Inventory 3974
Coromandel / Bengal · 1,128 pages · 216 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
and whether the weighers took advantage of the careless negligence or the good faith of Mr. Tadama, here I request once again those same witnesses whom the Fiscal cites to be heard. I respectfully take the liberty of presenting to your Right Honourable Sirs under Lit. A a report showing what great profit I achieved at Sadras on the Japanese copper as convincing and undeniable proof that I served the Company's interests as my own; in 1785 and 1786, Palleakatta achieved 224 7/16, and Sadras 236 5/16 percent; in the year 1787 Palleakatta achieved 224 7/16, Sadras only 105 1/2, caused by the fact that I was no favourite, and therefore the copper from the chiefs of Japan was sent to me, which was invoiced very high; nonetheless I still triumph in the high price over Bimili, which made only 99 7/8 percent on that copper, to be seen in more detail and more clearly in the accompanying report, as also that I never occupied myself with that mess or concoction of sending over sweepings and dust and worm-eaten nutmegs, but sold everything to the benefit of the Company, as can be seen in the Sadras books, and this example clearly demonstrates, Lit. A; one cannot be present everywhere, so that something may well be committed among the lesser servants and writers, although I do not believe it, without my knowledge, regarding the mixing of one thing or another with the sweepings, but for that the commissioners ought to have been heard, although it were to be wished that the Company's servants committed no offenses other than regarding that minor article; who would have prevented me from doing that at Sadras where I was chief, second, and warehouse master, if those were my sentiments, and now I would do it under the eyes of my superior, who was my sworn enemy; once again trumped-up lies, made as probable as possible by coerced testimonies, although the contradiction constantly furnishes sufficient proof that it is a trumped-up action without foundation; then this evil-minded Fiscal proceeds to the shipping of the spices to Madras, but all without dates, which is the only lawyer's trick that appears in that entire document, and indeed for this reason: at the transfer from Mr. Stoffenberg there were few balances remaining, and no mace except in the consumption chest; by now giving no dates, he has free rein to mix the old consignment with the new consignment from the ship Horssen at his pleasure; nevertheless they do not agree among themselves, the one says so many chests, the other says so many baskets, and another says to estimate everything at 1200 lb; another again believes that I sent for 2000 pagodas, but the pepper sent is not spoken of, which alone amounts to over 1725 pagodas with the boat of the ferry; but in a word, Sir Fiscal, please tell me how that surplus arrived in the warehouses, then I shall tell you how the same was carried out again, in a very natural manner, for no one can or may believe that it belongs to the Company's consignment; first, you as Fiscal were present at the opening of the chests; secondly, would the new warehouse master have let himself be so blindfolded? There is at the transfer not only nothing short, but an important surplus that does not apply here to prove that large quantity; it cannot possibly be supplemented equally with that small quantity, so that there must be nothing else behind it. Have you also let yourself be paid to have prohibited spices illicitly unloaded in a smuggling manner, or are you ignorant of it, then you are not fit for your post; but could I not have done as Mr. Tadama and used third-party names in and according to the regulations, while it could be for my own trade, or does Mr. Brouwer think that I cannot and may not take those spices in payment as well? For all this a complainant ought to have been produced; who is my adversary? Does the Company fall short? Surely not! Does the warehouse master complain? Surely not! Where is the justice then where there is no complaint? Had all those chests, which were stated so mistakenly and diversely, been inspected, the Fiscal would have come off ashamed, especially if he had found chests with paper, of my and Stoffenberg's percentage. What shall I further refute and argue against false, coerced witnesses; for example the sugar, how many bahar have I not bought from the captain and paid for? Is there any evidence of a complaint from Mr. de Raeff after the handover that I shorted him on the sugar? The gifts from an outgoing warehouse master to the weighers is an old custom, and whether it is given or not is very important; they take good care that they can give the new warehouse master satisfaction and profit; I repeat once more, not a single word nor counter-word of dispute occurred at the transfer between Mr. de Raeff and me, the transfer was found clean and correct and I enjoyed my percentages, and such that I could, if necessary, prove with greater discretion than any warehouse master has ever done. Over.
Dutch transcription
en de weegers van de slorsig onagtzaamheijd of de goede trouw van de heer Tadama geabuseert hebben, hier versoek ik alwederom die selfde getuijgen, die de heer fiscaal aanhaalt om op gehoord te worden. Ik neemerbiedig de vrijheijd van aante bieden aan uwel Edele Agtb: onder L:a A: een bericht, welke groot winste ik op sadras behaalt heb over het Iappans koo„ per tot een overtuijgend, en ontegenspreekelijk beweis dat ik Comp:s belangens behartigd heb als mijn eijgen; in 1705. en 1786. , heeft palleakatta behaalt 224. /16, en Sadras 236. 5/16. p:r C:to, in het Iaar. 1787. pallea kaitta 224. /16. , sactras maar 105. ½. , veroorzaakt dat ik geene gunsteling was, en daarom wierd mij toegesonden het kooper van de opperhoofden van Iapan, dat zeer hoog aangereekent was, egter blijf ik nog triumpheeren in de hooge prijs boven Bimilie die maar 99 7/8. p:r C:to van dat kooper maakte„ nader en klaarder te zien bij de nevens gaande berigt, als ook dat ik mij nimmer met dat gemors of gebrouw overgehouden heb, met gruijs en stof en vermuliode nooten over te senden, maar alle ten voordeele van de Compagnie verkogt, gelijk te zien is bij de Sadrase boeken, en dit exempel klaar aantoond L:a A:, men kan niet over al bij zijn, zoo dat 'er wel iets onder de mindere dienaaren en schrijvers kan gepleegd worden /: hoewel ik het niet en C: 199 en geloof / buijten mijne kennis met vermenging van 't een of ander bij het gruijs, maar daar diende de gecommitteerdens opgehoord te werden, hoe wel het te wenschen was, dat sig comp:s dienaaren bij niets anders vergreepen, als bij dat gering articul„ wie soude mij dat belet hebben op sadras daar ik opperhoofd, secunde, en pakhuijsmeester, was, als dat mijne sentimenten waaren, en nu sou ik het doen onder 't oog van mijne gebieder, die mijn ge„ slagen vijant was, alwederom opgeraapte leugers, door afgedwonge attesten zoo waarschijnlijk ge„ maakt als maar mogelijk, hoe wel de Conterdic„ tie telkens genoegzaam beweisen opleeveren, dat. het eene opgeraafste actie is sonder fundament, dan gaat die kwaat denkende fiscaal over tot het ver„ senden der specerijen na Madras, maar alles sonder datum dat de eenigste advocaatse streek is, die in„ dat geheele document voorkomt, en wel uijt deeze reeden bij het transport van de heer Stoffenberg waaren weijnig restanten, en geen foelij, als in de Consumptie kist, met nu geen datum optegeeven„ heeft hij vrije hof, om de oude parthij met de nieuwe parthij van het schip Horsen na welgevallen te ver„ mingen, egter zijn zij niet eens onder elkanderen, den eene segt zoo veele kisten, den anderen segt zoo veele kaaren, en andere zegt alles op 1200. lb: te. begrooten; begrooten, een ander weder vermeendt dat ik voor 2000. pagoden versonden heb, maar de versonde perper word, niet van gesprooken dat alleen over de 1725: pagoden bedraagt met het vaartuijg van de veer„ maar met een woord Heer fiscaal gelieft mij op te„ geeven hoe die meerderheijd in de pakhuijsen geko„ men zijn, zoo zal ik uw opgeeven hoe dezelve daar weer uijt zijn gedragen, op eene zeer natuurlijke weise, want niemand kan of mag gelooven dat het van Comp:s parthij is, eerst is uw als fiscaal bij het oppenen 6 der kisten geweest; tweedens souw den nieuwe pakhuijsmeester sig soo blind hebben laaten doeken daar is niet alleen bij het transport niets te min„ maar important over dat hier niet te pas komt, om te beweisen die groote kwantiteijd, die kan onmogelijk gelijk met die geringe kwantiheijd ge„ suppleert worden, zoo dat daar moet niets an„ ders agter schuijlen-. Heeft uw sig ook laaten betaalen om verboode specerijen, sluijken derwijse te laaten ontscheepen of is uw ignorant daar van, dan past uw niet op uw dienst, maar sou ik niet hebben konnen doen, als de heer Padama, en gebruijke vreemde naamen of, en bij de ordonnantien, terwijl het voor mijn eijge negotie soude konnen zijn, of meent de heer Brouwer dat ik die specerijen ook niet in beta„ ling 200 ling kan en mag aanneemen, tot dit alles had een klager diende opgerot te worden, wie is mijn parthijs komt de compagnie te kort immers neen, klaagt den pakhuijsmeester immers neen! waar is dan de Iustitie daar geene klagte is hadden alle die kisten die zoo abusivelijk onderscheijde opgegeeven ge„ visenteerd geworden had. de heer fiscaal beschaamt daar afgekomen, voor al als hij kisten met papier gevonden had, van mijn en stoffenberg zijne p:r C:o wat sal ik langer weder leggen en disputeeren tegens valsche gedwonge getuijgens, per Exempel. de suijker hoe veele bhaar heb ik niet van de capitain gekogt en betaald, is 'er een bewijs van de heer de Raeff van klagte na den overneem dat ik hem bij de suijker te kort gedaan heb, de presen„ ten van een afgaande pakhuijsmeester aan de weegers is eek oud gebruijk, en met het te geeven of niet is zeer om het leeven zij passen wel op dat zij den nieuwen pakhuijmeester genoegen en winst konnen geeven, herzegge nog eens, daar is nog word nog weer woord van verschil bij het transport met de heer. de Raeff en mij voorgevallen, het transport„ is suijver, en wel bevonden en mijne percentos heb ik genooten, en zoo dat ik des noods soude konnen beweijzen met meerder discretie als immers een pakhuijs meester gedaan heeft- Over.
English
Concerning the extortion of 10. pagodas per 100. bhaar of caliatour wood, the merchant Meddha-wardarasoe Chittij can be asked whether he did not request me to weigh it over directly to the Captain merely for the sake of brevity. I said yes, provided I received my percentage; thereupon it was settled at once for 12. pagodas by Dirksz, my writer. One could well hear that the fiscal has not squandered his orphan chamber's money in caliatour wood; if he knew the price of it, he would not reason so foolishly. If he paid 20. pagodas, then my writer stole 8. pagodas from me; had I received 20. pagodas, I would likewise admit it. The merchant was free to acquiesce in it, or else to complain about me to the authority. Then the lord fiscal falls back upon a private matter which does not concern him nor the Company itself, of having negotiated 1500. pagodas to prevent the tyranny of Mr. Tadama and his persecution in the payment of the Company's pepper, to an amount of 1725., while he refused to accept a bottomry bond as security which was to be paid in February, and by this negotiation that money only came in in May or June. Concerning the disagreements at Jaggernaijkpoeram, this has already been dealt with at length; for the rest, the remarks and assumptions of the fiscal are far too foolish and too ridiculous to be refuted. According to his opinion, I ought first to have taken over all the debts and the risks contained therein, and then protested; a fine piece of reasoning! Do not take it amiss, Mr. Brouwer, I shall not take you as my adviser, and much less choose you as my cashier. But had the fiscal proceeded cleanly and impartially, and used his judgment and intellect, that would have been the place to show his vigilance. He attacks me over uniting the two teams of merchants; that was no fiscal action, that is a matter of good order. Had he, on the contrary, investigated the corruption moneys given both to the governor and the chiefs, or the counterfeiting of the daboeses; or had he been vigilant that those goods of the Company were not lost through the water, but secretly sold and squandered by Mr. van Halm and de Ravallet? There is not a child on the street who does not speak of that important event. That was an actionable matter, when the chiefs presume to tear off the headings of the Company's guinees, although sanctified with the mark of the Noble Company, and subsequently have other private chops placed thereon by the Company's chopper, in order thus to transport them to Europe by Captain Godefroi. Now the fiscal jumps again onto another branch, claiming that over dinner at French Yanaon I was said to have stated that I had won 16000. pagodas from the Company. How ridiculous is this statement, said or related by van Halm and de Ravallet, who, in passing, bark the French language but do not understand it. I wished and would count myself fortunate if, in those 15 years that I served the Company, I had won only a third of that; and had it not been through my own industry and trade, I would have had no livelihood, which my books and journals can prove. Was I not totally ruined at Sadras through the great resort of the English and foreigners? And please just inspect Letter A once more, to see what meager allowances were made to me in three years, merely two, and no contracts whatsoever. What I gained here at the warehouse has been amply consumed by travel expenses and removals, and now, for the sake of having looked after the Company's precious interests, I have already been out of service for 15 months. How can the fiscal write so shamelessly that I fled stealthily from Fort Nagapatnam to my house to negotiate money quickly, in order to pay the Company's suppliers, so as not to be arrested by the English? Those moneylenders fell upon me so hard in the year 1784 for capital and interest at Tranquebar that the late Governor Falck in the Council of Policy resolved to remit to me by bill of exchange 4000. rixdollars. But in the meantime, I had departed for Bengal to collect some outstanding moneys. This aforementioned resolution was communicated to me even in Bengal by Mr. Brouwer himself. And far from having any profit, that money has been outstanding since 1781, and one percent per month was always paid until the settlement, while my humble request, supported by the Paliacatte Council to whom all circumstances regarding this are known, is merely to be credited half a percent by favor of Their High Excellencies, to which no answer has come to this day, although foreigners and Armenians have enjoyed interest. But where do these gentlemen not search and root about? One looks for me at Nagapatnam, the other at Sadras, the third at Paliakatta, the fourth and fifth at Jaggernaijkpoeram and Yanaon, and among them all they cannot yet demonstrate, much less prove, a single legally valid action. Would the lord fiscal and the other gentlemen not have done better to investigate their own affairs?
Dutch transcription
Over het appersen van 10. pagoden pper. 100. bhaar van het calliatourhout den koopman Meddha- war„ darasoe Chittij die kan gevraagd worden, of hij mij niet versogt heeft om het direct aan de Capitain uijt kort„ heijds halve maar over teweegen, ik seijde Ia mits mij„ na percento, daar op is het door Dirksz: mijn schrij„ ver afgemaakt, in eens voor 12. pag:, men, kon wel hooren dat de fiscaal zijn weeskamers geld niet vra„ morst heeft in Calliatourhout, als hij de prijs daar van wist sou hij zoo onnozel niet raissoneeren, zoo hij 20. pagoden betaald heeft, zoo heeft mijn schrijver 8. pag: van mij ontvreemd, had ik 20. pag: ontfangen soude ik het insgelijks bekennen, den koopman stond het vrij om daar in te aquisseeren, dan wel mij te ver„ klaagen bij den gezaghebber. Dan valt de heer fiscaal weer of eene particuliere saak die hem en de Comp=e self niet aan en gaat van 1500. pag: genegotieerd te hebben om de dwinglandij van de heer Tadama en zijne vervolging voor te komen in de betaling van 'sComp:s peeper. tot een bedragen van 1725. „: terwijl hij refuseerde een bodemarij brief tot onderhand te accepteeren, die in feb: stond betaald te worden, en bij deeze negotiatie is dat gelt eerst in Meij of Iunij ingekomen. over de oneenigheeden of Iaggernaijkpoeram is in 't breede reets afgehandelt, ten andere de remarques, en veronderstelling van den fiscaal zijn al te onnozel, . 201 onnozel, en te redicul om wederlegt te worden volgens zijn gevoelen had ik eerst alle de schulden, en die ge„ vaaren daar in vervat moeten overneemen, en dan protesteeren, een schoon raissonnement, neem niet kwalijk heer brouwer; ik sal uw nog tot mijn raad gerven, en veel minder tot mijn Cassier verkiesen, maar had de fiscaal suijver en onpartijdig te werk gegaan, en zijn oordeel en verstand gebruijkt, dan was daar de plaats geweest om zijne vigilantie te toonen; hij ataqueert mij over 't vereenigen der twee ploegen kooplieden, dat was geen fiscaals actie, dat is een saak van goede ordre, had hij daar en teegen onder„ soek gedaan omtrend de Corruptie gelderen, zoo aan den gouverneur als de opperhoofden dan wel het valsche munten der daboesen, of had hij gevigileerd, dat die goederen van de Comp:e niet door 't water verlooren zijn gegaan, maar Ce„ verkogt en verkwanselt door de heer van Halm, e„ en de Ravallet. Geen kint of straat of die spreekt van die importante, gebeurtenisse, dat was een actie, als sig de opperhoofden onderstaan s om de hoofden van Comp:s guineesen aftescheuren, 't hoe wel geheijligd met de scheep der Edele Comp:e en vervolgens daar weder andere particuliere sjappen door Comp:s sjapper op hebben laaten setten om zoo naar Europa. over te voeren door Cap:n gode froi„ 13 Godefroi Nu springt den fiscaal weer op een ander tak dat ik over tafel op 't frans ijanaon soude gesegt hebben 16000. pagoden van de Comp:e gewonnen te hebben, hoe redicuul is dit dat woord gesegt of verteld door van Halm en de Ravallet, die in passant gesegt de franse taal blaffen, maar niet en verstaan, ik wenste en soude mij geluckig reeke„ nen als ik in die 15: Iaaren dat ik de Comp:e die slegs een derde van dat gewonnen had, en was het uijt door eijge industrie en negotie zoo zouw ik geen bestaan gehad hebben, 't welke mijne boeken en Iournaalen uijtwijsen konnen, ben ik niet totaal geruineerd geworden of Sadras door den grooten aanloop der Engelsche en vreemde, en gelieft maar L:a A: nog eens in tezien welke geringe verstrekking mij gedaan zijn een drie Iaaren slegs twee, er geene aanbesteeding hoe ge„ naamt, dat ik bij het pakhuijs hier gewonnen heb„ is met de reijs kosten en verhuijsen ruijm verteerd, en nu om de wille van Comp:s dierbaare belangens behartigd te hebben reets 15. maanden buijten dienst. Hoe kan de fiscaal zoo onbeschaamt schrijven ter sluijk ben ik uijt het fort Nagapatnam gevlugt naar mijn huijs om schielijk geld te ne„ gotieeren, om 's Compagnies leveranciers afte be„ taalen 68 202 taalen, om niet gearresteerd te worden door de Engel„ sche, die gelt schieters zijn mij in a:o 1784. zoo hart gevallen voor Capitaal en Intressen op Tranquebar. Dat de heer Gouverneur falck zaliger. in Raad van Politie resolveerde van mij per wissel overte„ maaken 4000. rijxdaalders, maar intusschen was ik na bengale vertrokken om eenige uijtstaande gelderen in te palmen, dit boven gemelde besluijt wierd mij door de heer brouwer selfs na bengale beteelt, en wel verre„ van eenige winst te hebben, zoo staat dat geld uijt zedert 1781. en altijd een p:r C:t smaands betaald tot de afbetaaling, terwijl mijn nedrig versoek is, en door den Palleacat„ sen Raad ondersteund is geworden, en die alle omstan„ digheeden dien aangaande bekent zijn, om mij slegs een half percent goet te doen door gunst van Hun Hoog Edelheeden, waar of tot heeden geen antwoord gekomen is hoewel vreemde, en armeniers interessen e„ genooten hebben-. Maar waar gaan die heeren niet al soeken en vroeten, den eenen soekt mij op Nagapatnam, den anderen op sadras, den derde of Palliakatta, den H vierde en vijfde op Iaggernaijkpoeram en ijanaon en onder hun allen konnen zij nog geen eene in rechte deugdelijke actie aantoonen, veel minder bewei„ sen, had de heer fiscaal, en de andere Heeren niet beeter gedaan van hun eijge saak te ondersoeken
English
to investigate and to defend. Regarding the Sentief note concerning the 10000. rop:s, that has already been dealt with, as well as the entire correspondence, which from day to day is increasingly proven true: that everything was thus directed with the connivance of Mr. Tadama, and probably on the advice of Mr. Broerius Brouwer as the oracle of Mr. Tadama. Here the fiscal goes astray again; a good government, he says in the system of a form of government, Yes, must exist to provide each person with right and justice, but not for unfaithful servants to conspire together to ruin one person because he looks after the Company's interests. The entire council erred in that, in considering that matter as a private affair, whereas it was strictly a Company matter, serving for the benefit of our Lords and Masters, and for the prosecution of those who acted against their oath, duty, and better knowledge. Everyone is obliged to answer for the oath he has taken, and no court of justice can compel me to act directly contrary to that oath; in that case, all obedience and subordination cease, unless it were investigated, decided, and judged by a higher or impartial court of justice, as is presently happening. Regarding Regarding the phrase I can withdraw, doing and being able to do are a heaven apart, as has already been treated in the letter of 2 March. The Governor did not like to see me at the main post; that I also believe, for he must feel shame, sorrow, and remorse in his conscience when he sees me and recalls his infamous treatment of me and mine. Yes, he cannot bear the glance of an honest man like me; he even flees from before the door into his house whenever he merely sees me approaching from afar. Now the fiscal claims that he did not pursue his case against me because it was seen that I had refused to answer the committee members on the interrogatories; is this another reason? The prosecution by the fiscal entirely changed the nature of the case, and it was thus referred to the Council of Justice. Why would I not have answered then, as it was a different body? But even more directly: why did you not address me since my arrival here on 1 9ber, while he, the fiscal, received new orders on 29 October? Why were those witnesses not heard and confronted in my presence then? But he would also have come off ashamed there with his false witnesses. Regarding my driftful expression on the occasion when violence was committed in my house during my absence, and upon my arrival an arrest was placed on my person, etc. etc., I submit this to each and every person's consideration: the manner and method of proceeding, and that without showing any authorization or credentials, much less a verdict. I even believe I conducted myself calmly here by respecting it, illegal and unlawful as it was, as has been discussed at length; and what titles those gentlemen deserve becomes gradually apparent from their deeds and investigation, since one after the other is being dismissed from the service and awaits their sentence and punishment. I believe I can prove more here by filling three sheets of paper. But notwithstanding all points of accusation contained and refuted in the report of 29 8ber, I cannot yet break off with Mr. Broerius Brouwer, and address him thus: O abominable object before God and the world, dare you now deny that Mr. Tadama was your protector, your benefactor? Who has treated you as nobly and generously as he? Did Mr. Tadama not tell me himself that if Brouwer could be helped at the Orphan Chamber with 2000 pagodas, I will give them directly? You ungrateful object, who abandons everything to wreak private vengeance, and uses his benefactor and friend for that purpose! Where would you be sitting now without those received benefactions and protection? Was it then not your duty, as a runaway half-advocate who must have learned at least enough of the law, to oppose the resolution of 12 March, in which my life and health were so far compromised that to this day I cannot recover, and even greatly doubt my former health? Which each and every person here cannot or will not deny. Yes, that even in illness a doctor was refused to me, everything flowing from that resolution, and thus executed, so that for seven months long I have had or could consume nothing that was not first tasted by my servants to see whether there was poison in it, for the plot seemed designed to shorten my days. Can an example be cited here in India of anyone who has been so cruelly mistreated, and not only I, but the principal servant and subordinates, yes, even my slaves, bondsmen, and freedmen? O my God!
Dutch transcription
ondersoeken en te verdeedigen-. Omtrend het Sentiefse briefje wegens de 10000. rop:s is reets verhandelt als ook de geheele correspon„ tot dag dentie, en welke van dag meerder bewaarheijd word, dat het met conivenstie van de heer Tadama alles zoo gedirigeert is, en waarscheijnlijk op aanraading van den heer Broerius Brouwer als het orakel- van de heer Iadama. Hier raakt, de heer fiscaal weer aan het dwaalen, een goede regeering segt hij in het seistema van eene regeerings form, Ia moet zijn om een ieder regt en geregtigheijd te ver„ schappen maar niet als ontrouwe dienaaren te za„ men te spannen om een te verderven, om dat hij Comp belangens behartigt, daar dwaalden den geheele raad in, van die zaak als eene particuliere saak te Considereeren, terwijl het volstrekt een Comp:s zaak was, strekkende tot voordeel van onse Heeren en meesters, en tot vervolging van die dewelke te werk gonge tegens hun Eed, pligt, en beeter weeten aan, elk is verpligt sig te verantwoorden voor zijner gedaanen Eed, en geen regts hof kan mij verpligten om direkt tegens dien Eed te werk te gaan, dan houd alle gehoorsaamheijd en subordinatie of 'er moest door een hooger of onpartydig gerechtshoff ondersogt beslist en beoordeelt worden, zoo als tans geschied—. Omtrend 203 Omtrend het woordje ik kan mij onttrekken doen en konnen doen is Hemels breete van elkander in de brief van den 2. Maart reets verhandelt. den heer gesaghebber sag mij niet graag op de hoop-plaats, dat geloove ik ook, want hij moet sig schaame treuren en vroeging in zijn geweeten voelen, als hij mij siet, en herdenkt zijn infaame behandeling omtrend mij, en de mijnen, Ia hij kan het opslag van het oog van een eerlijk man als ik niet verdragen, hij vlied selfs van voor de deur na binnen zijn huijs, wanneer hij mij, maar van verre siet aankomen—. Nu heeft den fiscaal voor dat hij zijn zaek niet vervolgt heeft tegens mij om dat men sag dat ik aan de gecommitteerdens op de vraag poincten niet had willen antwoorden, is dit alwederom een reeden, de vervolging van de fiscaal verandere de„ zaak in 't geheel van natuur, en wierd alsoo ge„ renvoijeerd aan den raad van Iustitie; waarom soude ik als dan niet geantwoord hebben, als een different Collegie, maar nog korter waar om heeft uw mij niet aangesprooken zeedert mijn komst hier op den 1. 9ber: terwijl hij fiscaal op nieuw order ontfing op den 29. october, waarom toen die getuijgens niet ten mijnen overstaan gehoord en geconfronteerd, maar daar sou hij ook beschaamt beschaamt af zijn gekomen met zijne valsche getuijgens Over mijne drieftige uijtlaating ter gelegendheijd, dat men in mijne absentie geweld in mijn huijs ge„ pleegd had, en bij mijn arrive arrest of mijn persoon lag N: &:, ik geef dit aan elk, en een iegelijk in bedenking de manier en handelweijze, en dat son„ der een qualificatie te toonen, of Credentiaalen veel minder een vonnis, ik vermeen selfs mij hier bedaart gedragen te hebben van het te respectee„ ren, als zijnde onwettig en ilegaal dat is als bree„ de verhandelt, en welke tijtels die heeren meritee„ ren blijkt zoo lang zaamer hand uijt hunne wer„ ken, en onderzoek, vermits den eenen voor, en den anderen na, uijt den dienst geset word, en op haare sententie en straffe wagten; Ik vermeen hier meerder meede te beweisen met drie vellen papier te beschrijven Maar niet tegenstaande alle poincten van beschuldiging vervat en wederligt bij het rapport van den 29. 8ber:, zoo kan ik nog niet afbreeken met den heer Broerius Brouwer en Spree„ ken hem aldus aan. O verfoeijelijk voorwerp voor Godt, en de we„ reld. durft nu ontkennen dat de heer Fada„ ma. uw protecteur uw weldoender was; wie heeft 204 heeft uw zoo nobel en genereus behandelt als hij heeft de heer Iadama mij niet self gesegt als Bron„ wer te helpen was bij de weeskamer met 2000. pagoden, ik geefse direct. T ondankbaar voorwerp die alles laat vaaren om particulieren wraak te vreeken en daar toe gebruijkt hij zijnen weldoender en vriend, waar sou gij sitten tans, sonder die genotene wel„ daaden en protexie, was het dan niet van uw pligt geweest als een verloopene halve advocaat, die ten min„ sten zoo veel van de rechten moet geleert hebben om het besluijt tegens te gaan van den 12. maart, daar mijn leeven en gezondheijd zoo verre meede gemoeijt is, dat ik tot op heeden tot geen herhaal kan koo„ men, en zelf seer twijffel aan mijne voorige gezond„ heijd, dat elk en een iegelijk hier niet ontkennen kan, of sal, Ia dat mij selfs in siekte den docter geweigert is, alles vloeijende uijt dat geresolveerde, en zoo ter executie gelegt, dat ik zeeven maanden lang niets heb of mogen nuttigen, dat niet eerst door mijn houden geproeft is, om te zien of 'er geen vergift in was, want den toeleg scheen ingericht om mijne dagen te korten, is 'er wel een Exempel aantehaalen hier in India van imand die zoo Cruel mishandelt is, en niet alleen ik, maar de hoofd-dienaar en mindere, Ia. selfs mijne slaave lijf eijgen en vrijgegevene, O' mijn Goett5:
English
God, what insults and affronts have not been done to me! The foreign nations speak shame of it, and the blacks, trembling and wishing to ask and say: are those the laws of the whites? In what a predicament does he thereby not bring his friend and benefactor, together with the Council, and that out of pure envy, hatred, and persecution! No one among us will be able to say that Mr. Tadama is of a violent character, as he has shown in my case; therefore, he has been his adviser, which is also known to everyone. Was it not his business to quiet that chain of events, and if possible to settle it, or to calm the tempers, in order to examine each man's case for and against, instead of using violence with searing of conscience, without using reason or judgment? Since they had a strong influence on the spirit and mind of Mr. Tadama, was the letter of 17 February not oil on the fire, and that without reason or wit, except to carry out the plan of persecution against me? What kind of character is he? I considered him as secretary of the Orphan Chamber, also as secretary of police, where he got the gout whenever he heard resolutions mentioned—those were made by Stoffenberg—or as fiscal, as dispenser, as elder; and now considering him as a father, I say that he is the cause of her total ruin, and as a friend and adviser he plunges several people into misfortune, with their wives and children. That is not the character of a passionate, hot-headed man, as people make me out to be, but that of a hypocrite, who has no other aim or purpose than merely to achieve his goal. What expressions does he not use against me! Damnable is the least of them; but what is more damnable than bribing false witnesses, or forcing them by pain, sorrow, and imprisonment? What dangers and unfortunate administrations of justice cannot flow from that, and that in the person of a fiscal? The name alone is enough among the common people to make them tremble and shake. But for good reasons I must pause for a moment at that quality of fiscal. With me he has only pursued the shadow; why did he not, if he was such a zealous man in the years 1785 and 1786, make a better investigation with the Council into the debts and advances of the Naegapatnam merchants, but on the contrary helped to obscure them, so that all those proofs are at present virtually unobtainable? For Mr. Stoffenberg, in whose custody they were at the last, requested his wife on his deathbed not to surrender those books, papers, and notes to anyone except to Mr. Tadama, which however has not yet been complied with, and they are still kept in the same place. Have those debtors also paid for that? For what fraud has remained unexamined under the administration here since 1785, contrary to the precious interests of the Noble Company? Also, he is either corrupted, or he does not attend to his duties; the former is more probable, for why did he not, shortly before the change of government or the arrival of your Right Honourable, seize two half-leggers artfully prepared and cared for? All the reeds very carefully smeared with tar, the bunghole also artfully plugged and struck closed with a cloth from a red-wine cask, and each gang of carrying coolies given a bottle of red wine in hand to break over the bunghole upon entering Madras, and so straight to the house of Beggle. There were in those casks, well garbled—or let me say here, cleaned—2400 lb of cloves. That was something quite different for a fiscal than corrupting false witnesses against me; this was carried right past his door. This trick or new invention certainly puts all the warehouse masters to shame; it is also an invention of a supercargo who formerly sailed to the West Indian possessions. If the shoe fits, let him wear it; but that is at least better conceived and more believable than packing 2989 1/2 lb of Japan bar copper into two clothes chests. Also, whether with or without the knowledge of the fiscal, four bhaar of Japan bar copper were sold from the ship Horsen to the merchant Meddha Wardarasoe by Captain Gas. Such migratory birds he lets fly, in order to chase after the shadow. These two proofs or accounts show that one can indeed carry on trade here without it having to be stolen from the Company. I have even experienced that, in times of distress, cloves were given in payment at 14 and 15 Star Pagodas per maund, both at Madras and Pondicherry. Is not everyone and anyone free to make his profit with that? My agent buys it and sells it without it even leaving Madras. How long did I sit at Sadras without nutmegs, and what I needed for my household use I had sent from Madras. There I can obtain for my money whatever I desire, without being obliged to accept other spices that I
Dutch transcription
Godt wat insultens en affronten zijn mijn niet aangedaan, de vreemde natien spreeken en schande: van, en de swarte, beevende en willende vraagen en seggen, zijn dat de wetten van de blankken in welke predicament brengt hij daar door niet zijn vroend en weldoender, en benevens den Raad, en dat uijt eijgen neijd, haat, en vervolging, niemand onder ons sal konnen seggen dat de heer Iadama van een violent Carracter is, zoo als hij in mijn zaak getoont heeft, dierhalven is hij zijn raadsman, geweest dat ook bij een iegelijk bekend is, was het zijn zaak niet om die aanschakeling van gebeur„ tenisse te assouppieeren, en was het mogelijk bij te leggen, of de gemoederen tot bedaaren te brengen om ieder zijn zaak voor en tegen te onderzoeken in plaats van geweld, met toeschroeing van geweeten sonder verstand, of oordeel te gebruijken aangezien zij sterken in vloed of den geeft en verstand van de heer Tadama was den brief van den 17. feb: miet vleij in 't vuur, en dat sonder reeden of vernuft, als om het plan van vervolging tegens mij ter uijtvoer te brengen, wat is hij voor een Caracter ik hem beschouwd als secretaris van de weeska„ mer ook als secretaris van politie, daar hij het podegra kreeg, wanneer hij van resoluties hoorde spreeken, die maakte Hoffenberg of; als 205 als fiscaal, als disfencier als ouderling, en hem nu beschouwende als vader, zoo zeg ik dat hij schuld is van haarer totaale ruine, en als vriend en raadgeever dompeld hij verscheijde lieden in 't ongeluk met hunne vrouwen en kinderen, dat is het caracter niet van een driftig op vliegent man zoo als men mij nageeft, maar dat van een scheinheijligen, als hij die geen ander oogmerk ovrsoeken heeft als zijn doel wit maar te breiken, welke uijtdrukking heeft hij niet tegens mij, doemenswaardig is het minste, maar wat is er doemenswaardiger als valsche getuijgen omtekoopen, of door pijn smerte en ge„ vangenis te dwingen, welke gevaaren en onge„ lukkige rechts oeffeningen konnen daar niet uijt voortvloeijen, en dat in de persoon van een fiscaal, de naam is genoeg onder den gemeenen man om te willen en te beeven, maar ik moet om reeden nog bij die kwaliteijd van fiscaal een oogenblik stil staan, met mij heeft hij de schaduwe slegs vervolgt, waarom heeft hij niet als hij zoo een ijveraan was in den Iaare 1785. en 1786. met den raad beeter onderzoek gedaan na de schulde en verstrekking der Naegapatnamse kooplieden maar daar en teegen dezelve heeft helpen verdonkeren zoo dat alle die beweisen tans omtrend. omtrend niet te bekoomen zijn; door dien de heer stoffenberg onder wien zij op het laatst berustende waaren, bij sijn dood verzogt aan zijn vrouw die boeken papieren en aantekeningen aan niemand aftegeeven, als aan de heer Iadama 't welke egter nog niet nagekomen is, en nog op dezelve plaats bewaart zijn. Hebben die schuldenaars daar ook voor betaald want wat bedrog is onbesogt gebleeven bij de regei„ ring hier Zedtert 1785. tegens de dierbaare belangens van de Edele Maatschappij. Ook is hij of gecorrumpeerd, of hij past niet of zijn dienst, het eerste is waarschijnlijker, want naar om heeft hij kort voor de verandering der regeering, of de komst van uwelEd: agtb: niet aangehouden twee halve leggers kunstig voorsien en besorgt. alle de rieten zeer sorgvuldig met teer besmeert, het spons gat ook kunstig gestoft, en met een lap van een roode wijns vat toegeslaagen, en ider ploeg der dragende koelijs, een bottel roode wijn in de hand gegeeven om te breeken of het spons gal, bij het inkoomen van mei„ dras, en zoo direkt naar het huijs van Beggle, daar waaren in die vaaten wel gegarbuleerd of laat nu ik hier zeggen schoongemaakt 2400. lb: na gulen, dat was nat anders voor een fiscaal, als tegens mij valsche getuijgen te corrutupeeren; dit is zijn deur voor bij gedraagen. deeze kunst grdep of 206 of nieuwe inventie maakt zeekerlijk alle de pakhuijsmeesters beschaamt; ook is dat een uijt vinding van een supercarga of de west Jndische bezittingen voor heen gevaaren; die deeze schoene past trekt dezelve aan, maar dat is altans bieter„ uijtgedagten geloofbaarder als van 2989. ½. lb: Ia„ pans staafkoper in twee kleer koffers te pakken. Ook is er met kennis of sonder kennis van den fiscaal vier bhaar Iapans staaf koper verkogt van het schip Horsen aan den koopman Meddha wardarasoe van de Capitain Gas sulke trek vogels laat hij vliegen om de schaduwe na te Iagen. deeze twee beweizen of verhaalen toonen aan, dat men hier wel negotie drijven kan, sonder dat het hoeft geslooten te zijn van de Compagnie. Ik heb zelfs beleeft dat, in verlegendheeden na„ gulen in betaaling zijn gegeeven tegens 14. en 15. ster pag: de maon, zoo wel op Madras als pondicherij, staat dat niet vrij aan elk en een igelijk om daar meede zijn profijt te maaken, mijn volmagt koopt het, en verkoopt het, sonder dat het zelfs uijt Ma„ daas gaat, hoe lang heb ik of sadaas sonder nooten gezeeten, en die ik voor mijn huijs gebruijk benoodigt was liet ik van Madras komen, daar kan ik voor mijn geld bekomen wat ik begeer, sonder verpligt te zijn van andere specerijen te accepteeren, die ik
English
I am not in need of. Finally and lastly I must still cite this: should not the inhabitants and black servants enjoy the mild laws and government of the Netherlands? What reason did the fiscal and Mr. Tadama have to arbitrarily seize those people and cast them into the prison house, having them guarded by Europeans, which according to their caste is a far greater and heavier punishment than having them watched by peons or sepoys? Those poor people are simply seized and let loose again as if it were nothing at all, and that for twenty days and longer. What reason did the fiscal and Mr. Iadama have thus to arrest the servant of the Reverend Meijkamp and the servant of the bookkeeper Prins? Those people are poor and afraid to demand a fair satisfaction, but the case as a case is no less oppressive, and gives nothing but a very vulgar impression of our rulers, and they thereby violate all the orders and laws to which the commanders must conform. Is that not bound to arouse terror among the natives of these lands, that they, without fault or crime, can simply be seized in this way and let loose again without sentence or hearing, solely because they were good friends with my head servant, and also to offer an affront to Reverend Meijkamp Meijkamp because he held my power of attorney, which was forbidden to him, and thereby to deter others from taking care of my affairs? Is there a single point in which Mr. Tadama conducted himself like a commander, or he, Brouwer, like a fiscal? No, in truth, one went to work here not only as if there were no accountability to be rendered, but even as if there were no laws, regulations, orders, or instructions. It was more than time that this was discovered through my resoluteness, and came to the ears of our Lords Majors, who devise all means toward redress, and whom people seek to keep blind in the most essential matters that could contribute to that general redress. How unforgivable, how inexcusable is such conduct! What indignation must our Lords Majors not feel upon the receipt and discovery of all these malversations, and what light will it not shed for further discovery, especially if the well-meaning, faithful servants are encouraged to be allowed to speak, and action is taken according to the findings of matters without fearing that persecution which I have so bitterly undergone, to the detriment not only of my health and constitution, but even to the deprivation of my honor, name, and reputation, and finally finally to my total ruin. Who then must not fear and tremble under such a government? Did not the entire family of the former Cotwal of Iaggernaijkpoeram want to set fire to his house, and out of desperation over the affronts done to them and their wives by the commissioners, want to poison themselves all with poison? Are those reports not clearly and distinctly proven in the third main part of my memorial already handed over to your Right Honorable? Can one possess or comprehend such horrors under a Christian government? Must we not feel ashamed before the heathen peoples, while we may call ourselves Christians? Oh, if only all these abominations might once be curbed in a truly exemplary manner, and if only the Dutch people might regain that reputation which they so justly held and deserved in earlier days, when the Honorable Company was held in such high esteem among the native that they even submitted their affairs to the decision of the Dutch. What must they think now, when they consider what injustices they commit even against their own nation and me? What then do they not have to fear? Can such a land prosper? Herewith I believe I have answered that voluminous work as briefly as concisely according to the orders, and as I hope according to the intention of your Right Honorable; in that expectation I have the honor to call myself with deep respect. Was signed below: Right Honorable Sir and Sirs! Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: W: H: G: van Bijland. In the margin: In Fort Geldria the 29th of Ianuarij 1791. Agrees. J: Clasz: Letter A. Second Main Part. For the Honorable Company. Remaining balances under ultimate Aug:s 1789. 24182. ¾ wagelen. 18: 3/16. nuts. 81708/16. Japan bar copper. Sugar, Powder: 2073½ 1 Coffee beans 739½. 2. 7/8. bottles red sewales. 1 7/8. lb Dutch iron 325 ¼. ditto steel ditto nails ditto horseshoe iron. 33. —. bundles of binding rattans 19 3/16. lb: ferli 238/4. 361. 1/8. Right Honorable Mr. van Halm Of the aforesaid remaining balances several items have been sold, consumed, and given away during the period of 1 month: which items will be demonstrated in detail among these after the preparation of the papers upon the transfer; thus I can make a beginning, yes even tomorrow morning at 8 o'clock, with the weighing and handing over of all the merchandise, etc., whenever the Right Honorable Mr. van Bijland is pleased to receive such. I have the honor. L S.
Dutch transcription
ik niet benoodigt ben- Eijndelijk en ten laasten moet ik nog dit aanhaalen de ingezetenen en swarte dienaaren moeten die met Jouisseeren van Neerlands sagte wetten en regeering wat reeden heeft hij fiscaal en de heer Tadama, om die lieden willekeurig of te vatten in 't gevangen huijs te werpen, door Europeesen te laaten bewaaren dat vol„ gens hunne Caste veel grooter en swaarder straffen is, als hun met pions of sipaijs te laaten bewaaken, die arme lieden worden maar opgevat, en weer los ge„ laaten, als of het niemendaal en was, en dat voor- twintig dagen en langer was. wat reeden had den fiscaal en de heer Iadama om den dienaar van den Domenie Meijkamp, en den dienaar van den boekhouder Prins aldus te arresteeren, die lieden zijn Arm, en bevreest om eenen billijke satisfactie te Eijsschen, maar het geval als geval is niet minder drukkent, en geeft niet dan een zeer gemeen denkbeelt van on„ se regeerders en violeeren daar door alle de ordres en wetten, waar sig de gebieders na moeten gedragen, is dat niet om schrik onder de nativen dezer landen te verwekken, dat zij zonder schuld of misdaat, maar zoo opgevat konnen worden, en weer los gelaaten worden, sondir sententie of verhoor, alleenlijk om dat zij goede vrienden waa„ ren met mijn hoofd-dienaar, en ook om domine Meijkamp 207 Meijkamp een affrond aan te doen, om dat mijn vol„ macht was, 't welk hem verbooden wierd, en om daar door anderen afteschrikken van mijne zaaken een Articul waar teneemen, is 'er wel een poinct, daar sig de heer Tadama in gedraagen heeft als een gebieder, of hij Brouwer als een fiscaal, neen voor waar men gong hier te werk als of en geene verantwoording te doen was niet alleen, maar selfs of 'er geene wetten reglementen ordres of instructien waaren, het was meer als tijd, dat dit selve door mijne Cordaatheijd, ontdekt wierd, en ter ooren kwans van onse Heeren Maijores, die alle middelen uijtdenken tot redres, en dewelken men soekt blind te houden, in de essen„ tieelste zaaken die tot dat generaal redres kon„ nen Contribueeren, hoe onvergeeflijk hoe onverant„ woordelijk is zoo een gedaag welke indignatie moeten onse heeren Majores niet gevoelen over ontvangsten ontdekking van alle deeze malver satien, en wast een licht sal het niet geeven tot ver„ dere ontdekking voor al als de wel meenende trouwe dienaaren aangemoedigd worden om te mogen spree„ ken, en te werk gegaan naar bevinding van zaaken sonder te schroomen voor die vervolging die ik zoo bitter ondergaan heb tot krenking niet alleen van mijne gezondheijd, en Constitutie maar selfs met berooving van mijn eer naam, en reputatie, en eijndelijk e ampr: eijndelijk tot mijne totaale ruine, wie moet dan niet schrikken en beeven onder zoo gene regeering, heeft de geheele familie van den gewesene Coterwal van Iaggernaijkpoeram niet zijn huijs in den brand wille steeken, en uijt disperatie voor de affronten aan hun lieden en hunne vrouwen aangedaan door de gecommitteerdens, hun alle met vergift willen vergeeven, zijn die kondschappen niet klaar en duij„ delijk beweesen bij het derde hoofd-deel van mijne memorie aan uwel Edele Agtb: reets overhandigt kan men sulke gauwelen besessen of begrijpen onder een Christelijke regeering moeten wij ons niet schaamen bij de Heidensche volkeren, terwijl wij ons christenen mogen noemen, og of alle deeze gruwelen eens op een rechte exemplare weise mogte beteugeld worden, of dat neerlands volk weer die reputatie er langde die zij zoo billijk gehad, en verdient hebben in vroegere dagen, dat de Edele Compagnie in zoo eene hoog aefting was bij den in„ 6 lander, dat zij hunne saak selfs ter beslissing overgaaven aan de hollanders, wat moeten zij nu denken, als zij nagaan welke onregtvaardig„ heeden zij niet zelfs pleegen tegens hunne eijge natie en mij, wat hebben zij dan niet te bedugten kan het zoo een land welgaan. Hier meede meene ik dat volumineus werk zoo 208 zoo kort als bondig meede brantwoord te hebben na de ordres, en zoo ik hoof na de intentie van uwel Edele agtb:, in die verwagting heb ik de eere mij met dief respect te noemen /:onderstond:/ welEdele Agtb: Heer en Heeren! Uwel Edele Agtbare onderdanige en Gehoorzame dienaar /:was getekend :/ W: H: G: van Bijland /: in mar„ gend. /: In 't fort Geldria den 29.: ' Ianuarij 1791. —: Accordeert. J: C„ lasz: ec v 209 Lta A. tweede Hoofddeel. voor d E. Comp: C Restanten onder ult:o Aug:s 1789. 24182. ¾. „ wagelen. - 18: 3/16. „ nooten. 81708 /16 „ staafkopper. Iappans Zuiker. Poeder: 2073½ 1 Koffiboonen 739½. „ 2. 7/8. bott„s roo zewalen. 1 7/8. lb ijzer hollands 325 ¼. „ Staal d:o „ spijkers d„o „ hoefp izer. d:o 33. —. bossen bind rottings Wel Edele Heer van Halm teil voorsz: ristanten zijn verscheide aerticulen vertiekd verbruikt en verschonken in den tijd van 1/m: als zul„ lende het een en ander na 't vervaardigen der papsie„ ren bij 't Transport specificq onder meed. deze aangetoond worden; dus kan ik een begin maaken., Ja zelfs morgen ogtend ten 8 uuren. met 't weegen en Overgeven van alle de koopmanschappen, entz: wanneer den wel Edelen Heer van Bijland zoodanig geliefd te ontvangen. . Ik heb de 19 3/16. lb: ferli„ 238 /4. 3 61. 1/8. eere. L S.
English
for the Honourable Company honour - to be with all high esteem beneath stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed: van Someren. In the margin: Jaggernaickpoeram the 26th of January 1790. Beneath stood: agrees with the original shown to me, Palliacatta in Castle Geldria the 29th of December 1790. Signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Highborn Sir, Herewith I present to Your Honour the balances remaining under the end of August last, with an appended remark concerning the secunde van Someren, whereupon I solicit Your Honour's reply. I also request the merchants' accounts, for the reason that Roussarie is waiting for them in order to prepare the accounts; for a delay might be the cause, and cause the carrying out of the transfer to be prolonged beyond the appointed time. I have the honour to be with all esteem beneath stood: Highborn Sir. Lower: Your Honour's humble obedient servant. Signed: J. P. C. van Dhielm. In the margin: Jaggernaickpoeram 26 January 1790. Beneath stood: agrees with the original shown to me, Palliacatta 210. L. S. for the Honourable Company, Palliacatta in Fort Geldria the 29th of December 1790. Signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Statement of what the Company's merchants must pay to the suppliers of the blankets mentioned. The Chief, namely: From the Mazulipatnam ones: 6 in number at P: 500 each, pagodas: 3000. -. - Jaggernaijkpoeram ones: 6 ditto: 250 each, pagodas: 1500. -. - Suppliers of the blankets: Pollipullums and Ragemanderie rupees 500 each to the Chief and Secunde makes: 307: 16: -. The Secunde, namely: From the Mazulipatnam merchants each 100 pagodas, makes: pagodas: 600. -. - Ditto Jaggernaijkpoeram merchants: ditto 125 each, makes: 750. -. -, 1350. -. - Total: No. 1. Pagodas: 4807. 16. - Of which 1/3 for the Secunde: 1602. 18. - There remains 2/3: 3205. 3. - Half of this remains paid: pagodas 1602. 13. - Pertains to the Count van Lijnden 1/4 of the whole or 1/2 of the outstanding: pagodas 801. 6. 3/4 van Halm outstanding 1/4 is: pagodas 801. 6. 3/4 Of this has been paid by the Mazulipatnam merchants: 600. - - Thus still remains outstanding: Pagodas 201. 6. 3/4 Collated against the own handwriting of the gentleman La C. van Halm. Beneath stood: agrees. Palliacatta in Fort Geldria the 31st of December 1790. Signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Highborn Sir, In answer to Your Honour's letter, I have the honour to state that I am allowing the salt cultivation to proceed from today forward for the account of myself and Mr. van Someren. The transfer is being pursued with all possible speed; illnesses among the clerks currently cause a notable delay in the copying work, but whether I should relinquish my authority in advance, I leave to Your Honour's own judgment whether such a matter would be proper for me, but rest assured, Sir, that I set the limit for this at the latest by the 18th or 12th of the upcoming month. I hope, Sir, that Your Honour is also convinced of my reasonableness from the matters concluded thus far, and persisting therein with confidence in Your Honour's discretion, I flatter myself that everything will be able to be concluded to the last amicably. In that hope and expectation I have the honour to call myself with all esteem, beneath stood: Highborn Sir. Lower: Your Highborn's humble servant. Was signed: P. E. van Halm. In the margin: Jaggernaikpoeram 26 January 1790. Beneath stood: agrees with the original shown to me, Palliacatta in Fort Geldria the 29th of December 1790. Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. To Mr. Tadama. Right Honourable, Valiant Sir, Having received no answer up to this day, although my letter of the 13th of January was a preparatory step toward reconciliation, having no other aim than peace and harmony, Your Honour is yourself a witness that we have never had a harsh word in private intercourse, but that all estrangement was caused solely in meetings and in looking after the Company's interests; for indeed, if the plow goes straight, I only have to follow. On the other hand, I hold myself persuaded and convinced that a kind of harmony must exist between the heads of the subordinate stations and the Governor, indeed even with if not an intimate correspondence, at least a confidential one, which then induces me once again to make friendship, as I hold myself assured that the Company's interests First Sworn Clerk
Dutch transcription
voor d: E. Comp:s eere - met alle hoog Agting te zijn /onderstond. / wel Edele Heer /. Laijer. / uwelEd ootmoedig en Div: Dienaaren /:was getekend /: van Someren /:inmarging Tagger:m den 26. Ianuarij 1790. /: onderstond /. accordeert met het mij vertoond origineel Pallcokatta in 't Castel Gel„ 6 J„n Obdain Eg Clercq dria den 29: Decem: 1790. /: geteekend /: Hoog Teboren Heed Hier nevens beiden ik uwel Ed: aan de restanten onder Uiltimo Aug:s J: L: met een bijgeveegde remas qua: door den secunde van someren waar op ik uwel Ed: antwoord Soldiciteere. Ook verzoeke ik om de rekem der kooplieden, om „reden dat Roussarie met het verwaardigen, des reken: datr na twagt want; eene kardansen zoude oorzaak kun„ mene zijn, en dat set - doen; der transport; langer dan de bepaalde tid torderaan.. Ik hebbe d' Eere met alle agting te zijn /onderstond/ Hoog. Seb: Heed . /: Lager:/: uwelEd ootm: ond: dienaaren. /ge„ J: P:s C: van Dhielm. /. in margine Laggerm: 26. Ianuarij teekend . /:onderstond:/: accordeerd :/ met het mij verloond origineel Palleatatta 2 S: 1 210. L. S. voor d E Comp:e en Palluacatta. in 't fort Geldua Den 29. December 1798 /: getekend /. J„n Obdanm E: g: Clercq. Aanweijsing, het van Comp:s Cooplieden op Leveran„ ranceers dike gedattoeneerde Deekens voldoen moeten. Het opperheofd; als van de Mazulipalnamse: 6. ingetal â P: 500: lider: N: N: P: 3000. –. –. Iaggernaijk poeramse . 6. d:o „ 258. „ „ 1500. – – Leveranciers der Deekens Polle palums en Ragemanderie Rop:o 500. reder aan de opperhoofd en scunde maakt. - - - - - - - - - „ 307: 16:—. Den Secunde, als. van de Mazulipatnawische Cooplietten ieder P p:s 100. maaken - - - - - - - - - - - - N: N: P: 600. –. –. d:o „ Zaggernaijk P„l Ce opleden. d:o 125. . . „ „ 750. —. –. „ 1850. —. Somma . . . . . . N:o 1. P „o 617. 16. —. waar van 1/3 voor den Secunde - - - - - . . . . . . . . . . „ 252. 18. —. Resteerd 2/3. . . . . . . . . . . . . . . . „ 4105. 3 De Helft hier van betaald blijft. . . . . . . . . . . . . . . . . . p:s 2052: 13 — =komt, voor de Heer Graof van Iijland ¼ van het geheel off den ½. van het uijtstaande - - - - - - - - - - - - p:s 1026. 6. ¾. van Halm uijtstaande ¼ is - - - - - - - - - - - - - - - - - p:s 1026. 6. 3¾ Hier van is betaalt door de Mazilipatnamse: Cooplieden - - - - „ 600. — — Des staat nog uijt - - - - - - - - - Pp:o 426. 6. ¾. Gefoltationeerd na het eijgen handig schrift van de Heer La C. van gina ge„ i No. 1. voor d' E Comp:e van Malm. /:ordrstond /: accorderd:/ Pallarata in t fort geldria den 31. Decemb:r 1790. / getekend/. J„n Obdam E. 9. Clen Hoog.- Schooven Heer In aentwoord op uwelEd: brief, hebbe ik de beere te mel„ den dat ik de zout Culture van heeden. aff ter verant„ woording van mij en den Heer van Somerin laat voortgaan. Het transport word met alle migelijke spoed, verhaalt zeektens der schribenten brengt thans in het Copier. werk eene merkelijken tardance, te weege-, dan mijn gezag voor af, afte staan, laate ik kam uwelEdele eige oordeel over. affe het een zaak ik voor mij voegelijk, dan weest verzekkerd. Mijn Heer: dat ik diar toe bepaale, ueiterlijk den 18. of. 12. der. aanstaande maand. —. Ik hoope Mijn Heer, dat uwel Ed: uit de tot dues verre afgehandelde zaaken, ook van mijne redelijk heid overtuigd, ben en, daar bij persisteerende met vertrouwen op uwelEd. discretie, flatteere ik mij dat alles tot het laaste zal kunnen werden afgehandeld. -- in het nimnelijke In die koope en verwagting hebben. ik den eere Eere mij met alle agting te noemen /:onderstond/ Hoog Geb: Heer /: Lager /. uw Hoog Geb: ootm: Dienaaren /. was, getekend /: P: E: van Halm. . /inmargine / Pagger„ naik poeram 26. Jan: 1790: /onderstond /: accoordeerd met het L S. 2 2 211 hat mij dertond Ovrginele Pallakatta In't Tot Gilarica - Den 29. December 1790. /:wat gekend J:n Obdram Eq Clurgp Aan de Heer Tadama. Wel Edele Getrengen. Heer. Tot op heeden nog geen antwoord bekoomen hebbende hoe wel mijnen brief van den 13. Jann: Een preppara-„ torium, was tot versoening als hebbende geen ander doel„ wit dan. vreede en harmonie, uwel Edele Gestr: is selvs over„ tuige dat wij nimmer Een woord of weder woord gehad heb„ ben in de partikuliere saamenleeving, maar dat alle ver„ wijdering alleen veroorsaakt is in vergaadering en met Comp:s belangens te behartigen twant immers als de ploeg regt. gaat heb ik maar te volgen, ten anderen houde ik mij verdee„ heed en overtuigd, dat er een soort van harmonie moet plaats hebben tusschen de opperhoofden van de mindere fantooren met de gouverneur, zal selvs met een soo niet een intime Correspondentie, ten minsten Een geheijmen, 't welk mij dan nog Eens permoveerd, om vriendschap te maaken, als mij selfs verseekerd houdende, dat Comp:s belangens E: g Clerc
English
interests can be sacrificed under that discord, for indeed how unjustly does your Council quote me personally in the public letter by saying that it seems strange to their Honors that precisely upon my arrival the merchants requested a price reduction on the cloves and copper. In the letter of the chiefs, your Honor pleased to observe that in my private letter of 13 Jan no mention is made of the cloves, but indeed of the Japanese copper, and specifically for the reason that upon my arrival two to three months prior, 80 bh: of copper were taken from this warehouse on one year's credit and on your letter, and that indeed for the chiefs' own use with their dubash Trewvingalam in order to fulfill their contracts. How can private traders now compete against the chiefs, who remain overloaded with their goods, against the Company's merchants, under the management of Triwengelam who gives false names to keep a copper ledger running, while they can sell the copper for a good 22 percent less than the merchants of the Honorable Company, that is one year's interest at 12 percent and on top of that 10 percent upon carrying it out, which is called costumados, and certainly the chiefs will 212 profit, being able to pay no costumados themselves. I do not yet understand it fully, but I remain assured that this is a very disadvantageous item against the Company's interests from afar. Right Honorable Sir, I have now progressed so far that I must pour out my heart and hope that your Honor will reach a true conversion regarding me, and help me to help protect the Company's interests, and will wish to come to my aid impartially and with courage, for I see dark clouds and predict nothing other than the greatest opposition stirred up by Triwengelam and Van Someren, who do what they want with the innocent, irresolute, ignorant, mute Van Halm. What strengthened me in this was the flattery when I asked Van Someren what those warehouse costumados were, whereupon he insolently said, that is our means of livelihood, if you skimp on that too then I will have no dry bread, just send me away, I do not want to remain here under your administration. From that moment he reconciled with Triwengalam, who did not shrink from saying that with the new chief nothing can be done, he sees everything through his own eyes, will take no advice, and thinks only to govern. On top of that, consider that there is a deficit of over 500 Pag:s in the cash box according to a memorandum of Van Halm, who between you and me is becoming insolvent under under the management of Trivengalam, under which everyone suffers terribly, and who only became the big dubash to the chief in order to put his creditors to shame, while on top of that he is a vindictive fellow. Your Honor knows that he left this place under the administration of Racallet, became a tenant with the English, and at the same time dubash to Van Halm, through which the Company also lost the lease on the river, and all the fine writing concerning this is fabricated lies and is solely caused by the simple chief who is betrayed and sold out by his dubash. Furthermore, I found in the warehouses that they were still actually sorting the goods that should have departed with the ship Horssen, which provides proof as if underhanded tricks were used, as if the bales were ready but they had not been able to transport them. I also find there, not yet included, a good 7000 Pag:s worth of goods that they say have already been gathered on the new demand. I answered nothing to this, placing my trust in your Honor. With the new warehouse I have also made myself bad friends, saying that it was a monster of a building without a plan or architecture and far less of convenience, 213 moreover raised entirely in calwamie with very thin and light walls, out of proportion to the weight of the roof, and that in the usual winds here it would certainly collapse, all the more because at Palleakatta it was understood that it had to be with a roof but by no means with a flat one. Yes, said Van Someren, pressing my hand quietly, otherwise we would have no annual repairs to charge to the Company. On the occasion that I had the swatches of the linens brought, I was appalled by the infamous, useless linens. With permission from the chiefs I had the merchants come to me, whereupon Triwengelam as chief dubash and as head of all the merchants, although actually only a guarantor, took the floor and like a cunning rascal smeared honey around my mouth, saying: when you are informed of everything you will indeed find those linens beautiful. None of the merchants spoke, when I questioned Triwengalam alone, who told me flat out that it was impossible to supply the Company with good linens as long as they had to raise such enormous sums of money, both for the Governor, chief, and second, both upon their appointment and at the annual contract, which the new chief must have this year, and on top of that laughing in my face, even with more than 3.
Dutch transcription
belangens onder die twespald gesacrisceerd kan, worden, want immers hoe onbillijk haald uwen Raad in de publicque brief mij aan persoonlijk met te seggen dat het hun Ed: agtb: won„ derlijk voorkomt dat Iuist bij mijn arrive de Cooplieden een prijs verlaaging op de Nagulen en koppis. gevraagd heb„ ben, in den brif der opperhoofde uwelEd. gestr: geliefde op„ temerken dat in mijn partikuliere brief van den 13 Jan geen gewag gemaakt word van de nagulen, maar wel van 't Iappans koopra en wel om reden dat bij mijn arrive er twee â drie maanden te voeren 80. bh: kooper uijt dit pakhuijs genoomen waaren op een Iaar Credit en op uwelle aanschijven, en dat wel tot eijge gebruik van de opper„ hoofden, met hun dubasch. Trewvingalam om. aan hun Contracten te voldoen, hoe kunnen nu ne partikuliere traakten teegens de opperhoofden die met Comp:s Cooplieden hunne goederen overlaaden blijven zitten, toant de affir„ hoofden onder bestuur, van Triwengelam die de ver„ kierde naamen opgelfd om een kopper bij de memorie te doen voortloopen, terwijl zij lieden dan 22. pr C:o ruijm het, koppe minder kunnen verkoopers als de koopla„ den van de E Comp:s, dat is been Iaar Jntrest 12 PrC:o en daar en booven 10. poc=to bij 't uijtdraagen dat men Costumados noemt, en sekerhegk sullen de opper hoofden 212 profeteeren kunnende hun selve gumn Costimados be„ hoofden taalen, het begrijp ik nog niet wel, maar hou mij versee„ kerd dat dit een seer nadeelige post is tegens Comp:s belangens van: verstheer, welEd Gestr: heer Jk ben nu soo vaer ge„ vorderd dat ik mijn hart uijtsorten moet en hoop dat uwel Ed: gestr: met mij een waare inkeer sal krijgen, Omtrend mij en helpen mij om Comp:s belangens te helpen beschermen- en mij onpartijdig met Cordaatheid sult willen- te hulp, koomen want ik zie donkere wolken en voorspelle mij niet anders als de grootste teegenkanting door de opstoeking van Triwengelam someren die met den onmooselen readiloosen en van onkundige stomme van Halm doen wat zijn willen, wat mij hier in sterkt was, de opvleigendheid toen ik van seme„ ren vroeg wat die pakhuijs Custumados waaren. wanneer hij brutaal seijde, dat is ons middel van bestaan beknib„ beld dat ook maar, dan heb ik geen droog brood sind mij maar op, Ik wil onder uwe Regeering hier niet blij„ ven, van dat oogenblik is hij versoend met Triwengalam die sig niet ontsien. heeft te zeggen dat nieuwe opperhoof„ den is niets meede, te doen, hij ziet alles door sijn eijge oogen, wil geen raad aanneemen en denkt alleen te re„ geeren daar en boven begrijpt, eens dat 'er over de 500. Pag:s inde kas te kort komt, bij een mimorie van Halm die onder ons gesegd, intolvent raakt on„ der det de beheering van Trivengalam, daar elk een enajelijk on„ der Lugt, en die alleen groot dubash, geworden is bij 't opper„ hoofd om sijne Creditenaeste leuse te stellen, terwijl hij daar en booven Een wwaakgierige vant is uw Ed: gestr: wet dat hij dese plaats onder de regeering van Racallet vertaalen heeft bij de Engelsen pagter geworden is, en teffens dubash van van halm waar door de Comp: dan ook de packt op de rivier verlooren heeft, en alle het mooije schrijven dien aangaande zijn opgeraapte leugens en is alleen veroorsaakt door het onnoosele opperhoofd die verreeden en verkogt is, door sijn debasch - - - - - verder heb ik„r de pakhuijsen gevonden dat men nog werkelyk sorteerde de goederen die met het schip Horssen hadden moeten vertrekken en een bewijs geeft als of daar slinkse streeken in ge„ beruik waaren. als of de pakken klaar waaren maar dat de selve niet hadden kunnen overvoeren ook vind ik daar nog onbegreepen voor ruim 7000. Pag:s goederen die men segd reeds op den nieuwen Eijsch te hebben ingesaameld „ Ik heb heer niets op geantwoord, stellende mijn vertrouwen of uwel Ed: Gester het nieuwr pakhuijs hebbe ik mij ook al quaade vrinden mede gemaakt seggen„ de dat het Een monster van Eeen gebouw was son„ der plan of aratitolueur en veel minder van gemak daar 213 daar, in boven alles in Calwamie opgehaald seer dunnie en ligte n muuren buijten. proportie van de swaarte van het dak en dat hij bij de gewoonelijke winden hier seekerlijk in stor„ ten sou, te meer dat op Palleakatta verstaan wat dat het met een dak moest zijn maar geensints met een plat„ Ia seijde van someren mij bij derhand drukkende omwetje anders hadden wij Iaarlijks geene reparatie aan zijn Compagnie optebrengen, Bij geleegendheid dat ik de mons„ terd liet haalen der: Lijwaaten was ik ontsteld van de in„ Lywaaten, met permissie van de opper„ faame onduigende hoofden lat ik de Cooplieden bij mij koomen, wanneer Tri„ wengelam als hoofd dubash en als Hoofd van alle de Coop: lieden /hoe. wel eigendlijk. maar borg /: het woord verde en als een doortrapte schuak mij honingom de mond smeer„ de, seggende; wanneer uw van alles onderrigt sull sijn sal uu die lijwaaten wel mooij vinden, guen der Cooplui„ ik trwengalam. alleen ondervraag„ den spraaken, wanneer de. die mij vol uijt seijde dat het onmoogelijk was om de„ Lijwaaten te voorsien soo lang als sij Comp:s met goede sulke Enerme somma gelds moesten optebrengen soo aan den Gouverneur opperhoofd en sekunde, soo bij hun„ ne Aanstelling als bij de Iaarlyks aanbesteeding, dat het nieuwe opperhoofd dit Jaar hebben meet, en daar en boven mij lackende voorwieep, nog wel met meed als 3. k on„ min mak
English
takes over the merchants' debts, he would not uncover anything more to me, saying that he is a loyal servant of Halm. However, if I wished to employ him upon my appointment as chief, he would reveal everything to me in order to quickly become rich. Your Right Honorable is too well convinced of my way of thinking in promoting the Company's interests not to understand that this brings me immense trouble, which will be insurmountable unless Your Right Honorable assists me with advice and deeds. For indeed, how can I save Van Halm, much less Comeken and Ravallet, against whom numerous complaints have already come in, without exposing myself? And what is the gentleman Van Halm doing, who sees that storm approaching and owes debts to the whole world? He stipulates that he is willing to transfer the administration, but will not surrender the government before he departs on his journey. One of these complaints, among others, concerns the false minting of the dabboes, a fraud through which the blood of the Company's servants has also been sucked dry, and which naturally must produce false reports and calculations in the Company's books. Against Ravallet, they can obtain justice neither here nor before Your Right Honorable concerning those goods that the Company's merchant Batjoe Camalnabadoe sent on recognition to Batavia through Ravalet. Van Halm has a similar case, robbing those poor people both of the capital and the earned profits on those goods, from which one can naturally draw the conclusion that the trust of the natives in the Dutch is being lost, and those recognitions for the Batavian ships, providing such a great advantage, will suddenly be cut off, once again through the foul conduct of the Company's servants and to the shame of the nation, and even more to the shame of the rulers. Regarding Van Someren, one of the lesser complaints concerns the customados that he extracts upon the delivery of spices, copper, and other trade goods. He says and thinks to excuse himself by saying that the Company receives its full price, and that it is the buyers who pay it. How absurd this appears to sound judgment. The buyer will surely take care not to lose, and soon recovers his percentage again in the supply of defective linens, and by buying up rejects from other nations. Furthermore, it must naturally diminish consumption, since to my knowledge it has no place in other offices. I only appeal everything to Your Right Honorable's penetrating judgment, and whoever has walked all these paths readily understands what lies behind this. For permit me once again to express my candid, sincere cordiality by saying: Mr. Blaaukamer is not excused, Your Right Honorable even less so, and it is publicly said of Mr. Van Halm that they all, even down to the second-in-command, have extorted enormous sums of money from the merchants and subordinates. Through this, these merchants, at least the Masulipatnam ones, are entirely ruined, and from whom one can expect nothing else sooner or later than a major bankruptcy, exacerbated by the wind-trade of Trivingalam, who is at their head and directs and governs everything, having access and recourse to the large and small cash reserves in order to stop one debt by creating another, larger one. Van Halm does not see all this; and Van Someren is eager that Van Halm does not lose sight of him, and much less of this place, in view of the debts of Van Halm to the estate of Duijneveld, of which Van Someren is the heir. This goes so far that husband and wife together assured me in the presence of Van Someren that they regretted having aspired to the office of second-in-command, where upon even Van Someren said, "Van Halm will step down and solicit on your behalf with Mr. Tadama," which I fully trusted would never go through, remembering all too well in a conversation of Your Right Honorable with his confidants this principal remark: "I am sorry that Jaggernaik falls into Bijland's hands. It is now a very good, lucrative post. He will go and cut everything down and stir that stinking boat, but what do we care, as long as we get rid of that cross-grained fellow with his notes." This contributed not a little to my accepting this post of chief, being assured of our mutual difference of opinion regarding the Company's interests, and therefore preferring to leave the main office. But the situation as I have found it here, I cannot describe, and I wished I had never set foot here. Just imagine that they are still working now on the books that Your Honorable Worships sent back defective from Paleacatte, after they had first been approved by Your Honorable Worships and a year has already elapsed—truly an impossible matter in the balance of the general books. Moreover, from September until the end of December, no papers whatsoever are to be found, neither concerning the balances, much less the cash, and how then should the transfer be given to me? I have now been here for over a month, and my appointment to this office was already written three months prior. And how can the books be completed? They cannot agree on the merchants' accounts. The aforementioned Jaggernaik merchants complain of having suffered injustice and oppression, and having lesser profits than those of the said goods, and that on account of that partiality, they refuse to pay their customados to Van Halm and the second-in-command.
Dutch transcription
Cooplieden overneemd, hij wilde mij als u de schulden der niet meerder ontsekken. seggende Een trouwe dienaar te zijn van halm. , maar wanneer ik hem wilde aanneemen bij mijne aantilling als opperhoofd dat hi mij alles sou openbaaren, om schielijk rijk te werden. , uw Ed:: Gestr: is te seer overtuijgd van mijne manieke van denken, i het behartigen van Comp:s bilangens om niet te begrypen dat my dit en eene beslommering bregd on overkelijk als uw Ed hebter mij niet met raad en daad assisteerd, want immers hoe kan ik van Halm redden, veel minder van Pomeken en Ravallet, daar reeds meenigvuldige klagten over hun ingekoomen zijn sonder mij selve te Exponneeren en riat heeft de heer van Sialm te doen, die dat onweez. ziet aankoomen en aan de geheele wereld schul„ lig is, Conditioneerd van wel transport te willen doen, maar het gouverno niet te willen afstaan voor dat hij op reijs gaat, Een deze klagten onder anderen is het valse minnie„ ten der dabboesen, Een bedrog daar het bloed van Comp:s dienaaren meede uijtgesoogen is, en natuurlijk val„ sche trapporten en bereekeningen bij Comp:s boeken moetien aflee„ veren. Teegens Ravattel dat sij nog hier nog be e uw Ed getr: regt konnen - opstinueeren omtrend die goe„ deren die Comp:s Coopman Batjoe Camalnabadoe op recognitie 214 recognetie naar batavia door Ravalet gesonden heeft, van halm heeft een soortgelijke geval en bisteelen die arme lie„ den. soo in 't Cappitaal als behaalde teiensten op die goederen waar door den een naturlijk gevolgtrikking kan opgemaakt worden dat het vertrouwen der inlanders bij de nederlands ver„ looren tjaat, en die regoneetien voor de Bataviasche scheeppen soo een groot voordeel op eens sal afgesneeden worden, alwee„ derom door de slegte handelwijse van Comp:s dienaaren en tot schande van de natie en nog meerder tot schande der gebieders. —. van someren een der minsten klagten zijn de Cos„ tumados dier hij trekt by 't afleeveren der specrijen, kooper en andere handelie haaren hij segd en meend sig te ver„ de Comp:e heeft sijn vollen prijs, en dat sijn schoonen, de koopers die dat betaalen, hoe ongerijmd komt dit voor aan ƒ een gesond oordeel, den kooper sal wel sorge draagen van niet te verliesen:, en vind wel haast sijne prC„o wederom bij de Leverantie van ondeugende Lijwaaten, en met op te koopen uijtschotten van andere natien, daar en boven moet het natuurlijk der verthiek verminderen, vermits het op andere Camtoonaan bij mijn weeten geen plaats heeft, Ik roek maar alles aan uwel Ed: Gestr: door„ dringende oordeel, en die alle deese weegendoorwandeld heeft begrijpt ligtelijk wat hier onderschuld, want vergun mi Andermaal lde mij n Ed dat Comeken n aflee„ by „ op e t E andermaal mijne gullen opregte Cordaalheid met teseggen, de heer Blaaukamer word niet verschoond, uwEd, Gestr: nog minder en de heer van Halm. word het publicq. van gesegd dat sij alle tot de sekunde selves Enorme somma geds van de Cooplie„ den en onderhoorige afgekoest hebben, waar door dan ook deese Cooplieden ten : minsten de maseli verm=e botaal geruineerd syn en van wien men niet anders te wagten heeft, als vroeg of laat een importante banquiroet, verhaat door de wind negotie van Trivingalam, die aan hun hoofd is en alles bestuurd en- regeerd, de toegang en toevlugt tot de groote en kleine kas om eene schuld te stoppen met een andere grootes te maaken, dit alles siet van Halm. niet in„ en van somieren die vlijd van Halm om hem niet uijt 't oog„ te verliesen en veel minder van dese plaats, aangesien de schul„ den van van halm aan den boedel van Duijneveld daar van someren erfgenaam van is, dit is soo verre gaanden dat „van man en vrouw te saamen mij betuijde in pretentie van „ someren dat sij beroid„ hadden van na het sekundeschap gestaan te hebben, wanneer selfs van someren. seijde van halm sal afstand doen en solliciteeren voor uw bij de heer Tadama het welke ik wel vertrouwde dat nimmer soude doorgean„ mij te wel herimerende in een Conversatie van uw Ed: Gestr: principal dit, het spijt mij dat met desselvs vertrouwelingen. Jaggern: in Bijlands handen koomt, het is nu een seer goede 215 goede Lucrletive dienst, hij zal alles gaan besnoeijen en die stinkende boot roeren, maat wat kan 't ons scheelen, als wij dien. dwars drijver met sijn aanteekeningen maar quijt. raaken dit heeft met weijnig gecontribueerd bij het aanneemen van dese opperhoofde mij verseekerd houdende van onser. beijder verschil„ lende gevoelen in Comp:s belangens, en daarom liefst het hoofd bantoor vertaaten, maar soo al ik 't hier gevonden. heb kan ik het niet beschrijven, en wenschte nimmer mijne voeten hier geset te hebben, begrijft eens dat nu werken sij nog aan„ de boeken die uw EEd: agtb: deficieus van Palleakatlae wee„ derom gesonden hebben, na dat sij eerst door uw Ed: agtb: geapprobeerd sijn geworden en Een Iaar reeds versonden is, voorwaar een der onherdoenelijke saak in de balans der generaale boeken, daar en booven van september of tot tlt„o december zijn er maar guene papieren te vinden, nog van de restanten veel minder van de Cassee, en hoe sol„ mij dan transport gegeeven worden, Ik ben nu ruijm een maand hier, en drie maanden te vooren is mijn aanstelling aan dit Cantoor reeds geschreeven, en hoe kun„ men de boeken klaar koomen de reekening dere Cooplien„ den kunnen zij niet eens worden, de Iaggernaik verm=ten mde beklaagen sig van onregt en verdtrukt te zyn geworden en minder twinsten hebbende als die der gesaagde goe„ deren, en dat sij uijt hoofde van die partijdigheijd haa„ re Costumados aan van Halm. en den sekunde niet willen de heer ook zyn als deese en gaan C
English
wish to pay, that they owe only a trifle, which they would count out immediately with cash, that on the contrary the Masulipatnam merchants owe enormous sums and have never properly fulfilled the demand, except only in those assortments on which they made the greatest profits. Having arrived thus far, I repeat from my previous letter that everything is externally in the best harmony, and that all that is private and outside the administration of Trewengalam has been settled with the greatest friendship through the wise, calm, and prudent conduct of Mr. Jan Obdam, who was appointed thereto by Mr. van Halm. I have thought it my duty to open my whole heart to Your Right Honourable, and that principally on account of that rising friendship between van Someren and the refined Triwengalam, and the desire which Mr. and Mrs. van Halm have to remain here; and above all this, in case they did not remain here, it will be impossible for all this mess and brewing to remain hidden. Furthermore, I predict to Your Right Honourable that the books and papers cannot be finished as long as no relief arrives of silver, gold, and trade goods, because the private contracts of the chiefs, such as for rice to Jaffnapatnam, must be satisfied. Furthermore, it appears to me that the Company's goods are more pledged than sold. What more shall I now reveal? Be my guide, answer me quickly before the bomb bursts, for I see nothing in this but the uttermost ruin and disgrace of Their High Honours for these chiefs and those who have intrigued with them. By reason of office and duty I am compelled to write thus; if I only had full authority, I would dare to act differently without making myself despicable before God and the world. Your Right Honourable has sent me here on behalf of Their High Honours awaiting approval; can I then do otherwise than what must be expected of a man of honour who has a name to lose, and who does not seek to make anyone unhappy, but who will also at the same time take care not to soil himself with the foul conduct of others? If Your Right Honourable finds no middle way, send another in my place who does not consider matters so heavily, or whose conscience has of old been seared, to trample the interests of the Lords Masters underfoot. Underneath stood: For copy conformable. Was signed: W. A. G. van Bijland. No. 7. Letter from Mr. Blaaukamer to the chiefs of Jaggernaikpoeram. I leave to Your Honour's own, though mature consideration, whether it would not be more convenient for the interest of the Honourable Company and the circumstances there to make one body of merchants out of the two corps, and to contract out the general demand of your office to them in equal portions, rather than to leave them divided, as has happened hitherto, into two classes of Jaggernaikpoeram etc. and Masulipatnam. If Your Honours should incline to make such a proposal, it must be corroborated with good reasons and deliberated with the merchants, whether old or new, whom Your Honours shall propose to me. For my part, I would be very much in favour of this, and have a high opinion that this would greatly facilitate the procurement of books; and then I think that the entire trade could be conducted much better with 8 to 9 merchants than with such an enormous number. I leave all this to Your Honour's own consideration, and wish only to give to understand that in my judgment there is an absolute necessity for a reduction of that battalion of mostly invalid merchants (this was the plot of fully 24 or more before the war), which, if it does not happen on this occasion, can later be done with just as little ease as before. Underneath stood: Agreed. Signed: van Bijland. No. 8. Translation of a Telugu bond granted to the High-born Lord Willem Hendrik, Count van Bijland, senior merchant and incoming chief, and the Right Honourable Mr. Hironimus Jacobus van Someren van Vrijenes, junior merchant and second of this office, by the collective Company's merchants here, both for white and painted goods. With the High-born Lord Willem Hendrik, Count van Bijland, chief, and Mr. Hironimus Jacobus van Someren van Vrijenes, second of this office, we, the 12 Company's merchants here, have agreed today, and thus bind ourselves from now on to undertake the demands for painted goods and white linens by general contract, to make the delivery thereof, each for an equal share, just as we shall then also receive cash and goods upon the contracting in that manner. This passed with our own consent, and signed. Lower: Jaggernaikpoeram, the 3rd of February 1790. Underneath stood: For the transcription according to the translation of the interpreter Coepaien. Palicol, the 29th of December 1790. Was signed: A. Dormieux, sworn clerk. To Mr. Tadama. Right Honourable Sir, It grieves me to the very soul that the Company's interests are treated so lukewarmly and tardily, while today is the 20th, yet not even an answer to that of the 3rd of February, and that a matter indeed which ought to be handled with the very first attention and eager dispatch. The letters cannot have been missed, since they are entered generally at the post office; to that of the Council dated the 6th of February and several others there is also still no answer. And while matters go from bad to worse, yesterday among others van Halm paid off some washers with 30 pagodas less, on condition of obtaining permission to wash for Mr. Floyer—a matter all too delicate to be handled so lightly
Dutch transcription
willen betaalen, dat sij lieden. maar een bagatel schuldig sijn die sij op 't oogenblik m. sas witten tellen, dat daar en teegen de masulxrmn Enorme gelden schuldig syn en nimmer. regt aan den Eijsch voldaen te hebben als alleenlijk in die sorteering daar sij de meeste winsten bij hadden, Tot dus verre gekoomen sijnde herhale ik uijt mijn voo„ rige dat alles in de beste harmonie is uitterlijk en dat al wat partikulier is en buijten bestuur van Trewengalam met de grootse ariendschap afgemaakt is door het wijze bedaarde en voorsigtige gedrag van de heer Ian: Obdam die daar in door de heer van Halm is aangesteld, Jk hib gedragt uwEd gestr: mijn hartten vollen te moeten. openbaaden. en wel prin„ apaal om de wille van die opkoomende vriendschap tusschen van someren en den gerafineerden Triwengalam, en de begeer„ te die mijn heer en Mejuffr. van Halm hebben van hier te blijven, en boven dit alles, in val zij hier nieter blee ven onmoogelijk al dit gemots en gebrouw verborgen sal kun„ nen blijven ten anderen voorpelle ik uw Ed: gestr: dat de boeken papieren niet klaar kunnen koomen; soo lang er geen ontset komt, van silver goud en handiehaaren, want departikuliere Contrakten van de opperhoofden. als van Rijst na Taffenapatnam moeten voldaen werden ten — anderen koomt 't mij voor dit Comp„s goederen meerder verpand als verkogt sijn, wats sal ik nu meerder open„ baaren 216 Brief. baaten, weest myn Lijdsman, antwoord mij spoedig voor dat de bom barst, want ik zie hier niet in als de aller„ sutterste ruime en disgrace van hunne hoog Ed:s voor deese opper„ hoofden in die daar meede ingetrameerd hebben Amptr. en pligts weegen ben ik genoodsaakt soo te schrijven, als ik slegts ben= volmagt was soude ik anders durven handelen sonder mij selfs versoejelijk te maaken voor Ted en deweereld uwelEd: Gestr: heeft mij hier gesonden naamens Hunne Hoog Edelheedens in afwagting van approbatie, kan ik dan anders doen als wat men verwagten moet van Een man van Eer „die een naam te verliesen heeft, en die niet en soekt van ijmand ongelukkig te maaken maar die ook teffens oppas„ sen sal van sig niet te besoedelen met het vuijl ge drag van andere, vind uw Ed: Gestr: geen middelweg send een andere in mijn plaats die de saaken soo, swaa„ te, niet en tellen, of die van ouds hun geweeten toegeschreijd is, om de belangen van Heeren Mees„ teren met voeten te trappen /:onderstond /: voor accord/: /:was geteekend /: W: A: G: van Bijland. sijn gen teegen regt aan ring voo„„ met want van pen„ N:o: 7. Brief van de Heer Blaaukamer aan de opper„ hoofden van Iaggernaikpoeram. Ik laate aan uwel Edele eijgen, dog vistige bedenking over„ of het niet voor het Intrest van d' E. Maatschappijen en de omstandigheeden aldaar „Convenabaler zouden zijn-, om van de 2. Corpsen van Cooplieden den te maaken aan hun degeneralen Eijsch van uw Comptoir in egale- portien aante besteeden, dan hen gelijk tot hier toegeschied in twee Classen van Iaggernaikpoekamse &:a Mazulippat„ namse verdeelt te laaten.. zoo uw Ed:s mogten inclineeren, zulk een voorstel te doen moet met goede redenen gecorrobeerd, en overlegd zijn met de Cooplieden, het zij oude of nieuwe die uw Ed: mij zullen voorstellen; Ik voor mijn zoude hier zeer toe over„ hebben, en hebbe een groote openie dat dit de Procure van boeken zeer zouden facititeeren, en dan denk ik, dat den geheelen Handel veel beeter met 8. â 9 kooplieden zouden. verrigt werden, dan met zulk een Enorm: ge„ tal.— Ik laat dit alles aan uw Ed: eijgen overwelging over„ en wil alleen te verstaan geven dater na mijn oor„ deel een absolute nood wendigheijd is, een teductie van dat Battaillon; van meest Invalide kooplieden /: dit was wat het Complot van wel 24. of meerder voor den oor„ log ƒ voor 0 257 voor de Conpaypnen nader hand log /: welke 300 3e by dese gelegentheijd met gescheed met even weijnig gtalie zal kunnen geschieden als bevoorens - /onderstond:/ Accorderd /:geteekend /: van Bijland N: 8 Translaat eener Tenliefs ver„ band schrift verlend Aan den Hoog gebooden Heer Willem Hendrik Graaf van Bijland p:r koopmaan en aankomende opperhoofden en den welEd heer: Hirnonimus Jacobus van So„ meren van wijenes onderkoopman, en secunde deezes Comptoris, door de ge-„ zamentlijken 'sComp:s Cooplaeden - alhier — 3oo dit witte als gezaaijde Goederen. Het den Hoog gebooren Heer Willem Hendrik Graaf van Bijland opperhoofd en den Heer Hiro„ nimus Jacobus van Someren van vrijenes secunde dee¬ zet Comptoris zijn wij 12. 'sComp:s kooplieden alhier heeden overbengekomen, en verbindens dus ons om van nu voortaan de Eysschen van gezaagde goederen en witte L: S: pat„ te doen van oor„ oor„ en Contract op ons te neemen, in wille Lijwaaten. by generaal den Inzaam daar van te doen, ieder voor een gelijk aan„ deel zoo als wij in die maniere by aanbesteeding daar op dan ook Contanten en whaaren ontfangen Tullen. —. Dit met onsen eigen bewilligen gepasseerd, en : getekend /: /lager Iaggernaikpoedam den. 3: februarij 1790. . /:onderstond:/: voor de overzetting volgens vertaling van den tolk Coepaien Palleakatta den 29. xber: 1790. /:was geteekend :/ A:n Dormie„ „ux. Gesfrer Francatuur. —. Aan de heer Tadama Wel Edele Gestrengen. Heer Het smeert mij tot in mijn ziet dat de Comp:e belagens soo flaauw in langwijlig getrakteerd worden, terwijl het 49 heeden den 20. is, nog selfs geen antwoord op die van den 3. febr: en dat Een saak voorwaar, die met de serve„ eerste attentie en veger deisde behandelde te worden, de brieven kunnen gemest zijn aangedien zij op 't Post Catoor generaal aangeteekend staan, op die van den Raad in dato. den 6 febr: ende andere meer is ook nog geen antwoord, en terwijl de saaken van simmer tot erger gaan op gisteren onder an„ deren heeft van halm Eenige wassers afbetaald met 30 pag: onder, die mits van verloff te erlangen om te wassen by de heer floyer, Een zaak al te teer om daar soo ligt toe
English
218 to proceed to that, as appears from the dispute with the gentlemen chiefs concerning the washermen, who were detained by force in those days by Mr. Floyer, and which was negotiated in my commission to Madras. If one had now lent those washermen to Floyer at his own request, one could claim them back from him, but nothing of the sort takes place; the contrary remains the case. Those washermen owe about 70 pagodas to the Iaggernaijkpoeram merchants, who addressed themselves directly to Mr. van Halm with the request by no means to let those people leave the place. But no, no hearing was given; those washermen have been rallied again to the detriment of those Iaggernaikpoeram merchants. I also further request Your Right Honorable, in Your Right Honorable's wise deliberations concerning this office, to mention with a word the bad condition of the patched-up warehouse, which is not yet half finished, and as it appears will not be finished. For yesterday, during the finest and calmest weather, while the people were busy laying the roof tiles, one of the wings collapsed with walls, beams, and tiles, and the fall was great. However, only two or three were slightly injured beneath it, but the poor carpenter had to suffer for it, notwithstanding that he cried out that it was not his fault as long as they were to build everything in mud mortar, and that the top height of the wall was still entirely wet, and that the lower part had endured the entire rainy monsoon without having been plastered with lime. These gentlemen seem not to be as experienced as the old-timers, for it does not even outlast their time. I shall not express myself further, for it seems that the manifold occupations of Your Right Honorable consider this matter all too small to take much trouble over it, and the matter is always so crystal clear that nothing but an impartial judgment needs to be passed upon it. In the hope and wish that Your Right Honorable will also not delay longer with this, I have the honor to call myself with respect, below stood, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and obedient servant. In the margin: Iaggernaijkpoeram, 20 February 1790. Postscript: There are some rumors that the chiefs have received serious letters from Your Right Honorable, yet nothing is offered or presented to me, not even incoming or outgoing Company letters. However, I hope to have conducted myself in such a way that the matter in question remains to be answered for by Your Right Honorable and the Council, and principally these chiefs. Below stood: Agreed. Was signed: van Bijland. Iaggernaikpoeram. To the Merchant Paul Engelbert van Halm, elected chief administrator of Paliacatta, departing, and No. 18. 219 the senior Merchant Willem Hendrik van Bijland, incoming chiefs, Hieronimus Jacobus van Someren, the junior merchant and second in command there. Good Friends, Today in our meeting we have read and examined exactly the letters and papers concerning the dispute between the acting chiefs and the new chief, the merchant van Bijland. Then, because we have found the same to be of great weight, we have postponed them until the next meeting in order to be able to judge them on more solid grounds. But in order meanwhile not to let the affairs of the Honorable Company be delayed or fall into arrears thereby, we have resolved to order the elected chief administrator and present chief van Halm, and the second van Someren, to continue to administer that chiefdom, as well as to transmit hither in proper order as soon as possible the papers from the last of August of the past year, to serve for the making of our general report. We also forbid the elected chief, the merchant van Bijland, to meddle directly or indirectly with the affairs of this office, until such time and manner as we shall have further disposed hereof. Wherewith, after greetings, we remain, below stood, Your Honors' good friends. Was signed: N. Tadama, Jac. Sam. De Raef, B. Brouwer, F. W. Bloeme, and I. I. Hasz. In the margin: Paliacatta. In the Castle Geldria, 17 February 1790. To Mr. van Halm. Sir, Not as elected chief, but as a member of the Council and as a faithful Company servant, I have the right to summon you and to ask what tyrannical, barbarous right you arrogate to yourself over the Company merchants, keeping them arrested as criminals in the most inhuman manner. Has all shame and honor been extinguished in you because of that accursed greed? Do you think, because you share with Mr. Tadama, that you will escape divine and worldly justice? No, truly, that letter of 12 February emboldens you and is the road to your ruin. I will not seek to persuade you through generous sentiments and feelings, of which you are not capable, but plainly declare.
Dutch transcription
218 toe over te gaan, blijkens het disputie met de heeren opper„ hoofden omtrend de wasserf, die als met geweld in die tyden door de heer floyer aangehouden wierden, en in min Commis„ sie naar Madras overgehandeld is, als men nu die wassers nog leende aan floger of syn eige versoek soo kan men de„ selve van hem te rug vorderen, maar niets van dat heeft plaats het teegendeel belijft, die wassers sijn omtrend de 70 p:ag schuldig aan de Iaggernaijkpoeram Cooplieden, dig: sig direkt bij de heer van Halm geaddresseerd hebben, met versoek die lieden immers niet van de plaats te laaten gaan, maar neen gan gehoor, die wassers sijn alweeder opgerot om die Iaggernaikp:le Cooplieden. afbreuk te doen. —. Ook versoeke ik nog uw Ed: Gestr:, van in uw Ed: gestr: wyse delibaratien omtrend dit Cantoor van met een woord aantehaalen de slegte gesteldheid van het opgesmokte pakhuijs dat nog voor de helft niet klaar is, en soo als 't schuind met klaar sal worden, want op gisteren met het mooijste stilste weer, terwijl deelieden besig waaren om de pannen opteleggen, soo quam een der vleugelen om lang niet muuren palmeeren en painen, en de val was groot egter sijn en maar twee of drie ligt gequetst onder ge weest, maar den armen timmerman heeft het moeten besuu„ ren, niet teegenstaande hij uijtrief dat het syjn schuld. niet en was, soo lang als sij alles in Calmanier soude op bouwen 6. en dat de boovenste hoogte van de muur nog alles maat was, en dat het onderste de geheele reegen mousson i aan„ ie„ febr ligt te hebben. doorgetaan sonder dat het bepleijterd, was met kalk deese heeren scheinen nog soe ervoeren niet te zijn als den patriol, want het duurt selus hun tijd niet uijt. —. Ik sal mij niet verder uijtlaaten want het scheind dat de mienig vuldige beedigheeden. van uwelEd: gesr: dieese saak al te kleen agt, om sig daar veel aangeleegen te doen leggen, en de saak immer is soo sonneklaar dater niet als een onpar„ titig. Oordeel hoefd overgeveld te worden Jn hoop en wensch dat uw Ed: gestr. daas- meede niet langer tardeeken sal, heb ik de Eeere mij met respekt tenoemen /: onderstond /: welEd: hebtr. Heer uwel Edele gestr: ond: en Gch: Dienaar. /. Inmargine. /. Iag: gernaijk poerom den 20. febr: 1790. —. P. s daar sijn eenige gerugten dat de opperhoofden van uwelEdele Gestr: Serieuse brieven soude ontvangen hebben egter niets word mij aan geborden of gepresenteerd: selfs geen Comp:e biven gaande of koomende, Edog hope ik mij selver soo gedinkt te hebben dat de saak in questie ter verantwoording blijft met uwEd: Gestr: en den Raad en principaal dese op„ Accorderd /: wat getekeend /: van Bij„ perhoopen. /:Onderstond / land. — Jaggernaikpoiram - - Aan den Corpmaen. Paul Engelbert van Aalom g'eligeerd hoofd: administrateur van Salicctatta afgaande en. No. 18. den 219 den p=r Coopmen Willem Hendrik van Bijland -. Aankoomende opperhoofden: —. Hianonimus. Jacobus van Someren den onder Coopman vrijerues. -. van aldaar. — Zekunde Soede. Vrienden. Wij hebben heeden in onde vergaadering de brieven en papieren betreffende het different tusschen de fungerende opperhoofden en het nieuwe opperhoofd den Coopman van Bij„ land geleesen en Ex=act nagegaan, dan dewijl wij bevon den hebben deselve van Een groot gewigt te sijn, zoo heb„ ben wij deselve uijtgesteld tot het naaster ten eijnde als dan met meerder grond daar doek te kunnen Jugee„ ken, dog om intusschen de saaken de E: Comp:e daar door niet te doen vertraagen of ten agteren. geraaken, heb„ ben wij beslooten den g'eligerden hoofd administrateur en het present opperhoofd van Halm:, en den secunde van Soma„ ken te gelasten om die opperhoofdij te blijven waar neemen mitsg:s de papieren van ult„o Aug:s Anno. Passa„ to in begoorlijke ordre ten Eersten dit heen overlesenden om te dienen tot het doen van ons generaal verslag. ook kalk als den gen ch 11k Heer Jag ƒ ijn se se de hebben gaan „ en al te Halm Salveetale Ook interdiceeren wij het g'eligeerd opperhoofd den koopman van Bijlands, om sig direct nog in dirict met de saaken van dit Comptoir te bemoeijen, tot tyd en wyse wij nader hier over sullen hebben gedisponeerd. — waar meede na groete blijven . /: onderstond / uE: goede vrienden /:was geteekend / N: Tadama, Iac: Sam: De Raef B. „ Brouwer, F: W: Bloeme, en I: I: Hasz: /in mar-„ gine Palliacatta. Jn 't Casteel Geldria. den 17. febr: 1790. Aan de Heer van Halm Niet als g'eligeerd opperhoofd maar als did van den Raas: en als een getrouwe Comp:s dienaar, heb ik regt om uw te sommeeren en te vreagen wat trianique berbaarsch regt gij 8 uw aanmaatigd op Comp:s Cooplieden met deselve. Crimineele op de aller onmonschelijkste wijse gearresteerd. houd: Is. dan al de schaamte en Eere bij ui uijtgedoofd om die, wille van die vervloekte heb. zeugt, meend ur om dat uw deeld: mits de heer Tadama dat uw den godelijken en wereldlijken regten ontspringen sult, neen voorwaar, die brief van den 12. febr: verstout uw in is de weg tot uw verderf, Ik sal uw niet soeken door Edelmoedige sentimenten en gevoelens, daar uw naet, vat baar voor is, maar grops Mijn Heer uijtseggen. J
English
pronounce. Is it not enough for you to be a bloodsucker of the Company's servants, and a counterfeiter, must you now also make yourself guilty of word and death, for those poor prisoners are already more dead than alive, by force and at unseasonable hours foreign armed people are brought in from Trewingalam to the greatest terror and dread of those poor merchants, who had done nothing else than refuse to sign for three thousand and more Pagodas, which they do not owe, and present about the 700 Pagodas which they lawfully owe; must one not be deprived of all judgment and sense not to understand that this barbarous manner of acting cannot stand in law. Supposing they sign, supposing they take the goods back again, what does that effect in law when extorted in such a manner; their written complaints are indeed deposited with me against you, and together with the entire Colony I am witness to your brutal, barbarous, unlawful conduct against those people; must not our hair stand on end? A poor innocent Brahmin, merely because he prepared food for my servant, is seized, placed by day in the choultry and by night in a pit with a murderer, so that that man is more dead than alive when he comes out of there in the morning, a monster of nature who has neither honor nor shame left. I protest, as I protest hereby, and leave all the consequences thereof for your account and responsibility, while this very day I shall report on it to the Council, and specifically accuse you to the fiscal as a counterfeiter, an oppressor of the Company's servants to the greatest detriment of the Company's interests, and immediately I shall give notice to Mr. Sadelaar concerning your infamous treatment committed against those British subjects. Be assured, sir, that things have gone too far not to prosecute you to the gates of the cells, both in Europe and Batavia, and of that you can be assured as long as I shall sign, was signed, van Bijland, in the margin, Jagernaikpoeram 1 March 1790. Postscript: If upon receipt of this you still refuse to release all those people and to conduct your behavior more calmly, I shall send this letter with twenty-five copies throughout all India, and the extract thereof in the Courant. By the way: Today I have taken 10 peons into my service for the security of myself and my people, because no one seems safe on the street anymore under your government. This will be read to you by Mr. van Holt, who can give you a copy, for the original goes by the factor to Palieacatta, unless you choose to acquiesce to my equitable demand to release those people, underneath stood, Agreed, was signed, van Bijland. As you have been ordered by the Illustrious Coromandel Government not to interfere directly nor indirectly with the Company's affairs concerning this office, I find myself not authorized to make any disclosure thereof to you. If the 4 peons you have from the Company are not sufficient for the security of your person, I shall gladly add another four, although I must note in passing that I have never given any cause for any apprehension regarding your person, and therefore I judge that you will do best to dismiss the foreign armed peons. All the rest I shall consider as bravado. This is enough. I am, was signed, P: E: van Halm, in the margin, Jaggernaikpoeram the 1 March 1790, underneath stood, Agreed, was signed, van Bijland. Jaggernaikpoeram. To The Merchant Paul Engelbert van Halm, elected chief administrator of Palieacatta, departing. No: 23. To the provisional merchant Willem Hendrik van Byjland, incoming chief, and To the junior merchant Jeronimus Jacobus van Someren van Vrijenes, second in command there. Good friends. In today's extraordinary session, we have appointed a Commission to settle the discrepancies that have arisen between you, and to investigate the reciprocal accusations, of which we give you prior notice in order to prevent further estrangements from arising among you; the acting chiefs will retain the management of affairs in authority until the arrival of the Commission, when we shall write to you further on how to conduct yourselves. You will have to permit the nominated first sworn clerk Jan Obdam, if he has not yet departed from there, to proceed without delay with the sloop De Zeerob on his journey hither, as the manifold activities absolutely require his presence here, and the secretary Hasz is no longer capable of performing two duties with proper accuracy. Wherewith, after greetings, we remain, underneath stood, Your Good Friends, was signed, N: Tadama, Jac: Sam: de Raeff, B: Brouwer, F: W: Bloeme and J:n J:n Hasz, in the margin, Palieacatta in the Castle Geldria the 27 February 1790. Agreed. A Dormieux Sworn Clerk
Dutch transcription
220 uijtseggen. is het uu niet genoeg van een boedsuiger te zijn van 'sComp:s dienaaren, en een valse munter, moet uw sig nu ook nog aan woord en dood: schuldig maaken, want die arme gevangen zijn reeds meer dood als leevendig, bij magt en ontijden worden de vriemden gewaapende lieden ingevoerd van Trewingalam tot de grootste schrik en vreese van die arme Cooplieden, die anders niet gedaan hadden als niet te willen teekenen voor drie duijsend en meerder Pag:, di dan niet te willen teekenent door door dagted en waadr baq: die sij niet schuldig sijn, en presenteeren aan de 700. . Pag: die sij wettig schuldig sijn; moet men niet beroofd sijn van alle oorder„ len en verstand om niet te begrijpen dat die banbaarsch„ handelwijkze. in regt niet bestaanbaar: sijn. , gesupponeerd zij teekennen, gesuponeerd zij neemen de goederen weederom. , wat doet dat in regten op dus danige wijse afgesperst hunne ceeele klugten leggen immers onder mij teegens uw en ben ik beneevens de geheele Colonie met getuigen van uwe trutaale barbaasch onwettige handelwijze teegens die lie„ den, moeten ons de hairen niet te bergen reijsen, Een arme onnoosele Bramme alleen om dat hij kost dlaar maakte voor mijn dienaar doord opgevaet, bij dag in desjauderyj en bij nagt in een gat met een moerdenaar dat die man meer dood als leevendig is, wanneer van de natuur. hij smorgens daar uijtkomt, T monsten die nog Eer nog schaamte meer heeft Ik protes„ teer saaken nader goede De Paip mar-„ 1790. Raad: u te gij neele. Van van met ken li den— en teer soo als ik protesteere bij, desen en laate alle de gevol„ gen van dien voor uw reekening en verantwording, terwyl ik nog heeden, daar rapport van doen sal aan den Raad, en uw partikulier aanklaagen aan den fiscaal als een valsche munte Een verdrukker van 'sComp:s dienaaren tot de grootste nadeel voor Comp:s belangens en direct sal ik kennis geeven aan dheer sadelaar over uw insaame behaandeling tegens die britse ingeseekenen begaan weest versekerd mijn heer dat de saa„ ken te over sijn gegaan om uw niet te vervolgen tot aan de poorte van de zellen soo in Europa als Ba„ tavia, en daar kan uw van verseekerd weesen soo lang ik teekenen sal /:was geteekend /. van Bijland / in margine. /. Jaggermai kispoeram : 1. Maart 1790. P: S. als uw nog: weigerd op ontfangst deeses van die lieden alle te lagee„ ken en uw gedrag bedaardene interigten. soo sende ik deese brief met vijf en twintig Exemplaaten door geheele India en het Extract daar van in de Courant:~. appropo: Ik heb heeden 10. pions in min dienst aan genomen tot secuuriteit van mijn en mijn volk wand niemand scheindmeer seeker op straat te zijn onder uw gouverno deese sal uw door de heer van Holt voorgeleesen worden, dewelke uw Copia geven kan, want het origineele gaat de factor na Palleakatta ten waaren uw verkoos te ac„ quisseeren aan mijn billijke Eijsch van die lieden te tangeeren /:onderstond /. Accordeerd /:was geteekend / van Byjland Mijn 221 Door de Iustre Cormandelse- Regeering aan uw geordon„ neerd sijnde, om direct nog indirect met Comp:r zaaken van dit Comptoir aangaande te bemooijen, zoo vinde ik mij niet bevoegd om eenige opening daar van aan uw te doen. Zoo bij aldien de 4. Piens die uuw van de Comp:e heeft niet genoeg zijn tot secuureering van ud persoon, zoo sal ik met vermaak, nog vier daar bij geeven, hoe wel ik dat in passant moet noteiren, Geene gelegendheijd ooijt gegeeven te hebben tot eenige bedugting voor uw Persoon, en dus oor„ deelen ik dat uw best zal doen van de vreemde gewaarpende Pions te Congredieerden all het overige. zal ik als van foranades aanmerken hier meede genoeg. . Ik. ben. /. was„ geteekend /. P: E: van Halm /. Jnmargine. /. Iaggernaik p=m den 1. Maart 1790. /: onderstond / Accordeerd /:was geteekend:/ van Bijland. —. Paggernaikpoeram. 1 Aan Den Coopman Paul Engelbert van Halm G'eligeerd hoofd administrateur van Palleatteet „ta afgaande in. No: 23. Mijn Heer van Bijland Den. and Byland Den p:rl koopman. Willem Hendrik van Byjland aankoomend opperhoofden, en Den onder Coopman Aironimus Jacobus van Someren van vrije net, secunde aldaar-. Goede vrienden. wij hebben ter onder sessie van heeden eene Commissie ge„ de cerneerd ter afdoening van den tusschen uE gereesene discrepan„ tien, en ter ondersoek der reciproque accusatien, waar van— wij prealabel UE: kennis geeven ten einde te previnieeren dat er verdere verwijderingen onder UE ontslaan; de fungeerende opperhoofden zullen de maneance van saaken in het gezag„ blijven behouden tot de arrive van de Commissie, wan„ neer wij uE: nadere zullen aanschrijven hoedanig zig te gedraagen. Den benoemden eerst getw: Clerq Ian Obdam sullen uE moeten getallen om wanneer nog niet van daar mogte vertrokken. zijn, sonder dilaij met de Chialoup reijse na herwaards voorttezetten alzoo de Ieerob zijne de veelvuldige beesigheeden zijn persoon absoliet hier vereisschen, en den sec: Hasz: niet langer in staat is om twee diensten met behoorlijke accuratesse te kunnen waarneemen. Waar 222 waar meede na groete blijven /:onderstond:/: uE: Goede vrienden /: wat getekend /: N: Tadama, Iacc: Sam: de Raeff. , B: Brouwer, f: w: Bloeme en I:n In Hasz: /:in margine. /. Palleakatta in 't Casteel Belddia Den 27. febr: 1790 - —. Accordeerd. e A Dormieux Ge pwr: Clecq van vrije i pan ge„ dat de Bag. geeen Ob a daar p dam
English
223 Note kept in the presence of the gentleman van Someren upon questioning the Jaggernaikpoeram merchants whether the account of the gentleman van Halm agreed with theirs, to which the following answer was given. The incoming chief Willem Hendrik van Bijland, in the presence of the gentleman Second H: I: van Someren, under dictation to the gentleman Dirksz in the absence of the gentleman van Holt as secretary, questioned the Jaggernaikpoeram merchants whether they were truly indebted to the Honourable Company for 3122. 3 5/8 pagodas, to which they answered that if the private gentlemen paid off their debts, they would only remain owing between 7 to 800 pagodas. Thus understood at Jaggernaikpoeram the 26th of January 1790. was signed W: H: G: van Byland. In the margin: under my dictation in the illness of the gentleman van Holt, signed C: B: Dirksz. Underneath: agreed, was signed W: H: G. van Byland. Right Honourable, We recently requested your Right Honour to be pleased to state when it would suit your Right Honour to answer the questions we have to put, and received in reply through the gentleman van Holt that your Right Honour would not answer before and until knowing the reason why you were arrested. And as we are now in a position to inform your Right Honour that your Right Honour has been arrested because in his letter of the 2nd of March he declared that he owed no further obedience to the Government etc., which moved Their Honours to take that resolution; so we request your Right Honour once more to be pleased to state to us whether and when your Right Honour will be pleased to answer the questions to be put to your Right Honour. We have the honour to call ourselves, underneath, your Right Honour's humble and obedient servants, was signed P: V: Westhovius, and S: M: Schliephaken. In the margin: the 8th of April 1790. Underneath: agreed, was signed W: H: G: van Bijland. 224 Right Honourable Sir, As well out of consideration for your Honour's person as sickly circumstances, we deviated from the rule prescribed to us according to which your Honour should have conducted yourself as an arrestee. However, since this our indulgence has been entirely disapproved of, we find ourselves obliged hereby to request your Right Honour to avoid all correspondence, to dismiss all peons and servants of your Honour, except for 2 slaves for your Right Honour's care; and furthermore to permit no access to your Honour of people, whoever they may be, without our permission. We trust that your Right Honour, without needing our further reminder thereto, will ensure that what is desired is strictly complied with, and your Right Honour will thereby spare us from having to urge compliance further. If we can meanwhile be of any service to your Honour, we will gladly satisfy that if possible. While we have the honour to be, underneath, Right Honourable Sir, your Right Honour's very obedient servants, was signed P: H: Westhovius, and S: M: Schliephaken. In the margin: the 14th of April 1790. Underneath: agreed, was signed W: H: G: van Bijland. Right Honourable Sir W: H: G: van Byland, I cannot fail to make known to your Right Honour my safe arrival here in the roadstead, and hope at the same time that I may have the fortune to be honoured with your Honour, that I, with God's help, may convey your Right Honour to Batavia on the vessel under my command named Horssen. There, having recommended myself to your Right Honour's protection, I have the honour to call myself with all respect, underneath: Right Honourable Sir, your obedient and humble servant, was signed I: P: Sas: Sea Captain. In the margin: Palleakatta the 10th of August 1790. Answer thereto. Honourable Valiant Sir, I have duly received your Honour's letter of the 10th of August and rejoice at its safe arrival, and 225 especially that your Honour still holds the command of the ship Horsen, for according to my thoughts, and pursuant to the laws, orders and instructions, I was very apprehensive that you had already been deported to the bilges as a sailor, because your Honour, with wind and current in your favour, anchored at Sadras etc. etc. etc. hem hem hem, and subsequently with the same above-mentioned advantages anchored in the Madras roadstead etc. etc. etc. hem hem. Furthermore, when I shall cross over to Batavia, I shall go as Count van Bijland and you as skipper; in these two so different characters we will have nothing in common with each other. Furthermore, please cease your correspondence with me, while I will meanwhile send this as well as your Honour's letter to Their Right Honourable the Lords Commissioners, so that they may inquire from whom your Honour has received the order to convey me to Batavia. I call myself, underneath: Honourable Valiant Sir, your Honour's servant, was signed W: H: G. van Bijland. Underneath: agreed, signed W: H: G: van Bijland.
Dutch transcription
223 Aanteekening welke gehouden is ten over„ staan van de heer van Sorneren bij het afvraagen der Iaggernaijk poerams kooplieden of de reekening van de Heer van Halmn met de Haare. Overeenquam waar op de volgende antwoord gekoomen is Het aanstaande opperhoofd Willem Hendrik van Bijland ten overstaan van de heer Secunde H: I: van someren onder dictamen aan de heer Dirksz bij absentie van de Heer van Holt als scriba is aan de Paggernaij kpoeramse kooplieden afgevraagd of 1 Zy werkelijk schuldig waaren aan de E. Compagnie 3122. 3 5/8. pag:, waar op zij geantwoord hebben, dat wanneer de porticuliere Heeren haare Schulden afbetaalde zij alleenlijk souden blyven tusschen de 7. â 800. Pagoden. Aldus verstaan te Saggernaijkpoeram den 26 Januarij 1790. /:was getekend // W: H: G van By„ land /.in margine:/ onder mijn dictamen bij Biek„ te van de Heer van Holt /:geteekend:/ C: B: Dirksz: /:onderstond:/ voor Accoord /:was getekend) W H: G. van Byland Hoog Hoog wel gebooren Wy hebben uw Hoog wel gebooren laast verzogt om te willen melden wanneer het uw Hoog wel geb: geleegen haude komen te antwoorden op de vraagen die wij Gou„ den hebben te doen, en daar op voor antwoord door de heer van Hoet bekomen, Dat uw Hoog wel geb: niet zoude antwoorden voor en al eer de reeden wist waar omme gearresteerd was: En daar wij nu in staat zyn uw Hoog wel geb: te melden dat Uw Hoog wel geb= gearresteerd is, om dat bij Desselfs brief van den 2:e Maart gedeclareerd heeft geene obedientie meer schuldig te zijn aan de Regeering Ensz:„ waar omme haar Ed. bewoogen zijn dat be sluijt te neemen; zoo versoeken wij uw Hoog wel geb: nogmaals ons te willen melden of en wanneer uw Hoog wel geb: zal gelieven te antwoor„ „den op onse aan uw Hoog wel geb: te doene vraa„ :Wij hebben de eere ons te noemen /:onderstond/ Uw: Hoog Eel gebooren onderdanige en gehoorzame Dienaaren /:was getekend /. P: V: Weshusius, en S: M: Schliephaken /:in margine/ den 8. april 1790 /:onderstond:/ voor Accoord /:was getekend :/ W: H: G: Van Bijland. gen Hoog 224. Hoog wel gebooren Heer. Soo wel uijt consideratie voor uwel Ed:e persoon als ziekelijke omstandigheeden zijn wij afgeweeken ƒ van den ons voorgeschreeven regel waar na wel Edele zig als een arrestant zoude hebben moeten gedraagen. Dan vermits deeze onse toelaating geheel afge„ keurd is, zoo vinden wij ons verpligt uw Hoog wel gebooren mitsdeezen te versoeken Om alle Cor„ resondentie te vermijden, alle pions en bediendens van uwel Edele te verwijderen, uijtgesondert 2. slaaven ter uwer Hoog wel geb:t oppassing; en overi„ gens zonder ons verlof geenen toegang van men„ schen wie ze ook zouden mogen. weezen bij uwel„ Edele toetelaaten Wij hebben het vertrouwen dat Uw Hoog wel geb: zonder onse nadere kerinnering daar toe te benoodigen zorgen zal, dat het begeerd wordende E Exact werde opgevolgd, en uw Hoog wel geb: ons daar door bevrijden zal op dies nakoming nader aan„ ƒ te dringen 1 kunnen wij uw welGjebs intusschen van eenigen dienst zijn zullen wij indien mogelijk gaarne daar aan voldoen Terwijl wij de eere hebben te zyn /:onderstond:/ Hoog wel geb: Hteek ogt om gelang 2i door Jou„ en wist in ook aa Heer, uw Holoog wel geb: deer Ed : Dienaren /:was getekend/ P: H: Bleskusius, en S: M: Schliephaken. /: in mar„ gine/ Den 14. appril 1790. /:onderstond :/ voor Accoord /:was getekend:/ W: H G: van Bijland. Wel Edele Hoog geboore Hleer WW van Edijland. Ik kan niet mankaeren om uE: Hoog gebore. Mijne behouden Arrivement alhier ter Rheede bekent te maaken, en hoope teffens als dat in het geluk mag hebben om met UE: E: s: vereert te moge weezen om uE: Hoog geboore met mijn onder hebbende bo„ dem genaamt Horssen met Gods hulpe naar daar mijn in uw Batavia mag overbrengen. 6 Hoog geb: prolexie te hebben gerecommandeerd, zoo heb ik de eer mij met alle agting te noemen /:onder„ stond:/ Wel Ed: Hoog geb: Heer. UE. gehoorzame en onderdanige DW: Dienaar /:was getekend:/ I: P: Gas: Cap:n ter Zee /:In margine:/ Palleakatta den 10. Aug. o 1790. S Antwoord daar op Wel Edele Manhaften Heer. Ik heb uwel Edele brief van 10. Aug wel ontvangen en verheug mij met desselfs geluckig arrive, en voor 225 Aan voor al dat uw Ed: nog het Comando: heeft van 't schip Horsen, want na mijne gedagten, en ingevolge de wetten, ouders en instruc„ tien was ik seer bewreest dat uw reectss als Matroos in sdee kuysen gedeporteert was, om dat uwEd met windt en stroom te baet op Sadras geankeert heeft: &:a &:a &.:a hem hem hem en ver volgens met de selve boove gemelde voordelen op de Ma„ drasse Rheede geanttert &:a &:a E: hem hem ooverigens wanneer ik na Batavia sal oversgaan, zoo sal ik gaan als Graaf van Bijland en uw als schipper, in deese twee 300. differente Caracters, sullen wij met elkanderen niets gemeen hebben ovrigens, getieft uw Correspondentie met mij te staaken, terwyl ik intusschen. deese als ook uw Ed: brief aan Hun Edele, Agtb de Heeren Commissarissen sal senden om sig te kon„ nen informeeren van wien uw Ed: onder gekreegen heeft van mij over te voeren na Batavia. —. Ik noeme mi /:onderstond:/: welEdele Manhafte Heer W: H: G. van Bij uw Ed: Dienaar /: was geteekend. /. land. /:onderstond /: voor Accord. /. Geteekend: W: H: G: van Bijland. getakend in mar„ Accoord land: „ bekent mag en uw onder„ Zame P ta gen en
English
Philip Hendrik Heshusius, junior merchant and head of Bimilipatnam, currently appointed as commissioner to investigate the affairs of this factory by the illustrious Coromandel government, etc. Honorable Sir, Pursuant to your Honor's order, I, the undersigned, together with the witnesses mentioned below, went to the residence of the Honorable Willem Hendrik van Bijland to hear what his Honor had to say, whereupon he dictated the following word for word, namely: That tomorrow Willem Hendrik van Byland will have been held prisoner for four months, as a criminal state prisoner, or rather as a murderer whose house was raided in the most illegal and outrageous manner, contrary to Netherlands laws, and that to the shame, insult, and deprivation of good name, honor, and reputation, and to his total ruin in his private welfare, which moves him today, this 16th of July, to protest, as he does now for the third time, against the insult done to him, and principally by forcibly seizing and carrying off from him papers, documents, and proofs drawn up by Their High Honors against the Council of Palliacatta and the chiefs of Iaggernaikpoeram, etc., etc., and furthermore having taken possession of his private papers, among which is principally included a large bill of exchange for 1000, say one thousand pounds sterling, or two thousand five hundred star pagodas, as well as a receipt for two thousand two hundred and eighty-five, and thereupon twelve hundred star pagodas, all with thirty months of accrued interest, and that upon the person of Captain Tenwick, who arrived from Europe at Madras on the 2nd of July, and now for lack of my papers I cannot pursue this legal debt, and to that end I hold Mr. Tadama and the Palliacatta Council, as well as Mr. Schliephaken, liable for the losses and consequences; he also protested further against the suborning of his servants and the driving away of his Honor's lesser attendants, as well as the seizure of his Honor's schooner, whereby he says a loss has been caused, besides the damage to the vessel, of two thousand rupees a month, as it had been leased to be employed with a large ship from Bengal to the Nicobar Islands for edible bird's nests; also that the timber which his Honor had sold for over eight thousand rupees, without being able to deliver the same, was all caused by that unlawful criminal arrest, whereby his Honor was deprived of everything to look after his private affairs properly, so that all have been lost, to his Honor's great damage; finally, by depriving his Honor of all access and transport to load and clear his cutter Le Diable, although having in his Honor's house over two thousand pagodas worth of permitted goods for Batavia, besides ninety-six bales that could not be transported, in view of the fright and terror of the natives, who say, if this happens to the green wood, what will happen to the dry; for all these reasons, I request that my protest may be sent to the commissioners and in the meantime to the Palliacatta Council, so that it may be watched over by the fiscal as Council of Justice that Mr. Tadama does not absent himself, whether he be suspended, dismissed, or has received his discharge, and before he, Mr. Tadama, together with the Council, shall have posted bail or surety for a sum of fifty thousand pagodas for the continuation of these proceedings, wherein my honor, name, and reputation have been injured, and moreover that costs and damages be compensated, so that if necessary he, Willem Hendrik van Bijland, may continue his proceedings up to the table of Their High Mightinesses, while he, W. H. van Bijland, considers himself arrested without bail as a criminal detainee, and says further that he continues to protest against everything that these two commissioners have done from the day of their arrival until the end thereof, holding the same to be biased and partial, who, to patronize Mr. Tadama, Van Halm, De Rover, Tel, Van Someren, and the terror Trivingalom, have made thousands upon thousands of inhabitants unhappy, whereby it is to be feared that this place will soon be abandoned, it having already been predicted by the departed weavers that the rice under the Company's territory tastes very bitter to them; for the rest, I reserve all my actions and claims to detail piece by piece to my lawful judge.
Dutch transcription
Philip: Hendrik Heshusius. onderkoopman &: Bimilipalnams opperhoofd, ter genwoordige als Gecommitteerde ter onder hoek van zaaken deeses Comptoris door de Illustre Cormandelsche Regiering benoemd:/ Etc: —: Wel Edele Heer. Ingevolg uwelEdele ordre heb ik ondergeteekende nevens de hier onder te meldene Getuijgens, mij vervoegt ten woon-„ huijse van den welEdele Heer Willem Hendrik van Bijland om te hooren want zijn- welEdele wel te zeggen had, wan„ meer wel dezelve het ondervolgende van woorde tot woorde wijl te de, teweeten. .. Dat Willem Hendrik van Byland op morgen „ vier maanden gevangen geheelen heeft, als een Crimee „le staats gevangene, dan wel als een Moordenaar is „ wiens huijs man is koomen invallen op de aller Ille„ „gaatste, en onartigste, wijze, srijdig met Nederlandse. Van den wel Edelen Heer wetten 226. „witte, en dat wel tot shande, Inbulte en beooving „van goede naam, Eer en Reputatie en tot desselfs „totaale leine in zijn particuliere wel zijn, 't welk hem „permoveerd op heeden den 16: Iulij om te Protesteeren, zoo „ als hij doet en nu wel voor de derde reijse tegen de Insulte „hem aangedaan, en principaal met hem te ontveldigen en te „vervoeren, Papieren: documenten en bewijsen door Hun Hoog Edelheeden ingerigt teegens den Raad van Palleakatta „ en de opperhoofden van Iaggernaik poeram- etc: etc: en daar en „boven zig nog master gemaakt hebbende van zijne particu„ „„liere. pappieren; waar onder principaal begreepen is, een groot 1000. /. zegge. /. Een duijsend Ponden sterlings „wissel vijf Hondert Hterre Pagooden „. dan wel Twee duijzend „ook nog een bewijs van Twee duijzend, twee Hondert en „ vijf in Taggentig, en daar op den zelven Twaalf Hon„ „dert sterve Pagooden alles niet dertig maanden ver„ „loopene Interessen, en dat wel op de Persoon van Ca„ „pitain Tenwick, op den 2. Iulij uijt Europa te g'arriveerd, en tans uijt, gebrek van mijne Papi„ „ Madras „ren kan ik deese wettige schuld met vervolgen, en houde „ten dien einde, den Heer Iadama, en den Palliacat„ „sen, als meede de Heer Schliefphaken aanspreeke„ „lijke voor de vrliesen en gevolgen. van den ook proses„ „teerde bij nog teegen het oversteeken van sijn dienaaren en „en het weg Iaagen van zijn Edele mindere bedindens, als ook schoenen, waar door zegd een het arresteeren van zijn Edele „verlies toegebragt is, behalven het krenken van het vaartuijg, „ Twee duijsend ropijen 's maands als zijnde verhuurd geweest, om „ met Een groot schip van Bengalem na de Nicobaar ge emploijeerd te worden voor de vogelnestjes —. ookk nog dat het Timmerhout, 't welk zijn Edele voor over de agt= duysend ropijen verkogt had, zonder het zelve te kunnen leeveren, dat alles veroorzaakt was door dat onwettige Crimineel gevangen neeming, waar bij zijn Edele alles al„ „ tes benoemen is, Om op wel deszelfs particuliere zae„ „ken te kunnen gade slaan, Dat alle zijn verlooren ge„ „gaan, tot zijn Ed:e groote schoude Om ten laatsten met zijn Edele alle toegang en vervoer te beneemen, om deselfs Cotter Le Diable te konnen laaden en begraagte als hebben de nogtans in zijn Ed Huijs voor overde Twee duijsend Pagooden geparmitteerde goederen voor Batavia - Behalve dat ses en Negentig Pakken die niet hebben kennen vervoerd worden, aange„ zien de schrik en beering der Ingebeelenen. zeggen als dat geschied aan het groene, wat zal het deen- „ niet gebeuren- aan het dorve, on alle deezen reeden, zoor verzoeke ik dat mijne Botest mag gesonden worden aan de Commissarissen en intusschen aan den Palli„ acassen Raas op dater. Tor door de fiscaal als Raad van „ „ „ 227 worden dat de Heer Tadama „van Iustitie mag geviguleerd „ zig niet en absenteere, het zij dat hij gesuspendeert, ge„ demitteerd, dan wel zijn ontslag bekoomen. heeft, en al eer hij den Heer Tadama, benevens den Raad cautie of Borge= zal gesteld hebben voor een somma van vijftig Duijzend Pa„ gooden tot voortzetting van deeze proceduren daar „ mijn ber; naam en reputatie ingelederd is, en daar en be„ „ ven- kosten, Schanda schaadeloos gesteld worde, op dat des noods Hij Willem Hendrik van Bijland zijne „ procedeeren kan voortzetten tot aan de Tafel van Aan „ Hoog-Mogende, terwijl hij w0: H: van Bijland tot wee„ „ der Borg als een Crimineele. Arrestant Zig gearresteerd houd „ en zegt verders te blijven protesteeren teegens als het geen. wat deeze twie gecommitteerdens gedaan hebben „ van den dag van haare komst tot de voleijnding toen, als houdende dezelve voor Partiaal en partijdig „ die om de Heer Tadama van Halm de Ro¬ valtel van Someren, en Een schrik Trivingalom- te Patrocineeren, duijzende en duijzende ingezeetenen on„ gelukkig gemaakt, waar door te wreesen is, dat wel haast deese plaats verlaaten zal worden, zijnde reets voorspeld geworden, door de uijtgeweekene wissers, dat de rijst onder Comp„s gebied hun zeer bitten smaats overigens reserverre ik mij alle actien en partentien „ stuk voor stuk te detalleeren Aan mijne wettige — regter „ „
English
justly when they shall arrive, and that I shall furthermore pursue my claims where it shall be proper. Furthermore, after His Honour had spoken all of the above word for word, he requested the undersigned scribe to enter it as a protest into the protocol and to grant a copy so that His Honour's protest would not be obscured. Whereupon the undersigned declared that he did not consider himself authorized to record a protest into the protocol, or to sign anything that was against the authorities, but that he would make a written report to Your Honour of everything His Honour had said to the undersigned, and that it rests with Your Honour to give or refuse a copy. For the rest, the undersigned believes he has properly complied with Your Honour's order, and remains with the highest regard. Below stood: Your Honour's humble and obedient servant. Signed: A. F. van Holt. In the margin: Office of Jaggernaickpoeram, 16 July 1790. Lower down appeared as witnesses: Signed: J. van Rechem and M. da Silva. Below stood: Agrees with the unauthenticated copy shown to me in da Silva's handwriting, Palliacatta, in Castle Geldria, 13 November 1790. Was signed: J. N. Obdam, Provisional Clerk. Hethusius, offering his respects, assures Your Right Honourable that the first paper, of 25 June, has already long since been presented to this government, and that the text of this, as soon as it has been transcribed, is likewise to be presented to their Worships in accordance with Your Right Honourable's desire. Jaggernaickpoeram, 17 July 1790. Below stood: Agreed with the original. Signed: W. H. G. van Bijland. Copy Register of such documents and annexes as are exhibited by the undersigned, belonging to the 3rd chapter of his submitted memorial dated 6 January 1791. No. 1: A letter to Mr. Schliephaken at Palikol, dated 12 March, to make known to His Honour all circumstances that occurred at Jaggernaickpoeram so that he might be ignorant of nothing upon his arrival as the appointed commissioner in that matter of the chiefs, with his three very remarkable replies from Mr. Schliephaken, dated Palikol, 10 March, the same the 9th, and the same the 15th, as convincing proof that he was aware, both through me and by rumor, of the pitiable state of Jaggernaickpoeram, and how fearful he was of the consequences and the revolution which he already predicted through conviction. No. 2: Wherein the undersigned is dissuaded by the commissioners from addressing himself to Batavia to make his reasonable complaints known to Their High Honours. No. 3: [illegible] No. 4: Whereby it appears that the commissioners on those dates intensified my criminal arrest again. No. 5: Whereby it appears that they gave me their word not to attach my goods, so that on 30 June they did not yet have an order to do so. No. 6: A letter of no consequence, and not at hand. No. 7: Extract from a letter written by the Coromandel Government dated 30 September 1790 to Jaggernaickpoeram to send the undersigned with an escort to Palliacatta. No. 8: An order of the commissioners dated 17 October 1790, and signed Jaggernaickpoeram, Heskusius and Schliephaken. No. 9: [illegible] No. 10: A declaration of 15 October 1790, to prove that the undersigned was not to gather any intelligence or anything of that nature at Jaggernaickpoeram. No. 11: An extract from the instructions for the chief of Jaggernaickpoeram, resolved at Nagapattinam on 18 February 1766. No. 11: A notarial declaration of the person of Pille Enketees, as former message-runner during my criminal imprisonment with the commissioners. No. 12: A ditto of the person of a Satana, inhabitant of Jaggernaickpoeram and former chobdar to Mr. van Halm, and then to the undersigned, when he was dismissed from my service and driven away by the commissioners on 14 April. A very remarkable attestation concerning the inundation and other things besides. No. 13: A ditto of the same person, and very remarkable, in view of the desperation of his entire family, who wanted to set fire to their house and all take their own lives with poison, caused by the cruel treatment of the commissioners. No. 14: A ditto of the person of Paspelithie Rammedoe, head of the peons on guard. No. 15: A ditto of the person of Is Reddy, Kotwal of Jaggernaickpoeram. No. 16: A ditto of the person of Paspeliethie Appaya, chief peon of Jaggernaickpoeram. As well as four torn-off heads of the mentioned Guinees cloths with their Company chops. Palliacatta, Fort Geldria, 14 February 1791. Was signed: W. H. van Bijland. Agreed. A. Dormieux, First Clerk.
Dutch transcription
regtees wanneer zij zullen koomen en dat overgens mijn Pretentien zal voortzetten, waar het zal behooren verders na dat zyn Edele alle het bovenstaande ge„ zegd had van woorde tot woorde, heeft den ondergeteekende scriba verzogt als protest te Insireeren in 't protoool, en Copia te verleenen op dat zijn Edele protest niet verdon„ „kerd wierde. waar op den ondergeteekende betuijd heeft, zig niet be„ voegd te vinden om Protest te protocolleeren, of teekenen dat teegen de overigheijd was, maar dat van alle het geene zijn Edele. Aan den ondergeteekende gezegd had, schriftelijk capp„ port zoude doen aan uwelEd en dat het doen aan uwelEd wijstaat, om Copia te geven ofte weijgeren: Overegens denket den ondergeteekende UwelEd ordre behoorlijk na„ gekoomen te hebben, en blijft met de meeste- agting (onder„ stond /: uwel Edele Heer uwelEdele onderdanige en Gchoor zaa-„ ome dienaar /:geteekend /: A f van Holt, /: Inmargine/ Comptoir Paggernaijke poekam den 16 Iulx In 't Nederlands. /geteekend /. I: van 1790: /:lager onsparsent als getuijgen. Rechem en M. da Silva accordeerd met het mij /:onderstond / vertoond ongeauthentiseerd Copij van - da Silvas scrift, Palla Ratta Jn 't Casteel Geldria Den 13. November 1790. /: was„ geteekend /: I:n Obdam P: g: Clercq Hethusius, onder aanbieding van sijn respecht versie„ kert uw Hoog wel gebooren dat het eerste papier, van den 228 den 25. Iunij bereeds voorlange dere geering is aangebooden, en dat hiet van gesteken, soo dra als het afgeschreeven is meede ingevollige uw Hoog wel Geb: begeete haar Agtbaarens staat aangebooden te worden. Jaggermaijk poesam Den 17. Iulij 1798. - /: onderstond: voor Accoord geteekend /: W: H: G: van Bijland. —. mine 229 Copia 2. . .. . 13„ N=o 1: Een brief aan den heer Schliephaken op Palikol dato den 12. Maart om zijn Edele alle omstandigheedens bekent te maaken op Paggernaij kpoeram voorgevallen dat hij niets mogt ignoteeren, bij zijn arrive als benoemde gecommitteerde in die zaak der opperhoofden met desselfs drie zeer aanmerkelijke antwoorden van de heer Schliephaken in dato palikol den 10. Maart, dito den 9. , en dito, den 15. tot een overtuijgend bewijs dat hij zoo door mij als per gerugte kennis droeg van de deerlijk waardige staat van Iaggernaijkpoeram, en hoe bevreest hij voor de gevolgen, en de om„ wenteling die hij reets door overtuijging voorspeld. Waar bij den ondergetekende door de gecommitteerdens afgeraaden word van zig na Batavia te addresseeren; om zijne billij„ ke klagten aan Haar Hoog Edelheedens bekent te maaken en Bijlaagen als door den onderge„ tekende opengelegt worden, behoorende tot het 3:e Hoofd-deel van zijne inge„ diende Memorie in dato 6:e Januarij 1791. Register van sodanige stukken No. 4 N:o 4. . . . „ waar bij blijkt dat de gecommitteerdens op die datums mijn Crimineele Arrest weder verswaard hebben waar by blykt dat zij my haar woord pas seeren van myn goederen niet te arresteeren zoo dat op den 30. Iunij daar nog geen order toe hadden —. Een brief van geen Aanbelang, en niet bij der hand Extract uijt een brief door de Cormandel„ sche Regeering de dato 30. September 1790: naar Iaggernaykpoeram geschree„ ven om den Ondergetekende met een excorte na Palleakatta opte zenden ten order der gecommitteerdens in dato 17:e October 1790, en getekend Iaggernaijk paeram, Heskusius en Schliepha„ Eene verklaring van den 15. october 1790. tot bewis dat den ondergetekende geene kondschappen of iets van die natuur zon in winnen op Sagger„ naykpoeram :len Extract uijt de Instructie voor het opperhoofd van Iaggernaijk poeram beslooten te Nagappatnaam den 18 fe„ bruarij 1766. No. 11 „ 6. - - - - - - 7. - - - - „ 8. : ken - 10. . 230 N„o 11. Een Notarieele verklaaring; van den persoon van Pille Enketees als geweezene rapport ganger geduurende mijn Crimineele gevangenschap bij de gecommitteerdens „ 12. Een dito van den perzoon van Een Satana inwoonder van Iaggernaijkpoeram en geweezene sjobdaar bij de heer van Halm, en toen bij den ondergetekende, wanneer hij op den 14. April door de gecommit„ teerdens uijt mijn dienst geset is, en weg gejaagt Een zeer remarquabel Attest be„ treffende de watervloet, en andere dingen meer. „ 13. Een dito van denselfden, en zeer remarquabel, aangezien de disperatie van zijn geheele familie die haar huijs in den brand hebben willen steeken, en zig allen in 't leeven willen brengen met vergift veroor„ zaakt door de Crualle behandeling der gecommitteerdens b „ 15. Een dito van den Perzoon van Is Reddij Cotterwal van Saggernaij a poerai a „ 14. Een dito van den persoon van Paspelithie Ram„ medoe Hoofd van de wagthoudende Mhooks. No 167 eerdens pas. en te N:o 16. Een dito van den per zoon van Paspeliethie Appaya hoofd-pion van Iaggernaijkpoeram Als ook nog vier afgescheurde hoof„ den der vermelde Guineesen met hunne Compagnies Sjappen Palleakatta fort geldria den 14. februarij 1791 /:was getekend:/ W: H: van Bijland Accor Rgerd A Dormiein Sepr: Clercq.
English
No 1. 231 Iaggernaijkpoeraim the 12th March 1790 Honorable Sir and Friend, Obliged, yes, thrice obliged for what was sent. Your Honor has fed me and given me drink in Nazareth; all the more am I thankful that the people who bring fish, vegetables, etcetera are threatened with having their arms and legs beaten to pieces if they brought me anything, and all the shopkeepers ordered and directed on pain of imprisonment in case they sold my Dubash anything on credit or even spoke to him. Far from rejecting, Sir and Friend, your good advice, I have considered it as coming from an impartial, well-meaning friend, but subject to correction I must draw Your Honor's attention to the fact that what has happened is so far off the mark that a sound mind will not even be able or believe that the passions, greed of these reckless chiefs under the guardianship of Trievengalam have so foolishly and irreparably exceeded all bounds. Further, my Sir and Friend, Your Honor learns that Their High Excellencies cannot make a decision on my complaints. I shall elucidate this with an example so as not to be tedious: suppose Your Honor appoints me as attorney to take over all your goods; I ask for the list, they cannot give it to me; I ask to inspect your warehouses, I find that your goods have been taken out of them to your considerable detriment and used for private trade; in short, I find that all your servants have been treated in an infamous manner, that they have forced your merchants to pay more than they owe; in a word, conspired with other merchants also belonging to you to deceive and rob you by slipping the refuse of your goods into your hands, the flawed ones in length, width, and punjams, which is described to you in the most deceitful manner. Well then, said I, gentlemen, I cannot account for this to my principal, and I protest as I hereby do, requesting to take everything over by inventory in the presence of two delegates; but no hearing, for they also have the power here to obscure law and justice for a short time; meanwhile, as a faithful attorney and to account for myself, I addressed myself in my capacity to a higher authority, that is to Palleakatta, but alas! There was also no hearing; law and justice were sold on the bazaar, and corruption spread from the head to the tail; everything was thrown to the wind, and because your attorney was too close an observer, he was forbidden by the high court to interfere directly or indirectly with your affairs, and that precisely to let the sloop arrive at its destination first and plug the ugliest holes with its cargo, and deliver the remainder back to the one who permitted and tolerated all that foul conduct, and the rest to make their debts and bankruptcy greater and surer from day to day; so that, my Sir and Friend, I find myself obliged as a faithful attorney to inform you of it, and at the same time to thank Your Honor from the bottom of my heart for taking over that messy estate; yet with the declaration that I will keep a watchful eye and will not leave the place until Your Honor shall have made other arrangements. Well now, my friend, must Your Honor not, upon receipt of my complaints, seek, if it were possible, to save something of that desolate estate, either by sending over an authorized person of higher rank, or delivering your case into the fiscal's hands, or sending over a new set of Council members and governor? Thus it is clearly evident to accuse this crooked and perverse generation directly in their conduct and walk of life before Their High Excellencies, who for all these reasons do not have to wait for what those unfaithful, corrupt servants will present to Their High Excellencies, but should de facto send over such servants who will investigate the entire matter on the spot; for we must not only suppose, but hold ourselves assured that Their High Excellencies will look after the true interests of the Honorable Company and will hold me accountable for the accusation insofar as I have not proved it in my deduction in the form of a letter to Their High Excellencies; all the more since it is a gold mine; by searching and investigating, a gold vein is to be found there which, according to my humble calculation, must yield well over one lakh pagodas at once, and subsequently thousands upon thousands will benefit in the annual revenues. Thus, my friend, please see with me that there is haste, and that my cutter cannot keep waiting, or that I mean that Their High Excellencies need give me a direct answer; nothing of the sort; to persist with the allusion of the above-mentioned, I say thus I found your estate; I thank you cordially for your procuration, and take therein such Council resolutions as Your Honors will judge most necessary. Understand, my friend, had I wished to involve myself in that messing and brewing, I could have had a transfer already two months ago with a lump of sugar, as van Halm calls it, of well over 1500 pagodas. One more word of clarification to convince Your Honor that Their High Excellencies in no way need to wait for the catamaran, partly because I demonstrate everything as clear as day; for example, I accuse van Halm, Ravallet, and van Someren of being counterfeiters; I accuse Mr. Tadama of his nonchalant indulgence; I accuse the fiscal of not having performed his duty; does this need to be proved differently in court than by saying: ask
Dutch transcription
No 1. 231 Iaggernaijk poeraim den 12. Maart 1790 Wel Edele Heer, en Vriend verpligt, Ia driemaal verpligt voor het toegezondene. UwelEdele heeft mij gevoed en gelaafd in Nazareth, te meer ben ik dankbaar dat de lieden, dewelke visch, groen„ tens &:a gedreijgd worden armen en beenen te zullen doen aan stukken slaan, in val zy mij iets bragten, en alle de boutequirs geordonneerd en gerigt op pane van de ge„ vangenis inval zij mijn Dubasch iets op credit verkog„ te of hem maar spraaken, wel verre Heer en Vriend van uw goede raadgeeving te verwerpen, zoo heb ik e dezelve geconsidereerd als komende van een onpar„ tijdig welmeenend vriend, maar onder verbetering moet „al ik uwel Edele doen opmerken dat dit voorgevallen. zoo verre buijten den haak is, dat een gezond verstand niet eens sal konnen of gelooven, dat de driften, heb„ Jugt van deeze onbesonne opperhoofden onder de voogdij van Trievengalam zig zoo stom, en on„ herstelbaar te buijten zijn gegaan, verder Mijn Heer en vriend, verneemd uwel Edele dat Hun Hoog Edel, heedens geen besluijt kunnen neemen of mijne klagten dit zal ik opkelderen met een Exempel om niet langdradig te zijn, gesupponeerd uwel Edele Htelop steld mij aan, als volmagt om te gaan overneemen alle uwe goederen, ik vraag de Lyst, die kun„ nen zij mij niet opgeeven, Ik vraag visie uw Pak„ huijsen, ik vind dat uw goederen daar uijt genomen zijn tot uw merkelijke schaade, en gebruijkt tot par„ ticulieren handel, kortom ik vind dat alle Uwe Die„ naaren, op een infaame wijze behandeld zijn, dat Te uw kooplieden gedwongen hebben om meerder te be„ taalen als zij schuldig zijn, met een woord zaamen gerot met andere kooplieden uw ook toebehoorende om uw te bedriagen en te besteelen met uw uijtschot van goederen in de hand te stoppen, de vicieus in lengte, breedte en poenjangs, 't welk uw op de bedriegelikste wijse beschreeven word, wel aan dan zeijde ik, myne Heeren ik kan dit voor mijn prin„ cipaal niet verantwoorden, en protesteere zoo als ik doe bij deezen, met verzoek van alles bij Inven„ taris overteneemen, ten overstaan van twee gecom„ mitteerdens; maar geen gehoor, want het wel zij hebben hier ook de magt in handen om regt en geregtigheijd voor korten tijd te verduijsteren, in„ # tusschen als een trouwe volmagt, en tot verantwoording mivan 232 van mij zelve. addresseerde ik mij qq aan hooger hand, dat is te Palleakatta, maar Nelaas. daar was ook geen hoor, regt en geregtigheid wierd op de Bazaak verkogt, en de Correptie sloeg over van het hoofd tot de staart, alles wierd in de wind geslaagen, en om dat uw volmagt te na ziende was, wierd hem uijt het hooge geregt verbooden, zig direct of indirect met uw zaaken te bemoeijen, en dat wel om eerst de sloep tot zijn destinatie te doen komen, en met die zijn vragt de leelikste gaaten te stoppen, en het overi„ ge wederom aftegeeven aan die geene die dat geheel vuijl gedrag gepermitteerd en toegelaaten heeft, en het overi„ ge om hunne schulden en bankeroet van dag tot dag grooter en zekerder te maaken; zoo dat mijn Heer en vriend, ik mij verpligt vind als een getrouwe vol„ magt uw daar van kennis te geeven, en uwel Edele teffens har't grondig te bedanken om die slorsige boedel overteneemen; egter met betuijging dat ik een waakzaam oog zal houden, en de plaats niet verlaaten zal, tot dat uwel Edele andere schik„ kingen zal gemaakt hebben, wel nu mijn vriend moet uw Edele nu niet op ontvangst van mijne klag„ ten zoeken, om was, 't mogelijk nog iets van dien deso„ laaten men in „laaten boedel te redden, 't zij met een grooter genagtijde over te zenden, dan wel uw zaak in fiskaals handen over tegeeven, dan wel een nieuwe stel van Raadsleeden en gouverneur overte zenden, dus blykt het klaar met dit krom en verdraagd geslagt, direct in hunne handel en wandel aan te klaagen aan Hunre Hoog Edelheedens die ook niet om alle deeze reeden hoeven aftewagten, wat die ontrouwe gecorrumpeerde dienaaren Hun Hoog Edelens zullen bedeelen, maar de facto zulke dienaaren zullen overzenden, die de geheele zaak in loco zullen onderzoeken, want wij moeten veronder„ stellen niet alleen, maar ons verzekerd houden dat Hun Hoog Ed„s de waar belangens van d'E: Compagnie zullen behartigen, en mij zullen aan spreekelyk houden voor de beschuldiging voor zoo verre ik het niet bij mijne Deductie by forma van een brief aan Hun Hoog Edelens beweesen heb te meer dat het een goud mein is, met zoeken en ondersoeken is er uijttevinden, een goud ader die na mijne geringe Calculatie ruijm Een Lak pagoden moet opbrengen voor eens, en vervolgens duijzend en duijsenden in de Iaarlijkse revenues zullen 233 zullen profiteeren, dus mijn vriend geliefd met mij in te zien dat 'er haast bij is, en dat mijn kotter niet kan blyven wagten, of dat ik meen dat Hunne Hoog Edel„ heedens mij een direct antwoord behoeven te geeven niets van dat om bij de zin speelende van het bovengem: te persisteeren, zoo zeg ik, zoo heb ik uw boedel be„ vonden; Ik bedank uw hartelijk voor uw volmagt, lb. schap, en neemt daar in zulke Raadsbesluijten, als Uwel Ed:s het beste zal noodig Oordeelen. Begrijpt mijn vriend, had ik mij met dat gemore en gebrouw wil„ len ingeeven, zoo had ik reets twee maanden geleden, Transport kunnen hebben met een klontje zuijker zoo als van Halm het noemd van ruijm 1500. pagoden; Nog een woordje tot opheldering om uwel„ Edele te overtuijgen dat Hun Hoog Edelheedens geen„ sints hoeven te wagten, op het Cattemarau, eensdeels om dat ik alles zonne klaar aantoond, per exempel ik beschuldigt van Halm, Ravallet en van Someren, van valsch munters ik beschuldigd de heer Tadama van zijn nonchalante toegevendheyd; „ „ Ik beschuldigt den fiskaal van zijn dienst niet te hebben waargenomen, hoefd dit anders beweezen te worden in regten, als met te zeggen, vraagd omm gtigde
English
the minters themselves, ask the servants and all residents here, ask even Palikol, who have received the same; this is only one example to convince Your Honor how I reveal my equitable indignation regarding such servants to Their High Excellencies. The personal injuries to my name and character, the accumulated lies, false attestations and [illegible], I do not take to heart; they are too mad and too foolish to be refuted. How could I, who have a name and character to lose, wish to expose myself against such people who possess neither shame, nor honor, nor reputation, and who dare to pretend that I intended to murder them at night and at untimely hours, and that at the very moment when I am convinced that, if they are prosecuted according to our laws, they must naturally and indisputably fall into the hands of the secular judge as unfaithful, dishonorable servants who trample the glory of our laws in such a God-forgetting manner that a European or Dutchman in this place cannot raise his head, but must cry out, blushing with shame: my God, my God, does this also take place under a Christian government? Investigate, and Your Honor will discover and be assured that in this the horrors committed in this place have only been touched upon with a faint pen. Now the prisons are thrown open in the hope that those poor people will flee, but their trust is placed in the commissioners. Therefore come quickly, for they are all falling ill, and must then give their toes in the place of the criminal prison. This paper is not large enough to impart everything, and there is no time to copy it; thus Your Honor sees from this how the truth flows, so that even under dictation not a single mistake has occurred, leaving me not even room to assure Your Honor with what esteem and friendship I have the honor to call myself, [it read underneath:] Your Honor's friend and servant, [signed:] . - . . . . . . . [in the margin:] PS: I grant you permission to send this to Mr. Tadama, to see if it might still be possible to save his name, honor, and reputation, [it was signed:] W: H: G: van Bijland. High-born and Highly Noble Sir, both from Your High-born's highly respected missive and by rumor, I have learned with the utmost emotion of the lamentable state of Paggernaykpoeram; as also that Your High-born on that account and for other pressing reasons saw himself urged to take recourse to Their High Excellencies, and to that end had already purchased a cutter to dispatch his complaints to the High Table. Your High-born is far too enlightened to stand in need of any advice from anyone, nor would I dare presume to offer myself as an advisor to Your High-born; however, relying fully upon Your High-born's generous way of thinking and the favorable affection so often expressed towards me, I take the liberty to submit to Your High-born in all reverence for consideration whether it would not be better not to make overly hasty speed with the dispatch of the cutter to Batavia. It is true that Their High Excellencies will thereby sooner obtain knowledge of Your High-born's grievances, but on the other hand it is also at the same time certain that no verdict will be passed upon it without having heard the Government of Palleakatta; while it appears to me to be far more advisable for Your High-born that matters be brought into proper order so far that Your High-born can take over the conveyance, after which Your High-born could always, at his convenience and without being exposed to considerable damages, send his grievances to Their High Excellencies and await their decision. Should I have expressed myself at times too far in a matter into which ignorance and lack of insight forbid me to enter, I pray Your High-born for a favorable pardon, and at the same time to consider the aforesaid as a product of my desire to be of use to everyone, if possible. However much I am prepared to comply with Your High-born's wish to send some goods to Batavia on the aforementioned cutter, I find myself nevertheless unable to do so, for the reason that as yet I do not have a single piece of chintz or linen ready, the package of sarasses sent to Your High-born being from last year. Mr. van Haeften and I are very sensible of the good sentiments which Your High-born is pleased to cherish concerning us, and we earnestly request that you will continue therein, while we shall endeavor to the best of our ability to deserve the same further. Having learned that Your High-born is in want of gin, I take the liberty to offer Your High-born herewith some bottles, as well as 2 heads of cabbage and 4 bottles of coconut oil for Miss Obdam. Within a few days I hope to be at Seeggernaijtpoeram, and then have the honor to assure Your High-born in person of the reverence with which I call myself, [it read underneath:] High-born and Highly Noble Sir, [lower:] Your High-born's humble and very obedient servant, [signed:] S:n M. s Schliephaken, [in the margin:] Palikol, the 9th of March 1790, [still lower:] Agrees with the original shown to me, Palleakatta in Fort Geldria, the 28th of January 1741. [was signed:] I:n Obdam, First Sworn Clerk.
Dutch transcription
de munters zelfs, vraagd de dienaaren en alle ingezetenen hier, vraagd zelfs Palikol, die dezelvde ontvangen hebben, dit is maar een staaltje om uwel Ed te overtuijgen, hoe ik mijne billijke verantwaardiging voor zulke dienaaren aan Hun Hoog Edelheeden ontdekt; de personeele injuries, in mijn naam en Caracter, de opgestappelde leugens, valsche attestatien en s 5. , laat ik mij niet aangeleegen leggen, die zijn te Tot, en te dwaas om wederlegd te worden, hoe zou ik mij willen Exponeeren die een naam en Caracter tegens de zulke, die nog schaamte, te verliesen heeft, nog Eer, nog reputatie bezitten, en die durven voor„ geeven als of ik hun bij nagt en ontijden wilde ver„ moorden, en dat op het oogenblik dat ik mij verze„ kerd hou, dat in val zij na onse wetten vervolgd zij natuurlijk en ontegenspreetelijk in de worden, handen van den Wereldschen regter moeten vallen als ontrouwe eerloose dienaaren, die op soo eene God vergeetende wijze de roem van onze wetten vertrappen, dat een Europees of Nederlander hier ter plaatse zijn hoofd niet mag opsteeken maar schaam rood moet uijtroepsen, mijn Pod, mijn God, vind 2.34 vindt dit ook plaats onder eene Christelijke regeering; onder„ soekt, en uwel Edele zal ontdekken, en zig verzekert houden, dat in deeze nog maar alleen met een flaauwe pen is aangehaald, de gruwelen op deeze plaats ge„ plaegd; nu worden de gevange huijzen open gezet in hoop dat die arme lieden zullen ontvlieden maar hun vertrouwen is op de gecommitteerdens gevestigd; dus komt haastelik, want zij worden alle ziek, en moeten dan hun Toonen in de plaats geeven in de Chimineele gevoingenis; Dit paspier is dat niet groot genoeg om alles te bedeelen, en 7 geen tijd om dezelve afteschrijven, zoo ziet uwel Edele uijt deeze, hoe de waarheijd vloeijd dat zelfs onder dictamen geen enkelde faut ontstaan is, en mij niet eens plaats over laat om uwel Edele te versekeren, met welk agting en vriendschap, ik de eere heb mij te noemen /:onderstond:/ Uw Ede vriend en dienaar /:getekend :/ . - . . . . . . . /.: in margine :/ Ps: Ik geeve uw permissie, om deeze aan de Heer Ta„ dama te zenden, of het nog mogelijk was om zyn naam, eer, en reputatie te redden /:was getekend/ W: H: G: van Bijland. 6oog ende zelv God, Hoog wel gebooren en Hoog Edelen Heer, zoo wel uijt uw Hoog wel geb: hoog gerespecteerde missive, als per gerugt, hebbe ik niet dan met de uijtter„ ste aandoening den beklaagens waardigen staat van Paggernaykpoeram vernomen; zoo meede dat uw Hoog wel geb: zig uijt dien hoofde en andere dringende redenen 7 gepraagd zag toevlugt tot Haar Hoog Edelheedens te nee„ men, en ten dien fine bereeds een kotter ingekogt hadde om Hoog deszelfs klagten aan de Hooge Taffel te de„ pecheeren. uw Hoog wel geb is te seer verligt om eenigen raad van iemand te benodigen, en ik zoude mij ook niet durven ver„ stouten mij als een raadgeever bij uw Hoog wel geb= aantebieden, egter volkomen staat maakende op uw Hoog wel geb:t Edelmoedige wijze van denken, en de zoo „ menigmaal betuijgde gunstige toegenegendheijdt te mij waards, neeme ik de vrijheijd uw Hoog wel geb: in alle eerbied in bedenking te geeven of het niet beeter weezen zoude met de depeche van den Cotter na Batavia geene overhaaste spoed te maaken; wel is waar dat Haar Hoog Edelheedens daar door spoediger kennisse van uw Hoog wel geb: bezwaarnissen erlangen N O N„o 2. 235 erlangen zullen, dog daar en teegen is het ook teffens seker dat 'er geen vonnis op vallen zal, zonder de Regeering van Palleakatta gehoord te hebben; ter„ wijl het mij toeschijnt dat het vrij raadzaamer voor uw Hoog wel geb: is dat de zaaken tot zoo verre in den haak gebragt worden, dat uw Hoog wel, geb: het Transport kan overneemen, waar na uw Hoog wel geb: altoos op Hoog Desselfs gemak en zonder bloot gestelt te zyn voor aanmerkelijke schaadens Hoog Deszelfs doleantien aan Haar Hoog Edelheeden konde zenden, en Hoog Desselfs decisie afwagten Mogte ik mij somwijlen te verre in een zaak uijtgelaaten hebben, waar inne onkunde, en gebrek aan door zigt verbieden mij te begeeven, zoo bidde ik uw Hoog wel geb. om eene gunstige verschoo„ ning, en teffens om het voorsz: aantemerken, als een voortbrengzels van mijn verlangen, om ware het mogelijk een ieder nuttig te zijn Hoe zeer ik ook bereed ben aan uw Hoog wel geb: wensch, om eenige goederen met voornoemde Cotter na Batavia te verzenden, zoo vinde mij egter buijten staat daar aan te voldoen, om reeden reeden ik tot nog geen enkeld stukje Chitsen of Lynaa„ ten gereed hebbe; zynde het pakje Sarassen aan uw Hoog wel geb: gezonden van voorleeden Iaar De Heer van Haeften, en ik zijn Heer Sensibel over de goede gevoelens die uw Hoog wel geb: van ons geliefd te voeden, en wij versoeken zeer daar inne te willen Continueeren, terwijl wij ons best moge„ lijkst bevlijtigen zullen dezelve verder te verdienen Vernomen hebbende dat uw Hoog wel geb: om genever verlegen is, neeme ik de vrijheijd uw Hoog wel geb: hier nevens eenige bottels aan te bieden, zoo meede 2. kopjes sluijtkoolen, en 4. bottels klapper oly. voor Juffr Obdam: Binnen weijnige dagen hoopde ik op Seeggernaijt poeram te weezen, en als dan de eere te hebben uw Hoog wel geboor mondelings van de eerbied verzekering te doen, waar meede ik mij noeme /:onderstond/ Hoog wel geb: en Hoog Edelen Heer /:lager:/ Uw Hoog wel geb: onderdanige en heer gehoorzame Dienaar /:getekend:/ S:n M. s Schliephaken /:in margine Palikol den 9:e Maart 1790: /:nog lager/ Accordeerd met het mij vertoond Origineel Pal„ leakatta in het fort Geldria den 28:e January 1741. /was get:d:/ I:n Obdam E: g: Clercq. Hoog
English
236 Yesterday evening I was favored with your Right Honorable very revered letter of the 8th of this month. There are orders here from the Government that I must proceed to Iaggernaykpoeram, and my departure remains postponed until the receipt of the Instructions, according to which we shall have to regulate ourselves. With the utmost astonishment I saw how people had not hesitated to report to your Right Honorable that a Cannecappel with money had been sent to me in order to bribe me, if possible. How useful it would be, indeed how necessary it is, to cause such foul informants to receive punishment according to their merits, I consider superfluous to mention; I only request your Right Honorable to direct your attention for just a moment to the consequences that similar malicious reports can cause. Meanwhile I can assure your Right Honorable by everything Right Honorable and Highly Noble Sir that is holy that neither directly nor indirectly has any offer of money or goods been made to me. While I reassure your Right Honorable without the slightest hesitation that neither gifts nor favor from whomever shall be able to divert me from the duty to which I consider myself bound. It is true that I have received a letter from the Iaggernaijkpoeram merchants, in which, according to the custom of the Natives, they merely request my favor (yet this signifies as much as nothing), and your Right Honorable may have sight of that letter whenever it pleases your Right Honorable. I long indeed to be at Iaggernaijkpoeram, to see everything, if possible, brought to peace and quiet and to a desired conclusion, toward which I will gladly employ my modest abilities with all sincerity. For the rest, I assume the honor to subscribe this with all high esteem. Below stood: Right Honorable and Highly Noble Sir Lower: your Right Honorable's humble and very obedient servant, signed: S: M: Schliephaken. In the margin: Palikol, the 10th of March 1790. 237 Even lower: Agrees with the Original shown to me. Palleakatta, In fort Geldria, the 28th of January 1791. Was signed: J:n Obdam, first sworn Clerk. Right Honorable and Highly Noble Sir, With your Right Honorable's very respected missive of the 12th of this month, I saw myself honored yesterday evening. It grieves me to my soul to have to see that, according to your Right Honorable's revered letter, the matters that occurred at Iaggernaijkpoeram are so far out of order that there is no remedy or amicable redress for them. I have always flattered myself that, through the arrival of the commissioners, they might still have been brought into a more moderate state than the present one, but now hope begins to fail me almost entirely, and the fear of the most dreadful consequences and revolutions arising from such actions occupies its place; for once the Cutter has departed with the grievances and accusations, then no more mediation is to be hoped for here on the coast, and everyone involved in it will then have to employ their utmost abilities and every conceivable means for their preservation. I, for my part, have firmly resolved within myself to act conscientiously in the investigation of matters, and thus, when I have observed my duty, I am free from all reproaches. Your Right Honorable will be better able to judge the merits of the case than I, but let it be as well-founded as it may, the innocents who may also feel the consequences deserve your Right Honorable's pity, even though the guilty might be unworthy of it. I expect news from Mr. Heshusius at any moment, and as soon as I receive it, I shall set out on my way thither. Meanwhile I assume the honor to subscribe this with all high esteem and respect. Below stood: Right Honorable and Highly Noble Sir. Lower: your Right Honorable's humble and obedient Servant, signed: J:n M:s Schliephaken. In the margin: Palikol, the 15th of March 1790. Even lower: Agrees with the Original shown to me, Palleakatta, In fort Geldria, the 28th of January 1791. Was signed: J:n 238 J:n Obdam, first sworn Clerk. No. 9. To the Right Honorable Lord Willem Hendrick Graaff van Bijland. Right Honorable Lord, Since we have progressed so far with the inventory of the warehouses that, according to the thread of our Instruction, we can proceed to the investigation of the further disputes and mutual accusations, we therefore address this to your Honor in order to learn whether, and when, your Honor will answer the questions that we are ordered to put to your Honor, in which case we furthermore have orders to render your Honor every assistance in obtaining the documents needed to substantiate the accusations brought forth by your Honor. While we furthermore note for your Honor's consideration how contrary it is to the Company's orders to dispatch complaints to the High Government concerning those placed in authority, without giving their Honors sight thereof, and your Honor accordingly
Dutch transcription
236 Sisteren avond wierd ik begunstigd met uw Hoog wel gebooten zeer gevenereerd schrijvens van den 8„e deezer Hier is aanschrijvens van de Regeering om mij na Iaggernaykp deram te moeten begeeven, en mijn vertrek blijft uijtgesteld tot den ontvangst der Instructien, waar na wij ons zullen hebben te reguleeren. Met de uytterste verwondering zag ik hoe men zig niet ontzien hadde uw: Hoog wel geb: te rappor„ teeren, dat er een Cannecappel met geld aan mij afgezonden was, om mij, ware het mogelijk, om„ te koopen. Hoe nuttig het weezen zoude, Ia zelfs hoe nood zaakelijk het is zulke vuijlaarti„ ge rapporteurs straffe na merite te doen erlan„ gen, agte ik overbodig te herinneren, alleen verzoe„ ke ik uw Hoog wel geb:t desselfs attentie maar een weijnig te willen vestigen op de gevolgen die soort gelijke malitieuse berigten veroorzaaken kunnen Intusschen kan ik uw Hloog wel geb: bij al Hog wel gebooren, en Hoog Edelen Heere wat loog wat Heijlig is versekeren, dat mij nog direct nog in„ direct eenig aanbod van geld of goed gedaan is. Terwijl ik uw Hoog wel geb: zonder de minste beden„ king verassureere, dat nog geschenken nog gunst van wien ook in staat zullen weezen mij aftetrekken van den pligt, waar aan ik mij gehouden agte. wel is waar dat ik een brief van de Iaggernaijkpoe„ ramsche kooplieden ontvangen hebbe, waar bij zij mij volgens de gewoonte der Inlanderen eenelijk om mijn gunst verzoeken / dog dit betekend zoo veel als niets/ en van dien brief kan uw Hoog wel geb: visie hebben, wanneer het uw Hoog wel geb: behaagd. Ik verlange Iaer op Iaggernaijk poeram te zijn, om ware het mogelijk alles in rust en vreede, en tot een gewenscht eijnde gebragt te sien, waar toe ik myn gering vermogen met alle hartelijkheijd gaarne wil te werk leggen. Ik matige wij overigens de eere aan deezen met alle hoog agting te Onderschryven /:onderstond:/ Hoog wel geb:, en Hoog Edelen Heer /:lager:/ uw Hoog wel Geb: onderdanige en zeer Gehoorzame Dienaar /:get:d:/ S: M: Schliepha„ den /:in margine:/ Palikol den 10. Maart 1740 nog 237 /:nog lager:/ Accordeerd met het miy vertoond Oigi„ neel Palleakatta In het fort Geldria den 28:e Januaryj 1791. /:was getekend:/ I:n Obdam E: g: Clerciq 1 Doog wel gebooren, en Hoog Edelen eer„ Met uw Hoog wel geb: zeer gerespecteerde missive van den 12. deezer, zag ik mij gister avond vereerd. Het smert mij in mijn ziel te moeten zien, dat volgens uw Hoog wel geb: gevenereerd schryvens de zaaken te Iaggernaijkpoeram voorgevallen zoo verre buijten den haak zijn, dat er geen herstel, of minnelyk redre op is. Ik hebbe mij altoos gevleijd, dat dezelve door de komste van de gecommitteerden nog in een gematigder staad dan de presente is, zouden hebben kunnen gebragt worden, dog nu begint mij de hoop by na geheel te begeeven, en de vreeze voor de schroomelijk. ste gevolgen en omwentelingen te ontstaan uijt zulke bedrijven, Occupeeren dies plaats; want is den Cotter eens met de bezwaaren, en accusatien ver„ trocken, dan is hier ter kuste op geene bemiddeling meer te hoofden, en een ieder die er in betrokken is, zal E zal dan zijne uijtterste vermogens en alle bedenkelijke middelen tot zijn behoud in het werk dienen te stel„ len Ik voor mijn aandeel hebbe bij mij vastelijk be„ slooten, gemoedelijk in het ondersoek van zaaken te handelen, en ben dus wanneer ik mijnen pligt betragtte vrij van alle verwijtingen. U: Hoog wel geb: zal beter kunnen oordeelen van de gefondeertheijd der zaake, dan ik maar laat ze zoo gegrond zijn, als ze wil, de onnoozelen die meede gevoel van de gevolgen hebben kunnen verdienen uw Hoog wel geb: medelijden, schoon het de schuldigen onvaardig zijn mogten: Ik verwagte alle oogenblik tijding van de Heer Hes„ husius, en zoo dra ik die bekome, zal ik mij na derwaarts op weg begeeven. Intusschen matige ik mij de eere aan deezen met alle hoog agting en Eerbied te onderschrijven /onderstond/ Hoog wel geb: en Hoog Edelen Heer /:lager/ uw Hoog wel geb onderdanige en gehoorzame Dienaar /:getekend/ Palikol I n M=s Schliephaken. /. in margine. den 15. Maart 1790. /:nog lager:/ Accordeerd met het mij vertoond Origineel, Palleakatta In het fort Geldria den 28:' Ianuarij 1791. / was getekend/ Jn S 238 I„n Obdam E. g. Clrcq. N o 9. Aan den Hoog wel geboote Heer Willem Hendrick Rraaff van Bijland Doog wel geboore Heer Dewijl wij met den opneem der pakhuijsen zoo ver„ re gevorderd zijn, dat wij volgens den draad onser Instructie kunnen bepaalen tot het onderzoek der verdere geschillen en beschuldigingen over en weder zoo rigten wij deezen van uwel Edel ten eijnde te ver„ neemen of, en wanneer uwel Edele zal antwoor den op de vraagen, die wij uwel Edele te doen gelast zijn, in welk geval wij alverder order hebben uwel„ Edele alle assistentie te bewijzen, in 't inwinnen der stukken benoodigt tot het bewaarheeden der accusatien door uwel Edele uijtgebragt. Terwijl wij alverder tot uwel Edele speculatie noteeren, hoe strijdig het met 'sComp:s ordres is, klag„ ten aan de Hooge Regeering aftezenden over de geene die in het gebied gesteld zijn, zonder Haar E.:s daar van visie te geeven, en uwel Edele dien vol„ „gens
English
No. 4. ... offer to ensure that your complaints and grievances, which you might be resolved to submit to Their High Excellencies, will be sent to Batavia with the papers of the Government, in which case the Government will simultaneously be enabled to dispatch such a reply thereto as they shall find appropriate. We request your answer to this, and style ourselves with all high esteem, below: Right Honorable Sir, your Right Honorable humble and very obedient servants, was signed: P: H: Heshusius, and S: M: Schliephaken, in the margin: Iaggernaijkpoeram the 31. March 1790, lower: Conforms with the original, not at hand, was signed: W. H: g: van Bijland. Right Honorable Sir, We recently requested your Right Honor to be so good as to inform us when it would suit your Right Honor to answer the questions that we would have to put, and received as an answer thereto through Mr. van Hoet: That your Right Honor would not answer before 239 No. 4. before and until knowing the reason why you were arrested. And as we are now in a position to inform your Right Honor that your Right Honor is arrested because by your letter of the 2nd of March you declared no longer to owe any obedience to the Government etc., for which reason Their Honors were moved to take that decision; we therefore request your Right Honor once again to be pleased to inform us whether and when your Right Honor will be pleased to answer the questions to be put by us to your Right Honor. We have the honor to call ourselves, below: your Right Honor's humble and obedient servants, was signed: P: A: Neshusius, and S: M: Schliephaken, in the margin: the 8. April 1790, lower: Agrees with the original shown to me, Palliakatta in fort Geldria the 28 January 1791, was signed: I:n Obdam Egsling. Right Honorable Sir, As well out of consideration for your person as for sickly circumstances, we have deviated deviated from the rule prescribed to us, according to which you should have conducted yourself as an arrestee. Yet since this our indulgence has been entirely disapproved, we therefore find ourselves obliged hereby to request your Right Honor to avoid all correspondence, to dismiss all peons and servants from you, with the exception of 2 slaves for your Right Honor's attendance; and otherwise to allow no admittance of people, whoever they might be, to you without our permission. We trust that your Right Honor, without needing our further reminder thereto, will take care that what is requested is followed exactly, and your Right Honor will thereby relieve us of having to insist further on its compliance. If we can in the meantime be of any service to your Right Honor, we shall gladly fulfill it if possible; while we have the honor to be, below: Right Honorable Sir, lower: your Right Honorable Sir's most humble servants, was signed: P: A: Neshusius and S: M: Schliephaken, 240 On f. 5. in the margin: the 14. April 1790, even lower: Agrees with the original shown to me, Palleakatta in the fort Geldria the 28: January 1791, was signed: I:n Obdam First Sworn Clerk. In our letter to the Government which is to be dispatched shortly, we shall present your Right Honor's request to be allowed to go to Palleakatta in order to account for yourself there. We have already told your Right Honor verbally recently that as soon as the thonij arrived with the goods, they could be stored at your Right Honor's house, and this we repeat once again herewith, styling ourselves further with all high esteem, below: Right Honorable Sir! Your Right Honor's humble and obedient servants, was signed: P: A: Neshusius, and S: M: Schliephaken, in the margin: Iaggernaijkpoeram the 30. June 1790, lower: Agrees with the original shown to me, Palleakatta in the fort Geldria the 28: January 1791, signed: I:n Obdam First Sworn Clerk. The commissioners present their best compliments Right Honorable Sir. No. 6. No. 7. compliments to the Right Honorable Mr. van Bijland, and request his Right Honor not to take it ill of us that we cannot consent to sending paper, ink etc., for the reason that we are obliged to conduct ourselves without the least deviation according to the orders given by our superiors; but if his Right Honor should have something to say to us, we are prepared to send the clerk van Hoet. below: This the undersigned attests to be the proper handwriting of Mr. Heshusius, signed: W: H: g: van Bijland. Extract from a letter written by the Coromandel Government to Iaggernaijkpoeram dated 30 September 1790. And subsequently sending him hither, or as soon as practicable, with one of the sloops, if they should still be present, otherwise overland with a proper escort; and stating upon departure not to trouble either the second signatory nor the assembly concerning sustained injustices in the matter of the arrest decreed on 12 March, through representations or applications, as they cannot be redressed or judged until after the conclusion of the investigation by the High Indian Government, to whose ultimate disposal everything
Dutch transcription
No. 4. gens aanbieden te zullen zorgen dat uwel Edele kelag„ ten en beswaaren, die uwel Ed:e mogte geresolveerd weezen Haar Hoog Edelheeden aantebeeden met de Papieren der Regeering na batavia verzonden werden, in welk geval de Regeering teffens in staat zal worden gesteld daar op zodanig replicq aftezenden, als bevinden zullen te behooren Wij verzoeken hier op uwel Edele antwoord, en noemen ons met alle hoog agting /:onderstond:/ Hoog wel gebooren Heer uw Hoog wel geboore onderda„ nige en zeer gehoorzame dienaaren /:was getekend/ P: H: Heshusius, en S: M: Schliephaken /: in mar„ gine :/ Iaggernaijkpoeram den 31. Maart 1790: /:la„ get / voor accoord het Origineel niet voor de hand /:was getekend :/ W. H: g: van Bijland. Hoog wel gebooren Heer wij hebben uw Hoog wel geb: laast verzogt ons te wil„ len melden, wanneer het uw Hoog wel geb: gelegen zoude komen te antwoorden op de vraagen die wij zouden hebben te doen, en daar op voor antwoord door de haer van Hoet bekomen Dat uw Hoog wel geb: niet zoude antwoorden voor 239 N. o 4. „voor en al eer de reeden wist, waar omme gearresteerd „was: En daar wij nu in staat zyn uw Hoog wel geb: te melden, dat uw Hoog wel get gearres„ teerd is om dat bij Desselfs brief van den 2=e maart gedeclareerd heeft geene obedientie meer schuldig te zijn aan de Regeering ensz:; waar omme Haar Ed: bewogen zyn dat besluijt te neemen; zoo ver„ zoeken wij uw Hoog wel geb: nogmaals ons te willen melden of en wanneer uw Hoog wel geb: zal gelieven te antwoorden op onze aan uw Hoog wel geb: te doene vraagen. Wy hebben de eere ons te noemen /:onderstond:/ uw Hoog wel geb onderdanige en gehoorzame Dienaaren /:was getekend/ P: A: Neshusius, en S: M: Schliephaken /:in margine:/ den 8. april 1790 /:lager/ Accordeerd met het mij vertoond Origineel Palliakatta in 't fort Geldria den 28 Ianuorij 1791. /:was getekend:/ I:n Obdam Egsling Hoog wel gebooren Hbeer. Soo wel uijt Consideratie van uwel Edele persoon, als ziekelijke omstandigheeden zijn wij af„ geweeken „geweeken van den ons voorgeschreeven Regel, waar na uwel Edele zig als een arrestant zoude hebben moeten gedraagen Dan vermits deeze onze toelaating geheel afge„ keurd is, 3oo vinden wij ons verpligt uw Hoog wel gel: mits deezen te verzoeken om alle Correspondentie te vermijden, alle prons en bediendens van uwel Edele te verwijderen, uijtgezonderd 2. slaaven ter Uwer Hoog wel geb: oppassing; en overigens zonder ons verlof geenen toegang van menschen wie ze ook zouden mogen weezen bij uwel Edele toelaaten Wij hebben het vertrouwen dat uw Hoog wel geb: zonder onze nadere herinnering daar toe te benoodigen, Iorgen zal dat het begeerd wordende exact werde opgevolgd, en uw Hoog wel geb: ons daar door bevrijden zal op dies nakoning nader aante dringen kunnen wij uw Hoog wel geb intusschen van eenigen dienst zijn, zullen wij in dien mogelijk gaarne daar aan voldoen; Terwijl wij de eere hebben te zijn /:onderstond:/ Hoog wel geb: Heer /:lager/ uw Hoog wel geb: Heer DW: Dienaaren /:was gete„ kend :/ P: A: Neshusius en S: M: Schliephaken /:in 240 Op ƒ 5. /:in margine:/ den 14. April 1790. / nog lager:/ Ac„ oordeerd met het mij vertoond Origineel Palleakar„ ta In het fort Geldria den 28: Januarij 1791 /:was getekend:/ I:n Obdaim. E. g: Clercq. Byj onzen brief aan de Regeering die eerst daags staat aftegaan, zullen wij uwe Hoog wel geb: ver„ hoek, om na Palleakatta te mogen gaan, om zig daar te verantwoorden voordragen Wij hebben uw Hoog wel geb: laast reeds monde„ ling gezegd, dat zoo dra de thonij met de goederen ar„ riveerde dezelve bij uw Hoog wel geb: in huijs konden geborgen worden, en dit herhaalen wij nog eens bij deezen noemende ons voorts met alle hoog agting /:onder„ stond:/ Hoog wel gebooren Heer! Uw Hoog wel geb: onderdanige en gehoorzame Dienaaren /:was getekend/ P: A: Neshusius, en S: M: Schlief„ haken /: in margin:/ Iaggernaijkppoeram der 30. Iunij 1790. /:lager / Accordeerd met het mij vertoond Origineel Palleakatta In het fort gel„ dria den 28: Ianuarij 1791. /:getekend:/ F:n Abdam E: g: Clercq. De gecommitteerdens maaken haar best Compli„ Hoog wel gebooren H eer. ment No 6. No. 7. „ment aan den Hoog Ed: geb Heer van Bijland, en ver soeken zijn Hoog wel geb: ons niet ten quaaden te duijden; dat wy in het senden van papier inhet &: niet kunnen bewilligen, om reeden wij verpligt zijn, ons sonder de minste afwijking na de gegevene ordre onser gebiede„ ken te gedragen; dog soo sijn Hoog Ed: geb ons ietwes mogten te seggen hebben, sijn wij bereijd den scriba van Hoet te senden /:onderstond:/ Dit attesteert den ondergetekende te zijn het eijge handschrift van de heer Heshusius. /. ged:t/ w: H: g: van Bijland Extract uijt een brief door de Cor„ mandelse Regeering de dato 30 september 1790. naar Iaggernaijk„ poeram geschreeven En hem vervolgens, ofte zoo dra doenlyk met een der sloepen, indien die nog aanweezig mogte zijn, anders met een behoorlijke Escorte over land herwaards zendende en bij vertrek aan zeggende, om nog den tweeden teke„ naar nog de vergadering over gesustineerde veronge lijkingen ter zaake van het sub 12. Maart gedecer„ neert arrest, door vertoogen, of instantien te ver„ moeijelijken, als niet te redresseeren of te beoordeelen zijnde, dan na 't afgeloopen onderzoek door de Hooge Indiasche Rageering, aan welkers uijt eijndigen dispositie alles
English
241 No 8. everything is to be left. Below stood: Agrees. Was signed: S: M: Schliephaken. Lower: Agrees. Signed: J:n Obdam, sworn clerk. The bookkeeper and sworn scribe at this office, Albertus Francois van Holt, is hereby ordered to repair, together with and alongside the bookkeeper Gabriel van Rechem and the assistant Adrianus Mattheus Da Silva, to the house of the Honourable Mr. van Bijland, and to inform His Honour on behalf of the Government of Palleakatta: That it had pleased Their High Honours to demand of the Honourable and Worshipful Mr. Jacob Eilbracht, elected Governor of this Coromandel Coast, a commission to investigate the complaints of His Honour, to hear both parties, and to submit a report of His Worship's findings to Their High Honours. That the Honourable and Worshipful Mr. Governor Eilbracht, in order to comply with what was demanded, comes to require of the aforementioned Mr. van Bijland sufficient evidence of his allegations brought against the Honourable and Worshipful Mr. Sadama, several members of the Council, the chiefs of the subordinate offices, and several others. That according to the pleasure of Their High Honours, freedom is granted to him, Mr. van Bijland, to write everything that His Honour deems necessary, provided that all moderation and decency are observed, and that he refrains from injurious and insulting terms. Item, if deemed necessary, to have all acts and records that he might think could serve as evidence collected and gathered himself, for which Your Honour must be at his service at his reasonable expense. That we shall provide His Honour with all necessary assistance for that purpose. That after these matters have been concluded, His Honour must hold himself in readiness to travel up to Palleakatta. Keep a distinct record of all Your Honour's experiences, and deliver a report thereof in standard form. In the Dutch Office of Jaggernaikpoeram, the 11th of October 1790. Was signed: P: H: Neshusius, and S: M: Schliephaken. Below stood: Agrees. Signed: A: F: van Holt, sworn scribe. Lower: Agrees with an unsigned copy shown to me. 242 No 9. Copy by the Honourable Mr. van Bijland; Palleakatta in Fort Geldria, the 28th of January 1791. Signed: J:n Obdam, sworn clerk. On this day, the 15th of October, in the year 1790: Appeared before me, Albertus Francois van Holt, bookkeeper and sworn scribe of this factory, and the witnesses named hereafter; the assistant here, Adrianus Mattheus Da Silva, aged 37 years; who, at the requisition of the Honourable Mr. Willem Hendrik van Bijland, acknowledged and declared for the veritable truth: That having been ordered this morning by the Honourable Messrs. Philip Hendrik Neshusius and Sebastiaan Matthias Schliephaken, commissioners for the investigation of affairs here, at the request of the gentleman requester, to go to the gentleman requester, and having arrived at His Honour's house, he, the deponent, was requested to go to the Honourable Messrs. Neshusius and Schliephaken; and to ask Their Honours whether the Brahmin Pinte Prool Ramaija and the Company's interpreter Addaballa Appaija might come to speak with him at his house. That thereupon he, the deponent, having delivered this message to the said Messrs. Neshusius and Schliephaken, received in reply that they indeed permit the gentleman requester to speak with the said Brahmin Ramaija and interpreter, provided that this takes place in the presence of the scribe and two witnesses. That he, the deponent, having made this known to the gentleman requester, was again requested to tell the Honourable Messrs. Neshusius and Schliephaken that His Honour (the gentleman requester) wished to speak with Ramaija alone concerning a contract that His Honour had entered into with him for the Honourable Company, and with the interpreter regarding some private affairs of the gentleman requester; thus that His Honour did not wish to do so in the presence of the scribe and witnesses. That the deponent, having made this known to the said Messrs. Neshusius and Schliephaken, received in reply from Their Honours that they think it would be better for the gentleman requester to address the Brahmin Ramaija in the presence of the scribe and witnesses, since the gentleman requester himself admitted having to speak with and question him regarding a contract for the Honourable Company. That 243 No. 10. the deponent, having given the gentleman requester to understand this, His Honour said that if this must take place before the scribe and witnesses, then His Honour did not wish to address Ramaija and the interpreter. Ending here, the deponent declared his given testimony to contain the pure truth, giving as reason for his knowledge as stated in the text, and being ready, if required, to confirm this by oath. Thus done and declared in the Dutch Office of Jaggernaikpoeram on the date aforesaid, in the presence of the bookkeeper Gabriel van Rechem and the citizen Johannes Hogermeer here as witnesses. The minute of this is written on a stamped paper of twelve stuivers, and duly signed. Below stood: Which I attest. Signed: A: F: van Holt, sworn scribe. Lower: Agrees with the engrossed copy shown to me. Palleakatta in Fort Geldria, the 28th of January 1791. Signed: J:n Obdam, sworn clerk. Extract from an Instruction for the Chief of Jaggernaikpoeram, resolved at Nagapatnam on the 18th of February
Dutch transcription
241 No 8. alles staat gelaaten te worden /:onderstond:/ Accor„ deert /:was getekend:/ S: M: Schliephaken /:lager/ Accordeerd /getekend:/ I„n Obdam E. g: Clercq: Den Boekhouder en geswooren scriba ten deezen Comptoire Albertus Francois van Holt, word bij deezen gelast zig met en benevens den boekhouder Gabriel van Rechem; en den assistent Adrianus Mattheus Da silva te vervoegen ten huijze van den heer van Bijland, en zyn Ed: uijt naame der Palleakatsche Regeering te kennen te geeven Dat het Haar Hoog Edelheedens behaagd hadde aan den wel Edelen Agtbaren Heer Iacob Eilbracht geEligeert gezaghebber deezer Custe Cormandel te demandeeren Commissie, om de klagten van zijn Ed: te onderzoeken, parthijen over en weder te hooren en Hun Hoog Ed:s van zijn Agtb: bevinding rap„ port te doen Dat den wel Edelen agtbaren Heer gezaghebber Eilbracht om aan het gedemandeerde te voldoen van welmelde heer van Bijland komt te vorderen vol„ doende bewijsen van zijn ingebragte beschuldigingen tegen den wel Edelen Agtb: Heer Iadama, verscheijde „ leeden van den Raad, de opperhoofden van de subalterne Comptoiren, en meer andere Dat ver„ aijk„ de Hooge dispositie Dat aan hem heer van Bijland volgens het wel be„ haagen van H: A Edelheedens vrijheijt gelaaten word te schrijven, alles wat zijn Ed: noodig oordeeld, mits in 't oog houdende alle moderatie en decentie, en zig te wagten voor lesive en hoonende termen. item des nodig oordeelende alle acten, en munimenten, welke hij mogt meenen tot bewijs te konnen strekken zelve te laaten beleggen en inwinnen, en waar toe uw Edele hem ten zynen redelyke kosten ten dienst moet staan Dat wij zyn Ed: alle benodigende assistentie ten dien fine bewijsen zullen. Dat na dat deeze zaaken zullen weezen af geloopen zijn Ed: zig zal moeten gereed houden, om na Palleakatta op terei zan Htoud van alle Uwel Ed:e wedervaaren eene dis„ tincte Annotatie, en leeverd daar van over een Relaas in Communi forma In 't Nederlandsch Comptoir Saggernaijkp:r den 11. October 1790. /:was getekend/ P: H: Nes„ husius, en S: M: Schliephaken /:onderstond:/ Accordeert /:getekend:/ A: L: van Holt gest: Schiba /:lager:/ Accordeerd met een aan mij vertoond ongetekend: Copij 242 N9 Copij door den heer van Byjland; Palleakatta in het fort Geldria den 28:e Januarij 1791. /:get=d/ J:n Obdam E: g: Clercq Op Huijden den 15. October A„o 1740: Compareerde voor my Albertus Francois van Holt boekhouder en geswooren scriba deezer factorije, en de natenoemene getuijgens; den assistent alhier Adria„ nus Mattheus Da Silva, oud 37. Iaaren; dewel„ ke ter requisitie van den wel Edelen heer Willem Hendrik van Bijland bekende en verklaarde voor de waaragtige waarheijd Dat hij deposant door de wel Edele Heeren Philip Hendrik Aeshusius, en Sebastiaan Matthias Schliep haken gecommitteerdens ter onderzoek van zaaken alhier deeze morgen geordonneert zynde geworden, op verzoek van den Heer requirant, om bij den heer Requirant te gaan, En dat ten huijze van zijn Ed: gekomen weezende hij deposant verzogt wierd, om na de wel Edele Heeren Heshusius en Schliefhaken te gaan; en Hem Ed:s te vraagen, of den bramine Pinte Prool Ramaija, en 's Comp„s Toek Addaballa„ Appaija tekend: Appaija bij hem aan huijs mogen komen spreeken. Dat daar op hij deposant bij de gemelde Heeren Aeshusius en Schliephaken deeze boodschap ge daan hebbende, ten antwoord kreeg, dat ze den heer Requirant wel toelaaten om met de gemelde bramine Ramaija en tolk te spreeken, mits dat zulks ge scheede in prezentie van den scriba en twee getuij„ gens Dat hij deposant zulks den heer Requirant te ken„ nen gegeeven hebbende, weder verzogt wierd om de wel 3 Edele Heeren Heshusius en Schliephaken te zeg„ gen dat zijn Edele /:den heer requirant:/ met Ramaija alleen wilde spreeken wegens een Contract, dat zijn Ed: met hem voor de Edele Compagnie had aangegaan, en den tholk nopens eenige eijge affaires van den heer Requirant; dus dat zijn Ed: zulks in presentie van den scriba, en getuijgens niet wilde doen Dat den deposant zulks de gemelde Heeren Hes„ husius en schliephaken te kennen gegeeven hebbende van haar Ed:s ten antwoord kreeg, dat zij denken beter te zullen weezen dat den heer Requirant den bramine Ramaya aansprak in bijweesen van den scriba, en getuijgens, daar den heer requirant zelfs bekende van wegens een Contract voor de Ed: Comp:e hem te moeten onderhouden en vraagen. Dat 243 No. 10. Dat den deposant den heer Requirant zulx te ver„ staan gegeeven hebbende, zijn Edele zeyde, als zulks voor den scriba en getuijgens moet geschieden, dat dan zijn Ed: Ramaija en tolk niet wilde aanspreeken Eyndigende hier meede, verklaarde den deposant zijne gegevene getuijgenis, de zuijvere waarheijd te behelsen voor reeden van wetenschap geevende als in den text, en Tegt bereijd te zijn, gerequireerd wor„ dende zulks te beEedigen Aldus Gedaan en verklaard in het Nederlandsch Comptoir Iaggernaijkpoeram op dato voorsz:, ter pre„ sentie van den boekhouder Gabriel van Rechem en den burger Iohannes Hogermeer alhier als ge„ tuijgen. De minute deezes is geschreeven op een Pegul van twaalf stuijvers, en behoorlijk getekend /:onderstond :/ 't welk getuijgd /:getekend:/ As I:s van Hoet g: Scriba /:lager. . / Akkordeerd met het mij vertoond gros. Palleakatta in 't fort Geldria den 28:e Januarij 1791. /. getekend:/ J: Obdam E: g: Clercq Extract uijt een Instructie voor het Opperhoofd van Iaggernay 2 poeram beslooten te Nagapatnam den 18. fe„ „ bruarij zin tie res at
English
As well as the advances that they happen to make to the Company's merchants, in so far as they exceed therein, for to abolish such entirely at present is not feasible, otherwise no collection or delivery could take place. Because the present merchants are not only mostly poor, but also owe considerable sums to the Honourable Company. And therefore the chiefs, as honour-loving servants, will have to be vigilant that from time to time and from year to year the debts are reduced, in order to eventually achieve a settled account with those merchants; meanwhile having them bind themselves jointly and severally for each other's debts, if they can be brought to do so, or through other sureties, or indeed the pledging of their movable or immovable property, procuring for the Honourable Company as much security as can possibly be devised. The chief and second shall carefully refrain from entering into any partnership with the Company's merchants, directly or indirectly, nor carry on any private trade with the same, or accept any monies from them on loan. And at the end of August, upon signing the settlement of accounts, they must be specifically asked whether they, the merchants, have any private affairs to settle with the chiefs outside of the Company's business, of which a record shall be kept and a copy thereof sent to the main office. Below stood: For agreement, having personally extracted this from the aforementioned instruction. Signed: W: A: G. Van Bijland. No. 11: Question points put to Piele Enkatees No. 12: Ditto ditto to Em satana No. 13: Ditto ditto to Em Satana No. 14: Ditto ditto to Paspelithie Rammedoe No. 15: Ditto ditto to Is. Riddij No. 16: Ditto ditto to Paspelithie Appaija. Jesie Clercq Agreed Dormnieuk Japanese bar copper, costing at purchase per 1 lb: Palliacatta: Port: Sadras: Pagg: Bimili: 85: 1 lb ƒ —. 16. 13. 1/20. ƒ —. —. —. —. ƒ —. 17. 12. —. ƒ —. 17. 7. ¼. ƒ —. 16. 13. 1/10. 86: 1 lb ƒ —. 16. 13. 1/20. ƒ —. —. —. —. ƒ —. 17. 12. —. ƒ —. 17. 7. ¾. ƒ —. 16. 13. 7/16. 87: 1 lb ƒ —. 16. 13. 1/20. ƒ —. 17. —. —. ƒ —. 16. 13. /16. ƒ —. 16. 13½ ƒ —. 16. 13. 7/16. Percentages obtained: At Palliacatta: At Porto: At Sadras: At Jagg: At Bimiti: 85: ƒ 22. 4. 3/16. — 236. 5/16. 107. ¼. 99. 3/8. 86: ƒ 22. 4. 5/16. — 236. 7/16. 237. 1/16. 238. 3/8. 87: ƒ 22. 4. 3/16. 22. 9 17/16 105. ½. 227. 1/16. 217. 1/16. The Japanese bar copper sold during the time of 1785/86, 1786/87, 1787/88, and 1788/89, namely: 85. At Sadras: Ro 6470 7/8. 86. Ditto: Ro 2834. —. 87. Ditto: Ro 14344. —. 88. Ditto: Ro 2580. —. Together: Ro 26228 7/8. Spices sold during the time of 1785/86, 1786/87, 1787/88, and 1788/89, namely: Cloves, as follows: 85/86. At Sadras: lb 2150. ½. 86/87. Ditto: lb 295. —. 87/88. Ditto: lb 316. —. 88/89. Ditto: lb 2928. —. Total Ao: 5689. ½ lb. 85/86. Nutmegs at Sadras: lb 841. ½. Mace, as follows: 85/86. At Sadras: lb 8. —. 87/88. Ditto: lb 3. 1/16. 88/89. Ditto: lb 3/8. Total Ao: 11. 7/16 lb. The above-mentioned parcel of spices yielding no screenings or dust upon sale sent to Palliacatta, the same were also sold as good quality to the buyers, to the benefit of the Honourable Company, as can be seen from the Sadraspatnam books. Fort Geldria, on 29 January 1791. Was signed: W: H: G: van Bijland. J: Dormeuk Jesw. Clercq Agreed The warehouse master Willem Hendrik van Bijland shall provide from the Company's trade warehouse to the interpreter Mandalam Wengadasalam Baijker, the goods purchased by him: 900 lb, that is, nine hundred pounds of cloves 150 lb, one hundred and fifty pounds of nutmegs 90 lb, ditto ninety pounds of mace provided it appears that the value thereof has been duly paid into the Company's small cash funds with pagodas 1406. 6. —. Palleakatta, in Castle Geldria, 7 August 1789. Was signed: N:s Tadama. In margin: Agreed. Signed: Ch: Theod:s Bloeme. Lower: Approved. Signed: Tadama. In the middle stood: For the receipt. Signed: De Raeff. The warehouse master Willem Hendrik van Bijland shall provide from the Company's trade warehouse to the native merchant Medda Wardarasoe Chittij, the following goods purchased by him, namely: 450 lb of cloves 75 lb of nutmegs 45 lb of mace provided it appears that the value thereof has been duly paid into the Company's small cash funds with pagodas 703. 3. —. Palleakatta, in Castle Geldria, 7 August Ao 1789. Was signed: N:s Tadama. In margin: Agreed. Signed: Ch:s Ted:s Bloeme. Lower: Approved. Signed: Tadama. In the middle stood: For the receipt. Signed: De Raeff. Lower: For agreement. Signed: W: A: P: van Eijland. Jesw Clercq Agreed ADormieuk
Dutch transcription
Mitsgaders de voor uijt verstrekkingen die zyj aan de Comp:s kooplieden komen te doen, in zoo verre daar in excedeeren, want om zulx nu in 't geheel afteschaffen is niet doenlyk, andersins zoude er geen in Zameling nog leverancie kunnen geschieden. Om dat de tegenwoordige kooplieden niet alleen de meeste arm, maar ook Considerable somma aan d'E: Compagnie schuldig zyn En derhalven zullen de opperhoofden als eerlievende dienaaren moeten vigeleeren, dat van tijd tot tyd en van Iaar tot Iaar de schulden komen te ver„ minderen; om eens een effen reekening met die marchiandeur te bekomen; Intusschen voor elkanders schulden zig in solidum te doen ver„ binden, indien daar toe te brengen zijn, of door andere borgen, Ook wel het verbinden van haare roerende of onroerende goederen, d'E: Compagnie zoo veel securiteit bezorgende, als maar eenigzints uytte denken zal weezen Het opperhoofd en secunde zullen zig Iorgvuldig te begeeven met 'sComps wagten, zig in geen associatie kooplieden, direct nog indirect, ook niet met dezelve „ bruarij 1766. particuliere 244 AB. de Ja pa„ pieren bekusten of secretarije van palleakatta particuliere negotie drijven, of eenige penningen van haar ter leen te accepteeren En zal onder ult:o Aug: bij 't tekenen det afreekening dezelve speciaal afgevraagd moeten wor„ den, of zij kooplieden met de opperhoofden, buijten 's Comp:s zaaken, nog eenige particuliere affaires te de„ mesleeren hebben, waar van aanteekening gehouden en Copia daar van na het hoofd Comptoir gezonden zal moeten worden /:onderstond/ voor Accoord, als selfs getrokken te hebben uijt de Instructie voormeld /:getekend. / W: A: G. Van Bijland N:o 11: vraag pointen die gedaan zijn aan Piele Enkatees - - - - - - „ 12. d:o do aan Em satana - - - - „ 13. d=o d:o „ Em Satana „ 14. d:o d. o „ Paspelithie Rammedoe „ 15. d=o d.o „ Is. Riddij - - -. „ Paspelithie Appaija. „. 16: d. o do Jesie Clercq Accordeerd Dormnieuk A aan lievend maar dig zelve P:a A: 245 85: 1. lb:. . Staafkoper Iapans, uitkoops kostende. Palliac: Port: Sadras: Pagg: Bimili„ ƒ —. 16. 13. 1/20. ƒ —. —. —. —. ƒ —. 17. 12. —. ƒ —. 17. 7. ¼. ƒ — 16. 13. 1/10. 86. 1. „. . . . . . „ — 16. 13. 1/20. „ —. —. —. —„ —. 17. 12. —„ „ —. 17. 7. ¾. „ — 16. 13. 7/16. . . „ —. 16. 13. 1/20. „ —. 17. –. –. „ —. 16. 13. /16. „ —. 16. 13½ „ —. 16. 13. 7/16. Behaalde Percentos Te Pall: Te Port: de Sadras Te Jugg: Te Bimiti: 85. . . . - - . ƒ 22. 4. 3/16. - - - - -. 236. 5/16. 107. ¼. 99. 3/8. 86. . . . . . . „ 22. 4. 5/16. . . . „. 236. 7/16. 237. 1/16 238. 3/8. 87. . . . . . . . . . . „ 22. 4. 3/16. 22. 9 17/16: 105. ½. 227. 1/16. 217. 1/16. T verthierde staafkooper Iapans geduurende den tijd van /6. „77 7/3; en 178 /9. te weeten: 85. Te Sadrasse:. . . . . R:o 6470 7/8. 86. „— „ 2834. —. 87. „ „14344. –. „2580. -. Te Samen R 26228 7/8. verthierde specerijen geduurende den tijd van 5/5 1„ /1. en 78/9. teweeten Garrioffel Nagulen; als: 1/6. Te Sadras. . . . l:o 2150. ½. _: o -- - - - „ 295. —. Teld - A:o 5689.:½. 3/6. Nooten musschaaten te sadras l: 841:½. Foelij of Macis; als: 1/6. Te Sadras. . - lb. 8. –. 15/ /7. Teld A:o. 11. 7/16. De bovengemelde parthij van Specerijen bij 't verthier geen _:o 77. „ _:o. . . . . „ 316. –. „ _:o. . . . . . „ 2928. —. _:o. . . . . 3. 1/16. 3/8. 8 9. 87. 1. „ gruijs - _:o _:o 88. „ „ - „ gruijs en stof na Palliacatta versonden, zijn deselve meede voor goede aan de koopers verkogt, ten voor„ deele van d' E: Comp: gelijk te zien bij de Sadras„ patnamse boeken.— Port Geldria op Den 29: Januarij 1791. /. was geteekend:/ W: H: G: van Bijland. — J: Dormeuk Sesvr. Cleurcq Accordeerd 246 Den pakhuijsmeester Willem Hendrik van Bijland verstrekt uijt 'sComp=s negotie pakhuijs aan den ƒ Tolk Mandalam wengadasalam Baijker, de door hem gekogte 900. lb: Zegge Negen Hondert ponden garioffel nagulen „ Een Hondert en vijftig ponden nooten 150: „ 90. „ D:o Negentig ponden foelij mits blykende dat de waarde van dien behoorlijk in sComp: kleere geld kassa voldaan is met. . . . - pag: 1406. 6. — Palleakatta In 't Casteel Geldria den 7:e Aug=so 1789. /:was getekend:/ N:s Tadama /:in margine/ Accordeerd /:getekend:/ Ch: Theod:s Bloeme /la„ ger:/ fiat /:getekend:/ Tadama /: in 't midden stond:/ voor den ontvangst. /: getekend:/ De Raeff Den Pakhuysmeester Willem Hend:k van Eyland Verstrekt uijt 'sComp:s negotie pakhuijs aan de Inlandse koopman Medda wardarasoe Chittij, de door hem gekogte de volgende; als 450. lb: garioffel Nagulen 75. „ nooten muschaten 45. „ foelij of macis mits blykende dat de waarde van dien behoorlyk in Palleakatta In het kasteel Geldhia den 7:e Augs a:o 1789. /:was getekend:/ N:s Tadama /:in margine— Accordeerd /:get:d/ Ch:s Fed=s Bloeme /:lager/ fiat /:getekend :/ Tadama /: in 't midden stond /. voor den Ontfangst. /:get:d:/ De Raeff /:lager:/ Voor Accoord /:get:d/ W: A: P: van Eijland. Jesw Clercq 's Comp„s kleene gela kassa voldaan is met p a/o 703. 3. — Accordteerd ADormieuk in