790 Thursday the 1st The Executors of the deceased Senior Merchant and Second, the Honorable Reinier van Harn, having requested by petition that the bond upon which the said Honorable van Harn invested twenty-five thousand rupees at interest with the Honorable Company might be cancelled and a new bond be granted in the name of the deceased's daughter Wilhelmina van Harn, widow of the deceased Military Captain Jakob Bernhard Weynsheymer, as that capital has fallen to her as co-heir: it was therefore decided to have the first-mentioned bond cancelled and another granted in its place in the name of the said widow, and to insert the aforesaid petition here below— To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director on the Coast of Malabar The Honorable 762: 763 Thursday the 1st April 1790 Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Sir: The undersigned Executors of the estate of the late Honorable Second and Chief Administrator Reinier van Harn, having settled the estate, and the twenty-five thousand rupees standing at interest with the Honorable Company having fallen to the first petitioner as co-heir: the petitioners very respectfully request that the previous bond in the name of the said Mr. van Harn may be cancelled and another in the sum of twenty-five thousand rupees be granted to the first petitioner Wilhelmina van Harn (underneath was written / Which doing / was signed/ W: Wijnsheymer born van Harn, I: F: Andra and I:s Zeijzig. Thus done, resolved and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month and year aforesaid /was signed/ P: P: van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: van Rossum, A: A Cellarius, W: v: Haesten and Arnoldus Leiel Was read a petition from the Sea Captain Ian Paardekooper, commanding the ship Demerarij, containing a request that the ship may be caulked outside and inside, the head of the rudder which is split and some cook's ware may be repaired, that a piece of Flemish linen may be provided for the repair of the light sails, as well as some medicines according to an enclosed catalog; and since the Master of Equipage Johannes van Blankenberg has declared by a counter-report that what was requested by the said Captain is absolutely necessary for the ship Demerarij. Wednesday the 21st April 1790 in the forenoon at half past nine o'clock, Present all except the Honorable Poole who due to indisposition Resolution Taken in the Council of Malabar at the city of Cochin Thursday the 1st April 1790

Dutch transcription

758:— 759: April 1790 Donderdag den 7:' Debet Reekening Coutrant van den Koning van Trevankoor 1788: den 6: Mei a Aan kontant - - - - - - - - - - . Rop:s 10'000. —. 8f ƒ 12000 —: – 801800 – lb Peper daar van „ 8. 7ber d=o _=o . . . . . . „ 19'650 – „ „23580. –. 775000 — lb te Porka seed=t den 16: Iuni tot den 19: xber J=oleeden „ 10. xbor. . . „. . . „. . . . . . . . „ 10'000 —„ „ 12000. — 26800 — „ „ Calicoilan „ „ 23: 8ber „ cell=o gber __=o „ 28 febr„. . - - - - „ - - - -. -. - „ 23'386. 36„ „ 28064. 2: — 801800 — lb: a 13: rep:s of ƒ 15: 12: de 100: ed: - - - - Rop: 104234 — sr ƒ125080. 16. — 'T zaldo deezes dat zijn Hoogheid te Aan ordinaire schenkajie voor A„o 788. - – – – „ 3508 — „ „ 4200 – – vooren staat, word zijn Hoogheid „ Tols geregtigheid; op voorschree„ von gedebeteerd om met de gekogte „ve heele Montant groot 1603 3/15. Bataviase koopmasschappen te kandijlen â 4: goude ragias van vereffenen - - - - - - - - „ 47981: 20 –„57577: 14: 1525. stuijvers Jndias per kandij van 500: lb: zijnde dus 38 Rafsias zoo veel als 1 3/5 ropias bedragende ragias 6414. 2/5. welke diede volgens reduceern. . . „ 3284:8. –„ ƒ3941. -. Somma Ro. 1018 . ƒ132:16. Debet. Koetsiem den 1:' Meij Amno 789 /:was geteekend/ I: L: v: Spall Somma Rop: 1018. . ƒ13241:16:— 1789 Credit 760 761. Donderdag den 1. ' April 1789 Debet Den Koning van Trevankoor den 13. Mei p„r 'Tgeen zijn Hoop den 26. Janu: à weegens genoote„ „heid bij de voorige ne Batavias koopmansz. - . . rop 45430:— Boekening bedoo„ d:o 29 Iuli a weegens verkogte ran slaat - - rop 47981: 20.— „ 22. April voor de volgende Landerijen - - - „ 613 66. 32. teweeten 120: Lasten of 36000: lb goederen . - - „ 5007 — rijst a 90 top: het lasten dan 3000 rd: - „ 10'800: — 500: lb: Caedaenon â 2: 1008: —. — toe- - - T Laldo deeses dat zijn Hoogheid ten agteren „ 105202 — staet - Somma Rep:s 164983: 20. Somma Rt „ 6903. 20 Koelseem den 12. ' November a„o 1789: „ 9. Aug=s a Ammonutsie „ 17 d=o „ weegens geweelen „ 379:36 Naar dat de boovenstaan de Reekening door d'konings zendeling kalaga Manten met den ondergeteekende gekonfronteerd en akkondeerende bevonden, zoo heeft gem: zendeling met mij het zaldo deezes groot Rp:s 105:'/202:/zegge / Een maalhonderd vijf duizend, twee honderd, en twee, vereffent. Geevende hier van een beewijs dat hier door de agter stallige schuld van het Iongst: gepasseerde Boekjaar 173/9: vaon zijn Hoogheid den koning van Travankoor, blij„ „kens hier bovenstaande Reekening koerant is afgedaan, vereffent en vol„ „daan, Een blijke der waarheid Bekrachtige ik deeze met mijne gewoone hand„ teekening /. Datum als boven /was geteekend/ I: L: V: Spall. Credit 1792 April 1790 Donderdag den 1=e De Exebuteurs van den overleeden opperkoop„ „man, en sekunde DE: Reinier van Harn bij een request verzoek gedaan hebben dat de obligaatsie waar op gem: E: van Harn vijf en twintig deuizend ropijen bij DE komp: op intrest uitgezet heeft gerosseerd en een niauwe obligaatsie verleend mogt worden op den naam van des overleeden Dochter Wilhelmina van Harn weduwe van des overleeden kapitain Militair Iakob Bernhard weijnsheijmer, alzo dat kapitaal haar als meede erfgenaame te beurt gevallen is: zoo is verstaan eerst gem: obligaatsie te laaten roijeeren en een andere op den naam van gem: wederwe in de plaats te verleenen mits„ gaders het voormelde request hier onder te insereeren— Gestrenge Aan den Wel edelen Groot achtbaar Heer Johan Gerard van Angelboek Raad ordinair van Nederlands Sna „dien goeverneur en Direkteur ter Ries te Mallabaar De Weledele d 762: 763 heeden voor het schip Demerarij. Donderdag den 1:' April 1790 Wel Edele Gestr. Groot Achtb: Hoog geliedende Heer: De ondergeteekende Exhuteurs van den boe„ „del van wijlen den weledele Heer Secemde en Hoofd administrateur Reinier van Harn de boedel geredderd en de bij de E. kompenie op intrest staande vijf en twintig duizend ropijen aan de eerste suppliante als meede Erfgenaam le beurt gevallen zijnde: verzoekende suplianten zeer eerbiedig dat de voorige obligaatsie op den naam van gem: Heer van Harn mogen groe„ request om benoodigd„ „eerd en een ander van somma van vijf en twin„ „tig duizend ropijen op eerste suppliante wel„ „helmina van Harn verleend worden (onder„ „stond / 'T welk Doende / was geteekend/ W: Wijnsheijmier geb: van Harn, I: F: Andra en I:s zeijzig. Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearre„ „steerd in Raade van Mallabaar ter steede koet„ „siem ten daage maand en Jaare voormeld /was geteekend/ P: P: van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: gebhardt, I: W: H: Is geleezen een request van den kapitain ter zee Ian Paardekooper voerende het schip Demerarie behelsende verzoekt het schip worden bluten en binnen boordt mag gekalefaat de kop van het roer die gescheurd is en eenig koks goed mag worden gerepareerde, dat een volvlaams lin„ „nen mog werden verstrekt, tot het repareeren der ligte zeilen, als meede om een eenige medicijnen volgens een meede overgelegde Cathalogus; En wijl de Equipasiemeester Iohannes van Blankenberg bij een kontra rapport verklaard heeft, dat het verzochte door gem: kapalain Woensdag den 21:' April 1790 voormiddags te half tien uur Prezent alle behalv en DE: Poole liet door indesposeese Resolutitsie Genoomen in Raade van Mallabaar ter steede Roetsiene Donderdag den 1:e April 1790 van Rossum, A: A Cellaries, W: v: Haesten en Arnold. s Leiel van absolut

NL-HaNA_1.04.02_3897_0404 view scan ↗

English

764. 765. Wednesday the 21st of April 1790 Resolution thereon. is absolutely necessary. However, regarding the provision of the Flemish linen, leaving this assembly to dispose thereof: so it is approved and agreed to have the ship caulked inside and outside, to have the rudder head and some cookware repaired, and to have one roll of Flemish linen provided at the risk and accountability at Batavia of the petitioner, seeing that he declared in his petition that he departed from Batavia with only one set of half-worn topgallant sails and an old flying jib, and therefore those sails necessarily need to be repaired; furthermore, to place the requisition of medicines into the hands of the chief surgeon here for examination and, after receiving a report thereon, to have the provision made, as well as to insert the above-mentioned petition and counter-report below. To the Right Honourable, Right Worshipful, Stern Lord Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councilor of the Dutch Indies Governor and Director of the Malabar Coast and the City of Cochin Wednesday the 21st of April 1790 The undersigned Captain commanding the Honourable Company's ship Demerary most humbly requests Your Right Honourable Right Worshipful that his vessel may be caulked, together with the necessary oakum, pitch, and rosin, and that some necessary ironwork may be forged to repair the rudder head, and that one roll of Flemish linen may be provided to me to repair the small and light sails, as upon my departure from Batavia I received no more than one set of topgallant sails that were half-worn, together with a flying jib that was already old, without having received the least canvas in reserve for the repair thereof, which are now worn out and ruined due to the long and adverse voyage; to repair the damaged cookware and other articles; and whereas, due to the numerous sick during the voyage, the doctor already reported to the undersigned two months ago to have a great lack of certain medicines; 766. 767. Wednesday the 21st of April 1790 for which reason the undersigned now humbly requests that the medicines appearing on the requisition of the doctor annexed hereto may be provided to him. Below stood: Which doing, etc. In margin: Done Cochin, the 17th of April 1790. Was signed: J. Paardekooper. Medicines which are needed on the Honourable Company's ship Demerary: Radix Althaeae: lb. 3 1/2 Ditto Contra Yerva: lb. 1 Radix Jalappae: lb. 1/2 Radix Liquiritiae: lb. 1 Radix Rhei: lb. 1 Ipecacuanha: lb. 2 Herba Absinthii: lb. 1 Folia Sennae: lb. 1 Flores Chamomillae: lb. 4 Flores Sambuci: lb. 1 Semen Anisi: lb. 1 Cortex Peruvianus: lb. 1 1/2 Succus Liquiritiae: lb. 1 Gummi Camphorae: lb. 1 Ditto Arabicum: lb. 1 Cantharides: lb. 1 Cera Flava: lb. 1 Mel Album: lb. 1 Aqua Cinnamomi: lb. 1 To the Right Honourable, Stern, Right Worshipful Lord Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Councilor of the Dutch Indies Governor and Director on the Malabar Coast with the dependencies thereof. Wednesday the 21st of April 1790 Spiritus Nitri Dulcis: lb. 1 Spiritus Vitrioli: lb. 1 Elixir Proprietatis Paracelsi: lb. 1 Oleum Anisi: lb. 1 Sal Nitri: lb. 3 Ditto Polychrestum: lb. 1 Cremor Tartari: lb. 1 Sal Mirabile Glauberi: lb. 3 Rob Sambuci: lb. 1 Theriaca Andromachi: lb. 3 Extractum Catholicum: lb. 1 Massa Pilularum Rufi: lb. 1 Resina Jalappae: lb. 1 Emplastrum Vesicatorium: lb. 1 Antimonium Diaphoreticum: lb. 1 4 pounds of soap to shave the crew 2 pieces of linen for the surgeon's use Done on board the Company's ship Demerary lying anchored in the roads of Cochin, the 12th of April 1790. Was signed: Johan Fredrik Sarager, Chief Surgeon. 768. 769. Requests supplies for the ship De Schelde. Wednesday the 21st of April 1790 Right Honourable, Stern, Right Worshipful, High Ruling Lord, The undersigned takes the respectful liberty of reporting to Your Right Honourable, Stern, Right Worshipful that he has inspected the Company's ship Demerary lying here in the roads and found that it is highly necessary to caulk the same both inside and outside, for which is needed: 3/4 barrel of Dutch rosin, 3/4 barrel of pitch, and the necessary oakum for it; as also that the rudder head is split, which needs to be plated and riveted with heavy iron straps and bands. The captain of that vessel has also strongly urged the undersigned for a roll of Flemish linen to repair the light sails, which request he tried to refuse as much as possible; but as the same insists upon it, testifying that he departed from Batavia with half-worn topgallant sails and only one set of them, and Was also read the petition of the captain of the ship De Schelde, Christiaan Martens, containing a request for a coir rope instead of a heavy Dutch rope, which according to submitted declarations had to be cut away four times and has thus become too short, Wednesday the 21st of April 1790 did not receive any light canvas to repair the light sails, making it impossible to reach Batavia with those topgallant sails. Thus it is that he addresses Your Right Honourable, Stern, Right Worshipful by petition, wherein he has stated the reasons of great necessity. Regarding the cookware and other minor matters that might appear upon inspecting the rigging, the undersigned will make a further report. He has the honour to call himself with all due respect and esteem, below stood: Right Honourable, Stern, Right Worshipful, High Ruling Lord, Your Right Honourable, Stern, Right Worshipful's very obedient and humble servant. Was signed: J. v. Blankenberg. In margin: Cochin, the 17th of April 1790.

Dutch transcription

764. 765 Woensdag den 21: April 1790 besluit daar op. absolut noodig is. doch nopens de verscrekking van het vlaamslinnen aan deeze vergadering overlaat daar over te disponeeren: zoo is goedge„ „vonden en verstaan het schip binnen en buitan te laaten kalfaaten, de kop van het hoer en een koks goed te laaten repareeren en een rol vlaams linnen ten perchule en ter verant „woording te Batavia van den verzoeker te laaten verstrekken, vermits hij bij zijn request verklaard dat hij maar met een stel half slee „ten bramzeils en een oude vleeger van Bata„ „via vertrokken is en dus die zeilen noodzaa„ „kelijk zienen gerepareerd te worden; voorts de eisch van mede cijnen in handen van den op opermeester alhieer ter examinaatsie te stellen en na ontvangen berecht daar op de verstrek„ „keng te laaten doen, mitsgaders het boven gem request en kontra bericht hier onder te insa„ „reeren Aan den Wel edelen Groot Achtb. Gastr Heer Johan Gerard van Angelboek Raad Ordinair van Nederlands India goeverneur en Derekleur van de Neulle Mallaboor en de Stad Koetsiem Woensdag den 21:' April 1790 Den ondergetekende Capitain Commandee „rende sEd Comp:s schip Demeraerij versoekt op het Allernedrigst aan UeeEd: Gr: Achtb: dat zijn onderhebbende Bodem mag gekalfaat wor„ den, benevens het daar toe nodig hebbende work ptik „ arpeuisen Eenige nodig Eijser werk enog worden gesmeed, tot het Repareeren der kop van 't Roer En dat mij Een Rol vlaams Linnen mag worden verstrekt, tot 't Repareeren der kleijne en ligte zeijlen, alzo ik bij mijn vertrek van Batavia niet meer dan een stel Bram „zeijls die half sleeten waaren benevens Een vlieger die reeds oud was heb ontvangen, zon„ het „der de minste doek in voorraad mede gekree„ „gen tot Reparatie derzelver, welke thans door de lange en tegen spoedige Reijs versleeten En af zijn, 't onbekwaame koks En andere goe„ „deren te Repareeren En terwijl door de minegvildige zieken geduurende de Reijs en Doctoor reeds voor 2: maanden aan de ondergeteekende heeft gerapporteerd groot= gebrek aan sommejl medicijne te hebben Den: v 766. 767. Woensdag den 21: April 1790 om welke reeden den ondergeteekende thans needrig verzoekt, dat aan denzelven de Ma„ „dicijnen staande op den Eijsch van de doctoor hier Annex mag werden verstrekt /onderstond/ 'T welk Doende etc: /in margine/ Artum kort„ Liem den 17 April 1790 /was geteekend/ Is Paardekooper. Medicamenten die benoodigt zijn op 't E: d 's Comp:s schip Demerarij lb: 3: ½: Radix Altha d=o Contrajerea „ Ialappa — „ Lequiritia „ Rheé Specaquanha - Herba Absinthii - - Fols. Seine Flor Chamomella „ Sambuci Semen Anisii - - .. 11 — „ — Cortex Leruviances —17— succus Lequiritie gummei Camphora d=o Arabiceuw Cautharides Caza flava Mel albein Agcia Cinamoniexe - - . 1 —„ „ — – — — „ 112. —: — —. 1:— - - - 1 — —„ -––„ — — - - „ — „ 11. — - - „ 1:— — - – – – „ — – – – – – – –. 4—o 17„ – - - - - 1: —. — – – – – - —. 715:— — - - - —. 17: - - -- —. 77. — - - - 7 —. — - - - - - . 1 — — Aan den Werledelen Gestr Groot Achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands India goeverneur en Direkleeur ter Ries te Malabaar met den resorte van dien - -- —. 17. — 1:-„ - - : —. —. 111 Woensdag den 21 April 1790 co: 33 Spir Nitr: dulcis „ vitrioli - Elex: Prop: Paracelsi oleum Anisie - sal Nitri - d=o. Polichresteum - Cremor Tartari- sal mirabele Plauberii - Rob: Lambuci Theriae Andromochici . — „„ 111: — - .. — 1.— Extract: Chatholicum - - - - -„ 1. — Mass. Lilular Rubbi — „ Retina Jalappa Emplastr Visicatorium - - - - „ 17. — Antenion: deaphore tecum - - - - 4: Londen zeep om 't volk te scheeren 2: Stukken Lennen tot Chirurgijns gebruik Actemn Aan Boord van't Comp schip Deerarij leggende geankerd ter Rheede van Corhei, den 12: Aprel 1790 /was geteekend/ Johan Fredrik Sarager opper Chirurgijn .. 1. —„— . —: 17:— „111:— „ 4. -- Spcr wel — - — - — - - - . .. 1. —. - - - . . . —. 111: - - 768. 769 verzoekt om benoodigd„ heeden voor het schip de Schelde. Woensdag den 21:' April 1790 Wel Ed de Gestrenge Groot Achtb Hoog Gebiedende Heer De ondergeteekende gebruikt de Eerbiedige vrecheid Uw Eed: gestr: groot Achtb: van bericht te dienen dat hij het alhier ter Reede leggende Comp:s schip Denerarij heeft besichtigd in be „vonden dat het zelve zoo van bennen als van buijten hoog noodzaaklijk diend gekalfaat te werden waar toe noodig is. -¾: vat Harpuijs Hollandsch —¾ d=o zich en het nodige werk daar toe, zoo meede dat de kop van het Roer gescheerd is 't welk met zwaare yzere schene en banden diend beslagen en geklonken te worden. Den Capitain van dien Bodom heeft de onder„ „geteekende ook sterk aangeweest, om een Rol vlaamsch Linnen tot het repareeren van de Lig„ te zijlen waar van zo veel moogelijk getrackt heeft hem, dat verzoek afteslaan, maar alzo de zelve daar op blijft staan, onder beteuiging dat hij met half sleeten Branczeijl en dat maar Een stel van Bataviaet afgegaan en ook werd geleezen het request van den kapitain van het schip de schelde Christiaan Martens, hou„ „dende verzoek om een vijgertouw in steede van een Zwaar Hollandsch touw, het welk volgens overgelegde verklaaringen viermaalen heeft moe„ „ten afgekapt worden en dus te kort geworden is, Woensdag den 21=e April 1740 geen Ligt doek tot repareeren der Ligte Zeijlen heeft meede gekreegen, dus onmooglijk met die Bramzijl tot Batavia toe te koomen. zo is 't dat hij bij request zich addresseerd bij uweled: Gestr: Groot Achtb: waar bij dezelve de reede van Hooge noodzaaklijkheid heeft bekend gesteld De koks goederen en andere kleijnigheeden die zig bij het nasien van het tuig mogte opdoen, zal de ondergeteekende nader rapport van doen. Hij heeft de Eer zich met alle schuldige Eer„ „bied en Hoogachting te noemen :/onderstond:/ weledele Gestreinge Groot achtb: Hoog gebiedende Heer uweledele Gestr: Groot achtb: zeer onderdaanige en ootmoedige dienaar /was get.: / I: v: Blankenberg /in mar„ „gine:/ koetsiem den 17: April 1790: geen om

NL-HaNA_1.04.02_3897_0407 view scan ↗

English

770. 771. Resolution on that matter. Wednesday the 21. April 1790: for two top studdingsail booms instead of two that according to declaration were broken for a spare topmast instead of the one that according to declaration was consumed for a foretopmast that was broken for a new main topgallant mast instead of the unfit one that according to declaration is no longer to be trusted. for 6: coir hawsers for the running rigging for new handles, hasps, and staples for water casks, rice, and katjang vats for rations and medicines for four months, because the ship has already been away from Batavia for those same months and only received supplies there for 8: months and finally that the ship's boat and some other items may be repaired And after examination of the counter-report of the Equipment Master Iohannes van Blankenberg, it was approved and understood to let the heavy Dutch rope that has become too short come ashore and, in the presence of judicial members, have it cut into pieces and delivered to the yard for old rope To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek Ordinary Council of the Netherlands Wednesday the 21: April 1790: use, as well as to have provided in its place a coir cable of 22: thumbs, as well as a coir hawser of 5: thumbs, three ditto of 4: thumbs, and two ditto of 3: thumbs, likewise rations and medicines for four months, but to deny the request for the handles, hasps, and staples, and furthermore, since no spars are in stock here and would have to be purchased at very high cost, to refer the request for them to Ceylon, whither the ship is departing and where spars will indeed be in stock, but on the other hand to have the ship's boat and other unfit items repaired and, insofar as the latter cannot be repaired, to have them replaced, and it was further understood to have the above-mentioned ship's declarations sworn to and to insert the petition of the captain and the counter-report of the Equipment Master below. 772. 773. Wednesday the 21: April 1790: Wednesday the 21: April 1798: Indies, Governor and Director on the Coast of Malabar Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord The undersigned Captain at Sea commanding the Company's ship De Schelde has the honor to submit herewith four declarations, from which it appears that the heavy rope of the daily anchor had to be cut off as many as four times and has thus become too short to use any further, for which reason the undersigned requests that a coir cable may be provided to his ship in its place according to another declaration, two top studdingsail booms are broken, for which the undersigned likewise requests two new ones in their place. The foretopmast was also cracked on the voyage from Batavia according to the attached declaration, in whose place the spare main topmast has been made into a foretopmast here; the undersigned therefore requests that another spare topmast may be provided to the ship The main topgallant mast is likewise, according to the attached declaration, unfit and no longer to be trusted, for which reason the undersigned requests that a new topgallant mast may be provided in its place. The undersigned further requests that there may be provided to his ship for running rigging 1: coir hawser of 5: thumbs 3: ditto ditto of 4: thumbs 2: ditto ditto of 3: thumbs, as well as 6: iron handles 3: ditto hasps 3: staples for the water casks, rice, and katjang vats The undersigned further requests that the following may be repaired in service of his ship, namely The ship's boat must be caulked and repaired The foretop two ports of the upper deck of which the hinges and pins are in pieces eight to ten padlocks and sliding bolt locks One outer ring of the fore yard One traveler ring of the jib five scrapers two metal bushes and iron nails

Dutch transcription

770. 771. besluit daar op. woensdag den 21. April 1790: om twee bovenleizeils spieren in steede van twee die volgens verklaaring gebrooken om een steng ter waarloo in steede van de geene die volgens verklaaring verbruikt is tot een voorsteng die gebrooken Tije was om een nieuwe groot bramsteng in steede van de onbequaam die volgens verklaaring niet meer te vertrouwen is. om 6: kaier trossen voor het loopend ting om nieuwe hengzels overslagen en kram„ „men voor waterstanders, rijst en katjang vaten om randsoen en medicijnen voor vier maan„ „den, wijl het schip reets over dezelven maan„ „den van Batavia is en daar maar voor 8: maanden ontvangen heeft en eindelijk dat de scheepsboot en eenige andere goederen mogen gerepareerd worden En is na examinaatsie van het kontra bericht van den Equipasie meester Iohannes van Blankenberg goedgevonden en verstaan, het te kort geworden zwaar Hollandsch touw, aan de wal te laaten komen en ten overstaan van Justietsieele leden in stukken kappen en aan de werf afgeeven voor oudtouw Aan den weledelen Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands woensdag den 21: April 1790: tot gebruik, mitsgaders in diesplaats een vijgertouw van 22: d=m te laaten verstrekken, mitsgaders ook een kaiertros van 5: d=m drie dito van 4: d=m en twee dito van 3: d=m zo meede randsoen en medicijnen voor vier maan„ „den, doch het verzoek om de hengzelso versla„ „gen en krammen te ontzeggen, mitsgaders vermits hier geene rond houten in voorraad zijn en zeer duur zouden moeten ingekocht worden het verzoek daar van over te wijzen naar Ceilon werwaards het schip vertrekt en waar wel rond houten in voorraad wee„ „zen zullen, daaren tegen de scheepsboot en andere onbequaame goederen te laaten reparee„ „ren en voor zoo verre de laasten niet te ver„ „helpen zijn te laaten vernieuwen, voorts is verstaan de boven gem: scheeps verklaa„ „ringen te laaten beeedigen en het request van den kapitain en kontra bericht van den Equipasiemeester hier onder te inse„ „reeren. tot Jndien zijn 772. 773. woensdag den 21: April 1790: woensdag den 21: April 1798: Jndien Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar weledele Gestrenge Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer De ondergeteekende kapitain ter Zee kom„ „mandeerende 'skomp:s schip de schelde heeft de eer hierneevens aante bieden vier verklaarin„ „gen, waar bij blijkt dat het zwaar touw van het daags Anker tot vier maalen heeft moeten afgekapt worden en dus & te kort geworden is om het zelve verder te gebruiken, weshalven de ondergeteekende verzoekt dat aan zijn schip een vijgertouw in dies plaatze mag verstrekt worden volgens een andere verklaaring zijn twee boven leizeilspieren gebrooken waar voor de onder„ „geteekende meede twee nieuwen in de plaats verzoekt. De voorsteng is op de reize van Batavia mee„ „de gekraakt volgens nevens gevoegde verklaa„ „ring in wiens plaats de waarloose groote stengal„ „hier tot een voorstang gemaakt is, de onderge„ teekende verzoekt dus dat aan het schip een andere waarloose steng mag verstrekt worden De groote bramsteng is meede volgens neevens gevoeg„ „de verklaaring onbequaam en niet meer te ver„ „trouwen weshalven de ondergeteekende verzoekt dat een nieuwe bramsteng in de plaats mag verstrekt worden. voorts verzoekt de ondergeteekende dat aan zijn schip mag verstrekt worden voorloopend touwerk 1: kaier tros van 5: d=m 3: d=o do „ 4. „ 2. . „ - „ „ 3. - „ mitsgaders 6. - ijzere hengzels 3: d=o overslagen. 3: „ krammen voorde waterstanders, rijs en katjang vaten wijders verzoekt de ondergeteekende dat het volgende ten dienste van zijn schip mag gere„ „pareerd worden als De scheepsboot moet gekalfaat en gerepareerd worden De voor Mars twee poorten van het boven dek daar de hengzels en duumen van in stukken zijn agt â tien hang en Grandels slooten Een buiten Beugel van de Fokke Raa Een uithaal Beugel van de kluiver vijf schraapers twee Metaalen Bossen en ijzere Nagels De Een

NL-HaNA_1.04.02_3897_0409 view scan ↗

English

774. 775. Wednesday the 21st of April 1790. Wednesday the 21st of April 1790. One copper steward's pump two tin hand megaphones eight pieces of cookware such as kettles, saucepans, and pans Whereas the ship is already more than seven months away from Batavia, and received provisions there for only eight months; the undersigned therefore requests that rations for four months may be provided for the crew of his ship; the undersigned also requests that the medicines mentioned in the attached catalogue may be provided; wherewith I have the honor to refer to myself with due respect, beneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir, your Right Honorable, Highly Esteemed, humble and very obedient servant. Was signed: C: Martens. In the margin: Koetsiem, the 9th of April 1740. List of the required medicines for the Honorable Company's ship De Schelde, calculated for lb. oz. dr. lb. oz. dr. four months Rad: Althea specacuama - - - - - 4. — —. 17. Rad: Jalappa - Foli: Sennae aq: Cinamoni Crem: Tartar — Theriac andromach – – – - 4. 4. — — 1111. – Tart: Emetic Laudan Liquid Sydenh: — - - - — 3. — — 111. Merc: Praecip: rubr: - Succus Liquirit: . . 1. 1. gem: Camph: raffin: . . . — 3. — — 111. — Sal Mirab: Glaub: – – – - 2. — — 11. — — Gum: ammoniacum – - - - 1/2. — — 13. — — Flor: Chamomill: - - - - 2. —. — 11: —: — Cort: Peruvian: – – – - - 6. — — 11. —. —. Gum: ammoniac: – – — 4. — — 11: — Cantharides – – – – – – — 4 — — 11. — Cera flava – – - - - - 1/2. — — 13. — — Mel album – – - - 2 — — 11. — — spir: Nitr: dulc: — - - - - — 6. — — 17. — Sal polychrest: - - - - - „ — — 1. — — Rad: Liquiritiae – - - - - 2. –. - - - ij —. — Rad: serpentar: - - - - - - 1/2. –. —. 13. —. — Herb: Malvae – – – – – - - 3. — — 11. —. —. Herb: absinthii - - - - - - 1. — — 2. —. — Flor: Sambuc: - – – – - - 2. —: — 1j —. — ol: vitriol: ac: - - - - - „ — 2. —. — 11. — ol: anisi – – – – – – – – 2 — — 11 sal Nitri – – – – – – 1 — — 1. — — lb. oz. dr. lb. oz. dr. - - —. 3. — — 111. — — – – – – – 1. –. —. 1. –– – – – – 1. –. – 1. —. — – – – – – 1. – – 1. – – - - - - - 4. – — 17: – – – – - 3. 11 – Merc: - - — — 1. — — 1. 776. 777. Wednesday the 21st of April 1790. lb. oz. dr. lb. oz. dr. Merc: subl: Corros: - - - - — — 1. — — 1. Emplastr: vesicator: - – - – – — 6. — — 17. — Extr: Catholicum – – - - - – - „ 2. — — 11. — Resina Jalappae - - - - - - — 1/2. — —. 13. —. Massa Pill: Ruffi - - - - - — 1 - — — „ — soap to shave the crew - - 5. — — 1. — — Done on board De Schelde, lying anchored at the Roads of Koetsiem, the 21st of April was signed: I: L: Pontij To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director on the Malabar Coast. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Sir, In compliance with your Right Honorable, Highly Esteemed, much honored order, I have carefully examined the requisition of the Sea Captain Christiaan Martens, commanding the Company's ship De Schelde lying here at the roads, and found that the said ship requires the following goods, namely: 1 messenger rope of 22 inches thick, as per declaration 2 new top studdingsail booms Wednesday the 21st of April 1790. 1 new main topgallant mast 1 ditto fore or main topmast as a spare instead of the spare mast that was stepped for the unserviceable one, as per declaration 6 coir hawsers that are requisitioned by the captain ought to be provided, for the reason that it is already the eighth month since the ship departed from Batavia, and it has cruised here for four months and has always had to keep its rigging in order, and moreover during all that time suffered wear and tear to the running rigging and tackles, with which the ship's boat had to be hoisted out and in daily. 6 iron hinges, 3 ditto hasps and 3 staples for the water butt, rice and bean casks. As to this item, because no unserviceable ones can be given in exchange and it is a requisition, we do not dare propose having these provided. The ship's boat needs to be repaired and caulked. The foretop also needs to undergo a repair. Instead of the unserviceable four hinges and pintles of two boat ports between the first deck, which cannot be repaired, because

Dutch transcription

774. 775. woensdag den 21. April 1790: woensdag den 21: April 1790. Een kopere Botteliers pomp twee blikke hand roepers agt: stuks koks goed als ketels kastrollen en Pannen vermits het schip reets over de zeeven maan„ „den van Batavia is, en aldaar maar vooragt maanden randsoen ontvangen heeft; zoo ver„ „zoekt de ondergeteekende dat voor de Equipa„ „sie van zijn schip voor vier maanden rand„ „soen mag worden verstrekt ook verzoekt de ondergeteekende dat de medikamenten bij neevens gevoegd Cathalogus vermeld mag verstrekt worden waarmeede de eer hebbe met schuldige eer„ bied te noemen /:onderstond:/ weledele Gestr: Groot achtbaare Hoog gebiedende Heer uw weledele gestr: groot achtbaare onderdaa„ „nige en zeer gehoorzaame Dienaar /was Geteekend:/ C: Martens /in margine:/ koetsiem den 9: April 1740 Lijst der benoodigde Medikamenten voor het Edele Comp:s schip de schelde gereekend voor â: 33. lb: 3. 3: vier maanden Rad: Althea „ specacuama - - - - - 4. — —. 17. Rad: Jalappa - Toes Sennae aq: Cinamoni „ Erem Tartar — Theriac andromach – – – - 4 4. — — 1111. – Tart: Emetie Laudan Liquid Jijdenti — - - - — 3. — — 111. Merc Preeeprubr. - Succus Liquirit: . . 1.1. gem: Camph: vafin . . . — 3. — — 111. — „ Miral Glaub – – – - 2. — — 11. — — „ ammoniacum – - - - 72. — — 13. — — „ Chamamill - - - - 2. —. — 11: —: — Cort Peruvian – – – - - 6. — — 11. —. —. „ ammoniac – – — 4. — — 11: — Cantharades – – – – – – — 4 — — 11. — Cera flava – – - - - - ½. — — 13. — — Melalbum – – - - 2 — — 11. — — spir Nitr: dulc — - - - - — 6. — — 17. — „ polijchrist – - - - - „ — — 1. — — „ Liquiritie – - - - - 2. –. - - - ij —. — „ serpentar - - - - - - ½. –. —. 13. —. — Herb Malva – – – – – - - 3. — — 11. —. —. „ absentha - - - - - - 1. — — 2. —. — Flor Sambuc - – – – - - 2. —: — 1j —. — „ vitriol ad. - - - - - „ — 2. —. — 11. — ol anisi – – – – – – – – 2 — — 11 sal Nitri – – – – – – 1 — — 1. — — lb: 33. lb: 3. 3. - - —. 3. — — 111. — — – – – – – 1. –. —.1. –– – – – – 1. –. – 1. —. — – – – – – 1. – – 1. – – - - - - - 4. – — 17: – – – – - 3. 11 – Merc: - - — — 1. — — 1. 776. 777. Woensdag den 21. April 1790: lb 3. 3. lb: 3. 3: Merc: subl Corre - - - - — — 1. — — 1. Emplastr: visicator - – - – – — 6. — — 17. — Extr Catholicum – – - - - – - „ 2. — — 11. — Resmia Jalappa - - - - - - — 72. — —. 13. —. Mats. Pellirieff - - - - - — 1 - — — „ — zeep om 't volk te scheeren - - 5. — — 1. — — actum Aan boord De scheldelggende ge¬ „ankerd ter Rheede Koetsiem den 21: April /was getz:/ I: L: Pontij Aan den weledelen Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad ordinair van Nederlands Jndiën Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar weledele Gestr: Groot achtb: Hoog gebiedende Heer In nakoming van uweledele Gestr: Groot achtb veel geerde ordre heb ik den Eisch van den kapitain ter Zee Christiaan Martens kommandeerende het alhier ter reede leggende 'skomp:s schip de schelde naauwkeurig geexamineerd en bevonden dat gemelde schip de volgende goederen noodig heeft als: 1: vijgertouw van 22: d=m dik blijkens verklaaringe 2. Nieuwe boven lyziels pieren Woensdag den 21. April 1790. 1 Nieuwe groote bramsteng 1 d=o voor of groote steng ter waarlo in steede van de blijkens waarloose steng die opgezet ( verklaaringe is voor de onbequaame 6 kaier trossen die door den kapitain geeischt, dienen verstrekt te worden om reeden dat het alinde agtste maand loopt, dat het schip van Batavia vertrokken is en hier vier maanden heeft gekruist en altoos zijn tuig in order heeft moeten houden daar bij in al dien tijd slijtaasie geleeden had aan het loo„ „pend goed en takels daar de scheeps schuit dagelijks meede uit en ingezet moest worden 6. ijzere henzels- deeze post wijl daar geen 3 d=o overslagen en onbekwaam in steede kun„ „nen gegeeven worden 3 „ krammen voor de en 't een eisch is dur„ „ven zulks niet voor„ water stander rijst in „slaan om te laaten katjang vaten. T verstrekken. De scheepsbood diend gerepareerd en gekalfaat te worden. De voor Mars diend meede een re„ „paraatsie aangedaan te worden In steede van de onbequaame vier Hengzels en duimen van twee schuijt poorten tusschen 't eerste dek die niet te repareeren zijn om, reeden

NL-HaNA_1.04.02_3897_0411 view scan ↗

English

778. 779. found Demerarij. Wednesday the 21st of April 1790. are decayed by reason of rust, new ones must be made, because according to the inventory no hinges and pintles for the upper ports are provided as spares. Eight to ten bolts and padlocks that are repairable must be repaired. However, in place of the unserviceable yardarm iron or outer hoop of the foresail yard and the outhauler hoop of the jib, which cannot be repaired, new ones must be made, as the old one was broken and far too light. For the five scrapers that cannot be repaired, new ones must be supplied. In place of the two metal bushings and iron nails that cannot be repaired and are therefore unserviceable, new ones must be supplied. In place of one copper steward's pump and two tin megaphones, which likewise cannot be repaired, new ones must be supplied in their stead. The following cook's wares must be repaired and tinned, namely: 1 large kettle with its lid 2 hanging kettles with their ditto 1 roasting pan and lid 2 saucepan pans. Wednesday the 21st of April 1790. 1 skimmer 1 small saucepan The following cook's wares cannot be repaired for the reason that they are entirely unserviceable, and therefore new ones must be supplied in their stead, namely: 2 frying pans and 1 lid of a saucepan. Because the ship was fitted out at Batavia for eight months, of which seven months have already elapsed, the said ship must be supplied with four months' rations. Wherewith the undersigned have the honour to call themselves with due respect, was written below: Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Sir, your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed obedient and very humble servant, was signed: I: v: Blankenberg; in the margin: Cochin, the 20th of April 1798. Some goods are un... Upon a report from the captain of the ship Demerarij, it having appeared that there are to be found in the ship: 5 pieces of hawsers, 2 pieces of white lines, 1 piece roll of grey cloth, Chinese 780. 781. which are not on the bill of lading. Resolved to unload them and send them to Ceylon: Wednesday the 21st of April 1790. 350 Chinese or teak planks, 8 handspike beams, 4 Tinkamp planks and one quarter last of rye, all of which appear on a project of the loading of this ship that was also submitted, but are not listed on the bill of lading; thus it is understood that the said goods shall be unloaded from the ship, entered into the books, and subsequently sent to Colombo, as they are not needed here; and furthermore to give notice thereof to Their High Excellencies the Supreme Indian Government, and to insert the aforementioned report and enclosure herein. Report of the Honourable Company's ship Demerarij To the Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Governor and Director of Malabar. The undersigned Captain has the honour to report to your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed that he finds on his project for loading received at Batavia: Two pieces of white lines, Wednesday the 21st of April 1790. Five pieces of Dutch hawsers, One roll of grey cloth, Three hundred and fifty Chinese or teak planks, Eight handspike beams, Four Tinkamp planks, One quarter last of rye, Of all of which above-mentioned articles he finds nothing mentioned on the project for discharging received here, which are already partially ashore; which he considered it his duty to bring to the attention of Your Right Honourable, Highly Esteemed, in order to dispose thereof as Your Right Honourable, Highly Esteemed shall please to think proper. Wherewith he has the honour to call himself with the utmost veneration, was written below: Right Honourable, Highly Esteemed Sir, your Right Honourable, Highly Esteemed's most humble servant, was signed: I. Paardekooper; in the margin: Cochin, the 10th of April 1790. In the ship Demerarij there is to be shipped to Surat as follows: From the West Side: 8500 lb of cloves, sound, pure; five 1350 lb 782. 783. Wednesday the 21st of April 1790. 1350 lb of nutmegs, middling and lean, dusted with cloves; from the common sort: 8500 lb in good, well-dried cases of wood; one pound must be taken in advance from each of these spices by the Captain of this vessel, and, assisted by one of the administrators, be brought to the Senior Merchants of the Castle as samples; 1 sokkel of mace, second sort, and only in default thereof, first sort; from Onrust: 17000 lb of Banka tin; 1 piece copper or metal test weight of 50 lb; from the Sugar Warehouse: 1700 lb of red lead; upon import: 2 cases of gin; 2500 canassers of powder sugar, whereby, according to the latest order given by the High Government on the 16th of this month, 2 canassers from the entire lot must be set aside by the Captain of this vessel, and the tare must be marked thereafter; from the Equipment Yard: 1 piece of iron hawsers in sorts; 2 pieces ditto; 2 white lines in sorts; 1 roll of grey cloth; 25 blocks in sorts; 350 Chinese or teak planks; 8 handspike beams; 4 Tinkamp planks; was written below: Batavia, the 22nd of June 1789; was signed: P: H: de Waart. Wednesday the 21st of April 1790. From the Water Gate: 1 lb of cloves as a sample; 1 lb of nutmegs; 441 lb of elephant's teeth; from the Grain Magazine: ¼ last of rye; from the Small Shop: 4 reams of large format paper; 3 ditto small ditto ditto Dutch; 5 sheets of cardboard; 1 lb of sealing thread upon import; 1 lb of coarse Dutch thread; 4 Prussian blue; 5 lb of king's yellow; 6 pieces of paint brushes; from In

Dutch transcription

778. 779. Demerarij gevonden. Woensdag den 21:' April 1790. reeden van de roest vergaan diend nieuwe aangemaakt te worden, wijl bij den Jnvan„ „taris geen Hengzels en duimen voor de boven„ poorten ter waarlo worden meede gegeeven agt â tien grendel en Hangslooten die re„ „parabel zijn dienen gerepareerd te worden. Doch in steede van de onbequaame Nok of buiten beugel van de Fokke Rha en uithaal beugel van de kluiver die niet te repareeren zijn, diend nieuwe aangemarkt te worden wijl de oude stukkend en veel teligt was voor de vijf schrapers die niet te repareeren zijn diend nieuwe verstrekt te worden. In steede van de twee Metaale bossen en ijzere Nagels die niet te repareeren zijn dus onbe„ „quaam diend nieuwe verstrekt te worden In steede van Een kopere botteliers pomp en twee blikke roepers die meede niet te repareeren zijn diend nieuwe voor verstrekt te worden. De ondervolgende koks goederen diend gereder de laading van „pareerd en vertint te werden als. 1 groote ketel met zijn dekzel 2 Hang ketel met hun do 1 braadpan en deksel 2 staart pannen. Woensdag den 21. April 1790. 1 schuijm Ipan 1 klijne staardpan De ondervolgende koks goederen kan niet gerepareerd worden om reeden dat het ten eenenmaal onbequaam zijn dus diens daar voor nieuwe verstrekt te worden als 2 koeke pan en 1 dekzel van een staart pan. wijl het Schip voor agt maanden op Batavia is uitgerust daar nu al reeds zeeven maanden van verloopen zyn, diend gem: schip voor vier maanden van rantsoen verstrekt te worden waarmeede de ondergeteekende de Eer hebben met schuldige eerbied te noemen /onder„ „stond/ weledele Gest: Groot achtb: Hoog gebie„ „dende Heer uw weledele Gestr: Groot achtb: onderdaanige en zeer gehoorzaame Dienaar /was geteekend/ I: v: Blanken„ „berg /in margine / koetsiem den 20: April 1798. — eenige goederen zijn on„ Bij een bericht van den kapitain van het schip Demerarij gebleeken zijnde dat in het schip te vinden zijn 5 p=s trossen- 2 „ witte Lijnen 1 „ rol grauwdoek sineesche 780. 781. die niet bij het kognos„ „sement staan. beslout om ze te ligten en naar Ceilon te zenden: woensdag den 21. April 1790. 35.0. sineesche of Jatij planken 8 windboom balkjes 4. tinkampsche planken en een quart last rogge, die alle bij een meede overgelegd projekt van de laading van dit schip, doch bij het kognossement niet bekend staan, zoo is verstaan gemelde goederen uit het schip te ligten bij de boeken in te neemen en vervol„ „gens naar kolombo te zenden, als hier niet noodig zijnde, mitsgaders daar van aan Hunne Hoogedelheeden de Hooge indische Regeering kennis ten geeven en het voorm: bericht en bij „lage hier bij te insereeren Berigt van sE komp=s schip Demerarij Aan den weled: Groot Achtb: Gestr Heer Iohan Gerard van Angelbeek goeverneur en Direkteur der Malabaar Den ondergeteekende Capitain heeft de Eer uweled: Gestr Achtb: te berigten Dat hij op zijn project tot Jnlading op Batavia ontvangen vind Twee ps. witte Lijnen Woensdag den 21. April 1790. vijf p=s Trossen hollands Een Rol grauw Doek Drie Honderdt vijftig Chineesche of Jatij planken Acht windbooms balkjes vier Tinkampse planken Een quart Last Rogge van alle welke bovenstaande Articúls hij op het Project tot ontlossing alhier ontvangen mits bekend vind, welke reeds gedeeltelijk aan Land zijn twelk by van zijn Pligt ge„ „oordeelt heeft om het onder het oog van uw Ed: groot Achtb: te brengen om daar over zodanig te Disponeeren als uwEd: groot Achtb: zal gelieve goed te vinden te behooren waar meede bij d' Eere heeft zig met de uit„ „terste Teniratie te Noemen /onderstond:/ weled: Groot Achtb: heer uwEd gr: Achtbaare aller onderdanigste Dienaar /was geteekend/ I. Paardekooper /in margine. Koetsum den 10 April 1790. In het schip Demerarij naar Sourathes staat afgescheept te worden als. van de Westzijde 8500. lb Garioffel Nagulen deugdzaame zuijvere vijf 1350 lb 782 783 woensdag den 21. April 1790. 1350. lb Nooten musschaaten middelbaare en magere met Nagulen bestord uijt de gemeente oneerde 8500 lb in goed wel uitgedroogde kassen van hout moetende uit Een ieder deezer specerije door den Capn deezer Bodem voor shands Een Pond genomen En geadsesteer met eene der Administrats hij de oppercoop lieden des Casteels gebragt worden tot Monsters 1. soekel Foelij Raap of 2 soort en niet dan bij gebrek van dien klemn of 1. soort van onrust 17000. lb Thin Bancas 1 p=s koperen of Metaalen Proef ge„ „wigt van 50 lb van 't Zuijker Pakhuijs 1700. lb roode Meni¬ bij aanbreng 2 kelder genevers 2500. Canassers Porder zuiker zullende inge „volge de jongste gestelde ordre door H: H: C: op den 16 dezer uijt de gantsche Partij 2 Canassers door Capt. deezer Bodem afgezon¬ „dert en daar na de Tarra gemerkt moeten worden. van de Equipagie werff 1 p=s ijzer Trossen in Z=ten 2 „ wel 2 witte Lijnen in soorten 1 Rol grauw Doek 25 Blokken in soorten 350. Chineeze of Jatij Planken 8 windbooms Baekjes 4: Tinkampse planken /onderstond/ Batavia den 22 Junij 1789 /was geteekend/ P: H: de Waart Woensdag den 21 April 1790. van de water poort 1 lb. Garioffel Nagulen tot monster. 1 „ Nooten musschaatens 441 lb Eliphants Tanden van 't Graan Magazijn /¼. Last Rogge van de kleine Winkel 4 Riem groot formaat Papier 3 d=o kleijn d=o d=o Hollands 5 Bladen bord papier. - - - . 1 lb zeegul gaaren bij den Aanbreng 1 „ Gaaren Groff Hollands 4 Berlijns Blauw 5. lb konings Geel 6 p=s verfkwasten van In

← previousnext →