VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3918

Bengal · 494 pages · 189 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3918_0359 view scan ↗

English

Secret 319. 7 September The Senior Merchant The Merchant The Junior Merchants The Merchant With the English The exchange of the village of Bernagoor Appoint commission Tuesday the 7th September Anno 1790 In the morning, present The Honorable Extraordinary Councilor of Dutch India and Director Mr. Isaac Titsingh Johan Wilhelm Salomon van Haugwitz Chief Administrator and First in the cloth hall Adrianus Gerardus Krayenhoff Fiscal and Village Master Johannes Cornelis Heyning provisional Trade Bookkeeper, Dispenser, and Invoice Holder Fredrik Wieman, Secretary and Cashier, absent The Captain at Sea and Equipment Master Pieter Levien due to indisposition and Lodewijk Reael de Bas, Storehouse Master to Foltha for the unloading of the ship De vrouwe Agatha It was communicated by the Honorable Director that, as his Honor had been instructed by their High Nobilities the Honorable High Indian Government by their separate letters to his Honor of 9 October 1789 to resume and bring to completion the negotiations broken off in the year 1779 for the exchange of the village of Bernagoor for an equivalent piece of land in and around our village of Chinsurah, his Honor had made the necessary representations to his Excellency the English Governor-General Lord Cornwallis, with the result that two English Company servants, the Messrs. Paterson and Spottiswoode, were appointed to measure the lands to be ceded and to regulate what is necessary in that regard with the persons appointed for that purpose from our side; to which end the choice of the Honorable Director had here also fallen upon 320. 7 September the Junior Merchants Johannes Cornelis Heyning and Johan Carel Lodewyk Blume, into whose hands his Honor, for the execution of that commission, had delivered an ordinance reading as follows: To the Junior Merchants Johannes Cornelis Heyning Johan Carel Lodewyk Blume The undersigned Director, having been instructed by the High Government of India by separate letter of 9 October 1789 to resume and bring to completion the negotiations broken off in the year 1779 for the exchange of the village of Bernagoor for an equivalent tract of land in and around this village of Chinsurah, it is that your Honors are hereby commissioned and appointed, with and alongside the gentlemen to be appointed to the same end by the English Government, carefully to trace and determine all that may serve to achieve this objective, to which end the following documents annexed hereto are delivered into your hands: 1st. Copy of a note of the lands demanded in exchange in the year 1778, stating what they yield in ground rent. 2nd. Copy of a similar note concerning a part of the lands demanded in exchange, approximately proportionate to that of Bernagoor. 3rd. Copy of a report from Mr. Perring regarding the extent of the lands at Bernagoor and the ground rent accruing therefrom. 4th. A map of the village of Chinsurah and the surrounding lands, drafted by Major Mestayer, on which the lands demanded in exchange are indicated. In this negotiation, your Honors must keep the following points in view and try to direct matters accordingly as far as possible: 1st. That no detrimental consequences arise therefrom for our inhabitants, both with regard to their real property and their obligations there. 321. 7 September 2nd. That the hardship in the abandonment of inhabitants who have lived so long under the Company's protection and jurisdiction be softened as much as possible by reasonable and equitable arrangements with the Commissioners of the English Government, while your Honors simultaneously do your best to allocate dwellings and lands to those who wish to settle down here under our jurisdiction. 3rd. That this brings a lasting advantage to the Company. Detailed and accurate notes must be kept by your Honors concerning all your actions in this matter, and an extensive report thereof must be handed to the undersigned, in order to dispose further thereupon with the Council as shall appear consistent with the Company's interests according to the circumstances of the matter. Underneath stood: Hooghly in Bengal, the 15th April 1790. Signed: I. Titsingh And that, the operations and negotiations of these joint Commissioners having since been concluded, the aforementioned Junior Merchants Heyning and Blume had, regarding the outcome of their operations as far as they were concerned, delivered to his Honor the following report: To the Right Honorable, Sir Mr. Isaac Titsingh Director and Supreme Commander on behalf of the Honorable Company's important Trade in Bengal, etc., etc., etc. Right Honorable, Sir! In fulfillment of the commission entrusted to us by your Honor, and in accordance with the written instruction dated 15 April last delivered into our hands on that account, with four appendices (which we return herewith in original under letters A, B, C, and D) concerning the resumption, desired by the Honorable High Indian Government, of the negotiation broken off in the year 1779 with the English gentlemen for the exchange of the village of Bernagoor for an equivalent tract of land in and around the village of Chinsurah, we have the honor to

Dutch transcription

secreet 319. 7 Septber: de opperkoopman De koopman De onderkooplieden Den koopman met de Engelbengen de ruiling van t' Dorp Bernagoor missie benoemen Dingsdag den 7„e September A„o 1790 S morgens, present De Edelen Heer Raad Extraordinair van Neederlandsch India an diracteur M„r Isaac Titsingh Johan Wilhelm Salomon van Haugwilz Hoofd Administrateur en Eerste in de kleeden zaal Adrianus Gerardus Krayenhoff Piscaal en Dorpmeester Johannes Cornelis Heyning provisioneel Negotie Boekhouder Dispencier en Factuur houder Fredrik Wieman secretaris en Casier abbent De Capitein ter Zee en Equipagemeester Pieter Levien door in dispoitie en Lodewijk Reael de Bas Pakhuismeester naar voltha ter ontlossing van het schip De vrouw Agatha Wierd door den Edelen Heer Directeur gecommuniceerd dat door Hun Hoog Edel heeden de Edele Hooge Indische Regee„ ring bij Hoog Denzelven aparte Letteren aan zyn Edele van 9 October 1789, gelast zynde de afgebrooke onderhandelingen in het jaar 1779, ten verruizing van het Dorp Bernagoor teegen een gelykwaardige stuk gronds in en om ons Dorp Chinsurah op nieuw voort te zetten en tot stand te brengen, zyn Edele daar toe de noodige vertooningen gedaan had aan zijn Ex¬ „cellentie, den Engelschen Gouverneur Ge„ „neraal Lord Corwallis, met het gevolg die ten dien fine een com. dat twee Engelsche scompagnies Dienaa ren de Heeren Paterson en spottidwood benoemd waren om de afte staane gron den te meeten en het nodige derweegens te reguleeren met de van onze zyde ten dien fine aangestelde persoonen, waar gelyk hier ook door den toe de keuze van Hem Heene Directeur heeden gevallen Heer 320. 7 septbr: Heer Drecteu is Gesceuide Gevallen was op de onderkooplieden Iohan „nes Cornelis Heyning en Johan Carel Lodewyk Blume aan wien zyn Edele, ter uitvoening dier Commissie had ter handge„ steld een ordonnantie aldus luidende Aan de onder kooplieden Johannes Cornelis Heyningen Johan Carel Lodewyk Blume De ondergeteekende Directeur door de Hooge Regeering van India, by aparte Brief van 9. 8br: 1789. gelast zijnde de afgebrooke onder han „delingen in het Jaar 1779. ter verruiling van het Dorp Bernagoor tegen een gelijk waardige streek gronds in en om dit Dorp Chinsura op nieuw voort te zetten en tot stand te brengen, zoo is het dat Uw Ed„e by deezen werden gecommitteerd en aangesteld om met en beneevens de Heeren door het Engelsch Gouvernement ten zelven ein„ de te benoemen, al wat ter bereeking van dit oogmerk kan strekken zorgvuldig na te spoo„ ren en te zeegelen, waar toe UEd„s de volgende ƒ 1„o Dat daar uit geen nadaelige gevolgen voor onze Ingezeetenen, zoo met opzigt tot haare vastigheeden als verbintenis„ „sen aldaar voort vloeijen 2„o Copia eener gelyke Notitie nopens een gedeel te der gronden en ruiling geworderd, ten naas„ „ten by met die van Bernagoot evenreedig 3„e Copia van een berigt van den Heer Perring nopens de uitgestrektheid der gronden op Bernagoor ende grond pagt daar van pro„ flueerende 4„e Een kaart van het Dorp Chinouna ende om leggende Landen, door den Majoor Mestayer ontworpen, waar op de in ruiling gevorderde gronden zyn aangeweezen UE moeten in deeze onderhandeling de volgende pointen in het ooghouden ende zaaken daar toe na ver mogen tragten in te rigten stukken har annex worden ter hand gesteld 1„o Copia eener Notitie van de gronden in het Iaar 1778 in ruiling gevordert en waar by bekend staat, wat zy aan grond pagt op bren stukken Dat 7 fbr: „gen 321. 7 Septbr: tangen 2„o Dat het hande in 't verlaaten van Ingezee„ tenen, zoo lang onder s' Comp„s protectie en suriodictie gezeeten hebbende door reedelyke en billyke schikkingen met de Gecommitteerdens van het Engelsch Gouvernement zoo veel mo. „gelyk werd verzogt, teffens Uw best doende om den geen en die zig hier onder onze Junisdio „tie wilden needer zotten wooningen en gronden aan te wijsen 3 e Dat zulx de Comp„e een besterding voor deel aan brengt omtrent. alle Uwe verrugtingen in deezen meet door UE omstandig en nauwkeurig aanteekening werden gehouden en daar van aan den ondergeteekenden een uitvoerig berigt ter hand gesteld, om verders daar op met den Raad zodanig te disponeeren als na toedragt van zaaken met 's Comp:s belan„ gens bestaanbaar zal voorkomen /:onderstond:/ Hougly in Bengale den 15 April 1790 /:geteekend:/ I: Titsingh uitslag hunner verrig en dat verrigtingen en onderhandel in „gen dier gezaamentlyke Gecommitteer dens zeedert afgeloopen zyn de de gedag„ In voldoening aan de ons door Uwel Ed„e Gestr: opgedragene Commissie en in opvolging aan de ons dien twege ter hand gestelde schriftelijke Instruc„ tie in dato 15. April Jongstleeden met vier Bijla„ gen (welke in originale onde La. A. B. C: D Vt. deeze weeder verstellen :/ betreffende de door de Eedele Hooge Indische Regeering, begeerde hervatting van de in A„o 1779. afgebrookene onderhandeling met de Heeren Engelschen, ter verruiling van t Dop Ben„ nagoor teegens een gelyk waardige streek grond in - en om het Dorp Chinsuaa zoo hebben wij de Eere dien aan Wel Edele Gestrenge Heer! Aan den WelEdelen Gestrengen Heere M„r Isaac Titsingh Directeur en opper Gebieden van weegen s E Comp„s importanten Handel in Bengale &a &a &a „te onderkooplieden Heyning en Blume daar van zoo verre hun betreft, aan zyn Edele overgegeeven hadden het volgend rapport gaande te

NL-HaNA_1.04.02_3918_0362 view scan ↗

English

now proceeding to serve as a report, with respectful record also made of the noteworthy matters that occurred to us in the course of this commission, both with regard to our negotiations with the gentlemen Paterson and Spottiswoode, appointed to that end by the English Government, and the proceedings conducted by us separately in this matter. The first thing that appeared necessary to us was a preliminary conference with the said English commissioners, in order to consult together regarding what we should take in hand first in this matter. This conference took place on the 11th of May last past, when, after a mutual exchange of words applicable to the subject, we deemed it best to prepare beforehand to that end the inhabitants who were to have a part in this exchange, and to learn from them what fair and reasonable objections they might bring forward against it, so as to give each other disclosure thereof at a further conference and, if possible, remove the same from our way amongst ourselves. To that end, there were delivered to us by the said English commissioners three printed copies, wherein were made known the established regulations concerning their manner of administering justice, both in civil and criminal matters, and the collection of tolls with respect to inhabitants, with the addition of an extract from the resolution of the Supreme Council at Calcutta with respect to a further regulation in revenue matters, all of which are respectfully presented herewith to Your Honor under Lit. F, G, H, etc. Pursuant to this mutual agreement, we then departed on the 16th following for Barnagore, where immediately upon our arrival, by beat of drum and the necessary posting of notices, we notified the inhabitants of the intended exchange, at the same time inviting them to submit their interests in that regard to us within the space of eight days, either verbally or in writing, whereas after the expiration of that period we would accept no further petitions or representations, as the translation of that publication, annexed hereto among the appendices under Sub No. K, further demonstrates. These eight days expired without anyone presenting themselves other than ten or twelve inhabitants, who complained verbally about what was about to happen. But two days after the expiration of this appointed term, a petition was handed to us by a few inhabitants, containing first a demonstration of their bitter sorrow over the change of master which they were about to undergo, and further declaring that in case they should be so unfortunate as to have to fall under another government, they were inclined to leave the village with their old master, provided that the Company indemnified them for all the expenses into which they had necessarily fallen, both through the purchase of their lands presently inhabited in that village and through the cultivating and building upon the same. However, since this written request was signed only by a few common residents, about 12 in number, probably the very same who had presented themselves to us in person shortly before, and even then signed by a number of common women, and the latter part of its contents was moreover so absurd, not to say offensive, since they were not about to suffer the least loss either in their properties or otherwise, we rejected the same, after having reassured them concerning the first point of their address and having adequately refuted the remainder. This having been thus settled, they submitted to us verbally the following points, with the request, in case the exchange should proceed, to be pleased to ensure that the same were secured for them: namely, 1st. That the lands which they held in ownership should be measured according to the Company's measuring rod of 4½ cubits, or 12 cubits more than commonly customary throughout the entire country, kept at the Cutcherry or native court of justice. 2nd. That the ground rents presently paid by them should undergo no alterations, and 3rd. That the lands granted of old by the Company to their Brahmins or priests might remain in their possession. This request having appeared to us in every way reasonable, the more so because the first point of observance in the instructions handed to us by Your Honor expressly denotes a desire to keep in view that from this exchange no detrimental consequences arise for our inhabitants, both with respect to their real estate and obligations, and so forth.

Dutch transcription

322. gaande tans te dienen van berigt onder eerbiedige an notatie tevens van het merkwaardige ons in den loop deezer Commissie voorgekomen, zoo met betrekking tot onze onderhandelingen met de, door het Engelsch Gouvernement, tot dat einde Gecommitteerde Heeren Paterson en Spotteswoord, als de door ons, in deezen afzonderlyk gedaane verrigtingen Het eerste dat ons als noodzaakelijk voor „kwam was eene voor afgaande Conferentie met gem: Heeren Engelsche Gecommitteerdens ten einde gezaa mentlyk te raadplegen over het geen wy in deezen het eerst by der hand neemen zouden; deeze conferen tie had plaats den 11„e Mey J„t leeden wanneer wy na eene van weeder zyde ten sujette applicabele woorde wis„ „seling, oordeelden het best te zyn de Inwoonders, wel„ „ke deel in deeze verwisseling stonden te hebben voor af tot dat einde te prepareeren en van hun te vernee„ men welke billyke in reedelyke objectien zylieden daar tegen zouden kunnen inbrengen, om daar van el„ „kanderen, by een nadere conferentie opening te geeven en, zoo t' mogelyk ware, dezelve onder ons uit den weg te ruimen, werdende ons tot dat ein„ „de door gem: Engelsche Gecommitteerdens inhandigd drie gedrukte exemplaaren, waar bij de geformeerde Agtervolgens deeze onderlinge over een komst dan vertrokken wy den 16„e daar aan na Bernagoor alwaar wy onmiddelyk by onze aankomst door trom„ slag ende nodige affictie, de Inwoonders van de voorgenomene verwisseling verwettigden hun ter zel„ „ver tyd uit nodigen de om hunne belangens dien twe„ „ge aan ons binnen den tyd van agt dagen 't' zy mon deling of schriftelijk, op te geven, terwyl wy na ver„ loop van dat tyd perk geene addressen of representa„ tien meer zouden aanneemen gelyk het translaat dier publicatie, deeze onder de Bylagen sub s=o K bijge voegd, nader aantoond- Deeze agt dagen verleepen zonder dat zig iemant anders opdeed als Tien of Twaalf Inwoonders, welke zig mondeling beklag „den over het geen stond te gebeuren, dog twee dagen regulatie omtrent hunne manier van regt soeffe„ ningen, zoo in 't Civile als Crimineele, en de invorde „ring der Tollen ten opzigte van Ingezeetenen be„ „kend gesteld waren, onder bijvoeging van een Extract uit de Resolutie van den Hoogen Raad te Calcutta met opzigt tot een nadere regulatie in het revenue wee„ „zen, welk een en ander UwelEdele Gestrenge hier neevens onder L=o F: C. H. & t eerbiedig word aangeboden Regulatie na 7 7tr 7 7br: 323. na verloop van dit bepaald termijn, werd ons een request overhandigd door eenige weinige In„ woonders, voor af inhoudende een vertooning van hun bitter leedweezen over de verandering van Meer„ „ter, welke zyl: stonden te ondergaan en overigens ver„ „klaarende dat ingeval zyl: zoo ongelukkig mogten zyn van onder een andere Regeering te moeten staan zy geneegen waaren het Dorp met hunnen ouden„ Meester te verlaaten, mits dat de Comp: hun schade„ „loos stelde voor alde ongelden waar in zy noodwendig had„ „den moeten vervallen, zoo door den inkoop van hun „ne tans en dat Dorp bewoond werdende gronden als door het Cultiveeren en bebouwen van dezelve, Daar egter dit verzoek schrift eenlyk door eenige wenige geringe Jngezeetenen omtrent 12 in getal, waarschynelyk dezelfden die zig by ons kort te vooren in persoon hadden aangediend en dan nog door een partij ge meen vrouwvolk onderteekend en het laatste gedeel „te van dies inhoud buiten des, zoo absurd, om niet te zeggen, aanstootelijk was, nadien zyl: geen het minste verlies zoo aan hunne Eigendommen als anderzints stonden te lyden zoo hebben wy het zelve van de hand geweezen, na hun l: omtrent het eerste point van hun addres te vreede gesteld Dit verzoek ons alle zints billyk voorgekoomen zijnde, te meer daar 't eerste point van observantie by de door Uwel Edele Gestr: ons inhandigde In„ „struictien wel expresselyk denoteerd, eene begeerte om in het oog te houden, dat uit deeze vuiling geene na „deelige gevolgen voor onze Ingezeetenen zoo met op zigt tot haare vastigheeden als verbintenissen komen en het overige voldoende weederlegd te hebben Dit dus afgehandelt zynde, droegen zy ons de vol„ „gende pointen mondeling voor met verzoek. in geval de ruiling mogt door gaan als dan te willen zorgen dat dezelve hun beslagerlangden: namelyk 1„o Dat de gronden welke zy in eigendom bezaten navol„ „gens de by de Catcherrie of Inlandsch Geregtshof berustende 's Comp„s maatstok van 4½ Cab„s of 12 Cub=lo meer als gewoonlyk door het geheele Land ge„ „bruikelyk gemeeten zou worden Dat de tans door hun betaald wordende grond pagten geene veranderingen mogten ondergaan en 3„e Dat de door de Comp„e aan hunne Bramins of Priesters van ouds weggeschonkene gronden in hunne possessien blyven mogten 2„o en voort 7 fbr:

NL-HaNA_1.04.02_3918_0364 view scan ↗

English

7 September: 324. flow forth, we have made them a promise that we would watch over their interests in that regard, and this resulted in no more complainants or presenters appearing since then. We thus proceeded further with inquiring into the revenues which this village yielded annually, over and above the ordinary ground rents, which constitute a portion of the annual leasing of the villages under the last of December. But in this matter we were not so fortunate as to succeed quickly, partly on account of the general tendency toward reticence so natural to the Bengalis, and partly, and indeed principally, because of the influence that the amin or business manager at Bernagoor has over the inhabitants, whereby the discovery of the real revenues was very difficult; the more so since he himself was the one who collected the share of the Bernagoor lease for the Chinsura leaseholder and thus held the right of collection in his hands. The first statement of the revenues which he gave us consisted only of frs 4544:13:- or sars 55:3:— less than what we knew he had to account for. This immediately gave rise to suspicion on our part, as it was not to be supposed that he would take upon himself in vain the trouble and risk which a collection of revenues entails and which depends solely on the greater or lesser sales of various articles, not to mention suffering a loss. We therefore found ourselves compelled to encourage him to a pure confession, both through threats where they were suitable and through kind words and promises of rewards if he would behave sincerely. Hesitatingly he proceeded to do this, and it was only after a very considerable time that he finally gave us a second statement of the revenues, which we perceived to amount to so ro 4998:1:—. But since we did not yet wish to rely upon this on account of the little dependence that can be placed on the native, especially on such occasions, and as we were already privately informed through secret intelligence of the bad character that he possesses, of which we have had actual experience on various occasions, we undertook the investigation 7 September 325. thereof ourselves, with the result that we had the good fortune to see these amounts increase to a considerably larger sum than the previously stated one, or to frs 6384:1:—, as Your Right Honourable, if you please, will be able to observe from the note annexed hereto under Letter I. An amount, Right Honourable Sir, that caused us all the more satisfaction because it is so nearly equal to that which is stated by the English for the piece of land in and around Chinsura to be surrendered to us in exchange. After this point had been settled, we took in hand the investigation concerning the ground rents which the Company enjoys annually from the village of Bernagoor. The amount thereof, according to the statement, ran to sa ro 1940. on 1052 bighas of land, which were inhabited and cultivated by the inhabitants, as will appear in more detail from the specific demonstration sub Letter II, appended among the annexes of this. In this examination, our reflection fell first upon the great difference in ground rents between those which the English received for merely 826 bighas of land intended for us in exchange, and those which were paid annually to our Company for 1052 bighas. At first glance we were exceptionally astonished at this, because we were convinced that the lands of Bernagoor far surpassed in fertility those situated around and in Chinsura, indeed that it is one of the most fertile villages that one observes in this country. Sometimes the thought occurred to us whether the native servants might not have concealed the true amount of the ground rents from us, but confronting the village book of the zamindar against the holders of the ground deeds, we found little or no differences therein. We were therefore obliged to extend our attention further in this regard, whereupon we found that the reasons for the surplus of the English lands, differing so considerably from those of ours, were very easily explained, when one takes into consideration: that the lands in and around Chinsura belong to various petty landlords whose interest it is to lease their lands as high 7 September:

Dutch transcription

7 7br: 324. voort te vloeyen zoo hebben wy hunlieden belofte ge„ daan, van voor hun belang in dat opzigt te zullen waaken, en dit heeft ten gevolge gehad dat er zee „dert geen klagers of vertooners meerder zyn ko„ men opdaagen Wygingen dus verder voort met ondezoek te doen na de Inkomsten, welke dit Dorp, buiten de gewoone Grondpagten 's Jaarlyks op leeverden wel „ke een gedeelte komen uit te maaken van de Jaar„ „lyksche verpagting der Dorpen onder Ulto December Dog hier omtrent waren wy zoo gelukkig niet van spoedig te kunnen slagen, eensdeels uit hoofde der algemeene trek tot agterhoudentheid, de Bengaal„ ders zoo natuurlyk eigen, en ten anderen wel hoofd „zaakelyk weegens den invloed die de Amien of zaakbezorger te Bernagoor op de Ingezeetenen heeft, waar door de ontdekking van de reëele inkomsten zeer moeijelyk viel; te meer nadien hy zelve de geene was, die het aandeel van de Bernagoorsche verpagting voor den Chinsura „schen Pagter invorderde en dus het Regt van inzaameling in handen hade de eerste opga„ ve welke hy ons deed van de Inkomsten bestond eenlik in fr„s 4544:13:- of far„s 55:3:— minder als waar voor wy wisten, dat hy dezelve verant„ woorden moeten Dit baarde by ons onmidde lyk suspicie, wyl het niet te veronderstellen was dat hy de moeite en risico, welke een Collectie van Inkomsten met zig voerd en die alleenig afhangd van 4 meerder of minder debiet van onderschei„ dene artikelen te vergeefs op zig neem, men gezwyge met verlies boeten zoude wy vonden ons dus genoodzaakt hem, zoo door dreigementen daar zete pas kwamen, als door goede woorden en belofte van belooningen, in dien hy zig opregt wilde gedra„ gen, aan te moedigen tot een Zuivere Confessie -Al schoorvoetende ging hy hier toe over en het was niet als na verloop van een zeer genuimen tijd, dat hy ons eindelyk een tweede opgave deed van de Inkomsten dewelke wyj ontwaarden te beloopen op s„o r„o 4998: 1:— Dan nadien wy ons hier op nog niet wil den verlaaten Uithoofde van de weinige staat die er op den Inlander, voor al by zulke geleegenheid te maaken is, en wy door geheime informatien on„ der s'hands reeds onderrigt wanen van het slagt Caracter dat hy bekleed en waar van wy by verschei„ „de geleegenheiden, dadelyke ondervinding heb„ „ben gehad, zoo ondernaamen wy het onderzoek als daar 7 7br 325. daar van op ons zelve „ met dit gevolg dat wij het geluk hebben gehad dies bedragen tot een aanmerkelyk grootere Som als de voo. „rige opgegeevene ofte tot fr„s 6384:1:— te zien vermeerderen gelyk Uwel Edele Gestrenge, des gelievende, uit de hier aan geannexeerde Notitie onder L=a I. zult kunnen beoogen - Een bedragen wel Edele Gestrenge Heer, dat ons te meer genoegen veroorzaakte, om dat het zelve zoo na by eevenreedig is met dat welke van het aan ons in ruiling afte staane stuk land in en om Chinsuna door de Engelschen word opgegeeven Na dat dit point zyn beslag had erlangd werd door ons ter hand genomen het onderzoek nopens de Grondpagten welke de Comp„e Jaar lyks van 't Dorp Bernagoor geniet- het be„ dragen daar van beliep volgens opgave sa r„o 1940. op 1052 Biggas Grond, die door de Inge„ zeetenen bewoond en gecultiveerd wierden ge¬ lyk omstandiger komt te blyken by de onder de Bylagen deezes, gevoegde specifique aantoo„ ning sub La II. By deeze examinatie viel onze reflectie het eerst op 't groot onderscheid van Gronpagter tusschen die welke de Engelschen, eenlyk voor 826 Big„ gas grond, ons in ruiling toegedagt, ontvingen en die, welke aan onze Comp„s voor 1052. Biggas s' Jaar lyks werd uitbetaald - In den eersten opslag waren wy daar over buiten gemeen verwondert, om dat wy overtuigd waren dat de gronden van Bernagoor in vrugtbaarheid, die welke om en in Chinsura gelee„ gen zyn, verre overtroffen ja dat het zelve een van de vrugtbaarste Dorpen is welke men in dit Land be¬ schouwd- somtyds kwaam by ons de bedenking op of niet de inlandsche Bediendens het regte beloop der grond pagten voor ons verzweegen mogten hebben, dog het Dorp Boek van den Zemien daar tegen de hou„ „ders der Grond brieven Confronteerende zoo bevonden wy daar in weinig of geen verschilen wy waren dus verpligt onzen aandagt derweegens verder te laaten gaan, wanneer wy bevonden dat de reedenen voor het surplus van de Engelsche gronden, zoo aan„ merkelyk verschillende met die van de onze, zeer ligtelyk waren op te lossen, wanneer, men in aanmerking neemt: Dat de gronden in- en rond om Chinsura toebehooren aan diverse kleine Land Heeren welkers belang het is hunne gronden zoo tusschen hoog 7 7br:

NL-HaNA_1.04.02_3918_0366 view scan ↗

English

7 September 326. to lease out as high as could possibly be done. That the opportunity for this was also always favorable to them because of the proximity of our formerly so flourishing Village of Chinsura, because the persons who practice their trades and crafts in our Village attempted with all their might to settle as close to it as possible, and thus raised no objection to paying for the lands situated near Chinsura such a high land rent as about 5 rupees for each Bigga. That the burden of that land rent could also in no way oppress them, because on a single Bigga of land as many as 4 to 5 families could reside, and thus the land rent to be paid proportionally amounts to one rupee a year for each family; and these are indeed the principal reasons why the aforementioned petty landlords were able to make such an advantageous use of their lands. But who is able to give us assurance that these land rents will be permanent! For as the decline of the Company's trade in Bengal increases by leaps and bounds, and it is not to be expected that it will soon return to its former prosperity, one must naturally assume that the persons who formerly considered it in their interest, for the sake of their trades from which they were assured of their livelihood, to take over such lands at such a high rent, will in time abandon them as soon as they discover that a longer stay no longer accords with their interests. The consequence of this will inevitably be that those lands which at present still yield about 5 rupees the bigga will, in the course of time and when they shall have been abandoned by the inhabitants, be regarded as nothing other than fallow land useful solely for agriculture, and will also as such yield the customary land rent applicable thereto, of one to one and a half rupees the Bigga. Yet this is not the case, nor has it ever been, with our Village of Bernagoor, which 7 September 327. 7 September for so long a time has stood under the governance of so respectable a landlord as the Dutch Company, which has never sought to enrich itself at the expense of the poor inhabitants. For if one had wished, like the petty landlords in and around Chinsura, to make use of the increasing population of Bernagoor, which was a natural consequence of its proximity to Calcutta, whereby the persons who settled there were able to trade with profit, and who have even already increased to such an extent that several wealthy families now reside there, the Bernagoor land rents could undoubtedly have been brought to quite as large a sum as has been achieved by the landlords around Chinsura. From all of which it can thus clearly be inferred that the higher land rent of the tract of land of 826 biggas intended for us in exchange by the English, among other things, is by no means proof of its greater value, fertility, or population compared to the 1052 Biggas belonging to us and inhabited at Bernagoor, but is solely to be ascribed to the indulgence and philanthropy of the Dutch Company toward its inhabitants, in not wishing to burden them with charges which, however one may view them, are always more or less oppressive. And because it has already been demonstrated hereinbefore that the prospect is, if not certain, at least very probable, that the land rents of the lands to be received by us in exchange are gradually to decrease in proportion as the trade within our Colony falls into decline, and on the other hand those of Bernagoor will always remain unchanged, indeed may even noticeably increase as long as the English Government rules in this Country, it is therefore indisputable that our Village of Bernagoor, if one takes into consideration its population, fertility, and good situation for the English, even though at present yielding lower land rents, far exceeds the real value of the lands which we are to obtain in exchange here around Chinsura. But since the [illegible]

Dutch transcription

7 7br: 326. hoog te verpagten als met eenige mogelykheid kan geschieden. Dat hun de geleegenheid daar toe ook altoos gunstig is geweest door de na byheid van ons eertyds zoo floreerend Dorp Chinsura door dien de persoonen welke hunne neeringen in hand „teeringen in ons, Dorp oeffenen, met al hun ver„ mogen tragteden zig zoo na bij het zelve ter neer te zotten als mogelyk was in dus geen zwaarigheid maakten om voor de na by Chinsura geleegene Gronden eene zoo hooge grond pagt als omtrent 5 ropyen voor iedere Bigga op te brengen. Dat het be¬ „zwaar van die Grond pagt hun ook geen zints heeft kunnen drukken, wyl er op een enkelde Bigga grond wel 4 a 5 Huisgezinnen zig hebben kunnen ophouden en dus de te betaalene Grond pagt na evenreedigheid op een ropy s' Jaars, voor ieder Huisgezin komt te beloopen en deeze zyn inderdaad de voornaamste reedenen, waarom de gem: kleine Land heeren zoo een voordeelig gebruik van hunne Landen hebben kunnen maaken - Dan wie is er in staat ons verzeeke ring te geeven dat deeze Grondpagten bedendig zuilen zyn! want daar het verval van sComp:s Handel in Bengale hand over hand toenoemd Dan dit is het geval niet nog nimmer geweest met ons Dorp Bernagoor, het welk en het niet te denken is dat dezelve weeder„ om spoedig in haaren vooregen bloeij zal ge„ raaken, moet men natuurlyk veronderstellen dat de persoonen, welke het eertyds hun be„ „lang reekenden om de wille hunner neerin„ „gen, waar uit zy van hun onderhoud verzee„ kerd waren dergelyke gronden teegens zoo een hooge rente over te neemen, dezelve in der„ tyd zullen verlaaten zoo draa zy komen te ont„ „waaren dat een langer verblyf met hunne be„ langens niet komt te strooken het gevolg hier van zal onvermydelyk dit zyn dat die gronden welke nog teegenwoordig omtrent 5 ropijen de bigga op leeveren in vervolg van tyd en wanneer dezelve door de bewoonders verlaaten zullen zyn niet anders dan als braak Land eeniglyk tot akker bouw dienstig, zal worden aangemerkt en ook als duselanig de gewoone daar toe staan de Grond pagt, van een a een en een halve ropy de Bigga, op brengen zullen end Ge 7 fbr 327. 7 fbr: Geduurende een zoo geruimen tyd gestaan heeft onder het bestier van een zoo aanzien lijk Land heer als de Neederlandsche Com„ pagnie, die zig nimmer ten kosten der ar„ me opgezeetenen heeft zoeken te verryken want had men eeven als de kleine Landhee„ ren in en om Chinsura, gebruik willen maa „ken van de toeneemende bevolking van Ber„ „nagoor welke een natuurlyk gevolg was van dies na bij heid aan Calcutta waar door de per soonen die zig daar neederzette din, met voor„ deel konden handelen en die zelfs zoodanig reeds toegenomen zyn dat er tans verscheide vermogende Familles huisvesten zoo zouden ongetwijffeld de Bernagoorsche Grondpagten tot ruim zoo een groote somme hebben kun„ „nen werden gebragt als door de Landheeren ron„ „dom Chinsura bewerkstelligd is geworden uit welk een en ander dus duidelyk is op te maa „ken dat de meerdere Grondpagt van het ons onder meerder, door de Engelschen, in ruiling toegedagte streek Lands van 826 biggas gantsch geen bewys is van dies grotere waarde vrugt baarheid of bevolktheid als de ons toebehoorende en bewoond wordende 1052. Beggas ter Bernagoor maar alleen is toe te schryven aan de inschikke „lykheid en menschlievendhoid van de Needer„ „landsche Compagnie ten opsigte haarer Inge „zeetenen, om haar niet te willen bezwaaren met lasten, welke, hoe men ze ook mag neemen, steeds meer of min drukkend zijn - Ende wyl hier vooren reeds is gedemonstreerd dat het vooruitzigt, zoo niet zeeker, ten minsten zeer waarschynelyk is dat de Grondpagten van de ons in ruiling te ont„ „vangene Gronden langzaamer hand staan te ver„ „minderen na maate dat den Handel binnen on„ „ze Colonie in verval komt en daar en tegen die van Bernagoor steeds onveranderlyk blyven, Ja zelve merkelyk vermeenderen zullen kunnen zoo lange de Engelsche Regeering in dit Land heerscht, zoo is het onweeder spreekelyk dat ons Dorp Bernagoor, by aldien men dies bevolkt„ „heid, vrugtbaarheid en goede situatie voor de En„ „gelschen in aanmerking neemt, of schoon ook teegenwoordig mindere Grond pagten opleeverende verre de reëele waarde van de gronden overtreff welke wy hier omstreeks Chinsura in uitwisse„ ling staan te erlangen Dan nadien het ineon bewoond vernient

NL-HaNA_1.04.02_3918_0368 view scan ↗

English

7 fbr: 328 7 Jbr: inconvenient that we here within this village of Chinsura constantly have to experience from the properties of the petty landlords is so great that one ought to have tried to remove it long ago, it is our humble opinion that the greater value of our village Bernagoor, in this respect, ought not to come into consideration, nor ought it to be an obstacle in accepting the grounds offered by the English within and around Chinsura in exchange for the same; all the more so since the revenues of the grounds intended for us exceed those of our village by well over a couple of thousand ropijen a year. After the examination of the ground rents according to the papers shown to us was concluded, there still remained one desire with us, namely to know how many Beggas of ground our entire village Bennagoor comprised in its perimeter, in order to be able to judge all the better whether the native servants had sometimes shown any reserve in the statement of the quantity of the grounds being inhabited and cultivated. We were all the more encouraged to this since we noticed, so to speak, not a piece of ground in the entire village that was uninhabited or uncultivated. We then immediately went to work and found that the survey, which had previously already been done by Mr Gerning, an extract of which forms one of the annexes to our instruction, corresponds in every part with what we have found. Namely: that the circumference completely amounts to fully 1400 Beggas of ground. Of these 1400 Biggas, as we perceived from the village books, only 1193 Biggas 12¼ Cattas are accounted for to the Company. And since under these 1193 biggas 12¼ Cattas everything is calculated, the gifted servants' grounds and other grounds not excepted therefrom, one would have to suppose that the remainder consisted of uncultivated places and streets. But as this, as said, is not the case, and the streets can be calculated at most at 50, or even were it 100 Biggas of ground, there nevertheless remains a large balance over to complete 7 feb. 329. the 1400 Biggas. To make an accurate investigation regarding this and at the same time to trace what the remaining grounds are used for, we would have been obliged to remeasure the grounds of every inhabitant, as we indeed made a beginning with that; however, as the rainy season set in and thus few moments of the day were left to us to be able to continue constantly with that work, we have only remeasured the grounds of a few inhabitants and found that there are several inhabitants who possess or make use of more grounds than that for which they actually pay the ground rent. The reasons for this greater, unfair appropriation of Company grounds we have not been able to discover with certainty. The only thing we suppose is this: that these residents have possibly had the opportunity from time to time to satisfy the former native head servants in this regard through gifts or otherwise, and were thereby enabled to gradually gain control of as much more ground as they found vacant around the terrain belonging to them, as it is otherwise unthinkable that such an irregularity could have remained hidden for so long. The foundation of this our supposition also rests principally upon this, namely because we perceived from the Company village books that the grounds were divided into two kinds, one of which bears the name of inhabitants' grounds and the other that of servants' grounds. The first belong to permanent residents, and probably such as were already settled here before the Company became owner of the village, and the others are the grounds that were successively given off to the servants or employees of the village instead of a portion of their monthly wages, and from which the Company therefore received no ground rent. These servants' grounds, however, were mixed among the others a few years ago, namely since 1765, and thus likewise became subject to ground rent, whereby the native servants have become

Dutch transcription

7 fbr: 328 7 Jbr: venient dat wy hier binnen dit Dorp Chin „suna Gestadig moeten ondervinden voor de eigen dommen der kleine Landheeren, zoo groot is dat men reeds voorlange had moe¬ „ten tragten het zelve uit den wegte ruimen zoo is ons submis gevoelen dat de meerdere waarde van ons Dorp Bernagoor, in dit opzigt, niet in Consideratie diend te komen nog ook een hinderpaal behoord te zyn in 't am„ plecteeren van de door de Engelschen aan gebo„ „dene guonden binnen en omstreeks Chinsura in ruiling van 't zelve; te meer daar de inkomsten van de ons toegedagte gronden ruim een paar duizend ropijen s' Jaars, die van ons Dorp ko„ „men te overtreffen Na dat de examinatie der grond pagten volgens de ons vertoonde papieren beslag hadde erlangd; zoo bleef er by ons nog eene begeerte ove„ „ring namelyk om te weeten, hoe veele Beggas Grond ons Geheel Dorp Bennagoor in dies omtrek be¬ sloeg, ten einde daar door des te beter te kunnen. oordeelen of de Inlandsche Bed=ns ook somwylen in de opgave van de quantiteit der bewoond, en bebouwd wordende gronden eenige agterhoudentheid hadden betoond wy wierden daar toe te meer aan gemoedigd, na dien wy in 't geheele Dorp, om zoo te spreeken, geen stukje grond ontwaarden dat onbewoond of onbebouwd was- wy gingen dan on „middelyk aan t' werk en bevonden dat de mee„ ting, welke bevoorens reeds door M„r Gerning was geschied, een Extract van t' welke een der Bylagen van onze Instructie komt uit te maaken, in al„ „len deele Overeenkomstig is met het geen wy onder„ „vonden hebben. te weeten: dat den omtrek geheel „lyk ruim 1400 Beggas grond beloopt van deeze 1400 Biggas worden, zoo als wij by de Dorp boeken ontwaarden, een lyk 1193 Biggas 12¼ Cattas, aan de Comp„e verantwoord. En dewijl onder deeze 1193 biggas 12¼ Cattas alles gereekend is, de weg„ „geschonkene Dienaars- en andere gronden daar van niet uitgezondert, zoo zou men moeten ver„ „onderstellen dat het overige in onbebouwde plaat „sen en straaten bestond. Dan daar dit, zoo als gezegd, het geval niet is en de straaten op zijn hoogst op 50 Jaal ware het ook op 100 Biggas grond konnen gereekend worden, zoo blyft er nogtans een groot restant ter vervulling van beloouend de 7 feb. 329. de 1400 Biggas overige om hier omtrent een nauwkeurig onderzoek te doen en tevens na te gaan waar de overige gronden toe geemployeerd worden, zouden wy genood„ „zaakt geweest zyn de gronden van ieder Inwoonder na te meeten gelyk wy ook wer„ kelyk daar meede een begin maakten, dog dewyl de reegentyd inschoot en ons dus weini „ge Oogenblikken van den dag Overbleeven om aan dat werk bestendig te kunnen voort„ „gaan, zoo hebben wy eeniglijk de gronden van eenige weinige Inwoonders nagemeeten in be¬ vonden dat er verscheide Inwoonders zyn wel„ „ke meerdere Gronden bezitten of daar van ge„ bruik maaken, als waar voor zy werkelyk de grondpagt betaalen- de reedenen van dee„ „ze meerdere onbillyke toeijging van 's Comp: gronden hebben wy met zeekerheid niet kon„ „nen ontwaaren - Het eenigste dat wy ver„ „onderstellen is dit, dat deeze ingezeete„ „nen mogelyk van tyd tot tyd geleegenheid hebben gehad, de voorige Inlandsche Hoofd bediendens dientwege te vreede te stellen door giften als anderzints en daar door geregtigd geworden zyn om langzaamen hand zoo veel meer gronden magtig te werden als zijl rondom het hun toebehoorend ternein leedig hebben bevonden, wijl 't anders niet te denken is dat dus daanig eene irnegulaniteit zoo lan„ ge bedekt heeft kunnen blyven. De grondslag van deeze onze veronderstelling rust ook voor„ „namentlyk hier op, namelyk om dat wij bij de Comp„e Dorpboeken ontwaarden, dat de Gronden verdeeld wierden in twee soorten, waar van de eene den naam dragd van Inwoonders Gronden en de andere die van Dienaars gronden De eerste behooren aan vaste ingezeetenen en den„ kelyk zoodaanige welke reeds hier gezieten waren voor dat de Comp„e Eigenaar van het Dorp wierd, en de anderen zijn de gronden wel „ke aan de Dienaars of Bed„e van het Dorp in steede van een gedeelte hunner maandgelden successive zyn afgegeeven en waar van dus de Comp„e geen grond pagt kreeg-deeze dienaars Gronden zijn egter voor eenige Jaaren en wel Zeedert 1765 onder de anderen Gemengd en dus aan grond pagt insgelyks onderheevig ge„ „raakt, waar door dus de Inlandsche Bedien geworden G den

NL-HaNA_1.04.02_3918_0370 view scan ↗

English

7 September 330. they obtained the power to deal with them at their pleasure upon granting them to new inhabitants, which appears all the more clearly because we have observed the greatest discrepancy precisely in that kind of land. While we were occupied with the examination of this and that, we received a letter from the English Commissioners, the contents of which mainly comprised a request for a copy of the regulations made by this Government with regard to the collection of the revenues and the administration of justice, as well as an explanation of the duties and the office of Fiscal, as Your Right Honorable may, if desired, observe in more detail from the letter itself, attached hereto under Lit. W. In compliance therewith, we immediately prepared a translation of the duties which were prescribed by the Honorable Mr. Taillefert to the Village Master, and subsequently dispatched the same to the said Commissioners, pointing out further that since the office of Fiscal has not the slightest connection with that of zemindar, we therefore deemed it unnecessary to trouble Their Honors at present with a definition thereof (vide Appendices Lit. O and D). On the 15th of this month, pursuant to our agreement, we had a second conference with the said English Commissioners, on which occasion we presented to Their Honors the result of what we on our side had undertaken to carry out at our first meeting, and which we already had the honor respectfully to show to Your Right Honorable hereabove. The said gentlemen, accepting this as a communication, further declared that they were sorry to have to state that many difficulties arose on the part of those inhabitants who were to come under our protection, for such reasons as could be perceived from a written representation of the said inhabitants, of which a copy was promised to us; further informing us that a certain Mier Jaffer, the son of the deceased Faujdar Kassem Ali Khan, had very expressly declared 7 September 331. 7 September To bring this affair to a conclusion with Lord Cornwallis, to which end the following will be proposed that he would not place himself under our jurisdiction unless our Government were to adopt the same regulations which had been framed by the English Government with respect to the general administration of justice. That they, the Commissioners, had also given notice thereof to their Government and that they assumed Your Right Honorable was to receive the necessary information in that regard from Lord Cornwallis. In objection to what was alleged above by Mier Jaffer, we requested the said Commissioners to allow us to refer to the translation of the Instructions for the zemindar, recently sent to Their Honors at their request, and from which it appeared that the same was of such a nature that they could remove all objections of the inhabitants, and that finally the adoption or introduction of such regulations, of which they had delivered three printed copies to us, was a matter of such great consequence, and that it was therefore best that such be regulated between the Respected Heads of the Nations. Herewith our conference ended, and as we also hope, this our Commission, which we wish may receive the esteemed approval of Your Right Honorable, while for the rest we have the honor to subscribe ourselves with deep respect. Was signed: Right Honorable Sir. Lower down: Your Right Honorable's very obedient and humble servants. Signed: I. C. Heyning; I. C. L. Blume. In the margin: Chinsura, 30 July 1790. The Director may, upon resumption thereof, continuing to have awaited until now whether His Excellency Lord Cornwallis would give any notice or disclosure of the Report of the English Commissioners mentioned in that report, but that such being still withheld, His Honor was now minded to converse with the said his Lordship about this in person and, if feasible, to bring the matter to a conclusion, thinking to propose to his Lordship for that purpose—if the subjects on both sides are to be brought to a ready consent to the exchange, wherein 332. 7 September 7 September Disposition on the matter as it seems, most opposition will be met on the part of the English—to hand over and cede all the lands on both sides summarily as they are mentioned in the Report, thus without payment from our side of any equivalent for the excess we are to receive, either in an annual rent or a certain sum at once, as was previously or at the time of the former Director Ross demanded, because it appears that the lands in and around Chinsura, although of a greater extent, are worth less than those of Baranagar, for the reason that in former times, when this Colony was in full flourishing and prosperity, which enticed many to live near or around it, they were assessed for ground rents which cannot now be expected from them, whereas the contrary is the case with Baranagar because of the proximity of Calcutta; the Director judging this manner to be the best and most advantageous for the Company to bring about the exchange, it being dependent in the future on good management and administration to cause those newly acquired lands to yield the expected benefit and advantage; which matters having been considered in the same way by the assembly, it was resolved and agreed to record all this as such, to await the outcome of His Honor's personal negotiation with the said His Excellency Lord Cornwallis on this matter, and at the same time the Instructions of the English Government for its Adalats or native

Dutch transcription

7 7br: 330. „dens het in haar magt hebben gekreegen om by de afgave van dezelve aan nieuwe Inge„ „zeetenen daar meede na welgevallen te han„ delen, t' geen des te klaarder blykt, wyl wy het grootste verschik Juist in dat soort van gronden hebben ontwaard Tenwyl wy beezig waren met het onder zoek van dit eenen ander ontvingen wy van de Engelsche Gecommitteerdens een brief wel kers inhoud voornamelyk behelsde een ver¬ zoek om een Copi van de door dit Gouvernement Gemaakte regulatien ten opzigte van de Col„ lictie der revenuen en 't oeffenen van regt als meede een uitligging van de pligten en den dienst van Fiscaal, gelyk Uwel Edele Gestrenge uit de brief zelve, hier by onder L„a W. gevoegd des gelievende, nader zal kunnen beoogen In voldoening aan de zelve hebben wy direct vervaardigd een translaat van de pligten, wel„ ke door den Edelen Heer Tailleffert den Dorp „meester zyn voorgeschreeven, en het zelve ver„ volgens aan gem: Gecommitteerdens afge¬ vaardigd onder vertooning verder dat de „wijl den dienst van Fiscaal geen de minste Con op den 15„e deezer hadden wij ingevolge onze afspraak eene tweede Conferentie met gem: Heeren Engelsche gecommitteerdens, by welke geleegenheid wy hun Ed„ voorhielden den uitslag „van 't geen wy by onze eerste by een komst, van onze zijde hadden ondernoomen ten uitvoer te brengen, en het geen wij hier vooren reeds de Eere hadden Uwel Ed: Gestr: eerbiedig te vertoonen- gem: Heeren dit een en ander voor Communica „tie aanneemende, betuigden verder dat het hun Leed deed te moeten verklaaren dat zig vee„ „te zwaarigheeden op deeden van de zyde dier Inwoonders, welke onder onze bescherming stonden te komen, om zoodaanige reedenen als, by een schriftelyke representatie van gem: In„ „ Copij „woonders, waar van ons een „ beloofd wierd, zou„ ^werden, ontwaard - ons verder te kennen kunnen ^ gevende dat zeekere Mier Iaffer de zoon van den overleedene Tausdaar kas„ sem Alichan, wel expresselyk had verklaard nectie heeft met die van zemiendaar, wy der„ halven onnoodig oordeelden hun Ed„e tans te ver„ „moeyelyken met eene definitie van denzelven vide Bylagen L. a. O. N D nectie zigd 7 fber: 331. 7 7br: deeze affaire met Lord Cornwallis tien einde te brengen waar toe t' nevenstaanden proponeeren zal zig niet onder onze Junisdictie te willen begeven ten ware ons Gouvernement dezelfde regulatien welke door de Engelsche Regeering ten opzicht van de algemeene regtsoeffening Geformeerd waren, wie „de addopteeren. Dat zy Gecomm„s hier van ook benoets kennis hadden gegeeven aan hun Gouver„ „nement en dat zy veronderstelden dat uwel Edele Gestr: de nodige informatien dien twege van Lord Cornwallis stond te bekomen - In teegenwerping op t' hier boven geallegeende door Mier Jaffer: ver„ „zogten wy gem: Heeren Gecommitteerdens ons te mogen refereeren aan het translaat der Instruc„ „tie voor den zemien daar, hun Ed„s onlangs op hun verzoek toegezonden, en waar by kwam te blyken dat dezelve van dien aart was, dat ze alle ob„ fictien van de Inwoonders konden beneemen en dat eindelyk de omhelsing of invoering van zo„ „danige regulatien, als waar van zij ons drie ge„ „drukte Exemplaaren hadden afgegeeven, een zaak van zoo groot een Consequintie en dus t' best was dat zulx tusschen de Gerespecteerde Hoofden der Natieg wierden gereguleerd- Hier meede eindigde onze Con¬ ferentie en zoo wy meede hoopen deeze onze Commis„ sie, die wy wenschen de geerde approbatier van uweldele de Heer Directeur zal magten na resumptie van dien vervolgende tot nu toe afgewagt te hebben of zyn Excellentie Loud Cornwallio ook eenige kennis of opening zoude geven van het Berigt der Engelsche Gecommitteerdens by dat rap„ port vermeld, maar dat zulx als nog Uit blijvende, zyn Edele tans voorneemens was welmelde zyn Lordschap hier over in persoon te onderhouden en de zaak des doenlyk, ten einde te brengen, ver„ meenende daar toe, indien de weeder zyd„ sche, onderhoorigen tot een gereede toestem„ „ming in de ruiling te brengen zijn, waar in Gestrenge te zullen wegdragen, terwyl wy overigens de Eere hebben ons met een diep ondzag te onder teke„ nen /onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer /lager/ U wel Edele Gestrenges zeer Gehoorzaame en onderdaa„ nige dienaaren. /get:/ I: C: Heyning; I: C: L: Blume. /ter zyde :/ Chinsura den 30 July 1790. Gestrenge zoo 332. 7 fbr. 7 7br: dispositie op het een en ander zoo het schynd van de zyde van die der En„ „gelschen wel de meeste teegenstribbeling zal werden ontmoet, zyn Lordschap voor te slaan alle de Gronden, zoodanig als sy in het Rap port vermeld zyn, over en weeder voetstoots over te geven en af te staan, dus zonder betaa„ ling van onze kant van eenig equivalent voor de meerdere die wy staan te krygen, 't zy van een Jaarlyksche rente of een zeekere som op eenmaal, gelyk bevoorens ofte ten tyde van den Heer geweesene Directeur Ross geeischt wierd, wyl het blykt dat de gron„ den om en in Chinsura, schoon van een Grotene Uit gestrektheid, minder waardig zyn als de Bernagoorsche, om reeden dat in voorige tyden, toen deeze Colonie in vol„ „le bloeyen welvaard was, te welk veelen uit„ lokte daar by of omstreeks te woonen, aan „Geslagen zyn voor Grondpagten, die nu van dezelve niet kunnen verwagt wer„ „den, daar het teegendeel met Bernagoor om de na byheid van Kalkatta plaats heeft oordeelende Hy Heere Directeur deeze wyse de beste en voor de Maatschappij het voordee„ ligste te zyn om de verwisseling tot stand te brengen, zullende het in t' vervolg van een goede beheening en bestiering moeten afhan gen om die nieuw aangewonnene Gronden het verwagte nut en voordeel te doen oplee „venen; welk een en ander door de vergade ning in zelver voege beschouwd zynde zoo is Goedgevonden en verstaan dit alles dusdanig op te teekenen, den uitslag der persoonlyke onderhandeling van zyn Edele met welmelde zyn Excellentie Lord Cornwallis hier over afte wagten en teffens de daar ne„ vens overgelegde Instructie van het Engelsch Gouvernement voor haare Adalets of In„ van „landsche

NL-HaNA_1.04.02_3918_0373 view scan ↗

English

Secret 333. 7 November Proposal of the Lord Director to Lord Cornwallis regarding the transfer of the village of Bernagoor for lands in and around Chinsura. Native Courts of Justice, among the members of this assembly and other capable officials, to be distributed for translation in order to present a translation thereof, alongside this, to the Honorable High Indian Government. At the bottom was written: Done at Hoogly in Bengal, date as above, Chinsurah. Was signed: I. Titsingh, I. W. C. van Haugwitz, A. G. Krayenhoff, I. C.s Heyning, P.s Wieman, Resident and Secretary. As a continuation of that recorded in the secret Resolution of the 7th of the previous month, regarding the exchange of the village of Bernagoor for some lands situated around and in Chinsura, notice having been given by the Honorable Lord Director that, pursuant to his intention described therein, accompanied by the Junior Merchant Johan Carel Lodewyk Blume, as being fully informed of everything relating thereto, he proceeded to Calcutta, and to His Excellency the English Governor General Lord Cornwallis Tuesday the 26th of October Anno 1790, in the morning; absent the Master of the Equippage Levien due to indisposition, and the Trade Bookkeeper Heyning due to occupation. Tuesday the 334. 26 October: Difficulties raised by His Lordship. Copy of the report of the English Commissioners requested in writing, and how answered. had made the proposal for a reciprocal, unconditional surrender of those lands, exhibiting that which, on account of the lesser value of those which we stand to receive, was stated in the report inserted into the aforementioned Resolution; that His Lordship answered hereto that it appeared from the report submitted to the High Council by the English Commissioners, the Gentlemen Paterson and Spottiswoode, that several of the inhabitants of the lands that would be ceded to us showed a great aversion thereto, on account of the judicial proceedings in use among us, and that some had even gone so far as to declare that they would not submit to our jurisdiction unless the same manner of administering justice as obtains among the English were introduced, which, in His Lordship's opinion, being a matter of great weight for those people, ought first to be adjusted and regulated before one could proceed to the exchange; that His Honour having thereupon requested a copy of the report of those Gentlemen Commissioners, in order to be able to judge those difficulties and to devise the necessary means to remove them, the said His Lordship replied that, in case the Lord Director would be pleased to make a written request for this, His Lordship would propose it to the High Council, whereupon it would undoubtedly be sent; and that, in accordance therewith, His Honour, immediately after his return here, had dispatched the following letter: Calcutta October 335. 26 October: Complaints of the English. To which no response has yet been received; thus, at the desire of His said Honour, it was resolved to record everything here in this manner. To His Excellency The Most Noble Highborn Lord Charles, Earl of Cornwallis Governor General of Fort William, etc. etc. Most Noble Highborn Lord! From the report of the Gentlemen Heyning and Blume, commissioned by me to enter into negotiations with the Gentlemen Paterson and Spottiswoode appointed by Your Excellency concerning the exchange of our village of Bernagoor for a proportionate tract of land around and in Chinsurah, I find, among other things, that the said Gentlemen Paterson and Spottiswoode have declared that many difficulties regarding that exchange arose among the inhabitants of these lands, and some had even attested that they would not place themselves under our jurisdiction unless we adopted the same regulations regarding the general administration of justice that had been introduced by the English Government, of all of which the Gentlemen Commissioners had informed Your Excellency: I take the liberty of requesting Your Excellency to communicate to me the report of those Gentlemen and the representations made by the said inhabitants, in order to be able to judge those difficulties and, if possible, to remove them; I shall furthermore consider myself obliged to Your Excellency for your friendly advice on how this may best be effected to the satisfaction of all parties. I have the honour to be with the greatest respect, At the bottom was written: Most Noble Highborn Lord, Lower: Your Excellency's very humble and obedient servant, Signed: I. Titsingh. In the margin: Hoogly, the 17th of September 1790. Under the 20th of September, notice of his: 26 October.

Dutch transcription

secreet 333. 79br propositie van den Heer Directeur aan Lord Com¬ wall is nopens de overges„ „ve van 't Dorp Bernagoor voor gronden in en om landsche Geregtshoven, onder de Leden dee„ zer vergadering en verdere Bediendens daar toe bekwaam ter vertaaling te verdeelen om een translaat daar van neevens deeze de Edele Hooge Indische Regeering aan te bie „den /:onderstond:/ Actum Hougly in Bengale datum ut supra Chinsira /was geteekend:/ J: Sitsingh: I: W: C: van Haugwitz, .A: G: Krayenhoff I: C„s Heining „ P„s Wieman R„s en sec„ Tot een vervolg van het aangetee= „kende ter secreete Resolutie van den 7„e der voorige Maand, nopens de verruiling van het Dorp Bernagoor teegen eenige Gron„ „den om en in Chinsura geleegen, door den Edelen Heer Directeur kennis gegeeven zyn „de, dat ingevolge Deszelfs aldaar beschree ven voorneemen zig, verseld van den on¬ „derkoopman Johan Carel Lodewyk Blume als van alles, wat hier toe betrekking heeft volkomen onderrigt, naar kalkatta be„ „geeven en aan zyn Excellentie den Engelschen„ Gouverneur Generaal Lord Cornwalles Dingsdag den 26„' October A„o 1790. s'morgens; absent de Equipagemeester Levien door in dispositie en den Negotie Boekhouder Heyning door Occupatie Dingsdag den 334. 26. Octbr: zwaarigheeden door zyn Lordschap ge„ opper Copy van 't rapport der den voorslag gedaan had tot een over en„ weeder voetstootse afstand dier gronden, onder vertooning van het geen, wegens de mindere waarde van die welke wy staan te krygen by het, in voormelde Resolutie hoedaanig beantwoord geinseneerd Rapport gezegd werd; dat zyn Lordschap hier op antwoorde hoe by het door de Engelsche Gecommitteerdens de Hee„ „ren Paterson en spottiswood, aan den Hoo„ „gen Raad ingediend rapport bleek, dat verscheide der opgezeetenen van de Gron„ den die ons zouden werden afgestaan een groote afkeenigheid daar toe toonden, uit hoofde der regtspleegingen die by ons in ge„ bruik syn en dat eenige zelvs zoo verre gegaan waren van te verklaaren zig niet on„ als by de Engelschen plaats heeft, wierd in dens gevoend, 't welk na zyn Londschaps mee¬ „ning, een point van veel gewigt voor die menschen zynde, eerst behoorde vereevend en gereguleerd te werden alvoo¬ rens men tot de Huiling konde overgaan, dat zyn Edele hier op verzogt hebbende om een Copij van het Rapport dier Heeren Gecommitteerdens, ten einde over die Zwaa „righeeden te kunnen oordeelen en de no„ „dige middelen te beraamen ter uit de weg ruiming van dezelve, welmelde zyn Lord„ „schap repliceerde, dat in gevalle Hij Heere Directeur hier toe een schriftelyk ver„ zoek geliefde te doen, zyn Lordschap zulx den Hoogen Raad zoude voordragen, wan„ neen het zelve ongetwijffeld stond gezonden; hier, afgezonden had het volgend briefje den onze Junisdictie te willen begeven, ten schriftelyk verzoek om te werden en dat ingevolge van dien zyn„ ware by ons die zelve wyze van Regtsoeffening Engelsche Gecommitteer Eedele ook direct na Deszelfs te rugkomst gevoerd kalkatta Octbr: 335. 26. Oc Octbr: voldaan klagten der Engelschen kalkatta Aan zyn Excellentie Den Hoog Edelen Wel Gebooren Heere Charles Grave van Cornwallis Gouverneur Generaal van Fort William Wm &=a. Hoog Edelen Wel Geboore Heer! Wij Het rapport der Heeren Heyning en Blume door my Gecommitteerd om met de door uwe Excell: benoemde Heeren Catterson in spottocua in onderhandeling te treeden over de ruiling van ons Dorp Bernagoor teegen een evenneedige Streek Grondsom- en- in Chinouna, vinde ik onder ande¬ ren dat gedagte Heeren Paterson en spottis woord verklaard hebben, dat zig by de opgezeetenen deezer geronden veele zwaarigheeden over die rui „ling op deeden en eenige zelfs betuigd hadden zig niet onder onze Jurisdictie te willen begeeven, ten ware wy dezelfde regulatien omtrent de algemeene regtsoeffening adopteerden, die door de Engelsche Regeering was ingevoerd, van welk een en ander zy Heeren Gecommitteerdens aan Uwe Excellentie waar aan nog niet is dog dat daar op tot nog toe geen antwoord is ontvangen; zoo is, ter begeerte van welmelde zyn Edele verstaan het een en ander alhier dusdanig te noteeren Onder den 20„e September van Ik heb de Eer met de meeste agting te zyn /onderstond:/ Hoog Edele Wel Gebooren Heer/lager:/ uwer Excellentie zeer nedrige en gehoorzaame die „naar /:get:/ I: Titsingh /:ter zyde :/ Houglij den 17e„ Septbr 1790 kennis hadden gegeeven: Ik neem de vryheid uwe Excellentie te verzoeken my het berigt dier Heeren ende door gedagte opgezeetenen gedaane representatien te willen meede deelen, om over die zwaarigheeden te kunnen oordeelen en dezelve des doenlyk, uit den weg te ruimen; zullende ik my verder aan Uwe Excellentie verpligt agten voor Deszelfs vriendelyk advis hoedaanig dit best en tot genoegen van alle partyen kan geef fectueerd werden kennis zyne 26 8br: over

NL-HaNA_1.04.02_3918_0376 view scan ↗

English

26 October. 336. Encountered opposition in the village of Dewlet Gendsj. A letter dated the 15th preceding having been received from His Excellency Lord Cornwallis and the Gentlemen of the High Council of Fort William, containing representations concerning the opposition which the English Collector in the village of Dowlet Gendsj, situated near our Lodge at Soppra, met with upon implementing the new Regulations enacted by Their Honors regarding the distilling and sale of strong liquors, with a request to order the gomastah having charge of that village to conform to those arrangements, for which a proportionate reduction in the annual revenues of the said village would be granted, as all appears more fully from the letter itself along with the translation reading as follows: To the Honorable Isaac Titsingh Esquire, Director etc. and Council at Chinsura. Honorable Sir and Gentlemen, The good of this country having required us lately to make regulations for abolishing all duties and taxes coming under the denomination of sayer, which were collected in the different gunges, except the duties levied on the manufacture and sale of spirituous liquors, which it has been judged advisable to take into the hands of Government, the necessary instructions were sent in consequence to the several Collectors to carry our orders into effect. But the Collector of Sircar Sarun has acquainted us that, having according to the directions given to him generally proceeded to order the attachment of the stills etc. in a malguzary village, Dowlet Gunge, held in farm by the Dutch Company and lying adjacent to Chuprah, the officers appointed by him for that purpose, as well as to take charge of a small bazar situated within the small village, were opposed by the Dutch gomastah. 26 October. 337. Written to Patna. We have no doubt that you will be so good as to order the gomastah in charge of Dowlet Gunge to conform to the regulations we have made respecting spirituous liquors and the sayer in general, and to obey such orders regarding the same as he may receive from the Collector of Sircar Sarun. A deduction will be allowed in the annual revenue of the village adequate to the net amount realized from the abkarry and other sayer collections, agreeable to the general regulations, a copy of which we have the pleasure to enclose. We have the honor to be, Honorable Sir and Gentlemen, your most obedient humble servants, signed: Cornwallis, Charles Stuart, Peter Speke. Fort William, 15 September 1790. For the translation, signed: I. van den Broeck. Pursuant to and on the basis of the resolution already taken in the year 1787, providing for the renunciation of all jurisdiction over that village, as the separate Resolution of December of that year dictates, when the servants at Patna were also ordered not to interfere with it any further and to abstain from everything relating thereto, 1790.

Dutch transcription

26 8br: 336. ontmoete teegen stand in het Dorp Dewlet Gendsj zyn Excellentie Lord Cornwallis en de To the Hlonble Isaac Litsingh Esqr. Aan den Edelen Isaac Tilsingh Schildk Director &a. and Council Heeren van den Hoogen Raad van het Directeur &=a en den Raad te Chensuna Fort William ontvangen zynde een mis Chinsura Hörble sin and Gentlemen. Edele Heer en Heeren „sive den 15„e bevoorens gedateerd, houdende vertooningen over de teegenkantingen wel „ke den Engelschen Collecteur in het Dorp The Good of this Country ha De welvaart van dit Land van ons „ving required us lately to make Ver Dowlet Gendsj, by onse Logie te soppra gevorderd hebbende het maaken van gulations for abolishing all Du regulatien ter afschaffing van alle Tollen geleegen, ontmoet heeft by het in stand „turs and taxes Coming under the en Taxen, komende onder de benaming brengen der nieuwe Reglementen, door denomination of Sayer, which we van Saijer, welke in de diverse Gendsjen Hun Edelens ten opzigte het stooken en recollected in the different Ganges wierden gecollecteerd, uitgezondert de except the duties Levied on the imposten op het stooken en vertieren van vertieren van sterke dranken gemaakt, manufacture and sale of Spiri sterke dranken, welke men raad zaam met verzoek den Gomastah, het opzigt twous Lequors, which it has been geoordeeld heeft ommiddelyk onder t' over dat Dorp hebbende, te gelasten zig judged adviseable to take in to bestier van het Gouvernement te neemen te conformeenen met die schikkingen the hands of Government, the zyn ingevolge van dien de noodige In¬ necessary Instructions were sent waar voor een eevenreedige verminde„ structien aan de Collecteurs gezonden in consequence to the several Col„ om onze bevelen in stand te brengen ' „ring in de Jaarlyksche revenuen van het lictors to carrij our Orders in to dog de Collecteur van sircar Sarien heeft ged„e Dorp zoude werden toegestaan, ge„ effect But the Collector of Sircar) ons berigt dat, daar hij, ingevolge de al„ sarun has acquainted us that, gemeen aan hem afgevaardigde. lyk alles breedvoeriger blykt by die brief having according to the directions bevelen, voortging met het aanslaan zelve neevens t' translaat aldus luidende given to him generally proceeded- der Branderijen &a in een Malgu zaar 26 8br: 3„ 2, 26 Octbr: 337. 26 8br: Catna aangeschreevend to order the attachement of the zaar Dorp Dowlet Gendsz door the abkarry and other Sayer Col reedig met het netto bedragen dat van stills &ca. in a Malguzary vil de Hollandsche Comp„e in pagt be„ fections, agreable to the general de abkarny en andere sayer Collectien. lage Dowlet Gunge, held in Zeeten en Grensende aan sjop pra„ Regulations a lopy of which we zal inkomen, na volgens het generaal t Farm by the Dutch Companyand de bedienden door hem aangesteld, have the pleasure to inclo se Reglement, waar van wy het vermaak laying adjacent to Chu prah the zoo ten dien einde als om bezit tenee„ hebben een Copy hier in te suiten officers appointed by him for „men van een kleine Bazaar bin„ that purpose as well asto take „nen het Dorpje geleegen door de charge of a small Bazar, situa Hollandsche Gomastaks daar in tee„ ted with in the smael village, weregen gegaan waren opposed by the Dutcr Gomastah We have the honor to be for Wy hebben de Eere te zyn /:on„ derstond:/ Honble Sar & Gentlemen derstond:/ Edele Heer en Heeren /la„ /lager / your most obedient humble ger:/ Uw Ed„e zeer Gehoorzaame nedrige senvants /get:/ Cornwallis dienaaren /get:/ Cornwallis Cha„ staart Cha„ Stuart. Peter Speke /: ter Peter Speke /:ter zyde:/ Port william Wy twyffelen niet of UEd„s zul We have no doubt that zijde :/ Fort william 15t Septbr: den 15„e Septbr 1790 /daar onder :/ voor you will beso good asto order the len zoo goed zyn de Gomastah, het de vertaaling /get:/ I„s van den Gomastak in Charge of Dowlet opzigt over Dowlet Gends hebbende Broeck te gelasten om zig te conformeeren Gunge, to Conform to the regula „tions we have made respecting „gen betreffende de sterke dranken spinituous siquors and the sayer in General, and to obey such or„ en de Sayer over het algemeen en om zoodaanige daar toe betrekkelyke be„ „ders, regarding the same as he may receive from the Collector of velen te gehoorzaamen als hem door sircar Sarun A. deduction will den Collecteur van sircar Sarum zal len worden toegezonden Men zal be allowed in the annual reve. nue of the village a dequated in de Jaarlyksche Revenúen van het Dorp een vermindering toestaan even to the neat amount realized from 1787 Genomen besluit, houdende om van alle Regtsgebied op dat Dorp af te zien gelyk de apante Resolutie van 12 br van dat jaar s dicteerd, wanneer den Bed„n te Patna ook Ge„ „last is zig daar meede verder niet te be „moeyen en te onthouden van alles wat daar met de door ons gemaakte schikken dat daar omtrent na en op fundament van het bereets in A 't the reedig toe 1790

NL-HaNA_1.04.02_3918_0378 view scan ↗

English

338. 26 October The letter having been answered, he will obey the order received on the subject. Regarding this matter, by order of the Honorable Director, the Patna Resident Baumgaardt was addressed on this subject by letter dated the 27th of the aforementioned month of September, and with an expression of surprise at these new complaints, the recommendations previously made were reiterated, together with how and in what manner on the same day the aforementioned missive of the English Gentlemen was answered in the following manner: Calcutta To His Excellency The Right Honorable Lord Charles, Earl of Cornwallis, Governor-General, together with The Honorable Members of the Supreme Council of Fort William. Honorable Sirs! We have had the honor to receive your Excellency's and Honorable Sirs' letter of the 15th of this month, containing representations concerning the opposition encountered by the English Collector in the village of Dowlet Gendsg upon putting into effect the orders established by your Excellency and Honorable Sirs with respect to the distilling and retailing of strong liquors. We have sent the necessary orders to our Resident at Patna to cause no hindrances to the execution of those orders in the said village, and do not doubt that these will be promptly complied with. We have the honor to be with the greatest respect, Right Honorable Lord and Honorable Sirs, Your Excellency's & Honorable Sirs' most humble and obedient servants, Signed: I. Titsingh, J. W. C. van Haugwitz, A. G. Kraijenhoff, I. C. Heyning, F. Wieman. Margin: Hooghly, the 27th of September 1790. It was agreed to make a record of all this here, adding that in consequence thereof, the said Resident, in his separate letter of the 13th of this month, promised to comply strictly with those orders and at the same time assured that if the Collector had complained to him about it, he would have taken care that his servants were not hindered in collecting those new leases. Underneath: Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: Titsingh, J. W. S. van Haugwitz, A. G. Kraijenhoff, Reael, De Bas, F. Wieman, Resident and Secretary. Secret. 339. 26 October. Reasons for which the Honorable Director believes that the proposed exchange of Bernagore will have no result. Saturday, the 11th of December, in the year 1790. In the morning, all present. After concluding the matters described in today's Ordinary Resolution, it was made known to the Council by the Honorable Director that, in view of the lack of an answer to his missive sent to His Excellency Lord Cornwallis concerning the projected exchange of lands, last mentioned in the Secret Resolutions of the 26th of October last, in which that letter was also inserted, His Honor had already reminded Mr. Hay, Secretary to the Government, of this several times, and had also received promises each time that it would be sent; 11 December. 340. 11 December. even recently, when he, the Honorable Director, was in Calcutta to take leave of Lord Cornwallis upon his departure for the Coast, when the said Mr. Hay promised to take care that it would be dispatched before his Lordship left the river; but that this, however, having also had no result, one might now well conclude that the said answer, if ever, will at least not come for the time being, the more so because His Honor declared to have gathered from some conversations held on the subject that the sending thereof was intentionally delayed, because they would be obliged to mention some matters therein which they suspected would be disagreeable to us, concerning the manner of legal proceedings with respect to the native in use among us, which they thought best to prevent in this manner; and that His Honor on that account also believed that nothing will ever come of the proposed exchange. Of all which it was resolved, at the express desire of his said Honor, to keep this record. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: Agreed: J. Titsingh, I. W. S. van Haugwitz, Pieter Levien, A. G. Kraijenhoff, L. Reael, De Bas, S. C. Heijning, F. Wieman. Secret. 341. By the bark De Voorzigtigheid. Continuation of last year's report concerning the Antonetta. Difficulty arising at the Court of Justice. No. 1. Batavia. To His Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, together with The Honorable Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Wide-Ruling Sirs! As a continuation of what we communicated to your Right Honors in the previous year concerning the seizure of the ship the Antonetta, which arrived in the Ganges from Europe under Dutch flag and pass, along with its cargo, against which proceedings had already been initiated by our order by the Fiscal Officer, we now have the honor to report that, as appears from our Secret Resolution of the 8th of May of that year, a Minute Address from the Court of Justice of this station was submitted to us on that day, in which was presented the difference of opinions within that College regarding the distribution of what might be confiscated of the said ship and cargo, with a request that we, on that account, made a request in that regard.

Dutch transcription

338. 26 October 26 Octor. de brief beantwoord zal de ter suptte ontvan gene ordre obideeeren toe opzigt heeft, ter ordre van den Edelen Heer Directeur, den Patnaschen Residant Baumgaardt by Brief van den 27„e der voor „melde maand september hier over onder houden en onder betuiging van verwonde „ring over deeze nieuwe klagten, het bewoore derweegens aanbevolene herhaald, mitsgade to en hoedanig voore motaan ten zelven dage de voormelde Missive der Heeren Engelschen beantwoord zynde in vo genden wyse Kalkatta Aan zyn Excellentie Den Hoog Edele Wel Gebooren Heere Charles Grave van Cornwallis Gouverneur Generaal neevens De WelEdele Heeren Leden van den Hoogen Raad van 't fort william WelEdele Heeren! Wy hebben de Eere gehad te ontvangen aanteekening te houden, onder by voeging dat als een gevolg van dien, gedagte Resi„ „dent, bij zin aparte brief van den 13„e deezer Hoog Edele Wel Gebooren Heer de Patnasche Resident Zoo is verstaan van dit alles alhier deeze Wy hebben de eere met de meeste agting te zyn /onderstond:/ Hoog Edele Wel Geboore Heer en welEede: „le Heeren /:lager:/ Uwer Excell. & wel Ed„s seer nedrige en gehoorzaame dienaaren /was get:/ I: Titsingh J: W: C van Haugwitz. . . . . . . . . A: G: Kraijenhoff . . I: C: Heyning. F: wieman /ter zyde / Houglyj dens 27 Septbr: 1790. uwer Excellen wel Ed„e Letteren van den 15„e dee¬ zer, houdende vertooningen over de teegen kantingen welke de Engelsche Collecteur in het Dorp Dowlet Gendsg ontmoet heeft, by het in stand brengen der bevelen door uwe Excell: en wel Ed„s met opzigt tot het stooken en vertieren van sterke dranken gesteld- wy hebben aan onsen Resident te Patna de noodige or¬ dres gezonden om in het ter uitvoer brengen dier bevelen, in het ged: Dorp, geen verhinderingen te veroorzaaken en twijffelen niet of daar aan zal promp „telijk voldaan werden uwer. belofte ds secreet 339. 26 Octbr: leedenen om welke de Heer Directeur vermeend dat de voorgeslage ruiling van Bernagoor geen ge¬ volg zal hebben belofte doed die ordres ten streksten te zul len voldoen en teevens verzeekerd dat in dien den Collecteur zig daar over aan hem beklaagd had: hij zorge zoude hebben ge„ „dragen dat des zelfs Bedien niet waren teegen gegaan in het Collecteeren dier nieu „we pagten /onderstond:/ Actum Houglij in Bengale dat ut supra /:geteekend:/ Titsingh J: W: S: van Haugwilt A: G: Kraijenhoff Reael De Bas F: Wieman R„d en seek Na het afhandelen der zaaken O beschreeven by Gemeene Resolutie van heeden, wierd door den Edelen Heer Di„ „recteur aan Raade te kennen Gegeeven dat mits het uitblyven van antwoord op Deszelfs, aan zyn Excellentie Lord Cornwallis, afgezondene Missive over de Geprojecteerde ruiling der Gronden t Laatst vermeld ter secrete Resolutien van den 26„e october J„t leeden, by welke die brief ook geinsereerd is, zyn Edele reeds verscheide maalen den Heer Hay, Secreta„ ris van het Gouvernement, daar aan herennerd en ook telkens belofte bekomen haid dat het zelve zoude gezonden werden, Saturdag den 11:' December Ao 1790. S'morgens; alle present Saturdag zelfs 11: Decbr: 340. 11 Decbr: zelfs nog deezer dagen toe Hy Heere Directeur zig te Calcutta bevond om van Lord Cornwalle by Deszelfs vertrek na de kust afscheid te nee „men, wanneer Gedagte Heer Hay beloofde te zullen zorgen dat, voor zijn Lordschap de re„ vier verliet, afgezonden wierd, dat dit egter meede geen gevolg Gehad hebbende, men als nu wel mogt vast stellen, dat het gezegde ant„ woord, zoo al ooit, ten minsten voor eerst niet komen zal, te meer zyn Edele, uit eenige der „weegen gevoerde discoursen betuigde te hebben kunnen opmaaken hoe met de verzending van dien voorbedagtelyk verwyld wierd, wijl men verpligt zou zyn daar by eenige zaaken te moeten aannoenen, die men vermoede ons onaangenaam te zullen zyn, nopens, de wyse van Regtspliegingen omtrent den Inlander by ons in gebruik, t' geen men dagt op deeze wyse best te kunnen voorkomen, en dat zyn Gelvet. J Rdaela Bav: G J: Van Hierop W Wieman. . V. Ser. is Accordeerd J: Sitsingh: I: W: S: van Haugwitz P„r Levien. A: G: Kraijenhoff; L: Reael De Bas. S: C: Heijning F: Wieman P, W. Actum Hougly in Bengale datum ut supra /:geteekend:/ Edele uit dien hoofde ook vermeende dat er van de voorgestelde verwisseling nooit iets komen zal van welk alles op de expres¬ „se begeerte van welmelde zyn Edele verstaan is deeze annotatie te houden /onderstond:/ de Edele sec„ secreet 341 Per de Bark de verslag nopens de Anto„ vervolg van 't voorjaarig P:o 1. zwarigheid bij de Raad van Justitie voorgekomen Batavia Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaare Heer M=r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal wegens den Staat der vereenigde Nederlanden en Haare Algemeene Oost- Indische Compagnie neevens De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands Indie voorzigtigheid Als een vervolg van het geen wij in het voorige Jaar uw Hoog Edelheeden bedeelden nopens de in beslag neeming van het onder Hollandsche Vlag en Pas uit Europa in de Ganges aangekomene schip de Antonettee met dies lading, waar teegen de procedures ter onzer ordre door het officii fiscaal toen reets begonnen waaren, hebben wij thans de Eere te berigten dat blijkens onze secreete Resolutie van den 8. e Maij van dat jaar, ten dien dage bij ons ingediend is een Notulair Adres van den Raad van Justitie deezes Comptoirs, waar bij vertoonden voorgedraagen wierd de differentie der gevoelens bij dat Collegie nopens de verdeeling van het geen van gedagt schip en lading verzoek dienangeande geconfisqueerd mogt werden, met verzoek dat wij uit dien Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren! gedaan hoofde „netta.

NL-HaNA_1.04.02_3918_0382 view scan ↗

English

342. noticed. and how decided. pleased to explain on this subject which of the statutes adduced by the officer in his intendit upon the further requested elucidation §: 2 subject, the one being a placard of Their High Mightinesses dated 1st July 1606, and the other an extract instruction framed by the Noble High Indian Government on 22nd Septb: 1665 concerning the distribution of confiscated goods, both of which were attached to the said address and incorporated into the said resolution alongside the same, ought to be applied or followed by Their Honors in the present case; upon deliberation hereon, among the members of our assembly who held no seat in the Court of Justice, it was understood that since one acted in this matter by virtue of the placards granted by the Sovereign to the Dutch East India Company, it also went without saying that in case of confiscation the same placards ought to be followed in the distribution, since it appeared not only improper but also illicit to follow in one part the law of the Sovereign and in the other the determinations made by the Company itself, which are by no means applicable to this case but solely to confiscations of illicit private trade in the Indies, the more so because that law is so distinct and clear that one cannot err therein, and thus for no reasons whatsoever needed or was allowed to have recourse to others, for which reason we also stated for our opinion that the distribution ought to occur according to the cited placard of Their High Mightinesses, namely one third part for the benefit of the Company, one third for the benefit of the poor, and one third for the benefit of the one who had made the challenge. opinion. On 4th August thereafter, another address, entered by resolution of that date, was presented to us hereupon, being dated 20th May, whereby Their Honors, upon the representation made on that account by the fiscal Kraijenhoff, requested our disposition and explanation as to who actually must or ought to be understood by the one who had made the challenge, as such had not been attached to our previous disposition; whereupon the Director declared that since the seizure of the said ship and the subsequent proceedings against the same and its cargo had occurred by our express order, the fiscal, who had acted solely on account of this order, could not be considered in this case to have made the challenge, which actually consists in the seizure itself and the accusation or charge before the judge, and that when the Council of Justice asked for the aforementioned elucidation regarding the statutes adduced by the officer, that premise, namely that he had not made the challenge, formed the reason that in stating our opinion thereupon solely with respect to the last third part, it was made known for the benefit of the one who made the challenge instead of the officer, while a further explanation or interpretation on that account would then have been not only unnecessary but also premature, since the aforesaid Council solely asked which of the proposed statutes ought to be followed in the present case and this explanation consequently had to remain deferred until the fiscal, who had acted herein upon our order, should have reported and conveyed to us, the The — 9 by

Dutch transcription

342. merkt. en hoedanig gedeci„ deerd. hoofde geliefden te verklaaren welke van de door den officier bij nader gevraagde elucidatie §: 2. zijn Intendit bij gebrachte Statuten, het eene namelijk een n sujette. placaat van Hun Hoog Mogende in dato p=mo Julij 1606. en het andere een Extract Instructie bij de Edele Hooge Indische Regeering op den 22e. Septb: 1665 nopens de ver„ „deeling van geconfisqueerde goederen beraamd, die beide bij het gemelde Adres gevoegd waaren en neeven het zelve de gedagte Resolutie ingelijfd zijn, door Hun Achtbaar„ „heeden in het presente geval behoorden geappli„ wat daar op is aange„ceerd of gevolgd te werden; bij deliberatie hier over, onder de Leeden onzer vergadering die geen sessie in het Collegie van Justitie hadden, wierd begreepen, dat daar men in deezen ageerde uit krachte der Placaaten door den Sou„ „verein aan de Nederlandsche Oost Indische Compagnie verleend, het ook van zelfs spraak dat in Cas van Confis„ „catie derzelfde placaaten behoorden gevolgd te werden in de verdeeling, nadien het niet alleen oneigen maar ook onge„ oorloofd voorkwam in het eene gedeelte de wet van den souverein en in het andere de bepaalingen bij de maat„ „schappij zelfs gemaakt, die geenzints tot dit geval maar eeniglijk applicabel zijn bij confiscatien van ongepermitteer„ „den particulieren Handel in Indie, te volgen, te meer nog daar die wet zoo duijdelijk en klaar is dat men daar in niet dwaalen kan en dus om geene reedenen hoe genaamd toevlucht behoefde of vermogt te neemen tot andere, waar om wij dan ook voor ons gevoelen opga„ „ven, dat de verdeeling behoorde te geschieden navolgens het aangehaalde placaat van Hun Hoog Mogende, te weeten een derde gedeelte ten behoeve van de maat„ „schappij, een derde ten behoeve van de Armen en een der„ „de ten behoeve van de geene die de Calange gedaan had. gevoelen. Den 4. e Augustus daar aan wierd ons hier op een ander Adres, bij Resolutie van dien datum ingeschree„ „ven, gepresenteerd zijnde gedagteekend den 20. e Maij waar bij Hun Achtbaarheedens op de desweegens gedaane vertooning van den fiscaal Kraijenhoff onze dispositie en expli„ „catie verzogten wie eigenlijk moest of behoorde verstaan te werden door de geene die de Calange gedaan had alzoo zulx onze voorige dispositie niet was bijgevoegd; waar xplicatie van t'voorig op den Directeur verklaarde dat daar de aanhaaling van het gedagte Schip en de daar opgevolgde procedures teegen het zelve en dies lading geschied was op onze expresse last, den fiscaal, die eeniglijk uit hoofde van deeze last geageerd had, niet aangemerkt kon werden in dit geval de Calange, die eigenlijk bestaat in de aanhaaling zelve en de beschuldiging of aanklachte voor den Rechter, gedaan te hebben en dat toen den Raad van Justitie de voormelde elucidatie omtrend de door den officier bij gebrachte statuten vroeg, die stelling, name „lijk dat hij de Calange niet gedaan had, de reeden uit„ „maakte dat bij het opgeeven van ons gevoelen daar over„ eeniglijk ten opzigte van het laatste derde gedeelte, be„ „kend gesteld wierd, ten behoeve van den geene die de Calams „ge gedaan heeft in steede van den officier, terwijl een nadere explicatie ofte uitlegging desweegens als toen niet alleen onnoodig maar ook voorbaarig ge„ „weest zoude zijn, nadien welmelde Raad eeniglijk vroeg welke van de voorgedraagene Statuten in het presente geval behoorden gevolgd te werden en deeze explicatie dienvolgende uitgesteld moest blijven tot de fiscaal, die hier in ter onzer ordre geageerd had aan ons gerapporteerd en overgebragt zoude hebben, het Den — 9 door

NL-HaNA_1.04.02_3918_0383 view scan ↗

English

343. as well as how the division of the third part was to take place, which was submitted to the approval of Your High Nobilities. the sentence obtained by him, when, in case it should appear from it that one third of the confiscated property had been allocated for the claim, it could first be stated for whose benefit this ought properly to come. The said Fiscal submitting that sentence on that day, of the confiscation belonged in such manner as is also inserted in that Resolution, it was by him, the Director, after a prior decision that the members who had sat on this in the assembly of Justice could also vote on the interpretation of who ought to enjoy the part allocated for the claim, stated as his opinion on this, that since, according to what was set down previously, the Fiscal Kraijenhoff had not made the claim, the said one third part could not accrue to him either, but that equity and justice demanded making a proportional distribution of the same, both to him, the Fiscal, and to all those who were employed in the expedition for the taking of the Antonetta and thus contributed their part to master that vessel, which distribution he judged ought to take place in the following manner; namely: The first third part to the Fiscal. The second third part to the Chiefs of the expedition, who were the Sea Captains and the then outgoing and incoming Master Attendants Iacob Fredriks and Pieter Levien, item the master of the private ship Eijk en Linden, Ian Brengman, each of them for an equal portion. The last third part to the pilots, quartermasters, and other seafarers, item the military personnel, both European and native, who were employed in the expedition, to be divided among them jointly in such manner as is customary in such cases. Of the equity of which distribution he, the Director, further declared to be so convinced that he would propose to carry the same into effect if he did not believe that such a disposition could not be made by us without the prior consent and approval of Your High Nobilities; wherefore, and because the Fiscal Kraijenhoff, by virtue of the office he holds and because the proceedings before the Judge were conducted by him, maintained that he was entitled to the entire third part allocated for the claim, he also judged it most expedient to respectfully leave the decision on this deferred to Your High Nobilities, with which we all conformed, and upon his request made thereto, granted the well-mentioned Fiscal the liberty to submit his objections and interests in that regard, as has since also taken place by a writing submitted by him which is inserted in our separate Resolution of the 19th of February last. We cannot refrain from noting once again that however much the letter of the edict, when cited, might plead for that officer, the same does not seem applicable to this case, since that ship must rather be regarded as a prize seized by force, concerning the legality or illegality of which the proceedings were aired by the Fiscal before the Council of Justice as before an Admiralty Court, and and take 9

Dutch transcription

343. als meede hoedanigde I: 3: verdeeling van het 3 deel te geschieden. t welk het goedvinden van Hun Hoog Edelheeden werd gesubmitteerd. door hem geobtineerde Vonnis, wanneer, ingevalle daar bij kwam te blijken dat een derde van het geconfisqueerde was toegeweesen voor de Calange, eerst konde opgegeeven werden ten wiens behoeve dit eigenlijk behoorde te koomen. - Gedagte Fiscaal dat vonnis dien dag overleggende, der confiscatie behoord invoegen als meede bij die Resolutie geinsereerd is, wierd door hem Directeur, na voor afgegaane decisie dat de Leeden die in vergadering van Justitie daar over gezeeten had den meede konden stemmen in de uitlegging wien het deel voor de Calange toegeweezen behoorde te genieten, voor zijn gevoelen hier over opgegeeven, dat daar na„ „volgens het bevoorens ter nedergestelde den Fiscaal Kraij„ enhoff de Calange niet gedaan had hem het gedagte een derde gedeelte ook niet konde toekoomen, maar dat de billijkheid en regtvaardigheid vorderde van het zelve een eevenreedige verdeeling te doen zoo aan hem Fiscaal als aan alle de geene die in de expeditie tot het neemen van de Antonetta geëmploijeerd zijn en dus het haare toegebragt hebben om van dien kiel „meester te werden welke verdeeling hij oordeelde dat behoorde te geschieden in volgende wijze; als Het eerste derde gedeelte aan den Fiscaal Het tweede derde gedeelte aan de Hoofden der expeditie, dat geweest zijn de Capteins ter Zee en toenmaalige afgaan„ „de en aankoomende Equipagiemeesters Iacob Fredriks en Pieter Levien, item den schipper van het particulie„ „re schip Eijk en Linden, Ian Brengman een ieder van Hun voor een gelijke portie Het laatste derde gedeelte aan de Lootzen, quartiermeesters en verdere zeevaarende, item de militairen Zoo Europeeze als Inlandse, die tot de expeditie geëmploijeerd zijn geweest, om onder hen gezamentlijk verdeeld te werden zoodaanig als zulx in diergelijke gevallen gebruijkelijk is. — Van de billijkheid van welke verdeeling hij Directeur verder verklaarde zoodaanig overtuijgd te zijn dat pro„ „poneeren zoude dezelve gevolg te doen neemen indien niet vermeende dat een diergelijke dispositie bij ons zonder voorafgaande toestemming en goedkeuring van uw Hoog Edelheiden niet vermogt genomen te werden, waarom en om dat den fiscaal Kraijenhoff uit hoofde van het Ampt dat bekleed en wijl door hem de procedures voor den Rechter gevoerd zijn, sustineerde tot het geheele voor„ de Calange toegeweezene derde deel gerechtigd te zijn hij dan ook oordeelde ooirbaarst te zijn de decisie daar over in eerbied aan uw Hoog Edelheeden gede„ „fereerd te laaten, met het welk wij ons alle Confor„ „meerden en welmelde fiscaal op zijn daar toe gedaan, verzoek vrijheid lieten zijne bedenkingen en belangen desweegen in te brengen gelijk zeederd ook geschied is, bij een door hem ingediend geschrift dat geinsereerd is ter onzer aparte Resolutie van den 19:e feb:ij J:lleeden. - wij kunnen niet af zijn nogmaals aan te merken dat hoe zeer de letter van het placaat, bij aanhaaling ook voor dien officier mogt pleiten, het zelve op dit geval niet applicabel scheint, wijl dat schip eer als een prijs moet werden beschouwd door geweld bemagtigd, over de wettig of onwettigheid waar van de proceduuren door den Fiscaal voor de Raad van Justitie als voor een admiraliteids Hoff zijn geventileerd, en en neemen 9

NL-HaNA_1.04.02_3918_0384 view scan ↗

English

344. What the confiscation produced: § 4. Report thereof made to the Lords Masters: § 5. pilots for private ships: a separate ordinance by the Director to the pilots granted: § 6. take most respectfully the liberty to request Your High Noblenesses' disposition and pleasure in this matter. Regarding what this confiscation has yielded, the current account delivered to us by the Sequester is inserted with the joint Resolution of 13 October of the previous year, the balance of which, amounting to the sum of s754745: 14 2/35, we had counted in cash and taken into the books, one-third for the benefit of Condemnation and Confiscation for what has been awarded thereof to the Company, one-third for the benefit of the Poor fund, being that which is assigned to the poor, and one-third allotted for the chalenge, on the Account of Sequestration funds, until such time as the requested decision thereon from Your High Noblenesses shall have arrived; the legal proceedings, as conducted by the Fiscal, are forwarded among the joint annexes. As an English packet boat was to depart for Europe in August, we also took the resolution on the 4th of that month to make use of that opportunity to respectfully report to the Honorable and High Esteemed Lords Masters, as a sequel to what was previously communicated under date of 9 March concerning the ship the Antonetta, of what had occurred and been executed since with respect to that keel and its cargo, while transmitting such papers as could serve for Their High Noblenesses' further elucidation; this took place under date of the 10th of said month by a letter dispatched by the Chief Clerk under his private address to the Ambassador in England, so that we may rely on a secure delivery; a copy thereof is attached among the joint annexes, and we request that Your High Noblenesses will be pleased to approve this dispatch by a foreign shipping opportunity for reasons of necessity. In the aforementioned resolution there is also inserted a separate ordinance granted by the Director to the pilots, in which they were prescribed how to act if more such ships as the aforesaid Antonetta should appear in the Ganges, which we hope Your High Noblenesses will also be pleased to approve. Agreed JD Van Nierop P G Clercq Having nothing further to communicate herewith, we style ourselves with the requisite respect, below stood: High Noble and Wide-Ruling Lords, lower stood: Your High Noblenesses' humble and very obedient servants, was signed: I: Titsingh, I: W: S: van Haugwitz, Pr Levien, A: G: Kraijenhoff, Iacob Eilbracht, L: Reael de Bas, F: Wieman, J: C: Heijning. In the margin: Houghly, the 13th of March 1790. 345. Collated. To the Honble Isaac Titsingh Esqre Director &a. &a. and Council at Chinsura Honble Sir & Gentlemen We have been favored with your Letter of the 22d. Instant, informing us that you had sent, 1220. Bars of Silver to the Calcutta Mint, for the purpose of being Coined into Sicca ruppees, and requesting that we would receive one Lak of ruppees from the produce, on account, in part payment of the opium and saltpetre to be allotted to you this Season. We do ourselves the pleasure of acquainting you that we are willing to take the sum abovementioned, agreeably to your request, and that we have instructed the sub Treasurer to receive the same, when tendered to him, and to grant his Receipt for it Reael de Bas. GF Van Nierop No. 2

Dutch transcription

344. wat de Confiscatie afge„ S: 4. worpen heeft. verslag daar van de I: 5. Heeren Meesters gedaan. pens te binnen lootzen neemen op het eerbiedigst de vrijheid uwer Hoog Edelheeden dispositie en goedvinding in deezen te verzoeken. — Van het geen deeze Confiscatie afgeworpen heeft. is de ons door den Sequester overgegeevene reekening Cou„ „rant geinsereerd bij de gemeene Resolutie van 13:e Octb: des voorigen Jaars, welks saldo ter somma van s754745: 14 2/35. „ aparte ordonnantie P:o 6. „ten 1/3 ten voordeele Condemnatie en Confiscatie voor het geen de Compagnie daar van toegeweezen is, 1/3 ten voor„ „deele het fonds der Armen zijnde het geene den Ar„ „men is toegelegd en 1/3 toegedeeld voor de Calange, op de Reekening van Sequestratie penningen tot er tijd de in deeze verzogte decisie daar over van uw Hoog Edelheeden, zal ingekomen zijn; het Proces zoodaanig het slot als door den fiscaal gevoerd is, gaat onder de gemeene Bijlaagen over. — leend. Wijl er in Augustus een Engelsche Paket boot naar Europ stond te vertrekken, namen wij meede op den 4 dier maand het besluijt van die geleegenheid gebruijk te maaken om de WelEdele Hoog Achtbaare Heeren Meesters, tot een vervolg van het onder den 9. e Maart bevoorens, bedeelde nopens het schip de Antonetta, eerbiediglijk verslag te doen van het geen seederd ten opzigte van dien Kiel en dies lading voorgevallen en verrigt was, onder overzending van zoodaanige papieren als tot Hoog Derzelver verdere elucidatie dienen konden; dit heeft onder den 10:e van gedagte maand plaats gehad bij een brief die door den Eersten Teekenaar on„ „der zijn particulier Adres aan den Heer Ambassadeur in Engeland afgezonden is, dus wij op een zeekere Accordeerd JD Van Nierop P G Clercq Hieren bij verder niets te bedeelen hebbende, noe„ „men wij ons met de vereischte Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren.: /:lager:/ re„ uwer Hoog Edelheeden onderdaanige en zeer Gehoor„ zaame Dienaaren /:was geteekend:/ I: Titsingh I: W: S: van Haugwitz. P. r Levien. A: G: Kraijen„ „hoff. Iacob Eilbracht: L: Reael de Bas. F: Wieman. J: C: Heijning /:ter zijde:/ Houglij den 13. e Maart 1790. bestelling mogen staat maken; Copij van dien is onder de gemeene bijlaagen gevoegd en wij verzoeken dat uw Hoog Edelheeden deeze verzending met een vreemde scheepsgeleegenheid om der noodzaakelijkheids wille gelieven te approbeeren. — Bij meergenoemde resolutie is nog geinsereerd „zen verleend, waar bij hen voorgeschreeven werd hoe„ „danig te handelen indien meer diergelijke scheepen als de Antonetta voormeld in de Ganges mogten ver„ schijnen, welke wij hoopen dat uw Hoog Edelheeden meede zullen gelieven goed te keuren. — wij in Kassa hebben tellen en bij de Boeken inneemen laa in particuliere Schepen een aparte ordonnantie door den Directeur op de Loot„ bestelling 2 W 20„ en 345. Gecoll. To the Houble Isaac Titsingh hegre Aan den Edelen Isaac Titsingh Schildk Directeur &„a &„a den Raad Director &a. and Council Te at Chinsura Chinsura Edele Heer en Heeren! Höuble Sir & Gentlemen Wij zijn vereerd geworden met We have been favored with four Letter of the 22d. Instant, in „ uw Ed„s brief van den 22 deezer, ons be„ „forming us that you had sent, rigtende dat uw Ed„s 1220 staven 1220. Bars of Silver to the Calcutta Baar zilver ter vermunting in Sicca , Mint, for the purpose of being ropijen na de Kalkatsche Munt Comed into Sicca ruppees, and reques, hadden gezonden en verzoekende dat „ting that we would receive one wij een Lak Ropijen van dies provenu Lak of ruppees from the produce, ontvangen wilden op reekening, in ge„ on account, in part paijment deeltelijke voldoening van de Opuim of the opuim and saltpetre to en salpeeter, die uw Ed„s dit saisoen„ be allotted to you this Season. sal worden toegedeeld Wij hebben het vermaak We do ourselves the pleasu¬ „re of acquainting you that we uwEd„s kennis te geven dat wij ge„ are willing to take the sum neegen zijn om de bovengemelde abovementioned, agreablij to gour som, op uEd„s verzoek, te accepteeren en request, and that we have instruc, dat wij den onder Tresaurier gelast „ted the sub Treasurer to receive hebben dezelve, bij aanbieding, in the same, when tendered to him, reekening te ontvangen en daar and to grant his Receipt for it voor zijne quitantien te verlee„ Reael de RJas. GF Van Nierop on „nen No. 2 2

NL-HaNA_1.04.02_3918_0386 view scan ↗

English

346. wish the respective amounts to be received from Mr. Harrington, the Collector of Moorshedabad, and from Mr. Bathurst, the Collector of Tirhoot, whereupon the necessary orders shall be immediately issued. We have the honor to be, Honorable Sir and Gentlemen, your most obedient humble servants, signed: Cornwallis, Chas. Stuart, Peter Speke. Marginal note: Fort William, 24 September 1790. Below: for the translation, signed: Js. van den Broeck. To the same as before. We have been favored with your letter of the 4th instant, and have much pleasure in complying with your application to be furnished with the sum of 28,000 Sicca Rupees as a supply to your agents at Cossembazar and Patna, until the silver bullion which you have sent to the Calcutta Mint has been coined. We shall be obliged to you to communicate to us the names of the persons whom you wish to receive it on account. We have the honor to be, below was signed as before, and in the margin: Fort William, 6 October 1790. Having reason to believe that the new mode of coining which we have lately established would not be sufficiently expeditious, we have authorized the Mint Master to coin in the old manner as well as in the new, so that the bullion which you have sent to the Mint will be converted into the current money of this country sooner than you appear to have expected. 347. To the same as before. We have received your letter of the 8th instant, and do ourselves the pleasure of acquainting you in reply that the necessary orders have been given for supplying your factories at Cossembazar and Patna with the sums required, in the manner you have requested. We have the honor to be, below was signed as before, in the margin: Fort William, 13 October 1790. To the same as before. We have the honor to acquaint you that the Court of Directors for the affairs of the English East India Company having been pleased to nominate and appoint William Cowper, Esquire, to be a member of the Supreme Council, Mr. Cowper has this day taken his seat accordingly. We have the honor to be, Honorable Sirs, your most obedient humble servants, signed: Cornwallis, Peter Speke, Wm. Cowper. Marginal note: Fort William, 6 November 1790. Collated, agrees: E. J. van Nierop. 348. To the Right Honorable and High-Born Mr. Titsingh, Governor on behalf of the Dutch East India Company, together with the Honorable and Wise Gentlemen of the Council at Chinsurah. Right Honorable High-Born Sir, Honorable and Wise Gentlemen, We have the honor to inform you that Mr. Christian Wilhelm Duntzfelt has returned from Europe and has once again taken his seat in our Council here as Secunde. We have the honor to be with high esteem, Right Honorable and High-Born Sir and Honorable Wise Gentlemen, your most humble and most obedient servants, signed: O. Bie, C. W. Duntzfelt, I. Krafting, B. L. Obelitz. Marginal note: Frederiksnagore, 6 April 1790. Below: for the translation, signed: J. U. Holst. Collated, agrees: E. J. van Nierop.

Dutch transcription

346. receive the respective amounts from „ geeren dat de respective bedragens We have the Honor to be /:onder Wy hebben de Eere te zijn /:onder M„r Harrington the Collector of ontvangen zullen van den Heer stond:/ Honblesir & Gentlement. stond:/ Edele Heer en Heeren. /:lager Moorshedabad, and from M„r Ba Harrington Collector van Morsidabaad w /: lager:/ gour most abedient humble uw Ed„s seer gehoorzaame needrige die „thurst the Collector of Terhoot en van den Heer Balhurst Collector servants /:get:/ Cornwallis. Chas. naaren /: get: Cornwallis cha„s Stuart when the necessarij orders shall van Tirhoot, wanneer de nodige or„ Stuart Peter Spekke /:ter zijde /Jn Peter Speke /:ter zijde:/ Fort William be immediatelij issued dres onmiddelijk afgezonden zullen werden William 24 Septbr: 1790. 24 Septbr 1790 /:daar onder:/ voor de ver„ taaling /:get:/ J„s vanden Broeck Aan als vooren we have been favored with your wij zijn vereerd geworden met Letter of the 4„t Instant and have uw Ed„s brief van den 4 deezer en Stem„ mach pleasure in Complijing with „ men met vermaak in uw Ed„s verzoek your application to be furmished om geriefd te worden met een somma van with the Sum of Sicca lupees 28000 28000. Sicca lopijen, in verstrekking aan as a supply to your Agents at uwe Agenten te Rassembazaar en Pat„ Cossembazar and Patna, antil, na tot dat het Baarzilver het welk the Silver Bullion which you have uw Ed„e na de Calcatsche Munt geston„ sent to the Calcutta Mint has been den hebben, vermunt zal zijn coined We shall be obliged to you Wij zullen uwEd„s verpligt to Communcate to us the Names weezen voor de opgave der naamen of the Persons, whom you wish to van de persoonen, welke uwEd„s be„ We have the Honor to be Wij hebben de Eere te zijn /:onderstond en was geteekend /:onderstond en was geteekend als als vooren en ter Zijde :/ Fort vooren en ter zijde :/ Fort william William 6„t octbr: 1790. den 6e october 1790. Having reason to believe reedenen hebbende te denken that the nen mode of Coining, dat de nieuwe wijse van munten, which we have latelij established, welke wij onlangs hebben ingevoerd, would not be sufficientlij expedita, het werk niet spoedig genoeg zou doen „ons, we have authorised the Mint voortgaan, is den muntmeester door „ Master to Coin in the old manner ons geauthoriseerd om op de oude wij„ as will as in the new, so that se zoo wel als op de nieuwe te mun„ the Bullion which you have sent„ten, zoo dat het Baarzilver, t' welk to the Mint, will be converted into uEd„s na de munt hebben gezon„ the Moneij of this Countrij sooner den eerder tot gangbaar geld van dit than gou appear to have expected, Land zal geslagen worden, dan uw Ed.„s schynen te hebben verwagt. receive „geeven Aan on account. „nen - 347. Aan als vooren accordingly Getolt We have received your Letter wij hebben uw Ed„se brief van den of the 8th Instant, and do our 8 deeze ontvangen en hebben het ver„ selves the pleasure of acquainting „maak uw Ed„s in antwoord van dien you in replij, that the necessary te berigten, dat de nodige ordres zijn orders have been geven for supplij„ gesteld om uwe Factoryen te Cassim„ „ing your Factories at Cossembazar bazaar en Patna, op de wijze als and Patna with the sums lequired, uw Ed„s verzogten, te voorzien van de in the manner you have requested gerequireerde sommen We have the Honor to be /:on„ Wij hebben de Eere te zijn derstond en was geteekend als voor„ /:onderstond en was geteekend als vooren. „ren - ter zijde :/ Fort William 1z„n ter Zijde:/ Fort William den 13 October 1790. Octbr 1790. Aan als vooren We have the Honer to acquaint Wij hebben de Eere uw Ed„s te you that the Court of Directors for berigten dat het de vergadering der the affairs of the English East In Directeuren over de Laaken van de En¬ dias Companij having been pleased gelsche Oost Jndische Compagnie be„ to nominate and appoint William haagd heeft den Heer William Corper Comper Esquire to be a member te benoemen en aan te stellen tot lid of the Supreme Council M„r Con„ van den Hooge Raad en dat gem: per hasthes day taken his Seat Heer Comper dienvolgende als zoodanig Reaelde Ras Accordeerd heeden zitting genomen heeft. We have the Honor to be /: onder std:/ Wij hebben de Eere te zijn /:onder„ Honble Sirs /:lager. /:jour mist obedient stond:/ Edele Heeren. /: lager:/ uw Ed. s humble Servants /:get: / Cornwal„ zeer geh. nedrige dienaaren /:geteek„d/ „lis - - - - - Peter Speke W„m Coroper Cornwallis - - - - - Peter Speke /:ter zijde :/ Fort William C„t gbr: W:m Corper /:ter zijde:/ Fort William den 6 November 1790. E J: Van Nier op Gelr accordingly r heeden E J: Van Nierop 1790. 348. Hoog Edele en WelGeboore Heer Titsingh Gouverneur van Weegens de Hollandsche Oost Jndische Maatschappij beneevens De Wel Edele en Wijse Heeren van den Raad te Chinsura Hoog Edele WelGeboore Heer WelEdele en Wijse Heeren Wij hebben de Eere uw Ed„s te bedeelen dat den Heer Christiaan Wilhelm Duntzfeld van Europa Geretour„ „neerd is en weeder in onzen Raad als Secunde alhier sessie genomen heeft Wij hebben de Eere met hoogagting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele en WelGeboore Heer en welEdele Wijse Hleeren. /:lager:/ uwEd„s zeer ootmoedige en zeer Gehoorzaa„ „me dienaaren /:was get:/ O„ Bie C„s W„ Duntzfeld. I: Kraf„ „ting B„ L„ Obelitz /:ter zijde :/ Fredriks nagor den 6„e April 1790 /: daar onder:/ voor de vertaaling /:get:/ J„ U„ Holst D:E J: Jan Nier o p Gelrer Accordeerd Reaelde Das. Van Nierop Gecoll.

NL-HaNA_1.04.02_3918_0391 view scan ↗

English

349. To His Excellency The Right Honourable Lord Charles Earl of Cornwallis Governor-General Together with The Honourable Members of the Supreme Council of Fort William Right Honourable Lord Honourable Sirs! We take the liberty to inform Your Excellency and Your Honours that we are dispatching to the Calcutta mint 1684 bars of silver bullion, to be minted there after an assay is taken, and to receive the proceeds thereof in circulating Sicca rupees, for which purpose Johan Carel Lodewijk Blume, Junior Merchant in our service, has been commissioned by us, who also, if necessary, shall grant a receipt for it upon delivery. We have the honour to be with the highest respect, was written below, Right Honourable Lord and Honourable Sirs, lower, Your Excellency's and 350. and Your Honours' very humble and obedient servants, signed, I. Titsingh, J. W. S. van Haugwitz, P. Levien, A. G. Kraijenhoff, Jacob Eilbracht, L. Reael de Bas, F. Wieman, I. C. Heijning, in the margin, Hooghly the 23rd of February 1790. We have the honour to bring to the notice of Your Excellency and Your Honours that we are now sending 1220 bars of silver bullion to the Calcutta Mint to be minted, and to receive the proceeds in circulating Sicca rupees, and that the Junior Merchant Johan Carel Lodewijk Blume has been commissioned by us to bring that silver thither and to grant a receipt for the delivery of the money. Since we shall, however, in due time have to pay the amount for the Opium and Saltpetre to be received from the harvest of this season, may it please Your Excellency and Your Honours, if it is agreeable, to dispose immediately of one lakh of rupees from that money and thus have that sum transferred into your Treasury, in deduction of the amount of the said Opium and Saltpetre. To the same as above. Since we learn from the reports of the Junior Merchant Blume, who conveyed our silver to the Calcutta mint for minting, that the stamping thereof will not be able to follow as promptly as we would have wished and as the money will be required, especially to provide our Factories at Cossimbazar and Patna with what is required there, we take the liberty to request Your Excellency and Your Honours, if possible, to accommodate us with an order or with bills of exchange on the Agents of the Honourable English Company in both those places, in order to pay out of their Treasury to the Agents of the Netherlands Company at Cossimbazar 10000 Sicca rupees and at To the same as above. We have the honour to be with the highest respect, was written below, Right Honourable Lord and Honourable Sirs, lower, Your Excellency's and Your Honours' very humble and obedient servants, signed, I. Titsingh, J. W. S. van Haugwitz, P. Levien, A. G. Kraijenhoff, L. Reael de Bas, I. C. Heijning, F. Wieman, in the margin, Hooghly the 22nd of September 1790. 351. Patna 18000 Current rupees, which sums we undertake to reimburse in Calcutta from the silver sent to the Mint, as soon as it is minted. We shall be very obliged to Your Excellency and Your Honours for this favour, and we have the honour to be with the highest respect, was written below and was signed as above, and in the margin, Hooghly the 4th of October 1790. To the same as above. Finding ourselves honoured with Your Excellency's and Your Honours' letter of the 6th of this month, we express, in reply thereto, first of all our gratitude for your readiness to accommodate us with the sums required in our Factories at Cossimbazar and Patna, and we request that the disbursement thereof may take place as follows: at Cossimbazar to Mr. Cornelis van Citters or order 10000 Sicca rupees; and at Patna to Mr. Jan Pieter Baumgardt or order 18000 Current rupees. We have the honour to be with the highest respect, was written below and was signed as above, and in the margin, Hooghly the 8th of October 1790. To the same as above. Finding ourselves honoured with Your Excellency's and Your Honours' dispatch of the 6th of this month, we thank you most politely for the notice given therein of the appointment of Mr. Cowper as To the same as above. We have instructed the Junior Merchant Blume, who is now sent by us to collect the rupees minted for our Company in the Calcutta Mint, to pay out of that to the order of Your Excellency and Your Honours the sum of one hundred and twenty-eight thousand Sicca rupees; namely, one hundred thousand rupees on account of the Opium and Saltpetre to be received for this season, and twenty-eight thousand rupees in settlement of the funds which Your Excellency and Your Honours have had the courtesy to cause to be paid to our Agents at Cossimbazar and Patna from the Treasury there. We request that Your Excellency and Your Honours may be pleased to issue the necessary order for the receipt of these sums, and we have the honour to be with the highest respect, was written below and was signed as above, and in the margin, Hooghly the 31st of October 1790. To a Member of Your Excellency's and Your Honours' council, and congratulate His Honour therewith, wishing him all the blessings and satisfaction which that high dignity can bring. We have the honour to be with the highest respect, was written below and was signed as above, and in the margin, Hooghly the 10th of November 1790. Agreed. C. J. van Nierop, Sworn Clerk.

Dutch transcription

349. Aan zijne Excellentie Den Hoog Edelen Wel Gebooven Heer Charles Graave van Cornwallis Gouverneur Generaal Neevens De WelEdele Heeren Leeden in den Hoogen Raad van 't Fort William Hoog Edele WelGebooren Heer WelEdele Heeren! Wij neemen de vrijheid uwe Excellentie en welEdelens kennisse te geeven dat wij naar de Kalkatsche munt afvaardigen 1684 staaven Baar„ „zilver, om daar, na genoomen essaij, vermunt te werden en het provenue van dien in rouleerende Sicca lopijen te ontfangen, waar toe door ons den Onderkoopman in onzen dienst Johan Carel Lodewijk Blume gecommitteert is, die ook, des noods, bij ontfangst, daar voor quitantie geeven zal Wij hebben de Eere met de meeste agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele welgeboore Heer en welEdele Heeren /:lager:/uwer Excellentie en 350. en WelEdelens zeer needrige en gehoorzaame dienaaren /get:/ J„ Sitsingh. J: W. S. Van Haugwitz. P. Levien. A. G. Kraijenhoff. Iacob Eilbracht. L. Reael de Ba F: Wieman. I: C: Heijning /: ter Zijde :/ Houglij den 23„e februarij 1790. — Wij hebben de Eere uwe Excellentie t wel Edelens ter kennisse te brengen dat wij tans na de Kalkatsche Munt 1220: staven Bhaarzil „ver afzenden om vermunt te worden en het prove„ „nu in rouleerende Sicca lopijen te ontvangen en dat de onderkoopman Iohan Carel Lodewijk Blume door ons gecommitteerd is om dat zilver derwaards te brengen en voor den ontvangst van het geld Quitantie te verleenen. - wijl wij dog in der tijd zullen moeten betaalen het bedragen der te ontvangene Afioen en Salpeeter uit de recolle van dit Saisoen, gelieven uwe Excell: te welhd„s des behagende, ter stond over éen Lak lopijen van dat Geld te disponeeren en dus die Som in uw Thesaurie te doen Overbrengen, in mindering van het montant der ged„e Afioen en Salpeeter. Aan als vooren Daar wij uit de berigten van den onder„ Koopman Blume, welke ons zilver ter vermun„ „ting na de kalkatsche munt gebragt heeft, ver„ neemen dat de verstempeling daar van zoo spoe„ „dig geen gevolg zal kunnen neemen als wij wel wenschten en het geld benodigd zullen zijn, inzon„ derheid om onze Factorijen te Kassembazaar en Pattena te voorzien van het geen aldaar gerequi„ „reerd werd, zoo neemen wij de vrijheid uwe Excell: en welEd. s te verzoeken ons, des doenlijk te gerieven met een ordre dan wel met wissels op de Agenten van de Edele Engelsche Comp=e op beide die plaat„ „sen ten einde te Kassembazaar S„r r„o 10000. en t Aan als Vooren Wij hebben de Eere met de meeste agting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele wel Geboore Heer en welEdele Heeren /:lager:/ uwer Excellentie en wel Ed„e seer nedrige en gehoorzaame dienaaren /:get:/ I„ Titsingh S„ W„: S„ van Haugwitz P„r Levien A. G. Kraijenhoff. L: Reael de Bas. S„ C: Heij„ „ning. F„s Wieman /:ter zijde :/ Houglij den 22„e Septem„ „ber 1790. Pat 351. Patna fr„s 18000:— uit derzelve Thresaurij aan de Agenten van de Neederlandsche Comp„e uit te be„ „taalen, welke sommen wij, uit het ter Munt ge„ „zondene zilver, zoo draa vermunt is, aanneemen in Calcatte weeder te restitueeren. Wij zullen uwe Excell: en welEd„s voor dit dienstbewijs zeer verpligt zijn en hebben de Eere met de meeste agting te zijn — /:onderstond en was geteekend als vooren en ter zijde :/ Houglij den 4„e october 1790. Aan als vooren Ons vereerd vindende met uwer Excell: en welEd„s Letteren van den 6. e deezer, betuigen wij in ant„ „woord van dien, voor af onze verpligting voor Den„ „zelver bereidvaardigheid om ons te gerieven met de Sommen in opze Factorijen te Kassimbazaar en Patna benoodigd en verzoeken dat de uitkeering van dien geschieden mag, als volgd; te kassem„ „bazaar aan den Heer Cornelis van Citters of or„ dre s„r r„o 10000. —: en te Patna aan den Heer Ian Pieter Baumgardt of ordre f„r r„s 18000. —:— wij hebben de Eere met de meeste agting te zijn - /:onderstond, en was geteekend als vooren en ter zijde :/ Houglij den 8e october 1790. Aan als vooren Ons vereerd vindende met uwer Excell: en wel Ed„e Missive van den 6„e deezer, bedanken wij Dezelve op het beleefst voor de daar bij gegeevene na„ „rigt van de benoeming van den Heer Corper tot Aan als vooren Wij hebben den onderkoopman Blume, die tans door ons afgezonden werd ter afhaal van de„ in de Kalkatsche Munt, voor onze Comp:e geslagene lopijen, gelast daar van aan de ordre van uwe Excell: en welEd„s af te geven de som van Eenmaal Honderd„ „ en agtentwintigduizend sicca lopijen; te weeten Een Honderdduizend ropijen op reekening der, voor dit Saisoen, te ontvangene Afioen en Salpeeter en agt en twintig duijzend Copijen in voldoening der gelden, die uwe Excell: en wel Ed„, de beleefdheid hebben gehad, aan onze Agenten te Kassembazaar en Patna, uit de Thresaurij aldaar, te doen uitkeeren. – wij ver„ „zoeken dat uwe Excell: en welEd„e de nodige ordre ter ontvangst deezer sommen gelieven te stellen en hebben de Eer met de meeste agting te zijn /:onder„ „stond en was geteekend als vooren & ter zijde :/ Houg„ „lij den 31 8br 1790. Aan een Lid van uwer Excell: & WelEd„s vergadering en vergelukken zijn welEdele daar meede, onder toewen„ sching van alle Zeegeningen en vergenoegen, wel„ „ke die Hooge waardigheid aanbrengen kan Wij hebben de Eere met de meeste agting te zijn /:onderstond en was geteekend als vooren en ter zijde :/ Houglij den 10„e November 1790. Accordeerd C: J Van Nier op. Geler

NL-HaNA_1.04.02_3918_0395 view scan ↗

English

Examined: Seaeluck Das Examined: Baclae Jas J: Van Nierop Agreed, D J Jan Nierop: First Clerk With pleasure we observe from your honors' esteemed letter of the 6th of this month that Mr. Christiaan Wilhelm Duntzfeld has returned safely to Bengal and has resumed his seat in your honors' council as second, on which we congratulate his honor, wishing him every possible prosperity and contentment. We politely thank your honors for the communication thereof and have the honor to be with the greatest respect, below was written, Honorable Sir and Gentlemen! Lower, your honors' very humble and obedient servants, signed, I:s Titsingh, J: W: J van Haugwitz, P:r Levien, A: G: Krayenhoff, Jacob Eilbracht, L: Reael de Bas, F: Wieman, J: C: Heijning. In the margin: Houglij the 17th of April 1790. To the Honorable Ole Bie, Colonel in the service of his Danish Majesty, as well as President, and the Gentlemen Members of the Royal Council at Fredriksnagore. Honorable Sir and Gentlemen! J: Van Nierop Honorable, Venerable Sir and Esteemed Councilors. The undersigned respectfully takes the liberty of submitting some considerations to this Council with regard to what appears in paragraphs 2 and 29 of the esteemed secret dispatch from the Supreme Government of the Indies dated 8 October 1785, which is currently under deliberation. Having absolutely no intention of entering the lists on behalf of my brother, my sole aim is to do homage to the truth and to give a faithful and true account of what occurred before me and came to my ears upon my return to Bengal in 1784 and during my presence at Malacca in 1783, concerning the conduct of the former Director Ross before and at the outbreak of the war with England in 1781. At Malacca, the conduct of the said Mr. Ross was depicted to me by more than one foreigner as being suspect in the highest degree, and they confirmed the general opinion prevailing there that he must have colluded with the enemy regarding the surrender of the Company's establishments and properties in this country. It was written to me from Bengal while I was at Batavia, see Appendix No. 1. At this place, upon my arrival, everyone thought so; but no one could prove it. No one denied, however, that Mr. Ross was at Calcutta on the 3rd of July 1781, and that on the following morning our lodge was virtually surrounded by 500 sepoys. The resolution of the 4th of the said month also shows that a meeting was held then and everything was surrendered, first to a Captain Chatfield and shortly thereafter to English commissioners. To the Honorable, Venerable Mr. Isaac Titsingh, Director, and the Council. The evening before, something also occurred involving an English King's officer, of which, if it pleases your honors, Commander Van Amelungzen could provide a statement under oath; whereupon the suspicion may well become obvious that Mr. Ross was expecting English Company troops that very night. At least on the morning of the 4th of July, as stated, when those troops stood armed around the lodge, Mr. Ross convened the Council, and it is easy to understand that, in that shock and general dismay, spirits were sufficiently intimidated to cause them to consent to an immediate surrender. It was also Mr. Ross's business then carefully to avoid and prevent such emotions as might give cause for an all too detailed discussion of the unhappy fate into which the Company was plunged by this surprise attack, which might have gone very far indeed if the then Chief Administrator, Mr. Pieter Brueijs, had confronted the Director with not having concealed from him what had been made known to the said Brueijs by one of the members during a full meeting of the Council of Justice, long before it became relevant, as news from Chandernagore, namely that they would soon, like the French, be prisoners of war of the English. Who knows whether the astonishment of the French at the doubting of the truth of this report would not also have been recorded, and especially concerning the familiarity of Mr. Ross with the enemy as proven up to the moment of the surrender. Were I to add to this that Mr. Ross expressed to me, on the 18th of December 1780, his apprehension of a rupture with England, it might appear as though I wished to avenge myself for his violent proceedings against me on the following day. Moreover, there is no lack of evidence besides this. The Calcutta gazettes of December 1780, January, and February 1781 taught or dictated then that nothing other than war was to be expected; for Sir Yorke was ready and

Dutch transcription

352. Gecolt : Seaeluck Das Gecolt Baclae Jas J: Van Nierop Accordeerd D J Jan Nierop: E Clerer Met vermaak zien wij uit uEd„s geeerde van den 6„e deezer, dat de Heer Christiaan Wilhelm Duntzfeld behouden in Bengale geretourneerd is en weeder Sessie in uwer welEdelens vergadering als secunde genomen heeft, waar meede wij zijn Edele vergelukken, onder toewensching van alle mogelijke voorspoed en vergenoegen. – Wij bedanken uwelEdelens beleefdelijk voor de Communicatie daar van en heb„ „ben de Eere met de meeste agting te zijn /:onderstond:/ Edele Heer en Heeren! /:lager:/ uwelEdelens zeer nedrige en gehoorzaa„ „me dienaaren /:get:/, J„s Sitsingh J„ W„ J van Haugwitz, P„r Levien, A: G„ Krayenhoft, Iacob Eilbracht, L„ Reael de Bas, F„ Wieman, J: C„ Heijning, /: ter zijde :/ Houglij den 17. April 1790. Edele Heer en Heeren! Te Fredriks nagoor Colonel ten dienste van zijn Deensche Majesteit mitsgaders President en de Heeren Leden van den Koninglijker Raad Aan den Edelen Heer Ole Bie : Van Nierop G 353. E E Achtbaare Heer en Geëerde Raaden. De ondergeteekende neemd eerbiedig de vrijheid, deze Vergadering eenige Consideratien op te vi geven met opzigt tot het geen voorkomt in de 2 en 29 par. van de geëerde Secreete missive van e„ de Edele Hooge Indische Regeering de dato 8br. 1785, waar over tans gebesogneerd word. Volstrekt geene intentie hebbende om voor mijn Broeder in het Strijdperk te treeden, bedoele ik alleen de waarheid hulde en een getrouw en waa„ „agtig verhaal te doen van het geen bij mijn te rug„ „komst in Bengale in 1784, en bij mijn aanweezen te Malacca in 1783, mij voorgekomen en ter vore gekomen is, weegens het gedrag van den Heer geweezen Directeur Ross voor en bij het uitbreeken van den oorlog met Engeland Te Malacca is mij door meer dan eene vreemdeling het gedrag van gem: Heer Ross, als ten uittersten suspect afgeschilderd en ver„ Aan den E E Achtbaaren Heer Mr. Isaac Titsingh Directeur, neevens de Raad. zeekerd in 1781. 2 354. zeekerd het algemeen gevoelen daar men in was, dat Hij zig, nopens de overgave van 's Comp:s Etablissement „ten en Eigendommen hier te Lande, met den vijand moest verstaan hebben. Men schreef het my, terwijl ik te Batavia was, uit Bengale vide Bijlage N:o 1. Hier ter plaatse dagt bij mijn aankomst ieder een zoo; maar niemant kon het bewijsen. Nie„ „mant negeerde egter dat de Heer Ross te Calcatta„ geweest is op den 3. e Julij 1781 en dat, in den mor„ „genstond daar op, onze Loge met 500 Man sipaij quasi omcingeld is. de Resolutie van den 4e. der gem: maand wijst ook uit, dat het toen vergadering ge„ „weest en alles overgegeeven is, eerst aan eenen Captn „chatfield en kort daar op aan Engelsche Com„ missarissen. S'avonds te vooren, is er ook iets gepasseerd met een Engelsche konings officier, waar van, met believen van uw EE Achtb:, de Com„ „mandant Van Amelungzen een Verklaaring onder Eede zou kunnen geven; wanneer mogelijk van zel in het oog zal vallen het vermoeden dat de Heer Ross dezelve nagt Engelsche Comps: Troupen is verwagtende geweest. Altans den 4e. Julij 'S morgens als gezegd, tot die Troupen gewapend rondom de Loge Stonden beroept de Heer Ross de Vergadering en het is ligt na te gaan dat bij die Concusie en algemeene verslagenheid, de gemoederen bedremmeld genoeg waren om ze tot een directe overgave te doen toestemmen. Het was ook de Zaak van den Heer Ross om toen zorgvuldig te vermijden en te prevenieren zulke gemoedsbeweegingen als aanleiding konden geven tot eene al te Omstandige verhandeling over het ongelukkig Lot waar in de Comp:e, door deeze overrompeling wierd gedompeld het welk al zeer ver zou hebben konnen loopen, zoo de toenmaaligen Hoofd Administrateur, de Hee Pieter Brueijs, den Directeur Overtuigd hadde van niet voor hem verborgen te hebben gehouden, het geen lang, voor dat het ter zaake kwam, in de Raad van Iustitie, terwijl zij Com„ „pleet vergaderd was, door een der Leden, aan gem: Brueijs is bekend gemaakt als een nieuws van chandernagor, namelijk dat men eerstdaags„ even als de Franschen, krijgsgevangenen zou„ „den zijn van de Engelschen; wie weet of dan ook niet was opgeteekend de verwondering der Franschen over het twijffelen aan de waarheid van dit berigt, en inzonderheid over de gemeen„ „zaamheid van den Heer Ross met den vijand„ als beweesen, tot op het oogenblik van de overgave. Voegde ik hier bij dat de Heer Ross, op den 18. Decbr 1780, mij zijne bedugting voor een ruptuur met Engeland, heeft te kennen gegeeven, het zou schijnen, als wilde ik mij revengeeren over zijne violente procedure van daags daar aan tegen mij. Het ontbreekt ook buiten des aan geen bewijsen. de Kalkatsche Gazetten van xbr: 1780, Januarij en feb:j 1781, leeren of dic„ „teerden toen, dat er niet anders dan oorlog was te verwagten; want dat de ridder yorke gereed en

NL-HaNA_1.04.02_3918_0399 view scan ↗

English

355. stood ready to leave The Hague at the first order of the Court in London. If it is now compatible with the duty of a commander-in-chief to pay not the slightest attention to this, and that he need not believe it until he is struck by the blow, then one can surely and thoroughly prove that no one has performed his duty better than Mr. Ross. But if, on the other hand, one posits that rumors of war, especially when they have probability, as in our case, ought not to make someone entrusted with supreme authority and primary care doubt, but rather to be mindful of measures indicating anything except carelessness and negligence, then it seems to me that Mr. Ross cannot be declared free of this, and that he could have spared his masters a great deal of damage. For what was, after the aforementioned public information, more natural and necessary than to at least speak about it once with the Council, and not to leave the Company's precious interest to drift and sail on its own tide, uncertain of what would become of it? Had this been done, one would likely have sought to bring into safety all that could possibly be sent to Batavia or Ceylon by the ship then on hand and 5 to 6 sloops; for which purpose, in particular, the shipwrecked crew of De Jonge Hellingman were of service, who were nevertheless all sent as passengers. But instead of thinking of this natural precaution, Mr. Ross proceeds with the money negotiations, with trade, in a word, with everything, as calmly as if the aforementioned news meant nothing. In May 1781, the positive news of a declared war finally arrives. Mr. Ross is warned; what is more, His Honour is asked from Dacca how he wishes the Company's linens and other effects, which could then still be preserved, or at least hidden, to be dealt with. But answering this with indifference, His Honour recommends an equal indifference to the writer of that letter. If this is not proof of deliberate negligence, let one then please cast an eye upon the exhibit which I have the honour to submit under No. 2. From that, a deliberate intent of Mr. Ross also appears to take no notice of such notices, even desiring that the attestant should make no noise of it. Truly incomprehensible, if this can be said to agree with good faith. For, as I have already remarked, someone to whom the watch is entrusted must not slumber, much less doubt warnings which, like these, had probability on their side; not to mention that a Director is not at liberty to act arbitrarily with such notices. Of this Mr. Ross, who was warned as Director and not in private, ought to have informed the Council immediately, 356. in order, if he judged that this communication from Dacca mentioned above was of no value, to hear what his council members thought of it, and thus to have an annotation made of it by Resolution, which could have given cause to see whether any practicable means could be devised, here as well as elsewhere, for the prevention of damage. But Mr. Ross had another project in mind, and it is known that His Honour, at this very critical moment, made himself subservient to Mr. Hastings, and what is more, to the Calcutta Government, and took upon himself the Collectorship of the Revenues of Chinsurah etc., a favour to which the Company's welfare and interests here in Bengal have been sacrificed; at least of this pernicious project one finds a note by Resolution, and nothing whatsoever of the danger hanging over the Company's head due to an apparent war with Great Britain; indeed that one should give no credit to this; but how sadly has the outcome taught the contrary! In former days, when any danger was imminent, the precedent records were examined to see how one had conducted oneself in similar circumstances in the past. Had Mr. Ross caused this to be done, the means would certainly have accrued to him to forestall the English and to point out to them in advance that, without violating the right of a privileged residence granted by the Lord of the Land, they could not nor might they attack the Company's possessions in Bengal, Bihar and Orissa, what is more in all Hindustan; and assuming that those arguments and representations would not have been valid, or that no reflection had been made upon them; from the nature of the case and the constitution on which the Company ought to be safe and secure throughout the entire Empire of Hindustan, it occurs to sound common sense of itself that such a remonstrance could have served for the preservation of the Company's right, so that, if they nevertheless resorted to violence, by a forceful protest to the sovereign and the Honourable Company to reserve the recovery of damages already suffered or yet to be suffered through an unlawful surprise attack, as I have heard happened at Surat, after first, upon the rumors of war that arose, bringing into safety whatever could possibly be sent elsewhere. I also doubt very much whether the step to which the English have proceeded, finding no resistance or objection, namely to lay hands on funds outstanding in the aurungs, can be reconciled with the law of war. The people with whom the contracts had been made, being natural natives of this country, had nothing in common with a war arisen in Europe: they were free; their properties, whether held in effect or entrusted to them by others as merchants, no one was permitted to violate.

Dutch transcription

355. gereed stond om op eerste ordre van het Hof te London„ den Haag te verlaaten. Zoo het nu met de pligt van een Hoofd gebieder over eén is te brengen, om daar op geen de minste attentie te vestigen, en dat hy niet eer behoefd te gelooven, dan wanneer hy met den slag werd gewaarschouwd, dan kan men zeeker grondig beweezen, dat niemant beter als de Heer Ross zijn pligt betragt heeft. Maar, steld men daar tegen over, dat de gerugten van oorlog, voor al zoo ze waarschijnelijkheid hebben, gelijk in ons geval, iemant die het oppergezag en de eerste zorg is aanvertrouwd, niet moet doen twijffelen, maar op mesures bedagt zijn, welke alles aanduiden, uitgenomen Zorgeloosheid en nalaating„ „heid, dan komt my voor, dat de Heer Ross hier van niet is vrij te kennen en dat hy zijn Meesters voor zeer veel schade zou hebben kunnen behoeden. - want wat was, na de voorz: publieke information„ natuurlijker en noodzaakelijker, dan om er ten minsten eens met den Raad over te spreeken, en 's Comp. s dierbaar interest niet op eige ide te laaten drijven en Zeilen: onzeeker wat er van wilde worden ? ware dit geschied, denkelijk hadde men in salvo zoeken te brengen al wat, met moge¬ „lijkheid, per het toen aan handen zijnde ship en 5 a 6 sloepen, naar Batavia of Ceilon was te verzenden: waar toe bijzonder de schipbreu„ „kelingen van de Ionge Hellingman te Stade kwamen die tog alle als Passagiers zijn verzonden. Maar in Steede van aan deeze natuurlyke „precautie te denken, gaat de Heer Ross met de Geldnegociatien, met den Handel, in één woord, met alles zoo gerust voort, als of het voosz: nieuws niets had te beduiden. In May 1781, komt einde„ „lijk de positive tijding van een gedeclareerden oorlog. Het word den Heer Ross gewaarschouwd: wat meer is, men vraagd zijn E van Dakka hoe hy will hebben dat er zal gehandeld worden met Comp. s Lijnwaaten en andere Effecten die toen nog te behouden, immers te verbergen waren: Maar dit met onverschilligheid beantwoordende, re„ commandeerd zijn Eden schrijver van die briefeen gelijke onverschilligheid. Zoo dit geen bewijs is van opzettelijke nalaatigheid, dat men dan het oog gelieve te vestigen op het product dat ik de eere heb onder N o 2, over te leggen. Daar uit consteerd ook een opzet van den Heer Rossom, zulke bekendmaakingen in geen aanmerking te doenn komen, als begeerende zelfs dat de Attestant daar van geen gerugt zou maaken. inderdaad onbegrijpelijk indien dit gezegd kan worden over een te stemmen met goede trouw- Want, gelijk ik bereets hebbe aan„ „gemerkt, iemant die de wagt is aanbevolen, moet de niet sluimeren, veel min twijffelen aan waarschou„ „wingen, welke, gelijk deeze de waarschijnelijkheid voor zig hadden; om niet te zeggen dat het een Direct „teur niet vrij staat met dusdaanige bekend maa„ kingen eigendunkelijk te handelen. Hier van had de Heer Ross, die als Directeur en niet in het„ particulier gewaarschouwd wierd, de Raad onmidde„ precautie lijk 356. „lijk moeten verwittigen, om, zoo hij oordeelde dat deeze in de bovenaangehaalde Communicatie van Dakka, van geen valeur ware, te hooren wat zijne raadsleden daar van dagten, en er dus annotatie van doen houden bij Resolutie, dat aanleiding had kunnen geven om te zien, of er tot preventie van scha„ „de, hier zoo wel als elders, eenig practicabel middel was uit te denken. Maar de Heer Ross had een ander project in het hoofd, en het is bekend dat zijn E, in dit zelve Ortique tijd stip, zig aan den Heer Hastings, wat meer is, aan het kalkatsch Gouvernement, dienstbaar gemaakt en op zig geno„ „men heeft het Collectorschap der Revenuen van Sin„ „sura enz: een faveur waar aan 's Comp:s welvaard en belangen hier in Bengale is opgeofferd geworden: altans van dit pernicieus project vind men bij Resolutie aanteekening en niets, hoegenaamd, van het gevaar, dat de Comp:e, door een apparente oorlog met Groot Brittannie boven het hoofd hing; wel„ dat men hier aan geen geloof moest geven; maar hoe droevig heeft de uitkomst het teegendeel ge„ „leerd! In vroeger dagen, als er eenig gevaar op han„ „den was, werd de retroacte nagegaan om te zien hoe men ingelijke omstandigheeden, voor heen zig had gedragen. Had de Heer Ross dit laaten te werk stellen, gewis zouden hem toegevloeid zijn de middelen om de Engelschen voor te komen en bij anticipatien onder het oog te brengen, dat zij, zonder het regt van eene door den Heer van het Land gepre„ Ik twijffel ook zeer of met het regt des oor„ „logs wel is over een te brengen de stap waar toe de Engelschen, geen teegenstand of objectie vindende, zijn overgegaan van namelijk de hand te leggen op pen„ „ningen die uitstonden in de Arrengs. De Luiden„ waar meede de Contracten waren gesloten, na ele„ tuurlijke inboorlingen van dit Land hadden 't met eene in Europa ontstaanen oorlog niets gemeens: zij waren vrij; haare Eigendommen, het zij ze die in effecte, of als Handelaars, van anderen toevertrouwd, belaten, mogt niemant viligeerde inwooning te krenken, 'sComp:s Bezittingen en in Bengale, Behaar en Orissa, wat meer is in gantt „sch Hindostan, niet konden nog mogten allaqueeren, in en genomen dat die argumenten en representatien de niet had mogen gelden, of dat daar op geen reflectien was geslagen; uit den aart der zaake en de Constitutie„ waar op de Comp:e door het gantsche Hindostanschee Rijk veilig en zeeker behoord te weezen, doet zig aan het gezond vernuft als van zelfs op, dat zoo een ver„ „toog zou hebben konnen strekken tot Conservatie van 's Comp:s regt om, wanneer men, des onaangezienen tot geweld oversloeg, door een nadrukkelijk Protest„ aan den souverain en de E Maatschappij te reservee„ „ren het verhaal van schade, door een onwettige overrompeling bereets geleden ofte nog te lijden, gelijk ik gehoord hebbe dat te Souratta geschied is, is na dat eerst bij de opgekomen gerugten van oorlog, in zeekerheid gebragt is het geen men met en mogelijkheid heeft konnen elders verzenden. „viligeerde violeeren

NL-HaNA_1.04.02_3918_0401 view scan ↗

English

357. violate. It is true, the contrary has occurred; but whether that, too, is not to be attributed to a lack of precaution, I will not now investigate; but it is very remarkable that the enemy here, no less than at the subordinate offices, has never given the contractors with the Company any proof regarding the fulfillment of their contracts, and what is more, has up to now given them no settlement of accounts, a point for which Mr. Ross ought to have been watchful, since the linen was first brought into the Company's Lodge, and not transported directly from the aurungs to Calcutta; so that it now remains a mystery to whom one may impute the damage, to the enemy or to the merchants, while the Company bears the loss, and that indeed doubly, first in the goods that were collected for the money negotiated upon bills of exchange, and after that the money once more; especially the capital negotiated from Mr. Paxton, in so far as the Lords and Masters have been so benevolent as to reimburse that amount to that gentleman; which was refused to him by his own nation, here in Bengal as well as in Europe. No wonder then, since the enemy observed on the part of Director Ross every possible care to account for or have accounted for everything according to the books, that he was discreet enough on his side not only to leave the Company's servants and subordinates unmolested in their possessions, but did not even show any curiosity about our archives, however accurately they were pointed out to him. He was satisfied with the current trade books and papers, and that whatever belonged to the Company according to the same, or according to a statement and inventory formed therefrom, was placed at his management and disposal; but if no secret assurance was given beforehand regarding this, what reliance, indeed, could be placed on that discretion in such uncertainty? Under the administration of other Directors, one was not so trustful. The first thing that had to be cared for then was the papers, even if they had to be sacrificed to the flames. Orders were even established in case of alarm, although the defensive state of the Lodge, in proportion to the danger, appeared no more advantageous than in 1781. This is proven by the ordinary and secret resolutions of 1756, and they also show that the reports that came in regarding any approaching danger were not entirely ignored; on the contrary, at every meeting the ministry showed evidence of a dutiful regard for their obligations; whereas now, or in the year 1781, one sees not a single step taken, not the least proposal made to the Council, to inquire whether anything could be devised for the mitigation of damage; although more than one way stood open, for how easily could the Director, the Head Administrator, and 358. the Trade Bookkeeper have divided among themselves and concealed the current journal of 1781 with all the papers relative thereto, so that no one would ever have known anything about it; and if one did not wish to burden one's conscience with this, or with burning them, would the Danes, had they been asked, have refused to take these and other papers of importance into safe custody? I believe not; it even appears to me that one could have entrusted several valuable effects to that nation, if they could have been persuaded thereto, just as safely as in the doomed Fort Gustavus; and had this come to mind and one or the other course of action been taken, it would have been difficult, if not impossible, for the enemy to make so many discoveries and plunders to the detriment of the Company, as resulted from an exact statement and inventory, and from pointing out where one thing or another was to be retrieved, such as the monies in the aurungs, which could have been saved, had Mr. Ross acted as he could and ought to have acted. With all this, I believe I may say that the proof against Mr. Ross of having had knowledge of the war and nevertheless having taken no precaution appears stronger to me than the argument brought forward to demonstrate that his Honour was ignorant of it; so, if the aforesaid known particulars had been presented to Their High Noble Mightinesses as well as what has been alleged in favor of Mr. Ross, Their High Mightinesses would have been far less inclined than now to the idea that Mr. Ross was falsely accused; because the case with General Stibbert would then have tipped the scale less in favor of Mr. Ross, especially if, as is also not improbable, the sending of his money to the shop of Bindabon Adi can be interpreted as a kind of distrust on the part of the General; since that money ought to have been in the Company's treasury and not in the shop of Bindabon Adi, where His Excellency considered it safe enough to remain until it was seen how the declaration of war against us, received at Calcutta at the end of June 1781 per The Swallow, would be put into execution, regarding which the Government, as is known, did not have unanimity of opinion, and of which the General, as a member of the Council at that time, could not be ignorant; sending, possibly at the same time as the order to Captain Chatfield to march to Chinsura, his men to fetch back the money from Bindabon Adi's shop, since it could now no longer be counted into the treasury. Moreover, a P.S. of one of the mentioned letters shows

Dutch transcription

357. Violeeren. Het is waar, het Contrarie is geëxteerd: maar of dat ook niet is toe te schrijven aan manque„ „ment van precautie zal ik nu niet onderzoeken; maar het is zeer Speculatief dat de vijand hier zoo min als op de subalterne kantooren aan de Contractanten met de Comp:e, nimmer een bewijs nopens de voldoening haarer Contracten, wat meer is, tot nu toe, hen geen afreekening ge¬ „geven heeft, een point waar voor de Heer Ross had behooren te waaken, wijl het Lijnwaat eerst in 's Comp:s Loge gebragt, en niet uit de Arrengs, direct naar Kalkatta vervoerd is; blij„ „vende het nu een raadzel wie men de schade mag toereekenen, den Vijand ofte de kooplieden„ terwijl de Comp:e, het verlies draagt, en dat wel dubbel, als Eerst het goed dat voor het op Assignacie genegotieerd geld is ingezaameld, en daar na nog eens het geld; inzonderheid het van Mr. Paxton genegocieerde Capitaal, bij zoo verre de Heeren en Meesters zoo goedgunstig ge„ „weest zijn van dat bedragen aan dien Heer te rembourseeren; het welk hem, door zijn eige Natie, hier in Bengale zoo wel, als in Europa geweigerd is. Geen wonder nu daar de Vijand aan de zijde van den Heer Directeur Ross alle mogelijke zorgvuldigheid bespeurde, om alles, volgens de Boeken te verantwoorden of te doen verant„ „woorden, van zijn kant discreet genoeg geweest is om niet alleen Comp:s Dienaaren en onder„ „hoorigen in haare, Bezittingen ongemolesteerd te laaten, maar zelfs geen nieuws gierigheid getoond heeft naar onze Archiven, hoe nauwkeurig ze hem ook zijn aangeweezen, Hij was te vreede met de loopende Negocieboeken en papieren, en dat het geen, navolgens dezelve, ofte een daar uit geformeerde Staat en Inventaris, de Compagnie toebehoorde, ter zijner beheering en dispositie wierd gesteld: maar zoo hier omtrent, voor af, geen geheime Verzeekering gegeven is, wat staat was er dog, in het onzeekere, op dien discretie te maaken Men was bij het bestier van andere Directeurs zoo goed van vertrouwen niet. Het eerste daar toen voor gezorgd moest worden waren de Papie„ „ren, al hadden ze ook aan de Vlam moeten werden opgeofferd. Daar wierden zelfs gesteld ordres in Cas d'Alarm, Schoon de defensive Staat der Loge, na maate van het gevaar, geen voordeeliger voorkomen had als in 1781. Dit bewijsen de gemeene en Secreete Resolutien van 1756 en ze toonen tevens aan, dat men de berigten, welke weegens eenig aannaaderend gevaar inkwamen, niet ten eenemaal in de wind sloeg; ter Contrarie, bij ieder saamenkomst toonde het ministerium blijken van een schuldige pligts betragting; daar men nu, of in A:o 1781, geen enkele„ stap, geen de minste voorstel aan den Raad Ziet doen, om te verneemen of er iets ware uit te den„ „ken ter verligting van Schaade; Daar er egter meer als eene weg open stond, want hoe ligt had„ „den de Directeur, Hoofd Administrateur en „hoorigen Negotie „ 358 Negotie Boekhouder het loopende Journaal van 178/1 met alle daar toe relative papieren, onder zig konnen verdeelen en verbergen, dat er ooit geen haan na had konnen kraijen; en zoo men hier meede, of met het verbranden van dien, zijne Conscientie niet heeft willen belasten, zouden de Deenen, daarom gevraagd, wel geweigerd hebben deeze en andere papieren van gewigt, in be„ „waaring te neemen. ? ik geloof van neen: zelfs komt mij voor, dat men verscheide kostbaare Effecten bij die Natie, indien Ze daar toe waren te persuadeeren geweest, even zoo gerust kon vertrouwen als in het veege Fort Gustavus; en waare hier op de gedagten gevallen en het een of ander maar te werk gesteld, zou het den vijand bezwaarlijk zoo niet onmoogelijk gevallen zijn, zoo veele ontdekkingen en plunderingen tot nadeel van de Comp:e te doen, als het gevolg geweest is van een exacte Staat en Inventaris, en aanwijzing waar het een of ander te agterhaa„ „len ware, gelijk de penningen in de Arrengs, die te sauveeren zouden geweest zijn, hadde de Heer Ross gehandeld zoo als hij had konnen en behooren te handelen. Met dit een en ander vermeen ik te mogen zeggen, dat het bewijs teegen den Heer Ross van kennis van den oorlog gehad en niet te min geen precautie gebruikt te hebben, mij sterker voor„ komt, als het aigument, bijgebragt ten be„ „tooge dat zijn E daar van zou onkundig geweest zijn; dus, zoo de voorsz: bekende bijzon„ „derheeden Hun Hoog Edelheeden zoo wel waren voorgedragen als het geen in faveur van den Heer Ross geallegeerd is, zouden Hoog Dezelve veel minder als nu in het denkbeeld geraakt zijn als ware de Heer Ross valschelijk geaccuseerd; om dat het geval met generaal Stibbert dan minder de balans ten voordeele van den Heer Ross zou hebben doen overslaan, voor al indien, gelijk ook niet onwaarschijnelijk is, het zenden van zijn Geld in de Boetiek van Bindabon Adi, kan worden uitgelegd als een soort van wantrouwen bij den Generaal; wijl dat geld in sComp:s Cassa en niet in de Boetike van Bindabon Adi weezen moest, alwaar zijn Excellentie het zelve veilig genoeg reekende om te verblijven tot dat men gezien zou hebben, hoedaanig de in het laast van Junij 1781. per the swaluw te kalkatta ontvangene oorlogh declaratie teegen ons zou ter executie gesteld worden, waaromtrent het Gouvernement, gelijk bekend is, geen eenpaarigheid van gevoelen gehad heeft en de generaal, als een toenmaalig Lid van de Vergadering, niet onkundig kon zijn: Zendende met de ordre op Captn Chalfield om naar Chinsura te marcheeren, mogelijk te gelijk af, zijn volk om het Geld uit Bindabon Adis Boutich te rug te haalen, wijl het dog nu niet in Cassa kon geteld worden. Overigens toond een P. S. van een der gem geweest brieven

NL-HaNA_1.04.02_3918_0403 view scan ↗

English

letters, marked here No 3, also to the truth of the sale of the house Welgelegen, the principal landmark of Sinsura, to an Armenian for Sr. ro. 32000:- by Mr. Ross, with no other intention than to profit by the war in every possible way and to flout the law enacted against the alienation of immovable property other than to our own subjects and the payment of the lord’s dues, whereby consequently the Company also suffers, since the buyer obtained a lawful conveyance and accounted for the dues to the enemy. The aforementioned postscript also places in a clear light the proceedings of Mr. Ross against the aforementioned Saras Bindabon Adi, and that in order to indemnify himself together with the cashier for what was lacking in the Company's treasury at the surrender: Mr. Ross having divided the proceeds of Bindabon's office and his remaining effects, to the sum of r. s 23000, between himself and three Banians to the prejudice of all the other creditors, who had to be satisfied with what the property of Bindabon's further family yielded; for the recovery of which and the discovery of their outstanding matters, means were resorted to that entirely run counter to justice and humanity: for where is the law that one pursues a debtor, as long as he is still alive, It is furthermore not without remark that Mr. Ross, having been able to obtain from the enemy everything he desired or coveted, showed no further cordiality toward his real lords and masters on this subject, but gave such free rein to his hatred and contempt for the nation and its subjects, that he not only refused to solicit for the prisoners of war a more adequate subsidy than the amount of wages, board money, and emoluments into the second and third generation of his family and, on his account, strips them naked and ruins them totally? Such proceedings and other persecutions offend the honor and respect of the Company; they are the cause of the poverty and misery that now prevails in Sinsura, and one may very conveniently also attribute to this that one must search with lanterns for wealthy people within our limits. It is not fitting here to speak of the proceedings of Mr. Ross against a certain Hadje Meheddi: but as that man does not cease lamenting about it to me and requesting that his case be properly brought to light, I shall finally be obliged to present it to the assembly, not to plead for that wronged old man, but to prevent him from entangling me in the complaints that he is about to resume and the recovery of damages that he thinks he can seek from the Company, if one cannot compensate him here in the Indies. continued 366. or to stand surety for that in the capacity of Director, but that, vide Annex No 4, his aim seems to have been none other than to make others unhappy and to benefit no one but himself; of which the sale of even the worst part of his furniture to his English principals, the Calcutta government, to the amount of 25000: rupees, provides a clear proof of a kind of gratitude for his affection toward those gentlemen, and the open contemptuous treatment of his lawful principals, for whom, at the surrender of Sinsura, nothing else was stipulated than military honors for some soldiers; in the eyes of enlightened people deserving so little consideration, that one cannot deduce anything else from it than, as it were, a necessity to let the public judge how far the true and real interest was considered and how seriously the least part of it was treated; for when one knows with what confusion the marching out of these mostly black troops was accompanied, it absolutely does not answer to the spectacle that was actually intended, and therefore it has possibly been presented as ridiculous, without any intention however to offend anyone. Lastly, I solemnly declare that I seek or have no one as an adversary. What I say, or what I have added by way of remark, are natural reasonings and consequences of the proofs produced in that regard, submitted for the elucidation of both the Right Honorable Lords Majores and the Honorable High Government of the Indies against the unfavorable suspicion of false accusation. This is required of me by my duty as a fellow member of the assembly, and this I judge not to be contrary to the lesson of Solomon, "Be not a witness against thy neighbor without cause; for why wouldest thou deceive with thy lips?" Do not say, "as he has done to me, so will I do to him": for as much as I have spared Mr. Ross until now, so much is it now unavoidable to stand up for my brother's honor, as much as I am able; without desiring anything else than to come into an equal view with all the other members of the assembly. And it is on the basis thereof that I take the liberty respectfully to request your Honorable Worships that this writing with the annexes be inserted into the Resolution, and that my aforementioned brother, pending the further honored approval of the Honorable High Government of the Indies, may be liberated or excused from the ordered reproaches: while with the utmost high respect I have the honor to remain, Honorable Worshipful Sir and Honored Councilors, Your Honorable Worships' very humble and very obedient servant.

Dutch transcription

354. brieven, hier gemerkt N=o 3. ook aan de waarheid van den verkoop van het Huis welgeleegen, het voor„ „naamst gedenkteeken van Sinsura aan een Armeniër voor Sr. ro. 32000:- door den Heer Ross, met geen ander inzigt, dan om, door den oor„ „log, over alle boegen zig te beneficeeren en te vilipendeeren de wet teegen het vervreemden van Vaste goederen anders als aan eige onder„ hoorigen en de betaaling van 's Heeren gereg„ „tigheid gestatueerd, waar bij dienvolgende de Comp: ook lijd, zoo de koper een wettige opdragt verkreegen en de geregtigheid aan den vijand verantwoord heeft. het gem: P: S: Steld ook in een helder dagligt. de procedure van den Heer Ross teegen den voorn Saras Bindabon Adi en dat om zig neevens den Cassier te dedommageeren voor het geen er, bij de overgave; aan 's Comp. s Cassa te kort kwam: hebbende de Heer Ross het provenue van Bindabons kantoor en zijne overige Effecten, ter Somma van r. s 23000. onder Zig en drie Benjaans verdeeld tot prejudicie van alle de overige Crediteuren, welke zig te vreeden hebben moeten houden met het geen de eigendommen der verdere famille van Bindabon hebben afgeworpen; tot het agterhaalen van dewelke en het ontdekken van haare uitstaande zaaken, middelen ter hand zijn genomen, die ten eene„ „maal aanloopen teegen de geregtigheid en men„ „schelijkheid: want waar is de wet, dat men een schuldenaar, zoo lang hij zelf nog in weezen is, Het is wijders niet zonder opmerking dat de Heer Ross, van den vijand alles hebbende kun„ „nen verkrijgen wat hij verlangde of begeerde, zijn weezentlijke Heeren en Meesters, ten Sujette, geen meer hartelijkheid betoond, maar voor de Natie en haare onderhoorigen, zijn haat en veragting zoo verden Teugel gevierd heeft, dat hij niet alleen voor de krijgsgevangenen geen toereikender subsidie als het bedragen van Gasie, kostgeld en Emolumenten heeft willen besolliciteeren vervolgd tot in het tweede en derde Lid van zijn famille en deeze, om zijnent wil, naakt uitschud en totaal ruineerd? Zulke procedures en andere vervolgingen krenken de eer en agting van de Compagnie; zij zijn oorzaak van de Armoede en elende die er tans heerscht in Sinsura, en men mag zeer gevoegelijk ook daar aan toeschrijven, dat men de vermogende Lieden binnen onze Limi„ „ten met Lanthaarnen moet zoeken. Het voegd hier niet van de procedures van den Heer Ross teegen zeekere Hadje Meheddi te Spreeken: maar die man niet ophoudende daar over bij mij te jam„ „meren en te verzoeken zijn zaak na behooren in het ligt te stellen, zal ik wel eindelijk verpligt zijn die de vergadering voor te dragen, niet om te pleeten voor dien verongelijkten Grijsaard, maar om te preve„ „nieeren dat hij mij niet wikkeld in de klagten die hij staat te hervatten en de schaade verhaaling die hij meend op de Compe te konnen zoeken, zoo men hem die hier in Indie niet kan vergoeden. vervolgd 366. of daar voor, in hoedaanigheid van Directeur Caveeren, maar dat, vide Bijlage N. o 4. zijn doel niet anders Schijnd geweest te zijn dan om anderen ongelukkig te maaken en niemant als zelve te bevoordeelen; waar van den verkoop zelfs van het Slegste gedeelte van zijn in„ „boedel, aan zijne Engelsche Principaalen, h kalkatsch gouvernement, ten bedragen van 25000: ropijen, een klaare blijk opleeverd van een Soort van erkentenis voor zijn Lugt tot die Heeren, en de oopentlijke veragtelijke beha„ „deling van zijne wettige principaalen, voor Wien, bij de overgave van Sinsura niet ander bedongen is als het krijgshonneur voor eenige militairen; in het oog van verligte menschen zoo weinig aanmerking verdienende, dat m er niet anders uit af kan lijden, dan eene als het ware noodzaakelijheid, om het publi te laaten oordeelen hoe verre men aan het waar en weezenlijk belang gedagt heeft en hoe Serieus het is toegegaan met het mins gedeelte daar van; want als men weet met welke confusie het uittrekken van dit meest Zwaart volk is verzeld geweest, be „antwoord het volstrekt niet aan de vertoo „ning die men eigenlijk bedoeld heeft, en daar om is het mogelijk als bespottelijk voorgesteld, zonder intentie egter om iema te beleedigen. Laastelijk betuige ik plegtelijk nie „mant te zoeken of te hebben als partij. Het geen ik zeg, of het geen ik bij wege van aanmerking er hebbe bijgevoegd zijn natuurlijke redekave„ „lingen en gevolgen van de derweegen geproduceer„ „de bewijsen, overgelegd tot elucidatie zoo van de WelEdele Hoog Achtbaare Heeren Majores als de Edele Hooge Jndische Regeering teegen het ongunstig vermoeden van Valsche accusatie. Dit vorderd mijn pligt als meede Lid der vergadering van mij en dit oordeele ik niet te strijden met de Les van Salomon, Wees niet, zonder oorzaak getuige teegen uwe Naasten; want waarom zoud gij verleiden met uwe lippen. !" Zeg niet, gelijk hij mij gedaan heeft, zoo zal ik hem doen: want zoo zeer als ik tot nu den Heer Ross hebbe gemenageerd, zoo zeer is het tans onvermei„ „delijk, mijn Broeders Eere, veel ik vermag, voor te staan; zonder iets anders te begeeren als met alle de overige Leden van de vergadering te komen in een gelijk aspect. En het is op funda¬ „ment van dien, dat ik mij bevrijmoedige uwEE Achtbaare eerbiedig te verzoeken dat dit geschrift met de Bijlagen ter Resolutie geinsereerden dat gem: mijn Broeder, tot nader geëerd goedvinden van de Edele Hooge Indische Regeering, gelibe„ reerd of geexcuseerd mag worden van de geordonneer¬ „de reproches: terwijl ik met de uitterste hoogag„ „ting de eere heb te verblijven /:onderst:d/ EE Acht„ baare Heer en Geëerde Raaden /:lager:/ UwEE Achtbaarheeden zeer nedrige en zeer gehoorzaame „mant dienaar

NL-HaNA_1.04.02_3918_0405 view scan ↗

English

servant signed Iacob Eilbracht in the margin Hoeglij the 6th of Julij 1786. Below was written: P: S: When I made mention in this of the Calcutta Gazettes which indicated that in the Year 1781 one could expect nothing other than a rupture with the crown of England, I made use of what my memory dictated to me of having read or heard from others there, in Ianuarij. Since then, four Newspapers, namely one from 14 to 21 octbr 1780, one from 13 to 20 Januarij, one from 17 to 24 maart, and one from 26 meij to the 2nd of Junij 1781, have come into my hands, in which one finds everything that I have attempted to demonstrate in this matter, namely that the former Director Ross had all possible intelligence of an impending outbreak of war; in time enough to look after the true and essential interest of his Masters instead of so openly neglecting it and even acting so deliberately contrary to it, so that, instead of avoiding and preventing the damage to be feared from it, his Honour seems to have aimed to deliver a severe blow to the Comp:e, by his own actions, namely by continuing to negotiate money and rely on Trade, since the Manifesto, which is inserted in the Newspaper No. 3 La. C., constitutes a sufficient Declaration of war, as besides declaring null and void the Treaties existing between both Powers, it also contains an Interdict on the Navigation and Commerce of the subjects of both sides, with a peremptory determination of time and place when the benefits to be derived from the Treaties would cease. To deprive it of its credit or to cause no belief to be attached to it, the Calcutta General Government would have had to make a reassuring declaration against it; but since this was not done, this manifesto was legitimized, and everyone whom it concerned had to beware immediately of Damage and further disadvantageous consequences. In order not to come forward with a defective translation, I have not translated the exhibited documents; but I request that this may be done by the person publicly authorized for that purpose, and that they, according to their designation of N:o 1 La A: N:o 2 La B, N:o 3 La C and No 4 La D: in English and Dutch, with the remaining evidence, may be inserted into the Resolution for my exoneration signed Jacob Eilbracht below stood: Agreed signed I:s van den Broeck P: E: G: Clercq. an Extract No. 1. Many of the outspoken Englishmen maintain that Mr Ross, who had been summoned by Mr Hasting and returned from Kalkatta on the 3rd of Julij, negotiated concerning the surrender, which also occurred the following day or the 4th. Now indeed, we were here as good as a Fish in the Net. All requests that Ross made, to wit to Hastings, were granted to him; even his furniture, according to his statement, was taken over by the ministry. below stood: Agreed with the aforesaid letter, of which, if required, the original can be shown in the Meeting signed Iacob Eilbracht below stood: Agreed signed C:s I:s van Nierop. G: Clercq Today, the 30th of October Ao. 1784, appeared before me Fredrik Wieman First Sworn Clerk of the Bengal Secretariat, authorized and qualified in that capacity to make and pass all Notarial Acts, present the witnesses to be named hereafter, Moraadchan Armenian merchant and Resident of this Colony, who declared that an Armenian document exhibited by him, signed before the exhibition by me and the witnesses, is a letter written to him by his son, and that the declaration following beneath it was granted by him; at the same time handing me another paper, being a translation from the Armenian, which at his request is inserted here. No. 1065. I have previously already given your Honours notice of the state of Affairs here Very Worthy Parents Translation of a Letter written in the Armenian Language to the Armenian merchant Miraad Chan residing here and his Wife Mir Chatim by Mokkeltidss their Son from Mazulipatnam dated 7th of Mei 1781. Received at Chinsura the 22 of that month. Extract from a letter from the Right Honourable Mr Pieter Brueijs to the undersigned, dated Eisbaag the 21st of December 1782. Received from Batavia the 28th of Junij 1784.

Dutch transcription

361 dienaar /:get:/ Iacob Eilbracht /: ter zijde:/ Hoeglij den 6e Julij 1786. /: daar onder was geschreeven:/ P: S: Toen ik in deeze mentie maakte van de Calcatsche Gazetten die aanweezen, dat men in het Jaar 1781 niet anders den een cuptuur met de kroon van Engeland kon te gemoet zien, bediende ik mij van het geen mijn geheugen mij dicteerde, daar bij, in Ianuarij, geleezen of van anderen gehoord te hebben. Zeedert zijn mij vier Couranten als een van 14 tot 21 octbr 1780, een van 13 tot 20 Januarij, een van 17 tot 24 maart en een van 26 meij tot den 2e Junij 1781, ter hand gekomen, waar bij min alles vind, wat ik in deezen getragt heb aan te toonen, namelijk dat de Heer geweezen Dirc teur Ross alle mogelijke narigt gehad heeft van een uit te barsten oorlog; tijdig genoeg, om voor het waar en weezenlijk belang van zijn Heeren en Meesters te Zorgen in Steede van het zelve zoo oopenlijk te veroagtzaamen en zelfs zoo opzettelijk tegenstrijdig, daar meede te handelen, dat, in steede van de, daar door te vreesene schade te eviteeren en te prevenieeren zijn Edele het er op toegelegd Schijnd gehad te hebben om de Comp:e, door zijn toedoen zelfs, een gevoelige slag toe te brengen, van namelijk voort te gaan met geld te negotieeren en op den Han„ „del te fieeren, daar het Manifest, het welk in de Courant No. 3 La. C. geinsereerd staat, een genoegzaame oorlogs Declaratie uitmaakt, als buiten het te niet verklaaren der Tractaaten tusschen beide Mogendheeden subsisteerende, ook inhoudende een Interdict op de Navigatie en Commercie van wederzijdsche onderdaanen met een peremptoire bepaaling van tijd en plaats, wanneer de voordeelen, welke uit de Trac„ „taaten te trekken zijn, zouden komen op te houden. om het zelve zijn Credit te beneemen of geen geloof daar aan te doen slaan, zou het kalkatsch Generaal Gouvernement daar teegen een geruststellende verklaaring hebben moeten doen; dan daar dit niet geschied is, wierd dit ma„ nifest gewettigd, en een ieder die het aanging, had zig direct te wagten voor Schade en verdere nadeelige gevolgen. Ik heb, om met geen ge„ „brekkige vertaaling voor den dag te komen, de geexhibeerde stukken niet overgezet; dog ik verzoek dat zulks mag geschieden door den persoon daar toe publiek geauthoriseerd, en dat ze; navolgens haare aanwijzing van N:o 1 La A: N:o 2 LaB, N. o 3 lasen No 4 la D: in het Engelsch en Nederduitsch, met de overige bewijsen, ter mijner de charge, bij Resolutie mogen geinsereerd werden /: get:/ Jacob Eilbracht /:onderstond:/ Accordeerd /:get:/ I:s van den Broeck P: E: G: Clercq. een Extract No. 1. 362. Veele der vrijmoedige Engelschen, willen dat de Heer Ross, die door den Heer Hasting ontboden was en den 3. e Julij van Kalkatta te rug kwam, weegens de overgave gehandeld zou¬ „den hebben, die ook des anderen daags ofte den k is voorgevallen. Nu trouwens wy waren hier zoo goed als een Vis in 't Net. alle verzoeken die Ross gedaan heeft /: aan Hastings wel te weeten:/ zijn hem toegestaan, zelfs zijn zijne meubilen, volgens zijne opgave¬ door het ministeri overgenomen. /:onderstond:/ Accordeerd met de voorsz: brief, waar van, des gerequireerd, het origineel in Vergadering kan worden vertoond /: get:/ Iacob Eilbracht /:onderstond:/ Accordeerd /:get:/ C:s I:s van Nierop. G: Clercq Heeden den 30e. October Ao. 1784 Com¬ pareerde voor my Fredrik Wieman Eerste Gezwoore Clercq der Bengaalsche Secretarije in die hoedanigheid tot het maaken en passee„ „ren aller Notarieele Actens geauthoriseerd No. 1065. Jk heb te Vooren uw Edelens reets ken„ „nis gegeeven van den toestand van Zaaken hier Zeer Waarde Ouders Translaat van een Briefge„ schreeven in de Armenische Taal aan den alhier remoieer „de Armenisch koopman Mi „raad Chan en zijn Huisvrouw Mir Chatim door Mokkel „tidss haare Zoon van Mazu „lipatnam de dato 7„e Mei 1781. te Chinsura Ontvangen, den 22 van die maand. en gequalificeerd, present de naar te noemen getuijgen Moraadchan Armenisch koopman en Inwoonder deeze Colonie Dewelke verklaarde dat een door hem vertoond werdend Armenisch geschrift, voor de exhibitie door mij ende getuijgen onder „teekend, een brief is, door zijn zoon aan hem geschreeven, en dat het daar onder volgende declaratoir door hem Verleend is; mij teeven inhandigende een ander papier, als een vertaaling van het Armenische, dat op zijn verzoek hier word geinsereert. Extract uit een brief van den WelEdelen Heer Pieter Brueij= aan den ondergeteekenden, ge „dateerd Eisbaag den 21.e Decem „ber 1782. van Batavia ontvang den 28 e Junij 1784. en ter

NL-HaNA_1.04.02_3918_0407 view scan ↗

English

363. on the spot. God grant that Your Honours may already be informed of it. Now I report to you something that has come to my ears as an indubitable truth, namely that England has declared war on Holland, and that within three or four days from now the troops are to march from here to Jaggernaatpoer and to surprise and overwhelm all places where there are possessions or lodges of the Dutch, to which end the order has been received by the English at Madras, Bengal, and elsewhere. Heaven alone knows the condition of my heart when I learned this. I pray Your Honours for God's sake and everything that is dear, to be on your guard regarding yourselves against all misfortunes and dangers that could be detrimental to Your Honours. What is true and genuine I have made known to you plainly. Now my earnest prayer is to keep me constantly informed of how matters stand with Your Honours and whether you are well; if you delay in writing to me, I shall lose my mind. I believe that the actual adversity of the English is the cause of their having declared war on Holland. At this moment I receive a letter from Madras, announcing that all the Armenians who had departed thither have returned, except the family of Chodja Samel Sulthan, who have remained there. The post from Madras is being detained and prevented from proceeding. Was signed: Mokketid Moraad Chan. Signed as witnesses for the collation of the copy against the original: Leon Serhaad and Michael Seriman. Now follows this attestation: I, the undersigned Moraad Chan, declare that upon receipt of this letter on 22 May 1781, I betook myself with the same to our Director, Mr Johannis Matthias Ross, to whom I read it out and made understood the news contained therein; and that His Honour thereupon requested me to disclose this news to no one, but to keep it secret to myself until it was seen what would come of it. A few days thereafter, Mr Ross having gone to Kalkatta, I paid him a visit upon his return, and it pleased His Honour to say to me that he had heard nothing of this news in Kalkatta and therefore believed it to be a false rumour. Mr Ross went again to Kalkatta a few days later, and returned from there, according to the Armenian reckoning on 4 July, or according to the Dutch on 2 July, whereupon I went to visit His Honour again. 364. Mr Ross then related to me that he had been appointed by the English as collector of the tolls on goods brought into Sinsura or exported from there again, requesting me to give notice thereof to all Armenians and Mogols. Upon this narration I took the liberty of pointing out to Mr Ross that he ought to be on his guard, as the English were seeking to lull him to sleep, since I was certain that tonight or tomorrow morning Sinsura would be captured. To which Mr Ross replied with a contemptuous laugh, adding to it, that is impossible; whereas nevertheless on the same day after midnight the English troops entered Sinsura and made themselves masters of it. The next day in the morning, 4 July, between 7 and eight o'clock, the Company's garrison marched out of the fort and the English sepoys took possession of it. I paid my respects again to Mr Ross and then reminded him of my warnings. Signed: Moraad Chan. No. 3. Postscript under a letter from the Right Honourable Pieter Brueijs to the undersigned, dated 21 December 1782: Welgeleegen has been sold for 32000 rupees to the widow of a Goja Petrus, daughter of Goja Minis, what a piece of luck, indeed, one must just remember the proverb. Note: the family of Brindabon Adij has gone bankrupt for 160,000 rupees. Thus done and passed at Hoeglij in Bengal, date as above, in the presence of Albertus Oostermeijer and Jan Hendrik Anthonisz as witnesses. The minute of this is duly signed and written on a stamp of twelve stuivers. Below stood: quod attestor. Was signed: F. Wieman, First Sworn Clerk. Below stood: Agreed. Signed: C.s I. Van Nierop, Sworn Clerk. Requesting an instrument hereof and two or more authentic copies. Moraad Chan. In the margin stood: Chinsura, 14 April 1784. Moraad

Dutch transcription

363. ter plaatze. God Geeve dat uw Edelens daar van reets mogen verwittigt zijn Thans melde ik u iets dat mij als een ontwijfelbaare waar„ „heid ter ooren gekoomen is naamelijk dat Engeland aan Holland den Oorlog verklaard heeft, staande binnen drie a vier dagen van hier het krijgsvolk op te trekken naar Jagger„ „naatpoer en over al waar Bezittingen of Lo„ „gien van de Hollanders zijn dezelve te overrom„ „pelen, waar toe de order op Madras, Ben„ „gale en elders, bij de Engelschen ontvangen is, Den Hemel alleen draagt kennis van de gesteltenis van mijn hart toen ik dit vernam. Ik bidde Uwel Edelens om Gods wille en alles wat dierbaar is, omtrent u zelve op hoede te zijn tegen alle ongevalle en gevaaren, die uw Ed:s nadeelig zouden konnen wezen. Het geen waar en waar„ „achting is hebbe ik u onbewimpeld bekend ge„ „maakt Nu is mijne ernstige Beede van mij geduurig te verwittigen hoe het met uw Ed:s gelegen is en of gijlieden welvaarende zijt zoo gij traineert met mij te schrijven, dan raak ik Linneloos. Ik geloof dat de wezenlijke tegenspoed der Engelschen oor„ „zaak is dat zij. Holland den Oorlog verklaard heb„ „ben. op het oogenblik ontvang ik een Brief van Madras, tot bekendmaaking dat alle de derwaards Vertrokkene Armeniers te rug gekeert zijn excepto de familie Chodja Samel Sulthan die aldaar Verbleven zijn. De Voor de Collatie van de Copij tegen het origineel als getuijgen geteekend Leon Serhaad en Michael Seriman. Nu volgt deze Attestatie Ik ondergeteekende Moraad Chan Verklaare dat ik, op ontvangst van deze Brief den 22. e Mei 1781 mij met dezelve hebbe vervoegt bij onzen Directeur den Heer Johannis Matthias Ross wien ik dezelve voorgeleezen en te Verstaan gegeeven hebbe het nieuws daer bij vervat, en dat zijn Edele mij daar op heeft ver„ „zocht van deeze tijding aan niemant te oopenbaaren maar voor mij zelve geheim te houden tot dat men zag wat daar van worde, Eenige dagen daar na de Heer Rosszich hebbende begeeven naar Kalkatta, lag ik bij zijn te rugkomst een visite bij Hem af en het behaagde zijn E mij toe te voegen, hoe hij van dit nieuws niets te kalkatta had vernoomen en daarom te gelooven dat het een Valsch gerucht was De Heer Ross begaf zich eenige dagen naderhand wederom naar kalkatta en quam /: navolgens de Armenitsh Post van Madras word opgehouden en verhin„ „dert om voort te gaan /:was geteekend:/ Mokketid= Moraad Chan. Post 364. tijd reekening op den 4. e ofte na de Holland „sche op den 2. e Julij :/ van daar te rug wanneer ik zijn Edele Wederom ging bezoeken De Heer Ross Verhaalde mij toen, dat hij van de Engelschen was aangestelt tot invorderaar der Tollen van de goederen die binnen Sinsura gebracht ofte daar weder uitgevoert wierden, mij verzoeken„ de om daar van aan alle Armeniers en Mogollers kennis te geeven op dit ver„ „haal nam ik de Vrijheid van den Heer Ross voor te houden dat Hij op hoede diende te weezen dat de Engelschen hem in slaap zochten te wiegen dewijl ik mij verzeekert hield dat van de nacht of morgen ochtend, Sinsura Zou worden ingenoomen Het welk de Heer Ross met een Verachtelijke Lach beant„ „woorde, daar bij voegende dat is onmoge„ „lijk; daar nochtans ten zelven dage na middernacht de Engelsche troupen in Sinsura gerukt zijn, en zich daar van meester gemaakt hebben. 'S anderen daags 'S morgens den 4. e Julij tusschen 7 en agt uuren trok 'SComp:s Bezitting uit het Fort en de Engelsche Sipahis naamen daar van het bezit. Jk maak „te mijn Compliment weeder bij den Heer Ross en herinneerde hem toen aan mijne waarschouwingen /:geteekend:/ No. 3. P: S: onder een brief van den W: E: Heer Pieter Brueijs aan den ondergeteekenden de dato 21. ' Xbr: 1782. Welgeleegen is verkogt voor 32000 ropijen aan de weduwe van eene Goja Petrus, Dogter van Goja Minis, wat een geluk„ nu trouwens men moet maar om het spreekwoord denken. NB: de famillie van Brindabon Adij heeft een bankroet gemaakt van 160'000 ropijen Aldus Gedan en Gepasseerd te Hoeglij in Bengalen, datum ut Supra ter presentie van Albertus Oostermeijer en Jan Hendrik Anthonisz als Getuijgen. De minute deezes is behoorlijk geteekend en geschreeven op Een Zegul van Twaalf Stuivers on„ derstond quod Attestor /:was geteekend/ F: Wieman. E: G: Clercq. /:onderstond:/ Accordeerd /:get:/ C:s I: Van Nierop G: Clong Requireerende hier van Acte en twee of meerder Grossen Moraad Chan /:ter zijde stond:/ Chin„ „sura den 14. e April 1784. Moraad

← previousnext →