VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3921

Coromandel / Ceylon · 753 pages · 203 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3921_0075 view scan ↗

English

J Sulde Checked To the Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! In compliance with the highly esteemed order of Your Right Honorable, we, the undersigned Frans Wolkers, surgeon major at Kolombo, and Livinus Agathanus Douwe, surgeon appointed here, have proceeded inside the fort at Nigombo, and there had delivered by the assistant and scribe to the head of the Mahabadde, Arij van Eijck, for the account of the Great Harvest: 646, that is six hundred and forty-six bales of good, fine cinnamon, which we have meticulously examined and subsequently had packed in gunnies, and 45, forty-five pounds of cinnamon scrapings. Hoping thereby to have satisfied the esteemed order and intention of Your Right Honorable, we subscribe ourselves with all respect, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! Your Right Honorable's humble and faithful servants, F: Wolkers and L: A: Douwe. Nigombo, the 17th of October, Anno 1791. Agrees, Hijbrands First Clerk DV DLuide To the Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies, Etc: Etc: Etc: Respectful Report Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! In fulfillment of Your Right Honorable's highly esteemed order, we, the undersigned Fransz Wolkers, surgeon major, and Jan Pieter Beukelman, surgeon here, have faithfully attended at Berberije the delivery of the cinnamon for this great harvest, and by meticulous examination and testing have found that the following bales, namely: 539, that is five hundred thirty-nine bales of fine, are of a good taste and smell, and 110, one hundred and ten lb net of scrapings cinnamon, fit only for distilling. Having thus performed this to the best of our knowledge, we hope to have thereby satisfied the highly esteemed order and intention, Checked therefore doing ourselves the honor to subscribe with all respect and fidelity, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! Your Right Honorable's most humble servants, F: Wolkers and J: P: Beukelman. Berberije, the 29th of October, Anno 1791. Agrees, Hijbrands First Clerk JvDLinde To the Right Honorable and Esteemed Lord Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Gale, Mature, Etc. Right Honorable and Esteemed, Commanding Lord! The undersigned, chief master of the Netherlands Hospital here, has the honor to inform Your Right Honorable that, following the order received, he proceeded to the trade warehouse here, and that there in his presence, by the assistant Arij van Eijk, in the absence of the head of the Mahabadde D. E. van Thijlingen, was delivered for the account of the great harvest a quantity of: 300, that is three hundred bales of fine cinnamon, as: 223 bales of wild, and 77 ditto of garden cinnamon, and 30, that is thirty lb of scrapings cinnamon, which, having been meticulously inspected and examined by me, Checked were found to be of a good quality, taste, and smell. The undersigned attests to have carried out this commission to the best of his knowledge and meticulous attention, and remains henceforth with great respect, Right Honorable and Esteemed, Commanding Lord, Your Right Honorable's humble servant, And:s van Hek. Gale, the 3rd of November, 1792. Agrees, Sijbrands First Clerk To the Right Honorable, Commanding Lord Willem Adriaan Bergheid, provisional senior merchant, second of the Gale Commandment and acting Dissave of these lands. Right Honorable, Commanding Lord! The undersigned surgeon of this fortress, Meindert Huijbertz, has the honor to report to Your Right Honorable that there have been delivered in his presence for the account of the great harvest 1791, by the assistant and scribe to the head of the Mahabadde, Arij van Eijk, and by the Interpreter Mudaliyar to the said Mahabadde: 50, that is fifty bales of garden cinnamon, 137, one hundred thirty-seven bales of wild cinnamon, 187, that is one hundred eighty-seven bales in total, and 40, that is forty lb of scrapings cinnamon gross. The abovementioned fine cinnamon was very meticulously inspected and examined by me, and since the same was found to be of a good quality, taste, and smell, Checked Schrader. it has been packed as such. Furthermore, I attest to have performed this commission to the best of my knowledge and meticulous attention. I have further the honor to be most humbly, Right Honorable, Commanding Lord, Your Right Honorable's very obedient servant, M: Huijbertsz. Mature, the 6th of November, 1791. Agrees, Hijbrands First Clerk DVDLudde No. 16 No. 15 Patria To the Right Honorable, Highly Esteemed Lords Directors at the Assembly of Seventeen, representing the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber within Middelburg in Zeeland. Right Honorable, Highly Esteemed, Wise, Prudent, Most Generous Lords! We have the honor to present herewith to Your Right Honorable the duplicate of our respectful dispatch of the 8th of July last, sent with the packet boat De Zeemeeuw, which departed on the 29th thereafter. Checked

Dutch transcription

J Sulde Nagezien Aan den wel Ed: Groot Achtb. Hoog Gebied. Waer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia„ Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorig„ „heeden Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebieden Heer.! Jn voldoening der Hoog G'eerde ordre van uwel Edele Groot Achtbaare hebben wij ondergeteekende Frans wolkers chirurgijn masoor te kolombe en Livi nus Agathanus Douwe chirurgijn al„ „hier bescheiden ons vervoegd binnen het fort te Nigombo, en aldaar door den assistent en schriba van 't hoofd der Mahabadde Arij van Eijck, tien leveren voor 't hoofd Reekening van den Groo¬ 646. zegge seshondert „ en veertig Baalen goede fijne kanneel dewelke wij nauw kau„ „zig g'examineerd en vervolgens in gonijs laaten emballeeren en vijf en veertig ponden kanneel quis Verhoopende dien volgende aan de gevene¬ „reerde ordre en intentie van uwel be Groot „ten oegst. 45. 41 Groot Achtbaare te hebben voldaan onderschrijven ons met alle eerbied /onderstond/ wel Edele Groot Achtbaa Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Groot Achtbaare onderdanige en Trouw scha „dige Dienaaren /was geteekend/ F: wolkers, en L: A: Douwe /inmargi„ „ne / Nigombo den 17. ' october Ao 1791. Akkordeert Hyjbrands VEijneert DV DLuide Aan den wel Edele Groot Achtb: HoogGeb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia mitsgaaders Gouverneur en Directeur van het Eijland bijlon„ met dies onderhoorigheeden Etc: Etc: Etc: Eerbiedig Rapport Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Jn vervulling van uwel Edele Groot Achtb Hoog G'eerde ordre hebben wij ondergetee„ „kende fransz wolkers chirurgijn Majoor, en Jan Pieter Beukelman chirurgijn alhier, te Berberije getrouwe„ „lijk bijgewoont de leverantie van dan kanneel voor deesen grooten reyst, en door nauwkeurig examineeren en be„ „proeven bevonden hebben, dat de on„ „dervolgende baalen namentlijk 539. Zegge vijf hondert Negen en Dertig baalen fijne van een goede smaak en reuk zijn en Een hondert en tien lb: notto gruijs Can„ „neel alleen tot het stooken bequaam 'T welk naa onse beste kennisse aldus ver„ „rigt hebbende hoopen daar meede aan de Hoog g'eerde ordre en Jntentie te hebben voldaan Nagezien 110. „ 42 voldaan, derhalven ons d'eere geevende met alle eerbied en Trouwe te ondertee„ „kenen /onderstond/ wel Edele Groot Acht „baare Hoog Gebiedenden Heer! Uwel„ „Edele Groot Achtbaares alle onder„ „daanigste Dienaaren /was geteekend/ F: wolkers en J: P: Beukelman /in margine / Berberije den 29. october Anno 1791. Akkondeert Hijbrands V Eiklerk JvDLinde De ondergeteekende oppermeester van het Neder „lands Hospitaal alhier, heeft de eer uwelEd=e Achtb: te berigten dat hij zig na erlang „de order, vervoegt heeft in het Negotie pak „huijs alhier en aldaar in zijn tegenwoor= „digheid door den Assistent Arij van Eijk mits absentie van het hoofd der Maha= „badde DE: van Thijlingen voor reek: van den grooten oegst geleeverd zijn, een kwan titeid van. 300. zegge drie hondert baalen fijne kanneel als. 223. balen Bosch en 17. d=o Thuijn 5 kanneel. en 30. zegge dertig lb: gruijs kanneel dewelke door mij nauwkeurig gevisiteerd Wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer Aan Den WelEd=e Achtb: Heer Peter Sluijsken Commandeur der stad en Lande„ van Gale Mature Etc: en Nagezien 43 en geexamineerd zijnde bevonden hebben van een goed kwaliteid smaak en reuk te zijn Betuijgende de ondergeteekende na beste kennis en naukeurige oplettendheid dee„ „se kommissie te hebben volbragt en nae zig voorts met veel eerbied /:onder stond:) WelEdele Achtbaare Gebieden de Heer, uwel Ed=e Achtb: onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ And=s van Hek (:in margine:) Gale den 3.' Novembr 1792 Akkordeert Sijbrands Veiklerk De ondergeteekende Chururgijn deezer Fortresse Meindert Huijbertz heeft de eer Uwel Ede Gebieden de van berigt te dienen, dat door den adsistend en schrijver bij het Hoofd der Mahabadde Arij van Eijk en door den Tolk Modliaar bij gedagte Mahabadde, in zijn tegenwoordigheid voor reeke„ ning van de grooten Agst 179. geleeverd zijn. 50. zegge vijftig baalen tuijn kanneel v 3/ mn Een hondert seven en dertig baalen bosch kanneel 187. zegge Een honderd sevenentagtig baalen te saamen en 40. zegge veertig lb: gruis kanneel bruto Bovengemelde fijne kanneel is door mij zeer nauw„ keurig gevisiteert en geexamineerd, en na dien dezel„ ve van een goede qualiteit, smaak en veuk bevonden Wel Edele Gebiedende Heer! Aan den Wel Edelen Gebiedenden Heer. Willem Adriaan Bergheid p:s opperkoopman secunde van het Gaalsch kommandement en waarne mende Dessave deezer landen is Nagezien schrader. is, is ze als zoodaanig geemballeerd. Overigens betuige ik na beste kennisse en nankeurige oplettendheid deeze Commissie te hebben verrigt. Ik hebbe voorts de eer onderdaanigst te zijn /:onderstond) Wel Edele Gebiedende Heer uw welhd. Geb: Zeer gehoorzaa me dienaar /was geteekend/ M: Huijbertsz / in marging Mature den 6. Novemb. 1791. Akkordeert Hijbrands Eiklert DVDLudde No. 16 No. 15 Patria Aan de Weledele Hoog achtbaare Heeren: Bewindhebberen Ter vergadering van zeventienen repre„ „senteerende de Generaale Nederland„ „sche G'octroijeerde Oost- Indische Compagnie ter Presidiale kamer binnen Middelburg in Zeeland. Weledele Hoog achtbaare Wijze voorzienige, zeer Genereuse Heeren! Wij hebben de eere Uwel Edele Hoog achtbaare hierneevens aantebieden, het duplicaat van onzen eerbiedigen van den 8: Julij Jongst Leeden, afgezonden met de Paket „boot De Zeemeeuw, die den 29:e daar aan nagezien 45

NL-HaNA_1.04.02_3921_0084 view scan ↗

English

thereupon departed from Tutucorijn thither. Via Batavia, on the 3rd of this month, we were honored with Your Noble High Mightinesses' most revered missive of the 4th of January of this year, along with the annexes attached thereto. We are most obliged to Your Noble High Mightinesses for the substantial relief of gold and cash promised therein to this government, and hope that the ships with which the same are sent out will arrive soon. The former commandant of the Regiment of Luxemburg, de Raimond, and his son, the former sub-lieutenant de Raimond, have, as appears from the details in our humble letter of the 27th of September 1788, enjoyed their salaries here until the last of November following. We shall request information from the Ministers at the Cape of Good Hope regarding the provisions that may have been made to them there since then, and guide ourselves accordingly in the crediting of the supplement granted to them by Your Noble High Mightinesses. The petition of the former captain in the aforesaid regiment, de Iacob, we have not found among the annexes, and when we receive the same, we shall have the honor of serving Your Noble High Mightinesses with our considerations and report thereon. The ship De Draak, having been designated by the Noble High Indian Government as a return vessel via Ceylon, and having arrived here on the 15th of December last, we have appointed that vessel for the first consignment, consigned to the Chamber of Amsterdam, and the same, after the greater part of its cargo was discharged here, accordingly departed on the 9th of October for Gale, in order to be put in condition for the homeward voyage. Since the captain of the said vessel, Hendrik Spijkerman, had died on the voyage from Batavia to this place, we have, upon the request made thereto by the captain-lieutenant and former commander of the packet boat De Zeemeeu, Pirius Muntz, and because he is senior as captain-lieutenant to the first officer who was on that vessel, placed him in command thereof. Regarding the repairs and provisions that were made to this ship at Gale, we take the liberty of referring to the resolutions of the Gale servants of the 22nd of October last and the 4th of this month, which have been approved by us and accompany this in copy. From the last-mentioned resolution it appears that upon bringing up the sails from the sail room, several sails were found to be wet from leakage and rotten in various places; and because we have not yet received the explanation demanded from the ship's officers by the Gale servants in this regard, we have, on account of the shortness of time, ordered them, in case this explanation is not found sufficient to clear the ship's officers of all liability therefor, to send the same to Your Noble High Mightinesses, and pending Your High Mightinesses' further disposal, to cause the pay accounts of the ship's officers to be debited for everything that may have been supplied and consumed for the repair of the said sails. Upon the request of the chief surgeon of the said ship, and because the chief surgeon of the Dutch hospital here, after examination of the surgeon's log kept on board, has reported that this ship had exceptionally many sick on the voyage from Batavia to this place, we have caused such medicines to be supplied to it in supplement of the excess consumed, as appears from our resolution of the 27th of October, which accompanies this in extract. The consumption account of this vessel has been properly accounted for, according to the report received in that regard from the Gale administrator Van der Spar, which has been inserted into the Gale resolution of the 7th of this month, of which an extract likewise accompanies this. For lack of saltpeter, we have had this ship ballasted with stones and unfit goods, and the same has as dunnage and lower tier 30000 lb of Bima sappanwood and 400 bales of Jakatra coffee beans, which were brought with it from Batavia. The further cargo will consist of 2500 bales of cinnamon, upwards of 5000 lb of cardamom, and 72 packs of Madurese linens and cotton yarn, besides our entire stock of Malabar pepper amounting to upwards of 300000 lb. Some packs were still to be shipped from Tutucorijn; if they arrive at Gale in time, that will increase the linens and cotton yarns by approximately 60 packs more, and although that does not amount to much altogether, we would not have been in a position to procure even this little, had not the Malabar Governor, Mr. Van Angelbeek, found means to negotiate 50000 rupees on Koetsiem for the account of this government, on the condition that they shall be repaid immediately out of the money expected from the Netherlands, which rupees, as soon as they were received, we immediately sent to Tutukorijn; whereby it was also at the same time prevented that the linen trade on the Madurese coast would have come, at least, not so completely to a standstill as would otherwise have been unavoidable. To supplement this shortage of linens, we have taken the consignment of cinnamon that is sent with this vessel somewhat larger than usual. We have done this all the more because the cinnamon harvest thus far has turned out fairly well, and we think we shall be able to send upwards of 1000 bales with each ship with the vessels of the second consignment.

Dutch transcription

daar aan van Tutucorijn na derwaarde vertrokken is. Over Batavia zijn wij op den 3:e dee¬ „zer vereerd geworden, met uwer„ welEdele Hoog achtbaare zeer gevenereerde Missive van den 4: Ianuarij deezes Jaars, met de daar bij gevoegde Bijlaagen. wij zijn uwelEdele Hoog achtbaare ten hoogsten verpligt, voor 't aanzienlijk ontzet van goud en contanten, daar bi aan dit gouvernement toegezegd, en hoopen dat de scheepen, waarmeede dezelven worden uitgezonden, spoedig zullen aankoomen. De gew: kommandant van 't Regiment van Luxemburg de Raimond, en zijn zoon de gew: sous Luitenant de Rai„ „mond, hebben hier, blijkens het bedeelde bij on „zen eerbiedigen van den 27: 7ber: 1788: hunne appoinctementen genooten tot ult:o November daar aan wij zullen de Ministers aan de Caab de Goede Hoop onderrigting vraagen, wee„ „gens de verstrekkingen, die zee„ „dert aldaar aan hun mogten ge„ „daan zijn, en ons daar na rigten in de goeddoening van het door uwel„ edele Hoog Achtb: aan hun toege„ „staan supplement. 'T request van den gew: kapitain in 't voorsz: regiment de Iacob, hebben we onder de Bijlaagen niet gevonden, en wanneer wij het zelve bekoomen, zul„ „len wij de eere hebben, uwelEdele Hoog achtbaare daar op te dienen van on„ „ze Consideratien en berigt. 'T schip De Draak door de Edele Hooge indische Regeering tot een retour bodem over Ceilon gedestineerd, en den 15: xber: hunne J: Leeden 46 I:o Leeden alhier aangekoomen zijnde, heb„ „ben wij dien bodem aangelegd voor de eerste bezending, geconsigneerd aan de kamer Amsteldam, en is het zelve mits dien„ na dat het grootste gedeelte van dies la„ „ding alhier ontlost was, den 9:e oktober na gale vertrokken, om tot de thuijs reize in staat gesteld te worden. Vermits de kapitain van gem: bodem Hendrik Spijkerman, op de rijze van Batavia na herwaards was overleeden, hebben we den kapitain Luitenant en gew: gezaghebber op de paket boot de Zeemeeu Pirius Muntz, op zijn daar toe gedaan verzoek, en wijl hij onder kapitein Luijtenant is dan de eerste offi„ „cier, die zig op dien bodem bevond, daar op in kommando gesteld. wegens de vertimmeringen en verstrekkingen die te gale aan dit schip gedaan zijn, neemen we de vrijheid ons te refereeren aan de re„ „solutien van de Gaalsche bedienden van den 22: oktober I:o L: en 4: deezer, die door ons geapprobeerd zijn en in Copia hiernevens gaan Bij laatst gem: resolutie blijkt, dat bij 't ophaalen van de zijlen uijt de zijlkooij, diversche zijlen door lekkagie nat en op verscheide plaatzen verrot bevonden waaren; en wijl wij de door de gaalsche bedienden der„ „weegens gevorderde verandwoording van de scheeps overheeden nog niet hebben ontvangen, hebben we hun mits kortheid des teids gelast, indien deeze verandwoor„ „ding niet voldoende word bevonden, om de scheeps overheeden van alle aanspraak daar over vrij te kennen die dezelve 47 dezelve als dan dan uwel Edele Hoog Achtb: toetezenden, en tot hoogst der „zelver nadere dispositie, de zoldij ree„ „keningen van de scheeps overheeden te doen belasten voor al het gein„ tot reparatie van ged:te zeilen mogte verstrekt en verbruikt worden. Op 't verzoek van den oppermeester van gem: schip, en wijl de opperchirurgijn van't nederlandsch hospitaal alhier, na examinatie van het aan boord gehouden chi„ „rurgijns Journaal; heeft berigt, dat dit schip extra veel zieken op de rijze van Batavia na herwaards gehad heeft, heb„ „ben we daar aan zodanige medicamen „ten, tot supplement van het meerder verbruikt laaten verstrekken, als blijkt bij onze resolutie van den 27: oktober, die in Extract deezen verzeld. De consumtie reekening van deezen boo„ „dem is behoorlijk verandwoord, vol„ „gens het derweegens ingekoomen berigt van den Gaalsch adminis„ „trateur van der spar, het welk g'insereerd is in de Gaalsche re„ „solutie van den 7:e deezer, waar van insgelijks een Extract dee„ „zen verzeld. Bij gebrek van salpeeter hebben we dit schip doen beballasten met klipsteenen en onbequaame goederen, en heeft het zelve tot garniering en onderlaag 30'000. lb: sappanhout bimasch en 400: baalen koffijboonen Jakatrasche, die daar meede van Batavia zijn aangebragt De verdere lading zal bestaan in 2500: baalen kanneel, ruim 5000: lb: Car„ „damom en 72: pakken madureesche Lijwaaten en Cattoengaaren, nevens onze De geheele 48 geheele voorraad van Mallabaarsch pee„ „per bedraagende ruim 300'000 lb: Daar stonden nog eenige pakken van Tutucorijn te worden afgescheept zoo die nog teidig genoeg te gale koomen, zal dat de lijwaaten en kattoene gaarens met min of meer nog 60: pakken ver „meerderen, en schoon dat met „malkanderen niet veel bedraagd, zouden we niet in staat geweest zijn, om ook nog dit wijnige te bezorgen, zoo niet de Heer Mallabaars gouverneur van Angelbeek mid„ „del hadde weeten te vinden, om nog 50'000 ropijen voor reekening van dit gouvernement op koetsiem te negotie „ren, op konditie dat ze uit het verwagt wordende geld uit Nederland, ten eersten zul„ „len worden te rug betaald, welke ropijen we zoo dra ze ontvangen zijn, ten eersten hebben gezonden na Tutu„ „korijn; waardoor ook tevens is voorkoomen, dat de lijwaats handel op de Madureesche kust, ten minsten, niet zoo ten eene„ „maal, heeft stil gestaan, als buijten dien onvermijdelijk zoude zijn geweest. om dit gebrek van lijwaaten te suppleeren hebben we de partij kanneel die met deezen Boodem verzonden word, wat ruimer genoomen dan na gewoonte. we hebben dit te meer gedaan om dat de kanneel oogst tot hier toe tame„ „lijk wel is uitgevallen, en dat we den„ ken te zullen in staat zijn, om met de scheepen van de tweede bezending nog ruim 1000: baalen te zullen kunnen zenden met elk schip. we Ter 49

NL-HaNA_1.04.02_3921_0088 view scan ↗

English

On the occasion that the first-undersigned governor made the overland journey, which is spoken of in our secret letter to Your Right Honourable Excellencies that departs concurrently with this one, he has once again personally inspected most of the cinnamon grounds in this Dessavony, in the Galle Korale, and in the Dessavony of Mature. He found the work already performed to be exceedingly good, even beyond expectation, and we can have the pleasure to assure Your Right Honourable Excellencies in advance that if these lands are preserved in peace, as we sincerely hope, and this work continues to be managed with the same activity and goodwill as has happened hitherto, the Company will before long have enough cinnamon within its own territory. Through the arrangements made, mentioned in our respectful letter to Their High Excellencies of 27 January last past, paragraph 402, according to which each cinnamon peeler is assigned a piece of cinnamon land to peel his requirement thereon, we think that this work will be further considerably promoted. Through this, the cinnamon peelers acquire a personal interest in properly watching over such a parcel, and this additional benefit will arise, that their own self-interest will lead them not to peel the cinnamon, which they otherwise sometimes peel somewhat young, until the bark has attained proper ripeness, which will influence the quality and the quantity of the cinnamon. Because the ship from the Fatherland has not appeared to date, and we consequently would otherwise have been entirely unable to provide an even moderately decent consignment of linens for the second shipment, we considered it necessary to take it upon ourselves to employ for the Madurese coast, out of the three gold chests sent to us by Their High Excellencies for Paleakatta by the ships De Draak and De Doggersbank, the one chest brought by the ship De Draak, containing 220 marks troy of 18 carats 5½ grains. We shall, as soon as the ship expected from the Netherlands arrives, restore this gold out of the gold that we expect therewith. Having seen by the received price currents that double arrack has been sold in the Netherlands for good prices, we are now sending with the ship De Draak two leagers of the best Ceylon double arrack as a trial, to see whether it might please Your Right Honourable Excellencies that a quantity thereof be provided annually for trade, whenever ship space allows it. We further refer regarding the cargo and crew of this ship to the report which the Galle officials will have the honour to make concerning it to Your Right Honourable Excellencies. The following persons are crossing as passengers on this vessel, namely: Fredrik Jacob van de Graaff, son of the first-undersigned governor. Johanna Theodora Jacoba Borwater, wife of the aforementioned Captain Lieutenant Muntz. Willem Jacob Christiaan van Ranzon, son of the chief of Nigombo and Silauw, Daniel Ditlof van Ranzon. Barbara Bregantina Lebeck, widow of the late merchant and Colombo fiscal Jan Hendrik Borwater, taking with her an enslaved woman. Jakob Nicolaas Mooijaart, son of the merchant and administrator at Iasfenapatnam Gualterus Mooijaart, and The youth Ian Klaasen, for all of whom the prescribed passage and board money has been duly paid. We have also granted passage on this ship to the assistant Cijpriaan Revel, who, since his contract has not expired, crosses over with suspended pay. There also crosses over on the said ship the Extraordinary Lieutenant of artillery Carel Lodewijk Godlob van Krause, who for that purpose came over from Koetsiem, taking with him his two children and a Malabar maidservant. According to the communication by the Koetsiem officials in a letter of 18 December 1790, an extract of which accompanies this, the Honourable High Indian Government permitted him to take his wife and two children free of passage; but since his wife passed away at Galle, he requested that the aforesaid maidservant might in her place be excused from the payment of the passage money. We have granted this request, provided that she remains at no expense to the Company during the voyage, and provided that he, von Krause, binds himself to pay the passage money for her to the Company in the Netherlands, if Your Right Honourable Excellencies should think proper. The packet boat De Star arrived here on 7 August last and the state brig De Vlieg on 22 September thereafter via Koetsiem, with dispatches for the Ordinary Councillor of Netherlands India and Malabar Governor van Angelbeek, and we shall have the honour to render a further report to Your Right Honourable Excellencies concerning the supplies furnished to the said vessels in this government. The commander on the aforementioned packet boat, Captain Lieutenant Zummack, having complained in a petition, a copy of which is annexed hereto, about the improper conduct of the sailors Jan Nieuman of Koningsbergen, Jan Ernst of Rotterdam, Cornelis Boijer of Gorkum, and Cornelis Bok of Vlaanderen, we have, to prevent unpleasantness here

Dutch transcription

Ter geleegendheid dat de eerst ondergeteeken „de gouverneur de landtogt gedaan heeft, waar van gesprooken word bij onzen sekreeten brief aan uwel edele Hoog achtb: die met deeze te gelijk afgaat, is hij op nieuw de meeste kanneel gronden in deeze Dessavonie, in de Gale Korl, en in de Dessavonie van Mature in perzoon gaan zien. Wij heeft het reeds gedaane werk zelfs boven verwagting uitsteekend wel bevonden, en we kunnen het genoegen hebben uweledele Hoog achtb: bij voorraad te verzeekeren, dat zoo dees landen bij de rust blijven bewaard, gelijk we hartelijk hoopen en dit werk bij voortduuring met die acti„ „viteid en welmeenendheid word bestierd, gelijk tot hier toe geschied is, de komp:e eerlang in haar eigen land kanneel genoeg hebben zal Door de gemaakte schikkingen vermelt bij onzen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 27: Januarij I:o Leeden 5: 402: volgens welke aan een elk kanneel schiller een stuk kanneel grond word afgegeeven om daar op zijn verpligting te schillen, denken we dat dit werk nog merkelijk zal worden bevorderd. Hier door krijgen de kanneel schillers een perzoneel intrest om zulk een stuk behoorlijk gade te slaan, en zal daar uit nog dit goede voortspruiten, dat hun eigen belang zal meede brengen, om de kanneel die ze anders zomtijds wat Jong schillen, niet te schillen, dan wanneer de bast is gekoomen tot behoorlijke rijpheid, het geen bij de op de deugd en op de hoeveel land. „heid „heid van de kanneel influeeren zal. Door dien het Baarsch schip tot nog toe niet komt opdaagen, en we mids dien anders geheel buiten staat zouden geweest; zijn om een eenigzins naar waardige partij lijwaaten voor de tweede bezending te bezorgen, hebben we gemeend het te moeten over ons neemen, om van de drie goud kisten die ons door hunne Hoog Edelheeden met de scheepen De Draat en de Doggersbank voor Palea„ katta gezonden zijn, de eene kist met het schip de Draak aangebragt, inhoudende 220: ma „ken trois van 18: karaat 5½. grijn te emploijeeren voor de Madureesche kust we zul „len dit goud zoo dra het uit Ne „derland verwagt wordende schip aankomt, restitueeren uit het goud dat we daar meede ver„ „wagten. Bij de ontvangene prijs Couranten ge zien hebbende, dat de aarak dub„ „belde in Nederland voor goede prij„ „zen verkogt is, zoo zenden we„ tans met 't schip de Draak, twee leggers van de beste Ceilonsche aarak dubbelde tot een proef, of 't uwelEdele Hoog achtb: mogte beha„ „gen, dat daar van Jaarlijks, wanneer de scheeps ruimte het toelaat, een partij tot den handel word bezorgd. wij refereeren ons voorts noopens de belaading en bemanning van dit schip, aan het verslag, 't welk de Gaalsche bedienden de eere zullen hebben daar van aan uweledele Hoog Achtb: te doen. aankomt Als Als passagiers vaaren met deezen bodem over de volgende perzoonen; name „lijk: Fredrik Jacob van de Graaff zoon van den eerst ondergeteekenden gou„ „verneur. Johanna Theodora Jacoba Bor¬ „water, huijsvrouw van voorm: ka „pitain Luitenant Muntz. Willem Jacob Christiaan van Ranzon, zoon van het opperhoofd van Nigombo en Silauw Daniel Ditlof van Ranzon Barbara Bregantina Lebeck weduwe wijlen den koopman en kolombosch fiscaal Jan Hendrik Borwater, meede neemende een slavin Jakob Nicolaas Mooijaart, zoon van den koopman en administrateur te te Iasfenapatnam Gualterus Mooijaart, en De Jongeling Ian Klaasen. voor alle de „welken het bepaald transport en kost„ „geld behoorlijk voldaan is ook hebben we met dit schip transport verleend aan den assistent Cijpriaan Revel, die vermits zijn verband niet geëxpireerd is, met afgeschreevene gagie overgaat. vaart Nog graat met gem: schip over de Extra ordinair Luitenant van de artillerij Carel Lodewijk Godlob van Krause, die ten dien einde van koetsiem is overgekoomen, meede neemende zijne twee kinderen en een mallabaarsche dienstmeid volgens het bedeelde door de koetsiemsche ministers bij brieve van den 18: December 1790. waar van extract deezen verzeld, heeft de Edele Hooge Jndische regeering hem ver„ „gund, zijne vrouw en twee kinderen De vrij vrij van transport te mogen meede „neemen; dog wijl zijne vrouw op gale overleeden is, heeft hij verzogt dat de voorsz: dienstmeid, in haare plaats van de betaaling van het transport geld mogte worden g'excu„ „seerd: wij hebben dit verzoek toege„ „staan, mits dezelve geduurende de reize blijft buijten laste van de Com„ „penie, en mits hij von-krauze zig verbind, het transport geld voor haar in Nederland aan de Comp:e te betaalen, indien uwel Edele Hoog acht„ „baare dat mogten goed vin„ „den. De paket boot de star is den 7:e Augustus Jongst Leeden en 'slands brik de vlieg den 22: september daar aan over koetsiem alhier aangekoomen; met de„ peches voor den Heer Raad ordinair van Nederlandsch Jndia en Mallabaarsch Gouverneur van Angelbeek en zullen wij weegens de verstrekkingen die in dit gou„ „vernement aan gem vaartuigen zijn gedaan de eere hebben aan uwel edele Hoog achtbaare nader verslag te doen. Door den gezagvoerder op voorm: pakel boot de kapitain Luitenant Zummack„ bij een addres, het welk in kopia hier „nevens gaat, geklaagd zijnde over het onbehoorlijk gedrag van de Mattroosen Jan Nieuman van Koningsbergen, Jan Ernst van Rotterdam, Cornelis Boijer van Gorkum en Cornelis Bok van vlaanderen, hebben we hun tot voorkooming van on„ alhier „aangenaam„

NL-HaNA_1.04.02_3921_0092 view scan ↗

English

pleasures, transferred to the ship De Draak in order to repatriate therewith under the same conditions upon which they were engaged on the aforementioned packet boat. The findings concerning the goods discharged here from the Batavia cargo of the ship De Draak are recorded in our resolution of the 14th of October last, an extract of which accompanies this letter, and we request permission to refer thereto, as we have nothing particular to remark upon it. Upon the findings concerning the cargo of this vessel discharged at Galle, the officials there made disposition by their resolution of the 5th of this month, which is also annexed hereto in extract and has been approved by us, only with this alteration: that the ship's officers must have their pay accounts debited for the heavy cable of 19 inches which they failed to account for at Galle, because they signed the bill of lading for its receipt here and ought to have inspected what they received, and that conversely they must be credited for the cable of 18 inches which they discharged there in its stead, as well as that they must be debited, pending further disposition from your Right Honourable Lordships, not only for the 16916 lb of rice accounted for short, but also for the 6700 lb of spoiled rice discharged, and that the debiting of both parcels must take place at 67½ rixdollars the last of 3000 lb, because at this price the spillage on the rice discharged here was approved to them in our resolution of the 14th of October mentioned hereinbefore. This time we have not been able to grant private bills of exchange as usual, however great an inconvenience this causes to the Company's servants and other inhabitants in this Government. Upon the order received from Your Right Honourable Lordships by letter of the 24th of October 1790, that bills of exchange drawn on the Netherlands in this Government must henceforth be paid half in gold and silver specie, and the remainder in letters of credit or copper coin, we have already taken the liberty to represent in our respectful letter of the 25th of March last, folio 567, that the inhabitants of Ceylon are not in a position to comply therewith. However, Your Right Honourable Lordships have answered us in substance thereto in the chief contents of the letter of the 23rd of August last, stating that because the difference between copper coin and gold and silver specie had now risen to such a great height on Ceylon, the Company could not be burdened with such an important loss as would occur, among other things, if one were continuously to receive copper coin for bills of exchange drawn on the Netherlands, and that therefore the aforementioned High Government did not find itself in a position to revoke the orders regarding the bills of exchange and drafts in favor of the inhabitants of Ceylon. We shall therefore take the liberty to represent further respectfully to Your Right Honourable Lordships: 1. That the circulation of copper coin in this Government is no novelty, and that already for 40, 50, and certainly many more years, doits, doddies that were struck in earlier times at Jaffna, and even lead coin under the name of pitties, struck here at Colombo more than thirty years ago, have been the most common currency of the country. That this, not to speak of older times, appears most clearly from what was written from here to Your Right Honourable Lordships by letter of the 20th of May 1780, section 11, from which it is evident that already at that time almost no other species of coin circulated on Ceylon than copper doits, notwithstanding that some years previously, as shown by our humble letters to Your Right Honourable Lordships of the 29th of September and 5th of December 1769 and the 4th of March 1770, 200,000 guilders in Indian doits were sent from this Government to Batavia. That, because in those times the Company was nonetheless accustomed to send annually a good sum of gold and silver specie to Ceylon to be spent here in the administration, there always circulated through this among the public as much gold and silver specie as was necessary to keep the inhabitants of Ceylon in a condition to pay therewith for the goods imported from abroad. That on the other hand, the Company has now for 5 and even nearly 6 years sent no gold or silver specie for the administration on Ceylon, and since that time has paid all its servants, both of the civil and military departments, all products of the country, and all other domestic expenditures—in short, everything that had to be paid—with copper coin and letters of credit. That this is the sole and true cause why in earlier times copper coin could be the currency of the country without causing noticeable inconvenience either to the Company or to its servants and other inhabitants of this island, and why on the other hand the value of gold and silver coin has at present risen to such a great height as it now has, relative to copper coin. That if the Company places this Government in a position to receive again, as before, a moderate sum of gold

Dutch transcription

54 aangenaamheeden, verplaatst op het schip de Draak om op dezelfde Conditiën, waar op ze op voorsz: Paketboot zijn g'engageerd geweest, daarmeede te repatrieeren. De bevinding op de alhier uitgeleeverd goederen uit de Bataviasche laa „ding van het schip De Draak is g'insereerd in onze resolutie van den 14: oktober Jongst Lee„ „den, die in Extract deezen verzeld, en wij verzoeken ver„ „lof ons daar aan te moogen gedraagen, wijl wij daar op niets bijzonders aantemerken hebben Op de bevinding van de te Ga¬ „le uitgeleeverde lading van deezen bodem hebben de bedien„ „den aldaar gedisponeerd bij hunne re„ „solutie van den 5: deezer, die meede in Extract hierneevens gaat en door ons geapprobeerd is, alleen met deeze verandering, dat de scheeps over„ „heeden hunne zoldij reekening moe„ „ten worden belast voor het zwaar„ „tou van 19: d:m dat ze te Gale niet hebben verandwoord, wijl zij voor dies ontvangst hier bij het Cognos„ „sement geteekend hebben, en had„ „den moeten toezien wat zij ont„ „vingen, en dat ze daar en tegen moeten worden bevoordeeld voor het tou van 18: d:m het welk zij in dies plaats aldaar uitge„ „leeverd hebben, zoomeede dat zij niet alleen voor de minder verand woorde 16916. lb: rijst, maar ook voor de bedurven uijt geleever„ „den „de „de 6700: lb: rijst, moeten worden be„ „last tot nadere dispositie van uwel Edele Hoog achtbaare en dat de belasting van bij de par„ „thijen moet geschieden teegens 67½: rd:s het last van 3000: lb: om dat teegens deezen prijs aan hun bij onze hier voo„ „ren vermelde resolutie van den 14: oktober, goedgevon„ „den is de spillagie op de alhier uijt geleeverde Rijst Wij hebben ditmaal geene as„ „signatien van partikulieren naar gewoonte kunnen verlee„ „nen hoe groote ongeleegendheid dit ook aan 'skomp:s dienaa„ „ren en verdere ingezeetenen in dit Gouvernement geeft. Op de ontvangene ordre van Wunne Hoog Edelheeden bij brief van den 24: oktober 1790 dat de assig„ „naties op Nederland in dit gou„ „vernement voortaan moesten wor„ „den geteld half in goude en zilvere spetien, en de rest in Crediet brie„ „ven of koopere munt, hebben we reeds de vrijheid gebruijkt bij onzen eerbiedigen brief van den 25:e Maart J:o Leeden 567. te vertoo„ „nen, dat de Ceilonsche ingezee„ „tenen niet in staat zijn om daar aan te kunnen voldoen, dog Hunne Hoog Edelheeden heb„ „ben ons daar op in substantie ge„ andwoord bij Hoost derzelver brief van den 23: augustus I:o Leeden, dat wijl het verschil tusschen de koopere munten en de goude en zilvere spetien nu tot zoo op een 55 56 een groote hoogte op ceilon gereesen was, de komp:e met zoo een impor„ „tante schaade niet konde worden bezwaard, als onder ander zoude geschieden, wanneer men bij voort „duuring koopere munt op assig„ „naties na Nederland ontving en dat daarom welgem: Hooge regee „ring zig niet in staat bevond, ten faveure van de Cijlonsche ingezeetenen de orders omtrend de assignaties en wissel intetrek „ken. we zullen daar om de vrijmoedigheid neemen hunne Hoog Edelheeden nader eerbiedig te vertoonen. 1. Dat het rouleeren van koopere munt in dit Gouvernement geene nieu„ „wigheid is, en dat reeds voor 40: 50: en zeer „kerlijk veel meer Jaaren, duiten, doedoes die in vroegere tijd te Jasfana zijn aan„ „geslaagen en zelfs Loode munt onder de naam van pitjes, hier te kolombo voor meer dan dertig Jaaren aangeslaagen, de meestgewoone munten van het land geweest zijn Dat dit om van geen oudere tijden te spree„ „ken op het duijdelijkste consteert uit het van hier geschreevene aan Hunne Hoog Edelheeden bij brief van den 20: Maij 1780: § 11:, waar uit blijkt, dat er reeds te dier tijd bij na geene an„ „dere munt spetien dan koopere duij„ „ten op Cijlon rouleerden, niet teegen„ „staande 'er eenige Jaaren te vooren blij„ „kens onze nedrige brieven aan Hunne Hoog Edelheeden van den 29: 7ber: en 5: December 1769 en 4: Maart 1770 uit dit gouvernement ƒ 200'000: indi„ „as aan duiten na Batavia gezonden waren. die Dat Dat wijl nogtans in die tijden de komp:e gewoon was Jaarlijks een goede som goude en zilvere spetien na ceilon te zenden, om hier in de huijshouding te worden uijt„ „gegeeven, hier door steeds zoo veel goude en zilvere spetien onder de gemeente rouleerden als nodig was, de Cijlonsche inge„ „zeetenen in staat te doen blijven, om daarmeede te betaalen de goede„ „ren die van buijten wierden aan„ „gebragt Dat daar en teegen de komp:e nu zee„ „dert 5: en zelfs bij na 6: Jaaren voor de huijshouding op Ceilon geene gou„ „de of zilvere spetien gezonden heeft, en zedert dien tijd alle haare die„ „naaren zoo van het civiel als mili„ „tair departement, alle de producten des lands, en alle overige huijzelijke uijtgaa¬ „vens, kort om alles wat heeft moe„ „ten worden behaald, heeft betaald met koopere munt en Crediet brieven. Dat dit de eenige en waare oorzaek is, waarom in vroegere tijden de koopere munt spetien hebben kun „nen zijn de munt van het land, zon„ „der dat het merkelijke ongeleegent „heid voortgebragt, nog voor de kom„ „penie nog voor haare dienaaren en verdere ingezeetenen deezes Eilands, en dat daar en tegen tegens„ „woordig de waarde der goude en zilvere muntspetien tot zoo een groote hoogte als tans gesteegen is, relatief tot de koopere munt. Dat wanneer de komp:e dit Gouver„ „nement in staat steld om wederom gelijk voor heen een maatige som lands goude

NL-HaNA_1.04.02_3921_0096 view scan ↗

English

to issue gold and silver specie in the administration, in order thereby to cause as much money to circulate among the public as it needs to pay for what Ceylon receives from abroad, the aforesaid difference must gradually disappear, provided that in issuing it the proper caution and circumspection are used in order to cause this difference to decrease gradually, and regarding which the first undersigned Governor, in his separate letter to Their High Excellencies of 16 December 1789, has already taken the liberty to propose that, whenever gold and silver specie were received here for the administration in a sufficient quantity to constitute a matter for consideration in this regard, to have the same sold in moderate parcels at public auction, until this difference should again have fallen to 4 or 5 per cent, as it formerly was. 2. That all the duiten circulating here on Ceylon were imported by the Company itself; that all other copper coins circulating here are also coins which the Company itself has caused to be struck here and at the subordinate stations; and that the Company consequently, on both the duiten and the aforesaid copper coins, has enjoyed upon their first issuance the profits that were obtained thereon. 3. That if the Company, for all the expenditures, especially those made since five or six years ago without exception, had sent out as much gold and silver specie as is required for that purpose, and if this gold and silver specie had been used for that purpose instead of copper coins and letters of credit now being employed for it, Her Excellency would thereby not only not have paid off a single doit more in the domestic administration than she has now caused to be paid off with the aforesaid copper coins and the issued letters of credit, but that the Company would not even then have enjoyed the profits on the dispatched duiten and the profits obtained here on the minting of copper money. 4. That it therefore seems most equitable that the aforesaid Company receives back into its treasuries, now as well as formerly, its own coins and letters of credit, with which it has paid everything, at the same value for which it issued them. 5. That the damage which Their High Excellencies calculate that the Company would bear, if the aforesaid copper coins and letters of credit were continuously received, among other things on bills of exchange to the Netherlands, does not in fact exist; that the receiving of the copper coins now as previously could only be detrimental if money were sent from Ceylon in those coins to other places where the same are not current, but that this does not happen; and that, regarding the letters of credit, which were employed solely for lack of cash, the Company, in the humble opinion of this government, cannot without great inequity refuse to pay them, as soon as it suits Her Excellency to realize them, at the same value for which they were issued. 6. That, apart from these reasons of equity, the Company's own interest requires that it does not itself depreciate its aforesaid own coin species and letters of credit. That until now everyone has willingly allowed themselves to be paid therewith, even the military, and among them even the Regiment de Meuron, and have acquiesced without noticeable reluctance to the disadvantage inherent therein for everyone in purchasing linens, clothing, provisions, and whatever else is brought from abroad, all of which articles have risen noticeably in price due to the total lack of gold and silver specie; but that, if the people can no longer pay the Company with the same coin with which they are paid by the Company, this will provoke a general discontent. 7. That by striking copper coins when we were not sufficiently provided with duiten for the paying off of all such matters for which no letters of credit could be employed, and by maintaining the value of our letters of credit by ensuring that they could be realized each time as soon as it was requested, we have hitherto kept the finances on Ceylon out of confusion and satisfied everything in a manner that we, and as we think also Their High Excellencies and Your Right Honourable Excellencies yourselves, in the year 1785 would hardly even have dared to presume the possibility thereof; and that Ceylon, notwithstanding that this government has a fairly large military establishment that expects to be paid on time, could have been kept going since then and up to the present without other assistance in the matter of finances than has hitherto been able to be rendered to us. That the confusions and disadvantageous consequences for the Company, which Their High Excellencies believe they foresee will continuously arise from receiving copper coin, do not exist hitherto, and that we also do not see why that should be feared now more than formerly; that if nevertheless small inconveniences should in time arise therefrom on Ceylon

Dutch transcription

goude en zilvere spetien in de huis„ houding uit te geeven, om daar door zoo veel geld onder de gemeente te doen rouleeren, als dezelve nodig heeft om het geen Cei„ „lon van buiten ontvangt te be„ „taalen, het voorsz: verschil lang„ „zaamer hand moet verdwijnen, mits in het uit geeven daar van de behoorlijke voorwigtigheid en omzigtigheid word gebruikt ten einde dit verschil lang zaa„ „mer hand te doen deaalen, en waar toe de eerst ondergeteeken„ „de Gouverneur bij zijn aparten brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 16: xber: 1789. reeds de vrijmoedigheid heeft gebruikt voortestellen, om wanneer hier goude en zilvere spetien voor de huijs houding wierden ontvangen in eene genoegzaame hoeveelheid, om in deezen een point van bedenking te kunnen uitmaaken, dezelve bij maatige partijen te laaten ver „koopen bij publieke vendutie, tot dat dit verschil wederom zou„ „de zijn gedaalt op 4. of 5: p:r C:o, zoo als het eertijds was 2. Dat alle de duiten die hier op Cei„ „lon rouleeren door de komp:e zelve zijn ingevoerd, dat ook alle andere koopere munten die hier rouleeren zijn munten, die de komp:e zelve hier en op de onderhoorige kan„ „tooren heeft doen aanslaan, en dat de komp:e dienvolgens zoo op de duiten als op de voorsz: koo„ „pere munten bij de eerste uit „gavens heeft genooten de winsten die huijs hou„ daar 58 daar op zijn behaalt. 3. Dat indien de komp:e tot alle de uitgavens speciaal die zedert nu 5: of 6: Jaaren zijn gedaan geene uitgezondert, had„ „de uitgezonden zoo veel goude en zilvere spetien als daar toe nodig zijn, en dat deeze goude en zilvere spetien daar toe waaren gebruikt insteede dat nu daar toe koopere munten en krediet brieven zijn geamploijeerd, Haar Ed: daar meede niet alleen geen enkelde duit meer in het huishoudelijke zoude hebben afbetaald, dan dezelve nu heeft doen afbetaalen met de voorsz: koopere munten, en de uitgegeevene krediet brieven, maar dat zelfs de komp: dan niet genooten zoude hebben de winsten op de uitgezondene duiten en de winsten hier behaald op het 5. Dat de schaade die Hunne Hoog Edel„ „heeden reekenen dat de komp:e zoude draagen, wanneer bij voortduuring de voorsz: koopere munten en Cae„ „diet brieven onder anderen op assig„ „naties na Nederland wierden ont„ „fangen in der daad niet bestaat; dat het ontfangen van de koopere munten nu als voorheen alleen schadelijk zoude kunnen zijn, wanneer van Ceilon in die munten munten van koper geld. 4. / Dat het dus ten hoogsten billijk schijnt dat de komp:e voorsz: haare eige mun„ „ten en Crediet brieven, waarmeede ze alles heeft betaald, ook nu zoo wel als voor heen in haare kassen te „rug ontfangt voor dezelfde waar„ „de, waar voor zij ze uijtgegeeven heeft munten geld geld wierde verzonden na andere plaa „sen, daar dezelve niet gangbaar zijn dog dat dit niet geschied, en dat wat de krediet brieven die alleen bij ge„ „brek van kontanten zijn g'emploij „eert, aangaat de komp:e naar het nedrig inzien deezer regeering, zon „der groote onbillijkheid niet weigeren kan dezelve, zoo dra het haar Ed: Convenieert die te realiseeren te betaalen met de zelfde waarde waar voor ze uijtgegeeven zijn 6. Dat behalven deeze reedenen van billijkheid de komp:e haar eigen belang vorderd, dat ze voorsz: haare eige munt spetien en krediet brieven niet zelve installig maakt. Dat tot hier toe een elk zig daarmeede gewillig heeft laaten betaalen, zelfs de Militairen, en daar onder zelfs het regiment van Meuron, en zig zonder merkelijke tegenzin laaten welgevallen het schadelijke dat daar in is voor een elk bij het inkoopen van lijwaaten, kleeding, provisien, en wat verder van buiten word aangebragt, alle welke artikelen door het totaal gebrek van goude en zilvere spetien merkelijk in prijs zijn gesteegen, dog dat wanneer de luiden de komp:e niet meer zullen kunnen betaalen met de zelfde munt, waarmeede ze door de komp:s worden betaald, dit een algemeen mis noegen verwek„ ken zal. Dat 7. / Dat 60 7. / Dat we door het aanslaan van kope„ „re munten, wanneer we niet genoeg van duiten zijn voorzien geweest, tot het afbetaalen, van alle zulke zaaken, waar toe geene krediet brieven konden worden g'emploijeerd en door het maintineeren der waarde van onze krediet brieven moet te zorgen dat ze telkens konden wor„ „den gerealiseerd, zoo dra het is gevraagt, tot hier toe het fi „nantie weezen op Ceilon hebben buiten verwaaring gehouden, en aan alles voldaan op eene wijze dat wij, en zoo we denken ook hunne Hoog Edelheeden, en uwel Ed: Hoog achtb: zelve, in het Jaar 1785: zelfs de mogelijkheid daar van kwalijk zouden hebben durven veronderstellen, en dat ceilon niet tegenstaande dit gouverne„ „nement heeft een vrij groote militaire staat die op zijn teid wil afbetaald zijn, het zedert en tot hier toe zouden hebben kunnen gaande houden, zonder andere assistentie in het stuk van het finantie weezen, als ons tot nog toe heeft kun„ „nen worden gedaan. Dat de verwarringen en nadeelige gevolgen voor de komp:e die hunne Hoog Edelheeden meenen te voorzien, dat uit het ontvangen van koopere munt bij voortduuring zullen voortkoomen tot nog toe niet bestaan, en dat we ook niet zien waarom dat nu meer dan eer„ „tijds zoude te vreesen zijn, dat zoo nogtans klijne inconveniën„ „ten daar uit in der teid mogten Ceilon ontstaan 61

NL-HaNA_1.04.02_3921_0100 view scan ↗

English

arise, as they were formerly also connected with it, as appears from the letter of Their High Excellencies dated 7 October 1790, one will have to see to clearing them out of the way in the best possible manner, both then and as occurred formerly, but that if the value of the copper coinage and the credit notes is not maintained, confusions might arise from this, the consequences of which could be great and arduous. Herewith we shall take the liberty to represent further to Their High Excellencies that the Ceylon community in particular at this critical time, if no drafts to the Netherlands may be granted except on the ordained footing, cannot continue to subsist without having to do without even those things that are of the first necessity, as this is the only way it still has to pay for provisions, clothing, and other necessities, which until now have been brought from the fatherland and from Batavia with the ships returning via Ceylon. On account of all the foregoing, we shall further repeat to Their High Excellencies our already submitted very humble request, that the order given concerning the drafts to the Netherlands may be revoked by the same, and that it may consequently remain granted to the Ceylon servants and further inhabitants to pay for the drafts to the Netherlands on that footing as has occurred until now, and was not refused to them formerly and when in this government, at least, a considerable quantity of gold and silver specie still circulated. Since, in order not to appear disobedient to the orders of Their High Excellencies, we have not dared to venture to grant any drafts counted on the customary footing, we have likewise not been able to grant the draft to the Dissave Fretz, the acceptance of which Your Right Honourable Excellencies recommended to us. Only we believed we ought not to refuse counting to Colonel Meuron on the customary footing for drafts to the Netherlands the amount permitted to him by Your Right Honourable Excellencies. The memorandum of these granted drafts is transmitted among the enclosures and is also inserted below according to the order. 22202 3/16 1616 3/160 pieces ducatoons which transfer with ƒ41700. — silver milled ducatoons of eighty stuivers each counted here into the Company's treasury for the account of the Regiment of Meuron, by the Colonel Commandant of the said regiment, Pierre Frederich de Meuron, in deduction of the permitted ƒ80,000. — – annually, written by Home Missive of 20 June 1787 to the Honourable High Indian Government at Batavia; in order to be paid out again and settled in the Netherlands after deduction of 10 9/39 percent discount, to those mentioned below, their heirs or proxies, being duly qualified for receipt by a proxy passed before a notary or the court; thereof 11616 7/160 pieces to be settled after the conclusion of the Autumn sale of the year 1792; namely: 278 5/60 pieces to the Right Honourable gentlemen Pieter Hendrik van Genderen, Councillor in the town council of the city of Enkhuijsen, and Gerrit Bruijn, Councillor and presiding Burgomaster of the city of Monckendam, with ƒ10,000. — – 278 9/20 pieces to the gentlemen Dirk Hendrik Bosboom, Daniel de Bruijn, and Steven Nikolaas Berk, merchants at Amsterdam, with ƒ1000. – – 2507 4/160 pieces to the gentlemen Christiaan Daniel Herts and Samuel Arnaldus Lenards, merchants, with ƒ9000. — – 1671 9/160 pieces to the gentlemen Van de Perre, Mijners, and Company, merchants at Middelburg in Zeeland, with ƒ6000. 278 39/40 pieces to the gentlemen Jaques Brequet and Jacobus Swarth and Son, merchants at Amsterdam, with ƒ1000. 1114 23/80 pieces to the gentlemen Abraham and Paul Chatelain, merchants at Amsterdam, with ƒ4000. — – 278 23/40 pieces to Mr. Louis Rabinel at Middelburg in Zeeland, with ƒ1000. — 334 3/80 pieces to the gentlemen Pieter and Steven Nikolaas Berk, merchants at Amsterdam, with ƒ1200. — 557 3/20 pieces to the widow Jacobus Swarth and Son, merchants at Amsterdam, with ƒ2000. 1671 3/160 pieces to the gentlemen Van der Perre, Mijners, and Company, merchants at Middelburg in Zeeland, with ƒ6000. 139 3/80 pieces to the gentlemen David and Abraham Valentijn, merchants at Amsterdam, with ƒ500. — 11616 13/160 pieces counted as mentioned above to be settled after the Autumn sale of the year 1792, the value of with ƒ41700. —

Dutch transcription

ontstaan, gelijk die ook eertijds daar „meede zijn verbonden geweest, zoo als dat blijkt uit hunner Hoog Edelh: brief van den 7: oktober 1790 men dezelve zoo wel dan, als eertijds geschied is, zal moeten zien op de best mogelijke wijze uit den weg te ruimen dog dat wanneer de waarde van de koopere munt en de Crediet brieven niet blijft gemaintineerd, daar uit ver„ „warringen zouden kunnen ontstaan, waar van de gevol„ „gen groot en moeijelijk zouden kunnen zijn. Hier bij zullen we de vrijheid gebruiken aan Hunne Hoog Edelheeden nog te ver„ „toonen, dat de Ceilonsche gemeente in „zonderheid in dit teids gewaigt, zoo er geene assignatien na Nederland moogen worden verleend dan op den geordonneerden voet, niet kan blijven bestaan zonder te moeten amtbeeren zelfs die dingen, die van de eerste noodzaake„ „lijkheid zijn, wijl dit de eenigste weg is, die dezelve nu nog heeft om pro„ „visien, kleeding, en andere behoeftens, die tot hier toe uit het vaderland en van Batavia met de scheepen die over Ceilon retourneeren zijn aangebragt, te betaalen. uit hoofde van al het voorenstaande zul„ „len we bij Hunne Hoog Edelh: nader herhaalen ons reeds gedaane zeer nedrig verzoek, dat de ordre omtrend de assignaties na Nederland gegeeven, door hoogst dezelve mag worden ingetrokken, en dat het mids dien aan de Ceilansche dienaaren en verdere ingezeetenen mag blijven vergund, om de assignatie na Nederland te betaalen mogen op 62 22202 3/16. op dien voet als tot hier toe is geschied, en aan dezelve niet gewijgert is eertijds en toen in dit gouvernement, ten minsten nog een tamelijk hoeveelheid van goude en zilvere spetien rouleerde wijl we het, om niet te schijnen ongehoorzaam te weezen aan de beveelen van Hunne Hoog Edelh: niet hebben durven waagen om eenige assignatien geteld op den gewoonen voet, te verleenen, zoo hebben we ook niet kunnen verleenen de assignatie aan den Dessave Fretz:, waar van uwel Ed: Hoog achtb: ons de acceptatie hebben gerekom„ „mandeert. Alleen hebben we gemeend niet te mogen wijgeren aan kolonel Meuron„ op den gewoonen voet op assignatie na Nederland te tellen, het bedraagen door uwel„ Edele Hoog Achtb: hem toegestaan. De Memorie van deeze verleende assigna¬ „tien gaat onder de bijlaagen over en word ook naar de order hier onder geinsereerd 22202 3/16 1616 3/160. P=s Duk:s Die Transporteere met - - - - - - - - ƒ41700. — zilvere gehartelde Dukatons van Jaggentig stuivers ider alhier in„ 's comp:s kas geteld voor reekening van het Regiment van Meu„ von, door den kolonel kommandant van gemelte regiment DE: Pierre Frederich de Meuron, in mindering van de toegestaane ƒ 80'000. — – Iaarlijks, bij Patriase Missive van den 20. Junij 1787: geschreeven aan de Edele Hooge Jndiase Regeering te Batavia; ten einde in Nederland na aftrek van 10 9/39: p=r C=to rabat, aan de natemeldenen, hunne erven of gemagtigdens, tot den ontvangst bij eene Notarieele of geregtelijk gepasseerde Procuratie behoorlijk gekwa„ lificeerd zijnde, weder uijtgekeerd en voldaan te worden; daar van 11616 7/160 P=s om na het afloopen der Najaarse verkooping van anno 1792. voldaan te worden; als. 278 5/60. p:s aan den wel Edelen gestrenge Heeren Pieter Hendrik van Genderen Raad inde vroedschap der stad Enkhuijsen en Gerrit Bruijn, Raad en Regeerend burgermeester der stad Monckendam met - - - - - - - - ƒ10'000. — – 278 9/20 „ aan de heeren Dirk Hendrik Bosboom, Daniel de Bruijn en Steven Nikolaas Berk kooplieden te Amsterdam, met - - „ 1000. – – 2507 4/160 „ aan de heeren Christiaan Daniel Herts: en Samuel Arnaldus Lenards2: koop „ „ 9000 —— 1671 9/160 „ aan de heeren van de Perre, Mijners en kompenie hooplieden te Middelburg in „ 6000 Zeeland, met 278 39/40 „ aande heeren Jaques Brequet en Jaco„ bus swarth en zoon hooplieden te Am„ – – – „ 1000. sterdam, met - - - - - 1114 23/80. „ aan de heeren Abraham en Paul chate„ lain kooplieden te Amsterdam, met „ 4000: - — 278 23/40 „ aan den heer Louis Rabinel te Middel„ -- „ 1000.— burg in Zeeland, met - - - 334 3/80 „ aande heeren, Pieter en Hteeven Niko„ laas Berk kooplieden te Amsterdam, „ 1200. — met 557 3/20. „ aan de weduwe Jacobus Swarth en zoon 16713/160 „ aan de heeren van der dam„ met . . . . . „ 2000. kompenie kooplieden te Meddelburg in –- - – – - „ 6000. Zeeland, met - -- - - -- 139 3/80 „ aande heeren David en Abraham va„ lentijn kooplieden te Amsterdam, met - - „ 500.— 11616 13/160. P:s als boven gemeld geteld om na de Najaarsche verkooping van Anno 1792. voldaan te worden, - - - ƒ41700. — De Waarde van. met - - - - - - - - - - 63

NL-HaNA_1.04.02_3921_0102 view scan ↗

English

64 to be satisfied after the conclusion of the spring sale of Anno 1793; whereof 2785 13/30 pieces to the Right Honourable Pieter Hendrik van Genderen, Councillor in the City Council of the city of Enkhuijsen, and Gerrit Bruijn, Councillor and Ruling Burgomaster of the city of Monikendam, with - - ƒ 10000:— 278 39/40 to the gentlemen Dirk Hendrik Bosboom, Daniel de Bruijn, and Mr. Nikolaas Berk, merchants at Amsterdam, with - 1000. 2507 19/160 to the gentlemen Christiaan Daniel Hertz and Samuel Arnoldus Leenardsz, merchants at Amsterdam, with 9000. 1671 1/60 to the gentlemen van de Perre, Meijners and Company, merchants at Middelburg in Zeeland, with - - - - 6000. 1671 1/60 to the gentlemen van de Perre, Meijners and Company, merchants aforementioned, with - - 6000. 278 39/40 to the gentlemen Jaques Briquet and Jacobus Swarth and son, merchants at Amsterdam, with - - 1000. 278 39/40 to Mr. Louis Rabinel at Middelburg in Zeeland, with - - 1000. — 1114 23/30 to the gentlemen Abraham and Paul Chatelain, merchants at Amsterdam, with - - - - 4000. — 10505 1/160 pieces counted as mentioned above to be satisfied after the spring sale of Anno 1793, with - - - - 38500. — 22202 5/16 pieces of silver milled Ducatoons as aforementioned counted here to be paid out again and satisfied in the Netherlands after deduction of 18 9/39 per cent rebate, with - - - - ƒ 79700. — 22202 5/16. 11616 17/60 pieces Ducatoons per transport with - - - - ƒ 41700. 10505 1/160 We must postpone our usual demand of requisites for this Government, because we do not know which goods will be brought to us with the ships that are expected, wherefore we shall have the honour to present the same to Your Right Honourable Excellencies on a following occasion. In our respectful letter of 15 October 1790, we submitted, while transmitting a petition from the bookkeeper and secretary of the Colombo Orphan Chamber, Jan Agathon Hendrik Sezilles, to the Honourable High Indian Government his request that, in consideration that he had already served the Company for 33 years, and whereof 21 years in the capacity of Bookkeeper, he be favoured with the title and rank of Under-Merchant, but Their High Excellencies, in their missive of 27 June of this year, because this request conflicts with the regulations, have referred him regarding this to Your Right Honourable Excellencies. 69 Kolombo, 12 November Anno 1791. and he has therefore requested us to bring this his petition to the attention of Your Right Honourable Excellencies, as we take the liberty to do hereby, and we also attach hereto a copy of his aforesaid petition, with the extracts from the aforementioned letters. Besides that he has served the Company for a great series of years, we cannot deny him the praiseworthy testimony that in everything in which he has been employed up to now, he has sought to discharge his duty with great activity and zeal, wherefore we take the liberty to support his aforesaid petition with our humble representation to Your Right Honourable Excellencies. W. D. van de Graaf W. Saket J. V. Dubert C. van Ingelbeek J. Heintzen D. D. Hemlant M. Vollenhove Right Honourable, Wise, Provident, Most Generous Gentlemen! Your Right Honourable Excellencies' humble and loyal servants. We commend Your Right Honourable Excellencies together with the weighty interests of the company to God's safe keeping, and have the honour to remain with due respect. Secret per Thomasss No. 17 Sight Patria To the Right Honourable Gentlemen Directors representing the General Dutch Chartered East India Company at the Meeting of Seventeen, in the Presidial Chamber within Middelburg in Zeeland. Right Honourable, Wise, Provident, Most Generous Gentlemen! The affairs with the Court of Kandy are up to now virtually still in the same posture as they were at the dispatch of our secret letter of 8 July last: all the Company's lands have continuously remained in peace. 70 To

Dutch transcription

64 om na het afloopen der voorjaarsche verhooping van Anno 1793. voldaan te worden; daar van 2785 13/30. p:s aan de wel Edele Gestrenge Heeren Pieter Hendrik van Genderen Raad inde vroedschap der stad Enkhuijsen en Gerrit Bruijn raad en Regeerend burgermeester der stad Monihan„ dam, met - - – - - - - - - ƒ 10000:— 2783/40 „ aande heeren Dirk Hendrik Bosboom Daniel de Bruijn en Heeren Ni„ holaas Berk kooplieden te Amster„ 1000. „ dam, met - 23 2507 19/160 „ aan de heeren Christiaan Daniel Hertz: en Samuel Arnoldus Le„ e„ nardsz: kooplieden te Amsterdam, met „ 9000. 1011 1/6o„ aan de heeren van de Perre Meij„ nersen komp=s kooplieden te Aid„ „delburg in Zeeland, met - - - - „ 6000. 10 Obs„ aan de heeren van de Perre, Meij„ ners en komp=e hooplieden eienge„ 6000. meld, met -- 278 39/40 „ aan de heeren Jaques Briquet en Jacobus Swarth en zoon hooplieden te Amsterdam, met - - „ 1000. 278 39/40 „ aan den heer Louis Rabinel ter Middelburg in Zeeland, met - - „ 1000. — 1114 23/30 „ aan de heeren Abraham en Paul Chatelain hooplieden te Amster„ dam, met _ _ - - - - - - - „ 4000. — 10505 1/160 p:s gelijk bovengemeld geteld om na de voor„ Jaarsche verkooping van Anno 1793. vol„ - - - - „38500. — Daan te worden, met - - - - - 22202 5/16. P=s zilvere gekartelde Dukatons als voorengemeld alhier geteld om in Nederland na aftrek van 18 9/39. p„r C=to vabat weder uijtgekeerd en voldaan te worden, met _ _ - - - - - - - ƒ79700. — 22202 3/16. 11616 17/60 P=s Duk:s P=r Transport met - - - - - Onze gewoone Eisch van benoodigdheeden voor dit Gouvernement moeten we uit„ stellen, wijl we niet weeten welke goederen Bij onzen eerbiedigen van den 15: oktober 1790, hebben we, onder toezending van een re„ „quest van den boekhouder en secretaris van de kolombosche weeskamer Ian Aga„ „thon Hendrik Sezilles, aan de Edele Hooge Indische Regeering voorgedraagen zijn verzoek, om uit aanmerking dat lij reets 33: Jaaren de Comp:e hadde gediend, en wel daar van 21: Jaaren in de quali„ „teid van Boekhouder, met den titul en rang van onderkoopman te worden beguns„ „tigd, dog Hunne Hoog Edelheeden hebben bij missive van den 27: Junij deezes Jaars, wijl dit verzoek strijd tegen het reglement, hem daar„ „nie gerenvoijeerd aan uwel Edele Hoog achtb: ons met de verwagt wordende scheepen zullen worden toegebragt, weshalven wij de eere zulk „len hebben dezelve uwel Edele Hoog achtb: bij eene volgende geleegendheid aantebie„ ƒ41700. ons 10505 1/10 - — „den en 69 Kolombo den 12' November A:o 1791. en heeft hij ons daarom verzogt, deeze zijne instantie te willen brengen onder het oog van uwel Edele Hoog achtbaare, zoo als wij de vrijheid neemen te doen door deezen, en voegen teffens hier nog bij een afschrift van zijn voorsz: re„ „quest, met de Extracten uit voormel„ „de brieven. Behalven dat hij de komp: eene groote reeks van Jaaren gediend heeft kunnen we hem ook het lof„ telijk getuigenis niet weigeren dat hij in alles, waar toe hij tot hiertoe is ge„ „amploijeerd geweest, zig met veel activi„ „teid en ijver heeft zoeken te kwijten van zijn pligt, waarom we de vrijheid neemen voorsz: zijn instantie met on„ „ze nedrigen voordragt bij uwel Ede„ „le Hoog Achtbaare te ondersteu„ „nen. WD. van de Graat WSaket J. V. Dubert 2½ 2et C: van Ingelbeek J Heintoew DD Hemlant WWel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer. Genereuse Heeren! Dw Wel Edele Hoog Achtbare onder dani „ge en Trouwschuldige Dienaaren. Wij beveelen uw weEdele Hoog Achtbaare nevens de zwaarwigtige belangens der maatschappij in Godes e vijlige hoede, en hebben de eer met verschuldige res„ „pect te blijven M Vollenhove Wij sekreet p Thomasss N 17 E k J Nagezig Patria Aan de Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen Ter vergadering van Zeeventienen representeeren „de de Generaale Neederlandsche g'optroijeerde oost„ Indische kompenie ter presidiale kamer binnen Middelburg in Wel Edele Hoog Achtbaare Wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren! De dingen met het Hof van kandia zijn tot hier toe, na genoeg noch in den zelfden plooij als ze waaren bij het afgaan van onzen secreeten brief van den 8=e Julij Jongstleeden: Alle skomp:s landen zijn bij voorduuring in rust gebleeven. Zeeland N. 70 Om

NL-HaNA_1.04.02_3921_0106 view scan ↗

English

In order to take personal knowledge of everything, and to be all the more assured that the orders given to watch the movements of the Kandiyans, and to be constantly ready to repel them with vigor whenever they undertook anything against the Company's lands or its subjects, were everywhere properly observed and complied with, the first undersigned Governor personally went to visit all the posts in the country. To that end, in the month of July of the current year, accompanied by the Disava of Colombo, he made a journey to Silau, Puttulang, and Kalpettij, and returning from there, he made the return journey through the Alloetkoer, Hapitigam, and Hina Korale, along the northern and eastern borders of the Colombo Disavony via Moegberoe, Gampelle, Attanagalla, and Hangwella. In the month of August, accompanied by Colonel De Meuron, he made a journey via Gale through the Matara Disavony; everywhere he found the military posts in such good condition that, had the Kandiyans undertaken anything against us, they could have been attacked and driven back at once. On these journeys no other signs appeared to him than that the inhabitants as well as the chiefs of the country were everywhere quite well-disposed and well-pleased. In general, they seemed to be deeply impressed by their obligation to the Company, that through the measures taken the peace of the country had been provided for in time. At Puttulang the Vanniyas in particular gave the most solemn assurance that they would remain faithful. The districts or Vanniates of which these are the present and customary vassals came, as Your Honorable High Mightinesses know from the Ceylon papers, only partially to the Company at the cession of the shores in the year 1766. The remaining part lies within the King's territory; nevertheless, they assured the Governor that even if the King were to trouble them in those parts of their districts that lie within his territory, they would bear with it and remain unswervingly attached to the Company, and that one could also rely on the faithfulness of their subordinates. The chiefs of the Silau district likewise assured in the most solemn manner that one could rely on their faithfulness and on the faithfulness of their subordinates, and that for no reasons whatsoever would they give ear to the requests of the Kandiyans. This was done in particular by the Mudaliyar of Madampe, who is the first and most prominent chief of the Silau district, and whose father in the previous war contributed very much to bringing this district under the Company. The inhabitants and the chiefs of the country in the Colombo Disavony likewise seemed everywhere generally well-disposed and well-pleased; in particular, the chief of the Hina Korale, the Mudaliyar Bandaranayake, who is one of our best and most faithful native chiefs, assured that now that the inhabitants saw that their safety was being provided for, one could reciprocally rely on their good faith. In the Galle Korale and in the Matara Disavony, no other signs appeared to the Governor in the same manner than of great goodwill and satisfaction, both from the people and from the greater and lesser chiefs. The principal native chiefs of the Matara Disavony, the Mudaliyars Ilangakoon, Tennekoon, Gooneratne, and De Saram, in particular each vied with the other to give proofs of their attachment and faithfulness to the Company. Each of them offered himself for everything for which the Governor should see fit to employ them for the country's peace and prosperity. Colonel Drieberg has also continually given the praiseworthy testimony of them that each of them has always sought to discharge his duty to the best of his ability. In the Magampattu the peace, which had been somewhat disturbed there for a short time by the unfaithful conduct of the absconded chief of that district, Don Constantijn, has also been completely restored again. In the Panoa lands it appeared for a time as if some bold fellows were seeking to cause some unrest there, but since Colonel Drieberg sent a good detachment, led by the Lieutenant Disava Van Schuler, to the Magampattu, which borders the Panoa lands, nothing more has been heard thereof.

Dutch transcription

Om in perzoon van alles kennis te neemen, en te meer ver„ „zeekerd te zijn, dat de gestelde orders om op de bewee„ „gingen der kandiaanen te letten, en steeds gereed te zijn om hun met vigeur te repousseeren, wanneer ze iets teegen 's komp:s landen ov haare onderdaanen ondernaamen, over „al behoorlijk wierden in agt genoomen en nagekoomen, is de eerst ondergeteekende Gouverneur alle de posten in het land, zelve gaan visiteeren. Hij heeft ten dien einde in de maand Julij J: Z: verzeld van de kolomboschen Dessaven, een togt gedaan na Silau, Puttu„ „lang en kalpettij en van daar wederom koomende, heeft Hij de terug rijze gedaan door de Alloetkoer, Wapittigan en Hina koul, langs de Noordelijke en oostelijke grensa„ van de kolombosche Des Javonie over Moegberoe gampelle, Atnegalle en Hangwelle: Jn de maand Augustus heeft wij verzeld van kolonde Meu„ „ron, een togt gedaan over Gale, door de Materesche Dessavonie over al heeft wij de mililaire posten gevonden in dien goeden staat, dat zoo de kandiaane iet tegens ons hadden ondernoomen, ze ten eersten hadden kunnen woorden aangelast en terug gedreeven. Jn deeze togten zijn hem geene andere blijken voorgekoo„ „dan „men, dat de ingezeetenen zoo wel als de Hoorden des landsn; te overal tamelijk wel gezind en wel te vreeden waeren Over het algemeen scheenen ze veil indruk te hebben van hunne verpligting aan de komp:e, dat door de genoomene maatreegelen voor de rust des lands ien tijds was gekorgt. Te Puttulang hebben de wanniassen inzonderheid, de plegtig„ „ste verzeekering gedaan van getrouw te zullen blijven. De districten op wannischappen, waarvan deeze huiden en plij„ „ke leenmannen zijn, zijn, zoo als uwel Edele Hoog Achtba„ re dat uit de ceilonsche papieren weeten, bij het afstaan der stranden in het Jaar 1766. maar gedeeltelijk aan de komp= gekoomen. Het overige gedeelte legt in 's konings gebied, dog „ze hebben de Gouverneur verzeekerd, dat zoo ook de ko„ „ning hun in die gedeeltens van hunne distrikten die in zijn gebied leggen, mogte aanlasten, ze zig dat zullen ge„ „troosten, en onwankelbaar aan de komp:e blijven geatta„ „cheerd, en dat men ook op de trouwe van hunne ondergeschikten konde staat maaken. Jn De 72 De Hoofden van het silauwsche districkt, hebben insgelijks op het plag„ „tigste verzeekerd, dat men op hunne trouwe en op de trouwe van hunne ondergeschikten konde staat maaken, en dat zeom geene reedenen hoe genaamd zouden gehoor geeven, aan de aanzoeken den kandiaanen, Jnzonderheid heeft dit gedaan de modiaar van Madampe, die het eerste en aanzienlijkste hoofd van het silausch district is, en wiens vader in den voorigen oorlog heel veel heeft toegebragt, om dit distrikt onder de kompenie te brengen. De ingezeetenen en de Hoofden des lands in de kolombosche Dessavonie, scheenen insgelijks overal; doer het algemeen „in het bezonder verzeekerde, het hoofd van deeze coul wel gezind en wel te vreeden. van de Wina koul, de modli„ „aar Bandernaijke, die een van onze beste en getrouwste inland„ „sche Hoofden is, dat nu dat de ingezeetenen Zaegen, dat voor hunne vijfligheid gezorgd wierd, men bij wederkeerig staat maaken konde op hunne goede trouw. Jn de Gale koul en in de Materesche Dessavonie zijn de Gouverneur in zelver voege, geene andere blijken voorgekoo„ „men, dan van veel welgezintheed en wel te vreedentheid zoo van het volk als van de groote en mindere Hoofden. De eerste inlandsche Hoofden van de Matureesche Des savonie de modliaars Jlangakoon, Tinnekoon, Goeneratna en de saram hebben inzonderheid zig een elk om het zeerst devlijtigd om blijken te geeven van hunne aan„ „kleevingen trouwe aan de kompenie. Een elk hunner bood zig aan tot alles waartoe de Gouverneur zou„ „de goedvinden hun tot 'slands rust en welvaart te emploijeeren. Ook heeft hollonel Drieberg van dezelve bij voorlduuring gegeeven het loffelijk getuigen is dat een elk hunner zig steeds na best vermoogen heeft zoe„ „ken te kwijten van zijn pligt. Jn de Magampattoe is ook de rust, die daar voor een korten tijd door het ontrouw gedrag van het gevlugte hoofd van dat distriet Don Contantijn wat gestoond geweest is, weederom compleet hersteld. Jn de Panoca„ „sche landen heeft, het een tijd lang gescheenen als of eenige stoute knaapen daar wat onrust zogten te stigten, dog zeedert dat kollonel Drieberg een goede detachement gelijd door den Luijtenant Dessave van Schuler, heeft gezonden na de Magampattoe, waaraan de Pannoasche landen grensen, heeft men de daarvan

NL-HaNA_1.04.02_3921_0108 view scan ↗

English

73 nothing more has been heard of it, however much this district is also somewhat remote. In the Batticaloa region it appears that the inhabitants are beginning more and more to understand that, through the various good arrangements introduced there from time to time by the capable and worthy chief, the junior merchant Burnand, they are now much happier than they formerly were under the Kandyan Government. But the headmen of the country, there called great and small Podiyares, who seem to be curtailed considerably by the aforementioned arrangements, are, at least partially, less well-disposed. At the time when those lands were still under the king, they could treat the common people according to their pleasure, as long as they sent a present to the Court now and then, and one can therefore well imagine, although they dare not show it, that they would not be sorry to see these lands come under the king again. However, the cautious measures of the aforementioned chief, in placing a detachment here and there on the borders, have kept them in check, and brought it about that the Kandyans on that side have likewise undertaken nothing against Company territory, notwithstanding that the Dissave of Wellasse, who is still stationed in the vicinity of the Batticaloa region with a whole party of men, has taken much trouble and still seems to do so, to stir up unrest there and in the Koulpattoe, situated between Trincomalee and Batticaloa, both by threats and promises. With this the Kandyan chiefs on this side have likewise occupied themselves thus far and are still occupying themselves, standing on our borders in virtually the same position as they were at the dispatch of our aforementioned respectful secret letter of 8 July last. But our inhabitants seem to be becoming more and more accustomed to their movements and threats, and since the Kandyans thus find themselves disappointed on all sides in their aims, we are very much inclined to believe that this work already begins greatly to bore them. In particular, it bores the king's inhabitants, because they must maintain the Court grandees with the servants and men they have with them, and moreover are summoned continually to these and those works, and are thus drawn away from their domestic affairs. A collection of daily reports, received from time to time especially from the Seven Korales, is enclosed herewith in a separate bundle, however little of note they contain, other than that one can to some extent judge the operations of the Kandyans from them. In one of these, marked No. 69, Your Noble and High Mightinesses will see, among other things, that it is said that the king of Kandy recently wrote to the Dissave of the Seven Korales that he had not sent him to build temples, celebrate feasts, lay out gardens, plant coconut and soursop trees, and ruin the inhabitants, but to wage war. From the Soerlie and Noegerie Wannias, the king's headmen, who it seems do not care all too much about the Court of Kandy and whose districts border on the Trincomalee region, the Company's Wanni, and the district of Mannar, it appears to us that there is not much to fear. They keep very quiet, at least thus far, and will most likely be well pleased if they can only keep their own lands in peace. Now that the first fright, which the descent of the Kandyans has always caused among our inhabitants, and had caused again this time, has passed somewhat, it seems one may hope that, now having seen by experience that we are in earnest about protecting them against all molestation from the Kandyans, and that the means for this are ready everywhere, they will continuously remain faithful to the Company. In addition, we think that as long as they do this, the Kandyans, knowing that everywhere our dispositions have been made to fall upon them immediately, as soon as they should touch the Company's territory,

Dutch transcription

73 daarvan niets meer gehoord, hoe zeer ook dit landschap wat verre afgeleegen is. Jn het Battikaloasche schijnt het dat de Jngezee „tenen meer en meer beginnen te begrijpen dat ze door de verschijde goede schikkingen, die van tijd tot tijd aldaar zijn ingevoerd door het kundige en braave opperhoofd de onderkoopman Burnand tan veel gelukkiger zijn dan ze eertijds waaren onder de kandiasche Regeering, dog de Hoofden des lands, daar genoemd groote en klijne Pediaesen, die door de voorsz: schikkingen vrij wat zijn beperkt schij„ „nen, ten minsten gedeeltelijk, minder wel gezind. Ten tijde, dat die landen nog onder de koning stonden, konden ze met het gemeene volk naare welgevallen omspringen, als ze maar nu en dagn een present na het Hof stuurden, en mee kan dus wel denken, schoon ze het niet durven laaten blijken, dat ze niet ongaan„ „ne zien zouden, dat deeze landen weeder kwaamen onder de koning, dog de voorzigtige maatregelen van gem: opperhoofd, met hier en daar op de grensen een detachement te plaatsen hebben hun in teugel ge„ „houden, en voortgebragt dat de kandiaanen ook ik aan dien kant niets teegens skompenies grond ge „bied hebben ondernoomen, niet teegenstaande de DesJave van welletje die als nog in de nabijheid van het Battikaloasche met een heele, pantij volk staat, zig veel moeite gegeeven heeft en nog schijnt te gee„ „ven, om zoo door beduijgingen als beloften daar en in de koulpattoe, leggende tusschen Trinkenomale en Battikaloa, onrust te verwekken. Hiermeede hebben zig aan deeze kant insgelijks tot hier toe beezig gehouden en houden zig nog beezig de kandian „sche hoofden, die na genoeg in even zodanige positie staan op onze grensen, als ze deeden bij het afgaan van voorsz: onzen eerbiedigen sekreeten brief van den 8:e Julij J:o Leeden dog onze ingezeetenen beginnen zig schijnt wel meer een meek te gewennen aan hunne beweegingen en bedrijgingen, en wijl de kandianen zig dus van alle kanten gedesappointeerd vinden in hunne oig„ „merken, zijn we zeer geneigt te gelooven dat hun detachement dit dit werk reeds sterk begind te verveelen, inzonderheid verveelt het aan 's konings ingezeetenen, wijl ze de Hofs „grooten met de bij hun hebbende bediendens en volk moe „ten onderhouden, en bovendien telkens tot deeze en geene werken worden op geroepen, en zoo van hunne huislijk zaaken worden afgetrokken. Een partij dagelijksche berigten, inzonderheid uit de zeven korles van tijd tot tijd ingekoomen, gaan in een appart bondeltje hierneevens, hoe zeer ze ook wijnig weetens„ „waardigt behelsen dan alleen dat meen daar uit de verrigtinge der kandiaanen eenigzints beoordeelen kan. Bij een derzelve gem:t N:o 69. zullen uwel Edele Hoog Achtbaare onder anderen zien, dat gezegt word, dat de koning van kandia onlangs aan den Dessave van de seven korles zoude hebben geschreeven dat hij hem niet gezonden hadde om kerken te bouwen feesten te vieren, tuinen aanteleggen kookers en zoorzaks boomen te planten, en de ingezeetenen ruineeren, maar om te oorloogen. Van de soerlie en Noegerie wanniaschen Lanmannen van de koning, die zoo het schijnt zig niet al te veel aan het Hof van kandia kreunen en welkers distrik „ten grensen aan het Trinkonomaalsche aan 'skomp. s wannie en aan het distrikt van Manaar heeft men naar het ons voorkomt niet veel te dugten. ze hou„ „den zig ten minsten tot nog toe heel stil en zullen naastdenkelijk wel te vreeden zijn, zoo ze alleen hunne eige landen in rust kunnen bewaaren. Tans dat de eerste schrik, die het afkoomen der kandiaa„ „nen altoos bij onze ingezeetenen heeft: verwekt, en ook ditmaal wederom verwekt hadde, wat voor bij is schijnt men te moogen hoopen dat dezelve nu bij bevin „ding gezien hebbende dat het ons ernst is om hun teegens alle overlast der kandiaanen te beschermen, en dat daar toe de middelen over al gereed zijn, de kompenie bij voortduuring getrouw zullen blijven. Hier bij denken we dat zoo lange ze dit doen, de kan„ „diaanen weetende dat over al onze dispositien 'er na gemaakt zijn om hun, zoo dra ze komp:s grond gebied mogten aantasten, aanstonds op het lijf te koo„ van „men

NL-HaNA_1.04.02_3921_0110 view scan ↗

English

they will not easily dare to attack the Company on its own ground and soil. Yet on neither the one nor the other can such complete reliance be placed that it would not be of the highest necessity to keep a vigilant eye on everything at all times, as we do without interruption. But for this purpose it appears for the present no longer as necessary as in the beginning to keep a large number of troops actively in the field, provided they always stand ready to be able to march out immediately at the first order; and we have therefore gradually made considerable changes some time ago concerning our posts stationed in the field. At Atnegale, the detachment that was stationed there under the command of Major Morack began to have very many sick men. We therefore, and because it appeared to us that the presence of so many troops there could for the present be dispensed with, caused the same to be transferred to Moegoeroegampelle in the Hapittigam Korle, leaving at Alnegale only a small garrison in the small redoubt that was constructed there; and when we subsequently believed we could see that at Moegoeroegampelle too no such large garrison was needed for the present, we left there only a company of easterners that still lies there, and let Major Morack return to Kolombo with the rest of the detachment. At Hangewelle we have likewise left no more than a small detachment to guard the post, and Colonel Meuron, who commanded there, has already returned to Kolombo some time ago with the rest of the troops who were stationed there. Thus, some time thereafter, we also caused the post at Marakadde in the Matara Dissavony, commanded by Colonel Drieberg, to be broken up. From it we have placed a company of sepoys in the Magampattoo and a company of easterners at Tengale. The rest has been stationed at Mature in order to be at hand there against all eventualities, except for a portion of a Galle company and a company of Meuron from the Kolombo garrison, which we have allowed to return to their assigned places. Apart from the garrisons of Silau and Putelang, which we thought should be left as they are for the present, and the troops that in the Batticaloa region had to be stationed on the borders right from the beginning, and which, for the reasons mentioned above, we also intend to leave there for the present, only few troops are now in the field. Everything nevertheless stands ready to be able to march again at the first order. From the Court of Kandia we have received no letters since the dispatch of our aforesaid secret letter. Nor have we written to the same since then, nor sent any messages; but these days a message was again delivered to our Dessave, now, as the messenger said, by order of Madoege Dessave, a Moorish headman in the Seven Korles, who is commonly so called. According to this report, sewn into the aforementioned bundle and marked No. 68, Madoege Dessave, after having first asked the messenger whether he had an opportunity to speak with the Dessave of Kolombo in private, had told him among other things that it would be well if our Dessave sent two appuhamies with a gift to the value of 10 or 20 rixdollars to the Dessave of the Seven Korles, under the pretext of inquiring after his welfare, and that these appuhamies would then at the same time ask for the reasons why the Kandyan Ambassadors did not come down according to custom; whereupon the Dessave of the Seven Korles would write what was necessary to the Court, and thereby mediate so that peace might be restored. But knowing the cunning of the Kandyans, and because moreover little reliance can be placed on all such reports, our Dessave was ordered to let the messenger depart without an answer. Yet, however much—we repeat it—little reliance can be placed on that sort of report, we are nevertheless inclined to believe that the Court is already beginning to feel more or less remorse for the step taken, and that it has given so much ear to the foolish chatter of a party of Nayakkars, who boasted grandly of their power and influence on the coast to procure foreign aid for the King. And if at this juncture, through the assistance that we have requested from Their High Excellencies, we could be put in a position to undertake the expedition to Kandia as soon as the upcoming good monsoon permits, we think we shall soon be able to bring the Court to reason and even to great humiliation. We shall also cause everything that may depend on us for undertaking this campaign to be prepared, for which the preliminary orders have already been given to Colonel Drieberg and to the other senior officers of this Government, as far as each one's department is concerned. Specifically, all of them have been ordered by our Resolution concerning the Military Department of the 29th of September of last year to prepare what is necessary for this expedition. And

Dutch transcription

75 „men het niet ligt waagen zullen om de komp=e op he eigen grond en bodem aan te lasten. ope het een nog het ander is nogtans geen zoo volkoomen staat te maaken dat het niet ten hoogsten noodig z „de zijn steeds op alles een waakend oog te houden, zoo als we onafgebrooken doen, dog hier toe schijnt het tan voor eerst niet meer zoo noodig dan in den beginnen om een groot getal troupes werkelijk te veld te houden mits ze altoos klaar staan om op de eerste ordre aan „stonds te kunnen uittrekken, en hebben we daarom roed wat geleeden gaande weg merkelijk verandering doen maaken omtrend onze te veld leggende posten. Te Atnegale begon het detachement dat daar geleegen heeft onder bevel van den Majoor Morack heel veel zieken te krijgen. we hebben daarom en om dat het ons toescheen dat de presentie van zoo veel troupes daar voor eerst konde worden gemist, het zelve doen ver„ „plaatzen na Moegoeroegampelle in de Hapittigam „koul, laatende te Alnegale alleen een klijne bezet„ „ting in de klijne veldschans die daar aangelegt is, en toon we voorts meenden te kunnen zien dat ook te Moe„ goe roegampelle voor eerst geen zoo groote bezetting noo „dig was, hebben we daar alleen gelaaten een komp=s ooster „lingen die daar nog legt, en de Majoor Morack met de rest van het detachement laaten terug koomen na kolombo. Te Hangewelle hebben, we ook niet meer gelaaten, dan een klijn detachement om de post te bewaaren, en is de kolonel Meuron die daar gekommandeerd heeft, reds een tijd lang geleeden met de rest van de troupes, die daar geleegen hebben, na kolombo terug gekoomen. zoo hebben we ook eenige tijd daar na doen opbreeken de post te Marakadde in de Materesche DesJavonie gekommandeerd bij kolonel Drieberg. wij hebben daar„ „van een komp=e sipaijen gelegd in de Magampattoe en een komp:s oosterlingen te Tengale. De restis geplaats te Mature om daar teegens alle evenementen bij de hand te zijn, uijtgenoomen een gedeelte van een Gaalse komp=e een een komp=e van Meuron uit het kolom„ „bos Guarnizoen, die we na hunne beschijde plaatsen hebben laaten terug toen keeren. keeren. Buiten de bezettingen van Silau en Pu„ „telang, die we gemeend hebben voor eerst zoo te moeten laaten, en de troupes die in het Battikaloasche reeds van den be„ „ginne aan op de grensen hebben moeten worden gelegt, en die we om reeden hier boven gemeld, ook nog voor eerst daar denken te laaten, staan 'er tans niet dan wijnig troupes te veld. Alles staat niet temin gereed om op de eer„ „ste ordre wederom te kunnen mar„ „cheeren. van het Hof van kandia hebben we zeederd het afgaan van onzen meerm: sekreeten brief geene brieven ontfangen. Ook hebben we zeedert aan het zelve niet meer geschreeven nog eenige bood, „schappen gezonden, dog deezer daagen is weederom een boodschap gedaan aan onzen Dessave, nu zoo de boodschapper zijde, uit last van Madoege dessave, een Moors hoofd in de zeeven korles, die in de wandeling zoo genoemd word. volgens dit berigt ingenaaijd bij het voorsz: bondeltje en gem: N:o 68. hadde Madoege Dessave den boodschapper na dat hij hem voor af hadde gevraagt of hij geleegentheid hadde om met den Dessave van kolombo apart te spreeken, onder anderen gezegt, dat het wel zoude weezen, wanneer onze Dessave twee appoehamies met een geschenk ter waarde van 10: of 20. rd=s zond aan den Desjave van de zeven korles, onder pretext van na zijn welstand te ver„ „neemen, en dat dan deeze appoeha„ „mies met een vroegen na de reedenen waarom de kandiasche Ambassa„ „deurs niet na beneeden kwaamen vol„ onzen gens 76 „gens gewoonte; waar na de Dessave van ƒ 4 de zeven koules het noodige na het Hof zoude schrijven, en daar door bemid„ „delen dat de vreede hersteld wierd, dog kennende de listigheid der kandiaanen en wijl boven dien op alle zulke be „richten wijnig staat te maaken is, is onze Dessave gelast, om den boodschap „per zonder antwoord te laaten vertrekken. Dan hoe zeer ook, we herhaalen het, op dat slag van berigten wijnig staat te maaken is zijn we niet te mien geneigt te gelooven dat het Hof reeds min of meer berouw begind te krijgen van de gedaane stap, en dat het zoo veel gehoor gegeeven heeft aan het zot geklap van een partij Naikers, die 8 briet opgegeeven hebben van hun ver„ „moogen en invloet op de kust, om aan den koning vreemde hulp te bezorgen. En zoo we in dit tijds gewrigt door de assistentie die we van hunne Hoog Edelheeden gevraagt hebben konden wor„ „den in staat gesteld om zoo dra de aanstaande goede mousson het toelaat, de togt na kandia te doen, denken we het Hof spoedig tot ree „den en zelfs tot veel verneedering te zul„ „len kunnen brengen. Ook zullen we alles wat van ons afhan„ „gen kan tot het doen van deeze veld togt doen in gereedheid brengen, waartoe reeds aan kolonel Drieberg en aan de verdere Hoofd officieren van dit Gouer„ „nement zoo veel een elks departement aangaat, de voorloopende beveelen gegee„ „ven zijn. speciaal zijn alle dezelve bij onze Resolutie over het Militaire departement van den 29:e 7ber: J:o L: gelast, om tot deeze expedietsie het no„ En „dige 77

NL-HaNA_1.04.02_3921_0113 view scan ↗

English

to devise a fitting plan. It can nevertheless not proceed, unless Their High Excellencies find themselves in a position to send us in full the requested assistance in troops, money, and provisions. Their High Excellencies have indeed been so kind, in a secret letter of the 23:rd of August last, paragraph 5, to assure us that they will make every effort to assist Ceilon, but from what the aforementioned High Government has previously stated in the same paragraph—that circumstances in Batavia itself are so unfavorable and deficient that Their High Excellencies cannot but consider with regret the difficulty or virtually impossibility of satisfying all the requirements necessary for that purpose as demanded—we think we can already foresee that the aforementioned High Government, however greatly inclined to assist Ceilon, will not find it very possible to render us the requested assistance. In this case, we see no other option than to confine ourselves for the present to the plan of blockading the king on all sides, so that nothing can be imported into or exported from his lands, and continuously preventing him from all correspondence with the outside; and since all this can in any case considerably advance our objectives to bring the Court to reason, even if one were in a position to force it to peace by arms, we have already decided, by our secret Resolution of the 10th of October, to forbid in the strictest manner all import and export to and from the Kandyan lands. Such a plan, if circumstances are so unfavorable that we should have to confine ourselves to that alone, can certainly work only slowly, and it would thus be greatly desired that one could employ more active means to bring the Court of Kandia to reason; but if that cannot be, there is no other option than to test what can be done along the other path. When the Kandyans cannot sell their products, these become useless to them. The inhabitants will not be able to pay the tributes arising therefrom to the Court, and the Court will thus miss all the revenues that it used to enjoy on account of this. The Dissavas and other Court grandees will also thereby suffer a notable loss in their income. When, in addition, there is prevented not only the import of salt, but also the import of linens and many other necessities that the Kandyans cannot do without, this will cause notable embarrassment to both the Court and the inhabitants as soon as the supply of those things is exhausted; and this certainly gives great hope that the Kandyans will gradually see more and more that, if necessary, we can do without them better than they can do without us. For the Company, this plan, though also somewhat harmful, will nevertheless be less burdensome. Now that we already have so much cinnamon from our own lands, and there is the greatest hope that this will soon increase more and more, the other inconvenience resulting from it for the Company will mainly consist of the loss of profit on the remaining products that we are accustomed to draw from the King's lands, such as areca, pepper, coffee, and cardamom. The leases related to inland trade will also be somewhat depressed thereby. Our inhabitants will also suffer some inconvenience from it, especially those who used to draw quite a lot of provisions from the King's lands; and these inconveniences taken together are certainly rather considerable, but even if they were greater, the Company would nevertheless have to endure it, because there is no other means to bring the Court to reason if one cannot compel it by force of arms. That the inconveniences on the side of the Court will nevertheless be far greater than on the side of the Company is very obvious, if this plan is executed with all exactness. To that end, we shall place a small military guard on all access routes to the King's land wherever necessary, and in between, Lascarin posts. To test what effect this will have on the Kandyans is all that we can do for the present. Taking any steps from our side toward them for the restoration of friendship, of whatever nature they might be, would only spoil the matter. If they open the way to it from their side, we shall readily lend a hand to it; and if circumstances can permit it in any way, seek to stipulate: 1. That the Court pay to the Company the expenses already incurred, or at least, as an equivalent thereof, grant a free and unrestricted peeling of cinnamon in all the lands of the King, without further permission having to be requested for that henceforth, since that need not happen according to the Treaty. 2. That the Peace Treaty of the year 1766 be purged of the fourth article speaking of the revenues of the shores. 3. That there be returned to the Company the district of Tamankadewe, which has come back to the Court after we had possessed it for several years, by virtue of an order sent thither to Battikaloa by letter of the 12:th of September 1774; and whereby it clearly appears that the ministry of that time was poorly informed by the incoming reports and did not know that this district extends so deeply into the Korle Pattoo on the north side that the Company's territory, by this cession, instead of a Sinhalese mile or nearly three hours, is currently no wider there than not even half an hour, so that the Kandyans from Tammankadewe can reach the sea in a short time. The well-known Kandyan Court grandee mentioned in our respectful letter to Their High Excellencies of the 18th of February appears still to continue in his good disposition toward the Company.

Dutch transcription

„dige plan te ontwerpen. Dezelve kan nogtans geen voortgang hebben, ten zij hunne Hoog Edelheeden zig in staat bevinden om ons de verzogte bij stand in manschappen, geld en provisie „en vol uit te zenden. Hoogst dezelve zijn wel zoo goed bij sekreete brief van den 23:e Augustus J: Leeden 5: 5. ons te verzeekeren alle efforts te zullen aanwen„ „den om Ceilon te assisteeren, dog uit het geen welgem: Hooge Regeering bij dezelf„ „de paragraaf voor afgezegd, dat de om„ „standigheeden op Batavia zelfs zoo disfavorabel en gebrekkig zijn, dat hun „ne Hoog Edelheeden niet dan met leed„ „weezen kunnen overweegen de diffi„ „culteid of a genoegzaame ondoe„ „nelijkheid om aan alle de requisiten daar toe noodig na vereischt te voldoen, denken we reeds te kunnen voorzien, dat het welgem: Hooge Regeering, hoe zeer ook zeer geneigt om ceilon te assistee„ „ren, niet al te mogelijk zijn zal, om ons de verzogte assistentie te be„ „wijzen. Jn dit geval zien we 'er niets anders op dan om ons voor eerst te bepaalen aan het plan, om den koning van alle kan„ „ten in te sluijten; zoo dat 'er niets in zijne landen kan worden in of uitge„ „voerd, en hem bij voortduuring alle konres„ „pondentie na buiten te beletten, en wijl dit een en ander in allen gevalle onze oog„ „merken merkelijk kan bevonderen om het hop tot reeden te brengen, ook zelfs wanneer men in staat konde zijn het met de wapenen tot de vreede te dwingen, zoo hebben we reeds bij onze sekreete Resolutie van den 10. oktober beslooten, om alle in en uitvoer na en uit de het kandiasche 78 kandiaesche landen op het strengst te verbieden. zulk een plan zoo de omstandigheeden zoo ongunstig zijn dat we ons daar aan alleen zouden moeten bepaalen, kan zee „ker niet dan langzaam werken, en het waare dus zeer te wenschen, dat men aktiver middelen konde emploije „ren om het hof van kandia tot ree„ „den te brengen, dog zoo dat niet zijn kan, is 'er niets anders op dan te be„ proeven, wat men langs den anderen weg doen kan. Wanneer de kandiaanen hunne produkten niet kunnen verkoopen, worden ze voor hun nutteloos. De ingezeetenen zullen de schattingen die daar uit voortvloeijen aan het Hof niet kunnen betaalen, en het Hof zal dus alle inkomsten mis= „sen, die het uit hoofde van dien pleeg te genieten. Ook zullen de Dessaves en andere Hofsgrooten daar door merkelijk in hun inkoomen verliesen. Wanneer nu daar bij word belit niet alleen den invoer van zout, maar ook den in„ „voer van lijwaaten en veel andere benodigt„ „heeden die de kandiaanen niet missen kunnen, zal dit, bijde het stof en de ingezeetenen in merkelijke verlegent„ „heid brengen, zoo dra de voorraad van die dingen zal op zijn, en geeft dit zeekerlijk veel hoop, dat de kandiaanen gaande weg meer en meer zullen zien, dat we des noods hun beeter, dan zij ons missen kunnen. Voor de komp=e zal dit plan schoon ook wat schaadelijk nogtans min druk„ kende zijn. Nu dat we reeds zoo veel kanneel uit onze eige landen hebben, en 'ik de grootste hoop is dat dit spoedig „ meer en meek zal toeneemen, zal de andere on„ 79 ongeleegentheid voor de komp:e daar uit voor'tvloeijende hoofdzakelijk bestaan in de winstdewing op de overige pro„ „dukten, die we uit 's konings landen ge„ „woon zijn te trekken, als zijn de arreek peeper, koffij en kardamom. De pagten die relatie hebben tot den binnen landschen handel; zullen ook daar door wat worden gedrukt. Ook zullen onze ingezeetenen daar bij wat ongerief heb„ „ben inzonderheid zulke, die nog al veel leevens middelen uit 's konings landen pleegen te trekken, en deeze ongeleegentheeden met malkanderen zijn zeekerlijk vrij aanmerkelijk, dog zoo ze ook grooter waaren, zoude de komp=e zig dat nogtans moeten getroo„ „sten, wijl 'er geen ander middel is om het Htof tot reeden te brengen, zoo men het niet door de wapenen dwingen kan. Dat de ongeleegentheeden nogthans dan de kant van het Htof vrij grooter daer aan de kant van de kompenie zijn zullen is zeer zigtbaak, wanneer dit plan met alle nauwgezetheid word uitgevoerd. Tot dat einde zullen we op alle toegangen naa 's konings land daar het nodig is, een klijne militaire wagt leggen en tusschen bij de Laskorijns posten. Te beproeven wat uitwerking dit op de kandiar „nen hebben zal, is alles wat we voor eerst doen kunnen van onze zijde eenige stappen bij hun te doen tot herstelling van de vriendschap, van wat na„ „tuur ze ook zoude moogen zijn, zoude de zaak maar bederven. Openen ze van hunnen kant de weg daartoe, dan zullen we gereede„ „lijk daar toe de hand leenen-, en zoo de omstandigheeden het eenig„ Dat „zints „zints gehengen kunnen, zoeken te bedin„ „gen. 1:/ Dat het Hof aan de kompenie betaald de onkosten bereeds gedaan, of ten minsten tot een equivalant daarvan toestaat een vrij en onbepaald kanneel schil„ „len: in alle de landen van den koning, zonder dat daartoe voortaan verder verlof zal worden gevraagt, wijl dat niet behoeft te geschieden volgens Trac„ „taat. 2. / Dat het vreedens Tractaat van het Jaar 1766. gezuiverd word van het vierde artikel spreekende van de in„ „komsten der stranden. 3. / Dat aan de kompenie word terug ge„ „geeven het landschap Taman kadewe dat weeder aan het Hof gekoo„ „men is, na dat we het eenige Jaaren bezeeten hadden, uit hoofde van een ordre daartoe naa Battikaloa gezonden bij brief van den 12:e September 1774:; en waarbij duijdelijk blijkt, dat het ministerie van dien tijd door de inge„ „koomene berigten kwaalijk is g'in„ „formeerd en niet geweeten heeft, dat diep dit Landschap zoo mijn loopt in de korlepattoe aan de Noordzijde, dat 's komp:s grond gebied door deezen af„ „ „stand aldaar in steede van een sin„ „galeesche mijl of na genoeg drie uuren, thans niet breeder is dan nog geen half uur, zoo dat de kandiaanen uit Tammankadewe in korten tijd aan Zee weezen kunnen. De bekende kandiasche kofsgroote vermeld bij onzen eerbiedigen brief aan Hun „ „ne Hoog Edelheeden van den 18. februa„ „rij, schijnt nog altoos in zijne goede ge „zintheid teegens de kompenie te continueeren ordre 81

NL-HaNA_1.04.02_3921_0117 view scan ↗

English

82 Colombo the 12th of November Anno 1791. still sends messages from time to time which, though they contain little more than assurances, state that he will continually seek to be of service to the Company. In these past days, an unsigned note was received from him again, which lies enclosed herewith in copy along with the reply thereto, and we truly think that this man lacks not the will, but the opportunity, to show his goodwill to the Company. Concerning the Company's trade and privileges on the Madura and Marawa coasts, we have received no further writings from the aforementioned Government since the dispatch of our last letter to the English Government at Madras, mentioned in Section 161 of our secret letter to the Noble High Indian Government of the 30th of June of this year. Your Right Honourable Humble and Dutiful Servants WJ van de Graaf JG van Angelbeek A D Bakel D C D Drikery Ach Avretr van Angelbeek P Heintous Hlemland Vollenhove Right Honourable, Wise, Provident, Most Generous Gentlemen! We commend Your Right Honourables, together with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping and have the honour to remain with due respect. We L Examined Boff Number 1: original missive of today by duplicate and to as in the heading. Register of Papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honourable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies, are dispatched in the Council with the ship De Draak, consigned to the Right Honourable Gentlemen Directors, in the Assembly of the Seventeen, representing the General United Netherlands Chartered East India Company, at the presiding chamber in Middelburg in Zeeland. this GW Staals 83 Number 2: Bundle of accounts and reports successively received concerning the movements of the Kandyans. 3. Copy of the secret resolution taken in the Council of Ceylon concerning the military department of 29 September last, whereby among other matters the commission was appointed to draw up a plan for the expedition. 4. Extract of the secret missive dated 23 August last written from Batavia to Colombo, whereby Their High Mightinesses inform that one should not rely entirely on substantial assistance from Batavia, although they themselves will make every effort to assist Ceylon. 6. Copy translation of a letter written by a court dignitary to the Maha Mudaliyar with the answer sent thereto. Number 5. Copy of the secret resolution taken in the Council of Ceylon concerning the military department of the 10th of October, whereby among other matters it was decided to prevent all intercourse with Kandy. written. Batavia Mudaliyar 84 185 Examined Mudaliyar written with the answer sent thereto. Colombo, the 12th of November 1791. Number 28 Translation of an unsigned Sinhalese ola written by the physician-in-ordinary of the King of Kandy to the Mohandiram of the Atapattu Saram Number 29 Translation of a Sinhalese ola letter written by Bandarnaike Mudaliyar on the 20th of July 1791 to the Colombo Dissava Number 30. Extract of a letter dated 21 July last written by the Resident Sinning to the Colombo Dissava Fretz, containing a report from his dispatched spy concerning the summoning to Court of the Dissava of the 4 Korales. Register of the following accounts, letters, and translations of the successive incoming reports from the Kandyan territory and from the subordinate offices concerning the movements and preparations in the Kandyan territory. Ybrands HEizeerk e Den Gl GVD Linde 86 Number 31. Copy of the report from the Resident Sinning, date as above. Number 32. Copy of the report from the Moor Uduma Lebbe concerning the building of dwellings at Belligalle, date as above. Number 33. Copy of the report from the Moor Assena Markan who had returned from Moutongalle, together with the order given by the Dissava of the Seven Korales for the clearing of the roads of the gammedde and Biminiegalle, dated 24 July last. Number 34. Copy of the report of a spy dispatched on reconnaissance by the Resident Sinning concerning the departure of the Dissava of the 4 Korales to the Court, dated the 25th of July last. Number 35. Copy of the report of two Moors named Mitigéie Arodia and Mirabelet, the first having returned from Belligalle bringing news that the Adigar of that place drills 800 men under arms daily, and the second also having returned from Belligalle bringing news that the Dissava of the 7 Korales refused to follow the King's orders, as also of an epidemic disease that is prevailing there, dated 27 July last. and would 8 87 Number 36. Translation of an unsigned ola written by the Basnayaka Eknellegoda Ralahami to the Mohandiram Mudaliyar Sam, dated 3 August. Number 37. Copy of the report of the Moor Assena Markan containing news that the Kandyans, after performing a ceremony on the 15th of August, would make an incursion into the Company's lands, dated 4 August last. Number 38. Extract of a letter dated 13th last written by the Resident Sinning to the Dissava of Colombo, containing a report communicated to him by his spy Unus Lebbe that the Dissava of the 7 Korales had set out with armed people to the battery situated along the Maha Oya to inspect the same. Number 40. Account given by the Sinhalese Panonelierale Hanavenna Bandarnaike Mudiyanse on the 21st of August last at Mugurugampola, containing reports from the Kandyan territory. Number 39. Account given by the vagrant Hammandi at Jaffna, dated 17 August last. by Number 41.

Dutch transcription

82 Kolombo den 12 ' November Anno 1791. wij zend nog van tijd tot tijd boodschappen die wel niet veel behelzen dan verzeekering, dat hij bij voorduuring de kompenie zal zoeken van dienst te zijn. Deezer daagen is weeder van hem ontvangen een ongeteekend briefje, dat in kopij hierneevens legt met het andwoord daarop, en we denken in der daad dat het deeze man niet aan de wil maar ge„ „leegentheid ontbreekt om zijne goedwillig„ „heid aan de kompenie te toonen. Over skompenies handel en voorreg „ten op de Madureesche en Marruasche kusten, hebben we zeedert 't afgaan van ons laatste schrijvens aan 't Engelse Gouvernement te Madras vermeld bij §: 161. van onzen secreeten brieff aan de Edele Hooge Jndische Regeering van den 30:e Junij deeses Jaars, geen nade„ „re schrijvens van gemelde Gouverne„ „ment ontvangen. uw wel Edele Hoog Achtbaare onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren Wd vande Graen JG van Angelbeek A D Bakel D„ C„ D Drikery Ach Avretr van Angelbeek PHeintous Hlemland Vollenhove Wel Edele Hoog Achtbaare wijze, voorzienige zeer Genereuse Heeren! Wij beveelen uwel Edele Hoog Achtbaare nevens de zwaarwigtige belangens der maatschappij in Godes vijlige Hoede en hebben de Eer met verschuldigde respekt te blijven. Wij L Nagezien Boff N:o 1: origineele missive van heden door Dupolicaat en aan als in den hoofde Register der Papieren Gehoo„ dende tot den secreeten brief, die ter ordre van den welEdelen Groot achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van nederlandsch Jndien, Gouverneur en direk„ „teur van het eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden in den raad met het schip De Draak. worden ver„ zonden, gekonsigneerd aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen, ter vergadering van seven„ tienen, representeerende de generaele nederlandsche geoctroijeerde oost-indische kompenie ter presidiale kamer binnen Middel„ burg in Zeeland. deses GW Staals 83 N: 2: Bondel Relaasen en Berichten successive ontvangen, wegens de bewe„ „gingen der kandiaanen. 3. Kopia sekreete resolutie Genomen in raa„ „de van Ceilon over het militair departement van 29: Septem„ ber Jongstleeden, waarbij on„ der anderen de kommis sie benoemd is tot het formeeren van een plan voor de expeditie „ 4. Extraht sekreete missive de dato 23 augustus Jongstleeden van „ 6. Kopia Translaat van een brief door een Hofsgroot aan den maha N:o 5. kopia sekreete resolutie genoomen in raa„ de van Ceilon over het militaia departement van den 10. okto„ ber, waarbij onder anderen beslooten is om alle omgang met Mandia te beletten. Batavia na Kolombo geschree„ ven 55. , waar bij Hunne Hoog Edelheden informeeren, dat men op een aanzienlijk as„ sistentie van Batavia geen volkomen staat moet ma„ hen, schoon Hoogst dezelven alle efforts zullen aanwen„ den om Ceilon te assisteeren. deses geschreeven. Batavia modliaar „ 84 185 Nagezien modliaar geschreeven met 't daar op gezonden antwoord. Kolombo den 12. November 1791. N=o 28 Translaat Singaleese ongeteekend ola door den lyfmedicus van den koning van Kandia geschree ven aan de mohandiram van de attoepattoe Saram N=o 29 Translaat singaleese brief ola door bandernaik modliaar den 20 Julij 1791 geschreeven aan de kolombose Dessare N=o 30. Extract brief de dato 21 Julij o=o Leeden door den resident sinning aan Register der ondervolgende re „laasen Brieven en Translaaten van de successive ingekoomene berigten uijt het kandiak en van de onderhoorige kantooren „en toerustingen betreffende de beweegingen in het kandiasche Dijbrands HEizeerk e Den Gl GVD Linde 86 N=o 31. Kopia berigt van de resident sinning dato als boven N=o 32. Kopia berigt van den moor oedoema hebbe weegens het bouwen van woonplaatzen te belligelle dato als vooren N=o 33. Kopia berigt van den moor asse na markan die van mouton galle was te rug gekoomen nevens de ordre door den Des save van de E. Corles gegeeven tot het schoonmaaken van de weegen van de gammedde den Kolombose Dissare Fretsz ge schreeven houdende berigt van zyne uijt gezondene spieon weegens het ontbieden aan het Hoff van de Dessave van de 4. Corles. N=o 34. kopia berigt van een door den resident senning op kondschap uijtge zondene spieon weegens het vertrek van den Dessave van de 4. korles na het hoff geda„ teerd den 25 Julij J=o Leeden N=o 35. Kopia berigt van twee mooren genaamt mitigéie Arodia en mirabelet de eerste van belligalle te rug gekoomen tijding brengende als dat den adigaar van die plaats dagelijks 800 mannen in de wapenen oeffend en de tweede ook van belligalle te rug gekoomen brengen tijding als dat de Dessave van de 7- korlesskonings orders niet en biminiegalle de dato 24 Julij =o Leeden en wilde 8 87 N=o 36. Ttranslaat ongeteekende Ola door den basnaijke Eknelle godde rale„ mod. „hami aan den mohand liaar zam geschreeven de dato 3 aug:s N=o 37. Kopia berigt van den moor Assena markan houdende tijding als dat de kandiaanen na het verrigten van een Cere monie den 15 aug:s een in val in skomp: landen zou den doen, de dato 4. Aug=s v=o Leeden N=o 38. Extract brief de dato 13 e /=e leeden N=o 40. Relaas door den singalees panonelieraa „le hanavenna bandernaike moodians den 21. aug:s J=o leeden te moegoeroe gampelle gedaan houdende berigten uijt het kandig „se. N=o 39. Relaas door den landlooper hamman di te Jaffena gedaan de dato 17. aug:s J=o Leeden door den resident sinning aan den Dassave van Kolombo geschreven houdende berigt aan hem door zijne Spieon unus lebbe Committeerd gekag als dat de Dessave van de 7 Cor les met gewrapende volk na de batterij langs de mahadeij gelee„ „gen was begeeven om dezelve te bezigtigen wilde volgen zoo meede van een Essidimische zeekte die er regeerd de dato 27. Julij J=o leeden door N=o 41.

NL-HaNA_1.04.02_3921_0124 view scan ↗

English

No 41. Copy of report sent from silauw on the 26 aug:s of the past year containing report that the newly appointed manddige Dessave was about to arrive at kakkerenegalle No 42 Copy of Silauw report dated 27. aug: of the past year containing news concerning the erected batteries that had been seen by the commandant of Chilauw at kelana No 43 copy of account given on the 29 aug:s of the past year by a sinhalese who by order of the commandant of Silauw has been to the village watte delle. No 44. Report given by the sinhalese on the 29 aug:s of the past year who was sent with a message by the Mohandiram of Jagampattoe No 49. Report from a sinhalese brought to captain Uhlenbeek at Silauw on the 5 xber: of the past year No 48. Declaration dated 5 7ber: of the past year passed at gale by rannesinke lokkoe-kami No 47. Report given to Captain Uhlenbeek by a sinhalese who had been in the village poettoewe dated 3. September of the past year No 46. Translation of Sinhalese palm-leaf letter ola written by the mohandiram appochami to the gesuar and Sieur Foenander on the 31. aug:s of the past year No 45 Account given by the paumelie that the Chalias had received orders to peel Cinnamon dated 29 Aug:s of the past year containing news from the kandian lands No 50. Extract from an extract missive written by the resident ripsema on the 5 7ber: of the past year to the authorized agent of Nigombo containing news of the descent of the king's brother upon kornagalle. No 51. Extract Missive dated 7. 7ber of the past year written by the resident sinning to the lord Dessave containing report of the arrival of a goudemoene Coral from the kandian lands in the village midiiegall innee No 52. Extract as above containing report that the Dessave of the 4. korles has retreated with his people to the temple belligalkorle No 55. Report from an inhabitant of Silau on the 11. 7ber: of the past year to captain Uhlenbak regarding the king's brother who was expected at konnegalle No 54. Report given to captain Uhlenbeek on the 10 7ber: of the past year by an inhabitant of Silauw regarding the house that has been built in the village dam medenieje No 53. Account of the Fisher appoekoettige Janis regarding some matara chiefs who were located in safferegam No 56 Report as above dated 17. 7ber: of the past year containing news of the Dessave of the 7. korles who was located at damme denije with 200 heads. No 57. Report as above dated 24. September of the past year containing that the maddige Dessave is at niegiddere No 58. Report as above dated 30 7ber of the past year containing that a large quantity of cinnamon lay in the village Demedeinieje No 59 Report as above dated 1. october of the past year containing some further reports from the kandian lands. No 63. Translation of sinhalese ola addressed to the Commandant of selau on the 14. october by heyne ge appoeraale inhabitant of Ponan Kalic No 62. Translation of sinhalese ola written by the mudaliyar of madampe to the resident of Selauw dated 10. October of the past year No 61. Account dated 7. October of the past year given by one who was sent to Coernagalle by lieutenant Vlaming, No 60. Report as before given to lieutenant vlaaming on the date 5 october of the past year containing that the king of kandia was to come to koerne galle within 18 days No 64. report given by an inhabitant of silau to lieutenant vlaaming on the 14. October of the past year containing news of maddige Dessave, No 65. Report as before dated 17. October of the past year containing news that the mudaliyar of the attoepattoe had gathered some people to send to dammedenieje No 66. Account of one who had come back to selauw from Demedenie on the 17. October of the past year No 67. Extract letter dated 23. October of the past year written by the resident Sinning to the lord Colombo Dessave No 71. Report as before dated 31 October of the past year containing news that order was given in the village dammedeniete to get muskets rice and pots in readiness No 70. Report given by an inhabitant of selauw to lieutenant vlaaming dated 28 October of the past year No 69. Translation of sinhalese ola addressed to the Commandant at Silauw date 26. October of the past year No 68 Account from the kandian lands given to the lord Dessave by an omer lebbe commissioner inhabitant of the hapitigam Corle dated 25 October of the past year No 72 Report as above dated 4. 9ber: of the past year containing that the mudaliyar of Nadinne had departed for the village gabele with 300 armed people No 73. Report as before dated 5 9ber: of the past year containing that a new resthouse was built in the village gallelle No. 74 Report as before dated 6 9ber of the past year containing that the mohotiar of kandegiddere had departed for the village gallelle with 8 jingalls and 300 armed men Kolombo The 12. November 1791 Because I know the state of affairs on this side very well, I have written to you to try to make peace in whatever manner it might be, for in this war the Dutch gentlemen shall gain no profit; when in other countries a place where the chiefs of the country live is taken away and destroyed, the entire country is conquered; but here, when a place or korle where the chiefs live is conquered, others will not appear; and therefore no advantage is to be enjoyed from the conquest, because one can have no service from those inhabitants. And when 1000 heads fall upon one man, there is yet Translation of Sinhalese unsigned letter ola written by Adroegodde oenance, personal physician of the king of kandia, to the Attepattoe Mohandiram de Saram. Sijbrands lynberk people

Dutch transcription

N=o 41. Kopia berigt van silauw gezonden de de „to 26 aug:s J=o Leeden houdende berigt als de nieuw aan gesteld manddige Dessave te kakkerene galle stond te koomen N=o 42 Kopia Silauwsche berigt de dato 27. aug: J=o Leeden houdende tijding wo gens de opgemaakte batterijen die door den kommandant van Chilauw kclana was gezien N=o 43 kopia relaas den 29 aug:s J=o Leeden ge daan door een sengalees di op bevel van den kommaan„ dant van Silauw na het do was watte delle is geweest. N=o 44. Berigt door den sengaleet gegeeven de 29 aug:s =o. leeden door den M raal van Jagampattoe was g zonder met een bootschap N=o 49. Berigt van een singalees den 5 xber: J=o Leeden aan kapitain uE lenbeek te Silauw gebragt N=o 48. Verklaaring de dato 5 7ber: J=o Leeden door rannesinke lokkoe-kami te gale gepasseerd N=o 47. Berigt aan Kapitain Uhlenbeek ge daan door een singalees die in het dorp poettoewe was geweest gedatteerd 3. September J:o l: N=o 4:6. Translaat Singaleeze brief ola door den mohandiram appochami aan gesuar den en Sipueur Foenander geschreeven den 31. aug:s J:o Leeden eenen No 45 Relaas door den paumelie gedaan als dat de Saliasen orders hadden gekree gen om Caneel te schilden de dato 29 Aug:s J=o Leeden. No 45 houdende 88 tijdingen uijt het kandiasche N=o 50. Extract à Extract missive door den re sident ripsema den 5 7ber: J=o leeden aan den geautho„ riseerde van Nigombo geschre ven houdende tijding van de afkomst van des konings broe der op kornagalle. N=o 51. Extract Missive de dato 7. 7ber J=o eden door den resident sinning aan den heer Dessave geschree„ „ven houdende berigt van de aankomst van een goude„ moene Coraal uijt het kan diase in het dorp midiie gall innee N=o 52. Extract als boven houdende berigt als dat den Dessave van de N=o 55. Berigt van een inwoonder van Si lau den 11. 7ber: J=o Leeden aan kapitain Uhlenbak nopens de skonings broeder die te konne galle verwagt wierd N=o 54. Berigt aan kapitain Uhlen beek den 10 7ber: os=o Leeden gedaan door een inwoonder van Silauw weegens het huijs dat in het dorp dam medenie je is geboud N=o 53. Relaas van den Visser appoekoettige Janis weegens eenige matureesche hoofden die zig in het faffere gam bevonden 4. korles met zijn volk na de tem„ „pel belligalkorle te rug is getrok „ken N=o 56. 89 N=o 56 Berigt als booven de dato 17. 7ber: J=o L houdende tijding van de De Jave der 7. korles die zig met 200 koppen te damme denije bevond. N=o 57. Berigt als booven de dato 24. Zeptember J=o Leeden houdende als dat de maddige Dessave zig te nie giddere bevind N=o 58. Berigt als boven de dato 30 7ber J=o Leeden houdende als dat in het dorp Demedeinieje een groote gedeelte kaneel lag N=o 59 Berigt als boven de dato 1. october J=o L: houdende eenige verde re berigten uijt het kan„ „diase. N=o 63. Translaat singaleese ola aan den Commandant van selau gerigt den 14. october door heyne ge appoeraale inwoonder van pannan kaking, Ponan Kalic N=o 62. Translaat singaleese ola door den mod liaar van madampe aan den resident van Selauw ge„ schreeven de dato 10. October of=o Leeden N=o 61. Relaas de dato 7. October J=o Leeden ge„ daan door een die naar Coer na galle door den luijtenand Vla ming was gezonden, No 60. BBerigt als vooren den dato 5 october „s=o leeden aan den luijtenand vlaaming gedaan houden de als dat den koning van kan koer, dia binnen 18 daagen op aee ne galle stond te koomen No. 60 90 N=o 64. berigt door een silaus inwoonder der 14. October J=o Leeden aan luijte „nand vlaaming gedaan hou„ dende tijdingen van maddige Dessave, N=o 65. Berigt als vooren de dato 17. October of Leeden houdende tijding als dat de modliaar van de at toe pattoe eenige volkeren had verzaamet om na dan medenieze te zenden N=o 66. Relaas van een die den 17. October J=o Leeden die van De bediene te rug te selauw was gekoomen N=o 67. Extract brief de dato 23. October of=o 2: door den resident Sinning aan de heer kolembosche Des save geschreeven N=o 71. Berigt als vooren de dato 31 October 1=o Leeden houdende tijding als dat er order en het dorp was dan medeniete gegeeven om geweeren rijst en pot ten en gereedheijd te ten„ „gen N=o 70. Berigt door een inwoonder van selauw aan den luijtenand vlaaming gedaan de dato 28 October d=o Leeden N=o 69. Translaat singaleete ola gerigt aan den Commandant te Si lauw dato 26. October J=o L: N=o 68 Relaas uijt het kandiase door eene uner lebbe committeerd inwoonder van de hapitigam Corle aan den heer Dessave gedaan de dato 25 October J=o Leeden No 68. No. 72 107 N=o 72 Berigt als boven de dato 4. geber: v= & houdende als dat den moo liaar van Nadinne me„ 300 gewapende volk na he dorp gabele was vertrokke N=o 73. Berigt als vooren de dato 5 9ber: N:o 2 houdende als dat in het dorp gallelle een nieuw rusthuijzen was geboud No. 74 Berigt als vooren de dato 6 9ber J=o Leeden houdende als dat den mohotiaar va kande giddere met 8. sprie haanen en 300 gewapen de mannen na het dorp gallelle vertrokken wat Kolombo Den 12. November 1791 Om dat ik de gesteldheid der zaaken aan dese kant heel wel weet, hebbe aan uwe geschreeven, om vreede trachten te maken op wat weise het ook mogte weesen, want in dese oorlog zullen de heeren hollanders geen winst behalen; wanneer in andere landen een plaats waar de hoofden van het land woo„ nen, weggenoomen en verwerd word, is het geheele land verovert; maar hier wan„ neer een plaats of korl waar de hoofden woonen veroiert word, zullen andere niet koomen verscheinen; en dierhalven is van de verovering geen voordeel te genieten, de weil van die ingezeetenen geen dienst kunnen hebben. En wanneer 1000: koppen tegens een man vallen, zo is 'er dog nog Translaat Singaleese ongeteekende brief ola door Adroegodde oenance, lijfmedicus van den koning van kan= dia, geschreeven aan den Attepattoe Alchandiram de Saram. Sijbrands lynberk volk 92

NL-HaNA_1.04.02_3921_0129 view scan ↗

English

people enough. The people of the Company fight for their wages, but the Kandiyans for their lands, and therefore the Kandiyans have no lack. The last war was conducted solely according to the desire of the King, but this war takes place with the will of the King and all others, being provided with all things, and with so great a force the Dutch gentlemen will win nothing this time. Therefore, in order to make peace, Putulang should be surrendered to the Kandiyans, while that which the Dutch gentlemen wish to have from the King should be reported to me as soon as possible, without making anything known thereof to anyone else, so that I may secretly inform the King of that matter, and also convey the reply in return. Thus I request to speak about this. Below stood: Hulftsdorp the 24th of June 1791. Lower: For the translation, was signed: I: G: Renker authorized. Below stood: Agreed, was signed: I: G: Renker authorized. Dijbrands, clerk. Thus agreed. No. 28. Having learned that on the very day on which the korale of the Hapittigam Korle and Halleweappuhamy were brought as prisoners to Attanagalla, five persons from the Hina Korle crossed over to the King's territory, named: Jattawake Appuhamilage Valentie Hamy, and his brother Ambehahamy, Jagoddege Kuda Naide, Walliemonnege Andries Appuhamy, and Bellihinne van Weeke. I had some persons of their families come to me and told them that they could bring back the aforesaid persons who had dared to go to Kandy from the Kandiyan territory, and could remain at ease. However, I have now heard that they are with the Adigar Pilima Talauve Kalehannij. And I am of the opinion that if the lands of those fugitives should be confiscated, the lands of the aforesaid families ought to be confiscated entirely for the Honourable Company, and the remaining persons of those families still present here be arrested; because if only the portions of the lands belonging to those who are absent were confiscated, the others could maintain their family. And if it should not happen in that manner, I judge that it would be best to keep the matter secret; upon which I await Your Honour's highly respected order. Below stood: Hulftsdorp the 22nd of July 1791. Translation of a Sinhalese letter ola from the Modliar Bandernaike dated the 20th of July 1791, written to the noble ruling Lord Dissave. Translation of a signed ola from the former Basnayake and at present Atapattu of Saffragam, Ekneligoda Balahamy, to the Maha Modliar here, received the 3rd of August 1790. I have the honour most respectfully to inform Your Honour that one of my spies, Wette Namale from this korle, who however has his residence in the Kandiyan territory, has made known to me through his father: that the Dissaves of the Seven and Four Korles had received orders to report to the court within the space of 4 to 5 days, though not yet knowing whether the said Dissaves must report alone or with their men; likewise that other headmen would be dispatched in the place of those Dissaves; also that strict orders had been given to the people guarding the borders not to allow anyone from the Company's inhabitants to cross over into their country, and that for the reason that [illegible] had to appear before my Dissave. He asked me at once [illegible] Extract from a letter from the Resident Sining dated the 21st of July 1791 from Mugurugampola written to the noble ruling Lord Dissave. Agreed. Wijbrandt, clerk.

Dutch transcription

volk genoeg De volkeren van de kompenie oorloggen voor hunne gagie, maar de kandianen voor hu ne landerijen, en daarom hebben de kan dianen geen nood. De laaste oorlog is gevoert eenelijk volgens be= geerte van den koning, dog dese oorlog geschied met de wille van den koning en alle andere in van alle dingen voorzien zijnde, en met eene zo groote magt zullen de heeren hollanders voor ditmaal niets winnen Derhalven om vreede te sluiten zoude Pu= tulang aan de kandianen overgegeven moeten worden, deweil het geen de heere hollanders van den koning willen hebbe spoedigst aan mij zoude dienen gemeld te worden, sonder aan imand anders iets daar van te kennen te geven, of dat ik die zaak geheimelijk aan den koning kan berigten, en ook weeder antwoord bedeelen. Dus versoeke deswegens daarover te willen spree= ken. /:onderstond:/ Wulftdorp den 24. Junij 1791. /:lager:/ voor de translatie /:was ge= tekent:) I: G: Renker geauth=d /:onderstond:/ Akkordeerd /:was getekent:/ I: G: Renker geauth: Dijbrands grlerk Dus Akkordeerd. No. 28. Vernoomen hebbende, dat de eigenste dag, aan welken de koraal van de hapittigamkorl en halle„ weappoehamij als arrestanten na attenagalle ge„ bragt zijn, vijf persoonen uijt de hinakorl na het konings land overgegaan zijn, naamens jattawake appoehamielage valentie hanij, en desselfs broeder Ambehahamij. Iagoddege Koedanainde walliemonnege andries appoehamij, en Bellihinne van weeke. heb ik eenige persoonen van der selven farmel„ „lies laaten bij mij koomen en hun gesegt dat zij voorsz: na kandia gedorste persoonen uit het kandiase tkonden terug brengen, en ge„ rust konden blijven. Egter heb ik nu gehoort ig over te dat zij bij den adigaar Pillime Tallau„ en lijn te we kalehannij zijn. it op het v En ben ik van gevoelen, dat wanneer de hem te laa„ landerijen daar door die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten geschieden het gelijk heb Translaat singaleese brief ola van jeur Bandernaike modliaar onder dato 20. ' Julij 1791. geschreeven aan den weledele gebiedende heer Dessaren. ƒ Translaat van een en geteekende ola van den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790. N. . do 101 Vernoomen hebbende, dat de eigenste dag, aan welken de koraal van de hapittigamkorl en halle„ weappoehamij als arrestanten na attenagalle ge„ bragt zijn, vijf persoonen uijt de hinakorl na het konings land overgegaan zijn, naamens jattawake appoehamielage valentie hamij; en desselfs broeder Ambehahamij. Iagoddege koedanainde walliemonnege andries appoehamij, en Bellihinne van weeke. heb ik eenige persoonen van der selven famel„ „lies laaten bij mij koomen en hun gesegt dat zij voorsz: na kandia gedorste persoonen uit konden het kandiase n terug brengen, en ge„ de kust konden blijven. Egter heb ik nu gehoort ig over te dat zij bij den adigaar Pillime Tallau„ en lijn te we ralehannij zijn. rit op het En ben ik van gevoelen, dat wanneer de hem te laa„ landerijen daar door ¶die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten geschieden lek het gelijk heb„ Translaat singaleese brief ola van jeur Bandernaike modliaar onder dato 20. ' Julij 1791. geschreeven aan den weledele gebiedende heer Dessaren. dat den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha Modliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790~. Translaat van een en geteekende ola van N. . do 2 37 101 landerijen van die vlugtelingen mogten worden ingetrokken, dat de landerijen ven„ voorschr: famillies geheel voor de E: komp:e dienen ingetrokken worden, en de overige„ zig nog hier bevindende persoonen van die famiellies gearresteerd worden, de weil wan neen eenelijk de gedeeltens van hun zig geabsenteerden toebehoorende landereijen ingetrokken mogten worden, de anderen ren hunne fomielie opvoer konden maken. En zo dat op die wijse niet mogte geschie„ „den, oordeel ik dat het best zoude weesen, die zaak geheim te houden; waar op ik uwel Edele gebied: hoog gerespecteerde ordre verwagtende ben /:onderstond:/ Hulfto„ „dorp den 22. Julij 1791. —. Jk heb de eere eerbiedigst aan uwelEd: Geb: te berig„ Dat mij door een mijner spions wette namale uijt deesse kerl, die egter zijn verblijff in 't kan„ „diasse heeft door zijnen vader heeft laaten bekend maaken. Dat de Pessere van de 9.' en d. ' korls ordre ontvangen hadden bin„ nen den tijd van 4. â. 5. daagen aan het haff te moeten opkoomen egter nog niet weetende of ged=te Dessaves alleen of met hun volk moeten opkoomen ins gelijks dat andere hoofden dem dier Dessares plaats en zouden werden afgesenden. ook dat scher„ t „pe ordre van 't wat hebbende volk van de limieten was gegeven om niemand van 29 te sken p:s ingeseetenen in hun land te laa„en ait op het ten overkoomen, en dat om redenen wiel hem te laa„ hun daar soor ¶die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten „ten. Translaat van een en geteekende ola van den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1791. geschieden k het gelijk heb„ 95 Extract uijt een brief van den Resident jeur sining onder dato 21. Julij 1791. van Moe„ „goeroogampelle aan den welEdele ge„ bieden den de Heer Dessave geschreven. dat Akkordeert Wijbrandt Eialerk N. d. 101

NL-HaNA_1.04.02_3921_0134 view scan ↗

English

their Kandyan people were forbidden by the Company to purchase and transport salt to their country. This spy has set out for Ruanwella at full speed and will return as soon as possible, bringing whatever he has discovered, and it will be revealed within the designated 4 to 5 days whether accurate reports will be brought in by those spies or not. It is difficult to come across such people, as many pretend to be afraid to go over to the other side. I have taken up 8 silver rupees from Major Morak in order to at least provide some small money to the spy mentioned herein, as well as to the informant. If I may take the liberty of requesting Your Right Honourable for some silver to spend in this manner, I shall have the honour to do so herewith. Concordat. Signed: J. G. Renker, authorized. [illegible] who has lost his wings, and in that condition I had to appear before my Dissave. He immediately asked me [illegible] happen [illegible] from the former Basnayake and then Atapattu of Saffragam, Ekneligodda Balahamy, to the Maha Mudaliyar here, received the 3rd of August 1791. Translation of a signed ola from Hybrands [illegible] No. 30 [illegible] who has lost his wings, and in that condition I had to appear before my Dissave. He immediately asked me [illegible] from the former Basnayake and then Atapattu of Saffragam, Ekneligodda Balahamy, to the Maha Mudaliyar here, received the 3rd of August 1791. Translation of a signed ola [illegible] No. 29 and my spy named Wettinande, an inhabitant of this Korale, but currently in the Kandyan territory, has made known to me through his father: that the Dissave of the 4 and 7 Korales had received orders from the court to appear at the court within a period of 4 to 5 days, and that other headmen would be dispatched to their places, though not yet knowing whether the said Dissaves were to appear alone or with their folk. Also, that strict orders had been given to the guards at the borders not to allow anyone from the Company's inhabitants into their country, nor to let anyone from the Kandyan territory cross over, and this for the reason that the Company had forbidden the purchase and export of salt to the Kandyan territory. Maggoeroegampelle, 21 July 1791 [illegible] who has lost his wings, and in that condition I had to appear before my Dissave. He immediately asked me [illegible] from the former Basnayake and then Atapattu of Saffragam, Ekneligodda Balahamy, to the Maha Mudaliyar here, received the 3rd of August 1791. Translation of a signed ola from [illegible] The Moor Oudoumalebe, coming from Boevalane near Degammede in the 7 Korales, has stated that the Dissave is having lodgings constructed at Beminigale, one mile further back, where he is to withdraw, as he has heard, nevertheless with the intention of commencing hostilities as soon as they find a favourable opportunity; in the meantime, they have sent to Chilaw and other surrounding places the Moors whom they had gathered and trained, to buy salt and bring it to them. Moegoevoegampelle, this 21 July 1791 A second named Nengammi, coming from the 7 Korales an instant later, has also made precisely the same report [illegible] who has lost his wings, and in that condition I had to appear before my Dissave. He immediately asked me [illegible] from the former Basnayake and then Atapattu of Saffragam, Ekneligodda Balahamy, to the Maha Mudaliyar here, received the 3rd of August 1791. Translation of a signed ola from [illegible] No. 32 The Moor Assena Marequia, coming from Montouquele, very close to Degammede, has stated that the Dissave of the 7 Korales is having several roads opened, two of which depart from Degammede: one passes through Beminigale to reach Perpen couli, a place belonging to the territory of Chilaw, and the other passes through Judume and goes as far as Gallele, situated half a mile from the borders of Pitigal Korle near Chingabonly, which belongs to the Company; a third, which comes from Beminigale, passes through Malle denia, the borders of Hapitigam Korale, terminating at Madittie volle situated in the said Korale. A second named Nengamme, coming from the 7 Korales an instant later, has also made precisely the same report [illegible] who has lost his wings, and in that condition I had to appear before my Dissave. He immediately asked me [illegible] from the former Basnayake and then Atapattu of Saffragam, Ekneligodda Balahamy, to the Maha Mudaliyar here, received the 3rd of August 1791. Translation of a signed ola [illegible]

Dutch transcription

hun kandinen de opkoop en vervoer van zout na hun land door de komp:e verboden was. Deese spicons is na roeangwelle Jttim allebaast en zal zoo spoedig als doenlijk weeder tenug koo„ men, en het door hem ontwaarde aan brengen en zal zig binnen de bestemte 4. â: 5: dagen uijt wijsen, of door die spiewegte berigten worden en aangebragt dan niet. Het is moeijlijk tens aan zulke luijden te kon„ men weel voorgeven bang te zijn na de over kand te gaan. Jk heb 8. silvere roepijen van den heer Major Morak opgenoomen om ten minsten de„ sen hier in verm: spien als ook de een of onder aanbrengen te koomen Centen deeren. zo ik de vrijheijd mag gebruijken uwelEd: gebd: om eenig zilver te versoeken, om het op deze weise te besteeden, zal ik de eere heb„ ben het bij desen te doen. /:onderstond:/ Accordeert /:was getek:/ J: G: Renker, geauth: alen 29 over te en lijn te ait op het rem te laa„ paar door ¶die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten geschieden den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha„ mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790~. Translaat van een en geteekende ola van Hijbrands 16 het gelijk heb„ jeur op No. . dat 101 Accordeert 4 No. 30 29 over te en lijn te art op het rem te laa„ daar soor bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten ¶die zijne den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha Modliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1791~. Translaat van een engeteekende ola van het gelijk heb„ geschieden N. . geun 101 No 29 96 en mijner Spiaont genaamd wettinamde in 78 vonder vandeeze Cool, egter tems in het kandiate ot mij door zijnen vaderlaaten bekend maaken. Dat Deccarer aande 4: en J Coole order aan het staff tfangen hadden van binnen ten tijd van 4: a 5. dlagen roe. 't stoff te moeten opkoomen en andere hoofden nae nen plaatzen zouden worden afgezonden, dig nog it reeetende afged=e Dessaver alleen dan met hun alk opkoomen moesten. k dat scherpe Ordres aan het wagtsvolk aande siemitten was gegeeven, om niemand aan sCompaniet gezeetenen nal hun land of val het kandian te mogen laaten overkoomen, en zulx omreedenen ijlde Compenie verbooden hadde een opkoop en jitvoed aanzont nal het kandiase Maggaeroeg ampellerh 21 July 1791 venn ag over te ressie en lijn te art op het rem te laa„ paar soor ¶ die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn desJave. Hij voeg mij ten eersten geschieden het gelijk heb geur den geweesen Basnaijke en tons Attepat „toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1791. Translaat van een en geteekende ola van LGating op N. . 1 101 E W. d. le Moore oudoumalébé venant de Boevalane proche degammede dans tes 7 lorles a deposé que le dessave fait Construire des togemens à Beminigalé distant d'een mijl pus en arriere, ou it doit, a til oui dire se retizer toutefois dans V'intention de Commenced les hostitités aussilot qu'ils en trouseront les momens, fivorables, en attendant il ont envoyés à silaurs et autres lieur lirconvoisins, les moores qu'il= evaient veunis et qu' ils Exereaient, pour q achettes du set et le teur apported moegoevoegampelle ce 21 puillet 1791 eeg ce test porce Un second nommé Nengammi venu ig over te des 7 Corles un Instant apires a fait ausii en lijn te art op het Exactement te nieme rapport que en rem te laa„ paar soor ¶die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten 98 geschieden het gelijk heb den geweesen Basnaijke en tons Attepat „toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1791~. Translaat van een en geteekende ola van Duperson op N=o 3.1 ƒ 2 107 W. d. N=o 32 geschieden het gelijk heb„ Goeverneur Le moore Assena Marequia venant ook om dat de Montouquelé tout prés de Degammede esing over al af dat er een à dit que le dessave des 7 Corles fait ouvoir geest is veele diveds chemins dont deux partent de degam= eling oik„ mede l'un passe par Beminigale pour ik bedeelt het se hendre à perpen couli lieu appertenant hier bevind au territoir de silan et l'autre passe par sonden een judume et va jusqu'a gallele titué a ½ myl , bij welke des limites de pitigal borle proehe Chinga zijn Dessare bonly qui appartient a la Compagnie na kandem„ un 3me qui vient de Beminigale passe lijk met uw par malle denia limites d' hajitigans Corle heb ik mij abontessant a Madittie vollé situe dans net zijn a bezig Un second nommé Neugamme venu iq over te des 7 Corles un Instant apres a fait ausii en lijn te rrt op het Exactement te nieme rapport que en rem te laa„ paar door ¶ die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten 98 den geweesen Basnaijke en tons Attepat „toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1791. Translaat van een engeteekende ola tan op le dit Corle 101

NL-HaNA_1.04.02_3921_0139 view scan ↗

English

Above was signed Du Perron, below it an illegible signature, in the margin Moegoeroegenicaelle, 24 July 1791. Reported today by the spy of the undersigned: That the Disava of the Four Korales departed the evening before yesterday back to the Court of Kandy, though without armed men, who remained camped in their old post in the Beligal Korale. That 400 armed men of the Disava of the Seven Korales had returned to the Court, and the Disava of the said Korale also had orders from the King to return to the Court. Aloegoeroegampellie, 25 July 1791. Signed: I. C. Sinning. Agrees: Hijbrands, E. G. Calerk. The man named Mutiqué Avodia, coming from Beligale in the Four Korales, stated that the First Adigar was continuously there and that he had only left for a single day to proceed to Vattarme, located one league further back; that daily he exercises his men, whom he says do not exceed 800. The man named Miralebe, having also arrived the same day from Beligale, certifies that the First Adigar left it for only one day to go to Vattarme and that he returned in the evening as stated above. He deposed that the Disava and that of the Seven Korales absolutely refused to obey the orders of the King, who summoned them to his presence; there is talk that others will be sent in their place. A kind of epidemic fever that reigns among them puts a considerable number of people entirely out of service. Signed: Du Perron, below it an illegible signature, in the margin Moegoeroegamipelle, 27 July 1791. Agrees: V. Gieiler, sworn clerk. Translation of a signed ola from the former Basnayake and at present Atapattu of Saffregam, Eknelhegodde Balahamie, to the Maha Mudaliyar here, received 3 August 1790. No. 34. Because of the injustices occurring here [illegible] the Governor, also because [illegible] administration everywhere [illegible] there has been much [illegible] I share that [illegible] is found here [illegible] sent a [illegible] at which my Disava to Kandy [illegible] with your [illegible] I have [illegible] with his [illegible] busy [illegible] to cross over [illegible] a line [illegible] on the [illegible] to let [illegible] whereby [illegible] who has lost his wings, and in that condition I had to appear before my Disava. He first asked me [illegible]

Dutch transcription

cy dessus (was geteekend Du Perron /daar onder / een onleesbaare handteekenin /in margine /moegoeroegenicaelle den 24 Jullet 1791 geschieden het gelijk heb„ Goeverneur ook om dat esing over al Door de Spion van den ondergetekenden af dat er een geest is veele heeden aangebragt. Dat de Dessave van de eling och„ 4. Cort eergisteren avond nae 't Hoff van ik bedeelt het kandia terug vertrokken was, dog zonder hier bevind gewaapend volk, 't welk weg op hunnen senden een oude plaats in de Filligalcorl gekampeerd ;bij welke was. Dat 400: koppen met waapens van zijn Dessare den Dessave der 7. Corl nae 't Hoff terug na kandem vertrokken waaren, en de Dessave van lijk met uw gede. Corl meede order van den koning hadde op naa t Hoff te heb ik mij net zijn Aloegoeroegampellie den 25. Iulij A=o 1791. — a bezig /:was getekent:/ I: C: Sinning 29 over te Akkordeert en lijn te rit op het Hijbrands EGCalerk rem te laa„ paar soor die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1791~. Translaat van een en geteekende ola van Accordeert AGiener Gene klenten Vansl N. d. 101 06 230 00 6 60 N. d. ier geschieden 100 het gelijk heb„ Le nommé Mutiqué Avodia venant ele Beligale Goeverneur dans les 4 Corles a dit que le te Adieara y etais ook om dat gesing over al continuellement et qu'il u' en eit sorti quin seul af dat er een jour pour se rendre a Vattarme distant weest is veele Dune lieue silus en Arriere qua journellement deling oik„ il Exeree son monde qu'il diet ne pas se Monter a ik bedeelt het hier bevind esen den een Le nomme Miralebe venu ausii le même jour de Beligale bentiffie que le 1e Addieara n' en eit ,bij welke sorti qu'un seul jour pour aller a Vattaame zijn Dessare et qu'il eit rentre le soir ainsi qu'il eit dit cy na kandem deseus. il a deposé que le desseide et celui des 7 Corles n'ont point voulu obeir aux ordres du lijk met uw Roy qui les dasipellaient ampoés de lin, il ert heb ik mij net zijn queition quon en envers a d'antres a leur silace a bezig Une lipece de fiedse Essidamique qui zegne 29 over te parim enx leur met un nombre Considereible der gens hiors de tout service /was geteekend d/ en lijn te du vervon daar onder een onleerbaare handteekening rit op het /in margine/ moegoeroegamipelle den 27 Jullet 1091 Accordeert hem te laa„ VGieiler daar soor genr. Klak en H miler die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten filus de 800. Translaat van een engeteekende ola van den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha Modliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790~. 6 t 101 het gelijk heb„ Goeverneur ook om dat gesing over al af dat er een weest is veele deling oik„ ik bedeelt het hier bevind es en den een ;bij welke zijn Dessare na kandem lijk met uw heb ik mij met zijn a bezig 9 over te en lijn te uit op het rem te laa„ daar door die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn desJare. Hij voeg mij ten eersten hier geschieden den geweesen Basnaijke en tons Attepat „toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790~. Translaat van een engeteekende ola van W . op 101 N=o 35 het gelijk heb„ Goeverneur ook om dat gesing over al af dat er een weest is veele deling oik„ ik bedeelt het hier bevind esen den een e;bij welke mijn Dessare na kandem lijk met uw dheb ik mij met zijn na bezig 9 over te en lijn te uit op het rem te laa„ daar door die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten hier geschieden den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha mie aan den Maha Modliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790~. Translaat van een engeteekende ola van W. dta 101 op 34. Wijl de onregtvaardigheeden, die hier geschieden k het gelijk heb„ er Goeverneur is ook om dat regesing over al eaf dat er een geweest is veele „deling dik„ b ik bedeelt het g hier bevind gesonden een ne; bij welke mijn Dessare „na kandem „elijk met uw nd heb ik mij met zijn na bezig ing over te een lijn te cent op het t rem te laa„ waar door el die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhe godde Balaha, f mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790. Translaat van een engeteekende ola van No. 101

NL-HaNA_1.04.02_3921_0144 view scan ↗

English

Translation of an unsigned ola from the former Basnaijke and tons Attepattoe of saffregam Eknelhegodde Balahamie to the Maha Modliaar here, received the 3rd of August 1790. No. 33. Since the injustices occurring here can no longer be tolerated, and having the privilege of being personally known to the Right Honorable Governor, as well as because His Honor's good and prosperous rule is praised everywhere, I have, from the time there was an uprising in saffregam, frequently communicated many things both in writing and by word of mouth. Since then I have reported the powerlessness in which people find themselves here, and upon my request a commando was also sent to kendangamme; on which occasion, through a ruse, I managed to obtain permission from my Dessave to go to kendangamme. I then spoke secretly with you about everything, and afterward I presented myself to the Colonel and also spoke with His Honor. While I was subsequently engaged in winning others over to my interest in order to act in concert with me, the detachment unexpectedly withdrew without informing me of anything, whereby I have become like a bird that has lost its wings, and in that condition I had to appear before my Dessave. He immediately asked me whether I was not the cause of foreign troops entering the country, and he further posed various other questions to me. I said thereupon that the Dessave knew very well that I did not have sufficient power to summon a commando into the country, and I answered the remaining questions as best as I could. I said further that just as the heart of a person becomes oppressed who, exhausted from running and unable to go any further, must surrender himself, so in like manner, in the distress in which I found myself, I had to present myself to the detachment in order to free myself and my subordinates from the evil that threatened us, and that for the rest I was not aware of having done anything contrary to the obedience I owe to my superiors. The Dessave seemed content with this for the time being, but he summoned me and all the other headmen of this dessavony before him and asked us whether I and the other headmen had not provided people to the detachment to build rest houses in a muttetu garden at kendangamme, and whether we had not also procured over 100 paduwas to fetch cannons. We answered thereupon that after falling into the hands of the enemies we had to do everything that was told to us by the Maha Modliaar; that it is true that rest houses were built, and also that a party of paduwas departed for situake upon the word of the Lienedoere, who claimed he had received orders to that effect from the Maha Modliaar. Then about three of my enemies appeared and declared that everything that occurred at kendangamme happened through my doing. The Dessave thereupon said to me, very angered, that I would have to depart for the Court to properly answer for what is charged against me. The Dessave subsequently asked the other headmen whether the conduct maintained by me was not entirely punishable. Madanwelle Modliaar answered thereupon that his father in the previous war, when commandos entered the kolona korle, had joined them, after which he was sent to Matura and subsequently to Galle, and that if this time commandos had entered his korle again, he would have done the same to save his life and preserve his possessions, since there is entirely no power to resist the enemy. The other headmen approved

Dutch transcription

Wijl de onregtvaardigheeden, die hier geschieden niet langer te verdragen zijn en ik het gelijk heb„ van bij den welEdele groot agtb: heer Goeverneur in persoon bekend te weesen, als ook om dat zijn Edeles goede en gelukkige Regering over al geroemd word, heb ik van den tijd af dat er een opstemd in het sapfergamse geweest is veele dingen zoo schriftelijk als mendeling dik„ wils laaten weeten zedert heb ik bedeelt het en vermoogen, waar in men zig hier bevind en is daar op mijn versoek ook gesonden een kommando na kendangamme; bij welke gelegendheid ik door een list van mijn Dessare verlof heb weeten te krijgen om na kandem ganne te gaan. Jk heb toen heimelijk met uw over alles gesprooken en naderhand heb ik mij aan den heer kononel vertoond en met zijn Ed: ook gesprooken Toen ik daar na bezig was om anderen in mijn belang over te brengen, ten eijnde met mij een lijn te doen trekken, is het detachement op het onverwagts, zonder mij er iest rem te laa„ „ten weeten terug getrokken, waar door ik geworden ben als een vogel die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten Translaat van een engeteekende ola van den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha, f mie aan den Maha MModliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1791~. op ƒ No. 33. No. 33 Wijl de onregtvaardigheeden, die hier geschieden niet langer te verdragen zijn en ik het gelijk heb„ van bij den welEdele groot agtb: heer Goeverneur in persoon bekend te weesen, als ook om dat zijn Edeles goede en gelukkige Regering over al geroemd word, heb ik van den tijd af dat er een opstemd in het sapfergamse geweest is veele dingen zoo schriftelijk als mendeling dik„ wils laaten weeten zedert heb ik bedeelt het en vermoogen, waar in men zig hier bevind en is daar op mijn versoek ook gesonden een kommando na kendangamme; bij welke gelegendheid ik door een list van mijn Dessare verlof heb weeten te krijgen om na kandem ganne te gaan. Jk heb toen heinelijk met uw over alles gesprooken en naderhand heb ik mij aan den heer kononel vertoond en met zijn Ed: ook gesprooken Toen ik daar na bezig was om anderen in mijn belang over te brengen, ten eijnde met mij een lijn te doen trekken, is het detachement op het onverwagts, zonder mij er iest rem te laa„ „ten weeten terug getrokken, waar door ik geworden ben als een vogel die zijne bij de vlerken verlooren heeft en indien staat heb ik moeten gaan verscheijnen voor mijn dessave. Hij voeg mij ten eersten Translaat van een engeteekende ola tan„ den geweesen Basnaijke en tons Attepat toe van saffregam Eknelhegodde Balaha, mie aan den Maha Modliaar alhier ont„ vangen den 3. ' Augustus 1790. op 101 102 op ik met de oorsaak was, Dat er vreemde trous„ „pes in 't land gekoomen waaren, en die mij voorts verscheijde andere vraagen. Jk zijd daar op dat de dessave zeer wel wist dat ik geen vermoogen genoeg had om een kan mando in het land te roepen en heb de overige vraagen zoo goed ik kon beantwoord. Jk zijde verders dat gelijk benaauwd raakt het hart van een Mensch, die door het loopen vermoeijd niet verder kunnend koomen, zig moet gerangen geeven, ik mij ook op die wijse in den nood waar in ik was aan het detachemend heb moeten vertoonen, ten eijnde mij en mijne onder„ „geschikten van het kwaad dat ons drijgde„ te berijden, en dat ik voor de rest niet wist iets te hebben gedaanstreijdig teegens de gehoorsaamheid, die ik aan mijne over„ heijd schuldig ben. —. De Dessare scheen zig voor dit maal daar meede te vreeden te houden dog het daar mij en alle de andere hoofden van de„ „se dessarenie voor zig ontbieden en vroeg ons of ik in de overige hoofden geen volk gegeven hadden aan het detachement om rusthuijsen te maaken in een moetted tuim te kendangamme en of wij ook niet over de 100. paducassen had„ „den besorgt om kannens te gaan halen. we hebben daar op geantwoord dat we nadat we in de handen der vijanden geraak zijn alles hebben moeten doen wat ons door den Mara Modliaan is gesegt, dat het waar is dat ernst„ „huijsen gemaakt zijn, en dat ook een partij „ t vertrokken is, op 't zeggen van de Liene doeren padduassen na situake dat hij daar toe ordre van den maha Modliaan had ontvangen. Toen verscheenen een stuk of drie van mijne vij„ anden en verklaarden dat al het geene te kandangamme voorgevallen is, is geschied door mij toedoen. De dessave zij de daarzok zeen vergraand teegens mijn dat ik na het hof zoude moeten vertrekken om mij daar op het geen mij ten laste gelegd word behoor„ „lijk te verandwoorden. De Dessare vroeg vervolgens aan de andere hoofden, of het door mij gehouden gedrag niet in alle n den deele strafbaare was. —. Madaeanwelle Modiliaan gaf daar op tot antwoord dat zijn vader in den vorigen oorlog bij gelegentheid dat kommandos in de kolena korl gekomen zijn zig bij deselve heeft vervoeg waar na hij gesenden is na Matuke en vervolgens na Gale, en dat zoo zeere diete keer weeder hemmandos in zijn korl waren gekoomen bij het zelfde zoude gedaan heb„ ben om zijn leeven te redden en zijne bezittingen te behouden wijl en in het geheel geen vermoogen is om den vijand tegen te gaan de ande hoofden vroueerden we zijn

NL-HaNA_1.04.02_3921_0147 view scan ↗

English

his statement, and the dissava also agreed with him. I was thereupon immediately transferred from my service as Basnayake to that of Atapattu, which is a higher post. The dissava then gave orders to employ the people of Katte Watte Korale to keep watch at the gravet of Geddehatte and those of the Kiriwitti Korale to occupy the gravets in the Kolonna Korale. The inhabitants said thereupon that beyond what they are obligated to perform in their own korales, they cannot go do any service in other korales. To this the dissava answered nothing. The dissava subsequently said that every one of the inhabitants of Saffragam who wishes to go to the King's land in order to buy and sell this and that, now had full freedom to do so as before. A certain Jantjia, who for a time had been in the ambalam of Nicolaas Poele, and had been arrested here, has been released with freedom to go wherever he wishes. Of the goods that were found in the ambalam of Nicolaas Poele, consisting of linens, porcelains, bangles of shank shells, paddy, etc., only 1,700 arm bangles and 18 porcelain plates were taken, and the rest has been seized. Twice people of Bandaranayake have been with our dissava, and it appears to me that the dissava is somewhat partial to Bandaranayake. Two people from the Mahabadde have been to the dissava up to three times and departed again. The two Don Simons have received a warehouse full of paddy, and a village named Keele. The dissava of Uva has departed back to Uva. Attagoda Mohandiram has arrived at the dissava with a retinue of 20 or 30 persons from the court. The extortions that the dissava takes from the inhabitants are countless. The dissava has departed from the Kolonna Korale and arrived in the village Meddegamme in the Atakalan Korale. In the Kolonna Korale many people have died of diseases. That people are very bitter against me, I begin to perceive more and more. Ambalam what and whatever might happen to me, I will always console myself with the thought that it is a burden to me, yet the feelings of affection which my heart bears toward the Honorable Governor and you shall always be unalterable. I request you to make all this known to the Honorable Governor. This ola is written to you by your good friend. Agrees. Ybrands Clerk Extract from a letter dated August 13, 1791, written by the Resident Sinning of Moegoeroegampelle to the Right Honorable Lord Dissava. That the following has been brought to my knowledge by my spy Unus Lebbe, Commissioner: that the dissava of the Seven Korales has come from Degammette to Kalutara Totum, situated 1½ miles from here, with a considerable troop of armed men and tools, to inspect and improve the batteries situated along the Maha Oya, from where he was to depart back to Degammette again. The Moor Assene Marikar, arriving from Quetedigone near Beligale in the Four Korales, heard it said there that after a ceremony which is customary among the Kandyans, around the 15th of August, they are to advance onto the lands of the Company. Was signed: du Perron. In the margin: Moegoeroegampelle, this 4th of August 1791. Agrees No. 36. Extract from a letter dated August 13, 1791, written by the Resident Sinning of Moegoeroegampelle to the Right Honorable Lord Dissava. That the following has been brought to my knowledge by my spy Unus Lebbe, Commissioner: that the dissava of the Seven Korales has come from Degammette to Kalutara Totum, situated 1½ miles from here, with a considerable troop of armed men and tools, to inspect and improve the batteries situated along the Maha Oya, from where he was to depart back to Degammette again. That the dissava of the Four Korales was to camp from the Beligal Korale to Harangahawatte, 1¼ miles from here, where clearing had been taking place for two days, and orders had also been given for the erection of mandapas. No. 36 That That the other dissavas and adigars had submitted to the King how long, although they were marching about with their people, neither a beginning nor an end to the war was being made; to which the King had given in reply that they could get no other nation than the Europeans, and if the Company's troops came into their land, then they would be able to surround them with little trouble, and also that they would become good friends with the Company whenever the Company requested it and ceded the lands that previously had belonged to the Kandyan territory. Below stood: agrees. Was signed: J. G. Renker, Authorized. [illegible] Agrees Ybrands The same relates that he has from his youth lived at Kataragama, a place situated in the King's and the Honorable Company's territory, where [illegible] begging [illegible] and now into the King's land was [illegible] manner to [illegible] days [illegible] come. he here has been [illegible] time was, [illegible] who very [illegible] others here [illegible] and whom he [illegible] [illegible] Vellala. Report made by the vagrant Hanmandikiriya, native of Kowenadoe, belonging to the King's Land. No. 38

Dutch transcription

103 zijn zeggen, en de dessare gof hem ook gelijk. Jk ben daar op aanstonds van mijn dienst van Basnaijke gesteld in die van Attoe„ pattoe welke een hoogere post is. —. De dessave gaf toen bevel om het volk van katte watte korl te gebruijken om de wagt te houden aan de graaet van Gedde hatte en dat van de kaeriwettie kerl om de gravets te besetten in de kolana korl De in gesseetenen zij den daar op dat buij „ten het geen ze verpligt zijn in hunne eijge korls te verrigten, te geen dienst in andere korls kunnen gaan doen. hierop antwordde de dessere niets —. De dessare sijde vervolgens, dat een elk der in geseetenen van de saffegam, die na skon land wil gaan om het eenen ander te koopen en te verkoopen daar toe nu vol„ koomen vrijheijd had gelijk bevoorens. Eenen Jantjia, die een tijd lang in de Tabelan van nicolaas Poele geweest is, en hier gearresteerd was, is les gelaaten met vrijheid om te gaen waar hij wil van de goederen die gevonden zijn in de Tambelam van Nicolaas Toele bestaande en lijwaaten porcelijnen, aringen van chan„ koosen, nelie etc=ra zijn alleen genoom 1700. armrangen, en 18. ' porcelijne borden, en de rest is gearresteerd. —. Twee maalen zijn luijden van Bandernaij¬ ke bij onsen Dessave geweest, en het komt mij voor, dat de dessare Bandernaijke wat toegedaan is. —. Twee luijden uit de Mahabadoe zijn, tot drie maalen toe bij den Dessare geweest en wee„ der vertrokken. - De twee Den Simons hebben een Pakhuijs volnelie gekreeken, en een dorp gen:t Keele. De Dessare van oewe is weder na oewe ver„ „trokken. —. Attoegodde Mohandireu is met een gevolg van 20. of 30. koppen van het hot bij den Dessare gekoomen. —. De parressen die de dessave van de inge„ zeetenen neemt zijn onnoemelijk. —. De Dessare is van de kolona korl vertrok„ ken en gearriveerd in het dorp Meddegam„ me in de attekalan korl. —. Jn de kolona korl zijn veele Menschen aan siektens overleeden. - Dat men op mij zeer verbitterd is begin ik hoe langer hoe meer te bespeuren. Sabelam wat 1 & wat mij ook mogte overkoomen als ik mij altoos getroosten met de denken dat het mij let is, dog de gevoelens van toegene gentheid die mijn hart de Edele heer Goe„ veneur en uw toedraagt zullen steets en veranderlijke zijn: —. Jk versoek uw dit alles aan den Ed: Heer Goeverneur bekend te maaken—. Dese ola word aan uw geschreeven door uw goeden vriend. Akhordeert. Dijbrands Klerk 106 105 Extract uit een brief onder den 13. ' augl: 1791. door den Resident Sinning van Moegoerae gampelle geschreeven dlooper Han„ aan den welEd: heb: Heer Des Care. n koewena Dat mij door mijnen spion unus lebbe is Land. Commisteer het volgende is ter kennisse ge„ bragt als dat de Dessave van de 7. korl van Degammette na Calettere tem hier 1½. ngst af te mijl geleggen, met een aansienlijke de in 'sko= troep gewapend volk, en gereedschappen was gekoomen, om de batterijen langs p: alwaar de Mahaoije gelegen notaz: en ter bedelen= 104 ar, en nu Le Moore assene Marequia Levenant de quetedigone sland was proche Beligale dans les ta borles y a oui dire qu' afru wijse te ume Ceremonie qui eit d'usage chez les kandrans „dagen ver= vers le 15 d' Aomt ils doivent se porter sur les tesres komen. de la Compaginie /was geteekend / du Perron / in hier is ge= margine / moegoeroegampelle ce 4 Aomt 1791. naal was, Alij Se= en pulle tie wel appa ders alhier en wien hij en. de kierie een bellale Gern kleken Wramelr H Accordeert No. 36. v i 106 105 Extract uit een brief onder den 13. ' augl: 1791. door den Resident Sinning van Moegoeroe gampelle geschreeven dlooper Han aan den welEd: heb: Heer Des sare. n koewena Dat mij door mijnen spion unus lebbe s Land. Commesteer het volgende is ter kennisse ge„ bragt als dat de Dessave van de 7. Korl van Degammette na Calettere tem hier 1½. ngst af te mijl geleggen, met een aansienlijke de in 'sko= troep gewapend volk, en gereedschappen was gekoomen, om de batterijen langs p: alwaar de Mahaoije gelegen natezien en te ver„ bedelen= beeteren, waar van weeder terug na De„ ar, en nu gammette stond te vertrekken—. —. sland was Dat zig de Dessare van de 4. korl uijt wijse te de Pelligalkore na Harangahawatte 1¼. mijl van hier stond te Campeeren, dagen ver= alwaar zijt twee daagen gesuijverd komen. werde, en ook ordre tot het opstaan hier is ge= van Mandoes gegeven was. —: maal was, ellij Se= en pulle tie wel appa rders alhier en wzen hij en. de kierie een bellale No. 36 Dat v 106 Dat de overige Dessares en Adigaars den koning hadden voorgesteld hoe lange dat schoon met hun volk rond trokken en nog geen begin nog eijnde van don oorlog gemaakt worden de koning daar„ „p ten antw: gegeven hadde dat geene n tie als den Europees weeder konden krijgen en de kompanies trouppen in haar lan kwaamen, als wanneer ze die met weij„ nig moeijte zouden konnen om cinge„ len. en zo ook te zullen goed vriend met de kan penie worden wanneer de koppenie daar om versogte en afstond de land en die bevoorens tot het kandiase beh: hadden /:onderstond:/ accordeert /:was getk:/ J: G: Renker Geauth: ongst af te de in 'sko= p: alwaar ¶ bedelen= aar, en nu gsland was e wijse te dagen ver= komen. hier is ge= maal was, pellij se= en pulle die wel appa „ders alhier en wien hij en. de kierie een bellale dlooper Han„ n koewena is Land. Accordeert Hijbrands calim n 106 Deselve verhaald dat hij zig van Jongst af te kadergamen, een plaats leggende in 'sko= nings en het gebied van DE: komp: alwaar het bedelen= daar, en nu ingsland was ige wijse te 1r dagen ver= gekomen. hij hier is ge= te maal was, repellij se= evenpulle die wel appa nders alhier en uzen hij en. de kierie een bellale Relaas gedaan door den Landlooper Han mandiekierie geboortig van koewena„ doe gehoorende in 's konings Land. No. 38 t . v n

NL-HaNA_1.04.02_3921_0153 view scan ↗

English

No. 38 106 Report made by the vagrant Hanmandiekierie, a native of Hoewenadoe belonging to the King's Land. He relates that from his youth he had made his living by begging in Kadergamen, a place situated in the King's territory and the territory of the Honorable Company, where there is a heathen temple, but that he had departed from there, and now for five days had traveled through the King's land, and in such manner to Ponnorijn, where, after having stayed for four days, he arrived here. That this is not the first time he has been here, but it was now the fourth time, which the Bellale of Oedoepethij Sedoenga Mapane Tamoderen Pulle and the Bellale of Kaijtadie Wel Appa Modliar and several other inhabitants here could attest to, and from whom he had also received alms. He says that his father Dees Radekierie is a Bellale and resident of Kasie, and his mother named Iahapa Tetanne is also of the Bellale caste and a resident of Koewenadoe. No. 37. He says that upon his departure from Kadergamen hither, on the way in Welasenadoe, which belongs to the King's territory, he saw that several armed sepoys were stationed there, and also learned there that the Disavas of the Korales of Safergamen, Windaime, Tammenkelve, Oewenadoe, and Matele had arrived in their Korales with native armed forces and were staying there because a rumor was circulating that the Company's troops were about to march to the Kandyan lands to claim the cinnamon and pepper found there for the Honorable Company. That all the gravets in the King's lands were occupied with guards of the King's people. That he assumed he might be able to gather something here by begging; for this reason, he requests that this may be permitted to him, and thereafter to be allowed to depart back to his country. He further states that he cannot read or write. Reported in the Castle of Jaffanapatnam on 17 August 1791, translated by the sworn interpreter Don Joan Maarkoepulle Modliar. Below stood: a mark, and written beside it: this mark was set by the declarant's own hand. Lower: By me, signed: Paul Francken, Honorable Sworn Clerk. Still lower: for the translation, signed: D. J. Maarkoepulle Modliar, sworn interpreter. Below stood: Agrees, was signed: A. L. de Niese, sworn clerk. Agreed. Sijbrands A Moor and inhabitant here has given the following report. That by order of me, the undersigned, he went to the village of Wiesenawe and heard there that a newly appointed Disava over the Moors is to arrive on the 4th of next month at Kankoenagalle, situated 7 miles from Silauw, and that the Disava of the Seven Korales is also located at Damenedeniet. The person named Pouonchi Raale Ranaarenne Bandamaie Modians, from Upper Ranaarenne near Cournougal, has arrived at Moegoeroegampelle in his country. He wished to retire into the Company's territory and consequently requested to proceed to Colombo to obtain the approval of the Governor. Questioned as to the intentions of his compatriots regarding the outcomes of this war, he replied that he was convinced they would never make the slightest offensive move before the Company commenced hostilities, which they greatly dread, having had reason to be convinced of it by the terror that spread among them at the approach of the detachments sent in pursuit. He added that the Disava of the Seven Korales moved 9 days ago from Digammede to Dammedeniet, located an hour and a half from Diricoule, and that he is occupied there with having a garden planted and building some huts for himself and his very small retinue, having with him only 22 persons of the 53 who had accompanied him from Kandy; the rest having withdrawn, as well as all the people of the Korale whom he had assembled, who for the past 15 days have been dispersed to different posts, except for a few men whom he retained for his service. He has with him, he says, 8 small pieces of cannon that 2 men can transport, 35 [illegible] and 5 of our deserters. 39 108 109 Interrogated whether he had any acquaintances in Hapitigam Korale that motivated his route through that place, he replied that he knew no one; that he had only heard talk of the detention of the Korale due to the suspicions he had given regarding his conduct; that in fact it had been discussed at Degammede and that he knew the Korale had written an olla to the Mohottiar of Oragomme, who had sent it to the Disava, but that he was ignorant of its contents. Was signed: Du Perron. Beside it, an illegible signature. In the margin: Moegoeroegampelle, 21 August 1791. Sijbrands, sworn clerk. A Moor and inhabitant here has given the following report. That by order of me, the undersigned, he went to the village of Wiesenawe and heard there that a newly appointed Disava over the Moors is to arrive on the 4th of next month at Kankoenagalle, situated 7 miles from Silauw, and that the Disava of the Seven Korales is also located at Damenedeniet. Furthermore, the declarant testifies that what he has stated contains the pure truth. Below stood: Silauw, 26 August 1791. Was signed: J. W. Uhlenbeek. In the margin: for the translation, was signed: H. T. Roldiers. Agreed.

Dutch transcription

No. 38 106 Deselve verhaald dat hij zig van Jongst af te kadergamen, een plaats leggende in 'sko= nings en het gebied van DE: komp: alwaar een heijdensche tempel is, zig met bedelen= hadde geneerd, dog zedert van daar, en nu voor vijf dagen door het koningsland was heen getrokken, en op sodanige wijse te Ponnorijn alwaar hij na vier dagen ver= toefd te hebben, alhier is aangekomen. Dat het net de eerste rijse is dat hij hier is ge= weest, maar het nu de vierde maal was, het geen de bellale van oedoepethij se= doenga mapane tamoderen pulle en den bellale van kaijtadie wel appa mod=r en meer andere inwoonders alhier soude kunnen afgeeven, en van wien hij ook almoesen had ontvangen. Hij segt dat zijn vader Dees Radekierie een Relaas gedaan door den Landlooper Han„ mandiekierie geboortig van hoewena doe gehoorende in 'skonings Land. bellale n v No. 37. bellale en inwoonder van kasie en zijn mo der gen=t Iahapa tetanne mede van het bellales geslagt, en inwoonster van koe= wenadoe zijn segt met zijn vertrek van kredergamen her= waards onderweegens te welasenadoe het geen onder 'skonings gebied gehoord, te= hebben gesien, dat verscheide gewapende chipaijs aldaar lagen, en ook daar had„ de vernoomen, dat de dessaves van de Corles van Safergamen, windaime tam„ men kelve oewenadoe en matele met in landsche krijgsmagten in hunne Corles waa¬ ten aangekomen, en zig daar ophielden om dat 'er een gerugt liep dat 'er 'sComp„s troupes na de kandiasche landen stonden te marcheeden, om de aldaar tevindene kanneel en peper voor DE: komp: toeteeijgenen. Dat alle de gravetten in 'skonings landen beset waaren, met wagten van skonings volkere. Dat hij veronderstelde hier met bedelen wat te zullen kunnen opdoen, hij om die dezen ver= soekt, dat hem zulx mogten worden toege staan, en hem daar na tewillen permitteeren weder na zijn land temogen vertrekken. zegt voorts niet te kunnen leesen of schrijven Gerelateerd in 't kasteel Jaffanap=m den 17 aug=s 1791. ter vertaaling van den gezw: tolk Don Joan maarkoepielle mod=n /:onder= stond:/ een merk en daar bij geschreeven dit merk is eigenhandig gesteld door den Relatand /:lager:/ Door mij /:getekend:/ Paul francken E: g: klerk /: nog lager voor de verthaaling /:getekend:/ D: J: maar„ koepulle modbr: gesw: tolk. /:onderstond:/ Akkordeerd /:was getekent:/ A: L: de Niese g'klerk. Akkordeerd. Sijbrands Dat Eialerz Een Moor en ingezeeten alhier heeft het teekende na volgende berigt. Dat hij uijt ordre van mij ondergeteekende aldaar ge na het dorp wiesenawe geweest en aldaar door 18 kop gehoord heeft, dat een nieuwe aangestelde de relatand mandige Dessave, over de mooren die Mellargerie de, 4. van de aanstaande maand te ka„ en en al„ boar lle laad t miilant van lloue geregte gra ldaar wagt Le Nommé pouonchi raale Ranaarenne Bandamaie modi„ „ans haut de Ranaarenne proche Cournougal ett arriré cé ré a moe goeroegamp elle dans son pays il disirait de se retirer Sanana sur les terres dela Compagnie qu'en Concequence il deman dait a passer a Colombo pour en obtenir Lagrement a Mon cas legt eene Sieur Le Gouverneur Interrogé quelles Etacent les Intentions de ses Compatriotes edaane sur les Ruttes de Cette guerre, el a repondu qu'el était per suadé qu'ils neferaient jamais la moindre, de marche en hem offensire arant que la Compagnée n'aye Commencé les hos„ „tililes cequ'ils redontent Beoucoup layant ent Lieu de Pen koomen convainnere par le terreus que repandit parmi enx L appro„ bij gehoord „che de detactemens que L'on arait envoijé a la poursuitte Jare te Al il ajouté que le dessare des 7 Cortes apassé depuis 9 vours van Silau de digammede a dammedeniet, destant de diricoule d'une heure et de mie, et qu'il sy accup a faire planter un oude ge Tardin et Construire quelques Cases pour lui et sa suite tas peu Nombreuse, n'aijant arec lui que 22 personnes nooren de 53 qui l'avacent accompagnes depuis Candie; le surplus 3 Petant reteré ainsi que tous les gens du corle qu'el arait len te ver rassamblé et que depués 15 Jours ont êtés disperres dans ar latand differens pootes a quelques hommes pres qu'el a retenu pour Son Sertite el a, dit el, avec lici 8 petites peces de Canons que a hommes denos 5 deserteurs 39 108 er alhier heeft 109 peurent transporter 35 Cadi tualon et a Bouondicoula ente „vogé siil arait quelques Connaissances dans shapitigam corle, qui ait motivé sa route par let endroit a repondu qu'il ne Connaissait personne, qu il arait seulement entr „du parler de la detention de Coraal atten du les soup cons qu'el arait donné sair son Eration, qu'en effet il en arait eté question a degammede et qu'il sarait que le Coraal aract ccret une holle au motioar de oragomme le quel l'arait envoyé au dessare moisquel en eqnoract le Contenu /was geteekend/ Du Perron ( daar naast een onleesbaare handtee„ kening / in margine/ Moegoeroegampelle a 21 avaut 1791/ Dijbrands Legklerk Een Moor en ingezeeten alhier heeft het teekende na volgende berigt. Dat hij uijt ordre van mij ondergeteekende aldaar ge na het dorp wiesenawe geweest en aldaar — door 18 kop gehoord heeft, dat een nieuwe aangestelde de relatand mandige Dessave, over de mooren die Mellangerie de, 4. van de aanstaande maand te ka„ en en al„ koenagalle legd. 7. mijlen van silauw geregte gra staad te koomen en dat de Dessave der 7. korle ook te Damene oeneje bevind. ldaar wagt Voorts betuijgd de relatand het geene hij op= gegeeven heeftd zuijver waarheijd behelst Sanana /:onderstond:/ Klau den 26. Aug=o 1791. /: was legt eene geteekend:/ I: W: uhlenbeek. /:in marginie:/ edaane voor de vertaaling /:was getekent:/ H: T: en herm Roldiers koomen hij gehoord are te Al van Silau oude ge nooren te ver le latand Akkordeert er alhier heeft 109 ar koomen fare te Al van Silau oude ge nooren te ver le te Samana e daane Eer herm hij gehoord r legt eene geregte gra en en al„ - door 18 kop de relatand Mellargerie aldaar ge teekende na e alhier heeft ldaar wagt latand

NL-HaNA_1.04.02_3921_0158 view scan ↗

English

A Sinhalese resident of Meddegodde has reported the following to the undersigned: That he has arrived here by order of the Korale of Jagam pattoe, to say in his name that he has heard that the King's Brother and the Dessave of Mattele are due to arrive at Dambadeniya, and orders have already been given to prepare the necessary adukku and pehindu. Furthermore, the informant testifies that the Korale of Jagam pattoe informed the undersigned that, if what he has already said proves to be true, he would notify the undersigned further by means of an ola. Silauw, 29 August 1791. Signed: J. W. Uhlenbeek. In the margin, for the translation, signed: W. J. Rottiers. Agrees: Sybrands, First Clerk. No. 40 A Sinhalese resident from the territory of Silauw has reported the following to me, the undersigned: That by order of the Commandant of Silauw, he proceeded to the village of Wattoepoelle, about 6 miles from Silauw, and there saw an erected battery, around which roughly 200 men were stationed. Subsequently, the informant went to the village of Pattoekoeloene, which lies 1 1/4 miles apart, and there saw a newly erected gravet, which was occupied by 30 men without firearms. The informant further reports that he heard that in the village of Kierinde, located 4 miles from Silauw, a battery has been constructed, where many men, mostly with firearms, are keeping guard there; and that the King of Kandia and the First Adigar or Karauwnielleme are due to arrive at Kornagalle on the 7th of the coming month. The informant testifies that he was also in the village of Windekadoewe and heard there that a battery is to be constructed there today. Furthermore, the informant testifies that what he has stated is the truth. Silauw, 27 August Anno 1791. Signed: J. W. Uhlenbeek. In the margin, for the translation, signed: H. P. Rottiers. No. 41 A Sinhalese resident here has reported the following: [illegible] No. 42 The person named Vouovelii has deposed that the Dessave of the Four Korales is still at Beligale in the same state of inaction, and that 5 days ago he gave orders to all the Chalias and other lower castes to go and cut cinnamon, but they have not yet departed. He adds that a Kandyan returning from Colombo, where he had been to purchase a quantity of merchandise, was arrested by people of the Hina Korale and taken to Bandennaie, and that consequently the Dessave of the Four Korales has given orders to the guards who are on the borders not to let anyone pass to enter the lands of the Company, and reciprocally onto the lands of the King. Signed: De Verron, and beneath it an illegible signature. In the margin: Moegoeroegampelle, this 29 August 1791. Agrees: H. Geller, Sworn Clerk in French. No. 44 A Sinhalese resident here has reported the following: [illegible] that those who fall under his jurisdiction are to appear before him; the informant also testifies that [illegible]

Dutch transcription

Een singalees en inwoonder van Meddegodde heeft aan den ondergeteekende het volgende berigt. Dat hij in't onder van den koraal van Jagam pattoe alhier gekoomen is, om uit zijn naam te zeggen eteekende na dat hij gehoord heeft, dat de Konings Broeder aldaar ge en de Dessave van Mattele te Dammedeniers e door 18 kop staat tekoomen, en reets ook onder gegeeven de relatand zijn, om de noodige addoekkoes en Pehin„ ^ hand te boenaen en en al„ geregte gra aldaar wagt te Samana r legt eene jedaane koomen hij gehoord fare te Al van Silau oude ge nooren ren te ver ar ter herm er alhier heeft No. 41 111 Mellargerie 110 3 latand er alhier heeft Een singalees en inwoonder van Meddegodde heeft aan den ondergeteekende het volgende berigt. Dat hij in't onder van den koraal van Jagam pattoo alhier gekoomen is, om uit zijn naam te zeggen seteekende na dat bij gehoord heeft, dat de Konings Broeder aldaar ge en de Dessave van Mattele te Dammedeniess en door 18 kop staat tekoomen, en reets ook onder gegeeven de relatand zijn, om de noodige addoekkoes en Pehin„ Mellangerie raad te brengen en en al„ geregte gra ldaar wagt Een singalees en inwoonder uijt het silauws gebied, heeft aan mij ondergetekende het vol= e Sanana gende bericht. Dat hij op ordre van den heer Silauws kom= r legt eene legd. mandant na het dorp wattoepoelle bij jedaane 6. mijlen van Silauw begeven en aldaar ter herm gezien heeft een opgeregte batterije en daar koomen omstreeks 200: koppen ophield vervolgens heeft de relatand na het dorp pattoe koeloe hij gehoord ne die 1/¼. van Elkander legd gegaan en fare te Al aldaar gezien een nieuw opgeregte gravet van Silau die met 30. koppen zonder geweeke ophield. oude ge Nog relateerd de relatand dat hij gehoord heeft nooren dat in het dorp kierinde legd 4. mijlen van „ te ver silauw een batterij gemaakt en daar veele latand wagt nans No. 41 No. 40 „menschen meesten deels met geweezen aldaar 110 111 No 41 wagt houden, dat de koning van kandia en de eerste addigaar of karauwnielleme den 7. van de aanstaande maand op kor= nagalle staad te koomen, De relatand betuijgd dat hij nog in het dorp winde kadoewe geweest en aldaar gehoord heeft, dat heeden een bakterij aldaar staad gemaakt teworden. Voorts betuijgd de delatand het geen hij op= gegeven heeft de waarheijd te zijn. Silauw den 27. Augustus A=o 1791. /:was getekent:/ I: W: uhlenbeek /: in mar„ ginie:/ voor de translatie /:getekent:/ H: P: Rolliers. er alhier heeft Een singalees en inwoonder van Meddegodde heeft aan den ondergeteekende het volgende berigt. Dat hij in't onder van den koraal van Jagam pattoo alhier gekoomen is, om uit zijn naam te zeggen eteekende na dat hij gehoord heeft, dat de Konings Broeder aldaar ge en de Dessave van Mattele te Dammedeniefs door 18 kop staat tekoomen, en reets ook onder gegeeven de relatand zijn, om de noodige addoekkoes en Behin„ Mellargerie „does in gereedheid tebrengen voorts betuijgd de relatant dat de konaal en en al„ van Jagam pattoe aan den ondergeteekende geregte gra liet zeggen, zo bij aldien het geene hy reeds ldaar wagt gezeegd heeft, mogte naar zijn, hij als dan bij een ola aan den ondergeteekende nader te Sanana zoude kennis geeven. silau den 29.:' aug: 1791. /was geteekend) legt eene J: w: uhlenbeek /in margine/ voor ide jedaane vertaaling /geteekend/ W: J. Rottiers. ter herm Akkordeert koomen hij gehoord Hijbrands Eeklerk sare te Al van Silau oude ge mooren „ te ver latand 111 Hijbrands E Clerk Akkorpeert D Silauw den 27. Augustus A=o 1791. - /:was getekent:/ I: W: uhlenbeek /: in mar„ ginie:/ voor de translatie /:getekent:/ H: P: Rottiers. Samana r legt eene edaane en herm koomen bij gehoord lare te Al van Silau oude ge mooren „ te ver latand „teekende na aldaar ge „ door 18 kop de relatand Mellargerie en en al„ geregte gra er alhier heeft Sybrands Akkorpeert Hij Eeklerk daar wagt Slauw den 27. Augustus A=o 1791. - /:was getekent:/ I: W: uhlenbeek /: in mar„ ginie:/ voor de translatie /:getekent:/ H: P: Rottiers. steekende na 12 Le nommé Vouovelii a deposé que le des= aldaar ge =seive des t borles eit toujourt à Beligale dans la „ door 18 kop nême inaction, et que depuis 5. jours il a donné des ordres a tous les Chalias et antres de relatand lanter Maalker hour aller bonher la Canellen mais Mellar gerie en en al„ geregte gra ldaar wagt te Samana er legt eene iedaane den herm koomen hij gehoord sare te Al van Silau oude ge mooren „ te ver latand Een Singalees en in woonner alhier heeft het volgende bericht Hijbrands D nagezien vert zinde No: 44. Akkorbeert Eeklerk 113 steekende na 12 Le nommé Vouovelii a deposé que le des= aldaar ge =sewe des t Corles eit toujourt à Beligale dans la en door 18 kop même inaction, et que depuis 5. jours il a donné des ordres a tous les Chalias et entres de relatand barter Basses pour aller bonper la Canellen mais Mellan gerie ils ne sont point en core partis ven en al„ Wajonte quum bandiaan revenant de geregte gra Colombo, ord il ewait eté achetter quantité de aldaar wagt Marchandise a été arrete par des gent d'hina borle et Conduit a Bandennaie, et qu'en conse= te Sanana quence le dessave des le borles à donné des er legt eene ordres aux sioites qui sont sir les frontieres pour rie daane qu'on ne laisse passer personne pour entres der herm sur les terres de la Compagnie in heciproque= koomen =ment sus les terres dn nog (was geteekend: hij gehoord De Verron, en daar onder een onleerbaare hand= sare te Al teekening /in margine Moegoeroegampelle ce van Silau 29 Moust 1790 Accordeert oude ge H Geller ¶Getwklak en Fransh mooren die onder hem sorteerd bij hem te ver scheijnen, ook betuijgd de relatand Een Singalees en in woonner alhier heeft het volgende bericht dat nagezien vrts zinde No: 48. No. 42 113

← previousnext →