VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3910

Japan · 526 pages · 274 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3910_0306 view scan ↗

English

561 the 26th of July 1790. Paragraph 31. It is a particular pleasure to me that the orders issued for the foiling of the plots of the disturbers of the peace who had gathered in the Grobogan district, and the resulting capture of their two ringleaders, have met with the satisfaction of Your Right Noblenesses, while I have recently sent both of these ringleaders with the Pontianak pantchiallang the Beschermer to Batavia at the esteemed disposal of Your Right Noblenesses, in the hope that this will likewise meet with the approval of Your Right Noblenesses. Paragraph 32. Meanwhile, I have informed the Authority of Surabaya of the further statement required by Your Right Noblenesses regarding the arrangements that could be made with the Mandarese Captain Bouton concerning the bird's nests, as well as with regard to the location of the lands ceded to him and their population, on all of which I am still awaiting his considerations, in order to communicate them to Your Right Noblenesses immediately upon receipt, while I have the honor to respectfully thank Your Right Noblenesses for the favor shown to the Pasuruan Commandant van Rijck on account of the rewarded good conduct in the expedition undertaken to Java's south coast. Paragraph 34. I have also informed the Authority of Surabaya of the opinion of Your Right Noblenesses that the proposal for the redemption of the pawned goods of the former Regent of Tegal, Raden Hadji, who was relegated to the Cape, could still be made by the said Authority to the wife of the said Raden Hadji, Paragraph 33. The ammunition and other goods captured in the aforesaid expedition had already been dispatched to Batavia per the ship the Jonge Jacob prior to the receipt of Your Right Noblenesses' letter mentioned at the beginning of this dispatch, so that, to my regret, I have been unable to comply with the order of Your Right Noblenesses to detain the same and distribute their value among the men who were employed in the expedition; wherefore I hope that this may be regarded by Your Right Noblenesses as sufficient, and that Your Right Noblenesses may also now be pleased to determine how much shall be paid out to the aforesaid men for the captured weapons. 563 the 26th of July 1790. whereupon I have received the answer that he, the Authority, accordingly inquired directly of the Panembahan of Madura whether there might not be a suitable opportunity to have the proposal made to his sister concerning the redemption of the goods of her husband that remain pawned in Batavia, and that His Highness replied thereto that he was reliably informed that his said sister was living in Bali in very impoverished circumstances, and would consequently be unable to redeem those goods, with the request, therefore, to be excused from having the proposal made to her, as Your Right Noblenesses will further see, if it pleases you, from the translation of His Highness's letter, which I take the liberty of enclosing herewith, with the respectful note that the reason why His Highness requests to be excused from making this proposal is that his said sister refused to make use of the vessel sent expressly to Bali by the Panembahan to fetch her and her children, thereby showing that she was not inclined to leave Bali and return to her aged mother and the rest of the family; wherefore I also took the liberty of submitting to the consideration of Your Right Noblenesses whether, since the proposal to be made for the redemption of the goods would not only be in vain because of the extreme poverty, but moreover there is also no opportunity to have the proposal made in a suitable manner for as long as that woman maintains her residence in Bali, whether, I say, it might not therefore be best if Your Right Noblenesses should think fit to grant the creditors the freedom to dispose of the pawned goods as they see fit, or else to allow them to correspond about the same and their claim with the aforementioned wife of Raden Hadji herself whenever vessels depart from Batavia for Bali. Paragraph 35.

Dutch transcription

561 den 26. Iuly 1790. § 31. Het strekt mij beponder tot eene dat di ge„ „stelde Ordres tot veriedeling van de aanslagen der zig in het Grobogangse te baamen gerot hebbende Rust, „verstoorders en da daar uijt gevolgde agterhaling van derselver Twee aanvoerders, het genoegen van uwe Hoog Edelheiden heeft mogen wegdragen, Terwijl ik beijde dese Belhamers Onlangs met de Pontianasche pantjalling de Beschermer ter g'eerde dispositie van uwe Hoog Edelheeden naar Batavia heb gesonden, in hoope dat sulks insgelijx van de goedkeuring uwer Hoog Edelheeden zyn zal. §: 32. Intusshen heb ik den sourataijas gesoig„ „hebber gegeeven van de nader door uwe Hoog Edelheiden gerequireerde opgave Omtrent de schikkingen welke met den Mantharees Capitain Bouton zullen kunnen gemaakt worden Omtrent de vogelnestjes so ook ten aansien van de geleegenheijd der Landen die aan hem afgestaan zyn, bevolking derselve op welk een en ander ik als nog desselfs Consideratien blijve te gemoet sien, Om direct bij ontfangst mede aan Uwe Hoog Edelheeden bedeeld te worden, middelerwijl ik de en lieb uwe Hoog Edelheeden eerbiedig dank te seggen, voor de aan den Passourou„ § 34. Ik heb den sourabaijas Gesaghebber ook g'informeert van de meening uwer Hoog Edel„ „heeden dat de propositie tot het inlossen der verpan„ geweesen de goederen van den naar den Caab: geregeleerden Tagals reysten „angs Commansant van Rijck betoonde gunst wae„ „gens het beloonde goed beleijd in de gedane Expetitie na Iavas Zuijdkant. —. § 33. De in de voorschreevene Expeditie buijt gemaakte Ammunitie en andere goederen, zijn voor den ontfangst van uwe Hoog Edelheeden in den aanvang deser gemelde Missive, reeds per het schip de Jonge Iacob, naar Batavia versonden, so dat ik tot mijn leedwerden, niet heb kunnen voldoen aan het bevel uwer Hoog Edelheeden ter aanhouding van deselve en aa de waarde van dien onder de Manschappen, welke tot de Expedatie g'emploijeerd zyn, te verdeelen, invoegen als hoope dat dit door uwe Hoog Edelheeden als vol„ doense mag aangemerkt worten, en dat Hoogst deselve ook als nu gelieven te bepalen, hoe veel voor de gebagte wapenen aan de voorseijde Manschappen zal worden uijtgekeert — „angs regent 563 den 26. July 1790. Regent Rateen Hadjie, als nog door hun gesagheb„ „ber aan de vrouw van gemelde Radeen Hadjee soude kunnen gedaan worden, terwijl ik daarop tot andwoord heb bekoomen, dat hij gesaghebber in dien gevolge, direct van den Panumbahan te Madura informatie heeft gevraagd, of er geen bequaame ge„ „leegenheijd te vensen zoude sijn, om aan zijn suster de propositie te laaten doen, weegens het inlossen van haren Man te Batavia verpand geblevene goe„ „deren, en dat sijn Hoogheijd daarop geantwoord heeft dat Hij secuur g'informeert was dat gem: zijne sirter sig te Balij in seer armoedige Onstandigheden bevond, en oversulx buijten staat zoude zijn, tot het inloosen dier goederen, met versoek dierhalven, om g'excu„ „seerd te mogen worden aan haar het voorstel daartoe te laaten doen, gelijk uwe Hoog Edelheeden des behargende nader zal voorkomen by het Translaat van zyn Hoogheyds Misive, dat ik de vrijheyd neem by deesen te laaten overgaan Onder eerbiedige notitie dat de reeden, waarom sijn Hoogheijd versoekt, om van het doen van dit voorstel versthoont te blijven deese is, dat gedagte sijne zuster geweijgert heeft om van het vaarthuijg dat door den Panumbahan expres naar Baly gesonden was, ter afhaal van haar en haare kinde„ „ren, gebruijk te maaken, en daar door getoond heeft, niet genegen te zyn, om Balij te verlaaten en tot haare oude Moeder en verdere familie te rug te keeren; waar om ik dan ook de vrijheijd nam uwe Hoog Edelheden in Consideratie te geeven, of, wijl de te doene propositie tot het inlossen der goederen niet alleen te vergeefs zoude zijn, uijt hoofde van de exteerende armoede, maar daer en boven ook geen geleegenheijd is, om het voorstel daartoe, op eens gevoeglyke wijse te lanten geschieden, voor zo lange die vrouw haar verblijf te Balij houd, of het segge ik, derhalven niet best zoude zyn, indien uwe Hoog Edelheeden mogten goedvinden aan de Crediteuren vrijheijd te verleenen, om met de verpande goederen na goedvinden te han„ „delen, dan wel over deselve, en hunne pretentie met meermelde vrouw van Radem Hadjee zelfs te mogen Correspondeeren, wanneer er vaarthuijgen van Batavia naar Balij vertrekken. —. 135.

NL-HaNA_1.04.02_3910_0308 view scan ↗

English

666 26 July 1790. Paragraph 35. I further feel most obliged to express my gratitude that it has pleased Your Right Honourables to approve the appointments made by me, namely of Military Captain d'Chasteauvieux as Commandant at Sourabaija, of Lieutenant Ioseph Sannet as Captain-Lieutenant, of Ensign Karisch as Lieutenant, and of the Commanding Sergeant-Majors Seltser and Forster as Cornets. Paragraph 36. In the same manner, I am very obliged to Your Right Honourables for granting the departed Administrator at Sourabaija, Tobius, discharge to Europe; likewise the appointment of Junior Merchant Schelkes as Resident at Sumanap, and of Junior Merchant van Massau as Secretary at Sourabaija. Paragraph 37. The Pangerang of Sumanap having accepted with all readiness to supply as soon as possible the company of Sumanappers further requisitioned by Your Right Honourables for Ceylon, this has also since been fulfilled by him; and these men recently departed with the pantjallang Sourabaija for Batavia. Paragraph 38. In one of my previous dispatches, I had the honour to inform Your Right Honourables of the report received from Resident Klaagman at Pontiana, concerning the payment at Sambas by a certain Hadjie Oenoejs of the estate of the Arab Saijd Ibrahim, who was murdered there, to his brother Saijt Segat, and that the value of the vessel of the local Malay resident Intje Jamal, detained there, was possibly also handed over to him, under the pretext that the said Intje Jamal had first sold his vessel for that price, but had later supposedly refused to receive the agreed amount. Following upon this, it now falls to me to report that not long after the sending of my said missive, two envoys arrived here from the ruler of Sambas, bringing a missive from His Highness, in which he amicably requested of me that his vessel might be returned to him, on the grounds that he had never lived in estrangement of friendship with the Company, and also had never heard that there is a prohibition by the Company against buying vessels on the opposite shore. 567 26 July 1790. 26 July 1790. Paragraph 39. Consequently, in accordance with what was cited in my aforementioned letter and on the foundation of the authorization granted by Your Right Honourables, namely to settle this matter with that ruler, I immediately gave orders to bring the vessel, which was somewhat damaged, back into good condition and to supply it with some necessities; after which I had it handed over, with sail and rigging and furthermore everything that had been found therein at its detention, to His Highness's said envoys, who also received it to their satisfaction, as evidenced by the enclosed copy translation of the receipt granted by them for it. Paragraph 40. I have informed the ruler as well as the Pontiana Resident Klaagman of this; furthermore giving His Highness to know that this must be a proof to him that the Company likewise seeks no estrangement, but only protects its subjects, with the further assurance that his subjects who come here to trade will always be treated with all equity and granted all assistance and protection, and that it is thus trusted that the same will befall the Company's subjects who come to Sambas to trade; of which letter I take the liberty to present a copy to Your Right Honourables herewith, while I have also sent a copy thereof to the Pontiana Resident, in order to be able to make use of it for the further conviction of the ruler of Sambas of the Company's equitable conduct, and that in the detention of his vessel nothing else was done than following the example that had first been set by himself. For however much he tries to pretend ignorance, it nevertheless is and remains very probable that the detention occurred either by himself or on his orders, and that Intje Jamal also never sold this vessel, since this would precisely have been the means to receive nothing at all for it, had it merely appeared that his complaints were unfounded. Paragraph 41. Yet, however well-founded these reflections are, I nevertheless believed that I could not act otherwise in this matter, partly to preserve the Company's prestige and not to expose oneself to unpleasantries with that ruler, which, although having little significance in themselves, can nevertheless always be more disadvantageous than advantageous in the present situation now that the Mampawa realm has not yet been brought to tranquility; and partly because there is no further evidence in this matter than the oral testimony of Intje Jamal and those who had been with him, and the ruler thus cannot well be convinced. I

Dutch transcription

666 den 26. July 1790. § 35. Ik verte mij voorts ten hoogsten verpligt mijde dankbetuijging afteleggen, voor dat het uwe Hoog Edelheden heeft gelieven te behaagen, de door mij gedaane aan= „statling te approberen, van den Capitain Militair d' Chaste auvieux tot Commandant te sourabaija, van de Lieutenant Ioseph Sannet tot Capitain Lieutenant, van den vaandrig karisch tot Lieutenant en van den Commandeerende wagt meesters seltser en Forster tot Cornets. —. § 36. Insilvervoegen ben ik uwe Hoog Edelheeden seer verpligt, voor de aan den afgegane Administrateur te sourabaija Tobius vergunde, verlossing naar Europa„ item de aanstelling van den onadercoopman Schelkes tot Resident te Sumanap, en van den Onderkoopman van Massau tot Scriba le Sourabaija. § 37. Den Pangerang van Sumanap niet alle bereijdwilligheijd aangenomen hebbende, so nader door uwe Hoog Edelheeden voor Ceijlon gerequireerde Compagnie Sermanappers, ten spoedigsten te besorgen, is door denselven ook sedert daaraan voldien: en dese Manschappen Inlangs met de Pantjallang sourabaija naar Batavia vertrokken. § 38. By eene mijner voorije, heb ik de eer gehad uwe Hoog Edelheeden kennis te geeven van het ontfangen berigt van den Resident klaagman de Puntiana, weegens het uijtkee„ „rin te Sambas door serekeren Hadjie Oenoejs van de nalatenschap van den aldaar vermoorden Arabier Saijd Ibrahim aan desselfs Broeder Saijt Segat, en dat aan denselven mogelijks ook ter hand is gesteld, de waarde van het aldaar aangehouden vaarthuijg van den alhier woonagtigen Maleijer Intje Iamal, onder voorvendsel dat gemelde Traftje Jamal syn vaarthuijg eerst voor dien paijs verkogt, dog naderhand geweijgert zou hebben, het bedongene te Ontfangen. Ten vervolge van dien valt mij thans te bedeelen, dat niet lange naar het afsenden van gemelde mijne Missive, hier twee zendelingen arriveerden (van den vorst te Sambas, medebrengende een Missive van zijne Hoogheijd, waarinne deselve mij vrien„ „delijk versogt; dat hem zijn vaarthuijg mogt wederom gegeeven worden, uyt hoofde hy nog nimmer met de Compagnie in verwijdering van vriendschap had geleeft, en ook nimmer gehoord had, dat er een verbod van de Compagnie is, dat men geen vaarthuygen aan de overwal mag kopen 567 den 26. July 1790. —. den 26. Iuly 1790. —. §39. Ik heb dus ingevolge van het aangehaalde bij mijn voorn: schrijven en op fundament van de verleende qualificatie door uw Hoog Edelheeden, namelijk om dese zaak met „dien vorst te beslissen, aerect ordre gesteld; om het vaartuig dat eenigsints ontramponeerd was, weder in een goede staat te brengen en van eenige noodwendigheeden te voorsin; waarna ik het met zeijl en Treijl en voorts alles wat bij dens aanhouding daarin gevonden was, aan zin Hoogheijds ge„ „melde sendelingen heb doen overhandigen, die het ook tot genoegen ontfangen hebben, blijkens inleggend Copy Translaat van het door hem daarvoor verleend bewijs. — § 40. Ik heb den vorst so wel, als den pontianas Resident klaapman hiervan kennis gegeeven; dnaer verdere te kennen gave aan zyne Hoogheijd, dat dit. voor hem een blyk moet sijn, dat de Comp„e mede geen verwijdering soekt, maar eenlijk haare onderdanen beschermt, niet verseekering wijders, dat sijne on„ „berdanen, welke hier ten handel komen, stens, met alle billekheijd bijeegend: en aan deselve alle hulp en bescherming verleend, sal worden, en dat men dus vertrouwd: dat Comp=es on„ „derdanen, welke op sambas ten handel komen het selfde sal wedervaren, van welke brief ik a vrijheijd naam uur Hoog Edelheeden by deesen Copir aantebieden, terwijl ik den Pontianas Resident mede een afschrift daarvan koopen. - heb toegesonden, om gebruyk daarvan te kunnen ma„ „ken; ter verdere overtuijging van Sambas vorst, van de billyke handelwijs van de Compagnie en dat in het aanhouden van sijn vaarthuijg niets anders gedaan is, als dat het voorbeeld is opgevolgd het welk door hem zelfs eerst gegeven was. want hoor sier hij sig van onkundig tragt te houden, is en blijft het eijter seer waarschijnelijk, dat de aanhou= „ding of door Heen selve, of op zyn bevel is geschiet, en dat Intje Jamal dit vaarthuijg ook nimmer verkogt heeft, wijl dit Juist het middel soude syn geweest om er in 't geheel niets voor te krijgen, wanneer het slegts gebleeken was, dat sijne klagten ongegrond waaren. § 41: Dan hoe gefundeert dese bedenkingen ook sin„ heb ik egter gemeend in deesen, niet anders te kunnen han„ „eelen, eensdeels om Compagnies aansien te bewaaren en zig niet te exponineeren aan Onaangenaamheden met dien vorst, die schoon in zig selve niet veel te beduijden hebbende, egter althoos meer naeals voordeelig kunnen zijn, in de presente situatie nu het Manrpauwasche Rijk nog niet tot rust is gebragt, en ten anderen uijt hoofde er in desse zaak geene verdere bewysen zijn, als het mon„ „deling getuijgenis van Intje Iamal en de geene„ die met hem wese waaren geweest, en de vorst dus naet wel overtuijgt kan worden. —. Ik

NL-HaNA_1.04.02_3910_0310 view scan ↗

English

663 the 26th of July 1790. I therefore flatter myself that Your High Noblenesses will be pleased to be satisfied with this settlement, as in this the greatest advantage of the Company has been attended to. Section 42. The appointed Regent of the Island of Baviaan, Radeen Tommongong Poerbo Nogorro, having taken the oath of loyalty at Sourabaija, I take the liberty to present hereby to Your High Noblenesses the Deed of obligation sent to me by the Authority there. With the due respect and true high esteem I declare to be, below written, title, lower, Your High Noblenesses' very obedient and faithful servant, was signed J: Greeve, in the margin Samarang the 26th of July 1790. Copy Report of the Special Commissioners, the Captain of the ship S:t Laurens, I: Bakker, and the Captain Lieutenant H: v d' Acker: Pursuant to your Right Honorable Most Venerated orders, we the undersigned have betaken ourselves today outside to the Bank before the mouth of the River, and there, in the presence of the Equipage Supervisor P: Bossottiel, exactly surveyed and verified the depth of the water on the Bank, as well as the effect that has been brought about by the Machine constructed here for the removal of this Bank. Thus we have the honor to report most respectfully by this to your Right Honorable that the Bank, currently through the effects of that Machine, is much deeper than before, which can best be perceived at dead low water, as it also has been today, for then there is still fully 8 or at least 7 1/2 feet of water on the Bank, so that the small native vessels can at all times pass the Bank unhindered, but for larger vessels it is at low water still too shallow, and to pass the Bank they must await the arrival of high water, when they can however cross it much more easily than before. It would however, in our opinion, be very necessary for the further removal or deepening of the Bank if the pile-driving on both sides of the banks of the River were continued another 50 to 60 Roeden further seaward, and this subsequently be revetted somewhat, in order to prevent that by the north-westerly winds and their strong currents no soil is washed through and the opening thus clogged again, to which purpose it will also be serviceable that the pile-driving seaward is, as much as possible, 371 the 26th of July 1790 laid towards the North-East, in which case the sea, when the north-westerly winds blow, will be driven not directly at the opening but obliquely against the revetment, which certainly will be of particular utility, since the mud or the sand that is dragged along by the sea will then not be able to settle right before the opening again, but against the revetment, where, gradually becoming firmer and harder, it will finally in time form a sort of bank with the revetment and thus serve to preserve the channel the better. Hoping herewith to have complied with your Right Honorable most venerated orders, we take the liberty with deep reverence and high esteem to call ourselves, below written, title, lower, your Right Honorable very obedient and humble servants, was signed J: Bakker and A v d Acker, in the margin Samarang the 26th of June 1790, underneath, In the presence of, was signed J: Bossottiel. Report of the Navy Lieutenant and Equipage Supervisor Joseph Bossottiel. Pursuant to your Right Honorable Most Venerated Orders to make a written statement regarding the required expenses for the pile-driving east and west of the Bank, calculated from the end of the River into the sea, at a depth of 6 feet of water, being calculated at a length overall of 6000 feet on both sides; I have the honor to report to the same that for the construction of a Machine which must remove the mud and the sand from the bank, item the revetting of a length of 120 roeden, the following articles will be required: For Timber works including from the contingents and extra purchase: Rds 2900. 36. – Iron at the Company's price: 421. 32. – Nails: 585. –. – Rope and block works: 100. –. – Wages: 492. 28. – Sum: Rds 4500. –. – For which amount there can at the same time be made good and manufactured a slipway on which the vessels can be hauled up, up in front of the Equipage yard, and which will be very serviceable for the same in the bad monsoon, while during heavy run-off and currents, not a single vessel is able to go up nor go down without running the risk of capsizing and perishing. And to at the same time give the necessary assurances that the work will be useful and durable, I bind myself, for the period of four years after completion, to wit if my life lasts so long, to guarantee that it will remain in a proper condition and that during that time no more than 200 Rixdollars will be required annually for the repairs. Hoping herewith to have complied with your Right Honorable much esteemed Intention, he has the honor to sign with the utmost high esteem and respect, below written, Title, lower, your Right Honorable very obedient and humble servant, was signed I: Bossottiel, in the margin stood, Samarang the 23rd of July Anno 1790. Which turn over. Copy

Dutch transcription

663 den 26„e Juli 1790. Ik flatteere mij derhalven dat Uwe Hoog Edelhee„ „den in deese afdoening genoegen zullen gelieven. te neemen, terwijl in deesen het meiste voordeel vande Compagnie is beharligt. — §42. Den aangestelden Regerit van het Eyland de Baviaan Radeen Tommongong Poerbo Nogorro, te sourabaija den eed van trouwe afgelegd hebbende, neem ik de vrijheid: de door den Gesaghebber mij daar van toegesondene Acte van verband uwe Hoog Edelheeden by deesen aantebieden: —. Met de verschuldigde eerbied en waare hoog agting betuijge ik te zijn /:Onderstond:/ Titul /lager/ uwer Hoog Edelheeden seer gehoorsame en getrouwe dienaar /was getekent:/ J: Greeve /:in margine Samarang den 26. Iulij 1790. —. Ingevolge uwel Ed gestr. Achtb. sier gevenereerden or„ „ders hebben wij ondergeteekendens ons op heeden na buijten op de Bank voor de Houd van de Rivier, vervoegt, en aldaar, ten overstaan van den Equipagie Opseijter P: Bos= „sottiel, ejact opgenomen en nagegaan, de diepte van het waeter op de Bank, mitsgaders het effect dat door de hier vervaardigde Machine tot wegneeming deeser Bank, is te weeg gebragt. Zo. hebben wij de eeren UwelEd. gesta: Achtb eerbiedigst bij deesen te berigten, dat de Bank thans door de Effectens van die Machine, veel diepen is, als bevorens, het welke men met dood laag waeten /:zo als het ook op heeden ge„ „weest is, best kan ontwaeren, want dan zijn er nog wel 8. of ten minste 2½. v:r waeten op de Bank, zo dat de kleene Inlandsche vaartuigen, ten allen tijde, de Bank onverhinderd kunnen passeeren, dog voor grootere vaartuigen is het bij laag water: nog te ondiep en die moeten tot het passeeren der Bank, de aankomst van het hooge water afmagten, wanneer zij egter veel makkelijker daar over kunnen komen, als bevorens. Het zoude egter onses bedunkens tot de verderen wegneming of verdieping van de Bank seer noodsa„ „kelijk sijn, indien de weederzeidsche beheijing van de oevers der Rivier nog 50. ân 60. Roeden verder zeewaerds in ver„ „volgd, en sulx vervolgens enigsints beschoeije werden, ten einde te beletten, dat door de Noord weste winden en des sterke stroomen geen grond tusschen door gespoeld en al opening dus weeder verstopt werd, waar toe het ook dienstig zal zijn, dat de beheijing zeewaerds in, zo veel Copia Berigt van Expresse gecommitteerdens de Capitain van 't schip S:t Laurens, I: Bakker en den Cap:n Laut: H: v d' Acker: mogeijk 371 den 26„e Iuly 1790 mogelijk, naar het Noord Oosten gelegd word, als wanneer de see, bij het waeijen der Noord weste winden, niet regt op de opening maar schuijns teegen de beschoeijing aan, zal ge„ „dreeven worden, het welk seekerlijk van een bijsonder nits sal zijn, daar de Modder of het zand dat door de zee meede gesleept word, sig als dan niet weeder vlak voor de opening sal kunnen zetten, maar teegen de beschoeijing aan, alwaar het langsaemerhand vaster en harden wordende, ein„ „delijk door den tijd met de beschoeijing een zoort van oever sul formeeren en dus dienen om de kil der te been „ter te Conserveeren. In hoopen van hier meede aan uwel Edgestr. agtb. sier gevenereerde orders te hebben voldaan, so neemen wij de vrijheid met diep ontsag en hoog agting ons te noemen. /. onderstond:/ Tchil /:lager/ uwel Ed gestr: Achtb: seer gehoorsamen en ouderd. dienaeren /:was get/ J: Bakker en A v d Acker /:in margine/ saman„ „rang den 26„e Junij 1790 - /:daar onder/ Ten overstaan van /:was get:/ J: Bossottiel. Berigt van de Luitenant ter zee, en Equipagie-opsigter Ioseph Bossottiel. Ingevolge van UwelEd: Gestr Agtb: seer Gevene„ „reerde Orders, om schriftelijk opgave te doen, nopens de benodigde onkosten; weegens het beheijen boosten en bewesten der Bank, gereekent van het einde aen Revrer tot in zee, op een diepte van 6. v=t water syn de bereekend op een lengte over het geheel van 6000 voeten aan beide de kanten; Hheb ik de eere hoogst deselve te berigten, dat tot het aanmaeken van een Machine„ welke de modder en het zand van de bank wegnee„ „men moet, item het beschoeijen van een lengte van 120 roeden benodigd zullen zijn, de volgende articulen Aan Houtwerken inz„t uit de Contrngenten en over rd„s 2900. 36. – inkoop „ 421. 32. -. ijzer tegen Comp:s prijs „ 585. —. — „ spijkers „ _. o „ 100: –. – „ Touw en blokwerken _„o - „ Arbeidsloon . . . . . . . „ 492. 28. Somma Rd„s 4500 — it welk bedraegen tevens sal konnen goed ge„ „maakt en vervaardigt worden, een Iaaghad waar op de vaartuigen zullen kunnen opgetrokken worden, tot voor beide Equipagie werf, en het welk seer dienstig voor deselve zal weesen, in de quade moussen, terwijl bij swaare afwatering en stroomen, geen een vaartuig in staat is, om op te komen nog aftegaan, of zij lopen gevaar van om te slaan en te verongelucken. En om tevens de nodige verseekeringen te geeven dat het werk van nut en duursaam zal sijn, ver„ „binde ik mij, om na de voltooijing den tijd van vier Jaaren, te weeten als mijn leeftijd so lang auure intestaan, dat het in een behoorlijke staat sal blijven en 'er geduurende dien tijd tot de reparatien Jaarlijks niet meer den 200: Rixd„s zullen vereijscht worden. In hoopen hier meede aan uwelEd. gestr. Achtb: veel g'eerde Intentie te hebbe voldaan, heeft hij de eer zig met de uijterste hoog agting en respect te tee„ „kenen. /: onderstond/ Titus /:lager:/ uwelEd: gestr. Achtb: seer gehoorsaemen en onderdanige die„ „naer /:was geteekent:/ I: Bossothel /:in„ „margine stond:/ Samarang den 23. Iulij Ao 1790. — welke verte. Copia

NL-HaNA_1.04.02_3910_0312 view scan ↗

English

the 26th of July 1790. With obligatory expressions of gratitude for what has been imparted concerning the previously planned, but now for the present again deemed unnecessary troops for Macasser, I have the honor, in reply to the question asked concerning my sister the Radeen aijve Wadjie, to state that I rather think she will not be in a position to redeem her goods pawned at Batavia, for I have been informed for certain that she finds herself in Halie in very impoverished circumstances, and I also kindly request Brother that, should Brother wish that I have the proposal made to her, to please excuse me therefrom. below was written: End / lower: translated by me / was signed: A: van Ligten sworn Transl: / thereunder: Agreed / was signed: Ht van Ligten sworn Transl: Copy Translation of a Malay letter written by the sultan Markammadin, son of sultan Aboebakar kamaloedin, at Sambas, To the Honorable Governor at Samarang, received the 2nd of May 1790. After the usual preamble: I hereby give notice to Your Right Honorable that I am dispatching my emissaries the Anachodas Tandaroek and Roemak to meet my friend and to hear the decision concerning the vessel with its accessories and its contents, which in the past monsoon was detained at Samarang by my nephew. Now I kindly request that Your Right Honorable, being pleased to exercise compassion, kindly return that vessel to me, and this for the reason that I have never lived in estrangement of friendship with the Company, and have also never heard that there is a prohibition by the Company that one may not purchase vessels on the opposite shore; having bought the same vessel at Sambas from the Arab Saijt Oemar, son of a certain Tabah at Palembang. below was written: written on Saturday the 8th ditto of the Light Redjep, the Year 1204 / lower: translated by me / was signed: W: Wardenaer sworn Transl: Copy Translation of a Javanese missive written by His Highness the Panumbahan at Madura, To the East Point Authority A: Barkeij, received the 17th of June 1790. Today, the 22nd of May 1790. The undersigned judicial commissioners, in the presence of the merchant and fiscal of this Coast, Barend Jan van Nijvenheim, present myself Secretary, by respected order of the Right Honorable Venerable Lord Jan Greeve, Councillor of the Netherlands Indies as well as Governor and Director on and along Java's North- East Coast, have caused to be surrendered by the sequester Abraham van Hemert into the hands of the Juragan Rouan and the Malay Tjondao, authorized thereto, a sloop arriving here from Sambas in May 1789 and seized, commanded by the said Juragan, with the goods, cash, and ammunition found therein at that time, which, according to the inventory report made thereof by the Gentlemen Commissioners, consisted of: 1 sloop with its sail and rigging, 2 iron cannons of 1 lb, 2 brass ditto, 4 brass rentakas, 12 muskets, of which 9 are native, 15 pikes, 1 pound of gunpowder, 6 small boxes of ditto, 1 packet of ditto, 2 cartridge pouches and some bamboos with powder, 1 small chest with bullets, One chest, wherein: in the largest bag, in ducatoons: 275 rixdollars, rupees: 133 rixdollars, 6 stuivers, schellingen: 30 rixdollars, Spanish dollars: 5 rixdollars, 12 stuivers, in the second bag, in round: 52 rixdollars, whole and half ducatoons: 23 rixdollars, 16 stuivers, rupees: 4 rixdollars, 10 stuivers. The debt of Captain Chinese Ian Fok, received by the sequester according to the said inventory, recognized for the sum of: 407 rixdollars, 39 stuivers, and counted by him in silver coin at: 407 rixdollars, 39 stuivers, which together makes the known sum of: 907 rixdollars, 25 stuivers. Which sloop, goods, cash, etc., in correct order, completely and in such condition as the same were found on the day of its seizure and inventory, have been handed over to the Juragan Rouan and to the Malay Tondro; wherefore, the translation written beside this in the Malay language having been read out to the said Rouan and Juragan Gondro, they acknowledged having received everything fully as he, Juragan Rouan, had surrendered it on the 1st of May 1789, and have affirmed this by their signatures, to serve as a proof and receipt. Furthermore, I make known to Your Highness that the emissaries, the Juragan Rouan and the Malay Tondro, duly delivered to me Your Highness's letter written on the ditto of the Light Redjap in the Year 1204, and that, at the very moment its contents became known to me, I immediately gave orders to release the vessel of Your Highness, to repair it of its defects, and to have everything that was found therein when it arrived here surrendered to the aforementioned emissaries of Your Highness, who also received everything to their complete satisfaction, as will appear to Your Highness from the receipt granted by them and enclosed herewith. They will also be able to testify to the good treatment and the assistance they enjoyed here, both for a happy and safe completion of their voyage, and for obtaining a good cargo. Copy of a letter written by the Right Honorable Lord J. Greeve, Councillor of the Netherlands Indies, and Governor and Director of Java's North-East Coast, To the Padoeka Sirie Sultan Amar Akanoeddien Ebenoo Aboebakkar Kamaloeden, King at Sambas. While the Gentlemen Commissioners present this as a humble report to the Council. below was written: In the presence of me / was signed: B. J. van Nijvenheim / lower: for the handover / was signed: A. van Hemert / still lower: for the receipt, and thereunder the signatures of the Juragans Rouan and Pondro / in the margin: as Commissioners / was signed: J. J. Abegg and A: F: Vermeulen.

Dutch transcription

573 den 26„e Juli 1790. Onder verpligte dankbetuiging voor het bedeelde omtrent de bevorens geprojecteerde, dog nu voor eerst weeder onnoodig g'oordeelde manschappen voor Macasser so hebbe ik de eer op de gedaene vrrege, aangaande mijn suster de Radeen aijve Wadjie te diene, dat ik weerder denke zij niet in staat sal sijn om kaar te Batavia verpanden goederen weeder in te lossen, want ik voor zeeker g'informeert ben, dat dat zij sig te halie en seer armoedige omstandigheeden be„ „vind, en versoeken ik Broeder ook vriendelijk om wanneer Broeder gaarne mogte sien dat ik aan haar het voorstel zoude laaten doen, mij daar meede te willen verschoonen. /:onderstond:/ Einde /: lager / getranslateert door mij /was gest:/ A: van Ligten gesw: Transl: /: daaronder/ Accordeert /:was get:/ Ht van Ligten gesw Transl: Copia Translaat Maleidsche mriet geschreeven door den sulthan Markammadin, soon van sulthan Aboebakar kamaloedin, te stam„ bas, Aan den Edelheer gouverneur te saman„ „rang, ontz. . den 2„e Mai 1790 Na gewoone voorreeden Ik geep dwelEd Gestr. mits deesen kennis, dat ik mijn sendelingen de Anachodas Tandaroek, en Roemak afsende, om mijn vriend te ontmoeten, en het besluijt te horen omtrent het vaartuig met dier toebehoren en desselvs in= hebbende, het welk in de vergangen Mousson door mijn nieuw te Heeden den 22„e Maij 1790. Hebbe de ondergeteekende Iustitieele gecommit„ „teerdens ten overstaen van den koopman en fiscaal deesen Custe Barend Jan van Nijvenheim present mij Tec: Der gerespecteerde ordre van den welEdele gestr. Achtb Heer Jan Greeve Raad van Neederlands Indien mitsg: Gouverneur en Directeur op en langs Javas Noord Oostcust dvor den sequester Abraham van Hemert doen overgeeven in handen van den Juragan Rouan en den Maleijer Tjondao daartoe gemagtigd een, in Maij 1789 alhier van Tambas komende in beslag genomen chialoup gevoerd door gem: Juragan met de daarin te dier tijd gevondene goederen, Contanten en ammunitie welke blijkens de daar van door Heeren Commissarissen gedaan Raport van In ver„ „tarisatie bestonden in 1. Chialoup met desselvs zeil en Trijl, 2. ijsere Canons van 1 lb. 2. metaele — samarang is aangehouden. Ians versoek ik vriendelijk, dat uwelEd: gestr. / mode„ lijden gelievende te oefenen :/ mij aat vaartuig gelieft weederom te geeven, en sulks on reeden ik nog nimmer met de Comp: in verwijdering van vriendschap heeb ge„ „leefd, en ook nimmer gehoord heb, dat er een verbod van de Comp:e is, dat men geen vaarthigen aan de overmwal mag kopen. hebbende ik het selve vaarthuig te sambas gekogt van den Arabier Saijt Oemar, soon van seekeren Tabah te Palembang /onderstond:/ geschr: op saturdag 8 d„o van het Ligt Redjep, t Jaar 1204 /:lager. / getransl: door mij /was get:/ W: Wardenaer gesw: Transl: Copia Translaat Iav: missive geschreeven door zyn Hoogheid den Panumbahan te Madura, Aan den Oosthoeks gesaghebber A: Barkeij ontvangen den 17„e Iuny 1790 Jamar e Apial. - „ 1 „ 45: 378 Den 26„e Iuli 1790. 4. metaele Rantakas, 12. gewieren waar van 9 inlandschen 15 pieken, 1. Pon met Buskruijt 6. doosjes „ _:o 1 patje „ 2. pattroontassen en enige bamboesen met kruijt. 1. kistje met kogels, Een kist, waarin rd.:s 275. -. in de grootste zak, aan ducatans ropijen - - . . „ 133. 6. „ schellingen - - - „ — 30 — spr matten - - . „ 5. 12. . 52. —. in de tweede Zak „ rond „ „ 23. 16 — „heele en halve duc. „ropijen T Debet van den Capitain chinees Ian Fok door den sequester ontvangen bij gem: Inven„ „taris bekent voor de somma van rd:s 407: 39 — en door hem in silvere munt bij geteld met „ 407: 39: Twelk te saemen de bekend staande somma uitmaekt van. . . . . . Rd„s 907. 25– welke chialoup goederen contanten &. in rigtige ordren compleetelijk en in sulke staat als deselve ten dagen van desselvs in beslag neeming en inventarisatie sig bevonden aan den Iuragan Rouan en aen Maleijer Tondro sijn ter hand gesteld, waar voor gemelde Rouan en Iuragan Gondro de hier nevens geschreevene vertae„ „ling in de Maleidsche Taal sijnde voorgeleesen, bekende alles volkomentlijk so als hij Juragan Rouan het op den 1„e maij 1789. heeft overgegeeven ontvangen te hebben, en deese daarvan door hunne Naamteekening onderteekend. tot een bewijs en quitantie doen strekken. „ 4. 10. - wijders maak ik uwe Hoogheid bekend dat de sendelingen den Juragan Rouan en den Maleijer Tondro mij behoorlijk hebben overhandigd uwe hoogheids brieff geschreeven den d:o van het Ligt Redjap in 't Jaar 1204, en dat ik op 't selfde ogenblik dat dies inhoud mij bekend wierd aanstonds last hebbe gegeeven om het vaarthuig van uwe Hoogheid te ontlaan, het selve van sijne gebreeken te herstellen, en niet alles wat daar in gevonden is, toen het hier quam te laeten overgeeven aan voorm: sendelingen van uwe Hoogheid die iet een en ander ook, ten volkomen genoegen hebben ontvangen gelijk uwe Hoogheid sal blyken uit het bewijs door hem ver„ „leend en hier bij ingesloten sij sullen voorts ook getuigenis kon„ „nen geeven van de goede behandeling en de hulp die sij hier genoten hebben so tot een geluckig, en veilige volbrenging van haeren reijst, als ter bekoning van een goede lading. Copia Brief geschreeven door den welEdele gestr Heer J. Greeve, staad van Nederlands Indie, en Gouvern: en Directeur van Javas N.: s O„t Cust, Aan den Padoeka sirie sulthan Amar Akan„ oeddien Ebenoo Aboebakkar kama„ „loeden koning te sambas. Terwijl weeren Commissarissen dit tot een humble Rapport aan den Raad praesenteeren /on„ „derstond:/ Ten overstaan van mij /:was geteek:/ B. J. van Nijvenheim /lager voor de overgave /:was get/ A. van Hemnent nog lager / voor den ontvangst en daar onder de handteekeningen van de Iuragans Rouan en Pondro /inmargine / als Commis „sanissen /was geteekent:/ J. J. Abegg en A: F: ver„ „meulen: Lerwijl Dit - „

NL-HaNA_1.04.02_3910_0314 view scan ↗

English

878 The 26th of July 1790. 4 metal lantakas, 12 muskets, of which 9 native 12 pikes. 1 pound of gunpowder 6 boxes of ditto 1 pouch of ditto 2 cartridge pouches and some bamboos with powder. 1 small chest with bullets, A chest, containing in the largest bag, in ducatoons: 275 rixdollars — rupees: 133 rixdollars 6 stivers in the second bag schellingen: 30 rixdollars — Spanish dollars: 5 rixdollars 12 stivers round: 52 rixdollars — whole and half ducatoons: 23 rixdollars 16 stivers rupees: 4 rixdollars 10 stivers The debit of the Chinese Captain Tan Fiok, received by the sequester at the said inventory, acknowledged for the sum of 407 rixdollars 39 stivers and counted by him in silver coin at: 407 rixdollars 39 stivers Which together makes the known sum of: 901 rixdollars 25 stivers Which chaloup, goods, cash, etc., in proper order, completely and in such condition as they were found on the day of their seizure and inventory, have been delivered into the hands of the Juragan Rouan and the Malay Tondro, for which the said Rouan and Juragan Tondro, the translation written beside this in the Malay language having been read to them, acknowledged having received everything fully as he, Juragan Rouan, had handed it over on the 1st of May 1789, and have signed this with their signatures to serve as proof and receipt. Furthermore, I make known to Your Highness that the envoys, the Juragan Rouan and the Malay Tondro, have duly delivered to me Your Highness's letter written on the 8th of the light Rajab in the year 1204, and that at the very moment its content became known to me, I immediately gave orders to release the vessel of Your Highness, to repair its defects, and to have delivered to the aforementioned envoys of Your Highness everything found therein, up to what came here; which envoys have also received everything to their complete satisfaction, as will appear to Your Highness from the receipt granted by them and enclosed herewith. They will furthermore also be able to bear witness to the good treatment and assistance they have enjoyed here, both for a prosperous and safe completion of their voyage and for obtaining a good cargo. Copy of a letter written by the Right Honorable, Valiant Lord J. Greeve, Councillor of the Dutch East Indies, and Governor and Director of Java's Northeast Coast, to the Paduka Sri Sultan Amar Akamaddin Ibnu Abubakar Kamalluddin, King of Sambas. While the Commissioners present this as a humble report to the Council. Below stood: In the presence of me. Was signed: B. J. van Nijvenheim. Lower down, for the delivery: Was signed: A. van Hemert. Still lower, for the receipt, and under that the signatures of the Juragans Rouan and Tondro. In the margin, as Commissioners: Was signed: J. J. Abegg and A. F. Vermeulen. 571 The 26th of July 1790. All this has been the result of the news I received from the Resident of Pontianak that the vessel of Encik Jamal had been released, and the goods of the murdered Sayyid Alwi were handed over to his brother as heir and proxy. Your Highness thus sees from this that the Company likewise seeks no estrangement, but only protects its subjects; while it wishes to remain ever in friendship with Your Highness and always to give proof thereof. Your Highness may furthermore place a well-founded trust in the goodwill of the Company, and that the subjects of Your Highness who come here to trade will be treated with all fairness, and will also be granted all possible assistance and protection, in the trust that the same will befall the Company's subjects who come to trade in Sambas. And regarding the purchase of vessels, on that matter I can inform Your Highness that the Company only forbids its subjects to sell their vessels without the Company's prior knowledge and consent, and also to transgress its passes, both of which had occurred through the Arab Said Umar. Below stood: Written at Semarang, the 5th of July 1790. Was signed: Jan Greeve. Copy. Deed of Obligation. I, the undersigned Raden Prabu, having been appointed Regent of the Island of Lubok, otherwise called Bawean, through the benevolence of the Illustrious General Dutch Chartered East India Company, in place of my late father, Pangeran Purbonegoro, under the title and name of Raden Tumenggung Purbonegoro, bind myself hereby, together with all my subordinate chiefs, both great and small, none excepted, to the observance of the following terms and conditions, just as was done by my late father, with the amplification of what has since appeared necessary, and which I consequently promise faithfully to observe and cause to be observed. Article 1. That I will be true and faithful to the aforementioned Illustrious Dutch Company, my Sovereign Lord, in the administration of its Island of Bawean placed under me, and will observe the service of the same and its inhabitants with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the commands that shall from time to time be given to me; whether from the Supreme Government of the Indies at Batavia itself, the Lord Governor and Director of Java's Northeast Coast, or the Chief at Surabaya. Article 2. That as often as it is required, I shall appear in person at Batavia, Semarang, and Surabaya, to pay my respects to the Company, to whom I owe my entire prosperity. Article 3. That I [illegible] with no kings, princes, regents, chiefs

Dutch transcription

878 Den 26„e Iuli 1790. 4. metaele Rantakas, 12. gewieren waar van 9 inlandschen 12 pieken. 1. Pon met Buskruijt 6. doosjes „ _:o 1 patjo „ _:o 2. pattroontassen en enige bamboesen met kruijt. 1. kistje met kogels, Een kist, waarin rd:s 275. — in de grootste zak, aan ducatans ropijen - - . . „ 133. 6. „ „ schellingen - - - „ — 30 — spr matten - - - „ 5. 12. „ 52. —. „ rond „ „ 23. 16 — / „heele en halve duc „ 4. 10. — „ropijen T Debet van den Capitain chinees Ian F=ok door den sequester ontvangen bij gem: Inven„ „taris bekent voor de somma van rd:s 407: 39 — en door hem in silvere munt bij geteld met „ 407: 39: Twelk te saemen de bekend staande somma uitmaekt van. . . . . . Rd„s 901. 25– welke chialoup goederen contanten &. in rigtige ordren compleetelijk en in sulke staat als deselve ten dagen van desselvs in beslag neeming en inventarisatie sig bevonden aan den Iuragan Rouan en aen Maleijer Tondro sijn ter hand gesteld, waar voor gemelde Rouan en Iuragan Tondro de hier nevens geschreevene vertae„ „ling in de Maleidsche Taal sijnde voorgeleesen, bekende alles volkomentlijk so als hij Juragan Rouan het op den 1„e maij 1789. heeft overgegeeven ontvangen te hebben, en deese daarvan door hunne Naamteekening onderteekend. tot een bewijs en quitantie doen strekken. in de tweede Zak wijders maak ik uwe Hoogheid bekend dat de sendelingen den Juragan Rouan en den Maleijer Tondro mij behoorlijk hebben overhandigd uwe Hoogheids brief geschreeven den 8„o van het Ligt Redjap in 't Jaar 1204, en dat ik op 't selfde ogenblik dat dies inhoud mij bekend wierd aanstonds last hebbe gegeeven om het vaarthuig van uwe Hoogheid te ontlaan, het selve van sijne gebreeken te herstellen, en net alles wat daar in gevonden is, toe het hier quam te laeten overgeeven aan voorm: sendelingen van uwe Hoogheid die iet en en ander ook, ten volkomen genoegen hebben ontvangen gelijk uwe Hoogheid sal blyken uit het bewijs door hem ver„ „leend en hier bij ingeslaten sij sullen voorts ook getuigenis kan„ „nen geeven van de goede behandeling en de hulp die sij hier genoten hebben so tot een geluckige, en veilige volbrenging van haeren reijse, als ter bekoming van een goede lading. Copia Brief geschreeven door den welEdele gestr Heer J. Greeve, staad van Nederlands Indie, en Gouvern: en Directeur van Javas N. t O„t Cust, Aan den Padoeka sirie sulthan Amar Akan„ veddien Ebenoe Aboebakkar kama„ „loeden koning te sambas. Terwijl Heeren Commissarissen dit tot een humble Rapport aan den Raad presenteeren /on„ „derstond:/ Ten overstaan van mij /:was geteek:/ B. J. van Nijvenheim /lager voor de overgave /:was get:/ A. van Hement nnog lager / voor den ontvangst en daar onder de handteekeningen van de Iuragans Rouan en Pondro /inmargine/ als Commis „sarissen /was geteekent:/ J. J. Abegg en A: F: ver„ „meulen. Lenwijl Dit 571 den 26„e Juli 1192- Dit alles is het gevolg geweest van de tijding die ik bekomen hebbe van de Resident van Pontiana dat het vaartuig van Intje Djamal ontslagen was, en den goederen van den vermoorden Sait Aloewij Aan sijn Broeden als Erfgenaamen en gevolmagtigst overgegeeven waren. uwe Hoogheid hiet dus hier uit dat de Comp=e meede geen verwijdering soekt, maar eenlijk haare onderdaenen beschermd; terwijl zij wenscht: steeds met uwe Hoogheid in vriendschap te volhanden en daar van altoos blijken te geeven! uwe hoogheid kan voorts een gegrond vertrouwen stellen op de welmeer„ „rendheid van de Comp:e en dat de onderdaenen die van uwe Hoogheid hier ten handel komen, met alle billijkheid bezeegend en aan deselve ook alle mogelijke hulp en bescherming verleend sal worden, in vertrouwen dat Comp:s onderdaenen welke op Lambas ten wander komen, het selfven sal wedervaeren. En wat betreft het kopen van vaar„ „thingen, daar omtrent kan ik uwe Hoogheid informeeren dat de Compagnie alleen aan haer onderdaenen verbied hunne vaartuigen buijten Compagnies voorkennis en bewilli„ „ging te verkopen, en ook haare Pascen te overtreeven, het welk beide door den Arabiers said oemar geschied was /:onderstond/ geschreeven te samarang den 5=e Iuli 1790. /was get:/ Jan Greeve Art 2 Dat ik so dikwili het begeerd word mij persoon„ „lijk sal komen te vertoonen, te Batavia, samarang en sourabaija, om mijne eerbiedigheid te bewijsen aan de Comp:, aan wien ik mijn geheele welvaart de danken hebbe. Art:o 3 Dat ik met geene koningen, vorsten, Regenten, 1oofden Dat ik de voorschreeven Doorlugtige Nederlands he Maatschappis, mijnen opperheer in het onder mijn gestelden bestier van haar ziland de Baviaan gehouw en ge„ „trouw sal weesen, en den dienst van deselve en haare Inge„ „seetenen, met alle oplettendheid gehoorsaamhent, en iever waarneemen zal, agtervolgens de kdveelen, die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeeven; het sij van de Hooge Indiasco Regeering te katavia selvs, den Heere gouverneur en Direc= „teur van Javas Noord-oostcust, dan wel het opperhoofd te sourabaija Copia. Acte van verband Ik ondergeteekende Rade en Prabo, door de benevolentie van de Doorlugtige generaele Ne„ „derlandsche geoctroijeerde Oost Jndische Maat„ „schappij, in steede van mijnen Overleeden vader, Pange„ „rang Pourbo Nogoro aangesteld zijnde tot Regent van het Eijland Lubok, anders genaamd de Ber„ „viaan, onder den Titul en dere naam van Raveen Tommongong Pourbo-Nogoro, verbinde mij bij deeren, nevens alle mijne onderhebbende Hoofden, zo grooten als kleiien, geene uitgesonderd, dat de na„ „kominge der ondervolgende Conditien en voorwaer„ „de, even als door wijlen mijnen vader is gemaakt, met Ampliatie van het geene er sedert nodig voorgekomen is, en welke ik diengevolge belove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren verte. af. Art:a 1.

NL-HaNA_1.04.02_3910_0316 view scan ↗

English

577 the 26th of July 1790. All this has been the consequence of the news which I have received from the Resident of Pontiana that the vessel of Intje Djamal was released, and the goods of the murdered Saib Aloewij were handed over to his heirs as beneficiaries and attorneys. Your Highness thus sees from this that the Company likewise seeks no estrangement, but only protects its subjects; while it wishes always to persevere in friendship with Your Highness and always to give proof thereof. Your Highness can furthermore place a well-founded trust in the benevolence of the Company, and that the subjects of Your Highness who come here to trade will be treated with all fairness and that all possible help and protection will also be granted to the same, in the trust that the same will happen to the Company's subjects who come to trade at Sambas. And concerning the purchasing of vessels, regarding that I can inform Your Highness that the Company only forbids its subjects to sell their vessels without the Company's prior knowledge and consent, and also to violate its passes, both of which had occurred through the Arab Said Oemar. Below stood: written at Samarang on the 5th of July 1790. Was signed: Jan Greeve. Act of Obligation I, the undersigned Radeen Prabo, through the benevolence of the Illustrious General Dutch Chartered East India Company, having been appointed in the place of my deceased father, Pangerang Pourbo Nogoro, as Regent of the island Lubok, otherwise named the Baviaan, under the title and name of Radeen Tommongong Pourbo-Nogoro, bind myself hereby, together with all my subordinate chiefs, both great and small, none excepted, that the observance of the following conditions and terms, just as made by my late father, with the amplification of what has since appeared necessary, and which I consequently promise to faithfully observe and cause to be observed. Article 1. That I shall be true and faithful to the aforesaid Illustrious Dutch Company, my supreme lord, in the government of its island the Baviaan placed under me, and shall attend to the service of the same and its inhabitants with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the orders that will be given to me from time to time, whether from the Supreme Indian Government at Batavia itself, the Lord Governor and Director of Java's Northeast Coast, or the Chief at Sourabaija. Article 2. That I shall appear in person, as often as it is desired, at Batavia, Samarang, and Sourabaija, to show my respect to the Company, to whom I owe my entire prosperity. Article 3. That I shall keep no intercourse or correspondence with any kings, princes, regents, chiefs, or whomever it may be, no more than with others who along with me fall under the Company, and above all with no one outside Java, without having obtained special permission thereto, whether from the Lord Governor of Java or the Chief at Sourabaija. 570 the 26th of July 1790. Article 4. That I shall not engage with the trade conducted on the island the Baviaan any further than the Company permits, and on the contrary shall with all fidelity and attentiveness prevent and oppose all smuggling and everything that might be undertaken to the detriment of the Company's revenues or commerce, whether in opium, spices, piece goods, or other articles, both from Java itself and from Bali and other places, none excepted, with the promise that if anything should come to my attention, I shall then give immediate notice thereof to the head of the Company's small fort on Baviaan. Article 5. That I, regarding all the vessels belonging both to the inhabitants of the Baviaan itself and to foreigners, shall behave according to the orders to be established in that regard at the discretion of the head of the Company's small fort, and proceed communicatively with the same in that matter. Article 6. That I, both to cruise against pirates or others to and from the Baviaan and to transmit the Company's papers, shall keep in readiness from time to time three or four armed and well-manned vessels, in order to always be at hand in the event of any occurrence or for necessary use. Article 7. That I shall deliver daily for the service of the Company's small fort and its garrison twenty-four Battoors, in addition to those that might be needed from time to time for guarding the small fort. Article 8. That I shall send none of my own vessels, nor any of those of the inhabitants of the island the Baviaan, to any other place on Java for the collection of rice and paddy except only to Sourabaija, provided with a proper pass by the head of the Company's small fort, just as takes place from one office to the other on Java. Article 9. That no vessels larger than five lasts shall be built by the inhabitants of the Baviaan, nor also be purchased from others, except after having first requested and obtained the necessary permission thereto, much less to alienate or sell any vessel to foreign nations without having obtained leave thereto from the Company. Article 10. That I shall grant no such or any assistance, either directly or indirectly, to those who are at war or enmity with the Company, nor also in any manner provide the same with any supply of rice, paddy, and other provisions, but on the contrary shall oppose and hinder this as far as possible, and also, when the island the Baviaan is assaulted or attacked by enemies, then properly and to the utmost of my ability defend the same and, if possible, drive away and destroy the enemies. Article 11.

Dutch transcription

577 den 26„e Juli 1799- Dit alles is het gevolg geweest van de tijding die ik bekomen hebbe van de Resident van Pontiana dat het vaartuig van Intje Djamal ontslagen was, en de goederen van den vermoorden Saib Aloewij Aan sijn kroeden als Erfgenaamen en gevolmagtigde overgegeeven waren. uwe Hoogheid siet dus hier uit dat de Comp=e meede geen verwijdering soekt, maar eenlijk haare onderdaenen beschermd; terwijl zij wenscht steeds met uwe Hoogheid in vriendschap te volharden en daar van altoos blijven te geeven uwe hoogheid kan voorts een gegrond vertrouwen stellen op de welineer„ „vendheid van de Comp:e en dat de onderdaenen die van uwe Hoogheid hier ten wandel komen, met alle billijkheid bezeegend en aan deselve ook alle mogelijke hulp en bescherming verleend sal worden, in vertrouwen dat Comp:s onderdaenen welke op Lambas ten wandel komen, het selfve sal wedervaeren. En wat betreft het kopen van vaar„ „thingen, daar omtrent kan ik uwe voogheid informeeren dat de Compagnie alleen aan haere onderdaenen verbied hunne vaartuigen buijten Compagnies voorkennis en bewilli„ „ging te verkopen, en ook haare Pascen te overtreeven, het welk beide door den Arabiers said Oemar geschied was. /:onderstond/ geschreeven te samarang en 5=e Iuli 1790. /was get:/ Jan Greeve. Art 2. Dat ik so dikivili het begeerd word mij persoon„ „lijk sal komen te vertoonen, te Batavia, samarang en sourabaija, om mijne eerbiedigheid te bewijsen aan de Comp:, aan wien ik mijn geheele welvaart de danken hebbe. Art:o 3 Dat ik met geene koningen, vorsten, Regenten, hoofden Dat ik de voorschreeven Doorlugtige Nederlandsche Maatschappij, mijnen opperheer in het onder mijn gestelden bestier van haar ziland de Baviaan gehouw en ge„ „trouw sal weesen, en den dienst van deselve en haare Inge„ „seetenen, met alle oplettendheid gehoorsaamhent en iever waarneemen zal, agtervolgens de beveelen, die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeeven, het sij van de Hooge Indiasso Regeering te katavia selvs, den Heere gouverneur en Direc= „teur van Javas Noord-oostcust, dan wel het opperhoofd te sourabaija op id. Acte van verband Ik ondergeteekende Radeen Prabo, door de benevolentie van de Doorlugtige generaele Ne„ „derlandsche geoctroijeerde Oost Jndische Maat„ „schappij, in steede van mijnen Overleeden vader, Pange„ „rang Pourbo Nogoro aangesteld zijnde tot Regent van het Eijland Lubok, anders genaamd de Ber„ „viaan, onder den Titul en dere naam van Raveen Tommongong Pourbo-Nogoro, verbinde mij bij deesen, nevens alle mijne onderhebbende Hoofden zo grooten als vrleinen, geene uitgesonderd, dat de na„ „kominge der ondervolgende Conditien en voorwaer„ „de, even als door wijlen mijnen vader is gemaakt, met Ampliatie van het geene er sedert nodig voorgekomen is, en welke ik diengevolge belove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren verte. af. Act:a 1. 570 den 26„e Iulij 1790. - of wie het ook sijn mogte, eeven min als met an„ „deren die nevens mij onder de Comp„e sorteeren, en voor al met niemand buijten Iava geen gemeenschap of Correspondentie houden sal, sonder daartoe en„ „langde speciale permissie, 't sij van den Heere gou= „verneur van Iava of het opperhoofd te sourabaijs Dat ik mij met den handel die 'er op het Eijland de Baviaan gedreeven word, niet verder zal inlaten, als de Comp„e permitteerd, en daar en tegen met alle trouwe en oplettendheid zal weeren weeren en tegengaan alle sluijkerijen en alles wat tot nadeel van sComp: In„ „komsten of Negotie mogte worden in't werk gesteld, het zij in die van Amphioen, specerijen, lijwaeten ofte andere artikulen zo van Iava selvs, als van waalij en andere plaetsen, geene denselven uitgesonderd, niet belofte, om indien mij iets mogte voorkomen, daar van als dan direct kennis te sullen geeven aan het woord van sComp.:s fortje te Baviaan. Dat ik mij omtrent alle de vaartuigen die 'er so van de Ingeseetenen van de Bariaan selvs, als aan vreemden toebehoorende sal gedraegen na de daar omtrent te stellen orders op het goedvinden van het hoofd van sComp:s Fortje, en met denselven derweegen Communicatief te werk gaan. Dat ik, so ter bekruijssinge tegens de zeeroo= „vers ofte anderen af en aan de Baviaan, als ter overbreng van sComp:s papieren van tijd tot tijd in ge„ „reedheid houden sal drie op vier gewapende en wel bemande vaartuigen, om bij eenig voorval, of tot het nodig gebruijk altoos bij de hand te zijn. Aot. 10: Dat er door de sugiseetenen van de Baviaan geene vaartui„ „gen grooten den vijf Lasten sullen worden aangebouwd, nog onk niet van anderen worden ingekogt, dan na alvorens daar „tre de nodige permissie vercogt en verkreegen te hebben, veel minder om eenig vaartuij van Vreemer Natien te verallineeren. of te verkopen, sonder daar toe vrijheid van de Comp. ver„ „kreegen te hebben. Dat ik geen sulx nog eenig adsistentie, 't zyj direct nog indirect verleenen zal aan de sulken, die in oorlog of rij„ „andschap met de Comp zijn, nog ook aan deselve op generlij wijso eenig toevoer van Rijst, Padij en andere Leevens middelen besorgen, maar daar en tegen, dit so veer mogelijk is tegen gaan en belesten, mits„ „gaders om wanneer het Eijland de Baviaan door vijanden word aangetest of aangevallen, als dan deselven behoorlijk en naar uiterste vermogen te defendeeren en des doenlijk de vijanden te verzaegen en te vernielen Art 9 Dat ik geen van mijne eigen vaartuigen, ook geene van die der Ingeseetenen op het Eiland de Battiaan zenden sal, na enig ander plaets op Iava ter afhaal van Rijst en Padij als alleen na sourabaijt, voorsien van een behoorlijke pas door het hoofd van 'sComp:s Fortje, eeven als van het eene Comptoir naar het ander op Iava geschied. Art: 8. Dat ik ten dienste van s Compagnies fortje en derselvers besetting, dagelijks leeveren sal vier - en Twintig Battoors, behalven, die, welke van tijd tot tijd ter bewaeking van het fortje mogten benodigd sijn. Art. 7. Art. 11. Art: 4 Art 5 ƒ Art 6 Art. 7. —

NL-HaNA_1.04.02_3910_0318 view scan ↗

English

681 Art. 11. 26 July 1798. That neither I nor any Chief on Bawean shall attempt to settle any occurring matters of any importance concerning the inhabitants as well as others, but shall bring them to the knowledge of the Head of the Company's small fort, in order to be dealt with according to orders, just as at the offices and other places on Java, and consequently also bring all criminal cases occurring between one Bawean inhabitant and another Bawean inhabitant before the Landraad at Samarang, and hand over the mixed cases, namely criminal cases between a Bawean inhabitant and another nation, to the Head of the Company's small fort, to be referred first to Sourabaija and further to the Council of Justice. Art. 12. That I shall treat all inhabitants belonging under my jurisdiction, great as well as small, according to law and equity, not imposing heavy burdens, not casting out or wronging any of my Chiefs, nor dismissing them and appointing others in their place, but that regarding such Chiefs who do not behave properly, I shall give notice to the Head of the Company's small fort, and request assistance and maintenance from the same. Art. 13. That in proof of my due loyalty to the Company, I shall not only ensure that the lease monies of the Shahbandarship of Bawean are properly and promptly paid in due time, that is, every four months, in case the Company should see fit to lease that farm to me as was done to my late father, but that in addition, just as was done by my said father, I shall also deliver annually in the month of October or November to the office at Grisjee a quantity of: 2500 cans, say two thousand five hundred cans, of good and pure coconut oil, against payment of six Dutch stuivers per can, the tub included, together with 3 picols, say three picols, of cotton yarn, as far as possible of the finest sorts of letters A, B and C, also against payment at the Company's price. To which I hereby solemnly bind myself, under forfeiture of the Regency entrusted to me. Art. 14. That I shall make my utmost efforts not only for the annual cultivation and planting of the rice and maize fields, but also for the planting and culture of cotton, coffee, cardamom, and all such further products and foodstuffs that the land is capable of producing, to which I promise to do everything possible from time to time, and to comply with the orders. Art. 15. [illegible] Art. 16. Clearly and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein, and which in time might require some further determination, I shall, according to my oath already taken on the Quran, conduct myself in accordance with the pleasure of the Company, and the orders that regarding this, whether in case of any change or otherwise.

Dutch transcription

681 Art. 11. den 26„' Iuli 1798. Dat ik so min als eenig Hoofd op de Baviaan geene voorvallende zaeken van eenig aangeleegendheid; den Ingeseetenen so wel als anderen betreffende, sal tragten aftedoen, maar, die brengen ter kennis van het hoofd van 's Comp:s fortje, ten einde even als op de Comptoiren en verdere plaetsen op Iava na de orders te worden behandeld en dien gevolge ook alle Crimineele zaeken, die er tusschen een waviaener met een Bavianer voor„ „vallen, brengen voor aen Landraad te samarang en de gemelleerde, namentlijk de crimineele zae„ „ken tusschen een havianen en een andere Natie, over „geeven aan het Hoofd van sComp:s fortje, om eerst na sourabaija en verder aan den Raad van Iustitie ge„ „renvoijeert te worden. Art 12. Dat ik alle Ingeseetenen onder mijn resort behoorende, zo wel groote als kleine, na regt en billijkheid sal behandelen, geene swaare Lasten op te leggen, geene mijner Hoofden verstooten, te ver„ „ongelijken, nog deselve aftesetten en andere in huu plaets aante stellen, maar dat ik omtrent de Teeske„ sulken, die sig niet behoorlijk gedraegen, kennis sal geeven aan het Hoofd van sComp:s fortje, en van den„ „selven adsistentie en mainctenre versoeken Art. 13. Dat ik tot bewijs van mijn schuldige vrouw aan de Comp„e niet alleen sorgen sal, dat de pagtper„ „ningen der Sabandharij van de Baviaan behoorlijk en prompt op sijn tijd, dat is, van vier dat vier maan„ „den, worden voldaan, ingevallen het de Comp: goedvin„ „den mogte, die pagt, even als aan wijlen mijn vaders is geschied, ook aan mij bij admodiatie aftestaan, Art: 16. duidelijk en ten laatsten, dat ik in alle extra ordr: „naire voorvallen, waar van in deesen met speciaal is gesprooken, en die in der tijd, enige nadere bepa„ „ling mogte requireeren, volgens mijn bereeds op aen„ Alcoran gepresteerden Eed, mij na het goedvinden van de Comp„e sal gedragen, en de orders die daar omtrent, het zij in kas van enige verandering ofte Dat ik mijn uiterste pogingen in't werk stellen sab„ niet alleen tot de Jaarlijksche bearbeiding en beplan„ „ting der Rijst en Iagongs velden, maar ook tot den aanplant en Culture van Cappas, Coffij, Cardamon en alle sodanige verdere producten en Levenmiddelen, die het Land in staat is voort te brengen, waar toe ik belove van tijd tot tijd al het mogelijke in't werk te sullen stellen, en de orders na te komen. maar dat ik daar enboven ook even als door ge„ „dagte mijn vader is geschied, Jaarlijks in de maand October of November ten Comptoire Grisjee leeve„ „ken sal, eene quantiteit van: 2500. kannen / zegge / twee duijsend en vijf Honderd kannen, goede en suijvere Clappus olie, tegens betaeling van ses stuijvers hollands perken, /: de Balie er onder gereekend:/ nevens 3. picols / zegge / Drie picols Cattoene gaarens so veel doenlijk, van de fijnste soorten van L„ra A. Ben C. meede tegens betaling tegens Com„ „pagnies prijs waar toe ik mij bij deese, onder verbeurte van het mij toevertrouwd Regentschap, solemneel verbinde. Art: 15. maar. anderents. 4

NL-HaNA_1.04.02_3910_0319 view scan ↗

English

681 Article 11. the 26th of July 1790. That neither I nor any chief on Bawean shall attempt to settle any matters of importance that may arise, concerning the inhabitants as well as others, but shall bring them to the knowledge of the commander of the Company's small fort, in order to be handled according to the orders just as at the offices and other places on Java; and consequently also to bring all criminal cases that occur between a Baweanese and a Baweanese before the Landraad at Semarang, and to hand over the mixed, namely criminal cases between a Baweanese and another nation, to the commander of the Company's small fort, to be referred first to Surabaya and further to the Court of Justice. Article 12. That I shall treat all inhabitants belonging under my jurisdiction, great as well as small, according to justice and equity; shall impose no heavy burdens; shall not mistreat or wrong any of my chiefs, nor dismiss the same and appoint others in their place; but that I shall give notice concerning those who do not behave properly to the commander of the Company's small fort, and request assistance and maintenance from the same. Article 13. That, as proof of my bounden duty to the Company, I shall not only ensure that the lease moneys of the Shahbandar's office of Bawean are properly and promptly paid on time, that is, every four months, in case the Company should see fit to grant that lease to me by farm, just as was done to my late father, Article 14. That I shall exert my utmost efforts not only toward the annual cultivation and planting of the rice and maize fields, but also toward the planting and cultivation of cotton, coffee, cardamom, and all such further produce and foodstuffs as the land is capable of yielding; for which I promise from time to time to make every possible effort and to comply with the orders. Article 15. but that in addition, just as was done by my aforementioned father, I shall deliver annually in the month of October or November to the office at Gresik a quantity of: 2500 cans, say, two thousand five hundred cans, of good and pure coconut oil, against payment of six Dutch stivers per can, the tub included therein, together with 3 picols, say, three picols of cotton yarn, as far as practicable of the finest sorts of Letters A, B, and C, likewise against payment at the Company's price; to which I hereby solemnly bind myself, under forfeiture of the regency entrusted to me. Article 16. Clearly and lastly, that in all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein, and which in time might require any further regulation, I shall, according to my oath already sworn on the Quran, conduct myself according to the pleasure of the Company, and shall comply with the orders that might be given regarding this, whether in case of any change or otherwise, with the same zeal and diligence as I hereby promise and bind myself to with regard to those that are described herein. And that this may be evident at all times, I have signed this deed of obligation, together with two others of the same content, with my signature and confirmed it with my seal. Below stood: Surabaya, the 3rd of June 1790. Lower: Thus done, signed, and sealed in my presence; was signed: A. Barkey. Below that: Known to me; was signed: C. van Massan, sworn clerk. In the margin below the Javanese stood: the signature and the cachet impressed in red wax of Raden Tumenggung Purbo Negoro. Lower: In my presence; was signed: H. van Ligten, sworn translator. 383 Batavia the 29th of July 1790. To His Excellency, The High, Noble, Stern, and Most Venerable Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, Together with The High, Noble, and Stern Lord and The Well-Noble and Stern Lords, The Well-Noble and Stern Lords, Councillors of the Netherlands Indies. Respectfully replying to Your Excellencies' highly respected separate letter of the 6th of this month of July, I express my true gratitude for the trust with which Your Excellencies have again been pleased to honor me therein, by leaving it to me to choose, according to circumstances, such time as shall appear to me to be most advisable for the execution of Your Excellencies' honored orders of the 26th of May last, in so far as they pertain

Dutch transcription

681 Art. 11. den 26„e Iuli 1798. Dat ik so min als eenig Hoofd op de Baviaan geene voorvallende zaeken van eenig aangeleegendheid; den Ingeseetenen so wel als anderen betreffende, sal tragten aftedoen, maar, die brengen ter kennis van het hoofd van 's Comp:s fortje, ten einde even als op de Comptoiren en verdere plaetsen op Iava na de orders te worden behandeld en dien gevolge ook alle Crimineele zaeken, die er tusschen een waviaener met een Bavianer voor„ „vallen, brengen voor aen Landraad te samarangen, en de gemelleerde, namentlijk de crimineele zae„ „ken tusschen een havianen en een andere Natie, over „geeven aan het Hoofd van 'sComp: fortje, om eerst na sourabaija en verder aan den Raad van Iustitie ge„ „renvoijeert te worden. Art 12. Dat ik alle Ingeseetenen onder mijn resort behoorende, zo wel groote als kleine, na regt en billijkheid sal behandelen, geene swaare Lasten op te leggen, geene mijner Hoofden verstraten, te ver„ „ongelijken, nog deselve aftesetten en andere in huur plaets aantestellen, maar dat ik omtrent de seeke„ sulken, die sig niet behoorlijk gedraegen, kennis sal geeven aan heet Hoofd van sComp:s fortje, en van den„ „selven adsistentie en mainctenus versoeken. Art. 13. Dat ik tot bewijs van mijn schuldige vrouw aan de Comp„e niet alleen sorgen sal, dat de pugtper„ „ningen der Sabandharij van de Baviaan behoorlijk en prompt op sijn tijd, dat is, van vier tat vier maan„ „den, worden voldaan, ingevallen het de Comp: goedvin„ „den mogte, die pagt, even als aan wijlen mijn vader is geschied, ook aan mij bij admodiatie aftestaan, Art: 16. duidelijk en ten laatsten, dat ik in alle extra ordi „naire voorvallen, waar van in deesen niet speciaal is gesprooken, en die in der tijd, enige nadere bepa„ „ling mogte requireeren, volgens mijn bereeds op aen Alcoran gepresteerden Eed, mij na het goedvinden van de Comp„e sal gedragen, en de orders die daar omtrent, het zij in kas van enige verandering ofte Dat ik mijn uiterste pogingen in't werk stellen sab„ niet alleen tot de Jaarlijksche bearbeiding en beplan„ „ting der Rijst en Iagongs velden, maar ook tot den aanplant en Culture van Cappas, Coffij, Cardamon en alle sodanige verdere producten en Levensmiddelen, die het Land in staat is voort te brengen; waar toe ik belove van tijd tot tijd al het mogelijke in't werk te sullen stellen, en de orders na te komen. maar dat ik daar enboven vok even als door ge„ „dagte mijn vader is geschied, Jaarlijks in de maand October of November ten Comptoire Grisjee leeve„ „ren sal, eene quantiteit van: 2500. kannen / zegge / twee duijsend en vijfHonderd kannen, goede en suijvere Clappurs olie, tegens betaeling van ses stuijvers hollands perken, /:de Balie er onder gereekend:/ nevens 3 picols / zegge / Drie picols Cattoene gaarens so veel doenlijk, van de fijnste soorten van L„ra A. Ben C. meede tegens betaling tegens Com„ „pagnies prijs waar toe ik mij bij deese, onder verbeurte van het mij toevertrouwd Regentschap, solemneel verbinde. Art: 15. maar. andersinks. 2 383 Batavia den 29. Iulij 1790: -. andersants mogte gegeeven worden, met deselfde rever en vlijt sal nakomen, als ik bij aeere, belove en mij verbinde omtrent de geene die in deesen be„ „schreeven sijn. En op dat dit ten allen tijden zoude blijken kunnen heb ik deese Acte van verband, nevens nog twee van gelijken inhoud, met mijn hand teekening ondertee„ „kent en met mijn signature bekragtigd. /:onderstond:/ Sourabaija den 3„e Junij 1790 — /:lager/ Aldus gedaan, geteekent, en geseegeld ten mijnen overstaan /:was get:/ A. Barkeij /daar ander/ Jn kennisse van mij /:was get/ C. van Mas„ „san, gesw scriba, /:in margine onder het Iavaans stonden :/ de handteekening en 't Cachet gedrukt in rood Zack van den Radeen Tommongang Pourbo Nogoro„ /:lager:/ Ter mijnen praesentie /:was get:) H. van Ligten gesw: Transl: Eerbiedig andwoordende op uwe Hoog Edelhee„ „den seer gerespecteerde Aparte Missive van den 6. deser maand Iuli, betuijge ik myne waare dank„ „baarheijd voor het vertrouwen, waarmeede Uwe Hoog Edelheeden mij daarbij weder op nieuw hebben gelie„ „ven te vereeren door aan mij overtelaten, om, na ge„ „lang der omstandigheeten, zovanige tijd uittekiesen„ als mij zal voorkomen het meest raadsaam te zijn tot de volbrenging van uwer Hoog Edelheeden geerde Orders van den 26. Mai Iongstleden, voor so veel die Hoog Edel Gestrenge Groot Achtb: Heer en Wel Edele gestrenge Heeren. De WelEdele gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch India. Beneevens Aan zyn Hoog Edelheid. Den Hoog Edel gestrenge groot Achtbaeren Heere M„r Willem Arnold Alting. Gouverneur Generaal. betrekking

NL-HaNA_1.04.02_3910_0321 view scan ↗

English

585 29 July 1790. relate to Pangerang MangCoenogoro and his presumptuous claim to the Mataram throne. I shall also endeavor to make the best use of this confidence, which is so flattering to me, to which end I have already prepared a letter addressed to that Prince, a copy of which accompanies this, which will then be dispatched to him, and in which I trust Your Right Excellencies will find as much firmness as appears to be necessary to make him lose for good the hope he has conceived, if he does not wish to expose himself to the Company's utmost wrath. When I received the first news concerning the arrival of the Württemberg troops at Rembang, I resolved to proceed with the matter concerning Pangerang MangCoenogoro immediately after their arrival here, both to reassure the Sultan to some extent on that score and to disabuse that Prince of the notion that he is feared; for I believed then that those troops would consist of at least 300 privates, as had been privately reported to me by the Authority of the Eastern Salient. But now that I have been informed that the entire number, in the first place, amounts to no more than 119 heads, of whom only 93 are privates, and that they moreover have very particular pretensions with regard to the service, I cannot as yet determine with certainty whether, after the arrival of these troops, I shall actually be able to carry out this intention, or whether it will appear more advisable to await further reinforcements. In this regard, it will be principal to take into consideration what the reply of the Sultan will be to my letter written to that monarch, a copy of which is also enclosed herewith, especially with respect to the requested statement of the assistance that, if necessary, is to be expected from His Highness if Mang Coenogoro opposes now or in due time. This will also depend largely on a speedy recovery of the military men who, out of those brought by the ships Sint Laurens, de Juffrouw Johanna, Oud Haarlem, and Dordrecht, directly had to be brought to the hospital to the considerable number of 49 heads. Meanwhile, of the 250 heads dispatched from Batavia with those ships, 9 died on the voyage. 887 29 July 1790. On account of that reduction and the numerous sick, who are still increasing daily, also because the number of the Württembergers is so small, and, according to private reports, no men are to be expected from Banda because the expedition to Aru did not turn out favorably, to which is added that only a single ship is still detained at Makassar, and should this have departed before Your Right Excellencies' instruction to send all possible assistance hither could be brought there, one probably has no relief to expect from there in this year: so for all these reasons, especially also because I would otherwise not be able to carry out the project, which has already become known, to reinforce the garrison at each Court for the time being with one hundred men, I deemed it absolutely necessary to make use of the authorization of Your Right Excellencies to detain here the fifty military men destined for Malacca with the ship Dordrecht, of which notice will be given to the Governor there, and that the same will, as far as possible, be replenished again in the autumn. Meanwhile, I respectfully request Your Right Excellencies that duplicates of their pay accounts, the originals of which will certainly be among the papers destined for Malacca, may be sent hither. When the time and opportunity are there that, in my view, it will be advisable to let the aforementioned letter to Pangerang Mangcoenogoro go out, I shall, in conformity with the honored order of Your Right Excellencies, not only give notice thereof to the Emperor by sending a copy of the same, but I shall also hold before that monarch the expectation of Your Right Excellencies that His Highness shall oblige the aforementioned Prince, as his subject, to obey the Company's orders and, in the event of any opposition, compel him, so as to comply with the assurance that His Highness had First Resident Hartsinck give me, in the hope that one will be able to rely on that somewhat more than

Dutch transcription

585 den 29. Iulij 1790. betrkking hebben, op den Pangerang MangCoenogoro en zijne vermetdle pretentie op de Matharmse van dit voor mij so vleijend vertrouwen, sal ik dan ook het beste gebruijk tragten te maken, waartoe ik bereids in gereedheijd hebbe gebragt eene aan dien Prins ingerigte deese in Copia verselkende Brief, welke als dan aan hem zal worden afgesonden, en waarin ik vertrouwe dat uwe Hoog Edelheeden so veel ernst sullen aantreffen, als het nodig schijnd te zijn, om hem voor althoos de opgevatte hoop te doen verliesen, so hij zig niet wil blootstel„ „len aan Compagnies uijterste gransschap. -. Toen ik de eerste tijding ontving weegens de aankomst der wurtembergsche Troupes te Rem= „bang, bepaalde ik mij, om, strakes na derselver aankomst alhier, de zaak met de Pangerang Mang„ „Coenogorro voorttesetten, so wel om de sulthan aan dien kant enigsints gerust te stellen, als om dien prins het gevoelen te beneemen dat hij gevreesd word; want ik meende toen dat die trouppes in ten minsten 300. gemeenen zouden bestaan, so als mij, in het particulier door den oost„ hoeks gesag hebber berigt was. Maar nu ik sedaat Throon. Ook sal sulx grotendeels afhangen van een spoedige herstelling der Militairen, die van de aan„ „gebragte per de scheepen S„r Laurens, de Juffrouw Io„ „hanna, oud Haarlem en Dordrecht, direct tot een aansienlijk getal van 49. koppen in het hospitaal hebben moeten worden gebragt. Terwijl er van de 250. koppen, met die scheepen van Batavia versonden, op de reijs 9. overleeden zijn. —. Onderregt ben, dat het gansche getal, primo plan„ niet meer beloopt van 119: koppen, daarvan maar 93. gemeenen, een dat ze daar bij, ten op sigte van den dienst, seer bijsondere pretentien hebben, zo kan ik voor als nog niet siker bepalen af ik dit voornemen, na de komst deser trouppes, werkelijk zal kon„ „nen volbrengen, of wel dat het raatsamer: zal voorkomen nog een nader secours aftewagten. Hier omtrent sal voornamelijk in aanmerking te neemen zijn hoedanig het andwoord van de sulthan zal wersen op mijn Brief aan dien vorst geschreeven en deese meede in Copia bijgevoegd, insonderheijd ten opsigte van de versogte opgave van de adsistentie, die men, des noods, van zyne Hoogheijd te wagten heeft, als Mang Coenogoro zig nu, of in der tijd oppo„ seert. onderrigt wegens 887 den 29. Iulij 1790. weegens die vermindering en de veelvuldige zieken, die nog dagelijks toeneemen, ook om dat het getal der wurtembergers maar so gering is, en er, vol„ „gens particuliere berigten, van Banda geen volk te wagten is, wijl het met de Expeditie naar Aroe niet voordeelig is uijtgevallen, waar„ bij nog komt dat er te Macasser slegts nog maar een enkel schip is aangehouden, en so dit vertrokken mogt zijn, alvoorens het aanschrij„ „ven van Uwe Hoog Edelheeden, tot het her„ „waard ver senden van alle mogelijke adsistentie aldaar heeft kunnen worden aangebragt, men als dan in dit Iaar waarschijnlijk geen secours van daar te wagten heeft: zo heb ik om alle deese reedenen, bijsonder ook wijl ik anders niet soude konnen volvoeren het bereeds rugtbaar geworden project om de besetting aan ieder Hof vooreerst met Honderd Man te versterken, volstrekt noodsakelijk gragt gebruijk te ma„ „ken van de qualificatie uwer Hoog Edelhee„ „den om de vijftig man Militairen met het schip Dordrecht voor Malacca: gedestineert alhier aantehouden, waar van aanden Heer Gouverneur aldaar sal worden kennis gegreven, en dat deselve in het najaar ens weder nerewar„ „bark, so veel mogelijk, sullen worden ge„ „suppleert. Terwijl ik uwe Hoog Edelhee„ „den intusschen eerbiedig versoek dat van dersel„ „ver soldij reekeningen, waar van de Origineele seker onder de voor Malacca gedistineerde Pa„ „pieren zullen berusten, de wedergades mogen wor„ „den herwaards gesonden. — Wanneer dan de tijd en gelegenheijd daar is, dat het, na mijn insien raadsaam zal sijn, de voormelde Brief aan de Pangerang Mangcoe„ „nogoro te laten afgaan, sal ik Conform de g'eerde order van uwe Hoog Edelheeden, den keijser niet alleen daarvan kennisse geeven, door toesending van een Copij derselve, maar ik zal dien, vorst ook voorhouden de verwagting van uwe Hoog Edelheeden dat zijne Hoogheijd voormelde Prins, als zijn onderdaan; sal ver„ „pligten, aan Compagnies orders te gehoorsaa„ „men en bij eenige oppositie te noodsaken, om dus te voldoen aan de versekering die zijne Hoog „heijd mij door den Eerste Resident Hartsinck heeft laaten geeven, in hoop dat men daar op wat meerderstaat zal konnen maaken dan

NL-HaNA_1.04.02_3910_0323 view scan ↗

English

380 the 29th of July 1790. — the circumstances for the present still seem to indicate. In the letter that I have written to the sultan, I have conferred with His Highness, in accordance with the command of Your High Noblenesses, concerning the force that this prince could assemble to curb Mangcoenogoro in case of opposition. I shall now first wait to see whether His Highness will provide a confidential statement in that regard, and once that is done, I will deliberate further with that prince on which measures, in such an event, are best to be taken to have his forces act in conjunction with those of the Company. But since the sultan's bitterness against the aforementioned Pangeran has risen to such a supreme degree that nothing less than his total destruction is intended, and nothing is more fervently desired than to cause the Company to resolve upon it, I—because this Prince nevertheless, in and for himself, must necessarily be spared for the maintenance of the balance of power and the Company's superiority, as long as it is in any way possible and he does not make his own ruin inevitable through absolute disobedience to the Company's orders—have not yet committed myself particularly to the sultan in this regard, the less so because the Yogyakarta Court must, as long as ever possible, be denied the hope of succeeding far in the vengeful designs against Mangcoenogoro, seeing that it is certain that if even the slightest prospect thereof were given, one would constantly see the most vehement accusations brought against that Prince and, with the usual tone of coercion and threats, urged to complete his ruin as soon as possible. As for the further recommendation of Your High Noblenesses, by all possible means and efforts to calm the mutual animosity and bitterness between the princes, at least to strive for everything by which peace and tranquility may be preserved, I respectfully trust that just as Your High Noblenesses have found the conduct hitherto maintained by me worthy of Your High Approval, for which I express my deep gratitude, it will also have appeared to Your High Noblenesses' satisfaction from the successive reports made 591 the 29th of July 1790. of my proceedings, that this is the principal objective of all my endeavors, and that no means are left unattempted from which one can have even the slightest prospect that they will be successful, although thus far everything has been in vain, since the emperor has further declared: that however much it was a great honor for His Highness that the Company wished to give his brother such a distinguished name as that of Pangerang Adipattij Poeger, it had nevertheless too often appeared that, in the time of his father, the sultan had arrogated to himself an authority over the Surakarta Court to which he was not at all entitled, and had always had his way in this, since that prince had not even shrunk from accompanying his requests with threats, as had happened in the year 1788 when the previous emperor was so gravely ill, and that this was the actual reason why His Highness did not want to change the name of Mangcoeboemi, however much he at the same time professed to be otherwise well inclined to listen to the good advice of the Company: —. Yet, however unyielding the emperor shows himself to be, and also gives as his reason for this that if he must once bend before the sultan, he will then very quickly find himself in the same situation as his father, whose compliance was so greatly abused, because the sultan, instead of addressing himself in 1788 with his grievance to the same and proposing an amicable settlement, which would immediately have been met with goodwill, presented his complaint directly to the Company, bypassing the emperor, in such a threatening tone that His Highness's father suffered very great distress over this matter, and there is thus little prospect that any change in this will be effected; I have, even if it were only so that the notion that the princes are now left entirely to themselves should not make too deep an impression, once again proposed two different means of accommodation, to the emperor as well as to the sultan, as both will appear to Your High Noblenesses from the aforementioned letter to the sultan, as well as the copy attached hereto of my letter to the emperor, though in the case of the latter, since all friendly advice now seems to be in vain, finally, albeit with only a single word and as if in passing, in order not to cause more bitterness; than

Dutch transcription

380 den 29. Iulij 1790. — de Omstandigheeden voor als nog schijnen aan te duijden. Bij de Brief die ik aan de sulthan hebbe geschreeven heb ik zyne Hoogheijd, over„ eenkomstig het bevel uwer Hoog Edelheeden, onderhouden over de magt, die dien vorst zoude konnen bij een brengen, ter beteugeling van Mangcoenogoro, in geval van oppositie. Ik zal nu eerst afwagten of zijne Hoogheijd daer Omtrent eene vertrouwelijke opgave zal doen, en als die geschied, zal ik nater met dien vorst overleggen, welke maatregulen, Casu quo„ best te neemen zijn, om zijne magt, met die van de Compagnie, vereenigd te doen ageren. Maar vermits de verbittering van de sulthan tot sulk een allerhoogste graad tegen voormelde Pangerang if gereesen, dat men niets minder bedoeld dan zijne totale verdelging, en na niets vuuriger verlangd aan de Compagnie daartoe te doen besluijten, so heb ik, om dat dien Prins egter aan en voor zig selve tot behoud van het even wigt en Comp„s superioriteit, noodsakelijk dient gespaard te worden so lang het maar eenigsints mogelijk is, en hij sijn eijgen verderf niet onvermijdelijk maakt, door den volslagen ongehoorsaamheid aan Compagnies bevalen, mij hier omtrend aan den sulthan nog niet bijsonder blood gegeeven, te minder om dat het Djoejose Hof so lang maar im= „mer mogelijk de hoop diend onthouden te worden om in de wraaksugtige desseinen tegen Mang„ „Comnogoro wijt te reusseren, nademaal het sekver is dat bi aldien daar toe slegts de minste apparen„ „tie wierd gegeeven, men gesladig de allerherig„ „ste beschuldigingen tegen dien Prins soude sien voortbrengen en met de gewoone toon van dwang en bedrijging, verlaven, om zijn verderf hoe eer so beter te voltooijen. -.. wanet voorts betreft de recommandatie uwer Hoog Edelheeden, om door alle moogelijke middelen en pogingen, de wedersijdje animositeit en verbittering tusschen de vorsten, tot bedaren te brengen, ten min„ „sten alles te betragten, waar door de rust en vreede geconserveert kan blijven, ik vertrouw eerbiedig dat gelyk uwe Hoog Edelheeden het door mij tot hier toe gehouden gedrag Hoogst Derselver goed„ „keuring waardig bevonden hebben, waar voor ik mijn diepe erkentenis betuijge, uwe Hoog Edelheeden ook uyt het successive gedaan maakt verslag 2 ƒ 591 den 29. Iulij 1790. verslag mijner verrigtingen ten genoegen, sal syn gebleeken dat dit het principale doelwil van alle mijne betragtingen is en geene middelen onbesogt gelaten worden, van welke men maar eenige apparentie kan hebben dat se van succes zullen sijn, hoewel tot hier toe alles vrugteloos is geweest, vermits den keijser nader heeft geteclareert: dat hoe seer het een groote eer voor sijn Hoogheijd was; dat de Comp:e aan sijn Broeder sulk een verlieven naam wilde geeven, als die van Pangerang Adipattij Poeger is, het egter te dikwijls was geblieken dat, ten tijde van zin vader, de sulthan sig een gesag over het soura Cartase Hof had aangemaligd, waar toe hij in het geheel niet gereijligd was, en daar bij altors zijne zin gekreegen had, vermits dien vorst sig selfs niet had ontsien zyne versoeken met bedrijdingen ver„ „seld te doen gaan, gelijk in het Jaar 1788. was geschied ten tijde de voorige keijser so swaar krank was, en dat dit ons de eijgentlijke oorsaak was, waarom zijne Hoogheyd de naam van Mangcoeboemi niet wilde veranderen, hoe zeer hij tevens be„ „tuygd anders wel geneegen te zyn naar de goede raad van de Compagnie te luijsteren: —. Dan hoe onversettelijk de keijser sig betoond te zijn, en daar van ook wog dersereeden geeft dat als bij eens voor de sulthan heeft moeten buij gen, hy zig dan wel ras in het zelfde geval sal bevinden, als zyn vader, wiens toegevendheid so seer misbruijkt is, also de sulthan in steede van sig en 1788. met zyn beswaar aan Denzelven te adtresseeren en een vriendelijke schikking voor te stellen, waar aan direct„ met goedwilligheijd zoude zijn voldaan, geworden, zijn be„ „klag met voorbij gang van de keijser, op zulk een drij„ gende toon aan de Comp„e heeft voorgesteld dat zyn Hoogheds wader over dese zaak seer veel verdriet heeft ondergaan, en er dus wejnig apparentie is, dat hier in eenige veran„ „dering sal uijttewerken zijn; so het ik al was z het slegts om het denkbeeld: dat de vorsten nu aan zig selver geheel overgelaten zyn, geen te diepe indruk te doen maken, weder van nieuwe, so wel aan de keijser, als aan de sulthan, twee verschillende middelen van acdon „modement geproponeert, so als het een en ander uwe Hoog Edelheeden blyken zal so uijt de voormelde Brief aan de sulthan als de ook hier „neevensgevoegde Copij van mijn schrijven aan de keijser, dag bij welke laatste ik nu tog alle vriendelijke raad vergeefs schijnd te zin, eijn„ „delijk hoewel maar met een enkel woord en als in het voorbij gaan, om geen meer verbittering; als

NL-HaNA_1.04.02_3910_0325 view scan ↗

English

593 the 29th of July 1790. instead of causing pacification, I mentioned what was stipulated in the 7th and 8th articles of the contract concluded with His Highness, and promised by His Highness, namely to live constantly with the Sultan in all harmony and mutual friendship, without ever giving any premeditated reasons for dispute, discord, or estrangement, and if a difference should arise, to leave it to the equitable decision of the Company; while I still flatter myself with the hope that the realization thereof will perhaps yet have a desired effect, although that is truly very slight, considering that the Emperor claims to have done nothing other than that to which he is entitled, while he acknowledges that the Sultan possesses an equal right, and completely leaves it to that prince to make use of it as he sees fit, without deeming himself offended thereby, alleging further that the disputed name is currently not borne by the Sultan nor by any of his children, and from which he deduces that the Sultan therefore also has no reasonable ground to consider himself offended, and merely pretends this to satisfy his whimsical desires and to bend the Court of Solo to his will, as he has always sought to do. Meanwhile, in order not to reinforce the Sultan in his imagination that he has suffered so much injustice, from whose side aggression is certainly first to be expected, since he has had more than 4000 men reviewed by his son, the Crown Prince, and had them swear an oath that they will not yield an inch to those of Solo, and to make him prefer the proposed means of a friendly accommodation above the uncertain use of arms, I pointed out to His Highness quite plainly in the aforementioned letter that his unfriendly and, even with respect to the Company, very improper threat, with which he got his way in the year 1788, is currently the only reason why the present Emperor, who is not now in the situation in which his father then found himself on account of his severe illness and apparent vacancy of the throne, refuses to withdraw that name, and that he will therefore have only himself to blame if the cause of his stated displeasure is not removed, since the means to that end have now been shown to him very clearly. I 595 the 29th of July 1790. I hope that these means now newly put into effect and the actions taken in that regard may also be deemed worthy of the honored approval of Your High Nobilities, being at present, according to my understanding, all that can be employed to preserve peace and tranquility and to prevent their rupture if at all possible, as it is certainly of the utmost weight and importance to the Company, for which reason I heartily wish that it may succeed in attaining this so very desired objective. Presently, the state of the rice crop has been decided to such an extent that one can be certain of a reasonably favorable harvest, and that consequently the requirements, both for Ceylon, Malabar, Padang, Palembang, Banjarmasin, Pontianak, the Cape, and Bantam, as well as for Batavia, Ambon, Banda, and Ternate, which Your High Nobilities calculated at 6700 lasts, can be satisfied in the coming autumn and next spring, both from the contingents and the recommended purchase of initially 1000 lasts, and I shall therefore make use of the authorization of Your High Nobilities to allow the export to Malacca and the Other Coast, Palembang excepted, just as in anno passato, or to permit it up to such a larger quantity as the crop will allow. And although rice, on account of the scarcity of previous years, is not yet sold among private individuals for less than 32 rix-dollars in cash currency, I nevertheless do not doubt that it will soon drop to 30 and perhaps even to 28 rix-dollars. But I foresee that this will be the very reason that will discourage the merchant, Your Nobility, even more than before from transporting it to Batavia, in order to receive no more than 35 rix-dollars in paper credit there in payment. Insofar, however, as it is somewhat in my power and can be done without coercion of the merchants, I shall endeavor to ensure that Batavia is adequately supplied; yet to allow the inhabitants of Batavia to enjoy as much benefit as a good harvest and the resulting price reduction can provide, I know of no other means than that the merchants of

Dutch transcription

593 den 29. Julij 1790. in steede van bevreediging, te veroorsaken, gewag heb. gemaakt van het geen er by het 7. en 8. articul van het met zijne Hoogheijd geslooten Contract gestipuleert, en door zijn Hoogheijd beloofd is, na„ „nelijk om steeds met de sulthan in alle har„ „monie en Onderlinge vriendschap te leeven, zon„ der ooijt eenige voorbedagtelijke reedenen tot kwist, tweedragt of verwijdering te geeven, en zo er verschil mogt ontstaan, het aan de billijke beslissing van de Compagnie overtelaten; terwijl ik mij nog vleije met de hoop dat het besef daar van, misschie nog een gewenschte uijtwerking sal hebben, schoon die waarlijk seer gering is, in aanschouw genoo„ „men dat de keijser beweerd niets anders gedaan te hebben, dan het geene waartoe hij geregtigt is, ter„ „wijl hij erkend dat de sulthan een gelijkstandig regt besit, en het volkomen aan dien vorst overlaat om daarvan, naar goedvinden, gebruijk te maken, sonder dat hij sig daardoor beledigd zal agten alleguere „rende verder dat de questieus naam door de sul„ „than nog iemand van zijne kinderen tegenwoordig gevoerd. word„, en waar uijt Hij afleid dat de sulthan dus ook geen billijke reeden heeft om zig belee„ „digt te agten, en sulx alleen voorwend om zyn guillige begeerten vser voldaan te krijgen en het Solose Hof, gelijk hij althoos heeft getragt te doen, naar zijne hand te zetten. — Om ondertusschen de sulthan, van wiens kant de aggressie seker het eerst te wagten is, also Hij onderdaans door zin zoon de kroonprins, over 4000. - Mkan, de revud heeft laaten doen, en van deselve den Eed afneemen: dat ze voor die van solo geen voet uijt den weg zullen gaan, in zijne verbeelding: als of Hem zo veel ongelijk is ge„ schied, niet te versterken, en het voorgeslagen middel tot een vriendelijke schikking, boven het wisselvallig ge bruijk der wapenen, te doen verkiesen, heb ik aan zijne Hoogheijd bi de voorwaards vermilde Brief, vrij on„ „bewimpeld voorgehouden dat zijne onvriendelijke en zelfs ten opsigte van de Comp„e, seer onbetamelijke bedrijging, waarmeede Hij in het Iaar 1788. zijn zin heeft gekraegen, tans de eenigste reeden is, dat de tegen„ „woordige keijser, der nu niet in het geval is, waar in syn vader, wegens Desselfs swaare suekte en apparente Throons vacature, sig toenmaals bevond, die naam niet wil intrekken, en dat Hij het dus aan zig selve alleen zal te wijten hebben, als de oorsaak van zijn opgegeeven misnoegen; niet word wegge„ „noomen, wijl hem het middel daar toe, als nu seer duydelyk is aangetoond: solose Ik 595 den 29. Julij 1790:—. Jk hoop dat deese nu nater in het werk gestelde middelen en het daaromtrent verrigtte mede de g'eerde goedkeuring van uwe Hoog Edelheeden zullen mogen waardig bevonden worden, als zynde voor het tegenwoordig alles wat er na myn begrip aan te wenden is om de rust en vreede te behouden en de verbreeking derselven so het immer mogelijk is nog te voorkomen, als seker voor de Comp„e van het uijterste gewigt en aanbelangd, waarom ik van harte; wensche dat het getukken mag dit zo seer gewenscht oogmerk te mogen beryken Iegenwoordig is het met den staat van het Ryst gewasch in so verre gedecideert, dat men saker kan zyn van een tamelijke voordeelige oogst en dat dus de beno„ „digtheijd so voor Ceijlon, Mallabaar, Padang, Palem„ „bang, Banjermassing, Pouliana, de Carb en Bantam als voor Batavia, Ambon, Banda en Ternaten, die uwe Hoog Edelheeden hebben gecalculeert op 6700. Lasten, in het aanstaande na- en het toekomend voorjaar, so uyt de Contingenten, als den aanbevolen inkoop, vooreerst van 1000. lasten, sullen konnen voldaan worden, en k sal dus gebruijk maaken van de qualificatie Uwer Hoog Edelheeden om de uijtvoer naar Malacca in de Overwal, Palembang uijtge „sondert, eeven sa als in Annopassato toe te staan, dan wel tot sulk een groter quantiteijt te permitteeren, als het gewasch sal toelaten. — In hoewel de Rijst, weegens de schaars„ heijd van voorige Iaaren, onder particulieren nog niet minder verkogt word als voor rd„s 32. , aan Contante munt, po twijffel ik egter niet of se sal eerlang wel dalen tot 30. en misschie wet tot 28. rijxdaalders: Maar ik voorsie dat dit Juijst de reeden zal zijn die den Han„ delaar uE nog meer dan te vooren sal disami= „meren. tot den vervoer naar Batavia, om aldaar aan Papier van Credit niet meer dan Rd„s 35. –. in betaling te ontfangen. Voor so veel het egter eenigsints in mijn vermogen is en sonder dwang der Handelaars geschieden kan, sal ik tragten te Zergen dat Batavia toerijkend voor „sien word; dog om de Bataviase Jngesaete„ „nen, so veel voordeel te doen genieten als een goede oogst en daar uijt voort tevloeijene prijs vermindering, kan opleeveren, weet ik geen ander middel dan dat de Handelaars van

NL-HaNA_1.04.02_3910_0327 view scan ↗

English

697 the 29th of July 1790. from Batavia to Java itself come to market not Christians, in which case I shall take care that one is served as soon as possible for the lowest price. This having been prepared thus far, the ship Segelstroom arrives with the previously mentioned Corps of Wurttembergers, of which the Captain Commandant informs me that according to his engagement, he and his men cannot remain here any longer than until the coming month of October, to depart then from Batavia for the Cape. I therefore find myself obliged to give notice of this to Your High Nobilities, because Java, if this be so, will be able to depend on the assistance of these auxiliaries for little more than only two months. Just as this was about to be closed, I receive the answer from the Sultan to my aforementioned letter, which I therefore also have the honor to present herewith to Your High Nobilities in originali, and from which it will appear to Your High Selves: that that prince has not seen fit to answer anything to the question put by me regarding his military capacity, other than that he will assist the Company, if it is necessary, against Pangerang Mangcoenogoro. As for the proposed means to clear away the alienation that has arisen between His Highness and the Emperor, His Highness declares that he cannot embrace the same. And since I dare promise myself no better success from my letter which is now about to go off to the Emperor, and which I have held back for so long in order first to await what the effect of my letter to the Sultan would be; so one, as is also the opinion of the First Resident of Djocjocarta, will now indeed be obliged to await what happens further, in order then, according to the circumstances, to devise the necessary measures, because certainly with the Sultan nothing can be done without exposing the Company's dignity, for in the letter that I have written to that prince, and the address that has been delivered to His Highness by the said First Resident, 699 the 29th of July 1790: everything is contained which, in my view, is ever to be employed to achieve the objective of preserving peace and quiet if possible, which I hope Your High Nobilities will likewise please to view as such. With due respect and true high esteem, I have the honor to call myself, was written below: title, Your High Nobilities' very obedient and faithful servant, was signed: J. Greeve, in the margin: Samarang, the 29th of July 1790. As I have promised my friend, I shall by this give notice to Your Highness of the orders that I have received from His High Nobility the Lord Governor General and the Lords Councillors of India. It is then, in accordance with the express desire of Their High Nobilities, that I must inform my friend that Their High Nobilities have become extremely upset by the contents of the two writings that my friend has sent to me, as containing that upon which Your Highness flatters himself with the hope for the Crown of Djocjocarta. Because since Their High Nobilities never have had the least intention to have any promises made thereto to Your Highness, but on the contrary have firmly resolved that after the demise of the present Prince, as Sultan, no one shall ascend the throne of the Mataram Empire than the lawfully chosen Crown Prince, who already so many years ago was appointed and declared as successor to his Lord Father, as this is completely known to Your Highness; Their High Nobilities have therefore wondered all the more that Your Highness now comes forward with a promise of which my friend has never spoken a single word, neither to the previous Lords Governors nor to me. I must therefore announce to my friend in the name of Their High Nobilities that the Company is firmly resolved powerfully to maintain the contract entered into with the Lord Sultan, and thus also the determined succession to the throne upon the demise of that prince, and that Your Highness therefore now and forever of all wrong hope and expectation Copy of a letter written to the Pangerang Adipattij Mangcoenogoro, at Souracarta, dated Samarang, the . . . of July 1790. entirely. 2

Dutch transcription

697 den 29. Iulij 1790. van Batavia op Java selfs ter Markt koo„ „men niet Cristanten, als wanneer ik verorg sal draagen; dat men voor de minste prijs, ten eersten geriefd worde. Deese dus verre in gereedheijd gebragt zijnde, arriveert het schip Segel stroom met het voorwaards vermeld Corps wurtem„ „bergers, waarvan de Capitain Commandant mij informeert, volgens zin engagement, met zyn volk, hier niet langer te konnen vertoeven dan tot de aanstaande maand October, om dan van Batavia naar de Caab te vertrekken. — Ik vinde mij dus verpligt uwe Hoog Edel„ „heiden hiervan kennis te geeven, wijl Iava indien dit zo sij, weijnig langer dan maar twee maanden op de adsistentie deser auxiliarren zal konnen staat maken. — So als deese stond geslooten te worden, ontfang ik het andwoord van de sulthan op mijne hier voor vermelde Brief, dat ik duf meede nog de eer hebbe uwe Hoog Edelheeden hier bij, in Originali, aantebie„ „den, en waaruijt Hoogst Deselve sal blij „ken: dat dien vorst niet goedgevonden heeft, op de door mij gedaane vraag nn zyn krijgs-vermogen! iets te antwoorden, dan dat hij de Compagnie, als het nodig is, teegen Pangerang Mangsoenogoro sal bijstaan. Wat voorts het voorgestelde middel betreft om de ontstane verwijdering tusschen zyne Hoog„ „heijd en de keijser uijt den weg te ruijmen, het zelve betuijgd zine Hoogheijd niet te konnen amplecteren. En vermits ik my geen beter succes derf beloven van mijn Brief die nu aan de keijser staat aftegaan, en die ik so lang heb aangehouden, ve eerst aftewagten wat de uijtwerking zoude sijn van mijn Brief aan de sulthan; so sal men gelijk dit ook het gevoelen is van den Djoc„ „jocartas eerste Resident, als nu wel verpligt zyn aftewagten wat er verder gebeurd, om dan, na gelang der omstandigheeden, de noodige maat„ „regulen te beraamen, wijl en voorsaeker bij de sulthan, niets kan gedaan worden, son„ „der Compagnier waardigheijd te exponeeren want bij de Brief, die ik, aan dien vorst geschreeven heb, en het vertoog, dat door gem: eerste Resident aan zijne Hoogheijd is over„ heeft „gegjeeven 699 den 29„e Iuli 1790: „gegeeven, is alles vervat wat, na mijn insien immer te emploijeeren if om het oogmerk tot Conservatie van de rust en vreede des mo„ „gelyk te berijken, het welk ik hoope dat uwe Hoog Edelheeden meede sodanig sullen ge„ „lieven te beschouwen. - Met de verschuldigde eerbied en waare hoogagting heb ik de eer my te noemen /.Onder„ stont:/ Titul /lgjer:/ uwer Hoog Edelheeden seer gehoorsaame en getrouwe dienaar /was ge „teekent/ I. Greeve /in margine:/ Samarang den 29 Iulij 1790. - Gelijk ik mijn vriend beloofd hebbe, sal ik uwe Hoog= „heid bij deesen kennis geven van de orders die ik ont„ „vangen hebbe van zijne Hoog Edelheid den Heere gouverneur generaal en de Heeren Raeden van India. Het is den, ingevolge de uitdrukkelijke begeerte Hun„ „ner Hoog Edelh. dat ik mijn vriend moet te kennen geeven dat A. H E. ten uitersten ontstigt geworden zijn door den inhoud van de twee geschriften die mijn vriend mij toege„ „sonden heeft als vervattende waar op uwe Hoogheid sig vleid met de hoop op de Kroon van DjocjoCarta. Want vermits Huune Hoog Edelheeden mimmer de minste intentie gehad hebben oms daar toe enige belof„ „ten aan uwe Hoogheid te laten aren, maar in tegendere vastelijk besloten hebben dat niemand na het overleiden van den tegenwoordige Vorst, als Sulthan, de stroon van het Mattarmse Rijk bekluimen sal dan den wettig verkoren kroonprins die bereeds voor so veel Iaeren tot opvolgen, van zijn, Heer vader is benoemd en verklaard gelijk dit uwe Hoogheid volkomen bekend is, so hebben Han „ne Hoog Edelh: sig te meer verwonderd dat uwe hoogheid tans met eene belofte voor den dag komt van welken mijn vriend nimmer so min tegen de vorige Heeren Gouverneurs als tegen mij een enkele woord gespraken heeft. Ik moet mijn vriend derhalven uit naam: van A A delh: aankondigen dat de Comp„e vagt besloten heeft het contract met den Heer Sulthan aangegaan, en dus ook de bepaalde sroons opvolging bij het overleiden van dien vorst kragtdadig te handhaden en dat uwe Hoogheid dus nu en voor altoos van alle verkeerde koop en verwagting Copia Brief geschreeven aan den Pangerang Adipattij Mangcoenogoro, te Soura Carta, Ged:t Samarang den. . . . Juli 1790. geheel. 2

NL-HaNA_1.04.02_3910_0329 view scan ↗

English

691 the 29th of Iuli 1790: must entirely renounce, without in any way attempting or undertaking anything that could appear to strive against the pleasure of the Company and its wishes, which are unchangeable. For if Your Highness were to adopt a conduct other than what agrees with this so clearly declared wish of the Company, then surely all those kindnesses, all those benefactions and protection which Your Highness and his children have hitherto so continuously enjoyed from the Company would at once cease and have an end, and what the consequences would then be, Your Highness will easily be able to conceive. For me in particular it would be a very painful matter if I saw myself forced to no longer be able to regard Your Highness, to whom I bear so much esteem, as my friend, and this would most certainly be the case if Your Highness acted contrary to the well-meaning counsel which I have so often given Your Highness: to enjoy, in a peaceful and quiet life, in a constant trust in the Company's wise dispositions, the happy lot that Your Highness and all his children have obtained from the Company's favor and goodness. The answer that I await to this will assure me whether Your Highness bears me that friendship which Your Highness has so often expressed to me, for then Your Highness will certainly obey my faithful counsel. And just as I have declared myself frankly in this letter, I also expect that my friend will do the same, and will write exactly as the reflections of his heart are, for nothing is more harmful than dissimulation, as it takes away all trust. I greet Your Highness with the greeting of well-meaning friendship. Written at Samarang the . . . Iulij 1790. Was signed: Jan Greeve. As the time now approaches which the Company considers will be suitable to put Brother's heart completely at ease with respect to the mistaken notions and vain hopes which the Pangerang Mangcoenogoro has now entertained for some time, I consider it necessary to consult with Brother about it in such a confidential manner that Brother will further be completely convinced of how much Brother's interest is at heart to the Company. The letter, of which a copy is enclosed herewith, Brother will find conveys to the Pangerang Mangcoenogoro in very serious terms the utmost displeasure of Their High Noble Excellencies, while thereby now and forever all hope will be denied to him ever to exchange his present state for a higher one, under threat of the Company's righteous wrath if he should attempt or undertake anything that is contrary to the intention and the dispositions of the Company. Of this letter I shall also send a copy to the Soesoehoenang and present to that monarch the expectation of Their High Noble Excellencies that His Highness will oblige the Pangerang Mangcoenogoro, as his subject, to obey the Company's orders, and in case of any opposition, will compel him thereto by the necessary means of force; and since the Emperor constantly assures me that His Highness will faithfully fulfill the solemnly sworn contract, it follows from this that that monarch will also comply with what has been stipulated, namely that if Your Highness in his lands or places by this act made. Copy of a missive written to the Sultan at Djocjocarta, dated Samarang the 22nd of Juli 1790. no

Dutch transcription

691 den 29„e Iuli 1790: geheel en al moet afsien, sonder op enigerlijwijse iets te betragten of te onderneemen dat soude konnen schijnen tegen het welbehagen van de Comp:e en haere begeerten„ die onveranderlijk is te strijven. want bij aldien uwe Hoogheid een ander gedragt mogt aanneemen dan met deese sa duijdelijk verklaar„ „de begeerte van de Comp:e over eenkomt dan zoude gewis alle die goedheeden alle die weldaeren en berkerming die uwe heodogheid en sijne kinderen tot hier toe so: aanhoudend van de Comp:e genoten hebben in eens ophouden en een ginde hebben, en welke dan de gevolgen soude sijn, sal uwe Hoog= „heid ligt konnen beseffen. voor wij insonderheid soude het een seer smertelijken zaak zijn, als ik wij genoodsaakt sag, om uwe Hoog „hens, wig ik so veer agting toedraege, niet meer al mijn vriend te konnen aanmerken en dit soude toot seker het geval zijn als tweder uwe Hoogheid aanging tegen den wel gemeende raad die ik uwe Hoogheid so dikwijls ge„ „geeven hebbe om bij een gerust en stil leeven, in een gestadig vertrouwen op Comp:s wijse beschikkingen, het gelukkig lot te genieten, dat uwE Hoogheid en alle zijne kinderen van Comp:s gunst en goedheid hebben verworven Het andwoord dat ik op viers verwagte, sal mij ver„ „sekeren of uwe Hoogheid mij die vriendschap toedraagd welke uwe Hoogheid wij so dikmaels heeft betuijgd, want dan zal uwe Hoogheid mijne getrouwd raad voorseeken ge„ hoorsamen. — En gelijk ik mij in deesen Brief openhartig heb verklaard, vermagt ik ook dat mijn vriend het selfde sal doen, en Iuist so sal schrijven als de overden„ „kingen sijns warten zijn, want niets is schadelijker dan rijnserij wijl die alle vertrouwen wegneemd. we Hoogheid met den groet der welmeenende Ik groet ^ geschreeven Vriensschap /:onderst: p Samarang den. . . Iulij 1790. /was getee„ kenst:/ zan greeven. —. Wijl tans de tijd naderd die de Comp„e oordeeld ge„ „schikt te sullen sijn om het Harte van mroeder volkomen gerust te stellen ten opsegte van de verkeerde verbeelding en redele hoop die den Pangerang Mangcoenogoro nu ser„ „dert enigen tijd heeft opgevat, so agte ik nodig daar om „trent Broeder op eene so vertrouwelijke wijse te raadplee„ „gen, dat Broeder nader volkomen sal overtuigd worden hoe seer het belang van Broeder de Comp. ter hartegaat. De Brief, welke in Copia hier bij ingeslooten is, dal Broeder bevinden dat in seer ernstige termen aan de Panga„ „rang Mangsoenogoro het uiterste ongenoegen van Hunne Hoog Edelh: sal te kennen geeven, terwijl hem daar bij nu en voor altoos alle hoop ontsegd zal worden om immer zijn tegenwoordige staat voor een hooger te ver„ „wisselen onden bedrijging van Comps regtwatige gramschap„ indien hij iets mogt betragten of onderneemen, dat strijdig is met de intentie en de beschikkingen door de Comp:e van diese Brief sal ik ook Copij senden aan den soesoehoenang en dien vorst voorhouden de verwagting Hunner Hoog Edelheeden, dat zijne voogheid den Panger„ „tang MangCoenogoro, als zijn onderdaan, sal verpligten aan Comp:s orders te gehoorsaemen en bij enige tegenkan= „ting, daar toe door de nodige middelen van klein, sal nood„ „saeken, en vermits den keijser mij steeds laat versee„ „keren dat zijne Hoogheid het plagtig besworen Contract gehouw sal nakomen, so volgt daaruit dat dien vorst ook sal voldoen aan het geen bedongen is, namelijk dat indien uwe Hoogheid in zijne landen of plaetsen door deese afte gemaakt. Copia Missive geschreeven aan den Sulthan te Djocjocarta, gedateert Samarang en 22:e Juli 1790 geene

NL-HaNA_1.04.02_3910_0330 view scan ↗

English

903 the 29th July 1790 no malcontents, or by others, might be attacked or disturbed, that prince will then be obliged to assist and support your Highness, with the Company's prior knowledge and consent. I also fully expect that the pangerang Mangcoe nogoro will dutifully conduct himself according to the orders of the Company, as befits him, and that he will not recklessly dare to expose himself and his children to utter ruin, but nevertheless I am not completely certain of this, and thus it is necessary to nurture a prudent mistrust and to take care that one is not taken by surprise. For those reasons I completely approve that Brother has put his troops into a good state of readiness. But in order to be completely secure in making such arrangements as might be useful in case of necessity, I request, by express order of Their High Mightinesses, from Brother confidential information on how many regular troops Brother can bring under arms, within what amount of time, and with what sort of firearms, and whether they are all fit for use, as well as Brother's supply of Gunpowder. Of the Company's cordial goodwill and vigorous assistance, I recently had Brother assured in writing through the Resident van Isseldijck, who at the same time informed Brother how, in the Contract concluded with this Emperor in the Year 1788, full provision was made for the security of the Mataram Empire and thus also for the lawful succession. Yet, although the Emperor, through a faithful adherence to that contract and the solemn oath taken, will surely give no cause for unrest, your Highness could nevertheless rely with an even greater confidence on the well-intentioned help of that prince if a means could be found whereby the displeasure that exists, to my regret, between your Highness and the Emperor could be happily removed. To this end I have certainly, on my part, already done everything in my power, without having succeeded to satisfaction. One means, however, still remains to me, and this I ought therefore still to try, holding myself assured that your Highness, convinced that my intentions are good and sincere, will not be disinclined to lend an ear to it. If your Highness would then see fit to write a Letter to the Emperor of this content: that it had been reported to your Highness that the Emperor's Brother had been given the name of Mangcoeboemi, but that your Highness, not wishing to investigate the truth thereof, had only decided to bring it to the attention of your Highness's grandson the Emperor that, should this really be so, it would be painful to your Highness, and that your Highness therefore holds himself assured that the Emperor has too much respect for the dignity and Years of your Highness to intend to cause your Highness grief thereby, as would surely happen if that name were borne by anyone during your Highness's lifetime; and that your Highness therefore proposes giving that prince an elevated name, even if it were that of Pangerang Adipatij Poeger, with the assurance that this will make the friendship and good harmony lasting. In this way the displeasure that exists with your Highness will almost certainly be removed; the means is such that it cannot in the least injure the princely dignity of Brother, as it is practiced by the greatest well-intentioned Princes

Dutch transcription

903 den 29„e Juli 1790 geene malcontenten aan wel door anderen, mogt wors„ „den aangevallen op ontrust, dien vorst als dan verpligt sal sijn, uwe Hoogheid, met Comp. voorkennis en toestemming, bij te springen en te adsisteeren. Ik ben ook wel in de verwagting dat de pangerang Mangcoe nogoro sig pligtschuldig naar de orders van de Comp. sal gedragen, gelijk het hem betaamd, en dat hij niet roekeloos wagen dat dig en zijne kinderen aan het uijterste verderf blood te stellen, maar egter ben ik daarvan niet volkomen seker en dus is het noodsakelijk een voorsagtig wantrouwen te voeden, en te sorgen men niet verrast worde. om die reedenen keur ik volkomen goed dat Broeder sijn krijgsvolk in een goede staat heeft gebragt. Dan om volkomen secuur te zijn in het maken van sulks schikkingen als in geval van noodsakelijkheid souden konnen te pas komen, versoek ik, op expresse last van Hunne Hoog Edelheeden van broeder een vertrouwelijke informatie hoe veel reguliere troupes Broeder onder de wapenen kan brengen, binnen hoe veel tijd en met welk zoort van geweer en of die alle tot ge„ „bruijk bequaam zijn, so meede Broeders voorraad van Buskruijt. van Comp:s hartelijke welmeenendheid en kragtdadige ad= „sistentie heb ik moeder onlangs bij geschrifte verseeke„ „ring laten geeven voor het opperhoofd van Isseldijck, die Broeder tevens onderrigt heeft hoe er bij het Contract dat in t Jaar 1788, met dese keijser is gesloten, volkomen gevorgd is voor de sekerheid van het Mattarmse Rijk en dus ook voor de wettige successie Dan hoewel de keijser bij een getrouwe nakoming van dat contract en den plegtig gedanen bed, voorseeker geen Oir„ „saek sal geeven tot ongerustheid, so soude uwe Hoog „heid sig egter met een nog groter vertrouwen op de wel„ menende hulp van dien vorst konnen verlaeten als er een middel: te vinden was door het misnoegen dat er tusschen uwe Hoogheid en de keijser, tot mijn leedweeren plaets vind, geluckig konde worden weggenomen. Hier toe heb ik. seker van mijnen kant bereeds alles aan„ gewend wat in mijn vermogen is, sonder daarin na genoe„ „gen te zijn, geslaagd. den middel blijft mij egter nog over„ en dit diene ik dus nog te beproeven, mij verseekerd hou„ „dende dat uwe Hoogheid, overtuigd dat mijne oogmerken goed en opregt zijn, niet ongeneegen sal weesen daar aan het vor te leenen. Wanneer dan uw Hoogheid mogt goedvinden aan de keijser een Brief te schrijven van dese inhoud: dat omen uwe Hoogheid had berigt dat aan 's keijsers Broeder de naam van Mangcoeboemi was gegeeven, dog dat uwe Hoogheid de waarheid daar van niet willende ondersoeken, alleen beslooten had uw Hoogheids kleen„ zoon den keijser onder het dog te brengen dat sulks wer„ „kelijk sodanig zijnde, uwe Hoogheid smertelijk soude weesen, en dat uwe Hoogheid sig oversulks verseekerd houd, dat de keijser te veel agting voor de waardigheid en Iaren van uwe Hoogheid heeft om ten oogmerk te hebben; uwe Hoogheid daar door verdrict te vervirsaken gelijk seker soudo geschieden indien die naam bij het leven van uwe Hoogheid door iemand wierd gevoerd, en dat uwe Hoogheid daarom voorsteld dien prins een verheeven naam te geeven al was het die van Pangerang Adipatij Poeger, onder„ verseekering dat dit de vriendschap en goede harmonie be„ „stendig sal maeken. Op deese wijse sal het ongenoegen aat 'en bij uwe Hoog„ „heid plaets vind, wel nas weggenomen zijn; Het middel is sodanig dat het de vorstelijke waardigheid van Bworden in het minste niet kan krenken als sijnde bij de grootste „meenende Vorsten

NL-HaNA_1.04.02_3910_0331 view scan ↗

English

605 customary for princes of Europe. I could also rest assured that the emperor will agree to it without hesitation and will very gladly accept that name of pangerang adipattij Poeger, for the fact that the emperor has thus far been unwilling to withdraw the name of Mangcoeboemi originates from this: that it affected His Highness in the extreme that Brother, in the year 1788, did not address his grievance to the then emperor, as is fitting between friends and princes who live in friendship, since satisfaction would then have been given directly to Your Highness purely out of goodwill without the Company having needed to intervene; to which is added that the unfriendly and threatening manner in which Brother at that time sought the Company's assistance was the cause of the then emperor suffering much grief in his severe illness, and to which the present emperor does not seem willing to expose himself, especially since His Highness believes he has done nothing other than make use of the right to give his subjects and court grandees such names as His Highness sees fit, something which that prince gladly concedes belongs equally to Your Highness. Brother now sees more clearly from this how greatly the Company strives to preserve peace and friendship between the two princes, but this is utterly impossible without mutual indulgence, and the emperor will certainly be glad to show this to Your Highness, as his granduncle, as soon as Brother's desire is made known to that prince in a manner that is truly friendly and amiable, and thus completely free of all coercion and displeasure, through which assuredly nothing good can ever be achieved. Your Highness will thus have it in his power to remove the displeasure that exists at the earliest opportunity by making use of my well-intentioned advice, and I also do not doubt that Brother will be satisfied with the outcome. With exceptional pleasure I have seen from Brother's amiable letter written the 11th of the light Sawal that it would not be disagreeable to Your Highness if Your Highness's eldest brother were honored by the Company with the name of pangerang Adipattij Poeger, and that Your Highness is pleased to regard the proposal I made to that end as originating from the truly cordial friendship and brotherly love that I bear Your Highness, which will always remain steadfast. The difficulty that now still remains, I see, consists in how Your Highness will now revoke the name of Mangcoeboemi, with which Your Highness commanded his court grandees to call Your Highness's brother henceforth. I am quite willing to grant that this difficulty seems to be of weight, because a prince should as little as possible be placed in the position of revoking his public commands. But allow me to bring to Your Highness's attention that such is not the case here. Brother would not be revoking his command here, or need to revoke the name of Mangcoeboemi. Copy of letter written to the Emperor Pacoeboeana the 4th at Soura Carta, dated the 28th of July 1790. the 29th of July 1790. I greet Brother and my well-beloved son the crown prince most abundantly, wishing all salvation and prosperity. underneath stood written at Samarang the 22nd of July 1790 was signed Jan Greeve.

Dutch transcription

605 vorsten van Europa gebruijkelijk. Ik koude mij ook ver„ den 29„e Iuli 1790. sereekend dat de keijser 'er sonder bedenken in bewilligen en die naam van pangerang udipattij Poeger seer gaarne aanneemen sal, want dat de keijser de naam van Mangooeboemi tot hier toe niet heeft willen intrek„ „ken is hier uit terkomstig, dat het zijne Hoogheid ten uitersten heeft getroffen dat Broeder sig in't Jaar 1788. met sijn beswaar niet aan de toenmalige keijser heeft geadres„ „seert, gelijk het tusschen vrienden en vorsten die in vriendschap leven betermelijk is, wijl den direct aan uwe Hoogheid uit houter goedwilligheid genoegen soude zijn gegeeven „sonder dat de Comp„e er had behoeven tusschen beide te komen, waar bij nog komt dat de onvriendelijke en drijgende wijse waarop mroeder toenmaals oms Comp. s adsistentie de oirsaak is geweest dat de toenmalige keijser in sijn sware sichte, veel verdrict heeft ondergaan en waar aan de tegenwoordige keijser sig niet scheint te willen bloodstellen, voornamelijk daar sijne Hoogheid maend niets anders gedaan te hebben, dan gebruik te maken van het regt om sijne onderdaenen en stof groten sulke namen te geeven als sijne Hoogheid Goedvind, iets, het welk dien vorst gaarne toestaat dat uwe Hoogheid in gelijker voegen toekomt. Broeder siet dan nu hier uit nader hoe seer de Comp:e dig beijverd om de vreede en vriendschap tusschen de beide korsten te bewaeren, dog dit is volstrekt onmogelijk sonder wederseidsche toegevenheid, en die sal de keijser gewis, voor uwe Hoogheid, als sijn oud oom gaarne betoonen, so dra aan dien vorst het verlangen van Broeder word te kennen gegeeven op een wijse die in de daad vriendelijk en minsaam, dus ge„ „heel vrij is van alle dwang en misnoegen, waar door voorsee„ „ker nimmer iets goeds kan worden uitgewerkt. Uwe Hoogheid dal het dus in sijn vermogen hebben het onge„ Het bijsonder veel genoegen heb ik gesien iit Broe„ „ders minsame brief geschreeven den 11„e van het ligt slo= „wel, dat het uwe Hoogheid niet onaangenaam soude zijn indien uwe Hoogheides ondste vroeder door de Comp: vereerd wierd met de naam van pangerang Adipattij Poeger, en dat uwe Hoogheid het voorstel, dat ik daar toe hebbe gedaan, wel gelieft aantemerken als oirspronkelijk uit de regt har„ „telijke vriendschap en Broederlijke leefde, die ik uweHoog „heid toedraege en die altoos bestendig zijn zal. De swarigheid, welke 'er nu nog overblijft, sie ik dat hier in bestaat hoe of uwe Hoogheid de naam van Mangcoeboemi, waar meede uwe Hoogheid aan sijne Htofogrooten heeft be„ „voolen, uwe Hoogheids Broeder voortaan te noemen, nu weeder sal intrekken. Ik wil gaarne toestaan dat deese swarigheid van gewigt schijnt te zijn, om dat een vorst so min mogelijk in't geval diend te koomen van zijne openbare beveelen te herroepen. Maar laat ik uwe Hoogheid eens onder het oog mogen brengen dat sulks hier het geval niet is. Broeder soude hier sijn bevel niet herroepen, of de naam van Mangcoeboemi Copia Brit geschreeven aan den Keijser Paicoeboeana de A„n te soura Carta, dato 28„e Juli 1790. „noegen dat 'er plaats vind ten eersten weg te neemen door van mijne welgemeende raad gebruik te maken, en ik twijffel ook niet of Broeder sal over den uitslag voldaan weesen. Ik. groet Broeder en mijn wel beminde zoon den kroonpans op het veelvuldigste onder toewensching van alle heil en voor„ „spoed. - /:onderstond:/ geschreeven te Samarang den 22„' Jul: 1790 /was get:/ Jan Greeve. „noegen. behoeven.

NL-HaNA_1.04.02_3910_0332 view scan ↗

English

607 the 29th of July 1790. - to need to revoke. No. This revocation would only take place if Brother gave orders again that henceforth Your Highness's Brother should be called, as before, by the name of Pangerang Ario Mattaam. But now Brother would merely give orders that Your Highness's Brother should henceforth be called by the title and a name of Pangerang Adipatij Preger, as honored upon that Prince by the Company. It would thus only be an exchange and not a revocation, and this latter order would be very well compatible with the first and fully consistent with the princely dignity of Your Highness: I therefore trust that I have resolved that difficulty to Brother's satisfaction as well, and I remain assured that if Your Highness might still be restrained by the notion that it would appear as though this occurred solely because the sultan desired it and people would think that Brother had thus been forced to yield to that monarch, this suspicion could be entirely removed if Brother pleases to see fit, according to old custom, to notify the sultan by letter that Your Highness's Brother, who bore the name of Pangerang Maar Ario RangCoeboemi, has now, with the pleasure and approval of Brother, been honored by the Company with the more exalted name of honor of Pangerang Adipatin Poeger. To this letter, I remain assured, the sultan will, in a friendly reply, kindly give thanks for the notification of this change of name. Thus, through this arrangement, friendship and good understanding between Your Highness and the sultan as monarchs and at the same time as blood relations will be fully restored, and all unpleasantries, which would not be detrimental to the whole of Java, will be prevented by Brother's wise policy, and indeed in a manner that will serve to Brother's Copy Translation Javanese Letter from the Sultan Amang Coeboeana at Djoejokarta to the Lord Governor of Java Greeve. Received at Samarang the 29th of July 1792. After the usual preamble Brother's dispatch sent to me was duly received by me, and I have fully understood its contents, containing: great honor and will at the same time make the Lord Sultan clearly perceive that Brother, in maintaining his princely dignity and the government of the realm, wishes to tolerate not the slightest influence from the Court of Djoejocarta, and thus has not revoked the given name, but only exchanged it for a more exalted one, so as not to be indifferent to the mark of favor with which the Company is inclined to honor Your Highness's Brother. For me in particular, it would be very agreeable if my well-intentioned advice might finally have so much influence on Brother as I may expect from Your Highness's friendship and affection toward me, since I truly intend nothing other than that which is fully compatible with the honor and dignity of Your Highness, and I would thereby remain spared from having to make use of what was stipulated in the 7th article of the contract that I concluded with Brother and was solemnly sworn by Your Highness. I greet Brother with all my heart, and wish that God may always enlighten Your Highness with a spirit of wisdom so that Brother's reign may always be prosperous and happy, and written at Samarang the 28th of July 1792 signed Jan Greeve. great. that. ƒ P

Dutch transcription

607 den 29„' Juli 1790. - behoeven intetrekken. Neen. Dit intrekken soude alleen plaats vinden als Broeder weeder bevel gaf dat men voortaan uwe Hoogheids Broeder, als voor heen, soude noemen bij de naam van Pangerang Ario Mattaam. Maar nu soude Broeder enkel bevel geeven dat uwe Hoogheids Broe„ „der voortaan soude genoemd worden bij den titub en een naam van Pangerang Adipatij Preger, als aan dien Prins door de Comp: vereerd. Het soude dus maar een verwisseling dog geen intrekking sijn, en dit laatste bevel soude met het eerste seer wel bestaanbaar en met de vorstelijke waardig= „heid van uwe Hoogheid ten vollen over eenkomstig zijn: Ik vertrouw dus die swarigheid meede tot genoegen van Broeder te hebben opgelost en ik houde mij versekerd dat bij aldien uwe Hoogheid nu nog mogt weerhouden wor„ „den door het begrip als of het soude schijnen dat sulks alleen geschiede oms dat de sulchen, het begeerd en men denken soude dat Broeder dus aan dien vorst had moeten toegeeven, dit vermoeden ten enemaal sub kunnen worden weggenomen als Broeder gelieft goed te vinden om, na de oude gewoonte, bij een brief aan de sulkhen kennis te geeven dat uwe Hoogheids Broeder, die de naam voerde van Pangerang Maar Ario RangCoeboemi, als nu door den Comp„s niet genoegen en goedvinden van Broeder, vereerd is met den verheeveren eernaam van Pangerang Adipatin Poeger. Op deesen Brief, houde ik mij verseekerd, sal de sul„ „theen, bij een vriendelijks andwoord minsaam bedanken voor de kennis geeving van deese naams verwisseling. Dus zal door deese schikking de vriendschap en de goede verstandhouding tusschen uwe Hoogheid en desulthan als vorgten en tegelijk als Bloedverwanten, volkomen hersteld en alle onaangenaamheeden die toet voor gansch Iava niet den schadelijk zijn, door het wijs beleid van Broeder voorge„ „komen worden, en dat wel op eene wijse die Broeder tot Copia Fransl. Jav: Brief van daeen Sultka„ Amang Coeboeana & te Djoejokarta ^ aant: den Heere Javas Gouverneur Greeve. ontvangen te Samarang en 29„e Iuli 1792. Na gewoone voorreeden Broeders aan wij gesondene Missive is mij behoorlijk geworden, en dies inhoud heb ik volkomen verstaan behelsende: groote eer verstrekken en tevens aan den Heer Sulthan duidelijk sal doen bemerken dat Broeder in de hand= „having sijner vorstelijke waardigheid, en Rijks bestel„ „lingen geen de minste invloed van het Djoejocartasche Hof begeerd te dulden, en dus de gegeevene naam niet heeft ingetrokken, maar alleen tegen een verhevener ver„ „wisseld, om niet onverschillig te zijn, voor het gunst bewijs Waarmeede de Comp„e uwe Hoogheids Broeder geneegen is te vereeren Voor mij insonderheid soude het seer aangenaam weesen, als mijne welmeenende raad op Broeder eindelijk so veel invloed mogt hebben, als ik van uw Hoogheids vriendschap en geneegenheid voor mij mag verwagten daar ik waarlijk niet anders bedoel dan het geene niet de eer en waardigheid van uwe Hoogheid volkomen bestaan baard is, en ik hier door soude bevrijd blijven gebruijk te maken van het geene bedongen is in het 7:en d: Articul van het contract dat ik niet mroeden gesloten hebbe, en door uwe Hoogheid plegtig besworen is. Ik groet Broeder van ganschen warten, En wenschen dat godt uwe Hooghed steeds mag verbigten met een geert der wijsheid op dat de regeering van Broeden al„ toos voorspoedig en gelukkig mag zijn, en /:onderstond/ geschreeven te Samarang en 28=en Iuli 1792 /:was get:/ Jan Greeve: groote. dat. ƒ P

NL-HaNA_1.04.02_3910_0333 view scan ↗

English

the 29th of July 1790. that Brother sent me a copy of the letter which Brother would send to Mangjoenogoro, which is of an extensive content, and for which I express my thanks to Brother. Brother's letter further containing that if it should please the Almighty to take me away from this life, the Company had then determined itself according to the contents of the contract, and that Brother would vigorously maintain, Brother's assurance to me, that Brother's beloved son Kie Adipattij Anom Amangsoenogoro would firmly be elevated by the Company to succeed in my kraton, for which I express my manifold thanks to the Company and to Brother, as Brother's son Kie Adipatin Anom Amang Coenogoro also does. Furthermore, that Brother had received orders from my grandfather, the Lord Governor-General and Council of the Indies, that Brother should inform himself about the quantity of my troops, and how many of them carry firearms and pikes, as well as about the supply of my gunpowder, to which I reply that it is unnecessary for me to give Brother knowledge thereof, for if it is certain that Mangjoenogoro does not follow the orders of the Company, he only needs to violate his promises to the Company, whereupon I shall then most certainly fulfill my promises of mutual assistance with the Company. Also that Brother requested me that I should write a letter to the Emperor and first send Brother the copy thereof in advance, to which I reply that Brother must not be displeased in heart regarding this, because I cannot perform such as being possible, though concerning all this the Company has greater judgment. Furthermore Brother is by me and by Brother's son After, in the name of the Sultan, on Wednesday the 21st of this month, the Radeen Dipatin along with several prime regents had presented themselves at my quarters with the inquiry whether no answer had yet been received to the paper handed to me by the sovereign on the 29th of June previous, and I had submitted the representation here, which I have the honor humbly to present herewith to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs, I was shortly thereafter honored with His Right Honorable's revered writing of the 22nd of this month, which was accompanied by a letter to the said sovereign, and which I delivered to the Court the next day with the customary ceremonial. From the rescript, the translation of which I have the honor to enclose herewith, His Right Honorable will kindly observe that the Sultan expresses his gratitude to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs for the intention to deny Prince Mangsoenogoro his unlawful pretension to the throne of Djocjo, and that he, with respect to the proposal made to him to faithfully declare how great his force is that he could raise armed, restricts himself solely to the assurance that he is completely prepared to assist the Company. Extract from a separate letter from the First Resident of Djocjocarta, van Yjsseldijk, dated 27th of July 1790. It was written at Djocjocarta Adiningrat on Tuesday the 14th of the light Dulkaidah in the year Ehe 1716. Lower down: translated by me. Was signed: Willem Wardenaar, former translator. Kie Adipattij Anom Amangkoenagoro most cordially greeted, with the addition of my wishes for Brother's lasting prosperity and pleasure for length of days.

Dutch transcription

649 den 29„e Iulij 1790. dat Broeder mij een Copia sond van de Brief die kroe„ „der aan Mangjoenogoro soude afsenden, die van een breedvoerigen inhoud is, en waar voor ik Broeder mijn dank betuige. Behelsende Broeders Brief voorders dat wanneer het den Allerhoogsten zouden behagen mij uit dit leeven weg te neemen de Comp. dan sig volgens den Inhoude van het Contract bepaald had, en dat Broeder kragtdadig soude handhavenen, Broeders verseekeringe aan mij, dat Broeders geliefden zoon kie Adipattij Anom Amangsoe„ Nogoro vastelijk door de Comp„e tot opvolgen in mijn craton soude werden verheeven, voor welke ik aan de Comp=e en aan Broeder mijn veelvuldigen dank beting, gelijk Broe„ „ders zoon kie Adipatin Anom Amang Coenogoro sulks meede doed Voorts. dat Broeder van mijn grootvader den Heere gouvern. gen„l en Raden van Indie ordre had ontvangen, dat Broeder sig soude informeeren na de hoeveelheid mijner troupes, en hoe veel daarvan geweeren en Pieken draegen, als ook na den voorraad van mijn Buskruijt op welk ik diene, dat het onnodig is dat ik Broeder daar van kennis geef, want als het seker is dat Mangjoenogoro de ordre van de Comp„e niet agtervolgd, so behoefd hij wij maar des„ „selvs beloften aan de Comp„e te overtreeden, wanneer ik als dan voorseeker mijne beloften van wederseidsche hulp met de Comp„e sal gestand doen. Ook dat Broeder mij versogt, dat ik een Brief aan de keijser soude schrijven en Broeder voor af eerst de Copia daar van toesenden: waar op ik diene, dat Broeder daar omtrent niet onvergenoegd van harten moet weesen, want ik sulks niet ken volbrengen als mogelijk zijnde, dog omtrent welk een en ander de Comp:e meerder oordee heeft. Voorts word Broeder door mij en door Broeders Zoon Na dat uit naam van den sulthan, op woensdag den 21„e deeser, den Radeen dipatin benevens verscheidene eerste regenten, sig t' mijnent vervoegd hadden met de vraege of er nog geen antwoord was ingekomen op het door den vorst aan mij overhandigde Papier op den 29„e Iunij bevorens, en ik hier, op het vertoog hadde ingedient, dat ik de eere hebbe uwelEd gestr. gr. Achtb. hier bij needrig aantebieden, wierd ik kort daarna vereert met Hoogst desselvs g'eer„ „biedigde schrijvens van den 22„e deeser, die vercelt was van een Brief aan gem: vorst, en dewelke ik daags daar aan „et het gewoone Ceremonieel ten Hove hebbe besteld tut de rescriptie, nu welkers Translaat ik de eene hebbe hier bij intesluijten, zal woogst denselve gelieven te beoogen dat den sulthan uwelEd gestr. g. Achtb: sijne enkentenis be„ „tuigd voor het voorneemen om Prins Mangsoenogoro, sijne onwettige pretentie op den Djoogoschen Throon te ontseggen, en dat hij ten opsigte van het hem gedaane voorstel, om getrouwe„ „lijk optegeeven hoe groot sijn magt is, die hij gewaepend sou„ „de kunnen op de been brengen, sig alleen bepaalt tot de versee„ „kering, dat hij volkomen bereid is, om de Comp:e bij te staan„ Extract Ap. Brief van den DjocjoCar„ „tas Eersten Resisent van Yjsseldick, ge„ „dateert 27:' Iuli 1790. /:onderstond :/ geschreeven / te DjocpeCarta Admn ingrat„ op Dingsdag 8 14„e van het ligt Dulchanda in het Iaar Este 1716. /:lager:/ getranslateert door mij /was get:/ W:m Warde„ „naer; gew: Transl: kio Adipattij Anom AmangCoenagaro op t min: aan„ „ste gegroet, met bijvoeging mijner wenschen voor Broe„ „ders bestendigen voorspoed en genoegen tot in lengte van kre. indien dagen. . ——

NL-HaNA_1.04.02_3910_0334 view scan ↗

English

611 if the mentioned prince does not choose to comply with the desire of the states, the 29th of July 1790. Furthermore, His Highness says that he cannot decide to write to the emperor, because this proposal, according to his understanding, contains too many difficulties, so that now, on the part of the Company, in order to make the Sultan abandon his stubbornness, there is nothing else to do but await what the consequence of this service will be, while in the meantime I wish that the emperor will show himself to be more accommodating, and will lend an ear to the wise counsel of Your Honorable Great and Respected Sir, which has appeared to me from the copy of the letter written to that prince and serving solely for my private information, so that the order given last Thursday by the Sultan to cease all correspondence with Souracarta, and to settle no disputes whatsoever that frequently arise between the mutual subjects regarding the intermingled lands, rivers, and water conduits, may entail no consequences that are harmful to the desired peace. I have furthermore made known to the Sultan that Your Honorable Great and Respected Sir was under the expectation that he would keep secret the copy of the letter sent to him, to MangCoenogoro, which he promised me, and at the same time also gave orders to that effect to the regents present. This document I, Chief W. A. van Ysseldijk, present under my respectful greeting To His Highness the Sultan Amangsoeboeana senopatti Ingalaga, Abdulrachman Tahidin Panatagama kal Aatolach, holding court at Djocjocante adiningrat. After the customary preface. After Raden Adipati with his Kliwon, together with the Rantjanigarash Head Regent Tasra Diningrat and the Dalam Tumenggung Mangoendipoero, in the name of Your Highness, had called upon me on Wednesday morning the 10th of the light of Abaulkahida, asking whether no answer had yet arrived from the Company to the document handed to me by Your Highness on the 14th of the light of Sawal, and I had given those regents to understand that I would gladly have the honor of meeting Your Highness yourself, it pleased the Very Same to satisfy my desire in this regard by summoning me to Court that same evening. On that occasion, I made known to Your Highness, as clearly as was possible for me, that concerning the claim made by Prince MangCoenogoro, the Company still reserves for itself the time that will suit it to converse earnestly with that prince about the legitimacy of his made proposal, and that as soon as this matter shall have duly reached its conclusion, it will not fail to inform Your Highness of its effect, but that concerning the abolition of the name of Mangcoeboemi at the court of Solo, I could give no other report about that than what was made known in my previous address, namely, that the emperor for the present still finds difficulty in complying with Your Highness's desire in this. I did not fail to add thereto that my master, the Noble Lord Governor, has caused the mentioned prince to be further questioned about the matter, but that the reasons which the mentioned His Highness has brought to light for not proceeding in this in accordance with Your Highness's intention have appeared so weighty to the Very Same that His Honor could not consider himself free of partiality if the Very Same, without taking those motives into consideration, merely aimed at complying with Your Highness's desire. These. Copy Ab= f

Dutch transcription

611 indien gem: prins sig na het begeeren van de staatschappen den 29„e Iuli 1790. niet verkiest te schikken. voorts segt sijn Hoogheid dat hig niet kan besluijten, om aan den keijser te schrijven, wijl dit voorstel na sijn begrip te veel swarigheeden in sig bevat, so dat 'is nu van de kant van de Comp:e om den sulthan van sijne onversettelijkheid te doen afsien, niets anders te doen valt, als afwagten wat het gevolg van dit gediente sijn sal, Terwijl ik intusschen wensche dat den keijser sig inschikkelijker too„ „nen, en aan de wijse raadgeeving, van uwelEd gestr gr: Achtb. die mij uit de Copia van de aan dien vorst geschree„ „vene en alleen ter mijner Particuliere Informatie dienende Brief gebleeken is, het oor leenen zal, op dat de op voorleeden donderdag door den sulthan gegeevene Ordre /:on alle Cirres„ „pondentie met souracarta te stoeken, en geene verschillen, die dikwerf tusschen de wederseidsche onderdaenen, om de door elkanderen leggende landen, revieren, en waterlijdingen, ontstaan hoegenaamt, aftedoen :/ geene gevolgen na sig sleept die voor de gewenschte rust schadelijk sijn. Ik hebbe wijders den sulkhan te kennen gegeeven dat uwelEd gestr. gr. Achtb. in de verwagting verseerde, dat hij de hem toege„ sondene Copia Brief, aan MangCoenogoro secreteeren soude het welk hij mij beloofd, en ook te gelijk daar toe ordre, aan de praesent sijnde regenten gegeeven heeft. Dit geschrift praesenteere ik opperhoofd W. A. van Ysseldijk, onder mijne eerbiedige groete Aan sijn Hoogheid den sulthan Amangsoeboeana seno„ „patti Ingalaga, Abdulrachman Tahidin Panataga„ „ma kal Aatolach, Hofhoudende te Djocjocante adi„ „ningrat. Na gewoone voorreeden. Na dat sig op woensdag morgen den 10„e van het ligt Abaulkahida, den radeen adipattij met sijne Cliwongs benevens den Rantjanigarash Hoofd regent Tasra Dinin„ „grat en den Dalm Tommongong Mangoendipoero uit naam van d' Hoogheid t' mijnent vervoegd hadden, met de vraege, of er tot nog toe geen antwoord van de Comp: was ingekomen, op het door d' Hoogheid aan wij op den 14„e van het ligt sawal overhandigde geschrift en ik die regenten te verstaan gegeeven hadde, dat ik de eere gaarn soude hebben uwe Hoogheid selve te ontmoeten, heeft het Hoogst deselve behaagt hier in aan mijn verlangen te voldoen met wij die selve avond te Hove te ontbieden Ik hebbe bij die Occagie W' Hoogheid, so duijdelijk mij mo„ „gelijk geweest is te kennen gegeeven, dat wat betrof de ge„ „maakt pretentie van Prins MangCoenogoro, de Compagnie daar omtrent nog aan sig gereserveert houd, de tijd die het haar Convenieeren zal, om dien prins over de wettigheid van sijn gedaan voorstel met ernst te onderhouden, en dat zo ara als deep saake behoorlijk sijn beslag sal hebben enlangd„ sij niet nalaeten sal, om vHoogheid van dies effect bedee„ „ling te doen, dog dat wat de vernietiging van de Naam van Mangcoeboemi aan het sulosche wof betrof, dat ik daar om„ „trent geen berigt konde geeven anders, als het geene bij mijne vorige vertoog is bekent gesteld, namentlijk, dat den keijser voor als nog swarigheid maakt, om hier in, aan u woogheids begeerte te voldoen. — Ik hebbe niet nagelaten daar bij te voegen, dat mijnen gebieder de Edele Heer Gouverneur gem: vorst nog nader over de zaake heeft doen onderhouden, dog dat de reedenen die gem: sijn Hoogheid heeft aan den dag geligt, om in deese niet conform v Hoogheids intentie te werk te gaan Hoogst denselve so gewigtig syn voorgekomen dat zyn Ed. G. sig, niet soude kunnen vrij kennen, van parthij „digheid indien Hoogst denselve sonder die motiven in aanmer„ „king te neemen, alleen aoelde, op het opvolgen van OHoogheids begeerte. — Deese. Copia Ab= ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3910_0335 view scan ↗

English

613 These reasons, then, I have also not concealed from Your Highness on the 29th of July 1790! I have, with due respect, yet also at the same time with the frank language that befits only a servant of a Company whom Your Highness acknowledges as an arbiter and as a father, demonstrated to His Highness as concisely as was possible for me: That the Solo prince has declared himself to have all attentiveness and respect for the wise counsels and decisions of the Company, from whom he recently received the throne in fief. That it is by no means the intention of that prince to depart from the high esteem that his late father bore toward Your Highness, and even less to offend Your Highness in the slightest, but that it is solely the preservation of his indisputable rights that is his objective in this matter. That the incident that occurred almost two years ago regarding the name of Mangcoeboemie still lies very fresh in the memory of that prince, even though he was then still crown prince, and that this incident gave him no small reason to be obliged to think that the special friendship that Your Highness professed to have for his deceased father, and which two years prior had extended itself so far that Your Highness sent His Highness's plays to Souracarta for performance, though which event was not viewed in the same light by everyone at that court, that that friendship, I say, consisted more in outward show than in an upright attachment to the emperor and his House. That that prince is of the opinion that when Prince Mangcoenagara took advantage of his father's weakness and obtained the name of Mangcoeboemi for his grandson, it would then have been a consequence of that close friendship if Your Highness had addressed himself not to the Company, but to his father, to the end that, in accordance with the good understanding, an amicable arrangement could have been made to the satisfaction of both princes, without a, forgive my expression, compelling threat having needed to follow, as actually took place at that time. That although his father on that occasion displayed a more than ordinary indulgence, he nevertheless attributed this to the circumstances, which differ very much from the present ones, both in regard to the one who bore that name at the time, and with respect to the final moments with which his father was struggling. That if His Highness in this matter followed in his father's footsteps for no other reason than that Your Highness so desires, he would then not only depart from the independent form of government that exists between the two Courts with regard to internal household arrangements, and from the rights that have always been attached to the throne of his and Your Highness's ancestors, but even that he would not with the slightest right be able to accuse his subjects of presumption if they held before him that his orders and commands only then obtain their effect when the same have been weighed and approved by Your Highness. And since the said prince now imagines having right on his side in this matter, and Your Highness on the other hand asserts that respect for Your Highness's advanced age, being the eldest prince of the Souracarta house, alone would have required that the emperor, upon bestowing that name, had given notice thereof to Your Highness and at the same time had requested His Highness's consent, so have I, from the mouth of my high masters, who in this case desire to act solely as mediators and not as judges, placed before Your Highness's eyes the detrimental consequences that are to be expected for both country and people if both

Dutch transcription

613 deese reedenen nu, hebbe ik meede niet voor VHoogheid den 29:' Juli 1790. verborgen! Ik hebbe met de behoorlijke Eerbied, dog ook teffens met de vreije taal, die alleen een dienaer, van een Maatschappij wien v Hoogheid als een scheidsman en de gelijk als een vader erkents, past, aan Hoogst denselve so bondig mij mogelijk was, vertoont. Dat den solosche vorst sig verklaart heeft, alle attentie en eerbied te hebben voor de wijse raadgeevingen en beschikkingen van de Comp: van wien hij onlangs den Vhroon in Leen ontvangen heeft. Dat het in het minste het oogmerk van dien vorst niet is, om aftegaan van de Hoog agting, die wijlen sijn vader OHoogheid heeft toegedragen, en nog veel minder om vooogheid in het minste te beleedigen, maar dat het alleen het bewaeren van sijne onbe„ „twistbaare regten is, dat hij in deese ten doelwit heeft. dat het voorgevallene voor nu bij na twee Jaaren omtrent de naam van Mangcoeboemie; dien vorst of schoon hij toen nog „kroonprins was, nog sier vars in het geheugen legt, en dat dit geval aan hem geene geringe reedenen gegeeven heeft, om te moeten denken, dat die bijsondere vriendschap, die v Hoogheid betuigde voor sijn overleedene vader te hebben, en dewelke twee Jaaren, bevorens, sig selvs so verre hadde uitgestrakt, dat vovogheid, Hoogst desselvs speelen na souracanta ter vertooning heeft overgesonden, dog welke gebeurtenis aan dat Hof, bij een ieder niet in deselfde gedaante is be„ „schouwt /:dat die vriendschap segge ik :/ meer in de uit„ „wendige vertooning heeft bestaan als in eene opregte ver„ „knogtheid aan den keijser en sijn Huijs. - Dat dien vorst, van begrip is, dat toen den prins Mangcoenagara van sijn va„ „ders swakheid gebruijk gemaakt, en de naam van Mangsoe„ „boemi voor sijn kleen soon vhel verkreegen had, het als toen een gevolg van die nauwe vriendschap soude geweest zijn, dat d'Hoogheid, sig niet aan de Comp: maar aan sijn vader hadde geaddresseert, ten eijnde er overeenkomstig de goede, verstand houding eenen minsaemen schikking hadde kunnen worde gemaakt, ten genoegen van beide de vorsten, sonder dat 'er eene so /:vergeeft mij mijne uit„ „drukking :/ dwingende bedreiging hadde behoeven te vol„ „gen, als 'er te dier tijd werkelijk heeft plaats gehad Dat afschoon sijne vader bij die geleegendheid een meer dan gemeene toegeevendheid heeft aan den dag gelegt, hij, die egter heeft toegeschreeven, aan de omstandigheeden, die seer we van de teegenwoordige verschillen, zo wel, ten opsigte van den geene die als toen die naam voerde, als ten aansien van den laatste oogenblikken, waar meede sijn vader was worstelende. Dat indien sijn Hoogheid in deese sijne vader voetstap„ „pen, om geen andere reeden als om dat v Hoogheid sulks be„ „geert. hij als dan, niet alleen soude afgaan, van de onaf„ „hangkelijke regeerings form die 'er tusschen de twee Hoven, ten opsigte van de huijshoudelijke beschikkingen plaats heeft, en van de regten die altoos aan den schroon van zijnen en VHoogheids voor vaderen zijn verbonden geweest. maar selven dat hij sijne onderdaenen, met geen het minste regt. soude kunnen beschuldigen van vermetelheid. Indien sij hem voor„ „hielden dat sijne beschikkingen en beveelen als dan eerst, hun beslag erlangen, als deselve door voroogheid ofwagen en goed gekeurt sijn. En daar gem: vorpt, sig nu voorbeeld in deese het regt aan sijne zijde te hebben, en u woogheid daar en tegen beweert dat het respect voor v Hoogheids hogen ouderdom, als sijnde de oudste vorst zan het souracartaso huijs, alleen gevordert hadde, dat den keijser bij het geenen van die naam, viroogheid daar van ken„ „nis gegeeven en te gelijk om voogst desselvs toestemming had versagt, so hebbe ik uit den mond van mijne hooge gebievers„ die sig in dit geval alleen als middelaers, en niet als regters begeeren, te gedraegen, vooogheid de nadeelige gevolgen voor vogen gesteld, die en voorland en volk te wagten zijn, als de beide de.

NL-HaNA_1.04.02_3910_0336 view scan ↗

English

615 both princes remain equally firm on the principle that the 29th of July 1790. — they have resolved to maintain. I have thus sought to move Your Highness to choose a course that seemed suitable to me to soften Your Highness's mind, namely by entering into negotiations concerning these matters with my master himself, from which I imagined the pleasant consequence that His Honorable Excellency would know how to propose a means to serve for the conciliation of the mutual parties. And since Your Highness has chosen to treat the matter with me for the present, I promptly promised the same that within a short time I would make known to Your Highness the means which the Company, after having further considered the matter, has selected as the only one that can still be employed. Pursuant to this promise of mine, I now have the honor to submit to Your Highness's consideration whether it would not be consistent with the interest of Your Highness's House in particular, and with the welfare of Country and subjects in general, for Your Highness to request the emperor in a friendly manner in the capacity of grandson, that this prince would show that proof of respect for Your Highness and suspend the use of that title until such time as it shall please Heaven to call Your Highness to itself. If this now takes place in an amicable and gracious manner, so that the said missive is previously shown to my master as mediator, His Honorable Excellency believes he may reasonably trust that the emperor will not be unwilling to comply with the desire of his grand-uncle. I readily understand that if Your Highness only takes His own greatness into account and chooses to act accordingly, this proposal will then have no effect, but permit me, out of a true desire to promote Your Highness's continuing state of happiness and that of your son, and at the same time if possible to contribute something to the substantial prosperity of this blessed Island and its Inhabitants, to examine whether Your Highness's name, much less His highest princely throne, can lose any of its luster through this step. And do not think, prince, that these are the words of a flatterer when I place before Your Highness's eyes that the great name which Your Highness has earned among small and great through a very wise rule of 35 years over a newly established Empire, stands to be considerably increased by this; the oldest as well as later times are full of examples of great Monarchs having ceded something of their rights and sacrificed them for the welfare of their subjects, and this has generally been the very moment through which they brought their greatness to the highest pinnacle, and substantially perpetuated their fame through a great deed; what can be conceived in the heart of a truly noble prince and father over his people that causes more true satisfaction and peace of mind than the continuous Welfare and flourishing of his subjects, and this welfare, I must respectfully testify to Your Highness, is already tottering to a considerable degree. If it please Your Highness to inquire of your own subjects, if they dare freely maintain the truth, they will have to reveal to Your Highness how much trade is already falling into decay, how hesitantly the Husbandman already goes out to work his land, and rather prefers to turn his goods and chattels into money to provide himself with weapons that he should never have to use; please, apart from me, to 617 Examined let inquiry be made at all of Your Highness's Toll-houses whether even half of the Tolls are coming in that used to be paid before, and please take into consideration whether a considerable reduction of Your Highness's revenues and a total ruin of the happiness of your people is not to be expected from further obstinacy of both princes. It is true Your Highness pleases to say that if the emperor cannot be moved to yield, the matter must then remain as it is, but what will be the consequence of this other than the cutting off of this indispensable correspondence and good understanding between the two Courts with respect to their mutual subjects and daily occurring disputes, and what stands to be born of this, I leave to the discerning judgment of Your Highness. All these prospects, now so harmful to the so desired peace and tranquility, can be prevented by a slight concession which can only serve to Your Highness's honor, besides which Your Highness will also be assured by this step in the outcome thereof that the rumors that have been spread concerning the doubt over the cession of the Mataram empire have their origin not with the emperor, but solely from the bosom of envy and slander. I conclude this with my urgent request that Your Highness please lend an ear to this proposal, and in the contrary case please magnanimously acquiesce in the bearing of that title by your grandson; the interests of the Company, those of Your Highness, of His highest House, those of your son and subjects, in a word those of all Java, demand that Your Highness please conform in this matter to the counsels of the Company, whose power Agrees Wm Beeckman [illegible] is fully known to Your Highness. /undated/ Djocjocarta the 23rd of July 1790. /was signed/ W: H: van Isseldijk — the currently existing form of government of Java GJV Doeve. the 29th of July 1790.

Dutch transcription

615 beide vorsten even sterk blijven staan op de stel negel die den 29„e Iuli 1790. — sij sig hebben voorgenomen te soutineeren Ik hebbe do Hoogheid dus soeken te beweegen tot het ver„ „kieren van een weg die mij voorquam geschikt te zijn om het gemoed van u Hoogheid te versagten met namentlijk over de zaeken met mijnen gebieder selve in onderhandeling te tree„ „den, waar van ik mij het aangenaame gevolg voorstelden dat sijn Ed. gestr. een middel soude weeten voortestaan, om ter be„ „vreediging te dienen van de wederseidsche parthijen. Den daar v' Hoogheid verkosen heeft, ae saak voor eerst nog met mij te behandelen, hebbe ik kroept denselve belooft dat ik binnen een korte tijd, het middel het welk de Comp„e na de zaak nader overdagt te hebben, als het enigste dat nog te emploijeeren is, heeft uitgekoren, aan vHoogheid soude bekent maken. Ingevolge van deese mijne belofte nu, heb ik de eene v Hoogheid in overdenking te geeven, of het niet met het belang van HHoogheide huijs in het bijsonder, en met den welvaard van Land en onderdaenen in het algemeen bestaanbaar weeren soude dat d'Hoogheid den keijser op een vriendelijke wijse in de betrekking van kleinsoon nasogt, dat dien vorst dat be„ „wijs van agting voor voroogheid toonen en het voeren van die naam opschorten wilde tot tijd en wijlen het den Hemel beragen sal v' Hoogheid tot sig te roepen. Indien dat nu op een minsaame en gratieusen wijso geschied sodanig dat gem: missive aan werig mijnen gebleden als middelaer al„ „vorens word vertoont, so meend, sijn Ed:e gestr: met reeven te mogen vertrouwen dat den keijser niet onwillig sali sijn om aan het verlangen van zijnen oudoom te voldoen. Ik begrijpo ligt dat indien v Hoogheid allen hoogst desselve grootheid in aanmerking neemt en daar nan verkiest te werk te gaan, deese propositie als dan geen gevolg sal hebben, maar vergin mij dat ik uit een ware sugt om UE Hoogheids continueerende geluk staat en die van uwer zoon te bevorderen, en te gelijk als mogelijk iets toetebren„ „gen tot den wesentlijken voorspoed van dit gepregend Eiland, en dier Inwoonders, eens ondersoeken of u Hoogheids naam veel minder voogst desselvs vorstelijke zetel door deesen stap iets sijner luister verliesen kan. Den tot niet vorst dat het de woorden van een vleijen sijn als ik VHoogheid voor ogen steld dat de groote naam die V Hoogheid sig door een 35. Jarig seer wijs bestier over een nieuw tot stand gebragt Rijk bij kleine en grooten heb ver„ worven, hier door nog aanmerkelijk staat vergroot te worden de oudste so wel als latere tijden sijn vol van voorbeelden dat groote Monarchen iets hebben afgestaan van hare regten in deselve hebben opgeofferd voor het welsijn van hunne onderdaenen, en dit is doorgaans eerst het regte tijdstip geweest, waar door sij haere grootheid tot den hoogsten top gebragt, en haren roem weesentlijk door een groote daad verruwigd hebben; wat kan 'er in het eerste van een regt geaard vorst en vader overs sijn volk uitgedagt worden; dat meer waar vergenoegen en gerustheid des gemoeds verversaakt, als den ge„ „durigen Welvaard en bloeij van sijne onderdanen, en deese welvaard moet ik v Hoogheid eerbiedig betuigens dat bereeds in een aanwerkelijke graad aan het wan„ „kelen is. gelieft het bij v voogheids eige onderdaenen te ver„ „neemen, als zij de waarheid vrijmoedig durven ge„ „stand doen, so sullen sij d' Hoogheid moeten openbaeren hoe sier dat den wandel bereeds aan het vervallen is, hoe schoorvoetende den Landman bereeds uitgaat om sijn land te bearbeiden, en liever verkiest zij haren en goed ten gelde te maken, om sig van wapenen die hij nooijt gebruijken moest te voorsien, gelieft het buijten mij 11= aan E 5 i 617 Nagesien aan alle v'Hoogheids Bandharijen te laten vernemen op de helft der Thollen wel inkomen, die bevorens pligten betaalt te worden en gelieft daar in overweging te neemen of eene Considerabele vermindering van de Hoogheids in= „komsten en een totaele ondergang van het geluk. uws volks niet te duiten is bij verdere onversettelijkheid van de beide vorsten. Het is waar u Hoogheid gelieft te seggen dat als den keijser niet te beweegen is om toetegeeven dezaak als da„ so blijven moet, maar wat sal hier van het gevolg sijn anders als de afsnijding van dit niet te ontbeeren sijnde correspondentie en goede verstandhouding tusschen de beide Htoven ten opdigte van de wederseidsche onderdaenen, en dagelijks voorvallende verschillen en wat hier uit staat geboren te wor„ „den, laat ik aan het doorsigtige oordeel van u hoogheid over. Alle deese voor de so gewenschte rust en vreeds nu so schadelijke vooruitsagten kunnen werden voorgekomen, door eene geringe toegevenheid die vHoogheid niet als tot eere kan verstrekken, buijten en behalven dat d' Hoogheid door deese stap in den uitslag daar van nog sal versekerd worden dat de gerugten die men weegens de twijffeling op de afstand van het Mattarinse rijk verspreid heeft, niet van den keijser maar alleen uijt den boesem der afgunst en quaadspree„ „kendheid haare oorspronk hebben. Ik besluijte deese met mijn instantig versoek dat u Hoogheid aan dit voorstel gelieft het ovr te teenen, den wel in het Contrarie geval grootmoedig gebieft te berusten in het voeren van die naam door uwe kleinsoon, de belan„ „gens van de Maatschappij die van VHoogheid. van Hoogst Desselvs Huijs. die van uwer zoon en onderdanen in een woord die van geheel Java vorderen dat vHoogheid zig in deese na de raasgeevingen van de Maatschappij wiens vermogen Accordeert Wm Beeckman Vlle en Hoogheid ten vollen bekend is, gelieft te schikten /on„ gerstond/ Djosjocarta den 23.' July 1790. /was getekent W: H: van isseldijk — de tans plaats vindende regeerings form van Java GJV Doeve. den 29. July 1790.

← previousnext →