Inventory 3921
Coromandel / Ceylon · 753 pages · 203 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
175 at Mature the secretary had told him, by whatever means, to endeavor to have Madoegodde Appoe arrive at Mature. That thereupon, sitting eating in the mandu of the last-named together with Koddipoelle Pattangatijn of Mirisse, the appu of the secretary, and Harmanus Pattangatijn of Gale, he had offered a gift of ten rixdollars to whoever would deliver an ola letter from him to Madoegodde Appoe, which being accepted by Koddipoellie Pattangatijn of Mirisse, he stood as surety for Harmanus Pattangatijn for the ten rixdollars and immediately handed him a letter for delivery to Madoegodde Appoe, which he received and, as an answer, brought back an ola containing the determination of the day of his coming over. That nevertheless, Madoegodde Appoe had in the meantime arrived at Mature on his own accord. That, having arrived at Gale, he informed the secretary that Madoegodde Appoe was not to be trusted and was a bad person, but the secretary then replied to him that he would be given the best Mohandiram's service, whereupon he having said that such did not matter to him, even if the best Mudaliyar's service were to be given to him, he only requested to be granted that which had been promised to him. That the appu of the secretary had served as interpreter here. That after a good fifteen days, while he and the head of the Talpepattu speaking from Kogelle arrived, around Ciembirie, he met Maddoegodde Appoe, who told him that he would never come into a fort again, and because he had misled and brought him, upon meeting in his country, he would tear him apart, that he had then requested Madoegodde Appoe to wait there until he went to the fort and returned, but he refused such and agreed to remain at Welligamme until he should bring him good tidings there the next day. That, arriving at Gale, he immediately informed the secretary thereof, but the answer served to him was, he goes with permission of the commander, and you need not interfere with it, if he does not with good that, having once again met the secretary around the fence of the garden of that former Equipagemeester Abo, he made known to His Honor that Madoegodde Appoe is a bad man, and if he were to leave, he would not return, nor will he be brought back, and therefore he should not be told, if he left, to go call him back, which he could not do, that Warmanus Pattangatijn was the interpreter here. That again 376 Translation Sinhalese ola J Sullerr comes again, it will be settled with evil that thereafter the Commander had handed him a sealed ola to deliver to Madoegodde Appoe, which, out of fear due to his threats, instead of bringing it alone, he carried off in the company of the former Sattamby of Belligam, and as he was not at home, he handed the ola over there, returned, and informed the Commander thereof, but since he was ordered to go inquire whether Madoegodde was to be found under the Company's territory or not, and to make a speedy report thereof, he went out again as far as Kattoene, and not having heard of him, returned and notified the Commander thereof. Thus committed to paper upon the translation of the Mohotiaar Don Daniel Perera, the 10th of October 1798. /:was signed:/ with Sinhalese signature /:in the margin: for the translation /:signed:/ D: D: Perera /:in the middle:/ for the translation /:signed:/ J: C: Andriesz sworn clerk. Examined Agrees. I, holding the second service of the Girrewapattu, Don Joean Abesirinardene Dissanaijke, second Mudaliyar, write and present this in all reverence to the Right Honorable Lord Governor. In the past year, while in the Mature Dessavony the inhabitants of the Korales and Pattus were in revolt for two months and fifteen days, I, under the pretext of being ill, keeping to my house without proceeding to the places of the rebels, the Right Honorable Lord Christiaan van Angelbeek, Dessave of Mature, sent to me the former Mudaliyar of the Gale Korale residing at Mature, and through him had me told, since my loyalty to the mighty Company and to the Honorable Dessave was evident, to proceed to the rioters and to place before their eyes the power of the Company and to admonish them to calm down. Although I was at that time not in the Company's service, I nevertheless, inquiring whether I could do that, learned from the second Don Simon Mohandiram's, principal ringleaders, that they, having come to know Corns: Johannes Idé sworn clerk No. 7.
Dutch transcription
175 te Mature de heer sekretaris hem gezegt had, hoe het ook zij te tragten, dat Madoe godde afpoe op Mature da a komt. dat hij daar op nevens koddipoelle pattagatijn van Mi„ „risse, de affoe van de heer Sekretaris en Harmanus Pattangatijn van Gale, in de mandoe van de laastgem: zit„ „tende te eeten een geschenk van sien rd:s aangebooden had, aan die dewelke een ola brief van hem aan Mad doegodde appoe wilde bestellen, het welk door koddipoellie pattangatijn van Minis„ „se aangenomen zijnde hij Harmanus Pattangaijn, voor den tien rd:s als borg gesteld en ten eersten een brief aan hem tek hand gesteld had ter bestelling aan Madoegodde appoe„ dewelke hij aangenoomen inlandigt en tot andwoord een ola mede gebragt heeft, inhoudende om den dag van zijn overkomst te bepaalen. dat nogtans hij Madoegodde appoe intusschen uit zijn eigen te Mature aangekomen was. dat hij te Gale aangekomen zijnde, de heer seh:t te kennen gegu „ven heeft, dat Madoegodde affoe niet te betrouwen en en legt mensch was, dog de heer seh:s hem toen gediend had, dat hem de beste mohandirams dienst zoude gegeeven worden, waar op hij gezegt hebbende dat zulx hem niet konde scheelen, al zoude ook keste modliaans dienst hem gegeeven worden eenlijk, verzogt had h te doen verkrijgen het gen aan hem beloofd was. dat hier bij als verta„ „ler gediend had de appoe van de heer Sekretaris. dat na een groot vijftien dagen, wijl hij en het hoofd van de Jalpepattoe spreekende van kogelle aankwam, omtrend Ciem „birie, Maddoegodde appoe ontmoed heeft, die hem zeide, dat hij nooit meer in een fort komen zoude en om dat hij hem misleid en gebragt had, bij ontmoeling in zijn land, hem van malkanderen scheuren zoude, dat hij madoegodde appoe toen ver„ „zogt had, aldaar te vertoeven, tot dat hij na het fort had„ aldaar te vertoeven, tot dat hij na het fort ging en weder aankwam, dog hij zulx geweigerd en aangenoomen had op welligamme te blijven tot dat hij des anderen daags aldaar hem een goede tijding zoude aanbrengen. dat hij te Gale komende daar van ten eersten de heer sek:t tek ken„ „nisse gebragt heeft, dog toen hem, ten andwoord gediend was, hij gaat met verlop van de heer kommandeur en gij hoeft daarmeede niet te bemoeijen, zoo hij niet met goede dat hij nogmaals omtrend de pagger van de tuijn van dien heer geweezen Equipagiemeester Abo, de heer sekretaris ont„ „moet hebbende zijn E: bekend gemaakt had, dat Madoe godde appoe een slegt man is en zoo hij mogte weggaan niet weeder komen zoude nog niet te brengen zal zijn en der„ „halven hem niet moeste gezegt worden, zoo hij wegging, hem te gaan terug roepen, het welk hij niet konde doen, dat hier bij taal man geweest is Warmanus Pattan„ „gatijn. dat weder 376 Translaat Singaleesche ola J Sullerr weder komt, zal net kwaade worden afgebragt dat daar na de heer Command:r hem een verzegelde ola ter hand gesteld had, om aan Madoe godde appoen te bestellen, de„ „welke hij uit bedugting wegens de beduijging van hem, al„ „leen te brengen in geselschap van den geweezen sattambij van belligam weg gebragt en wijl hij niet in huis is geweest, de ola aldaar overgegeeven, terug gekomen en daar van de heer Commandeur kennis gegeeven heeft, dog zedert hem gelast zijnde te gaan informeeren off Madoegodde onder de komp=e gebied te vinden was dan niet en daar van spoedig rapport te doen, hij weder tot kattoene uitge„ „gaan en hem niet vernoomen hebbende terug gekomen en daar van den heer Commandeur verwittigt heeft. Aldus op de vertaaling van den Moholiaar Dan Daniel Penera ten papiere gebragt den 10:e oktober 1798. /:was geteekend:/ met singaleese handteekening /: in margine: voor de vertaaling /:geteekend :/ D: D: Perera /:in 't midden:/ voor de Translatie /:geteekend:/ J: C: Andriesz g: klerk. Nagezien Akkondeert. Jk de tweede dienst van de Girrewaijpattoe Okleedende Don Joean Hbesierinardene Dissanaijko, tweede Modliaer, schrijve en presenteere dooze in alle eerbied aan den Wel Edelen Groot achtb: Heer Gouverneur Jn het voorleeden Jaer, terwijl in de Matuuresche Des„ sa vonij de ingezeetenen van de korles en Pattoes twee maanden en vyftien dagen genesolteerd naren, ik onder Voorgaatte van ziek te zijn, mij in mijn huis houden„ „de, zonder mij na de plaatsen van de gerevolteerden te begeelven, hooft de wel Edele Heer Christaan van An„ gelbeek, dessave van Nature, bij mij gezonden de te Mature woonachtig zijnde geweezen Modliaer van de gale korle en door hem aen mij laeten zeggen, om mij terwijl mijne getrouwigheid voor de magtige Comp: en voor den E. dessaste gebleeken is na de saamen rotteden te begeerven en hun de magt van de komp: voor oogen te houden en te vermaanen, zig tot bedaaren te koomen Alschoon ik toenmaalen in skomp:s diens niet was, ik echter my informeerende of ik dat zoude kunnen doen, heb ik van de tweede Don Simon Mohandirams, Voornaamste belhamels vernomen, dat zij, terwijl zo te weeten hebben ge„ Corns: Johianns: Idé gezwklerk „kreegen No. 7.
English
received, that the Lord Commander of Gale and Mature would come, hear their complaints, and grant their requests, intended to keep the unlawful assembly going. After I had communicated various matters regarding the unlawful assembly to the Honorable Dissave, the said Lord Commander subsequently arrived in Mature, and thereupon all the mutineers appeared before His Honor, and afterwards I also appeared before His Honor. On that occasion the second post of the Girrewais was conferred upon me, with orders to inform myself how the unlawful assembly had originated, and then to appear in Gale. Since I proceeded to Gale and made it known that I had not been able to find out how the unlawful assembly had originated, I was detained in Gale for twenty-three days and interrogated from day to day about that matter, on which occasions I also said that I knew nothing about it; on all those days, Don Simon interpreter acted as translator. And since the four Vidanes of the Girrewaijpattoe and the three Vidane Arachchies of the three resthouses know the truth of how this unlawful assembly originated, and upon learning it from them it can be proved within five weeks to Your Right Honorable Sirs the manner in which that unlawful assembly was constituted, I therefore request permission to go to my country for five weeks, and should those people withhold what they know, to then bring them hither in order to be interrogated by Your Right Honorable Sirs. Thus requested in the year 1792, on the 11th of January, by the aforementioned Mudaliyar; was signed with an illegible Dutch signature; underneath stood: For the translation, Kolombo, the 11th of January 1792; signed: P. G. de Vos, sworn clerk; in the margin: For the translation; signed: D. P. Samerkoon, interpreter; underneath stood: Agrees; was signed: P. G. de Vos, sworn clerk. Today, the 14th of January 1792. Appeared before me, Benedictus Lambertus van Zitter, provisional merchant and secretary of police here, Don Johan Abesireewardene Dissenaike, second Mudaliyar of the Girrewaijpattoe. To whom, by order of the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies, the translation of an ola written by him to His aforementioned Honor, as written here above, having again been clearly read out, he testified to persist by its contents, however with the following changes, namely: That it is a clerical error that the unlawful assembly occurred in the past year, but that such actually took place in the year 1790. The appearer being asked whether he had communicated what he states in his ola to have learned from both of Don Simon regarding the expected arrival of the Lord Commander to the Honorable Dissave van Angelbeek, he testified no, because out of fear of the aforementioned Don Simon he had not dared to report or write anything concerning them. Thus reiterated, persisted in, and amplified in the Castle of Kolombo, through the translation of the interpreter of the secretariat of police, Don Philip Sammerkoon, and in the presence of the clerks Cornelis Adrianus Spaar and Johannes Milianus Wilhelmus Lourentsz as witnesses; was signed with an illegible signature; in the margin: In our presence: C. A. Spaar, J. M. W. Lourentsz; lower stood: Known to me, B. L. van Zitter; in the middle: For the translation, D. P. Samerkoon; Cornelis Johannes Pelé, sworn clerk. Extract of a letter dated the 15th of September 1791, written from Kolombo to Gale. You must inform us whether, a few days before the latest unlawful assembly in the Matara Dissavony, the following persons came to the Lord Commander at Gale: Attoekoorlege Gammage Dingie Appoe, Moelletiene Korle Kankaan, Mawelle Vidane Rala, and Gambaddele Moenesinge, former Kankaan of a rank of Lascoreens, all four inhabitants of the Kandebodapattu, and whether they did not bring along a complaint ola written by Don Simon Arachchi and Nerlanpittie Arachchi in the name of all the people of the Kandebodapattu; if so, this complaint ola must be sent to us. You must also inform us whether the Lord Commander, along with these people or any of them accompanied by Dellemoelle Appoe and Mohotie Appoe, did not send a Sannas to be delivered to Don Simon; if so, this Sannas must also be sent to us. Extract of a letter dated the 22nd of September 1791, written from Kolombo to Gale. We have until now received no answer to our letter dispatched to you on the 15th of this month. Agrees: Cornelis Johannes Pelé, sworn clerk.
Dutch transcription
377 kreegen, dat de Heer kommandeur van Gale en mature zoude koomen, hunne klagten aanhooren en hunne ver„ „zoeken doen geschieden, voorneemens naren, om de zaa„ memrotting gaande te houden Jk het een en ander van de zaamenrotting aan den E: Des„ Cavo bedeeld hebbende is, daer na gemelde Heer komman„ deur op Mature aangekoomen, en zijn toen bij zijn Ed: ver„ scheenen alle de zaamen gerotteren, en vervolgens ben ik ook bij zijn Ed: Verscheenen. Bij die gelegenheid is mij de twede dienst van de gevre„ waijs opgedraagen, met last om mij te informeeren hoedanig de zaamenrotting voortgesprooten is, en dan te Gale te verscheinen Het zeederd ik mij na Gale begeeven en te kennen ge„ gegoeven hebbende, dat ik niet to tweeten heb gekreegen hoedanig de zaamenrotting is voorgesprooten, wiend ik drie en twintig dagen te Gale aangehouden, en van dag tot dag ondervraagd. over die zaek, wanneer ik ook gezegd heb dat ik daervan niets weet op alle die dagen hoo Simon tolk als taalman geageerd Ens wijl de Vier Bitmeraals van de Girrenaijp al„ toe on de drie vidaan Noraatjes van de drie rust„ Heden den 14. Januarij 1792. Compareerde Voor mij Benedictus Lambertus van Litter pl: koopman en secretaris van politie alhier Don Jolan Abesireewardene Dissenaike tweede modliaar van de Girrenaijpattoe. huizen na waerheid weeten hoedanig deeze saamen votting is voorgesprooten, en van hun dat verneemende in vijf wee„ ken aan uwel Edele Groot Achtb: beweezen kan worden, de wijze hoedanig die zaamenrotting gesteld was zoo Verzoeke ik verlof, om voor vijf woeken na mijn land te mogen gaan, en om wanneer die luijden 't geen zij weeten mog„ ten agterhouden, hun dan te mogen brengen na herwaerds ten einde door uwel Edele Groot Achtb: onder Vraagd te worden Aldus Verzogt in het Jaer 1792: den 11=e Januarij, door voormelde Modliaer /:was geteekend:/ met Een Nederduit„ sche onloesbaere handtoeekening / onderstond:/ Voor de Translatie kolombo den 11=e Janu: 1792. /:geteekend:/ P: G: de Vos gezw: klerk /: in margine voor de vertaaling /:geteekend:/ D: F: Samerkoon, Tolk /:onderstond:/ Ik koo deerd /:was geteekend:/ P: G: de Vos gezw: klerk huizen Aan . 378 Aan den welken ter order van den wel Edelen Groot agtb: heer willem Jacob Van de Graaff Raad ordinair van nederland india Gouverneur en Directeur van 't Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden, weder duidelijk voorgehouden zijnde 't hier vorengeschreeven Translaat van een ola, door hem aan wel gem: zijn Edelheid geschreeven, heeft hij be„ tuigd bij des inhoud te blyfven prosisteeren met de volgende veranderingen ochter namelijk Dat 't een schriffout is dat de zamen rotting in 't voorlee„ den Jaar zoude zijn geschied maar dat zulx eijgentlijk plaats gehad heeft in 't Jaar 1790. Aan den Comparant gedraagd zijnde, of hij, 't geen hij bij zijne ola zegd van de beide zon Simon Vernomen te hebben, nopens de verwagte komst van den H:r Commas=r aan den E. dessave van Angelbeek had bedeeld, betuigde hij van neen, wijl hij uit vererze voor gem: don Simon, niet had durven nagen, iets dat hun betrof over te schrijven Aldus gerecholeerd gepersisteerd en geamplieerd in 't kas„ tiel kolombo ter Vertaling van den tolk ter secreta„ rij van politie Don d Philip Sammerkoon, en ter prezentie van de klerken Cornelis Adraanis spaar en Johannes Milianus wilhelmus Louwen Ackordeert als getuijgen /:was geteekend:/ on liesbaere handtee kening /:in margine /ons present: C: A: Spaar, J: M: W: Lourentsz lager stond in mijn kennis. B: L: Van Zitter in 't mitden Voor de Vertaeling D: P: Samer koon Corns Johann:s: I dé gezeeklerk als 1284 121811 No 8. 390 leesche klagt rs de We hebben tot nog toe geen ant„ p teegen =woord ontvangen op onzen brief ziender der den 15. ' deezer aan uE afgevaar„ =digt. Ackordeert Corn:s Johann:s & de N. . . klerk len en on„ op r Extrakt Missive de dato zame 15. Zeptember 1791. van bre kolombo na Gale geschreeven. 379 UE moeten ons berigten of niet eenige daagen voor de Jongste zaamen rotting in de Materesche Dessavonie, te Gale bij den Heer kommandeur gekoomen zijn de volgende perzoonen Attoekoorlege Gammage Dingie appoe Moelletiene korle kankaan nutteloos Mawerle ridaaneraale en rts schoon Ganbaddele Moenesinge geweesen der arreek kangaan van een randje laskorijns, alle vier inwoonders van de kandebad-alle, salet- =de pattoe, en of deeze niet hebben meede velle en gebragt een klagt ola door Don simon arraatje en Nerlanpittie aaatije ntjagodde, Extrakt Missive de dato 22. Zeptember 1791. van kolombo na Gale geschreeven. No: 2. No. 1. legd 380 uit uit naam van alle het volk van de kende baddepattoe geschreeven zoo Ja moet ons deeze klagt ola worden toegezonden. Nog moeten VE: ons berigten, of den Heer kommandeur met deze luiden of eenige van hun verzeld van Dellemoelle appoe en Mohotie appoe niet een Samas heeft meede gegeeven om aan Don Simon teworden besteld. zoo Ia moet ons ook deeze samnas worden toegezonden. gezenklerk len on„ op ner am bre thuinen, ten nutteloos rts schoon der arreek „alle, salet- velle en entjagodde, leesche klagt rs We hebben tot nog toe geen ant„ p teegen =woord ontvangen op onzen brief zien der den 15. ' deezer aan uE afgevaar„ =digt. Extrakt Missive de dato 22. Zeptember 1791. van kolombo na Gale geschreeven. Achordeert Corn:s Johanns: Pelé gezwklerk Ackordeert Corn:s Johann:s & dé N:o 8. No: 2. 380 egt vont somm moet ons ook deeze sannas worden toegezonden. Achordeert ge DE: r thuinen, ten nutteloos rts schoon der arreek alle, salet- velle en len en on„ op ziener ram Ma„ ebre leesche klagt rsvan e pattoe teegen „ziender der legd. Corns: Johann: Pelé gezwklerk bij entjagodde,
English
No. 10. 390 Examined Maas Extract of a letter dated 26 September 1791 written from Kolombo to Gale. Having not yet received the answer to our letter of the 15th of this month, and this notwithstanding the reminder given to you regarding this matter in our letter of the 22nd following, we therefore order... Don Simon... this sannas must also be sent to us. Agrees. Corns. Johanns. Pelé sworn clerk No. 4. 382 No. 10. 390 Examined Mars Maas No. 9 No. 3. That we have not yet answered your Right Honourable, highly esteemed letter of the 15th of this month occurred because, among the papers here at the secretariat, the names appearing in the said letter of the persons who are said to have brought an ola here before the latest gathering were not found; for which reason we have summoned these persons from Mature in order to be able to comply with certainty with your Right Honourable order; the said persons... Extract of a letter dated 26 September 1791 written from Kolombo to Gale. Having not yet received the answer to our letter of the 15th of this month, and this notwithstanding the reminder given to you regarding this matter in our letter of the 22nd following, we therefore order... 381 Extract of a letter dated 25 September 1791 written from Gale to Kolombo. No. 4. 382 390 Examined Maas No. 10. ...persons are expected here at any moment, having already been summoned on the 18th of this month. Agrees. Corns. Johanns. Idé sworn clerk Extract of a letter dated 26 September 1791 written from Kolombo to Gale. Having not yet received the answer to our letter of the 15th of this month, and this notwithstanding the reminder given to you regarding this matter in our letter of the 22nd following, we order you, on pain of disobedience, to send the same to us upon receipt of this, or at least within twenty-four hours after this shall have been received by you. Agrees. Corns. Johann. Idé sworn clerk No. 4. 382 [illegible] No. 10. 384 390 Examined J. V. V. Francke Extract of a letter dated 28 September Anno 1791 written from Gale to Kolombo. In compliance with your Right Honourable, esteemed order appearing in their high letters of the 26th of this month, the first-signing Commander has the honour to communicate... No. 6. No. 10. No. 11 384 390 Examined P. H. Van Francke Examined J. H. M. Craenbroek Extract of a letter dated 28 September Anno 1791 written from Gale to Kolombo. In compliance with your Right Honourable, esteemed order appearing in their high letters of the 26th of this month, the first-signing Commander has the honour to communicate that he cannot with certainty... 383 Extract of a letter dated 26 September 1791 written from Kolombo to Gale. In order to answer the questions that we asked in our letter of the 15th of this month, namely whether the Commander, a few days before the latest gathering in the Matarese Dessavony, received a complaint ola written by Don Simon Aratje and Neelanpittie Aratje in the name of all the people of the Kandebadde Pattoe, and whether his Honour subsequently dispatched a summons to be served on Don Simon, neither investigations at the secretariat nor the persons who... No. 6. No. 5. No. 10. 384 390 Examined J. H. Van Francke ...summoned by you from the Maturese Dessavony according to your letter of the 25th of this month are necessary. The Commander himself must know whether this is so or not, and these questions must, as we have further ordered you this day, be answered as soon as possible with yes or no. Extract of a letter dated 28 September Anno 1791 written from Gale to Kolombo. In compliance with your Right Honourable, esteemed order appearing in their high letters of the 26th of this month, the first-signing Commander has the honour to communicate that he cannot state with certainty whether the persons mentioned in your Right Honourable letter of the 15th of this month brought a complaint ola written by Don Simon Aratje and Neelanpittie Aratje in the name of all the people of the Kandebadde Pattoe. This uncertainty, and because the names of the said persons... Corns. Johanns. Idé Agrees sworn clerk No. 6.
Dutch transcription
No: 10. 390 Nagezien Maas Extract missive de dato 26: 7ber: 1791. van kolombo na gale ge„leesche klagt „schreeven. rs Als nog niet ontvangen hebbende epattoe teegen het andwoord op onzen brief van ziender der den 15: deezer, en zulks niet tegen„ „staande de reriiering uE: der„ legd. „weegens gedaan bij onzen brief van den 22:' daar aan, zoo gelasten we len en on„ op ziener ram Ma„ ebreng rijk de Sommige for DE: thuinen, ten nutteloos rts schoon der arreek „alle, salet- velle en entjagodde, Don Simon renon moet ons ook deeze sannas worden toegezonden. Achordeert Corns. Johanns: Pelé gezweklerk No: 4. 382 bij No: 10. 390 Nagezien Nagezien Mars Maas No: 9 No: 3. Dat wij op uwel Ed: gest: groot achtbaare rijk de g'eerde brief van den 15: deezer nog niet Comm ge geandwoord hebben, is geschied, wijl bij de zich hier ter secretarije bevin„ oor „dende papieren de bij gemelde brief thunnen, ten voorkoomende naamen der per„ 6 „zoonen, die voor de Jongste zaamen nutteloos „rotting alhier een ola zouden aan„ rts schoon „gebragt hebben, niet gevonden zijn waarom wij deeze perzoonen van der arreek Mature hebben op ontbooden, ten alle, salet- einde met zeekerheid aan uwel„ Edele gest: Groot achtb: order te velle en kunnen voldoen; gedachte perzoo„ entjagodde, Extract missive de dato 26: 7ber: 1791. van kolombo na gale ge„leesche klagt „schreeven. rs de Als nog niet ontvangen hebbende epattoe, teegen het andwoord op onzen brief van „ziender der den 15: deezer, en zulks niet tegen„ „staande de heriimering uE: der „ legd. „weegens gedaan bij onzen brief van den 22:' daar aan, zoo gelasten we len en on„ 381 op ziener Extract missive de ram Ma„ dato 25: September 1791. van Tale na ebren bij kolombo geschreeven. „nen No: 4. 382 390 Nagetien Maas No: 10. „nen worden alle oogenblikken hier verwagt als zijnde reeds den 18: deeser ontbooden. Accordeerd. rij Corns: Johanns: Idé Comm gezeeklerk or EE: thuinen, ten nutteloos rts schoon der arreek „alle, salet- velle en entjagodde, Extract missive de dato 26: 7ber: 1791. van kolombo na gale ge„leesche klagt „schreeven. rs Als nog niet ontvangen hebbende epat teegen het andwoord op onzen brief van „ziender der den 15: deezer, en zulks niet tegen„ „staande de heriinering uE: der „ legd. „weegens gedaan bij onzen brief van den 22:' daar aan, zoo gelasten we uE:, op poene van ongehoorzaam„ len en on„ „heid, ons het zelve te zenden op op ner den ontvangst deeses, of ten ram a minsten binnen vier en twintig uuren na dat deeze bij uE: rb zal zijn ontvangen. Accordeerd. Corns: Johann: Idé gezuiklerk No: 4. 382 ge oor DE: thunnen, ten nutteloos rts schoon der arreek „alle, salet- velle en entjagodde, len en on„ op ziener ram Ma„ rb bij leesche klagt rs van de pattoe, teegen „ziender der legd. No: 10. 384 390 Nagelien J V: V: Srencke Extract missive de dato 28: eptember leesche klagt Anno 1791. van Gale na ers van kolombo geschreeven de pattoe, teegen Jn voldoening van uwelEdele Gestr ziender der groot achtb: geëerde en bij hoog derzel„ „ven brieven van den 26: deezer voor „ legd. „koomende order heeft de eerstgetee„ „kende Commandeur de eere te bedee„ len en on„ op ziener a ram Ma„ ebrengd, bij 12 rijkende Sommige vor DE: thuinen, ten nutteloos rts schoon der arreek „alle, Salet- velle en entjagodde, No: 6. No: 10. No. 11 384 390 Nagelien P„ H„ W„n Fremcke Nagesien d H m: Creumber Extract missive de dato 28: Zeptember leesche klagt Anno 1791. van Gale na ers van de kolombo geschreeven epattoe, teegen Jn voldoening van uwel Edele gestr ziender der groot achtb: geëerde en bij hoog derzel„ „ven brieven van den 26: deezer voor„ legd. „koomende order heeft de eerstgetee„ „kende Commandeur de eere te bedee„ „len dat hij met geen zekerheid kan len en on„ 3838 op ziener : Extrakt Missive de Talo la ram Ma„ 26.:' September 1791. van Kolombo na Gale geschreeven. r„ ebrengd, bij Om te beantwoorden de vraagen die wele„ hebben gedaan bij onzen briev van den 15. „ rijkende dezer of namentlijk de Heer kom„ ijl sommige mandeur eenige dagen voor de jongste en zamen rotting in de Matareesche Lessavonij vor DE: heeft ontvangen een klagt ola door thuinen, ten Den Siman arraatjie ten Nealanpiltie arraatjie uit naam van alle het volk nutteloos en van de badde pattoe geschreeven en of rts schoon zijn Ed: vervolgens een samas heeft der arreek afgevaardigt om aan Don Simon te„ voralle, salet- worden besteld, zijn geene van speuringen velle en op de sekretarij nog de perzoon die ge an door entjagodde, No: 6. N:o 5: No: 10. 384 390 Nagesien Nagelien J H„ Wrn Fraencke door uE: volgens uwen briev van den 25. dezer uit de matureesche Dessavonij zijn opontbooden nodig, De Weer kommandeur, zelve moet weer of dit zoo zij of niet en deeze wra „gen moeten ons zoo als we UE: da rheeden nader aan bevoolen hebben, ten eerste worden beantwoord met Ja of neen Extract missive de dato 28: zeptember leesche klagt Anno 1791. van Gale na ers van de kolombo geschreeven epattoe, teegen Jn voldoening van uwel Edele Gestr ziender der groot achtb: geëerde en bij hoog derzel„ „ven brieven van den 26: deezer voor„legd. „koomende order heeft de eerstgetee„ „kende Commandeur de eere te bedee„ „len dat hij met geen zekerheid kan len en on„ opgeeven of de perzoonen vermeld, op er bij uwel Edele gest: Groot achtb: brief van den 15:' deezer een klagtola ram Ma„ door Don Simon Araatje en Neer„ebr bij „lanpittie araatje uit, naam van al het volk van de kandebadde„ „pattoe geschreeven, hebben aange„ rik de „bragt. Deeze onzeekerheid, en wijl ommige de naamen van gedagte perzoonen vor DE: thuinen, ten nutteloos en rts schoon 12 der arreek voor alle, Salet- =velle en ge entjagodde, „ Corns. Johanns: Idé Achordeert gezenklerk No: 6. bij
English
390 were not to be found here among the papers, is the reason that the aforementioned letter from Your Honorable, Right Worshipful of the 15th of this month has remained unanswered, and the said persons summoned from the Matureese Dessavony have not yet arrived; however, when these persons should arrive, we shall detain them here until further orders from Your Honorable, Right Worshipful. Agrees. Corns: Johanns Idé Sworn Clerk rich the Some for the gardens, at useless and furthermore clean and of the areca for all, salet- velle and entjagodde, and un- overseer ram Ma brought, by Sinhalese complaint inhabitants of the the pattu, against overseer of the laid. Agrees. Corns Johanns Idé Sworn Clerk 390 Maas Examined No 13 Maha Porta Mudaliyar Don Balthazar Dias, who Sinhalese complaint the last year to Mature inhabitants of the 385 the pattu, against Extract of the Letter dated 30 September 1791 written from Colombo to Gale. overseer of the laid. We have declared in our letter of the 26th of this month that in order to answer and un- the question put to the Lord Commander, regarding the receipt of a overseer complaint ola from the Kandebaddepattu, and ram Ma the sending off of a sannas, it was not necessary to make an inquiry at the secretariat after brought, by the submitters, or to summon them from Mature, because the Lord Commander himself ought to know whether this was so or not, and we have also ordered rich the that question to be answered with yes or no. Some The answer now received from His Honor by letter of the 28th, that he for the could not state with certainty whether gardens, at useless and furthermore clean and of the areca as for what the first-signed can report for now regarding the requested ola, while he continues to await Your Honors' high commands in case any further investigations concerning the same ought to be carried out, he testifying for all, salet- velle and entjagodde, that the persons mentioned in our first letter of the 15th 388 Extract of the Letter dated 10 October 1791 from Gale to Colombo without Examined No: 12. written: apart 380 Examined Maas No: 9. of this month had brought a complaint ola, is therefore by no means satisfactory; and in order to cut off all further delaying answers, we submit herewith to His Honor the two following questions, to be answered plainly, directly, and without any further delay, with yes or no: 1: Whether he, the Commander, before the outbreak of the unrest in the Dessavony of Mature, received a complaint ola from the Kandebaddepattu? 2: Whether he dispatched a sannas? If yes, then we desire that the complaint ola be sent to us in original, and a copy of the sannas. In order to answer these questions, rich Some for the gardens, at useless and furthermore clean and of the areca as for what the first-signed can report for now regarding the requested ola, while he continues to await Your Honors' high commands in case any further investigations concerning the same ought to be carried out, he testifying for all, salet- velle and entjagodde, Maha Porta Mudaliyar Don Balthazar Dias, who Sinhalese complaint the last year to Mature inhabitants of the 386 the pattu, against no further investigation or delay is necessary, nor do the persons mentioned in our letter of the 15th of this month need to be summoned for that purpose. We order rather, to retract immediately the order sent to Mature for the dispatch of the same. overseer of the laid. and un- overseer ram Ma brought, by Honorable Agrees. Corn:s Johann: Idé Sworn Clerk 388 Extract of the Letter dated 10 October 1791 from Gale to Colombo without written: apart 300 A is
Dutch transcription
390 bij de papieren alhier niet te vin„ „den waaren, is oorzaak dat hoog gemelde uwel Ed: gest: groot Achtb: brief van den 15: deezer onbeandwoord gebleeven is, en de gedachte perzoonen uit de Ma„ „tureesche dessavonij ontbooden, egte nog niet aangekoomen zijn wa „neer deeze perzoonen mogten aan „koomen zullen wij hun hier tot nader order van uwel Edele gest: groot achtb: aanhouden. Achordeert Corns: Johanns Idé gezeeklerk rijk de Sommige vor DE: thuinen, ten nutteloos en rts schoon nn der arreek voor alle, salet- „ velle en ge entjagodde, len en on„ op ziener ram Ma ebrengd, bij leesche klagt ers van de de pattoe, teegen „ziender der legd. Accordeerd. corn Jolianus Idé gezinklerk 390 Maas Nagezien N:o 13 Mijnen porta Modliaar Don Balthazar Dias, die aleesche klagt „ ht amasteerde Jaar na Meeture ners van de 385 de pattoe, teegen Extract Missive de dato 30. 7ber: 1791 van kolombo opziender der na Gale geschreeven. elegd. Wij hebben bij onsen brief van den 26. dee„ „ser verklaard dat tot het beantwoorden 2 27 len en on„ der aan den Heer kommandeur gedaane to op ziener le ram Ma 2 ebrengd, bij hut rijkende Sommige er„ en oor DE: es„ bad„s thunnen, ten 0 nutteloos en rts schoon n2 der arreek voor alle, salet- „ velle en ge entjagodde, Achordeert Corns Johanns Idé gezarklerk No 9. Extract Missive de dato 10. Okto „ber 1791. van Gala na Kolombo N:o 7. gesz: „ apart - 388 Maas N:o: 9- N:o 13 N:o 7. Mijnen, porta Modliaar Don Balthazar Dias, die aleesche klagt „ het amasteerde Jaar na Mature ners van de 385 de pattoe, teegen Extract Missive de dato 30. xber: 1791 van kolombo opziender der na Gale geschreeven. elegd. Wij hebben bij onsen brief van den 26. dee„ „ser verklaard dat tot het beantwoorden 27 len en on„ der aan den Heer kommandeur gedaane vraage, nopens den ontfangst van een ato op ziener klagt ola uit de kandebaddepattoe, en le ram Ma„ het afsenden van een sannas niet noo„ 1. „dig was ter secretarije navorsching naer ebrengd, bij EEd: de bestelders te doen, of deselve van Mature, te ontbieden wijl de Heer kom„ „ mandeur zelve weeten moest of dit zoo eur rijk de was of niet, en we hebben tevens bevolen. Sommige die vraage met Ja of neen te beantwoorden ker„ Het daarop tans van zijn E: ontfangene ten vor DE: es„ antwoord bij brief van den 28. dat Hij bad„s thuinen, ten niet met zekerheid kon opgeeven of nutteloos een deeser rts schoon en der arreek m uit geen de eerstgeteekende, voor alle, salet- als nog omtrend de gevraagde ola be„ „rigten kan, terwijl hij hoog derzelver velle en beveelen blijft afwagten ingeval eenige verdere naspeuringen na dezelve die„ entjagodde, „nen gedaan te worden. betuigende hij de bij onsen eersten brief van den 15. e 388 Extract Missive de dato 10. okto„ „ber 1791. van Gala na Kolombo zonder Nagezien No: 12. gesz: „ apart 380 Nagezien Maas No: 9. deeser genoemde persoonen eene klag ola aangebragt hadden, is dus geensent voldoende; en om alle verdere uitstel „de antwoorden aftesnijden leggen n zijn E: bij deesen de twee volgende vr „gen voor, om ombewimpeld, rechtstree en zonder eenige verder uitstel, met Ja of neen te beantwoorden. 1: of hij kommandeur voor het uit ba„ „sten van de onlusten in de Dessa „vonce van Mature eene klagt ola de kandebaddepattoe ontfangen heef 2. off Hij een sannas afgevaerdigt heeft zoo Ja dan begeeren wij dat ons de kla„ ola in origineel en een kapij van de Samas toegesonden worde. om deese vraagen te beantwoorden eur rijkende Sommige ker„ ten oor DE: des„ bad„ thuinen, ten ro nutteloos een rts schoon en der arreek wat het geen de eerstgeteekende, voor alle, salet- als nog omtrend de gevraagde ola be„ „rigten kan, terwijl hij hoog derzelver velle en beveelen blijft afwagten ingeval eenige verdere naspeuringen na dezelve die„ entjagodde, „nen gedaan te worden. betuigende hij Mijnen Porta Modliaar Don Balthazar Dias, die aleesche klagt het anmasteerde Jaar na Meeture ners van de 386 de pattoe, teegen is geen verder ondersoek of uitstel opziender der noodig, ook behoeven daartoe de bij elegd. onsen brief van den 15. deser genoemde persoonen niet opgeroepen te worden. wij 2 gelasten veel meer, om de naar Matu„ 7len en on„ vre gesondene order tot derselven opsen 1 „ding, ten eersten in te trekken. ato opziener le Ackordeert ram Ma„ en. Corn:s Johann: Idé ebrengd, bij Ed: gezeeklerk 388 Extract Missive de dato 10:e Okto „ber 1791. van Gala na Kolombo zonder gesz: „apart 300 A is
English
Maas No. 9. Extract of a letter dated 2 October 1791, written from Gale to Kolombo. In the best possible compliance with Your Right Honourable and Esteemed order by letter of 30 September last, the first-undersigned Commandeur declares frankly and directly: 1) That it is not possible for him to state with certainty whether, before the outbreak of the unrest in the Mature Dessavony, he received a complaint ola from the Kandebadde Pattu, but that, as far as he can recall, no such ola was delivered to him at that time. 2) That he knows for certain that he dispatched no commissioners at that time. This is all that the first-undersigned can report for the present concerning the requested ola, while he awaits Your Honour's further orders in case any further inquiries regarding the same ought to be made, declaring that, without taking any further information or obtaining better intelligence, he is unable to give any other clarification than that already provided. And he finds himself all the more reluctant to answer the questions put to him concerning the said ola with a simple yes or no, since some event or other, which he may have deemed of little importance, could easily have slipped his mind in all those troubled circumstances that have taken place over the past year and a half; for which, however, as far as concerns him, he holds himself fully accountable at all times. The order sent to Mature for the appearance of the persons mentioned in Your Right Honourable and Esteemed letter of the 15th of this month, we shall revoke immediately. No. 14. Extract of a letter dated 10 October 1791, written from Gale to Kolombo separately. Having asked my Porta Mudaliyar Don Balthazar Dias—who, before and until I went to Mature in the past year, read almost all the incoming olas that were brought to me—whether he might remember that a few days before the recent unlawful assembly in the Mature Dessavony, a complaint ola was brought by Don Simon Aratchy and Nierlanpitty Aratchy, written in the name of all the people of the Kandebadde Pattu, he declared to me thereupon that he knows of no other such ola than one ola that contained several complaints against the deceased Mohandiram Manamperie, which was assigned by the then Commissioners van Schulen and De Vos for investigation. Since it might perhaps be that the ola indicated by my Mudaliyar is the very one requested by Your Right Honourable and Esteemed Honour in your letter of 15 September last, I take the liberty of transmitting a copy of it herewith, although it is not stated therein that Don Simon Aratchy and Marlanpitty Aratchy are the authors thereof, and I also believe to know for certain that this ola was brought here only after the rebellion in the Mature Dessavony was already underway. Agreed. Corns Johanns Idé, sworn clerk. No. 10. Extract of a letter dated 12 October Anno 1791, written from Gale to Kolombo separately. The copy of a translation of a complaint ola mentioned in my letter of the 10th of this month having been omitted by oversight, I take the liberty of enclosing the same herewith. Agreed. Corns Johanns Idé, sworn clerk.
Dutch transcription
Maas N:o: 9- Mijnen Porta Modliaar Don Balthazar Dias, die aleesche klagt voor en al eer ik in het gepasseerde Jaar na Meture geweest ben, meest alle de aankomende olas, die ners van de bij mij aangebragt zijn, geleezen heeft, gevraagd heb„ de pattoe, teegen „bende of hij zig mogelijk herrinnende, dat eenige daagen voor de Jongste zaamenrotting in de Matu„ opziender der reesche Dessavonij, eene Klagt ola aangebragt is door elegd. Don Simon Arraatje en Nierlanpittij Araatje alle het volk uijt de Kandebadde 387 len en on„ Extract missive de dato op ziener 2:e oktober 1791. van Gale na kolombo geschreeven. ram Ma„ Jn best mogelijke voldoening van uwelEd: ebrengd, bij gest:r groot achtb: g'eerde order bij brief van den 30: September Jongstleeden ver„ „klaard de eerstgeteekende Commandeur rijken onbewimpeld en regtstreeks. de 1:) Dat hem niet mogelijk is met zeker„ Sommige „heid opte geeven of hij voor het uitbarsten oor DE van de onlusten in de Matureesche des„ „savonij een klagt ola uit de kandebad„ thuinen, ten „de pattoe ontvangen heeft dog dat, zoo veel hij zig te binnen brengd, hem geen nutteloos diergelijke ola te dier teid besteld is. rts schoon 2. / Dat hij zeeker weet te dier tijd geen samas afgevaardigd te hebben. der arreek Dit is al het geen de eerstgeteekende, vooralle, salet- als nog omtrend de gevraagde ola be„ „rigten kan, terwijl hij hoog derzelver velle en beveelen blijft afwagten ingeval eenige verdere naspeuringen na dezelve die„ entjagodde, „nen gedaan te worden. betuigende hij 388 Extract Missive de dato 10. e Okto„ „ber 1791. van Gala na Kolombo zonder Nagezien No. 14. No: 8. gesz: „apart 300 2 ƒ Nagezien Maas N:o: 9- zonder eenige nadere informaties te nee „men of beetere onderrigting te erlange geene andere, dan de reeds gedaane, ophe# „dering te kunnen geeven; en hij vind zig te meer bezwaard de hem, betrekke „lijk gemelde ola, opgelegde vraagen met een eenvoudig Ja of neen te beandwoor „den, wijl hem ligtelijk een of ander ge¬ „beurtenis, die hij mogelijk van niet ve belang geacht heeft, in al die troubl omstandigheeden, die zedert ander had Iaar plaats gevonden hebben, kan ont „gaan zijn; waar voor hij zig egter zo verre hem aangaat, ten allen tijde vol „koomen verandwoordelijk houd De na Mature, gezondene order tot het op „koomen van de bij uwelEd: gest:r groot achtb: brief van den 15: deezer ver „melde perzoonen zullen wij ten eerste intrekken. Mijnen porta Modliaar Don Balthazar Dias, die voor en al eer ik in het gepasseerde Jaar na Meeture aleesche klagt geweest ben, meest alle de aankomende olas, die ners van de bij mij aangebragt zijn, geleezen heeft, gevraagd heb„ de pattoe, teegen „bende of hij zig mogelijk herrinnerde, dat eenige daagen voor de Jongste zaamenrotting in de Matu„ opziender der reesche Dessavonij, eene Klagt ola aangebragt is door Don Simon Arraatje en Nierlanpittij Araatje elegd. uijt naam van alle het volk uijt de Kandebadde „pattoe geschreeven, heeft mij daar op betuigd, dat hij len en on„ van geen ander diergelijken Ola weet dan een ola, die verscheide klaijten, teegen den overleedenen Mo„ op ziener „handiram Manamperie was ingekoomen en die ram a door de toenmalige Commissarissen van Schulen ebre en de vos ter onderzoek was opgedraagen. bij Wijl het zomtijds mogte zijn dat de door mijnen Modliaar ryk de Sommige oor DE: thunnen, ten „nutteloos vorts schoon e der arreek galle, salet- ewelle en Rantjagodde, 388 Extract Missive de dato 10. e Okto „ber 1791. van Gale na Kolombo „ apart Accordeerd. Corns Johanns Idé gezwklerk No. 14. gesz: 390 Modliaar aangeduijde ola dezelve is, die door Uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare bij hoog derzelven brief van den 15. September JZ: gedraagd word, neem ik de vrijheid daar va een afschrift bij deeze overtezenden, hoewel daar bij niet bekend staat, dat Don Simon Araatje en Marlanpittij Araatje de Autheu daar van zijn en ik ook zeekere meene te weeten, dat deeze ola eerst na dat de revotti in de Maturesche Dessavnij reeds aan de gang was, hier aangebragt is. Akkordeert.. Corn:s Joliann:s Idé gezwklerk Iaar plaats gevonden hebben, kan ont„ „gaan zijn; waar voor hij zig egter zou verre hem aangaat, ten allen tijde vol „koomen verandwoordelijk houd De na Mature, gezondene order tot het op „koomen van de bij uwelEd: gest:r groot achtb: brief van den 15: deezer ver „melde perzoonen zullen wij ten eerste intrekken. vrijkende kommige voor DE 1 thunnen, ten „nutteloos oorts schoon te der arreek galle, salet- ewelle en Rantjagodde, len en on„ op ziener ram Ma„ gebrengd, bij aleesche klagt ners van de de pattoe, teegen opziender der gelegd. Accordeerd. Corns Johann:s Idé gezwklerk 300 No: 16 350 No: 10. Translaat singaleesche klagt ola, door eenige inwooners van de ^ apart 389 Extract Missive de dato 12. oktober de pattoe, teegen Ao 1791. van Pale na Kolombo gesz: pziender der Het bij mijn brieff van den 10. ' deezer vermelde afschrift gelegd. van een Translaat Klagt ola, bij verzuijm leggen en kleeven zijnde neem ik de vrijheijd het zelve bij len en on„ op ziener ram Ma„ ebrengd, bij rijkende sommige voor DE: thuinen, ten „nutteloos vorts schoon je der arreek galle, salet- ewelle en Rantjagodde, Iaar plaats gevonden hebben, kan ont „gaan zijn; waar voor hij zig egter zoo verre hem aangaat, ten allen tijde vol „koomen verandwoordelijk houd De na Mature, gezondene order tot het op „koomen van de bij uwelEd: gest:r groot achtb: brief van den 15: deezer ver „melde perzoonen zullen wij ten eerste intrekken. Accordeerd. Corns. Johanns Idé gezwklerk
English
380 Examined Maas No: 16. Translation of a Sinhalese ola complaint, submitted by some inhabitants of the Matara Kandebaddapattu, against the Mohandiram and overseer of the said pattu. 389 Extract of a letter dated 12 October Anno 1791, written from Matara to Colombo: The copy of a translation of an ola complaint mentioned in my letter of the 10th of this month having been omitted by an oversight, I take the liberty of transmitting the same herewith, while requesting favorable indulgence. Agreed. No. 12. Corns: Johanns: Idé sworn clerk 390 No: 17. In all humility we make known herewith the damages and injustices which the present overseer of the Kandebaddapattu, the Mohandiram Manamperie, inflicts upon the Honorable Company and us: 1. Through the negligence and insufficient supervision of this overseer, some of the cinnamon and areca gardens formerly established in the said pattu for the Honorable Company have been entirely damaged by cattle, rendered useless, and are thus now abandoned; furthermore, although the said overseer and the second aratchy of the areca have reported in detail the number of cinnamon and areca gardens to be found in the villages Kaloegalle, Salettoembe, Gammeddegamme, Maddoewelle, and Rantjagodde, the said gardens are nevertheless entirely abandoned. 391 2. This overseer caused a liena aratchy to be appointed for his pattu and had him assist in the tombo registration, and so, having accepted presents in everyone's name during the tombo registration, the said aratchy had the newly established Ratmaherre lands, which were cleared for gardens and fields and devoid of proof of ownership, registered without keeping any benefit for the Company in view in that regard. 3. In the recently passed year, after a prior calculation, the areca garden named Maddoewelle-attelahoetotte poeakwatte was handed over by Wakatte Vidaan Aratchy to the persons who sowed the said garden with fine grains, in order to yield three ammonams of areca from it for the Honorable Company in that very year; but the said garden, along with the crops standing in the field, has since been taken away from them and assigned to others as their own parvenie, whereby not a single areca nut was delivered from the said garden for the Honorable Company in that year. 4. The calamander tree that formerly stood in the garden of a koddetoeakoe kangaan in the village Deenegamme, situated outside this pattu, and which the previous headmen of this pattu did not permit to be felled, the said overseer had felled, sawed, and chests, beds, chairs, and tables made from the planks thereof, to which end he also had several calamander trees in the village Pallawelle felled and used. 5. From the gardens of the poor inhabitants of the village Hakmanwalleradde, this overseer, under the pretext that they were required for the Company's services, had several soursop trees felled, and had part of them made into tonies and sawed the other part into planks, and used them for his private service, without us having been able to know for what Company services they had been consumed. 392 6. The said overseer has also clandestinely caused several mallapalla fields in this pattu to be sown and now enjoys the profits thereof. 7. The overseer receives the Company's nelie dues from the inhabitants with a large koernie, but distributes them for maintenance with a small koernie, so that he gains 3 to 4 koernies on every ammonam. 8. Although giving and taking of presents is forbidden, the overseer nevertheless takes gifts contrary to orders, which can be adequately proven. 9. From the poor inhabitants, the overseer has exacted money at 22 duiten for every koernie of areca that they cannot deliver, and he has not paid this year for the areca already delivered by them. 10. The fields accommodated to the aratchies, kangaans, and lascorins, and those taken in pledge by them, the overseer has caused to be sown by force, and he now enjoys the profit thereof, so that the owners have nothing from them. 11. If commissioners are sent to investigate the state of this pattu, it will become sufficiently evident that the Honorable Company and the inhabitants now suffer more disadvantage than advantage therefrom, and that no new plantings have been made.
Dutch transcription
380 Nagezien Maas No: 16. Translaat singaleesche klagt ola, door eenige inwooners van de ^ apart „389 Extract Rissive de dato 12. oktober de pattoe, teegen Ao 1791. van Tale na Kolombo gesz: opziender der Het bij mijn brief van den 10. ' deezer vermelde afschrift elegd. van een Translaat klagt ola, bij verzuijm leggen gebleeven zijnde neem ik de vrijheijd het zelve bij deezen overtezenden, terwijl ik om eene gunstige deelen en on„ verschooning verzoeke. en op ziener diram Ma„ toebrengd, bij toerijkende Zommige voor DE: ks thunnen, ten d, nutteloos voorts schoon tje der arreek a gone egalle, Salet- „toembe, Gammeddegamme, Maddoewelle en Akkordeerd. No. 12. Corns: Johanns: Idé gezee klerk Rantjagodde, No: 10. „ 396 Translaat singaleesche klagt ola, door eenige inwooners van de de pattoe, teegen opziender der gelegd. „deelen en on„ ten opziener „diram Ma„ toebrengd, bij toerijkende „Zommige voor DE: eks thunnen, ten gd, nutteloos voorts schoon tje der arreek tet gevan van oo iyet voopen Boegalle, salet „toembe, Gammeddegamme, Maddoewelle en Rantjagodde, No: 17. 390 Jn alle nedrigheid geeven wij de nadeelen en on„ rechtvaardigheeden die den presenten opziener der kandebaddepattoe, den Mohandiram Ma„ „namperie aan dE: Comp=e en ons toebrengd, bij deeze te kennen: 1: Door de onagtzaamheid en niet toerijkende opzigt van deezen opziender, zijn zommige van de voor deezen in gem: Pattoe voor DE: Comp=s aangelegde kanneel en arreeks thuinen, ten eenemaal door de beesten beschaedigd, nutteloos gemaakt en dus tans verlaaten; voorts schoon gem: opziender en de tweede araatje der arreek het getal van de in de dorpen kaloegalle, salet- „toembe, Gammeddegamme, Maddoewelle en Translaat singaleesche klagt ola, door eenige inwooners van de Matureesche kandebaddepattoe, teegen den Mohandiram en opziender der gemelde pattoe overgelegd. Rantjagodde, 391 Rantjagodde, te vindene kanneel en arreeks thuijnen, ieder in het bijzonder, hebben opgegeeven zijn gemelde thunnen egter ten eenemaal verlaaten. 2.: Deezen opziender heeft voor zijne pattoe eene„ Liene araetje laaten aanstellen, en hem bij de thom „bo beschrijving doen assisteeren, dus hij araetje bij de thombo op een ieders naam na genoo= „mene, prezenten, de van bewijzen ontblood zijnde nieuw tot thuijnen en velden aan„ gelegde Ratmaherre landerijen heeft laaten beschrijven, zonder daaromtrend eenig voor „deel voor de Comp=e ook in het oog te houden. 3:) In het Iongst gepasseerde Jaar is, na een voorgaande kalkulatie, door wakatte vi„ daan araatje de arreeks thuijn genaamt Mad doewelle =attelahoetotte poeakwatte aan de perzoonen die gemelde thuijn met fijne graanen bezaaid hebben, overgege „ven ten einde daar uit in dit Jaar zelve drie ammonam arreek voor dE: Compenie op tebrengen, dog gemelden tuijn is nevens het op veld staand gewasch: te zedert van hun af„ genoomen en aan anderen, als hunne eige parvenie toegevoegd, waar door uit gedachte thuijn in dat Jaar geen enkelde arreeks noot voor DE: Comp=e geleeverd is. 4:) De boeroete boom, die in den thuijn van eenen koddetoeakoe kangaan in het buij„ „ten deezer pattoe zijnde dorp Deene gamme eertijds stond en welke de voorige hoofden deezer pattoe niet hebben laaten kappen, heeft gemelden opziender laaten vellen, zaa„ „gen, en met de planken daar van kisten, kooijen, stoelen en tafels maeken, tot welken einde hij nog eenige kalmender„ houte boomen in het dorp pallawelle heeft laaten kappen en gebruijken. 5. ) uit de thuijnen van de arme ingezeete„ „nen van het dorp Hakmanwalleradde heeft deezen opziender, onder voorgaave, opte brengen, dat 392 dat ze tot 'skomp=s diensten vereischt worden, verscheide zoorzaks boomen laaten kappen en daar van een gedeelte tonies maken en 't ander gedeelte tot planken zaagen, mitsgaders tot zijn particuliere diensten gebruijken, zonder dat wij hadden kunnen weeten, tot welke 'skomp=s diensten dezelve verbruijkt waaren. 6. ook heeft hij opziender klandestinelijk verscheide mallapalla velden in deeze pat„ „toe laaten bezaaijen en geniet daarvan nu de voordeelen. 7. ) De opziender ontvangt de scompenies Ne„ lie gerechtigheid van de ingezeetenen met eene groote koernie, dog verstrekt die tot mainktementos uit een kleine koer„ nie, zoo dat hij op elken ammonam 3: â 4: koernies wint. 8. schoon het geeven en neemen van paressen verbooden is, neemt den opziender egter 10. ) De aan Araetjes, kangaans, en laskorijns geaccomodeerde en de door hun in pant ge= „noomene velden, heeft de opziender met geweld laaten bezaaijen en geniet thans daar van het voordeel, zoo dat de eigenaars er niets van hebben. 11. Bij aldien gecommitteerdens ter naspoo„ „ring van den staat deezer pattoe gezon„ „den worden zal het dan genoegzaam koo= men te blijken, dat daar uit dE: Comp=e en de ingezeetenen tans meer na= als voordeel hebben en dat daarin geene aanplantingen geschenken teegen de order, het geen genoeg- „zaam kan beweesen worden. 9.:/ De opziender heeft van de arme ingezee„ „tenen op elke koernie arreek, die ze niet kunnen leeveren, geld teegen 22: duijten ingevorderd en hij heeft voor de door hun reets geleeverde arreek dit Iaar niet be„ „taald. geschenken voor 80
English
have been done for their Honors. I, Ratnaijke Liene Aetjele, writer of the village of Parapamoelle, make known that the overseer, having dismissed me without any reason from the service of writer that belonged to me and my ancestors and was provided with proof since that time, has thereby favored others who were never entitled thereto. The overseer has also taken by force from me my divel and other lands, which I have possessed from time immemorial, and turned them over to the aforementioned persons solely on a false proof which they held, having had them sown by them, and upon the ripening of the crop, had 22 ammonams and 20 koernies of paddy collected therefrom and taken for himself by his Lascorins. Furthermore, by dispatching Lascorins, this overseer has leased out to Jaggery people, Chalias, and Hinnewas my gardens, which I have possessed from of old and from which I have delivered areca nut for the Honorable Company, so that one, leaving this land together with wives and children, would have to depart to settle in other places; therefore I request the Gentlemen to be pleased to have this investigated and justice rendered. Was signed with a mark. I, Rantjagodde, coolie and inhabitant of the village of Diddeniepotte, bring to notice that the sowing field named Meddemoettettoewe, which I possessed while performing my service, the overseer has taken from me by force, had sown, and currently enjoys the benefit thereof, without me, however, being freed from my coolie service in return. Was signed with a mark. I, Bale appoe, heir of Attoekoorle gammege, and inhabitant of the village of Goubaddele, state that the Mohandiram had promised me that, over and above the Mayoral divel field, he would grant me the ottoe rights of the remaining fields on a sannas ola as an accomodessan along with the Mayoral service; asking whether I would give him a present for it. Whereupon I showed myself willing therein, borrowed 15 rixdollars, of which 10 rixdollars were delivered by one Paategamme Arraatje appoe in the resthouse of Hakman to the overseer himself, and the remaining 5 rixdollars, upon the announcement by the overseer that the Interpreter also had to have something, were brought to Matara and there, next to the garden of one Maddinage, handed over to Wallekambre Arraatje, by whom the same was subsequently delivered to the house at Weeregampittije; for which, however, I have now for nine months not obtained the service of Mayoral, nor the accomodessan, nor the money, wherefore I, Attoekoorlege Bale appoe, request the Gentlemen to be pleased to have this matter investigated. Was signed with a mark. I, Koedapanegammege Wasena Hamie, make known that, on the promise of the overseer that he would procure me a sannas, I borrowed 10 rixdollars and, together with an Arraatje appoe residing with the said overseer, delivered it to the overseer at Hakman, and the overseer locked this money in a chest in our presence; for which, however, I have now for 8 months not received back the sannas or the money. Nor have I received any payment from the overseer for the areca nut delivered by me for two years now. Was signed with a mark. I, former kangan Rannewiere Aetjelie of the village of Diddenipotte, make known the injustices which the aforementioned overseer of the Kandebaddepattoo, the Mohandiram Manamperie, has done to me, to wit: Before the former head of this pattoo I lodged a complaint against the woman Hiempelle gammege Poentje Etena regarding a false deed of gift ola, and that ola, upon the investigation conducted, was found to be false by the statements of the witnesses mentioned therein themselves; and an arrest having been placed on the sowing field mentioned in the said ola and its crop, I obtained a report ola from the said head to show to the then Lord Dissave, against which, however, the aforementioned Ettena brought in nothing nor appeared; but this Poentje Ettena having since then complained about it to the said overseer Manamperie, he had me summoned to him, took away the said report ola, tore it up, and had the seized sowing field and the crop returned to her. Because my grandfather performed many faithful services on the occasion when a fortress was built at Bimboelegamme during the heavy war, he received with proof from white Gentlemen acting as chiefs in the said war a sowing field named Neggene-irrekoembre, which is also known in the old Thombo. I have always possessed this sowing field, but this overseer has recently prevented me from doing so, and taking it away from me, then to
Dutch transcription
393 voor haar Ed: gedaan zijn. Ik Ratnaijke Liene Aetjele, schrijver van het dorp Parapamoelle geeft te kennen dat den opziender mij van mijne en mijne voor ouders kompeteerende en het zeedert van bewijs voorziende dienst van schrijver zonder eenige reedenen afgezet hebbende daar meede anderen die daartoe nooit ge„ regtigt waaren, begunstigd heeft. ook heeft hij opziener mijne diwel en andere landerijen, die ik van onheugelijke tijden af gepossideerd heb, van mij, met geweld, afgenomen aan voormelde perzoonen en „kel op een valsch bewijs het welk zij hadden, overgegeeven, door hun laaten be zaaijen en bij het moegsten van het ge„ wasch, daar van door zijne Laskorijns 22: ammonams en 20. koernies nelij laa ten invorderen en na zig genoomen. voorts heeft deeze opziener, door opzending van laskorijns, mijne thuijnen, die ik van ouds af gepossideerd en arreek voor dE: Comp=e opgebragt heb, aan Jagereros, sjaliassen hinne was en hinnewas laaten verhuuren, zoo dat men, neevens vrouwen en kinderen dit land verlaatende, zig na andere plaatsen ter woon zoude moeten begeeven; derhalven ver„ zoek ik de Heeren dit een en ander te willen laten onderzoeken en regt te doen wedervaaren /:was geteekend:/ met een karakter. Jk Rantjagodde, koelie en inwooner van het Dorp Diddeniepotte breng ter kennis, dat het zaaijveld genaamd Meddemoet„ tettoewe, het welk ik onder het verrig= „ten van mijnen dienst possideerd, de op- ziener met geweld van mij heeft afge„ noomen, laaten bezaaijen en geniet tans daar van het voordeel, zonder dat ik egter daar voor van mijnen koelie dienst laskorijns, bevrijd 8 394 bevrijd ben. /:was geteekend :/ met een ka rakter. Jk Bale appoe, erfgenaam van Attoe „koorle gammege, en inwooner van het Dorp Goubaddele, zegt, dat mij de Mo„ handiram beloofd had, om mij, buijten en behalven het Maijoraals diwel veld, de ottoe geregtigheeden van de overige velden op een samas ola tot akkomodes san nevens den Maijoraals dienst toete voegen; vragende of ik hem daar voor een present wilde geeven. waar op ik mij daar in gewillig toonde, 15. rd=s geleend, daarvan 10: rd=s in het Rusthuis van Hakman door eenen Paategamme Arraatje appoe aan den op ziener zelve, en de overige 5: rd:s, op de aankondiging van hem opzie„ „ner, dat de Tolk ook wat hebben moes= „te, na Mature gebragt en aldaar naast den thuin van eenen Maddinage aan wallekambre arraatje overgegeeven had, door wien dezelve vervolgens in het huijs te weeregampittije bezorgd is, waar voor ik egter nu negen maanden lang de dienst van Maijoraal, nog de akkomodessan, of het geld bekoomen heb, waarom ik Attoekoorlege bale appoe de Heeren verzoeke deeze zaak tewillen laaten onderzoeken /:was geteekend:/ met een karakter. Jk koedapanegammege wasena hamie, geef te kennen, dat ik op belofte van den op ziender van mij een samias te zullen be„ zorgen, 10: rd=s geleend en nevens eenen bij gemelde op ziener woonende Arraatje appoe, aan hem opziener te Hakman bezorgd en hij op ziener dit geld, in onze presentie, in een kist opgeslooten had, waar„ voor ik egter nu 8: Maanden lang de sannas of het geld niet terug gekreegen heb. Wallekambre ook 8 395 ook heb ik voor de door mij geleeverde ar reek nu zedert twee Jaaren van den op ziender geen betaaling genooten. /:was ge teekend:/ met een karakter. Jk geweesen kangaan Rannewiere Aetjelie van het Dorp Diddenipotte, maak be „kend, de onregtvaardigheeden, die voorm: op ziener der kandebaddepattoe, den Mohandiram Manamperie, mij aan gedaan heeft, teweeten: Bij het voormalig hoofd deeser pattoe heb ik over eene valsche gifte ola, de vrouw Hiempelle gammege Poentje Etena verklaagd, en die ola bij het gedaan onder „zoek door de opgaaven van de daar bij genoemde getuigen zelve valsch bevon „den, mitsgaders op het bij gedagte ola vermelde zaaijveld en dies gewasch ar „rest gelegd zijnde, heb ik van gem: hoofd een rapport ola verworven, om die aan de toen geweest zijnde Heer Dessave te vertoo„ nen, waar teegen egter voorm: Ettena niets inbragte of te voorschijn kwam; dog deeze poentje Ettena het zederd daar over bij ged=te op ziener Manamperie beswaard hebbende, heeft hij mij bij hem laaten ontbieden, de gem: rapport ola afgenomen, weggescheurd en het gearresteerd zaaijveld en het gewasch aan haar laaten terug geeven. om dat mijnen groot vader, ter gelegenheid te Bimboelegamme in den swaaren oor„ log een fortres gebouwd wierd veele trouwe diensten gedaan heeft, heeft hij van, voor hoofden in gemelden oorlog ageerende blan„ „ke Heeren, een Zaaijveld genaamt Neggene- irrekoembre, dat bij de oude Thombo ook bekend is, op een bewijs gekreegen. Dit zaaijveld heb ik steeds geposseerd, dog deeze opziener heeft mij zulx nader belet en het zelve van mij afneemende toen aan P
English
assigned to a servant of his. Because a certain Hambegammoewege took my purchased parvenie sowing field by force and possessed it, I lodged a complaint about this with the overseer, presenting the Thombo Extract, and since he, the overseer, gave no hearing to it, I requested him to be allowed to submit my objection further, whereupon he, the overseer, amid many abominable insults, struck me in the face with his hands and assigned the said sowing field, which had been placed under arrest by his predecessor upon a complaint, along with its crop, to the said Hambegammoewege. Besides these preceding ones, there are still more other complaints, which I shall submit on another occasion. Was signed with a mark. I, Moenesinge kangaan, heir to the mayorals service of Attoekoorle gammege, and inhabitant of the village of Goubaddele, make known the injustices that the overseer Manamperie has done to me, as follows: Having performed the aforesaid mayorals service throughout the past entire year and six months of this financial year with all diligence, while paying the obligatory adoekoes, pahindos, and poll taxes, he, the mohandiram, assured me that he would arrange with the Lord Dessave for the mayorals who were destitute of maintenance lands to obtain accomodessans on samas ollas, and receiving from me 15: rd=s for that, the said Mohandiram thereafter appointed my brother-in-law as mayoral with an honorary title and me as his assistant, as well as having me sow a sowing field and taking the crop to himself; while he, the overseer, subsequently dismissed my aforesaid brother-in-law from his mayorals service and, having taken bribes, bypassing me, assigned the same to a certain Liene nainde. Was signed with a Sinhalese signature. I, koddepillige, former kangaan and inhabitant of the village of koongelle, state the following: To summon the girl named Bale hamie and carry her away from my house, the overseer sent lascorins several times, but she having kept herself hidden and not having gone to him, the said Mohandiram in person, together with kodipillige kangaan, arrived at my house and carried the said Balehami by force to the resthouse, raped her, and subsequently took her to the village of Hakman, and she is now, according to rumor, in the house of the said kangaan, without my having seen her, however. Was signed with a mark. I, witanege poentjie appoe, mayoral of the village of Mawerrele, make known the following, to wit: In 1785: with the prior knowledge of the former Lord Dessave Fretz, I planted the garden named wieharewatte with 9350: cinnamon and cardamom trees, as well as pepper vines, counted altogether, and the overseer Manamperie becoming resentful towards me about this, he now refuses to give me any opportunity to continue planting the said garden, so that the said garden now stands to be completely abandoned. The services previously performed by two assistants of the mayoral
Dutch transcription
396 aan eenen Dienaar van hem toegevoegd. wijl eenen Hambegammoewege mijn ge„ kogte parvenie zaaijveld met geweld genoomen en bezeeten heeft, heb ik daar over bij den opziener onder vertooning van het Thombo Extrakt, beswaard, en vermits hij opziener daar aan geen gehoor gaf, heb ik hem verzogt, om mijn beswaar verder temoogen inbrengen, waar op hij opsiender mij, onder veele verfoeijelijke scheldwoorden, met de handen op het gezigt geslaagen en het gemelde op eene klagte, door zijnen voorzaat ge„ „arresteerd zaaijveld met dies gewasch, aan gedagte Hambegammoewege toegevoegd buijten deese voorenstaande, zijn nog meer andere klagten, die ik bij eene andere geleegendheid zal opgeeven. /:was geteekend:/ met een karakter. Jk Moenesinge kan gaan, erfgenaam tot den Jn het gepasseerde geheele Jaar en ses maanden van dit boekjaar jk voorm: maijoraals dienst met alle ijver, onder opbrenging van de verpligte adoekoes, pahindos en hoofdgel- „den, waargenoomen hebbende, heeft hij mohandiram mij verzeekert, bij den Heer Dessave te zullen bewerken, dat de van onderhouds landen ontblood zijnde maijoraals, akkomodessans op samas olassen te zullen verkrijgen, en van mij daar voor 15: rd=s ontfangende heeft gem: Mohandiram daar naar mijnen swae= „ger met een eertitul tot maijoraal en mij tot zijnen noodhulper aange„ „steld, mitsgaders door mij een zaaijveld maijoraals dienst van Attoekoorle gam„ „mege, en inwooner van het Dorp Goubadde„ „le, geeft de onregten, die den opsiender Ma„ namperie mij aangedaan heeft, te kennen: als. maijoraals laaten 396 aan eenen Dienaar van hem toegevoegd. wijl eenen Hambegammoewege mijn ge„ kogte parvenie zaaijveld met geweld genoomen en bezeeten heeft, heb ik daar over bij den opziener onder vertooning van het Thombo Extrakt, beswaard, en vermits hij opziener daar aan geen gehoor gaf, heb ik hem verzogt, om mijn beswaar verder temoogen inbrengen, waar op hij opsiender mij, onder veele verfoeijelijke scheldwoorden, met de handen op het gezigt geslaagen en het gemelde op eene klagte, door zijnen voorzaat ge„ arresteerd zaaijveld met dies gewasch, aan gedagte Hambegammoewege toegevoegd buijten deese voorenstaande, zijn nog meer andere klagten, die ik bij eene andere geleegendheid zal opgeeven. /:was geteekend:/ met een karakter. Jk Moenesinge kan gaan, erfgenaam tot den Jn het gepasseerde geheele Jaar en ses maanden van dit boekjaar jk voorm: maijoraals dienst met alle ijver, onder opbrenging van de verpligte adoekoes, pahindos en hoofdgel- „den, waargenoomen hebbende, heeft hij mohandiram mij verzeekert, bij den Heer Dessave te zullen bewerken, dat de van onderhouds landen ontblood zijnde maijoraals, akkomodessans op samas olassen te zullen verkrijgen, en van mij daar voor 15: rd=s ontfangende heeft gem: Mohandiram daar naar mijnen swae= ger met een eertitul tot maijoraal en mij tot zijnen noodhulper aange„ „steld, mitsgaders door mij een zaaijveld maijoraals dienst van Attoekoorle gam„ „mege, en inwooner van het Dorp Goubadde„ „le, geeft de onregten, die den opsiender Ma„ namperie mij aangedaan heeft, te kennen: als. maijoraals laaten 8 397 laaten bezaaijen en het gewasch na 2 genoomen; terwijl hij opziener vervol „gens voorm: mijnen swager uit zijne maijoraals dienst afgezet en deselve na genomene perzenten mij voor bi gaande aan eenen Liene nainde toege voegd heeft. /:was geteekend:) met eene singaleese handteekening. Jk koddepillige, gew: kangaan en inwoone van het dorp koongelle, zegt, het volgende om het mijsje gen=t Bale hamie te roepen en uit mijn huis wegtebrengen den opzien der verscheide maalen laskorijns gezond dog zij zig verschoolen te gehouden en niet na hem begeeven hebbende, is gem: Mo„ handiram in perzoon nevens kodipil „lige kan gaan bij mij in huis aange koomen en heeft ged=te Balehami met geweld na het rusthuis gevoerd haar verkragt en vervolgens na het Dorp Hakman genoomen en is zij tans, vol„ gens gerugt in het huis van ged=te kan„ gaan, zonder dat ik egter haar heb ge„ „zien. /:was geteekend:/ met een karakter. Jk witanege poentjie appoe, maijoraal van het Dorp Mawerrele, brengd ter kennisse, het volgende teweeten: Jn 1785: heb ik met voorkennis van den ge„ „weesen Heer Dessave Fretz de tuin gen=t wieharewatte met 9350: kanneel en kardamom boomen, mitsg: peper ran„ „ken, door elkanderen gereekend, aange„ „plant, en den opziender Manamperie mij daar over misgunstig wordende, wil hij nu mij geen geleegendheid tot het voort„ planten van gem: tuijn geeven, zo dat ged: thuin tans ten eenemaal staat ver„ „laaten te worden. De voor deesen door twee noodhulpers van den maijoraal verrigt zijnde dien= Hakman „sten
English
398 services the overseer now makes me perform alone. A certain sowing field, which has not been worked or cultivated for 3 years past, and thus lay waste, I have sown, and while the crop began to ripen, the overseer took it away from me, gave it to another person, and enjoyed the profit. Both on high and low grounds I have cultivated an extent of 12 amm=s of sowing land and sown it with Nelij etc., and when the crop standing thereon was ripening, the aforementioned overseer would give me no opportunity to mow and harvest the same until the recently passed month of 8ber, for which reason the said crop has been destroyed by wild animals as well as otherwise; while besides the foregoing I have more to bring forward. was signed with a mark. I, Goubaddele bilpagod de gamme aetjele, make known these following injustices that Manamperie mohandiram has done to me, namely: On the promise of the mohandiram that he would obtain a samias for me, I took 10 rd=s on debt and delivered them to him in the rest house of Hakman in the presence of his Arraetje appoe; in whose and my presence the said money was also locked by him in a chest. Since then I have requested from him, the overseer, the promised samas ola, whereupon he told me that I must deliver to him another 5 rd=s to obtain it, which money was also delivered by me next to the garden of one Madinage at Mature in his, the overseer's, presence to wallekoembere araetje and by this araetje brought further to the house of the overseer at were gampitte. was signed with a mark. I, Goubaddele lienege Dingie appoe, make known the following wrongs done to me by Manamperie mohandiram, namely: After I and Moenesinge kangaan had attended to the Mayoral service for one and a half years, the said overseer took from me two pairs of buffaloes and from wakistje araatje, son-in-law of the vidaan araatje, a female buffalo, and gave me in return fields to sow for half the share, but while I was busy working them, the said Moenesinge kangaan complained about it to the overseer, who thereupon assigned a quarter of the parvenij share of the said fields to him for sowing, which having actually been carried out by the aforementioned Moenesinge kangaan, the overseer, after having taken 5 rd:s from me for it, surrendered that part to me again; which part, however, the overseer, upon the complaint of Moenesinge kangaan, now desires shall be surrendered to him for the third time; therefore I request the Gentlemen to be pleased to have this investigated. was signed with a mark. The kangaan and the collective korl lascorins of the village kandepitte wallekadde make known these following injustices inflicted upon us by Manamperie Mohandiram, namely: From the eleven of us, the Mohandiram demanded and took 11 rd=s, at one rd=s per head. The overseer had one Hewapatterea apprehended, brought to the rest house of Hakman, punished, and detained, whereupon, having given 5 rd=s to him, the overseer, he was discharged therefrom. The overseer had the said korl kangaan, us twelve head of Lascorins, and our assistants apprehended under the pretext that we wanted to complain about him, and without giving any maintenance made us work in the pepper garden called kande miries watte, and now wants to send us up for labor in the garden at Morruakorle; wherefore we, Moelletienne korl kangaan, widane gammege Dingie appoewr, wappoe mane nainde, koedapane widanege oede, Talgastennege appoe, Goubaddele mallewie appoe, and Hewapattirennege appoe, request to have this matter investigated. was signed with seven Sinhalese signatures. I, Jnappoe, Mayoral of the Village Mawerrelle, bring the following to notice: Because my gardens and sowing fields are forcibly possessed by another person, I have complained about it to the Mohandiram several times, but he would not give me a hearing or provide a report. Also, the overseer refuses to let two years of payment follow for the areca, as well as to give me my due customary mayoral hoeandiram. was signed with a mark. The lascorin tewawanne aatje appoe was sent out to survey the Nelij revenues, and he a return of 15 ammonams
Dutch transcription
398 „sten laat den opziender nu door mij al„ „leen verrigten. zeeker zaaijveld, dat nu 3: Jaaren her„ „waards niet bewerkt of bebouwd is, en dus verwoest lag, heb ik bezaaijd en terwijl het gewasch begon rijp tewor„ „den, heeft den opziener het van mij af„ genoomen, aan een anderen perzoon ge„ „geeven en het voordeel genooten. zoo aan hooge als laage gronden heb ik ter groote van 12: amm=s zaaijens ge„ kultiveerd en met Nelij &c:a bezaaijd en wanneer het daar op staand gewasch aan het rijpen was, heeft voorm: op Zie„ „ner mij geen geleegendheid tot het maaijen en ougsten van het zelve tot in de Jongst gepasseerde maand 8ber: willen geeven, waaromme gem: ge„ „wasch door de wilde dieren als ander„ „zints verdestrueerd is geworden; Terwijl ik buijten het voorenstaande nog meer intebrengen heb. /:was geteekend:/ met een karakter. Jk Goubaddele bilpagod de gamme aetjele, maak deese volgende ongelijken, die Manamperie mohandiram mij aan„ gedaan heeft, bekend, als: op belofte van den mohandiram dat hij mij een samias zoude doen verwerven, heb ik 10: rd=s op schuld genoomen en hem in het rusthuis van Hakman in presentie van zijne Arraetje appoe bezorgd; in wiens en mijne tegenwoor„ „digheid ook gedagte geld door hem in een kist opgeslooten is. Het sedert heb ik hem opsiener de beloof„ „de samas ola verzogt, waar op hij mij zijde, dat ik hem nog 5: rd=s be„ zorgen moet om die te erlangen, welk geld ook door mij naast den thuijn ik van 8 39 van eenen Madinage te Mature in zijn opsienders presentie aan walle„ koembere araetje besorgd en door deeze araetje verder na het huis van den op= ziender te were gampitte gebragt is /:was geteekend:) met een karakter. Jk Goubaddelle lienege Dingie appoe geef de volgende door Manamperie mo„ „handiram mij aangedaane onregten te kennen, teweten Au anderhalf Jaaren lang ik en Moene„ singe kangaan de Maijoraals dienst waargenoomen hebbende heeft gem: op- „ziender van mij twee koppel buffels en wakistje araatje, schoon zoon van den vidaan araatje een Buffelin genoomen en mij daar voor velden voor de helfte te bezaaijen gegeven, dog terwijl ik beezig was dezelven te bewerken, heeft gedagte Moenesinge kangaan daar over bij den opziender geklaagd, die daarop een quart van het parvenij aandeel van gem: velden ter bezaaijing aan hem toege„ voegd heeft, het geen ook door voorm: Moenesinge kangaan werkelijk vol„ „bragt zijnde, heeft den opziender dat ge„ „deelte, na daar voor van mij 5: rd:s genoo„ „mene te hebben, mij weder overgegeven; welk gedeelte egter de opziender op de klagte van Moenesinge kangaan tans begeerd dat voor de derdemaal aan hem zal afgestaan worden; derhalven ver„ zoek ik de Heeren het een en ander te„ willen: laaten onderzoeken /:was geteekend:/ met een karakter. De kangaan en de gezamentlijke korl lasko„ „rijns van het dorp kandepitte wallekad „de, geeven deese volgende door Manam„ perce Mohandiram aan ons toegebragte onregtvaardigheeden, te kennen teweeten. den van 400 van ons elven heeft de Mohandirain, tegen een rd=s de kop rd=s 11. ingevorderd en ge„ noomen. Eenen Bewapatterea heeft de opziender laa„ „ten opvatten, in het rusthuis van Hak„ man brengen, afstraffen en arresteeren waarop hij 5: rd=s aan hem op ziender ge„ geven hebbende, daaruit ontslaagen is. De opziender heeft gem: korl kangaan ons twaalf koppen Laskorijns en onze noodhulpers, onder voorgave, dat wij over hem wilden klagen laaten opvatten en zonder eenig onderhoud te geeven in den peper tuin gen=t kande miries watte doen werken, en wil ons tans tot den arbeid in den tuijn te Morruakorle op zenden; over zulks verzoeken wij Moelletienne korl kangaan, widane gammege Din„ gie appoewr, wappoe mane nainde, koe„ dapane widanege oede, Talgastennege appoe, Goubaddele mallewie appoe en He„ wapattirennege appoe, deese zaak tewillen laaten onderzoeken /:was geteekend:/ met seven singaleesche handteekeningen. Jk Jnappoe, Maijoraal van het Dorp Mawer„ „relle brengd het volgende ter kennis. om dat mijne tuijnen en zaaijvelden door eene andere perzoon, met geweld gepos- sideerd word heb ik daar over bij den Mohandiram verscheide maalen geklaagd, dog hij heeft mij daar aan geen gehoor willen geeven of een Rapport besorgen. ook wil de opziender voor de arreek twee Jaaren lang mij geen betaeling laaten volgen, zomeede mij mijn toekoomende gewoone maij oraals hoeandiram geeven /:was geteekend:/ met een karakter. De laskorijn tewawanne aatje appoe is op uitgezonden om de Nelij inkomsten op te neemen en hij een opgave van 15: ammonams appoe, en
English
401 and having delivered some kurunies of paddy to the overseer, the overseer ordered our aratchy to go collect the said paddy and deliver it to us. Upon this order, the aratchy departed for that purpose along with the aforementioned lascorins, but they received only 9 ammonams. We and the aforementioned have thus frequently made known the non-receipt of the remaining paddy, but it was neither claimed nor was he questioned about it, which is stated by Hewa Wiekkremege Wattochamie, Hewa Jalatge Bale Appoe, Hewa Koddiegammoewe Mattoewe, Hewa de Wallegamme ge Dingie Appoe, and Hewa Kansawege Bale Appoe. Signed with five characters. We, some lascorins from the ranchu of Don Simon Aratje, make known the following injustices that the said Mohandiram has done to us, namely: The lands that we obtained for our accommodations we have always tended at our pleasure and enjoyed the benefit thereof, and previous headmen never interfered with them in any way or brought any harm to us regarding them; but this overseer has his people harvest the crops thereof when they become ripe, and after giving us a pittance of it, he enjoys the rest of that benefit. Secondly, the menial services that we lascorins were never obliged to perform, the overseer now has us carry out, namely: The said overseer has us bring down timbers, olas, etc., for the service of the rest house of Hakman and clear the grounds thereabouts. 402 For the construction of houses in the mallapalla garden Eenderawatte, he makes us carry timbers. In order to plant the gardens situated at Hakman and Koongelle, we had to make ditches and fence the gardens. For the carpentry work, the overseer makes us bring down planks, and when he comes in person to the work, he abuses us in the presence of our headman with slanderous words and has his accompanying retinue tie us to trees and punish us, so that while enduring these mistreatments, we cannot even possess our lands according to our will. A piece of land of the extent of 5 to 6 ammonams of fine grain sowing, having been cleared of the wilderness, was provided with fences and planted with pepper vines; but while watch was being kept there, the Mohandiram arrived there and had a rest house erected for his stay and a mandu for carpenters to work in, where he, also residing, had much furniture made for himself by carpenters. He also had several uberiya trees and other timbers belonging to the Company's assortments felled from the surrounding woods and gave a portion thereof to his brothers for the construction of houses, and had the other portion transported by lascorins to the mallapalla garden Eenderewatte situated at Hakman, for the service of a house for himself. If the Gentlemen should appoint a commission, it will then become evident that we and our assistants have prepared a piece of land of the extent of 20 to 30 403 ammonams of paddy sowing, specifically to be sown in part with fine grains, and whether this work did not cause us much trouble and labor, as well as, besides the few pepper vines planted by us for the Honorable Company, what benefit the Mohandiram has brought to the Honorable Company from all the services he had performed while residing in the said pattu. The injustices done to us inhabitants by the present Mohandiram and head of the Kandebadde Pattu, Manamperie, we make known as: Firstly, the treatments being committed by him, the Mohandiram, contrary to the instructions recently received from the Honorable Governor. For the areca delivered by us inhabitants to the Honorable Company, the Mohandiram received payment, but in the two years that he has been head of this pattu, he has not given it to us, but on the contrary demanded and took from us 5½ rixdollars for each ammonam of areca in arrears. Secondly, the Mohandiram forcibly appropriates the old, mallapalla, and muttettu fields accommodated to the lascorins in this pattu by the Honorable Company, and under the pretext that he has them on lease, at the harvesting of the crop, against the will of the owners, he gives a small portion thereof to some of them and keeps the rest for himself. The good and profitable sowing fields of the mayorals, coolies, and namdes the Mohandiram forces to be sown in order to enjoy half of them; of which fields he thus cedes a portion to his friends and keeps the rest, or the most flourishing, for himself, without making any payment to the owners of any of the fields
Dutch transcription
401 en eenige koernees Nelie aan den opziend bezorgd hebbende, heeft hij opziender onse arraatje geordonneerd om ged: Nelie te gaa inzaamelen en ons aftegeeven. op dit bevel is hij arraatje nevens de voorm: laskorijn daar toe vertrokken en hebben egter maa 9: amm: ingekreegen, wij en voormelde hebben dus dikwils van den niet ontfangst van de resteerende Nelie te kennen gege„ „ven, maar wierd dezelve niet ingevor„ derd, nog hem daar over gevraagd het welk opgegeven word door Hewa Wiek kremege wattochamie, hewa Jalatge Bale appoe, hewa koddiegammoewe mattoewe, hewa de wallegamme ge Dingie appoe en hewa kansawege Bale appoe. /:was geteekend:/ met vijf karakters. wij sommige laskorijns uit het randje van Don Simon aratje geeven de volgende onregten, die ged=te Mohandiram ons heeft aangedaan, tekennen, teweeten: De landerijen, die wij tot onze akkomodes sans hebben verkreegen, hebben wij steeds, na ons believen gade geslaagen en het voor„ „deel daarvan genooten, en hebben nooijt de voorige hoofden daarmeede op eeniger wij„ ze bemoeid of daar omtrend eenig nadeel ons toegebragt, dog deesen opziener laat door zijn volk het gewasch van de zelve, wanneer het rijp wierd, mougsten en na ons eene geringheid daar van gege„ „ven te hebben, geniet hij de rest van dat voordeel. Tweedens, de laage diensten, die wij Laskorijns nooijt verpligt waaren te doen, laat den opziender tans door ons verrigten namelijk Door ons laat gem: op ziender houtwerken, olassen &c=a ten dienste van het rusthuis van Hakman afbrengen en de gronden daar omstreeks schoon maaken. aangedaan, Tot 6 402 Tot den opbouw van huijsen in de Malla„ palla tuin Eenderawatte laat hij door ons houtwerken draagen. om de tuinen geleegen te Hakman en koongelle aante planten hebben wij gragten moeten maaken en de tuinen bepaggeren. Tot het Timmerwerk laat den opsiener door ons planken afbrengen en wanneer hij in perzoon bij het werk komt scheld hij dan ons, in presentie van onze Hoofd met lasterlijke woorden en laat ons door zijn bij hebbend gevolg aan de boomen binden en afstraffen, zoo dat wij deeze mishandelingen uitstaanende, nog onze landerijen tot onzen wil niet kunnen hebben. Een stuk grond ter groote 5. â 6: ammonams fijne graanen zaaijens van de wilder „nisse gesuijverd zijnde, is dezelve met paggers voorzien en met peeper ranken beplant, dog terwijl daar op de wagt gehou= den wierd, is de Mohandiram aldaar aange„ „koomen en heeft een rusthuis tot zijn ver„ „blijf en een mandoe om er timmerlieden in tewerken, laaten oprichten alwaar hij dan ook woonende veele meubelen, door tim= „merlieden voor zig heeft laaten aanmaaken. ook heeft hij verschijde ouberie boomen en andere houtwerken, die tot 'skomp=s sortee ringen gehooren uit de daar omstreeks zijnde bosschagien laten kappen en er een gedeelte aan zijne broeders tot het opbou„ „wen van huijzen afgegeeven en het ander gedeelte door laskorijns na den malla„ „palla Tuin Eenderewatte geleegen te Hak„ man, ten dienste van een huis voor hem zelve, laaten overbrengen. Jndien de Heeren eene Commissie souden zal het dan koomen te blijken, dat wij en onze nood= „hulpers een stuk grond ter groote van 20: â 30: beplant, Ammonams e 403 ammonams Nelij zaaijens en wel om een ge deelte daar van met fijne graanen te worden bezaaijd, hebben bekwaam gemaakt, en of dit werk ons geen veel moeite en arbeid gegee „ven heeft, mitsg=s buiten en behalven de door ons voor dE: Comp=e aan geplante wijnige peper ranken, wat voor voordeel hij Mo„ handiram van alle de diensten die hij in gem: pattoe woonende heeft laaten verrig ten, aan DE: Comp=e heeft toegebragt. De door de presente mohandiram en hoofd van de kandebaddepattoe Manamperie aan ons inwooners aangedaan zijnde onregten, geeven wij te kennen als: Eerstens, de door hem Mohandiram teegen de onlangs van den Edelen Heer Gouverneur bekoomene Jnstructie gedaan wordende behandelingen. voor de door ons ingezeetenen aan dE: Comp=e geleeverde arreek heeft hij mohandiram betaaling erlangd dog heeft zeedert in twee Jaaren, dat hij hoofd deeser pattoe is, dezelve aan ons niet gegeeven, maar daar en teegen voor elke amm: agterstallige arreek 5½ rd=s van ons ingevorderd en genoomen. Tweedens, de in deeze pattoe aan de laskorijns door DE: Comp: geaccomodeerde aude, mal„ lapalla en Mottetsvelden, eijgend de Mohan„ diram met geweld toe, en onder voorgaave, dat hij ze in pagt heeft, geeft hij bij het in- „ougsten van het gewasch tegen den zin van de eijgenaars, een wijnige daar van aan sommigen van hun en behoud de rest voor zig zelve. De goede en voordeelige Zaaijvelden van de Maijo- „raals, koelies en namdes laat de Mohandiram door dwang bezaaijen, om daar van de helfte te genieten; van welke velden hij dus een ge„ „deelte aan zijne vrienden afstaat en de rest of het best gefloreerde voor zig behoude, zonder van eenige velden daar van aan de eijgenaars, betaeling onder &
English
No: 12. 405 412 Right Honorable Stroet under imposition of debt to add their parvenie shares. The predecessor of the present mohandiram Manamperie, while he held his office in the village Rantjagodde, had a piece of land of the size of about 12 ammonams of paddy sowing cultivated and sown for two consecutive years, as well as accounted for the profit to the then Lord Dessave; which land, however, now lies waste without any cultivation. Below stood: for the translation Gale the 4 May 1790. Was signed: J: A: De vos. In the margin: for the translation, signed: S: de Zilva sworn interpreter. Below stood: Agreed, signed: J: W: Brechman sworn clerk Corn:s Johann:s Iclé Agreed Right Honorable Lord. The Sinhalese complaint ola mentioned in a separate letter from the Lord Commander of the 10th of this month, and of which the translation was sent to us in a further separate letter of the 12th of this month, must be sent to us in the original. Agreed. Corns: Jolianns: Idé 50 Honorable by letter the Right Honorable translations concerning Matara Gale letter be found various papers according to the Extract of a letter dated 16 October Ao 1791 from Kolombo to Gale written. 402 Extract of a letter dated 20 October 1791 from Gale to Kolombo written. Graaff East Indies After the Sinhalese original complaint ola mentioned in Your Right Honorable letter of the 16th of this month, we had already, before the departure of the secretariat interpreter Simon De Zilva who translated the same, had a search made, but did not find it. Anew we have now searched for that ola and it is also not found. We are, however, still having it searched for, and should the same come to hand, we shall not fail to send it directly to Your Right Honorable. Agreed. Corns: Jolianns: Idé sworn clerk Stroebbe No: 18. Checked No: 11. sworn clerk No: 12. 405 412 Right Honorable under imposition of debt to add their parveni shares. The predecessor of the present mohandiram Manamperie, while he held his office in the village Rantjagodde, had a piece of land of the size of about 12 ammonams [illegible] Honorable by letter the Right Honorable translations concerning Matara Gale letter be found various papers according to the Extract of a letter dated 20 October 1791 from Gale to Kolombo written. Graaff East Indies After the Sinhalese original complaint ola mentioned in Your Right Honorable letter of the 16th of this month, we had already, before the departure of the secretariat interpreter Simon De Zilva, who translated the same, had a search made, but did not find it. Anew we have now searched for that ola and it is also not found. We are, however, still having it searched for, and should the same come to hand, we shall not fail to send it directly to Your Right Honorable. Agreed. Corns: Jolianns: Idé sworn clerk Stroebbe No: 18. Checked 412 Your Honorable by letter the Right Honorable translations concerning Matara Gale letter be sent various papers 1 Lord. Right Honorable Graaff East Indies No: 18. Stroebbe Checked according to the No: 20. 412 Checked checked Compeus No: 15. Right Honorable Graaff East Indies Since we have ordered you in our letter of the 22nd of this month, with the greatest emphasis, the bundle or bundles mentioned therein, without any [illegible] original or as they were [illegible] No: 13: Extract of a letter dated 27 October Ao 1791 from Kolombo to Gale written. The Great Your Honorable by letter the Right Honorable translations concerning Matara Gale letter be sent various papers Stroetbe No: 18. 229 according to the 406 409 410: No: 16. No: 20. No: 19. 412 Compeus: checked No: 13: Extract of a letter dated 22 October 1791 from Kolombo to Gale written. We order you in the most emphatic manner to make all possible investigations to discover what has become of the original complaint ola of some inhabitants of the Kandebadde Pattu, which we demanded in our letter of the 16th, and which according to your letter of the 20th, which we have received today, could not be found hitherto. And because this complaint ola according to the Commander's separate letter of the 10th of this month had been entrusted for investigation to the present Lieutenant Dessave at Mature Van Schulenburg and the Under-Merchant De Vos, you must order each of them to make a written report concerning this complaint ola. Your Honorable by letter the Right Honorable translations concerning Matara Gale letter be sent various papers according to the Lord. Right Honorable Graaff East Indies Since we have ordered you in our letter of the 22nd of this month, with the greatest emphasis, the bundle or bundles mentioned therein, without any [illegible] original or as they were [illegible] Extract of a letter dated 27 October Ao 1798 from Kolombo to Honorable written. Stroets written No: 18. Checked 229 406 409 410 No: 16. No: 15.
Dutch transcription
No: 12. 405 412 9 Groot Agtb: Stroet onder oplegging van schuld hunne parvenie aandeelen toetevoegen. De voorzaat van den presenten mohandiram Manamperie heeft terwijl hij zijnen dienst bekleede in het dorp Rantjagodde een stuk grond, ter groote van omtrend 12: ammonams nelij zaaijens laaten kultiveeren en twee Jaaren agter den anderen bezaaijen mitsgaders het voordeel aan den toemaligen Heer Dessave ver antwoord; welke grond egter tans zonder eenige bearbijding verwoest legd. /:onderstond:/ voor de Translatie Gale den 4: Maij 1790: /: was getee: kend:/ J: A: De vos /:in margine:/ voor de vertaa„ „ling /:geteekend:/ S: de Zilva gesw: tolk /: onder„ stond:/ Accordeert /:geteekend:/ J: W: Brechman g: klerk Corn:s Johann:s Iclé Akkordeert vije Groot de Heer. il„ De singaleese Klagt ola vermeld bij een Apparte brief van den Heer Commandeur van den 10.' deezer en waar van ons de vertaling gezonden is n„ bij een nadere apparte brief van den 12. deezer moet ons worden gezonden in origineel. Akkordeerd. — Corns: Jolianns: Idé 50 wel Edele el by brieff „de Gestr: Groot ranslaaten Ara Cm betreffen Matureesche Gaelsche brief vonden worden scheijde pa„ olgens de Extract Missive de dato 16. ok„ „tober Ao 1791. van Kolombo na Pale gesz: 402 „ Extract missive de dato 20: october 1791. Graaff van Gale na Kolombo Loendls Jndia geschreeven. van het Na de singaleeze origineele klagt ola ver„s onderhoo„ „meld bij uwel Ed: gest:r Groot Achtb: brief van den 16: deezer hebben wij reeds voor het vertrek van den secretarij Tolk Simon De zilve di _ — „ 4 gezwklerk No: 18. Nagezien G be N:o 11. gezwklerk No: 12. 405 412 9 Groot Agtb: onder oplegging van schuld hunne parveni aandeelen toetevoegen. De voorzaat van den presenten mohandiram Manamperie heeft terwijl hij zijnen dienst bekleede in het dorp Rantjagodde een stuk ten acrata van Arastraard 121: ammonams wel Edele el by brieff de Gestr: Groot ranslaaten MC=ra betreffen Matureesche Gaelsche brief „onden worden „scheijde pa„ olgens de root Extract missive de dato 20: october 1791. Graaff van Gale na kolombo Laendts Jndia geschreeven. Na de singaleeze origineele klagt ola ver„s onderhoo„ „meld bij uwel Ed: gest:r Groot Achtb: brief van den 16: deezer hebben wij reeds voor het vertrek van den secretarij Tolk Simon De Zilva, die dezelve vertaald heeft; laaten zoeken, doch niet gevonden. op nieuws hebben wij nu na die ola ge„ „zogt en zij word ook niet gevonden. Wij laaten 'er echter nog na zoeken en zoo dezelve in handen mogte koomen zul„ „len wij niet nalaaten van ze direkt uwwel Ed: Gest: Groot Achtb: overtezen„ „den. van het Accordeerd. Corns: Jolianns: Idé gezueklerk Stroebbe No: 18. Nagezien de 412 uwel Edele vel by brieff „de Gestr: Groot ranslaaten MCra. betreffen Matureesche Gaelsche brief zonden worden scheijde pa„ 1 Groot pde Heer. 9 Groot Agtb: Graaff Laends Jndia van het is onderhoo„ No: 18. Stroebbe Nagezien olgens de No: 20. 412 Nagezien nagezien Compeus No: 15. 9 Groot Agtb: Graaff lands Jndia Daar wij UE: bij onzen brief van den 22. deezer, van het met de grootste nadruk hebben gelast, de boer„ is onderhoo„ „del of bondels daarbij vermeld, zonder eenig — „ 7„ i origineel of zoo als ze waaren n N:o 13: abat 1 „ „ „ Extract Missive de dato 27. ok„ „tober Ao 1791. van Kolombo na Edle gesz: De Groot Inde Zeen. uwel Edele wel by brieff de Gestr: front ranslaaten NC=ra betreffen Matureesche Gaelsche brief sonden worden „scheijde pa„ Stroetbe No: 18. 229 olgens de 406 409 410: No: 16. No: 20. No: 19. 412 Compeus: nagezien N:o 13: Extract Missive de dato 22. ' oktober 1791. van Kolombo na Gale geschreev„ wij gelasten UE: op de nadrukkelijkste wijze alle mogelijke saspeeringe te doen ter ont„ waaring waar gebleeven is de origineele klaat ola van eenige ingezetenen der kande badde pattoe, die we bij onzen briev van den 16, hebben opgeeischt en welke volg=s uwen briev van den 20:' die we heeden heb„ „ben ontvangen, tot nog toe niet heeft kunnen uwel Edele worden gevonden: En wijl deze klagt wel by brieff ola oolg:s 's kommandeurs apparten vreed van den 10. ' dezen ter onderzoek is de Gestr: frot opgedraagen geweest aan de tegen woordi ranslaaten „ge luijtenand Dessave te Mature van PN=r Cm. betreffen schulen en den Onderkoopman De vos„ zo moeten UE:, den elk hunner gelasten de Matureesche noopens deze klagt ola te doen een schrif Gaelsche brief gesonden worden verscheijde pa„ volgens de Groot Onde Zeer. 9 Groot Agtb: Graaff boends Jndia Daar wij UE: bij onzen brief van den 22. deezer, van het met de grootste nadruk hebben gelast, de boor„ is onderhoo„ „del of bondels daarbij vermeld, zonder eenig — „ 7 „ i origineel of zoo als ze waaren in, Extract Missive de dato 27. ok„ „tober Ao 1798. van Kolombo na Edele gesz: Stroets telijk No: 18. Nagelie 229 Cos e 406 409 410 No: 16. No: 15.
English
Checked No. 20. 410: 412 Compeus: Right Honorable written report. Furthermore, we order you that the bundle or bundles of translations of all received olas, reports, and declarations, and of all dispatched answer olas, sannases, and mandates relating to the Matara rebellion that are kept at your secretariat, without any loss of time, in original or as they are and properly arranged, be sent to us; it is not necessary that copies be made of them first, because we must have them immediately, and also because we will return them soon; however, if they are not provided with a register, then the provisional acting secretary Gratiaen must prepare the same as quickly as possible, so that we may be assured that everything is sent to us, as well as you that you receive everything back. Furthermore, the Commandeur is particularly recommended to take the necessary measures for a secure delivery. Agrees Your Honor by letter the Right Honorable Translations etc. concerning the Matara Galle letter be sent several pa according to the Honorable In the Very Graaff Netherlands India Whereas we, by our letter of the 22nd of this month, ordered you with the greatest emphasis to send the bundle or bundles mentioned therein, without any loss of time, in original or as they were, Extract Missive dated 27 October Ao 1791 from Colombo to Honorable written Corns: Johanns: Idé sworn clerk 2G Stroet are No. 18. Checked No: 15. No: 16. 409 407 Cos 412 Pompeus: Checked No: 20. Extract missive dated 27 October 1791 written from Galle to Colombo. Right Honorable From the said E. van Schuler we have also requested, as well as from the junior merchant De Vos, each separately in writing to submit what is known to them concerning the original complaint ola, which Your Right Honorable by your letter of 16 September was pleased to demand, which reports we shall not fail to send to Your Right Honorable immediately Extract Missive dated 27 October Ao 1791 from Colombo to Honorable written Right Honorable Graaff Netherlands India Whereas we, by our letter of the 22nd of this month, ordered you with the greatest emphasis to send to us the bundle or bundles mentioned therein, without any loss of time, in original or as they were, we do not understand what is amiss that this order of ours, as it appears, 5 408 of the 22G Stroet according to the No. 21 N: 14. N:o: 15. No: 16. 409 410: os Checked No. 18. Checked 410: 412 Compeus No: 15. Right Honorable No: 20. to send to, as well as the bundles of translations of all received olas, reports, and declarations, sannases, mandates, etc. with relation to the Matara rebellion, on which the provisional secretary Gratiaen is zealously working to make registers, with which they were not provided Graaff Netherlands India Whereas we, by our letter of the 22nd of this month, ordered you with the greatest emphasis to send to us the bundle or bundles mentioned therein, without any loss of time, in original or as they were, we do not understand what is amiss that this order of ours, as it appears, could not yet have been complied with upon the departure of your letter of the 25th, which departed at the very least a day and a half after our letter of the 22nd must have been received by you. We therefore order by this the provisional acting secretary Gratiaen that he shall have to account to us in a written report regarding this, and thereby clearly Right Honorable In the Very Your Honor by letter the Right Honorable Translations etc. concerning the Matara Galle letter be sent several pa according to the of the Extract Missive dated 27 October Ao 1791 from Colombo to Honorable written Agreed. Corns: Johanns: Idé sworn clerk G clearly No. 18. Checked Stroet No: 16. 400 Cos 412 No: 16. Checked Compeus: clearly state the reasons why the requisitioned bundle or bundles, upon the departure of your aforesaid letter of the 25th, could not yet have been dispatched. Agreed. Right Honorable Graaff Netherlands India of the Honorable In the Very Your Honor by letter the Right Honorable Translations etc. concerning the Matara Galle letter be sent several pa according to the Agreed. Corns: Johanns Idé Corn:s: Johann:s Idé sworn clerk Checked No. 18. sworn clerk Cos 410: No: 23. 410: 412 Checked Compaus: Right Honorable Extract missive dated 29 October 1791 written from Galle to Colombo. Graaff Netherlands India We have the honor herewith to present to Your Right Honorable the bundles requisitioned from us with translations, mandates, accounts, declarations, etc. relating to the Matara rebellion, in original, properly [illegible] of the Honorable in the Lord! Your Honor by letter the Right Honorable Translations etc. concerning the Matara Galle letter be sent several pa according to the Agreed. Corn:s Johanns Idé No. 18. Checked Stroet. 209 sworn clerk Cos 5 1re 6: N:o: 16.
Dutch transcription
nagezien No. 20. 410: 412 Compeus: 9 Groot Agtb: „telijk berigt. Voorts gelasten wij UE dat ons de bondel of bondels Translaet van alle ontvangene Olas, rapporten en v klaaringen, en van alle afgegaane ant „woord olas, Samas en mandaaten, tot matureesche opstand betrekking hebbe die ter uwE: sekretarijs beruef„ zonder, eenig tijd verscum in exigine „le af zoo als te zijn en behoorlijk „ke geld, toegezonden worden, het is niet node dat daal van eerst kopijen gemaakt wor wijl dezelve ten eersten hebben moeten, en ook wijl we dezelve spoedig teri zenden, zullen, dog in die ze van gee register voorzien zijn, zoo moet de „ven terum fungeerende, secretaris go „tiaan, het zelve ten spoedigsten 4oor „ren, op dat wij zoo wel verzeek er zijn dat ons alles gezoonden word, als uwE: dat ze alles terug ontvangen. voorts word den Heer Koommandeur in zoo„ „derheid aanbeoolen tot een sekuure be„ „stelling de noodige maatregelen ten eemen. Ackordeert uwel Edele wel by brieff de Gestr: Groot Translaaten EeC=ra betreffen „de Matureesche Gaelsche brief gesonden worden verscheijde pa„ volgens de Groot l Inde Zeer. Graaff lands Jndia Daar wij UE: bij onzen brief van den 22. deezer, met de grootste nadruk hebben gelast, de boor„ is onderhoo„ „del of bondels daarbij vermeld, zonder eenig t verzuim in origineel of zoo als ze waaren in„ van het Extract Missive de dato 27. ok„ „tober Ao 1791. van Kolombo na Edle gesz: Corns: Jolianns: Idé gezeeklerk 2G Stroet zijn No. 18. Nagelie No: 15. No: 16. 409 407 Cos 412 Pompeus: nagezien No: 20. Extract mesieve de Dato 27. ' Groot October 1791. van Gale na ko„ Op de Zeer! lombo geschreeven. e Van gemelden E. van Schuler hebben wij ook gevraagt, zoo wel als van den onder„ koopman De Vos, elk in het bijsonder uwel Edele schriftelijk op tegeeven het geen hun wel by brieff bekend, is van de Origineele klagt ola, de Gestr: Groot die uwel Ed: Gestr: Groot Achtbaare ranslaaten bij hoogst desselfs brief van den M Cm betreffen 16. September heeft gelieven op„ de Matureesche te Eisschen, welke berigten wij niet Gaelsche brij in gebreeke zijn zullen van uwelEd: gesonden worden Gestr: Groot Achtb: daadelijk Verscheijde pa„ toetesenden Extract Missive de dato 27. ok„ „tober Ao 1791. van Kolombo na Edle gesz: 9 Groot Agtb: Graaff laends Jndia Daar wij UE: bij onzen brief van den 22. deezer, met de grootste nadruk hebben gelast, de boer„ is onderhoo„ „del of bondels daarbij vermeld, zonder eenig tijd verzuijm in origineel of zoo als ze waaren in„ aan ons te zenden, begrijpen wij niet waar aan het kaket dat aan deeze onze order zoo het 5„ 408 van het 22G Stroet volgens de No. 21 N: 14. N:o: 15. No: 16. 409 410: os Nageli No. 18. nagezien 410: 412 Compeus No: 15. 9 Groot Agtb: No: 20. toetesenden, zo wel, als de bondels Tuan laaten van alle ontvangene Olas„ Rapporten en verklaaringen, sanna Mandaaten Etc: met betrekkin tot den Matureesen opstand, waar aan de prointerim Sekretaris Grakaaen ieverig bezig is om Registers, waar van Je niet voorsien waaren, optemaeken Graaff boends Jndia Daar wij UE: bij onzen brief van den 22. deezer, met de grootste nadruk hebben gelast, de boer„ is onderhoo„ „del of bondels daarbij vermeld, zonder eenig tijd verzuijm in origineel of zoo als ze waaren in„ aan ons te zenden, begrijpen wij niet waar aan 5„ het hapert dat aan deeze onze order zoo het scheint nog niet heeft kunnen worden voldaan, bij het vertrek van uwen brieff van den 25. die e Groot ten allerminsten anderhalf etmaal na dat on„ „zen brief van den 22:' bij UE: moet zijn ont„ Op de Zeer! „vangen, is afgegaan. We gelasten mits dien door deezen de prointerim fungeerende sekretaris Gratiaen, dat hij zig bij een schriftelijk berigt derweegen aan ons uwel Edele zal hebben te verandwoorden, en daar bij duijde„ el by brieff de Gestr: Groot ranslaaten PNr Cm betreffen de Matureesche Gaelsche brief gesonden worden verscheijde pa„ volgens de van het Extract Missive de dato 27. ok„ „tober Ao 1791. van Kolombo na Edle gesz: Accordeerd. Corns: Johanns: Idé gezeeklerk G „lijk No. 18. Nageli Svro No: 16. 400 Cos 412 No: 16. nagezien Compeus: duijdelijk optegeven de reedenen waarom de opge eischte bondel of bondels bij het afgaan van voorschreeven uwen brief van den 25. nog niet hebben konnen worden verzonden. Accordeerd. 9 Groot Agtb: Graaff laends Jndia van het is onderhoo„ Groot e Inde Zeer. uwel Edele wwel by brieff le Gestr: Groot Translaaten 3 NC=ra betreffen de Matureesche Gaelsche brief besonden worden verscheijde pa„ volgens de Accordeerd. Corns: Johannt. Idé Corn:s: Johann:s Idé gezeeklerk Nagelie No. 18. gezeeklerk Cos 410: No: 23. 410: 412 nagezien Compaus: 9 Groot Agtb: Extract missive de da„ „to 29: oktober 1791. van Graaff Gale na kolombo ge„ lands Jndia „schreeven. Wij hebben de eere uwel Edele Gest: Groot is onderhoo„ Achtb: bij deeze aante bieden de van ons gerequireerde Bondels met Translaaten, Mandaaten, Relaasen, verklaaringen Etc: tot de Maturesche opstand betrek„ keliek in orimineel behaarlik i van het e Groot in de Heer! uwel Edele vel by brieff de Gestr: Groot Translaaten NC=ra betreffen de Matureesche Gaelsche brief gesonden worden verscheijde pa„ volgens de Accordeerd. Corn:s Johanns Felé No. 18. Nagezie Stroet. 209 gezeeklerk Cos 5„ 1re 6: N:o: 16.
English
Checked No: 23. No: 22. 412 Extract letter dated 29 October 1791 written from Gale to Kolombo. Right Honourable Sirs, We have the honour hereby to present to Your Right Honourable Excellencies the bundles required of us containing the translations, mandates, reports, declarations, etc., relating to the Matara uprising in the original, duly sealed and provided with their registers, consisting of a bundle No. 4, one ditto No. 5, and one marked 93. We would not have failed to send them immediately to Your Right Honourable Excellencies, but as the Honourable Captain Mitman from Mature was expected here, the undersigned Commander, to whom the secure delivery thereof was especially recommended in Your Right Honourable Excellencies' letter of the 22nd of this month, thought to send them with him to Kolombo upon his arrival, as is done herewith. Nevertheless, we add here the report requested by Your Right Honourable Excellencies in your letter of the 27th of this month, just received, from the pro-interim Secretary Gratiaen concerning the aforementioned bundles of papers. Meanwhile, we have also waited for the required reports from the Honourable Messrs. van Schuler and De Vos, from whom we, in accordance with Your Right Honourable Excellencies' order and indeed from each one individually, have inquired where the original complaint ola of the inhabitants of the Kandebaddepattoo, if there was one, has remained, demanded by Your Right Honourable Excellencies' letter of 16 September last, but which we cannot yet find here. We shall present the aforementioned reports from the Honourable Messrs. van Schuler and De Vos to Your Right Honourable Excellencies as soon as they come in. Agreed. Cornelis Johannes Idé, sworn clerk. 412 Checked Checked In dutiful compliance with Your Right Honourable Excellency's highly esteemed order by letter of the 27th of this month, I have the honour to inform Your Right Honourable Excellency that the bundles of translations, mandates, reports, declarations, etc., concerning the recent unlawful assembly in the Matara Dissavony, could not be sent at the departure of the Gale letter of the 25th, because several papers were missing from the said bundles, as they should have followed one another according to the folios or numbers. Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! To The Right Honourable, Stern, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, etc. No: 24 413 Checked which papers, however, due to the transfer of the secretariat not having taken place and because of the speedy departure of Secretary van Albedijhl to Kolombo, had to be searched for and brought together, now lacking only two papers in bundle No. 4, which numbered 8 and 48 should follow one another, but which cannot yet be found, nor can it be verified whether copies thereof have already been sent to Kolombo because the Secretary van Albedijhl and the Secretariat Translator are located there, who could or should provide that information. Furthermore, the bundles, now provided with registers and being transferred according to order, have not been dispatched because the Honourable Commander stated that he could wait until the arrival of the Honourable Captain Milman from Mature in order to send them along with him to Kolombo at that time. The undersigned otherwise assumes the honour to be, with due respect and reverence, below was written: Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, very humble and obedient servant, was signed: Mr. J. Gratiaen, pro-interim secretary, in the margin: Galle, 29 October, Anno 1791. Cornelis Johannes Idé, sworn clerk. Agreed. No: 25 No. 17. Extract letter dated 2 November 1791, written from Kolombo to Gale. You must order the acting pro-interim Secretary Gratiaen to answer the following questions in writing, under the oath taken by him upon entering his office, as speedily as possible and at the latest 24 hours after this will have been received by you: Whether he received the key to the secret chest directly from the hands of Secretary Albedhijl himself, and when. Whether he has kept it with him ever since without handing it over to others, and is thus certain that no breach of trust regarding the papers lying therein could have occurred since then. Where the bundles marked No. 4, No. 5, and one marked 93, mentioned in your letter of 29 October last, were kept at the time he assumed the secretariat. How and when he discovered that several papers were missing in the said bundles, as they ought to have followed one another according to the folios or numbers. Which sheets he found at that time that
Dutch transcription
nagezien No: 23. No: 22. 412 Sompeus: 9 Groot Agtb: Extract missive de da„ „to 29: oktober 1791. van Graaff Gale na kolombo ge„ lands Jndia „schreeven. Wij hebben de eere uwel Edele Gest: Groot is onderhoo„ Achtb: bij deeze aante bieden de van ons gerequireerde Bondels met Translaaten, Mandaaten, Relaasen, verklaaringen Etc: tot de Maturesche opstand betrek„ „kelijk in origineel, behoorlijk verzee„ „geld en voorzien van hunne Registers, bestaande dezelve in een bondel N:o 4. e Groot een d-o. N:o 5. en een gemerkt 93. wij zouden niet in gebreeke geweest zijn pnde Heer van dezelve uwel Ed: gest: Groot Achtb: onmiddelijk toetezenden doch dewijl de kapitijn D' E: Mitman van Mature alhier verwagt wierd, heeft den on„ „der geteekende kommandeur aan uwel Edele wien de secuure bestelling derzelve wel by brieff inzonder„ e de Gestr: Grot oogtb: te berigten dat de gonetcas Translaaten Mandaaten, Relaasen verklaaringen NC=ra betreffen de de Jongste tesaamenrotting in de Matureesche dessavonij bij het afgaan van de Gaelsche brief van den 25. niet hebben konnen Gesonden worden om dat Bij gem: Bondels verscheijde pa„ pieren ontbraeken zoo als zij volgens de van het folios No: 18. Nageli Stroet 229 N:o: 16. 410: 471 412 nagezien 9 Groot Agtb: inzonderheid bevoolen is, bij uwel Ed: Gest groot Achtb: brief van den 22: deezer be„ gedagt, met zijne aankomst dezelve meede te geeven na kolombo gelijk geschied bij deeze. Niet te min voegen wij hier bij het door uwel Ed: Gest: Groot Achtb: bij hoog deszelfs zoo even ontvangene brief van den 27: deezer gevordert berigt v den prointerim Secretaris Gratiae aangaande voormelde bondels papi# Terwijl we ook intusschen gewagth ben na de gevorderde berigten van de Es van Schuler en De Vos, van wel wij volgens uwel Ed: Gest: Groot Ach bevel, en wel van een ieder in het bij „zonder, gevraagd hebben, waar de „gineele klagt ola der ingezeetenen van de kandebaddepattoe zoo 'er een geweest zij, gebleeven is; opgeischt bi Uwel Edele bevel by brieff ele Gestr: Groot orgio: te verigten dat de tonereas Translaaten Mandaaten, Relaasen verklaaringen MC=na betreffen de de Jongste tesaamenrotting in de Matureesche dessavonij bij het afgaan van de Gaelsche brief van den 25. niet hebben konnen Gesonden worden om dat Bij gem: Bondels verscheijde pa„ pieren ontbraeken zoo als zij volgens de de Groot inde heer. uwelEd: gest: groot Achtb: brief van den 16: 7ber: J:o Leeden, dog die wij alhier als nog Graaf niet konnen vinden, wij zullen gem: loendls Jndia Berigten van D' E: van Schuler en De„ vos zoo dra zij inkoomen uwel Ed: van het gest: Groot Achtb: nader aanbieden ies onderhoo„ Accordeerd. Corn:s Joliann:s Idé gozu klerk uwel Ed folios No: 18. Nagelie troe 229 412 nagezien Nagezien In pligtschuldige naakooming van uwel Edele Gestringe Groot Agtb: Hoog GeEerd bevel by brieff van den 27 Deeser heb ik de Eer uwel Edele Gestr: Groot Agtb: te berigten dat de Bondels Translaaten Mandaaten, Relaasen verklaaringen MC=ra betreffen de de Jongste tesaamenrotting in de Matureesche dessavonij bij het afgaan van de Gaelsche brief van den 25. niet hebben konnen Gesonden worden om dat Bij gem: Bondels verscheijde pa„ pieren ontbraeken zoo als zij volgens de Wel Edele Gestrenge Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Aan Den Wel Edelen Gestring Groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceijlon met dies onderhoo„ avan righeiden W=a No: 24 folios Maal 18. Nagelie troe 413 Nagezien folios of Nommers op elkander moesten volgen, welke papieren egter door een niet Gedaene overgaa„ „ve van de secretarij en door het spoedig vertrek van den secretaris van Albedijhl na Kolombo hebben moeten opgesogt en Bij malkander Ge„ bragt worden mankeerende nu maar bij de Bondel N=o 4. twee papieren die 8. en 48. Genom„ mert op elkander zoude moeten volgen dog die men nog niet vinden en ook niet nagaan kan of er reeds kopijen van na Kolombo sijn gesonden door dien de secretaris van Al„ bedijkl ende sekretarij Tolk zig aldaar be„ vinden, die dat zoude konnen of moeten op= geeven. Voorts zijnde tans niet Registers voor= ziene en volgens de ordre overgaande Bon„ dels niet afgesonden vermits de wel Edele Heer Commandeur Gesegt heeft te konnen wagten tot de komst van den kapitijn D: 8: Milman van Mature om deselve als dan met hem na Kolombo meede tegeeven. — De ondergeteekende maatigd zig voor Het overige de Eere aan met schuldig respectet en eerbied te sijn. /:onderstond:/ Wel Edele Gestringe groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer /: uwel — Edele Gestringe Groot Agtbaare zeer onder„ danige en Gehoorsaame Dienaar /:was Getee„ „kend:/ M:r J: Gratiaen prointerfec=t /:in mar= gine Galle Den 29 october Anno 1791. Corns: Jolaanms: Idé het Hopman gezeoklerk Ackordeert No: 25 41 No 17. Aan den prointerim fungeerende se kreta„ ris Gratiaan moeten uE: gelasten, om„ ten spoedigsten en ten langsten 24: uu„ ken na dat deeze bij uE zal zijn ontfangen schriftelijk op den Eed door hem bij het aan„ vaarden van zijn ampt gedaan, te be„ antwoorden de navolgende vraagen: of hij de sleutel van de sekrete kas uit handen van den sekretaris Albedhijl zelve heeft ontfangen, en wanneer of hij dezelve zedert heeft bij hun gehouden zon„ der ze aan anderen overtegeven, en dus ze„ „ker is, dat aan de papieren daar in leggende zedert geen ontrouw heeft kunnen geschieden waar ten tijden dat hij de sekretarij heeft aanvaart, geborge zijn geweest de bondels gem: N:o 4. N:o 5. en een gem Pr vermeld bij unden brief van den 29. ' 8ber: Joleeden. Hoe en wanneer hij ontdekt heeft dat in de„ zelve bondels verscheide papieren ontbraaken zoo als ze volgens de folioos of nommers op malkanderen moest volgen. Welke vellen hij als toen bevonden heeft, Extrakt Missive de dato 2. 9ber: 1791: van Kolombo na gale geschreven dat ƒ F
English
415 that were missing in each bundle. whether he properly inquired after these missing papers with the secretariat servants subordinate to him. if so, with whom, and what information they gave him regarding the same. whether he thereupon undertook any investigations after the missing sheets. where, by whom, and when the sheets that were missing in the aforesaid bundles were subsequently found and brought back. By whom and when the same were returned to him. In the same manner, you must instruct the sworn clerk Bregman to answer in writing the following items, likewise upon the Oath taken by him upon assuming his office: whether the secretary van Albedhijl also from time to time entrusted the key to the secret chest to him; whether he had any dealing with or management of the papers lying therein, and whether the same were also handled by others outside the presence of the secretary or himself, and if so, by whom; whether it is known to him that in this chest, among others, were stored the three bundles marked No. C, No. 5, and P, mentioned hereinbefore. These questions must be given in writing both to the acting pro interim secretary Gratiaan and to the sworn clerk Bregman, so far as they each pertain to either of them, with orders to place their answers in the margin, and as soon as this has been done, whether before the departure of the secretary van Albedhijl he knew that some sheets were missing in these bundles, and if so, which ones they were that were missing; whether he also knew for whom these sheets were cut out of the aforesaid bundles; if so, when it happened and why; what was done with the cut-out sheets; whether it is known to him in particular how it happens that from the bundle No. 4 two papers are missing which, according to the report of Gratiaan of 29 October, are numbered 8 and 48; if so, where these papers remained. they must be sent to us at the earliest and without any delay. 417 they must be sent to us at the earliest and without any delay. Agrees. sworn clerk Corns: Johianns: Idé We attach hereto the reports required by Your Honourable Rigorous Right Honourable, dated from Kolombo, from the acting pro interim secretary Gratiaen as well as from the sworn clerk Brechman, which we requested of them pursuant to honoured orders and have received within 24 hours. Agrees. Corns Johiann: Idé sworn clerk To the Right Honourable Rigorous Right Honourable Highly Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of Netherlands India with its dependencies. 416 Extract of a letter dated 4 November 1791, written from Gale to Kolombo. f1009 No. 26. No. 18. 417 must be sent to us at the earliest and without any delay. To the Right Honourable Rigorous Right Honourable Highly Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of Netherlands India with its dependencies. Agrees. Corns: Johianns: Idé sworn clerk No. 27. 417 must be sent to us at the earliest and without any delay. Examined. Maas Right Honourable Rigorous Right Honourable Highly Commanding Lord. Extract of a letter dated 2 November 1791, written from Kolombo to Gale. I deem myself bound to the utmost according to my oath and duty sworn by me, whether in life or suffering, to my and Highness appointed lawful commanders, His Highness the Lord Prince Willem the Fifth, the Honourable Right Honourable Lords Directors, the Honourable Lord Governor-General and the Lords Council of India, the Honourable Lord Governor of Ceylon, and the Lord Commander of Galle. To the acting pro interim secretary Gratiaen you must direct, at the earliest and at the latest 24 hours after this shall have been received by you, in writing and upon the oath taken by him upon the assumption of his office, To the Right Honourable Rigorous Right Honourable Highly Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Agrees. Corns: Johianns: Idé sworn clerk
Dutch transcription
415 dat in elke bondel mankeerden. of hij zig bij de aan hun ondergeschikte sekre„ tarij bediendens na deeze ontbreekende pa„ pieren na behooren heeft geinformeerd. zoo ja, bij wee, en wat deeze hen ten aanzien van dezelve voor onderrigting hebben gege„ ven. of hij daarop na de ontbreekende vellen eenige naspeuringen heeft gedaan waar, door wee, en wanneer, te vellen die in voorsz: bondels hebben ontbrooken ten zederd zijn terug gebragt gevonden zijn Door wien en wanneer dezelve hun zijn terug bezorgd. Jnselver voegen moeten uE: de gesw: klerk Boegman belasten, om schriftelijk te beant„ woorden de navolgende posten; insgelijks op den Eed door hun bij het aanvaarden van zijn ampt gedaan de sekretaris van Albedhijl ook nu en dan de sleutel van de sekrete kas aan hem heeft vertrouwd bij eenige handeling of direktie gehad heeft over de daar in leggende papieren, en of dezelven ook door anderen buiten bijwee„ zen van de sekretaris of hun zijn behandeld, en zoo Ja, door wie of hem bekend is dat in deeze kas onder ande„ ren zijn geborgen geweest de drie bondels gemerkt N:o C: N:o 5. en P hier booven ver„ Deeze vraagen moeten zoo wel aan den pro„ intuim fungeerende sekretaris Grati„ aan, als aan den gesw: klerk Breg man voor zoo verre ze eelt elk hunner aangaan, schriftelyk wor„ den gegeeven, met last, om hun„ ne antwoorden te stellen in mar„ gine en zoo dra dit is geschied of hij voor het vertrek van de sekretaris van Albedhijl geweeten heeft, dat er in deeze bondels eenige sellen mankeerden, en zoo jaa, welke het geweest zijn, die 'er ontbraaken. of hij ook wiet voor wien deeze vellen uit de voorsz: bondels zijn uitgesneden. zoo ja, wanneer het is geschied en waarom. wat met de uijtgesneedene vellen is ge daan. of hun in het bezonder bekent is, hoe het komt, dat uit de bondel N:o 4. man„ keeren twee papieren, die volgens het berigt van gratiaan van den 29: 8ber: 8 en 48. genommert zijn zoo ja; waar deeze papieren gebleeven veeld. meed moeten zijn. 417 moeten te ons ten eersten en zon„ der eenig nitstel wor den toegezon„ den. Ackordeert gozeuklerk Corns: Johianns: & de Wij voegen bij deeze de door uwel Ed: gest: Groot achtb: gevorderde berigten de dato van den prointerim fungeerenden kolombo secretaris Gratiaen zoo wel als ven. van den gezwooren klerk Brech„ in fungee„ „man, die wij volgens geëerd bevel ratiaen van hun gevraagd en binnen de 24: uuren noch bekoomen hebben. ¶, om ten langste Accordeerd. Corns Johiann: Idé deeze bij gezweklerk tingen schrif„ Eed door envoerde van Aan den wel Edelen gestrengen groot Achtb: hoog geb: weed Willem Ticob van de Graasf Nederlands 416 irekteur Extract missive de da„ met dies „to 4: November 1791. —. van Gale na kolombo geschreeven. ƒ1009 No: 26. N:o: 18. e 417 moeten te ons ten eersten en zon„ der eenig nittstee worden toegezon„ den. Aan den wel Edelen gestrengen groot Achtb: hoog geb: weed Willem Tacob van de Graaff Nederlands irekteur met dies Hoog de dato kolembo ven. in fungee„ ratiaen ¶, om ten „langste deeze bij Jngen schrif Eed door envaerde van Ackordeert Corns: Johianns: & de 4 Cenk e No: 27. 417 moeten te ons ten eersten en zon„ der eenig uitstel worden toegezon„ den. Nagezien Maas Wel Edele Gestr: groot Achtb: Hoog gebiedende Heer Extrakt Missive de dato 2. 9ber: 1791. van kolombo na gale geschreeven. Ik achte mij ten hoogsten verbonden na mijn Eed en plegt alwaar ik Aan den prointerum fungee= bij gezwooren heb het zij om leef renden sekertaris Grateaen of leed mijne en Hoogheid gestelde moeten uE: gelasten, om ten wettinge gebiederen, zijne hoog= heid den heere prince willem spoedigsten en ten langste de vijfde de Edele hoog agtb: 24.: uuren na dat deeze bij heeren Bewindhebberen den Ede UE: zal zijn ontfangen schrif len heer gouverneur generaal en de Heeren daaden van in=telijk en op den Eed door dien den Edelen Heer Ceijlons gou„ hem en bij het aenvaerde verneur en den Heer gaalsch Com= Aan den wel Edelen gestrengen groot Achtb: hoog geb: weed Willem Tacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands india goeverneur en direkteur van het Eyland Ceilon met dies onderhoorigheeden Corns: Jolianns: & de Ackordeert =mandeur van klenk
English
Commander not to commit unfaithfulness of his office, to be answered conscientiously to the following questions: Question: Where, at the time he assumed the secretaryship, were kept the bundles marked No. 4 and 5, and one marked L, mentioned in your letter of October 29 last? Answer: The bundles No. 4 and 5 I found in the secret cupboard, and the other marked L was with the sworn clerk Brechman inside the enclosure where he performs his work. Question: How and when he discovered that various papers were missing from the same bundles, as according to the folios or numbers should have followed one another; whether he kept the same with him since then without handing them over to others, and is thus certain that no unfaithfulness could have occurred to the papers lying therein since then? Answer: On October 15, the day after the departure of Secretary Albedijhl, while I was tidying up the bundles in the secret cupboard, I found very clearly from the aforementioned bundle No. 5 that some sheets had been cut out from between them; on No. 4 nothing was to be seen, and that marked L was still with the aforementioned sworn clerk. Finally, having sought out Secretary van Albedijhl at Mr. Aems's shortly before his departure, I asked him whether he had anything to say or hand over to me concerning the service of the office, to which he answered no, that I would see everything there that I needed, and that although it had not been shown to me, as far as the work was concerned, I would find everything in order. I thus found the key to the secret cupboard on the door or in the lock of the same, and also took very good care that no unfaithfulness could have taken place since then. Question: Whether he received the key to the secret cupboard from the hands of Secretary Albedijhl himself, and when? Answer: That this key was not handed over to me, nor did Secretary van Albedijhl speak with me about any handover, but that, having come to the office on orders to enter upon my present service, after having waited in vain for him for some time and having found the secretary's room open, I took possession of it as it was. Question: Which sheets did he then find to be missing from each bundle? Answer: In aforementioned bundle No. 5: From Folio 13 to 20: 8 pages From Folio 37 to 40: 4 ditto From Folio 45 to 68: 24 ditto From Folio 73 to 84: 12 ditto From Folio 97 to 98: 2 ditto From Folio 103 to 105: 2 ditto Total: 52 pages or 13 sheets. Question: Whether he duly inquired of the secretarial staff subordinate to him concerning these missing papers; if so, to whom and what information they gave him regarding the same? Answer: Immediately after the said discovery, I called the sworn clerks Brechman and van Letter into the room and asked whether they knew where those cut-out sheets must or could be found; whereupon they answered that they were ignorant of it, because the secret papers had not been entrusted to them for handling, but that Secretary van Albedijhl would certainly know where they were to be found. Question: Whether he made any inquiries thereafter for the missing sheets; where, by whom, and when the sheets that were missing from the aforesaid bundle were since brought back or found? Answer: The Lord Commander, upon indicating the order in the letter of your Right Honourable and Esteemed Lordships of October 22 last, by which the aforementioned bundles were demanded for Colombo, when I gave notice of the missing sheets, told me at the same time that if the cut-out sheets were not at the secretariat, they might perhaps be found at His Honour's, and that he would send them to me, just as the sworn clerk Brechman, on behalf of the Lord Commander, came to ask me for a statement of those cut-out sheets, which I then also handed to him on a piece of paper. Question: By whom and when were the same returned? Answer: By the aforementioned sworn clerk Brechman himself, who, having been with the Lord Commander with the bundles afterwards to check everything once more to see if everything was correct, later brought the same back to me on that very same day, so that an index could be made of them according to the order received.
Dutch transcription
418 mandeur niet ontrouw te zullen van zijn ampt gedaen, te be De Bondels N=o 4. en 5. heb ik ge= W vonden in de sekreete kas en Waar ten tijden dat hij de secre= zijn op de aan mij hier bij voorge= antwoorden de naevolgende stelde vraegen gemoedelijk optege= taaij heeft aavaerd geborgen zijn de andere gemerkt L. was on„ vraegen der den gezw: klerk Brech= geweest de Bondels gemerkt N=o man binnen het sek daer 4. 8 5. en een gemerk L. vermeld hij zijn werk verrigt. bij uwen brief van den 29. ok= tober J=o Leeden. Den 15. 8ber: sdaegs na het vertrek van den Sekeat=e Albedijhl terwijl ik de bondels in de sekreete kas wat Hoe wanneer hij ontdekt heeft opredderde wond ik uit voormelde dat in dezelve bondels verschei„ bondel N=o 5. zeer duidelijk dat de papieren ontbraeken zoo er eenige vellen tusschen beiden als volgens de folios of Nom¬ uijtgesneeden waaren aan N=o 4. Dat ik eindelijk den sekert=r van Al= of dezelve zeedert heeft bij hem ge was niets te zien, en die gemerkt meas op malkander moesten bedijht bij den heer Aems opgezogt heb= houden zonder Ze aen andere bende kort voor zijn vertrek gevraegd Baar nogh onder gem: gezw: klerk. overtegeeven en duszeker is dat volgen. heb of hij mij niets te zeggen of over= tegeven had aengaende den dienste aen de papieren daer in leg= het kantoor waar op hij g'antwoord gende Zeedeat geen ontrouw heeft van neen dat ik alles daer zoude zien wat ik nodig had en heeft konnen geschieden: dat schoon het mij niet beweezen was voor zoo verre aengaet het werk ik alles effen zoude vinde ik heb al= zo de sleutel van de sekrete kas ge= vonden aen de deur of op het slot van deselve en ook zeer wel gezorgd dat geen ontrouw zedert heeft konnen plaats hebben. Dat mij deese sleutel, niet is overge= geven noch minder de Sekertaris of hij de sleutel van de Sefrae van Albedijkl met mij van eenige kas uit handen van den se: overgaeve gesproken heeft maar dat ik op ordre om mijn praesente dienst knetaris Albedijht zelve heeft ten treeden op kantoor gekomden eenige ontvangen en wanneer tijd na hem te vergeefs gewagt en de kamer van de sekerd=s open gevonden hebben de daer van bezit genomen heb zo als zij was In voormelde bondel N=o 5. van F=o 13. tot 20: 8. zijden „ „ 37. „ 40. 4. __o „ „ 45. „ 68. 24. _o „ „ 73 „ 84. 12. _r „ „ 97. „ 98. 2. __o „ „ 103 „ 105. 2. _–o omm tezaamen 52. zijden of 13. vallen W Welke vollen hij als toen heeft bevonden dat in elke bondel mankeerden. Waar ƒ ven. Door uren en wanneer de zelve zijn terug bezorgd: agtb: zomtijds wel zouden Ik heb staax na gemelde ont= of hij zig bij de aan hem woering de gezw: kleaken Brech= gevonden worden, en mij ondergeschikte Secretarije b man en van Letter binnens ka= die zoude toezenden, gelijk mers geroepen en gevraagd of hun dienden van deeze ontbree„ mij de gezw: kleak Brech= niet bekend was, waar die uitge= kende papieren na behooren man uit naam van de heer sneedene vellen zouden morten of heeft g'informeerd, zoo Ia kommandeur een opgaeve konnen gevonden worden waar of zij g'antwoord hebben dat ze van die uitgesneede blaaden bij wie en wat deeze hem daar onkundig van waaren, wijl is koomen vraagen, welke ten aanzien van dezelve hun de secreete papieren niet ten ik hem op een stuk papier voor onderrichting hebben behandeling waaren aanvertrouwd dan ook ter hand stelde. maar dat de Secretaris van Al= gegeeven bedijht, wel weeten zoude maar dat ze bevonden. De heer kommandeur heeft mij of hij daar op na de ontbreeken bij het aanduijden der ordre van de vellen eenige nae speui= uweled: gestr: groot agtb: brief ringen heeft gedaan waar van den 22. 8ber: J=o L=n waar bij de door uie en wanneer de vallen bondels voorm: na Colombo zijn opgeeischt door dien ik van de die in voorsz: bondel hebben absente vallen kennis gaf tege= ontbrooken zeedert zijn terug lijk gezegd dat de uijtgesneede gebragt. gevonden zyn. vallen zoo zee op de sekretarije niet waaren bij zijn weledele Door evengem: gesw: klerk Brechman zelve die met de Bondels daerna bij den heer kommandeur geweest zijnde om noch eens alles natezien of alles aichtig was mij naderhand op dien zelf= den dag dezelve ook terug getragt heeft, om er register op volgens bekoomene ordre te worden gemaekt. agtb: Door s F
English
420 In dutiful compliance with I hope and trust in this to have obeyed Your Right Honourable, Highly Respected orders with the requisite fidelity, courage, and without any reservations, and furthermore claim the high honour of being, with the deepest awe, respect, and with the dutiful sentiments of true high esteem, /was written below/ Right Honourable, Highly Esteemed, High-born Sir, Your Right Honourable's very obedient and humble servant /was signed/ M: J: Gratiaan, sworn clerk. In margin: Galle, the 4th of November 1791. Agrees. Corn:s Johannes Idé, sworn clerk. what was directed here by Your Right Honourable, the undersigned has the honour hereby to answer the following questions in the margin, and that upon the oath to which he is bound. In the same manner, you must charge the aforementioned clerk Breckman to answer in writing the following questions, likewise under the oath taken by him upon assuming his office. Whether the Secretary van Albedyhl also now and then entrusted to him the key to the secret chest. That the key to the secret chest, in which the old and closed bundles and papers are stored, was entrusted to the undersigned by Mr. van Albedyhl; but that the key to a second chest, which stands in the secretary's room and in which are kept the current bundles and the papers that are handled daily, remained in the custody of Mr. van Albedyhl, though it was also entrusted to the undersigned whenever it was necessary for some papers to be copied. Extract Missive dated 2 November Anno 1791 To the Right Honourable, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies, and Council. Right Honourable, High and Mighty Sir, Examined. Wachlberg. 421 Whether he has had any handling or direction over the papers lying in there, and whether the same were handled by others outside the presence of the Secretary, or by them, and if so, by whom. To have had no other handling or direction than when he had to have some papers transcribed, just as was also entrusted by Mr. van Albedyhl to the clerks Luijk, Adams, and Claasz, who are under oath. Whether he is aware that in this chest were stored, among others, the three bundles marked No. 4, No. 5, and D mentioned above. That in the chest of which Mr. van Albedyhl kept the key with him, the aforementioned bundles No. 4 and 5, and the bundles that Mr. Gratiaan marked with 2 upon sending them to Colombo, were stored on the table within the railing where the undersigned sits to work alongside other books. Whether he knew before the departure of Secretary van Albedyhl that some sheets were missing from this bundle, and if so, which sheets they were that were missing. Not to have known this before the departure of Mr. van Albedyhl. To state by whom these sheets were cut out. Whether he also knows by whom these sheets were cut out from the aforesaid bundles. If so, when it happened, why. Not to know when it happened, but that it is known to the undersigned that by order of Mr. van Albedyhl he had copies made of the aforesaid sheets. What was done with the cut-out sheets. As just stated, copies were made of them. Whether it is known to him in particular how it comes about that two papers are missing from bundle No. 4, which according to the list of 29 October were numbered 48. Not to be able to state this with certainty, and that nothing was known to the undersigned about this until after the list of the papers contained in the aforementioned bundle was made, that this was noticed. If so, where these papers remained. As stated before, not to know this, but that the undersigned thinks that these two papers will still be found either at the office in one bundle or another, or with the Right Honourable Commander. The undersigned trusts hereby to have complied with Your Right Honourable's respected order, and flatters himself in the hope of calling himself, with all sentiments of high esteem, /was written below/ Right Honourable, High and Mighty Sir, Your Right Honourable's very obedient servant /was signed/ J: H: Brechman, sworn clerk. In margin: Galle, the 4th of November Anno 1791. Agrees. Corn:s Johann: Idé, sworn clerk. No. 29. Examined. Wachlberg. No. 28 Today, the 5th of November 1791, I, Benedictus Lambertus van Zitter, provisional Merchant and Secretary of Police here, pursuant to the honoured order of the Right Honourable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its Dependencies, in the presence of the sworn clerks to be named below, opened a waxed-cloth packet, provided with cross-bands and sealed with two Company seals of Galle, which was brought from Galle by the Captain Commandant of the battalion of Cochin sepoys, the Honourable Captain Mittman; the aforementioned packet being found in good condition and both seals intact and undamaged, and in this packet were found unpacked three bundles of sewn papers, namely: One marked No. 4, in which, according to an unsigned list sewn in with it, were found sewn in 55 pieces of diverse translations, reports, declarations, notes, etc., these pieces being marked from No. 1 to 7, from No. 9 to No. 47, and from No. 49 to 55, with the exception of the last two pieces, of which one is a translation of a Sinhalese ola letter, by the assembled inhabitants of the Matara district.
Dutch transcription
420 Om plichtschuldig te voldoen aan Jk hoope en verzeekere mij in deezen aan uweled: gestr: groot agtb: hoog g'eerde beveelen met de vereischte trouwe, kordaat en zonder eenige agterhoudentheijd te hebben gehoorzaamd, en matige mij overigens de hooge Eere aan met het diepst ontzach. Eerbied, en met de verplichte gevoelens van waare hoog het hier beschyden door uweledele In zelver voegen moeten UE de gemw:. agting te zijn /:onderstond:/ weled: gestr: gaor gestr: Groot Achtbaere aanbevoelen klerk Breckman belasten om schrifte„ agtb: hoog geb: heer; uweled: gestr: groot agtb: heft de ondergetekende de hore by dazen lyk te beantwoorden de navolgende de volgende vraagen in margine en Kosten insgelyks op den Eed door wel op den Eed waar aan hy verbonden zeer onderdaenige en ootmoedige dienaar hem by het aanvaarden van zyn is te beantwoorden Ampt gedaan /:was getekent:/ M: J: gratiaan Eg: klerk Dat de sleutel van de secreete kas of de secretaris van Albedyhl. /:in marginie gale den 4. 9ber: 1791: waar in de oude en afgelegde bor„ ook nu en dan de sleutel van de dels en papieren geborgen zyn door secreete kas aan hem heeft toe„ de Heer van AlbedijEl aan de onder„ Akkordeert vertrouwd geteekende toevertrouwd is dog dat de Corn:s: Johannes Idé sleutel van een tweede kus, die in be gezeeklerk secretaris kamer staat en in dewelke „de loopende bondels en de Papieren die dagelyks verhandeld worden tein„ den zyn, onder de Heer van Albedghl berust heeft ook wanneer het noodig was om eenige papieren te worden gecopieerd aan de ondergeteekende toevertrouwd is Extract Missive de dato 2 9ber Ao 1791 Wel Edele Gestrenge Groot Acht: H dog gebiedende Heer Aan den Wel edelen Gestrenge Groot Willem Jacob van de Graff Raad ordenaar voor Nederlands Jndia Gouverneur en Directeur van het Eyland Ceylon met dies onderhoreg„ heeden Neevende Raad Achtbaaren Heer Nagezien Wochlberg 421 Met zeekerheijd niet te konnen Hier van de ondergeteekende niets of hem in het byzonder bekend Geene andere handeling of directe of hy einige handeling of bekend te wesen en eerst nadat het is, hoe het komt, dat uyt de gehad te hebben dan by geleegentheid directie gehad heeft over de daar in Register van de Papieren, die in Bondel N 4 mankeeren twee hij eenige papieren heeft moeten leggende papieren, en of dezelven gem Bondel bevinden geweest Papieren, die volgens van Gra„ laaten uytschryven zoo als zulx ook door anderen buyten by weezen gemaakt is zulx ontwaard te kaen van den 29 8ber den ook door de Heer van Albedghlaan van den Secretaris of hun zyn hebben 48 genommert zyn de klerken Luijk, Adams en behandeld en zoo Ja door Wie Als voren gezegd zulx niet te wee„ Claasz, die onder den Eed staan ten, dog dat de ondergeteekende Zoo Ja, waar deeze Papieren toevertrouwd is of hem bekend is dat in deese kas denkt dat deeze twee Papieren gebleeven zyn Dat in de kas waar van de Heer van Albedyhl de Sleutel onder onder anderen zyn geborgen ge„ nog het zy op het kantoor in zig heeft gehad de bondela gem: weest de drie bondels gemerkt de een of ander bondel of by den N:o 4 en 5 ende bondels, die de No 4 No 5 en D hier boven vermeld: Wel Ed: Achtb: Heer Kommandeur Heer Gratiaen by het verzenden zullen gevonden worden na Columbo met 2 gemerkt heeft, op de Tavel binnen het Hek waar, de ondergeteekende zit te werken nevens andere boeken geborgen zyn geweest zulx voort vertrek van de hier van Albedyhl niet geweeken Of hy voor het vertrek van den Secretaris van Alsbedyhl ge„ weeten heeft dat er in deese bondel: eenige villen mankeerden, en zoo Ja welke vellen het geweest zyn: dider ontbraaken of hij ook weet door weens dese Op geeven door wie deeze vellen zyn vellen uyt voorsz bondels zyn uitgesneeden. uytgesneeden Nut te weeten wanneer hiet isge„ R00: Ja wanneer het is geslieden schid, dog dat de ondergeteekende waarom bekend is dat hy op Last van den Heer van Albedyh C van voorsz vellen koperen heeft laaten schryven Wat met de uytgesneedene Als evengezegd daar van afschriften vellen is gedaan gemaakt zyn De ondergeteekende vertrouwd hier meede aan uwel Edele Gestr Groot Achtb: gerespecteerde onder voldaan te =hebben en noemd zig, in dit vlyende hoope met alle gevaalen van hoogagting /onderstond/ welEdele Gestrenge Groot Achtbaere Hoog gebiedende Heer uw wel Edele Gestr: Groot Achtb: Zeer gehoorzaame Dienaar /was getekend: / I: H: Brechman g: klerk in margine Gale den 4 November Ao 1791 Achordeeert Corn:s Johann: Idé te hebben 3 E gezueklerk N:o: 29. Nagezien Wachlberg No. 28 Heden den 5. November 1791. heb ik Beneductus Lambertus van Zitter p:l koopman en secretaris van politie alhier, ter g' eerede order van den Wel Edelen Groot achtb: heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlandsch Jndia Gouverneur en Directeur van 't Eiland Ceilon, met dies onderhoorigheeden, in presentie van de natenoemene gezwoore kler„ ken, geopend een waksdoeks pakje, met kruis band voorzien en met twee Comp: zeguls van Gale verzegeld, het welk door den Capitain Commandant van 't battalijon koetsiemsche sipais, de E: vonr Mittman, van Gale aangebragt is, zijnde gem: pakje wel geconditioneerd ende bijde zeguls gaaf en ongeschonden bevonden, en zijn in dit pakje afgepakt bevonden drie bondels ingenaaide papieren naamelijk Een gem: N=o 4. , waar in volgens een daar bij ingenaaide ongeteekende Register, zijn ingenaaid bevonden 55. stux diverse Translaaten, berigten, veas„ klaaringen, aanteekeningen etc: zijn, de deeze stukken gemerkt van N=o 1. tot 7. van N=o 9. tot N=o 47. en van N=o 49. tot 55. , uitgezonderd de twee laatste stukken, waar van het eene is een Translaat schingaliese brief ola, door de zamen vergaderde inwoonders van be. maturesche
English
423 Matara Dessavony, written to the Galle Commander, and translated by the Galle secretary van Albedijhl on 21. June 1790, which is marked No 1; and the other is a translation of a Sinhalese complaint ola, submitted by some inhabitants of the Matara Kande Badde Pattu against the mohandiram and overseer of the said pattu, and translated by Johs Ands De Vos on 4. May 1790, but which is marked with no number or mark. One marked No. 5. containing translated reports, statements, etc. concerning the mutiny in the Matara Dessavony 1790, in which, according to the unsigned register found therein, are found sewn in 27 pieces of translations, reports, statements, etc. which are not numbered, but these pieces are foliated from the first to the last from 1. to 140. One marked E: in which, according to the unsigned register sewn in therewith, are found 62 pieces of translations of various olas, of which the first 61 pieces are marked from No 1. to 61: but the last, being a counter-ola to Don Simon Mohandiram of the Kandebodde Pattu, has no mark although it is recorded on the register under No 62. It being clear from most of the pieces found in these three bundles that they were previously sewn in, and have since been sewn in anew, from which one must suppose that all these pieces have been rebound anew, the more so as it is clearly evident from the altered numbers of several pieces in the bundle that they are now placed in a different order. In witness whereof this record is kept. Was signed: B: L: van Zitter, secretary. In the margin: Present before us. Signed: P: A: Lofman and G: Lebule, sworn clerks. Agrees. Corns Johann Poli sworn clerk Checked P: C: Hopman No 29½ The reports requested separately from the Lieutenant Dessave van Scheuler and the Junior Merchant de Vos having been received, we hereby offer the same to Your Right Honourable, Right Respected Sir. Extract of a letter dated 1st November 1791, written from Galle to Colombo. To the Right Honourable, Right Respected Sir Peter Sluysken, Commander of the city and lands of 424 Agrees. Corns: Johanns Idé sworn clerk Checked P: C: Hopman In order to comply with the received extract from the letter written from Colombo to Galle, I have the honour to report that the Honourable van Schuler and I, going on a commission to Matara in the month of April of last year to investigate the complaints among the mutineers, to the best of my recollection took along from the secretariat here one or two untranslated olas, in order to translate the same on our journey to Matara pursuant to the order received from Your Right Honourable Sir, and thereby investigate the complaints, as I believe, of the inhabitants of the Kande Badde Pattu, since for that purpose two Sinhalese who had also come down with them were assigned to accompany us. That one of these Sinhalese, upon arriving at Belligam, presented himself to us, whom we, together with two Appuhamies taken along from Galle, sent with a Sannas to the mutineers, but that we, having found no opportunity to meet with the mutineers all the way to Dickwelle, where we were discharged Right Honourable, Right Respected, Commanding Sir To the Right Honourable, Right Respected Sir Peter Sluysken, Commander of the city and lands of Galle and Matara from our commission, we, upon returning here, returned the said olas to the secretariat, and possibly they are the same that were subsequently translated there, as one of them speaks of the complaints of the inhabitants of the Kande Badde Pattu against their then chief, the Mohandiram Mannanperie. This is all that I can recall and in good conscience state concerning the aforesaid olas, and I have the honour further to subscribe myself with all respect. Below stood: Right Honourable, Right Respected, Commanding Sir, Your Right Honourable's humble servant. Was signed: Pr de Vos. In the margin: Galle, the first of November 1791. Agrees. Corns: Johanns: Idé, sworn clerk. 426 Checked HSolmson To the Right Honourable, Right Respected Sir Peter Sluisken, Commander of the city and lands of Galle and Matara, etc. [illegible] I believe that one or two persons were sent along by Your Right Honourable, I no longer know for certain why, but to the best of my recollection they were related to this ola, of which to me by
Dutch transcription
423 Matareesche Des savonij aan den heer Gaalsch Commandeur geschreeven, en door den Gaalschen secretaris van Albedijhl den 21. Juni 179 getranslateerd, het welk gemerkt is N=o 1: en het ander is een Translaat singaleesche klagt ola, door eenige inwoonders van de matura sche kande baddepattoe, leegen den mohandivan en opziender der gemelde pattoe overgelegd en door Joh=s and=s De Vos den 4. maij 1798 getranslateerd, dog het welk met geen N=o of merk geteekend is. Een gem:t No. 5. in beschreeven Translaaten ma laaten Relaasen verklaaringen etc=a aan„ gaande de zamenrotting in de matureese Dessavonij 1790. waar in volgens 't daar in bevonden ongeteekend register, zijn ingenaa bevonden 27: stux translaaten, relaasen, verklaaringen etc=a die niet genommerd zijn maar zijn deeze stukken van het eerste tot het laatste toe gefolieerd van 1. tot 140. Een gem: E: waar in volgens het daar bij in„ genaaid ongeteekend register zijn bevonden 62. stux Translaateng van diversche olas, waar van de eerste 61. stux zijn gem:t van N=o 1. tot 61: dog het laatste, zijnde een Conrepl ola aan Don Simon mohanderam van de kandebod„ de pattoe, heeft geen merk schoon 't op t register bekend staat met N=o 62. zijnde het uit de meeste stukken, die in deeze drie bondels te vinden zijn duidelijk te zien, datze bevoorens ingenaaid geweest, en zedert weder op nieuw zijn ingenaaid, waar uit men zoude moeten onderstelden, dat alle deeze stukken op nieuw ingebonden zijn, te meer het uit de veranderde nommers van Verschijde stukken in den bondel en wel te zien is, dat ze tans in een ander rang zijn geplaatst Ten blijve van het welke deeze aanteekening word gehouden /:was geteekend:/ B: L: van Zitter secretaris /:in margine:/ ons present /: getee„ kend:/ P: A: Lofman en G: Lebule, gezo: klerken: Aockordeert Corn:s Joliann: Poli aan gezeeklert Nagezien P: C: Hopman N:o 29½ De van den luijtenant dessave van Scheuler en den onderkoopman de oos, ieder af„ zonderlijk gevraegde berigten, ingekoo„ t uyt de brieff men zijnde bieden wij deselven uwel k de eer te be„ Edele Gestr: Groot agtb: bij deesen aan raand April Matire gaande e ondersoeken van de Secretarij heb, om volgens dezelve op onse daar uyt de „ vande kande dien einde leesen, die daar gezurklerk gam koomende twee Appoeha„ Sannas na de mees van gae marigenvoorn o Muytelingen, gesonden hebben, dog dat wy geen okkagie bekoomen hebbende om de muytelingen aan te treffer en wel tot Diekwelle toe, alwaar we zyn ontslaagen Extrakt missive de dato 1:' No„ vember 1791. van Gale naar ko„ lombo Geschreeven. Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Peter Sluysken kommandeur der stad en Landen van 424 Accordeert Corn:s: Johanns Idé geworden P: C: Hopman Nagezien om te voldoen aan het ontfangen Extract uyt de brieff van kolombo na gale geschreeven, heb ik de eer te be„ „rigten, dat ik en DE van Schuler in de maand April des voorleeden Iaars, in kommissie naar Mature gaande om by de Muytelingen hunne klagten te ondersoeken zo my best voorstaat, een a twee vlassen van de secretarij alhier ongetranslateerd meede genoomen heb, om volgens bekoomen Last van uwwel Edele Achtb dezelve op onse reijse na Mature te Translateeren, en daar uyt de klagten, zo ik meene vande Jnwoonderen vande kande badde pattoe te ondersoeken, vermids ten dien einde ook ons meede gegeeven zijn, twee singaleesen, die daar meede afgekoomen waaren Dat een van deese singaleesen op Belligam koomende zig aan ons vertoond heeft, die wy neevens twee Appoeha„ mies van gale meedegenoomen, met een Sannas na de Mluytelingen gesonden hebben, dog dat wy geen okkagie bekoomen hebbende om de muytelingen aan te treffer en wel tot Diekwelle toe, alwaar w zyn ontslaagen Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Peter Sluysken kommandeur der stad en Landen van Gale en Mature geworden E geworden van onse Commissie hebben wy gem olassen alhier terug koomende, weeder ter Sekretarije afgegee„ „ven en mogelyk dezelve die aldaar vervolgens ge„ „translateerd zyn, vermits een daar van is spreezende van de klagten der Jngeseetenen van de kande baddepatt teegens hunnen toenmalige hoofd de Mohandiram Mannanperie Dit is al t geen ik my kan te binnen brengen en naar gemoede opgeeven betreffende voorm olas, en hebbe deEer voorts my met alle achting te noemen /onderstond wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer uw wel Edele Achtt onderdanige Dienaar /:was geteekent/ P=r de Vos /in margine/ Gale den eersten 9ber 17791 Ackordeert Corns: Johanns: Idé gezwklerk 426 Nagezien HSolmson Aan den wel Edelen Achtb: Heer Peter Sluisken kommandeur der stad en landen van Gale en Matitae &=a in deese desja„ in kommissie dat het mij aan den E: na mijn best door de inge„ eenige tijd dogen Ed: agtb: inge„ es morgens bij bij uw Ed: agtb: de E: de vos es avonds te tfens daer met den aard ie ik mij nu is mede „geeven, het bellen is zee„ te Belligai eeven, zoo meese dat er een of twee perzoonen door uwEd: agtb: waeren meede gegeeven, ik weet niet zee ker meer waarom, dog na mij best onthoud hadden ze betrekking tot deze ola, waar van mij door
English
No. 30. 426 Examined H: F. Johnson Examined H. Johnson On the occasion of the recent unrest in this dissavony, having departed hither on a commission with the Junior Merchant De Vos, I recall very well that an ola of complaint was handed to the Honorable De Vos by Your Honorable Worship, according to my best recollection, which was submitted to Your Honorable Worship against Manamperie by the inhabitants of the Kandeboddepattoe some days before the riot; Your Honorable Worship also told me in the morning upon my departure, when I came to take my leave of Your Honorable Worship, that you had handed this ola over to the Honorable De Vos because I had not arrived the evening before, adding at the same time such reasons as corresponded with the nature of the matter, but which I do not now remember. That the main purpose why this ola was sent along was to conduct the necessary investigation among the rebels concerning their allegations is certain, and the Honorable De Vos also made this known to me upon arriving at Belligam, as well as that one or two persons had been sent along by Your Honorable Worship, I no longer know for certain why, but according to my best recollection they were related to this ola, of which Right Honorable Worshipful Sir! To the Right Honorable Worshipful Sir Peter Sluisken Commander of the city and lands of Gale and Matura, etc. by His Honor, if not both, at least one was shown to me at Belligam. This is all that I can report in good conscience regarding this ola, as well as that, because our Commission did not proceed, I never held it in my hands, and it thus remained in the custody of the Honorable De Vos, who must therefore also know where and to whom it was delivered upon his return to Gale or elsewhere; also, the Honorable De Vos, who was particularly charged by Your Honorable Worship with the commission concerning this ola, ought to be in a position to give Your Honorable Worship a much more detailed report on the matter. Having hereby complied with what was required of me by the Gale letter of the 25th of this month, I have the honor to be with high esteem, below: Right Honorable Worshipful Sir, Your Honorable Worship's very obedient servant, was signed: P. W. F. A. van Schuler. In the margin: Matura, the 30th of August, Anno 1791. Agrees. Cornelis Johannes Idé Sworn Clerk No. 31. 429 J. Johnson Examined No. 19. Besides this, we have the honor to present to Your Right Honorable High Worship the reports required and received from the Lieutenant Dissave Van Schuler and the Junior Merchant De Vos in compliance with the order contained in Your Right Honorable High Worship's letter of the 16th of this month. 427 Extract Letter dated 16 November Anno 1791 written from Colombo to Gale. The Lieutenant Dissave Van Schuler and the Junior Merchant and Shopkeeper De Vos must be ordered to state in a written report: 1. Whether they gave notice to the Dissave of Matura, the Honorable Van Angelbeek, of the ola of complaint of the inhabitants of the Kandebaddepattoe against their then chief, the Mohandiram Mannanperi, and communicated it to him. 2. If not, why they did not do so. Agrees. Cornelis Johannes Idé Sworn Clerk Extract letter dated 23 November 1791 written from Gale to Colombo. No. 20. 428 Examined J. Johnson Besides this, we have the honor to present to Your Right Honorable High Worship the reports required and received from the Lieutenant Dissave Van Schuler and the Junior Merchant De Vos in compliance with the order contained in Your Right Honorable High Worship's letter of the 16th of this month. Agrees. Cornelis Johannes Idé Sworn Clerk No. 33. No. 32. 429 J. Johne Examined Maas Examined In compliance with what was required of me by the Gale Company's letter of the 18th of this month, namely: 1. to state whether I gave notice to the Dissave of Matura, Mr. Van Angelbeek, of the ola of complaint of the inhabitants of the Kandebaddepattoe against their then chief, the Mohandiram Manamperie; and 2. in case of no, why that was not done, I dutifully report that during the few days that I was in Matura I did not think of these olas at all, because the same were in the custody of the Honorable De Vos, who, as I have already stated in my previous report, was privately conferred with by Your Right Honorable Worship regarding the contents of these olas, and was likely also instructed as to what had to be done with them. Right Honorable Worshipful Sir To the Right Honorable Worshipful Sir Peter Sluysken, Commander of the city and lands of Gale, Matura, etc.
Dutch transcription
No: 30. 426 Nagezien H: FJolmson Nagezien H Solmbon Bij geleegendheid der jongste onlusten in deese dessa„ vonie met den onderkoopman de vos in kommissie na herwaerds vertrokken zijnde, staat het mij zeer wel voor, dat door uw Ed: agtb: aan den E: de vos inhandigd is een klagt ola na mij best onthoud, die, teegens Manamperie door de inge„ zeetenen van de kandeboddepattoe, eenige tijd dogen voor de tezaamenrotting aan uw Ed: agtb: inge„ diend is; ook heeft uwEd: agtb: mij des morgens bij mijn vertrek, wanneer ik afscheid bij uw Ed: agtb: kwam neemen, gezegt, deze ola aan den E: de vos te hebben overgegeeven, om dat ik des avonds te vooren niet binnen gekoomen was, teffens daer bij voegende zodanige redenen, als met den aard der zaeke overeenkwaemen, dog die ik mij an niet heainner. Dat de hoofdzaak waarom die ola is mede gegeeven, was; om over dies voorgeeven, het nodig onderzoek te doen, bij de rebellen is zee„ ker, en dit heeft mij den E: de vos te Belligai aankoomende ook te kennen gegeeven, zoo meede dat er een of twee perzoonen door uw Ed: agtb: waeren meede gegeeven, ik weet niet zee ker meer waarom, dog na mij best onthoud hadden ze betrekking tot deze ola, waar van mij WelEdele Achtb: Heer! Aan den wel Edelen Achtb: Heer Peter Sluisken kommandeur der stad en landen van Gale en Matitre. &=a door door zijn E, zo niet bijde, ten minste een Deeker te Belligam vertoond is. Dit is al 't geene ik in gemoede nopens deze ola kan berigten, z mede dat ik dezelve wijl onze Commissie ge voortgang gehaid heeft, nimmer in mijne hande gehad heb en „ dus gebleeven is onder de bewaring van den E: devos, die dan ook moet weten waer en aan wie dezelve is afgegeeven bij zijne teru komste te gale ofte elders: ook diend den E: de vos die met de kommissie betrekkelijk deze ola i 't bijzonder door uw Ed: agtb: is gechargeerd g weest, ik staet te zijn uw Ed: agtb: daar van geeven een veel gedetailleerder berigt. — Hier meede voldaan hebbende aan het van m gerequireerde bij haalse brief, van den 25. de heb ik de eer met hroog agting te zij /:onderd wel Ed: agtb: Heer uw Ed: agtb:s zeer gehoorza men Dienaer /:was geteekend:/ P: W: F: Avan schuler /:in margine:/ Mature Den 30. 8 A:o 1791. Akkordeert. Corns: Johanns: Idé gezwklerk No: 31. 429 J J Johnson Nagetie No: 19. Bezijden deeze hebben wij de eere uwelEd: Gest:r Groot Achtb: aantebieden de van den Luitenant Dessave van Schuler en den onderkoopman De vos in voldoening der order vervat bij uwel Ed: Gest: Groot Achtb: brief van den 16: deezer gevorderde en in„ 427 Extract Missive de dato 1/6. November Ao 1791. van Holombo na Gale gesz: de bij Gaalsen ntlijk 1. trie Heer De luijtenant Dessave van Schuler en den plagt van onderkoopman en winkelier de Vos, moeten ba worden gelast om bij een schriftelijk berigt „ an Mot op te geeven. an al 1. ) of ze aan den Dessave van Mature DE: ik rig van Angelbeek hebben kennis gegeeven van de Klagt ola van de ingezeetenen van „ die ik de Kandebaddepattoe tegens hun toenmaalig olas in het hoofd de Mohandiram Mannanperi en zelve was on„ Hem die hebben gecommuniceerd. 2. / zoo neen waarom ze dat niet hebben ge„os, die, zo gegeeven hebbe „daan. Accordeert. u wel Edele en denkelijk Corns: Johanns: Idé de moest Extract missive de dato Sluysken 23: November 1791. van ad en lan„ Gale na kolombo geschre„ utie Etc: wagtbaa No: 20. „ven. 428 gezwoklerk aan J Johnson Nagetien Bezijden deeze hebben wij de eere uwelEd: Gest:rn Groot Achtb: aantebieden de van den Luitenant Dessave van Schuler en den onderkoopman De Vos in voldoening der order vervat bij uwel Ed: Gest: Groot Achtb: brief van den 16: deezer gevorderde en in„ „gekoomene berigten. de bij Gaalsen ntlijk 1. trie de Heer van de klagt badde Mohan al van rigte ik „die ik olas in het zelve was on„ os, die, zo gegeeven hebbe uwel Edele en denkelijk ede moest Extract missive de dato Sluysken 23: November 1791. van adenlan„ Gale na kolombo geschree„ turie Etc: w agtbaa Accordeerd. Corns. Johanns: Idé gezwklerk No: 20. „ven. 428 daan 429 J J Johne Nagetien de bij Gaalsen entlijk 1./ urie de Heer van de klagt ebadde e Mohan al van rigte ik n die ik olas in het zelve was on„ ros, die, zo gegeeven hebbe u wel Edele en denkelijk ede moest Sluysken adenlan„ „wagtbaa„ turie Etc: daan No. 33. 429 J Johne Nagezien Maas Nagetien Wel Edele Achtbaare Heer erde bij Gaalsen nentlijk 1. ture de Heer van de klagt de badde de Mohan„ eval van berrigte ik gen die ik te olas in het zelve was on„ ros, die, zo gegeeven hebbe u wel Edele en denkelijk ede moest Aan den wel Edelen agtbaa„ „ren Heer Peter Sluysken Kommandeur der stad en lan„ „den van Gale, Matucie Etc: daan No. 33. No: 32. 429 J Johne Nagstien Maas Nagezien In voldoening aan het van mij gerequireerde bij Gaalsen kompanies brief van den 18 deser, om naamentlijk 1. / op te geeven of ik aan den dessave van Maturie de Heer van Angelbeek heb kennis gegeeven van de klagt ola van de ingezeetenen van de kandebadde pattoe tegens hun toenmaalig hoofd de Mohan„ „diram Manamperie: en 2 / ingeval van neen, waarom dat niet is gedaan, berrigte ik pligtschudig, dat ik de weinige dagen die ik te Mature geweest ben aan deese olas in het geheel niet gedagt hebbe, wijl dezelve was on„ „der de berusting van den E: de Vos, die, zo als ik in myn voorig Berrigt reeds opgegeeven hebbe over den inhoud deeser olas door uw uwel Edele Agtbaare afzonderlijk onderhouden en denkelijk ook aanbevoolen was wat daar meede moest Wel Edele Achtbaare Heer Aan den wel Edelen agtbaa„ „zen Heer Peter Sluysken Kommandeur der stad en lan„ „den van Gale, Maturie Etc: gedaan
English
be done. And since our commission was ceased shortly after our arrival, and indeed before we had made a beginning with the examination of any complaints, I therefore gave no communication to Mr. van Angelbeek regarding that ola, which was not in my custody and concerning which I did not even know what it contained; which I certainly would have done had we made a beginning with the examination of the complaints, at which time the Honorable de Vos would have had to hand that ola over to me, and I would then have applied my thoughts to it more specifically. I have the honor to be with high esteem, was underwritten, Honorable Worshipful Sir, your Honorable Worship's humble and very obedient servant, was signed, P. W. van Schuler, in the margin, Mature the 20th of November 1791. To the question of the honored Ceylon Government, appearing in the respected Colombo letter of the 16th of this month, whether the Honorable van Schuler and I gave notice to Mr. Dessave van Angelbeek of the complaint ola of the inhabitants of the Kandebaddepattoe against their then head Mannamperie, and if not, why this was not done: I respectfully submit that the Honorable van Schuler and I, when we were on a commission to the Matara dessavony for the first time in order to inform ourselves regarding the grievances of the assembled inhabitants of the korles and pattoes in the said dessavony, always and indeed according to the express order of your Honorable Worship in the memorandum assigned to us dated 19 April 1790, proceeded communicatively with Mr. Dessave van Angelbeek, but that I cannot now say with certainty whether we, Honorable Worshipful Ruling Sir, To the Honorable Worshipful Sir Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Galle, Mature, etc., etc. Agrees, Corns Johanns Idé, sworn clerk or either one of us, gave notice to Mr. van Angelbeek, whether in conversation or specifically, of the aforementioned complaint ola against Mannampeere; partly also because we were not sent to Mature specifically for the sake of that complaint ola, but rather, as said, to inquire into the grievances of the assembled inhabitants of all the korles and pattoes of the said dessavony in general; and on the other hand because the contents of the aforementioned complaint ola, which was delivered to me untranslated from the Galle secretariat, were entirely unknown to us, and we also did not have the said complaint ola translated, nor did we investigate the complaints mentioned therein, since, owing to our short stay in the Matara dessavony, we had no opportunity to do so. I trust hereby to have complied with the high intentions of the honored Ceylon Government to the best of my ability, and in that flattering hope I have the honor to be with the highest esteem, was underwritten, Honorable Worshipful Ruling Sir, your Honorable Worship's humble servant, was signed, P. de Vos, in the margin, Galle the 20th of November 1791. Agrees, Corns Johanns Idé, sworn clerk No. 34. GVDLinde Examined Examined Wichlberg No. 34. 432 No. 81 Letter B Minutes of the conference held with The Honorable, Right Honorable Ruling Sir Mr. Christiaen van Angelbeek, Senior Merchant, Second of Galle and Dessave of these lands. The Commissioners on behalf of the Galle Government, the gentlemen Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler, Junior Merchant and Overseer of the Galle Korle, and Pieter De Vos, Junior Merchant, Shopkeeper and Commissioner of the Areca, along with the noble Military Officer Hironimus Casimirus Baron de Prophalow, Captain Commandant over the military forces detached here. Tuesday the 27th of April 1790, at eleven o'clock in the forenoon. The Mr. Dessave initially made known that, since the gentlemen commissioners are to return to Galle this afternoon, he had deemed it necessary to present to their Honors the present state of this dessavony and to consider with them what further should be done in order to counter the rebelling inhabitants in their mischief as much as possible. That His Honor, through certain credible reports, has been pleased by the news that hundreds of the mutineers are defecting from the rebellious mob and returning to their homes, testifying that they had joined the gathering not because they had anything to complain of, but only to seek amusement and to get something to eat. That one of the heads of the gathering, Don Simon Aratje, has already left the mutineers on account of illness; his brother, known by the name of the repeater Don Simon Aratje, likewise pretends to have a fever, and the Aratje of the Wellebaddepattoe, Jodekandieje Aratje, likewise is on the verge of leaving the gathering under the pretext of having the roeskoors; and that among the remaining heads of the gathering are two who find themselves there solely out of political calculation. So that one already has reason to hope that by God's blessing the rest, or at least a large part thereof, through good management and direction of affairs, will soon be able to be brought to repentance. All the more so if the reports that His Honor has received—that this gathering, which previously was estimated at 10,000 men, has already been reduced to nearly 8 to 900 head—are further confirmed and verified. That the Mr. Dessave, relying on these reports, which have come in from more than one side, therefore has little anxiety left regarding this mob of mutineers, unless it were the small following that might remain of Madoegodde Appoe, who is so very notorious for his accumulated acts of villainy, which nevertheless could be dispersed from one another with little effort by a handful of lascorins. That greater anxiety was caused to His Honor by the rebellious people of the Belligam Korle who, according to news received, have fled to the Morwa Korle in order to engage the inhabitants there in their evil deeds, since the lesser heads
Dutch transcription
430 gedaan worden. en dewijl onse kommissie kort na onse komst gestaakt is, en wel voor dat wij met het onderzoeken van eenige klagten een anvang gemaakt hadden, zo heb ik van die ola die niet onder mijne berusting was, of zelfs niet wist wa se behelsde, geene Communicatie Aan den Heer van Angelbeek gegeeven, het welk ik zeeker zou gedaan hebben, in dien wij met het ondersoeken der klagten een begin gemaakt hadden, wanneer den E: de vos, mij die ola zoude hebben moeten ter hand stellen, en ik dan bepaaldelijker mijne ge„ „dagten daar over zoude hebben laaten Gaan Jk heb de eer met hoog Achting te zijn /:onderstond/ Wel Edele Achtbaare Heer uw wel Ed: achtb onderdaanige en zeer gehoorsaame Dienaar/ was getekend:/ P: W: van Schuler /:en margine:/ Mature den 20. ' November 1791. Op de vraege van de g'eerde Ceilonsche regeering, voor „van den 16 deser, 8f eC: an schulen koomende bij geachten kolomboschen brief„ en Jk, aan den Heer dessave van Angelbeek kennis gegeeven hebben van de klagt ola van de Jngezeetenen van de kandebaddepattoe tee„ „^ mannamperie en zo heen waarom „gen hun toenmaalig hoofd ^ zulks niet gedaan is: dien ik eerbiedig dat de E: van schulea en Jk, toen wij de eersten maal in Commissie ter matureesche dessavonij waaren om na de Be„ zwaaren der tezaamen gerottene Jngeseetenen van de korles en palloes ter gemelde dessavonie„ ons te informeeren, altoos en wel volgens ex„ presse order van uwel Edele Achtb bij de aan ons toegedeelde Memorie ged:t 19. april 1790. met den Heer dessave van Angelbeek Commu„ nicatief te werk gegaan zijn, dog dat ik echter nu niet niet zeekerheid kan zeggen of wij, WelEdele Achtbaere Gebiedende Heer Aan den welEdelen Achtbaere Heer Peter Sluijsken Commandeur der stad en landen van Gale, Mature etc: etC: Accordeert Corns Johanns: Idé gezwklerk dan or 431 dan wel een van ons beiden aan den Heer van Angelbeek het zij discoursief of bepaal delijk kennis gegeeven hebben van voor„ schreevene klagt ola teegen manampeereen ook deels wijl wij na mature niet ge„ zouden zijn speciaalijk om de wille van die klagt ola maar wel om, gelijk ge„ zeyd na de bezwaaren der tezaamen gerottene Jngezeeten van alle de korles en pattoes der gedagte dessavonie in 't Generaal te verneemen, en ten anderen ver„ mids ons den inhoud van voor scho: klag ola, die mij van de Gaalsche sekretarij ongetranslateerd bezorgd is, ten eenen maale onbekend was, en wij ook ge„ „dagte klagt ola niet hebben laaten taans laateeren, nog de daar bij vermelde klagten hebben onderzogt, alzoo wij, mieds ons kort vertoef ter matureesche dessavon er geene geleegenheid toe hadden. Ik vertrou hiermeede aan de hooge intentie van de g'eerde Ceilonsche begeering, naa mijn best vermoogen te hebben voldaan en heb in die vleiende hoop de eer met de meeste hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Achtb: gebiedende Heer uwer wel Edele agtb: onderdaanigen dienaar /:was getekend:/ P: de Vos /:in margine:/ Gale den 20.:' 9ber: 1791. Accordeert. Corns: Johianns: Idé= gezweklerk mijn No: 34. GVDLinde Nagesien Nagezien Wichlberg No: 34. 432 N=o. 81 Let: B: Aanteekening van de Gehoudene konferentie bij Den E: E: Gebiedenden Heer M:r Christiaen van Angelbeek opperkoopman Gaals sekunde en Dessave dezer landen. De kommissarissen van weegen de Gaalsche Regeering de Heeren Pieter Willem Ferdinand Adriaan van Schuler onderkoopman en opsiender der galle korle en Pieter De Vos onderkopman, win kelier en kommissaris van den Arreek beneevens. de Edele Mantis Heer Hironimus Casimirus Baron de Prophalouw kapitein Commandant over de alhier gedetacheerde militairen. Dingsdag Den 27:' April 1790. 's voormiddags ten Elf uuren. De heer Dessave gaf aanvankelijk te kennen dat dezelve, wijl de heeren kommissaris sen heer heer heeden namitdag naar gale staan terug te keeren nodig ge„ oordeeld had hun Ed:e den presenten staat deezer dessa„ ronie openteleggen en met dezelven te overweegen wat op. 433 wat verders zoude te doen staan ten einde de rebell rende Jngeseetenen zoo veel mogelijk in hun kraad tegen te gaen. Dat zijn Ed: door zeekere aanneemelij berichten, veraangenaeamd is geworden met de lijding dat honderden der muitelingen. van het oproerig rof afvallig worden en naar hunne huijzen keeren als d tuigende zich niet bij de zamenrotting gevoegt te he „den om dat zij iets te klagen hadden maar alleen om vermaak te hebben en wat te heten te krijgen. 2 eender hoofden van de zaemenrotting Don Simon Aratje reeds weegens ziekte de nuitelingen verla heeft zijn broeder bekent onder den naam van repetierre Don Simon Aratje insgelijks voo geeft de koors te hebben, en de Aratje van de wel lebaddepattoe jodekandieje aratje insgelijks onder voorgaave de Roeskoors te hebben de zaeme rotting staan te verlaeten en dat onder de verdere hoofden van de zamenrotting twee zijn, die zich daar bij alleenig uit politiek bevinden. zoo dat men reed heeft te hoopen dat door Gods zeegen de rest of of ten minsten een groot gedeelte daar van door een goed beheid en besteering van zaeken, eerlange tot in keer zal konnen gebragt worden. temeer zoo de berichten die zijn Edele bekoomen heeft, dat deeze zamenrotting die bevoorens op 10000 man geschad is geworden, thans reeds ^bekragtigt tot op 8 â 900 stuks na verminderd is, naader beklagtigt en bewaarheid worden. Dat de Heer Dessave ver= „trouwende op deeze berichten, die meer dan eene kantinge„ koomen zijn dus wijnige ongeustheid meer omtrend deeze hoop der muitelingen heeft, of het moeste zijn de wijnige aangang die de weegens zijne op een gestapelde schelmstukken, zoo zeer berugten Madoegodde appoe overbleeven zoude die egter met wijnig moeite door een hand vol laskorijns zoude konnen uit den anderen verstroit worden. Dat meer der ongerustheid zijn Edle baarde de oproerige Bel„ „ligainkorlsche volkeren die, volgens ingeloo„ pene tijding, de wyk naar de Morwakorle genoomen hebben om de ingezeetenen aldaar in ^sluijten hun kwaad te stijten alzoo de minder hoofden ten van En
English
of the Belligam korle, who are at the head of this conspiracy, have an absolute and even arbitrary authority over the people of that korle. That he, the Dessave, however, has by no means given up all hope of likewise bringing these people to repentance by gentle means, and His Honour believed himself very well informed that fear is becoming general among the mutineers, and that thus the Dessave hopes that these might also come to reason, if the other inhabitants could be persuaded to make known with composure the complaints that they believe they can lodge, toward which the Dessave believes that it will accomplish much if one proceeds without stopping to make all necessary preparations in order to reinforce this place, thereby to keep the ill-disposed in check and to foil their further attempts, without nevertheless using the least force against them. That he, the Dessave, on account of all the aforesaid, had again caused the necessary sannases to be prepared for all the districts involved in the conspiracy, in order to admonish each of them to his duties, to bring before their eyes the folly of their conduct, etc. I hope that these sannases will have a proper effect and further His Honour's efforts to pacify with goodness the mutineers, who, as it seems, do not even know what they want. Subsequently, the Dessave made known that it is unknown to His Honour whether the Commissioners might have in hand any papers or olas that Their Honours could show to the Dessave before their departure, without nevertheless thereby exceeding their instruction, and particularly two translated complaint olas that had been promised to the Dessave on the Company's behalf, but not yet sent to him, further asking whether the Commissioners think, during this conference, that they ought to deliberate on any important matters that might have presented themselves to Their Honours during their recent stay at Gandure and Diekwelle. Item, whether any complaints from the mutineers against the Dessave or his subordinate headmen had come before Their Honours while they were there? Likewise, whether the Commissioners could complain that the Dessave had not assisted Their Honours with sufficient help and had in any way been a hindrance to Their Honours in their operations. To which proposed questions the Commissioners, after first having handed over to the Dessave the two translated olas that Their Honours had obtained from Gale, in order to take a copy thereof and to return the same to Their Honours, further replied to His Honour, namely that the inhabitants at Gandure complained about the superintendent of the cinnamon gardens at Kappoegamme, commonly called Koeroendoewatte Apoe, who does not have the fencing of the gardens properly maintained, whereby the cattle of those inhabitants get the opportunity to break into them, concerning which they requested that care might be taken, so that they might not repeatedly be exposed to the penalties established against such trespassing. That when the Commissioners subsequently arrived at Diekwelle, several inhabitants of the Dispensary village Makawitte lodged some very extensive complaints, and that at the very moment when Their Honours were ready to return. Which the complainants seeing, they themselves requested to be allowed to make their complaints known in writing on a future occasion, but they have not appeared since. That, on the contrary, some chalias of the village Nauduenne presented a complaint ola to the Commissioners, which ola Their Honours, upon coming here, handed over to the Dessave. Lastly, the Commissioners declared that they were treated by the Dessave in all respects with the greatest politeness and courtesy, and were also very satisfied with the assistance shown in their commission, as well as with the honorable satisfaction that His Honour provided Their Honours by justly punishing the Wellabadde pattoe's Mudaliyar for his neglect in the service and little shown zeal in [illegible] early for the detachment at Gandure and Diekwelle, and because in addition he did not properly entertain Their Honours and their retinue at those places, etc. Lastly, the Commissioners declared themselves in full agreement with the Dessave, being able to confirm the ample reasons given here before by him to pacify the mutineers with the gentlest means, and consequently fully approving the style and manner in which His Honour has had the sannases drafted in order to have them promulgated everywhere in the country. Subsequently, the Dessave affirmed that he was informed for certain that one of the complaint olas handed over in translation to His Honour by the Commissioners, specifically the one that is unsigned, is not recognized as authentic by the headmen of the conspiracy, the signed one having also been written in the name of the two minor headmen mentioned hereinabove (who are among the mutineers solely out of policy, as one of them was expressly sent among the mutineers by His Honour in order to hear some certain news from him and to pacify the mutineers with kindness). His Honour thereupon took a friendly leave of the Commissioners in the most solemn manner, politely thanking Their Honours for the services that Their Honours rendered on various occasions, wishing [illegible] them
Dutch transcription
434 van de Belligam korle die zich aan het hoofd van deeze zamenrotting bevinden een volstrekt en zelfs wille keurig gezag over de volkeren van die korl hebben. Dat hij heer Dessare egter nog geen zints alle hoop op gegeeven heeft om deeze volkeren ins gelijks met zagte middelen tot inkeer te brengen en zijn Edele zeer wel onderricht geloofte zijn, dat de vreeze onder de munitelingen algemeen wordt, en dat dues de heer Dessave verloop dat deeze meede wel tot reeden zoude koomen, wan med de andere Jngezeetenen konnen bewoogen worden, haare klagten die zij vermeenen te konnen inbrengen met bedaaadheid te kennen te geeven en waartoe de Heer Dessave vermeend dat veel zal konnen te weg brengen dat men zonder op te houden voortgaat met alle nodig aanstalten te maken ten einde deeze plaeats te verstrrkken daarmeede de kwaadwilligen in teugel te houden en hunne verdere pogin „gen te doen verijdelen, zonder nogtens het min tegen hun in het werk te stellen. Dat hij heer Dessave ouit hoofde van all het voorzeide op nieuw voor alle de zich in de zamenrot„ ting bevindene Distrikten de nodige sannassen had doen vervaardegen om een ijder hunner tot zijne plichten te vermaanen, de dwaasheid van hun bestaen onder het oogte houden enz: Jk hoope dat deeze sanuassen van eene behoor lijke uitwerking zullen zijn ende verdere pogingen van zijn Edle om de inuitelingen, die zoo het scheint zelfs niet weeten wat ze hebben willen met goede tot bedaaren te brengen. Vervolgens gaf de heer Dessave te kennen, dat het zijn Ed: onbekend is, of de Heeren kommissaris, „sen eenige papieren of olassen mogten handen hebben die hun E: voor derzelver vertrek aan den heer Dessave zoude konnen vertoonen zonder nogtens daar door derselver Jnstruktie re te buijten te gaan en wel bezonders twee Trans„en „laten klagt olassen die den heer Dessave kom„ geweld. „panees 435 penies wegen wel beloofd dog nog niet toe gezon zijn, vraegende wijders of de Heeren kommissa „sen denken staande deeze konferentie waet zijn te moeten raadpleegen over eenige aangeleegen zaaken die hun E: met derzelver laast aanw op Gandure en Diekwelle mogten voorgekoome zijn- Jtem of hun Es daar zijnde eenige klagten van de suitelingen tegen den heer Dessave of desselfs ondergeschikte hoofden voorgekoom waaren ? Zomede of de heeren kommissari zich konden bezwaaren, dat de heer Dess „thin E: met geen genoegzaame assistentie bij staan heeft en hun E.:s op eeniger hande wijze hinderlijk in derzelver verrichtingen was ge op welke voorgestelde vraagen de Heeren konn farissen, na alvoorens de twee Translaaten olassen die hun E:s van Gale bekomen hadde aan den heer Dessave overgegeeven te hebben, t einde daar van kopij te ligten en dezelve aa hun E=s weder te rug te bezorgen, zijn Ed:e wijde tot antwoord dienden namelijk dat de ingezee„ „tenen op Ganduae zich beswaard hebben over den opzichter van de kanneel tuinen op kappoe„ „gamme in de wandeling gen=t koeroendoewatte Apoe die de ompaggering der tuinen niet behoor„ lijk laat voorzien, waar door de koebeesten dier in gezeetenen gelegenheid krijgen dezelve inte breeken, en waar omtrend zij verzogten dat mag worden gezorgd, op dat zij niet telkens mogen blood gesteld worden voor de straffe tegen diergelijke inbruik gesteld. Dat de Heeren kom„ missarissen vervolgens op Diekwelle koomende verscheide inwoonders van het Dispensdorp Makawitte eenige zeer breedvoerige klagten inbragten en wel genoegzaam op het ogenblik dat hun E:s gereed waaren te rug te keeren. Het geen die klagers ziende verzogten zij zelven hunne klagten ingeschrift bij nadere geleegen„ heid te moogen te kennen geeven, dog zijn zeedert niet op gedaagt . Dat in tegendeel eenige chalias van het dorp Nau doenne een klagte olat aande tot Heeren 436 Heeren kommissarissen gepresenteerd welke ola hun E:s hierkoomende aan den heer Dessave overgegeeven hebben. Laastelijk deklareerden de heeren kom„ missarissen door den heer Dessave in allen op Ziette met de meeste politesse en beleefdheid behandeld en ook zeer voldaan te zijn over de assistentie in hunne kommissie beweesen als meede over de honoraeble satisfactie die zijn Edle hun Ed:s heeft bezorgd door den wellebadde pattoes Modliaars over zijn verzuimenis inden dienst en bweeze wijnige iever in sweelke rijwige wiar in het ud voor het Detachement op Gandure en Diekwel vroegtijdig te laaten in gereedheid brengen en overd hij daar en boven hun E. s in gevolg op die plaatsen niet na behooren onthaald heeft enz: na billijk hed „straffen Betuigende laastelijk de Heeren kommissarissen zich vol men met den heer Dessave om door den zelven hier voor gegeve ampele redenen te konnen konfirmeeren, om de suitelingen met de Lagtste middelen tot bedaaren t brengen en dien volgens volkoomen goed te keuren de trant en wijze waarop zijn Ed: de sannassen heeft laeten inrigten om die alomme in het land te laaten uit vaardigen: Vervolgens betuigde de heer Dessave dat hem voor zeker bericht was dat een der klagtolassen door de heeren kommissarissen in translaat aan zijn Ed: overge„ geeven, en wel die, welke ongeteekend is, door de hoofden van de zamenrotting niet voor egt erkend wordt, zijnde de geteekende mede uit naam van de twee hier boven vermelde mindere hoofden (:die alleenig out politiek zich onder de muutelingen bevinden wijl eene van hun door zijn Ed: expreson„ der de muitelingen geschikt is om van hem de een of andere zeekere tijding te hooren en de muitelingen met goedheid tot bedaaren te brengen:/ geschreeven; zijn Ed: nam hier op van de Heeren kommissarissen op de plechtigste wijze vriendelijk afscheid hun E:e beleefdelijk bedankende voor de diensten die hun E=s in voorkoo„ „mende aan geleegenheeden hebben beweesen, wenschende vre„ brengen hun