Inventory 3922
Ceylon · 499 pages · 177 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
743 Dessavony of Matara 11 July 1766. To maintain lands. The compensation requested by some chiefs for damage suffered in the war, denied, and furthermore deals with other domestic matters. To the same, passed the appointment of some native chiefs. 17 ditto. To the same, ordered to send the tame elephants hither. To the same, ordered to hand over the Gatte kareas, other low castes, and Moorish coolies, under some chiefs and lascarins, to the Mudaliyar of the Roenebadde. To the same, ordered to have the domains leased as of old, except the Nelij court. 7 August The request of the Moors not to serve with the low castes deferred to the Dessave, provided no change is made in old customs. Likewise deferred to his Honor the disposition over certain accomodessans, and furthermore deals with other domestic matters. 10 ditto. To the same and Captain van den Borne, strictly asked whether there are masonry materials in stock to take in hand the fortifications and buildings. 30 October. To the Honorable De Lij. The Mudaliyar Ilangakoon summoned to Colombo. 3 November. To the same. A short compendium required concerning the war and what occurred thereabouts in the Matara Tax. 5 August 1763. To the same. The native chiefs who fail to pay their required tax Nelij by the 1st of October, to be placed under arrest and sent to Galle under a military escort. 20 September. To the same, contains an order to send immediately a Mohandiram with 200 cinnamon peelers to the Atakalan Korale, to help the sick cinnamon peelers carry down the cinnamon to the ferry places of Matara. 24 January 1764. To the same, contains disposition on a report of the authorized De Moor regarding the description of the sowing fields and the renovation of the Tombos. To the same, report requested how the Company of Singo sarie comes by 7 corporals, since it was reduced to 6. 14 ditto. To as before, accompanying a gold medal with its chain for the Maha Mudaliyar Ilangakoon. 1 August 1768. To the Honorable Dessave Aurnant. Containing disposition over a certain complaint of Lieutenant Chattillon against Captain Bielfelt, Lieutenant Riesen, Consumption Bookkeeper Frobus. 28 April 1767. To the Honorable Dessave De Lij, ordered to send all supernumerary Eastern non-commissioned officers, and as many officers as wish to go to Batavia, to Galle. 13 items under the administration of the Noble Lord Falck. 744 Dispatched General Letters from here directly to Matara 3 December 1769. 13 August 1762. To the same, contains an order to sell the perishable goods of a certain Bitmeraale, and appointed therewith a commission to inquire into his possessions. 16 ditto. To the same, recommended to obey the orders of Galle. 27 May 1768. To the same, deals with a certain lawsuit between the former Mudaliyar Don Simon and the Maha Mudaliyar Ilangakoon. 10 June. To the same. Contains a reproach about a certain message sent by His Honor through his orderly to Captain Lieutenant von Ingenbramel. 18 ditto. To the same, order to provide an English sloop with provisions on the Company's account, and to send hither 5 run-away sailors from that vessel after its departure. 16 May. To the same. Contains an order not to display any flag at Matara until further notice. 46 letters in total. 15 ditto. To the aforesaid Dessave, accompanying a letter to be delivered according to address. 13 January 1763. To the aforesaid Honorable Dessave and Captain van den Borne communicated that a certain Don Louis Wickremetoenge Pammeratne left for Matara to take up the service of Mohandiram of the washers. 3 December 1763. To the same, sent the design for the construction of the fortress Matara, with an instruction for that purpose. 13 March. To the same, ordered to send the cinnamon overland to Galle as soon as it is packed. 19 items under the administration of the Noble Lord Governor van Eck. 22 November 1758. To the Honorable Dessave De Lij and Captain Medeler, ordered to gather the necessary materials for the construction of the fort, and that the native chiefs, when commandos go into the country, must provide them with provisions against payment. 22 February. To the Honorable Dessave Crijtsman, returning the translations of the olas found on the porch of the authorized person, ordered to exercise all caution regarding the accused Salomon therein, and to ensure that no reason for dissatisfaction is given to the inhabitants. 2 items under the administration of the Noble Lord Governor Schreuder. turn over 1778. 1780.
Dutch transcription
743 Matureesche Dessavonie 11 Julij Landen staende te houden. De verzogte schadelood 1766. stelling door eenige hoofden, weegens geledene schade in den Oorlog, ontzegd, en handeld voorts over nog andere huijselijke zaaken Aan denzelven gepasseerd de aanstelling van eenige Jnlandsche hoofden 17. d=o Aan denzelven gelast de Tamme Eliphanten herwaerts te zenden Aan denzelven gelast de Gatre kareas, an„ „dere Laage kastes en moorse koelies, onder eenige hoofden en Laskorijns, over tegeven aan den Modl=r van de Roenebadde Aan denzelven. gelast de domainen als van 7. Aug=s ouds te doen verpachten, Excepto de Nelij geregt Het verzoek van de Mooren om niet met de laage Castes te dienen gedefereerd aan den dessav mits geen verandering maakende in ouder usantien Jnsgelijx aan zijn E: gedefereerd de dispositie over zeekere akkomodessans en handeld voorts over nog andere huijselijk zaaken 10 d=o Aan denzelven en kapitein van den Borne gericht gevraagd of er metzelstoffen in voor„ „raad zijn, om de fortificatien en gebouwen onder handen te neemen 30 Octob:r Aan d' E: De Lij. De Modliaer Jlangakoon na kolombo ontbooden 3. Novemb=r Aan den zelven. Een korte Compendium gerequireerd raakende den oorlogen het daer omtrend voorgevallene in de 5 August:s Aan denzelven. De Jnlandsche hoofden die ingebreeke blijven hun verplichte en 20 septb:r Aan den zelven behelsd order om een Mohand=r met 200 kanneel draagers ter eersten te zenden na de attekalang korle, om de zieke kanneel schillers de kanneel te hel„ „pen afdraagen na de veerplaatzen van Mature. 24:e Jann: Aan denzelven Rehelsd dispositie op een bericht van den geauthoriseerden De Moor„ nopens de beschrijving der Zaeijvelden en de renovatie van de Tombo Aan denzelven Bericht gevraagd hoe de Comp: van Singo sarie aan 7. korporaals komt, daer die op 6. gereduceerd was. 14 d–o Aan als Vooren ten geleide van een Goude penning met dies ketting voor den Maha modliaer Jlangakoon. 1. August:s Aan den E Dessave Aurnant Behelzende, dispositie over zeekere klagte van Lieut=t Chattillon, tegen Capit=n Bielfelt, Lieut= Riesen Consumtie boekhouder frobus 28 April Aan den E: Dessave De Lij gelast alle overtollige oostersche onder offecieren, en zoo veel offe„ cieren als na Batavia willen, te zenden na Gale. 13. stuks onder de Regeering van den Edelen Heer Falck Matureesche Taks 1763. 18. d 1764. 1768. 1767. 16. do - e 744 Afgegaane Gemeene Brieven van hier direct na Mature 1769. 3 xber: 1762. Taks Nelij tegen Pmo. 8ber: te voldoen in Arrest te zetten en onder een Militaire es corte na gale te zenden 13: August:s Aan denzelven behelsd ordre om de bederf„ „lijke goederen van zekeren Bitmeraale te verkoopen, en daer bij eene Commissie benoemd om na zijne bezittingen onderzoek 16 d=o Aan denzelven gerecommandeert om de orders van Gale te gehoorzaamen 27 Maij Aan denzelven handeld over zeker proces tusschen den gewezen modl=r Don Simon en den Maha Modliaer Jlangakoon. 10 Junij Aan denzelven. Behelsd eene reproche over zekere door zijn E gezondene boodschap door zijn or„ „donans aan den kapitain lieutenant von Jngenbramel Aan denzelven order om aan een Engelsche sloep levensmiddelen te bezorgen voor Comp:s reekening, en 5. gedroste mattroosen van dat vaartuijg na dies vertrek, her„ „waarts te zenden 16 maij Aan denzelven. Behelsdorder, om tot nader last op Mature geen vlag te ver„ toonen 46 Brieven te zaamen. 15. d=o Aan voormelden Dessave, ten geleide van een brief, om volgens addres te laaten bestellen 13 Januarij Aan voorm: E: Dessave en den Capitein van den Borne gecommuniceerd, dat eene Don Louis wickremetoenge Pammeratne na Mature vertrok, om den dienst van Mohandiram der wassers waerteneemen 1763. 3. Decemb: Aan dezelven gezonden het ontwerp tot den op„ bou der fortresse Mature, met eene Jnstructie daer toe. 13 Maart Aan den zelven gelast de Canneel zodra dezelve G'embaleerd is, over land na Gale te zenden 19 stuks Onder de Regeering van den Edelen „ heer Gouverneur van Eck 22 Novemb:r Aan den E Dessave De Lij en den Capitein Mede„ „ler gelast de nodige Materiaalen te verzaame„ len tot den opbou van 't fort, en dat de inlandse hoofden, wanneer Commandos in 't land gaen dezelve van Mondbehoeften moeten voorzien voor betaaling 22 februarij Aan den E Dessave Crijtsman onder terug zen„ „ding van de Translanten der olas, die op de stoep van den g'authorizeerden zijn gevonden, gelast, alle voorzigtigheid te gebruijken omtrent de daer bij aangeklaagden Salomon, en te zor„ „gen dat den Jnwoonderen geen reden tot misnoe„ „gen gegeven word. 2. stuks onder de Regeering van den Edelen heer Gouverneur Schreuder verte 1: 1768. 1 1758. V 1778. 1780.
English
745 1763 17 January. To the aforementioned Dessave, demanded the answer to a separate letter of 16 December 1762. 24 ditto. To the same, promised the answer to his last separate letter and sent an act for the soldier Backer. 24 ditto. To the same, accompanying three maps of the Matara Dessavony. 1763 2 March. To the same, accompanying the bill of lading and the invoice of the cargo of the sloop Joan Karel. 14 ditto. To the same, communicated the appointment of members for the Matara Landraad, sent some acts for native chiefs, and denied the requested special act of pardon for the natives of Matara. 2 February. To the same, accompanying a pay note. 7 June. To the same, further orders for the collection of the aforementioned arrears, and henceforth to enter the pay of the troops stationed there directly to Galle. 15 August. To the same and Captain van den Borne, ordered to have the dismantled stones for the construction of the fort collected as soon as possible with catamarans. 17 ditto. To the same, notified that the ship 't Huijs te Boede will call at Tangalle to take in paddy. Ordered to make the cinnamon warehouse serviceable as soon as possible, and to handle domestic and land matters, as having already had their previous settlement, as before, namely as a subaltern under the Galle Commandment, and to establish a Political Council; but concerning affairs of the conquered lands, extraordinary command, and expeditions, to address them for the time being directly to the Governor. 24 ditto. To the same, a letter sent back with a box, to address Galle concerning that matter. 1765 22 August. To the same, accompanying 200 field uniforms for the European military. 30 ditto. To the same, the fishermen must obey the orders of the chiefs of their districts, and their mudaliyar must only concern himself with his ranks of lascorins. 26 September. To the same, requested a report on a petition from Lieutenant van den Bergh, specifically whether the lascorins are not obliged to work on the batteries and barricades of their camp sites without receiving separate pay for it, when they are otherwise extraordinarily paid for being in the field. 4 November. To the same, the purchased pack animals, being thin and in poor condition, sent back with orders henceforth to buy strong animals. 27 November. To the same, the Mudaliyar and head of the fishermen, Don Simon Abesinge Wikkremeratne, summoned here to Colombo. 27 November. To the same, ordered to collect from Lieutenant Hennis, Ensign van den Bergh, and the soldier Vijgenheim their arrears to the vendue master. 1764 8 July. To the Honorable Dessave De Lij, accompanying the sloop Colombo. 23 September. To the same, accompanying the bill of lading of the aforementioned sloop. 104 pieces under the administration of the Honorable Governor Falck. 746 1766 16 January. To the same, ordered that a certain sepoy, who claims to have been appointed ensign, must serve as a private or else he may take his discharge. The redoubt of Eck must be completed, but the other projected forts should be abandoned. 17 March. To the same, the former head of the blacksmiths and jagreros of the Kolonna Korale, with his claim to the estate of a certain Bitmeraale, referred to the court of justice. 6 April. To the same, to wait with laying out the buildings until an answer arrives from Batavia; the non-commissioned officers who requested it may repatriate, but the nomination should have been made via Galle. 5 May. To the same, the posts in the King's territory must be withdrawn as soon as possible. To promise the Company's protection to the Mudaliyar of Madianwille. To place the warehouse of Tangalle under the supervision of a non-commissioned officer. 9 ditto. To the same, that the management of affairs in the Galle Commandment is entrusted to the Honorable De Lij, who must put the affairs of the Dessavony in order until the arrival of the Honorable Burnat; requested the specification of the emoluments of the Orientals since September 1765. 12 May. To the same, that the sloop de Nagelboom, which broke down there, must stay in the bays until it can sail to Galle. 12 October. To the same, granted permission to Mudaliyar Mananperie to settle in kind the arrears of paddy of his wife's previous husband. 13 ditto. To the same, all Colombo pack animals recalled, along with 2 to 3 elephant hunters. 9 December. To the same, that the outgoing chiefs of the Kolonna Korale must be further heard on the charges against Lieutenant Chavron, which he denies. That the 6 sepoys who fled from Kandy must be taken into service with the weakest company, and that the company of Boang Bandaga must march to Galle. 24 ditto. To the council, the detachment of Barregamme changed into a permanent garrison and its emoluments made equal to that of Matara, though the officer retains his field allowance for the time being. 29 December. To the Honorable Dessave Burnat, to lease out all the salt pans of Panoa for the year 1767 under certain conditions. 1768 14 February. To the same, accompanying a letter for Batticaloa. 1769
Dutch transcription
745 24: d=o 17 Januarij Aan voorm: Dessave gevordert het andwoord op een aparte brief van den 16:' xber: 1762. 24. d=o Aan denzelven Toegezegd het antwoord op desselfs laatste aparte brief en gezonden een akte voor den zoldaat Backer Aan als vooren ten geleide van drie kaasten van de Matureesche Dessavonie 1763 2:' Maart Aan den zelven, ten geleide van 't Cognoissement en de factuur van de lading van de sloep Joan Karel. 14. d=o Aan denzelven. Bedeeld de Aanstelling van Leden voor den Matureeschen Landraad, geson„ „den eenige acten voor Jnlandsche hoofden, en 10 oktober Aan den zelven. Nader order ter invordering van ontzegd de verzogte bij zonder acte van Pardon voors agterstal, en voortaende zoldijen der aldaer gedetacheerde manschappen direkt voor de Jnboorlingen van Mature. Aan denzelven ten geleide van een Zoldij Notitie na Gale aantereekenen. Aan denzelven en Capitein van den Borne ge„ „last de afgebrooke steenen tot het bouwen van het fort, ten spoedigsten met katteponels te laaten afhaalen Aan als even geadverteerd, dat het schip 't huijs te Boede Tengale zal aangieren om Nelie inteneemen. gelast het kanneel Pakhuijs ten eersten bruijkbaer te laaten maaken, en de huijselijke en land zaaken, als reeds haer voorig beslag hebbende te behandelen als vooren, namelijk als subaltern onder het gaalsch Commandement, en een politicque raad op te rigten, dog betreffende zaaken van de geconquesteerde landen Extra ordinaire Commando en Expeditien, voor eerst direct aan den heer Gouverneur te addresseeren Aan als vooren Een brief terug gezonden met Cast om daer over na gale te addresseeren 26. 7ber: Aan den zelven. Bericht gevraagd op een verzoek schrift van den luitenant van den Bergh speciaal of de Cascorijns niet verpligt zijn, aan de batterijen en barrica„ „des hunner leger plaetzen te arbeijden, 104. stux onder de Regeering van den Ed: heer Gouverneur falck 22 Augusts Aan den zelven ten geleide van 200 veld Mon„ teerings voor de Europeesche Militairen 30 d–o Aan denzelven, De visschers moeten de orders der hoofden hunner distrikten obedieeren, en hun modliaer moet zich alleen met zijne randjes laskorijns bemoeien 27 Novemb:r Aan den zelven. Den Modliaer en hoofd der vissers Don Simon Abesinge wikkreme„ „ratne na Kolombo ontbooden Aan als vooren. gelast van den lieutenant Hennis„ vaandrig van den Berghen zoldaat vijgenheim intevorderen hun agterstal aan den vendumeester 1764. 8 Julij 4. Novemb:r Aan den zelven. de Jngekogte draagbeesten als mager en slegt gesteld, te rug gezonden met last om voortaen. kloeke beesten inte koo„ „pen. 23 7ber: Aan den E Dessave De Lij, ten geleide van de sloep kolombo. Aan den zelven, ten geleide van 't Cognossement van gem: sloep verte zonder 1763. 2. Febr: 7 Junij 15 Aug=s 17 d=o 1765. alhier - 24. d=o 1 1765 zonder daer voor apparte betaaling te genieten 1766. wanneer ze buijten des Extraordinair wor„ den gesalarieerd voor dat in 't veld staen. 9 xber: Aan den zelven Dat de afkoomende hoofden van de kolonna korle nader moeten worden gehoord op de beschuldigingen tegen den luijtenand (navron, die ze ontkend. dat de van Kandia ontvlugte 6. Sipahis bij de zwakste Compenie in dienst moeten genoomen worden, en dat de Compenie van 16 Januarij Aan denzelven order dat zeker sipahi, die voorgeeft tot vaandrig aangesteld te zijn, dienst moet doen als gemeene of anders zijn Eck moet voltooid doch van de overige gepro„ 29 xber: Aan den E Dessave Burnat. Alle de zout paspoort kan neemen. De Redoute van „jecteerde forten afgezien worden. 6. April Aan denzelven. Met het aanleggen der gebouwen te wagten, tot dat antwoord van Batavia komt de onder officieren die het verzogt hebben mogen repatrieeren dog dat de voordragt over Gale had moeten geschieden. Aan denzelven De Posten in s konings land moeten ten eersten Jngetrokken wor„ den Aan den Modliaer van Madianwille 'sComp:s protectie te belooven Het pakhuijs van Tengale te stellen onder opzigt van een onder offecier. Aan den zelven. Dat de Maniance van zaaken in 't Gaalsch Commandement word opgedraagen aan den E De Lij 5. Mai 17 Maart Aan denzelven 't gew: hoofd der Smeeden en Jagereros van de kolonna korle met zijne pretentie op de nalatenschap van zekeren Bitmeraale, overgeweezen aan de Justitie. 12. octob=r Aan als vooren. Aan Mananperie modl=r toegestaen, om de agterstallige neli van zijn vrouws voorige man in natura te voldoen. 13 d=o Aan den zelven. Alle de kolombosche Jaag beesten terug ontbooden, nevens 2 a 3. Eli„ „phants Jaagers. 14. febr: Aan den zelven ten geleide van een brief 1768. p voor Batikaloa. pannen van Panoa voor 't Jaer 1767. te laaten verpagten, op zeekere Conditien gamme veranderd in een vast garnizoen en het genot egual gesteld met dat van Mature dog de offecier behoud voor eerst zijn veld douceur Boang Bandaga na Gale moet Marcheere „ 24. d=o Aan den raad. De Posteering van Barre„ 12 Mai Aan denzelven. Dat de aldaer vervallene sloep de Nagelboom in de Galjets moet vertoeven, tot dat na Gale kan Zijlen die order moet stellen op de zaaken van de Dessavonie tot de komst van den E Burnat gerequireerd de specificatie van 't genot der oosterlingen zedert 7ber: 1765. 746 die verte . 1766. 9 do 1769. ƒ
English
747 1769 26 October To the same, sent the statement of accounts of Manamperie mudaliyar regarding certain arrears, and equitable treatment recommended. 13 December To the same, informed that the ship Velsen will arrive to take in cinnamon if it can be done, as well as timber at Polwatte, and also that sloops will arrive to leave the remaining cinnamon and lime. 19 ditto To the same, serving as an escort for the sloops the Nagelboom and Joan Karel. NB 14 December To the same, informed that rice is being sent with two sloops to be sold to the community at Mature at 20 stivers per parra on account of scarcity. 1770 9 April To the same, serving to accompany an extract resolution of 19 March regarding the planting of cinnamon. 20 ditto 5 July Serving to accompany a letter for Batikaloa. 28 August The bark peelers of Mature, along with some mahouts, summoned. 11 September That the nomination of a head over the Magampattoe, according to the order, must be made to Gale. 1771 16 March Serving to accompany a bill of lading of the boat the Jonge Martijn. 19 March To investigate accurately how much salt lies in stock at the salt pans at Panoa, and when the time is that salt is accumulated again, and that the Kandians come down to provide themselves with it. 18 ditto 28 ditto 3 August 7 October Serving to accompany a pay note. 10 ditto Serving to accompany a pay account. 22 ditto Serving to accompany a pay note and three acts. 1772 Sent an extract resolution regarding the discharge of some people accused of having fabricated a certain infamous ola, and ordered to give instructions that the Kandians who come to collect salt are well treated. 2 July Serving to accompany a letter from the orphan masters and a pay note. 19 ditto Serving to accompany a letter from the Council of Justice. 1772 20 May Two persons from Mature summoned as witnesses in a certain investigation, with orders to send a certain Hebbedoewe Godde Babee under arrest. 22 ditto Another two persons from Mature requisitioned. A certain high priest summoned. 20 June The aforesaid people further requisitioned with some more persons. To have a kangaen put in chains on account of having kept poor supervision over the persons entrusted to him, and to cause the goods of some absconded people to be placed under sequestration. 1773 8 April Two Maturese Sinhalese, accused of having murdered and robbed 2 priests, sent to Mature, with orders to have a careful investigation made. 1773 11 January To have Ensign Rottiers come from Magamme to Mature, and to place a postholder in his stead, with some Orientals. 20 ditto Serving to accompany a pay note. 19 May Serving to accompany two pay notes. 19 May A statement requested of the accomodessans that the deceased mudaliyar of the attepattoe of the Mahabadde and the Belligamkorle possessed. 22 July To make the necessary preparations for an elephant hunt. Two hunting animals requisitioned. 4 August Another two hunting animals summoned. 1 September Information requested whether it was not more advantageous for the Company to cede the Maturese tobacco gardens to someone forever against 200 rixdollars per year. 1 October Serving to accompany a pay note. 19 November Upon the complaint of the Fiscal of Gale, recommended to send certain requisitioned witnesses in a criminal case immediately to Gale. 9 December To send all the Orientals of the company of Mansoer to Gale. To keep no more than a corporal and 9 common Orientals at Kirinde, and in the future to comply with the orders more strictly. 16 ditto At Tengale no Orientals are needed, and if the usual Lascarin guard is not sufficient, it must be reinforced and the guarding of the warehouse recommended to the Mudaliyar of the Girrewais. 22 December The sloop Den Arend is sent to Tengale to take in a cargo of paddy, and for that purpose a ship will also be sent as soon as the Batavian ships arrive. 1774 15 November Ordered to send four hunting animals to Kolombo. 28 ditto Information requested as to which persons were arrested in the Maganische during the recent unrest, and what the confiscated goods of some Aratchies and other headmen in hiding consist of. 1775 12 March Ordered to settle in the Landraad the claims of the inhabitants on the gardens that were planted since 1768 until 1770. 3 May Serving to accompany a letter from the Orphan Chamber. 25 July Ordered to hold an elephant hunt this year if possible. 25 June To ship coconut oil in the sloop de Schilpad for Trinkonomale. 1776 1 February The summoned coolies for the Kandian embassy. 11 September 4 October Serving to accompany a pay note. 5 December To send the sloop den Arend back quickly with lime. 29 ditto Serving to accompany a pay note. 748
Dutch transcription
747 20 do 28. do 3 Aug=s 2 Julij 26 otober Aan denzelven gezonden de verantwoording van Manamperie modliaer wegens zekere agterstallen, en eene billijke behandeling aanbevoolen. - 13 Decemb:r Aan den zelven bedeeld dat het schip velsen zal komen om kanneel Jnteneemen zoo het geschied en kan, ook houtwerk te Polwatte„ zoomeede dat er sloepen zullen komen om de resteerende kanneel en kalk te laaten Aan denzelven ten geleide van de sloepen de Nagelboom en Joan Karel. NB 14. xber: Aan denzelven Bedeeld dat met twee sloepen rijst word gezonden, om uit hoofde van ge„ brek te Mature aan de gemeinte te worden verkogt voor 20: stver: de Parra 9 April Aan den zelven, ten geleide van een Extract „resolutie van 19 maert nopens 't aanplan„ „ten van Kanneel. 5. Iuli Ten geleide van een brief voor Batikaloa 28. Aug=s De Pagkisten van Mature, nevens eenige kornaks, ontboden. 11 7ber: Dat de voordragt van een hoofd over de Magampattoe, na de order, moet gedaen worden na Gale Ten geleijde van een Cognossement van de boot de Jonge Martijn 19:e Maert Naaukeurig te onderzoeken hoe veel zout bij de zoutpannen te Panoa in voorraad legd, en wanneer de tijd is 7 oktober Ten geleide van eene zoldij Notitie Ten geleide van eene zoldij Reekening. Ten geleide van eene zoldij Notitie en drie aften Gezonden een Extrakt resolutie wegens 't ons„ „slag van eenige luijden, beschuldigd van zeke„ „re fameuse ola gefabriseerd te hebben, en gelast order te stellen dat de kandiaanen, die zout komen haalen wel behandeld wor„ Ten geleide van een brief van weesmeesteren en eene zoldij Notitie. 19 d=o Ten geleide van een brief van den Raad van Justitie 20 Maij Twee perzoonen van Mature ontbooden, als getuijgen bij zeker onderzoek met order om eenen hebbedoewe godde Babee in arrest opte zenden 22 d–o Nog twee perzoonen van Mature gerequireerd Een zeker opperpriester ontboden 20 Junij De voorsz: luiden nader gerequireerd met Een kangaen, weegens gehouden slegte toezigt over de hem toevertrouwde perzoonen, in de ketting te laaten Klinken, en de goederen van eenige ontvlugte luiden in sequestratie te doen neemen. nog eenige perzoonen 8:e April. Twee Matureesche singaleesen, beschuldig van 2. priesters vermoord en beroofd te hebben geson„ den na Mature, met last om een naauwkeu„ „rig onderzoek te laaten doen. dat er weder zout word opgehoopt, en dat de kandi„ „aanen afkoomen om er zich van te voorzien dat verte 1769 19. d=o 1770. 1771. 18. d_o 1772 10 d=o „den. 22. d=o 1772. 1772. 3 19 Maij 16. Maart 22 Julij 1773. 11 Ianuarij De vaandrig Rottiers van Magamme na Mature te laaten koomen, en in zijn plaats een Posthouder te stellen, met eenige Ooster„ „lingen 20 d=o Ten geleijde van eene zoldij Notitie Ten geleide van Twee zoldij Notities Een opgave gevraagd van de Akkomodessans die de overleeden Modl:r van de attepattoe van de Mahabadde, en de Belligamkorle bezeeten heeft. De nodige toebereidselen te maaken tot een Eliphants Iacht. Twee Jaag beesten gerequireerd 4. Aug=o Nog twee Jaagbeesten ontboden 1. 7ber: Berigt gevraagd, of het niet voordeeliger voor de kompenie was de Matureesche Tabaks Tuijnen voor altoos aan Jmand afgestaen tegens 200 rd:s 's Jaers 1: otober Ten geleide van eene zoldij Notitie 19. Novemb:r op de klagte van den Gaalsch fiscaal, gerecom„ mandeerd, om zekere gerequireerde getuijgen in een Crimineele zaak, ten eersten na Gale te zenden 9 xber: Alle de Oosterlingen van de Kompenie van Mansoer na Gale te zenden. Op kirinde niet meer dan een Corporaal en 9 gemeene Oosterlingen te houden, en in den aanstaende de ordres stipter nate „koomen 16 d=o Op Tengale zijn geene Oosterlingen nodig, 1776. 1. ' februarij De ontbodene koelies voor de kandiasche 4. octob:r Ten geleijde van eene Zoldij Notitie. 5. Decemb:r De Sloep den Arend spoedig terug te zenden met kalk. 29 d=o Ten geleide van eene zoldij Notitie 11 7ber: E 28. d_o Berichtgevraagd, welke perzoonen bij de Jongste onlusten, in het Maganische in arrest genomen zijn, en waer in de goederen bestaen, die van eenige schuijlhoudende Arraatjes en andere hoofden aangeslagen zijn 1774. 15 Novemb:r Gelast vier Jaag beesten na kolombo tesenden 1775 12:' Maart Gelast de pretentie van de ingeseetenen op de thuijnen, die zedert 1768. tot 1770. zijn aangepland in den landraad aftedoen 3. Maij Ten geleide van een brief van de Weeskamer 25:' Julij. - Gelast in dit Jaer des mogelijks een Eliphants Jagt te houden Jn de sloep de schilpad kokeus olie afteschee„ „pen voor Trinkonomale 748 en zoo de gewoone Laskorijns wagt niet toerij„ „kende is, moet dezelve verstrekt en de bewaa„ „ring van 't pakhuijs den Modliaer van de Girrewais aanbevoolen worden. 22 decembr: De sloep Den Arend word na Tengale gezonden ter Jnneem van eene lading Nelij, en zal ten dien einde ook Ten schip gezonden worden zoodra de Bataviasche scheepen koomen. 25 Junij en ambassade 1773.
English
749 22. Nov: ƒ 78. embassy, not to send until further orders To investigate the complaints of the Kandyan about the extortions committed against them during the gathering of salt. 11. ditto Twelve hunting beasts demanded for the Elephant Hunt at Nigombo. 18. ditto The Engineer Lowe recalled 5. October To establish further orders in the lewayas, that the renter must adhere strictly to the Conditions and that the postholder must not take the slightest thing from the Kandyans The aforesaid order further repeated, and also made applicable regarding the unauthorized Chenas in the Morruakorle and kande badde pattoe. 1. May Accompanying a Bill of Lading of the sloop 't Zoo First to send as many Elephant servants as are necessary for the care of 40. Elephants Accompanying a letter for Trinkonomaele 13 of the best paddies to Trinkonomale to dispatch 29 Aug. 18. June Accompanying a pay Note 10. September - To provide 250 cinnamon peelers at wallasmoelle 24. September To arrange 300 Men at Walasmoelle to bring down the cinnamon The dissava must go inspect the cinnamon forests that have been cleared by private individuals within the four gravets, and have whatever has been planted cut down, cause the head of the district to be arrested and interrogated, and if he cannot clear himself, send him under arrest to Gale. Furthermore to carry out further investigation into the other forests that the Chalias state have been planted or sown 27. January To cause all the lands planted by the Chalias in the last two Years without Consent to be cleared of fences by a Commission, 10. December Two hunting beasts demanded, and the Matara Elephants for dispatch to Jaffanapatnam To make further inquiry concerning the complaints against the aforesaid priest, since the first inquest is not satisfactory. To provide 300 cinnamon peelers at wallasmoelle. 22 October A statement requested of how high the expenses of the last Elephant Hunt amounted to and how much more or less than the previous Year ordered to investigate the complaint of the court of Kandy against a certain priest at Moelkirigal 6. March and to have what was sown and planted destroyed The village headmen who gave no notice thereof to be put in chains, and to transmit the permission olas that the vidane of Roene granted for the clearing of lands and overleaf 1776. 5. September 19 ditto 1777. 1778. 30. ditto 15 ditto 17 September 11 January Ordered to send the original Sinhalese report of the inquiry against the aforesaid priest hither promptly. To leave nothing unexamined for a plentiful collection of cardamom, and submitted for consideration whether a gratuity to the suppliers or rather a price increase would not be useful for that purpose, as well as an inquiry whether a plantation thereof could be established in the Company's territory without burdening the inhabitants. Referred to the servants the disposition on a petition from some Tangalle inhabitants who have been dispossessed of their lands, and requested a report whether the dissava granted the deeds of gift of the Company's lands under authorization from Gale, with further orders to provide the necessary cinnamon peelers for fetching the cinnamon. 6. January To investigate the Batticaloa complaint against three brass founders who fled to Mature, and if these have been guilty of polygamy, to punish them according to the laws of the land; 5. April To make all possible haste with the loading of the ship the Maria Jakoba. 2 June To send the Paddy for trinkonomaale to Batikaloa in order to be forwarded from there to Trinkonomale. To send 200 cinnamon peelers to Wallasmoelle. 16. September To conduct a careful investigation into two bales of cinnamon that were shipped less there than were sent from the shore with the paddies 13 May To deliver 200 cattle as quickly as possible to Batikaloa for the French fleet Upon the Servants' assurance that enough cattle are to be had in the Batticaloa region, the Purchase at Mature was abandoned, with the remark that they would nevertheless have done well to purchase at least half of the Lot as a precaution. Ordered to purchase 300 oxen for Trinkonomale Accompanying a letter for the Court of Justice. 28. ditto To send the Oxen already purchased to Batikaloa, for forwarding to Trinkonomale. 1. February Four Hunting beasts Demanded. 1. March To establish Orders that the letters for Batikaloa do not remain long on the road between Tengale and kirinde 12 ditto A statement requested of how much nelly could be fetched from Tengale by the last day of the month. 1782. 750 6. December To send the sloop schilpat promptly with a cargo of Nelly, and the dissava may count 10,000 rixdollars in cash to receive at Colombo 3 January To assist the Moor segoe Mira, who has embraced the Roman Christian faith, in obtaining the Inheritance of his uncle 25 February Two Hunting beasts Requisitioned further overleaf 1779. 26. July 1780. 7. July 1783. 1. February - 25 ditto 1781. 1780. . 15 March To deliver the remaining oxen promptly likewise to Batikaloa for that purpose. 20 ditto To deliver still as many cattle to Trinkonomale as possible 28 ditto Further order to purchase 1 to 200 cattle 29 ditto To deliver 100 lasts of Nelly to a Kalutara Moor, for conveyance to Colombo for 1/3 on freight. 14 April To establish better orders that the cattle being sent to Batikaloa do not remain long en route To take no cattle by force from the inhabitants, 2. August and to return those thus taken 1784. 11. October Ordered to send one to two old strong Hunting beasts. 125 letters in total 1783.
Dutch transcription
749 22. Nov: ƒ 78. ambassade, tot nader order niet te zenden Onderzoek te doen na de klagten der kandiaan over de knevelarijen die hun bij het zout haele worden gedaen. 11:' d=o Twaalff Jaagbeesten gevorderd voor de Eli„ „phants Jacht te Nigombo. 18. d=o De Jngenieur Lowe terug geroepen 5. octob:r Jnde lewais nader order te stellen, dat de pagter zicht stipt aan de Conditie moet houden en dat de posthouder niet 't minste van de kandiaanen moet neemen De voorsz: order nader herhaald, en ook appli„ kabel gemaakt omtrent de ongepermitteerde Chenas in de Morruakorle en kande badde„ „pattoe. 1. Maij Ten geleide van een Cognossement van de sloep Ten eersten zoo veel Elephants bedienden te 't Zoo zenden, als nogtig zijn ter oppassing van Ten geleide van een brief voor Trinkonomaele 13 ken van de beste padies na Trinkonomale 40. Eliphanten 29 augs. te verzenden 18. Junij Ten geleide van eene zoldij Notitie 10:' 7ber: - 250. kanneel dragers op wallasmoelle 24. 7ber: 300. Man op Walasmoelle te doen besorgen te bezorgen om de kanneel aftebrengen De dessave moet gaan zien de kanneel bos„ „schen, die door partikulieren zijn schoonge„ maakt binnen de vier gravetten, en water geplant is laaten omkappen, 't hoofd van het district doen arresteeren en ver„ „hooren, en zoo hij zig niet zuijveren kan in arrest na gale opzenden. voorts verder verder onderzoek te doen na de verdere bosschen, die de Chialiassen opgeeven be„ plant of bezaeid te zijn 27:' Jann: Alle de gronden door de Chialiassen in de twee laatste Jaaren zonder Consent beplant door eene Commissie te doen ontpaggeren, 10. Decemb:r Twee Jaag beesten g'eijscht, en de Matureesche Eliphanten ter verzending na Jaffanapatnam Nader onderzoek te doen nopens de klagten tegen voorsz: priester, wijl de eerste enqueste niet voldoet. 300 kanneel draagers op wallasmoelle te bezorgen. 22 octob:r Een opgave gevraagd, hoe hoog de onkosten van de laatste Elephants Jagt beloopen en hoe veel meer of minder dan 't voorig Jaar gelast om de klagte van 't hoff van Kandia tegens zeker priester te Moelkirigal te onderzoeken 6. Maart en 't gezaaide en geplante te laaten vernielen De dorps hoofden, die daer van geen kennis hebben gegeeven, in de ketting te laaten klinken en de permissie olas, die de vidaen van Roene tot 't schoonmaaken van gronden heeft verleend over te zenden en verte 1776. 5:' 7ber: 19 do 1777. 1778. 30. d=o 15 do 17 Zber: 11 Januarij Gelast 't origineel Singaleesch rapport, van 't onder „zoek tegen den voorsz: priester spoedig herwaerds te zenden. Niets onbezogt te laaten tot een ruijmen Jnzaem van kardamon, en in bedenking gegeeven, of eene gratificatie aan de leveranciers dan wel eene prijs verhooging daer toe niet van nut zoude zijn zoo meede berigt gevraagd of daer van geene aanplanting in 'sComp: gebied zoude kunnen worden gedaen zonder de ingezeetenen te bezwaaren. Aan de bedienden gedefereerd de dispositie op een request van eenige Tengaalsche ingesee„ tenen, die van hunne landerijen zijn ontzet en berichtgevraagd, of de dessave de gifte brieven van 'sComp:s landerijen verleend heeft op qualificatie van Gale, met last wijders om de benoodigde kanneel draagers te bezorgen tot den afhaal van kanneel. 6. Januarij De Batikaloasse klagte tegen drie geelgieters die na Mature zijn geweeken te onderzoeken en zoo deese zich aan veel wijverij hebben schul„ dig gemaakt, hun na 'slands wetten te straffen; 5. april Met de belaading van 't schip de Maria Jako„ „ba alle mogelijke spoed temaaken. 2 Junij De Padie voor trinkonomaale te zenden na Batikaloa om van daer na Trinkono„ „male te worden bezorgd. Na Wallasmoelle te zenden 200 kanneel draagers. 16. 7ber: Een naukeurig onderzoek te doen na twee baalen kanneel, die aldaer minder zijn afgescheept dan van de wal met de padies zijn gezonden 13 Maij Ten spoedigsten 200 koebeesten voor de fransche vloot na Batikaloa tebezorgen Op der Bedienden verzeekering, dat er genoeg beesten in het Batikaloasche te bekoomen zijn, van den Jnkoop te Ma„ „ture afgezien, met aanmerking, dat ze egter wel zouden gedaen hebben ten minsten de helfte van de Parthij inte„ „koopen het voorzorge. Gelast 300 ossen voor Trinkonomale inte„ „kopen Ten geleijde van een brief voor den raad van Iustitie. 28. d=o De reets ingekogte Ossen te zonden na Batikaloa, ter voortschikking na Trinkonomale. — 1:e febr: Vier Jaagbeesten G'eijscht. 1:e Maart Orders te stellen, dat de brieven voor Batikaloa, niet lange tussen Tengale en kirinde op weg blijven 12 d–o Een opgave gevraagd, hoe veel nelij tot den laatsten van de maand, van Tengale zouden kunnen worden afgehaald. 1782. 750 6. December De sloep schilpat met een lading Nelij terlig te zenden, en de dessave mag 10'000 rd=s incas tellen om op kolombo te ontfangen 3 Januarij Den Moor segoe Mira, die 't roomsch Christen geloof heeft omhelsd, behulpig te weezen ter verkrijging van de Erffenis van zijn oom 25 febr: Twee Jaagbeesten Gerequireerd vorts verte 1779. 26. Julij 1780. 7. Julij 1783. 1. febr: - 25 d=o 1781. 1780. . 15 Maert De overige ossen meede ten dien einde spoedig te bezorgen na Batikaloa. 20 d=o Nog zo veel koebeesten na Trinkono„ „male te bezorgen als mogelijk is 28 d=o Nader order om 1. a 200 beesten inte koope 29 do Aan een Kaltereesch Moor 100. lasten Nelie aftegeeven, ter overbreng na kolom „bo voor 1/3. op vragt. 14 April Beeter order te stellen dat de beesten, die na Batikaloa worden gezonden niet lang onderweegen blijven Geen beesten met geweld van de ingezeete„ 2:e Aug=o nen afteneemen, en die dus genoomen zijn te rug te geeven 1784. 11:e octob:r Gelast een a twee oude sterke Jaagbeester te zenden. - 125: brieven tezamen 1783.
English
No 6 751 No 676: Today, the 26th of June Anno 1790. Appeared before me Gerrard Joan Fijbrands, provisional junior merchant and First sworn clerk of police here, in the presence of the witnesses to be named hereafter: Sinne tambie segoe, Moor and inhabitant of Gale, who declared it to be the truth: That having once gone to the Commandeur Mr. Sluijsken, he requested a permit to fell a mast tree for a native vessel, which he obtained from his Honour and still has with him. That about three days later, or rather on the 17th of April last in the morning, while passing by the Commandement, the Commandeur Mr. Sluijsken called out to him and said that his Honour had news that in Mature some mutineers were banding together and that some bridges had been broken down, and ordered him to go to Mature and see what was happening there. That immediately thereafter he departed for Mature, and arriving at the Polwatte river, he could not be ferried across because the boats that were used for that purpose had been hauled onto the beach, and because he learned there that the mutineers were gathered at Dennepittie on the other side of the river of Kollewidande, he returned immediately and arrived in Gale in the evening, and because the gate was already closed by then, he remained outside until the next day, when, coming into the town, he could not speak to the Commandeur, as his Honour was in the council meeting. That around twelve o'clock at noon he came before the Commandement again and seeing that orders were being given to assemble coolies to depart for Mature with the detachment, he left without speaking to the Commandeur, and returning at four o'clock in the afternoon, reported to the Commandeur that he had gone as far as the Polwatte river and had learned there that the mutineers were gathered at Dennepittie. That now 51 days ago, he departed in the morning from Gale for Mature to collect his sister, who had arrived there by native vessel from Trinkonomale, and bring her to Gale. That he arrived in Mature and subsequently went to the other side of the river, where he has a garden which he has leased for two rixdollars a year, to collect the rent money from the tenant, just as he also received two rixdollars from him, and having crossed the river therewith, was seized there by two Moors, being areca nut counters of Mature, and a Colombo mandor, and brought before the Dissava of Mature, who, without hearing him, sent him to the Colombo Maha Mudaliyar, who was present there at the time, to whom he stated upon the interrogation that was conducted as has been related herebefore, after which he was brought back to the Dissava, and subsequently detained in the gingal battery, and after six days was brought from there under arrest to this place by a kangan and four lascars of the guard, and has been detained in the guardhouse up to the present. The declarant testifying that when he went to Mature the last time, he received no order from anyone, but went solely to fetch his sister, and that when he was seized, there were taken from him the two rixdollars which he carried with him in a handkerchief, without knowing by whom. Herewith the declarant concludes his given declaration, which he testifies to contain the pure truth. Thus done and passed in the castle of Colombo at the Police Secretariat, on the day aforesaid, in the presence of the clerks Abraham Cornelis van Charlet and Thomas Sires as witnesses. Was signed with a mark. In the margin: Present before us signed A: C: van Charlet and T: Sires. In the middle: To my knowledge signed G: J: Fijbrands First sworn clerk. We send Your Honour herewith an Extract Letter, written to us by the Honourable High Government of the Indies on the 30th of September last, whereby Commandeur Mr. Sluijsken is assigned the commission to make further inquiry into what was done in the district of Diuitoere, as is more fully prescribed in this extract, and we also add hereto for his consideration an extract from our letter cited in the aforesaid dispatch of their High Honours, written from here to Batavia on the 31st of January 1785. Extract Letter dated 21 March 1791 written from Colombo to Gale. Agrees. Wijbrands Eyklen Agrees. Cornelis Johannes Pde. sworn clerk 754 Very humbly we thank your Highly Respected, Valiant and Right Honourable Honour for the extract sent to us with your esteemed letter of the 21st of this month and received here yesterday from their High Honours' revered dispatch of the 30th of September Anno last, whereby the High Government of the Indies has seen fit to instruct the undersigned Commandeur to undertake a further exact and accurate survey of the work concerning the district of Diwitoere. Honoured by the confidence that their High Honours have been pleased to place in him, he will take all pains and care to accomplish the task assigned to him in the best and most upright manner. Their High Honours further please, for the attainment of the objective, to permit the undersigned Commandeur the association of whomsoever we Extract Letter dated 24 March 1791 written from Gale to Colombo. serviceable
Dutch transcription
No 6 751 N=o 676: Heden den 26: Iunij A=o 1790. Kompareerde voor mij Gerrard Joan Fijbrands p=l onderkoopman en Eerste geswoore klerk van politie alhier, present de natenoemene getuigen: Sinne tambie segoe moor en inwoonder van Gale, dewelke deklareerde de waarheid te zijn: Dat hij eens bij den Heer kommandeur sluijs„ „ken gaande; verzogt heeft een samas tot het kappen van een masthout voor een inlands vaar„ „tuig, het geen hij van zijn Edele verkreegen en ook nog bij zig heeft. Dat een dag of drie daarna, of eigentlijk den 17=e April Jleeden smorgens bij het Commandement voorbij gaande den Heer kommandeur sluijsken hem aangeroepen en gezegt heeft, dat zijn Edele tijding had dat op Mature eenige muitelingen bij den anderen samen gerot en eenige bruggen afgebrooken waaren, en hem gelast om na Mature te gaan en tezien wat daarvan zij. Dat hij aanstonds daarop na Mature vertrokken en aan de rivier van Polwatte komende niet heeft kunnen worden overgezet wijl de tonies die daartoe gebruijkt wierden op strand gehaald, waren, en wijl hij aldaar vernam dat de muij= „telingen telingen vergadert waren te Dennepittie aan de overkant van de rivier van Kollewidan„ „de, keerde hij terstond terug en kwam des avonds op Gale, en wijl toen de poort reets geslooten was bleef hij buiten tot des anderen daags, wanneer hij in de stad komende den Heer kommandeur niet konde spreeken, alzo zijn Edele in de vergadering was: Dat hij des middags omstreeks twaalf uur weder voor het Commandement gekomen en ziende dat 'er orders gegeven wierden om koelies bij den an„ „deren tebrengen om met de kommando na Mature tevertrekken, hij zonder den Heer kommandeur te spreeken weggegaan en des namiddags om vier uur weder komen „de den Heer kommandeur gerapporteerd heeft, dat hij tot aan de rivier van Polwatte geweest en aldaar vernomen heeft dat de muitelingen te Dennepittie vergadert waren. Dat nu 51: dagen geleeden hij smorgens van Gale vertrokken was na Mature om zijne suster die met een inlands vaartuig van Trinkonoma le aldaar aangekomen was, aftehaalen en op gale te brengen. Dat hij op Mature gekomen en vervolgens na de overkant van de rivier ge„ „gaan was, alwaar hij een tuin heeft die hij voor twee rd=s sjaars verhuurd heeft, om van den huur„ „der de huurpenningen intevorderen, gelijk hij ook van hem twee rd=s ontvangen en daarmeede de rivier overgevaaren zijnde, aldaar door twee mooren, zijnde arreektelders van Mature en een kolombosche mandoor opgevat en bij den Heer Dessave van Mature gebragt is, die hem zonder tehooren na den kolomboschen maha modliaar, welke toen aldaar present was, gezonden, om aan wien hij op de gedaane ondervraging zodanig opgegeven heeft als hier vooren vermeld staat, waarna hij weder bij den Heer Dessave gebragt, en vervolgens in de kodietoewakkoemandoe gearresteerd en na ses dagen van daar door een kangaan en vier laskorijns van de garde alhier in arrest herwaards gebragt en tot nu toe in de garde mandoe gearresteerd is. Betuigende den deklarant dat toen hij de laaste maal na Mature is gegaan, hij van niemand eenig last ontvangen heeft, maar alleen gegaan is om zijne suster aftehaalen. en dat toen hij opgevat wierd, van hem afgenomen zijn de en twee No. 753 twee rd=s die hij in een Neusdoek bij zig had, zonder teweeten door wie. Eindigende den deklarant hiermeede zijn ver„ leend de klaratoir, het welk hij betuigd de suijvere waarheid te behelsen. Aldus Gesaan ende gepasseert in het kasteel kolombo ter sekretarij van Politie, dage voor„ schreeven, ter presentie van de klerken Abra„ „ham Cornelis van Charlet en Thomas Pies als getuigen. /:was geteekend:) met een karakter. /:in margine:/ ons Present /:geteekend:/ A: C: van Charlet en T: Sires /:in 't midden :/ in mine kennisse /:geteekend:/ G: J: Fijbrands E: g: klerk Wij zenden UE: hier neevens een Extrakt Missive, door de Edele hooge Jndische Regeering den 30: zeptember, pass:o aan ons geschreeven, waar„ „bij aan den Heer Commandeur sluijsken word opgedraagen de Commissie om nader, no„ „pens het verrigte op het Landschapje Diui„ „toere, te doen zoodanig onderzoek als bij dit Extrakt breeder word voorgeschreeven, en voe„ „gen wij hier nog bij tot desselfs speculatie, een Extrakt uijt onzen bij voorschr: hunner Hoog Edelheeden missive geciteerden brief, den 31. Janua„ „rij 1785. van hier na Batavia geschreeven. Extrakt Missive de dato 21. Maart 1791. van kolombo na Gale geschreeven. Akkordeert Wijbrands Eyklen Accordeert. Corns. Jolemmk Pdé gezuerklert 754 zeer nedrig bedanken wij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: voor het ons bij derzelver geeerde brief van den 21:e deeser toegezondene en gisteren hier ont„ „fangene Extrakt van haar Hoog Edelheedens geeerbiedigde aanschrijving van den 30:e 7ber: A:o pass:o, waarbij de Hooge Jndiasche Regeering goedgevonden heeft den ondergeteekende Comman„ „delik optedraagen om nader een Exacte en naeuw„ „keurige opneem te doen van het werk; betrekke„ „lijk het Landschap Diwitoere vereerd door het vertrouwen, dat hunne Hoog Edelheedens op Htem gelieven te vestigen, zal wij alle moeite en zorge neemen om op de beste en opregtste wijze den Hem opgelegden taak te volbrengen. ƒ Hunne Hoog Edelheedens gelieven verder tot be„ „rijking van het oogmerk den ondergeteekende Commandeur toetestaan, de as sumtie van wie Wij Extrakt Missive de dato 24:e Maart 1791: van Gale na ko„ „lombo geschreeven. dienstig
English
755 will deem useful, wherefore he respectfully requests that the Captain Engineer Toenander and the Bookkeeper Wahlberg may be sent hither for that purpose, and indeed as soon as possible, as the rainy season is approaching and he, the Commandeur, would not willingly lose the time to survey, if possible, the highest and lowest water at Diwitoere. From among the Galle servants, the undersigned Commandeur will employ one or another as he shall think proper and necessary; whilst it will also be very agreeable to him if Your Right Honourable and Worshipful Council might know and would deign to name someone who, through impartiality in this matter and through his qualifications, is capable of assisting this Commission with good judgment. The undersigned Commandeur will furthermore humbly take the liberty to request from Your Right Honourable and Worshipful Council all such papers concerning Diwitoere as he shall find himself in need of, requesting furthermore by this that the Maha Mudaliyar Dias, as the last contractor of Diwitoere, be ordered to render, either in person or through whomever he wishes to appoint for that purpose, such statements and accountability as the undersigned Commandeur shall ask and deem necessary. Agrees. Sworn Clerk Corns. Johanns Idé 756 Captain Lieutenant Toenander and Bookkeeper Wahlberg cannot be spared from the departments in which they are employed, besides which we also do not see what purpose that would serve. Likewise, we deem it entirely unnecessary to send anyone from here to assist with the Commission regarding Diwitoere, just as it is also entirely unnecessary for the Maha Mudaliyar of the Governor's Gate, or anyone on his behalf, to be present there. Extract of a Missive dated 27 March 1791, written from Kolombo to Gale. Agrees. Corn Johanns: Pell Sworn Clerk 757 Since Your Right Honourable and Worshipful Council does not approve that Captain Lieutenant Toenander should assist the undersigned Commandeur with the Commission regarding the district of Diwitoere assigned to him by the Right Honourable High Indian Government, although Their High Mightinesses granted him unconditionally the co-optation of whomever he deems useful, and furthermore that the Maha Mudaliyar or anyone on his behalf be present there to render the necessary account, the undersigned Commandeur declares with regret that he finds himself unable to carry out the commission of Their High Mightinesses according to its intent and thus, if Your Right Honourable and Worshipful Council should persist in rejecting his request made in his respectful letter of the 26th of this month, withdraws entirely from this Commission, intending to inform Their High Mightinesses of his objections regarding this matter by a report, of which he will offer a copy to Your Right Honourable and Worshipful Council. Extract of a Missive dated 30 March 1791, written from Gale to Kolombo. 758 To judge whether the Company's service or disservice was done by what was carried out at Diwitoere, and whether it would have been better to leave this district in that wild state as it formerly was, neither Captain Lieutenant Toenander nor the Maha Mudaliyar, or anyone on his behalf, is necessary. Extract of a Missive dated 13 April Ao 1791, written from Kolombo to Gale. Agrees. Corns: Johanns: Idé Agrees. Corns: Johanns: Ide Sworn Clerk 759 We have had the honour duly to receive Your Right Honourable and Worshipful Council's esteemed letter of the 13th of this month. Regarding what is mentioned therein concerning the district of Diwitoere, the undersigned Commandeur gladly submits to Your Right Honourable and Worshipful Council's esteemed instruction; to the extent, namely, that for judging whether service or disservice was done to the Honourable Company by what was carried out at Diwitoere, and whether it would have been better to leave this district in that wild state as it formerly was, neither Captain Lieutenant Toenander nor the Maha Mudaliyar or anyone on his behalf is necessary. But he respectfully believes that for the completion of the Commission in that district assigned to him by Their High Mightinesses, Extract of a Missive dated 16 April 1791, written from Gale to Kolombo. which 760 which extends much further than merely to the aforesaid judgment, he absolutely requires Captain Lieutenant Toenander and the accountability of the last contractor in the year 1784 of the work at Diwitoere, or else someone on his behalf, as the undersigned Commandeur herewith once more repeats and very respectfully testifies that, without the said persons, he cannot properly accomplish his Commission, or act according to his conscience, as Their High Mightinesses expressly desire, with the intimation that he shall be responsible for the consequences, from which accountability he humbly believes he may consider himself exempt if he meets with obstacles that prevent him from acting according to his conscience pursuant to the order of the High Indian Government. Subject to better understanding, the undersigned Commandeur also believes that, since Their High Mightinesses have expressly ordered him regarding Diwitoere, beyond what They Themselves have stated item by item, also to note in his report to be submitted all that he might find necessary for the information of Their High Mightinesses, and have granted him the co-optation of whomever he deems useful, this was done in order to remove from the way all obstacles that might be raised against the execution of Their High Mightinesses' intention and high mandate, and to prevent all hindrances in that regard, and that therefore such assistance must also be granted to him, the Commandeur, as he assumes will serve to achieve the objective and to further the Company's interests in this matter. Agrees. Corns: Johanns: Pell Sworn Clerk
Dutch transcription
755 dienstig zal oordeelen, weshalven wij dus eerbiedig verzoekt, dat de kapitain Jngenieur Toenander en de Boekhouder wahlberg ten dien eende herwaar moogen gezonden worden, en wel ten eersten, wijl de reegen tijd aankomt en Wij /: Commandeur :/ mit gaarne de tijd verzuijmen wil om, was het me „gelijk, het hoogst en laagste water te Diwise „re opteneemen. Uijt de Gaalsche Bedienden zal de ondergeteeke„ „de Commandeur den een of ander emploijee„ „ren, na mate wij dit zal denken goed en noodig te weezen; terwijl het hem teffens zeer aangenaam zal zijn, indien uwelEdele Gestr Groot Achtb: iemand mogte weeten en wilde v „noemen, die door belangeloosheid in deeze en door zijne geschiktheeden in staat is deeze Commissie met goed overleg te kunnen assiste„ De ondergeteekende Commandeur zal voorts ne„ „der de vrijheid neemen uwel Edele Gestr: Groot Achtb: alle zoodanige papieren betrekde Akkordeert. „lijk Diwitoere te verzoeken, die wij zal vernee„ „men noodig te hebben, verzoekende Wij sij deezen nog, dat de Maha Modliaar Dias als laatste aanneemen van Diwitoeke gelast worde om zelfs, of wie wij daar toe wil stellen, zodanige opgaaven en verandwoonding te doen, als de on„ „dergeteekende Commandeur zal vraagen en vermeenen noodig te hebben. „lijk gezweklerk Corns. Johanns Idé „ren. 756 De kapitain Luitenant Toenander en boekhou„ „der Wahlberg kunnen uijt de departementen, waar in te zijn geemploijeerd, niet gemist wor„ „den, behalven dat we ook niet zien waar toe dat zoude dienen. Jnzelvervoegen agten we het geheel onnoodig iemand van hier te zenden om bij de Commissie nopens Diwitoere te assisteeren, zoo als het ook geheel onnoodig is dat de Maha„ „modliaar van 's Gouverneurs Porta of iemand zijnentwegen daar bij present is. Extrakt Missive de dato 27:e Maart 1791. van kolombo na Gale geschreeven. Akkordeert. Corn Johianns: Poll gekwoklerk 757 Wijl uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: niet goed vinden, dat de kapitain Luitenant Coenan„ „der de Commissie, door de Edele Hooge Indische Regeering den ondergeteekende Commandeur no„ „pens het Landschap Diwitoere op gedraagen as„ „sisteerd hoewel Hunne Hoog Edelheedens hem onbepaald de assumtie van wie hij dienstig oor„ „deelt toestaan, voorts dat de Mahamodliaas op iemand zijnent wegen daar bij present is, om van het noodige verandwoording te doen, betuijgd de ondergeteekende Commandeur met leedweezen zig niet in staat te vinden den last van Hunne Hoog Edelheeden volgens intentie te voldoen en ziel dus, in dien uwel Ed: Gestr Groot Achtb: mogten aanhouden zijn verzoek bij onze eerbiedige van den 26:e deezer gedaan te verwerpen, geheel van deeze Commissie af, zullende waar Extrakt Missive de dato 30. e Maart 1791. van Gale na Kolombo geschreeven. Hoog 758 Hoog Edelheeden bij een berigt, waar van wij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: een afschrift zal aanbieden, van zijne bedenkingen deswe„ „gens onderrigten. gezweklerk Om te bevordeelen op door het verrigte te Diwi„ „toere de komp:s dienst of ondienst gedaan is en op het beter geweest waar dit landschap te laten in dien woesten staat als het Eertijds was, is nog de kapitain luijtenant Toenander nog de Mahamodliaar, of iemand zijnent weegs nodig. Extrakt Missive de dato 13:e April Ao 1791. van kolombo na Gale geschreeven. Akkordeerd. Corns: Johanns: Idé Akkouseerd. Corns: Johanns: Ide gezeeklerk 759 p: Wij hebben de eere gelad wel te ontfangen uwer wel Edele Gestr: Groot Achtb: zeer geeerde letteren van den 13:e deezer. Aangaande het geene daar bij voorkomt nopens het Landschap Diwitoere, onderwerpt den on„ „dergeteekende Commandeur zig gaarne aan uwelEdele Gestr: Groot Achtb: geeerde aan„ „schrijving; in zoo verre, dat namelijk ter beoordeeling of door het verrigte te Diwitoere aan de Ed: komp:e dienst of ondienst is gedaan, en op het beeter waare geweest dit landschap te laaten in dien woesten staat als het eertijds was, nog de Capitain Luijtenant Foenander nog den Mahamodliaar of iemand zijnent weegen noodig is. Maar wij vermeend eerbiedig dat hij tot het volbrengen der aan Item door hunne Hoog Edelheeden opdraagene Commissie in dat landschap, Extrakt Missive de dato 16:e April 1791. van Gale na kolombo geschreeven. die 760 die zig veel verder uijtbrend, dan alleen tot de voorschreevene beoordeeling; den Capitain Luijte„ „nant Toenander en de verandwoording van den laatsten aanneemer in A:o 1784: van het werk te Diwitoere, dan wel iemand zijnent weegen voltekt nodig heft, gelijk hij ondergeteekend Commandeur bij deezen dan ook nog eens het „haald en zeer eerbiedig betuijgd, buijten de gem: perzoonen zijne Commissie niet na behooren te kunnen volbrengen, op na gemoede te kunne te werk gaan, gelijk hunne Hoog Edelheeden dit wel Expresselijk begeeren, met aanduijding voor de gevolgen te zullen verandwoordelijk zijn van welke verandwoording wij dan ook neederig vermeend zig te moogen ontheft reekenen, zoo da hij obstaclen ontmoet, die hem beletten volgens ordre der Hooge Jndiasche Regeering na gemee te werk te kunnen gaan. Met onderwerping aan beeter begriffen vermeend wij ondergeteekende Con„ „mandeur ook dat, wijl hunne Hoog Edelhed hem wel Expresselijk hebben aangeschreeven om weegens Duvitoere, buijten het geen Hoog de„ „zelven Artikulatum hebben opgegeeven, ook bij zijn intediene Rapport te nooteren al het geen wij tot Jnformatie van hunne Hoog Edelheeden mogte nodig vinden, en hem de assumtie van wien Wij dienstig oordeeld hebben toegestaan, dit is geschied om alle obstaclen, die ter volbrengen van wunne Hoog Edelheeden intentie en hooge last mogten kun„ „nen te berde gebragt worden, uit de weg te ruij„ „men, en alle beletselen dien aangaande voor te komen, en dat dus aan hem Commandeur ook zoodanige hulpe moet toegevoegd worden als wij ter berij„ „king van het oogmerk en ter berijking van 's komp. s belangen in deeze verondersteld dat zal kunnen dienen. Akkoudeerd. Corns: Johianns: Pell om gezeeklerk
English
After the failure of the execution of the objective of the Ceylon Government, mentioned in the Resolution of 18 October 1776 regarding the district of Diwitoere, on account of the many difficulties this work had encountered and which are very well known to the Lord Commander Sluijsken, since he was at that time one of the participants in this enterprise, the Maha Mudaliyar, at the request and on behalf of the first-undersigned Governor, undertook to attempt this work once more, as appears from the separate Galle letter of 31 August 1784 written to the late Lord Governor Falck of blessed memory, a copy of which is enclosed herewith. From this letter it further appears that the Maha Mudaliyar, in making his offer thereto, bound himself to nothing more nor to anything other than to refund to the Company everything that, upon his proposals and receipts, whether in cash or in goods, should be disbursed for the service of this undertaking, if after the expiration of five years it should be found that this work had not answered expectations, and consequently it were judged that it was not convenient for the Company to continue to have it pursued on its account; provided that, on the other hand, there should be ceded to him in ownership the lands which he should then have had made fit for cultivation on account of the Company, subject to the payment of the customary duty of one-tenth of the crop. This is therefore the principal matter that, according to the intention of Their High Excellencies, must be investigated and decided; and for this, as we remarked in our letter of the 13th of this month, neither the Captain-Lieutenant Toenander, nor the Maha Mudaliyar, nor anyone on his behalf, is necessary. The mandate of Their High Excellencies to conduct this inquiry, and further to inform Their Excellencies of everything the Lord Commander Sluijsken shall deem necessary to note, assuming such servants as he shall judge serviceable, naturally extends only to the officials stationed in the Galle Commandment; and one cannot doubt that among these there are several very well able, insofar as the Lord Commander himself cannot judge these matters, to give to his Honour all such elucidation and information as he shall deem necessary for his better information in this matter. Should we nonetheless be mistaken therein, and should there be none among all these servants suitable enough for this in the judgment of the Lord Commander Sluijsken, his Honour must state this more specifically, and then indicate in particular what operations they actually are for which none of the servants in the Galle Commandment ought to be deemed sufficient to enable him to fulfill the purpose of Their High Excellencies, as well as what kind of matters they are on which the Maha Mudaliyar would have to answer, and for which, consequently, his presence or the sending of someone on his behalf would, in the judgment of the Lord Commander, be necessary. We await an answer to this as soon as possible, without this being allowed in the meantime to impede the literal execution of the order of Their High Excellencies mentioned above, the execution of which we hereby further order. Agrees. Extract of a letter dated 23 April 1791 written from Colombo to Galle. We have had the honour duly to receive your Noble, Strict, Great and Honourable worships' esteemed letter of the 23rd of this month, the contents of which the first-signed Commander shall take as his dutiful guidance regarding the commission entrusted to him by Their High Excellencies concerning the district of Diwitoere; just as he also expresses his respectful thanks for the information provided therein and the transmitted copy of the separate Galle letter of 31 August 1784. However, as gladly as we would wish, as your Noble, Strict, Great and Honourable worships desire, to complete this commission without the Captain-Lieutenant Coenander and without the late contractor of the work of Diwitoere or anyone on his behalf; he nevertheless testifies, wishing to proceed herein in good conscience, as Their High Excellencies require, Extract of a letter dated 25 April 1791 written from Galle to Colombo. Cornelis Johannes Pal, sworn clerk.
Dutch transcription
761 Na dat mislukt was de uijtvoering der oogmerk van de Ceilonsche Regeering, vermeld bij Resolutie van den 18:e october 1776: nopens het landschap ƒ Diwitoere, om de veele swaarigheeden die dit werk hadde ontmoet en zeer bekend zijn bij den Heer kommandeur sluijsken, wijl wij te dier tijd geweest is een van de participanten van deeze onverneeming, heeft de Mahamodli„ „aar /:op verzoek en ten gevalle van den eerston„ „dergeteekende Gouverneur :/ op zig genoomen om dit werk nog eens te beproeven, zoo als dat blijkt bij de Gaalsche aparte Brief van den 31:e Augustus 1784. aan den Hoogzaligen Heer Gouverneur Falck geschreeven, die in kopij hier„ „neevens gaat. Bij deeze brief blijkt voorts dat de Malamodliaak bij zijne aanbieding daartoe, zig tot niets meer, nog tot iets anders verbonden Extrakt Missive de dato 23:e A:o 1791. van kolombo na Gale geschreeven. heeft 762 heeft, dan om aan de komp=e te restitueeren alle het„ geene dat op zijne voorstellen en quitanties, het zij in Contant op ien goederen, ten dienste van deeze onder„ „neeminge zoude worden afgegeeven, in dien na ver„ „loop van vijf Jaaren mogte worden bevonden dat dit werk niet hadde beandwoord aan de verwag„ „ting, en dienvolgens wierde geoordeeld dat het aan de komp=e niet Convenieerde om het bij voort„ „duuring voor haar Reekening te doen voort„ „zetten mits dat daarenteegen aan wtem in eijgen „dom zoude worden afgestaan de landen die hij dan voor reekening van de komp=e ter bezaaijing zou „de hebben laaten bekwaam maken, onder het ve„ „taalen van de gewoone geregtigheid van een tiende van het gewas. Dit is dus het hoofdzakelijk wat volgens de intentie van Hunne Hoog Edel„ „heeden moet worden onderzogt en beslust; en hiertoe„ zoo als we dat bij onzen brief van den 13:e deezer hebben aangemerkt, is nog de kapitain Luitenaat Toenander, nog de Malamodliaak, of iemand zijnentwegen novig. De last van Hunne Hoog Edelheeden om tot het doen van dit onderzoek en om Hoogst dezelve, voorts te informeeren van al het geen de Heer Commandeur, sluijsken verder, zal nodig oordeelen te noteeren, te assumeeren zulke dienaaren als hij zal dienstig oordeelen, strekt zig, zoo als dat van zelve spreekk„ alleen uijt over de bediendens bescheiden in het Paals Commandement, en men kan niet twijffelen of onder deeze zijn er verscheide, zeer in staat om in zoo verre de Heer Commandeur zelve die dingen niet bevondeelen kan, aan zijn E: te geven alle zoodanige elucidatie en onderrigting, als Hij zal oordeelen tot zijne betere onderrigting in dezen nodig te hebben. Mogten we ons nogtans daarin vergissen en dat 'er onder alle deeze dienaaren geene zijn, hiertoe na het oordeel van den week Commandeut sluijsken geschikt genoeg, moet zij E: dat nader opgaven, en dan speciaal aan„ „wijzen, welke verrigtingen het eigentlijk zijn zijnen twege waartoe 763 waartoe geen der Dienaaren in het Gaals kom„ „mandement moeten geagt worden suffisant te zijn om hem in staat te stellen om aan het oog„ „merk van Hunne Hoog Edelheeden te voldoen, als mede wat het voor zaaken zijn waarop de Mahamorliaar zig zoude moeten veranswoorde, en waar toe mits dien zijn presentie, over het kenden van iemand zijnentweegen, na het oordeel van den Weer kommandeur, zoude nodig zijn. we ver„ „wagten hier op ten spoedigsten andwoord, zonder dat dit intusschen zal mogen verhinderen de Late„ „like uijtvoering der ordre van hunne Hoog Edel„ „heden hier boven vormeld, en waar van we de Executie door deezen nader beveelen. Akkorseert. Wij hebben de eere gehad wel te ontvangen uwel Edele Gestr: Groot Achtb: g'eerde letteren van den 23:e deezer, welkens inhoud de Eerstgeteekende Commandeur zig, nopens de Item door Hunne Hoog Edelheeden opgedraagene Commissie aangaan, „de het Landschap Diwietoere, tot schuldige narigh zal laaten strekken; gelijk hij ook voor de daar„ „bij voorkomende onderrigting, en overgezondere afschrift van de Gaalsche aparte brief van den 31:e aug:s 1784: , zijnen eerbiedigen dank betuijgd. Egter hoe gaarne Wij ook, gelijk uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: verlangen, zonder de Capitain Luite „nant Coenander en zonder de laatste aan„ „neemen van het werk van Diurietoere of iemand zijnentweegen, deeze Commissie wilde volbrengen; G: betuijgd hij als nog hiertoe, in gemoede willende te werk gaan, gelijk Hun Hoog Edelheeden tegee Extrakt Missive de dato 25:e April Ao 1791. van Gale na kolombo geschreeven. Corns: Johiams Pal „ren, gezueklerk
English
764. finds himself unable; and can—may this be interpreted for the best by Your Right Honourable—for lack of the said persons, as long as they are present and at hand, not carry out this duty. It is well known to Your Right Honourable that among the servants in Galle no one, we even believe that on the whole of Ceylon few are to be found, who has as much knowledge of land surveying and hydraulics as Captain Lieutenant Toenander: the commission assigned to him by Your Right Honourable in the Morawak Korale, (for which probably no Galle servants were judged competent enough by the same) and in other parts of this island prove this most clearly, and it is on account of these his skills, and because he also knows the district of Dewetoere better by experience than others, and because the undersigned Commander believes himself convinced of his integrity and love of truth, but not, because the undersigned Commander, as is written in Your Right Honourable's honoured letter, would not be able to judge these things himself, that he has requested, and still insists, that the said Captain Lieutenant Toenander may be sent to his assistance. Your Right Honourable pleases to write that it goes without saying that the assumption granted by Their High Mightinesses to the undersigned Commander of such servants as he shall deem expedient, extends no further than solely to the servants assigned to the Galle Commandment. Whereupon the said Commander, trusting that his liberty will not be taken amiss, notes with all respect that he, with submission to a more enlightened judgment, supposes just the opposite, and believes that the said assumption directly extends to 765. to such servants on Ceylon who are not assigned to this Commandment; since, in his humble view, the servants of the Galle Commandment are already so subordinate to him that he, with or without notifying the other undersigned, can and must employ them where necessary in the Company's service, without waiting for a separate permission or order from higher authority for that purpose. Concerning the Maha Mudaliyar, the undersigned Commander declares that he needs him or someone on his behalf to give an accounting of what has been performed at Diwitoere, and of what the undersigned Commander, during the execution of this commission, might find advisable to ask the said contractor or manager of that work. Finally, the undersigned Commander declares that he is very ready, and has already long been so, to carry out at once the execution of the order of Their High Mightinesses, the execution of which Your Right Honourable, in your aforementioned letter of the 23rd of this month, most urgently recommends, yes, that he even understands that this commission ought to have been started long ago; but that this, as far as he is concerned, has not been able to happen thus far, partly because the said order of Their High Mightinesses written by letter of the 30th of September of the past year to Your Right Honourable reached him only on the 23rd of March of this year, and partly because, by not granting him the assumption of Captain Lieutenant Toenander and because the contractor of Diwitoere has not yet been ordered to give an accounting where the undersigned Commander shall deem such necessary, he finds himself unable to begin that commission; which he very respectfully 766. respectfully requests Your Right Honourable not to attribute to him as any neglect of duty, with the declaration that he sincerely wishes to be able to carry out this commission as soon as possible according to the intention of Their High Mightinesses and to the satisfaction of Your Right Honourable. For the execution of the commission at Diwitoere assigned by Their High Mightinesses to Commander Sluysken, no levelling needs to be done. It is also entirely unnecessary that the Maha Mudaliyar come to Galle or send someone on his behalf to give an accounting, before it appears that there is something about which it is necessary that he account for himself on the spot. Extract of a missive dated 5 May 1791, written from Colombo to Galle. Agrees. Cornelis Johannes Pelé, sworn clerk. We had the honour duly to receive Your Right Honourable's highly honoured letter of the 5th of this month; the undersigned Commander very gladly submits to your better understanding that neither Captain Lieutenant Toenander nor the contractor of the work of Diwitoere are necessary to assist him in his commission assigned to him by Their High Mightinesses relative to that district, under respectful declaration once again that without these two persons he cannot carry out his duty, and thus for this time considers it dismissed. Extract of a missive dated 7 May in the year 1791, written from Galle to Colombo. Agreed. Cornelis Johannes Pelé, sworn clerk. 768. The Captain Lieutenant of the Engineers Toenander being able to be spared from here for a short time at present, he will, according to the request made for that purpose by the Commander, come to Galle, and you must send 20 coolies at once for his transport hither. The Maha Mudaliyar of the Governor's Gate not being able to be spared at present, he will authorize his son, the Mudaliyar of the Gate at Galle, to make the indications and accountings on his behalf at the commission regarding Diwitoere that the Commander shall deem necessary. Extract of a missive dated 8 May in the year 1791, written from Colombo to Galle. Agreed. Cornelis Johannes Pelé, sworn clerk.
Dutch transcription
764. „ren, zig niet in staat te bevinden; en kan — dit worde door uwel E: Gestr: Groot Achtb: ter beste geduid- bij gevrek van gem: perzoonen zoo lange dezelve teegenwoordig en bij der hand zijn, deeze last niet volbrengen. Het is uwel Edele Gestr: Groot Achtb: wel de „kend dat onder de Gaalsche dienaaren niemand wij vermeenen zelfs dat op geheel Ceilon wijnig te vinden zijn, die van de Landieet kunde en waterlijdings kunde zoo veel kundigheeden heeft als de Capitein luitenant Toenander: de aan se door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: opgedraage Commissie in de Moaruakoale, /:waartoe waar „schijnlijk geen Gaalsche Dienaaren, door Hoogde „zelven geschikt genoeg geoordeeld wierd:/ en in ande „re gedeeltens van dit Eijland bewijzen dit ter duijdelijksten, en het is uit hoofde van deeze zijne kundigheeden, en wijl hij teffens het Landschap Dewietoere door ondervinding beeter dan andere kend en wijl de ondergeteekende Commandent vermeend van zijne oprechtheid en waarheids= liefde overtuigd te zijn, edog niet, wijl de onder„ „geteekende Commandeur, gelijk bij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: geeerde brief aangeschreeven staat, zelven die dingen niet zoude kunnen beoor„ „deelen, dat wij verzogt heeft, en nog aanhoud, dat ged: Capitain Luitenant Toenander Wemter zij„ „net assistentie mooge toegezonden worden. uwel Edele Gestr: Groot Achtb: gelieven aante„ „schrijven, dat het van zelve spreekt, dat de door hunne Hoog Edelheeden aan den ondergeteekende Commandeur toegestaane assumtie van zulke die„ „naaren als wij zal dienstig oordeelen, zig niet ver„ „der strekt, dan alleen tot de bediendens in het Gaalsch Commandement bescheiden. Wier op merkt ged:e Commandeur, vertrouwende dat zijne vrijheid niet zal kwalijk geduijd worden, met alle eerbred aan, dat wij, met onderwerping aan verligter oordeel, Juijst het teegendeel veron„ „dersteld, en dat ged:e assumtie zig direkt strekt vermeend tot 765 tot zoodanige dienaaren op ceilon, die niet is dit Commandement bescheiden zijn; aangezien„ na zijn needrig inzien, de Dienaaren, van het Gaalsch Commandement, hem reeds zoodanig ondergeschikt zijn, dat wij, met op zonder ken „nis neeming van de overige ondergeteekendens, dezelve waar het noodig is, in 'sComp:s dienst kan en moet emploijeeren, zonder daar toe een afzonderlijk verlop op order van hoogel ge„ „zag aftewagten. Aangaande de Mahamodliaat betuigd de onder„ „geteekende Commandeur, hem op iemand zij„ „nent weegen noodig te hebben, om verandwoor„ „ding te doen van het geen te Diwitoere verrigt, is en van het geen de ondergeteekende Commandan geduurende het waarneemen deezer Commissie mogte geraaven winden, den ged:e aanneemen op bestierder van dat werk te moeten vraagen. Eijndelijk betuigd de ondergeteekende Commandent dat hij zeer gereed is, en reeds lange was, om ten eersten de uijtvoering der order van Wien Hoog Edelheeden, waar van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: de executie, bij derzelver voorschreeve brieff van den 23:e deezer, ten spoedigsten aanbevee„ „le te volbrengen, Ja dat wij zelfs begrijpt, dat deeze Commissie reeds lange had behooren be„ „gonnen te worden; dog dat dit zoo verre hem aar„ „gaat, tot nog toe niet heeft kunnen geschieden, gedeeltelijk, wijl gem: Hunner Hoog Edelheeden order bij brief van den 30:e 7ber: A:o pass:o aan uwelEd: Gestr: Groot Achtb: geschreeven hem eerst den 23:e Maart deezes Jaars is toege„ „koomen en gedeeltelijk wijl hij, door hem de assum„ „tie van den Capitain luitenant Toenander niet te akkordeeren en door dat de aannaemer van Diwitoere als nog niet gelast is om, waarde ondergeteekende Commandeur zulks zal noodig agten, verandwoording te doen; zig niet in staat bevind die Commissie te kunnen beginnen; het welk Wij uwel d: Gestr: Groot Achtb: Zeer ten eerbiedig 766 eerbiedig verzoekt, hem als geen pligt verzuijm te willen aanreekenen, met betuiging dat wij op„ „recht wenscht, deeze Commissie hoe eer zoo dee„ „ter na de intentie van Hue Hoog Edelheeden en tot genoegen van uwelEdele Gestr: Groot Achtb: te moogen volbrengen. Tot de uijtvoering der Commissie te Diucetoere door p1 Edelheeden aan den Heer Commandeur Hunne Hoog sluijsken opgedraagen, beloeven geene water passie„ „gen te worden gedaan.- ook is het geheel onnodig dat de Mahamodliaar naar Gale komt of iemand zijnent wegen zend om verandwoording te doen, voor dat het blijke dat 'er iets is, waar over het nodig zij dat hij zig op de plaats zelve verandwoord. Extrakt Missive de dato 5: Maij 1791. van Kolombo na Gale Akkondeert. Corns. Johanns. Idé Akkoudeert. Corns: Johanns: Felé gezeeklert op Zee klerk geschreeven. Wij hebben de eere gehad wel te ontvangen, uwel Edele Gestr: Groot Achtb: hoog g'eerd letteren van den 5:e deeser; De ondergeteekende Commandeur onderwerpt zig zeer gaarne aan Hoog derzel„ „ven beedere begrippen dat nog de Capitain Luitenant Toenander nog de aanneemer van het werk van Duwitoere noodig zijn om hem in zijne door hunne Hoog Edelheerden hem opgedraagene Commis„ „sie betrekkelijk dat landschap te assisteeren onder eerbiedige betuijging nogmaals dat hij zonder dee„ „ze twee perzoonen zijne last niet kan volbrengen en dus voor ditmaal voor afgedaan houd Extrakt Missive de dato 7. Maij Ao 1791. van Galena Kolombo geschreeven. Akkordeerd. Corns: Johann:s: Sac gezweklork 768 De kapitain luijtenant van de Genie Toenander tans voor een korten lijo van hier kunnende wor„ „den gemist, zal hij volgens het verzoek door den Heer Commanieur daar toe gedaan na Gale koomen en moeten UE: ten eersten tot zijn transport na her„ „waards zenden 20. koelies. De Mahamodliaar van 'TGouverneurs porta tans niet kunnende wor„ „den gemist, zal hij zijn zoon de Modliaar van de porta te Gale kwalificeeren om bij de kommissie nopens Diwitoere zijnent weegen te doen de aan, „wijzingen en verandwoordingen die de Heer Com„ „mandeur zal noodig agten. Extrakt Missive de dato 8:e Maij A:o 1791. van Kolombo na Gale geschreeven. Akkorseerd. Corns: Johanns: Pelé Gezuklerk
English
766 Captain Lieutenant Toenander is being kept there far too long and can be employed here in far more useful services; moreover, whatever he might have to perform there can be executed just as well by the land surveyor Meusz, who is stationed there; we shall therefore expect the said Captain Lieutenant back here as soon as possible. Extract of a letter dated 16 June Anno 1791, written from Kolombo to Gale. Agreed. Corns Johanns: Idé sworn clerk 750 In compliance with their high command, Captain Lieutenant Toenander will depart thither within a couple of days. Extract of a letter dated 18 June Anno 1791, written from Gale to Kolombo. Agreed. Corn:s: Johann: Idé sworn clerk 771 For the execution of the commission entrusted to him by Their High Nobilities concerning the district of Diwitoere, the undersigned Commander deems it most urgently necessary that this district be accurately surveyed and mapped; he therefore takes the liberty of requesting your Right Honorable to assign him a good land surveyor from Kolombo for the aforementioned purpose, since it has pleased the same to charge the Gale surveyor with the survey and distribution to the Chalias of the Company's cinnamon lands situated in the Gale Korle and the Matara dissavony, with which he will be occupied for a very long time yet, and thus waiting for his return would delay the execution of the orders of Their High Nobilities even further, for which the undersigned Extract of a letter dated 6 August 1791, written from Gale to Kolombo. 772 Native Department. undersigned Commander would not gladly be held responsible, and thus humbly requests your Right Honorable not to keep him waiting long for the assistance of a surveyor whom he needs, since the weather now permits starting that survey. Our land surveyors are all currently occupied, and in order not to draw them away from more urgent work, we first await a report from the Commander Sluijsken as to why it is necessary, in order to fulfill the commission concerning Diwitoere entrusted to his Honor by Their High Nobilities, that this district, according to your letter of the 6th of this month, be surveyed and mapped. Extract of a letter dated 11 August 1791, written from Kolombo to Gale. Agreed. Corns. Johanns Idé sworn clerk Agreed. Corns. Johann: Idé sworn clerk 773 In respectful reply to your Right Honorable's honored letter of the 11th of this month concerning the requested land surveyor to survey and map the district of Diwitoere, the first undersigned Commander declares that he deems this work strictly necessary for the completion of his commission entrusted to him by Their High Nobilities, so as to point out as clearly as possible what he will deem necessary to report to the said High Nobilities in that regard; and he cannot possibly be responsible for this his commission and the reports to be submitted if he has no opportunity to accurately survey, record, and map Diwitoere. He therefore repeats his humble request for a land surveyor; otherwise gladly leaving to your Right Honorable's judgment whether the completion of this commission can be delayed even longer. Extract of a letter dated 13 August 1791, written from Gale to Kolombo. Agreed. Corn:s: Johanns Idé sworn clerk 774 Commander Sluijsken must finish the commission concerning Diwitoere entrusted to him by Their High Nobilities as soon as can be done, and although upon your further instance, by letter of 13 August, we have sent the surveyor Bekkenhof as a second surveyor to Gale, (who may be recalled from his commission to survey the cinnamon gardens if that work has not yet been started), we nonetheless recommend his Honor to keep himself, in the execution of his aforementioned commission, within the bounds of the order given to him by the said High Nobilities. Extract of a letter dated 22 September 1791, written from Kolombo to Gale. Agreed. Corns: Johanns: Idé sworn clerk 775 The ship Kandia will depart from here directly for Batavia within a few days; if the Commander has his report ready regarding the commission entrusted to him by Their High Nobilities concerning the district of Diwitoere, it must be sent hither in order to be presented to Their High Nobilities on the aforementioned ship. Extract of a letter dated 16 December 1791, written from Kolombo to Gale. Agreed. Corns: Johanns: Idé sworn clerk 76 The first signed Commander urgently requests to be excused from fulfilling today the orders of Their High Nobilities regarding the report on Diwitoere, as he is entirely unable to do so due to a lack of competent land surveyors who can accurately map this province with all its details and different kinds of soils, etc., which is something strictly necessary (as Mr. Toenander, to whom the district is largely known, will surely be able and willing to testify) in order to be able to state something substantial about it on good grounds, as the Supreme Government of the Indies certainly requires of him on account of the notice into which this district has come through the numerous, extensive, and almost everlasting disputes. Extract of a letter dated 19 December 1791, written from Gale to Kolombo.
Dutch transcription
766 De kapitain Luitenant Toenander word ginter al te lang opgehouden en kan hier tot veel mijns nut„ ƒ. „tiger diensten geemploijeerd worden, ook kan al, wat hij daar zoude mogen te verrigten hebben, met zoo goed uijtgevoerd worden, door den ginter bescheidenen Landmeeter Meusz:, wij zullen derhalven gemelden kapitain Luitenant hier zoo spoevig als mogelijk is terug verwagten. Extrakt Missive de dato 16:e Junij A:o 1791. van Kolombo na Gale geschreeven. Akkordeerd Corns Johanns: Idé gezeeklerk 750 De kapitain Luijtenant Toenander zal in voldoening van hoog derzelver bevel bin„ „nen een paar daagen na derwaards ver„ „trekken. Extrakt Missive de dato 18:e Ju¬ „nij A„o 1791. van Gale na Kolom, O „bo geschreeven. Akkordeerd. Corn:s: Johann: Idé gezee klerk 771 De ondergeteekende Commandeur oordeeld tot het opvolgen zijner Commissie van Hunne Hoog Edel„ „heeden hem betrekkelijk het landschap Diwitoere, opgedraagen ten hoogsten noodzaakelijk dat dit Land„ „schap nauwkeurig gemeeten en ien kaart gebragt worde hij neemt dierhalven de vrijheid uwel Edele Gestr: Groot Achtb: te verzoeken hem een goed and„ „meter ten voorsz: einde van kolombo toetekenden aangezien het hoog denzelven belaagd heeft den ft Gaalschen landmeter de meeting en verdeeling aan de Tjaleas der komp:s kanneel gronden in de Gale Korle en de Matureesche des savonij geleegen optedraagen en waarmede hij nog zeer lange zal beezig zijn, en dus het wagten na zijne terug komst de opvolging der oriek van Hunne Hoog Edelh: nog al langer zoude trainneeren waar voor de onder„ Extrakt Missive de dato 6:e Augustus 1791. van Gale na Kolombo geschreeven. „geteekende 772 Inlands departement. „geteekende Commandeur niet gaarne aanspr „kelijk zoude willen weezen, en dus uwel Edele Ger„ Groot Achtb: nedrig verzoekt hem na de Assu„ „tentie van een landmeeter dien hij noodig heeft di te willen laaten wagten aangezien het week nu al toelaat om met die meeting te kunnen be „ginnen. Onze landmeeters zijn tans alle geoccupeerd, en om hun niet van meer pressant werk aftetrekken, verwagten wij eerst berigt van den heer Comman„ „deur sluijsken, waartoe het noodig is, dat, ter voldoening aan de door Hunne Hoog Edelh: aan zijn E: opgedraagene Commissie nopens Diwi„ „toere, dit landschap volgens uwen brief van den 6. deezer, gemeeten en ien kaart: gebragt word. Extrakt Missive de dato 11:e Au¬ „gustus 1791. van kolombo na Paco geschreeven. Akkordeerd. Corns. Johanns Idé Akkordeerd. Corns. Joliann: Idé gezeeklink gezeeklerk 773 In eerbiedig andwoord op uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: geeerde letteren van den 11:e deezer aangaande de verzogte landmeelee om het landschap Diwitoere te meeten en in kaart te brengen, betuigd de eerst ondergeteekende Commandeur, dat hij dit werk tot volbaenging zijner van Hunne Hoog Edelheeden hem opgedragen Commissie volstrekt noodig oor„ „deeld om daar door het geene hij zal noodig oordeelen aan welgem: hunne Hoog Edelheeden dienaangaande te noteeren zoo duidelijk moge„ „lijk aantewijzen; en hij kan voor deeze zijne Commissie en de overteleggene rapporten onmoo„ „gelijk verandwoordelijk zijn zoo hij geen gelee„ „genheid heeft Diwiteere nauwkeurig op tenee„ „men te meeten en is naart te brengen. Wij her„ „haald dierhalven zijn needrig verzoek om een landmeeter; voor het overige gaarne aan Gestr: Groot Achtb: beoordeeling uwelEd: Extrakt Missive de dato 13:e Augustus 1791. van Gale na kolombo geschreeven. overlaatende „missie nog al langer traineeren kan. Akkordeerd Corn:s: Johanns Idé gezeklerk overlaatende op de volbrenging van deeze Con„ 774 De Heer Commandeur sluijsken, moet de door hunne Hoog Edelh: aan hem opgedraagene Com„ „missie: nopens Diwitoere, zoo spoedig het ge„ „scheeden kan afmaaken, en op schoon we op UE nadere instantie, bij brieve van den 13. Aug:s den landmeeter Bekkenhof als tweede landme„ „ter na Gale gezonden hebben, /: die uit zijne Commissie, om de kanneel tuijnen te meeten, mag worden opgeroepen zoo dat werk nog niet is ge„ „observeerd :/ recommandeeren we zijn E: niet te min, om zig in de uitvoering van voorsz: zijne Commissie, te houden binnen de perken van den last, door welgem: hunne Hoog Edelheeden aan hem gegeeven. Extrakt Missive de dato 22:e 7ber: 1747. van kolombo na Gale geschreeven. Akkordeerd. Corns: Johanns: &de gezee klerk 775 Het schip kandia zal binnen wijnige daagen van hier direkt na Batavia vertrekken zoo de heer Commandeur desselfs berigt nopens de door Hunne Hoog Edelh: aan den selven opge„ „draagene kommissie over het landschap Di„ „witoere klaar heeft moet het herwaards ge„ „zonden worden om met voorm: schip aan hun„ „ne Hoog Edelh: te worden aangebooden. xtrakt Missive de dato 16: xber: 1791. van Kolombo naar Gale geschreeven. Akkorseerd. Corns: Johianns: Pdé gezwklerk 76 „bo. geschreeven. Den eerstgeteekende Commandeur verzoekt insta„ „telijk geexcuseerd te worden, op heeden aan de orders van Hun Hoog Edelheeden, betrekkelijk het Rapport van Diwitoere te voldoen, wijl hij daar toe vol„ „strekt buijten staat gesteld is, weegens gebrek aan bekwaame Landmeeters, die deeze provintie „ eene accurate kaart kunnen brengen, met alle desselfs klijnigheeden en verschillende aart van gronden Etc=a iets wat volstrektelijk nood zaa„ „kelijk is, /:gelijk de Heer Toenander, wier het Landschap grotendeels als bekend is, wel zal kunnen en willen getuigen :/ om op goede gron„ „den iets weezendlijk daar van te kunnen zeggen, gelijk de Hoog Indische Regeering zeekerlijk van hem vordert, weegens de aanmerking waar in dit Landschap, door de meenigvuldige wijdlopi„ „ge en bij na altoos duurende de batten gekoomen Extrakt Missive de dato 19:e xber: 1791. van Gale na Kolom„ om is.
English
For this reason then, and at the same time to be able to comply with the orders of Your High Noble Honors, the undersigned Commander respectfully and once again repeatedly requests that it may please Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs to send a capable surveyor hither, in order to be able to complete—if possible, still before the rainy monsoon, which commonly begins in mid-April—this extensive work, for which according to the general testimony of the surveyors two capable men require six months; the first-signed Commander requests this all the more because the surveyor Meusz, currently here, has for a considerable time been thoroughly ill and beyond hope of a speedy recovery due to his manifold labor in surveying the cinnamon gardens, and one may moreover rightly consider that such an important and extensive work may not be entrusted solely to two apprentices. Cornelis Johannes Ede Agrees [illegible] Certified 778 Colombo To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, All of Your Right Honorable and Highly Esteemed orders, contained in both the circular and regular letters received by us, dated 30 December last, shall serve for our dutiful instruction and compliance. We shall also promptly send to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs the further copies of the petitions of the Shabandar Mudaliyar and of the Korale Mudaliyar, and the former Mohandiram Mandanaijke. Apart from the carter recently promoted by Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs to assistant surgeon; Sir 5 carter, who moreover would only be suitable in a hospital due to a defect in his foot, we could not spare any assistant surgeons here; and on the ship Zeeland, besides two chief surgeons—thus one is supernumerary—an assistant surgeon and a third surgeon are to be found, who, belonging to the establishment, could likewise not well be taken from there. By the accompanying petition, the First Sworn Clerk Gratiaan requests to be allowed to take the place of the secretary van Albedijhk, who was transferred to Tuticorin. Yet since we are assured that this transfer to Tuticorin is by no means to the benefit of Baron van Albedijhk, and thus could not have been requested by his honor, we take the liberty—and particularly the first-signed Commander—to request Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs to send the said Baron van Albedijhl hither again in his service as secretary, as he is a worthy fellow member of our assembly and a man who not only gives satisfaction to us, and especially to the first-signed Commander, but is particularly serviceable and useful in the discharge of his duties at a time in which we have nothing but unpleasantries to fear. Should, however, the vacancy of the Matara Dessavony afford an opportunity to provide the Secretary van Albedijk with another office here locally, we shall be obliged to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs for having favorably considered one of our fellow members, without placing him in the impossibility of being useful to us according to his desires. Upon the proposal of the Lieutenant Dessave von Schuler, we have permitted him to hire native sailors for the vessel that is to be launched at Gandara, as is customary on other Company thonis that sail here; and since that vessel is also being rigged in native fashion, we hope that our approval given in the meantime will meet with the approbation of Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs. The said Lieutenant Dessave also writes that he has provisionally suspended the recruitment of native soldiers, since he observed that few or none of the inhabitants were inclined to enlist voluntarily, and it would therefore have been burdensome for him to complete that force without compulsion, which would also strictly conflict with the intention; assuring thus that for 780 No. Colombo for the present and until further notice he will let this recruitment take its course, to which Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs might the more readily consent, since several native companies from the Malabar and, in general, more troops have recently arrived on this island. We hereby give notice of this to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs, and further request to be informed of Your Honors' supreme pleasure concerning this matter. With the dutiful sentiments of high esteem, we have for the rest the honor to be, /:underneath stood:/ Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs' very obedient servants, /:was signed:/ Pieter Sluijsken, J. W. Schede, M. van der Spar, L. Aems, and J. L. W. De Ranetz. /:in the margin:/ Galle, 2 January Anno 1798. Successively, we have had the high honor to receive Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs' much respected three letters of the 5th and of the 6th, and two of the 7th of this month, whereupon we take the liberty to submit in respectful reply that we shall properly comply with the order relating to the Company's lead doits minted at Colombo and the publication by proclamation whereby they are declared bullion and no longer current, and that we shall present the reports of the receipt of those doits and the disbursements made against them to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs as soon as they have come in. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Agrees. Hijbrands Sworn Clerk obliged
Dutch transcription
omdeezen reeden dan, en teffens, om aan de onder van Wun Hoog Edelh:s te kunnen voldoe, verkoad de ondergeteekende Commandeur eerbredig en nogmaals bij herhaaling dat het uwel Edele Gestr: Groot Achtb: mooge belaagen, eene be„ „kwaame Landmeeter herwaards te zenden, om dit uitgestrekt werk waar toe volgens de Generaale getuijgenisse der Landmeeters twee de „kwaame menschen ses maanden nodig hebben was het mogelijk nog voor de reegen mouss=n welke gemeenlijk med:e April begind, te kunnen volbrengen; den eerstgeteekende Comma„ „deur verzoekt dit, te meer wijl de thans ho zijnde Landmeeter Meusz zints eene geruj „me tijd door zijne meenigvuldigen arbeid in het op „neemen dep kanneel tuijnen geheel ziekelijk en buijten hoop van een spoedig herstel is, en men ook buijten dien met recht vermeenen kan, dat zulk een aangeleegen en uijtge„ „breed wort niet alleen aan twee aanqueeke„ „lingen mag worden toebetrouwd. Corn:s Johianns Edé Akkordeert „braid gezeeklert 778 Colombo Aan den wel Edelen Gestrengen Groot achtb: heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlandsch India, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Nevens den Raad Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Alle uwel Edele Gestrenge Groot achtbaare hoog gebeade beveelen, vervat bij de aan ons wel ge„ „wordene zoo Circulaire als gewoone brieven van den 30. december Jongstweeken zullen ons tot schuldigh narigt en observantie strekken. De nadere kopijen der addressen van den Sabandaar Modleaar en van den korl modliaer, en den gewee„ „zen Mohandiram Mandanaijke, zullen wij uwel Edele Gestrenge Groot Achtb: ook ten eersten toezenden. Buijten den onlangs door uwel Edele Gestr: Groot achtbaere tot ondermeester bevorderden kar„ „reman; Heer 5„ „reman, die buiten dien weegens gebrek aan zijn voet in an Hospitael alleen, goed zoude weezen, zouden wij hier geene ondermeesters konnen missen en op het schip Zeeland zijn buiten twee oppermeer „ters, dus en overtallig, een ondermeester en an derde meester te vinden, die als in de bepae„ ling gehoorende, daervan ook niet wel zouden konnen genoomen worden. Bij neevens gaande Regust verzoekt den Eersten gezwooren klerk Gratiaan in de plaets van de naer Tutukorijn verplaetste sekretaris van Albedijhe te moogen optreeden. Dog vermits wij verzeekerd zijn, dat deeze ver„ plaetsing naar Tutukorijn in geenen deele ten voordele van den Baron van Albedijk is, en dus ook niet door zijn E: verzogt kan zijn, zoo neemen wij de vrijheid, en bezonder den Eerstgeteekende Commandeur, uwel Edele Gestrenge Groot achtb: te verzoeken, gemelde Baron van Albedijhl weeder in zijne dienst als sekretaris herwaerds te zenden, als zijn een waardig meede lidt onzer vergadering en een man die ons en welvoornamentlik de Eerstgeteekende Commandeur niet alleen genoe „gen geeft, maar bezonder dienstig en nuts is, in de waarneeming zijner pligten op den in een teidstip, waer in niets dan onaenge„ „naemheeden ons te dugten staat. Mogte egter de vacatura van de Matureephe dessavonij ge„ leegenheid geeven den Sekretaris van Albe„ „dijkl hier ter plaetze eene andere dienst te bezorgen, zoo zullen wij uwel Edele Gestren„ „ge Groot achtbaere verpligt zijn een onzer meede Leeden gunstig te hebben bedagt, zon„ „der hem en de onmogelijkheid te stellen, ons volgens zijne begeertens van nut te zijn. wij hebben op het voorstel van den Luitenant dessave van Schuler toegestaan, dat hij voor het vaertuig dat op Gandure van stapel afloopen zal Inlandsche Mattroosen in dienst meme, zoo als dat gebruikelijk is op andere 'skomp:s thonis, die hier vaten, en wijl dat vaertuig ook op zijn Inlandsch word toegetuigd, zoo hoopen wij dat onze in tusschen gegeevene goedkeurding, daertoe van uwel Edele Gestrenge Groot achtb: approbatie zal zijn Gemelde Luitenant Dessave Schrijft ook de aanwer„ „ving van Inlandsche krijgers provisioneel te hebben gestaakt; dewijl hij ontwaerde dat weinige of geene der Ingeseetenen geneegen waaren, zig vrij„ „willig te engageeren en het hem des bezwaerlijk zoude gevallen zijn dat volk zonder dirang„ het welk ook volstrekt, teegen de intentie zoude steijden, te kompleteeren, verzeekende dus in voor 780. No. Colombo voor eerst en tot naeder deeze aenwerring op zijn beloop te laaten, waer in uwel Edele Ge„ „strenge Groot achtb: te eerder mogelijk zoud consenteeren, vermits er zeedert verscheide In„ landsche kompenien van de Mallabaar en het Generaal, meerdere troupes, ten deezen Eijlande zijn aengekoomen. wij geeven uwel Edele Gestr: Groot achtbaare hier van bij deeze kennisen verzoeken verder van Hoogst desselfs gehead believen daeromtr te moogen onderrigt worden. Met de verplichte gevoelen van hoogachting hebben wij voor het overige de Eere te zijn /:onderstond:/ wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer uwel Edele Gestr: Grootachtb: zeer Gehoorzaemen Dienaaren /: was getekend:/ P:s Sluijsken, J: W: Schede, m: v: d: Spar, L: Aems en J: L: W: De Ranetz: /:in margine:/ Gale den 2. Januarij A:o 1798. — Na den anderen hebben wij de hooge Eere gehad te ontvangen uwel Edele Gestr: Groot Achtb: veel geres„ pekteerde drie brieven van den 5. en van den 6. en twee van den 7. deezer, alwaar op wij de vrijhijt nee„ men in eerbiedige rescribtie te dienen, dat wij de ordre betrekkelijk tot de te kolombo gemunte kom„ „penies loode duijten, en de bekendmaaking bij bel„ selten waar bij ze voor Biljoen en niet verder gangbaar verklaerd zijn behoorlijk zullen na„ koomen ende rapporten van den ontvangst dier duijten en de daar teegen gedaene uijtbetaeling, zo drae ze ingekoomen zijn, uwel Edele gestr: Groot Achtb: aanbieden zullen. Wel Edele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Aan Den wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaere, heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden Nevens den Raad Accordeert. Hijbrands VEgklerk verpligt
English
781 Obliged to obey the orders of the respected Ceylon Government, the junior merchant Baron van Albedyke, who was relieved from his post of secretary of Policy and Justice of the Galle Commandment by Your Right Honourable, has been ordered, and is already engaged therein, to transfer his aforementioned office to the First Sworn Clerk Gratia, who shall act as secretary pro interim until further arrangement by Your Right Honourable; and the said Honourable van Albedyke has been instructed to settle and conclude his outstanding auction accounts as well as other accounts resting under his responsibility as speedily as possible, in order to be able to depart for Colombo immediately thereafter. His salary account shall likewise be closed and, in accordance with the order thereof, sent toward Colombo. The first-signed Commander requests Your Right Honourable not to take it amiss that he cannot pass over in silence the reproach imparted to him, which appears in your letter of the 5th of this month, and which he considers undeserved, and that he respectfully declares himself unable to understand what improper steps were committed by him in our respectful letter of the 2nd of this month. The first-signed Commander believes himself not only bound by oath and duty to reproach and punish such servants as have no merits, and even to insist on their demotion and dismissal, but also to have the right and the obligation to care for the well-being and interests of the good servants subordinate to him, especially when this care is perfectly, however slightly, paired with the Company's interest. The Honourable van Albedyke is a man who, both by his abilities and his moral character, his birth, and fifteen years of service, enjoys the esteem of all right-thinking persons, and who, to his misfortune, finds himself in very impoverished circumstances, and encumbered with a wife and children. I say, this man is relieved and dismissed from his office by Your Right Honourable without his request and choice, an office in which he, as we know nothing to the contrary and therefore gladly testify, has conducted himself well and properly; while he is placed in another post which demeans and demotes him both in stature and in income. On the contrary, we all sincerely wish that he may remain with us, unless he should be placed in a more favourable and for him more advantageous post; these alone are the reasons 782 why we, and especially the first-signed Commander, in our respectful letter of the 2nd of this month, took an interest in the aforementioned Honourable van Albedyke, which the first-signed Commander most respectfully believes he may say with modesty cannot be regarded as offensive. Notwithstanding the respectful request of the first-signed Commander that the Honourable van Albedyke might remain with him as secretary, Your Honours have seen fit to relieve him from his post in order to proceed to Colombo; to this order, he, the first-signed Commander, gladly submits according to the rules of the service, flattering himself that the Honourable van Albedyke is destined for a more distinguished and important post, or one more advantageous for him and his poor family than the Galle secretariat. However, should Your Right Honourable's intention be otherwise, then the first-signed Commander very respectfully requests that his request made in this matter, and whatever further pertains to it, may be brought before Their Excellencies, in order to obtain a favourable decision thereon for himself and the said Honourable van Albedyke. Should Your Right Honourable have decided, without placing the Honourable van Albedyke more advantageously and without awaiting Their Excellencies' decision, to fill the office of secretary here with another, which his requisitioned closed salary account leads one to presume, then the undersigned Commander requests to be permitted to nominate someone in his place until such time as Their Excellencies shall have decided on this, in whom he can place his trust and who possesses the required knowledge and competence to perform the duties of the truly important Galle secretariat. We have requested reports from the Matara servants as to what extent compliance has been made with the promise given to the inhabitants of the said Dissavony by the mandate ola of the 7th of July 1790 to have the complaints investigated that were specially brought against certain particular persons, and upon receipt of the answer, along with what we know of it and can remember, we shall provide Your Right Honourable with a report.
Dutch transcription
781 verplegt de beveelen der geeerde Ceilonsche Regeerm te gehoorzaamen, is de door uwelEd: Gestr: Groot Asta uijt zijn dienst van secretaris van Politie en Justitie van het gaalsch Commandement geligte onderkoopman Baron van Albedijke gelast, en ook reeds daarmeede berzig om transport van gemelde zijn dienst tedoen aan den Eersten gesw: klerk Gratia die tot nader schikking van uwel Ed: Gest: Groot Achtb: als secretaris prointerum fungeeren zal en gemelden E van Albedijhl is aangezegd, om zoospoedig mogelijk zijne uijtstaande vendu als andere onder zijne verantwoording berus„ „tende reekeningen te vereffenen en aftemaeken ten einde daarna ten eersten na Colombo te kunnen vertrekken. zijne soldij reekening zal meede afgeslooten en ingevolge derzelver be „vel Colombo waards gezonden worden. De Eerstgeteekende Commandeur verzoekt uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: dat hoog dezelve niet geli kwalijk te duiden dat hij de hem toegedeelde en bij derzelver brief van de 5:' deezer voorkoom en gelijk hij vermeent onverdiende reproche niet met stilzwijgen passeeren kan, en dat hij eer„ biedig verklaard niet te kunnen begrijpen wel buijten stappen door hem bij onze eerbiedige van den 2: deezer begaan zijn: De Eerstgete „kende Commandeur vermeend niet alleen door Eed en pligt verbonden te zijn zodanige Die„ „naaren, die geene merites hebben te repro„ „cheeren, te straffen en zelfs om hunne te rug„ stelling en ontslag aan te houden maar ook het recht te hebben en verpligt te zijn voor het wel zijn ende belangen zijner hem ondergeschikte goede Dienaaren temoeten zorgen, vooreel wanneer deeze zorge volkoomen, hoe gering ook, met 'skomp:s intresse gepaart gaat. De E: van Albedijkl een man, die zo wel door zijne geschiktheeden, als zijne zeedelijk Carakter, zijne geboorte en vijftien Jaeren diensten de achting van alle weldenkende geniet en die zig tot zijn onge„ „luk in zeer armoedige omstande, en met vrouw en kinderen, belaeden vind. Ik zeg deeze man word door uwel Edele Gestr: Groot Achtb: buijten zijn verzoek en verkeezing uijt zijne dienst waar inne hij zig, gelijk wij niet beter weeten en daarom ook gaarne getuijgen, wel en behoor„ „lijk gedraegen heeft gelegt en afgeset; terwijl hij in een ander ander dienst geplaatst word, die hem zo wel in aanzien, als in inkomsten vernee„ „dert en terug zet, daarenteegen wenschen wij alle opregt dat hij ons mag bij blijven ten zij hij meer genigtiger en voor hem voordeeliger post mogte geplaatst worden, deeze alleen zijn de reedenen „kende waarom 782 waarom wij en voornamentlijk de eerstgeteekend Commandeur bij onze eerbiedige van den 2. dee „ons voorgemelde E: van Albedijhl hebben geintresseerd het welk de eerstgeteekende Com „mandeur eerbiedigst vermeend met bescheiding „heid, te moogen zeggen niet als ontstigtend te kunnen worden aangemerkt. Niet teegenstaande het eerbied verzoek van den eerst geteekende Commandeur dat de E: van Albedijhl hem als secretaris mag bij blijven hebben hoog den zelve goedgevonden hem uijt zijn dienst teligten om na Colombo op te koor aan dit bevel onderwerp hij /: eerstgeteekend Commandeur:/ zig gaerne volgens ordre van den dienst zig vlijende dat de E: van Albe „dijhl tot een aansienlijker en gewigtiger of voor hem een zijne arme familie voordeeliger post als het gaals sekretaridat gedestineerd Dog mogte uwel Ed: Gestr: groot Achtb: intentie ande zijn dan verzoekt hij eerstgeteekende Comma „deur zeer eerbiedig dat zijn verzoek in deezen gedaen en wat verder daar toe betrekking het onder het oog van Hunne Hoog Edelheeden ma gebragt werden, ten einde daar op eene gunstlg dispositie voor hem en den gemelden E: van Albedijhe teverwerven. Mogt uwel Ed: Gest: Groot Achtb: beslooten hebben, om zonder den E. van Albedijkl voordeeliger te„ plaetsen en zonder hunne hoog Edelheeden dis„ positie aftewagten den dienst van secretaris alhier, door een ander tevervullen, het welk zijne opgeeijste afgeslooten soldij reekening doet veronderstellen, aan verzoekt den onder„ geteekende Commandeur hem tewillen toestam dat hij iemand in dies plaets, tot tijd en wijle hunne Hoog Edelheeden hier over zullen hebben gedisponeerd, mooge voordraegen waarop hij zijn vertrouwen kan vestigen en die de vereijste kennis en geschiktheeden tot het waarneemen van het werkelijk aange„ „leegen gaals secretariaat bezit. wij hebben van de Matureesche bedienden berigten„ gevraegd in hoeverre en voldaen is op de toezeg„ „ging aan de ingezeetenen van gemelde Dessavonie bij de Mandaet ola van den 7. Iulij 1790. om de klagten, die specialijk en teegen eenige bij„ zondere perzoonen ingebragt zijn te laeten on„ der zoeken en zullen nabekoomen antwoord met het geen wij daar van weeten ons konnen her„ „nineeren uwel Ed: gestr: Groot Achtb: van „berigt dienenen. Mogt De
English
783 We shall let the twenty-five sailors of the ship Zeeland commence their journey overland from here to Colombo tomorrow, but take the liberty to report to Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs that, in order to travel swiftly, these people will have to leave behind here their small sailor chests and sleeping mats, which we request to send overland by coolies, or else to hold them so that, in case these people are placed on the ship Candea, these items may be delivered to them upon arrival of that ship at this place. We shall receive the provisions promised to us by Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs, and meanwhile have the honor to report, in response to the information requested of us, that the Dispenser De Ranisz is making every possible effort and has sent out people to obtain dried fish or carwaet, which otherwise is very scarce here and almost impossible to supply for the ships. Upon arrival of the ship De Doggersbank, which has been designated by Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs for the Zeeland Chamber as a second return ship, we shall immediately have it taken in hand and put in a state for the voyage home. The 366 bales of cinnamon, which according to the memorandum of the remaining returns of the 15th of November last are lying here, are exclusive of another 107 bales that were brought here from Mature on the 19th and 25th following. We have announced Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs' order to the Landraad member Evaristoe to depart for Colombo. The Captain of the ship Zeeland, A: Jserks, requests Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs' permission to allow a sum of more or less four thousand rixdollars to be counted into the Treasury here by his authorized representatives, for payout in copper or paper money, after deduction of the customary percentage, at Batavia to Mr. Johannes Prijs, Junior Merchant and Cashier of the General Company. We hereby offer to Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs the following papers, viz.: A customary statement of the returns pro patria and other goods on hand for Batavia, Colombo, and the Cape of Good Hope. A petition from the burgher merchant Johannes Tranchell, 784 Tranchell, wherein he requests to send his son Pieter Cornelis Johannes to the fatherland on the ship Christophorus Columbus. A note of the pay office servants here addressed to those in Colombo, dated the 7th of this month. A report requested by Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs' esteemed letter of the 14th of December last and submitted by the Master Carpenter Vogelenzang concerning the defect found in Bengal on the mizzenmast of the ship Spaarne, which departed from this bay for that destination. A report requested in the aforesaid letter from the Warehouse Keeper here and submitted by the First Warehouse Keeper De Lij concerning the unbleached guinee cloth found in Amboina in pack No. 56 instead of bleached, and A list of the strength of the servants ashore appointed here as of the ultimate of December, No. 1. With the most obliged sentiments of high esteem, we have furthermore the honor to be, below stood: Highly Honorable, Most Respectable, High Commanding Sir, Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs' very obedient servants, was signed: P: Sluijkken, I: W: Schede, M: v: d: Sprang, A: C: De Lij, and P: de Vos. in the margin: Galle, the 9th of January anno 1792. Agrees: Hijbrands 785 Colombo. To the Highly Honorable, Most Respectable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Highly Honorable, Most Respectable, High Commanding Sir, The first undersigned Commander says in respectful reply to Your Highly Honorable, Most Respectable Sirs' much respected letter dated the 26th of this month, that to the best of his recollection, notice was given to Colombo of all received complaint olas, as well as of everything else that occurred on the occasion of the late revolt at Mature, as was also done regarding the ola in which complaint was made against Mannanperi by those of the Kandebaddapattu, as soon as the translation, or that which was stated therein, had come to the knowledge of him, the first signed Commander.
Dutch transcription
783 De vijf en twintig Mattroozen van het schip Zeelan zullen wij morgen van hier de rijze overland na Colombo, laeten aannoemen, doch neemen de ver „heijd uw Ed: Gestr: Groot Achtb: temelden d dit volk om spoedig voort, trijzen alhier ze „len moeten agterlaaten henne plemse kistje en tangmatten, die wij verzoeken met koek overland te zenden dan wel aan te houden om ingeval deeze lieden, op het schip Candea g „plaetst worden zulks bij aan komt van de schip ter deezer plaetze aan hun le komnen worden afgegeeven. wij zullen de door uwel Ed: gestr: Groot Achtb: ons toegezegde provisien en hebben de Eere in tusschen op het van ons gevraegd berigt temell dat den Dispenceer De Ranisz: alle mogelijke moeijte doet en volker op uijtgezonden heeft om gedroogde vis of Carwaet te bekoomen, die anders alhier heel klein vaet, en bij na on„ verstrekbaar voor de scheepen is. Bij aankomst van het schip De Doggersbank, die door uwel Ed: Gestr: Groot achtb: voor de kamer Zeeland, tot eene tweede retour schip is aangelegd, zullen wij het ten eerste onderhand „laeten neemen en tot de te huijs rijse doen in stadt stellen. De 366. baelen Canneel, die volgens memorie der restant Retouren van den 15. ' 9ber: laast leeden alhier leggen zijn uijtgezondert van nog 107. baelen die van Mateire op den 19. en 25. gbw: daar aan alhier zijn aangebragt Het landraeds lid Evaristoe hebben wij uwelEd: Gestr: Groot Achtb: bevel aangekondigt om na Colombo te vertrekken De Capitain van het schip Zeeland A: Jserks verzoekt uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: verlof om een be„ draegen van min of meer vierduijzend rijxds door zijne gemagtigden alhier in Caste moogen tellen ter weeder uijtkeering aan koper of pa„ peire geld na aftrek van de gewoone procen„ „tos te batavia aan den heer Johannes Prijs onderkoopman en Cassier van den generaele wij bieden uwel Ed: gestr: groot Achtb: bij deeze aen de volgende papieren als. Een gewoone aanwijzing der Retouren propatrea en andere aanhanden zijnde goederen voor Batavia, Colombo en de Caab de Goede Hoop Een Request van den Burger koopman Johannes ontvang. laeten Tranchell, 784. Tranchell, waar bij verzoekt zijn zoon Pieter Cornelis Johannes met het schip (twekophore Colombus naar het vaderland te zenden. Een Notitie der zoldij bedienden alhier aan die te Colombo gerigt gedateerd 7. deezer Een bij uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: geeerde van den 14. December Jongst leeden gevorderd en door den timmermans Baas vogelen zang gedeent Berigt weegens het in Bingaele bevonden defect aan de Bezaams Mast van het uijt deeze Baaij na derwaards vertrokken schip Spaarne- Een bij evengemelde brief van de Pakhuijsmeester, al „hier gevorderd en door den Eersten eersten pakhuijs „meester De Lij gedaan berigt, weegens het in Amboina gevonden ruw ginees in het Pak N:o 56. in steede van gebleekte, en Een koste sterkte van de alhier aan de wal be„ scheiden Lewaarenden onder ult:o December N:o 1 Met de verpligtste gevoelen van hoog Achting hebben wij voor het overige de Eere te zijn /:onderstond:/ wel Edele Gestr: Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer uwel Edele Gestr: groot Achtb: zeer gehoorzaeme Dienaaren /:was geteekend :/ P: Sluijkken, I: W: Schede, M: v: d: Sprang A: C: De Lij en, P: de vos /:in margine:/ Gale Den 9. Januarij a:o 1792. cordeert. Hijbrands groot A Veikeerk d 785 Colombo. Aan Den Wel Edelen Gestrengen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederslands Jndia Gouverneur en Directeur van het Eijland Ceilon met dies onder„ hoorigheeden Nevens den raad. WelEdele Gestrenge Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Den eerstondergeteekende Commandeur zegd in eerbiedig antwoord op uwelEdele Gestr: Groot Achtb veel gerespekteerde letteren in dato 26. e deezer dat naar best onthoud door hem van alle aen gekoomene klagtolassen, zoo wel als van al het verdere voorgevallene ter geleegendheid der laetste revolte op Mature naar Colombo is kennis gegeeven, gelijk meede betrekkelijk de ola waar bij teegens Mannanperi door die van de kan„ de baddepartoe geklaagd wierd, geschied is, zoo dra de translatie, of het geene bij dezelve vermeld stond hem eerste geteekende Commandeur was ter kennisse gekoomen. stad
English
786 Had the Mudaliyar of this Porta, son of the Maha Mudaliyar, who could and should have known best the weight of the contents of this ola presented by him, given a detailed report thereof and urged more strongly for its speedy translation, the report thereof could certainly have been sent sooner to Colombo and Matara, as has more frequently and always taken place in such cases. And regarding the contents of the declarations sent over, the first undersigned Commander trusts that the accompanying one from our Porta servants will sufficiently show how contradictory the contents of the conflicting declarations sent to us are. While he, the Commander, furthermore urgently requests no longer to be confronted with such self-contradictory and mendacious papers from wicked and common subjects, who are easily moved and persuaded by promises and threats to give false testimony. The first-signed Commander requests this, as well on account of his distinguished character as for the trust that has been assigned to him therein, and in order to avoid all unpleasantness that such papers, if more were to appear, would cause both to Your Right Noble Fierce Grand Worships and to the first-signed, and which could still quite easily be gathered and raked together in greater numbers by the so heavily accused Maha Mudaliyar cum suis, who, if he is guilty in this matter, will attempt to make himself appear innocent through the obtaining of false declarations and testimonies, just as such villainous tricks have been practiced multiple times by the Maha Mudaliyar. The first undersigned Commander trusts that everything will develop, become most clearly evident, and be brought to light when the well-known Zandare, as well as the Korale Mudaliyar Alwis and the Mohandiram Mandenaike, are given the opportunity to prove their accusations against the Maha Mudaliyar noted under date of 21 December last and by resolution under date of 9 November of the past year. Which he, the Commander, with respect presumes to be permitted to say, cannot but be consistent with the interests of the Noble Company. With the obligatory feelings of high esteem we have the honor to be, below stood, Right Noble Fierce Grand Worshipful High Commanding Lord, Your Right Noble Fierce Grand Worships' very obedient servants, was signed, P. Sluijsken, J. L. Schede, M. van der Spar, L. Aems, N. B. Martenze, C. F. W. De Ranitz, A. E. de Rij, J. D. De Estandau and P. de Vos. In the margin: Galle, 29 November 1791. Agrees. Hijbrands First Clerk No. 10 787 The Hague To the Noble Worshipful Lords Directors, Authorized Representatives of the Assembly of the Lords Seventeen for Secret Affairs. Noble Worshipful Lords. We have had the honor to receive Your Right Noble Worships' highly esteemed 788 esteemed missive of 28 October 1790, with the secret orders and signals sent alongside it for the return ships that depart from Ceylon after the first of December 1791. As return vessels for this second shipment, we have assigned the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje, but it is still uncertain whether the latter will be able to go, since it was taken in hand somewhat late, and we have therefore written to Galle not to dispatch it if it cannot be dispatched together with the first-mentioned ship at the latest on 3 February next. Herewith we therefore offer to Your Right Noble Worships only the receipt granted by Captain Jan Jansz. Lauridtz, commanding the ship Christophorus Columbus, for the packets with the secret orders and signals that have been delivered to him; but if 't Meeuwtje should now also depart, we shall [illegible] the receipt that by its captain with the 790. 2 Examined Delft GV: DLinde To the Noble Worshipful Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the said Chamber. Noble Worshipful Lords. We have the honor to present herewith to Your Right Noble Worships the duplicate of our letter of 12 November last, the original of which was dispatched with the ship De Draak, which 741 which departed from Galle on the 16th of the said month. Since then, the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje have arrived here safely, the first on 2 December and the latter on the 7th of this month, with which we have had the honor to receive Your Right Noble Worships' highly esteemed missive of 27 October 1790. For the second shipment we have assigned both aforementioned ships, namely Christophorus Columbus for the Chamber of Amsterdam and 't Meeuwtje for the Chamber of Zeeland, but it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to go, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat returns nor the linens that were promised to us by the Coromandel ministers have yet been brought in. As Your Right Noble Worships 742 Examined Elzevier will find the one and the other described more fully in our advices to the Right Noble High Worshipful Lords Seventeen, of which we have the honor to present a copy herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer ourselves. We commend Your Right Noble Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble Worshipful Lords, Your Right Noble Worships' obedient servants, was signed, W. G. van de Graaf, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, D. T. Pretsz and C. van Angelbeek. In the margin: Colombo, 30 January Anno 1792. Agrees. Hijbrands First Clerk
Dutch transcription
786 Htad de Modliaar deezer Porta, zoon van de Mahamodliaar, die best het gewigt der inhoud van deeze door hem aangeboodene ola, konde en moeste weeten, daar van breedvoerig berigt gedaan, en sterker op de spoedige vertaeling van dien aangedrongen, zoude het berigt daar van zeeker spoediger naar Colombo en Ma„ ture kunnen versonden zijn, gelijk in zulk gevallen meerder en altoos heeft plaats gehad en opzigte van den inhoud der overgesonden verklaaringen, vertrouwd den Eerst ondergele kende Commandeur, dat de nevensgaende van onze Porta bediendens genoegsaam zal toonen hoe Contradictoir den inhoud der ons toegesondene elkanderen teegenspreekende ver„ klaaringen zijn. Terwijl hij Commandeur verders instantelijk versoekt niet meer„ geconfronteerd te worden teegens dergelijke zig zelve Contradicteerende en leugenagtige Papieren, van slegte en gemeene subjeclen die ligtelijk door beloftens en drijgementen zig tot het geeven van valsche getuigenisse laaten beweegen en overhaalen. Den eerstgeteeken„ de Commandeur versoekt zulks, zoo wel uit hoofde van zijn aanzienlijk Caaakter„ als om het vertrouwen dat hem daarin is toegedeeld en om alle onaangenaamheeden te ontgaan die diergelijke papieren, zoo, ier meerder voortkwaamen, zoo wel aan uw welEde„ le Gestrenge Groot Achtbaare als he eerstgeteekende. zoude veroorzaaken en welke nog al ligtelijk meerder zoude kunnen te zaamen gezogt en geraapt worden, door den zoo sterk beschuldigde Mahamodli„ aar Cum suis, die zoo hij in deeze schul„ dig is, zal tragten zig voor onschuldig te doen aanmerken, door inwinninge van valsche verklaeringen en getuigenissen, gelijk meermaelen, door den Mahamodhiaar, dier„ gelijke fielte strecken, zijn gepractiseerd geworden. Alles vertrouwd den Eerstondergeteekende Commandeur zal zig ontwikkelen, ten duidelijksten blijken en aan den dag gesteld worden, wanneer den bekende Zandare als meede de Corl Modliaar Alwis en de mohandiram Mandenaike, geleegen„ heid word gegeeven, hunne beschuldigingen teegens den Mahamodliaaa bij aanteeke„ ning in dato 21. xber: Jongstleeden en bij resolutie in dato den 9:' November anno passato te bewijzen. Het welk hij Comman„ ontgaen deua N.:o 11. deur met eerbied vermeend te moogen zij gen, niet dan met belangens der Ed: Maatschappij strookende is. Met de verplichte gevoelens van hoog act ting hebben wij de eere te zijn /:onderstond WelEdele Gestr: Groot Achtb: Hoog Gebr dende Heer Uwel Edele Gestr: Groot Hibb zeer gehoorsaeme Dienaeren. /: was getue„ kend. / P: Sluidken, J: L: schede, m: van„ der Spar; L: Aems, N: B: martt Ze, C: F: W: De Ranitz:, A: E: de Rij J: D: De Estandau en P: de Vos /in margine:/ Gale den 29.:' November Accordeert. Hijbrands Eijneerk 1798. No. 10 787 Aan de Edele Achtbaare Heeren Gravenhage Bewindhebberen Gemagtigde van de vergadering van Heeren Zeventienen tot den sekreete zaaken Edele Achtbaare Heeren. Wij hebben de Eere gehad te ontvangen uwer wel Edele Achtbaare zeer g'Eerde 788 G'Eerde Missive van den 28' On¬ „tober 1790, met de daar nevens gezondene secreete orders en seinen van de retourscheepen die na Primo December 1791 van Ceilon vertrekken. Wij hebben tot retour bodems voor deese tweede bezending aangelegd Christophorus Co¬ de scheepen lumbus en 't Meeúwtje, dog 't is nog onzeeker of 't laaste zal kunnen gaan, wijl 't wat laat onderhanden genoomen is, en wij daarom na Gale aangeschi „ven hebben 't zelve niet afte„ „zenden, zoo 't niet te gelijk met 't eerstgem: schip, uitterlijk den 3' februarij aanstaande kan worden gedepecheerd Hier nevens bieden wij derhalven uwelEdele Agtb: eenelijk aan de recipisse verleend, door den Capitein Jan Jansz: Lauridtz: Commandeeren„ „de 't schip Christophorus Columbos, voor de Paketten met de sekreete Orders en seinen, die aan hem zijn ter hand gesteld: dog indien 't Meeuwtje tans meede mogte vertrekken, zullen we de recipis„ „se die door dies Capitain witze met de 790. 2 Nagezien Delft GV: DLinde Aan de Edele achtbaare Heeren Bewinthebberen van de generaale nederlandsche geoctroij aff „eerde oost indische Compagnie ter gem. kamer Edele Achtbaare Heeren. wij hebben de eene uwel Edele acht„ „baare hier nevens aan tebieden 't du„ plikaat van onsen brief van den 12 November J:o Leeden waar van 't origineel afgezonden is met 't schip de Draak 't welk 741 't welk den 16. van gem: maand van gale vertrokken is zedert zijn alhier behouden g'arriveerd de scheepen Christophorus Columbus en 't Meeuwtje t' eerste op den 2 de„ „sember en het Laaste den 7 deser waar meede wij de eere hebben gehad te ontvangen uwer wel Edele achtbaare zeer g'eerde Missive van den 27: oktober 1790. voor de tweede bezending hebben we aangelegt de bijde voor„ „melte scheepen namentlijk Christophorus Columbus voor de kamer amsterdam en het Meeuwtje voor de kamer ze„ land, dog het is nog onzeeker„ ofte laast gemelte schip zal kunnen gaan niet alleen om dat 't zelve wat laat onders handen genoomen is, maar ook om dat de souratsese retouren, nog de lijwaaten die ons door de korman„ „delsche Ministers zijn toe„ gezegt, nog niet aan„ Zoo als „gebragt, zijn Edele achtbaare uwel voor £ 742 Nagesien Elzevier 't een en ander bre„ „der beschreven zul„ „len vinden bij onze adviesen aan de wel Edele Hoog achtbaare He„ „ren Zeventienen waar van wij de eere hebben een stil hier nevens aantebieden en waar aan wij de vriheijd neemen ons ne„ „drigst te gedraagen Wij beveelen uwel Edele Achtbaere in de beshea„ ming des allerhoogsten en blijven met alle hoogachting /:onderstond:/ Edele Achtbaere Heeren uw wel Edele Achtbaere Gehoorzaeme Dienaeren /:was geteekend:/ W: G: van de Graag M: P: Raket, D: C: von Drieberg, D: T: Pretsz: en C: van Angelbeek /:in margine:/ Kolom„ bo den. 30. Januarij A. o 1792: Akkordeert Hijbrands Eklerk wij
English
795 793 Rotterdam To the Noble and Honorable Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company in the aforementioned Chamber. Noble and Honorable Gentlemen! We have the honor to present herewith to Your Noble Honors the duplicate of our letter of 12 November of last year, the original of which was sent with the Draak, which departed from Gale on the 16th of the said month. 794 Since then, the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje have arrived safely here, the former on 2 December and the latter on 7 December, with which we have had the honor to receive Your Noble Honors' highly esteemed missive of 11 October 1790. We respectfully thank Your Noble Honors for the communication given therein regarding the return ships that have arrived in the ports of the Netherlands. For the second consignment, we have scheduled both aforementioned ships, namely Christophorus Columbus for the Chamber Amsterdam and 't Meeuwtje for the Chamber Zeeland; but it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to go, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat returns nor the textiles promised to us by the Coromandel ministers have been delivered yet, as Your Noble Honors will find more fully described in our advices to the Noble and High Honorable Gentlemen Seventeen, a set of which we have the honor to present herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer. We commend Your Noble Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble and Honorable Gentlemen, Your Noble Honors' obedient servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Drieberg, D. C. Fretz, C. van Angelbeek; in the margin: Colombo, 30 January 1792. Agrees. Wybrands, Chief Clerk. 75 Hoorn To the Noble and Honorable Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company in the aforementioned Chamber. Noble and Honorable Gentlemen! We have the honor to present herewith to Your Noble Honors the duplicate of our letter of 12 November of last year, the original of which was sent with the ship the Draak, which 796 Checked. which departed from Gale on the 16th of the said month. Since then, the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje have arrived safely here, the former on 2 December and the latter on the 7th of this month, both of which we have scheduled for the second consignment, namely Christophorus Columbus for the Chamber Amsterdam and 't Meeuwtje for the Chamber Zeeland; but it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to go, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat returns nor the textiles promised to us by the Coromandel ministers have been delivered yet, as Your Noble Honors will find more fully described in our advices to the Noble and High Honorable Gentlemen Seventeen, a set of which we have the honor to present herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer. We commend Your Noble Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble and Honorable Gentlemen, Your Noble Honors' obedient servants, was signed, W. J. van de Graaff, Mr. P. Raket, D. C. van Drieberg, D. J. Fretz, and C. van Angelbeek; in the margin: Kolombo, 30 January 1792. Agrees. Wybrands. Egbert. G. J. van der Lus. Enkhuijzen To the Noble and Honorable Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company in the aforementioned Chamber. Noble and Honorable Gentlemen! We have the honor to present herewith to Your Noble Honors the duplicate of our letter of 12 November of last year, the original of which was sent with the ship the Draak, which departed from Gale on the 16th of the said month. Since then, the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje have arrived safely here, the former on 2 December and the latter on the 7th of this month, both of which we have scheduled for the second consignment, namely Christophorus Columbus for the Chamber Amsterdam and 't Meeuwtje for the Chamber Zeeland; but it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to go, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat returns nor the textiles promised to us by the Coromandel ministers have been delivered yet, as Your Noble Honors will find more fully described in our advices to the Noble and High Honorable Gentlemen Seventeen, a set of which we have the honor to present herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer. We commend Your Noble Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble and Honorable Gentlemen, Your Noble Honors' obedient servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Drieberg, D. F. Fretz, C. van Angelbeek; in the margin: Kolombo, 30 January 1792. Agrees. Wybrands, Chief Clerk. 798 To the Gentleman. Checked. D. V. Linde. Cape of Good Hope. Joannes Isaak Rhenius, Senior Merchant and Secunde, administering the affairs, alongside the Council there. Valiant, Prudent, Discreet Sirs. With the ship De Draak, which departed from Gale on 16 November past, we have to
Dutch transcription
795 793 Rotterdam Aan de wel Edele Achtb: Heeren Bewindhebberen Van de Generaale Nederlandsche g'aktroij„ eerde oost- Indische kompagnie ter voormel„ de kamer Edele Achtbaere Heeren! Wij hebben de eere uwel Edele agtb: hier„ nevens aantebieden, 't duplicaat van on„ zen brief van den 12 November J=o Leeden waar van 't de Draak, 't welk den 16 van gem: maand van gale vertrkken is. zedert 794. zedert zijn alhier behoúden g'arriveerd de scheepen Christophorus Columbus en 't Meur je 't eerste op den 2. December en 't laat„ ste den 7. december waar meede wij de eere hebben gehad te ontvangen uwer wer Ed: agtb: zeer g'eerde missive van den 11. oktober 1790. Wij bedanken uwel Ed agtb: eerbiedig voor de daar bij gegevene Commucatie wegens de retourscheepen die in de havenen van 't nederland zijn gearriveerd Voor de tweede bezending hebben we aangelegd de bijde voorm: scheepen na„ melijk Christophoous Columbus voor de ka„ mer Amsterdam en 't Meeuwtje voor de kamer Zeeland; dog 't is nog on¬ zeeker, of 't Laatst gem: schip zal kun nen gaan, niet alleen om dat 't zelv wat laat onder handen genoomen is maar ook om dat de sourats che retour hij beveelen uwel Edele agtb: in de bescher„ minge des aller hoogsten en blijven met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele agtb: Weeren. uwel Edele agtb: gehoor„ zame Dienaaren /: was geteekend:/ N: J: van de Graaff M: P: M Raket D: C: van Driberg D: C: fretz:C: van Angelbeek /:inmargine :/ Colom„ bo den 30. Januarij 1792. noch de lijwaaten die ons door de kor„ mandelsche ministers zijn toegezegd og niet aangebragt zijn, zoo als uwel Ed: agtb: 't een en ander breeder beschreeven zullen vinden bij onze adviesen aan de wel Edele Hoog agtb: Heeren Zeventienen, waar van wij de eere hebben een stel hier nevens aantebieden, en waar aan wij de vrijheid neemen ons nee„ drigst te gedraagen. Akkordeerd. noch Hijbrands eClerk 75 Hoorn Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen, van de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost=Jndische kompag„ nie ter voormelde kamer Edele Achtbaere Heeren We hebben de eere uwel Edele Achtb: hier nevens aante beeden 't duplicaat van onzen brief van den 12. ' November J:o leeden, waar van 't origi„ neel afgezonden is met 't schip de Draak, 't welk 796 Nagezien welk den 16. van gemelde maand van Gale vers„ trekken is. zedert zijn alhier behouden gearriveerd de scheepen Christophorus Columbus en 't Meeuwtje, het eerste op den 2. december en het laatste den 7. deezen, die wij bij den voor de tweede be„ zending hebben aangelegd, namelijk Chris„ tophorus Columbus voor de kamer Am„ sterdam en 't Meeuwtje voor de kamer Zeeland dog 't is nog onzeker op het laatsgemelde schip zal kunnen gaan, niet alleen om dat 't zelve wal laat onder handen genoomen is, maar ook om dat de souratsche retouren noch de lijwaaten die ons door de kormandel sche ministers zijn toegezegd, nog niet aan„ gebragt zijn, zoo als uwel Edele Achtb: het een en ander breeder beschreeven zullen vir den bij onze adviesen aan de wel Edele Hoog Achtb: Heeren Zeventhienen, waar van wij de eere hebben een stel hier nevens aante bieden, en waer aan wij de vrijheid neemen ons ne„ drigst te gedraagen. wij beveelen uwel Edele Achtb: in de bescher„ minge des aller hoogsten en blijven met alle hoog achting /:onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren uwel Edele Achbaere Gehoorzaame Dienaeren /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M:r P:s Raket; D: C: van Drieberg, D: J: Fretz: en C: van Angelbeek /:in margine:/. Kolombo den 30. Jann: 1792. Akkordeert Dijbrands Egheert wij G: J: vanderlus Enkhuijzen Aen de wel Edele Achtb: Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nelerlandsche geoktroijeerde oost-Jndische Komp: ter voormelde kamer Edele Achtb: Heeren. We hebben de eere uwel Edele Achtb: hiernevens aantebieden 't duplicaat van onken brief van den 12. ' 9ber: J:o leeds, waar van 't origineel afge„ zouden is met 't schip de Draak, 't welk den 16. van gemelde maand van Gale vertrokken is zedert zijn alhier behouden gearriveerd de schee„ pe Chris topliorus Colembus en 't Meeunt„ je, het eerste op den 2:' xber: en het lantste de 7. deezer, die wij bijde voor de tweede bekending hebben aangelegd, namelyk Christofhorus Columbus voor de Ra„ „men„ mer Amsterdam, en 't Meeuntge voor de Kan mer Zeelond, dog 't is nog onzeker, op het laatst gemelde 'schip zal kunnen gaan, niet alleen om dat 't zelve want laat oud handen genoome is, maar ook om dat de souratsche retours, noch de lijwaaten de ons door de Rormandelsche ministers zijn toegezegd, nog niet aangebragt zijn, zoo als uwel Ed. Achtb: het een en ander breev der beschreeven zulle vinde bij onke advies aan de wel Edele Hoog Achtb: Heeren zerven tienen, waar van wij deeeze hebben een stel hir neevens aan tebieden, en waaraan wij de vrij„ heijd neemg ons nedrigst te gebraegen. wij beveelen uwel Edele Achtbaere in de bescher„ minge det aller hoogsten en blijven met alle hoog achting /:onderstond/ Edele Achtb: Heeren uwelEdele Achtb: gehoorzaeme Die„ naaren /was geteekend/ W. J. van de Graaff M. P: Raket, D: C: v: Driberg, D. F: Fretz. C. van Angelbeek, /:in marginee:/ Nulomb den 30' Januarij 1792. —. Akkordeert Hijbrands Eklerk 798 Aan den heer. Nagezien D V. Linde Kabo de Goede Hoop Joannes Isaak Rhenius opperkoopman en secunde, waarneemende de ma „neanse van zaaken nevens den raad aldaar Manhaften voorzienigen Discreeten. Met 't Schip De Draak het welk Den 16e. Novem¬ „ber passato van Pale vertrokken is, hebben we aan
English
dispatched to Your Honors our letter of the 12th of the mentioned month, the duplicate of which accompanies this one. Since then, by the ships Christophorus Columbus, Zeeland, and 't Meeuwtje, we have duly received Your Honors' esteemed letters of 10 July and 6, 20, and 30 September past. We thank Your Honors for the communication provided regarding the departure of the Governor Van De Graaff, and the arrival and departure of the ships and packet boats that had returned from this Government. Likewise, we thank Your Honors very kindly for the goods sent therewith, and particularly for the substantial relief force of military personnel promptly sent, which important service we shall always be prepared to acknowledge. The frigate De Meermin has not arrived here; the ship Zeeland was dispatched to Batavia on the 18th of this month, but the ships De Erfprins and the Maria Cornelia have not yet appeared. We have designated the ships Christophorus Colombus and 't Meeuwtje as return vessels for the second shipment, the former for Amsterdam and the latter for Zeeland; but since the last-mentioned ship was taken in hand somewhat late, it might happen that it will not go, because we have ordered the servants at Galle not to send it off if it cannot be dispatched at the same time as the first-mentioned ship; and should it be necessary for it to seek Ceylon, although we wish the contrary, so that the distressed ship 't Slot ter Hooge could be helped all the sooner, we shall comply with Your Honors' request as much as possible. We have permitted the Lieutenant on the ship De Doggersbank, Claas Peters, at his request, on account of his sickly condition, to proceed to the Cape of Good Hope with his pay written off, provided that during the voyage he remains without expense to the Company. Furthermore, on this occasion, we send the cinnamon peeler Tallapitti Gabappa, whom we have decided, as a suspicious individual, to banish for some time to Robben Island. For the rest, we refer to the reports of the Galle servants that will be sent to Your Honors on this occasion, from which it will also appear what could be fulfilled of Your Honors' latest requisition. After obedient greetings, we have the honor to be with respect, underneath stood, Valiant, Prudent, Discreet, Your Honors' dutiful friend and servant, was signed, W. J. van de Graaff, M. F. Raket, D. C. van Drieberg, D. J. Giretz, C. van Angelbeek, in the margin, Colombo, 30 January 1792. Agreed. Hybrands, clerk. No. 603 Tuesday, 4 January Anno 1791 Present: The Honorable, Grand Venerable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable Colonel Diederich Carel van Drieberg The Honorable Dissave Diederich Thomas Fretz The First Warehouse Master Johannes Reijntous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, indisposed In compliance with the secret resolution of 12 August past, there was received from Galle an address, inserted below, from the burgher at Matara, Johannes Franchel, containing a declaration under oath regarding that which appears as stated by him in the secret report of the Galle Commander Sluijsken, inserted into the aforesaid secret resolution taken in the Council of Ceylon. To the Honorable, Commanding Sir, P. W. F. A. van Schuler, Merchant and Lieutenant Dissave at Matara, etc. Honorable, Commanding Sir, In fulfillment of the order of the venerable Government of Ceylon, contained in a separate letter of 28 September last, at the requisition of the Honorable, Strict Mr. Christiaan van Angelbeek, Chief Administrator at Colombo, the undersigned declares, offering an oath: 1. That it is not in his power to name or demonstrate any instance where the Dissave Van Angelbeek interfered with his operations, or procured any cattle for him, either directly or indirectly, for the continuation thereof, beyond granting permission to buy them up in the country. 2. To believe that the enclosed declarations of his servants are sufficient and provide adequate proof that he obtained the animals used in the Pallama garden and at the oil mills honestly and properly. 3. That he is of the opinion that those persons who presented themselves as owners of these cattle were possibly not so, but, merely taking advantage of the agitated circumstances at the time, sought perhaps to enrich themselves with the property of their fellow men. 4. To have voluntarily sacrificed the cattle over which a dispute arose, and which were returned, to serve the good intentions of the Honorable, Venerable Commander Sluijsken toward restoring peace and quiet in this Dissavony.
Dutch transcription
aan uwEdelens afgevaardigd onzen brief van den 12. van gem: maand, waar van het duplicaat dezen Verzeld. Zedert hebben we met de Scheepen Christophorus Columbus, Zeeland en 't Mleeuwtje, wel ont¬ „vangen uw Ed: geachte Missives van Den 10:' Julij en 6. 20. en 30. Zeptember passato. Wij bedanken uw Ed: voor de gegeevene Communicatie van 't vertrek van Den Heer Gouverneur van De Graaff, en van de aankomst en 't ver¬ vertrek van de scheepen en paket boots, die van dit Gouvernement waaren geretourneerd. Insgelijks bedanken wij uw Edelens Zeer Vrindelijk voor de daarmeede gezondene goederen en in¬ „zonderheid voor 't spoedig toegezonden aanzien „lijk ontzet van Militairen, welke gewigtige dienst wij altijd bevijd zullen zijn te erkennen Fregat de Meermin is alhier niet aangekomen schip Zeeland is den 18:e dezer naar Bata„ „via gedepecheerd, dog de scheepen De Erfprins en de Maria Cornelia komen nog niet opdagen. Wij hebben de scheepen Christophorus Colombus en 't Meeuwtje aangelegd tot retour bodems voor de tweede bezending, 't eerste voor Amster¬ „dam en 't laatste voor Zeeland, dog vermits 't laatst gemelde schip wat laat onderhanden genoo= „men is zoude 't kunnen gebeuren dat 't zelve niet gaat, wijl weden bedienden te Tale gelast heb„ „ben hetzelve niet aftezenden indien 't niet en zoo 't zelve in de noodzakelijkheid mog„ „te zijn Ceilon opte zoeken, hoewel wij egter 't teegendeel wenschen, op dat 't noodlijdend schip 't slot ter Hooge te spoediger konde geholpen wor„ „den, zullen we zoo veel moogelijk aan uw Ed: verzoek voldoen. en te S 800. te gelijk met het eerst gem: schip kan worden gede „pecheerd. Aan den Luitenand op 't schip De Doggersbank Claas Peters, hebben we op zijn verzoek toegestaan, om mits zijnen ziekelijken toestand, met afge= schreevengagie naar de Caab De Goede Hoop overtegaan, mits blijvende geduurende de rijze buij¬ „ten laste van de Compenie. Nog zenden wij bij deeze geleegendheid den Canneel schil„ „ler Tallapitti Gabappa, dien wij beslooten heb„ „ben als een verdagt subject voor eenigen tijd op 't robben Eiland te relegeeren. - Voor 't overige gedraagen wij ons aan de berigten van de Gaalsche bedienden die bij deeze geleegend„ „heid aan uwEd: zullen worden toegezonden, en waar bij ook blijken zal wat op uw Edelens Jong „sten Eijsch heeft kunnen worden voldaan. wij hebben de eere na gedienstige groete met agting te zijn /:on„ „„derstond:/ Manhaften voor Zieni„ „gen Dissaeeten Uwel Ed: D W: vrind en Dienaaan /:was getee„ kend:/ W: J: van de Graaff M: F: Raket D: C: van Dai„ „berg D: J: Giretz C: van Angelbeek /:in margine:/ Kolombo den 30. Januari 1792. Akkordeerd. Hijbrands wij Eklerk 801 N:o: 603 Dingsdag Den 4=e Jannuarij A=o 1791:— Present Den Wel Edelen Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Iacob Van de Graaff Den E: Hoofd-administrateur M=r Christiaan van Angelbeek Den E. kolonel Diederich Carel van Drieberg Den E. Dessave Diederich Thomas Fretsz: Den Eerste Pakhuijsmeester Iohannes Reijntous Den E. Sekertaris Benedictus Lambertus van Zitter Den E. Negotie Boekhouder Abraham Samlant Den E. Fiskaal M=r Johannes Adrianus Vollenhove. Absent Den E. Zoldij Boekhouder Gerrit Engel Holst indis= =positie Is ter voldoening aan de secreete Resolutie van den 12. Aug=s Pass=o van Gale ontvangen een hier onder g'insereerd Addres van den burger te Mature Po= hannes Franchel, houdende eene verklaaring on„ der Eede Nopens 't geen als door hem opgegeeven voorkomt bij 't geheim rapport van den heer gaalsch Sekreete Resolutie genoomen in Rade van Ceilon. Kommandeur op 802 kommandeur Sluijsken, g'insereerd in de voorsz: secreete resolutie. Den Wel Edelen Gebiedende Heer P: W: F: A: Van Schuler koopman en Luijtenant Zes= save te Mature Etc=a Wel Edele Gebiedende Heer In voldoening van het bevel der gevenedeerde kilonsche regeering, vervat bij aparte brie ve van den 28. 7ber: I=o Leeden ter requisitie van den wel Edelen Gestr: Heer Mr. Christiaan van Angelbeek Hoofd= administrateur te Colombo verklaard de ondergeteekende onder aanbieding van Rab 1. Het niet in zijn vermoogen te hebben eenige Instantie te konnen opgeeven of aantoonen daar de Heer Dessave van Angelbeek zich met zijne ver= rigtingen bemoeid, of hem, tot het voorzetten daar van eenige koebees= ten, het zij direct of indirect, bezorgt heeft, verder als door het verleenen van verloff om die in het land temoogen opkoopen. UE: Te vermeenen, dat de hierbij gevoegde verklaringen zijner Dienaaren genoeg= doende zijn, en voldoende bewijsen op„ leeveren, dat hij eerlijk en behoorlijk aan de Beesten, die in de thuin Pal= laame en bij de olij Moolen gebruijkt zijn gekoomen is. dus III. Dat hij van gevoelen is, dat die Perzoonen eenige u die zig als Eijgenaars van deeser Beesten opgegeven hebben het mogelijk niet waaren, maar alleen geleegen= heid neemende uijt de toenmaalige opvoerige omstandigheeden, zich veel ligt met het goed der Evennaasten zeg„ ten te verrijken IV. De Beesten, waarover questie ontstond, en die terug gegeeven wierden, vrij= willig te hebben opgeofferd om de goede oogmerken van de wel Edele Achtb: Heer Commandeur Sluijsken, tot her= stelling van rust en vreese in deese heeft Des savonie
English
to help support and promote the Dessavonie, concerning which the undersigned takes the liberty to call upon his Honorable Worship's testimony. V. That, besides the animals mentioned in the declaration purchased by his servants, he also bought several draught oxen, the number of which has likewise slipped his mind, from the late Modeljaar of the well-favored pattoe Don Simon Dissanaeke, and a pair that is still in service at the oil mill, about which no dispute has arisen, from a certain Louis Kangaan; these being the only ones that the undersigned can recall having purchased himself. VI. That, if the undersigned has appealed to the testimony of the Honorable Dessave van Angelbeek, this can only be taken and understood in a general sense; and he trusts that His Honorable Severity will indeed do him the justice of testifying to his benefit in every possible respect, and that for two reasons. Firstly, because the undersigned, by virtue of the affection with which the aforementioned Dessave was always pleased to favor him, commonly laid all his activities open before the same and requested his good advice and assistance, whereby His Honorable Severity was always somewhat informed of the subscriber's intentions and undertakings, and Secondly, because never any complaints about the subscriber's conduct, neither in private nor in public, occurred during the administration of the aforementioned Dessave van Angelbeek, whereas the way was nevertheless open for every individual to complain to the commander about injustices inflicted upon them. In the same manner, the undersigned believes himself entitled to appeal to the testimony of all high commanders under whose immediate authority he formerly stood. And trusting with this sincere declaration to have satisfied the intention of the revered Government, he has the honor to call himself with the highest esteem, beneath stood, Honorable Commanding Lord, your Honorable Command's very obedient servant, was signed, Joh: Franchell, in the margin, Mature the 4th of December 1790, beneath stood, Agrees, was signed, I: H: Brechman sworn clerk. And after resumption of this address and of the declaration received alongside it, it was approved and agreed to have a copy of both these documents delivered to the Honorable van Angelbeek. Furthermore, there were received from Gale, alongside the servants' secret letter of the 15th of December last, the papers required of them according to the secret resolution of the 28th of November prior, relating to the recent unrest in the Gale Korle, described more fully in a register received alongside it; and as it appears from these papers that the investigation thereof, assigned by the servants' resolution of the 4th of December current to the junior merchants Martheze and de Lij, is not yet fully completed: It was approved and agreed to await the outcome thereof. Read was a secret letter from the Gale servants of the 16th of December last, whereby, in reply to the secret letter of this Government of the 14th prior, they report: 1. That the address of the Sjanbandaar Modliaar, mentioned in the secret resolution of the 10th of December aforementioned, was directed by him to the junior merchants Martheze and de Lij because he was ordered to submit and present his accusations against the Korl Modliaar and Mandenaike Mohandiram to these merchants, who were commissioned to investigate the matter concerning the uprising in the Gale Korle. 2. That the accusations of the aforementioned Korl Modliaar and Mandenaike against the Sjabandaar Modliaar have not yet been investigated because these accusers demand that, before and prior to their coming forth with the detail of their accusations and the proofs thereof, the aforementioned Sjabandaar Modliaar shall be arrested. And it was approved and agreed to keep this record thereof. However, because the servants, on account of what was written in the aforementioned secret letter of the 14th of December, namely that the Sjanbandaar Modliaar must be specially questioned on the points of accusations that appear in their secret letter of the 1st of the aforementioned month, ask in their aforementioned letter of the 16th of December for instruction whether their resolution of the 9th of November prior to arrest the Sjabandaar Modliaar is approved: It was approved and agreed by majority vote to inform them that the intention of what was written in the aforementioned letter of the 14th of December was not that the Sabandaar Modliaar should be examined on the accusation of the Korl Modliaar and Mandenaijke, but only that he should be heard on what he himself, according to the servants' aforementioned secret letter of the 1st of December, brought before the Commander Sluijsken with respect to the said Korl Modliaar and Mandenaike; with orders therefore to still strictly comply and cause compliance with what was recommended in the aforementioned letter of the 14th of December, and to that end to have a full copy thereof delivered to the junior merchants Martheze and de Lij, in so far as it concerns them
Dutch transcription
803 Dessavonie te helpen ondersteuren en bevorderen, waaromtrent de onderge= teekende de vrijheid neemt zijn wel Ed. Achtb: getuijgenis opteroepen. V. Dat hij nog behalven de bij de verklaar ring vermelde door zijne Dienaaren opgekogte Beesten eenige Jrekossen, welker getal item ontschooten is, van den overleeden Modeljaar van de wel„ lebaelde pattoe Don Simon Dissa= naeke, en een paar dat nog bij de olij Moolen dienst doet, en waar over geene questie ontstaan is, van zeeker Louis kangaan gekogt heeft; zijnde deese de eenigsten die de ondergeteeken„ de zig kan evinneren zelve te hebben ingekogt. VI: Dat, indien de ondergetekende zig of het getuijgenis van den wel Edelen Heer Dessave van Angelbeek beroepen heeft zulks alleen in een algemeen zin, kan genoomen en begreepen werden; en Wij verstoruewt zig te vertrouwen; dat zijn Eerstelijk, wijl de ondergeteekende, uijt hoofde van de geneegenheijd, waarmeede Het welgem: Heer Dessave geliefde hem steeds te begunstigen, gemeenlijk alle zijne verrigtingen voor den selven open leijde en om desselfs goede raad en assistentie verzogt waar door zijn wel Ed: Gestr: altijd van der teekenaars voorneemens en onderneemingen eenigsints onder= rigt wierd, en Ten anderen, wijl 'er nimmer eenige klagten over des teekenaars handelwijze, nog in het particulier, nog in het publi= que, geduurende het bestier van wel gem: Heer Dessave van Angelbeek voorgekoomen zijn daar egter de weg voor ieder Jndividre openstond, om zig over aangedaane onrechtvaardig= heeden, bij den gebieden te be= Wel Ed: Gestr: Hem wel het regt zal willen doen, in alle mogelijke opzigten tot zijnen voordeele te getuijgen, en wel om twee reedenen. weled: rns =klaagen 804 klaagen. In zelver voegen vermeend de onderge= teekende zig op het getuijgenis van alle hooge gebieders, onder welker onmidde„ lijke gezag Hij voormaals stond; temoogen beroepen, En vertrouwende met deese opregte verklaring aan de intentie van de gevenereerde degeering voldaan te= hebben, zoo heeft hij de eer zig met de meeste hoog agting te noemen /:onder„ stond:/ wel Edele gebiedende Heer uwer wel Edele gebiedende Zeer gehoorzaame Dienaar /:was ge= tekent:/ Ioh: Franchell /:in mar= gine:/ Mature den 4. December 1790. /:onderstond:/ Akkordeerd /: was ge= tekent:/ I: H: Brechman g'klerk En is na resumtie van dit addres, en van de daar nevens ontvangene verklaaring, goedgevon¬ den en verstaan, van bijde deeze stukken Copij telaaten afgeeven aan den E. van Angelbrek. Nog zijn van gale, nevens der bedienden se= creeten brief van den 15. December I=o L=r, ont¬ niet vangen de volgens secreete resolutie van den 28. November bevoorens, van hun ge= requireerde papieren, betrekkelijk tot de Jongs= te onlusten in de gale korle, breeder vermeld bij een daarneevens ontvangen register; en wijl het bij deeze papieren blijkt, dat 't onder= zoek derweegens, bij der bedienden resolutie van den 4. xber: p=r C=to opgedraagen aan den onderkooplieden Martheze en de Lij, nog niet ten vollen is afgeloopen: Is goed= gevonden en verstaan, den uitslag daarvan aftewagten. Is geleezen een secreete brief van de gaalsche bedienden van den 16. december S=o L=n, waar bij zij, in antwoord op den secreeten brief deezer degeering van den 14. tevooren, bedigten. 1. Dat 't addres van den sjanbandaar mod liaar, vermelde bij secreete resolutie van den 10: December voormeld, door hem aan de onderkooplieden Martheze en de Lij gerigt is, om dat hij gelast was, zijne be= N69 =schul= mus 805 schuldigingen tegen de korl modliaan „onder Mandenaike mohandiram, aan deeze koop lieden die gecommitteerd waaren om de zaak betrekkelijk den opstand in de gale korle, te onderzoeken, optegeeven en voor tedraagen. 2. Dat de beschuldigingen van voorsz: korl modliaar en Mandenaike tegen den sja= bandaar modliaar nog niet zijn onderzogt om dat deeze beschuldigers begeeren, dat voor en al eer zij met 't detail hunner beschuldigingen, en de bewijzen daar van uitkoomen, gem: Banbandaar modliaar zal worden gearresteerd. En is goedgevonden en verstaan daar van te houden deeze Aanteekening Dan wijl de bedienden, uit hoofde van 't aangeschreevene bij voorsz: Secreete brief van den 14: xber: dat namentlijk de sjan„ bandaar modliaar speciaalijk moet wor„ den ondervraagd op de poincten van be= schuldigingen, die voorkomen bij hunnen secreeten brief van den 1. van gem: maand bij voorsz: kunnen brief van den 16. xber: onderrigting vraagen, of hunne resolutie van den 9. 9ber: te vooren, om den sja= bandaar modliaar te adresteeren, geappro= beerd is: Io bij meerderheid van stemmen goedgevonden en verstaan hun te infor= meeden, dat de intentie van 't aange= schreevene bij voorm: brief van den 14. xber: niet was, dat de sabandaar mod= liaar zoude worden g'examineerd, op de beschuldiging van den kon modt: en man= denaijke, maar alleen dat hij zoude worden gehoord op 't geen hij zelve, volgens der bedienden meerm: secreete brief van den 1. xber:, ten opzigte van gem: korl modt: en Mandenaike, bij den heer Commandeur sluijsken heeft ingebragt; met last derhalven om als nog stiptelijk te voldoen en te doen vol= doen aan t Aanbevoolene bij meerm: brief van den 14. xber:, en ten dien eijnde een volleedig Copij daar van te laaten afgeeven aan de onder= 6 kooplieden Maathede en de Lij, om zo verre k= De hen e
English
as far as it concerns them, to serve for their guidance and to conduct themselves accordingly. Against which the Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter declared that he persisted in his opinion, recorded in the secret resolution of 10 December, namely that the investigation in this matter ought to take place judicially. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, D. C. von Drieberg, D. T. Fretsz, I. Reijntous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. The First Warehouse Master Johannes Reijntus The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Master Johannes Adrianus Vollenhove Absent The Honorable Colonel Diederich Carel von Drieberg The Honorable Disava Diederich Thomas Fretsz The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The first and last sick, and the second in the country. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Sunday, 6 February 1791. Present: The Right Honorable Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Head Administrator Mattheus Petrus Raket The Honorable Matara Disava Master Christiaan van Angelbeek The Tuticorin Chief Mekern reported by secret letter of 29 January last that, although the English Superintendent at Tirunelveli, Mr. Torin, had recommended moderation and fairness to the new maniagars appointed by him in the interest of the Company and its dependents, as the maniagar of Melur had himself made known to him, the Chief, this had nevertheless not been able to bring about that the maniagars completely abandon their habits of seizing every opportunity to increase their revenues, whether lawful or unlawful. That the residents at Manapad had informed by letter of 11 December that the Company's merchants at Manapad had annually paid a paresse of one hundred and twenty-five fanams to the maniagar of Kulasekharapatnam, and that, although the maniagars changed, they nevertheless did not pay this paresse more than once a year; that the merchants had paid this paresse in the month of August to the new maniagar, and that the maniagar appointed shortly thereafter by Mr. Torin had demanded the same paresse, and to enforce this demand had arrested four cannapoles of the merchants at Kulasekharapatnam; that the weavers in the same manner had annually paid to the new maniagar a tjelo of seven or eight fanams; that they, because some of them found themselves in difficulty, had offered in the month of August a paresse of fifteen fanams, but that he had rejected this; that the new maniagar appointed by Mr. Torin demanded a paresse of thirty fanams, and thus four times as much as these people had previously paid; and that the maniagar, to compel the weavers to make this payment, had caused four of them at the bazaar in Santangudi, who were there to buy yarn, to be apprehended and brought under arrest to Kulasekharapatnam; that furthermore the maniagar of Kayalpattinam had demanded a paresse of ten pagodas from one of the Manapad merchants who had his household in Kayalpattinam. That thereupon the residents of Manapad were ordered from Tuticorin that they should try to make such obvious violations against ancient customs comprehensible to the maniagars themselves, and arrange such matters with them directly; but that the said residents had answered that in this case nothing could be done with the maniagars, who maintained that in August the paresse had been paid to the maniagars of the Nawab, but that they now demanded the paresse as maniagars of the English Company, and that Mr. Torin had expressly ordered them to demand this paresse. That, however, since the merchants' cannapoles were released upon their representation that if they were kept under arrest any longer, the merchants would provide themselves with other cannapoles; and since it had also frequently appeared to the servants that the maniagars, when they saw that their demands were not complied with, dropped them of their own accord, he, the Chief, had looked on for some time yet; but upon the further assurance that the maniagars themselves insisted on writing about this matter to Mr. Torin, and that therefore no change was to be expected from them, he, the Chief, by letter of 7 January last had represented to Mr. Torin the unfairness of the maniagars' demands regarding the merchants and weavers, and added thereto several other complaints of lesser importance, which he had withheld until a convenient opportunity. That Mr. Torin had not yet answered this officially, but had only notified by a private letter that after having made proper inquiry into everything, he would give notice of his findings; and that meanwhile the maniagar Putchandi Chetty had retired and been replaced by another, Pandaram Chetty, a much more moderate man, who shortly after his appointment had paid a visit to the first resident at Manapad to settle everything that had occurred, after he had already previously released the arrested weavers, and that regarding the paresse of the merchants, he had declared himself
Dutch transcription
806 hen aangaat, testrekken tot hun narigt en Den Eerste Pakhuijsmeester Iohannes Reijntus zig daar naar terigten: waar en teegen DeE„ Den E. Sekertaris Benedictus Lambertus van Litter vollenhove verklaarde, te blijven persisteeren Den E. Negotie Boekhouder Abraham Samlant bij zijn advies, aangeteekend bij secreete resolutie Den E. Fiskaal M=r Iohannes Adrianus Vollenhove van den 10: xber:, dat namelijk 't onderzoek Absent in deze zaak Justitieel behoord te geschieden Den E. kolonel Diederich Carel von Drieberg Aldus Geresolveerd in het kasteel kolembo Den E: Dessave Diederich Thomas Fretsz: ten dage maand en Jaare voorschreeven Den E. Zoldij Boekhouder Gerrit Engel Holst W. x De eerste en laatste Ziek, en /:was getekent:/ W: I: Van de Graaff, C: de tweede in 't Land. van Angelbeek, D: C: von Drieberg, D: P: Fretsz:, I: Reijntous, B: L: van Zitter, A: Samlant, en J: A: Vollen= hove. Secreete Resolutie genoomen in raade van Ceilon. op Zondag Den 6=e Februarij 1791:— Present Den Wel Edelen groot Achtb: Heer Gouverneuw Willem Jacob van de Graaff„ Den E. Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket Den E. Maturesche Dessave M=r Christiaan van Angelbeek Het Putucorijnsche opperhoofd Mekern heeft bij se= Creete brief van den 29. Iannuarij I=o Leeden berigt, dat hoe wel de Engelsche superin= tendant te Jirnevelli, de heer Pörin, aan de nieuwe door hem aangestelde Mannigaars moderaatie en billijkheid ten belange van de Comp: en haare onderhoorigen had aan= bevolen, zoo als de Manigaar van Meeloer dit aan hem opperhoofd zelve hadde bekend gemaakt, dit egter niet hadde kunnen te weege brengen, om de manigaars geheel te doen afzien van hunne gewoonten, om alle Den ons ge= t 807 geleegenheeden tot vermeerdering van hunne inkomsten, het zij wettig of onwettig, waar teneemen. Dat de residenten te Mannapaar bij brieve van den 11. december hadden kennis gegeeven dat de kooplieden van de Comp: te Man= napaar, Jaarlijks aan den mannigaar van kollesegrepatnam hadden betaald eene pa„ resse van Eenhondert vijf en twintig fa„ nums, en dat, schoon de Mannigaars verwisselden zij egter deeze paresse niet meer dan eenmaal in 't Jaar betaalen; dat de kooplieden deeze paresse in de maand au= gustus aan den nieuwen mannigaar be= taald hadden, en dat de kort daarop door den heer Jörin aangestelde manin„ gaar, dezelve paresse hadt g'eijscht, en om deezen eijscht aantedringen, vier kan„ nekapels van de kooplieden te kollesegne= patnam g'arresteerd; dat de weevers in= zelver voegen Jaarlijks aan den nieuwen mannigaar hadden betaald, een Tjelo van seven of agt fanums, dat zij, om dat eenige van hun zig in moeijelijkheijd bevonden, in de maand augustus een paresse hadden aangebooden van vijftien fanums maar dat hij dit had afgeweezen, dat de nieuwe door de heer Jorin aangestelde manigaar eijschte een paresse van dertig fanums, en dus vier maal zoo veel, dan deeze menschen te vooren betaald hadden; en dat de manigaal om de weevers tot deeze betaaling te noodzaaken, vier van hen op de bazaar te Santangod die, daar te zig bevonden om gaaten te koopen, hadt doen opvatten, en in arrest brengen na kollesegrepatnam, dat voorts de ma= nigaar van kailpatnam van een der man napaarsche kooplieden, die zijn huijs= houding te kailpatnam had, gevorderd had een paresse van thien 2d=s Dat daar op van tutucorijn aan de residenten van Mannapaar gelast is, dat zij zulke Ligtbaare strijdigheeden teegen de oude gebruijken, de manigaals zelven moesten tragten begrijpelijk te maaken, en zulke seven zaaken 00 808 zaaken met hen zelven aavangeeren, maa dat gem: residenten hadden geantwoord dat in dit geval niets te doen was met manniqeraas, die beweesde, dat in augu tus de paresse betaald was aan de ma= nigaals van den Nabab; maar dat zij tans de paresse vorderden als manigaal van de Engelsche Compenie; en dat de heer Porin hen expresselijk belast had, om dees paresse te vorderen Dat wijl egter de kannekapels van de kooplieden op hunne vertooning, dat indien zij langs g'arresteerd wierden gehouden, de kooplieden zij van andere kannekapels zouden voorzien ontslaagen wierden; en wijl 't ook den be= dienden te meermaalen was voorgekoomen dat de manigaaro, wanneer zij Zaagen dat hunne eijsschen niet wierden ingewilligd, dezelve uit eijge beweeging lieten vaaren, hy opperhoofd 't nog eenigen tijd had ingezien maar op de nadere verzeekering, dat de manigaars er zelfs op aandrongen, om over deeze zaak aan den heer Jorin te Schrijven en dat men dus bij hen geene veranderingen te wagten had, hij opperhoofd bij brieve van den 7. Jannuarij J=o Leeden aan den heer Jorin de on= billijkheid van de eijschen der mannigaars omtrent de kooplieden en weevers had voorge= steld, en daar bij gevoegd, nog eenige verschijde andere klagten van minder aanbelang, die hij tot eene bequaame geleegendheid hadde terug gehouden. Dat de heer Porin hier op nog niet ministerieel ge= antwoord, maar alleen bij een particulieren brief kennis gegeeven had, dat hij na op alles be= hoorlijk onderzoek te hebben gedaan, van zijne Bevinding zoude kennis geeven: en dat intusschen de mannigaar Putchandi Sittij afgegaan, en vervangen is door eenen an= dezen pandaren Sittij, een veel gemaagtigder man, die kort na zijne aanstelling een vi= kite bij den eersten resident te Manapaar had afgelegd, om al 't voorgevallene aftedoen, na dat hij de g'arresteerde weevers reeds te vooren ontslaagen had en dat deeze omtrend de par= resse der kooplieden hadde verklaard zig en en
English
809 to keep content, whether they wanted to give him something, yes or no. That also the Manigaar of Meloer, a full month ago, forbade the carpenters who reside within the city of tutucorijn to work, giving as a reason that their tributes had not been paid, and that upon inquiry it was found that the carpenters were indeed still owing a few fanums, for the payment of which the Chief immediately gave orders; but that he had at the same time sent word to the manigaar that whenever the workmen did not pay their tributes promptly, he only needed to let him know, but that it was not fitting for him to issue orders within the Company's jurisdiction, and especially such orders that would serve as the means to place the workmen in the absolute impossibility of paying their tributes. That although the aforementioned arrears of tributes had been paid, and the workmen had continued their labor without hindrance, about 14 days thereafter, most unexpectedly, two carpenters were apprehended within the city by the people of the Mannigaar, brought to meloer, and imprisoned there; and that upon the question of the Chief as to why the Mannigaar, contrary to ancient customs and the Company's privileges, used such violence within the city, the mannigaar had answered that the carpenters had been called one after another several times to work, but that they had not come, and that he would punish them as he saw fit, just as he had actually caused the two arrested carpenters to be severely punished and subsequently put in irons. That this reason given by the Mannigaar was a mere pretext to extort money from these poor people against former customs, since the manigaar, after having kept the two punished carpenters under arrest for about fourteen days longer, released them, now demanding from each another fine of twenty-four fanums because 810. they had not obeyed the order not to work, and that the carpenters, who up to now had paid only a tribute of seven fanums per month, would henceforth pay twenty-five fanums per month, saying that he had the power to demand as much tribute as he saw fit, and that he would have all the remaining workmen apprehended and punished in the same manner as he had done to the other two. That the Chief, by letter of 18 January, had complained to Mr. Torin about this matter and requested redress, to which the latter replied on the 20th following that, without entering into particulars, he had to inform the Chief that the Sircar is not accustomed to consider the parruas or other inhabitants of the city outside the walls of the fort of tutucorijn as being excluded from its authority, even though their tributes have been paid, since, as tributaries of the Nabab, they are at all times subject to all summons of the renters of tutucorijn; that he nevertheless did not wish to justify the conduct of the renter, since he was not currently informed of the reasons he had had for the punishment, but that for the present he spoke only for his right to do so if the occasion required it, with the promise that he would inquire into the reasons of the renter and make the outcome thereof known. That since this letter rejects all the rights of the Company over the inhabitants of tutucorijn, and even over the parruas and consequently over the city itself, in the same manner as was done by the English Commissioners at the restitution of the Company's possessions after the peace in the year 1785, the Chief, by letter of 23 January, had briefly 811 represented to Mr. Torin that the Company, from time immemorial until now, had been in possession of the exercise of government not only over the parruas, but also over all other inhabitants of the city, without any competition from the servants of the Cercar, the tributes alone excepted, with regard to which care was always taken that they were promptly paid, and were even sometimes paid in advance; and that, since by the latest treaty with the Nabab His Highness had confirmed all the privileges of the Company, one was well assured of the good disposition of the English, as friends and allies, and in particular of Mr. Torin, that the Company would be protected therein. That hereupon Mr. Torin answered on 25 January, further asserting that the Nabab has always disputed the government which the Company claims to have over the inhabitants—which, even if it were so, would not prejudice the Company's right—and that the nabab, under the word privileges, certainly could not have understood the power of government. And since in this letter other points also appear, regarding which the Chief is not fully provided with orders, he requests the commands of this government in order to guide himself accordingly in answering the same, especially regarding the exchange of the treaty with the nabab, and regarding the settlement of points over which disputes have arisen for some time; noting, however, that from the letter of Mr. Torin it appears sufficiently that the Nabab will very likely be restored to the government of his lands, and that thus the question now seems to arise whether one shall treat with the English government concerning all these matters, or rather await the restoration of the Nabab. Whereupon, having deliberated, it was considered that the writing of Mr. Torin clearly
Dutch transcription
809 te vreeden te zullen houden, of zij hem wat wi den geeven, Ja dan neen. Dat ook de Manigaar van Meloer, een groote maan geleeden, de timmerlieden, die binnen de stad tutucorijn woonen, liet verbieden om te warken voor reeden geevende, dat hunne tributen niet betaald waaren, en dat hij onderzoek bevonden is, dat de timmerlieden nog werkelijk eenige wijnige fanums schuldig waaren, tot welken betaaling hij opperhoofd aanstonds last had gegeven; dog dat hij teffens aan den manigaa had laaten Leggen, dat wanneer de werklieden hunne tributen niet prompt betaalden, hij dit maar aan hem behoefde te laaten weeten maar dat 't hem niet betaamde, om ondres te geeven binnen 'sComp=s Jurisdictie, en wel zulke ordres, die 't middel zoude weezen, om de waaklieden in de volstrekte onmoo= gelijkheid te brengen, hun tributen te voldoe Dat schoon 't voorsz: agterstal van de tributen betaad was, en de werkslieden hunne arbeid zonder verhindering vervolgd hadden, omtrent 14. daagen daar na, op 't onverwagtst, twee Dat deeze reeden van den Mannigaar een loutere voorwend zal was, om deeze arme menschs teegen de voorige gebruijken geld aftepersen, wijl de manigaar, na de twee gestrafte tim= merlieden nog omtrent veertien daagen ge= arresteerd te hebben gehouden, dezelve heeft ontslaagen, eijsschende van elk nu nog een boete van vier en twintig fanums, om dat timmerlieden, door 't volk van den Man= nigaar binnen de stad opgevat, na melver gebragt en daar in gevangenis gesteld wierden en dat op de vraage van 't opperhoofd, waarom de Mannigaar, teegen de oude gebruijken en 's Comp=s prevelegien zulk geweld binnen de stad gebruijkte; de mannigaar had geant= woord, dat de timmerlieden na den andere verschijde maalen waaren geroepen om te werken, maar dat ze niet waaren gekoomen en dat hij Hen zoude straffen, zoo als hij 't goedvond, gelijk hij ook werkelijk de twee g'arresteerde timmerlieden strengelijk had laaten straffen, en vervolgens in de ketting klinken tim= v s Zi d 810. zij niet hadden gehoorsaamt de ordre om niet te werken, en dat de timmerlieden, de tot nu toe alleen een tribut van zeven fanums 'Sm=e betaald hadden, voortaan zou„ den betaalen vijf en twintig fanums /m=s zeggende, dat hij 't vermoogen had, om zoo veel tribuet te vorderen, als hij goedvind, en dat hij alle de overige werklieden zoude laaten opvatten, en op dezelve wijze straf= fen, zoo als hij de twee anderen gedaan Dat hij opperhoofd bij brieve van den 18: Iann: over dit geval aan den heer Jörin geklaagt en om reparatie verzogt had, waar op deeze den 20. daar aan hadde geantwoord, dat hij zonder te treeden in de parti= Cutariteiten, hem opperhoofd moest infor= meeren, dat lendar niet gewoon is, om de parduas of andere inwoonders van de stad buijten de wallen van 't fort van tutee bryp te konsidereeren als uitgeslooten te zijn van deszelfs authoriteit, schoon hunne tributen ook betaald zijn, vermits zij als tributa= rissen van den Nabab, ten allen tijde onderworpen zijn aan alle beroepingen van de pagters van tutucorijn, dat hij egter niet wilde Justificeeren 't gedrag van den pagter, vermits hij tans niet onderdigt was van de redenen, die hij voor de bestraffing had gehad, maar dat hij eenlijk voor 't teegenwoordige sprak voor zijn regt, om zoo te doen, indien de geleegenheid 't vorderde, met belofte dat hij zig zoude informeeren na de redenen van den pagter, en den uitslag daar van bekend maaken. Dat daar deeze brief alle de regten van de Comp: over de inwoonders van tutucorijn, en zelfs over de pasruas en gevolgelijk over de stad zelve, verwerpt, op dezelve wijze als dit ge= schied is door de Engelsche Commissarisse bij de restituutsie van sComp=s bezittingen na den vreede in 't Jaar 1785. , hij opperhoofd bij brieve van den 23 Iannuarij den heer Torin ok o D kortelijk had. 811 kortelijk had voorgehouden, dat de Comp: zedert onheugelijke tijden, tot nu toe was in de pos= sessie van de oeffening van 't gouvernement niet alleen over de partuas, maar ook over alle andere inwoonders van de stad, zonder eenige Concurrentie met de bedienden van den Cercar, de tributen alleen uitgezonderd, waar omtrent men altoos zorg droeg dat ze prompt betaald wierden, en zelfs som= tijds bij voorraad betaald waaren, en dat, daar bij het laatste tractaat met den Nabab zijn Hoogheid alle de privelagien van de Comp: had bevestigd, men wel verzeekerd was van de goede dispositie van de Engel= schen, als vrienden en bondgenooten, en in 't bijzonder van den heer Toren, dat de Comp: daar in zoude worden beschermd. Dat hier op de heer Jorin den 25 Jannuarij heeft geantwoord, en nader beweerd dat de Nabab 't gouvernement, 't geen de Comp: beweerd over de ingezeetenen te hebben, altijd heeft tegen gesprooken, 't geen indien, 't zoo Waare, 'sComp.:s regt niet benadeelen zoude, en dat de nabab onder 't woord privilegien zekerlijk niet kan verstaan hebben de magt van 't gouvernement. En vermits bij deezen brief ook andere poincten voorkoomen, waaromtrent hij opperhoofd niet volleedig voorzien is van ordere, zoo verzoekt hij de beveelen dezer regeeding, om zig in 't beantwoorden derzelve daar na terigten, specialijk omtrent de uit= wisseling van 't tractaat met den nabab, en omtrent 't regelen van punten, waar over Ze= deat eenigen tijd verschil is ontstaan, met aanmerking egter, dat 't bij den brief van den heer Jorin genoegzaam blijkt, dat de Na= bab zeer waarschijnlijk in de regeering zij= ner landen zal hersteld worden, en dat dus tans de vraage schijnt te ontstaan, of me„ over alle deeze zaaken met de engelsche re= geeding handelen, dan wel de herstelling van den Nabab afwagten Zal. Waar over gedelibereerd zijnde, is uit aanmerking dat 't schrijven van den heer Jorin duij= waare e =delijk
English
clearly shows that if one were to engage with him concerning the nature of the Company's rights and privileges regarding the questions that form the subject of his letter, one would thereby become entangled in insurmountable differences, it has been resolved and decided to instruct the Honorable Chief Mekern to keep out of it, as far as it can in any way be avoided, and if the answer which Mr. Torin has promised him, after he shall have investigated the particulars of the matters about which His Honor has complained, should not be satisfactory, or if His Honor finds it necessary to reply to him further in order not to appear to acquiesce in his way of thinking, to demonstrate simply to him that the Company has from time immemorial been in possession and in the actual exercise of the rights and customs at issue here, and of which infringements redress is demanded, adding, in so far as His Honor thinks it necessary, that His Honor will give notice of everything to this Government and await further orders. And in case these questions might sometimes run so high that it became strictly necessary to write about them without delay to Madras, especially to prevent thereby that from too long a silence any unfavorable inferences might be drawn against the Company, it has been resolved and decided to order the Honorable Chief Mekern to draw up and send hither a Memorial of what ought to be represented to the Government of Madras for the present, in case the actions of Mr. Torin continue to be such that it is necessary to address Madras on the subject, provided that for the present nothing else is treated therein than solely those points in which one finds oneself aggrieved, and concerning these and other matters of that nature, regarding which the former agreements are not too clear, and in the latest treaty of the Nabob must indeed be considered to be included in the general confirmation of the Company's rights and privileges, though nevertheless not positively expressed therein, mainly to make use of the right of possession, in which one has been for such a long time. The aforementioned Honorable Mekern having reported by his said letter that Mr. Torin had written that the final decision of the Government of Madras regarding the pearl fishery would likely remain on the way for some days yet, but that since he was informed that their intention was to hold the fishery this year, he would wish that His Honor inform this Government thereof and at the same time make the necessary preparations; His Honor therefore requesting further orders how to act if Mr. Torin would not consent to a stipulation that the rent should not run lower than about the amount of the pearl fishery held last. It has after deliberation been resolved and decided to postpone the decision on this question until one shall be informed of the answer of the Government of Madras to Mr. Torin, and in the meantime to send to Tuticorin the goods requested by the servants in their collective letter of 29 January last for the holding of a pearl fishery. Furthermore it has been resolved and decided to detain the ship Voorschoten for some days yet, in order to be able to communicate to Their High Mightinesses the answer which is daily expected from the Court of Kandy to the letter sent to the same on 31 January last. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van Angelbeek, J. Reijntous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon on Wednesday the 2nd of March Anno 1791. Present: The Right Honorable and Highly Esteemed Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket The Honorable Colonel Diederick Carel von Drieberg The Honorable Dissave Diederich Thomas Fretz The Honorable Dissave of Mature Christiaan van Angelbeek The First Warehouse Keeper Johannes Reijntous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst, on account of illness. Read a received letter from the Government of Madras of 29 January last, whereby the same, communicating that His Highness the Nabob of the Carnatic had informed Their Honors that some differences had arisen between him and the deputies on behalf of the Dutch East India Company regarding the share in the pearl and chank fisheries, requests that there be sent to Their Honors copies of the proofs upon which the Company's right to the said fisheries, as also to certain exclusions and privileges in the trade in the Tinnevelly district, are founded, in order thereby to be enabled to form an accurate idea, being very desirous to render Their Honors good services, to the end of settling these differences in an equitable manner for both parties. Which having been deliberated upon, and it being taken into consideration that there are very many reasons to suspect that this letter was written with very far-reaching prospects that are not too favorable for the interests of the Company, it has been resolved and decided to reply simply to the aforesaid letter that this Government does not understand what sort of differences over the pearl
Dutch transcription
812 delijk aantoond, dat zoo men zig met hem inliet over de natuur van 'sComp=s regten en voorregten, nopens de questien die 't onder„ werp van zijn brief uitmaaken, men zig daar door zoude inwikkelen en ondoor= koomelijke verschillen, goedgevonden en ve staan, 't E. opperhoofd Mekern aanteschrij„ ven om zig daar buijten te houden, zoo verre 't eenigsints te ontwijken is, en om zoo 't andwoord, dat de heer Jorin hem heeft toe= gezegd, na dat hij de specialiteiten der dinge„ waar over zijn E. geklaagd heeft, zoude heb„ ben onderzogt, niet mogte voldoende zijn of dat zijn E. vind hem nader te moeten antwoorden, om niet te schijnen in zijne wijze van denken te berusten, aan hem eenvoudig te vertoonen, dat de Comp: zedert onheugelijke tijden is in 't bezit in de dadelijke oeffening der regten en gebruijken waar op 't in deezen aankomt, en of welker inbreuken men herstel vraagt, met bijvoeging, in zoo verre zijn E. 't nodig denh dat, dat zijn E: van alles aan deeze de= geeding zal kennis geeven en nadere orders afwagten. En of deeze questien zomtijds zoo verre mogten boo„ pen, dat 't volstrekt nodig wierd, om daar over zonder uitstel na Madras te schrijven inzonderheid om daar door te voorkoomen, dat uit een te lang stilswijgen, geene onguns„ tige gevolgen teegens de Comp: wierden af= gelegt, is goedgevonden en verstaan 't E. op= perhoofd Mekern aantebeveelen, om op te maaken en herwaards te zenden eene Me morie, van 't geene aan 't gouvernement van Madras voor 't teegenswoordige zoude behooren teworden vertoond, ingevalle de handelingen van den heer Forin bij voort duuring zodanig zijn, dat 't nodig is dat men zig daar over na Madras addres= seerd mits dat voor eerst daar bij niets an= ders verhandeld word, dan alleen die poincten waar in men zig verongelijk vind, en omtrent deeze en andere dingen van dien aand, waar omtrent de vroegere dat over¬ 853 overeenkomsten niet alteduijdelijk zijn, en bij 't Jongste tractaat van den Nabab, wel moeten geagt worden te zijn begreepen in de algemen bevestiging van 'skomp=s regten en voorregten dog nogtans daar bij niet stellig zijn uitgedruk hoofd zakelijk zig te bedienden van 't degt van possessie, waar in men zedert zoo een geruijmen tijd is Door voorm: E: Mekean bij gem: zijn brief berigt zijnde, dat de heer Torin had geschreeven dat de finaale disposietsie van 't gouver= nement van Madras weegens de paarl= visscherij, ligtelijk nog eenige daagen onder weg zoude blijven, maar dat vermits hij ge= informeerd was, dat derzelver intentie was om de visscherij in dit Jaar te houden, hij zoude wenschen dat zijn E. daar van aan deeze regeering kennis gaf, en tegelijk de noodige toebruijdselen maakte; verzoekende zijn E. mits dien nadere order hoedanig te handelen, indien de heer Foren niet wilde bewilligen in eene vaststelling, dat de pagt niet laager zoude loopen, dan om„ tent 't bedraagen van de Jongst gehoudene paarl visscherij. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan de dispositie op deeze vraag uit testellen, tot dat men zal zijn onderrigt van 't antwoord van 't gouvernement van Ma= dras aan den heer Torin, en intusschen na Titukorijn te zenden de goederen, door de bedienden bij hunne gemeene brief van den 29. Iannuarij I=o Leeden, tot 't houden van eene paarlvisscherij gevraagd. Voorts is goedgevonden en verstaan om 't schip voorschooten nog eenige dragen aantehouden om aan hunne hoog Edelh: daar meede te kunnen bedeelen het antwoord, dat dagelijks van 't hoff van kandia word verwagt op den brief, die den 31. Iannuarij I=o Leeden aan 't zelve is afgezonden. Aldus geresolveerd in het kasteel kolombo ten dage maand en Iaare voorsch: /:Was ge= tekent:/ W: I: van de Graaff, M: S: Raket, C: van Angelbeek, P: Reijntous, B: L: van Zitter, A: Samlant, en I: A: vollenhove, trent Sekreete i 814 Sekreete Resolutie genoomen in raade van Ceilon op Woensdag Den 2=e Maart Ao 1791 Present Den wel Edelen groot Achtb: Heer gouverneur Willem Ai= cob van de Graaff Den E. Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket Den E: kolonel Diederick Carel von Drieberg Den E. Dessave Diederich Thomas Fretsz: Den E. Dessave van Mature Christiaan van Angelbeek Den Eerste Pakhuismeester Iohannes Reijntous Den E. Sekertaris Benedictus Lambertus van Letter Den E. Negotie Boekhouder Abraham Samlant Den E. Fiskaal Ihannes Adrianus vollenhove Absent Den E. Zoldij Boekhouder Gerrit Engel Holst, mits ziekte. Is geleezen een ontvangene brief van 't gou= vernement van Madras van den 29. Iann: I=o Leeden, waar bij 't zelve onder Communi= catie dat zijn Hoogheid, den Nabab van karnatika, aan hun Edelens hadde te kennen gegeeven dat er eenige verschillen tusschen hem en de gecommitteerdens van wegens de Hollandsche oost indische Comp: ontstaan waaren, omtrent 't deel in de paarl en Chan„ Cos visscherijen, verzoekt, aan hun Edelens toetezenden Copijen van de bewijzen, waar op 'sComp=s regt op gem: visscherijen, zoomeede of zeekere uijtsluijtingen en voorregten in den handel in 't firnewellisch bandschap, gevestigd zijn, om daar door in staat ge= steld te worden een Juiste Idie te formeeren, als zeer begeedig zijnde om hun Edelens goede diensten te bewijzen, ten einde deeze ver= schillen, op een regtvaardige wijze voor beide de partijen, aftedoen. Waar over gedelibereerd en in agting genoomen zijnde dat er zeer veele reedenen zijn om te vermoeden dat deeze brief geschreeven is met heele verde gaande en voor de belangens van de Comp: niet al te gunstige uitzigten. Is goed= gevonden en verstaan, op voorsz: brief een= voudig te antwoorden, dat deeze regeering niet begrijpt, wat voor verschillen over de ge= de paarl=
English
pearl fishery and chank diving it could be, about which His Highness the Nabob of the Carnatic had addressed Their Honors, since those articles were regulated in the latest treaty with the Nabob; and that as regards the Company's exclusive right to the linen trade, which Her Honor possesses by virtue of earlier agreements with the ancient country rulers, and of which she has been in undisturbed possession since time immemorial, this right of the Company was acknowledged and confirmed in the aforesaid treaty in the fullest and most extensive sense, so that no further disputes could exist concerning that either. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. P. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, D. T. Fretsz, C. van Angelbeek, I. Reijntous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and I. A. Vollenhove. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon by circular vote. Monday, the 7th of March, Anno 1791. Present: The Honorable, highly Esteemed Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket The Honorable Colonel Diederick Carel von Drieberg The Honorable Dessave of Mature Christiaan van Angelbeek The First Warehouse Master Johannes Reijntous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretsz The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst The Chief of Tuticorin, the Honorable Mekern, having reported by secret letter of the 25th of February last that Mr. Torin, in his letter of the 23rd prior, had requested a decisive determination concerning the pearl fishery, adding that if the fishery was not immediately announced, he absolved himself from this moment on from the loss that the public in general would suffer: it is, after deliberation, and in order not to have too great disputes over this subject, approved and agreed to qualify the aforementioned Honorable Mekern, in case Mr. Torin can absolutely not be persuaded to postpone the fishery for another year, to then consent to the holding thereof, and to make such arrangements with Mr. Torin regarding it as His Honor shall deem necessary. Thus resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, C. van Angelbeek, I. Reijntous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and I. A. Vollenhove. Secret Resolution taken in the Council of Ceylon. Tuesday, the 8th of March, Anno 1791. Present: The Honorable, highly Esteemed Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator Mattheus Petrus Raket The Honorable Colonel Diederich Carel von Drieberg The Honorable Dessave of Mature Christiaan van Angelbeek The First Warehouse Master Johannes Reijntous The Honorable Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper Abraham Samlant Absent: The Honorable Dessave Diederich Thomas Fretsz The Honorable Pay Bookkeeper Gerrit Engel Holst and The Honorable Fiscal Johannes Adrianus Vollenhove The first two ill, and the latter at the meeting of the Ward Masters. Read and approved the letter which, pursuant to the resolution of the 2nd of this month, was drafted to be dispatched to the Government of Madras; whereof it was agreed to keep this note. The Chief of Tuticorin, the Honorable Mekern, having reported by secret letter of the 8th of February last that the Superintendent Torin had requested him in a rather haughty tone for an order to the residents at Manapaar in order to allow such linens as he wished to send to pass unhindered; that His Honor had thereupon requested of Mr. Torin a specification of the quantity and the sorts that he wished to transport, and had thereupon received the answer from him that he did not know the quantity, and that he also did not believe that knowledge thereof was necessary; that His Honor had thereupon pointed out to Mr. Torin that granting an order without any reservation that he could export as much linen as he wished without undergoing the customary inspection would be equivalent to relinquishing the Company's exclusive trade, but since he said that there was great haste in the shipment, he, the Chief, had at the same time requested him to submit his linens to the customary inspection, under the promise of ordering that the inspection should take place with extraordinary decency and in a manner that would not hinder the shipment, being the readiest means to satisfy his desire without prejudice to the Company's privilege, just as His Honor had accordingly also immediately prescribed to the resident at Manapaar not to have the inspection carried out strictly this time, and thus more as proof that one is entitled to this inspection than to discover whether there were actually linens among them that are reserved for the Company. That Mr. Torin had answered that in a matter that concerned himself he could not so dispute
Dutch transcription
815 paarlvisscherij en sjankos duijkerij het zoude kunnen zijn, waar over zijn Hoogheid, de Nabab van karnatika, zig, aan hun Ed=e heeft Maandag Den 7. Maart A=o 1791:— geaddresseert, wijl bij de die artikelen bij 't Jongs„ Present te tractaat met den Nabab zijn gereguleerd, Den Wel Edelen groot Achtb: Heer gouverneur Willem Pa= en dat wat aangaat sComp:s excluseef regt in cob van de Graaff den lijnwart handel, het geen haar Edele Den E. Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket bezit uit hoofde van vroegere overeenkoms Den E. kobonel Diederick Carel von Drieberg ten met de oude bandvorsten, en waar van Den E. Dessave van Mature Christiaan van Angelbeek ze zedert onheugelijke tijden is in de onge= Den Eerste Pakhuijsmeester Iohannes Reijntous stoorde possessie, dit regt van de Comp: bij 't Den E. Sekertaris Benedictus Lambertus van Litter voorsz: tractaat in den volsten en meest Den E. Negotie Boekhouder Abraham Samlant uitgestrekten zin is erkenden bevestigd, zoo Den E. Friskaal Iohannes Adrianus vollenhove dat ook daar over geene verdere verschillen Absent kunnen zijn. Den E. Dessave Diederich Thomas Fretsz Aldus geresolveerd in het kasteel kolom Den P. Zoldij Boekhouder Gerrit Engel Wolst bo ten dage maand en Jaare voorsch: Door 't opperhoofd van Putukorijn DeE: Mekern /:Was getekent:/ W: P: van de Graaff, bij secreete brief van den 25. februarij J=o Ln M: P: Rakel, D: C: von Drieberg, berigt zijnde, dat de heer Torin, bij zijn brief D: F: Fretsz:, C: van Angelbeek, I: van den 23. tevooren, had gevraagd eene de= Reijntous, B: L: van Litter, A: cisieve diterminatie over de paaalvisscherij, Samlant, en I: A: vollenhove. sekreete Resolutie genooemen in raade van Ceilon bij kondvraage sekreete mm met uu op 816 met bijvoeging, dat inder de visschij bijwezing, dat indien de visscherij niet in= mediatelijk wierd bekend gemaakt, hij zig van dit oogenblik af ontsloeg van het ver„ Dingsdag Den 8: Maart A=o 1791:— lies, 't geen het publiek in 't generaal Prezent zoude lijden: js na deliberatie, en om ovr den wel Edelen Groot Achtb: Heer gouverneur Willem Pa= dit onderwerp geene altegroote verschillen cob van de Graaff zen E. Hoofdadministrateur Mattheus Petrus Raket te hebben, goedgevonden en verstaan, Den E. kolonel Liederich Carel von Drieberg gem: E. Mekern te qualificeeren, om indien Den E. Matureesche Dessave Christiaan van Angelbeek de heer Jorin volstrekt niet te beweegen is, om de visscherij nog een Jaar uittestellen, Den Eerste Pakhuijsmeester Iohannes Reijntous Den E. Sekertaris Benedictus Lambertus van Zetter als dan, in het houden derzelve temoog Den E. Negotie Boekhouder Abraham Samland bewilligen, en daar omtrent met den heer Absent Jorin zodanige schikkingen te maaken Den E: Dessave Diederich Thomas Fretsz: als zijn E. nodig zal vinden. Den E. Zoldij Boekhouder Gerrit Engel Holst en Aldus Geresolveerd in het kas= Den E. Feskaal Iohannes Adrianus Vollenhove De twee eersten ziek, en de teel kolombo ten dage maand laatste in de vergadering en Iaare voorsch: /:was getekent:/ W: van Wijkmeesteren. I: van de Graaff, M: P: Raket, D: Is geleezen en geapprobeerd de brief, die inge= C: von Drieberg, C: van Angelbeek, volge besluijt van den 2. deezer geconsi= P: Reintous, B: L: van Litter, A: pieerd is, om aan 't gouvernement van Samlant en I: A: vollenhove. Sekreete Resolutie genoomen in raade van Ceilon. Seckreete m Aadras op 817 Madras teworden afgezonden; waar van verstaan is deeze aanteekening te houden. Door 't opperhoofd van Pieterkerijn DeE: Me kern, bij secreete brief van den 8. februari I=o Leeden berigt zijnde, dat de supperin= tendant Jorin hem op een vrij hoogen toon had verzogt, om een ordre op de re sidenten te Mannapaar, ten einde on„ verhinderd te laaten passeeren zodanige lijnwaaten als hij verzenden wilde; dat zijn E. daar op van den heer Jorin had gevraagd een opgave van de quantiteijd de Zoorten, die hij wilde vervoeren, en daar op van hem tot antwoord bekom dat hij de quantiteijt niet wist, en dat hij ook niet geloofde dat de kennis daar van noodzaakelijk was; dat zijn E. hier op den heer Jorin had doen opmerken, dat het verleenen van een ordre Zonder eenige reservatie, dat hij konde uitvoeren zoo veel lijnwaat, als hij wilde, zonder de gewoone visilaatsie te ondergaan, even zoo veel zoude weezen als aftestaan van 's Comp=s exclusieven handel, maar dat ver= mits hij zijde, dat er bij de verzending grooten haast was, hij opperhoofd hem tefffens had verzogt, dat hij zijne lijwaaten wilde onderwerpen aan de gewoone vi= sitaatie, onder toezegging van onder te zullen stellen, dat de visitaatie zoude geschieden met een buijten gewoone de= centsie, en op een wijze, die de afscheep niet. zoude verhinderen, als zijnde het gereedste middel om aan zijn verlangen te voldoen zonder benadeeling van 'sComp=s previlegie zoo als zijn E. mits dien ook de residente te Manapaar daadelijk had voorgeschreeven om dit maal de visitaatsie niet nauw= keurig te laaten geschieden, en dus meer tot een bewijs dat men tot deeze visitaat= sie geregtigd is, als om te ontdekken of er ook werkelijk lijnwaaten onder waaren die voor de Comp: gereserveerd zijn . Dat de heer Forin had geantwoord, dat in een zaak, die hem zelfs aanging, niet konde zoo nw twisten a