Inventory 3910
Japan · 526 pages · 274 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
have placed on the ships and vessels that departed from here a number of 341 heads, among which a Company of Madurese, not counting the deserters and incurables, nor the hooker ship the Teaelstroom with the Wurttemberg Troops already sent from here previously. This force, counted with the deceased up to 108 heads, weakens the garrison considerably, and while the prevailing disputes with the Court of Boni are by no means of such a nature as to reduce our force too much, and no further news of the circumstances in Java having been received, I hope with this dispatched relief to have given all possible satisfaction to Your High Mightinesses' orders. Tomorrow the Right Honorable Commander Staringh is to undertake his voyage with the warship the Thetis and the brig the Zwaluw to Batavia (although the other naval keels have not yet returned here), so I find myself obliged respectfully and briefly to inform Your High Mightinesses. That the King of Boni, since my last respectful dispatch, has again been in negotiations three different times, namely on 24 July, 5 and 12 August, of which that on the first mentioned came to me very unexpectedly, as that prince had requested access without giving any notice that he would come with such a considerable retinue of Macassarese grandees. I was informed of that intention by my spies and confidants, but as it often happens that one indeed hears of intentions that that Court intends to carry out, yet very often, when one is informed thereof, they have already been abandoned again. Nevertheless, I understood that caution in this matter was necessary, at least as much as is within the power of a Governor, since by not taking all possible precautions into account one cannot foresee the disasters that one might be plunged into on such an occasion. While the customary reception of such a prince, entirely (in this juncture of time, when that prince is so very embittered and seeks nothing other than to take revenge) exceeds all bounds of reasonableness, whereby matters are in such a state that one is at a loss as to what to undertake first! I gave notice of this arrival to Mr. Staringh. That prince appeared on 24 July with a large number of people; he was accompanied by the grandees of his realm and those of the Macassars. His Highness, without showing anything, was received very kindly and took a seat, but having sat not long, he stood up and went with me into my office without my having any influence over that prince to have the Madaurang besides the Commander present. His passions were particularly aroused to carry out his intended design, but they increased when His Highness saw that his objective was not achieved. At this moment I thought of the arrangement of 14 June of the year 1787, but I was in this case also forced to hold a very unpleasant verbal conversation with His Highness, the main point being that that prince wished to persuade me. That he had come expressly for that purpose to announce to the Macassarese and Bonians that they would have to recognize His Highness as prince of the Macassars, since the Company had not approved such for His Highness for the greatest benefit of the country. His Highness, seeing himself disappointed in his intention, intended to depart immediately upon coming out of my room, but I foresaw that this would not give a good appearance to the common people and managed to arrange it so that that prince was seated again outside in his place by me, and having sat for a little while longer, kindly requested his leave. After this, His Highness indeed made attempts to carry through his resolution, but nevertheless they were not accompanied by great passions, the last meeting, at which the Madaurang and Commander Haring assisted, having ended particularly amicably, but with all that, that prince still persists in his intention to rule both realms, Macassar and Boni, as King. And as everything possible has now been offered to that prince, indeed even his eldest son Toappa having been proposed, His Highness nevertheless remains unalterably fixed on his position and declares that for the present he can trust neither Macassarese nor Bonian, and remains absolutely refusing to surrender the royal ornaments. As that prince is not yet inclined to let the jewels of that realm pass to the Company, and although this old evil is now so deeply rooted that one has no prospect of curing it, I still live in the hope that Boni's prince will one day come to his senses, since he has also declared that he only wishes to hold those royal ornaments for a certain time, as His Highness says he cannot place trust with any peace of mind in the wandering Macassarese. Which I also willingly agree to, while one clearly sees that the Macassarese's design is to gain possession of those jewels! But what to do to bring them back into that realm, since if any struggle arose, the Bonian would carry those ornaments into the interior where there would be no possibility of getting them out.
Dutch transcription
129 hier vertrokkene scheepen en vaarthuijgen geplaats hebben een aantal van 341 koppen waar onder een Compagnie madureesen ongerekend de verlopers en Jncurable mitsgaders niet het Hoeker Schip de Teaelstroom bereeds bevorens. van hier ge„ sondene wurtenbergse Troupen. Dese magt gereekend met de overledene tot 108 koppen verswakt het Guarnisoen Considerabel en Terwijl de heerschende verschillen met het Hoff van Bonij in 't geheel niet gesteld zin om onse magt al te veel te verkleine! ook geen nadere tijdinge van de omstandigheeden te Java ontfangen zijnde zo hoope met dit afgezondene secours, aan uw HooghEdel„ „heedens ordre alle mooglijke voldoening te hebben gegeven. Morgen den welEdele Gestrenge Heer Commandant sta„ „ringh zijne reise met het oorlogs schip de Thetis en de Bricq de Zwaluw /:schoon de andere oorlogs kielen nog hier niet gereverteerd zin:/ na Batavia staat te onder„ „neemen, zo vinden mij verpligt uw Hoog Edelheeden her„ biedig kortelijk te bedeelen. Dat den Koning van Bonij sedert mijne laastte her„ „biedige afgezondene wederom drie verscheide maalen, als op den 24 Iulij 5' en 12 Augustus in onderhandeling is geweest waar van die op den Eerste genoemde mij zeer onverwagt te voren kwam, Terwijl die vorst had laate acces verzoeke zonder eenige kennisse te geven dat dezelve met zoo een aan„ „sienelijke stoet van maccassaarse Groote zoude koomen. Jk wierd door mijn spions en vertrouwelinge van dat voorneemen onderrigt dan zo als het dikwils gebeurt men wel van voornemens hoort die dat Hof van zints is ter uijt„ „voer te brengen, dog al dikmils als men daar van onderregt werd wederom vervallen zijn. zo begreep ik egter dat de voorsigtigheid in deese noodzakelijk was ten minsten zo veel als zulks in het vermoogen van een Gouverneur gesteld is, nadien men niet alle mooglijke voorzoren in agt genomen te hebben de onheilen daar men hij zo een gelegendheid inge„ „bragt kan werden niet voorsien kan. Terwijl de gebrui„ „kelijke Receptie van zo een vorst, ten Eenemaale /:in dit tijds gewrigt, daer die vorst zo zeer verbitterd is, en niet anders dan waak zoekt te oeffenen:/ buijten alle paalen van Redelijkheid gaat! waar door de zaaken zodanig gesteld zijn dat men verlegen is wat het Eerste aantevangen! Ik gaff van deese komst den Heer Htarings kennisse. Die vorst versheen den 24=' Julij met een groot aantal van volk hij was verseld van zin Rijksgrooten en die der Maccassaren, zijn Hoogheid zonder iets te laaten blijken wierd zeer vriendelijk ontfangen en nam zitplaats, dog niet lange geseten hebbende stond op en ging met mij in mijn Comptoir zonder dat ik eenige vermoogen had op die vorst, om den Madanrang nevens den Heer zonder Commandars 131 Commandant daar bij te hebben. zijne driften waaren bijsonder gaande om zin voor„ genomene desseijn tot stand te brengen dan zij vermeerderde toen zin Hoogheid zag dat zin doelwit niet getroffen was Jn dit ogenblik dagt ik aan de schikking van den 14: Junij des Jaars 1787. maar jk was in het geval dus ook ge„ noodsaakt met zin Hoogheid eene zeer onaangenaam mond„ „gespaek te houden. zijnde het hoofdsakelijke dat die voorst mij Persuadeeren wilde. Terwijl hij daar toe Expres gekoomen was om de Makas„ „saneer en Boniers aan te kundige, zij zijn Hoogheid als vorst der Madcasharen zoude hebben te Erkennen also de Comp:e zulks niet zin Hoogheid ten meeste nutte van het Land hadde goed gevonden. zijn Hoogheid ziende zig in zin voorneemen te Leur gesteld was van voornemen direct uijt mijn kamer geko„ „men zijnde te vertrekken dan ik voorsag dat zulks geen goed oog aan het gemeen zoude geven dragt ik het zo verre dat die vorst weder buijten op zin plaats door mij wierd ge„ zeid, en nog een weinig gezaten hebbende vriendelijk zim afscheid verzogt. Na deze heeft zin Hoogheid nog wel Tentames om des„ selfs besluit te doen doorgaan gedaan, maar Egter dezelve waaren met geen groote drifften verseld. zinde de laatste bij henkomst waar bij den madaurang en den Heer Com„ En gelijk die vorst nu alles aangeboden is wat mooglijk zij, Ja zelfs zijn oudste zoon Toappa voorgedragen. zo blijft zijn Hoogheid onveranderlijk op zin stuk staan en betuige dat hij voor als nog geen maccasaar nog Boniet kan ver„ „trouwen en absolut. weigerig blijft de Rijxsornamenten af te geven. Daar nu die vorst nog niet inclineere om de Cieraaden van dat Rijk aan de Comp„e te laate volgen, en schoon deze oude quaal zodanig thans ingeworteld is, dat men geen vooruitzigt heeft om die te genesen, zo lief jn nog in de hoop dat Bonijs vorst eens tot Jnkeer zal koomen, nadien hij ook betuigd heeft die Rijxsornamenten tot een zeker tijd maar te willen aanhouden, alsoo zijn Hoogheid zegd met geen gerustheid op den rond swervende maccassaar ver„ „trouwen kan stellen. Het geen ik meede gaarne toestemmen, wil Terwijl men duidelijk ziet dat den maccassaar zin toeleg is, die Cieratien magtig te worden! dan wat gedaan om dezelve weder in dat Rijk te brengen nadien zoo er eenige stribbelinge quam, den Bonier die ornamenten in de binne Landen zoude vervoeren waar geen mooglijkheid was die daar uijt te krijgen. mandant Haring, adsisteerde bij zonder vriendelijk afgeloo„ „pen, dan met dat al zo blijft die vorst nog volharden bij zijn voornemen om beijde de Reijke maccaker en Bonij als Koning te Regeeren. „mandant hit
English
From what is set forth here, Your Right Excellencies will perceive most clearly that although a most perfect quiet prevails here and one has no reason to complain of any acts of insolence by the Bone people, the deep-rooted evil nevertheless persists, and consequently the ruler of Boni seeks to become the sole ruler of all Celebes, since he does not dare to proceed to elect his son (because he cannot place trust in the Macassarese) as king, which Your Right Excellencies will be able to observe both from the accompanying Daily Register and from the Appendices attached to this; for which reason I most respectfully present those papers in order not to keep my masters ignorant of what has passed in general, referring myself primarily to what is submitted there. The main substance of what was transacted with that ruler is to be found under the dates in the Daily Register of 26 June, 1, 12, 19, and 24 July, as well as 5, 8, 12 August, and in the Appendices numbers 17, 18, 26, 27, 28, 29, 46, and 47 inclusive. Herewith I hope to have communicated the essential matters to Your Right Excellencies in the most humble manner. I furthermore take the liberty to add hereto the list of the personnel dispatched from here and of those who have died, from which it is evident that this amounts to a considerable number of 646 heads. I have the honour to call myself, with due high regard and the utmost respect (was signed) Right Honourable... It would be a breach of courtesy if I did not bring to Your Right Excellencies' notice that I have lived in very good harmony and friendship with the Commander, Mr. Haringh, during His Honour's stay here. His Honour has also used every possible effort to carry out the orders given to me by Your Right Excellencies regarding the prevailing disputes with the Court of Boni; conversely, I have continually proceeded in full communication with His Honour in everything regarding that matter. Trusting no less that His Honour will also be satisfied with my conduct. Two soldiers have also transferred into the Company's service. To the warships, at the request of the Commander, the demanded rations etcetera have been supplied, whereof the relevant papers are humbly offered to Your Right Excellencies with the general letter. Batavia. Most Honourable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, and Right Honourable, Highly Esteemed Lords. (lower down:) Your Right Excellencies' obedient and faithful servant (was signed:) Willem Beth Wz. (in the margin:) Makassar, in Fort Rotterdam, the 11th of September anno 1790. Right Honourable, Most Esteemed, Highly Commended, Far-Commanding Lord, and Right Honourable, Highly Esteemed Lords. I do not doubt in any way the safe arrival of my humble letters addressed to Your Right Excellencies dated 31 May, 17 and 20 June, 17 July, as well as the 11th of the last expired month, in which I had the honour to inform Your Right Excellencies that affairs on Celebes had improved somewhat and that the precarious circumstances with which one has struggled for a series of years have taken a better turn, and no cunning or dangerous enterprises by the Bone people are suspected at present. Furthermore, there is nothing notable to report concerning the internal constitution of the Macassarese kingdom. The king's visit made to me on the 7th of August last at my estate Marisso has effected nothing upon which one could build any hope that the Macassarese who have currently fled into submission would return to that ruler and bring about any reconciliation. § 43. Just as that ruler, without looking after anything, amusing himself with the heavy use of opium and constantly sitting with his wives, lets that which he was obliged to observe run wild and presumes that the Company is bound to keep and maintain him in his kingdom. His arrival had therefore primarily the aim of inquiring from me how matters stood with him and his kingdom, as well as complaining that the people of Shaing took away the revenues belonging to him from the river in the Anna Goak Forest by order of Aroe Tampoe. At the same time, he expressed his fear of being cast out of the kingdom, which, he said, would cause great shame. § 44. Requesting therefore to be warned in good time so that, before matters went so far, he might abdicate his dignity and, with those who wish to remain with him, settle in a place where the Company should see fit to place him. I gave that ruler the assurance that he would not suffer the least shame, and before matters progressed that far, His Highness would be warned in time, in order then to be able to abdicate his kingdom in a decent manner; and that I would discuss with the king of Boni, who was due to visit me shortly, the matter of the revenues of the Anna Goak Forest etc. which the people of Thaeng had taken from His Highness.
Dutch transcription
183 uit dit hier Never gesteld, zal uw Hoog Edelheedens ten duij„ „delijksten ontwaaren. dat schoon hier een aller volmaakste stilheid heerscht en men geen reden heeft over eenige stukjes van brutaliteiten der Boniers te klaagen zo blijft egter het ingeworteld quaad vol harden en over zulks den vorst van Bruij ' alleen heerscher zoekt te werden van geheel Celebes„ nadien dezelve niet durft over te gaan om zin zoon /:door dien geen vertrouwe kan stellen op den maccassaar:/ als koning te verkiesen, het geen uw Hoog Edelheedens zo wel uijt het hier nevens gaand Dag- Register als bij de Bijlagen dese versellende zullen kunnen ontwaaren om welke redene Jk die Papieren om mijne Ggebieders niet on„ „vundig te houden van het gepasseerde in 't Generaal op het Eer„ „biedigst ten aanbiesende, en mij daar voor eerst op d: submist aangedragen! zijnde het hoofdzakelijke dat met die vorst verhandelt is geworden, te vinden onder de datums van 't Dag- Register 26 Junij 1. 12„e 19 en 24 Julij mitsgaders 5:e 8:e 12 Augustus en bij de Bijlagen N„o 17. 18. 26. 27: 28: 29. 46 en 47 Jnclusive. Hier mede hoope wko uw Hoog Edelheedens het Paessanste op het oodmoedigst te hebben bedeelt Zo nieme wke wijders de vrijheid nog bij deze te voegen de Lijst van het van hier gesondene volk en die der overleede„ „ne waar uijt Consteert dat zulks een aansienelijke getal Ik hebbe de Eere met verschuldigde Hoogagting, en de uijterste Eerbied mij te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Het zoude de heusheid te kort gedaan zijn zo ik uw Hoog Edelhedens niet ter kennisse bragt dat ik met den Heer Commandant Haringh ! in een zeer goede hurmonie en vriendschap zedert Hoog Desselfs verblijf alhier geleeft heb, zijn Edele Gestr: heeft ook alle mogelijke devoir aangewend. /:om de door uw Hoog Edelheden gegevene last aan mij, Nopens de heer schende gewchillen met het Hof van Bonij te doen volbrengen:/ daar en tegen hebbe ik steeds niet zijn Edele Gestr: Communicatiev in alles daar omtrent te werk ge„ „gaan. vertrouwende niet minder of zun Ed: gestrenge zal mede over mijn gehoudene gedrag voldaan zin. Ook zin in 's Lands dienst overgegaan Twee soldaa„ „ten. uijtmaakt van 646 koppen. Aan de oorlogs schepen is op verzoek van den Heer vlagge voerder de g'Eijscte Randsoenen & verstrekt waer van, de daar toe Relative Papieren bij het gemeene briefje nedrig uw Hoog Edelhedens werden aangeboden. uijtmnaart Groot 135 Batavia Groot Agtbare Gestrenge wijdgebiedende Heere, en wel„ „Edele Gestrenge Heeren /:leger:/ uwe Hoog Edelheedens gehoorsaame en Trouwe Dienaar /:was getekend:/ W=m Beth Wz. /:in margine:/ Makaker in't kasteel Rotterdam den 11„e September anno 1790. Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdgebiedende Heere en wel Edele Gestrenge Heeren Ik twijffele geenzints aan de goede bezorging van 341. mijne aan uw Hoog Edelheeden Nedrige gerigte Letteren van den 31 Maij 17=d en 20 Junij, 17„e Julij mitsgaders van den 11„e der Jongst verweeken maand! bij welke de Eer hadde uw Hoog Edelheeden te bedeelen de zaaken op Celebes, eenig „zints ten goede verandert waaren en de zorgelijke om„ standigheeden waar meede een reeks van Jaaren gewors„ inleiding De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indie etc: etc: etc: Benevens Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge lijdgebiedende Heere M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Accordiert eent „telde 137 de komst van de koning van goa op marisje heeft niets uijtgewerkt redenen van zijn komst en dat benijkoning over de voordeelen van 't anna Grase Both zoude onderhouden werden. gegeven eggen klagende over de volkeren van Shaing „teld is geworden een beetere aanBrouw gekregen hebben, men thans van geen listige nog gevaarlijke Entreprises der Boniers vermeend: zo valt wijders niets Notabelst over de inwendige Constitutie in het 'S konings visite op den 7„e Augustus Jongst Lieden op mijn Land goed narisso aan mij gegeven op die in submissie gadmit„ „ de kunnen bouwen dat de tans in submissie uijt„ gewekene Maccassaaren bij die vorst zoude te rug koomen en eenige verzoeninge te weeg bren„ heeft niets uijtgewerkt waar men eenige hoop op zon„ wil zijn woardighid reder„ waardigheid zoude kunnen nederleggen en als dan „gen. §43. Gelijk dan ook die vorst zonder ergens na om die voorst hiet nergens na om te zien met het sterk gebruik van Amphioen en steeds bij zijne vrouwen te zitten zig ver„ en laast alles op de Compag„e, maakt Laatende het geen hij verpligt was te observeeren in het wild loopen en vermeend dat de Comp„e gehouden is, hem in zijn Rijk te houden en te mainctineeren. zijn komst heeft dan hoofdzakelijk ten doel gehad van mij te verneemen hoe de zaaken §45. Maccassaarse Rrijk te bekeelen. met hem en zijn Rijk stonden, als mede klagende dat de volkeren van Shaeng de voordeelen van de Revier in het Anna Goakse Bosch hem toekoomende op order van Aroe Tampoe weg„ „namen. Gevende ook te gelijk zijne bevreestheid om van het Rijk verstooten te worden, te kennen, het geen I hij zeide tot een groote schande zou„ „de verstrekken. §44 Des verzoekende hem bij tijds te willen waar„ schouwen op dat hij eer zulks zo verre quam zijne met de geene die hem bij willende blijven zig zoude ter nederzetten op een plaats daar de Comp„e zoude goedvinden hem te plaatsen. Jk Gaf die vorst verzekering dat hij geene verzekering aan die vort de minste schande zoude ondergaan en Eer als de zaaken zo verre gevordert waaren zijn Hoogheid in tijds zoude gewaarschouwd werden om als dan op eene fatsoendelijke wijze van zin Riik afstand te kunnen doen, En dat jk den koning van Banij die Eerdaags bij mij stond te komen over de voordeelen van het Anna Goakse Bosch Ac: die de volkeren van Thaeng van zijn Hoogheid afgenoomen had„ „de zoude onderhouden. niet Met „teerd zin aankoomen §45
English
The King took satisfaction in the answer given by Bonij regarding the river of Goa etc. and desired that justice thereunder should rest in peace. The King was permitted the authority kept for him. With this answer the King then took satisfaction to that extent, and appeared for the second time on the 19th of August again before me at Marisso, where His Highness held the same discourse as he had conducted in the previous meeting. But that prince now seemed to have been incited to undertake something and to propose to me wherein, upon dissuasion, he would have had reasons to complain that the Company had cast him out and had also not been able to withstand Bonij's power. While His Highness made that answer known, upon my declaration that the King of Bonij had affirmed to me on the 12th of August last that he had not caused any of the advantages belonging to His Highness to be taken away, but that the levy of the river and the forest of Anna Goah was levied and delivered by those who followed the Soedang, and in no way by those who were devoted to His Highness! In reply, it served to point out that the rivers and other advantages belonged to him as long as he was still king, and he therefore requested that he might be permitted to levy such with force. I also held before His Highness his conduct with Datoe Sidenreng, to whom he, against all prudence, had delivered or pawned one of the regalia under his keeping, consisting of a golden Tatrappang, whereas the same is specified in the latest Contract of the 16th of October 1781, article 12. His silly excuse consisted of saying that he had been misled by his grandees and that the money for which that Patrapang had been pawned was divided in equal parts, which he now regretted from the bottom of his heart. Craeng Palemba wanted to make abdication. This answer not having been expected, he affirmed that he was afraid of the Boniers and requested of me the soldiers of Malangkerie, which I refused him, saying that so long as Makassar fought against Makassar and the Bonier remained an onlooker, the Company was also obliged to remain an onlooker. But that nevertheless, if His Highness saw a fair chance, he should only proceed quietly, as I assured His Highness that the Company would not abandon him. Herein that prince was entirely mistaken, as instead of His Highness having thought that I would dissuade him from his intention, on the contrary, I approved his intended resolve, wishing moreover that His Highness might be able to withstand his enemies. Furthermore, His Highness requested to speak a few words alone, whereupon we dismissed the people from both sides from us! His Highness then continued, saying whether it would not be well if he handed over the remaining regalia that were still under his keeping into the hands of the Company and that he then at the same time abdicated the realm, with the request that he might be placed at the village of Kaloekoeang. I answered that repeated troublesome request to abdicate the realm by stating that for the present I could not consent to it, since until today no firm decision had been taken on the one or the other; yet if the King's fear of his departed subjects was so great, His Highness might then place the remaining regalia in safekeeping with the Company, since the prospect of the times and circumstances requires it if one wishes to take care to be protected against all bad practices, the more so because the King cannot rely on his own family. Craeng Palemba, impelled by a peculiar passion as it seemed, who was called by the King to that conversation, said that it would be good if the regalia were delivered to the Governor, and that the King should then likewise simultaneously abdicate the realm. Then I met that Minister of State, whose family is with Aroe Mampoe, by stating that for the present I could not enter into the latter; but indeed that the Company was inclined to accept the regalia, since the same would be better preserved there than the Tatrappang, which has now fallen into the hands of Datoe Sidenreng, who likely will not fail to make use of it at an advantageous opportunity. Meanwhile, I recommended that prince, devoid of fire, to pay close attention to everything and especially not to place great trust in hypocritical friends, but in the present situation the safest course was to look after the affairs of the realm himself. I further take the liberty for the rest.
Dutch transcription
139 de koning wamni genoegen in dat 347. het geven andwoord van Bonijs over de revier van Goa &r milde de geregtigheid daer onder tinne berusting den koning gehouden gezag §50. dat hemr toegestaan wierd §46. Met dit antwoord nam den Koning dan in zo verre genoegen, en verscheen voor den weedemaa„ komt voor de twede mael op ma„le op den 19:e Augustus weder bij mij op Marisso alwaar zijn E Corgheid het zelfde discours voerde als in de vorige bijeenkomst had gehouden maar die vorst ween opgetookt te zin nu scheen die vorst te zijn aangespoord om iets te onderneemen en mij voor te draagen waar in bij afrading redenen zoude gehad hebben om zig te beklagen dat de Compagnie hem verstooten en ook zin voogheid had dat antwoord tegens Bouijs Magt niet bezand en waren. Terwijl zijn Hoogheid op mijne verklaaring dat wokst zin hoeheid dekend gemaert den Koning van Bonij op den 12e Augustus Jongst leeden mij betuigt had niets van de voordeelen die zijn Hoogheid toekomen heeft laten afneemen maer dat de heffing van de Revier en het Bosch van Anna Goah geheft en opgebragt wierde door de geene die de Soedang volgde en in geenen deele 348. van die zijn Hoogheid waren toegedaan! Tot antwoord diende dat de Reviers en andere voor„ voorgehouden. „deelen zo lang als hij nog koning was hem, toe„ quam, en derhalven verzogt dat gepermitteert mogte werden zulks met geweld te hef„ „fen. Ik hield zijn Hoogheid ook zijne gehoudene ge„ §51. „drag met Datoe Sidenreng voor aan dewelke hij tegens alle voorzigtigheid aan eene der onder zijne be„ omtrent de Rijksornamenten waaring zijnde Rijksornamenten bestaande in een goude Tatrappang gaat afgeven of verpanden, daar dezelve bij het Jongste Contract van den 16„e wierd hem geweigerd niet verwagt Dan dit antwoord niet verwagt hebbende! zo betuigde dezelve bange te zijn voor de Boniers en verzogt mij de Militairen van Malangkerie„ verzoekt de hilituiren van die ik hem weigerde niet te zeggen dat zo lang Nalankerie Maocassaar tegen Maccassaar Streeden den Bo„ „niet aanziender bleef de Compagnie ook verpligt was aanziender te blijven. Dog dat egter zun Hoog dog aangetwoord om maar „heid indien zin kans schoon zag maar tranquil moest beginnen alzo ik zijn Hoogheid verzekerde de Compagnie hem niet verlaten zoude. §49. Hier in was die vorst ten eenemaale misgist terwijl in plaats zijn Hoogheid gemeend had Jk hem van zijn voorneemen zoude aftrekken, ter Contrarie zijn voorgenomen besluit goedkeurde daar bij wenstiende dat zijn Hoogheid zijne vijanden zoude kunnen het hoofd bieden. Hier october „disso van hebben 141 te mogen spreken wil de overige Rijksieradien en tegelijk van zin stuk af„ 153 §56. Recommandatie aan zin zijn zijgegeven omtrent werd niet g'accepteerd mede de Rijkscieradien afgeven en dat de koning afstand soude doen tegelijk van het Rijk 354: voor alle slegte Pracgtijken gedekt zijn zorge te dra„ „gen, te meer daar de koning op zime Eige familie geen staat kan maaken. „Craeng Palemba aangezet door een bijzonder drift zo het toescheen, die door de koning bij dat gesprek ge„ „roepen was zeijde dat het goed waaren de RijksCie„ „raaden aan den Gouverneur wierden afgegeven. en §52 verders verzogte zin Hoogheid eenige woorden alleenig dat den Koning dan ook gelijker hand afzand deed verzoekt alleenig enig woorde te moogen spreeken waar op wij het volk van beide zijde van het Rijk. van ons verwijderde! zo vervolgende zijn Hoogheid, Dan ik voerde die staats Minister wiens familie niet te zeggen of het niet wel zoude weezen dat bij Aroe Mampoe zijn daar op te gemoet voor als de overige Rijkscieraaven die nog onder zijne berusting nog in het laatte niet konde treeden: maar wel dat waren in handen van de Comp„e overgaf en dat dan de Compagnie genigen was de Rijxsornamenten aan te gelijk afstand deed van het Rijk met verzoek maer welde Rijornamenten te neemen nadien dezelve daar beter dan de Tatrappang op de Negorij kaloekoeang geplaast mogt wet„ de Tatrappang aan sedenreng zoude bewaard wezen, welke nu in handen van Datoe sidenreng is gekomen, die denkelijk niet in gebreke zal Jk andwoorde op dat verdrietig herhaald verszoek om voor als nog daar in mit devis„ afstand te doen van het Rijk voor als nog daar de nadelig gevolgen daar van blijven bij een voordeelige occagie daar van gebruik te maaken. in niet aande bewilligen terwijl er tot heeden geen Jntusschen recommandeerde Wk die zonder vuur beziel„ vast besluit over het een nog het ander genomen „de vorst om op alles nauwkeurig agt te slaan en voor was, dog zo den konings vrees voor zijne uijtge„ al geen groot vertrouwen te stellen op geveinsde waar ui t we leen ieraren in de„ weekene onderdanen zo groot was, dat zijnn Hoog„ vrienden maar in de tegenswoordige gesteldheid het „heid als dan de overige Rijkscieraaden bij de zekerste zij de zaaken van het Rijk zelve na te Compagnie in bewaring zonde geven, nademaal §57 gaan. Jk neeme wijders de vrijheid voor het overige het uitzigt der tijts dinstande vereischt wil men verpand „den. October 1781 articul 12 gespecificeerd staat, zijne zijne onnosele verkhoning onnosele verschooning bestond niet te zeggen dat door zijn Rijksgrooten misleid was geworden en was mislie door zine rijns het geld waar voor die Patrapang was verpand in gelijke deelen was gedeeld, dat hem nu van herte leed Craeng Palemba wilde 355. voor mijn „groote deed. „stand doen.
English
143 Respectfully referring to the Daily Register §58. The First Minister is a dangerous subject §59. Come to his father I respectfully refer to the notes in the Secret Daily Register of 2 June, 2, 7 and 19 August last. Furthermore, according to the notes in the Secret Daily Register of 1 and 2 August, it will be most clearly evident to Your Right Honourables how the First Minister Craeng Lembang Parang has conducted himself, and what a dangerous subject he has been during the time he held that prominent office. On the 13th of the past month, the interpreter stationed at Malangkerie reported to me that the son of Tomilalang, who is still with that monarch, namely Craeng Mandalle, had come to the King of Goah; this being a Macassar who had submitted on the first of July last, this Craeng Mandalle having been with Aroe Mampoe for more than four years. This report was confirmed on the 20th thereafter by Craeng Palemba, who had been sent to me by his monarch for that purpose in order to make it known. Concerning §61. It were to be wished that neither this King of Goah nor the said Craeng Lembang Parang had been elevated to that dignity; it is noteworthy that what Your Right Honourables were pleased to write concerning both these persons—as regarding the former in the years 1781 and 1782, and regarding the latter in the year 1786—is fully confirmed. §64. The Court of Bonij, which seems in all respects to keep quiet, has produced nothing noteworthy. §63. The tithe collection has been attempted and has caused no disputes insofar as the necessary orders had been given for it, and a small amount of Eleven Rixdollars has been collected; the reasons have been cited, and I have complained about these matters to the King of Bonij, vide the Separate Daily Register of 8, 12, and 31 August, to which I respectfully refer. Regarding Aroe Mampoe and the other nobles taken into submission, there is nothing unfavourable to report; they continue to keep quiet and peaceful up to the present; what the ultimate outcome and end of that thorny matter will be, time must reveal. 145 A watchful eye must be kept on the king §66. His last letter left unanswered. Reason why §65. But the king, who remains absolutely obstinate in refusing to surrender the regalia of the realm of Goah, is the object upon whom a watchful eye must be kept in order to foil his cunning designs. I have had the honour successively and humbly to inform Your Right Honourables of his presence on the throne of Goah, and matters continue to proceed in this manner. His last letter, which was received on the 16th of the month of August, was left unanswered, for the reason that it did not at all accord with our oral conference held on the 12th prior; that monarch alleging at the same time that according to the Bongaas Treaty no tithe collection can take place, nor can any post be established on their land, meaning hereby the fort at Malangkerie, regarding which the suspect Minister of Goah, according to what was cited in the Separate Daily Register of 2 June, had also already spoken to me. No trouble nor expense is spared to obtain the regalia of Goah from his hands, but up to now everything has been employed in vain. However, it appears that, however haughty that monarch may have been at the meeting of 24 July last, some compliance will be found in him, since he intends, according to the news received thereof, to have his son Toappa circumcised here once His Highness has returned from Tanette, orders having already been given for the construction of a dwelling for that ceremony. It also gives some hope that the aforesaid will proceed to elevate the said Toappa to King of the Macassars, the more so as the Madaurang seeks to do everything in his power for his beloved grandson to carry that through. §69. His Highness, who would gladly have an answer to his above-cited letter, waits for it in vain up to now, over which he seems somewhat dispirited; on the 23rd of September last he sent his son Toappa from Maros here to inquire after my health, and at the same time his journey to Tanette.
Dutch transcription
143 Eerbiedig refert aan het Dag= Register §58. den Eerste Rijksbestierder is een gevaarlijk subject §59. koomen bij zien vader mijn Eerbiedig te gedragen aan 't genoteerde bij het se mten e koning en des Rijse „creet Dag- Register van den 2 Junij, 2„o 7„o en 19=e Au„ „gustus Jongst Leeden . vervolgens na het aangetekende bij het Secreet Day, Remarque daar over Register van den 1 en 2e Augustus zal uw Hoog Edelhee„ „dens ten klaarsten blijken hoe zig den Eersten Rijks be„ „ttierder Craeng Lembang Parang getoont heeft wat gevaarlijk subject dat is geweest geduurende hij dat aanzienelijke ampt heeft bekleedt. Op den 13 der Jongst verwekene maand wierd mij door Ciaeng Mandalle is te rug ve„n den op Malangkerie bescheidene Tolk gerapporteert dat bij den koning van Goah was gekomen den zoon van den bij die vorst als nog bevindende Tomilalang jraeng Mandalle! zijnde dit eene op den Eersten Julij Jongst in submissie gekomene Maccassaar „ heb„ „bende deze Craeng Aanvalle ruim vier Jaaren bij aroe Mampoe geweest. Dit berigt werd bevestigt op den 20:e daar aan, door § 60. Craeng Palemba die om zulks bekend te maken door zijn vorst daar toe tot mij was gezonden. Betreffende § 61. Dit ware te wenschen dat nog deze koning van §64: Het Hof van Bonij dat schijnt in allen deelen Goak nog gedagte Craing Lembang Parang tot het Hof houd zig stil dog niets noemen twaardig af„ „geworpen § 63. De verthiening is geprobeert en in zo verre geen disputen veroorzaakt als daar voor de nodige bevee„ „len gegeven waren en is nog g'incasseert een ge„ ringheid van Elff Rijxdaalders, de Redenen is aan„ „gehaald en over het een en ander hebbe ik bij den koning van Bonij gedoleert vide Apart Dag- Be„ bij de koning van Bonij daar over gedoleert. „gister van den 8„ 12 en 31. Augustus waar aan ik mij Eerbiedig gedragen. De verthie Aangaande Aroe Mamipoe en verdere in sub„ §62. missie genoomen grooten valt niets nadeeligs te bedeelen, zij houden zig tot nog toe stil en vreedsaam, en andere in submissie genoomene houden zig stil en vreedsaam wat verders den uitslagen het Einde zal zin van die netelige zaak moet den tijd openbaaren. die waardigheid waren verheven geworden, het baard opmerking dat het geen uw Hoog Edelheedens over deze beide perzoonen als over den Eerste in den Jaare 1781 en 1782 en over den Laaste in anno 1786 hebbe gelieve te schrijven, ten vollen bevestigt werd. die den „stierder aanstelling Aroe mampoe : 145 op de koning moet een wakend oog gehouden werden § 66. zijn Laadste brief onbeandwoord gelaaten. Redene waarom Rijk Tornamanten magtig te werden. werd ondersteund door den na„ 368. hoop dat zijn Hoogheid zin zoon tot koning der maccassaaren zal verheffen. schijn van toegevendheid dog te vergeefs Rijksornamenten van Goah uit zijn handen te krijgen! dan tot nog is alles vergeefs aangewend. Egter schijnt het toe dat hoe Hoog dravend, ook § 65. Dan den koning wien de Rijksornamenten van die vorst in de bij eenkomst van den 24 Julij J:o Leeden het Rijk van Gdah absolut weigerig blijft af te geweest is dat er eenige toegevendheid bij den zelven geeven is het voorwerp waar op een wakend oog om zal plaats vinden, terwijl hij van voornemens is zijne listige desseijnen te vereijdelen moet werden ge„ navolgens de tijding daar van ingekoomen zijn „houden, Jk hebbe de Eere gehad successive uw Hoog zoon Toappa als zijn Hoogheid van Tanette zal „Edelheeden ootmoedig van desselfs Pisch op den „geretourneert zijn hier te doen besnijden, zijnde Throon van Goah de vereischte kennisse te geven al order gegeven tot het vervaardigen van een en dat blijft nog zo voortloopen wooning voor die plegtigheid! Zijn laaste Brief die ontfangen hebbe den 16e Ook geeft het eenige hoop dat den vorsz zal van de maand Augustus is onbeandwoord gelaten, overgaan om gedagte Poappa tot Koning der om redenen dezelve in geenen deele strookte met ons Maccassaaren te verheffen te meer daar den gehoudene mondgesprek van den 12:' bevorens, haa Madaurang voor zijn geliefde klein zoon al„ „lende die vorst tevens aan dat navolgens het Bon„ les zoekt in 't werk te stellen om dat te doen „gaijshe Contract geen verthiening plaats kan vin doorgaan „den en ook geen Post op haar Land kan gesteld zijn Hoogheid die gaarne andwoord zoude heb„ §69. zoude gaarne andwoord hebbe op „ben op desselfs zoeven aangehaalden brief wagt worden! menende hier mede de Benting te Ma„ zin brief daar na, tot nog toe vergeefs waar over dezelve „langkerie waar den suspecten Rijksbestierder eenigzints mismoedig schijnt te weezen; heeft den van Goah bereeds navolgens het aangehaalde bij wagt daar na te vermiets 23:e September Iongst Leeden zijn zoon Toappa Apart Dag-Register van den 2e Junij mij daar zend zijn zoon Toappa van naros van Maros dit heen gezonden om na mijn wel„ over ook onderhouden had. Geen moeite nog kosten werden gespaard om de maart oereise bezent na „stand te verneemen en met een zijn reise na tanste „danrang den goeden te willen speelen geeft niets aanmer„ „kenswaardig te bedeelen. Rijksornamenten Tanette Redene waarom
English
147 §70. having made his intention known in Tanette, that youth was received by me very kindly, primarily to give some eye to his accompanying Bonians that I protected him and that he was dear and esteemed to me. He also requested to come and dine with me the next day, however burdensome this visit was to me on account of the retinue that accompanies such a king's son; I consented to that request, the young prince then coming to have the midday meal and returning in the afternoon very pleased to his residence, subsequently continuing the journey further to Maros in the morning. §71. This extraordinary courtesy shown by Boni's monarch makes one believe that some change for the better will take place, at least I wish to hope so. Yet upon all these notions of advantageous prospects together with shown courtesies and kindnesses, one cannot build with any foundation, but what one must essentially keep in view is that this monarch is still pregnant with the desire to be nominated first by me as King of the Macassars to the Company, which he cannot attain as yet, and he, after having been disappointed in this for so many years, also sees no chance until now to hit his mark. §73. Hereupon then almost all the held conferences and correspondence turn out, and one has with all that been able to win nothing else than that on Macassar at present, contrary to all expectation, a silence and safety prevails, no noteworthy complaints occurring since the king's arrival here. §74. However, the state regalia of the Realm of Goah that monarch retains, without being of the intention to surrender them for the present, as already communicated in my recent humble report to Your High Nobilities. §75. Therefore, in order not to tire Your High Nobilities further with an unnecessary recitation of matters concerning the Realm of Macassar and the Boni monarch, as Your High Nobilities have been occupied therewith for years in succession, whereby the desire of that monarch is fully known to Your High Nobilities, §76. I make bold humbly to beseech Your High Nobilities to deign to honor me with Your wise counsel, in case that monarch should press further to be nominated as King of Goah, since if he does not desist therefrom, no reasons nor equitable representations will help, but that proud Buginese might erupt into desperate enterprises. §78. And for the sake of the Sudang which is in his hands, even though the currently submitted Macassars might well wish otherwise, they will have to consent to his enterprises, §79. for Aroe Mampoe, who is called the realm's administrator, is uncommonly beloved by his followers, the only thing lacking to that cunning and thoroughly seasoned Macassar being the regalia belonging to that Realm, which he surrendered into the hands of Boni. It has most clearly appeared that the said Aroe Mampoe adheres to the King of Boni solely in order to govern that Realm again, wherefore His Highness also places no trust in him other than in appearance, wishing therefore not to surrender the Sudang, and this is where the difficulty lies. 149 §80. For if he were to proceed to place the realm's ornaments into the hands of Aroe Mampoe, the latter would soon cast off the yoke of the Buginese: had his son now been capable of government, the matter would have attained its conclusion already. §81. That monarch also understands very well that the long delay of so important a matter is currently harmful, and therefore presses so to settle it quickly, while the exiled submitted ones have no reasons to rebel anew against us. Also, if this should start again, I think one could take the dreaming King still sitting at Mangasja away from there and let the domineering Bonian have his way, while the Bonian's desire would nevertheless not be satisfied. §83. For if that monarch had intended to remove the unloved king appointed without the Sudang from there, he could have proceeded to that resolution years ago, and during all that time the Macassars have subjected themselves to the monarch's commands; consequently, nothing more remains now than to be recognized as such by the Company.
Dutch transcription
147 §70. verzoekt morgen het middag„ Maros vertrokken op alle vriendelijkheeden daar is niet op te bouwen 176. verzoekende ik Hoog dezelve raad hun Hoog Edelheeden zin ten volle bewust de begeerte van die de rijxCierade van Goa hoend die vorst egter aan zijn voorgenomen des sijne zo veele Jaaren daar in Tanette bekend laaten maaken! die Jongeling wierd daar dezelven so veel Jaaren, in is is te leur gesteld, ziende ook tot nog toe geen te deur gesteld door mij zeer vriendelijk ontfangen wel voorna„ kans om zijn doelwis te treffen. „mentlijk om eenig org te geven aan zijn bij hebbende §73. Hier over zijn dan meest alle de gehoudene Bonier dat jk deze protegeerde en mij lief en rentie en driefwisslinge op„ Conferentien en briefwisseling op uitkomende en waard was. Ook verzogt dezelve bij mij mor„ men heeft met dat al niets kunnen winnen als gatigtns ns en meangen te komen Eeten, hoe lastig deze visite mij alleen dat op Maccasser voor het tegenswoordige was om de aanhang die zo een Konings zoon ver„ op marcatier heerkht een buij„ „te gewoone stilte en veiligheid eene tegens alle verwagting stilte en veiligheid „zeld; bewilligde ik in dat verzoek hebbende die heerst, vallende zedert des konings komst hier Jonge Prins dan het middagmaal komen. houden geen Naamswaardige klagten voor. en 's namiddags zeer vergenoegt na zijnent §74. Egter de Rijks Cieradien van het Rijk van Gooh te rug vertrokken vervolgens in de morgenstond houd die vorst aan, zonder dat dezelve van ge„ de reise verders na haros voortgezet. „dagte is die voor eerst af te geven, bereeds uw Deze van Bonijs vorst betoonde buiten gewoone 371. Hoog Edelheedens bij mijn Iongst nedrige bedeeld! beleeftheid doet gelooven dat eenige verandering ten Om derhalven uw Hoog Edelhedens niet goede plaats zal hebben, ten minsten ik wil het §75. verders te vermoeijen met een onnodig recit van Hoopen. zaaken omtrent het Rijk van Maccaher en Dan alle deze denkbeelden van voordeelige voor„ den Bonijs vorst alzo uw Hoog Edelheeden „uitzigten mitsgaders betoonde beleefd en vriende„ Jaaren lang agter den anderen daar mede g'oc„ „lijkheeden daar is met geen grond op te bouwen „cupeerd zijn geweest daar door de begeerte van maar het wezentlijke men in het oog diend te die voorst uw Hoog Edelheeden ten vollen bekend men moat het wesentlijke in 't houden is, dat die vorst als nog zwanger gaet om door dE Comp„e als koning der Maccassaaren wote van dit madoasaanse szik hier eerst door mij voorgedraagen te worden, dat dezelve tot nog niet kan verwerven en hij in 372. Bevrijmoedige ik mij uw Hoog Edelheeden ne„ geheden ent migen an van drig te smeeken met Hoog Desselfs wijze Raad zijn mijn zijn. 149 377. 378 „der genaamd 579. nog eens weder te regeeren vorsz dan in schijn Comp„e daar voor zakent te werden wat dan zoude bij de hand dat mogt vorkoomen als het uijtstel, van een zo wigti„ zoude het Jak der Boegineese spoedieg van zig verpen §80. Nadien zo hij overging de Rijksornamenten in mij te willen verEeren ingeval die vorst verders mogt handen van Aroe Mampoe te geven zo zoude de„ dringen om als koning van Goah voorgedragen zelve spoedig het Jok der Boegineesen van zig te werden! nadien zo hij daar niet van afziet geen werpen: was nu zijn zoon tot de Regeering reden nog billijke vertogen zullen helpen maar die bequaam de zaak had zijn beslag al erlangt. hooghartige Boeginees tot disparate onderneming en Begrijpende die vorst ook zeer wel dat het 581 zoude kunnen uitspatten. den boeginees begrijst ook wel lang uitstel van een zo wigtige zaak thans schadelijk En om de wille van de Poedang die in zijn is en daarom zo dringt om spoedig die te willen „ge zaak sadelijk is varen Bronenen volgende matoas, handen is, alschoon den tegenswoordige in sub„ afdoen daar bij den uitgewekene in submissie ge„ „missie genomen Maccassaren wel anders de in submissie genoomene zul„ „len op nieuw niet rebilleeren „ nomene geen redenen hebben om tegens ons op maar zoude welanders wille zoude willen in zijne onderneemingen zullen nieuw te rebelleeren. moeten bewilligen Ook zo dit weder een begin mogt nemen ik want Aroe Mampoe die Rijks bestierder denk nog op Mangasja zittende dromerige Koning Aroe mampoe were sijbetter, genaamd werd ongemeen door zijn bij hebbende van daar zoude kunnen neemen en den heersug„ geliefkoosd, het eenigste aan die listige en door „tige Bonier laaten begaan terwijl aan Boniers „kneede Maccassaar maar ontbreekt de Cieraaden begeerte dan tog niet voldaan was„ bij dat Rijk behorende die hij in handen van Bo„ §83 want zo die vorst zijn voornemens waren geweest. „wij heeft afgegeven. om den niet beminde en zonder Toedang aangestelde Ten klaarsten heeft het gebleeken dat gedagte de touijs woeren ounde ir aan koning van daar te ligten voor Jaaren lang tot hange Bonij aan om dat dijk Aroe Mampoe den koning van Bonij eenlijk dat besluit had kunnen overgaan, en ook al die om dat Rijk weder te Regeeren aanhangd waar tijd den Maccassaar aan des vorsten beveelen zig door dan ook zin Hoogheid geene vertrouwen hebben onderworpen! over zulks niet meer werd niet vertrouwd van Bonij dan in schijn op dezelve steld, willende daarom blijft nag maar over om ven de overig blijft dan door de Compagnie daar voor den soedang niet overgeven, en hier hapert Erkent te werden. het nu aan. 382. adien Maar
English
151 to obtain, either to consent therein, to him, what the Company will serve to do, to surrender those ornaments. 589. Aroe Mampoe and Bonij say offered according to their custom Mr. Reijke Section 84. But no, His Highness is working with all his mind to effect and push through that Your High Nobilities shall allow him to govern both the realms. Section 85. Herewith then, the prevailing disputes and where the trouble lies have been respectfully communicated to Your High Nobilities as well as possible. I therefore humbly add my sentiments regarding this point concerning what to do about this matter, subject to correction by Your High Nobilities; it being impossible to think of anything else here than that Your High Nobilities, in the event that all my efforts should prove fruitless, might proceed, in order to prevent all disasters, to order me to act towards His Highness in such a way as either to recognize his demand completely and propose it for approval, or else resolutely to refuse everything flatly and wait quietly to see what that prince then intends to do. War at this time and against so powerful a prince, whose strength lies in the mountains, is difficult and cannot be decided quickly, being moreover destitute of trusted helpers in this country. 186. His Highness has the Poedang in hand, which nobody can tear from him since he will transport it to the interior; the Macassars are with him; with Thaeng and Sandrabonij the outcome shows how they have been disposed; the First Regent of the realm, Craeng Lembang Parang, has laid bare his heart and makes known to whom he is inclined, although he was already held to be a suspect person in 1788, see the Daily Register and Appendices of 25 February 1789; Sideenreng also shows what reliance can be placed upon it, and no less Aroe Pantjana. Who is now left? Aroe Mampoe says according to the latest Daily Register of 17 July last that the regalia were offered by him to Mr. Reijke but not accepted, thus forced by the persecution to hand them over to Bonij. This is confirmed by Bonij's prince on the 24th following. From which it appears most clearly that if Bonij's prince proves unwilling to hand over those regalia amicably, the Company will be forced to choose between one of two options with Bonij: to remain constantly and continuously in arms to maintain the appearance of the Company's supremacy over Celebes, or to consent to recognize him as King of both the realms and reinstate the Treaty of Bongaaij, which was the intent of His Highness's letter of 12 August last, which was left unanswered by me. Section 87. Section 90. and who they are 588. 153 Continuation. Every effort will be made to make him abandon it. Section 92. When he shall have returned from Tanette. Everything is running wild there. The Queen has colluded with the rebelling Macassars. 59 Tello. Quiet at Tello. Yet, even if Your High Nobilities, on account of the difficulties brought about by the shortage of men, money, etc., not to mention that this vast country yields nothing of note, should proceed to the latter, this will certainly be a hard pill to swallow; and even after that is past, the pretensions of this nation will be endless. Nevertheless, I never believe, should Bonij aforesaid succeed in his aims, that the Macassars will long bear the yoke of the Bonier. Section 95. Sandrabonij has this year, with much effort expended, paid the value of 80 Spanish pounds for the homage slaves that the realm is obliged to deliver annually. That prince, being deprived of his senses, causes everything there to run wild. The authority is in the hands of Bonij, although His Highness refuses to acknowledge it. It is also impossible for the Company to keep these vast lands under subordination if the power to govern them is lacking. Meanwhile Your High Nobilities may rest assured that, even though Your High Nobilities may be pleased to authorize me to concede to Bonij's prince in case of emergencies regarding his unheard-of request, all possible means will be employed by me, when His Bonian Majesty returns from Tanette, to make that prince abandon his unreasonable demands. 391. Section 94. Kraeng: namely that this Queen has colluded in a very underhanded and covert manner with the rebelling Macassars, just as in the year 1777, and now stays daily at the Court of Bonij, where the little son of Datoe Sideenreng also resides. Likewise of Tello, there is nothing to report of that.
Dutch transcription
151 verkrijgen het zij daar in te bewilligen hem wat de Comp„e zal diene te doen die Curaden afte geven 589. Aroe Mampoe en Bonij zegge boden zunr gewoenten aange„ Heer Reijke §84. Maar neen zijn Hoogheid is met al zijn ge„ zijn vooghide zoekt dat te dagte werkzaam om te bewerken en door te dringen dat uw Hoog Edelheedens hem beide de Rijken zul„ „ten toestaan te beheeren. §85. Hier mede dan uw HoogEdelheeden de heerschen„ „de verschillen en waar het aan hapert zo goed doen„ „lijk Eerbiedig bedeeld. Zo neeme ik derhalven over dit Ieder point wat omtrent deze zaak te doen mijne gevoelens dien aangaande nedrig aan uw HoogEdelheedens onder Correctie daar bij te voe„ „gen; zijnde hier anders niet op uit te denken als dat uw Hoog Edelheeden wanneer alle mijne poogingen vrugteloos mogte uitvallen, toetreeden om alle onheilen voor te koomen mij te beveelen om zijn Hoogheid alzodanig daar voor te doen dan desels Eijsch glad af te erkennen en ter approbatie voor te draagen. dan wel Cordaat alles glad af te slaan en tran„ „quil af te wagten wat die vorst dan van voor„ „nemens is te willen doen. Borlog is in deze tijd en tegens zo een mag moeijelijk is oerogen tegens „ tig vorst die zijn sterkte bestaat in de gebergtens moeijelijk en niet wel spoetig te beslissen, daar bij ontstooken van vertrouwde mede hulpers op dit Land. 186. Zijn Hoogheid heeft de Poedang in handen die de soekang hast die voort in handen niemand uit dezelve kan rukken nadien hij die na de binne Landen zal vervoeren de Maccas„ zoude die na de binne Lande vervoeren „jaaren zijn bij hem, Thaeng en Sandrabonij blijkt bij de uitkomst hoe zij gezint zijn geweest wat sart vaande wijn vrien„ den Eersten Rijksbestierder Craeng Lembang Parang heeft zijn hert bloot gelegt en geeft te kennen wie hij genegen is, schoon dezelve bereeds in 1788 vide Dag Register en Bijlaagen van den 25 februarij 1789 voor een suspect perzoon gehouden is, Si„ „deenreng toont mede wat staat op dezelve te maa„ „ken is gelijk niet minder Aroe Pantjana. wie blijft er nu nog over- Aroe Thampoe„ zegt bij het Jongste Dag-Register van den 17:e Julij Jongst Leeden dat door hem de Rijksornamenten den Heer Reijke zijn aangebooden maar niet g' accepteerd, dus genoodzaakt door de vervolging werd bevestigkt voor donijs die aan Bonij over te geven. dit word bevestigt door Bonijs vorst den 24 daar aan. waar uit dan ten duidelijksten blijkt dat wanneer dezelve, veigerig blijkt Bonijs vorst indien hij niet goedschiks die Rijks„ „cieradien wil afgeven! de Compagnie genood„ zaakt zal zijn met Bonij een van beide te kiesen steeds geduursaam in de wapenen te Zin Htaan staan §87. konnen § 90. en wie dezelve ziin 588. 153 't vervolg zal alles in't werk gesteld om te doen afsien. §92. als van Tanette geretourneert zal zin. loopt daar alles in 't wild De koningen heeft geheult met de Rebelleerende Mac„ talaaren 59 ello Stil op Tello staan om de schijn van 'sComp:s Opperheer schappij van Celebes te behouden of toe te treeden om hem als koning van beide de Rijken te erkennen en het Bongaijsche Contract weder te doen stand grijpen dat bedoeld zijn Hoogheids brief van den 12. Au„ „gustus Jongst leeden die door mij onbeantwoord Dan Schoon uw Hoog Edelheedens om de wille van de moeijelijkheden daar men door verlegendheid van volk, geld etc ingebragt zoude zin gezwegen dat dit wij duitgestrekt Land niets noemenswaar„ „dig opbrengt, tot het laaste zoude overgaan, zal dit zeverlijk een harde Pil zijn om te slikken, en dat dan voor bij zijnde nog de pretentie van deze Natie onophoudelijk zullen zijn., zo geloven Ik egter nimmer indien Bonijs voorsz: in zijn oogmerken slaagt dat den §95: Pandrabonij heeft van dit Jaar met veel aangewende moeite de waarde der Homagie slaa„ de waarde van 80 lb. spaans betaald voor de Ho„ Maccassaar lang het Jok der Bonier zullen draagen. „magie slaven welke dat Rijk verpligt is 's Jntusschen kunnen uw Hoog Edelheeden verzekert zijn Jaarlijks te leveren. Die vorst van zijn verstand hem van tinne oubilijke lijsken alschoon uw Hoog Edelheeden mij gelieven te quali„ beroofd zijnde loopt dat daar in het wild! Het ge „ficeeren om Bonijs vorst bij ongelegendheeden in het gezag is in kanden van bonij, zag is in handen van Bonij schoon zijn Hoog„ zijn ongehoord verzoek toe te geven, dat alle mogelij „heid het niet wil weeten; het Is de Compagnie „ke middelen door mij aangewend zullen worden ook ondoenlijk de uitgestrekte Landen onder wanneer zijne Bonijse Majesteit van Tanette gere„ moaglijk am de mntgterken Subordaratie te houden! indien de magt ontbreekt tourneert zal zien om die vorst van zin onbillijke „de te beheeren gelaaten is. „ve betaald 391. §94. Kaeng: als dat die vorstinne op een seer slinkse en bedekte wijze met de rebelleerende Maccassaaren heeft ge„ „heult even zo als in den Jaare 1777, houd zig dans daaglijks aan het Hof van Bonij op daar het zoon„ „tje van Datoe Sideenreng mede verkeert. Zo mede van daar van valt niets te melden Eisschen te doen afzien. van Eisschen om
English
255. It is quiet in Soppeng, also in Tanette. To assert oneself and also cannot believe that the same is out to conquer lands, from which one can decently stay away, this realm having now indeed broken away from Goah, but by no means are the inhabitants inclined to stand under our Company's authority. Section 96. The King of Soppeng, having been kindly received by me during his presence here, as well as the Datu of Tanette, has testified that their realms enjoyed a particular peace. Section 97. The latter, in a separate meeting according to the separate Daily Register of the 14th of August last, complained about the levying of the toll, when his vessels departed hence and also back thither. I have ordered the Shahbandar Monsieur to conduct an investigation into the matter of the farmer of the toll, but he as well as others cannot as yet supply sufficient reports thereof, so that this petition is respectfully offered under the Enclosures No. 53 to Your Right Excellencies to await Your venerated orders concerning it. Meanwhile, I shall on the first occasion hold up that ancient custom to the aforesaid and that he may make use of the customary chap again, since I have been rendered unable to give that Head of Tanette any satisfaction in that regard. Section 99. But on the other hand I have issued a pass for that monarch for four of his subjects to depart for Batavia, in order to request of Your Right Excellencies to be allowed to continue their journey to Mocha and to obtain further instruction there regarding their religion. Section 100. Sidenreng and Aru Pancana have caused very speculative messages to be delivered to me through strange messages from their emissaries, just as the same is described in the Daily Register of the 14th and 21st of September last, and I shall await the outcome of their conduct with Boni's king. Meanwhile the mask of those great trusted and cajoled sham friends on Makassar is being gradually lifted in this manner, and in everything it confirms the established distrust about what has been written years ago concerning those princes, and it is to be feared that the last-mentioned will be of much disadvantage to the Company in the North. Section 101. The Opposite Coast. According to the letter from Resident Meurs dated 17th of August last, everything there is in a perfect peace. And on the 23rd of September the King of Sanggar passed away, and he proposes in his place for the Regent, Malleur. To those of Dompo have been ceded, according to the request of the King of Dompo: 12 pieces common flintlocks 12 pieces bayonets in order to make the payment with sappanwood with a capital advance, as appears from the Political Council resolution of the 28th of July last. Section 102. Karangasem on Bali. From the King I have received on the 29th of July a letter accompanying two of his prahus or gontings, whereby that monarch requests me to lend a helping hand to the juragans on board. As well as making known to me in that letter that Your Right Excellencies had granted him permission to sail to all places belonging under the Company. Just as the same also makes a request to collect for him a debt amounting to 600 Spanish dollars from the Chinese Incje Teeng, who is said to reside on Makassar. Section 105. These emissaries are still lying here and are waiting both for the said Chinese, who departed for Batavia some time ago, and for the bricks that they are purchasing, so they say, for building a residence for their aforesaid monarch. But they intend to depart in a day or two and have already received from me the letter addressed to their monarch. Section 106. Buton. No news has yet arrived from there, as the commissioners of the extirpation expedition have not returned.
Dutch transcription
255. het is stil in sopineg ook in Taiette de van als in de text nar hioo kan der daaren om Om zig te doen gelden en ook niet kan geloven dat dezelve het te doen is om landen te Conquesteeren daar men met schik buiten kan blijven! zijnde dit Rijk nu wel afgescheurt van Goah! maar geenzints zijn de bewooners genegen om onser 'sCompagnies gezag te staan. §96. Topings Koning bij zin aanweezen alhier door mij vrien „delijk ontfangen zijnde heeft zo wel betuigt als den Datoe van §97. Tanette dat hunne Rijken een bijzondere Rust genooten! doen deze laaste heeft in een aparte bij eenkomst na vol„ „gens apart Dag-Register van den 14:e Augustus doleatitie van die vorst over Jongst Leeden gedoleert over het heffen der Tholl, §100. Tideenreng en Aroe Pantjana hebben mij door wanneer zijne vaarthuijgen dit heen en ook weder wonderlijke boodwhappen van hunne zendelingen zeer speculative boodschappen derwaards vertrokken. laten doen, gelijk het zelve dan bij het Dag-Re„ Den Sabandaar Monsieur heb Wk gelast bij „gister van den 14e en 21. e September Jongst Leeden de uijtslag van 't onderzoek daer de Pagter daar na onderzoek te doen, dan die zo beschreeven staan! en zal den uitslag van hun wel als andere kunnen tot nog geene voldoende be„ gedrag met Bonijs koning afwagten, intusschen „rigten daar van suppediteeren gelijk dan dat on„ werd het masker van die groote vertrouwde en „verzoek onder de Bijlaagen N„o 53. uw Hoog Edelhee„ op Maccasser gecajoleerde schijn vrienden dezelve Aangaande „den Eerbiedig aangeboden word om Hoog Dezelve ge„ „venereerde ordre daar over in te wagten. Intusschen zal ik den vorsz bij eerste gelegendheid dat oud ge„ „bruik voorhouden en dat dezelve van de gewoonlijke Chiap weder gebruik kan maken nadien Jk buiten staat gesteld ben dat Tanezzes Hoofd eenige genoe„ „gen dien aangaande te geven. §99. Maar aan de andere kant heb Jk die vorst een Pas afgegeven voor vier zimer onderdanen om Een pas afgegeven aan vier na Batavia te vertrekken. ten einde aan uw Hoog„ Edelheeden te verzoeken hunne reise na Mocha voort te moogen zetten en aldaar omtrent hun Religie verders onderrigting te erlangen. den alzo 6 ƒ 598. 157 Nadeel om de Noord is in een volmaakte rust leeden napetie afestaan voor detaling van Balij Twee vaartuijgen ge zullen over een dag of Twee vertrekken S 104. hem in te vorderen waar bij die vorst mij verzoekt de behulpzaame hand te bieden aan de daar op zijnde Juragans. Als mede mij bij die brief bekent maakt tegensheid dat uw Hoog Edelheedens hem hadde vergund om alle plaatsen die onder de Compagnie gehooren te kunnen bevaaren. Gelijk dezelve dan ook nog verzoek doet om versoekt 600: ps matte voor een schuld groot 600 spaanse matten van den §101. De Overwal Navolgens schrijven van den Resident Meurs Chinees Intje Teeng die op Maccasser woon„ sub dato 17e Augustus Jongst leeden is daar alles in „agtig zoude zijn voor hem in te vorderen. een volmaakte rust. en den 23' September bedeeld §105. Deze afgezondene zin hier nog leggende de koning van Sangar is over dezelve het afsterven van den Koning van san„ en zo wel na gedagte Chinees die voor eenige tijd „gar stelt daar toe in dies plaats voor den Rijks„ na Batavia vertrokken is, wagten, als na de bestierder Malleur-- Metselsteenen die zij inkoopen zo zij zeggen tot Aan die van Dompo zin na volgens het het Bouwen van een woning voor hun voosz:t verzoek van den Koning van Dompo afgestaan Dog zijn van voornemens over een â twee da¬ 12 p. s snaphaanen gemeene Een brief van deselve voorhun„gen te vertrekken en hebben bereeds de brief 12 „ Bajonetten. voort mede gegeven aan hun vorst gerigt van mij ontfangen Om met sappanhout de afbetaaling met een Capitaal advans te doen, blijkens Politicq Raads besluit van den 28e Julij Jongst Leeden Siob Bouthon daar is nog geen tijding van ingekomen als §102. Karang-asjang op Balij van den Ko„ zijnde de Commissianten van de Extirpatie daar van valt niets te „koomen, schrijven van die konin „ ning heb ik ontfangen den 29„e Julij een brief togt niet geretourneerd ten geleide van twee zijner Prauwen Gontings, alzo gaande weg afgeligt! en in alles bevestigt het gestelde mistrouwen wat voor Jaaren herwaards de laastgemelde is van veel over die Princen geschreven is en het te dugten zij dat de laastgenoemde de Compagnie van veel na„ „deel om de Noord zal wezen. van waar Omtrent van geen §103
English
159 Regarding is still in fear § 109. of Gantarang in place of the deceased received lalang regarding the tithing and the other about the keeping the same prohibited § 114 the tithing has taken place ordered the Resident for further investigation into the § 107. The Company's Lands and Subjects it is respectfully submitted that in § 108. Boele Comba and Bonthain everything is still in peace, the inhabitants having already finished planting their paddy. In the meantime the Regent of Gantarang appointed a new Regent passed away, and in his place at the request In Maros, where the King of Boni currently is, the of the elders and Glarrangs, as well as upon the the King of Boni is there small fort is maintained as well as time and oppor- recommendation of the Resident there, the grand- tunity permit until circumstances the small fort was maintained son of the deceased, named Daeng Pa- allow for that fortification to be completely reno- lanpa, was appointed Regent in the hope of vated, regarding which I most respectfully implore Your Right Honourables' approval. Your Right Honourables' orders. In the past month, two letters from the Two letters from Boni's Tomi- Resident Wisse were sent to me, from the The tithing which, according to what was recorded on the 11th of August last, Boni Tomilalang, one speaking of at Segeri was assigned to the Re- the tithing of Toeroengang Tajo and the sident Doser and the Interpreter Billet, and further to other about the keeping of a gambling board by Mandalle by the first-named accompanied by Craeng Oedjoeng Lowe at Toenroen Boko. the Chief Interpreter Deefhout having been performed, And while that Regent was here at the Castle, what it yielded the tithing yielded 41 7/8 lasts of rice and the Regent keeping the I addressed him about this 8,000 bundles of paddy, being more than in the and forbade the introduction of novelties that year past by 28 5/8 lasts and 7,000 bundles more than in the past had never before been undertaken. of paddy. Just as, on the other hand, I have ordered the said Resident to give a further report on both matters, as it was impossible to discern anything from his letter as to what the Tomilalang meant by the tithing of Aroe Toeroengang. And touching Resident further f 110 1 § 111 § 112 tithing 161 Aroe Pantjana is the cause of it that fine land the Company will yet lose through him how he acts there that post is in a very bad state there is peace and quiet will be repaired § 115 The North does not enjoy very good peace, but there reigns a constant estrangement among the Company's people, as an example of an accusation is cited in the secret Daily Register of the 9th of August last, made by Craeng Marrang against Aroe Pantjana, there being nothing to be done about it, as he completely plays the master. And it will not be surprising, due to the long-continued indulgence toward that Prince, that the Company will also lose that fine land, while already the tithing in that place completely falls away, since his predatory § 117: Saleyer, according to successive letters received people, with their hand on the kris, allow themselves to be tithed at their own pleasure, which the requested report of the tithers, to be found in Appendices No 55, fully confirms. further To § 116 On the 28th of September last, I was informed of the bad condition of the post at Malangkerie by the Ensign Heitlandt, stationed there as Postholder. Having expressed my astonishment at this, since the palisades, according to the Daily Register of § 119 Correspondences with the neighboring Governments are observed; of Neither pirates nor [illegible] vessels have on this coast been seen as yet none from the Resident Whijt, there remains a conti- nual undisturbed peace and quiet. the 5th of December 1787, and the dwellings on the 16th of October 1788, had been renewed at a consi- derable expense of ƒ2281:10:—, nothing else could be done therein but to have them repaired as well as possible, for which the necessary orders have been given, although at this time, when both the Macassarese and Bonian frequent that benting, I would gladly have seen it otherwise. the Ternatese To
Dutch transcription
159 Omtrent is nog in anst § 109. van Gantarang in stede van de overledene „lalang ontfangen omtrent de verthiening en de anderesonor het houden „selve verboden S114 de verthiening is geschied den Resident bevoolen nader ondersoek hebben omtrent de §107. 'S Compagnies Landen en Onderdaanen diend Eerbiedig dat op §108. Boele Comba en Bonthain alles nog in ruste zij, hebbende de jnwoonders bereeds klaar met het planten van hun Padij Jntusschen is den Regent van Gantarang aangesteld een nieuwe Regent komen te overleiden en in dies steede op verzoek Tin Maros waar de Koning van Bonij thans is, werd van de oude lieden en Glarrangs gelijk mede op de koning van borijis daer het Fortje zo goed onderhouden als tijd en gele„ voordragt van den Resident aldaar, den klein„ „gendheid plaats vind tot de omstandigheeden het het fortje werd onderhoude „zoon van den overledene genaamt Daeng Pa„ toelaaten om die sterkte in het geheel te doen ver„ „lanpa tot Regent aangesteld in hoope van „nieuwen waar over ik uw Hoog Edelheedens ordre uw Hoog Edelhedens approbatie op het Eerbiedigste Jnploreere. Jn de gepasseerde maand wierd mij door den Twee briefjes van donijs Tonn„ Resident wisse toegezonden twee briefjes van De verthiening welke navolgens het genoteerde op den 11:e Augustus Jongst Leeden Bonij Tomilalang als een spreekende over tot Sagerie opgedragen is geworden aan den Re„ de verthiening van Toeroengang Tajo en de „sident Doser en den Tolk Billet en verders tot andere over het houden van een sopbord door Mandalle door den Eerstgenoemde verzeld van Craeng oedjoeng Lowe op Toenroen Boko den oppertolk Deefhout verrigt zijnde heeft En Terwijl die Regent hier aan het Casteel wat deselve afgeworpen heft de verthiening afgeworpen 41 7/8 Lasten Rijst en de regent het houde van de zig bevond heb jk dezelve daar over onderhouden 8000 Botten Padij zijnde meerder dan in an„ en verbooden om nieuwigheeden in te rigten die „no vergangen 28 5/8 Lasten en 7000 Bossen meerder dan in de vergangen nooit voor deze waren ondernomen. Padij Gelijk ik dan ook aan de andere kant gedagte Resident bevoolen heb om van het een en ander nader verslag te geven nadien met geen mogelijk„ heid iets uit zijn brief hebben kunnen ontwaaren wat de Tomilalang bedoelde met de verthie„ „ning van Aroe Toeroengang. en Rakende Resident verders f 110 1 Si1i §112 verthiening 161 Arve Pantjaia is daar de oor„ „zaak van dat shoone Land zal de Comp„e door hem nog verliesen hoe hij daar handelt die postis in eenzeier seite gesteekerd daar is rust en vreede zal werden gerepareerd § 115 De Noord. heer tht geen zeer goede rust maar daar heertet een ge ust een geduurige verwijdering onder het Compagnie volk gelijk daar van een staaltje van beschulde ging bij het secreet Dag-Register van den 9„e augustus J:L: aangehaald staat ! door Caaeng Marrang over Aroe Pantjana gedaan, zijn „de daar in niets te doen! alzo dezelve volkomen de meester speelt. en het niet te verwonderen zal zijn door de langduurende toegevendheid aan die Prins dat de Compagnie dat schoone Land ook verliest terwijl bereeds de verthiening aan die plaats volk met de hand op de Cris zig laaten vertienen na welgevallen, welke het gevorderde berigt der verthienders bij de Bijlaagen No 55: te vinden ter vollen. bevestigt. verders Om §116 Op den 28:e September Jongst leeden wierd mij van de slegte gesteldheid der post te Malangkerie door den daar Posthoudende vaan „drig Heitlandt van berigt gediend! mijne ver„ „wondering daar over betuigd hebbende terwijl de Pallisaaden eerst: na volgens Dag- Register van s119 Correspondentien met de Nabuurige Gouvernemen„ „ten werd g'observeerd: van sin Roovers nog Hoofvaarthuijgen zijn op deze kust tot nog vernomen geene van den Resident whijt blijft daar een geduu„ „rige ongestoorde Rust en vreede. ten eenemaalen vervalt nadien desselfs roofziek §117: Saleijer volgens successive ontfangene schrijvens den 5 December 1787 en de wooninge den 16„e October 1788 vernieuwt waaren met een aanzien„ „lijke kosten van ƒ2281:10:— zo konde daar in niet anders gedaan werden dan dezelve zo goed doenlijk te laaten verhelpen, waar toe dan de nodige ordre gegeven zijn. ! alhoewel in deze tijd daar zo wel de Maccassaar als Bonier over die Benting zig ophouden, gaarne het anders had ge„ „dien. den Ternateen Te
English
163 from Ternate a letter about the presence of Two Paduakkangs at Togia and Saloerang § 121. Reason why the King of Bonij has not been addressed regarding that point beforehand § 120. A letter dated 20th April last having been sent to me from Ternate by Governor Cornabé, in which his Honour indicates that two paduakkangs under the Bugis chiefs Kaboedoe and Pomagie were said to have been present at the islands of Togia and Saloerang with a mandate from the King of Bonij to collect contributions, but had been turned away and repelled by the Resident. I might well have addressed the King of Bonij on that point, but since much is undertaken in His Highness's name without his knowledge, the most important element is also lacking to call that prince to account, while the mandate appears to have been retained by the Resident there, or at least was not sent here with the said letter. These being the reasons that I would not be able to convince Bonij's prince of that mission, I have deferred it to a later opportunity, and shall kindly request the Governor of Ternate on the first available occasion, whenever such Bugis missions might appear there again, § 121. Having thus handled, to the best of my ability, the essential matters concerning what was generally to be negotiated with the Bonij and Macassar Courts during these critical times! § 122 Request that the requisition for timber may be fulfilled I take the liberty humbly to request Your High Excellencies that the requisition for timber may be fulfilled as much as possible, for if the buildings are not continuously maintained, it is to be feared that they will collapse, of which the signs are already apparent in the armory and its dwellings, as described in the general and respectful letter currently addressed and dispatched to Your High Excellencies. § 123. I also have the honour respectfully to demand their passes or mandates and to send them here in order directly to confront that prince with his cunning enterprises, and to prove and substantiate them with the evidence in hand, since no representations, however reasonable, find acceptance with such people, but everything is stubbornly denied. 265 left for the letter addressed to Mr. Reijke and myself (the inscription of which says to open when news is received on behalf of the Company that the Governor of Ternate, Mr. Cornabé, has passed away), to know whether I might obtain another in its place, or whether this one could serve for that purpose in the event of such an unexpected report; for which reasons I have retained it until Your High Excellencies' further orders. § 124: In conclusion, I humbly add hereto that I could detain Your High Excellencies with many other and similar uncertain reports received daily through spies concerning how the King of Bonij is disposed from time to time, as was noted most recently on the 2nd of this month; but as these have been uncertain for many years, indeed since the time the Company established its seat here, I trust that Your High Excellencies will be satisfied with this report, as well as with the kept notes and appendices to which I respectfully refer Your High Excellencies. § 125. I beseech Your High Excellencies, if any omissions have been committed by me or anything that does not accord with the intentions of my High Masters, to look upon them with a gracious eye! Assuring Your High Excellencies that this is not caused by any negligence, but on the contrary solemnly attesting that I apply myself always to try to respond with all due willingness to that great confidence, the high honour with which Your High Excellencies were pleased so favourably to entrust this Government to me in these critical times. § 126. Having commended Your High Excellencies' precious persons and the momentous interests of the Company to the safe keeping of the Almighty, I find myself honoured to be with the deepest honour and loyalty. High Noble, Right Honourable, Valiant, Far-Commanding Lords and Right Honourable, Valiant Lords, Your High Excellencies' Obedient and Faithful Servant, was signed: W:m Beth. In the margin: Macassar, in Fort Rotterdam, the 8th October Anno 1790. Agrees. 167 Batavia To His High Excellency The High Noble, Right Honourable, Valiant, Far-Commanding Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Right Honourable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. High Noble, Right Honourable, Valiant, Far-Commanding Lord, Right Honourable, Valiant Lords. § 127. As a sequel to the recent report on native affairs, I take the liberty respectfully to inform Your High Excellencies that finally the § 128. Bouton Spice Extirpators have arrived back Bouton Spice Extirpators arrived here on the 11th instant with the King's envoys, and according to the submitted report of Sergeant Circkler, it is
Dutch transcription
163 van Ternaten een brief over het aanweezen van Twee § 121. over anderhoude Redene waarom is van de voren van maccasier en Bonij bedeelt §120. Ternaten door den Heer Gouverneur Cornabé mij toegezonden zijnde een brief gedateert 20e April laast leden waar bij zin Edele te kennen geeft dat er Twee Paduakkangs onder de Boegineese Hoof„ „den kaboedoe en Pomagie met een Lastbrief van den koning van Bonij tot afhaaling van Con„ „tributie op de Eilanden Togia en Saloerang zoude aangeweest zijn! maar door de Resident dezelve af en te rug gewezen waren. Zo zoude jk wel den Koning van Bonij over de koning van Bonij daar niet dat Point onderhouden hebben, dan nadien al veel op de Naam van zin Hoogheid onderno„ „men werd daar hij geen kennisse van draagt ook het voornaamste ontbreekt om die vorst daar over te reeden te stellen, Terwijl den Lastbrief door den Resident aldaar Schijnt aangehouden te zijn, ten minste bij gedagte brief niet her„ „waards gezonden. De Redenen tin dat Ik Bonijs vorst van die besending niet zoude kun„ „nen overtuigen tot een nader gelegendheid daar van heb afgezien en den Heer Ternaats Gouver„ „neur bij eerst voorkomende Occagie vriendelijk te verzoeken om wanneer zulke zoort van Boegineese bezendingen weder ginter mogte verschijnen, dan Hier mede dan het Hoofdzakelijke wat in deze §121. het geen met het hoofdelijkx Criticque tijds omstandigheeden met de Bonijse in Maccassaarse Hoven omtrent de zaaken in het Generaal te verhandelen was na mijn § 122 best vermogen afgehandelt te hebben! zo neeme verzoek dat de Eijsch van hout ik de vrijheid uw Hoog Edelheedens ootmoedig te Jnsteeren dat den Eisch van houtwerken zo veel mogelijk mag werden voldaan, want indien de gebouwen niet gaande weg onderhanden genomen werden het te dugten is dat dezelve zullen in„ „storte waar van bereeds de blijken zin met de wapenkamer en dies wooningen, gelijk zulks beschreven staat bij de gemeene en tans af „gaande aan uw Hoog Edelheedens Eerbiedigst gerigte Brief §123. Ook heb ik de Eere uw Hoog Edelheden met Eerbied derzelver Passen of Last Brieven af te vorderen en herwaards te zenden om die vorst /: terwijl geen verzorgen hoe billijk ook ingerigt bij zulk zoort van volkje ingang vind! maar alles met stijve kaa„ „ken nageeren:/ direct zijne listige ondernemingen dan te kunnen voorhouden en dezelve niet de in han„ „den zijnde bewijzen aan te toonen en te staaven. derzelver voor ontfangen Paduakkange te Togia en Saloerang werken mag werden voldaan 265 voor die wanneer moet g'opend werden, als den Gouverneur van Ternaten zoude overleeden zin gelaaten voor de aan de Heer Reijke en mij gerigte brief (:waar van het opschrift zegd te openen wanneer Compag„ wegen tijding ontfangen werd dat den Gouverneur. van Ternaten de Heer Cornabé zoude overleden zijn:/ den anderen brief vard vertygt een ander in dies steede te mogen Erlangen dan wel of deze bij een zo een onverhoopte Tijding tot dat einde zoude kunnen dienen om welke redenen ik dezelve aangehouden hebbe tot uw Hoog Edelheedens na„ „der ordre. §124: voegende ik tot slot hier nog ootmoedig bij dat ik uw Hoog Edelheeden met veele andere en zoortge„ „lijke der dagelijkse door spions ontfangene berigten onsekere berijten onangerverd hoe Bonijs koning nu en dan gezint is gelijk Jongst nog aangetekend is op den 2e dezer zoude kunnen ophouden maar zo als dezelve van veele Jaaren Ja van den beginne der tijd dat de Comp:e zin zetel hier heeft gevestigt steeds onzeker zin geweest. zo vertrouwe ik dat uw Hoog Edelheden met dit verslag gelijk mede in de gehoudene aanteekeningen en Bijlaagen waar aan ik Hoog Dezelve Eerbiedig overwijze, genoegen zul„ „len nemen. § 125 Ik Smeeke uw Hoog Edelheeden zo eenige ommissien dan wel dat met de Jntentie mijner Hooge Gebieders niet strookt door mij mogte begaan zin; met een §126. Na uw Hoog Edelhedens Dierbaare Perzoonen en de zwaarwigtige belangens der Maatschappij in de veilige hoede der Allerhoogsten bevoolen te hebben vinde ik mij veriert met de diepste Eere en trouw te mogen zin. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge wij dogbiesen „de Heere en welEdele Gestrenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens Gehoorzaame en Trouwschuldige Die„ naar /:was getekend:/ W:m Beth /:in margine:/ Kac„ „casser in't Casteel Rotterdam den 8:e october A:o 1790. gratieus oog te willen beschouwen! Terwijl ik uw Hoog„ Edelheedens verzekeren zulks door geen onagtzaamheid veroorzaakt is maar in tegendeel plegtig betuige dat ik mij bevlijtige de Hooge Eer waar meede uw Hoog Edel„ „heeden mij zo gunstig dit Gouvernement in deze Criticque tijden hebben gelieven toe te vertrouwen steeds met alle verschuldigde bereidwilligheid aan dat Groot vertrouwen tragten te beantwoorden. Accordeert Gratieus t slot 167 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge Wijdgebiedende Deere Mr Willem Amold Alting 'Gouverneur Generaal Benevens De welEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Jndie etc etc: Ac: Hoog Edele Groot Agtbare Gestrenge Wijdgebiedende Deere Wel Edele Gestrenge Heeren. § 127. Ik bevrijmoedige mij als een vervolg van het Jongst ge„ „daan verslag van Jnlandse zaaken, uw Hoog Edelheeden her„ „biedig te bedeelen dat Eijndelijk de § 128. Bouthonse Speverij Extirpateurs den 11e Courant met de specerij Extirpateurs ziin des konings afgezondene hier g'arriveerd zijn, en navol„ koomen te rug „gens het ingediende Rapport van den zergeant Circkler diend Rapport is
English
169 has salvaged the state that they of the [illegible] by the Radja of Lea the King and Nobles of the Realm Your High Excellencies further reasons regarding the dispatch of the Wurttemberg Troops etc. discuss one and the other request regarding someone who no spice trees having been found, a proper search was made for spice trees, do Gori Moesanko has been robbed and that one of those people is staying to arrest the one staying here also his King emissaries fruitless: and furthermore there is nothing remarkable in the same at Macassar with the request upon apprehension to send him over. § 129. The emissaries consist of the Mantri Bakeei, as well as § 132 And lastly they indicate that whenever their they also request a permanent residence three letters brought along, two Panglasjangs, who on the 13th were for their emissaries emissaries arrive at Macassar they have no permanent residence and that I will please provide for this. duly received with the customary honors: they have delivered three letters containing that they had shipwrecked Bark Craun received the recognition monies to satisfaction, 7 cannons and a rice kettle as well as recounting seven salvaged cannons and a copper rice kettle from the on the island of Kapoeta shipwrecked Bark Cerai by the Radja of Lea: and that before him there had been two vessels alongside that bark, which upon their approach had set sail, setting their course to the southwest; that he, Lea, and burnt subsequently set fire to that bark, so that the also the Captain Laut requests to be accommodated with a copper § 134 the Captain Laut requests a copper drum aforementioned cannons and copper kettle will be the only things drum for its cost price. On the 10th of this month in the evening via Java I received § 135. receipt of the letter from Their High Excellencies Your High Excellencies' respected letter of the 10th § 130 furthermore that the King and Nobles of the Realm soon emissaries of August last, wherein Your High Excellencies express Your High intended to send emissaries hither to swear to the contracts wonder at the dispatch of the military and at the same time give a report of the war with them belonging to the Wurttemberg Regiment. and those of Calesoesoe. Previously I had received Your High Excellencies' letter of the 26th of May, as well as the further dispatches, § 131 They also report that a vessel with people from the Negorij § 133 They further make no mention whatsoever of the cannons make no mention of which that realm must deliver, nor that the seven just mentioned would be brought hither; therefore the emissaries will deliver the cannons I shall await the emissaries who, according to their letter, are to be expected here any day, and upon their arrival shall confer with them on one and the other regarding this matter. to find what will become of the equipage. 171 continuation the reasons for this dispatch cited the misconduct of the Resident van Diemar Reijke regarding that dispatch of 103 head of European, Sepoy, and Sumenep auxiliary troops! whereas it had appeared to Your High Excellencies from a letter written by me on the 24th of July to the Lord Governor of Java; that the disputes with the Court of Boni had not yet been brought to such a state that without further receipt of a good force the Buginese would not listen to reason, for which reason Your High Excellencies order me to provide sufficient reason at the earliest opportunity for this my conduct. § 136. Wherefore I have the honor to comply with humility with those high is respectfully reported orders herewith, and serve reverently to state that at the time that Mr. Reijke still held authority here, the Wurttemberg troops together with those bearing the name of the Orange Corps had arrived at Bonthain, that they were at a loss to accommodate the other sent force, yea, that the Artillery Corps had to camp under the walls of the Redoubt near stagnant, foul water, while the hospital was full of sick people, no bamboos nor attap was to be had to provide or manufacture dwellings or shelter for the military personnel, thus one was burdened with all worries to provide the auxiliary troops with houses when the monsoon changed and they were due to arrive here; the lodgings were § 137 Meanwhile news was received from the Resident of Boelecomba that the officers of the Wurttemberg detachment kept a by no means agreeable household, as is evident from the letter of the Resident van Diemar under date of the 8th of March last, to be found in the secret appendices, and cited in the separate Day Register of the 17th following, whereupon Mr. Reijke proposed to me, and that I believe in the presence of the Honorable Mr. Haringh, to dispatch the sentiment of Mr. a ship thither and, since there was not a shadow of war with the Court of Boni, to send those troops directly back to Batavia! This was indeed approved by me, but I brought to His Honor's attention that even though those troops had committed a misstep according to the letter of the Resident, it would be best to retain them until one was firmly assured that the King of Boni would come here to the Castle, and if His Highness complied without adverse consequences, those Wurttemberg troops could then be intended; the orphanage was chosen for the Wurttemberg officers, and the Chinese shop for the common soldiers, for which latter payment would be given; in short, High Noble Lords, there was great consternation and they did not know what to do with that considerable force. be sent.
Dutch transcription
169 hebbe geborgen de staad dat zij van de ver door het radje van Lea de koning en Rijxgrooten Hoog denzelve vordere redene omtrent de afsending der wurtenbergse Troupen &. „ een en ander onderhouden versoek van een die zig geen soeri boomen gevenen is behoorlijk ondersoek gedaan na specerij Boomen, doen gorij Moesanko gerooft is en dat een van dat volk op hier op houd op te pakken ook zin koning afgezondene vrugteloos: en verders is niets merkwaardigs in het zelve Maccaser zig zoude ophouden met versoek bij agter haaling die te willen oversenden.. § 129. De afgezondene bestaan in de Manterie Bakeei bene„ § 132 En laadstelijk geven zij te kennen dat wanneer hun ook verzoeke zij een vaste„ hebbe drie brieven mede, vens twee Panglasjangs zijnde dezelve den 13„e be„ wooning voor hunne gezan„ gezanten op naicatier koomen geen vaste woonplaats ten hebbe en dat jk daar in zal willen voorzien. „hoorlijk met het gewoon honneur gerecipieerd: dezel„ „ve hebbe overgelevert drie brieven behelsende dat zij de recognitie penninge na genoegen ontfangen hadden ongelukte Barok Craun gelijk ook een verhael doen van seven geborgen Canons 7 Canons en Een rijst ketet en Een kopere Rijst ketel uijt de op het Eiland kapoeta verongelukte Barcq: Cerai door den Radje van Lea: en dat voor hem aan die Bark hadde geweest twee vaar„ tuigen die bij aannadering van haar onderzeijl waaren ge„ „gaan stellende de Cours na het zuidwesten. dat hij Lea en betwwaarting in de brand die Barcq vervolgens in brand had gestooken zo dat de ook verzoekt den Capitain Laut met een kopere § 134 den Capitain Lauwt ver„ genoemde Canons en koper ketel het eenigste zal wezen zoekt een kopere Trommel trom voor 't kostende te moogen gerieft worden. Op den 10 dezer 'savonds over Java hebbe jk ontfangen § 135. ontfangst der brief van hun Hoog Edelheedens uw Hoog Edelheedens gerespecteerd schrijven van den 10„e § 130 voorts dat den koning en Rijxgrooten Eerdaags afgezanten Augustus JL:/ waar bij uw Hoog Edelheedens Hoog derzel wille herdrags afgesanten herwaards stonde te zenden om de Contracte te beeedige „ve verwondering betuigen over de afsending van de mi„ en tevens een verslag te doen van de oorlog met haar litaire gehoorende tot het wurtenbergse Regiment. en die van Calesoesoe alvoorens ontfangen had uw Hoog Edelheedens aan schrijven van den 26e Meij, als de verdere ofsen„ § 131 Zijmelden ook dat een vaarthuig met volk van de Ne § 133 zij maken wijders geen de minste gewag van de Canons maken geen gewag van die dat Rijk uitleveren moete nog dat de zo even seven aangehaalde dit heen zoude werden gebragt, over zulx de afgezanten zullen over het zal ik de afgezante die hier alle dagen naar haar schrij „vens te verwagten zijn, afwagten, en bij aankomst de„ „zelve over het een en ander dien aangaande onderhouden. de Canonis uijtleveren „gong „ding gekoomen gebragt. den inhoud te vinden wat de Equipagie teregt zal koomen. sende werden. 171 vervolg de redene van deze af„ aangehaald de plagten van den Resident van Diemar Reijke daar omtrent „ding van 103 koppe Europeese, Sipaijers en Sumanapse hulptroupen! daar uw Hoog Edelheeden uit eene door mij geschreevene brief van den 24:e Julij aan den Heer Javas Gouverneur gebleeken was; dat de verschillen met het Hof van Bonij nog niet in die staat was gebragt dat zon„ „der nadere ontfangst van een goede magt den Boeginees niet na reeden zal willen zuisteren, hur om welk uw Hoog Edelhee„ „den mij gelasten ten spoedigste voldoende reden te geven van deeze mijne handelwijze § 136. Weshalve ik met ootmoed de Eer hebben aan die hooge werd ewbiedight beteeld beveelen bij deze te voldoen, en diene reverentlijk dat ten tijden dat de Heer Reijke hier nog het gezag voerde de wurtenbergse troupen te zamen met die de naam van „ren van het Orangien Corps te Bonthain waren ter houw. gekomen, dat men de andere gezondene magt om dezelve te dergen verlegen was, Ja dat het Arthilleriste Corps onder de muuren van de Redout bij een stinkend water hebben moeten Camipeeren, daar bij het Hospitaal vol laa„ gen van zieken, geen Bamboese nog adap was er te krijgen om wooninge of Bergplaats voor de Militairen te bezorgen of te vervaardigen, des was men met alle zorgen belaaden om de auxilaire troupen wanneer de moutjong veranderde en dezelve hier stonde te komen van huijse te voorzien, de wooninge wierden § 137 Intusschen ontfing wen tijding van Boele Combas Resident dat de officieren van het detachement wurtem„ „berg gants geen aangenaame huishouding hielden blijkens brief van den Resident van Diemar sub dato 8„e Maart E: l: bij de sekreete Bijlagen te vinden, en aangehaald in 't apart Dag Register van den 17e daar aan waar op den Heer Reijke mij voorsloeg! en dat meene jk in pre„ „sentie van den welEdelen Gestrengen Heer Haringh om het gevoelen van den Heer een schip derwaards te depecheeren en die troupen nadien met het Hof van Bonij geen schim van oorloe„ was, direct weder na Batavia te zenden! dit wierd wel door mij goed gekeurt maar ik bragt zun Ed: Gest: on„ „der het oog dat al wchvan die troepen een minstap hadden begaan na het schrijven van den Resident, het best zoude zin deselve zo lang aan te houden tot dat men vast verzekert was den Koning van Bonij hier aan 't Casteel zoude komen en zo zijn Hoogheid zulks naquam zonder nadeelige gevolgen die wurtembergse troepen dan besteend het weeshuijs wierd uijtgekosen voor de wurtem„ bergse officieren! en de Chineese Toko voor de gemeene militairen welke laaste betaaling zoude worden opge„ „ven, kortom Hoog Edele Heeren daar was een groote Consternatie en men, wist niet wat niet die aanzie„ „nelijke magt te beginnen. beslend konde „zenting
English
173 Elucidation regarding the dispatch of the military the very humble could be sent away, since it then appeared that the King seemed inclined to come to an amicable negotiation. § 138 This was then determined by us, and subsequently an order was given to send those troops from Boelecomba hither, which then arrived here on the 6th and 7th of June last by vessels, for which the ship Teijelstroom had already been brought up near my country estate Karisjo to take over the military personnel with their baggage, and to the officers I offered the dwelling in the garden, who then made use of it until their departure. § 139 Their departure day was set for the 18th of June, since that prince had intended to be at Maccasser on that day, and that his Highness also fulfilled. If he had not complied with that, then the ship would have been detained even longer with those troops, but now that one was assured of the King's arrival, it appeared that his Highness was willing to enter into negotiation and had not the slightest intention to settle the roaming disputes with the Company by the sword. § 140 Thus those auxiliary troops were then also dispatched with the ship Teijelstroom under respectful letters of the 17th of June to § 143 This was pleasing to me, as I could satisfy that high command without disadvantage, and therefore I gave immediate orders to send on board, for the time being, 100 soldiers, more or less, under the authority of two officers, on the bark De Vrouwe Helena, which had just arrived here by sea from the Sastres and was lying ready for departure, that vessel having then also departed thither on the 24th of July under a covering letter to Java's Governor, and with the ship Hoorn a detachment of Sepoys and a Company's Javanese auxiliary troops, also with the paduakang of the under- § 142. On the 15th of July last, thus one month after the troops belonging to the Regiment Wurtemberg had departed, there was delivered to me via Sourabaija by an express Your High Nobilities' respected letter of the 26th of May last, whereby Your High Nobilities requested, if it could possibly be done, to send relief to Java as it was deemed highly necessary there. § 141. These are the reasons for sending away the troops belonging to the Regiment Wurtemberg. Your High Nobilities, and only departed from these roads on the 19th. Your under-merchant as relief for Java 175 Maccasser is in the most perfect tranquility now that has changed and here everything has been in safety the roads could not with any the Goanese have been taken into submission under-merchant and former Resident of Diemar, 11 men, as appears from a note of the 31st thereto. § 144: Herewith I lived in the pleasant belief of having fully complied with my High Masters' orders. § 145 Thus I, as has appeared, ceased the dispatch of further troops while awaiting news from Java concerning the situation there, but none arriving, the matter remained at the dispatch of those troops. request Boni's king for their prince § 146. But to my utmost regret I am obliged to give sufficient reasons for my conduct concerning the statement in the letter addressed to the Lord Governor of Java (for the reason that the sword of war at this place can for the time being well be kept in the scabbard through indulgence until such time as Your High Nobilities shall further be able to provide this Government with a good force to make the high-minded Buginese listen to reason). § 147 I have the honor then most humbly to assure Your High Nobilities in the strongest terms that since the chief administration has come into my hands until the present day, Maccasser is in the most perfect tranquility, and that a general contentment § 150. Now these are again walked with all safety and use is made thereof, and even the horsemen who are accustomed to help perform the services at Maros are § 149. The roads could not be walked with safety. certainty be walked, one was constantly in fear as well for the plundering rabble of our enemies as of our summoned friends Aroe Pantjana and Tidenreng; yes, even up to under the cannon of our Castle. § 148. And the others have been taken into submission, having come down from the mountains and are constantly building dwellings again in the plains; they request Boni's king, to whom they have now paid homage for many years, as their prince, and cannot do otherwise since the regalia are in His Highness's hands, and upon that the entire point of dispute now rests. is perceived among the native, and indeed principally among the Buginese and Maccasserese, since the former have successively returned again to their kampong and frequent the waterway again, whereas they all had previously retreated to the interior or to Maros and the waterway had mostly come to a prolonged standstill; and upon an unexpected disturbance no perceived over the Company have had to hold themselves prepared for war.
Dutch transcription
173 Jllucidatie over de af„ „sending der militaire de verre ootmoedige konde weggezonden werden, nadien het dan bleek dat den Koning geneegen scheen tot een minnelijke onderhandeling te komen. § 138 Dit wierd dan bij ons vast gesteld, vervolgens wierd ordre gegeven om die Troupen van Boelecomba herwaards te zenden die dan den 6:e en 7:e Junij JL: per vaarthuigen alhier aange„ „komen zin, voor welk het schip Tejelstroom bereeds na muin Land goed karisjo opgekort was om de Militairen met haar bagagie over te neemen en de officieren offereerde ik de wooning in de Thuijn die daar dan tot hun vertrek gebruik van gemaakt hebben. §139 Iaar vertrek dag wierd vast gesteld op den 18„e vin Junij „ nadien die vorst bestemd had om die dag op haccakier te zijn en dat is zin Hoogheid ook nagekomen, Jndien dezelve daar aan niet voldaan had zo zoude het schip ook nog langer met die Troupen aangehouden hebben, maar nu men van de konings aankomst verzekert was, zo bleek het dat zijn Hoogheid in onderhandeling willende treeden en; geen de minste toeleg had om met de Comp„e de zwervende gewhillen door het zweerd te vereffenen §140 Des zo zin die aujilaide troepen met het schip Tezelsbroom dan ook onder Eerbiedige schrijvens van den 17:e Junij aan § 143 Dit was mij aangenaam terwijl Kk aan dat hoog bevel zonder nadeel voldoening konde geven, en des gaef ik direct ordre om voor eerst 100 Militairen meer of minder onser het gezag van twee officieren na boord te zenden van de Juist hier door zee de sastres aangekomene en op vertrek leg„ „gende Barcq de vrouwe Helena, zijnde dan dat vaar „ting ook den 24' Julij onder geleide briefje aan Javas Gouverneur derwaarts vertrokken, en met het schip Hoorn een Commando Sipaijers en een Comp:s Javas hulpdroepen, ook met den Paduakang van den on„ § 142. Den 15 Julij J:oL: dus een maand na dat de troupen die tot het Regiment wartemberg behooren vertrokken waren! werd mij over sourabaija per een Expresse toege„ „bragt uwer Hoog Edelheedens gerespecteerde brief van den 26:e Meij JL: waar bij Hoog Derzelver requireerde zo het met eenige mogelijkheid konde geschieden secours na Java te zenden als aldaar hoog noodzakelijk wierd verbisst § 141. Dit zien de redenen van het afzenden der Trdupen tot het Regiment wartemberg gehoorende. uw woogEdelheedens en den 19=e eerst van dese Rheede vertrok„ „ken uw „ derkoopman tot secours voor Java 175 Maccatier, is in de vol„ „maakste Rust thans is dat verandert en hier is alles in zekerheid geweest de wegen konde met geen de goaneese zin in sub missie genoomen „der Koopman en gewesene Resident van Diemar 11 Man. blijkens briefje van den 31 daar aan. § 144: Hier mede liefde ik in een genoeglijk denkbeeld van ten vollen aan mijn Hoog Gebieders beveelen te hebben vol„ „daan. § 145 Zo ben jk gelijk dat oebleeken heeft met het afzenden van meerder troepen opgehouden als inwagtende naar tijding van Java omtrent de gesteldheid daar, maar niet komende, zo is het bij die afzending van die troupen blijven berusten versoeke Bonijs koning tot hun vorst § 146. Dan tot mijn uiterste leedweezen ben jk gehouden over het gestelde in de brief aan den Heer Javas Gouverneur gerigt „ (:om reden het Oorlogs zwaard aan deze plaats voor als nog door toegevendheid wel in de scheede kan gehouden wer„ „„den tot tijd en wijlen hun Hoog Edelheedens dit Gouver„ „„nement verder van een goede magt zal kunnen voor„ „„zien om den Hoogdenkende Boeginees na reden te doen luis„ „„teren:) voldoende redenen te geven van mijne behandelinge. § 147 Jk vereere mij dan uw Hoog Edelheedens onderdanigste ten sterkste te verzekeren, dat zedert het Hoofd. Betteer in mijn handen is gekomen tot heden haocaker in de vol„ „maakste rust zij en dat hier een algemeene vergenoeging § 150. Thans werde die weder met alle veiligheid bewandeld en daar van gebruik gemaakt en zelve de Ruijters die te Maros gewoon zin de verthiening te helpen doen, zin § 149. De wegen konde met zekerheid niet bewandeld werden. zekerheid bewandelt werden men was geduurig: in vrees zo voor het roofgespuis van onse vijanden als van onse ingeroepene vrienden Arve Pantjana en Tidenreng; Ja zelfs tot onder het geshur„ van ons Casteel §148. En de andere zijn in. submissie genomen uit de geberg„ „tens afgekomen en bouwen steets weder woningen in de vlaktens; die verzoeken Bonijs koning daar zij nu veele Jaaren hulde aangedaan hebben; tot hun vorst en kunnen niet anders nadien de Rijksornamenten in zijn Hoogheids handen ziin, en daar rust nn het geheele verschil punt op. bespeurd werd onder den Jnlander en wel voornamentlijk onder den Boeginees en karcallaar, nadien de Eerste successive weder in hun Campong te rug gekomen zin en de vaart weder fre„ „quenteeren daar zij alle van te vooren na de binne Landen ofte na haros waren geweeken en de vaart geduursaam meest heeft stil gestaan; en bij een onverhoopste weuring niet bespeurd over de Comp„e ten oorlog zig hebben moeten gereed houden.
English
that is why the dispatch was done the Company's Javanese auxiliary troops were sent the Governor hopes to satisfy his high Masters Considerations with the required respect to Your Nobilities on that subject Your Nobilities' order and the general force departed thither over the overland route, so that everything here has been in complete safety, and one still retains that advantage. Section 151. Wherefore I would have acted against all equity and against the welfare of the Company, while this land was at peace, to turn away without cause another who was in distress for aid, the more so as Your Nobilities were unable to provide for it because of the weakened garrison. Section 152. Concerning the Javanese auxiliary troops who were likewise sent to Java, the further reasons why they were sent are partly in order to be able to use them if strictly necessary, and partly because they conducted themselves here in such a manner that one hesitated to entrust a post to that company. Sixteen men from it having deserted during the height of the unrests, not knowing until now where they are staying, and while those people are mercenaries, in order to avoid the complaints which are always unpleasant as well as to prevent accidents, they were likewise sent away to be rid of them. Section 153. Herewith I hope to have given Your Nobilities as briefly as possible sufficient reasons that, with all tranquility, without any appearance of disadvantageous consequences and following the observation of my bounden duty regarding his conduct, those troops were sent to Java for assistance; and I trust therefore that my High Masters will be pleased to approve my actions and conduct observed in that regard, and to perceive that the statements both in the letter of the 24th of July to the Governor of Java and that of the 11th of September last which I had the honor to offer to Your Nobilities, meant nothing other than that one cannot foresee what might occur here with that well-known intractable people. Section 154. Regarding the further order of Your Nobilities not to reduce the general force, it shall be dutifully obeyed; yet may it be permitted to me to bring respectfully and with the required reverence to Your Nobilities' attention that if one wishes to coerce the prince of Bone with a great force, time will show that the high expectations thereof will turn out badly. Section 155. Because as soon as the Bonian sees any untimely movement, he departs from here to his interior where we cannot follow him, and then all the negotiations are again wholly over and broken off. Section 156. And the Company has many proofs of what trouble it costs to draw that prince out from there again, as most recently in the year 1787 when that prince finally arrived from the interior at Kaluku to begin a negotiation with Mr. Reijke, but one was afraid at the reception of that prince, see the Daily Register of the 14th of June of that year, to venture upon it on account of his large number of armed men. Section 157. But upon the arrival of the warships under the command of the honorable Mr. van Halm, a declaration of violence was made, or at least not friendly, whereby that prince then also directly departed for Maros to the detriment of the Company's lands and subjects, and despite all threats having taken place, nothing was gained. Section 158. Except that, to the reduction of the Company's authority and respect, Makassar had become an unsafe residence, and one daily had to fear the consequences which stand noted in the separate memorandum of Governor De Roo handed over to Mr. Erberveld on the 10th of April 1705; in which unhappy state I took it over, for which at present, thank God, there is at least no fear. Section 159. Section 160. Be it therefore said respectfully, subject to favorable interpretation, that it is just as advantageous for the present not to draw the line too tightly, and if all hopes are fruitless, rather to concede something until the Company once has its hands sufficiently free, and then to attack that nation, which harbors an inner hatred against the Europeans, not here but in its own country, and to chastise it in such a manner that their desire to oppose the Company again is removed. Section 161. But at present, if one undertook such a thing while all the Makassarese pay him homage, it might turn out as in the year 1741 with the Wajo prince, see the letter of Messrs. Boelen and van Pleuren under date of the 5th of June 1768 on that subject treated in detail. Section 162. Request to send the Company's Javanese of Dramantakka to Surabaya. I request Your Nobilities to be allowed to send the company of Captain Dramantakka, which has long been stationed here, to Surabaya in order to be exchanged for another good company, as those people have been stationed here for long years and would gladly see their own native country again, for which reason the Surabaya chief has already made a request for the same; Your Nobilities may rest assured that they will not be sent from here except after prior deliberation whether they
Dutch transcription
177 daarom is de afzending geschied de Comp Javaase hulptroe„ „pen, versonden zin den Gouverneur hoopt vol„ aan zun hooge Gebieders Consideratien met het ver Eischte ontsag hun voog„ Edelheden op dat sujet hun Hoog Edelheedens or„ en de generaale magt over den Landweg derwaards vertrokken, zo dat hier alles in een volkomen zekerheid is geweest, en mien heeft dat voordeel nog. § 151. Over zulks ik tegen alle billijkheid en teegens het wel zijn van de Comp:e zoude gehandelt hebben daar dit land in rust zig bevond een ander die om hulp verlegen was zonder reden ging af„ „wijzen, te meer daar uw Hoog Edelheedens buiten staat gesteld was om door het verzwakt guarnisoen daar in te voorzien §152. Belangende de Javaanse huelptroepen die mede na Java de verdere redene waarom verzonden zimn, is eensdeels om zo dezelve noodzakelijx mare te kunnen gebruiken en ten andere zij hier zodanig hebben huis gehouden dat men verlegen was om die Compagnie een Post toe te vertrouwen. zimnde uit dezelve 16 man in het he„ „vigste der oilusten gpdeserteert! tot nog toe niet wetende waar zij zig ophouden, en terwijl die volkeren huurlingen ziin, om de klagten die altoos onaangenaam zin te ver„ „mijden gelijk mede ongelukken voor te komen dezelve om daar van ontslagen te wezen insgelijks zun weg gezonden. § 153. Hier mede hoope ik dan uw Hoog Edelheedens zo kort doenlijk doening gegeven te hebben, voldoende redenen gegeven te hebben dat met alle gerustheid omtrent zijne behandelin, zonder eenige schijn van nadeelige gevolgen en na gehoude „nisse van mijn schuldige pligt die Troupen ter adsistentie § 156. En wat voor moeite het kost om die vorst daar weder §155 Nadien den Bonier zo dra eenige ontijdige beweging ziet, zig van hier na zin binnelanden begeeft waar wij hem niet volgen kunnen en dan is alle de onderhandelinge wederom ten eenemaale klaar en afgebrooken. § 154. Aangaande de verdere ordre uwer Hoog Edelheeden om „dre zal gerespecteerd werden de Generaale Magt niet te verminderen zal pligt schul„ niet werden vermindert „ dig nagekomen werden, dan het zij mij vergund uw Hoog Edelheedens Eerbiedig en met het versithte ontzag onder het oog te brengen dat zo men met een groote magt Bouijs vorst wil dwingen zal de tijd leeren dat de goede verwagting daar van qualijk zal uitvallen na Java hebben gezonden en jk vertrouwe derhalven dat mijne Hooge Gebieders mijne gedane verrigting en gehoude gedrag daar omtrent zullen gelieven goed te keuren en in te zien dat het gestelde zo wel in de brief van den 24e Iulij aan den Heer Javas Gouverneur als die den 11e September J:L:s de Eire hebbe gehad aan uw Hoog Edele„ „heedens aan te bieden! niet anders bedoeld als dat men niet voorzien kan wat hier met het zo zeer bekende onhandelbaar volk zoude kunnen voorvallen. na un't „gen - gegeven 179 verzoek om de Comp„s Javaa„ „nen van Dramantarka na sourasaija te zenden 162 den Jaare 1787 daar die vorst eindelijk uit de binnelanden op kac„ „lakter aangekomen is, om een onderhandeling met de Heer Reike te beginnen maar men was bij de receptie van die vorst vide Dag- Register van den 14„e Junij van dat Jaar om zin groot aantal uit te krijgen heeft de Comp„e veele blijken van, als nog Jongst in gewapende kannen bange daar aan te beginnen § 157. Dan bij arrive van de oorlog scheepen onder Commando van den welEdelen Gestrengen Heer van Halm doet men een verklaring van geweld:s ten minsten niet vriendeleik, waar door die vorst dan ook direct na Maaos zig begeeft tot nadeel van 'sComp„s Landen en onderdanen en net dat al schoon alle dreigementen plaats hebbe gevonden Egter niets gewanne §158 Dan dat tot vermindering van 't Comp:s gezag en Agt„ „baarheid madraker een onveilige verblijf plaats was geworden. En men daaglijks te dugten had de gevolgen die bij de aparte Memorie van den Heer Gouverneur De Roo aan de Heer Erberveld overgegeven den 10 April 1705 be„ „dent gezeld staan! indien ongelukkige staat hebbe ik het overgenomen.! daar men tot nu God zij dank ten minste geene bedugting voor heeft Den hier lang gelegen hebbende Comp„e van den Capi„ „tai Dramantakka verzoek ik uw Hoog Edelheedens na sourabaija te moogen zende om voor een andere goede Compagnie verruijlt te werden alzo die mensche Lange Jaa„ „ren hier gelegen hebben, herrinne rige land eens gaarne weder zoude zien, waarom ook sourabaijs opperhoofd bereeds versoek voor Dezelve heeft gedaan; uw Hoog Edel„ „heedens gelieve zig verzekert houde dat zij niet van hier gezonden zullen werden als na voorgaand overleg of zij § 161 Iaar tegenswoordig zo men zulx ondernam terwijl alle de maccassaaren hem hulde doen het zodanig zoude kunne uitvallen als in den Jaare 1741 met den wadjprees vide brief van den Heere Boelen en van Pleuren sub dato 5 Junij 1768 over dat jujet breedvoerig genomen §„ 60 Het zij derhalve ondergunstige welduiding. Eerbiedig gesegt wel zo voordeelig het Lijntje niet al te sterk voor eerst te trekken, en als alle horginge vrugteloos zijn liever iets toetegeven tot wanneer de Comp„e eens genoegsaam de handen vrij heeft, dan die natie welke tegens den Eu„ ropeeschens innerlijk haat heeft niet hier maer in zin hande zelve aantelaste en zodanig te kastijden dat zij de lust benoomen werde om weder tegens de Compag„ „nie zig te opposeeren sonder §159
English
could be dispensed with for that time without detriment. After this had progressed so far toward readiness, I received a report from Malankerie that the post, which I informed your High Nobilities in the letter of the 8th of this month, paragraph 116, was in a very poor condition, had already had more than half of its palisades renewed with bamboo, so that it will be completely renewed before the onset of the bad monsoon, which I have the honor to bring to your High Nobilities' knowledge. Furthermore, following what was recorded in the separate daily register of the 16th, 17th, and 18th of this month, contrary to all expectation, neither the Boneans nor the Makassarese showed any signs of discontent, but on the contrary even supplied bamboo at cost price. I have the honor to be with the highest esteem, Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Widely Ruling Lord, and Honorable Severe Lords. Lower down: Your High Nobilities' obedient and faithful servant. Signed: W. Beth Wz. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, 18 October 1790. To His Honor, the Right Honorable and Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of the Dutch East Indies. Secret. Right Honorable and Highly Esteemed Lord, Honorable Lords, By my separate letter of the 12th of this month, I dutifully had the honor of notifying your High Nobilities of the arrival in the Bangka Strait of the cutter Java, the small ship Cornelia Adriana, and the armed vessel De Braak before this river; as also of the proper receipt of your High Nobilities' secret as well as general letters and further papers, which were delivered to me personally by Captain-Lieutenant Brugman. In these, I also reported to your High Nobilities that immediately upon receipt of those letters, I requested an audience with the King. For this, for my own defense and greater earnestness, I deemed it necessary that the Second Resident Van Schuler and Captain-Lieutenant Brugman be present. I flatter myself that your High Nobilities will favorably approve of this, in light of various reflections appearing in your secret letters that were very touching to me, indicating an all too apparent mistrust, as if in the most important démarches I had to undertake at court, the necessary firmness and fortitude were lacking. Nevertheless, I find myself obliged on my conscience to assure your High Nobilities that on all necessary occasions I have proceeded according to the tenor of your High Nobilities' most wise orders, and have never presumed to put forward to my high superiors any transaction that had not literally occurred between the King and myself. If, in the meantime, a contrary outcome has often taken place in my humble reports, I beseech your High Nobilities to kindly attribute this to the promises made to me by the King and subsequently broken, as I have often found myself misled by those fair-seeming promises. However, since I cannot answer for the internal sentiments of the King and ministers, I beseech your High Nobilities, bearing in mind the far-reaching intrigues that take place at this court, to please be persuaded that I have constantly exerted my best efforts that could have served the satisfaction and fulfillment of the contracts. During my approximately fourteen-year stay, both in Banjarmasin and here, I have all too often found it verified that maintaining a good countenance in the presence of the King and court grandees, and in fitting words lamenting against the breaches of the sacred sworn agreements, are requirements of the highest necessity. I accordingly put this into practice at my last audience with the King. After having given notice of the reason for the arrival of that small fleet in Bangka Strait, namely solely to effectively prevent the sharply increasing illicit trade, I protested on behalf of the Dutch Company regarding the violation of the contracts in this ever-increasing illicit trade, and the defective and late delivery of the contracted pepper and tin that has resulted from it for several years. I pointed out that the assurances and continuous promises made by the King to guard against this had not reduced it in the least, but that this impermissible alienation of Company products had increased more and more each year, as the opulent deliveries by various foreign nations to China over several years, and principally this past year, all too clearly demonstrated; and that the High Government therefore
Dutch transcription
sonder nadeel voor die tijd kunne gemist werden. de vordering van de ver„ Na dat deze zo verre ingereedheid gebragt was ont„ nieuwinen der Post te ma„ting ik berigt van Malankerie dat de Post die bij brief van den 8„e deser § 116 uw Hoog Edelheedens bedeeld hebbe zeer slegt gesteld te ziin de Pallisaden daar van al over de helft van Bamboesen waren ver„ „nieuwd, zo dat die nog voor het doorkomen der qua „de mousjou geheel vernieuwd zal zin, het geen jk de het heb uw Hoog Edelheedens ter kennisse te brengen en dat na het aangetekende bij apart Dag- Register van den 1617 en 18 deeser tegens alle verwagting zo wel de Boniers als Maccassaaren geene blijken van misnoegen gegeven maar in tegendeel zelfs Bamboesen voor het kostende leveren Jk hebbe de Eer met de uiterste hoogagting te zin /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijd gebievende Heere en welEdele Gestrenge Heeren /:lager uwer Hoog Edelheedens Gehoorsaame en Trouwschuldige Dienaar /:was getekend:/: W Beth Wz: /:in margine:/ Makaker in't kusteel Rotterdam den 18 october 1790 an lankerie bedeelt 1163 Aodordert 3 Hoog Edel Groot Agtbaar Heer Wel Edele Heeren Bij mijn Sparte Berieff van den 12 deezger, heb ik Jnleijding pligtschuldig de Eer gehad uw Hoog Edelheedens van de aankomst van d' zitter ana k= in straatdanse de aankomst van de kotter Java, 'te scheepje de Cornelia M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De welEdele Heeren Raaden van Neederlandsch Jndia secreet 0. 181 Aan Zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer 221 172 183 owie daar bij g' Adsis„ vverantwoerding „gens een en ander uijt de ontfangene secree„ „te brieff van haar Cornelias Adriuna, en de Galwvet de Braak voor dees zze rivier kennisgegeeven, zo ook van de behoorlijke ontfangst uwer Hoog Edelheedens Zowelde se reets als ontfan„ gemeene brieven, en verdere Papieren, die mij door den Captain Luijtenant Brugman Eijgenhandig zijn ter hand Gesteld, en waar bij ik uw Hoog Edeles hoogEdelheedens „dens teffens hebbe rapport gedaan, dat ik aanstonds naar den ontfangst dier brieven, bij den Koning om een audientis hebbe verzogt, waar bij ik tot mijn Eijgen Defencie, en meerder Empressement heb¬ „be nodig g'oordeeld, dat de tweede Resident van Schuler: en den Captain luijtenant Brugman Present waaren, 't geen ik mij Clatteere dat uw Hoog Edelheedens uijt Hoofde van verscheijdene in hoogt derzelve secreets letteren voor mij zeer toucha „te voorkoomende bedenkingen, die een al te ligt „baar owantrouwen aan duijdens, Eeven als off rog en on' welk Reeden „teerd hebben audientie bij aen Ko„ „ning verzogt in de gewigtigste demer Chies, die ik aan 't Hofdoom moest, de benoodigde Cordaatheijd en forniteijt ontbraken goedgunstiglijk zullen gelieven te gouteeren, terwijl ik mij egter verpligt vinde suw Hoog Edelheedens op mijn geweeten te moeten vor„ „zeekeren, dat ik bij alle nodige geleegentheedens volgens den teneur uwer hoogEdelheedens Hoog¬ „wijze beveelen ben te owerk gegaan, en mij nim„ „mer verstout hebbe om mijne hoge gebieders de een off andere verhandeling op te veieren die niet letter¬ „lijk tusschen den vorst en mij was voorgevallen, heeft er intusschen in mijne needrige Rapporten dikwils een Contrarie Eevenement plaats gehad, zo osmeeksik uw Hoog Edelheedens zulks goedguns „tig op de aan mrij door den Koning gedaane en er„ „nagekoomene beloften te owillen Plaatzen, ter„ „wijl ik mij dikwils door die Schoonschijnende ven belofte 221 12 185 wat bij de Laatste au„ belofte heb misleijd gezien, dog daar ik niet voor de Interieuse Sentimenten van den vorst en minis¬ „ters repondeeren kan, smeekik uw Hoog Edelheedens onder herinnering van de verregaande intrigies die bij dit Hloffplaats vinden zig zullen gelieven te Persuadeeren, dat ik steeds mijn beste Pogingen hel„ „be aangewent, die tot voldoening en nakoming der Contracten, zoude, hebben kunnen strekken, terwijl kin mijn Circa veertien Jarig verblijff, zo owel te Banjer als hier te dikwils hebbe bewaarheijd be¬ „vonden, dat 't houden van een goede Contenance in Presentie van den vorst en Hofsgrooten, en in ge¬ „paste woorden te doleeren, teegens de jnbreiken op de Heijlige beswoorene verbintenissen, verlijsch tens van te hooge noodzaakelijkheijd zijn, gelijk ik zulks dan ook bij mijn laatste audientie hebbe be„ „dientie met den vorst werkstelligt, dewijl ik naar gedaane kennis geevin is voorgevallen van de reeden van de komst van dat vlootje in „straat Banca, als eenlijk om de t sterk toenee„ „mende Morshandel, kragtdadig te beletten, uijt naam van de Neederlandsche Compte: hebbe, geprotesteerd weegens 't schouden der Contracten in deeze meer en meer toeneemende Morsham „del, en de daar uijt zeedert eenige Jaaren voortge „vloeijd zijnde, gebrekkige en laate voldoening der bedonge Peeper en Thin, terwijl de verzee¬ „keringen, en aanhoudende gedaane belofte van den koning, om hier teegens te waaken, dezelve in gee„ „riedeele, hadde doen verminderen, maar dat die ongepermitteerde vervreemding van Compts: Pro¬ „ducten jaarlijks meer en meer was toegenoomen. gelijk zulks de opulente aanbreng, door differente Vreemde Natien op China, in verscheijde jaaren en Principaal van 't laatst verweekene, al te duij¬ „delijk aantvonde, end dat de Hooge Rregeering dier„ straat „halven
English
occurred at the last audience with the prince. Seeing that I have been misled by the promise, yet as I cannot answer for the inner sentiments of the prince and ministers, I humbly beg Your High Excellencies, recalling the far-reaching intrigues found at this court, to please be persuaded that I have always applied my best efforts that could serve to satisfy and fulfill the contracts, while during my approximately fourteen years' residence, both at Banjer and here, I have too often found it proven true that keeping up a good countenance in the presence of the prince and court grandees, and lamenting in fitting words against the infringements upon the sacred sworn agreements, are matters of the highest necessity, as I then also put into effect at my last audience. For after having given notice of the reason for the arrival of that small fleet in Bangka Strait, namely solely to forcefully prevent the strongly increasing smuggling, I protested in the name of the Dutch Company regarding the violation of the contracts through this more and more increasing smuggling, and the defective and late fulfillment of the stipulated pepper and tin that has resulted from it for some years, while the King's assurances and continuously made promises to watch against this had in no way diminished it, but that this impermissible alienation of Company products increased more and more every year, as the opulent supply brought to China by different foreign nations in various years, and principally this past year, demonstrated all too clearly; and that the High Government therefore would no longer tolerate that violation of the sworn contracts, nor accept further promises and frivolous assurances, but legally demanded that the King, instead of those promises, must show by deeds that the friendship and alliance with the Company was dear to his heart, while Your High Excellencies for that proof required that annually the full contingent of 80000 piculs of tin, or as much as Bangka produces, and all the pepper that grows in his lands must be shipped to the capital, with which an immediate start had to be made, while failing which Your High Excellencies would devise such measures as would be unpleasant for Palembang but highly necessary for the maintenance of the sworn contracts, and of which the resulting detrimental consequences would remain for the account of the King, while furthermore by His Highness, both at present and for the future, sufficient certainty of his willingness with regard to this fair and just demand had to be established. And where I also deemed it necessary to give notice of Your High Excellencies' decision regarding the closure of Java, and the presumptive sending hither of the warships in case the King should not without delay punctually and emphatically comply with this fair demand of the High Government, with the addition of such urgencies as I judged might have effect on the frightened mind of the old prince. The King, having listened with attention to these my words, answered thereto, after a long silence upon which I requested the aforesaid gentlemen present to be attentive: That he was very sorry, and it was unpleasant to him, that Your High Excellencies harbored such dissatisfaction about him, and especially since he, having constantly given the strictest orders to counter all smuggling trade with the English, nevertheless to his regret had to experience that these orders of his were again violated. That it was meanwhile very pleasant to him that Your High Excellencies had such a cruising operation carried out in the strait, by which he hoped that all opportunities for the English could be prevented. That he furthermore, at my request, would very gladly have one of his ministers cruise with that fleet, and provide him with such orders as would show that preventing all smuggling trade with the English was serious to him. Also, within half a month, through a speedy dispatch of two barks with pepper and tin, he would show that those contracts were sacred to him, and give the strictest orders for a speedy delivery from Bangka, whither he also wished to send a commission to once again forbid all contact with the English upon his highest displeasure. Yet regarding the fulfillment of the full contingent of 30000 piculs of pepper and tin, he could give no final assurance on this, as through the confusion regarding the alliance of the northern princes, the tin trade with his Bangka subjects could not be fully fulfilled.
Dutch transcription
was bij de Laatste au„ is voorgevallen belofte, heb mislijd gezien, dog daar ik niet voor de jnterieuse sentimenten van den vorst en minis¬ „ters repondeeren kan, smeelkijk uw Hoog Edelheedens onder herinnering van de verregaande intrigies die bij dit Hloffplaats vinden zig zullen gelieven te Persuadeeren, dat ik steeds mijn beste Pogingen hel„ „be aangewent, die tot voldoening en nakoming der Contracten, zoude, hebben kunnen strekken, terwijl ik in mijn Circa veertien Jarig verblijff, zoo wel te Banjer als hier te dikwils hebbe bewaarheijd be¬ „vonden, dat 't houden van een goede Contenance in Presentie van den vorst en Hofsgrooten, en in ge¬ „paste woorden te doleeren, teegens de Inbreiken op de Heijlige beswoorene verbintenissen, verlijse he tens van te hooge noodzaakelijkheijd zijn, gelijk ik zulks dan ook bij mijn laatste audientie hebbe be„ „dientie met den vorst„ werkstelligt, dewijl ik naar gedaane kennis geevin„ van de reeden van de komst van dat vlootje in „straat Banca, als eenlijk om det sterk toenee„ „mende Morshandel, kragtdadig te beletten, uijt naam van de Neederlandsche Compte: hebbe¬ geprotesteerd weegens 't schouden der Contracten in deeze meer en meer toeneemende Morshan „del, en de daar uijt zeedert eenige Jaaren voortge „vloejd zijnde, gebrekkige en laate voldoening der bedonge Peeper en Thin, terwijl de verzee¬ keringen, en aanhoudende gedaane belofte van den koning, om hier teegens te waaken, dezelve in gee„ „riedeele, hadde doen verminderen, maar dat die ongepermitteerde vervreemding van Compt: Pre¬ „ducten jaarlijkhomeer en meerewas toegencomen gelijk zulks de opulente aanbreng, door differente Vreemde Natien op China, in verscheijde jaaren en Principaal van 't laatst verweekene, al te duij¬ „delijk aantoonde, end dat de Hooge Regeering dier„ 1e4 straat „halven 185 dierhalven, die schending der beswoore Contra „ten niet langerdulden, nog verdere beloften en frivoole verzeekeringen wilde Accepteeren, maar geregtelijk Eijschten, dat de Koning Jnsteede van die beloften, door daden moest toorien dat h Vrienden bondgenoodschap met des Comp:s hem ten harteijong, terwijl uw Hoog Edelheedens ten dien bewijse begeerde dat s' Jaarlijks 't volle Contin „genit van 80'00 Picols Thin, off Zo veel Banca op „leevert, en al de Peeper die in Zijne landen„ groeijt naar de Hoofdplaats moest verzonden wor „den, waar meede directelijk een aanvang moest werden gemaakt, terwijl uw Hoog Edelheedens bij gebreeken van dien, Zulke maatregelen Zoude beraamen die voor Palembang onaangenaam dog tot handhaving der beswoord Contracten hoog noodzakelijk wierden, en waar van de daar uijt te resulterene nadeelige gevolgen, voor reekening van den Koning bleven, terwijl er wijders door zijn Hoogheijd, Zo wel in 't teegenwoordige als voor 't' vervolg genoegzaame Zeekerheijd van Zijne berijd¬ „willigheijd ten opzigte deezer billijks en regt„ „vaerdige Eijsch moest werde wast gesteld; En waar bij ik ook nodig oordeelde kennisse te moeten geeven, van uw Hoog Edelheedens be¬ „sluijt, omtrent 't oluijten van Java, en de Pre„ „sumtive herwaarts Zending der Oorlog scheepen ingevall den Koning niet zonder tijd verzuijm aan deeze billijke Eijsch van de Hooge Regeering Stiptelijk en Nadrukkelijk quaame te voldoen met bijvoeging van Zodanige Empressemen¬ „ten, die ik oordeelde, dat Effect op 't verschrick„ „te gemoed van den ouden vorst zoude mogen hebben, Den 187 221 er d 189 van twee Barken met tarvia he veel haast doen, „ lijk te en Zorgen dat 't thin van Banca spoedig dog vreesde dat de Produc„ „ten voor dit jaar niet s Konings repon„ Den Koning deeze mijne gezegdens met aandagf „sen op 't boven aan„ aangehoord hebbende, antwoorde daar op, naar teries bij de gelvaete „gehaalde, een lang stil zwijgen, waar op ik de voormelde Pre „sente Heeren verzogt attend te zijn, o vermondering ver Dat 't hem zeer leed deed, en onaangenaam waa die gedaane vertoogen, dat uw Hoog Edelheedens over hem zodanige te onvreedenheijd voede, en voor al daar hij steeds on met des afgending „handel met de Engelsche gegeeven hebbende Egter tot zijn lecoweerzen moest ondervinden, dat deeze zijne orders weederom waaren overtreeden am aangebragt de komst van d' loos Dat het hem Jntusschen Zeer aangenaam was, dot is hem aangenaam, uw hoog Edelheedens een zodanige bekruijssing in straat lieten doen, waar meede hij verhoop„ „te, dat de Engelsche alle geleegentheedens tot zoude kunnen werden belet; voegen en dom was leeden. belofd en zijner Man„ Dalhij wijders op mijn overzoek zeer gaarn een Zijner ministers met die vloot zoude laaten kruijs„ „sen, en met zodanige orders voorzien, die toonen En zoude, dat hem 't beletten van alle Morshandel„ met de Engelsche Ernstowaare; Ook zoude hij binnen een halve maand door met Peeper en Thin, toonend dat die Contracten hem Heijlig waaren, en des stuikste beveelen tot een spoo„ „dige aanbreng van Banca geeven, wverwaarts hij ook een Commissie wilde zenden, om nogmaals alle Convensatie met de Engelsche op zijn hoogste onge„ „nade te verbieden. Dog wat de voldoening van 't volle Contingent van verzeekering geeven, dewijl door de Confusie weegens reedenen van die be„ de verbintenisse der Noordsche vorsten de thin dugting handelen, met zijne Bancase onderdanen ten vollen zoude kuin, 30000 Picols, aangaat, hier toe hon hij geen finaale de strikste beveelen, tot teegengang van alle moseper en thin woorden, een spoedige verzending van twee Barken ran werden voldaan, ven Dat mijnen 221 12 de -
English
appeared to take it seriously to heart. The King answered that the mines had not been worked as diligently this year as in other years, but he earnestly promised that all the tin, without exception, would be dispatched to Batavia, and furthermore, for the future, he would act in such a manner that Your Right Excellencies would be satisfied with him; that he meanwhile hoped Your Right Excellencies would favorably deign to suspend the closing of Java for Palembang, as his subjects, for lack of rice, would not be able to work and the Company would thereby suffer substantial damage; there, Right Honorable, Highly Esteemed Sirs, you have the literal answer of the King, which was uttered with such an indication of the highest sincerity that the most skilled minister would not dare to maintain that the slightest hypocrisy could be enclosed therein. Thus I judged that for that moment I had to be satisfied with this, yet I earnestly requested him once more to literally execute these promises made by him, as I would inform Your Right Excellencies of this as speedily as possible, and that thus, in default thereof, His Highness would have to experience the highest resentment over this new breach of his promise. Whereupon I once again with emphasis insisted upon all the pepper that Palembang yielded, with repeated demonstration that if His Highness had given more urgent and sincere orders to counteract that illicit trade with the English, Your Right Excellencies would not have had such sufficiently just reasons for displeasure, which would immediately cease if His Highness deigned to consider this earnest attempt and wished to redress what had passed by the most efficacious and sincere orders. The King, promising all this further and to keep it in memory, immediately in our presence ordered his Teekoos to bring all the tin on hand hither as soon as possible, and furthermore commanded to make as much haste as feasible with the dispatch of two barks for the main capital, while he assured all his subjects present that he would not tolerate the least connivance in the trade with the English, and added that he would fully punish the violators of his orders. And he commanded his First Minister Khemaas Tommongong that a Manterie must be sent to Banca that very same day to convey these earnest orders of his, and to pay close attention to the conduct of his subjects there, while he once again forbade that any English boats or craft should be admitted ashore there under whatever pretext, but that they must be repelled by force if necessary. Furthermore, he gave orders to the Khemaas Ranga Alie to cruise with the fleet, and to protest against the long lingering and roaming of the English and other foreign ships in the Strait of Banca and beyond the ordinary, with the request that they continue their voyage, and furthermore to assist the Commandant of the Honorable Company's squadron against the violators of his orders.
Dutch transcription
schieerd hem Ernstig ter harte te gaan. „geteekenaar over s ko„ „nings antwoord en om alle morshan„ te belatten en wel voornament„ van 't volle Contin„ doming an gent. reeds verhgalde nag„ „drongen, mijnen dit jaar, niet zo vlijtig dan anderz int waaren bearbeijd, dog Ernistig beloofde, dat al 't thin niets uijtgezondert, naar Batavia Zoude werden verzonden, en owijders voor 't toekoomen „de zodanig zoude handelen, dat uw: Hoog Edeljees „dens weegens hem zoude te vreeden zijn; te verlandemntens gun Dat hij jntrusschen verhoopte aat uw Hoog dlhe e „dens tesluijten van Java voor Palembang gunstig „lijk zoude gelieven op te Schorten, dewijl zijne on„ „derzaaten, bij gebrek van rijst niet zoude kun„ schaade zoude komen te lijden; degewoelens van seeden zie daar HoogEdelGroot Agtbaare Heeren heHer „terlijk antwoord van den Koning 't geen met Zoda „nige aanduijding van de Hoogste wel meemendtheijd vel met de Engelscte geuijt wierd, dat de bedreevenste minister, niet Zoude durven s sustineeren, dat daar in de minste „nen werken en de Comp:e hier door weezentzgentig : pe Compeaene en Compleete voldoening van 30'000 - Picols thin en „ting dien aangaande zijne verzoeken en bedig„ scheijnheijdigheijd konde zijn opgeslooten, Dus ik oordeelde hier in voor dat tijd stip genoegen te moeten neemen, hem Egter nog„ maals nader aange„ „ maals Ernstig verzogt, deeze zijne gedaane be„ „loften letterlijk te willen Executeeren terwijl ik uw Hoog Edelheedens, hier van zo spoedig doorlijk orildie kennis geeven, en dus bij gebreeke kan dien, zijn Hoogheijd de hoogste gevoeligheijd over die nieuwe verbreeking zijner belofte zoude moeten onderwinden, waar bij ik nogmaals met Nadruck op al de Peeper die Palembang opleeverde hebbe aange¬ „dronge, met herhaalde aantooning dat zo indien zijn Hoogheijd, dringerder en ' welmeenender beveelen tot teegengang van die Morshandel met de Engelsche, gegeeven had, uw Hoog Edelheedens b als dan zulke genoegzaam billijke reedenen Schijnh: E te van 191 193 met bedrijging van de de overtreeders zijner Engelsche beletten. In den Commandant bevel dat een zijner kan„ „teries met de vlootkruijs„ den zullen, om 't hij onder wat Pro„ ea te admitteeren zijne Serieuse beveelen aas tommongen k ongenoegen niet zoude behoeven te hebben, daar „lijk zoude Cesseeren, indien Zijn Hoog heijd deeze Ernstige tentame geliefde te overweegen, en 't ge„ „passeerde door de Efficatieuste en owel meenens te beveelen wilde laaten redresseeren. Den Koning dit alles nog nader beloovende in 't geen door den Koning nogmaals hartelijk geheugen te zullen houden, heeft aanstonds in beloofd is onse Presentie, aan Zijn Teekoos g'ordonneerd om al 'z aanhanden zijnde thin zo spoedig mo¬ „gelijk herwaarts te brengen:, en wijders gelast om met de afzending van twee Barken voor de Hoofdplaats zo veel Haast doenlijk te maken terwijl hij aan alle Zijne Present Zijnde onderdaa, en ' zond wrven der hoogste ongemaade voor„ men verzeekerde geen de minste oogluijking in den Handel met de Engelsche te zullen gedogen ik op 't mins aan st bijvoegde, dat dezelve volkoment enden Erste imister Eerste minister Khemaas Tommongong dat te zullen straffen, En ordonneerde aan zijn nog die zelve dag een Manterie naar Banca moest werden gezonden, om deeze zijne Ernstige beveelen over te brengen, en op de handelwijze van Zijne onderdaanen aldaar, Nauwkeurig te te egen ongelesks p den etten, terwijl hij nogmaals verbood, dat geene Engelsche Booten offte schuijten, onder owat Protext aldaar aan de owal zoude g'Admitteerd worden maar dezelve des noods met geweld moesten werden afgeweerd, Wijders gaff hij order aan den Khemaas ranga Alie om met de ovloot te kruijssen, en teegens t lang ophouden en rondswerven der Engelsche en ande¬ „re vreemde l scheepen in straat Banca en wel buij„ „ten 't ordinaire waar bnterte Protesteeren, met verzoek haar zijs te vervorderen, Entwijdens ven maar de overtreeders van zijne beveelen zigomet alen gijtente as met den Commandant van 'sE Comp:s E: quadertje _o Zodanige beveelen, sisteeren. 12
English
barks are to depart within a few days, but the supply of also resolutions these days remained unfulfilled. having once again renewed that made promise to want to fulfill them as soon as possible, since to devise such means by which all smuggling might be prevented. in the absence of this Your High Honours would have the most reasonable cause for the highest displeasure, and from which it would clearly appear that all the King's previously made assurances and excuses were insincere, and that his given arrangements for preventing the committed smuggling deserved very little credence; From all that occurred at this audience having thus made my most humble report to Your High Honours, I hope that if there the humble subscriber that the promised may be accurately fulfilled. fulfilled, while the two above-mentioned barks which had to wait for the cargo will be the bearers of this, and thus that promise is fulfilled, but with the further supply of Banca it still goes very poorly, while the assurances that from there daily a considerable quantity is to be expected still constantly remain, Meanwhile, to urge further upon this, being on the 22nd of this month at the King for an audience, I pressed all the above-mentioned once again on His Highness's heart and kindly requested his made promises From the made further promise of the King, I hope therefore that I will have the pleasure next month of seeing a reasonable shipment to the Main Settlement take place; while in the absence thereof, I shall order Captain-Lieutenant Brugman to detain all vessels coming from Java and elsewhere until the King shall show by deeds that his promises are serious to him; what occurred at that occasion the Resident's departure I on the 14th of this month accompanied by the King's Minister Minister Khemaas and Mr. Brugman departed for the Sousang, and subsequently, the following day sailed to the Bangka Strait, where we found the fleet already arranged at its assigned posts. his actions cruising there. to Bangka Strait After held deliberation with the chiefs of both the vessels, and reading of Your High Honours' instruction, we have mutually seen fit to observe the same as accurately as possible, however with that change, that the cutter with the pantjalling the Vesuvius should keep its distance between Muntok and north of Fredrik Hendrik, where he could observe all vessels that should sail around the north of Bangka, having to steer, weather and wind permitting, now and then further northward, but in view of the strong southeast and heavy current, it was not deemed advisable that such should take place up to the front of the Jambi River, because returning from there would not only be very difficult but at its most favorable take half a month to last, and according to that arrangement one could completely observe the passage of the north of the island of Bangka, as being the most necessary; orders regarding the cruise, The ship The Cornelia Adriana and the pantjalling the Songiauwer should take post from the Poeloe Nankaas into sight of Muntok and also sailing back and forth daily do their best to stay in sight of the cutter as much as possible, while the galley the Draak should take post below Muntok, and the galley the Thaniz had its post assigned at the Sousang, daily with the current having to sail in and out, and to look out carefully for what was going on inside the Zoute and Valsche river banks, moreover it was also judged very useful that both the pantjallings, on signals ordered for that purpose, should sail now and then around the north of Bangka and even to Klabat, to see what was going on there, because the commanders of those vessels were familiar with that passage, and for lack of the necessary charts, one did not dare to trust the large vessels there; the heads of all vessels a good discipline and honest conduct recommended, a trusted native to inquire whether the King's promises there were fulfilled. of this our made arrangement, as far as I judged necessary I gave notice, and earnestly requested him to execute literally and firmly the orders received from his prince, and further in all respects to work in concert with the commander of the Honourable Company's little squadron, and dutifully to support his most zealous efforts to prevent smuggling. the humble subscriber with request to help cooperate. given notice. furthermore after examination and proper distribution of the established orders and signals, I ordered the subordinate chiefs of all those vessels to observe the orders of Captain-Lieutenant Brugman and that everyone should properly acquit themselves of duty, after which I notified the King's envoy of this After the accomplishment of this necessary arrangement, which I hope Your High Honours, as taken to the greatest utility and with the required consultation of the expert seamen, will be favorably pleased to approve, I have sent a trusted native to Muntok to secretly inquire what orders had been transmitted by the King to that smugglers' nest, hope a favorable approval on this arrangement and Muntok sent.
Dutch transcription
Barken staan binnen weijnige dogen te ver„ dog de aanbreng van ook besluijten Ces dege omvervuld bleeven. die gedaande belofte nog„ maals hernieuwt ze spoedig mogelijk te willen vollrengens, dewijl Zodanige middelen te beraamen, waar door al bij gebrek hier van uw Hoog Edelheedens de bil¬ Morshandel mogt werden belet. „lijkste reeden, van 't hoogste ongenoegen zoude Van al 't voorgevallene bij deeze audientie hebben, en waar uijt 't duijdelijk zoude blijken in dusdanig mijn Needrig st rapport aan uw Hoog Edel 1„ dat alle s' koning te vooren gedaane verzeekerin„ „heedens gedaan. hebbende, verhoop ik dat als daar „gen en Excusen, onwelmeenend, en dat zijne op„ des Needrige teekenaars menderg dat e blefen magmenen bij beloofde nauwkeurig mag werden naargekoe¬ „gegeeve bschikkingen, ter beletting van de gepleeg„ nagekoomen. „men, terwijl de twee bovengemelde Barken „de Morshandel zeer weijnig gelooff verdienden; de tweetoegezegd t thin die naar de Lading hebben moeten wagten over„ Uijt de gedaane nadere belofte van den Ko„ „brengers deezes zullen zijn, en dus die belofte „ning, hoop ik dierhalven, dat ik devolgendge maand vervuld is, dog met de verdere aanbreng van 't genoegen zal hebben, van een reedelijks wer„ BanCumib og meijnig Banca gaat 'z nog zeer gebrekkig, terwijl de ver„ „zending naar de Hoofdplaats te zien geschieden; „zeekeringen dat van daar dagelijks een aanza Terwijl ik bij gebreeke van dien, den Capteijn „nelijke quantiteijt te overwagten is, nog steeds Luijtenant Brugman ordonneeren zal om al¬ bestendig blijven, Intrusschen heb ik ter aan„ waarip nog nader bijden „lesvaartuijgen van Java en Elders: koomende konin hebangedrongen, drang hier op, den 22:e deezer bij den Koning aan te houden tot dat den Koning door daden ter audientie zijnde, al 't boven aangehaalde „toonen zal, dat zij net beloften hem Ernst zijn; Zijn Hoogheijd nogmaals op 't Hart gedrukt 't voorgevallene bij die des residents vertrek Ik ben den 14. - deezer verzeld van 's Konings en vriendelijk verzogd zijn gedaane beloften gelegentheijd 195 vn Minister „brekken, zeggen cmt 197 zijn verrigtengemen „kruijssing aldaar. me B rning Jandelig Minister Khemaas langd Mlie, en de Heer naar Straat Banca Brugman naer de Sousang afgevaaren, en vervolgens, sanderen daags naar straat Banca gezeijld, alwaar wij da vloot bereeds g'rangeerts op haare aangeweezene Posten hebben vinden leggen. Naargehoude Deliberatie met de Hoofden van orderesomtrend de be, beijde de bodems, en voorleezing van uw Hoog Edel„ „heedens Jnstructie, hebben wij gezamentlijk goedgevonden, om dezelve zo nauwkeurig mogelijk te observeeren, Egter met die verandering, dat de Kotter met de Pantjalling d' vesurius zijn dis¬ „tantie zoude houden, tusschen Muntok en be„ „noorden Fredrik Hendrik, alwaar hij alle vaartuijgen, die om de Noord van Banca zoude Zeijlen konde observeeren, moetende, weer en wind Permitteerende, nue en aan verder Noordwaarts steevenen, dog aangez ien de sterke Zuijd rost en zwaare stroom, vond men niet vorbaar, dat zulks tot voor de Jambijse Rivier zoude geschie„ „den, dewijl 't terug koomen van daar, niet alleen zeer moeijelijk maar op zijn voordeeligsteen hal„ „ve maand zoude koomen te duuren, en men vol„ „gens die inrigting, volkomentlijk de Passagie van de Noord van 't Eijland Banca, als 't noodza¬ „kelijkst zijnde, konde werden g'observeerd; 'T scheepje D' Cornelia Adriana en de Pantjal„ „ling de Songiauwer, zoude van de Poeloe Nan„ „kaas tot in 't gezigt van Maintok Post vatten en meede dagelijks over en weer Zeijlende haar best dven om de Kotter zo veel mogelijk in 't gezigt te blijven, terwijl de Galuwe t Draak onder Muntok zoude Post vatten, en de Galuwet d' Thaniz aan de esousang zijn Post mier aangeweezen, meterder dagelijks h en v7n de hoofden van allertie vaartuijgen een goede dicipline en Eerlijke op„ een vertrouwd Jnlander te verneemen off ' Konings den Needrig teekenaar vor„ willen meedswerken. kennis gegeeven. deeze onse genoome Schikking, zo verre noo¬ met de ostroom te moeten uijt en Jnloopen, en pan onse desuking „dig oordeelde hebbe kennis gegeeven, en hem Nauwkeurig oppassen, wat'er binnen de bank Ernstig verzogt, om de van zijn vorst ontfange, Zoute, en valsche rivieromging, bovendien wierd meede zeer nuttig g'oordeeld, dat de beij „ne beveelen letterlijk en Cordaat te Executee„ „de Pantjallings, op daar toe g'ordonneerde Sij„ „ren, en wijders in alle opzigten met de Com„ „nen, na en dan om de Noord van Banca en „mandant van 's'E Comp:s Esquadertje de Con„ wels tot Clabat zoude zeijlen, om te Zien wat daar „sert te werk te gaan, en zijne ijverigste Pogin„ omging, dewijl de gezagvoerders dier vaartuijmit vergocktot duis mit „gen om den Morshandel te beletten Pligtschul„ „gen, die Passagie bekend waaren, en men uijt „dig te ondersteunen. gebrek van de benoodigde Caarten, de groote Vaar¬ Naar 't volbrengen deezer noodige Schik¬ „tuijgen daar naar toe niet vertrouwen dorst; hoop een goedgunstigengp „ king die ik verhoope dat uw Hoog Edelheedens„ wijders heb ik naar Examinatie, en behoor„ probatie op deegs schik„ als ten meeste nutte, en met 't verEijschte over„ „lijke uijtdeeling der vastgestelde orders en „leg van des kundige Zeelieden genoomen sijnen, de onderhoorige Hoofden, van alle die Zijnde, goedgunstiglijk zullen gelieven te Vaartuijgen g'ordonneerd, de beveelen van den approbeeren, heb ik een vertrouwd jnlan¬ Captaijn Luijtenant Brugman te observeeren p en Mints gesonden. „der naar Muntok gezonden, om onder de hand en dat een ijder Zig van Pligt behoorlijk kwijten te jnformeeren, owat order op dat Smokkel„ en s koninge Minister moest, waar na ik s' Konings afgezant van beloften aldaar waaren „nest door den Koning waaren overgezonden, volbragt. evn „passing aanbe deeze „len, van 12
English
in delivering the letters of Your High Nobilities upon the return of the King's envoys from Batavia, upon whose return I learned that the Khemass Merib had arrived there, and under the King's highest displeasure had announced to the Tommongong there not to admit any more English boats or vessels ashore, nor to conduct the least trade in tin with the English or any other nation, because the King, upon discovering that his orders were not observed, would have the transgressors rigorously punished. Whereupon that same minister also departed for Beloen and other places on Banca with those same orders, so that I hope these orders, earnestly given, may be rigorously observed, as one may then flatter oneself with the most advantageous consequences resulting from it. I furthermore have the honor respectfully to inform Your High Nobilities of the return of the King's envoys, and that the letters for the King were delivered to court with the usual ceremonial. On which occasion I did not fail to represent to His Highness emphatically, pursuant to their content and further honored orders, both Your High Nobilities' equitable displeasure regarding the recent defective supply of tin of the past year—which looks just as poor this year—as well as regarding the past shameful and disrespectful conduct of his ministers at Batavia. I took advantage of this occasion and, although unqualified, gave His Highness to know that Your High Nobilities, out of consideration for the King and as a token of well-meaning friendship, had caused all further investigation to cease, and that such proof indeed doubly deserved to be rewarded by His Highness with the most sincere gratitude in the fulfillment of the contracts. Whereupon he seemed very affected, and requested me to thank Your High Nobilities most kindly for this well-meaning compliance, while for the future he would give such orders to his emissaries that their honor and reputation might no longer be compromised by such missteps, and the two envoys, through their deserved misconduct, would experience his highest displeasure, with the promise that his ministers in future would no longer make themselves guilty of such misconduct. I hope Your High Nobilities will favorably be pleased to indulge this my committed misstep, as I judged that the demonstration of such favorable compliance would have more impact on the mind of the Prince than the strongest threats could have. Furthermore, it has pleased Your High Nobilities to demand an accounting regarding 5000 picols of tin, which are assumed to be granted annually to the residents by the King at cost price as a gratuity. Since that accounting also appears in Your High Nobilities' general letter, and this is demanded of both residents, we shall jointly endeavor to comply with it. Meanwhile, I cannot comprehend who has dared to bring such fabulous fabrications to the ears of Your High Nobilities, while I can declare upon my conscience never to have received any other tin than last year 2900 picols from the first courtier against payment of 50 rials per picol of tin.
Dutch transcription
201 ninigs ortegentij ntheijd. in het bestellen der Brieven van haar goo Edelheedens ags afgeganten gatavia bij welkers retour ik vernam dat den khe„ „maas Merib aldaar was g'arriveerd, en den Tommongong aldaar onder do vorsten hoogste goede Rapporten bij dis terugkomst ongenaade had aangezegt, om geen Engelsche schuijten off Booten meer aan de wal te ad„ „mitteeren, nog eenige de minste handel in Thin met de Engelsche off andere Natie te drijven dewijl den Koning bij ontdekking dat zijne or„ „ders, niet waaren g'observeerd, de overtreeders dleegen rigoreus zoude doen straffen, waar naar die zelve Minister, ook naar beloen meer ande„ „re Plaatzen op Banca met die zelve orders ver„ armeede den teeke„ „trokken is, dus ik verhoope dat die beveelen, Zeer Content is Ernstig gegeeven, en vigoreus zullen mogen werden naargekoomen, dewijl men zig alsdan ten mits gemaakt. hoope dezelve van daar uijt met de allervoordeeligste gevolgen zijn gevolgen edegav zal mogen flatteeren, Ik heb wijders de Eer uw Hoog Edelheedens ninghamns vaas zan van ee terug komst van s Konings af gesanten Eerbiedig kennis te geeven, en dat de brieven voor den Koning met 't gewoone Cermonieel ten hove zijn besteld, bij welke geleegentheijd ik niet in gebreke bens gebleeven, zijn Hoogheijd ingevolge dies Jnhoud, en verdere g'Eerde beveelen Zo wel over Uw Hoog Edelheedens billijk ongenoe¬ vorhandeld bijden gen, weegens de laatsen gebrekkige zeeper en Thin aanbreng van gepasseerde jaar en die zig dit jaar eeven slegt laat aanzien, als ook van de gepasseerde schandelijke en trispecte han„ „delwijs zijner Ministers te Batavia in Na„ „druk voor te houden. Ik heb mij deeze geleegentheijd ten Nutte ge„ „maakt en zijn Hoogheyjd schoon ongequalificeerd te kennen gegeeven dat uw Hoog Edelheedens uijt Consideratie voor den vorsten ten blijke van wel¬ meenende Vriendschap alle verder onderzoek ven van hadde 2 202 waar door zeer aange„ met belofte zijne Minis„ „ters zig in 't vervolg niet meer aan zodanige wan„ „gedragingen zoude om vergeeving weegens 00- picols geweest. de residenten voor in„ „van den Koning krijgen. requireerde verant„ Picols thin. hadde doen staaken, en dat diergelijke Preuve wel dubbel verdiende door Zijn Hoogheijd met d opregste Erkenten is, in de volbrenging der Co „daan vescheenen hij aangedaan scheen, en mij verzogt uw Hoog Ede „heedens voor deeze welmeenende inschikke „lijkheijd, op 't vriendelijkst te bedanken tewj dewelke men zeg laat hij voor 't vervolg aan zijne zendelingen zodan koops Trijss jarlijks „ge beveelen zoude geeven, dat zij zer en reputatie door diergelijke buijtenstappen niet meer mogte werden geliveert, en de beijde afgezanten, door haar verdiend wangedrag Zijne hoogste ongenade zoude ondervinden; daane buijtenstap goedgunstig zullen gelieven, an aangetoond des tekenaarwegant in te schikken, terwijl ik oordeelde, dat de aan¬ zijne in deeze gedaane „ tooning van zodanige goedgunstige Inschikke, es zijnde zulks maar ongequalificeerde buij„ lijkheijd van meer Empressement op 't gemoed rankbaar betoonde van den vorst dan de sterkste bedrijgingen zoude kunnen hebben; Wijders heeft 't uw Hoog Edelheedens behaagt aan „woording affte Eijschen weegens 5000.- picols chin die verondersteld worden, dat, s' jaarlijks aan de Residenten door den Koning inkoops prijs tot een Douceur worden toegestaan; Dandaar„ „died verantwoording meede en uw Hoog Edelheedens gemeene Brieff voorkomt, en dit beijde de resi„ „denten word afgeEijscht zzullen wij geezament„ „lijk daar aan tragten te voldoen; Inmidtels kan ik niet begrijpen wie dierge„ „Edelheedens heeft durven brengen, terwijl ik opraijn geweeten kan verklaaren, nooijt geen an¬ „der thin dan gepasseerde Jaar 2900 - picols van den 1' koruirnij tegens betaaling van 50 Eials p:r „tracten te owerden vergolden, waar door hij ze „ woording meegen 5000: den Eerbiedige Teekenaar Satis factoire verant„ Ik verhoops uw HoogEdelheedens deeze mijne ge insonwaar hijdaar, lijke fabruleuse uijtstrooijsels teroore van uw Hoog: n schuldig maken. „tenstap 12 1en 208
English
voyages sent to Batavia by the free burgher Lokman, the undersigned is very affected by this accusation, suitable matter, to wish to contradict this spread rumor. and to have received in two parcels, of which 1000 picols were sent to the capital in the month of April with the free burgher Lokman, the surplus profits of which were granted by the King as a gratuity for my wife, who departed for Batavia with the aforementioned Lokman, while the subsequently given 8900 picols were also delivered that same year in the month of November by Lokman at Batavia, to the King's astonishment. Then, Right Honorable and Most Respected Sirs, in order not to expose myself further to such grievous accusations, and to be able to convince Your Right Highnesses that the spreader thereof has dished up the absolute untruths, I informed the King of this suspicion in the presence of Captain-Lieutenant Brugman in the public audience hall, and earnestly asked His Highness whether I had ever received any tin from him besides the above-mentioned, with the urgent request to wish to contradict this rumor, which I assume was concocted by some malcontents in Batavia, while I requested the aforementioned Mr. Brugman to be attentive to the King's answers, in order to be able to communicate the same to Your Right Highnesses if required, and who is then also in a position to report to Your Right Highnesses the King's astonishment and answer, to which I, being impartial, solicit the freedom to be permitted to refer; Then, while I, according to the contents and the preceding of some to me heartbreaking periods in Your Right Highnesses' honored and secret letters, must not unclearly assume that one held me suspected of having sought roundabout ways with that reported tin, the more so because Your Right Highnesses, through my successive letters sent having been written on English paper, maintain that a frequent correspondence is kept between me and that nation; I find myself bound in honor to have to excuse myself regarding these suspicions, under the sincere attestation that since the receipt of Your Right Highnesses' honored letters, I myself only first knew that the paper used was English paper, of which I, because the Company's was small format, frequently bad, bought about two years ago four reams from an Arab, Said Ackmat, who had been here for trade from Malacca; which took place unknowingly and for lack of other. Thus I most cordially beseech Your Right Highnesses will favorably please to relieve me of all such suspicions, as if the harmful way of dealing in this material were indifferent to me and I even cooperated in this, and beseeches to remain relieved of all detrimental suspicions; while at the thought that I might not deserve Your Right Highnesses' complete trust in this disagreeable service of mine, it would continually make me brooding and despairing, in which unexpected case it would appear to me far better, under Your Right Highnesses' favorable disposal, to deliver me therefrom, and that after a stay of about 18 years in these regions, through the very same undeserved kindness, a small post might finally once be assigned to me from which I can have a means of subsistence. About the inland history, I also conversed with the King, and earnestly insisted on the settlement thereof; but as His Highness requested me to wish to postpone this concern until a further opportunity, I can as yet report nothing to Your Right Highnesses concerning this, while I shall nevertheless take care as much as possible to me, that those differences from which the most unpleasant consequences could result, the settlement of the inland unpleasantness is delayed, be removed out of the way according to all fairness before trust is broken. I hope in this to have fully satisfied Your Right Highnesses' intention, flattering myself with which answer I take the liberty to recommend myself most respectfully to Your protection, and have the honor to remain with the most dutiful submission, the respectful undersigned hopes Your Right Highnesses will please to be satisfied with these reports of his. Palembang The 28th of June 1790 Right Honorable and Most Respected Sir and Honorable Sirs Your Right Highnesses' humble and obedient servant N. Walbroek Right Honorable and Most Respected Sir Honorable Sirs. By my separate letter of the 28th of June past, I had the honor to inform Your Right Highnesses of the arrival of the cutter Jaras, the vessel the Cornelia Adriana Geertruijda. Separate To His Excellency The Right Honorable and Most Respected Sir Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Honorable Councilors of the Dutch Indies.
Dutch transcription
200 rijsen door den vrij„ „burger Lokman naar Batavia verzonden, den teekenaar is over deeze beschuldiging zeer aangedaan, geleegene zaak. over dit gespargeerde. „heijd te willen teegen„ spreeken. en in twe disfente te hebben ontfangen, waar van 1000. picols in de maand Aprill met den vrijburger Lokman naar de Hoofdplaats verzonden zijn, waar van de over„ „winsten door den Koning tot een Douceur voor mijn vrouw die met voorm: Lokman naar Batavia vertrokken is, zijn afgegeeven, terwijl de Naders gegeevene 8900. — Picols meede dat zelf de jaar in de maand Noveraber s'konings verwondering door Lokman 'te Batavia geleeverd Zijn, Dan Hoog Edel Groot Agtbaare Heeren om mij niet verder aan diergelijke grievende betigtingen blood te stellen en om uw Hoog Edelheedens te kumme overtuijgen dat den spargeerder daar van de vol „strekste onwaarheedens heeft opgedist, Heb ik den Koning in Presentie van den Capteijn berdugting in deege aan„ Luijtenant Brugman op de Publique audienti zaal hier van kennis gegeeven, en Zijn Hoogheijd Ernstig afgevraagt off ik oijt buijten 't bovenge „melde eenig thin van hem hadde gekreegen, me Koning kinnis gegeeven en heeft hier van den en t vergogt densoven, jnstantig verzoek dit gerugt, 't geen ik veronder, „stel dat door eenige Malcontente te Batavia verzonnen was, te willen teegenspreeken, ter¬ „wijl ik voorm: Heer Brugman verzogt op ' Konings reponsen attent te zijn, om 't zelve des gerequireerd werdende aan uw Hoog Edelheedens te kunnen Com¬ „municeeren, en die dan ook in staat is om uw Hoog Edelheedens s' Konings verwondering en beuntwoording te kunnen rapporteeren, waaraan ik als onpartijdig zijnde de vrijheijde solliciteer mij te mogen refereeren; Dan dewrijl ik volgens den Jnhoud en voor afgaa¬ daes Needrigeteekenaens „ ning van eenige voor mij hartgrievende Periodes in Uw Hoog Edelheedens g'Eerde &eCreete Letteren niet onduijdelijk veronderstellen moet, dat mon mij verdagt hield met dat opgegeeven Thin Slings a weegen te hebben gezogt, te meer daar uw Hoog¬ Edelheedens door dien mijne Successive afge„ 12 Jnstantig „zorrdene 205 ven 209 207 als meede over 't ver„ dat onweetend en bij ge„ plaats gehad. en vesmeekt van alle ma„ „deelige verdenkingen de afdoening der boven„ Schort, „bruijkte Engele apiar zondene brieven op Engelsch Papier geschreeven Zijn Sustineeren, dater tusschen mij en die Natie een frequente Correspondtentie gehouden word; vind ik Eershalve wverpligt mij weegens deeze verden¬ „brek van ander heeft „ kirigen te moeten verontschuldigen, onder de opregs betuijging dat ik zeedert de ontfangst uwer hoogEdel„ „heedens g'Eerde Letteren, zelfs Eerst geweeten heb dat 't verbruijkte Engelsch Papier was, waar van ik door dien 't Comp:s kleen formaat, dik wilsslegtig Circa twee Jaaren geleeden vier riems van een van Ma¬ „lacca alhier ten handel geweest zijnde Arabier zait Ackmat hebbe gekogt; Dus ik op 't aller hartelijkst as meeke uw Hoog Edelhedens door den Koning opp„ „dens mij ven alle diergelijke vordenkingen eeren als off mij de schadelijke handelwijs van dit stoff ind ifferent waare, en ik zelfs hier toe meede werkte, goedgunstig „lijk zullen gelieven te ontheffen, terwijl ik bij oo „denking dat ik uw Hoog Edelheedens volkoomen onstheft te blijven. vertrouwen in deeze mijne onaangenaame dienst„ niet mogte verdienen, steeds naderikend en ver„ „twijffeld zoude maken, in welk onverhoopt gevaskt mij onder uw Hoog Edelheedens goedgunstige beschik¬ „king, vrij beeter zoude voorkomen mij daar uijt te verlossen, en dat mij naar een verblijff van Circa 18— Jaaren in deeze gewesten, door hoogst derzelve onverdiende goedheijd Eijndelijk eens een Postje, waar uijt ik een middel van bestaan hebben kan mogt werden toegeweezen; Over de bovenlandsche Historie heb ik den Koning landsche onaangenaamheer, meede onderhouden, en op dies afdoening Ernstig aangehouden, dog dewijle zijn Hoogheijd mij ver¬ „zogt deeze besorge tot een Nadere geleegentheijd te willen uijtstellen, kan ik uw Hoog Edelheedens hier omtrent nog niets melden, terwijl ik Egter zo veel mij mogelijk is zal zorgen, dat die verschillen waar ven uijt de onaangenaamste gevolgen zoude kunnen vertrouwen resulteeren den Eerbiedigs tee„ „kenaar verhoopt haar hoog Edelheedens in dee„ „ze zijne rapporten gelieven genoegen te nee„ Palembang Den 28 Junij 1790 Hoog Edel Groot Agtbaar Heer en Wel Edele Heeren Uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzaame Dienaar N Walbroek Decesutteeren volgens ale bellijkheijd vor de uijtde weg ge¬ „ruijmt, Ik verhoope in deeze ten volle aan uw Hogg Edelhee„ „dens jntentie te hebben voldaan /( waar meede ik mij beantwoording zullen flatteerende, de vrijheijd neeme mij in hoogst derzel„ „ver Protectie op 't aller Eerbiedigst aan te beveelen en deEer hebbe met de verschuldigste onderwerping te ver blijven. Hoog Edel Groot Agtbaar Heer Wel Edele Heeren. Bij mijn aparte Brieff van den 28 Junij pass: heb ik de Eer gehad uw Hoog Edelheedens van de aankomst vandes Coter Jaras 't Schepj de Corelas Adriama Gyrven Beneevens De WelEdele Heeren Raaden Van Neederlandsch Jndia, 72 M:r Willim Arneld Alting Gouverneur Generaal Apart Aan Zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer „men. d
English
and the galley the Draak in this strait dutifully to give notice, alongside the arrangements that I had made both at the Court and with the commanders of that fleet, I shall presently take the liberty dutifully to report to Your Right Noblenesses on the consequences that this cruising operation has had, while I take the liberty to annex hereto both the kept daily journals and all letters relative to this commission, in the hope that Your Right Noblenesses will kindly be pleased to approve my conduct held in this matter, while I flatter myself that on my part I have done everything to achieve the required objectives with that mission, toward which I also continuously urged the Court for its cooperation, in which I then also succeeded in many respects, as the King dispatched repeated orders to Banca to prevent all illicit trade, and especially after, on 5 July, due to the long delay of the two tin vessels for Batavia, to which the letters and passes had already been issued some days before, I found myself obliged to order the commanders of that cruising fleet to detain the vessels coming from Jasa, this caused the King much reflection, whereupon the immediate dispatch of the 2 last tin vessels indeed followed; but the promises made therein regarding a further speedy dispatch were very poorly executed, while the Court, upon my remonstrances made against this, constantly continued to excuse itself with the alarming news in the spring concerning the arming of the northern pirates, because of which the tin mines were worked very poorly at that time, the tin, since the persistent drought, not having been able to be washed until a few weeks ago, when it first began to rain, which I then also, upon my investigation conducted there, found to be somewhat true, but also that the mineworkers, because of poor pay and arrears from the past year, kept that mineral hidden and would not deliver it to the tekoos without cash payment, which disadvantageous rumors I seriously presented to the King, but he, for what reason is unknown to me, constantly continued to contradict them, and according to what is known to me, has had little investigation conducted into this. Meanwhile, since the arrival of the small vessel the Jonge Oranje Boom, a reasonable quantity of tin has been brought in here from Banca, which may well be attributed primarily to the cash brought along by that bottom, while the suppliers showed themselves very zealous to deliver their contingent ordered by the King for that ship, and thus a full proof that they lack not tin, but the necessary cash; from this one might infer that the cruising operation carried out here has done considerable good, and at least prevented the Bancanese from being able to dispose of this stock of tin to the English roaming about here; at least the commanders of that expedition have done everything possible to cut off that passage to them, and if they did acquire any tin, it was to the north of Banca, whither the commanders of those cruisers, because of the dangerousness of that fairway, as Your Right Noblenesses will be pleased to observe from their declarations, dared not trust their bottoms; while I, in order to guard against this as much as possible, upon the received news that an English ship was staying there, sent the Second Resident van Schuler thither with two of our cruisers, accompanied by the King's emissaries, from whose report made, which I append hereto, to which I request permission to refer, Your Right Noblenesses will find confirmed that, notwithstanding all the King's promises and orders made, one must have very strong presumption that some illicit trade was committed there, but over which the King, whether sincere or feigned, showed himself extremely disturbed.
Dutch transcription
en de Galuwet de Draak in deeze straat Eerbiedig kennis te geeven, beneevens de schikkingen die Et zo wel aan 't Hof als met de Hoofden van dat vloog gemaakt hadde, zullende ik teegenswoordig de vrij„ „heijd neemen uw Hoog Edelheedens van de gevolgen die deeze bekruijssing gehad heeft schuldpligtig rap„ „pert te doen, terwijl ik zo wel de gehoude dag Jour„ „naals als alle brieven die tot deeze Commissie relatieffij de arijheijd neeme hier bij te anexeeren in hoop uw 'Hoog„ „Edelheedens, mijn gehoude gedrag in deeze goed guns„ „tiglijk zullen gelieven te gouteeren, terwijl ik mij duijf flatteeren, ten mijnen opzigte alles te hebben gedaan om met die bezending de verEijste doelwitten te mogen berijken en waar toe ik teffens aanhoudend aan 't Hoff tot dies meede werking hebbe aangehouden, 't geen mij dan ook in veele opzigten gelukt is, als hebbende den Koning herhaalde orders naar Banca, om alle mors¬ „handel te beletten, afgevaardigd en voor al na dat ik op den 5:e Julij door't Lang ophouden der twee thin vaartuijgen voor Batavia aan mie de lbrieven en Passens bereeds eenige dagen waaren afgegeeven, mij verpligt vond om aan de Hoofden van aatkruijsvlootje te ordonneeren om de van Jasa komende vaartuijgen aan te houden, gaff dit den Koning wij veel bedenking, en waar op dan ook de Directe verzending der 2 laatste Thins vaartuijgen gevolgd is, dog de daar bij gedtaane be„ „lofte soweegens een overdere Spoedige verzending zeer slegt zijn g'Executeerd, terwijl 't Hoff op mijne daar teegen gedaa¬ „ne overtoogen, zig steeds bleeff verschoonen met de in 't voorjaar ontrustende tijdingen weegens de armee„a „ring der Noordsche Zeeroovers, waar door de thin„ mijnen doen ter tijd zeer slegt waaren bearbeijden 't thin zeederd de aanhoudende droogte niet dan Zeederd weijnige weeken, als wanneer 't Eerst heeft beginnen te teegen konde gesuijverd worden, 't geen ik dan ook op mijn daar van gedaane onderzoek al¬ „daar, owel eenigzintshebbe bewaarheijd bevonden maar ook dat de mijn werkers dat Mineraal wee„ „gers slegte betaaling en agterstallen van gepas„ byven „seerde Jaar verborgen hielden en aan de tekoos Passen niet Vier niet zondere Contante betaaling hebben willen te „veren, welke nadeelige gerugten ik Serieusselijk den Koning hebbe voorgehouden, dog die zulks om wat reeden is mij onbekend steeds bleeff teegenspreeken en hier naar zo veel mij berrust is weijnig onderzoek heeft laaten doen, Intusschen is er zeederd de komst van 't scheepje des jJon„ „ge orange Boom een reedelijke quantiteijt thin van Banca hier binnen gebragt dat owel voornamentlijk aan de meede gebragte Contanten van dien bodem mag wer„ „den toegeschreeven, terwijl de Leeveranciers zig alleszeen ijverig toonde, om haar, door den Koning voordat schip g'ordonneerde Contingent, te Leeveren, en dus een vol¬ „leedig bewijs dat 't' haar niet aan thin maar aan de benoodigde Contanten ontbreekt, hier uijtzou„ „de men mogen afleijden dat de gedaane bekruijssing alhier vrij wat nut gedaan, en ten minste beletheeft dat de Bancaneesen deeze haare voorraad van 'thin, niet aan de alhier rondgesworvene Engelsche hebben kunnen van de Hand zetten, ten minsten hebben de Hoofden van die Expeditie alles aangewend om haar die Pas zo veel mogelijk affte snijden, en zo indien de„ „zelve al eenig thin mogte hebben opgedaan, is zulks om de Noord van Banca geweest, waar heen de gesag„ „voerders dier kruijssers weegens de gevaarlijkheijd van dat vaarwaater zo als uw Hoog Edelheedens uijtder„ „zelver De claratoiren zullen gelieven te beoogen, haar bodems niet dorsten te vertrouwen, terwijl ik om hier teegens zo veel doenlijk te waaken, op de ont„ „fangene tijding dat zig aldaar een Engelsch t schip op„ „hield den Ttweede resident van Schuler met twee onser kruijssers, verzeld van 's' Konings zendelingen daar na toe hebbe gesonden, uijt wmiens gedaane rap„ „port 't geen hier neevens voege, waaraan ik verzoek mij te mogen refereeren, uw Hoog Edelheedens zullen bevestigd vinden dat niet teegenstaande al„ „le s' Konings gedaane belofte en orders men zeer veel Presumtie moet hebben dat aldaar eenige morshandel gepleegd is, dog waar over Zig den Kkoning ven 't zij welmeenend off gewijnst ten uijterste gestoord 1n Vier „toonde 213 1a
English
Soon here this was also connived at, but there was nevertheless frequent, and especially in the last two years, strong protest against it. For those reasons, I also did not immediately wish to accede to the request of the King to release that vessel, but declared the same to His Highness as a good prize. Quite some commotion arose against this, while the King asked me whether he could not dispose of his own vessels and order them, after having completed a cruise, to collect a cargo of tin on Banca, which was now truly the case; and he therefore requested me to release that vessel, as having strictly obeyed his orders, since otherwise the Bancanese would become afraid to bring the tin into Palembang. Upon this, I inquired most carefully whether there was any of the slightest presumption of the aforementioned illicit trade regarding that cargo among the cruisers, who assured me that this apprehension had taken place solely on his orders, and that the same had been taken in true water near Salemba. Thus I advised them to consider this matter seriously, especially since I already began to notice that this incident was beginning to become quite disadvantageous to the delivery of tin, and one could well exercise some accommodation at the request of the prince, the more so because he explicitly claimed that all of this had occurred according to his orders. This having been deliberated upon in the broad Council, that vessel, as Your High Noblenesses will see from the accompanying letters and resolution, was again released to the King, of which I informed His Highness, and requested him henceforth to refrain from such orders, which were strictly contrary to the passes, because otherwise no further consideration as at present would be exercised, especially since such doings all too greatly facilitated the illicit trade against which His Highness pretends to watch diligently. Finally, I give Your High Noblenesses respectful notice that the cutter Java entered this river on the 3rd of this month to provide itself with water and some provisions, and now in a good state will cross over to Malacca, of which I have given notice to the government there, as appears from this accompanying copy letter; while the galley De Draak, sailing to the capital under convoy of the bearer of this with the duplicate papers, the small ship De Cornelia Adriana on the 26th of August, and thus four days before the finishing of its ordered cruise, was forced to enter this river on account of the bad condition of its crew, which, since it still has very many sick, will be the cause that the same will have to remain here for some time yet; but its dispatch will take place as quickly as is ever possible, the more so because the King has ordered to prepare the 3000 picols of tin destined for its loading, of which we have already taken 1000 picols into the warehouse. I shall apply all my possible diligence with the further shipping so that the same from the King's vessels may occur as quickly and adequately as is ever possible. High Noble Great Honorable Lord, Right Noble Lords, Your High Noblenesses' humble and faithful servant, P Walbeeck Palembang, the 18th of September For the rest, I solicit Your High Noblenesses' favorable indulgence regarding the brevity of this, because apart from the fact that the principal points have been circumstantially treated in the correspondence held by me with Captain Lieutenant Brugman, and I thus did not wish to inconvenience Your Highest attention with repetitions, I have found myself troubled with continuous fever for three weeks, so I hope Your High Noblenesses will kindly please excuse the shortcomings of this, while wishing Heaven's mildest blessing, I have the honor to remain with the deepest veneration. To His Honor, the High Noble Rigorous Great Honorable Far-Commanding Lord Willem Arnold Alting, Governor General, together with The Right Noble Rigorous Lords Councillors of Netherlands India. High Noble Rigorous Great Honorable Far-Commanding Lord, Right Noble Rigorous Lords, To Your High Noblenesses' secret letter of the 15th of June, we take the liberty in reply
Dutch transcription
Spoedig hier komt meede door de vingers gezien, dog er Egter dikwils, en vooral in de twee Laatste Jaaren sterkteegens geprotesteerd, om die reedens heb ik ook geenz ints aanstonds aan 't verzoek van den Koning oms dat vaartuijg te Largeeren willen toe treeden, maar 't zelve als Ueel Prijs aan Zijn Hoogheijd opgegev „ven, hier teegens viel vrij wat beweeging, terwijl den Koning mij vroeg, off hij over zijn Eijge vaartuijgen niet disponeeren kon en gelasten om naar gedaane kruijstogt een Lading Thin op Banca te haalen, 't geen thans Zowaare geval was, en verzogt mij dierhalven dat vaartuijg als volstrekt aan zijne vrders g'obidieert heb ben „de, te willen vrijgeeven, terwijl anderzints de Bancanee„ „sen bevreest zoude worden om 't thin naar Palembang binnen te brengen, Hier op heb ik mij ten nauwkeurigste geinforimeerd of er ook eenige de minste Presumtie van voorgenoeme morsham „del met die Lading bij de kruijssers plaats vond die wij verzeekerd dat dies apprehensie eenlijk op Zijn Lasge¬ „daan owas, en 't zelve in zo waarwaater maar salemba genoomen is, dus ik haar hebbe aangeraaden om des„ „ke zaak Ernstig te overweegen, vooral dewijl ik bereeds op begon te bemerken dat dit gewal aan de thin aan„ „breng vrij nadeelig began tetworden, en men op 't ver„ „zoek van den vorst wel eenige inschikkelijkheijd konde gebruijken, te meer daar hij volstreks voorgaff dat dit alles volgens zijn orders was geschied; Hier over in den breeden Raad gebesoingeert Zijnde is dat vaartuijg zo als uw Hoog Edelheedens uijt des neevens gaan„ „de brieven en resolutie zullen beoogen weederom aan den 4 Koning g'Pargeert, waer van ik zijn Hoogheijd hebbeken„ „nis gegeeven, en verzogt zig voortaan van diergelijke orders, die volstrekt teegens de Passenstreede, te mil„ e „len menageeren, dewijl er in Contranie geval geen verdere Consideratie als thans meer zoude gebruijktoworden, voor al daar diergelijke gedoentens de morshandel waar teegen zijn Hoogheijd voorgeeft ij verig te sowaaken maar al te veel faciliteerde; Eijndelijk geef ik uw Hoog Edelheedens Eerbiedige kennig dat de Cotter Java den 3 deezer deeze rievier is binnen ven genoomen geloopen F 80 P in 217 Palembang den 18 September geloopen om dig aan des ousang ran swaater in eenige ver„ „oversing te voorzien, thans in een goede staat, naar Ma„ „lacca zal overtrekken, waar van mij 't gouvernemen tal„ „daar blijkens deeze verzellende Copija brieff hebbe kennis gegeeven, terwijl de Galuwet de Draak onder Convooij van bren „ger deezes met de Duplicaat Papieren naar de Hoofdplaats steevend zijnde ze scheepje de Cornelia Adriana den 26: A¬ „gustus en dus vier dagen voor 't finieren van zijn geondon neerde kruijstogt genoodsaakt geweest deeze Rivier ma „gens de slegtes gesteldheijd zijner Qquipagie te moeten bin„ „nen loopen, 't geen dewijl nog Zeer veel Zieke heeft oorzaak zijn zal dat 't zelve alhier nogeenigen tijd zal moeten verblijven dog welkers depeche & spoedig maar immer mogelijk zal geschieden te meer dewijl den Koning gor¬ „dorneerd heeft om de 3000. picols thin tot dies belading gedestineerd in gereedheijd te brengen waar van wij bereeds 1000- picols in 't Pakhuijs hebben ingenoogen Zullende ik met de overdere afscheep mijn mogelijk zijn „de sij ver aanwerrden dat dezelve van 's' konings vaartuij„ „gen z spoedigen voldoenden't immer mogelijk is, geschiede, Hoog Edel Groot Agtbaar Heer Wel Edele Heeren. uw Hoog Edelheedens onderdanige en getrouwe Dienaar P Walbeeck Overigens Solliciteerik weegens de Kortheijd deezes ein Hoog Edelheedens goedgunstige verschoining, wan 't behal, on „ven dat de voornaamste Poincten in mijn gehoude brieff wisselijng metden Capteijn Luijtenant Brugman omstandig verhandeld zijn en ikdus hoogst derzelver at„ „tentie met geene redites wilde in Commodeeren, bevindik mij zeederd drie oweeken met aanhouden koorts en gin„ „commodeerd dus ik verhoope Uw Hoog Edelheedens 't ge¬ „brekkige deezes goedertierend zuld gelieven te Excusee„ „ren terwijl ik naar toewinsching van S' Hemels milste 1a Zeegen, de zer hebbe met de diepste woneratiete verblijven. overigens 1. 590 10v 219 Aan zyn Edelheyd den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Wijd gebiedende Heer Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neerlands Juia Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Wijdgebieende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren Op Uw Hoog Edelheedens secreet anschrijven van den 15 Junij, neemen wy de Vryheyd in antwoord en