VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3925

Ceylon · 741 pages · 188 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3925_0291 view scan ↗

English

828. 2 2282 66 To some repatriating naval officers it has been permitted to deposit into the treasury the proceeds from their imported trade goods, and how. To pay into the treasury on a receipt. About nearly 25 percent above the usual rebate. suffers disadvantage by also accepting letters of credit or copper coin in payment for the drafts. We have nevertheless, on account of what was further ordered by Your Right Excellencies under 562, granted no drafts to the Netherlands to anyone, except to Colonel Meuron, whom we think we may assume is not included under this order, and only to such persons who voluntarily and of their own accord have offered to pay half in gold or silver specie, which none of the inhabitants of Ceylon has been able to do without losing on the sum paid in. 169. To some homeward-bound naval officers who have requested of us with the greatest urgency to be allowed to pay into the treasury the proceeds of the trade goods brought with them, and demonstrated that without this remedy they ran the risk, upon arriving in Holland, of being prosecuted by their creditors, we have, upon their request made thereto and in accordance therewith, permitted that what they declared under offer of oath to be the product of their imported trade goods, they might pay 2283 67 69 Permitted regarding two sums. The necessity of transferring money to the Netherlands is demonstrated. Arrangements will be made by private individuals if 116 prevented this work from being done. And repeated is the request that the drafts to the Netherlands may be paid on the previous footing. into the Company's treasury upon a simple receipt, which we have caused to be granted to them, in order to be able to address themselves, according to their intentions, to the Noble Highly Respected Gentlemen Directors, whether their honors might perhaps be so good as to have the amount paid into the treasury here disbursed to them in the Netherlands after deduction of the usual rebate. We have likewise permitted this to the Dessave Faetz for the amount of two sums, of which mention will be made in its proper place. 170. But since not only the naval officers who are traveling home, but also the servants of the Company on Ceylon and all other inhabitants, without the remedy of being able to transfer any money in the Company's treasury to the Netherlands, are about to find themselves in the greatest inconvenience, and because thereby the great scarcity of gold and silver specie becomes even more oppressive for everyone, we hope we do not err in humbly repeating hereby the request that we have already taken the liberty to make in our humble letter of 25 March 1790, that Your Right Excellencies may be pleased to take this into favorable consideration, that the Ceylonese servants and inhabitants may continue to be allowed to pay the drafts to the Netherlands 2284 68 71 Regarding the granting of drafts on Your Right Excellencies, one remains awaiting the further reply of the same to certain proposed difficulties. And until then one will accept monies for drafts on Your Right Excellencies on receipts, under a certain condition. Certain drafts already drawn to the Netherlands to an amount have been paid in letters of credit and copper coin. on the same footing as has been done hitherto, and as was not refused to them in earlier years when at least a fair quantity of gold and silver specie was still circulating in this Government. 171. Furthermore, we take the liberty with respect to the drafts on Your Right Excellencies humbly to note here that, for such reasons as are mentioned above, we have thought it best, before granting any drafts on which the amount of the difference between the gold and silver specie and the letters of credit or copper coin would have to be noted, first to await the further reply of Your Right Excellencies to the difficulties that we think will arise from this. Until that time we will also cause the monies that we are requested to be allowed to transfer by draft to Batavia to be paid in on a simple receipt, provided that the payers also declare under offer of oath that these are funds yielded from the trade goods brought with them, in order that Your Right Excellencies may dispose thereof as you deem fit. 172. The drafts drawn by us of ƒ403,916:1: and mentioned under paragraph 65 have been paid in letters of credit

Dutch transcription

66 828. 2 2282 Aan eenige repatrieerende zee officieren is toegestaan om het geproflueerde op hunne meede gebragte goederen tot negotie in kas en hoedanig. nadeel leid met ook voor de assigna„ ties in betaaling te ontvangen kre„ diet brieven of koopere munt. we hebben niet te min uit hoofde van het door uw Hoog Edelh: nade„ „re bevoolene bij 562: aan niemand eenige assignatien na Nederland ver„ leend, uitgenoomen aan den kolonel Meuron, die we denken te mogen veronderstellen, dat onder deeze ordre niet begreepen is, dan al „leen aan zulke, die vrijwillig en uit haar zelven hebben aange „booden om de helfte te betaalen in goude of zilvere spetien, het geen niemand van Ceilons inge„ „zeetenen heeft kunnen doen zon„ „der op de getelde som te verliesen 169. Aan eenige tuis vaarende zee officie„ ren die ons met de grootste na„ te tellen op een quitantie, „ druk verzogt hebben, het ge„ „profluceerde van de door hun meede gebragte negotie goederen te mogen in kas tellen en vertoond, dat ze zonder dit hulp middel gevaar liepen om in Holland komen„ „de door hunne krediteuren te worden g'executeerd, hebben we op hun daar toe gedaane verzoeke en over eenkomstig daarmeede, toegestaan, om het geen ze onder aanbieding van eede verklaarden te weezen het produkt van hunne meede gebragte negotie goederen te mogen na genoeg 25: p:r C:o boven het gewoon rabat na tellen 67. 2283 69 toe gestaan nopens twee sommen. De noodzaakelijkheid van de overmaking van geld na Nederland word vertoond. zal gemaakt worden, zoo 116. verhieden dat dit werk worden gedaan zoek dat de assignatien na Nederland mogen worden betaald na den voorigen voet. tellen in 'skomp:s kas op een eenvoudige quitantie, die we hun hebben doen verleenen, ten einde zig volgens hun voorneemens te kunnen adresseeren, aan de Edele Hoog achtb: Heeren Bewindhebberen, of hoogst dezelve somtijds zoo goed zouden willen zijn hun het bedraagen hier in kas geteld, in Nederland te laaten uitkeeren na aftrek van het ge„ Dit is aan dE: fretzook woon rabat. Dit hebben we insgelijks toegestaan aan den Des„ save Faetz: voor het beloop van twee sommen, waar van op zijn plaats zal worden gesprooken 170. Dan wijl niet alleen de zee officieren die tuis vaaren, maar ook de dienaa„ „ren van de komp: op Ceilon en alle verdere ingezeetenen, zonder het hulpmiddel van eenig geld in 's komp:s kas na Nederland te kunnen overmaaken, in de grootste ongeleegendheid staan te koomen, en dat daar door voor een elk de groote schaarsheid van goude en zilvere en word herhaald, het ver„spetien nog det te drukkender word, zoo hoopen we niet te misdoen met bij deezen nedrig te verhaalen het verzoek, dat we reeds de vrijheid hebben gebruikt te doen bij onzen nedrigen brief van den 25„e Maart 1790. — dat uw Hoogedelheden dit gelieven te neemen in gunstige overweeging, Carrangementen dat aan de Ceilonsche dienaaren door partikulieren zal en ingezeetenen mag blijven vergund om de assignatien na Nederland te 68 en 2284 71 Tot het verleenen van as„ men af wagten het nader andwoord van hoogst gestelde zwaarigheeden zeekere reets getrokkene zijn betaald in kredict brie„ ven en koopere munt. gelden voor assignatien op UWE: accepteeren op qua„ te betaalen op dien voet als tot hier toe is geschied, en aan dezelve niet gewij¬ „gerd is in vroegere Jaaren toen in dit Gouvernement ten minsten nog een tamelijke hoeveelheid van goude, en zilvere spetien roulleerde 171. Voorts gebruiken we de vrijmoedig„ signatien op UWE: blijft heid nopens de assignatien op uw dezelve op zeekere voor Hoog edelheeden, hier nedrig aan „temerken, dat we om zodanige ree „denen als hier boven zijn vermeld, best gedagt hebben om voor dat we eenige assignatien verleenen, waar bij zoud moeten worden genoteerd de hoeveel „heid van het verschil tusschen de van kredict of koopere munt, eerst aftewagten het nader andwoord van uw Hoog edelheeden op de zwarigheeden die we denken dat hier uit zullen en tot zoo lang zal mende ontstaan. Tot zoo lange zullen we „tantien, onder zeker mits ok de gelden die ons verzogt wor„ „den op assignatie na Batavia te wrogen overmaaken, laaten tellen op een simpele quitantie, mits dat ook de tellens onder aanbie„ „ding van eede verklaaren, dat het zijn penningen geproflueerd uit de door hun meede gebragte negotie goederen, ten einde uw Hoogedelh: daar op na goed vinden kunnen disponeeren. 172. De door ons getrokkene assignaties van ƒ403916:1: en vermeld bij 3. 65: zijn betaald in krediet brie„ gouden zilvere spetien en de brieve assignatien ha Nederland na Nederland tot een bedraagen uw „ven

NL-HaNA_1.04.02_3925_0294 view scan ↗

English

Expression of regret over the displeasure of Your Right Honourables regarding the arrangement of the Wannie. Having been informed of the aforesaid displeasure, the Land Regent Nagel has written a letter containing offers to renounce the lease, but to do his best for the improvement of the Wannie, or otherwise to repair the tanks at his own expense under certain conditions, and silver and copper coin. Paragraph 73. The displeasure that our arrangement regarding the Wannie, mentioned in our humble letter of 27 January 1794 from paragraph 373 to paragraph 382, has caused to Your Right Honourables grieves us in the highest degree. As soon as the Land Regent Nagel learned that this arrangement displeased Your Right Honourables, he wrote to us about it on 20 October last, which letter is attached hereto in copy. Paragraph 74. After having previously given an account therein of the already elapsed year 1790/1791, and after having shown that the resources placed in his hands from Jaffnapatnam for the improvement of agriculture in the Wannie were too limited to be able to undertake anything of importance in this province, and that only this, and no self-interest, had moved him to the proposals made to us for the improvement of the Wannie, he proposes to renounce the lease if Your Right Honourables deem it more expedient for the Company to bring everything in the Wannie back to the footing as it formerly was. Paragraph 75. He nevertheless promises to do his best equally for the improvement of the Wannie, and if Your Right Honourables might not choose that either, he further offers to take upon himself the repair of the tanks at his own expense in so far as possibility will allow and no well-founded causes beyond his control prevent it, provided that the expenses of the Wannie are paid from the revenues of the country, which are then again for the Company, and provided that 25 per cent is granted to him from the revenues of paddy and small grains for his advance in money and as a means of subsistence. However, this government has decided to let the lease take effect until further orders from Your Right Honourables, and why. Favourable remark on the further proposals of Nagel, and he was again proposed for Senior Merchant with the title of Landdrost or Dessave. Paragraph 76. We have decided provisionally and until Your Right Honourables' further orders to let the lease take effect. It can, however, be terminated immediately without causing any inconvenience or producing any confusion, since Nagel has caused proper records of everything to be kept, should Your Right Honourables find more pleasure in the further proposals made by Nagel, regarding which we only take the liberty here to remark that they bear all the marks of the Land Regent Nagel's zeal and well-meaning efforts to deserve Your Right Honourables' favour, and this encourages us once again to take the liberty to support with our humble recommendation the request that Nagel makes at the end of his letter to be promoted by Your Right Honourables to Senior Merchant with the title of Landdrost or Dessave. There is the greatest hope that the Wannie within a few years will be able to produce 50000 parras of paddy in revenues. Continued. Paragraph 77. In the year 1785 it was already considered an extraordinarily good harvest in the Wannie when the revenue from it amounted to more or less 14000 parras. Since then this land was visited with droughts for three years, but in the year 1789/1790 the tithes already amounted to 21000 parras, and in the latest year they produced upwards of 28000 parras. This consequently gives the greatest hope that the Wannie, according to what Nagel has furthermore shown on very acceptable grounds, will in a few years be able to yield 50000 parras of paddy in revenues, if agriculture there continues to be pursued on the footing begun by Nagel. If Heaven continues to give its blessing thereto, this can be the work of only very few years, and what has already been accomplished through the continuous and zealous efforts of Nagel is a preliminary proof of what one can further expect from that good land. A multitude of uncultivated, and cultivated but abandoned lands lie in the Wannie, so one may hope that this land in time will yield much grain, and fulfill the hope that this island will be able to produce its own grain. Paragraph 78. In the Wannie there still lie a great multitude of uncultivated lands, and even very many lands that were formerly cultivated and have since been abandoned again due to the violent administration that formerly prevailed in the Wannie, and

Dutch transcription

2285 Betuiging van leed over nopens de schikking van de wannie onderrigt van voorsz: mishaag, heeft een brief geschreeven, houdende aanbiedingen. om van de admodiatie te renuncieeren. op zyne kosten te repa„ „reeren, onder zeekere conditie. dog om zijn best te doen ter verbeetering van de wannie. „ven en koopere munt. §73. Het misnoegen dat bij uw Hoogedelh: het misnoegen van 1ow: verwekt heeft onze schikking noo„ „pens de wannie, vermeld bij onzen nedrigen brief van den 27:' Januarij 1794. van 5373. tot §382 doed ons ten hoog De land regent Nagel „ sten leed. zoo dra de Landregent Nagel kennis gekreegen heeft dat deeze schikking uw Hoogedelheeden mishaagde heeft hij den 20: oktober J:o Leeden daar over aan ons geschreeven de brief, die in kopij hierneevens gaat 174. Na daar bij voor af verslag te hebben gedaan van het reeds verloopene Jaar 179/7. , en na te hebben aangewel „zen, dat de middelen die hem van Jap „patnam waaren in handen gesteld ter verbeetering van den landbouw in de wannie te bekrompen waaren om in dit landschap iets van belang te kunnen onderneemen, en dat alleen dit en geen eigen belang, hem hadde bewoogen tot de voorstellen aan ons gedaan ter verbeetering van de wannie, steld hij voor, om van de admodiatie te renuncieeren, zoo uw Hoog Edelheeden het meer oirbaar voor de komp: agten om in de wannie alles ne„ „derom te brengen op den voetge„ „lijk het eertijds was 475. Hij belooft niet te min even zeer zijn best te zullen doen tot verbeetering van de wannie, en zoo ook dat uw en of anders om de tangen Hoog edelheeden niet mogten verkiesen, bied hij nog aan, om op zig te neemen het repareeren der tangen ten zijnen koste wannie in 72 74: 2286 7:5 Echter heeft deeze regee„ ring beslooten om de admo„ dicatie tot nader order van H: H: Edelh: te doen standgrijpen en waarom. „gesdraagen tot opperkoopman met de titel van Land„ „drott op Detsave. gunstige aanmerking op de in zoo verre de mogelijkheid zulks zal toelaaten, en geen gegronde oorzae„ „ken buiten zijn schuld, dat verhinde „ren, mids in't 'slands inkomsten die dan wederom zijn voor de komp: worden betaald de ongelden van de wannie, en mids dat hem uit de inkomsten van nelie en kleine graanen voor zijn verschot in geld en tot een middel van bestaan worden toegelegd 25: p:r C:o 176. we hebben beslooten om bij provisie en tot uw Hoogedelheeden nadere ordre de admodiatie te laaten stand grijpen. ze kan egter aanstonds wijl Nagel van alles behoorlijke aanteekening heeft laaten houden, worden g'eindigt zonder dat het eenige ongeleegendheid zal doen, of eenige konfusie voortbrengen, in„ dien uw Hoogedelheeden meer wel geval„ „len mogten vinden in de nadere nadere voorstellen van Nagel voorstellen door Nagel gedaan, en omtrend dewelke wij hier nog alleen de vrijheid gebruiken van aantemerken, dat ze alle kenmerken draagen van den land regent Nagel zijn ijver en wel meenende pogingen om uw Hoogedelheeden gunst te mogen ver„ en ij werd andermaal, voor„ dienen, en dit moedigt ons aan an„ „dermaal de vrijmoedigheid te neer„ „men, om het verzoek dat Nagel aan het eind van zijn brief doed, om door uw Hoogedelheeden te moo„ „gen worden bevorderd tot opperkoop„ „man met den titel van Landdrost eenige of 76 2287 ½1t is de grootste hoop dat de wannie binnen korte Jaaren 50000: par„ zal kinnen op brengen. Vervolg de, en gekultikeerde dog ver wannee dus men hoopen mag„ „ dat dit land en teid met 'er tijd veel graanen zal geeven„ eiland, zijn eige graanen zal kunnen voortbbrengen. of Dessave, met onzen nedrigen voor„ dragt te ondersteunen §77. In het Jaar 1785: wierd het reeds voor een buiten geworne goede oogst in de „ras uelyj aangerechtigheid wannie gehouden, toen de geregtig„ heid daar van heeft gedaan min of meer 14000: parras. zedert is dit land geduurende drie Jaaren met droogtens bezogt geweest, dog in het Jaar 17 89/90. bedroegen de tiendens reeds 21000: parras, en in het jongste Jaar hebben ze ruim 28000: parras Een meenigte ongekultiveer„ gedaan. Dit geeft mids dien de groot „ste hoop dat de wannie, naar het geen Nagel buiten dien op heel aan„ „neemlijke gronden heeft aangewee„ „zen, in korte Jaaren 50000: parras nelie aan geregtigheid zal kunnen geeven, wanneer de landbouw daar bij voortduuring word voortgezet op den voet door Nagel begonnen Dit kan wanneer den Hemel bij voort„ duuring daar toe zijn zegen geeft, het werk zijn van maar zeer wijnige Jaaren, en het reeds verrigte door de aanhoudende en ieverige pogin¬ „gen van Nagel, is een vorrloopend bewijs van het geen men van dat goede land verder verwagten kan. 178. In de wannij leggen nog een groote mee„ „laasene gronden leggen in de „ nigte ongekultiveerde gronden, en en de hoop vervullen dat det zelfs nog zeer veel gronden die eer teids zijn gekultiveerd geweest, en zedert door het geweldig bestier dat eerteids in de wannijplaats hadde, wederom zijn verlaaten, en geeven men

NL-HaNA_1.04.02_3925_0297 view scan ↗

English

78: 2288 79 for Batticaloa has in Aopatsato yielded 52200 parras of paddy. which is forwarded along with a report from the surveyor. The provinces of Mantotte, Nanathan, and Moeselie measured and mapped. of Toenander are confirmed. one may reasonably flatter oneself that this region will in time be able to yield such a large quantity of grain that it will considerably contribute to the fulfillment of the hope that this island will in time be able to produce its own grain. 179. This hope is immediately growing greater This hope increased on Ceylon. Batticaloa, which even in the last 10 years under the administration of the Resident Franken, as we have already had the honor to point out in our humble letter of 27 January 1791, yielded on average no more than 16250 parras of paddy per year, has, through the good arrangements introduced into that country by the capable and honest Resident Burnand, yielded 31534 parras in the year 1789, 42071 parras in the year 1790, and in the year just ended, according to the received rolls of the census, 52200 parras. Paragraph 80. The lands in the provinces of Mantotte, Nanathan, and Moeselie we have caused to be surveyed, and the map drawn up thereof with the report of the surveyor we have the honor to send herewith, from which Your High Excellencies will see that the favorable prospects which Captain Lieutenant Toenander presented in his report thereof are so greatly confirmed by this further investigation that 80 2289 recommended to the Company. suits, to do that work, then it is requested to private parties, under certain conditions continuation there remains almost no doubt that this undertaking will succeed if the work is managed with zeal and sufficient skill; thus this undertaking is and we therefore think that it is very advisable for the Company to take it in hand as soon as possible. 181. Should Your High Excellencies nevertheless find but if it does not suit the Company, that it cannot suit the Company to have this work done that it may be assigned for Her Honor's account, we take the liberty humbly to suggest to Your High Excellencies whether Your High Excellencies might approve leaving it to private parties, as was already once the intention in earlier times, according to the Colombo resolution of 25 July 1776, if interested parties can be found for it, more or less on the following conditions: 1. that the arrangement shall be for the coming 20 years. 2. that the provinces of Mantotte, Nanatan, and Moeselie shall during that time be under the management of the interested parties, who shall appoint someone over them according to their discretion, and that consequently during the aforesaid 20 years the said three provinces shall be separated from the commandery of Manaar. 3. that the interested parties shall obligate themselves to deliver annually from the provinces of Mantotte, Nanatan, and Moeselie to the Company at the place where 81 82. 2290 83 Continuation continuation grain is now usually delivered, for the first 10 years, as much paddy as the Company has received from these two provinces on average per year over the last 20 years, and for the following 10 years, as much as was the highest paddy duty during the aforesaid 20 years, and that this same arrangement shall also apply regarding the butter that is annually delivered from these provinces. 4. that the interested parties shall pay to the Company all the poll taxes of the inhabitants of these provinces, and further all corvée labor that they are obliged to perform, calculated at a reasonable price, all computed on the present footing, in return for which the inhabitants shall have to perform their corvée labor for the benefit of the interested parties toward the advancement of this plan. 5. that the interested parties on the other hand shall for 20 years enjoy all the benefits of these provinces, without paying anything further for the rest to the Company, provided that they shall take upon their account the repair of the Giant's Tank, the construction of sluices, dams, watercourses, and whatever further is necessary for making these lands arable. 84 2291 continuation continuation 6. that the interested parties, moreover, in the same province, from the lands that are still uncultivated and belonging to the Company, shall be permitted to establish as many sow-fields as they shall deem fit; that they likewise shall be permitted to establish indigo works, cotton plantations, weaving mills, and further all such factories as they shall find expedient, provided that for the lands that they occupy for that purpose they pay, after the expiration of the aforesaid 20 years, the price which they are currently worth, and which could be determined before entering into such an arrangement. 7. That all such lands prepared as sow-fields or for other purposes shall belong to the interested parties in full ownership forever, provided that after the expiration of 20 years they pay the usual tithes on the sow-fields, and on the other products the usual government duties on the same footing as the most favored pay on this island, according to the arrangements already made or yet to be made. 8. that after the expiration of 20 years the interested parties shall hand over the management of these three provinces back to the Company and surrender the same, without being permitted to claim anything for the funds disbursed by them for works undertaken for the public benefit.

Dutch transcription

78: 2288 79 want Batikaloa heeft in Aopatsato gegeeven 52200: Marras nelij. die nevens een berigt van den landmeeter overgaat. De provintien Mantotte, Na„ gemeeten en in kaart ge„ bragt. van toenander worden bevestigd. men mag zig met reeden vleijen dat dit landschap door den tijd een zoo groote meenigte van graanen zal kunnen gee¬ „ven, dat het merkelijk zal meere werken tot vervulling van de hoop„ dat dit Eiland met der tijd zijn eigen graanen zal kunnen voortbrengen 179. Deeze hoop word op Ceilon dadelijks Deeze hoop vermeerderd grooter. Battikalo dat zelfs nog in de 10: laatste Jaaren onder het de Hier van het opperhoofd Franken, zoo als we dat reeds de eere hebben gehad aan te wijzen bij onzen nedri„ „gen brief van den 27. Januarij 1791. het eene Jaar door het ander niet meer gegeeven heeft dan 16250: par„ „ras nelie, heeft door de goede schik„ „kingen in dat land ingevoerd door het kundig en braaf opperhoofd Bur„ „nant gegeeven in het Jaar 1789. 31534 parras, in het Jaar 1790: 42071: parr:s en in 't Jongst afgeloopene Jaar volgens de ontvangene rollen van de beschrijving 52200: —. parras. §80 De gronden in de Provinten van Mantotte „nathan en Moeselie zijn Nanathan, en Moeselie hebben we doen meeten ende daar van opge„ „maakte kaart met het bericht van den Landmeeter hebben we de eere hier nevens te zenden, waar waarbij de voorentzigten bij uw Hoog Edelheeden zullen zien, dat ƒ de gunstige vooruitzigten die de kapitein Luitenant Toenander bij zijn bericht daar van heeft opge„ „geeven, door dit nader onderzoek zoo zeer worden gekonfirmeerd, dat het er 80 2289 de Comp=e aangepreezen. konvenieerd, om dat werk te doen, dan verzoekt men aan partikulieren, onder zekere Conditie vervolg 'er bij na geen twijffel overschiet, dat deeze onderneeming wel slaagen zal zoo het werk met ijver en toerijkende kunde dus word deeze onderneeming word bestierd, en we denken dus dat het de komp: zeer aan te raaden zij om het hoe eer hoe liever te doen onder handen neemen. 181. Mogten uw Hoog Edelheeden nogtans bevin dog zoo de komp=e het niet „den, dat het de komp: niet kan konve„ dat tedmagen opdraagen „ nieeren om dit werk te laaten doen voor Haar Ed:s reekening, neemen we de vrijheid uw Hoog Edelheden nedrig voor te stellen, of Hoogst dezelve zouden kunnen goed vinden het overtelaeten aan partikulieren zoo als dat reeds in vroegere tijden eens het voorne„ „men is geweest, blijkens kolombosche resolutie van den 25: Julij 1776: indien daar toe liefhebbers kunnen gevon¬ „den worden, min of meer op de volgende voorwaarde 1. dat het arrangement zal zijn voor de eerstkoomende 20: Jaaren. 2. dat de Provintien Mantotte, Nana„ tan en Moeselie, geduurende dien tijd zullen staan onder de beheering van de g'interresseerdens, die daar over iemand zullen stellen naar hun goedvinden, en dat mids dien geduurende de voorsz: 20: Jaaren de gem: drie Provintien zullen zijn afgescheiden van de opperhoofdij van Mannaar 3. dat de geinterresseerdens zig zullen verpligten om Jaarlijks uit de pro„ „vintien van Mantotte, Nanatan en Moeselie aan de Comp: ter plaatze daar daar 81 82. 2290 83 Vervolg vervolg daar nu de graanen gewoonlijk gelee „verd worden, te leeveren, voor de eerste 10: Jaaren zoo veel nelie als de komp: in de Jongste 20: Jaaren, het eene Jaar door het andere gereekend uit deeze twee provintien genooten heeft, en voor de volgende 10: Jaaren zoo veel als is geweest de hoogste nelie geregtigheid in de voorsz: 20: Jaaren, en dat ook deeze zelfde schikking zal plaats hebben omtrend de boter, die Jaarlijks uit deeze Provintien geleeverd word. 4. dat de geinterresseerdens aan de komp: zullen voldoen alle de hoofd gelden van de ingezeetenen dezer Provintien, en voorts alle 's Heeren diensten die ze verpligt zijn te doen gekalkuleerd op een reedelijke prijs, alles gereekend op den presen„ „ten voet, waar en tegen de ingezee„ „tenen hun 's Heeren diensten zullen moe„ „ten doen ten behoeve van de geinter„ „resseerdens ter bevordering van dit plan. 5. dat de g'interresseerdens daar en tegen geduurende 20: Jaaren zullen genieten alle de voordeelen van deeze Provintien, zonder daar voor, voor het overige iets aan de komp: opte„ „brengen, mids ze zullen neemen tot haare lasten het repareeren van de reusen tang, het aanleg „gen van sluisen, dammen water „lijdingen, en wat verder tot bekwaam 't Heeren maaking 84 2291 vervolg vervolg maeking van deeze landen nodig is. 6. dat de g'interesseerdens bovendien in dezelve provintie uit de nog onge„ kultiveerde en de komp: toebehooren de gronden, zullen mogen aanleggen zoo veel zaaijvelden als ze zullen goed „vinden, dat ze insgelijks zullen mogen aanleggen indigo makerijen, plan„ tagien van kattoen, weverijen en voorts alle zodanige fabrieken als ze zullen oirbaar vinden, mids voor de landen die ze daar toe ocupeeren na ver„ „loop der voorsz: 20: Jaaren betaalende de prijs die ze tans waardig zijn, en voor het aangaan van zulk een arrangement zoude kunnen worden gekonstateert 7. Dat alle zulke landen aangelegd tot zaaijvelden of andere eindens aan de g'interesseerdens voor altoos in eigendom zullen toekoomen, mits na verloop van 20: Jaaren van de zaaij velden betaalende de gewoone tienden, en van de andere pro„ dukten de gewoone 'slands regten op den voet zoo als de meest begunstigden op dit Eiland be„ „taalen, volgens de schikkingen reeds gemaakt of nog te maaken. 8. dat na verloop van 20: Jaaren de geinterresseerdens de beheering van deeze drie provintien wederom zullen over„ geeven aan de komp: en daar van af stant doen zonder iets te mogen pre„ tendeeren voor hunne uitgeschootene gelden voor zaaken tot algemeen nut zaaijvelden gedaan

NL-HaNA_1.04.02_3925_0301 view scan ↗

English

86 2292 87 Continuation Continuation done, such as repairing the giant tank, constructing sluices, dams, watercourses, etc., and that from that moment on they shall be like all other inhabitants in that district, remaining only owners of the lands that will have been cultivated by them, and of the manufactories or other undertakings whatsoever established by them within the aforesaid period of time. 9. That with all this, the Company shall be at liberty, even before the expiration of the aforesaid 20 years, to terminate this arrangement, provided that they return to the interested parties their advanced money with an advance of 50 per cent when the Company terminates the arrangement in the first 10 years, and with an advance of a capital when the Company terminates the arrangement in the subsequent 10 years. 10. That the interested parties shall also at all times be at liberty to terminate the arrangement, without their having any right to the monies advanced by them, they remaining in such a case, on the aforesaid footing, only owners of the fields and whatever else they might have established in these districts as their particular properties. 88 2293 89 Whether there will be interested parties cannot be assured. There is hope that well-disposed people from here will bring together by subscription the sum needed for that work. And if Your High Nobilities can approve this, then an early reply is requested, so that the Lord Governor can make a subscription first to encourage others. The arrangement will be made, if Your Nobilities choose that this shall be done. The reports and drawings received concerning this will be sent to the Lords Majors. 182. Whether interested parties will be found to undertake this work in the aforesaid manner, we cannot assure, but we are not without hope that there are enough well-disposed people in Ceilon who, upon our encouragement and assurance that this undertaking will as far as possible be favored by the Company, will not refuse to hazard something of their own for the country's welfare, in order to bring together by subscription as much as is needed to find the sum required for it, and thus to be able to assent to Your High Nobilities. Whereupon we request to be favored as soon as possible with Your High Nobilities' highly honored reply, so that not only the first undersigned Governor, for the promotion thereof and to encourage others by his example, will himself subscribe for a handsome sum, but also all the other Members of the Council, so far and in such measure as each one's circumstances can allow, will do that. 183. We will nevertheless send to the Noble High Honorable Lords Masters the reports received concerning this, with the drawings belonging thereto. But since such work by private plans is best executed by those who have designed them, in such an arrangement and whatever arrangement Your Nobilities may choose, and that moreover the loss of time cannot be recovered, we will, in case aforesaid our humble proposal to hand over this work to private persons is agreeable to Your High Nobilities and that a sufficient number of subscribers present themselves, try to make the arrangement in such a manner that in case the Noble High Honorable Lords Directors might be more inclined to have this work done for the account of the Company, and issue the necessary orders thereto within three years calculated from today, the interested parties will have to be satisfied to receive back their advanced monies, only with the interest of 6 per cent a year. 90 2294 In how many classes the bookkeepers' posts can be divided regarding the income. Who can be included under the first Class and what they can pay for their certificates. Who can be brought under the second Class and what they can pay. 184. The bookkeepers' posts in this Government can, with regard to the income, conveniently be divided into three Classes. 185. Under the first Class we include the dispenser and second storekeeper at Gale, and the consumption bookkeeper at Trinkonomale, who could well pay 25 or 30 rixdollars for their certificates. Under the second Class we bring the secretary of the Land Council, consumption bookkeeper of the dissavany and overseer of the iron warehouse at Kolombo, the secretary of Justice and first clerk of Police at Jaffanapatnam, and the first residents at Manapaar, Ponnecail, Kilkare, and Cape Commorijn. These could pay half as much as those of the first Class. 92 2295 93 Who can be counted under the third class and what they can yield. And who can be excused from paying the Batavia certificates from the expedition money. 186. Under the third Class we count the secretary of Justice, the tomb-keeper, and the overseer of the areca at Kolombo, the residents at Punto Pedro and Caits; the first clerk, trade bookkeeper, and secretary of the Land Council at Gale, the authorized agent at Mature, and the second residents at Manapaar, Kilkare, and Cape Commorijn, who could well pay half as much as those of the second Class. 187. The remaining bookkeepers' posts, namely those of secretary of the orphan chamber at Kolombo, trade bookkeeper at Jafnapatnam, pay bookkeeper, shopkeeper, and overseer of the areca at Gale, first clerk and trade bookkeeper at Tuticorin, fiscal secretary and cashier at Trinkonomale, tomb-keeper at Batikaloa, and authorized agents at the small posts yield nothing of importance, and would thus

Dutch transcription

86 2292 87 Vervolg Vervolg gedaan, gelijk zijn het repareeren van de reusen tang, het maaken van sluisen„ dammen, waterlijdingen etc:, en dat ze van dat ogenblik af aan zullen zijn als alle andere ingezeetenen in dat landschap, alleen eigenaaren blijvende van de landen die door hun zullen zijn gekultiveerd, en van de fabrieken of andere onder „neemingen wat het zij door hun in het voorsz: tijd bestek aangelegd. 9. dat het met dit alles de komp: zal vrij staan om ook zelfs voor het verloop van de voorsz: 20: Jaa„ „ren dit aarangement te doen eindigen, mits aan de g'interres„ „seerdens te rug geevende hun uitge„ „schooten geld met een advans van 50: p:rC: wanneer de komp: het arrangement doed eindigen in de eerste 10: Jaaren en met een advans van een kapi„ „taal, wanneer de komp: het ar„ „rangement doet eindigen in de volgende 10: Jaaren. 10: dat het de geinterresseerdens ook ten allen tijde zal vrij staan om het arrangement te eindigen, zonder dat ze eenig regt zullen hebben op de door hun uitgeschootene pennin„ „gen, zullende dezelve in zulk een geval, op de voorsz: voet alleen eigenaars blijven van de velden en wat ze verder in deeze landschappen mogten hebben aangelegd als hunne bezondere eigendommen. „schooten of of 8. 8 2293 89 zijn kan men niet verzee„ keren. „zinde linden van hier de som nodig tot dat werk swillen brengen. en Zo H: Hoog Edelh: dat kunnen geled vinden, dan ver„ zoekt men spoedig antwoord, het eerst een inteekening kan doen ter aanmoediging van anderen. zal gemaakt worden, zoo 10 H: E: verkiesen dat dit zal worden gedaan. De hier over ingekoomene rapporten in teekeningen zullen aan de H: Majores toegeschikt worden. 182. Of 'er liefhebbers zullen gevonden wor„ maar of daartoe liefhebbers den om op de voorsz: wijze dit werk te entameeren, kunnen we niet verzeekeren, dog wij zijn niet buiten Dog 'er is hoop dat weege„ hoop dat 'er genoeg wel gezinde luiden bij inteekening bij een zouden p Ceilon zijn die op onze aanmoe„ diging en verzeekering dat deeze onderneeming na mogelijkheid door de komp: zal worden be„ gunstigd niet wijgeren zullen iets van het hunne tot 'slands wel zijn te hazardeeren, om bij inteeke „ning zoo veel te zaamen te brengen als nodig is om de daar toe vereischte som te vinden, en zoo uw Hoog Edelh te kunnen bewilligen waar op we ver „zoeken zoo spoedig het zijn kan, met 183. We zullen niet te min aan de Edele Hoog Achtbaare Heeren Meesteren toe„ zenden de hier over ingekoomene rapporten met de daar toe gehooren„ werk door particuliern plans, best uitgevoerd worden door die geene die ze hebben ontwor„ op dat de Heer gouverneur vinden, in zulk een arrangement en hoedanig het arrangement de teekeningen. Dan wijl zulke uw Hoog Edelh: zeer g'eerd andwoord te mogen worden begunstigd, zal niet alleen den eerst ondergeteekende gou„ verneur ter bevordering daar van en om andere door zijn voorbeeld aantemoedi„ „gen, zelve voor een goede som intee„ „kenen, maar zullen ook alle de overige Leeden van de Raad voor zoo verre en na maate, dat een elks omstandigheid dat toelaaten kan, dat doen uw =pen 9.o. 2294 In hoe veel kassen de kunnen verdeeld worden noopens de inkomsten. wie onder de eerste Classe en wat ze voor hunne bewijzen betaalen kunnen. wie onder de tweede Classe kunnen worden gebragt en wat te kunnen betaa„ „pen, en dat boven dien het verlies van tijd niet weer intehaalen is, zullen we ingevalle voorsz: ons nedrig voorstel om dit werk aan partikulie„ „ren overtegeeven, uw Hoogedelh: wel ge„ „vallig is en dat zig daar toe een genoegzaam getal van intee „kenaars op doen, het arrange ment zoo zien te maaken, dat ingevalle de Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindheb„ „beren meer mogten inklineeren, dit werk te laaten doen voor reekening van de komp:, en daar toe de noodige beveelen stellen binnen drie Jaaren van heeden afgeree„ „kent, de g'interresseerdens zig zullen moeten te vreeden houden, hunne uitgeschootene penn: te rug te ontfan„ „gen, alleen met den intrest van 6: p:r C:o sjaars 184. De boekhouders bedieningen in boekhouders bedieningen dit Gouvernement kunnen, ten aanzien van de inkomsten gevoeglijk in drie Classen ver„ deeld worden 185. Onder de eerste Classe begrijpen begreepen kunnen worden we den dispencier en tweede pakhuismeester te Gale, en den Consumtie boekhouder te Trin„ „konomale, die voor hunne be„ wijzen wel 25: of 30: rd:s zouden kunnen betaalen. Onder de tweede Classe brengen wij den secretaris van den Land„ raad, consumtie boekhouder uit„ van len 92 2295 93 wie onder de derde klasse gereekend kunnen worden en wat ze kun„ „nen opbrengen. en wie van de betaling van de Bataviase bewijzen kunnen wor„ den g'excuseerd. van de dessavonij en opziender van 't ijzer magazijn te kolombo, den secretaris van Justitie en eerste klerk van Politie te Jaffenap:m en de eerste residenten te Ma„ „napaar, Ponnecail, kilkare en Caab Commorijn: Deeze zouden half zoo veel kunnen betaalen, als die van de eerste Classe 486: Onder de derde Classe reekenen wij den secretaris van Jus„ titie, den Tombohouder en den opziender van den arreck te kolombo, de residenten te Punto Pedro en Caits; den eerste klerk, Negotie overdra„ „ger en secretaris van den Land„ „raad te Gale, den geauthoriseerden te Mature, en de tweede residenten te Manapaar, kilkare en Caab commorijn, die wel half zoo veel kunnen betaalen, als die van de tweede Classe 187. De overige boekhouders bedienin„ van het expeditie geld „gen, namelijk die van sekre„ taris van de weeskamer te ko„ „lombo, Negotie overdraager te Jafnapatnam zoldij overdra¬ „ger winkelier en opziender van den arreek te Gale, eerste klerk en Negotie overdraager te Iutie„ „korijn, fiscaal secretaris en Cassier te Prinkonomale, tom „bohouder te Batikaloa en g'authoriseerden op de klijne posten geven niets van belang, en zouden dus te

NL-HaNA_1.04.02_3925_0305 view scan ↗

English

94 2296 95 certain order of this government revoked. for what purpose the Danish what meaning a certain Japanese copper. so with the pleasure of Your High Noblenesses from the dispatch money of the Batavian certificates can be excused. Paragraph 88. Our issued order, for the forming of an account of the Military Department in the Ceylon Trade books, and for the keeping of separate books of the artillery and ammunition goods, we have revoked again. Paragraph 89. The Danish copper, which we purchased here at copper was employed. 25¼ stuivers the pound, has been employed for the minting of doodoos, and the minter has paid this copper to the Company at 25¼ stuivers the pound, for which it was purchased. To him, on the other hand, to indemnify him for this high price, instead of 30 stuivers, 35 stuivers for each pound of doodoos made thereof has been paid. Paragraph 90. Our provided report by letter of report of the sale of the 15th of October 1790 paragraph 52 that the Japanese copper was sold here at 94 Indian guilders the 100 lb, refers to the usual selling price in this Government; for as regards our having raised the price thereof to 25 stuivers, this was done only because we saw that the foreign copper pleased the public at that rate, but this price cannot be paid by anyone to export the copper, and is thus only for the copper that is consumed on Ceylon itself. 96 2257 97 how much the expenses of the inspection of the Tuticorin pearl banks amount to. The Nabob can for the expenses of the participate. Thus said expenses themselves be kept. Paragraph 92. guilders why 12 leggers of Beeling sold were not immediately paid for. will not amount to much. Paragraph 91. The expenses that were incurred in the autumn of 1790 on the Company's behalf for the inspection of the Tuticorin pearl banks amounted to 507-8:8 guilders, and how much was spent at the latest inspection we do not yet know, yet it is certain that they will not have amounted to much more: on the other hand, we can What sort of account on good grounds calculate that the submit, if he in Nabob, if he is to participate in the Company must par- expenses of the Company, can and will submit to us a considerably larger account, as he can charge the travel expenses of the commissioners whom he sends to the inspection, and of their entire retinue, which according to the native custom usually constitutes quite a sizeable train, as well as the maintenance of the same during their stay at Tuticorin, and the expenses of his thonies, and of the people employed thereon. We shall therefore, while Your High Noblenesses are so good as to leave this to our arrangement, keep the expenses of the Company, as has been done until now, also in the future solely for the Company's account for the Company's account. when goods were arrack, to the messenger supplied on account of payment, just as were supplied the 12 leggers of arrack custom to 98 2298 99 Continuation continuation to the former Landraad messenger Beeling, it was here in former times not the custom to have the payment made immediately, but such occurred thereafter, upon an warrant to the Cashier, as in this case would also have followed, had Beeling not had the misfortune to get into criminal detention shortly thereafter. But when goods were not sold on credit, but for direct payment, the warrants were not granted on the steward or storekeeper, but rather on the Cashier to receive the payment, and upon proof from him that the settlement had been made, the goods were delivered to the buyer. From this Your High Noblenesses see that in this case no neglect took place, but that the quickly following misfortune of the buyer is the sole cause that aforesaid arrack has remained unpaid, if Your High Noblenesses nonetheless desire that the Company be indemnified for it, indemnified 100 2299 101 Paragraph 93. The Dutch doits are also subject to the difference between the gold and silver species and the copper coin. observation what the Lord Visitor-General to point out in order to thoroughly tackle the question of the coin species. Continuation indemnified, then we humbly request His Highness's pleasure by whom this reimbursement must be made. The great difference that exists here between gold and silver species and the copper coin relates not only to the doodoos, but also to the Dutch doits, which stand at the same value as the doodoos. Paragraph 94. On the further report of the Lord Visitor-General Neun sent to us by Your High Noblenesses with the highly respected missive of the 23rd of August and in term at E. 25, as well as on his earlier reports, we take the liberty humbly to observe that he, in order to tackle the question thoroughly, ought to have pointed out that it appeared from the papers which were handed to him according to Your High Noblenesses' highly esteemed letter of the 8th of July last, 1. that the rate of the money species on the Madura coast remained unchanged, because after the introduction of the Dutch money just as many and no more pieces of money were paid for the linens that the Company had purchased there, than were paid for them before the introduction thereof. 2. that the money species which the Company, in the absence of pagodas and in stead of the same, caused that to be employed

Dutch transcription

94 2296 95 zeekere order deezer regeering ingetrokken waar toe 't Deensch waar op doett zeker be„ Iapans kooper. dus met believen van uwe Hoog Edelh: van 't expeditie geld der Bataviasche bewijsen kunnen worden g'excuseerd. §88. Onze gegeevene order, tot 't formee„ ren van een reekening van 't Militair Departement bij de Ceilonsche Negotie boeken, en tot 't houden van apparte boeken van de artillerij en ammonitie goederen hebben we weder ingetrokken. 189: 'I Deensch kooper, dat we hier tegens kooper g'emploijeerd 25¼. stver: 't pond ingekogt hebben is g'emploijeerd tot 't munten van doedoes, en heeft de munter dit ko¬ „per aan de komp: voldaan tegens 25¼. stver:s 't pond waar voor het is ingekogt Aan hem zijn daar en tegen om hem voor deeze hooge prijs schade„ „loos te stellen, insteede van 30: stvxr: 35: stuiv: voor elk pond doedoes daar van aangeslaagen, betaald. 190. ons gegeeve berigt bij brieve van rigt van den verkoop van den 15: oktober 1790: 5: 52: dat 't Japans koper hier verkogt wierd tegens 94: indische guld:s de 100: lb:, doelt op de gewoone verkoops prijs in dit Gouvernement want wat aangaat dat we de prijs daar van hebben verhoogt tot 25: stui:s, is alleen geschied om dat we zagen, dat het vreemt ko„ „per de gemeente daar voor aan„ stont, dog deeze prijs kan door niemand worden, betaald om het„ koper uit te voeren, en is dus alleen voor het kooper dat op ceilon zelve gesleeten loos word is. 96 2257 97 hoe veel de ongelden van de visitatie der tuituk: paarl„ banken bedraagen. de Nabab kan voor de onkosten van de ticipeeren. Dus zullen ged:t ongelden zelve gehouden worden. „ 92. ƒ waar om 12: leggers Beeling verkogt niet dadelijk zijn betaald. worden niet veel bedraagt §91. De ongelden die in 't najaar van 1790: Comp: weegen gedaan zijn, tot de visitatie van de Tutukorijnsche paarlbanken hebben bedraagen ƒ 507-8:8 en hoe veel 'er veronkostigd is bij de Jongste visitatie weeten we nog niet dog zeker is 't, dat ze niet veel meer zullen hebben beloopen: daar en tegen kunnen we op Hoedanige reekening goede gronden staat maaken, dat de leggen, indien hij in Nabab, zoo hij in de onkosten komp: moet par„ van de Comp: moet participeeren, ons eene vrij grooter reekening kan en zal voor leggen, wijl hij in reekening kan bren„ „gen de rijskosten van de gecommitteerdens, die hij tot de visitatie zend, en van hun gantsch gevolg, dat na de inlandse „trant doorgaans al een redelijk gesleep uitmaakt, zoomeede 't onderhoud van dezelve geduu„ „rende hun verblijf te Tutuko„ „rijn, en de ongelden van zijne tonies, en van 't volk dat 'er op gebruikt word. we zullen voor 's komp:s reekening derhalven, terwijl uwe Hoog Edel„ heeden zoo goed zijn dit aan onze schikking overtelaaten, de onkosten van de Comp:, zoo„ als dat tot nog toe geschied is, ook in den aanstaande houden al„ „leen voor 's komp:s reekening. wanneer 'er goederen wierden arrak, aan de boode verstrekt op reekening van betaaling, zoo als verstrekt zijn de 12: leggers arrak „trant aan 98 2298 99 Vervolg vervolg aan den gew: Landraads boode Beeling, was het hier eer„ teids geen gebruik, de betaa¬ „ling direkt te laaten doen maar zulks geschiede daar na, op een ordonnantie aan den Cassier, zoo als in dit geval ook zoude zijn gevolgd. indien Beeling het onge„ „luk niet hadde gehad, kort daar na in Criminee„ „le detentie te raaken. Dog wanneer goederen niet op Crediet, maar voor direkte betaaling wierden verkogt, wierden de ordon„ „nantie niet op den dispencier of pakhuijs meester verleend, maar wel op den Cassier om de betaaling te ontvangen, en op een bewijs van deezen dat de voldoening was geschied, wier„ „den de goederen aan den koper uitgeleeverd. Hier uit zien uwe Hoog Edelheeden, dat in dit geval geen versuim heeft plaats gehad, maar dat 't spoedig gevolgd ongeluk van den koper, alleen de oorzaak is, dat voorsz: arrak onbe„ „taald gebleeven is, indien uwe Hoog Edelh: niet te min begeeren dat de Comp: daar voor word ver schadeloos 100 2299 101 193. De Nederlandsche duiten zijn ook onder heevig het verschil tussen de goud en zil„ vere spetien in de koope munt. aanmerking wat de Heer visitateur gene„ te wijzen om de kwes„ ti van de muntspe„ „tien grondig aan te„ tasten. Vervolg schadeloos gesteld, dan verzoeken wij nee„ „drig hoogst derzelver goedvinden door wien deeze vergoeding moet worden gedaan. 'T groot verschil dat hier plaats heeft tusschen goude en zilvere spetien en de koopere munt, heeft niet alleen betrekking tot de doedoes, maar ook tot de Nederlandsche duiten die met de doedoes op dezelfde waarde staan „94. Op het nader bericht van den Heer visi„ „raal had behooren aan „ tateur Generaal Neun ons door uw Hoog Edelh: gezonden bij zeer gerespecteerde Mis„ „sive van den 23: aug:s en term: bij E. 25: zoo wel als op zijn E: vroegere berigten nee„ „men wij de vrijheid nedrig aantemerken datihij om de kwestie gondig aan te lasten hadden behooren aantewijzen, dat het uit de pa„ „pieren, die hem volgens uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde brief van den 8=e Julij vleeden zijn ter hand gesteld, bleek 1. dat de koers der geld spetien op de Maduresche kust onverandert gebleeven is, want dat na de introduktie van het Nederlands geld net even zoo veel en niet meer stukken geld voor de lijwaaten, die de komp: daar heeft doen inkoopen zijn betaald, als daar voor zijn betaald voor de introduktie daar van. 2: dat de geldspetien, die de komp: bij ontstentenis van pagooden en in steede van dezelve heeft doen dat emploijeeren

NL-HaNA_1.04.02_3925_0309 view scan ↗

English

102 2300 103. continuation continuation are issued according to their actual value, and virtually as these species on the Madura Coast, both of old and still to this day, are current. The Visitor General should have pointed out here that it further appeared from the aforementioned documents handed to him; that the gold pagodas, as the Company rates them at Tuticorin, 90 gold ducats for 132 gold pagodas on Ceylon itself circulate 90 silver milled ducatons for 80 gold pagodas among the public at 102 90 piasters for 63 gold pagodas stivers of India, and are also 90 rupees for 30 gold pagodas received for that rate in and that in this manner, the merchants the Company's treasury, and that consequently on the Madura Coast on Ceylon itself: 102 gold ducats fetch no more than 132 gold pagodas 102 silver milled ducatons fetch no more than 80 gold pagodas 102 piasters fetch no more than 63 gold pagodas 102 rupees fetch no more than 30 gold pagodas That according to the system by which a gold Company pagoda on the Madura Coast is calculated at 1 1/8 silver milled ducaton, the same coin species ought to have been issued there, namely: Ceylon the 104 2301 105 what the Visitor General should have considered therein. further remark on the aforementioned question. what he would then have perceived. would have to receive the aforementioned coin species in payment for their goods at 13 1/3 percent higher relative to the gold pagodas than they fetch on Ceylon itself. 495. If the Visitor General had considered therein that foreign currency, or such other coin species of which the Sovereign of the country wherein they circulate has determined the value for which they must be accepted in his lands, have no numerical value, and, just like uncoined gold and silver, are only current according to their intrinsic value, he would quickly have perceived that nothing other than profound ignorance could have brought forward such a system as that of Commander Sluijsken. 196. On what grounds, pray, can one think, or even merely assume the possibility, that people who are not subject to us, such as the inhabitants of the Madura Coast, would receive the coin species that the Company employs in the absence of pagodas and instead of the same, to pay them for the linens and other goods that we buy from them, so very far above the value that they have even among us? soon have 106. 2302 107 continuation continuation continuation According to this strange system, they would have to receive: 102 gold ducats, which even among us fetch no more than 132 pagodas, for [illegible] pagodas 102 silver milled ducatons, which even among us fetch no more than 80 pagodas, for 90 2/3 pagodas 102 piasters, which even among us fetch no more than 63 pagodas, for 71 1/5 pagodas 102 rupees, which even among us fetch no more than 30 pagodas, for 34 pagodas This is already very preposterous, but still far more preposterous is the calculation of the Dutch guilder. One began by saying: 1 Dutch guilder is as good as 1 rupee; 3 rupees are as good as a gold pagoda; ergo, 3 Dutch guilders are as good as 1 gold pagoda. Is it comprehensible that the Visitor General did not perceive that a silver milled ducaton, which is of a finer alloy than the Dutch guilder and weighs more than 3 Dutch guilders weigh, would in effect have to be better than a gold pagoda, and that then, if one calculates the ducaton at only f 3: 3: —, as is the customary exchange rate thereof in our Republic, 60 ducatons would have to be as good as 63 pagodas, and thus 90 ducatons as good as 94 1/2 pagodas? This can be applied to all other coin species. Of the piasters, for example, one might say: 80 piasters are as good as 63 ducatons; 90 piasters are thus as good as 70 7/8 ducatons, which are as good as 74 1/12 pagodas; ergo, 90 piasters are as good as more 74 1/2 108 2303 109 continuation continuation continuation 74 1/2 pagodas. On such extravagant grounds has the Visitor General built his calculations, according to which he accuses the Madura servants of having embezzled from the Company such considerable sums as he states, and that they, among other things, have shorted the Company f 77411: 9: 8 on f 201943: — alone. One may reasonably ask, how is it possible that the Visitor General in good faith could have permitted himself the demonstration that he employs for this purpose? If the very strange outcome of this calculation were not already glaring enough to make him notice his mistake, he would, in order to perceive all the absurdity thereof, only have needed to take the trouble to repeat the same operation just a few times. By only setting it out a single time upon the product of f 279354: 9: 8 brought out by him, by stating anew that f 279354: 9: 8 are as good as an equal number of rupees; three rupees are as good as one pagoda; thus f 279354: 9: 8 are as good as 93118 pagodas, he would, at f 4: 3 per pagoda, have produced f 386439, being nearly once again as much as the sum with which he begins his calculation. One would soon acquire immeasurable treasures if such a method of calculating could perform that miracle. That the impossible does not exist requires no proof, and we would thus make a very indiscreet abuse of the attention to

Dutch transcription

102 2300 103. vervolg vervolg zijn uit gegeeven volgens derzelven nwerkelijke waarde, en na genoeg zoo als deeze spetien op de Maduresche kust, zoo van ouw: als nog heeden ten dage gang„ „baar zijn. De Heer visitateur Generaal had „de hier bij dienen aantewijzen, dat het uit de voorsz: aan hem ter hand gestelde stukken voorts bleek; dat de goude pagooden zoo als de komp: die op Iu„ „tukorijn doed aanslaan 90: goude dukaten voor 132: goude pagooden op Ceilon zelve onder de ge„ 90: zilvere gekart: duk:s „ 80: „ _o „meente rouleeren tegens 102: 90: _ —. piasters. . . . „ 63: „ d — stuijvers indias, en ook in 90: d:o _. ropijen - - - - „ 30: „ — —. 's komp:s kas daar voor worden en dat op deeze wijze, de koop„ ontfangen, en dat bij gevolg op „lieden op de Madureesche kust Ceilon- zelfs. 102: Goude Ducaaten niet meer doen dan 132: goude pag: 102: zilvere gekart: duk:„ „ 5 —. „ 80: „ _ —. 102: d —. piasters „ 3—. „ 63: „ d —. 102: d—. ropijen „ „ 3 —. „ 30: „ 2 — Dat naar het stelsel volgens het welk een goude komp: pagood op de Madureesche kust word geree„ „kent op 1 1/8. silvere gekartelde dukaton dezelfde geld spetien aldaar zouden moeten zijn uitgegeeven, te weeten. Ceilon de 104 2301 105 wat de heer visita„ „teur daar bij had moeten overweegen. verder aanmerking op voorsz: kwesti. wat hij dan hadde ge „voeld. de voorsz: geld spetien in betaaling voor hunne goederen zouden moeten ontfangen 13 1/3. p:r C:o hooger relatief tot de goude pagooden dan ze op Ceilon zelve doen 495. zoo de Heer visitateur generaal daar bij hadde overwoogen dat buiten 's lands munt, of zulke an„ „dere geld spetien waar van den Souverain van het land, waar in ze rouleeren, heeft bepaald de waarde waar voor ze in zijne lan den moeten worden aangenoo„ „men, geene geldspetien een numerike waarde hebben, en even als ongemunt goud en zilver, alleen gangbaar zijn volgens derzelver intrinsike-waarde, zoude hij spoedig hebben gevoeld dat niet dan diepe onkunde zulk een stelsel als dat van den komman„ „deur sluijsken heeft kunnen ter baan brengen 196. Met wat gronds tog kan men den„ „ken, of ook zelfs maar alleen de mogelijkheid veronderstellen; dat luiden die niet onder ons gehooren, gelijk zijn de ingezeetenen van de Maduresche kust, de geld spetien die de komp:e bij ontstentenis van pagooden en insteede van dezelve doed emploijeeren, om aan hun „voor te betaalen „ de lijwaaten en andere goederen die we van hun koopen, zouden ontfangen zoo zeer boven de waarde die ze zelfs onder ons spoedig hebben 106. 2302 107 vervolg vervolg vervolg hebben ze zouden na dit vreemd stelsel moeten ontfangen. 102: goude Ducaaten die zelfs bij ons niet meer doen dan 132: pag: voor 14 /: pa 102. zilvere gekart: Dukatons D — d — „ 80: „ „ 90 /3. „ 102. _ —: piasters. - - d —. D. —. „ 63. „ „ 71 1/5. „ 102: _ —. ropijen. . . . d —. _ —. „ 30. „ „ 34. -„ Dit is reeds zeer buijten spoorig, dog nog veel buiten spooriger is de bereekening van de Hollandsche gulden. Men is begonnen met te zeggen, 1. holland„ „sche gulden is zoo goed als 1: ropij, 3: ropijen zijn zoo goed als een goude pagood, ergo zijn 3: Hollandsche gul„ „dens zoo goed als 't. goude pagood. Is het te begrijpen, dat de Heer visita„ generaal niet heeft gevoelt, dat „teur „ zilvere GeMartelen dan een „ dukaton, die fijnder van aloij is dan de hollandsche gulden, en meer weegt dan 3: hollandsche gul„ „dens weegen, in effecten beter zoude moeten zijn dan een goude pagood, en dat dan, als men de dukaton ook maar reekend op ƒ 3: 3:—. ge„ „lijk in onze Republiek is de gewoone koers daar van, 60: du„ „katons zoo goed zouden moeten zijn als 63: pagorden, en dus 90: du„ „katons zoo goed als 94½. pagooden. Dit laat zig overbrengen tot alle an„ „dere geldspetien. Van de piasters bij voorbeeld zoude men kunnen zeggen, 80: piasters zijn zoo goed als 63:„ dukatons, 90: piasters zijn dus zoo goed als 70 7/8. dukatons, odie zoo goed zijn als 74 1/12. pag: ergo zijn 90: piasters zoo goed als meer 741/2 108 2303 109 vervolg vervolg. vervolg. 74. ½: pagooden. Op zulke extraragante gvonden heeft de Heer visitateur generaal gebouwe zijne bereekeningen, volgens dewelke hij de Maduresche bediendens beschuldigt dat ze de komp:e zoo aanmerkelijke som„ „men als hij opgeeft, ontdraagen hebben, en dat ze de komp:e onder anderen alleen op ƒ 201943. –. hebben verkort ƒ 77411: 9. 8. — Men mag billijk vraagen, hoe is het mogelijk, dat den Heer visitateur generaal ter goeder trouwe zig heeft kunnen permitteeren de de„ „monstraatsie die hij hier toe bee„ „zigt. zoo ook de zeer vreemde uitkomst deezer reeken: niet reeds genoeg gesraart was om hem zijne vergissing te doen bemerken hadde hij om al het redicule daar van te voelen, alleen de moeite behoeven te neemen om dezelfde operatie maar eenige wijnige maalen te repeteeren. Door dezelve alleen maar een enkeld maal wts te zetten op het door hem uit gebragte produket van ƒ 279354: 9: 8: met op nieuw te zeggen ƒ 279354. 9. 8. zijn zoo goed als een gelijk getal ropijen, Drie ro„ „pijen zijn zoo goed als aen pagood, dus zijn ƒ279354. 9. 8. zoo goed als 93118: pagooden, zoude hij a ƒ. 4. 3. de pa„ „good hebben uit gebragt ƒ 386439. zijnde bij na eens zoo veel als de som waarmeede hij zijn reekening begint. Men zoude zig spoedig onmeetbaare schatten verwerven indien zulk een wijze van ree„ „kenen dat mirakel konde doen. Dat het onmoogelijke niet bestaat, heeft geen bewijs nodig, en we zouden dus een zeer in„ diskrect misbruik maaken van de aan„ dagt te

NL-HaNA_1.04.02_3925_0313 view scan ↗

English

Request to be permitted to adhere to a certain report submitted in this matter by the Madurese servants. Observation on the said report. Further observation regarding this matter. Continuation. Continuation. Continuation. Continuation. The second report of the Visitor General was not sent to Tutucorijn, and why. Continuation. thought of Your Right Honourables, if, after this short, simple, and very clear exposition, we still wished to enter into an extensive examination of all the arguments that the Lord Visitor General has used in the two reports which Your Right Honourables were so good as to send us with your highly esteemed letters of 6 December 1790 and 23 August last, in order to advocate and praise the system of Commander Sluijsken. 1197. We therefore request, regarding the report of the Lord Visitor General of 8 April 1790, which was placed by us into the hands of the Madurese servants, to be permitted to refer to their report submitted on 26 April 1791, which is attached hereto in copy among the appendices, from which we only note here that the servants show therein regarding an entry of 10,000 ropijen, to which the Lord Visitor General refers in his report, that this sum served not for trade, but for domestic expenses, and that although regarding a certain 100 pieces of Venetian ducats, of which the Lord Visitor General also speaks, this could not be demonstrated as clearly for lack of the necessary papers of that time, one nevertheless cannot doubt that the same were likewise employed for that purpose. And by noting here only that what the former servants, in order to give more satisfaction, found possible in both of these cases by proper consultation, while at that time in various domestic payments the old calculation of the pagoda at 90 stivers Indian was still employed (which we completely abolished when restoring the administration on the Madurese coast by our resolution of 19 March 1785), proves nothing in this matter, since it concerns money spent in trade, and that in no case can such things prove anything against the actual state of affairs, we could thereby pass over this entire report of the Lord Visitor General in silence, were it not that his Honour, with as much confidence as he does, made use of a report of the Batavia Assayer Van Schalem to prove the actual value of the Dutch guilders according to his system. Apart from the fact that the Assayer in his aforesaid report, even when paying no heed to the alloy, dared not state the value of a Dutch guilder higher than 28 stivers, which difference with a ropij the Lord Visitor General has omitted entirely, and that this report also does not say, as the Lord Visitor General does, that the guilder mentioned therein and upon which the calculation was made was clipped, the report itself is also very defective. According to a work entitled Recherches sur le Commerce, printed in Amsterdam by Marc Michel Reij in anno 1778, 1st part, 2nd volume, folio 166, a Dutch States guilder weighs 6 engels 27 13/24 aas, and not 7 engels as the Assayer says in his report. It is, according to the same work, of an assay of 10 pennings and 22 3/4 grains, and not 11 pennings as the aforesaid report still says. The guilder therefore differs considerably both in weight and in alloy from the Surat ropij, which weighs 7 engels and 18 azen, and assays at 11 pennings 8 grains, and if one takes this difference in weight and alloy into account, the fine silver in the Dutch guilder is to the fine silver in the ropij almost as 20 is to 24. Thus the Lord Visitor General also refers very unjustly to a report of Messrs. Domes and Poelman of 18 December 1787. These gentlemen stated, as he himself even borrows from their report, that a Dutch guilder is 24 12/33 stivers Indian, and that is indeed so when one compares it against the milled Ducatoons of 66 stivers Netherlands and 80 stivers Indian, as has always been observed in our calculations, and nevertheless, and although these gentlemen say in so many words in their aforesaid report that a Dutch guilder is 20 stivers Netherlands, he nevertheless cites this report as proof of his accusation against the Tutukorin servants, that they disbursed the guilders at 20 stivers Netherlands, and not at 30 Netherlands, as he contends ought to have been done. 1198. The second report of the Lord Visitor General of 8 July last, we deemed unnecessary to send to Tutukorijn. Regarding everything that appears therein, and also appears in substance in his first report, we consider what is said above sufficient not to enter into any detail about it here anew. The novelties that appear therein are also not of such a nature that they require great indications or clarifications. The

Dutch transcription

110: 2304 111 verzoek om zich te moo„ gen gedraagen aan zee„ Madureesche bedienden „men. „rigt dagt van uw Hoog Edelh:, zoo we na deeze korte, eenvoudige, en zeer duidelijke er„ positie, nog wilden treeden in een wijd loopig onderzoek van alle arguinen „ten die de Heer visitateur Generaal in de twee berichten, die uw Hoog Edelh: zoo goed zijn geweest ons bij hoogst derzelver zeer g'eerde brieven van den 6: December 1790. en den 23: aug:s J:o leeden toe te zenden, gebeezigt heeft, om het stelsel van den kommandeur sluijsken voorte„ staan en aan te prijsen 1197. we verzoeken mids dien omtrend het berigt kere bezicht van de van den heer visitateur Generaal van in deeze zaak ingeko„den 8: april 1790: dat door ons gesteld is in handen van de Madureesche bedienden„ ons te mogen gedraagen aan hun daar op ingediend berigt van den 26: april 1791: dat onder de bijlaagen in kopij hiernee„ „vens gaat, waar uit we hier alleen aanmerken dat de bediendens daar bij toonen omtrend aanmerking op gem: be„ een post van 10'000: ropijen, waar op de Heer visitateur Generaal bij dit zijn bericht zich beroept dat die som gediend heeft niet tot den handel, maar tot huiselijke uitgavens, en dat schoon zulks omtrend zeeker 100: stuks venetiaanse dukaaten waar van de Heer visitateur Generaal nog spreekt, bij gebrek van de nodige papieren van dien teid niet zoo duidelijk heeft kunnen worden getoond men nogtans niet twijf„ telen kan of dezelve zijn insgelijks daar toe g'emploijeerd. En met hier bij nog alleen aante„ dat „merken „ 112 2385 113 nadere aanmerking „merken, dat het geen de vroegere bediend:s noopens deeze zaak om te meer voldoening te geeven, door goed overleg in bijde deeze gevallen hebben mogelijk gevonden, terwijl in dien teid, in deeze en geene huiselijke afbetaalingen, de oude bereekening van de pagood tot 90: st: indiasch nog wierde g'em„ ploijeerd /: het geen we bij het herstellen van de huishouding op de Maduresche kust bij onze resol: van den 19:' Maart 1785: geheel hebben afgeschaft :/ in deezen niets bewijst, daar het aankomt op gelden uitgegeeven, in den handel, en dat zelfs in geen geval zulke dingen iets bewijzen kun„ „nen, teegens het daadelijk bestaan der zaaken, zouden we hiermeede dit geheel bericht van den H:r visitateur Generaal stilswijgende kunnen voor bij „gaan, zoo niet zijn E: met zoo veel vertrouwen als hij doet daar bij gebruik maakte van een rapport van den Ba„ „taviaschen Essaijeur van Schalem om de werkelijke waarde van de„ Hollandsche guldens volgens zij stelsel te bewijsen. Behalven dat den Essaijeur bij voorsz: zijn rapport, de waarde van een holland„ „sche gulden, ook dan zelfs wanneer men op het aloij geen agt geeft, niet hooger heeft zuaren op 't geeven dan 28: stuivers, welk onder- scheid met een ropij, de Heer visi„ „tateur generaal geheel heeft weg gelaaten, en dat dit rapport ook niet zegt, zoo als de Heer gaan visitateur 114 2306 115 vervolg vervolg visitateur generaal dat doet, dat de gulden daar bij vermelt, en waar op de reek: gemaakt is besnoeid was, zoo is ook het rapport, zelfs zeer gebrekkig. volgens een werk g'intituleerd Recherches sur le Commerce ge „drukt te Amsterdam bij Mare Michel Reij in A:o 1778: 1:d deel 2:e stuk f:o 166: weegt een Hollandsche staaten gulden 6: engels 27 13/24. aas, en niet 7. engels gelijk de essaijeur bij zijn rapport zegt. ze is volgens het zelfde werk in essaij 10: penn: en 22¾. grij en niet gelijk het voorsz: rapport nog zegt 11: penn: De gúlden scheelt dus merkelijk en in het gewigt en in het aloij van de suratse ropij, die 7. engels en 18: azen weegt, en essaijeerd 11: penn: 8: grijn, en als men dit verschil in gewigt en aloij in agt neemt, staat het zilver fijn in de Hol„ „landsche gulden tot het zilver fijn in de ropij, na genoeg als 20: tot 24. zoo beroept zig ook de Heer visita„ „teur generaal zeer ten onregten op een berigt van de Heeren Do„ mes en Poelman van den 18:e De„ „cember 1787. Deeze heeren hebben gezegt, zoo als hij dat zelfs uit hun rapport ontleend, dat een hollandsche gulden is 24: 12/33. stuivers indias, en dat is ook zoo, wanneer en men 22 116 2357 117 vervolg vervolg 't tweede bericht van den na tutucorijn gezon„ den, en waarom. vervolg men die vergelijkt tegens de ge„ „kartelde Dukatons van 66: stuiv: nederlands en 80: stuivers indias, zoo als in onze bereekeningen altoos is in agt genoomen, en des niet te min en schoon deeze weeren bij voorsz: hun bericht met zoo veel woorden zeggen, dat een Hollandsche gulden is 20: stuivers nederlands voert hij dit bericht nogtans aan als een bewijs van zijne beschul¬ „diging tegens de Tutukorijnsche bediendens, dat ze de guldens tegens 20: stuivers neder„ „lands hebben uitgegeeven, en niet tegens 30: nederlands, gelijk hij beweerd dat had moeten geschieden 2 198. Het tweede berigt van den Heer W:re visitateur is niet visitateur generaal van den 8: Julij vzeede hebben we on„ „nordig geagt na Tútúkorijn te zenden Noopens alles wat daar bij voor„ „komt, en ook in substantie voorkomt bij zijn eerste berigt, agten we het hier boven gezegde genoeg om niet op nieuw daar over hier in eenig detail te tree„ „den. De nieuwigheeden die daar bij voor„ „koomen zijn ook niet van dien aart, dat ze groote aanwijzingen of ophelderingen nodig heb¬ „ben. moeten De

NL-HaNA_1.04.02_3925_0317 view scan ↗

English

118 2308 119 continuation continuation: The reasons why the rupees are charged at f 1: 4. -. Dutch, when they are received at the Company's establishments which have adopted the ducaton as standard coin, and where the rupees have the numerical value of 30 Indian stuivers, are increased by 3 1/8 per cent when they serve for making domestic expenditures, are too well known for it to be necessary to point out here why certain 10016:—: rupees upon disbursement for domestic expenditures were increased by the value of 113: 65 Ducatons, as the Lord Visitateur-General says he noted from the Ceylon books of the year 1786. Also, in explanation of what the Lord Visitateur-General says he noted from the report of Mr. Buchanan, that the Ceylon rupees therein are calculated higher than the Surat rupees, although the Ceylon rupees weigh only 6 2/3 Engelsen and do not assay more than 10 penningen, and that this therefore proves that one cannot accept the statements of these two coinages, it will be enough 120. 2309 121 continuation. Request to leave a certain period of the report unanswered and why to note here only that the Ceylon rupees of which the report of Mr. Buchanan speaks are the rupees struck at Colombo in the year 1784, and at Tuticorin in 1783 and 1784, and which, according to the yields thereof on file, were in assay 11 penningen 16 grains, and with the few rupees that were struck at Colombo, served not for trade on the Madura coast, for which they could not serve, but for domestic expenditures on Ceylon itself, as the Lord Visitateur-General also knows very well from the Ceylon papers which were delivered into his hands regarding this. Section 99. For lack of insight, we request of the Lord Visitateurs to be allowed to pass over here in silence what appears at the end of the report of the Lord Visitateur-General, where his Honour says: Finally and lastly, I must still note that the Company pays for the gold pagoda in the Netherlands, as has already been shown above, f 4: 3. -., which are in proportion with 90 stuivers Indian money, just as f 5: 5: are paid for a ducat, while this, as Dutch money, is proportioned to 132 Indian stuivers, from which therefore 122. 2310 123 continuation In addition, a certain notification from Tuticorin is added to this matter the proportional of the silver money or 3 rupees flows, since the same upon calculation according to the Dutch valuation are worth f 3. 12. How the proportional of the silver money or 3 rupees flows from what the Lord Visitateur-General notes above regarding the pagodas and ducats does not seem all too clear to us already, but what seems above all very obscure to us are the subsequent instructions, and as it appears built upon this, why 3 silver rupees which elsewhere are worth only Dutch f 3:12: are worth on the Madura coast f 4: 3. Dutch money. 100. Solely as a superfluous piece, we take the liberty to add here what was communicated to us by the Tuticorin servants by letter of 19 October 1790, which is transmitted among the annexes, that namely in the Madras Courier of the 6th of the said month, which is also transmitted among the annexes, for the service of the public on behalf of the bank an announcement was made that in Madras in the Carnatic Bank money is received at the rate of 375 Arcot rupees for 100 star pagodas, which the Tuticorin servants demonstrate by this letter gives only a difference of 1/8 per cent with that for which the Surat rupees 124. 2311 125 What the Chief Administrator Raket requested at the meeting concerning the aforementioned reports of the Lord Visitateur-General to be recorded in the resolution. continuation are charged and accounted for to the Company. 101. In conclusion of this, we finally take the liberty to report here that on the occasion when we deliberated on 26 September 1791 over the reports of the Lord Visitateur-General mentioned herein, and the aforementioned humble answer to Your High Right Noblenesses to the same was adopted by us, our decisions thereto were unanimous, and that only Chief Administrator Raket requested that he might have recorded in the Resolution the following: Raket also conforms, regarding the answering of the recently received report of the Lord Visitateur-General Neun concerning the coin species, with the advice of the other members of the assembly, as being in complete agreement with them concerning the Indian value of a Tuticorin Company pagoda and that the same cannot be paid with 3 silver rupees or 90 Indian stuivers: and so that it should not appear that he, by this advice, contradicts his reports submitted on this matter, he requests

Dutch transcription

118 2308 119 vervolg vervolg: De reedenen waarom de ropijen te„ „gens ƒ1: 4. –. nederlandsch aan geree „kend, wanneer die ontvangen worden op 's Comp:s Etablissemen „ten die de dukaton tot stand„ „penning gegeeven is, en waar de ropijen de numerike waar „de hebben van 30: stuivers indias, met 3 1/8: p:r C:o worden verhoogd wanneer die strek„ „ken tot het doen van huijselij„ „ke uitgavens, is te bekend, dan dat 't nodig zoude zijn hier aantewijzen, waarom zeekere 10016:—: ropijen bij afgaave tot huiselijke uitgaavens zijn ver„ „hoogt met de waarde van Ducatons 113: 65: zoo als de Heer visitateur Generaal zegt uit de Ceilonse boeken van het Jaar 1786: dat te hebben opgemerkt. Ook zal het, tot explikatie van het geen de Heer visitateur Generaal zegt uit het berigt van de Heer Buchanan te hebben opgemerkt, dat de Ceilonse ropijen daar bij hooger zijn bereekend dan de suratse ropijen schoon de Ceilonse ropijen maar swaar zijn 6 2/3. Eng:s en niet meer Essaijeeren dan 10: penningen, en dat dus dit bewijst dat men de op: „gaaven deezer twee munten niet kan aanneemen, genoeg visitateur zijn 120. 2309 121 vervolg. verzoek om zeekere periode bericht onband woord te laaten en waarom zijn hier alleen aantemerken, dat de Ceilonse ropijen waar van het be„ „rigt van den heer Buchanan spreekt, zijn de ropijen aange„ „slaagen te kolombo in het Jaar 1784. , en te Tutiekorijn in 1788: en 1784 en welke blijkens de daar van le„ „gende rendementen, in essaij zijn geweest 11: penn: 16: grijn, en met de wijnige ropijen die op k# „lombo aangeslaagen zijn; niet tot den handel op de Maduresch kust, waar toe ze niet dienen konden, maar tot huiselijke uitgavens op Ceilon zelfs, zo als de Heer visitateur Generaal „ook dat „ zeer wel weet uit de Ceilonse papier die hem der weegens zijn ter hand gesteld §99. Bij gebrek van doorzigt, verzoeken we van des Heeren visitateurs hier stilswijgende te moogen voor bij gaan, het geen voorkomt aan het slot van het berigt van den Hr. resitateur Generaal, al¬ waar zijn E: zegt Eindelijk en ten laatste moet ik nog aanmerken, dat de Comp:e voor de goude pagood in Nederland zoo als reeds voorwaards aangetoondt is, be taald ƒ 4: 3. —. die in evenreedig¬ heid staan met 90: stuivers indias geld, even gelijk voor een ducaat ƒ 5: 5: voldaan worden terwijl dit als Nederlands geld geproportioneerd is aan 132: indiase stuivers, waar uit dierhalven Bij het 122. 2310 123 vervolg Ten overvloede word tot deeze zaak nog bijgevoegd zeekere aanschrijving van Tutucorijn het proportionaal van het zilver geld of 3: ropijen afvloeijt, alzo dezelve bij aan reekening na de nederlandsche evaluatie waardig zijn ƒ 3. 12. Hoe het proportionaal van het zilver geld of 3: ropijen, affvloeit uit het geen den 11:e vizitateur Generaal hier boven nopens de pagooden en ducaaten aanmerkt, komt ons reeds niet al te klaar voor, dog het geen ons voor al zeer duister voor komt, is de daar op volgende en zoo het schund hier op gebouwde aanwijzingen waarom 3: zilvere ro„ „pijen die elders maar waardig zijn Nederlands ƒ 3:12: op de Madureesche kust waardig zijn ƒ 4: 3. Neder„ lands geld. 1100. Alleen als een overtollig stuk neemen we de vrijheid hier nog bij te voegen het geen ons door de Tutucorijnsche bedien„ „dens is bedeeld bij brief van den 19. oktober 1790. die onder de bijlaagen overgaat, dat namentlijk bij de Madrasch koerier van den 6: van gem: maand die nog onder de bijlaa¬ gen overgaat, ten dienste van het publiek van weegens de bank gedaan is een aankundiging, dat te Madras in de karnatiekse bank het geld word ontvangen na den prijs van 375: arkatse ropijen voor 100: sterre pagooden, het welk de Tutukorijnsche bediendens bij die„ zen brief aantoonen, dat alleen een verschil geeft van 1/: p:r C:o met het „geen waar voor de suratsche ropijen de aan 124. 2311 125 wat de hoofdadministra„ teur Raket alleen bij de besoigne over voorsz: be„ rigten van den Heer visi„ tateur generaal, heeft verzogt, dat bij de resol: mag worden aangetee„ vervolg aan de komp: zijn bereekend en verandwoord. 1101. Tot slot deezes neemen we eindelijk nog de vrijheid hier te melden, dat ter geleegendheid dat we op den 26. 7ber 1791. hebben gedelibereerd over de be„ „richten van den Heer visitateur Generaal in deezen vermeld, en bij ons is gearresteerd het hier boven gem: nedrig andwoord aan uw Hoog Edelheeden op dezelve, onze besluiten daar toe zijn met een„ paarigheid van stemmen, en dat alleen de Hoofdadministra„ „teur Raket heeft verzogt, dat hij ter Resolutie het vol„ gende mogte doen aantee „kenen Raket conformeert zig meede, omtrend de beandwoording van het Jongst ontvangen berigt, van den Heer visitateur generaal Neun over de Muntspetien met het advies van de verdere lieden van de vergadering, als zijnde met de zelven volkoomen eens over de Indische waarde van een Tutucorijnse Comp: pagoid en dat de zelve niet kan worden betaald met met 3: zilvere ropijen off 90: in„ dische stuivers: en op dat 't niet schijne dat hij door dit advies, zijne over deeze zaak ingediende berigten. tegenspreekt, verzoekt Raket hij kend.

NL-HaNA_1.04.02_3925_0321 view scan ↗

English

Certain articles shall be removed from the instructions of the Ceilonese land councils. How the intention was in making certain reports regarding the costs of the excavation in the Morruakorle. Continuation. he had noted down in the resolution that in those reports he merely intended to point out how the coin species, in accordance with the Batavian order given at the introduction of the Dutch currency, ought to be traded. 1102. Pursuant to and in compliance with the further orders of Your High Noblenesses, we shall cause to be removed from the Instructions drafted by us for the Ceilonese Land Councils the two articles that were disapproved by Your High Noblenesses. 1103. When, in our letter of 4 July 1787, we stated that the expenses of the excavation in the Morruakorle would be refunded to the Company with interest, it was by no means our intention that the entire amount of these costs should be charged to the inhabitants, as, in our humble opinion, is also inherently implied in the reasons themselves, for these costs had to be borne by all the owners of the sowing fields who derive benefit from this excavation. Since, among these fields, there are several and indeed very many that belong in ownership to the Company and are sown for Her Nobleness's account, it could not without inequity Continuation. The statement regarding the charges of certain posts in the Battikaloa district will follow later. Commander Sluisken has not yet prepared his report requested by Your High Noblenesses regarding Diwitoere, and why. be imposed upon the inhabitants alone to bear all the costs of the excavation. We hope, therefore, that Your High Noblenesses will not take it amiss that we present these our humble reflections to Your High Noblenesses for further consideration. 1104. The requested statement of the charges of the two posts established in the Batticaloa district we shall have the honor to transmit to Your High Noblenesses as soon as we have received the Batticaloa books. 1105. We have recently, by letter of 16 December 1791, admonished Commander Sluijsken to prepare the report that Your High Noblenesses requested from him regarding Diwitoere, but he answered us by letter of 19 December 1791 that he is unable to do this unless we send him another two surveyors in addition to the two who are already in Gale. Yet, aside from the fact that we do not see what purpose so many surveyors are to serve in order to be able to make the report that Your High Noblenesses require of him, all our surveyors have also been occupied throughout the entire year with the further surveying and mapping of the cinnamon gardens, particularly in this Dissavony. 1106. Meanwhile, in order to furnish Your High Noblenesses Continuation. To which a report of two land council members concerning the inspection of Diwitoere is transmitted. with some report of what has been accomplished at Diwitoere up to now, we transmit herewith a copy of a report by two Gale Land Council members who, pursuant to an order sent thither by us to Gale by letter of 13 August 1791, carried out an inspection thereof in the month of August last, and delivered this report to the Governor on the occasion of his passing through Diwitoere with the Dissave of Colombo, Fretz, on his journey to Mature. Your High Noblenesses will see therefrom: 1.) That in this district, which 5 or 6 years ago was still almost completely wild, and of which the undertaking commenced some years ago, notwithstanding the encouraging resolution adopted thereto on 18 October 1776, was already considered hopeless in the year 1781, as appears from the 43rd article of the marginal disposition on a report of the debtors and running debit accounts inserted in this resolution, and by which resolution it was resolved to cause the money advanced to be refunded by the undertakers to the Company, there has now already been prepared 130 ammunams and 31 koernies of sowing land for the Company and 100 ammunams and 24 koernies by private individuals, and that from these Continuation. Further report regarding Diwitoere. fields there have already been harvested 4223 parras, of which 1800 parras have been delivered to the Company's warehouse in Gale, and the remainder has been employed for the maintenance of the people used for laying out plantations and preparing the sowing fields that are being laid out progressively. 2.) That in this district, where formerly so to speak no cinnamon was to be seen, 39 ammunams are now planted with cinnamon for the Company and another 15 ammunams by private individuals. 3.) That in the same district there have furthermore been planted a fairly large quantity of sappanwood, areca trees, coconut trees, and soursop trees for the subsistence of the inhabitants who have already settled there, or who will settle there hereafter. 1107. The Governor, together with the Dissave, subsequently went in person to inspect the work done, and found that, in general, more has been accomplished than could have been expected in so few years from the means employed for that purpose. The paddy crop, which had suffered greatly from a high flood that in the past year inundated the entire Gangebaddepattoo in which Diwitoere is situated,

Dutch transcription

126. 2312 127. zeekere artikels zullen Peilonsche landraaden geligt worden. Hoedanig de intentie was „rigt nopens de kosten van de doorgraaving in de Morruakorle. vervolg hij aanteekening bij de re solutie, dat hij bij die berigten alleen bedoelt heeft aante wij„ zen hoedanig de munt speet„ sien, volgens de Bataviase order bij de introductie van het Nederlands geld gegeeven moesten verhandeld worden. 1102. Jngevolge en ter voldoening aan uit instructie van de uwer Hoog Edelheeden nader order„ zullen we uit de door ons ontwor„ pene Instructie voor de Cailonsche Landraaden, doen ligten de twee artikulen, die door uwe Hoog Edelh zijn afgekeurd. „103. Toen we bij onzen brief van den 4: bij het doen van zeekere be„ Julij 1787. zijden dat de onkosten van de doorgraaving in de morrua„ „korle, met interest aan de Comp: zouden worden gerestitueerd, was onze intentie geenzints, dat 't geheele bedraagen deezer kosten ten laste van de ingezeetenen zoude komen„ zoo als dat naar ons nedrig inzien ook in de reedenen zelve opgeslorten legt want deeze kosten moesten gedraagen worden door alle de eige„ „naaren van de zaaijvelden, die nut van deeze doorgraaving trekken. Daar nu onder deeze velden 'er verscheiden en zelfs zeer veele zijn die de Comp: in eigendom toekoomen, en voor haar Edele reekening bezaaijd worden, zoude niet zonder on„ „billijkheid, de ingezeetenen alleen alle de kosten van de doorgraving korle kunnen 128 2313 129 vervolg De opgaave nopens kere posten in 't bat„ „tikaloas zal nader volgen. De kommandeur sluisken heeft zijn rapport door 1 Wh: nopens Diwitoire gevorderd nog niet vervaardigd, en waarom. Vervele kunnen worden opgelegt. wij hoopen derhalven, dat uwe Hoog Edelh: 't niet ten quade zullen duiden, dat we deeze onse geringe bedenkingen uwen Hoog Edelh: ter nadere overweeging voorstellen. 1104. De gevraagde opgave der ongelden de ongelden van zie van de gelegde twee posten in 't Batikaloasch, zullen we de eere hebben uwer Hoog Edel„ „heeden toetezenden, zoo dra we de Batikaloasche boeken ontvangen hebben 1105 wij hebben nog onlangs bij brief van den 16 xber 1791. - . den komman„ deur sluijsken vermaand om het bericht dat uw Hoogedelh: nopens Diwitoere van hem gevraagt hebben, in gereedheid te brengen, dog hij heeft ons geant„ woord bij brief van den 19 xber 1791. dit niet te kunnen doen, zonder dat we hem nog twee landmee„ „ters toezouden buiten de twee die reeds te Gale zijn. Dan be„ halven dat we niet zien waar toe zoo veel landmeeters moeten dienen om te kunnen doen het bericht dat uw Hoog edelheeden van hem verlangen, zoo zijn ook alle onze landmeeters het geheele Jaar door geoccupeerd geweest met het nader na meeten en in kaart brengen van de kanneel tuinen inzonderheid in deeze Dezsavonie „106. Om intusschen uw Hoog Edelheeden gevraagt eenig 130. 2314 131. waartoe een Rapport van twee landraads leeden van de opneem van Diwitoere over„ „gaat. vervolg eenig berigt te laaten toekoomen van het geen tot hier toe te Diritoire verrigt is, zenden wij hier nevens een kopij van een rapport van twee Gaalsche landraadsleeden, die inge volge een onder door ons daar toe na Gale gezonden bij brieve van den 13e Augustus 1791. in de maand aug:s J: L: daar van een opneem ge¬ „daan hebben, en dit berigt: aan den Gouverneur hebben overge„ geeven ter geleegendheid dat hij te Diwitoere met den dessave van kolombo fretz: gepasseert, is in zijn rijze na Mature uw Hoogedelheden zullen daar bij zien 1. ) dat in dit landschap, dat voor 5: of 6: Jaaren nog bij na geheel woest was, en waar van de onderneeming voor eenige Jaaren gedaan, niet tegenstaande de aanmoedigend re„ „zol: daar toe genoomen den 18: october 1776. reeds in het Jaar 1781: is gehouden voor: hoopeloos, blijkens het 43: artikel van de marginaale dispositie op een berigt van de debiteuren en de„ „bet loopende reekeningen in deeze resol: g'insereerd, en bij welke rezolu„ tie is verstaan het uitgeschoote„ ne geld door de onderneemers aan de komp: te doen restitueeren tans reeds zijn bequaam ge„ „maakt 130: aann: en 31: koernies zaaij grond voor de komp: en 100: amm:s en 24: koernies door partikulieren, en dat van deeze was velden 132 2315 133 vervolg Nader verslag nopens Diwitoere. velden bereeds zijn ingekoomen 4223: parras waar van 1800: par„ „ras te Gale in 's komp:s Pakhuis en zijn geleevert, en de rest g'emploij eert zijn, tot onderhoud van het volk dat gebruijkt is tot het aanleggen van aanplantagien en het klaarmaaken der zaaij„ velden, die gaande weg worden aangelegt, 2. / dat in dit landschap daar voor deezen om zoo te spreeken geen kanneel te zien was, tans niet kanneel beplant zijn 39: amm:s voor de komp: en nog 15: amm. s door partikulieren, 3. ) dat in het zelfde landschap nog zijn aange„ plant een vrij groote hoeveel heid van sappanhout, arreeks boomen, kookersboomen en zoor„ zaks boomen tot levens onderhoud der ingezeetenen die zigbreeds daar hebben neer gezet, of zig na deezen daar nog zullen neerzetten. 1107. De Gouverneur is met den dessave het gedaane werk vervolgens zelfs gaan bezigtigen, en hebben gevonden dat 'er over het alge„ „meen meer gedaan is dan men van de middelen daar toe g'em„ „ploijeert, in zoo korte Jaaren zoude hebben kunnen verwagten. Het nelie gewas dat door een hooge watervloed, die in het voorleede Jaar de geheele gange baddepat„ „toe, waar in Diwitoere legt, heeft overstroomt, veel geleeden boomen had

NL-HaNA_1.04.02_3925_0325 view scan ↗

English

134. 2316 135 continuation. continuation had, was otherwise standing fairly well. In particular, the paddy on the 18 amunams mentioned in the aforesaid report, in so far as it had remained undamaged, was standing as fine as is rarely found on this island. Also, from that undamaged portion, 800 parras have since been harvested for the Yala crop, at the same time that the entire Gangaboda pattu, according to the reports received from Galle, has yielded no more than 918 parras in paddy dues for the Yala crop. Remark thereon But above all, the Governor and the Disava Fretz were very much astonished at the great progress of the cinnamon cultivation in this district. Already last year 34 bales were peeled there, and in this year alone for the account of the great harvest 72 bales, while according to the note received from the Captain of the Cinnamon in the latest great harvest no more than 15 bales were peeled from the Company's gardens in the entire Galle Korale and 71 bales in the entire Matara Disavony, notwithstanding that work has been carried on in both places for more than 20 years now. Of what has been peeled at Diviture during the small harvest, the account has not yet come in. In the division of the cinnamon lands currently in progress, only the lands on which peelable cinnamon is currently already standing have been divided among 13 cinnamon peelers, who have undertaken to begin peeling their obligatory cinnamon thereon with the upcoming harvest, and planting of cinnamon is still being continued daily. 136. 2317 137 continuation 4108. One must justly be all the more astonished at all this when considering that the Maha Mudaliyar and his son, who, after the former was transferred to Colombo, directed this work in his place, instead of being favored and encouraged in such a good work, have been considerably thwarted and at times even treated so insultingly that it would have discouraged anyone else from continuing, just as it certainly would have deprived them of the courage to do so had not the Governor constantly exhorted them to proceed and encouraged them to it in every possible manner; and it would certainly deter everyone for the future if the good performed in this matter, and especially if the injustices done to the directors of this work, were to remain entirely unnoticed in the future. 138 2318 139 On a certain complaint of the Panembahan of Madura, a report of the Disava Fretz is transmitted. Two recalled brothers of the Panembahan will cross over. The required statement of certain ammunition goods will be sent. 1109. Concerning the complaint of the Panembahan of Madura about the excessive charge for the maintenance money of the exiles, we take the liberty to present to Your High Excellencies a report of the Disava Fretz, from which it appears that there are 3 exiles from Madura here, named Raden Aria Panoelar, brother of the currently reigning prince, and the two recalled by Your High Excellencies, Panji Suro Notto and Panji Wira Deningrat; that these three upon arrival here each enjoyed monthly 25 rixdollars in cash and 8 parras of rice; and that since then, successively, on account of the increase of their family and household, their allowance has been increased, namely of the first to 37 rixdollars and 20 parras of rice, and of the latter two to 35 rixdollars and 18 parras of rice each per month. 1110. The aforesaid two half-brothers of the aforementioned Panembahan recalled by Your High Excellencies will cross over with the first suitable opportunity. 1111. On a following occasion we will have the honor to present to Your High Excellencies the required statement of the ammunition goods that were requisitioned by us from the Netherlands, and of what has successively been received against that. 140 2319 141 Copy of a report from the pay office clerks concerning the muster roll of the ship De Herstelder is transmitted. The requested elucidation on the petition of Leembruggen will follow later. Certain instructions in the provisions to the ships will be observed. 1112. The pay office clerks, in a report of which a copy is attached hereto, have stated that no copies are kept here of the books and muster rolls, except only for ships departing for the Netherlands and Batavia, and that they are therefore not able to provide a copy of the muster roll of the ship De Herstelder. We will also give notice of this to the Lords Principals. 1113. The petition of the bookkeeper Leembruggen we have sent to the Resident of Kalpitiya in order to have his report on it, and as soon as it has come in, we shall have the honor to supply Your High Excellencies with the requested elucidation regarding it. 1114. In making supplies to the ships, we will henceforth strictly cause to be observed the instructions in the report sent to us by the Master Attendant at Batavia; 142 2320 143 According to which the aforesaid supplies were previously made. continuation but concerning the method followed thus far in that regard, we can only say that such was done in accordance with the regulation determined and inserted in our resolution of 17 September 1773, which regulation was drafted by the Jaffnapatnam Commander Raket, who was at that time Head Administrator here, pursuant to the order given to him for that purpose by resolution of 21 August 1772, in order to counteract more generous write-offs formerly made; this regulation having been by Your High Excellencies

Dutch transcription

134. 2316 135 vervolg. vervolg had, stond voor het overige tamelijk wel. Inzonderheid stond de nelij op de 18: amm:s bij het voorsz: berigt vermeld, voor zoo verre ze onbescha„ digt gebleeven was zoo schoon, als men ze zeldzaam op dit Eiland vind: ook zijn van dat onbescha„ digde gedeelte, zedert ingeoogst 800: parras voor het Jalla ge was, ter zelver teid dat de ge„ heele gangebadde volgens de van Gale ontvangene berigten, niet meer aan nelie geregtigheid voor het Jalla gewas gegeeven heeft, dan 918. parras. Maar voor al zijn de Gouverneur en de Dessare fretz zeer verwondert geweest, over de groote voortgang der kanneel kultuure in dit landschap, Reeds voorleede Jaar zijn daar in geschild 34: bossen en in dit Jaar alleen voor reek: van den grooten oogst 72: bossen terwijl vol„ „gens de ingekoomene notitie van de kaptain van de kanneel in den Jongsten grooten oogst uit de tuinen van de komp: niet meer geschied. zijn dan 15: bossen in de geheele Gale korl en 71: bossen in de geheele Mate„ rese Dessavonie, niet tegenstaande zoo op de eene als de andere plaats nu meer dan 20: Jaaren gewerkt van het geene te Diwitoere in de klijne oogst daar in geschied is, is de reek: nog niet ingekoomen Bij de onderhanden zijnde verdeeling van der de 136: 2317 137 vervolg Aanmerking daar op de kanneel gronden, zijn alleen de gron„ den waar op tans reeds schilbaare kanneel staat, verdeeld aan 13: kan„ „neelschillers, die aangenoomen hebben te beginnen met den aan staande oogst daar op hunne verpligte kanneel afteschillen, en word met het aanplanten van kanneel nog dagelijks voort„ gevaaren. 4108. Men moet billik over dit alles te meer verwondert zijn, als men bedenkt dat de Maha modliaar en zijn zoon die na dat hij na ko„ „lombo verplaatst is, dit werk in zijn plaats heeft bestierd, in steede van begunstigt en tot zoo een goed werk te worden aange„ moedigt, vrij wat zijn getraverseert en zointeids zelfs zoo smadelijk be„ handelt, dat het alle andere zoude hebben afgeschrift om voortte gaan, zoo als het ook hun zekerlijk de moed daar toe, zoude hebben benoo„ „men, zoo niet de Gouverneur hun gestaadig hadde vermaand om voortte gaan en hun op alle mogelijke wijze daar toe hadde aangemoedigt, en het zoude zeker„ lijk een elk afschrikken, voor den aanstaande, indien het goede in deezen verrigt, en inzonderheid indien de ongelujkken de bestierders van dit werk aangedaan, in het vervolg geheel bleeven onge„ remarkeerd. „moedigt omtrend 138 2318 139 op zeekere klagte van den Panebazau van Ma„ „dura, gaat een berigt van den dessave fretz over Twee te rug ontboodene broeders van den Pane„ De gerequireerde opgave van zeekere ammonitie „den. 1109. omtrend de klagte van den Panem= bahan van Madura, over de ex„ cessive aanreekening van de onderhouds gelden der Ban „nelingen, neemen we de vrijheid uwen Hoog Edelh: aantebieden een berigt van den Dessave fretz, waar bij blijkt, dat hier 3: bannelingen zijn van Madura, met naamen Radien ariappen Panoelaar, broeder van den tans regeeren„ „den vorst, in de twee door uwe Hoog Edelh: te rug geroepe„ „ne Pandjie soero Notto en Pandjie wiera Dimingrat, dat deeze drie bij aankomst alhier elk maandelijks hebben genooten 25: rd:s Contant en 8: parras rijst; en dat zedert successive, weegens de vermeerdering van hun fami¬ „lie en huisgezin, hun tracte„ ment is vermeerderd, na„ melijk van den eersten tot 37: rd:s en 20: parras rijst, en van de twee laatsten tot 35: rd:s en 18: parras rijst ieder 's maands 2110. De voorsz: door uwe Hoog Edelheeden bahan zullen overgaan te rug geroepene twee halve broe„ ders van voorm: Panembaham zullen met de eerste bekwaame geleegendheid overgaan 1111. Bij eene volgende geleegendheid goederen zal gezonden wor zullen we de eere hebben uwen Hoog Edelh: aantebieden, de gerequireerde opgave van de 25: rd:s ammonitie rij 140 2319 141 Copij van een berigt van de Monster rol van 't schip de Hersteller gaat over I. Gevraagd, Elusidatie op het request van Leem bruggen zal nader volgen zeekere aanwijzing in de verstrekkingen aan de scheepen ammonitie goederen, die door ons uit Nederland g'eischt zijn, en van 't geen successive daar op ontvangen is 1112. De zoldij bedienden hebben bij een de zoldij bedienden nopens bericht, dat in Capij hier nee„ „vens gaat opgegeeven, dat hier geen Copij word gehou„ „den van de boeken en monster vollen, dan alleen van scheepen die naar Ne„ derland en Batavia ver„ trekken, en dat zij dus niet in staat zijn Copij te bezorgen van de Monster rol van 't schip de Herstelder Wij zullen ook hier van kennis geeven aan de Heeren Majores 1114. Jn 't doen van verstrek„ zal geobserveerd worden „ kingen aan de scheepen, zullen we voortaan stiptelijk doen obser„ „veeren de aan wij„ 1. 113. 3 request van den boek„ houder Leembruggen hebben we gezonden aan 't opperhoofd van kalpettij, om daar op te hebben zijn be rigt, en zullen wij zoo dra het zelve zal zijn ingekoomen, de eere hebben uwen Hoog Edelheeden de gevraagde elucidatie der weegens te suppeditee„ ren 'T request „zing 142 2320 143 waar na de voorsz: verstrekkingen bevoo„ „rens zijn gedaan. vervolg „zing, bij 't aan ons toe„ gezonden berigt van den opper Equipagimees¬ ter te Batavia; dog noopens den voet tot dus verre daar om trend gevolgd, kun„ „nen we niet anders zeg„ gen, dan dat zulx is geschied Conform 't reglement, gearresteerd g'insereerd bij onze resolutie van den 17: zeptember 1773., en welk reglement ont= worpen is door den Iaffenapatnamsche Com„ „mandeur Raket, die toenmaals hoofd admi„ „nistrateur alhier ge„ weest is, op de daar toe aan hem gegeeve„ „ne order bij resolutie van den 21: augustus 1772:, tot teegengang van eertijds gedaane ruimer af= schrijvingen: zijnde dit reglement door uwe Hoog welk Edelh: zij ree

NL-HaNA_1.04.02_3925_0330 view scan ↗

English

144 2321 145 The other orders from received: 1 116. Answer to the Your Honors approved by missive of 8: June 1774: 1115. The further orders of Your Honors have come to our knowledge, both by the aforesaid letters, as well as by the extracts from the minutes of Your Honors' meeting sent to us along with them, which we shall likewise take as our dutiful instruction. We proceed now to the answer- Homeland Extract. ing of the Homeland Extract sent to us, which is inserted below. 51 Our last writing to you was on 11: May of this year, and as we now, according to yearly custom, shall treat with you of that which has occurred to us Extract for Extract Homeland General Missive, written by the Meeting of the Seventeen to the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated 11: December 1790. Extract upon reading and considering 146 147 the Indian letters, books, and papers worthy of note, both with respect to trade, as well as with regard to the general and particular administration in the Indies, we begin this our general letter with the matter of Amboina etc. Paragraph 273. The Government of Ceilon having this year again provided ample material for deliberation, we shall, in the treatment of this matter, as usual, as far as possible, let our remarks precede, both on your replies and those of the ministers to our letters of previous years, and thereafter let follow our considerations and orders with regard to all such points which are now brought anew to our knowledge. Paragraph 274. According to this arrangement we shall initially, on account of the reasons now given by the Ministers, pass over the failure in the satisfaction of the 20: penning by the secretaries Lebek and Trek, upon which reflection was made by us in the missive of 20: December 1787, wishing nevertheless that the Ministers be recommended to take care that such failures no longer occur in the future. Paragraph 275. We also trust that you will have had sufficient reason to charge the board of aldermen with the order appearing in our just mentioned missive to draft a proposed regulation on the tax on legacies and collateral successions, and that this board will indeed be more suitable for this than the Council of Justice; and we shall therefore rest content with these arrangements made by you, in the expectation that such speed will have been made in preparing that draft regulation, that the same can be sent to us at the first opportunity. Paragraph 276. From the justification of the servants of the Paal sent over under the annexes by the Ministers with the letter of 26: January 1789 concerning the spoilage of the cloves caused by the failure to discharge the same from the ship de Bot during a period of two months, it has appeared to us that the commander Kraijenhoff, having received a report that immediately after the order given for the discharging of this ship, the nutmegs and cloves were unloaded, had rested content therewith, trusting that all the spices were ashore, as the report of the discharge usually does not come in before the entire cargo is accounted for. It has furthermore appeared to us that the former Master of the Equipage de Sille had principally the direction in this matter, and thus to him this failure must in the first place be attributed. The reasons for excuse regarding this failure, of bad weather and the manifold work on other ships during all that time of two months, have appeared to us entirely insufficient to resolve the reflection that was set down by us on this matter in the above-mentioned missive of the year 1787, and the said Master of the Equipage ought certainly to be held accountable for it, as we also already intended in our missive of 4: December 1788, paragraph 195, that those who might be found guilty of that failure should have to pay for it; however, in view of the fact that the said Master of the Equipage has already repatriated, and thus no recourse will be obtainable from him for this failure, we find ourselves indeed compelled to put up with the same for this time; We shall let this most respected order of Your Right Honorable Worships serve for our dutiful instruction. yet because it has appeared to us that the commander also did not have himself sufficiently informed concerning all that was going on, and he is thus likewise not entirely to be acquitted of negligence, we desire that you will earnestly recommend to him to take care in the future that such matters cannot occur without his knowledge, because otherwise one will likewise have to hold him accountable for it. Furthermore we desire that henceforth all Company servants who have held any direction in the Indies shall, for the period of six years instead of 3: years /:as has taken place hitherto:/ remain accountable for their administrations held, in order thereby to prevent the losses which

Dutch transcription

144 2321 145 De andere beveelen van gekoomen: 1 116. Andwoord op het Edelh: geapprobeerd bij missive van den 8: Junij 1774: 1115. De verdere beveelen van uwe H: W E: zijn tot narigt Hoog Edelheeden zoo wel bij de voorsz: brieven, als bij de daar nevens aan ons toegezondene Ex„ tracten uit de No„ tulen van uwer Hoog Edelh: vergadering, zullen we meede ons tot schuldig narigt laaten strekken wij treeden tans tot de be„ Patriasch Extract. and woording van 't aan ons toegezonden Patriasche Extract, 't welk hier onder word g'insereerd 51 Ons laast schrijvens aan UE: is geweest den 11: Maij deezes Jaars, en daar wij thans weder naar Jaar„ „lijksche gewoonte met uE: zullen verhandelen het geen ons bij het naleesen en overwee„ Extract à Extract Patriasche Gene„ raale Missive, ge¬ schreeven door de ver¬ „gadering van Zeventie„ nen aan den Gouver„ „neur Generaal en de Raden van Indië te Batavia in da¬ „to 11: December 1790. Extract „gen 146 147 „gen der Indische brieven boeken en papieren van opmerking is voorgekoo„ „men, zoo met betrek„ „king tot den handel, als ten aanzien van het algemeen en bij „zonder bestuur in Indie, beginnen wij deeze onze generaa„ „le brief met de Ma„ „terie van Amboina &:a § 273. Het Gouvernement van Ceilon in dit Jaar weder„ „om een ruime stof tot deliberatien uitgeleeverd hebbende, zullen wij in de behandeling deezer materie, naar gewoon¬ „te, zoo veel mogelijk, laaten voor afgaan onze aanmerkingen zoo op uwe als der ministeren rescriptien op onse brieven van voorige Jaaren, en daar na laaten volgen onze consideratien en beveelen ten aanzien van alle zodanige pointen, welke nu op nieuw ter onse kennisse worden gebragt. § 274. Volgens deeze rangschikking zúllen wij aanvangelijk om de als nu door de Ministers P 1132 de 148 2322 149 Ministers opgegeeve ree„ „denen het verzuim in de voldoening van de 20: penning door de secretarissen Lebek en Trek. Waar op door ons bij missi„ „ve van den 20: Decem¬ „ber 1787. reflexie was. gevallen, pas„ „seeren, willende de Ministers niet te min gerecomman„ „deert hebben zorge„ te draagen, dat dier „gelijke verzuimen bij vervolg geen plaats meer hebben. § 275. Ook vertrouwen wij, dat uE: voldoende reeden zul„ „len hebben gehad, om de bij even gem: onze missive voorkoomende order tot het maaken van een projekt reglement van belasting op de legaaten en Collateraale successien, aan het Collegie van scheepenen optedraagen en dat dit Col¬ „legie daar toe inder daad meer dan de raad van Justitie geschikt zal zijn; en wij zullen daarom be„ „rusten in deeze uwe gemaak„ „te schikkingen, in verwagting dat met het in gereedheid §. 275. brengen 150 2323 151 brengen van dat Concept reglement, zodanige spoed zal zijn gemaakt dat het zelve ons bij de eerste gelee„ „gendheid zal kunnen worden toegezonden. 5276. uit de door de Ministers bij brief van 26: Januarij 1789. onder de Bijlaagen over „gezondene verandwoording der Paalsche bediendens omtrend het bederf der Nagulen, door het niet ontlossen derzelve uit het schip de Bot geduurende een verloop van twee maanden, ont„ „staan, is ons gebleeken, dat de gezaghebber kraijenhoff, rapport bekoomen hebbende, dat terstond na de tot de ontlossing van dit schip gegeeve order, de Nooten en Nagulen gelost waare, daar in had berust, betrouwende, dat alle de specerijen aan de wal waaren, alzoo het rapport van de ontlos„ „sing gewoonlijk niet in„ „komt, voor dat de geheele lading verandwoord is: het is ons al verder voor„ gekoomen, dat de geweezen Equipagiem: de sille voor„ „naamlijk, in deeze de directie gehad heeft, en dus de 152 2324 153 dus aan hem dit verzuim in de eerste plaats moet worden toegeschreeven. De reedenen van verontschul„ „diging omtrend dit verzuim„ van het slegte weer, en het veel vuldig werk aan an„ dere scheepen geduurende al dien tijd van twee maan„ „den, zijn ons gantsch niet voldoende voorge„ „koomen ter oplossing van de reflexie, die door ons op dit respect bij boven„ „gemelde missive van den Jaare 1787. is ter neder gesteld, en gem: Equipagie „meester zou dus daar voor zeeker aanspraake„ „lijk behooren te worden ge„ „houden, zoo als wij ook bij onze Missive van 4: Decem„ „ber 1788: 5 195: reeds heb„ „ben gewilt, dat die geene, welke aan dat verzuim mogt schuldig bevonden worden daar voor zouden moeten boeten; wij vinden ons al„ evenwel, uit hoofde dat gem: Equipagiemeester reeds is gerepatrieerd, en 'er dus op hem over dit verzuim geen verhaal meer zal te bekoomen zijn, wel genoodzaakt ons het zelve voor dit maal voor te 154 2325 155 Wij zullen deeze uwel Edele Hoog agtb: zeer gerespecteerde ordre oms tot te getroosten, dan dewijl het ons echter is voor„ „gekoomen, dat ook de ge„ „zaghebber zig niet nauwkeurig genoeg, omtrend al het geen 'er omging, heeft laaten informeeren, en hij dus insgelijks niet ge¬ heel van verzuim is vrij tespreeken, begeeren wij dat UE: hem ernstig zullen aanbeveelen, bij vervolg te zorgen dat diergelijke zaa„ „ken niet buiten zijne kennis kúnnen geschieden, want dat men hem anders daar voor meede aan„ „spraakelijk zal moeten houden Voorts begeeren wij„ schuldige narigt laten verstrekken dat voortaan alle Comp:s Dienaaren die in eenige directie in Indië zijn ge¬ „weest, geduurende den teid van ses Jaaren, insteede van 3: Jaaren /:zoo als tot nog toe heeft plaats gehad:/ ver„ „and woordelijk zullen blij„ „ven voor hunne gehad hebben„ „de administratien, ten „einde daar door voor te koomen de verliesen daar welke

NL-HaNA_1.04.02_3925_0336 view scan ↗

English

156. 2326 157. which the Company has had to endure until now, when such servants are only found guilty of any neglect after a lapse of 3 years. 277. In the ministers' letter of 28 January 1786, very general complaints having been made about the poor condition of six heavy Dutch ropes, brought to Ceylon at that time by the ship Spaarenrijk, we requested in the year 1788 that we should be informed more specifically of what that poor condition had consisted. This statement having now been received with the ministers' marginal reply, we found it to be completely the same as that which appears in the Ceylon Resolution of 9 December 1785, but while we 158. 2327 159. We hope that our humble reply to paragraph 296 mentioned herewith, and inserted in our humble letter to Their High Excellencies of 27 January 1791, will be found satisfactory by Your Right Honorable Worships. have already expressed ourselves at length about the strange and incomprehensible nature of this justification in our last general missive, section 296, and have asked the ministers for further clarification regarding it, we will still have to await the same before explaining ourselves finally upon it. Section 278. Although we could consider ourselves satisfied with the reason given in the already mentioned marginal reply of the ministers as to why considerable shortfalls often occur in the rice brought from Cochim in straw bundles, we nevertheless desire that Your Honor recommend the ministers to take proper care that such underweight amounts, as reflected upon in our missive of the year 1787, are prevented in the future, either by not having the rice from Malabar come over in such straw bundles, 160. 2328 161. The gentlemen Ministers of Cochin were requested by us by letter of 17 December to send the rice henceforth in sacks, or else loose, weighed net. but loose, or else by other means which they shall judge suitable for that purpose. Section 279. The information given by the Galle officials in the mentioned marginal reply as to how it was possible to purchase Dutch ropes and canvas on Ceylon, turning out very limited, has appeared entirely unsatisfactory to us; we will nevertheless likewise have to let it pass, also for the reason that the Master of Equipage De Sille, who appears to have made those purchases, has repatriated, and the officials thus can state with reason that they were not able to obtain the necessary clarification. 280. But, as regards the report supplied by the Colombo Master of Equipage Andringa regarding that same point; 162. 2329 163. although it is somewhat more satisfactory, it is nevertheless still very far from clearing up all the obscurities which we considered to have been spread over this purchase. It only appears probable to us from the same that those equipage goods were bought around the time that the National Squadron was about to arrive there, and that, as this squadron was supplied with the greatest part of what was needed at Galle, the Master of Equipage Andringa was able to employ his goods only for a small part on the same, the consequence of which seems to have been that the Company had to take them over, and indeed, as appears from the Resolution, 164. 2330 165. In our humble reply to section 205 of Your Right Honorable Worships' honored missive of 4 December 1788, inserted in our humble letter to Their High Excellencies of 27 January 1790, we have pointed out in great detail all purchases made of equipage goods with the reasons thereof, and we think we may flatter ourselves with the hope that Your Right Honorable Worships will find what was demonstrated by us therein to be satisfactory. The names of Homeland, Dutch, and European are very often used interchangeably in this country in contrast to Indian; however this may be, we admit that it is not very [illegible]. with an advance of 25 percent, certainly in order not to completely disappoint the Master of Equipage in his profit; but as we have already requested clarification from the ministers about this added advance of 25 percent in our letter of 4 December 1788, we shall await the same before explaining ourselves further about it. It appears very strange to us, meanwhile, that the Master of Equipage Andringa says in this justification that he is not certain whether the goods purchased by him were truly Dutch, whereas in the various Resolutions those ropes and the canvas are nevertheless very distinctly called Dutch ropes 166. 2331 167. and canvas; we believe that it appears not indistinctly from this that one has not been able or willing to be candid about the matter, and the report given can thus by no means be considered to answer our purpose. Yet since it is not probable that more light will be obtained regarding this matter, as the ministers themselves have declared that the report given by the Master of Equipage is in accordance with the truth, we shall let it pass for this time under the remark made, in the trust that such questionable acts will no longer take place, strictly adhering in other respects to our directive of 4 December 1788, whereby to the

Dutch transcription

156. 2326 157 welke de Comp: tot nu toe heeft moeten onder„ „gaan, wanneer zoda„ „nige. Dienaaren eerst na verloop van 3: Jaaren aan eenig verzuim schul„ „dig bevonden worden 277. In der ministeren brief van den 28: Januarij 1786: zeer algemeene klagten zijnde voor„ gekoomen over de slegte gesteld „heid van zes zwaare Hollandsche touwen, toen ter tijd met 't schip spaarenrijk op Ceilon aan „gebragt, verlangden wij in den Jaare 1788: dat ons meer bepaaldelijk zoude worden opgegeeven waar in die slegte ge„ „steldheid had be„ „staan Deeze opgaave thans bij der Ministeren marginaale beandwoord ingekoomen zijnde, bevonden wij die vol„ „koomen dezelfde te zijn, welke bij de Ceilonsche Resolutie van 9: December 1785: voorkomt, maar terwijl wij ons over het zonderlinge en wij on„ 158 2327 159. wij hoopen dat ons nedrig andwoord op § 296: hiernevens vermeld, en g'inse„ „ne Hoog Edelh: van den 27: Jann: 1791. bij uwel Ed: Hoog Achtb: voldoende zal worden bevonden. onbegrijpelijke deezer verandwoording reeds in het breede hebben uitgelaaten bij onze laatste generaale mis„ sive 5: 296: en daar om„ „reerd in onsen nedrigen brief aan win „ trend de nadere elucidatie der Ministers hebben af„ gevraagd, zoo zullen wij dezelve als nog moeten afwagten, al„ „voorens ons daar op finaal te expliceeren. § 278: Alhoewel wij ons met de bij het reeds gem: marginaal andwoord der Ministers gegeeve reeden; waarom 'er op de rijst in stroobollen van cochim aangebragt wordende, dikmaals aanmerkelijke min„ „derheeden plaats heb„ „ben, zouden kunnen voldaan houden, begeeren wij egter dat uE: de Ministers recomman„ „deeren, behoorlijk te zorgen dat zulke min„ „wigten als waar over bij onze missive van den Jaare 1787: reflexie is gevallen, bij vervolg worden voorgekoomen, het zij door de rijst van de Mallabaar niet rijst in 1 333 160 2328 161 De Heeren koetsiemsche Ministers verzogt om de rijst voortaan te zeu„ „den in sakken, dan wel los netto gewoogen. in zodanige stroobollen, zijn door ons bij brief van den 17 xbrij2 maar los te laaten over„ koomen, dan wel door andere middelen, welke zij daar toe geschikt zul„ „len oordeelen § 279. De door de Gaalsche bedien„ „den bij 't gemelde mar„ „ginaal andwoord gegee„ „ve informatien, hoe het mogelijk was Hol„ „landsche touwen en zeil„ doek op Ceilon te kun„ „nen inkoopen zeer be „krompen uitkoomende, zijn ons in 't geheel niet voldoende voorgekoomen; wij zullen dezelve egter insgelijks wel moeten passeeren, om reede almeede dat de Equi¬ pagiemeester De Sille, welke voorkomt die inkoopen gedaan te hebben, gerepatrieerd is, en de bediendens dús grond kunnen met voorgeeven de nodige elucidatie niet te hebben kunnen be„ koomen 280: Dan, wat betreft het berigt door den Colom„ „bosche Equipagiemeester Andringa, omtrend dat zelfde point insgelijks ge„ 162 2329 163. gesuppediteerd; schoon het zelve wel eenigzint meer voldoende is, zoo is het egter noch zeer verre af van alle de duisterheeden op te klaaren, welke wij ge „meend hebben over dee„ „zen inkoop te zijn ver„ „spreid geweest. Het komt ons alleen uit dezelve waar„ „schijnlijk voor, dat die Equipagie goede„ ren gekogt zijn tegen den tijd dat het Lands Esquader aldaar stond te arriveeren, en dat, daar dit Es„ „quader te Gale voor 't grootste gedeelte van het benoodigde was voorzien, de Equipagie meester An¬ „dringa zijne goe„ „deren niet dan voor een klijn ge „deelte aan het zelve heeft kunnen em„ „ploijeeren, waar van het gevolg schijnt te zijn geweest, dat de Compenie dezelve heeft moeten overneemen, en wel stond /:zoo 164 2330 165 Bij ons nedrig and woord op 8: 205: van uwel Ed: Hoog agtb: g'eerde missive van den 4: December 1788: g'insereerd in onsen nedrigen brief aan Hunne Hoog edelh: van den 27: Jann: 1790: heb„ „ben we zeer omstandig aangeweezen alle gedaane inkoopen van Equipa„ „gie goederen met de reedenen van dien uwelEd: Hoog agtb: het door ons daar bij vertoonde voldoende zullen bevinden. De namen van Vaderlands Hollands en hurspaes worden hier te lande in tegenstelling van Jndias zeer I dijkwils bij verwisseling voor malkanderen genomen hoe zien dit ook, wij bekennen het Geenne seer in gxaot is. (:zoo als uit de Re„ „solutie blijkt:/ met een avans van 25: p:r C:o, Zeekerlijk om daar door de Equipagiemeester winst niet geheel te leur te stellen dan daar wij over dit toegelegde arans Ct be„ van 25: p:r „reeds bij onzen brief van 4: De„ cember 1788: van de Ministers elu„ „cidatie hebben -erlangd zúllen wij dezelve afwag en we denken ons te mogen vlijen dat in zijn hoop op „ten alvoorens ons daar over nader te expliceeren. Het komt ons intus„ „schen zeer vreemd voor dat de Equipa¬ „gie Meester Andrin„ „ga bij deeze verand¬ „woording zegt niet zeker te zijn of de door hem ingekogte goederen waarlijk Hollandsche zijn geweest daar nog „tans bij de verschil¬ „lende Resolutien die Touwen en het zeil¬ „doek zeer distinct Hollandsche touwen en . „ten 166 2331 167 en zeildoek genoemd wor¬ „den wij meenen dat hier uit niet ondui„ „delijk blijkt dat men voor de zaak niet rond heeft kunnen of willen uitkoomen en het gegeeve berigt kan dus geenzints beschouwd worden aan ons oog¬ „merk te beandwoorden Dan vermits het niet waarschijnlijk is, dat men omtrend deeze zaak meerder ligt zal bekoomen daar de Ministers zel„ „ve hebben verklaard dat het door de Equi„ „pagiemeester gegee„ „ven berigt Conform de waarheid is, zul„ „len wij het onder de gemaakte remar„ „que voor ditmaal passeeren in ver„ „trouwen dat dier„ „gelijke bedenkelijke daaden niet meer zullen plaats heb„ „ben in haereerende hier overigens wel expresselijk ons aanschrijven van den 4: December 1788: waar bij aan dat de

NL-HaNA_1.04.02_3925_0342 view scan ↗

English

168 2332 169 order to show the profits enjoyed by the Company on this areca separately in the comparison mentioned hereunto, amounting according to the preceding indication to 4931 amunams and 23653 nuts, being over 5 years, calculated one year with another, 986 amunams and 9530 nuts annually. trade, their High Mightinesses, by letter of 8 August 1778, had granted whatever was profited on the Kalpitiya areca to Governor Falck, as a kind of equivalent for what His Honour had lost by this change, and that is the reason why the profits on the Kalpitiya were calculated in the first 10 years. Then, when this trade was again brought back to the old douceur that the Governor formerly enjoyed on the areca, to restore it once more on that footing as it was formerly, it went without saying that the to bring to the benefit of the Company to the equipage masters in the Indies all trade in equipage goods is forbidden. Section 281. In the elucidation given by the Ministers in the more-often-mentioned marginal reply concerning the newly introduced manner of by virtue of the change made in the areca purchase of the areca, with the Governor enjoying a certain douceur, we shall principally full purchase costs to the Court by virtue of the greater advantage which the Company in the last three in comparison with previous years has enjoyed, note that under the books a separate account has been kept in his until ultino August 1790 amounts, according to an among the appendices, areca sold of the last three years brought areca in the comparison mentioned hereunto were not 5032 guilders 6 stuivers 8 penningen, which have been profited footing, and their High Mightinesses have been so good as to on Candian aforesaid concession of their High Mightinesses regarding the areca, as also 30045 guilders 5 stuivers 8 penningen from Kal- Kalpitiya areca thereby silently had to be considered as lapsed, and therefore has the Kalpitiya areca again, as formerly, [illegible] 17 March 1747 the Company two-third parts - We must, however, note pitiya 170 2333 171 for the Company was purely enjoyed by Her Honour. The douceur of the Governor is received by the cashier into a separate account, who pays it out to the Governor after the closing of the areca accounts every year. trade in the year 1778/3, everyone was permitted to go and purchase areca inland on a somas / permit pitiya areca, which is paid to the inhabitants for it, that the areca inland have not the least relation to this change, in the first 10 and are higher or lower depending on the number of areca buyers. years of comparison Generally they are even higher than they were formerly, because the areca is purchased from the native, were not in recent years has fetched very good prices as before, calculated. on the Coast, and sometimes run up to 5 to 6 rixdollars the amunam. but they The areca purchased inland in this manner is delivered by the buyers into the Company's areca warehouse, and for it have neglected they are paid by the commissioner of the areca 3 rixdollars for each to state the prices amunam. Subsequently, and whenever it is convenient for these people to collect it, for which the it is remitted to them in the presence of two committee members, after they have beforehand paid for it into the Company's natives formerly treasury. sold their areca from the Governor to the buyers, from this reported enjoyed in comparison with the advantage for the Company, whether prices which are now given to them, about which it has been deducted the Ministers given / at such prices as they could best agree upon with the natives; in this their answer we had this method, in which no change has since been made, still continues. have indeed said desired to be informed, The prices which are consequently paid by the buyers It also does not appear clear to us The stated enjoyed advantage the ordinance set aside, and at the whether the douceur At the aforesaid change in the areca Further, the to that informed 172 2334 172 in order to be able to judge the validity of the statement of the Ministers that the native also suffered no disadvantage from the newly introduced manner of purchasing the areca. This point having appeared to us as very doubtful, we desire that the same shall be presented to the Ministers for further report, whereby we at the same time wish to have them recommended to comply in future more accurately with the information desired by us. Section 282. Just as little can we consider ourselves satisfied with the report given by the Ministers to our requested information concerning the livelihood of the 174 2335 the Engineers in this Government. Indeed, the question was not only what was allocated to the Engineers according to the regulations, but we also demanded in particular a detailed report on what was true regarding the so-called Coolies, who seemed to be regarded as a portion of the livelihood of the Engineers. This point, however, has been left entirely untouched by the Ministers, and we thus find ourselves compelled to repeat with emphasis here in this place what was just remarked by us, namely that we desire that the Ministers shall answer more accurately the questions proposed to them by us, and

Dutch transcription

168 2332 169 eeng om de winsten op deeze arreek bij de Comp: genooten, in het hierneevens verm: vergelijk appart aangeweesen gen overgaande aanwijzing 49 31: amm:s en 23653: nooten zijnde in 5: Jaaren, het eene Jaar door het andere geree„ kent 'sjaars 986: amm:s en 9530. nooten. handel hadden hunne Hoog Edelh: bij brief van den 8:e aug:s 1778. het geen geprofiteerd word op de kalpet„ tische arreek, aan den heer Gouverneur Falck af„ gestaan, als een zoort van equivalent voor het geen„ zijn Edele verlooren had bij deeze verandering en is zit de reeden waarom de winsten op de kalpettische zijn bereekend in de eerste 10: Jaaren. Dan toen deeze handel wederom is gebragt op den ouden douceur dat de gouverneur eertijds op de arreek genooten hadden, wederom te herstellen op dien voet als het eertijds was, sprak het van zelve, dat de brengen ten voordeele van de komp: de Equipagie meesters in Jndië alle han¬ „del in Equipagie goederen is ver „booden. §281. In de door de Mi„ „nisters bij meer gem: marginaale beand„ „woording gegeevene elucidatie omtrend de op nieuws in „gevoerde wijze van uit hoofde van de gemaakte verandering in den arreeks Inkoop van den arreek onder het genot voor den Gou„ „verneur van zeeker douceur zullen wij voornaamlijk veelte het volle uit koops kostende aan het hof uit„ uit hoofde van het meerdere voordeel het welk de Comp:e in de laatste drie in vergelijking met voorige Iaaren heeft genooten be„ boeken een apparte reekening gehouden in zijn hier„ ken dat onder den tot uilt: aug:s 1790: bedraagd volgens een onder de bijlaa verkogten arreek van de drie laatstel Jaaren gebragt arreek in het hiernevens vermelde vergelijk niet zijn ƒ 5032: 6:8: wel„ voet en Hunne Hoog Edelh: zoo goed zijn geweest het „ ke geprofiteerd voorsz: koncessie van Hunne Hoog Edelh: nopens de zijn op Candiasche kalpettische arreek daar door stilzwijgende moes„ te worden gehouden voor vervallen, en heeft daarom de kalpettische arreek wederom gelijk eertijd arreck als meede ƒ 30045: 5: 8: van Cal„ de atheter oor an t te te esta en als sa usten. —. wij moe„ den 17 Maart 1747: de komp: twee derde gedeelte hea ten egter aanmer„ uit „petisen 170 2333 171 voor de komp: is bij haar Ed: zuiver genooten. Het douceur van den gouverneur word bij kassier op een aparte reekening ontvangen, die het na het sluiten van de arreeks ree„ uitkeerd. handel in het Jaar 177 8/3. wierd het aan een elk gepermitteerd, om arreek in het land„ te gaan inkoopen op een somas /:verlof „petisen arreek wel „ aan de ingezeetenen daar voor betaald wor,„ dat de arreek bin„ „den hebben tot deeze verandering geen de minste relatie, en zijn hooger of laager na nen 's lands zoo mate dat 'er veel arreeks koopers zijn. „ke in de eerste 10: Doorgaans zijn zetans zelfs hooger dan„ ze eertijds waaren, door dien de arreek in de jongste Jaaren heele goede prijsen als te vooren van Jaaren van verge¬ op de kust gedaan heeft, en lopen zomtijds tot 5: â 6: rd:s de ammonam. den Inlander word niet zijn „lijking De op deeze wijze in het land ingekogte arreek word door de opkoopers in 'skomp:s arreeks pakhuis geleeverd, en word daar in gekogt, dan zij bereekend. voor door den kommissaris van den arreek aan hun betaald 3: rd:s voor elk hebben verzuind ammonam. vervolgens en wanneer het deeze luiden geleegen komt om ze aftehaalen, word opte geeven de prij ze hun in presentie van twee gekom„ „mitteerdens wederom toegemeeten na dat ze dezelve al voorens in'skomp:s „ sen waar voor de kas hebben betaald. Inlanders te voo¬ van den Gouver¬ „ren hun arreek neur van dit op„ aan de opkoopers gegeeve genooten verkogten in ver„ voordeel voor „gelijking met de de Comp: al of prijzen welke als niet, is afgetrok„ nu aan hun gegee¬ „ven worden waar ben de Ministers schaeft:/ tegens zulke prijsen, als zi met de inlanderen best konden akkordeeren, bij dit hun and„ omtrend wij had in deeze methode, waar in zedert geen verandering gemaakt is, houd nogbtand. De prijsen die mits dien door de opkoopers„ woord wel gezegd „den verlangd geinfor„ Het aangeweezene genootene voordeel Ook komt het ons de ordonnantie appart gesteld, en bij den niet klaar voor kening alle Jaaren aan den gouverneur of het douseur Bij de voorsz: verandering in den arreek„ ken.—. Wijders heb„ aan dat „meerd 172 2334 172 „meerd te worden ten einde te kunnen oor¬ deelen over de gegron¬ „heid van het gezeg„ „de der Ministers dat ook de Inlander door de op nieuws ingevoerde ƒ van inkoop der arreek geen nadeel leed: Dit poinct aan ons als zeer twijff elachtig voor„ „gekoomen zijnde begeeren wij dat het zelve aan de Ministers ter nader berichting zal worden §282. Even min kunnen wij ons voor vol„ „daan houden met der Ministeren gegeeven berigt op onse gevraagde in„ „formatien, ons„ „trend het middel van bestaan van voorgehouden, waar bij wij hun teevens willen gerecom „mandeert hebben, in het vervolg naauw„ „keuriger aan de door ons verlangde informatien te voldoen voor de r 174 2335 V. 7. F de Ingenieurs ten deezen Gouverne„ „mente, Immers is de vraage niet alleen geweest wat aan de Jngenieurs volgens de Regle„ „menten was toe„ „gelegd maar wij vorderden ook in „zonderheid een ge„ „detailleerd ver„ „slag wat 'er waa„ „re van de zogenaam„ „de Coelies welke als een gedeelte van het bestaan der Jn„ „genieurs scheenen beschouwd te worden. Dit point is echter door de Minr: geheel onaangeroerd ge „laaten en wij vin„ „den ons dus genood„ „zaakt hier ter plaat„ „se het zoo even door ons gere „marqueerd met nadruk te herhaa¬ „len dat wij naam„ „lijk begeeren dat de Ministers de door ons aan hun voorgestelde vraa„ „gen nauwkeuriger zullen beandwoorden be„ en

NL-HaNA_1.04.02_3925_0346 view scan ↗

English

and will openly, without omitting any the least relevant circumstances, provide the required information. Meanwhile, this reticence of the Ministers confirms for us the presumed abuse taking place in the billing of coolies by the Engineers, and that this has hitherto been connived at by the said Ministers. § 283. However, since it nevertheless appears from the abovementioned report of the Ministers that the permitted livelihood of the Engineers on Ceylon is certainly not sufficient, and we have desired to be informed thereof in order to be enabled to grant a proper allowance to that class of servants, we have in this regard now made the regulation that a Captain Engineer on Ceylon, over and above the emoluments and the board money stipulated by the resolution, shall henceforth be granted 100 rixdollars per month in salary, and a Lieutenant as much as the salary of the latter presently differs in proportion from that of the Captain; with the understanding, nevertheless, that the duty of the works shall be attended to by the chief Engineer in each place where he is garrisoned, without his being permitted to charge the Company anything whatsoever extra for this, from which it naturally follows that this post is hereby abolished for the benefit of the Company. We thank your Right Honorable Noble Respects for this favorably made regulation, and dare to assure your Right Honorable Noble Respects beforehand that it will have a good effect. The duty of the works has, in accordance with the intention of your Right Honorable Noble Respects, been withdrawn, and will be attended to by the chief Engineer in each place where he is garrisoned. § 284. To our reflections in the abovementioned letter of the year 1787 regarding the disorderly organization of the trade administration, it having been answered by your Honor that since there are a first and second examiner on Ceylon who must examine the trade books, the trade business of this Government did not come specifically under your eye, except insofar as the same is dealt with in the letters, we must observe in this regard that the errors cited by us could not have been noticed otherwise than from the returns that are inserted in the letters or transmitted under the appendices thereof, while the trade books of this office are not sent hither, and thus what has been adduced by your Honor is not very relevant to the matter. Meanwhile, we can approve the arrangements made by your Honor regarding the settlement of the trade business and the examination of the Indian trade books, nevertheless ordering your Honor not to stop at the issuing of these salutary orders, but to have the same strictly observed, so that we may not again be dismayed by such declarations concerning disorders in a matter of that importance as your Honor yourself has been obliged to make. § 285. With respect to the elucidations requested by us as to why the calculation of the Pagoda against Netherlands currency had not already been introduced on Tuticorin since the year 1768, the time of our general order issued in that regard, we can well accept the reasons that the Ministers advance for this, as the different opinions that prevailed in that place regarding that calculation may very likely have been the cause that actions were taken in varying measure accordingly. But since the Ministers also report that at the re-establishment of this office, under your approval, they had set a fixed cynosure for it, we trust that the measures taken in that regard will have the effect that our orders in this matter will henceforth be better observed than before. The calculation of the pagoda against Netherlands currency is strictly observed, and will also continue to be done so. § 286. The Ministers, in their marginal reply to what was reflected upon by us in the year 1787 regarding the building of a new Castle Church at Colombo, stating that for this construction, both at Colombo and at the subordinate offices, a collection was made of 7,689 rixdollars 46 stivers, we cannot but greatly approve the management of the said Ministers in this matter. But since it has appeared to us from the Ceylon resolution of 20 June 1788 that this construction, according to the drafted and approved plan of Engineer de La Goupeliere, would indeed amount to 14 to 15,000 rixdollars, we likewise trust that the remaining deficiency will also be collected without expense to the Company, and that this deficit will therefore not be charged to the Company through the delivery of materials or in any other manner; we furthermore desire an exact statement of how much this construction will have cost, both in building materials and in labor wages. Because the subscription for a new church did not turn out large enough to be able to execute the plan of Engineer de La Goupeliere, the church is now being rebuilt as it was formerly. The Company will contribute nothing toward this, other than supplying the materials for it at cost price, of which, as soon as the church is completed, we shall have an exact statement drawn up, which we shall have the honor to send to your Right Honorable Noble Respects. § 287. What we have already noted herebefore, that the Ministers sometimes in response to our questions

Dutch transcription

177:6 2336 177 en onbewimpeld zon„ „der agterlaating van eenige de minste omstandigheeden ter zaake dienende de geëischte informa „tien zullen geeven, ondertusschen be„ „vestigd ons deeze agterhoudenheid der Ministers in het veronderstelde mis„ „bruik het welk in het in reekening brengen der koelies bij de Jngenieurs plaats heeft en dat zulks door ged: Mi¬ §283. Dan daar even„ „wel uit 't boven„ „gemelde berigt der Ministers blijkt dat het ge„ „permitteerd mid„ „del van bestaan der Ingenieurs op Ceijlon Zeker¬ „lijk niet voldoen„ „de is en wij ver„ „langd hebben daar van te worden ge„ informeerd, ten ein„ de in staat gesteld „nisters tot nog toe oogluikende is toe„ „gelaaten „nisters te 178 2337 179 deeze gunstig gemaakte bepaaling, en durven uwel Edele Hoog Achtb: bij voor„ goede uitwerking zijn zal „stig met de intentie van uwel Edele Hoog Achtb: ingetrokken, en zal door den Wij guarnisoen houd, worden waargenoo„ „men. te zijn aan dat soort van Dienaaren een behoorlijke toelaage „raad verzeekeren dat dezelve van een „ ben wij daar om„ „trend thans deeze bepaaling gemaakt dat aan een Capi¬ „tain Ingenieur op Ceilon buiten de emolumenten en 't kostgeld bij de resolutie be„ „paald voortaan zul „len worden toege„ „legd 100: rd: 's maands aan gagie en aan een Lieutenant we bedanken uwel Edele Hoog achtb: voor te kunnen doen heb„ zoo veel, als in pro¬ „portie de gagie van deeze tegenwoordig met die van den Capitain verschild met dien verstan„ fabriek door de Jngenieur in eerste ieder plaats in dewelke hij quar¬ „nisoen houdt zal worden waar genoo„ „men, zonder dat hij daar voor iets meer hoegenaamd aan de Comp: in ree„ De dienst van fabriek is overeenkom „ de nochtans dat eersten Jngenieur in ider plaats daar de dienst van zoo „kening 180. 2338 1181 „kening zal moogen bre „gen, waar uit dan van zelfs volgt dat deeze post ten profijte van de Compagnie hier door word in getrok „ken § 284. Op onze bij bovengem brief van den Jaa„ „re 1787. gevallene reflecien omtrend de slordige inrich „ting van 't Negotie werk door uE: zijnde geandwoord dat vermits 'er op ceilon een eerste en tweede visitateur zijn welke de ne„ „gotie boeken moe„ „ten examineeren het negotiewerk van dit Gouver„ „nement niet spe„ „ciaal onder haar oog kwam, dan voor zoo verre het zel¬ „ve bij de brieven word verhandeld moeten wij hier omtrend remarquee„ „ren dat de door ons aangehaalde abuisen niet anders hebben kunnen worden op en „gemerkt 182: 2339 No1s „gemerkt dan uit de Rendementen welke in de Brieven wor den geinsereerd of om „der derzelver Bijla „ge overgaan terwijl de negotie boeken van dit Comptoir niet herwaards overkoo„ „men en dus het door uE: bij gebragte niet zeer ter zaak die„ „nende is—. Intusschen kunnen wij de door uE: gemaakte schik„ „kingen omtrend het effen stellen van het negotie werk en visiteeren der In„ „dische negotie boeken approbeeren, uE egter beveelende om het bij het stellen dee„ „zer heilzaame or„ „dres niet te laaten maar dezelve stric¬ „telijk te doen ob„ „serveeren op dat wij niet door zodanige verklaaringen om„ „trend slordigheeden in een werk van dat aanbelang als uE: zelve verpligt zijn geweest te doen op nieuw worden en ont„ 184 2340 185 ontstigt. §. 285. Met opzigt tot de door ons gevraagde elucida „tien, waarom de bere# „kening der Pagood tegen Nederlandsche waarde niet reeds zedert den Jaare 1768: tijde van onze daar omtrend gestel„ „de algemeene or„ „der op Tutucorijn was ingevoerd kun „nen wij wel passee„ „ren de reeden die de Ministers daar voor bij brengen ter „wijl de verschillende gedagten welke te dier plaatse om„ „tend die beree„ „kening hebben plaats gehad veel ligt oor„ „zaak hebben kun„ „nen zijn, dat ook naar die maate daar omtrend ver „schillende is gehandelt. Dan terwijl de Mi„ „nisters teevens mel„ den dat dezelve bij 't restabilieeren van dit kantoor onder uwe appro„ „batie daar op een vaste cijnos uur ge„ hadde 186 2341 1827 De bereekening der pagood tegens ne„ derlandsche waarde word stipt in agt genoomen, en zal dat ook bij voort„ duuring worden gedaan. hadden gesteld zoo ver„ „trouwen wij dat de daar omtrend genoomene maat regulen van dit effect zullen zijn dat onze orders in deeze nu voortaan beter dan bevoorens zúl „len worden geob„ „serveerd. 5286. De Ministers bij haar marginaal andwoord op het door ons gereflec„ „teerde in den Jaa„ „re 1787. omtrend het opbouwen van een nieúwe kasteels kerk op Colombo zeggen„ „de dat tot dien op„ „bouw zoo wel te Kolombo Zeggerna daet tot dien op¬ bueur en velt kamber voor¬ noemd als op de onderhoorige Comp¬ „toiren een Collec„ „te was gedaan van Rd:s 7689: 46: kunnen wij niet dan zeer approbeeren de Di„ „rectie van gemel„ „de Ministers in deeze. Dan daar nieuwe het 188 2342 189 wijl de inschrijving voor een nieuwe kerk niet groot genoeg uitgevallen is om het plan van den Jngenieur de La goupeliere te kunnen doen exekuteeren, word de kerktans wederom opgebouwd gelijk ze eertijds was. De komp: zal daar toe niets draagen dan dat ze de„ materiaalen daar toe inkoops verstrekt, is, een nette opgaave zullen doen maa„ „ken die we de eere zullen hebben uwel„ Edele Hoog achtb: toe te zenden: het ons uit de Ceilon„ „sche resolutie van 20: Junij 1788: is voor„ „gekoomen dat die opbouw volgens het gemaakte en geap„ probeerde plan van den Jngenieur de „x La Goupeliere wel 14: â 15000: Rd:s zoude bedraagen ver¬ dat het nog deficiee„ „rende meede buijten lasten van de Comp: zal worden ingeza¬ „meld en dat dus niet dit manqueerende waar van we, zoo daa de kerk voltooijd „ trouwen wij tevens 11„ door het leeveren der Materialen of op eeni„ „ge andere wijze ten lasten van de Comp: zal worden ge¬ „bragt, verlangende wij overigens eenen nette opgaave hoe veel deeze opbouw zoo aan bouwstof„ „ffen als arbeids„ „loonen zal hebben gekost. § 287. Het geen wij reeds hier vooren heb„ „ben aangemerkt, dat de Ministers op onze vraagen door zomtijds 1111 111

NL-HaNA_1.04.02_3925_0353 view scan ↗

English

that the repairs on them would have run somewhat high, and caused us to sell them. These six houses have always served as residences for the Members of the Council and also now and then for others among the first qualified servants, as long as they were habitable. The late Governor Falck probably thought it equitable to allow these aforesaid servants to retain this benefit, but by, as it appears, attempting to evade the well-deserved reproaches by an admission of a committed negligence; the same we find confirmed herein once again, that they do not give the reasons why the six houses referred to in our oft-mentioned letter of the year 1787 were not sold long before they had reached the dilapidated state in which they are now found. sometimes did not answer directly in order to think it better to have them, if they had required so much capital expenditure, The Ministers also by no means sufficiently explain the peculiarity which we found in surrendering these houses for habitation in exchange for daily repairs, since they only say that this probably yielded a better account than if the Company had withheld house rent and carried out the repairs itself. We cannot conceal our displeasure at so frivolous and inadequate an answer, but desire that this be held seriously before the Ministers, reiterating our recommendation already made herefore to arrange their answers more satisfactorily in the future. Section 288. That many abuses had crept into the employment of the oeliammers at Jafsenapatnam, upon which reflection was also made by us in the aforementioned year 1787, is indeed partially acknowledged by the Ministers; however, they still seem to want to place these abuses mostly to the account of the Mallabaars, who are said to know how to make their actions so intricate and complicated that upon the closest investigation, no conclusion can be drawn from them with any certainty, at least not so as to be able to call anyone to account for them. Yet it appears to have escaped the Ministers that in the year 1786 they made a proposal to Your Honour to grant to the Engineer Brochet a douceur of 1000 Rds. out of the farmed chikas moneys for the loss of that which he previously used to enjoy from the oeliammer, regarding which we have already expressed ourselves at length in our Letter of 4 December 1788, Section 228. From this it appears that, besides the Mallabaars, others and even Company Servants have derived benefit from these people. And from this it further follows that the Ministers have neither answered this point candidly nor rendered a complete accounting regarding it, which we again desire Your Honour to hold before them. But since we reserved to ourselves in the aforementioned Letter the right to explain ourselves further regarding that douceur, and we have now received the accounting of the Ministers requested at that time and the report concerning the means of subsistence of the Engineers, and having already made known our disposition regarding it herefore, we have thought fit to disapprove this douceur of 1000 Rds. since we cannot validate more for the aforementioned Brochet nor anyone else of that profession than that which has been determined by us herefore. The benefit which Captain-Lieutenant Brochet formerly enjoyed herefrom, according to the entry in our resolution, consisted in this: that the oeliammers who did not turn up to work on their turn paid him 6 stuivers for each day they remained absent, for which he could hire coolies in their place for 4 stuivers a day; and because it was all the same to the Company whether an oeliammer or a hireling worked in his place, Their Honours suffered no disadvantage thereby. The douceur of 1000 Rds. was nevertheless paid only once to Captain-Lieutenant Brochet, and he has consequently enjoyed nothing as an equivalent since that time. Section 289. Passing over the statement made by the Ministers at our requisition of the costs of the land administration in the Wannij as well as of the revenues, we must nevertheless remark in that regard that the tenth of the Nelij in this statement is only a calculation, and there is hitherto no proof that the Company truly enjoys that; and we therefore want the Ministers That the Company has made a very good acquisition in the Wannie is already evident from our respectful letter to Their High Excellencies of 27 January 1791, wherein Captain Land-Regent Nagel undertook for 5 years to take upon his own account all burdens of both the civil and military employees assigned to the Wanni according to the fixed regulation, and moreover to pay out to the Company 10,000 parras of nelie per year, provided that during all that time he enjoys the revenues, thereby undertaking to provide out of his own money the funds for the improvement of the tanks, and thus to have this work done without expense to the Company, with the most favourable and very well-founded prospect that during this period the nelie tithe of the Wannie will be brought to 50,000 parras per year, which cannot fail to be of a very favourable influence on all other branches of revenue as well.

Dutch transcription

190 2343 191 ken, dat de reparatie daar van wat hoog zouden zijn geloopen, en heeft ons dit doen verkoopen. woonhuisen voor de Leeden van den raad en ook nu en dan voor andere uit de eerste ge„ „woonbaar waaren heeft waars dijnlijk wij„ len den Heer gouverneur Falck gedagt, dat het billijk waaare, dit agrement aan de voorsz: dienaaren te laaten behouden, dog door zoo het schijnt te ontgaan de geme„ „riteerde reproches. bij een„ aveu van een gepleegd versuim; dat zelf¬ „de vinden wij hier in wederom bevestigd, dat zij de reedenen niet opgee„ „ven waarom de bij meergemelde onze missive van den Jaare 1787. bedoelde voor dat dezelve tot Deeze ser huis en hebben steeds gediend tot ses huizen niet voor„ „qualificeerde dienaaren, zoo lange zebe„ lang zijn verkogt zomtijds niet regt streeknn hadden dezelve zoo veele kapitaale gebruedien bouvalligen andwoorden om daar denken dat het beter waare, om ze te doen staat gekoomen waa„ „ren waar in zij zig thans bevonden. Ook lossen de Minis„ „ters geenzints vol„ „doende op het zon„ „derlinge het welke wij gevonden hebben in het ter bewoo„ „ning afstaan dier huijzen, voor de dagelijksche repara¬ „tien daar zij al„ „leen zeggen dat dit waarschijn„ „lijk beter reeke„ „ning gegeeven had nu dien dan 192 2344 193 dan dat de Comp: de huishuur had inge¬ „houden en de repara „tien zelve gedaan, wij kunnen ons ongenoegen over een zoo frivool als onvoldoenend andwoord niet ver„ „bergen maar be„ „geeren dat zulks de Ministers erns„ „tig worde voor ge„ „houden, onder herhaa¬ „ling van onse reeds hier vooren gedaane recommandatie om bij vervolg haare and„ „woorden meer voldoen„ „de interigten. § 288. Dat in het emplooij der oeliammers te Jaf¬ senapatnam veele abuisen waaren ingesloopen /: waar op almeede bij ons in voormelde Jaa„ „re 1787: reflexie was gevallen:/ word door de Ministers wel gedeeltelijk er„ „kend edog zij schijnen egter deeze abui„ „sen meest al te willen stellen op reekening der Mal„ „woorden „labaaren 194 2345 195 „labaaren welke haare daaden zoo intricaat en ingewikkeld zou „den weeten te maa„ „ken dat bij het naauw keurigst onderzoek met geen zekerheid daar uijt een be „sluijt te trekken is ten minsten niet om daar op iemand te kunnen aanspree¬ „ken. Dan het schijnt de Ministers ontgaan te zijn dat zij in het Jaar 1786: aan uE: een voorslag hebben gedaan om aan den Ingenieur Brochet uit de verpagte chikas penningen een douceur toe te leg„ „gen van 1000: Rd:s voor het gemis van het geene deeze te vooren van den oeliam„ „mer plagt te ge„ „nieten waar om„ „trend wij ons bij Missive van 4:e December 1788: § 228: reeds in het breede hebben uitgelaten hebben Hier 1 196 2. 346 197 Hier uit blijkt du dat buiten de Mal „labaaren ook wel andere en zelfs we# Comp:s Dienaaren van deeze lieden voordeel hebben getrokken. En hier uit volgt dan verder dat de Mi„ „nisters ook dit poinct niet onbe„ „wimpeld hebben be„ „andwoord nog eene volledige verand„ „woording daarom„ „trend hebben gedaan, het welk wij weder„ „om begeeren dat uE: hun zullen voor„ „houden. Dan daar wij bij even gemel„ „de Missive aan ons hebben gere„ „serveerd, ons nader omtrend dat dou„ „ceur te expliceeren en wij thans de als toen gevraagde ver„ „andwoording der Ministers en het berigt weegens het middel van bestaan der Ingenieurs heb¬ „ben ontvangen en daar omtrend reeds „om hier 198 2347 199 Het voordeel dat de kapitein Luitenant Brochet eertijds hier uitgenoot, heeft blijkens het aangeteekende ter onser resolutie van hier in bestaan, dat de te oeliammers, die niet op haar beurt te werk kwaamen en hem betaalden voor elke dag dat ze abzent bleeven 6: stuivers, waar voor voor 4: stuivers 's daags, en wijl het voor de komp: om het even was of een ocliammer haar Ed: daar bij in zoo verre geen nadeel Het douceur van 1000: rd:s is niet te min aan den kaptein Luit: Brochet maar eens be„ taald, en heeft hij mits dien zedert dien tijd niets tot een equivalent genooten. Dat de komp: aan de wannie een zeer goede aquisitie gedaan heeft blijkt reeds daaruit, onsen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edel„ heeden van den 27 Janu: 1791. heeft aangenoomen „neemende om uit zijn rigen geld de foudsen te zullen bezorgen tot het verbeeteren der tan„ gen, en dit werk mits dien te laaten doen en zeer gegrond voor uitzigt, dat geduuren„ de wannie zal kunnen worden gebragt op 50'000: parr:s 'sjaars het geen niet kan „sten ook te zullen zijn van een zeer gunstigen van de Civiele als Militaire bedienden, die der kosten van het hier vooren onze volgens de gemaakte bepaaling in de wanni bescheiden zijn, te neemen tot zijn lasten, en boven dien aan de Comp: uit te keeren '3 Jaars Lands bestier in de dispositie hebben te 10000: parras nelie, mits dat hij geduurende al dien tijd de inkomsten geniet, daar bij aan wannij als meede kennen gegeeven zoo hebben wij goed buiten lasten van de komp: met het gunstigte der inkomsten de dit tijdstip de nelie geregtigheid van passeerende moe„ gevonden dit dou nalaaten op alle andere takken van inkom„ ten wij daar om„ ceur van 1000 rd:s „trend nogtans aan„ disapprobeeren „merken dat de tien de der Nelij bij deeze opgaave noch iemand an„ maar een Cal„ „ders van dat metier „culatie is, en 'er meerder kunnen tot noch toe geen valideeren dan het bewijs is dat de geen door ons hier Compagnie dat vooren is bepaald. §. 289. De door de Minis„ waarlijk geniet dat de kaptein land regent Nagel volgens „ ters op onze requi„ en wij willen daar„ om de Munisters om geduurende 5: jaaren alle de lasten zoo „ sitie gedaane opgaave hij in hunne plaats koelies konde huuren vermits wij voor of een huurling in zijn plaats werkte, leed gemelde Brochel van der wel invloed.

NL-HaNA_1.04.02_3925_0358 view scan ↗

English

2348 201 have earnestly recommended that all the expenses arising from this new administration must also be recouped from the revenues of that region. We have meanwhile seen with pleasure that these lands are very suitable for the cultivation of Pepper and Coffee, and that this has been confirmed by the trials undertaken by the Landregent Nagel; Your Honors must therefore urge the Ministers to make every effort to encourage the Cultivation of both these articles in this Land, so that Ceylon may at long last be able to yield a significant quantity of these products which are profitable to the Company; furthermore, we shall by the first 202 2349 203 Why this map has not been prepared until now is pointed out by the landregent Nagel in a letter of the 5th of this month, which is transmitted among the appendices. As soon as it is finished we shall have the honor to send it to Your Right Honorable, with a land description to illuminate it. first opportunity await the map of the Land of the Wannis promised by the Ministers, together with an accurate description of the nature of that region, and of the benefit which might further be drawn from it by the Company. 5290. Herewith departing from your and the Ministers' reply to our letters of previous Years, we now proceed to the examination of the general report of matters which have anew been brought to our attention, both from your side and directly from Ceylon. And we encounter in the first place in your letter of 30 December 1788 under the article of our of 204 2350 285 of ships and vessels: That Your Honors have left it to us to decide whether the costs for the ransom and maintenance of the junior merchant Boers and the Crew of the sloop de Crab, who were taken prisoner at Mergie and enslaved there, shall be borne by the Company or whether they shall be charged to the account of those people, and this for the reason that the 61st article of the article brief did not appear clear to Your Honors in that regard, wherein it is indeed stated that those of the Company's Servants who, in attacking or protecting any ships, Forts, or Goods of the Company, notwithstanding having properly discharged their duty (about which Your Honors would have to judge), are taken prisoner, shall be ransomed at the Company's expense, etc. Regarding which Your Honors have doubted whether the present case fell within those terms, since those of Mergie made themselves masters of the sloop without any preceding fight, no resistance having been offered, as is noted in the Journal, because those of Mergie came with such a force that it did not appear advisable to the commander to offer resistance against them. It is certain that these people do not literally fall within the terms of the just mentioned 61st article 2002 2352 209 article of the article brief; yet it being considered by us nevertheless that the Fate which the Crew of this little vessel suffered befell them truly in the service of the Company, we can accept that in this rare case the expenses incurred regarding the ransoming and the maintenance of those People be also borne by the Company; and on the assumption that the crew members themselves, either through extreme carelessness or in any other culpable manner, gave no cause for this misfortune to have befallen them, we hereby authorize Your Honors to have the aforementioned costs placed on the account of the Company, 270 2353 2t Company, under this condition nonetheless: that the wages of the aforementioned crew members shall remain written off from the day they were taken prisoner until the time they have arrived back on Ceylon. Paragraph 291. But since there is some ground to suspect that the commander of the vessel gave cause for that unfortunate case, inasmuch as the junior merchant Boers, in his letter to the Governor of Ceylon dated 2 September, says: "It is caused by the Commander D: Straale that there is no outcome from slavery here. —. And further, the manifold mistakes committed by him will become apparent upon our release, and the reason we were captured by that nation did not come from anything else than that, 212 2354 213 when the Governor of Mergie sent him a vessel with refreshments, he stood by the swivel guns with burning matches, which gave the Governor bad thoughts, etc."; since (we say) these reports have given us reason to suspect the conduct of the Commander of this bottom, we therefore order Your Honors to conduct a careful investigation into those particulars, and upon finding that the detention of the aforementioned vessel and of the people assigned to it, with the consequences thereof, were caused by the Conduct of the same Commander, to then recover from him the damage which the Company through the

Dutch transcription

2348 201 wel ernstig hebben aanbevoolen, dat al„ „le de Lasten door dit nieuw bestier ont„ „staan ook door de inkomsten dier Landstreek moe„ „ten worden goed„ „gemaakt Wij hebben intusschen met genoegen ge„ „zien dat deeze Landen tot het aan kweeken van Pee¬ „per en Coffij zeer ge„ „schikt zijn en dat zulks door de ge¬ noome proeven door den Landregent Na„ „gel is bevestigd; uE: zullen dus de Mi¬ „nisters moeten aan„ „zetten, om alles in 't werk te stellen ten einde de Cultuure van die beide ar„ „tikelen in dit Land aantemoedigen op dat eens eindelijk Ceijlon een naam„ „waardige quanti „teit van deeze voor de Comp:e voordeelige producten zal kun¬ „nen opleeveren, voorts zullen wij als nog bij den eerste : 20:2: 2349 203 waarom deeze kaart tot nog toe niet is verwaardigd wijst de landregent Nagel aan bij een brief van den 5: deezer die onder de bijlaagen overgaat. zoo dra ze klaar is zullen we de eere hebben ze aan uw Ed: „schrijving, tot ophildering daar van. eerste geleegendheid te gemoed zien de door de Ministers toege„ „rige kaart van 't Land der wannijs beneevens een ac„ „curaate beschrijving van den aart dier Landstreek, en van het nut het welke nog verder uit 't zelve door de Maat¬ „schappij getrokken zoude kunnen worden 5290. Hier meede van uwe en der Ministe„ „ren beandwoording Hoog Achtb: toe te zenden, met een landbe„ zegde nauwken„ onzer brieven van voorige Jaaren af„ „stappende gaan wij als nu over tot het onderzoek van 't generaal verslag van zaa¬ „ken, die ons zoo van uwent wee„ ge als direct van Ceijlon op nieuw onder 't oog zijn gebragt. En ontmoeten wij in de eerste plaats in uwen brief van 30: December 1788: onder 't artikel onzer van 204. 2350 285. van scheepen en vaar„ „tuigen. Dat uE: aan ons heb„ „ben overgelaaten te decideeren of de onkosten tot lossing en onderhoud van den onderkoopman Boers en Equipa¬ „gie van de sloep de Crab welke te Mergie gevangen zijn genoomen en aldaar tot slaaven gemaakt geweest door de Comp: zul„ „len worden gedraa¬ gen of dat dezelve aan die lieden op ree„ „kening zullen ge„ „steld worden, en zulks om reeden dat het 61: articul van den artikel brief uE: daar omtrend niet klaar is voor„ „gekoomen als waar bij wel gezegd word dat die van 's Comp:s Dienaaren die in „het aantasten of „beschermen van „eenige scheepen For„ „ten of Goederen van „de Comp: niet tegen„ „staande hij zich be„ aan „hoorlijk 2: 0. 6. 2351 2817 „hoorlijk van zijn „pligt gekweeten had„ „den /: waar over uE: „zouden moeten oor„ „deelen:/ gevangen „word door de Comp „ten haaren kosten „zal worden gelost & Waar omtrend uE: hebben getwijffeld of het voor handen zijnde geval wel in die termen viel dewijl die van Mer¬ „gie zonder eenig voorgaand gevegt zich van de sloep hebben meester gemaakt, zijnde zoo als bij het Journaal staat genoteerd geen tegenstand gebooden om reeden dat die van Mergie met zulk een magt kwaamen dat het den gezaghebber niet raadzaam was voorgekoomen zig daar tegen te weer te stellen. zeeker is het dat deeze lieden niet letterlijk vallen in de termen van het zo even gem: 61: ar„ gemaakt „tikel 2002 2352 209: „ticul van den articul brief, dan bij ons even„ „wel geconsidereerd zijnde dat het Lot het welk de Equipa¬ „gie van dit scheep„ „je heeft ondergaan haar is te beurt ge¬ „vallen werkelijk in den dienst van de Comp:e zoo kun¬ „nen wij ons laaten wel gevallen dat in dit zeldzaame geval de onkosten welke omtrend het lossen en het onder „houd dier Lieden zijn gevallen ook door de Comp: worden gedraa„ „gen en in de onder„ „stelling dat de schee„ pelingen zelve 't zij door verre gaande onvoorzigtigheid of op eenige andere culpable wijze gee„ „ne aanleiding heb„ „ben gegeeven dat hen dit ongeluk is overgekoomen zoo qualificeeren wij UE: om voor„ „melde kosten te doen stellen op reekening van de Maatschap„ gevallen „pij 270. 2353 2t: „pij onder deeze voor „waarde nochtans dat de gagien van voorn: scheepelingen zullen blijven afge¬ „schreeven van den dag af dat dezelve gevangen genoome zijn tot den tijd dat zij weeder op Ceilon zijn aangekoomen §291. Dan vermits 'er eenigen grond is om te ver„ „moeden dat de ge„ „zaghebber van het vaartuig aan „leiding heeft gegee„ „ven, tot dat onge„ „lukkig geval naar dien de onderkoopman Boers bij zijnen brief aan den Gouverneur van Ceijlon in dato 2: september zegt Door de Gezagheb„ „ber D: Straale word veroorzaakt dat hier geen uit „komst van slaver „nij is. —. En verder de „menig vuldige fouten „door hem begaan zul„ „len bij verlossing on„ „zer blijken, ende „reeden, wij bij die natie zijn prijs ge„ „lukkig „noomen 212 2354 213 koomen niet „noomen „anders van daan al „toen de Gouverneur „van Mergie hem een „vaartuig met ver „versching zond, hij met brandende lan„ „ten bij de draaij bas„ „sen stand welke de Gouverneur kwaade gedagten deed krijgen enz: ver„ „mits /: zeggen wij:/ dee„ „ze berigten ons aan „leiding hebben gegee„ ven om 't gedrag van den Gezaghebber dee¬ „zer bodem te suspec„ „teeren zoo gelasten wij uE: naar die bij zou„ „derheeden naauw keu„ „rig onderzoek te doen en bij bevin„ „ding dat het aan„ „houden van 't meer„ „gemelde scheepje en van het daar op bescheide volk met de gevolgen van dien door de Con„ „duites van den zel„ „ven Gezaghebber zijn veroorzaakt, als dan op hem te verhaalen de schaa„ „de die de Comp:e door „teeren de

NL-HaNA_1.04.02_3925_0365 view scan ↗

English

214 2355 45 has suffered the payment of those ransom funds and the maintenance of the other crew members. For the rest, we leave it to you to conduct a precise investigation into the incurred expenses, which have been charged both for the ransom and during the time of imprisonment, and to take such decision regarding them as you shall judge to be appropriate according to equity. § 292. As the order given by you to charge to the account of the skippers of chartered ships the ropes which they may have used for their ships, as well as the regulation made by the Ministers that the skippers shall be asked in advance which ropes they require, fully agree with what we wrote thereabout 5. 292. thereabout 216. 2356 217 thereabout in our last general missive § 352, we can very well approve both of these and instruct you to continue therewith in order that it may be judged here in this country to what extent these ships ought to remain charged for them or may be discharged. § 293. We have found the Declaratoir of the Judicial Committee that examined the sails of the ship Iava to be very noteworthy, in which it is stated that those sails were in such a condition that they could be torn apart with the hands, and we thus approve of your having requested a report on this declaratoir from 21. 8: 2357 219 from the Master of Equipage at Batavia. However, we find it very difficult to reconcile what is stated in this report with the first-mentioned declaratoir, and it appears to us almost impossible that, if the report of the Master of Equipage at Batavia—that this ship was provided with sails just like all other ships planned for the return voyage—is accurate in accordance with the truth, those sails could have deteriorated so remarkably on such a short voyage as that from Batavia to Ceylon without special disasters, of which no evidence can be found. We can therefore not hide our dissatisfaction 220 2358 221. that, notwithstanding the yearly reported expenditure of so many equipage goods, the ships are nevertheless so poorly provided, and we further desire that the captains of the ships that are to depart on voyages of any importance shall be held accountable if they have not informed the government in good time that their vessels are equipped with such sails. § 294. The evidence in the Ministers' advices regarding the assistance rendered to the French warship La Resolution we shall pass over for the reasons adduced for it. We have, however, seen with great astonishment from the Ceylon Resolutions of 20 June of 222 2359 223 of the year 1788 that, although it was clearly stipulated with the French Captain that all the ropes that might be used on the ship Houtlust (which vessel was to serve to haul the just-mentioned ship alongside it) beyond what is customary for mooring would be charged to the account of the Crown of France, yet of the five new ropes, 5 hawsers, and 8 lines used for mooring the ship Houtlust, nothing thereof was charged to the account of the French Crown, but that the Master of Equipage Abo saw fit, entirely without the knowledge of the Galle 224 2360 225 Galle officials, because the French Captain had refused to admit them into the account, to charge them to the Company under the daily wear and tear of the ship Houtlust. Now, although the Ministers have rightly remarked on this that, with the exception of the three ropes usually used for mooring, all the others ought to have been charged to the French Crown, and they therefore demanded an accounting from the Master of Equipage Abo for his unauthorized conduct, yet this accounting has not yet arrived, and we shall therefore have to await it before 226 2361 227 Noble Right Honourable, by resolution of 6 December of the past year we decided, in accordance with the intention of your to have these ropes paid for by Captain Abo, and accordingly to have the buy-out amounts thereof charged to Batavia, where Captain Abo is currently located, before expressing ourselves on the matter. You must, however, in the meantime write to the Ministers that we expect the Company will not suffer any damage therefrom in any case, and that the ropes used beyond the ordinary mooring will be reimbursed, as the Company ought not to be disadvantaged by such an irresponsible conduct of its servants. § 295. From time to time we have discovered strange matters in the management of the Galle equipage, about which we have repeatedly been obliged to show our displeasure. A similar strange matter now presents itself again in the declaration of the 228 2362 229 of the skippers of the five chartered ships mentioned in the Ministers' advices, that the ropes furnished to them were neither new nor of 125 fathoms, but, as the resolution of the Ceylon Ministers of 19 September states, old, used, wholly and half-worn ropes, before which the Leviathan and several other ships had lain, and of which some were only 60 to 70 fathoms long, wherefore they requested that, if these had to be charged to their account, these ropes might be charged according to their actual value and length, and not as is usually done for ropes of 125 fathoms. 6 - 5

Dutch transcription

214 2355 45 de betaaling van die los gelden en het on„ „derhoud der verdere scheepelingen heeft gelee„ „den. Overigens laaten wij aan uE: over om nopens de aangewende kosten, die zoo ter lossing als gedúu¬ „rende den tijd der gevan„ genis in reekening zijn gebragt, naauwkeu„ „rig onderzoek te doen en daar omtrend zoda„ „nig besluit te neemen als uE: naar billijk„ „heid zullen oordeelen te behooren. § 292. Daar de door UE: gegee„ „ve ordre om aan schip„ „pers van gehuurde schee„ „pen de touwen, wel„ „ke zij voor hunne scheepen mogten gebruikt hebben op haare reekening te stellen, als mee¬ „de de gemaakte bepaaling der Mi„ „nisters dat voor af aan de schippers zal gevraagd wor„ „den welke touwen zij nodig hebben vol„ „koomen instem„ „men met het daar„ 5. 292. omtrend 216. 2356 217 omtrend door ons bij onse laatste ge„ „neraale missive § 352. geschreeven kunnen wij dit een en ander zeer wel approbeeren en ge„ „lasten UE: daar meede te continu„ „eeren ten einde hier te Lande zal kun„ „nen worden be oordeeld in hoe ver„ „re deeze scheepen daar voor belast behooren te blij ven dan wel ont„ „last zullen kun „nen worden. 5293. Van veel opmerking hebben wij bevon„ „den het Declara„ „toir der Justitieele Commissie welke de zeilen van het schip Iava heeft geexamineerd waar bij gezegd word dat die zei„ „len zodanig waa„ „ren gesteld dat ze met de handen van een konden worden gescheurd en wij ap„ „probeeren dus dat uE: op dit declaratoir „nen van 21. 8: 2357 219 van den Equipagie „meester op Batavia berigt gevraagd heb„ „ben Dan wij kunnen zeer moeijlijk het gestelde bij dit be„ „rigt met het eerst gemelde declaratoir over een brengen en het komt ons bij na onmooge„ lijk voor dat als het berigt van den Equipagie meester op Batavia dat dit schip even als alle andere voor 't retour geprojec „teerde scheepen van zeilen is voorzien geworden, naar waarheid is inge„ „richt als dan die zeilen in zoo een korte reis als is die van Batavia naar Ceijlon zoo merkelijk zoude zijn gedeterioneerd zonder bijzondere rampen, waar van geen blijk te vin„ „den is. wij kunnen derhalven ons on„ niet ver„ „genoegen 't „bergen 220 2358 221. bergen dat, niet tegen staande het Jaar lijks opgegeeven em¬ „ploij van zoo veel „ Equipagie goederen de scheepen egter zoo slegt voorzien worden en begeeren voorts, dat de Ca„ „piteinen der schee„ „pen die op tochten van eenig aanbe„ „lang zullen ver„ „trikken aanspraa¬ „kelijk zullen wor¬ „den gehouden als zij niet in tijds aan de regeering zullen hebben kennis ge„ „geeven dat derzel„ „ver bodems met dergelijke zeilen zijn uitgerust. §294. De blijken der Mi„ „nisteren adviesen beweesene adsistentie aan het Fransche oorlog schip La Resolution zullen wij om de daar voor bijgebragte reeden passeeren. wij heb„ „ben egter met veel verwondering uit de Ceilonsche Re„ solutien van 20: Junij hebben van 222 2359 223 van 't Jaar 1788: ge¬ zien dat of schoon er wel duijdelijk met den Franschen Capitain is gecon„ „ditioneerd dat al„ le de touwen die aan het schip Hout¬ „lust /: welke bodem zoude dienen om 't even gem: schip tegen 't zelve op zij¬ „de te haalen:/ mog¬ „ten gebruijkt wor„ „den meer als ge„ „woonlijk tot het vertuijen gebruik„ kelijk is de kroon van Frankrijk op ree¬ „kening zoude gesteld worden egter van de vijf nieuwe touwen 5: trossen en 8: Lij„ „nen tot het vertuij„ „en van het schip Houtlust gebruikt zijnde daar van niets op reekening van de Fransche kroon is gesteld, maar dat de Equi„ pagiemeester Abo heeft kunnen goed„ „vinden dezelve alle buiten voor„ „kennis van de van Gaalsche 224 2360 225 Gaalsche bediendens, om reeden dat de Fransche Capitain geweigerd had de„ „zelve in reekening te admitteeren onder de dagelijk„ „sche slijtagie van het schip Hout„ lust de Comp: in reekening te bren„ „gen Schoon nu de Mi„ „nisters hier op te regt hebben aange¬ „merkt dat uitge„ „zonderd de drie tou„ „wen welke gewoon„ „lijk tot vertuijen ge„ „bruikt worden alle de overige ten lasten van de Fransche kroon hadden be„ „hooren gebragt te zijn; en zij dús van den Equipagie mees¬ „ter Abo over zijn ongequalificeerde bestaan verand„ „woording hebben ge„ „vraagd zoo is even„ „wel deeze verand„ „woording nog niet over gekoomen en wij zullen dezelve dus moeten afwagten „lijk alvoo„ 226 2361 227 Edele Hoog Achtb: hebben we bij resolutie, van den 6: xber: J:oLeeden beslooten, deeze tou„ en dien volgens het uitkoops bedraagen daar van te doen aanreekenen na Ba„ alvoorens ons daar over uittelaaten. UE: zullen echter de Ministers in„ middels moeten aanschrijven dat wij verwagten dat wen te laaten betaalen door kaptein Abo, de Comp: daar van lijden en dat de meer dan tot het gewoon vertuijen gebruijkte tou„ „wen zullen ver„ „goed worden dewijl de Comp:e door eene diergelijke verand„ overeenkomstig met de intentie van uw in allen gevalle „tavia, daar kaptein Abo zigtans bevind geene schade zal „woordelijke behande„ „ling van haar dienaa¬ „ren niet behoord be„ „nadeeld te worden. §295. Van tijd tot tijd hebben wij in 't bestier van de Gaalsche Equi¬ „pagie vreemde zaa¬ „ken ontdekt, waar over wij te meer „maalen verpligt zijn geweest ons ongenoegen te be„ „toonen Een gelijke vreemde zaak doet zich tans wederom op in de verklaaring „woordelijk der 228 2362 229 der schippers van de vijf gehuurde scheepen bij der Ministeren adviesen vermeld, dat de touwen wel„ „ke aan hun ver„ „strekt waaren niet nieuw nog van 125: va „dem geweest waaren maar zoo als de re„ „solutie van de Cei„ „lonsche Ministers van 19: september zegt oude gebruijkte heel en halve geslee „te voor welke de Leviathan en meer andere scheepen ge„ leegen hadden en waar van 'er zommige maar 60: â 70: vaam lang geweest waaren, waarom zij verzog¬ „ten dat bij aldien dezelve hun op reekening moesten gesteld worden, dee„ „ze Touwen na „haare wezendlij„ „ke waarde en leng„ „te en niet zoo als gewoonlijk geschied de voor Touwen van 125: vaam mog„ „ten toegereekend eene ver„ worden „leegen „klaaring 6 - 5

NL-HaNA_1.04.02_3925_0373 view scan ↗

English

This report has since been received and inserted into our Resolution of 24 April 1789, however, to which, and to our humble report made concerning it to Their High Excellencies in our respectful letter of 16 September 1789, paragraphs 826 to 830, we take the liberty of requesting to be permitted to adhere. We merely note in this regard that, for such reasons as are mentioned therein, we resolved to have a notarial act executed by Abo, ensuring that in the event the owners of the hired ships might refuse to pay the amount of these disputed ropes, the Company will then still be indemnified for this by the aforesaid act of obligation, a copy of which was sent to Their High Excellencies on the occasion of Abo's departure for Batavia. This declaration is truly of the greatest dubiousness, and regarding which the Ceylon Ministers, in their letter to Your Honour of 26 January 1789, rightly judged that, as no report had yet been received, they ought to have a thorough investigation made into this matter at Galle; and that when that report had come in, they would communicate the further outcome thereof. It has appeared strange to us that this investigation had already been demanded from the Galle servants on 19 September 1788, yet thereon in the latter part of the month of January 1789 no report had been received. We shall likewise await this report before explaining ourselves further in this regard; however, we cannot fail on this occasion to reflect that in this case we find proof that ships in the Bay of Galle, even during the bad monsoon, do not inevitably require ropes of 125 fathoms, since these ships have been able to manage with ropes of lesser length; as it has appeared to us from the declarations of the skippers of four of the said hired ships concerning the ropes used by them, that of the 15 ropes, only two were known to be of the length of 125 fathoms. In our humble reply to paragraph 287 of the Extract from Your Most Honourable High Mightinesses' respected Missive of 9 November 1789, we have had the honour to point out that the present Master of the Equipage, the Captain-at-Sea Aams, has stated that he thought ropes of 95 fathoms were sufficient in the Bay of Galle, with a few exceptions; as well as that he thought he would be able to manage with the writing-off of the coir on the same footing as the writing-off thereof is done here at Colombo, and that we had issued the necessary written orders to Galle to that effect. This is also observed somewhat at present. By this we have become convinced of the groundlessness of what was previously alleged by the Master of the Equipage Abo concerning the required length of the ropes, about which we explained ourselves in the last-mentioned missive, paragraph 287, and concerning which we had then already ordered a further inspection and investigation; and we therefore also expect, for the very reasons mentioned, that the Commission appointed for that purpose will advise in favour of ropes of lesser length than 125 fathoms. Paragraph 296. We cannot fail to remark that, although, as we have just said, it appears that only two ropes of 125 fathoms are recorded as having been used, nevertheless, by the Ceylon Resolution of 1 August 1788, authorization is given for the destruction, after examination had taken place, of four ropes of 125 fathoms used by the ships De Drie Gebroeders, 't Fortuin, and Vrouw Johanna. This surely gives us much ground to assume that it may well indeed be the custom that, even though the ropes do not have that length, they are nevertheless written off as being of 125 fathoms. Moreover, it now appears clearly to us that it does not always need to be new ropes with which the ships can lie safely at anchor there in the roadstead, whilst we ourselves see from a declaration made on 2 October 1788 before the sworn clerk Gratiaan by the officers on the ship De Drie Gebroeders, that one of the ropes of 105 fathoms in length and 12 inches thick was knotted together from two ends, as well as that another rope, approximately 80 fathoms long and 12 inches thick, was half-worn when the ship was moored with it. All these pieces of evidence argue clearly against what was previously said by the Ministers in their letter to us of 30 January 1787: that the cordage lent for the mooring of ships, if not completely unserviceable, is at least more than half-worn when it returns to shore upon the departure of the ships, and that for that reason it has always been a constant practice to charge the amount of such cordage to the expense account of the ships on which it was employed, and to destroy that cordage. We therefore desire that it shall be pointed out to the Ministers that it has now become clearly evident to us

Dutch transcription

230 2363 231 Dit bericht is zeedert ingekoo„ questieuse touwen te betaalen, klaaring waarlijk der maand Januarij nog als dan de komp=e daarvoor van de grootste be„ zal schaadeloos stellen van 1789: nog geen berigt „de voorsz akte van verbintenis „denkelijkheid en waar is een kopij gezonden aan was ingekoomen Hunne Hoog Edelh: ter gelee„ „om de Ministers zeggende den Ceilon„ gentheid dat Abo na Batavia vertrokken is. te regt geoordeeld „sche Ministers bij hebben, een naauw„ hunne brief aan UE: „keurig onderzoek van 26: Januarij naar deeze zaak dat zij wanneer dat te gale te moeten berigt zou zijn in„ laaten doen. „gekoomen, de ver„ zonderling is het ons „dere uijtslag daar van „men en g'insereerd bij onze Reso„ „lutie van den 24: April 1789: egter voorgekoomen zouden meede deelen. waaraan en aans ons nedrig ver„ „slag daarvan gedaan aan hunne dat dit onderzoek Wij zullen dit rap„ Hoog Edelheeden by onzen eerbie„ „digen brief van den 16: september reeds op den 19: Sep„ port insgelijks afwag¬ 1789 van 826. tot 1: 30: we verlot verzoeken ons te moogen gedraagen „tember 1788: aan de „ten alvoorens ons en merken daarbij alleen aan dat we om zodanige reedenen als daarby zin vermelt hebben gaalsche Bediendens hier omtrend nader beslooten, om door Abo een se„ zijnde gedemandeerd te expliceeren, dan „seeren, dat ingevalle de Reeders daar op in het laatste wij kunnen inmid„ van de ingehuurde scheepen mog„ ten wygeren het bedraagen deezer „kretarieele akte te laaten pas„ quettieuse der dels ll 232:: 2364 235. daarvan hier te kolombo ge„ schied, en dat we daar toe het en ander tans g'observeerd. „dels niet nalaaten bij deeze geleegendheid te reflecteeren dat wij in dit geval een be¬ „wijs aantreffen dat scheepen in de Gaal„ „sche Baaij zelfs in de kwaade mousson niet onvermijdelijk touwen van 125: va„ „demen behoeven dewijl deeze scheepen het met touwen van min „der lengte hebben kún¬ „nen stellen; als zijnde ons uit de ver„ „klaaringen der schip„ „pers van vier der gemelde gehuurde schee¬ „pen omtrend de door hun gebruijkte touwen gebleeken dat van de 15: Touwen slegts twee voor de lengte van 125: vadem be„ „kend hebben gestaan. Bij ons nedrig antwoord op § 287: Hier door zijn wij over¬ van het Extract uwelEdele Hoog Achtb: gerespecteerde Missive van „tuijgd geworden van den 9:' November 1789: hebben we de eere gehad aantewijzen, dat de de ongegrondheid van tegenswoordige Equipagie meester de kaptein ter zee Aams heeft het bevoorens voor„ opgegeeven dat hy dagte dat touwen van 95: vaam toerijkende gewende door de Equi„ waaren in de gaalsche baay, en„ „kelde gevallen uitgezonderd, als pagiemeester Abo meede dat hij dagte te zullen kunnen toekoomen met de af„ omtrend de benoodig„ schrijving van de kayer op den„ zelfden voet als de afschrijving „de lengte der tou„ noodige aanschrijven na gale „wen, waar over wij ons bij de laatste ge„ hadden gedaan. ook word dit een gemelde „noemde 23. 4. 2365 235. „noemde missive 5287: hebben geexpliceerden waar omtrend wij toen reeds een nade„ „ren opneem en on„ „derzoek hebben ge„ „ordonneert en wij verwachten dan ook om even gem: reeden dat de daar toe benoemde Com„ „missie voor tou„ „wen van minder lengte dan 125: va„ „demen zal adviseeren. § 296. wij kunnen meede niet voor bij te remar„ „queeren dat Schoon zoo als wij zoo even gezegt hebben blijkt dat slegt twee tou„ „wen van 125: vademen als gebruikt bekend staan egter bij Ceij„ lonsche resolutie van 1: Augustus 1788: qualificatie gegeeven word ter vernietiging na ge„ „daane examinatie van vier touwen van 125: rademen door de scheepen de Drie gebroeders 't Fortuin en vrouw Iohanna gebruikt, zoo dit 23. /6 2366 237 dit „ immers ons veel grond om te onderstel„ „len, dat het wel de gelijk de gewoonte is om schoon de tou „wen die lengte niet hebben nogtans de¬ „zelve voor 125: vade„ „men afteschrijven Boven dien komt het ons thans klaar voor dat het niet altoos nieuwe tou„ „wen behoeven te zijn voor welke de scheepen daar ter rheede - veilig kun„ „nen leggen terwijl „geeft wij uit eene verklaa„ „ring op den 2: october 1788: voor den gezwoo„ „ren klerk gratiaan door de officier op het schip de Drie Gebroe¬ „ders gepasseerd zelve zien dat een der touwen van 105: radem lang dik 12: duim uit twee en den aan mal„ „kander was geknoopt als meede dat een an„ „der touw Circa 80. va„ „demen lang 12: duim dik half sleet was toen het schip daar meede vertund wierd. wij Alle 23:8: 2367 23 gr Alle deeze bewijzen spree¬ ken duijdelijk tegen het te vooren ge „zegde door de Mi¬ „nisters bij hun brief aan ons van 30: Ja¬ „nuarij 1787: dat het touwerk het geen tot het vertuijen van scheepen word ge„ „leend zoo niet ge„ „heel onbequaam ten minsten ruim half sleet is, wanneer het bij het vertrek der scheepen te rug aan de wal komt en dat het daar om alteid een Constant gebruik geweest is het bedraagen van diergelijk touwerk te belasten op de on„ „kost reekening der scheepen, waar aan het geem„ „ploijeerd is ge„ „weest en dat touwerk te vernietigen. Wij begeeren uit dien hoofde dat de Ministers zal worden voorgehou„ „den, dat als nu aan ons duidelijk is altijd gebleeken

NL-HaNA_1.04.02_3925_0378 view scan ↗

English

that everything concerning him that has come before us until now shows that he is [illegible], the Master Attendant Aams we cannot deny the praise that he performs his office with all possible zeal and goodwill, and it has appeared that the ropes at Gale are not treated as properly as they ought to be, and that whereas we have already ordered that the Master Attendant Abo must be dismissed from his post and that post filled by someone else, we shall now let the matter rest there, except that we most earnestly desire that the newly arrived Master Attendant and all servants in administration, after exemplary faithfulness, will take Master Attendant Abo as an example, since if similar matters are discovered again, as we have reason to suppose have taken place in the administration at Gale, we shall be obliged to employ more severe measures regarding the persons and servants who have committed them and those whose post it was to guard against it. Section 297. Furthermore, under this heading, we have seen from the transmitted lists of the ships of foreign nations that have called at Ceilon that in the year 1787 an American ship called at Trinconomale, and in the year 1788 three ships of that nation called both at Colombo and at Gale; the Presidial Chamber of Amsterdam, pursuant to an authorization on our part to you, having already issued such an order on this point under date of 26 April last as we deemed the serious consequences thereof required, we need not explain ourselves anew on this matter, but rest content with simply referring you to that letter for your compliance. Section 298. Concerning the article of the delivered cargoes, we can indeed approve that you have recommended to the administrator of the warehouses to exercise the necessary care in the future when unpacking the porcelain, a considerable portion of which was brought in broken with the ship Doggersbank. However, regarding this case, we must at the same time refer to what we wrote in section 295 of our last-mentioned letter, and cannot conceal that we had expected that you would not merely have left it at a recommendation, but would have caused the damage inflicted on the Company to be reimbursed. Section 299. Regarding the very large shortage on the rice brought with the ship Dordrecht, we have already explained ourselves in the aforementioned letter of the last preceding year, section 300, that since the Ministers had said that they could not suspect the ship's officers of any bad faith, we therefore had to suppose that the cause thereof occurred at Batavia, and that we consequently expected that you would secure compensation for the Company for the damage inflicted; but since we now see from your writing, as well as from their resolution of 8 March 1788, that no special inquiry into this matter was made at Batavia, nor was any accounting demanded from the administrators of the Grain Magazine, we must express our utmost astonishment thereat; and although we indeed approve the resolution taken on that occasion to hold the administrators liable for the shortages on the cargoes of the chartered ships when the same are found in good order and the ship's officers are not to be suspected of bad faith, we might nevertheless have expected from you that they would not have passed over this matter without further investigation. We therefore also desire that you will henceforth refrain from passing over such matters, and will not again deviate from the once-taken Resolution out of this or that consideration, but will cause the same to be strictly executed. Furthermore, with regard to the administration of the Grain Magazine, we refer to our last General Letter, section 450. Section 300. We also cannot fail to note here that it seemed strange to us that a shortage of fully 2¾ per cent on this rice took place between shipboard and shore, and that the Ministers have passed so large a shortage, whereas the purser had reweighed only 3 gammels which should have contained 174852 lb and on which there was a shortage of 4781 lb, according to which short-weight the shortage over the entire cargo of 864600 lb was calculated; the more so since the justification which was demanded on this matter by the Ministers as to why the entire quantity had not been weighed, and which appears in the Ceilon Resolution of 8 March, is not very satisfactory, and also did not appear as such to the Ministers. The reason given—that on account of the motion of the ship not much reliance can be placed on the weighing on board—also seems to us to prove very little, since it would certainly be rather strange that this motion would always cause precisely that which is placed upon the scale to be weighed heavier than it actually was, and that over so large a quantity. We deem it necessary that this remark be presented to the Ministers, and that it at the same time be recommended to them not to be so facile in future in allowing such short-weights, but to better look after the Company's interest in that regard. Section 301. We can by no means agree with your decision concerning the opium brought with the ship the Doggersbank from Batavia to Ceilon in a bad and dried-out condition. In the past year we noted in our

Dutch transcription

240 2368 241 dat alles wat ons van hem tot nog toe is voorgekoomen aantoond dat hij is, een die„ pagiemeester Aams kunnen we dem lof niet wijgeren, dat hij zijn ampt waar„ ijver en welmeenentheid, en gebleeken dat met de touwen te Gale niet gehandeld word als na behooren en dat daar wij reeds gelast hebben dat den Equipagie mees„ ter Abo van Zijn post moet ontslaagen en die post door iemand anders vervuld, wor„ „den het nu daar bij zullen laaten berus¬ „ten, dan dat wij ten ernstigste verlang„ De tegenswoordige gaals Equi„den, dat de nieuwe aangekoomen Equi¬ neemt met alle mogelijke pagie meester en alle Bediendens in admi¬ „nistratie zijnde naar van voorbeeldige trouwe zich aan den Equi„ „pagie meester Abo zullen spiegelen, vermits wij in„ „gevalle weder om diergelijke zaaken ontdekt worden als wij met grond onderstellen in de huijshouding te Gale plaats te heb„ „ben gehad genoodzaakt zullen weezen erns„ „tiger middelen in 't werk te stellen om„ „trend de Perzoonen dat bedienden die 242 2369 243 die ze begaan hebb# en die geene welke post het was daa voor te waaken 5 297. Wijders hebben wij o „der dit hoofd deel uit de overgekoo „me Lijsten der op Ceilon aangewee zijnde scheepen van vreemde Natien ge „zien dat in het Jaar 1787. een ame „ricaansch schip te Trinconomale is aangeweest en in het Jaar 1788: drie scheepen van die Natie zoo te Colombo als te Gale de Pre¬ „sidiaale kamer Am¬ „sterdam in gevolge een qualificatie van onzent weege aan uE: bereeds onder den 26: April laast leeden zodanig aan¬ „schrijven over dit poinct hebbende af„ „gevaardigd, als wij gemeend hebben dat de nadenkelijke gevolgen daar van vereischt, be„ „hoeven wij ons hier omtrend niet Natie op 244 2370 245 op nieuw te verklaa ren maar houden ons voldaan met uE „eenvoudig tot dien brief ter uwer ob„ „servantie over te wij „zen § 298. Het artikel der uit„ „geleeverde ladingen betreffende kunnen wij wel approbeeren dat UE: de adminis„ „trateur der Pakhuij„ „zen hebben aanbe„ „voolen om bij ver „volg de noodige at„ „tentie te gebruiken bij de afpakking der por„ „celeinen waar van eene aanzienelij„ „ke partij met het schip Doggersbank gebrooken is aan„ „gebragt. wij moeten ons egter betrekke „lijk dit geval tee„ „vens refereeren tot het door ons ge„ schreevene bij 5 295: van onze laatste genoemde missive en kunnen niet verbergen dat wij verwagt hadden dat UE: het niet enkel bij eene recommandatie „celeinen zouden 246 2371 247 zouden gelaaten heb „ben, maar de schad de Comp:e toegebrag zouden hebben doen vergoeden 5. 299. Betrekkelijk de zo groote te kort koo „ming op de rijst met het schip Dor „drecht aangebragt hebben wij ons reek bij evengem: missive van 't laatst voor „gaande Jaar 5300. geëxpliceerd dat daar de Ministers had¬ den gezegt dat zij de scheeps overheeden van geene kwaade trouw konden ver„ „denken wij dus moesten onderstel„ „len dat de oor„ „zaak daar van op Batavia plaats had en dat wij dier¬ „halven verwagten dat UE: de Comp: van de toegebragte schaade vergoeding zouden bezorgen; dan daar wij nu uit uw schrijven als meede uit haare resolutie van 8: Maart 1788. zien dat 'er geen spe¬ van „ciaal 248 2372 249 „ciaal onderzoek op B tavia na deeze zaak gedaan is noch ver „andwoording van de Administrateurs van 't Graan Magazijn is gevorderd moeten wij daar over onse uiterste bevreemding te kennen geeven en schoon wij wel ap„ „probeeren de reso„ „lutie bij die geleegend „heid genoomen om de administrateurs aan„ spraakelijk te hou„ „den voor de min„ „derheeden op de la„ dingen der gehuurde scheepen wanneer dezelve in order be„ „vonden worden en de scheeps overheeden niet van kwaade trouw zijn te verdenken, had¬ „den wij echter van uE: mogen verwagten dat zij deeze zaak niet zonder verder onderzoek zouden hebben gepasseerd. wij verlangen dus ook dat uE: zich voor 't vervolg van 't passeeren van dier„ „dingen „gelijke 250: 2373 251 „gelijke zaaken zúlc¬ „len onthouden en van de eens genoome „ne Resolutie om deeze of geene Con¬ „sideratie niet weder „om zullen afgaan maar dezelve stip¬ „telijk ter executie doen stellen. voorts gedraagen wij ons met betrekking tot de administratie van het graan Ma¬ aan onze „gazijn generaa laatste „le Missive 5450. –. §. 300. Wij kunnen ook niet voor bij hier ter plaat„ „se aantemerken dat het ons vreemd is voorgekoomen dat 'er eene te kort kooming van wel 2.¾. p:r C:t op deeze rijst tusschen boord en de wal heeft plaats gehad en dat de Ministers een zoo groote minderheid hebben gepasseerd, daar egter den dis„ „pencier maar 3: gammels had nage¬ „worgen welke 174852: lb: § 300. hadden 25.2 2374 253 hadden moeten in„ „hebben en waar op 4781: lb: is te kort gekoomen, volgens welk minwigt de te kortkooming over de geheele lading van 864600 lb is bereekend te meer daar de verandwoor „ding welke hier op door de Ministers is gevraagd waar „om de geheele quan „titeit niet gewoo„ „gen was en wel„ „ke voorkomt bij de Ceijlonsche Reso¬ „lutie van 8: Maart niet zeer voldoende is, en ook niet als zodanig aan de Ministers is voor„ „gekoomen. Ook schijnt ons de gegeeven reeden dat door de beweeging van het schip op de weeging aan boord niet veel staat is te maa¬ „ken zeer weinig te bewijsen nade „maal het zeeker al zonderling zou zijn, dat door die „lutie bewee„ 25 2375 257 beweeging Juist al¬ „toos zou veroorzaa worden dat het geen op de schaal ge¬ „bragt word zwa „rer gewoogen wierd dan het wezendlijk waare en dat wel over eene zoo groo„ „te quantiteit -. wij agten nodig dat deeze remarque d# Ministeren voor g „houden en hun tee„ vens gerecommandeer worde, om bij vervol¬ niet zoo faciel te zijn in het toestaan 5301. Wij kunnen ons geen„ „zints Conformee„ „ren met uw be„ „sluijt omtrend de Amphioen met het schip de Dog„ „gersbank van Ba„ „tavia op Ceilon in een slegte en uit gedroogden staat aangebragt In het voorleeden Jaar merkten wij bij on van zodanige min„ „wigten maar 'sComp:s interest daar om„ „trend beter te be„ „hartigen van „ze

NL-HaNA_1.04.02_3925_0386 view scan ↗

English

our general missive paragraph 295, that since these chests were detained on Batavia for more than a year, it was to be attributed to this negligence that the opium conveyed therein was delivered in such a condition on Ceylon. Since the justification of the administrators in the cloth warehouse now adduces nothing other than that those chests were dispatched unopened, and makes no mention of the reasons why the same were detained for so long, we must persist in our above-mentioned instruction that the damage shall ought to be compensated by that person who has committed the negligence. Paragraph 302. Likewise, we have in our above-mentioned missive paragraph 300 made known our expectation that, with respect to the significant deficiency on the rice delivered from the ship Maria, an investigation would be conducted and the guilty party compelled to compensate the damage caused thereby to the Company. We have therefore seen with regret from your resolution of 29 August 1788 that this investigation on Batavia has been fruitless, and that the present administrators of the grain magazine, in defense of their predecessors who carried out the shipment, have submitted a comprehensive report, with which Your Honours have been satisfied to the extent that they have requested further information regarding the circumstances of the delivery of the cargo on Ceylon, but seem to assume no bad faith or poor management in the shipment. We cannot refrain from noting that it is very strange that Your Honours made no reflections upon the said report and were content with the same, although statements appear therein of whose untruth Your Honours are fully convinced; the administrators saying, among other things, that an error must certainly have taken place regarding this cargo, because the chartered ship Dordrecht had also conveyed a cargo of rice from Batavia to Ceylon at about the same time, without any complaints having been received that there had been any deficiency in the cargo of the same. We truly do not know what to think of this expression, for we cannot assume that the administrators were entirely ignorant of the deficiency in the cargo of the ship Dordrecht (which, just as that of the Maria, was over 12 percent), and this because your resolution concerning the administrators regarding the deficiency in the cargoes of the chartered ships was taken precisely when they deliberated on the deficiency in the rice from the ship Dordrecht. And even if what was alleged had been true, even then Your Honours ought not to have passed this adduced reason, much less accept the same as well-founded, since Your Honours knew very well that complaints had indeed been received about the cargo of the ship Dordrecht, and just as great as about that of the Maria. We think we may conclude from this that Your Honours are too easily satisfied with the reports received, without properly verifying the validity of the adduced reasons. And we have consequently judged it necessary to place these observations before Your Honours, expecting that when the further information from Ceylon shall have arrived, Your Honours will also have conducted further investigations on Batavia, as it is not to be tolerated for the Company to be treated in such a faithless manner (as Your Honours yourselves suspect) without there being any possibility of compensating it for that damage. In fulfillment of Your Right Honourable order, this has already been paid to the Company. Furthermore, we cannot approve that Your Honours have passed the write-off of the paddy brought from Chilaw and delivered short, and we must regarding this adhere to what was written in our last-mentioned letter paragraph 355, from which, as well as from the following paragraph, Your Honours will have been able to see that we were also very displeased regarding the written-off lost planks of the arrack and coconut oil transport. Paragraph 303. The deficiencies on the delivered Cape cargoes of the five chartered transport ships, regarding which the Ceylon ministers have left the dispositions to us, the surpluses nearly matching the permitted spillage, we hereby qualify those ministers for the write-off thereof. Paragraph 304. Regarding the delivered cargo of the ship the Gouverneur Generaal de Klerk, we see from the ministers' advices that, among other goods, 30 rolls of sailcloth and 62 skeins of sail yarn were found to be so damaged and suffocated that the most of it could not be used, notwithstanding that the cases were delivered sound and well-conditioned, and that those articles had been caused to be sold for what they would fetch. We shall dutifully observe this Your Right Honourable order. Since we have already in our general letter of last year under paragraph 298 written in a similar case to send such goods back to the Netherlands as mentioned therein, we must now adhere to this order and recommend to the ministers the strict observance thereof, it being furthermore our intention that this order be made applicable to all equipage and other goods of any importance. Paragraph 305. In conclusion of the main section of vessels and their cargoes, we can only approve the order of the ministers to the expenses on sloops and lesser vessels during the five years before the

Dutch transcription

25: 67: 2376 257 onze generaale Mis „sive § 295: aan dat daar deeze kisten meer dan een Jaar op Batavia waaren aangehouden het aan dit verzuim was toe te schrijven dat de daar in overgebrag „te Amphioen in zo danige staat op Ceij „lon was aangebrag daar nu de verand „woording van de Administrateurs in het kleede pak„ „huis niet anders bijbrengt dan dat die kisten ongeopend waaren versonden en geen melding maakt van de ree„ „denen waarom de„ „zelve zoo lang zijn aangehouden moe„ „ten wij bij ons bo„ „vengemeld aanschrij„ „ven blijven per„ „sisteeren dat de schaadt zal behoo¬ „ren te worden ver„ „goed door dien gee„ „nen. welke het versuim heeft ge„ „pleegd. §302. Jnsgelijks hebben wij die bij 25. 8 237 259 bij bovengemelde on„ „ze Missive 5 300: te kennen gegeeven on¬ „se verwagting dat met opsigt tot de importante te kort kooming op de rijst uit het schip de Maria geleeverd zouden werden onder zoek gedaan en de schuldige genoodzaakt om de daar door aan de Compagnie ver„ oorzaakte schaade te vergoeden; wij hebben derhalven niet dan met leed„ „weezen uit uwe Re„ „solutie van 29: Au„ „gustus 1788: gezien dat dit onderzoek op Batavia vrugte„ „loos is geweest en dat de tegenwoordige administrateurs van 't graan Magazijn ter ver ontschuldi„ „ging van haare pre„ „decesseurs welke den afscheep gedaan heb„ „ben een ampel be„ „rigt hebben inge „diend met het welk uE: in zoo verre ge„ „noegen hebben genoo„ weezen „men 16 1682 2378 1615 „men, dat zij om nader informatie van de toedragt der uitlee„ „vering der lading op Ceijlon hebben gevraagd dog bij de afscheeping geene kwaade trouw of slegt bestuur schij¬ „nen te onderstellen wij kunnen niet voor bij aantemer„ „ken dat het zeer vreemd is dat uE: op het gemelde berigt geene reflexien heb„ „ben gemaakt en zich met het zelve hebben te vreeden gehouden, daar 'er nog„ „tans stellingen in voorkoomen, van welker onwaarheid uE: ten vollen over„ „reed zijn zeggende de administrateurs onder anderen dat er zeeker een abuis omtrend deeze lading moet hebben plaats gehad, want dat het ingehuurde schip Dor„ „drecht omtrend ter gelijker tijd meede een lading rijst van Batavia naar Ceij„ „lon had overgebragt, ge„ zonder 262 2379 2633 zonder dat 'er eenige klagten waaren in „gekoomen dat op d Lading van het ze# „ve eenige minder „heid zoude geweest zijn. wij weeten waa „lijk niet wat van deeze uitdrukking te denken want wij kunnen niet onderstellen dat de Administrateur geheel onkundig zijn geweest van de te kortkooming op de Lading van het schip Dordrecht /: welke even als van de Ma¬ „ria ruim 12: p:r C:o is geweest:/ en zulks daar uwe Resolu¬ „tie betrekkelijk de administrateurs bij de te kort koo„ „ming op de Ladin„ „gen der gehuurde scheepen, Juist genoomen is wan„ „neer zij over de minderheid op de rijst uijt het schip Dordrecht raadpleeg „den, en schoon het geallegueerde al eens waar was ge„ even „weest 26 2380 ver55 „weest dan noch had„ „den UE: deeze bij„ „gebragte reeden niet moeten passeeren veel minder de„ zelve als gegrond aanneemen daar UE: zeer wel wisten dat over de Lading van het schip Dor„ „drecht wel deege„ lijk klagten en even groot als over die van Maria waaren ingekoomen wij meenen hier uit te moogen opmaaken dat uE: zich te ligt met de ingekoomen berigten te vreeden houden zonder de gegrondheid der bij„ „gebragte reedenen na behooren na„ „te gaan en wij hebben dien volgende nodig geoordeeld UE: deeze aanmerkingen voor„ „te houden en ver „wagting dat wan„ „neer de nadere in„ „formatien van Ceijlon zullen zijn ingekoo¬ „men uE: ook nog op Batavia nade„ „re recherches zul„ met „len 266 2381 2676 In voldoening van uwel Edele Hoog Achtbaare ordre is dit bereeds aan de komp=e voldaan. „len hebben gedaan als zijnde het voor de Comp: niet te dulden op eene zoo trouwe¬ „loose wijze /:gelijk UE: zelfs vermoe„ „den:/ te worden be „handeld zonder dat er mogelijkheid zoo „de zijn haar die schade te vergoeden overigens kunnen wij niet approbeeren dat uE: de afschrijving der Nelij van Silauw aangebragt en te min uitgeleeverd hebben ge „passeerd en wij moeten §303. De minderheeden op de uitgeleeverde Caabsche Ladingen van de vijf gehuurde daar omtrend inhoe„ „reeren het geschree„ „vene bij onsen laatst gemelde brief 5355: uit welke als ook uit de daar op vol„ „gende 5. UE: zullen hebben kunnen zien, dat wij meede zeer ontstigt zijn geweest omtrend de afgeschree„ „ve verlooren plan„ „ken der arrak en kokus olij daar transport 268 2382 269 transport scheepen waar omtrend de Ceilonsche Minis„ „ters de Dispositien aan ons hebben over „gelaaten de meer „derheeden met de ge„ „permitteerde spil„ „lagie bij na evenaa„ „rende qualificeeren wij mits deezen die Ministers tot der„ „zelver afschrijving. 5. 304. Omtrend de uitgelee„ „verde Lading van 't schip de Gouverneur Generaal de klerk zien wij uit der Ministeren adviesen dat 'er onder meer an„ „dere goederen 30: Rol„ „len zeildoek en 62: stren„ „gen zeilgaaren zoo beschaadigd en ver„ „stikt zijn bevon„ „den dat 't meeste daar van niet heeft kunnen wor„ „den gebruijkt niet tegenstaande de kas„ „sen gaaf en wel„ „conditioneerd zijn uitgeleeverd en dat men die artikelen voor 't geldende had doen verkoopen. Ministeren Daar 1. 301 2383 271 we zullen deeze uwel Edele „tig observeeren. Daar wij nu bereeds in onsen Generaalen brief van 't voor „leeden Jaar onder § 298: omtrend zoor „gelijk geval hebben aangeschreeven zo „danige goederen als daar bij vermeld zijn naar Ne„ „derland te rug te zenden, moeten Hoog Achtb: ordre schuldplich, wij deeze order than inhareeren en de Ministers daar van de stricte observan „tie aanbeveelen, zijn „de voorts onse inten „tie dat deeze order omtrend alle Equi¬ „pagie en andere goe„ „deren van eenig aanbelang werde toe passelijk gemaakt. §305. Ten besluijte van het Hoofddeel van vaartuijgen en der¬ zelver ladingen kunnen wij niet dan approbeeren de ordre der Minis¬ 1 „ters om de onkos„ „ten aan sloepen en minder vaar „tingen geduurende de vijf Jaaren voor „tie den

← previousnext →