VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3922

Ceylon · 499 pages · 177 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3922_0070 view scan ↗

English

668 it were to be wished that one could find another means toward satisfaction in this regard, so that none of what was granted to them of old would be revoked, whereby many difficulties would also be prevented. But before proceeding to this arrangement, I believe, subject to correction of my view, and as was proposed in the Galle Resolution of 1 April of last year, that one must first accurately know how many and what sorts of lands the Honorable Company actually possesses. I should also wish, in order to express my thoughts, to know—and I shall inquire into this—whether the lascorins and other servitors who must be accommodated in the Dessavony of Matara could not be reduced to a smaller number, while I am not myself convinced that their duties are so necessary and advantageous that, precisely for that purpose, a number of seventy-five Ranjees would have to be accommodated. I trust with great certainty that Messrs. Murnat and Iretz, who have governed the Matara Dessavony, will be able to provide very useful advice regarding this proposal, after which, subsequently upon mature consideration thereof, a good arrangement will be able to be made. If one wished to satisfy them, little of the Company's rights would remain. One has seen this throughout all times; but rather than making changes in an established distribution known to the people, one has always tried to arrange it as best as possible with the accommodessans of the lascorins. One will nevertheless now have to grant this to the lascorins in the Matara district, so as not to deviate from what was promised to them, unless one could find another means in its place. Paragraph 24. We have already noted previously, in paragraph 18, that the redistribution regarding the accommodessan lands took place about 20 years ago, and it will appear from the investigation instituted into the matter whether the interested parties, who according to Your Honor's secret report considered themselves aggrieved because many subsistence lands that had been cultivated through their care and effort, and made more fertile than others, had since some time been taken from them and seized for the Honorable Company, have indeed been wronged thereby. However this may be, if one can already foresee in advance that it will be extremely difficult to make changes in this again, we have resolved to ask Your Honor's considerations, as we do hereby, whether it might not be possible to grant to each of those who declare themselves not to be satisfied with the accommodessan that they currently possess, instead thereof, for example, four parras of paddy for each month that they are employed in the Company's service according to their obligation, and that, in exchange, the accommodessans with which they are not satisfied be confiscated for the Company, whereby many difficulties would be prevented, besides the fact that it would also most likely result in a much better accounting for the Company. It will appear upon investigation whether the complaints of those who claim to have cultivated some land through their care and effort, with which they have had to be content in place of what was taken from them, which they claim to have been revoked from them and leased out for the Honorable Company, are justified. I am honored that you have been pleased to ask my considerations regarding any change in this matter, for example to give 4 parras of paddy to each servitor for each month that he is employed in the Honorable Company's service according to his obligation, and that, in exchange, the accommodessans with which the servitors are not satisfied can be confiscated for the Company.

Dutch transcription

668 is het waare te wenschen ter bevreediging hier omtrend konde uitvinden; dat men een ander middel geen haar van ouds toegevoegd wilde voldoen, zoude en wai„ worden ingetrokken, waar door nig van 's Companies geregtig„ dan ook veele moeijelijkheeden „reeden over schieten Men heeft die zoude worden voorgekoomen; Dog door alle tijden heen gesien, dog alvorens tot deese inrigting reeds voor af kan voorsien, dat liever dan verandering te maa te treeden meen ik met onder„ t ten hoogsten moeijelijk zijn „ken; in een vastgestelde schite„ wyser „werping aan zijn er gevoelen en zal daar in weederom veran„ „ting, bij het volk bekend heeft gelyk bij gaalsche Resolutie „dering te maaken; hebben men het met de atekomodessar van den 1. april J:Z: voorgesteld is der Lascorijns steeds zoo goed we beslooten uE: Consideratien dat men alvoorens accuraat mogelijk zien te schikken. men weeten moet hoe veel en welke te vraegen gelijk wij doen door zal dat nogtans aan de Lasse zoorten „e landen de E: Comp: werke„ deesen, of 't niet zoude kun„ „rijns in het Maturesche nu „lijk heeft ook wenschte ik wel /:om mijne gedagten te kun„nen aangaan, om aan een elk moeten toestaan, om niet af te inen zeggen:) te weeten, en ik zal der geenen, die verklaaren wijken van het geen aan deselve is toegesegd, ten zij men een mij hier na informeeren, of de niet te vreeden te zijn met 't ander middel vinden kon in lascorijns en andere dienstelingen accomodessan dat ze tans be„ de plaats. die in de dessavonie van Mature zitten, in steede van dien toe„ Het zal bij ondersoek blijken §24. " we hebben hier voor en 518. reed geaccomodeerd moeten worden, of de klaegens, die door hun„ aangemerkt, dat de verschik te leggen bij voorbeeld vier par„ niet op, een klijnder getal zou„ ne sorge en moeite voorgeeven „king omtrend de accomodessar „ras nelij voor elk maand „de kunnen worden gebragt, ter weil eenig land te hebben gekulti„ landen, voor nu omtrend 20. Ja dat ze volgens hunne ver„ ik het met mij zelve niet eens veerd, waar meede zij zig heb„ „ren is geschied, en het zal bij het pligting bij de Comp:e worden ben of hunne verrigtinge, zoo „ben moeten te vreeden houden voor ondersoek daar over aange¬ het hun afgenoomene, dat nood zakelijk en voordeelig geemploijeerd, en dat daar en steld blijken, of de geinteres¬ voor de Ed: Comp:e zoude inge„ zijn, dat er Just alleen aan teegen de accomodessans waer „trokken zijn, daar door te zijn iseerdens, die volgens uE: ge„ Parc:o een getal van vijf en zee, meede ze niet te vreeden zijn, verongelikt. Ik ben vereerd „hein raport, zig beswaard „ventig Randjes zoude moeten voor de Comp. e worden inge„ dat men mijne Consideratien geaccomodeerd worden. hebben, dat veele onderhouds geliefd te vraegen omtrend eenig „trokken, waar door veele Jk vertrouwe heel zeeker dat verandering in deese, om bij landen, die door hunne sor¬ de Heeren murnat en Jretz die voorbeeld 4. parras nelij tege„ en moeite waeren gekul ti„ moeijelijkheeden zouden de Maturesche Dessavonie „ven aan elk diensteling voor veerd geworden, en meerder bestierd hebben, omtend dit voor„ elke maand dat hij volgens worden voorgekoomen zijne verpligting bij de Ed: vrigtbaar, waeken dan an„ schr: zeer nuttige advisen zul„ behalven dat 't ook naast „deren, hun zedert eenige Comp: g'emploijeerd word, en „len kunnen ingeeven, waar na wen denkelijk veel beetere dat daaren teegen de acco„ vervolgens na rijpe over„ teid zouden zijn afgeno „modessaan, waar meede de „weeging des weegens, een reekening voor de Comp:e „men en voor de E: Companie dienstelingen niet te vreeden goede schikking zal kunnen bezaemen. „worden werkelijk daar door zijn verongelijkt, dan wijl hoe dit ook mogte zin, men ingetrokken en verpagt ge„ zijn ingetrok k geeven zijn, voor de Compenie kunnen ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3922_0071 view scan ↗

English

669 taken in and sent to me, will provide, and why it would be very good if one could introduce such an arrangement generally throughout the entire Matureesche Dessavonie. For my part, I do not dare to recommend this arrangement directly without being better acquainted with the internal affairs of the Maturesche Dessavonie, especially because the native is so very attached to his old privileges and customs, even to his own prejudice. After information and proper instruction, I will also gladly express my views on this. In the meantime, I request that the advice of the aforementioned former Gentlemen Matureesche Dessaves may also be obtained on this matter. Paragraph 25. To what extent the complaints of the inhabitants—that they are employed entirely improperly beyond their obligation in the cultivation of the Company's fields—are well-founded, will appear more closely upon investigation. In the meantime, you must provide us with your consideration as to whether, in order to prevent all grounds for complaints about this in the future, it would not be feasible that henceforth all the obliged goijnaindes were used for the cultivation of the Company's lands on the same footing as they have been obliged from of old and have always done until now, and that furthermore no others are used for this work than those who are willing to do so of their own free will and as one can best agree with them about it. That accordingly, insofar as the aforementioned gooijnaindes alone are not sufficient to cultivate the Company's fields, the native chiefs entrusted with the care thereof will have to come to an agreement regarding the remaining fields with the inhabitants who are inclined to do so, as best they can and just as is the custom among private individuals who have some lands that they have cultivated by others. I have found by experience that the Sinhalese complain just as much about the non-acceptance of pehindos and adoekkoes, as on this occasion it has been complained that they must deliver too much. In my view, it merely comes down to not demanding more from them than according to old custom, and I believe, subject to wiser opinion, that one may determine that one cannot do better than to keep each native to his innate obligation; and therefore to leave this matter on the old footing, just as it was best regarding the provisions of hoe andiram which they enjoy, to leave everything as it is, only that it be limited and with this condition that it happen according to the regulation as is done in the Colombo and Galle districts. Paragraph 26. The vidaans and the majoraals are nowhere better endowed than in the Matuaeesche Dessavonij, but because they are nevertheless not satisfied and probably will also not be satisfied whatever reasonable arrangements one might wish to introduce, we have resolved, because it will probably also give a better account for the Company, to ask your consideration, as is done through these presents, whether to cut off these complaints at once it would not be better to exempt the vidaans and majoraals throughout the entire Matureusche dessavonie for the future from the delivery of pehindoens and addoekkoes, and on the other hand that they be made gooijnamde.

Dutch transcription

669 ingenoomen en mij toe gesonden geeven zal en waarom het waegen, om deese schikking, zelfs zeer goed waare, zo zonder met het innerlijke een zulke schikking door de der Maturesche Desfavonie geheele Matureesche Dessavon beter bekend te zijn diactet generaal konde invoeren. aan te prijsen, voor al wijl de Inlander zoo zeer op zijne oude voor regten en gewoontens zelfs tot zijn eige prejudictien W voor mij durve niet gesteld is. Na informatie en goede onder § 25. In hoe verre de klagten de „rigting zal ik mij hier over ingeseetenen, dat ze door deze se, heb bij ondervinding, dat de §26. De vidaans en de Majoraels ook gaarne verklaeren In„ „ den gants oneigen boven hunne singalleesen zoo wel klaegen over zijn nergens beeter bedeeld, als het niet accepteeren van pehindos „pligting, tot 't bearbeiden van in de Matuaeesche Dessavonij, „tusschen soliciteeren ik dat en adoekkoes, als bij deese geleegenth: sComp:s velden zijn gemploij„ dan wijl ze des niet te min hier omtrend het advies van geklaagd is, dat ze te veel moeten niet te vreeden zijn en waar„ vooren gemelde Heeren geweese „eerd gegrond zijn, zal bij 't opbrengen, het komt 'er na mijn „schijnlijk ook niet te vreeden Matuaeesche Dessares ook mag insien, maar alleen op aan dat men ondersoek nader blijken. In„ zullen weesen wat reedelijke schik„ haar niet meer als na oude „tusschen moet uE ons dienen gewoonte afvergd, en ik meeke „tenngen men ook mogte wille, van uE: Consideratie of het met onderwerping aan wijser in voeren hebben we beslooten om in het vervolg te voorte gevoelen te mogen vast stellen wijl het ook waarschijnlijk „men alle reedenen van klagen dat men niet beeter kan doen als ieder Inlander bij zijne aan„ beeter reekening voor de Comp:e daar over, niet zoude kunnen „geboore verpligting te houden; geeven zal, uE: Consideratie te aangaan dat voortaan all en deese zaak ook daar om vragen gelijk geschied door dee„ de verpligte goijnaindes wa„ maar op den ouden voet te laeten „den gebruikt, tot het bearbo„ „sen, af't om deese klagten gelijk zulks dan ook omtrend „de van sComp:s landen, op dien op eenmaal af te snijden niet de verstrekkingen van hoe voet als ze dat van ouds verplu beeter waere, om de vidaans andiram die zij genieten best zijn, en tot nog toe altoos heb was alles zoo te laeten als het en Majoraals in de geheele Ma„ gedaan, en dat voorts geene is, alleen, dat het bepertet wierd andere tot dit werk worden teusche dessavonie, voor den en met deese bepaaling dat het gebruikt, dan zulke die genam aanstaande te ontstaan van zijn dat uit vrije wil, en zoo„ naar het reglement zo als 't het opbrenge van pehindoens als men zig daar over met hue in 't kolembosche en gaalsche best verstaan kan, te doen en addoekkoes, en daar en tegen Dat mits dien voor zoo verrede voorsz gooijnain des alleen niet genoeg zijn om sComp:s velden te bearbeiden, de inlandsche Hoofde, die met de sorge daar over, zijn belast, zig nopens de overige velden met de ingeseetenen, die geneigt zijn dat te doen, daar over zullen moeten verstaan, zoo als ze best kunnen en even en zodanig, als dat de gewoonte is onder particuliere, die eenige landen hebben die ze door an„ „dere laaten bewerken. gooijnamde geschied voor worden.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0072 view scan ↗

English

takes place. It has also occurred to me, while being in Matara, that no one shall enjoy anything against the prescription in that regulation, unless among the usual leases, and only the mudaliyars and other higher chiefs, who are accustomed in the Matara region to enjoy twice as much as is allowed to them in the Colombo region at the rest houses. And regarding which, in order to satisfy them, some change in the regulation might, with the pleasure of Your Right Honourable, find place. By the favourable permission to let this man again enjoy his usual allowances, I believe that we bind him to us in the strongest manner; and I thank very humbly that my proposal in this regard has been taken into favourable consideration. The preference was granted to the Sinhalese only above the Moors in leasing the paddy duty, because the multitude insisted upon it; and 28. The salary of the Pandara, or Kandyan, mentioned in your secret report, has not been taken from him, but the same has only not been paid to him for some time, according to a private instruction from the first undersigned Governor, because this man is said to have enough means of his own to subsist, and thus in order to try whether one could not relieve the Company of this burdensome post. Moreover, the extradition of this Pandara was repeatedly requested by the first ambassador of the Court, though not publicly, yet with much emphasis, and it seemed somewhat offensive at the same time that one dissembles his presence in the Company's lands, to pay him a monthly allowance for his maintenance. Upon your proposal, his burdened allowance may, however, for the present and until one sees whether it is further necessary, be paid out again in silence. Section 27. Although, in view of the necessity that gave occasion thereto, we approve that you have given the preference in leasing the paddy duty to the Sinhalese over the Moors, we have nevertheless, because it is probable that the leases will noticeably decrease thereby, resolved to ask your consideration, as we do hereby, whether, to prevent the same, it would not be more advantageous to lease the farming of the taxes in the Matara Dissavony by bid and not by reduction henceforth, instead of letting it happen by reduction, or at least one could try this by bid only, in order to experience the result thereof. To compensate for this, to all the servants who travel in the Company's service, and to whom up to now, according to the custom of the country, adutukus and pehidu have been provided, it might be better to pay the amount thereof in money. Section 29. Upon your request that the Honourable van Angelbeek should declare what reasons moved His Honour not to accept the junior merchants van Schuler and de Vos in the capacity of Commissioners of the Galle Council and to show them the obliged honour, the said Honourable van Angelbeek declared not to know upon what part of his duties the assumption rests that he would have refused to receive the junior merchants van Schuler and de Vos as Commissioners from the Galle Council; and since also no proofs thereof have been presented to us, we have resolved that regarding this, as is done hereby, further clarification shall be requested from you, as well as a further indication wherein the obliged honour consisted that the former Dissava van Angelbeek is said to have refused to show to the said junior merchants. Section 30. On the remaining 41 articles concerning which you requested clarification, the necessary remarks have already been made hereinbefore. May it not be interpreted unfavourably by Your Right Honourable that I, with regret and with submission to wiser judgment, respectfully testify that the necessary clarifications requested by me in my secret report have not at all been adequately dealt with hereinbefore; at least I have not found this, and therefore request further very respectfully that my proposed 12 points, if it is possible, may come one by one for the deliberation of the honoured Island Council, and that the resulting resolutions may subsequently be sent to me, whereby I imagine in the most pleasant manner to obtain an equitable satisfaction. Why should I not have made these declarations unasked? While they completely harmonize with the sincerity of my sentiments, and I add thereto anew unasked, that I would endure or forgive with silent patience all that has fallen to my share most unpleasantly since the beginning of the Matara unrest. These proofs are very clearly to be found in the annexes of this under No. 6. When two commissioners who represent the Galle Council arrive in Matara, according to my understanding no less honour should be given to them than that shown to the commander of the Commandement upon his arrival in Matara, or at least to the Matara Dissava in his service relation. Section 31. Furthermore, we acquiesce in your unasked declaration that the presentation of the aforesaid 12 articles does not arise from any malice or revenge, and we repeat hereby.

Dutch transcription

670 geschied plaats heeft. Het is mij voor de Companie wierden inge dat deese schiteking geen al te na„ „deelige gevolgen heeft, het niet zou„ ook voorgekoomen bij aan weesen trokken, de hoeandiram die ze se geloove gaarne dat het voordee„ de kunnen aangaan, dat de Nelij te Mature, dat niemand iets genieten, om te worden verpag„liger zal zijn de verpagtingen in de Matureesche Dessavonie teegens de voorschrijving bij dat het zij afzonderlijk, dan wa bij de opslag en niet bij den afslag voortaan wierde verpagt in steede Reglement zal hebben, dan te laeten geschieden, ten minsten onder de gewoone pagten, en men zoude dit kunnen probeeren van bij afslag, alleen bij den opslag alleen de modliars en andere om 'er het gevolg van te ondervinden. meerdere hoofde, die gewoon om daar en tegen aan alle de zijn in het Matureesche wel dienaaren die in sComp:s dien„ Door het gunstig verlof, om aan dezes 28. De besolding van de Pantarel, twee mael zoo veel te genieten isten reisen, en aan dewelke man weederom zijne gewoone toe„ of kandiaanen, vermeld, bij uE ge„ als haar in het Colombosche tot hier toe naar 's lands „lagen te laeten genieten, geloove ik dat heim rapport, is hem niet ont„ men hem aan ons ten stertesten op de austhuisen word goed ge„gebruik, adoetekoes en peh noomen, maar is deselve hem allen verbind; en ik danke wel zeer. „daan: En waar omtrend, dan needrig dat, mijne voorstelin voor een leid lang niet betaald, „doens verstrekt zijn, het om deese te bevreedigen wel deeze in gunstige aan merking volgens een particuliere aan„ eenige verandering bij het bedraegen daar van te „schrijving van den eerst onder„ Reglement met believen taelen, in geld. „geteekende Gouverneur, wijl van uweled: Gestr: Groot Achtb: deese man gesegd word, van zig selve vermoogen genoeg te hebben om te kunnen bestaan, en om mids dien eenste probeeke, of men de Companie van deese last post niet zoude kunnen ontslaan, Bovendien is de uitleevering van deese Pandare door den eersten gesant van het Hoff ver„ „scheidene keeren, schoon niet publiek nogtans met veel nadruk versogt, en 't schein wat aanstotelijk te gelij„ „teer teid dat men het aanweesen van hem in sComp.:s landen ontveinst, hem een maand geld tot is gekoomen. zoude kunnen plaats vinden §27. schoon we uit hoofde de noodzaakelijkheid, die daer toe aanleijding heeft gegeen approbeeren dat uE: aan de Men, heeft de preferentie. Singaleesen, de preferentie in het pagten van de nelij gezeg„ „regtigheid, alleen aande dinga„ „leesen boven de mooren toege„tigheid heeft gegeeven, boven „staan, wijl de meenig„ de mooren hebben we egter, te daar om aanhield; en wijl het vermoedelijk is dat hier door de pagten merk „lijk zullen daalen beslooten uE: Consideratie te vraagen zoo als we doen door de isen of ter voorkoming in het pagten van de Nilij ge„ dat 671 „lijk te vinden bij de bij„ wanneer twee gecommissarissen die de Gaalsche Raad representeeren Het worde door uweled: Gestr: §30. op de overige 41. articheelen Groot Achtb: niet ongunstig waar omtrend uE: ophelde„ §29: op uE: versoek dat de E: va uitgelegd, dat ik met leetwesen „ ring heeft versogt is reeds Angelbeek zig zoude verklaer en met onderwerping aan wijser hier vooren het noodige gere„ welke redenen zijn E: bewoogen gevoelen eerbiedig betuige, dat het „markeerd. noodige op de door mij bij mijn „ben die onderkooplieden van h gehaim raport versogte op„ „ler en de vos niet in de quali „helderingen, hier voren gants teid van Commissarisse van niet voldoende verhandeld is, Gaalsche Regeering te accepteeren ten minsten ik heb dit, niet ge„ en het verpligt honneur te b vonden; en versoeke dus nader „weisen, heeft gem: E: van An zeer eerbiedigst dat mijne voor„ „gelbeek betuigd niet te weet „gestelde 12. poincten in dien op welk gedeelte zijner verrug het mogelijk is, een voor een ter deliberatie der g'eerde ei„ „tingen neerkomt, de ondersteld „lonse regeering moogen koomen, dat hij de onderkooplieden van en mij vervolgens de daarop schuler en de ros, zoude, hebbe vallende besluiten toekoomen, waer geweigerd te ontvangen als bij ik mij op het aangenaamst voorstelle eene billijke voldoe „sche Raad, en wijl ook daar „ning te zullen erlangen. §31. , voorts berusten wo in geene blijven aan ons zijn voorg waar om zoude ik deese betui„ gingen niet ongevergd hebben ge„ „koomen, hebben we beslooten uE: ongevergde betuiging, dat „daan. Terweil ze met de wel„ dat derwegens, zoo als geschied 't voordraagen van de voorsz: „sendlijkheid mijner sentimenten bij deezen nadere ophelde 12. artiteelen niet uit eenige volkoomen harmonieeren, ste, voege daar zelve op het nieuw kwaad gesindheid of wraak „ring van uE. zal worden weeder ongevergd nog bij dat voorkomt, en we herhaalen ik al het mij zeederd den begin„ gevraagd, als meede een door deesen. „ne der Matureesche oplusten nadere aanweising waar onaangenaamst te beurt te matuke aan koomen, van hun na mijn begrip niet minder honneur in bestaan heeft hetv gevallen is, met een stilswijgen„ „de lijdsaamheid zoude ver„ gegeeven worden, dan die pligte honneur, dat de „draegen of vergeven Deese blijken zijn heel duijde gecommitteerdens uit de Gad den gesag voerder van het zijn onderhoud te betaalen - op uE Commandement, bij zijn komst gew: dessave van Angelbeek zou„ voordragt mag hem zijne belaste te matieke of ten minste den ade geweigerd hebben, aangem: egter voor eerst, en tot dat me Mattireeschen Dessave in zijn dienst onderkooplieden te bewei„ betrokking gegeeven worden ziet of 't verder noodig is, en stilte wederom worden uitge„ „zen. kesset. Commando gen hebben „laagen deeser onder N:o 6:

NL-HaNA_1.04.02_3922_0074 view scan ↗

English

have had, were it not that I desired to be permitted to earn the common welfare and my honor and esteem, which obliged me and forced me to conduct myself and declare as I actually have done. I feel in its full value the honor and reward presented to me by the satisfaction that Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs are so magnanimously pleased to express in this matter, and I shall henceforth let no opportunity pass to endeavor most diligently for the master's interest and the general welfare, in accordance with Your Honor's favorable notice. Colombo separate letter of the 23rd ditto. We do not understand what the considerations set forth in Your Honor's separate letter of August 27th regarding the Modliars Tinnicoon, De Saram, and Goeneratne amount to, namely that according to Your Honor the depositions should only serve for future reference and not carry such weight as to summon the suspected chiefs to Colombo or let a Judicial Commission carry out any formal investigations into them. In our letter of August 24th, to which Your Honor's aforementioned letter serves as an answer, we wrote nothing of the sort. With regard to these chiefs, we said verbatim in the letter of August 17th: "The native chiefs whom we think, based on the documents received, should be removed from the Mature Dessavony as soon as possible, are in particular the Modliars Tinnicoon, Goeneratne, and De Saram. To summon them directly to Colombo would, if they are indeed guilty, arouse great suspicion in them." We therefore resolved to have it made known to them in a confidential manner that the Right Honorable the Governor wishes to speak to them in person, and that it would consequently be pleasing to His Honor if they come to Colombo for a pleasure trip. When writing my respectful letter of August 27th last, subject to wiser judgment, I assumed that shortly after the restored tranquility of the coast and the Mature Dessavony, in order to quiet the inhabitants, it would not be advisable to have the chiefs summoned to Colombo, much less to institute any judicial investigations into their conduct, because, considering the unsettled minds of the inhabitants were not yet calmed at that time, it might easily cause disturbances if the aforementioned chiefs, assuming they are guilty and thus afraid that their deeds would be uncovered upon investigation, should undertake to sustain the dissatisfaction of the people through collusions in order to be freed from investigations into their conduct. Therefore, I assumed that one should take what one had been informed of solely for future reference, whereby I understood that one should only proceed with any dismissals of what was deemed necessary regarding these chiefs after some time, with which, if the Right Honorable and Highly Esteemed Sirs find it advisable, even now a beginning could be made, since three months have already passed and we may be certain that the majority of the inhabitants have returned to peace, and [illegible] of the arrangements [illegible]. Our satisfaction with the trouble Your Honor has taken to quiet the inhabitants of the Mature Dessavony, for which we have already thanked Your Honor and thank you again by these presents.

Dutch transcription

672 hebben; was het niet dat ik be gree„ „der te moogen verdienen. en dwonge mij zoodanig te gedrae„ „gen en te verklaeren als ik werk„ hot algemeene wel zijn en mijne eere en aansien wij verpligte den lijk gedaan heb. pen had, dat mijne betrekking op Ik gevoel in haare gantsche waerde ons genoegen, over de moeite de eere en de belooning die mij uE. genoomen om de Matuuee sche word aan gebragd, door het genoe„ „ge dat uwel Ed: Gestr. Groot waak voor we uE: bereeds hebb achtb: in deese zoo groot moedig bedankt en nu weeder be gelieven te betuigen, en ik zal „danken door deesen. voortaan geene geleegenheid laeten voor bij gaan, om hoog derzelver gunstige opmerking door de b „te poogingen voor 'smeesters belang en het algemeen wel zijn alw Col ombosche aparte brief van de 23: D Wij begrijpen niet waar op het in v Consideratien, voorkoomende bijv melde ueven apparten brief va den 27. aug:s met betrekking de mobliaar Tinne soon D Saram in Goeneratne Ik veronderstelde bij het schrijven neerkomt dat volgens uE: gem van mijn eerbiedige vanden 27. 't gedeponeerde alleen tot na aug:s Jongsleeden met onderwer„ voor den aanstaande moet d king aan wijzer gevoelen, dat en niet zodanigen aanmerk het, kort na de herstelde kust moet koomen, om daar op en de Matureesche Des savonij,„ dagte hoofden na Colombo ofters ingeseetenen tot rust te brenge „zaam zoude zijn omde hoof,„ en voor eene Justieele Commissie lombo laeten opkoomen, nog min„ eenige formeele ondersoeken te laeten ge Justitieele onverzoeken doen. Bij onsen brief van den 24. gedrag te laeten doen wijl aug:s waar op voorsch: uwe brief in ingesien de ondustige gemoe„ „ Jngeseetenen toen nog niet antwoord diend, hebben we niets dier„ bedaard waaren ligtelijk „gelijks geschreeven wij hebben met onlusten zoude hebben betrekking tot deese Hoofden, bij brie„ veroorzaaken, indien gem: „re van den 17. aug:s woordelijk ge„ rig /:verondersteld:/ schuldig „zegd: De inlandsche hoofden die =en dus bevreesd, dat hun„ we uit hoofde van de ontvangene e bij ondersoek zoude ont„ stukken denken, dat hoe eer hoe werden, begreepen hebben beeter uit de Matureesche des„ door de te zamen rotting nisnoegdheid des volks „savonie dienen te worden verwij„ gang te houde van „derd, zijn inzonderheid de speuringen na heen gedrag Modliars Tinne teoon Goene„ ze vreid raeken Dierhalven „ratne en de saram om hun di„ erstelde ik dat omen het gee„rect of te ontbieden na Colombo, rak van men onderrigt zoude, zoo te werkelijk schul„ leen tot narigt voor den „dig de groote agterdogt bij nde moest neemen waar begreep dat men eerst na hun verwekken. van eenige Leid moest we hebben daarom beslooten, om 't stellingen het geen men hun op een vertrouwelijke wij„ rd deese hoofde noodig oor„se te doen bekend worden, dat en waarmeede men indien Ed: Gestr: Groot Achtb: dit de Heer gouverneur verlangd geraede vinden zelfs teegen„ hun in persoon te spreeken, g een begin zoude kunnen en dat het zijn Edele mids wijl nu reeds drie maanden dien welgevallig zijn zal dat te „nelus ten verloopen zijn en wij voor een springtogt na ko„ tekeren moogen dat het grosder lenen tot vast gekoomen is, en alombo koomen„ Hier bij 't hoofden van de schikkingen niet hebben bij ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3922_0075 view scan ↗

English

672 have; were it not that I understood our satisfaction, about the to be allowed to earn. and compelled me to behave and declare myself as I have actually done. honour and respect we obliged the the common welfare and my I feel in its entire worth the honour and the reward that is brought to me, through the satisfaction that Your Most Noble Honourable Grand Worshipful generously please to express in this, and I shall henceforth let no opportunity pass, to high their favourable notice efforts for the master's interest and the common welfare Colombo separate letter of: We do not understand what considerations, appearing in your separate letter of 27 August with respect to the Modliar Tinne te Saram and Goeneratne. I presumed when writing comes down to that according my respectful letter of 27 to what has been deposed only it, shortly after the restored coast must come, because and the Matara Dessavony, thought chiefs to Colombo thanks through this August last with submission for the coming and not such for a Judicial Commission to wiser opinion, that and my, some formal investigations to let it would not be advisable to have the chiefs come up to Colombo, nor conduct. By our letter of 24 to let any Judicial investigations August to which your aforesaid letter into their conduct be made, as serves in reply, we have written such, considering the restless minds nothing of the like; we have of the inhabitants were then not yet with respect to these chiefs, by calmed down enough, could easily letter of 17 August verbally said: have caused new disturbances, "The native chiefs whom if the said Chiefs, feeling themselves (:supposedly:) guilty we, on account of the received documents, think ought to be removed and thus fearful that their as soon as possible from the Matara case would be discovered upon investigation, understood Dessavony, are especially the that they, by keeping the conspiracy Modliars Tinnekoon, Goeneratne and the dissatisfaction of the people and de Saram; to summon them directly going, could become freed from to Colombo, was only for information for the all inquiries into their conduct. Therefore, future must take where I presumed that one what one had been informed by I understood that one only after of, would, if truly guilty, the great suspicion with arouse in them. the lapse of some time should We have therefore decided to make carry out that which one judged necessary concerning these chiefs and with which, if known to them in a confidential manner that Your Most Noble Honourable Grand Worshipful the Lord Governor desires might find this advisable, even at present to speak to them in person, a beginning could be made, since now already three months and that it will be pleasing to His Honour that have elapsed after the disturbances, and we they for a short trip come to may assure ourselves that the bulk of the Colombo." Herewith inhabitants has been calmed down, and not had, that my reference to also on account of the arrangements with have E

Dutch transcription

672 hebben; was het niet dat ik be gree„ ons genoegen, over de„ „der te moogen verdienen. en dwonge mij zoodanig te gedrae„ „gen en te verklaeren als ik werk„ eere en aansien wij verpligte den het algemeene wel zijn en mijne lijk gedaan heb. Ik gevoel in haare gantsche waerde de eere en de belooning die mij uE. genoomen om de Ma„ word aan gebragd, door het genoe„ ingeseetenen tot rust te „ge dat uwel Ed: Gestr. Groot waak voor we uE: beree achtb: in deese zoo groot moedig bedankt en nu weed gelieven te betuigen, en ik zal voortaan geene geleegenheid laeten voorbij gaan, om hoog derzelver gunstige opmerking d „te poogingen voor 'smeesters belang en het algemeen wel 'i„ Colombosche aparte brief v: Wij begrijpen niet waar op Consideratien, voorkoomen melde ueven apparten bi den 27. aug:s met betre de mobliaar Tinne te Saram in Goenera Ik veronderstelde bij het schrijven neerkomt dat volgens van mijn eerbiedige vanden 27. 't gedeponeerde alleen het, kort na de herstelde kust moet koomen, om dat en de Matureesche Des savonij, dagte hoofden na Colombo „danken door dees aug:s Jongsleeden met onderwer„ voor den aanstaande w ping aan wijzer gevoelen, dat en niet zodanigen aa niet raadzaam zoude zijn omde hoof, en voor eene Justieele Commissie „den na Colombo laeten opkoomen, nog mijn, eenige formeele ondersoeken te laeten „der eenige Justitieele onverzoeken doen. Bij onsen brief van den 24. na hun gedrag te laeten doen wijl aug:o waar op voorsch: uwe brief in zulx, aangesien de ondustige gemoe„ „deren der jngeseetenen toen nog niet antwoord diend, hebben we niets dier„ genoeg bedaard waaren ligtelijk „gelijks geschreeven wij hebben met nieuwe onlusten zoude hebben betrekking tot deese hoofden, bij brie„ kunnen veroorzaaken, indien gem: „ve van den 17. aug:s woordelijk ge„ Hoofden zig /:verondersteld:/ schuldig „zegd: De inlandsche hoofden die voelende en dus bevreesd, dat hun„ we uit hoofde van de ontvangene „ne saak bij ondersoek zoude ont„ stukken denken, dat hoe eer hoe „detet worden, begreepen hebben beeter uit de Matureesche des„ dat zij door de te zamen rotting en de misnoegdheid des volks „savonie dienen te worden verwij„ aan de gang te houde van „derd, zijn inzonderheid de alle naspeuringen na heen gedrag Modliars Tinne teoon Goene„ konden bevreid raeken Dierhalven „ratne en de saram om hun di„ veronderstelde ik dat omen het gee„ „rect of te ontbieden na Colombo, „ne waar van men onderrigt was alleen tot narigt voor den zoude, zoo te werkelijk schul„ syng aanstaende moest neemen waar „dig de groote agterdogt bij door ik begreep dat men eerst na hun verwekken. verloop van eenige Leid moest we hebben daarom beslooten, om bewerkt stellingen het geen men hun op een vertrouwelijke wij„ omtrend deese hoofde noodig oor„se te doen bekend worden, dat „deelde en waarmeede men indien uw welEd: Gestr: Groot Achtb: dit de Heer gouverneur verlangd mogte geraeden vinden zelfs teegen„ hun in persoon te spreeken, „woordig een begin zoude kunnen maeken, wijl nu reeds drie maanden dien welgevallig zijn zal dat te en dat het zijn Edele mids na de onlusten verloopen, zijn en wij ons versekeren mooge dat het grosder voor een springtogt na ko„ ingeseetenen tot rust gekoomen is, en alombo koomen„ Hier bij ook uit hoofden van de schikkingen niet pen had, dat mijne betrekking op bij hebben E

NL-HaNA_1.04.02_3922_0076 view scan ↗

English

It certainly would have been desirable that Madoegodde Appoe could have been detained here in Gale. However, no matter how much I diverted him from one day to the next, this was not possible for me, or I would have had to have him locked up, which was certainly not feasible considering the pardon granted to him and the accompanying token of favor. The intention was to bind this mandoor by benefactions to our interests, in order to make use of him as occasions presented themselves. I gave Madoegodde Appoe my permission to leave for his house and country, but did not determine the day of his departure, while simultaneously diverting him as much as possible from this departure; nevertheless, he left quietly. It would indeed have been desirable that Madoegodde Appoe could have been detained in Gale, even if he showed some displeasure about it. It was precisely for that reason that he was appointed mohandiram of the Gale guard, so that one would have an appropriate motive to keep him out of the Maturese Dessavony. It does not clearly appear from your secret letter of 27 August whether Madoegodde Appoe left from Gale for Mature secretively and without having your permission. However, from what we have noted above, we think we may conclude that you did not give him permission to do so, and it would therefore have been desirable that you, as soon as it became known that he had departed from Gale, could have found an opportunity to send people after him immediately in order to call him back, and if necessary to bring him back against his will if he refused to come. We desire to know the reasons why this was not done. By mandate ola of 7 July we ordered that the Dessave of Mature should be instructed in a secret letter that, whenever the aforementioned three mudaliyars requested His Honor to make an excursion to Colombo, they might be granted permission to do so, unless there were reasons that might advise against this for the present. Regarding your explanation in your secret letter of 27 August concerning that which appears in your letter of the 20th prior to that, and about which we requested a further clarification in our secret letter of 24 of the same month, we currently note only this: I have already had the honor to convince your Noble, Right Honorable, Eminent and Most Esteemed Worships how much effort I have made, and still make, to bring this scoundrel to Gale or otherwise into our power, and I still hope that this will happen soon. I have always thought, and believe I have represented it as such, that one must not proceed upon depositions in such a way as to make an actual accusation against those against whom the depositions are made; rather, one must only take what is known for future guidance. What I have thus said about the Maha Mudaliyar as hearsay, I respectfully believe, with submission to wiser judgment, cannot be regarded as any actual thought of mine regarding him; far be it from me that, as long as I can produce no convincing proofs, or as long as this man enjoys your Noble, Right Honorable, Eminent and Most Esteemed Worships' special trust, I should advance anything as my own opinion whereby his honor, and consequently the trust placed in him by your Noble, Right Honorable, Eminent and Most Esteemed Worships, would be jeopardized. If one were to proceed upon such depositions as you say as the foundation for your opinion regarding the Maha Mudaliyar, no one would henceforth be assured of his honor or his life. I am also of this opinion, and believe it certainly cannot have lacked in the will, but rather in the power or ability, to throw the Maturese Dessavony into unrest once again. It has caused no small suspicion in me that the headmen have not yet apprehended and delivered this scoundrel. He will certainly not be able to cause much disturbance unless he is supported by more powerful men than himself, and if he is not supported, he will be apprehended and delivered very quickly. It will remain at peace if this is complied with properly as it should be, that his capabilities could never be sufficient.

Dutch transcription

673 Het waare zeeker te wenschen geweest, Het waare wel te wenschen ge„ dat Madoe godde appoe hier te Gale bij Mandaat ola van den 7. Juli hebben we bevoolen, dat de Dersam weest, daet Madoegodde appoe te gale had kunnen worden aangehouden, hadde kunnen worden aangehouden, van Mature bij een secreete brief dog hoe zeer ik hem ook van de al was het ook dat hij zaar over Mandaat ola maak in alle deele zoude worden aangeschreeven, om eene dag tot de andere gediverteerd wat misnoegen liet blijken hij was wanneer de voorsz: drie modli„ heb, was mij dit niet mooglijk even daar om tot mohandiram van of ik had hem moeten laeten vast de gaalsche guarde aangesteld, op „aaas zijn E: versogte om een zetten, het welk zeekerlijk niet bestaen dat men een bijelijk matief zou„ springtogt te doen na Colombu baar was, met het aan hem gegeeven „de hebben, om hem uit Maturee„ hun dat te mogen toestaan, pardon en toegevoegde gunst bewijs; ische Descaronij te houden. ten zij na reedenen waaren die dit De intentie was om deese mandoor Het blijkt wel niet klaarlijk voor eerst mogten ontraaden weldaade aan ons belangen te verbin„ uit uwen secreeten brief van den den ten einde van hem bij voorval 27. aug:s of maddoegodde appoestee op uE: explicatie bij uwen secreeten „lende geleegen heeden gebruik te maeken en zonder daartoe uE: verlofte brief van den 27. aug:s over het Ik heb maddoegodde appoe mijne excreeten geene voorkomt bij uwe brief van den hebben, is vertrokken van Gale na toestemming gegeeven, dat hij na Mature, dog we denken uit het geen 20. daar te vooren, en waar over zijn huis en land zoude vertrek„ we hier boven hebben aangemerkt te wij een nadere op heldering gevrag „ke dog de dag van zijn vertrek moogen vast-stellen, dat uE: hem niet bepaald; hem teffens zo veel hebben bij onsen secreeten brief van den daar toe geen verlof gegeeven heeft, en mogelijk van dit vertrek diver„ 24. derselver maand, merk wij vor het waake daarom wel te wenschen „teerende; egter is hij stil vertrokken. Ik heb altijd gedagt en meen dit ook 't teegenwoordige alleen aan dat Ik heb reeds de eere gehad uwel Edele geweest, dat uE:, zoo dra het be„ zodanig voorgesteld te hebben, dat zo men op zulke depositien, als u Gestr: Gr: achtb: te overtuigen, hoe„ „kend wierd, dat hij zig van Gale men op het gedeponeerde niet zoda„ seyd tot grond slag van uE. open veel moeite ik mij gegeven heb, en hadde weg gepakt, geleegenheid nog geeve om deesen booswigt na „nig moet aangaan om er eene wer„ nopens den mahamodliaar, wi had kunnen vinden, om hem dade„ Gale of anders in onse geweld te be„ „keelijke beschuldiging teegen die geene „lijk volk agter na te zonden te ein„ de aangaan niemand voorta„ waar teegen de depositien leggen, de hem terug te roepen en hem uit te trekken; maar dat men versoekert zoude zijn van des noods tegen wil en dank terug alleen het geen men wist voor den zijn eer, nog van zijn leven te brengen, zo hij wijgerde te koomen aanstaande tot narigt moest neemen we verlangen te weeten de reedenen, waer Het geen ik dus van de mahamod„ om dat zulx niet is geschied. „lilaar als van hooren seggen Ik ben dit meede van gevoelen, en geloof zeeps stet heeft hem zeekert niet gezegd heb, meen ik eerbiedige met onderwerping aan wijzer g kunnen worden om eenige veele bewegin, aan de wil maar aan het ver „voelen dat als geene op eene of werkelijke gedagten, van mijn ten „gen te veroorsaeken, ten zij hij door meer vermoogen der dan hij onderstand worde, zijnen op zigte kan aangemerkt worden het zij verke van mij, dat moogen gehaperd, om de Matu„ en zo hij niet ondersteund word, zal hij ik solange ik geene overtuigende bewijse produceeren, of zoo lan „resche Dessavonij andermael wel heel schielijk opgevat en gelee„ deese man uweled: Gestr: Gr: Agtb: besondere vertrouwen geniet„ verd zijn, Het heeft bij mij niet wei„ in onrust te brengen. iets als mijne eigene opinie zal avanceeden, waar door zijn eer, en bi nig suspitie veroorsaakt, dat de gevolg uweled: Gestr: Gr: Agtb: geplaetst vertrouwen ten toon gest hoofden deeser boosewigt tot nog toe niet J: L: in rust zal blijven zoo deese dat zijne vermoogens nooit toerijkende „koomen, en ik heb als nog hoop dat we gelijk behoord, word nagekoomen. konde worden. opgevat en geleeverd hebben. 1 dit spoedig zal geschieden.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0077 view scan ↗

English

read with satisfaction, because I presume that, before the Dessave Rateet receives any good assistance, the purpose of our good efforts and the contents of the Mandate Ola will never be accomplished, however much this has been recommended. We will shortly appoint some servants for Matara and send them thither at once, to be employed by the Dessave of Matara according to necessity and the findings of matters. In the meantime, Your Honour must recommend to the Dessave of Matara to ensure that the arrangements made by Your Honour's mandate of 7 July are accurately executed. I have hereby also, to the best of my ability, answered the honoured letters of Your Right Honourable Sirs of 17 and 23 September last, and hope heartily that the honoured intentions of the same will be fulfilled and no further clarification will be necessary. I truly declare that I could not have explained myself more clearly than I have done thus far. Furthermore, I request Your Right Honourable Sirs most respectfully and cordially to be assured that my purpose in drawing up my secret report and in giving this further account in this letter was by no means to cause anyone, whoever he may be, any grief. I would gladly have passed over everything in silence, had I not, on account of my oath and duty as Commander of Gale and as a member of the Council of the Ceylon government, felt obliged and justified to submit my reflections on the Matara affairs to Your Right Honourable Sirs. I declare that my proposals were aimed more at providing the necessary guidance for investigating the origin and driving forces of the latest unrest and for the measures to be taken for the future, than at pointing out and clarifying individual negligences that have no bearing on the service of the Honourable Company and the welfare of the country and its people. Your Right Honourable Sirs will easily understand that, had I wished to insult anyone personally or expose them, I would have done so in public papers and not secretly. I repeat, may all the information written by me serve for Your Right Honourable Sirs' guidance, both in investigating the cause of the revolt and in making good arrangements for the future. May Your Honours be pleased to accept what is good in my proposals and reject what is bad, and furthermore be so kind as not to demand any further clarifications from me that have no relation to the service of the Honourable Company and the welfare of the inhabitants, because I cannot explain myself more clearly than I have done thus far; nor do I feel at all suited to commit to paper extensive treatises on which nothing could be faulted. And should anything unreasonable appear in my writings, I would rather submit myself to a direct judgment on it than give further displeasure by new writings and possibly an even less polished pen. I commend myself to the continued favour of Your Right Honourable Sirs, with which I have found myself honoured thus far, and subscribe myself with dutiful respect. Below stood: Right Honourable, Highly Commanding Sir! Your Right Honourable Sir's very humble servant. Was signed: P. Sluisken. In the margin: Gale, 20 October 1790. Below stood: Agreed. Signed: G. J. Fijbrants, First Clerk. To the Right Honourable, Highly Commanding Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island Ceylon and its dependencies, together with the Council! Right Honourable, Highly Commanding Sir, and Honourable Sirs! Section 1. It has favourably pleased Your Right Honours to grant me the liberty to defend myself in writing against the accusations which Commander Sluijsken has brought against me regarding the uprising in the Dissavony of Matara; I therefore make use of that permission herewith.

Dutch transcription

674 vergenoegen geleesen, wijl ik ver, dienden appoincteeren voor Matin „onderstel, dat, voor en al eer de en die ten eersten laaten verstrek„ dessave Rateet eenige goede as„ken na derwaards, om door den „sistentie bekomt, nooid het E: Dessave van Mature te kun„ oogmerk van onse goede pogingnen worden g'emploijeerd na be„ „gen, en den inhoud der Mandaet nodigdheid, en bevinding van zae„ ola, hoe zeer dit ook aan bevoole rken: Intusschen moet uE: den E: Ma„ „tuaesche dessave recommandeeren, om te zorgen dat de schitekingen gemaakt bij uE: Mandaat van den 7. Julij nauwkeurig worden Ik heb deese aanschrijving met we zullen eerstdaags eenige be„ uitgevoerd. Ik heb hier meede na mijne beste vermogens uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: g'eerde brieven van den 17 en 23. 7ber J. sp: beantwoord, en hoope har„ telijk dat aan Hoog der zelve g'eerde intentie zal voldaan, en geene nadere apheldering meer, noodig zijn. We betuige op regt mij niet duidelijker te hebben kunnen expliceeren dan ik tot dus verre„ gedaan hebbe voorts versoek ik uwelEd: Gestr: Groot Acttb: zelk eerbiedig en hartelijk zig te willen verseekerd houden, dat mijne oogmerk bij het opstellen van mijn geheim rapport end bij deese brief gedaane nadere verantwoording geenzints gewoes is, om iem and wie hij ook zij eenige verdriet aantebrengen. Ise zoude gaarne alles met stilswijgen hebben voor bij gegaan in„ dien ik mij niet eed= en pligts=halven als Commandeur van Gale en als meede lid van den raad der Ceilonse regeering hadde verpli en gezigtigd gehouden om over de Maturusche zaaken uwelEd: Gestr: Groot Achtb: mijne bedenkingen voortestellen: jk betuige dat wij„ ne voorstellen meer gerigte waaren om daar uit het noodige to narigt te neemen in het ondersoeken na de oorspronk ende drijf veeren van de laatste onlusten, en in de te neemene maa inegelen voor den aanstaande, dan tot aanwijsing en op helderingen van particuliere versuimenissen die tot de dienst van de Ed: Companie en het wel zijn van land en volk geen betrekking hebben uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: begrijpen ligtelijk, dat ik iemand per„ voneel had willen beleedigen of ten toon „ben. Jk herzegge al het door mij geschreeve narigt dienen, en in het onversoeken na de oorsaek van de revolte en in het mae„ „ken van goede schikkingen voor den aanstaen„ „de Hoog deselven gelieven het goede mijner voor„ „stellingen te accepteeren, en het slegte daar van te verwerpen, en voorts zoo goed te zijn van mij ver„ „der geene ophelderingen aftevraegen die geen be„ trekking tot den diensten het wel zijn der inge„ „seetenen, hebben, wijl ik mij niet duidelijker explicee„ wren kan als ik tot dus verre gedaan heb; en mij ook gantsch niet geschiket voele uitgebreide verhande„ „lingen waar op niets zoude te zeggen vallen, ten bij publieke papieren zoude gedaan heb„ „ne mooge tot uwel Ed: Gestr: Groot achtb: stellen, ik dit niet in het geheim maar Compenie papier is zullen volbragt worden. 675 papier te brengen, en mogte bij mijne geschriften iets onreedelijks voorkoomen, weil ik mij liever aan de directe uitspraak daar over onderwerpen dan door nieuwe geschriften en moogelijk nog onbeschaefder pen„ meerder ongenoegen te geeven. Jk beveele mij in uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: aan„ „houdende gunste, waarmeede ik mij tot dus verre heb vereerd gevonden, en ondertee¬ „kene mij met verpligt ontzag /:onderstond:n Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! uwer„ „welEdele Gestrenge, Groot Achtbaar zeer onderdaanigen Dienaar /:was ge„ „teekend:/ P=r Sluisken /:in omcergine Gale den 20:e oktober 1790. (:onderstond:) Accordeerd /:geteekend:/ G: J: F ijbrants E: g: kleerk. §„: 1: Hat heaft uw welEdsele Groot Achtbaare gunstig be„ „haagd, mij vrijheid te geeven, om mij in geschrift te verantwoorden tegen de beschuldigingen die de Heer Commandeur sluijsken tegen mij ingebragt heeft, met — betrekking, tot dene opstand in de Dassavonij van Ma„ „teere; ik maake derhalven daarvan bij deezen ge„ WelEdele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! en WelEdele Heeren! Aan den WelEdelen Groot Achtbaaren Hoog gebiedenden Heer Willem Jacob van de Graaff Rtaad Ordinair van Neederlandsch Indie Gouverneur en Direcbeur van het Pij„ „land Teilon en dies onderhoorigheeden nevens den Raad! Aan „bruik

NL-HaNA_1.04.02_3922_0079 view scan ↗

English

custom. And since so many voluminous papers have already been brought into the world on this subject, I shall observe the greatest brevity possible for me; but because I must sacrifice several arguments and observations for this purpose that might otherwise have served my objective, I hope and request that the few and concise arguments of which I shall make use may be examined and considered all the more carefully. Paragraph 2: The investigation into this matter naturally falls into two chapters: 1st) Whether the inhabitants of the Disavony of Matara had reasons for the uprising, and 2nd) Whether I was to blame for it. Paragraph 3: Regarding the first, Commander Sluijsken says in his secret report of 31 July 1790, paragraph 179: all the foregoing (from paragraph 131 to 178) clearly shows that the discontent of the people for several years was not imaginary, but well-founded. Paragraph 4: I can therefore do no better, shorter, or more convincingly than to incorporate this part of his report verbatim here, and place my observations by its side in refutation. Response Paragraph 5: That this has always taken place in the past is indisputable; the question is therefore, did this also take place under my administration! Paragraph 6: I am very willing to admit that these actions of the chiefs, which they have practiced from the oldest times, and which are still practiced in the Kandyan territory and must be regarded as a consequence and remnant of the Kandyan form of government, also took place under my administration, as it is impossible to eradicate them completely; but these kinds of extortions and injustices were never practiced so little, and there has never been a time in which these actions were opposed with greater earnestness and rigor than under my administration. Paragraph 134 of the secret report: It is known that the superior and subordinate native chiefs in the country have always regarded the common man as tools which they believed they had the right to make use of as they pleased, in order thereby to increase their wealth. They have thus employed the people through all kinds of injustices and extortions for their own purposes, and often indeed in the name of the Honourable Company; letting these chiefs mostly pass off all their private affairs as the Company's work. Paragraph 7: It was well known to Mr. Sluijsken that never were stricter and more specific orders issued against these kinds of injustices and extortions than in recent years. Equity therefore also required that His Honour should have investigated whether this cause of discontent, which according to his premise the people had had from of old, had increased or decreased in the present time, and whether consequently the people had reason in this respect to complain, or rather to boast. Paragraph 8: And I dare assert as quite certain that he would then have found and perceived that there has never been a time when the people were better off in this respect than at present, and specifically since the Honourable Fretz assumed the administration of the Matara Disavony. Paragraph 9: The planting of cinnamon was unknown more or less 25 years ago, and is therefore in itself a new work, but from this it does not at all follow that this work is contrary to the inborn obligation of the native. From of old, the inhabitants were obliged to plant and maintain the Company's oil gardens and other gardens. They have also, since very old times, had to lay out coffee and pepper gardens. And since it brings no debasement or shame upon the native that he plants cinnamon, and it amounts to the same thing whether he sticks a cinnamon plant, or a coffee plant or pepper vine into the ground: it therefore follows that it is in no way contrary to the inborn obligation of the native to lay out cinnamon plantations. Paragraph 135: The laying out of cinnamon plantations was regarded by the inhabitants as a burden contrary to their inborn obligations; they had all the more aversion to this work because they feared that when cinnamon trees were to be found everywhere, everyone would then be exposed to unpleasant encounters and the persecutions of the Chalias, who, as they had already experienced, could cause them much harm by accusing them of having ruined cinnamon trees or imputing to them some other wanton acts. Paragraph 10: No less groundless are the causes and reasons for the aversion of the inhabitants to this work, because Paragraph 136: The aversion of the people to the cinnamon culture was evident from it in the beginning, for whatever trouble

Dutch transcription

676 bruik. En wijl over dit onderwarp reets zoo veel volu„ „mineuse papieren in de wereld gebragt zijn, zal ik hierin de grootste kortheid betrachten, die mij mogelijk is; dan dewijl ik hieraan verscheidene argumenten en aanmerkingen moet opofferen, die mij anders tot mijn oogmerk zouden hebben kunnen te stade komen zoo hoope en verzoeke ik dat de weinige en beknopte ar„ „guimanteu, waarvan ik mij bedienen zal, des te nauwkeuriger onderzocht en overwoegen moogen worden. §: 2: Hat onderzoek ten deezen valt natuurlijker wijste in twee hoofdstukken 1=o) Of de ingeteetenen van de Dessavonij van Matire ree„ „denen tot den opstand gehad hebben, en 2=o) Of ik daaraan schuld gehad hebbe. §: 3: Nopens het eerste zegt de Heer Kommandeur Sluijsken bij zijn geheim rapport van den 31: Julij 1790: §:o 179: al het voorenstaande (van §131: tot 178:) toond duijdelijk aan, dat de misnoegdheid des- volks zeederd eenige jaaren niet imaginair, maar wel gegrond is geweest. §: 4: Jk Man dus niet beeter, korter of overtuijgen der handelen, dan dat ik dit gedeelte van zijn bericht hier woordelijk inneeme, en mijne aanmerkingen tot weer „derlegging daarnevens stelle. Beantwoording §: 134: van het geheim rapport. §: 5: Dat dit voor deezen altoos Hat is bekeed, dat de mees„ plaats gevonden heeft, is onbe „dere en mindare inlandsche „teistbaar, de vraege is dus„ hoofden in het land altoos heeft dit ook plaats gevonden de gemeene man hebben aan„ onder mijn bestier! „gemerkt als werktuijgen, 3: 6: zeer gaarne wil ik toestaan waarvan te meenden het— dat dit gedoente der hoofden, recht te hebben zig te kun„ het welk zij van de oudste „nen bedienen na hier welge„ tijden af gepleegd hebben, en „vallen, om daarmeede hunne in het Mandiaansche nog vermoogens uittebreeden. zij gepleegd word en alsaen gevolg hebben dus het volk door al„ en overblijfsel vande Mandia„ „lerleij onrechtvaardigheeden „sche Regerings form moet en knevelarijen tot hunne aangemerkt worden, ook on„ oogmerken g'emploijeerd en „der mijn bestier plaats ge„ wel veeltijds op naam van „vonden heeft, alzoo het on„ de Edele Kompenie; laa„ „mogelijk is die geheel te ver„ „tende deeze hoofden meest „delgen; maar dee te zoorten alle hunne particulieere van knevelarijen en onraght vaar„ verrigtingen voor 's komp=s „digheeden zijn nimmer zoo wei„ werk doorgaan. „nig gepleegd en daar is nimmer geen tijd geweest waarin dit gedoente met meerder eernst en rigeur Be„ 3212 is 67 is teegen gegaan, dan onder mijn bestier. I: 7: Het was den Heer Sluijsken over bekend, dat nim„ „mer strengere en bepaalder beveelen gesteld waaren teegens deeze zoorten van onrechtvaardigheeden en Kne„ „velarijen, dan nu 't zeeder eenige jaaren. De billijkheid bragt het dus meede, dat zijn Ed: onderzogt had, of deeze reeden van misnoegen, die volgens zijne susstanue het volk van ouds af gehad had, in de teegenwoordige tijd vermeer„ „derd of verminderd was en of bij gevolg het volk ten deezen op„ zichte reedenen had zich te beklaegen, dan wel te beroemen. §: 8: En als heel zeeker durve ik stellen, dat hij als dan zoude gevonden en ontwaard hebben, dat 'er nimmer een tijd geweest is, daar het volk het ten deezen opzigte beeter gehad heeft, dan teegenwoordig, en wel 't zeedert dat de E: Fretz het bastier van de Matureesche Des„ „savonie aanvaard heeft gehad. §: 9: Hat aanplanten van Kan §: 135: Wat aanleggen van „neel was voor min of meer kaneel plantagien wierd door 25: jaaren onbekend, en is dus de ingeteekenen als eene last op zig zelve een nieuw werk aangemerkt teegen hunne maar hieruit volgd nog in aangeboorene verpligtinge geenen deele, dat dit werk strijn strijdende, zij hadden in „dig is met de aangeboorene dit werk te meer teegen zin„ verpligting van den inlander. wijl zij vreesden, dat van ouds af waaren de inge„ wanneer 'er kanneel boomen „zeetenen verpligt 's komp=s olij over al te vinden waaren tuinen en andere tuinen aan„ als dan een ieder zoude „teplanten eie te onderhouden. bloot gesteld zijn, aan on„ zij hebben ook reets van zeer aaangenaame ontmoetingen oude tijden af, koffij=en peper, en de vervolgingen der „tuuren moeten aanleggen. En sjaliassen, die huen, zoo daar het den inlander geen als te reess ondervonden verklijning of schande aane hadden, veel kwaad kon„ „brengt dat hij kanneel aan „deer stigten, met hun te „plant, en het op het zelfde beschuldigen van kanneel uitkomt of hij een kanneel boomen te hebben gerui„ plantje, dan wel een koffij„neerd of hun eenige an„ plantje op paperrank in de „dere moedwillige bedrijven grond steakt: zoo volgd daaruit, aantehangen. dat het geeezints tegen de aangeboorene verpligting van den inlander strijd, om kan, „neel plantagien aanteleggen. §: 10: niet minder ongegrond zijn §: 136: De tegentin des volks de oorzaaken en reedenen teegens de kaneel Ructure is in den beginnen daar„ van den teegenzin der ingeteekenen teegens dit werk „ van gebleeken, want wat ver„ wijl want moeite

NL-HaNA_1.04.02_3922_0081 view scan ↗

English

because by increasing the cinnamon in the Company's lands, the burden of the inhabitants is naturally reduced, and the carrying of cinnamon, which is so offensive to them and which they regard as a degrading task, thereby completely ceases. And it is likewise a self-evident matter that the more abundant the cinnamon is, the less the unpleasant encounters and persecutions of the Chalias are to be feared. Whatever effort has also been taken to push forward this cultivation, which was conceived with such good intentions and promised so much benefit to the Honorable Company, one has nevertheless hardly been able to succeed in this respect except after encouraging the native thereto by granting them titles of honor, distinguished offices, and other favors whenever he was willing to burden himself with this work. Section 11: The Sinhalese, although by no means yet civilized, generally possesses a very good intellect and is not as stupid as he is usually portrayed. By the increasing of cinnamon, he easily understood that his privileges ought to be increased, and that, when requesting new lands for his benefit and clearing the overgrown lands already belonging to him in property, he would encounter considerably fewer difficulties than at present, when cinnamon cannot yet be obtained in that abundance in the Company's lands as is necessary for its trade. It has come to my notice on various occasions that these notions prevailed among the bulk of the Sinhalese. Section 12: For greater clarity and comprehensibility of what is discussed in these sections, I note in advance that an equitable distinction must be made between the deeds of obligation, since some of the same were entered into by those who were placed into new offices, and some by those who had already obtained their offices prior to the introduction of the deeds of obligation. Section 13: In the first kind, the contractors bound themselves to establish certain plantations for the benefit of the Honorable Company within a specified time, under the condition that if they should fail in their obligation, they would not only forfeit their sought-after offices to be obtained, but also pay a certain monetary fine besides. Section 137: Lured by titles of honor and prestige, many of the most prominent Sinhalese soon offered to make considerable cinnamon plantations. They bound themselves thereto by notarial deeds upon forfeiture of their prestige, offices, and monetary fines. Section 138: Many have since actually made considerable plantations, but one easily understands how much the common people (who were forced by the contractors, who were mostly the principal chiefs, to labor in these plantations, and frequently, according to the complaints and grievances lodged with me, had to sacrifice and lose their own gardens and lands because the said contractors found them suitable and convenient for these plantations) became more and more prejudiced against this cinnamon cultivation. Section 139: There is almost no native chief who has not undertaken, the one to please his master, the other to be placed in an office, the third to obtain an honor and title of honor, to make plantations of cinnamon, coffee, pepper, areca nut, sappanwood, etc., and that almost all far beyond their capacities to be able to complete them. Section 14: In the second kind, on the contrary, the contractors merely undertook to make certain plantations for the benefit of the Honorable Company, under forfeiture of their already obtained offices if they did not complete this their obligation in a certain period; there being only very few of these who previously bound themselves to pay a fine upon not completing their undertaking. Section 15: There is thus a great distinction among these deeds of obligation, and it would therefore be very ill done if one wished to treat them all alike. I have also already pointed out this distinction, as well as the hardship, in the case of the Chiefs of the Lascoreens of the Atapattu, in a separate letter of 31 August 1789 to the then Galle Commander Kraijenhoff. I also requested in the letter, a full copy of which is to be found among the appendices hereto under Number 1, to be provided with the necessary orders as to how I should act with these chiefs. Section 140: In the deeds of obligation of these contractors, a certain time was specified when the plantation had to be completed, lest the contractor incur the stipulated penalty. Some of the contractors had not fulfilled their obligations, and the time having expired, the Dessave Van Angelbeek with all fairness imposed upon them that punishment to which they had voluntarily subjected themselves by the deed. Section 141: This made all the other contractors (who, as already said, were mostly the foremost persons of the country)

Dutch transcription

678 want door het vermeerderen moeite men ook genoomen van de kanneel in 's komp=s heeft, om deeze aanplanting landen, word de last der die zoo welmeenend ontwor„ ingezeetenen van zelfs ver„pen was en die zoo veel „minderd, en het draegen van voordeel aan de E: Komp=e kaneel, dat hun zoo zeer beloofde, door tezetten, heeft tegen de borst stuit en het men egter daaromtrend bij na welk zij als een verneederend niet kunnee slagen, dan werk beschouwen, vervalt na dat men den inlander daar door geheel. En het daartoe aanmoedigde door is insgelijks een zelfs spreen hun Eertitels, aanzienlijke „kende zaak; dat hoe overe diensten en andere gunst „vloediger de kaneel is, des bewijzingen toetastaan wan„ te minder de onaangenaame „ neer hij zig met dit werk ontmoetingen en vervolgen, wilde belaaden. „gen der sjaliassen te vree„ „zen zijn. §: 11: De Singalees, hoe wal op verre na noch niet beschaaft, „bezit in het algemeen een zeer goede vernieft, en is zoo- dom niet, als men hem gewoonlijk afschelft. Door het vermeerderen van kanneel begreap hij zeer ligt, dat zijne voorregten moesten vermeerderd worden, en dat hij, bij het verzoeken van nieuwe gronden ten §12: Tot meerder duijdelijkheid en 3: 137: Vertot op eer titels en verstaanbaarheid van het aantien boodem zig spoedig verhandelde bij deeze 55: mer„ veele der voornaamste sin„ „ke ik vooraf aan, dat 'er -„galeezen aan, om aanzien„ een billijk onderscheid tusschen „lijke kaneel aanplantingen de verbintenis aktens moet te doen. Zij verbonden hem gemaakt worden, alzoo zom„ daartoe door Notarieele „mige van dezelven aange„ aktens op verbeurte van „gaan zijn door zulke, die hun aanzien, diensten en in nieuwe diensten gesteld geld boetens. wierden en zommige door 3: 138: Veele hebben nadien zulken, die reets voor de werkelijk aanzienlijke aan„ invoering der verbintenis „plantingen gedaan, dog men aktens hunne diensten beo begrijpt ligt, hoe zeer het „koomen hadden. gemeene volk ( dat door de §: 13: Bij de eerste zoort hebben aanneemers die meest al de aanneemers zig verbonden de eerste hoofden waaren, zijnen voordeele en het zuiveren van de verwilderde en hem reets in eijgendom toebehoorende grondene, vrij minder zwaerigheeden zoude ontmoeten als thans, dat de kaneel noch niet in dien over„ „vload in 's omp=s landen kan worden bekoomen, als tot haar Ed: handel noodig is, mij is bij onderscheide geleegendheeden te vooren gekoomen, dat deeze begrippen bij het gros der Zinga„ „leesen heerschten. zijnen g 679 gehad zeekere aanplantingen gedwongen wierden om in ten voordeele van de Ed: komp=e: deeze aanplantingen te ar„ binnen een bepaalden tijd aan, „ beiden en dikwijls volgens de „teleggen, onder voorwaarde, dat bij mij ingebragte klagten zoo zij aan hunne verbin, en bezwaaren hunne eigene „tenis kwamen te manqueeren, tuinen en landen moesten zij niet alleen hunne te vern opofferen en verliesen, wijl „krijgene en vertogte diensten gedagte aanneemers dezelve zouden verbeuren maar ook tot deeze aanplantingen den boven dien een zeekere geld „kwaam en geleegen vonden) teegen deese kaneel kulture boete betaalen. §: 14: Bij de tweede zoort hebben meer en meer ingenoomen daar en teegen de aanneen wierden. „mers alleen aangenoomen S: 139: Daar is bij na geen zeekere aanplantingen ten inlandsche hoofd, die niet voordeele van de Ed: Komp=e den eene om zijn gebieder te doen, onder verbeurte te behaagen, den anderen van hunne reets verkreegene om in een dienst gesteld diensten, zoo ze deeze hun te worden, de derde om een „ne verbintenis niet in een honeur en eertitel te ver„ zeeker tijd perk volbragten; „ krijgen aangenoomen heeft zijnde maar zeer enkelde aanplantingen van kaneel, van deeze, die zig tevrees - koffij, peper, arreek, sappan„ verbonden hebben, bij het „houtw=d te doen en dat niet volbrengen van hunne meest allen verre boven aanneeming eene boete te bey hunne vermogens om de „taalen. zelve te kunnen volbrengen. §: 15: Daar is dus een groot onder 3: 140: Bij de verbintenis akl„ „scheid onder deeze verbinten „tens deezer aanneemers was „nis akten, en het zoude dus een zeeker tijd bepaald, wan„ zeer qualijk gedaan zijn als „neer de aanplanting moest men die alle op een en dez volbragt zijn, wilde den „zelfden leest wilde schoeien. aannoemer niet in de be„ Ook heb ik reets bij aparten rpaalde pane vervallen. brief van den 31: Aug=s 1789: Eenige der aanneemers had„ aan den toenmaligee Heer „den hunne verbintenisse, niet volbragt, en de tijd Gaalsch Kommandeur Kraijen„ „hoff dit onderscheid een tevens — verstrooken zijnde, leide de hardigheid aangeweezen, in den Heer Dessave van het geval van de Hoofden Angelbeek met alle bil„ der Tamblinieros van de „lijkheid hier die straf op attepattoe. Jk vertogt tevens waar aan zij zig bij de bij den brief van den welken akte vrijwillig onderwor„ een volleedig kopij onder de open hadden. §: 141: Dit maakte alle de bijlaagen deates bij N=o 1: te vinden is, met de noodige overige aanneemers (:die gelijk reeds getegd, de eerste ordres te mogen worden voor„ „zien, hoe ik met deeze hoof, perzoonen van het land niet meest waaren =den

NL-HaNA_1.04.02_3922_0083 view scan ↗

English

680 [illegible] of the Tamblinieros were, and convinced that they had not fulfilled, nor could fulfill, their obligations, almost all of which were now expiring or had expired, there naturally arose in them the fear that they had forfeited either their offices, or their acquired titles of honor, or some monetary fine. This fear was all the greater because they felt they had brought themselves voluntarily into this situation, and because they had seen that the Honorable van Angelbeek conducted himself according to the content of the deed of obligation. § 142: It was natural that all the chiefs and contractors began to think of means to remove the danger that threatened them. Nothing was certainly more advantageous for this purpose than to cause a general uprising among the people, who had so much self-interest in ensuring that these plantations would no longer take place in the future. For these plantations had to be made, brought into condition, and maintained by the common people, without them being rewarded for their trouble, while their own lands and gardens came to suffer under it. would have to act, as if I for my part did not dare venture a decision in that case, the more so because I was fully assured that these chiefs had had to give some gifts in order to obtain those offices, as was a common practice in those and earlier times. § 16: Pursuant to the honored directive from the Honorable Government of Ceylon to Gale dated 22 September 1789, to be found under No 2 among the appendices hereto, I was instructed by letter of the 26th thereafter from Gale: "Your Honor may also carry into execution the very equitable proposals made by Your Honor to us by letter of 31 August against all those who, according to the specification appearing with the said letter, have conducted themselves so backwardly in the execution to which they bound themselves upon obtaining their offices, and thus put those proposals into execution where and as Your Honor shall find to be most to the service of the Honorable Company." § 17: Pursuant to this qualification, as ample as it was favorable, and high approval of my proposals, I not only took not the least fine from the remaining one chief of the tamblinieros (the second one, as appears from the copy of the separate letter of 31 August produced under No 1, having fled with his family out of fear), nor dismissed him from service, but on the contrary entrusted to him alone the office that they had previously held between the two of them. 681 out of fear, nor dismissed him from service, but on the contrary entrusted to him alone the office that they had previously held between the two of them. § 18: This example alone proves all too clearly how unfounded is the assertion of the Honorable Commander Sluijsken at § 140 of his secret report, where he says: "And the time having expired, the Honorable Disawa van Angelbeek with all equity imposed upon them those punishments to which they had voluntarily subjected themselves by the deed." § 19: Besides these very telling proofs, the Honorable Sluijsken might well have paid somewhat more reflection to my declarations on Art 5 of the general complaint ola and at the 8th Article of the complaints of the Girreway residents, wherein I showed that, although all the deeds of obligation entered into during the time of the Honorable Disawa Fretz were mostly expired, nevertheless none of the contractors was dismissed from their offices or punished by me, except those persons who appear in the copy of the separate letter of 31 August cited several times above, and the Vidana Arachchi of Marakadde, who alone paid the fine and remained in his office, although he had also improved his service. § 20: I hope that these remarks will be sufficient to demonstrate with how much moderation I have treated this matter. And the exhibit No 1 will also clearly show to what extent I have justified these deeds of obligation, and from all this together to what extent the complaints of the residents regarding these deeds of obligation are well-founded or unfounded. And from the explanation below at § 152, it will become apparent what must be thought of the complaints appearing here alongside: "that the lands and gardens of the residents came to suffer through these plantations." § 21: The Honorable Sluijsken was notified by the honored Government of Ceylon by letter of 17 September regarding this complaint that I had testified that in this garden never more than 30 men of the Gajanayaka had worked; and because this was a special § 143: By the Colombo government's letter of 30 April 1789, the Honorable Disawa van Angelbeek was authorized to clear the gardens of cinnamon with one thousand men, receiving two parras of paddy.

Dutch transcription

680 den van de Tamblinieros - waaren:) op merkzaam. zoude moeten handelen, als En overtuigd dat ze aan „zoo ik voor mij geen uijt, hunne verbintenissen, die „spraak in dat geval durfde meest alle nu ten einde waegen, te meer ik ten voln liepen of geloopen waaren, „len verzeekerd was, dat niet voldaan hadden nog deeze hoofden ter verkrijn voldoen konden, ontstond in „ging van die diensten eenige hun natuurlijker wijze geschenken hadden moe de vrees, dat zij of hunne „ten doen, gelijk dat bedieningen, of hunne ver„ in die en in vroegere tijden akreege eertitels, of eenig geld een algemeen gebruik was boete verbeurt hadden. Dee te vrees was te grooter §: 16: Jn gevolge van het geven wijl zij gevoelden zig vrij„ „nereerde aanschrijven van de wwillig in het geval gebragt geeede Geilonsche Regeering te hebben, en wijl zij ge„ „zien hadden, dat den Heer naar Gale de dato 22: Z=ber 1789: bij N=o 2: onder de bijlaan van Angelbeek zig na den „gen deezes te vinden, wierd inhoud der verbintenis ak„ mij bij brief van den 26: atens gedroeg. daar aan van Gale aan„ 3: 142: Wet was natuurlijk „geschreeven „ nog mag uwE: dat alle de hoofden en aan„ „ter uitvoer stellen, de zeer nneemers op middelen be„ „billijke voorslaegen door UwdE: „gonnen te denken om het geweest. „bij brief van den 31: Aug=s gevaar, dat huen te voo„ „ aan ons gedaan teegen „ven stond te verwijderen. „ alle de geenen die zig blij„ Niets was zeeker hiertoe „„kaas aanwijzing die bij grieflijker dan een alge„ „ gem: brief voorkoomen zoo „meen opstand te laaten „ agterlijk gedraagen hebben - doen door het volk dat in de uitvoering, waartoe zoo veel eijgen belang zij zig bij het verkrijgen had dat deeze aanplan„ hunner diensten verbon„ „tingen in den vervolge „den hebben en dus die voor„ geen plaats meer vonden; Want deete aanplan„ „stellen ter executie leggen, daar en zoo als UE: ten „tingen moesten door het meesten dienste van de E: gemeen volk geschieden kompanie zal bevinden in staat gebragt en onder„ „houden worden, zonder dat te behooren. §: 17: Jn gevolge van deeze zoo ze voor hunne moeite ruime als gunstige qua„ beloond wierden, terwijl „lifikaatsie en hooge goed, hunne eige landerijew en „keuring van mijne voor„ thuijnen daaronder Reva„ „stellen, hebbe ik niet alleen „men te leiden. geene de minste boete van het overgebleeven eene hoofd der tamblinieros (: als zijnde de tweede blijkens de onder N=o 1: geproduceerde kopij aparte brief van den 31: Aug=t met zijn familie bij uit 681 uit vreese gevlugt:) genoomen, nog hem uit den dienst gesteld, maar daar en teegen hem alleen den dienst opgedraagen, die zij voor heen met hun beiden bekleedt hadden. §: 18: Dit voorbeeld alleen bewijst maar al te duijselijk, hoe ongegrond het geposeerde van den Heer Kommandeur sluijsken bij S: 140: van zijn geheim rapport is, al„ „waar hij zegd„ En de tijd verstrecken zijnde leide de E: Dassave van Angelbeek met alle billijkheid huen die straffen op, waaraan zij zig bij de akte vrijwillig onderworpen hadden. §: 19: Behalven deeze zoo spreekende bewijsen, had de Heer sluijsken wel wat meerdere raflexie moogen slaan op mijne betuigingen op Art: 5: van de generaale klagt ola en bij het 8s=te Artikel van de klagten der Girrewaise ingezeetenen, waarbij ik aangeweesen heb, dat ofschoon alle de ver¬ „bintanis aktens ten tijde van de E: Dessave fretz aangegaan, meest verstreeken waaren, echter niemand der aanneemers door mij van hunne diensten is afgehet of gestraft geworden, behalven die perzoonen, die bij den hiervooren te meer maalen aangehaalden kopij aparten brief van den 31: Aug=o voorkoomen, ende vidaan Arraetje van §: 20: Jk verhoope dat deeze aanmekingen genoegsztaam zul„ „len zijn, tot betoog met hoe veel gematigdheid ik dit stuk behandeld hebbe. En het produkt n=o 1: zal ten „vens duidelijk doen zien, in hoe verre ik deeze verbintenis aktens gebillijkt hebben, en uit dit alles te zaemen in hoe verre de klagten der ingezeete„ „nen, omtreed deeze verbintanis aktens gegrond of ongegrond zijn; En uit de opheldering hier be„ „needen bij §: 152: zal komen te blijken, wat van de klagten hier bezijden voorkoomende: „ dat de „landerijen en thuinen der ingezeetenen, door deeze „aanplantingen kwamen te lijden„ moet worden gedagt. §: 21: De Maar sluijcken werd §: 143: Bij Kolombosche door de gevenereerde Ceilonsche regerings brief van dene 30: Regeering bij brief van den 17: April 1789: wierd den E: Zegpt=en nopeces deeze klagte Dessave van Angelbeek gequalificeerd om met aangeschreeven dat ik betuigd had dat in deeze thuijn nooit duizend man onder het meer dan 30 koppen van den genot van twee parras. Gajanaik gewerkt hadden; nelij de thuinen van kan En wijl dit een speciaal „neelet: te moogen ba„ marakadde, die alleen de boete betaald heeft en in zijn dienst verbleeven is, of schoon hij zijn dienst ook verbeeterd had. Ma„ wer=

NL-HaNA_1.04.02_3922_0085 view scan ↗

English

case was, which could be quickly investigated, His Honour should have had this investigation conducted immediately, and thereby, through this Bookkeeper Frankena, who made the provision, have it proven how much paddy he had provided to each person monthly. The discontented have complained to the highest degree that in the garden of Kappoegamme 470 heads, enjoying merely a single parra of paddy a month, had to labour. Paragraph 22. But His Honour, by letter of 20 October under the enclosures of this Number 3 Page 20, merely replied to this: the Bookkeeper Frankena has submitted a report at Mature regarding the provisions made to the servants in the garden of Kappoegamme, which we hereby present to Your Honourable, Valiant, Right Honourable under Number 5. Paragraph 23. I likewise conform to this report, which is to be found at Number 4 of the enclosures of this, and further remark: that although qualification was granted to me by Colombo letter of 30 April 1789 to use 800 to 1000 heads for the work of the plantations, I nevertheless used at most 6 to 700 heads for this work, indeed these servants were in the sowing and reaping season, to the satisfaction of the inhabitants, reduced by a third and half, and provided with proper maintenance, whereas previously they had to perform this work for several years consecutively at their own expense. Paragraph 24. Concerning this complaint I know nothing more to state than that which I have already declared at the session of 12 August in the Political Council, to which declaration I hereby conform myself, and for the greater convenience of Your Honourable Right Honourable, a copy of that declaration is added under the enclosures of this under Number 5. Paragraph 144. The people were also not a little prejudiced against this plantation, given the ill-treatment by the overseers of the plantations, who made them endure many injustices. Paragraph 145. These overseers seem to have applied themselves to having the fences and hedges broken to pieces, whereby subsequently the cattle of the inhabitants entered the plantations and were seized by the overseers and often brought by the captor to Mature at the Honorable [illegible]. Paragraph 25. I do this all the more because Mr Sluijsken, by letter of 20 October Page 21, upon the order to have a closer investigation made into my testimonies that occurred therein with all accuracy, so that one may know what the merits of these complaints are and one could also better provide against them in the future, coldly answered: Upon this investigation I am also of the opinion that this will be clarified, whilst in the meantime it is certain that several inhabitants have complained about the overseers of the cinnamon gardens. Paragraph 26. In consequence of what was written from here to Galle, see Paragraph 22, separate secret of 20 October Number 3, a conscientious declaration under oath was requested from the Free Merchant Franchell at Mature, which was then also sent by Galle letter of 15 December to Your Honourable Right Honourable, and with an extract from the said Galle letter under the enclosures of this, quoted Number 6, is enclosed herewith. Paragraph 146. Where several more were pointed out to me, either in the garden belonging to Mr van Angelbeek and the Free Merchant Franchell, or in an oil mill of the latter close to Mature, from where several cattle were brought and returned to the owners. Conversing with the Free Merchant Franchell about this, he declared that he, for the sake of the desired peace, gladly submitted to surrender these cattle, appealing however to the testimony of Mr van Angelbeek that he either had paid properly for these cattle, or had obtained them in a proper manner as far as him personally was concerned. Paragraph 27. This declaration, against which Mr Sluijsken has brought nothing forward, clears me in the most complete manner from all suspicions that the adjacent accusation could have produced. Paragraph 28. From the clarification at Paragraph 137 to 143 it will sufficiently appear that the contractors had no reasons whatsoever to resort to such criminal extremes, because they, out of moderation with which they, who executed these deeds voluntarily and for the purpose of obtaining their offices and appointments, having shown in Paragraph 147 that the lower classes of the inhabitants as well as the headmen and contractors had an interest in having the matter of the plantations abolished, one will easily understand that there was no better means to it.

Dutch transcription

682 geval was, dat spoedig werken. De misnoegden kon worden onderzogt, zijn hebben zig ten hoogsten Ed: dit onderzoek ten eersten beklaagd „ Dat in de thuin moest laaten doen, en daar van kappoegamme 470: bij door dese Boekhouder koppen onder het genot slegts van een enkelde frankena die de ver„ parra nelij 's maands „strekking gedaan heeft laaten bewijzen, hoe veel hebben moeten arbijden. nelij hij aan een elk maan„ „delijks had verstrekt. §: 22: Dog zijn Ed: heeft bij brief van den 20: October onder de bijlaagen deezes N=o 3: P: 20: hierop eenlijk geant„ „woord „ de boekhouder frankena heeft te mature „ aangaande de verstrekkingen aan de dienstelingen „ in de thuin van Kappoegamme gedaan, een berigt „ ingediend, het welk wij uwel Ed: Gestr: Groot Achtbaar „ bij deezen onder N=o 5: aanbieden. §: 23: Jk gedraage mij insgelijks aan dit berigt dat te vinden is bij N=o 4: van de bijlaagen deezes, en merke verders aan: dat ofschoon mij bij Kolombosche brief van den 30: April 1789: qualificatie gegeeven is geworden om 800: â 1000 koppen tot het werk der plantasien te gebruiken, ik echter op zijn hoog 6 â 700: koppen tot dit wark gebruikt hebbe, ja deeze §: 24: Nopens deeze klagte weet §: 144: Het volk was ook ik niets meerder op tegeeven niet weinig ingenoomen dan het geene ik reets — teegens deeze aanplanting verklaard hebbe ter sessie „geen, aangezien de slegte van den 12: Aug=o in Raade behandelingen der opzigters van Polietsie, aan welke van de plantagien die verklaaring ik mij bij dien hun veele onregtvaar„ „zen gedraage en tot meerder „digheeden lieten ondergaan. gemak van UelEdele §: 145: Deeze Opzigters Groot Achtb: een kopij van schijnen zig daarop toe„ die verklaaring onder de „gelegd te hebben om de bijlaagen deezes sub N=o 5: heeningen en paggens te laaten aan stukken bree„ §: 25: Jk doe dit te meer wijl „ken, waar door dan ver„ „volgens de koebeesten der de Heer Sluijsken bij brief van den 20: October P:o 21: op - ingezeetenen in de plan„ de order om naar mijne „tagien kwamen en door de daar bij voorkoomende den Opzigters opgevat en veel diensteliengen zijn in de Zaai- en maair tijd tot vergenoeging van de ingeteeteneee op een derde en de helfte verminderd en van behoorlijke onderhoud voorzien, daar ze bevoorens dit werk eenige jaa„ „ren na den anderen op hunne eigene kosten heb„ „ben moeten verrigten. dienste verte „tii =tijds voege. 683 „tuigingen met alle nauw i tijds door den opvatter keurigheid nader onder, na mature bij de E: Ves„ „zoek te laaten doen, op- „save gebracht wierden. dat men mag weeten, wat van de gegoondheid deeter klagten zij en men ook daar teegen in den aanstaande te beeter kon voorzien, en kaldlijk geantwoord heeft „ Bij dit onderzoek ben ik meede van gevoelen, dat dit zal opgehelderd worden, terwijl het intusschen zeeker is, dat verscheide ingezeetenen zig over de Opzigters der kanneel tuinen beklaagd hebben. §: 26: Jn gevolge van het aan„ 3: 146: alwaar mij nog geschreevene van hier naar verscheide aangetoond zijn Gale vide S: 22: aparte se, of in de aan de Heer „creete van den 20: Oktober van Angelbeek en den N=o 3: is van den Vrijkoop„ vrijkoopman warchell man Franchell te Mature toebehoorende thuin Ja eene gemoedelijke verklaar „ larme of in een olie ring onder éede afgevraagd, moolen van den laatsten die dan ook bij Gaalse digt bij mature waar„ brief van den 15: December van daan dan ook ver¬ aan Uwel Ed: Groot Achtb: „scheide koebeesten gebragt gezonden is, en met een en aan de eijgenaars te extract uit gem: Gaalsen rug gegeeven zijn. - Den §: 28: uit de opheldering bij § 137: tot 5: 147: aangetoond hebbende 143: zal genoegzaam blijken dat de geringe klassen dat de aanneemers geen, der ingeteetenen zoo wel „zints reedenen gehad hebben als de hoofden en aan„ om tot zulke misdadige „neemers belang hadden uitersten over te slaan, wijl dat het stuk der plan„ zij uit gematigdheid waar „tagien mogte afgeschaft meede zij, die deeze aktens worden, zal men ligten vrijwillig en ter verkrijging „lijk begrijpen, dat 'er van hunne ampten en aan„ geen beeter middel toe was brief onder de bijlaagen deezes Vrij koopman jwanchell hier gequoteerd N=o 6: hiernevens legt. over onderhoudende, verklaarde §: 27: Deeze verklaaring waarteegen hij van zig uit hoofde van de de Heer Sluijcken niets tewenschene ruest gaarne te ingebragt heeft, zuivers mij onderwerpen deeze koebeesten op het volkoomenste van aftestaan zig egter bevoe„ alle verdenkingen die de „pende op het getuigenis van nevaees staande beschuldiging de Haer van Angelbeek dat hij of deeze koebeesten had kunnen voortbrengen. behoorlijk betaald, of daar aan op eene betamelijke wijze, zoo verre hem per„ „soneel aangong gekoomen brief Vrij „zien dan was.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0087 view scan ↗

English

had entered into and whose term had already expired, were treated, a certain conclusion could be drawn that the greatest leniency in this matter would be practiced toward them, and the treatment of the Head of the Tamblinieros of the Attepattoe served as a guarantee to those who already held their offices before entering into these agreements that they ran no danger of coming into trouble on account of the non-fulfillment of their agreements. and then to incite an uprising that certainly had to be general, and for which no better opportunity could be found than the expedition to Baddegierie. Paragraph 148: That the fear of bad consequences over the non-fulfillment of the agreements to make substantial plantations is one of the principal reasons for the recent unrest, or at least must be considered as such, is almost beyond doubt. For whatever effort the Honorable Commissioners Fretzen and Samlant, and afterwards I, made to keep the deeds of agreement in force, it was not possible. The participants were not even satisfied that by my mandate ola these deeds of agreement were annulled; I saw myself compelled to have them torn up in the presence of the people, because they would not even be content with having them cancelled. No sooner was this done than I could clearly observe that everyone was satisfied and tranquility began more or less to restore itself sufficiently. Paragraph 149: In order not to let the matter of the plantations, which is actually already very far advanced, fall entirely into decay again, but on the contrary, if possible, to let it continue and to maintain the prestige of the Honorable Company as much as possible, I have by my mandate ola granted the contractors of the plantations another term of four years as a special favor, in order still to be able to fulfill their engagements within that time; reserving for the Honorable Company the right to reward or punish, according to the state of affairs, those who after the expiration of these four years had discharged their obligations well or properly. Hereby I believe to be assured that the plantations, if not increased, can and shall at least be maintained in the present state. Paragraph 29: It is certainly not to be denied that there are many among the people who have reason to complain about the maintenance lands allotted to them, as several among them possess poor fields and also not of such size as the regulations define. Paragraph 30: If however the Guardian had been able to take the trouble, and time had permitted him, to examine and investigate the accommodessan rolls resting at the secretariate of Mature, he would have been convinced that the people have greatly exaggerated their grievances in this respect, and that it is in particular a palpable untruth that only some among them possessed maintenance lands. Paragraph 31: And with respect to the Lascorins as well as the Mayorals, he could have discovered this more closely from the descriptions and rolls of these servants, on which at the same time it is indicated what each of them possesses for maintenance. Paragraph 32: The length of time during which the inhabitants have complained of this is sufficient proof that there is no possibility for the Honorable Company to satisfy them in this matter. Paragraph 33: This reallocation of the maintenance lands was already done 20 years ago by the Honorable Dessave Burnat. Paragraph 34: Regarding these complaints, the Honorable Dessave Fretzen and I have already declared at the session of 21 August in the Council of Ceylon that around these matters, and at this reallocation, certainly in general more attention was paid to the interest of the Honorable Company than to that of the people with respect to the quality of the soils, and the convenience of obtaining the grains due into the Company's warehouses in the easiest manner. Paragraph 150: The common people up to and including the Lascorins had long been displeased and have brought very many complaints to me about this, namely that there were only few among them who received accommodessans or maintenance lands for their services; that they nevertheless, in accordance with their inherited obligation, had always performed their service; that ever since 1744 they had successively been promised that each would be assigned an accommodessan for their service according to the regulations, but that instead of that, all kinds of new obligations were imposed upon them with duplication and indeed without reward: under which they especially placed the laying out of cinnamon plantations and other products, and for which the chiefs were endowed with honorary offices and prestige, and that at the expense of their sweat and blood. Requesting therefore that provision be made therein, and that as of old only one person from each family might be taken into Company service under the enjoyment of maintenance lands. Paragraph 151: Many maintenance lands that had been cultivated through the care and effort of the inhabitants, and Paragraph 152: among the malcontents were found very many who complained that, against their will, their coconut trees and were more fertile than others, from whom they had been taken away for some time and confiscated and farmed out for the Honorable Company, whereby many who had possessed those accommodessans no longer profited from them at all; requesting therefore that everyone might be placed in the possession thereof again; while also many pieces of land that previously served as accommodessans for eight persons had for some time been divided among 16 persons.

Dutch transcription

684 „zien aangegaan hadden en dan een opstand te ver„ welkers tijd reets verstrecken „ wekken die zeekerlijk al was, behandeld zijn geworen „gemeen moeste zijn, en „den een zeeker besluit konn waartoe geen beeter gelee„ „den opmaaken dat men „gendheid konde gevonden omtrend hun de grootste worden dan de togt naa Baddegierie. toegeevendheid in dit stuk beoeffenen zoude, en de be„ 3: 148: Dat de vrees voor „handeling van het Hoofd kwaade gevolgen over het der Tamblinieros van de niet volbrangen der ver„ Attepattoe aan hun die „bintenissen om aanzien reets voor het aangaan „lijke aanplantingen te doen deeter verbintenissen hunne een der voornaamste reeden ampten bekleededen tot een van de laatste onlusten is waarborg verstrekte dat ze of ten minsten daar voor geen gevaar liepen om ween moet aangemerkt worden, „gens het niet volbrengen is bij na ontwijffelbaar. Want wat moeite d'E= van hunne verbintenissen in Kommissarissen fretzen verdriet te koomen. Samlant, en naaderhand ik gedaan hebben om de verbintenis aktens in wee„ „zen te houden, was het niet mogelijk. — De deel„ hebbers waaren niet eens vol„ „daan dat bij mijn Mane „daat ola deeze verbintenis aktens vernietigd wierden; Jk zag mij genoodzaakt dezelve in teegenwoordigheid van het volk te laaten verscheuren, wijl te niet eens zig vergenoegen wilden met dezelve te laaten roijee„ „ren. zoo drae was dit niet gedaan of ik kon dui„ „delijk bemerken dat een elk voldaan en de rust genoeg zaam min of meer zig begon te herstellen. §: 149: Om het stuk der aanplantingen dat werke „lijk reeds zeer verre ge„ „vorderd is: niet weeder ge„ „heel te laaten vervallen maar in teegendeel was het mogelijk te laaten voort„ „duuren en om het aanzien hebbers van 685 van D: E: Komp=e zoo veel mogelijk staande te houden heb ik bij mijn mandaat ola de aanneemers der plantagiene nog een termijn van vier jaaren als uit een bijzondere gunst toe„ „gestaan om in die tijd als nog aan hunne engage¬ „menten te kunnen voldoen; voor d' Ed: Kompanie het — regt behoudende om die geenen die na verloop van deeze vier jaaren zig van hunne verpligting wel of Realijk gekweeten hadden, na bevinding van zaaken te beloonen of te straffen. - Hier door meene ik verzoekerd te zijn, dat de aanplantin„ „gen zoo niet al vermeer„ „derd, ten minsten in de tegenwoordige staat onder„ 29: Het is zeeker niet te ont„ 3: 150: Het. gemeen volk tot Laskorijns inclusive „kennen, dat 'er veele zijn waaren 't zeederd lange onder het volk, die reedenen misnoegd en hebben hier hebben om zig over de hun over zeer veele klagten bij toegedeelde onderhouds landen mij ingebragt, naamentlijk te beklaagen, alzoo verscheide dat 'er onder hun slegts onder hun slegte velder be„ weinige waaren, die akko„ „zitten en ook niet van die „modeljans of onderhouds groote als het reglement wel bepaald. landen voor hunne diensten §: 30: Jndien ochter de Waar sluijs„ betaaten; dat zij achter „here zigde moeite had kun„ navolgens hunne aange„ „nen geeven en de tijd hem „boovene verpligting althoos het toegelaaten had, om de hun dienst hadden verrigt, akkomodessans vollen ter se„ dat men haar al 't zeedert „cretarije van mature ben 1744: successief beloofd „rustende nategaan en te ons hadde elk voor hun dienst „derzoeken: zoo zoude hij over, naar het reglement een „tuigd geworden zijn, dat het avcomodessan te zullen toevoe„ volk hier omtrend zijne bezwaarigen, dog, dat men in steede „ven zeer gegrosseert heeft, en van dat haar met ver„ dat het inzonderheid eene „dubbeling en dat wel zonder „houden kunnen en zullen „houden tast be„ - worden. 686 belooning allerlij zoorten Aaftbaare onwaarheid is, van nieuwe verpligtingen dat maar eenige onder opleide: waaronder zij in het hun onderhouds landen be„ bij zonder het aanleggen van „zaaten. §: 31: En ten opzichte der Lasken kaneel plantagiere en andere „rijns zoo wel als der Man produkten stelden, en waar joraals, zoude hij dit nay voor de hoofden met eer „der hebben kunnen ontdek„ ampten en aanzien wierden „ken bij de beschrijvingen en beschonken, en zulx ten kosten vollen deezer dienstelingen, van hun sweet en bloed. bij de welke, tevens aangeween verzoekende dus dat daarin „zen word, wat een ieder hun„ voorzien wierde, en dat zoo als van ouds uijt elk „ner tot onderhoud bezit. §: 32: De langheid van tijd, 't zeer familie slagts eene perzoon onder het genot van on„ „derd welkede ingezeetenen tene deetere klaagen, is een „derhouds landen tot 'skom„ genoegzaam bewijs, dat 'er dienst mogten genoomen geene moogelijkheid voor de worden: Ed: Kompe: is, om hun in dit stuk te vergenoegen. §: 33: Deete verschikking der ons §: 155: Veele onderhouids landen „derhouds landen is reets die door zorge en moeite voor 20: jaaren geschied door der ingezeekenen waaren den E: Dessave Burnat gehultiveerd geworden en §: 34: Nopens dee te klagten hebben §152: Onder de misnoeg„n De E: Dassava fretzen ik ter ndere bevonden zig zeer veel sessie van den 21: Aug=s in die zig beklaagden dat men hun tregees hun zin Raede van Ceilon reets wer„ hunne kokus boomen en „klaard, dat ons omtrend deeze en bij deeze verschikking is meerder vruchtbaar waaren zeeker in 't algemeen meer dan anderen, waarnie haar op het belang van de E: Komp:e 't zeederd eenigen tijd afge„ gezien dan op die des volks „noomen en voor de E: Komp:e ten opzichte van de deugd ingetrokken dn verpagt „zaamheid der gronden, en geworden waardoor veele van het gemak, om de die akkomodassans hadden bezeeten in 't geheel daar„ ingeregft werdende graanen in 's komp=s pakhuijsen op „ van niet maar profiteerden; de gemakkelijkste wijze te verzoekende daarom dat elk weederom in de bezit„ bekoomen. sing daarvan mogte gesteld worden; terwijl ook veele stukken lands die bevoorens tot akkomodessans voor agt perzoonen hebben. gestrekt 't zeedert eenigen.- tijd aan 16: perzoonen waa„ „ven verdeeld. meer thuij en be

NL-HaNA_1.04.02_3922_0090 view scan ↗

English

687 grievance during our administration of the Matara Disavony, no complaints occurred. Paragraph 35: I declare this now, as if what is mentioned here at the side had occurred on account of the Company, the amounts paid for the coconut trees should have been accounted for in the cash accounts. Paragraph 36: It is very improbable that others who made plantations would have chosen such lands on which there were coconut trees, and for which they would have paid, since in the Matara district there were still so many thousands of morgens of waste lands. Paragraph 37: And since, moreover, both in the time of the Honorable Disava Fretz and of myself, it was a fixed law that those who wished to make any plantations, on whatever account that might happen, were obliged, before beginning therewith, to have the selected lands inspected, and received no permission to make the plantations until after a written report of the inspection had come in, it is quite certain that the complaints brought before Mr. Sluysken concerning these confiscations of gardens can only relate to events prior to the administration of the Honorable Disava Fretz and myself, assuming that these complaints might be well-founded. Paragraph 38: Yet this too is very improbable; because the Sinhalese are accustomed, at every change of administration, to bring up anew all their complaints, both settled and unsettled, and especially do not forget to present to the new ruler all the alleged harm done to them by the previous ruler. Paragraph 39: The grievances of the people appearing in these three paragraphs 153 to 156 are most clearly elucidated in the Colombo resolution of 19 February 1763, wherein is found inserted a letter from the Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Arnoldus de Ly, then Disava of Matara, dated the 16th prior, written to the Noble Governor Van Eck, together with an extensive report from knowledgeable natives, wherein is demonstrated at large the manner of sowing the Company's fields, both before the leasing of these fields arose in the year 1738 and after the leases were introduced. [Marginal section on page 687]: had taken away gardens and for the Honorable Company as was alleged; withdrawn can do no more good than eighteen stuivers for each tree, although the same was worth 2 to 3 rixdollars, not counting the trouble they had taken to lay out such small coconut gardens and to cultivate them in hope of having some benefit therefrom in the future. Paragraph 153: Many complained, and most notably the people from the Giruwapattu, that the inhabitants had been employed by the headmen entirely improperly beyond their obligation to cultivate the Company's fields, whereby they too often had to neglect their own fields. Paragraph 154: To which injustice is added that the headmen had appropriated for themselves half of the sower's share, which belongs entirely to the cultivator, whereby the sowers received only half of what was due to them, and indeed even less after deduction of the seed corn. Furthermore, that although the crop was lost through one or another accident, they had still been made to repay the seed corn, despite the fact that they could enjoy nothing from the field. 688 Paragraph 40: From which report it then fully appears that the inhabitants from of old have been obliged and bound to cultivate and harvest the Company's fields, and whence it then also naturally follows that not the least foundation is found for the assertion of the complaining inhabitants that they were employed by their headmen entirely improperly beyond their obligation to cultivate the Company's fields, and just as little for their request to be allowed to obtain in the future the seed corn for sowing these fields from the Company, regarding which latter matter it is spoken with greater emphasis in the much-esteemed Ceylon resolution of 30 September 1766. Paragraph 41: No less does it already appear sufficiently from the abovementioned letter of the Noble Mr. De Ly, that upon the withdrawal of the wattunami, some silent advantage from the Company's fields was granted to the headmen, wherein also no... [Marginal section on page 688]: Paragraph 155: The inhabitants requested henceforth, according to ancient custom and usage, to let the sowers enjoy the sower's share entirely. Furthermore, that because the crop could be lost, they might in the future obtain the seed corn from the Honorable Company; here the inhabitants insisted most particularly, and I found myself obliged to promise them to present this request to your Right Honorable, which I hereby respectfully fulfill.

Dutch transcription

687 bezwaarnis geduurende ons thuinen hadden afgenoomen bestier van de matureesche en voor de E: komp: gelijk men Dessavonie, geene klagten zijn voor had gegeeven; ingetrokken kun niet meer goed doende voorgekoomen. §: 35: Jk verklaare dit thans nan als agtthien stuivers voor ie„ „der: zoo het hier bezijden ver„ „der boom, schoon dezelve 2: „melde voor reekening van de - à 3: rijxdaalders waard waar Komp:e waere geschied, zoude „van geweest niet gereekend het betaalde voor de Rokus de moeite dieze zig had„ boomen bij de kassa reeke„ „den gegeeven van diergelijke kooker thuntjes aanteleggen- „ningen moeten opgebragt en aante klevaaken in hoop van §: 36: zeer onwaarschijnlijk is het daar van in den aan„ dat andere die aanplantine aftaande eenig niet te zul„ „gen gedaan hebben zulke rlen hebben. gronden zullen hebben ge„ „koosen op dewelke klapperboomen waeren, en waarvoor te zouden hebben betaald, daar in het matureesche nog zoo veele duijtenden morgene woeste gronden waaren. §: 37: En daar het boven dien zoo wel ten tijde van den E: Dessave fretz als van mij eene vaste wet was, dat zij, die eenige aanplantingen wilden doen, uit welkeer hoofde die ook mogt geschieden, verpligt waarom voor daarmeede te beginnen de uitgesloosene gronden te laaten visiteeren en niet eerder verlop kreegen tot het doen der aanplantingen, dan naa dat een schrif„ „telijk rapport van de visitatie was ingekoomen zoo is het wel zeeker dat de klagten die omtrend deeze afneemingen der thuijnen bij den Heer Sluijsken zijn ingebragt, alleen hunne betrekking kunnen hebben op gebeurtenissen voor het bestier van den E: Dessave Jretz en van mij, verondersteld zijnde, dat dee te klag„ „ten mogten gegrond weezen. §: 38: Dog ook dit is zeer onwaarschijnlijk; wijl de singalees tot gewoonte heeft bij het veranderen van bestier alle zijne klagten zoo afgemaakte als onafgemaakte op nieuw intebrengen, en inzonderheid niet vergeet, om al het vermeende quaad hem aangedaan, door den voorigen Gebieder, bij den nieuwen aantebrengen. §: 39: De bezwaarnissen van het 3: 153: veele bevlaagden zig volk bij deeze drie paragra„ en wel voornaamentlijk „van 153: tot 156: voorkoomen de volkeren uit de Girven de, worden op het duidelijkste „waijpattoe, dat de ingezoe„ opgehalderd bij Molombosche „tenen door de hoofden gants resoluutsie van den 19: febru, oneijgen boven hunne wer„ „arij 1763:, waarby geinsereerd npligting tot het bearbeiden te vinden is, een brief van van 's komp=s velden ge-em„ den Heer Raadextra ordinair ploijeerd waaren, waardoor laaten van zijn. te 688 van Neederlands Jndien Arn te veeltijds hunne eige wel„ „noldus de zij als doen, „den hadden moeten ver„ „maaligen Dessave van Mature „waarloosen de dato 16: bevoorens aan den 3: 154: Bij welke onregtvaar„ Edelen Heer Gouverneur van „digheid nog komt dat de Eik geschreeven, met en ben hoofden zig de helft van „nevens een wijdloopig rapport het zaaijers aandeel, dat van kundige inlanders, waarn den bearbeider in zijn ge„ „bij in het breede aangeweeten „heel toekomt, hadden toe„ word de wijze van de ben geeijgent, waar door de „zaaijing van 's komp=s velder, zaaijers slegts de helft van zoo wel voor dat de ver, het geen hem toekwam „pagtingen deeter velden zijn en wel nog minder, na af„ opgekomen in het jaar 1738: „trek van het zaad koorn als na dat de verpagtingen hadden bekoomen. Voorts dat schoon het gewasch zijn ingevoerd. §: 40: uit welk rapport dan volg door een of ander onge„ „koomen blijkt dat de in „ val verlooren was gegaan „geteetenen van ouds af verr men hun dan nog het „pligt en gehouden zijn gen zaadkoorn in weerwil dat „weest, 's komp=s veldoute ber zij niets van het vels „arbeiden en inteoogsten, en konden genieten, had doen waaruit dan ook van zelve uitbetaalen. volgd, dat 'er geen 't minste §: 155: De ingezeetenen ver„ fundament gevonden word „ zogten voortaan na oude voor het voorgeeven der klaer gewoonte en gebruik het „gender ingeteetenen. Dat te Zaaijers aandeel door de gantsch oneigen boven hunne zaaijers in 't geheel te verpligting tot het bearbein laaten genieten. Voorts „den van 's komp=s velden door dat wijl het gewasch hunne hoofden geemploijeerd konde verlooren gaan, zij wierden, en even zoo min in deze aanstaande het voor hier verzoek. Om in Zaadkoorn van de Ed. den aanstaande het zaad„ komp=e mogten erlangen, „koorn tot het betaaijen van hier ophielden de inge„ deete valder van de komp:e „ zeetenen voornamendlijk te moogen krijgen, omtrend aan, en ik heb mij welk laatste met meerder verpligt gevonden hun te nadruk gesprooken word bij belooven uw welEd: Gestr: veel g'eerd Ceilons besluijt Groot Achtb: dit verzoek van den 30: September 1766:- te zullen voordraagen, §: 41: Niet minder blijkt het gelijk bij deeten eern reets genoegzaam uit boven „biedig volbrenge. gem: brief van den Ed: Heer De zij, dat bij de intrek„ „king van de vatninde eenig stie twijgend voordeel uit 's Kompts. voldere aan de hoofden is toegestaan waarin ook ge gean voor

NL-HaNA_1.04.02_3922_0092 view scan ↗

English

689 incurs not the slightest injustice, if one considers that the headmen must direct the entire work of the sowers, and only enjoy some benefit from such fields whereby they grant some favor to those to whom they surrender them, and with whom they agree beforehand regarding the portion of the crop that they shall receive. Section 42: It has occurred to me more than once that some, by virtue of hereditary right, deemed themselves entitled to one or another service. Section 43: It is known that this only applies to Lascorins, Mayorals, and minor obligations, but that the offices of Vidanes, Aratchies, and other more consequential ones are not hereditary and do not pass from father to son. Section 44: It is nevertheless possible that in certain families specific services have been held for many years past. Section 45: This provides no reason, however, that this must always remain so, as it would furthermore be by no means advisable for the service of the Honorable Company and the welfare of the inhabitants that offices of any distinction were declared hereditary. Section 46: I have already declared at the session of the 21st of August in the Council of Policy that in my time only a single foreigner, who was a native of the Gale Korle, was appointed as vidane aratchie of the resthouse of Rahawatte in the Girreway pattoe. Section 47: Section 156: The discontent of the inhabitants was also greatly caused by the dissatisfaction of the minor headmen, who complained that for some time past, contrary to all ancient custom, it had frequently happened that the minor headmen in the korles and villages, under one pretext or another, were dismissed from their offices and these offices conferred upon foreigners who had arrived from other districts and managed to intrude themselves there, having not the least right to such services. Many showed their Sinhalese deeds of appointment through a line of ancestors who had possessed one or another office, whereon they rested their family right; they strongly insisted that this might soon be redressed, as the most distinguished families had to suffer great disadvantage from such governance. Section 157. 690. Section 47: These rents were introduced by the Honorable Dessave Fretz, and indeed with the best and most philanthropic intentions, as has already been broadly pointed out at the session of the 21st of August last. Section 157: The recently introduced bridge toll at Polwatte and bazaar tax at Mature seemed to have aroused no small discontent among the inhabitants. Hundreds of women and children complained that they could not pay these taxes, because they frequently came to market without selling any of their goods, yet nevertheless had to pay the stipulated toll. Section 158: Because these aforementioned taxes together yielded only a sum of 240 rixdollars, and the pretext of the complainants regarding this was somewhat grounded, for it is certainly oppressive that someone must pay a tax for goods brought to market which he must carry home again unsold. Section 159: I had scarcely abolished these taxes before the market immediately became larger and more substantial, and thus the public was served. The people insisted all the more on the abolition of these taxes because, according to their statements, the tax farmers had done them much injustice. Section 48: If the vidanes and Mayorals adhered to their duty in this regard, they would have no reason to Section 160: The discontented also complained and brought this forward as a special burden and grievance, that

Dutch transcription

689 geen de minste onregtvaardigheid vertreekt, zoo men bedenkt, dat de hoofden het geheele Zaaijers werk moeten bestieren, en alleen van zulke velden eenig voordeel genieten, waarmeede zij den geenen aan wier zij die afstaan, eenige gunst bewijszen, en met denwelken zij voor af over het deel, dat zij van het gewas zullen hebben overeenkoomen. §: 42: Het is mij meer dan eens §: 156: De misnoegdheid voorgekoomen, dat zommige der ingezeetenen, is ook uit hoofde van erfregt vern heel veel veroorzaakt „meenden tot den eenen of door de onvergenoegdheid anderen dienst gesagtigd der mindere hoofden die zig beklaagden: dat te zijn. §: 43: Het is bekend, dat dit aln 't zeederd eenigen teiden „leen plaats vind bij Lasko, wel teegens alle oude „rijns, Majoraals en mindere gewoonte het veelmaa„ verpligtingen, maar dat de „len gebeurd was dat de diensten van Vidaans, Araat, mindere hoofden in de „jes en meer andere verkieten korles en dorpen onder „lijk zijn en niet van vader de een of andere be„ „naaming uit hunne op Zoon overgaan. §: 44: Het is des niet te min diensten waaren gesteld- moogelijk, dat bij enkelde en deeze dienstane aan familieu zeekere diensten vreemdelingen opgedraa gen, die uit andere 't zeedert lange jaaren her„ geweesten aldaar waar „waards bekleed zijn ge„ „van aangekoomen en zig „worden. daar hadden weeten §: 45: Dit geeft echter geen vee„ in te dringen, en die tot „den dat dit altijd zoo diergelijke diensten geen moet blijven, daar het boven dien voor den dienst het minste regt hadden gehad. veele toonden van de Ed: Komp: en het wel zijn van de ingeteen hunne Zingaleese be„ „tenen geenzints raadzaam „vestings bewijsen van een reeks van voorouderen zoude weeten, dat diensten die de eene of andere van eenig aanzien erflijk wierden verklaard. bediening bezeeten heb„ §: 46: Jk heb reets ter sessie - „ben, waaruit zij teer van den 21: Augustus in „geno het familie regt Raade van politie ver„ gesteld waaren; zij „klaard, dat in mijn hielden zeer sterk tijd alleen een enkelde aan, dat dit spoedig vreemdeling, die geboortig mogten geredrasseerd wer„ was uit de Gale Korle, „den, wijl de aan„ als vidaan arraetje van „zienlijkste geslagten het rusthuijs van Raha„ door een diergelijk „watte in de Gerrewaij pattoe bestier zeer veel nadeel aangesteld is. moesten ondergaan. „ger 3: 47: §: 157. 690. §: 47: Deete pagten zijn door 3: 157: De kortalings den E: Dessave fretz in„ ingevoerde brugge pagt „gevoerd en wel met de te Polwatte en bazaar pagt te Mature beste en menschlievere dofte scheenen niet wainig oogmerken, gelijk dat misnoegen bij de in„ reets in het breede ter sessie van den 21e Aug=o „gezeetenen te hebben verwekt. joc: aangeweeten is. Honderden van vrou „even en kinderen be„ „klaagden zig, dat zij deeze pagten niet kon „den betaalen, wijl te veelteids te markt kwaamze, zonder iets van haare goederen te verkoopen, moetende des niet te min de gestelde pagt opbrengen. 3: 158„ Wijl deeze even gem: pagten met mal„ „kanderen slegts eene som„ „ma van rd=s 240: opbrag„ „ten en het voorgeeven der klaegende hierover eenigzints gegrond was, want, dat iemand eenige pagt moet betaalen voor de door hun te markt gebragte goederen welke hij onverkogt weeder te huis moet draagen, is zeekerlijk drukkende. §: 159: Jk had naeuwlijks deete pagten ingetrokken of de markt wierd on„ „middelijk grooter en aanzien„ „lijker en dus het algemeen ge„ „riefd. Over het afschaffen van deeze pagten hield het volk te meer aan, wijl volgens hunne betuigingen, de pag„ „ters hun veel onregt ge„ „daan hadden. 3: 48: zoo de visaans en Majoraals zig 5: 160: De misnoegden be„ in deezen aan hunne ver„klaagden zig ook nog en „pligting hielden, zoo zouden bragten dit als een bijzon„ zij geene reedenen hebben om „dere last- en bezwaarnis der L voort zig

NL-HaNA_1.04.02_3922_0094 view scan ↗

English

691 they continued in some manner to complain that from the first to the last of those qualified persons coming into the country, so many provisions and levies had to be made at the rest houses. Paragraph 161: The majorals, among others, requested in particular that a fixed arrangement might be made in this regard, because the furnishing of so many pehiendoes and addokoes served as a general oppression to them. Paragraph 49: It cannot be unknown to the Vidanas and Majorals that they are not obliged to do this, since they have already of old been recognized as exempt from this provision, and the Honorable Dessave Burnat further announced this to them by sannas on the 19th of May 1770. Paragraph 162: It has also occurred to me that in this regard there is a very great difference in the Matara district in comparison with the Colombo district and in the Galle Korale, and thus, with the approval of Your Honorable, Right Valiant, Highly Esteemed Worships, a similar arrangement might take place in this regard, and the Regulation might be introduced there also in the Matara district, where it seems not yet to have been possible to take place. Paragraph 50: Aside from these provisions, the remaining ones are not only very rare, as the Matara Dessavony is visited only very seldom by any qualified persons, and only those who are in the service of the Company might make any claim to provisions, all of which are determined by the regulation that is just as well known in the Matara district as in the Colombo and Galle districts; which is sufficiently evident from the three-monthly accounts of the Shahbandar of Weligama and the Mudaliyar of the Wellaboda Pattu, since in those districts the provisions are made for the account of the Honorable Company. Paragraph 163: The discontented complained further about the appointment of Chiefs and Masters who were of lower birth and descent than the workmen placed under them. And this truly conflicting with the ancient customs and privileges of the Sinhalese, Paragraph 52: It is evident that Mr. Esluijken allowed himself to be misled in this matter, since the master at that time of the ship and house carpenter yard and blacksmith shop is of the silversmith caste, to which caste the carpenters and blacksmiths belong, and that this master was one of the most prominent among his caste, Paragraph 51: The majorals and Vidanas are for the rest so well provided for here, on account of the many and substantial Woeandirams that they draw, that they are perfectly capable of making the obligatory provisions and still retaining a good income. 692 being a descendant of the hunt master and Chief Vidana of the Batme and Korale of the Dolosdas Korale, Girrewaij Pattu, Anthonij Rabel, who on account of his special merits was not only elevated to those services by the Noble Lord Admiral Rijcklof van Goens, but was also honored in the year 1661 with a gold medal, which still rests in the hands of this Master. Therefore, upon this complaint, I was obliged to promise the carpenters and woodcutters each their own chief in particular, in place of the one who was placed over them at that moment; as I then also immediately appointed, as an interim measure, the son of the deceased Master Carpenter Waspelaar as master over the carpenters, and another as Master or Overseer over the woodcutters. Paragraph 53: This proves only too well to what false and unfounded complaints the Sinhalese is inclined, and how greatly one can be mistaken if one receives and accepts their complaints without investigation. Paragraph 54: The authority of this Master over the woodcutters, who are of the Vellala caste, extended no further than that he assigned to them the work that they had to perform, and had them called up for that purpose by an Angan of their own caste. Paragraph 55: Under this Master are in total nineteen families of carpenters and 18 families of blacksmiths. I therefore consider that this complaint, even if it were as well-founded as it is actually unfounded, has still been placed very improperly among the number of general complaints of the collective discontented. Paragraph 56: As also the following complaint about the Mokadon or overseer over the public works, since these Naiyendes consist of only 62 families. Paragraph 164: There were also very strong complaints about the Mokhedon or overseer over the public works at Matara, namely that he made the Naiyendes perform all common services that were contrary to their birth and obligations, and that he treated the inhabitants working under them unjustly. Paragraph 57: I consider for the rest that it must appear somewhat questionable that these Naiyendes, in requesting to be relieved of this overseer, have so explicitly insisted on having the burgher Floris Janszen as their Chief, since wood

Dutch transcription

691 zij in eeniger hande manieren voort, dat aan de in het te beklaegen, deeze menschen land koomende gequalificeerdens van de eerste tot de laatste gaan echter in deezen boven hunne verpligting, met aan toe zoo veele verstrekkingen hunne hoofden en mindere hoof„ en omslag op de rusthuijsen den daagelijks addokoes en moesten gedaan worden. pehiendoes te verstrekken. 3: 161: De majoraals onder 3: 49: Het kandeete Vidaans en anderen verzogten in het bij„ „zonder, dat hieromtrend Majoraals niet onbekend zijn, een vaste schikking mogten dat ze hiertoe niet verpligt gemaakt worden, wijl het zijn, vermits zij van deeze opbrengen van zoo veel verstrekking reets van ouds pehiendoes en Addokoes - vrij gekend zijn en de Er Desseve Burnat bij sannas van dene tot een algemeene drukking 19: Maij 1770: heen dat naader voor haar strekte. aangekondigt heeft. S: 162: Wet is mij ook voor„ §: 50: Behalven deeze verstrekkin„ „gekoomen dat daaromtrend „gen zijn de overige niet al„ in het matureesch een zeer „leen zeer zeldzaam, als wer„ groot verschil is in vergelijk „dende de matureesche Dassavonie van het Molombosche en in niet dan zeer zelden door eenige de Gale Korle en dus zoude gekwvalifireerde perzoonen bezogt met goedvinden van uwelEd: en alleen zij, die in den dienst Gestr: Groot Achtbaare van de somp: veiten eenige aan„ spraak op verstrekkingen moogene hier omtrend eene maaken die alle bepaald zijn- gelijke schikking bij het reglement dat in het kuuren plaats vin„ matureesche eever zoo wel be„ „den, en het Reglement „kend is, als in 't Rolombosche §: 52: Wat is blijkbaar dat de Heer E„o 163: De misnagden beklaagden sluijcken zig in deezen heeft zig nog over het aanstellen laaten misleiden, alzoo de van Woofden en Baaten die toenmaalige Baas van de van minder geboorte ee af„ „komst waaren als de onder scheeps eie huijs timmerwerf en smitswinkel van het Zil, huen gestelde werkslieden waeren. „versmits geslagt is, tot welk geslagt de timmerliedeee en En dit warkelijk strijdende smeeden gehooren en dat deer met de ouse gewoonte en voor= „te Boas eene der voornaam„ „ regten der Zingaleeten §: 51: De majoraals en Vedaans zijn voor 't overige hier zoo wel voorzien, uit hoofde van de veele en Zwaare Woeandirams die zij trekken, dat te volkoomen in staat zijn, de ver„ =pligte verstrekkingen te doen en nog een goed inkoomen overhouden. en Gaalsche, het geene ge„ daaromtrand ook in het matureesche alwaar „noegzaam komt te blijken het nog geen plaats schijns uit de driemaandige reeke te hebben konnen ingevoerd „ningen van den Sabandaar van Bellegam en den Mo, worden. „deliaar van de Wellebadde pattoe, alzoo in die distrik„ „ten de verstrekkingen voor reekening van de Ed: Komp=e geschieden. daar „ste was en 692 „fte onder zijn geslagt is, als was ik genoodzaakt op daa zijnde afstammeling van den „te klagte aan de timmer„ joagmeester en Opper vidaan „lieden en houtzaagers elk van de Batme en Roraal — in het bijzonder een hoofd in plaats van den geenen van de Dolosdas Korle, Girrewaijpattoe, Antho: die op dat moment over„ „nij Rabel die weegens zijne hun gesteld was toe te zeg„ bijzondere verdiensten door „gere; zoo als ik dan ook den Edelen Heer Admiraal voor eersten ter waarneen Rijklof van Goens niet „ming, de zoon van den alleen tot die diensten ver„ overleeden Baas timmer „heeven; maar ook in het jaar 1661:, met eene goude „man Waspelaar als baas penning vereerd is geworden, over de timmerlieden en die nog in handen van deezen eenen anderen als Baas Baas berust. §: 53: Dit bewijft maar alte zeer of meesters over de hout daagers aangesteld heb. tot welke valsche een ongegron= „de klagten de Zingalees ge„ „nligd is een hoe zeer men zig kan misgissen, indien man hunne klagten zonder on„ „dertoek aan - en opneemt. §: 54: Het gezag van deete Baas strakte zig over de houtzaagers, die van het Wellaales geslagt zijn, niet verder uit, dan dat hij hun het werk, dat zij te verrigten hadden aanwees, en hun daartoe door een Aangaan van hun eijgen geslagt liet oproepen. §: 55: Onder deeten Baas zijn in 't geheel neegenthien families timmerlieden en 18: families smeeden. Jk vermeene dus dat deeze klagte zoo te zoo gegrond waare, als te werkelijk ongegrond is, nog zeer oneijgen onder het ge„ „tal der algemeene klagten van de gezaementlijke mis„ „noegden gesteld is geworden. §: 56: Galijk ook de volgende klag„ „te over den mMokodon of op„ §: 164: Over den Mokhedon zigter over de gemeene of opzigter over de gemee„ werken, alzoo deeze naijndes „ne werken te matiere maar in 62: families bestaan wierd ook zeer sterk ge= §: 57: Jk vermeene voor het overige „klaagd, naamentlijk dat hij dat het wat bedenkelijk moet de Naijendes alle gemeene voorkoomen, dat deete nain, en teegen hunne geboorte „des, bij het verzoeken, om en verpligtingen strijden„ van deeten opzigter ontslaen „ de diensten liet ver„ „gen te zijn, zoo bepaaldelijk „rigten en de onder ge- instaerd hebben, om den hun werkende inge„ burger Floris Janszen „ zeetenen onregt„ tot hunne Hoofd te hebben „ vaardig behandelde daar en hout

NL-HaNA_1.04.02_3922_0096 view scan ↗

English

since he does not possess the least requirements for this service, nor has he ever before had any relation to these Naindes. and subjected them to many extortions. The dissatisfied parties strongly insisted on having another Maha Vidane. I have therefore also assigned the execution of this service to a Matara burgher by the name of Floris Jansz, as all the Naindes publicly requested it, and left it to the Honorable Disawa Raket to propose him for confirmation. Paragraph 58: This man is actually a Mohandiram over the Rotalbadde and Dewalebadde. The merits that Mr. Sluysken himself attributes to this man in Paragraph 168 prove that the complaints brought against him in Paragraph 60 should be taken with all discretion. Paragraph 165: Furthermore, the dissatisfied parties generally complained about a certain Mohandiram of the Rotalbadde, stating that he inflicted all kinds of vexations, particularly upon his subordinate craftsmen. That he had himself carried around the country in a large palanquin, and that wherever he traveled and passed by in this manner, he had the fences of gardens and fields broken down in order to pass through with the retinue he had with him. Paragraph 60: This remark alone would almost be enough to raise the suspicion that this complaint has some other motive than ancient custom, and that it was not so much set up to the detriment of the public service, Paragraph 166: The inhabitants also complained about several other unauthorized improprieties common to almost all native chiefs, and they requested to be relieved of this man, and that, as before, they might only have a Vidane as head over the Rotalbaddes, since a Vidane was sufficient and did not need to occupy himself with all those offensive outward appearances. Paragraph 59: It is remarkable that the inhabitants complain so much about the outward appearances that this man allegedly assumed above his caste, and by which it seems the hatred of the people toward him was particularly caused; and that these inhabitants do not say a single word about the daily increasing boldness of the Mahabadde in this matter, who are nevertheless ranked far below the caste of this man. Paragraph 60 continued: but much more must be attributed to private views. Paragraph 167: For the satisfaction of the people, and since it actually appeared to me that the said Mohandiram was not entirely blameless, I stripped him of his authority and promised the inhabitants to propose their request to have a Vidane as head to Your Right Honorable and Worshipful Council. Paragraph 168: However, I have left the aforementioned Mohandiram his full honor, as he appeared to me to be a capable and courteous man, and upon inquiry it has become evident to me that through real merit and zeal in the service he has gained the favor of his superiors and for that reason received the honor of Mohandiram as a special reward. Paragraph 61: There are no institutions, however good they may be, of which no abuses can be made. If the orders established in this regard are properly followed, the inhabitants cannot get their disputes settled in any easier and less expensive manner. Paragraph 169: The inhabitants also showed great dissatisfaction and insisted very urgently on a change regarding the manner in which they were obliged to bring forward their complaints, and that these complaints should be settled, because they were not in a position to address themselves immediately to the Honorable Disawa and the Landraad, their Paragraph 62: This can furthermore be sufficiently deduced from the description

Dutch transcription

653 doar deeze tog tot deezen en veele knevalarijen dienst geene de minste lieten ondergaan. vereischtens bezit nog ooit De misnoeg den hielden voor deezen op deete Naijn¬ ten sterksten aan, om „des eenige betrekking ge„ een ander Makedon, „had heeft. ik heb dus deeze dienst aan een Matireesche Burger in naame Flo„ „ris Jansz: daar alle de Naindes publicq om ver¬ „zogten, ter waarneeming „ meede opgedraagen, en 1 den E: Dessave Raket overgelaaten hem ter beven afteging voor te draagen. §: 58: Deeze man is eijgendlijk §: 165: Nog wierd door alle de misnoegden in 't alge„ Mohandiram over de Rot„ „tal- en dewalle= badde: „ meer geklaegd over de verdiensten die de Heer Zeekeren Mohandiram sluijsken zelfs aan dien van de Kotal badde dat hij huen alle „zen man toeschrijft bij §: 168: bewijzen dat de zoorten van vexatien klagten teegens hem in het bijzonder aan §: 60: Deete aanmerking alleen zoude 3:o 166: De ingeteekenen be„ bijna genoeg zijn om in het — „klaagden zig nog over meer andere ongeoorloof„ vermoeden te komen, dat deeze klagte eenige andere beweag oorr „ de en aan meest alle „zaak heeft, dan de oude gewoon„ inlandsche hoofden eijge „te, en dat die zoo zeer niet op vee„ „ne ongezeegeldheeden rkening van het algemeen diens— en zij verzogten van deezen zijne ondergeschikte hand„ ingebragt in alle diskreetsie „werks lieden aandeed. Dat dieneie opgenoomen te worden. §: 59: Aanmerkelijk is het, dat de hij zig in een groote Pa„ ingezeetenen zig zoo zeer over de „lenken in het land liet uitterlijkheeden beklaagen die omdraegen, en dat hij waar deeze man zig boven zijne hij op die wij ze rijzende kapta zoude aangemaatigd heb„ passeerde, de paggers der „ben, en waardoor het schijnd thuijnen en velden liet dat inzonderheid de haat des stukkend breeken om met vols teegens hem veroorzaakt zijne bij zig hebbende is geworden; en dat dee ze inge„ „zeetenen geen enkeld woordspreeken statie te kunnen door„ „trekken. van de dagelijks toeneemende stoutheid der makabadde in dit stuk, die echter verre beneeden de kasta van deezen man gevea„ „kend worden. inge zijne gesteld man 674 gesteld maar veel maar aan parin man ontslaagen te waa„ „tikulieere in tigten toegeschree„ „zen en gelijk bevoorens slegts een vidaar tot uven moet worden hoofd over de Rotalbades te moogen hebben, wijl een Vidaan toerijkende was en zig met alle die aanstootelijke uitterlijkheeden niet hoefde op te houden. §: 167: tot bevreediging wan het volk en wijl het mij werke„ „lijk voorkwam dat gedagte mohandicam niet geheel zuiver was, heb ik hem het ge„ „zag ontnoomen en de inge„ „zeetenen beloofd hun ver= „zoek om een vidaan als hoofd te moogen hebben uwel Ed. gestr: Gr: Aghtb: te zullen voordraagen. §: 168: Weeten evengenoemd an Mohandiram heb ik echter zijn volle honneur gelaeten, wijl hij mij voorkeam een §: 61: Geene instellingen zijn er„ S: 169: Een groot misnoegene „hoe goed die ook moogen weer betoondende ingezeetenen „zen, van dewelken geen ook nog en hielden desweegen misbruijken kunnen gen zeer dringende om eene ver„ „maakt worden. - Jndien aandering over de wijze de orders ten deezen gesteld — dat te verpligt waeren behoorlijk opgevolgd worden hunne klagten voorte„ zoo kunnen de ingezeetenen ibrengene, en dat die te klag„ op geene gemakkelijker „ten afgemaakt wierden en min kaftbaare wijze wijl ze niet in de geleegen„ hunne geschillen afgemaakt „heid waaren zig onmidde„ „lijk aan den E: Dessave §: 62: Dit is veerts genoegzaam en den Landraad te kun„ op temaaken uit de beschrijv „nen addresseeren, wordende krijgen. „geschikt en hueps man te zijn en bij navraage is mij geblee„ „ken dat hij door werkelijke verdiensten en iever in den dienst, de gienst van zijne gebieders heeft gewonnen en daarom als een bijzondere belooning het honeur als Mohandiram heeft ver„ kreegen. geschikkt „ving hun

NL-HaNA_1.04.02_3922_0098 view scan ↗

English

...access to the Honorable Dessave and this court was denied to them under all kinds of pretexts: they being obliged to lodge their complaints in the first instance with the village headmen, where they had to be provided with a written proof of how their complaints had been settled, and that such proofs were arranged not according to equity, but mostly in favor of those whom the headmen, for one reason or another, favored most. And that when the complainant, not being satisfied with the decision of these headmen, pursued his case further, the matter was commonly left to rest upon the first settlement, without conducting a further and accurate investigation; that they were often detained quite unlawfully for a long time and before the headmen gave them the said written proof; and that when they were not provided with such a written proof and presented themselves to the Honorable Dessave without it, they were turned away. Section 170. Knowing the nature of the native headmen, and having experienced more than once in my prolonged observations of various country services how partial, unjust, and with what self-interest the headmen decide and settle the disputes of the poor inhabitants, and because the community urged this primarily and very pressingly, I found myself obliged to assure them free access to the Honorable Dessave and the Landraad, as soon as they were no longer provided with such a written proof within twice twenty-four hours. And through the approbation that my mandate received from your Right Honorable, I have been fortunate enough to find that this arrangement of mine meets with your Right Honorable's approval. representation which Mr. Sluijsken here makes of the manner in which the inhabitants had to lodge these complaints of theirs, especially if one takes into consideration the vast extent of the country and the trouble and expense that the complainant and the accused must incur, both for a journey of 20 and 30 hours and more, and for the fetching of their witnesses; and that even then, in very many questions, especially if they concern immovable property, it is necessary, before a Dessave can settle them, that commissioners must be sent to the place itself to investigate the truth of the matter, and that the reports of these commissioners are moreover primarily based on the reports they receive from the village headmen. Section 63. All this trouble falls away for the most part if the complaining parties, according to the orders, first address themselves to their minor headmen, and subsequently to their superior headmen, since they are already provided in the first instance with all the necessary proofs to proceed with their complaints in the second instance, if they are not satisfied with the first decision, whereupon the case can be investigated a second time anew with little trouble and as if on the spot itself; of which investigation, if the parties are not satisfied with the decision, a certificate or report is issued to the appellant, in which not only the nature of the complaint, but also the proofs and witnesses that have been produced on both sides and the decision with the reasons thereof are clearly stated, which report is presented to both parties before delivery. Section 64. With this report the parties appear with their proofs and witnesses before the Dessave, who then further investigates the matter, and upon the report of the head of the province determines his decision, and delivers it into the hands of the victorious party. Section 65. This method of settlement was not introduced recently, but was already recommended in the year 1706 by the Noble Lord Governor Simons by a placard of 24 August of that year, renewed in the year 1744 by the Noble Lord Governor Gollenesse, and further enacted by placard of 20 October 1758, and lastly renovated by the Noble Lord Governor Falck by placard of 26 November 1784. Section 66. From what has been set down here, it is only too evident that the poor inhabitants could have nothing against this arrangement, but rather the lesser and greater headmen, who had nothing but trouble in hearing and settling the complaints without enjoying any advantage, and that the arrangement of Mr. Sluijsken tends solely to the advantage of the lesser and greater headmen, and by no means to the benefit of the inhabitants, for whom it was undoubtedly of much less trouble and expense to lodge their complaint about the slowness of their headman in settling complaints with the

Dutch transcription

695 hun de toegang tot den ving die de Heer Sluijsken E: Dassave en deeze recht„ hier bezeiden doed van de „bank onder allerleij voor„ wijze, op de welke de inge„ „wendzels belet: moetende „zeetenen deete hunra klag„ hunne klagten in d'eer„ „ten moesten inbrengen, in „zonderheid zoo hierbij in aan ofte plaats bij de doops „merking genoomen word — hoofden inbrangen, alwaar ze van een schriftelijk de uitgestraktheid van bewijs moesten voorzien het land en de moeijte worden hoedaanig hunne en kosten, die klaager en aangeplaegde moeten klagten afgemaakt doen, zoo tot een reijze van wierden, en dat dier 20: en 30: uuren en meer, „gelijke bewijzen niet naar als tot het ophaalen van de billijkheid, maar meest hunne getuijgen, en dat al ten faveure van den dan nog, bij zeer veele ques„ geenen ingerigt wierden atien intonderheid zoo die die de hoofden om eene of over vaste bezittingen han, ander reeden het meest „delen, het noodig is, dat gunstig waaren. En dat voor dat een Dessave de wanneer de klaeger over „zelven kan afmaaken, de uijtspraak deezer gecommitteerden na de plaats hoofden niet voldaan zelve moeten gezonden zijnde, zijn zaak verder worden om de waarheid - pousseerde, men gemeen„ van de zaak te ondertoeken, lijk bij de eerste afdoening en dat de rapporten deezer bleef berusten, zonder een gecommitteerden alwaeder verder en nauwkeurig on„ voornaamlijk gegrond zijn aderzoek te doen, dat ze op de berigten die zij van dikwijls gantschongeoorloofd de dorps hoofden bekoomen. opgehouden wierden voor §: 63: Aldeete omslag walt groot en al eer de hoofden hun „tendeels wag zoo de klagen, het gemelde schriftelijk „de parthijen volgens de ovr bewijs gaeven; En dat zij „ders zig eerst bij hunne klij wanneer zij van een dier„ „ne hoofden, en vervolgens ogelijk schriftelijk bewijs bij hunne eerste hoofden niet voorzien waaren addresseeren, alzoo zij reets en zonder het zelve hun ter eerster instantie van. aan den E: Dassave ver= al de noodige bewijzen voorn itoonden, van de hand ge„ „zieie worden, om hunne klagen „weeten wierden. ten ter tweede instantie, zoo 3: 170: Den aard der in„ ze met de eerste uitspraak „ landsche hoofden ken„ niet te vreeden zijn, voort mneude, en meer als „tetettaer, wanneer de zaak eens in mijne lang„ op 't nieuw met weijnig „ duurige waarneemin„ moeijte en als op de plaats „gen van onderscheide, zelfs ten tweedemaale kan ne land diensten on„ onderzogt worden; van dervonden hebbende, van „lijk welk hoe 696 welk onderzoek, als parthijen hoe parthijdig, onregt„ met de uitspraak niet te weer„ waardig en met wat „den zijn, aan den opposant een eijgen belang de bewijs of rapport word afgegeen hoofden de geschillen „ven, waarbij niet alleen de der arme ingeteete„ natuur der klagte, maar ook „nen beslessen en de bewijzen en getuijgen, die afdoen, en wijl de over een weeder geproduceerd gemeente hierover zijn en de uitspraak met de voornaamendlijk en reedenen van dien duidelijk zeer dringende aan„ aangeweeten worden, walk „ hield, heb ik mij rapport voor de afgaeve aan verpligt gevonden beijde parthijen voorgehour hun eenen vrijen toe„ „den word. „gang tot den Heer §: 64: met dit rapport verschijnen Dassava en den zand„ parthijen met hunne bewijs „ raad te verzeekeren, „zen en getuijgen voor den zoo drae te niet din„ Dessave, die dan de questie „meer tweemaal vier naader onderzoekt, en op en twintig uuren het rapport van het hoofd van een diergelijk van de provintie zijne uit schriftelijk bewijs voor„ „spraak steld, en in honden, zien wierden. — En ik van den truimphant ben door de approbaatsie overgeeft. die mijn mandaat ola §: 65: Deete wijse van afdoening van uw welEd: Gestr: Groot- is niet onlangs ingevoerd- Achtb: verkreegen heeft, maar reets in het jaar zoo gelukkig geweest te 1706: door den Edelen Heer ondervinden dat deeze mijne gouverneur Simons bij eene Plakaat schikking uwelEd: Gestr: van den 24: Augustus Groot Achtb: goed keuring van dat jaar aanbevoolen wegdraagd. in anno 1744: door dene Ede, „len Heer Gouverneur Gollenesse hernieuwd, en naa„ „der gestatueerd bij plakaat van 20: October 1758: en laatstelijk door den Edelen Heer Gouverneur Jalok bij Plakaat van den 26: november 1784: gevenoveerd. 3: 66: uit dit needergestelde is het maar al te blijkbaar, dat de schaamele ingezeetenen teegens deeze inrigting niets. konden hebben, maar wel de mindere en grootere hoofden die bij het aanhooren en afdoen der klagten niets anders dan moeite hadden, zonder eenig voordeel te genieten, en dat de schikking van den Heer sluijsken alleen tot voordeel van de mindere en grootere Hoofden srtrekt en geenzints tot nut van de ingezeetenen den welken het ongetwijffeld vrij mindere moeite en kosten was, om hun beklag weegens de traagheid van hein Hoofd in het afdoen van klagten, bij 3: 65: van - den

NL-HaNA_1.04.02_3922_0100 view scan ↗

English

697 to come to the Dissave, which was settled by a single letter to the Head, than now, when they will sometimes have to stay in Mature for weeks before it will be possible for the Dissave to help them. § 67: It is indeed certain that many Heads, having such an easy means at hand, will relieve themselves of hearing troublesome and complicated complaints, without the native being thereby in the least protected against the partiality, injustice, and greed of the heads, who, if they wish to make themselves guilty of these offenses, can now commit them with greater peace of mind than when they must hear and settle the complaints themselves, since they lack no means to do this so covertly that one can never trace them, while all exceptions, if they themselves must decide the complaints, are taken away from them. § 68: This point of grievance of the inhabitants, which Mr. Sluijsken mentions further in his secret report § 179½ and § 182, pertains specifically to me and my defense against it, and thus belongs in the second part of this writing, and is postponed until then. § 171: Furthermore, the inhabitants were in general very displeased that for some time the punishments for offenses committed by women as well as men had not been determined according to the ancient customs of the country, and that an equal punishment had been meted out to prominent and lowly persons alike, whereby very many respectable families were dishonored without necessity. § 172: In this regard, I have also felt obliged to give the inhabitants the best assurances for the future; and since the native heads, through their representations and enmity against one another, are greatly to blame when such punishments are carried out contrary to the country's custom, I have also declared these native heads responsible if such illicit punishments should take place in the future. 698 § 69: Already at the session of 21 August, I noted on this entry that, to prevent these complaints, I had prohibited by sannas that any others should be taken for the carrying of cinnamon than those who were obliged thereto of old, and to that end I appealed to a document signed on 22 May 1790, handed over in Mature to the Honorable Commissioners Fretzen and Samlant, and by them delivered to Mr. Sluijsken with the remaining papers. § 70: From the Mature resolution of 24 to 27 May, cited on that occasion, it likewise appears that the heads also received this order. § 71: The people therefore had no reason to complain in this regard, as this complaint of theirs had already been sufficiently provided for by me. § 173: The discontented also complained very strongly that the heads, contrary to what the order dictates for the transport of cinnamon from the country, did not employ the common people and the low castes, but also forced prominent inhabitants to this work; requesting that this may again be arranged on the old footing; which, seeing that the order determines this, I have also so ordered by my mandate, holding the heads accountable in this case. § 72: Regarding this entry as well, I have already testified at the session of 21 August that I have never heard of coercive measures being employed at the receipt of grains, having only now and then learned that the suppliers... § 174: No less were the inhabitants displeased about the disadvantageous manner in which they were forced to deliver the obligatory nelly into the Mature and Tengalle warehouse, complaining that when they had to...

Dutch transcription

697 den Dassave te koomen doen, en het welk door aen en „kelder brief aan het Hoofd afgedaan wierd, dan nu daar zij zig zomtijds weeken lang op mature zul„ „len moeten ophouden voor dat het den Dassave moo„ „gelijk zal zijn om hun te helpen. §: 67: Het is wel zeeker, dat veele Hoofden een zoo gemak„ „kelijk middel aan de hand hebbende zigj van het aanhooren van lastige en ingewikkelde klagten zullen ontslaan, zonder dat daar door de inlan„ „der in het minste gedakt word voor de parthij „digheid, onregtvaardigheid en schraapzucht der hoofden, die zoo te zig aan deeze misdaaden schuldig willen maaken, dezelve met meerdere gerustheid thans pleegen konnen, dan als zij zelfs de klagten moeten aanhooren en afmaaken„ alzoo het hun aan geene middelen ontbreekt, om dit zoo bedektelijk te doen, dat men ze nimmer kan agterhaalen, terwijl alle exceptien, zoo zij de klagten zalfs moeten beslissen, hun ontnoo„ „men worden. §: 68: Dit bezwaar poinct der §: 171: Nog waaren de in„ Jngezeetenen, het welk „gezeetenen in het alge„ de Heer sluijsken bij zijn „ meen zeer misnoegd, dat geheim rapport §: 179½: men zeedert eenige tijd §: 182: naader ophaald, de strafoaffeningen over heeft tot mij bezondere en onderzoek en mijne verreed„ „woording daar teegen, gehoord dus in het tweede deel van dit geschrift, en word tot daartoe uitgestelt. pertoneele betrekking, het door vrouwen als mannen begaane misdrijven zoo met had bepaald naa 'slands al - oude gebruij„ „ken en dat aan voornaa„ „men en geringen een gelijke straf was toen „gedeeld geworden, waar„ „door zeer veele fatzoen„ „lijke familien buijten noodzaaklijkheijd ont„ „eerd waarne. §: 172: Jk heb mij hierom „trand ook verpligt gevon„ „den de ingeteekenen de beste verteekeringen te geeven, voor den aan„ „staanden, en wijl de inlandsche hoofden, door hunne voordragten en vijandschap teegen den een en den ander groote„ „lijks schuldig zijn, wanneer diergelijke heeft begaan straf d F 698 straf oeffeningen teegens 'slands gewoonte werk„ „stellig gemaakt worden, zoo heb ik deeze inland„ „sche hoofden meede ver„ „andwoordelijk verklaard, wanneer diergelijke on„ „geoorloofde straf oaffe„ „ningen in den aanstaan„ „de mogten plaats heb„ §: 69: Reets ter sessie van den 21: 3:o 173: De misnoegden beklaagden zig ook nog Augustus heb ik op deeze post aangemerkt, dat ik tot zeer sterk dat de hoofden voorkooming van deeze klag„ niet gelijk de order „ten bij sannas verbooden had, dikteerd tot het af„ dat geene andere tot het „brengen van kanneel draagen van kanneel uit het Land het gemeene volk en zouden genoomen worden; de laage kasten em„ dan die van ouds daartoe verpligt waaren, en mij ten aploijeerden, maar tot dit werk ook aan„ dien einde beroepen op een geschrift geteekend den 22: „ Zienlijke ingezeetenen Maij 1790: aan E=s gecommit„ dwonger: verzoekende §. 72: Ook omtrend deese post hob 3: 174: niet minser waaren ik reets ter sessie van den 21: de ingeteetenen misnoegd Aug=s betuigd, dat ik nimmer over de nadeelige wij ze van dwang middelen gehoord dat te gedwongen wierden hebbe, die bij den ontfangst de verpligte nelij in het der graenen zoude zijn matureesch en Tengaals Pakhuijs te leeveren in 't werk gesteld, dat mij zig beklaagende dat nu en dan eenlijk is voorge„ „koomee, dat de leevarantjers hun bij het moeten §: 71: Het volk had dus hieromtrend, geene reeden van klaagen, wijl in deste hunne klagte reets genoeg „doende door mij voorzien was. „teerden fvetzen Samlant dat dit weeder op den ouden te mature overgegeeven en voet mooge geschikt door deezen aan den Heer worden; Wat welk ik sluijsken met de verdere pan dan aangezien de order „pieren overhandigd. dit bepaald, ook zoo„ §: 70: uit de ter dier geleegenheid „daanig bij mijn man„ aangehaalde matureesche „daat ola belast heb; resoluutsie van den 24: De hoofden in dit geval tot 27: maij, blijkt insge„ aanspreekelijk houdende. „lijks, dat de hoofden dee„ „ze order meede ontvangen hebben. „teerden dat der van „ben.

NL-HaNA_1.04.02_3922_0102 view scan ↗

English

that much injustice was done to them in the collection of the paddy by the receivers, requesting that henceforth their paddy might be measured and received according to the regulation. I have also settled this and arranged it as prescribed by the order, and I hope that the receivers will no longer overstep the bounds in the future, or at least, should it unexpectedly happen, that the guilty parties be punished exemplarily. of the paddy thought that the paddy needed to be dried and purified less than the receivers thought was necessary and was also ordered by the existing regulations, but that I have also in this matter, as far as was possible, constantly arranged things to the satisfaction of the suppliers, so that I have always given the strictest orders to the resident of Tangalle, who collected the paddy in that area, and to the Bookkeeper Frans Frankena, who managed the administration of the Matara warehouses, to receive the paddy according to the existing orders; that regarding the reception of the paddy in the warehouse of Matara, no complaints were brought before Your Honours' commissioners, but that it is nevertheless not surprising that this complaint was also brought forward, as there has never yet been a revolt in the Matara district without complaints being made regarding this matter. Section 73. Meanwhile, I repeat here my conscientious declaration that no complaints were ever made to me regarding either the Resident of Tangalle or the Bookkeeper Frankena on account of an overly generous reception. Section 74. This is beyond my responsibility, but whether the arrangement made, that the Sinhalese shall henceforth have preference, will not tend to the Company's disadvantage, time must tell. Section 175. A general discontent and complaint of the inhabitants furthermore consisted in this: that according to their assertion, they were treated in the most unjust manner by the Moors, who obtained almost all paddy leases in the country, requesting most urgently and insistently that the Moors might be excluded from all leases. In order merely to satisfy the people, and yet cause no disadvantage to the Honourable Company, I could not decide this otherwise than by granting the preference to the Sinhalese, provided they were inclined to pay the same lease amount that might be accepted by a Moor. Section 75. Besides in this Section 176 and 177, which I shall answer together, Mr. Sluysken also speaks in Sections 52 and 129 of his secret report of this expedition, and he assumes in the last-mentioned Section 129 that the discontent of the inhabitants escalated into a general uprising solely out of fear of the expedition to Waddegierie; this therefore deserves a careful investigation. Section 76. I have already declared in the session of 16 August 1790 concerning this article, and I now declare further, that this expedition was a voluntary undertaking to which no inhabitants were forced, and I will demonstrate this further here. Section 77. Had the inhabitants been unwilling to undertake the journey to Waddegierie, they would not have prepared themselves for it, but would have made this aversion of theirs known to me, since they knew that this journey took place on the proposal of their headmen. Section 78. For this they had ample time and opportunity, as the offer of their headmen did not take place a few days before the appointed departure, nor in private, but indeed four months beforehand and in public, during which interval the greatest part of the most prominent inhabitants Section 176. Over and above the aforementioned, the inhabitants still had many complaints, which objects caused their discontent and which I arranged and settled in the best manner and according to the ancient custom and obligations. Among these belongs especially their aversion to the cultivation of the wasteland of Baddegierie, whereupon they strongly insisted that they might obtain a firm assurance that they would henceforth no longer be pressured or invited to undertake an expedition to this unhealthy land, as they considered it their death trap. Section 177. If one can accept the assertion of the inhabitants, and it is genuinely proven that of the people sent to Waddegierie many have perished, then indeed

Dutch transcription

699 van die nelie veel onragt der nelie meenden, dat de nelie minder moest worden door de ontvangens ge„ gedroogd en getuiverd dan de „daan wierd; verzoekende ontvangers dat dagten dat voortaan hun Nelij noodzaakelijk te weeten na de order mooge gemaan en ook bij de leggende or„ „ten en ontvangen wor„ ders bevoolen word, dog dat „den. Jk heb dit meede be„ ik ook hierin, zoo veel het „paald en zodaanig geschikkt heeft kunnen geschieden, als de order voorschrijft, de dingen staeds tot genoegen en ik wil hoopen dat de der leeverantsiers geschikt heb, dat ik aan den posthou„ ontvangers zig in den ider van Tengale die de aanstaande niet meer zullen nelie daaromtrend en aan te buiten gaan, ten minsten den Boekhouder Frans zoo het onverhoopt mogte ge„ „schieden, dienen de schuldi„ Kena die de administratie „gen voorbeeldelijk gestraft van de Matureesche Pak„ te worden. „huijsen heeft gevoerd, steeds. de stejkste beveelen gegeeven heb, om de nelij te ont„ „vangen na de liggende orders; dat omtrend den ont„ „vangst van de nelij in het pakhuijs van Mature aan E=s gekommitteerden geene klagten zijn gemoveerd, dog dat het echter niet te verwonderen is, dat deeze klagte ook ingebragt is geworden, wijl 'er nimmer §74. Dit is buiten mijne ver„ §175. Een algemeene mis„ andwoording, dog of de ge„ „noegen en klagte der Jn„ maakte schikking dat de „gezeetenen bestond nog hier singaleesen voortaande pre„ in, dat zij volgens hun „ferentie zullen hebben, niet tot 'sComp:s nadeel zal strek„ voorgeeven door de Mooren, die meest alle nelie verpagtin„ „gen in het land verkree„ „gen, op de onregt vaerdig„ „ste wijse behandelt worden, versoekende zeer dringende en instantig, dat dog de mooren van alle verpagtingen mogten uitgeslooten worden. Ik heb dit om het volk maar te bevreedi„ „gen en de Ed: Comp:e egter geen na „deel aantebrengen niet „ken, moet de teid leeken- nog eene revolte geweest is in het Matureesche, dat hier omtrend niet zoude, zijn geklaagd geworden. § 73. Jntusschen herhaale ik hier mijne gemoedelijke ver„ „klaaring, dat mij immer, zoo omtrend den Posthouder van Jangale, nog omtrend den Boekhouder Frankena eenige klagten weegens eene te ruijme ontvangst gedaan zijn geworden. nog ander 5 700 § 75. Behalven in deese 176. en 177: 5176. huiten en behalven paragraaf, die ik te zaemen het voorschreeve had= b'antwoorden zal spreekt den de ingeseetenen no de Heer Sluijsken nog bij veele klagten, welken 52. en 129 van zijn geheim voor werpen hun mis raport van deesen togt noegen veroorzaakten en hij verondersteld bij laastgemelde 5129. dat de en die ik op de beste misnoegdheid der ingeseete „ wijse en na de alous „nen alleen uit vreese gewoonte en verpligtin voor de zocht naar wad„ „gen geschikt en afge„ „degierie tot eene algemeen, daar heb. opstand is op geklommen, onder deese behooren dit verdiend dus een nauw, nog wel in het bij „keurig ondersoek. „zonder hun teegensin 576. Jk hebbe reets sessie van teegen de bekwaam den 16 aug:s 1790. nopens maeking van dit aatikeel verklaerd woeste land van en verklaare thans naeder, dat deeze Baddegierie anders kunnen beslis dan door de Singaleese de preferentsie toetesta indien zij geneegen ma ren deselve pagt schat op tebrengen die door een Moor Mogte aangenoomen worden. tocht een vrijwillig werk ge, waar op zij sterk aanhielden weest is, waar toe geene in, om dog een vaste ver„ „geseetene gedwongen zijn zeekering te mogen krij„ en dit zal ik hier nader „gen, dat ze voortaan betoogen. — niet meer zouden wor„ 77. waaren de ingezaetenen onwil„ „den gedrongen of „lig geweest, de reijse naar wad„ uitgenoodigd om een „de gierie te onderneemen zij zou„ togt na dit ongesonde „den zig tot deselve niet ge„ land te doen, wijl reed gemaakt, maar deesen zij het zelve als— hunnen afkeer aan mij te hunne moordkeil kennen gegeeven hebben, alzoo aan merk ten. zij wisten, dat deese reijze op voorstel van hunne hoof„ § 177. zoo men het voor„ den geschieden. §78. Hier toe hadden zij overvloe„ geeven der ingesee„ „dige teid en geleegenheid ge„ „tenen kan aan„ „had, alzo de aanbieding „neemen en dat het van hunne hoofden niet kor„ werklijk bewee„ te daagen voor het be„ „zen word, dat „paald vertrek, nog in het partikulier, er van het volk maar wel vier maen, dat na wad„ den bevoorens en in de gierie is ver„ het openbaar gescheid „ zonden veele is, in welken tusschen zijn omge„ teid het grootste gedeelte van de aanzien lijkste in„„koomen, dan tocht waer gezeetenen is 6

NL-HaNA_1.04.02_3922_0104 view scan ↗

English

701 residents and minor headmen both in Tangale and Mature, during the holding of the leases of the paddy crop, as well as on the occasion of the Sinhalese New Year, appeared before me. 579. It was no less natural that if the expedition to Baddagierie had given cause for the uprising, the people of the Girrewaipattoe should have been the first of all to revolt, because some among them had departed a month earlier with their Mudaliyar for Baddegierie in order to carry out some necessary preliminary work. 580. While, on the contrary, it deserves marked attention and reflection that the inhabitants of the Willebaddepattoe, of the Four Gravets, of the Baygams, of the Lordships of Welligam and Dondure, and of the lower villages of the Gangebaddepattoe, although they likewise had orders from their headmen to go along to Baddegietie and had partly already set out thither, did not rebel along with them until long after the revolt had broken out elsewhere, and they were compelled by the rebels of the other districts, under the heaviest threats that if they did not join them their houses and gardens would be burned and destroyed and their wives and children abused, to behave likewise as insurgents. It is certainly not to be wondered at that a general discontent could have been aroused thereby. I have had men and women and children come to me who brought forth the most touching, sorrowful lamentations over the loss of their husbands, fathers, and other blood relations, whom they said had been sent to Baddegierie and had perished there. A sensitive heart could not fail to be moved to see these people mourn and bewail their loss. 581. That in the meantime the Morwakorle, whose inhabitants had been exempted from that journey, went over to the mutineers, and that the people of the Giraeue likewise only revolted after the mutineers of the Kandebaddepattoe, Belligam Corle, and some other districts violently forced their way into that province. §82. And as if this were not already enough to prove that other causes for the revolt must be sought, why then did the inhabitants not come to a standstill upon my sannases, by which they were exempted from this journey and expedition, and were even ordered not to depart? §83. If the discontent of the people against this expedition was so great and general, why did the rebels have to force the inhabitants of the other districts, who continued to behave obediently, by violence into the mutiny? 702 §84. Upon the arrival of the honorable commissioners Fretz and Salant, the Gangebaddepattoe, the Baygams, the Willebaddepattoe, the Mahampattoe, the Four Gravets, and the Lordships of Welligam and Dondure were at peace; they remained so for some time thereafter, until they could no longer offer resistance to the rage of the mutineers, and two of these provinces which had remained at peace saw their principal headmen arrested at the demand of the mutinous inhabitants. 585. Besides these considerations, which show only too clearly that more hidden reasons must have been the true causes of the recent uprising, it is, moreover, as I have already remarked in the session of August 21st, incomprehensible that there should really have been such a general fear of this expedition among the people, because most, or at least very many, of these inhabitants make this journey annually when they go to Kattregam to perform their offerings, and then must pass Baddegierie, and Kattregam is considered even unhealthier than the tract of land in which Baddegierie is situated. §86. Also, the acceptance by Don Constantino, one of the principal and first instigators of the riot, of the post as Head and Mohandiram of that province is no small argument militating against it. §87. Now as far as the unhealthiness of Baddegietie and the whole Mahampattoe is concerned, it should be noted that in the east monsoon not only in this province, but also in the Girrewais and in the vidanies of Kottoene and in the entire district of Roene, as well as in other regions on this island, both of the Galle Korle and the Colombo Dissavony, the fever prevails; but in the northwest monsoon one knows just as little of any sickness there as in the other districts, and since the expedition was to take place in the west monsoon, fear of sickness could make no one averse to that expedition. 588. The declaration of the Mudaliyar Tinnekoon and of the Gajeman Straatje; the first that of the 456 men with whom he had departed for Baddegierie and who had worked there for 15 days and were then replaced by others, only a single one died upon return; and of the second, that he had not heard that more than a single Sinhalese blacksmith had died at Maddegietie, are ample enough proofs that Baddegierie is by far not so unhealthy as is alleged. 589.

Dutch transcription

701 „gezeetenen en mindere hoofden is het zeeker niet zoo te Tangale als Mature te verwonderen dat hier bij het houden van de ver„ door eene algemeene „pagtingen van het neliege„ misnoegdheid heeft „was, als ook ter geleegent„ kunnen verwekt w sheid van het singalees nieuw den. Ik heb mannen Jaar, voor mij verscheenen zijn. 579. Niet minder was het natuur en vrouwen en kinde„ „lijk dat indien de togt naer raen bij mij gehad, die Baddagierie tot den opstand het aan doenlijkste aanleiding. gegeeven lad, gammergeklag voort het volk van de Girrewai„ bragten, over het ver pattoe het eerste van alle zoude hebben moeten revoltee het van hunne zoo „re, wijl eenige onder hun mannen, vaders eene maand bevoorens met en andere bloed„ hun Moddeliaar naar verwanten, die zij Baddegierie vertrokken zeiden dat na Bad waeren, om eenig nodig de gierie versonden voor afgaand werk te ver„ en aldaar omgekom rrigten waaren. Een gevoelig 5. 80. Terweel het daar en hart moest aange¬ teegen eene bllijke op „daan worden deese lettendheid en beden „ menschen hun ver¬ „king verdiend, dat lies te zien betreu„ de ingezeetenen van de „aen en bejamme¬ willebaddepattoe van aren. de vier gravetten, vande waijgams, vande Heerlijk¬ „heeden van Welligam en Dondure en van de beneeden dorpen van de Gangebaddepattoe of schoon die ins ge„ „lijks van hunne hoofden last hadden, om meede naar Baddegietie tegaan en gedeeltelijk reets „naar der waards vertrokken waren, niet meede gere„ „belleerd hebben, dan lange na dat de revolte veltsel, „ders doorgebrooken was, en zij door de oproerigen van de andere destrikten onder de zwaarste bedrijgingen, dat zoo zij zig niet bij hen vervoegden, hunne huisen en tuinen verbranden vernield en hunne vrouwen en kinderen mishandeld zoude worden, gedwongen wierden sig meede als opvoerige te gedraegen. 581. Dat intusschen de Morwakorl, welkers in wooners van die reise ontslaagen waaren, tot de muite lingen overgegaan is, en dat ook het volk vande Giraeue eerst gerevolteerd is, na dat de muitelingen van de kandebaddepattoe, Belligam Corle, en eenige an„ „dere distrikten geweld daadig in die provintiie inge„ „dringen zijn. §82. En of dit niet reets genoeg waare om te bewijsen dat er andere oorzaaken van de revolte moeten gesogt worden, waarom zijn dan de ingeseetenen op mijne sanassen, waar bij zij van deese reise en tocht bevrijd en zelfs gelast wierden, om niet te vertrekken, niet tot stil stand ge„ „koomen. §83: was het misnoegen des volks teegens deese tocht zoo groot en algemeen, waarom moesten de rebellen de de Jnge 702 Jngesietenen van de andere distrikten die sig gehoor zaam bleeven gedragen, met geweld tot de muiterij dwingen §04. Bij de komste van d: E: gecommitteerden Fretz en Sa „lant waaren de Gange baddepattoe, de Baijgami de willebaddepattoe, de Mahampattoe, de vier gravetten, en de heerlijkheeden van Welligam„ en Dondure in rust zij zijn dat nog eenigen teid daar na gebleeven, tot dat ze niet lange de woede der muijtelingen teegenstand konden bieden, en twee van deese in rust verbleevene p „vinties hunne eerste hoofden, op begeerte der muijtende Jngeseetenen, g'arresteerd zaagen. 585. Behalven deese konsideraatsien, die maar al te zig„ „baar doen zien, dat meer verborgene reedenen de wa „re oorsaeken van den Jongsten opstand moeten gew zijn: zoo is het buiten des, gelijk ik reets der sessie van den 21. aug:s aangemerkt hebbe, onbe „grijplijk, dat 'er werkelijk eene zoo algemeene vru „se voor deese togt onder het volk geweest zoud zijn, wijl de meeste of ten minsten zeer veele deeser Inwoonders Jaarlijx deese tocht doen als zij naar kattregam gaan, om hunne of ter handen te verrigten, en als dan Bad„ „degierie passeeren moeten en kattregam voor nog ongesonder gehouden word aan de streeksland daar maddegierie in legd. 886. ook is de aanneeming van Don Constantino / een der voor naam„ „ste en eerste oproermaekers:/ van de post als Hoofd en Mohandiram van die Provintsie, geen gering argument dat daar teegen militeerd. §87. wat nu de ongesondheid van Baddegietie ende heele Maham pattoe betreft, zoo is aantemerken dat in de oost mousson niet alleen in deese pro„ „vintsie, maar ook in de Girrewais en in de vidaniën van kottoene en in het geheele distrikt van Roene, gelijk ook in andere strecken op dit Eiland, zoo van de Galekorle als kolombosche Dessavonie, de kooks heerscht, dog dat men in de Noorden west mousson daar even zoo wijnig als in de andere distrikten van eenige ziekte weet, en vermits de tocht in de west mousson stond te ge„ „scheeden, zoo konde vreese voorziektens niemand van die tocht afkeerig maaken. De verklaaring van den Modliar Tinnekoon en van den Gajeman Straatje; de eerste dat van de 456. koppen waarmeede hij na Baddegierie vertrokken geweest is en die aldaar 15. daagen gewerkt hebben en toen door andere vervangen zijn geworden, maar een enkelde bij terug komst overleden is-. En van de tweede, dat hij niet vernoomen heeft, dat meer dan een enkelden singaleesche smit op maddegietie gestorven is, zijn wel ge„ „noegzaam bewijsen, dat Baddegierie, op verre na zoo ongesond niet is; als men voor geeft. post 589. 588.

← previousnext →