Inventory 3929
Malabar · 448 pages · 170 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
I am obliged to bring my complaint about this to Your Honorable Great Respectability, as I have never given cause for this, nor made myself guilty of anything concerning the state of the Honorable Company, much less the person of Your Honorable Great Respectability. If this prohibition is aimed at my clerical character, then such might apply to the Reverend Father Freij Eugenio da Madre de Deos, who is also a cleric and a fellow brother of mine, who, as often as it pleases him, comes walking unimpeded into the Fort and visits the Master Chief. Therefore I assume that Your Honorable Great Respectability is ill-informed by some of my enemies, although I have nothing to attend to in the Fort, yet such a prohibition is imposed on someone who has transgressed in something, whereas I am innocent. Wherefore I request Your Honorable Great Respectability to please send the necessary orders that the same be revoked and that I be restored from that unreasonable insult, which favor I am expecting from Your Honorable Great Respectability, praying God to preserve Your Honorable Great Respectability's illustrious person for many years to come in good health. /below stood/ Your Honorable Great Respectability's very humble and attentive servant /was signed/ Freij Louis de Conceicao. Olikare, the 20th of October 1790. And whereas this remark of Father de Conceicao is not only very well-founded, but also fully accords with the purpose of this Meeting, whereby according to secret Resolution of the 31st of August 1789 and secret letter to the High Indian Government of the 30th of April 1790, an own Church and Priest were assigned to the Roman Congregation at Koilang, and likewise by letter of the 9th of September last the order was given to keep all Portuguese priests out of our colony, and thereby deprive them of all further opportunity to incite dispute and unrest among our inhabitants: it has therefore been approved and agreed to have Father Louis de Conceicao informed through the Servants at Koilang that the prohibition about which he complains is not directed against him alone, but against all foreign Priests without distinction, and further to order the said Servants to include under this all Portuguese Priests, and in particular also Freij Eugenio, and henceforth to grant none of them free entrance into the village, under this condition nonetheless, that if any of them should have something necessary to attend to in our colony, he must request permission for this from the Chief, and must depart again immediately upon the completion of his affairs. It having been made known by letter to the Governor by the Interpreter of Koilang, Salvador Rodriguez Netto, that the aforementioned Father Freij Eugenio had demanded from him the treasury chest of the Confraternity of the Conceicao of Olikare: it was thereupon noted that now that our Roman subjects at Koilang have their own church and Priest, all ties and Confraternities with other Roman churches beyond the border ought to cease, but that since it is nevertheless probable that our Roman subjects, who were formerly Members of that Confraternity, will have contributed to the same, and on that ground are also entitled to the moneys preserved in the said treasury chest, it has consequently been approved and agreed, before deciding upon this, to command the Servants of Koilang to conduct an investigation into it, and to promptly provide a report regarding it, and to insert the translation of the letter of the said Interpreter below. Translation of Portuguese letter written by the Interpreter of Koilang, Salvador Rodriguez Netto, to the Interpreter Johannes Martinus Fruijens. This evening we arrived at Koilang, as Rama Suami Pulle told me that it was not necessary for me to come thither in person, and only that I had to hand over to him a Report signed by both of us, in order for His Honorable Stern Great Respectability to know it all the better: so I have done such, and the Narrative is transmitted enclosed herein, for its contents to be made known to His Honorable Stern Great Respectability; the account of my travel expenses also accompanies this. In my previous letter I wrote to You regarding the union of Father Freij Eugenio with the Bishop Soledade, and now the said Father Freij Eugenio demands to have from me the Treasury chest of the Confraternity of Conceicao at Olikare; which the aforementioned Bishop had demanded from me in the past year, and to which I had replied that I would not hand it over without orders from His Honorable Stern Great Respectability, as I do not wish to have anything to do with the said Father or anyone, and gladly desire to be freed from that difficulty: so I request You to make such known to His Honorable Stern Great Respectability and to send me His highest order regarding this. Agreed. Arnold Lunel Thus done, resolved, and enacted in the Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. /was signed/ J: G: Van Angelbeek, J: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A. Cellarius, W: V: Haesten, Arnoldus Lunel, and J: A: Eversdijck. God preserve You etc. /below stood/ Your obedient Servant /was signed/ Salvador Rodriguez Netto, /in the margin/ Koilang the 14th of November 1796. Secretary
Dutch transcription
35 ben ik verplicht mijn beklag hier over aan Uwweled: Grootachtb te doen, als noit aanleiding daar toe gegeeven, noch mij schuldig gemaakt te hebben aan het geen den staat der Ed: Komp: veel minder den persoon van uwweled: Groot achtb: betreft. Indien dit verbod op mijn geestlijkkarakter bedoeld, dan mog zulx tot den Eerw: Pater Freij Eugenio da Madre de Deos, die ook een geestlijk en een meede broeder van mij is, betreekkin„ hebben, dewelke zoo dikwils als het hem behaagd onverhinderd in het Fort komt wandelen en den Heer Opperhoofd bezoeken. Derhalven veronderstelle ik, dat uw weled: Groot achtb: qualijk onderricht is door eenige mijner vijanden, hoewel ik in het Fort niets te verrichten hebbe, echter diergelijk verbod wora opgelegd aan iemand, die ergens in misdaan heeft, daar ik onschuldig ben. Wes ik Uwweled: Groot achtb: verzoeke de noe „dige orders gelieve te zenden, dat hetzelve ingetrokken en is van die onreedelijke injurie hersteld word, welke gunst i van uw wele d: Groot achtb: verwachtende, God bidde Uwweele Groot achtb: Jllustre persoon noch lange jaaren in gezondheid te bewaaren. /onderstond/ Uwerweled: Grootachtb: zeer zeek en oplettende Dienaar /was geteekend/ F reij Louis de Conceia Olikare den 20: Oktober 1790. En vermits deeze aanmerking van Pater de Conceicao niet al „leen zeer gegrond is, maar ook ten vollen overeenstemd met de oogmerk deezer Vergadering, waar mede volgens sekreete Resolui„ van den 31=e Aug=s 1789 en sekreete brief aan de Hooge Indisc Regeering van den 30=e. April 1790: aan de Roomsche Gemeen te Koilang een eigene Kerk en Priester toegevoegd en teffens b brief van den 9:en September jongstleeden de order gegeeven is, om al Portugiesche Paapen buiten onze kolonie te houden, en henlieden daar door alle verdere geleegenheid tot het verwekken van twist en on„ lust onder onze Jngezeetenen te beneemen: zoo is goedgevonden en verstaan, den Pater Louis de Conceicao door de Bedienden te Koilang te laaten te verstaan geeven, dat het verbod, waarover hij zich beklaagd, niet tegen hem alleen, maar tegen alle vreemde Priesters zonder on „derscheid gericht is, en gem: Bedienden nader te gelasten, om daar onder alle Portugeesche Priesters en inzonderheid ook Freij Eugenio te begrijpen, en voortaan aan geenen derzelven vrijen „ingang in het dorp te verleenen, onder deeze bepaaling nochtans, dat indien iemand van dezelven iets noodzaaklijk in onze kolonie mocht te verrichten hebben, hij daar toe van het Opper „hoofd verlof verzoeken, en na verrichting van zijne zaaken ten eersten weder vertrekken moet. Door den Tolk van Koilang salvador Rodriquez Netto aan den Heer Goeverneur bij een brief te kennen gegeeven zijnde, dat voorm: Pater Freij Eugenio van hem gevorderd had de schatkist van de Broederschap de Conceicao van Olikare: zoo is daarop aange„ „merkt, dat nu onze Roomsche Onderdaanen te Koilang hunne eigene kerk en Priester hebben, alle verbintenissen en Broeder„ „schappen met andere Roomsche kerken buiten de limiet be, „hoorden opte houden, doch dat wijl echter waarschijnlijk is, dat onze Roomsche Onderdaanen, die voorheen Ledemaaten van die Broederschap geweest zijn, tot dezelve zullen gekontribueerd. hebben, en uit dien hoofde, tot de penningen, die in gem: schat kist bewaard worden, mede gerechtigd zijn, en dienvolgende goedgevonden en verstaan, voor en aleer daarop te besluiten, den Bedienden van Koilang aan te beveelen, daar na onderzoek Portugeesche 36 te doen, en dien aangaande spoedig van bericht te dienen, en de vertaaling van den brief van gemelden Tolk hier onder te insereeren. Translaat Portugeesche brief door den Tolk van Koilang, salvador Rodriguer Netto, aan den Jolk Johannes Martinus Fruijens geschreeven. Deezen avond zijn wij op Koilang gearriveerd, wijl Rama suami Pulle mij gezegd heeft, dat het niet noodig was, dat ik in persoon naar derwaards komt, en maar eenlijk hem een Rapport door ons beide ge „trekend, moeste overgeeven, om des te beter zijn Weledele Gestr: Grootadit te kunnen weeten: zoo heb ik zulx gedaan en het Relaas gaat in deezen geslooten over, om dies inhoud zijn weledele Gestrenge Grootachtbaare bekend gemaakt te worden, ook verzelt de reeke„ „ning van mijne reis-ongelden hier nevens. Bij mijnen voorigen brief heb ik UwE: geschreeven wegens de vereeniging van Pater Freij Eugenio met den Heer Bisschop soledade, en thans pretendeerd ge„ „melde Pater Freij Eugenio de Schatkist van de Broeder „schap van Conceicao te Olikare van mij te hebben; dewelke in Anno passato voormelden Heer Bisschop van mij gepretendeerd had, en door mij geantwoord was, dat ik dezelve niet zoude overgeeven zonder order van zijn Weledele Gestrenge Grootachtbaare, wijl ik met gemelde Pater en niemand niet wil te doen hebben, en gaarne begeere van die moeilijkheid bevrijd te zijn: zoo verzoeke ik UWE: zulx zijn wel„ „Edele Gestrenge Grootachtbaare bekend te maaken en Hoogst deszelfs order mij hier, omtrend te zenden Accordeerd. Arnold Lunel Aldus gedaan, geresolveerd en gearresteerd in Raade van Malabaar, ter stede koetsiem, ten dage, maand en jaare voormeld. /was geteekend/ J: G: Van Angelbeek, J: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A. Cellarius, W: V: Haesten, Arnold=s Lunel en J: A: Eversdijck. God bewaare UWE: etc :/(onderstond/ Uw E. gehoorzaame Dienaar /was geteekend/ Salvador Rodriguez Netto, /:in margine/ Koilang den 14=e November 1796. God sekrA:o
English
Monday the 13th December 1790. In the morning at half past eight o'clock. Present all. The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director, Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Mr. First Senior Merchant, Secunde and Head Administrator Jan Lambertus Van Spall, The Honorable Major and Head of the Militia Godlieb George Gebhardt, The Honorable Merchant, Fiscal and Cashier Mr. Ian Willem Hendrik van Rossum, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Iohan Adam Cellarius, The Honorable Junior Merchant and Purser Willem van Haeften, The Honorable Secretary of Police Arnoldus Lunel, and The Honorable Acting Pay Bookkeeper Iacobus Adrianus Eversdijck, After the transaction of the ordinary business mentioned in the general Resolution of today, the Lord Governor made known to the assembly regarding the pepper delivery from Trevankoor; that notwithstanding all admonitions to the King, and all good promises and assurances from His Highness to provide a good quantity of pepper to the Company, as appears at large in the Resolutions of the 7th September and 20th November last; the delivery has nevertheless been so poor, that the ship de Goeverneur Generaal Mossel had returned from Porka with only 175,715 pounds, without anything having been delivered at Kalikoilang, producing therewith a draft Ola written by the Resident of Porka to the Pepper Sarbadikariakaar, and the answer thereto, together with a letter from Porka of the 10th of this month, which papers being read, were found to be of the following content: Secret Resolution taken in the Council of Malabaar at the City of Koetsiem Translation copy of draft ola, written by the Resident of Porka to the Pepper Sarwadikariakaar. The ship that had arrived here from Koetsiem took in the pepper already delivered to the Honorable Company, and departed thither again. I have received an express letter from the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor, to write to Your Honor and to request to have the remaining pepper, which must still be delivered on the delivery of this year, and is also destined for the consignment of the aforementioned ship, supplied with the utmost speed, and that the aforementioned ship, after taking in its cargo at Koessiem, would call at Porka on its return voyage to take in the remaining pepper. I therefore request Your Honor to have the goodness to send strict orders to have the missing pepper on the delivery of this year delivered to the Residency with the utmost speed, and if not, to inform me with certainty whether more pepper will be delivered on the delivery this year or not, so that I can communicate this to the aforementioned Lord Governor. If there is anything here at Your Honor's service, please write to me. Beneath stood: thus translated by me into the Malabar language. Was signed: I: M: Trugens, Sworn Translator. Translation of ola written by the Pepper Sarwadikariakaar to the Resident at Porka. I have received Your Honor's ola and from it clearly understood everything regarding the delivery of pepper. As I have given the necessary orders to fully satisfy the delivery, the same will take place with the utmost speed, for the rest I shall write to Your Honor further. If there is anything here at Your Honor's service, please write to me. Signed by the aforementioned Pepper Sarwadikariakaar. Beneath stood: For the translation, was signed: J: M: Frudijens, Sworn Translator. To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Lord Johan Gerard Van Angelbeek Ordinary Councilor of the Dutch India; as well as Governor and Director on the Coast of Malabaar and its dependencies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! In my humble letter of the 8th of this month I had the honor to inform Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed in all submissiveness, that I had sent an Ola to the Sarwadikariakaar regarding the supply of pepper, to which I today received as an answer, that he had ordered the pepper servants here to deliver the quantity of pepper which the Honorable Company must have as soon as possible, I showed the aforementioned ola to the pepper servants here, and they say that they have weighed all the pepper that has been in remainder here and brought in, and if no pepper is brought in, they cannot deliver any, so it appears most clearly that everything is merely empty pretenses, on which account I take in all humility the liberty to send a copy of the ola which I sent to the Sarwadikariakaar, and the original answer from the same.
Dutch transcription
37 Maandag den 13 ' December 1790. Voormiddags te half negen uur. Praesent alle. De Weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer Raad Ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direkteur. Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer p:rs Opperkoopman, secunde en Hoofdadminist=r Jan Lambertus Van Spall, De Ep=l Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt, De E: koopman, Fiskaal en Kassier M=r Ian Willem Hendrik van Rossum, De E: Onderkoopman en Pakhuismeester Iohan Adam Cellarius De E: Onderkoopman en Dispencier Willem van Haeften. De E Sekretaris van Poliessie Arnoldus Lunel en De E pl soldij Boekhouder Iacobus Adrianus Eversdijck, Na het verhandelen der ordinaire zaaken bij gemeene Repoluuitsie van heeden vermeld, gaf de Heer Goeverneur nopens de peper leverant„ „sie van Trevankoor aan de vergadering te kinnen; dat niet tegen„ „staande alle vermaaningen aan den Koning, en alle goede belyffen en verzeekeringen van zijn Hoogheid, om een goede quantiteit peper aan de kompanie te bezorgen, zoo als dit in het breede blijkt bij Resoluutsien van den 7=en september en 20: November Jongstl; de leverantsie echter zoo slecht geweest is, dat het schip de Goeverneur Generaal Mossel met maar 175715, ponden van Porka te rug ge„ „koomen was, zonder dat te Kalikoilang iets geleeverd is, produ„ „ceerende daarbij een koncept Ola door den Resident van Porka aan den Peper Sarbadikariakaar geschreeven, en het ant= „woord daar op, mitsgaders een Porkasche brief van den 10=' deezer, welke papieren opgeleezen zijnde, bevonden werden van den Sekreete Resoluutsie gehoo„ „men in Raade van Malabaar ter Stede volgenden Koetsiem 38 volgenden inhoud te weezen. Translaat kopij konceptola, door den Resident van Brka geschreeven aan den opeper Sarwadikariakaar. Het schip dat van Koetsiem alhier aangekoomen was, heeft de reets geleeverde peper aan DHE: Komp: ingenoomen, en weder dat heen vertrokken. Ik heb van den Weledelen Groot achtbaaren Hee Goeverneur expresschrijven bekoomen, aan Uwed: te schrijven en te verzoeken, om de resteerende peper, die noch op de leverantsie van dit jaar moet geleeverd worden, en mede tot de bezending van voorm: schip bestemd is, ten allerspoedigsten te laaten leeden en dat voorm: schip naar het inneemen van zijn lading op koes „siem, bij zijn te rug reize Porka zoude aandoen, om de reste „de peper noch in te neemen. Ik verzoeke Uw Ed: dus de goed „heid te hebben scherpe orders te zenden, om de mankeeren peper op de leverantsie van dit jaar met de meeste spoed in de Residentsie te laaten leeveren, en zoo niet mij met zeeker„ „heid te bedeelen, of dit jaar op de leverantsie meer peper zal geleeverd worden, of niet, op dat ik zulx aan hoogstgem: Haer Goeverneur kommuniceeren kan. Hier iets van Uw Ed: dienst zijnde, gelieve mij te schrijven /:onderstond/ zoodanig door mij in 't Malabaars overgezest. /was getx:/ I: M: Trugens, Gezw: Translateur„ Translaat ola door den Peper Carwadi ke „riakaar geschreeven aan den Resident te Jk heb Uw Ed ola ontvangen en daar uit nopens de leveransse van peper alles duidelijk verstaan. Wijl ik de noodige orders ge„ „steld hebbe, om de leverantsie ten vollen te voldoen, zoo zal Bij mijne needrige van den 8=te deezer hebbe de eere gehad Uweledele Gestr: Groot achtb: in alle onderdaanigheid te bedeelen, dat aan den Sarwva dikariakaar over den aanbreng van peper een Ola gezonden had, hier op hebbe heeden ten ant„ „woord ontvangen, dat hij de peper Bediendens alhier geordon„ „neerd had, om het tantum der Peper hetwelk DE: komp: moet hebben ten spoedigsten afteleeveren, ik hebbe gem: ola de peper Bediendens hier vertoond, en die zeggen dat zij alde peper„ die alhier per resto geweest en aangebragt is, afgewoogen heb„ „ben, en indien 'er geen peper aangebragt word, zij geen kon„ „nen afleeveren, dus het ten duidelijksten blijkt, dat alles maar kaale voorwendzels zijn, neeme dierwegen in alle needrigheid de vrijheid een Copia ola, die aan den Sarwadi „kariakaar gezonden hebbe, en het origineel antwoord van Weledele, Gestrenge, Grootachtbaare, Hoog dezelve met de meeste spoed geschieden, voor het ovrige zal ik UwEd. nader schrijven. Hier iets van Uw Ed: dienst zijnde, gelieve mij te schrijven geteekend door gem: Peper Sarwadi kariakaar. /onderstond:/ voor de translaatsie /was getz:/ J: M: Frudijens, gezw Translateur„ Aan den Weledele Gestrenge Groot achtbaare Hoog Ge„ „biedende Heer Johan Gerard Van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlands Jndia; mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar en dies onderhoorigheeden. dezelve denzelven Porka. Gebiedende Heer!
English
39 to annex the same to this in all submissiveness: Furthermore, I have the high honor to be, with true high esteem and dutiful respect: was signed: Right Honorable, Severe, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Your Right Honorable, Severe, Highly Esteemed submissive and loyal servant was signed: I: A: Scheidz in the margin Porka the 10th of December 1790. After which the Lord Governor continued that it was clearly evident from this that the King seeks nothing other than to appease the Company with empty promises, without intending to deliver more pepper on account of the expiring year than the aforesaid quantity. That against this conduct of the King one could indeed with full right protest in the most formal manner, but that this Assembly was not authorized to resort to that extreme measure without prior qualification from the High Government at Batavia; that His Honor was informed on good authority that there was no more old pepper in stock with the King, but that the harvest of the new is to begin again in the coming month of January, and that one should therefore endeavor to bring the King to the point that a good portion thereof be delivered to the Company on account of the old year, this being at present the only means still remaining to bring about some improvement in this important matter, to which end His Honor accordingly proposed to send Commissioners to the King, in order to persuade His Highness thereto. Agreed. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood to fully conform with the proposal of the Lord Governor, and to appoint to this commission the Resident of Porka Johan Andries Scheidz and the Chief of Koilang Johannes Bos, as well as to summon the first-named hither to receive the necessary instructions and letters for that purpose. The Officials of Koilang having reported, in compliance with the resolution of this table of the 20th of November last, that the Roman Catholic congregation within the Company's boundaries at Koilang has declared to have no claim to the treasury of the church of Olikare and also no longer wishes to maintain any fellowship with the Confraternity da Conceicao: it was thus understood to order the said Officials to have the aforesaid treasury properly handed over to the church of Olikare, and to enjoin the Roman Catholic congregation, subjects of the Company, in the future not to involve themselves in any foreign confraternities, but to keep only to their own permitted church, for the prevention of all troubles with the Roman Catholic priests and with the Christian subjects of the King of Travancore at Koilang. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid was signed: I: G: Van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: Van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haeften, Arnoldus Lunel, and J: A: Eversdijck. whereupon Arnold Lunel Secretary. 40 Wednesday the 22nd of December 1790. Present. The Right Honorable, Severe, and Highly Esteemed Lord, Councillor Ordinary of the Dutch East Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Jan Lambertus Van Spall, The Honorable Major and Head of the Militia, Godlieb George Gebhardt, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Master Jan Willem Hendrik Van Rossum, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, The Honorable Junior Merchant and Purveyor, Willem Van Haeften, The Honorable Junior Merchant and Resident of Porka Johan Andries Scheidz, The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Arnoldus Lunel, and The Honorable Provisional Pay Bookkeeper, Jacobus Adrianus Eversdijck. There was submitted and read in the Assembly by the Lord Governor the letter which, according to the Secret Resolution of the 13th of this month, is to be dispatched with the Commissioned Members of this Assembly, the Honorable Johan Andries Scheidz and Johannes Bos, to the King of Travancore, as well as the written instructions for the said Commissioners, both of those papers reading as follows: Draft letter written by the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Governor and Director Johan Gerard Van Angelbeek, to the King of Travancore the 22nd of December 1790. When I received the letter which Your Highness sent to me with Salvador Netto, Interpreter of Koilang, and Ramasuami, Conicopole Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin
Dutch transcription
39 denzelven deezen in alle onderdaanigheid te annexeeren: Voorts hebbe de hooge eere met waare hoogachting en verschul„ „digt ontzag te zijn: /onderstond:/ Weledele, Gestr: Grootachtb: Hoog Gebiedende Heer! Uweledele Gestr Groot achtb: onderdaanige en trouwschuldige Dienaar /was get:/ I: A: Scheidz /in margine/ Torka den 10: December 1790. Waarna de Heer Goeverneur vervolgden dat daar uit klaar bleek, dat de Koning niet anders zoekt, dan de komparie door goede belof„ „ten te paien, zonder voorneemens te zijn voor reekening van het ten einde loopende jaar meer peper dan de voorsz: quantiteit te leeveren. Dat men teegen deeze handelwijze van den Koning wel met alle recht op de formeelste wijze kost protesteeren, maar dat deeze Vergadering tot dat uiterste middel niet bevoegd was te hreeden zonder voorafgaande qualifikaatsie van de Hooge Regeering se Batavia; dat zijn Edele van goeder hand geinformeerd was, dat er geen oude peper meer bij den Koning in voorraad was, doch dat de Oegst van de nieuwe in de aanstaande maand Januari weder stond te beginnen, en dat men derhalven behoorde te trachten den Koning daar toe te brengen, dat daarvan een goede partij voor reekening van het oude jaar aan de Komp: geleeverd wierd, zijnde dit thans het eenigste middel, hetwelk noch over„ „schoot, om in dit aangeleegen stuk eenige verbeetering de weege te brengen, waar toe zijn Edele mitsdien proponeerde, Gekom„ „mitteerden aan den Koning te zenden, ten einde zijne Hoogheid daartoe te persuadeeren. Accordeerd. Waarop gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan, met de proposietsie van den Heer Goeverneur ten vollen te konformeeren, en tot deeze kommissie te benoemen den Resident van Porka Johan Andries scheidz in het Opperhoofd van Koilang Johan „nes Bos, mitsg=s den eerstgenoemden herwaards te ontbeeden, oon „e daar toe noodige instruktie en brieven te ontvangen. De Bedienden van koilang in voldoening aan de resoluutsie deezer tafel van den 20=e November Jol: bericht hebbende, dat de Room „sche gemeente in 'skomp=s limiet te Koilang verklaard heeft geen pretentsie te hebben aan de schatkist vande kerk van Olikare en ook geen gemeenschap voortaan met de Broederschap Zee conceicao te willen onderhouden: zoo is verstaan gem: Bedienden te gelasten voorm: schatkist aan de kerk van Olikare behoorlijk te laaten overgeeven, en de Roomsche gemeente, Onderdaanen van de Komp: aan te beveelen, in 't vervolg zich in geene vreemde Broeder„ „schappen intelaaten, maar zich alleen aan de hen gepermitteerde eigene kerk te houden, tot voorkooming van alle moeilijk„ „heeden met de Roomsche Priesters en met de Christen Onderdaa„ „nen van den koning van Trevankoor te Koilang. Aldus gedaan, Geresolveerd en gearresteerd in Raade van Malabaar ter stede Koetsieon, ten dage, maand en jaare voorn=d /:was gete:/ I: G: Van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: Van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haiften, Arnold„s Lunel en J: A: Eversdijck„ waarop Arnold Lunel sekret:s: 40 Woensdag den 22:' December 1790. — Praesent. De Weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer Raad Ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, DE: Heer Opperkoopman, secunde en Hoofdadminist=r Jan Lambertus Van Spall, DE: Majoor en Hoofd der Milietsie, Godlieb George Gebhardt, DE: Koopman, Fiskaal en Kassier M=r Jan Willem Hendrik Van Rossum, DE: Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellarius, DE: Onderkoopman en Dispencier, Willem Van Haeften, DE: Onderkoopman en Porkasche Resident Johan Andries Scheidz, DE: Onderkoopman, en sekretaris van Polietsie Arnoldus Lunel en D6: p=l soldij Boekhouder, Iacobus Adrianus Eversdijck. Werd door den Heer Goeverneur in Vergadering overgelegd en geleesen den brief, die; volgens sekreete Resoluutsie van den 13=e deezer, met de Gekommitteerde Leden deezer Vergadering D E: Johan Andries scheidz en Johannes Bos aan den koning van Trevankoor diend afgezonden te werden, zoo mede de schriftlijke Jnstruksie voor gem: Gekommitteerden, luidende beide die papieren als volgd: Koncept brief door den Weledelen Groot„ „achtbaaren Heer Goeverneur en Direkteur Johan Gerard Van Angelbeek, aan den Koning van Trevankoor geschreeven den 22 December 1790. Toen ik den brief ontving, dien uw Hoogheid met Salvador Netto Tolk van Koilang en Ramasuami, kannekapoele aan mij ge= Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar ter stede Koetsiem „zonden
English
sent, I flattered myself that an ample quantity of pepper would be delivered to the Company, because Your Highness assured me that all pepper collected at Porka would be delivered to the Company. I therefore leave Your Highness to judge for yourself how great my astonishment must have been when the ship found no more than a large 354 kandijlen or 175715 lb of pepper at Porka, and thus returned practically empty. The statement of Your Highness that much pepper was lost during the invasion of Tijpde I do not wish to call into question, but that pepper was from the northern lands of Your Highness, from which Your Highness has delivered nothing to the Company for many years now, and this therefore has no relation to the pepper that comes from the old southern provinces, from which Your Highness is obliged according to contract to deliver 3000 kandijlen a year; and Your Highness would have been capable of this as well, notwithstanding the invasion of Tepoe, for those old lands have recently yielded a large quantity. However, Your Highness has seen fit to sell the same in whole shiploads to foreign European nations, which is contrary to the clear contents of the treaty. The pretense of Your Highness that this was done by the servants without Your Highness's prior knowledge is unacceptable, for I, who have been Governor here for ten years and thus fully know the government and establishment of the princes, am convinced that no servant has the power, or would dare take it into his head, to sell a single bundle, and much less whole shiploads, without the prior knowledge and without the express order of Your Highness or your Divan. I am therefore, however reluctantly, once again obliged to confer with Your Highness through commissioners concerning this most weighty matter of the pepper delivery, and to admonish you to continue the delivery on account of the year 1790. I consequently send the gentlemen Johan Andries Scheidz, Junior Merchant and Resident of Porka, and Iohannes Bos, Chief of Koilang, both members of the Council, thither to summon Your Highness most emphatically to a better observance of the treaty, and especially to urge that the pepper delivery for the year 1790 be continued from the latest harvest that is now beginning, and that such haste be made with this that the ship which is to come from Kolumbo for that purpose may be fully laden therewith, in order to still serve for the voyage to Europe. This is the only means that still remains now to give the Company some satisfaction in this matter. The pepper that has once been delivered to foreign nations Your Highness cannot recover; but the pepper that is now growing, and the gathering of which is now beginning, is in Your Highness's power to deliver to the Company, and regarding this the aforementioned gentlemen commissioners will confer further with Your Highness. The servants of Your Highness at Koilang de Sima have had the audacity to take a ballang belonging to our inhabitants out of the boundary at night. I request Your Highness to punish them for that act of violence, to which they have no right, to forbid such things for the future, and to have the vessel returned. Chief Bos will inform Your Highness further of the circumstances.
Dutch transcription
41 „zonden heeft, vlijde ik mij dat aan de Komp: een ruime quam„ „titeit peper zoude geleeverd worden, door dien Uw: Hoogheid mij verzeekerde, dat alle peper die te Porka verzameld wierd aan de Komp: zoude geleeverd worden. Ik laat Uw Hoogheid dus zelve oordeelen, hoe groot mijne verwondering gewegt zij, toen het schip te Porka niet meer als groote 354. kandijlen of 175715. lb peper vond en dus genoegzaam ledig te rug gouamn„ De opgaave van Uw Hoogheid, dat bij den irval van Tijpde veel peper verlooren was, wil ik niet in twijffel trekken, doch die peper is dus uit de noordelijke Landen van uw Hoogheid geweest, waar van uw Hoogheid nu in veele jaaren niets aan de Komp. geleeverd heeft, en dit heeft dus geen betrekking tot de peper, die in de oude zuidelijke provincien valt, waar van uw Hoogheid volgens kontrakt verplicht is 3000: kandijlen 's jaars te leeveren, en hier toe was uw Hoog „heid ook in staat geweest, on aangezien den inval van Tepoe„ want die oude Landen hebben, jongst een groote meenigte op„ „geleeverd; doch uw Hoogheid heeft kunnen goedvinden dezelv aan vreemde Europeesche Naatsien bij heele Laadingen te verkoopen, het geen met den klaaren inhoud van het Trak„ „taat strijdig is; het voorgeeven van Uw Hoogheid dat dit geschied was door de Bedienden zonder Uw Hoogheid voorkennis, is onaanneemelijk, want ik die hier tien jaar Goeverneur ben, en dus de Regeering en inrichting van de vorsten ten vollen kenne, ben overtuigd, dat geen B=e „diende de macht heeft, of in zijn gedachten durft nee„ „men een enkeld pak en veel minder heele scheeps= „laadingen te verkoopen, zonder voorkennis en zoon den expresse order van Uw Hoogh=t of deszelfs Divan, Ik ben dus, hoe ongaarne ook, al weder genoodzaakt, uw Hoogh=td over dit allerwichtigst stuk de peper leverantsie door gekommitteerden te onderhouden, en tot het voortzetten van de leverantsie voor reek: van het jaar 1790. te vermaanen, en zende derhalven de Heeren Johan Andries Scheidz, Onderkoopman en Resident van Porka, en Iohannes Bos, Opperhoofd van Koilang„ beide Leden in den Raad naar derwaards, om uw Hoogh=d op het nadruklijkst tot beetere onderhouding van het Trak„ „taat te summeeren en speciaal daar op aante dringen, dat de peper leverantsie voor het jaar 1790. voortgezet worde uit den nieuwsten Oegst, die thans begind, en dat daar mede zoo veel spoed gemaakt worde, dat het schip, hetwelk tot dat einde van Kolumbo staat te koomen, daar mede vollaaden. worde, om noch tot de reize naar Europa te kunnen dienen. Dit is het eenigste middel, hetwelk nu noch overschiet om de komp: in dit stuk eenige voldoening te geeven. De peper, die eens aan de vreemde Naatsien geleeverd is, kan Uw. Hoogh=d niet te rug bekomen; doch de peper, die nu rijst, en waar van de inzaam thans begind, is in uw Hoogheids macht aan de Komp: te leeveren, en hier over zullen voorm: Heiren Gekommitteerden uw Hoogh=d nader onderhouden, De Bedienden van Uw Hoogh=d te Koilang de Sima hebben. de stoutheid gehad een Ballang van onze Jnwooners 's nachts uit de Limiet te haalen. Jk verzoeke uw Hoogh=d dezelven over die geweldenaarij, daar zij geen recht toe hebben, te straffen, zulx voor den aanstaande te verbieden en het Vaartuig te rug te laaten geeven; het Opperhoofd Bos zal uw Hoogh=t van de omstandigheeden nader onderhouden. expresse wijl
English
Because the Company's garden at Groot-Enawike has not been returned up to now, notwithstanding that Your Highness promised this to the Commissioners Cellarius and Eversdijck, I therefore request that this now take place at once. At Porka, the Moors wish to build a vessel, and for that purpose they have erected a tent on the beach next to the Residency, at the place where the shipping of the pepper takes place and where the Company must dry the pepper, which sometimes gets wet during shipping, and the cowhides, which are thus hindered by this. I request Your Highness to give orders at once to Porka that this must not occur, regarding which the Commissioners will give Your Highness further elucidation, and will also have the honor to deliver a small gift on behalf of the Company. Instruction for the Honorable Members Johan Andries Scheidz, Junior Merchant and Resident of Porka, and Johannes Bos, Junior Merchant and Chief of Koilang. Honorable, Valiant, Discreet Sirs, By the Resolution of the 13th of this month, you were appointed to undertake a mission to the King of Travancore, in order to make the necessary representations regarding the poor pepper delivery, and this serves to instruct you further for that purpose, whereto a copy of the letter to the King of today's date is also provided to you. In the first place, you must represent to the King in the strongest possible manner how Your Highness, so very contrary to all expectation, has failed to fulfill the delivery, contrary to the clear letter of the Treaty and contrary to his repeated promises made in various letters and on other occasions, whereby His Highness has likewise also left unfulfilled his promise made in the latest purchase contract of Aikotte and Kranganoor, that he wished annually to offset an installment of the purchase money against the delivery, so that His Highness, instead of that, after deducting the 175760 lb delivered at Porka, is still 6: 3510: rupees in arrears to the Company for the year 1790. In the second place, you must concisely refute the excuses that much pepper had been lost during the capture of the Lines, by demonstrating that the pepper in the Northern lands might well have been lost, but that the Southern lands had remained unmolested, from which His Highness was obligated to supply 3000 kandyl annually, and that this could easily have taken place this time as well, had that pepper not been sold to foreign nations, which was contrary to the clear contents of the contract. And this article must be insisted upon with emphasis, with the refutation of the excuse that some pepper had been sold by the servants and that he had stopped this, for which you will find the argument in the letter, which you must argue further, pointing out that whole cargoes were openly delivered to the two Portuguese ships, which could not possibly have taken place without His Highness's consent and knowledge.
Dutch transcription
42 Wijl 'skomp:s tuin te groot eNiwike tot nu toe niet te rugge= „geeven is, niet tegenstaande uw Hoogheid zulx aan de Heeren Gekommitteerden Cellarius en Eversdijck beloofd heeft: zoo verzoeke ik dat dit thans ten eersten geschiede. Te Porka willen de Mooren een vaartuig bouwen, en hebben daartoe een Mandoe opgeslaagen aan het strand bezijdende Residentsie; ter plaatse daar de afscheep van de peper geschied„ en waar de Komp: de peper, die somtijds bij 't afscheepen nat word en de koehuiden droogen moet, die daar door dus belemmerd word Jk verzoeke Uw Hoog h=d ten eersten naar Porka order te geeven, dat zulx niet geschiede, waar omtrend de Gekommitteerden Uw Hoogh=ts nadere elucidaat zullen geeven, en tevens d' eer hebben een kleen geschenk uit naame van de Komp= over te geeven: Instruksie voor d' E=d Leden Johan Andries Scheidz Onderkoop„ „man en Resident van Pooka en Johannes Bos, Onderkoopman en Opperhoofd van Koilang Erntfesten, Manhaften, Diskreeten. Uw Ed=s zijn bij Resoluitsie van den 13=e deezer benoemd tot het afleggen van eene kommissie bij den Koning van Tre„ „vankoor, om nopens de slegte peper leverantsie het noodige voortestellen, en deeze diend om uwed: daar toe nader te instrueeren, waar toe Uwed=s teffens eene kopij van den brief aan den Koning van heedigen datum word meede gegeeven. Jn de eerste plaats moeten Uwed=s den Koning op het nada Jn de tweede moeten UwEd=s de uitvluchten, dat bij de verove „ring der Linie veel peper verlooren gegaan was, bondig wederleggen met aantetoonen; dat de peper in de Noordlyke Landen wel kost verlooren zijn, doch dat de zuidlijke Landen ongemolesteerd gebleeven waaren, waar uit zijn Hoogh=ds verplicht was jaarlijx 3000: kandijl te voldoen, en dat dit ook ditmaal maklijk had kunnen geschieden, bij aldien die peper niet aan vreemde Naatsien verkocht waare, hetwelk tegen den klaaren inhoud van het kontrakt streed, en dit artikel moet met nadruk aangedrongen worden, met wederlegging van de uitvlucht dat door de Bedienden eenige peper verkocht was, en dat hij zulx gestaakt had, waar toe uwEd=s het argument in den brief vinden, hetwelk Uw Ed=s nader moeten betoogen, met de aanwijzing dat aan de twee Portugeesche schepen heele Laadingen opendlijk afgeleeverd zijn, het geen zonder zijn Hoogh=ds toestemming en kennis onmogelijk „lijkst voorstellen, hoe zijn Hoogheid zoo zeer tegen alle verwachting in gebreke gebleeven is aan de leverantsie te voldoen tegen den klaaren letter van het Traktaat en tegen zijne herhaalde beloften bij verscheidene brieven en andere geleegenheeden gedaan, waar door zijn Hoogheid tevens ook zijne belofte onvervuld gelaaten heeft, bij het jongste koop kontrakt van Aikotte en Kranganoor gedaan, dat hij jaar „lijx een termijn van de kooppenn: met de leverantsie wilde vereevenen: zoo dat zijn Hoogheid in steede van dien, na aftrek van de te Porka geleeverde 175760 lb: noch 6: 3510: rop: aan de komp: voor het jaar 1790. ten achteren staat. „lijkst had
English
had could have happened. In the third place, Your Honors must try to induce the King to continue the delivery for this expiring year from the new crop, the harvest of which is now beginning, and to deliver at Porka a cargo for a ship that will come from Ceilon for that purpose; this is the main point and must be insisted upon most strongly; first on a full cargo, and finally at least on as much as the King still owes for the year 1790, which according to the enclosed specification is 63510 ropias, for which 488540 lb, or a round sum of 1000 kandijl, ought to be delivered. The King's servants at Koilang de Sima have seized a vessel of our inhabitants by night from within our limits, and the Meelbiseripoekaar refuses to return it; Your Honors must complain to the King about this and request that the perpetrators be punished, since they have no right to such violence, and to prohibit such things in the future and have the vessel returned. Your Honors must also make known to the King that the Company's garden at groot Aiwike has not been returned up to now, and request His Highness to have this done as soon as possible. The Moors at Porka wish to build a vessel, and for that purpose have erected a Mandoe on the beach south of the Residency, at the place where the shipping of pepper takes place, which was hindered thereby; Your Honors must also complain about that to the King, and request him to give orders at once that such shall not happen. The gifts which Your Honors present on this occasion, and which are also given for distribution among the court dignitaries, are listed on the accompanying list and amount to: To the King - - - - - - - Rop:s 332: 43: — and to the court dignitaries - - - - - - - 112: 24: —. Thus together Ropias 445: 19: — Leaving the rest to Your Honors' discretion, I wish Your Honors a good journey and remain with respect, /signed below/ Steadfast, Valiant, Discreet, /lower/ Your Honors' Good friend /was signed:/ J: G: Van Angelbeek. /in margin/ Koetsiem the 22 December 1790. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to conform fully thereto. After resumption of a draft of gifts which, according to custom, ought to be presented to the King, it was approved and agreed to approve the same and insert it here. Draft of gifts to the King of Trevankoor by the Gentlemen Scheidz and Bos, namely: Purchase price. Selling price. 1 Roll of Chinese fabric - - - rop:s 80: —: rop:s 80: —: 2 Botidaars - - - - - - - - 80: —: 80: —: 2 Double armozines - - - - - - - 30: —: 30: —: — 5 lb mace - - - - - - - - 2: 5: 45: —: —: 5 lb nutmegs - - - - - - - - —: 20: 35: —: —: 5 lb cloves - - - - - - - - 1: 25: 17: 24: 1 piece fine gilded musket - - - - 26: 5: 45: 19: —: Total Rop=s 220: 7: rp:s 322: 43: — To the court dignitaries of the King of Trevankoor, to be distributed in small lots: 4 Armozines - - - - - rop:s 60: —: rep:s 60: —: 15 lb cloves - - - - - - 4: 26: 52: 24: Total 64: 26: 112: 24: — Together Ropias 284: 33: rbp: 445: 19: —: Koetsiem the 22nd of December 1790. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabaar, at the City of Koetsiem, on the day, month, and year aforementioned. /was signed:/ I: G: van Angelbeek, J: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: Van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haeffen, Arnold=s Lunel, and J: A: Eversdijck. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. Tuesday the 11th of January 1791. Present: The Honorable, Right Worshipful, High and Mighty Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Jan Lambertus Van Spall, The Major and Head of the Military Godlieb George Gebhardt, The Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Jan Willem Hendrik Van Rossum, The Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, The Junior Merchant and Provision Master Willem van Haeffen, The Junior Merchant and Resident of Porka Iohan Andries Scheidz, The Junior Merchant and Secretary of Police Arnoldus Lunel, and The Provisional Pay Bookkeeper Iacobus Adrianus Eversdijck. Read was the written report of the Honorable Members Johan Andries Scheidz and Iohannes Bos, who, pursuant to and in fulfillment of the secret resolution of the 13th and 22nd of December last, conferred with the King of Trevankoor regarding the delivery of pepper and other matters, as well as the translation of the King's reply to the letter from the Lord Governor written to His Highness with the aforementioned commissioners, both reading as follows: To the Honorable, Valiant, Right Worshipful Lord Johan Gerard van Angelbeek, Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Malabaar Coast. Honorable, Valiant, Right Worshipful, High and Mighty Lord! In execution of the commission entrusted to us by the accompanying Secret Resolution taken in the Council of Malabaar,
Dutch transcription
43 had kunnen geschieden. Jn de derde plaats moeten uwEd=s tragten den koning te disponeeren, dat hij van het nieuw gewas, waar van de in„ „zaam thans begind, de leverantsie voor dit ten einde loopen Jaar voortzette, en te Porka eene laading voor een schip leevere, het welk tot dat einde van Ceilon koomen zal; dit is het hoofdpunt en daarop moet het sterkst aangedrongen worden; eerst op een volle laading, en eindelijk op ten min „sten op zoo veel als de Koning nu noch schuldig is voor het Jaar 1790:, zijnde volgens neevensgaande aan wijzinge 63510: ropias, waar voor 488540: lb of een ronde som van 1000: kandijl diend geleeverd te worden. De Bedienden van den Koning te Koilang de Sima hebben een vaartuig van onze Jnwooners snachts uit onze Limiet gehaald, en de Meelbiseripoekaar weigerd hetzelve terug te geeven; uwEd=s moeten bij den Koning daar over klaagen en verzoeken, dat de Daaders gestraft worden, wijl ze tot die geweldenaarij en geen recht hebben, en zulx voor den aanstaan„ „de te verbieden en het vaartuig te laaten geeven, Ook moeten Uw Ed=s aan den koning te kennen geeven, dat 'skomp=s tuin te groot Aiwike tot nu toe niet te rug gegeeven is, en zijn Hoogheid verzoeken zulx ten eersten te laaten doen. De Mooren te Porka willen een Vaartuig bouwen, en hebben daartoe een Mandoe opgeslaagen aan het strand bezueden de Residentsie, ter plaatse daar de afscheep van peper geschied, die daar door belemmerd wierd; uwEd=s moeten daar over ook bij den Koning klaagen, en verzoeken ten eersten order te stellen, dat zulx niet geschiede De Geschenken, die uwEd=s bij deeze geleegenheid aanbieden, en die tot verdeeling onder de Hofsgrooten mede gegeeven worden staan bij nevenstaande Lijst vermeld en bedraagen aan den -. - - - - Rop:s 332: 43: — Koning en aan de Hofsgrooten - - - - - - - „ 112: 24: —. Dus te Zaamen Ropias. 445: 19: — Het ovrige aan UwerEd=s beleid overlaatende, wensche ik Uwed: een goede reize en blijve met achting /onderstond/ Erntfesten, Manhaften, Diskreeten /lager/ Uwered: Goede vriend /was gete:/ J: G: Van Angelbeek. /in margine / Koetsiem den 22 December 1790. Waarop gedelibereerd zijnde, zoo wierd goedgevonden en verstaan, zich daar mede ten vollen te konformeeren. Na resumsie van een Projekt van Geschenken, die volgens gewoonte aan den Koning dienen afgelangd te worden, is goedgevonden en verstaan, hetzelve te approbeeren en hier te insereeren. Projekt geschenk aan den Koning van Tre„ „vankoor door de Heeren scheidz en Bos, als: Inkoops. Uitkoops. . rop:s 80: —: rop:s 80: —: 1: Rol Chinasche stof- - - - „ 80: —: „ 80: —: 2: Botidaars. - - - - 2: Armozijnen dubbelde - - - - - - - „ 30: -: „ 30: —:— - - - „ 2: 5: „ 45: —: —: 5: lb foelie - - - - - - – – – „ —: 20: „ 35:—: —: 5 „ Nooten - 5 „ Nagulen - 1: p=s snaphaan fijn vergulde - - somma Rop=s 220:7: rp„s 32: 13:— Aan den Hofsgrooten van den Koning van Trevankoor, om bij klijne parthijen verschonken te worden. rop:s 60—: rep:s 60:—: 4: Armozijnen - - „ 4: 26: „ 52: 24: 15: lb Nagulen - - 64: 26: „ 112: 24: —: r „ Te saamen Ropiaj 284:33 rbp: 445: 19:—: Koetsiem den 22=e December 1790. — – – – – – – „ 1: 25: „ 17:24: „ 26: 5: „ 45: 19:—: - Aldus - „ nu 44 Aldus gedaan, geresolveerd en gearresteerd in Raade van Malabaar, ter Stede Koetsiem, ten dage, maand en jaare voormeldt. /:was gete:/ I: G: van Angelbeek J: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: Van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haesten Arnold=s Lunel en J: A: Eversdijck Accordeerd. Arnold Lunel sekret:s Dingsdag den 11=e Januari 1791. Praesent De Weledele Gestrenge Grootachtbaares: Raad Ordinair van Nederlandsch Indien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, DE: Opperkoopman, Secunde en Hoofdadministrateur Jan Lambertus Van Spall, DE: Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt, DE: Koopman, Fiskaal en Kassier M=r Jan Willem Hendrik Van Rossum, DE: Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellarius, DE: Onder koopman en Dispencier Willem van Haeffen, DE: Onderkoopman en Resident van Porka Iohan Andries Scheidz, DE. Onderkoopman en sekretaris van Polietsie, Arnoldus Lunel, en D6: p=l soldijboekhouder Iacobus Adrianus Eversdijck. Is geleezen het schriftelijk Rapport van d' E=d. Leden Johan Andries scheidz en Iohannes Bos, die ingevolge en ter voldoening aan de sekreete Resoluuitsie van den 13 en 22 December Jol: den Koning van Trevankoor over de peper leveransie en andere zaaken onderhouden hebben, zoo mede de vertaaling van het antwoord van den Koning op den brief van den Heer Goeverneur met gem: Gekommitteerden aan zijn Hoogheid geschreeven, luidende beide als volgd: Aan den Weledel: Gestr: Grootachtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Ordinair van Nederlandsch Jndia, Goever„ „neur en Direkteur ter kuste Malabaar. Weledele, Gestrenge Grootachts Hooggebiedende Heer! Ter navolging van de aan ons opgelegde kommissie bij nevens Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar gevoegde
English
45 attached instructions dated 22nd December 1790: on the 27th following, at two o'clock in the afternoon, we departed over land from Koilan, and arrived towards evening at six o'clock at Eddawa, from where we traveled on the following day and arrived towards midday at Ansjenga; arriving there, we learned that the King of Trevankoor had not yet arrived at Tiroewandapoeram, but that His Highness was expected there daily, so on the 29th following, at midday, we undertook the journey and arrived towards evening at Kaniarie; arriving there, we learned that the King had already arrived two days ago at Tiroewanandapoeram, whereupon we undertook the journey after midnight at two o'clock and arrived at Walliatorre before daybreak. After our arrival, we sent the interpreter with some gifts to the Court to request an audience, which was granted and scheduled for early the following morning. On 31st December, towards the appointed time and hour, we proceeded to the Court, where we found the King standing, who invited us to sit, for which purpose two chairs were placed for us and one for His Highness. Beside His Highness stood the Secretary, along with some servants at a certain distance. After the usual compliments were exchanged, and the presents together with our letter of credence were handed over, we began the conference with statements: 1. How His Highness, contrary to all expectation, has failed to fulfill the delivery of pepper, and this contrary to the clear letter of the treaty and contrary to His Highness's repeated promises made in various letters and on other occasions. His Highness stated in response to this: how His Highness has the reputation of selling pepper to foreign nations, and although His Highness stated the contrary, people will nonetheless not believe it; but that the pepper produced in His Highness's lands is being considerably smuggled, whereby His Highness has been unable this time to deliver more pepper than what has been done up to now; that His Highness is even still indebted to the English Company for 450 candeels of pepper which has remained unpaid up to now, while His Highness has received writings from the chief pepper supplier that there are no more than 7 to 8 candeels remaining, which His Highness has recently had brought for daily consumption in this region. 2. We stated how His Highness, by failing to make the proper annual delivery of pepper, has at the same time also left unfulfilled His Highness's promise made in the latest purchase contract of Aikotta and Kranganoor, that His Highness wished to settle an installment of the purchase money annually through the delivery, so that His Highness, instead of doing so, after deduction of the 351 candeels delivered at Porka, remains in arrears to the Company for 63,510 rupees for the year 1790. Upon this, His Highness stated that he knew very well that he was a debtor to the Honorable Company with respect to Kranganoor and Aikotta, and also that it ought to be paid, but that His Highness is heartily sorry this installment of
Dutch transcription
45 gevoegde Instruksie de dato 22=e December 1790: zijn wij den 27: daar aan 's middags ten twee uuren over land van Koilan vertrokken, en tegens den avond te ses uuren op Eddawa aange „koomen, van waar wij's anderen daags voortgereist, en tegens de middag te Ansjenga gearriveerd, aldaar koomende vernaamen wij, dat den koning van Trevankoor noch niet te Tiroewanda „poeram aangekoomen, doch dat zijn Hoogheid daar dagelijks verwacht wierd, dus hebben wij den 29: daar aan 's middags de reize ondernoomen en tegens den avond te Kaniarie aange„ „koomen, aldaar koomende vernaamen wij, dat den Koning bereets twee dagen te Tiroewanandapoeram: gearriveert was, waarop wij na middernagt ten twee uuren de reize ondernoo„ „men en voor het aanbreeken van den dag op walliatorre zijn aangekoomen. Na onze aankomst zonden wij den Jolk met eenige Geschen„ „ken naar het Hof om audientsie te verzoeken, dewelke toegestaan en bestemd wierd tegens den anderen dag 's mor„ „gens vroeg. Den 31. December tegens de bestemde tijd en uur vervoegden wij ons naar het Hof, alwaar wij den koning staande vonden, die ons tot zitten noodigde, waarvoor gesteld waaren twee stoelen voor ons en een voor zijn Hoogheid Ter zijde van zijn Hoogheid stond den Sekretaris beneevens eenige Bediendens op een zeekeren afstand. Nadat de gewoonlijke plichtpleegingen afgelegd, en de presentien nevens onze Geloofs brief overgegeeven waaren, begonnen wij de konferentsie met betuiging. 1. hoe zijn Hoogheid tegen alle verwagting in gebreeke gebleeven is aan de leverantsie van peper te voldoen, en zulx tegen den klaaren letter van het Trascaat en tegen zijn Hoogheids „heeden gedaan. zijn Hoogheid betuigde hier op: hoe zijn Hoogheid de naam heeft, dat denzelven de Peper aan Vreemde Natien verkoopt, en schoon zijn Hoogh=t het tegendeel daarvan betuigde, men echter geen geloof daar aan slaan zal, doch dat de peper in zijn Hoogheids landen vallende konsiderabel gesmokkeld word, waar door zijn Hoogheid buiten vermoogen is ge= „weest, ditmaal meer peper te leeveren, dan het geen tot als nog geschied is: dat zijn Hoogheid zelfs aan de Engelsche komp: nog 450: kandijlen Peper schuldig en tot als nog on„ „voldaan gebleeven is, terwijl zijn Hoogheid van de hoofd peper Leveransier schrijvens ontvangen heeft, dat 'er niet meer dan 7: â 8: kandijlen overig is, dewelke zijn Hoogheid dezer dagen tot de dagelijkse konsumpsie in deeze kontrije heeft doen brengen. 2: Betuigden wij hoe zijn Hoogheid door het in gebreeke blijven van de behoorlijke Jaarlijkse leverantsie van peper teffens ook zijn Hoogheids belofte onvervuld gelaaten heeft, by het jongste koop kontrakt van Aikotta en Kranganoor gedaan, dat zijn Hoogh=t jaarlijks een termijn van de koop penn: met de leverantsie wilde vereffenen, zoo dat zijn Hoogheid in steede van dien, na aftrek van de te Porka geleeverde 351: kandijlen nog 63510: Prop:s aan de Komp„e voor het jaar 1790: ten agteren staat. Hierop betuigde zijn Hoogheid zeer wel te weeten, ten opzigte van Kranganoor en Aikotta een schuldenaar van DE: Komp: te zijn, en teffens ook, dat het diende betaald te worden, doch dat het zijn Hoogh=d van herten leed doed het termijn van herhaalde beloften, bij verscheidene brieven en andere geleegen„ herhaalde dit
English
46 could not discharge this year according to His Highness's made promise, and nevertheless wished that this would happen the sooner the better, so that in case of His Highness's need for cash, further recourse could then be taken with the Company, and that His Highness will thus strive to fulfill this in the future. Note: since His Highness made no mention regarding the loss of the pepper during the capture of the Lines by Tipu, we also left that point untouched. 3. We requested that, for the reasons cited above, His Highness would be pleased to approve continuing the delivery for the year 1790 from the new crop, and to have a cargo delivered at Porka for a ship which will arrive shortly from Ceylon for that purpose. His Highness declared in this regard that he will immediately send orders to the chief pepper supplier to have a good quantity from the new crop delivered to the Company on account of the aforementioned year, but that they will not be able to begin with this before the coming month of February, as the harvest will only then commence. Whereupon we declared that it is known for certain that the harvest of the new crop has already begun, and that we therefore most earnestly request His Highness to give a firm commitment that within a short, fixed time the Company will obtain a good shipload, since otherwise the ship will have to return empty-handed to the great detriment of the Company. His Highness declared upon this that he could fix neither the time nor the quantity, but that he will have letters written to all the administrators, and will also inquire of the first pepper writer, who is expected at His Highness's at any moment, about the quantity that has already been collected, and will give an answer regarding this before our departure. The point of the pepper delivery having been handled thus far, we further made known to His Highness: how the servants at Koilan de Sima quietly had a vessel belonging to an inhabitant from our limits taken away while it lay on the water early one morning, and that the Melbijaarpikaaren refused to return the same upon the requisition of the Resident, so that we lodge complaints regarding this with His Highness and request that the perpetrators be punished, since they have no right to such acts of violence, and to prohibit such things for the future, and furthermore to have the vessel returned. His Highness declared that the conduct of the Melbijaarpikaaren at Koilan de Sima displeased His Highness greatly, and that he will not only reprimand him regarding this, but also give orders that the vessel be returned immediately, and also, at the request of the Resident, agreed to send an Ola along with a person with us for that purpose. While His Highness further declared that the Resident has no need to trouble Your Honourable Right Worshipful with such trifles, but rather to write directly to His Highness as before, in which case His Highness will not fail to give reasonable satisfaction, whereupon the Resident declared that since His Highness his such
Dutch transcription
46 dit jaar volgens zijn Hoogh=dts gedaane belofte niet heeft kunnen afleggen, en echter winschte, dat zulx hoe eerder hoe liever geschiede, ten einde als dan bij zijn Hoogh=ts verleegen„ „heid om kontanten nader toevlucht bij de Komp: te kunnen neemen, dat zijn Hoogh=d dus in het vervolg zal trachten daar aan te voldoen. Nota: vermits zijn Hoogh=d niets gerept heeft wegens het verliesen van de peper bij de verovering der Linie door Tipoe, hebben wij dat poinct ook onaangeroerd gelaaten. 3. Verzogten wij, dat zijn Hoogh=d om vooren aangehaalde reedenen geliefde goed te vinden, van het nieuwe gewas de leverantsie voor den Jaare 1790. nog voorttezetten, en te Porka eene laading voor een schip te doen leeveren, het welk tot dat einde eerstdaags van Ceilon koomen zal. zijn Hoogheid betuigde ten deezen ten eersten aan den hoofd peper leverantsier order zal zenden, om van het nieuwe gewas nog voor reekening van het bovengem: Jaar een goede quantiteit aan de Komp: te doen leeveren, doch dat daar„ mede niet eerder zal kunnen beginnen, dan in de maand Februari aanstaande, alzoo den inzaam als dan maar eerst een aanvang neemen zal. Waarop wij betuigden, dat men zeeker weet, dat met den inzaam van het nieuw gewas alreets begonnen is, en dat wij dus zijn Hoogh=d op het ernstigste verzoeken vaste toezegging te willen geeven, dat binnen een korte bepaal„ „de tijd de Komp: een goede scheeps lading bekomen zal, vermits anders het schip onverrichter zaake weder zal moeten te rug keeren tot groot onadeel van de Komp=e zijn Hoogh=d betuigde hierop, nog de tijd, nog de quantiteit vast te kunnen bepaalen, maar wel aan alle de Admi„ „nistrateurs zal laten schrijven, en van de eerste peperschrijver /:die alle ogenblikken bij zijn Hoogh=d verwagt word / teffens. verneemen na de quantiteit, die reeds ingezaameld is, en derwegens voor ons vertrek beschijd geeven zal. Het poinct van de Peper leverantsie tot dus verre afgehandeld zijnde, gaven wij Voorts zijn hoogh=ds te kennen: hoe de Bedienden te Koilan de Sima een vaartuig van een Jnwooner uit onze limiet, terwijl het op een vroegen morgen op het water lag, stilletjes hebben laaten wegbrengen, en dat den Melbijaarpikaaren op de requisietsie van het Opper„ „hoofd geweigerd heeft, hetzelve terug te geeven, dus wij derwe„ „gens bij zijn Hoogh=d bezwaaren en verzoeken, dat de Daaders gestraft worden, wijl ze tot zulke geweldenarijen geen recht hebben, en zulx voor den aanstaande te verbie„ „den, en voorts het vaartuig terug te laaten geeven. zijn Hoogh=d verklaarden, dat het gedoente van den Melbijaarpi= „kaaren te Koilan de Sima zijn Hoogh=d zeer mishaagde, den „zelven derwegens niet alleen korrigeeren, maar teffens order geeven zal, dat het vaartuig ten eersten te ruggegeeven worde, en teffens op het verzoek van het Opperhoofd aangenoomen een Oly benevens een Persoon daartoe met ons meede te zullen geeven. Terwijl zijn Hoogh=d verder betuigde, dat het Opperhoofd niet noodig heeft over diergelijke kleenigheeden Uwweledele Gestr: Groot achtb: lastig te vallen, maar wel gelijk bevoorens direkt aan zijn hoogh=d te schrijven, als wanneer zijn Hoogh=d niet nalaaten zal billijke satisfaksie te geeven, waarop het Opperhoofd betuigde, dat vermits zijn hoogh=d zijn zoodanig
English
47 so pleases, he will try to make use of His Highness's generosity. Furthermore, we made known to His Highness how the Company's garden at great Aiwika has not yet been returned to this day, and requested that this may take place promptly. His Highness expressed surprise that the said garden had not yet been handed over to the Company, since His Highness had already given orders to that effect a long time ago; he declared, however, that since such matters are left to the Divan Kesjoe Poela, His Highness will write to him in the next few days concerning the handover of the said garden. We also made known to His Highness how the Moors at Porka wish to build a vessel, and for that purpose have already erected a mandoe on the beach south of the Residency, at the place where the shipping of pepper takes place, which is obstructed thereby, regarding which objections were also raised with His Highness and a request made to issue orders promptly so that this may not proceed. His Highness promised to send orders promptly to the Ministers at Porka to have the mandoe removed from the place where the Moors wish to build the vessel. In the meantime, His Highness related having knowledge that the King of Koetsiem has obtained in lease from the English commissioner Mr Porneij the lands of Kranganoor northwards, beginning with Koddormotoddo up to Settua, for an annual sum of 40,000 Copij, and which lands previously belonged to the King of Aijroer, Kartamana, and several other petty princes and stood under the supreme sovereignty of the King Sammorijn, subsequently won by force of arms by the Dutch Company and remained as such until the Nabab captured the said lands; that, the matter being so, whether it is possible that the King of Koetsiem would dare to undertake such a thing without the prior knowledge of Your Right Honorable and Highly Esteemed, adding that His Highness will not express himself further on this until such time as His Highness shall have spoken verbally with Your Right Honorable and Highly Esteemed. To this we declared to know nothing of the matter, but that if it pleased His Highness, we would report thereon to Your Right Honorable and Highly Esteemed, to which His Highness agreed. His Highness further continued that the King of Koetsiem, as well as some native merchants, secretly sells the pepper produced in the north in the inland territories to private individuals at 150, 140, to 130 rop:s per kandijl, and that His Highness would gladly see that instead of such smuggling the pepper rather be sold to the Company. To this we declared that the secret export of pepper is nearly impossible, since guard vessels continuously lie in the river at Koetsiem both by day and night to guard against such illicit trade, but His Highness replied that His Highness has sent out two hundred men to prevent it if possible. After which His Highness said that since tomorrow and the day after tomorrow are fasting days, His Highness therefore cannot grant an audience again so soon, but expects us on Monday, at which time His Highness will hand us the reply to the letter from Your Right Honorable and Highly Esteemed, give information on everything, and at the same time grant us our farewell, whereupon we returned home. The 2nd of January 1792. Towards evening the King let it be known, subsequently that
Dutch transcription
47 „zoodanig beliefd, hij van zijn Hoogh=ds edelmoedigheid zal trachten gebruik te maaken. Wijders gaven wij zijn hoogh=d te kennen, ho 'skComp:s tuin te groot Aiwika tot nog toe niet te rug gegeeven is, en verzogten dat zulx ten eersten geschieden mag. zijn hoogh=d verwonderde zich, dat gem: tuin nog niet aan de Komp:s was overgegeeven, vermits zijn hoogh=s al lange daar toe order gegeeven hadde: betuigde echter, dat vermits diergelijke behandelingen aan den Divan Kesjoe Poela overgelaaten is, zijn hoogh=d tot d'overgaave van ged=e tuin eerstdaags aan denzelven schrijven zal. Nog gaaven wij zijn hoogh=d te kennen, hoe de Mooren te Porka een vaartuig willen bouwen, en daar toe reeds een mandoe opgeslaagen hebben aan het strand bezuiden de Residentsie, ter plaatse daar den afscheep van peper ge„ „schiede, die daar door belemmerd worden waar over men al mede bij zijn Hoogh=d bezwaaren en verzoeken ten eersten order te stellen, dat zulx geen voortgang hebben mag. zijn Hoogh=d beloofde ten eersten aan de Ministers te Porka order te zullen zenden, om de mandoe van de plaats daar de Mooren, het Vaartuig willen bouwen, te doen afneemen. Jntusschen verhaalde zijn hoogh=d kennis te hebben, dat den Koning van Koetsiem de landen van Kranganoor aef noordwaards beginnende met Koddormotoddo tot settua toe van de Engelsche kommissaris M=r Porneij in pacht bekoomen heeft voor een jaarlijks som van 40'000: Copij en welke Landen bevoorens behoord hebbende den Koning van Aijroer, Kartamana en meer andere kleene vorstjes en onder de opperheerschappije van den Koning Sammorijn stonder vervolgens door de Hollandsche Komp: met de wapens gewonnen en zoodanig gebleeven is, tot dat de Nabab gem: Landen ver„ „meesterd heeft: dat de zaak zoodanig zijnde, of het mogelijk is, dat den Koning van Koetsiem zulx zoude durven onderneemen, zonder voorkennis van uwweled: Gestr: Groot achtb:s bij voegende, dat zijn hoogh=d zich hier over niet verder zal uitlaaten, tot tijd en wijle zijn hoogh=d met uwweled: Gestr: Groot achtb: mondeling zal gesprooken hebben, Wij betuigden hier op niets van de zaak te weeten, maar indien zijn Hoogh=d behaagde, der wegens rapport aan Uw weled: Gestr: Groot achtb: doen zullen, het geen zijn hoogh=d bewilligde. Noch al vervolgde zijn Hoogh=d, dat den Koning van Koetsiem zowel als eenige Jnlandsche Kooplieden de Peper vallende om de noord in de binnen landen, heimelijk aan partikulieren verkoopt tegens 150: 140: tot 130: rop:s het kandijl, dat zijn Hoogh=ds gaarne zoude zien, dat in plaats van diergelijke smok „kelerijen de peper eerder aan de komp: verkogt worde: Wij betuigden hierop, dat de heimelijken uitvoer van peper bij na onmogelijk is, vermits in de rivier te koetsiem zoowel bij dog als nagt geduurig wagt vaartuigen leggen, om tegens diergelijke sluikerijen te waaken, doch zijn hoogh=d repliceerde, dat zijn Hoogh=d twee honderd manschappen uitgezonden heeft, om des mogelijk 'er in te voorzien. Waarna zijn hoogh=d zeide, dat vermits morgen en overmorgen vasten is, zijn hoogh=d dus zo haast niet weder audien sil geven kan, maar op Maandag ons verwachten, als wanneer zijn hoogh=d. het antwoord op de brief van Uwweled: Gestr: Groot achtb: ons overhandigen, van alles bescheid en teffens ons afscheid geeven zal, waarop wij na huis keerden. Den 2=e Januari 1792. tegens den avond liet den Koning weeten, vervolgens dat
English
48 that His Highness cannot yet speak with us tomorrow, but that this will definitely take place the day after tomorrow. On the 3rd following, before noon, Secretary Lambardi Poelle informed the Interpreter by an ola to come to the Court in the afternoon, as the King wished to speak with him concerning various matters. We instructed the Interpreter, in case it should happen that the King spoke about any matters touching upon our commission, how he ought to conduct himself, and let him depart at the appointed time. Upon his return, he reported to us that the King had made known to us that we had pressed His Highness to have a cargo of pepper delivered from the new crop within a short, specified time; but that a shipload amounts to a large quantity, which is beyond His Highness's power to do, but that His Highness promises to have eight hundred to a thousand kandijlen delivered with all possible speed; and regarding the remaining matters, he refers to what His Highness has promised us, and furthermore expected us to attend His Highness early the next morning. That the Interpreter answered regarding these matters that he would convey His Highness's statement to us, but that in the meantime he knows very well that we have strict orders not only to know the quantity, but also to ask for an assurance of the time at which the pepper shall be delivered. That the King reportedly replied to this that it is not in His Highness's power to determine the time, and also that this was demanding too much of His Highness. On the 4th of Ianuari we returned to the Court and were received by the King just as on the previous occasion. His Highness asked us whether the Interpreter had reported His Highness's words to us. We answered that this was duly done, but that we find ourselves obliged to point out to His Highness that the quantity offered by His Highness is very small; that we may indeed accept above a thousand kandijlen, but not below it; and furthermore that we most emphatically request His Highness to please determine a short period within which the aforementioned quantity shall be delivered to the Company; that this contains the principal point of our commission, and if we do not obtain such an assurance from His Highness, we would not be able to fulfill our duty. Whereupon His Highness declared that, although this cannot very conveniently be done, His Highness nevertheless undertakes to have delivered to the Company the quantity of one thousand kandijlen, rather more than less, within the time of three months, or before the end of the month of March next. We replied to this that we shall then rely on His Highness's royal word, whereupon the King in substance said: I shall set everything aside and particularly ensure that this promise of mine is fulfilled. After which His Highness showed us two written olas, namely one to the Sarwadikariakaar and one to the Melbijarbikaar, containing orders to have the mandu at Porka taken down, and to have the vessel of an inhabitant of our boundary at Koilen returned immediately, which His Highness declared he will have delivered to us by a Brahmin, while His Highness further added concerning the garden
Dutch transcription
48 dat zijn hoogh=d op morgen ons nog niet spreeken kan, maar zulx op overmorgen vast geschieden zal„ Den 3. daar aan voor de middag liet den sekretaris Lambardi Poelle den Tolk door een ola weeten, om na de middag aan het Hof te koomen, alzo den koning over het een en ander met denzelven spreeken wilde. Wij instrueerden den Tolk, zoo het mogte gebeuren, dat den Koning over eenige zaaken raakende onze kommissie mogte spreeken, hoedanig hij zich dandiende te gedragen, en lieten hem ter bestemder tijd heenen gaan. Bij terugkomste rapporteerde ons denzelven, dat den Koning ons heeft laten te kennen geeven, dat wij bij zijn Hoogh=d aangedrongen hebben, om binnen een kort bepaalde tijd van het nieuw gewas een Lading Peper te doen leeveren, doch dat een scheepslading een goede quantiteit bedraagd, dewelke buiten zijn Hoogheids vermogen is zulks te kunnen doen, maar dat zijn hoogh=d beloofd van agthonderd tot duizend kandijlen toe, met alle mogelijke spoed te zullen doen leeveren; en omtrend d' overige posten zich gedraage aan het geen zijn hoogh=d ons beloofd heeft, en voorts 'sanderen daags 'smorgens vroeg ons bij zijn hoogh=d verwagten. Dat den Tolk op het een en ander geantwoord heeft, de betui„ „ging van zijn Hoogh=d ons te zullen te kennen geeven, doch dat hij intusschen zeer wel weet, dat wij sterke order hebben, niet alleen de quantiteit te weeten, maar ook verzeekering van de tijd te vraagen, op welke de peper zal geleeverd worden. Dat den koning daarop zoude gerepliceerd hebben, dat het niet in zijn hoogh=dts macht is de tijd te bepaalen, en dat ook zulx te veel van zijn hoogh=d gevergd was. — Den 4: Ianuari vervoegden wij weder aan het Hof, en wierden van den Koning even als de voorige keer ontvangen. zijn hoogh=t vroeg ons of den Tolk het gezegde van zijn hoogh=d aan ons gerapporteerd heeft: Wij antwoorden dat zulx behoorlijk geschied is, doch dat wij verpligt vinden zijn Hoogh=d te vertoonen, dat de quantiteit door zijn Hoogh=d aangebooden zeer gering is= dat wij boven de duisend kandijlen wel mogen aanneemen, doch niet beneeden dezelve, en voorts dat wij zijn hoogh=d zeer nadruklijk verzoe „ken een korte tijd te willen bepaalen, binnen welke de bovengem: quantiteit aan de Komp: zal geleeverd worden: dat zulx het hoofdzaaklijk poinct van onze kommissie behelst, en indien wij zoodanige een verzeekering van zijn hoogh=d niet bekomen, wij aan onze plicht niet zouden kunnen voldoen. Waarop zijn hoogh=d betuigde, schoon zulx niet wel voegelijk geschieden kan, zijn hoogh=d echter aanneemt de quantiteit van duizend kandijlen eerder meer, dan min, binnen den tijd van drie maanden, of voor het einde van de maand Maart aanstaande aan de komp: te doen leeveren. wij repliceerden daarop, dat wij dan op zijn hoogh=ds Koninglijke woord staat maaken zullen, als wanneer den Koning in substantsie zeide: Ik zal alles aan eene zijde stellen, en dit mijne belofte bijzonderlijk doen boven drijven. Waarna zijn hoogh=d ons twee beschreevene olassen vertoonden, als een aan den Sarwadikariakaar en een aan den Mel „bijarbikaar, behelsende orders om de Mandoe op Porka te laaten afneemen, en het vaartuig van een Inwoonder van onze limiet te koilen ten eersten te laaten te ruggeeven, dewelke zijn Hoogh=t betuigde door eene Bramine ons zal laaten volgen, terwijl zijn Hoogh=d nog bijvoegde nopens de Den tuin
English
garden on Great Aiwvika without delay to the Dewan. Next, having spoken of some indifferent matters, the King handed us the letter, with expressions of His Highness's remembrance of Your Right Honourable and bade us the friendliest farewell. At two o'clock in the afternoon we departed from Walliatorre and arrived the following day, being the 5th of this month, at 5 o'clock towards evening at Koilan. Trusting to have fulfilled the main purpose of our commission and Your Right Honourable's expectations to the best of our ability, we call ourselves with all respect, underneath stood Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, High Commanding Lord! lower Your Right Honourable's obedient and humble servants was signed I: A: Scheidz and J=s Bos in the margin Koilan the 8=th of January 1791. Translation of the letter written by the King of Trevankoor to the Right Honourable Lord Governor Iohan Gerard Van Angelbeek, received the 11th of January 1791. Together with the Members of the Council we have received Your Right Honourable's letter, and understood from it everything concerning the delivery of pepper. We deem it unnecessary to write to Your Right Honourable about the damage that has befallen our pepper that was already gathered for the Honourable Company, as Your Right Honourable is very well aware of this, and that we have also not neglected to supply the Company whenever we are provided with that grain; we have now, upon receipt of Your Right Honourable's letter, ordered our servants to deliver at Porka as soon as possible, in addition to the 350 candies already delivered, another one thousand candies of the new pepper. We have furthermore written and sent express messengers to our Pepper Carwadikariakaren and Toerapoko meelbisaripoekaren to have returned the ballang which was taken from the Company's inhabitants within the limits at Koilang, and to punish the culprits according to their deserts. Furthermore to dismantle the ola pandal which was erected at Porka south of the Residency. Concerning the garden on Great Etiwike we have written to our Dewan to have it checked against the list of gardens, and if the garden in question, about which Your Right Honourable has written to us, does not belong to it, to return it to the Honourable Company. Furthermore we have sent men to bring hither our carriage which was brought to Koilang, and we have sent orders to Kaliga Mallen to properly pay the 809½ pp:s spent on the said carriage. We have also duly received the repaired pocket watch and thank you for its care. Furthermore we have orally informed the said Members of the news from the eastern side to make it known to Your Right Honourable. Written by Balia Melesoettoe Kanakoe Prasoedom Peroemaal Madewen and signed by His Highness. underneath stood for the translation, Cochin date as above was signed J: M: Truijens, Sworn Translator. and And as it appeared therefrom that the commissioners have properly complied with their accompanying instruction, inserted in the Resolution of the 22nd of December aforesaid, it is approved and agreed to thank their Honours for the trouble taken in this matter, as they are thanked hereby, and furthermore to acquiesce in the promise made by the King to deliver nevertheless, on account of the previous harvest, one thousand candies of pepper of the new crop within the period of three months or before the end of the coming month of March. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. was signed I: G: Van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haesten, Arnold:s Lunel, and J: A: Eversdijck. Agreed. Arnold Lunel Secretary Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin. Tuesday the 22=nd of March 1791. In the morning at 9 o'clock. Present: The Right Honourable Stern and Highly Esteemed Lord Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director, Johan Gerard Van Angelbeek, The Honourable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, The Honourable Merchant, Fiscal and Cashier Mr. Jan Willem Hendrik Van Rossum, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, The Honourable Junior Merchant and Purveyor, Willem van Haeften, The Honourable Junior Merchant and Secretary of Police Arnoldus Lukel, and The Honourable Paymaster Iacobus Adrianus Eversdijck. Absent: The Honourable Major and Head of the Militia Godlieb George Gebhardt, due to indisposition. After the conclusion of common business, the Lord Governor gave to know: That the Canarese Pagoda standing in the Pagodinhos called Tiroemadewasan has from ancient times been under the protection of the Company, but that the Kings of Cochin have repeatedly undertaken to demand contribution from the same and also to borrow money without returning it, about which complaints arose in the year 1772, which were finally settled according to what is recorded in the secret Resolution of the 14th of February as follows: that the King promised not to burden the Canarese with any new orders or levies contrary to ancient custom, and in particular of
Dutch transcription
49 tuin op groot Aiwvika zonder vertoeven aan den Divan te zúllen schrijven. Vervolgens over eenige onverschillige zaaken gesprooken de hebben overhandigde de Koning ons de brief; onder betuiging van zyn Hoogh=ds aandenken aan Uwweled: Gestr: Groot achtb: en gryf ons op het vriendelijkste afscheid. 's middags ten twee uuren vertrokken wij van Walliatorre en quamen 's anderen daags of den 5 deezes ten 5: uuren t „gens den avond te Koilan. wij verhoopen aan het hoofd oogmerk van onze kommissiv en Uuweled: Gestr: Groot achtb: verwachting na vermogen voldaan te hebben, noemen wij ons met alle eerbied„ /:onderstond/ Weledele, Gestr: Grootachtb: Hooggebiedende Heer ! /lager/ UwWeled: Gestr: Grootachtb: gehoorzaame en onderdaanige dienaaren /was gete:/ I: A: Scheidz en J=s Bos /in margine/ Koilan den 8=e Januari 1791. Translaat brief door den Koning van Trevankoor, geschreeven aan den Weledelen Groot achtb: Heer Goeverneur Iohan Gerard Van Angelbeek, ontvangen den 11e Januari 1791. wij hebben met de Leden van den Raad uwweled: Grootachtb: brief ontvangen, en daar uit alles verstaan wegens de leverantsie van peper. Wij achten onnodig Uw wele Groot achtb: te schrijven de schaade, die ons overgekoomen is aan de peper, die reeds ingezameld was voor d' E: komp: wijl uwweledele Groot achtb: zulx zeer wel bewust is, en dat wij ook niet nagelaaten hebben, wanneer wij van dien korl voorzien zijn de Komp: te leeveren, wij hebben thans op den ontvangst uwerweled: Grootachtb: brief aan onzen Bedienden bevoolen, om behalven de reeds geleeverde 350: kandijlen, noch een duizend kandijlen van de nieuwe peper ten spoedigsten op Porka te leeveren. wij hebben verder aan onzen Peper Carwadikariakaren en Toerapoko meelbisaripoekaren geschreeven en expressen gezonden, om de Ballang, dewelke van 'skomp=s inwooners binnen de limiet te Koilang weggebragt is, te laaten te rug geeven, en de daaders naar verdiensten te straffen. Voorts de Ola mandoe, dewelke op Porka bezuiden de Residentsie opgezet is, aftebreeken. Weegens de tuin op groot etiwike hebben we aan onzen Diwanijie geschreeven om bij de Lijste der tuinen te laaten nazien en wanneer de bewuste tuin, waar over Uwweled: Groot achtb: aan ons geschreeven heeft, daar aan niet ge= „hoord, aan d' E: Komp: te rug te geeven. Voorts hebben wij volk gezonden om onze waagen, die op Koilang aangebragt is, dit heen te brengen, en wij hebben aan Kaliga Mallen order gezonden om de aan gem: rijtuig veronkoste 809½ pp:s behoorlijk te voldoen. Het gerepareerd zak-horolosie hebben we meede wel ontvan„ „gen en bedanken voor dies bezorging. Wijders hebben wij de nieuwstijdingen van de Oostkant ter bekendmaaking aan Uwweledele Grootachtb: gem: Leden mondeling geinformeerd, Geschreeven door Balia Melesoettoe Kanakoe Prasoedom Peroemaal Ma„ „dewen en geteekend door zijn Hoogheid. /onderstond/ voor de translaatsie, koetsiem dato als vooren /was get:/ J: M: Truijens, G: Translat=n. dien. En 50 En wijl daar bij bleek, dat gekommitteerden aan hunne meede ge„ „geevene Instruksie, geinsereerd ter Resoluutsie van den 22. December voormeld, naar behooren hebben voldaan, is goedgevonden en verstaan, hun E=s voor de in deezen genoomene moeite te bedanken, gelijk bedankt worden bij deezen, en voorts te berusten in de door den Koning gedaane belofte van als nog voor reek: van de voorigen inzaam een duizend kandijlen peper van het nieuwen gewas binnen den tijd van drie maanden of voor 't einde van de maand Maart aanstaande te zullen leeveren. Aldus gedaan, geresolveerd en gearresteerd in Raade van Malabaar, ter stede Koetsiem, ten dage, maand in Jaare voormeld. /:was gete: / I: G: Van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haesten, Arnold:s Lunel en J: A: Eversdijck. Accordeerd. kennen: Dat de Kanarijnsche Pagood in de Pagodinhos staande in Tiroemade„ „wasan genaamd, van al oude tijden af gestaan heeft onder de bescher„ „ming van de Komp;, doch dat de Koningen van Koetsiem te meer„ „maalen ondernoomen hebben van dezelve kontribuutsie te eis„ „schen en ook wel geld te leenen, zonder het te rug te geeven, waar over in het jaar 1772. klagten ontstaan zijn, die eindelijk vol„ „gens het aangeteekende ter sekreete Resoluutsie van den 14e Februari in diervoegen afgedaan zijn: dat de koning beloofd heeft, de Kanarijns met geene nieuwe orders of lasten te zullen bezwaaren, die tegen de oude gewoonte strijden, en inzonderheid Na het afloopen der gemeene zaaken, gaf de Heer Goeverneur te mits indisposietsie. D E: Majoor en Hoofd der Milietie Godlieb George Gebhardt. De Weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer Raad Ordinair van Nederlands Jndeen Goeverneur en Direkteur, Johan Gerard Van Angelbeek, De E: p=s Opperkoopman, secunde en Hoofdadminist=r Jan Lambertus van Spall„ De E: Koopman, Fiskaal en Kassier M=r Jan Willem Hendrik Van Rossum, De E: Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellarius, De E: Onderkoopman in Dispencier, Willem van Haeften, De E: Onderkoopman en Sekretaris van Polietsie Arnoldus Lukel en De E: Soldijboekhouder Iacobus Adrianus Eversdijck Dingsdag den 22=e Maart 1791: Smorgens te 9. Uur. Sekreete Resoluutsie genoo„ „men in Raade van Malabaar ter Stede Arnold Lunel sekres: Koetsiem Praesent absent van
English
51 not to lift any monies from the Pagoda, nor depose or appoint the Chiefs or Priests thereof, without the consent of the Company. That the now deceased King last year demanded from the said Canarese Pagoda a contribution of 30000: Pagodas or 120000 Rupees, on account of the heavy and extraordinary war expenses which His Highness had been forced to incur for the preservation of his Realm against the invasion of Tipu Sultan, but that the Canarese had claimed the Company's protection against this, over which several negotiations had arisen between the said King and him, the Lord Governor. That the said King having passed away, the currently reigning one had renewed that demand, and in order to push it through, and to obtain the Company's consent thereto, had sent his Minister Govinda Menon to His Honour several times, to whom His Honour had represented the extravagance of the demand and absolutely refused the Company's consent; but that he, the Governor, on the other hand, had also spoken about it several times with the Chiefs of that temple and represented to them that the King on this occasion certainly had very heavy expenses and great losses, and that equity therefore required that, in this general calamity, they accommodate the King in the costs which he had been forced to incur for the preservation of the public, and thus also of themselves and their possessions as well as of their temples. That finally, by mutual consent at the end of last December, it was agreed that the King, by a letter to the Lord Governor, would set forth his embarrassment for money and his desire to lift some money from the aforementioned Pagoda, and request the Company's consent thereto, and in that letter would anew acknowledge the aforementioned privileges of the Canarese and their Pagoda, and at the same time promise that he would not act against the same and in particular would henceforth ask no more money from the Pagoda, and that in return twenty thousand rupees would be delivered to the King from the treasury of the often-mentioned Pagoda, which had then also been carried into effect; The letter serving thereto having been received by the Lord Governor on the 30th of December 1790, the translation reading as follows: Translation of an ola written by the King of Cochin to the Most Noble, Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 30th of December 1790. Whereas we are currently in embarrassment for some money, we have made such known to Your Most Noble, Highly Esteemed Honour and made known our desire to lift some money from the Canarese Pagoda. But whereas in the year Kollam 947 or anno 1772, it was further agreed between our predecessor and the then Lord Commander, the Noble Lord Adriaan Moens, that we shall not burden the Canarese with any new orders or imposts that conflict with ancient custom, and in particular may not lift any monies from the Pagoda, nor appoint or depose the Chiefs or Priests thereof, without the consent of the highly respected Company: So we request Your Most Noble, Highly Esteemed Honour in these extraordinary circumstances, since we have been forced to incur so many heavy expenses for the protection of our Realm against Tipu Sultan, and have suffered such heavy losses during the last invasion of his army, to assist us
Dutch transcription
51 van de Pagood geene penningen te ligten, noch de Hoofden of Rrieste van dezelve afzetten of aan te stellen, zonder toestemming van de Kompanie. Dat de thans overleedene Koning voorleeden jaar van de gewel Kanarijnsche Pagood een kontribuutsie van 30000: Pagooden of 12000 Ropijen geeischt heeft, wegens de zwaare en buiten gewoone Oorlog ongelden, die zijn Hoogheid genoodzaakt geweest was te doen tot konservaatsie van zijn Rijk tegen den inval van Tipoe sultan„ doch dat de Kanarijns daar tegen 'skomp=s protexie gereklameerd hadden, waar over tusschen gemelden Koning en hem / Heer Goeve „neur / verscheidene onderhandelingen ontstaan waaren. Dat gem: Koning overleeden zijnde, de thans regeerende dien Eis„ vernieuwd en om denzelven door tezetten, en 's komp„s toestemmin daar toe te verwerven, zijnen Minister Gorrinda Menon ver „scheidene keeren bij zijn Edele gezonden had, aan wien zijn Edele de buitenspoorigheid van den eisch voorgehouden en 's komp„s toestemming volstrekt geweigerd had, doch dat hij Goeverneur aan de andere zijde daar over ook verscheidene keeren met de Hoofden van dien tempel gesprooken en henl: voorgehouden he dat de Koning bij deeze geleegenheid zeeker heel zwaare uit „gaaven en groote verliesen gehad had, en dat dus de billij „heid vorderde, om in deeze algemeene kalamiteit den Koningh gemoet te koomen in de kosten, die hij tot behoud van het algemeen en dus ook van henl: en hunne bezittingen zo wel als van hunne tempels genoodzaakt geweest was te doen Dat men eindelijk met wederzijdsche toestemming in 't laast va December jongstleeden was overeengekoomen, dat de Koning bij een brief aan den Heer Goeverneur zijne verleegenheid om geld en zijne begeerte om eenig geld van voorm Pagood te ligten, voor „stellen, en daar toe 's Comp: oestemming verzoeken, en bij dien brief de evengementsioneerde voorrechten van de Kanarijns en hunne Pa„ „good op 't nieuw erkennen en teffens belooven zoude, dat hij tegen dezelven niet handelen en inzonderheid ook voortaan geen geld meer van de Pagood vraagen zoude, en dat daar teegen uit de schat kist van meerm: Lagood twintig duizend ropijen aan den Koning zouden afgegeeven worden, het geen dan ook gevolg genoomen had; Zijnde de brief daar toe dienende den 30=e December 1790: bij den Heer Goeverneur ontvangen, luidende de vertaaling als volgd: Translaat ola door den koning van Koetseem geschreeven aan den Weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angel„ „beek, ontvangen den 30=e December 1790. Wijl wij thans om eenig geld verleegen zijn, zoo hebben wij Uwweledele Grootachtb: zulx bekend gemaakt en onze begeerte te verstaan gegeeven, om eenig geld van de Kanarijnsche Pagood te ligten. Dan dewijl in het jaar Koilang 947 of anno 1772. tusschen onzen voorzaat en den toenmaaligen Heer Komman„ „deur, den Edelen Heer Adriaan Moens nader overeenge„ „koomen is, dat wij de Kanarijns met geene nieuwe orders of lasten zullen bezwaaren, die tegen de oude gewoon te strijden, en inzonderheid van de Pagood geene penningen ligten, noch de Hoofden of Priesters van dezelve aanstellen of afretten mogen zonder toestemming van hooggedachte kompanie: zoo verzoeken wij uwweledele Groot achtb: in deeze buitenge„ „woone omstandigheeden, daar wij genoodzaakt geweest, zijn zoo veel zwaare onkosten te doen tot bescherming van ons Rijk tegen Tipoe Sultan, en zoo zwaare verliesen bij den laasten inval van zijn leger geleeden hebben, ons te gemoet „ stellen
English
52. to comply and to grant the Company's consent that the Pagoda of the Canarins contributes a reasonable sum of money thereto, against which we hereby further promise that we shall henceforth demand no more money from the Pagoda, and that we shall conduct ourselves regarding the same and also regarding the further arrangement in such manner as has been agreed upon and determined in writing. In the margin His Highness's coat of arms was imprinted / below was written For the translation, Cochin, date as above / was signed: J: M: Truijens, Sworn Translator That nevertheless, these days several complaints from the Canarins had been received by His Honour concerning new vexations, further mentioned first in a petition from the First Adigar Bappoa Porboe, and subsequently also in a petition from the principal Chiefs, of which the translations were read aloud, reading as follows: To the Right Honourable Sir Johan Gerard Van Angelbeek Ordinary Councillor of the Dutch Indies Governor and Director on the coast of Malabar and dependencies thereof etc: etc: etc: Right Honourable, High and Mighty Sir! Respectfully shows the Canarin Bappe Proboe, present Adigar of the Canarin Pagoda named Tiroemale dewasam, that the pretext of the Cochin Court that the petitioner's son Dasen was only arrested at Tripoenitorre concerning certain matters for which he must answer instead of the deceased Renga Proboe / brother of the petitioner / and that Dasen had been appointed or permitted thereto by the Cochin Court, is very unfounded; for it is now 14 years ago that the petitioner's aforementioned brother, before his death, adopted the said Dasen as his lawful son, according to the custom of the Canarin nation, and appointed him as his heir, since Renga Proboe had no children; and after the decease of Rengo Roboe, the aforementioned Dasen performed the mourning ceremonies according to custom and accepted the estate; and it is a custom among the Canarins that when one brother has no children, he adopts the children of his eldest and youngest brother and makes them universal heir; and this has now happened 4 or 5 times in the petitioner's family itself, yet never has anyone been appointed thereto by the Court, much less has any duty for the possession of the estate been paid to the King or any certificate taken from His Highness for it, which the said Court now seeks to bring about, since this new institution will fall very hard upon the petitioner and others, and if they are continually tormented, they would be compelled to leave their place if they were not protected against it. The petitioner therefore turns to Your Right Honourable, humbly begging to protect him herein and to give such orders that he and the other congregation may continue to live unhindered, as previously, 53. previously, awaiting hereupon a favorable and propitious answer / below was written / Doing which etc. / was signed / with two Canarin characters / in the margin / Cochin, 21 March 1791. / Lower was written / extended / was signed / J: M: Truijens, Sworn Translator. To the Right Honourable Sir Johan Gerard Van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director over the Company's Establishments on the coast of Malabar and its dependencies etc: etc: etc: Right Honourable, High and Mighty Sir! In all respect show the Adigars and other servants of the Canarin Pagoda named Tiroemale dewasam, how the King of Cochin continually disturbs the petitioners and seeks to extort money from them by fines as well as otherwise. Firstly: some days ago the wife and children of the Canarin Koeltij Kamottij were taken from the house by the King's sepoys and brought to the Cochin court, but coming close to the bridge of Mattanseri, they were released again. Secondly, the son of the Adigar Bengitna Poijs was condemned to a fine, pretending that he had visited whores. Thirdly, the Canarin merchants and common people are persuaded by beatings and other harsh arrests to take over and pay for the King's merchandise, namely silk fabrics and several other goods, which are worth 10 rupees, for 15 rupees, as they have done out of fear. Fourthly, the son of the Adigar Mala Toij, named Ianarden, was brought to Tripoenitorre and arrested there, and furthermore an acknowledgment was extorted from him, saying that he had traded in pepper and had to pay a fine for it. Since the petitioners and their wives and children are treated in such an unreasonable manner and contrary to ancient custom, they find themselves unable in the future to have a peaceful habitation here any longer, unless they are protected against this by Your Right Honourable. The petitioners therefore turn to Your Right Honourable, humbly begging to favour them with the powerful protection of the Honourable Company and, for their reassurance, to assign them a guard of twenty-four armed men to take post at the Pagoda, with orders to come to their aid whenever the slightest trouble is caused to the petitioners by the Court or any violence is committed. Hereupon the petitioners beg a favorable and propitious answer. / below was written / Doing which, etc: / was signed / with several Canarin characters / in the margin was written / Cochin, the 21st of March 1791. / lower was written / extended / was signed / J: M: Truijens, Sworn Translator. Upon all of which having been maturely deliberated and mainly noted that this first attempt of the King to again usurp an unlimited authority in this matter ought to be opposed with vigour, but that the placing of a military guard
Dutch transcription
52. te koomen en 's komp=s toestemming te verleenen, dat de Pagoor van de Kanarijns daartoe een billijke somme gelds kontribue waar tegen wij bij deezen nader belooven, dat wij voortaan geen geld meer van de Pagood vraagen, en ons omtrend dezelve en ook over de verdere schikking zoodanig gedraagen zul als schriftlijk bedongen en vastgesteld is. ter zijde stond zijn Hoogheids wapen gedrukt / onderston voor de translaatsie Koetsiem dato als vooren /was gete: J: M: Truijens g: Translat=n Dat niet te min deezer dagen bij zijn Edele verscheidene klagten van de Kanarijns ingekoomen waaren over neelwn vexaatsien, breeder vermeld eerst bij een Request van den Eersten Adigaar Bappoa Porboe, en vervolgens ook bij een Request van de voornaamste Hoofden, waar van de overze „tingen opgeleezen wierden, luidende als volgd: Aan den Weledelen Grootachtbaaren Heer Johan Gerard Van Angelbeek Raad Ordinair van Nederlandsch Jndlien Goeverneur en Direckteur ter kuste Malak en resorte van dien etc: etci Ac„ Weledele, Grootachtbaare; Hooggebiedende Heer ' Geeft reverentelijk te kennen de Kanarijn Bappe Probov ieg Adigaar van de Kanarijnsche Pagood Tiroemale de wasam ge„ „naamd, dat het voorgeeven van het Koetsiemsche Hof, dat des supp=s zoon Dasen op Tripoenitorre eenlijk gearresteerd was over zeekere zaaken, die hij zich moet verantwoorden in steede van den Overleedene Renga Proboe/ Broeder van den supp:t: / en dat Dasen daar toe door het Koetsiemsche Hof aangesteld of gepermitteerd was, zeer ongegrond is, want het is nu 14. Jaaren geleeden, dat des supp=s. Broeder voorm: voor zijn dood gem: Dasen als zijnen wettigen zoon, volgens gebruik van de Kanarijnsche Naatsie, geadopteerd en tot zijnen erfge„ „naam aangesteld heeft, wijl Renga Proboe geen kinderen, had, en na het overlijden van Rengo Roboe heeft voorm: Dasen de rouw ceremonien na usantsie verricht en den boe„ „del aangevaard, en het is een gebruik bij de Kanarijns, dat wanneer de eene Broeder geen kinderen heeft, hij de kinderen van zijnen oudsten en jongsten Broeder adop„ „teerd en tot universeel erfgenaam maakt, en dit is nu 4. of 5. maalen in des supp=s fomilie zelfs gebeurd, doch noit is iemand door het Hof daar toe aangesteld, noch minder eenige gerechtigheid voor het bezit van den boedel aan den Koning betaald of eenig bewijs van zijn Hoogh=d daar voor geligt, het geen thans gem: Hof zoekt ter weege te brengen, wijl deeze nieuwe instelling den supp=t en meer zeer moeilijk vallen zal, en zij bij aanhou„ „dendheid gequeld worden: zoo zoude zij genoodzaakt zijn hunne plaats te verlaaten, wanneer zij daar tegen niet geprotegeerd wierden. De supp=t wend zich derhalven tot UwWeledele Groot achtbaare ootmoedig smeekende, hem hier in te beschermen en zoodanige order te stellen, dat hij en de verdere gemeenten onderhinderd, gelijk over voorheen 53 voorheen, mogen blijven woonen, Verwachtende hierop een gunstig en favorabel antwoord /onderstond / T welk doende etc /:was getz: /. met twee kanarijnsche Karakters /in margine/ Koetsiem den 21. Maart 1791. /Lager stond / geextendeerde /:was getz:/ J: M: Truijens G„ Translat=n Aan den Weledelen Grootachtbaaren Heer Johan Gerard Van Angelbeek, Raad Ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur over 's komp:s Eta„ „blissementen ter kuste Malabaar en dies Eeso etc: Acc etc: Weledele Grootachtbaare Hooggebiedende Heer! Geeven in alle eerbied te kennen de Adigaars en verder Dedienden van de Kanarijnsche Pagood Jiroemale dena gen=d, hoe dat de Koning van Koetsiem de supp=ten bij aan„ „houdendheid ontrust en zoekt hen met boeten als an„ „derzints geld afteneemen. Eerstlijk: voor eenige dagen zijn de vrouw en kinderen van den Kanarijn Koeltij Kamottij door 's konings sipais uit het huis gehaald en naar 't Koetsiemsche hof ge„ „bragt, doch digt bij de brug van Mattanseri koomende, zijn ze weder losgelaaten. Ten tweeden, de zoon van den Adigaar Bengitna Poijs in boete gekondemneerd, voorgeevende dat hij bij de Hoe„ „ren geweest was: Ten derden worden de Kanarijnsche kooplieden en man Op al het welk rijplijk gedelibereerd en voornaamlijk aange „merkt zijnde, dat men deeze eerste pooging van den Koning om zich weder een onbepaald gezag in deeze aantemaatigen, met vigeur diend tegen te gaan, doch dat het plaatsen van eens andere Gemeenen door slaagen en andere strenge arresten geper „suadeerd de Koopmanschappen van den koning, te weeten; zijde stoffen en meer andere goederen, dewelken 10: ropijen waardig zijn voor 15: ropijen overteneemen en te betaalen, gelijk ze uit vreeze gedaan hebben. Ten vierden, de zoon van den Adigaar Mala Toij Ianarden genaamd is naar Tripoenitorre gebragt en aldaar gearresteerd, voorts van hem een bewijs afgedwongen, zeggende, dat hij in peper genegootseerd had en daar voor een boete moeste betaalen, Wijl de suppten en hunne vrouwen en kinderen op zoodanige wij ze onreedelijk en tegen het oud gebruik gehandeld worden; zoo vinden zij zich niet in staat in 't vervolg een vreedige inwooning meer alhier te hebben, wanneer daar tegen door Uw weledele Grootachtb: niet beschermd wierden. De suppten keeren weshalven zich tot uwweledele Groot achtb: ootmoedig smeekende hen met de vermoogende protexie van de Es komp: te begunstigen en tot hunne gerustheid een wacht van vierentwintig gewaapende Manschap toe te voegen, om bij de Pagood post te vatten, met last, wanneer aan de supp=ten. het minste overlast door het Hof gedaan of eenig geweld gepleegd word, hen te hulpe te koomen: hierop smeeken de supp=ten een gunstig en favorabel antwoord= /:onderstond/ 't welk doende, etc: / was get:/ met verscheidene kanarijnsche karakters /ter zijde stond/ Koetsiem den 21=e Maart 1791. /lagerstond / geextendeerd /was gete:/ J=: M: Gruijens g' Translateur„ andere Militaire
English
54 A military guard at the pagoda ought to be the last resort to be employed against the king: thus, upon the proposal of the Governor, it was approved and agreed to have two members of the Council confer with the king on this matter and at the same time summon him to the immediate release of the arrested Kanarese Dasen; and to make the king understand during the negotiation that such outrages would have unpleasant consequences, and that upon further continuation the Company would have to decide to place a military guard at the pagoda in order to protect it and the Canarins as vassals of the Company. Hereafter, the Governor communicated to the Assembly that His Honour had further conferred with the King of Travancore regarding the poor progress of the pepper delivery in a letter dated the 26th of February last, and on the 9th instant had received the reply that His Highness had renewed orders for a speedy delivery and to that end had placed a guard of ten men with the sarwadikariakar, and it was approved and agreed to keep this record thereof and to insert both letters here. Draft letter written by the Right Honourable, Highly Esteemed Governor Johan Gerard van Angelbeek to the King of Travancore on the 26th of February 1791. Your Highness firmly promised me in his last letter that a considerable quantity of pepper would be delivered to the Honourable Company as soon as possible, and I also relied upon that. But the reports I receive from Porka and Calicoilang agree very poorly with this, since at the first residency up to now no more than 15 candeens, and at the last 40 candeens of pepper had been brought in. I am therefore obliged to request Your Highness most emphatically to give orders to expedite the delivery and to keep his royal word without detaining the ship of the Honourable Company any longer, for the expenses of the same, which I have held up until its dispatch, run high daily. I hope, therefore, that Your Highness will not fail to order at once that the delivery be hastened, and a considerable quantity of pepper be delivered to the Honourable Company, so that the ship waiting for it may soon be dispatched. May God preserve Your Highness. Below was written: translated as such into Malabar by me, Cochin, date as above. Was signed: J. M. Truijens, Sworn Translator. Translation of an ola written by the King of Travancore to the Right Honourable, Highly Esteemed Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 9th of March 1791. We have received Your Right Honourable, Highly Esteemed letter and seen from it that at Porka and Calicoilang no more was delivered than 53 candeens of pepper. Upon receipt of the said letter, we immediately ordered the remaining pepper to be delivered to the Honourable Company as soon as possible, and to that end we placed a guard of 10 men with the pepper sarwadikariakar, with orders to remain with the said sarwadikariakar at his expense until the delivery is ended, so the delivery will be completed as soon as possible. Written by Baliamelesoettoe Kanakoe Risjoedom Peroeman Madewen and signed by His Highness. Below was written: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: J. M. Truijens, Sworn Translator. Lastly, two letters from the resident of Quilon, Pieter Schmering, dated the 26th and 18th instant, were read, containing the notice that the pepper from the province of Kartigapalli and three other districts, which had been destined for the residency, was transported to Trikkunnapuzha near Porka in order to be loaded there into a Danish ship; and the second, that it had hitherto been customary to dry the pepper coming from the country in the sun before delivery, but that the pepper writer had now forbidden this, which would entail detrimental consequences. And after deliberation it was approved and agreed to confer with the king about these two articles by letter, to point out the illegality of the first and the harmfulness of the latter, and in both to request the necessary redress. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, Jn. z. van Spall, J. W. H. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Halften, Arnoldus Lunel, and J. A. Eversdijck. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. 55 Translation of an ola written by the King of Cochin to the Right Honourable, Highly Esteemed Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 30th of December 1790. Because we are currently short of money, we have made known to Your Right Honourable, Highly Esteemed, and expressed our desire, to raise some money from the Canarin pagoda. However, since in the Quilon year 947, or A.D. 1772, it was further agreed between our predecessor and the Commander at that time, the Honourable Adriaan Moens, that we shall not burden the Canarins with any new orders or taxes that conflict with ancient custom, and in particular shall raise no money from the pagoda, nor appoint or dismiss the heads or priests of the same, without the consent of the aforementioned Company: we therefore request Your Right Honourable, Highly Esteemed, in these extraordinary circumstances—wherein we have been obliged to incur so many heavy expenses for the protection of our kingdom against Tipu Sultan, and have suffered such heavy losses during the last invasion of his army—to accommodate us and to grant the Company's consent that the pagoda of the Canarins contribute a fair sum of money thereto, against which we hereby further promise that henceforth we will not demand money
Dutch transcription
54 Militaire wacht bij de Pagood het laaste middel behoord te zijn, om tegen den koning geemploijeerd te worden: zoo werd op de proposietsie van den Heer Goeverneur goedgevonden en verstaan, den Koning hier over door twee Leden van den Raad te laaten onderhouden en tevens tot de onmiddelijke largaatsie van den gearresteerden kanai Dasen te sommeeren; en den Koning bij de onderhandeling te ver„ „staan te geeven, dat diergelijke attentaten onaangenaame gevolge zouden hebben, en de komp: bij verderen voortgang zoude moeten besluiten een Militaire wacht bij de Pagood te plaatsen, om dezel en de Kanarijns als vassalen van de kompanie te beschermen Hierna kommuniceerde de Heer Goeverneur, ter Vergadering, dat zijn Edele den Koning van Trevankoor over den slegten voortgang van de peper leverantsie bij een brief van den 26 Februari jongstleeden nader onderhouden en daar op den 9 deezer het antwoord ontvangen had, dat zijn Hoogheid op 't nieuw order tot een spoedige leverantsie gesteld en tot dat einde eene wacht van tien koppen bij den sarwadikariake geplaatst had, en werd goedgevonden en verstaan hier van deeze aanteekening te houden, en beide brieven hier te ingereer Konceptbrief door den weledelen Grootachtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard Van Angelbeek geschreeven aan den Koning van Trevasik oor den 26=e Februari 1791. Uw Hoogheid heeft mij bij zijnen laasten brief kract „dadig beloofd, dat ten allerspoedigsten een aanzienlijk quantiteit peper aan d' E komp: zoude geleeverd worden, en Wij hebben uwweledele Groot achtb: brief ontvangen en daar uit gezien, dat op Porka en Kalikoilang niet meer geleeverd was als 53. kandijlen peper. Wij hebben op den ontvangst van gem: brief ten eersten bevoolen, om de resteerende peper ten allerspoedigsten aan d' E: komp: te leeveren, en tot dat einde hebben wij een wagt van 10: Man bij den Peper Carlvadi kari„ „akaar geplaatst, met last zoo lang de leverantsie den einde is, bij gem: Carbadikariakaar op zijne kosten te blijven, ik heb mij ook daarop verlaaten. Maar de berichten die ik van Lorka en Kalikoilang krijge, stemmen daar meede zeer, slegt overeen, wijl op de eerste residentsie tot heeden niet meer als 15. kandijlen, en op de laaste 40: kandijlen peper aangebragt was. Ik ben dus genoodzaakt uw Hoogh=ds op het uitdruklijkst te verzoeken, order te stellen met de leverantjie te verhaasten en zijn koninglijk woord natekoomen zonder het schip van d' E: Komp: daar na op te houden, want de ongel„ „den van hetzelve, hetwelk ik tot dies afscheep aangehouden hebbe, loopen dagelijx hoog, Ik hoope dus dat uw Hoogheid niet nalaaten zal ten eersten te beveelen, de leverantsie te ver haasten, en een aanzienlijke quantiteit peper aan d' E: Komp: te leeveren, op dat het schip dat daarna wacht, spoedig kan afgedepecheerd worden. God bewaare uw Hoogheid /: onderstond/ zoodanig door mij in 't Malabaars overgeret„ Koetsiem dato als boven /was get:/ J: M: Fruijens, G: Translat=r Translaat ola door den koning van Fre„ „van koor Geschreeven aan den Weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard Van Angelbeek, ontvangen den 9=e Maart 1791. ik dus dus zal de leverantsie ten spoedigsten volbragt worden Geschreeven door Baliamelesoettoe Kanakoe Risjoedom Peroeman Madewen en geteekend door zijn Hoogheid /:onderstond:/ voor de translaatsie, koetsiem dato als boven /was geteekend/ J: M: Truijens G: Translat=n. Laastlijk werden twee brieven van den resident van Koi lang Perter schmering geleezen van den 26 en 18 deezer, beheesende de ag dat de paper uit de Provincie kartige Tallij en drie andere dis„ „trckten, die voor de residentsie gedestineerd geweet was, naar Trikkenapaijer bij Porka getransporteerd wazd, om daar in een Deensch schip gelaaden te worden; en de tweede, dat het tot nu toe gebruiklijk geweest was, de pepner uit het land koomende voor de„ afleevering aan de son te droogen, doch dat de peper schrijven zulk thans verbooden had, het geen nadeelige gevolgen least na ze de sleepen En werd na deliberaatse goedgevonden en verslaan den koning over deeze twee artikelrs bij een brief te onderhouden, de onbevoegd „heid van het eerste en de schaadelijkheid van het laaste aante„ „wijzen, en in beide het noodige redres te verzoeken. Aldus gedaan, geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar, ter stede Koetsiem, ten dage, maand en jaare voorm: /:was getz:/ J: G: Van Angelbeek, Jn z: van Spalt, J: W: H: Van. Rossum, J: A: Cellarius, W: Van Halften, Arnold=s Lunel en J: A: Eversdijck Accordeerd Arnold Lunel kali sekrit: 55 Wijl wij thans om geld verleegen zijn, zoo hebben wij Uweled: Gestr: Groot achtb: bekend gemaakt, in onze begeerte te verstaan gegeeven, om eenig geld van de Kanarijnsche Pagood te ligten, Dan dewijl in het jaar Koilang 947 of A=o 1772 „ tusschen onzen voor„ „zaat en den toemaaligen Heer Kommandeur, den Edelen Heer Adriaan Moens nader overeengekomen is, dat wij de Kanarijng met geene nieuwe orders of lasten zullen bezwaaren, die tegen de oude gewoonte strijden, en in zonderheid van de Pagood geene penningen ligten, noch de Hoofden of Priesters van dezelve aanstellen of afzetten mogen, zonder toestemming van hoogge„ „dagte Kompanie: zoo verzoeken wij uweledele Gestrenge Groot= „achtbaare in deeze buiten gewoone omstandigheeden, daar„ wij genoodzaakt geweest zijn zoo veele swaare onkosten te doe tot bescherming van ons Rijk tegen Tipoe Sultan, en zoo zwaare verliesen bij den laasten inval van zijn Leger geleeden hebben, ons te gemoet te koomen en 's Komp=s toestemming te verleenen, dat de Pagood van de Kaparijns daar toe een billijke somma geld kontribueere, waar tegen wij bij deezen nader beloven, dat wij voortaan geen Translaat old door den Koning van Koetshem, geschreeven aan den walEd:e Gestr: Grootachtbaaeren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, ontvangen den 30„e December 1790. geld
English
demand any more money from the said Canarese Pagoda, and that they will conduct themselves concerning it and also regarding the further arrangement as is more specifically detailed, stipulated in writing, and established above. To the side was printed the coat of arms of His Highness. Below stood: for the translation, Koetsiem, date as above. Was signed: Simon van Jongeren, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel Secretary. 56 To the Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director on the coast of Malabar and jurisdiction thereof, etc. etc. etc. Respectfully shows the Canarese Bappo Proboe, first Adigaar of the Canarese Pagoda named Tiroemaledewasam, that the pretense of the Koetsiem Court, that the petitioner's son Dasen was solely arrested at Tripoenitoire regarding certain matters for which he must answer in place of the deceased Renga Proboe, brother of the petitioner, and that Dasen had been appointed or permitted thereto by the Koetsiem Court, is entirely unfounded; for it is now 14 years ago that the petitioner's aforesaid brother, before his death, adopted the said Dasen as his legitimate son according to the custom of the Canarese Nation and appointed him as his heir, because Renga Proboe had no children, and after the death of Renga Proboe the aforesaid Dasen performed the mourning ceremonies according to usage and took possession of the estate, and it is a custom among the Canarese that when one brother has no children, he adopts the children of his eldest and youngest brother and makes them universal heirs, and this has now happened 4 or 5 times in the petitioner's own family, but never has anyone been appointed thereto by the Court, much less has any duty for the possession of the estate been paid to the King or any receipt taken from His Highness for it, which the said Court now seeks to bring about, because this new institution will fall very heavily upon the petitioner and others, and if they are continually harassed, they would be forced to leave their place if they were not protected against this. The petitioner therefore turns to Your Right Honorable, Highly Esteemed, humbly begging to protect him in this and to give such orders that he and the rest of the community may remain living unhindered, as before. Awaiting hereupon a favorable and pleasing reply. Below stood: which doing, etc. Signed with two Canarese characters. In the margin: Koetsiem, the 21st of March 1791. Lower: extended, signed: J: M: Fruijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunil Secretary. 57 To the Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director over the Company's Establishments on the coast of Malabar and its jurisdiction, etc. etc. etc. Respectfully show the Adigaars and other servants of the Canarese Pagoda named Tiroemale de wasam, how the King of Koetsiem continually disturbs the petitioners and seeks to extort money from them through fines and otherwise. Firstly: a few days ago the wife and children of the Canarese Koettij Kamottij were taken from the house by the King's Sepoys and brought to the Koetsiem Court, but coming close to the bridge of Mattanseeri, they were released again. Secondly: the son of the Adigaar Bengitna Poij was condemned to a fine, pretending that he had been with prostitutes. Thirdly: the Canarese merchants and several other commoners are persuaded by beatings and other strict arrests to take over and pay for the merchandise of the King, namely: silk fabrics and several other goods, which are worth 10 Rupees, for 15 Rupees, as they have done out of fear. Fourthly: the son of the Adigaar Mala Poij, named Janarden, was brought to Tripoenitoire and arrested there, and furthermore an acknowledgment was extorted from him, saying that he had traded in pepper and had to pay a fine for that. Because the petitioners, their wives, and children are treated in such an unreasonable manner and contrary to ancient custom, they find themselves unable in the future to have a peaceful dwelling here any longer, unless they are protected against this by Your Right Honorable, Highly Esteemed. The petitioners therefore turn to Your Right Honorable, Highly Esteemed, humbly begging to favor them with the powerful protection of the Honorable Company, and for their peace of mind to assign them a guard of twenty-four armed men to take post near the Pagoda, with orders to come to their aid whenever the slightest trouble is done or any violence is committed against the petitioners by the Court. Hereupon the petitioners beg a favorable and pleasing reply. Below stood: which doing, etc. Signed with several Canarese characters. In the margin: Koetsiem, the 21st of March 1791. Lower: extended, signed: J: M: Fruijens, sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel Secretary.
Dutch transcription
geld meer van gemelde Kanarijnsche Pagood vraagen, en on omtrent dezelve en ook over de verdere schikking zoodanig gedraagen zullen, als hier boven nader gespecificeerd, schriftlijk bedongen en vastgesteld is. Ter zijde stond het wapen van zijn Hoogheid gedrukt. /onderstond/ voor de translaatsie, Koetsiem dato als boven /was getz:/ simon van Jongeren, gezw: Translateur. Arnold Lunel Accordeerd. Sekent. 56 Geeft reverentelijk te kennen de Kanarijn Bappo Proboe, eerste Adigaar van de Kanarijnsche Pagood Tiroemaledewasam genaamd, dat het voorgeeven van het Koetsiemsche Hof, dat des supp=s. zoon Dasen op Tripoenitoire eenlijk gearresteerd was over zeekere zaaken, die hij zich moet verantwoorden in steede van den over „leedene Renga Proboe /Broeder van den suppt / en dat Dasen daar toe door het koetsiemsche Hof aangesteld of gepermitteerd was, zeer ongegrond is; want het is nu 14 jaaren geleeden, dat des supps Broeder voorm: voor zijn dood gem: Dasen als zijnen wettigen zoon, volgens gebruik van de Kanarijnsche Naatjie„ geadopteerd en tot zijnen erfgenaam aangesteld heeft, wijl Renga Proboe geen kinderen had, en na het overlijden van Renga Roboe heeft voorm: Dasen de rouw ceremonien na usantsie verricht en den boedel aangevaard, en het is een gebruik bij de Kanarijns, dat wanneer de eene Broeder geen kinderen heeft, hij de kinderen van zijnen oudsten en jongsten Broeder adopteerd en tot uni„ „verseel erfgenaam maakt, en dit is nu 4 of 5. maalen in des supp=ts familie zelfs gebeurd, doch noit is iemand door het Hof daar toe aangesteld, noch minder eenige gerechtigheid voor het bezit Weledele, Groot achtbaare, Hooggebiedende Heer! Aan den Weledelen Grootachtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Ordinair van Nederlandsch Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar en resocte van dien etc: etc: etc: van van den boedel aan den Koning betaald of eenig bewijs van zijn Hoogheid daar voor geligt, het geen thans gem: Hof zoekt ter weege te brengen, wijl deeze nieuwe instelling den suppt en meer zeer moeilijk vallen zal, en zij bij aanhoudendheid gequeld worde zoo zoude ze genoodzaakt zijn hunne plaats te verlaaten, wan „neer zij daar tegen niet geprotegeerd wierden, De supp=t wend zich derhalven tot Uwweledele Grootachtb: oofmoedig smeeken hem hier in te beschermen en zoodanige order te stellen, dat hij en de verdere gemeenten onverhinderd, gelijk voorheen, mogen blijven. woonen. Verwachtende hierop een gunstig en favonabel antwoord /onderstond/'t welk doende etc/ getxk / met twee kand „rijnsche karakters /in margine/ koetsiem den 21 Maart 1791 /lager / geextendeerd /get:/ J: M: Fruijens, g: Transl=t Accordeerd. Arnold, Lunil sekert:s 57 Geeven in alle eerbied te kennen de Adigaars en verdere Bedienden van de kanarijnsche Pagood Tiroemale de wasam gen=d hoe dat de Koning van Koetsiem de supp=ten bij aanhoudendheid ontrust en zoekt hen met boeten als anderzints geld afteneemen. Eerstlijk: voor eenige dagen zijn de vrouw en kinderen van den karna „zijn Koettij kamottij door 's Konings Sipais uit het huis gehaald en naar 't Koetsiemsche Hof gebragt, doch digt bij de brug van Mat= „tanseeri koomende, zijn ze weder los gelaaten. Ten tweeden: de zoon van den Adigaar Bengitna Poij is in boete gekondemneerd, voorgeevende dat hij bij de Hoeren geweest was. Ten derden, worden de Kanarijnsche Kooplieden en meer andere Ge„ „meenen door slaagen en andere strenge Arresten gepersuadeerd de koopmanschappen van den Koning, te weeten: zijde stoffen en meer andere goederen, dewelken 10: Ropijen waardig zijn voor 15: rop=s overteneemen en te betaalen, gelyk ze uit vreeze gedaan hebben. Ten vierden: de zoon van den Adigaar Mala Poij Janarden ge„ „naamd, is naar Tripoenitoire gebragt en aldaar gearresteerd, Weledele Grootachtbaare Hooggebiedende, Heer! Aan den Weledelen Grootachtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek; Raad Ordinair van Nederlandsch Indien, Goeverneur en Direkteur over 's komp=s Eta„ „blissementen ter kuste Malabaar en dies resorte etc. et Mc voorts. voorts van hem een bewijs afgedworgen, zeggende, dat hij in peper gene „gootsieerd had en daar voor een boete moeste betaalen. Wijl den supp=ten in hunne vrouwen en Kinderen op zoodanige wijze onreedelijk en tegen het oud gebruik gehandeld worden: zoo vinden zij zich niet in staat in 't vervolg een vreedige in wooning meer alhier te hebben, wanneer daar tegen door uwweledele Grootachtb: niet be „schermd wierden. De supp=ten keeren weshalven zich tot Uwweledele Grootachtb: otmoe„ „dig smeekende hen met de vermoogende protexie van de E: Komp: te begunstigen, en tot hunne gerustheid een wacht van vierentwintig gewaapende Manschap toe te voegen om bij de zo good post te vatten, met last„ wanneer aan de suppten het minste overlast door het Hof gedaan, of eenig geweld gepleegd word, hen de hulpe te koomen: hierop smeeken de supplianten een gunstig en favorabel antwoord. /:onderstond:/ 't welk doende etc:/get:/ met verscheidene Kanarijnsche Karakters. /:in margine / Koetsiem den 21:e Maart 1791. /lager/ geexsendeerd/getz:/ J: M: Fruijens, g: Transl=n Arnold Lunel Accordeerd. sekrit:s
English
58 Right Honorable and Strict Lord! Pursuant to our mutual agreement, we have the honor to send Your Right Honorable the regulations obtaining in the Hospital at Gale, with regard to the revenues and allowances both of the Chief Surgeon and the Victualer; we thought we could take that place as a guideline, as it appears to us that at least in peaceful times the operation of Gale and Cochim will not differ much from one another. We would gladly wish to have Your Right Honorable's consideration as to how far Your Right Honorable is of the opinion that one can grant the Chief Surgeon at Cochim some allowances, in order that his revenues may be somewhat increased, and he thereby also become so much the better able to provide his patients with the necessary accommodations. Your Right Honorable will greatly oblige us by letting us have those considerations as soon as possible, so that we may be enabled, before our departure from this Island, to send an answer thereto to Your Right Honorable. We have the honor to be with the utmost high esteem. [below stood] Right Honorable and Strict Lord! Your Right Honorable's humble servants [signed] I: O: Vaillant, C: A: Verhuell, and J: C: L: Graevestein [in margin] Colombo the 27th of March 1790. Agreed. Arnold Lunel secretary 59 NB: upon further statement it appears that the chief surgeon of Gale monthly enjoys board money 4 rixdollars 38 stivers and As a cynosure regarding the Hospital at Cochim, one thinks to take the Hospital at Gale. There is provided per year: 100 suits of Coarse Linen consisting of A Shirt A Pair of Trousers and Jacket. 5 Mattresses for changing the patients; this is accounted for and supplemented at a fixed time of the Year. The Chief Surgeon receives as a Gratuity: ½ leaguer of Cape white wine 22½ cans of Cape red stomachic wine or wine tint. At purchase price he receives 2 lb of assorted spices, 37½ Guineas of Coarse raw Tuticorin 3rd sort, and then for 400 guilders of Medicines; furthermore he may bring in ½ leaguer of Arrack without payment of Duty. 100 rixdollars for curing the Venereal patients, Wages 50 guilders, besides the board money and some cans of wine (which could not be stated to us here), for Medicines 2 stivers per day. The victualer receives at purchase price: 5 Parra of Sago. 2 Parra of hulled Barley. At sale price: ½ Barrel of Dutch Butter. ½ Canister of Powder sugar. ½ Last of Wheat. 4 cans of wine. A Non-Commissioned Officer from the Invalids as Porter. A washerman with a wage of one rixdollar per month. At Cochim, the Chief Surgeon and victualer are one Person, so that should somewhat be kept in mind. Agreed. Arnold Lunel secretary 60 Right Honorable and Strict Lord! According to our promise, we hereby send also the design of the Fortification of Coijlang drawn up by Mr. Reimer. It has appeared quite satisfactory to us, although more expensive than the other projects formed for that purpose, but we are of the opinion that it will also better answer the purpose. For Your Right Honorable's speculation we send enclosed herewith an Extract from our memorandum to His Serene Highness, regarding the just-mentioned fortress. Your Right Honorable will see from it that we touch upon it only in passing, and it is in our view certain that it will be better to do nothing than to undertake imperfect works (merely because they would, as it were, not cost much). We have the honor to be with the utmost High Esteem. [below stood] Right Honorable and Strict Lord! Your Right Honorable's humble Servants [signed] I: O: Vaillant, C: A: Verhuell 67 and J: J: L. Graevestein [in margin] Colombo the 3rd of April 1790. Agreed. Arnold Lunel secretary Right Honorable and Strict Gentlemen! Although Fort Koilang, according to what the undersigned has been given to understand, is presently of no considerable trade, and as it appears to be supplied with seigniorial revenues, thus in its present relations does not seem to merit any particular attention; yet since it did not seem impossible to your Honors that this place might at some future day perhaps be placed in a better state, more extensive connections, and a flourishing trade, the undersigned hereby has the honor to submit some speculative proposals, through the execution of which this stronghold, left to itself for a very long time, might not only be restored from its ruined state, but moreover be so improved and strengthened that its fortifications might be counted among those of the second rank in the Indies; furthermore, a proportionate interior space might be obtained wherein, by means of a well-considered distribution, the necessary mercantile as well as military buildings could find a place, all of which might be enclosed in such a perimeter of moderate works on the rear side, that in view of the disposition of local circumstances and especially the rocky grounds and shores that surround Koijlang on the south, East, and west, such resistance could also be offered on these sides, that an Enemy Squadron would be exposed to the greatest danger. This Fort has on the Land side an irregular front consisting of a whole middle bastion named Ceilon and of two demi-bastions, of which the right one is named Madura and the left Malabaar; all works of this Front, except the right Face of Malabaar, consist of a high rampart covered beneath by a Fausses-braies and surrounded by a Main ditch of 8 to 10 rods in width. The capitals of the corner bastions drew some defense from works built out at the ends of the same
Dutch transcription
58 Hoog Edele Gestrengen Heer! Wij hebben de her, ingevolge onse onderlinge afspraak, aan U Hoog Edele Gestrenge toe te zenden de inrigting, die in het Hospitaal te Gale plaats vind, met betrekking tot de Inkomsten en verstrekkingen zoo van den Oppermeester als den Schafboas; wij hebben gedagt die plaats tot een rigtsnoer te kunnen neemen, alzo het ons voorkomt, dat ten minsten in paissible tijden den omslag van Gale en Cochim „niet veel van elkanderen verschillen zullen. Wij wenschte gaarne U Hoog Edele Gestrenge consederatie te mogen hebben, in hoe verre U Hoog Edele Gestrenge van gedagten is, men den Opper „meester te Cochim eenige verstrekkingen kan toestaan, ten einde zijne Inkomsten eenigermaate vermeerderd worden, en hy daar door ook des te beeter in staat geraake, zijne zieken in de ruimte van het nodige te kunnen versorgen. U Hoog Edele Gestrenge zal ons zeer verpligten, met ons die con „sideratien zoo spoedig mogelijk te doen geworden, op dat wij in staat mogen gesteld, zijn, voor ons vertrek van dit Eiland, om antwoord daarop aan U Hoog Edele Gestrenge te kunnen afzenden. Wij hebben de Eer om met de uiterste hoogagting te zijn. /:onderstond/ Hoog Edele Gestrengen Heer! U Hoog Edele Ge„ „strenge onderdaanige Dienaaren /get:/ I: O: Vaillant, C: A: Verhuell, en J: C: L: Graevestein / in margine/ Colombo den 27e Maart 1790. Accordeerd. Arnold Zunel sekret:s 59 NB: bij nadere opgaaf blijkt, dat den oppermeester van Gale maandelyks geniet kostgeld rep=s 4 - 38. st=es en Tot een Cijnosure omtrent het Hospitaal te Cochim, Denkt men te moeten neemen het Hospitaal te Gala„ daar word verstreekt 's jaars. 100: kleedingen van Grof Linnen bestaande in Een Hemd 5. Matrassen tot verschooning der zieken, dit word ver„ „antwoord en gesuppleert op een bepaalde tijd van het Jaar. De Oppermeester krijgt tot een Douceur ½ legger Caabse wilte wijn 22½ kan Caapse roode maagwijn of wijn sint. Jegen inkoops prijs krijgt hij 2 lb: specerijen in soorten 37½ Guinees Grof ruuw Tutucorijns 3„e zoort, en dan voor ƒ 400. Medicijnen, nog mag hij ½ legger Arak zonder betaaling van Pagt inbrengen. 100: Rijxdaalders voor geneering der Venerieken, Gage ƒ 50: be „halven het kostgeld en eenige kannen wijn (die men ons hier niet heeft kunnen opgeeven / voor Meduijnen s daags 2 stui„ „vers. De schafbaas krijgt tegens in koops prijs. 5. Parra Zago. 2. Parra gepelde Gort. Jegens uitkoops prijs. ½ Vat Hollandsche Booter„ ½ Carnasser Poeder zuiker. ½ Last Tarwe. 4. kannen wijn. Een Lange Broek en Tecket. Een Onder Officier uit de Invalides als Portier. Een wasser met een Rijxdaalder bezolding 's maands. Te Cochim is de Oppermeester en schafbaas een Persoon, dus dient dat eenigzints in 't dog te werden gehouden. Accordeerd. Arnold Lunel sekret: 60 Hoog Edele Gestrengen Heer! Volgens onze belofte zenden wij hier meede het ontwerp der Veester „king van Coijlang geformeert door den Heer Reimer. Het is ons wij voldoende voorgekomen, schoon kostbaarder dan de an „dere projecten, tot dat einde gevormd, maar wij zijn van gedagten het ook beeter aan 't oogmerk zal beantwoorden. Tot U Hoog Edele Gestrenge speculatie zenden wij hier ingeslooten een Extract uit onze memorie aan zijne Doorlugtige Hoogheid, betrek „kelijk de evengedagte vesting. U Hoog Edele Gestrenge zal daar uit zien, dat wij dezelve maar als in het voorbijgaan aanroeren, en het is na onze gedagten zeeker, dat het beeter zal zijn niets te doen, dan onvolmaakt te werken /om dat dezelve als het waare niet veel zullen kosten / te doen onderneemen. Wij hebben de Eer met de uiterste Hoogachting te zijn. /:onderstond/ Hoog Edele Gestrengen Heer! U Hoog Edele Gestrenge onderdaanige Dienaaren /getx. / I: O: Vaillant, C: A: Verhuell 67 en J: J: L. Graevestein /in margine / Colombo den 3 April 1790. Accordeerd. Arnold Luwe sekrit:s Wel Edele Gestrenge Heeren Het Fort koilang, hoewel, volgens 't geene de ondergetek: heeft mogen verstaan, tegenswoordig van geene aanmerkelijke koophandel en alzo men van Landsheerlijke inkomsten voorzien schijnt, dus in zijne hedendaagsche betrekkelijkheeden, wel geene bijzondere aandagt te verdienen; dan vermits het uw wel Ed: Gestr: niet onmooglijk heeft gedagt, dat deeze plaatse nog ten eenige dagen misschien in een beeteren staat, uitgebreider verbintenissen en bloeijen der koophandel zou mogen gesteld werden, zoo heeft d'ondergete„ hier mede d' Eer, eenige speculative voorstellingen openteleggen, mits welken uitvoering deeze zedert eene zeer geruimen tijd aan zig zelven overgelaatene sterkte niet alleen uit haaren vervallene staat weder te verstellen maar nog daar en boven zoodanig te verbeeteren en te ver „sterken ware dat dessels Vesting=werken onder die van tweede rang in Jndien zoude mogen gereekend werden voorts ook te verkrijgen waare eene evenreedige binneruimte alwaar mits eene wel overleijde verdee „ling de noodige merkantike zo wel als militaire gebouwen, zoude kunnen plaats vinden, 't welk alles in eene zodanige omtrekden mid= „delmatige werken aan de agter zijde te besluiten waare, dat aange„ „merkt de geleegenheid der plaatselijke omstandigheeden en voornaam „lijk der klipagtige gronden en stranden, die Koijlang in 't zuijden, Oosten en westen omringen ook aan deeze zijden eene zulke tegeni een zoude kunnen geschieden, dat een Vijandelijk Esquader daar voor 't grootste gevaar zoude blootgesteld worden. Dit Fort is aan de Landzijde door een irregulier front bestaande in een heel middelbolwerk Ceilon genaamd en uit twee halve Hoekbolwer= „ken, waar van 't regte Madura en het linkse Malabaar geheeten is, alle werken deezer Front uitgezonderd de regte Frace van Malabaar bestaan uit een hooge wal, door eene Fausse brade daar ondergedekt is en met eene Hoofdgragt van 8 â 10: roeden breedte omtrokken. De kapitaalen der hoekbolwerken trokken eenige verdeediging van aan 't eijnde derzelven uitgebouwde
English
62 of the main moat. The faussebraye projecting flanks, so the water level W w on the south-eastern corner of the fort served to enfilade the quay in front of the gate, and the long side of Maddua and an unnamed redan served for the defense of Malabaar. Since it seems to have been the intention for many years to contract this place as much as possible, with regard to that objective, only the smallest portion of that ground which was enclosed by the land front has been sealed off from the rear by separate light fortifications. Although by no means designed according to sound principles, and even less constructed with the requisite attention and skill, they nevertheless might have served against a coup de main. The redan marked C, 3, h seems never to have been completed, since the revetment walls still stand without backfilled earth, just as from there in a southerly direction the foundations of a begun wall can still be seen, which stand only barely above the ground. The gate is entirely uncovered, and can be bombarded from the eastward-stretching beach, as well as assaulted and forced with little danger by an enemy along the quay situated there. The beaches that border the water sides of this place, and further extend north-westward, consist of broken rocks of the so-called kapok stone, and the esplanade to the north of the fort forms a considerable low ground, except for one in the north-east closely behind the garden of Mr. Rosier, former Chief of Koijlang, where a deep stream emerges that terminates on the sea beach, and will likely be the place along which enemy undertakings would be most to be feared. At about 10 rods from Malabaar, the sea beach begins to project considerably and thus to outflank the works on that side; however, as this is not as covered as that of the other side, the danger remains less urgent here. Let this be an interrupted rough sketch of the situation and condition of this stronghold; the undersigned then takes the liberty to enter into a further description of the works and their properties. The moat, although mostly hewn out of the beds of kapok stone, which seem to extend uniformly under the entire ground surface of this region, and lie covered by 6 to 10 feet of sandy earth, has nonetheless, through years of neglect, greatly silted up and is even overgrown with a multitude of weeds, and would therefore have long since required a complete survey and dredging in order to be able to contain the necessary quantity of water. The foundations of the largest part of the faussebraye, and especially those of Malabaar, are grounded on the aforementioned bed of kapok stone, and therefore seem, regarding a presumed renewal or repair, by far not likely to cause such costs as when these revetments had to be raised from the depth of the moat. Meanwhile, the revetment of the faussebraye is in a highly defective state, and even in various places, such as at C, l, and B, B, has already collapsed, which defects were certainly greatly encouraged and hastened because a single earthen parapet was placed upon it, which, being narrow and high, provided an opportunity for the heavy rains, washing the finest part thereof down along the revetments, to cause a multitude of harmful shrubs and even remarkably large trees to take root and sprout in the joints of the stone, and through the violent expansion of their roots to break the entire bond thereof. In addition, this faussebraye has no more than two rods in width, the parapet included therein, which makes it unfit to be occupied and defended other than by musketeers. A no less significant defect of the same is that one cannot enter it except through the aforementioned path from the quay, next to the bastion corner of Madura, where one enters through an ordinary door, which not only leaves this work exposed to being easily forced, but also prevents the men stationed therein from being withdrawn, should an enemy attack this door along the eastern beach. The The
Dutch transcription
62 van de Hoofdgragt. De Fausje Braije uitgebouwde E lanquen, zoo diende 't waterpas W w opden zui doosselijke kark van 't fort tot bestrijking van de kaaij voor de poort, en de lange zijde van Maddua en een ongenaamde redanst tot defensie van Malabaar„ Vermits men reeds zedert veele jaaren, van begrip geweest te zijn schyjnt deeze plaatse zoo veel moogelijk in tetrukken, zoo heeft men in betragting van dat vog= „merk slegts het kleenste gedulte van dien grond welke door de Landfront inge„ „slooten werd, van agteren door bijzondere ligte bevestigingen afgeslooten, of schoon geensins volgens goede beginselen ontworpen, en nog veel min der met vereischte oplettenheid en kunde geexstrueerd, dezelven zouden egter tegens een Coup de main nog al hebben mogen dienen„ De Redans gem: C, 3, h, schijnt nooit te zijn voltooid, vermits de beschrei „muuren nog zonder daar agter gevulde aarde staan, gelijk ook van daan aff in eene zuidelijk strekking nog de grondslaagen eener begonnen en uur te zien, die maar even boven de grond staan. De poort is heel ongedekt, en kan zo wel van de vostelijk strekkende strand beschooten, als ook langs de daar zijnde karij door eenen Vijand met weinig gevaar aangetast en geforceerd werden. De stranden, welke de waterzijden deezer plaatse omboorden, en voorts Noord westelijk strekken, bestaan uit gebrookene Rotsen van den zoo ge „naamde kapocksteen, en d' Esplanade benoorden 't Fort maakt eene tamelijke laagtens, uitgesonderd eene in 't Noordoosten digt agter den tuin van den Heer Rosier, oud Opperhoofd van Koijlang, alwaar eene diepe fleuve uitkomt, die op 't Zerstrand eijndigd, en waarschijnlik de plaatse zal zijn, langs welke de vijandelijke onderneemingen 't vrigte te dugten zoude zijn, op Eiren 10: roeden van Malabaar begint 't Zeestrand tamelijk uittespringen en dus de werken dier zijde te overvleugelen, edog terwijl dit zoo gedekt niet is, als dat der andere zijde, zoo blijft het gevaan hier minder dringend. Dit zij een afgeroeene ruwe schels van de geleigenheid en toestand diezen sterkte, de ondergetek: veroorloofd zich dan nog in eene nadere beschrij„ „ving der werken en haar hoedanigheeden te treeden. De gragt hoewel meestens uit de beddens van Kapoeksteen gehouwen, / die zig onder de heele grond vlakte van deeze Landstreek eenpaarig schijnen uit tebreiden, en door 6 â 10: voeten hooge zandige aarde bedektleggen:/ is evenwel door langjaarige verontagtzaaming grootelijks verland en zelfs met eene meenigte ruigtens begroeid, en zoude dierhalven over lang alreeds eene doorgaande opneeming en uitdieping hoogstnodig gehad hebben, om de noodwendige hoeveelheid van water te kunnen bevatten, - De grondslagen van 't grootste gedeelte der fausse braee en voornamentlijk die van Malabaar zijn op het voormelde bedde van Kapocksteen gegrondvest, en schijnen dierhalven omtrent eene vooronderstelde vernieuwing of uit= „beetering, die kosten, op verre na, niet te zullen veroorzaaken, als wan„ „neer deeze beschoijingen uit de diepte der gragt moesten opgehaald. werden. Ondertusschen is de Fausse Braijes beschoejing in eene hoogst gebrekkigen staat, en zelfs op diverse plaatsen, als bij C„ l, en B, B, reeds dadelijk ingestort, welke gebreeken zekerlijk grootelijks zijn bevordert en verhaaft geworden, daar door dat men eéne enkelde aarde borstwer„ „ring op dezelve heeft gezet, die smal en hoog zijnde, geleegenheid gaf, dat de stort regens het fijnste gedeelte daar van, langs de revetementen afspoelende eene meenigte van schadelijke struiken en zelfs aanmer„ „kelijke groote boomen in de voegen der steun dede wortelen en uit„ „schieten, en door de geweldige uitbreiding hunner wortelen het heele verband derzelve deeden verbreeken, daar enboven heeft deeze fausse braije niet boven twee roeden breedte, de borstweering daar onder begreepen, 't welk dezelve onbequaam maakt, om anders, dan door musquettere bezet en verdeedigd te worden. Een niet minder ge„ „brek derzelven is, dat men niet dan door den gemelden weg van de kaaij, naast den bolwerkshoek van Madura in dezelven koomen kan; alwaar men door een gemeene deure ingaat, 't geen dit werk bloot „steld niet alleen gemakkelijk geforceerd, maar ook de daar in staande Manschap, om terug getrokkende werden, wanneer een Vijand langs 't Oostelijke strand op deeze deur zouden aanvallen, De Het
English
The Main Work. 63 Internal Retrenchment and sea side. The Northwest corner. Buildings in the Fort. Curtain of the gate. The main work and its revetments appear, along the land front and the East side in which the gate is located, to still be of good firmness, and would certainly, if they were to receive a thorough repair, repointing, and plastering, still be able to serve for many years with utility. The parapets, however, do not have the shot-proof thickness, being nowhere more than 12: feet wide; the rampart between Ceilon and Malabar is also uncommonly narrow, but would meanwhile still leave open the possibility of serving heavy artillery thereon. In the left Face of Malabar, due to a lack of maintenance of the berm, which should have turned the force of the sea away from the foundations, a breach in the rampart has occurred at 2:, which is closed off only by a row of palisades on the rampart of the bastion. The Internal Retrenchments & E Z. Z, by which one will have sought to economize on the garrison and maintenance of the works, are, from the corner k up to t inclusive, partly broken, displaced, and even in several places completely collapsed to the ground and turned upside down. This misfortune would without doubt not have happened if that engineer or architect and contractor, to whom the supervision of these works was entrusted, had planned the excavation for the foundations of these walls so deep that they would have come to stand on the underlying bank of Kapok stone; but, having built the foundations, whether out of ignorance or greed, two, three, and more feet above the natural layer of the stones, on a loose and poor earth, and moreover much too close to the edge of the shores, the splashing of the sea waves, and also the action of violent driving rains on this side, has washed away the earth from beneath these walls, and thereby destroyed them. Nothing is more apparent upon visual inspection and also more natural, than that these works would still be seen in good condition if they had been built upon the numerous rocks lying there, and if in addition the foot thereof had been reinforced by a stone berm constructed in proportion to the force which the sea exerts here; this, once properly constructed there with deliberation, could be preserved with very slight annual maintenance; all the more so because the stones necessary for it are to be found in desirable abundance on the nearby and currently empty land along its beaches, and thus could not have become an object of extraordinary expense. The quay along which one enters the gate is fairly high and also well maintained, but because the present so-called water-level battery W. W. has fallen about half into the sea, and besides this has always been a very cramped and defective work, and in addition the Commander's house and Guardhouse 5, 5 rest with their roofs upon the curtain itself, it can be swept by fire neither from above nor from the side, which would make this place untenable in its present condition; which inconvenience is further increased by the proximity of a ravine or covered hollow ground, situated about 40 to 50: rods from the Salient of Madura, along which an enemy approaching and making a nighttime attack on the exposed gate would certainly overpower the Fort without the loss of a single man. The left Face of Malabar has fallen into virtually the same condition, for even if the aforementioned breach in the rampart had not occurred, an enemy attacking here would still be unable to meet any resistance, since the redan A is nothing but a clumsy high wall without a rampart walk, loopholes, or embrasures, and therefore, being unable to offer any defense, must very quickly be shot down, and thus open a free entrance into the Fort for the enemy. The buildings within the Fort are very few in number and consist of the Commander's house t, t, a very high and heavy building, raised tower-like with very high stories, provided on top around the roofs with walkways and battlements according to the oldest fashion. Against an enemy who carried no cannon, one would from it is. n09
Dutch transcription
't Hoofdwerk. 63 Inwendige Afsnij„ „ding en zee zijde. De Noordwest hoek Gebouwen in 't Fort. Courtine der poort. Het Capitale werk en desselfs beschoeijingen schijnt langs de landfront en de Oostzijde in welke de poort is, nog van een goede hegtheid, en zoude zekerlijk, indien dezelven eene doorgaande reparatie, uitvoeging en be „pleistering mogten verkrijgen, nog lange jaaren met nuet kunnen dienen„ De parapetten hebben egter de schootvrije dikse niet, zijnde nergens boven de 12: voeten bried, de walgang tusschen Ceilon en Malabar is ook onge„ „meen smal, maar zoude intusschen nog de mooglijkheid overlaaten, om swaar geschut daar op te bedienen. In de linkse Face van Malabar is uit gebrek aan onderhoud der berme, welke 't geweld der zee van de grond„ „slagen zoude hebben moeten afkeeren, bij 2: eene walbreuke ontstaan, die slegts door een riyj van Pallissaden op den Walgang des Bolwerks afgeslooten d' Inwendige Afsnijdingen & E Z. Z, door welke men gezogt zal hebben bezetting en onderhoud der werken te bezuinigen, is van den hoek k tot 't inclusive, gedeeltelijk gebrooken, uitgeweeken en zelfs op ver„ „scheide plaatsen geheel ter nedergestort en 't onderste boven gekeerd. Dit ongeval zoude zonder twijffel niet zijn gebeurd, indien die geene Ingenieur of Bouwmeester en Aanneemer, wien 't opzigt deezes werke toevertrouwd was, de uitgraving voor de fondamenten deezer muuren zoo diep had begreepen, dat dezelven op de daarleggende bank van Kapoksteenen, waaren te staan gekoomen, maar, dezelve het zij uit on„ „kunde of baatzugt, de Fondamenten twee, drie en meer voet bovende natuurlijke laag der steinen, op een los en slegt aardrijk gebouwd hebbende, en daar en boven veel te digt op den rand de zoevers; zoo heeft de spatting der zeegolven, en ook wel de werking van geweldige slag reegens aan deeze zijde de aarde van onder deeze muuren wegge= „nomen, en derzelven daar door vernield. Niets is bij oculair onder „zoek blijkbaarder en ook natuurlijker, dan dat deeze werken als nog in goede staat, zouden te zien zijn, indien dezelven op de daar leggende meenigvuldige rotsen waren gebouwd geworden, en daar by de voet derzelven door eene naar evenreedigheid van 't geweld, 't geene de zee alhier oefend, in gerigte steene bermne waare vereikend geworden; deeze aldaar eens met overleg ingerigt zijnde, zoude met een zeer geringen jaarlijks onderhoud te conserveeren zijn; te meer zoo om dat de daartoe noodige steenen op den digt daar bij zijnde en thans leedige grond langs deszelfs stranden in gewenschten overvloed te vinden zijn, en dus geen voorwerp van zonderlinge kosten hadden kunnen werden. De Kaaij, langs welke men de poort ingaat, is taamelijk hoog en ook wel onderhouden, maar vermits het tegenswoordig zoogenaamde waterpas„ W. W. omtrent half in zee gestort is, en behalven dit altoos een zeer be„ „krompen en ondeugend werk is geweest, daar neevens ook d' Opperhoofds wooning en Corps de Garde 5, 5, met hunne daken op de Courtine zelfs leggen, zoo kan dezelve nog van boven nog van ter zijden bestreeken werden, 't geene deeze plaats in zijnen tegenswoordigen staat onhouw „baar zoude maaken; welke ongemak nog vermeerderd word door de nabijheid van een Ravin of gedekte hollen grond, omtrent 40 â 50: roeden van den Saillant van Madura afgeleegen, langs welken een Vijand naderende en snagts eenen aanval op de blootstaande poort doende, zekerlijk het Fort zonder verlies van een enkelden man overweldigen zoude De linkse Face van Malabar is genoegzaam in dezelven termen gevallen, want alwaare de voorn=d walbreik niet ontstaan, zoo zoude een Vijand alhier aanvallende dog geen tegenstand ontmoeten kunnen, vermits de redansA niet is dan eene lompe hooge muur zonder walgang, Creneaux of Embrasures, en moet dierhalven geene defensie doen kunnende, heel spoedig omverre geschooten zijn, en dus den Vij„ „and eenen vrijen ingang in 't Fort openen. De gebouwen binnen 't Fort zijn zeer weinig in getal en bestaan in d' Opperhoofds wooning. t, t, een heel hoog en zwaar gebouw, torens gewijse opgehaald met zeer hooge verdiepingen, boven rondsom de daken met omgangen en kanteelingen, volgens de oudste trant voor= „zien Tegens een vijand, die geen Canon meede voerde, zoude uit dezelve is. n09
English
64 prelude to the project of improvement to offer some resistance; and even the heavy artillery would not easily collapse of itself, since the walls thereof are uncommonly thick and solid, this building could by suitable repairs be made very habitable and pleasant, and thus always serve for the residence of the Chief of this Establishment. The Commander of the garrison inhabits a convenient little house P. L, although narrow. The guardhouse 55 is also spacious and habitable. The warehouse V. V is very wide and high and moreover still maintained in reasonable repair, and can, since it is at least 2 roeden wide and 27 long, contain a great quantity of provisions, merchandise, etc. The apartment q. q., which is suited for the holding of public worship, might certainly continue to serve for that purpose; but since the buildings in such a cramped fortress must serve many particular purposes, a pleasant and free place for these purposes could certainly be easily found and arranged in the vicinity of the fort in the adjacent garden. In that case qq could become the Artillerymen's Barracks. The powder magazine or rather store stands in a walled place U. rE, which is also used as a burial ground V. V; yet since these two purposes easily allow themselves to be reconciled with one another, unless one wished to bury the corpses there by torchlight, this custom could continue to endure; it seems better and more proper, however, that upon choosing a more fitting place for the dead, a suitable ground thereabouts also be chosen for an ordinary burial ground. This powder house, which is built in the taste of those seen in Cochim, cannot be called fireproof, much less bombproof. In this regard, therefore, upon the fortification and expansion of the place, further provision should be made and it should be placed in a more secure spot; the gorge of the bastion Ceilon would indeed be the most suitable for this, since the powder cellar could be erected there bombproof and covered with the requisite earth. Herewith the undersigned believes he may conclude the description of the present state of this Fortress and proceed to the laying open of some humble proposals, according to which, in his humble view, such strength and extension might be given to it, that whenever the junctures of time and changed circumstances should come to advise the enlargement of the Company's business and trade at this place, the Company's servants and garrison and effects would have so secure a stronghold to enjoy therein, that the same would not be vulnerable to attack except by a considerable Squadron and Corps of Troops of disembarkation, and further by a formal and difficult siege; beginning with the presupposed improvement of the Land Front. This could principally consist, firstly, in the improved flanking of the Counterscarp and Main Ditch, by means of half-moons, and covered flanks placed behind them, a queue d'hirondelle, all of which give and receive a perpendicular flanking back and forth, whereto must also be counted the widening of the parapets along all high works. Secondly, in the covering of the gate and of the bastion corner of Madura by a good bonnet, and the restoration of the flanking of the long Curtain and quay D. W, the ditch 2, and the beach h, h; and Thirdly, by the reinforced flanking of the left Face of Malabaar, by improvement of the Redan A, and by the retiring of the left flank of the bastion itself, which at present lay open due to the collapsed breach. The fortification of the sea side was not to be obtained otherwise than by means of a new Envelope there, since of the old works nothing other than the Line V. m could be employed for that purpose. The principal part of the Trace of these projected works consists of the two long faces of the great redan, Z=o, 3. V, flanked by the right flank of 6 and the left of A, each 8 roeden long. The of
Dutch transcription
64 voorgang tot 't project van verbeetering nog eenige tegenweer te doen staan; en zelfs het zwaar geschut zoude all „zelven niet gemakkelijk vervielen, vermits de muuren daar aan onge„ „meen dik en hegt zijn, dit gebouw zoude door gepaste reparatie heel logeabel en lustig gemaakt kunnen werden, en dus altoos voor de woon„ „plaats van den Chef deezes Etablissement kunnen dienen. de Comman„ „dant van 't garnisoen bewoond een gerieflijk huisje P. L, houwel & „knopt zijnde: De wagt 55 is. ook ruim en bewoonbaar. Het Pack huij V. V is heel wijd en hoog en daar bij ook nog in tamelijke reparatie onderhouden, en kan vermits het op 't minste 2 roeden breed en 27 lang is, een groote meenigte van mond voorraad, koopmanschappen ikz: bevatten. Het vertrek q. q. 't geene tot het houden van den open „baaren Godsdienst geschikt is, zoude zekerlijk daar toe moogen blijven dienen; maar vermits de gebouwen in een diergelijken be„ „krompene sterkte tot veele byzondere oogmerken moeten dienen, zoo zoude zekerlijk in den omtreek des zoits in de naastgeleegene thioun gemakkelijk een aangenaamen en vrijen ooit tot deeze oogmerken gevonden en geschikt kunnen werden. Als dan zoude qq: de Artill „risten Caserne kunnen werden, Het kruid magasijn of Ciever Gurirsse staat in een bemuurde plaats U. rE: dien men teffens tot begraaf „plaats V: V: gebruikt, dan vermits deeze twee oogmerken zig gemak rondstellingen daar „kelijk met malkanderen laaten vereenigen, 't waars dan dat ver de lijken bij flambouwen begraaven wilden, zoo, zoude deeze gewoonte kunnen blijven voortduuren, beeter en voeglijker schijnt het egter dat men bij 't verkiesen van een betaamelijker plaats voor de hen ook een bequaame grond daar omtrent tot een gewoone begraaf plaats uitgekoopen, werden: Dit kruithuis, 't geene in den smaak van die gebouwd is, welke men te Cochim ziel, kan niet eensbran vrij, veel min der bombvrij genoemd werden. Hieromtrent zoude dierhalven bij bevestiging en uitlegging der plaatse nader voor „siening gedaan, en hetzelve op een verzeekerder plaats gesteld worde de keel van 't bolwerk Ceilon zoude daar toe wel 't geschikste zijn, vermits de Kruitkelder aldaar bomborij en met de vereischte aarde bedekt zouden kunnen opgeregt worden. Hier meede meend d' onderget: de beschrijving van den tegenwoordigen staat. deezes Fortresse te moogen besluiten en overgaan tot het openleggen van eenige onderdanige voorstellen, volgens welke naar zijn gering in zien, aan hetzelve eene zoodanige sterkte en uitgebreidheid zou mogen gegeeven werden, dat wanneer de tijdsgewrigten, en veranderde omstandigheeden de vergroo„ „ting van 'sComp:s omslag en koophandel op deeze plaats zouden komen aante „raaden, de dienaaren en bezetting in effecten der Comp: daar in eene zoo verzeekerde vastigheid zouden hebben te genieten, dat dezelve niet dan door een aanzienelijk Esquader en Corps Troupes van de barquement; en voorts door een formeele en moejelijke belegering zoude aantelasten zijn; beginnende met de vooronderstelde verbeetering der Landfront Deeze zoude voornamentlijk kunnen bestaan, eerstens in de verbeeterde bestrijking der Contrescarpe en Hoofdgragt, door middel van halve maanen, en daar agter aangebragte gedekte flanquen, aquene d'hirondelle, die allen eene perpendiculaire bestrijking over en weder geeven en ontvangen, waarby teffens de verbreeding der parapetten langs alle hooge werken te reekenen. Tweeders, in de dekking der poort en des bolwerks hoeks van Madura door een goede bonnet, en herstelling der bestrijking van de lange Courtine en kaaij D: W, de gragt 2, en 't strand h, h, en Derdens door de versterkte Hanqueering van de linkse Face van Malabaar, mits verbeetering van den Redans A, en door 't intrekken der linkse flane van 't bol„ „werk zelve, 't geen thans door de ingevallene breche openlagde De ver„ „sterking der zee zijden is niet anders te verkrijgen geweest dan door middel eener nieuwe Enveloppe aldaar, vermits van d'oude werken niets anders dan de Linie V. m, heeft kunnen daartoe aangewen de vider Het voornaamste van 't Trace deezer geprojecteerde werken, bestaat uit de twee lange faas van den grooten redans, Z=o, 3: V, 'i geflanqueert door de regte flane van 6 en de linkse van A, ieder lang 8. roeden. Het van
English
65 Half-moons. with swallowtails. The bonnet. Sorties of communication. The third part of this Envelope forms, as has been said, the old Line V, m, and is continued by a fourth Line M, 12, which ends at the North-East Face of the new Water-level [illegible]; such is the general sketch of this proposal, but it will nevertheless be necessary to enter into further detail concerning it, in order to unfold the reasons why, and the purposes for which, each of these designed works is arranged and positioned in such a manner as the plan shows them. The flanks of Ceilon and Madura being only 5 roeden long and the ditches lying before them 8 to 10 roeden wide, these flanks moreover standing at right angles to the curtains running in a straight line, and the bastion angles being acute, the defense of the ditches must for the most part rely on the second flanks, which however, because of the existing shortness of the curtains and the lesser width of the ditches, cannot turn out as advantageous as would be desired. These circumstances impelled the undersigned to think of an increased sweeping of the ditch, which, as it appeared to him, could not be effected better than by half-moons placed in the re-entering angles of the counterscarp, as can be seen represented on the plan at B and C. They have an 18-roeden capital line, and stand with their faces at right angles to the counterscarps, from which they are separated by 6-roeden wide ditches that can be swept by the faces of the bastions lying behind them. This is a very simple trace, and cannot cause the slightest difficulties in execution. While, in addition, the shallowness of the ditches and the stoniness of their bottom makes the addition of the low small flanks d, d, O, C, H, and 3, 3 in the manner of a swallowtail /queues d'hirondelle/ very easy, and through such covered works the narrowness of the main flanks is greatly improved and replaced, they have been chosen for that purpose. The salient of Madura could hardly be secured otherwise than by the bonnet D, along whose left throat line the bridge H, g emerging from the sortie J might serve as a passage or entrance to the fort; it appearing necessary besides that one separate this bonnet from Madura by a particular small ditch, in order to make all dangerous communication as inconvenient as possible, so another bridge has been placed in the right throat line of D to separate this work from the quay as well. The left face of D is defended at right angles and level by d: A:, from the height by the right flank of Ceilon, and from without by the right face of B; the left face of the bonnet is defended, as much as the possibility of the terrain permits, by the flank of F.r P. A., which sweeps the advance ditch thereof through the opening z; this must also fire upon the quay and the high beach h, h, being aided therein by the right face of the bonnet and the high bastion angle of Madura. The revetment and quay across the width of the ditch Z must necessarily be opened and cleared away completely, in order not to create a dead angle in the ditch of the bonnet. In peacetime the same can be closed by a dry stone dam so far as might be necessary to break the crashing of the swells in the western Monsoon, but upon the arising of unrest it must be removed at least down to the level of the sea water, and all obstacles destroyed that in the least hinder the free sweeping of the flank z and z. In order to properly maintain free communication with 3 and 6 in the presence of an enemy, the undersigned found himself under the necessity of designing two sorties marked t, one next to the flanking angle of Madura before B, and the other near the middle of the curtain of Ceilon and Malabaar; by means of these one comes out of the place into the faussebraye, and continuing through the passages or barriers U and the water-level bridges V, into the batteries d, d and 3, 3, and from there onward to the half-moons themselves. The front and right wing having thus been reinforced, the principal defects of the left could also be provided for. The breach d being situated in the dotted line b, C, which is a part of the left face of Malabaar, the best means to improve this was certainly that one could break this line from 6 to L.
Dutch transcription
65 Halve maanen. met swaluwstaarten. 't Bonnet. sorties van Communi„ Het derde deel deezer Enveloppe maakt, gelijk gezegd is, de oude Linie V, m, en word vervolgd door eene vierde Linie M, 12, die aan de Face N. O, van 't nieuw Waterpast=tr eindigd, zoodanig is d' algemeene schetse deezes voorstels, zet zal egter nodig zijn, om dien aangaande in een nader detail overtegaan, ten einde de reedenen waarom, en d'oogmerken waar toe, ieder deezer ontworpene werken zoodanig geschikt en geplaatst is, als 't plan dezelve vertoond, te ontvouwen, De Flanquen van Ceilon en Madura slegts 5. roeden lang en de daar voorleg „gende gragten 8 â 10: roeden breed zijnde, deeze flanquen daarenboven regt„ „hoeks op de in een lijn loopende Courtines staande, en de bolwerks hoeken spits zijnde, zoo moet de defensie der gragten meestendeels op de second flanquen berusten, die egter om de plaats hebbende kortheid der Courtines en de mindere breedte der gragten, niet zoo voordeelig uitvallen kan als wel te wenschen waare Deeze omstandigheeden dreeven den onderget: om op eene vermeerderde gragts bestrijking te denken, dewelke, naar 't hem toescheen, niet beeter dan door halve maanen in d' ingaande hoeken der Contrescarpe geplaatst zoude kunnen bewerkt werden, gelijk dezelve op 't plan bij B en C uitgedrukt te zien is. zij hebben 18. roeden Capitaal lijn, en staan met hunne facen regthoeks op de Contrescarpes, van welke zij door 6. roeden breed te gragten afgesneeden zijn, die door de Faces der daar agter leggende bolwercken be„ „streeken kunnen werden. Dit is een zeer eenvoudig Trace, en kan in d' Executie de minste swaarigheeden niet verwekken. Terwijl daar benee„ „vens de ondiepte der gragten en de steenagtigheid van derzelver bodem, de bijvoeging der lage Flancjes d, d. O. C. H. en 3n bij wijse van swaluwen staart /queues d' hirondelle / zeer gemakkelijk maakt, en door dierge„ „lijken gedekte werken de bekrompenheid der hoofd flanquen grootelijks verbeeterd en geremplaceerd word, zoo zijn dezelven ten dien einde verkoosen. De Saillant van Madura heeft niet wel anders dan door 't bonnet D„ kunnen verzeekerd werden, langs welks linkse keellijn de brug H, g de sortie J uitkomende tot passagie of ingang tot het fort zou mogen dienen, daar bij noodzakelijk schijnende, dat min dit bonnet door een bijzonder gragtje van Madura afscheide, om alle gevaarlijke communica „tus zoo ongemakkelijk als mosjelijk maaken, zoo is in de regte keel lijn van D, nog eene brug aangebragt, om dit werk ook van de kaaij te separeeren De linkse Face van D, word door d: A: regthoeks en waterpas, door de regte flanc van Ceilon uit de hoogte en door de regte face van B, van buiten gedefendeert; de linkse bonnets Face word zo veel de mooglijkheid der sitte „atie toelaat, door de flanc: van F.„r P. A. verdeedigt, die door d'oopening z de voorgragt daar van bestrijkt; deeze moet ook de kaaij en 't hooge strand h. h. beschieten, hier in geholpen werdende door de regte bonnets Facl, en den hogen bolwerks hoek van Madura de beschoejing en kaaij ter breedse van de gragt Z, moet noodzakelijk geopend en heel weggeruimt werden, om in de bonnetgragt geen doden hoek te verwekken, In vrederstijden kan dezelven door een dam van drooge steenen in zoo verre geslooten werden, als nodig mogt zijn, om 't instorten der deiningen in de wester Mousson te breeken, maar moet bij't opkomen dan onlusten ten minsten tot gelijk met het zeewater weggenomen werden, en alle beletzelen vernietigd, die de vrije bestrijking der flaac 2 en 2: in 't minste hin„ Om de vrije gemeenschap met 3 en 6 in teegenwoordigheid eenes Vy„ „ands behoorlijk te kunnen onderhouden, vond d' onderget: zig in de noodzakelijkheid twee sorties 't gemerkt, te ontwerpen, d'eene naast den flanqueerhoek van Madura voor B, en d'andere omtrent het midden der Courtine van Ceilon en Malabaar, men komt door mid„ „del van dezelven uit de plaats in de fausse braie, en vervolging door de passages of barrieres. U. en de gelijks water leggende bruggen V, in de batterije d, d' en 3. 3, en van daar voorts naar de halve maa„ „nen zelve. De Front en regte Vleugel dus versterkt geworden zijnde, magte ook in de voornaamste gebreeken van den linkse voorsien werden. Jn de gestippelde zijn b. C, een gedeelte der linkse face van Malabaar„ zijnde de breehe d' zig bevindende, zoo was zekerlijk het beste middel om dit te verbeeteren, dat men deeze lijn van 6 tot L' bri„ „deren konde. ties „seerde „catie