Inventory 3966
Japan · 353 pages · 198 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
having properly accounted for estate funds amounting to Rds 825:12:12 to the co-executor Tan mongko, there now remains, under further administration and accountability for the benefit of the local Chinese poor, in the hands of the last-mentioned present sole executor Tanhiongko, as a well-qualified, wealthy Chinese merchant and resident of this place, a sum of Rds 1651:37:8. Hoping hereby to have complied with the most esteemed pleasure of Their High Excellencies and the orders of Your Right Honorable, I call myself with all respect: lower down: Right Honorable Sir; further down: Your Right Honorable's most humble servant; was signed: P: Stopkeerb; in the margin: Cheribon, the 31st of December 1790. Right Honorable Gentlemen Commander To Commandery of Bantam To Their High Excellencies from 1 October to the last of December Copy Secret and Separate Outgoing Letters, Written by the Indian 22. Separate Copy Year 1791: No. 2. 21 30: Register Of the Marginal Notes to The Secret Letters Written by The Right Honorable Lord Commander here To Their High Excellencies the High Indian Government in Batavia 1 October to the last of December Year 1791: Page 1 October: Request to send back the lighter de Batavier and the pantjallang de Jonge Jan as cruisers. 1: 5 October: The bark de Voorzigtigheid, destined for Padang, assisted with 6 sailors. 3: 18 October: Unfavorable news of the reappearance of the pirates; on Poetie they have again burned everything to the ground, 4: and at Nibong seized a loaded vessel with pepper. The king requests the cannon promised to him, and the return of the pantjallang and lighter for cruising. Fear for the lighter Zeeland. Encounter of the Padang lighter de Welkomst with the pirates. 5: Year 1791 Copy Separate Indian 22. departure To 30. folio 4 No. 2. 21 Copy Page The moat around Speelwijk has been cleared of mud — p. 10 21 October: Departs for the capital to be reinforced and repaired – 5: 15 November: The king is gradually repairing the defects of his gun carriages. 12 king's vessels departed on the 10th of this month for cruising and collecting the pepper. The pantjallang de Jonge Jan dispatched to drive away 5 pirates near Pulau Sabuku and Pulau Sebesi. 6: After the return of de Batavier, also to send it closer. The king is rebuilding and reinforcing his vessels. The complaints of the former resident of Tulangbawang, Abkouw, regarding the Regent there, found to be untrue. The soldier Marinus has been sent to Batavia. Disputes between the Lampongers and Abungers, which are to be mediated in the gentlest way. 15 November: Letters to be answered. Arrival of 2 French ships, as well as another destined for Madras. 12 Great damage caused to the pepper cultivation by the pirates. 7: The king is not able to fulfill his quota. Requests to be excused from the promised deductions on the Pepper report. Thanks for the permission to waive the extraordinary inspection in the Lampongs. Requests the revocation of the order concerning the unmarried. 8 The Pangeran Wira Utama at Samanka rewarded for his zealous pepper planting. Receipt of the nautical charts of the strait. Death of the commanding officer on the pantjallang de Jonge Jan; another appointed. 9 De Jonge Jan and de Batavier will continue the cruise. Six king's cruisers hereabouts in the fairway. The king withdraws his proposal to maintain two large barks. Thanks for the promised gunting prows. 10: The moat around Speelwijk has been cleared of mud. 11: Indian Separate Page 82. 30. 22. 270 No. 2. Copy Request to send back the lighter Batavier and the pantjallang de Jonge Jan as cruisers. Copy Indian Secret and Separate Outgoing Letters Written 22. by the Right Honorable Lord Commander P. here, 1 To Their High Excellencies, From 1 October to the last of December 1791. Upon the departure of the bark Vreedelief, I take the liberty to give Your High Excellencies due notice that in the recent conference held by me with the King of Bantam concerning the returned Company vessels, it was agreed by mutual deliberation to respectfully propose to Your High Excellencies that the pantjallang de Jonge Jan as well as the lighter de Batavier be employed during this period of the monsoon, when pirates generally tend to appear the most, to carry out a cruise, but especially to accompany His Highness's vessels that Separate with to send. folio No. 2. to send back the pantjallang de Jonge Jan as cruisers. cruising, but especially His Highness's vessels that Copy Indian Secret and Separate Outgoing Letters Written 22. by the Right Honorable Lord Commander 30. here, To Their High Excellencies, From 1 October to the last of December 1791. Request to send back the lighter Batavier and the pantjallang de Jonge Jan as cruisers. Upon the departure of the bark Vreedelief, I take the liberty to give Your High Excellencies due notice that in the recent conference held by me with the King of Bantam concerning the returned Company vessels, it was agreed by mutual deliberation to respectfully propose to Your High Excellencies that the pantjallang de Jonge Jan as well as the lighter de Batavier be employed during this period of the monsoon, when pirates generally tend to appear the most, to carry out a Separate Copy with to send. 1 No. 2.
Dutch transcription
hebbende Boedelgelden tot Rd„s 825: 12:12: noul den meede boedelmeester Tan mongko, behoorlijk ver= antwoording gedaan te hebben, zo blijft thans, onder verdere beheering en verantwoordinge ten betoeve der Chineese Anmen alhier, in hande van laestgem: presente alleen boedelmeester Tanhiongko, als een wel geschikt gegoede Chineeseh Negotiant en inwoonder deeser plaatse Een somma van Rd„s 1651:37: 8. verhoopende hier meede aan de altooste Eeven be= lieven hunner hoog Edelheedens, en de ordre Uwer welEd: Geb: tet hebben voldaen, ik wij met alle ontzag noeme: /onderstond / Wel Edele Gebooren Heer /lager/ Uuweltb: Geb: zeer ootmoedigens dien aan /was geteekend / P: Stopkeerb /in margine / Chieribon den 31. december 1790. Wel Edele Agtbaren Heeren Commandeur Aar Commandement Bantam Aan Hunne Hoog Edelhedens zedert Primo October tot ult:o December Copia Secreete en Aparte Afgaande Brieven, Geschreeven door den Indiasche 22. Aparte Copia Anno 1791: No 2. 21 30: Register Der Marginalen op De Secreete Brieven Geschreeven door Den Weldele Agtb:r Heer Commandeur alhier Huinne Hoog Edelheeden de Hooge Indiasche Regeering te Batavia Prim october tot ultimo December Anno 1791: Pagina den 1: October verzoek om de ligter de Batavier ende Pantjallang de Jonge Jan als kruissers terug te zenden. 1: „ 5 „ De na Padang gedestineerd Bark de voorzigtigheid „ 3: „ „ met 6 mattroosen geadsisteerd. „— den 18: „ ongunstige tijdingen van de weder verscheining der Zeeroors„ „ „ „ hebben op Poetie weder alles afgebrandt - - - „ 4: „ „ „ en op Nibong een geladen vaartuig met /: per weggenomen„— „ Den koning verzoekt om het hem toegezegde Canon „ „ en om de terug zending van de pantjallang en ligter ter bekruissing - - - - - - - - - - - - Bedugting voor de Ligter Zeeland. – – - - - - „ — „ Rencontre der Padangse ligter de welkomst met den zeerovers - - - - - - - - Anno 1791 Copia Aparte Indiasche 22. vertrek Aan 3O. fo 4 No. 2. . „— „ 5: e „ 21 „ „ „ Copia Pagina De gragt rondom speelwijk is uit gemodder — - p„s 10 den 21: October Vertrekt na de Hoofdplaats om versterkt en gere pa„ den 15: Nov: De koning hersteld langzamer hand de gebreeken „reed: te worden – – – – – – – – – – – – „ 5: „ „ „- van zijne Afuiten - - - - - - - 12: konings Vaartuigen den 10: dezer vertrokken ter bekruis„ „ „ „ „sing en afhaal der peeper - – - - - - - - - „ — de klagten van den gewesen resident van Toulang„ De Pantjallang de Jonge Jan afgezonden ter verdrijving van 5: Zeerovers bij Poloe saboekoe en Poloe Bissie „ — Na terug komst van de Batavier mede nader waards te - - - - - „ 6: „ „ „ Onwaar bevonden - - - „ De Koning Vertimmert en versterkt zijne vaartuigen „ — „ „ De soldaat marinus is na Batavia gezonden. — „ — - -- - - - - – zenden - „ „ „ geschillen tussen de Lamponders en Abongers „ — „ „ „ die langs den zagsten weg staan bemiddelt te worden „— „ 15: November Te beantwoordene Brieven - - - - - - - „ — „ „ „ Aankomst van 2: Fransche scheepen - - - „ 12 „ groot nadeel aan de peeper Culture door de zeeroverstoe„ – – –„ 7: „ „ „ als mede van nog een gedestineerd na Madras „ — „gebragt - - - - - - - - - de koning is niet in staat zijn Contingent te voldoen. „ — versoekt verschoond te zijn vande beloofde pedenkin„ „gen op het Peper raport - - - - - - - - - „ — Bedankt voor de toestemming om van de Extra op „neem in 't Lamponse afte zien - - - - - - - — Verzoekt om intrekking der Ordre betrekkelijk de – – – – – – – – – „8 - ongetrouden - De Pangerang Wiera oetama, te samanca voor zijn ijverig perper planten beloond - - - - - - „— „ Ontfangst der zeekaarten van de straat - - - „ — Overleijden van den gezaghebber op de pantjallang de Jonge Jan - - - - - - - - - - - - - - - - „ 9 - - –– „— „ een andere aangesteld - - - - de Jonge Jan ende Batavia zullen de kruistogt voor –„ zetten - - - - - - „ Zes konings kruissers hier om streeks in 't Vaarwater — „ de koning ziet af van zijn voorstel tot het aan„ „ „houden van twee groote Barken - - - - - „ Bedankt voor de toe gezegde prauw gontings – - - „ 10: „bawang van Abkouw – - - - - - - - „ — „ „ „ over den Regent aldaar - - - - - - - - „ — Indiasche Aparte Pagina „ „ De gragt 82. „ „ „ „ „ „ „. „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ -- - –„11: 30. 22. 2 70 No 2. Copia jallang de Jonge missers te rug Copia Indiasche Secreete en Aparte Afgaande Brieven re Geschreeven 22. door den Wel Edele Agtbaren Heer Commandeur P. Alhier, 1 Aan Hunne Hoog Edelhedens, tZedert P=mo October tot Ult=o December 1791. doek om de ligter Het het vertrek van de Bark vreede lief neme ik Batavier en de de vrijheid UWe Hoog Ed=ns verschuldigde kennisse te geeven dat in de Jongste door mij met den Koning van Bantam gehoudene Conferentie over de terug gekomen Comp=s vaar„ tuigen, met gemeene overleg is vastgesteld om Uwe Hoog Ed=ns Eerbiedig voor te slaan, om de Pantjallang de Jonge Jan zo wel als de ligter de Batavier in deeze tijd van 6 Jaar, wanneer sig den zeer over gemeenlijk wel het meest pleegen te vertoonen, te mogen emploijeeren, tot het doen van een bekruissing, dog vooral om zijn Hoogheids vaartuigen, die Aparte met enden. ƒ No. 2. allang de JongeJa uissers te rug bekruissing, dog vooral om zijn Hoogheids Vaartuigen, die Copia Indiasche Secreete en Aparte Afgaande Brieven Geschreeven 22. door den Wel Edele Agtbaren Heer Commandeur 30. Alhier, Aan Hunne Hoog Edelhedens, t Zedert Pmo October tot Ult=o December 1791. „oek om de ligter Het het vertrek van de Bark vreede lief, neme ik Batavier en de de vrijheid UWe Hoog Ed=ns verschuldigde kennisse te geeven dat in de Jongste door mij met den Koning van Bantam gehoudene Conferentie over de terug gekomen Comp=s vaar„ tuigen, met gemeene overleg is vastgesteld om UWe Hoog Ed=ns eerbiedig voor te slaan, om de Pantjallang de Jonge Jan zo wel als de ligter de Batavier in deeze tijd van 6 Jaar, wanneer sig den zeer over gemeenlijk wel het meest pleegen te vertoonen, te mogen emploijeeren, tot het doen van een Aparte Copia met indem. 1 No. 2.
English
Copy Indian Secret and Separate Outgoing Letters Written by the Right Honorable Lord Commander Here, To Their High Noble Lordships, From Primo October to Ultimo December 1791. Separate Copy Request to send the lighter the Batavier and the pantjallang the Jonge Jan back as cruisers. With the departure of the barque Vreedelief, I take the liberty of giving Your High Noble Lordships due notice that, in the recent conference held by me with the King of Bantam concerning the returned Company vessels, it was resolved by mutual agreement respectfully to propose to Your High Noble Lordships to employ the pantjallang the Jonge Jan as well as the lighter the Batavier during this season of the year, when pirates generally appear most frequently, for the purpose of carrying out a patrol, but above all to escort His Highness's vessels. About 15 of these would be ready to sail by the end of this month in order to collect a portion of the 2000 bahars of pepper lying in store at the Lampongs ports of Poetie, Pennet, and Nibong, and to convoy them back from there; while the 4 cruising mayang proas already dispatched by the King, mentioned in my humble letter of 20 September last, had stood higher up and as far as Lampong Toulanbawang to keep the fairway safe there. Pursuant to this, may I be permitted to request Your High Noble Lordships to allow the lighter the Batavier, which we recently sent to the capital to fetch the much-needed rice and arrack as well as cash for the small treasury, to return rationed as soon as possible, in order, as communicated in the humble general letter of 27 September, to be able to carry over the necessities for the post at Lampong Camanca, and then from there to begin its cruise together with the pantjallang the Jonge Jan, which in the meantime we will dispatch to Batavia at the beginning of next week with the remaining surplus artillery goods, in order on that occasion to be provided with the necessary rations and otherwise. With all due submissiveness, I have the honor to be, /signed below:/ I.O. /was signed/ Fredrik Hendrik Beynon. /in the margin/ Bantam, 5 October 1791. To the same as before. Unfavorable news regarding the reappearance of the pirates. With the return yesterday of several of the King's vessels, one of them, coming from Cecampong, brought the unpleasant and unfavorable news that pirates had again shown themselves, not only along the coast of Lampong north of North Island, but that they, at the principal pepper places situated around that district, namely Poetie, Pennet, and Nibong, where according to the noted... Separate Copy The barque de Voorzigtigheid, bound for Padang, assisted with 6 sailors. On the 16th of this month, the junior merchant and elected second at that place, Dirk ter Hoeff, came ashore here by boat from the barque de Voorzigtigheid, bound for Padang, which had come into sight the day before. He handed to the humble subscriber a letter addressed to him by the commander of that vessel, along with an extract from the ship's resolution taken on board that vessel, requesting to obtain the assistance of crewmen requested therein as highly necessary, in place of 4 disabled sailors who came with him and remained behind here in the hospital at his request. For the urgent reasons cited in that resolution, a copy of which I have the honor to offer Your High Noble Lordships, in the hope of Your High Noble Lordships' favorable approval, and however much this trading post is thereby again weakened in sailors, I accommodated this small craft with 6 sailors so as not to cause the slightest delay in the projected voyage. These crewmen sailed on board toward evening with the said Ter Hoeff, while that barque was already out of sight of Bantam yesterday morning and continued its voyage further. With due esteem and deep respect, I have the honor to call myself, /signed below:/ I.O. /was signed:/ Fredrik Hendrik Beijnon /in the margin/ Bantam, 18 October 1791. To the same as before.
Dutch transcription
Pantjallang de Jonge als kruissers te rug bekruissing, dog vooral om zijn Hoogheids Vaartuigen, die Copia Indiasche Secreete en Aparte Afgaande Brieven Geschreeven 22. door den Wel Edele Agtbaren Heer Commandeur Alhier, 1 Aan Hunne Hoog Edelhedens, tZedert Pmo October tot Ult=o December 1791. 80. Aparte Copia Versoek om de ligter Het het vertrek van de Bark vreede lief, neme ik de Batavier en de de vrijheid UWe Hoog Ed=ns verschuldigde kennisse te geeven dat in de Jongste door mij met den Koning van Bantam te zenden. gehoudene Conferentie over de terug gekomen Comp=s vaar„ tuigen, met gemeene overleg is vastgesteld om Uwe Hoog Ed=ns eerbiedig voor te slaan, om de Pantjallang de Jonge Jan zo wel als de ligter de Batavier in deeze tijd van 6 Jaar, wanneer zig den zeer over gemeenlijk wel het meest pleegen te vertoonen, te mogen emploijeeren, tot het doen van een met No. 2. Opia met 6 mattrosen gead„ sisteerd. met het einde dezer maand wel ten getalle van Circa 15 zoude gereed zijn, om uit te loppen, ten einde een gedeelte der op de Lampons Portie, Pennet en Nibong in voorraad tineerde Bark de leggende 2000. Baren peper aftehalen, na derwaards voorzigtigheid en van daar weder terug te Convoijeeren, terwijl s' konings reeds afgezondene 4 kruispraumaijangs vermeld bij mijne nedrige letteren van den 20 september s:t L: hoger op en tot na Lampon Toulanbawang waren gestooken om het vaarwater aldaar veilig te houden. Ingevolge hier van zij het mij vergund UWe Hoog Ed=ns te verzoeken om de Ligter de Batavier, die wij onlangster afhaal van de hier zeer benodigde rijst en Arak item Contan„ ten voor de Kleijne Cas na de Hoofdplaats hebben gezon¬ den, weder zo spoedig mogelijk gerandsoeneerd te laten terug keeren, om zo als bij onderdanige gemeene letteren van den 27 september is bedeelt de benodigtheden voor de Post op Lampon Camanca te kunnen overbrengen, en dan van daar zijn kruistogt te beginnen te samen, met de Panthallang de Jonge Jan, die wij intussen met de resteerende overtollige Arthillerij goederen in 't begin der aanstaande week na Batavia zullen laten overgaan, om bij die gelegenheid van de benodigde rand„ soenen als andersints voorzien te werden. Met alle verschuldigde onderdanigheid. heb ik de Eere te zyn. /onderstond:/ I: O: /was getekend/ Fredrik Hendrik Beynon. / in Margine./ Bantam den 5 October 1791. Ongunstige tijdingen Met de terugkomst op gisteren van verscheide Konings vaar„ aan de wederverscheining tuigen, heeft onder andere een derzelve komende van Cecampong de onaangename en ongunstige tyding gebragt, dat zig de zeerovers wederom niet alleen langs de Cust van Lampon benoorden het Noorder Eiland hadden vertoond, maar dat zij op de voornaamste peeper plaatsen om dien Oordt gelegen te weeten Poetie, Pennet en Nibong, alwaar volgens het genoteerde Aparte De na Padang gedes. Op den 16 dezer is alhier van den daags bevorens in 't gezigt gekomene, na Padang gedestineerde Bark de Voorzig„ tigheid p=r een schuit aan Land gekomen, den onderkoop V Indiasche man en g'eligeerd secunde, te dier plaatse Dirk ter Hoeff, dewelke aan den nedrigen tekenaar een aan hem gerigte Brief van den Gezaghebber van dat Kieltje nevens deen Extract uit de aan boordt van dat vaartuig genomene scheeps resolutie ter hand gesteld heeft, met verzoek om de daar bij als hoog benodigt verzogte adsisten„ tie van manschappen, insteede van 4 met hem gekomene in„ pontente Mattroosen, die op zijn verzoek alhier in 't Hospi„ taal zijn agtergebleven, te mogen erlangen. Ik heb om de bij die resolutie, waarvan de Eere heb Uwe Hoog Ed=ns copia aan te bieden, aangehaalde dringende redenen in Hoope UWer Hoog Ed=ns gunstige approbatie, en hoe zeer dit Comptoir daar door weder in mattrosen verzwakt, dit Bodemtje, ten einde geen deminste vertraging in de geprojecteerde reijse te veroorzaken, met 6 mattrosen gerieft, welke manschappen tegen den avond met gem. Ter Hoeff naar Boordt gevaren zijn; terwijl die Bark bereeds gisteren morgen uit het gezigt van Bantam is geweest, en zijne reijse verder heeft voortgezet. Met verschuldigde Hoogagting en diep respect, heb ik de Eere mij te noemen /onderstond:/ I. O. / W: G: Fredrik Hen„ drik Beijnon /in margine/ Bantam den 18 October 1791. Aan als voren. Aan als voren. der zeerovers. 3O. en 22. No 2.
English
Copy they have burned down everything again on Poetie and on Nibon no laden vessel with The king requests and for the return The pantjallang de Jonge Jan dispatched 12 royal vessels to cruise and collect the pepper. Departs for the Capital as mentioned in my humble letter of the 5th of this month, the greatest supply of Pepper was collected, and which, as His Highness told me the day before yesterday, was expected to increase shortly to 3000 Baren, they had already begun their depredations, and on Poetie, where everything had been restored since the destruction caused by them last year, they had burned down everything anew. That however until now no fully reliable reports had been received as to what further damage they had caused yonder, other than that they had captured one of the vessels in the river Pepper taken away, from which its Juragan fled and brought this news to Pecampong aforesaid, with further report that the fleet of pirates had consisted of 5 large and 40 small vessels. His Highness has asked me with great seriousness to communicate these fatal tidings further to Your High Right Honourables, with urgent entreaty that it may favorably please Your High Right Honourables to send hither as soon as possible the iron cannons of 3 and 2 lb requested by that monarch and already promised by Your High Right Honourables, in order to mount them on the vessels being prepared to carry that ordnance and to dispatch them against the pirate. I therefore take the liberty of presenting this request to Your High Right Honourables with urgency, as well as that Your High Right Honourables, pursuant to the proposal already made in the said respectful letter of the 5th of this month, may be pleased to send back the pantjallang de Jonge Jan and the lighter de Batavier for cruising, the sooner the better; the latter with the so sorely lacking rice and arak, of both of which articles we have already been compelled to borrow the necessary amounts from the provision of the King and of the Chinese Lieutenant. Apprehension for the lighter Zeeland. As the Bantam lighter Zeeland has not yet returned from Lampon Toulanbawang to date, we are apprehensive that it, as well as the royal cruising vessels, As above. Encounter of the Padang lighter with the pirate. which was destined for Padang and, having entered Bantam Bay on the first of this month by day on account of an encounter had with two pirate vessels in the Bay of Lampen, where they pursued and fired upon this lighter on the 9th ultimo, whereby not only the rigging and sails, but also the vessel itself was damaged in several places, just as one of the best sailors, standing at the helm, was shot in the back with a bullet, so that he died of the wound in the hospital this morning. And since its commander, Sub-Lieutenant Samuel Cornelisze, has indicated that he could not well put to sea again without further reinforcement of ammunition and crew and being repaired, and we are not able to provide him with either, especially with small artillery, we have deemed it most advisable to have this small craft return as soon as possible to the Capital, in order to be provided there with what is needed and to be repaired of its defects. Furthermore, I take the liberty of informing Your High Right Honourables that on the 10th of this month 12 royal vessels departed from here, among which are 3 well-armed cruisers, in order to call at the principal pepper places such as Pennet, Poetie, and Nebong, and to remain there until the pepper is collected, while the royal cruising vessels will also have to remain within the rivers for that duration. At the king's request, to drive away 5 pirates at Saboekoe and Poloe, I have sent the Company's cruising pantjallang de Jonge Jan, which arrived on the 6th of this month with the 2 and 3 lb cannons and their accessories requested by His Highness, along with the lighter de Welkomst which departed from the Capital, yesterday afternoon, from Nieborg already lying ready fully laden with pepper, which, to the number of 6 vessels, have set sail for Dampon Poulanbawang, might be captured by the pirates, or otherwise be kept hemmed in by them in the river of Toulanbawang. In all submissiveness I have the honour to subscribe myself with due high esteem. Was signed Fredrik Hendrik Beijnon. In the margin Bantam, 21 October 1791. the Indian Separate which aforesaid Cannon Biscie 80 Section 22 No 2
Dutch transcription
Copia hebben op Poetie weder alles afgebrandt en op Nibon geen ge„ laden vaartuig met Den koning verzoekt en om de terugzending De pantjallang de Jonge Jan afgezonden 12 konings vaartuigen ter bekruissing en af„ haal der peeper. Vertrekt na de Hoofd„ S bij mijn nedrige van den 5 dezer, de grootste voorraad van Peeper was ingezameld, en die zo als zijn Hoogheid mij nog op eergis„ teren gezegd heeft, binnen korte wel tot 3000. Baren stond aan te groeijen, bereeds hunne stroperijen hadden begonnen, en op Poetie, alwaar alles zedert de door hun in 't voorleden Jaar aangerigte verwoesting, wederom was hersteld, op nieuw alles hadden afgebrandt. Dat men egter tot nog toe geen volkomen zeekere berigten had ontfangen, wat schaade zij verder ginter hadden ver„ oorzaakt, als alleen, dat zij een der Vaartuigen in de rivier Peeper weggenomen. hadden vermeesterd, waar van dies Juragan gevlugt en die tijding op Pecampong voorn. had aangebragt, met verdere narigt, dat de vloot der Zeerovers had bestaan in 5 groote en 40. Kleijne vaartuigen. Deze Fatale tijdingen heeft zijn Hoogheid mij met: zeer veel Ernst laten verzoeken, om dezelve verder aan UWe Hoog Edelhedens te willen bedeelen, met dringende instantie, dat het Hoogst dezelve goedgunstig mogen behagen, om de door dien vorst gevraagde en door UWe Hoog Ed=ns reeds toe plaats om versterkt om het hem toegezegde gezegde Yzere Canons van 3 en 2 lb zo spoedig mogelijk te willen herwaards zenden, ten einde de vaartuigen, die tot het voeren van dat geschut in gereedheid worden gebragt, daar meede te kunnen monteeren en op den zeer over af te zenden Ik neme dus de vrijheid UWe Hoog Ed=ns dit verzoek met en liften tet bekhussin in pressement voor te dragen, zo wel als dat Hoogst dezelve in¬ gevolge de reeds bij gem. eerbiedige letteren van den 5 dezer gedane voorslag, de Pantjallang de Jonge Jan en de Ligter de Batavier tot de bekruissing, hoe spoediger hoe liever te rug gelieven te zenden; de laast gem. met de zo zeer ontbree„ kende rijst en Arak, van welke beijde artikels men reeds ge„ noodzaakt is geweest tot de verstrekking van den Koning en van den Lieut:t Chinees het nodige te leenen. Bedugting voor de Vermits tot heden de Bantamse Ligter Zeeland van Lampon Ligter Zeeland. Toulanbawang nog niet is terug gekeerd, zijn wij in bedugang, heerovers bij Poloe dat dezelve misschien, zo wel als konings kruisvaartuigen, Aan als voren. rencontre der Padangs J„o voor Padang gedestineerde en op den Eersten dezer van de met den Leerover. dag de Bantamse baaij binnen gelopen zijnde, uit hoofde eener gehad hebbende rencontre met twee Leerovers vaartuigen in de Bogt van Lampen, alwaar zij deeze ligter op den 9' passato agtervolgd en beschooten, waardoor niet alleen het tuig en zeilen, maar ook het vaartuig op verscheide plaatsen is beschadigt, ge„ lijk ook een der beste mattrosen, aan het roer staande, met een Kogel in de rug is geschoten, zo dat dezelve aan de wonde deeze morgen in 't Hospitaal is overleeden. En vermits dies Gesaghebber den Sous Lieutenant Samuel Cornelisze heeft te kennen gegeven, dat niet wel zonder meerder en gerepareerd te worden versterking van amunitie en manschap wederom zee konde kiesen, en wij niet in staat zijn hem met het een en ander vooral met klein geschut te voorzien, zo hebben wij het raadsaamst geoordeelt, dit kieltje weder zo spoedig mogelijk na de Hoofdplaats te laten terug keeren, om aldaar met het nodige te kunnen ge„ riefd en van dies gebreeken hersteld te worden. Voorts neem ik de vrijheid UWe Hoog Ed=ns te bedeelen, dat en 10 dezer vertrokken, den 10 dezer van hier zijn vertrokken 12 s'Konings vaartuigen waaronder 3 wel g'armeerde kruissers, ten einde op de voornaam„ ste peeper plaatsen als Pennet, Poetie en Nebong binnen te loopen, en aldaar zo lang te blijven vertoeven, tot de peeper is ingezameld, terwijl s'Konings kruisvaartuigen binnen de rivie„ ren mede zo lang zullen moeten vertoeven. Op des konings verzoek, heb ik Comps kruispantjallang ter verdrijving van 5 de Jonge Jan die op den 6 dezer met het door zijn Hoogheid ver„ Saboekoe en en Poloe zogte Canons van 2 en 3 lb en dies toebehoren g'arriveerd is, met van Nieborg reeds volladen met peeper gereed leggende, sigter de welkomst Hoofdplaats vertrokkene Ligter de Welkomst, gisteren agtermid„ die ten getalle van 6 stuks na Dampon Poulanbawang zijn opgestoken, door de Leerovers mogte zyn veroverd, of wel anders in de rivier van Toulanbawang door dezelve ingesloten worden, gehouden. In alle onderdanigheid heb ik de Eer mij met verschuldigde Hoogagting te onderschrijven. /onderstond/ IO:/ w: g:t Fredrik Hendrik Beijnon/ in margine Bantam den 21 October 1791. de Indiasche Aparte die voorsz: Canon. Biscie 80. § 22. No 2.
English
Copy After the return of the Batavier, also repairs and strengthens his vessels, requests to be excused, Pepper Report, thanks for renouncing the Lampongs, to satisfy, inflicted by the pirates. The aforementioned King's vessels were dispatched to convoy them as far as the abovementioned places, and then to begin their cruise from there, especially along the eastern coast of Lampong, to which end I have provided the necessary instructions to their commander. However, on the 13th, intelligence having arrived that the pirates were staying with 5 vessels near Pulau Sebesi and Pulau Sebuku, I likewise, at the insistence of the King, sent counter-orders to the aforementioned penjajap De Jonge Jan and ordered it, without lingering any longer to convoy the Bantam vessels, to turn directly toward the just-mentioned islands, in order to keep the fairway between there and Valkenhoek safe in both directions and to prevent them from causing any damage. The King repairs. As soon as the lighter De Batavier, which we dispatched to Batavia on the 3rd of this month with 159 bahars of pepper, returns, along with such motives as were set down in the respectful joint letter sent at that time, it will likewise be dispatched thither, while the King is diligently engaged in repairing and strengthening his largest vessels, so as to be able to send them off with the cannon received, for which His Highness presents his humble thanks, by the time the pepper gatherers are ready to sail out. With due submission and deep respect, I have the honor to be /below was written:/ F. O. /was signed/ Fredrik Hendrik Beynon. /in the margin/ Bantam, 15 November 1791. Letters to be answered. In accordance with my bounden duty to reply to the successive separate letters received from Your High Noble Lordships dated 31 December 1790, 25 February, 3 March, 2 June, and 13 October, insofar as they have not yet been answered, I have the honor with regard to: To the same as before. The Produce. To state that, although one cannot doubt the well-intentioned efforts of the King to improve and expand the pepper cultivation to the utmost of his ability, His Highness, to his grievous regret, has once again been most unfortunately disappointed by the continuous robberies and plunderings of the pirates, who throughout this year have almost incessantly rendered the fairway unsafe and caused very great damage, as Your High Noble Lordships have been successively informed by the humble subscriber in the dispatched letters. The damages thereby inflicted both upon the Company and upon the King are of such a nature that it is to be feared, if this rabble is not stopped in its fury or attacked and suppressed in its hiding places, that the pepper harvest will forever, if not entirely destroyed, at least be brought to an irreparable decline. The obstructed navigation is therefore the cause that the pepper gathered this season in various districts along the coast of Lampong, according to what I respectfully cited in the letter of 21 October of the previous year, could not be brought hither, whereby the King is also prevented from delivering the 100 bahars as a contingent for the past financial year 1744 to the Company, for which His Highness humbly requests forgiveness, promising that the same shall be fulfilled twofold in the coming year. Meanwhile, the King has requested me that he might be excused from submitting his promised observations on Your High Noble Lordships' esteemed resolutions concerning the pepper report of the gardens to the East, since His Highness states that everything regarding Your High Noble Lordships' intentions relative to the orders for the improvement of the plantations had already been put into effect, and thus had reached its conclusion. With great pleasure the prince expressed his gratitude for Your High Noble Lordships' accommodation and permission to refrain from the extraordinary survey in the Lampong districts of the Indian vessels there. B. Paragraph 22. Separate No. 2.
Dutch transcription
Copia na terug komst van de Batavier mede mert en versterkt zijne versoekt verschoond Peper raport. Bedankt voor de Lempapsen af te zien. te voldoen. de zeerovers toegebragt. voorsz. konings vaartuigen afgezonden, om deselve tot aan bovengem: plaatsen te Convoijeren, en dan van daar zijn kruistogt te beginnen, vooral langs de oostelijke Rust van Lampon, tn welken einde aan dies gezaghebber de nodige instructie heb mede gegeven. ƒ 1 Dan op den 13 bezigt ingekomen zijnde, dat de zeerovers na derwaards te zenden met 5 Vaartuigen zig onthielden na bij Poloe Saboekoe en Poloe Biscre, so heb ik insgelijks op de instantie des Konings gem. Pantjallang de Jonge Jan, Contra ordre toegezonden en gelast zonder zig langer met het Convoijeeren zer Bantamse Vaartuigen op te houden, direct de Heeren te wenden na de Evengem. Eilanden, om het vaarwater van daar tot aan de„ Valkens hoek over en weder veilig te houden, en te beletten, dat zij geen schaade veroorzaken. De Koning vertim„ Loras de Ligter de Batavier, die wij den 3 dezer met 159. Baren Peeper na Batavia hebben afgezonden, om zodanige motisten, als bij de toen afgegane eerbiedige gemeene Brief zin ter neder gesteld, zal terug zijn gekomen, zal dezelve ins„ gelijks derwaards worden gedepecheerd, Terwijl den kring met alle ijver bezig is, om zijne grootste vaartuigen te vertim„ meren en te versterken, om dezelve met het ontfangene Canon, waarvoor zyn Hoogheid zijne nedrige dank laat afleggen, te kunnen afzenden, tegen die tijd, dat de peper haalders zullen gereed kunnen zijn om uit te loopen. Met verschuldigde onderdanigheid en diepen eerbied heb ik de Eer te zijn /onderstond:/ F. O. /was getekend/ Fredrik Hendrik Beynon. /in margine/ Bantam den 15 November 1791. Te beantwoordene Volgens mijn schuldige pligt zullen de rescribeeren op de successive ontfangene aparte missives Uwer Hoog Ed=ns de dato 31 December 1790, 25 February 3 Maart 2 Junij en 13 October voor zo verre daarop nog niet is geantwoord heb ik de Eer met opzigt tot. Brieven. Aan als vooren. De Producten ter neder te stellen, dat schoon men aan de welmenen„ de Pogingen van den koning om de peeper Culture na uiter„ Groot nadeel aande ste vermogen te verbeteren en uit te breiden niet kan twijffelen :peeper Culture door zijn Hoogheid daar in tot zijn grievend leedwesen weder om aller ongelukkigst is te leur gesteld door de onafgebroken roverijen en perlunderingen der zeekovers, die gedurende dit Jaar bijna zonder ophouden het vaarwater onveilig gemaakt en zeer groote schade hebben veroorzaakt, zo als daar van door den nedrigen Tekenaar bij de afgezonde Brieven suc„ cessive Uwe Hoog Ed=ns is kennisse gegeven. De nadelen Vier door zo wel aan de maatschappij als aan den koning toegebragt zijn van dien aart, dat het te dugten is, indien dit gesplus in zijne woede niet gestuit of in zijn schuilnesten aangetast en te ondergebragt werd, als dan den peeper insaam voor altoos zo niet geheel vernietigd ten minsten tot een onherstelbaar verval zal gebragt worden. De gestremde vaart is dus de oorzaak dat de peper die men in dit saisoen op verscheide districten langs de Kust van Lampon, volgens het door mij eerbiedig aange„ „haalde bij brief van den 21 October J=o L:r heeft ingezameld de koning is niet in niet is kunnen herwaards gevoerd worden, waar door den staat zijn Contingent Koning mede verhindert is om de 100 Baren tot een Contingent voor het gepasseerde Boek Jaar 1744 aan de Comp=e te leeveren, waar voor zijn hoogheid nedrig verschoning verzoekt, sullende het zelve in het aanstaande dubbeld worden voldaan. Ondertussen heeft mij den Koning verzogt, g'excuseerd te zijn van de beloofde te mogen zyn om de door hem toegezegde bedenkingen op bedenkingen op het uwe Hoog Ed=ns g'eerde dispositien op het peeper rapport van de tuinen om de Oost, Dewijl zyn Hoogheid zegt, dat alles na de intentie Uwer Hoog Ed=ns betrekkelijk de de ordres ter verbetering der Plantagien, reeds was in het werk gesteld, en dus hun beslag had erlangd. Met veel genoegen heeft den vorst zijne erkentenis be„ Boestemming om van tuigd over de inschikkelijkheid en toestemming Uwer Hoog Ed=ns om van de Extra opneem in de Lamponse districten op de de Indiasche daar vaartuigen. de B. § 22. Aparte No 2.
English
Copy Requests the withdrawal of the order regarding the unmarried men. The Pangerang Wiera Oetama at Samanca rewarded for his diligent pepper planting. The king abandons his proposal to maintain two large barks. The Jonge Jan and the Batavier will continue the cruising expedition. Decease of the commander on the pantjallang the Jonge Jan. Another appointed. Receipt of the sea charts of the Sunda Strait. Six of the king's cruising vessels in readiness. to waive the objections raised against it, while he likewise expects that Your Noble Honours will be pleased to grant his recently made request to also waive, following what was written in Your Noble Honours' highly esteemed collective letter of 30 September last, the requirement to urge the unmarried men in the Lampons, and particularly those under Camanca, to plant pepper, as His Highness states that innovations cannot well be introduced among that native population without fear that they, being very attached to their old customs, will be more deterred by coercion, and the number of runaways or those moving to other places, about which the Postholder of Lampon Camanca complained in a letter of 26 November past, will increase. As proof that the king promotes cultivation with great zeal, His Highness at the beginning of this month sent to a certain Pangerang Wiera Oetama at Samanca under the district of Boniawang—who according to the incoming survey report of the gardens appeared not only to have had the most planters at work, but also exerted himself the most to keep his gardens in good condition and the trees as close to full count as possible—as a token of his pleasure and to further encourage him as well as others, a ceremonial garment of gold fabric and whatever else belongs to such attire. Concerning the cruising operations, the humble subscriber takes the liberty under this heading to report that the charts of the Strait of Sunda requested in exchange have been duly received, and that since his respectful letter of 15 November past, the pantjallang the Jonge Jan, sent out on a cruising expedition, put into this bay again on 18 November because the commander, Sous-Lieutenant Jacobus Jurriaanse, was very dangerously ill; the same passed away here shortly thereafter. The necessity of continuing this cruising expedition made me decide to take one of the sous-lieutenants from the small vessel lying in the roadstead, the Cornelia Adriana, named Pieter Phijsen Junior, and confer the command of the aforementioned pantjallang upon him; the vessel, after executing a proper transfer, departed from here again on the 25th thereafter in order to continue cruising around the islands Caboekoe and Bissie according to the contents of the instructions given with its first dispatch and the further orders received, and to await the lighter the Batavier. Which last-mentioned vessel, which according to Your Noble Honours' highly esteemed collective letter of 25 November last is to come hither with the requested cash, I continue to anticipate with eagerness, in order to be able to do all the greater damage to the sea rovers in combination with the pantjallang the Jonge Jan. The king's large vessels, suitable to sail out with the cannon recently brought for His Highness, are not yet in readiness, but His Highness has in the meantime, for the security of the waterway around here, again sent out 6 well-armed cruising prau mayangs, since the pirates, having appeared around the Point of Pontang, had taken away a fishing vessel. The thorough remarks made by Your Noble Honours on the two large barks or sloops requested by His Highness for his own account, with their crew and outfitting, were brought to His Highness's attention, and the difficulties as well as the great expenses that such would cause having been presented, the prince declared that, now considering this in retrospect, he had to confess that only his well-meaning zeal for the preservation of the principal source of his prosperity, and the too great fear of the hostile undertakings of the sea rovers, had prompted him to this proposal exceeding his capacity, wherefore he abandons it.
Dutch transcription
Copia Verzoekt om intrek„ king der ordre betrek„ voor zijn iverig peper de koning ziet af twee groote Barken. de Jonge Jan en de Batavier zullen overleijden van den pantjallange de Jonge Jan. daar tegen ingebragte zwarigheeden te willen afzien, terwijl hij inzelver voegen verwagt, dat Hoogst dezelve zullen ge¬ lieven in te willigen en het door hem onlangs gedane verzoek om na het aangeschrevene bij Hoogst derzelver veel g'eerde gemeene missive van den 30 september J=b L r de ongetrouwden op de Lampons en wel inzonderheid die onder Camanca, sorteeren kelijk de ongetrouden tot het aanplanten der Peper te animeren, mede te willen afzien, also zijn Hoogheid zegt, dat bij die Landaart niet wel nieuwigheden kunnen worden ingevoerd, zonder be„ dugting, dat zij die aan haare oude gewoontens zeer gehegt zijn, door den dwang meerder afgeschrikt zullen worden, en het getal der wegloopers of die na andere plaatsen verhuizen, waarover den Posthouder van Lampon Camanca bij brief van den 26 November passato heeft geklaagd, zal vermeer„ dert worden. ƒ De Pangerang Wiera Ten blijke dat den koning de aankweking met zeer veel Oetama, te samanca IJver behartigd, heeft zijn Hoogheid in 't begin dezer maand onder het district van Boniawang, die na het aanko„ in b vaarwater. men rapport van den opneem der Tuinen is gebleeken, dat niet alleen de Meeste Planters aan het werk heeft gehad, maar ook zig het meeste heeft beijverd, om sijne tui„ nen in een goede staat en de Boomen zo na mogelijk voltallig te houden, tot een blijk van zijn genoegen en om hem zo wel als andere verder aan te moedigen, gezonden Een stratie kleed van goude stof en het geen verder tot dien op„ schik behoord. De Bekruissingen aan belangende, neemt den nedrigen Teknaar de vrijheid onder dit Hoofdeel te bedeelen, dat in ruiling ge„ Ontfangst der zee„ kaarten van de straat raagde Kaarten van de straat Cunda behoorlijk zijn ont„ fangen, en dat zedert zijne eerbiedige van den 15 November Passato de ter kruistogt afgezondene Pantjallang de Jonge Jan op den 18 November deeze baaij weder is binnen geloopen uithoofde den Gezaghebbende Pous Lieut= Jacobus Jurriaanse zeer gevaarlijk ziek was; denzelve is den aan zekere Pangerang Wiera Oetama te samanea sers hier omstreeks hoogst dezelve aangebragte Canon uit te loopen, zijn nog niet zo daar aan alhier overleeden; de noodzakelijkheid om deze bekruissing voort te setten, heeft mij doen besluiten om een gezaghebber op de der sous Lieutenants van het ter Rheede leggende scheep„ je de Cornelia Adriana, genaamd Pieter Phijsen Junior te ligten en het gezag op gem: Pantjallang wederom op te de Indiasche een andere aangesteld dragen, zijnde het vaartuig na het doen van een behoorlijk Transport van hier op den 25 daar aan weder vertrokken om na den inhoud der bij zijn eerste depeche, mede gegeven instructie en de nader ontfangene ordre omstreeks de Eilanden Caboekoe en Bissie te blijven kruissen, en de Ligter de Batavier te blijven inwagten, dit laast gem: vaar„3. tuig het welk volgens uwe Hoog Ed=ns hoog g'eerde gemeene missive van den 25 November L:t L:a met de geeischte Contan„ de kriestogtvoortzetten ten staat herwaards te komen, blijve ik met verlangen te gemoet zien, ten einde gecombineerd met de Pantjallang de Jonge Jan de Zeeschuimers zo veel te grooter: afbreuk te kunnen doen. zeskenings kruis„ P' Konings groote vaartuigen geschikt om met het onlangs voor in gereedheid, dog zijn Hoogheid heeft intussen ter beveiliging van het vaarwater hier omstreeks weder afgezonden 6 wel g'armeerde kruisprauwmaijangs, vermits de rovers zig omtrend de Hoek van Pontang vertoont, een vissers vaartuig hadden weg genomen. De door UWe Hoog Ed=ns gemaakte grondige remarques van zijn voorstel tot op de door zijn Hoogheid voor zijne rekening gevraagde het aanhouden van twee groote Barken of sloepen met der zelver Equipagie en montuure zijn Hoogheid onder het oog gebragt, en de zwarigheeden zo wel als de groote onkosten, die zulx zoude te weeg brengen voorgesteld zijnde betuig den vorst, dat hij van agteren dit nu overwegende, moest bekennen dat alleen zijne welmenende ijver tot behoud van de voornaam„ ste Bron zijner welvaart, en de alte groote vrees voor de vijandelijke ondernemingen der Leekovers, hem tot dit zijn vermogen te bovengaande voorstel had aangezet, wdeshalven Aparte planten beloond. 8 ij „ 22. No. 2.
English
Copy He humbly offers his thanks to Your Right Noblenesses for the kind considerations made by the same, and entirely waives this plan as well as the proposal to borrow such a vessel, all the more because in these present times he has had to incur such great expenses that he can hardly make up for them out of the much diminished revenues that pepper currently yields him. Meanwhile, the King humbly gives thanks for the communication provided that the Javanese ministers had been commissioned with the construction of the Gonting proas requested by him. Under the article of fortifications, the humble undersigned gives thanks for the favorably granted authorization for the clearing of mud from the moat around Speelwijk, which has also been contracted out and executed for the sum determined for that purpose. Regarding the bad condition of the gun carriages and platforms in the King's fort De Diamant and the desire of Your Right Noblenesses to urge His Highness to improve them gradually, or to have them exchanged for capable ones, His Highness considered that the latter measure would turn out too costly for him, which is why he had rather resolved upon the former and thereby would see to repair the defects in time. With regard to native affairs, the humble undersigned has the honor, in response to the order given by Your Right Noblenesses by letter of 3 March of this year to conduct the necessary investigation into the complaints brought forward by the former Resident of Lampong Toulangbawang, Cornelis van Abkouw, in his defense concerning the lack of zeal of the Regent there, to report that according to the testimony of the present Resident Cramer, entirely the contrary is asserted, even with the addition that the said Regent not only zealously observes his duty on the King's behalf in executing the orders for the expansion of the pepper cultivation, but that he proceeds in all matters communicatively with him, the Resident, on behalf of the Company, and spurs the negligent natives to their duty by inflicting punishment; that it is indeed true that he keeps himself busy making small boats as a pastime, but that upon his admonition he had agreed to desist from this, so that the said Van Abkouw had merely pretended this as his excuse, all of which was confirmed to me by the King, with the addition that he had never heard anything other than good testimonies concerning that Regent. Meanwhile, pursuant to the command of Your Right Noblenesses, the soldier Jacobus Marinus was sent from here to the capital on 5 August with the small vessel the Kleine Pallas, and the 3 other military men who deserted from Lampong to here have been properly punished. According to the writing of the Resident at Lampong Toulangbawang, Christiaan Hendrik Cramer, in his letter of 18 August, disagreements have arisen between the peoples of the village of Goenoeng Trang and the inland Abongers from the village of Kota Boemie, which could have very detrimental consequences for the pepper cultivation if they were not settled quickly; the King having also been notified of this by the Regent there, His Highness requested me to write to the Resident to take the gentlest course instead, since harsh measures could not very well be employed against those peoples on account of their superior numbers; that His Highness had therefore deemed it safest to bring them to calm and reason with gifts, just as a considerable gift of state robes for each of the two head regents of Kotta Boemie, Pangerang Gadja and Pangerang Njenab Abong, together with the necessary letter to the King's Regent, have been dispatched into the hands of the emissaries, of which I [illegible]
Dutch transcription
Copia toegezegde prauw Bedankt voor de weg staan bemiddelt Geschillen tussen de De soldaat Marinus onwaar bevonden. Wij Uwe Hoog Ed=ns voor der zelver genegene gemaakte Consideratien nedrig laat dankzeggen en van dit plan zo wel als van de propositie, om een diergelijk vaartuig ter leen te mogen hebben geheel afziet, te meer wijl hij in de tegenwoordige tijd zulke groote onkosten moest doen, dat hij dezelve be„ zwaarlijk uit de zo zeer verminderde inkomsten, die de peeper hem thans opleeverd, kan goedmaken. Intussen dat den koning ootmoedig bedankt voor de gegevene Communicatie, dat de door hem gevraagde Prauw Gontings ter aanmaking de Javasche ministers waren opgedragen. Onder het Artikel van. Fortificatien bedankt den nedrigen Tekenaar voor de gunstig De gragt rondom verleende qualificatie tot de uitmoddering van de Gragt speelwijk is uit ge: rondom speelwyk die ook voor de daar toe bepaalde Comma is aanbesteed en ter uitvoer gebragt. Nopens de slegte gesteldheid der Afuiten en rampaarden breeken van zijne Afuiten in s' Konings Fort de Diamant en de begeerte Uwer Hoog Ed=ns om zijn Hoogheid aan te zetten om dezelve Langsamer hand te verbeeteren, of tegens bekwame te laten verwisselen, zogt zijn Hoogheid, dat het laaste middel voor hem alde kostbaak zoude uitkomen, waarom hij liever tot het Eerste had besloten en daar meede door den tijd het gebrekkige zoude zien te herstellen. Met betrekking tot de - Inlandsche zaaken heeft den submissen tekenaar de Eer in antwoord op de door Uwe Hoog Ed=ns gegevene ordre bij brief, van den 3 Maart deses Jaars om het nodige onderzoek te doen na de door den gewesen Resident van Lampon gewesen resident van Toulanbawang Cornelis van Abkouw, bij zijne verant„ Toulongbawang van woording in gebragte klagten over de yverloosheid van den Regent aldaar, te dienen, dat volgens het getuigenis van den tegenwoordigen Regene Cramer geheel het Contrarie word beweerd, met bijvoeging zelfs, dat die Regent niet over den Regentaldaar alleen van s'konings wegen zijn pligt in het uitvoeren, der ordres tot het uitbreiden der Peper Culture met yver t worden. langzamer hand de ge„ De koning hersteld Gontings betragt, maar dat hij met hem Resident Comp=s wegen in alles Communicatief te werk gaat, en den nalatigen Inlander door strafoeffening tot hun pligt aanspoort; dat het wel waar is, dat hij zig voor tyd korting bezig houd met het maken van klijne vaartuigjes, dog dat hij op zijne vermaning had aangenomen daar van afte zien, zo dat gem: van Abkouw zulx alleen tot zijne verscho„ ningen had voorgewend, welk een en ander mij door den Koning is bevestigd, met bijvoeging, dat hij nimmer anders dan goede getuigenissen van die Regent had vernomen. Ondertussen is ingevolge, het Bevel Uwer Hoog Ed=ns O. is na Batavia gezenten den soldaat Jacobus Marinus van hier den 5 Aug=s met het scheepje de klijne Pallas na de Hoofdplaats verzonden en de 3 anderen van Lampon na Herwaards gedeserteerde militaire zijn behoorlijk afgestraft. Volgens het schrijven van den Resident op Lampon Lampondeus en Abon Toulanbauwang Christiaan Hendrik Cramer bij zijn brief van den 18 Aug=s zijn er oneenigheeden gereesen tussen de Volkeren van de Negery Goenoeng Trang met de bovenlandse Abongers uit de Negereij Kota Boemie, die van seer nadelige gevolgen konde zijn voor de peeper Culture, in dien dezelve niet spoedig wierden beslist; hier van door den Regent aldaar aan den koning mede kennis gegeven zijnde, heeft zijn Hoogheid mij verzogt den Resident aan te schrijven, om liever den sagsten weg in te slaan, dewijl tegens die volkeren niet wel haar de middelen, uithoofde hunner overmagt zoude kunnen worden in 't werk gesteld; dat zijn Hoogheid het dierhalven veiligst had geoordeelt hen met geschenken tot bedaaren en reeden te brengen, zo als dan ook aan twee der Hoofd regenten van Kotta Boemie Pan„ gerang Gadja, en Pangerang Njenab Abong voor ieder een aan lienlijk geschenk van staatie klee„ die langs den zagste dezen nevens het nodige aanschrijven aan s' Konings Regent in handen der zendelingen zijn afgezonden, waar van ik betragt den modaert. A bkouw. gers C en 22. re Indiasche Aparte No 2
English
as well as to inform the Resident, with orders to make every effort that may contribute to the satisfaction of both parties. Lastly, I find it my duty to inform Your High Noble Excellencies under the head of: Foreign Nations, that the following French ships have successively anchored here off Poloe Panjang, namely on 23 July the ship L'Achile, on the 4th of this month the ship la Fauvette, and on the 12th of this month the brigantine L'aimée, all coming from Mauritius and bound for Batavia, which vessels, after having been accommodated at their request with some drinking water and poultry to continue their voyage to Batavia, departed again on the very day of their arrival. This afternoon there arrived here in the roadstead the French ship Maria Therese, coming from Mauritius, from where it had departed on 10 November of last year, being destined for Madras. According to the statement of its captain named Descheins, through an error in longitude and due to contrary winds, he fell too low under the Sumatran shore; having failed to make port at Banckhoeloe, he was forced to seek out this harbor in order to repair the damage he sustained and to take in water and firewood. But learning that they are not able here to assist his ship with the necessities, he directly departed back on board in order to provide himself with what is lacking at the capital. With all submissiveness and due high esteem, I have the honor to be, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Honorable, Severe Sirs, Your High Noble Excellencies' very obedient and bounden servant. Was signed: Fredrik Hendrik Beynon. In the margin: Bantam, 15 December 1791. Collated: P. Mollert Agrees with copy: C. Ketelaar Madras Outgoing Secret and Separate Letters to the Honorable High Indian Government, under the dates of 18 and 22 February, as well as 30 November 1792. No. 2. Batavia To His Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Honorable, Severe Sirs, Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Honorable, Severe Sirs! Paragraph 1. I do not doubt that, since I have endeavored to comply with all accuracy with the requisitions of the gentlemen of the Country's Military Commission, and have provided their Honors with every possible facility in carrying out the same by giving a full elucidation in everything, I shall have complied to the satisfaction of Your High Noble Excellencies with Your highest venerated orders in paragraphs 1 and 2 of Your highest separate letters dated 28 June 1791. Upon the departure of the said gentlemen, I took the liberty of offering in copy to Your High Noble Excellencies all documents relative to that Commission; while I now, according to the Register of the documents that are dispatched with today's departing closing ship, send another three sets for Europe, hoping to have complied herewith also with the intention of Your High Noble Excellencies. I do not doubt that their Honors will further urge as necessary my proposals already made for the construction of a stone small fort at Riouw as well as of a compact small work on the Mount Bouquit China. The lesser expenses for the palisade and earthwork, which now requires a constant repair, and the lower pay for troops, which one will then certainly be able to reduce by 2/3, while one can even be much safer against surprise attack, will be found so important that any delay is detrimental to the Company. Although I, as their Honors are also of the opinion, believe that a compact small work on Mount Bouquitchina ought to be constructed of masonry and not of earthwork, yet I have not intended to make any arrangements, much less an actual start, without taking the consideration of those gentlemen in this regard and indeed without having obtained an absolute order and charge from Your High Noble Excellencies, as has also not happened, since I consider all expenses incurred thereon to be needlessly wasted. Nor did I have reason for this, as I believe I had in rebuilding a small fort on the Friesche Berg, because here or on Mount Bouquit China there is still a rampart and there is still a garrison, and more can be placed, but on the Friesche Berg the fort was completely gone, and the place where the guardhouse had previously stood, and thus was the center, was already torn off and had already fallen, so that if an enemy landed on the southern beach, which lies no further than a grapeshot distance from the mountain, we could have directly lost a height of so much importance within an hour's time. But having accurately informed Your High Noble Excellencies of the reasons that moved us to that reconstruction, and not doubting that the Honorable, Severe Sirs of the Military Commission will sustain nothing other than that it will be able to fulfill the purpose, I flatter myself that I shall obtain Your High Noble Excellencies' approval. Paragraph 2. Your High Noble Excellencies having required of me, in paragraph 13 of Your highest Separate letter, not to send over the samples
Dutch transcription
als mede van nog den Resident hebbe kennisse gegeven, met last om alles in 't werk te stellen, wat tot bevrediging der beide Parthijen kan bevorderlyk zijn. Laastelijk vinde ik het van mijn pligt UWe Hoog Edelhedens onder het Hoofdeel van. Vreemde Natien te moeten bedeelen, dat alhier successive onder Poloe Panjang zijn ten anker geweest de volgende Fransche scheepen Aankomst van te weten den 23 Julij het schip L' Achile den a dezer het schip 2. Fransche scheepen la Fauvette en den 12 dezer de bregantein Laimée alle komen¬ de van de Mauritius en gedestineerd na Batavia, welke bodems na dat op hun verzoek ter voorzetting hunner reise na Batavia met eenig drinkwater en pluimvee zijn gerieft geworden op de zelfden dag hunner aankomst weder zijn vertrokken. Deeze agtermiddag is alhier ter Rhede gekomen het Fransch „een gedestineerd na schip Maria Therese komende van de Mauritius, van waar het zelve den 10 November J: Pr. was vertrokken, zynde ge¬ destineerd na Madras. — Volgens opgave van dies Capitain genaamd Descheins is hij door een vergissing in de lengte en door Contrarie wind te laag onder de Sumatrasche wal vervallen; gemist hebbende Banckhoeloe binnen te loopen, was hij genoodzaakt geworden deeze haven op te zoeken, om zijn geleden schaden te herstellen en water en Brandhout in te neemen. — Dan vernemende dat men hier niet in staat is sijn schip met het nodige te assisteeren is denzelve weder direct na Boord vertrokken, om zig van het ontbreekende op de Hoofdplaats te voorzien. Met alle onderdanigheid en verschuldigde Hoogagting heb ik de Eer te zijn /onderstond/ Hoog Edele Groot Agtb: Wijd gebiedende Heer en WelEdele Gestrenge Heeren lager/ UWe Hoog Edelhedens zeer gehoorzame en trouschul„ dige Dienaar Was getekend) Fredrik Hendrik Beynon. /in margine.:/ Bantam den 15 December 1791. Gecollationeert P: Mollert Madras Ygegaane Secreete en Aparte Brieven aan de Edele Hooge Indiasche Regeering., Sub dato 18. en 22. Februarij, mitsgaders 30. Copia Accordeert C: Ketelaar ƒ 9 des Cenba. November 1792. ƒ ƒ No. 2. Batavia Aan Zijn Edelheid Den Hog Edelen Groot Agtbaaren Heer Willem Arnold Alting Mr. Gouverneur Generaal benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren! Raaden van Nederlande Jndia Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer. en Wel Edele Gestrenge Heeren! §1. Ik twijfel niet of doar ik getragt heb vet alle accuratesse te voldoen aan de Requisiten der Heeven van 's Lands Militaire Commissie, en hun wel-Ed: Gestr: in het A Cart uit uitvoeren derzelve door het geeven van een volledige Elucidatie in alles, alle mogelijke faciliteit heb gesuppediteerd ik ten genoegen van uwer Hoog Edelheeden voldaan zal hebben aan Hoogt desselfs gevenereerde beveelen bij 31. en 2. van Hoogstder„ „zelver aparte Letteren in dato den 28. Juni 1791. Bij vertrek van gemelde Heeren heb ik de vrijheid gebruikt alle bescheiden relatief tot die Commissie copiëelijk uwer Hoog. Edelheeden aan te bieden; terwijl ik tans blijkens het Register der stukken die met het heeden vertrekkend sluitschip ver„ „zonden worden, nog drie stel voor Europa overzende hoopende hier meede aan de Jntentie van uwer Hoog Edelheeden voldaan te hebben. — Ik twijfel niet of hun WelEd: Gestr: zullen mijne be„ „reeds gedaane voorstellen tot het bouwen van een steene Fortje te Riouw als meide van een bekropt werkje op de Berg Bouquit China nader als noodzakelijk aandringen de mindere onkosten aan het paal en aarde werk dat nu een besterdige reparatie requireert, en de mindere gagien aan Troupes die me dan ook wel 2/3 zal kunnen reduceeren, terwijl men zelfs veel zekerder voor overrompeling kan zijn zullen zoo important bevonden worden, dat eenig uit„ „stel nadeelig voor de Maatschappij is. Schoon ik, gelijk hun welEd: Gestr: meede van gevoesen zijn dat een beknopt werkje op de Berg Bouquitchina van metzel en niet van aardewerk diende aangelegt te worden, zoo ben ik niet voorneemens geweest zulks zonder de Consideratie van die Hee„ „ren hier omtrent in te neemen en wel zonder een volstrekte order en Last van uwer Hoog Edelheeden bekoomen te hebben hier toe eenige arangementen veel min een werkelijk begin te maken, gelijk ook niet geschied is, dewijl ik alle onkosten daar aan te doen als onnodig vervpild reken ook had ik hier toe geen re„ „den gelijk ik vermeen gehad te hebben in het opbouwen van een Fortje op de triesche Berg, door dien alhier of op de Berg Bouquit China nog een wal is en hier nog besekting legt, en meerder kan gelegt worden dog op de vriesche Berg was het Fort geheel weg en de plaats daar het wagthuis bevoorens ge„ „staan had en dus het midden is geweest, was bereeds afge„ „scheurd en bereeden gevallen. zoo dat wij als een vijand aan het zuider Strand land dat niet verder dan een Sraphaan schot van de Berg legt, direct een hoogte van zoo veel ge„ „wigt in een uur tijds hadden kunnen kwijt zijn geweest dan uwer Hoog Edelheeden naauwkeurig geinformeerd hebbende van de reeden die ons gemoveerd hebben tot die overbouwing en niet twijfelende of de Wel Ed: Gestr: Heeren van de Militairen Commissie zullen niet anders sustineeren of het zal aan het oogmerk kunnen voldoen olije ik mij uwer Hoog Edelhee„ „dens goedkeuring te zullen erlangen. §2. Uwer Hoog Edelheeden van mij gerequireerd hebbende bij §13. van Hoogst derzelver Aparte brief om de monsters over te niet zenden
English
Sending the good wood felled on Riouw, such as Ambalo, Mavantie, Tamage, Fjingat, and other varieties, alongside an accurate description of the quality, thickness, length, and also at what prices the same is to be obtained: since I cannot properly satisfy that order, and certainly not in its principal points, I have taken the liberty of postponing the fulfillment thereof, as much expense would be involved without my being able to meet Your High Nobilities' primary requisites. Firstly, because in describing the quality, I cannot provide Your High Nobilities with a report grounded on experience. Secondly, that I cannot state their thickness, as they are mostly all heavy trees which are also not cut by the native for sale into planks, boards, etc., as it is not a branch of trade, and of which, if anything is used at all, everyone fells their own requirements themselves. From this it follows that the prices cannot be determined. These varieties of wood, which are used by the Chinese junk sailors for masts and rudders, are extra heavy, and are rejected here, as is all sinker wood, for that use, just as was also judged by the Commander and Master of the Equipage, as appears from his report submitted to Your High Nobilities on the date of 25. Iuni 1787: wherein he states that, for lack of Malaccan masts, the same could be employed. As appears from our letter of 16. Maart 1787, sent with the ship de Saanstroom, §27, it appears that we have sent over sample pieces of all those varieties, which, as mentioned above, have been judged good to that extent, namely as an auxiliary aid; however, for other work the same would be better suited if one could obtain them for sale at a certain thickness, whether sawn or split, and then I would also have been able to satisfy Your High Nobilities' principal requisite, namely that of the price determination. I hope that Your High Nobilities, on the basis of what has been cited herein, will graciously overlook the non-sending of those pieces of timber. §3. In the month of Juli 1791, the reigning King of Siak had a plan to put out with a small fleet under the pretext of attacking the realm of Assahan with it, which indeed was one of his intentions; however, he primarily intended to use the same for piracy, which is why I sent him a letter and at the same time a trusted and accredited person, by which this design of his was foiled and he remained in his realm. The principal reason that moved me to this was that, since he had some disputes with the Perak people, the latter would have become alarmed and it would have obliged them to gather people, whereby employed through
Dutch transcription
zenden van het op Riouw vallend goed hout als Ambalo, Mavantie, Tamage, Fjingat en andere zoorten beneffens een accurate beschrij„ oving van de deugd dikte Lengte zoo maade tegens wat prijzen hetzelve te bekoomen is zoo heb ik dewijl ik aan die order niet behoorlijk en wel in de voornaamste poincten kan voldoen de vrijheid gebruikt de voldoening hier van uit te stellen dewijl 'er veel kosten meede gemoeid zouden zijn zonder dat ik tog aan uwer Hoog Edelheede voornaamste Requisiten zou kunnen be„ „antwoorden, eerstelijk dewijl ik in de beschrijving der deugd niet of ondervinding gegronde rapporte uwer Hoog Edelheeden van berigt kan dienen. ten tweeden, Dat ik derzelver ditze niet kan melden als meest alle swaare boomen zijnde, die ook niet door den Jnlander ter verkoop tot swalpen, planken &=a gekapt worden als geen tak van Handel zijnde, en waar van zoo 'er al iets gebruikt wort elk zijn benodigdheid zelfs kapt waar uit dan ook volgt dat de prijzen niet te behaalen zijn, deeze zoorten van hout die door de Chireesche Dorklieden tot masten en Roers gebruikt worden zijn extra Swaar, en worden alhier als meede al het zink hout tot dat gebruik afgekeurde, gelijk zulks meede g'oordeeld is door den Commandeur en opper Equipagie meester blijkens zijn bij uw Hoog Edelheeden ingeduend berigt in dato 25. Iuni 1787: waar bij hij stelt dat dezelve bij gebrek aan Malacsche Maszen zouden kunren g'enflbijeerd werden blijkens onse brief van den 16. Maart 1787. met het schip de Saanstroom verzonden §27. blijkt, dat Wij van alle die zoorten monster stukken hebben overgezonden; die als boven gemeld is in zoo verre goed geoordeeld zijn, na„ „nelijk als een behulp, dog voor anderwerk zouden de zelve beter geschikt zijn als men, het zij gezaagd of gekloofd op zekere dikte 't zelve kon te koop krijgen, en als dan had ik ook aan uwer Hoog Edelheeden voornaamst requisit name„ „lijk dat der prijs bepaling kunnen voldoen, Ik hoop dat uwe Hoog Edelheiden op fundamert van het in deezen aangehaalde heet niet over zenden dien houtwerken graticu„ „selijk zullen passeeren. — §3. Jn de Maand Juli 1791. had de Regerende Koning van sire een plan om met een vlootje uit te loopen onder pretext van 't Rijk van Assahan 'er meede aan te lasten dat ook wel eene van zijne bedoelingen is geweest, dog hij had voorname„ „lijk in het oog om dezelve ten Root te gebruiken waarom ik hem een brief en teffens een vertrouwd en geaccrediteerd per„ „zoon zond, waar door dit zijn dessein verijdeld wierd en hij in zijn Rijk is gebleeven de voorzaame reeden die mij hier toe moveerde was, dat dewijl hij eenige disputen had met de peraeesch deeze bevreesd zou zijn geworden, en hun zou verpligt hebben tot het bij een trekken van volk waar g'emploijeerd door Zenden van het op Riouw vallend goed hout als Ambalo, Marn ƒ Tamage, Fjingat en andere zoorten bereffens een accurate besch „ving van de deugd dikte Lengte zoo maade tegens wat prij= hetzelve te bekoomen: is zoo heb ik dewijl ik aan die order behoorlijk en wel in de voornaamste poincten kan voldoe„ vrijheid gebrukt de voldoering hier van uit te stellen den er veel kosten meede gemoeid zouden zijn zonder dat ik zog uwer Hoog Edelheede voornaamste Requisiten zou kunnen „antwoorden, eerstelijk dewijl ik in de beschrijving der de niet of ondervinding gegronde rapporte uwer Hoog Edelheed van berigt kan dienen. ten tweeden, Dat ik derzelver dikze niet kan meld als meest alle swaare boomen zijnde, die ook niet door den Jnlander ter verkoop tot Swalpen planken &=a gekap worden als geen tak van Handel zijnde, en waar van zoo al iets gebruikt wort elk zijn benodigdheid zelfs kapt waar uit dan ook volgt dat de prijze niet te bepaalen zijn, deeze zoorten van hout die door de Chireesche Donklieden tot masten en Roers gebruikt worden zijn extra Swaar, en u alhier als meede al het zink hout tot dat gebruik afgekur gelijk zulks meede g'oordeeld is door den Commandeur en opper Equipagie meester blijkens zijn bij uw Hoog Edelheede ingediend berigt in dato 25. Iuni 1787. waar bij hij stelt dat dezelve bij gebrek aan Malacsche Maszen zoudenk g'emploijeerd werden blijkens onse brief van den 16. Maart 1787. met het schip de Iaarstroom verzonden §2 7. blijkt, dat Wij van alle die zoorten monster stukken hebben overgezonden, die als boven gemeld is in zoo verre goed geoordeeld zijn, na„ „nelijk als een behulp, dog voor anderwerk zouden dezelve beter geschikt zijn als men, het zij gezaagd of gekoofd op zekere dikte 't zelve kon te koop krijgen, en als dan had ik ook aan uwer Hoog Edelheeden voornaamst requisit name„ „lijk dat der prijs bepaling kunnen voldoen, Ik hoop dat uwe Hoog Edelheiden op fundamert van het in deezen aangehaalde heet niet overzenden dien houtwerken graticu„ „selijk zullen passeeren. — §3. Jn de Maand Juli 1791. had de Regerende Koning van siae een plan om met een vlootje uit te loopen onder pretext van 't Rijk van Assahan 'er meede aan te lasten dat ook wel eene van zijne bedoelinge is geweest, dog hij had voorname„ „lijk in het oog om dezelve ten Root te gebruiken waarom ik hem een brief en teffens een vertrouwd en geaccrediteerd per„ „zoon zond waar door dit zijn dessein verijdeld wierd en hij in zijn Rijk is gebleeven de voorzaame reeden die mij hier toe moveerde was, dat dewijl hij eenige dispusten had net de peraiesch deeze bevreesd zou zijn geworden, en hun zou verpligt hebben tot het bij een trekken van volk waar g'emploijeerd door 5
English
by which the mines would have become more or less bare and thus their yield would diminish, but this was prevented hereby. In a subsequent letter he wrote to me that she had come down the river from Siac as far as Bouquit Batae, asking what I thought of that, further stating, my friend knows that the power to govern Siac like my ancestors has been taken from me, and requesting that the government of Siac be restored into his hands, and that no one might govern without him. But as he did not mention to me who those are who curtail him in his authority, and his envoy declared to know nothing, I answered him that his letter is obscure and enigmatic to me, which is why I requested a further explanation from him in this regard. Thus this prince, who until now has surrendered the helm of government into the hands of others in order to be able to live all the more idly in the midst of a good thirty wives and concubines, seems now to be beginning to realize his error; yet it is in no way in the interest of the Company to buckle on the armor for him, wherefore, in a friendly reply to his letter, I have let the matter rest. Paragraph 4. In the month of August, the King of Salangoor sent the Arab Said Jaffar under the name of his brother, along with three of his grandees, and requested my approval to be allowed to go in person to Linga to meet Sultan Mackmoet, saying he had no other intentions than to mediate between Sultan Machmoet and the Company, toward whom his heart was inclined, if it were possible to effect this; that he came to request this of me because at the time of Governor de Bruijn such had been refused to him, and that if we could not grant him his request, he would refrain from doing so. But I found no difficulty in granting him this, yet at the same time I mentioned to him the reason that had moved Mr. de Bruijn to this refusal, which was that the realm of Salangoor could not at that time be left destitute of its ruler. With this permission that prince seems to be satisfied, as he has not yet made any preparations for his journey. The inhabitants of that realm do not seem very pleased with the prince, who places as much trust in none of his grandees, not even in his own sons, as in the Captain of the Chinese there, who seeks to draw all trade to himself, and is a friend of the Poelo Pinang Governor Mr. Light, and thus smuggles as much as possible in everything, and is at the same time an absolute monopolist. This is the reason why, since a year ago, many inhabitants have moved away from there, some to Malacca, others to Poelo Pinang, and among those of the latter, the king must count the heartache of his own son, who with his wife, slaves, and everything he could take along, quietly departed thither. I thought it my duty to confront him with this wrongful conduct of his in the strongest terms, and so that it would make an impression and not cause resentment in him, I preferred to do so not by a letter, but by a written pro-memoria, which for that purpose I placed solely into the hands of the aforementioned Said Jaffar, without mentioning anything of this to any of his other envoys, because a letter is read publicly for the ears of all inhabitants, and this would make a greater impression on them, all the more so since it could be done more confidentially. But whether my cordial advice will bring about the desired success with him I doubt very much, as well as his journey to Linga, with which I believe he merely flatters Sultan Machmoet and gives hope of his mediation; just as I should also think of the promised arrival of the King of Trangano for that purpose, since that prince made known to me in a letter dated the 6th of October last that, in order to have time to go to Malacca, he sent as a present to the King of Siam gold and silver flowers (this is an annual contribution by which Trangano must show its vassalage to Siam) along with some gold and 6 pieces of cannon, which the King of Ligoor retained as insufficient, as well as his envoys, and further demanded 30 large cannons and 40 catties of dust gold, with the threat that if he cannot obtain this, he will come to make war on Trangano, which is the reason why he cannot come over. But although that detention and further demand may well be the truth, we do not doubt that the King of Trangano is too well convinced of Siam's internal unrest, so that if his intention to come over were truly earnest, he would not need to be troubled by that threat; and if his fear of being attacked should still be well-founded, it is in no way in the interest of the Company to grant his request for help and to take up that matter. And since—as I have been informed for certain—he had already addressed himself to Mr. Light on Poelo Pinang for powder and weapons prior to the dispatch of that letter, it seems best to me to delay in replying and ultimately politely decline it. That an understanding between him and the English exists can be seen.
Dutch transcription
door de Ten mijnen min of meer ontbloot zouden zijn geworden en dies inzaam zou verminderen, dan dit is hier door voor„ „gekoomen bij een nadere brief schreet hij mij dat zij uit Siac de Rivier was afgekoomen tot aan Bouquit Batae met de vraag wat mij daar van dagt, zeggende vervolgens mijn vriend weet dat mij de Magt om Siac te regeeren als mijn voorouders benomen is, en verzoek om hem de Re„ „geering van Siac weeder in handen te geeven en dat niemant zonder hem mogt regeeren dog daar hij mij niet gemeld heeft wie die zijn, die ten in zijn gezag verkorten en zijn zende„ „ling betuigt van niets te weeten heb ik hem geantwoord, dat zijn vrief voor mij duister en raadzelagtig is, waarom ik een nadere explicatie hier omtrent van hem verzogt heb„ dus vorst die tot heden toe het Roer van Regeering in han„ „den van anderen heeft afgegeven om zoo veel te werkeloosen te kunnen leeven in het midden van een ruim dertig zail wijven en bijwijven schijnt nu zijn dwaling te beginnen in te zien, dog het is in geenen deele het belang der Maatschaffij het harras voor hem aan te gespen waarom ik dan bij een vriendelijke beantwoording van zijn brief de zaak het doen berusten. — §4. De Koning van Salangoor zond ik in de Maard Augs onder de naam van zijn broeder den Arrabischen Said Jaffar en drie van zijnen grooten en verzogt mijne goetsleuring om in perzoon na Linga te mogen gaan om sul„ „than Mackmoet te ontmoeten, zeggende geen bedoelingen te hebben dan de bemiddeling met Sulthan Machmoet en de Comp=e tot wien zijn hart genegen was, waare het mo„ „gelijk te bewerken dat hij mij dit kwam verzoeken door dien ten tijde van den Gouverneur de Bruijn hem zulks was geweigerd geworden, en dat hij zoo wij hem zijn verzoek niet konden inwilligen zulks zou nalaaten dan ik heb geen swaarigheid gevonden in hem dit in te willigen, dog heb hem teffens de reeden gemeld die de Heer de Bruijn tot dus weigering gemoveerd had. 't welk was dat het Rijk van Salangoor ter dier tijd niet ontbloot van voort kon gelaten worden; met deeze vrijheid schijnt die voort voldaan te zijn, dewijl hij nog geen preparatien tot zijn reis gemaakt heeft. — De Jngezeteren van dat Rijk schijnen niet zeer te vree„ „den met den vorst, die op geen van zijne grooten zelfs niet op zij„ „re zoonen zoo veel vertrouwen stelt als op den Cast: der Chinee„ „sen aldaar, die allen handel zoekt na zig te trekken, en een vriend van den Soeloe Sinangschen Gouverneur T. Zight is, en dus zoo ƒ veel mogelijk smokkelt in alles e een volstrokte Monepolist„ Said Levens tevens is, dit is de reeden waarom zints een Jaar geleden veele Jnwoonders van daar verhuisd zijn, zommigen na Malacca an„ „deren na Soeloe Sinang en onder die van de laaste heeft de koning het hertzeer van zijn eigen zoon die met vrouw slaaven en alles wat hij heeft kunnen meede neemen in 't stil na der„ „waards is vertrokken moet tellen, ik heb gedagt verpligt te zijn hem dit zijn verkeerd gedrag in de kragtigste termen te moe„ „ten voorhouden, en op dat het indruk en geen verbikkering bij hem zou te weeg brengen heb ik verhooren zulks niet bij een brief maar bij een schriftelijke pro memorie die ik ten dien einde eeniglijk in handen van voormelde zaid Jaffar Stelde, zonder aan een zijner andere zendelingen hier van iets te nel„ „den, dewijl een brief voor het oor van alle Jngezetenen pu„ „blicq geleezen wort, en dit bij hen meerder indruk zou maaken te neer dewijl het vertrouwender kon geschieden. dog of mijne hurtelijke raad het gewenscht Succes bij hem zal te weeg brengen twijfel ik zeer, zoo wel als aan zijn Reir na Linga waarmede hij geloot ik enkeld zulthan Mashmoet vleit, en hoof geeft op zijn bemidde„ „ling, gelijk ik ook zou moeten denken van de beloofde overkomst van den koning van Trangano ten dien einde dewijl dien vorst mij bij een brief in dato den 6. October laastleden te kennen heeft gegeven; dat hij om tijd te kunnen hebben van na Malacca te gaan tot present aan den Koning: van Siam gezonden heeft goude en zilvere blommen (:dit is een Jaarlijksche Contibutie waar mede Trangano haare lijnsbaarheid aan Siam moet betuigen:/ benevens eenig goud en 6. p.s. Canon, twelk van den koning van Ligoor als niet voedoen„ „de, zoo wel als zijne gezarten heeft aangehouden, en nader gepre„ „serteerd het 2 30. groote Cnons en 40: Catjes Htofgoud met bedreijging zoo hij dit niet kan bekoomen hij dan Trangano wil koomen beoorlogen, dat die reeden is waarom hij niet kan over„ „koomen. dog schoon die aanhouding en nadere Eijsch wel de waarheid is twijfelen wij niet of der koning van Trangano is te wel van Siams inwendige onrust overtuigd, dat hij zoo zijn wil tot overkomst regt ernst was hij aan dat dreigement zig niet behoeft te stooren, en zoo zijn vrees voor geattaqueerd te worden al nogt gegrond zijn is het in geenen deele 't belang der Maatschappij aan zijn verzoek om hulp te voldoen, en zig die zaak aan te trekken, en dewijl hij zig: /: zoo mij als zeker zijnde berigt is. /bereeds voor het afzenden van dien brief bij de Heer Light op soelve Sorang om kruid en wapens had g'addresseerd dunkt mij dat het best is te traineeren in het antwoorden en zulks in 't eind beleefd van de hand te wijzen. dat 'er een ver„ „standhouding tusschen hem en de Engelschen plaats heeft kunnen Consteert 9
English
Comes out clearly from a letter of the Salida Commandant dated the 30th of the past month, wherein he the Commandant mentions having been present at the reading of a letter written by the Pulau Pinang Governor Light to the king, containing a request to grant the Moor Piere Tambij passage with 60 heads to Terengganu for the delivery of a letter of great importance, I have by a separate letter ordered the Commandant to do his utmost on such occasions to discover the reason for such a journey and the contents of such letters: it must undoubtedly be matters of great importance that make the delivery of a single letter along such a difficult and long overland journey necessary, and if this is not yet a reason to suspect the Prince of Terengganu outright, it is at least necessary to distrust him and closely observe his actions. We have delivered to the grandson and at the same time envoy of that prince, Tuanku Stat, in the month of August 1790 with your High Excellencies' approval, two chests of opium, to be paid either in cash or calculated in tin or pepper at 410 Rixdollars the chest, and mentioned as such in the prince's letter that we expect that payment from the prince, see letter of that date, but we see to our surprise that he writes in his letter of 6 October: regarding the debt of Tuanku Stat to my friend, amounting to 820 Rixdollars, this is without my knowledge, and the said person is currently in Patani; yet we shall write to him about this so emphatically that we cannot doubt but he will choose to pay, since, as appears from our aforementioned letter, we have credited not that person, but the prince himself for it, and had no credit for him, Tuanku Stat, except in his capacity as grandson and envoy of a prince from whom we cannot expect him to send any but trusted and accredited persons on such commissions; and if this does not work sufficiently upon him toward payment, it will not be difficult for us to constrain the king's trading vessels to that payment, to which we shall then have to proceed. Section 5. The hateful discords that occurred on Riau, in which the Resident committed a great blunder, show at the same time that Commandant Amelong is not suited to maintain the necessary subordination and mutual harmony. I have presented to the officers in general the reflection, unpleasant for them, of the Lords Major written in their High General Letter dated 9 November 1789, Section 194, to Your High Excellencies, under the most hearty assurances that I have special orders from Your High Excellencies to send up, according to its contents, those who fail in their duty, as I shall also take the liberty to do. And since I know that both by Your High Excellencies and by the Lords Major, an officer who dishonors his noble character through negligence in the service and through dissolute conduct is detested; so I also consider myself fully assured of their Highest protection regarding such persons who observe service and duty, and through a proven and blameless conduct of life know how to preserve the noble character of an officer, and in the service observe their duty without reproach and know how to maintain subordination. And since such persons, if they are shoved aside as on an outer factory, would remain entirely unknown to Your High Excellencies, and thus good merits would remain buried as if in the dark, I find myself obliged to interest myself most humbly with Your High Excellencies for Lieutenant Anthonij Hecker and Lieutenant Johan Wilhelm Dhiel, and humbly to beseech Your High Excellencies that it may please Your High Excellencies to cast a favorable reflection upon this my recommendation, and upon these my proposals to promote both persons to Captain-Lieutenants. The first-mentioned has already served as Lieutenant since the year 1781 and the last-mentioned since 1784, and by their conduct they have distinguished themselves above others and thereby also always carried away the particular esteem both of the late Honorable Mr. de Bruijn and that of myself and others; and as I dare to base this my bold though equitable intercession on the findings of the Honorable Gentlemen of the Military Commission, I hope that Your High Excellencies will not take this amiss of me and, as an encouragement for them and an example for others, graciously promote both persons. Section 6. The failure to send over the plan by Mr. Wierts of Riau having been, as appears from the letter of the previous year, an omission of mine due to having misplaced it, I request that Your High Excellencies graciously excuse it.
Dutch transcription
Comsant dudelijk uit een brief van den Seraditen Commandat in dato den 30. van laastgepasseerde maand, waar hij den Comman„ „dant melt present te zijn geweest bij het leezen van een brief door de Poeloe Sinangsche Gouverneur Light aan den koning geschreeven inhoudende een verzoek om den Moor Piere Tambij doortogt met 60. koppen te willen verleenen na Trangano tot het overbrengen van een Brief van veele aan„ „gelegenheid ik het bij een aparte triet den Commandant ge„ „last om bij zoodanige gelegerheden zijn uiterste best te doen, om agter de reeden van een zoodanige togt, en den inhoud van alsul„ „ke brieven te koomen: het moeten ongetwijfeld zaken van groote aangelegenheid zin die het bezorgen van een enkelde brief langs eene zoo moeijelijke en lange Landsogt noodza„ „kelijk maken, en zoo dit al geen reeden is om Tranganoods Vorst volstrekt te susfecteeren, is het ten minsten nood„ „zaakelijk hem te wantrouwen en naaukeurig agt te slaan op zijn doen en laaten. — Wij hebbe aan den klein zoon en teffens zendeling van dien vorst Toenko stat in de Maand. Augustus 1790. met uwer Hoog Edelheeden approbatie twee kassen Amphioen afgegeven om het zij in Contant dan wel in sin of peper bereekend tegens 1 410. S. de kas betaald te werden, en zulks in s vorsten brief gemeld dat wij die betaling van den vorst verwagten vede brief van dien datum dog zien tot onze verwondering dat hij bij zijn brief van den 6. October Schrijft ten opzigte V van de schuld van Toenko stat aan mijnen Vriend groot S. 820. is buiten mijn weeten en gemelde perzoon be„ „vindt zig tans op Pattari, dog wij zullen hem hier over zoo nadrukkelijk schrijven dat wij niet mogen twijfelen of hij zal wel verkiesen te behaalen dewijl wij blijkens voor„ „melde onze brief niet dien perzoon maar den vorst zelfs daar voor gerediteerd hebben, en geen Credit voor hem Toenko stat gehad hebben dan in qualiteit als kleinzoon en zendeling van een vorst van wien wij niet kunnen verwagten dat an„ „dere dan vertrouwde en geaccrediteerde perzoonen tot diergelijke Commissien zou zenden, en zoo dit niet genoeg bij hun werkt tot betaling zal het ons niet moeijelijk zijn 's koningt handelende vaartuigen tot die betaling te Constrigeeren waar toe wij dan zullen moeten overgaan. §5. De hatelijke oneerigheeden op Riouw voorge„ „vallen waar bij den Resident zig grootelijks misgreepen heeft, zoonen teffens aan dat den Commandant Amelong niet geschikt is om de noodige Subordonatie, en onder„ „linge harmonie te bewaaren. ik heb de officieren in 't Generaal de voor haar onaangenaame reflectie vide der 1 der Heeren Majores in Hoogs deszelfs Generaale brief in dato den 9. November 1789: § 194. aan Uwer Hoog Edelheeden geschree„ „ven voorgehouden, onder de hartelijkste verzekeringen dat ik Speciaale last van uwer Hoog Edelheeden, heb, om navolgens dies inhoud, de zoodanige die in hun pligt manqueere op te zenden, gelijk ik ook de vrijheid gebruiken zal te doen. en dewijl ik weet dat zoo wel bij uw Hoog Edelheeden als bij de Heeren Majores, een officier die zijn zeer Caracte, door re„ „gligentie in dien dienst en door een Spoorloos gedrag oneer aan doet, verfoeid wort; zoo houd ik mij teffens ten vollen verzekerd van Hoogstderzelver protectie om„ atrent zoodanigen, die dienst en pligt betragten, en door een beproefd en onbesprooken levensgedrag, het zeer Caraiter van een officier weeten te bewaaren en in den dienst Sans reprocke hun pligt betragten en de subordinatie weeten te bewaaren. en dewijl zoodanigen zoo ze als op een Buiten Comptoir verschooven zijn, geheel bij uwer Hoog Edelheeden onbekend zouden blijven, en dus goede meriter als in het donker zouden begraaven blij„ „ven vinde ik mij verpligt mij alleronderdanigst bij uwer Hoog Edelheeden te moeten interesseeren voor den Lustenant Anthonij Hecker, en den Luitenant Johan Wilhelm Dhiel, en uwer Hoog Edelheeden ootmoedig te sweeken dat het uwer Hoog Edelheeden moge behaagen op deeze mijne recommandatie een gunstige reflectie te slaan, en beijde perzoonen op deeze mijne voordragen tot Capitein Luitenants te bevorderen eerstgemelde heeft be„ „reeds zints den Jaare 1781. en laastgemelde Zinte 1784. als Luitenant gefungeerd en hebben door hun gedrag zig gedistinqueerd boven andere en daar door ook altoos de bijzondere agting zoo van wijlen den welEd: Gestr: Heer de Bruijn als die van mij en anderen weg gedragen, en daar ik deeze mijne vrijpostige dog billijke voortfraak durf fundeeren op de bevinding van de wel Ed: Gestr: Heeren der Militairen Commissie hoop ik dat uwer Hoog Edelheede mij dit niet kwalijk zullen neemen en tot een encouragement voor hun, en een voorbeeld voor anderen, beijde perzoonen gratieutelijk bevorderen. § E. Het niet overzenden van het plan door den Heere Wierts van Riouw, blijkens voorjaarige brief een verzuim van mij geweest zijnde door het verlegd te hebben, verzoek ik dat gratieuselijk bij uwer Hoog Edel„ Luitenant „heeden 13
English
Batavia Respectfully on the adjacent extract will find excuse today; it is respectfully presented to Your High Noble Lords among the appendices of our general rescript. Concluding this, I pray from the bottom of my heart that the all-good Supreme Being may bestow the most precious blessings upon Your High Noble Lordship's persons and the interests of the Company, and I have the honor to call myself with dutiful veneration. Below stood: High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, and Noble, Strict Lords, Lower: Your High Noble Lords' most humble servant was signed: A. Couperus In the margin: Malacca in the Castle, the 8th of February 1742. Secret To His Noble Lordship The High Noble, Right Honourable Lord! Mr. Willem Arnold Alting Governor General § 190. Passing to the subject of Malacca, we have seen with approval that you have urged the ministers to make the necessary provision so that the inhabitants themselves may procure the necessary requirement of rice in time, as it is certainly not to be expected that the Company's expensive ships should be employed for that purpose; that the readiness constantly shown to supply the inhabitants and keep them from want makes them less concerned to employ the necessary means themselves. We cannot imagine that a place where there is so much trade and navigation, and situated so close to rice-producing lands, could be exposed to scarcity and want, and it is for that reason that we desire that, provided sufficient care has been taken for the requirements of the Company's establishment, henceforth absolutely no ships of the Company shall be dispatched solely to oblige the inhabitants to Queda, where the rice purchased in the previous year at 54 Spanish dollars per koyan, when calculating the charges according to your own remark, already comes to quite a high cost, and where most recently as much as 67 Spanish dollars per koyan had to be paid. § 190. We have communicated to the inhabitants the absolute will of the High Noble, Right Honourable Lords that henceforth no ships of the Company shall be dispatched to Queda or other places for the purchase of rice solely for the convenience of the inhabitants, and have most emphatically impressed upon them to provide themselves with what is needed in time as much as possible, demonstrating that although the Company profited 20 percent on that grain, this is not sufficient for the freight and maintenance of such costly ships as were employed for it. The nearby rice-producing lands have themselves more than once been tormented by the deplorable consequences of an impending famine, and although this place has repeatedly been saved by God's goodness, the threatening shortage has produced many a pitiful case. along with The Noble, Strict Lords Councillors of the Dutch Indies, etc. High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, Noble, Strict Lords, Answer to the Extract from the Patriotic General Dispatch written by the High Noble Lords Seventeen in the Netherlands to Their High Noble Lords the Governor General and the Councillors of the Indies at Batavia, dated the 11th of December 1790, containing the subject of Malacca. § 1. In accordance with the secret resolution of our meeting of the 12th of December of the past year, we shall, in this our humble rescript to Your High Noble Lords' revered secret dispatches dated the 28th of June 1791, begin by replying to the Extract of the Patriotic General Dispatch received with the general rescript, sent to Your High Noble Lords by the High Noble Lords Seventeen dated the 11th of December 1790, and thus reverently write in response to the adjacent text. § 194. Since the costs of armed vessels are already running very high without the desired effect being experienced from them, it appeared very disagreeable to us, as it did to you, that an increase is once again proposed by the ministers, which cannot suit the Company in any way; and you have therefore done well to impress upon them that they must manage as best as possible, especially since this request could hardly be complied with without thereby prejudicing other trading posts, and moreover the consideration must arise as to where it would ultimately come from.
Dutch transcription
Batavia Eerbiedig op het revenstaande Extract „heeden verschooning zal vinden, het wert onder de bijlaa „gen van onse gemeene reschriptie uwer Hoog Edelheeden eerbiedig aangebooden. — Deeze Sluitende, bidde ik het algoed opperweezen de dierbaarste zegeningen over uw. Hoog Edelheids perzoonen en de belangens der Maatschappij hartgron„ „dig toe, en het de Eer mij met pligtschuldige renevati te noemen. — /Onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedend Heer, en wel Edele Gestrenge Heeren, /:Lager:/ uwer Hoog Edelheeden onderdanigste Dienaar /:was gettekend:) A. Couperus /:in margine:/ Malacca in het Casteel den 8 Februari 1742. — Secreet Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer! Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal §190. Overgaande tot de Materie van „ §190. Wij zebben de Jngezetenen de Malacca hebben wij met goedkeuring benevens volstrekte wil van Hun Hoog Edele groot Agtb=s gecommuniceerd om gezien dat UE. de Ministers hebben voor„ De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia & voortaan geen scheepen van de „gehouden, om de noodige voorziening te Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer Mantschappij eeniglijk tot geriet doen, ten einde de Ingezeteren zig zelve van de Jngezetenen naqueda of in tijds de Benoodigtheid van Rijst: aan Wel Edele Gestrenge Heeren, Antwoord Extract Patriasche Gene„ „raale Missive, geschreeven door de Hoog Edele Heeren 1 7=e in Nederland aan Hunne Hoog Edelheeden den Gouverneur Generaal en de Raaden van Indien te Batavia, gedateerd den 11: Decem„ „ber 1790. Vervattende de Materie van Malacca. §1: Ingevolge Secreet beslut onser vergadering van den 12: December adino passato zullen wij in deeze onze nederige reschrifte op uwer Hoog Edelheeden gevenereerde Secreete Missi„ „ves in dato den 28: Juni 1791. aanvangelijk overgaan tot beantwoording van het bij de gemeene reschriptie ontvangen Extract Patriasche Generaale Missive door de Hoog Edele Heeren 1. J=o in dato 11. December 1790. uwer Hoog Edelheeden toegezonden en dus reverentelijk op het nevenstaande reschribeeren. 31. andere 185 te andere plaatsen ten inkoop van Rijst te schaffen, alzoo het zeker niet te af te zenden, en hun op het nadruk, vergen is dat daar toe Comp=s kost„ „kelijkst onder het oog gehouden van „ baare scheepen zoude worden g'Em„ zig zelfs zoo veel mogelijk in tijdes ploijeerdt, dat de gereedheid welke van het benoodigde te voorzien, met men gesladig betoond om de Jnge„ aantooning dat ofschoon de Comp„e op „zeteren te voorzien en voor ge„ E dien korl 'er 20. p=r C=to profiteerde „ trek te behouden, hij minder be„ zulks niet toereijkend tot Huur en „zorgd maakt om zelve de noodige onderhoud van zulke kostbaare middelen aan te werden. scheepen als daar g'einfloijeerd zijn, is. Wij kunnen ons niet voorstellen, De nabij geleegen Rijst gee„ dat een plaats alwaar zoo veel handel „vende Landen zijn zelfs meer dan eens in Scherfvaart is, en zoo na bij door de jammerlijke gevolgen van een rijst geevende Landen geleegen, zou rijpende hongersnood gevolterd, en kunnen zijn bloot gesteld aan Schaars schoon dees plaats nog telkens door „heid en gebrek, en het is om die ree Gods goedheid is gered, heeft het „den dat wij begeere dat indien voor de wijbend gebrek meenig deerniswaar„ benoodigtheid voor 'S Compagnies om „dig geval opgeleverd. „slag genoegzaam is gezorgd voortoe volstrekt geen scheepen van de Compte alleen om de Jngezetene te ge „rieven, zullen worden afgezonden naar queda alwaar de Rijst in het voorig Jaar ingekogt tegen 54. Sps. de Koijang, bij bereekering der ongelden volgens uwe eijgene remarque al tamelijk hoog te staan komt, en waar nu laast wel 67: Sps. voor de Coijang heeft moeten worden be„ „taald. § 194. Vermits reeds de kosten van gewa„ „pende vaartuigen zeer hoog loopen, zonder dat men daar van het gewerscht effect mag on„ „dervinden is het ons met UE. zeer ongeval„ „lig voorgekoomen, dat 'er door de Minis¬ „ters al wederom eeze vermeerdering word voorgedragen, welke de Compe geinsints kan Convenieeren, en UE. hebben dier hal„ „ven welgedaan her voor te houden, dat zij zig zoo goed als mogelijk moe¬ „ten redden voor aldaar aan dit verzoek beswaarlijk zoude kunnen worden vol„ daan, zonder daar door andere Comptoiren te benadeelen, en boven dien de bedenking moet ontstaan, waar uit eindelijk zoude voorig zijn 141
English
to recoup all the expenses that would have to be incurred, both for the protection of possessions that in themselves yield no profit to the Company, and for the prevention of a smuggling trade which, despite all expenses incurred, is still steadily carried on; or indeed, it would not be strange to arrive at this disagreeable conclusion, that the Company, being unable to subsist even with the best-situated possessions and with its exclusive contracts, would do better to abandon them and, following the example of its competitors, rather raise the purchase prices of its necessities. We hope, meanwhile, that after all that has occurred in this region in recent years, and after all the expenses incurred, the means will at last be found to put and keep everything on a tolerable footing, in order that the Company, without incurring further annual expenses, may finally come into the actual possession of those advantages which naturally can be expected from its situation. §195. The conduct maintained by Captain Lieutenant Blandauw in giving a false report regarding an action alleged to have taken place against the coast of Java between the lighter De Vos and seven heavily manned Bugis vessels, being deserving of exemplary punishment, you have rightly expressed your astonishment to the Ministers at their laxity shown in this case, and it completely deserves our approval that you have demoted him to sailor, as he certainly deserved no less for his false report, and for his given orders whereby several innocent people lost their lives. §196. Regarding the notification by the Ministers in their dispatch of 15 September 1788 that Chinese seafarers have been engaged in service for the ordinary pay of 5 Rds. and one measure of rice per month, we must remark that it has struck us as suspicious whether the matter of the pay of the Chinese in Batavia is on the right track, since 10 Rds. per month is charged to the account there. We judge it necessary to present this to you, so that you might seriously consider securing the aforementioned seafarers in service more cheaply in the future, or otherwise seek to obtain them from Malacca, as we have reason to doubt whether the seafarers themselves actually receive that higher wage of 10 Rds. in full. §197. Not without regret do we learn of the constant injuries caused to the Company by the smuggling of tin to the English possessions on Poelo Pinang, and the faithlessness of those who, despite the contracts, bring their goods to market among that nation; and although it is not to be thought that the English Company itself will find its account in this, and that Governor Light will much rather promote his own interest, this must nevertheless amount to the same thing for the Dutch Company, since it is nevertheless deprived of the tin which should properly belong to it. But since this, as it seems, cannot be prevented, we regard the authorization given by you to the Ministers to pay 2 Spanish dollars more per Bahar of Perak tin as the most suitable means to counter the clandestine transport to Poelo Pinang, and thus to prevent the further decline of that trade. While at the same time, under the benefit of this granted increase, we promise ourselves more fruit in future from the cruising operations than has been perceived from them hitherto; and in order to encourage them more and more, we have judged it a suitable means that whenever in future smuggling vessels are intercepted and captured, ship and cargo shall be confiscated in such a manner that half thereof shall accrue to the profit of the Governor and Secunde, one fourth to the commander of the vessel that made the capture, and the remaining fourth part distributed in the usual manner among the rest of the crew of the same vessel; it being well understood that the seized tin shall be delivered up to the Company at the prices for which the Company stipulated the same in the former original contracts, it being our desire that you immediately dispatch the necessary orders so that this determination of ours may be strictly complied with. §198. We likewise approve that you have left the Perak tin at Malacca to be sold there, both on account of the profits to be derived from it, and to remain in the regular practice of being able to accommodate passing traders with it. §199. The reasons given by the Ministers why it would not be advisable, at the auction of the boom toll, to stipulate that upon the arrival of a Chinese junk a separate payment should have to be made for it, appearing to us likewise not unacceptable, we can acquiesce in the proposal made by the Ministers. §199. This has been complied with at the latest farming out for this current year 1792, and such made known to the public through the necessary notices, just as it will be observed in the future as a permanent order.
Dutch transcription
19 zijn goed te maaken, alle de Lasten welke zoude moeten aangewerd, zoo ter bevei„ „liging van bezittingen die op zig zelven aan de Comp„e geen voordeel toebrengen, als ter voorkoming van een Smokkel „handel, welke ongeacht alle aangewen „de kosten nog gestadig gedreeven word ofte immers zoude het niet vreemd zijn te koomen tot deeze onaangeraa„ „me gevolg trekking, dat de Comp„e met de bestgelegene bezittingen en met „ haare inclusive contracten Egter niet kunnende bestaan meer voordeel zou„ „de doen, met dezelve te abandornee„ „ren en op het voorbeeld van haare meede dirgers lieven de Jnkoops prijse van haare benoodigdheeden te verhoo¬ „gen,, wij hoopen intusschen, dat na alles wat in de laaste Jaare om deezen oord is voorgevallen, en na al„ „le de aangewende kosten een maal het middel zal worden gevonden, om alles op een dragelijken voed te stellen en te houden ten einde de Comp„e zon„ „der neer Jaarlijksche ongelden, te maaken, eindelijk in het wezentlijke bezit te geraaken van die voordeelen, welke van haare Situatie Natinirlijker wijze kunnen worden verwagt. — §195. Het gehouden gedrag van den Caitein Luitenant Blandauw in het gee„ „ven van Een onwaar berigt aangaande eene Achie, welke tegens de koste, Java„ de ligter de vos en zeven sterk bemande Bougineesche Vaartuigen zouden zijn voor„ „gevallen eene Exemplaire straf ver„ „dienende, hebben UE. te regt haare ver„ „wondering aan de Ministers betuigd over hunne in dit geval betoonde slop„ „heid en het verdiend volkoomen onze goedkeuring dat uw E. denzelven hebben deporteeren tot Matroos als hebbende zekerlijk niet minder verdiend voor zijn valsch berigt, en voor zijne gegevene alles ordre ordre waar door verscheide onschuldige Menschen het leeven hebben verlooren. §196. Op het door de Ministers bedeelde bij hunne Missive van den 15. September 1788 dat Chireeschen Zeevaarenden zijn in dienst genoomen voor de ordinaire besol„ „ding van 5. Rds. en Een savra rijst ter maand, moeten wij aanmerken dat ons hier uit Bederkelijk is voorgevallen of omtrend de Boesolding der Chineeze te Batavia de waagen wel in het regte Spoor gaat, dewijl aldaar rds. 10. 2 per maand in Reekering word gebragt Wij oordeelen het nodig UE. dit voor te houden ten einde UE. ernstig mogten be„ „dagt weezen om voortaan de voornoem „de zeevaarende beeter koop in dienst te krijgen, of anders tragten dezelve van Malacca te bekomen, alzoo wij reeden hebben om te twijfelen of de Zeevaarende zelve die hooger Gagie van 10. Rds. wel geheel genieten. — § 147. Nut zonder leedweezen Verreenen wij de gesladige afbreuken, welke door de Sluikerijen van Thin naar de Engelsche Bezittingen op Poelo Sinang aan de Maatschappij veroorzaakt worden en de trouwloosheid van de geenen die in weerwil van de Contracten hunne waaren bij die Natie ter Markt bren„ „gen, en ofschoon niet te denken is, dat 2 Engelsche Comp„s zelve daar bij haar Reekening zal vinden en dat den gou„ „verneur Ligt veel meer zijn eigen belang zal bevorderen, moet zulks dog voor de Nederlandsche Maatschappij op het zelfde uitkoomen, wijl zij dog gepri¬ „veerd word van het Thin 't welk eigentlijk haar zoude toekomen, dan daar dit zoo 't schijnt niet is te be„ „tekten beschouwen wij de door UE. aan de Ministers gegeevene qualificatie om voor de Bhaar Pevasch Thin 2. Sp=s meer te betaalen als het geschikste middel om den Clandestineren vervoer ver„ naar 21 staan, tegen de prijsen waar voor de naar soeloe Sinang tegen te gaan, en Comp„e hetzelve bij de voorige origi„ dus het verder verloop van dien handel „reele Contanten heeft bedongen, begee„ te prevenieeren. „rende wij dat UE. daadelijk de zoodi„ Terwijl wij ons tevens onder benefitie „ge ordres zullen afvaardigen ten ein„ van deeze g'accordeerde verhooging bij het „de deeze onze bepaaling stiktelijk vervolg meerder vrugt belooven van de bekruissingen, dan het nog toe daar uit werde agtervolgd.— is ontwaard, en ten einde dezelve meer §198. Wij appribeeren insgelijks dat UE. en meer aantemoedigen, hebben wij als het Perus Thin te Malacca hebben gelaa„ een geschikt middel daar toe g'oordeeld „ten om aldaar te verkoopen, zoo wel uit dat wanneer bij vervolg smokkelvaartui hoofde van de voordeelen welke daar op te behaalen zij, als om in de routine te „gen zullen worden agterhaald, en prijs blijven van daar meede de passeerende gemaakt, schip en lading zal zijn ge„ handelaaren te kunnen gerieven. — „confisqueerd, in dier voegen dat de helft §199. De Reedenen die de Ministers daar van zal koomen ten profijte van §199. Hier aan is bij de Jongste ver„ geeven, waarom het niet raadzaam den Gouverneur en Secunde, een vierde „pagting voor dit loopend Jaar 1792. volc„s weezen, om bij de opveiling van de aan den gezaghebber op 't vaartuig, het„ „daan, en zulks de gemeente door de Boompagt te Stifuleeren, dat bij de „welk de prijs zal hebben gemaakt, noodige biljetten ter kennis gebragt, ge „lijk in den aanstaande als een permakomst van een Chinaasche Jonk daar en het over vierde gedeelte op de voor apart zoude moeten worden be„ gewoone wijsen verdeeld, onder de verde, minte order zal g'obzerveerd werden. „taald, ons meede niet onaannemelijk „re Equipagie van 't zelfde vaartuig zijnde voorgekoomen kunnen wij be„ wel verstaande dan het aangehaalde „rusten in de gedaane voorslag der Thin, aan de Comp„e zal werden afge„ „staan Minis„ 28
English
Section 202. We shall allow all our ministers to carry out the leasing according to the old custom, solely with the addition of this clause: that upon the arrival of more than one junk, it shall be leased separately there, and no remission shall be granted to anyone. Section 200. We approve, as a token of frugality and sound discretion, the employment of off-duty European military personnel for the clearing and leveling of the old forts at 3 stivers per day, and the agreement with the Captain of the Chinese to pay no more than 5 rixdollars per month for the Chinese laborers; and we expect that this example of good housekeeping will also be followed elsewhere. Section 201. With no less regret than indignation have we taken note of what occurred with the Engineer Lusson at Riouw, being unable sufficiently to lament that such individuals are employed to direct the fortification of places, since it has appeared to us from the Malacca papers not only that he indulged excessively in drink, but also that he suffered fits of madness; for which reason it is therefore hardly surprising that the work was more delayed than advanced by him. The Ministers have therefore done well to recall him from Riouw, and we trust that Your Excellencies will presently employ him in no other posts than those in which the Company has no harm to expect from him. Section 202. Since we observe from the Ministers' advices with respect to the arrears that the same in the year 1785/6 again amounted to 62,307 guilders and 15 stivers more than the previous year, when they had already far exceeded the limit, we command Your Excellencies continually and earnestly to bring to the attention of the Ministers the necessity of being mindful of their reduction. Section 203. Since, with respect to Riouw, the result of the deliberations between the Governor at Riouw and Captain-Commandant Silvester has been that that place must be kept in possession and fortified for the benefit of the Company, we shall have to submit to this, although, as Your Excellencies also acknowledge, it does not suit the Company to incur substantial expenses once again, and one even found oneself in the Indies unable to furnish the necessary means of defense. We must, however, observe here that it is not so much the expenses required for the fortification about which one needs to be concerned, since it can well be deduced from the circumstances that these will probably not be excessive; but when we consider that garrisoning the two new forts requires no less than 500 military personnel, and that in addition an armed cutter and 3 pantjallangs are still needed for cruising to prevent entry, we can hardly foresee that Riouw can ever become a bearable burden. It is therefore with regret that we find ourselves compelled to occupy a post which the Company previously did not need, and solely to prevent others from making an evil use thereof, however much we are also only too convinced of the necessity of that taking into possession. We hope, meanwhile, that in the construction of new forts all care will have been taken that during an enemy attack the same or similar inexcusable defects do not recur as took place with the previous ones; and which are of such a nature that one would not be able to believe them if the most convincing proofs thereof did not appear in the received papers. Thus one sees, for example, upon investigating the circumstances surrounding the abandonment of Riouw, that the enemy had erected two batteries on a mountain, so situated that from them man for man in the fortress could be fired upon without, on the other hand, being able to be harmed from the fortress. This appears in the report of Resident Ruhde, without it seeming that the idea ever entered that Resident's mind to make the necessary timely provision against it; and to what extent one may rely on the necessary insight and skills of the servants there, we can gather from the answer given by the aforementioned Resident and Captain Silvester to the question of what force would be required for the recapture of Riouw. Meanwhile, we see, not without indignation, from the ministerial resolution of 14 December 1787, that the Captain-Engineer Ricard obstinately refused to depart for Riouw to take upon himself the care of the fortification, and thus remained neglectful in his duty precisely at a juncture when his service was most needed. And since such very objectionable conduct—punishable according to all laws, but most especially in military service—must not be treated with the slightest connivance, we trust that these principles will have been kept in view by Your Excellencies in this case; otherwise requiring that this Ricard be sent up immediately to the Netherlands as a useless subject. Section 204. Upon considering the conduct of the King of Riouw and his grandees
Dutch transcription
§202. Hun toe zullen wij alle onze Ministers om de verpagting te laaten doen, volgens de oude gewoonte alleen met tijvoeging van deze Clausul dat G bij aankomst van meer dan Een Jonk deze „ve aldaar apart zoude worden verbagt en aan niemant eenig remis verleend worden § 200. Wij approbeeren als een blijk van zuinigheid en goed overleg het Emploij van de wagt vrije Europesche Militairen. tot het Applareeren der oude forten te„ „gens 3. st=s sdaags, en de overeenkom met den Capitein der Chineeschen om voor de Chineese Arbijders niet meer dan 5. rds. 's maands te betaalen, en wij verwagten dat dit voorbeeld van goede huishouding ook elders zal worden ge„ „volgd. §201. Met niet minder beedwe„ „zen als verontwaardiging hebben wij gezien het voorgevallene met den Jngenieur Lusson te Riouw, kun„ „nende ons niet genoeg beklaagen dat diergelijke subjecten worden vermogens inspannen te werk gesteld om over de verster„ „king van Plaatzen de directie te hebben daar het ons uit de Malacsche sapieren gebleeken is niet alleen dat hij zig aan den drank te buiten ging maar ook dat hij vlaagen had, van krankzin„ „righeid waarom het dus te verwonde„ „ren is, dat het werk door hem meer ver„ „traagd als bevordert is geworden. De Ministers hebben derhalven welgedaan hem van Riouw te rug te ontbieden, en wij vertrouwe dat UE. hem als thans zullen Emploijeeren in geene andere Posten dan waar in de Comp„e van hem geen nadeelen te wag„ „ten heeft. — §202. Daar wij uit der Ministers adviesen, met opzigt tot de Restanten ontwaaren, dat dezelve in den Iaare 178 5/6. weederom ƒ 62307:15: meer dan het voorig Jaar hebben bedraagen, als wanneer dezelve reeds ver de bepaling zijn te boven gegaan, beveelen wij UE. de Ministers ge„ „stadig 1 te 25 „stadig Ernstig onder het oog te brengen de noodzakelijkheid om op derzelver vermind „ring bedagt te zijn. — ƒ „ § 203. Dewijl met opzigt te Riouw het Resultaat der overweegingen van ƒ den gouverneur te Riduw met den Capi„ „tein Commandant Silvester is geweest om die plaats ten nutte van de Maatschapp te moeten inbezit houden en versterken zullen, wij ons zulks moeten getrootz schoon het gelijk UE. ook erkennen de Comp„e niet Convenieerd om weder Impo „tante kosten te maaken, en men zelfs in Jndie zig niet in staat bevond, om de noodige middelen van defensie te four„ Wij moeten egter hier aanmerken, dat het de kosten tot de versterking benoo„ „digd niet zoo zeer zijn, waar over men zig behoeft te bekommeren, al zoo 'er uit de omstandigheiden wel is op te maaken, dat dezelve niet wel Exces„ „siet zullen weezen, maar wanneer Wij nagaan, dat tot de besetting der twee nieuwe Forten word vereijscht, niet min„ „der dan 500. Militairen, en dat bovendien nog benodig zijn tot bekruising om het in „koomen te beletten, een gewapende kot„ „ter, en 3. Pantjallangs, dan kunnen wij beswaarlijk voorzien, dat Riouw immers een draagelijke Lastelast zal kunnen werden, en het is dus met leedweezen, dat wij ons genoodzaakt vinden Eene post te moeten decu„ „peeren die de Maatschappij te vooren niet heeft nodig gehad; en enkel en alleen om andere te belekten, daar van een kwaad gebruik te maaken, hoe zeer wij ook van de noodzaakelijkheid dier inbesitneeming maar al te zeer Wij hooften in middels, dat bij den aanleg van nieuwe forten alle attentie zal zijn gebruikt, dat niet weder bij eene Vijandelijke aanval dezelve of diergelijke onverschoonlijke gebreeken, voorkoomen als bij de voorige hebben plaats gehad; en welke van dien zijn overtuigd. wij aart „neeren. 27 aart zijn, dit men zoo niet zou kunnen ge„ „looben, indien daar van bij de ontfangen s. „pieren niet de overtuigendste bewijzen voor„ „koomen zoo ziet men bij voorbeeld bij het onderzoek na de omstandigheden bij het verlaaten van Riouw dat de Vijand op een Berg twee Batterijen had opge„ „rigt zoodanig geplaate dat van dezelve man voor man in de Fortresse konde worden beschooten zonder daaren tegen uit de Fortresse te kunnen beschadigt worden, en hetwelk bij het Rapport van den resident Rúhde voorkomt, zonder dat het Schijnt dat aan dien Residert ooit in het denkbeeld is gekoomen, om daar en tegen in tijds de noodige voor„ „ziering te doen, en in hoe verre op het noodige doorzigt de kundigheden van de Dienaaren aldaar te vertrouwen is, kun„ „nen wij opmaaken uit het antwoord door voorn: Resident en den Capitein vekter gegeven, op de vraag welke nagt tot herwinning van Riouw zoude ver„ „eischt worden. De tusschen zien wij niet zonder veront„ „waardiging, bij de ministeren Resolutie van den 14. December 1787: dat den Capi„ „tein Ingenieur Ricard obstinatelijk heeft geweigerd naar Riouw te vertrekken, om de zorge der versterking op zig te neemen en dus in zijne pligt is nalatig geblee„ „ven Juist in een tijdstik, dat men zijnen dienst het meest van nooden had, en daar soortgelijke zeer nadenkelijke en vol„ „gens alle wetten, maar voornaament „lijk in den krijgs dienst zeer straf„ „baare handelwijze, met geen de minste oogluiking moeten worden behandeld. vertrouwen wij dat door UE. in dit geval deeze beginzelen zullen zijn in het oog gehouden anderzints begeerende dat deeze Ricard onmiddelijk als een onrut subject werden opgezonden naar Nederland.— §204. Bij overweeging van het gedrag paragraphe, en de heeden die wij van den koning van Riouw en zijne § 204. De beantwoording van dees „eischt hebben grooten 79
English
31 grandees, we have understood that the reason to keep its contents secret was the motive for our secret resolution mentioned above. Referring to the aforementioned resolution, and to our secret letter of 28 December last, and to the letter of the first undersigned written on this matter to the Gentlemen of the Military Commission, we will, by way of respectful reply, merely submit that, although the conduct of that prince and especially of many grandees who surrounded him, and from whom he cannot be separated, genuinely merits not the least leniency, it would be dangerous to reject the requests for mediation out of hand. In that case, his evil counselors, who until now have not been able to move him to proceed to hostile measures, would soon accomplish their aims. And although we hold as certain that they merit not the least leniency, and it were to be wished that Sultan Mahmud and his adherents were once completely subjugated, we likewise hold as certain that not only must all special expeditions be spared, but also that one ought not to let appear any semblance of wishing to persecute and drive them away; and that if one does not give preference to the mercantile system of the Company—which in this juncture of times ought to prevail, namely to draw benefits from the trade of Riouw—the Company will always remain in a state of uncertainty between peace and war. And since one can never look into the deceitful heart of the native, it is, in our opinion, better to observe him as closely as possible rather than from a great distance; and taking this as a fundamental rule, we maintain that it is better to have him on the spot itself than to keep him removed from it. The more so, because through his presence the number of inhabitants would be notably increased, and the trade by natives from the surrounding islands would remarkably expand, whereas it would entirely block and hinder the trade with Linga and Bulang, which, although still very small, exists. For that reason it has been approved to write to you by these presents not to enter into any negotiations with them, but rather, when the opportunity presents itself, to pursue and drive them away, without however undertaking special expeditions for that purpose, which only very seldom correspond to the costs incurred. Paragraph 205. After all the appearance there has been that the servants at Riouw had not properly discharged their duty during the surprise attack, and after the suspicion that you had conceived of it, we might well have expected that you would also have paid more heed to that matter than we see has occurred. Seeing that you, upon the declaration of the Fiscal Thievens that upon investigation nothing had come to his notice from which any dereliction of duty could be deduced, and even though you had wished that the Ministers had specifically communicated their thoughts on this matter, nevertheless let the whole matter pass and let the case rest. Indeed, the silence of the Ministers should have given cause to the thought that they were not completely convinced of the innocence of the individuals concerned and, therefore, should have made a more rigorous investigation necessary; all the more so since in Malacca more examples have occurred of hasty retreats, which, whatever the judgment in Batavia may have been, were nonetheless no proofs of courage and steadfastness, and at the very least left much doubt about it. It also appears strange to us that you simply content yourselves with letting the matter rest upon the investigation at Malacca, without even declaring Resident Ruhde free from dereliction of duty, which should nonetheless have occurred if you had judged him innocent; and whereby the Malacca Ministers, according to their Resolution of 29 August 1788, have then also considered him, as having been declared free by you of dereliction of duty, as Fiscal and Cashier. Without entering into the conduct pursued by him, it appears, however, that at the approach of the hostile vessels no vigorous resistance was maintained, and they allowed themselves to be misled by the faithless King of Riouw, to whom the further sad consequences are then also to be attributed; and we would therefore well have wished that the aforementioned Ruhde had not been appointed so quickly to an office of such importance as is that of Fiscal. Paragraph 206. We fully agree with you that it would have been better had the commission of Captain Lucas to Perak not been undertaken, and that one ought to beware of this in the future, while, in general, regarding the natives, we cannot sufficiently recommend prudence, so as not to become involved in disputes and differences, which even in the best outcome cannot be anything other than costly and detrimental to the Company. Paragraph 207. Finally, since circumstances do not permit the garrison of this government to be increased
Dutch transcription
31 Grooten hebben wij begreepen dat dezelve „ken, en ofschoon wij zeker stellen dat hebben om derzelven inhoud geheim, te hou„ „den is het motief onser Secreete Resolu geen de minste toegevendheid verdienen, en het te wenschen was, dat zulthan „tie voorengemeld ons refereerende aan uit dien hoofde goedgevonden UE. mits Mackmoet en zijnen aanhang eens voormelde Resolutie, en onze, secreete deezen aan te schrijven zig met hun volmaakt ter onder gebragt wierd, brief van den 28: December laastleden in geen onderhandeling in te laaten stellen wij levens als zeker dat en aan des eerstgetekende brief be, maar veel eer bij voorkomende gele„ niet alleen alle speciale uit„ „trekkelijk dees s aan de Heeren „gentheid te vervolgen en verdrijven „rustingen moeten gemenageerd Militaire Commissie geschreeven zonder nogthans daar toe Speciale werden maar ook dat men alle zullen wij ter eerbiedige beantwoor uitrustingen te doen, die maar zeer schijn hun te willen vervolgen en ƒ „ding eeniglijk avanceeren dat of„ zelden beantwoorden aan de gemaakt verdrijven niet diert te moeten laa„ „schoon het gedrag van dien vorst kosten. — „ten blijken. en dat men zoo net en vooral van veele grooten die het mencantiel Sestima van de hem omvingen en van welke hij Comp„e, /:dat in deeze Conjuncture niet af te zonderen is, reëel geen van tijden diende te prevaleeren, namelijk om voordeelen door den de minste toegeevendheid meniteert Handel van Riouw te trekken;/ het gevaarlijk zou zijn, de verzoe„ niet den voorkeus geeft, de Comp„e „ken tot een bemiddeling van de hand altoos in eene onzekerheid van te wijzen. als wanneer zijn quaade vreede of oorlog zal verseeren. raadgevens die tot nog toe hem en dewijl men nooit in het bedrie„ niet kunnen beweegen tot vijande„ „gelijk hart van den Jnlander kan „lijke demarches over te gaan, spoe„ inzien, is het onzes bedunkens be„ „dig hunne oogmerken zouden beveij„ „ter het zelve zoo na mogelijk „ken als 6 als op een verre afstand te beschou„ „wen, en dit tot een grondreegel nee„ „mende, stellen wij, dat het bezer is hem op de plaats zelfs te hebben, dan hem van dezelve verwijderd te hou„ „den. te meer, daar door zijn te„ „genswoordigheid het getal der Jnwoonders notabel zou vergroot werden, en den Handel door Jnlan„ „ders van de omleggende Eijlanden merkelijk zou toeneemen, terwijl het den Handel op Linga en Boe„ „lang /: die schoon nog zeer geving zijnde :/ geheel zou stremmen en beletten. - § 205. Na al den schijn die 'ter is geweest dat de bediendens te Ri„ „ouw zig niet behoorlijk van hun„ „ren pligt hadden gekweeten bij de overrompeling, en na de verdenking welke UE: daar van hadden opge„ „vat, zouden wij wel hebben mogen verwagten dat uE. zig ook meer aan die zaak zouden hebben laaten ge„ „leegen leggen als wij nazien dat ge„ „schied is. daar UE. op de verklaaring van den Fiscaal Thievens, dat hem bij onderzoek niets was voorgekoo„ „men, waar uit eenig pligt verzuim konde worden afgelegt en zelfs schoon UE. gewenscht hadden, dat de Ministers Speciaal daar over hun„ „re gedagten hadden meede gedeelt des niet te min het Een en ander hebben gepasseerd, en de zaak daar bij laaten berusten. Immers moest het stilzwijgen der Ministers aanleijding hebben gege¬ „ven tot de gedagten dat zij niet vol„ „komen overtuigd waaren, van de on„ „schuld der Voescheiden en derhalven een meer regouteus onderzoek hebben noodzaakelijk gemaakt, te meer daar op Malacca almeer voorbeelden zijn voorgekoomen van verhaaste verplantingen, die wat ook de aan beoor„ 33 beoordeeling op Batavia hebben mogen weezen nogtans geen blijken zijn ge„ „weest van moed en Standvastigheid ten winsten daar omtrent veel twij„ „feling hebben overgelaaten. —. Het komt ons ook vreemd voor UE. zig eenvoudig vergenoegen, met de zaak bij het onderzoek te Malacca te laaten berusten, zonder zelfs den Resident- rusde van pligt verzuim vrij te kennen 't welk nogtons had behooren te geschieden in„ „dien UE. hem onschuldig hadden geoordeelt; en waar door dan ook de Malacsche Mi„ „nisters volgens hunne Resolutie van den 29. Augs. 1788. hem hebben geconti„ „dereerd, als door UE. vrij gekend van sligt verzuin tot Fiscaal en Cassier„ zonder ons in het door hem gehouden gedrag in te laaten, schijnt het eg„ „ter dat bij de aannadering van de Vijandelijke Vaartuigen geene Vigoureusse Contenance is gehouden en men zig heeft laaten misleijden door den trouwloozen koning van Riouw, aan welke dan ook de verdere droevige gevolgen zijn toe te schrijven, en wij hadden derhalven wel gewenscht dat voorgemelde Ruhde niet zoo spoedig was gesteld geworden in een Post van dat gewigt als is die van Fiscaal. §206. Wij zijn het volkomen met uE. eers, dat het beter zoude zijn geweest dat de Commissie van den Capitein Lucas naar Pera niet was ondernoomen en dat men zig daar voor in het vervolg behoord te wagten, terwijl wij in het alge„ „meen, omtrend de Jnlanders voorzigtig„ „heid niet genoeg kunnen recommandee„ „ven, om niet betrokken te worden, in twisten, en verschillen, die bij den bes„ „ten uitslag zelfs niet arders, dan Kostbaar en nadeelig kunnen weezen voor de Compe. §207. Eijndelijk vermits de om„ „standigheeden niet toelaaten om de bezetting van dit Gouvernement te trouw„ ver„ 35
English
decrease without fear of bad consequences, and thus a reduction being marked as very dangerous, Your Honours shall properly order the ministers, on the other hand, to bring their best efforts to such a height that the further required costs for reinforcement and preservation necessary may steadily be found therefrom. Underneath stood: Agrees. Signed: I: D. Olderzeel, First Sworn Clerk. Section 2. Upon receiving the extract of the resolution of the Council of India dated 8 June 1740, to let the sick lying in the hospital henceforth keep half their wages pursuant to the favourable disposition of the Gentlemen Majors, as appears from the secret resolution dated 8 March 1741, we resolved, before and only as we put this into practice, first to lay our objections against this before Your High Honours and await Your High Honours' further orders in that regard. But since, by a further extract dated 20 September 1791, we have been informed of Your High Honours' further order whereby the aforementioned has been revoked and thus remained on the old footing, we shall not detail the reasons that moved us to this decision extensively in this instance, but refer ourselves with all respect to our secret resolution of 8 March 1741 aforesaid. Section 3. On the occasion that the coaster Java was cruising against the Salichars who had left Siak, a small vessel was joined to those cruisers by the first-signed, in order to give some intelligence to Captain Meijer and to provide one thing and another to the first-signed. Through this, it was reported to the first-signed from Poeloe Sinang that a Sayyid was lying there with a sloop that belonged at Palembang and had arrived there via Siak without having called at Malacca, who had purchased linens and gambier, as was also confirmed shortly thereafter when this Sayyid arrived here at the roads with his vessel from there. But having no pass with him, he was questioned about this by the first-signed. He answered very calmly that by a mistake he had forgotten his pass at Siak, where he had been before he went to Poeloe Sinang, and showed every true appearance of ignorance of an order to the contrary. Yet this, as well as his declaration that this small keel belonged in ownership to the Sultan, which was also confirmed by others, could not cause us to decide on a release of him and that small keel. However, it was taken into mature consideration by us that, however much we do not wish to make the Company's competent right fruitless through indulgence, but always wish to maintain its legally competent right through the most vigilant care and protect it from all infractions, there nevertheless shone through in the conduct of that Sayyid an ignorance of wrongdoing, although he cannot plead such, and at the same time in his frank confession some semblance of good faith, whereby following previous examples one might and could proceed to a less severe procedure than that which the law would require; the more so, since that small keel belongs in ownership to the Company's old ally the Sultan of Palembang, whom one could not suspect of taking part in the clandestine voyage of that Sayyid, through which the Prince's vessel was exposed to confiscation. In anticipation of Your High Honours' gracious approval, we have deemed it necessary out of regard for that Prince to decide this matter politically, in order thereby to place that Prince under a new obligation to guard in the future against all clandestine navigation and trade to the north, and especially to a place like Poeloe Sinang, where the trade of Palembang must with every reason be suspected of smuggling. For this reason we have resolved, following a previous example existing in the year 1766, indeed to release this Sayyid and vessel, but to fine the aforesaid Sayyid for sailing past these roads, after he shall have paid the full duty on all his loaded goods, with a fine of 500 rixdollars, and to let this fine be shared between the Diaconate Poor of this place and the informers aforementioned, and to let this serve for the latter as an indemnification for their three months' service with a small vessel and crew, since we do not otherwise these persons
Dutch transcription
37 verminderen zonder vrees voor slegte gevolgen, en dus eene reductie als zeer gevaarlijk is aante merken zul„ „len uE. de Ministers behoorlijk be„ „veelen, om daarentegen hunne beste pogingen te brengen tot een zoodani„ „ge hoogte, dat de meerder benoodigde kosten tot versterking en behoud, nodig daar uijt gestadig kunnen wor„ „den gevonden. — /onderstond:/ Accordeert /:getekend:/. I: D. Olderzeel E. G. klerk §2. Wij hebben op het ontvangen Extract van het ge„ „resolveerde in Raade van India in dato 8. Juni 1740. om navolgens der Heeren Majores gunstige dispositie aan de zieken in het Hospitaal leggende voortaan de halve gagie te laaten houden, blijkens Secreete Resolutie in dato 8. Maart 1741. beslooten voor en alleen wij dit in twin brengen eerst uwer Hoog Edel„ „heeden onze bedenkingen hier tegens open te leggen, en Hoogst derzelver nadere beveelen dientweegen inwagten dan dewijl wij bij nadere Extract in dato 20. September 1791. geinformeerd zijn van uwer Hoog Edelheeden nadere order waar bij de voorengemelde weder is ingetrokken en dus op den ouden voet gebleeven zoo zullen wij ons in deezen de reeden die ons tot dit besluit gemoveerd hadden niet omstandig detailleeren, maar ons in allen eerbied refereeren aan onse secreete Resolutie van den 8. Maart 1741. voormeld §3. Bij gelegenheid dat de koster Java op de Soloicars die Sera hadden verlaaten, kruiste, is door den eerstgetekende een klein vaartuigge bij die kruissers gevoegd, om eenig kond„ „schap aan den Capt. Meijer te geeven, en om de eerstgeteken„ „de het een en ander te bedeelen, door deeze wierd aan den eerstgetekende van Poeloe Sinang berigt dat aldaar een Said met een sloep lag die op Palembang te huis hoorde, en over Siae, aldaar was aangekomen zonder op Malacca aangekoomen te zijn, die Lijwaaten en Ambalo had inge„ „kogt, gelijk dan kort daar na ook bevertigt wierd dewijl dien said met zijn vaartuig van derwaards alhier ter rheede aankwam dog geen pas bij zig hebbende wierd hij hier over door den eerstgetekende onderhouden dog dan hij 39 zij antwoorde zeer tranquil dat hij door een abuis zijn pas oe Siae alwaar hij was aangeweest voor dat hij na Soeloe Sinang was gegaan vergeeten had, en toorde alle waare schij van ignorantie van een hier tegens leggende or„ „der, dog dik zoo wel als zijne betuijzing, dat, dat kiltje aan den sulthan in Eigendom toebehoorde hetwelk van anderen ook bevestigd wierd kon ons doen besluiten tot eene relaxatie van hem en dat kieltje; egter is door ons in rijse overweeging genoomen dat hoe zeer wij het der Comp„e Competeerend regt niet door toegevelijkheid infructieus willen maaken, maar steeds door de waak„ „zaamste zorg derzelver wettig Competerend regt wil„ „len mainitineeren en voor alle intractien behoeden, er egter in het gedrag van dien said een ignorantie van misdrijf /:schoon hij zulks niet kan prezen„ „deeren:/ en teffens in zijne openhartige belijdenis eeni„ „ge Sweem van goede trouw doorstraalt waar door men op voorige voorbeelden wel tot eene min harde procedure als die der wet zoude requireeren zou„ 6 E moogen en kunnen overgaan, te meer, dewijl, dat Kieltje in Eijgendom is toe behoorende aan 'S Comps. ouden Bondgenoot den Sulthan van Palembang, die men niet kon suspecteeren deel te hebben aan de Clandestine voijage van dien said, waar door 's Vorstens vaartuig tot Confiscatie is bloot gesteld, wij hebben dan in hoof van uwer Hoog Edelheeden gratieuse goedkeuring vermeend uit egard van dien vorst dus zaak politicq te moeten beslissen, om daar door dien vorst onder een nieuwe verpligting te leggen om in het vervolg te waaken tegens alle Clandestine Vaart en Han„ „del om de Noord, en wel bijzonder na een plaats als Poeloe Sinang waar op den Handel van Salembang met alle grond gesuspecteerd moet worden van Smokkel„ „handel en hebben om deeze reeden beslooten op een voorig voorbeeld in den Jaare 1766. g'exteerd dees said en vaar„ „tuig wel te relaxeeren maar voormelde Said om het voorbij Zeilen van deeze Rheede (:na dat hij de volle toe van alle zijne ingeladene goederen zal hebben vol„ „daan, te muliteeren met een boete van Rds. 500. en dus boete te laaten deelen door de Diacorij Armen deezer plaatze, en de aanbrengerts voorschreven, en zulkx bij laastgemelde te doen strekken tot een de domage„ „ment voor hun drie maandige dienst met een vaar„ „tuigje en volk, dewijl wij deeze perzoonen die niet ouder anders
English
other than rice, gunpowder, and lead, something ought to be contributed toward compensation. We hope that with this arrangement we will give satisfaction to Your Right Noblenesses. Paragraph 4. We have thus far had no reason to believe that the grounds upon which the character of the Perak Prince Sulthan Moeda was previously deemed suspicious, regarding disloyalty toward the Company and its interests, were unfounded. However, since the old King largely entrusted him with the entire government of his Realm, we have also perceived a change for the better in him, but at the same time we believe we may maintain that, as his interests have now acquired other motives, these are the effects of those signs. We shall therefore conform to the remark made by Your Right Noblenesses in Article 32 of your esteemed Secret Letters dated 28 June 1741, keep his conduct in consideration and reflection, and endeavor to instill confidence in him, while we shall at the same time continue to maintain a prudent distrust so as not to become the dupe of cunning. He addressed the First-signed by letter, making known that the miners of one of the principal mines of his Realm are being disturbed by the Patanese, who wish to prevent them from digging tin from the same, wherefore he requested 40 pieces of firearms for cash and 60 pieces on credit, as well as 2 barrels of fine powder and 4 blunderbusses. Upon that request, in our meeting of 6 February, wherein the First-signed gave notice of the aforementioned request upon producing that letter, we resolved not only to comply with this, but also in addition to assist him with some Malay soldiers and to write to him regarding this that we have proceeded to do so all the more because we had firmly resolved to take the most emphatic measures against all who dispute the Company's exclusive right to the tin trade, and will no longer occupy ourselves with mere verbal threats. On the 10th following, we sent the bark De Waaker thither with the said troops and that which was requested by that prince. The principal reasons why we proceeded to this are to deprive that prince in the future of all pretexts he might make should we subsequently urge him somewhat strongly to a delivery of tin, and not assist him now after his request, which he would undoubtedly allege as a reason that incapacitated him from fulfilling our demand. We hope that this our disposition will also gain the approval of Your Right Noblenesses. Paragraph 5. We are under the unpleasant obligation of having to bring to the notice of Your Right Noblenesses some far-reaching disorders that have existed at the Riouw trading post, which are solely to be attributed to difficulties that have existed between the Resident Gerrit Sungel and the Lieutenant and Commander of the Militia Waltarus Amelong. In this matter, in order to occupy Your Right Noblenesses as little as possible in your manifold duties and to avoid all prolixity, we shall succinctly state all that has occurred, just as after inquiry made we believe to have found the matters to be, indicating the mistakes that have occurred on both sides, as well as what unpleasant consequences have resulted therefrom, especially with regard to the Commander Amelong and the Ensign Schultz, which latter person, on account of his severe ill-treatment inflicted upon the Lieutenant Amelong, we send over under arrest to the disposal of Your Right Noblenesses, and finally what reasons we had to recall the Resident Sungel and to send the Secretary Van Kal thither once again. As we must trace back to the causes of these occurrences, we shall do so briefly, and refer to our outgoing letters of 25 May and 10 September of the past year to Riouw; and although we conclude for certain that the Resident had reason to set some bounds to Commander Amelong, since that officer was under the misconception of having authority not only over everyone, but even over the administration, which frequently caused estrangement between him and the Head of the Native Artillery, until the Resident provided for this by a written order and forbade him all interference in that administration; yet on 11 November 1789, the Commander saw fit in the evening to make the rounds in the upper fort, which, however useful it might otherwise be, had not been done until that time; and although the manner in which the Commander made that round, namely by forcing his way through by violence because the sentry stopped him, was not in accordance with the service
Dutch transcription
11 anders dan rijst en kruid en lood gekreegen hadden, anders tog iets tot een dedomagement zou dienen toe te leggen Wij hoopen dat wij met deeze schikking uwer Hoog Edel „heeden genoegen zullen geeven. — §4. Wij hebben tot nog toe geen reeden om te denken dat de gronden waar op bevoorens het Caracter van den Re„ „raschen Prins Sulthan Moeda is verdagt geoordeeld, van ongeregerheid voor de Comp: en derzelver belangens, onge„ „fundeerd zijn geweest. dan, wij hebben zints den ouden Koning hem het geheel bestier genoegzaam heeft opgedraa„ „gen over zijn Rijk meede in hem eene verandering ten goeden bespeurd, dog vermeene tevens te mogen sustinee„ „ven dat daar zijn belang nu andere drifveeren gekreegen heeft deeze de uitwerkzelen zijn van die teekenen; Wij zullen ons dientweegen aan de remarque door uwer Hoog Edelheeden bij 32. van hoogst desselfs gevenereerde Secreete Letteren in dato 28. Junij 1741. gedragen en zijn gedrag in Consideratien en overweeging houden, en tragten hen vertrouwen in te boezemen terwijl wij lef„ „fens een omzigtig wantrouwen zullen blijven voeden om niet de dupe van List te worden. — Hij hueft zig bij brief aan den Eerstgetekende g'ad„ „dresseerd, en te kennen gegeven dat de Mijnwerkers een der voornaamste mijnen van zijn Rijk door de Patanies ontrust worden, die hun willen belekten Thin uit dezelve te graaven, waarom hij om 40. p.s. geweeren voor Contant en 60. ps. of Credit als mede 2. Vaatjes fijn kruid en 4. Donderbussen verzogt, wij hebben op dat verzoek in onze vergadering van den 6. Februari waar in den eerstgete„ „kende van voormeld verzoek onder productie van die brief kennis gaf, beslooten, niet alleen hier aan te vol„ „doen maar ook om hem boven dien met eenige maleidsche Milstren te assisteeren en hem hier bij aan te schrijven dat wij hier toe te meer over zijn gegaan dewijl wij vast beslooten hadden de nadrukkelijkste Maatregels te zullen neemen tegens alle die het uitsluitend regt der Comp„e op den Thin handel Contraverseeren, en ons niet meer met woordelijke bedreigingen zullen ophouden. Wij hebben den 10=e daar aan de Bark de waaker derwaards gezonden met de gemelde Manschappen en het geenen door dien vorsst g'eijscht is. De voornaame reeden waarom wij hier toe zijn over¬ „gegaan, zijn, om dien vorst in het vervolg alle uitvlug„ „ten te beneemen die hij zou kunnen maaken zoo wij in nader„ ƒ naderhand hem tot een Levirantie van Thin wat Sterk aanspooren, en hem nu na zijn verzoek niet assisteeren 't welk hij ongetwijfeld als een reden zou allegueeren die hem buiten staat stelden aan onze Eijsch te vol„ „doen. Wij hoopen dat ook deeze orze dispositie uwer Hoog Edelheeden goedkeuring zal wegdragen. — § 5. Wij zijn in de naarigenaame verpligting uner Hoog Edel„ „heeden ter kennis te moeten brengen eenige vervegaande disor„ „ders die 'er ten comptoire Riouw zijn g'exteerd, die eeniglijk te attribueeren zijn aan difficulteiten die 'er g'exteerd hebben tusschen den Resident Gerrit Sungel en den Luitenant en Commandant der Militie Waltarus Amelong. Wij zul „len in deezen om uwer Hoog Edelheeden in hoogst deszelfs veel vuldige bezigheeden zoo min mogelijk te occupeeren en ter vermijding van alle prolixiteit beknopt al het voorgevallen betoogen zoodanig als wij na gedaan onder „zoek de zaken vermeenen bevonden te hebben met aan too „ring van de misgreeen die er bij beide plaate gehad heb„ „ben, als meede wat onaangenaame gevolgen er uit gere„ „sulteerd zijn vooral ten opzigten van den Commandant Analong en den Vaandrig Schultz welke laaste per„ „zoon wij om zijn sivarique mishandeling den Luitenant Anelong aangedaan in arrest ter dispositien van uw Hoog Eddlheeden overzende en laastelijk wat reedenen wij gehad hebben om den Resident Surgel op te roepen, en den Se„ „cretaris van Kal andermaal derwaarts te zenden, daar wij tot de oorzaaken van deeze gebeuntenissen moeten te rug treerden zullen wij zulks beknopt doen, en ons refe„ „reeren aan onze afgaande brieven van den 25. Mai en 10. Sept: a=o p=s na Riouw, en Schoon wij als zeker beslui„ „ten dat den Resident reden gehad heeft om den Commanden Amelong eenige paalen te zetten dewijl dien officier in het wanbegrif was niet alleen over een ijder maar zelfs ook over de administratien gesag te hebben dat tusschen ken en het Hoofd der Niazie Arthillerij dikwerf ver„ „wijdering gegeven heeft tot dat den Resident door een schriftelijke order hier in voorzag, en hem alle bekeering over die Administratie verbood dog den 11. November 1789. vond de Commandant goed S Avonds „ de ronde in het boven Fort te doen, dat hoe nutzig het anders is tot dier tijd: niet gedaan was, en Schoon de manier waar op den Commandant die ronde deed, namelijk met geweld door te dringen, wijl de Schild„ „wagt hem tegen hield, niet overeenkomstig den dienst Amelong en 43
English
and good order was, the Resident entirely took the wrong measures in due time to prevent such disputes. The Resident gave a written order to the Commandant and at the same time one to Ensign Diedenhoven, containing to the first-mentioned that he should not interfere with the upper Fort; and to Ensign Diedenhoven, who had the command over the sepoys with whom the upper fort was garrisoned, that the supervision over the upper Fort was entrusted to him, adding that he was to report everything that occurred regarding the service to him, the Resident. These orders were the first causes of all disorders; and although the Resident says he intended those orders in a different manner, and one could and should conclude from the prolonged silence of the Commandant, who did not oppose this until the 14th of January 1791, that it was also understood by him as such, the Resident neither could nor should have deprived him, as Head of the troops, of authority over the garrison of the upper Fort, and he ought to have taken care not to give orders to a military man to which he could give an interpretation other than the literal content. Just as poorly as the Resident acted in the aforementioned, just as poorly did he do in keeping the Commandant under arrest for such a long time without notifying us thereof, whereby we were rendered unable to provide for this. The circumstances that motivated him to place him under arrest are cited at length by him in his letters of the 24th of March and 16th of July last, but disapproved by us as appears from our Letter of the 25th of May last, and these reasons are: That, on the 14th of January 1791, when the envoyed Ensign Rootz was to be transferred from arrest to a vessel lying ready to sail for Malacca, the Commandant received orders to this effect from the Resident, and in consequence thereof went in person to release him, but was hindered herein by Ensign Diedenhoven, who supposed that because he had the command in the upper fort according to the aforementioned order, the sergeant on guard would not believe the Commandant's word and therefore wanted to accompany the Commandant, who, offended by this, came to words with that officer, and ordered him, Diedenhoven, under arrest, which we believe he was not allowed to refuse according to the rules of the service, being able to complain about this later; but this man refuses to accept arrest from the Commandant, and says he will only do so upon the order of the Resident; and the Resident declares that officer to be in the right, and listens to the representation of Diedenhoven, and condemns in the Commandant the ordered arrest and the refusal of Military Honors to Ensign Diedenhoven, all of which resulted in the Resident ordering the Commandant under arrest, who complied with this; but as this occurred on the 26th of January 1791, and the Resident only gave us notice thereof on the 29th of March, why we have not been able to give the necessary orders in this regard sooner; but in order to bring everything back into tranquility and good order, we sent the Military Lieutenant Daniels thither with Ensigns Smith and Arreman, and had both Lieutenant Amelong and Diedenhoven come hither; but before their arrival, namely on the 2nd of June, a second incident occurred which in its consequences was most grievous for him, Amelong, he having been maltreated at that time by Ensign Schultze in a tyrannical manner; and although from various attestations given by the garrison on the dates of the 6th and 7th of June it appears that the Commandant laid some foundation for this by railing at the guard, in our opinion Ensign Schultz made himself guilty of an inhuman cruelty, as is also fully evident from the aforementioned attestations. We shall set down what occurred here in brief, the more so because the accompanying papers show the same at length. It was then on the aforementioned 2nd of June that some commotion arose in the camp, as Chinese were fighting with an assistant surgeon and gunners from the Fort, so that the Sergeant on guard ordered 4 men and a Corporal to quell this; that Ensign Schultz, who had the command, sent only the Corporal alone, saying that the 4 men were not necessary; the Commandant Amelong, although being under arrest, was outside his door at that time, and asked the Sergeant whether he was a man of the guard, and why he had not sent a detachment; this man, who told the Commandant he was on guard, was treated by him with unreasonable words, about which he complained to Ensign Schultz, who thereupon came to words with the Commandant, and, the Commandant standing in his doorway but inside the house, dealt him a blow to the forehead so that blood came out; who thereupon took a piece of wood and threw it after the fleeing Schultz, after which they fiercely berated each other, and subsequently
Dutch transcription
45 en goede order was, zoo heeft den Resident gentich verkeer„ „„de Maatregulen ter voorkoming van zoodanige differente„ in den tijd genoomen. den Resident gaf een schrifte, „lijke order aan den Commandunt en teffens een aan de„ Vaandrig Diedenhoven, inhoudende aan eerstgemelde dat hij zig niet met het boven Fort zou hebben te bemoeij„ „en; en aan den vaandrig Die derhoven die het Commando over de sipaijers waar meede het toven fort bezet was had, dat hem het opzigt over het boven Port wierd ofgedragen met bijvoeging om van al het voorgevallene den dienst betroffende hem Resident Rapport te doen„ Deeze orders zijn de eerste gronden van alle wanorders geweest„ en schoon den Resident zegt die orders op een andere wijze ge„ „meend te hebben, en men zulks uit het langduurig zwijgen van den Commandant als niet eerder den 14: Januari 1741: ƒ zig hier tegens verzet hebbende zou kunnen en moeten be„ „sluiten, ook door hem begreepen te zijn zoo kon nog moest den Resident hem als Hoofd der troupes geen gezag over de besetting van het boven Fort beneemen, en moest ge„ „zorgd hebben van geen orders aan een Militair te gewen waar aan hij een andere uitlegging als de tetterlijke inhoud kan geeven. eeven zoo kwalijk als den Resident in het bovengemelde gehandeld heeft zoo kwalijk heeft hij gedaan in den Commandant eeren zoo langen tijd in arrest te houden zonder ons hier van kennis te geeven, waar door wij buiten P staat zijn gesteld hier in te kunnen voorzien. — De omstandigheiden die hem gemoveerd hebben tot het in arrest zetten zijn in 't breede door hem in zijne brieven van den 24. Maart en 16: Juli l. l. aangehaald dog door ons afgekeurd blijkens onze Brief van den 25. Maij laastleden en deeze reeden zijn.— Dat, op den 14: Januari 1791. wanneer den overgezan„ „dene vaandrig Rootz uit arrest zou overgebragt wor„ „den na een vaartuig dat zeilver lag na Malacca den Commandant hier toe orders ontving van den Resident : en ingevolge van dien in perzoon is gegaan om hem te largeeren hier in is tegen gehouden door den Vaandrig Diedenhoven die supponeerde dat dewijl hij het Commande navolgens bovengem: order in het boven fort had de wagt hebbende sergeart geen geloot zou slaan aan des Commandants zeggen en daarom met den Commandant mee wilde gaan, die hier door gelideerd met dien officier in woorden kwam, en hem Diedenhoven arrest ordonneerde het geen wij vermeenen dat hij na regels van den dienst niet mogt weigeren, als kunnende naderhand zig hier omtrent beklaagen dog deeze weigert arrest 27 arrest van den Commandant aan te reemen, en zegt zulks niet dan op order van den Resident te willen doen en den Resident Relt. dien officier in 't gelijk, en geeft gehoor aan de voordragt van Die denhoven en Condemneert in den Commant het g'ordonneerde arrest, en het weige„ „ren van Militair Honreur aan den vaandrig Diedenhoven welk een en ander ten gevolge had dat den Resident den Commandant arrest ordonneerde, die hier aan vol„ „deed, dog daar dit den 26. Januarij 1791: is voorgevallen en den Resident eerst den 29. Maart hier van ons ken„ „ris gegeven heeft waarom wij dan niet eerder hier omtrent de noodige orders hebben kunnen geeven dog om alles weeder in rust en een goede order te brengen zonden wij den Luitenant Militair Daniels na der„ „waarts met de vaandrigt Smith, en Arreman en lietein zoo wel den Luitenant Amelong als Diedenhoven her„ „waards opkoomen dog voor hun arrivement of op den 2=e Juni exteerde 'er een tweede geval dat in de gevolgen voor hem Amelong aller Criants was, als zijnde ter dier ƒ tijd door den vaandrig Schultze op een Tirannique wijze mishandeld, of sehoon uit verscheiden atteszen gegeven door de besettelingen in dato 6. en 7. Juni blijkt dat den Com„ „mandant hier toe eenige grond gelegt heeft met op het wagtsvolk te schelden, zoo heeft onses bedunkens den Vaandrig Schultz zig schuldig gemaakt aan een ontmenschte wreed„ „heid gelijk uit voorm: attesten meede volkoomen consteert. Wij zullen hier het voorgevallen bekropt ter nederszal„ „len te meer dewijl de overgaande papieren dezelve in 't breede aantoonen. Het was dan op voormelde 2:e Juni dat 'er in de kamp eenig rumoer ontstond als zijnde Chineeschen met een ondermeester en Canorniers uit het Fort handgemeen, dat de wagt hebbende Sergeant 4. Man en een Corporaal ordonneerde om zulks te stillen, dat den vaandrig Schultz die het Commando had„ den Corporaal maar alleen zond zeggende dat de 4. Man niet noodig waaren, den Commandant Amelong Schoon in arre zijnde was ter dier tijd buiten zijn deur, en vroeg aan den Sergeart of hij een Man van de wagt was, en waarom hij dan geen Commando had gezonden, deeze die hem Commandant zeide de wagt te hebben wierd door hem met onredelijke woorden wjegend, waar over hij zig bij den vaandrig Schuldz beklaag„ „de, die hier op met den Commandant woorden kreeg en de Commandant in zijn deur dog binnen huis staande een slay„ voor het voorhooft toebragt dat 'er bloed uit kwam, die hier of een sluk hout nam en de vlugtende schuldz na „smeet, waar na zij malkander hiftig uitscholden en ver„ wagtsvolk „volgens
English
49 whereupon each went into his house. Commander Amelong afterwards demanded a sentry in front of his door, but since this could not be granted to him by the sergeant to whom he mentioned it without orders from Ensign Schultz, and Ensign Schultz in giving an order regarding this had stated that notice must first be given to the Resident, which did not satisfy him, Commander Amelong resolved to request this himself in person from the Resident, and further to make his complaint to the same, to which end he dressed himself and having strapped a hanger to his side went out, but was stopped by the sergeant of the guard on account of his being an arrestee, who said he must first have orders for this from Ensign Schultz, whom he, the Commander, ordered that he, the sergeant, should make a report of this, but the latter ordered the sergeant to tell him, the Commander, that he should go into his house, with orders otherwise to lock him in arrest in the stocks, and that he himself would make a report of what had happened to the Resident; but Schultz, still not being satisfied with this, requested Commander Amelong to have the sergeant send a corporal, who complied with this, bringing orders from the Resident that Amelong should go into his house, and that a sentry would be given him in front of and behind his door. With this the Commander showed himself to be content by saying, now I am satisfied and it is enough; but Ensign Schultz took it very ill of the sergeant. The sentries having been placed, one in front of and one behind the house of the Commander, the one made a report that the Commander had loaded a musket and had sworn to shoot Ensign Schultz dead, which the sergeant reported to Ensign Schultz, who ordered that this be reported to the Resident, which was done, and further going to the Resident himself, he ordered the sergeant upon his return to take a musket and other weapons away from the Commander, which that non-commissioned officer, assisted by a corporal and 8 men, did accordingly; but the Commander, lying on his berth, sprang up and resisted this, saying, wait, I will show you what surrendering weapons is, and reached for the musket as well as for the hanger, but these were quickly wrested from him and sent to Ensign Schultz, who thereupon gave orders that they should lock the Commander in the stocks in the storeroom. That the Commander, hearing this, said, wait, then I will dress myself, but Ensign Schultz gave no time for this, ordering the men to seize him, which was then also done. The Commander, who was thus taken away, flew, as is not to be wondered at, into a rage and gave Ensign Schultz a kick, as he attempted to do a second time while being locked up. Ensign Schultz seemed by no means satisfied with the cowardly insult done to the Commander, but even went into the storeroom, took away from him a straw mattress that a soldier had brought him and which he ordered removed, but not even this seems to satisfy the cruelty of Ensign Schultz; he takes a rattan cane from the corporal and strikes it to pieces against the soles of the Commander's feet, while saying, there is your kick now, dog. See the statement by Sergeant Bronofskij. We believe, since we have examined everything closely and seen it from nearby, that we may establish with certainty that all three persons have transgressed, the one more, the other less, as the Fiscal of this Government also clearly demonstrates and states in his investigation conducted. We ordered that officer to be brief in drawing up this report, because what happened is as clear as day, and it principally depends on the judgment; and this officer, having complied with this, says that all three persons, the one more and the other less, forgot themselves; that Commander Amelong is not free from having given cause for one thing and another, which we also establish as certain. That Resident Sungel, through lack of firmness to maintain his authority and on account of his prolonged illness, through which he had literally to crawl along during all that time, has been indecisive; to this and to nothing else we believe his mistake must be ascribed, as we are convinced that his disposition is not capable of deliberately grieving anyone. And lastly, that Ensign Schultz acted insolently and vilely, this being in the absolute sense our opinion as well; and not daring to trust ourselves in fixing his deserved punishment for an unheard-of insult to a defenseless arrestee, we have deemed it best to leave the decision regarding what occurred with respect to the three aforementioned persons deferred to the highly wise judgment of Your High Nobilities, hoping that Your High Nobilities will graciously be pleased to honor our liberty taken in this with your highest approval. Lieutenant Amelong, who during his presence here has observed his duty as a suitable officer, we have permitted to go to the Capital, but Ensign Schultz, on account of his insane and never before heard-of cruelty, has been sent by us from Riouw under arrest with...
Dutch transcription
49 „volgens ieder in zijn huis gingen. — Den Commandant Amelong daar na een Schildwragt voor zijn deur pretendeerde, dog dit hem door den sergeant aan wien hij het zeide zonder order van den vaandrig Schultz niet hunrende gegeven werden en den vaandrig Schultz hier aan order voorgeeven van hier toe eerst kennis aan den Resident te moeten geeven niet voldoende besloot den Commandant Amelong zulks zelfs in perzoon van den Re„ „sident te verzoeken, en aan dezelve verder zijn beklag te doen ten welken einde hij zig aankleede en een Houwer op zij gestooken hebbende is uitgegaan dog door den Sergeant van de wagt uit hoofde hij een arrestant was, tegenge„ „houden wierd, en zeide hier toe eerst orders van den vaandrig schuldz moest hebben aan wien hij Commandant dat beval dat hij sergeant hier van Rapport zou maaken, dog deeze beval den sergeant hem Commandant te zeggen dat hij in zijn huis zou gaan met order hem anders in arrest in het blok te sluiten, dat hij zelfs den Resident van het voorgevallene rapport zou maaken, dog Schultz hier aan nog niet voldoende verzogt. den commandant Amelong den sergeant een corporaal te zenden, die hier aan voldeed meede brengende orders van den Resident dat Amelong in zijn huis zoú gaan, en hem een Schildwagt voor en agter zijn deur zou gegeven werden. — Hier meede toorde den Commandant met te zeggen nu ben ik te vreeden en het genoeg. vergenoegd te zijn, dog L: ƒ den vaandrig schultz nam het den sergeant zeer kwalijk. De schildwagten geplaatst zijnde een voor en een 2 agter het Huit van den Commandant deed den eene Rapport dat den Commandant een geweer gelaaden had en geswooren had den vaandrig schultz dood te zullen schieten, hetwelk den Sergeant aan den vaandrig Schultz rapporteerde die zulks beval aan den Resident te melden gelijk ge„ „schiede, en nader zelfs bij den Resident gaande, ordonneer„ „de hij bij zijn wederkomst aan den sergeant een snaphaan en andere waens den Commandant afteneemen, gelijk die onder„ officier g'assisteerd met een Corporaal en 8. Man ook deed, dog den Commandant of zijn kooij leggende Sprong open verzelte zig hier tegens met het zeggen, wagt ik zal u tooren wat wapens af te geeven is. en na het geweer greef als ook na den houwer, dog deezen wierden hem schie„ „lijk ontweldigd, en bij den vaandrig Schultz gezonden, die hier op order gat dat men den commandant in de sekka„ „nen in het blok zou sluiten. dat den Commandant zulks hoorende zeide wagt dan zal ik mij aankleeden, dog hier toe gaf den vaandrig schuldz geen tijd die de man„ aschafpen beval aan te pakken gelijk dan ook geschiede. agter De Commandant die dus ofgenomen wierd, geraakte, /: zoo als niet te verwonderen is:/ in een woede en gaf den vaandrig Schuldk een traf, gelijk hij andermaal bij het sluiten tragte te doen, De Vaandrig Schultz scheen in verre nog niet voldaan onar laathartige verredering den Commandant aangedaan, maar ging zelfs in de spekkamer ontrok hem een buldzak die een Mili„ „tair hem gebragt had, en welke hij doortrekken vermelde, dog ook niet dit schijnt de wreedheid van den vaandrig Schultz te kunnen vergenoegen, hij ontreemt den Corporaal een Rotking en slaat den Commandant dezelve tegens zijne voetzoolen aan stukken, onder het zeggen van Giets traf nu Hond. vide verklaring door den Sergeant Bronofskij. Wij verneeren dat daar wij alles naauwkeurig nagegaan en van nubij gezien hebben zeker te mogen stellen dat alle drie Perzoonen zig den eene meer den andere min vergreepen hebben gelijk den Fiscaal deezes Gouvernements in zijn gedaan onderzoek ook duidelijk aanzoont en zegt. Wij hebben dien officier gelast, in het stellen van dit bevrigt bekroft te zijn dewijl het gebeurde zonneklaar is, en het principaal op de bevordeeling aankomt, en deeze officier hier aan voldaan hebbende zegt dat alle drie perzoonen den eere neer en de andere minder zig zelfs vergeeten hebben, dat de Commandant Amelong niet vrij is van aanleiding tot het een en ander gegeven te hebben dat wij meede als zeker stellen. Dat den Resident Sungel door gebrek aan ferme„ „teit om zijn gezag te mainitineeren en uit hoofde van zijn langduurige ziekte waar in hij aldien tijd Eijelijk heeft moe„ „ten voortkruipen besluiteloos is geweest, hier en anders ner„ „gens aan weeren wij zijn misgrijs te moeten toeschrijven als overtuigd zijnde dat zijn imborst niet in staat is ovrzettelijk ijmandt te grieven. — En laastelijk dat den vaandrig Schultz Massief en laat gehandeld heeft dit in de volstrekte zin ons gevoelen ook zijnde en ons in het muliteeren van zijne verdiende strat voor een ongehoorde belediging aan een waerloos ar„ „restant niet durvende vertrouwen hebben wij het best g'oor„ „deeld de beslissing van het voorgevallene ten overzeijte van de drie evengenoemde perzoonen aan het Hoogwijs oordeel van uwer Hoog Edelheeden gedefereerd te laaten hoopende dat uwer Hoog Edelheeden onse genomen vrijheid in deezen gratieuselijk met hoogstderzelver goedkeuring zullen gelieven te vereeren. — Den Luite nant Amelong die geduurend zijn aanweezen alhier als een geschikt officier zijn dienst heeft waarge„ „noomen, hebben wij gepenmitteerd na de Hoofdplaats te gaan, dog de vaandrig schultz om zijn uitzinnig en rooit gehoorde wreedheid door ons van Riouw in arrest met Dut afge„ 51
English
written-off wages upon being summoned, also passes as such to Your High Excellencies' disposal. Paragraph 6. As appears from our humble letters of the 16th of September 1741, we have brought to Your High Excellencies' notice that we have discharged the Captain of the Canton Chinese Whoa at his request and entrusted the authority over that nation to the Eijmeider Captain Tan Bienko, with the addition of one Iong Louanko as Lieutenant, who currently live in good harmony with their subordinates and give us reason to approve that resolution and to justify the sending over of the Chinese Bofsing done for that purpose. Yet we believe we can clearly see in retrospect that the Resident Pungel lent his ear to the wrong advisers and even initially placed confidence in the said Bofsing. And although the Resident's illness was undoubtedly an impediment to him in a proper investigation into the causes, we nevertheless believe that since each and every person was known to him, he should also have known such persons who were trustworthy and honest enough to provide him with reports on which he could rely. But in this he erred greatly, and he even clothed said Bofsing, whom he later had to send over, with power, whereby in the upper camp, from which the inhabitants had already fled to the camp of the Eijminders, many outrages occurred; and although some houses had already been demolished by the owners, most were destroyed by a fire whose cause is still unknown, and many goods were plundered. The Resident even sent this Bofsing with many of his adherents and some from the upper camp overland to the lower camp, from which the inhabitants had already fled, and of whom some, instead of saving the remnants of the camp, did their best at plundering and demolishing instead of pursuing the ill-intentioned, while he sent the bark De Waaker with a detachment of native soldiers up the river thither, whereby he made himself suspected by some of the common people as if he had given the order for such plundering and the fire resulting therefrom. And for this reason we have demanded from him an accounting and elucidation of what occurred in the camp, and whether he gave orders for this burning, and if so, what reasons moved him thereto. We sent the first clerk to the Lieutenant and Commander of the bark De Waaker and demanded from him, upon sight thereof, against the delivery of a receipt, all such orders as he had received from the said Resident concerning that expedition, and have placed all of this into the hands of the Fiscal of this government with the order to report in writing on this matter, who subsequently complied with this. And concerning that point or what occurred in the camp, he deemed that further information should be obtained on Riouw itself from the chiefs of the Chinese as well as others who may have knowledge of the matter, which is also our opinion, for which reason we cannot on this occasion fulfill our intention of sending over a well-founded report and assessment. Although from the orders given by the Resident to Lieutenant Meijer and his answers thereto, we believe we may assume that the Resident never had any orders to destroy, much less to burn the camp; nor does any accuser come forward in this regard, and the conjectures that exist in this respect consist merely of mutterings of the common people. For which reason the Resident himself requests in his report that thereafter, for his own vindication, an accurate inquiry may be conducted, so that he, as he trusts, may be declared free of such hateful designs, and that such an imputation may not bring his name into disrepute and be disadvantageous to him in the consequences; but as this is otherwise a matter that requires an exact investigation from us, we shall further fulfill our duty in this respect. However much no unfavorable ideas regarding the character of the Resident Sungel can reside with us, and we have described the same truthfully hereinbefore, we nevertheless believe that although a good Resident ought indeed to be a good man, not all good men possess the requirements for good Residents. And since we maintain that it is necessary that a resident and head of a place should be above all imputation and should possess the complete trust of the inhabitants placed under him, we have deemed it necessary to summon him from there to account for all this, and until such time as he has complied with this and we can take a definite resolution, we have sent the Secretary Jacob van Kal thither to remain there until further disposition and order. And even if it were that the missteps of Resident Sungel are excused on account of his sickly condition, and that he was thereby unable to keep closer supervision, order, and ocular inspection, we nevertheless believe that since he still remains in the same sick and infirm conditions, we, for this reason as well as on account of his not yet being cleared of everything
Dutch transcription
afgeschreeven gagie op ontboden zijnde, gaat ook als zoo„ „danig tot uwer Hoog Edelheden dispositie over. — §6. Wij hebben blijkens onze nederige Letteren van den 16. September 1741. uwer Hoog Edelheeden ter kennis gebragt dat wij den Cast. der Cantongsche Chineesen whoa of zijn verzoek ontslagen hebben en het gesag aan den Eijmeider Capt:. Tan Bienko over die Natie opgedraagen hebben met toevoeging van eenen Iong Louanko als Luitenant die tans in een goe„ „de harmonie leeven met hunne onderhoorigen en ons zee„ „den geeven dat besluit goed te keuren en de ten dien eijnde gedaane opzending van den Chinees Bofsing te billijken dan wij meeren van agteren duidelijk in te kunnen zien dat de Resident Pungel aan verkeerde raadgevers het oor geleend heeft en zelfs in den beginne fidutie gesteld. heeft in gemelde Bofsing en Schoon des Residents ziekte hem ongetwijfeld hinderlijk is geweest in een Just onder„ „zoek na de oorzaaken zoo weenen wij dat daar elk en een igelijk hem bekend was, hij ook zoodanigen zou hebben moeten kennen die vertrouwd en eerlijk genoeg waaren om hem berigten te geeven waar op hij staat kon maaken dan hier in heeft hij verre gedwaald en gedagte Boffing die hij naderhand heeft moeten opzenden heeft hij zelfs net nagt bekleed, waar door 'er in de bovenkamp waar uit de Jngezetenen bereeds gevlugt waaren na de Comp der Eijminders veele buiten spoorigheeden zijn voorgevallen; en Schoon eenige Huisen bereeds door de Eijgenaars waren afgebrooken zijn de meesten door een brand welkers oorsaak nog onbekend is, vernield, en nog veele goederen; geplundert. zelfs heeft den Resident die Boffing net e„ veelen van zijn aanhang en zommige uit de boven kamp over land na de beneeden kamp waar uit de Jnge„ „zeteren bereeds gevlugt waaren gestuurd en waar van sommigen in steede van de overblijfzels van de kamp te souveeren hun best gedaan hebben met plunderen af„ „breeken in steede van de kwaadwilligen te vervolgen, terwijl hij de Bark de waaker met een Commande Jnland„ „sche Militairen de Rivier op na derwaards zond waar door hij zig bij zowingen van het geneen verdagt heeft ge„ „maakt als of hij order tot een zoodanige plundering en daar bij ontstaane brand gegeven had, en hierom hebben wij van hem verantwoording en Elucidatie begeerd van het voorge„ „vallen in de kamp, en of hij orders tot dues aftranding ge„ „geven heeft, zoo ja, wat reeden hem daar toe gemoveerd hebben. Wij hebben bij den Luitenant en Gezaghebber van de Bark de waaker den Eerste klerk gezonden en van hem op zigt van dien, alle zoodanige orders als hij waar van 53 van gedagte Resident betrekkelijk die expeditie ontvange„ had onder afgaave van quitantie gerequireerd, en hebben het een en ander den Fiscaal deezes gouvernements in handen gesteld met order dan hier omtrent schriftelijkte berigten, die dan ook hier aan voldaan heeft, en betrekke „lijk dat perinct of het voorgevallene in de kamp vermeend dat 'er nadere informatien op Riouw zelfs dienden ingene „ren te worden bij de Hoofden der Chineesen als anderen de kennis van het een en ander kunnen dragen het welk on gevoelen meede is waarom wij dan bij deeze gelegenheid niet kunnen voldoen aan onse intentie in het overzenden van een gegrond berigt en beoordeling. Schoon wij uit de orders door den Residert aan den Luitenant Meijer gegeven en zijne antwoorden daar op vermeeren te mogen supponeeren dat den Residert nimmer eenige orders tot het verwoesten veel min tot het verbranden der komp gehad heeft ook doet zig in dit opzigt niet een aanklager op, en de gissingen die 'er dientwegen zijn, bestaan enkeld in mom„ „pelingen van het gemeen, waarom hij Resident zelfs bij zijn berigt verzoekt dat hier na ter zijner dekking een naauwkeurige informatie mag gedaan worden, op dat hij /:gelijk hij vertrouwdt :/ vrij gekend mag worden van zul„ „ke hastelijke desseiren, en een zoodanige Jusfitie zijn naam niet voordugt maakt, en hem in de gevolgen nadelig ka„ zijn dan dit buiten des een zaak zijnde die van ons exact on„ „derzoek vordert zullen wij hier aan nader pligt voldoen. Hoe zeer bij ons ten opzigte van des Residente Sungel zijn Caracter geene ongunstige ijders kunnen resideeren, en wij hetzelve na waarheid hier vooren hebben beschreeven zoo mee„ „ren wij schoon een goed Resident wel een goed mendsehn dien„ „de te zijn alle goede menschen egter de vereischtens tot goede Residenten niet hebben en dewijl wij sustineeren dat het noodzaakelijk is, dat een resident en Hoofd van een plaats buiten alle Justitie diende te zijn, en het volkoomen vertrouwen der onder hem gestelde Jngezezenen dierde te bezitzen, zoo hebben wij noodzaakelijk geoordeeld, hem van derwaards opr te roepen, om zig op het een en ander te verant„ „woorden en hebben tot tijd en wijle hij hier aan voldaan heeft, en wij een zeker besluit kunnen neemen den Secretaris Jacob van Kal derwaards gezonden, om tot nadere dispo„ „sitie en order aldaar te blijven, en alwaare het, dat geen Resident Sungel zijne misgreepen uit hoofde zijner zie„ „kelijke omstandigheid g'exteerd zijn, en hij daar door geen nauwer toezigt order en vculaire Jnspectie heeft kunnen houden zoo vermeeren wij dat daar hij nog in deselfde zieke en gebrekkige omstandigheiden verseert wij hier om zoo wel als uit hoofde hij nog niet van alles is naam vrijgekend 55
English
Secret To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Honorable, Stern Lords, Councillors of Netherlands India, at His Honor's address. High and Right Honorable Sir, and Right Honorable, Stern Sirs, Since we have not yet learned Your High Honors' decision regarding the case concerning Amelong, we must for the present remain with our previous disposition. We hope, since in all of this we have intended the peace of Riau and the interest of the Company, that Your High Honors will also be pleased to view what has been carried out by us in this matter according to our well-meaning intention, and will honor it with Your most gracious approval. We commend Your High Honors' persons and the interests of the Company to Heaven's benevolent protection, and have the honor to be with the most dutiful respect and high esteem, Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, and Right Honorable, Stern Lords, Your High Honors' obedient servants, Signed by A. Couperus, F. Thierens, J. A. Hensel, D. Ruhde, [illegible], and W. A. van Heurden. In the margin: Malacca, in the Castle, 22 February 1792. Right Honorable, Stern Lords, On the occasion that the English captain William Counsel, commanding the private ship Speke, is departing for the capital, we take the liberty of respectfully bringing to Your High Honors' knowledge the arrival both of the Honorable Company's flute ship the IJstroom and of the packet boat the Faam, the former of which arrived here safely on the 11th and the latter on the 23rd of this month. The flute ship was leaking so badly that it was kept afloat only by keeping three pumps going day and night, which continues in the very same manner now that it lies in the roads, just as during the voyage. All possible speed has been made with the unloading of that keel. Regarding the condition in which the packet boat the Faam arrived here, we refer to a deposition given by the superior and petty officers of that vessel, which we take the liberty of appending here in copy. The power and boldness of the pirates far surpasses that of other years; they no longer fear to attack our cruisers. The reports appended hereto, as well as the above-mentioned deposition, clearly demonstrate this. We were even very anxious for the ship the IJstroom, and the outcome has shown that our apprehension was not unfounded. We added the Company's bark the Waaker to the cruisers stationed to the south, the Dama Trangara and Griffioen, sending the latter vessel primarily to convoy the ship the IJstroom. On 29 October last, the said four defensible cruisers were together when a fleet of those pirate vessels bore down on them and attacked. They had a dead calm to their advantage, and thereby much damage was inflicted upon our men, as appears from their report. We have had no news of the penjajap Bliton since 28 July last, when it was stationed near the Parellas by Lieutenant Pieter Janze de Boer. And since two reports also appended hereto, one from the Malay Haji Mahamet Sale and one from the Malay Inche Cadar, mention that a two-masted cruiser was taken, we fear that this is the penjajap Bliton, although there appear two contradictions known to us: namely, that it is a two-masted vessel, and the other that a woman was reportedly found on board. This being so, we must suppose that it is another vessel, since the penjajap Bliton has one mast and we are certain that there is no woman on board. A richly laden junk coming from Batavia destined for Ningbo has also fallen prey to these pirates, as well as a Chinese bark belonging to Tan Boekon residing at Samarang, and also a junk coming from Batavia to Malacca laden with arrack and some other goods, commanded by the Chinese Gouw Tjoeko. However, we have received verbal, though unconfirmed, reports via Siak that a bark belonging to the Captain of the Moorish Nation here had sailed out of Palembang, that it had run aground on the bank, and seeing that two of the Palembang war penjajaps and an English bark were engaged with the pirates and all three were overpowered by them, having gotten afloat again, it ran inside and is thus safe. Although this matter requires further confirmation, we have no reason to doubt it. The multitude of pirate vessels, some of which surpass a penjajap in size, their heavy armaments, and strong crews, some having taken...
Dutch transcription
Secreet Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer vrijgekend, en wij uwer Hoog Edelheeden beslissing omtren t de zaak betreffende Amelong niet weezen wij voor als nog bij ons voorige dispositie moeten blijven. Wij lopen daar wij met dit alles de Rust van Rioúuw en het belang der Maatschappij bedoeld hebben uwer Hoog Edelheeden ook na onze welmerende wil het door ons in deezen verrigte zullen gelieven te beschouwen en het een en ander met Hoogst desselfs graticuse goedkeurig zullen vereeren. Wij beveelen uwer Hoog Edelheeden Perzoonen en de belangens der Maatschappij, in 'T Hemels Gunstrijke bescherning en hebben de Eer met de peligtschuldigste Eer„ „bied en Hoogagting te zijn. — /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en WelEdele Gestrenge Heeren ! /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden gehoorzaame Dienaaren /:was getekend:/ A. Couferus, F. Thievens, J. A. Hensel, D. Rukde, - - - . - , en W. A. van Heurden /:in margine:/ Malacca in het Casteel den 22 Februari 1792. — Wel Edele Gestrenge Heeren Bij gelegenheid dat den Engelsche Capistein William Counsel Commandeerende het particulier schip Speke na de Hoofdplats vertrekt gebruiken wij de vrijheid uwer Hoog. Edel„ „heeden ter eerbiedige kennis te brengen, het arrivement zoo van 't Ed: Comps. Frutschip de ijstroon als van de Saquntboot de Taam„ welk eerste alhier den 11.=de en de laaste den 23. =ste deezer maand behouden aangekomen is, het sluitschip was zoodanig lek dat 't door nagt en dag met drie pompen aan de gang te hebben, boven water is gehouden, 'twelk tans schronter Rheede leggende nog inselfder voegen als op de Reis vlijft voort„ Hoog Edele Groot Agtbare Wijdgebiedende Heer benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia M„r Willim Arnold Alting, Gouverneur Generaal Aan Zijn Edelheid, „duuren en „duuren. Met de uitlossing van dien kiel is alle mogelijke spoed gemaakt. Ten opzigte van de toesland waar in de paquitroot de Faam alhier gearriveerd is refereeren wij ons aan eene verklaaring door de opper en onder. officieren van dien Bodem gegeven, en die wij de vrijheid gebruiken Copieelijk hier nevens te voegen. De Magt en Houthuid der Piraten surpasseerd zeer verre die van andere Jaaren, zij schromen tans niet meer om onze kruissers aan te lasten, die hier aan annexe telaasen als mede bovengem: verklaaring hooren zulks diidelijk aan. wij zijn zelfs zeer bedugt geweest voor 't Schip de ijstroom, en de uitkom heeft getoond dat onze bedugting niet ongegrond is geweest, wig hebben bij de om de zZuid zijnde kruissers de Dama Trangara en griffioen nog 's Comps. Bark de waaker gevoegd, of laast„ „gemelde prinipaal ter Convoijeering van het schip de ijstroon uitgezonden, op den 29. October laastleden waaren gemelde vier weerbaare krussens bij elkanderen, wanneer een vloot dier Roof vaartuigen op hun afkwam en attacqueerden, deeze hadden een dood zilte tot hun avantagie, en hier door wierden de onzen veel nadeel toegebragt; gelijk uit het Relaas van hun blijkt; Wij hebben zints den 28: Julij l: l: geen narigt van de Pant„ „jallang Bliton, wanneer hij door den Luitenant Pieter Ianze de - Boer ter posteering om en bij de Parellas gesteld was en daar twee hier meede bijgevoegde Relaasen als een van den Ma„ „leijer Adje Mahamet Sale, en ein van den Maleijer Jntje - Cadar melding maaken dat 'er een Tweemast kruisser Een van Batavia koomende Rijk gelaaden Jank gedestineerd naar Limpo is meede deeze rovers ten prooij gevallen, als ook een Chineese Bark toebehoorende den op Samarang woonende Ian Boekon, als meede een van Batavia na Malacca en met Arak en eenige andere goederen beladen Jonk gevoerd door den Chinees Gouw Tjoeko Dog hebben wij schron mondeling over Siac de ondange„ „narme tijding bekomen, dat van Palembang zoude uitgezeild zijn een Bark den Capitein der Moorsche Natie alhier toebekoo„ „rende, dat dezelve op de Brank vast gezeild en ziende dat twee der Palembangsche krispantjallangs, en een Engelsche Bark met de Roovers Slaags waaren, en door dezelve alle drie overmeesterd wierden weder vlot geraakt zijnde na binnen gelopen was, en dus behouden is. ofschoon dit geval wel nadere Confirmatie vereischt, hebben wij geen reden van 't intwijffel te trekken. — De wenigte der Rootvaartuigen waar van Sommige in groote die van een Pantjallang Surpasseiren hunne swaa„ „re Montuure, en Sterke bemanning, als hebbende zommi„ genomen is, zijn wij bedugt dat dit de pantjallang de bliten; ofschron er twee bij ons bekende strijdigheden in voorkomen, als een dat 't een twee Mast vaartuig is, en 't andere dat 'er een vrouw aan Noord zou gevonden zijn, dit zoo zijnde moeten wij supponeeren dat 't een ander vaartuig is dewijl de pantjallang Bliton een Mast heeft, en wij verzekerd zijn dat 'er zig geen vrouw ain Boord be„ „vindt. genomen „gen