Inventory 3925
Ceylon · 741 pages · 188 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
. . . . 272 2384 273 This report, with the accompanying annexes, we now have the honor to send to Your Right Noblenesses. The copies of the requisitions for the timber varieties growing in the Colombo Disavony, the list of which is among the annexes, are also sent on this occasion. The Galle officials have also been ordered to send on this occasion the samples of serviceable timber varieties found in the Galle Korale and the Matara Disavony. Those from the other stations have not yet arrived, and will be sent with the next shipment. spent on the war, to draw up a statement in order to ascertain from it whether any reduction in this item might also be brought about. We hope with Your Right Noblenesses that it will not remain merely on paper, but that this order will contribute to an actual reduction, and we shall meanwhile await the report to be compiled on the subject. 5306. Under the item of purchased goods, your reflection having fallen upon timber purchased in Ceylon, we can very well agree with this observation of yours; and since we see that the Ministers in their letter to Your Right Noblenesses of 26 January 1789 reported having sent a list of the timber varieties growing in Ceylon, could we not rightly have expected that they would also have sent a copy of it here? This not having happened, we desire that the same be sent to us after all. 5307. Under this same heading, it appears very strange to us from the Ministers' advices that at this establishment, as at others, in a time when the Company's finances are so constrained, resolutions are taken to purchase some carriages, and that among them is also found a coach, on the grounds that, according to the resolution of 16 June 1788, they were not provided with the necessary number of carriages, and especially to be able to use the same on the occasion of the presence of the Kandyan Ambassadors; the Ministers also having proceeded, according to the resolution of 18 February 1788, to the purchase of a four-wheeled charette and a four-wheeled chaise. Your Right Noblenesses should point out to the Ministers in this regard that these purchases do not at all correspond with those principles of economy which they continually profess to follow so scrupulously, and without which it is certain that the Company cannot continue to exist; that on this account these purchases displease us, and that we hope no longer to be offended by such actions. 276 2386 277 According to the note in our resolution of 6 December last, the Company shall henceforth have no other stable expenses than the ordinary maintenance of 20 horses, the salaries of the ordinary coachmen, of a saddler, and of a farrier. With the rest of the overhead, such as the maintenance of the carriages, horse harness, saddles, etc., the undersigned Governor has charged himself, beginning with the end of February next. 5308. With relation to the purchases of equipment goods in particular, we cannot fail to observe that we have seen with great displeasure from the Ceylon resolution of 19 April 1787 that the Master of Equipment Andringa is authorized to purchase various equipment goods from private individuals, for some of which again an advance of 25 per cent was granted in the same resolution; seeing not the slightest reason why this advance, amounting to no less than 507 ducatoons or 1673 florins 12 stivers in Dutch currency, had to be granted to the said Master of Equipment, we desire that the same shall be refunded by him to the Company. 278 2387 279 The advances of 7.5 per cent paid on some goods were paid to the suppliers thereof over and above the purchase cost, for which they declared to have ceded these goods to the Company. In our humble reply to the extract of Your Right Honorable Highly Esteemed letter of 4 December 1788, paragraph 205, already cited above under 5280, this purchase made pursuant to the resolution of 19 April 1787 was discussed in detail, and among other things it was pointed out that these goods, in the absence thereof with the Company, had been provided by the Master of Equipment Andringa from his own privately purchased stock in order to meet the requisitions of the outstations, and that, being unable to return the same to him in kind, we were obliged to have him paid for them from the treasury. It was furthermore pointed out therein that the said Master of Equipment Andringa declared under offer of oath and avowal of being ready to take it at any time if it should be required, that after deducting all that must be charged according to a merchant's account against the equipment goods delivered by him to the Company, as shown item by item in our aforesaid humble reply, he actually suffered a loss. However much we may venture to think that Your Right Honorables will be satisfied with this solemn declaration made by Captain Andringa, we have nevertheless ordered him to pay the aforementioned 507 ducatoons or 1673 florins 12 stivers provisionally and pending Your Right Honorables' further orders into the Company's treasury, which we shall have entered in the trade books under a separate account.
Dutch transcription
. . . . 272 2384 273 Dit bericht met de daartoe gehoorende bijlaagen hebben men de eere tans aan uw: E De kopijen der Eijsten van de zoorten der die in de kolombosche Dessavonieval„ De monsters der bauckbaare houtwerken welke vallen in de galekorl en de Ma„ de tenesche Dissavonie, zijn de gaalsche bediendens gelast ook ter deezer gelee„ gentheid te zenden. van de overige kan„ tooren zijn ze nog niet ingekoomen, en zullen gezonden worden met de aan„ staande eerste bezending. hierneevens, en worden ook ter deezer den oorlog besteed op te maaken om daar uit nategaan of ook eenige ver„ „mindering in dit gaat. artikel is te weeg te brengen dan wij hoopen met uE: dat het niet alleen bij schriftin „ren zal blijven, maar dat die or„ der tot eene reëële Hoog Edelheeden tezenden vermindering zal meede werken zúl „lende wij intus„ „schen het daar om „trend te formeeren berigt te gemoet zien. 5306. Onder het artikel van houtwerken die op Ceilon vallen, gaan ingekogte goederen geleegendheid gezonden, de monsters van door UE: reflexie de bruikbaare zoorten van houtwerken, „len, waar van de lijst onder de bijlaagen zijnde gevallen op op Ceilon inge„ kogte Houtwer„ ken kunnen wij ons bij deeze uwe aanmerking zeer wel voegen en daar wij zien dat de Ministers bij haaren brief aan uE: van den 26: Ja„ „nuarij 1789. een lijst van de op Ceijlon vallende houtwerken berigt hebben 2 27:4 2. 385 275 hebben overgezonden, zouden wij niet regt hebben kunnen ver„ „wagten dat zij ook daar van een Copij herwaards zouden gezonden hebben dan zulks niet geschied zijnde ver¬ „langen wij dat de„ „zelve ons als noch werde toegezonden. 5307. Het komt ons on„ „der dit zelfde hoofd, „deel uijt der Minis„ „teren adviesen zeer vreemd voor dat men op dit Etablissement even als op andere in een tijd dat 't zoo be„ „krompen met Comp: finantien is ge„ „steld besluiten neemt tot het inkoopen van eeni¬ „ge rijtuigen en dat daar onder ook gevonden word een koets om reeden dat men /: blijkens Re„ „solutie van 16: Ju„ „nij 1788: / van het nodig getal rijtui„ „gen niet voorzien was, en bij zonder om de zelve bij geleegenheid even van 276 2386 277 van den 6: xber ztede zal de komp: voortaan geene andere kosten van de stal hebben dan het gewoone onderhoud voor 20: paarden, in koopen zeer de appointementen van de gewoone koelsiers„ van een zadelmaker en een hoofsmit. Met houd der rijtuigen paarde tuigen za„ dels etc:a heeft zig den ondergeteekenden gouverneur gechargeerd te beginnen met ult:o februarij aanstaande van het aanweezen der Candiasche Ge„ „zanten kunnen gebruijken zijnde ook de Ministers 1: volgens resolutie van 18: Februarij 1788:/ over gegaan tot den inkoop van een Charet met vier wielen en van een Chais met vier wie„ „len —. UE: zullen de Ministers hier om„ „trend dienen onder 't oog te brengen dat deeze inkoopen geen„ „zints overeenkoomen met die principes van bezuijniging, welke zij gestaadig voor „geeven zoo naaua„ „keurig te volgen en zonder welken het zeeker is dat de Maatschappij niet zal kunnen blijven staan dat ons uit dat wij hoopen door diergelijke hande„ „lingen niet meer te worden ontstigt. 5308. Met relatie tot de volgens het aangeteekende teronzer resol: dien hoofde deezen de rest van den omslag als is het onder„ mishaagen en met inkoopen 278 2387 279 De advancen van 7½ p:r C:o die op zommige goederen zijn betaald, zijn aan de leve„ „koops kostende, waar meede ze betuig„ afgestaan. „den deeze goederen aan de komp: te hebben, Bij ons nedrig andwoord op het Extrakt Inkoopen van Equipa van uwel Edele Hoog achtb: zeer g'eerde Missive van den 4: December 1788:-. „ gie goederen in 't bijzo § 205: hier boven op 5280: - bereeds aangehaald, is omstandig van deesen inkoop, gedaan volgens resol: vanden „ der kunnen wij niet 19: april 1787. , gesprooken, en daarbij onder anderen aangeweesen, dat die goe„ voor bij aantemer „deren mids ontstentenis daar van bij de komp: door den Equipagiemeester Andringa waaren over verstrekt „ ken, dat wij met veel uijt zijnen particulieren ingekog„ ten voorraad ter voldoening van ongenoegen uit de de eisschen van de buiten kantooren, en dat we hem dezelve in natura Ceilonsche Resolutie niet kunnende te rug geeven ge„ „noodzaakt zijn geweest hen die uit van 19: April 1787. kas te laaten betaalen. Nog is daar bij aangeweesen, dat gem: Equipagiemeester Andringa heeft gezien hebben dat verklaard onder presentatie van eede, en betuiging gereed te zijn de Equipagie mees„ van die ten allen tijve als het mogte gevergd worden, te doen, dat hij na aftrek van alles wat naar een „ter Andringa ge„ koopmans reek: moet worden ge„ bragt ten laste van de door hem „ qualificeerd word aan de komp: geleeverde Equipagie goederen, bij voorsz: ons nedrig and„ tot den inkoop bij woord stuk voor stuk aangewee„ „zen, werkelijk verlooren heeft. Dan hoe zeer we ook durven denken, particuliere van dat uwel Ed: Hoog achtb: zig met dee„ ze door kaptijn Andringa gedaane plegtige betuiging zullen houden diverse Equipagie goede„ voor voldaan, hebben we niet te min„ hem opgelegd de hierneevens vermel„ „de 507. ducatons of ƒ1673:12: bij pro„ ren van welke weder visie en tot uwel Edele Hoog Achtb: nader ordre te tellen in 's komp:s kas, die we„ om op sommige het bij de Negotie boeken zullen doen innee„ „men op een apparte reekening avans van 25: p:r C:o word Niet minder vreemd „ranciers daar van betaald op het in „ is ons voorgekoo„ bij dezelve „men geaccordeerd, geene de minste reeden zien„ „de waarom dit avans ten edraagen van wel 507: ducatons of ƒ 1673:12: Neder „ „lands geld aan gemel„ „de Equipagie meester heeft moeten worden toegelegd begeeren wij dat het zelve door hem aan de Maatschappij zal worden gerestitu„ „eerd. geaccor„ resolutie
English
280 2388 281 Here upon Colombo being the necessary subordinate outer offices resolution to observe orders issued for that purpose, and after the that the Head Administrator is qualified for the purchase of various goods intended to serve as presents for the Kandyan court, and that on many of the same an advance, namely of 7½ percent, is charged, regarding which we desire that elucidation shall be demanded from the Ministers. Paragraph 309. And on this occasion it having come to our notice, they were written to by circular that it can be of great use for the Company's interest that the Government at every establishment be informed of all the equipage goods and other prominent articles that are imported by private individuals, and thus are in stock with other persons, 282 2386 215 we have regarding that determined as a standing rule and established for all the Company's establishments, which they shall accordingly have to communicate by circular, that no equipage or other prominent goods used in the Company's administration may be unloaded or brought ashore except after declaration made to the Government at the place where those goods are situated, both of the quantity, quality, weight and measure thereof, and of the name of the ship and skipper bringing them, the place from whence, and finally to and under whom the said goods come for safekeeping or into ownership. 284. 2390. 285 so that the same may be discharged and stored under the escort of a certain permit of Company consent to be introduced for that purpose, with confiscation of the goods for the importer if any goods should have been stored without such consent. Paragraph 310. Continuing the thread of affairs from your Honor and the Ministers' General Report, we note further that from the Ministers' advices the considerable disproportion caught our eye between the costs of the horse stud at Jaffnapatnam and in the Wanni, the former having amounted for 247 horses to only f 669:-, and the latter for only 9 horses to f 524:9:8. The reasons adduced for this disproportion by the Ministers 286 2391 287 the horses that were there being moved to Delft Island. The horse stud in the Wanni, because it appeared to us that it did not succeed there, has already by our resolution of 3 December 1790 been withdrawn, and have not appeared to us sufficient to allow us to accept the high-running expenses for the last-mentioned stud on a continuing basis. Your Honor will therefore have to point out to the Ministers that we judge the Wanni not to be suitable for keeping a stud, and that we desire that the stud in the Wanni be allowed to die out, while the inhabitants of that region can practice agriculture much more profitably and with more benefit. Paragraph 311. Just as little as your Honor have we been able to penetrate, under the main head of products, the reason why it could not be distinctly stated whether the cinnamon was peeled in the forests or in the King's 288 2352 289 land or in the Company's gardens, and experience has also now already taught that the same is very well possible, as the Ministers have sent hither a list drawn up by the Captain Cinnamon, whereby it is made known where the cinnamon was peeled in 1788, and that according to the numbers of the small boards that have been placed in each bale. Thereby the desire expressed in our last General Letter, paragraph 306, has already been partially fulfilled. Yet as regards this list itself, although we have found the arrangement thereof quite satisfactory, we must nevertheless reflect upon it that, since those small boards are concealed in the innermost part of the bale, it proves difficult to discover what number the bale 290 2393 291 For this the necessary orders have already been issued, and on the cinnamon that is now going over there has been placed on the outer gunny of each bale the number of the small board in the bale, which indicates whether it is forest or garden cinnamon has, whereof one might desire to know whether it was peeled from the King's land, planted gardens, or cleared forests. We therefore judge it necessary that your Honor instruct the Ministers that that number which is placed inside on the small board should also henceforth be placed outside on the bale, without any further designation. Furthermore, we refer in this regard to our aforementioned instruction in our last General Letter, paragraph 306. Paragraph 312. Furthermore, concerning the collection itself of the just-mentioned product, we have seen with displeasure that the cinnamon in the crop year 1787/8 was so considerably less than the
Dutch transcription
280 2388 281 Hier op kolombo zijnde noodige onderhoorige buiten kantooren resolutie te ontwaar dat de Hoofdadmin beveelen daar toe gesteld, en na de „trateur word gequ „lificeerd tot den in „koop van diverse goederen tot present voor het Candiasche hof moetende die„ nen en dat op vee„ le van dezelve mee de een avans en wel van 7½: p:r C:t be„ „reekend word, waar omtrend wij begeeren dat van de Minis„ „ters elucidatie zal worden gevor„ „dert. 5309. En bij deeze geleegend„ „heid bij onsen aan„ zijn ze Circulair aangeschreeven „ schouw gekoomen zijnde dat het voor Comp: belang van veel nut kan zijn dat het Gouverne„ „ment op ieder Eta„ „blissement geinfor„ „meert zij van alle de Equipagie goe¬ deren en andere voornaame arti„ „kelen welke door particulieren wor„ „den aangebragt, en dus bij bijs andere per„ „soonen in voorraad 5309 zijn 282 2386 215 hebben wij zijn, zoo 2 daar omtrend als een staande onder bepaaldt en voor alle Comp:s Eta„ „blissementen vast „gesteld het geene dezelve dan ook circulair zúllen dienen aanteschai ven dat geene Equi „pagie of andere voor naame goederen welke in Comp: om „slag gebruikt wor„ den zullen moogen worden ontlast of aan de wal ge„ „bragt dan na gedaane opgaave aan 't Gou„ „vernement ter plaat„ „se waar die goede„ „ren zich bevinden zoo van de quanti„ „teit, qualiteit, wigt en mate derzelve als van den naam van schip en schip„ „per die dezelve aan„ „brengd de plaats van waar en Eindelijk aan en onder wien de„ „zelve goederen ter bewaaring of in eigendom koomen. „bragt op 284. 2390. 285 op dat dezelve onder geleide van zeeker daar toe te introdu¬ „ceeren bewijs van Comp consent worden ge„ „lost en opgeslaagen met verbeurt ver„ „klaaring der goede ren voor den aan „brenger als 'er goe„ „deren zonder zodanig consent mogten zijn ingeslaagen. §310. Den draad der zaaken van uE: en der Mi„ „nisteren Generaal verslag vervolgende noteeren wij voorts dat ons bij der Mi„ „nisteren adviesen is in 't oog geloopen de aanmerkelijke disproportie tusschen de kosten van de Paarden Stoeterij te Iasfenapatnam en in de wannij als hebbende de eerste voor 247. Paarden slegts ƒ 669:-. en de laatste voor maar 9: Paarden ƒ 524:9:8: bedraagen. De reedenen voor dee„ „ze disproportie door de Ministers bijge„ dat „bragt 286 2391 287 de paarden die daar waaren na het Eiland Delft verplaatst. De paar de stoeterij in de wannie, om dat het ons bleek dat ze daar niet „noegzaam voorge „koomen om ons de hoog gaande ongelden voor laatst gemelde stoeterij bij voortdii „ring te kunnen la „ten welgevallen. UE zullen derhalven de Ministers onder 't oog moeten bren„ „gen dat wij de wan „nij oordeelen niet geschikt te zijn tot het aanhouden eener stoeterij, en dat wij begeeren dat men slaagde, is reeds bij onse resolutie van de Hoeterij in de „bragt zijn ons niet geden 3: xber: 1790. ingetrokken, en zijn wannij zal laaten uit sterven terwijl zig de Inwoonders van die Landstreek veel voordeeliger en niet meer nut op de Landbouw kunnen beoeffenen. 5311. Even min als UE: heb„ „ben wij onder 't hoofd„ „deel van producten kunnen penetree„ „ren de reeden waarom niet onderscheiden zou kunnen opgegeeven worden of de kaneel geschild etul# is in de bossen dan wel in 's koonings wannij Land den 2:88 2352 289 Land of in 's Comp:s tui„ „nen en de oudervin„ „ding heeft ook nu reeds geleerd dat het zelve zeer mooglijk is daar de Minis¬ „ters een Lijst door den Capitain Canneel op gemaakt, herwaards hebben gezonden waar bij bekend is gesteld waar de Canneel in 1788: is geschild en zulks na de nom „mers der plantsjes die in ieder baal zijn ge¬ „daan. Hier door is dus reeds gedeeltelijk voldaan aan 't verlangen bij onsen laatsten Generaalen brief 5. 306. uitgedrukt. Dan wat deeze Lijst zelve betreft schoon wij de inrigting daar van vrij voldoende heb„ „ben bevonden, moe„ „ten wij echter op de„ „zelve reflecteeren, dat daar die plank„ „jes in het binnendste van de baal zijn ver „borgen het moeijlijk valt te ontdekken welk nommer de baal gedeelte„ heeft 29:0 2393 291 Hier toe zijn reeds de noodige orders ge„ steld, en op de kanneel die tans overgaat is op de buitenste goenie van elke baal baal, dat aanwijst of het is bos of tuin kanneel heeft, waar van men mogt verlangen te weeten of dezelve uit 's koonings Land aan „geplante tuinen of schoon gemaakte bos„ „schen is geschild. wij oordeelen der „halven nodig dat uE: de Ministers aanschrijven dat welk binnen op het plankje gesteld word; ook voortaan buijten op de baal zal behooren ge¬ „steld te worden zon„ gesteld de nommer van het plankje in de het nommer het „der eenige verdere de„ „signatie. Voorts refereeren wij ons ten deezen op„ „sigte tot ons hier vooren gemeld aan„ „schrijvens van on„ „sen laatsten ge„ „neraale brief § 306. §312 Betreffende voorts den insaam zelve van 't zoo evengem: pro„ „duct hebben wij niet ongenoegen gezien dat de kanneel in het brekjaar 1787/8. zoo aansienlijk min¬ „der is geweest dan „der het.
English
Cinnamon is currently so scarce in the forests, even in the King's lands where the Company in normal times may peel according to the treaty, that if Mr. Falck had not thought to provide for this in time, the Company would now be in the greatest embarrassment. This can be seen, among other things, from the delivery of the year 1784, in which year the cinnamon could not be peeled in the King's lands either. The entire delivery in both harvests that year amounted to only 2006 bales. Both harvests have already come in, and whereas a small amount is still to be received, the cinnamon delivered by the end of this month amounts to 4703 bales. And in this very considerable difference since the year 1784, there is a very striking proof of the hope that exists, which we may view favorably, that the Company will before long have as much cinnamon in its own lands as is needed for the Dutch and Indian trade. For there is still a good number of lands only recently opened up in the last two years on which the cinnamon is not yet peelable, and we continue steadily to proceed with this work. Now that we have our hands somewhat freer due to the progress already made with cinnamon cultivation, we shall be able to apply ourselves with more zeal to coffee, which, as experience shows, grows best in the easternmost parts of the Korles of this Dessavony, especially in the Hina and Hapittigam Korle. We can see with our own eyes that if Mr. Falck had not thought to provide for this in time, the Company would now be in the greatest embarrassment. This can be seen, among other things, from the year before, when already far less was gathered than 50 to 60 years ago, whereas in those early periods the annual harvest consisted of 600,000 lb, and that at a time when Ceylon cost the Company infinitely less than at present. Indeed, we might much rather have expected that this harvest would have increased more and more in recent years, since cinnamon is now gathered not only from the King's lands, but also from the cleared forests and Company dunes, and thus there is now more opportunity than formerly to provide oneself with this product. For all these reasons, the Ministers cannot be urged strongly enough to do everything possible to increase the harvest and at least bring it back to the old footing. Section 313. On the contrary, Your Excellencies will be able to testify to the Ministers our satisfaction that the harvest of coffee in the book year 1787/8 has exceeded that of 1788/9 by an amount of 91,288 lb, and since the collection of this useful product is advantageous to the Company in every way, Your Excellencies will at the same time recommend the Ministers to continue the further increase of that commodity with all zeal. Section 314. Under the chapter of Domains, we have accepted the reasons which the Ministers put forward in their letter to Your Excellencies of January 1788 to show that, while the fish and betel, from which the Chief at Trincomalee formerly used to enjoy a certain income, are now farmed out for the Company, it is equitable that he be granted a certain allowance as a douceur. We therefore approve the arrangement made by Your Excellencies in that regard to assign him 1500 Rds for table money, without tying this to the revenues of the said leases as the Ministers proposed, of which disposition Your Excellencies will duly inform the Ministers. Section 315. We have furthermore seen with great pleasure that the amount of the farming of the Domains for the year 1788/9 is again f 15350:10:8 more than the preceding year, and that the leases in general, as appears from the list sent over thereof, have yielded an average annual sum in the last five years considerably higher than ten years before. Your Excellencies will accordingly inform the Ministers of our satisfaction and recommend them to continue increasing the Company's revenues by all suitable means. The 10000 pagodas mentioned herewith, which were lent upon a Tuticorin resolution of 26 June 1787 to the Nabob's land-regent of Tirunelveli, have been repaid to the Company. In January 1788, 5797 1/10 pagodas were received from the land-regent in deduction thereof, and in July 1790 he settled his balance of arrears with 4202 9/10 pagodas. Together 10000 pagodas. Regarding this money loan, which was also somewhat troublesome for the Company, we further request permission to observe humbly here that however much it was made in the service of Your Excellency, and on this occasion not much could be refused without exposing the Company to even more chicaneries than it has had to endure from this land-regent for a series of years, and against which, whatever complaints were made about it to the Nabob, no redress could ever be obtained. Section 316. Under the article of arrears, our attention has been drawn to the 10,000 pagodas or f 41,500 advanced by the Tuticorin servants to the land-regent in 1787, of which 4244 pagodas were still outstanding under balance in December 1788. This only too much confirms the fear we expressed in our previous missive as to whether that money would come in as quickly as the Ministers had imagined. We must therefore refer now to that letter. And we further reserve the right to express ourselves more fully regarding the loss of interest at 12 per cent which the Company had to suffer during the deprivation of the money all that time, for which reason we also desire to be informed of the exact time of repayment.
Dutch transcription
292 2394 2935 De kanneel is tans zoo schaars in de bosschen „ zien: Wij kunnen zelfs in 's konings landen, waar de komp: in gewoone tijden volgens het tractaat schillen mag, dat zoo de Heer Falck /:z:/ niet in tijds gedagt hadde daar in „ te voorzien de komp: tans in de grootste verleegent„ „heid zoude zijn. Dit kan onder anderen blijken uit ook in 's koningsland niet heeft kunnen worden geschilt. De geheele leverantie in bijde de oogsten heeft dat Jaar maar bedraagen 2006: baalen bide de oogsten bereeds ingekoomen en waarbij het Jaar te vooren wanneer reeds veel minder dan voor 50: â 60: Jaaren wier ingezaameld terwijl in die vroege perio des de Jaarlijkschen inzaam in 600'000: lb bestand en dat in een tijd dat Cijlon de Compagnie onein „dig minder kosten dan teegenwoordig Immers hadden wij veel eer moogen ver wagten dat deeze inzaam in de laatste dit jaar bedraagd de geleeverde kanneel voor„ Jaaren meer en meer zoude toegenoomen zijn nademaal de kan„ „neel thans niet al„ „leen uit 's koonings Landen, maar ook uit de schoon gemaak„ „te bossen en Camp: luinen word in„ „gezaameld en 'er dus nu meer geleegen¬ heid is dan voor„ „heen om zich van dit product te voor¬ om alle deeze ree„ niet sterk genoeg nog een kleenigheid staat inte koomen, in het recommandeeren om de leverantie van het Jaar 1784. in welk Jaar „ de nen de Ministers zoude laast tog 294 2395 5 295 laast van deeze maand 4703. – baalen, en in dit tog zeer aanmerkelijk verschil zedert het Jaar 1784. is een zeer spreekend bewijs van de hoop die er is, eigen land zal hebben als nodig is bij de voor den Nederlandschen en jndiaschen handel, want 'er nog een goede meenigte gronden zijn eerst g'enta„ „meerd in de jongste twee Jaaren, waar op de kanneel nog niet schilbaar is, en we nog gaande weg met dit werk doen voort vaaren. Nuwe door de vordering met de kanneel kulture reeds gemaakt, de handen wat ruimer hebben, zullen we ons net meer ijver kunnen toeleggen op de koffie, die men oostelijkste gedeeltens van de korls dee„ „ser Dessavonie, in zonderheid in de Hina en Hapittigamkool. alles wat moog ten einde den in saam te vermeer deren en ten min „ten te brengen op den ouden voet. 5313. In tegendeel zullen UE: de Ministers „nen betuigen dat de insaam van Coffij in 't boekJaar 178 7/8. die van 178 8/¾ is te boven gegaan met een bedraagen van 91288: lb: en daa het wel opneemen dat de komp: eerlang zoo veel kanneel in haar„ lijk is aantewenden bij de bevinding ziet dat best groeid in de ons genoegen kun van dit nuttig pro„ „duct voor de Compag„ „nie allezints voor„ „deelig is zoo zul „len uE: de Mi„ „nisters tevens re„ „commandeeren de verdere vermeer„ „dering van dat ar„ „ticul met allen iever vrort te zetten. § 314. Onder het Hoofddeel van Domeinen hebben wij ons laa„ „ten welgevallen de reedenen welke de Ministers bij haaren brief aan uE: van van Januarij 296 2396 Januarij 1788: bij bre# gen om aante toonen dat ter wijl de visch en beetel /: uit welk te vooren het opper„ „hoofd te Trincono„ male zeker inko# „men plagte genieten tans voor de Com pagnie worden ver „pagt het billijk is dat hem zeekere toelaage van een douceur worde ge„ „daan wij approbee„ „ren derhalven de door uE: daar om „trend gemaakte schik„ §315. wij hebben voorts met veel genoegen ge„ „zien dat het mon„ „tant der verpagting „king om aan den „zelven toe teleggen 1500: Rd:s voor tafel geld zonder zulks zoo als de Minis„ „ters het hebben voor„ „gesteld aan de inkom„ „sten van gemel„ „de pagten te accro„ „cheeren van welke dispositie UE dan ook de Ministers behoorlijk zullen onderrigten „king van 298 2397 299. De hiernevens vermelde 10000: pagooden die op een Tutukorijnse resolutie van den 26: Junij zijn geleend, zijn aan de komp: voldaan. In Janu„ „arij 1788: zijn in mindering daar van, van den landregent ontfangen - - - - - - pag 5797 1/10. en in Julij 1790. heeft hij zijn restant Te zaamen pag: 10000:—. die ook wat onevens voor de komp: geweest is, van de Domeinen voor het Jaar 1785/9. wederom ƒ 15350: 10:8: meerder bedraagt dan het voorgaan „de Jaar en dat de pagten in 't alge meen blijkens de daar van over ge„ „zondene Lijst in de Laatste vijf §316: Onder het articul Jaar een aanzien 1707. aan 's Nababs landregent van Tirnevelli van agterstallen heeft „lijke som meer onze opmerking tot dan tien Jaaren te vooren door den anderen ge„ omtrend deeze geld leening verzoeken we voorts „ hier nedrig te mogen aanmerken, dat hoe zier al van de 10'000: „reekend Jaarlijks dezelve geschied is ten dienste van Haar Ed: en in deeze geleegendheid niet veel konde worden agooden of ƒ 41500: gewijgert zonder de komp: bloot te stellen aan nog meer chicanes dan ze van deezeland„ door de Tutucorijnsche hebben opgebragt. schuld voldaan met . . - - . . . „4202:1/80. zich getrokken UE: zullen dien vol„ „gende de Ministers van dit ons genoe„ „gen kennis geeven en dezelve aanbe¬ „veelen om voor„ „te gaan met 's Compag„ „nies inkomsten door alle gepaste middelen te ver„ „meerderen uE: regent Bediendens 3400 2398 301 regent een reeks van Jaaren heeft moeten ondergaan, en waar tegen men wat klagten ook daar over bij de Nabab zijn gedaan, nooijt zerstil heeft kunnen krijgen. Bediendens aan den Land regent in 1787. opgeschooten onder December 1788: nog p:l restant waaren inte koomen 4244: pa„ „gooden. Hier door word maar al te zeer bevestigd de vrees welke wij bij onse voorige mis„ „sive hebben te ken„ „nen gegeeven of die penningen wel zoo spoedig zoude inkoomen als de Ministers zich had„ „den voorgesteld. wij moeten ons dus tot dit aanschrijven tans refereeren. En reser„ „veeren wijders aan ons om met op„ „zigt, tot het nadeel der Interessen wel„ „ke de Compagnie tegen 12: p:r C:t geduu„ „rende het gemis van het geld voor al dien tijd heeft moeten lijden ons nader te verklaaren waar„ „om wij dan ook verlangen geinfor „meerd te worden van den netten tijd moeten van
English
3rd 2399 303 In answer to their High Excellencies' most respected letter of 23 August last, paragraph 25, much clarity has been provided and it has been shown that the money specie cannot be accounted for otherwise than according to its intrinsic value, and that it has also been so calculated and accounted for. Paragraph 317. By our humble letter of 16 September 1789 to their High Excellencies, paragraph 6 and following, and by our resolution of 14 September prior to that, as well as by our abovementioned humble answer, this indication was made, as we trust, with and of the loan and within what time the borrowed amount would be refunded, as also of the precise times at which it was refunded in parts to the Company or what might still be due on it, when we shall be able to dispose finally on all this. Concerning monetary matters, we cannot as yet express ourselves finally on the calculation of the Dutch guilder against the pagoda at Tuticorin, because we have not been informed of the report of the Visitor General at Batavia regarding this calculation, and also the account from Chief Mekern has not yet been received by you; we shall therefore still have to await your disposal, but trust in the meantime that this matter, which has not yet been brought to complete clarity, will be elucidated, and that it will be determined once and for all which method actually ought to be followed on the opposite coast in the calculation of the specie according to the interest of the Company. Paragraph 318. The statement made by the ministers regarding the intrinsic value of the dudoos in comparison with the doits having appeared very obscure to us, we desire that the ministers shall further elucidate us regarding this, the more so because they say that 180 to 185 pieces of doits go into a pound, whereas nevertheless no more than about 160 pieces can be counted out of a pound. 304 2400 305 From one pound of copper are struck 37 stuiver pieces called dudoos. A dudoo is thus heavier and consequently in effect better than 4 doits or one stuiver, since more or less 40 stuivers or 160 stuiver doits go into a pound. The statement that 180 to 185 doits would go into a pound we have since found to be erroneous. Paragraph 318. 306 2401 307 With the ship De Gouverneur Falck two parcels of doits were brought here, of which the one parcel arrived without invoice. The findings of the second parcel had not yet arrived at the departure of our letter to their High Excellencies of 17 October 1788; and it is for that reason that in this letter we only made mention of the parcel that was charged to us at f 6160.-. But having since received the report of the findings of the second parcel received without invoice, which upon counting here was found to amount to f 7099:9 1/4, we gave notice of it to their High Excellencies in our letter of 26 January 1789. The amount of the doits brought without invoice by the ship De Gouverneur Falck being stated in the ministers' letter to you of 17 October 1788 at f 6160.-, whereas in the letter of 26 January 1789 it is stated at f 7099:9 1/4, we cannot let this pass unnoticed, but desire that you shall present this to the ministers and ask them for the reason thereof. Paragraph 319. Paragraph 320. But relative to this article of the doits, we believe to have discovered an irresponsible transaction in this government. The doits which have been delivered to the Company for many years We have requested a report from the Head Administrator of Colombo, Raket, and from the administrator at Galle, as the barrels with doits mentioned here were received, regarding the same; and as according to the information indicated in the report of the Head Administrator Raket, Commander Sluysken was Head Administrator at the time the barrels brought to Colombo were received here, we have also requested a report from him on that account. These reports we take the liberty to send under the annexes of this to your Right Honourable Worships. The Head Administrator Raket and the administrator of Galle state therein that the warrants, which, as is customary with all of them, were made at their offices, 3
Dutch transcription
3dE 2399 303 woord op hunne Hoogedelh: zeer geeerbiedigde missive van den 23' Aug:s sleed. 5: 25. — . is veel duijdelijkheid gedaan, en getoond, dat de geld spetien niet anders dan na derzelver in „trinsike waarde kunnen worden bereekend, en dat ze ook zoo bereekend en verandwoord 5„ 317. Bij onzen nedrigen brief van den 16:' 7ber: 1789. aan Hunne Hoog Edelheeden 5: 6: Em on vervolgens, en van de leening en binnen welke het geleende zou wor„ „den gerestitueerd als meede van de praecise tijden waar op het bij gedeeltens aan de Compagnie is gerestitueerd ge„ „worden of wat 'er noch op mogt te goed zijn wanneer wij op dit een en ander finaal zul„ len kunnen dispo¬ „neeren. Geld zaaken betreffende bij onze resolutie van den 14 7ber: daar te voore„n kunnen wij ons als mitsgaders bij ons hier bovengemelde nedrigand „ nog niet finaal ex„ deeze aanwijzing zoo we vertrouwen met „pliceeren over de bereekening van de Hollandsche Gul„ „den tegen de Pagood op Tutucorijn ter„ „wijl wij niet gein„ „formeerd zijn van het berigt van den visitateur Generaal te Batavia om„ „trend deeze beree „kening en ook de verandwoording van het opperhoofd Me„ „kern door uE: nog niet is ontfangen wij zullen dus daar nog over zijn. mitsg:s „ 3. 0. 4 2400 30.5 uit een pond kooper worden geslaagen 37: stuivers stukken doedoes genaamd. Een doedoe is dus zwaarder en midsdien in effecte beeter dan 4: duiten of een stuiver „vers of 160: st: duiten. De opgaave dat op een pond zoude gaan 180: tot 185: duiten „sief. over uwe dispositie nog moeten afwag„ „ten dog vertrouwen intusschen dat dee„ „ze zaak welke noch niet tot volkoomen klaarheid is gebragt zal worden opgehel„ „dert en dat eens voor al zal bepaald wor„ „den welke wijze ei„ „gentlijk volgens het belang der Compagnie op den overwal in de bereekening der specien moet ge volgd worden §318. Het door de Ministers gestelde omtrend de wijl min of meer op een pond gaan 40: stui„ intrincique waarde hebben we zedert bevonden te weezen abu„ der doedoes, in verge„ „lijking met de dui„ „ten ons zeer duister zijnde voorgekoo „men begeeren wij dat de Ministers ons daar omtrend nader zullen eluci„ „deeren te meer daar dezelve zeggen dat 'er 180: â 185: p:s dui„ „ten in een pond gaan daar 'er nogtans niet meer dan omtrend de 160: p:s uijt een pond 5318. kunnen 306: 2 401 307 Met het schip de Gouverneur Falck zijn kunnen geteld wor„ den Het montant der Met het schip de van de eene partij zonder aanreekening. de partij nasde devinding nog niet aangekoomen Gouverneur Falck afgaan van onsen brief aan hunne Hoog edelheeden van den 17: october 1788; en het buijten factuur is daarom, dat we bij deezen brief alleen melding hebben gemaakt van de partij, die ons aangereekend was met ƒ6160. –. aangebragte duij dog zevert kerigt bekoomen hebbende dat de nog een pantij zoude aanmakening ontvangen, die volgended ten bij der Minis¬ lading vao den hoofd enmintratu, bijttelling alhiert„teren brief aan baen Krege et kellen nadana van een hun kdes: konnis gp UE: van 17: octo„ gea bij enze hies van den 25 Januarij bevinding van de tweede partij zonder aan reekening ontvangen, die bij uittelling alhier was bevonden te bedraagen ƒ 7099: 9¼. hebben we daar van aan Húnne Hoog edelh: kennis gegeeven bij onzen brief van den 26: Jann: 1799 brief van 26: Janu„ „arij 1789: word ge„ „steld met ƒ7099:9¼ kunnen wij zulks niet ongemerkt pas„ hier twee partijen duiten aangebragt, waar nog zedert ingekoomen zijnde de ber 1788: opgegee §319. ven wordende met ƒ 6160:–. daar 't bij § 320: Dan betrekkelijk dit we hebben van de Hoofdadministrateur van Colombo, Raket, en van de administra„ artikel van de aar wijl van der „teur te Gale „ de vaaten met duyten, hier neevens vermelt zyn ontfangen, noopens duiten meenen dezelve berigt gevraagt en wyl volgens het aangeweezene by het berigt van wij eene onverand„ den Hoofdadministrateur Raket de kommandeur sluysken ten tyde „ woordelijke han„ dat de vaaten te Colombo aangebragt hier ontvangen zijn, Hoofdadministra„„deling ten deezen Gou„ „teur was, hebben we ook aan hem des„ „vernementen ont„ weegens berigt gevraagt Deese berigten neemen we de vryheid dekt te hebben onder de bylaagen deeses aan uwel Ed Hoog Agtb te zenden. De Hoofdadmi„ De duiten welke „nastrateur Raket en de administrateur van Gale zeggen daar by dat de ordon„ aan de Compagnie „nanties /:die zo als dat alleos geschied op hunne kantooren zyn gemaakt :/ zedert veele Jaaren „seeren maar begeeren dat uE: den Mi„ „nisteren het zel„ „ve zullen voor„ „houden en daar van de reeden vraa¬ „gen „seeren zyn geleeverd 3
English
were granted according to custom according to the contents of the received invoice, and the first-named, who entered into his function in the late part of the Year 1789, further adds that the warrants were drawn up in no other way because it was probably not known that the bags of duiten were invoiced for less money than they actually contained, and that the duiten of the lots received with invoices were not counted out because the cashier had been satisfied with having the bags counted out to him, as often happens even in other administrations, where goods are handed over unweighed and unmeasured to the administrators when the chests, barrels, or bales are in good condition, and the administrators undertake to account for the full invoiced quantity. were delivered for f 10:- the Bag The Galle Commander Sluysken states in his report that all delivered duiten were handed over directly, unopened, to the cashier, with the request that, if further clarification should be necessary, we might ask his former Bookkeeper for the same, which we nevertheless deemed unnecessary since this bookkeeper can provide nothing more concerning this matter than the current Chief Administrator, who has taken over all papers of the Chief Administration from his predecessor and holds them in his custody. delivered to the Holland Chambers for f 8: 16:- and at the Zeeland Chamber for f 9: 1:- the bag, containing 1600 pieces, weighing 10 lbs; and it has since been discovered at the Amsterdam Chamber in 1786 that the same were to be had for a considerably lower price. We have likewise requested a report from the cashiers of Colombo and Galle, who received these barrels of duiten into their administrations, and these reports are also transmitted among the enclosures. The Colombo cashier, the junior merchant De Maart, states in his report: That he had always received the duiten upon written warrants, where not only the number of duiten, but also the amount thereof had been calculated in rixdollars, and that he had thereafter entered the duiten into his cash accounts. That he had received the barrels in the presence of committee members, and had merely been satisfied with counting the number of bags, but that the duiten were never counted out upon receipt, not only because that would have caused endless work, but also because it was a constant custom that the money-counters took them over uncounted and were obliged to account properly for the bags according to the contents of the warrants, as it very rarely occurred that a shortfall was found therein. That only the duiten from one barrel of the consignment from the ship Gouverneur Falck, out of a lot of 14 barrels, had been counted out to him, because those barrels had been brought here without an invoice. That while the money-counters, when setting out the duiten to make the disbursements, had occasionally reported to him that they had found some surplus in the bags, yet, as there had previously been a surplus of duiten in most bags without any report ever having been made thereof, and without the found surplus having been accounted for to the Company, he had likewise let the matter rest, the more so because he had been informed that it was an old custom, and indeed by order of the late Governor Schreuder, that the duiten found in excess in the bags were left as a gratuity to the money-counters to compensate them for the losses they incurred on bags that might contain less. Regarding this custom, he produced a declaration from the bookkeeper of the petty cash, which likewise accompanies this in copy. That he, having no suspicion that the bags were to contain more, had only counted the number of bags upon opening the barrels, and subsequently, according to old custom, handed the bags over to the money-counters on their responsibility to make the necessary disbursements; but that he otherwise would have requested committee members to attend the counting, as his duties, being also Fiscal, did not permit him to be present in person. That finally, as the warrants granted to him for the receipt of the duiten made such positive mention of the contents of the bags, he could not have suspected that they would contain more, and indeed such a great surplus, and that he had therefore in this case merely proceeded according to custom and, as a matter of course, had relied upon the reports of his money-counters. The Galle cashier Standauw testifies in his report: That he had received the duiten brought by the ship Veere according to the description on the barrels and the invoice, without opening and counting them out, as there was no opportunity to do so, and one could not have assumed or suspected that the contents of the bags would amount to more than the invoice; and that he had therefore entered and accounted for these duiten in his cash accounts according to the invoiced value.
Dutch transcription
2, 402 309 zyn verleend volgens gewoonte naar den inhoud van de ontfangene aanree„ „kening, en de eerst genoemde die in het laast van het Iaar 1789 in zyn functie geleeverd wierden getreeden is voegt nog daar bij, dat de ordonnanties niet anders waaren op ge„ voor ƒ 10: de Zak „maakt, om dat men waarschynlyk niet had geweeten dat de zakken met duyten voor minder geld waaren aangeree„ „kend dan dezelve werklyk enhield en en dat de duyten van de met aanree„ „kening ontfangene parthyen niet waaren uytgeteld, om dat de kassier te vreede was geweest dat hem de zakken toegeteld wierden, zo als dat wel meer geschied, zelfs in andere administratien dat de goederen onge„ „woogen en ongemeeten aan de adminis„ „trateurs worden overgegeeven wanneer de kisten, vaaten, off baalen wel gekon „ditioneerd zyn, en de administrateurs aanneemen de volle aangereekende kwantiteijt te verantwoorden De Gaals kommandeur Sluysken zegt by zyn berigt dat alle aan ge„ bragte duyten direct ongeopend aan versoek dat we, indien meerder op heldering mogte nodig weesen de„ „zelve wilden vraagen van zyn gewee„ „zene Boekhouder, het gunt we eg„ „ter onnodig hebben geoordeeld vermits ƒ 8: 16:-. en bij de deeze boekhouder niets meer dien aangeen de kan opgeeven, dan de oetueele Hoofdad, kamer Zeeland „ministrateur, die allee de passieren voor ƒ 9: 1: de zak van de Hoofd administratie van zijn voorzaat overgenoomen en den kassier waaren afgegeeven, met aan de Holland„ geleeverd tegen onder zig heeft. 21 inhoudende 1600 p:s weegende 10: lb: en we hebben insgelijks bericht gevraagd van de kassiers van kolombo en gale, die deeze vaaten niet duiten in hunne administratien ontvan„ „gen hebben, en ook deeze berichten gaan onder de bijlaagen over. De kolombose kassier de onderkoop„ man de Maart zegt by zijn bericht: Dat hij altyd de duiten had ont„ „vangen op schriftelijke ordonnan„ „ties, maar bij niet alleen 't getac der duiten, maar ook 't bedraagen zijn zedert na dat daar van in ryksd=r uitgereekend was, en dat wij daar na de bij de kamer Am¬ duiten by zyne Kassa reeke„ ningen had ingenoomen. „sterdam in 1786: Dat hy de vaaten had ontvangen in prezentie van gekommit„ is ontwaard, dat teerdens, en zig alleen had verge„ noegd 't getul der zakken na dezelve voor een te tellen, dog dat de duiten nooit bij den onwvang waaren uitgesteld, aanzienlijke min niet alleen om, dat zulx een omeindig werk zoude gegeeven „dere prijs te bekoo„ hebben, maar ook om dat het een Constant gebruik was, dat „men waaren de geld tellers dezelve overnamen ongeteld, en verplicht waaren de zakken behoorlijk te verant„ woorden Conform den inhoud sche kameren der ordonncentien, wijl het zeer zelden was gebeurd dat 'er eene minderheid in bevonden was. Dat alleen aan hem waaren toegeteld de duiten, uit een vat van den aanbreng, van het schip de gouverneur Falck, uit een partij van 14: vaten, wyl„ die vaaten zonder aanreeke„ „ning hier aangebragt waaren. Dat wel de geldtellers, bij 't we van uit- 308. 2403 „ 311 318: instellen van de duiten tot 't doen van de verstrekkingen, nin en dan hem hadden berigt, „ dat ze eenige meerderheid in de dzakken hadden bevonden, dog „ dat wye 'er bevoorens meester 2 deels sin de meeste zakken niet „ duiten eene meerderheid was ge „weest, zonder dat daarvan ooit rapport was gedaan, en zom„ „der dat de bevondene meerder „heid aan de komp=e verant„ „woord was, hij 't tans ook daar bij had laaten berusten, te meer wyl men hem onder„ „rigt had, dat 't eene oude ge„ „woonte was, en wel op ordre van wijlen den Heer gouverneur schreuder, dat de duiten die 4. in de zakken meerder wierden „de bevonden als een douceurtje a wierden gelaaten aan de geld„ tellers, om hun te soulageeren voor de schaade, die ze op de zakken, welke minder mogten inhouden ondergingen. wegens deeze gewoonte heeft hij geproduceerd eene verklaa„ „ring van den boekhouder in de kleine geld kas, die insge„ „lijks in kopia dezen verzeld. Dat hij eindelijk, terwijl de ordonnantien aan hem tot den ontvang der duiten verleend, zo stellig van den inhoud der zakken melding maakten, niet had kunnen vermoeden dat dezelve meerder, en wel Dat hij geen vermoeden hebbende dat de zakken meerder moesten inhouden, alleen bij 't openen der vaten 't getal der zakken geteld, en vervolgens de zakken aan de geldtellers naar ouder gewoonte tot hunner verant„ woording afgegeeven had, tot het doen der nodige uitgewes„ dog dat hy anders gekommit„ „teerdens bij de uitteeling zoude verzogt hebben wijl zijn dienst, als zijnde teffens fiskaal, niet permitteerde zelfs daar bij teweezen. eene zo groote meerderheid moesten inhouden, en dat hij mids dien in dit geval al„ „leen na den gebruike was tewerk gegaan, en als eene ge„ woone zaak had berust in de rapporten van zyne geldtellers„ De gaalsche kassier de 8tandauw betuigd bij zijn bericht: Dat hy de duiten per het schip veere aangebragt, had ontvan„ „gen volgens de beschrijving op de vaaten en aan reekening, zonder ze te openen en uit tetellen, wyl er geene geleegentheid toe was; en men ook daar bij niet had konnen onderstellen of vermoe„ „den, dat de inhoud der zakken meerder zoude bedraagen hebben dan de aanreekening; en dat hij daarom deeze duiten bij zyne kassa reekeningen had ingenoomen en verantwoord, na volgens de aangereekende waar„ eene Het 2 2 „ „ k De 6 de re op „ze „ze „ter dee de „min van zijd oud „de.
English
352 2404 313 It thus appears that the first oversight occurred in drawing up the warrants upon the first receipt, and in accordance with which warrants the warrants were later drawn up on the petty cashiers, who received these duiten into their administrations from the main treasury. And if handing over the barrels with duiten uncounted to the cashiers, according to an old custom, is an error, that error is not only to be imputed to the cashiers, but also to those who handed over these barrels with duiten to them uncounted. That the mistake made on both sides was made solely through inadvertence, led by former custom, cannot be called into any doubt. For the fact that the duiten brought by the ship the Gouverneur Falck were taken in according to the actual number of 1600 pieces per bag, just as the ƒ 6250 in duiten brought by the ship the Fortuin with an advance on the general office of ƒ 852, occurred because the duiten brought by the first-mentioned ship arrived without an invoice, which was only received the following year, and consequently had to be recounted; and that upon the delivery of the duiten with the ship the Fortuin the difference of 12 percent was indicated on the invoice. And although this latter circumstance might have given cause, as your Right Honourable observes, to examine the state of the invoicing of the other consignments, this was overlooked—one cannot doubt it—solely through insufficient attentiveness and without any intent. To that extent, therefore, the cashiers appear to be in the same position as those who handed over the money to them. Nevertheless, it seemed to us that the petty cashiers, in whose administrations these duiten were ultimately received and accounted for, thereby became the most liable to compensate the Company for the damage thereby caused to it. And we have therefore, pursuant to and in compliance with the order of your Right Honourable noted here in the margin, imposed the compensation upon the cashiers of Colombo and Galle, each for his share. According to an indication from the Trade Bookkeeper Cauilant and Trade Transferrer Hoflant in a report of 18 December 1791, which is transmitted among the annexes, there was, over and above what is indicated here in the margin, still under-accounted to the Company in 1788/9 on the duiten brought by the ship the Gouverneur Falck 134400 pieces or 700 rixdollars, and on the duiten brought in 1785/1 by the ship Veere from Zeeland for Malabar, which were retained here, 137408 pieces or 715 rixdollars 32 stuivers; and thus all the under-accounted parcels together, according to the aforementioned report, amount to 9470 rixdollars 34 stuivers. And since your Right Honourable will find that this does not agree with the aforesaid indication noted here in the margin, we take the liberty to observe humbly in addition that in that document, on the deficit of duiten brought by the ship Gouda, ƒ 125 was calculated too low, and that on the other hand, on the duiten brought with the Leviathan, ƒ 1500 was calculated too high. Of the aforesaid 9470 rixdollars 34 stuivers, we have imposed for compensation upon the cashier De Maart, for the duiten received in his administration at Colombo, 8755 rixdollars 2 stuivers, and upon the cashier De Estandan at Galle, for the duiten received by him in his administration, 715 rixdollars 32 stuivers. And since it appears from the foregoing that the cashiers, both of Colombo and of Galle, cannot with any justification be deemed to have intended to act disloyally in this matter against the Company, and that it appears much more that the mistake arose from the fact that the cashiers, led by the old custom, merely through inadvertence did not have the duiten counted, we dared to think, as appears from the record in the Resolution of the 12th of this month, that if your Right Honourable had been aware of all these circumstances, your Honour would yourself have found that the cashiers are already very heavily punished in having to compensate the Company for all that it lost thereby. And on these grounds, we hope that it will meet with favorable accommodation from your Right Honourable that we have thought fit to take it upon ourselves to bring all the aforesaid considerations to the attention of the Honourable.
Dutch transcription
352 2404 313 d Het blykt dus dat het eerste verzuim begaan is bij het opmaaken van de ordon„ hanties by den eersten ontvangst, en over„ eenkomstig met met welke ordonnanties naderhand opgemaakt zijn de ordonnanties op de kleen kassiers, die deeze duiten in hunne administratiest uit de groot kas ontvangen hebben, en zo het overgeeven van de naaten met denten ongeteld aan de kas„ „siers volgens een oud gebruik een fout is, die pout niet alleen is te imputeeren aan de kaspers, maar ook aan die geenen, die hun deeze vaaten met duisten ongeteld hebben overgegeeven. Dat de vergissing van de eene en de andere zyde begaan, alleen begaan is hy mad ver„ „tentie, geleid door het vroeger gebruik, kan men in geen twyffel trekken, want, dat de duiten met het schip de gouverneur Falck aangebragt na het wezentlijk ge„ „tal of 1600: P=s per zak zijn ingenoomen, zoo als ook de met het schip de Fortum aangebragte ƒ 6250:– aan duiten met een advans op het kantoor generaal van ƒ 852:, is voortgekoomen, om dat de duiten met heet eerst gem: schip aangebragt, ge„ koomen zijn zonder aanreekening, die eerst 's jaars daar aan ontvangen is, en midsdien hebben moeten worden nageteld, en dat bij den aanbreng van de duiten met het schip 1 de Fortuin het verschil van 12: P=r C=to bij de faktuur was aangeweezen, en schoon dit laatste hadde kunnen aanlijding geeven„ zoo als uwel Edele Hoog Achtb: dat opzner„ ken, om na tegaan hoe het met de aan„ 6: reekening der overige partijen gesteld was, is dit, men kan daar aan niet twijffelen, alleen door geen genoegzaame oplettend„ „heid en niet met eenig opzet over het hoofd gezien. op In zoo verre schijnen dus de kassiers met de geenen die hun het geld hebben overgegeeven te zyn in het zelfde geval, niet temin is het „ze ons voorgekoomen, dat de kleen kassiers in wiens administratien deeze duiten het „ter laast ontfangen en verantwoord zijn, die daar door zijn de naaste geworden om aan de komp=e te vergoeden de schaade daar door aan Haar Ed: toegebragt, en „min we hebben daarom ingevolge en ter vol„ doening aan de ordre van uwelEdele Hoog Achtb: hier terzeide vermeld de„ kassiers van kolombo en gale een elk voor zin aandeel de vergoeding ve „ze 4 stuiver van zak duii„ Indische Ge„ volgens een aanwijzing van den Negotie boekhouder Cauilant en Negotie overdra„ „ger Hoflant by een bericht van den 18: December 1791. , dat onder de bijlaagen van 10: lb: inhou„ overgaat, zijn buiten en behalven het aangeweezene hier ter zeide, nog te min aan de komp=e verantwoord in „ ende 1000: p:s 1788/9: op de duiten met het schip de gouver„ „neur Falck aangebragt 134400: stux Dan wij hebben of rd=s 700:, en op de duiten in 178 5/1. met het schip Veere van Zeeland voor de Mal„ ƒ labaar aangebragt, welke hier aange uit het Ceil on„ houden zijn 137408: stux of rd=s 715:32:, en bedraagen dus alle de temin verantwoorde partijen tezaamen blijkens voorm: berichte I:Che rd=s 9470: 34. —. En wyl uwel Edele Hoog Achtb: zullen be, gezien en ook „vinden, dat dit niet accordeerd met de voorsz hier ter zijde vermelde aanwij zing, neemen we de vrijheid daar vervolgens uit over nedrig aantemerke dat daar bij op de minder bevondene duizen met het schip gouda aangebragt, temin bereekend zijn de ƒ 125. —. en dat daar en teegen op de duiten met de Leviathan aangebragt teveel zijn gereekend ƒ 1500. –. „niraale Jour van de voorsz rd=s 9470: 34: hebben we aan den kassier de Maart voor de duiten„ te kolombo in zijn administratie ont„naalen dat „vangen ter vergoeding opgelegd rd=s 8755: 2:, en aan den kassier de Estandan te gale voor de duiten by hem op dit Gou„ in zijn administratie ontvangen rd=s 115: 32. En wyl uit het hier voorenstaande vernement blijkt, dat de kassier zoo die van ko„ lombo als van gale met geen gronds kun„ „nen g'agt worden in deezen trouweloos tegens de komp=te te hebben willen handelen de en dat het veel meer blijkt, dat de mis„ slag daar uit is ontstaan, dat de kas„ siens geleid door het oude gebruik alleen ten niet na den bij inadvertentie de duiten niet hebben laaten tellen, hebben we blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den wezentlyke in„ -12=e deezer durvendenken, dat zoo uwel Edele Hoog Achtb: alle deeze om„ „standigheeden waaren bekend geweest Hoogst dezelve zelve zouden hebben be„ „vonden dat de kassiers reeds zeer zwaar„ gen 8: duiten per gestraft zijn niet aan de komp=e tever„ „goeden al het geen haar Ed: daar door verlooren heeft, en op deeze gronden, hoopen wen, dat het bij uwelEdele Hoog achtb: gunstige inschikking zal vinden, dat we gemeend hebben het temwoogen over ons neemen om alle de voorsz konsi„ deratien te brengen onder het oog van de houd maar tee volgens Edele de 24 2 2 d a De de veer zij 010 daar van opgelegd. tee e Casboek 1
English
2465. 315 did not dare to cast a vote, and on that matter very firmly ordered to have a note kept in the resolution regarding this decision. "with the ship Zeeland" ken at 1600 pieces per Zeeland 229935:3: 4789624. 502664. ƒ 3141. 13. see the statement "men calculated" Noble High Indian Government, whether Their Excellencies might perhaps see fit to execute the immediate enforcement of the further orders commanded by Your Noble High Honourables, to dismiss the sum of the person who had been guilty in this case from their posts on account, and to send them to the Netherlands with cancelled pay. We have all the more considered it permissible to proceed to this decision, as both cashiers De Waart and De Esandauw are men of irreproachable conduct, of whom we can testify nothing other than that they perform their offices with zeal and conduct themselves dutifully in all circumstances, and furthermore, this highly respected order of Your Noble High Honourables to send these administrators to the Netherlands with cancelled pay on the ships of this consignment could not be carried out due to the shortness of time, whilst it is impossible that these so important and heavy administrations could be handed over in such a short space of time. We therefore most humbly hope and trust that Your Noble High Honourables will most favourably approve this our decision, which in reality makes no change to Your Noble High Honourables' order, whilst we, as soon as we shall have received the further pleasure of Their High Excellencies and their disposition upon the submitted justification of these cashiers, shall take care that Your Noble High Honourables' order is complied with, if Their High Excellencies should unexpectedly find that our considerations are not sufficient to excuse these cashiers from being sent to the Netherlands. The first undersigned governor, however much he acknowledges in the broadest sense the reasonableness of these dispositions, and that he together with all the other Members of the Council dares to hope with great confidence on the lesser in-, and that thus the entire advantage of the purchase of the duiten has been alienated from the Company; we have examined some parcels of duiten brought at different times and found that, as appears from the large money chest, November 1786: Amsterdam: Leviathan, 1890 sacks containing 3024000 pieces, at ƒ 8. 16, total ƒ 16632: –. Charged per invoice at 8 pieces per stuiver, received on Ceylon at 2661. 120 pieces, amounting to 362880 pieces less calculated, by which the Company was prejudiced in Dutch money ƒ 2143. -. -. Hoorn: Pollux, item July 1787: 737 sacks, 1179200 pieces, at ƒ 8: 16, total ƒ 6485:12:; further in a small sack: 344 pieces, amounting to 2: 3; total 1179544 pieces, ƒ 6487:15. Received 1038040 pieces, 141160 pieces less calculated, amounting to 882:15. -. Item August 1787: 2100 sacks, 3360000 pieces, at ƒ 8. 16, total ƒ 18480. —, received 2956800 pieces, 403200 pieces less calculated, amounting to 2520. –. –. Amsterdam: Gouda, item August 1787: 710 sacks, 1136000 pieces, at ƒ 8: 16, total ƒ 6248. -; no. 9: 320 pieces, amounting to 2. -; total 1136320 pieces, ƒ 6250. -. Received 1000000 pieces, 136320 pieces less calculated, amounting to ƒ 852. -. -. Total: 3307 sacks, 5291200 pieces, at ƒ 9: 1:, total ƒ 29928. 7; further in a small sack: 1088 pieces, amounting to 6:16; total 5292288 pieces, ƒ 11038. 18. —, which brought a prejudice to the Company of ƒ 11038: 18: Dutch money. Demonstration of the prejudice caused to the Company by the manner of entering the below-mentioned parcels of duiten into the Ceylon books, where they are accounted for. 316 2406 317 It appears to us of great remark that this treacherous treatment was not already discovered on Ceylon, since the duiten brought by the ship De Gouverneur Falck, outside of the calculation, were entered according to the real number, or 1600 pieces per sack, just as the ƒ 6250: in duiten brought with the ship 'T Fortuijn were entered with an advance on the Comptoir Generaal of ƒ 852:—, for the reason that the Enkhuizen Chamber, which sent these duiten with the ship Belvliet, made the advance of 12 per cent known in the bill of lading; this surely ought to have given occasion to investigate how matters stood with the accounts of the remaining parcels of duiten. Now, as this unaccountable 318 2407 319 unaccountable deed cannot be branded with the name of an error, since it is certain that during the counting of each sack it must have appeared to whoever had the management and disbursement of the same that there were not 1408 pieces but 1600 pieces in each sack, we therefore desire that in the first place, the damage caused to the Company shall immediately be compensated by whoever is guilty of this embezzlement of Company goods, and that not only concerning the parcels of duiten set down on the foregoing note, but also concerning all such as might have been treated in the same manner in the sequel to the damage and prejudice of the Company, which may 320 2408 321 possibly amount to quite a considerable sum, since more than ƒ 60000: in that coin has been sent thither since the duiten mentioned on the note, over whose receipt we have not yet been able to judge in the absence of the latest books. And since not the least trust is to be placed in such a person who makes no difficulty of embezzling the Company's goods in such a manner, but on the contrary it is to be expected of him that he only lacks opportunity if he does not deal the Company yet more striking blows, we therefore further desire that your Honours shall order the Ministers to dismiss that Company servant or servants
Dutch transcription
2465. 315 stem niet durven geeven, en daar van zeer stellig bewel tot dit besluit zyn ter resolutie doen aanteekening houden. „met het schip „ ken â 1600: p:s per Zeeland Zeeland 229935:3: 4789624. 502664. ƒ 3141. 13. vide de staat „men beree„ Edele Hooge Indiasche, Regeering, of Hoogst dezelve somtids zouden kunnen goetvinden, om de dadelijke exekutie van het verdere door uwelEdele Hoog Achtb: bevolene de Som der van den geenen die zig in dit geval hadden schuldig gemaakt uijt hunne posten „ reekening te stellen, en met afgeschreevene gagie na Nederland op te zenden, te Execuceeren. we hebben te meer gemeend tot dit besluit„ den verand woord, temoogen treeden wijl de bijde kassiers De waart en de Esandauw luiden zijn van een onbesprooken gedrag, waarvan we niet anders kunnen getuigen dan dat ze hunne ampten met yver waarnemen, en zig in alle geleegent„ geheele voordeel „heeden pligtmaattig gedraagen, en boven dien aan deeze uwel Edele Hoog Achtb: hoog g'eerde order, om deeze administrateurs afgeschreevene gagie na Nederland op tezenden met de schee„ koop der duiten „pen van deeze bezending; wegens de kortheid des teids niet konde werden voldaan, terwijl het ondoenlijk is aan de Compag dat in een zoo kort tijd bestek deeze zo gewigtige en zwaare administratien konden worden overgegeeven. wij die word ont„ loopen en vertrouwen dus nedrigst dat uwEd Hoog Achtb: dit ons besluit„ vreemd, wij hebben dat in de weezendlykheid van uwel Edele Hoog Achtb: ordre geene veran„ eenige partijen dui„ dering maakt, hooggunstig zullen approbeeren, terwijl wy zoo dra wij het nader goedvinden van hunne „ ten op onderscheide Hoog Edelh: en hoogst derzelver dispositie op de ingediende verant„ woordinge deezer kassiers zullen ontvangen hebben, zorgen zullen, dat aan uwelEdele Hoog Achtb: order na gegaan en be„ voldaan word, zoo Hunne Hoog Edelh: onverhoopt vinden mog„ „ten dat onze konsideratien niet voldoende zin, om deeze kassiers van de opzending na Nederland de hier van geinseerde Amsterd: Zeviathan voor te Excuseeren. Hoorn Pollux Den eerst ondergeteekende gouverneur Lijst of memorie de Comp: hoer keer wij in den ruinsten zin„ erkend de reedelikheid van deeze daar op alleen is toege¬ disposietsien, en dat hij ook net alle de overige Leeden van den raad met veel vertrouwen durft hoopen 5 op de mindere in¬ en dat dus het tijden aangebragt „vonden dat blijkens der groote geld Kasje novbr 1786. 1890. 3024000:–. ƒ 8. 16 ƒ16632: –. ƒ2661. 120. 362880. „ 2143. -. - Amsterd: Gouda Item Julij 1787. 737. 1179200. af. 8: 16. ƒ 6485:12: Amsterd: Pollux 344. -. . . . . . „ 2: 3. nog in een zakje 1179544:-. - - - ƒ6487:15. 1038040. 141160. 882:15. -. nen Item aug:s 1787 4020. –. –. 2100. 3360'000. ƒ 8. 16. ƒ 18480. —, 2956, 8,00, 403, 200. Item aug:s 1787. 710. 1136000. ƒ 8: 16. ƒ 6248. -. no9. - 320. -. . . . „ 2. –. „ 6250. -. 1000, 000. 136320. ƒ 852. -. -. ƒ 11038. 18. —. „ verzonden zak inhoudende de zak aangeree„ volgens het duste dierhalven „kend per montant der min be„ de Comp: factuur aanzieke „ reekend benadeeld, „ning â 8: p:s stuks is Neer„ p:r s:t opCei„ „lon ingenoo„ 3307. 5, 291, 200. ⃠9:1:ƒ29928. 7. nog in een zakje - - - . . . 1088. - - - „ 6:16. ƒ5292288. dat uwel Edele Hoog Achtb: dezelve vm de ƒ 11038: 18: daarvan gegeevene reeden gunstig zullen het hier boven gem: uwelEd: Hoog agtb: bragt een nadeel van inschikkel, heeft nogtans uit hoofde van Aantooning van het nadeel de Compagnie toegebragt door de wijze van innee„ „ming van de onderstaan de partijen Duiten bij de ceilonsche Boeken waar bij dezelve verantwoord dat e 1136320. -. 3. 14 1 aan or - zak worden. „kenende stux „lands geld. Het „bragt . „2 1 7 316 2406 317 Het komt ons van veel opmerking voor, dat deeze trouweloose behandeling niet reeds op Ceijlon is ontdekt daar de duiten buiten aan„ reekening van het schip de Gouverneur Falck aangebragt na het weezendlijk getal of 1600: p:s per zak zijn ingenoo¬ „men zoo als ook de met 't schip 'T for„ „tuijn aangebragte ƒ 6250: aan duiten met een advans op 't Comp¬ „toir Generaal van ƒ 852:—. zijn ingenoo¬ „men om reeden dat door de kamer En¬ „chuijsen welke deeze duiten met het schip Belvliet heeft verson„ „den het avans van 12: p:r C:o bij het Cognos„ „sement is bekend gesteld dit immers had aanleiding behoo¬ „ren te geeven om na„ „te gaan hoe het met de aan reekeningen der overige partijen duijten gesteld was. Daar nu deeze on„ „toir verandwoor„ 318 2407 319 „verandwoordelijke daad niet met de naam van abuis kan wor„ „den bestempeld. de„ „wijl het zeker is dat bij de uittelling van ieder zak aan die geen welke de behandeling en uit„ gaave van dezelve heeft, heeft moeten blijken dat geen 1408: p:s maar 1600: p:s in ieder zak zich be„ „vonden, zoo begee„ „ren wij dat in de eerste plaats door dien geenen welke aan deeze ontvreem¬ „ding van Compagnies goederen schuldig is dadelijk de schade aan haar toegebragt zal worden vergoed en zulks niet alleen omtrend de partijen duiten, op de voo¬ „renstaande notitie gesteld maar ook omtrend alle zoda„ „nige welke op dezelf „de wijze bij ver„ „volg mogten zijn behandeld ten schaave en nadeele van de Compagnie het welk aan moog„ 3. 20 2408 321 mooglijk nog al een aanzienlijk mon„ „tant bedraagen zal, dewijl 'er zedert de op de notitie ver„ „melde duijten meer dan voor ƒ 60000: aan die munt derwaards gezonden is. over wel„ ker inneeming wij bij ontstentenis der laatste boeken als nog niet hebben kun„ „nen oordeelen. En daar 'er op zodanig iemand welke geen zwaarigheid maakt 's Compagnies goede ren op zodanige wijze te ontvreemden geen het minste vertrouwen is te stellen maar in„ tegendeel van hem te verwagten is dat het hem maar aan, geleegendheid ontbreekt, zoo hij de Compagnie niet noch trepfen der slaa„ „gen toebrengt, zoo begeeren wij al ver „der dat uE: de Mi„ „nisters zullen ge„ „lasten die Compagnies Dienaar of Die„ „ren „naaren
English
322 2409 32¾ whoever they may be, to immediately remove from their posts those who have enriched themselves with these duiten, with suspension of their wages and emoluments, and that, should they hold any administration, they shall be required to properly account for the same, and subsequently, with cancelled wages, to send such persons to the Netherlands at the first opportunity. The new gunpowder mills mentioned here in the margin were of the simplest construction; as appears from the drawing that is transmitted among the appendices, they consisted of a horizontal bedstone and two wooden cylinders running upon it covered with copper, which were moved by a single shaft. The mechanism therefore had no friction, but of these mills, of which first one was constructed as a trial, and afterwards another to see whether the defects found in the first trial could be remedied, it became evident upon operation that when the cylinders were given the necessary weight, the draft animals here in the country did not possess sufficient strength to move them with the required speed, as appears [illegible] which is dispatched simultaneously with this [illegible] have had another mill constructed, of which the drawing is enclosed herewith, and of which Section 321. Proceeding herewith to the main section of Carpentry and Repairs, we encounter in the first place that some changes have been made to the construction of the newly erected gunpowder mills, regarding which notice had already been given to us in previous Missives. As we have now, in our previous letter, communicated our desire to be informed of the construction of this new gunpowder mill by means of a description and drawing, we likewise expect the Ministers to provide us with a statement of the changes made therein. We must, however, remark that these notable changes made, with the addition of a large spur wheel of 144 teeth and a similar smaller wheel of 30 teeth with a lantern gear of 70 rungs between them, clearly demonstrate that the previous construction was not adequate, and we also fear that this addition will either slow down the mechanism 324 2410 325 as soon as it shall be completed, we will send a specification of the expenses to their High Nobles and also to your Right Honorable Sirs. or at least make it much more costly, and that one will therefore not obtain from these mills the effect that was to be expected, as we have already expressed this apprehension in our General Missive of 1788: 5: 227, to which we refer, and which is now given even more weight by the obvious deficiency in those mills. 13 326 2411 327 had been made, this house itself would then have had to be built for the account of the Company, and that the Company has thus far not been prejudiced by this arrangement. The Tuticorin servants have been ordered to execute the order of your Right Honorable Sirs mentioned here in the margin; as regards the arrangement itself, we humbly request permission to remark that if the arrangement with Keuneman concerning the dwelling house for the first resident of Manapar was not Section 322. You have rightly brought to the attention of the Ministers that it were to be wished that the Company had remained outside the arrangement concerning the construction and improvement of the residence of the Resident at Manapar, since already in the first instance—in which the funds disbursed by the departing Resident Keuneman were to be refunded by his successor—one sees that this successor is said to be unable to do so, and thus the 2,000 Pagodas or ƒ 8300:—. Netherlands have been taken directly for the account of the Company, and consequently also the repairs and the maintenance of that entire dwelling. We can by no means acquiesce in this disposition of the Ministers, since it is extremely disadvantageous for the Company to burden itself with residences or buildings, and we therefore desire that this money be refunded to the Company and that furthermore this sum, after a reasonable deduction, shall in due course be repaid to the Resident Augier by his successor. 2412 329 5323. 330 2413 331 Section 323. It is very strange that whenever, through one accident or another, the servants suffer any loss, that loss is often simply charged to the expense of the Company by the Company's Ministers, on which actions you then indeed make remarks, but nevertheless also allow them to pass. We judge such a course of action quite suited to make the servants careless, since they always hope for compensation, and at the same time it provides manifold opportunities to prejudice the Company. An example of this we encounter once again in what occurred with the French Captain Meuron, commanding the private snow Jason sent with rice to Ceylon, to whom 332 2414 335 the Master Attendant, upon a false pretense of the said captain that he had been freighted on the Malabar on condition of exemption from all dues, had made some provisions, which provisions, after the discovery of that fraud, were placed to the Company's account and written off. This writing-off displeases us in the highest degree, and we consider that the expenses incurred by the Master Attendant for the benefit of the French deceiver ought not to have come to the charge of the Company, but that the same should have been reimbursed by him, the Master Attendant. You shall therefore bring our displeasure concerning this to the attention of the Ministers and very earnestly recommend to them to take care
Dutch transcription
322 2409 32¾ naaren zij, moogen zijn wie zij willen die zich met deeze duijten hebben ver„ „rijkt onmiddelijk uit haare posten te stellen, met op „houding hunner gagien en emolumenten en dat zoo zij eene administratie mog„ „ten hebben zij de„ „zelve behoorlijk zul„ „len moeten ver„ „andwoorden en de zodanige vervol„ „gens met afgeschree„ „ven gagie bij de eerste geleegendheid naar Nederland zullen moeten op zenden De nieuwe kruitmolens hier § 321. Hier meede over„ ter zyde vermeld, waaren van een aldereenvoudigste konstruktie „ gaande tot Het ze bestonden zoo als dat blijkt uit de teekening die onder de bij„ Hoofddeel van Jim¬ „laagen overgaat, uit een leggende voetsteek en twee daarop loopende „meragien en repa„ houte selinders niet kopers be„ „kleed, die met een enkelde boom „ratien ontmoeten bewoogen wierden. Het merk had dus geen wrijving, dog van wij in de eerste deeze molens, waarvan 'er eerst een is aangebragt tot een proet, en naderhand nog een om te plaats dat 'er eeni„ zien of men de deffikten bij de eerste proef bevonden konde ver„ ge veranderingen helpen, bleek het bij de inkomst dat wanneer aan de selinders ge„ zijn gemaakt aan geeven wierd de nodige zwaarte, de beesten hier te lande geen de Constructie van sterkt genoeg hadden om ze niet de nodige snelheid te beweegen, de nieuwe uijtge„ blykens at vondene knuid moo¬ Cam kne van di die met dezen tegelik afgat„lens omtrend welke op Agijaga Hog Laast: zau pura„ eervan den ons bereeds bij voor„ een ander moole hebben laaten aan bouwen, waarvan „ afteeke„„ gaande Missives ken„ „ning hiernevens gaat, en waarvan ge Zo „nis 324 2410 325. zoo draa ze zal zijn vervaar„ „digt, me een specipikatie van de onkosten zullen zenden aan hunne Hoog Edelh: en ook aan uwel Edele Hoog Achtbaare. „nis was gegeeven. Vermits wij nu bij ons vorig schrijven ons verlangen hebben „ gecommuniceerd om van de Constructie van deeze nieuwe kruidmoolen door een beschrijving en afteekening te wor„ „den g'informeerd, zoo verwachten wij ook insgelijks dat de Ministers ons van de daar in gemaak¬ Voeen m „te veranderingen zullen opgaave doen wij moeten egter remar„ „queeren, dat deezen gemaakte notable veranderingen met bijvoeging van een groot ster rad van 144: tanden en een soort„ „gelijk klijner rad van 30: tanden met een schijfloop van 70: stokken tusschen beiden duidelijk doen zien dat de voorige constructie niet vol„ „doende is geweest, en wij vreesen ook dat dit bij voegzel of het werk vertraagen zal 13 326 2411 327. was gemaakt, dit huis toen„ zelfs, voor reekening van de komp: zoude moeten zijn opgebouwd, en dat dus door dit arrangement benadeeld. zal of ten minste kragt word bijgezet. §322. Te regt hebben uE: veel kostbaar maa De Tutukorijnsche bediendens zijn aan bevoolen de exekutie der ordre de Ministers onder ken, en men dus va van uwel Edele Hoog Achtb: hier„ „nevens vermeld, aan wat het deeze moolens dat 't oog gebragt dat het arrangement zelve aangaat, verzoeken we verlop, hier nedrig te wenschen waare effect niet zal heb„ temoogen aanmerken, dat zoo de schikking met keurman om„ dat de Compagnie „ben 't welk men trent het woonhuis voor den eersten resident van Mannapaar niet 'er zich van heeft buiten de schikking omtrend den opbouw voorgesteld, zoo als de komp=e in zoo verre niet is en verbeetering van wij reeds deeze be„ de wooning van den „dugting bij onze Ge¬ Resident te Man„ „neraale Missive „napaar was geblee„ van 1788: 5: 227. waar „ven dewijl men aan wij ons referee reeds bij het eerste ren hebben te kennen geval, dat de door gegeeven en welke nu door het blijk„ den afgaande Re„ „sident Keuneman „baar gebrekkige in die uitgeschoote penningen Molens nog meer kragt door 2412 329 door zijn op volger zoude worden geres„ „titueerd, ziet dat deeze opvolger word gezegd daar toe bui¬ „ten staat te zijn en dus de 2000: Pago „den of ƒ 8300:—. No derlands direct voor Reekening van de Compagnie genoom zijn en bij gevolg ook de reparatien en het onderhoud van dies geheele wooning w kunnen in deeze dispositie der Mi„ „nisters geenzints berusten dewijl het voor de Compagnie ten uittersten scha„ „delijk is zig met wooningen of ge„ „bouwen te belas„ „ten en wij begeeren derhalven dat dit geld aan de Compag¬ „nie worde geresti „tueerd en dat wijders aan den Resident Augier door Zij„ „ne opvolger in der tijd na een billijke korting deese som wederom zal wor„ „den goed gedaan berusten 5323. 330 2413 331. § 323. Het is zeer vreemd dat als door het een of ander toeval de Be„ „diendens eenige scha „den bekoomen, die schade al veeltijds door Compagnies Ministers maar tot Lasten van de Compagnie ge¬ „bragt word, op wel „ke daaden uE: als dan wel remarques maaken maar de ze# „ve dan ook passeeren Eene diergelijke han¬ del wijs oordeelen wij regt geschikt om de bediendens zorgeloos te maaken dewijl zij altoos op ver„ „goeding hoopen en geeft tevens meenig„ „vuldige geleegenheid tot benadeeling van de Compagnie Een voorbeeld hier van ontmoeten wij wee„ „derom in het voor„ „gevallene met de Fransche Capitain Meuron Comman„ „deerende de Particu„ „liere snauw Jason met rijst naar Cij„ „lon gezonden, aan bediendens welken 332 2414 335 welken de Equipagie„ „meester op een valsch voorgeeven van ge„ dagten kapitain dat hij op de Mallabaar was bevragt gewor„ „den op Conditie van vrijdom van alle on„ „gelden eenige verstrek„ „kingen had gedaan wel„ „ke verstrekkingen na de ontdekking dier falliteit op 's Comp reekening zijn gesteld en afgeschreeven Deeze afschrijving mis„ „haagt ons ten hoogsten en wij begrijpen dat de onkosten ten behoeve van den Franschen bedrieger door den Equipagie meester be„ „steed niet hadden be„ „hooren te koomen ten lasten van de Compagnie maar dat dezelve door hem Egi¬ „pagiemeester hadden moeten vergoed wor„ „den. UE: zullen der „halven ons misnoe„ „gen hier over de Mi„ „nisters behooren onder 't oog te brengen en„ dezelve wel ernstig recommandeeren zorge onkosten te
English
We will nonetheless let Your Right Honourable's recommendation serve as our dutiful guidance. Upon the order given by their High Honours by letter of 2 June 1789, Captain Bellon was ordered to repay whatever he has enjoyed in excess of one year of interest, and this larger amount has been charged to Jaffnapatnam in order to be recovered from Bellon. Following this, he has sent to us the petition that is being forwarded among the annexes, which has since been placed by us into the hands of the chief administrator in order to have his report upon it, which has not yet arrived. The French Captain Meuron appeared to us to be a man whom we thought we could not refuse upon the solemn assurance he gave us. to behave so that such matters will in future find no place, and that they must not dispose so lightly of Company funds, since we shall otherwise make them compensate for the damage. § 324. The same recklessness in disposing of Company money we discover in the granting of an interest of 12 percent to Captain Lieutenant Bellon for some provisions made by him from his private purse since 4 June 1784, for the reason that he at that time, according to his claim at Cuddalore, had had to take up that money at that same interest. It appears to us entirely improbable that the said Bellon has paid 12 percent for interest all that time, and this not being so, he was also entitled to no more than that which he has actually paid; and as this ought properly to have been investigated before granting him the full amount of interest, you will also have to present to the Ministers this remark of ours, and therewith, with emphasis on the recommendation made at the previous section 8, admonish them in general not to dispose so liberally of the Company's purse. § 325. Under the heading of taxes and compensations, we must approve as utterly reasonable the compensation of the rice and the salt imposed upon the dispenser, which he has not been able to demonstrate to have delivered to the country's frigate the Scipio. And keeping ourselves already partially satisfied with this regarding our letter by General Missive of the year 1788, paragraph 194, we shall further explain ourselves, in conformity with the aforementioned letter, at the first suitable opportunity concerning various items supplied to the said frigate. § 326. Under this same heading of taxes and compensations, we can find not the slightest reason why the ministers have so lightly departed from their taken resolution to have the sails that were eaten through by the white ants compensated by the Master of Equipage Abo, and why the said Ministers have decided to let him suffice with paying for them at purchase cost, since they, upon the taking of the first Resolution on 18 February, say that proper supervision is lacking in the Galle Equipage Warehouse, as only recently some cordage was also found damaged by the white ants and a part thereof was imposed on the Master of Equipage Abo for compensation; and that in this case nothing can contribute to the discharge of the said Master of Equipage that he appealed to the bad condition of the racks and of the warehouse itself, since he ought to have cared for the racks, and that complaints had never before been received about the bad condition of the Warehouse, probably because the Masters of Equipage at the time had provided for it by sufficient precautions. These reasons have appeared to us of so much weight and serve so much to the disadvantage of the Master of Equipage that we would not need to make the slightest difficulty to disapprove the last taken resolution of the Ministers. We shall, however, still let the same pass for this time; but if it might again happen in the future that one departs without giving reasons from a resolution taken on so many grounds, we shall without any connivance immediately have the damage caused thereby compensated. § 327. On the other hand, in the confidence that the Ministers will not again have departed therefrom, we approve to the highest degree their resolution to make the Galle Warehouse Master compensate for those unwanted goods that have lain there for many years. But we can once again not pass by noting here the resolution taken by the Ministers on 26 August 1788 regarding the purchase by the Galle Servants of a quantity of 50,000 pieces of coconuts at a very high price, by which resolution the Servants were freed from the compensation of the damage brought thereby to the Company, against the advice of the Governor and the Secretary van Zitter. This resolution has been properly complied with. The reasons of excuse presented by the Galle Servants certainly cannot be held to be very sufficient, and the reflections made by the Governor and the Secretary van Zitter, on the contrary, lean, as we believe, on reason. We have thus in this matter also not been able to see without very great displeasure the leniency of the Ministers shown here once again; and although we let the same pass for this time, we nevertheless wish to have recommended to them with the utmost seriousness not to grant such acquittals so lightly at the expense of the Company's purse, as we shall otherwise come under the necessity to
Dutch transcription
334 2415 385 wij zullen ons niet te min uwel Edele Hoog agtb: aanbevee„ „ling tot schuldige naricht laa„ „ten verstrekken. op hunne Hoog Edelh: gegeevene ingekoomen is. De fransche kapitain Meuron te gedraagen dat dier kwam ons voor teweezen een Man, die we dagten geen geloofte gelijke zaaken bij ve# verzeekering die wij ons deed. „ volg geen plaats vin den en dat dezelve niet zoo ligt vaardig over Com¬ „pagnies Penningen moeten disponeeren vermits wij anders de schade door hun zullen doen ver¬ „goeden 5324. Dezelfde roekeloosheid ordre bij brief van den 2: Junij 1789: in het disponeeren is kapitain Bellon opgeleyd uit„ te keeren al wat hij meer genooten over Compagnies gel heeft dan den intrest van een Jaar en is dit meerder bedraagen na Juffenapatnam aangereekend, „ den ontdekken wij i om daar van Bellon teworden ingevordert. Hij heeft hierop het toestaan van een dat onder de bijlaagen overgaat, intrest van 12: p:r C:t a dat zedert door ons is gesteld in handen van den hoofdadmi „ den Capitain Lieute nistrateur om daarop te hebben moogen wijgeren op de plegtige aan ons gezonden het request zijn Bericht dat nog niet „nant Bellon voor eenige verstrekking door hem uit zijn prive beurs zedert 4: Junij 1784: gedaan om reeden dat hij op dien tijd dat geld volgens zijn voor¬ „geeven te Coedeloer tegen dien zelfden interest had moe„ „ten opneemen. - Wet komt ons gantsch niet waarschijnelijk voor dat gemelde Bellon al dien tijd 12: p:r C:o voor interest heeft betaald en dit zijn „nant zoo 336. 2416 337 zoo niet zijnde kwam hem ook niet meer toe dan dat geen 't welk hij wezendlijk heeft betaald en daar dit behoorlijk had moeten worden on„ „der zogt alvoorens hem het volle mo „tant aan interessen toetestaan zullen UE: de Ministers ook deeze onze re marque moeten voor houden en daar bij met aandrang op de bij voorige 8: gedaane recommandatie, dezel „ve over het algemeen vermaanen met zoo liberaal over Compagnies beurs te disponeeren 5: 325. Onder het Hoofddeel van belastingen en vergoedingen, moeten wij als ten uittersten billijk approbeeren de vergoeding der rijst en van het zout aan den dispencier op„ „gelegd welke hij niet heeft kunnen aan„ „toonen aan 's lands fregat de Scipio te hebben afgeleeverd. „ve En 3382 2457 33 En hier meede ons reeds gedeeltelijk voldaan houdende op ons aanschrijven bij Generaale Mis„ sive van den Jaa „re 1788: § 194. zullen wij ons verder noo „pens diverse artike len aan het gemel de Fregat verstrek Conform het even „gemelde aanschrij „ven bij eerste be „quaame geleegend„ „heid nader verklaa „ren. §326. wij kunnen onder dit zelfde Hoofddeel van belastingen en vergoedingen geene de minste reeden vinden waarom de ministers zoo ligt zijn afgegaan van haare genoomen besluijt om door den Equipagiemees„ „ter Abo te laaten vergoeden de door de witte mier en door„ „vreeten zijnde zei„ „len, en waar om gedagte Ministers beslooten hebben hem 5 326. te 344: 2418 341: te laaten volstaan met de zelve in„ „koops te betaalen daar zij bij het nee# „men der eerste Re„ „solutie op den 18: Fe„ „bruarij zeggen dat het in het Gaalsch Equipagie Pakhuis aan een goed toezigt ontbreekt wijl er ook noch onlangs eenige Touwerk van de witte Mieren beschadigt bevonden en een gedeelte daar van den Equipagie„ „meester Abo ter vergoeding was opge„ „legd en dat in dit geval niets tot de„ „charge van gemelde Equipagie meester kan toebrengen dat hij zig beriep op de slegte gesteldheid der stellingen en van het pakhuijs zelve, dewijl hij voor de stellingen had behoo¬ „ren te zorgen en dat er nimmer te vooren over de slegte gesteldheid van het Pakhuijs klagten waaren inge„ vergoeding „koomen 342 2416 343 „koomen waarschijn lijk om dat de Equi „pagie meesters in der tijd door toerij„ „kende praecautien daar in hadden voor „zien, deeze reede„ nen zijn ons van zoo veel gewigt voorgekoomen en strekken zoo zeer tot bezwaar van den Equipagie mee# „ter dat wij geen de minste zwaarighed zouden behoeven te maaken het laatst genoomen besluit der Ministers afte„ „keuren, wij zullen egter het zelve voor dit maal noch pas„ „seeren, dan bij aldien in 't vervolg weder„ „om mogt gebeuren dat men van een besluit op zoo vee„ „len granden genoo„ „men zonder het gee„ „ven van reeden af„ „ging zullen wij zonder eenige oog„ „luiking de daar door veroorzaakte scha„ „de dadelijk doen vergoeden der § 327. 344 2420 345 5327. Daar tegen approbeere Aan dit besluit is behoorlijk voldaan. wij in 't vertrouwen dat de Ministers daar van niet wed zullen zijn afge „gaan ten hoogsten derzelver besluit om den Gaalsche Pakhuijs meester te doen vergoeden die ongewilde goederen welke zedert veele Jaaren aldaar ge¬ „leegen hebben, dan wij kunnen al wee „der niet voor bij hier ter plaatse op„ „temerken het door de Ministers op den 26: Augustus 1788: genoomen besluit betrekkelijk den inkoop door de gaal„ „sche Bediendens van een quanti„ „teit van 50'000: p:s kokus nooten tegen een zeer hoogen prijs, bij welk besluit de Bediendens van de vergoeding der schaa¬ „de de Compagnie hier door toegebragt zijn bevrijd tegen het ad„ „vies van den Gou„ „verneur en de secre„ de „taris 346. 2421 347 „taris van Zitter De reedenen van verontschuldiging door de Gaalsche Bediendens bijge¬ „bragt, kunnen zekerlijk niet voo zeer voldoende ge „houden worden, en de gemaakte refle¬ door den Gouverneu en den secretaris van Zitter, Heú nen daar en teegen zoo wij meenen op reeden wij hebben dus ook in deeze niet dan met zeer veel ongenoegen kun„ „nen zien de hier wederom betoonde faciliteit der Mi„ „nisters en schoon wij dezelve voor dit maal passeeren, willen wij hun niet te min met den meesten ernst hebben aanbevoolen niet zoo ligt dier„ „gelijke vrijspraaken ten kosten van Com„ „pagnies beurs te doen, terwijl wij anders in de noodzaake „lijkheid zullen komen veel om
English
to accomplish, than that it occurred out of great wantonness, or perhaps even with the wicked intention of bringing the keeper of the books, who was the bookkeeper Stubbe at that time, into embarrassment. Upon our order to the Trincomalee servants to conduct a careful investigation into this case, they answered us that notwithstanding all their inquiries they had been able to discover nothing further about it. We know no reason for this misdeed in the office, and the Ministers ought to be ordered to state what they have considered to be the apparent reason for this theft. Meanwhile, it surprises us that since the Ministers had already ordered the servants at Trincomalee to make a careful investigation into this audacious deed, no report of the result of this investigation has yet been obtained, although enough time seems to have elapsed since the committing of the same to have been able to carry this investigation to a conclusion. in order to hold those who helped make such decisions, and of whom it does not appear from the resolution that they were of a different mind, responsible for them. Paragraph 328. Regarding the trade and merchant books, the theft of the journal and specification book at Trincomalee immediately appeared very strange to us, of which the Ministers have informed us; and since we cannot fathom what use the thief could have for these books, to obtain which he nevertheless ventured so far that he forced his way in with violence; Paragraph 329. The orders given by the Ministers to have the credit running accounts in the trade books examined, as well as what true remainders are on hand, and to have the same continued in the books at proper prices, appeared to us very suitable, so that you may make our satisfaction known to the Ministers, expressing that it was pleasant for us to see that they have felt the neglect which has taken place regarding this matter and have sought to improve it. The Ministers will also have already seen from Paragraph 325 of our last General Letter, of which an extract was sent to them, that these orders fully agree with our desires, and that we expected from their zealous efforts that they would fully satisfy this, while we furthermore awaited the outcome of that work with our desire. The Governor, having had to occupy himself the entire year with the Kandyan unrest, will now see to finishing this work at once, so that it can be offered to your Right Honourable and Honourable Worships with the early ship in coming November. We hope at the same time to be able to send to your Right Honourable and Honourable Worships an indication of the necessary expenses of each department separately, in ordinary times. Paragraph 330. In regard to the balance sheet of this Government, you have rightly remarked that although it was pleasant that the expenses in 1786/7 were reduced by f 74423. 4. in comparison with the preceding year, it nevertheless means little in comparison with the very important sum which those expenses amounted to and exceeded the limitation made in the Household Memorandum by so much. We add to this that however pleasant this reduction of the expenses is, the small profits and revenues have nevertheless considerably reduced this advantage, besides that the expenses are also still at such an enormous height that they constitute an intolerable burden for the Company. And this spectacle is all the more unpleasant as we, in examining the expenses of this office, have observed that more than sixty years ago, or from 1713/20 to 1728/9 on average, they amounted to only f 733000:—, and that in a time in which, as has already been remarked above, infinitely more cinnamon and other products were collected than at present; that even the expenses now still very far surpass those of the ten years before the war, which were already very high and amounted annually to f 1225000:—. That one can thus not recommend seriously enough to the Ministers to be mindful of the steady reduction of the expenses, and that we hope that the said Ministers will at long last, for their own preservation and that of the Company, bring the same to a tolerable footing. Paragraph 331. From the previously cited Paragraph 335 of our last General Letter, the Ministers will also have been able to discover the confidence in which we were then situated, that the remainders of those articles whose retention was not strictly necessary would be considerably reduced. We find ourselves considerably deceived in this expectation of ours, since we now see from the Ministers' advices that the remainders as of the end of August must We will then also have the honour of sending to your Right Honourable and Honourable Worships a remainder list drawn up from the latest inventory, indicating what must remain of the household remainders and what can be spared.
Dutch transcription
348 2422 349 uit te doen, dan dat het geschied is in't groo„ te baldaadigheid of misschien zelfs met het dat in die teid geweest is den boekhouder bediendens gegeeven om nopens dit geval te doen een naauwkeurig onderzoek heb„ staande alle hunne naspeuringen daar om die geenen die zodanige besluiten helpen neemen en van welke bij de resolutie niet blijk dat zij van andere gedagten geweest zijn daar voor ver „andwoordelijk te houden 5328. Negotie en hande „boeken betreffende is ons al aanston of „gekoomen het ste „len van het Jour stubbe, in verleegendheid te brengen. op „naal en specifica „tie boek te Trinkon van niets verder hadden kunnen ontdekken. zeer vreemd voorwe weeten geen reeden van dit wan bedrijf in het Comptoir is „male waar van de Ministers ons kennis hebben ge„ „geeren en vermits wij niet kunnen nagaan, welk nut den ontvreemder zou kunnen hebben van deeze boeken om welke te ver„ „krijgen hij zig egter zoo ver heeft gewaagt dat hij met geweld gelast op te geeven booze inzigt om den houder van de boeken, ingedrongen; zul„ onze ordre aan de Trinkonomaalse „ lende de Ministers „ben ze ons geandwoord, dat ze niet tegen behooren te worden „male wat 350 2423 357 wat zij voor de schijn„ „baare reeden deezer diefstal hebben gehou „den; Intusschen ver „wondert het ons dat daar de Ministers de bediendens te Prin¬ „conomale reeds hadden gelast een nauwkeurig onder „zoek te doen naar dit stout bestaan va den uitslag van dit onderzoek nog geen berigt is erlangd, schoo er zedert het pleegen van 't zelve reeds tijds genoeg schijnt te zijn verloopen om dit onderzoek te heb„ „ben kunnen doen ge„ „volg neemen 5329. De ordres door de „ Ministers gegeeven om te doen nagaan de bij de Negotie boeken Credit loo„ „pende reekeningen als meede welke waare restanten 'er voor handen zijn, en dezelve bij de boeken tegen behoor„ „lijke prijsen te doen voortloopen zijn ons als zeer geschikt te 352. 2424 353. De gouverneur zig het geheele Jaar hebben„ „de moeten bezighouden met de kandiase onlusten, zal dit werk nu ten eersten zien af te maaken, ten einde het met het vroeg Hoog achtb: en 1 WE: te kunnen worden aangebooden geschikt voorgekoo„ „men zoo dat uE: de Ministers daar over ons genoegen zullen kunnen te kennen gegeeven onder be„ „tuijging dat het ons aangenaam is ge„ weest te zien, dat zij het verzuim het welk 'er om„ „trend deeze zaak heeft plaats gehad hebben gevoeld en ge „tragt hebben het zel „ven te verbeeteren de Ministers zullen ste ook uit de 325: 5. va onse laatste Generaa„ „le Missive van welke hun een Ex„ „tract is gezonden reeds hebben gezien dat deeze ordres volkoomen met ons verlangen over„ „eenstemmen en dat wij van haare ijveri„ „ge poogingen ver„ „wagt hebben, dat zij hier aan volkoo„ schip in 9ber: aanstaande, aan uwelEd: men zoude beand„ „woorden terwijl wij verder den uitslag van dat werk niet verlangen te gemoet onse zaagen 354 2425 355. we hoopen terzelver teid aan uwel Ed: Hoog achtb: en W: W: E: te zullen kunnen toezenden een aanwijzing der noodwendige onkosten van elk de partement afzonderlijk, in gewoone tijden. zaagen. 5330. Ten aanzien van de staat reekening van dit Gouvernement hebben uE: te regt aangemerkt dat schoon het wel aan„ „genaam was dat de Lasten in 178/7. ƒ74423. 4. in vergelij„ „king van het voor „gaande Jaar zijn verminderd, het eg„ „ter nog weinig wil zeggen in vergelijking van de zoo impor„ „tante som welke die Lasten bedroegen en de gemaakte be„ „paaling bij de Memo„ rie van Menage zoo ver te boven „gingen wij wegen hier nog bij dat hoe zeer deeze vermin„ „dering der Lasten aan genaam is, egter de geringe winsten en inkomsten dit voordeel aanmerkelijk heb„ „ben verminderd, be„ „halven dat ook de Lasten nog tot zoo een en orme hoogte zijn dat dezelve eenen en ondraagelijke 356 2426 357 ondraagelijke Last„ „post voor de Maat„ „schappij uit maaken en deeze vertooning is te onaangenaa„ „mer daar wij bij 't nagaan der Lasten van dit Comptoir hebben ontwaard dat dezelve voor nog ruim zestig Jaar of wel van 17 13/20. tot 172 28/9. door den anderen geslaagen maar bedroegen ƒ733000:—. en dat in een tijd waar in zoo als de hier boven reeds is aangemerkt oneindig veel meer Canneel en andere producten wierden in gezaameld, dan tegenwoordig, dat zelfs de Lasten thans die van de tien Jaaren voor den oorlog welke reeds zeer dank„ „kend waaren en Jaarlijks ƒ 1225000: bedroegen nog zeer verre surpasseeren dat men dus de Mi¬ „nisters niet ernstig genoeg kan aanbe„ reeds „veelen 358 2427 359: §331. we zullen als dan teevens, de eere hebben aan uwel Edele Hoog achtb: en W: UE: te zenden een restant lijst opgemaakt uit den Jongsten opneem; met aanwijzing wat blijven en wat kan worden gemist. „veelen om op de gesta„ „dige vermindering der Lasten bedagt te zijn en dat wij hoopen dat gedagte Ministers eens ein„ delijk tot hun eigen behoud en dat der Maatschappije dezel„ „ve op een draaglijken voet zullen bren„ „gen. uit de evente vooren aangehaalde para„ Generaale missive zullen de Ministers meede hebben kunnen van de huis houdelijke restanten moet„ graaf 335: onser laats ontdekken 't vertrou„ „wen waar in wij toen verseerden dat de Restanten van die artikelen wel„ „ker aanhouding niet volstrekt noodzaa„ „kelijk was aanmer„ „kelijk zoude worden verminderd. Wij vinden ons in deeze onze verwag„ „ting. merkelijk be„ „droogen daar wij nu uit der Minis„ „teren adviesen zien dat de restanten on„ „der ultimo Augus„ ontdekken „tus
English
360 2428 361 ... August 1787 amounted to an enormous sum of ƒ 4395794:2:8. Regarding this, we found upon examining their balance sheet that some of the principal entries consist of equipment goods, outstanding debts, and various items in which a notable reduction could be brought about. It earns our highest displeasure that, notwithstanding our persistent instructions to reduce the arrears, they are on the contrary increasing. You will therefore not only have to bring seriously to the attention of the Ministers our sensitivity regarding the little zeal they display in this important matter, and on our behalf order them anew in the highest, strongest 362 242 363 strongest terms to make every effort in order to significantly reduce the arrears, especially as far as the aforementioned items are concerned. § 332. Having already disapproved in our last General Letter, § 328, the proposal appearing under the heading of pay books from the Ministers concerning the granting of six months' wages to the craftsmen as well as to the military personnel who are not in bad standing, we shall now simply refer to that instruction, in order to subsequently direct our attention to what was communicated regarding various items from the requisition of needs for this Government. § 333 364 2430 365 We will manage as much as possible with Ceylon wood, and where teak wood is strictly necessary for shipbuilding, we will manage that as much as it is obtainable from the planting of which was already begun some years ago on Ceylon, and is steadily being continued. We will thus make our requisitions of timber for Batavia and Cochin as small as possible, and request nothing from there except that which cannot strictly be obtained here from Ceylon teak wood. § 333. The item of the employment of vessels, for which such important requisitions of timber are made, is too remarkable for us not to recommend its saving to the Ministers on all occasions. You will therefore repeatedly bring seriously to their attention the recommendation already made to them by you to provide themselves with timber either from their own forests or from the nearby Malabar, and to indicate thereby that we hope the Governor's prospect of finding the necessary timber on Ceylon over time will be well-founded, and that he will at least each time, before 366 2431 367 Ceylon could, if necessary, obtain all the timber that is strictly needed here from Cochin, but the prices are very high compared to the prices of Batavian teak wood. before letting his requisitions depart for Batavia, inquire with the Governor of Malabar whether what is needed can also be obtained there. We have meanwhile seen with great pleasure from a letter of Governor van Angelbeek dated 1 October 1788 that he will deliver the requested timber upon the reopening of navigation, and we expect that through this, as well as through providing for their own necessary rice, whether from their own produce or by contracts with private individuals on the coast or in Malabar, some ships from Batavia to Ceylon can be saved, and that the other stations can also be supplied that much more easily with both timber 368 2432 369 timber and rice. § 334. Although you have certainly been unable to conduct a more specific investigation regarding the bad condition of the sugar with the Administrators in the sugar warehouse due to the inaccurate statement of the Ministers, we nevertheless doubt whether the Administrators can be entirely exonerated, as evidence of the bad condition and false packing of the sugar has already appeared here in the homeland, as you will have seen from the headings of the latest requisition sent. And as we have observed from the deposition of the ship's officers of the ship the Drie Gebroeders made before the sworn First Clerk Gratiaan on 2 October 1788 370 2433 371 have observed that 24 canassers of sugar were issued to him from the Company's dispensary, which were charged to him at 30 lb per parra, but which, upon reweighing and pouring out, amounted to nearly 60 lb each, we desire that the necessary clarification regarding this be given to us. And as all similar cases give us very much suspicion that the handling of sugar at Batavia is not carried out properly, we further recommend you to keep a watchful eye on the conduct of the Administrators, so that, upon discovery of bad faith, they may be punished as an example to others. § 335. From the section on Judicial Affairs, we have learned with the greatest indignation 372 2434 373 learned of the extreme outrages and brutalities committed in the vicinity of the village of Kelaniya, not far from Colombo, by the Luxembourg officers Des Rosiers, Tissot, Joui, Ronnel, and Fabron, or at least by the last four mentioned. And we cannot therefore conceal with what reluctance we have seen the laxity that shines through in the proceedings held concerning this and the subsequent sentence of the Council of Justice at Colombo. Indeed, aiming firearms at people, publicly mocking the religious service of the Sinhalese, by which they must necessarily be embittered, striking a hole in the head of a Sinhalese, and subsequently firing into the crowd
Dutch transcription
360 2428 361 „tus 1787. hebben bedraa„ „gen een enormesom van ƒ 4395794:2: 8: waar omtrend door ons bij het nagaan van den staat derzelven is bevonden dat eeni„ „ge der voornaamste posten bestaan in Equipagie goederen uit staande schul„ „den en verscheide articulen waar in een merkelijke vermindering zoude kunnen worden te weege gebragt: Het verdiend ons hoogst ongenoegen dat niet tegenstaan¬ „de onse aanhouden„ „de aanschrijvingen om toch de restanten te verminderen de„ „zelve integendeel vermeerderen en uE: zullen dus de Ministers niet alleen ernst onse gevoelig„ „heid moeten onder„ 't oog brengen over den wijnigen ijver welke zij in dit gewigtig stuk betoonen en hun van onzent weege op nieuw ten hoogst sterksten 362 242 363 sterksten beveelen, om toch alles in 't werk te stellen, ten einde de restanten inzon„ „derheid voor zoo ver de bovengemelde artikelen betreft merkelijk te ver „minderen. § 332: De onder het Hoofd„ „deel van zoldij boe„ „ken voorkoomende voordragt der Mi„ „nisters omtrend het accordeeren van ses maanden gagie aan de Ambagts„ „lieden even als aan de Militairen, die niet te kwaade staan bereeds bij onse laatste Generaale Missive § 328: hebben gedis„ „approbeerd zullen wij ons thans een „voudig tot dit aan„ „schrijven referee „ren ten einde ver„ „volgens onsen aan dagt te gaan ves„ „tigen op 't be „deelde omtrend verscheide Articu„ „len uit den eisch van behoeftens voor dit Gouvernement. de 5333 364: 24. 30 365 we zullen ons zoo veel mogelijk met ceilons hout behelpen, en waar tot den scheeps bouw volstrekt kiate hout nodig is zullen we dat zoo veel het te krijgen is met welkers aanplanting reeds voor eenige Jaaren op Ceilon begonnen is, en gestaadig word voortgevaaren. we zullen dus onze eisschen van hout werken na Batavia en koetsiem zoo klijn maaken als het mogelijk is, en van daar niets vraagen dan het geen hier volstrekt ziet te tuijgen §333. Het Artikel van het emploij der vaar„ zien te winden uit het Ceilons kiate hout „ tuijgen waar voor zulke importante Eisschen van hout„ werken worden ge„ daan is te aanmer¬ „kelijk dan dat wij niet bij alle gelee„ „gentheeden de Mi„ „nisters de uitspaa„ „ring daar van zou„ „den aanbeveelen; uE: zullen dezelve dus bij herhaaling ernstig onder het oog behooren te bren„ „gen de reeds door UE: aan hun gedaane re¬ „commandatie om zich van houtwerken of uit haar eigen bos„ „schen of van het na bij geleegen Ma¬ „labaar te voor„ „zien en daar bij te kennen geeven dat wij hoopen dat het voor uit zigt van den Gouverneur om het benoodigde hout„ „werk op Ceijlon met den tijd te kunnen vinden zal gegrond zijn en dat hij zich ten minsten telkens aan alvoorens 366 2431 367 Ceilon zoude des noods al het hout, dat hier volstrekt nodig is, van koetsiem kunnen krijgen, dog de prijsen vallen zeer hoog in vergelijk van de prijsen van het Ba 't dviasch kiate hout. alvoorens zijne Eis„ schen naar Bata„ „via te laaten afgaan bij den Gouverneur van de Mallabaar zal informeeren of het benoodigde ook aldaar te be„ „koomen is Wij hebben intusschen met veel genoegen uit een brief van den Gouverneur van Angelbeek van 1: october 1788: gezien dat deeze het verlangde hout bij het opengaan der vaart zal bezorgen en wij verwagten dat hier door als meede door het zich zelven bezorgen van de noodige rijst het zij uit zijn eigen Producten of door Contracten met particulieren op de kust of wel op de Mallabaar eeni„ „ge scheepen van Batavia naar Ceij„ „lon zullen kunnen gemenageerd worden en dat ook de andere Comptoiren zoo van vaart hout 368 2432 369 hout als rijst zoo veel te gemakkelijker zullen kunnen voorzien worden. §334. Schoon UE: zekerlijk door de onnauwkeu¬ „rige opgaave der Mi„ „nisters buiten staat zijn geweest om wee„ „gens de slegte gesteld, „heid der zuiker bij de Administrateurs in het suiker Pak„ „huijs een meer be „paald onderzoek te doen zoo twijffelen wij egter of de Admi„ „nistrateurs wel geheel zijn vrij te spreeken daar 'er reeds hier te Lande over de slegte gesteldheid en valsche afpakking der suiker blijken zijn voorge„ kormen zoo als uE: uit de Hoofden van de laast afgegaane Eisch zullen hebben gezien. En daar wij uijt de verklaaring der scheeps officieren van het schip de Drie Gebroeders voor den gezwooren Eerste Clercq Gratiaan op den 2:e: october 1788: gepasseerd zijn hebben 370 2433 371. hebben ontwaard dat aan hem uit Com„ „pagnies dispens zijn verstrekt 24: kanas„ sers Luiker welke hem met 30: lb: Parra zijn toege¬ „worgen, dog die bij na weeging en uitstorting bijna 60: lb: ieder bedraagen hebben, begeeren wij dat ons hier omtrend de noodige elucidatie zal worden gegeeven, en daar alle zoort¬ gelijke gevallen ons zeer veel suspicie §335. Uit het Hoofddeel van Justitie zaaken heb¬ „ben wij met de grootste verontwaardiging ver„ geeven dat de behande, „ling omtrend de sui„ „ker te Batavia niet na behooren geschied, recommandeeren wij uE: wijders een attent oog op 't gedrag der Administrateurs te houden ten einde bij ontdekking van kwaade trouw dezel¬ „ve anderen ten voor„ „beelde te kunnen staaf„ „fen. geeven „noomen 372 2434 373 „noomen de verre-gaan „de baldaadigheeden en brutaliteiten in den omtrek van het Dorp Kalanie niet ver van kolom„ „bo door de Luxem„ „burgsche officieren Des Rosiers, Tissot Joui, Ronnel en Fabron immers door de vier laastgemel„ „de gepleegd en mij „kunnen daarom niet verbergen met welken weer zin wij gezien hebben de slapheid welke in de hier over gehoude„ „ne procedures en opge„ „volgde vonnis van den raad van Justitie te kolombo doorstraalt. Immers zijn het aan„ „leggen met schiet geweeren op menschen het openbaar spot drijven met den dienst der singalee„ „zen waar door de„ „zelve noodwendig moe„ „ten verbitterd worden het slaan van een gat in het hoofd van een singalees het ver„ „volgens vuuren op den de hoop
English
5:7:4: 24. 35 37.5. crowd of the Sinhalese, whereby two of the same were killed and another seven injured, and finally the violation of the arrest; all of which acts, according to the Colombo resolution of 21 July 1788, are held to be proven; after all, we say, these are all misdeeds regarding which it is apparent at first glance that the same ought to have been punished much more severely than by a fine, dismissal, or banishment, which punishments are by no means proportionate to the atrocity of the offense. For certain reasons, we shall not express ourselves any further on this matter at present, nor shall we declare ourselves for the time being regarding the reported fact that the aforementioned delinquents were said to have escaped in such a manner 376: 2436 377: The provost has been dismissed and his salary cancelled. The necessary orders have also been issued for his deportation to the Netherlands with cancelled salary, but the chief surgeon of the Dutch hospital, Knaus, has declared under offer of oath in an attestation accompanying this that he is too ill to be transported without endangering his life, and we have therefore had to postpone doing this until the departure of the upcoming early ship. The newly hired clerks were immediately dismissed. that it was impossible to discover where they went, for which investigation the circumstance of Ceylon being an island might still have afforded some facility. We only add to this that the carelessness of the Provost in Colombo in not properly guarding his prisoners has appeared to us to be of such a grave nature that we deem it necessary that Your Excellencies order the Ministers to dismiss this Provost from his post and to send him to the Netherlands with cancelled salary, of which decision of ours Your Excellencies will accordingly be pleased properly to inform the Ministers. Paragraph 336. Having discovered, under the section communicated by the Ministers concerning domestic arrangements, 378 37 2437 379 the very next opportunity to Your Honorable High Mightinesses. Meanwhile, we request permission to note humbly here that if any of that class of servants on Ceylon deserve this favor, it is certainly the sailors detached ashore here and in Galle. These people must work in the ship's time, so to speak, day and night. that several new clerks were appointed for preparing the papers for the chambers of the Southern and Northern quarters, we shall in this respect simply adhere to our last preceding General Letter, in which we have already stated which are the only papers we require for the chambers of the Southern and Northern quarters, and we consequently expect that all those new clerks in the secretariat, trade office, and pay office will also have been dismissed immediately. Paragraph 337. Furthermore, we have seen under this heading with very great displeasure that the Ministers have proceeded, without any authority, to grant an allowance of arrack to the sailors as well as to the soldiers, and since such unauthorized acts can have very detrimental consequences, we order Your Excellencies to ensure that these issues cease for the future and to write earnestly to the Ministers that they must henceforth refrain from expanding on their own authority the orders regarding the giving of bonuses, we requiring, for the rest, a statement of the additional expenses incurred from this new allowance. This statement is being prepared here and at the subordinate offices, and we shall have the honor of sending the same at 380 2438 384 We have already had the honor to note above that Captain Attems has accepted, in the writing-off of the coir, following the method that is followed therein here in Colombo. Paragraph 338. From the report of the inspector Berghuis, upon that of the commissioners who were to investigate how much coir should be laid into a rope at Galle, we have seen that the quantity in general was found to be less than what is ordinarily written off for it at Galle, which certainly already raises some objection, but that it moreover very far exceeds the quantity that is usually charged for ropes of the same caliber in Colombo. However, the Ministers themselves realized that from these specially laid ropes, in which certainly as much coir will have been laid as was in any way possible, no conclusion can well be drawn regarding ordinary ropes, and therefore ordered that no new ropes shall be accepted unless they have first been examined by commissioners, which commissioners shall from time to time have 10 fathoms cut off from one of the ropes and weighed, and report thereon. This order being of much utility to discover how much coir ropes
Dutch transcription
5:7:4: 24. 35 37.5. hoop der Singaleezen waar door twee derzelve zijn om hals geraakt en nog zeeven anderen geblesseerd en eindelijk het violeeren van 't arrest; /: alle welke factien blijkens Co„ „lombosche resolutie van 21: Julij 1788: voor beweesen worden ge„ „houden :/ immers /:zeg „gen wij:/ zijn dit al„ „le wandaaden waar„ „omtrend in den eersten opslag blijkt dat de„ zelve veel zwaare hadden behooren te worden gestraft dan door een geld boete, de„ „portement of bannis„ „sement, welke straffen op ver na niet geëven„ reedigt zijn aan de atvociteit van 't de„ ons „lict. wij zullen „ over deeze zaak om ree¬ „denen thans niet ver„ „der uitlaaten ook zúllen wij voor 't tegenwoordige ons niet verklaaren over 't meede gedeel¬ „te dat voorsz: delin„ „quanten in dier voe„ „gen zouden zijn ont„ worden „koomen 376: 2436 377: De provoost is afgezet en zijn gagie afge„ schreeven. Tot zijn opzending na Never„ land met afgeschreeven en gagie zijn ook de noodige beveelen gesteld, dog de opper„ meester van het Nederlands hospitaal knaus heeft bij een attest dat hier neevens gaat onder aanbieding van eede verklaard, dat hij te zich is om te kunnen worden verzonden zonder zijn leeven in gevaar te stellen en we heb„ ben dus moeten uitstellen dit te doen, tot het vertrek van het aan staande vroegschip. De aangenoomene scribenten zijn op ten eersten afgedankt. „koomen dat men niet heeft kunnen ont „dekken werwaards zij zig hebben begeeven tot welke naspooring de geleegendheid van Ceilon als een Eiland zijnde nog al eenig gemak zoude hebben kunnen toebrengen. Alleenlijk voegen wij hier nog maar bij dat de zorgeloosheid van den Provoost te Colombo in het niet behoorlijk bewaaren zijner gevangenen ons van zulk een nadenkelijk aart is voorgekoomen dat wij nodig oordeelen dat UE: de Ministers gelas„ „ten deezen Provoost van zijn post te de„ „porteeren en dezelve met afgeschreevene gagie naar Neder„ „land op te zenden van welke onse disposi„ „tie UE: de Ministers mits dien willen behooren te informeeren. §336. Onder 't bedeelde door de ontvangene nadere schikking de Ministers met be„ „trekking tot de huijse„ „lijke bestellingen ont„ na„ „dekt 378 37 2437 379 de eerst volgende geleegendheid aan uwel Ed: Hoog achtb: te zenden. Intusschen verzoeken we verlof hier van dat slag van dienaaren op Ceilon dit gunst bewijs verdienen, hier en te gale aan land bescheiden tijd om zoo te spreeken dagen nagt op„e zijn „dekt hebbende dat ter vervaardiging der Pa„ „pieren voor de ka„ „meren van 't Zuider en Noorder quartier verscheide nieuwe scribenten waaren aangelegd zullen wij ons ten deezen opsig¬ „te eenvoudig gedraa„ „gen aan onse laatst voorgaande Generaa „le Missive, waar bij wij ons reeds verklaard hebben welke eenig¬ „lijk zijn de papieren die wij voor de kanne„ „ren van 't Zuider en zullen we de eere hebben dezelve met Deeze opgaave word hier en op de onder Noorder quartier ver„ „langen en verwagten wij dienvolgende dat ook reeds alle die nieuwe scribenten op de secretarije Ne„ „gotie en soldij Comp„ „toir terstond zullen zijn afgeschaft. §337. Wij hebben voorts on„ met zeer veel onge„ het zekerlijk zijn de mattroosen de Ministers zonder Deeze menschen moeten in de scheeps eenige qualificatie zijn overgegaan om aan de Matroosen zoo wel als aan de hoorige kantooren vervaardigt, en „der dit Hoofddeel nedrig aantemerken dat zoo eenige „ noegen gezien dat Noorder Militairen . 380 2438 384 we hebben hier boven reeds, de eere gehad aan temerken dat de kapitain Atems heeft kaijer, te volgen de voet die daar in ge„ volgt word hier te kolombo. Militairen een toelaa„ „ge te doen van arak en diergelijke ongequa¬ „lificeerde daaden zeer nadeelig in de gevol„ „gen kunnende zijn ge„ „lasten wij UE: te zorgen dat deeze verstrek„ „kingen voor 't ver„ „volg cesseeren en de 5 Ministers ernstig aan„ „teschrijven zich voor„ voor „taan te wagten eige„ „ner authoriteit de or„ dres tot het geeven van douceurs uit te breiden, verlangende wij voor 't overige eene opgaave van de meerdere kosten uit deeze nieuwe toelaage ontstaan. §338. uit het berigt van den aangenoomen in het aafschrijven van de visitateur Berghuis op dat van de gecom„ „mitteerdens welke zoude nagaan, hoe veel saijer 'er in een touw te Gale zou moeten geslaagen wor„ „den hebben wij gezien dat de quantiteit over 't algemeen minder is bevonden als 'er wel ordinair te Gale voor word afgeschree„ „ven het geen zeker reeds de eenige 382 2439 382 eenige bedenking oplee„ „verd dog dat dezelve daar en boven zeer verre te booven gaat de quantiteit wel„ „ke voor Touwen van het zelve Caliber te Colombo gewoonlijk word in reekening gebragt dan de Mi„ „nisters hebben zelve gevoeld dat van deeze ex„ „pris geslaage touwen waar in zekerlijk zoo veel Caijer zal zijn ge¬ slaagen als maar eenig¬ „zints mogelijk is, niet wel tot de ordinaire Touwen gevolg is te trek¬ „ken en daarom gelast dat 'er geene nieuwe Touwen zullen inge¬ „noomen worden als die eerst door ge¬ „committeerdens zul„ „len zijn geexamineerd, welke Gecommitteer„ „dens van tijd tot tijd van een der Touwen 10: vademen zullen laaten afkappen en weegen, en daar van rapport doen. Deeze ordre als van veel nut kunnende zijn om te ontdekken hoe Touwen veel
English
much coir is worked into such rope deserves our approval; we understand, however, that this generous cutting off will cause too great a loss and that the same purpose will be achieved with a smaller cut, and we therefore desire that Your Honour shall set the aforesaid cutting off at 2 to 3 fathoms instead of 10. Further, we expect that the Commander himself, this matter being of real importance, will investigate it from time to time, and for the rest we refer to what was written in paragraph 231 of our letter of 1788, as we can still find no reason why those of Galle should not be ordered to lay their ropes from the same quantity of coir as in Colombo, provided the ropes laid at the last-mentioned place are actually sufficient for the purpose. It serves as a singular pleasure to the first undersigned Governor that Your Right Honourable Worships have been so good as to take some satisfaction in this plan of his. Paragraph 339. With regard to the plan of reduction in the servants proposed by Governor van de Graaff, we must express to him our satisfaction with the diligence displayed by him in this matter and the application of means to relieve the Company somewhat from the oppressive burdens. In analyzing that plan, we did indeed feel some difficulty with Your Honour regarding the abolition of the Political and Judicial Council at Galle and Jaffnapatnam; nevertheless, it appears to us that the Governor of Ceylon, being on the spot himself, was able to judge this on the best grounds and must have foreseen the inconveniences that might arise therefrom. We therefore approve, where one ought to apply everything in order to reduce the complications as much as possible, to provisionally uphold the resolution taken by Your Honour in that regard, but meanwhile to recommend the investigation to your further consideration, when perhaps the Instruction for the Land Council, which by now has surely already been drafted by the Governor, will provide Your Honour with some means to prevent the feared inconveniences. However, we cannot conform to your order to continue keeping the pay books at Trincomalee, Galle, and Jaffna. Those of Trincomalee have already been kept at Colombo since the war, and although the Trincomalee servants did request to keep them there, the Ministers, as is evident from the resolution of 4 September 1787, nevertheless persisted in keeping those books at Colombo, because no single weighty reason was produced by the aforementioned servants for their request. Since this point too could be better judged by the Governor on the spot than by Your Honour, and it is at the same time evident that this arrangement will still considerably reduce the complications, we must approve the Governor's proposal and order its immediate implementation. The new instruction for the Land Councils on Ceylon is, we think, sufficient. It has been sent to Your Honour and was previously approved with a few remarks. The Governor will nevertheless review it once more to see if anything ought to be added, and will subsequently have the honour of conferring further with Your Honour on the matter, and furthermore will await Your High Esteemed further orders. The Governor will confer further on the difficulties that Their Right Honourable Worships have found herein, and will subsequently seek to fulfill the highly esteemed intentions of Your Right Honourable Worships in the best possible manner. Furthermore, we approve the Governor's proposal to allocate henceforth a certain moderate sum in money to the heads of the offices (which sum, however, ought to amount to less than the costs that the Company is currently accustomed to bear for this) in order to have the necessary clerical work done from it, and then to be able to immediately dismiss all those writers whom the Company is accustomed to keep, whether they are adequate or not. The reasons adduced by the Governor for this proposal appear very well-founded to us, and since the difficulties raised against it by Your Honour seemed to us of little interest or weight, we find no reason why the Governor's plan should not be followed in this matter as well. The further proposal made by the Governor to put the Plan into execution immediately under certain conditions and stipulations is also not devoid of merit. The Governor seems convinced of how difficult it is in general, and perhaps even much more in the Indies in particular, when certain posts fall vacant, not to see them filled again, especially when the plan according to which the reduction must occur has already been made some time beforehand, and the situation might arise where another head of the government were to be found. He seems to have felt how dangerous it is to delay such matters, and has rightly judged that it was better for the Company to resign itself to spending some money for a short time on some servants out of employment (although he also moreover suggests a means to make some use of those people) than
Dutch transcription
384 2440 385 veel kaijer in zodanig Touw is verwerkt ver„ „diend onse goed keu„ „ring, wij begrijpen eg„ „ter dat deeze ruime afkapping een te groot verlies zal veroor„ „zaaken en dat het zel„ „ve oogmerk met eene mindere kapping zal worden bereikt, en ver„ „langen dus dat uE: voorschreeve afkapping op 2: â 3. insteede van 10: radems zullen bepaalen Verder verwagten wij dat de Commandeur zelve dit stuk als wezendlijk van belang zijnde van tijd tot tijd zal onderzoeken en refereeren ons overigens tot het aan„ „geschreevene bij § 231: van onze missive van 1788: alzoo wij noch geen reeden kun¬ „nen vinden waarom die van Gale niet worden gelast haare touwen uit dezelve quantiteit Caijer te slaan als te Colombo¬ bij aldien de touwen op laatst gemelde plaats geslaagen voor het oog„ wezendlijk „merk 386 2441. 387 Wet strekt den eerst onder geteekende gouver„ „neur tot een zonderling genoegen dat uwelEd Hoog achtb: zoo goed zijn geweest in dit zijn plan eenig wel gevallen te neemen. „merk voldoende zijn §339. Met betrekking tot het plan van reductie in de Dienaaren door den Gouverneur van de Graaff voorgesteld; moeten wij denzelven ons genoegen betuigen over den ijver door hem in deezen betoond„ en het aanwenden van middelen om de Com„ „pagnie van de druk„ „kende Lasten eenig„ „zints te bevrijden Wij hebben bij de ont„ „leeding van dat plan met uE: wel eenige zwaarigheid gevoeld in de afschaffing van de Politieke en Jus„ „titieele Raad te Gale en Jaffenapatnam, maar het komt ons egter voor dat de Gouver„ „neur van Ceijlon als zelve in loco zijnde daar over met de meeste grond heeft kunnen oordeelen en de inconvenienten welke daar uit zou„ „den kunnen gebooren worden heeft moeten voorzien, wij vinden dus goed om daar men z warigheid alles 388 2442 389 De nieuwe instruktie voor de land raaden op Ceilon is naar we denken toerijkende. Dezelve is aan UWE: gezonden en door voogst dezelve onder eenige wijnige aanmerkingen goed gekeurt. De Heer gouverneur zal ze niet te min op nieuw nog eens doorzien of er nog iets zoude behooren te worden bij gevoegt„ en zal vervolgens de eere hebben UWE: daar over nader te onderhouden en voords daar op blijven af wagten Hoogst derzelver zeer g'eerde nadere beveelen alles behoord aantewen„ „den ten einde den om„ „slag zoo veel mogelijk te verminderen, de daar omtrend door uE: genoomene resolutie bij provisie te doen blijven stand sand grijpen doch inmid¬ dels het onderzoek nadere aan uwe nu daaze over¬ weeging aan te beveelen wanneer misschien de door den Gouver„ neur als nu zeeker„ „lijk reeds geconcipieerde Instructie voor den Land raad UE: eenig middel aan de hand zal gee¬ „ven om de gevreesde inconvenienten voor„ „te koomen Dan met uwe order om de soldij boeken op Trinconomale Gale en Jasfena te blijven houden kun¬ „nen wij ons niet Con„ „formeeren. Die van Trinconomale zijn zedert den oorlog reeds te kolombo ge¬ „houden en schoon de Trinconomaalsche Be„ „diendens, wel verzogt t om dezelve aldaar te houden, soo hebben hebben egter de Ministers, aan blijkens „ 390 2443 391. die H: W: E: hier in hebben gevonden Hoogst dezelve nader onderhouden en zal vervol„ gens op de best mogelijke wijze aan de g zeer g'eerde intentie van uwel Edele Hoog achtb: zoeken te voldoen. blijkens resolutie van 4: September 1787: ge„ persisteerd om die boe„ „ken te Colombo te hou„ „den dewijl 'er door evengemelde Bedienden geen eene gewigtige ree„ „den voor haar ver„ „zoek is bij gebragt: vermits nu dit Poinct al meede door den Gou¬ „verneur in Loco beter dan door UE: heeft kun„ „nen beoordeeld worden en het teevens blijk„ „baar is dat deeze schikking den omslag nog al aanmerkelijk zal verminderen moe„ „ten wij het voorstel van den Gouverneur approbeeren en de dade„ „lijke in het werkstel„ „ling daar van gelasten. goed het voorstel van den Gouverneur om de baazen van de Comptoiren voor„ „taan een zeekere maatige somme in geld toe te leggen /:wel„ „ke som egter minder behoord te bedraagen dan de kosten welke de Compagnie thans De gouverneur zal nopens de zwarigheeden vVoorts keuren wij zal daar 392 2444 395 daar voor gewoon is te draagen:/ ten einde daar uit het nodig schrijf„ „werk te laaten doen en als dan alle die scribenten welke de Compagnie gewoon is te houden het zij dezelve voldoen of niet immediaat te kunnen afschaffen; de reedenenen door den Gouverneur voor dit voorstel bij gebragt koo „men ons zeer gegrond voor, en vermits de daar tegen door uE: ge„ „opperde zwaarigheeden ons van weinig belang of gewigt zijn toege¬ „scheenen, vinden wij geen reeden waar „om ook in deezen het plan van den Gouverneur niet zoude gevolgd worden. Het door den Gou„ „verneur wijders voor„ „geslaagene om het Plan dadelijk ter executie te brengen onder zeekere Condi„ „tien en bepaaling is meede niet van grond ontbloot de Gouver„ „neur schijnt overtuijgd van te 394: 2445 395 te zijn, hoe moeielijk het in 't algemeen en mogelijk noch veel meer in 't bijzonder in Jndiën is, om wan „neer er zeekere pos„ „ten vacant koomen dezelve niet wederom te zien vervullen voornaamlijk als het plan, naar 't welk de intrekking moet geschieden reeds eenigen tijd te vooren is gemaakt, en het ge„ „val eens mogte voor„ „koomen dat 'er een ander hoofd aan het bestuur „gevonden wierd; hij schijnt te hebben gevoelt hoe ge„ „vaarlijk 't is dierge„ „lijke zaaken op de lange baan te schuijven en heeft te regt geoordeelt dat het beter was dat de Compagnie zich ge„ „trooste om aan zom„ „mige Dienaaren buiten emplooij, geduurende eenen korten tijd eenig geld uit te geeven /:schoon hij egter ook daar en boven een middel aan de hand geeft om van die Lieden eenig gebruik te maaken gevonden dan
English
intention of Your Right Honourable Reverences, shall duly comply in the best possible manner with the further pleasure thereof. Rather than running the risk that they are retained and constantly declared a burden to the Company, the Governor will thus also conform to this proposed plan, and we consequently desire that the execution thereof take immediate effect, at the same time ordering that an accurate statement be provided of all the posts that have been abolished, the advantage which has thereby been brought to the Company, as soon as their Honours are in agreement with the remaining. We can and of all the persons who shall have been put out of employment and who provisionally could not be placed in any other posts, which statement will have to be continued annually, adding which persons and for what purpose they have been employed in the past year, while we expect that the Governor will do everything in his power to ensure that such people do not long remain useless burdens to the Company. For the rest, we can very well conform to your made reflection, and we shall look forward with anticipation to the Plan of Reduction of the Servants at Colombo, which the Governor as well as you believe could also take place there. § 340. The abolition of some and the consolidation of other posts, as well as the dismissal of redundant Sepoys and the determination made on the expenses for hauling the sloops onto the shore, are all matters concerning which we must express our satisfaction, trusting that one will proceed on this footing, and yet retain no posts except those whose necessity is most clearly proven. We also expect, as has already been said before concerning Colombo, this was immediately done in the same manner as at Colombo, that the number of clerks at the Trade Office at Gale will likewise be reduced, as soon as the Ministers shall have been informed of our intention regarding all required sets of papers for the southern and northern quarters. § 341. You have rightly remarked that the Ministers acted very unqualifiedly in introducing the order concerning the Head of the Militia in this Government on the same footing as determined by us at the Cape. And it is certain that had we judged that such an arrangement was also suitable for all the Company's establishments, we would likewise have given the order for it. You will therefore have to point out to the Ministers that, although we are pleased to see that some useful arrangements are made in the military, we nevertheless do not desire that in this case, as in many others, the Cape is taken as an example. Since, in the meantime, the report of the State Commission currently in the Indies will probably give cause to make further determinations with regard to the subject of the military establishment, we shall provisionally not express ourselves further on this matter. § 342. At Trinkonomale, provisions are gradually becoming somewhat less scarce than they formerly were, due to the improved arrangements introduced in the administration of the country, which supply more grain from the interior for it. Gradually more cattle are also being bred, and by planting a good number of coconut trees, which already partly bear fruit, the scarcity in coconuts and oil, which is already an important article, also becomes less from time to time; for the present, however, the allowances granted to the military will still need to be maintained somewhat, especially in these times. The Trinkonomaalse servants have meanwhile been instructed to observe for some time the most usual prices of the principal articles of provisions and to compile a list of them compared with what they were some time before the war, which we shall have the honour to send to Your Right Honourable Reverences. The allowances granted to the military at Trinconomale we will nonetheless allow to pass for the reasons given, but we have earnestly recommended to the Ministers that they withdraw the same at the first favourable opportunity and that they must do everything to cause that alleged high cost of living at Trinconomale to cease. Furthermore, we cannot fail to remark here that quite a considerable supply of rice must have been on hand there, as we have seen that a substantial quantity of paddy had to be sold to make room for the new harvest, and that in order to keep the price at 20 stivers the parrah, according to the resolution of 6 May 1788, one had to resort to a very singular measure, namely to prohibit all private sales. You will therefore have to demand from the Ministers a statement of the prices of the principal necessities of life during some time before the war, and how much the same have also amounted to on average for some time now, so that we may then be better able to judge the validity of the proposal. § 343. We have furthermore seen with surprise that, since the Garrison at Colombo was quite considerable, consisting on 31 December 1788 of 1,913 heads and that of Trinconomale of 1,556, one nevertheless had to proceed to recruit 40 to 50 men for Baticaloa. And since it now less than ever suits the Company to increase its establishment, you will emphatically have to recommend to the Ministers to keep no more troops in service than are strictly required.
Dutch transcription
396 2446 397 intentie van uwel Ed: Hoog achtb: Hoogst derzelver nader goed vinden zullen hebben schuldpligtig op de best mogelijke wijze voldoen. dan gevaar te loopen, dat ze aangehouden worden en de Compag¬ „nie altoos ten laste verklaard, zal de Gouverneur daaraan ons dus al meede met dit geproponeerde Con„ „formeeren en begeeren dien volgende dat de uijt voering daar van dadelijk gevolg neemen teevens gelastende dat er eene accuraate op„ „gave zal worden gedaan van alle de posten wel„ „ke zijn ingetrokken het voordeel het welk de Compagnie daar door zoo dra H: H: E: over eenkomstig met de blijven-. wij kunnen is aangebragt-. en van alle de perzoonen die buijten emplooij zullen zijn gesteld en die in geene an„ „dere posten bij provi„ „sie hebben kunnen worden geplaatst met welke opgaave Jaar„ „lijks zal moeten ge„ „continueerd worden, met bijvoeging welke Perzoonen en waar toe zij in 't afgeloopen Jaar zijn geëmploij¬ „eert geworden, terwijl wij verwagten dat den Gouverneur alles zal is aanwen„ 398: 2447. 399 aanwenden om te zorgen dat zodanige Lieden niet lang mit „teloos bezwaar pos„ „ten voor de Compag„ „nie blijven. Voor 't overige kunnen wij ons zeer wel met uwe gemaakte reflexie Conformeeren en wij zullen met verlan gen te gemoed zien het Plan van Re¬ „ductie der Dienaa„ „ren op Colombo, wel„ „ke de Gouverneur als ook uE: meenen dat ook aldaar zoude kunnen plaats hebben. §340. De afschaffing van zom„ „mige en de bij een„ „trekking van andere posten als meede de afdanking van over„ „tollige Sipahis ende gemaakte bepaaling op de onkosten tot het op de wal haalen der sloepen zijn alle zaken waar over wij ons genoegen moeten betuigen in vertrou¬ „wen, dat men op dien voet zal voortgaan, en toeh geene posten aanhouden, als die wel„ kunnen „kers 400: 2448 401 „bo ten eersten gedaan. „kers noodzaakelijkheid ten klaarsten bewee„ „sen is. ook verwag¬ „ten wij zoo als reeds te vooren omtrend Colombo is gezegd Dit is inzelver voegen als op kolom„ dat het getal der pen„ „nisten op het Nego„ „tie Comptoir te Ga„ „le insgelijks zal ver„ „mindert worden, zoo nas de Ministers van onse intentie om„ „trend al gevorderde stellen Papieren voor het zuider en Noor„ „der quartier zullen zijn geinformeerd. § 341. Te regt hebben uE: aan„ „gemerkt dat de Mi„ „nisters zeer ongequa„ „lificeerd hebben gehan„ „deld met het invoeren der ordre omtrend het Hoofd der Militie op dit Gouvernement op den zelfden voet als dezelve door ons op de Caab is bepaald. En 't is zeker dat bij aldien wij geoordeeld hadden dat zodani¬ „ge arrangement ook geschikt was voor alle Compagnies Et ablissementen wij § 341. daar 1: 402 2449 403 „king in 'slands bestier ingevoerd leveren voor hem. gaande weg word er ook meer vee aangekweekt en door 't aanplanten reeds voor een gedeelte vrugten geeven, olij dat al een wigtig artikel is van tijd tot tijd minder, voor eerst zullen toegelegd nog wat dienen stand te hou„ gaande weg wel wat minder schaars dan ze„ Daar toe insgelijks de order zoude hebben gegeeven UE: zullen derhalven de Ministers onder 't oog moeten brengen dat schoon wij wel mogen zien dat 'er in het Militaire eeni„ „ge nuttige schikkin„ „gen gemaakt wor¬ „den wij egter niet be„ „geeren dan in dit ge„ „val zoo als ook in veele andere de Caab tot een voorbeeld word genoomen. Daar intusschen het rap„ „port van de thans in Te Trinkonomale worden de levens middelen Jndie zijnde staats Commissie waar¬ „schijnelijk aanleiding zal geeven om met opzigt tot het arti„ „kel van het militaire weezen nadere bepaa¬ „lingen te maaken zullen wij ons daar over bij provisie niet verder uitlaaten §342. De aan de Militai„ eertijds waaren, Door de verbeterde schik„ ren te Trinconomale de binnen landen meer graanen uit dan gedaane toelaagen, zul„ „den inzonderheid in deeze lijd De Trinkone„ willen niet te min van een goed getal kokers boomen die len wij om de daar word ook de schaarsheid in kokers en voor gegeevene reedenen egter de toelaagen aan de militairen passeeren, doch wij Jndic „maalse de N. 04 2450 405 last om geduurende een teidlang te observeeren de meest gewoone prijsen der voornaamste artikelen van lee„ „vens middelen en daar van een lijst dezelve eenige tijd voor den oorlog ge„ daan hebben, die we de eere zullen heb„ ben uwel Edele Hoog achtb: toete„ zenden. hebben gerecommandeerd ge geleegendheid weder intetrekken en dat zij alles moeten aan„ „wenden om die voorge„ „geeven duurte te Prin„ „conomale te doen ophou„ „den. „maalse bediendens zijn intusschen ge„ de Ministers ernstig te vormeeren vergeleeken met het geen de zelve bij eerste gunsti„ Voorts kunnen wij niet nalaaten hier te remar„ „queeren dat 'er aldaar nog al een tamelijke voor„ „raad van rijstaan han„ „den heeft moeten zijn daar wij gezien hebben dat 'er een aanzienelijke quantiteit onder Ne„ „lij heeft moeten ver„ „kogt worden, om voor de nieuwe plaats te maaken en dat men om de paijs op 20: st: de Parra te houden, blijkens resolutie van 6: Maij 1788: tot een zeer singulier mid„ „del heeft moeten over„ „gaan om naamlijk allen particulieren, verkoop te verbieden, UE: zullen derhalven van de Ministers moe„ „ten vorderen eene opgaave der prijsen van quantiteit. de 5 406 2451 4. 07 de voornaamste be¬ „hoeften tot het leeven geduurende eenige tijd voor den oorlog en hoe veel dezelve tans meede eenigen tijd door den anderen gereekent beloopen hebben op dat wij als dan te beter over de gegrondheid van het voorstel zullen kunnen oordeelen. § 343. Wij hebben al verder met bevreemding gezien dat daar het Guarnisoen te Colombo vrij aan„ „zienelijk was, en onder 31: December 1788: uit 1913: koppen en dat van Trinconomale uit 1556: bestond, men dan noch heeft moeten overgaan om voor Baticaloa .40: â 50: Man aante„ „werven En daar 't de Compagnie thans nim„ „mer dan ooijt lijkent haare omslag te ver„ „meerderen, zullen uE: de Ministers toch met nadruk moeten recommandeeren geen meerderen manschap¬ „pen in dienst te hou„ „den dan noodzaakelijk 31. vereischt 13 3
English
are required, and to express our confidence that upon the return of the detachment from Cochim, some of the native soldiers who could be spared will have been discharged. Paragraph 344. Since we have already explained ourselves very clearly in our last missive regarding the granting of certain gratifications to the Regiment de Meuron which do not agree with the Capitulation, we shall not express ourselves now regarding what has been communicated anew in this respect by the Ministers. However, since the Ministers have decided to allow the commanders of the detachments of the said Regiment at Gale and Trincomalee, just as to the commanders of the Dutch troops, nine and eighteen free workers respectively, we wish to be enlightened as to which men it is who are denoted by that name, what they do, and how much the respective Commanders enjoy from this, and whether such is customary in more places. From of old, it has also been customary on Ceylon that captains having a company released some soldiers from the daily garrison service, who paid a gratification to the captain for this. These released soldiers therefore only attended the regular annual exercise. The military commanders at the various posts had, besides the soldiers released from service of their company called free workers, also some free workers in the Honourable Company's [illegible] which they commanded, and so far as the garrison service is not too much burdened thereby, that is also of no inconvenience, because the soldiers are nevertheless maintained in the handling of weapons, and must appear at every muster which is now held monthly; many useful crafts are even practiced in the colony as a result. But because when they are not fixed, abuse might sometimes be made of such things, the late Governor Falck ordered that the soldiers to whom it was judged that it could be permitted to release them from the garrison service in the aforesaid manner, provided they paid the usual gratification, which at that time was 3 rixdollars per month and has also remained so since, should pay this gratification into the military chest, and that in return there should be paid from the military chest to a captain having a company 27 rixdollars per month for nine free workers, to the first lieutenant 6 rixdollars for two free workers, and to the other subaltern officers 3 rixdollars for one free worker. Paragraph 345. Furthermore, among military matters, our attention was drawn to what the Ceylon Ministers report concerning Lieutenant de La Poupeliere, that notwithstanding the Cape Ministers had taken the necessary steps for the extension of his leave, his post with the Regiment was declared vacant and another appointed in his place. This statement runs completely contrary to what we find in the letter of the Cape Ministers to those of this Government written under date of 6 August 1787, wherein it is stated that, in view of the service that de La Goupeliere could render on Ceylon, they had taken such a resolution whereby the leave of the said de La Goupeliere was extended for another two years from the time that it expired, of which they have also given us notice. It will therefore be necessary that the necessary explanation regarding this contradiction be provided to us by the Ministers of Ceylon. We can provide no other explanation for this than that upon the arrival of the Regiment de Meuron on Ceylon, the post of de La Goupeliere in the said regiment, while it was still garrisoned at the Cape, had been given to another. Paragraph 346. Just as we also desire resolution regarding a similar contradiction occurring in the Ministers' advice with regard to the statement of the military in general, the number of which is stated by them to be 4955, while nevertheless the total of all Company servants across the whole of Ceylon, political, ecclesiastical, and medical as well as military, is currently said to be 3044. In the statement of the military up to the number of 4955, made in our humble letter to your Right Honourable Highnesses of 26 January 1789, there were included, as is evident from the specification provided with that letter, all military personnel, and thus also the Regiment de Meuron, the company of Madurese, and all the company of sepoys who are written off to the account of native servants. On the other hand, the statement of 3044 mentioned alongside here contains only the servants of the Honourable Company who are in pay, over whom the regular annual muster is held under the date of the last of June. Paragraph 347. Having found among various matters communicated in the Ministers' advices that a weaver from the Coromandel coast has offered at Jaffnapatnam to settle himself alongside some of his companions in Colombo for the continuation of his weaving, and that the Ministers had rendered him some accommodations to that end, we do not wish to refrain from informing the Ministers that it was most agreeable to us to learn of this, and since it can become of very great importance to the Company that more companions of that kind
Dutch transcription
485 2452 409 vereischt worden en ons vertrouwen te kennen geeven dat bij het retour van het de„ „tachement van Cochim eenige van de Inland¬ „sche Militairen die gemist hebben kunnen worden zullen zijn afgedankt. §344. Daar wij ons bij onze laatste missive reeds zeer duidelijk hebben geexpliceerd omtrend het geeven van zeekere douceurs aan het Regi¬ „ment van Meuron welke niet met de Capitulatie over een„ „stemmen, zullen wij ons omtrend het des„ „weegens op nieuw door de Ministers bedeelde thans niet uitlaaten dan daar 'er door de Ministers beslooten is, om aan de Comman¬ „danten der ditache„ „menten van gemelde Regiment te Gale en Princonomale even als aan de Comman¬ „danten van de Holland„ „sche troepen toe te staan negen en agtien stux vrij werkers respectivelijk Capitulatie van 410 2453 41 re kapitains hebbende een scomp:s eenige soldaa„ mogen oekenen van de dagelijkse gerarris dat te dienst, vrij lieten, die daar voor aan den kaptijn een douceur betaalden. Deeze vrij gelaatene sol„ daaten woonden dus alleen de gewoone Jaarlyksche elke plaatsen hadden, behalven de van dienst vrij gelaatene soldaaten van hun komp: vrijwerkers genoemd, nog eenige vrijwerkers in de E Comp:s van uot ze kommandeerden, en voor zoo verre de guarnisoen dienst daar door niet te veel word verzwaard, heeft dat ook geen ongeleegendheid wijl worden onderhouden, en bij elke monstering die tans maandelijks gezouden word, moeten verschijnen zelfs worden daar door veele nuttige ambagten„ in de kolonie geoeffend. Dan wijl van die dergen wanneer ze niet bepaald zijn zomtijds zoude kunnen worden, misbruik gemaakt, heeft wijlen ten aan wien geoordeeld wierd, dat het konde worden toegestaan om ze op de voorsz: wijze van de guarnizoens dienst vrij te laaten, mids„ was 3: rd:s 's maands en zedert ook zoo gebleeven is, dit douceur zouden betaalen in de krijgs„ den worden betaald aan een kapitein hebbende een komp: 27: rd:s smaands voor negen vrij„ vrij werkers, en aan de verdere subalterne opierers 3: r8: voor een vrij werker. van over ousetive is het oo hilon gebuitalijk gen van welke deeze het vaij werkers geld zou„ exercitie bij De militaire kommandanten op den mogen genieten begeeren wij geelucideert de soldaaten des niet te min in den wapen handel te worden welke man„ schappen het zijn die den heer Gouverneur Falck belast, dat de soldaa „ met die naam be„ betaalende het gewoone douceur, dat te diertijd oeld worden, wat kas, en dat daar en tegen uit de krijgskap zou„ zij doen en hoe veel werkers, aan de eerste luiten: 6: rd:s voortwee de respective Comman„ „danten daar van ge„ „nieten en of zulks op meer plaatsen ge„ „bruikelijk is §345. Alverder heeft onder de Militaire zaaken onsen aandagt tot zich getrocken het geen de Ceilonsche Ministers melden omtrend de Lieutenant de La Poupeliere, dat niet tegenstaande de Caab„ „sche Ministers de nodige stappen tot Prolongatie van zijn verlof gedaan had„ „den, zijn plaats bij het Regiment vacant verklaard en een ander in deszelfs plaats is aangesteld, dit gezegde togloopt lijn recht aan tegens het geen wij vin„ „den in den brief der Caabsche Ministers Ceilonsche aan 472 2454 113 geeven van dat bij de komst van het regiment van Meuron op Ceilon de post van de la gou„ aan de koap nog heeft geleegen in guarni„ zoen, is vergeeven geweest aan een ander In de opgave der Militairen tot een getal van 4955: gedaan bij onzen nedrigen brief aan zijn zoo als dat blijkt uit de aanwijzing tairen, en dus ook het regiment van Meu„ ron, de komp:e Maduraeschen en alle de E schen en alle de dienaaren worden afge„ schreeven, daar en tegen bevat de opgade de in zoldij staande dienaaren van de komp:, over dewelke gehouden word de ult:o Junij. aan die van dit Gou„ „vernement geschreeven in dato 6. Augustus 1787. alwaar gezegd word, dat aangezien het nut dat de La Gou„ „peliere op Ceijlon kon presteeren zij zodanig besluijt genoomen had„ „den, als waar bij het conge van gemelde de La Goupeliere nog voor twee Jaaren ze„ „dert den tijd dat het zelve geexpireerd, is geweest, is geprolongeerd waar van zij ons ook hebben kennis gegee¬ we kunnen hier van geen andercelucidatie „ ven, Het zal dus nood„ weegens deeze tegen„ „strijdigheid door de Ministers van Ceijlon de noodige elucidatie werde gegeeven § 346 Gelijk wij almeede op¬ bij die brief gedaan begreepen alle Mili„ zoort gelijke tegenstrij„ Jaarlijkse gewoone monstering onder„koomende ten aanzien van de opgave der Militairen in 't al„ „gemeen waar van 't getal door dezelve word gesteld op 4955: ter„ „peliere in het zelve regiment terwijl het „ zakelijk zijn dat ons uwel Edelen Hoog achtb: van den 26 Jan:r 1789 lossing begeeren op een komp: sipaijen, die ten laste van Jnland„„ digheid in der Minis„ van 3044: hier neevens vermeld alleen „teren adviesen voor„ „ven „wijl 414 2455 415 „wijl nog thans het be„ draagen van alle Cam¬ „pagnies Dienaaren over geheel Ceilon zoo politieke kerke„ „lijke en Geneeskundi„ „ge als Militairen, word gezegd te zijn 3044. §347. Onder diverse bedeelde zaaken in der Minis¬ „ters adviesen aange „troffen hebbende dat een weever van de kust Chormandel te Jaffenapatnam heeft aangebooden om zich beneevens eenige zijner makkers te Colombo ter voortzetting zij„ „ner weeverij neer te zetten en dat de Mi„ „nisters aan denzelven tot dat einde eenige gerieflijkheeden had„ „den beweesen, wil„ „len wij niet afzijn de Ministers te doen informeeren dat het ons aller aangenaamst is ge¬ „weest zulks te ver„ „neemen en vermits het voor de Compagnie van zeer veel belang kan worden, dat meer makkers dier ge„
English
416 2456 417 to favor them as much as possible in the practice of their trade. It appears that they can make a reasonable living from their handicraft and are beginning to serve for the convenience of the inhabitants of this place. Regarding the case of the Parruas, we request to be allowed to refer to our answer to § 346 and 347 of the Extract from 9 November 1709, inserted in our letter of 17 January 1791. We seek to support these people, as these weaving mills are already more or less established there. Thus we desire that your Honors will also recommend to the said Ministers on our behalf to favor similar enterprises in every possible way. § 348. Just as the resolution taken by the Jaffna officials on the report concerning the investigation into the matter of some Mannar refugees, of which some preliminary notice had already been given to us in the previous year, has already failed to satisfy your Honors, and this resolution taken by them was not considered entirely sufficient by you, it has also appeared to us that this matter was not handled with the seriousness with which we might have expected that it would have been 418 2457 419 handled. However, since in our last General Dispatch § 346 we expressed our earnest desire that the Ministers should comply with what was ordered in that regard, and since we also at that time demanded a full report of the investigation conducted, we shall for the present refer to that written instruction, and not yet declare ourselves regarding the resolution taken, as we have not yet received a complete description of the facts and circumstances of this matter. We can nevertheless approve the arrangements made by the Ministers, by which they believe that in the future the reasons for discontent among the Mannar Parruas will be prevented. 420 2457 421 The Treaty concluded with Dott confirmed all the Company's privileges. It especially confirmed the Company's exclusive right to the linen trade, going even into a broader sense than is spoken of in the old agreements with the Nayaks of Madurai, especially of the year 1712. It confirmed, moreover, the Company's right to the chank diving. This treaty was thus so good that we almost do not know, with deep respect be it said, what more on this Coast could have been stipulated to the Company's advantage. § 349. We must, together with your Honors, utterly lament the disadvantageous conditions on which the treaty with the Nawab Muhammad Ali Khan concerning the pearl fishery had to be concluded. We acknowledge that it was rightly observed by your Honors that in it not a single article was stipulated to the advantage of the Company, and that even then, that which was so specifically intended, namely the public recognition of the freedom of trade for the Company in the lands of Madurai and Marrua, is clearly expressed. In our last General Dispatch we made it known that since the concluded Treaty with Mr. Dott was so unfavorable 422 2458 423 That the further rights of the Company are not specifically named, and that one was satisfied with a general recognition and confirmation thereof, was done deliberately, because these rights, especially as regards territorial matters, were for the most part obtained in a manner that is subject to much dispute. For this, another quarter in the pearl fishery was ceded to the Nawab at Tuticorin, which fishery on that occasion was shown to have been worth to the Company, over the course of 58 years, only about 2000 rixdollars a year. And although that which was ceded to the Nawab in the Mannar fishery by that Treaty ran somewhat higher than what he had previously enjoyed, on the other hand the Nawab had obliged himself by that Treaty to desist in the Mannar fisheries from several offensive practices which his servants had permitted themselves in earlier fisheries, and which had to be tolerated willy-nilly. This treaty was therefore, we think, quite good on the Company's part, and although the treaty since concluded with Mr. Buchanan is far from being as favorable, we nonetheless think that it is better to have this Treaty than to have things remain any longer on the previous, completely uncertain footing. unfavorable for the Society, our expectation was that the new negotiations with Mr. Buchanan would be of a better and more advantageous result, but we have found ourselves very disappointed in this as well, as this Treaty is quite more onerous for the Company than the previous one, and one has even had to come to granting something to which the Nawab has no right whatsoever, namely according him half of the chank diving. However, since the matter has already been settled in this manner, and it was certainly time that the Company once again had some benefit from the pearl banks, of which it could have no enjoyment due to the disputes that arose, and since the Ministers judge that through this Treaty
Dutch transcription
416 2456 417 in het oeffenen van hun ambagt zoo veel mogelijk te begunstigen. zoo het schijnt kunnen ze ook van hun hand„ werk reedelijk wel bestaan, en beginnen te strekken tot gerief van de ingezeete„ „nen deezer plaats. we verzoeken nopens het geval der Par„ te mogen gedraagen aan ons andwoord op §. 346. en 347. van het Extract uit 9: November 1709. , g'insereert bij onzen van den 17 Jann: 1791. we zoeken deeze menschen, bij voortduuring dier gelijke weverijen al„ daar worden geetablis¬ wij dat UE: gedagte Ministers ook teevens van onzent weege zullen recommandee„ „ren om zoort gelijke onderneemingen op alle mogelijke wij„ „zen te begunstigen 5348. Even als het besluit uwel Ed: Hoog achtb: missive van den „ diendens genoomen op eerbiedigen brief aan Hunne Hoogewelt: het rapport weegens het onderzoek der zaak van eenige Mannaarsche vlugtelingen, waar van deeze weverijen reeds min of meer „seerd zoo verlangen ruassen hiernevens vermild, ons nedrig der Jaffenasche Be„ ons bereeds in 't voorig Jaar eenige voor„ „loopige kennis was gegeeven reeds niet voldaan heeft aan de Ministers en ook deeze haare genoo„ „mene Resolutie door uE: niet als volkoo„ „men voldoende is gehouden zoo is het ons meede voorgekoo„ „men, dat deeze zaak niet behandeld is met dien ernst, waar mee„ „de wij wel hadden moo„ „gen verwagten dat dezelve behandeld ons zoude 41 2457 419 zoude zijn geworden dan daar wij bij onse laatste Generaale Missive § 346: ons ernstig verlangen hebben te kennen ge„ geeven, dat de Mi„ „nisters zoude vol„ „doen aan 't geen daar omtrend is aange„ „schreeven, en daar wij teevens als toen geëischt hebben een volleedig verslag van het gedaan onderzoek, zoo zullen wij ons thans bij provisie tot dat aanschrijven refe„ „reeren, en ons nog niet verklaaren omtrend het genoomen besluit vermits wij als nog geene volleedige be„ „schrijving van den toedragt en omstan„ „digheid deezer zaak bekoomen hebben. Wij kunnen niet te min wel appro„ beeren de door de Ministers gemaakte schikkingen, waar door zij meenen dat bij vervolg de ree„ „denen van misnoe„ „gen voor de Mannaar„ „reeren „sche 4.20. 2457 421 tigde alle 's Comp:s voorregten. Het be„ vestigde speciaal 's komp:s uit slui„ zelfs in een uitgestrekter zin van„ overeenkomsten met de Naiks van Madure speciaal van het Jaar 1712. — Het bevestigde boven dien 's komp:s regt te tot de sJankos duijkerij. Dit tractaat kust het zij met diepe eerbied gezegt dus zoo goed, dat we bij na niet weeten voordeel zoude kunnen zijn bedongen. 5349. Wij moeten ons met uE: ten uittersten be„ „klaagen over de na„ „deelige conditien, op welke het tractaat met den Nabab Mach„ „met Alichan, betrek„ „kelijk de Paarl vis„ „scherij heeft moeten erkennen dat te regt door UE: is aangemerkt dat 'er in dezelve geen een Artikel ten voor„ deele van de Compagnie geslooten worden en Het Tractaat met Dot geslooten beves„ Bij onse laatste voor„ „sche parruassen zul¬ „len worden voorge„ „koomen is bedongen geworden, en dat zelfs dan noch met dat geene dat men zoo speciaal bedoelde het publiek erkennen naamlijk van de vrijheid van handel voor de Com„ „pagnie in de Landen van Madura en Mar¬ „rua duidelijk is uit„ „gedrukt tend regt tot de lijwaat handel, gaande Missive gaven kennen dat daar het was met betrekking tot de Maduresch gesloote Tractaat met wat meer op deeze kust tot 's komp:s den Heer Dott zoo daar van gesprooken word in de oude wij onse verwagting is Dat ongunstig *. 422 2458 423 speciaal zijn genoemd en dat men zig om„ trend dezelve heeft te vreeden gehouden met daar van is met voordragt geschied, om dat deeze regten inzonderheid wat het kreegen zijn op eene wijze, die aan heel viel tegenspraak onder worpen is. afgestaan nog een quart in de paarl vis„ serij, welke visserij bij die geleegendheid is aangeweesen dat de komp: in den loop geslooten op verre na zoo gunstig niet is, denken we nogtans dat het beeter is dit Tractaat te hebben, dan dat op den voorigen ten eenemaal onzeeke„ „ren voet. Dat de verdere regten van de komp: niet ongunstig voor de een algemeene erkentenis en bevestiging Maatschappij is geweest territoriaale aangaat, meerendeels ver „ de nieuwe onderhan„ Hier voor is aan de Nabab te Tutucorijn „ delingen met den Heer Buchanan van van 58: Jaaren maar min of meer 2000: rd:s 's Jaars is waardig geweest, en schoon het meer„ der dat aan de Nabab in de Mannaarschel en voordeeliger uit„ visserij bij dat Tractaat is afgestaan, dan het geen hij eertijds genooten had, wel wat werking zouden zijn, hooger liepen, hadde daar en tegen de Na„ bab zig bij dat Tractaat verpligt, dat in de Manaarsche visscherijen zoude wor„ dan wij hebben ons den nagelaaten verscheide aanstootelijke dingen, die zig zijne bediendens in de ook hier in zeer te vroegere visserijen hadde gepermit„ „teerd, en men willens en onwillens wil heeft moeten toelaaten. Dit tracleur gesteld gevonden, „taat was dus zoo we denken vrij goed aan de zijde van de komp: en schoon ook het daar dit Tractaat vrij bezwaaren der voor de Compagnie is en men zelfs heeft moeten koomen tot het toestaan van iets waar op de Na„ tractaat zedert met de Heer Buchanan de dingen langer waaren blijvenstaan dan het voorige „bab geen regt hoe ge„ „naamd heeft om hem naamlijk de helft in de Chiancos dui„ „kerij te accordeeren. Dan daar de zaak reeds in dier voege is afgedaan en het zekerlijk tijd wierd dat de Compagnie wederom eenig nut der Paarlbanken had waar van zij door de ontstaane ver„ „schillen geen genot heeft kunnen hebben en daar de ministers oordeelen dat door dit „bab Tractaat 1
English
treaty the trade in linen on the opposite coast can be conducted undisturbed, then we must accept it, and we therefore approve what has been done by the Ministers in this matter, although we view the disadvantageous outcome thereof with regret. Section 350. The regulation made by the Ministers pursuant to our order of 1787 regarding the transport charges for foreigners crossing on Company ships, we can approve provisionally, as one will only be able to judge from the results whether the regulation made is sufficient. Section 351. Having arrived at the main section concerning Servants, we have seen that Your Honours have appointed the junior merchant W: S: Boers as dispenser at Colombo and thus, without giving any, the least reason, have made the junior merchant van Schuler, who was provisionally appointed to that post, step down from it. Such arbitrary dispositions over the posts cannot be other than utterly discouraging for Company Servants, especially when they see that others are preferred who possess no special merits or abilities. Your Honours complain in various places in your letters about the lack of zeal, incompetence, and indifference of the Servants, but may we fairly ask, are not precisely such appointments and orders to step down capable of giving rise to that indifference? We hope therefore that Your Honours will henceforth not, without any reason, indeed not for any reason other than that of lesser ability or other reasons of importance, make someone step down from his provisional appointment in order to have it filled by another. And we feel assured that if fairness is observed in this, and in general when conferring any advantageous posts attention is paid to services rendered to the Company, zeal will certainly revive again among Company Servants and there will be no lack of capable people. And as regards further the case at hand in this matter, we desire that the mentioned van Schuler be restored to his post by Your Honours in the best possible manner. Section 352. Furthermore, we have seen with regret that, contrary to the expectation expressed in our last General Dispatch Section 340, Your Honours have allowed that Major Paravicini De Capelli, with full exercise of his office, might remain on Ceylon for some time longer, notwithstanding that he has already received his discharge and someone has also already been appointed in his place. We still refer to our just mentioned written instruction and trust that, pursuant to the same, no double costs to the Company will have been charged on this account, or that, if this were so, the same will then have been properly refunded. Section 353. On the other hand, we have learned with pleasure that finally the junior merchant
Dutch transcription
424. 2459 215 Tractaat de Handel in Lijwaaten op den overwal ongestoord zal kunnen worden gedreeven zoo zul¬ „len wij ons het zelve moeten getroosten en wij approbeeren dus het door de Mi¬ „nisters in deeze ver„ „rigte schoon wij den onvoordeelige uit„ „slag daar van met leed weezen beschou¬ §350. De ingevolge onse order van 1787: door de Ministers ge„ § 351. Tot het woofddeel van Dienaaren genadert hebben wij gezien, dat uE: tot dispencier te Colombo hebben aan„ „gesteld den onderkoop„ „stelde bepaaling op de transport gelden voor vreemdelingen welke met Compagnies scheepen overvaaren kunnen wij bij pro„ „visie approbeeren, zullende men eerst uit de gevolgen kun„ „nen oordeelen, of de gemaakte bepaaling voldoende is. „stelde „man „wen. 426 2460 427 „man W: S: Boers en dus zonder het geeven van eenige de minste reeden uit dien post hebben do# treeden, den daar in provisioneel aange „stelden onder koopman van Schuler, der gelij¬ „ke willekeurige be„ „schikkingen over de Posten kunnen niet dan ten uitterste mi „moedigend voor Com„ „pagnies Dienaaren zijn voornamentlijk als zij zien dat an„ „deze worden voorge„ „trokken welke geene bijzondere merites of bekwaamheed en bezitten. —. UE: klaagen op verschillende plaat„ „zen haarer brieven over de ijverloosheid, onbe„ „quaamheid en onver„ „schilligheid der Die„ „naaren, maar moo„ „gen wij billijk vraa„ „gen zijn met dierge¬ „lijke aanstellingen en ordres tot te rug treeding Juist in staal om tot die onverschil„ „ligheid aanleiding te geeven; —: wij hoopen „trokken dus 428 2461 429 dus dat uE: voortaan niet zonder eenige ree„ „den Ja zelfs om geen anderen dan die van mindere bekwaam „heid of andere van belang iemand uit zijnen provisionee„ „le aanstelling zul„ „len doen treeden, om dezelve door een ander te doen ver„ „vullen, en wij hou„ „den ons verzeekert, dat bij aldien hier in de billijkheid word geobserveert, en over 't algemeen in het begee¬ „ven van eenige voor„ „deelige Posten gelet word op gedaane diens„ „ten aan de Compag„ „nie de ijver wel wederom onder Com¬ „pagnies Dienaaren zal opwakkeren en het niet aan bekwaame Lieden zal ontbreeken en wat verder het in die„ „zen voor handen zijn„ „de geval betreft be„ „geeren wij dat gemel„ „de van Schuler op de best mogelijke wij„ „ze in zijnen post door „ven uE: 430 2462 431 uE: werde hersteld. § 352. Voorts hebben wij met leed weesen gezien dat uE: tegen de bij onse laatste Generaale Missive § 340: te ken„ „nen gegeeven verwag„ „ting hebben gepasseerd, dat de Major Pa¬ „ravicim De Capelli behoudens volle oeffe„ „ning van zijn Ampt. nog eenigen tijd op Cei¬ „lon mogt verblijven niet tegenstaande hij zijn ontslag reeds heeft bekoomen en ook reeds iemand in zijn plaats is aangesteld. wij refereeren ons als nog tot ons evengemel„ „de aanschrijven en vertrouwen dat ingevolge het zelve geen dubbelde kosten aan de Compagnie hier door zullen te lasten gebragt zijn of dat zoo dit zoo waare dezelve als dan behoorlijk zul„ „len zijn gerestitueerd 5353. Daar tegen hebben wij met genoegen vernoomen, dat eindelijk de onderkoop¬ zijn „man
English
43 433 2465 2463 Section 238 of the extract from your Right Honorable, highly respected General Dispatch. The aforesaid Conradie has always conducted himself commendably and dutifully, and we very much hope that this our further conscientious testimony concerning him may remove the unfavorable opinion that the aforementioned case caused your Right Honorable to dismiss him. Regarding the fact that since his salary was suspended at his own request and he settled in Colombo, he has served this colony to considerable benefit, we have already taken the liberty to point this out in our humble letters to your Right Honorable of 27 January 1790 and to Their High Mightinesses of 27 May 1790. Through his trade he has the opportunity to have good consignments of grain imported into this colony from time to time, as he has done very frequently and on various occasions. Just recently, he persuaded an English captain named Thedy, who had a cargo of paddy lying in the roads on the Madura coast which he intended to transport to Bombay, to bring these grains to Colombo, which he largely paid for with bills of exchange, and this could not have been accomplished by anyone else lacking these opportunities. The service he has thereby rendered to the inhabitants of Colombo is all the greater, because the export of grains is currently prohibited both in Bengal and on the Coromandel coast. He is presently awaiting another ship's cargo of Mangalore rice, which he contracted for on the Malabar coast to be delivered here to the community, and which we very much hope may arrive, for otherwise we fear that there will be a great scarcity of grains among the Colombo community this time. Conradie, in our humble answer to Section 354, truly deserves to be encouraged in this regard. As we have already, in our humble letter to Their High Mightinesses of 27 January 1790, inserted our letter of 4 December 1788, we have already taken the liberty to point out that we never suspected the junior merchant Conradie of having acted to the detriment of the Company in the case of the pepper mentioned here in the margin, and we feel obliged to add further that neither before nor after this case has any other evidence appeared to us that the aforesaid Conradie acted improperly, and we very much hope that this may be made very clear, as he has shown himself to be a useful and reliable person in the department in which he possesses the greatest knowledge. You will, we hope, not approve the request made by the said ministers, while expressing our approval, on the assurance however that we would have expected this to serve to the great prejudice of other Company servants, especially following our repeated orders, had we not expected this from them earlier. And moreover, his conduct, as long as it has not been fully cleared before the court, is so questionable that he deserves nothing less than favors. 434 435 2464 2465 Section 355. Concerning the matter which, according to the Ceylon advices, seems to have caused some estrangement between the Governor and the Commander Kraijenhoff, it has appeared to us that the same was handled from both sides with somewhat too much zeal; and although it is not proven that much wood of which use could have been made was felled, burned, or rotted, this nevertheless does not seem to be entirely beside the truth. Nor are the proofs from the report of Raket and Van Schuler very satisfactory, namely that many fields have truly been newly laid out and cultivated, which could have been shown with a statement of the timber felled. That Diwitoere yields no usable timber appears first of all from the Galle compendiums, which state where the timber for the Company was felled, and nowhere, so far as they are still available, do they indicate that timber was ever felled for the Company in Diwitoere. It is also proven by the report of the commissioners Raket and Van Schuler, and the senior merchant and Dessave Fretz and merchant Samlant, of whom the first was captain of the korale for ten years and the second for almost six years. Both testify that during all the time they held this office, to their knowledge not a single piece of timber for the Company was felled from the Diwitoere district. Of the forests in Diwitoere, only a little has been felled so far in comparison with the whole, and the many forests that still stand, and in which so to speak nowhere is a single good timber tree to be found, are speaking and still visible proofs that the accusations in this regard against the Maha Mudaliyar and his son were brought forward purely out of malice. We do not wish to argue that here and there in the Diwitoere district not a single usable tree could be pointed out. The Governor and Dessave Fretz, who were recently in this district and traversed a good part of it, were unable to point out a single good timber tree. If one wished to take this into consideration, no plantations would be established and few fields would be cultivated.
Dutch transcription
43 433 2465 2463 §o 238. van het Extrakt uyt uw Ed Hoog achtb: zeer gerespecteerde generale gem Conradie zig steeds loflijk en pligtmatig gedragen heeft, en we hopen heel zeer, dat dit ons nader gemoedelyk getuygenis ontrent hem mag wegnemen het ongusstige gevoelen„ dat 't voorsz: geval bij uw Ed Hoog achtb: tevens hem heeft doen ontslaan „man Augier op een Dat hij zedert dat zijn gagie op zijn ver„zeea duidelijk hebben zoek stil staat, en hij zig op kolombo heeft Lij waad geevend Comp¬ neer geset, dese kolonie tot merkelijk verklaard over 't sus„ nut verstrekt, hebben we bereets de „toir is geplaatst, en van heyd gebruijkt aan tewijsen by onse nedrige brieven aan uwel Ed hoog achtb: van den 27 Janr 179en aan hunne Hoog Edelh: Dect gedrag van den in het vak, waar van den 27 Meij 1790 — Door zijn handel heeft hij gelegentheid toenmaaligen Pak huijs„ om in dese kolonie nu en dan goede par„ in hij de meeste kunde „tijen graanen te doen invoeren, zo als hij dat zeer dikwils en bij verschejde gelegentmeester te Gale Con„ heden heeft gedaan nog onlangs heeft hij heeft, uE: zullen een engelse kapitein genaamt Thedij die lading nelij hadde leggen op de rade hoopen wij niet maduresche kust, die hij voorneemens. dus daar over de was te vervoeren na Bombaij geper„ dat de door den zel„ suadeert, om dese granen te brengen Ministers onse goed„ na kolombo, die hij grooten deels met wissels heeft betaald en door geen an„ven gevraagde gunst dere, niet hebbende dese gelegenthed „keuring te kennen zoude hebben kunnen geschieden. De dienst die hij daar meede aan de door UE: zal zijn ge„ geeven onder betui„ kolombose ingesetene gedaan heeft, is te grooter, wijl de uijtvoer van accordeerd dewijl dit „ging echter dat wij graanen zo in Bengale. als op de kost van Kormandel verboden is tans zeer in praejuditie wagt hij nog een scheeps laading zulks op onze herhaal„ Mangaloorse rijst, die hij gekontrak„ van andere Compag „ teerd, heeft op de Mallabaarsche. „de aanschrijvens, al„ kust om hier aan de geemeente niet Dienaaren zou„ te worden, en die we zeer hoopen vroeger van hun had„ dat koomen mag, want we anders de kunnen strekken weezen dat er ditmaal groo te schaars„ „den mogen verwagten. heid van granen bij de kolombosch en daer en boven zijn gemeente zijn zal. Conradie Bij ons nedrig antwoord op § 354. Daar wij ons bereids gedaag zoo het zelve verdiend dus in der daat te bij onse Missive van worden aangemoedigt— missive van den 4. ' december 1788 g'in„ niet voor den regter sereerd in onsen nedrigen brief aan hunne Hoog Edelh: van den 27 Jann: 1790 hebben 4:' December 1788: § 238: volkoomen word gezui„ wij reeds de vriheid gebruijkt aante„ wysen dat we den onderkoopman Conradie nooijt hebben verdagt, dat hij in 't geval van de peper hier ter zijde verm: ten nadele van„ de Comp: hadde gehangelden agter ons verpligt hier nog daar bij tevoegen dat ons ook nog voor nog na dit geval nooijt eenige andere. blyken zijn voorgekomen dat dat gem„e zeer werd 434 4. 35 2464 2465 verd, zoo bedenkelijk is Dat Diwitoere geen bruijkbaare tim„ uijt de gaalse kompentiums, die op De Gouverneur en Dessave Cretz die nog onlang in dit landschap geweest zijn, en het zelve voor een goed gedeelte hebben door kruijst, hebben mogens een eenkelde boorn bruijkbare sunneer aanwijzen dat er ook in het Dewitoerese niet hier en daar zo men dit wille in aanmerking neemen dan zouden er geene plan„ tagien aangelaad en maar wij nige velden worden gekulti„ een enkelde goede boom timmer„ dat hij niets minder dan gunst bewijsen verdient. §355. Betrekkelijk de zaak merhout uijtleverd blijkt voor eerst welke blijkens de Cei„ veerd. geeven waar het hout voor de komp: lonsche adviesen tus„ gekapt is en nergens zo verre ze nog voor handen zijn aanwijzen dat er ooit timmer hout voor de komp te dischen den Gouverneur wetoive gekapt is het werd ook bewee„ sen door 't raport van de gecommit„ en den Gezaghebber teerdens Raket en van Schuler en den opperkoopman en Dessave en kraijenhoff eenige ver¬ Fretz: en koopman Samlant waar van de eerste Tien gaaren en de tweede bijna ses jaaren zijn geweest kaptijn wijdering schijnt ver„ van de korl betuijgen beide dat er ge„ duurende al den tijd dat ze dit ampt bekleed hebben, huns weetens geen oorzaakt te hebben enkeld stuk timmer hout voor de komp: uit 't landschap Diwitoire gekapt is, van de bossen in het Di is 't ons voorgekoomen witoerschen, zijn tot nog toe maar wijnig gekapt in vergelijk van dat dezelve van beide het geheel en de veele bosschen die er nog staan, en waar in om zoo te kanten, met wat veel spreeken nergens een goede boom timmerhout gevonden word, iever is behandeld ge„ zijn, zijn spreekende en voor een eek nog zigtbaare bewijzen dat worden en schoon wel de beschuldigingen der wegens tee gens den Maha Modeliaar en niet beweesen is dat zijn zoon enkeld door kwaad„ aardigheid zijn ter baan gebragt we willen nogtans hier meede mitza veel hout, waar van emploij te maa„ ken was geweest, is omgehakt, verbrand of verrot schijnt dit egter niet ge„ heel bezijden de waarheid te zijn. ook zijn de bewij„ sen uit het berigt van Raket en van schuler niet zeer voldoende dat er namentlijk waar„ lijk reeds veele velden op nieuw zijn aangelegd en beaabeid het welk met opgaave van hout zoude kunnen staan dog aanwijsen van de hout gevonden.
English
2465 437 The commissioners Raket and van Schuler had no other retinue with them than that which is usually given to a member of the Council of Colombo when employed in such a commission, the magnitude of which should have been confirmed. Section 356. Furthermore, we have seen from the letter of the Commander that the said commissioners arrived in the Duitoeke with much pomp and a very large suite of people, which we consider to have been nothing other than very costly for the Company. Your Honour will note that the expenses for this commission are also of little significance compared to the benefit brought about by it, for the violent steps of Commander Kraijenhoff clearly prove that his intention was to completely ruin this work, just as would certainly have happened had it not been checked. What has already been accomplished in the Diwitoere district we have indicated above in paragraph 106 and shown there that in this district, on which work has been done for only a few years and where previously, so to speak, not a single cinnamon tree stood, in the first harvest far more than four times as much cinnamon was already peeled than was obtained in the second major harvest from all the Company's cinnamon gardens in the entire Galle Korale. That this work has progressed so little there in the meantime is not the fault of the native chiefs who have successively governed the Galle Korale; the means were never placed in their hands for this purpose. Everything that was done there for the Company was done for nothing and without any reward. One should not even be surprised if less had been done, and if, to mention it in passing, we had not decided in time to allocate a moderate wage in this Dessavony to those who are employed in this work, it would have been impossible, despite all the activity and goodwill of the successive Dessaves, to bring the work to the high level at which it is now. The advance made by the Company to the Maha Modliar amounts, according to a note of the paid costs, to no more than f3491. 19. 8, of which the paddy and especially the cinnamon that the Company has already drawn from the Diwitoere district is already a very ample reimbursement. That meanwhile these small means were not sufficient for what has been done in the Diwitoere district is too evident to require any proof, especially for those who know what effort is involved in establishing these things out of waste lands. The remainder must therefore have been furnished by them from their own means. It is extremely hard, after having worked in a strange manner, to see oneself, as has unfortunately happened to these people, persecuted and to see oneself made suspect in such a far-reaching manner. Your Honours should therefore demand information regarding this from the Ministers and recommend them above all to be attentive to the conduct of the Modliaar and to ensure that he fulfills the obligation assumed by him, since it is of too much importance for the Company that this land should finally yield benefit and utility for which it is suitable, and so that the Modliar may not possibly, after having taken his advantage from it at the expiration of the five years, subsequently leave the matter unfinished. Finally, we request permission to remark here that the Maha Modeliar undertook solely at the urgent request made to him by the Governor at the time when we held command at Galle in the year 1784, to try once more whether something good could not be made of Diwitoire, and that what he took upon himself to refund to the Company all that was expended on it if after the expiration of five years it should be found that this undertaking also did not fulfill expectations, was assumed by him solely at the request of the Governor, who feared that Governor Falck, deterred by the several fruitlessly ended undertakings to cultivate this district, would find difficulty in allowing a trial of it to be made once again. For the rest, the Maha Moddeliaar, as appears from the Governor's separate letter written to the late Mr. Falck which is transmitted among the annexes, committed himself to nothing. He only promised to do his best, and this he has done. Through his zealous efforts, this district is now brought into such a state that if one continues on the footing begun and especially if the work is encouraged as it deserves, it can in a short years become of very great importance for the Company, and a great multitude of inhabitants will be able to find their nourishment and subsistence therein. 2466 279: We shall dutifully see to it as far as possible that this intention of Your Honourable Worships is fulfilled. Section 357. Finally, we must express our regret that, whereas the maintenance of state exiles is already a considerable burden for the Company, the Ministers have been obliged to increase the allowances to most of those people, and Your Honours should therefore recommend the Ministers to observe all possible frugality in this regard. Your Honours yourselves should also take care as far as practicable that the number of exiles is reduced if possible. To that end, we submit to Your Honours' consideration whether some families whose heads have long since deceased might not be sent back to their own country. At least the Ministers will have to direct their thoughts
Dutch transcription
2465 437 De gecommitteerdens Raket en van Schuler hebben geene andere statie bij zig gehad„ dan die gewoonlijk aan een lid van den de groote derzelve had behooren be„ vestigd te worden. 9. 356. Voorts hebben wij uit den brief van den kolombosen raad word gegeven, wanneer die in diergelijke kommissie word ge„ Gezaghebber gezien amploijeerd De kosten tot deese kommissie zijn ook van kleijn belang in vergelyk van 't nut dat daar door is toegebragt dat gemelde Gecom„ want de viotente stappen van den gezag„ hebber kraijenhoff bewijzen duidelijk dat het zijn oogmerk was om dit werk ge„mitleerdens in de heel den bodem inteslaan, zoo als ook dat zeekerlijk zoude zijn geschied indien het Duitoeke met niet was gestuit wat in't landschap Di„ witoere bereits verrigt is hebben we hier boven §106. —.. aangeweesen in veel slaatsie en daar getoond, dat in dit landschap waar aan maar korte Iaaren gewerkt is, en waaren is voor heen om zo tesprecken geen een zeen Groote enkelde kanneel boom stond in de J=o oogst reeds veel meer van vier maal zo veel kanneel is geschild, dan er in de s:o groote oogst geschied swel van volk is in alle de kanneel tuijnen van de komp: in de geheele galekorle dat dit werk aldaar e zo weinig gevorderd is in tusschen miet de zijn aangekoomen schuldig van de landregenten die succes sive de galekoal hebben besterd aan de„ 1 selve zijn daar toe nimmer de mitdelen het welk wij oor„ in handen gesteld. Alles wat daar voor de komp: gedaan is, is geschied voor niets en zonder eenige belooning men zoude zeets deelen dat niet dan - niet moeten verwordert zijn, indien er 1 minder gedaan was, en zo we om 't heer en op passant te keggen niet in tijds beslooten zeer Kostbaar voor „ hadden om in dese Dessavonie aan de geenen die tot dit werk zijn geamploijeerd een matigloon toeteleggen zoude het met de Compagnie zal alle de activiteid en goede wil van de successive Dessaves, onmogelijk zijn ge„ p „weet, om t werk te brengen tot die hoogten zijn geweest. UE. zul„ als het thans is Het versterkte door de komp: aan den Maha een notitie ijt esgaalde wasten draag blijkens vens gaat, niet meer dan ƒ3491. 19. 8. waar van de nelie en inzonderheid de kanneel die de komp: uijt 't landschap diwitoere nu algetrok„ ken heeft reets een zeer ruim ramboursement is. Dat intussen deese kleine middelen tot 't geene in 't landschap diwitoerz gedaan is niet voerigjstende zijn geweest is te zigtbaar om eenig bewijs noodig te heblen derhalven hier om„ ben, inzonderheid voor de geenen die weeten witt moeijte er aan vast is om die dingen uijt weste landen aanteleggen. Het overige heeft trend van de Ministers dus door hun uit eige middelen moeten hoogsten hard na aend e veeemende wijse informatie dienen te te hebben gewerkt, zig „ als dese menschen ongelukkig is te beurt gevallen, te zien vervolgds en zig op zoo eene verrigaan vorderen en dezelve de wijze te zien verdagt gemaakt. Eindelijk verzoeken we verloff hier nog— te mogen aanmerken dat de Mchadoli oeis recommandeeren aan alleen op het dringend verzoek door den gouverneur hem gedaan ten tijde dat voor al allent te zijn wij in het Jaar 1784. te gale 't gezag voerde„ heeft op zig genomen om nog eenste probi„ ren of er van Diwitoire niet iets goedste op het gedaag van den maaken zoude zijn, en dat 't geen hij op zig genomen heeft om aen dE komp: te zullen teruggeeven al het geene dat daar aan Modliaar en te zorgen wierde b bekostigd, zo na verloop van vijf jaaren wierde bevonden dat dat hij aan de op zich ook deese onderneeming niet voldeel aen „ „ de verwagting alleen door hem is op zig genomen op 'Jgouverneurs verzoek genoomene verpligting vol„ die vreesde dat de heer gouverneur falck afgeschrikt door de verscheide vrugte doe, dewijl het voor de Com„ loos afgeloopene onderneeming om dit land„ schap te depricheeren zwaarheid zoude vin„ den om daar van nogmaals te laaten nae„pagnie van te veel be„ men een prock voor het overige heeft de Maha Moddeliaar zoo als dat blijkt uit 's gouverneurs apparten toug is dat dit Land aan wijlen den heer falck geschreven aan die onder de bijlaagen overgaat zig 12 tot niets verbonden. wij heeft alleen eens Eindelik dat voor ang belooft zijn best te zullen doen en dit heeft Wij gedaan. Door zijne ijverige „deel en nut opleeveren pogingen is dit landschap tans ge„ bragt in dien staat dat wanneer op den begonnen voet word voort waar voor 't vatbaar gevaaren en inzonderheid wanneer het werk zo als het verdiend, word is, en op dat niet de Mod„ aangemoedigt het in korte Iaaaen van een zeer groote belang kan liaar mooglijk, wanneer len werden 11 1 van hij 2466 279: werden voor de komp:, en dat een groote meenigte ingekeetenen daar een kunnen vinden. Wij zullen schuld pligtig zien in hoe vervr het. mogelijk is, dat aan deede uweEd: Agtb: in ten„ tie word voldaan. hij na verloop van de in hun voedzel en bestaan zul„ vijf Jaaren daar van zijn voordeel zal hebben gemaakt vervolgens de zaak onafgedaan laaten leggen §357. Eindelijk moeten wij ons Leedwersen betuigen dat daar het onderhoud ver staats bannelingen reeds een aanmerkelijk zwaar is voor de Com¬ „pagnie, de Ministers verpligt zijn geweest de toelaagen aan de meeste dier Lieden te vermeerde„ „ren, en UE: zullen de Mi„ „nisters dierhalven behoo„ ren te recommandeeren hier omtrend tog alle mogelijke menage te ge„ bruiken: ook zullen uE: zelve zoo veel doenlijk behoo„ „ren te zorgen dat het ge„ tal der Bannelingen is 't mogelijk verminderd worde. wij geeven UE: ten dien einde in bedenking of niet zommige fa„ „milien, van welke de Hoofden reeds lange over¬ „leeden zijn naar hun eigen Land zoude kunnen worden te rug gezonden Ten minsten zullen de Minis„ „ters hunne gedagten moeten ren laaten
English
440 2467 441 It is flattered that the foregoing reply will be found satisfactory. Return of the ship De Doggersbank from Koetsien; what the Gale servants have reported. ...to examine whether something cannot be put into effect to enable such families, through some means or other without employment, to exist without being a burden to the Company. For the rest, we conclude this subject in the expectation that the Ministers will also send hither the annual statement requested by you of the expenses spent on the exiles. Underneath stood: Agrees with the aforesaid Missive; was signed: J: J: Pernij, First Sworn Clerk. Ships and Vessels. 1118. The ship De Doggersbank returned from Koetsiem to Gale on the 14th of this month. The servants have reported to us that the Master Attendant Aems had declared that, whether we wished to employ this ship or in its place the ship 't Meeuwtje as a return vessel, there was no possibility of getting either of them ready so quickly, on account of their late arrival at Gale, that it could set out on the voyage to the Netherlands at the appointed time. Section 47. We flatter ourselves that the aforesaid reply will be found satisfactory, and therefore proceed to the Head of Ships and Vessels. 442 2668 443 Departure of the ship Kandia for Gale and subsequently for Batavia. Which persons are crossing over to Batavia on the said ship. We have thereupon written to them to ask report from the said Master Attendant as to which of these two ships he could get ready sooner, so early that it could still depart two or at most three days after the appointed sailing date, with orders at the same time to take in hand immediately the ship that he can get ready first; and upon the receipt of the report that 't Meeuwtje can be ready sooner, we have designated it as a return vessel, so that the Doggersbank will return back to Batavia. 119. The ship Kandia departed on the 22nd of this month for Gale, to take in there the goods that are lying ready for Batavia, and subsequently to undertake the return voyage thither. 1120. Major Gregorius Morack is crossing over on this ship, who has enjoyed here until the ultimate of December of the past year the same salary and emoluments as he had as Major in the regiment of Meuron. 444 2469 445 Report of the captain of the ship Christophorus Columbus that he had no encounters and regarding the provisions provided to him. Furthermore, the lieutenant of the Eastern Company of Captain Joerang Pattij is crossing over on the said ship, of whom mention will be made hereafter under the Judicial matters, together with 19 Eastern soldiers who, on account of old age and other infirmities, are no longer capable of military service. They have all enjoyed their pay here until the ultimate of this month, and among the Appendices goes a declaration that they have nothing further to claim, to which is also added a pay note with their closed pay accounts. 1121. The ship Christophorus Columbus, on the voyage from the Netherlands to this place, according to the report of its Captain, a copy of which goes under the Appendices, has encountered no banks, shoals, etc. unknown on the Company's charts; and the provisions provided in the Netherlands were all good and sound, except that the hard biscuit was poor and moldy, and the peas were tainted, which the Captain maintains must be attributed both to the long stay of the ship at Texel and the long voyage had since then, as well as to the heavy sweating in the hold caused by the exhalation of the laden masts and other goods. 446 2460 447 The consumption account and inventory of the aforesaid ship are properly cleared. Compensation granted to Captain Pouries for some foodstuffs which he provided to the crew from his own stock. 1122. The consumption account and inventory of this vessel, on account of the provisions and other necessities received in the Netherlands and at the Cape of Good Hope, have been properly cleared here according to the report of the First Examiner Issendorp, inserted in our resolution of the 29th of December of the past year, which accompanies this in Extract, and by which your High Excellencies will see that we have made the ship's officers account here for some surplus provisions and ship's clothing, and on the other hand have had written off the inventory various equipage goods, spars, and cooperage that were consumed on board as well as drawn from the necessities of this ship at the Cape of Good Hope and here; as well as that we have passed for write-off 2 heavy ropes, 1 leaguer of Cape wine, and 3 bags of peas, which, because of the long voyage, were taken from the cargo and employed for the use of the ship and crew. 1123. The Captain of this vessel, by a petition inserted in our aforesaid resolution, has requested compensation for some foodstuffs which, because of the long voyage, he supplied from his own stock, pursuant to a decision of the ship's council there.
Dutch transcription
440 2467 441 men vleid zich dat de voor„ gaande beandwoording voldoende zal bevonden worden. Terug komst van 't van kertsuin wat de Gaalse bediendens bericht hebben. laaten gaan, of 'er niet iets in 't werk is te stellen, om diergelijke familien door 't een of ander buiten emploij buiten lasten van de Compagnie te kunnen doen bestaan. overigens besluiten wij dee„ „ze Materie in de verwag„ „ting dat de Ministers de door uE: gevorderde Jaar„ „lijksche opgave der kosten aan de bannelingen besteed mee„ „de herwaards zullen over„ „zenden /:onderstond:/ Akkor„ „deerd met voorsz: Missive /:was geteekend:/ J: J: Pernij E: G: klercq. Scheepen en Vaartuigen. 1118. 'T schip de Doggersbank is schip De Doggersbank den 14: Deezer van koetsiem te rug gekoomen te Gale De be„ „dienden hebben ons berigt dat de Equipagiemeester Aems had verklaard, dat 't zij wij dit schip, dan wel in dies plaats 't schip 't Meeuwtje, tot een retour bodem wilden emploij„ „eeren, 'er geene mogelijkheid was om een van bijden, weegens §47. Wij vleijen ons dat voorsz: be„ andwoording voldoende zal worden bevonden, en gaan mitsdien over tot 't Hoofd„ „deel van Wij de 442: vervolg 2668 443 3 vertrek van 't schip kandia na galé in =vervolgens na Bata„ „via. welke perzoonen met gem: schip na Batavia overgaan. de laate komst te Gale zoo spoedig in gereedheid te kunnen bren„ „gen, dat het op den bepaal„ den teid de rijze na Neder„ „land konde aantreeden Wij hebben daar op hun aan„ geschreeven, van gemelde Equipagie meester berigt te vraagen, welk van bijde deeze scheepen hij eerder zoude kunnen klaar krij„ „gen, zoo vroegtijdig, dat 't twee of uitterlijk drie daagen na den bepaalden zijldag nog zoude kunnen vertrekken, met last teffens om 't schip dat hij eerst kan klaar krijgen, ten eersten onder handen te neemen en op 't bekoomen berigt, dat 't Meeuwtje eerder kan klaar koomen, hebben we 't zelve tot een retour bodem aangelegd, zoo dat de Doggersbank weder na Ba¬ „tavia zal te rug keeren. „ 119. 'T schip Kandia is den 22: de„ „zer na Gale vertrokken, om daar in te neemen de goederen die voor Batavia in gereed heid leggen, en vervolgens de te rug rijs na derwaards te onderneemen 1120. Met dit schip vaart over de Ma„ Joor Gregorius Morack, die al„ „hier tot ult:o xber: J:o leeden heeft ge„ „noten dezelfde gagie en emolumenten, die hij als Majoor in 't regiment en van 444. 2469 445 vervolg. 1121. Bericht van den kapitein Columbus dat hij geene ont„ „moetingen gehad heeft en „gewene provisen. van Meuron gehad heeft. Nog gaan met gem: schip over de luite„ „nant van de Oostersche Comp: van Capitain Joerang Pattij, waar van hier agter onder de Justitieele zaaken zal worden gesprooken, nevens 19: Oostersche zoldaaten, die weegens ouderdom en andere gebreeken, niet meer in staat zijn tot den Militairen dienst. zij hebben hier alle tot ult:o deezer gagie genooten, en gaat onder de Bijlaagen over, eene verklaaring, dat ze niets meer te pretendeeren hebben waar bij nog gevoegd is eene zoldij Notitie, met hunne afge„ slootene zoldij reekeningen. 'T schip Christophorus Columbus van het schip Christophorus heeft op de rijze uit Nederland nopens de hem meede ge„na herwaards, volgens berigt van dies Capitain, dat in Copia onder de Bijlaagen over„ „gaat, geene bij 's Comp:s kaarten onbekende banken, klippen Etc: ontmoet; en de in Neder„ „land meede gegeevene provisien waaren alle goed en wel, uitge„ „zonderd dat het hardbrood slegt en beschimmeld, en de Erwten aangeslaagen waaren, het gunt de Capitain sustineerd te moe„ „ten toeschrijven, zoo wel aan het lang leggen van 't schip in Texel, en de zedert gehad hebbende langduurige rijze 'T schip als 446 2460 447 „122. De de Consumtie reekening en Inventaris van voorm: „ esfend. aan kapitain Pouries vergoeding toegestaan voor die hij uit eigen voorraad aan het volk verstrekt heeft. als aan de sterke broeijing in 't ruim door het uit wasemen der ingelaade „ne masten en andere goederen Consumtie reekening en inventa schip zijn behoorlijk ver„ ris van deezen bodem, weegens de in Nederland en aan de Caab de Goede Hoop ontvangene provisien en verdere behoeften, zijn alhier behoorlijk vereffend volgens het berigt van den Eersten visitateur Issendorp, geinsereerd in onze resolutie van den 29: December J:o L:, die in Extract deezen verzeld, en waar bij uwe Hoog Edelh: zullen zien, dat we door de scheeps overheeden hier hebben doen verandwoorden eenige overgeschootene provisien en scheepskleederen, en daar en tegen bij den Inventaris laten afschrijven diversche Equipagie goede„ „ren, rondhouten en vaat werken, die zoo wel aan boord verbruikt, als aan de Caab de goede Hoop en alhier uit de behoeften van dit schip geligt zijn; zoo meede dat we ter afschrijving hebben gepas„ „seerd 2: swaare touwen, 1. legger kaab„ „sche wijn en 3: zakken erwten, die mits de langduurige rijse, uit de lading genoomen en tot gebruik van schip en volk g'emploijeerd zijn. 1123. De Capitain van deezen bodem heeft bij eenige leevens middelen een addres, g'insereerd in voorsz: onze resolutie, vergoeding verzogt voor eenige levensmiddelen, die hij mits de langduurige rijze, uit eigen voorraad, op een besluijt van den daar scheepsraad.