Inventory 3975
Ceylon · 1,668 pages · 213 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
307 the Kandians were at that time informed of the confused state of affairs among the French. One may even doubt whether the envoys from Kandy who are staying with the French, and who certainly belong to the party that advised the King to undertake this business, have been in any great hurry to open his eyes on that matter. Moreover, so long as they can maintain themselves in this commission, they meanwhile make merry at the expense of the Court. Paragraph 23: And although there has since been found the long-missing letter which was allegedly written by the King of Kandy to the Governor of Pondicherry, Paragraph 149: The authenticity of the King's letter is not to be doubted, and all doubts on the French side in that matter have also been removed by the own admission of Governor de Fresne; and however much he denies in his letters knowing anything about emissaries from the Court of Kandy who might be in Pondicherry or Karikal, it is quite certain from the intercepted documents that they have been there. And not long ago the Chief of Tuticorin wrote to the Governor that a servant of a Tuticorin burgher named Meyer, who recently went to the Coast, related to him upon his return that he had seen in Karikal an ambassador of the King of Kandy who quite publicly let himself be carried around publicly in a palanquin with a curved bamboo, and that a commissioner who recently arrived in Pondicherry from France had been to Karikal to speak with this emissary. He even relates that in Karikal, in reply to his question as to what this man was doing there, he was answered that he had come there to speak about the affairs of Kandy. Paragraph 150: That we have not carried out our warning given to Mr. de Fresne, we have had the honor to note above. Meanwhile we do not see, be it said with deep respect, why, had it otherwise been necessary, we could not have maintained this in places where the Company alone is master. Paragraph 24: In the last-mentioned letter of 15 March, we still find the receipt of an ola, Paragraph 151: The account of the fisherman Appoe Goddege Janies is a pure fabrication. That no reliance at all can be placed on that sort of accounts, we have already had the honor to note in our humble letter of 30 June 1791, Paragraph 121. As to whether it would otherwise be advisable for the interests of the Company to make a change in the matter of the correspondence, we have already had the honor to note the necessary details above. We have also already had the honor to note above that Your High Mightinesses' separate letter of 15 June last was communicated by the Governor to the Council, 308 communicated by the Governor to the Council, and therewith humbly shared the resolutions that were taken concerning it. Paragraph 25: This being what we have deemed necessary to present to Your Honors. Paragraph 152: In order to be able to comply more fully with Your High Mightinesses' order to have a punctual answer from us, it is mainly for this reason that we have taken the liberty to answer item by item separately. Paragraph 153: To pursue this matter, we take the liberty herewith to proceed to Your High Mightinesses' most respected secret letter of 20 July. Paragraph 5: That the news mentioned in Your Honors' aforesaid letter of 9 April is also not confirmed. Paragraph 154: That it may be regarded as fortunate that this news is not confirmed, we have already had the honor to state above, and we only take the liberty here to add that it is not the Maha Mudaliyar who brought this news, but that it was communicated to us from the Chilaw district by Lieutenant Thierbagh, who was stationed there with his Company's sepoys, and from the Happitigam Korale by the former Mudaliyar of that Korale, just as we had the honor to state in our respectful secret letter of 9 April 1792. Paragraph 6: Time must further tell whether the report received by Your Honors from the Resident of the Magampattoe, Brinkman, who is unknown to us, Paragraph 155: Paragraph 155: The Bookkeeper Brinkman was approved by Your High Mightinesses as superintendent of the Magampattoe in your most respected letter of 26 May 1790. Regarding the intention of the Kandians to fetch salt by force, he only forwarded the reports that were received by him concerning it, as has also been done from elsewhere. Meanwhile, the outcome in that matter has only shown that the Kandian Chiefs have not dared to attempt it, whether it be that they actually had the intention to do so, or that they only pretended to do so in order to appease the people in the distress in which they found themselves. Paragraph 7: If we were to assume with Your Honors that the note which Your Honors say was received from the known Court Dignitary, Paragraph 156: Regarding our humble report concerning the receipt of this note, we dare to hope most humbly that Your High Mightinesses do not doubt it. As for the rest concerning our thoughts that the true meaning thereof seemed to us to be to indicate that one must make the Court yield by active means, a man of moderate sentiments cannot well be considered to have intended anything other by this than to liberate his country and countrymen from the oppression of the Nayakkars, and to restore the good harmony between the Court and the Company as the first foundation, Note.
Dutch transcription
307 de kandiaanen te dier tijd zijn onderrigt geweest van de verwarde constitutie der franschan. Meer mag zelfs— twijffelen of de afgezondenen uit Randia die zig bij de franschen ophouden, en zeekerlijk zijn toegedaan aande partij, die de koning tot deezen handel geraaden hebben, grooten haast gemaakt hebben, om hem op dat stuk de oogen te openen. Bovenedien maaken ze zoo lang ze zich in deeze commissie kunnen maintineeren, intusscheee goede zier ten kosten van het Hof„ §: 23: En hoo wel men zeedert nog gevonden heeft, den zoo lang vermissen brief, welke door den koning van Mandia aan den Gouverneur van Pondicherij zoude zijn geschreeven §: 149: Aan de echtheid van 's Konings brief is niet te twijffelen, en ook alle twijffelingen van der fransche zijde op dat stuk zijn weggenoomen, door de eige bekentenis van den Gouverneur de frene en hoe zeer hij ook bij zijne brieven ontkend iets te weeten van zendelingen van het Hof van Randia, die zig te Pondicherij of te karikal zouden bevinden, is het uit de g'intergepteerde stukken heel zeeker dat ze 'er ge„ „weest zijn, en niet lang geleeden heeft het Opperhoofd van Jutukorijn aan de Gouverneur geschreeven dat een die„ „naar van een Tutukorijns burger genaamd Meijer, die on„ „langs naa de kiest geweest is hem bij zijn terug komst heeft verhaald, dat Wij te Karikal gezien heeft een Ambassadeur van de Koning van Mandia die zig vrij publiek publiek in een Palenkijn met een kromme bamboes liet rond draagen, en dat een kommissaris die onlangs uit frans „rijk te Pondicherij is aangekoomen te Karikal was geweast om met deszen zendeling te spreeken. Wij verhaald zelfs dat te karikal op zijn vraege wat deez man daar deed, hem was geantwoord, dat Wij daar gekoo„ „„meu was, om over de zaaken van Randia te spreeken. §: 150: Dat we onze waarschouwing aan de Heer de frene gedaan, niet hebben ter uitvoer gebragt, hebben we de eere gehad hier boven aantemerken. Jntusschen zien we niet, het zij met diepe eerbied gezegt, waarom, zoo het anders noodig geweest waere, we dit niet zouden hebben kunnen soute „neeren op plaatsen, daar de komp=e alleen meester is. §: 24: Bij laatstgee: missive van den 15: Maart ons nog voorkoomende den ontfangst van een ola„ §: 151: Het velaas van den Visser Apopde Goddege Janies is een puur verdigtzel. Dat op dat slag van relaasen geheel geen staat te maaken is, hebben we reeds bij onze needrige brief van den 30: Junij 1791: §:o 121: de eere gehad aantamerkan. of het voor het overige voor de belangens van de Komp:e aante„ „raaden zoude zijn, om in het stuk van de Forrespondentie verandering te maaken, daarover hebben we reeds de eera gehad het noodige hier boven aantemerken. Ook hebben we reeds hier boven de eere gehad aantemerken, dat uw Hoog„ „Edelhaeden apparte missive van den 15: Junij jongst: door 308 door de Gouverneur ter Vergaedering is gecommuniceerd, en daarbij needrig bedeeld de besluijten die daarover genoo„ „men zijn. §: 25: Dit het geene zijnde wat we noodig geagt hebben UE: voor te houden. §: 152: Ten einde te volleediger te kunnen voldoen aan U Hoog Edelh: order om van ons te hebben een punctueel antwoord, is het hoofdzaakelijk, dat we de vrijmoedigheijd ge„ „bruikt hebben, post voor post afzonderlijk te beantwoorden. §: 153: Om deeze materie te vervolgen, neemen wij de vrijheid hier„ „meede over te stappan tot uw Hoog Edelh: zeer geraspecteerde secreete missive van den 20: Julij. §: 5: Dat ook niet geconfirmeert is de tijdinge vermeld bij voorm: UEs brief van den 9: April. §: 154: Dat het voor een geluk mag gehouden worden dat deesze tijding niet is geconfirmeerd, hebben wa reeds de eere gehad hier boven te zeggen, en we neemen de vrijheid hier nog alleen daarbij te voegen, dat het niet is de Mahamodliaar die deeze tijding heeft aangebragt, maar dat ze ons uit het silause is bedeeld door den Luitenant Thierbagh, die met zijn komp=s sipaijen daar dag, en uit de Wappittigam korl door den geweezen modliaar van die Korl, zoo als we de eere gehad hebben dat op te geeven bij onzen eerbiedigen seweeten brief van den 9: April 1792:. §: 6: De tijd zal voorts moeten leeven, of het bij UEE: inge„ „koomen berigt van den bij ons onbekenden Resident van de Magampattoe Brinkman. §: 155: §: 155: De boekhouder Brinkman is door uw Hoog Edelheeden als opzigter van de Magampattoe goedgekeurt bij Hoogft derzelver zeer gerespecteerde brief van den 26: Maij 1790. - Hij heeft nopens het voorneemen der Randiaanen om zout te haalen met geweld, alleen overgezonden de berigten, die bij hem daarvan zijn ingekoomen, zoo als dat ook van elders ge„ „daan is. Jntusschen heeft de uitkomst op dat onderwerp— alleen geleerd, dat de Mandiaanse Hoofden het niet hebben durven bestaan, het zij dan dat ze daartoe werkelijk het voorneemen gehad hebben, of dat ze zig alleen zoo gehouden hebben, om het volk in de nood, waarin het was te paaijen- §: 7: Jndien we al met UE: mogten onderstellen, dat het briefje het welk UE: zeggen, dat van den bekenden Hofsgroote was ontfangen. §: 156: Aan ons needrig berigt nopens dere ontfangst van dit briefje, durven we zeer needrig hoopen, dat uw Hoog Edelheeden niet twijffelen. Wat voor het overige aangaat onte ge„ „dagten, dat de waere meening daarvan ons scheen te zijn, om aan te duijden dat men het Hof door active middelen moest doen buijgen, daarmeede kan een Man van gemaatigde gevoelens, niet wel geagt worden iets anders te hebben bedoeld, dan zijn landen landgenooten van de overheersching der Naijkers te bevrijden, en de goede har„ „monie tusschen het Hof ende Komp=e als de eerste grond„ Nots.
English
309 foundation of prosperity and even of the continuation of the Kandyan Empire, and we therefore think very specifically that he, as well as we, being convinced that this could never be achieved in an adequate manner by gentle means, by giving that advice no more deserved to be called a traitor to the country than a physician who sees no chance of healing a wound except with the scalpel deserves to be called a murderer. Paragraph 157: A complaint from himself that he was under heavy suspicion at the Court and fearful of absolute disgrace, we have never received from him. What we know of it rests solely on various reports that have come in to us from time to time on the subject. Paragraph 9: One of the two must be true: the Court desires peace, or it does not desire it. In the first case, our letter will give the Court a suitable opportunity to achieve that peace-loving purpose through the path of fairness, which can promise a lasting durability. Paragraph 158: That the Court now, after having fruitlessly applied everything within its power, and seeing that it made progress nowhere, and that nothing came of the expected assistance from the French either, finally desired that the troubles might cease, is very probable; and according as this has become more and more evident, we think that Your High Nobilities will also all the more approve that we preferred to wait for the Court until it came of its own accord, rather than to go to meet it; and on those grounds we dare to hope that Your High Nobilities will therefore all the more highly favorably overlook that we, for such reasons as are mentioned in detail hereinabove, have made no use of Your High Nobilities' letter to the King, since that letter, with however good intentions it was written by Your High Nobilities, would undoubtedly, under the circumstances in which matters stood when we received that letter, have awakened anew the pride of the Court. Paragraph 10: Where Your Nobilities say in the respected letter of the 12th of January last, Paragraph 38, that if the Court on its part should open the way to arrive at an accommodation, Your Nobilities would readily lend a hand to that end. Paragraph 159: We do not think that the unsigned ola mentioned in our respected letter of the 13th of March, or the ola written by the Modliaar of Iddemalgodde, of which mention is made in Paragraph 8, nor the message mentioned in this paragraph, which was given to the Chetti Nicolaas Karpoeram, and which last two documents are mentioned more broadly in our respectful letter of the 24th of May, have been taken by Your High Nobilities as steps from the Court; and yet we do not know to what else Your High Nobilities' remark could refer, that on the part of the Court already two steps had already been taken. 310 Paragraph 160: To make any use of those things, we would have had to involve ourselves with these people themselves, without it being able to lead to anything substantial, in a manner entirely incompatible with the respectability and the prestige of the Company; and if we had wished to make any use thereof with the Court, in order to show to it, as Your High Nobilities observe, that if it desired peace the Company sought no war, in order to discover what the outcome of one thing and another would be, that would probably have worked against the intentions thereof and served for nothing else than to compromise us. To convince oneself of that, one only needs to reflect on how we ourselves, in a reciprocal case, would take such a step; and it is certain that what one can arrange and stipulate amicably is grounded upon durability, and on the contrary, that which is extorted by force will, at the first inconvenience, be torn away again by force. Paragraph 161: That which is extorted by force will, at the first inconvenience, be torn away again by force, one knows very certainly, if one is not vigilant against it in time; for this is exactly the case in which the Company finds itself with Kandia. Paragraph 162: The beaches have indeed been ceded to the Company by a lawful treaty, but it did not happen until after the Company had forced the Court to it, sword in hand. They were not obtained by amicable arrangements and stipulations, and one can therefore be certain that the Court of Kandia, whenever it sees a chance to do so, will endeavor to tear them away from the Company again. Paragraph 163: In proportion as the Court is weakened, the security of the Company increases, and when the contrary happens, naturally the danger with which the Company is threatened sooner or later increases. What has failed the Court this time may be a new reason that it will prepare itself for it with all the more strength, in order to make use of the first opportunity that presents itself for it, and this blow, which could now have been avoided, may strike the Company at a very inconvenient juncture. Paragraph 164:
Dutch transcription
309 grondslag van de welvaart en zelfs van het voortduuren van het kandiasche Rijk te herstellen, en we denken daarom zeer naadrig, dat Wij, zoo wal als wij, overtuijgd zijnde dat dit door Zagte middelen nimmer op eene toerijkende wijze zoude bereijkt worden, door het geeven van dien raad, zoo min verdiend een Landverraader genoemd te worden, als- een heelmeester, die geen kans ziet een wonde te geneeten— als met het snij-mes, daarom verdiend een Mordenaar te worden genoemd. §: 157: klagte van hem zelve dat Wij aan het Hof in hevige verdenking was, en bedugt voor een volstraktte ongenaade, hebben we nooijt van hem ontfangen. Het geen we daarvan weeten, rust alleen op verscheide berigten, die van tijd tot tijd daarover bij ons zijn ingekoomen. §: 9: Een van beijde moet waar zijn, het Hof verlangd de vreede of begeerde dien niet. Jn het eerste ge„ „val zal den brief van ons het Hof een bakwaemen aanleiding geeven, om dat vreeden lievend oogmerk door den wag der billijkheeden, die eene duurzaamen bestan„ „digheid kan belooven, te berijken. §: 158: Dat het Hof nu, dat het alles wat in desselfs vermoogen geweest is, vrugteloos had aangewend, en ziende dat het nargeees vorderde, en dat ook van de verwagte bijstand van de franscheine niets kwam, eindelijk verlangde dat de strub„ „belen mogten ophouden, is heel waarschijnlijk, en na maate dat Nts. dat dit mear en meer gebleeken is, den keu we dat uw Hoog„ „Edelhe ook des te meer zullen approbeeren, dat we het Hoff liever hebben afgewagt tot dat het van zelfs kwam, dan het te gemoet te gaan, en op die gronden durveer we hoopen, dat Uw Hoog Edelhe midsdien te meer hoogstgunstig zullen passeeren, dat wa om zodaanige reedenen als hier boven in het breede zijn vermeld, van uw Hoog Edelh=: brief aan den Koning geen gebruik gemaakt hebben, wijl die, met hoe goede oog„ „merken ze ook door uw Hoog Edelh: geschreeven is, ongetwijff„ „feld in de omstandigheeden waarin de dinger waaren, toen we„ deeten brief ontfingen de trotsheid van het Hof op nieuw zoude hebben opgewakt. 5: 10: Daar UE: bij Cervoeten brief van den 12:' Januarij jongste: §: 38: zeggen, dat indien het Hof van zijnen kant de weg op ende om tot een vergelijk te koomen, UE: daar daartoe ge„ „reedelijk de hand zouden leenen. §: 159: We denken niet dat de ongeteekende ola vermeld bij ontere se„ „weeten brief van den 13: Maart, of de ola geschreeven door de Modliaar van Jddemalgodde, waarvan gesprooken word P: 8:, noch de boodschap vermeld bij deeze paragraaff, die aan den Sittij Nicolaas Karpoeram gedaan is, en welke twee laatste stukken breeder zijn vermeld bij ontaw ees„ „biedigen brief van den 24: Maij, bij uw Hoog Edelheeden opgenoomen zijn als stappen van het Hof, en nogtaas weeten wij niet, waarop buiten dien zien kan uw Hoog„ „Edelheeden aanmeeking, dat aan de kant van het Hof reeds N 310 twee stappen reeds waeren gedaan. §: 160: Om van die dingen eenig gebruik te maaken, zouden wve ons met deeze menschen zelve, zonder dat het tot iets wee„ „zendlijks lijden konde, hebben moeten inlaaten, op een wijze ten eenemaal onbestaandaar met de agtbaarheid en het aantiei van de komp:e; eie wanneer we daarvan bijt het Hof eenig gebruik hadden willen maaken, om aan het zelve zoo als uw Hoog Edelh: dat aanmerken te „toonen, dat zoo het vreede bageerde de komp:e: geeen oorlog zogt, ten einde te ontwaeren wat den uijtslag van het een enander zijn zoude, zoude dat waar„ „schijnlijk teegens de oogmerken daarvan gewerkt en tot niets gestrekt hebben, dan om ons te compromitteeren. Om zig daarvan te overtuijgen, behoeft meee alleen naa te denken, waarvoor wij zelve in een weederkeerig geval, zulk een stap neemen zouden, en het vast staat, dat het geen meer in het vriendelijke kan schikken en bedingen, op bestendigheid gegrond is, en in teegendeel het afgeperste met geweld, bij de eerste ongeleegentheeden, weeder met geweld los gerukt zal worden. §: 161: Dat het afgeperste met geweld, bij de eerste ongeleegens „heid weeder met geweld zal los gerukt worden, heeft men heel zeeker te veeten, zoo men daarteegen niet in tijds tijds waakzaam is, dan dit is exagt het geval, waarin „de kompenie zeg met Mandia bevind- §:o 162: De stranden zijn de Komp=e wel bij een wattig tractaat afgestaan, doch het is niet geschied, dan na dat de— Komp=e het Hof met den deegen in de hand, daartoe ge„ „dworgen had. Bij vriendelijke schikkingen en bedin„ „gen, zijn ze niet verkreegen, en men kandus zeeker zijn, dat het Hof van Randia, wanneer het daartoe khans ziet, tragten zal, ze de Kompenie weeder te ontrukken. §: 163: Naa maate dat het Hof verswakt word, vermaardert de zeekerheid van de komp:e, en wanneer het 't eegen„ „deel gebeurd, neemt natuurlijk het gevaar toe, waar„ „meede de Komp: vroeg of laat is gedrijgt. Het geen het Hof ditmaal mislukt is, kan een nieuwe reeden zijn, dat het zig daartoe met te meer kragt toebereijden zal, ten einde van de eerste geleegendheid die zig daartoe voordoet, gebruik te maar „ken, en deeze slag die nu hadde kunnen worden ont„ uweeken, kan de Rompenie treffen in een zeer on„ „geleegen tijds gewrigt. S: 164:
English
3. 1:1 Section 164. On these grounds rest our views. On these grounds we think that the true interest of the Company requires that the Court be weakened, and that cannot take place in an adequate manner other than by way of arms, and upon that also rests the plan of operations designed by us. Section 165. The Court had given the most legitimate reasons for this; it would therefore have been very much to be wished that it could have been made possible that our plan, which is the plan of the zealous Lord Governor van Eck, and had only stalled due to the untimely death of that brave and well-meaning minister, could now have been executed in all its extent. Section 166. The means for it had been prepared as far as the main matter is concerned, and the little that was still left to be done could also have been ready in due time, and if Your High Nobilities had been able to assist us with that which was now solely lacking, the most favorable outcome could have been expected from it with the greatest confidence, and all the more so since the Noble, Highly Respected Gentlemen Masters have also been so good as to support us promptly with such a considerable reinforcement in troops and money as we received from Europe with the ship Wilverbeek. Section 167. Public circumstances have also never been as favorable for it as this, since we have peace in Europe and the French are not in our way, and we very much hope that the Company may have no reason in time to complain that it was unable to make use of this favorable circumstance, which according to the highest probability will not easily come again. Section 11. To this we can resolve all the less, since You judge it to be an absolute necessity to be able to stipulate the same, in order to bring the Court through active means to that degree of weakening whereby one may be freed from the fear that, upon the first rupture with France, it will enter into an offensive alliance with that nation against us; for that degree of weakening one was not able to reach even in the previous five-year war. Section 168. In order to properly appreciate the previous war against the Kandians, in so far as it was offensive, one must calculate that it only began with the second campaign of Lord van Eck, at the end of 1764, because the first campaign already had to be halted at the beginning on account of the rain. Until then we mainly had to occupy ourselves with bringing peace to our own lands, or our further actions were at least not of such a nature that they could decide anything; and if one calculates from this second campaign of Lord van Eck until the conclusion of peace, then one sees that everything was settled in less than a year and a half. In February 1766 the Kandian ambassadors for the conclusion of peace were already at Colombo. Section 13. For besides that we may reasonably ask: what proofs are there of that inclination, where are those general testimonies? Section 169. A multitude of accounts thereof could have been gathered; several Kandians, having come over to us on account of bad treatment, have testified to it. From all sides one heard complaints about mistreatment that the disavas inflicted on the inhabitants, and which in the Saffragam in particular have gone so far that no sooner had the Disava Leuke departed from his disavany to the Court than a large part of it went into revolt, and it is still. Section 170. We could possibly have obtained other more specific proofs thereof, if we had not considered it too untimely to have that matter investigated in a manner such as would have had to happen for this purpose. A more specific proof of it is nevertheless at hand, regarding the interesting territory of Tambankarewewe, which extends to the east to not far from the sea, and on the other side up against the Matale disavany, and thus not very far from Kandy. The first time that the Chief of Batticaloa, the merchant Burnand, on whose skill and discretion one can completely rely, had the inclination of the inhabitants of that territory sounded out, the principal headmen immediately declared themselves inclined to be under the Company, and that they would come over to us as soon as we had a military detachment at the King's river, as Your High Nobilities will see from the extract from a letter written by the said Chief to the Governor on the 18th of September last, which is transmitted among the enclosures with a translated report belonging thereto. Section 14. We therefore not only completely disapprove of this experiment, but have, taking into consideration what You have already dared to undertake in several instances against our explicit orders. Section 171. All of us, and the Governor in particular, declare very humbly not to know in what we have undertaken anything against Your High Nobilities' explicit orders even in a single instance, and much less in several instances. If we have now and then taken the liberty to make our respectful representations against this or that received order, that did not happen out of disobedience, but because we think that it is our duty to demonstrate the difficulties that may exist in the execution of an order. We therefore do not know where.
Dutch transcription
3. 1:1 §: 164: Op deese gronden rustanonte begrijppen. Op deeze gronden deeken wij dat het waere betang van de — Komp=e vordert, dat het Hof word verswakt, en dat kan op geen toerijkende wijze geschieden, dan door den weg der waepenen, en daarop reft ook het door ons— ontworpen plan van operaatsie. §: 165: Het Hof hadde daartoe, de allerwettigste reeden gegee„ „ven, gewerpen het waare daarom zeer te wanschen geweesst, dat het hadde kunnen worden moogelijk gemaakt, dat ons plan, dat het plan is van den wakkeren Heer Gou„ =„verneur van Bak, en alleen door den ontijdigen dood van dien braeven en welden kenden minister is blijven steeken, nu in alle zijne uitgestraktheid hadde kun„ „nen worden uijtgevoerd. §:o 166: De middelen daartoe waeren voor het geen het hoofd„ „zaakelijke aangaat, geprepareerd, en het weinige dat nog te doen was, konde ook ter bekwaemer tijd zijn klaar geweest, en zoo uw Hoog Edelheeden ons hadden kunnen bijstaan, met het geen ons nu nog alleen ontbraak, was daarvan met het grootste vertrouwen, de geteegendste uitkomst te wagten geweest, en zulks zoo veel te meer, wijl de Edele Hoog Achtbaare Heeren Heeren Meesteren ook zoo goed zijn geweest, om spoedig te ondersteunen, met een zoo aanmer„ kelijk aenfort in troupes en geld, als wij met het schip Wilverbeek uit Europa ontfangen hebben §o 167: De publieke omstandigheeden zijn ook daar toe nooijt zoo gunstig geweest dan dit mae dat we vreede in Europa hebben, en de franschen ons niet in de weg zijn, en we hoopen heel zeer, dat de komp:e geen reeden mag hebben het zig in der teid te beklag dat ze van deeze gunstige omstandigheid die na de hoogste waarscheinlijkheid niet lig wederom zullen koomen, geen gebruik heeft kunnen maaken 811. Hicx toe kunnen, we te minder beslui 1752 daar uE: dat degelijken te kunnen bedin gen, volstrekt noodzakelijk oordeelen, om het Hof door aktive middelen te bre gen tot dien graad van verswakking, waar door men bevrijd ken zijn, van de vreed dat het zelve bij de eerste reptuu met 8 312 „met Frankrijk een offensive alliantie met „deeze natie teegens ons zal aangaan, want „dien strap van verswakking heeft men zelfs „in de voorige vijf jaarige oorlog niet kunnen „berijken. § 168. Om den voorgaanden oorlog teegens de kandia„ wen, in zoo verre ze offensief geweest is, be„ hoorlijk te apprecieeren, moet men rekenen dat ze eerst begonnen, is met de tweede kun„ pagne van den Heer van Eck, in het laatst van 1764. wijl de eerste Kampagne om de wille van den reegen, reeds in der aan„ vang heeft moeten worden gestaakt. Tot zoo lange hebben we ons Hoofdzakelijk moeten bezig houden met het in rust bren„ gen van onze eijgen landen, of zijn onze verdere bedrijven, ten minsten niet geweest van dien aard, dat ze iets de cidere, konden, en als men van deeze tweede kampagne van de Heer van Eck rekendt tot het sluiten der vreede, dan Liet men dat alles is afgedaan geweest in minder dan andere half Jaar Jaar. Jn februarij 1766. waaren de Kandiasche ambassadeurs tot het sluiten, der vreede, reeds op Kolombo § 13. Want behalven dat we billijk moogen vraagen, wat bewijzen, zijn 'er van die geneigdheid, waar zijn die algemeene getuigenissen §169. Daar van zoude een menigte relaase, kunnen zijn ingewonnen, verscheide kandiaane, uit hoof van kwaade behandelingen, tot ons overgekoomen, hebben het getuigd. van alle kanten hoorde men klagten over mishandelingen, die de dessaves de ingezeetenen aandeeden, en die inzonderheid in de saffergam zoo ver zijn gegaan, dat 6 de Dessave Leeuwke niet zoo dra is ver¬ trokken geweest uit zijn Dessavonij na het Hoff, of een groot gedeelte van dezelve is in oproer gekomen, en is het nog § 170 we zouden mogelijk andere meer speciaale bewijzen daar van hebben kunnen krijgen, zoo we het niet te ontijdig geagt hadden, dat Jq stuk te laaten ondertasten op eene wijze als dat tot dit einde zoude hebben moeten geschieden G 313 geschieden. Een meer speciaal bewijs is daar van nochtans voor handen, betrekkelijk tot het interessant Landschap Tamban„ karrewewve dat zig ten oosten tot niet ver„ „re van zee, en aan de andere kant tot tegens de matuleese dissavonij, en dus niet heel verre van kandia uitstrekt. Op de eerste keer dat het opperhoofd van Batti„ Caloa den koopman Burnand, op wiens „kundigheid en beleid men volkoomen staat maken kan, de geneigdheid van de inge„ zetenen van dat landschap heeft laaten polsen, hebben de voornaamste Hoofden zig aanstonds geneigd verklaard onder de komp:e te staan, en dat ze tot ons zouden overkomen, zoo dra we een mi„ litair kommando Londen aan de revier kinge, zoo als uw Hoog Edelh: dat zie„ zullen bij het Extrakt uit een brief van le gem:e opperhoofd aan den Gouverneur geschree„ ven den 18. September Jongst: dat met een translaat translant rapport daar bij gehoorende, onder de bijlaagen overgaat. 8. 14. wij keuren dan deeze proefneming niet alleen ten eenemaal af, maar hebben in overweging nemende, wat UE: zig reeds in verscheide gevall teegens onze uitdrukkelijke ordres veroorloofd hebben te bestaan. 8171. Wij alle en de Gouverneur in het bijzonder, be„ tuigen zeer needrig, niet te weeten waar in we zelfs in een enkeld geval, en veel min in verscheide gevallen teegens uw Hoog Edelh: uitdrukkelijke orders iets hebben bestaan. zoo we ons nu of dan veroorloofd hebben, onze eerbiedige repro¬ sentatien teegens deeze of geene ontfange n beveelen te doen, is dat niet geschied uit onge„ hoorzaamheid, maar om dat we denken dat het pligt matig is, de zwarigheeden die 'er in de uitvoering van een order ku te vertoonen. We weeten dus nie nen zijn waar
English
wherewith we could have deserved the threat that Your High Honours make us here, to hold us liable man for man in our persons and goods. Should we nevertheless have erred therein, then it has occurred solely by inadvertence, for which in this case we very humbly beg Your High Honours for forgiveness. § 172. Time having failed us, we request to be allowed to postpone the further answering of the aforesaid very respected secret letters of Your High Honours of 30. May, 15. June, 27. July, 7. August and 27. December, in so far as what appears therein has no direct relation to the matter treated herein, until a following opportunity, and request to be allowed only a couple of remarks here concerning what appears relative thereto in Your High Honours' very respected letter of 27. September of the past year. Your High Honours observe therein among other things: that however cunning and faithless the Candians are described, the experience of more than a century confirms that, as long as our conduct was equitable and just, accompanied by good faith and probity, we have been able to bind this nation very closely to us through prudence, and by giving in now and then to something whereby their pride was flattered. § 173. No evidence whatever has appeared to us that could make us think so favorably about the way of thinking of the Court of Candia and about the course that it has held against us. § 174. It is not known to us wherein, or on what occasion in this entire century, not to speak of the oldest times, we might have given the Court legitimate cause to treat us badly. That the Court has nonetheless done so, of that very many proofs are at hand. § 175. It was, to speak here only of the previous war and subsequent times, very inequitable and unjust that the Court at the end of the year 1760, without the least cause having been given thereto from our side, waged war against us to compel us to open the harbor of Calpettij for the free transport of areca, and that the Court, encouraged by the fatal circumstances into which it had plunged the Company by making all its inhabitants rebellious, since then demanded of us that we should cede to it the Hina, Hapitigam, Alutcur and Wevegampatty Corles, with the entire Maturese Dessavony, and that it finally, after having devastated the Company's lands and wrought all possible destruction therein, seeing that with all that it could not achieve its aims to press all these inequitable demands against us, finally requested the help of the English against us. § 176. It was neither reasonable nor equitable, and certainly not at all in accordance with what one has to expect from a good ally, that the Court, abusing the predicament into which the Company had been brought by the war with England, so to speak with the knife at the throat, demanded back from us the beaches that it had ceded to the Company by the treaty of the year 1766, threatening, as appears from the report of the Company's envoy Belling, otherwise to take side with the English against us, and that it on that occasion forced us anew to the humiliating ceremonial that had been abolished by the treaty; with all which inequities and injustices, the Court, now that it knows that we are too closely allied with England to be able to find help with this nation against us, has this time entered into negotiations with the French, to take from us by actual force the beaches ceded to us, and whatever more they could have obtained from us together with the French. § 177. What causes, pray, have we given for all these crying perfidies. Governor Schreuder always treated the Court with the greatest courtliness and showed all compliance for its sometimes rather insolent demands. During the lengthy administration of Mr. Falck, the Court was also always treated with great equity, and during the administration of the Governor, it was not only likewise treated with great equity, but even with exemplary friendliness. All proposals and requests of the Court that could in any way pass were granted. The usual presents were not only considerably increased, but the Governor moreover usually added separate presents, which at times were quite considerable, for the King. The Governor did not leave it at this. In order to satisfy the shameless begging of the Court, he has moreover made to it several, even very considerable presents in cash, about which Your High Honours have repeatedly observed that this was not sustainable for the Company in the long run, and ought therefore to remain confined within narrower limits. § 178. Beside all the aforesaid inequities, the Court has also caused the most dreadful cruelties to be committed against us. The Candian Court dignitaries in the previous war caused our military men, who had unfortunately fallen into their hands, disarmed and defenseless in great numbers, to be slaughtered in cold blood like cattle. § 179. The Candian chiefs have in such a dreadful manner even caused to be murdered the poor sick whom Major Frankena had to leave behind when our garrison, through hunger
Dutch transcription
3:4 waar meede we kunnen hebben, verdiend de bedrij¬ giag die uw Hoog Edelh: ons hier doen, om ons Hoofd voor Hoofd in onze perzoonen en goedere„ te zullen aanspreekelijk houden. Mogten we nogtans daar in hebben gedwaald, dan is het geschied alleen bij in advertentie, waar over wij in dit geval uw Hoog Edelheeden zeer nedrig om verschoning verzoeken. § 172. De tijd ons ontschooten zijnde, verzoeken p we de verdere beandwoording van voorsz: uw Hoog Edelh: zeer gerespecteerde sekree„ te brieven van den 30. Maij, 15. Junij 27. Julij, 7. Aug:s en 27:e xber: voor zoo ver„ re het geene daar bij voorkomt. geie di„ rekte betrekking heeft tot de in deezen verhandelde stoffe te mogen uitstellen tot eene volgende geliegendheid, en verzoeken ons hier alleen nog een paar aanmerkingen, te mogen veroorloven, over het geene daar toe betrek„ kelijk voorkomt bij uw Hoog Edelh: zeer g'eerbiedigde brief van den 27.:' 7ber: J:o Leeden. uw uw Hoog Edelheedens merken daar bij onder den deren aan: dat hoe listig en trouwloos, men de kandia nen ook beschrijft, de ondervinding: van 6 meer dan een eeuw bevestigd, dat we, zoo lang ons gedrag billijk en regtmatig geweest is verzelt van goede trouw en Probiteid, deeze natie door voorzigtig„ heid, en nu en dan iets toe te geeven, waar door derzelver hoogmoed is gevleijd, als zee naau aan ons hebben kunnen verbinden § 173. Ons zijn nergens eenige blijken voorgekoomen die ons over de wijze van denken van het stof van kandia en over den weg die het zelve teegen ons gehouden heeft, zoo gunstig kunnen doen den § 174. Het is ons niet bekend waar in, of bij welke gelegenheid we in deezen geheele Eeuw, om van de oudste tijden niet te spreeken, het Hoff wet„ tige oorzaak zoude gegeeven hebben om ons ku lijk te behandelen. Dat 't Htoff het nochtan heeft gedaan, daar van zijn zeer veele blijken voor 315 voor handen. § 175. Wet was, om hier alleen van den voorgaanden oorlog en volgende tijden te spreeken, zeer onbillijk en onrechtvaardig dat het Hoff in het laast van het Jaar 1760., zonder dat daar toe van onze zijde de minste oorzaak gegeven was, ons den oorlog aandeed om ons te dwingen, dat we de haven van kalpettij zoude openen tot het vrij vervoeren van arreek, en dat het Hof, aangemoedigt door de noodlottige omstan„ =digheeden, waar in het de komp:e gedompelt had, door alle haare ingezeetenen opwerig te maaken. zedert van ons eijschte, dat we aan„ het zelve zoude afstaan de Hina; Hapiti„ gam, AlloetCocx en Wewegam Corl, met de geheele Maturese Dessowonij, en dat het ein„ delijk na 'sComp:s landen verwoest en alle mogelijke distruktien daar in te hebben, aan„ gerecht, ziende dat het met dat alles zijne oogmerken niet bereiken konde, om alle deeze onbillijke eijsschen teegens ons door te dringen, eindelijk de hulp der Engelschen, teegens ons heeft verzogt. Het § 176. Het was nog redelijk nog billijk en zekerlijk geheel niet over eenkomstig aan het geen me„ van een braaf bondgenoot te verwagten heeft, dat het Hof, misbruikende de ongeleegend„ heid waar in de komp:e door den oorlog me Engeland gebragt was, ons om zoo te spree„ ken, met het met op de keel wederom af„ vorderde de stranden die het aan de komp: bij het Traktaat van het Jaar 1766. hadde afgestaan, drijgende zoo als dat blijkt uit het Rapport van 'sComp:s gezant Belling van anders parthij met de Engelschen teegens ons te zullen neemen, en dat het ons bij die geleegentheid op nieuw dwong, tot het vernederend Ceremonieel, dat bij het Traktaat was afgeschaft, bij alle welke onbillijkheeden en onrechtvaardigheeden, het Hof nu dat het weet dat we met Enge land te naauw verbonden zijn, om bij deeze natie hulp teegens ons te kunnen, vinden zig ditmaal in onderhandeling heeft inge„ laaten met de franschen, om ons met feijtelijk geweld de aan ons afgestaane stranden, een wat 316 wat ze met de franschen te zaamen, meer van ons zoude hebben kunnen krijger, aftenee„ neemen § 177. wat oorzaaken, toch hebben, we gegeeven tot alle deeze schreeuwende trouwloosheeden. De Heer Gouverneur schreuder heeft het Hoff altoos met de grootste soflijkheid behandeld en alle inschikkelijkheid voor: desselfs, zomtijds vrij wat onbeschaamde eijsschen, getoond. Geduuren„ „de de langduurige Regeering van den Heer Falck is ook het Hoff steeds met groote billijkheid behandeld, en geduurende het be„ stier van den Gouverneur, is het niet alleen insgelijks met groote billijkheid behandeld, maar zelfs met voorbeeldige vriendelijk„ heid. Alle voorstellen en verzoeken van het Hoff, die eenigsints konde doorgaan, zijn ingewilligt. De gewoone geschenken zijn niet alleen merkelijk vergroot, maar heeft zelfs de Gouverneur en doorgaans nog afzon„ derlijke geschenken, die zourtijds vrij aanmer„ kelijk geweest zijn, voor de koning bijge„ voegd voegd. De Gouverneur heeft het hier bij niet gelaaten. Wij heeft om te voldoen aan de schaamteloose bedelaaij van Het Hoff, noch boven dien aan het zelve gedaan verscheide zelfs zeer aanmerkelijke geschenken aan baar geld, waar over uw Hoog Edelh: te meermaalen hebben aangemerkt, dat dit op den duur voor de Comp:e niet was uit te houden, en daarom binnen enger paalen behoorde te blijven beperkt. 8178. Bij alle de voorsz: onbillijkheeden, heeft ook het Hoff de eijsselijkste wreedheeden teegens ons doen pleegen. De kandiasche Hofsgroo„ ten hebben in den voorgaanden oorlog onze Militairen, die ongelukkig in hunne hande„ gevallen waaren, ontwapende en weerloos in groote menigte in koelen bloede doe„ slagten als het vee § 179. De kandiasche Hoofden hebben op over zulk een eijsselijke wijze, zelfs doen vermoorden de ar„ me zieken, die de Majoor Frankena moest agterlaaten, toen onze bezetting door honger
English
317 pressed by hunger, left Kandy; and this notwithstanding we had caused a writing to be placed with those unfortunates wherein we recommended these deplorable people in the most emphatic manner to their mercy, under assurance that we would thankfully acknowledge any good that befell them, in order thereby, if it were possible, to awaken their humanity. Nor do Your High Nobilities note in Your said highly respected letter; that also the applications made by the Court to ally itself with other European Nations against us, besides having served more to force us into some sacrifice than to fall away from us entirely, must also be viewed in an entirely different light than is presently done, merely with the view of thereby proving the alleged treachery of the Court. § 180. We cannot nor may we conceal from Your High Nobilities that we hold the negotiation of the Court Court with the French for an utter treachery and formal breach of alliance, and do not comprehend in what other light the same could be viewed. The intentions of the Court appear from the King's letter written to the Chevalier de Fresne. Nor has the Court in the most complete manner revealed the purpose thereof in the ola written to the Matara Chiefs, wherein it plainly declares that the same aims, with foreign help, not only to drive the Dutch out of the Dissavony, but also from Colombo and from the entire Island. § 181. In conclusion hereof, we have the honor further to report here that the Governor has circulated among all the Members of the council for perusal his separate letter to Your High Nobilities of the 12th of November last; with all the documents mentioned therein, and wherein the Governor, regarding the documents sent to us by Your High Nobilities containing that which Prie Sanka Sari 318 stated at Batavia, even more solemnly than is to be required from a Minister of his rank upon the mere word of a Man of that stamp, has declared: 1. That he has never spoken with Crie Sanka Sarie of the Kandyan throne, nor of anything that could in any respect resemble it. 2. That he has never seen Srie Sanka Sarie more than twice. The first time in the Government House to ask him who he was, and what he now came to do for the second time on Ceylon. And the second time outside in his garden where the Governor was lodged, without any ceremonies having taken place in either of these cases. § 182. We shall nonetheless, when the Kandyan ambassadors shall be here, on the occasion that we cause them to be interviewed by a special commission concerning that which appears in a letter from the Court, namely that the Dutch have neglected examined Lootman and also altered many things that stand in the Treaty, and concerning which the Court has said in a further letter that such could be clearly specified when a good opportunity is found thereto, and in the latest letter now further says that the Dutch have undertaken rash Matters, also cause them to be interviewed concerning our letter regarding Crie Sanka Sarie written to the Court on the 22nd of March 1791, and therefrom take occasion to satisfy in the most proper manner the order given to us by Your High Nobilities concerning this Man. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, High Noble, Right Honourable, Widely Commanding Lord and Worshipful Valiant Gentlemen, Your High Nobilities' humble and very obedient Servants. Was signed: W. G. van de Graaff, M. P. Raket, D. J. Fretz, C. van Angelbeek, D. C. van Drieberg, J. Reintout, B. L. van Zitter, A. Couvlant and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo the 31st of December 1792. Agrees. IJsbrands First Clerk 319 Extract of a letter dated the 3rd of April 1792 written by Lieutenant Johannes Thierbach from Tabowe to Negombo. About six days ago I had the honor to inform Your Right Honourable Sir that it had been reported to me that the Dessave of the Seven Korles had sent all the armed men home until further orders. This was true and there were also for some days no troops at their border posts, but upon a further order received from the Court, he has assembled them again and since the evening before last men have again arrived at the border posts. I am also assured that the Dessave had been ready to return to the Court, but that he has now become First Adigar of the Realm and had received orders not to come to the Court before he should have driven the Dutch to the Seashore. According to all rumors, their chief concern is the Chilaw district. There is a terrible lamentation for salt in the Kandyan country, and as necessity has been and still is an inventor of almost most things; so the Kandyans now use to salt their food the lye from an ash burned from coconut branches. It has also been reported that at Katwatte, being about 1/4 mile from Hundriapolle, a paddy field has been found, named Duvoeroem Noembere, where the soil is somewhat salty, and where recently in this drought some salt
Dutch transcription
317 honger geperst, kandia verlied; en zulx niet tegenstaande Wij bij die ongelukkige een geschrift hadde doen plaatsen waar bij wij deeze bekla„ genswaardige menschen, op de nadaukkelijkste wijze in hunne barmhertigheid aanbevoolen, onder verzeekering dat wij het goede dat hun wedervoer dankelijk zoude erkennen, ten einde daar door, was het mogelijk, hunne menschelijkheid op tewekken Noch meaken uwe Hoog Edelh: bij voorsz: Hoogst derzelver zeer gerespekteerde brief aan; dat ook de door het Hof gedaane aanzoeken om zig met andere Europesche Natitien, teegen ons te verbinden /:behalven dat ze meer hebben gediend om ons tot eenige op offering te noodzaaken, dan wel om ons geheel aftevallen :/ ook in een gantsch ander ligt moeten worden beschouwd, als men teegenswoordig doed, alleen met het inzigt om daar meede de beweerde trouw„ loosheid van het Hoff te bewijzen. 8180. wij kunnen noch mogen het voor uw Hoog Edelh:s niet verbeagen dat wij de onderhandeling van het Hoff Hoff met de franschen, voor een volslaage trou loosheid en formeele bondbreuke houden, en n begrijpen in welk ander ligt, het zelve zoud kunnen beschouwd worden. De inzigten van het Hoff, blijken uit 'sConings brief aan de Heer de Frene geschreeven. Noch heeft het Hoff op de alder volkomenste wijze het oogmerk da# van aan den dag gelegt, in de ola aan de Materesche Hoofden geschreeven, waar bij het onbewimpeld verklaard, dat het zelve strekt om de Hollanders met vreemde hulp niet alleen uit de Dessavonie, ma# ook van kolombo en van het heele Ei„ land te verdrijven. de §181. Tot slot deezes, hebben we de eere hier nog te melden, dat de Gouverneur bij alle de Leeden van de vergadering ter leezing heeft rondgezonden, zijnen apparten brief aan uw Hoog Edelh: van den 12. ' Novem J:o Leeden; met alle de stukken daar bij ver meld, en waar bij den Gouverneur op de door uw Hoog Edelh:t aan ons gezondene stu ken, bevatlende het geen Prie sanka Sari J„ 318 te Batavia heeft opgegeeven, zelfs plegtiger: als dat op het enkeld zeggen van een Man van dien stempel van een Minister van zijn, rang te vergen is, heeft verklaard 1. Dat Wij met Crie sanka Sarie nooijt van de kandiaschen troon gesprooken heeft, nog van iets dat in eenig opzigt daar na zoude kunnen lijkenen 2. Dat Wij saie sanka Sarie, nooit meer dan twee maalen gezien heeft. de eerste maal in het Gouvernement om hem te vraagen wil Hij was, en wat wij nu ten tweede maale op Ceilon kwam doen. en den tweeden maal buiten in zijn tuin daar de Gouverneur ge¬ logeerd was, zonder dat in bijde deeze ge„ vallen eenige plegtigheeden hebben plaats ge„ had. § 182. We zullen niet te min de kandiasche ambas„ sadeurs, wanneer te zullen hier zijn, ter gelegendheid dat we dezelve door een expres¬ se kommissie doen onderhouden over het geene dat bij een brief van het Hoff voorkomt, dat namentlijk de Hollanders veele dingen„ die bij het Traktaat staan voor en agter gesteld i l naagezien Lowtman gesteld en ook verandert hebben, en waar om„ trent het Htoff bij een nadere brief heeft geze„ dat zulx duidelijk zoude kunnen worden opge„ geeven wanneer daar toe een goede geleegendheid gevonden word, en bij de Jongste brief nu nog zegt., dat de Hollanders ovebedagte Zaaken hebben ondernomen, tevens doen onderhouden. Ove onzen brief nopens drie sanka Sarie den 22:' Maart 1791. aan het Hoff geschreeven, en daar uit aanleiding doen neemen de op de be„ quaamste wijze worden voldaan aan den last ons door uw Hoog Edelheeden noopen deezen Man gegeeven. Wij beveelen uw Hoog Edelh: en de belangens der ma schaffij in godes vijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtb: wijd Gebiedende Heer en welEd: Gestr: Weeren; uwer Hoog Edelheedens onderdanige en zeer gehoorzaa me Dienaaren. /:was geteekend:/ W: G: van de Graaff M: P: Raket, D: J: F relz:, C: van Angel„ beek, D: C: van Driberg, J: Reintout, B: v: van Litter, A: Camlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ Kolombo den 31. December 1792. Accordeert. Hijbrands Egklerk 319 de Extract missive dato den 3:e April 1792: van h: P: Luitenaet Johannes Thierbach van Tabowe na Nigombo geschreeven. Voor een dag of ses heb ik de eere gehad uwe Hoog Edel Gebooren te melden, dat mij berigt was geworden, dat de Dessave van seevene korles al het gewoepende volk tot naadere ordre na huijs gezonden had. Dit was waar en daar waeren ook eenige daegen geene manschappen aan hunne limiet posten, doch op eene naadere ontfangene or„ „dre van het Hof, heeft hij te weer vergaadert en zee„ „dert eergistern avond is weer volk op de limiet posten gekoomen. Men verteekerd mij ook dat de Dessave gereed was geweest na het Hof te keeren, doch dat hij nu eerste Rijks Adigaar geworden is en ordre ontfangen had niet na het Hof te koomen, voor dat hij de Wol„ „landers naa het Ziestrand zou gejaagt hebben. Vol„ „gens alle geruchten is het hen het meest om het si„ „lauwschen district te doen. Daar is een schrikkelijk gejammer om zout in 't kan„ „diasche, en gelijk de nood een uitvindster van bij naa de meeste dingen geweest en nog is; zoo gebruikende Mandiaanen tans om hunne spijsen te zouten de loog van eene asshe uit klappertakken gebrand. Ook heeft men eene berigt dat te kaurtte, zijnde omtrent ¼ mijl van Hundriapolle een Netie veld gevon„ „deu is, genaamt Duvoeroem Noembere, waar de grond iets zoutagtig is, en waar te onlangs bij die dvoogte iets zout
English
extracted salt. I would have also received something of it, but with the rain that has now set in, they have not been able to obtain it. I have also been given a description of a certain kind of weaponry which is said to be made by the Veddas, in which they are supposed to be very well practiced; the Sinhalese call it Sakkarewolle. This is a round disc of hard iron, very sharp all around, in the center of which there is a small dimple so that it can be spun on another pointed iron to a high degree of velocity; when it is then thrown, it cuts through everything. It is said that the Veddas practice with it on a banana tree, standing at a certain distance, which they estimate at 200 paces, and throwing at that banana tree, they must hit it right through the middle. Of this kind of weaponry, many are said to be already in readiness in Kandy. Agrees. Wijbrands, clerk. Examined. Leurman. 320 Translation of a Sinhalese palm-leaf letter written by Ameresekere Ekenaijke, retired Mudaliyar of the Mappitigam Korale, to be made known to the Right Honorable Lord Governor. After preceding compliments. Having made inquiries into what is occurring in the Kandyan territory, I have come to know: That the Adigar, who is at the same time the Dissava of the Four Korales, without doing any injustice to the inhabitants of that country, has the gravets guarded by few men; and that because the Dissava of the Seven Korales does much injustice to the inhabitants of that country, those inhabitants, to unite themselves, having made known the injustices of the said Dissava in writing to the Great Court through the headmen Weevelwolle Mohottiar of the Meddepattoo, Godde Koeroeweraale, Kattoepittieraale, Woenepollevale, and two headmen of the upper twelve pattoos, that Dissava received orders many times to come to the Court; and as he refused to go, he was sent the insignia thereof, consisting of whips, with the message that he had received the office of Adigar; whereupon he, saying that he did not need the office of Adigar, and that he could not go without having carried out the orders of the King for which he had come, has arrived at Dambadeniya, and is currently residing there. I have come to know this matter through a Moor who is an inhabitant of Loeloengodde, near Oteve of this Korale, and this has been written and sent so that the Right Honorable Lord Governor may obtain knowledge thereof. At the top of the ola signed: Don Philip. Underneath stood: for the translation. Lower: Colombo, 7 April 1792. Was signed: G. J. Wijbrands, p. g. clerk. In the margin: For the translation. Signed: D. P. Samerkoon, Interpreter. Agrees. Wijbrands, clerk. No. 5 No. 5 20 321 Register of the papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, are sent via Galle with the ship de Indus, consigned to His Right Excellency the Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and the Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honorable Severe Lords Councillors of Dutch India at Batavia. No. 1. Original secret missive of today's date, addressed as in the heading of this document. No. 2. No. 2. Copy of a letter written by the Governor of Pondicherry, Monsieur De Fresne, on 13 April last to Colombo. No. 3. Copy of a letter written today from Colombo in reply to the aforementioned letter, together with the translation thereof into French. No. 4. Copy of received reports that the Kandyans had the intention of taking salt by force both from the salt pans of the Lewayas and from Puttalam and Chilaw. No. 5. Report sent over by the Resident of the Magam Pattu, Baasman, dated the 17th of this month, that the Dissava of Uva was said to be busy gathering a party of people in the vicinity of the temple of Kataragama in order to take salt from the Lewayas. No. 6. 322 Examined. Leurman. No. 7. Copy translation of an unsigned Sinhalese palm-leaf letter written by Iddamalgoda Mudaliyar, who is a friend of the second First Adigar of the Realm, to the Chetty Nicolaas Karpoeram, alias Nicolaas Poelle. No. 8. Account given by the aforementioned Nicolaas Poelle on the 21st of this month regarding a conversation he had with a Kandyan Vidane from Colombogam. Colombo, 24 May 1792. No. 6. Copy translation of an unsigned Sinhalese letter on paper, written by the well-known Court dignitary to the Maha Mudaliyar. Agrees. Wijbrands. 2 No. 323 Pondicherry, 13 April 1792 I have received the letter with which you honored me under date of 10 March of this year, and which was forwarded to me by Mr. van Hogendorp. This letter, Gentlemen, has strangely surprised me, and I do not know on what grounds you have written to me, since you have not attached any of the documents that induced you to enter into an explanation with me regarding my relations with the King of Kandy. I have heard mention of this prince only once since I have commanded at Pondicherry; in truth, I wrote him a letter about a year ago, but it was out of mere courtesy, such as European Governments are accustomed to write to Indian princes. You were all the more mistaken in thinking that I had initiated some negotiation with the King of Kandy, as I do not have the power to do so without express orders from the King or from his Minister. I do not know at all whether there are subjects of the King of Kandy in the town of Pondicherry; I have seen none; if there are any, which I do not believe, they reside here undoubtedly for their private affairs. Gentlemen
Dutch transcription
te v zout uitgetrokken hebben. Ik zou iets daar ook ge„ „kreegen hebben, doch met de reegen die nu ingevallen is, hebben zo 't niet Munnen krijgen- men heeft mij ook een beschrijving gedaan van Zeeker zoort waapenting, dat men zegt, dat de Weddas maaken en daarbij zeer ingeaeffent zullen zijn, de Zingaleesen noemen het Sakkarewolle. Dit is eene ronde schijf van hard ijzer, rondom zeer scherp, in wens middelpunt een Kuiltje is, op dat het op een ander spits ijter han gedraan worden tot eene hooge graad van schaelheid, wanneer het als dan geworpen word, snijd het alles door. Men zegt, dat de Weddus zig daarmeede oeffenen aan een pisang boom, waarvan ze op zeekere distange /:die zij op 200: schreeden begrooten:/ af, gaan staan, en naa 7. dien pisang boom werpende, denzelven door midden traffen moeten. Van dit zoort waepentuig, zullen er 7 reeds veele op Kandia in gereedheid zijn. Accordeert Hijbrands Rijnlerk naagezien Leerman 320 Translaat Singaleasche brief ola door Ameresekere E Kenaijke gegagieerde Mosliaar van de Wappettigam Korle geschreeven om aan den WelEdelen Groot Achtb: Heer Gouverneur te worden bekend gemaakt. Naa voorgaande Complimenten. Y Naa het geen in 't Randiasche omgaat laatende verneemen, heb ik te weeten gekreegen: Dat de Adigaar die teffens is Dessave van de vier korles, zonder de inwoorders van dat land eenig onrecht aan te doen, de gravetten met weinig volk laat bewaaken, en dat wijl de Dessave vande seeven Korles, de inwoonders van dat land veel onrecht aandoet, die inwoonders, om Zaementevotten, door de hoofden Weevelwolle Mohottiaer van de Meddepottoe, Godde Koeroeweraale, Kattoepittieraale, Woenepollevale, en twee hoofden van de hooge twaalf pattoes, de onrechtvaardig„ „heeden van gemelden Dassave bij geschriften aan het groote Hof hebbende doen te kennen geeven, heeft die Dessave veelmaals ordre gekreegen om aan het Hof te koomen, en wijl hij niet heeft willen gaan, is hem, zeggende dat hij den dienst van Adigaar heeft gekreegen, de staatsie daarvan bestaande in sweepen toegesonden, waarop hij zeg„ „gende dat hij den dienst van Adigaar niet noodig had naagezien Portman had, en dat hij niet Mondegaan zonder de ordres van dene Koning, waartoe hij gekoomen is, te 1 hebben ter uitvoer gebragt, op Dambedenie gekou„ amen is, en zig tans aldaar bevind. Deete zaak heb ik te weeten gekrongen door een Moor, die een inwoonder is van Loeloengodde, dig bij Oteve van deete Korle, en op dat den WelEdelen Groot Achtb: Heer Gouverneur daarvan Hennis krijgt, is die te geschreeven en gezonden. /:Aan 't hoofd desola geteekend:/ Don Philip„ /Onderstond:/ voor de translatie /: Laager/ Kolombo den 7: April 1792: /:was geteekend:/ G: J: Jijbrands. P. g: Mlerk. /: in margine:/ Voor de vertaaling. /:geteekend:/ D=: P: Samerkoon Tolk. Hijbrands Accordeert EGaeerk No: 5 No: 5 20 321 Register de Pappieren geloorende tot den sekreeten brief, die ter ordre van den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlandseh India, Gouver„ „neur en Direkteur van het Erland Ceilon met dies onderhorigheden, over Gale, met het schip de Indus worden verzonden, geconsigneerd aan zijne Hoog Edelheed den Hoog Edelen Groot Achtberen Heer M„r Willem Nanold Atting, wegens den staat der vrije vereenigde Neder„ „landen en de Nederlandsche geoktroyeerde oost indische komp:s Gouverneur Generaal en de wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien te Batavia N„o 1 origineele secreete missive van heden aan als in den hoofde dezes geschreeven. No 2 N„o 2. Kopia Briof door den Gouverneur van Pondicherij de Heer De Frene den 13 april Iongs leden na Kolombo geschreeven. „ 3 Kopia brief op heden in antwoord op evengemelden brueg van Kolombo geschreeven nevens De vertraling daar van in het frante 4. Kopia ingekomene berichten dat de Kandiaanen het „ voorneemen hadden om met geweld zout te haalen zoo uit de zouts m „nen van de Lewais, als van Putelang en Silau „ 5. Beridt door den Resident van de Magant patte Baa man overgezonden, gedateerd 17. deeser, dat de Dessave van oewe om„ „streeks den tempel van Kattergan beezig zoude zijn een partij volk te verzamelen ten einde uit de Le„ wais zout tehaalen. No 6 322 nagezien e Louman „ 7: Kopia Translaat Singalesche ongetekende ola geschreeven door Idenval godde Modliaar, die be„ „vriend is met den tweeden Rijks Adi„ „gaar, aan den Sittij Nicolaas Kar„ poeram Calias:/ Nicolaas Poelle „ 8: Relau door even gem: Nicolaas poele gedaan den 21„e deezer weegens een Conversatie die hij gehad heeft met een kandiasche vedaan van Kolombogam Kolombo den 24:' Mij 1792 N„o 6 kopia Translaat Singalsche ongetekende brief papier door den bekende H ofs groot geschreeven aan den Maha Modliaar Wijbrands VEireert 2 N O. 323 D Pondicherij le 13 Aril 1792 Jai recu la lettre dont vous mavéz honoré en date du 10 Mars de cette annéé, et qui m'a eté transmise par M=r van Hogendorp. cette lettre Messieurs m'a etrangement surpris et je ne sait sur quel fondement vous me avez ecrité puusque vous n'ifavez joint aucurre des piesses qui vous ont engagee à entrer avec moi en explica„ =tion sur mes rapports avec le Roi de Candse, Je wai entandu parles de ce prince qune seule fois depuis que se Commande à Pondicherij je lui ai arit a la verité une lettre il ij à apeu„ pres un An, mais elle etoit de Simple honneté et telles que les Gouvernements Europeens ont coutume d'en evuire au princes Indiens. vous vous eles d'autant plus trompés en pensent que s'avois entamé quelque Negotiation avec le Roij de Candie, que je w'ai pas le pouvoir de le faire sans des ordres expres du Roi ou de son Ministre: Je ne sai point, sil ija dans la Ville de Pondicherij des Sugets du Roi de Candie je Wenaij vue aucun, Silij en à, ce que je ne crois pas, ils ij resident sans doute pour leurs affaires particullierres Messieurs es
English
and they live there under the protection of our laws of the new Constitution of France granted to all foreigners, and of which I would have less right than anyone to deprive them, since I am particularly charged with the execution of the laws prescribed by that Constitution. This, Gentlemen, is the only answer I can give you. If you close the ports of the island of Ceylon to French vessels, with the exception of that of Colombo, you will commit an injustice diametrically contrary to the rights of nations, but it will be for the Assembly and for the King to demand the necessary reparations in this regard. As for me, I am very sure of having given no cause for it, and on the contrary of having constantly applied myself to causing no infringement upon the happy harmony that reigns between our respective nations. I have the honour to be with great consideration, Gentlemen, your very humble and very obedient servant, signed De Fresne. To the Governor and Members of the Council of the Most Honourable Dutch East India Company in Ceylon. 225 324. Pondicherry. To the Honourable Mr. de Fresne, Colonel in the service of His Most Christian Majesty, Knight of the Military Order of Saint Louis, and Governor of Pondicherry and the subordinate Establishments. Right Honourable Sir, We have received the letter with which your Honour favoured us on 13 April. The acknowledgement that your Honour makes to us therein of having written to the King of Kandy confirms to us what is stated in the documents that have come into our hands, and which are otherwise very comprehensive regarding the motives and nature of this letter of your Honour. The clandestine dispatch of this letter is a step so singular, so extraordinary, that we leave it to your Honour yourself to judge, Sir, what misgivings it must have raised in us, and what we must believe of its intentions. The Kandyan men who are in Pondicherry with the intention of causing disturbances on this island through their evil dealings are named Wingada Pirmal Nayken and Kaderesa Poelle, who have with them a villainous man named Anna. They are known to be in contact with Nalle Tambie Wallendera Poelle in Pondicherry and Arokia Poelle in Karikal. According to the documents that have come into our hands, it appears very clear that it is through the intervention of these last two that the first three were introduced to your Honour. We do not doubt, Sir, that the explanations we hereby give your Honour will lead your Honour to the ends to which our letter of 18 March is directed. In the opposite case, our security demands precautions that will not violate the law of nations. We have the honour to be, Right Honourable Sir, your Honour's humble and obedient servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberge, G. van Angelbeek, Js. Reintous, D. F. Fretz, and B. L. van Zitter. In the margin: Colombo, 24 May 1792. Agrees. Wijbrands First Sworn Clerk Pottman 325 Pondicherry Colombo, 24 May 1792 We have received the letter with which you honoured us on 13 April. The acknowledgement that you make to us of having written to the King of Kandy confirms to us what is stated in the documents that have fallen into our hands, and which are moreover very comprehensive regarding the motive and nature of your letter. The clandestine dispatch of this letter is a step so singular, so extraordinary, that we leave it to you, Sir, to appreciate the reflections it must have presented to us and what we must believe of the views that have guided this step. The Kandyans who are in Pondicherry, with the aim of raising disturbances in this island by their intrigues, are the named Wingada Permal Nayken and Kaderesa Pulle, who have with them an intriguer named Anna. They are in relation with Nalle Tambie Wallendera Pulle at Pondicherry and Arokia Pulle at Karikal. According to the documents that have reached us, it clearly appears that it is through the intervention of these last two that the first three were introduced to you. We do not doubt, Sir, that the explanations we give you will bring you back to the ends of our letter of 18 March; in the contrary case, our security requires precautions that will not violate the right of nations. No. 3. No. 3 3 No. No. 2. 326 Extract from a letter dated 8 May 1792, written from Kalpitiya to the Right Honourable Governor van de Graaff: Just now I received a report from the Vanniya who had been to the Kandyan territory, that a Kandyan force, 3,000 men strong, is standing ready at the village of Nangeskhawalte to take salt by force at Chilaw. This village lies no further from Chilaw than a two-hour journey. A few men are also stationed at the village of Kalale close to Negombo, of whom it is thought they are intended only for a guard post. Agrees. Wijbrands First Sworn Clerk Louman 27 327 Extract from a letter dated 25 April 1792, written by the Lieutenant Dissava of Matara, van Scheeler, to the Commander at Galle: Just now I received a letter from Resident Brinkman, of which the first article reads as follows: At this moment I receive news that the Dissava of Uva, with all his force, is expected at Kataragama on the fifth day of the new moon, or the 26th of this month, to collect salt from the current lewayas. First Sworn Clerk Wijbrands Agrees. No. 4
Dutch transcription
et ils ij vivent sous la protection de nos loit de la nouselle Constitution, de la France accordé à lous les Etrangers, et dont j'aurois moin que personne le drois de lestpriver, piusque je suis chargé particulierrement de leste =cution des loix preserites par cette Constitution Voila Messieurs la seule reponse que je prisse von faire. sis vous fermés les ports de lesle de Ceylon à lesception de celui de Colombo aus Vaisseaux francois vous Commettres une in Justice diame„ tralement Contraire aus droits (des nations, mais se sera a l'assamblé et au Roi à demander à cet egard les reparations necessaires. quand à moi se suis tres sur de nij avoir point don =ne lieu et de mêtre au Contraire Constamment applique à ne porter aucune atteinte à lMeureute harmonie qui regne entre nos Nations respectives. Jai l'honneus lêtre avec une trause Consideration Messieurs Votretres Humble et tres Obeessens serviteur Signe/ De Frene Messieurs Messieurs le Gouverneur et membre du Conseil de la tres honorable Compagnie des Indes Hollandoises à Ceylon „ 225 324. Londigherij. Aan dene Meer de Frene. Collonel in dienst van zijn allerChristelijkste Majesteid, Ridder van de militaire ordre van S=r Louis en Gouverneur van Pondicherij en de onderhoorige Stablissementen. WelEdele Gestrenge Heer. Wij hebben ontfangen den brief, waarmeede we door Uwel„ Edele op den 13: April zijn vereerd . De erkentenis die reedsd: ons daarbij doed, van aan den Koning van Mandia te hebben geschreeven, bevestigd ons in het geene zeggende stukken, die ons in handen gekoomen zijn, en die voor het overige zeer ampel zijn over de be„ weeg roedenen en den aart van deezen uiws: brief. Het elandesten zeniden van deezen brief, is een stap— zoo zonderling, zoo buiten gewoon, dat we UwelEdele zelve laaten oordeelen mijn Weer, wat bedenkingen ze bij ons heeft moeten doen ontstaan, een wat we moeten gelooven van de uitzigten daarvan. De Mandiaanene die te Pondicherij zijn, met het oogmerk om door hunnen kwaaden handel verwar„ „vingen op dit eijland te bewerken zijn genoemd Wingada Pirmal Naijken en Raderesa Poelle, die bij zig hebben een snood man genoemt Anna. te zijn in relatie met Nalle Tambie Wallendera ƒ Poelle te Pondicherij, en Arohia Poelle te Farical. Volgens hoogezien ver Volgens de stukken die ons in handen gekoomen zijn, schijnt het zeer klaar, dat het is door de tusscheee komst van deeze twee laatsten, dat de drie eersten bij reurd: zijn ingelijd. We twijffelen niet Mijn Heer, of de verklaeringen diewe uerd: door deeten geeven, zullen uere: lijden tot de eindens, waartoe strekt onzen brief van den 18: Maart. Jn het teegengestelde geval vorderd onte zeekerheid voorzorgen, die niet zullen kwetsen het regt der volkeren. Wij hebbende eer te zijn. /:Onderstond:/ WelEdele Gestrange Heer, uwe Edele Gestr: Ootmoodige en Gehoorzaeme Dienaaren. /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Raket. D: C: von Drieberge G: van Angelbeek. J=s Reintous, en D: F: Fretz B: L: van Zitter. /:in margine:/ Holombo — den 24: Maij 1792: Wyjbrands Accordeert VEgklerk Pottman 325 Pondicherij Colombo: le 24 de maij 1792 Nous avons recu la lettre, dont vous nous avez honoré le 13 April. Laven que vous nous faites d'avoir ecrit au Roi de Candie, nons Confirme ce que disent les pieces qui nous sont tombés entre les mains, et quin d'ailleurs sont fort amples sur le motif et la nature de vótre lettred. Lenvoi claudestin de cette lettre est une demarche lis singuliere, sis extra ordinaires, que nous vous laissons Monsieur, aprecier les reflexions, qu'elle a du nonspre„ „senter et ce que nous devons Croire des vries, quis ont dirige cet„ te demasche. Les Candiens quin sout en Pondi„ cherij, en vuie delever parleur intrique des troubles dans cette Jsle sont les nommés wingada Permal Naijken Nayken et Kaderesa Pulle, gein ont avec enx un jntrigant nom me Annajls Sout en reclation aver Nalle fambie wallende„ ra Pulle a PondiCheijel Aro¬ Kia Pulle a Caucal. D'apris les pieces qui nons sont paivenus il paroit Clairement que c'est par l'intervention de ces deux derniers que les trois premiers ont êten introdint aupre de vous. Nous ne dontons pas Monsieur, que les explications que nous vous donnons ne vous ramenent aux fins de notie lettere du 18 Mars; dans le Cas Contraire notie surêté exige des precar tions, quin ne blesseront pas le droit des Nations. No: 3. no. 3 3„ No: No: 2: . 326 Extragt Missive de dato 8: Maij Naagetien k 1792: van Kalpetti aan den Wel Edelen Groot Achtb:, Heer Gouverneur van de Graaff gesichreeven. zoo aanstonds ontfang ik van de Wannia, die naa het Gandiasche geweest is, berigt, dat een Corps Mandiaanen sterk 3000: Man, bij het dorp NamgesKhawalte, gereed staan om te silauw zout met geweld te haalen. Dit dorp ligt niet verder van Silaeud dan twee uuren gaans: Ook zijn eenige manschappen ge„ „plaatst bij het dorp Kalale digt onder Nigombo, waarvan men denkt dezelve alleen voor een wagtpost geschikt zijn. Accordeert Dijbrands Vegkeerk Lowman 27 327 haagetien a Lonman Extract Missive de dato 25 April 1792: van den Luitenaet Dessave van Matiere van Scheeler aan den Heer Commadeur te Gale geschreeven: zoo aanstonds ontvang ik een brief van den Resident Brinkman, waarvan het eerste Artikul luis als volgd. Op het momeert Krijg ik teiding, dat den Dessave van Oeva met alle zijne magt ten afhaal van zout uit de huisige Lewaijs den vijfde dag van de nieuwe maan of den 26: deezer op Kattregam verwagt word. Eykeerk Dijbrands Accordeert N:o 4
English
328 Thursday the 17: May, there appeared the spy expressly sent out by us, named Boendelle Gonoe Gammoewege Wattoewa, of the Washer caste, and declared as follows: That he, the declarant, departed from here for Kattergam, where having stayed for seven days due to the heavy rains, he saw, among other things, that there in a mandu 42: guns belonging to the people from the villages under the jurisdiction of the Temple of Kattergam were repaired and ready, as well as 12 grasshoppers, which are currently being repaired. Secondly, that he saw with his own eyes that several loads filled with saltpetre in pots, to a quantity of about 1: /2. Amm: from the Kandapalle Corle, were brought to Kattergam for the manufacture of gunpowder, and that 4: men are currently busy pounding this saltpetre. Thirdly, that after the expiration of the said 7: days he departed for the village of Boettelle, where he stayed for three days and saw, among other things, that several people, using wooden guns, were being taught by a man whom he did not know, just as he, the declarant, himself demonstrates, to perform the quick loading, and that these recruits are replaced by turns each time by other recruits for that purpose; and also learned there that the Disava of Uva, residing at Baddoelle, having advanced his journey, met some people on the road standing under a tree, whom he joined, and understood, among other things, that the said Disava of Uva had departed from Baddoelle for a place called Jaltékoemibalgamme to make an offering, wherefore he, the declarant, advanced his journey back to Kattergam; upon arrival he saw that two envoys of the repeatedly mentioned Disava, named Kattukoerolla, arrived with an ola addressed to the head of Kattergam, the contents of which, as he further understood, were that the head of Kattergam was thereby ordered to keep all his subordinates ready to march, in order to advance to fetch it whenever salt comes to fall in the Palatupana Lewayas, and that he, the Disava, is then to follow with the entire force, to serve as a head to all those who should come to prevent this. Fourthly, the declarant indicates that the scarcity of salt is so great in that region that one can exchange six kurunis or about 4: medits of salt for one of the best oxen. Herewith the declarant ended his given declaration, and testified that this contained the sincere truth, which he could confirm, if necessary, by solemn oath. 329 Examined Louman. Thus done on the day aforesaid and signed as in the original. Underneath stood: Agrees. Was signed: Brinkman. Underneath stood: Agrees. Signed: M:r f: Palem. Authorized. Lower down stood: Agrees. Signed: J: H: Breckman. Sworn clerk. Agrees. Dyjbrands First sworn clerk No: 5 330 Translation of an unsigned Sinhalese paper letter, written by the known Court Grandee to the Maha Mudaliyar. To you, who bear affection towards me, I write this: what thoughts are held on the part of the Company to bring an end to the present disputes, I have not yet been able to learn. These disputes have caused damage on both sides. For the poor community, many and great damages have arisen therefrom. Those who live by trade have also suffered great damage thereby. However great these misfortunes are for the people, even if they continue, we have no feeling for that, and do not care about it. That our That our inhabitants are unfortunate and fare badly, I already told Your Honour while in Colombo. If you consider causing these disputes to cease, that would, in my opinion, be good; whatever the prospects might be, I think that the present time is favourable to promote this. I cannot perceive that the requests made either to the English or to the French have had a good result, and I have heard that the intention here is to address the Arabs. Because I have had no opportunity to write, my answer has stayed away for so long. It is for no other reason. For the Governor and for you, my friendship shall not fail as long as I live. Underneath stood 331 Inspected Underneath stood: for the translation. Colombo the 25: April 1792: Was signed: P: G: de Vos. Sworn clerk. In the margin: for the translation. Was signed: D: P: Samerkoon, Interpreter. Agrees. Dijbrands First sworn clerk Louman: N:o 6. 332 Translation of an unsigned Sinhalese ola, written by Idamalwatte Mudaliyar, who is a brother of the Second Adigar of the Realm and is married to a daughter of the former Basnayake of Sabaragamuwa, to the Chetty Nicolaas Poelle. After previous compliments. On the occasion of our coming from Kandy, the Mahalekam or Maha Mohottiar told us that, besides peace for the country being desired, no beginning of the war would be made from Kandy, and that therefore, if there should be someone who can bring it about that the request for peace is made by the Dutch Gentlemen, he could obtain many favours from the Court for such a person. Regarding this, the Second Adigar of the Realm, with the foreknowledge of the Mahalekam, sent a letter in the name of Eknelligoda Nilame to Colombo, into the hands of
Dutch transcription
328 Donderdag den 17: Maij, compareerde den door ons expresse uitgezondene Spion, in naamen Boendelle Gonoe Gammoewege Wattoewa, Casta Wasser en declareerde, als: Dat hij declarant van hier na Kattergam vertrokken, alwaar zigh seeven daegen, door de zwaere reegens, opgehouden te hebben, onder anderen gezien, dat aldaar in een mandoe 42: geweeren van de volkeren uit de doo„ upere der onder de Tempel van Rattergam zorteerden geve„ „pareerd en gereed waeren, zomeede nog 12. sprinkhaanen, dewelke tans tot de reparatie onder handen zijn. Tweedens dat hij met zijn eijgen oogen gezier, dat ver„ „scheide dragten met salpeeter gevuld in potten, omtrent een quantiteit van 1: /2. Amm: uit de Randapalle Corle op kattergam tot het vervaerdigen van kruijt zijn aange„ „bragt, en dat 4: man tans beezig zijn om deete salpaeter te stampen. Derdens dat hij na verloop van gem: 7: daagen naa het doop Boettelle vertrokken, alwaar zig drie daegen op„ „gehouden en onder anderen gezien, dat verscheide men„ „schen, met van hout gemaakte geweeren, door een man„ die hij niet Mant, geleerd worden, zoo als hij declarant zelfs aantoont, om de getwinde laading te doen, en dat deeze beerlingen bij beurten telkeus door andere beerlin„ „gen vervangene worden tot dieneinde, en alsmeede aldaar vernoomen, dat den Dessave van Oeva zig te Bad„ „doalle ophoudende, rijs gevorderd is, op den weg eenige manschen menschen ontmoet onder eere boom staande, bij de welke zig gevoegd te hebben, onder anderen: verstaan, dat den gemelde Dessave van Oeva ter offering naa een plaats Jaltékoemibalgamme van Baddoelle vertrokken was, dus hij declarant weederom retour na Rattergam rijs gevorderd; bij komste gezien, dat twee afgezanten van meermelde Dessave Kattoekoerolla genaamt, met een ola gerigt aan het hoofd van Rattergam zijn aangekoomen, welkers inhoud, zoo als hij naar „der verstaan heeft, zoude geweest zijn, dat het hoofd van Rattergam daarbij gelast was, om alle zijne ondergeschikte marsch vaardig te houden, ten einde als 'er Zout in de Palletoepande Lewaijs komt te „ vallen, ter afhaal vooruit te gaan, en dat hij Dessave met de geheele magt als dan staat te vol„ „gen, om alle de geene die zulks zouden koomen te beletten, 't hoofd te bedienen. Vierdens geeft hij declarant te kennen, dat de schaarsheid van het zout zoo groot in die Land„ aftreek is, dat als men voorz: Roernies of om„ „trend 4: medieten zout een van de beste ossen kan inruillen. Hiermeede eindigde den declarant met zijn gegeeve declaratoir, en beteigd dat zulks de opregte waar„ „heid 329 naagezien Louman. „nen sterken. Aldus Gedaan ten daege voorsz: en geteekend als in dee tee /:Onderstond:/ Accordeert /was geteekend/: Brinkman. /:Onderstond:/ Accordeert /: geteekend/ M:r f: Palem. Geauth: /: laager stond Accordeert:/ geteekend J: H: Breckman. G:klerk: „heid behelsden, des noods met solemneelen eede te kun„ Accordeert. Dyjbrands HEgrlerk No: 5 330 Translaat Zingaleesche on„ geteekende brief papier, ge„ schreeven door den Beken„ de Hofs Groot aan den Mahamodliaar. Aan u, die voor mij geneegendheid toe„ draegt, schrijf ik deezen wat gedag„ te men heeft aan de kant van de Komp=e om de teegenwoordige ver„ schillen te doen eindigen, heb ik nog niet kunnen ervaaren. deeze verschillen hebben aan weer Kanten Schade veroorzaakt. voor de arme gemeente zijn daaruit ont¬ staen veel en groote schaadens. Die van de Negotie leeven, hebben ook daardoor groote Schaade geleeden. Hoe groot ook deeze ongelukken voor 't volk zijn, zo ze ook voortduuren, wij hebben daar van geen gevoel, en Stooren ons daar niet aan. Dat onze 2 Dat onze ingezeetene ongelukkig zijn en 't hun kwalyk gaat, heb ik UE: reeds te Kolombo zijnde gezegt. wanneer gij overdenkt om deeze verschillen te doen ophouden zoude dat na mij gedagten goed zijn wat ook de uit¬ Ligten mogten zijn, denk ik, dat de teegens woordigen tijd gunstig is, om d te bevorderen. Jk kan niet bespeuren dat de aan zoeken gedaan nog bij de Engelschen nog bij de fransen een goeden uitsla gehad hebben, en ik heb gehoord dat hier 't voornemen is, om zig aan de A bab te addresseeren. Wijl ik geen geleegendheid gehad heb om te schrijven, is mijn antwoord dus lange uitgebleeven. Het is om geen ander reeden. voor de gouverneur en voor uch zal mijn vriendschap niet ontbeeren zo lange ik leef. onderstond 331 hooggtien /:onderstond /: voor de translatie. Kolombo den 25: april 1792: /:was getekend:/ P: G: de Vos. G: klerk /:in margine /: voor de vertaling /:was getekend /: D: P: Sa„ merkoon Tolk. Accordeert. Dijbrands VEgklerk Louman: N:o 6. 332 Translaat Zingaleesche ongeteekende ola, geschreeven door Jdemalgoede modliaar, die een Broeder is van de tweede Rijks Adigaar en getrouwd is met een dogter van den geweesene Basnaike van Saffregam aan den sittie ni„ Colaas Poelle. Na voorgaande Compliementen. Bij gelegendheid dat wij van Kandia kwaa„ men, heeft de Mahalekam /: of maha mo„ hottiaer:/ aan ons gezegd, dat behalven dat de vreede van 't land word gewenscht van Kandia geen begin van den oor¬ log zoude gemaakt worden, en dat dier„ halven, zoer iemand mogte zijn, die bewerken kan, dat 't verzoek om vree„ de gedaan word door de Heeren Hollanders, aan zulk een veele gunsten van 't Hof kon„ de doen verkrijgen. Hierover heeft de tweede Rijks adigaar„ met voorkennis van den mahalekam, een brief uit naam van Eknelligod de nie„ lime, na Kolombo gezonden in handen van
English
from Neddaerene Mohandiram. That he has thought in this manner is to elevate the luster of Kandia and to have the renown that peace was made at the request of the Dutch. Therefore it will be good if, through the wisdom of the Mahamudaliyar, an appropriate means for this were devised, and having effected that the request and the peace be made by the Dutch gentlemen, a letter were written to the Second Royal Adigar of Oedegampaha; for the Sinhalese chiefs, although subordinate to the Dutch gentlemen, remain unalterably faithful to His Imperial Majesty, and because besides this we can be saved from the danger in which we find ourselves. After having read this letter and taken good matters into consideration, please inform the Mahamudaliyar, or else hand the letter itself over. The matter currently stands thus. Was signed below. For the translation. 333 Examined. The translation. Colombo, the 21st of May 1792. Was signed: P. G. de Vos, Sworn Clerk. In the margin: for the translation, was signed: D. P. Samerkoon, Interpreter. Agrees. G. Wijbrands, First Clerk. Lootman. No. 7. 334 Today, the 21st of May Anno 1792, appeared before me, Petrus Gerardus de Vos, sworn clerk at the political secretariat here, Nicolaas Kakpoeken, chetty and resident here, who, through the translation of the titular Mohandiram and interpreter Don Philip Samerkoon, related: That some days ago he went to Sitawaka to purchase areca nut for the Company. That on that occasion Kolombogamme Vidane came to him, who told him that he was sent by the Second Royal Adigar of Oedegampaha to him, the deponent, to speak with him, the deponent, and to go together to Colombo to the Mahamudaliyar, in order to inquire whether, if the said Royal Adigar wrote a letter requesting peace, the same would be accepted without contempt and its contents fulfilled. That he, the deponent, thereupon answered the aforesaid Vidane that no belief could be placed in his word, and that he therefore had to go back and fetch a signed letter from the Adigar. That Examined. That the Vidane undertook to do this and departed, saying he would come again shortly. Thus related in the Castle of Colombo on the day aforesaid. Below was signed with some Malabar characters. In the middle: signed for the translation: D. P. Samerkoon. Lower down stood: In my presence, signed: P. G. de Vos, Sworn Clerk. Agrees. G. Wijbrands, First Clerk. C. Lootman. 335 Register of the papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, are sent via Trincomalee by the ship Het Meeuwtje, consigned to His High Nobility the Right Honorable Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the Dutch Chartered East India Company, and the Honorable the Councilors of the Dutch Indies at Batavia. No. 1. Original secret letter of today, addressed as written in the heading hereof. No. 2. Duplicate secret letter of the 24th of May last. No. 3. Copy of a French letter written by the Governor of Pondicherry, Mr. De Fresne, on the 16th of July last to the Governor of Ceylon and the Council, sent in original. No. 4. Draft copy of the reply to be sent thereto. No. 5. Copy of a Portuguese letter written by a certain Pereira on the 15th of June last from Pondicherry to the Governor of Ceylon, with the translation thereof. 336 No. 6. Copy of the deposition made by the Vidane of Kolombogamme in Sabaragamuwa named Naindehamy, on the 4th of June last, before the First Sworn Clerk Gerhard Joan Wijbrands. No. 7. Copies of the correspondence held between the well-known Court Dignitary from Kandia and the Mahamudaliyar Nicolaas Dias Abeysinghe, consisting of: No. 1. Letter written by the said Court Dignitary to the said Mahamudaliyar. No. 2. Reply sent thereto by the Mahamudaliyar. No. 3. Further note written by the aforesaid Court Dignitary to the Mahamudaliyar. No. 4. Reply sent thereto by the Mahamudaliyar. No. 8. Extract resolution concerning the military department taken in the Council of Ceylon on the 5th of this month, with insertion of the opinion delivered on that day by the Governor. No. 9. Extract from the map of Ceylon. No. 10. Copy of draft manifesto to be published in the King's country. No. 11. Copy of secret letter written on the 12th of this month from Colombo to the Major and Chief of Trincomalee, Fornbader, and the Chief of Batticaloa, Burnand. Colombo, the 24th of July Anno 1792. Wijbrands, First Clerk. No. 8
Dutch transcription
van Neddaerene mohanderam. dat w op deeze wijze gedagt heeft, is om de lu „ter van Kandia te verheffen en om de faam te hebben, dat op de Beede van de Hollanders de vreede gemaakt is. Dierhalven zal 't goed zijn indien door de wijsheid van den mahamodliaar eer hier toe dienende middel uitgedagt wie en dat bewerkt hebbende, dat 't verzoe en de vreede door de Heeren Hollanders worden gedaan, een brief geschreeven wie aan den tweeden Rijks adigaar van Oedegan paha, want de Zingalesche hoofden,a Schoon ze de Heeren Hollanders onder geschikt zijn, zijn steeds onveranderlijk getrouw aan zijne Keijzerlyke majestei en omdat buiten dien vrij van 't gevaar„ waarin wij ons bevinden, kunnen gere worden. Nadeeze brief geleesen en goede zaaken in gedagten genomen te hebben, geliev uEd: aan de mahamddliaar kennisz geeven, dan wel de brief zelfs overtegeven T is nu zodanig geleegen /:onderstond /: vo de 333 naagetiend de translatie. Kolombo den 21. Maij 1792 /:was getekend /: P: G: de Vos. G: klerk /:in morgine /: voor de vertaling /:was geteekend:/ D: P: Saamerkoon Tolk Accordeert. G Hijbrands DEgreerk Lostman No: 7. 334 Heden den 21. Maij A:o 1792. Compareerde voor mij Petrus Jerandus de vos, gezwoore klerks ter secretarij van politie alhier, Nicolaas kakpoeken, sittie en inwoonder alhier, de welke op de vertaaling van den titulaer mohan, „ dikam en tolk Don Philip Samerkoon relateerde: Dat hij voor nu eenige daagen geleeden gegaan is na Titewaka, om akreek voor de komp„e intekoopen. Dat bij die geleegentheid bij hem is aangekoomen kolombogamme viel aan, die aan hem heeft gezegt, dat hij door den tweeden Rijksadigaat van oedegampaha bij hem rela„ „tant gezonden was, om met hem relatant te spreeken, en tezaemen na kolombo bij den ma„ „ hamodliaat te gaan, ten einde te verneemen, of indien gemelde Rijksadigaal een brief schreef verzoekende om vreede, dezelve zon„ „det te minachtigen zal worden geaccepteerd, en aan den inhoud daar van zal worden voldaan. Dat hij relatant daar op aan voorsz: vidaan geantwoord heeft, dat op zijn zeggen geen ge„ „loof kan worden geslaagen, en dat hij dus moest terug gaan en een geteekende brief van den adigaat haalen. Dat naagezien Dat de vidaan dit aangenoomen heeft te doen en weggegaan, is, zeggende, binnen korten te zullen koomen. Aldus gekelateerd in 't kasteel kolombo ten daege voormeld. /:onderstond: / was geteekend:/ met eenige mallabaarse schrijfletters. Jn't midden :/ voor de vertaaling geteekend:/ D: P: samerkoon. /:Laager stond:/ Jn mijn kennis /:geteekend:/ P: G: de Vos G: klerk. Accordeert. Gt Wijbrands Eekler CLooman Lo 335 Register der Papieren gehoo„ „nende tot den sekreeten brief, die ter ordre van den welEdelen Groot Achtbaaren Heer! Willem Jacob van de Glaas Raad ordinair van Nederlandsch Jndia Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden over Tuin Co„ „nomale met het schip T Meeuwtje, worden verzonden, geconsigneerd aan zijne Hoog Hoog Edelheid den Hoog Edelen Groot Achtbaaken Heer M:r Willem Arnold Alting, weegens den staat der vrije ver„ „eenigde Nederlanden en de Ne„ „derlandsche g'oktroijeerde Oost= Jndische komp: Gouverneur Ge„ „neraal, en de welEdele Gestren„ „ge Heeren Raaden van Ne„ „derlandsch Jndien te Batavia N:o 1. Origineele sekreete Missive van heeden aan als in den hoofde deezes geschreeven, N:o 2. Duplikaat sekreete missive van den 24. Maij J=o2 „den. 707 3. kopij fransche brief door den Gouverneur van Pondichepij de Heer D. Frene„ den 16. Julij, J:o Leeden aan den gaat in origineel Heer Gouverneur van Ceilon en den Raad geschreeven. „ 4. kopia Concept van 't andwoord dat daar op staat afgezonden te worden. „ 5. kopij Portugeesche brief door eenen Pereka den 15. ' Junij J:o Leeden, van Pondicheri, aan den Heer Cei„ „lonsche Gouverneur geschree„ „ven, met het Translaat, daar van 336 N:o 6. kopij Relaas gedaan door den vidaan van kolom, bogamme in 't saffergamsche gen:t Nainde kamie den 4. Ju„ „nij J:o Leeden voor den Eersten gezw: klerk Gernard Joan Pijbrands. „ 7. kopijen van de gehoudene korrespondentie tus„ „schen den bekende Hofsgroote uit kandia en den Mahamodli„ „aar Nicolaas Dias Abesinge, bestaande in: N:o 1: brief door gemelte Hofs„ „ groote aan den gem Maka„ „ modliaar geschreeven: N:o 2. antwoord vanden Maha„ modliaat daar op afgezon„ „den. „ 3. Nader briefje door voorin. Hofsgroote aanden Maha„ modliaar geschreeven. „ 4. Antwoord daar op doot den Mahamadliaar afge„ zouden. 7Ze „ N:o. 7. onder Compt haarten „noomen in Raade van Ceelon op den 5: deezer met inscrtie van het ten dien daage overgegeeven advies van den Heer Gouverneur N:o 8. Extrakt Resolutie, over 't Militair departement ge„ Extrakt uit de Ceilonsche kaart. „o 10. kopij Consept Manifest om in 'konings Land te worden gepubliceerd. „ 11. kopij sekereete Brief den 12. ' dezer van kolom„ „bo aan den Majoor en Chieb van Thinkonomale Fornbader en het opperhoofd van Battika„ „loa Burnaad geschreeven. Molombo den 24. ' Julij A:o 1792— Wijbrands Eeklerk ƒ No. 8
English
At Pondicherry, 16 June 1792 Gentlemen, I received the letter with which you honored me dated Colombo, 24 May 1792. I assure you that its style and its content surprised me equally. In informing you that I had written once to the King of Kandy, I intended to tell you a truth and not at all to make a confession to you, and still less to offer you a justification. It is very astonishing, Gentlemen, that you allow yourselves to write to me that I made a clandestine dispatch of my letter to the King of Kandy. I used, in order to make it reach him, the only means I had at my disposal. If there had been a regular post from here to the place where he resides, I certainly would have used it in preference. I have not yet understood that it was up to the Governor and to the Council of the Island of Ceylon to prescribe to me the correspondences I am to maintain. I leave you, Gentlemen, to manage the affairs of the Honorable Dutch East India Company as you judge proper; allow me, I pray you, to conduct those of my nation as I see fit. I am incapable of providing assistance to the enemies of a power with which France is at peace. I gave very complete proofs of this during the war of the English East India Company with Tipu Sultan. I refer, Gentlemen, to my last letter concerning the Kandyans whom you tell me are at Pondicherry. I repeat to you that I do not know them, that I have not yet seen a single one of them, and that they undoubtedly live in this city only for their trade; that they live here under the protection of the laws, and by compelling them to leave it I would exercise toward them a despotism that your government may admit, but which is happily proscribed by ours. I am willing, for your information, to inform you that the man named Nalla Tambi, with whom you say these Kandyans are in intelligence here, has been absent from here for nearly a year. It would be difficult for me, Gentlemen, to fathom what precautions you say your safety requires. You are entirely the masters of your actions; if they were to violate the rights of the French, you would be responsible for it to a nation which, having declared that it does not claim any conquests, is less disposed than ever to tolerate insults. I have the honor to be, Gentlemen, Your very humble and very obedient servant, Governor of Pondicherry To the Governor and members of the Council of the Honorable Dutch East India Company, Colombo. 338: Most Dear and Noble Lord of High State, Lord W. J. van de Graaff, Governor for the Noble Company of the island of Ceylon. Sir, I take the liberty of writing to Your Lordship to make known that a Moor and a Nayaka from Kandy have arrived, and they brought a letter for the Governor, Monsieur de Fresne. The said Governor sent the letter to the Colonial Council, stating that the King of Kandy sent to ask for an engineer and some bombardiers, and the gentlemen of the Colonial Chamber did not accept it in the meeting, saying that the King of Kandy must send letters to Europe, and at the same time the French will also write to them. The said Moor and Nayaka are staying here. News from Pondicherry: 1800 soldiers and 150 artillerymen have departed from Mauritius. Orders have been given to prepare 1000 sepoys in Pondicherry, and in a few days from now the said troops will arrive. And here comes national news arriving from France. Sir, letters have arrived here from Colombo sent by Mr. Casanove to some gentlemen, all being news that is not proper to send to Pondicherry. Having no further news to report other than to offer my person always in the service of Your Lordship with all confidence, God protect etc. Subscribed: Of Your Lordship. Below: Obliged humble forever servant servant. Signed: L. H. Perera. In the margin: Pondicherry, the 15th of June, Year 1792. Sybrands, sworn clerk. Agrees. 339 Translation. To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, I take the liberty to make known to Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lordship that there has arrived here from Kandy a Moor and a Nayaka, who brought a letter to the Governor, Mr. de Fresne, wherein the King of Kandy requests an engineer and some artillerymen, which letter the Governor sent to the Colonial Assembly; but the Gentlemen of that assembly were not willing to grant the request, saying that the King of Kandy must write to Europe, and that they would also write at the same time. The aforementioned Moor and Nayaka are staying here. News has been received at Pondicherry that 1000 soldiers and 150 artillerymen had departed from Mauritius for this place, and order has also been sent here to make 1000 sepoys ready; the aforementioned troops are to arrive here within a few days. W. J. van de Graaff, Governor on behalf of the Honorable Company on the island of Ceylon. National news has also been received here from France. Some letters have arrived here from Colombo written by Mr. Casanove to some gentlemen here, all containing tidings that ought not to be written to Pondicherry. Having no other news to write, I commend my person to Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lordship, and with much confidence I am, Subscribed: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lordship's very obliged and humble servant. Signed: L. H. Perera. Lower, for the translation, signed: A. Giesler, sworn translator. In the margin: Pondicherry, the 15th of June 1792. Agrees. Sybrands, sworn clerk. Examined. A. Giesler. No. 5. No. 5.
Dutch transcription
A. Lundichery le 16 Juni 1792 Messicure Jui recu la lettre dont voua m'aves houvré en Tatte de Colombo le 24 Mai 1792. Je Voua crone que sou stile et son Contenu mout également surpria en vour mandont que javois écrit uue foir au oi de Caudi jui prétendu vour dire une Verité et point su tout vour faire uu aveu et cneore moins vour ofpir une justification it est bieuétonnant, Messieura, que vour Voux permetties de mecrire que jai forit uu envoi daudextis de ma tettre au bvi de Caudi, jai employé pour la lui faire purvenir la seule Voye que javois a ma disposition. s'il y avoit eu une poste regléé Viei au lieu ouit reside je ni'eu servis certainement servi de préference. je u'ai pas eucore compris que ce fut au gouverneur et au Couseit de kiste de Ceylon a me prescrire les correspondances que jai a entretouir. je Vous laisse, Messieurs, moner les affaires Je l'houorable compagnie des indes hoslandaise comme vous le juger a propos, souffres je vour prie que je conduise a mongré celled Je manation. je suis incapable de fournir des secours au x ennemis June puissance avec la quelle la france est en parix. jai fait mes preuver bien completes a cet égard poudant la querre de ter 337 Comperquie des indes augluise avee Cippor suttan Je me Höfere, Messieurs, a nne dermiere lettre concernant les Caudiens que vous me mandes etre a Condichery, je vous repete soue que je ne les couvois pas, que je n'en ai pas encore vu un seut et que saus doute ila u habitent cette ville ci que pour teur Commeree qu'ils q vivent sous la protection des toix en les obligeant a eu sortir juservis envers eux d'un derpotisne que Votre gouvernement peut admettre, mais quiert heureusement proserit par le notre je Veus bien pour Votre instruction Vous informer que le nommé nalle tambi avee lequet vous dites que ces Caudieus sont ici d'intelligence, en ert absent depuis prés sun au. it me servit difficile, Mesieurs, de penetrer qu'elles sout les précautions que vous dites que Votre sureté éxige. Vous etes parfuitement les maitres de Vos actions; si eles blersoient- les droits des fraucaia vous en series respons ables envers uue nation qui, sétant annoncéé pour ne pas prétendre a ses Conquetes est uoius que jamais disposéé a Souffuir des insultes Juikhouneur P'être Messieiar C Messieur Messieurs le Gouverneur et membres su couseil de t'houourble Compagnie des inder hollandaire. otre tres humble et tréa obeisant Serviteur coovible le deve el porre C Colombo 338: Carissimo Nobri Seulsor de Graude ritado senloor W J van den Graff Pels Governador de Nobri Companlria de illia de beylond Senhor En lomad en liberdade de Eeriber A senhoria Para Par chaber que tentio chegado lium Morroe, e luin nayquer de bandie e ellis trogia luina Carta Por Governador Monsieur Dubsen, 0 dito Casta Governo Man= =dan por bonsellso Colonial, que Elkey de bandia mandaw Pidier lunna injinero e allamina Bombarderos e senhsoris de chambre Colonial nad asseptér ein Viditoria, e Dizendo que por Elney de Can= dia mandan Escriber as bartas por Europsa qui juntamenti os frances tamsbeens le Escriber, o diti morroe e Mayquer estaive agii noticia de Pondichery tentro Perstido de Moruxe 1800 Soldado e 150 de Artilleiree ordis por bazer lesta 1000 sipayls us Poudichery, e alhumas Diat de aqui lo lo chegad o dito troupas, e aqui vay novas de Nachional qui vens de france senhoria aqui tentin chegade bartes de Colombo Por allsum cis senloris que que Mr. basnov: mandon, tod Noticia que nad bonvend de mandas Pos Pond cherg, wad teulen inlominat novat de maijs senao Pregenter men Pessoa sempri a servertu de senhovia com ledi confianca D„ G a &a /onderstond. De Vosmde senhovia /lager. / Obrigado luimilde Por sempri Servider Criado /was geteekend/ L H Perera / in margin Poudichery dos 15 de cember Anno 1792. Sijbrands Vlyklerk Accordeerd. 339 Translaat. Aan den WelEd: Ge str: Grot Achtb: Heer WelEdele Gestrenge Groot Achtbaare Haer. Jk neem de vrijheid uwEEd: Gestr: Gr: Achtb. Bekend te maaken, dat alhier van kandia aangekoomen is— een moor en een Naijker, die een brief hebben meede„ „gebragt aan den Gouverneur den Heer die Frein, waarbij de koning van Randia om een Jngenieur en eenige artilleristen verzoekt, welke brief den Gouver„ „neur aan de Goloniaale vergaedering heeft gezonden, maar de Heeren van die vergaedering hebben 't ver„ „zoek niet willene toestaan, zeggende dat de Koning van Randia naar Europa moeste schrijven, en dat zij als dan ter zelver tijd ook zouden schrijven. de meerm: Moor en Naijker bevinden zich hier. Te Pondicherijns nieuws ontfangen, dat van de Mau„ „ritius dit heen waeren vertrokken 1000: soldaaten en 150: Artilleristen, en ook is hier order gezonden om = 1000 sipahiers in gereedheid te brengen: Meermelde troupen staan binnen weinige daagen hier aante koomen. W: J van de Graaff. Gouverneur weegens de Ed: Compagnie op het eijland Ceijlon. meer den men heeft hier ook nationaale nieuws uit Vrankrijk ontfangen. Wier zijn eenige brieven van kolombo aangekoomen door de Heer Gatanovo aan eenige Heeren alhier gpschreem „ven, alle houdende tijdingen, die niet naar Pondi„ „cherij behoord geschreeven te worden. Geen andere nieuws te schrijven hebbende beveele ik mijn perzoon aan UwEd: Gestr: Groot Aghtb: en met veel vertrouwendheid ben ik. /:Onder„ stond: /: WelEdele Gestrenge Groot Achtb: Heer UwEd: Gestr: Gr: Aghtb: Zeer verplichte en Needrige Dienaar. /:was geteekend:/ L: H: Perera. /:Laager/. voor de vertaaling: / geteekend /: A: Geester. Getw: translateur. /: in margine:/ Pondicherij- den 15: Junij 1792: Accordeert. Dijbrands VEgjklerk Nagezien AGiesler N: 5: N: S:
English
Today, the 4th of June 1792, by order of the Right Honorable Lord Governor, appeared before me, Gerrard Joan Tijbrands, First Sworn Clerk at the Political Secretariat here: Nainde Wamie, Vidane of Kolombogamme in Saffragam, currently residing at the house of the second Adigar of the Realm, who, through the translation of the titular Mohandiram and Sinhalese interpreter of the Political Secretariat, Don Philip Samerkoon, reported: That he had received orders from the second Adigar of the Realm and from the Maha Mohottiar to go to Sitawaka to a Chetty of Colombo named Nicolaas, who was present there, and to request him to take the declarant along to Colombo to the Maha Mudaliyar of the Noble Lord Governor, and to state to the same that the said Adigar and Maha Mohottiar had dispatched an ola in the name of the Basnayake of Saffragam, therein requesting that an ola or a message be sent from Colombo to request that an embassy be dispatched from the Court, but as no answer was received thereto, he, the declarant, is sent to request the Maha Mudaliyar to bring about, in whatever manner possible, that such a writing or message be sent to the Court. That upon arriving at Sitawaka fifteen days ago, he delivered that message to Nicolaas Pulle, and the latter answered that, the declarant being such an ordinary person arriving with a verbal message in so important a matter, he could not take him to Colombo, and that nothing good was to be expected from it; whereupon he, the declarant, returned and gave notice of this answer to the second Adigar of the Realm and the Maha Mohottiar. That these courtiers then ordered him to go back to Sitawaka, to speak to Nicolaas Pulle, and to see to it that he reaches the Maha Mudaliyar of Colombo, and to tell the same in their name: That as soon as a writing or a message is received to send an embassy, it shall be dispatched immediately; that this embassy will come with orders to make a settlement, so that the damage which the Company might have suffered on account of the estrangement with the Court may be compensated, and that the disputes between the Court and the Company may be settled and friendship thus established. That the second Adigar of the Realm further ordered the declarant to tell the Maha Mudaliyar that there was news that some letters written from the Court to the opposite coast were intercepted here; that among them there will be a letter written by him, the Adigar; that he was obliged to write this letter because on that occasion no other of the Court grandees was present at Court, and that this therefore was done solely to fulfill his duty; and that the Maha Mudaliyar may rest assured that he nevertheless remains well-disposed toward the Company; and so that the Maha Mudaliyar may be assured that the declarant was sent by him, the second Adigar of the Realm, he gave to the declarant an ivory box, which he also displayed, which box no other people than the Court grandees are permitted to have made and to use. Thus related on the day aforesaid. Below was signed with an illegible Sinhalese character; in the middle was written: In my presence, was signed: G: J: Tijbrands, First Sworn Clerk; in the margin: for the translation, was signed: D: P: Samerkoon, Interpreter. Agrees. Tijbrands, First Sworn Clerk No. 0: No. 1. When the Governor was at Sitawake, the Lord Dessave sent Appuhamies to me twice to inquire after my health. If the Lord Dessave were now to send two persons to me in that same manner, now that I am at the Court, to inquire after my health and to hear what I have to say, that would be very good, and that ought to happen soon. If Eknelligodde Basnaik or whoever else it might be should send any messages, no answer should be sent thereto. That I give this advice with good intentions for the Company and for the Lord Governor, you know very well. From the Court Grandee Tijbrands, First Sworn Clerk Agrees No. 2. To the known Court Grandee: Seeing the condition to which things have been brought by the Court, even to the extent that steps have been taken to call in foreigners, I do not dare to make the proposal to the Lord Governor regarding the suggestion you make to me in a letter received yesterday, however much I remain assured that the same was done with good intention. The Court began the disagreements without the Company having given any causes thereto, and unless the Court, in order to make an end thereof, takes the customary path, I can be of no service in this matter. Agrees Tijbrands, First Sworn Clerk No. 3: I let you know the following. I know your insight and ability very well. When you propose something, it will not be neglected. Moreover, I know that the Lord Governor bears you much affection. If you concern yourself with a matter, there is no doubt that it will succeed. That I know very well. However it may be, I know that when you reflect upon things according to your great wisdom, you know how to make them possible. Whether in the name of the Lord Dessave, or whether in the name of another prominent lord, it is good to have inquiries made after my health. It is not necessary to say anything more in addition. I shall then also send off my people with the utmost speed. You must ensure that this happens soon. A person is ready to go to the opposite coast, who will depart in a few days. He will make his journey via Jaffna, Trincomalee, or Mannar. In a small container of gold, one will perhaps find something concerning his commission, if not in the staff that he in his hand From the known Court Grandee.
Dutch transcription
340 Heden den 4: Junij 1792:, is ter ordre van den WelEdelen Groot Achtbaaren Heer Gouverneur voor mij Gerrard Joan Tijbrands Eerste betwoore klerk ter secretarij van Politie alhier gecompareerd. Nainde Wamie, Vidaan van Kolombogamme in het Caffregamsche, tons woonagtig ten huijse van den tweeden Rijks Adigaar, den welke ter vertaalinge van den titulair mohandiram en Zingaleesche tolk tes Cecretarij van Politie Don Philip Samerhoon, relateerde: Dat hij ordre gekreegen had van den tweeden Rijks Adigaaren van den Maha Moholiaar om na Citavalle te gaan bij een sittij van Molombo genaamt Nicolaas, die zig aldaar bevond, en hem te verzoeken om den ve„ „latant na Kolombo meede teneemen bij den Maha„ „mosliaar van den Edelen Heer Gouverneur en den, „zelven aantezeggen, dat gemelden Adigaar en Maha Mohottiaer een ola afgezonden hadden op de naam van den Basnaike van saffergam, en daarbij verzogt dat van kolombo een ola of een boodschap zoude ge„ „zonden worden om te verzoeken, dat van het Hof een Ambassade gezonden wierd, dog wijl daarop geen antwoord ontvangen is, hij relatant gezonden word om den Mahamodliaar te verzoeken, dat hij op hoedaanig eene wijse ook moeste bewer kan, dat zodaanig een schrijven schrijven of boodschap na het Hof getonden wierd. Dat hij nu vijfthien daegen geleeden op sitavakke Koo„ „mende, die boodschap aan Nikolaas Hulle gedaan en hij geantwoord had, dat hij relatant zoo een gemeen perzoon zijnde, met een mondeling boodschap in eene zoo gewigtige zaak koomende, hij hem niet konde na Kolombo brengen, en daarvan ook niets goeds te verwagten was, waarop hij relatant weeder terug gekeerd en van dit antwoord kennis gegeeven heeft aan den tweeden Rijks Adigaar en Maha Mohotiaar. Dat deeze Hovelingen hem toen gelast hadden om„ weeder na Sitavake te gaan, Nikolaas Pulle te spreeken en te maaken dat hij bij den Mahamodliaar of Kolombo komt, en den zelven uit hun naam te zeggen: Dat zoo dra schrijvens of een boodschap ontvan„ „gere word om een Ambassade te zenden, die aan „stonds zal gezonden worden, dat deeze Ambassade zal koomen met last om een schikking te maaken, dat de schaede die de Kompe door de verwijdering met het Hof mogte geleeden hebben vergoed worde en dat de verschillen tusschen het Hoff en de komp:e bijgelegd en dus de vriendschap ge„ „maakt worde. Dat de tweede Rijks Adigaar heere relatant nog gelast 341 naagetien en gelast had den Mahamodleaar te zeggen, dat er tijding— was, dat eenige brieven van het Hof na de overwal ge„ „schreeven alhier onderschept zijn, dat daaronder een brief zal zijn door hem Adigaar geschreeven, dat hij deeze brief heeft moeten schrijven, om dat bij die geleegent„ „heid geene andere van de Hofsgrooten aan het Hof present was, en dat dit dus alleen geschied is om aan zijn pligt te voldoen, en dat den Mahamodliaar kan verzeekert zijn, dat hij echter de komp„e: geneegen blijft, en op dat den Mahamodliaar verzeekert kan zijn, dat den Relatant van hem tweeden Rijks Adigaar gezonden is, aan hem Re„ „latant gegeeven heeft een ivoore doos, die hij tevens vertoonde, welke doos geene andere meer„ „schen dan de Hofsgrooten mogen laaten maa„ „ken en gebruiken. Aldus gevelateerd ten daage voorschreeven. /:Onderstonden was geteekend met een onleesbaar zingaleese letter:/ in 't middeer stond /: Jn mijne kennisse /:was geteekend:/ G: J: Fijbrands. E: g: klerk- /:in margine:/ voor de vertaaling /:was geteekend:/ D: P: Samerkoon Tolk. Accordeert. Wijbrands VEyklerk Lowman No: 0: No 1. 342 Toen de Gouverneur te Sitawake was, heeft de Heer Dessave tot twee maal toe Appohamies aan mij gezonden om na mijn gezontheid te verneemen. Jndien nie op die zelfde wijse de Heer Dessave twee perzoonen aan mij zond, tans dat ik aan het Hof den, om na mijn getontheid te vraegen en om te hooren wat ik te zeggen heb, zoude dat zeer goed zijn en dat dient spoedig te geschieden Zoo Eknelligodde Basnaik of wie het anders mogte zijn, eenige boodschappen mogte zenden, moet daarop geen antwoord worden gezonden. Dat ik deete raad geeve met goede oogmerken voor de Komp:e en voor den Heer Gouverneur, weet uw heel wel. Van den Hofs Grooten Hijbrands Akkordeert VEgklerk No 2. 843 Aan den bekende Hofs Groote„ Aangezien de gesteldheid waarin de dingen gebragt zijn door het Hof, tot zoo verre, dat 'er zelfs stappen zijn gedaan tot het inroepen van vreemde, durve ik het niet waagen, om bij den Heer Gou„ „verneur te doen den voorslag, tot het voorstel dat uw mij doet bij een brief gistern ontfangen, hoe zeer ik mij ook verteekert houde dat het zelve met goede oogmerk is gedaan. Het Hof heeft de oneenigheeden begonnen zonder dat de komp=e daartoe eenige oorzaaken ge„ „gaven heeft, en ten zij het Hof om daarvan een einde te maaken, den gewoonen weg inslaat, kan ik in deezen van geen dienst zijn. Akkordeert Dijbrands Vegalert 8 No. 3: 344 Jk doe uw het volgende weeten. Ik ken heel wel uw door zigt en bequaamheid. Wanneer gij wat voorsteld zal dat niet worden verwaarloosd. Wierbij weet ik dat den Heer Gouverneur Uw. veel geneegentheid toe„ „draagt. zoo gij uw bemoeijt met een zaak is er geen twijffel of ze zal wel gelukken. Dat weet ik heel wel Hoe het zij ik weet dat wanneer gij naar Uwd groote wijsheid de dingen overdenkt, gij ze weet moogelijk te maaken. Wet zij in naam van den Heer Dessave het zij in naam van een an„ „der voornaam Weer is het goed na mijn gezontheid te doen vraegen. Wet is niet noodig daarbij iets meer te zeggen. Jk zal dan ook ten spoedigsten mijn volk afzenden. Gij moet maaken dat dit spoedig geschied. Om na de overwal te gaan is een perzoon gereed die over eenige daegen vertrekken zal. Wij zal zijn reis neemen over Jaffena, Grinkono„ „male of Mannaar - Jn een kookertje /: Berie:/ van goud zal men misschien iets vinden nopens zijn commissie, zoo niet in de stok die Wij in zijn Van den bekende Hofs Groot. hand
English
holds in his hand, and is similar to what the Yogis use and is called Moegoevaei, or in any other gear that he has on or about him. He must be searched most strictly. To his stick /:moegeraei:/ is attached a rope or cord that is fastened to one of his molar teeth, as if it were to do penance after the custom of the Yogis. He has disguised himself as a pilgrim. He is of medium height, rather thin, and somewhat pale in complexion. Agrees. Sijbrands First Clerk 1 No 4. 345 Upon your further letter which I received yesterday, I ventured to present your request to the Governor, without being able to succeed. I can therefore do nothing in this matter; however, if your honor were to send a couple of people to inquire after the health of the Governor, I do not doubt that the Governor will reciprocate that courtesy by sending two Lascarins Appuhamies to you on his behalf to inquire after your health, and I also think it is better that it happen in this manner. To the well-known Court Noble. Agrees. Sijbrands First Clerk Examined. Ledulx - No 7. Examined. Ledulx Examined. Ledulx Examined. SLedulx Military Department Thursday the 5th of July 1792. Present Resolution taken in Council of Ceylon The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Honorable Colonel and Head of the Ceylon Militia Diderich Carel von Doeberg, The Honorable Colonel and Head of the Artillery Batavicine de Capelli, 346 The Honorable Dessave of Matara Diderich Thomas Fretz, The Honorable First Warehouse Master Christiaan van Angelbeek, The Honorable Secretary of Police Johannes Reintous, The Honorable Trade Bookkeeper Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Fiscal Abraham Samlant, and Johannes Adrianus Vollenhove. Absent The Honorable Head Administrator Mattheus Petrus Raket, The Honorable Dessave Holst, on account of indisposition, The Honorable Pay Bookkeeper Gerard Engel. The Lord Governor presented to the assembly his address inserted below, regarding the projected Expedition to Kandy. Shortly after the conclusion of the peace of the Year 1766, the Court of Kandy already gave many indications that it reckoned on regaining at some time the seacoasts ceded to the Company in this peace. All that has occurred regarding this since that time, and particularly during and since the late war with England, is still too fresh in memory for it to be necessary to recall it here. The Court, seeing that it made no progress with all its requests in this regard, appears to have inquired early on whether the Government of Pondicherry would be inclined to enter into negotiations with it, and the documents that have since fallen into our hands demonstrate most clearly the pervasive, ruinous designs of the Court. The . . ... on The 5th of July 1792. The French are not capable at present, and presumably will not be for several years yet, of giving any effect to their intrigues with the Kandians; however, one must not doubt that these are to be resumed at the first rupture we have with France, if provision is not made for this on the part of the Company. The plan of our operation must therefore be arranged accordingly. The Court must be weakened and, as far as can be done, removed further and further from the sea. At the moment the Company begins, the Company must declare itself Lord of the lowlands, namely the Seven Korales, the Three and Four Korales, and Sabaragamuwa, as well as of the Matale Dessavony, of the district of Tamankaduwa, and of the district of Wellassa. By a manifesto that may be distributed throughout the country for this purpose, the reasons for this may be recounted and at the same time made known to the inhabitants of all these districts, as is necessary on such occasions for the information both of the great and lesser Chiefs and of the inhabitants of the aforementioned districts. Taking such a decisive step will presumably make a great impression upon the inhabitants, and even if at first it does no more than cause the people to remain quiet in their uncertainty as to how these things may turn out, much has already been gained. As soon as the main army has penetrated far enough into the country for this purpose, one will have to look out for a place situated as nearly as possible in the center of the Island that is suitable to serve as an intermediate post between our eastern and western possessions. This place must immediately be fortified, in so far as is necessary for the present. Already from Gannetenna, communication with Trincomalee must immediately be opened, and also, as soon as possible, with Batticaloa. Our aforementioned establishment can then be supplied from two sides. During the northeast
Dutch transcription
hand houd, en is gelijk die de Jogies gebruiken en ge„ „naamt word Moegoevaei of in eenig ander tuig dat Wij op of om zig heeft. Wij moet aldernaauw kleunig worden gevisenteerd. Aan zijn stok /:moegeraei:/ is een touw of koord dat aan een van zijn Kiestanden vast is als of het was om panitentie te doen naar de gewoonte der Jogies- Wij heeft zig als een Pellegrim ver„ „kleede Wij is van een middelbaare lengte vrij maager en wat blankagtig van Kleur. Aksordeert Sijbrands Veglerk 1 No 4„ 345 Op uw naader schrijven dat ik gistern ontfangen heb, heb ik het gewaagt den Heer Gouverneur Uw verlangen voortestellen, zonder te hebben kunnen slaagene Jk kan dus daarin niets doen, dog wanneer UEd een paar luiden afzond om na de welstand van den Heer Gouverneur te verneemen, twijffel ik niet of den Heer Gouverneur zal die beleefdheid beant„ „woorden met twee saffermados Appoehamies aan uw te zenden om zijnen't weegen na uw welstand te verneemen, en dat dit zoo geschied, denk ik ook „dat beeter is. Aan den bekende Hofsgroote. Akkordeert Sijbrands Veilelerk Nageri„ Leduly - N: 7: Nagezij Ledulx Nagetig tedulx Nagezi„ SLedule Militair Departement Donderdag den 5. Julij 1792. Present Resolutie genoomen in raade van Ceilon Den wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff den E: Colonel en Hoofd der Ceilonse Militie Diderich Carel von Doeberg, Den 6: Colonel en Hoofd der artillerij - - Batavicine de Capelli, Diderich Thomas Fretz, 346 De E: Matureesche Dessave. Christiaan van Angelbeek, E: Eerste pakhuijsmeester - . . Johannes Reintous De E: Sekretaris van politie. . . Benedictus Lambertus van zitter Den E: Negotie boekhouder - - - Abraham Samlant en Johannes Adrianus vollenhove Den E: fescaal Absent Holst mits in dispo„ sitie Den E: Hoofd administrateur - - - Mattheus Petrus Raket, Den E: Dessave-. - Den E: zoldij boekhouder - - - - Geraet Engel De Heer Gouverneur heeft ter vergadering overgegeven dezelfs hier onder g'insereerd addres, betreklijk de gearresteerde Expeditie na kandia Kort na het sluiten der vreede van het Jaar 1766. , heeft het Hof van kandia reeds veele Elijken gegeeven dat het reekening maakte om de bij deze vreede aan de komp: afgestaane stranden te eeniger tijd terug te hebben Al het daar over voorgevallene zedert dien tijd, en in„ zonderheid geduurende en zeedert de Jongste oorlog met Engeland is nog in te versch geheugen, dan dat het noodig zoude zijn dat hier opte haalen. Het Hof ziende dat het met alle aanzoeken derweegens niet vorderde, scheint al vroeg e hebben doen onder„ lasten of het Gouvernement van Poudicherij geneigt zoude zijn met het zelven in onderhandeling te treeden, en de zeedert ons in zanden gevallene stuk„ ken wijzen de verbegaande verderflijke uit zigten van het Hof op het duidelijkst aan. De . . ... op Den 5. Julij 1792. de franschen zijn tans niet in staat en zullen het ook vermoedelijk in verscheide Jaaren nog niet zijn, aan hun ne konkelaaijen met de kandianen eenig gevolg te geeven dog men mag niet twyffelen dat die staan te worden her„ vat, bij de eerste reptuur die we met frankrijk krijgen zoo van komp: zijde daar in niet word vorzien. Het plan van onze operatie diend dus daar na te zijn in gerigt. Het Hof dient teworden verswakt en zoo veel het geschieden kan van de zee meer en meer teworden verwijdert. op het oogen blik dat de kompagnie begint, dient de komp: zig te verklaaren voor Heer van de benede landen n naamen de zeven korles, de drie en vier koales en saffragam als meede van de Matulesche Dessavonie, Jan het landschap Tamenen kadewewve en van het landschap wel litje. Bij een manifest dat men ten dien einde in het land kan doen verspreiden, kunnen de reedenen daar van wor„ den verhaalt en tevens aan de ingezetenen van alle deze land schappen worden bekent gemaakt het geen bij diergelijke geleegentheid noodig is tot narigt zoo van de groote en mindere Hoofden als de ingeze tenen van de voorsz: landschappen. Het doen van zulk een gedetermineerde stap, zal vermoe„ delijk bij de ingezeetenen heel veel in pressie maa„ ken en doet het ook voor eerst niet meer dan dat het volk in de onzekerheid hoe dat die dingen uitvallen kunnen zig stil houd dan is er reeds veel gewon„ nen. zoo daa het hoofdleeger daar toe vergenoeg in het land zal zijn ingedrongen zal men moeten om„ zien naar een plaats zoo veel mogelijk in het midden van het Eiland geleegen die geschikt is, om te weezen een intermidiaire post tussen onze oostelijke en westelijke possessie. Deeze plaats diend ten eersten in zoo verre het voor eerst noodig is te worden bevestigt Reeds van Gennetenne diend de kommunikatie met Tainkonomale ten eersten teworden geopent en ook zoo daa het mogelijk is met Battikalo. voorsz: ons ela blissement kan dan van twee kan ten worden verzoogt Geduurende de noord oost
English
The 5th of July 1792. — east monsoon from Colombo, and during the southwest monsoon from Trincomalee or from Batticaloa. Before the arrival of the ships from Batavia and the fatherland, no firm decisions can certainly be taken regarding these matters; in the meantime, the Chief of Trincomalee and the Head of Batticaloa should be preliminarily informed of this plan under recommendation of the strictest secrecy, with instructions to inform themselves as accurately as possible regarding the condition of the roads leading from each of these places to Kandy. Should things also not proceed so much according to wish that this plan can be executed in all its extent, matters should at least be directed toward having the rest of the Seven Korales, of which we already occupy a good part, ceded to the Company at the peace, as well as the Matale Dessavony, and having restored to the Company the district of Tamankaduwa, which we have already possessed for some time. This would cut Kandy off from all its northern possessions and likely completely detach Nuwarakalawiya and the Surli Vanni from the Court, who will be well pleased if they are left in peace without concerning oneself much with them for the present. Since the necessary resolutions have already been taken to gradually prepare everything required for the expedition, I only have here to propose to the council whether it might see fit, for the encouragement of the military, to have provided to the European as well as to the native troops, at the Company's expense, a field equipage consisting of a short uniform of blue linen, two waistcoats, and two pairs of long trousers, likewise of blue cloth, and to the Europeans in addition one pair of shoes each and a field cap instead The 5th of July 1792. of a hat. The shoes should be put into production immediately because some time is needed to manufacture them, but regarding the clothing for the military, it will suffice if provisionally only the material for it is made ready. In addition to the four companies of lascoreens that have been raised in this Dessavony, I think one will do well, in accordance with a resolution already taken to that effect which remained unexecuted because the expedition could not proceed last year, to now also have four companies of lascoreens raised in the Matara Dessavony and two companies in the Galle Korale. Colombo, the 5th of July 1792. /: was signed van de Graaff And after deliberation, in consideration that however much the taking of final decisions thereon ought to remain suspended until the reply of Their High Excellencies to several letters dispatched to the same on this subject has been received here, and also from the Honorable Highly Esteemed Gentlemen Directors if the packet boat de Zeemeeuw was in Holland early enough for it, it is nonetheless highly necessary to consult beforehand on the main objectives toward which the operations could and should be directed, in order to be able to devise the necessary measures in time, it was approved and agreed to have all preliminary arrangements, insofar as they can and should be carried out, 347. The 5th of July 1792 directed according to the plan proposed by the Governor in the aforesaid advisory, with which all members of the council concurred. Furthermore, it was agreed, in accordance with His Honor's proposals made therein, not only to have provided to the European and native troops who are to be employed for this expedition, at the Company's expense, a field equipage consisting of a short uniform of blue linen, two waistcoats, and two pairs of long trousers, likewise of blue cloth, and to the Europeans in addition one pair of shoes each and a field cap instead of a hat, but also to have raised another 5 to 6 companies of lascoreens, namely two in the Galle Korale and three or four in the Matara Dessavony, on the same footing as the three companies then decided upon were to have been raised in the Matara Dessavony according to the resolution of the 29th of September last; and whereas the Military Commission that drafted the plan for the expedition, which is inserted in the resolution of the 19th of December last, noted therein as very useful that some native physicians be present with the army, it was approved and agreed upon the proposal of the Governor to engage the titular Bookkeeper van der Laan, who is experienced in native medicine, for this purpose, with the same rank and emoluments as a head city surgeon enjoys here, which emoluments will be paid to him in a lump sum from the petty cash fund. And it was further agreed that he shall thereby be authorized, as he is hereby authorized, to [illegible] another 8 to 10 natives who have knowledge of the
Dutch transcription
Den 5 Julij 1792. — oost mousson van kolombo, en geduurende de zuit west mousson van Tain konomale of van Battikalo. voor de komst van de Bataviasche en vaderlandsche schee„ pen, kunnen tot deze dingen zeekerlijk geene vaste be„ sluiten genoomen worden, in tussche dienen de dief van Trinkonomale en het opperhoofd van Battikalo, voor loopend van dit plan, onder rekommandatie van de stipste geheimhouding, te worden onderrigt, met last om zig op de gelegentheid van de weegen die van een elk dezer plaatze maar kandia leiden op het naauwkeurigst te informeeren. Mogten ook de dingen niet zoo naar wersch gaan, dat dit plan in alzijn uitgestaektheid kan worden g'exekuteerd, dient men het ten minsten daar heen te leiden dat bij de vreede de rest van de zeven kor„ „les waar van we reeds een goed gedeelte bezetten, aan de komp: word afgestaan, als meede de Matelesche Dessavonie, en dat aan de komp: word terug gegeeven het landschap Tammen ka de werve dat we reeds een tijd lang bezeeten hebben. Dit zoude kandia afwwijden van alle deszelfs noor„ delijke bezittingen en de Noegeri en soerli wan„ „ni waarschijnlijk van het Htof geheel de tacheeren„ die al wel te vreede zullen zijn zoo men hen in rust laat zonder zig voor eerst veel met hun te bekommeren. Tot het gaande weg in gereedheid brengen van alles wat tot de expeditie word vereischt de noodige besluiten reeds genoomen zijnde heb ik hier bij nog alleen aan de vergaedering te proponeeren, of dezelve zoude kunnen goedvinden om ter aan„ moediging van het Militair, aan de Europee„ sen zoo wel als aan de inlandsche troepen voor reekening van de komp: telaaten ver„ strekken een veld Equipagie, bestaande in een korte monteering van blaauw linne, twee ka misoolen en twee paaren lange broeken insge„ lijks van blaauw goed, en aan de Europesen boven dien elk een paar schoenen en een veld muts in steede Den 5. Julij 1792. steede van een hoed. De schoenen zoude aan stonds moeten worden aange„ maakt om dat er eenigen tijd noodig is om ze te vervaardigen, dog tot de kleding voor de Militairen zal het genoeg zijn indien bij provisie alleen het stof daar toe word in ge„ reedheid gebragt. Bij de vier kompenien las-koaijns die in deze Dessavonie zijn opgerigt, denk ik dat men wel zal doen volgens een reeds daar toe ge nomen besluit, dat om de wille dat de er„ peditie voorleede Jaar geen voortgang kon„ hebben, onuit gevoerd gebleeven is nu in de Materesche Dessavonie ook te doen opregte vier kompenien laskoaijns en in de gale koale twee kompenien. kolombo den 5. Julij 1792. /:was geteekend van de Graaff En is na deleberatie uit aanmerking dat hoe ook het neemen van finale beslusten daar over dien te blijven uitgesteld tot dat hier zal zijn ontfang het antwoord van Hunne Hoog Edelh: op verscheide brieven aan hoogst de zelve op dit onderwerp afgevaarde en ook van de Edele Hoog agtb: Heer Bewindhebber zoo de paket boot de zee neeuw daar toe spoedigg „noeg geweest is in Holland het nogtans hoog nood zakelijk is voor af te raadplegen over de Hoofd oogmerken waar naar de operatien zoude kun nen en behoeven te worden inoprigt, ten einde daar toe in tijds de nodige maataegelen te kunnen beraamen goedgevonden en verstaan alle voor„ loopende schikkingen in zoo verre die kunne en behoeven te worden ten uit voer gebragt te laten 347. Den 5. Julij 1792 laden bestueren na het door den Heer Gouverneur in voorsz advies voorgesteld plan waar meede zig alle de leeden van de vergadering hebben gekonformeert. voorts is verstaan om ingevolge zijn Edeles daar bij gedaane voorstellen, niet alleen aan de Euro„ peesche en Inlandsche troupen, die tot deeze ex„ peditie staan te worden g'emploijeerd, voor reekening van de Comp: te laaten verst= pagie, bestaande in een korte ering van Hlaar linnen, twee kamisoolen en twe paaren lange broe„ ken insgelijks van blaau goed n aan de Euvo„ peeschen booven dien elk een par schoenen en een veld muts, insteede van een hou maar ook te doen opregten nog 5. â 6 Compenien lacorijns, namelijk twee in de Gale koale en drie of vier in de Matu„ reesche Dessavonij, op dien voet, als volgens reso„ lutie van den 29 7ber: pass=o de drie toen gearresteerde Compenien in de Matureesche Des savonij zouden zijn opgeregt geworden plan tot de expedi„ vermits de Militaire Commissie, die resolutie van den tie heeft ontworpen, het welk in„ daar bij als zeer 19. ' december passato geinsereerd eenige inlandsche nuttig heeft aangemerkt, dat z geneesmeesters bij de armee bevinden is op de propositie van den heer Gouverneur goedgonden en verstaan, den tit boekhouder van der Laan, de in de inlandsche geneeskunde ervaaren is, daar toe te engrgeeren, met de zelfde rang en appoinctementen, als geniet een stads oppermeester alhier en welke appoinctementen betaald uit de aan hem in eene som zullen worde kleine geld cas. En is wijders verstaan dat hij daar bij geschied door dee„ zal worden gequalificeerd, gelijk zen, om nog 8. à 10. inlanders tie kennis van de
English
The 5th of July 1792. having knowledge of medicine, to engage him to serve under his supervision at such salary as shall be determined later. The Honorable Major of the regiment de Meuron, Henrij David de Meuron Mottier, having been summoned to the meeting for this purpose, having taken the oath of allegiance before the Governor, under protestation however that this should not be regarded in any respect as conflicting with the content of the Capitulation under which the regiment de Meuron was accepted into the Company's service, it was understood to make a record thereof. The Honorable members van Driberg and van Angelbeek having reported that, pursuant to the orders of the Governor, at the recent General Muster, their Honors administered the oath of allegiance to the Captain of the infantry R: T: A: de la Mothe, and the ensigns Andries Merk and Caerel Ladewig Veenekamp, as well as to the officers, non-commissioned officers, and privates of the regiment de Meuron who, since this regiment was sworn in in the year 1789, have been advanced here to higher ranks or have arrived from Europe; and finally also to the Captain of the regiment of Wurtemberg von Winckelman, and the other officers, non-commissioned officers, and privates of his company, all mentioned in the muster rolls delivered to their Honors: it was approved to make a record thereof likewise, and to have the aforementioned muster rolls sewn into the appendices of this resolution. Was read an address inserted below from the head The 5th of July 1792. head of the Ceylon Militia, von Driberg, whereby his Honor proposes to equalize the salary of the officers and sergeants of the four Eastern companies that recently arrived from Batavia with that of the officers and sergeants of the remaining Eastern companies in this government. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed Sir! The undersigned Lieutenant Colonel and head of the Militia here takes the liberty most humbly to present to Your Right Honorable High Mightiness the request of the collective officers and non-commissioned officers of the four Eastern companies recently arrived from Batavia under Captains Bagus Soema Troena, Saija Mengala, Jaija Bangsa, and Singa Laksana, to be equalized in pay with the other old companies, as in these new companies the Captains receive rd:s 6.—, the Lieutenants and ensigns rd:s 4.—, and the sergeants rd:s 1.— per month less than the others. And since all Eastern companies, both Malays and sepoys, at all times on this island have enjoyed the pay of: A Captain: rd:s 26.—.— A Lieutenant: rd:s 16.—.— An Ensign: rd:s 12.—.— The sergeants: rd:s 7.—.— per month, and the aforementioned The 5th of July 1792. lesser amount creates a sort of jealousy among them, the undersigned takes the liberty most respectfully to present to Your Right Honorable High Mightiness this their most humble request, and further to have the honor to be with as much respect as high esteem, stood below, Right Honorable Highly Esteemed Sir, Your Right Honorable High Mightiness's most humble servant, was signed, D: C: van Driberg, in the margin Colombo the 5th of July 1792. This having been deliberated and taken into consideration that the difference in allowances among these people can give reason for dissatisfaction; since all the companies must perform the same service, just as the officers and sergeants of one of these four companies, who are in garrison at Trincomalee, have actually complained about this, according to the servants' report by letter of the 5th of July last. Approved and understood, just as by resolution of the 20th of April and the first of July 1791 the salary of the officers of the three Sumanap companies was increased for the same reason, also to grant to the officers and sergeants of the aforesaid four Eastern companies recently arrived from Batavia the same salary as is enjoyed by those of the remaining Eastern companies. Thus done and resolved in the Castle of Colombo the day and month and year aforesaid. Was signed: W. J: van de Graaff, D. C. v. Driberg, P: Capelli, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Couvlant, and J: A: Vollenhove. 1792. 349 Sybrandsz No: 8: Agrees clerk 350 To all those who shall see or hear this read, greetings. The King of Kandy had too many reasons to be satisfied with the good services rendered to him by the Honorable Company to be able to believe that he was capable of having designs that pointed to the complete ruin both of the grandees of the land and of the other inhabitants of Ceylon. The Governor, having learned in the past year that unusual preparations were being made in Kandy, inquired as to the reasons thereof. Upon receiving an ambiguous answer from the Court, his Honor decided to send detachments to the frontiers, and had the courtesy to inform the Court thereof, with that candor which makes known the desire to continue to maintain a peace.
Dutch transcription
Den 5. Julij 1792-. de gneeskunde hebben, te engegeeren, om onder zijn opzigt dienst te doen, op zodanig tractement, als nader zal worden bepaald. Door den E: Majoor van 't regment de Meuron Henrij David de Meuron Mottier, die ten dien eijnde in de vergadering ontboden is, aan handen van den heer Gouverneur, den eed van trouwe af gelegd zijnde, onder protestatie echter, dat daar door niet zal moogen worden geagt, in eenig op zigt teegen den inhoud der Capitulatie, waar op 't regiment de Meuron in sComp: dienst is aan genoomen, te zijn aangegaan is verstaan dae van te houden deeze aanteekening. Door dE:s leeden van Driberg en van Angelbeek berigt zijnde, dat hun E:, ingevolge order van den heer Gouverneur, bij de Jongste Generaale moenst ring, den eed van trouwe hebben afgenoomen va den Capitain van de inpanterij R: T: A: de la Mothe, en de vaandrigs Andries Merk en Caere Ladewig veenekamp, zomeede van de officieren onder officieren en gemeenen van 't regiment de Meuron, die zedert dat dit regiment in 't Jaar 1789. b'eedigd is, alhier tot hoogere graaden geavanc of uit Europa aangekoomen zijn; en eindelijk ook van den Capitain van 't regiment van wuater burg von winckelman, en de verdere officiere onder officieren en gemeenen van zijnen Compenee alle vermeld bij de daar van aan hun E: bezor„ Naamlijsten: is goedgevonden daar van insgelijks aanteekening te houden, en de voorschreeve na lijsten bij de Bijlaagen deezer resolutie te laaten in naaijen. Is geleezen een hier onder geinsereerd addres van het hoofd Den 5. Julij 1792. hood der Ceilonsche Militie, & von Duiberg, waar bij zijn E: voorsteld, het tractement van de ofcieren en zergeanten van de vier oostersche Com„ perien, die Jongst van Batavia zijn aangekoo„ nen egaal te stellen met dat van de officieren en zergianten van de overige oostersche Compe„ nien in dit gouvernement Aan den wel Edele Groot Achtbare Heer willem Jacob van de Graaff, Raad ordinaire van Nederlands Iindia Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoodigheed wel Edele Groot Achbare Heer! Den ondergeteekende Luit: Colonel en hoofd der Militie alhier gebruijkt de vrijheid uwel Edelen Groot Achtb nedrigst voortestellen het verzoek van de gezaament„ lijke officieren en onder officieren van de vier on„ langs van batavia nieuw aangekoomene oostersche Compagnien van de Capitains Bagus soema Troena saija Mengala, Jaija Bangsa en Singa Laksana, om in gagie gelijk gesteld te moogen worden met de andere oude compagnien, als genietende bij deeze nieuwe Com„ pagnien de Capiteins rd:s 6. — de Lieutenants en vaandrigs rd:s 4. en de sergeanten rd:s 1. –. smaands minder dan de anderen. En dewijl nu alle oostersche Compagnien zoo Matleijers als sipaijhis ten allen tijden op dit Eiland de gagie van Een kapitain. Een Luitenant: Een vaandrig. de sergeanten. per Maand genooten hebben en de booven gemelde - - rd:s 26. —. — „. 16. —. — „ 12. —. — „ 7. —. — Min — Den 5. Julij 1792 Minderheid een zoort van Jaloisie onder hun verwekt soo gebruijkt den ondergeteekende de vrijheid uwel Edelen Groot Achtb: dis hun needrgst verzoek eerbiedigst voorte stellen, en zig voorts de eere te geeven met zoo veel Respect als Hoogagting te zijn /:onderstond wel Edele Groot Achtbaare Heer uwel Edelen Groot Agtbare oodmoedigste Dinaer /:was geteekend :/ D: C: van Driberg /: in margiene Colombo den 5. Julij aa over gedelibereerd en in agting genoomen zijnde t 't onderscheid in de appoinctementen bij dit volk eden tot ongenoegen kan geeven; daar alle de Com nien den zelfden dienst moeten verrigten, zoo als ads de officieren en zergianten van een van deel ier kompenien, die te Tainkonomale in guaanizo gd zig werkelijk daar over bezwaard hebben, vo is der bedienden berigt bij brieve van den 5. Julij reeden. goedgevonden en verstaan gelijk bij resolutie van de April en eersten Julij 1791. , het tractement van officieren van de drie sumanappersche Compen en dezelfde reeden verhoogd is, ook aan de officieren en sergianten van de voorsz: Jongst van Batavia aa koomene vier oostersche Companien, toe te leggen het zelfde tractement, als genieten die van de ove ge oostersche Compenien Aldus gedaan ende Geresolveerd in het Casteel olombo dage en maand en Jaar voosch: /: was ge tekend:/ W J: van de Graaff, D CroEriberg P: Capelli, D: T: fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Comlant en J: A: vollenhove 1192. 349 Dijbrands No: 8: Akkorseert egalerk 350 Aan alle de geenen, die deeze zullen sien of hooren leezen, solut De Koning van Kandia hadde te veel ree„ denen voldaan te zijn over de goede diensten door de Ed: komp: aandenzel„ ven beweezen, om te kunnen gelooven, dat hij in staat was oogmerken te bezitten, die aan geheelen ondergang zoo van de grooten de lands als van de ove„ rige ingezeetenen van Ceilon, duijgden. De Heer Gouverneur in 't gepasseerde jaer vernoomen hebbende, dat in kandia ongewoone toeberijdselen gemaekt wierden, vroeg na de reedenen daer op het daerop van het Hof ontvangen. van. dubbelzinnig antwoord, besloot zijn, Ed: de tachementen na de grensen te zenden, en hadde de beleeftheid 't tot daer van te verwittigen, met die openhartigheid, die te kennen get het verlangen om te blijven bewaenen eene Muei
English
a happy peace, which alone can perpetuate the well-being and prosperity of the inhabitants of the Island of Ceylon. The sending back of the cinnamon peelers clearly showed the Lord Governor that serious secrets lay hidden in the king's conduct. His Honour thus saw himself forced to cause all dealings with the king's inhabitants to cease. It was not without reluctance, indeed not without grief, that he proceeded to this act, although purely defensive, because the people were thereby deprived of the salt which man so needs for his existence. The Lord Governor considered that if the king were the father of his subjects, he would not expose them to the lack of an article so necessary for human health, and that he would have made known immediately to the Honourable Company the reasons that had moved him to stoppages contrary to the treaties; but this did not happen. Entirely taken with the pernicious projects of the Nayakkars who surround him, the king calmly watches his subjects suffer, without seeking the means to restore matters according to the contents of the treaty of peace and alliance which subsists between the Honourable Company and the Sinhalese nation. At last, the odious project to which the king has allowed himself to be persuaded, and in which he seems steadfastly to persist, has come to light most clearly. God, who protects the Island of Ceylon and the Sinhalese Nation, has caused to fall into the hands of the Lord Governor the letter of the king, which shows that he has had the weakness to give ear to the harmful advice of the unfaithful Nayakkars who are with him, and that he has not only permitted, but even requested, troops of a foreign power to come to this Island. These unfaithful Nayakkars who are with the King, envious that they cannot also exercise over the Sinhalese nation those oppressions which the Malabars are accustomed to exercise against anyone whom they can trample underfoot, had imagined nothing less than that, by bringing foreign troops to this Island, they could easily destroy the greats of the Realm and all other prominent Sinhalese. By sacrificing one after the other to their rapacity and criminal designs, they would soon have become the king's sole counselors, and they would not have shrunk from causing the total ruin of the grandees and bringing the people under a heavy yoke. The Honourable Company, ever moved by a sincere desire for the well-being of the Sinhalese Nation, and ready to fulfill all the duties proper to good and faithful allies for their mutual preservation, will seize this opportunity to give a convincing proof thereof to the grandees of the court, to the prominent families, and to all the people. The force which the Company has raised for that purpose is intended solely to protect the Island of Ceylon against the misfortunes into which it would be plunged by the wicked counsel of the Nayakkars and their all too great influence with the king, if that were not checked, and to liberate the Sinhalese Nation, which the Company wishes to protect, forever from the oppression of these Malabars and foreigners. It is therefore the intention of the Honourable Company that the Sinhalese Nation shall be left with its customs and religion, and that it shall continue to enjoy the fruits of the happy alliance which exists between it and the Honourable Company. It therefore makes known through this to everyone, great and small, young and old, that in order to effect this and to ensure peace on this Island, it has found itself compelled to establish and declare itself Sovereign Lord of the Dessavonies: The Seven Korles, The Three and Four Korles, The Sabaragamuwa, Bulatgama, Matale, and Wellassa, as well as of the districts Harispattuwa, Dumbara, Pansiyapattuwa, and Tambakaddawewa; and declares further that all the paddy, areca, pepper, coffee, cattle, fruits, and lands to be found therein that have belonged to the King shall from now on belong to the Honourable Company. It commands accordingly that the headmen of the places take proper care thereof, in order to render such account thereof to the Honourable Company as they would otherwise have done to the king; declaring that all those who might act contrary to this, or who might merely abet the carrying away or destruction of the aforesaid goods, shall be held guilty of treason against the Company. The Company discharges all headmen, great and small, as well as all inhabitants of the aforesaid lands, of whatever caste they may be, from the oath of allegiance to the King of Kandy; strictly forbids everyone from this day forward to obey the orders of the King or of anyone on his behalf, whosoever it may be. It commands through this that all the headmen, wherever they may be, must appear before the Lord Governor, bringing with them as many inhabitants as the opportunity shall permit, to come and take the oath of allegiance to the Honourable Company. The headmen will be confirmed in their posts by the Governor, provided their subordinates bring no complaints against them.
Dutch transcription
tina vroomen tzijnde eene gelukkige vreede, die alleen het wel zijn en den voorspoed van de ingezeetenen van het Eiland Ceilon kan doen voort duuren. Het terug zenden van de kaneel schillens deed den Heer Gouverneur duidelijk zien, dat in het gedrag van den koning ernstige geheimen verborgen laegen. zijn Ed: zag zig dus genoodzaekt om all handelingen met 's konings ingezeetenen te doen op houden wet was niet tegen zin Ja zelfs niet leedweezen, dat hij tot deeze daed schoon alleen deffensief overging, wijl het volk daer door verstocken wierd van 't zout, het welk den mensch tot zijn bestaan zoo noodig heeft. De Heer Gouverneur verdeelde zig; dat zoo de koning de vader zijner onderdaanen was, hij dezelve niet zoude bloot stellen om een artikel te moeten missen zoo noodig voor 's menschen t 351 smenschen gezondheid, en dat hij aan de Ed: komp:e ten eersten zoude hebben bekend gemaekt de reedenen, die hem bewoogen hadden tot stoppen strijdig teegens de traklaaten, dog dit is niet. geschied. Ten eenemael ingenoomen met de ver„ dertlijke projekten der Naikers, die hem omringen, ziet de koning gerust zijnen onderdaanen lijden; zonder de middelen te zoeken om de dingen te herstellen volgens den in„ houd van 't vredens en alliantie traktaat, het welk tusschen de Ed: komp: en de singaleesche natie sub„ sisteerd. Eindelijk is het hatelijk projekt, waertoe de koning zig heeft laeten overhaelen, en waer bij hij volstandig schijnt te blijven, ten duidelijksten voor den dag geko„ men God die t Eiland Ceilon en de singaleesche Natie beschermt, heeft men zinde heeft in handen van den Heer Gouver neur doen vallen den brief van den koning, welke aantoond dat hij de zwakheid gehad heeft, gehoor te gee ven aan de schaadelijke raedgee vingen van de ontrouwe Naiken die bij hem zijn, en dat hij niet allee heeft toegestaan, maer zelfs verzog om troepes van eene vreemde Mogentheid op dit Eiland te doen komen. Deeze ontrouwe Naikens, die bij den Konin„ zijn, afgunstig dat ze niet ook over de singaleese naatsie, kunnen oeffenen, die verdrukkingen die de Mallabaeren gewoon zijn te oeffenen tegens een elk die te kunnen vertrappen, hadden zig niets minder voorgesteld dan dat ze door vreemde troupen op dit hiland te doen koomen, gemakkelijk de quot des Rijks en alle verdere aanzienelij singaleeschen zouden kunnen vernielen Door 352 Door den een na den anderen op te offeren aan hunne wraetzugt en misdadige uitzigten, zouden ze spoedig de eenigste raadsluiden van de koning geworden zijn, en niet zouden ze ontzien hebben om den totalen ondergang der grooten te berokkenen, en het volk onder een zwaere Juk te brengen. De Ed: somp:s steeds aangedaan met eene opregte zugt voor 't wel zijn den singaleesche Natie, en gereed om te ver„ vullen alle de pligten welke aan goede en getrouwe bondgenooten pas„ sen tot malkander behoud, wie deeze geleegentheid waernemen om doen van een overtuigend bewijs aan de stofs grooten, aan de aanzienelijke familien, en aan al 't volk tegeven. De magt die de Comp: ten dien einde heeft op de been gebragt, is alleen geschikt om 't Eiland Ceilon te bewij„ ligen voor de ongelukken waerin 't door de de bosse naed der Naikers en deeze hunnen al te grooten invloed bij den koning ƒ zoude worden gestont, zoo dat niet wi de gestuit, en om de Singaleesche Natie die de komp: wil beschenmen voor al„ toos te bevrijden, van de onderdruk king deezer Mallabaeren en vreemden Het is mits dien de intentie van de Ed: komp: dat de singaleesche Natie bij haere gewoontens en godsdienst gelae ten wond, en dat ze blijft genieten de vrugten van de gelukkige alli antie, die tusschen haer en dE: komp: bestaat. ze laet daerom door deezen, aan een elk groot en klijn Jong en oud weeten, dat ze om dit te effectueeren en de rust op dit Eiland te verzee¬ keren genoodzaekt gevonden heeft zig te stellen en te verklaeren souverain Heer van de Dessavonien De seven korles de drie en vier koules de Sassengam Boelatgamme 7 353 Boelatgamme Matele en welletje als mede van de landschappen Hansipattoe Doembrie, pansipattoe en Tambekad„ dewewe verklaerd wijders, dat alle de daerin te vindene Nelie, arreek, peeper, kosfie, beesten, vrugten en landenijen die aan den Koning heben toebehoord van nu voortaan toebehooren aan de Ed: Comp: Beveele dien volgens dat de hoofden der plaetsen daer voor behoorlijk zorge draegen, om daer van zodanige reekenschap te doen aan de Ed: komp: als ze anders aan den koning zouden hebben gedaan verklaarende alle de geenen die hier teegens mogten handelen, of die alleen maer mogten begunstigen 't weg voeren of vernielen van voorsz: goederen, schuldig te zullen worden gehouden aan verrald teegens de komp: komp:e ontslaet alle hoofden, grooten en klijnen als mede alle ingezeetenen van de voorsch: landen van wat kast ze ook zijn, van den Eed van getrou heid aan den Koning van Kandia verbied een ieder op 't scherpst va heeden af te gehoorzamen de beveelen van den Koning of van iemand zijnentwegen wie 't ook zij. Be„ veeld door deezen, dat alle de hoofden waer ze zig ook bevinden, moeten verschijnen voor den Heer Zouver neur met hun mede brengende zo veel ingezeetenen als de gelee gentheid het toelaeten zex, om den Eed van getrouwheid aan de Ed: sComp: te koomen afleggen. De hoofden zullen in hunne posten door den Gouverneur worden beves„ tigd, indien hunne ondergeschikten geene klagten tegens hun infrenge nog 7: 8
English
354 anyone can propose a closer and better way to fulfill it. The Company declares hereby that from this moment on, it abolishes the paresses and all arbitrary authority. Moreover, it releases and exempts the inhabitants from half of the burdens that they previously paid to the King and confirms all the properties of the inhabitants in an irrevocable manner. It urges in a friendly manner the chiefs and inhabitants to appear immediately before the Governor to pay homage to the Honorable Company, and those who will have given this proof of their fidelity will receive the necessary passports to go to Colombo in order to fetch salt for their use. The Company, wishing to treat its new subjects with kindness and to give them proofs of its generous favor, permits them to bring their products to Colombo or other places of the Company, and to sell them, in order thereby to be able to purchase salt and other necessities more easily. If among the number of the inhabitants there should be some who prefer rather to live under the dominion of the King, they must declare this and make their intention known to their chiefs. To such persons, six weeks will be allowed to sell their goods and to leave the country, but if in that time they abuse the favor that the Honorable Company allows them, they will be punished as guilty of treason. Yet with this freedom that the Company gives to such of the inhabitants who might be inclined to betake themselves to other regions, it declares at the same time most seriously that all those who might undertake to commit the least hostile act against 355 the troops of the Company or against the inhabitants who are faithful to it, will no longer have any freedom to sell their goods and possessions, but that in such a case their houses will be pulled down and burned, their gardens laid waste, and if they are caught in person, they will be punished corporally and even with death according to the findings of the case. The Honorable Company, wishing to give a public proof of its disinterestedness on this occasion, and to show that it only cares for the general welfare of the Sinhalese Nation and the tranquility of this Island, offers the Disavas of the aforementioned provinces to place them in possession of their Disavanies as vassals of the Honorable Company, without them having to render to the Company anything other than a small annual acknowledgment, just as vassals are accustomed to do to their paramount lords. The cinnamon, wherever it grows on this Island, is a domain of the Company; for the rest, all products such as areca, pepper, coffee, cardamom, sappanwood, and other goods that the Company uses for its trade, will be paid for according to the prices that will be determined in an agreement to be made; the aforementioned Disavas shall be placed in possession of these fiefs for them and their descendants forever, as soon as they will have appeared before the Governor and will have taken the oath of fidelity, and done homage on account of their fiefs. In consequence thereof, the Governor invites the Disavas in a friendly manner to come to 356 since him, in order to be able to place them in possession of the fiefs, and warns them at the same time that if they do not appear for that purpose within the time of six weeks, unless for equitable and acceptable reasons they excuse themselves and request some postponement, their Disavanies will be disposed of in favor of other persons from families that are distinguished enough to be permitted to obtain the aforementioned provinces in fief from the Company, for staying away longer would indicate a disobedience to the good arrangements of the Honorable Company, which in no respect can deserve any favorable interpretation. Agrees IJsbrands E. Clerk Oostman secret 357 To the Honorable Johan George Fornbauer, Brevet Major and ad interim Chief at Trincomalee, and The Honorable Jacob Burnand, Merchant and Chief at Batticaloa. Valiant, Discreet, Singular, Pious, If the court of Kandy should not come around in the meantime so that one can come to terms with it on reasonable conditions, we have decided to undertake the main expedition, which had to remain postponed last year for various reasons, as early this year as can be done. It will be made through the Three and Four Korales via Ruwanwella, up to which point everything can be transported by water, and where the main warehouse will be established. From there, the further march to Ganetenna along the usual ambassadors' road will be undertaken in the first half of December, if the weather can at all permit it. Concerning this expedition and the main objectives thereof, the first-undersigned Governor presented in our secret meeting on the 5th of this month the written advice that accompanies this in copy, in order provisionally and insofar as the matters occurring therein belong to your knowledge, to serve for your information and guidance, and with which advice all the present members of our meeting have concurred. The opening of communication between the main army and Trincomalee, and if possible also with Batticaloa, as soon as matters have been arranged accordingly, is of the very greatest importance for making the aforesaid expedition succeed well and for making it have the desired consequences. Your Honors must therefore, and each in his own capacity, after having first conferenced about it with each other,
Dutch transcription
354 nog imand nader en beeter voorstellen om dezelve te vervullen. DE: Comp: verklaerd bij deezen, dat ze van dit oogenlik af, afschaft de paressen, en alle willekeurige gezag. Boven dien ontslaet en bevrijd rede ingezeetenen van de helfte den lasten, die ze bevorens aan den Koning be„ taalden en bevestigd alle de eigen„ dommen der ingezeetenen op eene onherroepelijke wijze. Den maand op eene vriendelijke wijze de Hoofden en ingezeetenen, van ten eersten te verscheinen voor den heer Gouverneur om hulde aan de Ed: komp: te doen, en de geeven die dit bewijs van haere getrouwheid zullen hebben gegeeven, zullen de noodige paspoorten krijgen om na kolombo te gaan, ten einde zout tot hun gebruik te haalen. De komp: haere nieuwe onderdoenen niet met goedheid willende behandelen, en hun bewijzen geven van haere edelmoedige goe gunstigheid staat aan dezelve toe, om haere produkten op kolombo of andere plaetsen van de komp: te brengen, en te verkoopen, ten einde daer door gemakkelijke zout en andere noodwendigheeden te kunnen inkoopen. zoo onder het getal der ingeze tenen eenige mogten zijn, die verkiesen lieve onder de reenschappij van den Koning te le ven, moeten te dit verklaeren en hun voor„ neemen aan hunne hoofden bekend mae„ ken. Aan de zulke, zullen ses weeken worden toegestaan om hunne goederen te verkoo„ pen en het land te verlaeten, maer zo zo indien tijd misbruiken de gunst die de Ed: komp: hen toestaat zullen ze als schuldig aan verraed worden gestraft. Dog bij deeze vrijheid die de komp geeft aan zulken den ingezeetenen, die geneegen mogten zijn zig na andere landschappen te begeeven, verklaerd re tevens op 't ernstigste dat alle de geenen, die onderneemen mogten om de minste vijandelijke daed tegens de 94. 7 355 de troupes van de Comp: of tegens de ingezeetenen die haer getrouw zijn, te pleegen, geen vrijheid meer zullen heb„ ben om hunne goederen en bezittingen te verkoopen, maer dat in zulk een geval hunne huizen zullen worden afgebroo„ ken en verbaand, hunne tinnen verwoat, en zoo ze in perzoon wonden agterhaelt, re aan den lijve en zelfs, met de dood na bevinding van zaeken zullen wor= den gestaaft. DE: komp: een openbaer bewijs willende geeven van haere onbaatzugtigheid in „ deeze geleegenheid, en toonen dat re alleen behartigt het algemeen wel zijn den singaleesche Natie en de rust van dit Eiland, bied de Dessa„ ver aan de rieu voren gewaagde provintien aan, om hun te stellen in 't bezit van hunne Dessavonien als leenmannen van de Ed: Komp: zonder dat ze daer voor aan de komp: iets anders zullen opbrengen dan een klijne Jaerlijksche enkentenis gelijk 7 gelijk de leenmannen dat gewoon zijn te doen aan hunne opperleenheeren. De kanneel waer ze ook op dit Ei land groeijd, is een domain van de komp: voor het overige zullen alle pre dukten als arreek, peper, kosfie, kan daniom, Sappanhout, en andere goede nen, die de komp: tot haren handel gebruikt betaele worden volgens de prijsen die bij een te maeken overeen komst zullen worden vastgesteld; zul lende gem: Dessacis in het bezit van deeze leenen worden gesteld voo hun en hunne nakomelingen voor altoos, zoo daa ze voor den Heer Joe„ venneur zullen zijn verscheenen en den Eed van getrouwheid zullen hebben afgelegd, en uit hoofde van hunne leengoederen hulde gedaan. Jngevolge van dien nodigde Heer Goevenneur op eene vriendelijke wijze de Heeren dessaves om bij 2 hem 356 naagedien hem te koomen, ten einde dezelve te kunnen stellen in het bezit, den lee„ nen, en waerschouwt hen tevens dat indien ze daertoe binnen den tijd van ses weeken niet verschijnen dan wel om billijke en aanneemelijke reedenen zig doen verschoonen en eenig uitstel laeten verzoeken over hunne dessavonien zal worden gedispo„ neerd, ten behoeve van andere per- ronen, uit familles, die aan zienlijk genoeg zijn om voorm: landschappen in leen van de komp: te mogen ver„ krijgen, want het langer weg blijven eene ongehoorzaamheid zoude aansuiden aan de goede schikkingen van de Ed: komp:, die in geen # op zigt eenige gunstige uitleg ging kan verdienen. Akkordeert Hijbrands EClerk Oostman 7 „ 2 i secreet 357 Aan D: E Johan George Fornbauer p:l Majoor en adinterim cheff te Trinkonomale, en D: E: Iacob Burnand koopman en opperhoofd te Battikaloa Manhafte Dissereetien Een zaeme vroome Jndien het hoff van kandia intusschen niet mogte bijkoomen, ten einde men zig met het zelve op reedelijke voorwaarde kan ver„ draagen, hebben we beslooten de hoofd expe„ ditie, die voorleede jaar om verscheide reedenen heeft moeten blijven uitgesteld, dit Jaar zoo vroegtijdig te doen als geschieden kan. Dezelve zal gedaan worden, door de drie en vier korles over Roeanelle tot hoe verre alles te water kan worden getransporteert, en alwaar het hoofd magazijn zal worden aangelegd. van daar zal de verdere opmarsch na ganatenne langs de gewoone ambassadeurs weg 7 weg worden aangetreeden in de eerste helft v December zoo het weer het eenigzints to laaten kan. Noppens deeze expeditie en de hoofd oogmerken da van, heeft den eerstondergeteekende Gouvern in onze sekreete vergadering op den 5:' deeze overgelegt het schriftelijk advies dat in kop„ hiernevens gaat, ten einde bij provisie en zoo verre de dingen die daar bij voorkoom tot uE: kennis behooren, te dienen tot uE informatie en narigt, en met welk advier zig alle de aanweezende Leeden onzer ver goedering hebben geconfirmeerd. Het openen der communicatie van het hoofd lege met Trinkonomale en des mogelijk ook met Battokaloa, zoo dra de dingen daar na ze len zijn gedesponeerd, is van het allergroo ste gewigt om de voorsz: expeditie wel te doen slaagen ende zelve te doen slaagen hebben de verlangde gevolgen. uE: moeten mits dien en elk in den zijne na alvoorens daar over met malkanderen to
English
having corresponded, and after having gathered all necessary and possible information on the matter, to inform us whether, for the opening of the aforesaid communication, the district of Tammankadewe, which formerly belonged at least for the greater part to the Company and since the year 1764 has, so to speak, unnoticed come under the control of the court once more, ought not to be taken into possession, or whether you know of a more suitable and better way to achieve this. If you should think with us that for the aforesaid purpose this district, the southwest side of which, according to the map of Ceylon, borders the Matale Dissavony, ought to be taken into possession by the Company, you must take into consideration and report to us: 1. How and in what manner this could most suitably happen. 2. When this ought to be undertaken, assuming, as we have stated above, that the army can march from Roeanolle in the first half of December. 3. How many troops would be required for this. 4. Whether one could not and ought not to make the incursion from the southwestern part of the district of Koetjaar, to how far one could possibly conduct the transports by water, either via the river Kielwitte or along the other arm of the river Kinge, which empties between Koetjaar and Korlepattoe. 5. Whether one could make any further use of the river from there to conduct the transports as far as the place in the southwestern part of Tammankadewe where the troops ought to take up post, until the detachment that will be sent from the main army arrives there to unite with the Trinkonomale troops. Finally, 6. Whether the troops ought to march in one corps as far as the borders of Tammankadewe, or whether it would be preferable to have a part of them march from Battikaloa through the Korlepattoe in order to unite at a designated place with the corps from Trinkonomale, especially if the latter could bring about that a party of coolies and other servants for this expedition would be furnished by the Battikaloa inhabitants with greater willingness. Should you know of another and more suitable way to open communication with the main army, then all information relating to it, and the very points mentioned above, must be sent to us. The opening of the communication could be undertaken as soon as the main army is established at Gannetenne on the west side of Mount Ballane. The detachment sent for that purpose could march from there along the west side of Mount Ballane to roughly the height of Giriagamme; from there it could take the further march eastward across some places between Giriagamme and Wemede, for example along or over Kallegeddere (Gallegeddere), which three places are known on the march route of the late Governor Van Eck, which is enclosed herewith. Regarding the condition of the roads leading from there or from some other places further west of Giriagamme, along which the detachment coming from the main army from Gannetenne ought to take its march (and if possible from Gannetenne itself) to the post where you judge the Trinkonomale detachment ought to be stationed to await the detachment from the main army, all possible investigation must be made. It must be specially investigated whether this detachment from Gannetenne, as soon as it has passed the Ballane there or thereabouts, could not most suitably march along the west side of the aforesaid river Kinge, assuming that the Trinkonomale detachment is placed in the district of Tammankadewe. In case it might be of any service to you in this matter, we enclose herewith a sketch of the march of Major Duflo, with an extract from his report as far as it concerns his march through the Matale Dissavony. According to what is stated on the sketch, a road is said to run from Kottabelle Noewere to Kandia, which probably runs across some place between Giriagamme and Newede, and another road to Trinkonomale. Major Duflo states in his aforesaid report that the road to Trinkonomale is very good. The condition of the river from the southwestern part of Tammankadewe up to Kandia, and what use could be made of it for conveying transports up and down, should also be explored as closely as possible. The march route of the Trinkonomale detachment to the place where it will await the detachment from the main army, and the march, at least from around Giriagamme onward, which the detachment from the main army will have to take according to the information you can obtain to meet the Trinkonomale detachment, must be indicated as accurately as possible on the aforesaid extract from the map of Ceylon, with a description of the roads and their condition, as well as of the principal villages one has to pass. The latter must especially be provided with all possible clarity, because here we have no
Dutch transcription
358 te hebben gecorrespondeert, en na daar over te hebben ingewonnen alle noodige en moogelijke informatien ons berigten, of niet tot het ope„ nen van de voorsz: Communicatie zoude be„ hooren te worden in bezit genoomen het landschap Tammankadewe, dat eertijds ten minsten voor het grootere gedeelte aan de komp:e behoord heeft, en zedert 't Jaar 1764: om zoo te spreeken als onge„ merkt, weederom gekoomen is onder de be„ heering van het hof, dan wel of uE: daar toe eenen bequaameren en beeteren weg weeten. zoo uE: met ons mogten denken, dat ten voorsz einde dit landschap, waar van de zuid west kant, volgens de Ceilonsche kaart, grenst aan de matolesche Dessa„ voni door de komp:e behoord te worden genoomen in bezit, moeten uE: in over„ weging neemen en ons berigten d:/ Hoe en of op wat wij ze dat bequaamst zoude kunnen schieden. 2:/ wanneer dit zoude behooren te worden ondernoomen, verondersteld gelijk we hier boven gezegt hebben, dat het leger in de eerste helft van December van Roea„ nolle marcheeren kan. 3: /. Hoe veel trou„ pes daar toe zoude noodig zijn. 4:/ of men niet den inval zoude kunnen en behooren te doen uit het Zuidwestelijk gedeelte van het landschap koetjaar tot hoe verre men moogelijk de transpo ten zoude kunnen doen te water, het zij over de rivier kielwitte, of langs den anderen aam van de rivier kinge, die tusschen koetjaar en korlepattoe uit„ loopt. 5: / of men van daar eenig verder gebruik zoude kunnen maaken van de rivier tot het doen der transporten tot na de plaats in het Zuidwestelijke gedeelte van Tammankadewe, daar de troupes 350 troupes zoude behooren post te vatten, hot dat het detachement dat uit het hoofd leger zal worden gezonden, daar komt, om zig met de Trinkonomaalsche troupes te ver„ eenigen, eindelijk ten 6: / of de troupes in een koops behooren te marcheeren tot op de grensen van Taman kadewe dan wel of het verkieselijker zij een gedeelte daar van te doen marcheeren van Battikaloa door de korlpattoe, om zig op een bestemde plaats met het korps van Trinkonoma„ le te vereenigen, inzonderheid zoo dit laatste konde voortbrengen dat uit de Battikaloasche ingezoetenen niet te meer genoeglijkheid een partij koelies en andere dienstelingen tot deeze expedi„ tie wierde gefourneerd. Mogten uE: tot het openen van de Communi„ catie met 't hoofd leger een anderen en bequaameren weg weeten, dan moeten ons ons alle informatien daar toe relatief, en zelver voegen als hier boven gezegt is, wor den toegezonden. Het openen van de communicatie zoude kun nen worden ondernoomen, zoo dra het hoofd leger te gennetenne aan de westkant van den berg Ballane zal zijn geëtabe seerd. Het detachement dat ten dien eind. word afgezonden, zoude van daar kunne marcheeren langs de westkant van de ben Ballane, tot op de hoogte min of meer van Giriagamme van daar zoude het de verdere maasch oostwaards kunnen nee„ men over eenige plaatsen tusschen Geria„ gamme en wemede bij voorbeeld langs of over kallegeddere /: gallegeddere:/ welke drie plaatsen op de marschrate van den Hoog zal: Heer gouverneur van Eck, die hier ingeslooten gaat bekend staan Na de geleegentheid der weegen die leiden van daar 360 daar of van eenige andere plaatsen meer west„ waards van Jiriagamme; waar over het detachement uit het hoofd leger koomende van gannetenne zoude behooren de marsch te neemen (: en zoo het moogelijk is van Gannetenne zelfs:/ na de post waar uE: zul„ len oordeelen dat het Trinkonomaalsch de tachement behoord te worden gelegt, om 't ditachement uit het hoofd leger afte„ wagten, moet alle moogelijke onderzoek worden gedaan en moet speciaal worden onderzogt, of dit detachement van Ganne„ tenne zoo dra het daar of daar omstreeks de Ballane is gepasseert, niet be„ kwaamst zoude kunnen marcheeren langs de west kant van de voorsz: rivier kinge, verondersteld dat het Trinkonomaalsch detachement in 't landschap Tammankadewe word ge„ plaatst. of het uE: in deezen van eenige dienst zoude kunnen zijn, zenden we hier ingeslooten een afteekening van de marsch van de Majoor Duflo met een extrakt uit zijn rapport zoo veel betreft zijn marsch doo de matelasche Dessavonie. volgens 't geen bij de afteekening gezegt word, zoude van kottabelle Noewere een weg loopen na kandia, die waarschijnen loopt over eenige plaats tusschen Girea gamme en newede en eenen anderen we¬ na Trinkonomale. De weg na Trinke„ nomale zegt de Majoor Duflo bij voorsz zijn berigt dat heel goed is. De gesteldheid van de rivier van het zuid wed lijke gedeelte van Tamman Kadewe tot na kandia en wat gebruik men daar van zoude kunnen maaken tot het op en afvoeren der transporten dient ook zoo na moogelijk, te worden uit„ gevorscht. De 361 De marsch route van 't Trinkonomaalsch deta„ chement na de plaats daar 't zelve het de„ tachement uit het Hoofd leger zal af„ wagten, en de marsch ten minsten van omstreeks Giriagamme af, die het de„ tachement uit het hoofd leger zal afva„ ten na de informatie die uE: daar van kunnen krijgen, zoude behooren te neemen om het Trinkonomaalsch deta„ chement te recontreeren, moeten op het voorsz: extrakt uit de ceilonsche kaert, zoo naauwkeurig moogelijk worden aangeweesen, met een beschrijving van de weegen en de gesteldheid daar van als mede van de voornaamste dorpen die men te passeeren heeft. Dit laatste moet inzonderheid met alle moogelijke duidelijkheid worden op„ gegeeven, om dat we hier daar van geene
English
cannot obtain proper information, and that consequently the detachment from the main army will have to march at least from the vicinity of Giriagamme thereafter. If there are several roads, this must likewise be noted down, so that the detachment from the main army can make use of them as the situation demands. The aforementioned extract with the indications marked upon it must subsequently, after Your Honours have taken a copy of it, be returned to us. We shall send from here another company of Orientals to Trinkonomale, and orders have been sent to Jaffanapatnam that there must be kept ready to march a company of Europeans of 100 men (for which the best men shall be drawn from the two companies stationed there) and a company of sepoys, and that these two companies must be sent to Trinkonomale upon Your Honours' first written request. In addition, the Resident of Battikaloa is authorized to summon from Tritsiaar in the Panoan Lands the company of sepoys stationed there. We hope that Your Honours will be able to manage with this reinforcement; if not, we must be informed immediately, whereupon we shall see whether we can send Your Honours any further reinforcement, which however cannot be much, since we urgently need the troops on this side for the main expedition. From the aforementioned advice of the undersigned Governor, Your Honours will see that it is our intention, as soon as we march into the King's territory, to have a manifesto published containing an announcement of our intentions and the reasons thereof. If this manifesto does not produce the subsequent desired effect, we shall immediately have a proclamation issued in the King's territories that we intend to take into possession, arranged more or less like the mandate ola that we had published last year in all the Company's lands on this side, a copy of which is enclosed herewith. We shall send Your Honours the drafts of both the manifesto and the proclamation as soon as they are prepared, and subsequently several printed copies thereof; but since it would be too early to make use of them when taking possession of Tamankadewe, Your Honours must take into consideration and report to us how Your Honours think a provisional manifesto ought to be framed, which should be published upon entering the territory of Tamman kadewe. Perhaps it will be best with this manifesto to give no other reasons for taking possession of Tamman kadewe than that this territory belongs to the Company by virtue of the peace of the year 1766, and to announce therewith that all the Chiefs, both great and small, shall be maintained in their posts if their subordinates have no well-founded complaints against them, that the inhabitants shall remain protected in their liberties, privileges, and religion, and that all their possessions shall be confirmed now and forever. We think that the immediate taking possession of Tammenkadewe should not happen too early, so as not to alert the Court prematurely. In our view, it will be sufficient if it takes place in time so that matters there can be settled, if it is done and the troops are established at the location where the detachment from the main army is to join with them when this detachment arrives there, which will likely not be possible before the New Year; but of which we shall inform Your Honours of the exact time as far as possible in due course. The Honourable Major Fornbauer shall in person command the aforementioned expedition for opening communication with the main army. His Honour must therefore immediately propose to us the arrangements which, in his view, ought to be made during his absence from Trinkonomale and Oostenburg, both in the military and civil departments. We shall send from here to Trinkonomale by the next sloop 20,000 rupees in specie or other silver coin for the service of the aforementioned expedition, and the Honourable Major Fornbauer must immediately ascertain and inform us whether His Honour also needs any further provisions and ammunition supplies that ought to be sent from here, as well as whether all necessary tools can be manufactured there, or whether some tools ought to be sent from here. And should Your Honours judge that a portion of the troops for the aforementioned expedition ought to march from Battikaloa, the Resident, the Honourable Burnand, must likewise do so. We could send Your Honours from here some small wooden casks for the transport of arrack, oil, and vinegar, and some tents and gun-covers, together with some camp kettles, if the Honourable Major Fornbauer considers them necessary for his aforementioned expedition, which in such a case must be communicated to us immediately. In the aforementioned advice of the undersigned Governor, only the Matelesche Disavany, the territory of Tamban kadewe, and the Disavany of Willetje are mentioned among the places we intend to take into possession on the east side; however, it is our intention, if matters turn out well, to cut off the Court of Kandy entirely from all its northern possessions by taking into possession the Three and Four Korles, the Seven Korles, the Matelesche Disavany, and the territory of Taman kadewe, and to bring all these possessions under the Company's sovereignty. Within this circumference lie several small districts that are governed separately, but which must be regarded as belonging to the Disavany in which they are located or which they border. If our plan succeeds, the mountain of Ballane, a part of the river Mahaweli Ganga or the Kandyan river, and the Disavany of Uva
Dutch transcription
geene behoorlijke informatie krijgen kum en dat mits dien het detachement ui het hoofd leger ten minsten van omstreen giriagamme af, daar na zal moeten ma cheeren. zo er onderschijdene weegen zijn moet dit insgelijks worden opgeteekend„ ten einde het detachement uit 't hoofd leger zig na geleegentheid van zaeken daar van bedienen kan. Het voorsz: extrakt met de daar op geteeken de aan wijzing; moet ons vervolgens na dat uE: daar van zullen hebben geno„ men een copij worden te rug gezonden Wij zullen van hier nog een komp: ooster„ lingen na Trinkonomale zenden, en na Jaffanapatnam is order gezonden dat marschvaardig moeten gehouden worden een komp:e Europeeschen van 100: man /:waar toe de beste manschappen uit de twee kompenien die daar leggen zullen worden 362 worden uitgetrokken:/ en een komp:e sippaijen, en dat deeze bij de kompenien op uE: eerste aan„ schrijving moeten worden gezonden na Trin„ konomale. Hier bij heeft het opperhoofd van Battikaloa qualificatie om van Trit„ siaar in de Panoeasche Landen, op te ontbieden de komp:e sipaijen die daar legt. we hoopen dat oub: het met deeze versterking zullen kunnen stellen, zoo niet moet het ons ten eersten worden bedeeld, wanneer we zullen zien of uw ouE: nog eenige ver„ sterking kunnen toestuuren het geen nog„ tans niet veel zal kunnen zijn, wijl we de troupes aan deeze kant zeer hoofd noodig hebben tot de expeditie. uit het voorsz: advies van den ondergetee„ kende Gouverneur zullen uE: zien dat het ons voorneemen is, om zoo dra we en 's konings land inmarcheeren te laeten publiceeren een manifest houdende een aankundiging: van onze intentie en van van de reedenen van dien: wanneer dit manifest de vervolgende uitwerking niet doet, zullen we ten eersten een publicatie laeten doen in 'skonings landen die ne voorneemens zijn te neemen in bezit, min of meer ingerigt als de mandaet ola die we voorleede Jaar hebben doen publi¬ ceeren in alle 's komp:s landen aan dieze kant; en waar van een copij hier nivens legt we zullen uE: de concepten beijde van het manifest en de publicatie toezenden, zoo dra te zullen zijn vervaardigt, en ver„ volgens eenige gedrukte exemplaaren daar van, dan wijl het bij het in bezit neemen van Tamankadewe nog te vroeg zoude zijn, daar van gebruik te maeken, moeten uE: in overweging neemen en ons berigten hoe uE: denken dat zoude behoo„ ren te worden ingerigt een provisioneel manifest 363 manifest dat bij het intreeden in 't Land„ schap Tamman kadewe zoude behooren te worden gepubliceerd. Misschien zal het bij dit mantfest best zijn, van het in bezit neemen van Tamman kadewe geen andere reedenen te geeven, dan dat de komp:e dit landschap toebehoord uit hoofde van de vreede van het Jaar 1766: en daar bij aantekondigen dat alle de Hoofden zoo groote als kleine in hunne posten zullen worden geconserveerd indien hunne onder„ hoorige geen gegronde klagten teegens hun hebben, dat de jngezetenen zullen blijven bewaard bij hunne wrij heeden voorregten en Gods dienst, en dat alle hunne bezittingen nu en voor altoos zullen worden bevestigd. Het dadelijk in bezit neemen van Tammen„ kadewe denken ne dat niet te vroeg dient te geschieden, om het hof niet on„ tijdig te wekken. Het zal naar ons inzien genoeg zijn, als het geschied zoo zoo tijdig dat de dingen daar kunnen zij afgedaan, als het geschied en de trouper op de plaats daar 't detactement uit het hoofd leger met dezelve conjungeeren moet, g'etabliseerd zijn, wanneer dit de tachement daar komt, het geen denkelijk niet zal kunnen zijn voor nieuwe Jaar„ dog waar van we uE: de nette tijd zoo ve moogelijk naader zullen bedeelen. D: E: Majoor Fornbauer zal in persoon h gezag voeren over de voorsz: expeditie tot het openen van de Communicatie, met het hoofd leger, zijn E: moet mits die ten eersten aan ons voorstellen de schik „kingen, die geduurende des zelfs absen tie te Trinkonomale en oostenburg zoo in het militair als Civiel depar tement naar zijn inzien zouden behoo ren te worden gemaakt. we zullen met de eerst volgend sloep van hier na Trinkonomale zenden 20'000: roppijen 364 ropijen in spetie of andere zilvere munt ten dienste van de voorsz expeditie, en de E: Majoor Fornbauer moet ten eersten nagaan en ons berigten of zijn Ed: ook eenige meerdere provisien en ammonitie goederen noodig heeft, die van hier zouden behooren te worden gezonden, als meede of aldaar alle de noodige gereedschappen kunnen worden aangemaakt, dan wel of 'er van hier ee„ nige gereedschappen zouden behooren te worden gezonden, en zoo uE: mogte oor„ deelen dat een gedeelte der troupes tot de voorsz: expeditie diend te marcheeren van Battikaloa, moet het opperhoofd D: E: Burnand dat insgelijks doen. we zouden uE: van hier kunnen zenden eenig klijn voetwerk tot transport van Arrak olie en a zijn en eenige tenten en geweer kappen, mitsgaders eenige veld keetels in„ dien den E: Majoor Fornbauer oordeeld dezelve in zijn voorsz: expeditie nodig te hebben, het geen ons in zulk een ge„ val 1 geval ten eersten moet worden bedeeld. Bij het voorsz: advies van den ondergetekende gouverneur zijn alleen onder de plaatsen die we denken aan de oostkant in bezit te neemen genaamd de matelesche Dessavi nie het landschap Tamban kadewe en de Dessavonie van willetje dog het is onze intentie indien de dingen wel uitvallen het hoff van kandia door het in bezit neemen van de drie en vier korles de se„ ven korles de matetesche Dessavonie in het landschap Taman kadewe geheel aftesnijdten van alle deszelfs noordelijke bezittingen en alle deeze bezittingen onder 's komp:s souveraniteit te brengen. Jn deezen omkring leggen verscheide kleinen landschappen die apart bestierd worden, dog welke moeten geagt worden te behoo„ ren tot de Dessavonie waar in ze leggen of waar aan ze grensen. zoo ons plan kan gelukken, zoude de berg Ballane een gedeelte van de rivier de kinge of de kandiasche rivier en de Dessavonie van oewa t
English
Oewa close enough to form the borders. You must nevertheless as much as possible cause to be corrected, on the aforesaid extract from the map of Ceylon, the position of the lands indicated thereon to the north of the Kandyan river and Oewa, along with the present name thereof, and send us therewith as well as possible a description of their situation, and by whom they are governed. If besides these there are yet any other tracts of any consideration in these regions, they must likewise be indicated on the aforesaid extract map. Furthermore, you must send us your considerations regarding the measures that might best be taken with respect to the Noegerie and Soerlie Wanniasses, especially the latter, so that they remain quiet and do not meddle in the dispute between us and Kandia. Although this letter, which is sent to each of you, is addressed to both of you jointly, because the matters appearing therein belong to the knowledge of both of you, we leave it deferred to you to answer the same jointly or each separately; the answering may even be done piecemeal, according as the information regarding the reports requested therein comes in to you. If a number of good pack beasts are to be obtained in the Trinkonomaele and Battikaloa districts, it will be agreeable to us if you can cause from 350 to 400 head thereof to be purchased. Even if they should not be needed for the Trinkonomaale troops in the crossing, they will come in very handy for the main army as soon as communication shall be opened. Before the army marches out, we shall send a good number of oxen for slaughter cattle from here to Roeanelle, in order to be provided at least for the first days. By a publication we shall furthermore determine the prices of the slaughter cattle for which it can be brought into the camp, as well as the prices of the other provisions, and we think that it is good that this also be done in your district. To Captain Brohier, who commands one of the Jaffnapatnam companies, we have at his request permitted an excursion to Battikaloa. If he has already arrived at Battikaloa and is presently healthy, he must command the aforesaid Jaffnapatnam company; but if the state of his health cannot allow it, you must then communicate that to Kalpettij where Captain Weerman is stationed, who in such a case has orders to depart at once for Jaffnapatnam and to take upon himself the command of this company destined for Trinkonomaale. For the rest, after greetings, we remain, /:below was written:/ Valiant, Discreet, and Honorable, Pious, Faithful good friends. /:was signed:/ W: F: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Driberg, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Litter and A: Samlant. /:in the margin:/ Kolombo the 12th July 1742. —. Agrees. —: Wybrands - Examined Lorsman First Clerk No: 11. No. 9. Duplicate Register of the Papers belonging to the secret letter which by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, are sent via Gale by the ship Vasco de Gama, consigned to His High Excellency the Right Honorable Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the Dutch Chartered East India Company, and the Right Honorable Councillors of Dutch India at Batavia. No. 1. Original secret letter of today addressed as in the heading hereof. No. 2. Copy translation of a note written by the well-known Court Grandee to the Maha Modliar, wherein it is communicated that a Mohandiram is departing to inquire after the health of the Lord Governor. No. 3. Extract resolution taken in the Council of Ceylon on the 3rd August, wherein it was approved to send two Appuhamies to Kandia to the First Adigar of the Realm, to inquire after his health in the name of the Lord Governor. No. 4. Extract resolution taken in the Council of Ceylon on the 28th August, wherein is inserted the report that the aforementioned two Appuhamies made upon their return. No. 5. Extract resolution taken in the Council of Ceylon on the 5th August, wherein are inserted: Translation of an unsigned ola addressed and delivered to the Chetty Nicolaas Kappoeran, of which the deliverers declared that they had received this ola from the Maha Mohotiar of the Court; and The answer given thereto by the aforementioned Nicolaas Kappoeran. No. 6. Copy resolution taken in the Council of Ceylon on the 31st August, wherein are inserted: Report of the Chetty Nicolaas Kappoeran, stating that there had come to him an emissary of the well-known Court Grandee and an emissary of the High Priest Kakketotte Oenanse; and A memorandum kept by the Secretary concerning a message of two Mohandirams sent by the First Adigar of the Realm to the Lord Governor with the request that the gravets may be opened. No. 7. Extract resolution taken in the Council of Ceylon on the 21st September, wherein is inserted a memorandum of what was transacted with two envoys of the Adigar, who have come once again to repeat the request for the opening of our gravets, and the decision taken thereon not to grant that request. No. 8.
Dutch transcription
365 oewa naa genoeg de grensen uitmaeken. UE: moeten niet te min zoo veel moogelijke op het voorsz: extract uit de Ceilonsche kaart doen verbeeteren de legging der lan„ den daar op aangeweezen ten noorden van de kandiasche en orwa met de tegen„ rivier woordige benaaming daar van, en ons daar bij zoo goed moogelijk zenden een beschrij„ ving van derzelver aangeleegendheid, en door wien ze worden bestierd. zoo er nog buiten dien nog in deze strecken eenige andere stukken zijn van eenige consi„ deratie moeten die insgelijks op het voorsz: extrakt kaart worden aangeweezen. Voorts moeten uE: ons toezenden derzelver consideratien over de maatreegelen die men best nopens de noegerie en soerlie wanniassen inzonderheid de laatste zou„ den kunnen neemen, op dat ze zig stilhouden en zig met de queste tusschen ons en kan„ dia niet bemoeijen. schoon deeze brief, die aan een elk van uE: word afgezonden, aan uE: bij de gerigt is, om dat de zaeken die daar bij voorkomen tot uE: bijder kennis behooren, laaten we het ge het aan uE: gedefereerd, om dezelve gezamen lijk of ekk afzonderlijk te b'antwoorden beantwoording kan ook zelfs stuk wij ze geschieden, na mate dat bij uE: inkoome de informatien nopens de berichten daa bij gevraagd. Jndien het Trinkonomaelsche en Battika „loasche een partij goede draagbeesten te de„ koomen zijn, zal het ons aangenaam weezen, indien uE: daar van 350. tot 400. stuks kunnen doen inkoopen. zoo ze ook niet mogten noodig zijn voor de Trinkonomaalsche troupen, in den overtogt zullen ze zeer te pas koomen voor het hoofd leger, zoo dra de communicatie zal g' gpend zijn. voor dat de armee optrekt, zullen we van hier een goede partij ossen tot slagt ve zenden na Roeanelle, om ten minsten voor de eerste daegen te zijn voorzien. Bij een publikatie zullen we voorts de prijzen van 't slagt vee waar voor het in het kamp kan worden gebragt, be„ paelen, als mede de prijsen der overig leevensmiddelen en we denken dat het goed d 366 goed zij dat dit ook ten uwent geschied. kapitain Brohier die een van de Jaffana„ sche kompenien commandeert, hebben we op zijn versoek een springtogt na Bat„ tikaloa toegestaan. zo hij reeds te Bat„ tikaloa is aangekoomen, en tans ge„ zond is, moet wij de voorsz: Jaffenasche e komp:s commandeeren, dog zoo de staat van zijne gesondheid het niet kan toe„ laaten, dan moeten uE: dat bedeelen na kalpettij daar kapitein weerman legt, die in zulk een geval order heeft ten m eersten te vertrekken na Jaffanapat:n en het kommando van deeze voor Trink: gedestineerde komp:e op zig te neemen. wij blijven voor het overige na groete /:onder„ stond:/ Manhafte Diskreete en Eerzaeme vroome. oub: goede vrienden. /:was geteekend:/ W: F: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Driberg, D: T: Fretz, C: van Angel„ beek, I: Reintous, B: L: van Litter en A: Samlant /:in margine:/ kolombo den 12:' Julij 1742. —. Accordeert. —: Wybrands - naagezien Lorsman Egklerk No: 11. No. 9. 367 N Deplicaat Register der Papieren Gehoorende tot den sekreeten brief die ter ordre van den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob. van de Graaff, Raad ordi„ „nair van Nederlandsch India Gouverneur en direkteur van het Eiland Ceilon met dies on„ derhoorigheiden over Gale, met het schip Vasco de Jama wor„ „den verzonden geconsigneerd aan zijne Hoog Edelheid den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer M=r Willem Arnold Alting, Wegens den staat der vrije vek„ „ eenigde Nederlanden en de Ne„ „derlandsche geoktroijeerde Oost Indische komp:s Gouver„ „neur Generaal en de Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Nederlandsch India te Bata„ „via. Origineele sekreete brief van heeden aan als in den hoofde deses geschreeven„ N. o 2. N:o 2 kopia Translaat briefje door den bekenden Hofsgroo „ten aan den Mahamodliaar geschreeven waar bij bedeeld word dat een mohandikam vertrekt om naden welstand vanden heer gouverneur te „ verneemen. „ 3. , Extract resolutie genoomen in rade van Ceilon op den 3. aug:s waar bij goedge„ „vonden is om twee appoehanies naar kandia aan den eersten rijksadigaar te zenden, om uijt naam van den heer Gou„ „verneur na desselfs welstand te verneemen. „ 4 Extract resolutie genoomen in reede van Ceilon op den 28:' Aug:s waar bij 9.' ense„ „reerd is het relaas dat voorm: twee appoekamies bij hun tentig komst gedaen hebben. No 5 368 N:o 5 Extract resolutie genoomen in rade van Ceelon op den 5. aug:s waar bij g'insereerd zijn. Translaat van een ongeteekende ola geaddresseerd en besteld aan den Chittij Nicolaas kap„ „poekan, waar van de bestel„ „ders op gegeeven hebben dat ze dese ola ontfangen hadden vanden mohamohotiaar van het Hof en T antwoord door voorm: Nico„ „laas kappoeran daar op gegeeven. „ 6. kopia resolutie genoomen in rade van Ceilon op den 31. ' aug:s waar bij geinse„ „keerd zijn. relaas van den Chittij Nicolaas kappoeran, houdende dat bij hem was gekomen een zende„ „ling van den bekenden Hofs„ „grooten en een zendeling van den tig den opperpriester kakketotte oenanse en. Een aanteekening door den sekke „taris gehouden nopens een boodschap van twee mohan„ „dikamt door den eersten rijk adigaat aan den heer gouve„ „neur gezonden met verzoek dat de gravetten mogen wor „den geopend. N:o 7. Extract resolutie genomen in rade van Ceilon op den 21. 7ber, waar bij g 'inse „reerd is een aanteekening van het verhandelde met twee afgezondene van den acti„ „gaar, die andermaal geko„ „ men zijn om het verzoek tot het openen van onse gue „sen te herhaalen en het daar op genoomen besluijt, om in dat verzoek niet te bewilli„ „gen. N. o 8.
English
366 No. 8. Copy of resolution taken in the Council of Ceilon on the 23rd of September, whereby it was approved to resile from the decision taken on the 21st of September and to answer the envoys that the request made is granted. No. 9. Copy of circular letter written on the 26th of September to the subordinate stations, whereby the orders to have the borders in the Company's territory opened were issued. No. 10. Copy of secret circular letter written on the 26th of September to the subordinate stations, whereby it was ordered not to give the Kandyans any more salt than they need for themselves and their household for one month. No. 11. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on the 9th of November, into which are inserted: A letter from the court dignitary in answer to the communication given to him of the intercepted letter from the dessave of Safferegam. A letter written by the maha modliaar in answer to the aforesaid letter from the court dignitary. A further letter received thereafter from the said court dignitary and A translated Malabar report received from Kalpettie from three inhabitants of Karradiesoe. No. 12. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on the 10th of November, whereby it was 370 approved to dispatch a note to the well-known court dignitary according to the draft inserted in the said resolution, containing communication of the news received from Madras that the Dutch have declared war on the French. No. 13. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on the 21st of November, into which are inserted: A letter from the well-known court dignitary, in which he among other things advises, if one wished to expedite the Embassy, to have the Colombo dessave write a letter to him according to the draft sent therewith by him. The draft just mentioned, received from the well-known court dignitary. A letter from the Colombo dessave written to the dessave of the Three Korles, drafted according to the aforementioned prescription, and A letter written by the maha modliaar on that same occasion to the well-known court dignitary. No. 14. Some notes exchanged between the well-known court dignitary and the maha modliaar and some reports and notes consisting of: A note from the maha modliaar to the well-known court dignitary, stating that he does not dare to venture making the proposal made to him in his letter to the Lord Governor, and that since the Court has begun the disagreements, he can be of no service in this matter unless the Court, in order to make an end thereto, enters upon the customary path. 371 A letter from and to the same as just written, stating that when the court dignitary sends a few people to inquire after the health of the Lord Governor, he does not doubt that the Lord Governor will send two appuhamies to him, the court dignitary, to inquire after his health. A letter from and to the same as just written, in which it is communicated that the news that Holland has already declared war on the French is not true. A letter from and to the same as just written to inquire about the authenticity of the ola which the dessave Leeuke is said to have written. A letter written by the court dignitary to the maha modliaar, in which it is communicated that the court dignitaries are to arrive in Colombo in the coming month of January. A letter written by the priest Koeda Oenanse to the maha modliaar, in which he requests to make friendship with Ellepatte Basnaike Rallehamie. Note kept by the secretary on the 24th of August, while taking leave of the two mohandirams who had come on behalf of the adigar. Note kept by the secretary on the 23rd of September, while taking leave of the two further messengers from the adigar. 372 Declaration granted by a mahadukea of the Paduwas, who delivered an ola from the Basnaike of Saveregam to the maha modliaar while the Lord Governor was at Sitawaka, with the request to hand over that ola to His Honour. Note kept by the secretary on the 17th of this month of the statement made by two Kandyans who had been sent by the second court adigar and the maha mohottiar of the Court to inquire after the health of the maha modliaar. Note kept by the secretary on the 18th of this month of the statement made by two Kandyans who were sent by the dessave of Saveregam to inquire after the health of the maha modliaar. Note kept by the secretary on the 17th of this month of the statement made by the maha modliaar concerning the envoys of the second court adigar and the maha mohottiar of the Court. Note kept by the secretary on the 21st of this month of the statement made by the maha modliaar concerning a message delivered to him by a Sinhalese priest of one of the Safferegam temples in the name of the brother-in-law of the second court adigar, and of the son-in-law of the former Basnaike of Safferegam, Eknelligoda Rallehamie, who is currently under arrest at the Court. Note kept by the secretary on the 27th of this month of the statement made by the maha modliaar concerning a message 373 delivered to him on behalf of the second court adigar. Note of a conversation held between a servant of the second court adigar and a Sinhalese servant of the chosen Galle Commander and Acting Colombo dessave, the gentleman Fretz. No. 15. Copy of translated letter ola written by the dessave of the Three and Four Korles and first court adigar to the Colombo chief dessave in answer to the letter inserted in the resolution of the 21st of November mentioned here before under No. 13. No. 16
Dutch transcription
366 N:o 8. kopia resolutie genoomen in rade van Ceilon op den 23. 7ber:, waar bij goed gevonden is om van het genomen besluijt op den 21. ' 7ber: te reselieeren en aan de zendelingen te ant„ „ woorden dat in het gedaan ver„ „zoek word bewilligd. „ 9. kopia Circulaire missive den 26. ' 7ber: na de on„ „derhoorige kantooren geschree„ „ven, waar bij de orders om de grensen in 'skomp:s gebied te doen openen uijt gevaardigt zijn. „ 10. kopia sekreete Circulair missive den 26. ' 7ber: nade onderhoorige kantooken geschreeven, waarbij gelast is aan de kandiaanen niet meer zout te geeven als ze voor haar en haar huijshouding minct meer N:o 11. Extract resolutie genomen in rade van Ceilon op elen 9' November, waar bij g'inser„ „keerd zijn: Een brief van den Hofsgrooten in and„ „woord op de aan hem gegeevene Communicatie van den onder„ schepten brief vanden dessave van Safferegam. Een brieef door den maha modliaer geschreeven in andwoord op voorsz: brief van de Hofsgrooten. Een daar op ontvangene na den breef van gem: Hofsgrooten en Een van kalpettie ontfangen trans„ „laet mallabaarse rapport van drie inw:s van karradiesoe, „ 12. Extract resolutie genoomen in rade van Ceilon op den 10. ' November, waar bij goed„ meer voor een maend nodig heb„ „ben. „gevonden 370 „gevonden is aan den bekenden Hofs grooten te laaten afgaan een briefje volgens het bij gem: re„ „solutie g. ' inseheerd Consept, hou„ „dende Communicatie van de ontfangene tijding van Madras dat de hollanders den franschen den oorlog aangedaen hebben. N.:o 13. Extract resolutie genoomen in rade van Ceilon op den 21:' November, waar bij g'in„ „sekeerd zijn. Een brief vanden bekenden Hofs„ grooten, waarbij hij onder an„ „deren aanraad zo men de Ambassade wilde verhaast hebben door den kolombosche dessave aan hem te doen schrij„ „ven een brief volgens het ont„ „werpt door hem daar bij ge„ zouden. het het even gem: vanden bekenden Hofs, „guooten ontfangen ontwerp. Een brief van den kolombosche des„ „save aan den dessave van de drie koules geschreeven volgens het evengem: voorschrift geconci„ „pieert en Een brief door den mahamodliaet bij die zelfde geleegendheid aan den bekenden Hofsgrooten ge„ „schreeven. N:o 14. Eenige gewisselde briefjes tusschen den bekenden Hofsgrooten en den Mahamadli, „aar en eenige relaasen en aan„ „teekeningen bestaande in. Een briefje van den mahamodliaat aanden bekenden Hofsgrooten, houdende dat hij niet duaft wagen bij den Heer Gouverneur te doen den voorslag aan hem bij zijn brief gedaan en dat hij wijl het Hof de oneenigheeden heeft 371 heeft begonnen in desen van geen dienst kan zijn ten zij het hof om daar van een eijnde te maken den gewoonen weg in staat. Een brief van en aan als evenge„ „schreeven, houdende dat wan„ „neer den Hofsgrooten een paar luijden afzend om naden wel„ stand van den heer Gouver„ „neur te verneemen, hij niet twijffelt of den heer Gouverneur zal twee appoehamies aan hem Hofsgrooten zenden om na zijn welstand te verneemen, Een brief van en aan als evenge„ „schreeven waar bij bedeeld word dat de leiding dat hollandden oorlog bereeds aan den franschen heeft verklaard, niet waar is. Een brief van en aan als evenge„ „schreeven om te verneemen na de Egtheid van de ola, die den dessave Leeuke zoude geschree„ „ven hebben. Een Een brief van den Hofsgrooten aan den mahamodliaar geschreeven, waar bij bedeeld word dat de H ofs grooten in de maand Janu„ „arij aanstaande op kolombo staan te koomen. Een brief door den priester koeda oenause aan den mahamodli„ „aet geschreeven, waar bij hij verzoekt vriendschap te maeken met Ellepatte Basnaike Ral„ „lehamie. Aanteekening door den secretaries gehouden op den 34 aug:s, terwijl aan de twee mohandikams, die van wegen den adigaat gekoo„ „men waren, afscheijd gegeeven wierd. Aanteekening door den secretaris gehouden op den 23. 7ber ter„ „wijl aan de twee nadere bood„ „schappers van den adigaar af„ scheid gegeeven wierd, De klakatoik 372 Deklaratoir verleend door een ma„ „hadoekea van de Padoeal, die een ola van den Basnaike van Saveregam besteld heeft aan den mahamodliaar terwijl den heer Gouverneur op sitwvaka was, met verzoek om die ola aan zijn Edele over te geeven. Aanteekening door den secretaris gehouden op den 17. deser van het verklaarde door twee kan„ „dianen die van den tweden rijks„ „ adigaar en den mahamohoti„ „aar van het t ofgezonden waren, om na den welstand van den mahamodliaar te ver„ „neemen. Aanteekening door den secreta„ „uis gehouden op den 18. deser van het verklaarde door twee kandianen die door den des„ „save van Saveregam gezon, „den zijn, om naden welstand van den mahamodhiaar te verneemen, Aanteekening i Aanteekening door den secretaris ge„ „houden op den 17. deser van het verklaerde door den mahamodli„ „ aat nopens de zendelingen van den tweden rijks adigaat en den maha mohotiaer van het Hof. Aanteekening door den secretaris gehouden op den 21. deeser van het verklaarde door den maha„ „modliaar nopens een boodschap die een singaleese priester van een der safferegamse tempels uijt naam van den swager van den tweden rijk sadigaar, en van den schoonzoon van den geweesen Basnaike van saffe„ „ regam Eknelligod de Ralle, „hamit, die tans aan het hof gearresteerd is, aan hem ge„ „daan heeft. Aanteekening door den secretaris gehouden op den 27. deeser van het verklaarde door den maha modliaat nopens een boodschap, 373 boodschap, die van wegen den twe„ „den rijks adigaar aan hem ge„ „daan is. Aanteekening van eengehouden zae„ men spraak tusschen een dienaar vanden tweden rijksadigaar en een singaleese dienaar van den g' eligeerd gaals komman„ „deur en waarneement kolom, „bosche dessave de heer Fretz: N:o 15. Kopia translaat brief ola door den dessave van de drie en vier korles en eersten uijks adigaar geschreeven aan den kolombosche groot dessave in andwoord op de brief g'in, „sereerd bij resolutie van den 21.:' November hier vooren onder N:o 13. vermeld. No. 16