Inventory 3910
Japan · 526 pages · 274 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The journal of Schoonderloo of the expedition is forwarded; also a petition concerning the supplies of the cutter de Patriot. in order to render no accountability, has sought to evade the investigation, as we have already shown in our letter of the 28th of August, and for which, because it had become too difficult due to the management of that captain, the merchant Hageman offered his assistance to the Chief Administrator 's Gravezande, who, together with the Fiscal Bangeman, had to complete the aforementioned report, as time was running out: from this account, then, it will appear to your High Noblenesses that the erected fort at Aroe, solely from the wages paid by Captain Heijenberg, comes to cost ƒ 3005. 10: or Rd:s 1517: 45. —, while nothing had to be paid for the lime and stone; also that this captain has underaccounted for goods by ƒ 4080. —. , against which, if all the advances of cash &c made to him were granted, an amount of ƒ 2729. 11. - would be deducted, and this captain is himself the cause that no settlement could be reached here, whereas he otherwise might still have been able to account for some goods as supplied and consumed, which would not then have needed to be charged to him; however, he must have known that his statements concerning supplies would meet with contradiction; he took advantage of his departure, which could not be prevented, and pretended that he nevertheless had to account to your High Noblenesses, just as, in order to deprive us of the opportunity to bring him to accountability, he dared to pretend in the strongest terms to have back the defective papers which we had obtained from him with difficulty, before use had been made of them, and that we should just blindly satisfy everything he claimed to have supplied, which was refused him. We wished, in order to accommodate his unmanageable temper to deliver those papers or those copies and suspiciousness, to have the copies signed by him, and then keep them ourselves! But he turned a deaf ear and simply asked for the papers he had surrendered, in which we did not indulge. § 44. But herewith we send to your High Noblenesses, alongside the aforementioned report, the original but unsigned journal of the Aru expedition, which that captain kept on the ship Schoonderloo, and upon his return surrendered here, just as we received it from him, with the instructive orders of that expedition written at the front. § 45. The Captain Lieutenant and Commander of the cutter the Patriot Mulder addressed himself to us with a petition requesting payment of Rd:s 154. – for the provisions purchased and supplied by him at Arouw to his crew, but since we could not decide on such provisions as were made by Captain Heijenberg, we also had to leave this with the other matters, to which we annex this petition. § 46. Furthermore, at the disposal of your High Noblenesses with the ship Schoonder Loo, a Gorammese named Bessie has been sent over in irons, who was captured during the expedition at Arouw by the native, from whom Captain Heijenberg took him over for 35: rixdollars. An Oedjirese prisoner having died. § 47. And since we fear that there will be difficulty in maintaining the post which was established on Oedjier contrary to our orders and intentions, we must remark this in passing; however, the outcome must be awaited to see whether Arouw has no adverse reluctance in this regard, whether Oedjier is not too unhealthy for our men, and whether they are not stationed there too unfavorably to seek and find assistance from the native. The native vessel that remained there not having returned yet. § 49. Furthermore, with regard to these native affairs, now that the necessary visit to Goram has been left undone and the opportunity from here for it has passed, we must wish and hope that at some point from the Amboina Government the opportunity can be found, and that it may succeed in blessing, to attack the vile and evil Gorammese and deprive him of his liberty to commit his misdeeds undisturbed, according to the intention from there for a long time past; just as the Governor of Ambon, Mr. Schilling, together with us, according to the note in the Resolution of the 4th of March, considers this most necessary: for Goram is the instrument of the misfortunes in Arouw, which would probably not have arisen if it had been allowed to rely less on its freedom, while at Arouw the native character is on our side, and an enemy of the Oedjirese rebel, who enjoyed assistance in wickedness from the Gorammese: § 50. Further, we thank your High Noblenesses most highly that it has pleased the same to authorize us, after the expedition is completed, to retain from the dispatched European troops and Sepoys those needed to reinforce the garrison here; of which we have made the most necessary use, for it was becoming so weak that § 51. we had to be in anxiety over it; and we would also gladly have kept the 40 men who were sent to Amboina, as we had only 60 men with the opportunity [illegible]
Dutch transcription
het Journael van Schoonderloo van de Togt word overgezonden: ook een Request over de verstrekt van de kotter de Patriot. om geen verandwoording te doen, het onderzoek heeft zoeken te ontgaan, zo als wij dit bij onze Brcef: van den 28. Augus„ „tus reeds hebben vertoond, en tot welk welk dat door de huis„ „houdinge van dien Capitain te moejelijk geworden was, den koopman Hageman zig heeft laten vinden ter adsistentie van den Hoofd Administrateur 's Gravezande, die nevens den Fiscaal: Bangeman het voorschreven verslag afmao„ „ken moeste, daar de tijd Verliep: uit deze Rekeninge dan, zal uwe Hoog Edelens te voren komen dat de g'erigeerde sterkte te Aroe, alleen uit het door den Capitain Heijen„ „berg afbetaelde arbeidsloon; komt te kosten ƒ 3005. 10: of Rd:s 1517: 45. — , terwijl voor de kalk en steen niets heeft behoeven betaald te worden; teffens dat dien Capitain aen goede„ „ren te min verandwoord heeft ƒ 4080. —. , waer tegen, in dien hem alle de gedane verstreckinge van Contanten &=a g'accordeerd worden, in mindering komen zoude een bedragen van ƒ 2729. 11. - en dezen Capitain is zelve de oorzaek dat hier op geen bestelling heeft kunnen vallen, daar hij anders mogelijk nog eenige goederen als verstrekt en verbruikt zoude hebben kunnen verandwoorden die dan niet ten zijnen laste hadde behoeven vertoond te worden, dog hij moet geweest hebben dat zijne opgegeve over verstrrckingen, tegen sprekinge vinden zoude; hij nam zijn vertrek, dat niet verhindert konde worden, te baet, en gaf voor om zig tog bij uwe Hoog Edelens te moeten verandwoorden, Gelijk hij nog om ons buijten de gelegendheid te hebben, van hem onder verandwording te brengen, op het sterkste pretendeeren dorste om de defecte Papieren die wij met moeite van hem gekregen hadden, voor dat daer van het gebruik gemaekt was, te rug te hebben, en dat wij maar als blindelings voldoen zouden alle het gene wat hij op gaf over verstrekte te hebben, dat hem ont„ zegd wierde. wij wilden hem om zijn onhandelbaar humeur „ van die Papieren te bezorgen of die Copien en ergdenkenheit te gemoed te komen, de Copien, door hem. laten tekenen, en dan die zelver houden! maar bij vroeg als doof weg om de Papieren die hij overgegeven hadde, waar in wij niet gelaeden hebben. § 44. maar bij dezen zenden wij nevens het voorschreven verslag aan uwe Hoog Edelens, het orig=te dog ongetekende Iour„ „naal van de Arouwse Togt, dat dien Capitain op het schip Schoonder loo gehouden, en met zijn te rug komst al„ „hier overgegeven heeft, zodanig als wij het van hem hebben: ontfangen, met de Jnstructive ordre van die Expeditie daar, voor aan, ingeschreven. §45. den Capitain Lieutenant en Gezagvoerder van de kotter verversing aan de schepelingen de Patriot Mulder addresseerde zig aan ons met een Request tot verzoek om voldoeninge van Rd:s 154. – voor de door hem te Arouw ingekogte en Verstrekte verversinge aan zijn schepe„ moeten „lingen 35 een gevange Gorammer weg ge„ Swarigheid over de plaetsinge van de Post te Arve. terug gekomen is. hope dat Goram nu uit Am„ is, ook om Arouw te bezetten. uit de ontfange Tuoupes de bend„ „lingen, dan daar wij over zulke verstreckinge die door den Capitain Hleijenberg gedaan waaren niet konden beslui„ „ten; moesten wij ook deze, bij de verdere zake laten, waar toe wij dit Request hier neevens voegen. § 46. Voorts is ter dispositie uwer Hoog Edelens met het schip „zonden, en een bedireer gestorven Schoonder Loo, geboeijd overgezonden een Gorammer Bessie genaamd, die in de Expeditie te Arouw door den Jnlander gevangen gemaakt is, van wien den Capitain Heijenberg hem voor 35: rijxd=s overgenomen heeft. zijnde een gevangen oedjirees gestorven. § 47. En daar wij vresen dat het swarigheid zal vinden om de Post, die teegens onze ordre en intentie op Oedjier aan„ „gelegd is, aldaar te laten! zo moeten wij dit en passant aanmerken, dog het gevolg diend afgezien te worden hoe Arouw geen het oogmerk nadelige tegenzin hier in heeft, of oedjier niet te ongezond voor de onze is, en of die aldaar niet te nadelig leggen om adsistentie bij den Jnlander te van naar de Patjall: nog met toeken en te vinden. zijnde de aldaar verbleve Patjal„ „ling nog niet te rug gekomen. § 49. voor het Verdere moeten wij ten aanzien van deze Jn„ „boina mag aengetast worden, Landse zaken, nu het noodzakelijke bezoek van Goraen waarmede men nog te swak agtergebleven en de occagie van hier daar toe voor bij is, wen„ „schen en hopen dat eens uit het Gouvernement Amboina het dit Jaar met den Handel gaen zal, of den Landaard van dege to verstereking aangekonden dat het Hoog Dezelve behaagd heeft ons te qualificee„ gelegendheid kan gevonden worden, en dat die in zegen geluc„ „ken mag, om den snoden en bozen Gorammer aan te lasten en buiten zijne vrijheid te brengen om de euveldaden onge„ „stoord te plegen, na de intentie van daar sedert lange; Ge„ „lijk den Heer Ambons Gouverneur Schilling dit met ons„ na het Genoteerde ter Resolutie van den 4. Maart, voor aller noodzakelijkst houd: want Goram is het werk„ „tuig van de onheelen uit Arouw; die waarschijnlijk met daar gekomen zouden zijn als dat minder op zijn vrijheid hadde mogen steunen, terwijl te Arouw den Landaard na onze zijde, en een vijand van den Oudjierese Rebel is, die de onderstand tot boosheid, van de Gorammers heeft genoten: § 50: wijders bedanken wij uwe Hoog Edelens ten hoogsten, „ren om na volbragte expeditie, van de afgezondene Manschappen Europesen Sipais, de benodigde tot ver„ „sterking van 't Guarnizoen alhier aen te houden; waer van wij dan het allernoodzakelijkste gebruik gemaekt hebben, want het begon zodanig: swak te worden dat § 51. wij daer over in bekommering moeste zijn; en wij had den ook gaerne de 40. mannen die na Amboina zijn ge„ „zonden gehouden, daer wi„ og slegts 60. kipppen met de gelegendheid niet e
English
indication where that was received: occur. actions of a helmsman with Noekoo. Noted the disposition on the expedition of the year 1789. and assistance from Ambouna, has been sent back home thither: unmentioned native teachers and others together, can present above the regulation, though with which it is not to be managed at the times ought to have rested; the Malays were no people to keep in service here, and that one shall also have to send back the remainder who have stayed at Arouw, with the few old Sepoys; how due to deaths, we shall soon be below the too narrow regulation, and all the less will one be able to spare from them a competent garrison for Arouw, even though it cannot remain on the present costly footing! but made investigation into the complaints also it cannot be according to the regulation, for then the same will be sacrificed, all the sooner if place where, particularly the Mohammedan with his innate vices can play the role so much. § 52. We have furthermore shown in the general letter via the ship Schoonder Loo of the 3rd of this month, and retained crew: how of the 400 soldiers and artillerymen whom we had received, 232 men, those having stayed at Arouw also counted, we have retained here, of which the corps that the cutter to Batavia 3 Sepoys make up a large number. The cutter the Patriot has returned to Batavia together with the ship Schoonder Loo, though directly. § 54 And the Ambonese patjallings with the crew from there have been sent home again. § 55. Further we note according to our duty regarding the expedition in the account of consumption concerning the previous year under the gew: Fleet promised the secunde Gravezande, that regarding the lost and consumed goods and provisions made for the same, has been disposed of as necessary, by the general resolution of the 22nd of September of that year, upon the general statement or account of consumption then received thereof; which has been inserted in the resolution. § 56: Because we have received from Your High Nobilities with the honored letter of Tidore to Your High Nobilities regarding the of the 31st of December among the general enclosures, an extract from a letter of the king and grandees of the realm of Tidore, written to the very same, in order to investigate and report how the matter stands with that cited therein with respect to the helmsman residing here named Mijn Heer Waja; thus has been complied with by us here according to duty, and the intended person having been discovered, that it is the citizen and burgher at Waijer Jan Marten Pietersz! We have had the same interrogated by the Officer of Justice, to investigate the matter; who has served in that regard Batavia has and the letters regarding the claim on Banda done regarding Report that again Macassarese have been to the east. the end. the received extracts serve for information. served with a written report: which we have the honor to present to Your High Nobilities herewith, and according to our hope shall serve as proof how this is an accidental and too trivial matter for the hindrance that is attributed thereto in the aforementioned Tidorese letter, and that here one thinks little of meddling with Noekoe, and much less the citizens who, having not much themselves, can gain little from him, but would indeed place their lives or at least their goods in jeopardy. § 57. We furthermore present to Your High Nobilities herewith, Ceram etc. between Ambon and as we have already done in the spring, copy of our letter to the Honorable Governor Schilling and Council at Amboina; dated 8th of June of this year, with the copy letter from them to us; to which ours serves as an answer, for the communicative dealings concerning the right of both provinces to some districts of Ceram and adjacent islands. § 58. For the rest we must again give notice to Your High Nobilities, the wanderers sea cucumbers of that this year many Macassarese wanderers for the sea cucumber catch were found in these regions Agrees S: D: M Van der D § 59. Finally we keep the received extracts of secret resolutions for the required ends, and for our information. § 60. and herewith we have the honor to remain with the highest esteem and veneration. was signed: High Noble, Stern, Highly Honorable, Widely Commanding Lord, and Well Noble Highly Honorable Lords! lower: Your High Nobilities' very humble and obedient servants was signed: P:s J:n Haga, A: A: s Gravezande, I: F: Steinhert, J:s Hageman, I: A: Bangeman, B:s van de Walle, and P:s D: M: van der Aa, at the side: Banda in Castle Nassau the 20th of September Ao 1790. near the Tanimbar Islands; of which we have given detailed notice to the Macassarese Ministers by letter of the 5th of June, giving to know that we would gladly make some efforts with the cruising if we might have our hands somewhat freer for that; and that it would now be all the greater if work could be done fruitfully from the side of their Honors toward this. Separate. Batavia To His High Nobility. Examined Abduard el To the High Noble, Stern, Highly Honorable, Widely Commanding Lord! Mr. Willem Arnold Alting, Governor General; Together with The Well Noble Highly Honorable Lords, Councillors of the Dutch Indies High Noble, Stern, Highly Honorable, Widely Commanding Lord, and All All Well Noble Highly Honorable Lords. I have been permitted to receive the most respected separate letter of Your High Nobilities, of the 21st of December of the passed year! and for respectful answer to which, I humbly thank Your High Nobilities herewith that my vindication against Seidelman C: J: has been able to satisfy. Three of the instruments to the wickedness all died shortly after the perpetration thereof, the fourth, Steenbergen, is to my satisfaction No 8
Dutch transcription
aanwijzing waar dat ontfan„ „pen: voorkomen. handelingen van een stuurman met Noe koo. Gerioteerd de dispositie op de Re„ de Expeditie van A:o 1789. en disitentie uit Ambouna, derwaards thuis gezonden is: niet genoemde Jnlandse Leermeesters en andere te samen, boven de bepaling vertonen kunnen, dog waer mede het niet te stellen is op de tijden zoude gerusten moeten= zijn; de Maleiers was geen volk om alhier indienst aantehouden, en due men de overige die te Arouw verbleven zijn, ook weder zal moeten te rug zenden, met de weinige oude Sipais; hoedanig in door het afsterven, wij al aanstonds de te nauwe bepaling beneden zullen zijn, en te minder zal men daer uit een bequame be„ „zetting voor Arouw kunnen missen, of schoon die op den presenten kostbaren voet niet blijven kan! maar gedaan ondersoek na de klagten ook kan die niet na de bepaling wezen, want dan zal dezelve op geffert zijn, te eerder indien oird alwaar, bij„ „zonder den Mahumetaan met zijn aangeboren ondeugde zo zeer den rol spelen kan. § 52, wij hebben voorts bij de Gemenen Briep per het schip „gen, en aangehoude Manschap: Schoonder Loo van den 3. dezer vertoond, hoe wij van de 400. Militairen en Arthilleristen die w' ontfangen hadden, 232. Mannen, der te Arouw Verbleve mede ge„ „rekend, alhier hebben aangehouden, waar van het Corps dat de kotter na Batavi a . 3. Sipais een groot getal uitmaakt. de kotter de Patriot is met het schip Schoonder zoo te gelijk, dog direct, na § 54 Batavia te rug. en de Ambonse Patjallings met de Manschappen van daar, zijn weder thuis gezonden. § 55. Verder noteren wij na on ze pligt van de Expeditie in het kkening van Condimptie inz: van voorlede Jaar onder het gew: Vloot verloofd den secunde Gravezande, dat over de verlore en verbruikte goede„: „ren en gedane verstreckingen bij dezelve, na noodza„ „kelijkheed is gedisponeert, bij de gemene Resolutie van den 22. september van dat Jaar, op de als toen daar van ontfange Generale Aantoning of Rekening van Consumptie; die bij de Resolutie is g'insereert. § ij6: Dewijl wij van uwe Hoog Edelens bij de g'eerde Brief van Tidor aan H: H: E: over de van den 31. December onder de Gemene Bijlagen, ontfangen hebben Een Extract uit een Brief van de koning en Rijks „groten van Tidor, aan Hoogst Dezelve geschreven. ten einde te onderzoeken en te berigten hoedanig het gelegen is met het daar bij aangehaalde met op zigt tot den alhier in„ woonagtigen Stuurman genaamt Mijn Heer Waja; zo is door ons hier aan na gehoudenisse voldaan, en den gemeenden persoon ontdekt zijnde, dat den Burger en Lerkenier te Waijer Jan Marten Pietersz: is! hebben wij den zelven door den Officier der Iustitie laten Verho„ „ren, in de zake ondersoeken; die deswegen gediend Batavia heeft en de Brieven over de pretentie op Banda gedaan over Berigt dat weder Maccassaar„ „gars, na de ogt geweet zijn. het slot. de ontfangen Extracten dienen ter narigt. heeft van Schriftelijk Berigt: het welk wij de eere hebben uwe Hoog Edelens bij dezen te presenteeren, en na onze hope dienen zal tot een blijk hoe dit een toevallige en te onnazele zaak is, voor de hindernisse die daar uit bij de voorschreven Tidorse Brief worden toegeschreven, en dat men hier weijnig denkt om zig met Noekoe te moezen, en veel minder de Burgers die bij hem; zelfs niet veel hebbende, weinig halen kunnen, maar wel hun leven of ten minsten hunne goederen in de waagschaal zoude stellen. §57. wij presenteren wijders uwe Hoog Edelens hier nevens, Ceran enz:t tuschen Ambonen zo als wij reeds in 't voor Jaar hebben gedaan, Copia van onze Brief aan den H heer Gouverneur Schilling, en Raad te Amboina; in dato 8: Junij, dezes Jaars, met de Copia Brief van Ed:s aan ons; op dewelke de onze tot antwoord diendt, voor de Communicative Handelingen, over het Regt van de beide Provintien op eenige districtem: van Ceram, en bij leggende Eijlanden. „ 858. voor het overige moeten wij uwe Hoog Edelens weder de smervers Taripangs van kennisse geven, dat dit Jaar veel Maccassaarse Swer„ „vers, ter Taripangs vangst gevonden zijn in deze Contrije Accordeert S: D: M Van der D §59. Eindelijk houden wij de ontfangen Extracten secrete Resolutien tot de Vereischte eindens, en ter onzer narigt. § 60. en hier mede hebben wij de eere met de meeste hoog agting en veneratie te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, wijd ge„ „biedende Heere, in wel Edele Groot Agtbare Heeren ! /:lager:/ uwe Hoog Edelens zeer onderdanige en Gehoorzame Dienaren /:was geteekend:/ P:s J:n Haga„ A: A: s Gravezande, I: F: Stein„ „hert, J:s Hageman, I: A: Bangeman, B:s van de walle, en P=s D: M: van der Aa, /:ter zeide:/ Banda in 't Casteel Nassauw den 20. September Ao 1790. bij de Tenemberse Eijlanden; waar van wij de Maccas„ „saarse Ministers omstandig kennisse gegeven hebben bij Balef van den 5. Junij, onder te kennen gave dat wij gaarne met de bekruissing, eenige efforts zouden doen als wij de handen daar toe wat ruimer hebben mogten; en dat het nu te groter zijn zoude, als van de zijde van hun Ed=s hier toe met vrugt gewerkt konde wor„ g „den. Appart. Batavia Aan Zijne Hoog Edelheidt. Nagezien Abduard el Den Hoog Edelen, Gestrengen Groot Agtbaren Wijdgebiedende Heere! M:r Willem Arnold Helling, Gouverneur Generaal; De. Benevens De WelEdele Groot Agtbare Heeren, Raden van Nederlands Indië Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare Wijdgebiedende Heere, en Alllen Alles Wel Edele Groot Agtbare Heeren. Ik hebbe mogen ontfangen de hoogst gerespecteerde Apparte Letteren van uwe Hoog Edelens, van den 21: December des ge„ „passeerden Iaars! en voor eerbiedig andwoord op dewelke, ik bij dezen uwe Hoog Edelens oodmoedig dankzegge dat mijne verand„ „woordinge tegens Seidelman C: J: heeft mogen voldoen. drie van de werktuigen tot de boosheid, zijn alle kort na het plegen van dien gestorven, de vierde Steenbergen, is tot mijne satisfac„ „tier No 8
English
punished by Your High Excellencies, the secret ones seem to be ashamed, and the usual Bandanese malice is diminished. And therewith I shall trouble Your High Excellencies no further regarding this; and against the grief that had been willfully inflicted upon me, I find satisfaction in having been able, despite all that, to restore order in the Administration, and to bring to an end the role that, during the illness of my predecessor, had been plotted by restless subjects and almost fully enacted before my arrival here. With respect to the cited matter regarding the sulphur earth, I respectfully conform to the advices, which also show that, because the vessels sent out for this purpose have not returned, I have remained unable to provide any statement as to how much of good quality thereof can be delivered regularly per year. I have some distant report of an island, beyond Damme, that sulphur earth is to be had there, but the work of the expedition has not permitted me to look further for the necessary information, and I shall now, at the first suitable opportunity, attend to it and seek to provide the required information regarding this. The matter cited by Your High Excellencies concerning the rebel Noekoe remains in deep respect with me, and I assure the same High Authorities that, having been an eyewitness in Amboina to the grievous calamities caused by this rebel, I guard here most strongly against the provision of gunpowder and similar supplies for that purpose; but for the rest, I must respectfully say that the Ceram merchant here carries on the permitted trade upon which the inhabitants for the most part depend for their livelihood, and the Company also finds its trade, and that he is subsequently at liberty in Ceram with whatever he acquires here. And with regard to the support that this Noekoe is currently supposed to find from the citizens and inhabitants, I hope that some light may be shed by the investigation that was conducted on the orders of Your High Excellencies, regarding the contents of an extract letter received from the King and Grandees of Tidor, by a certain mate who is called Myn Heer Waja; of which the report of the Fiscal is dispatched with the secret papers of myself and the Council. And may I be permitted to testify that the annual, virtually free navigation of the Ceramese and Goramese to the west, who provide themselves there with various goods, causes greater harm to the interests, to which may further be added the illicit navigation of the Macassarese for the sea-cucumber catch to the islands of the east, where they have appeared again this year and had to be left, as it were, at liberty, since one had less free a hand. Meanwhile, it seems that Noekoe is somewhat less beloved here and there on Ceram, and a few days ago I received news that he, with some vessels, assisted by the Goramese, attacked Keffing on Ceram, but is said to have been repulsed by the Keffingers. Furthermore, I thank Your High Excellencies most humbly for the sending of the requested 7000 Rijksdaalders toward making good the stalled interest at the Orphanage and the Diaconate on behalf of the indigent Park-keepers, which will be kept for the coming year, so that I refrain this time from making the request for it; but the spice lands were purchased in earlier years too dearly and encumbered too heavily for the Park-keeper to still be able to make good the interest from them, just as this was already a great struggle when those lands were in their prime. And thus I must beg Your High Excellencies that this Park-keeper may still retain the favors that he currently enjoys and cannot do without. I work against this with all my power, and with true sincerity, to promote the spice plantation, so that with Heaven's blessing, the nutmegs and mace may before long provide compensation! The blessing has still remained upon the land to that end, which has also given a pleasant delivery this year; and I hope finally that my efforts, with which I attend to my duty and seek to give some satisfaction and gain honor, may satisfy in some measure. Furthermore, I give thanks that Your High Excellencies have increased the supply of gunpowder by 10,000 pounds, to over 80,000 pounds. And I can inform Your High Excellencies that the arrears of the late Governor Seidelman have been settled, and that I have restored the pay accounts of His Honor, held in my possession, to the heirs, who have remitted them to the Netherlands. For the rest, I respectfully refer to the secret letter from myself and the Council, with regard to that which found opportunity for mention therein. I have respectfully presented the secret signals in duplicate. And herewith I remain with all high esteem and veneration. Subscribed: High Noble, Stern, Highly Honorable, Widely Commanding Lord, and Honorable Highly Honorable Lords. Lower: Your High Excellencies' humble and very obedient servant. Signed: L: J: Haga. In the margin: Banda in Castle Nassau the 29th of September, the Year 1790. Agrees. Satria Batavia For Ternate To The Honorable High Indian Government Separate From Governor P: D: M: Van der A At p Separate 49. The Ternatans cut round timber unwillingly. Batavia To His High Excellency The High Noble Stern Highly Honorable Widely Commanding Lord Willem Arnold Alting N: Governor-General Together with The Honorable Stern Lords Councillors of Netherlands India etc. etc. etc. High Noble Stern Highly Honorable Widely Commanding Lord. Honorable Stern Lords 182: Other than an excuse to be exempted from the cutting of masts and round timber for the service of the Company's ships and vessels, can
Dutch transcription
„tie door uwe Hoog Edelens gestraft, de geheime Schijnen beschaamd te zijn; en de Bandase gewone boosheit is minder. en daar mede zal ik uwe Hoog Edelens hier over niet verder lastig zijn; en ik ben ook tegens het verdriet dat moedwillig mij was verwekt, in het vergenoegen dat ik tegen dat alles de zaken in de Huishoudinge hebbe mogen herstellen, en de onder de Ziek„ „te van mijn Predecesseur, door rusteloose subjecten ontgonne en, voor mijn aankomst alhier, bij na volspeelde Rol, het einde heb„ „ben kunnen bezorgen. Met opzigt tot het aangehaalde wegens de swavel Aarde„ gedrage ik mij eerbiedig aen de Advisen, die ook doen zien hoe de daar om uitgezonden vaartuigen niet te rug gekomen zijnde: ik buijten staat gebleven ben eenige opgave te doen, hoe veel goede soort daar van, 's Jaars regulier gelevert zal kunnen wor„ „den: ik hebbe eenig ver berigt van een Eiland, buiten Damme, dat aldaar Swavel Aarde te bekomen zoude zijn, maar het werk van de Expeditie heeft het niet toegelaten om na het nodi„ „ge verder onderrigt uijt te zien, en ik zal mij nu bij de eerste bequa„ „me gelegendheid daar aan bepalen, en zoeken om deswegen de gerequireerde informatie te kunnen geven. het aangehaalde door uwe Hoog Edelens wegens den Rebel Noekoe blijft bij mij in diepe agtinge/ en ik verzekere Hoog Dezelve dat ik in Amboina oog getuige geweest zijnde van de deerlijke onheilen uit dezen Rebel ? alhier op het sterkste wake tegens het bezorgen van kruijt en diergelijke benodigdheden daar toe; maer voor het verder moet ik in eerbied zeggen, dat den Cerammer al„ „hier den gepermitteerde Handel drijft waar bij de Jngezetene voor het meerendeel het bestaan, en de Comp: ook zijn Handel vind, en dat hij vervolgens met het geene wat hij hier opdoet te Ceram in vrijheid is. en ten aanzien van de ondersteuninge die dezen Noekoe van de Burgers en Jngezetenen tans vinden zou„ „de, hope ik dat eenig ligt geven mag het onderzoek het welke ge„ „daan is op de bevelen van uwe Hoog Edelens, over het vervat„ „te bij een ontfange Extract Brief van den koning en Rijks gro„ „ten van Tidor, bij zeker Stuurman die Myn Heer Waja word genoed; waar van het berigt van den Fiscaal, afgaat bij de secrete Papieren van mij en den Raad, en het zij mij vergund te betuigen dat de Jaarlijkse genoegzaam vrije vaart der Cerammers en Gorammers na de west, die zig aldaar van verscheide zaken voorzien : Sterker nadeel doet aan de belangen, waar bij nog komen kan, de illicite vaart der Maccassaren ter Paripangs Vangst na de Eilanden van de oost, alwaar zij dit Jaar weder verschenen zijn en als in Vrijheid gelaten hebben moeten worden, daar men min ruime hande hadde: intusschen schijnt het dat Noekoe hier en daar op Ceram een weinig minder be„ „mind: word, en ik hebbe voor weinig dagen tijding ontfangen dat hij met eenige vaartuigen; g'assisteert door de Gorammers keffing te ceram g'attacqueert hebben, dog door de keffin„ „gers afgeslagen zoude zijn. Verder bedanke ik uwe Hoog Edelens zeer oodmoeg, voor de toezendinge der Verzogte Rijxd„s 7000: tot goedma„ „kinge der Stilstaande Renten bij de weeskamer „ de Diaco„ „nij, ten behoeve van de onvermogende Perkeniers; die voor het aanstaande Jaar bewaard worden, des ik weder ditmaal het verzoek daar toe menageere, maar de specerij Landen zijn in vooegere Jaren te duur gekogt en te swaar beleend, dat als nog den Perkenier den Jnterest daar uit goedmaken kan, ge„ „lijk dit reeds veel moeite geweest is toen die Landen in fleur waren; en dus moet ik uwe Hoog Edelens bidden, dat den dezen Perkenier Copia 6pa Brieff Perkenier als nog mag behouden de gunsten die hij tans geniet en niet ontberen kan ik werke daar tegen met alle mijne vermogen, en met een ware hertelijkheid, om de Specerij Plantagie te bevorderen, op dat met 's Hemels Zegen eerlange de Noten en Foelij het dedomage„ „ment bezorgen mogen ! de zegen is daar toe nog op het Land geble„ „ven, die ook dit Jaar een aangename Leverantie gegeven heeft; on en ik hope eindelijk dat mijne pogingen, waar mede ik uit zie na mijn pligt, en om eenig genoegen te geeven en eere in te leggen! eeniger maten mogen voldoen. Verder bedanke ik dat uwe Hoog Edelens den voorraad van Buskruit met 10'000 Ponden, tot 80'000 Ponden ruijm, vermeer„ „dert hebben. en ik kan uwe Hoog Edelens berigten, dat het Agterstal van wijlen den Heer Gouverneur Seidelman verevent is, en dat ik de onder mij gehoude soldij Rekeningen van zijn Ed:, aan de Erf„ „genamen gerestitueert hebbe, die dezelve na Nederland hebben overgemaakt. voor het overige geslage ik mij eerbiedig aan de secrete Brief van mij en den Raad, ten aanzien van het gene, dat daar bij, de gele„ „gentheid voor de aanhalinge gevonden heeft. de secrete Seinen hebbe ik dubbelvoudig, eerbiedig gepresenteert. en hier mede blijve ik met alle Hoog agtinge en veneratie. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare, Wijdgebie„ „dende Heere; en WelEdele Groot Agtbare Heeren. /:lager/ uwe Hoog Edelens onderdanigen en zeer gehoorzamen Dienaar /:was getekend:/ L: J: Haga, /:in margine:/ Banda in het Cas„ „teel Nassauw den 29: September A„o 1790: Accordeert. Satria Batavia Pro Ternaten Aan D'Edele Hooge Indiase regeering Aparte van den Gouverneur P: D: M: Van der A te p Apart 49. de Ternatanen kappen, ongaarne Rondhouten aan. Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den HoogEdele Gestrenge Groot Agtbare Wijd Gebiedende Heer Willem Arnold Alling N: Gouverneur Generaal Benevens DWel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India &„a V„a &„a Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Wijd Gebiedende Heer. WelEdele Gestrenge Heeren 182: Anders dan een uitvlugt om van de aankap van Mast en Ronshouten ten dienste van sCompagnies— scheepen en vaartuigen g'excuseerd te worden kan
English
51 Continuation of the previous described vigilance against all foreign Europeans. neither can nor may be considered the pretended excuse presented last year by the King of Ternate, as his forests could certainly not have been depleted by the delivery of merely a few of the mentioned timbers in a full year: his subjects likely have a great aversion to that work. Furthermore, they cannot be persuaded to do this for any reasonable reward, but prefer, in the hope that they will not often be called upon for it, to remain by the old ways and now and then, when one is in great distress, still deliver round timbers for nothing, just as they recently, in service of the recently referred Country's Brig the Mercur, provided a boom on that footing, which however, because it was too crooked, could not serve: one is thus forced to continuously take recourse to the introduced measure of ordering the same from Manado, from whence they, in the required quality, although with some difficulty, are brought. Section 83: Since Your High Honors, in the letter written to me dated December 28, 1789, under the main chapter of Matters of War, were pleased to approve the precautions taken by me to prevent being unexpectedly attacked by European enemies; I shall continue therewith, the more so now that what is noted in the Extract Register of the Secret Resolutions of Their High Mightinesses dated March 5, 1789, regarding the French, makes such appear quite necessary. Section 84: With respect to native affairs, I shall continuously keep in mind the received recommendation and place no more trust in any Maguindanao or other native nation than will be necessary so as not to be duped once again by their cunning and faithlessness, and I shall above all be on guard against the aforementioned pirates, of whom I learn with astonishment that last year they made the sea in the vicinity of Batavia unsafe with formidable fleets: many maintain that those fleets were manned not with Maguindanaos, but with Iranuns, and the rumor still continuously circulates here that the latter are in open war with the Sultan of Maguindanao, who is said to have long since disavowed their actions and for this reason solicited the friendship of the Company, which, however, can scarcely be reconciled with the incoming news that he shared the plunder of the overrun Residency of Riau with the Iranuns and granted shelter to the military personnel who deserted from this garrison after last year. Section 85: My mission planned last year to the Emperor of Sulu has taken effect, with the result that the very modest Macassar Lieutenant Ibrahim, who took along the letter and gift for that monarch to the amount of 203 florins, 6 stuivers, and 8 penningen, was received there very amicably and, invested with a counter-gift and letter, returned in the company of an Anakhoda Yusuf Assangie, licensed from there to trade hither. 53 The emperor writes an amicable letter and returns a captured European servant. Governor. but sends no plenipotentiaries over. returned European. friendship of no long duration. Section 86: The King's desire, His Highness said in the aforementioned letter, was all the stronger to live in good harmony with the Company because he, possessing only a small settlement, harbored hope for support in case of distress. Furthermore, the opening of free passage vice versa for the mutual subjects pleased him well; the Sulu people under the aforementioned Assangie were now the first, and would make use of it in greater numbers in the future. Section 87: He sent a European who had escaped from the hands of pirates (the same who crossed over to the Coast per the ship the Diamant) without demanding ransom for him or for any other Europeans to be delivered up again in due time. Offering further as a gift 200 catties of wax, Sulu weight, and 32 taels of camphor, which latter mentioned product comes over with this. Section 88: Meanwhile, His Highness, regarding the proposal made to him by letter of August 26, 1789, to send plenipotentiaries over for the conclusion of a treaty of friendship and commerce, answered no otherwise than to say that they will follow on another occasion. Section 89: This, and the report brought by Ibrahim that in the month of November nine Iranun vessels returning from Macassar, Banjarmasin, and Pasir under a certain Raja Mima appeared at Sulu with plundered Chinese and other peoples, and that in the aforementioned month 10 Iranun and Maguindanao prahus had also arrived at Sulu from Riau after having gone completely around Java, whose crews intended to attack Malacca with a fleet of 200 prahus under Raja Ali, makes me fear that the friendship of a monarch whose ports stand open to public enemies of the Company, and who sometimes colludes with the same, will either be of short duration, or of no fruit. Section 90: That friendship therefore needs not be bought with any further gifts to be given. Section 95: One has, however, not wished to place oneself under any obligation to the Sulu Emperor, but judged that monarch, see the resolution of June 26 last, in recognition of the returned European, should be sent a modest gift to the amount of
Dutch transcription
51 Continuatie bij de vorige be„ van vreemde Euroopeesen. beschreeven de waaksaamheid tegen alle „serveerd. kan nog mag aangemerkt worden het a„o p„o bedeelde voorgeven van den koning van Ternaten want sijne boschen Jnlandsche Natien word gob„ door de Leverancie van maar weinige van gemelde houten in een rond jaar, seeker uit konnen weesen uitgekapt: denkelijk hebben zijne onderdanen groote teegenzin in dat werk„ Timmers sijn se hiertoe voor geen billijke belooning te beweegen maar willen liefst in de hoop dat men hen daaromme niet dikwils aanspreeken, sal, bij het oude blijven en nu en dan nog wel rondhouten, wanneer men 'er seer omverleegen is voor niet leeveren gelijk sij nog jongst ten dienste van de nacostij gere„ „ferteerde 's Lands Bricq de Merceur op dien voet een zeijlboom bezorgd hebben welke egter om dat te krom was niet heeft konnen dienen: men is dus wel genoodsaakt om bij Continuatie recoud te neemen tot het ingevoerde middel om deselve van Manado te ontbieden, van waarte in de vereijschte deugd, hoewel wat bezwaarlijk worden aangebragt. § 83: Dewijl uwe Hoog Edelheeden in den aan mij sub dato 28:e decem „hoed middelen tegen den overval 1789: geschreeven Brieff, onder 't Hoofddeel van Zaken van Oorlog hebben gelieven goed te keuren, de door mij genomen pracautien omstiet onverhoeds door Eu„ „ropische vijanden overvallen te worden; zal daarbij continueeren, te meer, nu het genoteerde in het Extract het gevolg eene g'exfectu„ Register der secreete Resolutien van Hunne Hoog Mogende dd: 5: maart 1789: ten opzigte der Franschen zulx vrij noodsaakelijk doet voorkomen. §85: Mijne A„o p„so voorgenomen besending aan den keijser van „eerde besending na zullok Xulloc heeft effect gesorteerd, met gevolg dat de seer bescheiden Maccassaarse Luitanant Ibrahim die den brief en geschenk voor dien vorst tot ƒ203: 6:8: meede gekreegen heeft, aldaar seer minnelijk ontfangen en §: 84: Ik zal net opsigt tot de Inlandsche zaaken geduurning in 't oog houden de ontfangen recommanda„ „tie en in geen magindanauer off ander Inlandsche Natie mden vertrouwen stellen, dan nodig weesen zal om niet andermaal de dupe van zijn Loosheid en trouwloosheid te zijn en ik zal voor al op hoede weesen teegen de voornoemde roovers, van wien ik met verba„ „sing verneemd dat sij voorleeden Jaar de zien in de nabijheid van Batavia met ontsoggelijke vloten onwillig hebben gemaakt: veele willen dat die vloten met geen magindanauwers, maar met Hanongers be„ „mand sijn geweest en de spaak gaat hier nog al geduu„ „rig voort dat de laatste in openbaare oorlog sijn met de sulthan van Magindanoô die hunne gedoentens lang voor heen gedisavoneerd en hier om de vriendschap van te Comp„e besolliciteerd zoude hebben 't gunt echter naulyks over een te brengen is met de ingekomen tijdingen dat hij den buit van de afgelopen Residentie Riouw met de Hlanongers gedeeld en schuil plaats verleend hebbe aan de sig in na voorleeden jaar uit dit guarnisoen g'ab„ „senteerd hebbende Militairen. 884 net 53 de kijser schrijft een min„ „samen brieff en leever een gevangen Europee„ „sen dienaar weer uit. Gouverneur. maar zend geen volmaakten over terug gegeeven Europees. „schap van geen lange daar met een Contra geschenk en brieff gerevesteerd is in ge„ „selschap van eenen van daar herw:s ten handel gelidenti„ „eerden Anachoda Oesoeff Assangie. §86: „'konings verlangen was segd sijn Hoogh: in voormelde „brieff zoo veel te sterker om met de Comp: in goede „harmonnie te leeven, om dat hij die maar een bedugting dat soorten vriend„ „kleene Negorij besat, hope op ondersteuning voede weten zal „ in Cas van verleegenheid. „ voorts stond hem wel aan het openstellen „der vrije vaard viee versa voor de weedersijdse „ onderdaanen de Aullokkers onder Assangie voorn: „ waren nu de eerste en zoude in het vervolg „ in grooter getalle daarvan gebruik maaken. 587: „ Hij sond een uijt Rovers handen ontkomen lu„ „„ropees / den zelvde, die p„r het schip de Diamant„ „ na Costie is overgegaan:) toe sonder voor hem ofte „ eenige andere in der tijd weder uit te leeveren Euro„ „„peeten soegeld te pretendeeren. voet eengeschenk aan den „ Tot een geschenk wijders aanbiedende 200: Catjes „wax Xulloes gewigt en 32: Thaijl Camptur. welk laatst gem: Product met deese overgeg. komt. §88: Intusschen heeft sijn Hoogh:d de hem bij brieve van §: 95: Men heeft bij den xulloekschen keizer egter geen verplij den keisser is een smal gechenk iting willen maaken maar geoordeeld dien vorst, vide gemeen den 26„e Aug:s 1789 gedane Propositie om gemagtig rijsenden adentonden vande e lut van den 26„e Junij Lo: E: in erkentenis voor de het sluiten van een tractaat van vriendschap en Commergie dat heen over te zenden niet anders beant„ „woord dan niet te zeggen dat sij bij eene andere ge„ „legenheid volgen zullen. §89: Dit en het door Ibrahim geraporteerde dat in de maand November op Xullock verscheenen sijn Negen Hanongte van Maccassar, Banjermassing en Passir onder eenen radja Mima reverteerende vaartuigen met geroofde Chineesen en andere volken en dat te xullock in voorm: maand nog van Riouw waren opgedaagd, 10: Hanongse en Magindanauze pranen, nadat de„ tzelve geheel Java rond waren geweest, welker opvaarende voorneemens waaren Malacca met een vloot van 200: –. - prauen onder Radja Ali afteloopen, doet mij vreesen dat de vrindschap van een vorst, wiens havens voor openbaare vijanden van de Comp: open wtaan, en met dezelve somtijds heuld, off van koste duur, dan wel van geen vrugt weesen zal. §: 90: Die vrindschap behoeft dus met geen nader te doene geschenken gekogt te worden. tot weeder„
English
55 mentioned articles shall please to determine. Theizer's gift has been taken in for the benefit of the Company. little prospect of profit from the navigation to sometimes the Company reaps advantages from it. disposition of §97: to the Tidorese state where mentioned the Moluccan princes shall maintain. redelivery of the Riau gunner to have to present with 1 piece fine Calogasjes, and 1 piece fine bleached gu:t together with a letter for his Highness, wherein the expressions of friendship made by him have been reciprocated. § 92: The Jolo gift of 260 lb wax Netherlands weight, being and 32 Thail Camphor have been taken in for the Company for rds 62: 19:— vide the record in the joint resolution of 13 April of this current year. subjects must §93: Since no use is as yet made of the opened Jolo navigation by the Ternate inhabitants, both because the same is made unsafe by Maguindanao and Illanun pirates, and because they have been discouraged by the low prices which my emissary Ibrahim obtained on the Batavian trade goods taken with him thither, I shall, with the approval of your High Mightinesses, seize for the Company the wax from the Jolo traders expected with the approaching North Monsoon, as demand is annually made for it anyway upon delivery, as also Camphor and elephants' teeth, after your High Mightinesses shall have determined the prices of both the latter. attempts to cause harm to the rebel prince Nuku §94: with the Governments of Ambon and Banda according to the order to cause harm to Nuku, and so far as in me lies proceed communicatively, §95: I shall furthermore keep in observance the recommendation to send up no more subordinates of the Moluccan princes henceforth until they shall have guaranteed the maintenance of the persons sent up. §96: And make use of the obtained authorization for the disbursement of the value of the cannons captured on Salawati by the Tidorese and a pair of small pieces to the King as a memento, as soon as the booty from another Expedition, of which the sixth letter written by me and Wentholt today makes mention, shall have been realized, which I shall also observe in the future in order to encourage those peoples, as your High Mightinesses are graciously pleased to express, to the observance of their Duty. Tendering due thanks for the notification given that the nutmegs and mace sent over by me in the past year as samples from Pulau Pisang, from the river Tololokka, and from Maliora have been shipped to the Netherlands, I am furthermore so free and offer herewith again as samples, which have been delivered to the aforementioned Nakhoda Yusuf Assangi, mentioned samples are Some nutmegs and mace from the Ternate district Tiron on Halmahera from the Tidorese district Wasile the same the same also on Halmahera and Nagulen from the Ternate district Oosom on Halmahera. I remain with the deepest respect and veneration was signed High Noble Severe Right Honourable widely commanding Lord Governor and Right Noble Severe Lords lower of your High Mightinesses the very humble and very obedient Servant was signed Alex: Cornabe, in the margin Ternate in Castle Orange, 28 September 1790: still lower P: S: two men of Kandipang who behaved ungratefully towards the Joloese who had ransomed them, have been punished with chain-gang labor, as appears from the record in the joint Resolution of 9 March of this current year. Agreed. Alex: Cornabe No 2. The Noble High Indian Government At Batavia dated 28 September 1790 Secret letter of the Governor and the Second in Ternate Copy Copy Register of the marginalia of the secret letter, dated Ternate the [illegible] September Awaiting the Engineers expected from the Netherlands - - - - 1 Bad state of the works in the Residency - - - - 2 The Fort on Tidore is still being repaired - - - - 3 Complaint regarding lack of zeal and ability of the Clerks - - - 4 Order to the secretary to now give effect to the transmission of papers neglected in the past year - - - 5: 4: The necessity of the expenses incurred in the Kwandang Expedition is demonstrated - - - - - 6 Lützow claims not to have exaggerated his achieved victory; his defense is forwarded - - - - - 8: The Limbotto King Tilahoenga is unable to pay for the effects lost at Kwandang - - - - 9: The small lantakas formerly captured on Poanilie are forwarded - - - 10. Division among the Limbotto people caused the loss of the Kwandang effects - - - - 11 The long-delayed investigation into occurrences by the Talaud people - - - 12: Salawati reduced to ashes by Tidorese - - - - 13 Question whether those places had to remain occupied or not answered - - - - 14 A new king of Salawati arrives on Ternate and is recognized as such - - - 15 9: He commits himself to the continuation of the Extirpation work in his lands - - - - 16 10. And departs on a Tidorese Kora-Kora fleet for which disposal to the governor in Amboina was reserved - - - 17: Nothing further heard of the said fleet - - - 18 11: Hope in Ambon for a subsequent submission of Nuku's adherents after his preceding capture - - - 19 12: Arrangement concerning Nuku's Major who wishes to submit - - - 20 Complaint of Tidore's King concerning an abduction of 7 Papuan women by the Ternatans investigated - - - 21 14 And brought before the king of Ternate - - - 22: Who testifies otherwise - - - 23. While with regard to them it has appeared that they went along voluntarily and subsequently took to flight - - - 24 15 Introduction - - - - - 8
Dutch transcription
55 gem: Articulen sullen hebben gelieven te bepaalen. Theizers geschenk is ten behoeve van de Comp: ingenomen. geringe vooruitsigt op „deel uit de vaart na somtijds raapt er de Comp: voordeelen uit. toeschikking van §97: aan de Tidoteele staat war gem: de Molucse vosten zullen onderhouden. weederuAleevering van den Riousen busschitter te moeten. beschenken met 1: p:s Calogasjes fijne, en 1: „ gu:t fein gebl. nev:s een brief voor sijn Hoogh:d, waarinne de door hem geda„ „nen vriendschap 's betuigingen gereciproqueerd geworden § 92: Het Atullokse geschenk van 260: lb: wax Neederl:s gewigt wordende, onderdanen moete en 32: Thaijl Camphur sijn voor de Comp: ingenomen met rd:s 62: 19:— vide het genoteerde bij gemeen besluit van den 13e April h:r a„o §93: van de open gestelde zullockse vaart door de Ternaatse itkenig te geschieden. ingeseetenen als nog geen gebruik wordende gemaakt, rullook voor de gemeente soo om dat de selve door Magundanause en Hlanong„ „se rovers onveilig word gemaakt, als omdat sij af„ „geschrikt geworden sijn door de geringe prijsen welke mijn sendeling Ibrahim op zijne derw:s meede genomen Batavise handelnharen behaald heeft. sal ik met goedkeuring van uw Hoog Edelheeden, van de met aanstaande Noord Mousson te genoet geziene Paullokse handelaars het wax dewijl daarvan tog Jaarlijks Eijsch geschied bij aanbreng, voor de Comp: aanslaan someede Camphur en olijphant 't sanden, na dat Hoogst dezelve de prijsen van beijde laatst pogingen om den rebel §: 94: met de Gouvernementen Ambon en Banda navolg:s „de om prins Noeckoe afbreuk te doen §95: zal ik voorts in observantie houde de recommen„ voortaan hunne opgezonden, datie om geen onderhorige van de Molukse vorsten meer op te senden dan na dat sij voor het onderhoud der opzende„ „lingen sullen hebben ingestaan. §96: En gebruik maken van de erlangde qualificatie tot uitkeering van de waarde der op salwattij door de Tidoreesen veroverde Canons en een paar stukjes aan den koning tot gedagtenis, sodra de buitmaken van een andere Expeditie, waarvan de door mij en wenthold geschreeven sesteede Brieff van heeden gewaagd, gere„ „verteerd zullen weesen 't gunt in 't vervolg meede ob„ „serveeren sal, om die zuiden, soo als uw Hoog Edel„ „heeden sig gracieuselijk gelieven uit te drukken, te animeeren tot de betragting van hunne Pligt. Den verschuldigde Dank afleggende voor de gegeeven no„ Nooten en foelij tot Montenastificatien dat de door mij A„o p„o tot Monstert overge„ „sonden nooten en foelij van Poeloe Pisang van de rivier Tololokka en van Maliora naar Neederland verzonden zijn ben ik voorts soo vrij en beide nevs deesen weederom tot welke afgegeven sijn aan voorm: Anachoda oesoeff Assangi, voechoe afbreek te doen ordre, en soo veel in mij is Communicatief te werk gaan„ gem: monsters zijn monsters aan Eenige Nooten en foelij uit het Ternaats district tiron op halmaheira uit het Tidoreese District wasselee d„o d„o „ meede op Halmateira en „ Nagulen uit het Ternaatse District oosom op Halmaheiras. Verblijve met de diepste eerbied en vreneratie /:onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: wijd gebee„ dem de Heer (bauer / en welEdele Gestrenge Heeren (lager) van uwe Hoog Edelheeden de seer ootmoedigen en zeer ge„ „hoorsamen Dienaar /was geteekend:/ Alex: Cornabe, / inmar„ „gine/ Ternaten in 't Casteel Orange den 28 Septemb 1790: /: nog laager) P: C: twee sig ondankbaar Jegens de xullokers die ze uitgelost hadden gedragen hebben Caudipangers, sijn met ketting slag gestrapt ge„ „worden blijken het genoteerde ter gemeene Resolutie van den 9 Maart h. a. Accordeerd. Mercomabein No 2. De Edele Hoge Indiase Regeering Aan Batavia ged„te den 28 Septem: 1790 Cattia. 6r0 Secreeten rie van den Gouverneur en den secunde in Ternaten Copia te Copia Register op de margmaten van den sec Inwagting der uit neederland te gemoet gesiene Ingeneurs - - - - slegten slaat der werken in de Residentie- Het Fortje op Tidor word nog gerepareerd- Doliance weeg„s gebrek aan Lust en bequaamheid der Dienaar aan de penne 4 Last aan de secretaris om de A„o p„o versuimde oversending van papieren„ -- als nu efject ter doen soorteeren - - 5: 4: „ De noodzaakelijkheid der gedaane bekostiginge in quandangse Expeditie word aangetoond — - - 6 — - - Lutzouw beweerd van zijn behaalde overwining met te breed opgegeeven te hebben zijn verantwoording gat over - - - - - - 8: . de Limbatsche koning Tilahoenga is met vermogende tot de betaaling der op quandang verlooren geraakt execten - - - - - 9: op Poanilie eertijds geroot de Rantakjes komen over - - - - - - - 10. verdeeldheid over den Limbotters heeft het verlies quandangse expecten veroorsaakt 11 het lang getraineerd hebbende onderzoek na door den Talaur - - - 12: salwattij door Tidoreeren in asschen gelegd - - - - 13 vrage of dier plaatsen bezet moesten blijven dan niet beantwoord - 14 „ Een nieuw koning van 3 alwattij komen op Ternaten aan een word van zodanig 15 9: - - - en kend hij verbind zig tot den inzegting van het Exterpatie werk in zijn landen - - - 16 30. En verstrek op een Tidoreese Carra- Carra Vlaat waar voor, de despositie aan den gouverneur in Ambo gereteneerd - - - - - - - - 17: „ – – – – 18 11: van ged„e vloot is mits nader vernoomen- - Hoopen in Ambon op eene ten volgen submissie van Noeckoes adkerenten 19 12: na zynen voor afgegaane opligting. schikking omtrent den zig willende submitseeren Majoor van Noekoe, 20 „ klagtig van Tidars konng weegens eene ontvoering van 7: Papoesen vrouws door de Ternaataanen onderzogt En voor de koning van Ternaten gebragt - - Die door van Anders getuigd - Terwijl ten haren opsigte gebleeken is dat zij vrijwillig meede gegaan zyn en voorss de vlugtgenomen hebben - - Inleiding - - - 21 14 - Brief, gedateerd Ternats den - September voorgevallen - - - -.. - .- - 2 3: - - 8 - – 22: „ - . 23. „ - . - - - - 24 15 - -
English
Disturbances that occurred between the Bantikkers and those of Tattelen. Proposals from the Manado Resident to make an example of the ringleader. We release an old Moecken who was wrongfully arrested. 28 17 Displeasure and recommendation in that regard. The matter is settled, and on this occasion the adjacent amount was spent. 36 Determined to no longer do good to those of that nature. 31 Outside the aforementioned issued articles. 32 18 Those of Languaen and Tomposso take revenge on account of a murder committed by the people of Ponadakar Dataha. 34. Suspicion at Manado that two missing persons were killed in Ternate. 35 Efforts to assist the Mongondow Prince Manuel Manoppo in his claim have failed. 36 Notification from Manado regarding the low delivery of salt, gold, wax, and oil. 37 Mutual convention between the King of Kaidipang and the Regent of Bolaang approved in due form. 38 Write-off of the adjacent item. 39 22: War supplies brought for sale at Taboeken seized, and the seller taken into custody. 40 The investigation into that affair entrusted to the Fiscal. 43 23. The description of the seized war supplies. 42: 24. Claiming and return of the same. 43 25 Order issued regarding the sale of ammunition supplies. 41. 25 Two unknown Galelas having entered Sancop and departed again. 45 26. The Quandong Bugis, who formerly defected to the enemy, are admitted at Gorontalo. 46 Held in suspicion. 47 27. Nevertheless, some measures for defense have been taken. 49: From which they have again refrained. 48 The aforementioned investigation has borne fruit. 50 28 And the Resident sends over the requested letter of authority from the King of Boni. 51 Two emissaries of that ruler are rejected at Gorontalo. 52 Notification in that regard. 53 29: Approved. 54 7/80 An offer of the King's letter of authority. 55 Aforementioned news. 26. 76: On condition. 27 We another appeasement. 33 29 25 15 8: Saw Secret Copy. 17 To His High Nobility: and the High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General. together with The Right Honorable, Valiant Gentlemen Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, Right Honorable, Valiant Gentlemen. Paragraph 1: In response to Your High Nobilities' revered secret missive of December 28, 1783, regarding the state of the fortifications, we request permission to note that to the same, both here and at the residencies and outposts, conforming to Your High Nobilities' intention, virtually nothing for improvement, awaiting the orders from Batavia. 666 Secret Copy. 17 To His High Nobility: The High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General. together with The Right Honorable, Valiant Gentlemen Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, Right Honorable, Valiant Gentlemen. Paragraph 1: In response to Your High Nobilities' revered secret missive of December 28, 1789, regarding the awaiting of the fortifications in the Netherlands, we request permission to note that regarding the expected and engineers, both here and at the residencies and outposts, conforming to Your High Nobilities' intention, virtually nothing for improvement, awaiting Batavia. E Co Co
Dutch transcription
voorgevallen onlusentusschen den Bantikkers en dien van Tattelen- Propositien van manadose Rezident om een oxempee, aan root winste te statueeren Wij ontslaat eenen ten onregten in arrest genomen oud Moecken - - - - - 28 17 - - ongenoegen en recommandatie dien weegens — De saak word bij gelegd en bij de occassen het nevenstaande gespendeert. - 36 bestend om niet meer aan die natuur goed te doen - - - -- 31 buiten nevens gem: afgegeeven artikulen - - - „ 32 18 „ Die van Languaen en Tomposso neemen wraak weeg„ eene door de volken 34. van ponadakar Dataha begaane moord- . . - vermoeden op Manado dat twee vermits geworden en in Tarnatag om het leeven 35 — - - - zijn gedlagt - - - Pagingen om der magondose prins Manuee Manoppo aan zynen pretentie 36 . . ten helpen niet geslaagd - - - Aan schrijving van Manado nap„s de geringe Leverancie ven zol goud wox - - 37 en olij - - - - - - - - . onderlange geconventie tusschen Caudipangs konnin en de regent van Boelang wanm: goed gekeurd - - - - - 38 - afschrijving van het nevenstaande - - - - - - .. 39 22: Ter verkoop op Taboeken aangebragt ten oorlog behoeftens in bezlaag in 40 „ de verkooper in verzekering genoomen - - - wet onderzoek na dien appaire aan den fescaal gedemanteerd - - - 43 23. de schrijveng den beslaag genomen oorlog behoeftens - - - - 42: 24. - - - 43 25 Rechaanen en terug gaaven van deselve — - - - ordre op de verkoop van ammunitie goederen gesteld - - – – 4l. 25 twee onbekende galellas zinde ter sancop binnen geloopen en weeder vertrakken 45 26. de eertijds na den vijand overgeloopen quandongs poeginees zijn te gorontalo geadmitteerd - voor verdegt gehouden - - - - - - - zijn nogthans eenig maatreegelen tot defensie genomen. - - - - - 49: „ waar van weeder is afgezien - — . nevens gemeld onderzoek heeft efject gesorteerd - - - en de Resident zend de gerequireerd Lustbrief van Bonij skonnins over twee zendelingen van dien vorst worden te gorontalo afgeweezen - - – - – - aanschryving dien weegens - g'agreerd- - - aeen bod van 's konings Last brief - - - . - - nev„s gem: tijdingen - - - — op voorwaarde - - - - - - - wij een andere bevreediging - – – – - - – – – - – 33 - . . 46 „ — — 47 27. . - - - - - - . . . 26. 76: . . . . . . 27 „ 29 „ - „ - -. 25 15 8: Zag - - - - 1 – – – – 48 „ – – – 50 28 -- ... - . 55 „ 54 7/80 53 29: 52 „ 51 „ - — — Copia Secreet. 17 Aan zijn Hoog Edelheid: en Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbere Wijt gebiende ver M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal. benevens. Den Wel Edele Gestrenge Meere Raaden van Neederlands India. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbiere wijd Gebiden van Wel Edele Gestrenge Heeren. 1: wij verzoeken in rescriptie op uwer Hoog Edelheeden geveneereerde secreeten missieve van den 28 December 1783 omet opzegt tot de der vand Fortificatien te moge noteeren dat aan de zelve genewis soo hier als op de residentien en buiten posten Conform hoogd der selver intentie, genoegsaam niet tot verbeetering met Batavia inwagting der 666 Copia Secreet. 17 Aan zijn Hoog Edelheid: Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare Wijd gebiedende aer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal. benevens. Den Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaere wijd Gebiedend wan Wel Edele Gestrenge Heeren. § 1: wy verzoeken in rescriptie op uwer Hoog Edelheeden Inleiding geveneereerde secreeten missive van den 28 December 1789 met opzegt tot de inwagting der int needer land Fortificatien te moge noteeren dat aan dezelve ten gemoet gesiene En geneuvrs soo hier als op de residentien en buiten posten Conferm hoogt der selver intentien, genoegsaam niet tot verbeetering met Batavia inwagting der E Co Co
English
in the Residency the small Fort on Tidor is still being repaired full weight, lack of clerks. awaiting the arrival of the expected Engineers, to be taken in hand. Bad state of the works. §2: The works at Manado Gorontalo and on Batchian have been carefully surveyed by the first undersigned during his recently completed journey, and according to his knowledge found to be in no better state than they were reported by Captain-Engineer van Lutzouw in the year 1789, but rather worse, which must be attributed to the considerable passage of time. §3: There is still no end to the improvement of the small fort Tobtotobbo situated on Tidor, although we do not fail to urge the king toward a speedy progress of that work. §4: It horrifies us to have to suffer delays due to the unwillingness, incompetence, and carelessness of servants who, like the Secretary Ogelwight, show no zeal nor inclination for the service and moreover are stubborn, without having anyone at hand to be able to proceed with the selection of another; the clerks at this Office being mostly all native children who can barely copy, whereas among the few Europeans themselves no ambition exists to advance, these thus remaining incompetent to learn, to which end the Governor, after the appointment of the former Secretary Diver as Fiscal, has taken indescribable yet vain trouble, having himself to draft continually the principal papers such as resolutions and letters to the Residencies, and furthermore to be mindful of directing the native affairs, which in this laborious Government take up most of his time, in such a manner that they may turn out to the benefit of the Company and to the satisfaction of Your High Nobilities, not to speak of many other duties that belong to his department and must also be observed by him. So that it is not feasible for him to constantly press the secretary and to check in person at the Secretariat whether all the papers, which by the new orders established in the Netherlands have become far more numerous than ever before, are lying ready for dispatch, it having become a very grievous matter for him to no longer be able to rely on the word of the Secretary in that regard, and that in the busiest writing season he lacks a First Clerk like the Bookkeeper Meurer, who through application in time could have become quite capable, but who, attacked by a most dangerous chest ailment, had to request and receive his discharge, lest he succumb to it. Order to the Secretary to dispatch papers. Expenses incurred are shown. Tilahoenja is not able to pay for the effects lost at Quandang. His accountability goes... Lutzon claims to have reported too broadly. §5: The recommendation given under threat to Ogelwight by joint resolution of 9 March last has, we hope, made him mindful henceforth never again to incur the displeasure of Your High Nobilities through failure in sending Resolutions and papers. At least it is known to us that, among other papers of the past year not dispatched, he has prepared the Secret Resolutions of 13 August 1789 now requested by Your High Nobilities, and the specific accounts inserted therein, both of the losses caused by the enemy at Gorontalo and Quandang, and of the expenses incurred in the dispatch of cruising fleets, regarding which losses we can meanwhile conscientiously assure Your High Nobilities that no neglect caused them, as appears further from the aforementioned resolution. The necessities, so also that the provisional disposition made here regarding the accountability of the former commissioners in expeditions concerning the employment of the goods and cash given to them, has been an object of the Council's deliberation; in which regard we must most respectfully show that the provisions issued to the Alfoors, even though they may have been disobedient and cowardly as has been charged against them, nevertheless during the time they were in our service certainly had to be provided, and that this people knows no measure in the consumption of rice, but therein exceeds all other Natives. §7: We also trust that Your High Nobilities will not refuse to approve our delivery to Lutzouw of an Extract from Your highest dispatch concerning the question of a far too exaggerated reported victory, so that it might be answered and elucidated by him, as we declare ourselves free from knowing false reports and never occupied ourselves with such. The writing delivered to us in this regard by the aforementioned Lutzouw for his defense is enclosed herewith as an original annex. The Limbato King. The hope repeatedly given to Lutzouw that the first Limbato goods...
Dutch transcription
59 in de Residentie het Fortje op s idor word nog gerepareerd 6 volconce weeg, gebrekt der Die naaren aan de de penne. inwagting der te gemoet gesienen Ingeneurs, bij de hand genomen woord. Plegten slaat der werk Z: De werken ten Manado gorontalo en op Batchian syn door den eerst geleekende in desselvs J„o volbragte reijsje nau reu„ „rigtt opgenomen en na zyne kennis in geen beetere staat bevonden dan dezelve door den Cap„n Ingeneur van Lutzouw a„o 1789 opgegeven geworden sijn, maar veel eer Slegter t' gun aan den seevert verlopen tyd moet toegeschreeven worden §3: van de verbeetering van het op Tidor gelegs fortje Tobto tobbo komt nog geen eende, schoon men niet in gebreeke blyvt den koning tot een spoedige voortgang van dat werk te arriveeren §4: Het gruwt ons verwylinge te moeten ontfangen voor de aanlusdt en bezwaamhed: slordigheid van dienaren die als de secretaris ogelwight geen rever nog last betong te hebben in den dienst en boven die nog waar wijs sijn zonder dat men Slofje aan han„ den hebbe om tot de de verkiesing van een ander te kunnen overgaan; zynde de pennisten ten deesen Comptoir meest alle Inlandse kinderen die kwalyk Capieeren kunnen terug in de weijnige Europeese onder zelve geen ambitie stuckt om voort te kwamen blijvende deeze dus om be„ „kwaam om aan te leeren, waar toe de gouverneur zig na de aanstelling van den gew„e Secretaris Diver tot discaal onbeschrykelyk dog vergeefschen, moeijte gegeeven heeft moetende hy de voornaamste papieren gelyk resolutie en Brieven na de Residentien al geduuren selve opstellen en voorts bedagt zijn om den Inlandsche zaken welke in dit Laborieus Gouvernement sijn meetste tijd absol„ „veeren, ten derregeeren in voege datze ten nutten van de ^ een ever Raatschappij en ten genoege van uwE Hoog Edelheeden koomen uit te vallen om met van veele andere Laaten te spreeken welke van zijn departen mont zijn en door hem al meede gade geslagen moeten worden. So dat hem niet doenlyk is om den secretaris geduurig agter de zielen te zetten en in persoon op de secretarije na te gaen of wel alle papieren welke door de in Neederland gesteld nieuwe ordre menig vuldiger dien ooyt bevoorens gewor„ „den zijn, ter versending klaar leggen sijnde voor hem een zeer verdrietige zaak geworden op het word van den Secretaris dien aangaande geen staat langer te kunnen maaken en dat hem in de drukste schryfteid ontvaet, een Eerste klerk gelijk de Boekhouder Meurer die door ap„ „plicatie in de tijd vrij kundig had kunnen worden maar die van een aller gevaarlijkste bortskwaal g'af„ „kwaam „tacqueerd 61. Last aan den secretaris om versend my ven papieren gedaane bekostiginge tien word aangetoond tilahoenja is niet ver„ mogende tot de betaaling der op quandan verlooren geraakt effecten 58 zijn veanteroord ing gaat Lutzon beweerd van zijn te bred opgegeeven te hebbe „tacqueerd om zijne demissie heeft moeten verzoek doen. en bekoomen, wilde hij daar onder niet beswijken §5: de aan ogelwight bij gemeen besluit van den 9: Maart h-art de A p:o versuimde onder bedrijging gegeeven recommandatie seel hem als nu exject te dreser, in tusschen bedagt hebben doen zijn hoopen wij om ooitwee„ „der door verzuim de oversending van Resolutie en papieren het ongenoegen van uwe Hoog Edelheedes te incouree„ „ren Immer is ons bekend dat onder meer andere voorleeden daar niet versonden papieren door hem in gereed „heid is gebragt de thans door uwe Hoog Edelheeden gerequireerd wordende Secreete Resolutien van 13 Aug„ 1789 en daar bij g'insereerde specifique reekeningen soo van de door Evanilie op gorontalo en quandang ver„ „oorsaakte verliesen, als van de gedaane bekostigingen by de afsending van kruis vlooten omtrent welke ver„ „liesen wij uwe Hoog Edelheeden in tusschen genioede„ „lijke verzeekeren kunnen dat geen verzuim dezelve heeft verooirsaakt als blijkende daar van nader bij gemelde resolutie de nod zaakelykhuiden so meede dat de hier gevallen p„le dispositie over de in quandang l Exede, verantwoording van de geweesene gecommitteerden in Expe„ „ditien weegens het emploij der hem meede gegeeven § 7: ook vertrouwen wij dan Uwe Hoog Edelheeden wee behaalde overwinnn niet zullen willen approbeeren de door ons gedane afgavelen Lutzouw van een Extract uit hoogst derzelver missieve conceerneerende de gevallen redenkiy wg„ eene veel ligt te groot opgegeven overwinning om door hem te werden opgelast en g'elucideerd als wy ons selve„ van kennen van valsche opgaven en zondrit verklaren ons daar meede nimmer ter kebken opgehouden. Wet door voorn: Lutzouw ons dien weg„s tot zyne ver„ „deediging g'intragueerd schrifteur word dezen als een bijlag in origineele bij gevoegd. de Limbatsche koming de aan Lutzouw meerm: gegeven hoop dat de eerst Lim„ goederen en Contanten een abgect der de liberatie van den Raad is geweest moetende wij dien aangaande eersiedigste vertoonen dat de gedaane verstrekkingen aan de Al„ „foeren afschoon dan al ongekoorsaam en lafperten geweest deese mogen zijn gelyk hem ten laste is gelegd, nogtans gedukende de tyd dat zij in onze dienst waren wvel hebben moeten geschieden en dat het volk in Contuntie van riyt geen maat houd maar daar inne alle andere Jnbanders overtreft. goederen „botsen „teeren over
English
63 formerly looted on Poanillie the protracted investigation into a by the Talauk Paragraph 12 division among the Limbotters caused the loss that King Lilahoenga, who became absent during the Quandang troubles, would recover the Company's effects is idle and was devised by the cunning Limbotters who enriched themselves therewith in order to appease the commissioners with fair words and make them return satisfied, for the said petty rulers are very [illegible], and therefore one must for the time being abide by the resolution of 7 February 1789, whereby the former resident of Quandam, Iohan Daniel Baijer, was debited on account for those lost goods, and await what will yet come of the order issued in that regard by the Governor at Limbotto, see what is noted in his separate letter of 26 August, section 5, paragraph 44. Paragraph 7/10. Because the order to enter into the books, on behalf of the Company, the value of the metal of the rantakas originating from Poanillie, which had been dug up and deposited in the Ternate artillery, could not well be fulfilled, for the reason that the said rantakas are judged to have been cast in Gresik and cannot properly be called true metal and thus cannot well be appraised, we have decided to dispatch the same to the Residency of Your High Nobilities per the bearer of this, the bark De Verwagting. Concerning the loss of the Company effects left behind at Quandang after they were given into custody and under lock to King Pelahringa, we request permission to refer once again to paragraph 44 of the Governor's last previous separate letter, wherein it is noted that the aforementioned King, in reply to the inquiries made in that regard, shifts this and all other Quandang disasters onto the then division among the Limbotters, which caused all order to disappear along with the authority of the King; while, with regard to the sorts of lost goods, we take the liberty of referring Your High Nobilities to the aforementioned resolution of 7 February of the past year. The King of Ternaten was informed of the outcome of a further investigation conducted at the Talauer Islands into a murder of 47 Ternatans committed there by the natives in the year 1781, according to which it appeared that his said subjects were the aggressors in the aforementioned case; and on that occasion 4 rantakas and 1 chamber-piece belonging to the deceased attackers were returned to him, wherewith His Highness 65 Salwawij reduced to ashes by the Tidorese question whether those places should be occupied recognized as such His Highness was satisfied, and wherewith this affair, which had been dragged out for so long by the power of the Taboekan people, has finally been settled; see further the resolution of 8 December of last year. Paragraph 13. The King and the grandees of Tidor having announced, by letter of the 24th of the aforementioned month and year, that Prince Noeckoe was not found in the Papuan Islands, where it was said in Ambon that he was staying; and likewise that the Captain Laut Abdul, dispatched by him to Salwattij, had so chastised that settlement that the inhabitants of Salwattij, after the flight of the king there, had returned to their duty, breaking with the aforementioned rebel, and that King Kamaloedien of Tidor then addressed them most humbly, saying that the monarch wished to appoint a new king over them; it was therefore resolved on the 30th thereafter to congratulate His Highness and the grandees of Tidor on the victory achieved. 14. And on the question raised whether the said Captain Laut should come up with the new king or rather remain for some time on Salwattij, to reply that, for the interests of the Tidorese empire and the restoration of peace on Salwattij, it was judged proper that their sea-warden should for the time being continue to occupy that place, until such time as the new king—who must above all be pleasing to the people and swear loyalty to this Castle—is somewhat established on the royal seat, from which he can be relieved without disadvantage. Paragraph 15. The aforementioned young and very presentable prince of royal blood, named Arowe, having appeared at this Castle on 22 February last, together with the King and grandees of Tidor, the election and appointment fallen upon him as King of Salwattij was confirmed, and he was recognized as such on behalf of the Company after taking the oath of allegiance both to the Company and to the empire of Tidor; and this Papuan petty ruler was subsequently exhorted to return home quickly, as matters there might sometimes change in appearance after our surprise, and the subsequent retreat and return to Tidor of the corocoro force under Abdul.
Dutch transcription
63 op Poanilie eerlyds geroot „het lang getraineerd heb„ „bend onderzoek na een door de Talauk § 12 verdeeldheid over de Lim lotters heeft het ver„ „te veroorsaakt „botte kanin g Lilahoenga die in de quandangze trou„ „belen absent geraakte 'sComp Efecten behalen zoude is ijdel en door de laste limbatters dien zig daarmee„ „den verrijkt hebben uit gedagt geworden om de gecom„ „mitteerde met goede worden te paaijen en vernoegd te doen terug keeren, want gend„e Landheertjes seer an is dus men zig voor eerst nog houden moet aan het be„ „Sluit van den 7. febr: 1789. waar bij de geweesen resident van quandam. Iohan Daniel Baijer voor dien verloren goederen op reekening belast geworden is en afwagten wot nog worden zal van de dien aangaande door den gouver„ „neur op Limbotto gestelde ordre vede het genoteerde in zijne aparte Letteren van den 26 aug„s 2:5: 5 44:— § 7/10: Aan de ordre om de daar spruytop poanillie de rantakjes komen over geraafde en in de Ternaatse Arthillerij gezeponeerde rantakjes met de waarde van het Metaal ten be„ „hoeve van de Compagnie bij den boeken in te neemen niet wel voldaan konnende worden om reeden gezeyde rantakjes beoordeeld worden op Gressi getogen te zijn en gem eijgenlyk metaale genoemd en dus niet wel getar „ceerd kunnen worden zoo zijn wij ten rade geworden om dezelve na de Residentie van uwe Hoog Edelheede ter verdan„ „ding per brenger deeses de Bark De verwagting. die wij verzoeken ons noopens het verlies der te quandang ag„ ter gelaten Comp: Effecten na dat dezelve aan koning Pela„ „lies der quandang se effec„hringa in bewaaring en onder Slot gegeeven zijn ander maal te mogen refereeren aan 344 van 's gouverneur laatste voorige apparte zetteren waar bij genoteerd staat dat voorm: koning op de dien aangaande gedaane en questen det en alle de andere quandangse onheijlen schuifd op de toenmaalige verdieldheed der Lim botters welke alle ordre deed verdwijnen met de authoriteit van den koning, teevens terwijl wij noopens den soorten der verlooren goederen de vrijheid gebruiken uwe Hoog Edels weeden over te wijsen naar vooren gemelde besluit van den 7: febr: A: P: Aan den koning van Ternaten is kennis gegeeven van het gevolg waar meede een nader onderzoek is geschied ten Eilanden Talauer na een A„o 1781 door de natuinellen aldaar begaan moord aan 47. Ternatanen navolgens het welke gebleeken is dat ged„e sijne onderdaenen in voorsz geval de Aggresseurs sijn geweest en sijn hem bij die gelee„ „genheid ter rug gegeeven 4: rantak en 1 kamer stukjen die de omgekoomen aan randers hebben boekehoord waar inne syn 6 dezelve 65. G Salwawij door de Tiooree„ „sen in assche gelegd of die plaatsen bezet moesten vrage zodanig erkend. sijn Hoogheid genoegen genomen heeft een waar meede deesen, „den dus lange door de talmagtigheid van de Taboekan„ „der getraineerd hebbende afjceiren eindelijk is afgedaan veder See besluit van den 8 december van voorleeden daar § 13 Den koning en de Ryksgrooten van Tidor om bij brieve van den 24: van voorsch: Maand en Iaar bekend hebbende gemaakt val Prins Noeckoe in de Papoete Eilan„ „den waar men in Ambon seyde dat hij zig opheeld niet gevonden was zo meede dat de door hem na salwattij uit gesonden Capitein Laut Abdoel 3 Cap„n Bosta dien Negoryj sodaaren geleysterd hadden dat de ingeseeten van salmakij koms op „nen na den ontvlagting van den koning aldaar tot hunne pligt waaren weedergekeerd met den rebel voorn: af 3 koning kamaloedien van Tidor toen ten vallen dee moedegste smrekende dat de vorst een Nieuw Koning over hen wilde aanstellen. soo heeft men den 30=te daar aan beslooten syn Hoogheid neev„s de Rijksgrooten van Tidor met den behaalde zeegen ten Congratuleeren. 14: En op de gedaane Oraaje of gemelde Capit„n Lauwt blyven dan niet beand met den Nieuwe koning opkoomen dan wel nog eenige tijd op salwattij verblyf houden souden te rescrebeeren. dat men voor de bylaagen van het Tidoreese Ryk en herstel der rust op Salwattij bescoordeelde dat hun zee voogd die plaats voor eerst nog in hield tot tyd en wijle de Nieuwe koning, die den volke voor al aange„ „naam weezen en aan dit Casteel trouwe, frweeren moest eenig sints in den rijkszeetel gevestigd, waar uit hij zonder des legt gebontt kan worden. een nuuwkoning § 15: Den hier booven bedoelde Ionge en zeer wel voorkoomen Ternaten aan en woord vn „ den prins van Koninglyken bloeden Arowe genaamd den 22 februarij P:o L: aan det Casteel verscheenen synde rev„s den koning en ryk 't grooten van Tidor heeft men de op hem gevallen, verkiesing en aan Stellmng tot Koning van Teelwattij geconferneerd in hem als sodanig Comp: wege erkend na het afleggen van den Eed van getrouw „heed soo aan de Comp: als aan het ryk van Tedor en dit Papoese Landheertjen vervolgens gadhorteerd om spoedig naar huis en terug ten keeren also de saaken aldaar somtijos van gedaante veranderd konden zijn naar de tokk onse surpriese, en langs gevolgde retraite en terug komst op Tidor der Corra Corras macht onder Abdul dat voorsch 8 „word
English
67 # He binds himself to the extirpation work in his lands and departure on a Tidorese kora-kora fleet, which was destroyed. § 18 Nothing further has been heard of the said fleet. aforesaid, who ought not to have abandoned his post in that manner so hastily merely to exchange the sick seafarers, whom he could have put ashore in small prahus at a nearby place, much less after he had asked by letters for the opinion of his Council on this matter and consequently ought to have awaited the orders of his Court. Against which it was very strongly argued by that Head over the Tidorese that he had not been able to withstand the burning desires of the people on Salawati to have the new king speedily confirmed and to return. For the installation of the said new king of Salawati, he also bound himself by solemn oath to the peaceful performance of the extirpation work in the spice districts subject to his obedience. § 17 With his departure effected in March last on the small kora-kora fleet of Abdul, which was to be reinforced along the way with vessels from Maba, Weda, and Patani, the arrangements were communicated to the Governor in Ambon to be able to act offensively either in the Papuan lands or on Ceram, for which 2 small barrels of gunpowder and 2 one-pounder cannons with the necessary ammunition were issued on the Company's behalf. The Governor gave notice thereof by letter to the Ambon Land Governor, Mr. Schillm, offering the aforesaid force, the head of which, the often-mentioned Abdul, received orders to obey the orders both of the said Mr. Schillm and of such Servant as His Honour might find good at times to send to him, to lead him under his command against the enemy. The Captain Laut was furthermore ordered to have a duplicate of the said letter delivered after arrival in Salawati to Sawai for the aforesaid dispatch, and on that occasion to make his arrival known at the first-mentioned place. From a letter since received from Mr. Schillm dated 6 May last, by which His Honour seems mistakenly to have understood that the kora-kora fleet was to appear at Sawai, it could nevertheless be gathered that he has obtained no further information about it. Thus we do not know to what incident 10 12 69 13 Hope in Ambon for a subsequent submission of Nuku's adherents after his capture. Arrangement regarding Nuku's Major wishing to submit. Return. this incident must be attributed; equally troubling is the ignorance professed in this regard by the King of Tidore. § 19 Meanwhile, the often-mentioned Governor of Ambon having indicated in his previous letters that many of Nuku's adherents would submit and surrender after a successful capture of his person, and that Nuku's Major Kitchili Melked, claiming to be a younger brother of King Kamaluddin of Tidore, had already separated himself from him, and His Honour having also made this known by a letter, the translation of which has not yet reached our hands; we shall therefore seize a suitable upcoming opportunity to reply in our rescript: that we place no faith in the declarations of the said adherents, who, were they in earnest to abandon the rebel, would not need to await his capture, but could either effect that capture themselves or come over without it. § 20 We shall then, in response to the questions asked by the Governor in his cited letter—namely, whether the Prince's statement is true, whether it is agreeable to us and the King of Tidore that His Honour grant him transport to this place upon arriving in Ambon, and how much may finally be provided to him monthly there as a gratuity, to be subsequently charged to this government and reimbursed to the Company by the King—inform him at the same time that the aforesaid Major Kitchili Melked, who is indeed a younger brother of the King, and that the latter refuses to hear of any maintenance allowance until after his said brother, after a year's stay in Ambon, shall have given proof of attachment to the Company, after which His Highness still reserved to himself the determination of what he would grant him for maintenance, which would be very little on account of his straitened circumstances and numerous family; and that His Highness otherwise shows little relish for the return of that brother and refuses to answer for the conduct to be maintained by him in the future; that one, however, should... the King according to the
Dutch transcription
67 # hij verbind zig Axtirpatien werk in zijn lands en vertrek op een Fidorue Conna Conras. vloot waar ver nierd word. 9 18 van ged„e vloot is niet nader vernoomen. voorsz die sijne statie in dien oud zoo schielijk niet had behooren ten verlaaten enkel om de zeekens zeevoa „renden die hy in kleene prauwen op een naby ge „leegen plaats had konnen afsetten te verwisselen, veel min der nog na dat hij het sentement van sijnen Ree die weeg, bi brieven had afgevraagd en gevolgelyjk had moeten in wragten de ortres van syn Woff waarteejen door dat Hoofd over de Tidoriesen zeer macht is ingebragt dat hij niet had konnen weerstaan de blaazende be„ „geerten van het volk op Salwawij om die nieuwe konnen scheelyk bevestigt: en te rug ten zig. tot den in kegting van het ged„e nieuwe koning van sal watbij heeft zeg ook net solemneele eede verbonden tot de gerusten verrigting van het Exterpatien werk in de onder syn gehoorsaanheid staande specerij destricten. § 17 Met zijn in Maart I: 2: g'exteerd vertrek op het Corra de dispostiten aan de gouver Corra Vlootje van Abdue t welk gaande weg verstrekt neur in Atmbom geresen stond te worden met vaartuigen van Maba weda en Pattany om de pensive te kunnen ageeren het zy in de papoe den wel op Ceram waartoe Comp: weege in ten afgegeeven zijn 2: vaatjen Beiskrent en 2: Een ponder Clenonner met het benoodigde scherp heeft den gou„ „verneur bij brieve kennis van gegeeven aan den Am„ „bonschen Land voogt ten Heer schellm onder aan bod van voorsch: mackt waar van het hoofd den meerm: Abdul lant gekreegen heeft om ordres te pareeren soo Laem gem: Heer Schillm als van sodanige Dienaar als zijn E. somtijdes goed vin den magt hem toe te schiek„ „ken, om hem onder zijn Commondo teegen den vijand aan ten voeren sijnde de Cap„n Laout nog gelast om den weedergaade van gemelden brief na aan zoo„ „men te salwattij na Sawaij tot voorn: sendnng te doen geworden en bij die geleegenheid sijn arrivement ter eerst gem: plaats bekend te maaken. uit eenen van den Heer Schillm seedert ontfangen die p=r brief d: den 6 Maij LL: waar bij zijn E: abusi„ „velijk schijnd begreepen te hebben dat de Corra Corra vloot op Jawaij verscheijnen moet, nog tans op gemaakt kunnen de worden dat van dezelve geen nadere narigten erlangd heeft: so wieten wij niet aen welke Canonner icident 10 12 69 13 hoope in Ambon op eenen te volgen submissie van Noechoes adherents na opligtig schekking omtrent de zig willende submitteeren Majoor van Noeckoe incident zal moet worden toegeschreeven eeven zorgelyk is de door Tidoor skoning des weegens betuigde onkumde §: 19. Door meerm: Heer Ambons Gouverneur in tusschen ten kennen gegeeven zynde dat veele van Noekoers zynen voor afgeganen adherenten na eene welgeslaagde oplegting van zijn persoon t' Hoofd in den schoot leggen en zig onderwer „pen zouden en dat Noekoes najoor Kitchili Mel„ „hed dien voorgeevende een onder Broeder van konnng ka„ „maloedien van Tidor ten zijn, zeg bereeds van hem afge „zondert en zijn E. zulx ook bij brieve waar van ons het Translaat nog niet ter hand gekoomen is te ken„ „nen gegeeven heeft so sullen wij eene voor te komende bequame gelegenheid Capteeren om in rescriptie ten dienen: dat wij geen gelost de fereeren aan de be„ „tuigingen van ged:e adherentsn die waaren t' hun ernst om den rebel te verlaten met nooden hadden zyne ligting te wachten maar die ligtm of zelve efjectee„ „ren konden of buijten dezelve bij koomen. §20 sullende wij als dan den gouverneur op desselvs bij geciteerde Letteren gedaane vraage of de opgaver van terug-komst de Prins in waarheid bestaat, of ons en den koning van Tidor aangenaam is dat sijn E: hem in Amboi komende Transport na herw„s verleene, en hoe veel hem eindelyk maandelyks tot een douceur aldaar ver„ „strekt zal moogen worden om vervolgens dit gou„ „vernement aangereekend en door de koming aan den Comp: gerestitueerd te worden te gelyk in forme„ „ren dat voorn: Majoor Kilchiels Melked die in der dood een onder broeder van den koning is dat deeze van geen onderhoud 's penningen weeten wil dan na dat gemelde sijn Broeder na een Iaar vertoe„ „vens in Ambon blijken van Attachement voor de Comp: gegeeven zouden hebben waar na sijn Hoog„ „heid als nog aan zig gereserveerd hield de bepar„ „ding van het geene hem tot onderhoud wilde toe voegen, 't gunt als van zeer gering weezen zouden uit hoofden sijner bekrompen omstandigheeden talwijke famlie en dat zijn Hoogh: overigens weinig smaaks in de terig komst van dien broeder betoond en voor de selve in den aanstaande te houden gedract niet wil instaan dat men de koning echter na de ds
English
71 complaints of Tidore's king of seven Papuan women investigated by the Ternatans brought to Ternate. which by other evidence occurred disturbances of Tasvelle while regarding them it has appeared that they voluntarily took flight return of the prince per Company or private vessel shall attempt to persuade to an amicable reception and allowance of a decent living, as also to the restitution of what may be expended for his maintenance in Ambon and the journey to be made hither, in which one shall request the [illegible] to proceed somewhat frugally. Section 21: Upon the letter cited in Section 13 from Tidore's king concerning an abduction and complaints made by a dignitary of the realm that simultaneously with Captain Laut Abdul of Balwatti, a prahu departed with 18 natives of that place, from which, after having been driven off and arrived at the island of Weda, seven [illegible] were brought under the eyes of His Highness the King of Ternate, with strong insistence upon a prompt satisfaction and extradition. Section 23: That monarch had already been informed by the general Sarjetti that the passengers of the Papuan prahu driven to Weda had been provided with provisions, after they had made known to him and the Sangaji of Gane the hunger and distress into which they had fallen through the harsh treatment of the Tidorese king, who wanted to reduce them all into slavery. Section 24: And, it having appeared upon a careful investigation that they went along voluntarily and furthermore the women were transported by their own free will to Gane and made gardens there, and further retreated inland at the first rumor that an inquiry was made after them, this has all been communicated to Tidore, see secret resolution of 30 December 1789 and our letter of 30 January. Section 25: Manado has once again been disturbed by the disappearance of two persons in the village of Malalayang, who, fishing along the shore near another village called Tateli, were very likely murdered at the last-mentioned place where the tokens were found. Immediately the guilty natives there, reinforced by those of Kakaskasen, prepared to wage war on the Malalayang people, or rather to prevent their revenge, for which they had reason to fear, but fell far short after the Bantiks, in great numbers, allegedly incited and instigated by the former Hukum named Samolla who had been removed from his office in the year 1780, came and assaulted them, striking down 62 of 70 encountered together, subsequently beastly abusing the slain corpses. Section 26: Resident Schierstein was hereby thwarted in his efforts to prevent bloodshed, and made known to us by separate letter of 6 September of the past year his desire to make an example of the person of Samolla, who was taken into arrest, by sending him over. Section 27: For which Schierstein was then also authorized by resolution of the 21st of the fourth month, but not otherwise than after the crime of the aforementioned Samolla should have fully appeared to him, which as yet, so it seemed to us, was only asserted. Section 28: Not having been able to obtain those proofs, he set the former Hukum Samolla at liberty again, claiming to have been forced to this by the convened village chiefs, who supposedly testified that otherwise they saw no way to effect the peace that has since followed. Section 29: We made known our displeasure to the Resident in this regard, and showed that he should either have omitted the arrest of the frequently mentioned Samolla on loose grounds, or, if he had deserved arrest, should not have released him, we being otherwise satisfied with his efforts not to let those disturbances spread further while the authority was still in the field. Section 30: And furthermore, by resolution of 8 December, the 140 cans of arrack and 2 pieces of guinea cloth given by Schierstein on the occasion when the warring parties were pacified with each other were validated, with the intention to leave similar expenditures henceforth for the account of the Resident. Section 31: Wherewith we have in this regard met the sentiment of Your High Nobilities, as it
Dutch transcription
71 #t klagten van Tidors konin. van seeven papoese vrouws door de Ternataaren onderzogt Ternaten gebragt. die door van anders getugd voorgevallen onlusten van Tasvelle terwijls ten haren opsigten gebleeken is dat zy vay willin de vrugt genomen hebben terug kamdt van den prins p=r Comp: at particulier vaartuig sal tragten ten beweegen tot een minsaame reserpptie en toelaag van een ordentelijk bestaa, soo meede tot de restituitie van het gunt tot zyn onderhoud in Ambon en te doene rijs na herw„ aldaar mag bekosteid worden en waarinne men den veer schelling verzoeken zal wat spaarzaam te werk te willen gaan: §21: op den in sub §13 aangehaalde Brief van Tidors koning weegens eener ontvoermij en rijksgroote gedane klagten dat met den Cap=n Lant Abdul„ van Balwattij te gelyk afgesteeken is een prauw met 18 In„ „boorlingen van daar van beide seven van dewelke, na dat ver „dreven en ten Eylande wede ten houw gekomen waren sevs door eenen sig ten Eylande en voor de kom § 22:e d eens e rogen na solut nts van oee van te shepen aeten moagens percomp oram „del wijs onder het oog van zijn Hoogh: den koning van Ternaten gebragt met sterke aandrang op eene spoedigte volgens satisfactien en weder uit levermy. § 23: die vorst was door gend„le Sarjettie reeds g'infor„ „meerd dat des de op varende van ten Weda op gedraaij„ „de papoese prauw met kost had gerief) na dat si hem en de Jenghadje van gane te kennen gegeeven habden tor. sarjetti Haysan en en genoude gam deere voouwen tot huerne bequinende mnameren tusschen de Bdaintikers en die gemis van twee persoonen in de Negorij Malalaijan de honger en konnen waar in sij door de harde bekande„ „ling van den Tidorees koning die hem alle in slave„ „verwj brengen wilden geraakt waken. § 24: En, op een naukeurij onderzoek gebleeken zynde dat meede gegaan zyn en voorts den vrouwen met eigen vrij wille na Geene getrans„ „porteerd sijn en aldaar teunen hebben gemaakt voorts boschwaards in geweeken zijn op het eerste gerugt dat en queste na haar geschieden soo heeft men het een en ander op Tidor laten weeten, vede Secreete restent van den 30: December 1789 en onsen Ag: Bdriet van den 30„e Januarij §45: Manado is alweder beroerd geweest door het die aan strand na bij eene andere Negorij Testilie gen=d visschende seer waarschynelyk ter laats gem: plaats waar de ken teekenan gevonden zijn moor„ „da dig om het leeveren zyn gebragt straks maak„ „ten zig de schuldige naturellen aldaar door dien van Cascassan gesterkt klaar om de Malaijan„ gers ten beoorloogen of liever te prevenieeren de de wraak 14 73 47 Propositie van manadoten aan rootwinsten: te statueeren g'agreerd op voorwaarde: de saak word „deert. goed te dos. ongenoegen een recom„ hij ontslaat eenen ten onregten mar„ wraak opening waar voor zij, met reeden te ducten hadde dog schooten veel te kort na dat hem de door eene A„o 1780: van zijn Amp ont zet geworden oud Hoekum Samolla gen=d soo als ge„ „mompeld wierd aangehetst en opgelegd ge„ worden Bantekens in groote menigte waaren koomen overvallen 62: van 70: bij den andere aange„ „troffen Tattellij reeden needer vellende de versla„ „ge lijkens vervolgens dierlyk mishandelende § 26 De Resident schiersteen was hier meede in zijn Resident om en ovemperpoginge om Bloed vergieting teegen te gaan ge„ „dwarsboomd en got ons bij aparten letteren van den 6. september A„o P„o te kennen zyn verlangen om aan de persoon van Tamolla die in arrest genoo„ „men was ten statueeren met opsending. §27: waar toe schiersten dan ook by besluit van den 21 vier maand gequalificeerd geworden is dog niet anders daen na dat hem ten vollen gebleeken zoude weesen de misdaad van Tamolla voornoemd die er nog maar zo ons toescheen Stelleger wijs meede betuigd wierd § 28 Dien bywysen niet hebbende kunnen in voinner rett genomen oud hoekan heeft hi Samolla weeder op vrige voeten gesteld voorgeevende hier toe gedwongen te zijn door den te saamen geroepen Dorpshoofden die betuigd zoude hebben, dat buiten des geen kant /lagen om de zeedert gevolgde assopiatien ten bewerken §29: wy hebben den Resident ons genoegen dien wegs„s te „mandatien dien wegenkennen gegeeven en vertoond dat hij den arresteering van meerm: samolla op losse gronden nagelaaten of hem by aldien arrest verdiend hadde niet gelargeerd moest hebben sijnde wij anders vore voldaan geweesd over zijne pogingen om die onlusten niet verder te doen overslaan wijl het gesag nog ten velde stond § 30. En veder besleit van den 8 December voor des eenige En gelegd en bij de ongrijs nog gevalideerd de door schiersten ten geleegen„ het nevenstaand gespen ^ heid dat de oorloogende parthyj en onder elkanderen weeder bevreedegt geworden zyn verschonken 140 kan arak 2: p„s gun=s gem: gebl: met intentie om 3 oortgelyken zpendaties voortaan ten laaten voor reekening van den Resident beslend om met §3: waar meede wij te deeze reguarde getroffen hebb„n meer aan die Natuur het sentement van uwe Hoog Edelheeden soo als 828 het
English
18 75 G outside beside mentioned issued articles: at another reconciliation those of Langowan and Tompaso take revenge for pon odakar Datele committed murder. suspicion in Manado 3 and a Ternatan have been killed the same is expressed sub § 24 of Their High Mightinesses' secretly written missive recently sent to us. § 32: Although, for certain reasons, even before the delivery of our letter dispatched on that account, affairs were once again conducted there according to custom, one had to write off 70 kann: arak 2 pieces guinees, normally used 15 lb gunpowder instead of those stated by Schiersteen: 180 kann: arak 4 pieces guinees, normally used, and 100 lb gunpowder. 33: On the occasion that a reconciliation was also brought about between the peoples of Ponosakan, Datahan, and Langowan, both the first-mentioned having caused the second hukum of the last-named negorij to perish in the negorij Palamba, the first hukum, named Grot, being present in Manado. § 34: This one, despite the satisfaction promised to him by Schiersteen, managed to pack his things and make his way through the people, and joined by the old hukum of Tompaso, quickly sacrificed 22 men, women, and children of Salamba, living in sheds on the beach, to his thirst for revenge and made them bite the dust, as appears from what was noted in the secret resolution of 28 and 30 December of the past year. § 35: In a separate letter from Resident Schiersteen dated 15 May of the past year, in which severe complaints are made about murders, and among other things mentioning the murder, presumably perpetrated in Manado, of two missing Christian children and a Ternatan from the cora-coras stationed there, of which the Governor also gave an account in his last previous separate letter of 26 August of this year sub number 67, one will shortly reply in this regard that one awaits the consequences of the orders given by the latter regarding this matter while present in Manado, and meanwhile rejects, as being too costly for the Company, the measure proposed by Schiersteen to deter the Manadorese from murdering by the immediate execution there of four recently arrived delinquents guilty of murder, in the presence of the judicial members and of the fiscal. 21 Attempts to help the Mogondo Prince Manuel to his portion have not succeeded. From Manado regarding gold, wax, and oil. Mutual conventions between Caudipang and Boelang Hitam approved. § 36: Since nothing has come of the repeatedly recommended collection of an inheritance portion claimed by the Magondose Prince Manuel Manoppo—who was obliged to reside at this main office, but by common resolution of 11 May of the past year was permitted to return to his birthplace—from his sister Sara Manoppo, both due to the flat denial of that princess and due to the unwillingness of the prince to state what those goods actually consist of, etc., we, seizing the opportunity that the queen, another sister of Prince Manuel, the widow of Siau, was to arrive in Manado to proceed from there to Mogondo to claim her share in the estate of her deceased father, ordered the Resident to make inquiries through this princess, as one would gladly see an end to this already too long-drawn-out affair, which still remains unsettled because the queen widow drawn into the matter has not been able to shed the necessary light on it. Letter regarding the deficient delivery of gold, wax, and oil. § 37: Regarding the deficient delivery of river gold and wax, it having been put forward by the Resident that no lack of admonitions on his part is the cause of this, we have written to him that one wished to know whether unwillingness among the natives or embezzlement continues to deprive the Company of the products of the country, just as one has also been of that opinion regarding the small delivery of coconut oil, concerning which, upon our investigation ordered on 28 September 1789, it was reported that the Resident's deputies, in the time of five months that they visited the Sangihe Islands, obtained only 200 koelas or kannen of that fuel, see what was noted in our secret resolution of 30 January last. § 38: We have furthermore approved a mutual convention made with the prior knowledge of the Resident between the King of Caudipang and the Regent of Boelang Hitam, according to which both petty rulers will provide an equal number of people for the Regarding 20 the
Dutch transcription
18 75 G buiten nevens gem: afge„ „geeven articulen: — bij een andere bevreedigning dien van Lang nan en Ton„ passo neemen wraak van pon odakar Datele begaane moord. vermoeden op Manado 3 en Ternatgen om het leeven zijn gebract het selve staat uit gedrukt sub §24: van Hoogst derzelver aan ons Iongst geschreeven Secreete missi„ §32: Woewel men om reeden nog voor den aanbreng van ons dien „weeg afgegaane schryvens aldaar weederom na den gebruik gehandelt geworden is heeft moeten afschrijven 70 kann: Arak 2 p„s guw, gem: geb:l 15 lb buskruit in steeden van de door schiersteen opgegeeven. 180 kann: arak 4. p„s guin„s gem: geb: en 100: d: buskruit. 33: Ter geleegenheid dat ook eene verzoening te weg is gebragt tusschen de volken van Panosakan Datahan en Lanquan hebbende beide eerst gemelde den tweeden Hoekum van laatsgend„e Negorij doen om „koomen in de Negorij Palamba den Eersten Hoekum met naamen Grot ten manado present sijnde „§34. Deeze nun had zeg in weer wil der hem door scheer „steen toe gesegden Salisfactien, Hie van daar weeten weg„ eene door de volkweg te pakken en had van den oud Hoekum van Tom„ „paso vezeld schielijk 22 onder Lootzen aan het strand woonende mans vrouwen en kinderen van salamba zijne wraakzugt opgeofferd en in het zand doen bijten blijkens het genoteerde ter secreete Resolutie van den 28 en 30 December Ao p„o § 35: In een apartenbrieff van den Resident Schiersteen d: d: dat 2 vermits geworden 15 maij I: 2: sterk over moordenarijen geklaagd en onder anderen aangehaald wordende, de vermoedelyk op manado geperpetreerde moord aan twee ver „mitsten Christen kinderen en Ternataan van de aldaar bescheiden Corra Corras waar van de gouverneur in zijn laatste voorige aparten van den 26 Augustus h: a sub 2. 67 meede verslag gedaan heeft zal men dien aangaande eerst daags rescribeeren dat men de ge„ „volgen blijft in wagts der door laatstgem: hier omtrent te manado aanweesig zynde gestelde ordre en middelerwijl als te kostbaar voor de Comp nerwerpen het door schiersteen geproponeerde mid„ „del om de manadorees van het moorden af te schikken met de dadelijk te regt stelling aldaar van vier Iongst dit heen overgekomen aan moord„ „schuldige delinquante in presentie & Iustitieeele, Leeden en van den fiscaal zyne 536 „ve 21 pogingen om der mogor„ date prins Manuel tentie ten helpen niet gen „slaagd van manado noopens van goud wax en oly onderlonge geconvenr„ tien tusschen Caudipangs Boelang Htamm: goed gekeurd. §36 van de te meermalen aan bevolen in vordering eener door den aan dit Hoofd Comptoir verblijf hebbende Manopo an zyn e vpre moeten houden dog by gemeen besluit van den 11: my 1: a weeder naar zijne geboorten plaats gelicentieerd gewor„ „den Magondose Prins Manuel Manappo op desselvs Suster Sara Manoppo geprotendeerd wordende Erf„ „portien niets gekomen zijnde, soo door de Contanten ontkenning van die Princes als door de onvillig„ „heid van den Prin om op te geven waar in die goede„ „ren eigentlyk bestaan enzenz! soo hebben wij den gelegenheid Capteerende dat de koninginne een ander zuster om Prins manuel wed„e van Chiauw ten Manado stond te komen om van daar na Mogondo ter opeissching van haar aandeel in de nalatenschap van haren over „leden vader over te gaan den Resident gelast, zig dien weg te informeeren bij laatst gem: Princes alzo men gaarne een einde zag aan deeze reedste lang getroineerd hebbende afjaire dewelke nog al blyft onafgedaan door die de daak getrokken koninginne wed„e, het nodige legt niet heeft kun„ „ne suppediteeren aanschij van 807. Nopens de gebrekkeije Leverentie, van slat goud de gernge Leverancie en wax door den Resident geavanceerd geworden zijnde dat geen gebrek aan vermaningen van zijn kant de schuld hier van zy, hebben wy hem aan„ „geschreeven dat men weeten wilden of onwilligheid onder den Inlander den wel verduistering, de Comp: van 3 Lands producten versteeken reed blijven gelyk man in dat legrip meeder geweest is omtrent de geringe Leverancie van oly van Clappus en waar„ „omtrent op ons den 28 september 1789 g'ordonneerd onderzoek gesuppediteerd geworden is dat 's Resident afgevaardigden, in den tijd van vijf maanden dat sij de Sangiersen Eijlanden besogt hebben slegts 200: koe„ „las of kann van die brandstot bemagtigd hebben vede het genoteerde by ons secr besluit van den 30 Jann: L: L: §38. Wy hebben voorts geaprobeerd eene met voorkennis van den resident gemaakten onderlinge Conventie russie koning en den regent in den Koning van Caudipang en den Regent van Boelang 3tam volg„s welke beide Landheertjes ev en veel volks tot Nopens 20 het
English
25 marginal note Offer for sale of the ammunition seized and the seller taken into custody § 41 demanded deliver the digging of gold, and to the owner of the mine pay 12 HC for each head after the work is done, preserving only the right to the Sago forest of Andagilen write-off of the 139 By secretarial resolution of 26 September 1789, we passed for write-off: 2 7/10 reals dust gold of Mogondo 245 lb wax, and 40 rixdollars in copper duiten. Which, without anyone's doing or gross neglect, were lost in a corra-corra sent by him for the barter of gold and for the collection of the maintenance moneys advanced to Prince Manuel on account of the Mogondonese chief up to 442 rixdollars, but which overturned in heavy weather during the night, according to the authorization obtained from your High Nobilities in the past year; though of which favorable disposition the first undersigned omitted to make the necessary use at his time. the investigation into that § 40: The Corporal Bogaerd stationed on Tabukan to observe what goes on among the Janissaries and especially to watch the passage of foreign vessels, had in the month of March of last year arrested a Macassarese inhabitant who appeared there under proper pass from here, the Khatib Wadjier, for the sale of a barrel of gunpowder to the Sangihese Captain Cadabong and the sending of his brother to the island of Talaud with two swivel guns and a chamber piece to be disposed of there; however, which ammunition goods, having been known to belong to the Khatib, the Corporal seized and brought to Manado, leaving behind the 8th of October This matter having been brought to deliberation in our meeting of 26 September after the Governor had long waited in vain for the return of Wadjier, the resolution was taken to reproach the Resident, who consumed himself in the notion that such goods might indeed be traded with native vassals and allies of the Company, for his ignorance shown in this, with orders to the same, after apprehending the aforementioned Khatib and his brother, affair of the Fiscal, at present 36 apprehension 81 fat Description of the seized items claim and return of the same. order placed on the goods. to send them hither under arrest to be further handed over into the hands of the Fiscal. § 42: Then, regarding the said seized and brought hither war supplies according to the reported ammunition goods, which after inspection made by judicial members were found to have consisted of: 1 metal chamber piece with 2 chambers, firing 4 lb balls, from which 3 inches from the muzzle 1 metal one-pounder cannon with the coat of arms of Middelburg thereon the same, on which no mark was to be seen as being filed off, but on which probably the mark of Amsterdam had stood, and 1 barrel with 50 lb gunpowder. A written report having been served thereupon by the Fiscal Duur on 8 December, stating that after all inquiries made he had discovered that the said three pieces and the barrel of gunpowder belonged to, and had been given along for the bartering of slaves by the vessel of the Khatib Wadjier to the Sangihes, by Wassan, Captain over the Macassarese of this place; § 43: Thus, upon a petition received from Wassan, annexed with the bill of sale of the said vessel, tending to the obtaining of pardon for an error committed out of ignorance, and to the recovering of the ammunition goods in question as being the only things that had still been salvaged from the wrecked bark, it was resolved to allow the same to be returned, and to liberate the Khatib Wadjier, who had not yet returned at that time, from further claim regarding this affair. § 44 With orders to the Fiscal, as also to the Chiefs at the Residency, to see to it that the sale of ammunition does not take place; they, being unaware that no damaging weapons might be sold to friends, having proceeded to the sale of various items after the wrecking of a bark that occurred around Manado in the year 1787, which his predecessor, the late Ensign of those nations, Aukatko, or first husband of his present wife, had purchased together with those same war supplies no longer needed after that time from the Chinese Tan-Iko residing here, for the defense of the said bark. Ammunition 24 Bark
Dutch transcription
25 nevenstaande Ten verkoop op d abee behoeften in beslaag en de verkooper in verzeeker„ ring genomen § 41 gedemandeert het graven van goud leveren en aan den Eijgenaar van de myn 12 HC voor ieder kop, na gedane werk betalen moeten behoudens eenlyk recht op de Sagoe-bosch van Andagilen afschrijven van den 139 Bij Secr: besl: van den 26 september 1789 hebben wij ter afschrijving gepasseerd. 2 7/10. reals stotn goud Mogandose 245:—. ld: wax en 40. —: rijkad„s aan kopere duit en. Dien sonder iemands toedoen of plegt versuim verlo„ „ren zijn geraakt in een door hem ter trocques van goud en ter inpalming der voor reek: van het mo„ „gondose hoofd aen prins Manuel verstreekt ge„ het onderzaek na die „worden penningen tot onderhoud tot rd„s 442 entge„ „zonden dog by swaar weer in den nagt omgeslagen Corra Corra navolgens de van uw: Hoog Edelhe„ „den a„o p„so verkregen qualificatie dog van welke grauvuse despositie de eerst geteekende g'omitteerd heeft ter zine tyd het nodige gebruik te maken § 40:, De op Taboekan, om toe te zie wat er in de Jan„ kn aangebragt te oorlis giers al om gaa en om voor al op de doorvaart van vreemde scheepen te letten gelegen Corporaal, Bogaerd had in de maand maart van voorleeden Iaar gearresteerd eene onder behoorlijk bafte van hier aldaar versche„ „nen Maccassaars In wooner den Matibij wadjier weg„ verkoop van een vat buskruit aan den Sangierse Cap„n Cadabong en afsending van zyne broeder na 't Eijland Talauer met twee vraaijbassen een kamer stuk om aldaar van de hand gezet te worden dog welke op de Paesien van den watebij bekend gestaan hebbende ammunitie goederen de Corporaal in beslag genomen en naar Manado had opgebragt met agterlating van den 8 actebr: - Deese zaak in onse vergadering van den 26 september afjaire an den fesciaal â p„s ter de liberatie gebragt zynde na dat den gouverneur dies lange te vergeefsch op de terieg komst van wadjier gewagt hadde wierd het zeer besluit genomen om den resident, die in het denk „beeld verteerde dat met Inlandse vasalen en bondgenoten van de Comp zodanige goederen wel mogten worden vernegocieerd weg„ zyne in deesen betoonden onkunde te reprocheeren met last aan de zelve om voorn Hatiby en des zelfs broeder na 36 agterhaling 81 vett Beschryvng den in bezlag tens reclaame en terug gaaven van deselve. ordre op den goederen gesteld. agterhalmyg dit heen in arrest op te senden om voorts te woorde gesteld in handen van den fiscaal § 42: Dan nop„s gemelde in beslag genomen en dit heg ver„ genomen oorlog behoet volgens aangebragte ammunitie Goederen welke na genomen in spectie daar Iustiteeele Leeden bevonden zyn dat bestaan hebben i 1. p„s metale kamerstuk met 2: kamers schietsn de 4. lb bals daar iit 3ty mij van de mond 1: „ metale Een ponder Canon met het wapen van Middelburg daarop waar op geen merk te zien was als zyn„ d„o de afgeveild dog waar op vermoede„ „lyk het werk van Amsterdam gestaan heeft. en 1: vat met 50: lb: buskruit. — door den fiscaal Duar den 8. Decemb: daaroom schrif„ „telyk gediend zynde dat na alle gedane perqui„ „zitien ontwaard hadde dat gemelde drie stukken en het vaatje buskruit toebehoorden aan en ter inruiling van slaven P„r het vaarthuig van den Wate„ „bij wadjier naar de sangiers meede gegeeven waren door Wasjan Cap„n over den Maccassaren deeser §B3: So heeft men op een van wassan Overgenomen request anox koopbrief van gem: vaarthieig. terdeerende ter erlanging van Pardon weeg„s eenen uit onkunde begaane misslag en tot terug erlanging der quasti resze ammunitien goederen als het eenigste zynde wat uit de verongelukte Barcq nog gesalveerd geworden was dezelve te laaten volgen en den als toen nog niet gereverteerde Natebie wadjier over deese appaire gelibereerd van verdere aanspraak. § 44 Met last an den fiscaal, zoo meede aan de Hoofden verkoop van amuntie op de Residentie om toe te zign dat de verkoop van steeden zijnde Deeze onkundig dat geen beschadi„ „gende wapenen aan vrienden verkogt mogten worden tot den verkoop van het een en ander overgegaan na het A„o 1787. onstreeks manado voorgevallen verongelukken van een Barcq welke zijn pretesseuren wijlen den vaendreg over dies natien Aukatko, of eerste man van zijn presente, vrouw hieft aangekogt nevens die zelfde na dien tyd niet langer benoodigde oorlogs behoeftens van den hier remo„ „rierende Chinees Tan=Iko tot defentie voor gem: steede Ammunitie 24 Barcq
English
Galellas arrived at Sancop and departed again. Those who previously defected to the enemy were readmitted. Some ammunition goods were nevertheless confiscated. Ammunition goods to natives who are our friends, but might become enemies, may be provided in small quantities and in small caliber, though not otherwise than upon obtaining prior written consent from this Council, on pain of confiscation of the same for the Company and payment of four times the value, moreover to be allocated one-third for the benefit of the fiscal, one-third for the sick fund, and one-third for the benefit of the informer. Section 44. Manado has otherwise, apart from the arrival at Sancop at the beginning of this year of two unknown galellas, which are believed to have been driven from Borneo and not to have been pirate vessels from Magindanao, remained free from all hostile visits. Section 46. The Gorontalo Resident Bax, following the order given to him in our letter of 23 August, made an inquiry into the reasons that induced the Kwandang Bugis at the time that residency was hard-pressed by Poanilie to defect to the enemy. And since they abandoned him shortly thereafter, these emigrants were readmitted to Gorontalo upon the Resident's report that they had been forced by the Limbotto people to choose the aforementioned party. Section 47. On 9 March last, regarding the notification previously made by the Resident in a letter of 31 January that the King of Polo was said to have written to the Gorontalo kings that the disaffected Bugis chief Poanilie intended to go to war against Gorontalo and Limbotto with 191 proas of various nations, with Radja Alam at their head, it was resolved to reply that the aforementioned report was regarded as a fabricated rumor. Section 48. And as to the news brought by some Gorontalo people to King Ambohinga that 20 proas were at Mouton, of which 19 vessels had crossed over to Pulau Oengoe after the one vessel remaining at Mouton had been enclosed with palisades, and that on Pulau Oengoe aforesaid they were said to have felled heavy timber for the construction of fortifications, as little credence was given. Section 49. Thus, upon such uncertain reports, no other defensive measures were taken beyond the decision to let the pantjallangs lying in the roads, as their incurred defects should be repaired, sail one after the other to Manado, with instructions to the Resident there to make use of the same, both for his own defense and for the defense of the Gorontalo people or wherever necessity might demand it. Section 50. But which aforementioned decision the Governor, after the arrival of the national vessels De Bellona and Den Mercuur, judged should not be put into execution, according to what was recorded in the secret resolution of 11 May, whereby nothing was neglected, since the aforesaid reports were found to be mendacious. Section 51. But Bax was instructed, according to the guideline of Your High Nobilities' revered order dated 28 December 1789, to investigate the order given by the King of Boni to Poanilie and Daeng Massona to assemble all Bugis in order to move to Limboene, and if the Mandarese were unwilling to vacate that place, to use force, and to try to obtain proof thereof if this is so. Section 52. To which he complied by secret letter of 30 April last, transmitting the written depositions of the King of Bintauna, Mohamatzain Bomga, and the Gorontalo Captain Laut Doboea, amounting to this: that more than 3 years ago, having been sent by King Ambohinga and the late Resident Weedveld to Mouton in order to appoint Malawa there as Pangawa over the Mandarese in place of the deceased Daeng Manassa, they learned at the aforementioned place from Daeng Receko that two Bugis nakhodas, Poea Jara and Poea Boenga, were present there and had come to cause the people of Limboene and those staying at Todjo, with the summoning of the Bugis also settled there, to move to their former dwelling place Limboene, without having heard or known anything further after that date as to who actually gave the order for that gathering; the deponents further testifying that the aforementioned two Bugis nakhodas remained there at the request of Mouton, that Poea Boenga is still present but Poea Jara has died, it being further unknown to them from where both these fellows had emerged. However, these aforementioned depositions do not satisfy the esteemed intentions of Your High Nobilities. Section 53. On 8 January of this year, the Bugis chief Nakhoda Tamagie having appeared at Gorontalo with two paduakhans with a commission letter from the King of Boni to collect contributions from his subjects staying on the islands of Togian and Saloeang, the Resident turned away the aforementioned nakhoda.
Dutch transcription
83 27 galellas zijn te sancop binnen geloopen en weeder vertrekken de eertijds na den vijand „lo geadmitteerd. sijn nogthan eenig genomen. Ammunitie goederen aan Inlanders die onse vrienden zijn, dog vijanden word kunnen in geringe quantiteit en in kleen Caliber gescheeden dog niet anders daen op voor afs bekoomen schriftelyk Consent van deezen Raade neer gem: tej dingen op verbeurte dezelve voor de Comp: en betaalwi van den vier dubbelde waarde boovendien als ten ben „hoeven van den fiscaal 1/3 een onder deerde gedeelte voor het zieken tonds en 1/3: ten profijten van den aanbrenger twee onbekende § 44 Manado is overegens buiten het binnen geloopen te Iancop met den beginne van dit Iaar van twee en bekende galellas welke gemeend worden dat van Borneo verdreeven en geen Magin danause roof vaar verbigt gehouden vaartuigen geweest te zijn vrij van alle vijandelyjke bezoeken gebleeven. §46 Door den Gorontaalde Resident Bar in gevolge overgeloopen quandiij onse alen hem bij zeer Missive van den 23: Augustus Boegmees zyn te gorente g gegeeven last onderzoek zynde gedaan na te reeden die de quandangse Boegineesen ten tyde dat die Residentie door Poanilie benauwd geworden is gepermoveerd hebben om na den vijand over te loopen En dien zij echter kort daar na verlaten heb„ „ben so heeft men deze Emigranten op Resident 's bermdmg dat dezelve dat dezelve door de Limbot„ „terd gedwongen geworden zijn om eerdt gem: parthij te kiesen te Goronlalo gereadmitteerd. § 47. Den 9 Maart I: L: wierd op 's Resident by brieve van den 31 Ianuarij bevoorens gedaane bedeeling dat Polo 's koning aan de Gorontaalse koningen geschreeven zoude hebben dat het Boegmneesen misnoegde hoofd Poanilie voorneemens was om Gorontalo en Lmbotto met 191 prauwen van diverse naten radja Alam aan 't hoofd te gaan beoorloogen teslooten te rescrebeeren dat men voorsch: lig„ „ding aan een verdigt uit strooijseln aan merkte. § 48. En aa de door eenige Gorontaalders de koning Ambo„ „hinga aangebragt en tijding dat 20 prauwen op Mouta waaren waar van 19 stuks na P=lo oengoe overgestooken zoude weesen na dat het eene op houto verbleeven vaar„ „teug met Palissaden omgeijnd geworden was op p=lo oengoe voorn: swaare houtwerken zouden hebben aan„ gekappt tot den aanleg van Bentrijs eeven weijnig ge„ „loofs sinde gedefereerd. §49 so wierden hier op sulken onseekeren advisen geen maatreegelen tot defensie andere mattreegelen genomen buit het besleit om de ter rheede leggende Pantjallang na maate tot van haare toegekomen gebreeken verhulpen zoude weesen de eene voor en de andere naa Manado te laats steevenen met aanschrijving aan den Resident s bevinden aldaar 26 G 85 is afgezig. heeft effect gesorteerd zent den gerequireerd skonings over. twee zendelingen van dien afgeweezen. - aldaar om van dezelve gebreik te maaken, 3o tot zyn eijge als tot defencie der gorontaalders of waar de nood het mogt koomen te vorderen. waar van weeder V: 5o Dog welk voorsch: besluit de gouverneur naar aankomst van 's Lands scheepen De Belona en den Mercuur g'oordeeld heeft niet in executie ten moeten stellen volgens het genoteerde ter secr: resolutie van den 11 Maij en waar meede niets verzeijmd geworden is vermits voormelde tijdingen leugs agtig bevonden zyn nevens gemeld onderdek Maar Bax word naar leid van uwer Hoog Edelheeden gevenereerde ordre d: d: 28 december 1789 331 verstaan, ten gelasten tot onderzoek deed na de door Bonij konnen aan Poanilie en Dain Massona gegeeven ordre om alle Boegineesen te versamelen ten einde, zig naar Lim„ „boenen ten verplaatten en wanneer de Mandheereesen die plaats niet welden in ruimen als den geweld te oefenen en daar van zo dit zo is te tragten den bewijsen te bekoomen. en de Resident §52: waaraan hij hij Decr: Letteren van den 30: April I L: last brieve van Bomn voldaan heeft met oversending der schrifftelijke des„ „positien van den koning van Bintaoena Mohamatzain Bomga en den gorontaalse Capitein Lant Doboea kice :op uit: komende, dat tj: ruijm 3 Jaaren geleeden door ko„ „ning Ambohinga en wijlen den Resident Weedveld naar Mouton gesonden zijnde ten einde Malawa aldaar in steede van den overleeden Dan Manassa tot Pangawa over de Mandhareeren aan te stellen ter plaatse voorsch: van Dain Receko verstaan hebben dat zig aldaar twee Boegisteele Anachodas Goea Jara en Poea Boenga bevonden en gekomen waaren om de volken van Limboean en dier zeg op Todjo ophou „den met in roepin van de aldaar meede gezeeten Boegineesen na hunne voorige woonplaatse Lim„ „boene te doen te trekken zonder daar van na dato iets: meerder gehoord afgeweeten te hebben wie eigent „lyk last die versaameling gegeeven hebben geteigen„ de zij deposanten voorts dat voorn: twee Boegi„ „neese Arrachodas by heen verzoek van Moulon aldaar verbleeven zijn dat Poea Boenga, en nog present dog Poea Jara overleeden is sijnde hun voorts onbekend van waar beij de die snaaken opgekomen zijn Dog welke voorengemelde dispositie niet voldoende zijn aan den geEerde intentien van uwe Hoog Edelheeden §53: Den 8 Januarij h: a: te gorontalo met twee Pa„ voorts worden ten gorontes en a duakons verscheenen zynde den Boegineesen Hoofden kaboedien Tamagie met een last brief van den koning van Bonij tot de ophaaling van Contributien bij syne sig op de Eyland en Togia en Saloeang onthoudende onderdaenen, heeft de Resident bij de voorn Ana„ tot „chota 28
English
Notification on that account. Offer of the King's Commission conclusion ordered to depart after the lapse of seven days, with the notification that they should not presume to arrive there again without a valid pass. Paragraph 54: We have taken satisfaction with this, his conduct, and written to him that he would have done well if copies of the said commission had been taken, so that use could be made of it on any occurring occasion, and recommended him to observe this in the future. Upon which letter of ours the Resident sent us a translation of the commission, which, however, makes no mention of collecting tributes and is without date; we attach a copy translation of the same hereto. And for the rest, we have the honor to remain with the greatest respect and veneration, below was written: Right Honorable, High and Mighty, Far-Ruling Lord, and Honorable Stern Lords, lower: your High Honors' most humble and most obedient servant, was signed: A. Cornabe; in the margin: Ternate, in Castle Orange, the 20th of September 1790. Agreed 30 A. Cornabe Letter Secret The Extirpation Work dated 28 September 1790 concerning Copy 87. and 1 Copy secret Batavia To His High Honor, The Right Honorable, Stern, High and Mighty, Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with The Honorable Stern Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. Right Honorable, Stern, High and Mighty, Far-Ruling Lord, Honorable Stern Lords, Postscript: The extirpation work, continuously being pursued with the greatest zeal, wherever such is at all practicable; we shall herewith have the honor of 91 Paragraph 8: The destruction of spice trees in the Tidorese lands, and specifically at Wassele, has, according to the expectations of your High Honors, been resumed again, after the dispatch effected thither in June of last year of the military Ensign Ian Termeer, along with 2 sergeants, 2 corporals, and 35 European common soldiers, 1 sergeant, 9 common sepoys, 1 assistant surgeon, 2 pantjalangs outfitted for war for escort, provided with pertinent instructions, provisioned for six months. Paragraph 9: Having been unable to make for Wassele before the 26th of July, they found the forest houses prepared there too small to store all the necessities brought along, so that the same had to be enlarged, with which labor so much time elapsed that the extirpators were sent into the forest no earlier than the 19th of August. Paragraph 10: The kora-kora of the Tidorese envoy, the kimelaha Talarangie Radjat, which was following Termeer, had capsized on the way, and Paragraph 13: While by our separate resolution of the 8th of December 1789, only 5 fruit-bearing and 144 sapling clove trees Paragraph 12: There being eradicated under the supervision of Termeer, at Wassele and Samolla, up to the day of his replacement, being the 20th of July of this year: 3414 fruit-bearing and 37958 sapling nutmeg trees, as also Paragraph 11: Said envoy having sent in four of his unserviceable muskets to be exchanged for serviceable ones, with the request that four others might additionally be granted to him on behalf of the Company, we have referred him to his master, King Kamaloedien of Tidore, with this impertinent request of his. The aforementioned envoy had on this occasion lost his clothes, silver sword, etc., but he was accommodated in this by the Governor, who provided others at his own expense, after it had appeared to us from Termeer's letter what great store he set by them. Paragraph 8: The destruction of spice trees in the Tidorese lands, and specifically at Wassele, has, according to the expectations of your High Honors, been resumed again, after the dispatch effected thither in June of last year of the military Ensign Ian Termeer, along with 2 sergeants, 2 corporals, and 35 European common soldiers, 1 sergeant, 9 common sepoys, 1 assistant surgeon, 2 pantjalangs outfitted for war for escort, provided with pertinent instructions, provisioned for six months. Having been unable to make for Wassele before the 26th of July, they found the forest houses prepared there too small to store all the necessities brought along, so that the same had to be enlarged, with which labor so much time elapsed that the extirpators were sent into the forest no earlier than the 19th of August. Paragraph 10: The kora-kora of the Tidorese envoy, the kimelaha Talarangie Radjat, which was following Termeer, had capsized on the way. Paragraph 13: While to him by our separate resolution of the 8th of December 1789, only 5 fruit-bearing and 144 sapling clove trees. Paragraph 11: Said envoy having sent in four of his unserviceable muskets to be exchanged for serviceable ones, with the request that four others might additionally be granted to him on behalf of the Company, we have referred him to his master, King Kamaloedien of Tidore, with this impertinent request of his. Paragraph 12: There being eradicated under the supervision of Termeer, at Wassele and Samolla, up to the day of his replacement, being the 20th of July of this year: 3414 fruit-bearing and 37958 sapling nutmeg trees, as also The aforementioned envoy had on this occasion lost his clothes, silver sword, etc., but he was accommodated in this by the Governor, who provided others at his own expense, after it had appeared to us from Termeer's letter what great store he set by them. 39
Dutch transcription
aanschrijving dien weegens. aanbod van 'koningjs Last brief slot „choden na verloop van Seeven daagen doen vertrekken met aanzegging dat zij niet onderstaan mogten aldaar weeder aan te koomen zonder een goede passe §54: wij hebben dit zin gehouden gedrach genoegen genomen en hem aangeschreeven dat wel gedaan zoude heb„ „ben wanneer Copian van gemelden Last brief geligt, hadde om er bij voorkoomende geleegenheid gebruik van te kunnen maaken en gerecommandeert om zulx in den aanstaande ten observeeren. op welk ons aanschrijven de Resident ons heeft laaten toekoomen Translaat van den Lastbrief, dier egter geen mentie maakt van schattingen op te haalen: en zonder dagteekening is, wij voegen een Capia Translaat van de selve deezen bij. En hebben overigens te Eeren met de meeste Eerbied en veneratie te blyven. /:onderstond/ Hoog Edele Gebrengen groot Agtbare wyd Gebiedende Heer. en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager / van uwe Hoog Edelh: de zeer ootmoedigee zer gehoorsaasame Dien aan /was geteekend/ A: Cornabe /in margiene/ Ternaten in't Casteel orange den 20. September 1790: Accorderd 30 Merfomnabeij o Brieff Secreete Het Extirpatie Werk d: d: 28„e Septbe: 1790:— over Copia 87. en 1 Copia secreet Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare wijd gebiedende Heer M„r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal, Benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands Indien A„a &„a A„a Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare wijd gebiedende Heer WelEdele Gestrenge Heeren P: S: Het Extirpatie Werk, algedurrg met den grots te iever werdende door geset, waar sulx Jmmers doenelijk is; sullen wij daar van bij deesen de Eere hebben En te 91 §8 De distructien van specerij boomen in de Tidoreje landen en wel op wasselé is navolgens de verwag„ „ting van uwe Hoog Edelheeden weeder g'inta„ „meerd geworden, na de in Iunij I„o L: g'effectueerde afsending derw„s van den vaandrig militair Ian Termeer nevens 2. – sergeanten 2. – Corporaals en 35. – Gemeene Europise militairen 1. sergeant 9. gemeene spaips 1. Onderchirurgijn 2. ten oorlog toegereeste pantjal „langs tot dekking. gemuniceerd vaat ter sake: dienende instructien gevietualieerd voor ses maanden §9 Wasselee niet voór den 26. Julij hebbende konnen besteevenen, vonden sij de aldaar in gereedheijd ge„ „bragte bosch huisen te kleen, tot berging van alles de meede gekreegen benodigdheeden, so dat de selve vergroot hebben moeten worden, met welken arbeid soveel tijds verlopen is, dat de August„s Exterpateures niet eerder dan den 19„e Jear aan, bosch- waard in gesonden sijn. §10. De Corra Corra van den Termeer gevolgd sijnde, Tidoreese oetoesang, den kimelaha Tala„ „rangie radjat, was op de route omgeslagen en §13. Terwijl aan hem bij ons apart besluijt van den 8. December 1789. alleen nog maar 5. vrugtgevende en, Nagul bomen. 144. Tellen §12: Sijnde onder op sigt van Termeer, te Wasslee en Samolla tot een dag dat vervanger is (: den 20. Iulij h: a:) uitgeroeijd 3414. vrugt dragende en Noote bomen. 37958. Tellen - - - someede § 11: Door gemelden Oetoesang het verruiling tegen bekwame toegezonden sijnde vier sijner onbeq: geweeren, met versoek dat hem boven dien nog vier andere Comp.s wege moegten worden toe„ „gevoegd, soo hebben wij hem overgeweesen na sijnen Meester, den koning kamaloedien van Tidor, met dit sijn onbescheiden versoek. de vetoesang voorn. had bij dit geval sijne kleederen, silver deegen Ca verloren, dog waarin„ „ne hij door den gouverneur, met toeschik„ „king van andere voor eijgen reekening, te gemoet gekomen is, na dat ons uit het schrijvens van Termeer gebleeken was de staat dien hij daar op maakte. de ter §8 De distructie van specerij boomen in de Tido landen en wel op wasselé is navolgens de vern „ting van uwe Hoog Edelheeden weeder g'inta „neerd geworden, na de in Iunij I„o L: g'effectueerd afsending derw„s van den vaandrig militair Ian Termeer nevens 2. – sergeanten 2. – Corporaals en 35. – Gemeene Europise militairen 1. sergeant 9. gemeene sipaips 1. Onderchirurgijn 2. ten oorlog toegereeste pantjal „langs tot dekking. gemuniceerd vaet ter sake: dienende instruct gevietualieerd voor ses maanden Wasselle niet vóór den 26. Julij hebbende ko besteevenen, vonden sij de aldaar in gereedheijd „bragte bosch huisen te kleen, tot bergine„ alle de meede gekreegen benodigdheeden, so da selve vergroot hebben moeten worden, n welken arbeid soveel tijds verlopen is, dat Augusts Ex terpateures niet eerder van den 19„e Ederar bosch-waard in gesonden sijn. §10. De corra Corra van den Termeer gevol„ sijnde, Tidoreese oetoesang, den himelaha Sa „rangie radjat, was op de route omgeslagen §13. Terwijl aan hem bij ons apart besluijt van den 8. December 1789. alleen nog maar 5. vrugtgevende en ) Nagul bomen. 144. Tellen. 1. §11. Door gemelden Oetoesang het verruiling tegen bekwame toegezonden sijnde vier sijner onbeq: geweeren, met versoek dat hem boven dien nog vier andere Comp. wege mogten worden toe„ „gevoegd, soo hebben wij hem overgeweesen na sijnen Meester, den koning kamaloedien van Tidor, met dit sijn onbescheiden versoek. §12: sijnde onder op sigt van Termeer, te wasselee en Samolla tot een dag dat vervanger is (: den 20. Iulij h: a:) uitgeroeijd. 3414. vrugt dragende en Noote bomen. 37958. Tellen- - someede de oetoesang voorn. had bij dit geval sijne kleederen, silver deegen &a verloren, dog waarin„ „ne hij door den gouverneur, met toeschik„ „king van andere voor eijgen reekening, te gemoet gekomen is, na dat ons uit het schrijvens van Termeer gebleeken was de staat dien hij daar op maakte. ter 39 de
English
accused, and was so affected by it and seized with a desire for revenge that he, in his subsequent letter of 27 December, declared the sea officer guilty of the aforementioned unfortunate voyage for having taken a wrong course according to the testimony of the natives, in order to make for Saketta and Ganie, whereas it is certain that with the course sailed he was bound to miss both the aforementioned places. Paragraph 18: The commander on the pantjallang De Swaan, Second Lieutenant Sievers, was then also not allowed to go unmolested, and matters were laid to his charge that had been overlooked by Vermeer and had already occurred in the month of August 1789: namely, that his subordinate crew members, with his connivance during the aforementioned time, had damaged and felled coconut trees, the fruit of which the natives had permitted them to use, subsequently reproaching the Tidorese for the killing of Europeans in the year 1783, taking away their fishing gear, hauling up their drifting prahus and not returning them except upon payment, shooting with sharp shot at the fishing Mabarese and subsequently demanding payment for the spent shot; on which account, Termeer had urged the Tidorese captain to now also lodge his complaint with the king, which has resulted in the latter bringing all the above-mentioned matters before this Council in a letter inserted in a separate resolution of 12 January of this year. Paragraph 19: But now that both matters have been strictly investigated by the fiscal after the arrival of Sievers and associates, and report having been made on 13 April last that the said Sievers was completely innocent of the acts imputed to him both by the Ensign Termeer and by the King of Tidore, and that no action could be instituted against him, we have had to rest content with this. Paragraph 20: Furthermore, Termeer, having made a complaint by letter of 11 April about a Peranakan Chinese named Pomanenja residing at Sodingo, who maintained himself there by gambling and gaming with the natives and some of his subordinates, and especially on account of detaining a soldier sent from here with Company papers, from whom the said Chinese was said to have obtained a piece of white linen given to him for the extirpators for bandage cloth, as well as five striped garments belonging in ownership to the ensign; so the soldier and the Chinese were summoned, and the investigation into these affairs was likewise assigned to the Officer of Justice. Paragraph 21: Who, serving his findings on 11 May last, acquitted the Chinese of everything that had been charged against him, further requesting that from the monthly wages of the soldier there might be withheld for the Company 6 rixdollars, which he had taken up from the aforementioned Chinese in a deceitful manner, and that the Ensign Termeer might, for this time, be severely reproached on account of his demonstrated rashness in the aforementioned cases with Muller, Sievers, and the Chinese Pomanenja, with an order to pay the costs incurred in the judicial investigations, along with those of the incarceration of the frequently mentioned Peranakan Chinese; to all of which we have conformed. Paragraph 22: But to which Termeer has absolutely refused to comply; although it was written to him that upon further refusal he would be summoned here with suspended wages and remain here until such time as Your High Excellencies—to whom he was free to address himself should he consider himself wronged—would be pleased to dispose further concerning him. Paragraph 23: Meanwhile, as appears from what was noted in the letters further received from Samolla in the month of July, a very sickening, all too disgusting to describe affair took place with one of his subordinate warriors, in which he indeed triumphed, but on account of which he was insane for a long time and is presently indisposed, wherefore, although no resolution has been drawn up concerning it, he has been replaced by fellow Ensign Hertsman, to whom a pantjallang, De Windhond, with six months of provisions has been sent instead of the run-aground and subsequently sunken pantjallang De Tidor, with which first-mentioned vessel Wertsman departed in the month of August with all his subordinates for the rich spice district of Maba, but from where no news concerning their landing has yet arrived. Paragraph 24: The non-appearance at Wasselee of the ill-fated pantjallang De Tidor, concerning which, as brought to the notice of Your High Excellencies in the general letter under Paragraph 4, has caused the delivery of provisions, monthly wages, and other necessities to the extirpators there to have to take place for a considerable time piecemeal, irregularly, and by the overland route. Paragraph 25: And the lack of men and vessels among the Batchianese has, vide separate resolution of 26 September 1789, put the Company to expense with the hiring of a Chinese vessel for 50 rixdollars for the transport of rations for our extirpators in the adjacent islands lying near Casiroeta, at a time when we had no other means at hand to accommodate them therewith. Paragraph 26: But which incurred expense has again been somewhat compensated, after our declaration made and agreed to at the Batchian Court, that we owe no hire wages.
Dutch transcription
95 aangeklaagd en was 'er sodanig over geraakst en met wraak lust aangedaan dat hij den zee officier en syne volgende Letteren van den 27. december schuldig verklaarde aan de soeven„ gemelde onvoorspoedige reijs als een verkeerde coers naar't getuigen van den Inlanders geno„ „men hebbende, om geeven te maken op sa„ „ketta en Ganie daar vast gaat dat hij met den geschieden coers beijde voorn: plaatsen heeft moeten misloopen. § 18: De gesaghebber op de pantjallang De swaan den sous Luitenant sievers mogt toen meede niet vrij dobbelen, en hem wierden saaken ten laste geleijd die door vermeer„ over 't hoofdgesien en reeds in de maand Augustus 1789. gepasseerd waren: sijne onderhebbende scheepelingen souden na„ „melijk onder oog luiking, in voorsz tijd Ca„ „lappens boomen, waar van hun 't vrugt gebruikt door den Inlander was toege„ „staan, geschouden en om verre hebben gekapt, den Tidorees vervolgens ver„ „wijtende het ombrengen van Europeesen in den Iaare 1783. hun speelting wegneemende, hunne verdrieven prauen ophalende en niet weder terug gevende dan tegen betaling, op de visschende maba„ „reesen met schap schietende en het verschoten schap vervolgens Tan betaald willende hebben en wes„ „wegens, Termeer, den Tidoreese oetoelang had aan„ „geset om nu ook sijn beklag aan den koning te doen 't gunt tot gevolg heeft gehad, dat laatstge„ „melde alle boven staande saaken, van deesen rade heeft gebragt, in eene ter aparte resolutie van den 12. Januarij deeses Jaars g'intereerden brieff §19. Dan nu het een en ander door den fiscaal na actour van sievers, c: s striet ondersoek geschied en den 13. April I: L: gediend synde geworden: dat gemelde sievers, aan de hem so van wege den vaan„ „drig Termeer, als van Tidors koning aangetygde bedrijven, geheel en al onschuldig was en geen actie tegen den selve konde institueeren zoo heb„ „ben wij hier inne moeten gerusten. 520. Termeer voorts bij letteren van den 11. April klagtig gevallen, sijnde over eenen sig te sodingo op houdende parnakan chinees po„ „manenja genoemde, die zig aldaar met dob„ „belen en speelen, met den Inlander en Eenige sijner onderhorigen erneerde, en wel voorna„ „melijk wegens het open aan houden van eenen met Comp: papieren van hier af„ hunne „gehouden 97 „gezonden militair, van wien ged. Chinees af„ „handig gemaakt soude hebben een hem voor de Exterpateursen meede gegeeven stuk wit linnen, tot verband doek, so meede vijff ge„ „streepte den vaandrig in eigendom toekomende kleedjes, so sijn de soldaat en de Chinees en ontboden, en is het onderzoek na deese af „faires den officier van de Justitie almeede opgedaagen geworden. § 21: Die den 11. maij L: L: weegens sijne bevinding„ dienende den Chinees heeft vrij verklaard van alle wat hem ten laste is gelegd, wij„ „ders versoek doende dat uit de maandgelden van den soldaat voor de Comp: mogten wor„ „den ingehouden rijksd. s 6. die des op Een be„ „driegelijke wijs van den Chinees voorn. had opgenoomen en dat de vaandrig Termeer, voor deese reijst, brnstig moogt worden gere„ „procheerd, weegens zijn betoond voorbaarig„ „heijd in de vooren genameerde gevallen, met muller, sievens, en den Chinees Pomanenja met Condemnatie tot betaaling der bij de geregtelijk gedaane ondersoeken gevallen kosten, §23. Hem is intusschen, blijkens het geno„ „teerde in de van Samolla nader ontfan„ „gen brieven van de maand Julij een seer misselijke al te degoutant om te beschrijven affaire met eenen sijnen onderhoorige krijgers, waar inne hij wel getrouspheerd heeft, dog wes weg. s hij een tijd lang onsining is geweest § 22: Dog waar aan Termeer verstrekt niet heeft willen voldoen; schoon hem aange„ „schreeven geworden is, dat bij verdere weijgering met afgeschreeven gagie op ontbooden en soodanig hier verblijven zoude, tot tijd en wijle uwe Hoog Edelheeden aan Hoogst dewelke hij zig vrij addres„ „seeren mogt, bij aldien vermeende ver„ „ongelijkt te zijn, nader over hem souden gelieven te disponeeren. nevens die van incarceratie van den par„ „nakan Chinees meermeld; met welk eenen ander wy ons hebben geconformeerd. neevens en 99 en thans onpasselijk is, waar om hij schoon dien weegens geen besluit is op „gemaakt vervanger is, door den meede vaandrigt Hertsman, aan wien een pantjallang de windhoud; met ses maan„ „den vivres is toegezonden insteede van de afgeloopen en vervolgens gesonken pan„ „tjallang De Tidor, met welk Eerst genoemde vaartuig, Wertsman in de maand Augustus met alle syne onderhoorige na het rijke specerij district maba„ verbijst, dog van waar als nog geen tijding weegens hunne aanlanding, in gekoomen §24. . Da non opdaging op wasselee van de noodlottige pantjallang de Tidor waarinne, so als bij den gemeene voor„ „brieff sub § 4:— ter kennis van uw Hoog Edelheeden is gebragt, heeft § 26: Dog welke gedaane bekastiging wee„ „der Eenigsints vergoed geworden is, na onse gedaane en aan 't Batchianse Hoff g'agreerde declaratie, dat mij geen huur„ §25. En het gebrek aan volk en vaartuigen onder de Batchianders heeft, vide Apart besluit van den 26. September 1789. de Comp. op kosten gejaagd, met de inhuuring van een Chinees vaartuig voor rijk sd. o 50. ten over voer van randcoenen, voor onse Extir„ „pateurs in de bij Casiroeta leggende bij„ „landen; in een tijd dat wij geen ander middel aan handen hadden, om deselve daar meede te gerieven veroorsaakt dat de besorging van victualie maandgelden en andere benodigtheeden aan de Extirpateurs aldaar een geruijme tijd stuks gewijs, om eegelmaatig en over den Landweg heeft moeten geschieden. veroorsaakt. loon is. 2 .
English
101 wages for proas to accompany and inspect the extirpators sent out to the left and right, but desired that these vessels henceforth be provided by the king and the grandees of the realm. §27. The entire Batchian territory having finally been cleared of spice trees, after those on the islands just mentioned had also been destroyed: 329 fruit-bearing clove trees, 16009 saplings, and 3446 fruit-bearing nutmeg trees, 8579 saplings. §28. Ensign Loffman, together with the remaining extirpators, has returned from there with the fleet of last year, and furthermore his submitted expense accounts have been reimbursed, which consisted of: §30: Furthermore, we have the honor to state, in elucidation of § 10 of the secret letter received from Your Right Noblenesses this year, that the costs of the extirpation work in the Batchian territories run so much higher because our commissioners there, due to the inability of the Batchian people, §29: Next, according to custom, double board and baggage money was granted to the aforementioned Loffman and his associates, after they confirmed the report of their activities under solemn oath. as well as other expenditures consisting of: rd.s 27: 6. in cash 4½ pieces of ordinary bleached Guinea cloth 191 jugs of arak 9 lb. of nails 52½ lb. of gunpowder and 70 pieces of musket balls. 103 do not receive that support in men, vessels, and otherwise, with which those carrying out the same commission in the Ternate and Tidore territories are usually supplied. §31. The king and the grandees of Batchian having made a request to us by letter dated 23 December of the past year to excuse their subjects suffering from fatal illnesses from that labor for a time, we condescended to this reasonable request, intending to have the Obi Islands visited after the arrival of the ship with the annual necessities; of which, however, we had to abandon the intention once again after the arrival of the Company's ships, with which the governor, followed by three Company vessels, went on an expedition to Manado and Gorontalo. §32: And it causes us no less regret than the governor to have had to declare in the meeting on the 2nd of this month that he has not yet been able to satisfy his desire to have the said inspection take place, and himself sees no chance of achieving this for the present, both on account of the reasons cited above and because the run-down and sunken pantjallang the Tidore had to be replaced by another for the transport and protection of the extirpators on Maba; and that, see the notes of the said resolution of that day, the gallowets the Arend and the Exter cannot put to sea before the defects incurred on them have been repaired, with which another three months were likely to elapse; while, since no private vessels sail from here to India's capital except for one that set sail thither in the month of June, with which the dispatches could be sent, recourse had to be taken to using Company vessels expressly for this purpose, and the remaining pantjallangs for fetching products from Manado, etc. 105 §33. All of which submitted reasons we most respectfully request may plead in favor of our decision to suspend the destruction of spice trees in the Obi Islands until such time as our troops to be dispatched thither can be protected by both the aforementioned gallowets. §34: Just as we dare to flatter ourselves with the hope that Your Right Noblenesses will also be pleased to regard as valid the reasons why the governor preferred that some islands outside the Strait of Batchian came into the possession of the King of Ternate, of which notice was given to us, see the secret resolution of 11 May, and with which we fully conform. We have the honor to be, with the deepest respect and submission, It was signed: Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, Widely-Ruling Lord and Well-Born, Rigorous Lords, below: of Your Right Noblenesses the very humble and obedient servants, was signed: Alexander Cornabe, B: S: Wonthold, I: P: W: Heurrich, G: F: Durr, D: Bogelwight, and C. G. Rousselet, in the margin: Ternate in Castle Orange, 28 Sept. 1790. Agreed, Bogelwight Copy Secret Letters To Their Right Noblenesses at Batavia from 31 May Anno 1790 to 18 October 1790 Letter 6 107 Batavia To His Right Nobleness, The Right Noble, Highly Esteemed, Rigorous, Widely-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General Per the Company's ship De Surcheance Right Noble, Highly Esteemed, Rigorous, Widely-Ruling Lord, Well-Born, Rigorous Lords. Together with The Well-Born, Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies No. 8 etc. After the departure of the Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, Barend Reijke, on the private ship D' Eensgezindheid on the 20th of this month, and the secret letter addressed to Your Right Noblenesses dispatched therewith dated the 20th of the past month, nothing has occurred since the day of that departure that requires any communication. However, since the hooker ship the Surcheance undertakes its voyage via Java with some discharged and incurable military men
Dutch transcription
101 „loon van Prauen, omer de lings en regts uitgezonden Extirpateuren meede te geaen besoeken, langer wilden goed doen, maar begeerden dat die schep vaarthuijgen voortaan door den koning en de rijksgroo„ „ten besorgd wierden. §27. Het geheele Batchianse land einde„ lijk van specerij boomen gezuiverd zijnde, na dat im de zoo eeven gemelde Eilanden nog vernield waaren geworden. 329. vrugt geevende Nague boonen. 16009. Tellegen. . . I. en 3446. vrugt draagende en Noote boonen 8579. Tellen- - §28. Is de vaandrig Loffman nevens de overige Extirpateurs van daar opgekoomen met den uit binde van verleeden Jaar en zijn wijders goed gedaan zijne ingediende ree„ §30: voorts geven wij om de Eere tot elucidatie op het sub § 10. van den van uwe Hoog„ „ Edelheeden in deesen jaare ontfangen secree„ „ten brieff, dat de kosten bij het Extirpa„ rtie werk in de Batchianse Landen sao veel hoger loopen om dat onse gecomm„s aldaar, door het onvermoogen den Batsthie„ §29: Aan op genoemde Loffman C. S: is ver„ „volgens na den gebruike toegeleijd dub„ „beld kost en bagagie geld, na dat de opgaave weegens hunne verrigtingen, met solemneele Eede hebben gestaafd. „keningen van spendatien als ander sinds bestaan hebbende in rd„s 27: 6. — Contant 4½. p. s Guinees gem: gebl: 191. — kann. Arak 9. — lb. spijkers 52. ½. „ Buskruit en 70. — p„s snaphaan koogels. „keningen „dert : 103 „ders, die ondersteuning met volk, vaartuigg als andersins, niet ondervinden, waarmee„ „de die deselve Commissie in de Ternaatse en Tworeese Landen waarneemen, doorgaan gerierd worden. §31. Den koning en de rijksgrooten van ba„ „tchian bij brieve van den 23. december a: p„s aan ons versoek hebbende gedaan, om hunne aan dodelijke siektens labo„ „reerende onderdaanen van dien arbeijd een tijd lang te willen Excuseeren, soo hebben wij in deese bilijke instantie ge„ „condesendeerd, met voorneemen om na arrive van het schip met de Iaarlijkse benodigdheeden, de oubijse Eijlanden te laaten bezoeken; dog waar van wij wederom hebben moeten afzien, na de komst van 's Lands scheepen met dewelke de gouverneur van drie Comp. §32: En het doet ons niet minder dan den Gouverneur leed den 2. deezer maand in vergadering te hebben moeten declareeren, dat aan zijn verlangen om gemelde visite te laten geschieden, als nog niet heeft konnen voldoen en zelve geen kans ziet om hier toe voor Eerst te geraken, soo, uit hoofde van voren aangehaalde ree„ „den als om dat de afgelopen en gesonken Pantjallang de Tidor, met een andere tot transport en dekking der Extirpa„ „teurs op maba, geremplaceerd heeft moeten worden en dat, vide het genoteerde der gemelde resolutie van die dog de Gal„ „lowets den Arend en de Exter geen zee kunnen kiesen, vóór en al eer van de daar aan toegekomen gebreeken verhulpen zijn; waarmeede nog wel drie maanden vaartuigen gevolgd in Expeditie is geweest na Manado en Gorontalo. vaarthuigen stonden 105 stonden te verloopen; Terwijl geen parti„ „culiere vaartuigen van hier naar Indias Hoofdplaats varende, buiten een dat in de maand Junij na derw„s is gesteevend, waarmeede de advisen verzonden konden worden re„ „cours moest worden genoomen tot weeten deezen einde expres te emploijeeren Comp„ vaarthuigen; en de overige pantjallangs ten afhaal van Producten van Manado en't enz: §33. Alle welke bij gebragte reeden wij Eerbiedigst verzoeken, dat militeeren mogen voor ons genomen besluit om met de Distructie van specerij boomen in de oubijse Eijlanden te supersideeren, tot tijd en wijle onse na Derwaards te depecheeren „manschappen gedekt zullen konnen worden door beijde de Galowets voornoemd. §34: Gelijk wij ons latteeren durven met de hoop, dat uw Hoog Edelheedens meede als va„ sullen „label gelieven aan te merken, de reeden waar om de gouverneur liefst gezien heeft dat eenige Eijlanden buiten straat Batchian in bezit van den koning van Ternaten gekomen zijn, waarnaade ons vide secreet besluit van den 11. meij kennis gegeven is en waarmeede wij ons volkomen conformeeren. wij hebben de Eere met de diepste ver„ „bied en submissie te zijn. (onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare wijdgebiedende Heer en welEdele Gestrenge Heeren, /:lager:/van uwe Hoog=Edelheedens de zeer ootmoedige en gehoorsame dienaaren /was geteekend / Alexander Cornabe, B: S: Wont„ „hold; I: P: W: Heurrich. G: F: Durr, D: ogelwight, en C. G. Rousselet, /in margines Ternaten in't Casteel Orange den 28 sept. 1790. Accordeerd Bogelwion de Copia Secreete Brieven Aan Hun Hoog Edelheedens te Batavia van den 31„e Maij Anno 1790 tot den 18 October 1790 La. 6 107 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal P r Comps Schip D Surcheanse Hoog Edel Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere wel Edele Gestrenge Heerens. Na het vertrek van den Heer Raad Extra ordinair van Nederlandsch Jndia Barend Reijke met het particulier schip D' Eens gezindheid den 20=te deeser, en de daar mede afgevaar„ „dige secreete brief aan uw Hoog Edelheedens gerigt gedat„ „teerd den 20=te des gepasseerde maand, is zedert den dag van dat vertrek niets voorgevallen dat eenige bedeeling verkitht. Dan nadien het Hoeker schip de surcheance zijn reiske over Java met eenige verlossens en Jncurable militairen Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Jndia N„o 8 &a aanneemt
English
assumes so I could not fail to respectfully offer Your High Noble Lordships the daily Register of the 22nd instant, regarding the fact that the radamnang came to pay me a visit and the oral conference held in the presence of that minister with the Honorable and Gallant Mr. Haringh, from which Your High Noble Lordships will perceive that I shall not be able to speak with the King of Bonij until after the end of the fasting month; meanwhile everything here thus far remains in a quiet and pleasant calm. Likewise I offer Your High Noble Lordships a copy of a letter addressed to me by the Mr. Commander Haringh, wherein his Honor requests to remove the person of Manuel Joan van Lixboa from here as soon as possible, and since I was not permitted to refuse this, that fellow now departs under secure custody on the just-mentioned ship de Surcheance, crossing over to the direction of your capital at the disposal of Your High Noble Lordships; being, I believe, a person who is very harmful in human society. I conclude this and have the honor to call myself, with the deepest respect and high esteem, underneath: High Noble, Great, Honorable, Gallant, Sovereign Gentlemen and Honorable, Gallant Gentlemen; lower: Your High Noble Lordships' humble and obedient servant; was signed: W: Beth Jsz; in the margin: Macassar in Castle Rotterdam, the 31st of May Anno 1790. Agrees. 109 Batavia To His High Nobility The High Noble, Great, Honorable, Gallant, Sovereign Gentleman Mr. Willem Arnold Alting Governor General per the hooker ship Texelstroom. High Noble, Great, Honorable, Gallant, Sovereign Gentlemen Honorable, Gallant Gentlemen. Together with The Honorable, Gallant Gentlemen Members of the Council of the Dutch East Indies etc. etc. etc. In my respectful letter of the 31st of the past month, I humbly informed Your High Noble Lordships that the Prince of Bonij would not show himself here until after the fasting days. However, I have in the meantime once again urged that prince through a trusted person to come hither; but he handed that emissary a letter, which I humbly offer to Your High Noble Lordships, together with my answer to it. And whereas that letter shows that that prince is inclined to 111 appear here any day, moreover everything here is currently very quiet, and not the least insult has been offered to us from the side of that prince, I have considered with all possible precision whether the Wurttemberg troops here could not be spared without disadvantage; for that reason I have undertaken everything to discover what Bonij's king has up his sleeve; but as nothing resembling war is to be found in this region, and there is sufficient certainty that that prince is to come here one of these days, it has made me resolve to have that costly Battalion advance its voyage via Java to Batavia with the ship mentioned in the margin, in order to be able to depart again to the Cape with their Regiment according to Your High Noble Lordships' intention. Some Wurttemberg soldiers having remained here due to illness, I have filled those places with others from the Pepeniers to make replacements at the request of the Commander von Bohnen. There also crosses over Lieutenant Henrij, who was paid off at Boelecomba on orders from here by separate letter of the 9th of April last, according to what the Wurttemberg officers receive, that is at 47 a month, wherefore his pay account with the Company is very far in arrears; but as that officer continuously served with that Battalion at Boelecomba, I plead Your High Noble Lordships that his account may be credited with what was granted to the auxiliary troops. For the voyage to the capital, 2 months of rations have been provided to their men, namely from mid-June to mid-August, and nothing has been deducted from their pay and emoluments for that. Besides this, I very humbly offer for Your High Noble Lordships' inspection the specification of what the Battalion has received here, that amount, after deduction of some rations provided to them, being 7450 rixdollars 21; and since the non-commissioned officers and the privates were also paid wages and emoluments for the month of December, though the invoice recently received from Batavia dictates that they received that month over there, I demanded that overpaid sum from Mr. von Bohnen upon their arrival here; but that Commander as well as all the other officers declared that the common man had received their wages and emoluments no later than for the month of November and that it certainly must be a clerical error; moreover, they undertook on their word of honor that if they might be addressed about this in Batavia and it were found that they had misstated it, they were inclined to reimburse that sum; wherefore that money was then entrusted to them, while Commander von Böhnen handed me a certificate in which he holds himself accountable for the excess provided, which paper is annexed hereto. My prayer to Your High Noble Lordships is that if the officers and privates might have received too little here, the same for them
Dutch transcription
aanneemt zo hebbe niet moogen afzijn om uw Hoog Edelhedene het dag Register van den 22 /: Js:/ ter zaaken dat de radamnang mij een visite, heeft komen afleggen en het gehoude mond gesprek in presentie niet die minister „ van den wel Edele Gestr: Heer Haringh ge„ „houden Eerbiedig aantebieden uit welk uw Hoog Edelheedens zal ontwaaren dat ik de koning van Bonij niet zal kunne te spreeke krijgen dan na het Einde der poeasse maand, onder„ „tusschen is het hier tot nog toe alles in een stille en aange„ „naame ruste. zo mede biede jk uw Hoog Edelheedens aan een Copia brief van den Heer Commandant Hlaringh aan mij gerigt waar in zijn Ed: verzoek doet om den perzoon van Manuel Joan van Lixboa zoo spoedig mogelijk van hier te verwijderen, en terwijl ik zulx niet het mogen weigeren zo gaat die knaap thans in secuure verzekering niet het even genoemde schip de sur„ „cheance ter dispositie uwer Hoog Edelheeden Costi waards over; zijnde geloove ik dat een perzoon die in de menschelijke naat„ „schappij zeer schadelijk is. Ik besluijte deze en hebbe de Eere van met de diepste Eer„ „bied en Hoog agting mij te noeme /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere en welEdele Gestr: Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens onderdaanige en Gehoorsaame Dienaar /:was getekend:/ W: Beth Jsz /: in margine:/ Macaker int Casteel Rotterdam den 31:e Maij A„o 1790. Leena„ Accordeert. r9 109 Batavia Aan Zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel. Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal P„r 't Hoeker schip Texelstroom. Hoog Edel Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere wel Edele Gestrenge Heeren. Bij mijn Eerbiedige van den 31:e des gepasseerde maand gaff ik nedrig uw Hoog Edelheeden te kenne dat den vorst van Bonij niet eerder zoude zig hier laaten zien dan na de vaste daagen, Jk hebbe Egter intusschen weder die vorst met een vertrouwd per„ „soon aangeport om herwaards te koomen; dan hij stelde die zendeling ter hand een brief die ik oodmoedig uw Hoog Edelheeden den aanbiedende nevens mijn antwoord daar op. En terwijl die brief aantoond dat die vorst inclineerd om Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch India &„a &„a &„a herdaags 111 berdaags hier te verschijne daar bij het hier alles tans zeer stille is, en geen de minste belediging van de zijde van die vorst ons aangedaan werd, zo hebbe ik met alle mogelijke nauwkeurig„ „heid overwoogen offte de wurtenburgse troepe hier niet zonder nadeel zoude kunne gemist werden, om die redene hebbe jc alles bij de hand genoomen om te ontwaaren wat Bonijs koning in zijn schild voerd: dan daar niets dat na oorlog sweemt aan deeze oord te vinden is, en de genoegzaame zeker„ „heid dat die vorst lerstdaags staat hier te koomen. hebbe mij doen resolveeren dat Costbaar Battaillon met het in margine genoemd schip over Java te doen reis vorderen na Batavia, om na volgens uw Hoog Edelheeden Jntentie weder na de Caap bij hun Regiment te kunne vertrekken. Eenige wurtenbergse Militaire door ziektens hier verbleeven zijnde hebbe ik die plaats met andere uit de Pepeniers op 't verzoek van den Commandant van Bohnen tot remplace„ „ment vervuld. Ook gaat nog over den Luitenant Henrij dia te Boelecomba op ordre van hier! bij aparte brief van den 9e April /:Jl:/ mede afbetaald is na het geen de wurtenbergse officiere genieten dat is ad 47 smaands overzulx zijn zoldij Rekening bij de Comp„e veel ten agteren staat, dan daar die officier geduurig bij dat Battaillon te Boelecomba dienst heeft gedaan, zo smeeze uw Hoog Edelheedens dat zijn Reekening niet het toegelegde aan de auxilaire troepen mag werden te goed gedaan voor de reise na de Hoofdplaats is 2 /m:d Randsoenen, aan hun lieden verstrekt te weete van medio Junij tot medio Au„ „gustus en daar voor is van hun gagie en Emolumente niets afgehouden. Bezijde dezes bieden jn zeer nedrig uw Hoog Edelheeden ter speculatie aan de specificatie van het geen het Battaillon alhier genooten heeft zijnde dat bedragen na aftrek van eenige aan hun verstrekte randsoenen groot rd„s 7450: 21: en nadien de onder officieren en de gemeene voor de maand December mede gagie en Emolumente afgelangt zijn /:daar het factuur Jongst van Batavia ontvangen dicteerd, dat zij die maand daar ginter hebben genoote:/ zoo hebbe bij hun komst hier dat te veel betaalde van den Heer von Bohnen afgeEijscht, dog die Commandant betuigd zo wel als alle de andere officieren dat de gemeene man niet later hun gagie en Emolumente genooten hadden dan voor de maand November en dat het zeeker een schrijf fout moest weezen; daar bij op hun woord van eer aannaame zo te Batavia daarom mogte werden aangesprooken en bevonden dat zij daar in mis„ „gelast hadden, genegen waeren die somma te rembourseeren, overzulx zijn die penningen haar dan toevertrouwt; terwijl den Commandant von Böhnen mij overhandigde een Bewijs daar dezelve zig voor het te veel verstrekte aansprekelijk steld welk papier hier bij g'annexeerd is. Mijn beede is aan uw Hoog Edelheeden dat zoo de officieren en gemeene iets hier te weinig mogte genooten hebben het zelve voor hun
English
to credit to them, and on the other hand, if too much should have been disbursed, to withhold that. Furthermore, the officers of that battalion have very strongly requested of me, as they have already done by letter of the 25th of February last, to be found among the secret annexes already dispatched: to be permitted to enjoy their surplus which they believe was lawfully due to them, but I have kindly declined the same and referred them to Your High Right Honourables, since that matter appeared obscure to me; except that to the Surgeon Major Essich I had 56:12:- rixdollars delivered for 6 months surplus of 30 per month: as his salary was increased by Your High Right Honourables from 50 to 80 florins. The officers have been paid off here from February to the end of July, and the non-commissioned officers and privates from the month of December to the end of June. Since they were summoned hither from Boelecombo, I gave them my garden Marisso as their place of residence, and I must give those officers the praise that they have behaved particularly courteously and amicably, and maintained very good discipline both here and at Boelecomba. I would have kept them longer, but while the disturbances seem to diminish and those heavy expenditures ought not to be incurred except under the most necessary circumstances, I am at the same time pleased that that corps, which consists of 119 heads of both officers and privates, departs from here as first planned without any detriment, whereby a considerable expense is thus saved. The pantchiallang De Snelheid, which was destined hither from Batavia, has had the misfortune, after the Lieutenant and Commander Heilmans had previously deceased, to run aground on the island of Doadoangan, otherwise called the Hen with her Chickens, of which no further report has been received up to now, except only that the youth Johannes Adrianus Voll has finally been brought here from Zaleijer and has given an account of where that vessel supposedly ran aground, to which account I respectfully refer in order to avoid all prolixity; I immediately sent two small native vessels under the supervision of a very competent quartermaster familiar with those parts, and also with the said youth, thither in the hope that some news of the crew might still be obtained; and meanwhile I have reproached the Resident Whijts over his unpardonable negligence in not quickly sending that Voll up, since one had already been informed here long ago by the traders that that person was staying on Zaleijer! I therefore await the return of my dispatched vessels with grief in order to be able to report to Your High Right Honourables how that sad accident and crew have turned out. Meanwhile, may I be permitted, High Noble, Stern, Right Honourable Lords, to call myself with the utmost esteem and deepest respect by the honorific title of: High Noble, Right Honourable, Stern, Widely Commanding Lords and Right Noble Stern Lords; Your High Right Honourables' humble and most faithful servant; was signed: W:m Beth Jsz:; in the margin: Macassar in Fort Rotterdam, the 17th of June, anno 1790. Agrees, clerk. Batavia To His High Honour, The High Noble, Right Honourable, Stern, Widely Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Noble Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. Per the burgher Abraham Muller. High Noble, Right Honourable, Stern, Widely Commanding Lords, Right Noble Stern Lords. I have the good fortune to inform Your High Right Honourables that the Bugis prince arrived here in the early morning of the 18th instant at his customary place of residence, having, according to custom, duly sent word thereof; an interpreter being immediately dispatched to ask the King for access for the deputies, both to welcome him upon his arrival and to deliver the annual Toeassa gifts to that prince, which visit he accepted for
Dutch transcription
413 hun te willen ten goede doen, en zo er aan de andere kant te veel verstrekt zoude wezen dat in te houden. Nog hebben mij de officiere van dat Battaillon zeer sterk aangezogt zo als zij bereeds bij brief van den 25 februarij /:JL:/ te vinden onder de bereeds afgezondene secreete Bijlaagen hebbe gedaan: om van hun surplus dat ze vermeenen hun wettig toequam te moogen gaudeeren, dan ik hebbe het zelve vriendelijk van de hand geweesen en hun lieden gerenvoijeerd aan uw Hoog Edelheedens na„ „dien mij die affaire duister te voore quam; uitgenoomen aan den Chirurgijn kajoor Essich hebbe ik laate afgeeven rd 56:12:- over 6/m„d surplus van 30/ per maand: alzoo dezelve door uw Hoog„ „ Edelheedens in gagie vermeerdert is van ƒ50 tot 80 / De officieren zijn hier van februarij tot ultimo Julij, en de on„ „der officieren en gemeene zijn van de maand December tot uttimo Junij afbetaald geworden. zedert dat zij van Boelecombo herwaards geroepen zijn hebbe ik haar mijn thuin Marisso tot hun verblijf plaats gegeven en moet die officiere de Lof geven dat zij zig bijzonder hups en vriendelijk hebben gedraagen, en een zeer goede descipline zo hier als te Boelecomba gehouden hebben, Ik hadde haar langer gehouden maar terwijl de onlusten schijne te verminderen en die zwaare uitgave niet dan bij de aller noodzakelijkste omstandig„ „heeden diene gedaan te werden zo ben ik teevens blijde dat dat Corps het geen bestaat zoo aan officiere als gemeene uit 119 kop„ „pen primo plan zonder eenig nadeel van hier vertrekt waar door dus een Considerable uitgaav uitgewonnen word. De Pantjallang D' Snelheid die van Batavia herwaards was gedestineerd heeft het ongeluk gehad na dat alvoorens den Luite„ „nant en gezaghebber Heilmans overleede was om op het Eiland Doadoangan anders de hen met zijn kuijkens genaamt vast te raaken waar van tot nog toe geene nadere narigt bekoomen is, als eenlijk dat den Jongeling Johannes Adrianus voll Eindelijk van zaleijer hier is gebragt, Een Relaas heeft gegeeven waar dat vaartuijg zoude vast geraakt zijn, aan welk Relaas mij Eerbiedig, om alle langwijligheid te vermijden ben gedraagende; Ik hebbe opstond twee kleene Jnlandse vaartuijgen onder opsigt van een zeer geschikte en daaromstreeks bekend zinde quartiermeester en ook miet gedagte Jongeling derwaards gezonden op Hoop of er nog eenig tijding van de scheepelinge zoude te bekoomen zijn; en intusschen den Resident whijts gereprocheert over zijne onver„ „geeplijke traagheid in het niet spoedig opsenden van die voll, daar men hier al voor lang door den handelaare onderrigt waaren geworden dat die perzoon op zaleijer zig ophield! Ik wagte der„ „halve niet smerte mijne afgesondene vaartuigen te rug om uw Hoog Edelheeden te kunne melden hoe het met dat droevig ongeval en scheepelinge is afgeloopen. Jntusschen zij het mij gepermitteerd Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaare Heeren dat met de uiterste Hoogagting en diepste Eerbied mij noeme met de Eernaam van /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende door Heere Heere en welEdele Gestrenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edel„ „heedens onderdanige en zeer trouwschuldige dienaar /: was„ „getekend:/ W:m Beth Jsz: /:in margine:/ Makaker in't Casteel Rotterdam den 17:e Junij anno 1790. Accordeert eenle Cler 115 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Dun Hoog Edelen Groot Agtbaaren Gestrengen wijdgebiedende Heere M„r Willim Arnold Atting Gouverneur Generaal P: den burger Abraham Muller Hoog Edel Groot Agtbaaren Gestrengen wijdgebiedende Heere welEdele Gestrenge Heeren. Jk hebbe het geluk uwer Hoog Edelheeden te bedeelen dat den Bouijs vorst den 18„e dezer in de vroege morgen alhier in zijn gewoonelijke Residentie plaats aangekoomen is, hebbende hij na den gebruijke behoorlijk de weet daar van laaten doen, zijnde opstond afgezonden een tolk om bij de koning acces voor de gecommitteerdens te vraagen, zo wel om hem met zijn aan„ „komst te verwelle kommen als om de Jaarlijkse Toeassa ge„ „schenken die vorst te overhandigen, welk bezoek hij aannam Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indie & &. &a tegens 5
English
117 around 9 o'clock in the morning, the commissioners also proceeded there at that appointed hour and were received very kindly by the king: the discourse that this prince held with the Company's envoys, I have the honor herewith to offer to your High Nobilities. I wish to hope that this prince's arrival here is in peace and that the disputes that have prevailed for so long, which still cost the Company quite some money, may turn out for the best, but I must exercise patience since the natives are ordinarily slow to conclude matters quickly and have thousands of foolish notions before one can make a beginning with them. Presently I learn that, according to custom, he must first go to Goah to inspect the graves. However, it appears that this prince has just as little desire to attack the Company as the Company lacks the power to carry out a war here with good success. Likewise, I humbly accompany this with the reply that the king of Tanette gave to the interpreter Bewers, whom I sent to Tanette on the 11th of this month, on the occasion that I had requested that king through the said emissary to come here. The vessels that I had dispatched under the supervision of the quartermaster Petzold to the islands called de Hen met zijn Kuijkens on the 10th of this month to search for the wrecked pantjallang de Snelheid, returned on the evening of the 17th; this pantjallang had already been burned, and many human bones and some decayed old clothes were also found there on the beach, so that one must assume that the crew suffered the most sorrowful fate through the pirates, no less that the Company suffered a great loss through the loss of the pantjallang and goods; I have had the quartermaster give a statement thereof, which is respectfully offered to your High Nobilities with the general letter. Meanwhile we honor ourselves to subscribe with all veneration and high esteem; was signed underneath: High Noble, Great Honorable, Severe, Far-Commanding Lord and Right Noble Severe Lords; lower: your High Nobilities' humble and dutiful servant; was signed: W:m Beth WZ. In the margin: Macassar in Castle Rotterdam, the 2nd of June, anno 1790. W Seena de Agrees trae 119 Batavia To his High Nobility The High Noble, Great Honorable, Severe, Far-Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Along with P: the burgher De Silto The Right Noble Severe Lords Councillors of the Dutch Indies etc: etc: etc: High Noble, Great Honorable, Severe, Far-Commanding Lord, Right Noble Severe Lords, It was in my humble dispatch of the 20th of June that I had the honor to make known to your High Nobilities the arrival of the king of Bonij, as well as how I was waiting to hold an oral conference with that prince, from which I might be able to judge whether the disputes prevailing so high with that Court could be settled amicably and put out of the way. 121 cleared away. Unexpectedly, his Highness sent a request on the 24th of June to be allowed to speak to me regarding the 26th thereafter, which visit I accepted directly. That prince also arrived at the appointed time with a very considerable force, accompanied by his grandees of the realm. His Highness began by saying that he came to pay this visit for no other reason than to congratulate me on assuming the administration, adding to this a series of blessings, just as it was also his wish that the Company and Bonij might ever continue to live in an indissoluble friendship. I received a very friendly answer from his Highness with the declaration that he had also come from Maros expressly for that purpose, to bring an end to the disagreements if possible. Thereupon, the discourse continued over indifferent matters; but as that prince was exceptionally friendly and in a very good humor, I embraced this opportunity and requested to be allowed to speak with his Highness separately for a short time, which he accepted without delay. Having entered inside my office, I spoke with his Highness concerning the Macassar realm, that it could not remain in that state, and that the sooner the better, in order to put an end to those unpleasantries that would plunge that realm completely into its ruin, the Company and Bonij together ought to make a beginning as promptly as possible and consider what ought to be undertaken to the greatest benefit for the relief of the Macassars, whereby the arisen unrest could be quelled. And finally, that prince gave me to know that it would be best to have the exiled Macassars who followed the sudang come down, and that they would then be admitted by me in submission, which I accepted; but some difficulties being raised as to whether this should take place without the kris, the prince was of the opinion that this ought to take place with the sidearm on, since Aroe Mampoe was once taken in submission by Mr. Reijse and he had not laid down his kris at that time; but I, having stated my views on this, and while I noticed well that laying down the sidearm would cause great humiliation for Aroe Mampoe and Craeng Iapanang, treated the matter further very indifferently and declared that it was all the same to me whether his Highness should bring those persons into submission with or without their sidearm on, just like Bonij's prince himself, that this served not for the Company, but for the bearer to the Chin; this statement flattered his Highness, and he said he would send me his opinion thereon in writing later in the evening; which his Highness also fulfilled, for in the evening around half past 6 o'clock his emissary brought me a paper in the Bugis language which, upon translation, contained that all without krisses the requested pardon by
Dutch transcription
117 tegens 's morgens om 9 uuren, zijnde die gecommitteerdens dan ook op dat gestelde uur derwaards gegaan en door den koning zeer vriendelijk ontfangen: het discours dat die vorst met 'sComp„s afgezondene gehouden heeft, hebbe ik de Eere uw Hoog„ Edelheeden bij deesen aan te bieden, jk wil hoopen dat des vorsten komst hier in vreede zij en dat de zo lang geheersht hebbende stribbelingen die de Comp„e nog al zo wat geld kost ten goede mag uitvallen, dan ik moet geduld oeffenen na„ „dien den Jnlander ordinair traag zijn om spoedig zaaken af te maaken en duizende malligheeden hebben eer dat men met dezelve een begin kan maaken. Thans verneeme jk dat hij na de gewoonte eerst na Goah moet om de graave te gaan besigtige, Egter schijnt het toe dat die vorst alzoo min lust heeft om de Compagnie te attacqueeren als dat het de Comp=e aan magt ontbreekt om een oorlog hier met goed succes te kunne ter uijtvoer brengen: Jnsgelijks laat jk deze oodmoedig verzeld gaan het keer berigt dat den koning van Tanette aan den tolk Bewers /:die ik den 11:e dezer na Tanette heb gezonden :/ heeft gegeven, bij gelegendheid dat jk die koning door gem: zendeling, heb laate verzoeken om hier te koomen. De vaartuigen die k onder opzigt van den quartiermees„ „ter Petzold na de Eijlande de ken met zijn kuijkens genaamt den 10„e dezer ter opspeuring der verongelukte Pantjallang de snelheid hadde afgezonden, reverteerde den 17„e 'savonds; zijnde die Pantjallang die bereeds verbrand was, ook aan het strand veele mensche beenderen en eenige vergaanne oude kleederen daar gevonden, zo dat men veronderstellen moet dat de scheepelinge door de zee roover een alderdroevigst lot hebbe on„ „dergaan, niet minder de Comp„e door het verlies van Pantjallang en goederen een groote schaade geleeden; jk hebbe den quartier„ „meester daar van een verklaaring doen geven, die bij de gemeene brief uw Hoog Edelheeden Eerbiedig aangeboode werd. Jnmiddens verEere wij te onderschrijven met alle ve„ „neratie en Hoogagtinge /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaa„ „ren Gestrengen wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestren„ „ge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden oodmoedige en Trouwshuldige Dienaar /:was getekend:/ W:m Beth WZ /:in margine:/ Maccasser int Casteel Rotterdam den 2d„e Junij anno 1790. W Seena de Accordeert trae 119 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbare Gestaenge Wijdgebiedende Heere M=r Willem Arnold Atting Gouverneur Generaal Beneevens P: den burger De Silto Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere Wel Edele Gestrenge Heeren Het was bij mijn onderdanige van den 20=e Junij dat ik de Eere hadde uw Hoog Edelheeden de komst van de koning van Bonij bekent te maaken! ook hoe ik was wagtende, om miet die vorst een mondgesprek te houden waar uit ik zoude kun„ „nen oordeelen of de zo hoog heerschende geschillen met dat Hof in der minne zoude kunnen bijgelegd werden en uit de weg De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indië etc: etc: etc: geruind 121 geruind. Buiten verwagting liet zijn Hoogheid den 24: Junij verzoek doen om mij tegens den 26, e daar aan te mogen spreeken welke visite ik direct accepteerde. Ook quam die vorst op den gestelden tijd met een zeer aanzienelijke magt verzeld van zijne Rijksgrooten. - zijn Hoogheid begona niet te zeggen dat hij om geen andere Reedenen deze visite quam afleggen dan om mij te vergelukken met het aanvaard bestier, voegende hier bij een Reeks van zegeningen gelijk zijn wensch mede was dat de Comp„e met Bonij in een on„ afscheidelijke vriendschap steeds geduursaam zoude mogen blij„ „ven leeven. Vervolgens bleef het discours over onverschillige zaaken aanhou„ „den: dog die vorst bijzonder vriendelijk en in een zeer goed hu„ „meur zijnde zo emplecteerde ik deze gelegendheid en verzogt zijn Hoogheid apart een weinig tijds te mogen spreeken het geen hij zonder draalen accepteerde! binnen in mijn Comptoir gegaan zijn„ „de onderhield ik zijn Hoogheid over het Maccasjaarse Rijk dat het zelve in die staat niet konde blijven! en dat hoe eer hoe beeter om die onaangenaamheden die dat Rijk volkomen in zijn verderf zou„ „de storten te doen ophouden de Comp„e en Bonij te zamen ter spoe„ „digsten een begin diende te maaken en te overleggen, wat ten meesten Nutte tot opbeuring van de Maccassaaren diende bij de hand genoomen te werden; waar door de geresene onlusten zoude kunnen werden gedempt„ En Eindelijk gaf die voost mij te kennen dat het best zoude zijn de uitgewekene Maccassaaren die de soedang volgde te doen afkoo„ „men, en dat dezelve door mij als dan in submissie zoude werden g'admitteert, het geen ik accepteerde, dan eenige swaarigheeden g'oppert zijnde! ofte zulks niet dan zonder Cris zoude geschieden, was de vorst van gevoelen dat zulks diende te gescieden met het heup geweer aan, nadien dat Aroe Mampoe nog eens door den Heer Reijse in submissie was genomen en dat hij dier tijd zijn kris niet had afgelegt, dan ik hier over mijne gevoelens gezegt heb„ „dende en terwijl ik wel bemerkte dat het afleggen van het keup„ „geweer voor Aao Champoe en Craeng Iapanang een groote vernedering zoude geeven zo tracteerde ik het verders zeer on„ „verschillig en betuigde dat het mij even eens was ofte zijn Hoog„ „heid die Perzoon in submissie zoude brengen even niet hun heupgeweer aan als Bonijs vorst zelve:/ dat zulks niet voor de Comp„e maar voor den brenger tot de Chin strekte! dit gezegde streelde zijn Hoogheid en zeide zijn gevoelen mij 's avonds nader ten Papiere daar over zoude laaten toekoomen! het geen zijn Hoogheid ook na quam want 's avonds om 2 6 uuren bragt. mij zijn sendeling een Papier in de Boegineese Taal dat na vertaaling inhield dat alle zonder Crissen het verzogte Pardon Ik kreeg van zijn Hoogheid een zeer vriendelijk andwoord niet betuiging dat hij daarom Expres ook van naros was gekomen om de oneenigheeden des mogelijk een Einde te doen neemen. door
English
would be granted by me in the name of the Company. The further conversation was turned by me to the sudang and other regalia, but in that I was unable to succeed satisfactorily, since that is the essential point by which the prince of Boni hopes to acquire authority over all of Celebes; and while the unrest prevailed for so long the Macassars sought their solace and delivered the regalia of the kingdom into the hands of that prince, so it will be the greatest task to bring that delicate affair to a satisfactory conclusion, though on the other hand His Highness himself is at a loss how best to arrange this. He seeks to place his son on the throne as king, but he, as the prince himself declared, is still too young; thus his aim is to retain the regalia, and the government of the Macassar kingdom would be conferred upon the First Minister of State who would then be appointed. Which in itself, under the present circumstances, would not be disadvantageous for the Company, since all the prevailing disputes would then for the present be so far cleared out of the way; but I endeavor to bring the sudang into that kingdom, wherein I hope to be allowed to succeed, and not to leave it in the hands of the prince of Boni. This matter having thus run its course, I do not doubt in the least, and it would not surprise me at all, if the Buginese in the course of time found himself grievously deceived, for his son being young and barely 13 years of age, much time is still required before he can take the government into his own hands; also during that time many changes come to pass, and it is thus very possible that he would have to abandon his lofty notions, since the proud Macassar, although now—as one sees clearly enough—for the sake of the regalia must submit to whatever Boni seeks to enforce, once they have the sudang back in their kingdom and peace in the same is completely restored, they would very easily throw the yoke from their shoulders and choose another king, for Arung Nampu, Karaeng Sapanang, and others who are legitimate heirs to the throne will not remain idle; the Macassar now seeks, by showing a semblance of submission to Boni, to restore the kingdom to a good state, whereby they lull Boni as if to sleep, and he cannot foresee his own disadvantage; therefore it is, as I have just stated, my greatest objective in everything, for while the court of Boni seeks to bring the son of the king to the Macassar throne—and was long strengthened therein by the Honorable Mr. Reijke whenever the prince of Boni was willing to yield even slightly—it is not to be thought that the Bonians will now abandon their intentions, to concede in everything if only I can bring it about that the sudang is transferred to the kingdom of Gowa. Since this meeting, the 1st of this month resulted in His Highness, accompanied by a considerable force, together with Arung Nampu and Karaeng Sapanang and a series of other Macassar grandees of the realm, coming to me again, the Macassars having retired separately into a side gallery of my residence; and after the prince of Boni together with his grandees of the realm had sat for a moment with me and the Commandant Mr. Staringh, His Highness indicated that he had now brought along the exiled Macassars, and that it now rested with me to admit them and accept them in submission. Your High Right Nobilities will very readily agree that it was pleasant to me that the initial steps to settle the arisen unrest and the threatened war amicably would be commenced with good success; nevertheless, it had been thought that the proud Macassar would not tolerate laying down their krisses; however, it occurred with the utmost composure and quietness, and I had the pleasure to see, of which no example is to be found, eight and twenty ministers of state and princes sitting down on the ground before me, who laid their krisses on the table, with the exception of Arung Nampu and Karaeng Sapanang, who had previously been accepted in submission by me, and after a short address their sidearms were handed back to them. Meanwhile I have the honor, with the utmost submission and high esteem, to call myself, underneath stood: High Noble, Right Honorable, Severe, Far-Ruling Lord, and Right Noble Severe Lords, lower: Your High Right Nobilities' very humble and dutiful servant, was signed: Willem Beth, son of Tz., in the margin: Macassar in the Castle Rotterdam, the 17th of July 1790. All this being what I have deemed it my bounden duty to impart to my High Rulers, I take the liberty, with regard to this matter, respectfully to refer to the accompanying Extract from the Daily Journal of the 26th of June and the 1st of this month. These proud though now so humbled grandees of the realm, after an admonition had been given to them and they, in return, had thanked the Company for the favors shown, handed me a letter, which principally contained that their ancient customs and laws might be maintained, which I promised them, and at the same time I returned to each of them the krisses to gird them on, whereupon they subsequently took their seats beside the Boni grandees of the realm. Agrees. 4091 The Thetis. With the naval vessel of the State To His High Nobility The High Noble, Right Honorable, Severe, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Right Noble, Severe Lords, Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. Batavia. High Noble, Right Honorable, Severe, Far-Ruling Lord and Right Noble Severe Lords. On the 15th of July last there arrived here in the roadstead a cruising pantchiallang from Java, with which I had the honor to receive Your High Right Nobilities' separate letter of the 26th of May prior. In reply to the same, it serves that in order to comply as far as possible with the honored order, successively on the part of here
Dutch transcription
128 door mij uit Naam van de Comp„e zoude verleend werden. Het verdere gesprek wierd door mij gebragt op de soedang en andere Rijnsornamenten! dan daar in hebbe ik niet na genoe„ „gen kunnen slaagen, nadien dat het wezentlijke Poinct is waar door Bonijs vorst hoopt het gezag van geheel Celebes te bekoomen en terwijl de onlusten zo lange geheerscht hebben de Maccassaaren hunne troost gezogt en de ornamenten van het Rijk aan die vorst ter hand gesteld, zo zal dat het grootste werk zijn om die Netelige affaire na genoegen ten Einde te brengen, dog aan de andere kant is zijn Hoogheid zelve verleegen hoe dat ten beste te schikken. Desselfs zoon zoekt hij als koning op den Throon te stel„ „len, dog hij is zo de vorst zelve betuigd nog te Jong des zo is zijn doelwit om de Rijksornamenten te behouden en het mac„ cassaarsche Rijk zoude aan de Eerste Rijksbestierder die dan benoemd zoude worden de Regeering opgedragen werden! Dat in zig zelve niet onvoordeelig in dese tijds omstande voor de Comp„e zoude zijn nadien dan alle de heerschende verschillen voor eerst in zo verre uit de weg waren geruimt maar ik tragt den soedang in dat Rijk te brengen waar in hoope te mogen Reusseeren en niet in handen van Bonijs vorst te laaten! Dit dan zodanig zijn beslag erlangs hebbende Twijffele ik geenzints en het zoude mij gants niet verwonderen! indien dat den Boeginees door tijd verloop zig deerlijk misleid zag want zijn zoon Jong en pas 13 Jaaren, nog lange nodig Eer de Regeering zelfs in handen kan neemen, ook in die tijd veele veranderingen koomen voor te vallen en dus zeer moogelijk dat van zijn hooge gevoelens zoude moeten afzien nadien den hoogmoedige Mac„ „cassaar schoon nu /: dat men niet onduister ziet om de wille der Rijksornamenten zig moet laaten welgevallen wat Bonij zoekt door te dringen:/ maar wanneer zij de soedang eens weder in hun Rijk hebben en de Rust in het zelve ten Eenemaale hersteld is! ofte het Jok zouden zij zeer ligt van hun shouder werpen en een andere koning verkiesen, want Aroe nampoe, Craeng Sapanang en andere die tot den Throon wettig zijn niet stil zullen zitten den Maccassaar zoekt nu door Mijn van onderdanigheid aan Bonij te betoonen het Rijk weder in goede staat te brengen waar door zij Bonij als in slaap wiegt en zijn Eige nadeel niet voor uitzien kan! des is het geen ik zo even gezegt hebbe mijn grootste oogmerk om in alles want Terwijl het Hof van Bonij de zoon des konings op de Naccassaarse Throon zoekt te brengen, /:en door den Edel Heer Reijke zo wanneer Bonijs vorst maar eenigsints bij wilde koomen voor lang daar in gesterkt :/ het niet te denken is den Bonier van hun voorneemens nu zullen afzien: want toe 125. toe te geven indien ik maar bewerken kan dat de soedang in het Rijk van Goah overgebragt werd: zedert deze bij eenkomst heeft den 1„e dezer tot gevolg gehad„ dat zijn Hoogheid verzeld van een aanzienelijke magt benevens Aroechampoe en Craeng Sapanang en een reeks andere Mac„ „cassaarse Rijksgrooten weder bij mij is gekomen, hebbende de Maccassaaren zig apart begeven in een zij gaanderij van mijn woonhuijs. en na dat Bonijs vorst nevens zijne Rijksgrooten met mij en den Heer Commandant staringh een oogenblik gezeten hadde, zo gaf zijn Hoogheid te kennen dat hij nu de uijtgeweke„ „ne Maccassaaren hadden mede gebragt, en dat het: nu aan mij sting dezelve binnen te laaten en in submissie aan te neemen. uw Hoog Edelheedens zullen zeer wel willen toe stemmen dat het mij aangenaam was dat de eerste beginselen om de geree„ zene onlusten en de gedreigde oorlog in der minne bij te leggen met goed succes zoude begonnen werden dan niet te min, men was van gevoelen dat den hooghartigen Maccassaar het afleggen hunner Crissen niet zoude gedoogen dog egter geschieden het net de uiterste bedaard en stilheid en ik had het genoegen te zien daar geen voorbeeld van te vinden is, agt en Twintig zo Rijksbe„ „stierders en Prinsen voor mij op de grand te zien nederzitten, wel„ „kers Crissen op de Tafel leide ! uitgenoomen Aroe Mampoe en Craeng Sapanang die voor af door mij in submissie waren In middens hebbe ik de Eere met de uiterste submissie en hoog agting mij te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb„ „bare Gestrenge wijdegebiedende Heere en wel Edele Gestaenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheden zeer onderdanige en Trouwschuldige Dienaar /:was getekend:/ W„m Beth tz: /:in margine:/ Maccaker in't Casteel Rotterdam den 17: Julij 1790. Dit alles zijnde wat ik g'oordeeld hebbe mijne Hooge Gebie„ „ders schuldpligtig te moeten bedeelen zo neeme ik de vrijheid mij ten aanzien van deze zaake Eerbiedig te refereeren aan 't over„ „gaand Extract Dag-Register van den 26 Junij en 1' dezer. Deze hoogenoedige dog thans zo venederde Rijxsgrooten na eene vermaaning aan haar lieden gegeven te hebben en zij daar en tegen de Comp:e bedankt hebbende voor de bewezene gunste, zo gaven zij mij een brievje over het welk hoofd zakelijk inhield. dat hun oude gewoontens en wetten mogten werden gehandhaafd het welk ik haar beloofde en tevens een ieder hunner de crissen om dezelven aan te gorden overgaf. hebbende zij vervolgens hunne zitplaats genomen naast de Bonijse Rijksgrooten. genomen en na een kleen aanspraak hun keup geweer weder ter hand gesteld was. eeng genomen Accordeert 4091 eed 127 De Thetis! Met slands oorlog schip Aan Zijn Hoog Edelheid E De Den Hoog Edele Groot Agtbare Vestrenge Wijdgebiedende Heere Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere en WelEdele Gestrenge Heeren. Den 15 Julij I: L: quam hier ter Rheede een Krnijs Pan„ „tjallang van Java waarmede de Eere had te ontfangen uw Hoog Edelhedens apart schrijven van den 26: e Meij bevoorens Jn andwoord van dezelve diend dat om aan de g' Eerde ordre zo veel mooglijk te voldoen successive op de van Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlandsch Indie M: etc: Atc: Batavia hier