VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3922

Ceylon · 499 pages · 177 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3922_0037 view scan ↗

English

however now and then also to have taken place. § 181. I do not wish in any way to attribute this to a malicious disposition of Mr. van Angelbeek, but rather to ignorance of the country's governance and the nature of the Sinhalese, when His Honour was appointed to this post. § 182. To which is added that Mr. van Angelbeek, in my view, placed far too great a trust in some native headmen, who possessed fewer merits than His Honour's trust deserved. Among these I reckon mainly the Moodeliars de Saram, Sinnekoon and Goeneratrie, but also the Modeliars of the Willeboddepattoe and the second interpreter Mohandiram; which two latter, who have been dismissed from their posts and are currently in Gale, possibly possessed more goodwill towards Mr. van Angelbeek than ability to withstand the jealousy of the others. § 183. In a word, to this trust toward the native headmen, and because the first interpreter, the Modelieer Ilangakoon, who possesses much power and influence over the Sinhalese, was not always employed in his service and consequently considered himself diminished in his esteem; to this I attribute all the unpleasantnesses that have now befallen Mr. van Angelbeek. § 184. The native headmen, who previously considered it an honor whenever they might come into the company of any distinguished European, and whenever they might appear before their Dissave in private, considered this among the highest proofs of favor, have nowadays become so familiar that they not only withhold their usual marks of honor from persons of the first rank among the Europeans, but they seem to wish to make almost no distinction between themselves and their superiors. § 185. Nevertheless, these native headmen have well known how to maintain their esteem and power over the native. I have seen, when the discontented people came down to Mature to appear before me, that the common man showed very much awe toward their headmen; even that they had more regard for their headmen than for us Europeans. § 186. This familiar intercourse of the native headmen, and the trust with which they found themselves favored, has probably caused them to commit many injustices, which they knew how to make good and conceal from their master, who considered them honest folk, and which, on the other hand, they presented to the people as the will and order of the Honorable Dissave. And to this I attribute that the general urge was to have another Dissave. § 187. The native headmen could probably no longer conceal their extortions; they presumed that Mr. van Angelbeek, if he became aware of their deceit, would probably have made them undergo the deserved punishments. A means therefore had to be invented whereby their injustices would be covered and they would remain free of all accountability. Nothing was more convenient for this than taking the expedition to Baddegirie as a pretext, stirring up a general uprising among the people, and on that occasion keeping all their evil deeds concealed. Nothing reassured them more in this than the hope of getting rid, on that occasion, of Mr. van Angelbeek, whom they had deceived so shamefully. Even some native headmen who have no relation to the family of the most prominent among them had to be sacrificed. Not only because these latter were in their way and, according to their desire, had to make room for others of the family, because they possibly feared that these, remaining in consideration, would uncover their affairs; but also because they well understood that it was not possible that all headmen in general could remain beyond all suspicion, and it thus became their business to direct this suspicion toward their enemies, against whom, as soon as they were not appeased, they incited the community in general to complain against them; as indeed many complaints against them were brought before me. § 188. It is well known that the family of Sinnekoon, Illangakoon, Abesinge, and others related to them, has for a long time held an enmity and hatred against the house of Manampetie, of which, coincidentally one might say, precisely the native headmen dismissed from their posts or actually suspended are virtually the last remnants. § 189. It is very remarkable that all those who belong to the family of the Sinnekoons, Illangakoons, and Abesinges have remained free of all accusations during the latest disturbances, and that no one has brought any complaints against them either. Has this lineage, which is so widespread and possesses virtually all the foremost offices, then been governed justly only by the Lord Dissave van Angelbeek, about whom the public complained and demanded his removal? Or have all these alone treated the people so well and fairly that no complaints were made against them? Anyone who knows the Sinhalese even slightly will sense the contradiction and impossibility in this! What then is the reason, one can and may ask, that these people have managed to keep themselves free of all matters of complaint? I answer, and one easily understands this, nothing other than their powerful influence. And if they have had such an influence on the minds of the people, as I have just clearly demonstrated, so one can also easily imagine that the uprising in the Maturese Dissavony could not have occurred without their doing or complicity.

Dutch transcription

633 egter nu on dan ook wel eens plaats gehad te hebben 5181. - Ik wil dit geensints toeschrijven aan eenen kwa in borst van de heer van Angelbeek, maar wel aan onkunde van het landbestier en den aard des zin galeesen, toen zijn E: in deese post gesteld wierd §. 182 waarbij komt dat de Heer van Angelbeek na mij inzien, een alte groot vertrouwen aan eenige In„ „landse hoofden heeft toegedraegen, die minder verdr „sten belaten als sijn E:s vertrouwen mereteerde. Onder deese reekenen ik voornamentlijk de Moole „aars de Saram, Sinnekoon en Goeneratrie, dog ook den Modeliars van de willeboddepattoe en den tweeden tolk Mohandiram; welke beide laatste die uit hunne diensten gesteld zijn, en sig thans te Gale bevinden, mogelijk meerder wel meenend hei voor de Heer van Angelbeek als vermogens besaa „ten om de Jalousie der anderen te kunnen teegen §. 183. Met een woord aan dit vertrouwen teegens de Inla „se hoofden, en dat de eerste tolk de Modelieer slang „seoon, die veel vermogens en in vloed op de singe deesen heeft, niet althoos in sijne dienst g'empl „eerd wierd, en sig daar door in sijne aansien ver„ kleijnd agte; schrijf ik alle de onaangenaamheeden toe die den Heer van Angelbeek nu zijn overgekom §184. De Inlandse hoofden, die het sig bevoorens tot een eer reekende wanneer se eens in het geselschap van eenig aanzienlijk Europees mogten komen en wanneer sig bij hun Dessave in het partie: Culio mogten verscheinen, dit onder de hoofste gunst 5185. Egter hebben deese Inlandse hoofden haar aansien en ver„ mogens over den Inlander wel weeten te onderhouden Ik heb gesien toen de misnoegde volkeren na Mature afkwaamen om voor mij te verschijnen dat den gemeenen man voor haare hoofden zeer veel ontzag betoonde; selfs dat deese meerregard voor hunne hoofden als voor ons Europeesen had. —. §186: Deese familiaere ommegang der Inlantsche hoofden, en het vertrouwen, waar meede zij sig begunstigd von„ „den, heeft hun waarschijnlijk veele onregt vaerdig, „heeden doen begaan, die zij bij hunne gebieder die hun voor eerlijke lieden hield wisten goed te ma„ „ken en te verbergen, en die sij aan het volk daar en teegen als de willen ende ordre van den E. Dessave voor stelden. En hier aan schrijve ik toe dat het algemeen ge„ „noop was een ander Dessave te moeten hebben. 5107. De Inlandse hoofden konden haare knevelarijen waarschijnlijk niet langer bedekt houden, sij ver„ „onderstelden dat de Heer van Angelbeek, indien hij hun bedrog gewaer wierd, hun waar schijnlijk de verdiende straffen zoude hebben doen onder „gaan-. Daar moest dus een Middel uitgevonden bewijsen reekende, zijn teegenwoordig soo familiaer geworden, dat se niet alleen hunne gewoone eerbewij„ „sen aan persoonen van den eersten dang onder de Eu„ „ropeesen onthouden; maar sij scheinen, bij na geen onderscheid tusschen hun en hunne meerderen te willen bewijzen worden „gaan. maken. 634 worden waar door hunne onregt vaerdigheeden be „dekt en sij buiten alle verantwwoording bleeven—. Niets was hier toe gerievelijker dan de togt na Bad „degirie tot voorwendsel te neemen, Eene algemeene opstand onder het volk te verwekken, en bij die geleegendheid alle hunne kwaade stukken bedekt te houden. Niets stelde hun hier bij meer gerust als de Hoof om bij die geleegentheid den Heer van Angelhoek dien zi soo schandelijk bedrogen hadden, kewijt te raaken —. selfs moesten eenige Inlandse Hoofden die niet tot de familie van de voornaamsten onder hun eenige betrekking hebben op g'offerd worden. Niet alleen wijl hun deese laasten in de weg waren en volgens hun verlangen plaets moesten maken aan andere van de familie, wijl se moogelijk vrees den dat deese in aanmerking blijvende hunne zaaken zouden ontdekken, Maar ook, wijlse wel begreepen dat het niet mogelijk was dat alle hoofden in het generaal buitenalle verdenkingen konden blijven, en het dus hun zaak wierd deese verdenking op hunne vijanden te doen komen, teegen dewelke sij soodra waren se niet gestort de gemeente in het generaal op hits den, om teegen de selve te klagen; gelijk dan ook over hun veele klagten bij mij zijn ingebragt. § 188. Het is bekend dat de familie van Jinnekoon, Illan„ „gakoon, Abetinge, en andere die daar in vermaagd, „schap zijn al 't zeederd lange een vijandschap en haat §189. Hot is zeer aanmerkelijk, dat alle de geenen die tot de familie der Tinnekoons Illangakoons, en Abe„ „singes gehooren in de laaste onlusten bui ten alle beschuldigingen gebleeven zijn, en dat van hun ook niemand eenige klagten ingebragt heeft. Is dit geslagt, dat soo uitgebreed is en genoegsaam alle eerste bedieningen besit, dan alleen door de Heer Dessave van Angelbeek, waar over het algemeen klaagde en sijne verwijdering begeerde, regt vaer„ „dig geregeerd !? of hebben alle deese alleen het volk zoo wel en goed behandeld, dat over hun niet ge„ „klaegd wierd! Elk die den singaleesch maar eenigsints kend, zal het teegenstrijdige en onmogelijke hier over van gevoelen! wat is dan de reeden! kan en mag men vraagen, dat deese monschen sig buiten alle klagt zaeken, hebben weeten te houden? Ik antwoorde, en men begrijpt dit Ligtelijk, Niets als hun vermoogende invloed. — En hebben sij sulke eenen invloed op de gemoederen des volks gehad, gelijk ik soo even duidelijk aan„ „getoond heb, zoo kan men sig ook gemakkelijk voorstellen, dat de opstand in de Matureesche Des„ „savonie sonder hun toedoen of meede weesen niet heeft teegen, het huis van Manampetie, waar van (:gevallig zoude men zeggen:) Juist de uit hunne diens ten ontslaagene of eijgendlijk gestelde Inland, „sche hoofden genoegzaam de Laaste overblijfzelen heeft konde zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0039 view scan ↗

English

63 Section 192 could have existed. Section 190. One needs only to trace the genealogy of this family in Mature, Gale, and Colombo, and one will discover how great their following and influence must be here on the island, even at the court of Kandy, where some of these families are held in high regard. Section 191. I attach hereto the copy of a certain ola which is confirmed by several signatures; and which removes any doubt regarding the motives behind the latest disturbances, and from which one could infer that there are certain plans and projects underway, whereby the Honorable Company, if it is not promptly attended to and should they be executed, would suffer greatly. I also attach hereto an account given in these days here in Gale by Maddaegodde Appoe, and another by a certain Don Dias Wiresinge; and Your Right Honorable, Right Worshipful Grandeur will find further confirmation therein of how probable my suspicions are. I have investigated the character of the native chiefs in Mature as best as possible. I found that Ilangakoon was dissatisfied because the Honorable Dessave had favored another over him in the performance of his duties as first interpreter. For the rest, this Ilangakoon, who was highly regarded among the people on account of his birth and service as First Mudaliyar, did not seem to me to be a bad sort of man. He has, to me myself Section 195. Goeveratne, or the Mudaliyar of the Belligam Corle, who is properly a stranger in the shown the most diligence and willingness toward working for the general peace, and I do not believe that he is personally the cause of the latest disturbances. It is generally said that he is very much given to drink, yet I cannot confirm this with certainty. Section 193. Tinnekoon, Mudaliyar, Hunting and Sowing Master, is reserved and truly possesses much knowledge and skill, for which reason he seems all the more dangerous to me, because he in particular has much power and influence over the native. He also has some family connections, and even close ones as it is said, at the Court of Kandy. Section 194. De Saram, Mudaliyar of the Gangebodde Pattu, seems to me to be a clever and reserved fellow; he presents the mask of honesty, and unless I am mistaken, his inner nature completely contradicts this outward appearance. He had particularly managed to gain the confidence of Mr. van Angelbeek; and I believe, if I may give any credit to the reports I have received privately, that he may be regarded, if not as the first, then at least as the second prime mover of the game. Section 195. 63b Matura Dessavony, and is a native of the Gale Corle, has also managed to force his way into that family by a marriage with the widow of the deceased Mudaliyar Ilangakoon. By outward appearances one would have to take him for a quiet and simple man; however, as I have been assured, he also belongs to the number of the ill-disposed, and among those who know how to display the opposite of their inner nature. I myself have not been able to fathom him sufficiently. Section 196. The Mohandiram of the Matura Four Gravets has also been described to me as one of the foremost of the ill-disposed, although during the latest uprising and gatherings, the inhabitants within the Four Gravets took no part in it. One should take well into consideration here that all native chiefs and Mudaliyars have their estates, movable wealth, and their dwellings within the Four Gravets. Section 197. However, several complaints have been received about this Mohandiram of the Four Gravets, and he certainly would not have been able to maintain his position had he not also belonged to the main faction. And the inhabitants of the Four Gravets would certainly have revolted just as well as the other districts of the Matura Dessavony, had they not been restrained by the influence of the chiefs who, as already said, reside therein. Section 198. The former Mohandiram of the Magampattu, Rajapakse Dissanaike, to whom on this occasion I gave an appointment as Second Mudaliyar of the Girrewais, and who was also at the head of the discontented, is, as it appears to me and as I have been told, a very capable and skilled man. He has very much influence among the natives. His dissatisfaction was probably the cause of his publicly joining the discontented. I have had much service from him, and if I am not mistaken, he also deserves in the future to Section 199. Don Simon Aratchi, whom I have nominated as Mohandiram of the Kandebaddapattu, enjoys especially great regard among the common people. He seems to me to be a sensible man, who deliberates well on what he undertakes. He has many acquaintances at court. For the rest, I believe that he placed himself at the head of the discontented solely in the hope of making his fortune and obtaining a distinguished post; and upon the advice of the native chiefs of Mature, to whose family he is considered to belong.

Dutch transcription

63 § 192 konde g'excisteerd hebben. § 190. Men bekoefd slegts de Generlogie van deese familie te Mature, Gale en Colombo eens na te gaan, en men zal ondervinden hoe groot hun aangang en verm „gen hier ten Eijlande, selfs aan het hoff van kand waar sig eenige vandeese familien in aansien bevinden moet zijn. §191. Ik voege bij deesen het afschrift van seeker ola die met verscheide handteekening bevestigd is; En die n twijffel wegens de drijf reeren van de Laatste onlusten wegneemd, en waar uit men zoude kunnen op maaken dat 'er eenige plansen projecten leggen waar door de Ed: kompenie, zoo 'er niet spoedig in voorsien word, en soo sij mogten volvoerd wor den veel zoude komen te lijden. Ik voege ook bij deese een verhaal door Maddaegod de Aspoe, en een ander door seekere Don Diaswi „resinge in deese dagen hier te Gale gedaan; En uw el Ed: Gestr: Groot Achtb: zal daar uit nader bevestigd vinden hoe waarschijnlijk mijne verder „kingen zijn. Ik heb het character der Inlandse hoofden te A „ture zoo goed doenlijk onder zogt. Wk vond dat Ilangakoon misnoegd was, wijl de E: Dessave hem in het waarneemen van zijn dien als eerste tolk een anderen had voorgetrokken—. voor het overige scheen mij deese Flangakoon, die bij het volk wegens zijn geboorte en dienst van Eerste Modliaar zeer gesien was geen kwaadslaa van een man te zijn. - Wij heeft, meij self § 195. Goeveratne of de Modeliaar van de Belligam Corle, die eijgendlijk een vreemdeling in de nog het meeste wertesaemheid en gewilligheid tot bewerking van de algemeene rust betoond, en ik geloof met dat hij personeel oorsaek van de Laaste onlusten is —. Menzegt in het Generaal dat hij zeer den drank toegedaan is, egter kan ik dit niet met seeker„ „heid bevestigen. 5193. Tinnekoon Modliar Jaag en Zaaijmeester, is agter„ „houding en heeft werkelijk veel kennis en kun„ „de, waarom hij mij te gevaarlijker scheind, weil hij in het bijsonder veel vermoogens en in vloed op den Inlander heeft —. ook heeft bij eenige familie betrekking, en selfs van nabij soo als men zegd, aan het Haff van Candia §194. De Saram Modliaar van de Gangebodde pattoe scheind mij een slimme en agter houdend knaap te zijn, hij vertoond het Masker van Eerlijkheid, en zoo ik mij niet bedriege wederspraekt zijn in borst ten vollen deese uiterlijke voorstelling Wij had in het bijsonder het vertrouwen van den Heer van Angelbeek weeten te verkrijgen; en ik geloof indien ik eenig geloof mag slaan aan de berigten die ik onderhands heb gekreegen dat hij, zoo niet als de eerste, ten minsten als de tweede drijf veer van het spel mag aangemerkt Matie= worden. 636 Maturesche Dessaronij, en in de Gale Corl geboo„ „tig is, heeft sig door een huwelijk met de weduwe van den overlieden modliaar Slangakoon mede in die familie weeten en te dringen, men zoude hem na het uitterlijke aansien moeten aanneemen voor een stil en eenvoudig man, edog gelijk m mij verseekerd heeft hoord hij mede onder het getal der kwaad gesinden, en onder die geene die het teegengestelde van hun in borst weeten te vertoonen - Ik zelve heb hem niet genoeg kun „nen doorgronden. § 196. De Mohandiram van de Matureesche vier Goa vetten is mij mede als een der voornaamste van de kwaad gesinden beschreeven, schoon geduurend de laaste opstand en te zaamen rottingen, de In „woonders binnen de vier Gravetten daar aan geen deel hebben genomen. Men neeme hier bij wel in aanmerking, dat alle Inlandse hoofden en Modliars hunne be„ „zittingen, Rijk dommen aan Losse goederen en hunne woon huisen binnen de vier Gravetten hebben. §197. Over deese Mohandiram der vier Gravatten zijneg „ter verscheide klagten ingekoomen en, hij zoude zig see ker niet hebben kunnen staande houden, zoo hij niet mede onder de Groote hoop gehoorde. En de ingeseetenen van de vier Gravette zouden zeekerlijk zoo wel als de overige Landschap„ pen van de Matureesche Dessavonij gerevolteerd hebben, indien sij niet door het vermoogen der hoofden die gelyk reeds gesegd daar in wooreen, waaren teegen gehouden. § 198. De geweesen Mohandiram van de Magampottoe Rajapaks Dissanaike, die ik bij deese gelee„ „gendheid een beweis van tweede Modliaar van de Girrewais gegeeven heb, en die sig mede aan het hoofd det misnoegden bevond, is gelijk mij voorkomt, en Gelijk men mij gesegd heeft een zeer geschikt enakundig man -. Hij heeft zeer veel in vloed bij den Inlander. sijn onver„ „genoegen was denkelijk oorsaek dat hij sig publicq bij de misnoegden heeft vervoegd, ik heb van hem veel dienst gehad, en soo ik mij niet misgisse verdiend hij ook in het vervolg ge„ Don Simon Araatje die ik tot Mohandiram van de kande baddepattoe heb voorgedragen, geniet in het bijsonder veel Consideratie bij het gemeen volk =. bij scheind mij een verstandig man te zijn, die wel overlegd, wat hij onderneemtd-. Wij heeft veele kennissen ten hove. — voor het overige geloof ik dat hij sig alleen aan het hoofd der misnoegde gesteld heeft, op hoop om fortuin te maaken en een aansienlijke dienst te verkrijgen; En, op aanraeding der Inlandse hoofden van Mature, tot welkers familie hij Considereerd te worden. hebben niet § 199.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0041 view scan ↗

English

63 did not belong, and who could therefore easily pass him by. Section 200. Don Constantino finds himself in the same situation as his brother just mentioned. He seems to me, however, not to have anywhere near as much conduct and deliberation in his undertakings. I have provisionally entrusted him with the service as Head of the Magampattoe. Section 201. Maddoegodde Appoe I regard as a madman without malice, yet of good deliberation, who on account of several misdeeds has already served in chains and, therefore discontented with the harsh treatment endured, and perhaps even more because he had nothing else to do, chose the side of the discontented on the advice of others and in the hope of making a name for himself. One may say that he is the one who maintained good order among the discontented, and who taught the other chiefs how they had to conduct themselves to prevent any irregularities, especially against the Honourable Company, from being committed among the people. He had a special influence and a large following. The Modliars and other notables treated him with very great distinction and respect, although behind his back they always portrayed him to me as a bad fellow, a drunkard, and a great evildoer. Section 202. I must declare that I received extraordinarily great service and utility from this Maddoegodda Appoe, and that I do not believe that without him I would have achieved my purpose so quickly; for I believe that those with vested interests did their best to make the gatherings continue even longer. And had Maddoegodde Appoe not been received by me in a friendly manner upon his arrival, and my Pardon ola thereby confirmed, the other discontented would perhaps not have dared to present themselves to me so soon. Section 203. Once Maddoe Godde Appoe had joined me, I can say that everything I desired of him was faithfully executed. Section 204. When the multitude of the discontented arrived at Mature, I and all the Moddeliars could not prevent, without violence, the common people from overthrowing the Bazaar, assaulting and even stripping several wives of the Malays, and committing acts of violence at the houses of some Moors. I had my displeasure regarding this conveyed to Madoegodde Appoe, and he declared, on forfeit of his head, that he would ensure that the Bazaar was restored again and no further irregularities were committed; and indeed, the Bazaar was open the next day, provided with provisions, and almost no further irregularities took place. Section 205 38 Section 205. I could certainly cite several more things regarding this Maddoegodde Appoe to prove that he is a man who dares to undertake something bold, who considers his undertakings well, and who has much influence in the Maturese Dessavony over the minds of the inhabitants. However, let it suffice that I declare to have found him such; furthermore, that I have had real services from him; and that this man, if he remains attached to us, is very useful. This is the reason why I have recommended him to Your Right Honourable as Mohandiram; and I believe that if he holds this character with the guard of the Commandeur of Gale and Matara, and is treated somewhat flatteringly, he will be of much use. Section 206. Among those who have been of great service to me during the latest unrest in the Maturese Dessavonie, I cannot omit to commend my Porta Modliar Don Balthasar Dias as a person whose services one can use with great benefit, and from whom I have indeed had much service. He is certainly related to the most prominent native chiefs, but however his heart may have been inclined, I repeat that he has done me much service. Section 207. I also derived much benefit from a Mandare, or native Kandyan, who came over to us from the Kandyan territory about eleven to twelve years ago, and after becoming a Christian enjoyed a certain monthly salary from the Honourable Company. When this man became a Christian, I was his godfather with the approval of the late Governor Faalck; this caused him to be always attached to me, and I was able to rely on his confidence. Section 208. I learned exceptionally many things from him, both of what was going on in Candia and in the Maturese Dessavony. Since I truly received much benefit from him, I promised him that I would most favourably recommend him to Your Right Honourable for the restitution of his monthly pay, which was taken from him some time ago. From him, one will also be able to draw much benefit in the future, if he remains loyal to us, and I do not think it advisable to disregard him; for however much it is believed that he is not respected in Candia, it has nevertheless appeared to me that he still has many connections and friends there. Section 209. I also received much service, and indeed more than from all the others, from the titular Mohandiram of the Belligam Corle mentioned at the beginning of this document, who, as already stated, had the misfortune of falling into suspicion and arrest under Mr. van Angelbeek. According to the personal testimony of Mr. van Angelbeek, this Mohandiram also had to suffer because His Honour was wrongly and erroneously prejudiced against me on false reports. And Section 210.

Dutch transcription

63 niet behoord, en die hem dus gemakkelijk konden opasseren. § 200. Don Constantino bevind sig in het zelve geval vo sijn zoo eeven genoemde broeder-- Hij scheind mij egter lange zoo veel beleid en overleg in sijne onde neemingen niet te hebben —. Ik heb hem provisionee den dienst als Hoofd van de Magampattoe opgedrag §201: Maddoegodde Appoe, merk ik aan als een Dolleman sonder kwaede in borst, egter van een goede overd die wegens verscheide kwaade stukjes reeds in de ketting geloopen heeft en dus onvergenoegd over de ondergaane harde behandelingen, en mogelijk nog meer wijl hij niets anders te doen had, de par „thij der misnoeg de op aan raading van anderen en op hoop sig een naam te zullen maken gekoosen heeft Men mag zeggen dat hij die geene is die de goede or„ „der onder de misnoegden heeft gehouden, en die de overige hoofden heeft geleerd, hoe zij sig moesten gedragen om te beletten dat onder het volk geene ongezeegeldheeden voor al teegens de Edele kompenie gepleegd wierden. Hij had een bijsonder vermogen en een grooten aanhang De Modliars en andere grandes bejeegenden hem met zeer veel onderscheid en agting, schoon so agter sijn rug hem mij althoos als een slegt kaere een Dronkaart, en groote kwaad doender afschilderden 5202. Ik moet verklaaren van deesen Maddoegotda appo bijsonder veel dienst en nut gehad te hebben; En dat ik niet geloove dat ik buiten hem soo spoe„ 5203. Nadat Maddoe godde appoe sig eens bij mij gevoegd had, kan ik zeggen dat alles wat ik van hem begeerde getrouwelijk g'executeerd wierd. 5204. Toen de meenigte der misnoegden te Mature aankwamen, konde ik en alle de Moddeliars son„ „der geweld, niet beletten dat door het gemeene volk de Basaak om ver geworpen, verscheide vrouwen van de Maleijers aangedaan en selfs ont„ „kleed wierden, en dat se bij eenige mooren aan huis gewel dena rijen pleegden. Ik liet Madoegodde appoe mijn misnoegen hier over betuigen, en hij verklaarde bij verbeuate van sijn hoofd, dat hij sorgen zoude dat de Bataar we„ „der hersteld en geene ongereegeldheeden meer gepleegd wierden, En werkelijk was de Basaer des anderen daags open, met Leevens midde„ „len voorsien; en geene ongereegeldheeden hebben bij na meer plaets gevonden. „dig mijn oogmerk zoude bereikt hebben; want ik meede dat de belang hebbende hun best deeden om de te zaamenrottingen nog langer te laaten aan houden. En ware Maddoegodde appoe, niet bij sijn komste bij mij op eene vriendelijke wijse ontvangen, en hier door mijn Pardon ola bevestigd geworden, moge, „lijk zouden de overige misnoegden het soo spoe„ „dig niet hebben durven mogen sig aan my te vertoonen. dig 5205 38 §205 Ik zoude zeekerlijk van deese Maddoegodde appoe nog verscheide dingen kunnen aanhaelen om te bewijse dat hij een man is die iets stouts dienst onder neemen die sijne onderneemingen wel overlegd, en die veel vermoogen in de Matureesche Dessavonij op de gemo„ „deren dek ingeseetenen heeft. Edog het zij genoeg, dat ik verklaare hem zoodani te hebben bevonden. voorts, dat ik werkelijke di „sten van hem gehad heb; En dat deese man, inde hij ons blijft aankleeven, zeer nuttig is - Dit is de reeden waarom ik hem uwelEd: Gestr: Groot actb als Mohandiram heb voorgedraegen; En ik meene dat hij dit Character bij de garde van den Comman„ deuk van Gale en Mattike bekleedende, en eenig„ „zints streelende behandeld wordende, van veel nit §206. Onder de geenen die mij geduurende de Laatste on„ lusten in de Matureesche Dessavonie van veel dienst geweest zijn, kan ik niet voor bij mijnen Porta Mod„ „liar Don Balthasar Dias, als een Persoon aan te prijsen, waar van men sig met veel nut be„ „dienen kan, en waar van ik werkelijk veel dienst geha„ Hij is seekerlijk aan de voornaamste Inlands„ hoofden geparenteerd, edog hoe zijn Hart ook gesteld geweest is, Ik herhaale dat hij mij veel dienst heeft heb —. 5207. Nog heb ik veel nut gehad van een mandare of gebooren Candiaan, die voor omtrend Elff à twee jaaren bij ons uit het Candiase is overgekoomen En na dat hij Christen geworden was eene sekere besolding van D' E: Comp:e maandelijks heeft genooten. Toen deese man Christen wierd, heb ik met goedkeu„ „ring van den /:wel zaalige:/ Heer Gouverneur Faalck sijn doopvader geweest; Dit heeft veroorsaekt, dat hij mij altoos grattacheerd was, en ik op zijn ver„ „trouwen heb kunnen staat maken. § 208. . Ik heb van hem uit bij zonder veeldingen te weeten gekreegen zo wel van het geene in Candia als in de Matureesche Dessaronij omging. wijl ik werkelijk van hem veel niet gehad heb, zoo heb ik hem beloofd, hem bij uwelEd: Gestr: Groot Achtb: op het gunstigste te zullen voordragen ter weder erlanging van zijne maandgelden, die hem t zeederd eenige teid zijn afgenoomen. van hem zal men ook uit vervolg, indien, hij ons blijft toe gedaan, veel niet kunnen trekken, en ik denke niet dat het raadsaem is hem te veragten, want hoe seer men ook vermeend dat hij in Can¬ „dia niet geagt word, is mij egter voorgekoomen dat hij daar nog veel verbintenis en vriemden heeft. Nog heb ik veel dienst gehad, en wel meer als van alle de an„ „deren, aan den in den beginne deeser gemelden titulair mohan„ „diram van de BelligamCorle, die gelijk reeds gezegt het ongeluk gehad heeft bij den Heer van Angelbeek in verdenking en arrest te geraeken. volgens eyge betuiging van de heer van Angelbeek, heeft deese Mohandiram ook moeten lijden, wijl zijn E: op verkeerde Rapporten kwalijk en verkeerd teegen mij ingenoemen was. En § 210 zal zijn. gedaan. §209.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0043 view scan ↗

English

639 § 210. Through this Mohandiram I have known absolutely everything that was planned and carried out among the headmen and the people, and I can say that I have found his reports scarcely false. By his birth and descent he is entitled to aspire to the first places among the Sinhalese, and since I have furthermore found him to be a faithful person, I take the liberty respectfully to request Your Right Honourable Sirs that a favourable fate and, on occasion, a good post may fall to his share. § 211. During my presence at Mature there were various opinions of Your Right Honourable Sirs, which you were pleased to mention to me repeatedly in your letters, and the discontented people insisted so much on this, that I should go into the country to the gatherings, in order to bring about peace there. § 212. I have, however, not been able to resolve upon this, partly because Your Right Honourable Sirs had left me the freedom to act according to my best judgment, and partly because in this expedition inland I foresaw little outcome and no advantages, but rather disadvantage. My considerations on this matter were the following: either the discontented were really inclined to come to terms after a fair justice had been provided for them; or they were not inclined to this; if the discontented were really inclined to peace, then my journey into the country was unnecessary, and I could order and manage everything far better near Mature than in the country; as experience and the outcome have taught. If, on the contrary, the discontented intended to maintain their rebellion longer, and to bring this to open hostilities, then my journey certainly could have availed nothing. § 213. For I assume in the latter case that the court of Candia would then certainly have to be involved; for without the help or support of this court our subjects could certainly accomplish nothing lasting. And supposing the Court was against us, having some hostile intentions, then I certainly could achieve nothing through this journey; but on the contrary, I would expose myself to personal danger, and the Company to a certain dishonour. To danger because, upon the outbreak of a Sinhalese war, they might possibly have begun by seizing me and my Council members, if nothing worse had happened to us, as happened to the late Mr. Leembruggen; and had this occurred, the dishonour of the Honourable Company would naturally have followed from it. The mistrust that I had against the native headmen in general contributed not a little to restrain me from this journey inland. I thought it better to have them all close around me, when I could have attention paid to all their actions, and even what was going on in their houses, and in time of trouble immediately secure their persons, rather than remove myself from Mature. The outcome has taught that through this I overlooked nothing, nor acted wrongly. § 214. Besides this, the nature, I dare say it, of the Sinhalese is all too well known to me, and I have learned through experience how he must be treated at times with rigor, but mostly with patience and simple justice, always keeping in view his birth and inborn obligations, in order to be in some degree assured that I would, if it were still possible or feasible, bring him back to his duty and again to his obligations; at least if the matter had not already gone too far, and he were not directly incited and supported by the Court and his headmen. § 215. I hope and trust that the peace and quiet which I, through God's goodness, have restored in the Dessavony of Mature, and which I see re-established in the Galecorle after my return, may be of long duration. It is nevertheless necessary that a watchful eye be kept concerning this. § 216. The court of Candia might easily take it into its head to make war on us through our own subjects. § 217. The Sinhalese is by no means as compliant as I knew him thirty years ago. He is now much more daring, bolder, and more disobedient. I remember very well that formerly a common European soldier was treated with more respect and awe than high-ranking officials are nowadays. Formerly a Sinhalese led a simple way of life and confined himself only to his agriculture; but now, since arrack and all kinds of games of dice, cockfighting, draughts, etc. are known, one finds drunkards and gamblers everywhere. § 218. The Moors wander all around the country, and by them many loans are made on the crops and other usury is practiced, whereby the inhabitants naturally fall into an evil way of life, and this causes one now to encounter many insolent and unruly people. § 219. From all this, it clearly appears that nowadays one must be even more attentive regarding the native than before, and that one must strive to have those means in hand to uphold the Company's prestige and to keep the subjects to their duty. § 220. It is therefore, in my opinion, necessary that Mature must always have a permanent garrison, which ought always to consist of one company of Europeans and one company of Malays or sepoys; and upon the outbreak of a native war, it must be increased to at least six hundred men. With such a garrison, which must be provided with the necessary supplies according to the circumstances of the time, and with prudent conduct supported by expertise, I assume that one will then always be able to command respect in the Dessavony of Mature. Since, upon my arrival at Mature, I was not provided, at least could not be assured that I would bring about peace and quiet through mild measures,

Dutch transcription

639 § 210. Door deese Mohandiram heb ik volstrekt alles geweest wat bij de hoofden en het volk geprojecteerden uitge„ wierd, En ik kan zeggen zijne berigten genoegsaem n valsch bevonden te hebben. Hij is door sijne geboorte en Afkomst geregtigd nad eerste plaetsen onder de Singaleesen te mogen tragten, wijl ik hem boven dien bevonden heb een getrouw „soon te zijn, zo neem ik de vrijheid uwelEd: Ge Groot Achtb: eerbiedig te versoeken dat hem een g vstig Lot en bij geleegendheid een goede bediening te beurte vallen. 5211. Geduurende mijn aanweesen te Mature waren vor „scheide van gevoeleen uwelEd: Gestr: Groot Achtbr „ve geliefde mij dit te herhaalende maalen bij dessel brieven aante haalen, Ende misnoeyde volkeren hielde soo gaan hierom aan, dat ik in het Land bij de t' Zaa rottingen moesten gaan, om aldaar de rust te bewer § 212. Ik heb hiertoe egter niet kunnen besluiten, gedeeltelijk uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: mij de vrijheid overgela had na mijn best overleg te werk te mogen gaan, en „deeltelijk wijl ik bij deese Landtogt wijnig afgaan geene voordeelen, maar wel nadeel voorzag. Mijne Bedenkingen deswegen waren de volgende. off de misnoegden waren werkelijk geneegen tot ua te komen, na dat men hun een billijk regt be „zorgd had. off zij waaren hier toe niet genegen; waren de misnoegden werkelijk tot rust geneegen, dan mijne reise in het Land onnoodig, en ik konde alle valboeter men bij Mature bestellen en bestieren dan in het Land; Gelijk, de onderwinding en de uit komst g „leert heeft. waaren daaren teegen de misnoegden voor neemens „ne opstand langer aante houden, en dit tot open haar 5213. vijandelijkheeden te brengen, dan zoude zeekerlijk mijne reise niets hebben kunnen baaten. want ik veronderstel in het laatste geval dat als dan het hoff van Candia zeekerlijk in het spel moest meedewerken; want sonder mede hulp off ondersteil„ „ning van dit Hoff konden onse onderdaanen zeeker niets van duur uitrigten. En verondersteld wet Hof was teegens ons /: hebben„ „de eenige vijandelijke oogmerken:/ dan kon ik zee„ „teerlijk door deese reise niets uitvoeren; maer stel„ de mij in teegendeel Personeel aangevaer, En de Comp:e aan een seeker disponeur bloot. Aan gevaer wijl men bij het, uitbreeken van een singa„ „leesche oorlog, mogelijk zoude begonnen hebben mij en mijne Raads Leeden op teligten, zo ons niets slimmers was overgekoomen, gelijk den /:zaliger:/ heer Leembrug„ „gen overgekoomen is; En was dit gebeurd, log het dis„ thoneur van D' E: Comp:e hierin van selven opgestooten. Het misstrouwen dat ik tegen de Inlandsche hoofden in het algemeen had, droeg niet wijnig toeom mij van deese Landrijse te wederhouden Ik dogt het beter hun allen digt om en bij mij te hebben, wanneer ik op alle hunne handelingen, en selfs wat in hunne huisen omging kon laeten agt geeven, en mij in teid van ongeleegendheid ten eersten van hunne persoonen verseekeren, dan mij van Mature verwijde„ „ken. De uit komst heeft geleerd dat ik hier door niets ver„ zien, off kwalijk gehandeld heb„ § 214. Behalven dien is mij den in borst / ik durff het zegge:) vijande van 64 van den singaleesch altewel bekend, En ik heb don ondervinding geleerd hoe hij bij wijle met de „geur, dog meest met geduld en slegts regt vaert sijne geboorte en aangeboore verpligting altoos in het oog houdende moet behandeld worden, on niet eenigsints verseekerd te mogen zijn, dat in hem zoo het nog mogelijk of doenlijk was te regt en weder aan zijn verpligting zoude bren„ ten minsten indien de zaak niet reed s al te ver „re mogte gekoomen zijn, en hij niet door het Hoff en sijne Hoofden direct wierd aangehitst en on „dersteande. Ik hoop en vertrouw dat de rust en vreede die ik door Gods goedheid in de Matureesche Dessar „nie hersteld heb, en die ik na mijn terugkom in de Galecorle weder gevestigd zie van Langen duur mag weesen. Het is egter noodzaakelijk dat men hier omtrend een wakend oog houden § 216. Het hoff van Candia zoude weleens in het begript „nen komen om ons door onse eige onderdaenen te do § 215. § 217. Den singaleesch is gantsch niet soo buijgzaam, meer ik hem voor Dertig Jaaren gekend heb-. hij is nu vrij „velmoediger, stouter en ongehoorsaemer; Ik herin „re mij seer wel dat eerteids een Europeese gemeene zolda met meer eerbied, en ontzag bejegend wierd, als teegens „dig aansienlijke amptewaaren—. Eerteids voerd Een singalies eene simpele leevens wijse en bepaal sig alleen tot sijn Land bouw; Edog thans, dat §220. arak en allerleij zoorten van Dobbelspeelen, Haare veg„ „terijen, Jopborden &:a bekend zijn vind men over al dronkaards en speelders. §218. De Mooren swerven rondsom in het Land en door hun wor„ „den veele beleeningen op het gewasch gedaan en andere woeker gedreeven, waar door de Ingeseetene natuur„ „lijker wijse tot eene slegte leevens wijse vervallen, en hier door veroorzaakt word dat men thans veel bru„ „taal en ongebonden volk ontmoet. §219. uit dit een en ander blykt dan ook duidelijk dat men teegenwoordig selfs meer als te vooren omtrend den Inlander opletlend moet zijn, en dat men moet tragten die middelen in handen te hebben om sComp=s aansien staande, en de onderdaanen in hun pligt te hou„ „den. stel is dus na mijn begrip noodzaakelijk dat Matu„ „ae althoos een vast Guarnisoen moet hebben, dat uit een Companie Europeesen en Een Compenie Malaijer of sipaaijers, althoos diend te bestaan; en bij het uitbreeken van een Inlandschen oorlog ten minsten tot ses hondert man moet vermeerdert worden. Met een diergelijken guarnisoen, dat na omstan„ „digheeden van teid met het nodige moet voorsien weesen, en met een voorsigtig gedrag door kunde ondersteund, veronderstel ik dat men sig in de Maturesche Dessavonie als dan altoos zal kunnen doen respecteeren. wijl ik bij mijn aankomst Mature niet voorsien kan, ten minsten mij niet konde verseekeren dat ik door zagte middelen de rust en vreede zoude bewerken, arak hel b'oorloogen.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0045 view scan ↗

English

§ 229. guards to establish proper communication with Matara, I believe that with vigilant supervision against all hostile and unexpected occurrences, one may rest easy in Matara. Not wishing to bore Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir with an extensive plan, I shall let the matter rest with these remarks of mine regarding the defense of Matara; merely observing further that one must be very sparing with the detaching of posts, and must send out nothing other than good and adequate detachments, and in this case employ such force against which the Sinhalese cannot stand. § 230. Experience has taught us that in small detachments we may lose our men, and therefore, in my view, if matters should go so far that the native must be attacked, it would be best if a large force of 4 to 500 men could march out at once, who, being provided with what is necessary, could then make their way in the manner of a flying corps; as, for example, from Matara to Tangalle, from Tangalle to Marichadde and Kahawatte, and that it should subsequently return via Hakmana or the road from Kahawatte. § 231. In a similar manner, one could also clear other paths through the other corles. § 236. I hereby present to the very same the written reflections of the Honorable Captain-Commandant Scheede, which he handed over to me at my request after my return from Matara, and which closely agree with mine. I also attach hereto a plan of Matara and its surroundings, as it currently presents itself. § 234. The road to Galle must always be kept open, and therefore, in times of unrest, two strong communication posts must be placed at Goyapane and at the river of Polwatte; the latter being required to place an outpost on the hill of Mirisse and not abandon this hill as long as possible. § 235. I think that with these two posts, by having patrols move back and forth properly, with no fewer than 50 men at a time, the communication between Galle and Matara will be kept open, at least until a great superior force of the enemy makes this manner of acting impossible. § 233. Concurring in this, one could subsequently, as has also taken place before, place detachments of at least 200 men, or as needed, at Tangalle, Kalutara, Hakmana, Ballebenhotte, and Akuressa; by which detachments the native is then kept in order, and hereby, whether by force or otherwise, those who would not submit could be brought to their duty. § 237. I hope and have reason to trust that, as far as the Company's subjects are concerned, we need fear no more unrest in the Matara Lascarin corps; but for this it is necessary that the authority of this Disavany be entrusted to a man knowledgeable about the country, who possesses enough courage and calmness to keep the native to his duty, without encroaching upon his ancient privileges. § 238. The Disava must also see to it that worthy and deserving native chiefs are appointed over the districts, and the country be purged of those who are ill-intentioned, for otherwise I do not foresee that one can and may be assured of continuous peaceful habitation. § 239. Regarding the native chiefs, I now observe that they presently exist mostly only in an all-too-close friendship, from which naturally arises an entirely arbitrary treatment of the inhabitants, and the harmful solidarity among them to keep each other's injustices concealed, whereby naturally, if this is not provided for with sound deliberation, certainly even more unpleasantnesses are to be foreseen in the future. § 240. In the course of this secret report, I have informed Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir that I was obliged to make promises to some of the principal leaders of the discontented, and to give them written proof thereof, that they would be favored after the restoration of peace and quiet: The former Mohandiram of the Magam Pattu, Don Joean Rajapakse Dessanaike, to second Mudaliyar of the Giruwapattu. Don Simon Constantino Witjesoendre Abenaijke Arachchi to Mohandiram and chief of the Kandaboda Pattu. Don Constantino to Mohandiram and chief of the Magam Pattu, and Maddoegodde Don Simon Dessanaike Appuhamy to Mohandiram of the Galle Guard. The Vidanes of the Giruwapattu to be permitted to carry hangers; and furthermore.

Dutch transcription

5229. „wagten met Matirreschve de behoorlijke Connexie verk„ „gen, dan geloove ik dat men onder een wraak zaamen to zigt teegen alle vijandelijke en onverhoopte toevallen in Mature gerust mag zijn. uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: met opn uit gebreid ontwerp willende verveelen, zal ik bij deese mijne a „merking nopens de defensie van statute berusten Alleen nog aanmerkende, dat men met het detacheer van posten wel zeer zuinig moet, zijn en niet ander aan goede en toereikende Commandos moet uit„ zenden, en in dit geval zulk geeveld moet employ „eeren, waar teegen de singaleesen niet bestaan baer is. § 230. Bij klijne gedeeltens heeft ons de ondervinding geleerd, dat wij ons volk kunnen verliesen, en daer „om zoude het na mijn insien, indien het zo verrem „te koomen dat den Inlander moet aangetast worden, het beste zijn dat 'er een groot somma „do van 4 â 500 Man te gelijk konde vitauk „ken, die van het noodige voorsien, bij wijse van het vliegend Corps als dan hun „ne weg zoude kunnen maeken; als per Exempel van Matiere na Jangale van Ja „gale na Marichadde en kahawatte, En dat vervolgens over Hakman of de weg van kahawatte weder terug moeste §231. op een gelijke wijse zoude men andere w „gen door de andere Corles ook kunnen maeken §236. st biede Hoogst denselven dien aangaande bij deesen aan de gedagten in geschrifte van den E: kapitein Commandant scheede, die mij deselve na mijn terugkomst van Mature op mijn versoek heeft overgegeeven §234. De weg na Gale diend althoos opengehouden, en dus in heid van onlusten twee sterke Communi„ „catie posten te Goijapane en aan de revier van Polwatte gelegd te worden; moetende de laaste een voorpost op de Berg van Mirresse stellen, en soo lange het mogelijk is deese berg niet verlaaten. § 235. Ik denk dat men met deese twee posten door wel te laaten heenen weder patrouilleeren, met niet minder dan 50. man telkens; de Com„ „municatie tusschen Gale en Mature zal openhou„ „den, ten minsten tot zoo lange dat een groote overmagt der vijanden deese, wijse van ageeren onmogelijk maakt. §2: 33. Hierin acuesseerende, zoude men vervolgens, zoo als bevoorens ook plaats heeft gehad kommandos, ten minsten van 200 man, off na dat het nodig was, kunnen leggen op Tangalle kaltoere, Hakman Bar„ „lebenhotte en Akkuresse; door welke detache„ menten als dan den inlander in order word gehou„ en hier door het zij met geweld als andersints, diege„ „nen die sig niet onder werpen wilden tot hun pligt kunnen brengen. keeren. „den. 64 en die na genoeg met de mijne overeenkomen Ook voege ik bij deese Een Plan van Matur en dies situatien, zoo als hetselve sig teegens woord §237. Ik hoop en heb deeden te vertrouwen, dat wij zo verre 'sComp:s onderdaanen aangaat, geene onlusten meer in de Maturese Lescaronij te vree„ „zen hebben; dog hier toe is nodig dat aan een Landkundig man het gesag van deese Dessav word opgedragen, die manmoedigheid en bedaar „heid genoeg heeft den Inlander tot sijn ver „ting te houden, sonder dat denselven in zyn oude voor regten te kost gedraegen word § 238. De Dessave diend mede te sorgen dat 'er waa „dige en verdienstige Inlandsche hoofden in ove de Landschappen gesteld worden; en het Land soo=danigen gezuiverd worden die kwaad g'in „tentioneerd zijn, want buiten dat voorzie ik niet dat men sig van eene aanhouden vreedige inwooning kan en mag verseekeren § 239. omtrend de Inlandsche hoofden merk ik n aan dat zij teegenwoordig meest alleen in een altenaauwe vriendschap bestaan, wa uit eene alle wille keurige behandeling me de Ingeseetenen, en de schaadelijke eens ges „heid onder hun van malkanders onregt „vaerdigheeden te moeten bedekt houden bevind. § 240. In den Loop van dit secreet Raport heb ik uwelEd: Gestr: Groot Achtb: gemeld, dat ik verpligt geweest ben aan eenige van de voornaam ste hoofden der misnoegten beloffen te doen, en daar van een schriftelijk bewais te geeven, dat se na herstel van rust en vreede zouden begunstigt worden. De geweesen Mohandiram van de Magampat„ toe Don Joean Rajapakse Dessanaike tot tweede Modeliaar van de Girke waijpattoe Don Simon Constantino witje soendre Abenaijke araatje tot Mohandiram en hoofd van de kandehadde pattoe. Don Constantino tot Mohandiram an hoofd van de Magampattoe, en Maddoegodde Don Simon Dessanaike Appoehamij tot Mohandiram bij de Goel„ se Garde. De Bitmerales van de Girae waij pattoe om hou„ „wers te mogen dragen —. voorts. Natuurlijker wijse ontstaat en waar door dan ook, zoo hier in niet met goed over„ „leg voorsien word, zeekerlijk nog meerder onaan „genaamheeden in den aanstaande te voorsien Natuurlijk 8 Don zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0047 view scan ↗

English

Don Fredrik Christiaan Abesinge Jazewadene, a very respected and capable man who had no small influence on the recent disturbances, to be confirmed in the service of Vidaan Muhandiram and head over the vidanie of Kattoene, which service is being performed by him. Section 241. I most respectfully request Your Right Honorable Rigorous Sirs that all the aforementioned persons may obtain their deeds of confirmation in those services to which I have nominated them, since peace is now restored in the Dessavony of Mature. Section 242. According to official letters from the Honorable Dessave Raket as well as according to my private reports, the guard posts of the Lascarins in all the districts of the Dessavony are reoccupied according to custom, and the inhabitants have in general returned to cultivating their fields and performing their obligatory Company services. Section 243. Furthermore, may I be permitted, Your Right Honorable Sirs, in my public character that I hold in the service of the Honorable Company and in my office as Commander and President of the Galle Council, most respectfully to request and as a repetition most humbly to insist, that the following may be taken into consideration and executed by the honored Ceylon Government. 1. That the head administrator Mr. van Angelbeek may be required to declare what reasons may have moved His Honor to decline a commission from the Galle Council, and on the contrary to request another from the Government of Colombo. 2. What reasons have moved His Honor not to accept the Brothers van Schuler and de Vos in the quality of Commissioners of the Galle Council and to show them the obligatory honor. 3. Whether His Honor or someone else arrested the Moor Segve. 4. On what grounds this Moor was arrested. 5. Why no notice was given to me or the Galle Council of the arrest of this Moor, who is an inhabitant of Galle and thus does not belong under the jurisdiction of Mature. Colombo. Separate secret. that through my conduct in this now so happily completed commission and through the indications which I have made in this secret report, I will have simultaneously satisfied the trust with which I find myself favored. Section 246. I commend myself to Your Right Honorable Rigorous Sirs' high favor, and sincerely wish that Your Honor may soon taste the pleasure of seeing peace restored and sustained over the entire island. With due respect and a particular high esteem I have the honor to be, Right Honorable, Rigorous, High and Mighty Lord, Your Right Honorable Rigorous Sirs' very humble servant. Signed: Sluijsken. In the margin: Galle, the last of July 1789. Section 1. Upon review of Your Honor's secret letter of the 5th of August annexed thereto, and secret report of the first-mentioned date, several articles have appeared to us which require further clarification, and others concerning which we judge Your Honor's further considerations necessary, and it is therefore The letter cited in the margin of the 5th of August was directed solely to the Right Honorable Rigorous Lord Governor, and not written in the assumption that it would come for deliberation before the entire Ceylon Government; otherwise I would have had the honor to address it to the said Government. I submit myself however to the pleasure in this matter, and will very gladly answer it in the margin, as well for all that appears therein, as for all that I had the honor to duly receive Your Right Honorable Rigorous Sirs' highly honored separate secret letter of the 17th of September last, and for the sake of clarity, and in confidence of a favorable interpretation, I will take the liberty to answer it in the margin. Right Honorable, Rigorous, High and Mighty Lord! To the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Lord Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies, together with the Council.

Dutch transcription

Don fredrik Christiaan Abesinge Jazewa „dene, Een zeer gesien en bekwaam man, die niet wijnig in vloed op de Laaste onlusten gehad heeft, om in den dienst van vidaan M „handiram en hoofd over de ridanie van kat„ „toene, welke dienst door hem waargenoome word, bevestigd te worden. 5241. Ik versoek uwel Edele Gestr: Groot Acht„ eerbiedigt dat alle de voorschreeve persoonen hunne acten ter bevestiging in die diensten waar in ik se voorgedraegen heb; mogen erlangen, wijl thans de rust in de Matuao „sche Dessavonce hersteld is —. §242. zijnde volgens officieele brieven van den E: De „save Raket zoo wel als volgens mijne ticuliere narigten de wagtposten der Lasse „rijns in alle de Landschappen der Dessavonij ouder gewoonte weder beset, en de ingeseete „nen in het algemeen aan het b'arbeiden hun „ner velden en het volbrengen hunne ver„ „pligte kompanies diensten te rug gekeerd 5243. voorts zij het mij gepermitteerd uwel Ed: Ge Groot Achtb: in mijn publicq Character dan ik in den dienst der E: Comp:e bekleede, en in m ampt als Commandeur en President van d Gaalsche Regeering, Eerbiedigst te versoeken, en als herhaaling nedrigst aante houden, dat het volg door de g'eerde Cellonse Regeering mo„ „gen in overweeging genoomen en werk, „stellig gemaakt worden. Dat de heer hoofd administrateur van Angelbeek verpligt moge worden sig te verklaaren welke wel de reedenen zijn die zijn E: moge bewogen hebben om van eene Commissie uit den gaalschen Raad te bedanken, en daar en teegen een ander van de Regelring van kolombo te versoeken. 2:e) welke reedenen zijn E: bewogen hebben db:s van schuler en de vos, niet in de qua„ „liteit van Commissarissen van de Gaal„ „sche Regeering te accepteeren en het ver„ „pligte honneuk te bewijsen. 3:/ off zijn E: dan wel anders wie den Moor segve g'arresteerd heeft. 4:/ of welk fundament deese Moor g'ak„ „resteerd is! 5:/ waarom aan mij of de Gaalsche raad van het arresteeren van deese Moor, die een inwoonder van Gale is, en dus niet onder de Matureesche Jurisdictie gehoerd door gen Colombo Apart sekreet. ik door mijn gedrag in deesen nu soo gelukkig volbragte Commissie en door de aanwijsing, dien ik bij dit secreet Raport gedaan heb ter fens voldaan, zal hebben, aan het vertrouwen waar mede ik mij begun „stigd vinde. 5246. Jk beveele mij in uwel Ed. Ge„ „strenge Groot Achtbaare hooge Gunste, en wenschen oprecht Dat Hoogst Dezelven spoedig het ge noegen mooge smaaken van de rust over het geheel Eiland herstell De bezijden, geciterde brief van §1. Bij resumtie van uE: den 5. ' aug:s J:rZ: was alleen aan„ en aanhoudende te zien. sekreete brief van den den wel Ed: Gestr: groot Achtb: Heer Met een verschuldigd ontzag en eene bij Gouverneur gerigt, en niet in de ver„ 5. aug:s daar aan, en ge„ zondere hoog agting heb ik de Eek te „onderstelling geschreeven dat deselve „heim rapport van eerst„ ter deliberatie van de geheele Ceilonse zijn. /:onderstond:/ wel Edele, Gestr gem: datum, zijn ons ver¬ Regeering zoude koomen; anders „scheide artikelen voor„ Groot Achtbaare Hoog Gebiede zoude ik de eere gehad hebben dezelve aan wel gem: regeering te ad„ gekoomen, die nadere „de heer! uwelEdele Gestr: Groot Actt „dresseeren; ik onderwerpe mij egter ophelderings vereischen, zeer onderdaanige Dienaar /:was getekend:/ aan het welbehagen in dee„ en andere, waarom„ sluijsken /:in margine :/ Gale den Laesten Julij1 ze, en zal zeer gaarne, zoo „trend we uE verdere wel voor al het geen daarbij Consideratien noodig oordeelen, en is mits voorkomt, als al het geen Ik heb de eede gehad wel te ontvangen uwel Edele Gestr: Groot Achtb: zeer geëerde apparte sekreete brief van den 17 7ber J:oL:, en zal duidelijk heids„ „halven, en in vertrouwen van gunstige welduij„ „ding, de vrijheid neemen deselve in margine te beantwoorden. Wel Edele, Gestrenge, Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Aan den wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren Heer g Willem Jakob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India, Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon, met dies onderhoorig„ heeden, nevens den Raad. by dien

NL-HaNA_1.04.02_3922_0049 view scan ↗

English

647 the first undersigned Governor in particular, both of the 31st of July, to whom this separate letter was written, this your declaration know, and to also do justice to the further justification, your requested necessary means must plainly and directly explain considerations regarding some points in your aforesaid secret Report presented. Under this "something" I already understand that which appears in my secret report to the disadvantage of the Honorable Provisional Chief Administrator van Angelbeek; and which actually, or in short, consists of this: that it is indicated therein that His Honor did not have sufficient knowledge or otherwise sufficient attentiveness in the governance of the Matara Disavony; for had this occurred, His Honor could not have been so remarkably misled, and His Honor would have, with all accuracy, considered in the innermost parts of the country among the inhabitants what was laid down; and knowing this, His Honor could have taken care to put into effect that these inhabitants were properly treated, and properly fulfilled their obligation to the Lord of the Land: in which case certainly no such great dissatisfaction could have resided among the people; much less could an uprising have been provoked without His Honor having been informed thereof before its outbreak and having had a precise understanding of its essential cause at the outbreak thereof, and having been able to render a proper accounting of it: under the aforesaid "something" one could also understand that which I said regarding Mr. Raket, Disava of Matara, in my aforementioned secret Report, namely, that I attribute to him too little knowledge and abilities in land administration or actually in the art of governing the Ceylonese; I have certainly said this; and I am also still confident of a favorable, good interpretation of this sentiment, as will further appear below: In my aforesaid separate letter you say, among other things, that it could easily happen that. To require the same of you; and the clarifications and explanations demanded of me, to provide: If you had taken something into your secret report that did not fully satisfy a pleasant reflection thereon, and that honor, duty, and respect for your public Character demands that you at least say something on account of your sensitivity, on account of insult, disdain, and wrongly conceived distrust against you. Then, because nothing has appeared in this secret report upon which we, or in this case I directed, to know how it. 648 to attribute, in order to properly exercise the authority of the Matara Disavony, at least in the present condition of the Disavony, because I presuppose that everything is still more or less restless; that the irregularities cannot yet be completely prevented; that the inhabitants have not yet returned to their old obligations, or submitted themselves to the new arrangements; and that the still residing complaints have not yet been investigated and decided; for all of which a good, knowledgeable land ruler is required more than ever. I also have in view here Mr. Raket, Mr. van Angelbeek, and all those who took to heart what concerns these two Gentlemen. Why this "something" could not fully satisfy a pleasant reflection thereon, for the person you mean here, because I assume that one cannot have a pleasant or rather agreeable reflection on the contents of a writing in which one finds written something to the disadvantage of oneself or of those in whose affairs we take part. Was it not insult, disdain, and distrust that Mr. van Angelbeek, and even more so the native Chiefs, did not consider a separate Commission from the Galle Council sufficient, but on the contrary, in conscience, requested another commission from the Ceylon Government, or from the Council of Justice in Colombo, as being more useful! Was it not insult and disdain that Mr. van Angelbeek, instead of showing any honor or courtesy to the aforementioned delegates, had it announced that His Honor was very displeased that they, the aforementioned Commissioners, had ordered the Tom-toms to be beaten in his territory? 1: Whom you have in view, who or which it could be, that something included in your secret Report did not fully satisfy a pleasant reflection thereon, and of which nevertheless honor and duty in respect of your public Character demands that you at least say something on account of insult, disdain, and wrongly conceived distrust against you, as well as 2: What consists of the insult, disdain, and wrongly conceived distrust against you.

Dutch transcription

647 de eerst ondergeteekende Gouverneur in 't bij zon„ brief, boide van den 31. ' Ju, zelven van uE: te requirelanden bij de ingeseetenen „der, aan wien deese apar„ gesteld, was; en dit weeten„ „te brief geschreeven is, dee„ „lij J: Z: ter neder gesteld is, aen, en om teffens te doen„ de zoude zijn E: hebbe „ze uE: betuiging weeten kunnen sorgen en de nadere verantwoording toekoomen de versogte toete passen, moet uE: noodige middelen in het doen, en de van mij ge„ zig nader duidelijk onderrigtingen en verkla werk stellen dat deese in„ vraagd wordende op hel„ „ringen, nopens eenige poinc zeetenen behoorlijk behan„ en regtstreeks verklaa¬ „deld waaren geworden, deringen konsideratien ten bij voorschr: uE: ge en hunne verpligting „heum Rapport voorge„ aan den Landheer behoorlijk volbragten: wanneer als dan zeekerlijk ook geen zoo groo „te misnoegdheid bij het volk zoude hebbe konnen resi„ „deeren; nog minder een opstand verwekt worden zonder dat zijn E: voor dies uitbraak daar van onder„ rigt, was geweest en van dies weesendlijke oorzaak bij het onder dit iets begrijpikal iets bij uE: geheem rapor uitbreeken daar van een het geene bij mijn gehuim Juist begrip had gehad was, ingenoomen, dat en een behoorlijke verant raport ten nadeele van de E: provisioneel Hoofdadmi„ Juist niet volkoomen woording daar van had „nistrateur van Angel„ aan een genoegelijke be kunnen doen: „beek voorkomt; en het onder het voorschreeven iets „denking, daar over zoude welk eigentlijk, of in 't zoude men ook konnen voldoen, en dat eer, plij kort gesegd, hier in bestaat begrijpen, het geen ik aan„ en 't aanzien van uE: dat daar bij aangeweesen gaande den Heer Raket, tars Dessave van Matu„ word, dat zijn E: geen toe„ publiek Caracter van „re, bij gemelde mijn ge„ „rijkende kennis of on„ uE: vorderd, dat uE: ter item Raport gezegd heb, „ders voldoende aplettent„ minsten iets zegt wa namentlijk, dat ik zijn heid in het bestier van de „gens UE: gevoeligheid, weeg matureesche Dessavo„ d: te weinig kunde en be„ aangedaane hoon, klijnagting heeft; want „goofdhedens in het landbe„ nie bevesfend „stier of eigentlijk in de kunst was dit geschied zoude zijn en teegens uE: verkeerde opge„ E: niet zoo aanmerkelijk vatte mistrouwens. de singaleesen te regeeren hebbe kunnen misleid wor„ Dan weil bij dit geheur „den, en zijn E: zoude ge„ raport niets is voorge„ „koomen, waarop wij, of met alle Juistheid overleg„ bij mijn secreete Rapport en dien deesen gerigt, om de in het binnenste van het „ren. „waeten hebben hoe het blijken: Ik heb dit zeeker gezegt; en 52. mij voorschr: uE: aparti ben ook nog in vertrou„ brief zegd uE: onder an „wen van gunstige weldui„ „ding van dit gevoelen, ge„ „deren, dat het ligtelijk zoude kunnen gebeure dat. „lijk hier onder nader zal toekeekene „gen. Hteld. de 648 toereekene, om het gezag leggen. van de matureesche Dessa„ „ronie gelijk behoord te kun„ „nen waarneemen ten min„ „sten in de teegenswoordige gesteldheid der Dissavonie, om dat ik veronderstel waarom dit iets bij de dat men geene genoeg„ dat alles nog min of meer onrustig is; dat de onge„ lijke of liever aange„ geene, die uE: hier be„ „reegeldheden nog niet vol„ naame bedenking kan„ doeld, Juist niet vol„ hebben over den inhoud „koomen belet kunnen van een geschrift, waar„ koomen aan eene ge„ worden; dat de in„ „geseetenen nog niet bij men iets ten nadeele noeglijke bedenking aan haare oude verplig„ van zig zelven of van daak over zoude vol„ „ting terug gekeerd de zulken in welker zaa„ zijn, of zig de nieuwe „ken wij deel neemen, ge„ schikkingen onderwor„ „schreeven vind. „pen hebben; en dat de was het geen hoon klijn „ 2. waar in bestaan de als nog resideerende achting en mistrou„ klagten nog niet onder uE: aangedaane koon, „wen dat de Heer van togt en beslisd zijn; tot klijnagting en tee„ Angelbeek, en nog meer welk alles een goeden zelfs de inlandsche gens uE: verkierde kundig landregent Hoofden een gezonde„ opgevalte mistrou„ meer als immer vereischt „ne Commissie uit den word. wins. gaalschen raad niet vol„ Ik heb hier meede in 't 1: wie uE: in 't oog heeft, doende agteden, maar oog der Heer Raket, den daar en teegen, in gemoe wien of dewelke het wo de, een andere kom „ Heer van Angelbeek konde zijn, dat iets bij missie uit de Ceilon„ en alle de geenen die dit uE: geheem Raport „sche Regeering, of uit den Raad van Justitie zig, het geen deese bei te kolombo, als nuttiger bij die geleegenheid ingenoomen, Juist niet „de Heeren aangaat, verzogten! volkoomen aan eene was het geen hoor en klijnagting, dat den genoeglijke bedenking Heer van Angelbeek aan de gemelde gekom„ daat over zoude voldoen mitteerden, in steede van Hun eenige eere en waar van egter eer„ of Hoflijkheid te beweesen, liet aan kundigen, pligt in 't aan zien van dat zijn E: zeer te onvreeden was, dat zij /:ge„ uE: publiek Caracter vor„ melde Commissarissen:/ op zijn gebied de „derd, dat UE ten mon „sten iets zegd weegens laaten aangeleegen aan gedaane hoon, klijn¬ agting en teegens. uE: verkeerd opgevatte mit„ „ trouwens als meede aangedaane Tamblijntjes 53 - doen.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0051 view scan ↗

English

Was it not an insult and a great slight to me and the Galle Commission that the order to prevent the Commissioners, who were proceeding with native music, from entering the gate was indeed given? If a Commission from the Colombo Council were to arrive here at Galle with the native state of the Lord Governor, I would not dare imagine opposing them in anything, but would, if this Commission were in any way inconvenient or offensive to me, submit my grievances concerning it to Your Right Honourable and Esteemed Sir. Was it not an insult and contempt that Mr. van Angelbeek appointed himself judge of the former Modliar of the Wellebadde Pattoe, whom Commissioners van Schuler and De Vos, as appears from the accompanying copy of a letter from them under No. 1, had requested to be summoned to Galle and arrested on account of his hateful and outrageous conduct? Regarding this conduct, the said Commissioners assure as men of honour that this Modliar showed them every possible contempt and failed in his duty to me as Commander, and over which conduct even the attending interpreters and the entire Galle government were indignant. I say, is it not outrageous that Mr. van Angelbeek took this Modliar under his wing and appointed himself judge after notice of this case had already been given to Galle, so that the said Modliar could no longer properly be brought to trial by the Matara Dessave? Was it not an insult and contempt that Mr. van Angelbeek, having been ordered twice to send the said Modliar of the Wellebadde Pattoe to Galle, did not comply with this order? Was it not an insult and contempt that Mr. van Angelbeek, having been ordered to send the titular Mohandiram Dahanaijke to Galle, thought fit not to obey this order, although His Honour certainly could not know for what reason this man was summoned by the Galle government? His Honour deemed it better—surely out of contempt, rather than to obey—to keep this man under arrest because he had gone to Galle without His Honour's prior knowledge. Were these motives sufficient not to obey the order received? I would certainly not—I hope that my conduct has proven this sentiment of mine—dare to think of holding back anyone who was summoned by Your Right Honourable and Esteemed Sir and the Ceylon government. Even if such a person, to all appearances, had committed high treason or had offended the Commissioners van Schuler and De Vos, had them beaten, and threatened that if they continued further their entrance into the Gate at Matara would be prevented, I would still have to send him up, having nevertheless the right thereafter to submit my grievances regarding this matter. Was it not an insult and contempt that Mr. van Angelbeek, upon the order of the Galle Council to send the arrested Moor Segoe with the charges against him to Galle, merely replied: "This Moor was arrested here at Matara a few days ago as a suspect person and sent to Colombo," without mentioning anything further in his letter as to what he was found suspect of, nor why he was sent to Colombo without the knowledge or consent of the Galle Council? If no contempt had taken place in this, Mr. van Angelbeek would surely on that occasion have remembered that, owing to many occupations, he had forgotten to notify the Galle government of the apprehension and dispatch of this man. His own letter proves that His Honour thought of the Galle Council and of this Moor at one and the same time, and thus no inadvertence can have taken place in this regard. Was it not a bitter slight to me that the Moor Segoe, whom I had ordered to be detained at Amblangodde because he was being transported past this fortress with force and without my prior knowledge, had to be transported further to Colombo, notwithstanding that I requested that he might be tried here at Galle, and notwithstanding that I had declared that this man was present in the Matara Dessavony by my order? If this Moor had engaged in anything beyond what I instructed him, then I respectfully submit, with deference to better judgment, that I surely ought to know of it, and should myself have the necessary investigation conducted regarding it, as I requested. Was it not a slight and a mark of distrust toward me that the order to send the Moor Segoe to Colombo was given directly to Matara, although Your Right Honourable and Esteemed Sir otherwise usually issues all orders concerning the Matara Dessavony and the service to the Commander or the Council at Galle? May it not be taken amiss if I most respectfully and very modestly ask Your Right Honourable and Esteemed Sir whether you would not be exceedingly affected if Their High Mightinesses at Batavia thought fit to send an order to the Commander of Jaffanapatnam or of Galle without informing Your Right Honourable and Esteemed Sir of this order?

Dutch transcription

649 had, tot rechter stelde, na dat reets van was het geen hoon en groote verklijning voor dit geval na Gale kennis was gegeeven, en dus mij en de gaalsche Commissie, dat de or„ de gemelde Mooliaat niet wel meer door „der om de Commissarissen, met de Jnland de Matureesche Dessaveng konde te regt „sche musiek voort trekkende, het ingaan gesteld worden. was het geen hoon en klijn agting dat de in de poort te beletten in der daad ge„ Heer van Angelbeek, tot twee keeren toe „geeven was ? Jk zoude indien een Com gelast, om den gemelden modliaar van de welle„ missie uit den kolomboschen raad hier „badde pattoe na Gale op te zenden, aan te Gale met de inlandsche statie van de deese ordre niet voldaan heeft. Heer Gouverneur aan kwam, niet in mi was het geen hoon en klijnagting dat de Heer ne gedagten durven neemen deselve in van Angelbeek gelast om den titulairen iets teegen te gaan, maar zoude wij„ Mohandiram Dahanaijke na Gale te zenden, „dien deese Commissie mij eenigsints on goedgevonden heeft deese order niet te gehoor„ „geleegen was, of aandeed daar over aan „zaamen; schoon zijn E: zeeker niet weeten kon, om welke reeden deese man door de uwel Edele Gestr: Groot Achtb: kunnen Gaalsche regeering op ontbooden wierd ? zijn beswaaren. was het geen hoor en klijnagting dat d:o vond /:zeeker uit klijnagting : /: gehaadenet:/ dan de Heek van Angelbeek den geweesen Mo te gehoorsaamen:/ deesen man in arrest „liaar van de willebadde pattoe, dien de Com„ te houden, om dat hij buiten zijn E: „missarissen van schuler en De vos blij„ voorkennis na Gole gegaan was; waaren „kens een nevens gaande kopij brief van de deese beweegreedenen toerijkende om de zelven onder N:o 1. versogt hadden dat gale mogten opontbooden en g'arresteerd gedrag. worden, aangesien zijn hatelijk en ver„ Ik zoude zeeker niet /:ik hoop dat mijn (dit re gaand gedrag, waar omtrend gem: Commi mijn gevoelen beweesen heeft. / in sarissen als mannen van eere verzeeke¬ mijne gedagten durven neemen, om iemand terug ren, dat deese Modliar Hun alle mog te houden, die door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: en de gelijke minagting betoond en mij als kor Ceilonsche regeering opgeroepen wierd. mandeur gemankeerd had; en over welk gedrag zelfs de bij zijnde tolke men Al had zoo iemand ook na het leeken de geheelen Gaalschen regeering beleedigd de kommissarissen van Schuler en De vos ontvangene order niet te gehoorzaa„ verontwaardigd geweest zijn; Jk zegge niet verregaand dat de Heer van Angelbeek zig deesen Modliaar, die in Jamblijntjes hodden laaten slaan, en dat indien zij verder Continueerden tun het inkoomen in de Poort te Mature zoude belet worden was van was het - 650 gestaan, of een land verra begaan; ik zoude hem, dog moeten opzenden; egter vervolgens het regt hebb mijnen beswaaren hieromtrend intebre„ van een ander was, het geen hoonen klijn agting dat de Heek van Angelbeek op de order van den gaalschen Raad, om den g'arresteerden, moor segoe met de stukken ten zijnen laste na Gale op te senden, slagts antwoord, deese moor is hier /e Mature:/ voor eenige daagen als een susfect persoon gearres„ „teerd geworden en na kolombo opge„ „zonden, zonder bij zijn brief verder eenige melding te maaken, waar in hij suspect is bevonden, nog waarom hij buiten meede weeten of toestem„ kolombo gesonden wierd ? Jndien in deesen geene minagting plaats gevonden had, zoude de Heer van Angelbeek bij die geleegenheid zeeker wel indag„ „tig geworden zijn, dat hij weegens veele beesigheeden vergeeten hadde Gaalsche regeering van het opvatten en versenden van deese man ken¬ „nis te geeven: zijn eigen brief bewijst, dat zijn E: aan de Gaalsche raad en aan deese moor op een en het zelve teid„ stip gedagt heeft, en dus geene in advertentie hier omtrend kan plaats gevonden hebben. was het geen bittere verklijning voor mij„ dat den moor segoe, dien ik om dat „ming van den Daalschen Raad na was het geen verklijning en mistrouwen voor deese vesting voorbij getransporteerd wierd, te Amblangodde had laaten aan houden, verder na kolombo moest getransporteerd wor„ „den, niet teegenstaande dat ik ver„ „zogt dat hij hier te Gale mooge te„ regt gesteld worden en niet teegenstaan¬ de ik verklaard had, dat deeze man op mijn last in de matureesche Dessavonie aanweesig geweest was. Jndien deese moor iets meer bestaan had, dan het geen ik hem opgedraagen heb, dan vermeen ik eerbiedigst met onderwerping aan bieter ge„ voelen dat ik zulks immers wel weeten mogt, en desweegens zelve gelijk ik ver¬ „zogt heb het noodige ondersoek laaten doen. mi dat de order om den moor segge na ko¬ „lombo op tesenden diackt na Matutie gegee„ „ven wierd, schoon uwel Edele Gestr: Groot Achtb: anders gewoonlijk alle orders de matuale„ che Dessavonij en den dienst betrekkelijk, aan den kommandeur of den raad te Gale uit¬ „gevaardigd ? Het worde niet kwalijk uitge„ „legd, dat ik uwel Edele Gestr: Groot Achtb: eerbie„ „digst en seer bescheiden vraage of hoog deselven niet ten hoogsten aangedaan zouden zijn, indien haare Hoog Edelheeden te Batavia goedvonden, een order aan den kommandeur van Jaffanapatnam of van Gale te zende, zonder uwel Edele Gestr: Groot Achtb: te laaten onderrigten van deese order hij sonder mijn voorkennis met geweld hij was gen.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0053 view scan ↗

English

6. 51 Was it not contempt that so little concerning the condition of the Matara inhabitants was imparted to us, either by Mr. van Angelbeek or by the Gentlemen Fretz and Samlant, as will be demonstrated further below in its proper place? Was it not mistrust? I believe that the requesting and sending of a commission from Colombo, especially since the Galle Commission was already on its way, clearly proves that either I or the members sent as Commissioners from the Galle Council were suspected of ignorance or of something else, for otherwise this Commission could indeed have been allowed to proceed, or that we were mistrusted. Was it not mistrust that the apprehension and dispatching of the Moor [illegible] was kept secret from me? Mistrust, in my view, undeniably took place, for otherwise, speaking most respectfully and with submission to wiser judgment, I still do not understand why I, through my already dispatched Galle Commission, could not just as well have secured peace in the Matara Dissavony as could be done by the Commission from Colombo, or why I and the Galle Council were not permitted to know what the Gentlemen Fretz and Samlant had to perform, and actually did perform! That this mistrust, which I believe I have clearly shown to have taken place, was conceived erroneously, was it not a belittlement for me and the Galle Council that the request of the Honorable van Angelbeek and his to be allowed a commission from Colombo was given greater consideration than the proposal of the Galle government, which judged a commission from Galle to be sufficient! Was it not a belittlement, even in the eyes of the discontented or rebellious subjects, that this Commission had to return immediately without having accomplished anything! Was it not a belittling reproach to me and the Galle government that it was interpreted to us as an egregious disobedience that we, with the best intentions in the world, did not write to the Commissioners, who were already on their way to the mutineers, to return directly and without deliberation, immediately, but on the contrary left it to these Commissioners to adapt to the circumstances of the time and to carry out the order to cease their Commission in the most suitable manner? Did it not serve as an insult and belittlement and mistrust toward me and the Galle Council that the Honorable Commissioners Fretz and Samlant, upon their departure for Matara, gave us not the slightest disclosure of their charge, just as if the Matara Dissavony, which was entrusted to our vigilance by the High Government of these lands, did not concern us? Was it not an insult and disparagement and mistrust that the Gentlemen Fretz and Samlant upon my arrival at Matara completely refused me the instructions requested of them?

Dutch transcription

6. 51 van hun gevraagd wordende Jnstruk¬ Angelbeek en zijne om eene kommissie van was het geen minachting dat ons zoo weinig kolombo te moogen hebben in meerder a van de gesteldheid der matureesche inge„ „merking kwam dan het voorstel van de „zeetenen nog door de Heer van Angelbeek Gaalsche regeering die een kommissie va nog door de Heeken fretz en Jamlant Gale toerijkende oordeelde! bedeeld is, gelijk hier onder of zijn plaats was het geen verklijning, zelfs bij de mis¬ nader zal aangetoond worden. „noegals of rebellige onderdaanen, dat dees was het geen mistrouwen? Jk meen dat het Commissie zonder iets uitgeroerd te hebbe vraagen en zenden van een kommissie ten eersten terug moet keeren! van kolombo, te meet wijl de Gaalsche Com„ - was het geen verklijnend verwijt voor mij a missie reeds op weg was, duidelijk bewijst, de Gaalsche regeering dat ons als eene ver¬ dat ik of de als Commissarissen gezondene gaande ongehoorzaamheid, uitgelegd wier leeden uit den Gaalschen raad het zij van dat wij, met de beste intenties van de wa onkunde of van iets anders /: wantanders reld, aan de Commissarissen, die reeds n had men, deese Commissie immers haaren de muitelingen op weg waaren niet geschr gang kunnen laaten gaan:/ in verdenking ren hebben, om dibect en, zonder overle waaren, of dat men ons mistrouwde. maar inmediaat te rug te keeren, mawas het geen mistrouwen dat het opvatten en in teegendeel aan deese Commissarisse versenden van de moor Rgoe voor mij geheim overlieten om sig na de teid. omstandig gehouden is. „heeden te schikken en de order om haaren mistrouwen vond na mijn inzien on„ Commissie te staaken op de geschiktste wedersprekelijk plaats, want anders begrijf wijse ter executie te brengen ik eerbiedigst en met onderwerping aan wij„ stratel het niet tot hoon en verklijning e „zer oordeel gezegd nog niet waar om mistrouwen voor mij en den Gaalschen ik door mijne reeds gesondene gaalsche Com¬ raad, dat de E: kommissarissen Fretz: „missie niet even zoo wel de rust in de Samlant bij hun vertrek na mature ons matureesche dessavonie zouden hebben geen de minste opening van Hunnen last kunnen besorgen, als dit door de Com„ hebben gegeeven; even als of de Ma¬ „missie van kolombo konde geschieden „tu deesche Dessavonij, die door de Hooge of waarom ik in de Gaalsche raad niet regecring deeser, landen onse oplet ten weeten mogten wat de Heeren fretz „heid aanbetrouwd is, ons niet aanging en samlant te verrigten hadden, en werklijk was het geen hoon en klijnagting en mist„ verrigte den! wen dat de Heeren Dat dit mistrouwen, het welk ik duidelijk meen aange„ Frelt en Samland mij bij mijn aankomst „toond te hebben dat plaats gehad heeft, verkeerd op gevat is geweest, te Matuoe, die „tie volstrekt weigerden. „schen raad, dat het versoek van den E: va„ van word was het geene verklijning voor mij en den Gaa

NL-HaNA_1.04.02_3922_0054 view scan ↗

English

and, subject to wiser judgment, clearly proven by experience; Colombo, but my council members and I had the good fortune to restore peace in the Maturese Disavany. 33. Furthermore, Your Honour states in the aforementioned separate letter that, had Your Honour wished to be malicious, Your Honour certainly could have said not only more, but even much more, which could cause no small unpleasantness to Mr. van Angelbeek. Could I not have portrayed him as a cruel man and a tyrant, who treated his subordinates in an inhuman manner, and concerning whom their wives and children brought their complaints to me, stating that their blood relatives had even lost their lives through mistreatment? Could I not have depicted in dark colours that Mr. van Angelbeek, possibly with the best intentions, sought to populate and cultivate a far distant wilderness like Baddigirie, whereas in the surrounding lands there is still enough to be done, which might well have been carried out beforehand? Could I not have presented it as highly improper that Mr. van Angelbeek actually undertook this expedition without knowing that all the inhabitants, great and small, opposed it? Presenting him on the contrary as a man who did not know what was going on in his subordinate lands, who did not know that the poor countryman was groaning under the heaviest oppressions, but imagined to himself that the inhabitants, led by the most upright Headmen, lived in happy contentment? The Honourable First Head Administrator van Angelbeek has noted in this regard that in his letter of 19 April written from Mature to Gale, he had already most emphatically requested that a thorough investigation be made into his conduct during his administration there, and that any complaints that might be brought against him be examined with all precision, conscientiously and with the utmost strictness. And with the request that, since Your Honour says that Your Honour could have said not only more but much more if Your Honour had wished to be malicious, which could have caused him no small unpleasantness, Your Honour might be directed to state clearly and without any further reserve what that consists of which Your Honour believes to have against him, not only more, but even much more, without letting yourself be restrained from doing so by any considerations whatsoever. We have therefore, as is done by these presents, in accordance with the aforesaid request of the Honourable van Angelbeek, resolved to order Your Honour to deliver to us, clearly and without any further reserve, all that which Your Honour believes to have against him, van Angelbeek; and until such time we shall postpone the decision upon Your Honour's request, which, according to my humble and lowly opinion, has been made.

Dutch transcription

652 en met onderwerping aan wijzer gevoelen door de ondervinding duidelijk beweesen; kolombo, maar ik en mijne raadsleeden het geluk gehad hebben de rust in de ma „tureesche Dessavonij te herstellen. als eenen wreedaarden. zeekerlijk zoude ik 33. Nog zegd uE: bij voor dwingland hebben konnen. schreeve apparte brief dat meer en zelfs reel hebbe konnen zeggen, uE: boovaardig willende indien ik boosaar„ zijn, zeekerlyk niet alleen dig hadde willen zijn. meermaar zelfs veel meer kon ik niet met een zoude hebben konnen donkere verwe afge„ zeggen, het geene niet „schilderd hebben, dat weinig onaangenaam de Heer van Angel„ heeden aan den Heer „beek, mogelijk met dat hunne bloedvriem„ van Angelbeek zou¬ de beste intenties, „den door mishande„ „de kunnen toebren„ eene verke afge¬ „lingen zelfs om het leven gen. De E: p:s, hoofd ad„ „leegene woestijne gekoomen waaren. ministrateur van gelijk Baddigirie viende te bevolk Angelbeek heeft hier Angelbeek niet hebben kunnen voorstellen, of aangemerkt, dat „planten, daar 'er in hij reeds bij zijn brief de om en bij leggen„ geheel niet geweeten „de landen nog ge„ „noeg te doen valt, Mature na Gale ge„ het welk wel voor af schreeven op 't na druk had mogen verrigt „kelijks heeft, versoggt, om een nauwkeurig worden. Had ik niet als ten hoog„ ondersoek te doen na „sten ongeschikt kunnen zijn gedrag geduuren¬ voorstellen dat de Heer van „de zijn besteer aldaer, Angelbeek deese en om de klagten, die teegens hem mogten togt werkelijk on„ Hoofden aangevoerd, inkoomen met in eene gelukkige vergenoegd„ „dernoomen heeft alle nauwkeurigheid heid leefde, en die zijn E: zonder te weeten, gemoedelijk en op het wijl met de Heeken Commissarissen van zoude ik den Heer van zoude ik den Heer van „de dat de ingezeete„ „nen door de braafste mij hebben ingebragt, van den 19 April van heeft, wat in zijne on„ beslooten uE: te gelasten, teegendeel voorstel„ als een man die in't behandeld, en waar over vrouwen en kinderen hunne klagten bij zig voorstelde dat voorstellen; die zijne „dergeschikte landen onmenschelijke wijze word na mijn gering en nedrig oordeel Angelbeek niet bij mijn geheim rapport ondergeschikte op eene willen zijn, 't geen hem niet weinig onaange„ naam heeden zouden hebben, kunnen toebren¬ „gen, uE: mogte worden aangeschreeven, om zon„ „der eenige verdere reserve, duidelijk of te geeven, waar in bestaat het geen uE: niet alleen meer, maar zelfs veel meer ten zijnen laste vermeend te hebben, zonder zig daar van te laaten weederhouden door eenige Consideratien hoegenaamd. wij hebben dierhalven zoo als geschied door dee„ „zen om over een kom„ stig 't voorsz: versoek van den E: van Angel„ „beek duidelijk en zon„ „der eenige verdere reser„ „ve, aan ons over te geeven al het geen uE: ten laste van hem van Angel„ beek meend te hebben, en zullen we tot zoo lange uitstellen de dis„ „positie op uE: daar bij zoo uE: boosaardig zoude meer maar veel meer zou„ „de hebben kunnen zeggen, zegd, dat uE: niet alleen met versoek dat wijl uE: scherpst te ondersoeken, „tede; maar zig in ste verdrukkingen zug„ man onder de sterk„ om ging, die niet wist dat den armen land„ dat Scherpst e hem gedaan dat alle de ingezeetenen groot en klijn zig daar teegen aankanteden.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0055 view scan ↗

English

request made, instead of having been able to send some inhabitants who were punished, nor revolted, toward Colombo, in order to present to Your Right Honourable Sir proofs of the cruelest treatments. Could I not have pointed out, as a way that repairs the honour, that the Honourable Mr. van Angelbeek has brought Messrs. Smetze and Samlant into the greatest danger, by carelessly letting commandos march out; whereby the inhabitants were brought into unrest and these Commissioners, who were at Hakmana for the pacification of the people, were brought into the greatest danger? Could I not have requested Your Right Honourable Sir to ask Mr. van Angelbeek on his word of honour, by what he was moved to conceive any distrust against me, as his Honour himself testified to me, which took place in the beginning of the unrest? Could I not have interpreted, to the disadvantage of Mr. van Angelbeek, that his Honour in his reports concerning the dissatisfied inhabitants almost always gives good hope that everything would quickly restore to calm, while it has nevertheless become apparent that from the beginning of the uprising until the departure of Mr. van Angelbeek the contrary has existed? Likewise, could it not have been interpreted as malicious, if I had cited more in my secret report than I have already cited, and if I had incorporated in my secret report everything that I could have drawn up to the charge of Mr. van Angelbeek, and presented it in a manner that belittles his Honour? Which by the Honourable van Angelbeek, in a public manner in the Company's papers, to which Your Honour attached all respect. Could I not have interpreted it as ignorance that Mr. van Angelbeek so often has praised all his native chiefs as brave, honest, and faithful people, who were very attached to him, for which Your Honour considers yourself belittled? Could I not have presented the complaints, which came in against Mr. van Angelbeek both in general and in separate classes, in a manner disagreeable to his Honour? Could I not have interpreted it as a far-reaching disobedience on the part of Mr. van Angelbeek that he did not send the Mohandiram of the Wellabaddepattoo and the titular Mohandiram of the Belligam Korale to Galle, although he was firmly ordered to do so? Could I not have shown that Mr. van Angelbeek, despite all complaints brought in, particularly concerning the four native chiefs who were later dismissed from their posts, wanted to maintain these chiefs contrary to all rules of statecraft and policy; and that thereby the conspiracy increased and the dissatisfaction grew? It will be necessary to examine him even then, when they were already in the city. Paragraph 4: On Your Honour's demand made in the secret report that the Honourable van Angelbeek should explain why his Honour declined a Commission from the Council of Galle, and on the contrary requested another from Colombo, the said Honourable van Angelbeek declared that he had already given these reasons in his letter of 19 April written to Your Honour, in which is stated in so many words: Above I have already had the honour, in my name and that of the chiefs, to request a Commission from Colombo, which request I hereby further repeat and thus thank Your Right Honourable Sir very much for the Commission already appointed there, all the more if only a recording of the complaints of the mutineers must take place, for which the second warehouse master, the Honourable De Moor, with the Commandant Bijer, would be sufficient, both of whom are known here to the inhabitants, and as far as I am aware, are also respected and esteemed. It is, however, not only a recording of the complaints that I and my chiefs request, but indeed particularly a sharp investigation, as I respectfully believe, also of our conduct, as well as of those who are the primary cause of this mutiny. And the said Honourable van Angelbeek has furthermore declared that from Your Honour's letter of the day before, he could see nothing else than that it was thereby left to his option. In this letter it is indeed very clearly acknowledged that Mr. van Angelbeek and his chiefs request a Commission from Colombo, and that the Galle Commission is declined, but not the motives why he and his chiefs desire no Commission from the Galle Council, but on the contrary another from Colombo. Furthermore, I assume, with submission to Your Right Honourable Sir's enlightened judgment, that the Matara Dessave must consider a Commission from the Galle Council, when it is sent into his Dessavony, just as satisfactory, and honour the same, as a Commander of Galle is obliged to do when a commission from the Council in Colombo is sent into his Commandement. To take a mere recording, in my view no Commission from Colombo was necessary either; but to conduct this sharp investigation, the Galle Commission was indeed suited.

Dutch transcription

653 gedaan versoek, onstad ik niet eenige ingezeetenen die afgestraft gerevolteerd waaren, nog UE: door gem: E: va waren kolombo waards kunnen hebben zenden, om alle agting toedroegen. Angelbeek, op eene p uwel Edele Gestrenge groot Achtb: van de wreed, zoude ik het niet als eene oliqie weise bij 'ssom ste behandelingen, bewijzen voor testellen. onkunde, hebben kunnen papieren zoodanig eerzoude ik niet hebben kunnen aanweizen, uitleggen dat de Heer hoede Heek van Angelbeek, de Heeren Siretze repareerende eere van Angelbeek zoo dik„ Samlant in het grootste gevaar heeft gebragt, doen erlangen, als in wils alle zijne Jnland„ door onoverlegd, Commandos te laaten uit zulk een geval voor, het „sche Hoofden Marchieken; waar door de ingezeetenen in on„ heeft aan„ „bliek, waar voor uE: zi „gepreesen als braave, „rust en deese Commissaaissen, die zig ter bevree„ agt verklijnd te weese eerlijke en getrouwe „diging van het volk te Hakman bevonden menschen, die hem in het grootste gevaar, zijn gebragt zeer geattacheerd waaren. zoude ik uwel Edele Gestr: Groot Achtb: niet zoude ik niet de klag„ hebben kunnen versoeken, om den Heer van ten, die teegen den Heer Angelbeek op zijn woord van eene aftevraa„ van Angelbeek zoo bij „gen, waar door hij bewoogen is geworden om generaale als bij afzon„ teegens mij eenig wantrouwen op te vatten, derlijke vlassen, in gekoo„ gelijk zijn E: mij zelve beluigd heeft, dat in „men zijn, op eene den beginne der ontusten plaats gehad heeft. zijn E: onaangenaame weise hebben kunn zoude ik niet, den Heer van Angelbeek tot na„ voorstellen „deel, hebben kunnen uitleggen, dat zijn E: bij desselfs zoude ik het niet den Heer van Angelbeek berigten omtrend de misnoegde ingezeetenen als eene verregaande ongehoorzaam heid meest altoos een goede hoop geeft, dat hebben konnen uitleggen dat hij den Moo zig schielijk alles tot rust zoude herstellen, „hiaar van de wille baddepattoe en den ti„ terwijl dog gebleeken is, dat van den begin zulair Mohandiram van de Belligain van den opstand tot het vertrek van den korle niet na Gale heeft opgesonden, schoor Heer van Angelbeek het teegendeel geExcis„ hem dit stelling belast was ! „teerd heeft. zoude ik niet hebben kunnen verthoonen ingelijk zoude men niet als boovaardig heb„ dat de Heer van Angelbeek in weerwil ben kunnen uitleggen, indien ik meer, bij mijn van alle ingebragte klagten in het bijsonder geheim rapport aangehaald had, als ik reeds omtrend de vier Jnlandsche hoofden, die naderhand aangehaald heb, en in dien al het geen ik uit hunne diensten gedemoveerd zijn, teegens alle ten laste van den Heer van Angelbeek reegels van staat kunde en belijd aan deese had kunnen opstellen bij mijn geheim Rap„ hoofden heeft willen maintineeren; en dat „port had ingelijft, en op zijn E: verklijnende daar door de zaamen rotting is toegenoo„ wijze had voorgedraagen. „men en de onvergenoegdheid vergroot zal noodig weesen hem zelfs toen zij reeds stad 54 7 §4 654 van om een enkelde opneeming te doen, was na mijn in„ zien ook geen Commissie van kolombos noodig. muitelingen moet ge § 4: op uE: gedaane vorde„ schieden, hier toe de „ring bij het geheim ra tweede pakhuis mees„ „port dat de E. van An„ ter den E: De Moor met gelbeek zig zal dienen den kommandant te verklaaren, waarom Bijer, voldoende zijn, zijn E: voor een Commis„ welke beijde alhier isie uit den Gaalschen bij de ingezeetenen be„ raad bedankte, en daar kend, en voor zoo verre en teegen eene andere van kolombo verzogt ik bewust ben, ook Bij deese brief staat wel heeft, heeft gem: E van gezien en geagt zijn. zeer duidelijk bekend, dat Angelbeek verklaard, Het is egter niet al„ de Heer van Angelbeek en zijne hoofden, om eene deese reeden reeds te heb¬ leenig eene opnee„ Commissie van kolombo versoeken, en dat de bben opgegeeven bij zijn ming der klagten, gaalsche Commissie be„ brief van den 19' die ik en mijne hoof„ dankt word, maar niet April, aan uE. ge„ „den versoeke, maar om dit scherp onversoek de beweegreedenen waer „om hij en zijne hoofden „schreeven, waar bij wel in zonderheid een te doen, was de Gaalsche geen Commissie uit de met zoo veel woorde kommissie gelijk ik scherp ondersoek van gaalschen raad, maer staat: eerbiedig vermeene ook deese klagten, en geschitet. voorts veron„ daar en teegen een ander Hier boven heb ik kolombo begeeren. derstel ik, met onderwer„ na onzer gedrag, reeds de eere gehad ping aan uwel Edele Gestr: als ook na hun die uw E: E: Achtb: uit groot Achtb: verligte oor„ de eerste oorzaak van mijn naam en die „deel, dat den Maturee„ deese muterij zijn. van de hoofden„ schen Dessave een Com„ om eene Commissie en heeft gem: E: van An¬ missie uit den gaal„ van kolombo te ver¬ „gelbeek daar bij nog schen Raad, wanneer die verklaard, dat hij uit zoeken, welk ver„ in zijn dessavonie ge„ uwen brief van 's dags zoek ik bij deeze zonden word, voor eeven zoo voldoende moet hou te vooren, niet anders nader herhaale „den, en deselve honoree „ heeft kunnen zien en bedonke uw E: E: „ren, gelijk een kom„ dan dat het daar bij Achtb: dus heel zeek voor de reeds mandeur van Gale in zijn optie gesteld is, benoemde Com„ verpligt is wanneer missie aldaar een kommissie uit den te meer, zoo enkeld raad te kolombe in zijn kommandement geson„ eene opneeming „den word. der klagten van de mn lingen stad of

NL-HaNA_1.04.02_3922_0057 view scan ↗

English

655 Commission whether he declined this commission from the city, Mr. van Angelbeek, within the time that I could receive his answer to my proposal regarding this, then this commission would probably not have departed either; nor would it have been an insult that Mr. van Angelbeek had declined the sending of all Commissions; but the insult, in my humble view, is enclosed in the fact that he deemed the Galle Commission inadequate: and this is, in my view, an actual insult, and just as fitting as if I were to decline an offered commission of Colombo from Your Right Honorable regarding reasons to be able to state, as it would be presumptuous of me to suppose that a commission from Batavia would be of much use for the restoration of affairs in my command; in the conscientious thoughts of Mr. van Angelbeek, according to my slight judgment, it is also enclosed that His Honor, wishing to proceed as an honor-loving or faithful servant of the Honorable Company, did not judge the Commissioners from the Galle Council suitable, but considered a Commission from Colombo from the Council of Policy or merely from the Court of Justice of no more value. These thoughts in conscience are, according to my humble understanding, as little permissible to declare without necessary or not necessary, the insult wherein in conscience I thought that such a Commission would be of no great honor to the Matara Disava regarding the Disavony in this circumstance. Your Honor must therefore inform us further, wherein according to your view the insult actually consists where Your Honor regarding this subject says that the prestige and the honor of the Galle government requires a reasonable redress, and that he cannot see that he, by declining the Commission, should have insulted Your Honor in any respect, testifying at the same time that his request that a Commission from us might be requested happened with no other purpose than because he had judged it on well-founded and good grounds. 656 reasonable redress is required. How unwillingly His Honor saw this Commission appear. In the unfriendly manner in which the Commissioners, who represented the Galle government off the supreme authority of Mr. van Angelbeek, were received at Matara. According to my humble view, the Galle government may hope for a reasonable redress in this, because Mr. van Angelbeek, as I respectfully assume, was obligated to accept said Galle commissioners with just as much distinction as I received with pleasure the Gentlemen Commissioners Joritz and Samlant. Paragraph 5: Your Honor must also explain yourself further as to what the contempt actually consists of wherewith the Honorable van Angelbeek received the committee members van Schuler and De vos at Matara, and how the proof follows from that which Your Honor draws from it. This contempt consists in this, that Mr. van Angelbeek publicly let the committee members van Schuler and De vos know through an Assistant that His Honor was very dissatisfied that they, the Commissioners, had already had the drums beaten so long upon his territory, and that if this were continued, entry through the Gate would be prevented. It was an even greater insult to the Honorables van Schuler and De vos that Mr. van Angelbeek had actually given the order to prevent them from entering through the Gate. As soon as we decline the arrival of someone who is announced to us, and request someone else in their place, and to that is added that the declined person appears against our desire, and we then are unfriendly enough to receive him not politely but indiscreetly, others may certainly draw the consequence that we did not gladly see such a person appear. This is fully the case of the Honorables van Schuler and De vos. Paragraph 6: Upon Your Honor's grievance about the little report or information that the Honorable van Angelbeek has given Your Honor of the state of the Disavony in your secret Report: Certainly Mr. van Angelbeek has given me too little report or information, being judged; and if many the

Dutch transcription

655 Commissie of hij deese stad de Heer van Angel„ beek voor deese kommissie reedenen te kunnen bedankt, binnen de aangeeven, als het teid dat ik zijn ant„ vermeetel van mij „woord op mijn voor„ stel des weegens kon zoude zijn te veron„ ontvangen, dan zou„ „derstellen, dat eene „de deese kommissie kommissie van Bata„ ook waarschijnlijk ria, tot herstel van niet vertrokken zijn, zaaken in mijn kom„ het zoude ook geen mandement van veel beleediging geweest nut zoude zijn; in de zijn, dat de Heer van gemoedelijke gedagten Angelbeek voor het van den Heer van An„ zenden van alle Com¬ gelbeek leggen na „missies bedankt had; mijn gering oordeel, maar de beleediging ook opgeslooten, dat legd na myn needrig zijn E: als een eerlie„ begrip daar in opgesloo„ vend of getrouw die„ „ten, dat hij de Gaalsche naar van de Ed: Comp: willende te werk Commissie niet voldoen„ gaan, de Commissa„ de achteden: En dit nissen uit den Gaal„ is na mijn inzien eene schen raad niet ge„ werkelijke beleedi„ scrikt oordeelde, „ging, en even zoo ge„ maar eene Commis„ „past als of ik uwel Edele Gestr: Groot Achtb: „sie van kolombo uit voor eene aangeboodene den raad van Politie kommissie van Colom„ of slegts uit den „bo bedanken wil„ raad van Justitie „de en daar en tee„ van meerder niet „gen eene andere van agtede. batavia versoeke. Deese beleediging be„ de beleediging waar„ Deeze gedagten in gemoe„ in gemoede dagte staat, gelijk ik eerbie„ van uE: noopens dit „de. zijn na mijn nae„ dat zulk een Commis„ „digs veronderstelle, drig begrip den Mati in het verwerpen, of onderwerp zegt dat 't „sie in deese geleegen„ „reeschen Dessave betrek„ op eene hoflijke wijse aanzien en de eere „heid van veel niet „lijk de Dessavonie eeren gesegd, bedanken, voor van de Gaalsche re„ zoude zijn. UE: moet zoo weinig geoorloofd de gaalsche Commissa„ ons derhalven nader te verklaaren zonder rissen als onvoldoende „geering eene berigten, waar in na uwen in zeen eigentlijk noodig of niet noodig agtede, en dat hij midsd niet zien kan dat hij door het bedanken voor de Commissie uE: in eenig of zigt zouden hebben beleedigd, met betuiging teffens dat zijn versoek, dat 'er eene Commissie van ons mogte worden ver„ „zogt, met geen ander oogmerk is geschied, dan om dat hij gegronde v geoordeeld gegronde en goede bestaat 656 billijke vorderd. herstelling hoe ongaarne zijn E: deese Commissie zag op daagen. „ kontinueerd wierd, het in de onvriendelijke ingaan van de Poort weise waarop de Com„ belet zoude worden. „missarissen, die de Het was eene nog gaalsche regeering af„ groote beleediging des Heeren van An„ voor dEs: van Schuler „gelbeek oppergezag re„ en De vos dat de Heer presenteerden te Malu¬ van Angelbeek werk„ „re ontvangen zijn lijk de order gegeeven Na mijn needrig in„ had, om hun het in„ zien mag de Gaalsche gaan in de Poort te„ regeering eene billijke beletten. herstelling in dee, zoo dra wij voor de zen hoopen, wijl de komst van iemand Heer van Angelbeek die bij ons aangediend gelijk ik eerbiedig ver¬ is bedanken, en iemand „meene verpligt was anders in dies plaats gemelde gaalsche kom„ versoeken, en daar bij missarissen met even nog komt, dat de be„ zoo veel onderscheid te dankte teegen ons ver„ accepteeren, als ik met „langen verscheind, en vermaak de Heeken wij dan onvriendelijk Commissarissen Joritz genoeg zijn hem niet en samlant ontvan beleefdelijk maar on„ §5: ook moet uE: zig „bescheiden te ontvan„ Deese minagting be„ nader expliceeren, wa „gen, moogen andere staat hier in, dat de in eigentlijk bestaat Heer van Angelbeek zeekerlijk de Conse„ de gecommitteerdens de minagting; waar quentie trekken,, dat van Schuler en De wij zoo iemand niet meede de E: van Angel„ vos publiek door een rbeek de gekommittee gaarne zaagen opdaa¬ Assistent liet te gen Dit is volkoomen „den van schuler en De„ kennen geeven, dat het geval van de E: zijn E: zeer te onvreeden vos te mature heeft van schuler en De vos. ontvangen, en hoe was, dat zij /: Commis„ zeekerlijk heeft de Heer 56. op uE: bezwaarnis „sarissen:/ reeds zoo daar uit volgd het be„ van Angelbeek mij te over het weinig verslag lange tamblijntjes weis, dat uE: daar uit weinig verslag of na „9 of narigt, dat de E: van op zijn gebied hadde bij uE: geheim Raport „rigt van de gesteldheid laaten slaan en dat trekt. der Dessavonie gegeeven: „gen heb. indien daar meede ge„ geoordeeld wordende; en indien veele de Angelbeek uE: van

NL-HaNA_1.04.02_3922_0059 view scan ↗

English

657 along, whereof the same, Your Honour, after the arrival of the same, are without enough wholly of these Chiefs to be observed to others. Your Honour will surely not deny this. had left behind, remained outside of all information, we have at the request of the said of the arrival of the Honourable Fretz and Samlant, only six letters received by Their Honours van Angelbeek, examined the copies received at the Galle Secretariat of the Gentlemen Fretz and Samlant at Matara and of their departure into the country of the letters exchanged between Your Honour and the same, shown to be present in the Matara Dissavony, their departure from Galle written from the 3rd of May to the 15th of June last, among the mutineers or of their proceedings among them, and it has appeared to us thereby that, although the Honourable Commissioners Fretz and Samlant were given no notice at all to me, that the Honourable van Angelbeek had written to Your Honour from time to time to inform Your Honour regarding the state of affairs, the 18th, 19th, 20th, 21st, 25th, 26th, 29th, and 30th of April, 6th, 9th, 10th, 12th, 15th, 25th, and two of the 29th of May, 9th, 13th, 14th, 15th, and the mandate of the 18th of June; and to us are known no reasons that could or ought to have prevented the Honourable Fretz and Samlant from acting communicatively with Your Honour, and this would also undoubtedly have occurred if anything had presented itself to Their Honours wherein, according to their view, this might have been of service, as well as, after this was expressly requested by the entire Galle Council of the Honourable van Angelbeek, little or no mention is made in these letters of Their Honours' proceedings among the dissatisfied inhabitants, and although nothing had occurred to the Honourable Commissioners Fretz and Samlant wherein, in their view, it could have been of service to proceed communicatively with me in that regard, Their Honours should nevertheless, in my view, not have left me ignorant of their principal proceedings among the dissatisfied and of the public orders issued by them in my Commandement, containing principal arrangements and changes in the service and customs of the inhabitants, as Their Honours' mandate ola of the 28th of May contains. The Moor Segol was arrested and sent away without my being given any notice thereof. Cannas, olas, etc., have been issued in the Dissavony without the Galle Government being informed thereof. § 7: If the reports that the Honourable van Angelbeek made to Your Honour from time to time were not satisfactory, Your Honour should, in our view, Four of the foremost native grandees and chiefs of provinces are dismissed without the prior knowledge of the Commander and the Galle Council; and likewise that their offices [illegible] to the Moor Segoe was not sent into the Matara Dissavony to obtain clarifications of what the Honourable van Angelbeek reported; and was entirely unknown to me. The Honourable Fretz and Samlant have given many news reports of the Dissavony, and the state of the Honourable van Angelbeek, also done before their 658 I can—in my own—also the reports of the Honourable van Angelbeek did not come into consideration at all in the sending of the Moor Segoe, much less in such a manner that any further consequences could be drawn therefrom for the Honourable van Angelbeek. However, through others, I have obtained better information than the Honourable van Angelbeek; and I would also not have known as early as was the case that the dissatisfied complained about the Honourable van Angelbeek himself, had I not sought other information than the letters of the Honourable van Angelbeek brought. have asked clarification from His Honour himself, rather than to employ for that purpose a man of such a stamp as is the Moor Segoe, who, it is said, is a slave boy, whose master is an inhabitant at Matara, without giving any notice thereof to the Honourable van Angelbeek, who, consequently, could not know with what motives, or to what ends, this man wandered about in his Dissavony. It appears upon closer investigation that the Moor Segol was born a slave, yet it is certain that his master does not concern himself with him, that he goes where he pleases, and that he resides here in Galle, and seeks his livelihood according to his own choice. The first undersigned Governor has already informed Your Honour by separate letter of the 17th of May that the sending to Colombo of the said Segoe took place upon his express order. That the Honourable van Angelbeek gave Your Honour no notice thereof is certainly wrong, and His Honour, being questioned about this, has declared that this arose solely from inadvertence, at a time when he was overwhelmed with business, and that in a letter written on the 20th of May he subsequently excused himself to Your Honour in the most proper manner, and requested that Your Honour would be pleased to be satisfied with this his excuse. I could wish that the Honourable van Angelbeek had declared in conscience whether His Honour, after this Moor was seized, did not know that he had been an emissary of mine: possibly the Maha Mudaliyar of the Right Honourable Governor, who was then at Matara, must have known this after all. I do not doubt in the least that the sending of the Moor Segoe to Colombo did not occur except upon prior express orders of the Right Honourable Lord Governor; yet before the receipt of His Honour's separate letter of the 17th of May, this was unknown to me. I cannot judge whether the excuse of the Honourable van Angelbeek in this matter, or the

Dutch transcription

657 langs, waar van desel„ uE: na de komst vanlijks worden zonder genoegzaam geheel van deese Hoofden ter nen zijn. „dig heeft gelaaten zijn buiten alle onder rig waarneeming aan an„ E: zal dit zeeker niet ting bleef, hebben wrderen opgedraagen. ontkennen. ten versoeke van gem wij hebben ter Gaalsche secretarij van de Heeren, van de komst van de fretz en sam lant slegts ses brieven bij Hun Heeken Scretz en sam¬ E: van Angelbeek, laa ontvangene kopijen aan weesen in de maturusche Dessavonie zee„ lant te Matutie en nazien de van Gale hun vertrek in 't land van de gewisselde br„derd. hun vertrek van Gale af van den 3. Maij bij de muitelingen of tot den 15. Junij laastleeden geschreeven op tewijsen, van hunne verrigtin„ ven tusschen uE: een en bij deese brieven word van thin E:s verrigting den zelven, en is ons gen bij dezelve, wierd bij de misnoegde Jngeseetenen weinig of daarbij gebleeken, dat mij in 't geheel geen kennis gegeeven, dan gem: E: van Angelbee„ geen mentie gemaakt. schoon de E:s Commissarissen fretz en Jamlant aan uE: geschreeven na dat dit expres door niets waaren voorgekoomen, waar in naar den geheelen Gaalschen heeft, om uE: van teid hun inzien het van dienst had, kunnen tot teid noopens den Raad van den E. van zijn, om met mij daaromtrent kommuni„ toestand der zaake Angelbeek begeerd is. „ratief te werk te gaan: zoo hadden hun E:s De Moor Segol is gear„ te onderrigten, den 18: 14 egter na mijn inzien mij niet onkundig resteerd en versonden 20. 21. 25. 26. 29. e. 30. Ap„ moeten laaten, van hunne Capitaale ver„ zonder dat mij daar 6. 9. 10. 12. 15. 25. en twee va rigtinge bij de misnoegden, en van hun„ van wierd kennis den 29. Maij, 9. 13. 14. 15. en „ne in mijn Commandement uitgevaar„ gegeeven. Mandaat 18. Junij, en ons zijn ge„ digde publique ordres, behelsende Capitaa„ Cannassen olassen &:a zijn in me reedenen bekend, die „le schikkingen en veranderingen in den dienst en de gewoonte der ingesel„ de dessavonij uitge„ de E: fretz en sam„ tenen, gelijk hun E: Mandaat ola van vaardigd, zonder dat plant zouden hebben de gaalsche Regeering kunnen of behooren„ den 28. maij behelsen. daar van onderrigt te beletten, om met De moor segoe is niet §7: Jndien de berigten, is. die de E: van Angel„ in de Matureesche uE: Communicatief vier der eerste Jnland„ Dessavonij gesonden om ophelderingen te beek van teid tot teid sche Grandes en Hoof„ te werk te gaan, en dit den van Provintien aan uE: gedaan heeft, haalen van het geen zoude ook ongetwijf„ worden zonder voor„ niet voldoenen, zou„ de Heer van Angel„ kennis van den som„ feld zijn geschied, in de uE: naar ons in„ mandeur en den „beek berigtede: En „dien hun E: iets waar gaalschen raad ui't „te mij geheel onkun de c:s fretz en samla voorkennis de diensten van dienst hadde kun„ Heer van Angelbeeker, vonie had gegeeven, en demitteerd; en insge„ veele teidingen heeft den de gesteldheid der Dat hunne bedieningen ge„ voorgekoomen, waar in dit naar hun inzien hunne voor ook gedaan zien, al zoo wel 658 Jk kan - in mijn eige ook zijn de berigten van gedaan hebben van zijn den E: van Angelboek E: zelve nadere op hel„ bij het versenden van „dering te vraagen, dan de Moor Segoe geheel om daartoe tte gebrui„ in geene aanmerking ken een man van zul¬ gekoomen, nog min een stempel, als is de „der op eene weise dat moor segoe, die naar daar uit eenige nader„ lige gevolgen voor de gesegd word, Heer, van Angelbeek. zouden kunnen getrok„ ken worden; egter heb ik door andere aan de Heer van Angelbeek beeter onderrigting; en ik zoude ook niet zoo vroegtijdig als plaats gehad heeft geweeten hebben, dat de misnoegden over den Heer van Angelbeek zelve. klaagden, in dien ik geen andere order¬ „rigtingen gesogt had, dan de brieven van de Heer van Angelbeek aangebragt hebben. Hot blijkt bij nader on een slaave Jonge is, waer „dersoek dat de moor van de lijf heer is een segol een slaaf geboo„ inwoonder te Matu„ ren is, egter is het „ve, zonder daar van zeeker dat zijn lijfheer eenige kennis te geeven zig om hem niet be„ „moeijt, dat hij gaat„ aan den E: van waar hij wil, en dat Angelbeek, die mids hij hier te Gale woon„ „agtig is; en zijn brood„ dien. winning na eige ver„ kiesing zockt. welke oogmerken, of Heer van Angelbeek in gemoede verklaarde of tot wat eindens, deese zijn Ed: na dat deese moor man in zijn Dessavo¬ opgeval was, niet geweeten heeft dat hij een uit zen„ nie rond zworf. „deling van mij geweest is: Moogelijk zal de Ma„ „hamodliaar van uwel Ede„ „le Gestr: Groot Achtb: die toen te Matuke was, dit tog wel geweeten hebben; de eerst, ondergeteeken„ Jk twijffel geenzints dat het op zenden van de moor¬ „de Gouverneur heeft uE, Segoe na kolombo niet reeds bij aparte brief van geschied is dan na voor„ den 17: Maij bedeeld, dat afgaande expresse last van den wel Edelen het op zenden na kolom„ gestr: Groot Achtb: Heer bo van gem: segoe, is ge¬ Gouverneur; edog voor den ontvangst van „schied op desselfs expres„ Hoog desselfs apaatebrief „se last. Dat de E: van van den 17e' maij was mij dit onbekend. Angelbeek van uE: daar van geen kennis gegeeven heeft, is zee„ kerlijk kwalijk, en heeft zijn E:, hier over gevraagd zijnde ver¬ „klaard, dit alleen te„ zijn voortgekoomen bij in advertentie, in een teid dat hij over„ „kropt was van bee„ „zigheeden, en dat hij zig bij een brief geschreeven den 20. Maij zeederd der weegens bij zaak —, niet beoordeelen, uE: op de wel voeglijkste wijse heeft verschoond, in versogt dat UE: in deese zijne verschooning den Heer van Angel„ of de verschooning van Ik wenschte wel dat de niet konde weeten met M net wilde genoegen neemen. beek in deesen, of de

NL-HaNA_1.04.02_3922_0061 view scan ↗

English

I shall await this further explanation of van Angelbeek with longing. occurred in the most decorous manner, and only respectfully request to be allowed to go back to the beginning of this justification on page 6, line 25, where I already believe to have proven that the conduct in this matter of the Honourable van Angelbeek is not to be attributed to inattention, but rather to contempt for his supreme authority. 58. Regarding what appears in Your Honour's secret report concerning the Titular Mohandiram of the Belligam Korle, the Honourable van Angelbeek has undertaken to further clarify this in writing. Like I hope and sincerely wish that the recent disturbances regarding these things will soon be revealed, so I also hope that the writer of this ola will be discovered. That meanwhile the slight against me has served to diminish me is indisputable. 59. As regards the ola which Your Honour says was sent by a certain ill-disposed person to the discontented, and where Your Honour remarks that this has served in no small measure to increase the slight over which Your Honour complains, one would first need to know who that ill-disposed person is by whom it was sent to the discontented before one can call anyone to account over it. However, regarding his preliminary declaration, that His Honour, as he communicated in his letter of 30 April to Your Honour and the Council, had had him arrested because he, without necessity or need, without prior knowledge and obtained leave, had left the Matara Disavony and, according to his own confession, had proceeded to Galle, just as the Disava of Matara, like all other Regents, is entitled to do according to standing orders, such as among others the plakkaat of 20 December 1758, when the chiefs subordinate to them behave in such a rebellious manner, without it being customary to give notice thereof. to comprehend how Your Honour could wish to give of this the impression and his innocence has been shown to the entire world. We do not recall that we have not always treated Your Honour with a proper confidence; if Your Honour nevertheless might believe to have reasons to complain about us on that point, Your Honour can, if deemed fit, directly explain yourself further on this in the future. joy of someone who, lying under the heaviest suspicions, thinking on how to bring his purity to light, is unexpectedly surprised by the pleasant tidings that he has been relieved of all suspicions and is declared entirely pure by the world. However, from what occurred before my departure for Matara, the observing world, which has no knowledge of the internal state and motives why the Government acts thus and not otherwise, and judges according to general principles, could not have judged other than that I or the Galle Government must lie under some suspicion. The world could easily understand that indeed a suspicion had taken place: for whenever any supreme authority sees fit to send a Commission, whether into the country among the inhabitants or into an administration, then according to general rules that are always followed, this Commission may direct or alter nothing in that country or in that Administration without the knowledge of the Regent of the country or of the Administrator of the Administration. However, this finds exceptions and not at all to him, thought to have native servants of those I had around me, whom I knew well enough and upon whose loyalty I could thus safely rely: upon his departure I lost a very useful and serviceable servant, and this I must assume that the Right Honourable Noble Great August Lord Governor himself understood, since the same was so favorable as to send this Mohandiram back to Matara again at the moment when I devoted all my cares to appease the restless native and bring him to a standstill. The joy I felt upon receiving the Right Honourable Noble Great August Lord Governor's honoured letter of 12 June, whereby I was requested and not ordered to go in person to restore peace in the Matara Disavony, and subsequently received full power for that purpose; that joy was so great and refreshing that I § 11. It is not known to us from what source have arisen the distrustful feelings that Your Honour exhibits in various paragraphs of Your Honour's secret report, especially where Your Honour compares yourself to someone who, lying under the heaviest suspicions and pondering on how to bring the purity of his conduct to light, is surprised by the pleasant tidings that one a period when I could have even gamekeepers at his gate, for he was virtually the only one to compare to the suspicions, the first undersigned to describe, then he could certainly consider him innocent, indeed struck, in The summoning of this Mohandiram has caused me gladly a sketch thereof that he himself knew no better, Mohandiram of the summoned. § 10. It is furthermore not well

Dutch transcription

659 k zal deese nadere van Angelbeek met verlangen te gemoed zien. de welvoeglijkste wei ze is geschied, en versoe„ „ke alleen eerbiedigst te willen terug gaan tot in den beginne. deeser verantwoording op pag: 6. de 25. reegel, alwaar ik reeds mee¬ „ne beweesen te hebben, dat het gedrag in deesen van den Heer van Angelbeek aan geen in advertentie maar wel aan klijn„ achting, voor zijn op„ „per gezag toete schrijven is. 58. Nopens het geen bij uE: geheim rappor voorkomt betrekk lijk den Titulair mohandiram van de Belligam korle heeft den E: van Angelijk ik hoop hebbe en Eer„ 5:9 wat aangaat de ola„ „gelbeek aangenoo„telijk wensche dat de ge„ die uE: zigt door eenen men zig naader laatste onlusten betrek„ rekmnste dingen tot de„ schriftelijke verkla„schriftelijk te verlijk zullen openbaar wor„ zeek quaad gesinden „ring van den Heer klaaken, niet dienden, zoo hoof ik ook dat aan de misnoegden gesonden te zijn en waer voorlopige betuigen merk en de schrijver binnen korten het oog„ over uE: aanmerkt, dat egter, dat zijn E: Eo van deese ola zal ont„ te niet weinig gestrekt zoo als hij dat bij zij dekt worden. Dat intus„ heeft, om de verklijnig, waer brief,, den 30. Apri „ning van mij gestrekt over uE: klaagd te vermeer„ schen deselve tot verklij„ „deren, zoude men eerst aan uE: en den heeft is onwee derspreeke„ dienen te weeten wie die raad geschreeven lijk. kwalijk gezinde is, door wien deselve aan de mis„ heeft bedeeld, hadde noegden gesonden is, voor doen arresteeren dat men daar over iemand aanspreeken kan. wijl hij buiten nood en noodzaakelijkheid, zonder voorkennis en erlangd ver„ lop de matureesche Dessarinie verlaaten, en volgens zijne eige beken„ „tenis, zig na Gale be„ geeven hadde, zoo als de Dessaris van Mature ge„ lijk alle andere tegen„ ten geregtigd zijn, vol„ „gens de leggende order, gelijk onder anderen het plakaat van den 20.:' xber: 1758. , wanneer de aan hun ondergeschik„ te hoofden zig dus wee„ derhoorig gedraagen zonder dat 't gebruik„ lijk is daar van kennis te geeven. wijl 5 10 4 Act 660 te begrijpen hoe uE: zig van willende geeven, de en zijne onschuld aan de geheele waareld is hem veel niet, meende te„ gebleeken. wij herin„ „neren ons niet dat vreugde van iemand we uE: niet steeds met die onder de zwaarste Jnlandsche bediende van een gepast vertrouwen de geene die ik om en bij zouden hebben behan„ mij had, dien ik genoeg zuiverheid aan den dag deld; zoo uE: nogtans kende en op welkers trou„ te brengen, op het onver„ „we ik mij dus gerust kon mogte vermeenen, ree„ wagtst vervast word verlaaten: Bij zijn vertrek verloor ik een zeer denen te hebben, om met de aangenaame nitting en bruikbaar dienaar, en dit moe„ zig in dat stuk over zeiding dat hij van al„ „le verdenkingen ont„ ik veronderstellen, dat uwelEdele Gestr: Groot ons te beklaagen, kan heft, en bij de waereld UE: zig daar over des Achtb: zelve heeft begreepen, wijl hoog deselve mi als geheel zuiver ver„ goedvindende regtstreeks zoo gunstig is geweest, deesen Mohandiram klaard word. in 't vervolg weeder na Mature toeteschikken Echter zoude uit het nader verklaaren. voorgevallene voor mijn op het moment, dat ik alle mijne zorge beste vertrek na Matuche door de „de om den onrustigen inlander te bevree toesiende waereld, die van de innerlijke ge„ „digen, en tot stilstand te brengen. steldheid en beweegreedenen waarom het Gou„ De vreugde die ik ge„ § 11: stel is ons niet beken vernement zoo niet anders handeld, geen kennis„ voelde bij den ontvangst waak uit zijn ontstae draagd, en na algemeene stelregels oordeeld, niet van uwel Edele Gestr: de mistrouwende ge„ hebbe kunnen beoordeeeld worden, dat ik of de Groot Achtb: g' Eerde voelens, die uE: in ver„ Gaalsche regeering onder eenige verdenking brief van den 12. Junij, scheide Paragraeren moeste leggen. waarbij ik versogt en van uE: geheim raport De waereld zoude ligtelijk kunnen begrijpen niet gelast worde om dat werklijk eene verdenking plaats gehad vertoond, specialijk in perzoon, de rust heeft: want wanneer eenig oppergezag goed in de matureesche daar uE: zig zelven ver vind een Commissie te zenden het zij in het Dessavonie te gaan „gelijkt bij iemand, die land, bij de inwoondeaen, het zij in een admi„ herstellen, en daar toe onder de zwaarste ver „nistrattie; mogen kan volgens algemeene overvolgens een plijn denkingen leggende zegels die steeds gevolgd worden deeze pouvoir verkreeg; die „ en daar op pijnzende Commissie in dat land of in die Admini„ „ze vreugde was zoo om de zuiverheid van „stratie, niets derigeeren of veranderen, zon¬ groot en verkwikken„ zijn gedrag aan het dog „der ƒ „de dat ik uwel Ede„ meede weeten van den regent van het ligt te brengen, overratt land of van de administrateur der admini¬ word door de aangenaa¬ „le gestr: Groot Achtb: „me teiding, dat men een teid stip, waar ik van Gouverneur den m te vergelijken bij de selfs wildschutters a verdenkingen leggende, desselfs Porta heefto en, daaraf pijnsend zijne de eerst ondergeteekende te beschrijven, dan ze hebben, want hij was ge„ „noegsaam de eenigste aan trekken kan, dat zelve niet beeter wist, gaarne een schets daar hem voor onschuldig kond, werkelijk gefrappeert, in „stratie. Egter vind dit uitsonderinge en handiram van des „boden. § 10. Het is voorts niet w gaarne hem r Het op ontbieden van deesen Mohandiram heeft mij

NL-HaNA_1.04.02_3922_0063 view scan ↗

English

further Honorable Government of Ceylon in sending a commission from Colombo to Mature did not take place, and however much I myself truly still do not understand why I was not allowed to concern myself with anything in the Galle administration, before and until I was honored with an evident confidence free from all suspicion, and had to cross over to Mature myself, where Messrs. Fretz and Samlant completely refused to let me see their instructions, and furthermore gave me no reading of the letters exchanged with Your Right Honourable Sirs, although I believed I would obtain the best information for my guidance from these papers, nevertheless I am highly honored by Your Right Honourable Sirs' assurance of having always treated me with appropriate confidence. My intention was by no means to cause any disadvantage to Messrs. Fretz and Samlant. That I had to wait ten days before the voluminous notes with their annexes were handed over to me, far from these gentlemen being surprised by my arrival, and they could thus impossibly upon my arrival have a set of all papers ready to hand over to me, Section 12: It is easy to imagine that the Honorable Fretz and Samlant needed some time to put such voluminous papers in proper order, as they had to be handed over to Your Honor; that in the meantime some papers were sent to Your Honor for reading, Your Honor says yourself in your aforementioned secret letter of 31 July; nevertheless these cases: I. when the regent or administrator is absent due to illness or otherwise; II. when complaints have been brought against the regent or administrator; or III. when this regent or administrator is under suspicion. The first does not apply at present, for I have not been absent, but have had the pleasure in person to meet here in Galle the commissioners sent to the lands entrusted to me, Messrs. Fretz and Samlant, when by showing their instructions an opening of matters could have been given to me; and during Their Honors' presence in the Matara Dessavony, I believe that Their Honors should have informed me of everything that occurred, at least not issued any capital orders nor made changes in the service and the obligations of the inhabitants of the country, as happened by mandate ola of 28 May, without informing me, to whom the supreme authority of these lands is directly entrusted. The second case, or that complaints could have been made against me as regent, also does not apply, for until now none of the inhabitants have brought any complaints against me; on the contrary, the complaining community has more than once desired that their complaints might be investigated and settled by me. The third case therefore remains the only one. I am highly pleased if this suspicion or any mistrust in my regard with Your Right Honourable Sirs and the These exceptions can in my understanding absolutely never take place except in there may be circumstances that make a different conduct necessary and require that such a regent or administrator has no, or may have no, knowledge of that which the commissioners sent into the lands entrusted to his care or his administration have to execute.

Dutch transcription

661 verdere g' Eerde Ceilonsche regegring, in het afzenden van Een kommissie van kolombo na Mature, geen plaats gehad heeft, en hoe zeer ik zelve werklijk als nog niet be„ „gripe waarom ik in de gaalsche regeering deese gevallen. ons niet niets hebben moogen bemolden, I wanneer de regent of administrateur weegen voor en al eer ik met een blijkbaar vertrou ziekte als andersints afweesig is. „wen vrij van alle verdenkingen vereerd II wanneer teegen den regent of administra„ wierd, en zelve na Mature moest overstap„ teur klagten zijn ingebragt, of „pen, alwaar mij, de Heeren pretz en III. wanneer deese regent of administrateur samlant volstretet weigerden haare In„ onder verdenking legd. structie te laaten zien, en mij voorts geen Het eerste vind teegenwoordig geen plaats, lectura van hunne met uwel Edele Gestr: want ik ben niet afweesig geweest, maar Groot Achtb: gewisselde brieven hebben gegeeven heb in persoon het genoegen gehad, de in schoon ik uit deese papieren de beste onderrigting mijne aanvertrouwde landen gesonden tot mijn naricht meende te verkrijgen, zoo kommissarissen, de Heeren Tretz en Camlam ben ik egter dog ten hoogsten vereerd door uwel Edele hier te Gale te ontmoeten wanneer mij om gestr: Groot Achtb: verseekering van mij steeds met vertooning van hunne, instruktie opening een gepaste vertrouwen te hebben behandeld. van zaaken had kunnen gegeeven worden Mijn insentie is geen„ en bij hun E: aanweesen in de Matureisch §12: Het is ligt te bedenken zints geweest, de Heeren, Dessavonie meen ik dat hun Es: mij van al Fretz en Samlant tot lant eenige teid noodig dat de E: Fretz en sam„ het voorkoomende hadden moeten onderrig nadeel te brengen dat ik gehad hebben, om zulke „ten, ten minsten geene Capitaale orders ud wagten, voor en al eer mij thien dagen heb moeten „vaerdigen nog veranderingen in den rolumunieuse papieren, de volumanieuse aan„ dienst en de verpligting der lands in als ze aan uE: moesten, „woonderen maaken, gelijk bij mandaat „teekeningen met dies bij overgeeven, in behoorlijke laagen overgegeeven ola van den 28. Maij geschied is, zonder mij order te brengen, dat in„ dien het oppergezag deeser landen directao zijn, dit zij verre van vertrouwd is, daar van kennis te geeven dien deese Heeren wier „ papieren ter lacture ge„ tusschen aan uE: eenige Het tweede geval, of dat over mij als regen „den door mijne komste, zonden zijn, zegd uE: zel„ geklaagd konde zijn, vind moege geen plaet verrasd, en konden dus want tot nog toe heeft niemand der Jngetel onmogelijk bij mijne re bij uwen voorsz: se„ „tenen teegens mij eenige klagten ingebrag„ komste teen stel van alle in teegendeel de klaagende gemeentte heeft creeten brief van den meer als een begeerd dat haare klagten der opzigt bij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: en de Deese uitzonderinge kunnen na mijn begrip eijser volstrekt nooid plaats vinden dan in „denking of eenig mistrouwen ten mijnen de aan mij over tegeevene 31. Iulij, niet te min jk ben ten hoogsten verblijd indien deese ver„ Het derde geval, blijft dus nog alleen over „tie gesondene Commissarissen te executeeren hebb er kunnen omstandigheeden zijn, die een ande diergelijken regent of Administrateur geen kennisse gedrag noodzaakelijk maaken en vereischen dat een Het papieren hebben of mag hebben, van het geene de in zijne zorge aan vertrouwde landen of zijne administra mij mogten onderzogt en afgedaan worden

NL-HaNA_1.04.02_3922_0064 view scan ↗

English

I consider my labor and cares during the last eight or nine days to have been exceedingly great, and I may almost say, the tireless scribes have written continuously during the said 10 days. I have read the report sent to me by Messrs. Fretz and Samlant, or actually by Mr. Fretz alone, for Mr. Samlant probably did not wish to sign this paper, because that could have happened differently after his return from Mature, and I could make other remarks upon many of the remarks therein, from which misunderstandings could very easily arise, which in themselves would accomplish nothing toward the decision of the main issue; I therefore also request to be excused from any further explanation regarding this, as I can sincerely declare that my time, which I owe entirely to the service of the Honorable Company, would be greatly diminished if I had to spend most of my time with the pen in hand or in reflections to defend my well-meaning efforts and to provide continuous clarification. And furthermore, I sincerely declare that I feel myself so unsuited to writing that I would rather venture to bring back a party, I believe all disgruntled Sinhalese, and troubles in the Mature Dessave, than engage myself in a mere pen-battle. How flattering it is to me, and how rewarded by the favorable declaration of Your Right Honorable, that I have made good use of a plein pouvoir to the satisfaction of Your Right Honorable. I was certainly bound by no Instruction, through the trust that Your Right Honorable, at that moment, had placed in me by giving me a plein pouvoir. But as my self-esteem does not go so far as to believe myself infallible, I thought to derive much benefit from this Instruction, of which I have now received a copy by letter of 17 September, and for which I tender my humble thanks, for whatever might come in handy for me in the circumstances. The refusal thereof made me doubly sensitive and caused me to insist upon it, and therefore also caused me to note in my secret report that I believed myself entitled to it as a fellow member, without intending by this declaration of mine to offend Mr. Fretz, who has taken offense at it. I declare this openly. Paragraph 13. Your Honor was bound to no Instruction, but had a plein pouvoir from us for the settlement of the Maturese unrest, and the Instruction of the Commissioners could only be relevant if Your Honor had found something in their actions that could make it necessary to ask them for their commission. This consideration probably caused the Commissioners to think that the delivery of their Instruction was not included in the orders given to them to provide Your Honor with all such information regarding their actions as Your Honor might request of them, for a complete judgment of the state of affairs. However, in order to satisfy Your Honor's desire, a copy of this Instruction accompanies this, and we furthermore declare for Your Honor's peace of mind by this that we have ordered nothing in particular to the aforesaid Commissioners regarding the granting or not granting of a perusal of this Instruction. We have requested and obtained the report from our deputies regarding this and other grievances that occurred in Your Honor's secret report against the aforesaid, of which a copy is attached, and we have also been an eyewitness that Mr. Fretz, with the papers ready, is on the right track to return.

Dutch transcription

662 zeer vind ik mijnen arbeid en gebonden, maar had van ons een sorgen geduurende de laatste plein pouvoir tot de afdoening wel agt of neegen van de Matue reesche on luiten„ schrijvers onvermoeid en de Instruttie van Commis¬ en ik mag bij na zeg„ Achtb: dat ik een plein pou voor „sarissen konde alleen te pas kon„ „gen, en op houdelijk ge„ „nen, wanneer uE: iets in deksel„ „duurende gem: 10. da„ overtuigd beneen goed gebruik tot over verrigtingen had gevonden dat „gen voortgeschreeven genoegen van uwel Ed: Gestr: Groot het kinde nodig maken om heeft. Jk heb het mij toegesonden berigt van de sutlb: gemaakt te hebben. hun na derselver last te vraagen Heeren sretz en Samlant, of eigentlijk van k was zeekerlijk aan geen In„ de Heer Jretz alleen, want de Heer Samlant structie gebonden, door het ver„ Deese Consideratie heeft waar heeft waarscheijnlijk dit papier niet willen „trouwen dat uwel Ed: Gestr: Groot doen denken dat t overgeeven scheinlijk de Commissarissen teekenen, wijl zulx na zijne terug komst Achtb:, op dat moment, door mij van mature anders had kunnen geschil„ een plein pouvoijr te hebben gegee„ was begreepen onder de aan hun van hunne instruttie niet „den, geleesen, en zoude op veele aan merkuwen in mij had gesteld Dan dewij„ gegeeven last, om aan uE: nopens „gen daarbij andere aanmerkingen „le mijne eige liefde met zoo verre hunne verrigtingen alle zoodani„ kunnen maaken, waar uit wel ligtelijk gaat om te gelooven, van onfeil„ verkeerde begrippen zouden kunnen „ge onderrigting te geeven als uE„ kbaare te weesen meende ik uit ontstaan, die op zig zelven niets ter beslis„ deese Instruttie waar van ik „sing, van de hoofdzaak zouden uit wer„ ter volkomene beoordeeling, van nu bij brieve van den 17. 7ber Capij „ken; jk versoek daarom ook, van eenig aen staat der zaake van hun zou„ erlange hebbe, en waar voor ik nadere verklaaringe hier omtrend „de versoeken, om egter aan uE: ver„ mijne nedrige dank getuigen zeer verschoond te blijven, weil ik oprecht verso „langen te voldoen, gaat hier ne„ „eeren kan, dat mijne teid, die ik aan„ veel nuttigt te zullen trekken, „vens een Copij van deese Jnstruk, den rehelen dienst van de Ed: Comp:e verschal wat mij in de geleegenheid konde tie, en we vertelaeren voorts tot „digd ben veel verkort zoude worden, indien te passe komen. De weigering daer „ uE: gerustheid door deezen dat wij ik mijn meesten teid met de pen in de han van maakte mij dubbeld gevoelig omtrend het geeven of niet geeven of in overdenkingen moest doorbrengen, en heeft er mij op doen staan, en van letture van deese Instruk om mijne welmeenende, poogingen te ook daarom bij mijn geheim va„tie aan voorsz: Commissarissen verdeldigen en eene geduurige op hel debing pon doen aanmerken, dat ik niets in 't bijsonder hebben gelast. te geeven. En ik betuige nog booven dien opregt, en als onder lid, meende toe ge„ dat ik mij soo ongeschikt in het schrijver regtigd- te weesen zonder dat ik door deese mijne verklaaring im„ gevoele, dat ik liever zoude getuige geweest en ver„poincten, die bij uE: ge„ Hoestreelende is het voor mij en hoe §13. UE: was aan geen Instructie gehad heb, waar van ik nu ook dat de Heek Jreth met een partij, ik geloof willen waagen met vermeende den Heer fretz te beleedigen die daar over gevol„ hebben, ook ben ik oog „vonie beloond door de gunstige ver„ en lusten in de Maturesche Dessa„ „klaring van uwel Ed: Gestr: Groot weg te rug te brengen, dan mij in een enkelde penne strijd in te„ onse gecommitteerden „men teegen voorsz: klaare dit opentlijk rheim raport voor koo„ eenige andere bezwaar¬ Copia hiern dat in van hun gevraagd en bekoomen het berigt hebben we hier over en over rens gaat papieren in gereedheid weg op de reqte „dig „laaten. alle misnoegde singaleesen ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3922_0065 view scan ↗

English

seems to be, and therefore possibly notes in his report that he served the Honorable Company as a Military Captain at a time when I was still a bookkeeper. I do not know whether Mr. Fretz intends hereby to denounce his prosperity or my slow promotion. In the first case, I acknowledge his fortune, and in the second I also admit it, since already at the moment that his honor, about 20 years old, came out as a captain, I had served the Honorable Company for eleven years as an assistant and bookkeeper, and thus was not so young in years as his honor was gifted with and bestowed with such high favors. The subsequent years, however, were more prosperous for me and brought about... have played their role in this, for one must also conclude this from the fact that one could not even obtain coolies for the transport of Mr. van Angelbeek to Gale, under the pretext that no coolies could come before and prior to the complaints of the inhabitants being settled. May I, trusting in a favorable interpretation, respectfully ask whether it was necessary to remove Mr. van Angelbeek from Mature, if one had assumed that the people could have been calmed during his honor's presence there, We had indeed wished that Mr. Samlant had also made some remarks, as appear in the report of Mr. Fretz, or regarding one or another matter appearing in my secret report. his honor was prejudiced. These declarations have occurred to me more than once in such a manner that I had to ascribe them to the account of the public. Mr. van Angelbeek will know this himself, at least Messrs. Fretz and Samlant will well remember this. The annexes to this, Nos. 2, 3, and 4, will prove that the discontented in general not only resolved not to come near Mature as long as Mr. van Angelbeek was there, but also that they heartily wished and thanked God when the Honorable van Angelbeek would have departed. This is also proven by the fact that the people, during the presence of Mr. van Angelbeek at Mature, requested that he might come into the country to them, and specifically to Haddoewe, to hear their complaints, from which request they withdrew that I for his honor, taking a seat in the Council of Ceylon, remained. I am quite willing to believe, however, that the ill-disposed arrived, as when the Dessave Mr. van Angelbeek had departed, at which time they generally presented themselves to me at Mature and declared to me without hesitation that they would not have come if Mr. van Angelbeek had come to Mature. Moor Section 14. Declarations of the gathered crowd, that they would not be calmed until after the Honorable Dessave van Angelbeek had been removed from Mature, have nowhere appeared to us to have been made in such a manner that one can, with sufficient grounds, ascribe them to the account of the bulk of the people. Because the Moor Segoe, after your honor was well informed that he was sent out by me as a spy, was nonetheless bound and trussed, transported to Colombo, and put in prison, I certainly had to fear that this might also happen to a second spy of mine; and it is therefore that I requested not to be required to name his name, all the more because I guaranteed this man against all evil consequences, regarding which I was unable to protect myself with the Moor Segoe after he became known, no matter how much I had interceded for him with your honor. 15. We have also resolved to ask your honor for further clarification regarding the difficulties that have restrained your honor from naming the spy to us in the said secret report, who brought the reports to your honor, attached behind your honor's secret report as Report No. 1, and what it is meant to say that your honor did not name him to us, so as not to expose him to any danger, that is, what dangers your honor foresaw for this man, in case it became known to us that he had brought these reports from Kandia. It is until now unknown to me that the obtained.

Dutch transcription

663 „lig scheind te weesen, en daarom mooglijk bij desselfs berigt aan „merkt de E: Comp: als Capitein Militair te hebben gediend, in een teid perse dat ik nog boekhouder was. Ik weet niet of den Hee Jiretz hier door zijne voorspoed of mijne langzaame bevordere wil denonceeren. In het eerste geval, aroueer ik zijn E: Helln en in het tweede bekenne ik zulks meede wijl ik reeds op het hier onder hare rol gespeeld hebben, want dit moet men al meede moment dat zijn bwel Ed: omstreeks 20. Jaaren oud als papfitei besluiten wijt men zelfs geen koelies tot transport van de Heer uit kwam, de E: Compenie elf Jaaren als assistend en boekehouder van Angelbeek na Gale heeft kunnen krijgen, ondervoorgaeve gediend had, en dus niet zoo Jonk in Jaaren als zijn weled: begen dat er geen koelies konde koomen voor en al eer de klagten der „digd en met zulke hooge gunste beschonken ben De volgende ingeseetenen afgedaan waeren. Jaaren zijn mij egter voorspoediger geweest en hebben te weegege Mag ik in vertrouwen van gunstige welduiding eerbiedig vragen, of het nodig geweest was, den Heer van Angelbeek van Mature weg teneemen, in dien men verondersteld had, dat We hadde wel gewinscht dat de Heer Samlant ook eenige aanme het volk bij zijn E: aanweesen aldaar had kunnen tot rust „kingen, gelijk bij het berigt van den Heer fretz voorkoomen, of de een of andere dingen bij mijn geheim raport voorkoomende, zijn E: ingenoomen was had gemaakt. weil de moor segoe na dat uwel 15. ook hebben we beslooten om Deese verklaringen zijn mij meer § 14. verklaringen van de te zame Edele Gestr: Gr: Achtb: wel onder van uE. nadere opheldering te als eens voorgekoomen op eene weise gerotte meenigte, dat ze niet eer wrigt was, dat hij door mij als vraagen over de swaarig. heeden dat ik te stellen moeste op ree„ zouden tot ruste koomen, dan spion uitgesonden was, nog gebon „ die uE: hebben, weder houden om den kening van het algemeen. De Heer na dat den E: desJave van Ang den en gevleugeld na Colombo spion, die uE: de berigten, bij het van Angelbeek zal dit zelven „beek van Mature zoude zijn ver getransporteerd en in de gevan„ agter uE: geheim raport gevoegd „wijderd, zijn ons nergens voorge wel weeten, ten minsten zullen „kenis geset is, zoo moest ik zel„ „koomen te zijn gedaan, op eene w de Heeken fretz en Samlant relaas N:o 1. heeft toegebragt, kerlijk vreesen dat dit ook wel een „se dat men die met genoegzame bij gem: gram raport aan ons zig dit wel herinneren tweede mij net spions konde over„ grond, kan stellen op reekening koomen; en het is daarom dat ik De bijlaagen deeser n:o 2, 3. en 4 te noemen, en wat 't zeggen zal, van het gros van het volk. zullen beweisen, dat de misnoegden versogt heb, zijn naam niet te dat uE: hem aan ons niet ge in het algemeen, niet alleen be„ mogen noemen, te meer weil ik noemd heeft, om hem niet blood „sluiten wilde, van om en bij Ma„ deese man voor alle quaede te stellen aan eenig gevaar, dat is, „„ture te koomen; zoo lange den Heer van Angelbeek zig daar gevolgen heb geguarnadeerd, wat gevaaren, uE: en voor deesen bevond; maar ook dat ze hartelijk wenschten en Goddank waaromtrend ik mijn bij de man in voorzag, in dien het„ Moor segoe na dat hij bekend bij ons bekend wierde, dat zouden wanneer dE: van Angelbeek zoude vertrokken zijn was buiten vermogt benleven hij deese berigten uit kandia Dat word ook nog beweesen door dien het volk, bij aanwa „den, Hoe zeer ik mij ook voorgebragt had. „sen van de Heer van Angelbeek te Mature versogt dat in hem bij uweled: GeHr: Groot in het land bij haar en wel op haddoewe mogte komen, om achtb: geen te resseerd heb Mij is tot nog toe onbekeend, dat de gebragt worden, en dat het gros van het volk niet teegen hunne telagten aan te hooren, van welk versoek zij zijn ter verkregen. „bragt dat ik voor zijn wel Ed:, zitting in Raade van Ceilon d gebleeven was. Ik wil egter wel gelooven, dat tewaad gesinde gekoomen, zo daar den Heer Dessave van Angelbeek vertrokse laten vinden, en mij onbeschroomd verklaard hebben, dat zij niet zoude zijn gekomen, indien den Heer van Angelbeek te matere was, als wanneer zij zig in 't Generaal bij mij op Mature hebben gekoomen Moor

NL-HaNA_1.04.02_3922_0066 view scan ↗

English

664 could not yet be prevented by the dissatisfaction and the complaints brought in by the inhabitants against the native chiefs, no matter how much effort was made concerning it. The dexterity with which the native chiefs cover their actions must certainly in this matter be accepted as a reason. If Moor Segoe was apprehended for any other reason than that he was caught as a spy in the Dessavony; if this occurred for any other reasons, then I would have wished to have known of it, when my fear to name a second spy would have taken place. But according to my understanding, and with submission to wiser judgment, this evil can be much prevented by ensuring that the administration of the country is entrusted to capable people who have courage enough to stand up fearlessly for the well-being of the inhabitants; and by appointing as native chiefs those of whose honesty one is most assured. And when these chiefs, as I have said repeatedly, are as little as possible related by family or other connections, one can to some extent rely on them to watch each other's actions and promptly report the bad among them. This proves of itself that the dissatisfaction of the inhabitants arose through the stacked-up abuses and extortions suffered for many years past, through imposed new burdens that were not consistent with the caste or birth and obligations of the inhabitants, without the addition of new rewards, while on the contrary the old rewards were taken away. The circumstances have certainly brought forth this or that new institution, as occurred among other things regarding the carrying of cinnamon, and also regarding the planting of cinnamon. But according to my understanding, it mostly comes down to the land regent ensuring that in such innovations the people are well treated and no extortions take place; such as, for example, that the allocated provisions are not withheld from them, that one person does not buy himself free from the labor whereby others must work doubly, etc., and through which a great dissatisfaction arises among the common people. And which dissatisfaction is enlarged no less. Section 18. The circumstances of the times often demand this or that new institution, which cannot be avoided. Thus, for example, the carrying of cinnamon about 20 years ago had to be imposed on the Chalias, because due to the scarcity of cinnamon, otherwise not enough time remained for the peeling; but for this special service the people are paid. Also, for the plantations that were made on account of the Company in the Dessavony of Matara, maintenance of paddy for about five years was given to the inhabitants who were employed for that purpose. Against abuses and extortions of the inhabitants by the native chiefs, both high and low, it is extremely difficult to provide in an adequate manner, and we do not doubt at all that this evil, both in the Matara district and elsewhere, is not yet entirely eradicated. We trust nevertheless that this will have been opposed as far as possible, and so far as that could not be prevented as completely as might be wished, one seems to have to place this to the account of the dexterity of these native chiefs to do these things in a manner that it is not only very difficult, but even generally not at all feasible, to convince them of it. This I have said and am still of this opinion; and this is reported in the secret council. You say that the dissatisfaction of the inhabitants has arisen through extortions of the chiefs, which must continuously be prevented by all possible means.

Dutch transcription

664 door de misnoegdheid en de ingebragten e der ingeseetenen „lingen der Jnlandsche Hoofden nog niet hebben kunnen belet worden. Hoe veel werk men daar van ook heeft gemaekt De behendigheid waarmeede de van dit gevoelen; en dit word plaats zoude gevonden hebben. Moor segoe om eenige ander reden, dan dat hij als spion in de Dessavonij geattrapeerd is opgevat wierd; is dit om eenige Edog na mijn begrip, en met hebben, wanneer mijn vrees om een 2=de spion te noemen geen is dit kwaad veel voortekoomen andere reedenen geschied, dan wenschte ik wel zulks geweeten te onderwerping aan wijser gevoelen, hun daar van te overtuigen Dat dit door te sorgen dat het Land beistier van zelven. aan kundige luiden opgedraegen worden, die manmoedigheid „port dat 't misnoegen der ing„ genoeg hebben, om voor het wel zijn der ingeseetene onbevreesd „seetenen is ontstaan, door zeeder uit tekoomen; en door zoodanigen tot inlandsche Hoofden te veele Jaaren herwaards onder benoemen van welker eerlijkheid men het meest verseekerd is gaane en afestapelde mishand en wanneer deese Hoofden, gelijk ik meer maelen gesegd heb„ lingen en tenevelarijen, door opge zoo weinig mogelijk in familie of andere betrekking staan„ „leyde, en niet met de Caste of kan mer eenigsints staat maeken dat zij op malkanders be„ geboorte en verpligting der in „drijven zullen passen en de kwaede daar van spoedig aanbrengen „geseetenen over eenstem mende nieuwe lasten, zonder toevoe De omstandigheeden hebben Zee „ § 18. De omstandigheeden van tijden ging van nieuwe belooningen „teerlijk deese of geene nieuwe vorderen dikwils deese of geente nieu„ inrigtingen voortgebragt, ge„ uwe inrigtingen, die niet te ont„ terweil in teegendeel de oud „lijk zulks onder andere om„ belooningen afgenoomen wierden wijke zijn, zoo heeft men bij trend het kaneel draegen voorbeeld het afdraegen van plaets heeft gehad, en ook om„ de vaneel omtrend 20. Jaaren knevelaaijen der ingeseetene, door „trend het aan planten van de Inlandsche Hoofden zoo groot geleegen, de Corls volkeren moeten de kaneel Dog het komt na als mindere, is het ten hoogst mijn begrip der meest op aan„ opleggen, wijl 'er door de schaers„ moeijelijk op een toerijdeende dat de land regent sorgt dat rheid van de kaneel, andersints we te voorsien, en we twijffel bij diergelijke nieuwigheiden geen heid genoeg overschoot tot geensints dat dit kwaad zoo het volk wel behandeld wor„ t schillen, dog voor deese wel in het Matureesche als elder „den en geene tenevelatijen vis„ nog niet geheel is uitgeroeid. besondere dienst word 't volk teeren; als bij voorbeeld dat vertrouwen nogtans dat dit betaald ook zijn voor de aan„ hun de toegelegde verstrekking, „ plantingen, die voor reekening na mogelijkheid zal zijn teeg „gen niet geworden, dat den een gegaan, en voor zoo rerker zig van den arbeid vrijkoopt, van de Comp:e zijn gedaan dat niet zoo volkoomen als waar door anderen dubbeld moeten in de Dessaronie van Ma¬ te wenschen waare, heeft hee werken etc:a en waar door een stuke, aan de ingeseetenen„ „nen voorkoomen, scheindn groote misnoegdheid onder het die daar toe zijn g'emploij„ dit te moeten stellen op reekening gemeen ontstaat, en welk reerd, voor omtrend, vijf Jaaren, de behandeligheid deeses Jnland misnoegdheid niet minder mainctementos van nelij Dit heb ik gesegd en ben als nog 516: uE: zegt bij het geheim ra Het is zeeker dat de mishande „ &14 Tegens mishandeling e en Hoofden hunne bedrijven bedekken Hoofden om deese dingen te do middelen moet worden belet t prechit reedenen aangenoomen worden. alleen zeer moeijelijke, maar zelfs moet zeekerlijk in deesen als eene op eene weise, dat het niet bij voortduuring door alle mogelijke doorgaans geheel niet doendelijk is„ alleen vergroot beweesen. reeden

NL-HaNA_1.04.02_3922_0067 view scan ↗

English

of the Sinhalese is greatly exaggerated, and money was provided; but because the work did not match the costs, the principal chiefs themselves pointed this out, and therefore that provision was no longer made. However, since some time ago, increments of two parras of paddy per month have again been provided to the plantation workers. Other new obligations that are said to have been imposed on the inhabitants are unknown to us, just as it is also unknown to us that any old rewards were taken away from the inhabitants, unless this might refer to some reallocations in the accomodessans around 20 years ago by the Honorable Senior Merchant Burnand during the time he was dissava of Matara, on account of the standing orders, which command that one must try as much as possible to grant the accomodessans from such villages that are most remote and from which it is correspondingly difficult for the Company to have the revenue that comes from them collected. If, however, any new obligations under which the natives have been brought are known to Your Honour, from which they ought to be relieved, or if any rewards to which they are entitled are being withheld from them, we shall receive Your Honour's indications regarding this with much pleasure. 519. That the chiefs in the Matara Dissavony made use of the opportunity of the uprising of the inhabitants to free themselves from the commitments they had taken upon themselves is very credible; but that the complaining of the people, that they have had to work so excessively exaggerated, can already be judged solely from the fact that in general this commitment was fulfilled either not at all, or only very defectively, which will become clearer when one examines all the plantings made piece by piece and sees what was accomplished during 4 to 5 years. If one then considers the great number of people over which this was distributed, one easily sees how greatly these complaints have been exaggerated from the truth, that the inhabitants of the Matara Dissavony do not have such great reasons as they pretend to complain about the work they did for the native chiefs who had committed themselves to some plantings, and also in order to be able to see what measures are necessary for the future for the further promotion of this work, we have resolved to order Your Honour, as is done hereby, to have a special inspection made of all these plantings made by the chiefs in the Matara Dissavony as soon as circumstances will permit; in which investigation it will also be very suitable to verify the validity of the inhabitants' complaints that their own lands and gardens came to suffer from these plantings. For the special inspection which Your Noble, Rigorous, and Right Honourable Lordship ordered, I have issued the necessary orders to the Honorable Dissava Raket. I am also of that opinion that this will be clarified; while it is meanwhile certain that several inhabitants complained about the overseers of the cinnamon gardens. It is not necessary with the Sinhalese that a heavy labor must be imposed on many among them for them to complain; as soon as anyone among them is obligated to any extraordinary work, they all immediately fear that this will become an obligation for all of them, and therefore readily rise in numbers against such proposed obligations. In my view, the common man actually complains because he was pressed to this work by the chiefs beyond their obligation, and without their choice nor without reward. In this investigation, I am also of the opinion that this will be clarified. The Bookkeeper Frankena at Matara has, regarding the provision to the servants in the garden of Kappoegamme, submitted a report to Your Noble, Rigorous, and Right Honourable Lordship under No. 5, which we hereby offer. 520. On the complaint cited by Your Honour in your report from the discontented, that four hundred and seventy persons had to work in the garden of Kappoegamme under the enjoyment of only a single parra of paddy per month, the Honorable van Angelbeek testified that in this garden never more than 30 people of the maha nayaka worked; and because this is a specific case that can be investigated quickly, Your Honour must have this investigation done immediately, and thereby have the Bookkeeper Frankena, who made the provision, prove how much paddy he provided to each man monthly. 521. In the investigation that is currently underway, the validity or groundlessness of the complaints will likely also become clearer, that the overseers of the gardens supposedly made a point of letting the fences be broken down in order to thereby have the opportunity to seize the buffaloes of the inhabitants. The Honorable van Angelbeek declared regarding these complaints that he does not recall that ever, at any time, any complaints were brought to him regarding such malicious behavior of the overseers of the gardens; that he, as much as possible, generally in seizing buffaloes...

Dutch transcription

665 der singaleesen seer ver groot is. vergroot word door het afneemen en geld verstrekt, dog wijl van welgeleege onderhouds lan„ werk aan de onkosten niet „den, en het aanwijden van anderen voldeed, hebben de principaa op ver afgeleegene plaatsen. Hoofden dit zelfs vertoond, e Na mijn begrip komt hier op is daarom die verstrekken de klagte der Inlander in deese niet meer gedaan; dog zee neer. Bij ondersoek zal het nu eenigen teid zijn weder alles nader blijken, in men inctementos van twee par„ zal in plaats weesen alwee„ nelij 's maands, aande plan„ „der op heldering te doen, van „gie werkers verstrekt. And zodanige diensten, waar van nieuwe verpligtingen, die de den Inlander diend ontsla„ Ingeseetenen zoude zijn opge „gen te worden, of van anderen waar voor hun eenige beloo¬ zijn ons onbekend zoo als in „ningen zal moeten toe gevoegd ook ons onbekend is, dat de ingeteetenen eenige oude belooningen zouden, zijn apg „noomen, ten zij dit mogte die op eenige verschikkingen in de akkomodessans nu voor om den E: opperkoopman Burna dat dit na de gewoone weise den teide hij dessave van M „tueke geweest is, uit hoofde van de leggende orders, die beveelen, dat men zoo veel mo lijk de akkomodersans moet zoeken te geeven uit zulke H„ teen, die 't meest, afgeleegen zijn en waar van 't de Comp:e maate van dien moeijelijk om de geregtigheid die er van in komt, te doen afhaalen zoo uE: nogtans eenige nieuw verpligtingen, waar onder de Inlanderen gebragt zijn mogte bekend weesen, waar van ze zouden dienen te worden ontslaa„ „gen, of ook dat hun eenige belooningen, waar toe ze gewet„ „tigd zijn, worden onthouden, zul„ „len we uE: aanwijsingen daar„ omtrend met veel welgevallen ontvangen. 519. Dat de Hoofden in de Ma„ „tureesche Dessavonie, van de geleegenheid van den opstand der ingeseetenen gebruik gemaekt hebben, om sig van de verbintenis„ „sen diese op zig genoomen hadden te ontstaen, is zeer geloofbaar, dog dat het klagen van het volk, dat ze daar in zoo buiten matig „tend is opgegeeven, is reeds daak uit alleen te beoordeelen, dat over het algemeen of geheel niet, of niet dan zeer gebrektig aan dee„ „ze verbintenisse is voldaan, het geen nader zal blijken als men alle de gedaane aanplan„ „tingen van Huk tot stuk nagaat, en ziet wat 'er geduu„ „nende 4. op 5. Jaaren verrigt is. Als men nu daar bij beden tet de groote meenigte „trend 20. Jaaren gedaan dooste ben ook van dat gevoelen. hebben moeten werken zeer vergroo„ vers van worden. 666 tot de speciaale opneem die uw Ed: Gestr: Groot Achtb: gelast heeft heb ik de nodige orders aan den E: dessave Raket uitgevaerdigd. van gevoelen, dat dit zal opge„ „helderd worden; ter wijl het intus„ „schen zeeker is dat verscheide inge„ „zeetenen zig over de op zigters der kaneel thuinen beklaagjd hebben. onder N:o 5. aanbieden. Edele Gestr: Groot Achtb: bij deezen in gediend, het welk wij uwel „dig, dat veele onder hun een heeft gerouleert, ziet men ligt drukkende arbeid op gelegd moet hoe seer deeze klagten zijn gee worden om zig alleen te beklaegen, agekeerd om van de waarhei zo dra iemand van hun maar tot eenig buiten gewoon werk ver„dat de ingeseetenen van de M „pligt word, weezen zij alle diitureesche Dessavonie geen zoo „regt dat dit eene verpligting voor hun alle zal worden en teoomen groote reedenen hebben, als ze vo daarom gaarne in meenigte „geeren, om zig te beklaegen over teegen diergelijke zig voorge „stelde verpligtingen op. den arbeid die ze gedaan hebb Na mijn insien beklaegd sig de voor de Inlandsche hoofden die z gemeene man, eigentlijk, daar om dat hij door de hoofden tot dit tot eenige aanplantingen had werk buiten hunne verpligting ge verbonden, en om tevens te „prest, en zonder hunne herkie„ sing nog zonder belooning hebben kunnen zien, wat maat rega et voor den aanstaende nodi„ zijn ter verdere bevorderingvn Bij dit ondersoek ben ik meede dit werk, hebben we besloo UE: te gelasten, gelijk geschie bij deese, om een speciaale op neem van alle dees door de Hoofden gedaane aanplanting in de Materesche Dessavond te laeten doen, zodra de om„ standigheeden het zullen teu nen gehongen; wij welk onder soek ook bekwaam lijtest za zijn na te gaan de gegrondhe van der ingeseetenen klagten, dat hunne eige landerijen en thuijnen bij deese aanplantingen zijn koomen te leiden. Pe Boetehouder Frankena 320. op de door uE: bij desselfs te Mature heeft aangaen gereim rapport aangehaelde sclog „de de verstrekkinge aan de te van de misnoegden, dat Het is bij den singalees niet noo, van Menschen waar over dit n koppoegamme gedaan, een berigt vier honderd zeventig koppen, onder in de thuin van kappoegamm dienstelinge in de thuin van 't genot slegts van een enkelde parra nelij 's maands, hebben moeten arbeiden, heeft de E: van Angelbeek betuigd, dat in dese thuin nooit meer dan 30. luiden van den gajenaike geweekt heb„ „len: en wil dit een speciaal ge„ wal is, dat spoedig kan worden ondersogt moet uE: dit ondersoek ten eersten laeten doen, en daarbij door den boekhouder Frankena, die de verstrekking gedaan heeft laeten bewijsen, hoe veel nalij hij aan een elk man maandelijks heeft verstrekt. 521. hij het ondersoek dat thans onderhanden is, zal waarschein„ „lijk ook nader blijken de gegrond heid of ongegrondheid der telagten, dat de opsigters der tuinen zig daer op zouden hebben toegelegd, om de hijningen te laaten Huteken breeken, ten einde daar door gelie„ genheid te hebben, om de koebas„ „ten der ingesoetene te kunnen opvatten D E: van Angelbeek heeft omtrend deese klagten ver„ „telaard, dat hij zig niet wet te revinneren, dat er, immer of ooit, bij hem, omtrend een zulk boosaardig gedrag der op zigters van de thuinen, eenige telagten zijn ingebragt; Dat hij zo veel moo„ „gelijk 't algemeen in 't opvatten kappoe vier der moeten arbeiden

NL-HaNA_1.04.02_3922_0069 view scan ↗

English

667 of the beasts sought to accommodate. That it certainly would be very hazardous to attempt to give an exact account of all the beasts that have been seized in the plantations and brought up to Mature, or to specify which of the inhabitants have paid any fine for the seizing of their beasts in the plantations, as it is not possible that one can recall such small settlements of affairs among thousands of greater importance. That he believes meanwhile that it is estimated very high if he assumes that there are ten persons who have paid a small money fine of two or more schellings according to the means of the owners for their seized beasts, and which fine was divided among those who had seized the beasts, while on the other hand there will perhaps be a hundred who have received their beasts back without paying any fine, that this fine may only have been taken in such cases where it appeared that the owners out of malice did not wish to watch over their beasts, and to whom their seized beasts had already been returned several times without any fine, that such beasts for which, after the lapse of several days, no owners appeared at Mature, were handed over according to ancient custom to the ordinary cattle herders, in order that when the owners appeared later, to have those also returned to them, as has always happened as soon as the owners made themselves known; we order you therefore to have further investigation made with all accuracy after these statements of the Honorable van Angelbeek, so that one may know what the foundation of these complaints is, and one may also be better able to provide against it in the future. Regarding what appears herewith, I have had the free merchant Tranchell make a conscientious declaration under oath by the said Dessave Raket. and the garden belonging to the free merchant Franchel at Salamne, or in an oil mill of the latter close to Mature. The Honorable van Angelbeek, being questioned about this, answered: that nothing of this is known to him, that Franchell alone conducted the management of the garden at Salarme, and that he requests that a further declaration under oath may be taken from Franchel on this point. You must consequently send orders to Mature that a declaration under oath must be requested from the free merchant Franchell, whether he indeed received any cows from the Dessave van Angelbeek or through his procurement, be it for the service of the Garden Salarme, his oil mill, or whatever else it may be, and that he will specifically have to state: 1. How he came by the draft beasts that were found in the aforesaid garden or in the oil mill, and which according to your secret report are to be returned to the owners. 2. For what reason he referred to the testimony of the former Dessave van Angelbeek, that the latter would know that he had properly paid for the aforesaid cows, or had come by them in a proper manner, as far as their person is concerned, since the Honorable van Angelbeek declares that he never interfered with helping him in any way to obtain cows, other than giving him permission, as to all other residents who requested it, to purchase some beasts in the country for his business. The native in general has no conception that, in distributing the determined accommodations to him, little of the Company's rights will remain; they rely on the promise and the and 23. That the regulation assigns 2 amonams to the Lascorins while it gives only 12 amonams to a Modliar, has no proportion, and is a visible error, if one should not wish to 522. regarding what appears in your secret report that there are still several such beasts indicated in the garden belonging to the former Dessave van Angelbeek

Dutch transcription

667 der beesten heeft zoeken te gemoed te koomen. Dat 't zeeker zeer en den vrij koopman Franchel gehasardeerd zoude, zijn, om eene Juiste opgave van alle beesten, die toe behoorende thuin te salamne, in de plantagies opgevat, en na Mature opgebragt zijn, te willen of in een olie=moole van den laasten digte bij Maturé heeft. boesten in de plantagien eenige boete betaald hebben, also het niet w mooglijk is, dat men zig diergelijke klijne afdoeningen van zaar De E: van Angelbeek hier nagevraagd zijnde, geantwoord: dat hem hier van niets bekend is, dat Franchell de directie over order duisenden van meer belang alle te binnen kan brengen. Dat de thuin te salarme alleen heeft gevoerd, en dat hij versoekt hij intusschen geloofd, dat 't zeer hoog gereekend is, zo hij aan dat van Franchel op dit stuk een nadere verklaering onder neemt dat er thien persoonen, zijn die eene klijne geld boete eede mag worden afgevraegd. UE: moet mits dien na Mature van twee en meer schellingen na mate van 't vermoogen dera ordres zenden, dat van den vrijkoopman Pranchell moet ge„ „genaars, voor hunne opgevatte beesten hebben betaald, en „vraegd worden een verklaering onder Eede, off hij immers welke boete onder hen die de beesten opgevat hadden, verdeeld van den Dessave van Angelbeek of door desselfs bestelling wierd, terweil daaren teegen misschien honderd zullen zijn, eenige koebeesten ontvangen heeft, het zij ten dienste van die hunne beesten zonder eenige boete te betaelen, mede„ de Thuin Salarme, zijne olie-moole, of wat anders het ook te rug bekoomen hebben, dat deese boete alleenig genoomen daar by zoude moogen zijn, en dat hyj speciaal zal moeten opgeeven; in zulke gevallen, waar bij het bleek dat de eigenaar 1: Hoe hij gekoomen is aan de trebeesten, die in de voorsz: tuin uit kwaadaardigheid op hunne beesten niet wilden passe of in de olie moole gevonden zijn, en die volgens uE: geheim en aan dewelke te meer maelen reeds hunne opgevatte raport aan de eigenaars zijn te rug geeven. beesten, zonder eenige boete waeren te rug gegeeven, dat zulk 2: om wat reeden hij sig op het getuigenis van den geweesen beesten waar van; na verloop van eenige daagen, geen Dessave van Angelbeek beroepen heeft, dat deese zoude wee„ eigenaars op Mature gekoomen zijn, na ouder gewoont „ten, dat hij de voorschreeve koebeesten behoorlijk hadde be„ zijn overgegeeven aan de gewoone raxhoeders, ten einde „taald, of daar aan op eene betaemelijk weise, zoo verre wanneer de eigenaars nader hand opdaagden, ook die aan hun personeel aangaat, gekoomen was, wijl de E: van An„ hun te doen te rug geven, zoo als steeds is geschied zoo „gelbeek betuigd, zig nimmer te hebben bemoeid, met hem dra de eigenaars zig hebben bekend gemaakt we gelasten op eenigerhande weise aan koebeeste te helben, dan uE: derhalven om na deese betuigingen van de E: van Ange met aan hem gelijk aan alle andere ingeseetenen die „beek met alle nau keurigheid nader ondersoek te laeten daar, om versogt hebben, verlof te geeven om eenige boesten doen, op dat men mag weeten wat van de gegrondheid de in 't land te moogen inkoopen tot zijn bedrijf. „ser klagten zij, en men ook daar teegen in den aanstaande Den Inlander in het algemeen heeft en 23. Dat 't reglement de Lasco„ te beeter kan voorsien. geen denkbeeld dat men, aan hem „ rijns 2. amm:s toe legd daar 't Aangaande het hier bij voor„ 522. omtrend het geen bij uE: gehe de bepaald accornodersaens toe „koomende heb ik de vrijkoop„ rapport voorkomt dat 'er nog aan een modliar maar 12. deelende 'er weinig van sComp:s „man, Tranchell eene gemoe„ amm:s geeft, heeft geen pro„ verscheide zulke beesten aang„ gerigtigheeden over zal schieten, „delijke verklaering onder eede „portie, en is een zigtbaare „toond zijnde in de aan den door den b. dessave Raket zij slaan op de belofte en het gew: dessave van Angelbeek abuis, zoo men daar aan doen, nog ook welk der inwoonderen, voor 't opvatten van hun geen B wilde laeten afvraagen.

← previousnext →