VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3922

Ceylon · 499 pages · 177 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3922_0306 view scan ↗

English

To the same as before To the same as before We remain for the rest, after friendly greetings, underneath was written, Honorable Sir and Particularly Good Friend, your Honors' affectionate friends and servants, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Rake, D: C: von Driberg, B: L: van Zitter, in the margin, Kolombo, the 16th of March 1791. P.S. We hereby also present to your Honors our requisition of necessities for the current fiscal year 1791, with a friendly request for the fulfillment thereof. A packet of letters from Souratta received for your Honors and. A letter with an open slip from the Galle servants. We have the honor to present hereby to your Honors a packet of letters for the gentlemen ministers in Bengale, with the request to please forward the same at the first opportunity. Herewith we add the duplicates of our secret and ordinary letters of the 16th of March last and our duplicate requisition for the current fiscal year 1745. We remain for the rest, after friendly greetings, underneath was written and signed as before, in the margin, Kolombo the 6th of April 1791. Since, according to what we have been informed, there appears to be no more apprehension at present on the coast of any hostilities on the part of Tipoi Sultan, and that the Jaffna garrison has been noticeably weakened by the troops sent from there to Paleakatta, we therefore request that Captain Khale with the aforesaid troops sent from Jaffenapatnam in two trips, both infantry and artillery, may be sent back thither as quickly as can be done. We present to your Honors herewith the duplicate of our last letter of the 6th of this month and a memorandum dated the last of August 1790 amounting to f 2. 19. 8. We remain for the rest, after friendly greetings, underneath was written and signed as before, in the margin, Kolombo the 27th of April 1791. We have received from Jaffenapatnam your Honors' esteemed missive of the 31st of March last, with the seven chests of papers mentioned therein. These chests were all delivered here wet, and since upon opening two of them, according to the report of our first clerk, which accompanies this in copy, the letters and papers contained therein were found to be wet and even partly unmanageable, we have authorized him to also have the remaining chests opened, and to cause the papers that are found wet to be aired and dried, under express warning that, if asked, he must take the oath that he has read none of these papers, nor given anyone a reading thereof. The packets received for Koetsiem and Suratta have already been forwarded thither, and we thank your Honors kindly for the delivered copies of your dispatched letters to the Gentlemen Majors and the Honorable High Indian Government. We furthermore let this be accompanied by the duplicate of our letter of the 27th of April last, and two invoices amounting to f 4810.- and f 2176: 17., in which among other things are charged the two boats that we, at your Honors' request by missive of the 19th of October 1788, caused to be built at Kalpettij and Baticaloa, and of which the one has already been sent thither via Jaffenapatnam, and the other via Trinkonomale. We remain for the rest, after friendly greetings, underneath was written and signed as before, in the margin, Kolombo the 13th of May 1791. Since the suspicious conduct of the Court of Kandia, of which we have given your Honors notice in our letter of the 15th of April last, has made it necessary that the Honorable Governor van de Graaff has had to proceed to the borders of the Company's territory at the head of our troops encamped there, His Honor has transferred the presidency of our assembly and the management of affairs, for the time of his absence, to the first undersigned, who, upon the request made thereto, has crossed over from Koetsiem for a quick visit. Upon the report received from the servants of Jaffanapatnam that your Honors had requested a sloop from them to send back the Ceylon troops detached thither, we have ordered them to employ the Jaffna sloop Ceilon for that purpose. We kindly request your Honors to please send to us as soon as possible the goods requested in our requisition, which was sent in duplicate to your Honors together with our letters of the 16th of March and 6th of April last. We present to your Honors herewith the duplicate of our last letter of the 13th of May and a pay notice of the last of that month. We remain for the rest, after friendly greetings, underneath was written and signed as before, in the margin, Kolombo the 2nd of June 1741. We have received your Honors' esteemed missive of the 6th of May last, and the thereunto

Dutch transcription

87 Aan als vooren Aan als vooren Wij blijven voor het overige na vriendelijke gro /:onderstond:/ E: Heer en Bijzondere Goede vrien uwel Edelens DW: vriend en Dienaeren (:was „teekend:) W: J: van de Graaff, M: P: Rake D: C: von Driberg, B: L: van Zitter /:in „gene:/ kolombo, den 16. Maart 1791. lag P:S: Wij bieder uwEdelens hiernevens no aan onzen Eijsch van benodigtheeden voo het loopend boekjaar 1791. , met vriendelij verzoek om derzelver voldoening. Een briefpaket van souratta voor uwEd: ontvangen en. - Een brief met open slip van de gaalsche bediendens. Wij hebben de eer uwEd:s hiernevens aante „bieden een brief paket voor de Heeren wetan als vooren „nisters in Bengale, met verzoek het zelve bij geleegentheid tewillen voortsch ken Hier bij voegen we de duplikaeten inz sekreete en gemeene brieven van den 16' Maart Joleeden en onzen duplikaat Eijsch voor het loopend boekjaar 1745. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete (:onderstond:/ een geteekend:) als vooren /: in margine:/ kolombo den 6. April 1791. Wijl naar we geinformeerd zijn, er thans op de kust geen bedugting meer schijnt te weezen voor eenige vijandelijkheeden van de kant van Tipoi sullen, en dat het Jaffanasche guarnizoen, door de troupes die van daar naar Paleakatta gezonden zijn, merkelijk is verzwakt, zoo verzoeken we dat kaptein khale met de voorsz: van Jaffenapatnam in twee rijzen gezondene troupes, zoo infanterie als artillerie, zoo spoedig als het ge„ „schieden kan, na derwaards mogen worden terug gezonden. Wij bieden uwel Ed: hiernevens aan het duplikaat van onzen laatsten van den 6„e deezer en een Memorie gedateerd ult=o aug. s 1790. groot ƒ 2. 19. 8. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete (:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren /:inmargine:/ Kolombo den 27. April 1791. we hebben van Jaffenapatnam ontvangen uwer Edelens g'achte missive van den 31. Maart J„oleeden, met de daarbij vermel „de zeven kassen met papieren. Deeze kassen zijn hier alle nat aangebragt, en wijl bij opening van twee derzelven, blijkens berigt van onzen eersten klerk, dat in kopia deezen verzeld, de brieven en papieren, die daarin waa¬ ren, nat en zelfs gedeeltelijk onhandel baar bevonden zijn, hebben we hem ge „qualificeerd om ook de overige kassen telaeten openen, en de papieren die nat troupes worden 1 n 872 Aan als vooren worden bevonden te doen lugten en droog onder expresse waarschouwing dat hij des gevraagd wordende, den eed zal me „ten doen, dat hij geene van deeze papier geleezen, nog aan iemand daar van lec „tura gegeeven heeft. De ontvangene paketten voor kortsiem suratta zijn reeds na derwaards voorts „schikt, en we bedanken uw Edelens vriend „lijk voór de bezorgde Copijen van derzelve afgezondene brieven aan de Heeren Majors en de Edele Hooge Jndische regeering. Wij laeten voorts deezen verzellen het die „plicaat van onzen brief van den 27. Apr J:o leeden, en twee faktuuren groot ƒ4810.- en ƒ2176: 17. , waar bij onder anderen word aangereekend en twee boots die we op uw Edelens verzoek bij missive van den 19. oktober 1788. , te Kalpettij en Baticaloa hebben laeten aan bouwen, en waar van de eene reeds over Jaffenapatnam, en de andere over Trinkonomale, na dezwaards gezonden is. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete (:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren (:in margine:/ kolombo den 13. ' Maij 1791: ~ Vermits het nadenkelijk gedrag van het Hof van kandia, waar van wij uw Edelens kennis hebben gegeeven bij onzen brief van dan als vooren den 15. April J:o leeden, het nodig gemaakt heeft, dat de Edele Heer Gouverneur van de Graaff zich na de grensen van 'sComp:s gebied heeft moeten begeeven, aan het hoofd van onze aldaar geleegerde troupes, heeft zijn Edele het presidium van onze verga„ „dering en de maniance van zaaken, voor den tijd van desselfs absentie, overgegeeven aan den eerst ondergeteekenden, die op het daartoe gedaan verzoek, voor een spring „togt van koetsiem is overgekoomen. op het bekoomen berigt van de bedienden van Jaffanapatnam, dat uw Edelens van hen een sloep hadden gevraagd, om de aldaar gedetacheerde Ceilonsche troupes terug te zenden, hebben wij hun gelast, om de Jaffenasche sloep Ceilon daartoe te emploijeeren. Wij verzoeken uwEdelens vriendelijk, om ten spoedigsten zoo na moogelijk aan ons tewillen toezenden de gevraagde goede „ren bij onzen Eijsch, die in duplo aan uw Edelens is toegezonden nevens onze brieven, en van den 16. Maart en 6. April J:o leeden. Wij bieden uw Edelens hiernevens aan het duplicaat onzer laatste van den 13. Maij en een zoldij notitie van den laasten dier maand. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en (:geteekend:) als vooren (:inmargine:/ kolombo den 2. Junij 1741. . Wij hebben uwer Edelens g'achte missive van den 6. Maij J:o leeden ontvangen, en het de (daarnevens

NL-HaNA_1.04.02_3922_0308 view scan ↗

English

To the same as before. The accompanying packet for the Ministers at Koetsiem has been properly delivered. The Coromandel papers of the boxes which, according to the communication in our letter of the 13th of May, had to be opened here, were found to be in reasonably good order and properly repacked again. The boxes for Batavia will be sent with the ship the Mirarie, and the boxes for the Fatherland with the packet boat the Zeemeeuw, which are to depart shortly. Regarding the defects discovered on the boat the Zwaan, we have requested a report from the Chief at Batikaloa, and concerning Your Honours' complaints against the servants of Jaffenapatnam, we have likewise requested a report from them. Upon a petition from the Sea Captain Jan Kraaij concerning the charge made here against his pay account for a deficiency found in the gross weight of 27 boxes of nutmegs and cloves, which were brought here by him from Batavia in the year 1787 for Coromandel, the Noble High Indian Government has ordered us by letter of the 2nd of November 1790, an extract of which accompanies this, to conduct the necessary investigation in this regard, and upon finding that the same have been properly accounted for, to revoke the charge made. Last year the Junior Merchant Cantervisser arrived at Jaffanapatnam without any written notification from the Coast of Coromandel. We thought that he had obtained permission for this from Your Honour, but now he requests through our servants permission to make a short trip over yonder, adding that he had been notified by Your Honour that he had to depart thither in order to be stationed here. We can hardly imagine such an arrangement concerning our Government, and have therefore, instead of giving him permission to make a short trip, had him informed by our servants at Jaffanapatnam that he is not stationed here and thus may depart whenever it pleases him, for which purpose this letter from us is also given to him. Furthermore, as the aforesaid 27 boxes of spices were sent unopened from here to Jaffenapatnam at the end of the year 1787 for further dispatch to Paleakatta, and we therefore do not know whether the net weight of the nutmegs and cloves was found to be correct, we kindly request Your Honours to send the necessary report in that regard to Their High Honours, in so far as that might not have been done already. The aforesaid petition of Captain Kraaij we enclose herewith in copy, along with its appendices, for Your Honours' consideration. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, and signed, as before. In the margin: Colombo, the 1st of July 1791. Lower: P.S. We also present to Your Honours herewith the duplicate of our last letter of the 2nd of June last. To the same as before. For the rest, after greetings, we remain, underneath, and signed, as before. In the margin: Colombo, the 6th of August 1791. We have received Your Honours' esteemed missives of the 21st of June and the 8th of July last. The detachment of soldiers that was lent to Your Honours from the Jaffna garrison last year has already safely returned there. That the servants, upon Your Honours' request by letter of the 3rd of May, did not immediately dispatch a sloop to fetch the aforesaid detachment, happened because they first had to ask our authorization for that, which they also did by their letter of the 14th of the said month. By our letter of the 2nd of June we authorized them to do so, but because the servants, a few days after the receipt of this our letter, received Your Honours' missive of the 16th of June, containing communication that the aforesaid detachment would be sent back with Your Honours' own sloop the Zeehond, they naturally had to decide to hold back the sloop requested by Your Honours for that purpose. Regarding the observations that were made in Your Honours' missive of the 6th of May concerning the boat the Zwaan, the Batticaloa Chief has sent us a report from the Master Attendant and Master Carpenter there, and a declaration of the mariners who brought the said boat to Paleakatta, both of which documents accompany this in copy, together with an extract from a letter received concerning this from the Chief Burnand, dated the 22nd of July last. Your Honours will see therefrom: 1. That the aforesaid boat was built in accordance with the description made by Your Honours in your letter of the 18th of July 1788, written to the servants at Jaffanapatnam, namely without cabin, deck or bulkheads, but with fore and aft decks and with a continuous palm-leaf awning; 2. That the rigging was done with European and native materials, according to the stock at Batticaloa, where an abundance of such necessities is never found, but that although the spars were somewhat cracked and nailed, they were nevertheless sound and capable of serving for a long time; and 3. That the defects found on the anchor cable, the grapnels and the rudder arose from heavy weather on the voyage, through which also the outrigger canoe belonging to the aforesaid boat was lost due to the parting of the towrope.

Dutch transcription

873 Aan als vooren daarnevens ontvangene paket voor de Minis te koetsiem, is behoorlijk besteld. De kormandelsche papieren van de kassen die volgens het bedeelde bij onzen brief va den 13. Maij alhier hebben moeten worden geopend, zijn reedelijk wel gesteld bevond en weder behoorlijk ingepakt: De kas voor Batavia zullen met het schip de mirarie, en de kassen voor het Patri met de pakel boot de Zeemeen, die bij eerstdaagsstaan te vertrekken, worde verzonden. Nopens de ontdekte gebreeken aan de boot de Zwaam, hebben we berigt gev „derd van het opperhoofd te Batikaloa en over uwer Edelens bezwaaren tegena bedienden van Jaffenapatnam, hebben we insgelijks berigt van hun gevraagt op een addres van den kapitain ter zee Jan kraaij wegens de alhier gedaane belas¬ „ting op zijne zoldij reekening, voor be „vondene minderheid op het bruto ge„ „wigt van 27. kisten met nooten en nagu „len, die in het Jaar 1787. door hem van Batavia alhier zijn aangebragt voor kormandel, heeft de Edele Hooge Jndische Regeering ons bij brieve van den 2. 9ber: 1790. waarvan Extrakt deezen verzeld, gelast, dezweegens het noodig onderzoek te doen, en bij bevin„ „ding dat dezelve behoorlijk zijn ver„ „antwoord, de gedaane belasting intetrekkee voorleeden Jaar is de onderkoopman Cantervisser, zonder eenig aanschrijven van de kust kormandel te Jaffanapat„ nam aangekoomen. Wij hebben, gedacht, dat hij daartoe van uw Edele had verlof bekomen, doch thans doed hij door onze bedienden verzoek om verlof tot het doen van een springtogt naar ginter onder bijvoeging, dat hem door uwEd: aangekundigd was dat hij dit heen vertrekken moest om hier bescheiden te zijn. Wij kunnen deeze beschikking. over ons Goevernement ons nauwlijks verbeelden, en hebben hem dus, in stede dan wijl voorsz: 22. kisten specerijen in het laatste van het Jaar 1787. , ongeopend, van hier na Jaffenapatnam zijn verzonden ter verdere bezorging na Paleakatta, en wij dus niet weeten, of het netto gewigt van de nooten en nagulen, behoorlijk is bevonden verzoeken wij uw Edelens vriendelijk om aan Hunne Hoog Edelheeden derwegens te willen zenden het nodige berigt in zoo verze dat niet reeds mogte zijn geschied. Het voorsz: addres van kapitain kraaij voegen wij met de bijlaegen daar van in Copij hier bij tot uwer Edelens speculatie Wij blijven voor het overige na vriende„ „lijke groete /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:inmargine:/ kolombo den 1 Julij 1741. (:lager:) P:S: Nog bieden wij uw Edelens hiernevens aan het duplikaat onzer laatste van den 2„ Junij J:o leeden. dan van - 874 Aan als vooren van hem verlof tot een springtogt te geeven, door onze bedienden te Jafna „ten aanzeggen dat hij hier niet besche is en dus vertrekken kan, als het hem behaagd, waartoe hem deeze brief va ons word mede gegeeven. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ kolombo den 6. Aug. s 174 Wij hebben ontfangen uwer Edelens g'achte missives van den 21. Juni en 8. Julij J:o leeden 'T detachement militairen, dat voorleeden Jaar aan uw Edelens uijt het Jaffanasch qua nizoen geleend is, is reets behouden aldar terug gekomen. Dat de bedienden, op uw Edelens verzoek bij brieve van den 3. mai niet daadelijk een sloep hebben afgezonden ter afhaal van voorschr: detachement, is geschied om dat ze daartoe alvorens onze qualificatie moesten vraagen, en dit hebben ze ook gedaan bij hunnen brief van den 14. van gemelde maand. Bij onsen brief van den 2. Juni qualificeerden wij hun daartoe, doch wijl de bedienden, eenige dagen na den ontvang van deezen onsen brief, hebben ontfangen uwer Edelens missive van den 16. Juni, houdende Commu„ „nitatie, dat het voormelde de lachement met uwer Edelent eige sloep de Leerob zoude terug gezonden worden moesten ze natuurlijk besluiten, de door uw Ede „lens ten dien einde gevraagde sloep terug te houden. Nopens de reflectien, die bij uwer Edelens missive van den 6. maij zijn gemaakt, ten aanzien van de boot de zwaan, heeft het Battikaloasch opperhoofd ons toege„ „zonden een bericht van den Equipagie op zichter en baastimmerman aldaar, en eene verklaaring van de zeevaarenden, die gemelde bost na Paleakatta hebben gebragt, welke beide documenten deezen in Copij verzellen, nevens een extrakt uijt een daar over ontvangene brief van het opperhoofd Burnand, van den 22. Juli Joleeden. uw Edelens zullen daaruijt zien 1. dat voorschr: boot is geboud Conform de beschrijving, die door uw Edelens gedaan is bij derzelver brief van den 18. Juli 1788, aan de bedienden te Jaffanapatnam geschree „ven, naamelijk zonder kajeijt, dek in schotten, maar met plegten agter en voor„ en met een doorgaande ola tent„ 2. dat de toetuijging is geschied met vader „landsch en inlandsch goed, naar maate van den voorraad te Battikaloa, alwaar nimmer de ruimte van diergelijke ba„ „nodigdheden word gevonden, doch dat schoon de rondhouten wat gescheurd en gespijkerd waren, dezelve nochtans deugdzaam zijn geweest, en in staat om lang dienst te doen. en 3. dat de defecten aan het vijgertou„ de dreggen en het roer bevonden, door swaar weder op de rijs zijn ontstaan waar door ook de vlerktonie tot voorschr: boot behoorende, door het breeken van het sleeptou, verlooren was gegaan. Nopens Wij - -

NL-HaNA_1.04.02_3922_0310 view scan ↗

English

We also send Your Honours herewith an extract of a letter, written to us by the Jaffanapatnam servants on 3 July of the past year, concerning the grievances brought against them by Your Honours in your aforementioned letter of 6 May. We refer to that and furthermore observe regarding the matters appearing therein: That the servants clearly show that they have left none of Your Honours' letters unanswered, and specifically that they answered Your Honours' letter of 18 December 1790 on the 29th thereafter. That it is no unusual matter for the Coromandel sloops, during their overwintering at Jaffanapatnam, to be employed there in the service of the Company, and that we consider that no inconvenience is caused to Coromandel by this, provided care is taken that the necessary repair and outfitting are done to these sloops, and that they are sent back thither in due time. The employment of one of these sloops this year for cruising the shores of Ceylon is an extraordinary case. Since it appears from the statements of the Master of the Equippage and of the master carpenter at Jaffanapatnam, which accompany this in copy, that the necessary repair and provision were made to the sloop de Herstelling, and as we consider that it would have been the duty of the commander, if he thought that anything was still lacking, to notify the Lord Commander at Jaffanapatnam immediately thereof, and we would like to see Your Honours examine the commanders of both the sloops that recently were at Jaffanapatnam to see whether they have acquitted themselves of this their duty. Concerning the letter written to Your Honours by the Jaffanapatnam servants on 21 April, we request to be informed in what the unfriendliness consists that Your Honours have noted therein. That the envelope of this letter was addressed solely to the Lord Commander Eilbracht was certainly without intention and occurred solely through inattention of the clerk, and we have therefore recommended greater attention for the future to the servants at the Jaffanapatnam secretariat. The received letter packet for the Noble High Indian Government will be forwarded to Batavia at the first available opportunity. We further enclose herewith a copy of a further petition submitted by the arrested bookkeeper Bronsveld, with copies of the annexes submitted alongside it. To as before To as before For the rest, after greetings, we remain was signed as before in the margin: Colombo, 23 August 1791. lower down: P.S. We also present to you herewith the duplicate of our last letter of 15 July of the past year and a letter from Batticaloa received for Your Honours. We have duly received Your Honours' esteemed letter of 1 September of the past year. From Batavia there were recently brought here for Coromandel three chests of gold, namely by the ship de Draak one chest containing 220 m. kl. or in k. f 169. 4. 10. in 11 bars, and by the ship de Doggersbank two chests containing 360 marks and 18 bahars. The two last-mentioned chests we are currently sending via Mannar to Jaffanapatnam, for further forwarding to Paleacatte, but the chest brought by de Draak we had to retain in order to be employed for the procurement of piece goods on the Madura coast, because the ships that we expect from the Netherlands have not yet arrived, and thereby the procurement on the said coast, for lack of cash, would have had to come to a complete standstill; we shall, however, as soon as the gold destined for Ceylon is brought in, deliver an equal quantity from it to Your Honours. Meanwhile, herewith goes a copy of the Batavia invoice of the aforesaid retained chest, for Your Honours' consideration. Since the dispatch of our letter of 18 November of the past year, of which the duplicate goes herewith, we have received a consignment of gold both from the Netherlands and from Batavia, and we shall therefore send 220 marks thereof to Jaffanapatnam for further delivery to Your Honours in settlement of that which, according to the allocation mentioned in our aforesaid letter, was retained here from the consignment received for Your Honours. Furthermore, we present to Your Honours herewith two letter packets addressed to Your Honours, and a small packet containing the bill of lading invoice of the aforesaid two chests of gold brought by Doggersbank, together with the small bundle with keys sealed in waxed cloth mentioned therewith, all as received from Batavia for further delivery to Your Honours. We further enclose herewith the duplicate of our latest letter of 23 August, together with an invoice amounting to f 22. 18. —. and a letter from the Council of Justice of this castle to the court there. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before in the margin: Colombo, 18 October 1791.

Dutch transcription

875 Wij zenden uw Edelens nog hiernevens ee extrakt brief, door de Juffanasche b „dienden den 3. Juli J„o leeden, aan ons ge schreeven, over de door uwe Edelens tegen dezelven ingebragte beswaar bij derzelver voorschr: missive van de 6. maij. Wij refereeren ons daaraan en merken voorts omtrent de daarb voorkomende onderwerpen aan: Dat de bedienden duijdelijk aantoon geene uwer Edelens brieven onbrant „woord gelaaten te hebben, en speciaalik dat ze uwer Edelens brief van den 18 december 1790:, den 29. daar aan hebben beantwoord. Dat het geen ingewoone zaak is, dat de kormandelsche sloepen, geduurende derzelver overwintering te Jaffanapak „nam, daar in den dienst van de Comp e worden g'emploijeerd, en dat we vermee„ „nen dat hier door geen ongeleegendheid aan kormandel word toegebragt, wan¬ „neer er gezorgd word, dat aan deeze sloepen de nodige verlimmering en voorziening worden gedaan, en dat dezelve ter behoorlijke tijd derwaards worden terug gezonden. Het amploi van een deezer sloepen in dit Jaar tot het bekruijsen, van de Ceilonsche stran„ den, is een buijten gewoon geval. Daar uijt de verklaaringen van den Equipagie opzichter en van den baas timmerman te Jaffanapatnam, die in Copia deezen verzellen, blijkt dat aan de sloep de Herstelling gedaan is de nodige reparatie en voorziening, en dat we vermeenen, dat het de pligt van den gezaghebber was geweest, zoo hij dagte dat er nog iets aan ontbrak, daarvan direct kennis te geeven aan den Heer kommandeur te Jaffanapatnam, en we zouden gaarne zien dat uwe Edelens de gezaghebbers van beide de sloepen, die onlangs te Jaffanapatnam geweest zijn wilden doen hooren, of ze zich van deeze hun plicht gekweeten hebben. Nopens den brief, door de Jaffanasche bedien„ „den den 21. April aan uw Edelens geschree„ „ven verzoeken we te mogen weeten, waar in het onvriendelijke bestaat, dat uw Ede„ „lens daarbij hebben opgemerkt Dat de omslag van deezen brief alleen was beschreeven aan den Heer gezaghebber Eilbracht, is zeker zonder opzet en alleen door in attentie van den schrijver geschied, en wij hebben daarom den be „dienden ter Jaffanasche sekretarij, meer„ „der attentie voor den aanstaande doen aanbevoolen. Het ontvangene brief paket voor de Edele Hooge Jndische Regeering, zal bij eerst voorkomende geleegendheid na Bata „via worden voortgeschikt. Wij voegen hier nog bij Copij van een nader addres, door den gearresteerden boek „houder Bronsveld ingediend, met de afschriften van de daarnevens over„ „gelegde bijlaagen: de #ij 876 Aan als vooren Aan, als vooren Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren /:inmargine:/ kolombo den 23. augus „tus 1791. (:lager:) P:S: Wij bieden uw hiernevens nog aan het duplikaat onze laatsten van den 15. Julij J:o leeden en een brief van Battikaloa voor uw Ed:s ont „vangen. Wij hebben uw Ed:s g'achte missive van den 1. 7ber: Joleeden wel ontvangen. van Batavia zijn alhier deezer dagen vo kormandel aangebragt drie kisten met goud, namelijk met het schip de Draak een kist inhoudende 220. m: kl: of ink f 169. 4. 10. aan 11. baren, en met het schip de Dog „gersbank twee kisten inhoudende 360. mk:sn en 18. bharen. De twee laatst gem: kisten zenden we tans over Mannaar na Jaffe „napatnam, ter verdere voortschikking na Palcakatta, dog de kist met de Draak aangebragt hebben we moeten aanhouden, om tot den inzaam van lijwaaten op de kuste Madure te worden g'emploijeerd, vermits de scheepen, die wij uit Neder„ „land verwagten, nog niet zijn aange koomen, en daar door de inzaam ter gem: kuste, bij gebrek van Contanten, ge heel zoude hebben moeten stil, staan, we zullen egter, zoodra het voor Ceilon bestemd goud aangebragt word, daar uit een gelijke quantiteid aan uw Ed: bezorgen Intusschen gaat hiernevens een Copij van de zedert het afgaan van onzen brief van den 18. November J:o leeden, waar van het duplicaat hiernevens gaat, hebben we zoo uit, Nederland als van Batavia een partij goud ontvangen, en zullen we derhalven 220. marken daar van naar Jaffenapatnam zenden, ter verdere bezorging aan uwEd:s in voldoening van het geen volgens het bedeelde bij voorsz: onzen brief, uit de voor uw Ed. ontvangene partij hier aangehou„ „den is. Bataviasche aanreekening van de voorsz: aangehoudene kist, tot uwer Edelens speculatie. Nog bieden wij uw Edelens hiernevens aan twee brief paketten aan uw Edelens g'ad„ „dresseerd, en een paketje met de Cognosse „ment factuur van de voorsz: met Dog„ „gersbank aangebragte twee kisten goud, nevens het daar bij vermelde bondeltize met sleutels in waxdoek verzegeld, alle zodanig van Batavia ontvangen ter verdere bezorging aan uw Edelens. Wij voegen nog hier bij het duplicaat van onzen Jongsten brief van den 23. aug:s, ne„ „vens een factuur groot ƒ 22. 18. —. en een brief van den Raad van Justitie deezes kasteels aan den geregte aldaar. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete (:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:inmargine:/ kolombo den 18. Gber: 1791. Bataviasche De

NL-HaNA_1.04.02_3922_0312 view scan ↗

English

77 8 To the same as before The Jaffna servants have been ordered, for the dispatch of this gold as well as of the two chests mentioned in our aforementioned letter, to employ one of the two cruising boats available there, should no suitable opportunity present itself to them for that purpose. We would indeed have ordered them to send all this gold to Nagapatnam, in order to be transported from there overland to Paliacatta, but we did not dare to proceed with that, because we are unaware whether the overland transport can take place without danger. However, since the monsoon does not permit transport by sea for the present, we request Your Honour to please inform us in reply to this, in what manner the aforesaid gold, in Your Honour's view, could most suitably be sent, namely by sea directly to Paleacatta, or to Nagapatnam to be forwarded overland to Paleacatta. In the first case, we would like to see Your Honour able to send one or two vessels to Jaffna for that purpose, since no more than one vessel can be spared there, and it would be rather risky to hazard the three chests of gold on it all at once; but if Your Honour prefers the transport thither overland, via Nagapatnam, we request Your Honours to take such measures for that purpose as Your Honours shall find to be sufficient. We request that a copy of the reply to this be sent to the Jaffna servants, as they have been ordered to govern themselves accordingly, should they in the meantime have had no opportunity to dispatch the aforesaid gold. Furthermore, we enclose herewith two packets of letters which we have received for Your Honour from the Netherlands, together with a packet for the Ministers in Bengal, which Your Honours will please forward thither by a secure opportunity as soon as it can be done. For the rest, after friendly greetings, we remain, (was written below) and (signed) as before (in the margin) Kolombo the 5th of December 1791. The Noble High Indian Government has, by Missive of the 8th of July last, an extract of which accompanies this, ordered us to have security provided by the testamentary executors or heirs of the late Under-Merchant Geeke for the amount of the damage which the Company has already suffered on the Danish muskets which were purchased by him, Geeke, in the year 1782 for this Government at Tranquebaar, in order to restitute this damage to the Company if the Lords Majors should see fit to approve it. We therefore send Your Honour herewith a statement of the amount of the aforesaid damage, and kindly request you to have the security required by Their High Honours provided there by those whom it concerns, and to procure for us a deed thereof. For the rest, after friendly greetings, we remain, (was written below) and (signed) as before (in the margin) Kolombo the 17th of December 1795. (lower down) P.S. We also present to Your Honour herewith the duplicate of our last of the 5th of this month. To Gerbert Johannes Heshusius, who came out on the ship Christophorus Columbus as a gunner's mate, we have, upon his request, granted permission to go to the Coast of Coromandel on a short cruise with discontinued pay. He is accordingly now departing on the English ship Astroea, commanded by Captain Iohan Glbaut, for Madras, and this is solely intended to inform Your Honours thereof. For the rest, after greetings, we remain, (was written below) and (signed) as before (in the margin) Kolombo the 31st of December 1791. Agrees Dijbrands First Clerk 878 Visser Ceilon To the Noble Sir Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, together with Governor and Director of the said Island and the jurisdiction thereof, together with the Council at Kolombo Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and Friends. Since the dispatch of our last of the 27th of August, the duplicate of which is attached to this, we have found ourselves honoured with Your Honours' missive of the 26th of June preceding, accompanied by the enclosures mentioned therein. The information communicated therein concerning the misfortune that befell the snow the Crofts examined fe

Dutch transcription

77 8 Aan als vooren De Jaffenasche bedienden zijn gelast, ten verzending van dit goud zoo wel, als van de twee kisten vermeld bij meerm: onk brief, te emploijeeren een van de twee kruisboots, die daar aan handen zijn indien hun daar toe geen bequaamen geleegendheid mogten voorkomen. Wij zouden hun wel gelast hebben, al dit goud na Nagapatnam te zenden, om van daar over land na Paliacatta te worden getransporteerd, maar hebben we daar toe niet durven treeden, om dat we onkundig zijn of het transport te lande buiten gevaar geschieden kan. wijl egter de mousson het transport over zee voor eerst niet toelaat verzoeken wij uw Ed: ons in antwoord deezes te willen bedeelen, op welke wijze het voorsz: goud, naar uwEd: in zien, bequaamst zoude kunnen worden gezonden, namelijk over zee direct naar Paleacatta, dan wel naar Nagapatnam om te lande naar Pale „acatta voortgeschikt te worden. In het eerste geval zouden wij gaarne zien, dat uw Ed: een â twee vaartuigen ten dien eijnde naar Jaffena konden zenden, wijl aldaar niet meer dan een vaartuig kan worden gemist, en het wat veel gewaagd zal zijn de drie kisten goud daar op tegelijk te resikeeren; doch zoo uw Ed: het trans„ port na derwaarts te lande, over Naga„ „patnam prefereeren, verzoeken wij uw Ed:s daartoe te neemen zulke maatregelen als uwEd. s zullen bevinden toerijkende te zijn. Wij verzoeken van het antwoord hierop, een De Edele Hooge Jndische Regeering heeft bij Missive van den 8. Juli J:o leeden, waar van Extract dezen verzeld, ons gelast, door de testamentaire executeurs of erfgenaamen van wijlen den onderkoop „man Geeke, cautie te laaten stellen voor het bedraagen van de schade, die de Comp: reeds geleeden heeft op de deensche geweeren die door hem Geeke in het Jaar 1782. voor dit Gouvernement te Tranquebaar zijn ingekogt, om deeze schade aan de Comp„e te restitueeren indien de Heeren Majores dat mogten goedvinden. Wij zenden uw Ed: derhalven hiernevens eene aanwijzing van het bedragen der voorsz: schade, en kopij te willen zenden aan de Jaffenase bedienden, wijl zij gelast zijn zich daar naar terigten, zoo te intusschen geen geleegendheid mogten gehad heb¬ „ben het voorsz: goud afte zenden. Nog voegen wij hier bij twee brief pa¬ „ketten, die wij voor uw Ed: uit Neder„ „land ontvangen hebben, nevens een paket voor de Ministers in Bengale, het welk uwEds. bij eene secuure geleegendheid derwaards gelieven voortte schikken zoo spoedig het ge„ „schieden kan. Wij blijven voor het overige na vriende „lijke groete (:onderstond:) e (:geteekend./ als vooren (:inmargine:/ kolombo den 5. December 1791. kopij verzoeken „ Aan als vooren verzoeken vriendelijk, de door Hunne Hoog Edelheeden gerequireerde Cautie al „daar door dien het incumbeerd te willen doen stellen, en ons daar van eene acte te bezorgen. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren (:inmargine:/ kolombo den 17. xber: 1795. (:lager:) P:S: Wij bieden uw Ed: hiernevens nog aan het duplicaat van onsen laatsten van den 5. dezer Aan Gerbert Johannes Heshusius, die met het schip Christophorus Colum „bus als Constabelsmaat is uitgekoomen, hebben we op zijn verzoek toegestaan, met afgeschreevene gagie voor een springtogt tegaan naar de kust kormandel. hij vertrekt thans mitsdien met het En „gelsch schip Astroea, gecommandeert door kapitain Iohan Glbaut, naar Ma„ „dras en is deeze eenelijk gerigt, om uw Edelens daarvan te informeeren. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en (:geteekend:) als vooren /:inmargine:/ Kolombo den 31. xber, 1791. Akkordeert Dijbrands Egklerk 878 Visser Ceilon Aan den Eden Heer Willem Jakob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur van het gemelde Eiland en den Ressorte van dien neevens den Raad te kolombo Edele, Erntfeste, Manhafte Wijze, voorzienige zeer Discreete Heer en Vrienden. Seedert het afzenden onzer Jongste van den 27. augustus, welkers duplicaat dezen bijgevoegd, is hebben wij ons vereerd gevonden met uwer Edelens missive van den 26. Junij bevoorens verzeld van de daar in vermelde bijlaagen. Het bij dezelve bedeelde nopens het ongeluk de snaauw de Crofts overkoomen nagezien fe

NL-HaNA_1.04.02_3922_0315 view scan ↗

English

Thirdly, the transfer and transshipment of a portion of the chank shells loaded therein for the Company into another vessel that brought them here to Bengal was already known to us, as appears from our letter of 9 July last, and what junior merchant Blume wrote in his letter to the Honorable Mr. van de Graaff under date of 30 July of this year. In the latter it was further communicated what the state of that matter then was, and that the arrival of Captain Elliot was daily expected, the chank shells that Captain Newlon took over from the Crofts and brought to Bengal having been delivered by his order to Mr. Allardice at Calcutta, who refused to hand them over without receiving special orders or further notice regarding this from the said Captain Elliot. In this manner the matter remained in expectation of Captain Elliot's arrival until late last month, when junior merchant Blume submitted to us a memorandum, a copy of which is attached hereto, in which, among several observations, the letters received by him concerning these chank shells from the aforementioned Mr. Allardice and a Mr. Campbell, authorized agent of Captain Elliot, extending up to 16 August 1790, were briefly discussed and further inserted in full. Firstly, a letter from the said Mr. Allardice dated 15 October, in which he offers to deliver the chank shells, provided that there be paid to him the 3500 guilders agreed to Captain Elliot by contract, item also 5 to 600 rupees more for freight from Madras, warehouse rent, and other charges, stating that nothing could be done in the matter before. Secondly, the reply of Blume thereto under date of 17 of that month, in which he asks how he, Allardice, who previously declared himself to be ignorant of any engagements entered into by Captain Elliot with the Company, had now become acquainted with that contract, and by what power and authority he could receive monies on the same for that captain. The reply in turn from the frequently mentioned Mr. Allardice dated the 19th following, mainly containing that, besides and above other good reasons, he held the chank shells as a guarantee for his claims on Captain Elliot, of whose engagements with the Company nothing else was known to him than all that Blume had told and shown him in this regard, adding thereto that even if Captain Elliot himself were in Bengal, he could not obtain the chank shells without fully satisfying Allardice for his claims; Blume asking in that memorandum what now to do in this matter. How to act in this seemed very critical to us, since your Honor's letter of 11 March 1790 states to pay the freight monies after Captain Elliot shall have fulfilled his engagement, namely to deliver the chank shells here, although nothing of that is stated in the contract, and it is merely known that bills of exchange would be granted for it, which caused us to believe that those bills of exchange are conditional and might read to be paid after delivery has been made, in which case we judged that no more of those freight monies ought to be satisfied than in proportion to the quantity of chank shells that was about to be received; and even this being decided, it also seemed hazardous to us to pay the freight monies to the said Mr. Allardice without the order or authorization of Captain Elliot, lest he, turning up later, might in such a case demand the same once more as due to him according to the contract. We well understood that the claim of Mr. Allardice on those chank shells for his private demand on Captain Elliot would not hold if we brought the matter before the court, but since litigating before the English court is so expensive that we fear we might possibly have to pay more in expenses than the salvaged chank shells are worth, we could not take that course; and to wait further for the arrival of Captain Elliot also seemed dangerous, both on account of what Mr. Allardice says in his letter of 15 October, namely that he would otherwise be obliged to look out for his own interest and security, from which we understand that he intends to regard the chank shells as property of Captain Elliot and to sell the same as such, and because we fear that those chank shells will spoil by lying in the warehouses even longer. For all of which reasons, before coming to any decision in this delicate affair, we have judged it best to present the case in its full circumstances to some of the principal merchants at Calcutta and to request their opinion thereon, as well as what they think best to settle this dispute with Mr. Allardice.

Dutch transcription

Ten derden overkoomen en het overscheepen van een gedeelt der daar in voor de Comp:e afgelaadene Chian koosen in een andere vaartuig dat dezelve hier in Bengalen gebragt heeft was ons reeds bekend blijkens onze brief van 9 Julij J:o leeden, en het door den onderkoopman Blume geschreevene bij de zyne aan den Wel Edele Gestr: Heer van de Graaff onder 30. Julij dezes Jaars. Bij deeze laatste wierd verder bedeeld hoedanig den staat dier zaake toen was, en dat de komst van kapitain Elliot die dag „lijks verwagt wierd, zynde ter zijner order de chiankossen die Capitein Newlon„ uit de Crofts overgenomen en naar Ben „gale gebragt heeft afgegeeven aan de Heer Allardice te kalkatta welke weijgerde de zelve overtegeeven, zonder dat speciaal last of nadere naricht derweegens van gedagte Capitain Elliot kreeg, Dusdanig is die zaak in afwagting van kapitain Elliots komst verbleeven tot in het laatst der voorige maand wanneer den onderkoopman Blume ons overgaf een Pro Memoria in Copia deze bijgevoegt waar bij onder eenige aanmerkingen kortelijk verhandeld werden de brieven over deeze chiankossen door hem van voormelde Heer Allardice en eene er niets in konde gedaan werden voor Ten tweeden Het antwoord van Blume daar op onder de M:r Campbell gemachtigd van Capitain Ellict ontfangen gaande tot 16. aug„s 1790. en voorts geheel g'insereerd zijn. Eerstelijk, een brief van gedagte Heer Allardice in dato 15. october waar bij hij aanbied de chiancossen afteleeveren, mits hem betaald werden de aan Capitain Elliot bij Contract g'accordeerde ƒ7. 3500. –. item nog 5. â 600. ropijen meerder voor vragt van Madras Pakhuis huur en andere ongelden. 17. dier maand, waar bij den zelve vraagd hoe hij Allardice, die bevoorens ver„ „klaarde onkundig te zijn van eenige verbintenissen door Capitain Elliot met de Comp:e aangegaan als nu bekent geraakt was met dat Contract en uit welke magt en authoriteid hij gelden op het zelve voor die Capitain konde ontfangen. Het weder antwoord van meermelde Heer Allardice gedateerd 19. daar aan, voornamentlijk behelsende, dat hij buiten en behalven andere goede reedenen de Chiancossen, hield als een waarborg voor zijne preten„ „ties op Capitain Elliot van wiens engagementen met de Comp. e hem niets anders bekend was, all het Mr geene 12182 880. geene Blume hem hier omtrend gezegd getoond had, daar nog bijvoegende, dat, als Capitain Elliot zelfs in Bengale was, hij chiancossen niet konde krijgen zonder het Allardice ten vollen te voldoen voor zijne pretenties. vragende hij Blume bij die Pro Memoria wat nu hier in tedoen. Hoedanig hier in te handelen, kwam ons zu bedenkelijk voor nadien uwer Edelens brie van den 11. Maart 1790. luijd om de vragt per „ningen te betaalen naa dat Capitain Ellia„ aan zijne verbintenis namentlijk om de chiankossen hier te leeveren zal hebben vo „daan, schoon daar van bij het Contract niets en enkel bekend staat dat daar vo wissels zouden verleend worden, het geen ons deed vermeenen dat die wissels cond „tioneel zijn en luiden konden om betaald te werden naa gedaane leevering, in welk geva wij oordeelden dat van die vragt penningen niet meerder behoorden te werden voldaan, als naa eevenreedigheid van de quantitei chiancossen die men stond te ontfangen en dit al gedecideert zijnde kwam het ons meede hagehelijk voor om de vragtpenningen aan gedagte Heer Al „lardice te betaalen zonder last of qualificatie van Capitain Elliot wij die naderhand eens koomende opdraag„ in, zoo een geval dezelve nog eens zoude kunnen eisschen als hem volgens Con„ „tract toekoomende. Wij begreepen wel dat den Eisch van de Heer Allardice op die chiancossen voor zijne particuliere pretentie op Capitain Elliot niet bestaanbaar zoude zijn, indien wij de zaak voor den rechten betrokken dan daar het procedeeren voor de Engelsche rechtbank zoo kostbaar is, dat wij vreesen mogelijk meerder aan ongelden te zullen moeten betaalen, als de gesauveerde chiancossen waardig zijn, konde wij dien weg niet inslaan en om verder naa de komst van Capitain Elliot te wagten scheen ook gevaarlijk zoo uit hoofde van het geen de Heer Allardice bij zijn brief van 15. Octb: zegd nam:t n dat „hij anders verpligt zoude weezen voor „ zijn eigenbelang en zeekerheid te zorgen waar uit wij begrijpen dat hij voornee„ „mens is de Chiancossen als een eigen„ „dom van Capitain Elliot aantemerken en dezelve als zoodanig te verkoopen, als om dat wij vreesen dat die chiancos„ „sen door nog langer in de pakhuisen te leggen zullen bederven. Om alle welke reedenen wij, alvoorens, in deeze neetelige affaire tot eenig besluit te koomen best geoordeeld hebben het geval in zijn geheele omstandigheid voor te stellen aan eenige der voornaamste kooplieden te kalkatta en hun gevoelen daar over te verzoeken mitsgaders wat zij denken best te zijn om dit geschil met de Heer Allardice Wij in

NL-HaNA_1.04.02_3922_0317 view scan ↗

English

amicably and thus settle the matter without resorting to legal proceedings. Meanwhile, we shall be much obliged to Your Honors if you would inform us as soon as possible of your thoughts on this matter and state whether the entire agreed freight of f 7. 3500, or only a part thereof proportional to the quantity of chanks that we are to receive, must be paid; as well as whether Your Honors deem it proper to pay the freight money to Mr. Allardice and thus obtain possession of the salvaged chanks, or whether one should let the matter take its course and await the arrival of Captain Elliot in order to hold him to account and compel him to fulfill his contract, regarding which latter option, besides the reservations already cited above, we must further note having learned that Elliot is poor and therefore nothing can be recovered from him. With a speedy reply to this, Your Honors will most oblige us, having to add here to our regret that the bond regarding the chanks transshipped into the snow the Pirulon, which according to the aforementioned letter of Your Honors of 26 June of last year was to be sent to us by the Tuticorin servants or their agent Mr. Kenderst at Madras, has not been received here; had we received it, the dispute now pending with Mr. Allardice would likely not have occurred. We have the honor to remain with the greatest respect, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friends! Your Honors' most obedient friends and servants, was signed: I: Titsingh, J: W: J: van Haugwitz, P: Levien, A: G: Kraijenhoff, Beael de Bax, J: C: Heijningen, F: Wieman. In the margin: Hooghly, 4 November 1790. Below: P.S. We also present to Your Honor a letter addressed to the Right Honorable Mr. van de Graaff by the junior merchant Blume regarding the affair mentioned in this letter, requesting further dispatch for the enclosed packets for Malabar, Surat, and Galle. To the same as before. After the dispatch of our last of 4 November 1790, of the delivery of which we are aware, we have successively been honored with Your Honors' letters dated 5 and 11 August, 30 December, and 12 November 1790, as well as 22 January, 6, and 15 April 1791, and have thus also received the various packets of letters for the escort of which some of them served. As we, in accordance with what was communicated in the aforementioned letter of 4 November 1790 and pursuant to the requests made by Your Honors in letters of the 12th of that month and 22 January 1791, have entrusted the management of the entire chank affair—both regarding the receipt and sale of those shells and everything relating to the insurance taken thereon—to the junior merchant Johan Carel Lodewijk Blume, while handing over the relevant papers, and as he has since informed us that he has not failed to give the Noble Lord van de Graaff the necessary information regarding the course of that matter, we shall, to avoid useless verbosity, let the matter rest there for the present and postpone giving Your Honors a full report thereof until such time as Blume shall have submitted a final report of his findings. Meanwhile, we direct this both to express our gratitude to Your Honors for the delivery of the aforementioned packets and to answer the points in your letters that require it. The requisition dated Colombo 23 December 1790, received by us together with Your Honors' note of 6 April 1791, has been put out to contract by us and will be fulfilled as promptly and as closely as possible, namely as far as the silk, silk fabrics, and linens are concerned, since we see no chance of finding shipping opportunity to convey the gunnies, which will therefore have to be excused this time. We thank Your Honor very much for the communication given in the letter of the 15th of the said month of April concerning the rumored unrest with the Kandyan Court, and we cannot refrain from congratulating Your Honor on the good outcome of the vigilant and hearty efforts made to preserve the peace. From our hearts, we wished we could give no less favorable reports regarding the state of this directorship, but to our regret we can do nothing other than continually complain about the ever-increasing lack of money, and the resulting total decline of trade; our reports to the Lords and Masters and the Noble High Indian Government are virtually filled with it. By the first shipping opportunity, we shall send the usual copies thereof and then also comply with Your Honors' request regarding the ten canceled bonds of Captain Hollings. We have the honor to remain with the highest esteem, Subscribed and signed as before. In the margin: Hooghly, 21 June 1791. Below: P.S. For the enclosures to the Right Honorable Lords Directors deputed to the Meeting of the Seventeen, we request a favorable dispatch, as well as for those to the Ministers at Surat and Malabar, while we also add here a packet delivered to us by the junior merchant Blume for the Noble Lord van de Graaff. The junior merchant Blume, having submitted a final report at our meeting on the 18th of this month regarding the commission entrusted to him concerning the consignment of chanks to this Directorship that ended so unfortunately, we have

Dutch transcription

1882 881 in derminne en dus zonder middel van rechten uit de weg te ruimen. Wij zullen intusschen uwel Ed: zeer verplich zijn ons ten spoedigste te willen bedeelen wat dezelve hier over denken en ons opte „geeven of de geheele bedongene vragt van ƒ7. 3500. dan wel maar een gedeelte van dien eevenreedig aan de quantiteid Chi „cossen die wij staan te ontfangen, moet betaald werden, mitsgaders of uwel Edelens oirbaar oordeelen de vragt per „ningen aan de Heer Allardice te vol„ „doen en dus de gesauveerde Chiancosse magtig te werden, dan wel of men de zaak op zijn beloop laaten en afwagten zal de komst van kapitain Ellict om denzelve als dan daar over aante spreek en tot voldoening van zijn Contract te noodzaaken, omtrend welk laatste wij echter, buiten de hier vooren reets aange „haalde bedenkingen, nog moeten aanme „ken vernoomen te hebben dat hij Elliot arm en er dus niets van hem te haalen is. Met een spoedig antwoord op deese zullen Aan als vooren uwel Edelens ons ten meesten verplichten tot ons leedweesen hier nog moetende bijvoegen dat het verbandschrift wegen de in de snaauw de Pirulon overgeschee„ chianCossen het welk volgens voorm. uwer Edelens missive van 26. Junij J:o leeder ons door de tutukorijnse bediendens dan wel hun Commissiant de Heer kenderst Na de afzending onzer Jongste van den 4:e November 1746. van welkers bezorging wij kennis draagen, zijn, wij successive vereerd geworden met uwer Edelens brieven in datis 5. en 11. aug:s, 30. xber: en 12. November 1790. item 22. Jann: 6. en 15. April 1791. en hebben dus ook ontvangen de diverse brief paketten ten geleide waar van eenige derzelve dienende waaren. te Madras zoude toegezonden worden, hier niet ontfangen is, hadden wij het zelve bekomen dan zoude waarschijnlijk het nu met de Heer Allardice hangende verschil geen plaats hebben. Wij hebben de Eere met de meeste agting te zijn (onderstond:/ Edele, Erntfeste Manhafte„ wijze voorzienige zeer Discreete Heer en vrienden! uwer Edelens zeer Dienst „willige vriend en dienaaren /:was getee„ „kend:/ I: Titsingh, J: W: J: van Haug „witz, P: Levien, A: G: Kraijenhoff, Beael de Bax, J: C: Heijningen E F: Wieman (:inmargine:) Houglij den 4. November 1790. (:lager:) P: S: Wij bieden uwel Edele nog aan een brief aan de wel Ed: Gestr: Heer van de Graaff gerigt, door den onder koopman Blume over de affaire in deeze vermelde ver„ „zoeke verdere adresse voor de ingesloo„ „tene pakketten voor Mallabaar, souratta en Gale. Daar te „ 882 Aan als vooren Daar wij ingevolge het bedeelde bij voorsz: in brief van 4. 9ber: 1740. en door uwer Ed: gedaanen instantien bij brieven van den 12. dier maand en 22 Januarij 1791. , de beheering der geheele Chankos affaire; zoo wat betreft den ontvangst en verkoo dier hoorens als het geen tot de daar op gedaane assurantie betrekking heeft, hebben opgedraa „gen aan den onderkoopman Johan Carel Loa „wijk Blume, onder ter handstelling van de daar toe relative papieren, en den zelve ons be „rigt seedert niet ingebreeke gebleeven te zijn den Edelen Heer van de Graaff, van den toedragt dier zaake de noodige informatie te geeven zullen wij, ter vermeiding van nutteloose wijdloopigheid, het voor eerst daar bij laaten berusten en uitstellen uwer wel Edelens daar van volleedig verslag te doen tot tijd en wijl hij Blume ten sufette zal hebben gediens van uitvinding bericht. Intusschen richten wij deeze zoo om uw Edelens onzen dank te betuigen voor de bezorging der voorsz: pak„ „ketten als ter beantwoording der pointen in uwe brieven welke zulx vereischen. Den Eisch gedateerd kolombo den 23. xber: 1740. ons geworden neevens uw Ed:s briefje van den 6. April 1791. hebben wij doen aanbesteeden en zal zoo spoedig en zoo na moogelijk voldaan worden, te weeten wat de zijde, zijde stoffen, en lijnwaaten belangd, wijl wij geen kans zien scheeps geleegenheid op te spooren om de goenijs over te voeren, die dus ditmaal zullen moeten worden ge excuseert. Wij bedanken uwEd: zeer voor de bij brief van den 15. der gedagte maand April gegeevene Commu„ „nicatie betreffende de gedagte onlusten met het kandiasche Hof en kunnen niet af zijn uw Ed: te Congratuleeren over den goeden uijtslag der vigilante en cordate pogingen, tot behoud der vreede in het werk gesteld. van harte wenschten wij niet min voordeelige berigten te kunnen geeven noopens den staat deezer directie dan tot ons leedweesen kunnen wij niet anders dan bij aanhoudendheid klaagen over het meer en meer toeneemend gebrek aan geld, en daar uit voortvloeijend totaal verval van handel - onze advisen aan de Heeren en Meesters en de Edele Hooge Jndische Regee „ring zijn daarmeede als opgevuld. Bij de eerste scheeps occasie zullen wij daar van de gewoone Copijen overzenden en dan tee„ „vens ook voldoen aan uwel Ed: verzoek noopens de tien geannulleerde obligatien van Captein Hollings. Wij hebben de eere met de meeste hoog agting te zijn (:onderstond:) en (:geteekend:) als vooren /:inmargine:/ Houglij den 21. Junij 1791. (:lager:) P: S: voor de inleggende aan de wel Edele Hoog achtb. Heeren Bewindhebbe „ren gedeputeerd ter vergadering van zee „ventienen verzoeken wij een gunstige be „stelling, zoo wel als voor die aan de Mi „nisters te souratta en Mallabaar, ter „wijl wij hier nog bijvoegen een, door den onder koopman Blume aan ons overge „geevene paquet voor den Edelen Heer van de Graaff: Den onderkoopman Blume, op den 18. dezer ter onzer vergadering gediend hebbende van uitendig bericht, nopens de hem opgedragene Commissie betreffende de zo ongelukkig afgeloopene bezending van Chankossen na deze Directie, hebben der wij

NL-HaNA_1.04.02_3922_0319 view scan ↗

English

In accordance with our promise made by letter of 21 June last, of which the duplicate accompanies this, we now have the honor to inform Your Honors that this matter, insofar as it could be handled here in Bengal, has been brought completely to an end. The report of Blume, which has already been sent by him together with the accompanying annexes to the Honorable Mr. van de Graaff, and which now accompanies this again, describes the entire circumstance of the matter. We refer to that and have the honor, in consequence thereof, to inform Your Honors that the first signatory, pursuant to the proposal made therein, has enabled him properly to establish the arbitration or prosecution of the insurers at Madras by passing the necessary acts of substitution unto Messrs. Nathaniel Kindersley and Henry Chickley Michell at Madras, by virtue of the power granted to His Honor by Mr. Mekero under the proxy of 29 January last; the remainder being the balance of the current account drawn up by Blume to the amount of s. r. 11137, duly counted by him into the cash treasury and thus entered into the books of this office in favor of Your Honors' Government. We have the honor to be with the highest esteem, was underwritten and signed as before. In the margin: Hooghly, 30 August 1791. Agrees. Wijbrands, Clerk. W 16 883 Checked. Vissea. To the Honorable Mr. Bengal Mr. Isaac Titsingh, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Director over the Company's trade and concerns, alongside the Council at Hooghly. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, very Discreet Sir and Friends, We have had the honor to receive the duplicate of the letter with which we were favored by Your Honors on 4 November, and we thank Your Honors for the trouble taken to inform us in detail of the dispute that has arisen with Mr. Allardice over the chank shells that were transshipped from the snow Croft into the ship The Seruton and, through the management of Captain Elliot, are now in the hands of Mr. Allardice. When negotiating the freight, Captain Elliot was told that he would be paid the same in Bengal, with which Captain Elliot was satisfied; and although no express stipulation was made as to how the payment of the freight would proceed if Captain Elliot's snow met with an accident, as did happen, we nevertheless believe it is inherent in the nature of the matter that he—who, had we safely completed the voyage, would not have been able to claim the immediate payment of the freight before he had delivered in Bengal the cargo for which the freight had been stipulated—at the very most, according to equity, ought to be satisfied with a proportional freight. To litigate over this question would, as Your Honors rightly remark, sometimes incur more expenses than the entire matter is worth, and it is therefore with our full approval that Your Honors had decided, regarding that and regarding what further concerns the aforesaid chank shells under Mr. Allardice, to take the advice of some Calcutta merchants; which advice, as we hope, will at the same time have served to inform Your Honors to what extent the Company's rights to these chank shells can be exercised without prejudice to its rights against the first insurers who insured all the chank shells that were laden in the snow Croft, and which insurers, according to our view and pursuant to the contents of the granted insurance policy, are bound to pay. We hope that Your Honors will have received the copy of the policy of insurance sent to Your Honors alongside our letter of 12 November last, and we hereby reiterate the requests made to Your Honors in that letter, while for the rest we profess to be with high esteem, was underwritten: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, very Discreet Sir and Friends, Your Honors' humble friends and servants; was signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, D. C. van Duberg, J. Reintous, B. L. van Zitter and A. Samlant. In the margin: Colombo, 22 January Anno 1791. We have the honor herewith to offer to Your Honors

Dutch transcription

wij ingevolge promesse bij brief van den 21 Junij J:o L:, waar van het Duplicaat deeze verke thans de eere uwer wel Edelens te berichten, dat deeze affaire, voor zo verre dit hier in Benga heeft kunnen geschieden, Compleet ten einde „bragt is. Het bericht van Blume, dat door hem neevens de daar toe gehoorende bijlaagen bereets aan den Edelen Heer van de Graaff, ver „zonden is, en deze nu weder verzeld, beschrijft den geheelen toedragt der zaake, wij gedra „gen ons daar aan, en hebben de eere ten ver „volge van dien uwel Edelens te bedeelen dat den Eersten teekenaar, ingevolge de daarbij gedaanen voorslag, hem in staat gesteld heeft de Arbitrage of vervolging der Assen deurs op Madras behoorlijk in stand te brengen, door het passeeren der nodige acten van substitutie op de Heeren Natha „niel kindersleij en Henrij Chickleij Michill, te Madras, uit krachte der aan zijn Edele door den Heer Mekero ver „leende macht, bij procuratie van den 29. Ja„ „nuarij Jongstleeden; zijnde overigens het saldo der door Blume opgemaakten reek „ning Courant ten bedragen van s„o r„o 11137: behoorlijk door hem in Cassa geteld en dus bij de boeken van dit Comptoir, ten faveure van uwel Edelens Gouvernement ingeno„ „men. Wij hebben de eere met de meeste hoogachting te zijn (:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren (:inmargine:) Houglij den 30. ' aug. s 1791. Akkordeert. Wijbrands Klerk W 16 883 nagezien Vissea Aan den Edelen Heer Bengale M: Isaak Titsing! Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien Direkteur over skomp:s handel en ommeslag nevens den raad te Houglij Edelen Erntfesten Manhaften wijzen voorzienigen, seer Diskreeten Heer en vrienden Wij hebben de eere gehad te ontfangen het duplikcaat der Missive, waar„ meede wa door uwelEdelens op den 4. November zijn begunstigt, en be„ danken uwel Ed: voor de genoomene moeijte om ons omstandig te on„ derrigten van het different dat ontstaan is met den Heer Allardice over de Chankoosen die uijt de snaauw de Croft zijn overgescheept in het schip De Seruton en door de bestie„ ring van kapteijen Elliot tans in handen zijn van den Heer Allar„ „dice Bij het bedingen van de vragt is aan kapteijn Elliot gezegt dat hem dezelve zoude worden betaelt in. Bengale, . 8818.5 884. Bengale, waarmeede kaptijn Elliot is te vreede geweest, en schoon 'er wel geen uit drukkelijke beding gemaakt is, hoe het met de betaeling van de vragt zoude gaan indien de snaauw van kap tijn Elliot een ongeluk overkwam, zoo als gebeurt is, denken we nogtans dat het in den aard van de zaek opge„ geslooten is dat hij, die zoo wij de rijse gelukkig hadden volbragt, de daadelijke betaaling der vragt niet zoude hebben kunnen pretendeeren voor dat Hij in Bengale hadde uitge leverd de laeding waer voor de vragt bedongen was, ten aller hoogsten ge„ noomen zig na billykheid zoude mo ten te vreede houden met een propor„ „tioneele vragt Om over deze questi proces te voeren, zoude zoo als uwel Ed:s dat met regt aanmerken somtijds meer kosten maaken dan de geheele zaak waar„ dig is, en is het daarom van onze volkomene goedkeuring dat uwelEd: beslooten hadden daer over en over het geene de voorsz: Chankoozen on„ der de Heer Allardice verder aan„ goet, in teneemen het advies van eenige kalkatseze kooplieden, en welk van als vooren advies zoo we hoopen, tevens zal hebben gestrekt om uwel Ed:s te onderrigten in de regten van hoe verre „ de komp: op deeze Chankoo„ „sen kunnen worden geoeffend, sonder benadeeling van haare regten teegens de eerste assuradeurs die geassureert hebben alle de Chankoosen die in de snaauw de Croft zijn afgelaeden ge„ weest, en welke assuradeurs na ons inzien na den inhoud der verleende polit van de assurantie, gehouden zijn te betaelen. De kopij assurantie brief aan uwel Ed: gezonden hoopen we dat uw Ed: ne„ vens onzen brief van den 12. ' 9ber: JL: zullen hebben ontfangen, en we herhaalen bij deezen de verzoeken bij dien brief aan uw Ed:s gediaen ter„ wijl we voor het overige betuijgen met hoog agting te zijn /onderstond/ Edelen Erntfesten Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden uwel Ed:s D:w: vriend en Dienaaren /was geteekend/ W: J: van de Graaff, Cvan Angelbeek, D: C: van Duberg, J:s Reintous, B: L: van Zitter en A: Samlant /in margine/ ko„ lombo den 22. Januarij A:o 1791. — Wij hebben de eere uwel Ed:s hier nevens gestrekt aantebieden

NL-HaNA_1.04.02_3922_0322 view scan ↗

English

885 To the same as before. To the same as before. To the same as before. to offer a requisition of necessities for the service of this Government, with a friendly request to have it fulfilled as closely as possible. Enclosed herewith also goes a packet of letters received for your Honors from Souratta. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, as before, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Drieberg, J.s Reintous, B. L. van Zitter, and P. A. Vollenhove. in the margin: Kolombo, the 6th of August Anno 1791. In the uncertainty of whether our letters of the 12th of November and 22nd of January last, which were dispatched in duplicate, have been delivered to your Honors, we send herewith for the sake of completeness authentic copies thereof, and of the annexes sent alongside them. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, as before, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Driberg, J. Reintous, and B. L. van Zitter. In the margin: Kolombo, the 11th of April Anno 1791. We direct this solely to accompany three letter packets that we have received from the Netherlands for your Honors and which are enclosed herein, and further add hereto the duplicate missive of the 4th of November past. After the receipt of your Honors' missive of the 4th of November past, we have received no further letters from your Honors regarding what has since been undertaken with respect to the insurance granted at Madras on the Chank shells that were loaded in the vessel the Crafts. We therefore request your Honors by this means to inform us as soon as possible how this matter stands and in what state it is currently. We hope that our letters dispatched to your Honors on the 12th of November, 22nd of January, 6th and 11th of April past will have been properly delivered. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, as before, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Driberg, B. L. van Zitter, and A. Samlant. In the margin: Kolombo, the 2nd of October Anno 1791. 886 To the same as before. duplicates of our letters of the 6th and 11th of April and 2nd of October of this year, together with the duplicate of our requisition sent with the first-mentioned letter, and an invoice of postage amounting to f 8. 4. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, as before. In the margin: Kolombo, the 5th of December 1791. The assistant Anthonij Theodoor Boogart, who arrived here from the Netherlands on the ship Christophorus Columbus, has presented to us an extract from the Resolutions of the Gentlemen Seventeen of the 11th of August 1790, which shows that he was taken into service for Bengale; and we have therefore, at his request, permitted him to depart for Madras on the English ship Astrea, commanded by Captain Johan Gebaut, and from there to proceed with his journey to Hougli at the first convenient opportunity, of which we hereby give notice to your Honors by this letter, which is given to him in person for delivery. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath, as before. In the margin: Kolombo, the 31st of September 1791. Hijbrands, First Clerk. Agrees. No 17 883 887 J. O. Woutersz. Examined. Kolombo. To the Right Honorable and Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceijlon, the Coast of Madura, and its Dependencies, Together with The Council. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friends. We had the honor to receive simultaneously on the 12th of November last your Right Honorable and Highly Esteemed and Honors' much respected missives of the 30th of March, 2nd of May, 30th of June, 31st of July, and 9th of August, all of this year. For the transmission of the letter packets received alongside them 888 received from the Fatherland, the Cape, and Paleacatta, we express our respectful thanks, but most dutifully request that we may likewise be honored with the copies of your Right Honorable and Highly Esteemed letters to the Most Noble and Highly Esteemed Lords Majors and to their High Mightinesses; the last copies that have reached us are those from the 20th of January to the 8th of November 1788, while we have also not received those from the 20th of May 1786 to the first-mentioned date. However gladly we would wish to satisfy your Right Honorable and Highly Esteemed and Honors' desires, it is presently utterly impossible for us to send the rice requested in your Right Honorable and Highly Esteemed and Honors' missives of the 30th of March aforementioned, not only as we had the honor to advise your Right Honorable and Highly Esteemed and Honors in our letter of the 2nd of August last, but the great scarcity of grains, which threatens us with a dreadful famine of which we are already experiencing the beginnings, renders us unable to send the small quantity of suarij, basserij, horse beans, and wheat, since the three first-mentioned articles are absolutely not to be bought for any money. However, the requested 200 lb of kapok seeds are sent herewith with the bearer of this, and we also accompany this with a memorandum or description of the manner in which they and the wheat are cultivated and handled here, in the hope that the same will be found satisfactory. The ship Voorschooten now departing from here, we have laden therein for transport to Gale for your Honors to

Dutch transcription

885 Aan als vooren. Aan als vooren Aan als voor en aantebieden een Eijsch van benoodigd„ heeden, ten behoeve van dit Gouverne„ „ment, met vriendelijk verzoek, daar aan zoo na mogelijk te willen laaten voldoen Nog gaat hiernevens een brief paket, voor uwel Ed:s van souratta ontvangen Wij blijven voor het overige na vriendelijk groete /onderstond/ als vooren / was„ geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: F: Raket, D: C: van Drieberg, J:s Rein„ „tous, B: L: van Litter en p A: vollenhove april /in margine/ Kolombo den 6. aug: Ao 1791. Jn de onzeekerheid of onze brieven van den 12. 9ber: en 22. Januarij Jz:, die in tuplo zijn afgegaan, aan uwel Ed:s besteld zijn, zenden wa hiernevens ten overvloede uithenticque Copijen daar van, en van de daar nevens gezonde„ „ne Bijlaagen. Wij blijven voor het overige na vriendelij„ ke groete /onderstond/ als vooren /was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: f: von Driberg, J: Rein„ tous, en B: L: van Zitter, /inmargine/ Kolombo den 11. April Ao 1791. — Na den ontvang van uwerwel Edelens ge Wij rigten deezen eevelijk ten geleijde van drie brief, paketten, die wij uit Nederland voor Uwel Edelens hebben ontvangen, en in deezen geslooten over„ „gaan, en voegen nog hierbij de dupli„ achte missive van den 4. ' November pass=o hebben we geene nadere brieven van uwel Ed:s bekomen nopens het gene seo„ dert is te werk gesteld met betrek„ „king tot de te Madras verleende assurantie op de Chankosen, die zijn gelaaden geweest in het vaartuig de Crafts. we verzoeken uwel Ed:s daarom door dezen, ons hoe eer zoo beeter te willen onderrigten, hoe het met deeze zaak geleegen zij, en in wat termer de„ zelve lans staat. Onze aan uwel Ed:s afgevaardigde brieven op den 12. November 22. Januarij, 6. en 11. April JoLeeden hoopen we dat wel zullen zijn besteld. Wij blijven voor het overige na vrien„ delijke groete /onderstond/ als vooren/ /was geteekend/ w: J: van de Graaff, M. P: Roket, D: C: van Driberg, B: L: van zitter, en A: Samlant, /inmargine:/ Kolombo Den 2. ' october A=o 1791. — achter „caaten . 1 886 Aan als vooren caaten van onze brieven van den 6. en 11. April en 2. october dezes Jaars, ne vens het duplicaat van onzen met eerst gem: brief afgezondenen Eijsch„ en een factuur van brief porten groot ƒ 8. 4. — Wij blijven voor het overige na vriende„ lijke groete /onderstond / als vooren/ in margine/ Kolombo den 5. Xber 1791. - De assistent Anthonij Theodoor Boogart die met het schip Christophorus Coloma bus uit Nederland alhier aangekoo „men is, heeft aan ons vertoond Een Extract uit de Resolutien van de Heeren Zeventhienen, van den 11. augustus 1790, waarbij blijkt do hij in dienst genoomen is voor Bengale; en wij hebben hemr daar„ om op zijn verzoek, toegestaan met het Engelsch schip Astroea„ gecourmandeert door Capitain Jo„ „han Gebaut, naar Madras te ver„ trekken en van daar bij voor koo „mende geleegentheid, zijne reize naar Hougli te vervorderen waa van wij uwel Ed:s kennis geeven door deezen, die aan hem zelve ten bestelling word meede gegeeven Wij blijven voor het overige na vrien„ delijke groete (onderstond / als vooren /irmargine:/ Kolombo den 31. 7ber: 1791. Hijbrands Gklerk 1 wi Akkordeert No 17 883 887 J„ O„ woutersz: Nagezien Kolombo. Aan den WelEdelen Groot Agtb: Heer Willem Jacob van de Graagf Raad ordinair van Nederlands India mitsgaders Gouverneur en Directeur van 't Eijland Ceijlon, de kust van Madura en dies onderhoorigheeden Benevens Den Raad. Edelen, Erntfesten, Manhaff „ten, wijsen voorsienigen seer Discreeten Heer En vrienden. wij hebben d' Eer gehad op den 12: November Laatsleeden te gelijker tijd te ontfangen uwer wel Edele Groot Agtbaare en Ed:s reel gerespecteerde missives van den 30. Maart 2. Meij 30. - Iunij, 31=e Iulij en 9:e augustus alle deeses Jaars. voor de toesending van de daarbenevens ontfangene g 8„3 888 ontfangene Brieve paketten van 't vaderland, de kaab en Baleacatta, betuigen wij onze eerbiedige dankseg„ „ging, dog versoeken seer gedienstig de we insgelijkx met de afschriften van uwelEd: Groot Achtb: glb:s brieven aan de HoogEdele Groot Achtbaare Heeren Majores en aan Haar hoog Edelheedens mogen worden vereerd de laatste kopien die ons zijn toege„ „koomen, zijn, die van den 20. Jannuar tot den 8:e November 1788. terwijl wij die sederd den 20:e Meij 1786. tot eerst„ „gemelde datum meede niet ontfan„ „gen hebben. Hoe gaarn wij ook wenschten aan uwel Ed: Groot Achtb: en Ed:s verlangens te voldoen, is 't ons thans volstrekt onmogelijk om de bij uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s missives van den 30. Maart voormeld gevraagde Rijst te senden, soo als wij de Eer hadden uwelEd: Groot Agtb: en Ed:s te preadver„ „teeren bij onsen brief van den 2:e augus„ „tus laastleeden niet alleen, maar de groote schaarsheid van graanen, die ons met eene gedugte hongers nood drigd, van welke we de begindselen reets ondervinden, steld ons buiten staat om de geringe qualiteid suarij basserij, paarde boonen en tarwe te sen„ „den, daar de drie eerstgemelde artucu„ „len volstrekt voor geen geld te kopen zijn, dog de gevraagde 200: lb: kapokpil„ „ten gaan met den brenger dezes over„ en wij doen dezen also verseld gaan van een memorie of beschrijving van de wijse op welke deselve ende Tar„ „we alhier gecultiveerd en behandeld worden, in hope dezelve voldoende sal worden bevonden. Het schip voorschooten thans van hier vertrekkende hebben wij daar in ten overbreng na gale afgeladen uwelEd: aan 8

NL-HaNA_1.04.02_3922_0326 view scan ↗

English

in linens, cotton yarns, etc.: for the fatherland to an amount of ƒ 28125: 1 and for the Cape up to – – – – – „ 50947:14 as well as for the Government of Ceylon, in satisfaction of Your Right Honorable and Honorable Sirs' petition of 9 December 1789, an amount of ƒ 1640: 8:- of all of which the Invoice and Bill of Lading, as well as the Memorandum of Gross weights, have been addressed according to order to the ministers at the aforesaid Commandery; we also send with the same vessel a Detachment of Malays, consisting of a sergeant, two corporals, a drummer, and twenty-five privates, who were placed by the Honorable ministers of Cochin on the ship Vredenburg, which arrived here, for the protection of the same against these pirates, with the request to send them back to Galle; and since we have no officer at hand here over our sepoys, we have retained the Drillmaster of the same, the sergeant Johannes Meijerink. While having the honor to allow the copies of our respectful letters dispatched to the Lords Majores and to the High Government under dates of 19 December 1789 and 15 January of this year to reach Your Right Honorable Sirs herewith, we request Your Right Honorable and Honorable Sirs to grant transport to the Netherlands on one of the first ships to depart, under payment of the usual transport money to the Company, to the wife and little daughter of the first signatory, and a little son of the Bookkeeper and First sworn clerk Abraham Leopoldus Gratiaan named Jan, with a male slave and a female slave, who are crossing over to Galle with the bearer of this, and to allow Sergeant Johanna Volter to repatriate on the same ship, to whom, upon his request made for that purpose, we have granted his discharge to the Netherlands, retaining his rank but with cancelled pay; with which we have the honor to be with much respect. /:was written underneath:/ Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sirs and Friends; Your Right Honorable and Honorable Sirs' very humble and obedient servants /was signed:/ A: J: Sluijs, M: Monte, E: Meijer, C: Lijnis, B: L: Leman, and C: B: Roef. /in the margin:/ Surat, 15 December 1790. Besides the duplicate of our obedient last letter of 15 December of the preceding year, we have the honor to send Your Right Honorable and Honorable Sirs the copy of a letter written under date of the 12th instant by the English Chief and Governor of the Castle here to the first signatory, and the Petition of a certain merchant and resident of this city, Bannabaaij Rettunje Gokul, appended thereto, with the translations of the same; and it is not only the request made by the aforesaid Chief in the aforementioned letter, but also the interest of the Noble Company that compels us to request Your Right Honorable and Honorable Sirs, as obligingly as urgently, that you be pleased to persuade by all possible means the Boumandje Mandchergie mentioned therein, adopted son and instituted heir of the deceased Broker Mandchergie Gorseedjen, if he is still in Ceylon, to come hither as soon as possible, and to submit himself in person to the administration and salvation of the estate and inheritance of his aforesaid father by adoption. A request which we are forced to make with all possible urgency, since the arrival hither of said Boumandje is the only means to have the Company obtain at least a part of its claim against the deceased brokers and to keep it out of the feared entanglements with the native Government, whilst it is no longer a secret whether the brother of this Boumandje, named Edeltje Kautje, seeks under pretext of his power of attorney to dissipate the entire estate and inheritance in fraudem creditoris; and in order to encourage the said Boumandje in every possible way to make his journey hither, we furthermore take the liberty to request Your Right Honorable and Honorable Sirs to present to him and assure him on our behalf that we are very well disposed and willing to assist and protect him in everything that is feasible for the aforesaid purpose, and especially to take care that no unlawful proceedings are brought against him on the part of the government here, and that he remains free from all personal claims or violence; finally, we also solicit Your Right Honorable and Honorable Sirs' rescript to our letters of 21 February and 4 August of the past year on the subject of the said Boumandje Mandchergie; with which we have the honor to be with much respect /:was written underneath and signed:/ as before /: in the margin: Surat, 19 February 1791.

Dutch transcription

843 885 aan lijwaten katoene Garens ens: voor 't vaderland tot een bedragevan ƒ 28125: 1 en voor de kaal tot – – – – – „ 50947:14 mitsgaders voor 't Gouvernement van Ceijlon in voldoeninge van uwelEd: Gr Achtb: en Ed:s petitie van den 9 Decemb„ 1789 een montantjen van ƒ 1640: 8:- van al t welke de Factuur en Cogna „cement, mitsgaders de Memorie der Bruto gewigte aan de ministers ten voorsz: Commandemente na de ordre zijn geaddresseerd, ook sende wij met denzelve bodem en Detache„ „ment malaijers, bestaande uit een sergant, twee korporaals een tam„ „boer en vijffen twintig gemeene, wel„ „ke door de Heere ministers van Coetcum, op 't alhier g'arriveerde schip vredenburg, ter bescherming van het zelve tegen dezer Rovers sijn geplaast geweest, met verzoek om die na gale te rug te zenden en also wij alhier geenen officier over onze sipaijs aan handen hebben, heb„ „ken wij den Drilmeester van desel„ „re den sergant Johannes Meijerink aangehouden. Terwijl de eer hebben uwel Ed: Groot Achtb: nog hier nevens te laaten toe„ „koomen de afschriften van onze aan de Heeren Majores en aan de Hooge Regeering sub datus 19e December 1789. en 15 Jannuarij deeses Jaars af¬ „gevaardigde Eerbiedige letteren, soo verzoeken wij uwelEd: Groot achtb: en Ed:s om aan de Huisvrouw en dog¬ „tertje van den eerstgetekenden en een soontjen van de Boekhouder en Eerste geswooren clerg Abraham Le„ „opoldus Gratiaan genaamt Ian met een mans slaaff, en eene sla„ „rin, soo met brenger deses na Gale overgaan, te verleenen transport na nederland met eene der eerst En te 18 ig en twien tie 843 890. Aan als vooren. te vertrekkene scheepen, onder betaling van het gewoone transport geld aan de kom „pagnie, en om met hetzelve schip te la„ „ten repatrieeren den sergeant Johanna volter, die wij op sijn daar toe gedaa „ne verzoek sijne verlossing na neder„ „land hebben geaccordeerd, behoudens sijn qualiteit dog met afgeschreven gagie; waar mede d' Eer hebben met vee Respect te zijn. /:onderstond /: Edelen Erntfesten, Manhaften, wijsen, voorsienigen seer Discreeten Heer En vrienden; uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s seer ootmoedige en Dienstwille „ge dienaaren /was getekend:/ A: J: Sluijs M: Monte, E: Meijer, C: Lijnis, B. L: Leman en C: B: Roef. /in margine:/ souratta den 15. december 1790. Nevens 't duplicaat van onze gehoorsaa„ „me laatste van den 15:e december des voorgaande Jaars, hebben wij d' Eer uwelEd: Groot achtb: en Ed:s toetesenden de kopie van eene door den Engelschen Chep en Gouverneur van 't Casteel alhee aan den Eerstgetekenden, sub dato 12:e deses geschrevene missive en 't daarbij gevoegde Request van sekere koopman en inwoonder deser stad Bannabaaij Rettunje Gokul met de translaten van dezelve, en 't is niet allee 't bij de voorsz: brief gedaane versoek van den gedagte Cheff, maar tevens 't belang van de Edele Comp: dat ons dwingd, uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s soo gedienstigd als instantig te verzoeke, om de daarbij vermelden Boumandje Mandchergie geadopteerd soon en g'instituteerden Erfgenaam van de overleeden Makelaar mandchergie gorseedjen bij aldien sig als nog te Ceij„ „lon bevind, te willen persnadeeren door alle mogelijke middelen om soo eerder soo beeter na herwaards te koomen, en in perzoon onder te stel„ „len op de beheering en redding van de Boedel en nalatenschap van sijne voormelden vader bij adoptie Een verzoek, 't geen wij genoodsaakt aan sijn 8 g trien zie 843 871 sijn met alle mogelijke aandrang te doen, alzoo de herwaards komst van geseide Boumandje 't eenige middel is, om de Compagnie ten minsten voor een gedeelte te doen verkrijgen haare pretentie op de overledene makelaars en dezelve te houden bu te te vreesene brouilleries met de inlandse Regeering, terwijl t nu m meerder en Raadsel is of den broeder van deeze Boumandjen genaamd Edeltje kautje soekt onder pre„ terk van sijne gevolmagtigde, de ge„ „heele Boedel en nalatenschap in frandem creditores te verder„ „ge, en te Eijnde geseijden Boumand„ „se op alle mogelijke wijze tot sijne herwaards komste te animeeren, neemen wij alverder de vrijheid uwelEd: Groot Achtb: en Ed:e te verzoe versoeken denselven uit onsen naame voor te houden en te versekeren dat wijseer gedisponeerd en gewillig sijn, om hem ten Eijnde voorschre„ „ve in alles wat doenlijk is, bij te staan en te protegeren, en speciaal sorge te dragen, dat hem van we„ „gens de regeering alhier, geene on„ „rechtmatige procederes aangedaan worden, en hij voor alle Personeele aanspraak of violentie bevrijd blij„ „re, eijndelijk solliciteeren wij nog, om uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s Rescriptie, „ 21 februarij en op onze brieven van den 4: augus„ „tus des voorledene Iaars over 't onderwerp van gedagten Boumand„ „jen Mandchergie; waar mede d' eer hebben met veel respecht te sijn /:onderstond/ en getekend/ als vooren /: in margine souratta de 19. februarij 1791. „ke Aan 8 „

NL-HaNA_1.04.02_3922_0329 view scan ↗

English

To the same as before. On the 28th of the past month of September we had the honor to receive the dispatch of Your Right Honorable Great and Worships dated the 21st of July of this year with its enclosures, and embrace this first opportunity to reply thereto: That already on the 15th of February of the past year we received here in the treasury from the Banyan merchant Kissoerdas Kassendas the sum of rop:s 3264. 24. -. mentioned in the dispatch of Your Right Honorable Great and Worships. And that the first undersigned Director, now that he is reassured by that same dispatch that the promissory note which he executed in the year 1781 for the benefit of one Kissoerdas Kissendas has been handed over by Bouwmands to Your Right Honorable Great and Worships, has immediately paid into the treasury the amount due thereon, with the interest, to a sum of Rop:s 13312. 32., wherefore we request that the aforementioned original bond may now be sent hither as soon as possible. And since the debt of the deceased brokers Mandchergie and Gowenram has decreased through these payments, amounting together to rop:s 16577. 8., to rop=s 21083. 5. /assuming that it pleases Their High Excellencies to validate in the account of the aforementioned brokers such sum of Rop:s 40240. 1/8 as was demonstrated by them that they had paid more to the Company in the years 1771 and 1772 than was brought to their credit, caused by the fact that the then Director Bosman had received that sum from the money changer and taken it for his own use, without having their account credited for it, as we may assume; in view of the favorable manner in which Their High Excellencies were pleased to explain themselves in that regard by their separate letter to the then Director, the Honorable Mr. van de Graaff of the 15th of August 1787:/ and that Your Right Honorable Great and Worships have accepted and received in their treasury half of that sum, being rop.:s 10542. 3. or somewhat more, from the said Bouwmands; we shall seek by all possible means to persuade the heir here of the also deceased broker Gowenram, being the present third broker Praamsinker, to pay the remaining Rop:s 18541: 2., without thereby, however, waiving the right that the Company might retain against Gouwmands, in case of insolvency of the said Praamsinker, in so far as it could be maintained that the brokers, in case of default, are liable for one another in solidum; meanwhile we have already caused the arrest and attachment placed by us on such funds as the Turkish merchant Salee Tjellebie owes to the estate of Manchergie to be lifted and released; while to avoid prolixity, we let this be accompanied by an extract from our resolution of the 28th of September last, taken regarding this entire matter. Wherewith we have the honor to be with much respect /below stood/ and signed:/ as before /:in the margin/ Souratta the 3rd of October 1791. Agrees Hijbrands No. 18 Souratta To the Honorable Gentleman! Mr. Abraham Jozias Sluijsken Director over the Company's trade and establishment Together with the Council there Honorable, Most Respected, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentleman and Friends. Since the dispatch of our latest letter of the 9th of August past, we have successively received Your Honors' esteemed dispatches of the 2nd of the said month and of the 15th of December last. We thank Your Honors kindly for the payment made on our draft granted to the English Captain John Lantie. The goods sent with the ship Voorschooten have all been properly delivered at Gale, and we are very much obliged to Your Honors for what was forwarded therein for this government. In the invoice of this cargo a miscalculation was discovered, as appears from the enclosed copy of the report received in that regard from the administrator at Gale, and we have therefore qualified the employees at Gale to

Dutch transcription

893 892 Aan als vooren. Op den 28=e der gepasseerde maand September hebben wij de Eer gehad te ontfangen uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s missive van den 21. Julij deses Jaars met dies Bijlaegen, en omhelsen deese eerste geleegendheid daar op te reschibeeren; Dat wij al bedeeds op den 15. februarij des voorleedenen Jaars alhier in Cassa hebben ont„ fangen van den Benjaans koopman kissoerdas kassendas de bij uwelEd: Groot Agtb: en Ed:s 1mr: =sive vermelde summa van rop:s 3264. 24. -. En dat den eerstgeteekenden Directeur, nu hij door dieselve missive gerust word gesteld, dat het handschrift, het geen hij in den Jaere 1781. ten behoeve van eenen kissoerdas kis„ =sendas heeft gepasseerd, door Bouwmands aan uweled: Groot Achtb: en Ed:e overgegeven is, datelik in kassa betaeld heeft de daarop verschuldigde, met de Jntressen, tot een bedraagen van Rop:s 13312. 32. weshalven wij versoeken dat de voorschreeve origineel obligatie als nu„ ten eersten mag worden herwaards gesonden En daar de schuld der overledene makelaars mandchergie en Gowenram door deese afbetaa„ =lingen, tesamen bedragende rop:s 16577. 8. , gedaeld is, tot op rop=s 21083. 5. /ondersteld dat het Haar Hoog Edelh: behaagd, om in de reekening der voor„ „schreeve makelaars te laaten valideeren sodaene summa van Rop:s 40240. 1/8, als door haarlieden betoogd geworden is, Dat zij in de Jaeren 1771 en 1772. meerder aan de maatschappije hebben betaeld gehad, als ten haaren voordeele is gebragt, veroorsaakt, door dat den toenmaligen Directeur Bosman die summa van de wisselaar hadde ontfangen en tot eigen gebruik genomen; sonder haare reekening daar voor te laeten Crediteeren, soo als wij moogen onderstallen; aangesien de gunstige wijse op dewelke sig Hoogst Dezelve dien aan„ =gaande hebben gelieven te expliceeren bij waaren apar„ ten brief aan den toenmaligen Directeur, den Edelen Heer van de Graaff van den 15. aug:s 1757:/ en dat uwelEd: Groot Achtb: en Ed:s de helfte van die summa, dan wel rop.:s 10542. 3. sijnde iets meerder van geseide Bouwmandsen En in 8 tri zie 893 Nagtien in haare kassa hebben g'accepteerd en ontfa„ gen; soo sullen wij den hier sijnden Erfgenaam van den meede overleeden makelaar Gowen„ =ram, sijnde den presenten derden makelaar 2 naamsinker, tot de betalinge van de nog resteerende Rop:s 18541: 2. door alle mogelijke middelen soeken te persuadeeren, sonder daar door egter te reselieeren van het regt, dat de Comp:e op Gouwmandsen behouden mogt, in Cas van onvermogen van geseiden Praamsinker voor soo verre soude kunnen worden gesustineerd, dat de makelaars, in Cas van wanbetaling, den een voor den anderen in solidum aanspreekelik sijn; ondertus= =schen hebben wij het door ons gelegde ar„ =rest en beslag op sodaane gelden als den Jutiks koopman Salee Tjellebie aan den Boedel van manchergie schuldig is, be„ =reets doen op heffen en libereeren; terwijl wij ter voorkoming van uitgebraidheid, deezen laaten verseld gaan van een Extrakt uit onte Juwo: Jra as:s Vier: sedder resolutie van den 28=e September Laatstleeden, omtrent deese geheele saake genomen. waarmeede de Eer hebben met veel respect te sijn /onder stond/ en geteekend:/ als vooren /:in margine/ Souratta den 3.:e october 1791. Akkordseert Hijbrands Egkeerk resolutie 8 894. N:o 18 M4 8 souratta Aan den E: Heer! M:r Abraham Jozias Sluijsken Directeur over Comp:s handel en omslag Nevens den Raad aldaar E: E: Erntfesten, Manhaften wijsen voorzienigen zeer Diskreeten, Heer en vrienden. seedert het afgaan van onzen Jongsten brieff van den 9: augustus pass:o, hebben we successive ontvangen uwel Edelens g'achte Missives van den 2. van gem: maend en van den 15: december laatstleeden. we bedanken uwel edelens vriendelijk, voor de ge„ „daane betaaling op onse verleende assignatie aan den Engelschen Capitain John Lantie De gezondene goederen, met 't schip voorschooten. zijn alle behoorlijk te Gale uitgeleeverd, en we zijn uwel Ed:s zeer verpligt voor 't geen daarbij voor dit gouvernement is toegeschikt. Jn de fac„ tuur van deeze lading is eene mis-reeke„ ning ontdekt, gelijk blijkt bij 't ingeslooten afschrift van 't derwegens ingekoomen berigt van den Gaalschen administrateur, en hebben we daarom, den bedienden te Gale gequalificeerd, om

NL-HaNA_1.04.02_3922_0333 view scan ↗

English

895. To the same as before No. 4 28 To the same as before. to have the excess amount charged back to Suratta. The Eastern military personnel sent back with the aforementioned ship have arrived safely at Gale. To Mrs. Sluijsken and her daughter, as well as to the young son of the First Clerk Gratiaan and Sergeant Volter, we have granted passage to the Netherlands in accordance with your request. We present herewith to your Honors our requisition of necessities for this Government, which we request may be fulfilled as closely as possible. Also accompanying this is an invoice totaling ƒ 17 alongside a packet of letters for Paleacatta received for your Honors. For the rest, after friendly greetings, we remain (underneath was written: / Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and very Discreet Sir and Friends, your Honors' willing friends and servants / was signed / W: J: van de Graaf, M: P Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: Vollenhove / in the margin: / Colombo, the 7th of April 1791. Upon your Honors' request by missive of the 19th of February last, we instructed the Fiscal Vollenhove with the commission to persuade Boumandje Mandchergie to proceed thither: whereupon the said Fiscal submitted a report, accompanied by an address from the aforementioned Bouwmandse Manschergie, in which he states that he has given full power and authority to his brother, who is in Suratta, to attend to and settle his affairs, and that it is therefore not necessary that he himself cross over to Suratta in person; and as regards the claim of the Company upon his adoptive father We direct this solely to accompany the enclosed packet of letters, which we have received for your Honors from the Ministers at Paleakatta. To which we also add the duplicate of our letter of the 7th of April last, with the duplicate of our requisition of necessities sent therewith. For the rest, after friendly greetings, we remain / underneath was written and signed: / as before / in the margin: Colombo, the 10th of May 1791. - 896 and the likewise deceased broker Gorrewian Roederam, he says that this claim, after deduction of two paid sums indicated in the aforementioned address, currently amounts to only ropias 37661:7. and requests that a certain remainder mentioned in his aforementioned address, amounting to ropias 13312:16, for which he has handed over the bond to us, and another ropias 3264:15, which were collected from the Banyan merchant Kassoerdas Kassindas, making together ropias 16587. 1, may serve as a reduction thereof. After deduction of this sum, the debt of the aforementioned brokers would amount to only To the same as before. ropias 21084. 6., of which he offers to pay half, or ropias 10542. 3., for the share of his aforementioned adoptive father, into the Company's Treasury here. He further requests in the said address that the attachment placed by Director Sluijtken upon what the Turkish merchant Sale Jjellebie owes to his father may be lifted, so that his brother could receive this money to satisfy his creditors, which request We have had the honor to receive your Honors' esteemed missive of the 3rd of October last, to which we shall reply in due course, and in the meantime let this serve to accompany the accompanying two packets of letters received for your Honors from the Netherlands with the ship Christophorus Columbus, to which we also add an invoice of letter postage amounting to ƒ 1. 11. — we have undertaken to propose further to your Honors, in case it may be granted. Furthermore, we have resolved provisionally to accept into the Company's Treasury here the sum of ropias 10542:3 offered by him, and send herewith copies of the aforementioned report and address, and of the bond submitted by him. For the rest, after friendly greetings, we remain / underneath was written and signed: / as before / in the margin: / Colombo, the 21st of July 1791. / lower / P.S. We herewith also present to your Honors a Galle invoice of the 17th of June last totaling ƒ 2700: —. —: For the rest, after friendly greetings, we remain / underneath was written and signed / As before / in the margin: Colombo, the 4th of December 1791. Examined Agrees Hijbrands clerk Jacob Jeerdus Sedder No. 19 Copy of letters received from Malabar in the year 1790 No. 20 897 Ceylon From the Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of that Island and its Dependencies, alongside the Council. To Colombo. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir and Friends. The ship De Gouverneur Generaal Mossel arrived here on the 14th of November, and on the 11th of this month the smack De Verwagting; therewith and via the overland route, we have successively received your Honors' esteemed letters of the 29th of September, 22nd and 29th of October, and the 2nd and 23rd of November. The Colombo ell sent hither is being returned and has been compared by two Judicial Members against the Cochin ell, and it was found that the latter is one sixty-fourth longer, as appears from the copy of the report accompanying this. We cannot fulfill the demand for 4000 bags of saltpeter, as there is none in stock here, nor do we have any hope of being able to obtain the same for the present. The pepper harvest has turned out so poorly this year that in the bearer of this, the ship De Gouverneur Generaal Mossel, no more than

Dutch transcription

895. Aan als vooren N4 28 Aan als vooren. om 't te veel aangereekende na suratta telaet terug reekenen. De met voorm: schip terug gezondene oosters militairen, zijn te Gale behouden aangekoomen. Aan Mevrouw Sluijsken en haar Ed:s dogtertje zoo wel, als aan 't Zoontje van den Eersten klerk Gratiaan en den sergeant volter, hebben we volgens uwerwel Ed:s verzoek Transport na Nederland verleend. wij bieden uwel Edelens hiernevens aan onze Eisch van benoodigdheeden voor dit Gouvernement waar aan wij verzoeken dat zoo na mogelijk mag worden voldaan. Nog verzeld deezen een factuur groot ƒ 17 nevens een brieff paket voor Paleacatta voor uwelEd:s ontvangen. wij blijven voor 't overige na vreendelijke groete (onder stond:/ E: E: Erntfesten, Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden uwelEd:s d:'willige vriend & Dienaaren /wat getekend/ w: J: van de Graaf, M: P Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, en J: A: vollenhove /:in margine :/ kolomb:r den 7.:' April 1791. Op uwel Ed:s verzoek bij missive van den 19. febr: Jongstl: hebben we den E: fiscaal vollenhove de commissie opgedraagen, om Boumandje Mand= =chergie te persuadeeren dat hij zig na derwaards begeeft: waar op gemelde E: fiscaal heeft ingediend een berigt, verzeld. van een addoes van voorm: Bouwmandse Manschergie waarbij deese zegd dat hij zijnen Broeder die zig te suratta bevind volkoomen last en authoriteid heeft gegeeven, om sijne saeken waarteneemen en aftedoen, en dat het dus niet nodig zij dat hij zelfs in perzoon na Suratta overgaet en wat aangaet de pretentie van de Comp:e, op zijnen geadopteerden vader wij rigten deezen alleen ten gelijde van 't inge„ slooten brief paket, 't welk we van de Minis „ters te Paleakatta voor uweEd:s hebben ontvangen. waarbij we nog voegen 't duplicaat van onzen brief van den 7. April J=ol:, met t duplicaet van onzen daarnevens gezondene Eijsch van be„ noodigdheeden. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond en geteekend:/ als vooren /inmargine, kolombo, den 10. Maij 1791. -. e 896 M8 M en den meede overleedene makelaar Gorre„ wian Roederam, zegd hij dat deese pretentie na aftrek van twee bij voorsz: addres aange„ =weesene afbetaalde sommen tans nog maar groot is rop:s 37661:7. en verzoekt dat in minde =ring daar van mag dienen zeeker restant s bij voorsz: zijn addaes vermeld, bedraegende ropias 13312: 16-, waarvan hij de obligatie aan ons heeft overgegeven, en nog ropias 3264:15. , die van den benjaans koopman kassoerdas kassindas ingevorderd zijn„ uitmakende tezaemen rop:s 16587. 1. Na aftrek van deese som soude de schuld van de voorsz: makelaars nog maar bedraegen Aan als vooren. ropias 21084. 6. waervan hij aenbied de helfte of rop:s 10542. 3. , voor het aandeel van zijnen meerm: geadopteerden vadder, alhier in sComp:s Cas tetellen. Hij verzoekt nog bij gem: addres dat het door den heer Direkteur sluijtken gelegt arrest, op het geen de teerks koopman sale Jjellebie aan zijne vader schuldig is, mag worden geligt, op dat zijn broeder dit geld kon ontfan„ =gen om zijn krediteuren tevoldoen en welk ver„ wij hebbende eere gehad te ontvangen uwel Ed:s g'agte missive van den 3. oktober JoLeeden, waar op wij nader zullen antwoorden, en laaten intusschen deeze dienen ten geleide van de nevens gaande twee brief paketten met 't schip Christophorus Columbus uit Neder„ „land voor uwel Ed=s ontvangen, waarbij 12n wij nog voegen een factuur van brief porten groot ƒ 1. 11. — „zoekt we aangenoomen hebben, aan uwE: nader voor te draegen ingevallen daar in kan worden bewilligt voorts hebben we beslooten bij provisie de door hem aangeboodene som van ropias 10542:3. -, in sComp:s Cas alhier te accepteeren en zenden hier„ nevens Copijen van voorsz: berigt en addres, en van de door hem overgelegde obligatie. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond:/en geteekend / als vooren /:in margine:/ kolombo den 21. Julij 1791. /:lager/ P: S: wij bie den wwelhd:s hiernevens nog aan een gaals factuur van den 17. ' Junij J=o Leeden groot ƒ 2700: —. —: =zoek wij wij blijven voor 't overige na vraendelijke groete /:onderstond / en geteekend/ Als vooren /in margine kolombo den 4=e December 1791 Nagezien Akkordeert Hijbrands lyklerk Jacob Jeer dus sedder No: 19 Kopia ontvangene Brieven de Mallabaar in het Iaar 1790 No 20 897 Ceilon van den delen heer Willem Jacob van de Traaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Direkteur van dat Eiland en deszelfs onderhoorighee= „den Nevens den Raad. Te. Kolombo. Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzie= nige, zeer Diskreete, heer en Vrinden. Het schip de Goeverneur Generaal Mossel, is den 14. November en den 11. ' deezer 't Smalschip de verwagting alhier aangekoomen, daarmeede en over den landweg, hebben wij successive ontvan= „gen uwerweledelen geachte letteren van den 29. September, 22. en 29. oktober, mitsgaders 2:e en 23. ' November: De herwaards gezondene kolombosche el gaat weder terug en is door twee Justietsieele Leden gekonfronteerd tegen den koetsiam= „sche el, en bevonden dat de laatste een vier en sestigste langer is, blijkens het rapport in kopij hier nevens gaan Aan den eisch van 4000. zakken salfeter kunnen wij niet vol= „doen, wijl hier niets in voorraad, is en wij ook geen hoopa hebben voor eerst dezelve te zullen kunnen opdoen. De peper inzaam is dit Jaar, zoo slecht uitgevallen, dat in bren„ „ger deezer 't schip de Gouverneur Generaal Mossel, niet meer „de.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0339 view scan ↗

English

898 no more has been loaded than 18776. - lb: with which, in satisfaction of your Honor's demands, are also sent: 32 pieces of planks for sluices 1: package of diverse medicines. 30. chests of wax candles. 89. barrels of American meat 5. ditto — ditto English ditto 1. whole leaguer of raw wax 131. corges of hides. The aforementioned 89. barrels of American and 5. barrels of English meat, we send thither, in the hope that they can be issued there. With this ship we also send back the two European companies of Captain Koch and Weerman, and the detachment of artillerymen of Lieutenant du Croc with names and allowances known by the accompanying list. Of these companies, the following persons have remained here: From the company of Captain Koch: Kadel Godlieb Heine. . . . . corporal Arnoldus Fransen - - soldier Johan Koenraad Herneuf - ditto Pieter Dalman - „ — ditto Lourens Herswingels - — — ditto— Jacob Joost Hermans - - - - - ditto From the company of Captain Weerman: Johan Frederik Sohtman, second surgeon From the artillerymen: Jan de Waal, of Scheveningen, assistant, of whom we request the closed pay accounts. In contrast, there have been placed with the same again, namely: With the company of Captain Koch: Jan van der Linde -: - corporal Jan Janssen: soldier Dirk Setje, ditto Willem Amstrom - ditto Adriaan Antoni ditto Willem Lijn ditto Carel Julianus Domare do— With the company of Captain Weerman: Johan Andreas Willem Gebhard, cadet with the artillerymen. Wollert Geuken Kramer, assistant. whose closed pay accounts accompany this. Of the company of Captain Weerman, there have died here these past days: Ernst Christiaan Hasze, ensign, on the 9th of this month, and Karel Fredrik Olphart, soldier, on the 12th of November. And from the company of Malays of Abitum Fluit, on the 5th of this month, a private named Kabven Vale deserted. 899 We also send back thither with this ship, with closed pay account, the extraordinary artificer Johan Anthonij Brochet, who since his arrival here has always been sick and cannot recover. On this occasion there also cross over with closed pay accounts the extraordinary Lieutenant of the Artillery Carel Lodewijk Godlob von Krause, discharged to the Netherlands, with three more soldiers named: Hendrik Holshuizen Barend Janzen van Osten Gerrit Althuizen The aforementioned Von Krause has permission from the High Indian Government to take his wife and two children with him free of transport costs. We also send with this ship nine convicts with names mentioned in the accompanying lists, of whom the eight natives have been sentenced to the Materials House at Colombo, and the one European to Robben Island, which latter person we request you will please forward. The soldier Johan Kasper Ulrich of the detachment of Captain von Struve, earning f 9. —. —, requests, due to expiration of time, to be increased to f 13. —. — for five years, and for the customary bounty. The captain of the company of the Swiss Regiment de Meuron stationed here has made a request that free coffins might be provided on behalf of the Company to the deceased of his people, pretending that this is done at Colombo; we request you will please inform us whether this is so, or whether the regiment must pay for the coffins. The uniform pieces sent hither for the detachment of Captain Koch are now being sent back, except for the blue and red cloth, which is retained here. We also now send an astrolabe, which was received without glass and pointer needle, and two drawing pens of which the steel points are consumed by rust, and request you will have the same repaired and sent hither. We enclose herewith four packets for the Netherlands and two for the Cape of Good Hope, with the request that you will please dispatch the same divided among the ships. Furthermore, the following enclosures accompany this: An invoice of account amounting to f 87. 12. — Two military reports of the company of Captain Koch. A bill of lading of what is loaded in the ship De Gouverneur Generaal Mossel.

Dutch transcription

898 meer is afgelaaden dan 18776. - lb: waer bij in voldoeneg op uwelEd: eischen noch gezonden worden. 32 p:s swalpen voor afsuiten 1: pakkas met diverse medikamenten. 30. kisten met waxMaersen. 89. vaten met Amekikaanse vleesch 5. d o —d=o Engelsche do 1. heele legger met ruw wax 131. korgies huijden. De bovengemelde 89. vaten Amerikaansch en 5. vaten Engelse vleesch, zenden wij naar derwaerds, in hoope dat ze daer verstrekt zullen kunnen worden. Met dit schip zenden wij ook terug, de twee Europeesche komp: van kapitain noch en Weerman, en 't delache„ ment Artille risten van den Luitenant du Croc met naamen en genot bekend bij de nevensgaande lijste. Van deeze komp: zijn hier verbleeven de volgende perzoonen, Van de komp: van kapitain noch. Kadel Godlieb Heine. . . . . Not Potaal Arnoldus Fransen - - soldaat Johan Koenraad Herneuf - do Pieter Dalman - „ —do Lourens Herswingels - — — do— Jacob Joost Hermans - - - - - d=o Van de kompenie van kapitain Weerman Bij de kompenie van kappitain koch. korporaal Jan van der Linde -: - soldaat Jan Janssen: Dirk Setje, Willem Amstrom Adriaan Antoni Willem Lijn Carel Jnlianus Domare Bij de kompenie van kapitain Weerman. Johan Andreas willem Febhard, nadet bij de Artilleristen. Wollert Geuken Kramer, handlanger. welkers afgeslootene soldij reekeningen hier nevens gaan. Van de komp: van kapitain Weerman, zijn deezer daagen alhier overleeden Ernst Christiaan Hasze, vaandrig den 9:e deezer en Karel Fredrik olphart, soldaat den 12. e November, En van de komp: Malaiers van Abitum Fluit, is den 5. deezer gedeserteerd een Gemeene genaamd kabven Vale. do - do do do — do— Johan Frederik Sohtman, tweede meester Van de Artillerist. Jan de waal, van Schevelingen, handlanger van wien de afgesloote soldij reekeningen verzoeken. Daar en tegen zijn bij dezelven weder geplaatst; te „weeten. Johan 899 wij zenden met dit schip ook weder naar derwaards met afgeslootene soldij reekening den Extra ordinair vaurwerker Johan Anthonij Brochet, die van zijne kom ste alhier altoos ziek is en niet tot verhaal kan koomen. Met deezer geleegenheid vaaren ook met afgeslooten soldij reekening over, de naar Nederland verloste Ex „tra ordinair Luitenant van de Arthillerij Carel Lodewijk Godkob von krause, met noch drie soldaaten met naamen Hendrik Holshuizen. Barend Janzen van osten Gerrit Althuizen Evengemelde von Krause heeft van de hooge Jndische re„ „geering verlof om zijne vrouw en twee kinderen vrij van transport te mogen meede neemen. wij zenden met dit schip ook negen gekondemneerde met naamen vermeld bij de neevensgaande lijsten, waer van de agt Jnlanders verweezen zijn naar 't Materiaal„ „huis te kolombe, en de eene Europeesch naar 't Robben eiland, welke laaste wij verzoeken te willen verzenden; De soldaat Johan Kasper ulrich van 't detachement van kapitain von struve winnende ƒ 9. —. —. verzoekt mits tijds expiraatsie tot ƒ13. —. —. te worden verboeterd voor vijff Jaeren, en om 't gewoone douceur. De kapitain van de hier zijnde kompenie van 't Regiment Wij voegen hier bij vier paketten voor Nederland en twee voor den naap de Toede hoop, met verzoek dezelven op de scheepen verdeeld te willen afzenden. voorts gaan hiernevens de volgende bijlaagen. Een Taptuur van aanreekening groot ƒ 87. 12. — Twee militaire rapporten van de kompenie van ka= „pitain korh. Een kognossement van 't gelaadene in 't schipp de Goeverneur Generaal Mossel. zwitsers van Meuron, heeft verzoek gedaan, dat 'skomp: weegen aan de overledenen van zijn volk vrije doodkisten mogte verstrekt worden, voorgeevende dat zulks te nolombo geschieden wij verzoeken ons te willen onder„ richten of dit zoodanig is, dan wel op 't regiment de doodkisten betaelen moet. De herwaards gezondene monteering stukken voor 't detachement van kapitain koch, worden thans terug gezonden, uitgezon= „derd 't blaauw en roodlaaken, dat hier aangehouden word. ook zenden wij thans een astrolabium, 't welk zonder„ glas en naaldwijzer, ontvangen is en twee trekpennen waer van de staalepunten door de roest verteerd zijn, en verzoeken dezelven te willen laaten repareeren en het„ waerds zenden. Zwitsers Een

NL-HaNA_1.04.02_3922_0341 view scan ↗

English

900 To the same as before. An invoice of that cargo amounting to 39639 florins, 18 stuivers. And the expense accounts of that ship. With which, after friendly greetings, we remain, was written beneath, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and Right Discreet Gentleman and friends, Your Honors' obedient friends and servants, was signed, J. P. van Angelbeek, I. L. v. Ball, G. d. Gebhardt, J. W. H. van Rossum, F. A. Cellarius, J. W. Wagten, N. Lunel, J. A. Evetsdijck. In the margin: Cochin, the 18th of December 1790. On the 17th of January last, we had the honor to receive Your Honors' esteemed letter of the 11th of that month. In accordance with it, upon the arrival of Maldivian vessels, we shall purchase the coir brought with them and provide the sellers with the necessary receipts, stating how much must be paid to them in Colombo. The High Indian Government has written to us that the bacon, meat, wine, oil, writing materials, etc. requisitioned by us, as well as the goods sent out from the Netherlands for our Government, will be sent with the ships bound for Ceylon. The soldier Nikolaas Denies of Amiens, who also remained behind in the hospital from Captain Koch's company, passed away on the 2nd of this month. Therefore, we are sending our narrow boat De Verwagting thither to collect the same, with a friendly request to return this vessel with them as soon as possible, as it is very much needed here for cruising. With the ship Leiden, 50 siumanappers were sent hither from Batavia for Colombo, one of whom died on the voyage; we are sending the remainder over with this opportunity, whose names and allowances are listed in the accompanying two receipt rolls. The assistant Hendrik van Os of The Hague, who was left behind sick in our hospital from the Ceylon Detachment, requests to be allowed to remain here and that his closed pay account may be sent hither. 901 To the same as before. Captain Willem Weerman has been confirmed as captain by Their High Mightinesses; we send herewith the commission received for him. Furthermore, we add hereto: A packet received with the ship Zeijden from Batavia for Your Honors. A packet of pay records. A memorandum of account amounting to 63 florins, 7 stuivers, 8 penningen. A bill of lading for sixteen whole leagers supplied to the bearer of this to store drinking water for the Malays crossing over, regarding which we note that they are the same ones we received from over there on the occasion when the military detachments came across. With which, after friendly greetings, we remain, was written beneath, and signed as before. In the margin: Colombo, the 4th of February 1791. Lower down: P.S. Herewith also goes a muster roll of the seamen assigned to the said vessel, stating what each person receives. With the packet boat De Zeemeeuw we had the honor to duly receive Your Honors' esteemed missive of the 10th of this month. The requisition for lamp oil, candles, and sandalwood will be fulfilled as closely as possible with the ship De Merarie, which departs thither in a few days, to which we shall also add as much rice, Batavian arrack, and Dutch butter as we can spare. We shall place Second Lieutenant Salomon Willem de Graaff on the ship De Merarie, as that vessel is short of a lieutenant. The packet boat now returns with such cannons and other artillery stores as are mentioned on the bill of lading, with which we also send over sixty men from the company of the Meuron Regiment present here, consisting of: 1 Captain 1 Lieutenant 1 Quartermaster 3 Sergeants 6 Corporals 1 Fife player 2 Drummers, and 45 Privates. The remainder will follow with the ship De Merarie, as this vessel cannot accommodate any more troops, with which the Ceylon Company of Malays will also cross over. To store drinking water and rations for the soldiers crossing over, some casks have been lent to the bearer of this, which are stated on the bill of lading and must be returned there. In the chest marked No. 16 received with the said packet boat, there were found here, over and above what was stated on the bill of lading: 20 Trappen der Jeugd, 12 Letterkonsten, 8 ABC booklets, and 6 ABC boards. We presume that this is a clerical error in the bill of lading and request that you elucidate this further for us. We add hereto the duplicate of our last letter of the 4th of this month, the expense accounts of the bearer of this, and a packet of pay records. Our narrow boat De Verwagting arrived here on the 26th of February last with Your Honors' esteemed letter of the 17th of the preceding month. We are sending this vessel back thither and with it the other half of the company of the Meuron Regiment, whose names and allowances are listed in the accompanying list. We also send with it five hundred pounds of sandalwood from Your Honors' requisition, further stated on the accompanying bill of lading, to which we add the duplicate of our last letter sent off on the 21st of February with the packet boat De Zeemeeuw, and a packet from Batavia brought here for Your Honors with the private ship Java's Welvaren, and for the rest, after friendly greetings, we remain, was written beneath, and signed as before. In the margin: Cochin, the 21st of February 1791.

Dutch transcription

900 Aan als Vooren. Een Taktuur van die laading groot ƒ39639. 18. —. En de onkostreekeningen van dat schip Waar meede na vrindelijke groete blijve /:onderstond Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzienigen, te Diskreete heer en vrienden. Uwer wel edelen Dienst„ „willige vriend en Dienaar. /:was geteekend:/ J: P: van Angelbeek, I: L: v: Ball, G: d: Gebhardt. J: W: H: van Rossum, F: A: Cellarius, J: W: Wagten N: Lunel, J: A: Evetsdijck. / inmargine:/ Roetsien den 18 December 1790. Den 17. Januarij J' leeden, hebben wij de eer gehad uwer welEdel g'agte letteren van den 11. dier maanden te ontvangen, die volgende zullen wij bij aankomst van Maedivosche vaartuigen de karis, die daar meede aangebragt wol „den, inkoopen, en daer van de noodige quitantsies aan de verkoopers verleenen, met bekendstel„ „ling hoeveel aan hen te kolombo moet betaald worden. De hooge Indische Regeering heeft ons aange„ schreeven, dat de door ons geeischte spek, vleesch, De soldaat Nikolaas Denies van Amins, die van de komp: van kapitain koch meede in 't hospitaal is verbleeven, is den 2 deezer overleeden. wijn, olij, schriffgereedschappen enz: mitsgaders de goederen, die uijt Nederland voor ons Gouvernement uitgezonden zijn, met de scheepen voor Ceilon zullen gezonden worden, „derhalven wij zenden ons smalschip, de verwagting naar der„ waerde om dezelven aftehaelen, met vriendelijk ver„ „zoek dit vaertuig daarmede ten eersten te willen te= „rug zenden, wijl 't, hier tot de bekruissing zeer noo= „dig is. Met 't schip Leijden zijn Co. sumanappers, van Bata„ „via voor kolombo herwaerds gezonden waer van eene op de reize overleeden is, wij zenden de overigen met deeze geleegenheid over, die met naamen en ge„ not bekend staan bij de nevensgaande twee qui= „tantsie rollen. De Handlanger hendrik van os van 's Wage, die van 't Ceilonse Detachement in ons hospitaal ziek ver„ bleeven is, verzoekt alhier te mogen blijven en dat zijn afgeslootene soldij reekening, herwaerds mag ge„ „zonden worden. wyn 901 Aan als Vooren. De kappitain Willem Weerman, is door hunne Hoogede „heeden als napitain bevestigd, wij zenden de voor hem ontvangene akte hier nevens. voorts voegen wij hier bij, Een pakket met 't schip zeg den van Batavia voor uwelEdelen ontvangen. Een paket met soldij papieren. Een Memorie van aanreekening groot ƒ 63. 7. - 8. Een nognossement van sestien heele leggers die aan brenger deezes verstrekt zijn, tot 't bergen van drank„ water voor de overgaande Malaiers, waer omtrend wij aanhaalen, dat 't dezelven zijn, die wij van ginter ontvangen hebben ter gelegendheid dat de mili„ taire detachementen overquamen. Waarmede na vriendelijke groete blijven /:onderstond:/ en geteekend /: als vooren :/in margine/ kolombo den 4. Februarij 1791. /:Lager:/ P: S: Nochgaat hierneven een naam rolle van de zeevaerenden die op gem: kieltje bescheijden zijn met bekendstelling van 't geen een ider geniet. Met de pak het boot de Zeemeeuw hebben wij de eer ge„ had uwer wel edelen geachte missive van den 10. deezer wel te ontvangen. De eisch van Lampoli, naarsen en sandelhout zal zoo na mogelijk met 't schip De metaria, 't welk over eenige dagen naar derwaards vertrekt, voldaan wor„ den, waar bij wij ook voegen zullen zoo veel rijst, Bataviasche Arak en vaderlandsche boter als als wij zullen kunnen missen. Den sousluitenant Salomon Willem de Traaff, zullen wij op 't schip De merarie plaatsen, wijl daar op een Luitenant manneerd. De pakket boot keerd thans te rug met zodaanige Kanons en verdere arthillerij goederen als bij 't nognos= „sement vermeld staan, waarmeede wij ook overzen„ „ den sestig koppen van de hier zijnde komp: van het Regiment Meuron bestaande in. 1. kapitain 1. Luijtenant 1. Fourier 3. serfants 6. korporaals 1. Fluijter 2. Tamboers en 45. gemeenen. De overigen zullen met 't schip Demerarie volge, alzo dit vaartuig geen Manschap meer bergen kan, waer meede ook de Ceilonsche nompenie Malaijers overgaan zaal. Tol De Tot het bergen van drinkwaten en randsoen voor de overgaande Militairen zijn aan branger deezer eenige raatwerken ter leen verstrek die op het kognossement bekend gesteld Aan als voor zijn en aldaar moeten uitgeeverd worden In de ontvangene kas met de pakkit boot gem=t No 16. zijn meer dan op het kognossement bekend stond alhier bevonden 20 trappen der Jeujd 12 letter konsten 8. A: B: boekjes en 6 A: B: bortjes. Wij veronderstellen dat dit een schrijft fout bij het kognossement zal wee„ „zen en verzoeken ons daar om„ trend nader te willen elucideeren. wij voegen hier bij het duplikaat van onzen laasten van den 4. e deezer, de on„ kostreekeningen van brenger deezer, en een pakket met soldij paepieren, Ons smalschip de verwagting is den 26. februari Jongstleeden alhier aangekoomen met uwer weledelen geachte letteeren van den 17 bevoorings. wij zenden dit vaartuijg weder naar der„ waard en daarmeede de andere helfte van de kompenie van het Resiment van Meu„ ron met naamen en geriot bekend bij de nevens gaande lijste ook zenden wij daar meede vijfhonderd lb: van delhout of uwer weledelen eisch, nader vemeld bij het nevensgaand kognossement, waar bij wij voegen het duplikaat, van onzen laasten van den 21. febr: met de pakketboot de zee „neuw afgezonden; en een pakket van Batavia met het partikulier schip Javas welvaaren voor uw weledelen alhier aan„ en blijven voor het overige na vriendelij¬ „kis Groete. onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /in margine:/ koetsiem den 21 Februarij 1791. en gebragt,

NL-HaNA_1.04.02_3922_0344 view scan ↗

English

To the same as before brought, while after friendly greetings we remain /:was written underneath /: and signed:/ as before :/ in the margin:/ Cochin the 1st of March 1791. /:lower down:/ P: S: The Reverend Minister Johannes Lambertus Hofman, who arrived here from Batavia on the ship Demerarie, is now departing thither. Enclosed herewith also goes a muster roll of the seafarers appointed to the said small craft, with a statement of what each has enjoyed. Your Honour's esteemed letters of the 25th of February, 16th and 18th of March we had the honour of safely receiving; We are now having the ship Demerarie depart thither with the following goods for Your Honour's Government, namely: 4190 kannen coconut oil 7310 lb Dutch meat 5754 lb Dutch bacon 2980 lb Frisian butter 2825 lb Surat butter 30 leggers arrack api 3117 lb tamarind, together with 24 iron and 8 bronze cannons that Your Honours lent to us last year, with their carriages and further accessories. The wax candles are sent with the ship Leyden, which proceeds directly to Galle with the pepper collected at Porca. We also send, upon Your Honour's urgent request made for that purpose, thirty thousand rupees in three chests, and request that this sum be restored to us again upon receiving relief. Of the 1226663 lb of rice brought from Batavia with this ship, only 969616 lb were unloaded here and the rest left therein for the service of Your Honour's Government. We request that after the unloading of that ship there, you dispose of the entire delivery of the rice and give notice thereof to Their High Excellencies the Supreme Government of the Indies. Pursuant to what was already communicated by separate letter from the first signatory of the 15th of this month, dispatched with an English cutter across to Galle, His Honour now departs thither with the bearer of this letter. We send with this ship the detachment of soldiers of Captain van Strive consisting of 26 Europeans and 28 Malays, over whom, during the voyage to Colombo, we have assigned the command to Ensign Gerrit van der Voort, transferred from here to Batavia. The Sergeant Johan Vuijstman of Amsterdam, The Corporal Maarts Eggers of Fredrikstad, and The Soldier Andries Baltner of Strasbourg, whose settled pay accounts we request. On the other hand, there are replaced in the same: The Sergeant Albertus Púlard of Amsterdam, The Corporal Johan Christiaan Bising of Baukenau, and The Soldier Jan van de voort of Leiden, whose settled pay accounts accompany this. The bill of lading of what has been laden in the bearer of this for Colombo; The invoice thereof, and of various accounts amounting to ƒ77334:2:—; The sergeant of the Swiss Regiment de Meuron, named Charles Frederik Barbezat, who remained behind here ill, has recovered and also crosses over on this occasion. The Advocate Mr. Johannes Henricus Schooter, who came here for a short pleasure trip, returns again with the bearer of this. We offer herewith the copies of our letters written to the High Esteemed Lords Seventeen in the Netherlands and to the Supreme Government in Batavia, dated 16 October and 18 December 1798, together with the 17th of this month, and furthermore the following enclosures: two packets from Surat brought for Your Honours, and two packets with pay papers; two duplicate Batavian expense accounts of this ship; three duplicate Cochin expense accounts; an inventory of that vessel; a catalogue of the medicines; while, after friendly greetings, we remain /:was written underneath:/ and signed:/ as before:/ in the margin: Cochin, the 29th of April 1791. Pursuant to what was communicated in our last of the 19th of this month, of which the duplicate is enclosed herewith, the ship Leyden is now departing for Galle with all the pepper that has been collected there since the last shipment, wherein have been shipped here for Your Right Honourable and Honourable Government: 2000 bags of old rice of 150 lb net each, and 4600 lb wax candles in 40 chests. Therewith we also send back the company of Malays of Captain Alatum Fluit and the detachment of Malays of Lieutenant Bonge, of which latter a private named Ceela of Ceylon deserted at night before that force went on board and has not yet been caught. We hereby report the safe receipt of Your Right Honourable and Honourable esteemed letters of the 7th of this month, request that you dispatch the enclosed duplicate packet for Batavia with the ship Demerarij, and remain with high esteem, excepted, the Honourable Governor J. G. van Angelbeek was written underneath:/ and signed:/ as before:/ in the margin: Cochin, the 23rd of April 1791. On the 6th of this month we received Your Right Honourable and Honourable esteemed letters of the 15th of April last and shall forward the letter for the Director in Surat by the first available opportunity. Furthermore, we let this serve to escort the signal ship De Verwagting, with which five chests of unusable goods are sent for shipment to the Netherlands, further specified in the accompanying bill of lading, to which we add a muster roll of the persons appointed to that vessel, a small packet of pay papers.

Dutch transcription

903 Aan als vooren „gebragt, terwijl wij na vriendelijke Groete blijven /:onderstond /: en geteekend:/ als vooren :/ inmar„ gine:/ koetsiem den 1 Maart 1791. /:lager:/ P: S: de Eerwaarde Predikant Johannes Lam¬ „bertus Hofman die met het schip Demerarie van Batavia hier aangekoomen is vertrekt thans naar derwaards. Noch gaat hier neevens een naamrolle der zee„ vaarende die op gem: kieltje bescheiden zijn met bekendstelling van 't geen een ider genut uwer weledele geachte missiven van den 25: Fe„ bruarij 16: en 18: Maart hebben wij de eer gehad wel te ontvangen; Wij laaten het schip Demerarie thans naar derwaards vertrekken met de volgende goederen voor uw weledelen Goevernement als 4190: kann: kokos olie 7310: lb Hollandsch Vleesch 5754: „ Hollandsch spek 2980: „ Vriesche boter 282 5. „ soeratsche boter 30: legg. Arak apy 3117: lb Tammerinde mitsgaders 24: ijzeere en 8: Metaaten kannos die uw weledelen voorleeden Iaar aan ons geleend hebben, met derzelver rffuiten en verder toebehooren De Waxkaarsen worden met het schip Leyden gesonden, het welk met de te Porka ingezaa„ „melde peper direkt naar Gale gaat Ook zenden wij op uweledelen daar toe gedaan dringend verzoek dertig duizend ropijen in drie kisten en verzoeken die som bij bekonning van ontzet weeder aan ons te restitueeren. van de met dit schip van Batavia aan„ gebragte 1226663: lb: rijst, zijn hier maar 969616: lb: gelost en de overige daar in gelaaten, ten dienste van uw weledele Goevernement- Wij ver„ zoeken na ontlossing van dat schip aldaar over de geheele uitleevering van de rijst te willen disponeeren en daar van aan Hunne Hoogedelheeden de Hoog Indische Regeering kennis geeven. Ingevolge het reeds bedeelde bij aparten brief van den Eerstgeteekenden van den 15:e deezer met een Engelsche kotter naar over Gale 24. afgesonden 904. afgezonden vertrekt zijn Ed: thans met brengen deezer naar derwaarts. wij zenden met dit schip het detachement Militairen van kapitain van strive bestaan„ de in 26: Europeeschen en 28: Malaixrs, waar over wij geduurende de reize naar kolombo het kommando opgedraagen hebben aan den van hier naar Batavia verlosten vaandrig Gerrit van der Voort De Serjant Iohan Vuijstman van Amsterdam De korporaal Maarts Eggers van Fredrik stad en De soldaat Andries Baltner van Straatsburg van wien wij de afgeslootene soldijreekenin„ gen verzoeken. Daar en tegen zijn bij het zelve weder geplaats De Serjant Albertus Púlard van Amst dam De Korporaal Johan Christiaan Bising van Baukenau en De soldaat Jan van de voort van Leijden Het kognossementen van het ge„ laadene in brengen deses voor kolembo De Faktuur daar van, en van Diverse aanreekeninge groot ƒ77334:2:—: welkers afgeslootene soldij reekeningen hier, nee„ vens gaan. De alhier ziek achter gebleevene serjant van het Regiment Zwitzers van Meuron, met naame Charles Frederik Barbezat, is, hersteld en vaart ook met deeze gelegenheid over. De Advokaat Mr. Johannes Henricus Schoo¬ ter die voor een springtocht hier gekoomen is, keerd met brenger deezer weder terug wij bieden hernevens aan de kopijen onser brieven aan de Hoog achtbaare Heeren zeeven„ „tienen in Nederland en aan de hooge Re„ geeving te Batavia geschreeven gedateerd 16 Oktober en 18 December 1798 mitsgaders 17e dee„ zer en voorts de volgende bijlaagen twee pakkatten van Soeraette voor uw weledelen aan gebragte aan, een twee pakketten met soldij papieren welkers twee 90 Aan als vooren Aan als vooren twee eensluidende Bataviasche onkost reeke„ ning van dit schip Drie eensluidende koetsiemsche onkbostreeken =ningen. Een inventaris van dien Bodem. Een Cathalogus der Medikakamenten terwijl: wijl na vriendelijke groete bli ven:/ onderstond:/ en geteekend:/ als vooren:/ in margine Koetsiem den 219 April 1791. Ingevolge het bedeelde bij onzen laasten van den 19 deezer waar van het duplicaat hierne„ vens, vertrekt thans het schip Leyden naar Gale met al de peper die zeedert de laaste versending aldaar ingeraameld is, waar in hier voor uwer weledele Gestr: en Ed„s Gouvernement afgescheept zijn 2000 zaken overjaarige rijst van 150 lb nietto ider en 4600: lb waxkaarsen in 40. kisten Daarmeede zenden wij ook terug de kompenie Malaiers van kapitain Alatum Fluit en het detagementen Malaiers van Luijtenant Bonge van welk laaste een gemeene genaamd Ceela Wij melden hier bij den goeden ontfangst van uwer weledele Gestr: en Eds g'eerde letteren van den 7:e deezer verzoeken het ingeslooten duplikaat pakket voor Batavia met het schip Demerarij te willen afzenden en blijven met veel hoogachting rexepto, den wel Edelen heer gouverneur J: G: van Angelbeek onderstond:/ en geteekend :/ als vooren :/: in margine koetsiem den 23: April 1791. Den 6 deezer hebben wij uwerweledele gestrenge en Eds geeerde letteren van den 15 April laastleeden ontvangen en zullen den brief voor den Heer Direckteur te soeratte met de eerstvoorkoomende geleegenheid voortschikken Voorts laaten wij deezen dienen ten gebeide van het sinalsschip De verwagting waarmeede vijf kisten met onbekwaame goederen worden gesonden ter verzending naar Nederland nader vermeld bij het nevens gaand goegnossement, waar bij weij voegen, een naam rolle van de op dat vaartui bescheijdene persoonen, een pakkitje met soldij van Ceilon snagts voor dat volk naar boord is gegaan, gediserteerde en tot noch niet agterhaald„ is. van paepieren

NL-HaNA_1.04.02_3922_0347 view scan ↗

English

906 To as above. To as above. To as above. To as above. papers and the duplicate of our last of 23 April. While we remain with high esteem. Subscribed and signed: as above. In the margin: Koetsiem, 13 May 1791. We had the honor duly to receive your Right Honorable and Esteemed letters of 10 May last, and kindly thank you for the communication provided regarding the safe arrival there of our Highly Esteemed Lord Governor, and for forwarding the letter from His Right Honorable and Most Respected to us, while we request that you kindly have the enclosed packet delivered to His Excellency. The packet sent to us for Soeratte has been forwarded immediately, and we have the honor to remain with much esteem. Subscribed and signed: as above. In the margin: Koatsiem, 1 June 1791. We let this serve solely to accompany a packet to our Noble Lord Governor van Angelbeek, requesting that you kindly convey the same to His Right Honorable and Most Respected, and remain with esteem. Subscribed and signed: as above. In the margin: Koetsiem, 30 June 1791. We had the honor duly to receive your Right Honorable and Esteemed letters of 21 July last, and kindly thank you for the small packet from our Noble Lord Governor sent to us, while the packet for Suratta is scheduled to be dispatched tomorrow. We have instructed our Purveyor to account for himself regarding the poor condition of the Frisian butter sent from here thither with the ship Demerari, and we shall communicate our decision on this to your Right Honorable and Esteemed at the next opportunity. Offering the duplicate of our last of 30 June last, we request that you kindly let our Noble Lord Governor receive the enclosed packet, and remain with much esteem. Subscribed and signed: as above. In the margin: Koetsiem, 16 July 1741. 907 To as above. Having requested the kind delivery of the enclosed packet to our Noble Lord Governor, we have the honor to remain with much esteem. Subscribed and signed: as above. In the margin: Koetsiem, 8 August 1791. We have the honor herewith to present to your Right Honorable and Esteemed two reports from our Purveyor with three declarations concerning the eight barrels and two half aams of Frisian butter, which were shipped from the provisions warehouse here in the ship Demerari for Ceilon and found to be bad at Gale; whereby it appears that those butter barrels were bored at the time of shipment, the butter was tasted by the Lieutenant of that ship, van Goor, himself and approved as good, and that the barrels were thereafter weighed gross and, the net pounds having been calculated, were received by him. Since the declarations sent to us by the officers of the Demerari concerning this butter were sworn under oath by them, and because the declarations obtained by our Purveyor against this prove the contrary, we have not been able to have the latter sworn under oath, all the more because the midshipman cadet Pronk says in his sworn declaration that he was present at the receipt of the butter, and our commissioners in the provisions warehouse here, as well as the cooper who bored the barrels, declare that Pronk was not present, but that the butter was tasted and received solely by Lieutenant van Goor. We have therefore also not been able to take any decision concerning this butter, but leave the disposition thereof to your Right Honorable and Esteemed. Upon the order received to that end from our Noble Lord Governor, we have recruited here for your Right Honorable and Esteemed Government a battalion of native soldiers consisting of one company of Rajputs, one company of Chegos, one company of Christians, and one company of Moors, further specified with their officers, European commanders, and drillmasters in the accompanying copy of the brief strength return. Offering the duplicate of our last of 8 August last, we have the honor to be with much esteem. Subscribed and signed: as above. In the margin: Koetsiem, 10 September 1791.

Dutch transcription

906 Aan als voor Aan als vooren. Aan als vooren Aan als vooren. paepieren en het duplikaat van onzen laasten van den 23 April Terwijl wij met hoog achting blijven. onderstond:/en geteekend:/ als voo„ ren:/ in margine koetsiem den 13:e Meij 1791. Wij hebben de eer gehad uwer weledele gestrenge en Ed.:s geachte letteren van den 10 Mai jo leeden wel te ontvangen, en bedanken vriendelijk voor de gegeevene kommunikaatsie van de geluk kige arrive aldaar, van onzen Hoogeeerden Heere Goeverneur en voor de toezending van den brief van zijn weledele gestrenge Groot achtb: aan ons terwijl wij verzoeken het nevensgaand pakket aan Hoogstdenzelven genegentlijk te willen laaten bestellen Het aan ons toezgezon„ den pakket voor soeratte is ten eersten voorge„ schikt en wij hebben de eer met veel achting te „blijven :/ onderstond en geteekend:/ als vooren:/ inmar„ gine:/ koatsiem den 1. Iunij 179:1: wij laaten deezen eenlijk dienen ten geleide van een pakket aan onzen Edelen Heer Gou„ verneur van Angelbeek met verzoek het wij hebben de eer gehad uwer weledele gestrenge en E:s ge„ achte letteren van den 21. Juli Jongstleeden wel ont„ vangen en bedanken vriendelijk voor het aan ons toegezonden pakketje van onzen Edelen Heer Gouverneur terwijl het pakket voor suratta morgen staat afgezonden teworden. Wij hebben onzen Dispencier opgelegd zich te ver„ antwoorden nopens de slegte gesteldheid der met 't schip Demerati van hier na derwaards gezon„ „dene friesche boter en zullen onze disposietsie daar op met de naaste geleegenheid aan uwelEd Gestr: en Ed:s bedeelen Onder aenbieding van het dupplikaat onzer laatsten van den 30. Juni Jleeden, verzoeken wij het ingeslooten pakket aan onzen Edelen Heer Gouverneur te willen laaten toekoomen, en blijven met veel achting /onderstond/ en geteekend / als vooren /in margine/ koetsiem den 16: Julij 1741 — zelve aan zijn wel Edele Gestrenge Groot Achtb: tewillen doen toekoomen en blijve met achting /onderstond/ en geeteekend / als vooren /in margine/ koetsiem den 30: Juni 1791. -. zelve voor 907 Aan als vooren. voor ingeslooten pakket aan onzen Edelen War Gouverneur eene geneegene bestelling verzocht hebbende hebben wij de een met veele achting teblijven /onderstond/ en geteekend/ als vooren /in marqiuna koetsiem den 8. Aug:s 1791. wij hebben de eere uweledele gestrenge en Edelens hier nevens aantebieden twee berichten van onzen Dispen„ tier met drie verklaaringen nopens de agt vaten en twee halve aamen vriesche boter, die uit de Dispens alhier in het schip Demerarij voor Ceilon afgescheept en te Gale slecht bevonden zijn, waar bij blijkt, dat die boter-vaten bij den afscheep geboord zijn, de boter door den Luitenant van dat schip van Aan als Vooren Goor, zelfs geproefd en voor goed gekeurd is, mits„ „gaders dat de vaten daar na bruto gewoogen en de netto ponden bereekend door hem ontvan„ gen zijn. Nadien de aan ons gezondene verklaaringen van de officieren van het Demerarij nopens deeze boter door dezelven zijn b'eedigd: zoo hebben wij vermits de door onzen Dispencier daar teegen ingewonnen verklaaringen het teegendeel bewijzen, deeze laatste niet kunnen laaten beeedigen, temeer, wijl de kooppe tan kadet Pronk bij zijn b'eedigde verklaering Op de daartoe bekoomene order van onzen Edelen Heer„ Gouverneur, hebben wij voor uweled: Gestr: en E=s Gouvernement alhier aangeworven een battaljon inlandsche soldaeten bestaande uit een kompenie Raspoeten, een kompenie Tjegos, een kompenie- kristanten en een kompenie Mooren nader met hunne officieren Europeesche kommandanten en dailmeesters gespecificeerd bij de nevens gaande kopij korte sterkte zegd, bij den ontvangst van de boter present geweest te zijn en onze gekommitteerden in de Despens alhier, mitsgaders de kuijper die de vaten geboord heeft, ver„ klaaren, dat Pronk daarbij niet tegennwoordig geweest, maar de boter door den Luitenant van Gooa alleen geproefden ontvangen is. Wij hebben dus ook nopens deeze boter geen besluit kunnen neemen maar laaten de disposietie daarop aan uweled: Gestr: en E:s over Onder aanbieding van het duplikaat onzer laasten van den 8. Augustus JLeeden; hebben wij de eer met veel achting te zijn /onderstond/ en geteekend / als vooren /:in margine:/ koetsiem den 10=e September 1791: zegd Tot te

NL-HaNA_1.04.02_3922_0349 view scan ↗

English

908 To the same as before. For the transport of these troops, we have now found an opportunity with the arrival here of the English ship Surat Castle, which we have freighted for twelve thousand rupees to convey them to Gale, as the captain was not disposed to call at Kolombo according to the agreement made, which is enclosed herewith. We were forced to agree to this, because the men began to desert heavily, which increased from time to time to such an extent that we had to forbid them the gates by placing two European non-commissioned officers at each gate, whereby most of them became so displeased that we had reason to fear they would break out into mutiny. To relieve the freight, we have also shipped on this vessel 4529 cans of coconut oil in forty-one whole and fourteen half aams, which were also purchased by order of the well-mentioned Noble Lord Governor of Ceilon. Thirty-four persons of this battalion remain behind, of whom some are recruiting and others are sick, who, along with those we may recruit further, will be sent by another opportunity. We have had the honor duly to receive Your Noble and Honorable Stern and Esteemed letters of 13 September last and the 2nd of this month. We shall send the requested cartridge paper by the next opportunity by sea, or else by the overland route, and let. The captain of this ship desired that it should be stipulated in the contract that the men and the goods loaded in the ship should be disembarked at Gale within two days, and that for any further days he should have to remain lying there on that account, compensation should be provided to him above the freight, which we have utterly refused; but on the other hand we promised to request of Your Noble and Honorable Sternness and Honors, as we do hereby, that he be helped with the utmost dispatch so as to be able to continue his voyage to Bengale. To the captain and commander of this battalion, Mittmann, we have advanced from the Company's treasury four thousand five hundred rupees for the manufacture of uniforms, which he must deduct monthly from the men and account for there to the Company again, of which the account is enclosed herewith. We have the honor to remain with high esteem, was signed, as before, in the margin, Koetsiem, 16 September 1791. 909 No. 21. To the same as before. To the same as before. These present serve to accompany four chests of letters and two chests of trade papers and two of pay papers, together with a packet of private letters for Europe, with the friendly request to distribute and dispatch the same on the ships sailing home from Ceilon, and to place the chests designated for the Chamber of Middelburg on the first ship. To preserve them from the rain, the chests have been sewn in cloth and pitched, which we request you to have removed at Kolombo. The board money and the emoluments of Captain Ferdinand Kasper Heupner and Sub-Lieutenant Jan Kasper Heupmer are, at their request, advanced here monthly to the wife of the former, of which we hereby give notice. Furthermore, we enclose herewith a small packet of pay papers and three invoices totaling 3606 florins 9 stuivers 8 penningen, 1880 florins, and 16057 florins 9 stuivers 8 penningen, all dated the last of August past. We have the honor to remain with high esteem, was signed, as before, in the margin, Koetsiem, 15 October 1791. Pursuant to the request of Your Noble and Honorable Sternness and Honors, we are now sending by the overland route to Tutukorijn, for lack of coolies, only one hundred and thirty reams of cartridge paper, in thirteen packages sewn in gunny and pitched, as there is no opportunity to deliver the same by sea to Cape Komorijn. Pursuant to what was communicated in our letter of the 7th of this month, which we sent via Paleamcotta to Tutucorijn and of which the duplicate is enclosed herewith, we are letting the ship Christofhorus Columbus depart thither. It could not be dispatched earlier, because the heavy rains and squalls, which are unusual at this time, and the strong discharge of the river caused thereby, presented many obstacles both to the removal of the sick and to the delivery of provisions and water on board. Upon the statement of Captain Louridsz and his surgeon-major. We have the honor to remain with high esteem, was signed, as before, in the margin, Koetsiem, 23 October 1791.

Dutch transcription

908 Aan als vooren. Tot transport van deeze troepen, hebben wij nu gelee „genheid gevonden met de aankomst alhier van het Engelsch schip Surat Castle, het welk wij voor twaal duijzend ropijen bevragt hebben om dezelven naa Gale overtebrengen, alzoo de kapitain niet te dief „neeren is geweest kolombo aante doen volgens het hiernevens leggend gemaakt akkoord wij zijn ge= =noodzaakt geweest hier toe te treeden, vermits het volk sterk begon te desenteeren, die van tijd tot tijd zoo sterk toenam dat wij aan hetzelve de poorten hebben moeten verbieden, door het stellen van twee Europeesche onderofficiers aan elke poort, waar door de meesten zoo misnoegd geworden zijn, dat wij reeden hebben gehad te vreezen dat ze tot muiter overgeslaagen zullen hebben. Jol: verlichting van de vragt hebben wij in dit schip ook afgescheept 4529. kannen kokus olie in een en veertig heele en veertien halve aamen die meede op onder van welm: Edelen heer Gouverneur voor Ceilon inge„ kocht zijn. vier en dertig perzoonen, van dit battal son blijven achter, waar van eenigen opwerving en andere ziek zijn, die met de geenen die wij verder rekruteeren mogten met een andere geleegenheid zullen gezonden worden. De kapitain van dit schip, heeft begeerd, dat bij wij hebben de eer gehad uwelEdele Gestrenge en E:s geagte brieven van den 13. 7ber: J=oLeeden en 2:e dezer wel ontvangen Het gevraagde pattroon papier zullen wij per naasten over zee, dan wel over den landweg zenden, en laeten het kontract zoude gesteld worden, dat het volk en de in het schip telaatene goederen in twee daagen te gale ontscheept zoude worden en dat voor de voorige dagen die hij daarom zoude moeten blijven liggen, boven de vragt aan hem vergoeding zoude worden bezorgd, het geen wij volstrekt hebben geweigerd, doch daar en teegen beloofd aan uwelEdele gestr: en E:s te zullen verzoeken; gelijk wij daar bij deezen, dat hij ten aller spoedigsten geholpen worde om zijne reize naar Bengale te kunnen voortzetten. Aan den kapitain en kommandant van dit battal„ =Jon Mittmann, hebben wij tot het maaken van monteerings uit sComp:s kas verstrekt, vier duijzend vijfhonderd voeijen die hij van het volk maandelijk inhouden en aldaar weder aan DE kompenie ver„ „antwoorden moet, waar van de aanreekening hiernevens gaat. wij hebben de eer met veel achting te blijven/ onderstond /en geteekend:/ als vooren / in margine/ koetsiem den 16. september 1791. het deezen 909 No. 21. Aan als vooren. Aan als vooren. deezen thans dienen ten geleide van vier brieve kasse en twee kassen met Negootsie en twee met soldij pa =pieren, mitsgaders een pakket met partikuliere brieven voor Europa, met vriendelijk verzoek, de= zelven op de van Ceilon te huis vaarende scheepen verdeeld tewillen afzenden, en de kassen voor de kamer Middelburg beschreeven op het eerste schip te plaatsen De kassen zijn om ze voor de reegen te bewaaren benaaid en bepikt, het welk wij verzoeken te kolombo te laaten afneemen. Het kostgeld en de emolumenten van den kapi„ tein ferdinand kasper Heupner en den sous- Luitenant Jan Kasper Heupmer worden op hun verzoek alhier maandelijks aan de Huisvrouw van den eersten verstrekt, waar van wij bij deezen kennis geeven. voorts voegen wij hier bij een pakketje met soldij papieren en drie faktuuren groot ƒ3606: 9. 8. ƒ1880 -- en ƒ16057. 9: 8: alle gedateerd ultimo augustus J=o Leeden. wij hebben de eer met veel achting te blijven /:onderstond: /en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ koetsiem den 15. ' oktober 1791. —. Ingevolge uwer weledele Gestrenge en E: verzoek zenden wij thans over den landweg naar Tutukorijn mits gebrek aan koelies maar Ingevolge het bedeelde bij onzen brief van den 7. deezer die wij over Paleamcotta naar Tutucorijn gezonden hebben en waar van het duplicaat hier nevens gaat, laaten wij het schip Christofhorus columbus naar derwaards vertrekken. Het zelve heeft niet eerder kunnen afgedepecheerd worden, door dien de in deeze tijd ongewoone zwaare reegens en windbuien en daar door veroor„ zaakte sterkke afwaatering van de rivier veel beletzelen toegebragt hebben, zoo wel aan het afhaalen der zieken van als aan het bezorgen der provisien en water aan boord Op de verklaaring van kapitein Louridsz en zijnen een hondert en dertig riemen pattroon papier, in der tien pakken met goenie benaaid en be„ pikt, alzoo 'er geen geleegenheid is om dezelve over zee naar kaapkomorijn te besorgen. wij hebben de eer met veel achting teblijven/onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /in margine /. koetsiem den 23. october 1791. - een oppermeester

NL-HaNA_1.04.02_3922_0351 view scan ↗

English

910 No 21. chief surgeon that the greatest part of the ship's crew has scurvy, we have, at the request of the former, in addition to one month ordinary rations and daily refreshments, also provided for the voyage eighteen head of cattle and a good quantity of all kinds of vegetables and fruits. The sick who could not possibly make the voyage, we have admitted into our Hospital, of whom a list of names is enclosed herewith, and for assistance also retained the ship's assistant surgeon Fred:k Hend:k Bernd: Cordesius of Soest, whom we will send over with the next opportunity together with those who recover. We also send by this ship 91. whole aamen of coconut oil, 832:–. reams of cartridge paper, making together with the 160. - reams sent overland to Tutukorijn a total of 992. Since the sepoy recruits additionally enlisted for Ceilon have been brought to a number of 114. and desertion is feared, we therefore send them thither with this ship, consisting of 1. Lieutenant 2. Ensigns 1. Sergeant 3. Corporals 1. Drummer 106. Privates according to the enclosed brief strength list. The above-mentioned three officers belonging to the Battalion already sent thither, of whom two at that time had been out recruiting and one ensign named Cheg Daut Gale, having been outside the city at the departure of the same, was left behind; but immediately reported himself and from that time until now has enjoyed no pay or rations. For the outfitting of these recruits we have provided 666: rupees to our Adjutant Trikolaas Roje from the Company's treasury, which are now charged on invoice, of which however only 70. rupees have been withheld from them, thus the remaining 596. rupees ought to be collected there, and we attach hereto a list of the outfitting with notification of how much was withheld from each man. To as before. To as before. The private letter boxes and packets brought by the frequently mentioned ship Christophorus Columbus we have opened and extracted therefrom the letters that belong to this place, which has been duly noted in the registers. We add hereto also the following enclosures. A packet for Soeratta received for your Right Honourable. A bill of lading for coconut oil and cartridge paper. An invoice amounting to ƒ 799:4. -. A threefold expense account of the bearer of this. For the rest, after friendly greetings, we remain underneath was written and signed as before in the margin Koetsiem the 13. November 1791. The great shortage of Europeans in our Artillery and the circumstances in which we currently find ourselves with the king of Koetsiem have forced us to take twenty-five soldiers from the ship Christophorus Columbus to serve with it for some time, as well as a cooper and a sailmaker, all with names mentioned in the enclosed list. We will send these men back to Ceilon with the ship or other vessel that comes here to collect pepper. We have the honour to remain with much esteem, underneath was written and signed as before, in the margin Koltsiem the 13. November 1791—. We have had the honour duly to receive your Right Honourable's esteemed letters of the 5. 19. 23. and 27. November of last year, both via Tutucorijn and with the packet boat De Staat, the smalschip De Verwachting, the bark De Kreeft and the ship Doggersbank, with which last the first-signed Governor also arrived here in good health. We thank you kindly for the troops sent to us to remain detached here during the good monsoon in accordance with the plan of Their High Mightinesses' Commissioners. The requested teak planks and beams will be delivered upon the return departure of the aforementioned vessels; we will also wait to fulfill the demand of 50'000 lb: of saltpetre and to purchase more saltpetre from passing English ships for the return ships. Of the sick left behind here from the Dutch ship Christophorus Columbus, the following have died: Florus Ides Heensma, from Haarlingen, house carpenter, on the 12. November. Bernhard Zeegelaar, from Welsenheim, soldier, the 14. November. Johan Nicolaas Rottermond, from Hamburg, soldier, the 24. November. Jan Voerbag, from Vlaagen, soldier, the 29. November. Karel Hendrik Leverens, from Straalzond, soldier, the 1. of this month. Diederich Lauterbag, from Rotenburg, soldier, the 7. of this month. Herman Schreuder, from Dinkelshagen, soldier, the 16. of this month. David Louis Sandau, from Nieuschaadel, soldier of the regiment Meuron, the 16. November. Andries Volkers, from Wachim, soldier of the regiment Meuron, the 22. November. Also a soldier from the Swiss company of Captain Gratman named Johan Anthon Pedrik from Schuijt died on the 17. of this month. We request that you be pleased to send hither the pay accounts of the soldier David Schalle from Wanan and of the sailor Pieter van der Vorst from Rotterdam, who both came out with the ship Christophorus Columbus. We have the honour to remain with much esteem, underneath as before was signed J: G: van Angelbeek, J: L: van Spall, G: G: Gebhart, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: v: Waasten, Arnold:s Lunel and J: A: Everdijck in the margin: Koetsiem the 18. December 1791—. Agrees. Hijbrands Egreerk Examined. Jacob Joda Rier Sadber Copy of Letters Dispatched to Mallabaar In the Year 1791 N:o. 21.

Dutch transcription

910 No 21. oppermeester dat het groontst gedeelte van het scheeps volk scurbutie is, hebben wij op verzoek van den eersten behalven een maand ordinair rantsoen en de dagelijx verversing, noch voorde reize meede gegeeven agttien koebeesten en een goed gedeelte alderhande groente en vruchten. De zieken die de reize onmogelijk konden weede doen, hebben wij in ons Hospitaal genoomen, waar van een naamlijst hiernevens gaat en tot assistentsie ook aangehouden den scheeps onder„ =meester fred:k Hend:k Bernd: Cordesius van Soest die wij met de eerstvolgende geleegenheid nevens de geenen die hersteld worden overzenden zullen wij zenden ook dit schip 91. heele aamen kokus olie, 832:–. riemen pattroon papier, uitmaakende met de over den landweg naar Tutukorijn gezondene 160. - riemen tezaamen 992. Vermits de voor Ceilon nader aangeworvene si„ paische rekruten tot een getal van 114. ge= =bragt zijn en voor dezertsie vreezen. zoo zenden wij dezelven met dit schip der„ =waarts, bestaande in 1. Luitenant 2. vaandrigs 1. serjeant 3. korporaals. 1. tamboer 106. gemeenen volgens nevens gaande korte sterkte. De bovengem: drie officieren gehoorende tot het reets naar derwaards gezonden Bataillon, waar van twee te dier tijd op werving uitgeweest zijn ende eene vaandrig gen=t Cheg Daut Gale bij het ver„ trek van het zelve als buiten de stad geweest zijnde achter uit gebleeven is; doch zich daadlyk gemeld en van dien tijd tot nu geen gasie of rantsoen genooten heeft. Tot het monteeren van deeze rekruten hebben wij 666: ropijen aan onzen Adjudant Triko= =laas Roje uit skompanies kas verstrekt die thans bij faktuur aangereekend worden waar van echter van hen maar ingehou„ den zijn 70. ropijen dus de overige 596. ropp:s al= daar dienen ingevorderd teworden, en wij voegen hier bij een Lijst van de monteering met be„ =waarts =kentstelling 9„ N:o Aan als vooren. Aan als vooren kendstelling hoe veel van ieder man ingehoudis De met meermelde schip Christophorus Columbu aangebragte particuliere brieve kassen en paketten hebben wij geopend en daar uit geligt de brieeven die tot deeze plaats gehooren, het welk behoor lijk bij de registers genoteerd is Wij voegen hier bij noch de volgende bijlaegen. Een paket voor soeratta voor. uwel Edele gestr en E: ontvangen. Een kognossement van kokus oli en pattroon papier Een faktuur groot ƒ 799:4. -. Een een drie voudig onkost reekening van brenger deezer wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /onderstond/ en geteekend / als vooren /in margine/ koetsiem den 13. November 1791. Het Groot gebrek aan Europeeschen bij onze Ar„ =thillerie ende omstandigheeden waarin wij thans met den koning van koetsiem zijn, hebben ons genoodzaakt vijfen twintig soldaaten van het Wij hebben de eer gehad uwer welEdens Gestr: geachte mssen breeven van den 5. 19. 23. en 27. November J„o Leeden zoo wel over Tutucorijn als met de paket boot de staa„ het smalschip De verwachting, de bank de kreeft en het schip Doggersbank, wel te ontfangen, met welk laatste ook de eerst geteekende Gouverneur in gezond- =heid alhier gearriveerd is. Wij bedanken vriendelijk voor de aan ons gezondene troepes om over eenkomstig het plan van Hunne Hoogmogenden kommissarissen geduurende de Goede mousson alhier gedetacheerd te blijven De geischte tekke planken en balken zullen bij terug vertrek van voormelde vaartuigen bezorgd worden, ook zullen wij wagten den eisch van 50'000 lb: schip Christophorus Columbus te ligten om voor eenigen tijd daar bij dienst te doen, mitsgaders ook een kuiper en een Zeilmaaker alle met naamen vermeld bij de nevensgaande Lijste. wij zullen deeze manschappen met het schip of andere vaartuig dat hier komt om peper aftehaalen, weder naar ceilon terug zenden. wij hebben de een met veel achting te blijven /onderstond /en geteekend/ als vooren /inmargine/ koltsiem den 13. November 1791—. schip salpeter . 912 N:o salpeter te voldoen en van de passeerende Engel„ sche scheppen meer salpeter voor de retoer scheppen in te koopen van de alhier verbleevene zieken van het baansch si christophorus Columbus zijnde volgenden overleeden. Florus Jdus Heensma, van Haarlingen Huistimmer =man op den 12. November. Bernhard Zeegelaar, van Welsenheim soldaet den 14. November. Johan Nicolaas Rottermond van Hamburg soldaet den 24. November Ian voerbag van vlaagen soldaet den 29. Novembr karel Hendrik Leverens van straalzond soldaet den 1. deezer Diederich Lauterbag van Rotenburg soldoet den 7. deezer Herman schreuder van Dinkelshagen soldaet den 16. deezer. David Louis Sandau van Nieuschaadel soldaet van het regiment Meuron den 16. November Andries volkers van wachim soldaet van het regiment Meuron den 22. November. ook is een soldaat van de komp:e Zwitzers van kappitain Gratman met naame Johan Anthon Pedrik van schuijt den 17. deezer overleeden. Wij verzoeken te willen herwaards zenden de soldij reekeningen van den soldaet David schalle van wanan en vanden Mattroos Pieter van der vorst van Rotterdam die beide met het schip christophorus Columbus uitgekoomen zijn. Wij hebben de eer met veel achting te blijven /onderstond / als vooren /was geteekend/ J: G: van Angelbeek, J: L: van spall, G: G: Gebhart, J: W: H: van Rossum, J: A Cellarius, W: v: Waasten; Arnold:s Lunel en J: A: Everdijck /in margine:/ koetsiem den 18. December 1791—. Akkordeert Hijbrands Egreerk 2 Nagezien Jacob Joda Rier Sadber Kopia afgegaane Brieven naar Mallabaar In het Jaar 1791 N„o. 21. -

NL-HaNA_1.04.02_3922_0356 view scan ↗

English

913 Malabar To the Noble Sir Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director over the Company's Establishments on the said coast, together with the Council At Cochin Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends With the arrival of the ship the Gouverneur Generaal Mossel, we received Your Honors' esteemed missive of 18 December last, and we thank Your Honors kindly for the troops returned and the goods delivered therewith. To the Lieutenant Extraordinaire van Krause, with his wife and children, and to the soldiers Holshuisen, van Oosten, and Althuijsen, we shall grant passage to the Netherlands; we shall also send the condemned Johan Emanuel Roenau to the Cape. 914 To the same as before For the soldier Johan Kasper Ulrich we have increased his pay to ƒ13 per month, of which the certificate is enclosed herewith, and we request Your Honors to be pleased to furnish him the customary gratuity of eight rupees. The Regiment de Meuron pays here for the coffins that are furnished to it, at the rate of 2 rixdollars 24 stivers per piece. The sent astrolabe and ruling pens we shall have repaired, and return them when occasion offers; we shall also send the received packets for the Netherlands and the Cape of Good Hope with our return ships thither. On the occasion that the regular envoy of the sultan of the Maldive Islands was here recently, he said that it would be very convenient for the Maldive traders if they were permitted to deliver their cowries to the Company at Cochin for the account of Ceylon, which we have permitted him, provided that payment shall take place at Colombo. If therefore the Maldive traders bring cowries there for sale, we request Your Honors to be pleased to accept the same for Ceylon as ballast for the return ships. Here they are purchased at 90 Indian stivers per kotje of 25 lb. clean, or 27 1/2 lb. unclean, and at Galle the purchase takes place at 90 Indian stivers per 25 lb. clean or 28 3/8 lb. unclean. For whatever they shall come to deliver, we request you to have a receipt given to them there, stating how much money must be paid to the holder of the receipts here at Colombo. For the rest, after friendly greetings, we remain, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honors' obedient friends and servants, W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, P. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, 11 January Anno 1791. Lower: P.S. We also present to Your Honors herewith the duplicate of our last of 23 November 1790. We present to Your Honors herewith a requisition for lamp oil and candles, which we request may be fulfilled very kindly and as promptly as can possibly be done. With this we request you to be pleased to add as much Batavia arrack as Your Honors shall 915 find you can spare, even if it were 50 leggers. Rice we do not ask for, because we certainly think that Your Honors will not be able to furnish it to us. Should it nevertheless be possible for Your Honors, it would do us a great service if Your Honors could also provide us with a parcel thereof, as large as it can possibly be. Should Your Honors also have any more butter than is needed there for the household, we likewise request you to be pleased to send us as much thereof as can be spared by Your Honors. Regarding the claim of the Tellicherry merchant Shoakaria Moesa, mentioned in Your Honors' missive of 29 September past, the Jaffna officials have sent us a report from the Captain Landregent of the Vanni, Nagel, which, with the documents mentioned therein, is passed on herewith for Your Honors' consideration. From this it appears that the cannons and anchors in question were also included among the goods that were sold by the factors of the vessel stranded at Mullaitivu to the said Captain Nagel, and we therefore referred these factors with their claim to the Court of Justice at Jaffnapatnam, but they declared that they could not enter into any legal proceedings without instructions from their principal. As Captain Paardekooper, when he passed by here, wrote to the first undersigned Governor that he was in need of officers, we now send with the packet boat the Zeeuw, which is the bearer of this, the Second Lieutenant Salomon Willem de Graaff, so that Your Honors may dispose of him to fill the vacant officer's post on the said vessel or on another ship if Captain Paardekooper should already be provided for; his pay account he takes with him himself. We also present to Your Honors herewith two Bengal letter packets, of which one is marked P. B., besides the following papers, namely: 1 duplicate of our letter of 11 January last. Three printed pay vouchers for the Eastern soldiers Samuel, Midien Bugis, and Koepe Colombo. Two pay notes of 26 November past, with the pay account mentioned therein.

Dutch transcription

913 Mallabaar Aan den Edelen Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad ordinair van Nederlandsche India Gouverneur en direkteur over 'skomp: Etablissementen ter gem: kuste Nevens den raad Te Koetsiem Edelen Erntfesten Man„ „haften wijsen voor sieni„ „gen zeer Diskreeten Heer en vrienden le Met de komst van 't schip de Gouverneur Generaal Mossel, hebben we ontfangen uwerwel Edelens g'achte missive van den 18. December J:Z:, en we bedanken uwel Edelens vriendelijk voor de daar meede terug gezondene troupen en bezorg„ de goederen. Aan den Extra ordinaire luijtenant van Krause, met zijne vrouw en kinderen, en aan de soldaaten Holshuisen, van oosten en Althuijsen, zullen we trans„ port na Nederland verleenen ook zullen we den gecondemneerden Johan Emanuel Roenau na de Kaal ver„ zesden. Des pet 914 Aan als vooren Denr soldaat Johan Kasper Ulrich hebben we ingagie verbeeterd tot ƒ13. smand waar van de akte hiernevens gaat, en we verzoeken uwel Edelens aan hem te willen laaten verstrekken het gewoon douceur van Agt ropijen Het regiment van Meuron betaald hier voor de dood kisten, die daar aan worden verstrekt, teegens rd:s 2. 24. - het stuk De gezondene astrolabium en trekpen„ nen zullen we laaten repareeren, en bij geleegendheid terug bezorgen, ook zullen we de ontvangene paketten voor Nederland en de Kaab de Goede Hoop, met onze retour scheepen na derwaards verzenden Ter gelegentheid dat onlangs is hier geweest de gewoone gezant van de sultoen van de maldicoze Eilanden, heeft hijt gezegt dat hetr voor de Maldieces vandens zeer konvenent zoude weezen, indien hun worde toegestaan hunne kouseiig voor rekening van Ceilon te koetsiem aan de komp: te leveren het geen wa hem hebben toegestaan mits de betaling zal ge„ schieden op Kolombo. Jndien dus de Maldivosch vaarders aldaar Cauris te koop brengen, verzoeken wij uwel Edelens de zelve voor Ceilon tewillen aanneemen tot ballast voor de retour„ 11 scheepen. Hier word dezelve ingekogt teegens 90. indische stv:s 't kotje van 25. lb zuivere, of 27.2 lb: onzuivere, en te gale geschied de inkoop tegens 90. pn„ discre stc: de 25. lb: Zuivere of 28. 3/8. lb: onzuivere. voor 't geen ze zullen ko„ men te leveren verzoeken we hun aldaar kwistantsie te laten geeven niet bekent stelling hoeveel geld aan de houder der kwitantsien hier te kolombo moet wor„ leg den betaald. Wij blijven: voor het overige na vriendelij„ ke groete /onderstond/ Edelen Erntfes„ ten Manhaften wijzen voorzienigen zeer diskreeten Hier en vrienden uw Ed. D: w: vriend en dienaaren /was geteekend/ w: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, P: Reintous, B: L: van Zitter, A: Sam„ lant, en J: A: vollenhove /inmargine/ Kolmbo den 11. ' Januarij. Anno 1791: /Laager/ P: S:/: wij bieden uwel Ed: hier„ nevens nog aan het duplicaat onser laatsten van den 23. 9ber: 1790. — Wij bieden uwel Edelens hiernevens aan een eisch van Lampolie en kaarsen, die we verzoeken dat Ja na moogelijk zeer vriendelijk en zoo spoedig als het geschieden kan, mag worden voldaan Hier bij verzoeken wa te willen voegen zoo veel Bataviasche Arrak; als uwelEd:e aanneemen zullen gel 915 zullen bevinden bevinden te kunnen mis„ „sen, als was het ook 50. leggers. Rijst vraagen we niet om dat we wel den„ ken dat uwel Ed: ze ons niet zullen kunnen bezorgen. Mogte het uwel Ed: nogtans mogelijk zijn, zoo zoude ons groote dienst geschieden, indien uwel Ed: ons ook met een partij daarvan konden voorzien, zoo groot als ze eenigzints vallen kan Mogte uwel Ed: ook eenige meerder boter hebben, dan daar voor de huijshouding noodig is, verzoeken we insgelijks om ons daar van zoo„ veel te willen toezenden, als bij uwelEd: kan worden gemist. Noopens de voorgaave van den Jellitseerisschen Koopman schoakaria Moesa, vermeld Missive bij uwer wel Edelens „ van den 29 Sep„ „tember pass=o, hebben de Jaffanasche bedienden ons toegezonden een berigt van den Capitaien Landregent van de wamnrie Nagel, het welk met de daarbij vermelde bewijsen hierneevens tot uwerwel Ed:s speculatie overgaat. Daarbij blijkt dat questieuse kannons en amphi„ „ben meede begrepen zijn onder de goederen, die door de fastoors van het te Moelletivoe gestrand vaar„ tuijg aan gem: Kapitain Nagel ver„ kogt zijn, en wij hebben daarom dee„ „se factoors met hunne pretentie ge„ renvoijeerd aan den raad van Justitie te Jaffanap=m, dog zij hebben verklaard in geene procedures te kunnen treeden zonder last van hun principael. 1a Wijl Capitain Paardekooper, toen hij hier passeerde, aan den eerst ondergeteeken„ den gouverneur heeft geschreeven, dat hij gebrek had aan officieren, zenden ƒ we tans met de Paket boot de Zee„ nieeuw, die de brenger deeses is, den sous luijtenant Salomon willem le de Graaff op dat uwel Edelens te ver„l vulling van de mankerende oficier plaats op gem: boodem of „ anderschip 2 zoo kapitein paardekoper reeds mogte voorzien zijn, over hen kunnen disponeeren zijn zoldij reekening neemt hij zelfs meede Nog bieden wij uwel Edelens hierneevens„ aan twee Bengaalsche brief pakket„ ten, waar van een gemerkt P: B:, nevens de volgende papieren, na„ melijk: 'I duplicaat van onzen brief van den 11. ' Januarij Jo: Drie gedruukte soldij bewijsen voor de oostersche zoldaaten Samuel Midien„ Boegies en Koepe kolombo. Twee zoldij Notitien, van den 26. ' 9ber: pass=o, met de daarbij vermelde zoldij. „renvoijeerd rekening

NL-HaNA_1.04.02_3922_0359 view scan ↗

English

916. To the same as before account and A requisition for 500 lb. of sandalwood, the fulfillment of which we kindly request of Your Honors. For the rest, after friendly regards, we remain, /below/ as before, /was signed/ W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van Angelbeek, I. Reinlous, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhoven. /in the margin/ Colombo, 10 February Anno 1791. /lower/ P.S. Also enclosed herewith is the bill of lading for what was loaded in the packet boat Zeemeeuw: One Galle expense account. Three Galle identical expense accounts, with annexes. Two Tuticorin expense accounts. Three Trincomalee identical expense accounts. Three Colombo expense accounts. The narrow ship De Verwagting arrived here on the 12th of this month, and we had the honor of receiving therewith Your Honors' esteemed missive of the 4th preceding. The provisions and goods received from Batavia for Your Honors were sent thither with the packet boat De Zeemeeuw, which departed from here on the 11th of this month, wherefore we are letting the aforementioned narrow ship return thither. We kindly thank Your Honors for the sent Batavian letter packet and the Sumenapers brought for this Government with the ship Leijden. Herewith we offer Your Honors a pay note of the 14th of this month, with the required pay account of the matross Hendrik van Os, to which we also add the duplicate of our letter of the 10th of this month and the duplicates of the two requisitions sent therewith. For the rest, after friendly greetings, we remain, /below/ as before, /was signed/ W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. /in the margin/ Colombo, 17 February Anno 1791. /lower/ P.S. Also enclosed herewith is the roll of the crew assigned to this vessel. To the same as before We address this solely to accompany the following papers, namely: A pay note of the 24th of this month, with 917. To the same as before the pay accounts mentioned therein. An invoice amounting to 13,280 guilders, 14 stuivers, and 8 penningen, annex a Batavian list of 4 cases of medicines. A letter from the Galle servants addressed to Your Honors, and Duplicate of our letter of the 17th of this month. For the rest, after friendly greetings, we remain, /below/ as before, /was signed/ W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. /in the margin/ Colombo, 25 February Anno 1791. With the arrival of the packet boat De Zeemeeuw and the narrow ship De Verwagting, we had the honor to receive Your Honors' esteemed missives of 21 February and the 1st of this month. The military personnel returned therewith have arrived here safely, and we kindly thank Your Honors both for the prompt dispatch of these men and for the promised delivery of the provisions requested by us. According to the Batavian bill of lading invoice, the small case No. 16, weighing gross 11 lb., which was brought here from Batavia by the ship De Gouverneur Generaal Maatzuijker and sent thither with the packet boat De Zeemeeuw, was to contain no more than: 20 Trappen der Jeugd, 12 typesetting arts, 8 ABC books, 6 ABC slates. And the Colombo bill of lading was drawn up accordingly, as the small case was not opened here because it was delivered in good condition. We thank Your Honors for the sandalwood and Batavian letter packet sent to us, and we herewith offer Your Honors the duplicates of our general and separate letters of 25 February and the 10th of this month, and two letters received from Bengal for Your Honors and the Ministers at Surakarta, which latter letters Your Honors will please forward when opportunity offers. Furthermore, we let this serve to accompany the narrow ship De Verwagting, which returns thither today. For the rest, after friendly greetings, we remain, /below/ as before, /was signed/ W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van

Dutch transcription

916. Aan als vooren reekening en Een eijsch van 500. lb: sandelhout wel„ ker voldoening wij uwel Edelens vrie„ delijk verzoeken Wij blijven voor het overige na vrien„ „delijke verzoeken /onderstond/ als vooren /was geteekend/ W: J: van de Graaff M: P: Raket, C: van Angelbeek, I: Reinlous, BB. L: van Zitter; A: Sam„ lant, J: A: vollenhoven /in margine/ Kolombo den 10. ' Februarij A. o 1791 /laager/ P: S:/ Nog gaan hier nevens 't Cognoissement van 't gelaadene in de paket Een gaalse onkostreekeninge zeeneeuw Drie gaalsche eensluijdende onkost reeke„ „ningen, Cum annex is. Twee Jutukowijnsche onkostreekeningen drie Tunkonomaalsche eensluijdende on„ drie Kolombosche - - - - Kostreekeningen smalschip de verwagting is den 12. ' dee„ „zer alhier gearriveerd, en we hebben de eere gehad daarmeede te ontvangen uwerwel Edelens g'achte Missive van den 4. bevoorens. De van Batavia voor uwel Edelens ont„ vangene proviesien en goederen zijn met de paket boot de Zenreeu, die den 11. ' deezer van hier vertrokken is, na derwaards gezonden, weshalven Aan als vooren Wij rigten deezen eenelijk ten gelijde van de volgende papieren, namelijk. Een soldij notitie van den 24. dezer, met wij 't voorsz: smalschip na derwaards. laaten terug vertrekken. We bedanken uwel Edelens vriendelijk voor de gezondene Bataviasche brief, jar„ en de met het schip Leijden voor dit Gouvernement aangebragte Sumanap„ „pers. 2n Hiernevens bieden we uwel Edelens aan eene soldij Notitie van den 14. dezer, met de gerequireerde soldij reekening van den handlan„le„ ger Hendrik van os waar bij wa het nog voegen 't duplicaat van onzen brief van den 10. deezer en de du„ plicaaten van de twee daarnevens gezondene Eijsschen. ren wij blijven voor het overige na vriende„ lijke groete /onderstond / als vooren/ /was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M P. Raket, D: C: von Drieberg, J: Rein„ tous, B: L: van Zitter, A: Samlant, en J: A: vollenhove /inmargine/ Kolombo den 17. februarij A:o 1791. / Lager/ P: S:/ Nog gaat hiernevens de naamlijst van de op dit vaartuig beschijdene man„ „schappen. wij de 917 Aan als vooren de daar bij vermelde soldij reekeningen Een factuur groot ƒ13280:14. 8. , annex een Bataviasche lijste van 4. kassen met medicamenten Een brief van de Gaalsche bedienden aan uwel Edelens geaddresseerd en duplicaat van onzen brief van den 17. dezer Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onderstond/ als vooren / was„ geteekend/ W: J: van de Graaff, M: S: Rakat, D: C: von Duberij, J: Reirtous B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove /in margine /in margine/ Kolombo den 25. februarij A:o 1791. — Met de arrive van de paket boot de zee„ „meu en 't smalschip de verwagting, hebben we de eere gehadt te ontvangen uwerwel Edelens g'agte Missives van den 21. februarij en 1. deezer De daarmeede terug gezondenen Mili„ „tairen zijn hier behouden aangekoomen, en wij bedanken uwel Edelens vrien„ delijk zoo wel voor de spoedige zen„ ding van dit volk, als voor de be„ loofde bezorging van de door ons ge„ vraagde provisien volgens Bataviasch Cognossement fak„ tuur, moest 't kasje N:o 16. weegende buito 11. lb:, 't welk per 't schip de Gouver„ neur Generaal Maatzuijker van Batavia alhier aengebragt, en met de paket boot de Zeemen na derwaards jar gezonden is, niet meer inhouden dan 20. Trappen der Juigt 12. zetterkonsten 8. A: B: C: Boeken 6. A: B: C: bortjes. en zodanig is ook 't Kolombosch Cognossement ingerigt, wijl het kasje alhier niet geopend is, om dat „lex: het wel geconditioneerd is uitgeleeverd. ret Wij bedanken uwel Edelens voor 't ons toege„ „zonden sandelhout en Bataviasche „81 brief pakel, en bieden uwel Edens hiernevens aan de duplikaaten van onze gemeene en aparte brieven van Een den 25. februarij en 10. ' deezer, en twee„ van Bengale ontvangene brieven, voor„ — uwel Edelens en de Ministers te sou„ „catta, welke laatste uwel Edelens bij geleegendheid verder gelieven voort„ teschikken. Voorts laaten we deezen dienen ten ge„ leijde van 't smalschip de verwach„ turg, 't welk heden na derwaards te„ rug vertrekt. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onderstond / als vooren / was getee„ „kend/ w: J: van de Graaff, M: P: Raket, bruto C: van —

NL-HaNA_1.04.02_3922_0361 view scan ↗

English

918 To the same as before To the same as before To the same as before C: van Angelbeek, B: L: van Zitter and A: Samlant, in the margin: Colombo the 16th of March 1791. Lower P: S: Furthermore, we offer Your Honours herewith a pay note of the 15th of this month concerning the seafaring persons stationed on the aforementioned small craft and a pay note of today, along with the account mentioned therein of the sailor Harmanis van Mander. The bearer of this, the lawyer Johannes Henricus Schröter, we have permitted at his request, for the execution of his private affairs, to go thither on a short trip, provided that he returns while this navigation season still lasts, and this letter is directed solely to give Your Honours notice thereof. For the rest, after friendly greetings, we remain below as before was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, C: van Angelbeek and B: L: van Zitter in the margin Colombo the 18th of March 1791. We direct this solely to accompany the enclosed letter for the ministers at Souratta, whom we kindly request Your Honours to forward thither when an opportunity arises. Furthermore, herewith goes a letter from the deacons at Gale for the deacons on the Coast, and the duplicate of our separate secret letter of the 31st of March. For the rest, after greetings, we remain below as before was signed W: J: van de Graaff, M: P: Raket, Js Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant and J: A: Vollenhove in the margin Colombo the 7th of April Ao 1791. We offer Your Honours herewith a letter for the Lord Director at Souratta, to which we request you will be pleased to grant further transport at the first opportunity. Furthermore, we add hereto the duplicate of our recent letter of the 7th of this month. For the rest, after friendly greetings, we remain below as before was signed W: J: van de Graaff, D: C: van Drieberg, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant in the margin Colombo the 15th of April Ao 1791. With the ships Demerarie and Leijden To the Political Council 919 To the same as before we have received Your Honours' agreeable letters of the 19th and 23rd of April last, and we thank Your Honours both for sending back our remaining troops, and for the goods and cash sent to us therewith. We have the pleasure to communicate to Your Honours that the Lord Ordinary Councillor and Malabar Governor van Angelbeek has arrived here in complete good health. The packet sent to us for Batavia we shall dispatch with the ship Demerarie, and we thank Your Honours for the transmission both of the Souratta packets and of the copies of Your Honours' dispatched letters from the Lords Majors and the Noble High Indian Government. We add hereto the duplicate of our letter of the 15th of April last, and a letter from the Lord Ordinary Councillor van Angelbeek addressed to Your Honours, together with the inner package mentioned therein; as also a letter packet for the ministers at Souratta, which we request you will be pleased to forward when an opportunity arises. For the rest, after friendly greetings, we remain below as before signed W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, Js Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant and J: A: Vollenhove in the margin Colombo the 10th of May A:o 1791. We have received Your Honours' esteemed missives of the 13th of May and 1st of June last. Herewith we offer Your Honours a report of commissioned judicial members who inspected at Gale the Frisian butter brought from Cochin with the ship Demerarie, indicating its bad condition, from which it appears among other things that the aforementioned butter in 8 casks marked from No. 1 to 8 was found mixed with a kind of thick mixture, which, being separated from the butter and weighed, amounted to 1417 lb. Furthermore, according to the said report, it was found in two small casks marked No. 1 and 9, which were also brought with the aforementioned ship and declared as Frisian butter, that the butter had no resemblance to Frisian, but rather to Surat butter. The ship's officers have concerning this

Dutch transcription

918 Aan als vooren Aan als vooren Aan als vooren C: van Angelbrek, B: L: van Zitter en A: Samtairt, /inmargine:/ Kolombo den 16:' Maart 1791. /Laager / P: S: / Nog bieden wij uw wel Ed:s hiernevens aan een soldij Notitie van den 15. ' dezer nopens de zeevaarende perzoonen be„ scheiden op voorm: smalschip en een zol dij notitie van heden nevens de daar bij vermelde reekening van den mattroos Harmanis van Mander Aanbrenger deezes, de advocaat Johan„ „nes Henricus Schroter, hebben we op zijn verzoek toegestaan o ter ver„ rigting zijner particuliere affaires, voor een spingtogt na derwaarts tegaan mits Wij nog in deeze vaar„ baarheid tewijkomt, en is deezen eenelijk gerigt om uwel Edelens daar van Kennis te geeven Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /onderstond / als vooren / was ge„ „teekend /:W: J: van de Graaff, M: P: Ha„ ket, D: C: van Drieberg, C: van Angel„ „beek en B: L: van zitter /inmargine/ Kolombo den 18. Maart 1791. — Wij rigten deezen alleen ten geleijde van den ingeslootenen brief voor de Mi„ misters te souratta, die we uwel Ed=s Wij bieden uwel Edelens hier nevens aan een brief voor de Heer Direkteur te souratta, waar aan wij verzoeken, bij eerste geleegentheid verder trans„ port te willen verleenen. Nog voegen wij hier bij 't duplicaat van 't oerzen jongsten brief van den 7. deezer Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onderstond / als vooren /was getee„ keerd / W: J: van de Graaff, D: C: van Druiberg, C: van Angelbeek, I: Rintons, B: L: van zitter, en A: Samlant /inmargine/ ko„ lombe den 15. April Ao 1791. — Met de scheepen Dimerarie en leijden Aan den politiken raad ke vriendelijk verzoeken, bij geleegendheidn na derwaards te willen voortschik„on Nog gaan hiernevens een brief voor de par Diakonen te Gale voor de Diakonen â Coste, en het duplikaat van onze aparte sekreete brief van den 31. Maart Wij blijven voor 't overige na groete /on„ terstond/ als vooren /was geteekend/ w: J: van de Graaff, M: P: Raket, J:s ale Reintous, B: L: van Litter, A: Saurland ret en J: A: vollenhove /in margine/ Ko„ Courbe den 7. April Ao 1791. — „ken vriendelijk hebben -. 919 Aan als vooren hebben we ontvangen uw Edelens aan „genaame brieven van den 19. ' en 23. ' April J: L:, en we bedanken uw Edelan zoo voor de terug zending van onze overige troupen, als voor de goederen en contanten daarmeede aan ons toege„ „zonden Wij hebben 't genoegen uEdelens te Commi niceeren, dat de heer raad ordinair en Mallabaarsch Gouverneur van Angel beek, in volkoomen welstand alhier gearriveerd is. 'T aan ons toegezonden paket voor Batavia„ zullen we met 't schip Demerarie af„ „zeerden, en we bedanken uEdelens voor de toezanding, zoo wel van de sou ratsche paketten, als van de Copijen van uwer Edelens afgegaane brieven van de Heeren Majones en de Edele Hooge Jn„ dische Regeering, Wij voegen hier bij 't duplicaat van onzen bief van den 15. April J:oL:, en een brief van den heer Raad ordinair van An„ „gelboek aan uEdelens gerigt, ne„ vens 't daarbij vermeld binnen pak„ je; zoo meede een brief paket voor de ministers te souratta, 't welk wij verzoeken bij geleegentheid te willen voortschikkan Wij hebben uEdelens geachte missives van den 13. ' Maij en 1. Junij Jleeden ontvangen Wiernevens bieden wij u Edelens aan een rapport van gecommitteerde Justitieele leeden, die de vriese booter, welke met het schip Demerarie van Koelsiem is aangebragt, te Gale hebben bezigtigd aanwijzende de slegte gesteldheijd daarvan daaruit blijkt onder anderen dat de voorsz: booter in 8. vaaten gem: van N:o 1. tot 8. vermengd bevon„ „den is met een zoort van dik in mengzel, het welk van de boter gesepareerde gewoogen zijnde 1417. lb: gehouden heeft. Nog is volgens gem rapport, in twee vaetjes gem:t No 1. en9 die meede met voorm: schip aange„ bragt en voor vriese booter aangeree„ keerd is, bevonden, dat de booter geen gelijkenis hadr na vriesche maar wel na suratsche booter De scheeps overheden hebben zig daar Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /onderstond / als vooren /geteekend/ W: G: van de Graaff, M: P: Raket, D: C von Duberg, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samrlant en I: A: vollenhove /in mar„ „gine/ Kolombo den 10. ' Maij A:o 1791. — Wij over

← previousnext →