VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3975

Ceylon · 1,668 pages · 213 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3975_1402 view scan ↗

English

Your High Excellencies have sent me an extract, concerning which Your High Excellencies do me the honor, by respected separate letter of the 21st of September last, so far as Ceylon and Cochin are concerned, to ask for my humble thoughts, solely on such kind of arrangements as fall somewhat within the sphere of subsidy treaties; and this might indeed be entered into, in case the military state of the native princes, with whom we could make such conditions, were on a regular footing than it actually is, without it causing inconveniences, provided one paid something toward the maintenance of the troops which they would have to keep in readiness for us; but this not being the case, one will for the present have to be content with recruiting sepoys when they are needed, on the footing as has been done hitherto, and which has never yet met with opposition among the native princes. § 29. I very humbly request Your High Excellencies hereby for my discharge from this Government to Batavia, in order to take possession of my seat at the High Table. § 30. And while it could happen that my domestic circumstances might in the meantime advise me to return to Europe, particularly to be able to care for the further upbringing of my children myself, I therefore still very humbly request that Your High Excellencies will also be so good, in case I might in the meantime decide to repatriate directly from Ceylon, as to most favorably send the necessary furlough for that purpose, provided we then submit to the orders established on this matter. I commend Your High Excellencies to God's gracious protection, and have the honor to be with all high esteem and true loyalty. In the margin stood: High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Noble Honorable Lords, Your High Excellencies' very humble and obedient servant. Was signed: W: J: van de Graaff. In the margin: Colombo the 31st of December 1792. Agrees. D. van de Graaff No 44 Resolution taken in the Council of Ceylon on Tuesday the 25th of October in the year 1791. Present The Noble, Right Honorable Lord Governor, Willem Iacob van de Graaff, The Honorable Chief Administrator, Mattheus Petrus Raket, The Lieutenant Colonel ad interim Carl Diderich von Drieberg, The Dissave of the Colombo environs, Diderich Thomas Fretz, The Dissave of Matara - Mr. Christiaan van Angelbeek, The First Warehouse Keeper - Johannes Reintoux, The Secretary - Benedictus Lambertus van Zitter, The Trade Bookkeeper - Abraham Samlant. Absent The Pay Bookkeeper - Gerrit Engel Holst, the former on account of indisposition, The Fiscal - Mr. Johannes Adrianus Vollenhoven, and the latter engaged in the service. Upon the written proposal of the ad interim head of the Ceylon militia, the Honorable Lieutenant Colonel von Drieberg, it has been approved and agreed to appoint the following officers for the two companies of sepoys, which according to secret resolution of the 14th of May last, were recruited at Tuticorin, namely: For the first company: The Lieutenant Chaik Ismael of Tirunelveli to Captain The Ensign Baderdien of Tirunelveli to Lieutenant The Sergeant Amat Ceilon of Colombo to Ensign For the second company: The Captain Lieutenant Mamadelli of Tirunelveli to Captain The Sergeants Assen Nelli of Madurai and Moette Samie of Tagassie to Ensigns. Upon the proposal of the Lord Governor, it has been approved and agreed to also have the articles of war translated into Tamil, for use by the native companies established here and at Matara. The Lord Governor communicated to the meeting that Colonel de Meuron had requested a warrant on the Cashier in order to be able to receive the increase of four guilders in pay granted by resolution of the 2nd of November 1790, for the soldiers of his Regiment who, having served out their first contract, had reenlisted for another five years; but that since the Noble High Indian Government, by missive of the 8th of July last, had not only deferred the disposition thereof to the Lords Majors, but had also remarked therein that the soldiers of that regiment ought in that respect to have been treated according to the standing regulations, or that one ought at least to have requested and awaited the decision of the Lords Majors concerning it, His Honour had deemed it necessary to bring this point to the further deliberation of this meeting. Whereupon having been deliberated, it has been taken into consideration: That although the qualification granted by Your High Excellencies by missive of the 18th of July 1768, to be permitted to increase the pay from 9 guilders to 13 guilders for the National soldiers who, having served out their first contract, wished to reenlist for five years, is a temporary concession, solely for so long as the weakness of the military force in this Government should require it, to divert the soldiers from the voyage home through such an extraordinary improvement; this manner of improvement has nevertheless been in use here for over 23 years now, and one will continually have to maintain it in order not to weaken the European militia too much, since not as many recruits are received from Europe as are needed to make up the number of those who die annually or repatriate after completing their contract. That so long as the National soldiers are improved on that footing from 9 guilders to 13 guilders, one cannot conveniently

Dutch transcription

Hoog Edelheden mij een Extrakt hebben de gezonden, en waar omtrent Hoogst dezel„ ve mij de eere aandoen bij g'eerbiedigde apparten brief van den 21. september J=o Leeden, zoo veel Ceilon en koetsiem aangaat, mijne nedrige gedagten te vraagen, alleen uit, tot zulk slag van schikkingen, als eenigzints vallen in den kring van subsidie traklaten, en dit zoude ingevalle de inlandse vors„ ten, waar meede we diergelijke be„ dingen zoude kunnen aangaan, huun uE Militairen staat was op een ge„ regelden voet, dan ze werkelijk is wel kunnen aangaan, zonden dat het ongeleegentheeden zoude hebben mids men iets betaalde tot het on„ derhoud der troupes, die te voor ons zouden moeten in gereedheid hou den, doch dit niet zijnde, zal orrci zig voor eerst moeten vergenoegen met het aanwerven van Cipaijen wanneer ze noodig zijn, op dien voet als dat tot hier toe is geschied, en by de inlandsche vorsten tot als nog nie mer teegenstand gevinden heeft. § 29. Jk verzoek uw Hoog Edelheden door deezen zeer nedrig om mijn ontslag uit 596 uit dit Gouvernement na Batavia, ten einde van mijn plaats aan de Hooge tafel bezit te neemen. § 30. E„ wijl let zoude kunnen gebeuren dat mijne huislijke omstandigheeden wij intusschun zouden kunnen aanraaden om terug te keeren na Europa, in hon„ derheid om zelve te kunnen verzorgen de verdere opvoeding van mijne kinderen zoo verzoek ik nooh zeer nedrig dat uw Hoog Edelheden daer bij zoo goed wil len zijn, mij ingevalle ik intussen mog te te raade worden om direkt van Ceilon te repatrieeren, daer toe hoogst gunstig te willen zenden het noodige verlof, mits wij onderwerpende dan de op dit stuk g'etablisseerde orders. Jk beveele uw Hoog Edelheden in Gods gena„ dige bewaaring, en heb de eere met alle hoog agting en waare trouwe te zijn. /:indekstond:/ Hoog Edele Gestr: Groot agtb„ wijdgebiedende Heer en WelEdele Gestr stecren uw Hoog Edelhedens zeer onder danige en gehoorzaeme Dienaar /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff /:in mal gine:/ Kolaubo den 31. December 1792 Akkerdeert. D. vande ogrnall No 44 597 Resolutie genoomen in Rade van Ceilon op Dingsdag den 25. oktober A:o 1791. Present De wel Ed: Groot Achtb: Heer Gouverneur, Willem Iacob van de Graaff, De E: Hoofdadministrateur, Mattheus Petrus Raket, De „ luijtenand Colonelen adintrni Cas en d mitis Carl Diderich von Driberg, 1 De „ Desjave der Kolombose ommelandn, Diderich Thomas Faetz:, De „ Desjave van Mature - M:r Christiaan van Angelbeek, Johannes Reintous, De „ Eerste Pakhuijsmeester - Benedictus Lambertus van Zitter, De „ Sekretaris De „ Negotie Boekhouder - Abraham Samlaut. Absent Gerrit Engel Holff, De „ zoldij Boekhouder M:r: Johannes Adrianus Vollenhoven de eerste mits indispositie De „ fiscaal en de laatste g'occupeerd in den dienst. Op de schriftelijke voordragt van 't adiite him hoofd der Ceilonsche militie, de E: luijtenant Colonel von Drieberg, is goedgevonden en verstaan voor de twee Compenien Sipahis, die volgens se= „creete resolutie van den 14. Maij J:o leeden, te Tutucorijn aangeworden zijn, aantestellen de volgende officie „ren, namelijk voor voor de eerste Compenie De Luijtenant Chaik Ismael van Tirnewelli tot Capitain De Vaandrig Baderdien van Tirnew e Tot luitenant De sergeant Amat Ceilon van Kolom Tot vaandrig voor de tweede Compennie De Capitain Luijtenant Mamadelli van Tirneielli tot Capita De Sergeants Assen Nelli van Madu en Moette Samie van Ta „gassie tot vaandrigs. Is op de propositie van den heer Go „verneur goedgevonden, en verstaan de krijgsartikulen ook in 't Duig „leesch te laaten vertaalen, tot ge bruijk bij de hier en te Matur opgerigte inlandsche Compennien De Heer Gouverneur heeft ter ver gecommuniceerd, dat de gadering Colonel de Meuron eene ordon „nantie op den Cassier had verzog om te kunnen ontvangen de bij resolutie van den 2. November 1790. geaccordeerde verhooging vier guldens in gagie, voor d zoldaaten van zijn Regiment, die 598 die hun eerste verband uijtgediend hebbende, zich op nieuw voor nog vijff Jaaren hadden g'engageerd, doch dat vermits de Edele Hooge In„ „dische Regeering, bij missive van den 8. Julij J:o leeden, niet alleen de dispositie daar over aan de Heeren Majores gedepeneerd, maar ook daar bij aangemerkt hadde dat de zoldaaten van uit regi- ment in dat opzicht na de vaste reglementen hadden moeten worden behandeld, of dat men ten minsten daar omtrend de decisie van de heeren Majores hadde moeten verzoeken en afwagten, zijn Edele nodig had geoordeeld, dit poinct te brengen ter nadere deliberatie deeser vergadering. waar op gedelibereerd zijnde, is en achting genoomen: Dat schoon de gegeevene qualifi- „catie door hunne Hoog Edelheeden bij missive van den 18. Julij 1768. , om de Nationaale zoldaaten; die hun eerste verband uijtgediend heb¬ „bende zich op nieuw voor vijff Jaaren 6 Jaaren wilden en gageeren, in gagi ƒ9. te moogen verhoogen van ƒ13. , eene temporeele vergunu is, alleen voor zoo lange de Ju „heid van de Militaire mach in dit Gouvernement het zou vereijsschen, door eene diergelijk Extra ordinaire verbeetering 't krijgsvolk van de te huij¬ rijze te diverteeren; deese voo van verbeetering egter zedert nu ruijm 23. Jaaren alhier train geweest is, en men bij voortduuring zich daar bij za moeten Continueeren, om de En peesche Militie niet te veel te verswakken, vermits men no zoo veel recruten uijt Europe bekomt, als noodig zijn ter vervulling van het getal der gee die Jaarlijks sterven of na uijt gediend verband repatrieeren. Dat zoo lange de Nationaale t „daaten op dien voet van ƒ 9. tot ƒ 13. verbeterd worden, meen niet gevoegelijk

NL-HaNA_1.04.02_3975_1411 view scan ↗

English

599 can suitably refuse to increase the wages, in the same manner, of the soldiers of the Regiment de Meuron who, after their term of service has expired, wish to re-engage for another five years, since by the 18th article of the Capitulation it is very expressly stipulated that the officers and soldiers of this Regiment in the Indies shall also enjoy all advantages of the other troops of the Company, by whatever name called, and since, on the other hand, it is also necessary to divert the soldiers of this Regiment—which is by far not at full strength and is recruited as sparingly as the National troops—just like the latter from the journey home by means of extraordinary improvements. That in any case it is more advantageous for the Company to keep the soldiers here in the country by adding a couple of guilders more per month, than to let those who have served out their term repatriate and send others from Europe in their place, 6 since the transports of the repatriating and incoming soldiers cost the Company considerably more than the two guilders that are given to those remaining behind here, above the ordinary increase to 11 guilders. That finally it is not to be thought that the Lords Majors will disapprove of the wage increase from 9 guilders to 13 guilders for the soldiers of the aforesaid Regiment who re-engage for 5 years, following the example of the national soldiers, since their Right Honorable Worships have already, by letter of 3 December 1789, approved the added increase in wages from 9 guilders to 11 guilders for the soldiers of the said Regiment who re-engage for three years, notwithstanding that this increase was also not specially stipulated in the Capitulation, but was likewise granted following the example of the National soldiers and by virtue of 600 Business concerning Batticaloa. the aforementioned general provision in the 18th article of the said Capitulation. And it is therefore approved and agreed to have the warrant requested by the Honorable Colonel de Meuron issued for the payment of the four guilders increase in wages granted by the aforementioned resolution of 2 November 1790 to the soldiers who have re-engaged for five years. The Chief at Batticaloa, Burnand, having requested by letter of the 3rd of this month that the bombardier Jan Barbet, who was recently written down as an invalid to 20 guilders, might retain his former wage of 24 guilders, because he at the same time serves as equipage overseer, master builder, and supervisor over the Company's slaves: It is, in consideration that the garrison of Batticaloa has only a small number of Europeans who, although on account of old age and other infirmities they ought to be regarded as invalids, nevertheless must perform all garrison duties, approved and agreed not to execute for the time being, with respect to the European military personnel belonging to the garrison of Batticaloa, the resolution adopted on 2 March of the current year to write down all invalids to the lowest wage, and accordingly also to let the bombardier Barbet retain his earned wage of 24 guilders. Thus done and resolved in the Castle of Colombo, on the day, month, and year aforesaid. (was signed:) W. J. van de Graaff, M. P. Raket, Carl D. von Drieberg, D. T. Fretz, C. van Angelbeek, I. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. Resolution taken in the Council of Ceylon on Monday, 31 October 1791. Present: The Right Honorable Lord Governor, Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Head Administrator, Mattheus Petrus Raket, The Honorable Lieutenant Colonel and ad interim Chief of the militia, Carl Diderich von Drieberg, The Honorable Dessave of the Colombo Lands, Diderich Thomas Fretz, The Honorable Dessave of Matara, Mr. Christiaan van Angelbeek, The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintous, The Honorable Secretary, Benedictus Lambertus van Zitter, The Honorable Trade Bookkeeper, Abraham Samlant. Absent: The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Hoest, The Honorable Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhoven; the first due to indisposition and the latter engaged in service. There was read a report from the Captain Lieutenant of the Engineers Koenander concerning the work performed on the fortifications and the Company's buildings here during the month of September of the current year, and it was approved to insert the said report below. 601 Report. Report of what has been performed in the past month on the fortifications and the Company's buildings here, as well as, according to the attached account, how much masonry materials were used for that purpose, namely: The dam between the two spillways has been completed so far as it could be made this time; currently busy laying the washed-away section of the dam between the washed-away stream and the Esplanade. According to weekly reports, 79 hired coolies, namely: 45 adults, 18 half-grown, and 16 boys, were busy with the above-mentioned work and repaired the sod works of the covered way before the Bastion Rotterdam, cleared away the bushes on the Esplanade between the pond and the road, and cleaned the ramparts and walls around the fortress properly. According to the said weekly reports, there have been: 1 master workman, 5 masons,

Dutch transcription

599 gevoegelijk kan wijgeren de zoldaeten van 't regiment van Meuron, die na uijtgediend verband zich weder voor vijf Jaaren willen verbinden op deselfde wijze in gagie te ver „beeteren, wijl bij het 18. articul van de Capitulatie zeer sy pres bepaald is, dat de officieren en zoldaaten van dit Regiment, in Jndien meede zullen genieten alle voordeelen van de andere troepen van de Comp:e, hoe ook genaamt, en wijl het ten anderen ook nood„ zakelijk is de zoldaaten van dit Regiment, 't welk in verre na niet voltallig is; en ook zoo schaars als de Nationaalen gere¬ „cruteerd word, even als deese door Extra ordinaire verbeeteringen van de t' huijs rijse te diverteeren Dat het in allen gevalle voor de Compe: voordeeliger is, de zoldae¬ „ten, onder toevoeging van een paar gulden meer maands, hier in 't land te houden, dan de zulken die hun verband uijtgediend hebben te laaten repatrieeren, en daar voor 6 voor andere uijt Europa te zend wijl de transporten van de repa „trieerende en uijtkoomende zo „daaten de Comp:e vrij meerder k dan de twee guldens die aan de hier te rug blijvende worden ge „geeven, boven de ordinaire verb „tering van ƒ 11. Dat het eindelijk niet te denken dat de Heeren Majones de Verbet ring van de zoldaaten van 't voo Regiment, die zich weder voor 5. Jaaren en gageeren, van ƒ 9. tot ƒ13. in gagie, naar het voorbee„ van de nationaale zoldaaten zullen disapprobeeren, daar hun wel Edele Hoog Achtb: reets, de toegevoegde verhooging in gagi van ƒ 9. tot ƒ 11. aan de zoldaat van gemelde Regiment, die zie op nieu voor drie Jaaren verbind bij missive van den 3. december 1789. hebben geapprobeerd, niet te „staande deese verbeetering tot meede bij de Capitulatie niet speciaal bedongen, maar insge lijks naar het voorbeeld der No „tionaale zoldaaten, en uijt Kaa„ van o 600 Besoigne over Batikaloa. van de voorsz: algemeene bepaaling bij het 18. articul van gem: Capi„ tulatie, geaccordeerd was. En is derhalven goedgevonden en ver- „staan, de verzogte ordonnantie door den E: Colonel de Meuron, tot de betaaling van de bij voorsz: resolutie van den 2. 9ber: 1790. geaccordeerde vier guldens ver¬ „hooging in gagie, aan de zoldaeten die zich op nieuw voor vijff Jaaren hebben verbonden, te laaten En pedieeren. E Door het opperhoofd te Batikaloa Burnand, bij brieve van den 3:e deeser verzogd zijnde, dat de bombardier Jan Barbet, die on„ langs als invalide terug geschree„ „ven is tot ƒ 20. zijne voorige ga= „gie van ƒ 24. mogt behouden, wijl hij teffens dienst doet als Equi¬ „pagie op zigter, fabriek en op ziender over 's Comp: slaaven: Is uijt aanmerking dat 't gari zoen van Batikaloa maar een klijn getal Europeeschen heeft, die die schoon wegens ouderdom en andere gebreeken onder de inval „des zouden behooren aangemer te worden, egter alle garnisoe diensten moeten verrigten, go „gevonden en verstaan, de resolu genoomen op den 2. Maart J:o den D om alle invalides terug te schi De ven tot de minste gagie, vo De eerst niet te doen uijtvoeren aanzien van de Europeesche De Militairen behoorende tot het D garenzoen van Battikaloa De en mits dien ook den bomba D „dier Barbet te laaten be houden zijne winnende gaen van ƒ 24. Aldus gedaan ende Geresolveerd in 't kasteel Kolombo, ten dage, maand en Jaare voors¬ /: was getekend:/ W: J: van de Grae M: P: Raket, Caul D: von Dribe D: T: Fretz:, C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van zitter en d Samlant; Resolutie E 2 D D Maandag den 31. oktober A:o 1791. Present De wel Edele Groot Achtb: Heer Gouverneur, Willem Jacob van de Graaff, De E: Hoofdadministrateur. . . Mattheus Petrus Raket, De „luit: Colonel en adinteriim Chot van de militie, Carl Diderich von Dribekg, 81 Diderich Thomas Fretz:, De „ Dessave der Kolombose ommelanden, 2e „ Dessave van Mature. . . M:r Christiaan van Angelbeek, Iohannes Reintous, De „ Eerste Pakhuijsmeester Benedictus Lambertus Van Zitte„ De „ Sekretaris. Abraham Samlant De „ Negotie Boekhouder, Absent Gerrit Engel Hoest, Mr: Johannes Adrianus Vollenhove de eerste mits indispositie en de laatste goccupeerd in den dienst. Is geleesen een bericht van den kapitein luijtenand van de genie Koenander wegens het verrigte aan de fortisi „catien en 's Comp:s gebouwen alhier ge „duurende de maand September d:o C: en is goedgevonden gemelde berigt hier onder te insereeren. De „ zoldij Boekhouder- - De „ fiscaal Resolutie genoomen in Raade van Ceilon op 601 Rapport . . Rapport van het geene in de verstreckene maand aan fortificaties en 's Comp gebouwen alhier verrig is geworden: als meede volgens de bijgevoegde reekening te zien is ho veel metzelstoffen da toe verbruijkt zijn „worden teweeten: De Dam tusschen de twee overlaaten is voor zo verre deselve dit maal k gemaakt worden voltoijd, tans be„ om het afgespoelde stuk van de dan tusschen de afgespoelde Bee en de Esplanade te leggen. Blijkens wekelijkse rapporten, zijn 79. gehuurde koelies, als: 45. volwassene 18. halfwassene en 16. Jongens, met 't boven staande werk beezig geweest en de zoode werken van de bedekte weg voor het Bastion Rotterdam gerep reerd, de Hruijkens op de BR „nade tusschen de vijder en de weggekapt nevens de wallen en muuren ront de vesting Dehoo gemaakt. Blijkens gem: weekelijksche rappo hebben 1. meesterknegt 3 5. Metsela

NL-HaNA_1.04.02_3975_1417 view scan ↗

English

602 5. Masons, the Company's servants, of whom 1 mason during this month was sick in the hospital 32. hired masons, and 75. ditto coolies, on carpentry and repairs completed the following, namely The Government buildings have been whitewashed. At the Dutch hospital the roof, the floor and the walls have been repaired and the entire building whitewashed. At the de Meuron hospital the floor, the roof and the walls have been repaired and the building whitewashed. At the House Carpentry Shop 6 pillars for a timber shed have been built up, which except for the plastering have been completed. At the guardhouse at the Galle fausse braye, 6 small pillars for a guard bed have been built up, the roof repaired, and the walls whitewashed. At the Jail Room near the Galle gate the floor and the roof have been repaired and the walls whitewashed. At the Rotterdam guardhouse a new beam was inserted in place of a rotted 602 (continued) rotted one, and the roof further repaired. At the materials house the roof has been repaired. At the Saddlers shop the roof has been recovered. The roof over the visit office has been repaired. The roof over the land surveyor's office has been recovered. The roof over the office of the Chief Administrator has been repaired. At the Smithy a hearth place has been repaired. In the rice Warehouse No. 2 a wall has been masonry-built before its door, in order, when provided with a copper door, to be used for the storing of gunpowder. At the new ammunition house the foundations for the pillars for its front have been laid. These following works are still in hand. At the new powder mill, at the bastion Sebastiaen, busy with building up the pillars, and binding of the fence. At 603 At the Kitchen near the Galle gate, busy with repairing the floor and its front part. At the new ammunition house, busy with having the spaces between the masonry foundations filled up. At the ship Carpentry shed, busy with recovering the roof. At the grain magazines, busy with repairing the vaults. At the Barracks near the Galle gate, busy with recovering the roof. At the Barracks at the Bastion den Briel, busy with recovering the roof. At the Barracks near Hoorn, busy with recovering the roof. At the aqueduct, busy with searching for the foundation of the collapsed wall. Whereas the two Company's carts from the materials house, which previously were in use for the masonry works, have been repaired and are in a good state, one ought in this coming month to employ the said Company's carts at the works and dismiss two of the hired 603 (continued) hired carts. Colombo the last of September 1791. signed: P. Foenander There was also read an inserted report and account below from the said Foenander, concerning the advanced cash in the months of August and September of the past year, as well to the hired coolies as for the purchase of kabok stones etc. To the Right Honorable, Highly Esteemed, Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! The undersigned has the honor to present herewith to Your Right Honorable, Highly Esteemed the account of the money which, to the coolies who in the months of August and September of the current year have worked on the fortification works, has been advanced. It is upon Your Right Honorable, Highly Esteemed's 604 Esteemed's honored order that the undersigned has privately purchased large kabok stones, at 54 rixdollars the thousand; and there have also been cut in the Company's grounds where the new powder mill is being built, kabok stones for 31 rixdollars 12 stuivers in cutting wages. Likewise has the undersigned in the last month, for want of masonry lime, according to Your Right Honorable, Highly Esteemed's respected order, purchased privately masonry lime, at 6 rixdollars the last, and that for the reason that the repairing of the vaults over the grain magazines, the raising of a partition wall in the Warehouse No. 2 for the storing of gunpowder, and the work on the new powder mill could tolerate no delay. It is also upon Your Right Honorable, Highly Esteemed's high order, that the undersigned has hired private carts, at 24 stuivers a day each, for the transporting of the masonry materials to the work places, and has caused fence stakes to be purchased, in order to complete the fence that was begun along the side 604 (continued) of the lake near the new powder mill. I therefore most humbly request to be pleased to have the said advanced sums written off according to custom. While I have the honor to be with the deepest sentiments of high respect, underneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed's very humble Servant, signed: P. Foenander in the margin: Colombo the last of September 1791. Account of the advances made to the workmen at the fortification works, as well as for the purchase of construction materials etc. in the following month of 1791, namely: In

Dutch transcription

602 5. Metzelaars 's Comp:s dienaaren, waar van 1. metselaar geduurende deese maand ziek in 't hospitaal 32. gehuurde metselaars, en — koelies, aan timmeratie 75. do en reparatie 't volgende voltoijd, teweeten De gebouwen van het Gouvernement zijn gewet. Aan het Nederlands hospitaal is het dak, de floed en de muuren gerepareerd en het heele gebouw gewit. Aan het meurons hospitaal is het floer het dak en de muuren gerepareerd en het gebouw gewit¬ op het huijs Timmerwinkel zijn 6. pilaaren voor een hout loge opgemetseld uijtgesondert het plijsteren zijn dezelve voltoogjd Aan de wagt in de Gaalse fanse brai, zijn 6. kleene pilaaren voor een brits opgemetseld, het dak gerepareerd, en de muuren gewit. Aan de Tronk Kamer bij de gaalse poort is de floea het dak ge= „repareerd en de muuren gewit. Aan de Rotterdamse wagt is een nieuwe balk in steede van een door 6 doormolmde ingeritzild, en tie dak nader gerepareerd. Aan het materiaal huijs is 't gerepareerd. Aan de Zadelmakers winkel het dat verdekt. Het dak over het visite kant is gerepareerd. Het dak over de landnietens kantoor is verdekt. Het dak over het kantoor vand Hoofdadministrateur is gerepare op de Smits winkel is een haar steede gerepareerd. In 't rijst Pakhuijs N:o: 2 is een muur voor desselfs deur „gemetteld om met een kooper deur voorsien zijnde tot h bergen van buskruijt gebruij te worden. Aan het nieuwe ammunitie huijs zijn de fondamenten da de Pilaaren voor dies tront gelegd. Deese ondervolgende werk zijn nog onderhanden. nieuwe Kruijt mole, Aan de het pas sebastiaen beezig met opmetselen der pilaaren, en bin van de pagger. aan 603 Aan de Kombuijs bij de gaalse poort beesig met het repareeren van de floer en dies voorhuijs. Aan 't remomunitie huijs beesig om nieuwe de tusschen ruijmte van de gemit zelde fondamenten te laaten op vullen Aan de scheeps Timmerlogie beesig met omdekken van het dak Aan de graan magazijnen beesig met het repareeren van de gewelf „dens. Aan de Casarne bij de gaalse poort beesig om het dak om te dekken Aan de Casaane bij het Bastion den briel beesig niet omdekken van het dak. Aan de Caserne bij Hoorn beesig met omdekken van het dak. Aan de waterleiding beesig met 't opzoeken van het fondament van de ingestorte muur Dewijl de twee Comp:s kaaren uijt 't materiaal huijs /: die bevoo„ „pens bij de metselwerken in ge- „bruijk waaren:/ gerepareerd en in een goede staat zijn, diend men in deese aanstaende maand gem: Comp:s narren bij de werken te neemen en twee van de ge huurden laar „huurde karren aftedanken. Kolombo den laatste 7ber: 179. /:was getekend:/ P: Foenander Nog zijn geleesen een hier onder ge insereerd berigt en reekening van gemelde Toenander, wegens de „strekte Contanten in de maand aug: en 7ber: J:o leeden, zoo al de gehuurde koelies als tot inkoop van kapot steenen etc Aan den wel Edele Gestr: Groot acht Willem Jacob van de Graaf Raad ordinair van Neder¬ lands Jndia, Gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorig Wel Edele Gestr: Groot Achtb: Hoog gebiedende Heer! Den ondergetek: heeft de eere uwel Edele Gestr: Groot Achtb: hier nevens aan bieden de reekening van het geld, aan de koelies, die in de maande Aug:s en Zeptember J:o C: bij de fou ficatie werken gearbeid hebben, strekt is geworden. Het is op uwel Edele Geswr: Groot Achtb: 604 Achtb: g'eerde ordre, dat den onderge„ „teekende particulier groote kabok steenen ingekogt heeft, tegen 54. rd:s de duijzend: en is meede in 'sComp:s tuijg daar de nieuwe kruijt moole gebouwd word, kabok steenen aan gekapt tegen 31. ud:s 12. stuijv:s, aan kaploon. (zoo meede heeft den ondergetek: in de laaste maand bij gebrek van Metselkalk vol„ „gens uwel Edele Gestr: Groot agtb: gerespetiteerde ordre, Particu„ lier Metsel Kalk ingekogt, tegen 6. rd:s de Last, en dat om reeden het repareeren van de gewelfdens over de graan maga zijnen, het ophaalen van een schijmuur in 't Pakhuijs N: 2. tot het bergen van bus kruijt, en 't werk aan de nieuwe kruijt moolen geen uijtstel heeft kunnen veelen. ook is het op uwel Edle Getw: groot Achtb: hooge bevel, dat den ondergetekende particulier Kaa„ „ken ingehuurd heeft, tegens 24. stuijvr: 's daags ieder tot het trand porteeren van de metzel stoffen naar de werkplaatsen en Pagger= stokken heeft laaten inkoopen pagger die langs de kaut om de van van het lak bij de nieuwe kruij moole begonnen was, te volto verzoeke dierhalven zeer oodr digst gem: verstrekte somm na gewoonte tewillen laaten afschrijven. Terwijl ik de eere hebbe met de diepste gevoelens van Ho achting te zijn. /:onderstond:) Wel Edele Gestr: Groot Acht Hoog Gebiedende Heer, uwe Wel Ed: Gestr: Groot acht zeer onderdaenige Dienaar /:was getekend:/ P: Coenande /:in margine:/ Kolombo de laatste September 1791. — Reekening van de ge¬ „daane verstrekken aan het werks volk bij de fortificatie werken, als tot het „koopen der Bouw materiaalen etc:a in ondervolgende maand 1791. teweeten: Jn

NL-HaNA_1.04.02_3975_1423 view scan ↗

English

605 In the month of August To 15 adult coolies at 2 ½ rd:s each per month 112. 24. To 18 half-grown coolies at 1 ½ rd:s each per month 27. —. To 16 boys at 1 ¼ rd:s each per month 20. —. For 4000 small cabook stones which were dressed in the Company's garden near Pass Sebastiaan, at dressing wages per thousand 7 rd:s 39 st: 31. 12. For another 6000 small cabook stones purchased privately at 13 ½ rd:s per thousand 81. — For four hired carts at 24 st:s each per day calculated for 27 working days 54. — For the purchase of 500 large palisade stakes for tying a palisade along the lake near the new gunpowder mill, per hundred at 4 ¾ rd:s 23. 36. Together 349. 24. In the month of September To 45 adult coolies at 2 ½ rd:s each per month 112. 24. To 18 half-grown coolies at 1 ½ rd:s each per month 27. —. To 16 boys at 1 ¼ rd:s each per month 20. —. For 6000 small cabook stones dressed near the new gunpowder mill, at dressing wages per thousand 7 rd:s 39 st: 46. 42. For 4000 purchased privately at 13 ½ rd:s per thousand 54. — For four hired carts at 24 st:s each per day calculated for 27 working days 54. —. For ten lasts of masonry lime purchased privately at 6 rd:s per last 60. —. Together 374. 18. Carried forward the sum of rd:s 723. 42. Carried forward sum rd:s 723. 42. According to the last submitted account, there remained under my accountability per the ultimate of July 62. 11. Primo August received by warrant from the Company's treasury for further accounting 500. — Advanced by me the undersigned 161. 31. Sum as above 723. 42. was signed P: Coenander in the margin Colombo the last of September 1791. And after deliberation it was approved and agreed to write off the amount brought forward therein of rd:s 723. 42. —. There was reviewed an account inserted here below from the Captain-Commandant at Chilaw Uhlenbeek on account of payments made in the month of September of the current year, both to the native military personnel who worked on the fortifications there, and to the spies sent to the King's 606 Account of the cash received and disbursed by the undersigned in the past month of September 1791, as follows: By sent account of 1 September of the current year, the Honorable Company was owed a balance of rd:s 8. 37. —. September 19 received from the Company's treasury from the bookkeeper Ripsema, according to the granted receipt rd:s 70. —. Total sum of rd:s 78. 37. — Paid in the past month of September to the native military personnel who worked on the fortification rd:s 33. 12. Paid in the past month of September to those sent out to inform themselves about the situation of the Kandians 32. 6. After the closing of this account, there remains to the accountability of the subscriber for the benefit of the Honorable Company a balance of rd:s 13. 19. — Total the sum of rd:s 78. 37. — Chilaw the 1 October 1791. was signed I: W: Uhlenbeek And after deliberation it was approved and agreed to grant authorization to write off the amount brought forward therein of rd:s 65. 18. The Governor communicated to the assembly that, on account of the death of the Captain and Commandant of artillery at Galle Chevret, the command over the artillerymen has been provisionally and pending further arrangements assigned to Captain-Lieutenant De El Rachart, but the administration of the artillery and the munitions pertaining thereto has been assigned to the Lieutenants La Garde and Houline; of which it was agreed to keep this note. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month and year aforesaid. was signed W: J: van de Graaff, M: P: Raket, C: D: von Drieberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, Johannes Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. Resolution taken in Council of Ceylon on Wednesday the 9 November 1791. Present The Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff The Right Honorable Lord Malabar Governor Joan Gerrard van Angelbeek The Chief Administrator Mattheus Petrus Raket The Lieutenant-Colonel and ad interim Chief of the militia Diederich Carl von Drieberg The Lieutenant-Colonel and Head of the Artillery Elias Paravicini di Capelli The Dessave of Matara Mr. Christiaan van Angelbeek The First Warehouse Keeper Johannes Reintous The Secretary Benedictus Lambertus van Zitter The Trade Bookkeeper Abraham Samlant The Fiscal Mr. Johannes Adrianus Vollenhove. Absent Diederich Thomas Fretz Bookkeeper Gerrit Engel Holst The first on account of occupation and the latter on account of indisposition. The Governor communicated to the assembly that the Lord Governor of the Malabar Establishments, the Honorable Lord van Angelbeek, has informed His Honor that some disputes have arisen with the King of Travancore over certain privileges of the Company, which cannot be called into question, and nevertheless have been violently infringed upon by him. 607

Dutch transcription

605 In de maand August Aan 15. volwassene Koelies â ider 2. ½. rd:s p:r maand 112. 24. 27. —. „ 18. half wassene „ „ „ 1. ½. „. „ „ v:n 4000. kleene kabek steenen die in de 'sComp:s tuijn bij 't pas sebastiaan aangekopt zijn aan Kaploon ieder duijsend 7. rd:s 39. st: „ 16. Jongens. . . „ „ „ 1. ¼. „ „ „ 20. V: Nog 6000. Kleene kabok steenen particulier ingekogt tegen 13. ½. rd:s de duijzend - . . 81. — v:r vier ingehuurde karken à ieder 29. st:s 's daags berekend voor 27. werks daagen 54. het inkoopen van 500. groote pagger stokken tot 't binden van een pagger langs de lak bij de nieuwe kruijt moolen ieder honderd tegen 4. ¾. rd:s - 23. 36. 349. 24. Tezaamen Jn de maand September Aan 45. volwassene Roelies â ieder 2. ½. rd: p:r maand: 112. 24. „ 18. half wassene „ „ „ 1. ½. „ „ „ 27. —. „ „ „ 1. ¼. „ „ „ 20. —. „ 16. Iongens v:s 6000. kleene kabok steenen gekapt bij de nieuwe kruijt moole aan kap loon ieder duijzend 7. rd:s 39. lt. — 46. 42. v:r 4000. particulier ingekogt tegens 54. 13. ½. rd:s de duijzend . - ƒ v:r vier ingehuurde kaaren tegens 24. st: Jdaags ider berekend voor 27. 54. —. . . . . . werks daagen tien lasten metzel kalk â ieder last particulier tegens 6. rd:s V:n 60. —. ingekogt — 374. 18. Tezaamen Transporteere de somma van 723. 42. V: 31. 12. rd:s st: rd:s H .. . — hat 4 P„r Transport Somma volgens laast ingediende reeken ning is p:r ult:o Julij onder mijn verantwoording geresteerd 62. 11. P=mo august p:r ordonnantie me uijt 'sComp:s geld kassa ontvangen ter nadere verant„ „woording - 500. — . Door mij ondergetekende voor„ 161. 31. „geschooten . Somma als booven 723. 42. /:was getekend:/ P: Coenander /: in margine:/ Molombo den laatste September 1791. — En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, het daar bij opgebra bedraagen, van rd:s 723. 42. -. te laaten afschrijven. Is geresumeerd eene hier onder insereerde Reekening van den „pitain Commandant te sila Uhlenbeek wegens gedaane b „taaling in de maand zepten J:ol:, zoo aan de inlandsche litairen die aan de fortifica aldaar hebben gearbeid, als a de gesondene spions na 's konings H: 4 d: 723. rd:s Reekening 606 44 Reekening van de door den ondergetekende ontvangene en verstrekte Contanten, Jn de Gepasseerde maand September 1791 als In de gepasseerde maand sep„ „tember aan de Jnlandse militai Bij gesondene reekening „ken die aan de fortificatie van den 1. September d:ol: gewerkt hebben betaald — rd:s 33. 12. had de Ed: Comp: te goed„ een saldo van. . . rd:s 8. 37. —. Aan uijtgesondene om zig na de gesteldheid der kandiaanen te informeeren in de gepasseerde sept: 19. uijt 's Comp:s Kassa maand September betaald „ 32. 6. van den boekhouder Na 't sluiten deeser reekening is ter verantwoording van Ripsema ontvangen, den tekenaar ten voordeele der volgens verleende qui¬ Ed: Comp: een saldo van „ 13. 19. — „tantie. . . „ 70. —. Teed somma van rd:s 78. 37. — Teld de Somma van r:s 78. 37. Pilauw den 1. october 1791. /: was getekend:/ I: W: uhlenbeek En is na deliberatie goedgevonden en qualificatie te verleenen verstaan ter afschrijving van het daar bij opgebragt bedraagen van rd:s 65. 18- De Heer Gouverneur heeft ter ver= „gadering gecommuniceerd, dat mits het overleiden van den ka pitain en Commandant der artille „rie te Gale Chevret, bij provi„ „sie en tot nadere schikking 't Commando over de artilleristen aan den Kapitain luijtenant De El Rachart, doch de administratie van de artillerie en de daar bij gehoorende Mili gehoorende ammonitie goederen, aan de Luitenants La Garde en Houline opgedraagen is; waar van verstaan is te houden deese aantekening. Aldus gedaan ende Geresolveerd in 't Kasteel kolombo ten dage, maand en 8 Jaare voorsz: (:was getekend:) W: J: van Luijten de Graaff, M: P: Raket, C: D: von Luijte Duiberg, D: F: Fretz:, C: van An„ Mat „gelbeek Iohannes Reintous, B: L: van zitter en A: Tamlant„ Resolutie De 9 p Woensdag den 9: November 1791: Present den WelEdl: Groot Achtb: Haer Gouverneur - Willem Jacob van de Graaff ƒ de WelEd: Gor: Achtb: Heer Mallab. Gouverneur Joan Gerrard van Angelbeek P„s Hoofd Administrateur - - - - - - - Mattheus Petrus Raket an Lueijtenant Collemnal en adintorim Chas van de militia Diederich Carl von Drieberg Luijtemant Gollonel en Hoofd der Artillenie - - Elias Paravicini de Kapellé v07 An„ Matureeschae. Bassave . . . . . . - Mr. Christiaan van Angelbeek 3L: „ Parsta Pakhuijsmeester - - - - - - Johannes Reintous „ Sekrataris - - - - - - - - - - - Bened=s Lamb=s van Zitter ƒ „ Negotie Borkhoudar - - - - - - Abraham Samlant „ Fistlaal = - _ - _ _ _ _ _ _ _ M=r Joh=s Adrianus Vollenhove. Absant Diederich Thomas Fretz Boekhouder - - - - - - Gerrit Engel Holst De eerste mids accupatie en de laatste woegens indispositie. De Heer Gouverneur heeft ter vergaadering gecommuni„ maaard, dat den Haer Gouverneur van Mamp=le Stabliskmanten op Mallabaar de Edale Ware van Angelbeek, zijn E: haeft ge„ „informeerd, dat 'er eenige verschillen zijn ontstaan met de koning van Roatsuam over zeekere voorregtne van de sComp=s, die niet in twijffel kunnen getrokken worden, en nagthans door hem op een baldaadige wijse zijn aan¬ De 8„ Dessave Militair Departeme Resolutie, Genoomen in Raade van Ceilon op „gerand - 607 6

NL-HaNA_1.04.02_3975_1428 view scan ↗

English

encroached; that these privileges cannot be abandoned without significantly injuring the honor and prestige of the Honorable Company, and that it is all the more necessary to maintain them, because they markedly influence the Company's status and manner of existence in Mallabaar; and that therefore the aforementioned Governor van Angelbeek has requested of the Governor with the greatest urgency for an assistance in troops of two companies of Europeans and two companies of Easterners, committing himself that these troops will be returned immediately if the intended expedition to Kandia can proceed, and that His Honor, in any case, even if this expedition should not proceed, will return them at the latest before the end of next January, because it is not His Honor's intention to come to such hostilities with the King of Koetsiem as could prevent that, and that also, in His Honor's view, the mere presence of these troops will be sufficient to bring the King of Koetsiem to reason and to settle matters to the well-being of the Company. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that, as far as the expedition to Kandia is concerned, Their High Mightinesses, in their very respected secret missive of 23 August of this year, have indeed been so good as to assure this Council that they will make all efforts to assist Ceilon, but that from what the aforementioned High Government says beforehand in the same paragraph, that the circumstances in Batavia itself are so unfavorable and deficient that Their High Mightinesses can only consider with regret the difficulty or almost impossibility of fulfilling as required all the requisites needed for it, from which it seems one must already foresee that the aforementioned High Government, however highly inclined to assist Ceilon, will not find it altogether possible to render the requested assistance to this Government; and that, if this should turn out otherwise according to the hope of this Council, and Their High Mightinesses should find themselves in a position to render to this Government that assistance which is necessary to be able to undertake the intended expedition to Kandia, then the lending of the aforementioned requested troops for a short time need not prevent its progress, since the Honorable Governor van Angelbeek engages to return these troops immediately if the expedition can proceed, and in any case, even if it does not proceed, before the end of next January; it is, in accordance with the plan of the Weeraa of the Military Commission, approved and understood, both out of consideration for the request made thereto by the Honorable Governor van Angelbeek, and because of the importance of the matter, to let the aforementioned detachment for Koetsiem consist of two companies of Europeans and two companies of Easterners. And it is further resolved, upon the request of the aforementioned Governor van Angelbeek, to have the vessels that are to transport these troops provided with the necessary ammunition, in order to be able to arm them with it if necessary. On account of the aforementioned uncertainty whether it will be possible for this Government to employ active measures against the Court of Kandia, the great necessity of the execution of the plan established at the last session of 10 October, to prevent all import and export to and from the Kandian lands, was further taken into consideration on this occasion; and it is consequently further understood to examine and have executed, with all possible seriousness and accuracy, this plan, from which one may with reason expect much good. Read were two letters from the Chief of Mannaar, written on the 2nd and 4th of this month, containing information that a two-masted vessel carrying the French national flag, named La Constance and commanded by its owner, the French merchant Auguste Chratien de la Rochette, coming from Chandernagoor in Bengal, has anchored there near the beacon of Toorentjeshoek; which merchant, presenting two passes, one from the Chief of Chandernagoor, Colonel Montanij, and the other from the President and other Members of the Colonial Assembly there, has made a request to be permitted to pass through the river of Mannaar. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that the Mannaar river is an inland waterway, through which it is not customary to permit passage to any other foreigners than only to the barkiers from the opposite shore and such as can be counted among them who come to Ceilon for trade with their small native vessels; and that if one were now also to permit this to

Dutch transcription

„gerand; dat men deeze voorregten niet kan laaten vaaren zonder de eere en het aanzien van D: E: Komp„e merkelijk te krenken, en het te noodzaakelijker is die te handhaven, wijl ze merkelijk influeeren op 'sComp=s staat en wijze van bestaan op Mallabaar, en dat daarom welgemelde Heer Gouverneur van Angelbeek hem Heer Gouverneur met het grootste empressement heeft verzogt, om een assistentie in troupes van twee komp=e Europaeschen en twee komp=s oostarlingen zig ingegeevrende, dat deeze troupes ten eersten zullen worden terug gezonden, zoo de voorgenoo„ „mane expedietsia na Mandia kan voortgang hebben, en dat zijn Edele in allen gevalle, en zoo ook deeze en peditie geenen voortgang, mogte hebben, dezelve zal terug zonden uiterlijk voor het uit einde van Januarij naast koomende want het zijn Ed=s intantie niet is, om met de koning van koetsiem te koomen tot zulke daadelijkheeden, die dat zoude kun„ „nen belatten, en dat ook naar zijn Ed=s inzien alleen de pre„ „ceetsia van deeze troupes genoeg zal zijn, om de Koning van koetsiem te doen koomen tot in keer, en de zaaken tot even wel zijn van de Kompa afte doen. Waarop gedelibereerd en in achting genoomen zijnde, dat wat de expeditie na Mandia aangaat, Hunne Hoog Edel„ „heeden bij Hoogst derzelver zeer gerespecteerde serveete missive van den 23: Aug=s joc, wel zoo goed zijn deete Vergaer 608 Vergaedering te verzeekeren alle afforts te zullen aanwen„ „den, om Ceilon te assisteeren, dog dat uit het geene welgem: Hooge Regeering bij dezelfde paragraaf voor af zegt, dat de omstandigheiden op Batavia zelfs zoo disfavorabel en gebrakkig zijn, dat Hunne Hoog Edelheeden niet dan met leedweetens kunnen overweegen de deficulteid of openoagzaam ondoenlijkheid, om aan alle de requisiteu daartoe noodig na veraisch te voldoen, waaruit meer reeds schijnt te moeten voorzien, dat het walgemelde Hooge Regeering, koe zeer ook ten hoogsten geneigt om Ceilon te assisteeren, niet al te moogelijk zijn zal, om aan dit Gouvernement de verzogte assistantie te bewijsen, en dat zoo dit na de koop van deaze Vergaedering ook an„ „ders uitvallen mogt, en Hunne Hoog Edelh= zig mogten in staat bevinden, om aan dit Gouvernement te bewijden die assi„ „stantie, welke noodig is om de voorgenoomene expeditie naa kandia te kunnen dan het leenen van de voorsz: verzogte trouper voor een korten tijd, den voortgang daarvan niet be„ „hoeft te verhinderen, wijl de Edele Haar Gouverneur van An„ „gelbaak zich engageert deeze troupes zoo de expeditie voort„ „gang, kan hebben, aanstonds, en in allen gevallen en zoo ook de zelve geen voortgang heeft, tarug te zenden voor hat uit hag einde van Januarij naast koomanda, is overeenkomstig met het s het plan van den Weeraa van de militaire Commissie goed gevonden en verstaan, zoo uit consideratie voor 't verzoek door de Edele Heer Gouverneur van Angelbaek daartoe oedaan, als om de aangelegendheid der zaak, dei voorsz: einch na koatsiem te laaten manhurn twee komp=e Europeesaen en twee komp=s do starlungeen. En is op het verzoek van walgerma Haar Gouverneur van Hngelbeek nog verstaan, om aan de verloopen die daate troupes staan over te brangene te laaten meede geaven de noodige ammonicessie gearderen die ammonieissie, om dezelve des noods, daarmeede te kunnen armeeren. Uit hoofden van de voorsz: onza kerheid of het dee te Re„ „geering zal mooogeleijk zijn om teegens het Waf vaon kandia active middelen te emploijearen, is ter deeter geleegendheid 2 naader in overweeging genoomen de groote noodzaakelijk„ „heid der executie van het plan nast ter sessie van den 10: October vastgesteld, ter beletting van allen in en uit„ „voer na en uit de Mandiasche landen, en is dienvel„ „gens naader verstaan, dit plan waarvan man met — gronds hael veel goeds verwagten mag mat alle moogelij„ „ke ernst en naauwgetetheid te examiteeren, en te doen exaputeeren. zijn geleezen twee brieven van het Opperhoofd van Mannaar ƒ 608 Mannaar geschreeven dan 2: en 4: deeter, houdende be„ „nrigt, dat aldaar bij de baak van Woorentjeshoek ten anker gekoomen is een twee mastig vaartuig, voo„ „vende de frausche nationaale vlag, genaamd La Constande, en gekommandeerd door dier eijgenaar, de fransche Koopman Auguste Chratien de la Ra„ „chette koomende van Chandernagoos in Bengale, aen welke koopman onder vertooning van twee passen de eena van de Theff van Chan darnagoor de Pollonel Montanij, en de andere van de President en verdere Leeden van de Goloniale Vergaadering aldaar verzoek gedaan heeft, om de rivier van mannaar te moogen passeeren. ƒ Waarop gedelibareerd en in agting genoomen zijnde, dat de Mannaarsche rivier is aan binnenlaadsche vaart, waardoor men niet gewoon is aan eenige aandere vraamdelingen passagie toetastaan, dan alleen aan de barkiers vande overwal en zulke die daaronder kunnen worden geteekend en met hunne Aleire inlandsche vaartuijgen op Ceilon ten handel koomen; en dat zoo men dit tans ook mogte toestaan aan

NL-HaNA_1.04.02_3975_1432 view scan ↗

English

to the aforementioned French vessel, since in the future it could not decently be refused to other similar types of merchant vessels whenever they make a request for it, which could in time produce considerable inconveniences, and especially cannot be permitted in the present times. It has been resolved and agreed to order the Chief of Manaar, Edell, to notify the aforementioned de La Rochette that the requested passage through the Manaar river cannot be permitted to him, and that he must therefore pursue his voyage either through the channel of Pamban or around the outside of the Island; with orders simultaneously to the said Chief to take the necessary measures at the same time to effectively prevent him from passing through the river, should he nevertheless wish to undertake such an attempt. Subsequently, the Honorable Mr. van Angelbeek, being about to return to Cochin on the ship Doggersbank, took leave of the assembly, with friendly expressions to the Governor and the Honorable Members of his satisfaction, both with the particular trust that they have been pleased to place in his Honor, as well as for the pleasure that they have been pleased to take in his Honor's well-intentioned efforts to answer to that trust; offering to continue to contribute everything within his Honor's power that might serve the service and welfare of this Government, and with the heartfelt wish that all further deliberations of this assembly may be crowned with the desired successes. Whereupon the Governor, in his name and in the name of the entire assembly, kindly thanked his Honor for the demonstrated willingness to come hither, as well as for the well-meaning assistance that his Honor has shown to this assembly in word and deed, with the assurance that this will always be gratefully acknowledged and gladly answered by reciprocal services; wishing his Honor in the meantime a prosperous voyage to Cochin and that his Honor's further management there on the coast may continually yield the most salutary results for the Company. Thus done and resolved in the Castle of Colombo; on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W. C. van de Graaff, J. G. van Angelbeek, M. P. Raket, D. G. von Drieberg, P. Panevisini de Capalli, F. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and Joh. Adr. Vollenhove. Resolution. Resolution taken in the Council of Ceylon on Thursday, 1 December 17... Present: The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Governor, Willem Jacob van de Graaff The Honorable Chief Administrator, Mattheus Petrus Raket The Honorable Colonel and Head of the Militia, Carel Diderich von Drieberg The Honorable Dissave of the Colombo Lands, Diderich Thomas Fretz The Honorable Dissave of Matara, Mr. Christiaan van Angelbeek The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintous The Honorable Secretary of Political Affairs, Benedictus Lambertus van Zitter The Honorable Trade Bookkeeper, Abraham Samlant The Honorable Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhove Absent: The Honorable Pay Bookkeeper, Gerrit Engel Holst, due to indisposition. Having been received and reviewed the Report of the Captain Lieutenant of Engineers Toenauder, regarding what was performed on the fortifications and buildings here in the past month of October, it has been resolved and agreed to insert the same below. Report. Report of what has been performed in the past month on the fortification works and the Company's buildings here, as can also be seen from the attached account how much masonry materials were used for that purpose. According to the submitted weekly reports, the following laborers were employed: 79 hired coolies, namely: 45 adults 18 half-grown and 16 boys. Engaged in laying the washed-away section of the embankment between the washed-away overflow and the Esplanade, keeping the rampart walls around the fortress clean, uprooting the shrubs and bushes on the Esplanade, repairing the roads, fixing the earthworks of the glacis in front of Rotterdam that were washed away by the rains, and planting suriya trees along the covered ways. According to the said weekly reports, 1 master craftsman, 5 masons, Company servants, of whom one is sick in the hospital, 32 hired masons, and 75 ditto coolies have completed the following in carpentry and repair, namely: The galley near the Galle Gate, which had been dilapidated, has been repaired in such a manner that it is now in good condition. The roof over the shipwrights' lodge has been re-tiled. The roof over the barracks near the Galle Gate has been re-tiled, the floor repaired, and instead of the rotten rack posts, new ones have been built of masonry. The roof over the barracks and adjoining buildings near den Briel has been re-tiled and the floor repaired. The roof over the barracks near Hoorn has been re-tiled and the floor repaired. At the aqueduct, the collapsed wall of the moat near the ammunition house has been rebuilt in masonry; now only the laying of the necessary pipes and the pumping remain to be done. The sluice near the Galle Gate, which could not be opened more than about one foot, has been made in such a way that it can not only be opened as desired, but also completely removed. The spaces between the foundations of the new ammunition house have been rammed full with earth. The roofs over both cinnamon warehouses have been re-tiled.

Dutch transcription

aan voorm: franscha vaartuig, man het in den aanstaande niet wel voegelijk aan andere diergelijk slag van koop„ „vaerders zoude kunnen wijgeven, wanneer ze daartoe verzoek doen, het welk merkelijke ongeleegenthaeden in der tijd zoude kunnen voortbrangen, en inzonderheid in den teegenswoordigen tijd niet kan worden toegestaan. Is goedgevonden en verstaan, het Manaarsch Opperhoofd Edell te gelasten, den voorm: de La Rochette aante zeg„ „gen, dat hem de verzogte passagie door de Mannaarsche rivier niet kan worden toegestaan, en dat hij der„ kalvere het zij door 't kannaal van Pamb, dan wel buiten om het Eiland, zijn rijs moat vervorderen; met order teffens aan gem: Opperhoofd, ter gelijker tijd de noodige maatsaageleen te beraemen, om hem de doorvaert van de rivier, zoo hij zulks avanwal mogte willen onderneemen met 'er daad te beletten. Vervolgens heeft de Edele Heer van Angelbeek, als staande met 't schip de Doggersbank naar Koetsiam terug te keeren, afscheid van de vergaedering genoo„ „mer, onder vriendelijke betuiging aan den Heer Gouverneur en de E=s Leeden van desselfs welge„ „vallen zoo over het bijzonder vertrouwen, dat de zelven in zijn Edele hebben gelieven te stellen, als 610 als voor het genoegen, dat dezelven hebben gelie„ aven te neemen in zijn Edeles welmonende poogin„ „gen, om aan dat vertrouwee te beantwoorden; met aanbiesing van naar zijn Edelen vermoo„ „gen verder alles te willen contribueeren, het gunt tot dienst en wel zijn van dit Gouvernement zoude kunnen strakken, en met hartlijken wansch dat alle verdare raadslaegen deezer vergaedaring, met gewanschte successen mogten bekroond worden: Waarop de Heer Gouverneur zijn Edele, uit zijn naam en uit naam van de geheele vergaedering vriendelijk bedankt heeft voor de betoonde bereid„ „willigheid om herwaards te koomen, als meede voor de welmeenende assistentie, die zijn Edele met raad en daad deeze vergaedering heeft bewaeten, met verteekering dat zulks steeds in dank erkend, en door reriproque diensten met genoegen beantwoord zal worden; wenschende intusschen aan zijn Edele eene voorspoedige rijse naa Koetsiem¬ en dat zijn Edeles verdere directie daer ter kuste Huffe, bij voortduuring van de hijlsaamste gevol„ zi ngen voor de maatschappij mag zijn. Aldus Gedaan ende Geresolveert in het Kasteel Kolombo; ten daege maanden jaare voorsz: /:was geteekende /: W: C=n van de Graaff. J: G: van Angelbeek M: E„ Rakat: D: G=r von Ddriabang, P. Panevisini de Gapalli. F:s waar Angelbeek J= Raintous. B. L: van Zitter„ A: Samlant, en Joh=s Adv„ Vollenhove. Resolutie. Resolutie genoomen in Raad van Ceilon op Donderdag den 1:e December 17 Present Den wel Ed: gestr: Groot achtb: Heer Gouverneur, Willem Iacob van de Gra Mattheus Petrus Rake Den E: Hoofdadministrateur — Den „ Collonel en Hoofd der Militie, Carel Diderich van Duieber Den „ desjave der kolombose ommelande, Diderich Thomas Fueth Den 4 Desjave van Mature — M:r Christiaan van Angelbeer Iohannes Reintous, Den „ EEerste Pakhuijsmeester, Benedictus Lambertus van Zijt Den „ Sekretaris van Politie Abraham Samlaut, Den „ Negotie Boekhouder M:r Johannes Adrianus Vollenh Den „ fishhaal Absent Gerrit Engel Holst, Den E: Zoldij Bookhouder, mits indispositie. Ingekoomen en geresumeerd zijnde Rapport van den Capitain Luijtenant de genie Toenauder, wegens het ve rigte aan de fortificatien en gebou alhier in de maand october J:o leede is goedgevonden en verstaan het zelve hier onder te insereeren. Rapport . — 6:1 tie verstrekene maand aan de for¬ tificatie werken en 'sComp:s gebouwen alhier verrigt is geworden, Als meede door de bijgevoegde reekening te sien is hoe veele metselstoffen daar toe verbruijkt is geworden Blijkens de ingediende weekelijkse Rapporten zijn de volgende manschappen teveetig: 79. gehuurde Roelies, als: 45. volwassene 18. half wassene en 16. Jongens. Beezig geweest, om het afgespoelde stuk van de Dam tus¬ schen de afgespoelde overlaat en de Esplanade te leggen, om de wallen muuren ront de vesting schoon houden, de struijkens en Bossen op de Esplanade uijt te rukken, de weegen te repareeren, de door de hee gens afgespoelde zorten werken van de glacie voor Rotterdam te verhelpen en zureer boomen op de bedekte weegen te planten. Blijkens gemelte weekelijkse Ra porten hebben 1. Meester knegt 5. Metzelaars sComp:s dienaaren, waar van een ziek in het hospitaal 32. gehuurde metselaars een — noelies, het volgende aan o 75. do Timmerasie en reparatie voltooijd teweeten: Rapport van het geene in deese Dle 612 De kombuijs bij de gaalse poort die bouvallig geweest is, is zoda nig gerepareerd, dat deselve tans in een goede staet is. Het dak over het scheepstimmer logie is verdekt Het dak over de Casarne bij de gaalse poort is verdekt, de fla gerepareerd en in steede van de ve molmde Rak Paalen nieuwe gemetseld. Het dak over de Casarne en annex gebouwen bij den Briel is verder en de floek gerepareerd. Het Dak over de Casarne bij hoore is omgedekt en de floer gerepa„ reerd Aan de waterleiding is de inge stortene muur van de gragt het amunitie huijs opgenietse nu manqueert nog 't inleggen de noodige Keueen en het pompen De sluijs bij de gaalse poort, die niet meer als omtrend een voet„ de geopend worden, Is zodaen gemaakt, dat men ze niet allee naar begeerte kan openen, maar ook heel en mael uijtneemen. De tusschen ruijmtens van de fo dementen van het nieuwe anum tie huijs zijn met aarde uijtg stampt. De dakken over bijde kanneel Pakhuijsen zijn verdekt. Jn deese for E de hee ken wa aan De

NL-HaNA_1.04.02_3975_1438 view scan ↗

English

In the Government house, a sewer has been bricked up, and the beams of a collapsed cattle shed have been taken down, which, for lack of new ones, were used to repair the roofs mentioned herein. The roof over the Justice office has been rethatched. The roof over the Secretariat office has been recovered. In the valley of the roofs of the wagonmaker's shop and the ammunition store, the stolen lead has been replaced. The galley of the bark De Gustaaf has been made new. In the small money shop, a part of the floor that was paved with baked bricks has been paved with bluestone. At the barracks near Leiden, the roof has been repaired. In the one rice warehouse, the rat holes have been filled and the walls whitewashed. The following works are still being maintained, namely: of the new gunpowder mill, the large pillars are so far completed, currently busy with 613 laying the foundation for the bed stone. At the galley of the Dutch Hospital, busy rethatching the roof and repairing the floor. At the rice magazines, busy repairing the vaults. At the new ammunition store, it has not been possible to work this month because there was not enough lime in stock. Herewith the undersigned has nothing else to note, other than that the continuous rains that fell during this month have greatly delayed the work. Colombo, the last of October 1791. /:was signed:/ P: Coenauder. Furthermore, a memorandum inserted below of calculated percentages on the provisions issued in the encampment at Hangwelle since 1st August to the last of October of the past year has been resumed. Memorandum of such deficits as have been discovered and noticed in the period of three months or since 1st August to the last of this, namely: 36. ¾. Parr: Javanese rice on the issued quantity of 124 12/20. par: amount: 8 3. —. „ salt do „ 59. 2. ½. „ „ 5. p: C:o 2. 8. lb: Pepper do „ 189. 5/8. lb: — „ 1.½. „ 1. —. parr: Nelie do „ 57. –. parr: „ 2. -„ 50. — lb: karwaat d:o „ 1672. ¾. lb: — „ 3. –„ 26. 2/5. kann: arrack d=o „ 670. 1/5. kan „ 4. -„ 10. ¾. „ vinegar do „ 269. —. „ „ 4. –„ 14. ¼. „ lamp oil d=o „ 294. —. „ „ 5. –„ 5. 5. lb: Butter d=o „ 104. –. lb: „ 5. –. „ 6. ½. „ sugar d=o „ 322. –. „ „ 2. –„ —. 2. „ wax candles d=o „ 27. —. „ „ 2. . 3 ¼. „ coffee beans d=o .. „ 81. ¼. „ „ 1. —. —. 3/32. „ opium do. . . . „ 11. 3/16. „ „ 4. –. Hangwelle the 31. October A:o 1796 /: was signed:/ A: A: Iohnson. /:in the margin:/ Examined /:signed:/ A: Issendorp. And considering that the same has been examined and found correct by the first visitor Issendorp, it has been approved and agreed to write off the spillage entered therein. Furthermore, an account inserted below from the Commandant at Silau, the Lieutenant Vlaaming, has been resumed regarding payments made to 614 to the Sepoys who worked on the fort there, and to the spies sent into the Kandyan territory. Account of the expenses incurred by the undersigned both for the laborers on the fortification works and for the trusted persons sent to the King's territory for the past month of October 1791. Debit Credit To 16. Sepoys who from the 1st to the 17th of this month served on the fortification works, for 16 days at 3 stuivers per day each rd:s 16. —. Under 1st October A:o 1791 received from the Right Honorable Mr. Captain Commandant Uhlenbeek, being the balance under the last of September . . . . -. . rd:s 13. 19. ½. To 21 trusted persons who were continually sent this month to the Kandyan territory in order to inquire into the true condition of the Kandyans, of whom 10 persons at rd:s 2. ½ each and 11 heads at 2. rd:s each — „ 47. —. Received from the Company's treasury from the Bookkeeper Ripsema for further accounting on a receipt of the 24th of this month „ 50. —. –. The undersigned remains with a debit balance - - - - - „ —: 19. ½ Sum rd:s 63. 19½ Sum rd:s 63. 19. ½ Silau, the last of October A:o 1791. /:was signed:/ I: E: Vlaaming And after deliberation, it was approved and agreed to write off the 63. rd:s entered therein. Business concerning Galle Read a petition from the Lieutenant of Infantry Jacob Mitler, detached to Mature, containing a request to be permitted to go to Batavia with discontinued pay. And considering that the Noble High Indian Government, by resolution of 3 December 1771, prohibited, and by missive of 15 April 1788 further recommended, not to allow any qualified persons to go to Batavia without their highest permission without lawful reasons: it was approved and agreed to deny the request of the said Metter, unless he might choose to repatriate via Batavia. The Galle officials having submitted, by letter of 19 November of the past year, the request of the superintendent of the Korale, that to every kangany who is employed in occupying the posts to prevent correspondence with the Kandyans, one and a half, and to each lascarin one parra of rice per month, specifically in nelly, together with salt

Dutch transcription

Jn het Gouvernement, is een rioel opge„ „mitseld, en de Paemen van een inge storte vee hok afgenoomen, die bij gebrek van nieuwe tot repareeren van de hier in verm: dakken ge- bruijkt zijn. Het dak over het Justitie kantoor is omgedekt. Het dak over het Secretarij kan- door verdckt. Jn de knie van de Dakken van de wagemakers winkel en het annuai „tie huijs, is het uijtgestoolene Lood Pak weder ingelegd. De Rombuijs van de Bark de Gustaaf is nieuw gemacht. In de kleene geld winkel is een gedeelte van de floek die met ge= bakkene steenen bevloerd was, met ardwijn steenen bevlaerd Aan de fasarne bij Lijden is 't dak „ gerepareerd. In 't eene Rijst Pakhuijs zijn de rotte gaaten gekasfeld en de muu„ „ken gewit. De ondervolgende werken zijn nog, onderhauden, als: van de nieuwe Kruijd moole zijn de groote Pilaaken voor zoo verre voltooijd, tans beezig met 613 van het fondament, met het leggen voor de legger steen. Aan de Kombuijs van 't Nederlands hospitaal beezig niet omdeken va het dak en repareeren van de vloe Aan de rijst magazijnen beezig me repareeren van de gewelfdens Aan het nieuwe amunitie huijs heeft men deese maand niet kunne werken wijl 'er niet genoegzaam Kalk in voorraad was. Bij deesen heeft den ondergetekende niets anders aantemerken, als dat de geduurige reegens die in deese maand gevallen zijn, het werk zeer veel opgehouden heeft. Kolombo den laatste oktober 1791. /:was getekend:/ P: Coenauder. Nog is geresumeerd een hier onder g'insi neerde Memorie van berekende per Centos, op de verstrekte provisie in 't Campement te Hangwelle augs: tot ulto octobe Pmo zedert J:o leeden. Memorie van zodaanige mi „derheeden als en ontdekt en ontwaard zijn in den teid van drie maanden of zedert p=mo aug:s tot ult:o deeser, als: 36. ¼. parrs ood n ge d min„ als: zig 36. ¾. Parr: rijst Javase op de verstrekte partij van 124 12/20. par: uitr: 8 „ 59. 2. ½. „ „ 5. p: C:o 3. —. „ zout do 6 „ 189. 5/8. lb: — „ 1.½. „ 2. 8. lb: Peper do „ 57. –. parr: „ 2. -„ 1. —. parkle Nelie do „ 1672. ¾. lb: — „ 3. –„ 50. — Ml: karwaat d:o 670. 1/5. kan „ 4. -„ 26. 2/5. kann: arak d=o „ 269. —. „ „ 4. –„ do 10. ¾. „ azijn „ 294. —. „ „ 5. –„ 14. ¼. „ lampoli d=o „ 104. –. lb: „ 5. –. „ do 5. 5. lb: Boter d=o „ 322. –. „ „ 2. –„ _o 6. ½. „ zuijker d=o „ 27. —. „ „ 2. . —. 2. „ wax kaarsen d=o .. „ 81. ¼. „ „ 1. —. 3 ¼. „ koffij boonen d=o —. 3/32. „ amphioen do. . . . „ 11. 3/16. „ „ 4. –. v Hangwelle den 31. october A:o 1796 /: was getekend:/ A: A: Iohnson. /:in margine:/ g'Examineerd /:getekend:/ A: Issendorp. En is uijt aanmerking, dat dezelve door den eersten vesitateur Issendorp g' Examineerd en wel bevonden is, goed gevonden en verstaan, de daar bij op „gebragte spillagie te laaten afschrijven. Nog is geresumeerd een hier onder ge- insereerde reekening van den Com„ mandant te Silau, de luijtenant vlaaming, wegens gedaane betaeling aan 614 13. 19. ½. aan de Sipaijs, die aldaar aan 't for gearbeid hebben, en aan de gezon „dene spions in 't Mandiasch gebe Reekening van het bekostigde door ondergetekende zo aan de werkt volkeren, aan de fortificatie werken, als afgesondene vertrou de perzoonen na het konings gebied voor de gepasseerde maan Oktober 1791. Debet Credit Aan 16. Sipahies die van den 1:e Onder p=mo October A:o 1791. tot den 17. deeser aan de for„ tificatie werken dienst van den wel Edele manh: Weer gedaen hebben voor 16. dagen Kapitain Commandant uhlen„ à ider 3. stuijv: 'Sdaags rd:s 16. —. „beek ontvangen zijnde het Aan 21. vertrouwde perzoo= restant onder ult:o septem „nen die Continueel in deese „ber. . . . -. . rd:s maand naar 't kandiase gebied afgesonden zijn om uijt 'sComp:s Nassa ont„ na de waare gesteldheid „vangen van den Boekhouder der kandiaanen te informee„ Ripsema ter nader ver= „ken waar van 10. perzoonen „antwoording op een quitan- â rd:s 2. ½. ider en 11. koppen „tie van den 24. deeser „ 50. —. –. tegens 2. rd:s ider — 47. —. „ Den ondergetekende blijft Somma rd:s 63. 19½ een saldo te quaad - - - - - „ —: 19. Somma rd:s 63. 19. - Silau den laatsten october A:o 1791. /:was getekend:/ I: E: vlaaming En is na deliberatie goedgevonden en verstaen, de daar bij opgebragte 63. rd:s te laaten afschrijven. Bezoigne over Gale Is geleesen een request van den te Ma„ „ture gedetacheerden luijtenant van de Jnftanterij Jacob Mitler, hou„ „dende verzoek, om met afgeschreeven gagie na Batavia te moogen gaan En is uijt aanmerking, dat de Edele Hooge Indische Regeering, bij resolutie van den 3. december 1771. verbooden, en bij missive van den 15. April 1788. na„ „der gerecommandeerd, heeft, geene gequalificeerden, buiten hoogst der„ „zelver Verlof, na Batavia te laeten gaan zonder wettige reedenen: goed gevonden en verstaen, het verzoek van gemelde Metter te ontzeggen ten zij hij mogte verkiesen over Batavia te repatrieeren. Door de gaalsche bedienden, bij brieve van den 19. November J.:o leeden, voor„ gedraagen zijnde het verzoek van den op ziender der Corle, dat aan ieder kangaan, die tot het bezet„ „ten van de posten, om de Correspon„ „dentie met de kandiaanen te be- „letten, gebruijkt worden ander halve en aan elk lascorijn een pabra rijst per maand, en wel in Nelij, nevens zout

NL-HaNA_1.04.02_3975_1443 view scan ↗

English

615 Transaction regarding Kalpetti. salt proportionally, may be granted It was, after deliberation, approved and agreed to grant the aforesaid proposal, and to qualify the servants at Gale for the provision of such maintenance. From Kalpetti was received and reviewed an account inserted herebelow of payments made both to spies and to lascorins and other servants who were employed to man posts on the borders, from the month of March to August last past. Account of extra provisions made in copper coin for maintaining foreign correspondence, namely: In the month of March. To the Mogua Mamoe Naija as wages Rd:s 10. —. — To the same as a gift upon his return Rd:s 10. —. — Taken along for appearances for the Adigaer and Dessave 2 pieces of red toepetties Rd:s 6. —. — For dried fish and tobacco Rd:s 4. —. — To 2 Sinhalese who were sent inland by the Noraal of Noegerrie as wages Rd:s 10. —. — To be carried forward Rd:s 40. —. — Carried forward Rd:s 40. —. — In the month of April. To 2 persons who were sent to Koerknegal Rd:s 6. —. — To Mamoe Naijna who was sent to Kandia Rd:s 10. —. — In the month of May. To 2 persons who were sent as above Rd:s 6. –. –. To 2 Sinhalese from the pattuwas who brought some news Rd:s 4. —. —. To a sose who was sent by Rasawannia Rd:s 6. —. —. To persons who were sent to three different places to ascertain whether the gravets were closed Rd:s 12. —. —. Total Rd:s 28. —. — In the month of June. To the freeman Johannes Rd:s 10. —. — To 2 persons who were sent to Koernegal Rd:s 4. –. —. To 1 resident of this place Rd:s 50. —. — To 8 lascorins and 6 merchants who were stationed at the posts, the former at Rd:s 4. and the latter at Rd:s 9. each per month Rd:s 86. –. — Total Rd:s 150. —. — In the month of July. To Johannes Rd:s 6. 24. — To 8 lascorins and 6 merchants as in the past month Rd:s 86. —. —. Total Rd:s 92. 24. — In the month of August. To 6 lascorins who kept watch on the outer posts at the borders for this month at Rd:s 4. –. each Rd:s 24. —. — To 6 merchants as above at Rd:s 9. —. each Rd:s 54. —. —. To 2 Sinhalese who went inland and returned, paid out Rd:s 6. —. — Total Rd:s 84. –. —. Sum Total Rd:s 410. 24. — Was signed: A: S: van de Graaff. 616 And, after deliberation, it was approved and agreed to grant authorization for the writing off of the amount of Rd:s 410. 24. — entered therein, and to recommend to Chief van de Graaff to reduce the payments to the lascorins and merchants as much as possible. Thus done and resolved in the Castle of Kolombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, C: D: van Driberg, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, J: Reintons, A: Samlant, and I: A: Vollenhoven. Resolution 40: — 16. —. 28. —. — 150. —. — 92. 24. — 84. —. — Resolution taken in the Council of Ceylon on Saturday the 24th of December 1791. Present: The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Governor Willem Jacob van de Graaff. The Honorable Head Administrator, Mattheus Petrus Raket. The Honorable Colonel and Head of the Militia, Carel Diderich van Drieberg. The Honorable First Warehouse Master, Johannes Reintons. The Honorable Secretary of Policy, Benedictus Lambertus van Zitter. Absent: The Honorable Dessave of the Colombo Lands, Diderich Thomas Fretz. The Honorable Pay Accountant, Gerrit Engel Hoeff. The Honorable Trade Accountant, Abraham Samlant. The Honorable Fiscal, Mr. Johannes Adrianus Vollenhoven. The first and the last occupied in the service, and the second and third on account of indisposition. Taking into consideration that the hereinafter mentioned subaltern officers of the national infantry and artillery, who have not yet been confirmed by the Honorable High Government of India, cannot maintain their character as officers 617 with the pay of sergeant and cadet, which they have enjoyed until now: upon their written requests submitted on their behalf, it was approved and agreed to allow them to be paid, from the first of this month onward, the difference up to the pay which according to the regulations they ought to earn in their present capacity, namely to the lieutenants of infantry and the first lieutenants of artillery the difference up to ƒ 50. per month, and to the second lieutenants of artillery and to the ensigns the difference up to ƒ 40. per month, to wit: At Kolombo. The lieutenants of infantry Vlaming, Tiedeman, Trouw, and Fermer. The ensigns Boegman, Brahe, Le Roux, Merk, Bove, Elke, Veenekamp, and Mapperen. The first lieutenants of artillery Diersen, Alets, Emmigen, and Kuipers. The second lieutenants of artillery Stoffeld, Buijgers, and du Perrou. At Attenegal. The lieutenant of infantry van der Straaten. At Moegoenampelle. The ensign Graumont. At Nigombo. The lieutenants of infantry Schwallie, Frants, and Brands. At Silau. The ensigns de Lille, Alanderka, and Kail. The second lieutenant of artillery Stroom. At Jaffanapatnam. The ensigns Goederlee and van Essen. At Gale. The lieutenants of infantry Behu and von Maaken. The ensigns Elsenhaus, Estrop, and Belgtien. The first lieutenants of artillery Lagarde and Brochet. The second lieutenants of artillery Messel and Houline. At Trinkonomale. The ensigns Gebhard and Sadlo. The first lieutenants of artillery Buijgers, Diederiks, and Zelman. The second lieutenants of artillery Nasson and Carstens. At Putulang. The lieutenants of infantry Proom, Molleij, and Meijer. The ensign de Meuron de Orbe. The first lieutenant of artillery de Breard. Provided that this supplement is reported to the pay officers, to be charged to their pay accounts upon receipt of their commissions, and reconciled with the pay granted to them. On a petition from the head of the Ceylon Militia, the Honorable von Drieberg, in which his Honor shows that it appears to him 618 that

Dutch transcription

615 Bezoigne over Kalpetti. zout naar rato, mag toegelegd worden Is na deliberatie goedgevonden en ver„ „staan, in 't voorsz: voorstel te be= willigen, en den bedienden te Gale tot de verstrekking van diergelijk onderhoud, te qualificeeren. Is van Kalpetti ontvangen en gere e „sumeerd eene hier onder geinsereerde Reekening van gedaane uijtbetaeling zoo aan spions als aan lassorijns en andere bedienden, die tot het bezetten van Posten op de limieten g'emploijeerd zijn, zedert de maand Maart tot aug:s d:o leeden Reekening wegens gedaane sy tra verstrekking aan kopere munt tot het houden van vreem „de kores pondentie, Namentlijk Jn de maand Maart. 10. —. — Aan den Mogua mamoe naija tot loon Rd:s Ad jdem tot een geschenk met zijn terug komst. „ 10. —. — Tot paresse meede genoomen voor de Adigaer en desjave 2. stuks roode Toepetties Aan karwaat en Tabak - „ 2. Singaleesen die door den noraal van Noegerrie na het land gesonden zijn 4. rd:s 40. —. — tot Loon Die Transporteere „ „ 6. —. - - - - „ 10. —. — . . rd:s 40. —. P„r Transport In de maand April. Aan 2. perzoonen die na Koeknegal -- 21: 6. —. -. gezonden zijn „ Mamoe Naijna die na Kandia ge- „ 16. —. — In de maand Maij Aan 2. perzoonen die als boven gesonden zijn rd:s 6. –. –. „ 2. singeleesen uijt de pattoes die eenige tijdingen gebragt hebben „ 4. —. —. „ Eene sose die door Rasawannia gezonden is Perzoonen die gezonden zijn na 6. drie onderscheide plaatsen om te verneemen of de gravetten ge= - - - „ 12. —. —. —„ 28. —. — In de maand Junij Aan den vrijman Iohannes. . . N: 10. —. — „ 2. perzoonen die na Koernegal gesonden zijn. „ 4. –. —. ƒ „ 1. Jnwoonder van hier „ 50. —. — „ 8. lascorijns 6. kooplieden die op de pos„ „ten gesteed zijn de eerste rd:s 4. en de laes„ „ 86. –. — „te rd:s 9. ieder mmaands. . „ 150. —.— Jn de maand Julij . rd:s 6. 24. — Aan Johannes „ 8. lascorijns en 6. kooplieden als gepasseerde maand . „ 86. —. —. „92. 24. - Jn de maand augustus. Aan 6. Laskorijns die op de buiten posten aan de limieten de wagt houden voor deese maand â rd:s 4. –. ieder r:s 24. —. — 6. kooplieden ad jdem rd:s 9. —. ieder — „ 54. —. -. „ „ 2. singaleesen die na 't land geweest zijn en weder trug gekoomen zijn - . - -„ 6. —. — afgelangt „ 84. –. —. Somma Rd:s 410. 24. /:was getekend:/ A: S: van de Graaff. slooten zijn „ zonden is. - - - - - - - - - „ 10. —. —. . . . „ 6. -. —. „ En - 616 En is na deliberatie goed gevonden en verstaan, qualificatie te verleenen ter afschrijving van het daar bij opgebragte bedraagen van rd:s 410. 24. -, en het opperhoofd van de Graaff te recommandeeren, om de betaa „ling aan de lascorijns en koop „lieden (zoo veel moogelijk te verminderen. Aldus gedaan ende Geresolveerd in het kasteel kolombo ten dage, maand en Jaare voorsz: /:was getekend:/ W: J: van de Graaeff, C: D: van Driberg M: P: Raket, D: T: Fretz: C: van Angelbeek, B: L: van Zitter„ J: Reintons, A: Samlaut en I: A: vollenhove„ Resolutie 40:— 16. —. 28. —. — 50. — 92. 24. 24. Resolutie genoomen in Rae van Ceilon op Zaterdag den 24. December 1791 Present Den wel Ed: Gestr: Groot achtb: heer Gouverneur Willem Jacob van de Graa„ Den E: Hoofdadministrateur, Mattheus Petrus Rake Carel Diderich van Drieber Den „ Collonel en hoofd der militie, Iohannes Reintous, Den „ Eerste Pakhuijsmeester, Den „ Sekretaris van politie, Menedictus Lambertus van Zitte Absent Den E: Dessave der Molombose ommeland, Diderich Thomas Freth Gerrit Engel Hoeff Den E: Zoldij Boekhouder, Abraham Samlant, Den „ Negotie Boekhoudr, Mr: Johannes Adrianus Vollent de eerste en laatste geoc „cuipeerd in den dienst, en de tweede en derde mits in dispositie. genoomen zijnde dat de In agting te meldene subalteane officieren van de nationaale Jnfantitie en ratillerie, die door de Edele Hoog Jndische Regeering nog niet be vestigd zijn, hun Caracter van Den „ fiscaal. .. officieren 617 officieren niet kunnen maintineeren met de gagie van zergeant en Cadet, welke ze tot nog toe genieten: is op de daar toe hunnent weegen gedaane schriftelijke instantien, goed= gevonden en verstaan aan deselven, van p=mo deeser af, te laaten verstrekken het manqueerende tot de gagie, die ze volgens het Reglement in hunne presente qualiteit moeten winnen, namelijk aan de luitenants van de Jnfantetie en de eerste luijtenants van de ak- tillerie het ontbreekende tot ƒ 50. 'S maands, en aan de tweede luijtenants van de artilletie en aan de vaandrigs het ontbreek „de tot ƒ 40. 's maands, teweeten: Te Kolombo. De luitenants van de infanterie vla= „ming, Tiedeman, Trouw en Fermer: vaandrigs Boegman, Brahe„ De Le Roux, Merk, Bove, Elke, Veene kamp en Mapperen. De eerste Luijtenants van de artillerij Diersen Alets, Emmigen Kuipers Diersen, De tweede Luitenants van de artillen Stoffeld, Buijgers en du Perrou Te Attenegal. De luijtenant van de infanteri van der Straaten Te Moegoenampelle. De vaandrig Graumont. Te Nigombo. De luitenants van de Jnfanterij schwallie, frants en Brands Te Silau, De Vaandrigs de lille, Alanderka en Kail De tweede luijtenant van de artil „lerie stroom Te Iaffenapatnam. De vaandrigs Goederlee en van Essen. te Gale De luijtenants van de Jnfanterij Behu en von Maaken. De Vaandrigs Elsenhaus, Estrop e Belgtien. De eerste luijtenants van de artil „levie lagarde en Brochet De De tweede luijtenants van de artilleri Messel en Houline. Te Trinkonomale De vaondrigs Gebhard en Sadlo. De eerste luijtenants van de artillerie Buijgers, Diederiks en Zelman. De tweede luijtenants van de artil„ „lerie Nasson en Carstens. Te Putulang. De luijtenants van de infanterie Proom, Molleij en Meijer. De vaandrig de Meuron de orbe¬ De Eerste luijtenant van de artillerij de Breard. mits dat dit supplement word opgegeeven aan de zoldij bedienden om bij 't ontvangen van hunne acten op de zoldij rekeningen belast, en met de gagie die hun toegelegd word verreekend te worden. Op een addres van 't hoofd der Ceilonsche Militie, de E: von Driberg, waar bij zijn E: ver= „toond, dat 't hem voorkomt 618 dat ehe

NL-HaNA_1.04.02_3975_1450 view scan ↗

English

that the continual withholding of 42. stuijvers a month from a European, and 30. stuijvers from a native soldier, causes great discontent among them, and perhaps might give occasion to desertion, and therefore proposing to let the withholding of the payment for the uniforms be done again on the previous footing: it is after deliberation approved and understood, to abolish the practice of withholding monthly 42. stuijvers from a European soldier, and 30. stuijvers from a native soldier for the uniforms, and to qualify the said Honorable von Drieberg and the head of the Ceylon artillery, the Honorable Colonel Paravicini di Capelli, to settle what has already been withheld, as has been done with the troops detached to Cochin, and in the future not to have withheld for the uniforms any more than was withheld before the recently made arrangement; with orders also to give notice of this order to the respective Commandants at the subordinate offices, in order that they may also guide themselves accordingly. On a petition of the first visitateur Issendorp, whereby he asks for instruction whether to the Honorable Lieutenant Colonel von Drieberg, as being presently ad interim head of the Ceylon Militia with the rank of senior Colonel, must be granted the emoluments of Colonel, or of Lieutenant Colonel: it is approved and understood to declare, that to the said Honorable von Drieberg must be granted the emoluments of Lieutenant Colonel, except only the house rent, it being understood by resolution of the 31. December 1790. to let Colonel's house rent be granted to him, in deduction of the douceur that the gentlemen of the Military Commission have proposed for the benefit of the ad interim head. It is approved and understood to send the Kandyan Sinhalese Poentjie Raale, who according to the Batticaloa letter of the 2. July last, together with three other Sinhalese was apprehended there, and being very suspect of having allowed himself to be used as a spy, was sent to Trincomalee and from there hither with the bark Sinzura, on the first opportunity to Tuticorin, in order to work, without chains, until further orders on the island of Allelande at the public works. There has been resumed an account inserted here below from Captain Uhlenbeek, on account of provisions made at Silau (both to the sepoys who worked at the fortification works at the account of the last of October past, as to the dispatched spies, both for the month of November of the same year: Account of the cash received and disbursed in the past month of November anno 1791. To the Sepoy soldiers, who in the past month when the weather permitted such, have worked at the fortification . . . rds 12. 30. —. To those dispatched to inform themselves of the situation of the Kandyans, in the past month . . . 44. 36. —. Total the sum of rds 57. 18. —. In the account which Lieutenant Vlaaming handed over, the balance remained in favor of the Honorable Company . . . rds —. 19. 1/2. Nov. the 12th received from the Company's treasury from the bookkeeper Ripsema by Lieutenant Frants . . . 50. —. —. The 28th received by the undersigned from the bookkeeper Ripsema from the Company's treasury . . . 10. —. —. Total the sum of rds 60. 19. 1/2. After the closing of this account there is still to be accounted for by the signatory a balance of rds 3. 1. 1/2. Silau the 1st December 1791. (was signed) S: W: Uhlenbeek. And after deliberation it is approved and understood to let the amount of rds 57. 18. entered therein be written off. Yet whereas the reports of the spies generally contain little of worth knowing, it is, in order to save needless costs, approved and understood to recommend the Commandant at Silau to be very frugal in that regard in the future, and to send no spies unless unusual movements of the Kandyans are observed on the borders. On a petition of the Honorable Colonel de Meuron, it is approved and understood that approval shall be given to the nomination made by his Honor therein, for the promotion of the ensigns Jacques Dubas, Henrij Droz and Louis Fabert, and the sub-lieutenant Francois Henrij de Meuron Bayard to lieutenants, in place of the lieutenants Pollignij, de la Raitrie and de Bosset, who have taken their resignation, and in place of lieutenant Spieler who has deceased; as also for the promotion of the sub-lieutenants Abram Louis Tuller, Elie Frederich Wolff and Henrij de la Harpe to ensigns, in place of the aforesaid ensigns Dubas, Droz and Fabert. There has been resumed a report from the Captain Lieutenant of the Engineers Goennander, regarding the work done on the fortifications and buildings here in the month of November last past, together with a report and an account of the payments made in the months of October and November past, both to the laborers and for the purchase of kabook stones and for the hiring of carts, which papers are inserted here below. Report of that which has been performed in this month on the fortifications and the Company's buildings here, as can also be seen from the attached account how many masonry materials were consumed thereto, namely: According to the submitted weekly reports, the following manpower, namely: 79 hired coolies, among whom were 45 adults 18 half-grown and 16 boys, have been busy repairing the washed-away part of the Daen

Dutch transcription

dat het Continueel afhouden van 42. stuijvers maands van een En peesche, en 30. stuijvers van een Jn „landsche zoldaat, groot misnoeg onder hun voortbrengt, en misschie aanleiding tot desertie zoude non veroorzaaken, en mits dien voorsteld het inhouden van de betaaling voor de monteering weder op den voorig voet te laaten doen: is na delibe „natie goedgevonden en verstaan, het gebruijk om maandelijks 42. stuijv van een Europeesche zoldaat, en stuijv:s van een inlands zoldaat voor de monteerings intehouden afteschappen, en gem: E: von Dri „berg en 't hoofd der Ceilonse al „tillerie, de E: Colonel Paravi „cini de Capelli, te qualificee „ren, het reets ingehoudene afte „reekenen, zoo als dat heeft geschi is met de na de koetsien gede „tacheerde troupes, en in den aan „staande voor de monteering nie meer - 619 meer te doen inhouden, dan inge- „houden is. voor de Jongst gemaakte schikking; met last teffens om van deese order kennis te geeven aan de respective Commandanten op de onderhoorige kantooren, ten einde zij zich meede daar naer kunnen rigten Op een addres van den eersten visita „teur Issendorp, waar bij hij on„ „derrigting vraagt, of aan den E: Luijtenant Colonel von Driberg, als tans zijnde adiiterin hoofd der Ceilonsche Militie met de rang van oudste Colonel, moeten worden verstrekt de emolumenten van Colonel, of van luijtenand Colonel: is goedgevonden en verstaen te verklaaren, dat aan gem: E: voor Doeberg moeten worden ver „strekt de emolumenten van luij„ „tenant Colonel, behalven alleen de huijshuur, als zijnde bij reso¬ „lutie van den 31. december 1790. verstaan, aan denzelven Colonels huijshuur te laaten verstrekken, in va van he eer 18 van 't douceur, dat in mindering de Weeken van de Militaire Commissie ten behoeve van den adinteren (het hebben geprop neerd. Is goedgevonden en verstaan den ka „diaschen Singaleesch Poentjie Raale, die volgens Battikaloasch brief van den 2. Julij J:o leeden, ne vens nog drie singaleeschen aldaar agterhaald, en als zeer verdagt Nov: van zich tot een spion te hebben laaten gebruijken, naar Trinko „nomale en van daar met de Baak Sinzura herwaards g zonden is, met de eerste gelee„ „genheid naar Tutucorijn te ve om buiten de ketting, to zenden, nader order op 't Eiland Alle lande aan de gemeene werken te arbeiden. Is geresumeerd eene hier onder geinsereerde Reekening van den uhlenbeek, wegens ge Capitain verstrekkingen te silae daane (zoo aan de Siprijs die aan de fortificati 620 Ien Bij de reekening van den laatsten oktober J:o leeden gearbeid hebben, fortificatie werken als aan de uijtgesondene spions, bijde voor de maand November d: 2: Reekening van de ontvangene en verstrekte Contanten In de ge¬ passeerde maand November A:o 1791. Aan de Sipahise Mili= „tairen, die in gepasseerde maand als het weer sulx die den luijtenant vlaa= heeft toegelaaten, aan de fortificatie gewerkt „ming overgegeeven, bleef het salds ten voordeele hebben . - rd:s 12. 30. —. der Ed: Comp:. . . rd:s —. 19. ½. Aan uijtgesondene, om sig na de gesteldheid Nov: den 12. den luitenant frants„ der kandiaanen te infor uijt 's Comp:s Kassa van „meeren, in de gepasseer= den boekhouder Ripsema „de maand . . „ 44. 36. –. „ 50. —. —. ontvangen. : Na het sluijten deezer de 28. den ondergetek: reekening is nog ter van den boekhouder Rip„ verantwoording van den „sema uijt 's Comp:s kasja tekenaar een saldo van „ 3. 1. ½. . . . 10. —. — ontvangen - Teld de Somma van d: 60. 19. 1/3. Teld de Somma van rd:s 60. 19.½. Silau den 1:e December 1791. /:was getekend:/ S: W: ullenbeek. En is na deliberatie goedgevonden en ver „staan, het daar bij opgebragte be„ „draagen van rd:s 57. 18. te laaten afschrijven. Dan vermits de Berigten van de spions doorgaans weinig wetens „waardigs behelsen, is om nodeloose kosten te bespaaren, goedgevonden daar hebben N 10 ve 40 cati den Commandant te silae en verstaan, te recommandeeren, voortaan daar omtrend zeer spaarzaam teweezen en geen spions te zenden, dan wanneer op de grensen ongewoone beweegingen van de Kandiaanen worden vernoomen. op een addres van den E: Colonel de Meuron, is goedgevonden en verstaen dat het agrement zal worden ge geeven op de door zijn E: daar be gedaane nominaatsie, ter bevord king van de vaandrigs Jacques Dubas, Henkij Drot en Louis Fabert, en den sous luitenant Fra cois Henrij de Meuron Baijard tot luijtenants, in steede van de luitenants Pollignij, de la Rai „trie en de Bosset, die hunne demissie genoomen hebben, en in steede van den luitenant Spieler die overleeden is; zomeede ter bevordering van de sous luijte nants Abram Louis Tuller, Elie Frederich Wolff en Henrij d la Harpe tot vaandrigs, insteede voorsz: vaandrigs Dubas, Droz en fabe zijn 621 zijn geresumeerd een berigt van den Capi- tain Luijtenant van de gene Goe„ „nander, wegens het gedaane werk en gebouwen aan de fortificatien alhier in de maand November J:L: nevens een berigt en een reeke„ „ning van de gedaane betaalingen in de maanden oktober en Novem„ „ber I:o leeden, zoo aan de arbeiders, als tot den inkoop van kapok¬ „steenen en tot 't inhuuren van kaaren, welke papieren hier onder worden geinsereerd. Rapport van het geene in deese maand, aan de fortifica ties en 's Comp:s gebouwen alhier verrigt is geworden als meede door de bijge¬ voegde reekening te zien is, hoe veele metselstoffen daar toe verbruijkt zijn, teweeten: Blijkens de ingediende weekelijkse Rapporten zijn de volgende manschap„ „pen, als: 79. gehuurde koelies, waar onder 45. volwassene 18. half wassene en geweest, om 16. Jongens, beesig het afgespoelde stuk van de Daen

NL-HaNA_1.04.02_3975_1456 view scan ↗

English

To construct a dam between the washed-out overflow and the Esplanade, as well as planting suriya trees along the covered ways, cleaning the ramparts and walls around the fortress, cleaning the Esplanade between the fort and the city, and repairing the sod works of the glacis and covered way before Rotterdam; they have also thrown the rubbish heap outside the Galle Gate into the sea. According to said reports, 1 master craftsman, 5 masons, servants of the Company, 32 hired masons, and 75 hired coolies have performed the following carpentry and repair works, namely: At the rice warehouses, one half of the vaulting was repaired, and since no lime was to be obtained this month, work there could not proceed. At the pharmacy, the stones for the props of the lean-to roof were bricked in and a rowlock course was laid. At the secretariat office, the entire roof was retiled. At 622 At the surveyor's office, the roof was retiled. At the cooper's workshop, the roof was repaired. At the De Meuron armory, the roof was retiled. At the barracks near the Kayman's Gate, the roof was retiled, the floor repaired, and the walls plastered. The roof over the horse stable was repaired. The latrine of Leiden was repaired and retiled. The following works are still in progress: At the new gunpowder mill, the roof over the saltpeter refinery was repaired, and they are currently busy bricking up two small pillars that were started and not completed. At the aqueduct, the scaffolding for the pump works is nearly completed, and they are still busy digging the foundation for the water cistern. At the sewer near the Water Gate, they are busy building up the side walls and vaulting. At the hospital kitchen, they are busy repairing the roof. The The two carts which were hired on the 16th of this month by your Right Honorable order for cleaning and filling up the streets in the castle have also been employed for that purpose. In the coming month, stones alongside the beams and wall plates will be laid at the new gunpowder mill. The master of the smith's workshop, who has no storage place for either stone or charcoal, requests to have a small lean-to built so that said coals can be preserved against the approaching rains. For the rest, the humble undersigned refers to the previously submitted reports concerning the defects of the fortress and the Company's buildings. Colombo, the 30th of November 1790. Was signed: P. Foenander To 623 To the Right Honorable, Highly Esteemed Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! The undersigned has the honor to present herewith to your Right Honorable the account of the money that has been disbursed to the coolies who worked on the fortification works in the months of October and November last. It is by your Right Honorable esteemed order that the undersigned privately purchased large cabook stones at 54 rixdollars per thousand; and in the Company's garden near Pass Sebastion, where the new gunpowder mill is being built, also had large cabook stones cut at 31 rixdollars and 12 stuivers for cutting wages. Likewise, the undersigned has, by high order, hired two private carts at 24 stuivers per day each for transporting the masonry materials to the worksites, and on the 16th of November hired two more carts according to high esteemed order for cleaning and filling up the streets in the castle. Therefore, he very humbly requests that the aforementioned disbursed sum be written off according to custom, and as the remainder is not sufficient for the disbursements of the current month, requests an order to receive another one thousand rixdollars. While he has the honor to be with the deepest feelings of respect and high esteem, below stood: Right Honorable, High-Commanding Lord, your Right Honorable's very humble servant, was signed: P. Foenander. In the margin: Colombo, the 17th of December 1790. Account of the disbursements made to the workforce at the fortification works, as well as for the purchase of building materials for the months as follows: At the end of September, the undersigned was in advance: 161 rixdollars 31 stuivers Disbursed in the month of October: To 45 adult coolies at 2 1/2 rixdollars per month each: 112 rixdollars 24 stuivers To 18 half-grown coolies at 1 1/2 rixdollars per month each: 27 rixdollars To 16 boys at 1 1/4 rixdollars per month each: 20 rixdollars For 4000 small cabook stones that were cut at the gunpowder mill, calculated at 7 rixdollars 39 stuivers each per day for 26 working days per thousand: 31 rixdollars 12 stuivers For 6000 ditto privately purchased at 13 rixdollars 24 stuivers: 81 rixdollars 2 hired carts at 24 stuivers per day each, calculated for 26 working days: 26 rixdollars Together: 459 rixdollars 19 stuivers In the month of November: To 45 adult coolies at 2 1/2 rixdollars per month each: 112 rixdollars 24 stuivers To 18 half-grown coolies at 1 1/2 rixdollars per month each: 27 rixdollars To 16 boys at 1 1/4 rixdollars per month each: 20 rixdollars For 4000 small cabook stones cut at the new gunpowder mill at 7 rixdollars and 39 stuivers per 1000: 31 rixdollars 12 stuivers For 6000 ditto privately purchased at 13 rixdollars 24 stuivers per 1000: 81 rixdollars 2 hired carts at 24 stuivers per day each, calculated for 26 working days: 26 rixdollars Another 2 carts hired for the same price on the 16th of this month for cleaning and filling up the streets, calculated for 14 working days: 14 rixdollars Together: 311 rixdollars 36 stuivers Sum total: 771 rixdollars 7 stuivers

Dutch transcription

Dam tusschen de afgespoelde overlaat en de Esplanade te leggen, als meer bij het planten van Jureer boor en op de bedekte weegen het schoo maaken van de wallen en muuren rond de vesting het schoonmak van de Esplanade tusschen de vijn en de stad als meede bij 't repe „reeken der zooden werken van de glacie en bedekte weg voor Ro terdam: ook hebben zij de vuijl hoop buiten de gaalse poort zee geworpen. Blijkens gem: Rapporten hebben 1. Meester knegt 5. Metselaars 's Comp:s dienaaren 32. gehuurde metselaars en 75. gehuurde koelis, aan timme „ratie en Reparatie het volgen verrigt, teweeten: Aan de Rijft magazijnen, is de eene helfte van het gewelfde gerepareerd, en dewijl 'er in deese maand geen kalk te bekoomen es heeft men daar meede niet k# „nen voortvaaren. Aan de Apotheek zijn de steenen voor de stutten van 't half dak ingenetseld en een rollag geleg Aan 't sekretaaij kantoor is het hee dak omgedekt. Aan 622 Aan de landweters Kantoor is het dak omgedekt. Aan de Kuijpers winkel is het dak Verdekt. Aan de Meurons wapenkamer is het dak omgedekt. Aan de Caserne bij de Kaaijmans„ „poort is het dak omgedekt, de vloer gerepareerd, en de Muuren gehaffeld Het dak over de paarde stal is Verdekt De aftreede van Leiden is geke pareerd en omgedekt. Deese ondervolgende werken zijn nog onderhouden Aan de nieuwe kruijtmoole is het dak over de salpeeter Ravinerij gerepareerd, en thans beezig om nog twee kleine Pilaaken, die begon„ „nen en niet voltooijd waaren opte „metselen Aan de water leiding is de stellagie voor het pomp werk bij na vol„ tooijd, en nog beesig om 't fonda„ „ment voor het water bak, te ghaaven. Aan de Rioel bij de waterpoort beezig met 't opmetselen der zij muuren en te welfen. Aan de kombuijs van 't hospitael beezig met repareeren van 't dak De De twee karan die den 16. deeser op uw wel Ed: gestr: Groot Achtbaar g'eerde ordre tot 't schoonmake en opvullen der straaten in het ko „teel ingehuurd zijn, zijn ook daar toe g'emploijeerd. In de aanstaende maand zullen steenen nevens de Balken en Mun plaaten aan de Nieuwe Kruijt moole gelegd worden. De baas van de muts winkel de geen berg plaats voor steen nog houts koolen heeft, verzoeht om een kleine halfdak ge maakt te moogen krijgen, te einde gem: Koolens voor de aankoomende Reegens te kunn bewaard houden. Overigens reffereerd zig den ood moedigen tekenaar deezes aan de bevoorens ingediende Rapp ten raakende de gebreeken de Vesting en 's Comp:s gebouwen. Kolombo den 30. November 179 /:was getekend:/ P: Coenander Aan 623 Aan den wel Edele Gestr: Groot agtb: heer Willim Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Direnteur van 't Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden Wel Edele Gestr: Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer! Den ondergetekende heeft de eere uw wel Ed: Gestr: Groot Achtb: hier nevens aante- bieden, de reekening van het geld dat aan de koelies, die in de maanden otober en November Jongst leeden bij de fortificatie werken gearbeid: hebben, verstrekt is geworden. Het is op uwel Edele Gestr: Groot Achtb: g'eerde ordre dat den ondergetekende Parti„ „culier groote kabok steenen ingekogt heeft„ teegen 54: rd:s het duijsend: En in 'sComp:s thuijn bij het pas sebastiaan, daar de nieuwe kruijt moole gebouwd word, groote kabok steenen laat aan meede teegen 31. rd:s en 12. aan kaploon. kappen zomeede heeft den ondergetekende op hooge ordre twee particuliere karren inge„ huurd teegen 24. stuijv: 's daags ieder, tot Transporteeren der Metzelstoffen naar de werkplaetsen, En den 16. 9ber: nog twee karten volgens hoog g'eerde bevel bevel ingehuurd tot 't schoonmaken der Straaten in 't Kasteel op vullen dierhalven zeer oodmoedig Verzoeke verstrekte somma na ge¬ gemelde woonte te willen laaten afschrijve en wijl het resteerende niet genoe zaam is voor de verstrekingen va de loopende maand; versoeke om ordonnantie nog Eenduijsend 2d=s te moogen ontvangen. Terwijl hij de eere heeft met de diepste gevoelens van eerbied en hoog agting te zijn. /:onderstond:/ Groot Achtb: Wel Edele Gestr: Hoog Geb: Heer, uwer wel Ede Gestr: Groot Achtb: zeer oodma „dige Dienaar. /:was getekend:/ P: Foenander. /: in Margine:/ Kolombo den 17. December 179 Reekening van de gedaane va strekkingen aan 't werks volk bij de fortificatie werken, als tot 't inkoope# der Bouw materiaalen de maanden als volgt. Met ultieno September is den onder getekend 623 Rd:s stuijv: rd:s getekende in derschot geweest — 161. 31. In de maand 8ber: verstrekt 112. 24. Aan 45. volwassene Koelus â. ider do2. rd:s p:r maand 27. —. „ 18. half wassene „ â „ 1.½. „ „ „ 20. —. „ 16. Jongens „ „ 1. ¼. „ „ „ V.: 4000. kleene nabok steenen die bij de kruijt moole aangekapt zijn teegen 7. rd:s 39. stuijv: 's daags ieder berekend voor 26. werks daagen 't duijzend - - - - 31. 12. V.:r 6000. d=o Particulier tegen 13. rd:s 24. stuijv: ingekogt. 81. —. 2. ingehuurde karken â 24. stuijv: 'sdaags ieder berekend v:r 26. werks daagen. . . 26. —. Tezaamen 459. In de maand November Aan 45. volwassene Koelies â 2:½. rd:s per 112. 24. maand ieder : „ 18. halfwassene Roelies â. 1. ½. rd:s p:r maand ieder — 27. „ 16. Iongens â 1. ¼. rd:s p:r maand 20. ieder V. 4000. kleene kabok steenen bij de nieuwe kruijt moole teegen rd:s 7. en 39. St:s 't 1000. 31. 12. .. aangekapt . V.: r 6000. do Particulier teegen 13. rd:s 24. st:s 't 1000. ingekogt. 81. —. „ 2. ingehuurde kaaren â 24. stuijv: 'sdaags ieder betee„ kend voor 26. werks daagen 26. Nog 2. karken voor dezelfde prijs ingehuurd den 16. deeser tot 't schoonmaken en op zullen der straate berekend voor 14. 14. werks daagen 311. 36. 19 Tezaamen Somma 771. 7. „

NL-HaNA_1.04.02_3975_1462 view scan ↗

English

Business concerning Jaffenapatnam. In the month of October by warrant from the Company's treasury. . . rd:s 1000. –. -. Disbursed thereof. . . rd:s 771:2. Still remaining under my responsibility - - „ 228. 84. Sum as above rd:s 1000. Colombo the 17th of December 1791. signed: P: Foenander And after deliberation it was approved and resolved to write off the payment entered in the aforesaid account to the sum of rd:s 771. 7. –. The Jaffna officials having reported by letter of the 27th of October last that they had stationed several posts of lascorins along the shores, and in addition had also placed a soldier at some of these posts in order to prevent correspondence of foreigners with the Kandyan; and that the lascorins have been hired for one rixdollar and one parra of rice per month, but that to each soldier a douceur of one rixdollar was added. After deliberation it was approved and resolved to provisionally approve the aforesaid arrangement, and to recommend to the Jaffna officials to reduce as much as possible the aforesaid allowances to the soldiers and lascorins, which have been estimated somewhat high. And it was likewise approved and resolved to write to the officials at Jaffenapatnam: 1. To commission the Captain Landregent of the Wanni, Nagel, in the name and on behalf of this Government, to make an expedition along the Jaffna shores (as far as he shall find it necessary) and to investigate whether the orders issued and arrangements made are sufficient to counter and effectively prevent the forbidden correspondence, and whether they are properly carried out; as well as whether the orders issued regarding the commanded patrolling of the Jaffna shores are sufficient and likewise properly observed. 2. To authorize the said Captain Landregent in the fullest manner and give him sufficient power to order, execute, and have executed immediately on the spot whatever he shall find necessary during this expedition for the aforesaid purpose; and to that end to send the necessary instructions to all places in the Jaffna territory where such is required. Furthermore, in order that this commission shall not be a burden to the inhabitants, it was approved to permit the Captain Landregent Nagel, after the execution of his aforesaid commission, to submit an accounting of the expenses that he will have found necessary to incur, with orders however to the Jaffna officials to provide him with the necessary coolies, and furthermore to provide him with all such servants as his assistants as he shall require to take along. A letter was read from the aforesaid Captain Landregent Nagel, in which he reports that in order to prevent all negotiation of the Court of Kandy with the opposite coast, he has taken 24 shore guards into service and stationed them at six posts along the Wanni shores at 2 rd:s and one parra of rice per month each, of which continuously 2 from each post shall patrol to the nearest post. And after deliberation it was approved and resolved to approve this arrangement. The Mannar commander Ebell having reported by letter of the 14th of November last that he has hired a ballang manned with five hands for the service of the shore master, in order immediately to visit the vessels arriving at Kovodivo and Woorentjes Hoek, to prevent suspicious people from arriving with them. After deliberation it was approved and resolved to approve the hiring of the aforesaid ballang. A Jaffna resolution of the 25th of November last was read, in which it was resolved immediately to have 152 muskets with iron ramrods and 197 muskets with wooden ramrods repaired, since the barrels thereof are still good, and to hire a gunstock maker for that purpose. And after deliberation it was approved and resolved to approve the said resolution. Furthermore, a Jaffna resolution of the 30th of November last was read, in which it was resolved to qualify the Honorable Dessave Schaader, in order to prevent suspicious people from arriving from the opposite coast, to place a post of one soldier and 4 lascorins at each place on the north-west corner of Karukadivu and on the islands of Donna Clara and Bramine, and to add three more lascorins to the Resident of Kayts; likewise to grant to the lascorins of the first three posts one rixdollar and one parra of rice per month each, but to the lascorins for Kayts 24 stivers per month each, and to provide the aforesaid three soldiers with a douceur of one rixdollar each per month. And after deliberation it was approved and resolved to approve the aforesaid resolution, provided that the allowance to the soldiers and lascorins for the three first-mentioned posts is reduced as much as possible. Business concerning Galle. Upon a report received from Galle from the lieutenants of infantry Waunenberg and von Marcken, stating that the soldiers of the eastern company of Captain Joerang Pattij, who on account of the incident that occurred at Matara, mentioned in more detail in the resolution of the 25th of October last, are still under arrest, had complained that with the maintenance assigned to criminal prisoners they had to get by very miserably, and moreover, having been under arrest for over a year already, were suffering from a great lack of clothing, and had nothing

Dutch transcription

Bezoigne over Jaffenapatnam. Jn de maand oktober p:s ordonnantie uijt 'sComp:s geld Kasja. . . rd:s 1000. –. -. Daar van verstrekt. . . . r:o 771:2. Nog P:r restant onder mijn ver- - - „ 228. 84 . „antwoordiing - Somma als booven rd:s 1000. Kolombo den 17:e December 1791. /: was getekend:/ P: Foenander En is na deliberatie goedgevonden en verstaan, de bij voorsz: reekening op- gebragte betaaling, ter somma van rd:s 771. 7. –. , te laaten afschrijven. bij briede Door de Jaffenasche bedienden van den 27. october J:o leeden berigt zijnde, dat ze langs de stranden eeni „ge posten hadden uijtgezet van Las- Corijns, en daar nevens op zommige deezer posten ook een zoldaat had= „den geplaatst, om de Correspondentie van vreemde=lingen met de kandiaan te beletten; en dat de lascorijns zijn ingehuurd voor een rijksd: en een par= „ra rijst Jmaands, dog dat aan elk zoldaat een douceur van een rijksd: was toegevoegd. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan, voorsz: 624 voorsz: schikking bij provisie te approbeeren, en de Jaffenasche bedienden te recommandeeren, de voorsz: toe„ „laagen aan de zoldaaten en lasko- „rijns, die wat hoog genoomen zijn zoo veel moogelijk te verminderen. En is teffens goedgevonden en verstaen te Jaffenapatnam den bedienden aanteschrijven: Den Capitain Landregent van de wan nij Nagel, uijt naam en van weegen deese Regeering te committeeren, om een togt te doen langs de Jaffe„ „nasche stranden, (zoo verre hij dat zal bevinden nodig te zijn, en te onderzoeken of de gestelde orders en gemaakte schikkingen toerijkende zijn, om de verbodene Correspon¬ „dentie tegen tegaan en met der daar te beletten, en of die behoorlijk word uijtgevoerd; als meede of de gesteld ordres op het stuk van de geordon „neerde bekruijsing der Jaffenasche stranden, toerijkende zijn en ins„ „gelijks behoorlijk worden nagekoomen 2. / Gemelde Capitain Landregent op de volkoomenste wijze te authoriseeren en toerijkende magt te geeven, om al het geen hij bij het doen van deese togt, ten eijnde voorsz: zal noodig vinden, op de plaats zelve dadelijk te belasten, te Executeeren en te doen Executeeren: en ten dien einde na alle plaatsen in 't Gaftenasch gebied, daa zulks noodig is, de nodige aan „schrijving derwegens te zenden. voorts is, op dat deese Commissie de ingezeetenen tot geen last strekke basutein goedgevonden, aan den landregent Nagel toetestaan, na 't verrigten van voorsz: zijne Commissie, te moogen indienen eene Declaratie van de onkosten, die hij zal hebben nodig gehad te doen met last egt aan de Jaffenasche bedienden, aan hem te doen geeven de nodige koe lies, en voorts tot zijne assistent alle zodaanige bedienden, als hij t noomen te requireeren. Is geleesen een brief van voorm: Capitain Landregent Nagel, waar bij hij be¬ „rigt, dat hij om alle onderhande„ „ling van het Hoff van Randia niet 625 met de overwal te beletten, 24. Strand- wagters in dienst genoomen en op ses posten langs de wannische stranden geplaats heeft, tegens 2. rd:s en een parra rijst 'smaands ieder, waar van geduurig 2. van elke post zullen patrouilleeren tot de naast geleegene post. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan deese schikking te approbere Door 't Manaarsch opperhoofd Ebell bij brieve van den 14. November I:C: bedeeld zijnde, dat hij een ballang, bemant met vijff kok„ pen, ingehuurd heeft ten dienste van den strandmeester, ten einde de vaartuigen, die op kovodivo en Woorentjes hoek aankoomen ten eersten te gaan visiteeren, tot voorkooming dat daar meede geen verdagt volk aankoomen. Is na deliberatie goedgevonden en verstaen het inhuuren van voorsz: ballang te approbeeren. resolutie van Js geleesen een Jaffenasche den 25. November J:o leeden, waar bij beslooten beslooten is 152. geweeren met gijzele laadstokken, en 197. geweesen met houte laad stokken, wijl de loope daar van nog goed zijn, ten eerst te laaten repareeren, en daar to een laade maker intehuuren. En is na deliberatie goedgevonden en verstaen gemelde resolutie te app „beeren. Nog is geleesen eene Jaffenasche resolu van den 30. November J:o leeden, waa bij beslooten is, den E: dessave schae „der te qualificeeren, om tot voo „kooming, dat geen verdagt volk van de over Cust aankoomen, opd noord west hoek van Karkedivo en op de Eilanden Donne Clata en Bramine, een post te stellen van een zoldaat en 4. laskorijns of elke plaats, en nog drie lascorije aan den Resident van Kails toe tevoegen, zoo meede aan de laste „kijns van de drie Eerste posten een rijksd: en een parra rijst smaa ieder, dog aan de las korijns voor kaits 24. stuijv: 'Jmaands ieder toeteleggen Besoigne over Gale. toeteleggen, en aan de voorsz: drie zol- „daaten een douceur van een rijksd:s ieder smaands te laaten verstrekken. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan voorm: Resolutie te appro¬ „beeren, mits dat de toelaage aan de zoldaaten en laskorijns voor de drie eerst gemelte posten, zoo veel moogelijk word verminderd. op een van Gale ontvangen Rapport van de luitenants van de infor „terij Waunenberg en von Marc„ „ken, houdende, dat de zoldaeten van de oostersche Comp:e van Capitain die wegens het Joerang Pattij g'exteerd geval te Mature, breeder vermeld bij resolutie van den 25:e october I:o C:, nog in arrest zijn, zig beswaard hadden, dat ze niet het toegelegd onderhoud aan Crimi „neele gevangenen zeer elendig moe „ten behelpen, en daar bij, als reeds over het Jaar in arrest zijnde, groot gebrek aan kleederen leiden, en niets 626 hadden

NL-HaNA_1.04.02_3975_1468 view scan ↗

English

Matters concerning Trinconomale. had to buy betel and tobacco, it is, after deliberation, approved and understood to authorize the servants at Gale to allow the six soldiers who, according to the aforementioned resolution, were transferred from criminal to military arrest, to be provided with their ordinary monthly wages. The servants of Trinconomale having reported by letter of the 22nd of November of this year that the storage places for ammunition and arms are cramped, damp, and in every respect in a poor condition; requesting permission to use the administrator's residence as the ammunition house and the Commander's residence as the armory, and to this end to be permitted to make such small alterations to these two houses as their new destination requires, as demonstrated in the reports inserted below. To the Right Honorable, Valiant, and Strict Gentleman, Johan George Fornbauer, Major and Chief here. Right Honorable, Valiant, and Strict Gentleman, We, the undersigned, take the liberty to report that, upon the orders of your Right Honorable, Valiant, and Strict Honor, we have inspected the administrator's residence to see whether it can be employed for the use of an ammunition house and laboratory, and that we have found the same to be very serviceable for the said use, provided that the doors and windows, which are currently unsuitable, are renewed, and some small alterations are made to the back rooms—such as the one that was used as a pantry and the other as a kitchen—breaking out the pillars and hearth and laying a floor, as well as breaking out the partition wall in order to make one room out of these two; inserting a large frame and door in the garden wall in order to bring large goods into the courtyard, as well as a lean-to roof to be able to work sheltered from the rain, and also that the necessary scaffolding and racks are made for storing ammunition goods. With which we have the honor to be with high esteem, Right Honorable, Valiant, and Strict Gentleman, your Right Honorable, Valiant, and Strict Honor's obedient servants. Signed: I: Schreuder, H: G: L: Diderik, and I: Buijgers. In the margin: Thinkonomale, the 22nd of November 1791. To the Right Honorable, Valiant, and Strict Gentleman, Johan George Fornbauer, Major and Chief here. Right Honorable, Valiant, and Strict Gentleman, Pursuant to the esteemed order of your Right Honorable, Valiant, and Strict Honor, we, the undersigned, proceeded to the Company's dwelling houses of this fortress, namely into the house next to the chief residency, which we have found to be suitable as the Company's armory; it only requires some alterations for this service, such as breaking down the gable between the hall and the room on the left upon entering, and in the room on the right, the window must be removed and a gate inserted in front in its place; however, a single window must be placed next to it again on account of the darkness, and likewise a gate must be placed at the rear in the gallery. Furthermore, the craftsmen, such as gunstock makers, gunsmiths, etc., can perform work in the gallery. A small room in the gallery on the left can serve for the clerk to properly store his papers, the more so as it is also situated in such a way that the overseer can well oversee the craftsmen. The remaining rooms are all suitable for storing some arms. With this we hope to have adequately satisfied the intention and pleasure of your Right Honorable, Valiant, and Strict Honor, and we assume the honor to call ourselves with all respect, Right Honorable, Valiant, and Strict Gentleman, your Right Honorable, Valiant, and Strict Honor's very humble servants. Signed: G: Zoedel, v: Sadlo, and I: C: Kerze. In the margin: Trinkonomale, the 19th of November 1791. It is, after deliberation, approved and understood to grant authorization to employ the aforementioned two dwelling houses for storing ammunition and arms, and to have such alterations made therein for that purpose as are indicated in the aforementioned reports. Matters concerning Battikaloa. The Chief of Battikaloa, Burnand, has reported by letter of the 31st of October last that he caused the detachments that were stationed at Naipattepoene, at Tamblewiel at the brickworks, and at Malivete to be drawn together and take up position at Wiremoene as the most suitable place to secure the most populous and most cultivated parts of the Battikaloa country; and that he has therefore caused an entrenchment to be thrown up there, on which two to three hundred men have worked since the end of July, and for which the Company shall bear no other burden than for the necessary olas for covering the barracks and for the coir yarn used for that purpose. And it is, after deliberation, approved and understood to approve both the relocation of the aforementioned detachments and the construction of the aforementioned entrenchment. Further, it having been proposed by the said Chief Burnand in his letter of the 31st of October last to be allowed to employ the boat built there for Trinconomale to cruise the Battikaloa coasts, and for that purpose to have the gunwale built up ten to twelve inches higher. It is, after deliberation, approved and understood to grant authorization for that purpose. Matters concerning Kalpetti. The Kalpetti Chief de Graaff having reported by letter of the 16th of this month that the caterer of the European militia detached there complained that, owing to the scarcity and dearness of provisions, he was no longer capable of boarding the soldiers for the two rupees that he received per man monthly, and that he was short by 15 rixdollars in the past month; wherefore

Dutch transcription

Bezoigne over Trinconomale. hadden om betel en tabak te koopen Is na deliberatie goedgevonden en ver „staan den bedienden te Gale te ge „lificeeren, om aan de 6. zoldaaten die volgens voorsz: besluijt, uijt 't Crimineel in Militair arrest zijn overgebragt, hunne gewoon gagie maandelijks te laeten ver „strekken. Door de Trinkonsmaalsche bedienden bij brieve van den 22. November d:o 1 berigt zijnde, dat de bewaarplae „sen voor de ammonitie en wapen goederen, nau, vogtig, en in alle op zigten slegt gesteld zijn; met verzoek de administrateurs woo¬ „ning tot het ammonitie huijs„ en de Commandants wooning tot de wapenkamer te moogen gebruijken en ten dien einde, zulke kleine verschikkingen aan deese twee huijs te moogen doen, als hunne nied „we bestemming vereijscht, en bijd hier onder geinsereerde berigten aangetoond 627 aangetoond worden. Aan den wel Edelen Geswr: manh: Haa Johan George Fornbauer Majoor en Chef alhier. Wel Edele Gestr: Manh: Heer Wij ondergetekende neemen de vrijheid te Berichten, dat wij op uwel Ed: Gestr: Manh: order de administrateurs wooning besigtigd hebben of deselve tot gebruijk van een ammunitie huijs en Labbertorium kan ge-een „ploijeerd worden, en dat wij deselve tot gemeld gebruijk zeer dienste bevonden hebben, mits er de deuren en vengsters, welke tans onbe quaam zijn, vernieuwt en eenig kleene veranderingen aan de agter kamers gedaan worden, als de eene welke tot een dispens, en de andere tot een kombuijs is gebruijkt geweest, de pilaaren en vuurhaart daar uijt te bree „ken en gevloert, als meede de middel-muur uijtgebrooken om van deese twee een vertrek te maaken ond maaken; in de tuijn muur een groot kozijn en deur intesett om groote goederen op de agter „plaats te kunnen brengen, teffe een afdakje om voor de reegen bevrijd te kunnen arbeiden, al ook de benoodigde stellinge en rakken tot bergen van am monitie goederen gemaakt wor waarmeede wij de eere hebben i hoog achting te zijn. /:onderstond wel Edele Gestr: Manh: Heer uwel Edele Gestr: Manh: geho zaame dienaaren. /:was geteken I: Schreuder H: G: L: Diderik en I: Buijgers. /:in margine Thinkonomale den 22. 9ber: 171 Aan den wel Ed: Manh: gestr: he Johan George Foanbau Majoor en Cheff alhier Wel Edele Manh: Gestr: Heer Ter g'eerde ordre van uwel Ed: man gestr: hebben wij ondergetekende ons vervoegd in 'sComp:s woonhuijse deeser deeser fortresse als, in 't huijsnaa de opperhoofdij, het welk wij bevon¬ hebben bequaam te zijn tot 's Comp:s wapenkamer, alleenig vereijscht het eenige verandering deesen dienst als de geevel tusschen de zaal kaamer ter linkerhand uijt in „gaan aftebreeken en aan de kamer ter regter diend het vengster uijt genoomen en een poort van vooren in de plaats geset worden, egter moet er een enkeld vengster weer naast aan geset worden, wegens de donkerheid, zoo meede moet een poort agterwaarts in de gal= „derij ingezet worden, overigens konnen de ambagtslieden als lademakers, bussemakers etca: in de galderij kunne werk ver „rigten. Een klijne kamer in de galderij ter linker hand kan voor den boat dienen, om zijne papieren behoorlijk te kunnen bergen, te meer datzelve ook zoo geleegen is, dat den opzien „der de ambagtslieden wel overzien kan De overige Cauiers zijn alle wel om eenig wapen goederen te bergen 628 Hier fe 3 5 Hier meede verhoopen wij deese bezig de intentie van uwel Ed: manh gestr: genoegen voldaan te hebben en de eere aanmatige wij ons met alle eerbied te noemen /:onderstond:/ wel Ed: Manh: Gestr: Heere, uwel Ed: Manh Gestr: Zeer onderdaanige Dienae /:was getekend:/ G: Zoedel, v: Sadlo en I: C: Kerze. /: in mak „gine:/ Trinkonomale den 19. 9ber: 1791. — Is na deliberatie goedgevonden en versta qualificatie te verleenen, de voor„ twee woonhuijsen te moogen emplo¬ ƒ eeren tot 't bergen van ammunite en wapen goederen, en daar toe dat in zodaanige veranderingen telae maaken, als bij voorsz: berigten aangeweesen zijg Nattikaloa Het opperhoofd van Burrnaud heeft bij brieve van den 31 oktober Joleeden berigt, Battikaloa. Besoigne over dat dat hij de detachementen, die te Naipattepoene, te Tamblewiel aan de Pannebakkerij en te Malive „te geleegen hebben, heeft doen te zaamen trekken en post vatten te wiremoene als de geschikt plaats, om de volkrijkste en meest bebouwde gedeeltens van 't Bati„ „ naloasche land te beveiligen; en dat hij daarom een phans aldaer heeft doen opwerpen, waar aan Julij 2. à zedert het laatst van 300. man hebben gewerkt, en waar toe de Comp:e geen onder last zal draagen, dan van de noodige olas tot dekking van de Caser „nen en van de daar toe verbruijk Kaijer draat. En is na deliberatie goedgevonden verstaen, zoo wel het verplaetse van de voorsz: detachementen, als het bouwen van voorm: phans te approbeeren. opperhoofd Nog door gemelde Burnaerd i b 629 van Bezoigne over Kalpetti. Wurnard bij zijn brief van den 31. oktober Hleeden, voorgesteld zijnde voor Trinconomale aan de aldaar „gebouwde schuit, te moogen Ee ploijeeren tot 't bekruijzen van de Battikaloasche stranden, en deselv daar toe 10. â 12. duinen hoogete van boord te doen opboeien. Is na deliberatie goedgevonden en verstaan daar toe qualificatie te verleenen opperhoofd van Door 't Kalpettische de Graaff bij brieve van den 16. deezer berigt zijnde, dat de scha baas van de aldaar gedetacheerde Europeesche Militie zig be klaarde, dat hij wegens de schaarsheid en duurte der leven middelen niet in staat was de Zoldaaten verder de kost te bezorgen voor twee ropijen, die hij van ieder man mmaands ontvin en dat hij in de gepasseerde maen 15. rd:s te kort geschooten was; weshalven

NL-HaNA_1.04.02_3975_1475 view scan ↗

English

630 wherefore the mentioned head proposes to grant the caterer, as long as the shortage of provisions continues, a gratuity of 15 rd:s per month. After deliberation, it was resolved and agreed to write to the head of Kalpetti, ordering that as long as the scarcity and dearness of provisions continues, the Europeans under command of Captain de Billon shall be made to pay to their caterer monthly for board 13 schill: per man, being the same as they paid here in the garrison, with authorization also to the mentioned head that, if he finds that the caterer in the past month truly fell short 15 rd:s, to compensate him this amount from the Company's treasury. Thus done and resolved in the Castle of Colombo on the day, month, and year aforesaid. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raker, D: von Drieberg, I: Reintous, and B: L: van Zitter. Agrees, Dijbrands, clerk Right Honorable Examined, Hijkler No: 45: To the Right Honorable, Sir, Mr. Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council there, Colombo. Noble, Severe, Valiant, Prudent, Very Discreet Sir and Friends. With the ship Vasco da Gama, which on the 10th of this month continued its voyage from Simons Bay to Your Honors' government, we last had the honor to address our letter dated 4 July 1792 to Your Honors, which we hope will have safely arrived at your place before the appearance of this one, and of which the duplicate accompanies this. To the Honorable and Most Right Honorable Sir, 631 The present letter therefore serving principally to accompany the ship De Schelde mentioned in the header of this letter, we have had shipped therein for Your Honors' government: 4590 lb: Cape butter, 35 barrels of tar, 5 barrels of pitch, 1 barrel of white chalk, which three last-mentioned articles were brought here by the packet boat De Faam for the benefit of Your Honors' government; while we have also had shipped on freight in the bearer of this letter all such goods as are properly specified in the invoice drawn up thereof and accompanying this, and for which the freight money has been duly paid into the treasury of the Honorable Company here by the owners of those goods. Besides our requisition of requirements for this government for the upcoming year 1793, we also send accompanying this an invoice of account concerning 632 To the Honorable and Right Honorable Sir concerning that which was paid from the Company's treasury to Lieutenant Colonel de Meuron Bullot for salary during his stay here, amounting to rd:s 1416 2/3; item, for as much paid from the mentioned treasury of the Honorable Company for 2 months of advance wages to the military of the Meuron regiment garrisoned under your government departing by this vessel, consisting of: 1 sergeant, 1 corporal, 26 privates; on which invoice are also noted such goods as were brought here by the Wurttemberg regiment per the ship Gouda and the bearer of this letter, and are now being transferred with this vessel. Upon the request made in this regard by Lieutenant Colonel de Meuron Bullot, we have likewise granted him passage by this vessel to Your Honors' government, to whom we have provided here three months of salary and emoluments in advance, namely for Examined for August, September, and October. Furthermore, we very obligingly request Your Honors to grant address as quickly as possible to the mail packets accompanying this for the Ministers at Cochin, Bengal, Coromandel, and Surat; while, after having commended Your Honors to the safe keeping of the Almighty, we have the honor to remain, after friendly greetings. Below was written: Noble, Severe, Valiant, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honors' service-ready friends and servants. Was signed: I: I: Rhenius, R: I: Gordon, I: I: Lesueur, C: G: de Wit, and W: F: v: Reede van Oudtshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, 13 July 1792. Van Geizel 633 Colombo 113 To the Noble and Most Right Honorable Sir, To the Right Honorable Sir, Mr. Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon, together with the Council there. Noble, Severe, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends. We have duly received per the ships De Draak and Christophorus Columbus, as well as the packet boat De Star, Your Honors' esteemed letters of 12 November of the past year, 30 January, and 17 March of this year, and, passing over in silence everything that requires no reply, we shall answer thereto that the five former soldiers named in the first-mentioned letter and the Sinhalese Jaleentia, pursuant to the order of the Court of Justice over there, as well as the cinnamon peeler Jallapittie Gabapp listed in Your Honors' letter of 30 January, have been placed on Robben Island in fulfillment of what was written. The frigate ship De Meermin, which we dispatched last year in accordance with what was communicated to Your Honors for the search of the ship Het Slot ter Hooge, not having had the fortune to encounter the aforementioned vessel, Captain Dununrij turned course toward Mauritius, and there sold the cargo of wheat entrusted to him at a profit; of which we give notice to Your Honors for your information, as well as

Dutch transcription

630 weshalven gem: opperhoofd voorsteld aan den schafbaas, zoo lang 't gebre van levens middelen aanhoud, een do „ceur van 15. id:s 'smaands toeteleggen Is na deliberatie goedgevonden en ver- „staan het opperhoofd van Kalpetti aanteschrijven, om zoo lang de schaar heid en duurte der levens midde „len aanhoud, door de Europeeschen onder Commando van den Kapitain de Billon, aan hunnen schatbaar maandelijks voor de kost te laeten betaalen 13. schill: de man, zijnde even zoo veel als zij hier in het guarnizoen betaald hebben, met qua lificatie teffens aan gem: opperhoof om zoo hij bevind, dat de schafbaa in de gepasseerde maand werkelijk 15. rd:s te kort geschooten is, dit bedraagen als dan uijt 's Comp:s Cas aan hem te vergoeden. Aldus gedaan ende Geresolveert in het Kasteel Kolombo ten daege, maand en Jaare, voorsz: /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raker D: von Drieberg, I: Reintous, een B: L: van Zitter. Akkordeert Dijbrands egalerk Achtb:e Nagezien Hijkler N:o: 45: Aan den WelEdele Gestr: Heer Pr M:r Willem Jacob van de Graaff„ Raad ordinair van nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en direkteur des Eilands Ceilon en dier onderhorigheeden benevens den raad aldaar Kolombo Edele, Erntfeste, Manhafte voorzienige zeer Diskreete Heer en Vrienden Met het schip vasco de Gama welk op den 10. deeser zijne reijse uit Simons baaij naar uwel Edelens gouvernemente heeft voortgeset, hebben wij het laatst de eere gehad, onse letteren, gedagteekend 4. Julij 1792 aan uwel Edelens te addresseeren welke wij hoopen dat voor paroisse deeser ge„ lukkig tuwent zal weesen aangekoomen, en waarvan het duplicaat deesen is versellen„ „de Aan den e en Groot Achtb: Heer 631 de deeser derhalven voornamentlijk zullende dienen tot bij geleide van het in den hoofde deese gemeld schip de schelde hebben wij daar in voor uwel Edelens Gouvernemente doen aflaaden 4590. lb: Caabse Boter 35. vaten Theer Fik 5. „ 1 „ witkrijt. welke drie laatstgem: Articulen p:r de Pacquet boot de Faam, ten behoeve van uwel Edelens Gouvernemente alhier zijn aan„ „gebragt, terwijl wij al meede op vragt in brenger deeset hebben doen aflaaden alle zodanige Goederen als op het daar van geformeerde en deese verzellende fac „tuur behoorlijk staan gespecificeerd, en waar van de vragt penn: door de Eigenaars dier goederen behoorlijk in de Cassa der E: Comp: alhier zijn voldaan. Behalven onse Eijsch van behoeftens 5000. dit gouvernement voor den aanstaande Jaare 1793. laaten wij deesen nog verzeld g gaan van een factuur van aanreekening over 632 Aan den over het geen aan den luit: Colonel de Meu„ „on Bulot geduurende desselfs sejour alhier uit 'sComp: Cassa aan Tractament is betaald ten bedraage van rd:s 1416 2/3 item over zoo veel uit gem: Cas„ van 7d:s „sa der E: Comp: voor 2. maanden Gagie in advance aan de per deesen bodem ver„ trekkende Militaire van 't ten uiren gouvernemente Guarnisoen houdend Menronse regiment is uitbetaald bestaande in 1. sergeant 1 Corporaal 26. Gemeenen op welk factuur nog staan genoteerd, zo„ danige Goederen als door het regiment wurtemberg p:r 't schip Gouda en brenger deeser alhier zijn aangebragt en thands met deesen Bodem overgaan. op het deswegens door den luijt: Colonel de Meuron Bulot gedaan versoek hebben wij insgelijks aan denselven passage p:r deesen bodem na uwelEd: Gouvernemente verleend, aan wien wij alhier drie maanden Gage en Emolumenten in advans teweeten voor en Achtb: Heer Nagezien voor Augustus September en oktober hebben laten verstrekken wijders versoeken wij uwel Edelens zeer gedienstig de deesen ver„ „zellende brief pacquetten aan de Ministers te Cochim Bengalen Cormandel en Souratta zo spoedig mogelijk addresse te willen ver„ leenen, berg terwijl wij na UwelEd: in de veili„ „ge hoede des Allerhoogsten te hebben aan bevoolen de eer hebben na vriendelijk Groete te verblijven. /:onderstond:/ Edele, Erntfeste Manhafte, voorzienige zeer diskreete Heer en Vrienden uwer wel Edelens dienst genoegene vriend en dienaaren /:was ge„ teekend:/ I: I: Rhenius, R: I: Gordon I: I: Lesueur, C: G: dewit en W: F: v: Reede„ van oudtshoorn /:in margine:/ In het Casteel de Goede Hoop den 13: Julij 1792. Van Geizel 633 Colombo 113 Aan den Aan den wel Edelen Gestrengen Heere Mr: Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en Directeur van 't Eiland ceilon beneevens den Raad aldaar Edele Erntfeste Man„ „hafte, wijze, voor zieni„ „ge, zeer Diskreete, Heer en vierden Wij hebben per de scheepen De Draak en Christophorus Co„ „lumbus mitsgaders de Pacquet„ „boot De star, wel ontfangen uwer„ wel Edelens Geachte Missives van 12. 9ber anno passoto 30. Januarij en 17. Maart deezes Jaars en zullen stilswijgende voorbijgaande alles wat geene rescriptie vordert„ daarop Edelen Groot Achtb: Heer Pi daarop antwoorden, dat de bij eer gemelde missive benoemde vij geweezene soldaaten en den Cingale sche Jaleentia ingevolge het appo intement van den Raade van Justitie â Costij mitsgaders de bij uwer wel Edelens letteren va den 30. Januarij opgegeeven Can neelscheller Jallapittie Gabapp ten voldoening aan het aan geschreevene ter Robben Eiland zijn geplaatst geworden Het Fragatschip de Meermin het welk wij ingevolge het aan uw Edelens bedeelde en den voorlee„ den Jaare hebben afgevaardigt te opspeuring van het schip het slot ter Hooge, het geluk niet gehad hebbende de evengenoemde bod te ontmoeten zo heeft den Capitei Dununrij de Steeven gewend waa Mauritius en aldaar de aan rei toebetrouwde Lading tarwe voor „deeling verkogt en waar van wij uwel Edelens kennisse geeve tot welderzelver naricht, mits„ „gaders

NL-HaNA_1.04.02_3975_1485 view scan ↗

English

To the Most Honorable and Right Venerable Lord, Together with news received here of the arrival at Batavia of the ship de Erfprins, toward which destination the officers set their course without us knowing for what reasons this occurred. We have the pleasure to inform Your Honors that both the aforementioned ships and packet boat of Your Honors' Government arrived here on 21 February, 16 April, and successively departed from here for the Netherlands on 15 May, from where on the 17th and 30th of the just-past month of June, the ships Vasco de Gama and de Schelde arrived in good condition in the roadstead of Baai Fals, both destined for the island of Ceylon, the first of which has today been put in a state by us to undertake its voyage. We therefore let this serve as an escort to that vessel, in which we, in accordance with the requisition received for Your Honors' Government, have had discharged and loaded: 30 Leaguers of Cape wine, 1 Aam of red wine tint, 5478 lb of Cape butter, 518 lb of dried fruits of various sorts, 300 lb of sorted onion seeds, 10 Mudden of rye, 10 Mudden of common barley, 10 Mudden of peas, 18 Mudden of beans, and 30 Half-aams of sauerkraut, together with 1 Small case of quills for Your Honors' Government, brought here by the ship Gouda, all more fully stated in the bill of lading and invoice accompanying this. The continuous delivery of gunpowder for this establishment having increased the stock to such an extent that we were rendered unable to store the same in the available powder cellars, we proceeded to the decision to dispatch whatever could not be safely stored either to Batavia or to Your Honors' Government, where we flatter ourselves that, in view of the circumstances, the same will not come amiss. It is in consequence of this decision, of which we have given notice to the High and Mighty Lords Mayors and the High Indian Government, that we have allowed 3000 lb of gunpowder to remain aboard this vessel, which are recorded in the aforementioned bill of lading and invoice. We have also caused to be placed aboard the bearer of this: 1 Sergeant, 3 Corporals, 1 Cadet fusilier, and 65 Soldiers, thus together 70 Men from the depot of the Swiss Regiment de Meuron stationed as the garrison there, to which men we have had two months' pay advanced, calculated from the 15th of this month to the 15th of September next. Along with this, we present to Your Honors three packets addressed to Your Honors, brought here from the Fatherland by different ships, as well as four packets addressed to the Ministers at Cochin, Surat, Coromandel, and Bengal, sent to us by the High and Mighty Lords Mayors by the small ship de Helena Louisa, to be placed aboard the bearer of this. We also avail ourselves of this opportunity to convey to Your Honors separately, in a lead box, a set of the secret signals and flags that will be displayed in the coming year 1793 both here and in Baai Fals, in which box we have likewise placed a missive addressed to Your Honors by the Right Honorable Lords Commissioners-General, as well as another directed to the Lord Governor of the Coast of Malabar. We may share the heartfelt pleasure with Your Honors that on the 18th of the just-past month of June, having arrived at Baai Fals aboard the State's frigate of war de Amazone, there landed here safely: The Right Honorable Lords Master Sebastiaan Cornelis Nederburgh and Simon Hendrik Frijkenius, Commissioners-General for all of the Indies at the Cape of Good Hope, in which eminent capacity the said High Honors were yesterday introduced to the populace here with all due ceremony. Concluding herewith, we commend Your Honors and the precious interests of the Noble Company to the safe protection of God and remain, after friendly greetings, Noble, Stern, Valiant, Wise, Provident, and Most Discreet Lord and Friends, Your Honors' service-inclined friends and servants. Was signed: J. I. Rhenius, R. J. Gordon, J. J. Lesueur, C. G. Dewet, W. F. v. Reede van Oudtshoorn. In the Castle of Good Hope, 4 July Anno 1792. Postscript: Although the small stock of wheat gives us by no means the prospect of fulfilling Your Honors' requisition of wheat in its entirety, we would nevertheless not have neglected to load some wheat for Your Honors' Government aboard these vessels had the bearer of this, as well as the ship de Schelde, arrived in this roadstead. However, because both ships had to put into Baai Fals, we were thereby rendered unable to make use of that opportunity and will thus, hoping that Your Honors will for the present be able to manage with the stock sent off in the past year, await a further occasion to fulfill the said requisition of wheat as far as our means permit. We had the honor to address our latest letters to Your Honors under date of 13 July of this year by the ship de Schelde, which therewith undertook the voyage to Your Honors' Government on the 16th of that month. Having received no letters from Your Honors since, we let this be accompanied by the duplicate.

Dutch transcription

Aan de „gaders dat alhier tijding is inge„ pa koomen van 't arrivement te Batavia van het schip de Erfprin werwaards de overheeden de Cours hebben gezet zonder dat wij wee„ len om welke reedenen zulks is geschied. Wij mogen het genoegen hebben uwel Edelens te bedeelen dat de beide voornoemde scheepen en Pacquetboot van uwel Edelens Gouvernement alhier gearriveerd den 21 Februar 16 April en successivelijk op den 15. Maij van hier zijn vertrokken naar reder Nederland van waar op den 17 en 30 der even afgeweekene maand van Junij ter rheede van Braijfals 1 in goede staat zijn komen te arriveeren de scheepen vasco de gama en de schelde beide gedesti„ neerde naar 't Eiland Ceilon, en waarvan het eerste door ons op heeden in staat is gebracht des„ zelfs rijze te onderneemen. Wij laaten dus deeze dienen tot bijgeleide van die bodem in de welke wij voor uwel Edelens Gou„ vernement ingevolge de ontfan„ 634 Groot Achtb: Heer „gene er 4„ „gene Eisch hebben doen aflaaden 30 Leggers kaapse wijn, 1. Aan wijntint 5478. lb: kaapse Boter 518. lb: Gedroogde vrugter in zoort„ 300. „ Gesorteerde Juijnzaaden 10. Mudden Rogge Gemreene Gort 10. „ 10. Erwten Booiren, en „ 18. 30. halfaams Zuurkool mitsgaders 1. Casje met schachten voor uwel Ede„ „lens Gouvernement per het schip Gouda alhier aangebracht, alles breeder vermeld bij 't deeze verzellen Cognoscement factuur De geduurige aanbreng van Bus„ kruit voor dit etablissement de„ voorraad derwaate vermeerderd, hebbende dat wij inde onmogelijk heid zijn gesteld geworden 't zelve in de aanhanden zijnde kruitke „ders te bergen, zo zijn wij tot 't besluit overgegaan, om 't geene niet veilig genoeg kon geborgen worden te verzenden naar Ba„ tavia dan wel naar uwel Edelen Gouvernement, alwaar wij ons vleien 118 Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer 635 vleen dat 't zelve uit hoofde van de omstandigheeden niet te on„ passe zal komen, en 't is inge„ volge van dit besluit waarvan wij aan de Hooggebiedende Heeren Majores en de Hooge indiase Re„ geering kennisse hebben gegeeven, dat wij in deeze bodem hebben laaten verblijven 3000. lb: buskruit, de welke bij 't evengeciteerd Cog„ noscement factuur zijn aan geree„ keerd. Wij hebben ook op brenger deezer doen plaatsen 1. sergeant 3. Corporaals 1. Cadet fusilier, en 65. soldaaten dus te zaamen 70 Man uit het depot van 't a Costij Garnisoen houdende zwittersch Re„ ginrent de Meuron aan welke Manschappen wij twee Maanden gagie in advanse hebben laaten betaalen gereekend van den 15. deezer tot den 15. september aan„ slaande Neevens deesen bieden wij uwel Ede„ lens aan drie Pacquetten aan uwel Edelens geaddresseerd perdif„ „ferente die 1 pa „ferente scheepen alhier uit Patria aangebracht beneevens vier pacqu „ten geaddresseerd aan de Muis„ „ters te Cochim, souratta, Chorma „del en Bengalen, door de hoog Gebiedende Heeren Majores aan ons per het schiipje de Helena Lou „sa toegezonden om brenger deeze te worden geplaatst Wij profiteeren ook van deeze gelee gendheid om uwel Edelens appart en een loode doos te doen toeko„ men een stel der secreete seinen en vlaggen welke in den aan „staanden Jaare 1793. zo hier als in Braif als zullen worden ver¬ toont, in welke doos wij teffens hebben geplaatst eene Missive door de hoog Edele Heeren Com „sarissen Generaal aan uwel Ede„ „lens geaddresseert, beneevens eene andere aan den Heere Gouverneur van de Cust van Mallabaar gerigt. — Het inniggenoegen mogen wij uwel Edelens bedeelen dat per het op den 18. der even afgeweeken Maand Junij ene Buijfals gearri„ veerd s'Lands Fregat van oorlog de 636. 11041 Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer de Amazone alhier behouden zijn aangeland de Hoog Edele Heeren M:r Sebastiaan Cornelis Nederburg en Simon Hen„ drik Frijkenius Commissarissen Generaal over geheel Jndia in Cabo de Goede Hoop in welke emenente qualiteet gemelde hunne„ Hoog Edelheedens gisteren met alle Plichtigheijd den volke alhier zijn voorgesteld geworden Hier meede deeze eindigende beveelen wij uwel Edelens ende dierbaaren belangen der Edele Maatschap„ pij in de veilige reede Godes en blijven na vriendelijke groete 8 /onderstond/ Edele, Erntfeste, Man„ 6 hofte, wijze voorzienige, seer dis„ creete Heer en vrienden Uwerwel„ Edelens dienst geneegene vriend en Dienaaren /:was geteekend:/ I: I: Rhenius, R: I: Gordon, J: J: Lesueur C: G: dewer; W: F: v: Reede van oudto„ hoorn /in margine/ Jn het Casteel de Goede hooft den 4. Julij A:o 1792 /Lager/ P: S: schoon de geringe voor„ raad van tarwe ons geenzints het voor uitsigt geeft om uwerweledens Eisch van tarwe in zijn geheel te voldoen die Aan als vooren voldoen, zouden wij egter niet n „gelaaten hebben omme wanneer bi ger deezer zo wel als het schip de schelde, ter deezer Rheede waren ge arriveere, en dezelve bodems, eenige Tarwe voor uwel Edelens Gouverneur aftelaaden, dan dewijl beide scheepe Braifals hebben moeten binnen lope zijn wij daardoor in de onmogelij heid gesteld van die gelegendheid gebruik temaaken en zullen dus, in hoope dat uwel Edelens zig voor eerst met de in 't voorleedene Jaa afgezondene voorraad zullen ken nen behelpen, eene nadere occasie afwacten om voor zo veel wij zulk vermogen gemelde Eesch van Jare te voldoen. wij hebben de eere gehad onse Jongste letteren aan uwel Edelens sub dato 13. Julij deeses Jaars te addresseeren per het schip de scheld 't welk daarmeede op den 16. dier maand de reise naar uwer wel Edelens Gouvernem en heeft aangenoomen. zeedert geene brieven van uwel Edelens ontfangen hebbende laaten mij deese verseld gaan van t duplikaat

NL-HaNA_1.04.02_3975_1491 view scan ↗

English

To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, duplicate of our sent aforesaid letters, and furthermore serving to accompany that of the ship Hilverbeek, which arrived here on the 6th of this month, having sailed from Texel on the 24th of May with 401 souls, of whom 3 died on the voyage and 7 were brought disabled to this Government. We have caused to be unloaded again from this vessel 3,000 lb of gunpowder, which are accounted for in the bill of lading invoice accompanying this, and whereby are also made known some barrels, cases, etc., discharged by private individuals on freight in this vessel, the freight charges for which have been properly paid here. The bearer of this having been appointed by the Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors as second lieutenant of the artillery for Your Honors' Government, born Frans Sebastiaan Valentijn Lesueur, we deem it our duty from this corner to inform Your Honors that the High Honorable Gentlemen Commissioners-General present have seen fit to appoint the same Lesueur as lieutenant engineer, in order to remain in this Government and perform his service. It having appeared to the highly esteemed Gentlemen Commissioners-General from various inquiries that the Captain Claas Voet, commanding the vessel carrying this, had brought himself during the voyage from the Netherlands to here to treat passengers assigned to his ship and certain persons of the crew in a very improper and harsh manner, and both therein as in various other respects to deviate from the stipulations made by the articles of agreement and his instructions, Their High Honors have sentenced him to a fine of three months' wages for the benefit of the Honorable Company; and as we have not been able to charge this fine here to the account of Captain Voet, we request Your Honors, in fulfillment of the honored orders of Their High Honors, to have the said charge made over there, and at the same time to have placed on his account another fine of one hundred silver ducatons, to which he has been sentenced by the ad interim fiscal of this government, likewise for the benefit of the Honorable Company, because, contrary to the established orders, on the 6th and 7th of this current month, he went ashore and stayed without prior knowledge and permission of the undersigned Commander. We commend Your Honors to God's safe keeping and have the honor, after friendly greetings, to remain /:below was written:/ and signed as before /:in the margin:/ In the Castle of Good Hope, the 19th of September 1792. The High Honorable Gentlemen Commissioners-General having perceived from further inquiries that the Captain of the ship Hilverbeek, Claas Voet, was completely unfit to continue to hold command on that vessel, Their High Honors, without prejudice to Their High Honors' further disposition regarding him, have seen fit yesterday to remove the same Voet from the command of the aforesaid ship and in his place to put Captain Jan Jobst Droop, who commanded the return ship De Catharina Johanna. We therefore let this serve to give Your Honors the necessary notice thereof, so that you may consider as null and void all that we requested of Your Honors regarding Captain Claas Voet in our letters of the 19th of this month. In order to carry out the prescribed dispositions of the High Honorable Gentlemen Commissioners-General with the utmost speed, we have expressly commissioned the sea captains Jan Arnoud Voltelen and Nicolaas Acker to proceed this very morning on board the aforesaid ship Hilverbeek, lying in the sailing roads, in order to have the transfer made by the Captain Lieutenant Boschen of the said vessel with its appurtenances and dependants, according to the inventories and lists existing or to be made thereof, both for himself and in the name of its former, but now dismissed from command, Captain Claas Voet, according to the orders of the Honorable Company. We commend Your Honors to the safe protection of the Almighty and remain, after friendly greetings, /:below was written:/ and signed as before /:in the margin:/ In the Castle of Good Hope, the 21st of September 1792. First Clerk Agrees Sybrands To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Examined J. Ad Paawe No: 40: F Willem Jacob Van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, etc., etc. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir, According to the highly honored order of Your Right Honorable, Highly Esteemed, we presented ourselves at the Material House and there saw delivered by the head of the Mahabadde, the Honorable Pieter Izaak van Tijlingen, from the 22nd to the 31st of October last: 1907, that is One thousand nine hundred and seven bales of cinnamon, all of which we have carefully inspected and tasted as much as possible, and we have found the same to be good fine cinnamon. Also 120, One hundred and twenty pounds of cinnamon scrapings for the distillation of oil. Wherewith we have the honor to subscribe ourselves with deep respect. /:below was written:/ Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir, Your Right Honorable, Highly Esteemed's humble and obedient servants /:was signed:/ G: Knausz and Christ: Fredr: Strasburg. /:in the margin:/ Colombo, the 2nd of November 1792. Agrees. Sybrands First Clerk

Dutch transcription

637. 1184 Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer duplikaat onser verzeed evengemelde letteren en voorts dienen het bijgebeide van het op den 6. deser alhier gearriveerd schip Hilver„ beek, 't welk op den 24. Maij uit texel is geseild met 401 koppen waar van 3. op de reise zijn koomende te overleeden en 7. Jm„ „potent ten deese Gouvernemente aange„ gebragt. wij hebben in deesen Bodem wederom doen aflaaden 3000. lb: buskruit die bij het deese versellend Cognoscement factuur zijn aangereekend en waarbij teffens zijn bekend gesteld eenige vaten Cassen EtC: door particulieren op vragt in deesen Bodem afgelaaden waarvan de vragt penningen alhier behoorlijk zijn voldaan op brenger deeses door de welEdele hoog Achtb: Heeren Bewindhebberen als twee„ de luijtenant der artillerie voor uweEEd: Gouverneuent geplaatst zijnde geworden ge„ Frans Sebastiaan valentijn Lesueur geborrte zo agte wyns verpligt van deesen uithoek uwel Edelens te bedeelen dat de aanweesende Hoog Edele Heeren Commissarissen Generaal goed gevonden 2i 6 gevonden hebben denselven Lesueur aan stellen tot luijtenant Ingenieur omme deese Gouvernemente te verblijven en zij nen dienst te presteeren. Aan hoog welgemelde Heeren Commissa rissen Generaal uit verscheidene infor„ matien gebleeken, zijnde dat den Capita blaas voet brenger, deeser Commandeerd. van zich had kunnen verkrijgen om ge duurende de reise van Nederland tot he passagiers op zijn schip bescheiden en eer persoonen der Equipagie op eene zeer onbe „tamelijke en haade wijse te behandeld en zo daarin als in verscheidene andere op zigten aftewijken van de bepalingen bi den artikul brief en zijne instrucke ge„ maakt, hebben hoogst deselve hem ver„ weesen in eene boete van drie maanden gagie ten profijte van de E: Comp: en daar wij deese boete niet alhier op de reeke„ ning van den Capitain voet hebben kunnen belasten, zo versoeken wij uwel Edelens ter voldoening aan de g'eerde beveelen hun„ „ner hoogedelhedens deselve belasting á Costij 638 118 t Aan als vooren a Costij te laaten geschieden en teffens op zijne reekening te doen stellen nog eene boete van een honderd zilvere ducatons waarin hij door den adinterim fiskaal deeses gou„ vernements, almeede ten profijte der E: Comp: l is bekeurd; om dat hij zich tegens de ge„ statueerde ordres op den 6 en 7. deeser loo„ „pende maand, zonder voorkennisse en toestemming van den ondergetekende Ge„ zachhebber aan land begeeven en vertoefd heeft. wij beveelen uwel Edelens in de veilige hoede godes en hebben de eere na vriendelyke Groe„ te te verblijven /:onderstond:/ en Getekend/ als vooren /:in margine:/ In het Casteel de Goede hoop den 19: September 1792 De Hoog Edele Heeren Commissarissen Gene„ „aal uit nadere informatien ontwaard hebbende, dat den Capitain van 't schip Hileerbeek, Claas voet, ten eenemaale on„ geschikt was om op die Bodem het bevel te blijven voeren, hebben Hunne Hoog Edel„ heedens onvermindert wel Edele welder„ zelver nadere dispositie ten zijnen opzigten goed Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer do goed gevonden, den zelven voet op gisteren te stellen buiten het Commando van voor„ noemd schip en insteede van hem daar op te plaatsen den Capitain Ian Iobst Droop gevoerd hebbende het retoer schip de Catharina Iohanna zo laaten wij deese dienen om uwel Edelens daar van de nodige kennisse te geeven, ten einde al 't geen wij onse letteren van den 19. dee„ ser aan uwel Edelens ten opzichte van den Capitain Claas voet hebben versoeht te Considereeren voor vervallen. omme met de meeste spoed de voorschreevene dispositien van de Hoog Edele Weeren Com„ missarissen Generaal effect te doen sor„ „teeren hebben wij de Capiteins ter zee Ian Arnoud voltelen en Nicolaas Acker expres gecommitteerd, omme zich nog heeden morgen te begeeven naar boord van 't voormeld zeilrhee leg„ „gend schip Hilverbeek, ten einde door den Capt: luijt: Boschen van gem: bodem met dies ap- en- dependen„ tien na de daar van zijnde ofte te for„ meerene Jnventarissen en Lijsten 2o 636 110 t zo voor zich zelve als in den naame van desselfs geweesene doch thans buijten Commando gestelden Capitain Claas voet, na de ordres der Ed: Comp: trans„ „port te laeten doen. Wij beveelen uwel Edelens in de veilige bescherming des allerhoogsten en blijven na vriendelijk Groete. /:onderstond:/ en Getekend als vooren /:in margine:/ In het Casteel de Goede hoop den 21. September 1792. Egklerk Akkordeert Hyjbrands Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Node 16 11 40 Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer te ƒ 1 Nagezien J. Ad Paaure No: 40: F Willem Jacob Van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India, mitsg:s Goeverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden &=a Aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Volgens hoog g'Eerde ordre van uwel Edele groot Achtb: hebben wij ons in het Matriaalhuis vervoegd en aldaar door het hoofd der Maha „badde DE: Pieter Izaak van Tijlingen, van den 22. ' tot den 31. ' oktober J:o Leeden zien leveren. 1907. Zegge Een duizend Negenhonderd en zeven baalen kanneel, dewelke wij alle nauwkeurig bezigtigt en zo veel moogelijk geproeft hebben, en hebben dezelve bevonden goede fijne kanneel te zijn. zoo meede 120. „ Een honderd en twintig ponden gruis Kanneel tot slooken van olij. Waarmeede wij de Eere hebben ons met diep ont„ „zag te onderschrijven. /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer. uwel Edele Groot Achtb; onderdaanige en ge„ „hoorzaame dienaaren /:was geteekend:/ G: knausz: en Christ: fredr:, Strasburg. /: in margine Kolombo den 2. ' November 1792: Akkordeerd. Sijbrands EGalerk

NL-HaNA_1.04.02_3975_1501 view scan ↗

English

641 To the Right Honorable, Highly Respected, Most Worshipful Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island Ceylon and its dependencies. Right Honorable, Highly Respected, Most Worshipful, High Commanding Sir. In compliance with the highly honored order of your Right Honorable, Highly Respected, Most Worshipful, we the undersigned Frans Wolkers, Surgeon Major at Kolombo, and Levinus Agathanius Douwe, Surgeon stationed here, repaired to the fort at Nigombo, and there, from the Junior Merchant and Head of the Mahabadde, the Right Honorable Pieter Isaak van Eijlingen, have seen delivered on account of the great harvest: 1117, that is One thousand one hundred and seventeen, bales of good, fine, dry cinnamon, which we have carefully examined and subsequently caused to be packed in gunny sacks. and 115 pounds of cinnamon powder. Hoping thereby to have complied with the honored order and intention of your Right Honorable, Highly Respected, Most Worshipful, we subscribe ourselves with all respect. Below stood: Right Honorable, Highly Respected, Most Worshipful, High Commanding Sir. Your Right Honorable, Highly Respected, Most Worshipful humble and faithful servants. Was signed: J: Wolkers and L: A: Douwe. In margin: Nigombo the 19th October 1792. Agrees Hybrandt First Clerk 642 Respectful Report. To the Right Honorable, Most Worshipful, High Commanding Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Island Ceylon and its dependencies, etc. etc. Right Honorable, Most Worshipful, High Commanding Sir! In fulfillment of your Right Honorable, Most Worshipful, highly honored order, I, the undersigned Frantz Wolkers, Surgeon Major at Kolombo, have faithfully attended here at Berberij the delivery of the cinnamon for this great harvest, and by careful examination and testing verified that the following bales, namely: 506, that is five hundred and six bales of fine quality, of a good taste and smell. Further: 1, that is One bale of coarse quality, and 80, eighty pounds net of cinnamon powder, fit only for distilling. Which having thus performed to the best of my knowledge, I hope thereby also to have complied with the highly honored order and intention, and have the honor otherwise to sign myself with due respect and fidelity. Below stood: Right Honorable, Most Worshipful, High Commanding Sir! Your Right Honorable, Most Worshipful, most humble servant. Was signed: Wolkers. In margin: Berberije the 4th November Anno 1792. Hijbrands First Clerk Agrees. Examined H Mwmalr JB. No 47. — Examined Pompais: Van Geezel 643. Register of papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honorable, Most Worshipful Sir Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island Ceylon and its dependencies, is dispatched via Gale with the ship [illegible], consigned to His High Nobility, the Most Noble, Most Worshipful Sir Master Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and the Right Honorable, Highly Respected Council of the Dutch Indies at Batavia. No 1. Original secret letter of this date, written by and to those named in the header of this document. No 2. Copy of a Kandyan note, which shows that in Kandia they are not indifferent regarding the man who claims to be a son of the Prince of Tansjour. No 3. Declaration by the Second Maha Mudaliyar of the Governor's gate de Saram and one Don Simon Appuhamy concerning the ola which the Kandyan Dissave Leuke caused to be delivered to the Galle Commander Sluijsken. Van Geezel No 4. Copy of a letter from the agent of the Nabob, Mr. Buchanan, concerning granting the Nabob half of the chank diving. No 5. Ditto from the Tuticorin Chief Mekern dated 27th December last, stating that Mr. Buchanan wished to speak with him in person concerning the exchange of the ratification, and his reply thereto. No 6. Ditto written by Mr. Buchanan thereupon. No 7. Ditto separate ditto written on the 22nd instant to the aforementioned Mekern, stating that one will address the Nabob if Mr. Buchanan does not wish to comply. Kolombo the 28th January Anno 1793. Hijbrands First Clerk Van Geezel Examined A. Gieler Secret 644 Batavia To His High Nobility, The Most Noble, Most Worshipful, Far-Commanding Sir Master Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and The Right Honorable, Highly Respected Councillors of the Dutch Indies. Most Noble, Most Worshipful, Far-Commanding Sir, and Right Honorable, Highly Respected Sirs. From Kalpitiya we have recently received word that a man has arrived there who claims to be a son of the Prince of Tanjore. He claims to have come from Kandy, and that two of his sisters were formerly married to the late deceased king, of whom one is said to still be living. As the reason for his departure from Kandy, he asserts that a dispute which he had there

Dutch transcription

641 Aan den Wel Edelen Geste: Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Insie gou verneur en Directeur van het Eiland Cer„ lon met dies onderhoorigheeden WelEdele Gestr: Garot Achtb: Hoog Gebiedende Heer. Jn voldoening der hoog g'eerde ordre van uw wel Ed: Gestr: Groot Achtb:, hebben wij ondergeteekenden Frans Wolkers Chirurgijn Majoor te Kolombo en Levinus Agathanius Douwe Chirurgijn alhier bescheiden, ons vervoegd binnen 't fort te Nigombo, en aldaar door den onderkoopman en Hoofd der Mahabadde Den welEdele Heer Pieter Isaak van Eijlingen, zien leveren voor Reekening van den groote oogst. 1117. zegge Een duizend Een honderd en seventhien, Baalen, goede fijne daroge kanneel, dewelke wij nauwkeurig g'exa„ mineerd en vervolgens in goenijs laaten Emballeeren. en Een honderd vijfttien Ponden kanneel Gruis. Verhoopende dien volgende, aan de gevenereerde ordre 115 „ ordre en intentie van uwelEd: Gestr: Groot Achtb: te hebben, voldaan, onderschrijven ons met alle eerbied. /:onderstont:/ welEdele Gestr: Groot Achtb: Hoog Gebiedende Weer. Uelwel Ed: Geste: Groot Achtb: onderdanige en trouwschuldige Dienaaren. /:was geteekend:/ J: Wolkers en L: A: Douwe. (. in margine/ Nigombo den 19:' 8ber: 1792. Accordeert Hybrandt Gklerk 642 Eerbiedig Rapport. Aan den welEd: Groot Achtb: Hoog Gebied:r Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhogrig heeden &c: Sc: WelEdele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Jn vervulling van uwel Edele Groot Achtb: Hoog g'eerde ordre hebbe ik ondergeteekende Frantz wolkers Chirurgijn Majoor te Kolombo al„ hier te Berberij getrouwelijk bijgewoont de Leverantie van den Canneel voor deesen grooten oegst en door naukeurig examineeren en beproeven dat de ondervolgende Baalen naamelijk 506. Zegge vijf honderd en ses Baalen fijne va„ een goede smaak en reuk zijn. verle 1. Zegge Een baal groove en Paggentig ponden netto gruis Can„ neel alleen tot het stooken bequaam. 80. „ de welk naa mijn beste kennis aldus ver„ rigt hebbende hoope daar meede aan de Hoog g'eerde ordre en intentie te hebben voldaan, hebbe de eere mij overi„ gens met verschuldigde eerbied en trouwe te onderteekenen. . /:onderstond:/ welEdele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Groot Achtb: alle& onderdaa¬ nigste Dienaar /:was geteekend:/ wol„ kers /:in margine:/ Berberije den 4. e November A:o 1792. Hijbrands Egblerk Accordeert. Nagezie H Mwmalr JB. N=o 47. — Nagezien Pompais: Van Geezel 643. Register der papieren, gehoorende tot de secreete brief die ter ordre van den wel Edelen groot Achtbaaren Heer willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorig heeden, over gale met het schip -- - word afgezonden geconsigneerd aen zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen groot Achtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting, weegens den staat der vrije vereenig„ de neederlanden ende Generaale Neederlandsche g.' octroijeerde oostin„ dische Kompenie gouverneur gene„ raal ende wel Edele gestrenge Hee„ ten Raaden van neederlands Jndia te Batavia. N:o 1.- origineele secaeste brief van heden, door en aen als in den hoofde deeses geschreeven „. 2. Kopij kandiasche briefje, waerbij blijkt, dat men omtrend de man die zegt te zijn een zoon van den vorst van Tansjour in't kandias niet onverschillig is. „ 3: verklaering door den tweeden modliaaa van 's gouverneurs por„ ta de sadam en eenen Donsimon appoehanie over de ola, die de Kandiasche Dessave Leeuwke aen — - Van Geezel „ 6: Dito - aen den Heer gaalsche Commandeu sluijsken heeft laaten bestellen. N:o 9: Copia brief vanden agent van den Nabab de Heer Buchanan om aen den Nabab toetestaen de helfte in de sjankoos duijkerij „ 5: dito — dito van het Tutukorijns opperhoofd makern van den 27: December Jongstl: houde de, dat de Heer Buchanan met hem en persoon wilde spreeken ove uitwisseling van de ratifikatie en zijn antwoord daerop. dito door den Heer Buchanan daar op geschreeven. „ 7: Dito apparte dito den 22: deeser aen voorm: mekern ge schreeven, dat men aen den Na¬ bab zal addresseeren indien de Heer Buchanan zig niet schik ken wil. Kolombo den 28. ' Januarij Anno 1793: — Hijbrands Ekeerk Van Gaezel Naggien A. Gieler sekreet 644 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot achtb: wijd Gebiedende Heet M=r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlan, „den, en de Generaele Nederlandsche g'oktroij„ „ eerde oost-Jndische Comp: Gouverneur Generael en De wel Edele Gestrenge Heeren Reeden van Neder„ „ lands India Hoog Edele Groot achtbaeke wijd Gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren. Van kalpettij is ons deezer daagen berigt dat aldaar is aangekoomen een Man die zig uitgeeft voor een zoon vande vorst van Tan Sjour„ Hij geeft op te zijn gekoomen uijt kandia, en dat twee van zijn zusters eertijds zijn getrouwt geweest met den laast overleedenen koning waar van de eene nog in leeven zoude zijn. Tot reede van zijn vertrek uijt kandia geeft Wij voor, dat een disp uit dat Wij aldaar gehad heeft

NL-HaNA_1.04.02_3975_1516 view scan ↗

English

van Geizel has with his father's brother, which is the cause of it, outwardly seems to us to be a man of distinction. We have given notice of this case to the Court through our Dessave by a letter, a copy of which is enclosed herewith, and requested to know whether the Court takes any interest in this man. If within a few days we receive no report from Kandia regarding the coming of an embassy, we shall dispatch to the Court the enclosed draft letter, in which it is requested that the King will properly instruct the ambassadors who are now about to come, concerning that which from the Company's side, in the opinion of the Court, might have been lacking, to fulfill everything that is stated in the Peace Treaty. We have deliberately defined this requested specification clearly to matters contrary to the Treaty, in order to give no occasion for the Kandians to bring up the matter of the beaches again on this occasion. We commend your Right Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, was undersigned, Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Right Noble, Strict Gentlemen, your Right Excellencies' humble and very obedient servants, signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, D: C: von Drieberg, Reintoux, B: L: van Zitter, A: Samlant, J: A: Vollenhoven, and A: de Lannoy, in the margin, Colombo the 11. January 1793. Agrees. Wijbrands Clerk Louman Van Geezel Secret 646 Batavia To his Right Excellency The Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General on behalf of the state of the free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company and The Right Noble, Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, Right Noble, Strict Gentlemen. Since the dispatch of our latest respectful secret letter of the 11th of this month, regarding the man who poses as a son of the Prince of Tanjore, the letter has been received from Kandia of which the translation is enclosed herewith, and upon this letter, we have written to Kalpitiya to let him go his way. The draft letter for Kandia, mentioned in our aforesaid respectful letter, has since been dispatched to Kandia with two appuhamies, who have already been at Tetuaka for several days, and there according to custom are waiting until permission comes from the Court to be allowed to come to Kandia. We send with the bearer of this, pursuant to and in fulfillment of your Right Excellencies' much honored command in your Right Excellencies' honored secret letter of the 15th of June last, Madugodde Appu and Badewokke Aratchi. The ship's officers have been ordered to keep them on board under proper custody, and upon arriving at Batavia not to let them go ashore until they have received orders to that effect from his Right Excellency, the Right Honourable, Strict Lord Governor General. We commend your Right Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, was undersigned, Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, Right Noble, Strict Gentlemen, your Right Excellencies' humble and very obedient servants, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, C: van Angelbeek, D: C: von Drieberg, J: Reintoux, B: L: van Zitter, A: Samlant, J: A: Vollenhoven, B: D: van Ranzow, in the margin, Colombo the 22. January 1793. Agrees. Wijbrands Clerk Louman Van Geizel Secret 647 Batavia To his Right Excellency. The Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the state of the free United Netherlands and its General Chartered East India Company, The Right Noble, Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, Right Noble, Strict Gentlemen. On account of our Resolution of the 22nd of November 1790, mentioned in your Right Excellencies' secret missive of the 1st of November 1792, none of the changes or new arrangements mentioned therein have been directly executed, neither in the trade books nor in the pay books. Everything that has been carried out on account of this Resolution consists only in this, that the captains receive the advance money of their company every month. Every captain therefore now pays the advance money to his company himself in the presence of a few officers, which formerly was done by the shopkeeper, signing for and paying the hospital expenses and board given to the sick in the hospital with the hospital manager and the steward, and as this changes nothing in the keeping of the pay books, and as this arrangement, made in accordance with the approval of the gentlemen of the Military Commission, in our humble opinion has its usefulness in many respects, we have thought that it would not conflict with the intention of your Right Excellencies that we maintain this practice. That the non-commissioned officers and privates cannot transfer their pay accounts through this arrangement is a matter of little importance to them; they have their monthly

Dutch transcription

van Geizel heeft met zijn vaders broeder, daar van de oor„ zaak is uijtterlijk schijnt wij te weezen een Man van distinktie. we Hebben van dit geval door onsen Desselve doen ken nit geven aan het Hof bij een brief die in kopij hier nevens legt, en verzogt te moogen „weeten off het Hof eenig belang steld in dezen Man. zoo we binnen weijnige daagen geen bericht krijgen uijt kandia weegens het afkoomen van een Ambassade, zullen we naar het Hof doen afgaan den hier nevens leggende in koncept gebragten brief, waar bij verzogt word, dat de koning de Ambassadeurs die „ nu staan te koomen behoorlijk wil instruee„ „nen, noopens het geene er van 's komp: zijde naar de mening van het Hof, mogt ont„ brooken hebben, om te volbrengen alles wat bij 't vreedens Praktaal staat. We hebben voorbedagtelijk deeze gevraagde opgave duijdelijk bepaald, tot dingenstrij„ „dende met het Traktaat, om geen aan bij ding 645 naagetien ding te geven, dat de kandiaanen het stuk van de stranden ter deezer gelegendheijd weder voor den dag haalen. Wij bevelen uw Hoog Edelheeden ende belan„ „gens der Maatschappij in Godes vijlige hoe„ „de en blijve met alle eerbieden trouwe, /:on„ denstond:/ Hoog Edele Groot achtb: wijd Gebie„ „dende Weer en wel Edele Gestrenge Weeken uwer Hoog Edelhedens onderdanigen en zeer Gehoorzame Dienaaken /:getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: T Fretz, C: van Angelbeek, D: C: von Dhieberg, Reintous, B: L: van Zitter, A: Samilant J: A: Vollenhove en A: de Lannoij /: in mak„ „giene:/ kolombo den 11. Jann: 1793. — Akkordeert. Wijbrands Ealerk Louman Van Geezel Secreet 646 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren wijd Gebeedenden Heer M„r Willem Arnold Alting weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden ende Generaale neederlandsche geoctroijeerde oost Indische kompenie Gouverneur Generaal ende De wel edele Gestrenge Heeren Raeden van neederland sc Indien Hoog Edele Groot Achtbaare Wijd Gebiedende Heer wel Edele Gestrenge Heeren. Zeedert het afgaan van onzen Iongsten eerbeedigen secree„ „ten brief van den 11 dezer, is nopens den man die zig uit„ „geeft voor een zoon van de vorst van Tansjout uitkan„ „dia ontvangen den brief waar van de vertaaling hier„ nevens gaat, en op deezen brief, hebben wene kal„ pattij geschreeven om hem zijn weegs te laaten gaan. De in Concept gebragte brief voor kandia, bij voorsz: onzen eerbiedigen brief vermeld, is zeedert na Kandia afgezonden met, twee appochamies, die reeds eeniege dagen te Tetuaka zijn, en daar naa gewoonte wag„ „ten tot dat 'er verlof van het Hofkomt om temoogen koomen naa kandia we zenden met brenger dezes ingevolge en ter vol„ „doeninge van uw Hoog Edelheeden zeer g' eerde bevel bij ƒ Wanheizel haagezien bij hoogst derzelver g'eerbiedigden secreeten brief van den 15 Junij Jongstleeden madoegodde appoe en Badewokke arraetje. De scheeps overheeden zijn gelast, ze onder behoorlijke ver zeekering aan boord te doen bewaaren, en ze te Batavi koomende niet te laaten aan de wal gaan, tot dat ze daar„ toe order zullen hebben ontvangen van zijn Hoog Edelheed den Hoog Edelen Gestrengen Heer Gouverneur Generaal Wij beveelen uw Hoog Edelheeden ende belangens der maatschappij in godes vijlige hoede, en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onderstont/ Hoog Edele Groot Achtbaare wijd gebiedende: Heer wel Edele Gestrenge Heeren uwer Hoog Edelheedens onder„ „daanige en zeer Gehoorzaeme Dienaaren /:was getekent:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raker, C: van Angelbeek, D: Tron Triberg, I: Reinter B: L: van Litter, N: Samlant, J: A: vollenhoven B: D: van Ranzon /:in margiene:/ Kolombo den 22. Januarij 1743. Accordeert Hijbrands ECalerk Posman: Van Geizel sekreet 647 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren wijdgebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting. weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en desselfs generaale g'octroijeerde oost Indische Compagnie Gouverneur generaal„ Den wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India Hoog Edele Groot Achtbaaren wijd gebiedende Heer= wel Edele Gestrenge Heeren. Uit hoofde van onse Resolutie van den 22. 9ber: 1790. vermeld bij uw Hoog Edelheeden sekreete missive van den 1. November 1798. zijn geene der daar bij vermelde verande„ ringen of nieuwe inregtingen, dadelijk uit gevoerd nog bij de Negotie boeken, nog bij de zoldij boeken. Alles wat uit hoofde van deze Resoll: is werkstellig gemaakt, bestaat VanGeizel bestaat alleen hier in, dat, de kapiteijns alle maanden de leening van hunne kom panie ontfangen. Elke kapiteijn betaalt mitsdien nu zelvs de leening aan zijn kompanie in presentie van een paar officiers het geen eer tids ge„ scheede door den winkelier. te vertekenen en betaalen de Hospitaals ongelden ende kost, die aan de zieken in het Hospitaal gegeeven word met den Hospitalier en der schafbaas, en wyl dit niets veranderd in het houden der zoldij boeken, en dat deeze schikking, gemaakt over eenkomstig met het goedvinden van de Heeren van de Ni„ litaire kommissie naar ons nedrig in„ zien, in veele op zigten zijne nuttigheid heeft hebben we gemeend dat het niet zoude strijden met de intentie van in hoog Edelh: dat weze deden stand houde Dat de onder officieren en gemeene door deezen schikking hunne zoldij reek: niet kunnen overmaaken is een zaak voor hun van klijn belang ze hebben hun maandelijkse

NL-HaNA_1.04.02_3975_1525 view scan ↗

English

648 need their monthly wages for their subsistence and therefore cannot make use of the freedom to receive them in Europe, unless they sell them, which is not permitted to happen. Should your High Excellencies nevertheless deem it proper that this arrangement also be revoked, it will be done immediately. And because this is the only thing that has been carried into execution of what appears in our aforementioned Resolution of 22 9ber, we believe we may dispense with making any remarks upon the report of Mr. Sinkeler, other than insofar as it relates to this arrangement. The payment of full wages to military personnel who have no debts is no novelty. Formerly the soldiers also received their full salary, and that which Mr. Sinkeler derived from the report of the Gentlemen Military Commissioners to contradict the aforementioned arrangement, namely that with these Gentlemen the disadvantageous consequences, inconveniences, and difficulties to result from the weekly and monthly payments of wages to the military were already partly stated, has been misunderstood by him. These Gentlemen have nowhere stated, nor even anywhere given the slightest reason to think, that their Honors were of the opinion that the soldier should not be paid his wage in full after it has been earned by them when he has no debts. They have only stated that it might have its usefulness that the captain pay the soldier the wage earned by him in the preceding Month in the following Month in four advances instead of giving it into his hands at once, 649 it is not these Gentlemen, but Colonel Tilenius who indicated that this was not convenient for the soldiers, especially those who are married, and advised to continue following the old custom, as has occurred. Shortly after the dispatch of our latest respectful secret letter of the 22nd of this month, the note was delivered here, which is enclosed herewith in copy; according to its contents, they are not altogether indifferent in Kandia regarding the Man who claims to be a son of the prince of Tansjour and is mentioned in our aforementioned respectful letter. That the Court would indeed want to have him back, but does not wish to make a request for that purpose because there are people in Kandia who have run away from Kolombo, may already be taken as an indication that the Court does not intend to comply with the 17th article of the Treaty. The appuhamies dispatched with the letter to Kandia, mentioned in our aforementioned latest respectful letter, departed from Situake for Kandia only on the 22nd of this month. They have been instructed to see whether, upon delivering the letter given to them, they can secretly learn anything both concerning the aforementioned Man and concerning the truth or falsehood of what is related here by some of the king’s subjects regarding the dispatch of an Embassy. The postponement thereof up to now may have various causes. It may be that the known Court grandees do not dare to urge it too strongly, in order not to make themselves suspect anew, especially if the party against the Company might begin to raise its head. Mere pride of the Court may also be the cause of it. It may very well be that the Court intentionally delays the sending of 650 an Embassy somewhat, so that in the meantime time passes so far that it need not be uneasy that we could still undertake anything against it in the present season, in order to be able to stand its ground more safely, at least for the present. From this, one cannot hitherto conclude anything with certainty regarding the arrival or non-arrival of an embassy, but if the king should have the intention not to send an Embassy, then it is apparent that he neither seeks nor desires peace, and that by having requested us through the first Adigar of the Realm that we would also have the borders opened on the Company’s side, he only sought to deceive us. We have thus far no reason to think that the king will not send an Embassy; we even rather believe that he will do it in order to arrange matters somewhat, at least for the present; but these are mere conjectures, and nothing can be said of it with certainty. The answer that we expect to our letter which is now on its way, whereby the Court was further given an opportunity in a friendly manner to explain itself on the matter of the Embassy, will probably shed some light on this. If we see that the time for the arrival of an Embassy passes so far that our Ambassador cannot be at the Court in time enough to make the customary proposal for the peeling of cinnamon, then we shall dispatch a further letter to the Court and thereby demonstrate to it: 651 That we, wishing to give the king a further proof of the inclination which the Company has shown at all times and still has to live on good terms with the Court, for that reason, and also because from the request which the king caused to be made to us, that the Company would also cause its borders to be opened again as he had already done in his lands, we thought we had to conclude that the king also on his part had the intention and was inclined to live in a good understanding with the Company henceforth, have consented to the aforementioned request of the king. That we, in this our sincerity, as a proof that we seek nothing other than peace and harmony, and as a proof of our deference for

Dutch transcription

648 maandelijkse gagie tot hunne bestaan nodig te kunnen dies van de vrijheijd om ze in Europa te ontfangen geen gebruik maken, ten zijze dezelve ver„ koopen, het geen niet geschieden mag. mog„ ten uw Hoog Edelh: nogtans goedvinden dat ook deeze schikking zal worden ingetrokken zal het ten eersten geschieden En wijl dit is het eenigste dat in uijt voe„ ring gebragt is, van het geene bij voorsz: onze Resoll: van den. 22: 9ber voorkomt, denken we ons te kunnen dispenseeren van eenige aanmerkingen te maken op het bericht van de Heer Sinkelek, dan voor zoo verre het tot deeze schik„ king betrekking heeft. Het afbetaalen der volle gagie aan de militairen die geene schulden hebben, is geen nieuwigheijd. Eertijds kreegen ook de zoldaten hun volle tractement, en het geen de Heer sinkeler uit het bericht van de Heeren van de Militaire kom„ „missaris izel Vane „missarissen ontleend, om voorsz: schik„ king teegen te spreeken, dat namentlijk bij deeze Heeren de nadelige gevolgen, inkom „venienten en zwarigheeden te resulteeren, uijt de wekelijkse en maandelijks afbe„ talingen van gagie aan de militairen reeds gedeeltelijk zoude zijn opgegeeven is door hem kwalijk begreepen. Deeze Heeren hebben nergens gezegt, nog zelfs nergens de minste aan lijding ge„ geeven te denken, dat hun Edele waaren van gevoelen, dat aan den zoldaat niet vol uit zoude behooren te worden betaalt zijn gagie, na dat ze bij hun is verdiend wanneer hij geen schulden heeft De zelve hebben alleen opgegeeven, dat het zijne nuttigheid zoude kunnen hebben, dat de kapiteijn aan den zoldaat, de gagie door hem in de voorgaande Maand verdiendt, in de volgende Maand betal de in vier leeningen in steede van hem die op een maal in handen tegeven, z het 649 het zijn niet deeze Heeren, maar de kolonel Tilenius die aangeweezen heeft, dat dit voor de zoldaten, in zonderheid die getrouwd zijn niet konvenient was, en aangeraden van te blijven vol„ gen, den ouden voet zoo als is geschied kort na het afgaan van onzen Jongsten eerbiedigen sekreeten brief van den 22. Deezer is hier besteld het briefje, dat in kopij hier nevens legt volgens den in„ houd daar van is men in kandia niet zoo geheel onverschillig omtrend den Man, die zig zegt te zijn een zoon van den vorst van Tansjour en vermelt is bij voorsz: onzen eerbiedigen brief Dat het Hof hem wel zoude willen te rug hebben doch daar toe geen verstoek wil„ doen, om dat in kandia luiden zijn die van kolombo zijn weggeloopen, mag men reets neemen voor een werk, dat het Htof niet voorneemens is aan het 17. artikel van het Taaktaat te voldoen De appoehamies met den brief na kan„ „dia en zel van dia afgezonden, vermelt bij voorsz onzen Jongsten eerbiedigen, zijn eers de 22. dezer van situake na kandia ve trokken Te zijn gelast om te zien, op ze bij het bestellen van den brief die hun is meede gegeeven, iets onder de Ee kunnen verneemen zoo noopens der voorsz: Man als, nopens de waarhei of onwaarheid van het geen hier doo zommige van skonings in gezeeten verhaald word, noopens het afkoom van een Ambassade. Het vershuijven daar van tot hier toe verschijde oorzaaken hebben. Het ka zijn dat den bekenden Hofsgrooten daar op niet te sterk duaft aan gen, om zig niet op nieuw verdag temaaken, in zonderheid zoo de tij teegens de komp. het hoofd wa mogt beginnen op te beuren Enkel hoogmoed van het Hof kan ook da van de oorzaak zijn. Het kan wel zijn, dat het Htof het zenden een 650 een Ambassade met voordagt wat ver„ traagd, op dat intusschen de tijd zoo verre verloopt, dat, het niet ongerust behoefd te zijn, dat we nog in het tee„ genswoordig zaisoen iets teegens het zelve zouden kunnen onderneemen ten einde ten minsten voor eerst te vijliger op zijn stuk te kunnen blij ven staan. Men kan daar uit tot nogtoe noopens het af koomen of niet afkoomen, van een ambassade niets met zeker hud besluiten doch zoo de koning het voor neemen mogte hebben om geen Am„ bassade te zenden dan is het blijk„ baar, dat wij den vreede niet zoekt noch verlangd, en dat wij met ons door den eersten Rijks Adigaar te heb„ ben laaten verzoeken dat we ook van skomp: zijde de grensen wilden laaten openen, ons alleen heeft zoe„ ken te bedraegen we or 2 da an ka den Wanheizel we hebben tot nog toe geen reeden om te denken, dat de koning geen Ambassa de zonden zal we gelooven zelfs vee eer, dat Wij het zal doen om de ding ten minsten voor eerst wat te plooi„ doch dit zijn enkelde gessingen, en niet zee karheid valt daar van niets te ze gen. Het antwoord dat we verwagte op onzen brief die tans op weg is, waar bij het stof nader op een vriend lijke wijze aanlijding gegeeven is, om zig op het stuk van de Ambassa te kunnen expliceeren zal vermoe delijk in dezen wel eenig ligt gegeev zien we dat de tijd tot het afkoomen van een Ambassade zoo verre verloo dat onzen Ambassadeur niet tijdig genoeg kan aan het Hof weezen, om te doen het gewoone voorstel tot het wij schillen van kanneel, dan zull we een nadere brief aan het Hof laaten afgaan en daar bij aan het zelve 651 zelve vertoonen. Dat we de koning een nadere blijk hebbende willen geeven van de geneigt„ heid die de komp: ten allen tijde ge„ toond heeft en nog heeft om met het Hof in een goede verstand houding te leeven we daarom, en ook om dat we uit het verzoek dat de koning ons heeft laaten doen, dat ook de komp„ haare gaensen wederom wilde doen openen, gelijk hij dat reeds in zijne landen gedaan hadde gemeend hebben te moeten opmaaken dat de koning ook van zijn kant het voorneemen hadde en geneigt was, om met de komp: voortaan te leeven in een goede verstand houding, in het voorsz: verzoek van den koning hebben bewilligd. Dat we in deeze onze welmeenent„ heid, ten blijke dat we niets anders dan vreede en eens gezintheid zoeken, en ten blijke van onze deferentie voor

NL-HaNA_1.04.02_3975_1532 view scan ↗

English

Wanheizel for the aforementioned request of the king even went so far as to do this without adding to it any conditions or stipulations, as we would have been very much entitled to do, since the king had not complied with our repeated request to be willing to issue in his lands the necessary orders, so that the Company's cinnamon peelers according to the Treaty of the year 1766 could perform their work unhindered in his lands. That we consented all the more to the king's request, because we were informed from various quarters that the king's subjects among other things due to a lack of salt were in great distress, so much so that the diseases arising therefrom had already caused many poor and innocent inhabitants 652 to perish, and that we had imagined that our demonstrated deference for the king's desire, and our shown sentiments of humanity and compassion with the king's innocent subjects would have moved His Majesty, without any further proposals being made thereto from our side, to comply with our above-mentioned request concerning the peeling of cinnamon; however, that contrary to our expectation we had found ourselves completely disappointed in this, notwithstanding that four months of the ordinary peeling season were still at hand when we had our gravets opened. That we, solely for the sake of politeness and as proof of our great complaisance, allowed that to pass by unnoticed, Vanheizel in the confidence that the king would have held the embassy at the usual time, in order to put an end to all disputes through this formality. That in token of our desire that this might happen, we have written up to two times to the Court, without it having seen fit until now to declare itself on the matter of sending an embassy, and that because it is time for the embassy to come down, so that the king's ambassador will be in Kandy in good time, in order to be able to make the aforementioned customary request to His Majesty according to the custom followed until now, we cannot delay any longer to ask the king whether he will send an embassy as timely as is necessary for the aforementioned 653 purpose, or whether His Majesty, choosing to delay the sending of an embassy a little longer, will in the meantime issue the necessary orders in his country, so that the Company's cinnamon peelers can begin their work with the coming month of May, and that on this we request a decisive answer. If the king does not comply with these reasonable proposals, and that he not only sends no embassy, but that he also continually refuses the peeling of cinnamon in his country, then the question naturally arises as to what further shall be done, and specifically whether one shall continue to look upon this with indulgence, or what measures shall be taken against it from the Company's side. If Vanheizel the king sends no embassy, and he also does not permit the peeling of cinnamon, that is a certain sign that he seeks only to stall matters in order to see what turn things take, and that he will meanwhile seek to prepare himself to be able to make use of the first opportunity. In this case, according to our humble view, the Company cannot too soon be mindful of means that can prevent the danger that can become greater day by day through such conduct of the king. We are all the more obliged to advise the taking of prompt measures against it, because besides all other considerations, the patient enduring of such insulting conduct on the part of the king would also have a very harmful influence on the opinion 654 of the public. The king's subjects as well as those of the Company will thereby be confirmed in the thoughts, which our changed measures have already caused to arise quite generally, that the Company does not find itself capable of doing itself justice. The king's inhabitants will thereby be intimidated, so that when the king finally brings it so far that taking up arms becomes inevitable, they will dare not do anything that might anger the Court—which is held by the Company itself to be too powerful to dare resist—against them, and the Company's inhabitants themselves will thereby be brought into such great uncertainty, that one can also hardly expect from them that they will dare maintain a more decided conduct. We request therefore Wanheizel that Your High Excellencies please be so good as to send us as soon as it can happen Your High Excellencies' most highly esteemed orders regarding the measures that Your High Excellencies deem fit to be followed in the assumed case. In continuation of what was noted by us in our secret letter of 31 December of the past year 1742, we annex hereto another two declarations, the first made by the second Mudaliyar of the Governor's Gate, de Saram, and the second by Don Simon Appuhamy. From the first Your High Excellencies will see that the aforementioned Governor, having ordered his Mudaliyar to see whether he could not find someone to make some inquiries near the Korale of Mahembe Kande regarding the ola of which the cinnamon peeler Mittie Oessappoea speaks in his declaration of 22 October of the past year, mentioned in our respectful secret letter of 31 December 1742.

Dutch transcription

Wanheizel voor het voorsz: verzoek van den koning zelfs zoo verre gegaan zijn van dit te doen zonder daar bij te vo gen eenige konditien of bedingen gelijk we zeer geregtigd zouden zijn geweest te doen, wijl de koning niet hadde voldaan, aan ons herhaald ve zoek om in zijne landen te willen ste len de noodige beveelen, op dat skom kanneel schilders volgens het Taak taat van het Jaar 1766. hun werk onverhindert in zijne landen doen konden. Dat we te meer in skonings verzo hebben bewilligt, wij we van verschij kanten bericht waaren, dat 'skoning onderdaanen onder anderen door te gebrek aan zout in groote nood wa ren, zoo zeer dat de daar uit onts„ taane ziektens bereets veele arme en onschuldige ingeszeetenen hadde doen 652 doen omkoomen, en dat we ons hadden verbeeld, dat onze betoonde de peren„ tie voor skonings verlangen, en onze getoonde gevoelens van menschelijk„ heid en mideleiden met skonings on„ schuldige onderdaanen zijn Majesteid zoude hebben bewoogen, om zonder dat daar toe van onze zijde verder eenige voorstellen wierden gedaan, te voldoen aan ons hier boven gemelde verzoek, betrekkelijk tot het kan„ neel schilden, dog dat we ons daar in teegens onze verwagting ten eene maal hadden te leur gesteld gevonden niet teegenstaande nog vier maanden van de gewoone schil tijd voor handen waaren, toenwe onze qravelten heb„ ben doen openen Dat we alleen beleeftheids halven en ten bewijze van onze groote inschik„ kelijkheid, dat ongemerkt hebben laaten Vanheizel laaten doorgaan, in het vertrouwen de de koning op den gewoonen tijd de am bassade zoude hebben gehouden, ten einde door deeze pligtigheid een ein te maaken van alle verschillen - Dat we ten blijke van ons verlangen dat dit mogte geschieden, tot twee maalen toe aan het Hof geschreeven hebben zonder dat het zig tot nog toe, op het stuk van het zenden van een ambassade heeft goedgevonden te expliceeren, en dat wijl het tijd is dat de ambassade afkomt, zoo 'skon ambassadeur tijdig genoeg in kand zijn zal, om volgens het tot hier toe gevolgde gebruik aan zijn me jesteid te kunnen doen het voorsz: gp woon verzoek, we het niet lange kunnen uitstellen om den koning vraagen of bij een ambassad of ze den zal, zoo tijdig als ten voorsch einde 653 iende noodig is, dan wel of zijn ma„ gesteid verkiesende het zenden van een ambassade nog wat uit te stellen in tusschen zal stellen de noodige beveelen in zijn land, op dat 's komp: kan neel schillers met de maand meij aanstaande hun werk beginnen kunnen, en dat we hier op verzoeken een beslissend antwoord. zoo de koning aan deeze billijke voor„ stellen niet voldoen, en dat wij niet alleen geen ambassade zend, maar dat Wij ook zelfs bij voortduuring blijkt weygeren het schillen van kan„ neel in zijn land, dan ontstaat na„ tuurlijk de vraege, wat men verder doen zal, en of men naamentlijk dit zoo met goede oogen zal blyven aan zien, dan wel welke maatree„ gelen daarteegen van skomp:s zijde zullen worden genoomen zoo Vanheizel zoo de koning geen om bassade zend, en dat wij ook het kanneel schiller niet toes staat is dat een vaste blijk, dat Wij de dingen alleen draagende zoeht te houden om te zien zin wat keer de zal ken neemen, en dat hij zig intusschen zal zoeken toe te rusten om van de eerste geleegentheid gebruik te kunnen waaken. In dit geval kande komp: naar ons needrig in zien, niet te spoedig bede zijn opmiddelen die kunnen voor koomen het gevaar dat door zulke Conduites van den koning dag voor dag grooter worden kan. we zijn te meer verpligt het neemen van spoedige maatreegelen daarto gen aanteraaden, wijl buijten alle andere consideratien het geduldig draagen van zulke in sulteerend Conduites van de kant van den koning ook zelfs van een zeer scha de ryken in vloed zoude zijn op de opinie 654 opinie van het publiek. skonings onderdaanen zoo wel als die van de komp: zullen daar door bevestigd worden in de gedagten, die onze ver„ anderde maatreegelen reeds vrij alge„ meen hebben doen ontstaan, dat de komp:e zig niet in staat bevind zig regt te doen skonings ingezee¬ tenen zullen daar door worden g'in„ timideerd, om wanneer de koning het eindelijk zoo verre brengt, dat het onvermijdelijk word de waapens optevatten, iets te doen dat het Hof„ het welk door de kompenie zelve voor te vermoogend gehouden word om het te duaven weederstaan, tegens hun zoude kunnen vertoonnen, en 'skomp:s ingezeteeren zelve zullen daar door in zoo groote onzee, kerheid gebragt worden, dat men ook kwaelijk van hun verwagten kan, dat ze eer ge„ decideerde conduitie zullen duaven houden we verzoeken midsdien dat Wanheizel dat uw Hoog Edelheeden zoo goed geleeven te zijn, ons zoo spoedig het geschied kan te laaten toekoomen Hoogst Derbe ver zeer g'eerde beveelen nopens de maat reegelen die uw Hoog Edelheed goedvinden dat in het veronderst de geval zullen worden gevolgd. Ten vervolge van het door ons genoteer bij onzen secreeten brief van den 31. December J:o Leeden 5142. voegen we hie nevens nog twee verklaaringen de eerst door den tweede Modliaaa van sgouw neurs porta de saram gedaan, end tweede van Don simon appoehamie Bij de eerste zullen uw Hoog Edelheede zien dat de gouverneur voorsz: zij modliaar hebbende gelast te zien of hij niet iemand konde vinden om bij den koraal van Mahembe kande eenige naaspeurige te doen no „pens de ola waar van de kanneer schiller Mittie oessappoea bij zy verklaaring van den 22. oktober J: vermeld bij onzen eerbiedigen secreet brief van den 31. December 5142. spreekt

NL-HaNA_1.04.02_3975_1539 view scan ↗

English

655 states, we have employed the aforesaid man to that end. From the declaration of this man himself, Your High Excellencies will find that the aforesaid koraal of Marem has confessed and stated to him that it is true, as the cinnamon peeler Mittie Oessappoea reported, that he gave an ola to a Kandyan, which he says he received from the Disava Leewke, with orders to bring the same to Galle to the Commander, and that he requested a cinnamon peeler to accompany the bearer of this ola and show the way to Galle, without having heard since then how the delivery of this ola turned out. Since the Nabob has been restored to the administration of his lands, and Mr. Buchanan has returned to the actual exercise of his function as his agent, we have, according to our secret resolution taken on the 19th of October last, qualified the Tuticorin Chief Mekern, by our separate letter of the 6th of November, which is included in copy among the enclosures, for the exchange of the ratification of the contract of the 7th of July 1788. And since the article concerning the grains has been settled to our satisfaction, we thought it best on this occasion not to speak of any matters, and all the more so because that might possibly give occasion for Mr. Buchanan on his part to come forward prematurely with this or that proposal, especially with the repeatedly demonstrated desire of the Nabob to also have his commissioners present at the inspection of the Mannar pearl banks. We have consequently instructed the said Chief to make the exchange purely and simply, without any stipulations or additions whatsoever. Regarding the desire of the Nabob to also have his commissioners present at the inspection of the Mannar pearl banks, 656 we informed the Chief Mekern, in case it might be useful for him to have knowledge thereof, that Mr. Buchanan insisted upon this with great emphasis at the conclusion of the treaty, but that this proposal of his was declined in the most absolute manner, and that it was even amicably made no secret to Mr. Buchanan that this was not refused to deprive the Nabob of the opportunity to obtain knowledge of the condition of the banks through his own servants, but solely because conceding this right to the Nabob would be an obvious infringement upon the ownership of the pearl banks, which belong solely and in full ownership to the Dutch Company; and that it was only to reassure the Nabob all the more that the Company, in refusing this to him, has no intention to conceal from him the condition of the banks, even those that are not leased, that it was stated in the 9th article of the treaty that the person who shall be entrusted with the management of the Nabob's tonies shall be permitted to fish on whichever banks he sees fit, without any hindrance or impediment whatsoever. And we authorized the Chief Mekern to point all this out to Mr. Buchanan, if it should be necessary. At the exchange of the ratification, we do not think that the matter of the Company's trade on the Madura and Marawa coasts, and especially the Company's linen trade, can specifically come up for discussion; but should this nevertheless happen, we have written to the Chief Mekern, whenever he might find it necessary, to recall to Mr. Buchanan his letter written to the first undersigned Governor on the 19th of June 1788, on the occasion when, upon a new demand from the Nabob, it was further inserted into the treaty as it was first drafted that the Nabob would also have 657 half of the Tuticorin chank diving, and in which letter, which is attached hereto in copy, Mr. Buchanan says in so many words: In case your Honor gives your consent to the conditions mentioned above, half of the chank diving, I shall consider it my duty, as agent of His Highness, to cooperate with your Honor to take such measures as your Honor shall recommend to me and as can be approved by His Highness the Nabob, to prevent all encroachments of whatever nature by other nations upon the trade of the Dutch Company, in accordance with the spirit and meaning of the treaty. The Chief Mekern reported in a Tuticorin letter of the 27th of December last, of which a copy is among the enclosures, that upon the communication given by him to Mr. Buchanan that he had orders from us for the exchange of the ratification, his Honor had replied that he intended to speak about this with the Chief in person when time and place for that were determined; and that he, the Chief, thereupon had written to Mr. Buchanan that he was at all times ready to speak with his Honor about the exchange of the ratification of the treaty whenever it should suit his Honor. But to this Mr. Buchanan wrote back to the Chief Mekern that when we address him concerning the exchange of the ratification of the treaty, he would then consider himself obligated to attend to our proposals, as appears from the letter written by him to the Chief Mekern, which is attached hereto in copy. This change of mind by Mr. Buchanan is probably to be attributed to the fact that the Nabob, upon the complaint of the Chief Mekern, the regulation of

Dutch transcription

655 spreekt, wij ten dien einde den voorsz: man heeft g'amploijeerd. Bij de verklaaring van deezen man zelve, zullen uw Hoog Edelheeden vinden, dat de voorsz: koraal van marem bekande aan hem heeft gezegt, dat het waar is gelijk de kanneel schillermittie oessap„ poea heeft opgegeeven, dat wij aan een kan„ diaan gegeeven heeft een ola, die hij zegt te hebben ontfangen van den Dessave Leeuw ke, met last om dezelve te brengen na Gale aan den kommandeur, en dat hij aan een kanneel schiller verzogt heeft dat bij den brenger van deeze ola wilde verzee„ len, ende weg wijzen na Gale zonder zee„ dert te hebben gehoord hoe het met het bestellen van deeze ola is afgeloopen. wijl de Nabab hersteld is in 't bewind over zijne landen, en de Heer Buchanan wee„ der getreeden is in de daadelijke ever„ citie van zijne functie, als zijn agent hebben we, volgens onze genoomene secreete resolutie op den 19. october passoto het Vanheizel het Tutu korijnsch opperhoofd Mekern, bij onzen apparten brief van den 6. Novemb die in Copia onder de bijlaagen gaat, to de uitwisseling der ratificatie van contract van den 7. de Julij 1788. gequa ficeerd. En wijl 't aatikul van de graanen haar tot ons genoegen is afgedaan, hebben we best gedagt, ter deezer geleegendheid, vr geene zaaken te spreeken, en zulks te meer, wij dat moogelijk aanlijding geeven konde dat ook de Heer Buchanan van zijn kant, to tijds met deeze of geene voorstellen zoude voor den dag koomen, inzonderheid met te meermaalen getoonde verlangen van d Nabab, om ook te hebben zijn gecommit dens bij de visitatie der manaarsche pa banken. wij hebben gem: opperhoofd mitsdien gela„ de uitwisseling te doen puur en simpel, der eenige bepaalingen of additien, hoe g naamt. omtrent het verlangen van den Nabab, o ook te hebben zijne gecommitteerdens bij h visiteeren van de Mannaarsche paarlban hebben 656 hebben we het opperhoofd mekern, of het zijne nuttigheid konde hebben, dat hij daarvan kennis draagt, g'informeerd, dat de Heer Buchanan bij 't sluiten van 't tractaat, daarop met veel nadruk heeft aangedrongen dog dat dit zijn voorstel in den volstreksten zig is gedeclineerd, en dat er zelfs in het vriendelijke, voor den Heer Buchanan geen geheim van ge„ maakt is dat dit niet wierde gewijgerd, om den Nabab te versteeken van de geleegendheid, om door zijne eijgebediendens kennis te kunnen krijgen van de gesteldheid der banken, maar alleen daarom, wijl het afstaan van dit regt aan den Nabab, een kennelijke inbreuk zoude zijn op den eijgend om van de paarl banken, die alleen en in vollen eijgendom aan de nee der landsche kompenie behooren; en dat het alleen was, om den Nabab te meer gerust te stellen, dat de komp:e met hem die te wijgeren, geen oogmerk heeft om voor hen te verbergen de gesteld„ heid der banken, zelfs der geene die niet Vanheizel niet zijn verpagt dat bij 't g: artikul van 't tractaat is gezet, dat die ge die belast zal zijn met de bestiering s Nabab tonies, zal moogen vissen op wel banken hij goedvind, zonder eenige hind nis of belettel hoe genaamt En hebben we het opperhoofd Mekern ge qualificeerd, dit alles, zoo 't noodig mo zijn, den Heer Buchanam te doen opme ken: Bij de uitwisseling der aatefie tie, denken we niet, dat 't stuk van skom„ handel op de Madureesche en Marua kusten, en in zonder skomp:s lijnwaat ho del, speciaal kan ter spraak koomen dog of dit nogtans geschieden mogte he ben we 't opperhoofd Mekern aan geschree wanneer hij het noodig mogte vinden, den Heer Buchanan te bappelleeren, zijn brief aan den eerst ondergeteekenden Go verneur geschreeven den 19. Junij 1788. te geleegendheid dat op een nieuwen Eijsc van den Nabab, in het tractaat, zo als het eerst geconcipieerd was, nog is geinsereerd, dat de Nabab ook zoud hebben 657 hebben de helfte in de Tutukoaijnsche sjankos duijkerij en bij welken brief die in Copia hier nevens gaat, de Heer Buchanan met zoo veel worden zegt in geval uwEd zijn toestemming geeft tot de Conditien hier boven gemeld, /: de helfte in de SJankos duijkerij:/ zal ik het van mijn pligt reekenen om als agent van zijn Hoogheid, met uw Ed meede tewerken, om te neemen zulke messures, als uwEd mij zal aan beveelen, en bij zijn Hoogheid =den Nabab kunnen worden goedgekeurd, om te voorkoomen alle onderkruipingen van wat aard ook, door andere natien, in den handel van de Hollandsche Comp: overeen komstig met de geest en de meening van het tractaat. T opperhoofd Mekern heeft bij Tutukorijn sche brief van den 27. December passato, waarvan Copij onder de bijlaagen gaat, berigt, dat op de door hem gegeevene communicatie aan den Heer Bucha„ van, dat hij van ons order had tot de uitwisseling van de ratificatie zijn E: Waarheizel E: geantwoord had, dat hij voorgenoom had, om hier over met 't opperhoofd in per zoonte spreeken, wanneer daartoe tijd, plaats was bepaald: en dat hij op perhe daar op aan den Heer Buckanan had schreeven, dat hij ten allen tijd bereijd was, om met zijn E: te spreeken over de uitwisseling van de ratificatie van tractaat wanneer 't zijn E: zoude gele gen koomen. Dog hierop heeft de Hee Buchanam aan 't opperhoofd Meker gerescribeerd, dat wanneer wij ons ov de uitwisseling van de ratificatie van 't tractaal, aan hem addressee„ hij als dan zig verpligt zoude agt om, op onze voorstellen re guard staan, zoo als dat blijkt bij de brief door hem aan 't opperhoofd Mekern geschreeven, die in Copia hier nevens gaat. Deeze verandering van den Heer Bucha nan, is waarschijnlijk daar aan toe te schrijven, dat de Nabab, op de klag van 't opperhoofd Mekern, de regeling van

← previousnext →