VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3975

Ceylon · 1,668 pages · 213 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3975_0462 view scan ↗

English

aged 7 years, for whom the requisite passage and board money has been paid. To the youth Rudolph Fredrik Cornelisse, also upon payment of the ordinary passage and board money. To Hendrik Willem Cornelis Steenkool, son of the drummer Johan Anthon Steenkool, who is crossing among the discharged men, whom we, subject to your Right Honourable Lordships' favorable approval, have excused from the payment of passage money on account of his father's insolvency, provided that he remains at no expense to the Company during the voyage. To the little son of the junior merchant van Albedyl, named Christer Maximiliaan Gustaaf van Albedihl, provided the requisite passage and board money is paid. Furthermore, at their request, we have taken into service as sailors three Englishmen who arrived at Gale on a private vessel, named George Ortorno, William Roberts, and Johan Pete, at the wage of twelve guilders per month each, to be placed on one of the return ships, though in such a manner that they will not be paid the bounty usually paid to ship's sailors upon return to the Netherlands, which we have caused to be made known in their contracts. We further refer, regarding the crew and cargo of these vessels in particular, to the reports which the officials at Gale will have the honour of sending to Your Right Honourable Lordships. The ship de Schelde arrived at this roadstead on the first of October last. This ship sailed from Rammekens on the 20th of February with 294 head, and arrived in the Simons Bay on the 30th of June with 287 head, 4 seafarers and 3 soldiers having died during the voyage; from there it departed on the 16th of July with 290 head, of whom 3 seafarers and one soldier died during the voyage, and upon muster at sea another 4 seafarers were found absent, so that it brought 282 head to Ponnekail, where it arrived on the 16th of September, consisting of 146 seafarers, 43 national soldiers, 86 soldiers of the Meuron regiment, and 7 passengers, as appears from the brief strength return transmitted among the enclosures. The ship's and surgeon's journals kept on this vessel during the voyage, along with the minutes of the weekly meetings held, have been examined by special commissioners, and according to the reports received thereof, copies of which accompany this, both the ship's officers and the chief surgeon have properly observed their duty in everything and complied with the orders. According to a report from Captain van Eps, commanding this vessel, a copy of which is transmitted among the enclosures, he met with no extraordinary encounters during the voyage, nor discovered any shoals or rocks not known on the charts; and the provisions supplied in the Netherlands for the voyage were all very good and sound, except for two barrels of meat, which were found to be spoiled. The consumption account and inventory of this vessel, for the provisions and other stores received in the Netherlands and at the Cape of Good Hope, have been properly settled here, according to the report of the First Searcher Issendorp, inserted in our resolution of the 9th of November, an extract of which accompanies this, whereby Your Right Honourable Lordships will see that we have required the ship's officers to account for some surplus provisions and ship's clothing, and on the other hand have had written off the inventory various equipage stores, spars, and cooperage, which were consumed on board as well as drawn from the stores of this ship at the Cape of Good Hope and here. Captain van Eps requested of us that 67½ Mexican dollars, which he had disbursed out of the 200 pieces received according to an account submitted by him—namely 62½ pieces for wagon hire to travel in the Company's service from False Bay to the Cape and back again, and 5 pieces for the purchase of fish off the Madurese coast—might be written off, as he had through ignorance neglected to take receipts for the aforesaid disbursements, and yet those disbursements had necessarily to be made. Hereupon we decided at the session of the 2nd of November, as appears from the accompanying extract from our resolution, to permit to be written off only the 5 pieces spent off the Madurese coast for the purchase of fish, as a trifling matter for which no proof could well be obtained, but provisionally to charge the remaining 62½ pieces to the pay account of Captain van Eps, and to defer the final disposition thereof to Your Right Honourable Lordships, since this Captain has been placed in command of the ship Dregterland and is to repatriate with it; and we have at the same time requested the ministers at the Cape of Good Hope to be pleased to report to Your Lordships whether wagon hire is reimbursed to the captains of ships that come to lie in False Bay for the journeys they make from there to the Cape and back again. This ship departed on the 6th of November last for Cochin to collect the pepper and other goods that might be on hand there for this Government, and it has already returned from there and sailed for Gale to unload its cargo there and subsequently undertake the voyage to Batavia. The

Dutch transcription

oud 7 Jaaren waar voor het daar toe staande transport en Kost geld is betaald Aan den Jongeling Rudolph Fredrik Cornelisse, meede onder betaaling van 't ordinaire transport en kost geld. Aan Hendrik Willem Cornelis Steen„ „kool, zoon van den onder de ver„ „lossers overgaanden tamboer Johan Anthon Steenkool, dien de op uwer welEdele Hoog Agtb:r gunstige goed„ „keuring om zijn vaders onvermoogene, van de betaaling van het tran„ sport geld hebben geexcuseerd, mits blyvende geduurende de ryze buyten laste van de Comp:e Aan 't Zoontje van den onderkoopman van Albedyl, gen. t. Christer Maximiliaan 194 Maximiliaan Gustaaf van Albedihl, mits betalende het daar toe staande transport en kost geld Voorts hebben we drie Engelschen, die met een partikulier vaartuijg te Gale zyn aangekoomen, met namen George Ortorno, William Roberts, en Johan Pete, op hun verzoek in dienst aangenoomen als mattroosen voor de gagie van twaalef guldens 's maands ider, om op een der retour scheepen te worden geplaast, dog zoo, dat aan dezelve niet zal wor„ „den betaald de premie, die gewoon„ „lijk aan scheep's mattroosen bij re„ „tour in Nederland word betaald, het geen we by hunne aktens hebben doen bekend stellen wy Wy gedraagen ons voorts, nopens de bemanning en lading van dezen boo„ „dens in het byzonder aan de berig„ „ten, die de bedienden te Gale de Eeren zullen hebben daar van aan Uwel Edele Hoog Agtb: toe„ „te zenden. T Schip de Schelde is den eersten ok„ „tober J:L: ter deezer rheede aange„ „komen. Dit Schip is den 20 febr. van Rammekens gezeyld met 294 Koppen, en is den 30 Iunij in de Simons baaij gearriveerd met 287 koppen, zynde op de ryze gestorven 4 Zeevaarende en 3 Mi„ „litairen - van daar is het den 16: Iuly vertrokken met 290 koppen waar van op de ryze overleeden e zyn 194 a zyn 3 zeevaarende en een militair en by de minstering op zee zyn nog 4 zeevaarenden absent be„ „vonden, zoo dat het zelve te Pon„ „nekail alwaar het den 16 7ber: ge„ „arriveerd is, aangebragt heeft 282. koppen, bestaande in 146 zeevaaren„ „den, 43 nationaale militairen, 86. militairen van het regiment Meu„ „ron en 7. Passagiers, blykens de korte sterkte, die onder de bijlaagen overgaat De scheeps en Chirurgijns Journaalen die geduurende de ryze op deezen bodem gehouden zyn, nevens de aanteekening van de weekelyks ge„ houdene vergaderingen, zyn door expresse gecommitteerden geexamineerd en en volgens de daar van ingekomene berigten, die dezen Copialyk verzel„ „len, hebben zoo wel de scheeps over„ „heden, als de oppermeester in alles hun pligt behoorlyk betragt, en aan de orders voldaan Volgens een berigt van den op dezen bodem Commandeerende Capitain van Grs, 't welk in Copij onder de bylaagen overgaat, heeft hyj op de rijze geene bijzondere ontmoetingen. gehad, nog eenige droogten of klippen ontdekt, die niet in de Kaarten be„ „kend zyn; en de provisien in Neder„ „land voor de reijze meede gegeeven, waaren alle zeer goed en wel geweest, behalven twee vaaten vlees, die be¬ udorven bevonden zyn De 195 De Consumtie reekening en inventaris van dezen bodem, wegens de in Ne„ „derland en aan de Caab de goede Hoop ontvangene provisien en andere behoeften, zyn alhier behoorlyk ver„ „effend, volgens het berigt van den Eersten Visitateur Issendorp, g'insereerd in onze resolutie van den 9:' November, die in extract dezen verzeld, en waar by uwel Edele Hoog Agtb:r zullen zien, dat we door de scheeps overheeden hier heb„ „ben doen verantwoorden eenige over„ „geschootene provisien en scheeps Kleederen, en daar en teegen by den Inventaris laten afschryven diversche Equipagie goederen, rond houten en vaatwerken, die zoo wel aan aan boord verbruikt, als aan de Caab de goede Hoop en alhier uit de behoef„ „ten van dit schip geligt zijn De Capitain van Eps heeft ons verzogt, dat 67½ mexikanen, die hy van de ontvangene 200 stux volgens eene door hem overgelegde reekening, had uitgegeeven, namelyk 62½ stuks voorwaagen huur, om in sComp:s dienst van de baay fals na de Caab en van daar te rug te reyden, en 5 Stuks tot het koopen van Visch onder de Madureesche wal, mogten worden afgeschreeven, wyl hy uit onkunde had verzuimd van de voorsz: uitgavens quitantie te neemen, en die uitgavens nogtans noodzakelyk hadden moeten geschieden 196 geschieden. Wy hebben hier op ter sessie van den 2 November, blykens 't hierneevens gaande extract uit onze resolutie, beslooten, alleen als eene geringheid, waar van niet wel eenig bewys konde worden genoomen te laaten afschryven de 5 stuks, die onder de Madureesche wal tot 't kopen van Visch zyn uitgegeeven dog de overige 62½ stuks bij pro„ revisie te doen stellen op de Zoldij reekening van Capitain van Gos„ en de finaale dispositie daar om„ „trent, wyl deze Capitain op 't schip Dregterland in Commando gesteld is, en daar meede staat te repatrieeren, te defereeren aan Uwel Edele Hoog Agtb: r en hebben we teffens de minis„ „ters „ters aan de Caab de Goede Hoop verzogt, aan hoogst dezelven te willen berigten, of aan de Capiteins van de scheepen, die in de baag fals komen te leggen, wagen huur word goed gedaan voor de togten, die ze van daar na de Caab en weder te rug doen. Dit schip is den 6 November Js: naar Koetsiem vertrokken, ter afhaal van de peeper en verdere goederen, die daar voor dit Gouvernement aan handen mogten zyn, en is het zelve reets van daar te rug gekomen en naar Gale gezeild, om daar zyne lading te lossen en vervolgens de ryze naar Batavia aan te treeden. Het

NL-HaNA_1.04.02_3975_0471 view scan ↗

English

197 The ship Vasco de Gama arrived here on 3 October. According to the accompanying brief muster roll, it departed from Texel on 17 December last, manned with 354 heads; and 6 seafarers were taken on at the Spithead roads, whereas at the said roads 10 seafarers were taken off board by the English, and in addition 51 heads died on the voyage to the Cape, so that it arrived in Simons Bay on 7 June with 299 heads. From there it departed on 10 July with 334 heads, of whom 10 heads died on the voyage, and thus this ship arrived at the roads of Ponnekail on 21 September with 324 heads, namely 140 seafarers, 107 national soldiers, 70 soldiers of the Regiment de Meuron, and 7 passengers. The captain of this ship, Jan van Straalen, has made known by two reports, which accompany this in copy, that on the voyage hither from the Netherlands he encountered no new shoals or shallows, and that the provisions supplied in the Netherlands for the voyage were found good and sound, except for 8 barrels of hams, which were tainted and spoiled, according to the declaration submitted thereof at Cabo de 198 Goede Hoop. The ship and surgeon's journals, which were kept on this vessel during the voyage, together with the minutes of the weekly meetings held, were examined by specially appointed commissioners, and according to the reports received thereof, which accompany this in copy, both the ship's officers and the chief surgeon have in all respects properly discharged their duty and complied with the orders. The great mortality that took place among the people on this ship is, in the aforementioned report of the examination of the surgeon's journal, attributed to the fact that the ship set sail in a very rough and cold season, accompanied by squalls, hail, and snow, and that there were already sick persons on board at that time, afflicted with catarrhal fever and venereal ailments, which were subsequently followed by malignant catarrhs, bilious and putrid fevers, which at 5 degrees north latitude became most severe due to the heavy and stifling heat, and that when these illnesses began to abate on this side of the equinoctial line, scurvy had manifested itself, which had prevailed very heavily among the people until the Cape. 199 The consumption account and inventory of this vessel, concerning the provisions and further necessities received in the Netherlands and at the Cape of Good Hope, have been properly settled here, according to the report of the first examiner Issendorp, inserted in our resolution of 9 November last, which accompanies this in extract, and by which Your Right Honorable Worships will see that we have required the ship's officers here to account for some surplus provisions and ship's clothing, and on the other hand have had written off the inventory various equipment goods, spars, and cooperage that were both used on board and discharged from the supplies of this ship at the Cape of Good Hope and here. The captain of this vessel has requested of us to credit him 30 Mexican dollars, which he had to pay for the hire of a wagon to travel from False Bay to the Cape in the Company's service, but as no precedent has hitherto occurred to us of wagon freight being reimbursed to the captains of ships lying in False Bay for the journeys to and from the Cape, we have, as appears from the accompanying extract from our resolution of 21 November, 200 resolved provisionally to charge the aforementioned 30 Mexican dollars to the pay account of Captain van Straalen, and to defer the final decision on his request to the Honorable High Indian Government at Batavia, whither this ship departs. The captains of the aforementioned ships have represented to us that until their arrival here in the roads, they had been unaware of the new order that for each cannon shot no more than one-third charge of gunpowder, or one-third of the weight of the cannonballs, may be used, and that consequently, during the voyage hither from the Netherlands, they had used half-charges of powder according to previous practice, requesting that the shots fired with half-charges may be passed. And as nowhere any evidence has been found that the aforementioned captains had been informed of the order recently issued by the High Indian Government, that for salute shots no more than a one-third charge of powder may be employed, we have, as appears from our resolution of 2 November, which accompanies this in extract, authorized the examiner, in examining the powder accounts of these 201 ships, to guide himself by the orders that were observed in that regard prior to the receipt of Their High Honors' aforementioned latest order. On 8 December the ship Hilverbeek arrived here from the Netherlands. According to the brief muster roll transmitted among the enclosures, this ship sailed from Texel on 24 May with 404 heads, and arrived at the Cape of Good Hope on 5 September with 400 heads, having had 3 deaths on the voyage. The same departed thence from the Cape on the 27th following with 393 heads, of whom one died on the voyage, and it has thus brought here 392 heads, of whom 109 seafarers, 270 national soldiers, among them Captain Nicolaas Dominique Chevaux de la Gravesse, one artilleryman, being Second Lieutenant Johannes Martinus Rulach, 9 soldiers of the Regiment de Meuron, and 3 passengers. Captain Claas Voet, who brought this ship from the Netherlands, was relieved of his command at the Cape because of his misconduct, and in his place Captain Jan Jobst Droop was appointed to command it, pursuant to the order received from Their Right Honorable Commissioners-General Nederburgh and Frijkenius.

Dutch transcription

197 Het schip Vasco de Gama is den 3 oktob„r alhier gearriveerd. Volgens de nevens gaande korte sterkte is 't zelve den 17 December pass=o uijt tekel vertrok„ „ken, bemand met 354 koppen; en zyn daar bij ter rheede spithead aange„ „noomen 6 zeevaarenden, waar en teegen ter geme: rheede door de En„ „gelschen van boord zyn afgehaald 10. zeevaarenden, en zyn daar en boven op de reyze na de Kaap 51 koppen overleeden, zoo dat 't zelve den 7 Iuny in de simons baay gear„ „riveerd is met 299 koppen. Van daar is 't den 10 Iuly vertrokken met 334 koppen, waar van op de ryze overleeden zyn 10 koppen, en is dus dit schip den 21 7ber ter rheede Ponnekail Ponnekail gearriveerd met 324 koppen namelyk 140 zeevaarenden 107 nati„ „onaale militairen 70 militairen za militairen van het regiment Meuron en 7 Passagiers De Capitain van dit schip Ian van straalen heeft by twee berigten, die in Copia dezen verzellen, te kennen gegeeven, dat hij op de ryze uit Nederland na herwaards, geene nieuwe banken en droogtens heeft ontmoet, en dat de proviesien in Nederland voor de reyze meede gegeeven, goed en wel bevonden zijn, uitgezonderd 8 vaten schon„ „ken, die aangestooken en bedurven waaren, volgens de daar van over„ „gelegde verklaering aan Cabo de 198. de Goede Hoop De scheeps en Chirurgijns Iournaalen, die geduurende de rijze op dezen bodem gehouden zijn; nevens de aantekeningen van de weekelyks ge„ „houdene vergaderingen, zyn door expresse gecommitteerden geexamineerd, en volgens de daar van ingekoomene berigten, die dezen Copieelyk verzellen, hebben zoo wel de scheepsoverheeden als de oppermeester in alles hun pligt behoorlyk betragt, en aan de orders voldaan. De groote sterfte, die onder het volk op dit schip, heeft plaats gehad, word by het voorsz: rapport van de examinatie van 't Chirurgyns Journaal daar aan toegeschreeven toegeschreeven, dat het schip uit ge„ „zeild is in een zeer run en koud saisoen, verzeld met storm - buien hagel en sneuw, en dat er toen reeds zieken aan boord waaren, behebt met febris Catharalis en venerische qualen, die zedert ge„ „volgd wierden van quaadaardige Zinkings, gale en tot Koortsen welke op 5. graaden noorder breete door de zwaare en broeijende hitte op 't heevigst wierden, en dat toen deze ziekten aan deze zijde van de linie equinoctiaal begon af„ „teneemen, de scheurburk zig ont„ „dekt had, die tot aan de Caab zeer sterk onder 't volk had ge„ „heerscht De 199 De Consumtie reekening en inventaris van deezen bodem, wegens de in Nederland en aan de Caab de goede Hoop ontvangene provisien en vaeder behoeften, zyn alhier behoorlyk vereffend, volgens het berigt van den eersten visitateur Issendorp, g'insereerd in onze re„ „solutie van den 9 November Jol„o die in Extract dezen verzeld, en waar by uwel Edele Hoog Agtb: zullen zien, dat we door de scheeps overheeden hier hebben doen ver„ „antwoorden eenige overgeschotene provisien en scheeps kleederen, en daar en teegen bij den Inventaris laaten afschryven diversche Equi„ „pagie goederen, rond houten en vaat„ werken. „werken, die zoo wel aan boord ver„ „bruikt, als aan de Caab de goede Hoop en alhier uit de behoeften van dit schip geligt zyn. De Capitain van dezen bodem heeft ons verzogt, aan hem te valideeren 30 medikanen, die hij had moeten betaalen voor huur van een waagen, om van de baay fals in sComp:s dienst naar de Caab te reiden, dog wijl ons tot dus verre geen voorbeeld is voorgekoomen, dat aan de Capitains der scheepen, die in de baay fals leggen voor de togten van en na de Caab wagen vragt word goedgedaan, hebben we blijkens, nevens gaande extrakt uit onze resolutie van den 21 November 200. November beslooten de voorsz: 30: by provisie te doen mexikanen belasten op de zoldij reekening van Capitain van Straalen, en de finaale dispositie op zyn verzoek te defereeren aan de Edele Hooge Jndische regeering te Batavia, wer„ waards dit schip vertrekt. De Capitains van voorsz: by de scheepen hebben aan ons vertoond, dat ze tot hunne komst hier ter rheede, on„ „kundig waaren geweest van de nieuwe order, dat voor elke kanon. schoot niet meer dan een derde lading buskruit, of een derde van de swaarte der koegels, mag verbruijkt worden, en dat ze mits dien, geduurende de rijze uit - uit Nederland na herwaards, vol„ „gens voorig gebruijk halve ladings kruit hadden verbruikt, met ver„ „zoek dat de gedaane schooten met halve ladings mogen worden ge„ „passeerd - En wijl er nergens eenig blyk gevonden is dat de voorsz: Capitains g'informeerd zijn geweest van de order, door de hooge indische Regeering onlangs gesteld, dat voor de salut schooten niet meer dan een derden laading kruijt mag worden geemploijeerd, hebben we blykens onze resolutie van den 2' November, die in Extrakt dezen verzeld, den visitateur gequalificeerd, in 't examineeren van de Kruit reekeningen van deze: 201 deze scheepen, zig te rigten naar de orders, die daaromtrent zyn geobserveerd voor den ontvang van voorsz: Hunner Hoog Edelh:s Iongste order. Den 8 December is 't Schip Hilverbeek uit Nederland alhier aangekoomen. Volgens de korte sterkte, die en¬ „der de bylaagen overgaat, is dit Schip den 24 May uit Texel gezeild met 404 koppen, heb en den 5 7ber: aan de Caab de goede Hoop gearriveerd met 400 koppen, heb„ „bende op de rijs 3 doden gehad. T. zelve is den 27 daar aan van de Caab vertrokken met 393 koppen, waar van een op de rys gestorven is, en heeft het dus hier aangebragt aangebragt 392. koppen, waar van 109 Zeevaarenden 270 nationaale militairen, daar onder de Capitain Nicolaas Dominique Chevaux Een artillerist. de lâ gravesse, zijnde de tweede luitenant Johan¬ „nes Martinus Rulach, 9. mi„ „litairen van het regiment van Meuron en 3 passagiers Capitain Claas voet, die dit schip uit Nederland heeft gebragt, is aan de Caab om zyn wangedrag daar van geligt, en in zyn plaats daar op in Commando gesteld de Capitain Jan Jobst Droop vol„ „gens ontvangene bevel van Hunne Hoog Edele Heeren Commissarissen generaal Nederburgh en Trijke„ „nius De

NL-HaNA_1.04.02_3975_0481 view scan ↗

English

in order to place the aforementioned Droop on the first return ship departing from here, we have had him exchange vessels with the Captain of the ship De Geregtigheid, to which the Captain of the ship De Geregtigheid, Molenaar, offered himself of his own accord with the greatest kindness. The aforementioned Captain Droop has indicated by a report, which is attached hereto in copy, that on the voyage from the Caab to this place he had no extraordinary encounters, nor discovered any shoals or reefs other than those known on the charts; as also that the provisions for the crew of his ship, during the time he had them under his charge, were all very good and sound. The ship and Surgeon's journals of this vessel, together with the notes of the weekly meetings since the 28th of September, as the earlier notes were not handed over by Captain Voet to his replacement, have been examined here by special committees, and according to the reports received therefrom, which are transmitted in copy among the appendices, the ship's officers and the chief surgeon have properly acquitted themselves of their duty. Consumption account and inventory of the supplies given to this ship in the Netherlands and at the Caab de Goede Hoop have been accounted for here according to the report of the First Inspector Issendorp, inserted in our resolution of the 30th of December last, an extract of which is transmitted among the appendices, whereby Your Right Honorable Excellencies will perceive that we have resolved to have the remaining provisions, Mexican dollars, and ship's clothing accounted for here by the ship's officers; to have the ship's supplies consumed on board and unloaded here on shore written off on the inventory; of the 50 Mexican dollars that were handed over short by Captain Voet to Captain Droop, to have 6 pieces written off, which are ordinarily paid for sighting the Cape shore, but to have the remaining 44 pieces charged to the Caab, in order to be accounted for there by him, or if he should have already departed from there, to be charged further to the Netherlands at the disposal of Your Right Honorable Excellencies; and finally, to have credited to the ship's officers the stipulated premium of 1500 Indian guilders for the voyage completed in less than 5½ months, provided that Captain Droop will have to abide by the arrangement that Your Right Honorable Excellencies might at some time see fit to make in that matter with respect to Captain Voet. Upon the findings concerning the Batavian cargo of the ship De Jonkvrouw Sibella Anthonetta delivered here, we have disposed by our resolution of the 29th of September last, which accompanies this in extract, and upon the cargo of that vessel delivered at Gale, the officials have disposed by their resolutions of the 26th of October last, which was approved by us and likewise accompanies this in copy. We request permission to refer to these documents, as we have nothing extraordinary to remark upon them. Upon the findings concerning the Home and Cape cargo of the ship De Schelde delivered here, we have disposed by our resolution of the 30th of December last, which accompanies this in extract and to which we most humbly refer. We only take the liberty to note here from it that in case No. 41, instead of 50 Trappen der Jeugd, no more than 25 pieces were found, thus 25 less, which we resolved to have written off because the aforementioned case was delivered in good condition. Likewise, we resolved to have sold by public auction for the going rate 22/20 reams of small size and 9/40 reams of small median paper, alongside 48½ ells of heavy and 14 ells of light Dutch sailcloth, which were found wet and damaged by moisture, and to have the deficit in yield written off because the cases in which these things were packed were wet and damp upon delivery, though otherwise in good condition. The shortages found in the meat, the olive oil, the chalk, and the corks, although somewhat large, we have also had written off, as the casks were delivered in good condition; but on the other hand, we have had the shortages in the iron, after deduction of the stipulated wastage, charged to the pay accounts of the ship's officers, because the number of the hoops and bars was not delivered correctly; and finally, we have had the found shortage of 26½ lbs of broad sailcloth on 18 pieces, and of 5 ells of narrow sailcloth on 7 pieces written off, because the number of the pieces was properly delivered. Of the remaining cargo of this vessel that was delivered at Gale, we have not yet received any report, and we shall therefore have the honor of rendering a further report thereof to Your Right Honorable Excellencies. Upon the Home and Cape cargo of the ship Vasco de Gama delivered here, we have disposed on the 20th of December, as appears from the extract from our resolution taken thereon, which is added among the appendices of this letter. We take the liberty to refer thereto, and to note here principally that with this vessel there was brought without invoice one case No. 117 with 200 red Rouen caps, which we had received for the Company. That on

Dutch transcription

202 „nius, om gem:e Droop op 't eerst van hier vertrekkend retour schip te plaatsen, hebben we hem met den Capitain van het schip de geregtigheid doen ver„ „wisselen van bodems, waar toe de Capitain van het schip de geregtigheid Molenaar, zig uit eijgen beweeging met de grootste vriendelykheid heeft aangebooden. Voorm: Capitain Droop heeft by een berigt, dat in Copia hier nevens gaat, te kennen gegeeven, dat hij op de rijze van de Caab: na herwaards, geen bijzondere ontmoetingen gehad, nog eenige droogten of klippen ontdekt heeft. heeft, anders dan 'er in de Kaerten bekend staan; als ook dat de provisien voor de Equipagie van zijn schip, in dien tijd dat hy dezelve onder zig gehad heeft, alle zeer goed en wel geweest zijn. De scheeps en Chirurgijns Iournaa„ „len van dezen bodem, nevens de aanteekeningen van de wee„ „kelyksche vergaderingen zedert den 28 September, als zynde de vroegere aanteekeningen door Capitain voet aan zynen vervanger niet overgegeeven, zyn hier door expresse Com„ „missien geexamineerd, en vol„ „gens de daar van ingekomene berigten 203 berigten, die in Copia onder de bylaa„ „gen overgaan, hebben de scheeps overheeden en de oppermeester zig behoorlyk van hun pligt gekweeten. Consumtie reekening en inven¬ „taris van de in Nederland en aan de Caab de Goede Hoop aan dit schip meede gegeevene behoeften, zyn alhier verant„ „woord volgens het berigt van den eersten Visitateur Issendorp, g'insereerd in onze resolutie van den 30 December Jo Leeden, waar van een Extract onder de bijlaagen overgaat, waar by uwel Edele Hoog Agtb: zullen beoogen dat we besloten De hebben hebben de overgeschootene provisien mexi kanen en scheeps kleederen, door de scheeps overheeden hier te laaten verantwoorden: De aan boord verbruikte en hier aan de wal geligte scheeps be„ „ hoeften, bij den Inventaris te laaten afschryven: Van de 50. mexikanen, die door Capitain voet aan Capitain Droop min„ „der overgegeeven, zijn, 6 stuks„ die ordinair voor het zien van de Kaabsche wal worden betaald, te laaten afschryven, dog de overige 44. stuks na de Caab. te laaten aan reekenen, om door hem daar verantwoord, of zoo hy reeds van daar mogte vertrokken 204 vertrokken zyn, verder naar Ne„ „derland aangereekend te worden, ter dispositie van Uwel Edele Hoog Agtb: en eijndelyk aan de scheeps overheeden te laaten goed doen de bepaalde premie van 1500 indische guldens, voor de afgelegde rijze in minder dan 5½ maand, mits dat de kapi„ „tair Droop zig zal moeten laten welgevallen de schikking die uwel Edele Hoog Agtb:r Zom„ „tijds zoude kunnen goed vinden op dat stuk te maken, ten aan„ „zien van den Kapitain Voet. op de bevinding van de alhier uitgeleeverde Bataviasche lading van het schip de Jonkvrouw Si¬ „bella „bella Anthonetta, hebben we ge„ „disponeerd by onze resolutie van den 29 7ber: Jol: die in Extrakt dezen verzeld, en op de te Gale uitgeleeverde lading van dien bodem, hebben de be„ „dienden gedisponeerd bij hunne resolutien van den 26' Oktober Jol:, die door ons geapprobeerd is, en meede in Copia hierneevens gaat. Wij verzoeken verlof ons aan deze documenten te mogen gedraagen, wijl we daar op niets bijzonders te remarquee„ „ ren heb ben„ Op de bevinding van de alhier uit„ „geleeverde Patriasche en Kaabsche lading van 't schip de Schelde hebben 205. hebben we gedisponeerd bij onze re„ „solutie van den 30 December Jol. die in extract deezen verzeld en waar aan we ons nedrigst gedraagen. Alleen neemen we de Vrijheid daar uit hier bij te noteeren, dat in de kas No 41, insteede van 50 trappen der Ieugd, niet meer bevonden zijn dan 25 Stuks, dus minder 25, die wij beslooten hebben te laaten afschryven, om dat gem: kas wel geconditioneerd uitgeleeverd is, Jnsgelyks heb„ „ben we beslooten 22/20 riem Klijn formaat en 9/40 riem Klyn mediaan papier, nevens 48½ ell. zwaar en 14 elt ligt hollandsche hollandsch Zyldoek, die nat en verstikt bevonden zijn, per pub„ „lieke vendutie voor 't geldende te laaten verkoopen, en het minder rendement, daar van te laaten afschryven, om dat de kassen, waar in deze dingen gepakt zijn geweest, by de uitleevering nat en vogtig zijn geweest, dog anders wel geconditioneerd wae„ „ren. De bevondene minderheeden op 't vleesch, de vlijven olij, het krijt en de kurken, hebben we schoon wat groot meede laaten. afschrijven, wijl de vaten wel geconditioneerd zyn uitgeleeverd; dog daar en tegen hebben we de minderheeden op het yzer naar aftrek 206 aftrek van de bepaalde spillagie op de zoldy reekeningen van de scheeps overheeden doen stellen, om dat het getal van de banden en staaven niet rigtig uitgelee„ „verd is, en eijndelijk hebben we de bevondene minderheid van 26½ llb breet everdoek op 18 stukken, en van 5. ellen smal werdoek op 7 stukken, laaten afschrijven, om dat 't getal der stukken behoorlyk uitgeleeverd is. van de restant lading van dezen bodem, die te Gale uitgeleeverd is, hebben we nog geen berigt ontvangen, en zulken we mits dien de Eere hebben, daar van nader nader verslag aan Uwel Edele Hoog Agtb: te doen. Op de alhier uitgeleeverde Patriasche en Kaabsche lading van 't schip vasco de Gama, hebben we ge„ „disponeerd op den 20 December blykens het Extract uit onze daar op genoomene resolutie het welk onder de bylaagen dezes gevoegd is. wij neemen de vriyheid ons daar aan te refe„ „reeren, en hier by hoofd zake„ „lijk aan temerken, dat met dezen bodem zonder aan reeke„ „ning aangebragt is Een kas N 117. met 200 rode rouaansche mutsen, die wij voor de Comp:e hebben doen inneemen. Dat op 25: e ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3975_0491 view scan ↗

English

25 half aams of olive oil, a shortage of 407 kannen or 33 1/8 percent was found, which shortage the officers have testified was caused by the oil having sweated through the wood due to the fermentation of the hold and the heat, as well as by the working of the ship and the squeezing of the casks, for which reason we have ordered this shortage to be written off. That 14 tar brushes and 1 piece of white narrow sailcloth, containing 75 ells, were found to be decayed by damp, which we have resolved to send back to the Netherlands. That in 1 case in which, according to the invoice, there were supposed to be 5 bench vices and 10 English hand vices, nothing was found other than the aforementioned 5 bench vices, and although the case, which was supposed to weigh 400 lb gross, was delivered here with a shortage of only 3 lb gross, and it was consequently obvious that the English hand vices could not have been in it, we have nevertheless, pending further disposition by the Noble High Indian Government, charged the same to the pay accounts of the ship's officers, just as we have also charged to their accounts a missing drill bit in another case, because this case weighed 2 lb gross less here, although this underweight seems rather to have arisen from the arm files that were also in this case weighing only 83 1/2 lb instead of 86 lb, and thus 2 1/2 lb less. Among the medications, two bottles with 50 lb of sal mirabile Glauberi were found melted, and 17 lb of radix rhei were found rotted, for which reason we have resolved to let the former evaporate and to employ the latter for making tincture. Also, 1 half aam of oleum olivarum was short-delivered here, which we have ordered to be written off because, according to a ship's declaration, this half aam burst and the bottom was found off it upon opening the tier in the aft hold of the ship. Finally, 1 small case No. 118 with quills was also not delivered here, and although it is probable that instead of this small case, the aforementioned case with Rouen caps was sent on board, we have nevertheless, pending further disposition by the Noble High Indian Government, charged the small case with quills to the pay accounts of the ship's officers. The report of the cargo of this vessel delivered at Gale is inserted in the resolution of the servants of December 20, which is transmitted in copy among the appendices, and was approved by us in the resolution of December 24, of which an extract is likewise attached among the appendices, and wherein we made only this alteration in the dispositions of the Gale servants: that the 475 broken and 196 short-counted clinker bricks, out of the 5,000 pieces brought from the Netherlands with this vessel and remained on board here, shall not be charged to the pay accounts of the ship's officers, but that the broken pieces, having broken through no fault of the ship's officers due to the pressure of the goods stowed on top of them, shall be employed as best as possible in the Company's service, and that on the other hand the missing pieces must be written off as not exceeding the stipulated 10 percent wastage. Furthermore, as appears from the said resolution, we have resolved to properly rectify some errors made in the accounting sent from here to Gale regarding the goods that remained on board here in the aforementioned ship, and to have the 4 27/36 hoed of smithing coal found in surplus at Gale taken in for the Company. According to two reports received from Tuticorin from commissioned judicial members, copies of which accompany this, some underweight was found on the gold brought by the ships Vasco de Gama and De Schelde: 8 bars marked from No. 1 to 8 from the chest marked A of the ship Vasco de Gama weighed 4 ounces and 3 3/4 engels less, and from the consignment of the ship De Schelde, 2 bars from the chest No. 1, 5 bars No. 31, 38, 39, 40, and 42 from the chest No. 3, and 12 bars No. 43, 44, 45, 46, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 55, and 56 from the chest No. 4 together weighed 1 ounce and 17 1/2 engels less, which shortages we have ordered to be written off in the books. The report of the delivered cargo of the ship Hilverbeek has not yet arrived, and we must therefore postpone the account of it to a subsequent opportunity. Furthermore, we have the honor to inform Your Right Honorable Worships that in a chest marked and lettered A, which was brought from the Netherlands by the ship 't Meeuwtje, 10 bars of gold No. 1, 4, 6, 8, 9, 19, 21, 22, 24, and 25 weighed 1 ounce and 1 1/4 engels less, as appears from a report received from Tuticorin from commissioned judicial members, a copy of which is transmitted among the appendices, and that we have ordered this shortage to be written off in the books. Since the Noble High Indian Government, on the proposal made by us to the same regarding the counting of money on bills of exchange to the Netherlands, and of which we most humbly gave notice to Your Right Honorable Worships in our respectful letter of November 12, 1791, did not see fit to make any alteration in their order that half the amount of the bills of exchange must be counted in gold or silver coin into the treasury, we thought we ought at least not to refuse to the ship's officers to count the money proceeding from their private trade goods brought along, on a simple receipt. We have granted the same to the chosen Commander of Gale, Frekz, and to some others upon their urgent request made for that purpose. In these receipts, it is very expressly declared that it is not understood thereby to grant any right whatsoever to the counters and that they consequently

Dutch transcription

207 25. halve amen olyven oly, eene minderheid bevonden is van 407 kannen of 33: /8 pr C=to „ welke min„ „derheid de overheeden hebben be„ tuigd, dat veroorzaekt zoude zyn daar door, dat door de broeging van het ruim en de hitte de olij door het hout heen gezweet was als meede door 't werken van het schip en het knijpen der vaaten weshalven wij deze minderheid hebben lae„ „ten afschryven. Dat 14 teer quasten en 1. p. s wit smal ever„ doek, houdende 75 ellen, ver„ „stikt zyn bevonden, die we„ „beslooten hebben terug te zen„ „den naar Nederland. Dat in 1. kas n 1 kas waar in volgens de factuur 5 bank schroeven en 10 Engelsche hand schroeven moesten zyn, niet anders zijn gevonden dan de voorsz: 5 bankschroeven en schoon de kas die 400 lb bruto moest wee„ „gen. alleen met eene min„ „derheid van 3 lb bruto hier ge„ „leeverd, en het mits dien blyk„ „baar was dat de Engelsche handschroeven daar in niet konden geweest zijn, hebben we dezelve nogtans, tot nadere dispositie van de Edele Hooge Indische regeering op de Zoldij reekeningen van de scheeps over„ heeden doen belasten, zoo als we ook op hunne reekeningen hebben 208 hebben doen belasten een minder bevonden boor ijzer in een ander kas, om dat deze kas alhier 2 Ed bruto minder gewoogen heeft„ schoon dit minwigt eerder schijnt te zijn ontstaan, door de arm„ „vijlen, die meede in deeze kas waaren insteede van 86. lb maar 83½ lb en dus 2½ lb min„ „der gewoogen hebben. onder de medikamenten zijn Twee flessen met 50 lb sal: mirabel: glaubr: gesmolten, en 17 lb. radik rabarbar: verrot bevonden weshalven wij beslooten hebben de eerste te laaten uitdampen en de laatste te emploijeeren tot het maaken van tinctuur ook is is alhier 1 halve aam oly olivarum minder geleeverd, die wij hebben laa„ „ten afschryven om dat volgens eene scheeps verklaaring deze halve aam, by het openen der laag in het agter hok van het ruim, gespringen en de bodem daar af bevonden is, Eindelijk ik ook hier niet geleeverd 1 kasje N 118 met penneschagten, en schoon het waarschijnlijk is dat insteede van dit Kasje, de hier vooren vermelde kas met rouaan„ „sche mutsen aan boord gezonden is, hebben weegter het kasje met penne schagten, tot nader dispositie van de Edele Hooge Indische regeering op de Zoldij reekeningen 209 reekeningen van de scheeps overhee„ „ten doen belasten. De bevinding van de te Gale uit„ „ geleeverde laading van dezen bo„ „dem, is g'insereerd in der bedien„ „den resolutie van den 20 Decem: „ber, die in Copia onder de bijlae„ „gen overgaat, en door ons geappro„ „beerd is bij resolutie van den 24: December, waar van insgelyks een extract onder de bylaagen gevoegd is, en waar bij wij in de dispositien van de Gaalsche bedienden, alleen deeze verande¬ „ring hebben gemaakt, dat de 475 gebrookene en 196 minder bevondene klinkersteenen, op de uit Nederland met dezen bodem aangebragte aangebragte, en alhier binnen boord verbleevene 5000 stuks, niet op de zoldij reekeningen van de scheeps overheeden zullen belast worden, maar dat de gebrookene stuk„ „ken als buiten toe doen van de scheeps overheeden aan stukken gegaan zynde, door de druk„ „king van de goederen die daar op gestuwd zyn geweest, zoo goed mogelyk in sComp. s dienst g'emploijeerd, en dat daar en teegen de minder bevonden stukken, als niet excedeerende de bepaalde 10 pC:s spillagie afgeschreeven moeten worden. voorts hebben we blykens geme: resolutie beslooten, eenige begaane 210 begaane abuisen in de van hier ge„ „daane aanreekening na Gale omtrent de alhier in voorsz: schip binnen boord verblevene goederen, behoorlyk te doen redresseeren, en de te Gale meerder bevondene 4 27/36 hoed Smeekoolen, voor de Comp:s te laaten inneemen Volgens twee van Tatukoryn ont„ „vangen Rapporten van gecommit„ „teerde Justitieele leeden, waar van Copijen deezen verzellen, is er eenig minwigt bevonden op 't goud, het welk met de scheepen vasCo de Gama en de Schilde aangebragt is, als hebbende 8 Staaven gem: van No tot 8 uit de kist L a to van 't schip vas Co vasco de Gama, minder gewoogen 4: onc en 3¾ eng:s, en van den aanbreng van 't Schip de Schelde, hebben 2 Staven uit de Kist No 1: 5 Staven N 31, 38, 39, 40, en 42, uit de Kist N=o 3 en 12 Staven N=o 43, 44, 45, 616, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 55, en 56, uit de kist N. 4 te zaamen minder gewoogen 1 ince en 17½ Eng:s, welke minderheedel wij bij de boeken hebben laaten af „schrijven De bevinding van de uitgeleeverde lading van t Schip Hilverbeek is nog niet ingekoomen, en moe„ „ten we derhalven het verslag daar van tot eene volgende gelee„ gendheid uitstellen. Voorts hebben we de eere uwel Edele 211 Edele Hoog Agtb: te berigten, dat in een kist gem: & La A, het welk per 't Schip 't Meeuwtje uit Neder¬ „land aangebragt is, 10 staven goud N 1,4, 6, 8, 9, 19, 21, 22, 24, en 25, minder gewoogen hebben 1once en 1¼ Engelsche, blykens een van Tu„ „tukorijn ontvangen rapport van gecommitteerde Iustitieele leeden, waar van Copij onder de bylagen overgaat, en dat wij deze minder„ heid bij de boeken hebben laten afschrijven. Vermits de Edele Hooge Indische regeering op 't voorstel door ons aan hoogst de„ „zelven gedaan, nopens het tellen van geld op assignatien na Neder„ land, en waar van we uwel Edele Hoog Agtb:r nedrigst kennis hebben gegeeven gegeeven, bij onzen eerbiedigen van den 12 November 1791 geene verandering in hoogst derzelver onder, dat de helfte van het bedraagen der assignatien in goud of zilver geld in kas moest geteld worden, hebben gelieven te maken, hebben we gemeent ten minsten niet te moeten wijgeren aan de scheeps vrien„ „den, om de gelden uit hunne meede gebragte negootsie goederen geproflu„ „eerd, te tellen op een Simple kwitantie. we hebben dit zelfde toegestaan aan den g'eligeerd Commandeur van Gale Frekz, en aan eenige anderen op hun daar toe gedaan instantig verzoek Bij deeze kwitantsien is zeer uitdrukke„ „lyk verklaart, dat niet verstaan is daar mede eenig recht hoe genaamt aan de tellers te geeven en dat zi mits ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3975_0501 view scan ↗

English

212 on the condition that, should they or their attorneys in the Netherlands think fit, on account of these counted funds, to make any requests to Your Right Honourable Worships, they shall have to submit to the disposition that Your Right Honourable Worships shall see fit to make thereon, whether to cause their funds counted here into the Company's treasury to be paid with a certain discount, and at such time and terms as Your Worships shall deem proper, or completely to dismiss the depositors or their attorneys therewith, and that in neither case shall they be entitled to any other claim or reclamation than merely to ask back for themselves simply the sums counted by them in the treasury, which in such case shall be returned to them or their attorneys authorized to receive the same, in letters of credit or copper coin, as were counted by them here, and this without any interest: On account of this arrangement, we also thought we ought not to make any difficulty about the fact that the sums of money counted on this footing on simple receipt have been taken somewhat large by some of those to whom we have granted this just as to the ship's friends, and which sums we could not have granted to them upon a deposit on bill of exchange in the usual manner, because they are certainly too large for that in proportion to the sum that may only be counted here. The Memorandum of the monies which have thus been accepted into the Company's treasury on receipts is transmitted among the appendices, and is also inserted below. From 213 From Captain van Straalen Rd:s 10416: 32. duk: 6250:— From Captain Lieutenant Hendrik Eeden Rd:s 2000:— duk: 1200:— From Chief Surgeon Jan Michiel Krasberger Rd:s 2500:— duk: 1500:— From Second Lieutenant Christiaan Adolf Noncheu Rd:s 154:28. duk: 92:60 Total Rd:s 15071:12: d:o 9042: 60 Of the aforesaid receipts, three identical copies have been made, of which one being satisfied, the others remain of no value, and the depositors have signed at the foot of the receipts that they submit to the stipulations and conditions mentioned therein and acquiesce in them. Some people who necessarily had to remit money to the Netherlands, and therefore did not dare to risk it on the aforesaid uncertain footing, have had to submit to taking bills of exchange on the oppressive condition of having to count half of the amount into the treasury in gold or silver specie. And because such a manner of counting, however oppressive it is for Ceylon's inhabitants, could nonetheless be done by the inhabitants of Batavia in such a way that they might even have profit instead of loss thereby, considering the lower and higher rate at which the gold and silver species circulate among the public in Batavia than in Ceylon, we have, in order to prevent all bad practices that might be employed in this matter, demanded of the depositor on this footing an express declaration upon the offering of an oath that the amount of copper coin and letters of credit which they count alongside the gold and silver coin specie has not proceeded from the exchange of silver and gold specie received from elsewhere, and that the gold and silver species which they count were exchanged in Ceylon, or at least were not sent to them from elsewhere, to be remitted on bills of exchange to the Netherlands. The Memorandum of these bills of exchange likewise goes among 214. the appendices, and is similarly inserted below. The value of 4683 1/5 pieces of silver milled ducatoons of eighty stuivers each, of which one half is counted here into the Company's treasury in silver and gold specie and the other half in paper money, in order to be paid out and satisfied again in the Netherlands after deduction of 10 19/39 percent discount to the hereinafter mentioned, their heirs or attorneys, being duly qualified for receipt by a notarially or judicially executed proxy; of which: 334 13/80 pieces by the captain of the ship Willem de Vierde, Jacob Thomson, to the Right Honourable and Rigorous Sir Mr. Jacob van Hoolwerf, Burgomaster of the city of Hoorn, and Mr. Jacob Hendrik Johansen, former Captain at Sea at Amsterdam, with ƒ 1200:—:— The aforesaid bill of exchange is drawn on the usual footing. 1671 1/160 pieces by the captain of the ship De Schelde, Cornelis van Eps, to the Misses Anna Cornelia Mens, widow Smijtegeld, and Ressardina Jacoba van Eps, both residing at Middelburg in Zeeland, with ƒ 6000:—:— 1671 1/160 pieces by the lieutenant of the ship Vasco de Gama, Johannes Eeriks, on account of the captain of the ship Sibella Anthonetta, Nicolaas Klopper, to the Gentlemen Jan Joosten and N: van der Zoo at Amsterdam, with ƒ 6000:—:— 44 1/160 pieces by the junior merchant and second warehouse master Nicolaas Reijnders to the Gentlemen Willem Hoen and Sons, merchants at Amsterdam, with ƒ 159:10:— 522 13/32 pieces by the aforesaid junior merchant and second warehouse master Reijnders to Mr. Dirk Hendrik Bosboom, commissioner of the city of Amsterdam, with ƒ 1874: 8:— 439 23/30 pieces by the same to Mr. Pieter Pama de Kempenaar, merchant at Amsterdam, with ƒ 1579:—:— The last-mentioned five bills of exchange are drawn according to the model recently received from Batavia. 4683 2/5 pieces of silver milled Ducatoons as mentioned above counted here, to be paid out and satisfied again in the Netherlands after deduction of 10 19/39 percent discount, with ƒ 16812:18:— Colonel de Meuron has shown to us that, whereas according to the permission

Dutch transcription

212 mits dien, wanneer zy of hunne ge¬ „magtigdens in Nederland mogten geraaden vinden, om uit hoofde van deze getelde gelden eenige verzoe„ „ken aan Uwel Edele Hoog Agtb. r te doen, zig zullen moeten laaten wel gevallen de dispositie, die Uwel Edele Hoog Agtb:s zullen verstaan daar op te neemen, het zi om hunne alhier in sComp:s kas getelde gelden te doen betaalen met een zekere ra„ „bat, en op zodanigen tijd en termijnen als hoogst dezelve dat zullen goedv inden„ dan wel de tellers of hunne gemagtigden daar meede geheel afteweezen, en dat „ van deze in geene „ gevallen zy tot geen andere aan„ „spraak of reklamatien zullen geregtigd weezen, dan alleen om haar zelfs een„ „voudig te rug te vraagen de door hun in bas getelde sommen, die in zulken ge„ „val aan hun of hunne gemagtigdens, tot ƒ tot den ontvangst daar van geauthoriseerd, zullen worden te rug gegeeven in Credit brie¬ „ven of kopere munt, zoo als hier door hun zyn geteld, en zulks zonder eenige renten: Uit hoofde van deze schikking hebben we ook gemeent geen swaarigheid te moeten maken daar over dat de sommen gelds op dezen voet geteld op enkelde kwitantsie, wat groot genoomen zyn, door sommigen der geenen aan wien we dit even als aan de scheeps vrienden hebben toe„ „gestaan en welke sommen we hun niet zoude hebben kunnen inwilligen, bij een tel„ „ling op assignatie op den gewoonen voet„ wijl die zekerlyk daar toe te groot zijne in pro„ „portsien van de som die hier maar mag geteld worden. De Memorie van de gelden die indiervoegen in s Comp. s kas op quitantien geaccepteerd zyn, gaat onder de bylaagen over, en word ook hier onder g'insereerd. van 213 Rd:s 10416: 32. duk: 6250:— van den Kapitein van Straalen. „ „ Kapitein luitenant Hendrik Eeden. . . „ 2000:— „ 1200:— „ „ oppermeester Jan Michiel Krasberger. „ 2500: — „ 1500:— „ „ sous listen:t Christiaan Adolf Noncheu „ 154:28. „ 92:60 Somma. Rd. s 15071:12: d:o 9042: 60 Van voorschreeven kwitantien zyn drie eensluidende gemaakt waarvan de eene voldaan zynde de andere van geen waarde blyven, en de Tellers hebben aan den voet van de kwitantien onderteekend dat ze aan de bepaalingen dne voorwaarden daar bij vermeld zig onderwerpen en daarin berusten Eenige luiden, die noodzakelyk ged naar Nederland moesten overmaaken, en het mits dien op den voorsz: onzekeren voet daarmede niet dorsten wagen heb„ „ben zig moeten onderwerpen assignatien te neemen op de drukkende Conditie van de helfte van het bedraegen in goude of zil„ „vere speetsien in kas te moeten tellen En wijl zulk een wijze van telling, hoe drukkende ze ook is voor Ceilens ingezete„ „nen door de ingezetenen van Batavia noch„ „tans zoude kunnen worden gedaan op een voet dat ze daar by in steede van schade zelfs voordeel zoude zoude kunnen hebben, gemerkt de minderen hoogeren Koers waar voor de goude en zilvere specien te Batavia onder de gemeente roelleeren, dan op Ceilon hebben we ter voorkooming van alle kwade praktyken die in dezen zoude kunnen zijn te werk gesteld, van de teller op dezen voet en uitdrukkelyke verklaaring gevraagt inder aanbieding van Eede, dat 't bedraegen der kopere munt en Credit brieven, dat ze bij de goude en zilvere munt speeticin tellen, niet is geproflueerd uit verwis„ „seling van zilvere en goude speetsienva elders ontvangen, en dat de goude en zilver speetsien, die ze tellen, op Ceilen zyn inge„ wisseld, often minsten niet van elders aan hun gezenden zyn, en op assignatien na Nederland te worden overgemaakt. De Me¬ „„morie van deze Assignatien gaat meede onder 214. 4683: 1/5. p. s onder de bylaagen over, en word insgelyks hier onder g'insereerd De waarde van zilvere gekartelde duh:t van Taggentig stuivers ider waar van de eene helfte in zilvere en goude Specien en de andere helft in papier geld alhier in sComp. s kas geteld, ten einde in Nederland naar aftrek van 10 19/399 pC.:t rabat aan de natemeldent hunne erven of gemagtigdens, tot den ontvangst by eene notarieele of geregtelyke gepasseerde procuratie behoorlyk gequalificeerd zynde; weder uitgekeerd en voldaan te worden; daar van 334 13/80 p:s door den kapitain op het schip Willem de Vierde Iacob Thomson aan den WelEd: gestrengen Heer M:r Jacob van Hoolwerf Burger. „meester der stad Hoorn en den Heer Iacob Hendrik Iohan„ „sen geweesen kapiteur ter Zee te Amsterdam voorschreeven assignatie is op den gewoonen/ voet getrokken 1671 1/160 „ door den kapitein op het schip de schelde Corne„ 69. lis van Eps aan mejuffrouw en Anna Cornelia mens, weduwe Smijtegeld en Ressardina Jaco„ „ba van Eps. byoe wonagtig te Middelburg in – – – – - – - „ 6000:–:— Zeeland met 1671 1/160 „ door den Luitenant op 't schip Vasco de Gama, Io„ 69 hannes Eeriks voor reek: van den kapitain op 't schip Sibella Anthonetta Nicolaas Klopper aan de Heeren Jan Joosten en N: van der Zoo te Amsterdam, met - 44 1/160 „ door den onderkoopman en tweede pakhuysmeester Nicolaas Randers aan de Heeren Willem Hoen 159. 10:— en Zoonen kooplieden te Amsterdam met. . . 522. 13/32. „ door evengem:e onderkoopman en tweede pakhuysm:r Reinders aan den Heer Dirk Hendrik Bosboom 1874: 8: kommissaris der stad Amsterdam, met. . . . 439 23/30 „ door als even aan den Heer Pieter Pama de Kem„ 1579 —:— „penaar Koopman te Amsterdam, met . - - De laast gemelde vyf assignatien zyn getrokken na de Iongst van Batavia ontvangen model - - - - - - - zilvere gekartelde Dukatons als boven gemeld alhier 4683 2/5 P 7a„ geteld om in Nederland na aftrek van 16 19/39 pC „bat, weder uitgekeerd en voldaan te worden met. . . . . . . ƒ 16812:18:— De Colonel de Meuron heeft aan ons vertoond, dat wijl volgens de vergun„ --ƒ 1200:— met 6000. —:— ning ƒ -

NL-HaNA_1.04.02_3975_0506 view scan ↗

English

permission from Your Right Honourable Gentlemen by missive of 31 August 1787 to the Lord Colonel Proprietor of the Regiment de Meuron, to be permitted to have 80,000 guilders paid annually into the Company treasury here in order to be received again in the Netherlands, in the six financial years already elapsed, or from 1786/7 to 1791/2, 480,000 guilders should have been collected, but that thereof, both here and at the Cape successively, no more has been paid into the treasury than f312,940:4:8, thus less by f167,059:15:8, with a request that we would grant him drafts for that amount; and as we think we may assume that the aforesaid permission to pay 80,000 guilders per year includes the understanding that whatever was underpaid in one year may subsequently be supplemented, we have resolved to grant his request, and consequently to accept the aforesaid sum of f167,059:15:8 into the Company treasury, and that on the following terms, namely: That for the 80,000 guilders paid for the financial year 1791/2, the drafts will be granted, as has been done, for one half or 40,000 guilders payable six weeks after the autumn sale of 1793, and for the other half or an equal sum payable 6 weeks after the spring sale of the year 1794; and That for the sum of f87,059:15:8 remaining due from the earlier years, the drafts will be granted for the greater part or f47,059:15:8 payable six weeks after the autumn sale of 1794, and for the remaining f40,000 payable six weeks after the spring sale of 1795. The petition submitted concerning this by Colonel de Meuron is forwarded along with the instruction mentioned therein among the enclosures, together with the memorandum of the drafts which we have granted to him below, which latter is also inserted according to the order. The value of 16,521 7/16 pieces of silver milled ducatoons of eighty stuivers each, counted here in the Company treasury on account of the said Regiment de Meuron, by the Colonel Commandant of that regiment, the Right Honourable Pierre Fredrik de Meuron, pursuant to the resolution of Ceylon of 23 October last and according to the permission of the Lords Gentlemen of the Grand Committee by missive of 31 August 1787, in order to be disbursed and paid out again in the Netherlands after deduction of a discount of 10 3/39 percent, to the persons to be named below, their heirs or representatives, being duly qualified for receipt by a notarially or legally executed power of attorney; namely, f80,000:-:- for the most recently elapsed financial year 1791/2, and f87,059:15:8 which remained due from the earlier years from 1787/8 to 1791/2; whereof: 11,142 9/80 pieces to be paid after the conclusion of the autumn sale of the year 1793: 2,785 9/80 pieces to the Lord Count de Meuron, Colonel Proprietor of the Swiss Regiment de Meuron in the service of the Honourable Company and Chamberlain to His Royal Majesty of Prussia, with f10,000:-:- 2,228 19/40 pieces to Messrs Raymond and Liebert, merchants at Middelburg in Zeeland, with f8,000:-:- 1,114 1/80 pieces to Messrs Raymond and Liebert, merchants at Middelburg in Zeeland, with f4,000:-:- 2,785 9/80 pieces to Messrs Pieter Keer and Company, merchants at Amsterdam, with f10,000:-:- 557 1/160 pieces to the said Messrs Pieter Keer and Company, merchants at Amsterdam, with f2,000:-:- 1,671 19/160 pieces to Lord J. Gradman, Lieutenant Colonel in the service of the Honourable Company at Middelburg in Zeeland, with f6,000:-:- 11,142 9/80 pieces counted as mentioned above, to be paid after the autumn sale of the year 1793, amounting to f40,000:-:- 11,142 9/80 pieces to be paid after the conclusion of the spring sale of the year 1794; thereof: 2,785 3/8 pieces to the Lord Count de Meuron, Colonel Proprietor of the Swiss Regiment de Meuron in the service of the Honourable Company and a Chamberlain to His Royal Majesty of Prussia, with f10,000:-:- 4,652 17/16 pieces [illegible] ducatoons, which carried over with f10,000 to f40,000:-:-

Dutch transcription

„ning van uwel Edele Hoog Agtb. e by missive van den 31 Aug=s 1787, aan den Heer Colonel proprietaris van het regiment van Meurin, om Iaarlyks hier in sComp. s Kas te moogen doen tellen 80'000 guld=s ten einde in Nederland weder te kunnen ontvangen, in de reeds ver„ „loopene ses boekJaaren, of van 178 6/7 tot 179½, hadden moeten zyn geincasseerd 480000 guldens dog dat daar van, zoo hier als aan de Kaab successive niet meer zyn in Cas geteld dan ƒ312940:4:8 dus minder ƒ167059:15:8, met ver„ „zoek, dat wij daar voor aan hem assignatien wilden verleenen, en wijl we denken te moogen ver„ „onderstellen 215 7 onderstellen, dat in de voorsz: ver„ „gunning om 80'000 guldens s' Jaars te mogen tellen be„ „greepen is, dat het geen in het eene Iaar minder geteld is vervolgens mag worden gesuppleerd, hebben beslooten in zyn verzoek te bewilligen, en mits dien de voorschreeven som van ƒ167059: 15:-8 in sComp. s Kas te accepteeren, en zulx op den volgende voet na„ „melik: Dat voor de 80000 guldens voor het boekjaar 179½ geteld de assig„ „natien zullen worden verleend gelyk is geschied voor de eene helfte of 40'000 guldens betaal, baar „baar ses weeken na de na jaarsche verkooping van 1793, en voor de andere helft of een gelyke som¬ betaalbaar 6 weeken na de voor„ Jaarsche verkoping van het Jaar 1794. en Dat voor de som van ƒ 87054:15:8 die op de vroegere Iaaren zyn te goed behou„ „den de assignatien zullen verleend worden voor de grootste helft of ƒ47059:15: betaalbaar ses weeken na de najaarsche „ van verkoping 1794. , en voor de dan nog restee¬ „rende ƒ 40000:- betaalbaar ses weeken na de voorJaarsche verkooping van 1795: Het addres door Colonel de Meuron daar over ingediend gaat met de daar by vermelde aanwijzing onder de bylaagen over nevens de de memorie van de assignatien die we hier onder 2 aan hem hebben verleend welke laatste ook naar de order word g'insereerd De Waarde van 16521 7/16: P:s zilvere gekartelde dukatons van Taggentig stuijv=s ider alhier in sComp:s was geteld voor 7 reek: van gem:e regiment van meuron, door den Kolonel Kommandant van dat regiment DE: Pierre Fredrik de Meuron in gevolge Ceilons besluit van den 23 October Js: een volgens de vergunning van de Heeren Majores by missive van den 31 Aug:s 1787. ten einde in Nederlandt na aftrek van 10 3/39 pC:to rabat, aan de natemeldenen, hunne erven of gemagtigdens tot den ontfangst by eene Notarieele of geregtelyk gepasseerde Prokuratie behoorlyk gekwali„ „ficeerd zynde weder uitgekeerd en voldaan te worden, als ƒ 80'000:—: voor het Iongst derloo„ „pen boekjaar 179½ en ƒ87000:- die op de vroegere Iaaren van 1787/5 tot 179 % zyn te goed behouden; waar van: 144 2/0 P.:s om na 't afloopen der Najaarsche verkooping van A. o 1793. voldaan te worden 2785 9/90 p=s aan den Heer Graaf de Meuron Kolonel propritaire van 't Switser regim:t: van Meurin in dienst van de Edele Komp:e de Kamer heer van zyn Koninglyke Majesteit van Pruissen met. - - ƒ10000„ —:—: 2228 19/401 aan de Heeren Raymond en Diebert Koop„ 8000. „ — „lieden te middelburg in Zeeland, met. . . . 1114 1/80 „ aan de Heeren Raijmond en Libert Kooplie„ „den te Middelburg in Zeeland, met - - - - - - 4000: —:— 80 „ aan de Heeren Pieter Keer & Comp. kooplie„ 2785 „ den te Amsterdam, met - - - - - - - - 10000 —: —: 5511/160 „ aan even gemelde Heeren Pieter Keer en Comp:s kooplieden te Amsterdam met - . - - - 2000 . - - . - 1671 19/160 „ aan den Heer I. Gradman luitenant ko„ „kolonel in dienst der Edele Komp:s te middel„ „burg in Zeeland, met - - - - - - - - 6000 „ - 111429/0 p=s als boven gemeld geteld om na de Najaersche ver„ v 69 „kooping van A=o 1793 voldaan te worden, met - - - ƒ40000. — 1114 2160 P:s om na het afloopen der voorjaersche verkooping van 137 A:o 1794. voldaan te worden; daar van. 2783 3/8 p. s aan den Heer Graaf de Meurin Kolo„ „nel prop rietaire van het Switser regi„ „ment van Meuron in dienst der Edele Komp:e een Kamerheer van zyn Koning „lyke Majesteit van Preussen. 465 2 17/16 28 3/32 278:5 1/0: Duh=s die Transporteeren met. . . . . . ƒ 10000 - - - ƒ40000. —:— -ƒ 10000 als met - - - ern 216

NL-HaNA_1.04.02_3975_0510 view scan ↗

English

4652 1/16 28 3/8 2783 3/8 pieces ducatoons brought forward with ƒ 10,000 - - ƒ 40000 : — 2785 9/80 „ to Messrs. Pieter Keer and Company merchants in Amsterdam, with - - - - ƒ 10000 : — 2228 14/16 „ to Messrs. I: Neel & Son merchants in Amsterdam, with - - - 8000 : — : 1950 „ „ to Madam The Widow Paan & Son in Amsterdam, with - - - - 7000 „ . . - 557 1/160 „ to the Right Honorable Gentlemen Iohan van Schuler, first clerk of the Noble High and Mighty Lords States in Utrecht, and Otto Willem Philippus Falck, former alderman and councilor in the city council of the city of Utrecht, with - - . . . . - 2000 „ 557 1/160 „ to Mr. Iacobus Borckelman 23 merchant in wines in Middelburg in Zeeland, with - - 2000 . — - 278 7/60 „ to the Right Honorable Mr. Iacob Dirk Items, clerk at the office of the general lands revenues over Holland, with . . . . . 1000 „ 11142 14/16 pieces as aforementioned counted to be paid after the Spring 137 Sale of the year 1794 with - ƒ 40,000 — to be paid after the conclusion of the Autumn sale 1309 21/160 pieces of the year 1784, as follows 1st. to Messrs. Retemyer & Sons & Pieter Berk merchants in Amsterdam with - - - ƒ 7000 „ — 1950 1392 1/160 „ to Messrs. Retemyer & Sons and Pieter Berk merchants in Amsterdam with 5000 „ : - 9750 : „ to Messrs. Pieter and Steven Nicolaas Berk merchants in Amsterdam with - - - - - - - - - - - - 35000 . — 37 13092 1/160 pieces as above mentioned counted to be paid after the Autumn sale of the year 1794: – – – – - - - - - - 47000 : — with to be paid after the conclusion of the spring sale 1114 3/80 pieces of the year 1795 to Messrs. Pieter and Steven Nicolaas Berk merchants in Amsterdam with - - - - - – – – – - 40000 46320 7/16 pieces of milled silver ducatoons as aforementioned counted here on account of the regiment of Meuron to be paid out and settled again in the Netherlands after deduction of 10 23/39 percent discount with - - - - - ƒ 167000 217. The Colonel Commandant of the regiment of Wurttemberg, de Hugel, has notified the first undersigned Governor by a letter of 15 March of last year, which accompanies this in copy, that Your Right Honorable Excellencies, by a missive of 31 May 1791 written to the High Government of the Indies, had permitted said regiment, in like manner as the regiment of Meuron, to count a certain amount into the Company's treasury to be received back again in the Netherlands, in order to make good with this money the equipment in Europe of the incoming troops, as well as the necessary requirements for the large and small items of uniform, and on that account requested permission to count at least an amount of 100,000 guilders here into the Company's treasury, for repayment in the Netherlands to the business managers of the regiment. In addition, he has further requested by the same letter to be permitted to count into the Company's treasury, as of the last day of August 1792, four months' pay of the men of this regiment who are here on this Island, to be transferred also, pursuant to the consent of Your Right Honorable Excellencies, to the aforesaid business managers. 218 However, because among the received papers of this regiment we have not found a letter of 31 May, but indeed one of 31 March 1791 written by Your Right Honorable Excellencies to Their High Excellencies, whereby, in like manner as was permitted to the regiment of Meuron, permission is granted to count a certain sum preferentially into the Company's treasury, and also, in order to prevent complaints regarding the quality of the goods being delivered from the Company's warehouses, the regiment of Wurttemberg is permitted to arrange the procurement of the large and small uniforms, and to be allowed to count annually 3 to 4 months' pay of every officer and man, from sergeant down to common soldier, into the Company's treasury, we have provisionally permitted him only to count into the treasury four months' pay of the men of his regiment who were in this government, and on the other hand brought the request to count another 100,000 guilders into the treasury to the attention of Their High Excellencies in our respectful letter of 9 April last; since then, Their High Excellencies have sent to us, alongside Their most high missive of 10 August last, 219 an extract from Your Right Honorable Excellencies' aforementioned missive of 31 March 1791, with the recommendation to regulate oneself thereafter in the transferring of funds and pay; but because at the same time as said missive of Their High Excellencies of 10 August we received a later letter from the same of the 21st of said month, whereby Their High Excellencies, in answer to our aforesaid letter of 9 April, authorized us to accept into the Company's treasury from Colonel Hugel the amount of 3 to 4 months' pay which has been withheld from the pay of this regiment for the years 1791 and 1792 and shall be counted by him into the Company's treasury, and also to grant bills of exchange on the Netherlands for it, and that on such footing as the money of the regiment of Meuron is accepted into the treasury here: we have kept to this latter order, and permitted Colonel Hugel to count into the Company's treasury four months' pay of his entire regiment, calculated on the basis of a complete complement, for the aforesaid two years, to be received in the Netherlands after deduction of the usual discount. Colonel Hugel has by an address there

Dutch transcription

4652 1/16 28 3/3 2783 3/0 P=s Dun=r Per Transport met ƒ 10'000 - - ƒ 40000 : — 2785 9/80 „ aan de Heeren Pieter Keer en Comp:s Kooplieden te Amsterdam, met - - - - ƒ 10000:— 2228 14/10 „ dan de Heeren I: Neel & Zoon Koop„ 8000:—: lieden te Amsterdam, met. - - 1950 „ „ aan Mejuffrouw De Weduwe Paan & Zoon te Amsterdam, met - - - - 7000 „ . . - 557 1/160 „ aan de WelEdele Heeren Iohan van Schuler eerste kommies van de Edele Hoog Mogende Heeren Staate te Utrecht en Otto Willem Philippus Falik oud schepen en Raad in de broedschap der stad Utrecht met - - . . . . - 2000„ 557 1/160 „ aan de Heer Iacobus Borckelman 23 Koopman in wynen te Middelburg in 2000. — - Zeeland met- - 278 7/60 „ aan den WelEdelen Heer Iacob Dirk Items kommis ter Komptoire van de gemeene slands middelen over Hol„ 1000 „land met. . . . . v 11142 14/6: p s als vooren gemeld geteld om na de voor Jaarsche„ 137 Verkooping van A:o 1794 voldaan te worden met - ƒ 40'000 — om na het afloopen der Najaatsche verkoping 1309 21/160 p. s van Ao 1784. voldaan te worden als 1e. aan de Heeren Retemyer & Zoonen & Pieter 1950 Berk Kooplieden te Amsterdam met - - - ƒ 7000„— 1392 1/160 „ aan de Heeren Retemger & Zoonen en Pieter Berk Kooplieden te Amsterdam met 9750: „ aan de Heeren Pieter en Steven Nicolaas Berk Kooplieden te Amsterdam 37 13092 1/160 p. s als boven gemeld geteld om na de Najaersche verkooping van Ao 1794 voldaan te worden: – – – – - - - - - - 47000: — met om na het afloopen der voorjaarsche verkooping 1114 3/90 p. s van A:o 1795 voldaan te werden aan de Heeren Pieter en Steven Nicolaas Berk Kooplieden te - - - – – – – - 40000 Amsterdam met - - m zilvere gekartelde Dukatons als vooren gemeld voor reekening van het regiment van Meuron alhier geteld om in Nederland na aftrek van 10 23/39 pC=to rabat weder uitgekeerd en voldaan te worden met - - - - - ƒ167000 met - - - - - - - - - - - - 35000. — 46320 7/16 p. s 5000„:- De. 217. De colonel Commandant van 't regi= „ment van wurtenberg de Hugel, heeft den eerst ondergeteekenden Gou= „verneur bij een brief van den 15:' maart J:oL:, die in copia deezen verzeld, te kennen gegeeven, dat uwel„ „Edele Hoog achtb: bij missive van den 31:' Maij 1791:, aan de Hooge Jndische Regeering geschreeven, aan gem: regiment hadden toegestaan om ingelijker voegen als het regi¬ „ment van Meuron, een zeeker be„ „draagen in 'sComp:s kas te tellen om in nederland weeder te rug ont= „vangen te worden, ten einde met dit geld goed te maaken de uit¬ „rusting in Europa, der uitkomen„ „de manschappen, zo wel als het benodigde benoodigde voor de groote en kleine monteering stukken, en uit dien hoofde verzogt, om ten minsten een bedraagen van 10'0'000: guldens al„ „hier in 'sComp:s kas te moogen tellen, ter weeder uitkeering in Neederland aan de zaak be„ „zorgers van't regiment. Daer en boven heeft hij nog bij den„ „zelfden brief verzogt, om onder ult=o aug=s 1792:, in 'sComp:s Cas te moogen tellen vier maenden gagie van de manschappen van dit regiment, die zig hier ten Eilande bevinden, om mee„ „de ingevolge toestemming van uwel Edele Hoog achtb:, aan voorsz: zaak bezorgers te worden overge„ 218 overgemaekt. Dan wijl we onder de ontvangene papieren van dit regiment, geen brief hebben gevonden van den 31:' Maij maar wel een van den 31:' maart 1791:, door uwelEdele Hoog achtb: aan Hunne Hoog Edelheeden geschreeven, waar bij ingelijker voegen als aan het regiment van Meuron toege¬ „staan is, zekere som bij pre„ „ferentie in 'sComp:s Cas te tellen, en ook om de klagten te prevenieeren weegens de qualiteit der goederen uit 'sComp:s magazijnen worden„ „de geleeverd, aan 't regiment van wurtenberg word gepermitteerd de bezorging van de groote en klijne klijne monteering, en om jaarlijks 3: â: 4: maanden gagie van ider officier en manschap, van Zerge of „ant tot gemeen soldaat toe, in 'sComp:s Cas te moogen tellen, heb- „ben we hem bij provisie alleen toegestaan, in Cas te moogen tellen vier maenden gagie van de man„ „schappen van zijn regiment die zig in dit gouvernement bevonden, en daar en teegen het verzoek, om nog 100'000: - guldens in Caste tellen, gebragt onder 't oog van Hunne Hoog Edelh: bij onzen eerbiedigen van den 9:' april pass=o zeedert hebben Hunne Hoog Edelh: ons, nevens Hoogst derzelver missive van den 10:' aug: pass=o toegezonden 219 Extrakt uit uwer toegezonden een Wel Edele Hoog Agtb: voorm: missi„ „ve van den 31:e Maart 1791. , met recommandatie om zig daar na, in 't overmaaken van penningen en gagie te reguleeren; maar wijl we te gelijk met evengem: Hun„ „ner Hoog Edelh: missive van den 10. augustus, hebben ontvangen een laater brief van hoogst de„ „zelven van den 21. van gem: maand, waarbij Hunne Hoog Edelh:, in andwoord op voorsz: onzen brief van den 9:e April, ons qualificeer „den, van Colonel Hugel in 's Comp:s cassa te accepteeren het bedraagen van 3. â: 4. maanden gagie, welke van de bezolding van dit regiment, voor voor de Jaaren 1791. en 1792. zijn ingehouden, en door hem in 'sComp:s Cassa geteld zullen worden, mits„ „gaders daar voor te verleenen assignatien op Neederland, en zulx op dien voet, zoo als het geld van 't regiment van Meuron alhier in Cassa word geaccepteerd: hebben wer ons aan deeze laatste order gehouden, en aan Colonel Hugel toegestaan, vier maanden gagie van zijn geheel regiment, gereekend op den voet van Compleet, voor de voorsz: twee Jaaren in 's Comp:s Cas te tellen, om naar aftrek van 't gewoon rabat in Neederland te worden ontvangen. Colonel Hugel heeft zig bij een addues daar

NL-HaNA_1.04.02_3975_0517 view scan ↗

English

aggrieved thereat, maintaining that, just as a national servant of the Company who receives his pay here at 15 stuivers to the guilder, when he receives his pay in the Netherlands, gets the same paid at 20 stuivers to the guilder without any deduction, so also the men of his regiment must have the same right, by virtue of the Capitulation; and because the arguments of which he made use in his aforementioned address appeared equitable to us, and Colonel Hugel moreover undertook to bind himself to remain answerable and liable for all the consequences consequences that the granting of his request may produce, we decided at the session of the 28th of October last to grant his request, and consequently, for the amount of the eight months' pay of the Wurttemberg regiment which has been granted to him, to be permitted to count into the Company's treasury to the amount of ƒ 187392.—, to grant to the same bills of exchange at par, to be discharged in the Netherlands without any deduction, provided that Colonel Hugel binds himself by a special deed: 1. To remain answerable for the fact that the rix-dollars, instead of 48 stuivers, have been calculated just as they are paid here in this country to his regiment at 64 stuivers, being 20 rix-dollars for 64 guilders. 2. For the fact that the bills of exchange for the aforementioned sum of ƒ187392:— which according to the orders of Their High Excellencies were to be calculated just as the monies are calculated that the regiment of Meuron annually counts into the treasury, whereon the usual discount of 10 12/39 percent is charged, have been granted without discount, and consequently consequently money for money, in case Your Right Honourable Worships might come to disapprove of these arrangements. An extract from our aforementioned resolutions, in which is also inserted the aforementioned address of Colonel Hugel, is forwarded among the annexes, together with a copy of the deed of obligation signed by the said Colonel, and the memorandum of the bills of exchange granted to him, which latter is also inserted below: Memorandum. Memorandum of 2 bills of exchange, which were drawn here in duplicate on the 30th of October last, upon the Right Honourable the Committee of the Directors to the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, each amounting to ƒ93696:— or together [illegible] bank money, and in case such is done in the last-mentioned specie, then according to the course of the agio of the bank at which the same shall stand at the time of payment, to be discharged to the Gentlemen van de Perre, Meyners and Company, Merchants in Middelburg in Zeeland, the heirs, or the attorneys duly qualified to receive the same by a procuration passed before a notary or the court; for which there has been duly credited here at the General Office and counted into the Company's treasury by the Gentleman Theobald von Hugel, Colonel of the regiment of Wurttemberg: One hundred and eighty-seven thousand three hundred and ninety-two guilders at 15 heavy stuivers per guilder, with fifty-eight thousand five hundred and sixty rix-dollars at 48 heavy stuivers each, for four months' pay of the men of the aforementioned regiment for the years 1791 and 1792, which on the footing of complete strength for the officers, non-commissioned officers and soldiers for each year amounts to ƒ 93696—, thus for two years the aforementioned sum of ƒ187392:—, being just as much as is paid by the Honourable Company for the amount of four months' pay of the said regiment for two years when it is at complete strength, say ƒ187392:—. After After granting these bills of exchange to Colonel Hugel, we received Their High Excellencies' letter of the 21st of September past, wherein Their High Excellencies amongst other things report that they sent to Colonel Hugel a complete extract from the General Letter from the Homeland of the 31st of March 1790 concerning the concession granted by Your Right Honourable Worships for the counting into the treasury of 3 to 4 months' pay of the men of that regiment, and a certain sum fixed thereby; but because the bills of exchange for the pay had already been granted, and Colonel Hugel has not repeated his request to be permitted to count a sum of money into the treasury in addition thereto, we have thought fit to let the matter rest with the aforementioned granted bills of exchange for the pay. We Colombo The 8th of January We commend Your Right Honourable Worships together with the weighty interests of the Company to God's safe keeping, and have the honour with due respect to remain, Right Honourable, Wise, Provident, Most Generous Gentlemen, Your Right Honourable Worships' humble and faithful servants, W: van de Graaff A: Faesz C: van Angelbeek L: A: D: Raket A: Aens J: G: V: Drieberg J: Hennout P: D: van Lutterveld J: D: Momland Vollenhoven Anno 1793 2 Examined J: Le Dulx Patria Secret To the Right Honourable Gentlemen Directors To the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber Middelburg in Zeeland Right Honourable, Wise, Provident, Most Generous Gentlemen, In continuation of our humble secret letter of the 8th of this month dispatched to Your Right Honourable Worships, of which the duplicate is sent among the annexes, we take the liberty, especially concerning received and read 14 February 1794 the

Dutch transcription

220 daar over bezwaard sustineerende dat, gelijk een Nationaale dienaar van de Comp=e, die zijne gagie hier ontvangt teegens 15. stuijvers de gulden, wanneer hij zijne gagie in Neederland ontvangt, dezelve betaald krijgt de gulden teegen 20. stuijv:s zonder eenige korting alzoo ook de manschappen van zijn regiment het zelfde regt moeten t hebben, uit kragte van de Capitula„ „tie en wijl ons de argiamenten, waar van hij zig bij zijn voorsz: addues bediend, billijk voor quae„ „men, en Colonel Hugel daar in boven aannam zig te verbinden, verandwoordelijk en aanspreekelijk te zullen blijven voor alle de gevolgen gevolgen, die het inwilligen van zijn verzoek kan voortbrengen, hebben we ter sessie van den 28=e ok„ „tober J:L: beslooten, in zijn ver„ „zoek te bewilligen, en mits dien voor 't bedraagen van de agt maan „den gagie van 't regiment van wurtenberg, die aan hem toe„ „gestaan is in 's Comp:s cas te moogen tellen, ten bedraage van ƒ 187392. —, aan denzelven te verleenen, assignatien a: parie, om in Nederland zonder eenige korting te worden voldaan, mits dat Colonel Hugel zich bij eene speciaale akte verbind. 1. / verandwoordelijk te blijven daar voor, dat de rd=s insteede van 48. st. s zijn 221 zyn bereekend even als ze hier te lande aan zyn re„ „giment worden betaald tee„ „gens 64 stuyvers, zynde 20 rd=s voor 64 guldens 2/ Daar voor, dat de assigna„ „tien voor de voorsz: som van ƒ187392:— die volgens hunner Hoog E:delheedens order moesten worden bereekend, even als bereekend worden de penn: die het regiment van Meú¬ ran Jaarlijks in kas teld; in waar op het gewoon rabat R van 10 12/39 pC=o word bezwaart, verleend zyn zonder rabat, en mits mits dien geld om geld, indien uwel Edele Hoog Agtb: deze Schikkingen mogten komen te improbeeren. Een Extract uit voorsz: onze reso„ „lutien waar by ook g'insereerd is het voorsz. addres van Colonel Hugel gaat onder de bylaagen over„ nevens een Coppij van de door geme: Colonel geteekende akte van verbintenis, en de memorie van de aan hem verleende assigna„ tien welke laatste ook hier onder g'insereerd is Memorie 222 Memorie van 2 Assignatien, die alhier op den 30 October I L: in duple getrokken zyn, ten laste van De WelEdele Agtbaare Heeren gekommitteerde Bewindhebberen ter vergadering van Seventienen, representeerende de Generaale Nederlandsche geoctroyeerde Oost- Indische Kompagnie, ider groot ƒ93696:- of te Zam de anden o de voor aan de on a 0 bank geld en ingevalle zulks in laastgemelde spetie geschied dan na de koers der agio van de bank, waar op dezelve ten tijden der betaaling zyn zal, aan de Heeren van de Perre Meyners en Kompenie, Kooplieden te middel„ „burg in Zeeland, de Erven of de gemagtigdens, tot den ontvangst by eene Notarieele of geregtelyk gepas„ seerde Procuratie behoorlyk gequalificeerd voldaan te werden, waar voor alhier aan 't Comptoir Generaal behoorlyk goedgedaan en door den Heer Theobald von Hugel, kolonel van 't regiment van Wurtemberg in sComp:s kas geteld zijl Een honderd zeven en taggentig duyzend drie hon„ „dert twee en Negentig Guldens a 15 swaare stuijvers ider gulde met Agt en vyftig Duyzend vyf honderd en sestig Ryksdaalders à 48 swaare stuyvers ider, voor vier maanden gagie van de manschappen van voorschreeven regiment voor de Iaaren 1791 en 1792. die op de voest van Compleet voor de officieren, onder officieren en soldaaten voor elk Iaar bedraagd ƒ 93696— dus voor twee Iaaren de voorschreeven som van ƒ187392:— zynde even zoo veel als door DE: Kompagnie voor het beloop van vier maanden gagie van het gemeld regiment voor twee Jaaren word betaald, wanneer 't Compleet is, zegge . ƒ187392:— Naar Naar 't verleenen van deze assignatien aan Colonel Hugel, hebben we ontvangen Hunner Hoog Edelh: missive van den 21 7ber pass=o, waar by Hunne Hoog Edelh: onder anderen melden dat hoogst dezelven aan Colonel Htugel lieten toekomen een volleedig extrakt uit de Patriasche Gene„ raale missive van den 31 maart 1790 wegens de door uwel Edele Hoog Agtb: ver„ „leende Concessie, ter in Castelling van 3 a 4 maenden zoldijen van de manschap„ „pen van dat regiment, en een zeker Som daar by bepaald, dan wyl de assignatien voor de gagie reeds verleend waaren en Colo„ „nel Hugel zyn verzoek om boven dien nog eene somme gelds in Cas te mogen tellen niet weder herhaald heeft, heb„ „ben we gemeend, het by de voorsz: verleende assignatien voor de gagie te moeten laaten berusten. Wij 223 Kolombo Den 8 January Wy beveelen uwel Edele Hoog Achtbaare nevens de swaarwigtige belangens der Maatschappije in Godes vylige hoede en hebben de eer met verschul„ „digde respect te blyven Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren UW wel Edele Hoog Achtbaare onderdanige en Trouwschuldige Dienaaren! W: van de Graatf AFaesz C: van Angelbeek L A : D: Rakel Aens J GV Dribers J. Hennout PD Van Litter. J D Mamland Hollenhoven Ao 1793 2 Nagezien J: Le Dulx 224 Patria sekreet Aan de Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen. Ter vergadering van seventienen, represen„ „teerende de Generaale Neederlandsche geoktroijeerde oost- Indische kompenie ter Presidiaale kamer Middelburg in Zeeland Wel Edele Hoog Achtbaare Wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren. Den vervolge van onzen needrigen sekreeten brief van den 8=e deezer aan uwel Edele Hoog Achtb: afgevaardigd, waar van het duplikaat onder de bijlaagen overgaat gebruiken we de vrijmoedigheid, inzonderheid noopens ontf: en gel: 14 Febr: 1794 de

NL-HaNA_1.04.02_3975_0528 view scan ↗

English

the affairs with Kandia, humbly to refer to our respectful secret letters dispatched since then to Their High Excellencies dated 31 September 1792 and the 28th of this month, copies of which are also enclosed among the appendices. We add only this, that some persons sent expressly to the King's country to inquire after the truth or falsehood of what the Kandians have told in these days regarding the preparation of the rest houses for the Kandian embassy; and who have returned during the writing of this, have reported that from Kandia up to Roeanelle, being the nearest resting place to the Company's limits, the usual rest houses for the Kandian ambassadors have been put in order, and newly covered with fresh straw or ola leaves according to their custom. We 225 Kolombo the 31st of January 1793. We commend Your Right Honorable Worships, together with the weighty interests of the Company, into God's safe keeping and have the honor to remain with due respect. Right Honorable, Wise, Provident, Most Generous Lords! Your Right Honorable Worships' humble and dutiful servants. W. B. van de Graaff D. C. v Drieberg senland Mollenhove E De Zannoij W: S: Kakel C: van Angelbeek D Van ditter. D Gerritsz Examined . 3. 226 Register of the papers belonging to the secret letter which, by order of the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council, is dispatched with the ship De Jonkvrouw Sibella Anthonetta, consigned to the Right Honorable Lords Directors in the Assembly of Seventeen representing the General Chartered Dutch East India Company at the Presidial Chamber Middelburg in Zeeland. No. 1. Original secret dispatch of this date, addressed as in the heading hereof. No. 2. No. 2. Duplicate secret dispatch of 17 March, with the appendices belonging thereto, according to the register. No. 3. Triplicate dispatch of 28 November of last year, of which the original and duplicate were dispatched via England, together with an appendix belonging thereto, being an extract from the Madras Courier of 18 October 1792. —. No. 4. Copies of secret letters of 9 April, 24 May, and 24 July of last year, written to the Supreme Government of the Indies. No. 5. Extract dispatch dated 3 April 1792, written by Lieutenant Tierbach from Taboe to Nigombo, and an 227 an ola translation of a Sinhalese letter written by the pensioned mudaliyar of the Hapitigam Korale, both belonging to the aforementioned secret letter of 9 April. No. 6. Register of 24 May 1792, with the appendices mentioned therein, belonging to the aforementioned secret letter of 24 May written to Their High Excellencies. No. 7. Register of 24 July 1792, with the appendices mentioned therein, belonging to the aforementioned secret letter of 24 May written to Their High Excellencies. No. 8. December. December. No. 8. Copy of the secret letter of 31 December of last year written to Their High Excellencies, to be found with No. 4. No. 9. Register with the appendices mentioned therein, belonging to the just-mentioned letter of 31 December. No. 10. Extract dispatch dated 22 October, written by the bookkeeper Dormieur from Nagapatnam to Jaffanapatnam, to be found among the appendices mentioned in the register of 31 December. No. 11. Extract dispatch dated 27 October, written by the just-mentioned Dormieur to Jaffanapatnam, to be found among the appendices mentioned in the register of 31 December, together with an extract from the Madras Courier of 18 October. No. 12. 8 228 July. No. 12. Original letter written by the Governor of Pondicherry, Monsieur de Fresne, on 13 April 1792, to the Governor and Council at Kolombo, to be found among the appendices mentioned in the register of 24 May. No. 13. Copy of the letter of 24 May written to Monsieur de Fresne in reply to the just-mentioned letter, to be found among the appendices mentioned in the register of 24 May. No. 14. Original letter written by the aforementioned Monsieur de Fresne on 16 June 1792 to the Governor and Council at Kolombo, to be found among the appendices mentioned in the register of 24 July. No. 15. Copy of a Portuguese letter written by L: H: Perera on 15 December 1792 from Pondicherry to the Lord Governor, with the translation thereof, to be found among the appendices mentioned in the register of 24 July. No. 16. to be found among the appendices mentioned in the register of 30 December. No. 17. Extract dispatch dated 21 October of last year, written by the Major and Chief of Trincomalee, Tornbauer, to the Lord Governor, accompanying the just-mentioned French letter, to be found among the appendices mentioned in the register of 31 December. Kolombo, 8 January 1793. No. 16. Original letter written by the Governor-General of the French Islands, Monsieur Malartic, of 12 August of last year to the Lord Governor. Hijbrands Egkeerk Examined P: Ledule No. G ƒ 1. 229 Patria To the Right Honorable Lords Directors in the Assembly of Seventeen representing the General Chartered Dutch East India Company at the Presidial Chamber Middelburg in Zeeland. Right Honorable, Wise, Provident, Most Generous Lords! In continuation of our respectful letter of 28 November of last year, dispatched in original and duplicate via England, and of which the triplicate accompanies this, we take the liberty, with reference to the news from Bookkeeper Dormieux mentioned therein, to send to Your Right Honorable Worships among the appendices hereof a copy of the extract from his letter of Secret. Duplicate Received and read 14 February 1794 27 .

Dutch transcription

de zaaken met kandia, ons nedrig te ge„ „draagen aan onze seedert afgevaardigde eerbiedige sekreete brieven aan Hunne Hoog Edelheeden van den 31. 7ber: 7z: en den 28:' dezer waar van ook de kopijen onder de bij „laagen overgaan. Wij voegen daar nog alleen bij, dat eenige luiden oppres gezonden na 's ko „nings land om te verneemen na de waar „heid of onwaarheid van het geen de kan „diaanen in deese daagen verteld heb„ „ben nopens het in gereedheid brengen van de rusthuisen voor de kandia „sche Ambassade; en welke onder het schrijven deeses zijn terug gekoomen, hebben gerapporteerd, dat van kan „dia of tot Roeanelle toe, zijnde de naaste rustplaats aan 'sComp=s limieten de gewoone rusthuisen voor de kandiasche Ambassadeurs zijn in ordre gebragt, en op nieuw zijn gedekt met versch stroo of blaaderen van olassen naar hunne gewoonte. Wij 225 Kolombo den 31:e Januarij 1793. Wij beveelen uwe Edele Hoog Agtbaare nee„ „vens de zwaarwigtige belangens der maat„ W „schappije in Godes vijlige hoede en hebben de eer met verschuldigde respect te blijven. Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer ƒ Genereuse Heeren! uwel Edele Hoog Achtbaare onderdanige en trouwschuldige Dienaaren. N. Brradt graakf N D. C. v Dribirg senland Mollenhove E De Zannoij WV: S: Kakel C: van Angelbeek D Van ditter. D Gerritsz Nagezien . 3. 226 Register der Papieren gehoorende tot den sekreete brief, die ter ordre van den wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch India, Gouverneur en Direk„ teur van het Eiland Ceijlon met dies onderhoorigheeden Nevens den Raad die met het schip de Jonkvrouw sibella Anthonetta word afgesonden, geconsigneerd aan de wel Edele Hoog Agt„ baare Heeren Bewind„ hebberen ter vergadering van zeventienen repre„ senteerende de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost- Jndische Comp:e ter presidiaele kamer Middel„ burg in Zeeland. N:o 1. origineel secreete missive van heeden aan als in den hoofde dezes gerigt. No. 2. N:o 2. Duplicaat secreete missive van den 17: ' maart met de daar toe gehoorende bij laa„ gen volgens het register. „ 3. Triplicaat missive van den 28:' 9ber: J:o L: waar van het orgineel en dupli„ kaat over Engeland afgezon„ den is nevens een daar toe gehoorende bijlaagen. zijnde een Extrakt uit de Madras kounier van den 18:' oktober 1792. —. „ 4. Copia sekreete brieven van den 9:' April 24:' Meij en 24:' Julij J:o L: aan de Edele hoog Jndische ne„ geering geschreeven. „ 5: Extrakt missive de dato 3. ' April 1792. door den Luitenant Tierbach van Taboe na Nigombo geschree„ ven en Een 227 Een Translaat singaleese brief ola door den gegasieerden modliaaa van de Hapiti„ gam Corle geschreeven beijde gehoorende tot voormelte sekreete brief van den 9:' April. N:o 6. Register van den 24. ' Meij 1792. met de daar bij vermelde bijlaagen gehoo„ rende tot den voorm: se„ creete brief den 24. ' meij aan Hunne Hoog Edelh: geschreeven. 7. Register. van den 24.:' Iulij 1792. met de daar bij vermelde bijlaagen gekoo„ rende tot den voorm: se„ creete brief den 24. ' meij aan Hunne Hoog Edelh: geschreeven. No: 8. December.. december. N:o 8: Kopia secreete brief den 31. ' december J:o L: aan Hunne Hoog Edelh: ge„ te vinden bij N o 4. schreeven. „ 1. Register met de daar bij vermelde bijlaegen ge„ hoorende tot evengem: brief van den 31:' December. 10. Extrakt missive de dato 22:' okctober door den boek„ houder Dormieur van Na„ gapatnam na Jaffana„ te vinden, onder de bijlaegen ver„ meld bij register van den 31:' patnam geschreeven. „ 11. Extrakt missive de dato 27:' october door even gem: Dormieur na Jaffa„ te vinden onder de bijlaegen ver„ napatnam geschreeven meld bij register van den 31. ' nevens Extrakt uit de madras kounier van den 18: oktober. No: 12. 8 228 Julij. N:o 12. orgineele brief door den Gouverneur van Pondechinij den heer de Frene den 13 ' April 1792. aan den Gou„ te vinden onder de bijlaegen ver„ verneur en den Raad te meld bij register van den 24:' meij kolombo geschreeven. „ 13. kopia brief den 24. ' Meij aan den heer de Frene en te vinden onder de bijlaegen ver„ antwoord op even gem: meld bij register van den 24: Meij. brief geschreeven. „. 14. orgineele brief door voorm: heer De Frene den te vinden onder de bijlaegen ver„ 16:' Junij 1742. aan den gou„ meld bij register van den 24. ' verneur en Raad te kolombo geschreeven. Julij „ 15. Kopia Portugeesche brief door L: H: Perera den te vinden onder de bijlaagen ver„ 15.' xber: 1792. van Ponde„ Chieri aan den heer Gou„ meld bij register van den 24. ' verneur geschreeven met de vertaaling daar van. No. 16. te vinden onder de bijlaegen ver„ meld bij register van den 30:' december. „ 17. Extrakt missive de dato 21:' oktober J:o L: door den Majoor en chef van Prin„ te vinden onder de bijlaegen konomale Tornbauer aan vermeld bij register van den den heer gouverneur ge„ schreeven ten gelijde van even gem: fransche brief. Kolombo den 8 Janu: 1793. 31' December. de Franschen Eijlanden den heer Mallartie van den 12:' Aug:s J:oL: aan den Heer gouverneur Geschreeven. N:o 16: origineele Brief door den Gouverneur Generaal van Hijbrands Egkeerk Nagezig P: Ledule No. G ƒ 1. 229 Patria Aan de Wel Edele Hoog Achtbaere Heeren! Bewindhebberen Ter Vergaedering van Zeeven tienen Repoe= senteerende de Generaale Neederlandsche G'oetso= geerde Oost Indische Compagnie ter Presidiaale kamer Middelburg in Zeeland. Wel Edele Hoog Achtbaere. Wyze voorzienige zeer Genesente Heeren! 11 Ten vervolge van onzen Eerbiedigen brief van den 28 November Jongst leeden in origioneel en duplo over Engeland afgezonden, en waar van het triplikaat hier neevens gaat, nee= men we net betrekking tot de daar by ver= melde tyding van den Boekhouder Dormieux de vryheid onder de bijloegen deses aan Uw Edele Hoog Achtb: te zenden; een Kofey van het Extract uit zyn brieff van de Sekreet. Duplicaat ontf: en gel: 14 Febr: 1794 27 .

NL-HaNA_1.04.02_3975_0540 view scan ↗

English

thereupon with a Madras courier of the Honourable preceding it, calculating on this news. 12. The same has since indeed been contradicted by further reports from Bombay and Cochin, and even also by further reports from Madras, but then it was too late to let the return ship the Sibella Antonetta, which we had destined as an early ship, and which was also fully loaded in time, depart before the 10th of this month, which arrangement we hope Your High Right Honourables will favorably approve on account of the reasons given for it in our aforesaid respectful letter of 28 November. §3 In addition to what we imparted in our aforesaid humble letter concerning the intercepted correspondence by the French with the Candians, we take the liberty here to report in somewhat greater detail than was done therein, that in response to our letter written on 18 March 1792 to Governor de Fréne, we received from him the letter written on 13 April thereafter, the original of which is annexed hereto. §4 In our reply to him, which is also annexed hereto, dispatched on 24 May, we mainly occupied ourselves with his confession of having written to the King of Kandy, for although he says that this was done merely out of politeness, this and having this letter delivered clandestinely is a step so strange and extraordinary that we judged ourselves entitled to point this out to him with emphasis. §5 Regarding the further contents of his letter, we only indicated to him who the Candians were who were staying at Pondicherry, and with whom they were in relation, adding that we hoped that this declaration would lead him to the ends for which our letter written to him was intended, and that in the contrary case we would take such measures as we should deem necessary for our own security. 16. To this letter we received his reply written on 16 June, which is also annexed hereto in original, in which he further denies all dealings with the Candians who were at Pondicherry. 17. Yet at the same time as this letter of his, the first undersigned Governor received a letter from one Perera, sent by him already some time ago to Pondicherry to keep an eye on what was happening there, a copy of which is annexed hereto, and in which it is said that a Moor and a Nayaker had arrived there from Kandy and had brought a letter to Mr. de Fréne, in which the King of Kandy requested an engineer and some artillerymen; that Governor de Fréne had sent this letter to the Colonial Assembly of Pondicherry, which was established there some time ago in imitation of the National Assembly in France, which had refused to grant this request, saying that the King of Kandy had to write to Europe, and that he would then write at the same time. 18. We were initially intending to answer this last letter, but upon reflection it appeared to us that it would be better to let the matter rest for the time being. As we have done; and the reasons why we also left unexecuted the closing of our ports, we had the honor to impart in our aforesaid humble letter of 22 May. §9 It is not customary for the French Governors of the Island of Mauritius, upon assuming the Government, to give us official notice thereof. The new Governor-General Malartic, who recently arrived on the Island of Mauritius, has nevertheless done so by a letter written on 12 August last, which is annexed hereto in original, and it is not impossible that the intentions with which this letter was written might indeed have some connection to the correspondence between Pondicherry and Kandy, in order to remove from us, by what is mentioned therein regarding the good understanding between the Republic and France, the doubts that the conduct of Mr. de Fréne could have inspired in us. 10. This letter was brought to Trincomalee by a French captain named Rosily, who is a brother of the Viscount de Rosily, who formerly commanded the frigate the Vénus, with which he was in Ceylon in the year 1783, at the time of Mr. de Suffren; and the Chief of Trincomalee, Major Tornbauer, reported in his letter written to accompany this letter, as appears from the extract therefrom that is annexed hereto, that the said Captain Rosily candidly confessed to him that the plan had been forged to expel the English and the Dutch from the West of India, and that the attack of Tipu Sultan upon the country of Travancore and the preparations of the Court of Kandy on the island of Ceylon are branches thereof. §11 That Tipu Sultan did not proceed to attack Travancore, from which necessarily had to arise the war which he has since had with the English, except in consultation with the French and upon the assurance that they would assist him, has already long been thought by all who do not hold Tipu Sultan to be such a very reckless prince that he would willfully [illegible] this war without it.

Dutch transcription

27 daar aan met een madras kon= =nier van den Ede daar te vooren, opreekende van deese tijding 12. Dezelve is zeedert wel wedersprooken door nadere tydingen van Bombay en koetsiem en ook zelds door nadere tyding vande Ma= drat dog toen was het te leat, het retour schip de Sibella Antonetta, dat we tot een vroeg schip hadden, bestemd, en ook in tydt vollaaden geweest is, te laaten vertrek= ken voor den 10=e deezer, welke schikking we hoopen dat Uw Edele Hoog Achtbaare uyt hoofde der reedenen by onzen voorsz eer= =biedigen brieff van den 28 November daar venr gegeeven gunstig zullen goedkeuren. §3 Bij het geen wij by onze voorz: needrigen brief bedeelt hebben, ten vervolge van de geintercepteerde Correspondentie door franschen met de handiaang, nemen we de vryheid hier wat omstandiger, dan daar by gedaan is te melden dat de in antwoord op onze : brief den 18e Maart 1792. aan den Gouvenaur de Frénse geschreeven, van hem ontvangen hebben den brief geschreeven den 13e April daar aen 230 daaraan, die in origineel hier neevens gaat. 84 we hebben in ons aandwoord aan hem dat ook hier neevens gaat, afgezonden den 24 May ons Hoofdzaakelyk bezeg gehouden met zyn. bekentenis van aan den koning van Kandia te hebben gescliveeren, want schoon lig zegt dat dit alleen beleefdheids halven geschied is, is dit en het blandestin doen bestellen van deesen brieff een stap zoo vreemd en buyten gewoon dat we ons geoordeelt heb= ben geregtigt te zyn, hem dat met nadruk voortehouden. V5 op den verdere inhoud van zyn brieff hebben ide hem alleen aangewee= zen wie de kandiaanen waaren die rig te Pondicherg dschielden, en met wien te waaren in relatie met byvoe= =ging, dat de hoopten dat deeze ver= klaaring hem houde lyden tot de eyndens, waar toe gestrekt heeft onzen brief aan hem geschreeven. en dat de in het teegen gestelde geval geval zoodaanige maatzegelen zoude neemen, als we tot onze eige veiligheid zoude noodig Agten. 16. Op deezen brief ontfingen, we zyn Antwoord geschreeven den 16 Juny dat ook in Origineel hierneevens gaat en waar by hy nader ontkend alle handelingen met de kandiaanen die te Poudichery waaren. 17. Doch met deeze zyn brief te gelyk ontfing. den eerst ondergeteekende Genvaneur een brief van eenen Perera, door hem toen reeds een tyd bang geleeden. naar Pondichery gezonden, om wat het oog te houden op het geen daar onging, die in kopy hier neevens gaat, en waar ley word gezegd, dat een moor en een Nayker aldaar uyt kandia aangekoomen en een brief hadden meede gebragt aan den Heer de Frene waar bey de koning van Kandia verzogt om een „ 235 een ingeniend en eenige Antilleresten dat de Heer Gouverneur de Fréne deeg brieff hadde gezonden aan de Koloniaale vergadering van Pondichery, die daar een tyd lang: geleeden is opgerecht, in navolging van de Nationaale vergaadering in franswyk, die dit ver= zoeh niet hadde willen in= willigen, en gezegt, dat de ko= wing van Kandia moeste na Europa schrijven, en dat hy als dan ter zelver tyd schryven zoude „ 18. Wo waaren eerst voornee= ment, deeze laatste brieff te beantwoorden, dog by reflectie is het ons voorgekoomen dat 3 dat het beeter waare het hier by voor eerst te laaten berusten. Zoo als we hebben gedaan, en de heedenen waarom we ook buyten uytvoering gelaaten hebben, het sluy= ten onzer Havenen, hebben we de rese gehad by voorsz: onzen nee= drigen brief van den 22=e May te bedeelen. §9 Nat is geen gebruik dat de franschaer Gouverneurs van het Hiland Mauri= =tius bij het aanvaarden van het Gouvernement ons daar van officieel kennis geeven. De onlangs op het Eiland Mauritius aangekomene nieuwe Gouverneur Generaal Malartie heeft t nogtans gedaan by een brieff geschreeven den 12e Augustus H„r die in origineel hier nevens gaat, en het is niet onmogelyk dat 232 dat de oogmerken waar meede deezen brief geschreeven is, wel eenig Rapport moude hebben; tot de korression= =dentie tusschen Pondichery en Kandia ten eynde ons, door het geene daar by voorkomt, noopens de goede verstande houding tusschen de Republiek en Frankryk te beneemen, de twyffelingen, die ons de Ronduites van de Heer de Fresse konde hebben geinspireert. 210. Deeze brief is te winkonomale aange= =bragt door een fransche kapitein ge= =naamt Rosillie welke een Broeder is van de vecomte de Rdsille die eer= tijds, gekommandeert heeft het fregat de Versus, waarmeede Hij in het Jaar 1783. ten tyde van de Heer de Juffren, op beilon geweest is, en de blaff van win= Konomale de Majoor Tornbauer be= =deeld by zyn brieff ten gelyde van dezen brief geschreeven blyk ens het het Extract daar uyt dat hier nevens gaat, dat gemelde majutein Rosillie hem openhartig heeft bekend. dat het ontwerp gesmeed was, de Engelsdien en de Hollanders uyt de west van Indien te verdryven, en dat den aanval van Tipoe Taib Tipoe sulten:/ op het land van Wevankoor en de toerustingen van het Hof van kandia op het Eiland Ceilon takken daar„ van zyn. §11 Dat Tipoe sultan niet getreeden is om trevankoor aantetenten waar uijt noodwendig moeste ontstaan den oorlog die hy zeedert met de Engelschen gehad heeft, dan met overleg der franschen, en op de verzeekering dat deeze hem zoude bystaan, is reeds lange door alle zulke gedagt die Tipoe sultan niet houden voor hoe een zeer noekeloos vorst dat by zig zonder dat deezen oorlog moedwillig dso

NL-HaNA_1.04.02_3975_0547 view scan ↗

English

would have brought upon his own neck, from which he could foresee all the unfortunate outcomes it has had for him, had he not been assisted therein by the French. 12. Regarding the state of affairs with the Court of Kandy, we have had the honor to inform Your Right Honorable Worships in substance by our humble letter of the 28th of November. Your Right Honorable Worships will find everything related thereto described in greater detail in our respectful secret letter to Their High Excellencies of the 31st of December last, which accompanies this in copy, and to which we request permission to refer. 13. Your Right Honorable Worships will find therein, among other things, the reply sent to us by the Court to the official letter written to it by our Dessave, mentioned in our aforesaid letter of the 28th of November, concerning which we only take the liberty here to add that, according to the latest reports, the rest-houses are being prepared for the Kandyan Embassy; some even say that it is generally believed that the First Adigar will come down himself, just as the Second State Adigar, who, it seems, is already beginning to throw some oil on the fire, has made known to the Maha Mudaliyars, according to a report from him which is forwarded among the annexes of our aforesaid respectful secret letter to Their High Excellencies. We Colombo Anno 1793. the 8th of January We commend Your Right Honorable Worships, together with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping, and have the honor to be with due respect, Right Honorable, Wise, Provident, Most Generous Sirs, Your Right Honorable Worships' humble and faithful servants, W: van de Graaff Rakel C: van Angelbeek J: C: v Doiberg Achbrood P. Veintous J: van Litter p D Wdemland Vollenhove Checked I: Ledulx Register of the papers belonging to the letter dispatched by the packet boat de Star by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, consigned to the Honorable and Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Amsterdam. No. 1. Original dispatch of today written to the address in the heading hereof. 2. List of the usable timbers found in the Kalpitiya district, samples of which are sent with the packet boat de Star. No. 3. No. 3. Extract of the resolution taken in the Council of Ceylon on the 12th of this month regarding the supplies of equipment and other goods, as well as provisions, made to the packet boat de Star. 4. Extract of the resolution taken in the Council of Ceylon on the 13th of this month containing the decision on the examination of the cargo from Cochin delivered here from the said packet boat. 5. Extract of the Galle resolution of the 16th of February last containing the decision on the examination of the remaining Persian cargo delivered at Galle from the ship 't Meeuwtje. No. 6. No. 6. A sealed packet containing the secret letter now dispatched to the Honorable and Right Worshipful Gentlemen of the Seventeen. 7. General letter now dispatched to the same address as above. 8. A packet with private letters addressed to the same in the heading hereof and marked L: B: Colombo, the 17th of March 1792. Wijbrands First Clerk No. 2. Amsterdam To the Honorable and Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the aforesaid Chamber. Honorable and Worshipful Sirs, The ship Christophorus Columbus departed from Galle for the Netherlands on the 3rd of February last, but we were obliged to excuse the ship 't Meeuwtje from the voyage, as the ship with the return cargo from Surat only arrived at Galle on the 10th of February, and the bales of linen promised to us by the Coromandel Ministers were not brought here before the 3rd of this month. The packet boat de Star was sent hither by the Cochin Ministers to be furnished with some provisions and subsequently dispatched to the Netherlands; and we avail ourselves of this opportunity to present to Your Worships the duplicate letters and papers that would otherwise have been sent with the ship 't Meeuwtje. As this vessel carried no cargo, we sent it to Galle to take on board all the cowries in stock there, which according to the latest report amount to 19,364 lbs, and 100 bales of cotton yarn brought from Surat, or as much thereof as it can suitably carry. We We have also caused to be shipped here in the said packet boat 10 sample pieces of timber brought from Kalpitiya, and mentioned in greater detail in the accompanying Kalpitiya list. To the said packet boat, upon the request made for that purpose by Captain-Lieutenant Zummack, we have caused to be furnished such equipment and other goods, together with provisions, as appears from the extract of our resolution of the 12th of this month, which we have the honor to present herewith to Your Worships. The findings on the cargo from Cochin delivered here from the packet boat de Star are inserted in our resolution of the 13th of this month, an extract of which accompanies this, from which Your Worships will see that we have called upon the authorities for compensation

Dutch transcription

233 zoude hebben op den hals gehaled, waarvan Hy alle de ongelukkinge Uijt komsten die dezelve voor hem gehad heeft, benehenen konde, zoo Hy daar in niet wierde bygestaan door de franschen. „ 12 Den toestand der dingen met het Hof van Kandia, hebben we in het Hoofdzaake= =lyke de Eere gehad uw Edele Hoog Achtb= bij onzen needrigen brief van den 28 No= =vember te bedeelen, Meer omstandig zullen uw Edele Hoog Achtbaare alles daan toe relatiev: beschreeven vinden by onzen eerbiedigen schweeten brief aan Hun Hoog Edelheedens van den 31 xber Theeden die in Midsua hier neevens gaat, en waar aan de verlof verzoeken ons te moogen gedraagen. § 13 Uw Edele Hoog Achtb zullen doan by onder anderen klinden, het Antwoord dat ons door het Hof gezonden is, dp op de officieele brief door onzen Dessave aan het zelve geschreeven vermeld by voorsz: onzen brieff: van den 28 November, en waar by we hier nog alleen de vryheid neemen te melden, dat volgens de genuetsten, de huithuisen voor de Kandiasche Am= =bahade worden klaar gemaakt, zelvs zeggen noningen, dat En liet alge= in een geloofd word, dat de eerste Adigaar Zelvs afkoomen zal, gelyk den tweede Ryksadegaar die zoo het scheind reeds wat Palm in het duur begind te werpen, dat aan de Malsa modliaas heeft laaten weeten; volgens een Relaat van hem, dat onder de bylaagen eerbiedige overgaat van voorsz: onze schreete brieff aan hun Hoog Edelheeden overgaat Wy 234 Kolombo Ao. 1793. den 8 January Wy beveelen uwelEdele Hoog Achtbaare neevens de Zwaar„ wigtige belangens der Maatschappy in godes veilige hoede en hebben de zer met verschuldigde Respect te zyn Wel Edele Hoog Achtbaare Wyze voorzienige zeer Genereuse Heeren uwelEdele Hoog Achtbaare onderdesdaige en trouwschuldige Dienaaren W:vande Graaff Rakel ƒ C: van Angelbeek Ji C V Doiberg 1 Ach „broot P. Veintous J van Litter p D Wdemland Vollenhove 2 Nagezien I: Ledulx _o 4 235 Register der Papieren gehoorende tot de brief, dewelke met de paket boot de staa ter ordre van den wel edele Groot Achtbaaren heer willem Iacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Jndia, Gouverneur en direkteur van het Eiland Ceilon met dies onder„ hoorigheeden word afgevaardigd, gekonsigneerd aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen. van de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerd oost-Jndische compenie ter kamer Amsterdam N:o 1. Origineel missive van heden aan als in den hoofde dezes geschreeven. „ 2. Notitie van de brinkbaare houten die in het kalfoet„ „tische vallen en waar van de monsters met de paket boot de staa ver„ =sonden worden. N:o 3. N:o 3. 4. Extrakt Resolutie genoomen in Raade van Ceilon op den 12. deser wegens de gedaane verstrekkingen van Equipagie en andere goederen nevens provisien aan de paket boot de Stax. Extrakt resolutie genoomen in raede van Ceilon„ op den 13. deser houdende dispo= sitie op de bevinding der alhier uitgeleeverde koetseemsche lae„ „ding van gemelde paket boot „ 5. Extrakt Gaalse Resolutie van den 16. febr: 7zeede houdende dispositie op de be„ =vinding der ter Gale uitge„ =leverde restant baarsche lae„ ding van 't schip 't Meeuwtje N o 6. 236 „ N o 6. Een gesloote paket houdende sekreete brief die thans aan de Edele Hoog Achtbaare Heeren Seventhienen afgezonden word. „ 7. gemeene brief die thans aan als even afge„ =zonden word. 8 Een zaket met particuliere brieven beschreeven aan als in den hoofde deses en gem:t L: B: kolombo den 17. Maart 1792—. Wijbrands Egklerk po No: 2: 237 Amsterdam Aan de Edele achtbaere Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Geok- troijeerde Oost. Indische kompenie ter voormelde kamer Edele achtbaare Heeren. 'T schip christophorus columbus is den 3. Februarij Iongstleeden van Gale na Nederland vertrokken, dog het schip 't Meeuwtje hebben wij van de rijse moeten excuseeren: wijl het schip met de retouren van sourat= ta eerst den 10:' februarij te Gale is aangekomen en de Lijwaatpakken, die die ons door de Kormandelsche Minis- ters waaren toegezegd, niet voor den 3:' deezer hier zyn aangebragt. De Paketboot de star is door de Koetsiemse Ministers herwaerds gezonden om van eenige provisien voorzien en vervolgens naar Nederland gedepecheerd te worden; en wij bedienen ons van deeze gelegen- heid, om aan uwelEdele achtb: aante- bieden de Duplikaat brieven en papieren, die anders met 't schip 't Meeuwtje zouden zyn gezonden. vermits dit vaartuig geene laeding in had, hebben we het zelve naar Gale gezon- =den, om aldaar inteneemen alle de cauris, die daar in voorraed is en volgens de jongste opgave 19364. lb: uitmaekt, en 100. pakken kattoen gaaren die van souratta zijn aange- bragt, of zoo veel daar van als het zelve bequaamlijk laeden kan. Ook 238 Ook hebben we alhier in gem: paket boot laaten afscheepen 10. stuks monster houten, die van Kalpettij zijn aangebragt; en breeder vermeld staan bij de nevens gaande Kalpetti= =sche Notitie. Aan gem: paket boot hebben wij, op het daar toe gedaan verzoek door den kapitein Luitenant Zummack, zodanige equipagie en andere goederen, nevens provisien, laa- ten verstrekken, als blijkt bij 't extrakt uit onze Rezolutie van den 12=e dezer, het welk wij de eere hebben uw wel Edele achtb: hiernevens aantebieden De bevinding van de alhier uitgeleeverde Koetsiemsche lading van de Paket boot de star, is g'insereerd in onze Re- solutie van den 13:' deezer, waar van extrakt deezen verzeld, en waar bij uw welEdele achtb: zullen zien„ dat we de overheeden ter vergoeding hebben

NL-HaNA_1.04.02_3975_0558 view scan ↗

English

have loaded 4 iron grapeshot, for which they have accounted for fewer here, and that we have left it to their choice to make payment for them either here or in the Netherlands, in which latter case the bill for it will be presented to your Right Honourable Worships by the servants at Gale. Regarding the remaining Cochin cargo of the ship 't Meeuwtje, which was delivered at Gale, the servants disposed of it by their Resolution of 16 February, which is enclosed herewith in copy and was approved by us, only with this alteration: that to the authorities, instead of 13 19/10 kannen of olive oil, no more than 8 19/10 kannen shall be credited, which difference arises from the fact that upon inspection, for half an aam of 5 dito, 44 kannen were taken in instead of 39 kannen. We 239 Kolombo 17 March 1792. We commend your Right Honourable Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Honourable and respected Gentlemen, Your Right Honourable Worships' obedient Servants, WD van de Graaff Rakel D C Briberg Jen Jotfrot J: Henaus. J F van Ditter Halmlant VVollenhove No: 1: Monday 12 March 1792: Was read an address inserted below zum 240 ket - Note of the following types of timber for samples; as: ¼ groot teer Ship timber de graaff, No 3: Nage tree of 8 duim thick. for compass-lands 4. Mahogany wood 9 – dito timbers. and director 5. Madoere - - - - - - - - - - House carpentry timber Right Honourable No 1. Boeroete from 18 to 24 feet long and 12 Lord! to 18 duim wide. 2: Ironwood 18 feet long and 20 duim the Mat wide. 5. Madoere - - 8 - - - - 2½ feet use wide. 6. Widdoekenaar 18 feet long and Vessel 5 duim thick for pearl timbers. 7. Sammenelle wood for drawer timbers. Extract Resolution Taken in the Council of Ceylon, by circular inquiry. 8. the n. No 1: No 8: Black ebony from 9 to 16 feet long and 5 duim thick. 9. Sammenelle beams from 14 to 18 feet long and 12 to 14 duim thick. Kalpettij 18 January 1792: /:signed:/ A: S: van de graaff. Hijbrands First Clerk Agrees. Extract Resolution Taken in the Council of Ceylon, by circular inquiry. Monday 12 March 1792: Was read an address inserted below zum ket - 1a groot teer de graaff, lands and director Right Honourable Lord! for the use Vessel the n. No: 1: No: 2: Arendsz Examined Monday 12 March 1792: Was read an address inserted below from Captain-Lieutenant Zummack, commanding the packet boat de star. To the Right Honourable, Valiant, Highly Respected Lord Willem Jacob van de graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon. Right Honourable, Valiant, Highly Respected, High Commanding Lord! The undersigned requests with due respect to have provided for the use of his Vessel under his command, Extract Resolution Taken in the Council of Ceylon, by circular inquiry. the the packet boat de star the following; to wit: One heavy cable 12 duim. One main sail. One linen jib. One flying jib. One lower and upper studdingsail. Twenty-five pounds of red, Twenty-five pounds of white paint. Twenty-five pounds of yellow) as also to receive new in place of the unfit broken goods such as blocks, sheaves, and nails. Requesting at the same time very humbly to be allowed to receive here the remainder of the rations which were not available at Cochim, as: Five hundred fifty-six lb pork. Six hundred and eleven pounds pork. And eighty-six and two-fifths kannen of olive oil. As also spices in varieties: Cinnamon, mace, nutmeg, and cloves. Further I sign with respect /:below stood:/ /:below stood:/ On the packet aforesaid 12 March 1792: /:signed:/ Christiaan Zummack. And after deliberation it was approved and agreed to authorize the Honourable Chief Administrator to have the necessities requested therein provided for the benefit of the aforementioned packet boat. Agrees. Hijbrands First Clerk No 3 H Vliomakr Hoge : L. N: I: Was resumed a finding inserted below, of the delivered Cochin cargo of the packet boat de star: Finding on the delivered cargo of the packet boat de star coming from Coetsiem. In the Materials Warehouse Bar shot of 6 lb Calibre according to bill of lading - - - - - - - pieces 50. —. report Letter A: delivered, among which 1 broken and unfit . . . . pieces 50. –. 12 50:—: Round shot. according to bill of lading - - - pieces 245. report delivered, among which 1 broken and unfit . . . . . . . . . . . . . pieces 245. Filled linen cartridges of 6 lb Calibre according to bill of lading in 7 well-conditioned barrels . . . . pieces 350. –. report delivered, among which 2 linen bags unfit, the chimes of the barrels broken, yet repairable - - - - - - - - - - - - pieces 350. —. Tuesday 13 March Anno 1792. Extract Resolution Taken in the Council of Ceylon by way of circular inquiry their Grapeshot pieces 55. Grapeshot of 6 lb Calibre according to bill of lading with lead bullets in 6 well-conditioned barrels with iron bullets in 6 barrels pieces 50. — pieces 105. report delivered with lead bullets in 6 damaged barrels upon delivery found pieces 55. —. with iron bullets found pieces 46. —. pieces 101. To employ the unfit bar and round shot as ship's ballast to the Netherlands and to destroy the linen bags, and the short-delivered grapeshot to be reimbursed by the officers. Kolombo 13 March 1792. /:was signed:/ M: P: Raket. And after deliberation it was approved and agreed to accept the proposals made therein by the Honourable Chief Administrator and to turn them into resolutions of this meeting; but to leave it to the choice of the officers of the aforesaid packet boat to pay for the short-delivered grapeshot right here, or in the Netherlands, and in the latter case to cause the amount thereof follow thereof to be charged to the Netherlands. Agrees. Hijbrands First Clerk No 4: Bomals r Natselij

Dutch transcription

hebben opgelegt 4. ijzere druien, die zij alhier minder verantwoord hebben, en dat we het in hunne keuze hebben gelaaten, de betaaling daar van hier dan wel in Neder- land te doen, in welk laatst geval de aan- reekening daar van door de Gaalsche be- dienden uwwelEdele achtb: zal worden aangebooden. over de restant baarsche laeding van 't schip 't Meeuwtje, die te Gale uitgeleeverd is, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne Resolutie van den 16=e Februarij, die in kopij hier nevens gaat, en door ons geapprobeerd is, alleen met deeze ver- andering, dat aan de overheeden, insteede van 13 19/10. kan olijven olij niet meer dan 8 19/10 kan zal worden goed gedaan, welk verschil daar uit ontstaat dat bij de bevinding, voor een halve aam wan 5. d=o 44 kann: zyn ingenomen in steede van 39 kannen wij 239 Kolombo den 17: Maert 1792. wij beveelen uwel Edele achtbaare in de bescherminge des allerhoogsten en blijven met alle hoog achting. Edele achtbaare Heeren. uwel edele achtbaare gehoorzaame Dienaaren. WD vande Graar Rakel D C„ Briberg Jen Jotfrot J: Henaus. J Fvan Ditter Halmlant VVollenhove N: 1: Maandag den 12:' Maart 1792: Js geleezen een hier onder g' insereerde addres „. _ „„ zum 240 „ket - Notitie van de ondervolgende soorten van Houtwerken tot mon- ster; als: ¼: groot teer scheepstimmerhout de graaff, N:o 3: Nageboom van 8: d=m dik. tot krom-derlands „ 4. Maagosiehout „ 9. – . „ d=o houten. en directeur „ 5. Madoere - - - - - - - - - - Huijstimmerhout oot Agtb: N:o 1. Boeroete van 18. tot 24. voet lang en 12: Heet! tot 18: d=m breet. „ 2: ijzerhout van 18: voet lang en 20: d=m het Mat breet. „ 5. Madoere - - „ 8: - - „ - - -„ -. „ 2½: voet gebruijk breet. „ 6. widdoekenaar van 18: voet lang en Bodem 5. d=m dik tot paarlhouten. „ 7. sammenelle hout voor Ladehouten op. xtract Resolutie Ge„ „noomen in Raade van Ceilon, bij Rondvraege. 8. de n. N=o 1: N:o 8: swaat Ebbenhout van 9. tot 16: voet lang en 5: d=m dik„ 9. sammenelle balken van 14. tot 18: voeten lang en 12: tot 14. d=m Kalpettij den 18:' Januarij 1792: /:geteekend:/ A: S: van de graaff. . Hijbrands EGreerk dik. Akkordeert Extract Resolutie Ge„ „noomen in Raade van Ceilon, bij Rondvraege. op. Maandag den 12:' Maart 1792: Is geleezen een hier onder g'insereerde addres „ „ zum „ket - 1a: groot teer de graaff, derlands en directeur oot Agtb: Heer! tot Met gebruijk Bodem de n. No: 1: No: 2: Arendsz Nagezien Maandag den 12:' Maart 1792: Is geleezen een hier onder g'insereerde addres van den Capitain Luijtenant Zum„ „mack, Commandeerende de paket - boot de stax. Aan den wel Edelen Gestr: groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de graaff, Raad ordinair van Nederlands Jndia, gouverneur en directeur van't Eijland Ceilon. wel Edele gestaenge Groot Agtb: Hoog gebiedende Heel! Den ondergeteekende verzoekt Met verschuldigde eerbied tot gebruijk van zijn onderhebbende Bodem Extract Resolutie Ge„ noomen in Raade van Ceilon, bij Rondvraege. op. de de Paket Boot de staa 't volgen- de te laaten verstrekken; Als: Een zwaar touw 12: duijm. Een Baik Zijl. Een linne Kluijver. Een vlieger. Een onder en boven lijsijl. vijf en twintig pond roode vijf en twintig Pondwit versf. vijf en twintig pond geel) als meede voor 't onbekwaeme gebrooken goederen als blokken schijve en nagels weer nieuwe in de plaats te klijgen. verzoeken teffens zeer needrig om de restant van de randzoen hier te moo= gen ontfangen 't welke op cochim niet en waaren als: vijf hondert ses en vijftig lb: spek. ses hondert en elff Pond spek. en ses en taggentig en twee vijfde kan olijff olij. Als meede specerijen insoorten Caneel, foelie, Nooten en Nagelen. verders teekene met respact /:onderstond: /:onderstond:/ In de Paket voorn: den 12:' maart 1792: /:geteekend:/ Christiaan Zummack. En is na deliberatie goedgevonden en verstaan den E: Hoofdadminis¬ „trateur te qualificeeren, de daar bij gevraagde benoodigdheeden ten behoeve van voorm: paket boot te laaten verstrekken. Akkordeert. Hijbrands egrlerk No 3 H Vliomakr Hoge : L. N: I: Is geresumeerd eene hier onder g'insereerde Bevin„ ding, van de uitgeleeverde koetsiemshe la„ ding van de paket boot de star: Bevinding op de uitgeleeverde Lading van de Paket boot de stax koomende van Roetsiem. Jn 't Materiaalhuis Langscherpen van /6. lb: C:t p:s 50. —. rapport L:a A: geleeverd waar onder „ 50. –. 1. aan stukken en onbequaam. . .. 12 50:—: meede amd: J:r volgens kognossement - - - - - - - . - Rondscherpen. p: 245. volgens Rognossement - - - . rapport geleeverd, waar onder 1. aan stukken en onbeq:. . . . . . . . . . . . . „ 245. i Gevulde linne Kardoesen van 6. lb: C:l volgens kognossement in 7. welgekonditioneer„ - - p:s 350. –. . . de vaaten „ rapport geleeverd waar onder 2. linne zakken onbequaam, de Kimmen der vaten gebrooken, egter repa„ „ rabel - - - - - - - - - - - - „350. —. Dingsdag den 13. ' Maart Anno 1792. Extract Resolutie Genoom in Raade van Ceilon bij weege van rondvraage hun Druiven op p: 55. meerd: mims: J: C: Druiven van 6. lb: C„t volgens kognoss: met loode kogels in 6: welgeh: „ ijzer „ - Svaaten „50. —p„s Rr f. 105. rapport geleeverd met bodekoegel in b: materk : 55. —. vat bij aan„ „ ijzer „ - breng= op e „ 46. bevonden „ 101. „. - De onbequaame lang en rond scheepen tot scheeps ballast naar Nederland te emploijeeren en de linne sakken te vernietigen, mitsg:s de minder geleeverde druiven, door de overheeden te vergoeden Kolombo den 13. ' Maart 1792. /:was geteekend:/ M: P: Raker. En is na deliberaatsie goedgevonden en verstaan de daar bij gedaane voorstellen door den E: Hoofdadministrateur te ampler„ teeren, en in besluiten deezer vergadering te veranderen; dog het in de keuze van de overheeden van voorschr: paker de minder ver„ boot te laaten, antwoorde druiven hier zelve, dan wel in Nederland te voldoen, en in 't laatste geval het bedraagen daar volgen a daar van naar Nederland te doen aan¬ reekenen. Accordeert. Hijbrands Segreerk No 4: Bomals r Natselij

NL-HaNA_1.04.02_3975_0575 view scan ↗

English

Copy of dispatched secret letters to Batavia. In the year 1792. No. 4. Vagelijn 24 Batavia secret To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and The Noble, Stern Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord! And Noble, Stern Lords. Since the departure of our most recent humble secret letter of 15 March last, nothing has occurred with the Kandyans that could in any respect deserve the attention of Your High Excellencies. The reply mentioned therein to the Kandyan ola concerning the former Basnayake of Saffragam has thus far remained without any consequence. The Disawas remain in the lowlands up to the present, notwithstanding that it has been said and repeated several times that they were on the point of returning to the court, and even that they had been summoned. This has especially often been said of the Disawa of the Seven Korales. In the meantime, we have recently received concerning him in particular from Lieutenant Tierbag, who is stationed with a company of Moors in the Chilaw district, the report that is enclosed herewith in copy, wherein it is stated that he is said to have been appointed First Adigar with orders not to return to the court until he had driven the Dutch to the seashore, and that the posts were also said to have been occupied anew. Nothing more has since been heard of this latter matter, but the rumor that he was appointed Adigar also appears in another report among the enclosures from a former Mudaliyar of the Hapitigam Korale, which was delivered here a couple of days later than Tierbag's report. In this, the news is nevertheless recounted in a manner as if the Disawa of the Seven Korales distrusted this appointment, and regarded it solely as a lure to get him to the court. What the truth of this may be will soon become known. Meanwhile, one hears as yet from no quarter that the First Court Adigar, Pilme Talauwe, has been dismissed from this post of his. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity (underneath was written) High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord, and Noble, Stern Lords, Your High Excellencies' humble and very obedient servants (was signed) W. J. van de Graaff, Mr. P. S. Raket, D. C. von Drieberg, T. Fretz, B. L. van Zitter, A. Panlant, and J. A. Vollenhove. (in margin) Colombo, 9 April, in the year 1792. From the Governor of Pondicherry, Mr. de Fresne, we have received in response to our letter of 18 March, mentioned in our humble secret letter of the 15th of that month, the answer which we have the honor to send herewith in copy, and of which we shall send the original by the first opportunity to the Noble, Right Honorable Lords Masters. In our answer to this letter, which indeed resembles a kind of apology, we have mainly occupied ourselves with the admission of Mr. de Fresne of having written to the King of Kandy; for although he says that this was done merely by way of courtesy, the clandestine delivery of this letter is a step so strange and extraordinary that we have judged ourselves entitled to put this to him with emphasis. Regarding the further contents of his letter, we have only pointed out to him who the Kandyans are who are residing in Pondicherry, and with whom they are in contact, adding that we hope this declaration will lead him to the ends intended by our letter of 18 March, and that in the opposite case we shall take such measures as we shall deem necessary for our security, as Your High Excellencies will see more fully from the letter enclosed herewith in copy, to which is also appended a transcript of the French translation sent alongside it. The news concerning the Disawa of the Seven Korales, mentioned in our respectful letter of 9 April, has since not been confirmed; only the rumors still continue to persist that the inhabitants are very dissatisfied with him. Not long ago, reports came in from various quarters, as Your High Excellencies will see from the accompanying documents, that the Kandyans intended to take salt by force, both from the salt pans of the Lewayas and from Puttalam and Chilaw. For this reason, we have sent another company of Easterners to the Magampattu, in which the Lewayas are situated and which was garrisoned only with a company of sepoys. We have likewise caused Puttalam and Chilaw to be reinforced each with another company of Easterners, and relative to the two last-mentioned places nothing more has since been heard of it; yet according to a report included among the enclosures from the Resident of Magampattu, Brinkman, of the 17th of this month, the Disawa of Uva was said to be busy gathering a body of men in the vicinity of the temple of Kataragama for the aforementioned purpose. We do not think that he will undertake to fetch salt by force. Should he nevertheless do so, we think that the garrison

Dutch transcription

Kopia afgegane sekreete brieven na Bataviae D Ao 1792. No. 4. Vagelijn 24 Batavia sekreet Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaeren wijd Gebiedende Hee M:r Willem Arnoed Alting N weegens den staet der vrije vereenigde Nederlands en de Generaele Nederlandsche g'oktroijeerder oost- Indische kompenie gouverneur en Jimteur Generaal en De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Nederlandsche Hoog Edele Groot Achtbaere m Gebiedende Heer! En wel Edele Gestrenge Heeren zeedert het afgaan van onzen sekreeten JJongst eerbiedigen van den 15. ' Maart ge: is ter me de kandianen niets voorgevallen, dat is eenig op zigt de aandagt van uw Hoog Edelheeden zoude kunnen verdienen. Het daar bij vermelde antwoord op de kandiasc„ ola noopens de geweezene Basnaijke van saffregam, is tot hier toe buite eenig gevolg gebleeven. De Dessaves blijven tot nog toe in de needen landen, niet teegenstaende dit maals is gezegt en herzegt dat ze stond na het hof te keeren, en zelfs dat te waaren Note. Slis waaren opontbooden. Dit is voor al dikwils gezegt van den Dessave van de zeven korles. Jntusschen hebben we nopens hem in het bezonder van den luitenant Tierbag die met een kompenie Mooren in het Silause distrikt legt, dee„ zer daagen ontvangen, het berigt dat in kopij hier neevens gaat, waar bij gezegt word, dat hij zoude zijn aangesteld tot eerste Adigaar met ordra om niet weeder te keeren na het hof dan na dat hij de Hollanders zoude hebben verdreeven na het Zeestrand, en dat ook de posten wederom op nieuw zouden zijn bezet. van dit laatste heeft men zeedert niets meer vernomen dog het zeggen dat hij zoude zijn aange„ steld tot Adigaar komt ook voor, bij nog een ander onder de bijlaegen overgaan de bericht van een geweesen Modliaar van de Hapittigam korl dat hier een paar dagen later dan het berigt van Tier„ bag is besteld: Hier bij word deze tijding nogtans verhaalt op eene wijze als of de Dessave van de zeven korles deeze aanstelling mistrouwde, en alleen aan„ zag als een lokaas, om hem ten hove te krijgen, wat hier van zij zal spoe„ dig bekend worden, middelrwijl hoort men tot nog toe van geen kant, dat de eerste Rijks Adigaar Pilme Ta„ lauwe N 246 Aan als Vooren lauwe van deze zijne post zoude zijn afgezet. Wij beveelen uw hoog Edelheeden en de belan„ gens der Maatschappij in Godes vijlige hoed en blijven met alle eerbied en trouwe /:onder stond:/ Hoog Edele Groot Achtbaare wijd biedende Heer. En wel Edele Gestreng Heeren uwer Hoog Edelheedens onder danige en zeer gehoorsaeme Dienaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M:r P:s Raket, D: C: von Driberg, 2 T: Fretz:, B: L: van Zitter, A: Pan lant, en I: A: vollenhove. /:in margi„ ne:/ kolombo Den 9:' April A:o 1742. van den Gouverneur van Pondicherij de Heer de Frene hebben we op onsen brief van den 18:' Maart vermeld bij onsen nedrigen sekreete brief van den 15: dier Maand ontvangen het antwoord dat we de eene hebben in kopij hiernevens tezenden, en waar van we het on gineel met de eerste gelegentheid zullen zenden aan de wel Edele Hoog Achtbaere Heeren Meesteren. Jn ons antwoord op deezen brief, die wel wat zneemt na een zoort van apologie hebben we ons hoofdzakelijk bezig ge„ houden, met de bekentenis van de Heek Heer de Frene van aan den koning van Kan„ dia te hebben geschreeven, want schoon hij zegt, dat dit alleen beleeftheids halven ge„ schied is, isdit in het clandestein doen be„ stillen van dezen brief, een stap zo vreemd en buiten gewoon, dat we ons ge„ oordeelt hebben geregtigt te zijn, hem dat met nadruk voor te houden. Op den verderen inhoud van zijn brief hebben we hem alleen aangeweesen wie de kandianen zijn, die zig te Pondicherij ophouden, en met wie ze zijn in relatie, met bijvoeging, dat we hoopen dat de„ ze verklaering hem zal leijden tot de eindens, waar toe strekt onzen brief van den 18:' Maart, en dat we in het tegenstaande gestelde geval zodaenige maat„ reegelen zullen neemen als we tot onze dige veiligheid zullen nodig agten, zoo als uw Hoog Edelheeden dat breeder zul len zien bij den brief die in kopij hier nevens gaat, en waar bij ook gevoegt is een afschrift van de door nevens gezon„ dene fransche vertoeling. De tijdingen nopens den Dessave van de zeven korles, vermeld bij onzen eerbie„ digen brief van den 9:' April zijn ze„ dert niet gekonfirmeerd, alleen blijven de gerugten nog altijd voortduuren, dat de Jngezeetenen 247 ongezeetenen zeer te onvreeden met hem zijn Niet lang geleeden knaemen van verscheijde kanten berigten in, zoo als uw Hoog Edel heeden dat zien zullen uit de nevens gaande stukken, dat de kandianen het voorneemen hadden, om met geweld zoo te haalen, zoo uit de zoutpannen van de lewaijs, als van Putulang en s# lau. Hierom hebben we na de Magampattoe waar in de Lewaijs leggen, en welke allee met een kompenie sipaijen bezet was, nog een kompenie oosterlingen gezonde Putulang en Silau hebben we insgelijk elk met nog een kompenie oosterling doen versterken, en betrekkelijk tot de twee laest gem: plaetzen is zeeder daar van niets meer vernoomen, dog volgens een onder de bijloegen overgaa de bericht van den Resident van Magan pattoe Brinkman van den 17:' deze zoude de Dessave van oewe omstreeks den tempel van katergam, beezig zijn ten voorsz: einde een partij volk te ver„ Zamelen. we denken niet, dat hij het onderneemen zal om met geweld zout te haalen. Doeh hij het nogtans dan denken we, dat de bezetting 3

NL-HaNA_1.04.02_3975_0582 view scan ↗

English

garrison of the Magampattoe is now strong enough to receive him in such a manner that he will lose all desire to undertake it again. From the well-known court dignitary, the short letter was recently received that accompanies this in copy. The chief aim thereof appears to be to warn that, although the difficulties in which the inhabitants find themselves in the King's land have reached a high pitch, the foremost people of the country do not feel this, in order thereby to indicate that it will be possible to bring the court to terms by other, active means. That the court will not take the step of asking for peace itself unless compelled by the utmost necessity, is beyond all doubt, but that it desires to put an end to the present troubles, and that it is kept from opening the way thereto solely by pride, is confirmed by all the tidings that arrive daily. This appears, among other things, from the accompanying copy of a translation of an ola written by the Mudaliyar of Idemalgodde, who is befriended by the Second Adigar of the Realm, to the chetty Nicolaas Karpoeren, alias Nicolaas Poelle. The embarrassment of the court appears even more from a conversation which this chetty recently had with a Kandyan vidane of Kolombogam, who, according to an accompanying report, said he had come to sound out whether a letter from the court would be received by us with favor. To take a single step from our side at this juncture would spoil everything if we wish to stipulate something substantial from the court, and this is absolutely necessary, after it has now further shown by its application to Pondicherry what it is capable of, and what one would have to expect from it at every inconvenience. Now that one has no rupture in Europe to fear that could have relations to these regions, that our inhabitants remain faithful to us on all sides, and that one may hope with good reason that the discontent and dejection among the King's inhabitants has risen to a great height, the opportunity is too favorable not to make use of it. The measures employed up to now seem to have answered their purpose fairly well, but to bring the court to that degree of weakening in which it must be, in order not to have to fear that at the first rupture with France it will enter into an offensive alliance with this nation against us, it seems that active means will have to be employed in addition. It is quite generally attested that the people of the Seven Korales in particular would be very inclined to place themselves under the Company. We shall therefore, as soon as the season permits, take into consideration to what extent circumstances will then advise making a trial of this by sending a strong detachment. If we can take possession of the Seven Korales in that manner, that would already be a significant step toward furthering the aforesaid prospects, and would make an expedition to Kandy by that route very easy. We commend Your High Mightinesses and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, as above. To as above. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Driberg, D. T. Fretz, C. van Angelbeek, J. Reintous, and B. L. van Zitter. In margin: Colombo, the 24th of May 1792. Paragraph 1. From the Governor of Pondicherry, Mr. de Fresne, we have these days received the letter which is enclosed herewith in copy, serving as an answer to our letter of the 24th of May of last year, which we had the honor to send in copy to Your High Mightinesses with our humble secret letter of that same date. The draft of a reply that we intend to send thereto is also included among the enclosures. Paragraph 2. Mr. de Fresne further denies in his aforesaid letter all dealings with the Kandyans who are in Pondicherry, but at the same time as this letter of his, the first undersigned Governor received a letter from a certain Perera, sent by him some time ago to Pondicherry to keep an eye somewhat on what is going on there, which is also enclosed herewith in copy, and in which it is said that a Moor and a Nayakkar, having arrived there from Kandy, had brought along a letter to Mr. de Fresne, wherein the King of Kandy requests an engineer and some artillerymen; that Governor de Fresne had sent this letter to the Colonial Assembly, which had not been willing to grant this request, and said that the King of Kandy must write to Europe, and that they would then write at the same time. Paragraph 3. That which further appears in this letter of Perera, that 1000 soldiers and 150 artillerymen had already departed from Mauritius for Pondicherry, and that orders had been received for the recruitment of another 1000 sepoys, is also confirmed from elsewhere, and according to tidings from Madras, the National Assembly in France had decided to greatly strengthen the fort and garrison of Pondicherry, and that this place will constantly be maintained in a considerable state. Paragraph 4. France is certainly in no situation that one has to fear open hostilities from this realm for the present, but that Pondicherry will seek to continue relations with Kandy, and in the meantime, until this realm can pursue other measures, will secretly seek to cause us all the mischief of which it is capable, thereof there is no doubt. Paragraph 5. The aforesaid reinforcement of the garrison of Pondicherry will undoubtedly not remain unknown in Kandy, and will be magnified there. It is

Dutch transcription

bezetting van de Magampattoe tans sterk ge„ noeg is, om hem zoo te ontfangen, dat de lust om andermael te onderneemen hem daar door zal vergaan. Van de bekenden Hofsgroote is onlangs ont„ fangen het briefje, dat in kopij hier ne„ vens gaet Het hoofdoogmerk daar van schijnt te zijn om te waarschouwen, dat schoon de ongelegentheeden, waar in de Jnge„ zeetenen in 'skonings land zig bevinden, tot een hoogen trap gekoomen zijn, de eersten des lands dat niet gevoelen, ten einde daar door aan te duiden, dat het mogelijk zal zijn het hof door andere aan aktive mid„ delen te doen burgen. Dat het hof niet dan door den hoogsten nood gedwongen, zal koomen tot de stap om zelve de vreede te verzoeken, is buiten alle twijffel, dog dat het verlangd, de teegens„ woordige strubbelen te doen ophouden, en dat het alleen door grootsheid word weder„ houden om daar toe den weg te openen, ver„ zeekeren alle tijdingen die daagelijks in„ koomen. Dit blijkt onder anderen uit het in kopij hier ne„ vens gaande translaet van een ola geschree„ ven door den Modliaar van Jdemalgodde„ die bevriend is met den tweeden Rijks„ Adigaar aan den sittij Nicolaas kar„ poeren 248 poeren, alias Nicolaas Poelle Nog meer blijkt de verleegentheid van het hof uit een konversatie, die deze fittij onlangs gehad heeft met een kandiasche vidaan van kolombogam die hem volgens een hier nevens gaande relaas, zijde te zijn gekoomen om te ondertasten, of een brief van het hof bij ons met genegen heid zoude worden ontfangen. In dit tijds gewricht een enkelde staf van onzen zijde te doen, zoude alles bederven zoo we wat degelijks van het hof bedingen willen, en dit is volstrekt nog dig, na dat het zelve door deszelfs aanzoek te Pondicherij nu naader ge„ toont heeft, waar toe het in staet is, en wat men bij elke ongeleegentheid van het zelve zoude te wagten hebben. Tans dat men voor geen ruphuur in Europa die relatie tot deeze gewesten hebben kan„ te vreesen heeft, dat onze ingezeetenen ons aan alle kanten getrouw blijven, en dat men met veel gronds mag hoopen, dat de misnoegtheid en neerslagtigheid bij 's konings ingezeetenen tot een groote hoog„ te is gereesen, is de geleegentheid te gunstig, om daar van geen gebruik te maken. De maatregelen tot hier toe te te werk gesteld, schijnen tamelijk wel te hebben be antwoord aan het oogmerk daar van, dog om het hoff te brengen tot dien trap van ver„ zwakking waar in het zijn moet, om niet te moeten vreezen dat het bij de eerste rup„ tuur met Frankrijk een offensive allian„ tie met deze Natie, teegens ons zal aangaen„ schijnt het dat daar bij aktive middelen zullen moeten worden aangewend. Vrij algemeen word getuigt dat inzonderheid het volk van de zeven korles, zeer geneigt zoude zijn om zig onder de komp:e te stellen we zullen daarom zoo dra het saisoen dat toelaeten kan, in overweeging neemen in hoe verre de omstandigheeden als dan zullen aanraeden om daar van een proef te neemen door het zenden van een sterk detactement. zo we de zeven korles op die wij te kunnen in bezit neemen, zoude dat reets een mer„ kelijke stat zijn tot bevordering van de voorsz: uitzigten, en een expeditie na kandia door dien weg zeer ge„ makkelijk maeken. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden in de belangens der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onderstond:/ als vooren 249 Aan als vooren vooren /:was geteekend:/ w: J: van de Graaff„ M:s P:s Raket, D: C: von Driberg, D: T: Fretz:, C: van Angelbeek, J: Reintous en B: L: van Zitter. /:in margine:/ ko„ lombo den 24:' Maij 1792. —. § 1. Van den Gouverneur van Pondicherij de Heer de Fret hebben we deezer daagen ontfangen den brief, die in kopij hier nevens gaat, strekkende in antwoord op on„ „zen brief van den 24:' Meij J:o L:, die welde eere gehad heb„ „ben uw Hoog Edelheden bij onzen nedrigen sekreete brief van dien zelfden datum in kopij toete zenden. Het concept tot een antwoord dat we daar op denken te zen„ „den, gaat ook onder de bijlaagen over. 12. De Heer de Frene ontkend bij voorsz: zijn brief naader alle handeling met de kandianen die te Pondicherij zijn, dog tegelijk met deeze zijn brief heeft den eerst ondergeteekenden Gouverneur ontfangen een brief van eenen Perera, door hem een tijdlang geleeden na Pondicherij gezonden, om een wijnig het oog te houden op het geen daar omgaat / die nog in kopij hier ne„ vens gaat, en waer bij word gezegt, dat een Moor en een Naiker aldaar uit kandia aangekoomen, een brief hadden meede gebragt aan den Heer de Frene, waer bij de koning van kandia, om een Jngenieur en eenige Artilleristen verzoekt, dat de de Gouverneur de Trene deeze brief heeft gezonden aan de koloniale vergaadering, die dit verzoek niet hadde willen inwilligen, en gezegt dat de koning van kandia moeste na Europa schrijven, en dat ze als dan ter zelver tijd schrijven zoude. §3. Het geen verder bij deezen brief van Perera voorkomt, dat van Mauritius na Pondicherij reeds vertrokken waaren 1000. Zoldaaten en 150. Artilleristen, en dat er ordre ontfangen was tot het aanwerven van nog 1000. Man sipaijen, word ook van elders beves„ „tigd, en volgens tijdingen van Madras zoude de Nationaale vergaedering in Frankrijk beslooten hebben om het fort en Guarnisoen van Pondicherij. grootelijks te versteuken, en dat deeze plaats steedes zal worden onderhouden in een aanzienlijken staat. § 4. Frankrijk is zeekerlijk in geen situatie dat men van dit Rijk voor eerst openbaare vijandelijkheeden te vreezen heeft, dog dat Pondicherij de relatien met kandia zal zoeken voorttezetten, en intusschen en tot dat dit Rijk andere maatregelen volgen t kan ons onder de hand al het quaet zal zoeken te berokkenen, waar toe het in staat is, daar aan is niet te twijffelen. e 5: De voorsz: versterking van het Guarnisoen van Pon„ „diche rij zal ongetwijffeld in kandia niet onbekent blijven, en daar breed worden uitgemeeten - Het is

NL-HaNA_1.04.02_3975_0587 view scan ↗

English

It is also not impossible, and in our view even not unlikely, that Mr. de Frene, when he hears that most of our troops are in the field, will make this or that movement in order to strengthen the Kandiyans in the hope of French assistance. An incident like that with Mr. de Saint Riveul would already cause a very great stir in the country, and we therefore take the liberty humbly to submit to Your High Excellencies' consideration whether Your High Excellencies might not deem it fit to direct that a pair of warships of the State with a pair of frigates, and even if it could not be otherwise, only some frigates, go to Trincomalee to remain stationed there during the campaign. Section 6. We have until now postponed giving any notice to the English of the dealings between Pondicherry and Kandy discovered by us, and shall also not do so for the present. Should circumstances nevertheless intervene that make this necessary, we shall briefly write to the Governor and Council of Madras: that we were at war with the King of Kandy and had discovered a secret correspondence between the same and the Governor of Pondicherry, tending toward entering into an alliance against us. That this design on the King's part appeared clearly from the intercepted documents, but that Mr. de Frene denied it, pretending that he had indeed written to the King of Kandy, but that it had solely been a letter of courtesy. That this discovery would compel us to close our Ceylonese harbors to French ships, of which we had considered we ought to notify them on account of the existing alliance. Section 7. The rumors that the Kandiyan Dessaves were about to go upcountry have not since been confirmed. Only the First Adigar and Dessave of the Three and Four Korales went to the Court, as it is said, to settle some discord that had arisen between the King and his brother. Meanwhile everything remains quiet in the country, and almost nothing more is heard of unusual movements. The guard posts on the frontiers are also either not occupied or only very deficiently so. Section 8. The Kandiyan Vidane mentioned in our secret letter of May 24th last has since repaired again to Sitawaka to the Chetti Nicolaas Poelle, also mentioned in this letter, and requested him once more that he would take him to Colombo, as he has done. Section 9. Having arrived here, he related, according to the note kept thereof by the First Clerk Zijbrands enclosed among the annexes, to have come to tell the Maha Mudaliyar on behalf of the Second Adigar and the Maha Mohottiar of the Court that as soon as a letter or message was received to send an embassy, one would immediately be sent, with instructions to make arrangements that the damage which the Company might have suffered through the estrangement with the Court be compensated, and that the disputes between the Court and the Company be settled. Section 10. There are many proofs at hand of the cunning of the Kandiyans and how they sometimes in a shameless manner deny and distort everything. Among others, several proofs thereof occur in their dealings with the late Governor van Eck near the river of Kandy, and because it had already been pointed out to this Vidane on his first arrival at Sitawaka by the Chetti Nicolaas Poelle that verbal messages from so petty a man as he would certainly not be credited, and that he nevertheless appeared again with a verbal message, he was therefore, and because of the known bad character of the Second Adigar, and that he is one of the courtiers most ill-disposed toward the Company, and moreover a sworn enemy of the well-known courtier, sent back with the brief verbal reply that it is not the custom for the courtiers to send such common men with verbal messages. Section 11. A short time thereafter the Maha Mudaliyar received a letter written by the well-known courtier from Kandy, a translation of which is annexed hereto marked No. 1, in which he requested that the Dessave of Colombo would send a couple of people to him to inquire after his health and to hear what further he might have to say, with the addition that if Eknelligodde Basnayake (the former Basnayake of Jaffna) or whoever else it might be should send any message, it should not be answered. Section 12. The request itself, that a couple of people might be sent to him for the aforementioned purpose, shows that the letter was written with the knowledge of the King; without that, he would not dare receive any people of ours in Kandy, and the addition that no answer should be given to Eknelligodde Basnayake or whoever they may be when they might send messages, was undoubtedly added to make us fall into the notion that the letter was sent to us as a secret advice without the knowledge of the Court. Section 13. It has therefore appeared to us that it is likely a trick of this man's enemies, who have prompted the King to have this proposal made by him now, in order that, if we complied with it after their attempts had failed, to deduce therefrom a further proof of the suspicion under which he lies, that he is too much attached to the Company, and thereby has with us a great

Dutch transcription

250 is ook niet onmogelijk, en naar ons in zien zelfs niet onwaarschijnlijk, dat de Heer de Frene wanneer Hij hoord dat onze meeste troupes te veld zijn deeze of geene beweegingen zal maaken, om de kandianen te versterken in de hoop op fransche hulpo Een voor„ ƒ val gelijk dat met den Heer de S:t Riveul zoude reets een heel groot gerucht in het land maaken, en we neemen daarom de vrijmoedigheid uw Hoog Edelheden nedrig in gedagten te geeven, of Hoogst De„ „zelve niet zouden kunnen goedvinden het daar heen te derigeeren, dat 'er een paar oorlog scheepen van den staat met een paar fregatten, en al was het ook maak indien het niet anders zijn kan alleen eenige fregatten naer Trinkonomale gingen, om ƒ daer te blijven leggen geduurende de kompagne. §6. W's hebben het tot nog toe uitgesteld om eenige kennis aande Engelschen tegeeven van de bij ons ontdekte handelingen tusschen Pondicherij en kandia en zullen dat ook voor eerst niet doen. Mogten 'er nog„ „tans omstandigheeden tusschen bij de treeden die dat noodig maaken, dan zullen we Gouverneur en Raad van Madras kortelijk aanschrijven. dat we met de koning van kandia in oorlog waaren, en eene geheime korrespondentie tus„ „schen den zelven en den Gouverneur van Pon„ „dicherij ontdekt hadden, strekkende om een verbond verbond teegens ons aantegaan. Dat dit toeleg van skonings zijde klaar bleek uit de agterhaalde stukken, dog dat de Heer de Frene het zelve ontkende, voor geevende dat Hij wel aan den koning van kandia geschreeven had, dog dat het eenelijk een brief van hoffelijkheid geweest was. Dat deeze ontdekking ons noodzaaken zoude onze Cijlonsche Havens voor de fransche scheepen te slui„ „ten, waar van we vermeend hadden hun uit hoofde der subsisteerende alliantie kennis te moeten gee„ „ven. §7. De geruchten dat de kandiasche Dessaves stonden na boven te gaan, zijn zeedert niet bevestigd. Alleen is de eerste Rijks Adigaat en Dessave van de drie en vier korles na het Hof gegaan, om zoo men zegt bij te leggen eenig onmin die er zoude zijn ontstaan tusschen de koning en zijn broeder. Intusschen blijft alles in het land stil, en hoort men bij na niets meer van onge„ „ woone beweigingen: De wagt posten op de limieten zijn ook of niet of niet dan zeer gebrekkig bezet. 18. De kandiasche vidaan vermelt bij onzen sekreeten brief van den 24. ' Meij Jongstleden heeft zig zeedert bij den nog bij dezen brief vermelden Jittij Nico„ „laas Poelle nader te situake vervoegd, en hem andermaal verzogt, dat wij hem wilde brengen na kolombo, zoo als Wij heeft gedaan= §9. piek koomende verhaalde hij blijkens de onder de bijlaagen overgaande aanteekening door den eersten klerk Zijbrands daer van gehouden, te zijn gekoomen 251 gekoomen om de Maha Modliaar uit naam vanden tweeden Rijks Adigaak en den Mala Molotcaar van het Hof te zeg„ „gen, dat zoo dra er schrijvens of een boodschap ontfangen wierd om een Ambassade te zenden, die aanstonds zoude gezonden worden, met last om schikkingen te maaken, dat de schaade die de komp: door de verwijdering met het Hof mog„ „te geleeden hebben vergoed wierde, en dat de verschillen tusschen het Hof ende komp. wierden bijgelegd. § 105 Van de list der kandianen en hoe ze zomtijds op eene onbe„ v schaamde wijze alles ontkennen en verdraaijen, zijn meenige blijken voor handen. Daarvan koomen onder anderen verschijde bewijzen voor in hunne handelin„ „gen met den Hoogzaligen Heer Gouverneur van Eck bij de rivier van kandia, en wijl aan dezen vidaan bij zijn eerste komst te situake door den settie Nicolaas Poelle reeds was voorgehouden, dat aan mondelinge boodschappen van zoo een gering Man als Hij zeeker„ lijk geen geloof zoude worden gegeeven, en dat Hij des niet te min wederom met een mondelinge bood„ „schap verscheen, is wij daarom, en om 't bekend slegt karakter van den tweeden Rijks Adigaar, en dat Wij is een der meest kwaad gezinde Hofsgrooten teegens de komp:e, en daar bij een geslaagen vijand „ van den bekenden Hofsgroote, tertig gezonden met het kort mondeling antwoord, dat het geen gebruik is dat de Hofsgrooten diergelijke gemeene Men„ „schen afzenden met mondelinge boodschappen; §11. Een tijd lang daar na ontfing de Maha Modliaar een briefje van den bekende Hofsgroote uit kandia geschreeven m geschreeven, waar van de vertaaling hiernevens gaat gem: N:o 1: waar bij Hij verzogt dat de Dessave van kolom„ „bo aan hem wilde zenden een paar luiden, om na zijn gezontheid te vraagen, en te verneemen wat hij verder mogte te zeggen hebben, met bijvoeging, dat zoo Eknel„ „ligodde Basnaijke /: de geweeze Basnaijke van Iaffregam:/ of wie het anders mogte zijn eenige boodschap zoud daar op niet moeste worden geant„ woord. §12. Het verzoek zelve, dat aan hem ten voorsz: einde een paar lui„ den mogten gezonden worden, toond aan dat het briefje met kennis vanden koning geschreeven is zonder dat zoude hij geene louiden van ons in kandia durven ont„ „fangen, en het bijvoegsel dat nog aan Eknelligod de Basnaijke of wie ze moogen zijn wanneer ze bood„ schappen mogten zenden, geen antwoord moeste worden gegeeven, is er ongetwijffelt bij gezet, om ons te doen vallen in de gedagten, dat het briefje als een geheim advies buiten kennis van het Hof aan ons gezonden wierd. § 13 Het is ons dies voorgekoomeen, dat het waarschijnlijk is een streek van deezen Man zijne vijanden, die de koning hebben ingeboesend om dit voorstel nu door hem telaaten doen, ten einde zoo we daer aan na dat hunne poogingen mislukt waeren, voldeeden, daar uit aftelijden een nader bewijs van het vermoeden waar onder wij legd, dat hij de komp:s te veel is toegedaan, en daar door bij ons heeft een groote 6

NL-HaNA_1.04.02_3975_0591 view scan ↗

English

great influence, and because moreover and even beyond this consideration the sending of appuhamies to the Court would cause a great commotion throughout the country, and would immediately be interpreted by the Court as if we had sued for peace, we believed we were also obliged to decline this proposal, just as was done in the reply of the Maha Mudaliyar which is transmitted among the enclosures marked No 2. § 19. And although this proposal has since been repeated once more by the aforementioned known Court grandee in the note also enclosed herewith marked No 3, which at the end contains a similar warning as note etcetera, it has for the same reasons been declined further by a second note from the Maha Mudaliyar, which also goes among the enclosures and is marked No 4; it is only added thereto that if the known Court grandee sends a couple of appuhamies to inquire after the health of the Governor, this courtesy will undoubtedly be acknowledged by sending two sabandar appuhamies to greet him on behalf of the Governor. § 15. That the Court, disappointed up to now in all its undertakings and not finding at Pondicherry that prompt help and support of which the emissaries undoubtedly boasted extensively, would be well inclined to settle matters for the present, if we took the first steps thereto, does not appear improbable to us. § 16. But this we think we must absolutely not do. This would ruin everything if we want to stipulate anything of the like from the Court, and that this be done is nevertheless necessary, if the Company at the first rupture with France does not wish to run the risk of being attacked from within and from without at the same time. § 17. If, therefore, the Court does not come round in the meantime by the means already employed, so that one can come to an agreement with it in a manner capable of preventing this, there is no other way than to compel it thereto by force of arms, and if one cannot wipe it out entirely, at least to weaken it to such an extent that it cannot do us any harm. § 18. The King's subjects are, according to all unanimous reports, generally very dissatisfied both with the lack of salt and with many other vexations inflicted upon them, and are, as it is said, for a large part very inclined to come under the sovereignty of the Company. This, added to the present condition of France, is such a favorable circumstance that we are humbly of the opinion that the Company ought to make use of it. § 19. Trifles, which cannot truly weaken the Court, will not noticeably improve the Company's position and especially the security thereof, and even much less concessions from the Court, insofar as it remains within its power to prevent the Company from the actual exercise thereof. § 20. For this reason, and because probably for a long time no point in time is to be expected wherein so many various favorable circumstances coincide as do now, we think that this opportunity should now be seized to carry into execution the plan of the late Right Blessed Lord Governor van Eck inserted in the Ceylon secret Resolution of 27 March 1765, insofar as it serves to divide the Kandyan interior lands, and to grant them under the sovereignty of the Company as hereditary fiefs. § 21. We would abuse the attention of Your High Excellencies if we wished to recount here all the reasons and motives that recommend the adoption of such a plan. They are described very circumstantially in our humble secret letters to Your High Excellencies of 31 March and 17 May 1765, and have in particular been argued in so succinct and complete a manner in the Resolutions of Your High Excellencies themselves of 24 June 1765, that we have nothing to add thereto, nor to the advice of the late Councillor Ordinary Schreuder which is inserted in Your High Excellencies' Resolution of 4 June 1764, wherein various indications appear that demonstrate the high necessity of such a plan. § 22. We shall therefore only occupy ourselves here with the manner in which we think this plan ought to be undertaken and executed. § 23. If things turn out well enough to abolish the royal dignity entirely in time, that is all the better, but in order to show as much moderation for the present as can be done, and out of consideration for the prejudices that might arise against us if we declared our ultimate objectives right now, we think that the Company for the present, in accordance with the advice of the first undersigned Governor which is inserted in our secret Resolution of the 5th of this month, ought to limit itself to declaring itself sole Lord of the lowlands, namely the Disavanies of the Seven Korales, the Three and Four Korales, and Sabaragamuwa, as also of the small Disavany of Bulatgama which is situated between the Three Korales and the Balana, further of the Matale Disavany, up to the districts of Harispattuwa, Dumbara, Pansiyapattuwa, Tammankaduwa and the Disavany of Vellassa. § 24. In subjecting these lands to us, the mountains of Balana, of which Adam's Peak is the highest summit, from the southernmost part of these mountains up to Giriagama in the Seven Korales where the late Mr van Eck passed these mountains when he took Kandy, constitutes our eastern boundary on this side of this Island. § 25. From the east side of these mountains the Kandyan river constitutes the boundary up to the Disavany

Dutch transcription

252 groote infleuentie, en wijl boven dien en zelfs buiten deeze konsideratie het afzenden van appoelamiees na het H of een groot gerucht, door het land zoude maaken, en door het Hof aanstonds zoude zijn uitgelegt als of we om de vreede verzogt hadden, hebben we gemeend ook dit voorstel te moe„ „ten deklineeren, zoo als gedaan is bij het antwoord van den Mala Modliaar dat onder de bijlaagen overgaat gemerkt N:o 2. § 19. En schoon dit voorstel door den voorsz: bekenden Hofs groote zeedert nog eens is herhaeld bij het nog hiernevens leg„ „gende briefje gem: N:o 3. dat aan het einde eene zoort„ „gelijke waarschouwing heeft als het briefje et:a s, is het om dezelfde reeden naader gedeklineerd bij een twee„ „ de briefje van de Mala Modliaar, dat ook onder de bijlaagen gaat en gemerkt is N. o 4. alleen is daar bij ge„ „zet, dat wanneer de bekende Hofsgroote een paar appoe„ „lamies afzend, om na de gezontheid van den Gouver„ „nelk te verneemen, deeze beleeftheid ongetwijffelt zal worden erkent door het afzenden van twee saffuemadoe appoehamies, om hem van weegens de Gouverneur te begroeten. § 15. Dat het 4of tot hier toe in alle deszelfs onderneemingen gedesappointeerd en te Pondicherij niet vindende die spoedige hulp en ondersteuning, waar van de evei„ kers ongetwijffeld breed hebben opgegeeven, welgeneigt zoude zijn om voor het teegenswoordige de dingen bij teleggen, zoo we daer toe de eerste stappen deeden, komt ons niet onwaarschijnlijk voor. Dog. § 16. Dog dit denken we volstrekt niet te moeten doen. Dit zoude alles bederven, zoo we iets de gelijks van het Hof bedingen willen, en dat dit geschied is nogtans noo„ dig, zoo de komp:e bij de eerste reiptuur met Frankrijk niet wil loopen het gevaak, om van binnen en van bui„ „ten tegelijk te worden aangelast. §17. Indien dus het Hof door de reeds te werk gestelde mid„ delen intusschen niet bijkomt zoo dat men zig met het zelve verdraagen kan op eene wijze in staat om dit teverhoeden is 'er geen andere weg dan het zelve door de wapenen daar toe te dwingen, en zoo men het al niet geheel uitvoeijen kan, ten minsten zoo verre te verzwakken dat het ons geene schaade doen kan. § 18. skonings ingezeetenen zijn naar alle een stemmige berichten over het algemeen zeer te onvreede zoo over het zout gebrek als over veele andere kwellingen die hun worden aangedaan en zijn zoo men zegt voor een groot gedeelte zeer geneigt te koomen onder de souve„ „raneteid van de komp:s Dit gevoegt bij de teegens„ „woordige toestand van Frankrijk is een zoo gunstige omstandigheid dat we nedrig van gevoelen zijn dat de komp: daer van behoord gebruik te maaken. §i Klijnigheeden, die het tof niet werkelijk verzwakken kunnen skomp:s staat en inzonderheid de zeekerheid daar van niet merkelijk verbeteren, en nog veel minder koncessien van het Hof, in zoo verre het in het vermoogen van het„ „zelve blijft, om de komp: de daadelijke exercitie daer van tebeletten. Hier 253 § 20 Hhier om, en wijl waarschijnlijk in langs geen tijd stip te wag„ „ten is waar in zoo verscheidene gunstige omstandigheeden dan tans tezaamen loopen zoo denken we dat deeze gele„ gentheid nu behoord te worden waargenoomen om ter uitvoek te brengen het plan van wijlen den Hoog Zaligen Heer Gouverneur van Eck geinsereerd bij de Cijlonsche sekreete Resolutie van den 27. ' Maart 1765. in zoo verre het zelve strekt om de kandiasche binnen landen te verdeelen, en ze onder de souverainiteid van de komp. e uit tegeeven als erflijks leenen. § 21. WWe zouden de aandagt van uw Hoog Edelheden misbrui„ ken indien we hier wilden ophaalen alle de reedenen en motiven die het adopteeren van zulk een plan aanraaden De zelve zijn zeek omstandig beschreeven. bij onze nedrige sekreete brieven aan uw Hoog Edel„ heden van den 31:' Maart en den 17. Meij 1765. en zijn inzonderheid bij de Rezolutien van uw Hoog Edelheden zelve van den 24:' Junij 1765. op zoo een bondige en vol„ „leedige wijze betoogd, dat wij daar bij en bij het advies van wijlen den Heer Raad ordinair schreuder dat g'inserkeerd is bij uw Hoog Edelheden Rezolutie van den 4: Junij 1764. waar bij verschijde aanwijzingen voorkoomen, die de hooge noodzaekelijkheid van zulk een plan aantoonen, niets te voegen hebben. § 22: We zullen ons dus hier alleen beezig houden met de wijze, hoe we denken dat dit plan behoord te worden ondernoomen en uitgevoerd. Vallen E § 23. Vallen de dingen goed genoeg uit om met er tijd de koningleij„ „ke waardigheid geheel afteschaffen, is dat des te beelek, dog om voor het teegenwoordige zooveel gematigtheid te toonen als geschieden kan, en uit menagement voor de vooroordeelen die teegens ons zouden kunnen ontstaan zoo we onze eind oogmerken nu aanstonds verklaar„ „den, denken wa dat de komp: zig voor het teegenswoor„ „dige overeenkomstig met het advies van den eerst onder geteekenden Gouverneur dat in onze sekreete Rezol „tie van den 5:' deezer, is geinserkeert, zoude dienen te bepaalen met zig alleen te verklaaren Heer van de benede landen teweeten de Dessavonien van de Zeven korles, de drie en vier korles, en de saffue„ „gam, als meede van de klijne Dessavonie van Bolatgamene die tusschen de drie korles en de Ballane geleegen is, voorts van de Matelesche Des„ „savonie, aande landschappen Harisipattoe, Doembh pansipattoe, Tammekade wewe en de Dessavonie van Wellitje. 124. Met ons deeze landen te onderwerpen, maakt het ge„ „bergte van Ballane, waar van Adamspiek de hoogste top is, van het zuidelijkste gedeelte van dit gebergte af tot na Giriagamme in de zeven korles daar de Heer van Eck zal: dit gebergte gepasseert is, toen bij kandia genoomen heeft, onze oostelijke g'renden aan deeze kant van dit Eiland uit„ §: 25: van de oostkant van dit gebergte afmaakt de kan„ „diasche rivier de grensen uit tot aan de Dessavo„ „nie

NL-HaNA_1.04.02_3975_0595 view scan ↗

English

254 vany of Matele, and this Dessavony, the district of Tamme kadewerve and the Dessavony of Wellitje form the further borders, up to the river of Koemekan, which separates the Panoan lands belonging under Battikalo from the Magampattoe belonging under the Matara Dessavony. § 26: Kandia is thereby cut off from all its Northern possessions, of which the Noegeri and Soevlie Woannie form the principal parts, and presumably these possessions would thereby come under the sovereignty of the Company as a matter of course. § 27: The Kingdom of Kandia then consists mainly of the Dessavonies of Oewa, Oedepalatte, and Walaponohoij, and the Kandian inland territories Jattenoewere, Oedoengewere, Hewalettie, and Toenpoene. § 28. To make this clearer, we attach hereto a piece from the Ceylon map, on which the borders between the present possessions of the Company and the King's lands are indicated with a green line, and the borders which the Kandian Kingdom obtains in the aforesaid manner with a black dotted line. § 29. To make this plan succeed better, it will be necessary, at the same time as we carry our arms into the King's land, to have a manifesto published, drafted approximately after the draft that lies attached hereto, in which are indicated the reasons why the Company could no longer leave matters to passive measures, and therefore had to resolve upon active measures, with the addition of what is necessary on this occasion for the information of the Chiefs of the country and the inhabitants. § 30: We shall have the Army advance as soon as it can be done through the Three and Four Korles to Ganatenn at the foot of the Ballane, where there is an ample and good place to be able to camp, and which place lies no more than 12 or 14 hours from Roeanelle, up to where one can transport everything by water, and where for that reason the main Magazine will be established. § 31: On the march to Ganetenne we shall at the same time occupy ourselves with subjecting the Three and Four Korles to the Company, by good means if it can be done, or otherwise by force; we shall immediately make arrangements as much as possible concerning the country's Government, and as soon as this has taken place and the Army is established at Ganetenne, have correspondence opened with Trinkonomale, and if possible also with Battikalo, regarding which we have already conferred with the Major and chief of Trinkonomale Fornbauer and the chief of Battikalo Burnand by a letter of the 12th of this month, a copy of which is attached hereto, and to which we request to be allowed to refer in this regard. The 255 § 32: The detachment that is used to open this communication can march from Ganetenne along the foot of the Ballane to Giriagamme and there or thereabouts, where it is easiest to cross the Ballane. § 33: In the march through the Matara Dessavony it shall have the above-mentioned manifesto published, and have the sovereignty of the Company recognized, unless this should delay the march too much, in which case this can take place after this detachment will have joined with the Trinkonomale troops and placed itself under the orders of Major Fornbauer, who can then do this with these united troops; § 34: In order not to divide the troops too much, instead of sending a detachment from this side to the Seven Korles to publish the manifesto there as well and have the Company's sovereignty recognized, we shall have the troops that lie at Putolang, and must be used with the main Army, march through the Seven Korles via Koernagalle at the same time as the detachment from Ganetenne marches through the Seven Korles to the Matara Dessavony, in order that these two detachments can assist each other if necessary. § 35: With the Saffregam we intend provisionally and until one sees how things turn out not to concern ourselves further than not only to ensure that the manifesto also becomes known there. § 36: The publication of a manifesto, drafted more or less after the aforesaid Draft, we think is absolutely necessary; without it the inhabitants remain in an uncertainty that cannot but be harmful to our prospects. In order to join us they need to know our intentions, and to encourage both the chiefs of the country and the inhabitants thereto, they need to know the fate they have to expect under the sovereignty of the Company. § 37: Moreover, we think that such a bold step supported by a good Army will considerably disconcert the Court of Kandia, and in particular the King, who, out of fear that his Dessaves, encouraged by the improved conditions offered to them by us in the manifesto and already dissatisfied with the great influence of the Malabars, might sometimes abandon his party, will likely find it objectionable to send them far from the Court and out of his sight; and if the manifesto among the lesser Chiefs and the inhabitants also initially produces nothing other than that they keep quiet in the uncertainty of how things may turn out, much has already been gained. § 38: Whether, being at Ganetenne, one ought to take Kandia immediately, seems to us a point of very great deliberation, and in which one will have to adapt to the circumstances of matters. § 39: By merely threatening Kandia with the presence of a detachment encamped at the foot of the Ballane, we leave to the King the Care of having to guard that place, and thereby place him under the necessity of having to assemble a large part of his force for that purpose

Dutch transcription

254 „nie van Matele, en deeze Dessavonie, het landschap Tamme kadewerve en de Dessavonie van Wellitje maa„ „ken de verdere grensen uit, tot aan de rivier van koe„ „mekan, die de Panoeasche landen gehoorende onder Battikalo scheid van de Magampattoe gehoorende on„ „der de Materesche Dessavonie. §: 26: kandia word daar door afgesneeden van alle deszelfs Noordelijke bezittingen, waar van de Noegeri en soevlie woannie de voornaamste gedeeltens uitmaaken, en vermoedelijk zouden deeze bezittingen daar door als van zelve koomen onder de souverainiteid van de somp: §: 27: Het Rijk van kandia bestaet dan hoofdzaekelijk uit de Dessavonien van oewa oedepalatte en Walaponohoij, en de kandiasche binnen landen Jattenoewere, oe doen ge„ were, Hewalettie en Toenpoene. §: 28. Om dit te duidelijken te maaken, voegen we hier nevens een stuk uit de Cijlonsche kaart, waar op de grensen tusschen de teegenwoordige bezittingen van de komp: en 'skonings landen zijn aangeweezen, met een groe„ „ne streep, en de grensen die het kandiasche Rijk op de voorsz: wijze krijgt met een swart getittelde lijn. §: 29. Om dit plan te beeter te doen reusseeren, zal het noodig zijn tegelijker tijd dat we onze wapens overbrengen in 'skonings land te doen publiceeren een manifest, na genoeg ingerigt na het concept dat hier nevens legt, waer bij zijn aangeweezen de reedenen, waar„ „om de komp: het niet langer bij passive middelen heeft heeft kunnen laaten, en daarom tot active middelen heeft moeten besluiten, met bijvoeging van het geen in deeze geleegentheid noodig is tot onderrigting van de Hoofden des lands en de ingezeetenen. §: 30: De Armee zullen we zoo spoedig het geschieden kan door de drie en vier korles laaten oprukken na Ganatenn aan de voet van de Ballane, daar een ruime en goede plaets is om te kunnen kampeeren, en welke plaats niet meer dan 12. of 14. uuren legt van Roeanelle„ tot hoe verre men alles te water transporteeren kan„ en alwaar om die reeden het hoofd Maguazijn zal =worden aangelegt. §: 31: In den opmarsch na Ganetenne zullen we ons tege„ lijker tijd beezig houden met de drie en vier korle aan de komp: te onderwerpen, met goede zoo het geschieden kan, of anders met geweld, we zullen ten eersten zoo veel mogelijk schikking maaken over 'slands Regeering, en zoo dra dit geschied is, en de Armeete Ganetenne is g'etablisseerd, de korrespondentie doen openen met Trinkoiromale, en des mogelijk ook met Battikalo, waar over we bereids hebben onderhouden de Maijoor en chef van Trinkonomale Fornbauer en het opperhoofd van Battikalo Burnand bij een brief van den 12. dezer, die in kopij hiernevens gaat, en waaraan we verzoeken ons dien aangaande hier temoogen gedraagen. Hel 255 §32: Het detechement dat tot het openen van deze kommunikatie word gebruikt, kan van Ganetenne langs den voet van de Ballane marcheeken na Giriagamme en daar of daar omstreeks, daar het gemakkelijkste is de Ballane passeeren. §: 33: In de doormaksch door de Matelesche Dessavonie zal het het, hier boven gem: manifest doen publiceeren, en de sou„ verainiteit van de komp:s doen enkennen, ten zij dit de marsch te veel op houden mogt, wanneer dit geschieden kan nadat dit detachement met de Trinkonomaalsche troupen zal zijn gekonjungeert en zig gesteld hebben on„ dit de orders vanden Majoor Fornbauer, die als dan dit doen kan met deeze vereenigde troupes; §: 34: Om de troupes niet teveel te verdeelen, zullen we in steede van een detachement van deeze kant te zenden na de zeven korles om ook daer het manifest te publiceeren en 'skomp:s souverainiteid te doen er kennen, de trou„ pes die te Putolang leggen, en bij de hoofd Anmée moeten worden gebruikt, laaten marcheeren door de zeven korles over koernagalle tegelijker tijd dat het detachement van Ganetenne door de zeven korles na de Matelesche Dessavonie marcheerd, ten einde dee„ ze twee detachementen zoo het noodig is malkanderen kunnen sekondeeren. §: 35: Met de saffregam denken we ons bij provisie en tot dat men ziet hoe de dingen uitloopen, niet verder te bemoeijen dan niet alleen te zorgen, dat ook het manifest daet bekend word. §: 36: Het publiceeren van een manifest, ingerigt min of meer na het voorsz: Concept denken we dat volstrekt noodig noodig is zonder dat blijven de ingezeetenen in een onzeker„ „heid die aan onze uitzigten niet dan schaadelijk zijn kan. ƒ Om ons bij te vallen dienen ze onze uitzigten te weeten, en om zoo wel de hoofden des lands als de ingezeetenen daar toe aantemoedigen, dienen zi het sort te weeten dat ze onder de souverainiteid vande komp: te wagten hebben. §: 37: Bovendien denken we, dat zulk een Houte stap ondersteun door een goede Armee het Hof van kandia merkelijk zal de koncerteeren, en inzonderheid de koning, die uit bedugting dat zijne Dessaves aangemoedigt door de verbeterde konditien, die hun bij het manifest door ons worden aangebooden en reeds misnoegd over de groo„ „te influentie van de Mallabaaken, zomtijds zijn partij mogten verlaaten, het waerschijnlijk, bedenkelijk zal vinden, om ze verre van het Hob en buiten zijn oog te zen„ „den, en zoo het manifest bij de mindere Hoofden en de ingezeetenen ook voor eerst niets anders voortbrengt dan dat ze in de onzekerheid hoe die dingen kunnen uitvallen zig stil houden, is 'er reeds veel gewonnen. §: 38 Of men te Janetenne zijnde aanstonds kandia behoord te neemen, schijnt ons een point van heel veel bedenking, en waar in men zig naar de omstan„ digheiden van Zaaken zal moeten schikken. §: 39: Door Kandia alleen te drijgen met de presentie van een ditachement aan de voet van de Ballane ge„ „kampeert, laaten we aan de koning de Zorg om die plaats te moeten bewaaken, en brengen hem mids dien in de noodzaakelijkheid om daar toe een groot gedeelte van zijn magt te moeten bij malkande„ „ren

NL-HaNA_1.04.02_3975_0599 view scan ↗

English

256 keep them, whereas on the other hand we must employ a large portion of our troops, whom we can better make use of elsewhere, to take and hold kandia, and with all these considerations we remain much more masters of our operations if we do not take kandia, because with the taking thereof many things are submitted to the preservation of this place. Moreover, kandia, when it is necessary in time, can with less trouble be taken from the district of Haresie pattoe, from which a good and fairly easy road leads to kandia. Section 40. In order to keep the interior in check and even kandia itself, if matters in time are so disposed that this place remains untouched, it will be necessary to erect a fort not far from kandia, nearly in the middle of the Island, which moreover can be of extensive use in the general defence of Ceilon, as an intermediary place between kolombo and Trinkonomale. Section 41. The aforesaid plan is certainly rather extensive. The undertaking thereof is, we gladly admit, a matter of great weight, and one would even create an illusion for oneself if one imagined that one would find no difficulties in the execution thereof. Section 42. Yet through courage, steadfastness, and conduct, one overcomes much, especially among a people who, of all the Indian nations, are held to be the most cowardly when attacked with vigor and dispatch. The previous war provides a striking proof of this. Section 43. Major Frankena had in kandia a garrison that was soon worn out by hunger and distress. Right from the beginning we lacked, so to speak, everything, even a sufficient supply of rice, so much so that not only to the native troops, but even to the Europeans, for a long time the ration of one parra of rice or two parras of nelie could no longer be fully provided. Section 44. With this, almost without any other side dish, the common soldiers, both healthy and sick, and even the officers had to manage, and this weakened the men to such a degree, and caused so great a multitude of them to fall ill, that according to the kandian daily register, more than two months before the withdrawal, there were not 100 healthy Europeans left capable of performing duty. With the native troops it was proportionally the same, so that at last the guards could no longer be relieved. Section 45. In this fatal condition, arising solely from lack of provisions, Major Frankena had all the force of the kandians upon his neck. Daily, and sometimes twice a day, he was attacked with great shouting by the singalese, led by their Dessaves and other chiefs, from the forests and from the mountains in the midst of 257 which kandia is situated; and however great the number of attacks was, they were always repulsed, almost without any loss on our side, merely by small patrols which at last could be drawn from no others than the exhausted men standing guard. Section 46. Finally, having nothing left, and now so starved and worn out that even the Europeans appeared repeatedly before the quarters of Major Frankena to complain of their condition in so pitiful a state that it forced tears from his eyes, he was obliged, for that reason and for no other, to abandon kandia. And this he did with this exhausted garrison in a very unfavorable season, through difficult roads and over dreadful mountains, continually pursued by all the force of the kandians, with an unbelievably small loss in comparison with the oppressive circumstances with which he had to struggle. On this occasion in particular, merely a small number of brave and healthy men could, so to speak, have entirely finished off these remnants of the kandian garrison. Section 47. The fruit of the first campaign and of the taking of kandia seemed hereby lost. The Court, which had time to recover and had now once again taken possession of kandia, was nevertheless so discouraged that, far from turning these advantages to its profit, it did not have the heart to have a single shot fired at the corps of Major Duflo, which marched several months thereafter. It allowed it to advance unmolested through the Seven korles and the Matelesche Dessavonie, to, so to speak, the very gates of kandia, and instead of resisting, it sent ambassadors to beg us for peace in a cowardly manner. The Court was so humbled that it wrote to these ambassadors, after they had been here a short time, by an ola that was accidentally intercepted, that they must make peace, cost what it may. Section 48. If one should nevertheless find in the execution that carrying out all the aforesaid in its full extent is not possible, one must then at least try to remain master of the seven korles, of the Matelesche Dessavonie, and of the district of Tammekadewewe, whereby the Company's eastern and western possessions are united with one another through the middle of the Island, and kandia is removed rather far from the sea, both on the west and on the east side of the Island, and is thereby cut off from its northern possessions, from which the kandians, particularly if Trinkonomale were attacked, could do us very great harm. Section 49. We do not think so, but since matters might nevertheless become disposed in such a way that srie sanga Sarie could be of some service to us with this divided and superstitious people, and since he is at Batavia, where he was sent only in order to

Dutch transcription

256 „ren houden waar en tegen we een goed gedeelte van onze trou„ „pes die we elders beeter kunnen besteeden moeten gebruiken om kandia te neemen en te bewaaren, en bij alle deze kon„ „sideratien blijven we veel meer meester van onze ope„ natien, wanneer we kandia niet neemen, wijl met het neemen daar van veele dingen worden gesubmit„ „teerd aan het behoud van deeze plaats. Bovendien kan kandia wanneer het inder tijd noodig is met minder moeijte genoomen worden uit 't landschap Haresie pattoe uit dewelke een goede en vrij gemakkelijke weg na kan„ „dia leijd. §: 40: Om de binnen landen in teugel te houden en ook zelfs kan„ „dia zoo de dingen in der tijd daar na gedisponeert zijn, dat deeze plaats onaangeroerd blijft, zal het noodig zijn om niet verre van kandia na genoeg in het midden van het Eiland een fort aante leggen, dat boven dien van een uit gestrekt niet kan zijn in de algemeene deffensie van Ceilon, als een intek„ „mediaire plaats tusschen kolombo en Trinkonomale, §: 41: Het voorsz: plan is zeekerlijk vrij wat uitgestrekt Het onderneemen daar van is, we bekennen het gaarne een zaak van veel gewigt, en men zoude zig zelfs een alusie maaken, zoo men zig verbeelde, dat men in de uitvoering daer van geene zwaarigheeden zoude kunnen vinden. §42 Dog door moed stantvastigheid en beleed, komt men veel te booven, inzonderheid bij een volk, dat on„ „ der alle de Jndiasche Natien voor het laphartigste gehouden v gehouden word, wanneer het met vigeur en voortvaarent„ „heid word aangetast De voorgaande oorlog leeverd daar van een spreekend bewijs uit. §43 De Majoor Frankena hadde in kandia een guarnisoen dat spoedig wierd afgemat door longer en kommek: Reec„ van den beginne af, hadde wij om zoo te spreeken aan alles gebrek, zelfs aan een genoegzaame voorraad van rijst, zoo zeer, dat niet alleen aan de Jnlandsche troupen maar zelfs aan de Europeeschen, een geruimen tijd, het randsoen van een parra rijst of twee parras „nelie, niet meer vol uit konde worden verstrekt. § 44: Hier meede zonder bij na eenige andere toespijs moesten de gemeenen, zoo gezonde als zieken, en zelfs de officieren zig behelpen, en dit verzwakte het volk der maaten, en deed een zoo groote meenigte daar van ziek worden, dat volgens het kandiasche dag register, meer dan twee maanden voor de opbraake, ik geen 100. gezonde Europeeschen meer waaren in staat om dienst te doen. Met de inlandsche troupes was het na proportie even zoo gesteld, zoo dat op het „laast de wagten niet meer konden worden afgelost: §45 In deze noodlottige toestand, alleen ontstaan uit ge„ „brek van leeftogt, had de Marjoor Frankena al het geweld van de kandianen op den hals- Daegelijks en zomtijds twee maal 'sdaags wierd hij door de singa „leesen, aangevoerd door hunne Dessaves en andere Hoofden, met groot geschreeuw aangevallen uit de bossen en van de gebergtens in het midden van 257 §: 47 van dewelke kandia geleegen is en hoe groot, ook het getal der aanvallen was, wierden ze alleen door klijne patrouilles, die op het laast, niet andere konden genoo„ „men worden dan uit het op de wagt staande afgewaakt volk, telkens bij na zonder eenig verlies van onze zijde gerepousseert. §: 46. Eindelijk niets meer hebbende, en nu zodanig uitgelon„ gert en afgemat, dat zig zelfs de Europeesen temeer ma „len voor het quartier van de Majoor Frankena kwam vertoonen om zig te beklaagen, over hun toestand in zoo een deerlijke gestalte, dat het hem de traanen uit de oogen persten, moest hij daarom en om geen ander reedenen kandia verlaaten, en dit deed hij met dit afgematte guarnisoen in een heel ongunstig saisoen door moeijelijke weegen en over verschrikkelijke geberg„ „tens, steeds door al het geweld der kandianen vervolgd, met een onbegrijpelijk klijn verlies in vergelijk van de drukkende omstandigheeden, waarmeede hij te worste, len had. In deeze geleegentheid in zonderheid, hadde alleen een klijn getal moedig en gezond volk deeze debris van het kandiasche guarnizoen om zoo te spreeken geheel kunnen afmaaken. De vrugt van de eerste kampagne en van het neemen van kandia leeken hier meede verlooren. Het Hof dat tijd had zig te herstellen, en nu wederom op nieuw bezit genoomen had van kandia, was des niet tee„ „genstaande zoo moedeloos, dat het verre van zig deeze voordeelen ten nutte te maaken, het hart niet hadde een enkeld schot te laaten doen op het korps van Cm . van den Majoor Duflo dat eenige maenden daer na is ge„ marcheerd. Het liet het ongemoeijd voortrukken door de Zeven korles en de Matelesche Dessavonie, tot om zoo te spreeken voor de Poorten van kandia, en in steede van zig te ver„ weeken zond het Ambassadeurs om ons den vreede op eene lafhartige wijze aftebidden. Het Hof was zoo verootmoe„ „digt, dat hiet aan deeze Ambassadeurs nadat ze een korten tijd hier waaren geweest, bij een ola die toevallig is g'intercepteerd, schreef, dat ze vreede moesten maa„ „ken, het koste wat het koste. §: 48: Mogte men nogtans in de exekutie bevinden, dat de uit„ „voeking van al het voorgeschreevene in zijne geheele uitgestrektheid niet mogelijk is, dan zal men ten minsten moeten zien meester te blijven van de zeven korles, van de Matelesche Dessavonie, en van het landschap Tam„ „mekadewewe, waer door 'skomp:s oostelijke en weste„ lijke bezittingen door het midden van het Eiland heen worden vereenigd met malkanderen, en kandia zoo wel aan de west als aan de Oostkant van het Eiland tamelijk verke van de zee word verwijderd, en daar bij word afgesneeden van desselfs Noordelijke bezit„ tingen, waar uit de kandianen wanneer in zon„ „derheid Trinkonomale wierd aangetast, ons heel veel nadeel zouden kunnen doen. §: 49: We denken, het niet, dan wijl nogtans de zaaken daar na zouden kunnen gedisponeerd raaken, dat srie sanga Sarie ons hier bij een tweepagtig en bij geloo„ „vig volk van eenigen dienst zoude kunnen zijn, en dat hij tog te Batavia daar wij alleen gezonden is om N 1

NL-HaNA_1.04.02_3975_0603 view scan ↗

English

to comply with the request of the Court, which will cause us difficulty, we request Your High Excellencies that we may be sent back to Ceilon at the earliest opportunity. Paragraph 50: In particular to convey to Your High Excellencies our humble considerations regarding the necessity that some warships of the state be stationed at Trinkonoma, we thought it our duty to take upon ourselves to dispatch the small vessel het Meeuwtje, which currently lies at Trinkonoma, to Batavia. This small vessel is a very well-sailing craft, and if Your High Excellencies would be so good, as we very respectfully request, as to use the same to convey Your answer and any further orders that Your High Excellencies might deem necessary to give us, it can, if the outward and return journey is somewhat prosperous, be back here by the end of October or mid-November, and thus before the campaign begins. Paragraph 51: When Your High Excellencies send us the 600 easterners that are still missing from the 1000 men we took the liberty of requesting from Your High Excellencies for the assistance of Ceilon, we think we shall be able to manage with them for the time being. However, because many of the number that can be brought into the field are continually lost through illness and death, this ought to be replenished by other troops, and if that part of the Regiment of Wurtenburg that is on Java can be spared, we very respectfully request that it may be sent for the further reinforcement of Ceilon, or otherwise other troops in their stead. Paragraph 52: The Madurese and Sumenapers are certainly very good troops, and we desire no better, but nevertheless, in order not to have too many of the same nation on Ceilon, we take the liberty of humbly submitting for Your High Excellencies' consideration whether, in sending further eastern troops, it might not be possible for them to be drawn from other nations. Paragraph 53: Of the silver coin species that Your High Excellencies were so good as to send us to the amount of f336480.-.-, nothing has been used for the administration up to now. However, in order to enable some people to purchase rice for the convenience of the community, and also to exchange some copper money because our mint could not strike enough, a sum of f52698.-.- has been employed from it, on which 50 percent has been advanced in a manner that caused no stir, and thus gave no offense to anyone. In addition, we had to employ f60000.-.- from it for the continuation of the linen trade, and the remainder thereof thus amounts to only f223782.-.-. Paragraph 54: And since our ships from the Netherlands have not arrived up to now, we very respectfully request Your High Excellencies, in case You do not know with certainty whether the Gentlemen Masters have sent us the necessary cash directly, to assist us with another four tons or so of gold or silver coin species. Paragraph 55: And since also, through the transportation of rice into the interior, a good portion of it is wasted, and we might at times run short of grains, all the more because we think we have little to expect from Koetsiem, we furthermore very respectfully request Your High Excellencies, over and above the 2000 lasts of rice that we requested in our humble requisition of 26 January of this year, to also send us 3 to 400 lasts. Paragraph 56: In order to encourage him all the more to make a speedy outward and return journey, in the hope that Your High Excellencies will favorably approve this, we have promised Captain de Boer a premium of 1000 rixdollars if he is back before the end of upcoming October, and half of this premium, or 500 rixdollars, if he is back before the end of November, and we have promised him in addition that we would repeat to Your High Excellencies our request, as we take the liberty of doing hereby, that Your High Excellencies please designate him for a return ship to sail home by way of Ceilon, either with the upcoming first or with the second consignment, as may best suit. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity. Below stood: As before. Was signed: D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samlant. In the margin: Kolombo, 24 July 1792. Was signed: W: F: van de Graaff, M: P: Raket, Hijbrands. Agrees: Eiklerk. Batavia To His High Excellency The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the state of the free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and The Right Honorable, Severe Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Right Honorable, Severe Lords. Section 1. We had the honor to receive the highly respected secret letters with which we were favored by Your High Excellencies on 4 and 30 May, 15 June, 20 and 27 July, 7 August, and 27 September. Section 2. First of all we shall take the liberty

Dutch transcription

258 om te voldoen aan het verzoek van het Hof, de komt maak tot last verstrekt, verzoeken we uw Hoog Edelheden dat wij met de eerste gelegentheid mag worden terug „gezonden na Ceilon. §: 50: In zonderheid om aan uw Hoog Edelheden over tebrengen ons nedrige bedenkingen over de noodzaekelijkheid dat 'er te Trinkonom als eenige oorlog scheepen van den staat zijn, hebben we gemeend het over ons te moeten neemen om het scheepje het Meeuwtje, dat tans te Trinkonoma legt, aanteleggen na Batavia Dit scheepje is een heel wel bezeijlt vaartuig, en wanneer uw Hoog Edelhede zoo goed mogten zijn, gelijk we dat zeer eerbiedig ver„ „zoeken, het zelve te gebruiken tot het overbrengen van Hoogst Derzelver antwoord, en de verdere orders die uw Hoog Edelheden mogten noodig vinden ons te gee„ „ven, kan het als de leen en weder rijze een wijnig voorspoedig is, hier terlog zijn met het laast van Ek„ „tobek of half November, en dus voor dat de kampagne aangaat. F: 51: Wanneer uw Hoog Edelheden ons toezenden de 600. oos„ „terlingen die nog ontbreeken op de 1000. Man die we de vrijheid gebruikt hebben uw Hoog Edelheden tot as„ „sistentie van Ceilon teverzoeken, den keuwe het daak meede voor eerst te zullen kunnen stellen, dan wijl er van het getal dat men te veld zal kunnen bren„ „gen, gestaadig veele afgaan door ziektens en sterfte diend dit door andere troupes te kunnen worden aangevuld, en zoo dat gedeelte van het Regiment van van wurtenburg, dat op Java is, kan worden gemist ver„ „zoeken we zeik eerbiedig, dat het tot meerdere verster„ „king van Ceilon mag worden gezonden, dan wel andere troupes in steede van dien„ §52: De Madureesche en Sumanappers zijn zeekerlijk heel goede troupes, en we verlangen er geen beetere, dog om nogtans niet te veel van dezelfde Natie op Ceilon te hebben, neemen we de vrijheid uw Hoog Edelheden nedrig in konsideratie te geeven, of het bij het verder zenden van oostersche troupes niet zoude mogelijk zijn, dat dezelve wierden genoomen uit andere Natien- §: 53: Van de zilvere muntspecien die uw Hoog Edelheden zoo goed zijn geweest ons toete zenden ten bedraage van ƒ336480. –. is tot nog toe niets in de huishouding ver„ # „bruikt, dog om eenige luiden in staat te stellen tot het inkoopen van rijst, tot gerief van de gemeente en ook tot het inwisselen van wat koper geld wijl . onze munt niet genoeg aanslaen konde, is daar van geemploijeerd een som van ƒ52698: —. waak op 50. p:r C:o is geavanceert, op eene wijze die geen gerucht heeft gemaakt, en dus bij niemand eenige aanstoot heeft gegeeven: Bovendien hebben we daar x „ van tot voortzetting van den lijnwaet handel moe„ ten emploijeeren ƒ 60'000: — en bedraagd dus het restant daar van nog alleen ƒ223782. –. –. §: 54: En wijl onze baarsche scheepen tot nog toe niet zijn aangekoomen, verzoeken we uw Hoog Edelheden zeer eerbiedig, ingevalle Hoogst Dezelve met geen zeekerheid weeten, of de Heeren Meesteren ons direkt de 2. 59 de noodige kontanten hebben uitgezonden ons met nog een ton of vier goude of zilvere muntspecien tewillen bij staan. §: 55: En wijl ook, door het transporteeren van rijst in het land, een goed gedeelte daar van word verspilt, en we zomtijds graanen zouden kunnen te kort koomen, te meer wijl we denken dat we van koetsiem niet veel tewagten hebben, verzoeken we uw Hoog Edelheden nog zeer eer„ biedig, om ons boven en behalven de 2000. lasten rijst die we bij onzen nedrigen Eisch van den 26:' Januarij J:Z: verzogt hebben, nog tewillen toezenden 3. lb 400. las „ten„ §: 56: Aan den kaptein de Boek hebben we om hem daer door te meer aantemoedigen tot de spoedige heen en weder rijze in hoope dat uw Hoog Edelheden dat gunstig zullen goedkeuren belooft een premie van 1000. ud=s zoo wij terug is voor het laast van Oktober aanstaa de, en de helfte van deeze premie of 500. rd:s zoo Hij terug is voor ult„o November, en we hebben hem daar bij toegezegt, dat we uw Hoog Edelheden zouden herhaalen ons verzoek, zoo als we de vrijheid gebrui„ „ken dat te doen door deezen, dat uw Hoog Edelheden hem gelieven te bestemmen tot een retoerschip om tuis te vaaren over Ceilon, het zij met de aanstaande eerste dan wel met de tweede bezending, zoo als dat best zal kunnen schikken. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangens der Maatschappij in Godes vijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onderstond:/ Als vooren /: was geteekend. / D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek J: Reintous, B: L: van Zittek, en A: Samlant /:in margiene:/ Kolombo den 24. Julij 1792 /:was geteekend:/ W: F: van de Graaff M: P: Raket, Hijbrands Accordeert Eiklerk 260 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot achtbaeren wijd Gebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staet den vrije vereenigde Nederlanden en de Generaele Nederlandsche geoktroijeerde oost Jndische Comp: Gouverneur Generael De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Nederlandsch Jndia en Hoog Edele Groot agtb: wijd Gebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren. §1. wij hebben de eere gehad te ontfangen de zeer gerespekteerde sekreete brieven waermede we door uw Hoog Edelheeden op den 4. en 30. Meij, 15. Junij, 20. en 27. Julij 7. aug:s en 27. 7ber: zijn beguns„ tigt. §2. voor af zullen we de vrijmoedig„ heid en

NL-HaNA_1.04.02_3975_0610 view scan ↗

English

take the liberty to report to Your High Nobilities on what has occurred since the dispatch of our respectful secret letter of 24 July of the past year, after which we shall let our humble reply to the same follow. §3. Our humble secret letter of 24 July by the ship 'T Meeuwtje had only just been dispatched, when the brief letter from the First State Adigar written to the Maha Mudaliyar was received here, which His High Nobility the High Noble Lord Governor-General was so good as to produce at the meeting of Your High Nobilities, and of which a translation is appended hereto for completeness. The attendant persons mentioned therein also arrived here shortly thereafter, to compliment the Governor on behalf of the First Adigar, as appears from the record kept thereof in the resolution of 3 August of the past year. §4. By this same resolution it was decided to send two appuhamies to the Court in order to pay a compliment to the Adigar on behalf of the Governor, so as to answer his politeness with politeness, and the account that these appuhamies gave upon their return, containing mainly the customary compliments, is inserted in our resolution of 28 August, to which we take the liberty humbly to refer. §5. These appuhamies had only just departed from Sitawaka for Kandy, when an unsigned ola addressed to him was delivered to the Chetty Nicolaas Capoeram, the translation of which is inserted in our resolution of 5 August. The deliverers thereof stated, as Your High Nobilities will see therefrom, that they had received this ola from the courtier of the Court, and the content thereof is as though it were written by the former Basnayake of Saffragam, Eknelligoda. §6. Regarding what is mentioned therein concerning the troubles and that it would be good to bring them to an end, the aforementioned Chetty, in accordance with our just-mentioned resolution, answered the bearers orally that the Company did not cause nor seek the present unrest, and that the Company, which has never sought anything other than the welfare of the whole country, has always shown that it wishes to live in friendship with the Court. However, to prevent the message from being improperly conveyed, the aforementioned Chetty was ordered to write it on a strip of ola. §7. A few days thereafter, a messenger from the well-known court grandee named Punchi Rala—who had recently been here in the retinue of the Kandyan Mohandiram sent by the First Adigar, mentioned hereinabove—came to Sitawaka to the Chetty Nicolaas Capoeram, and told him, as appears from his account inserted in our resolution of 31 August, that he had been sent by the well-known court grandee to tell him that even before the return of the aforementioned Mohandiram to the Court, there had arrived in Kandy from Galle an Ukkurala, being a servant of the Bandara Talgodde Punchi Rala, alongside one man from the Galle Korale, and that these people had brought along an ola and some goods for the Second Adigar, who is a nephew of the aforementioned Bandara, and that he had to make this known to the Maha Mudaliyar so as to tell it to the Governor. §8. In which account Your High Nobilities will further find that the day before the arrival of the aforementioned Punchi Rala, there came to Sitawaka to the aforementioned Chetty one Medaganne Mohandiram, a well-known man who has been to Colombo several times with messages, and came to request him in the name of the high priest Karatota Unnanse to make known to the Maha Mudaliyar that, as messages were now going back and forth, and consequently the rumor was throughout the whole country that peace would be concluded, this was a very good matter, but that even if it should come to a war, the inhabitants of Saffragam would not turn against the Company. §9. On 30 August, as appears from the record kept thereof inserted in our aforementioned resolution of 31 August, a Kawaddagoda Mohandiram arrived with a Moladande Mohandiram, with a message from the Adigar stating that the inhabitants are suffering great hardship because the gravets are closed and passage into the Company's territory is prevented, and that he therefore requested that communication and correspondence between the subjects of the King and of the Company be made free again. In this same account it is further mentioned that some court grandees would come hither on an embassy in the month of November or December. §10. We do not doubt the truth of the matter, yet although we had already then received the highly respected secret letters of Your High Nobilities of 4 and 30 May and 15 June, and although we have since directed our actions in all respects according to the instructions given to us by Your High Nobilities therein, we nevertheless thought that upon such a mere verbal message we could not, even for decency's sake, consent to that request. §11. The messengers were consequently, in accordance with the resolution taken by us to that end on 31 August of the past year, dismissed with this cold answer: that it is the custom for the Court to have such proposals made in writing to the Colombo Dissava, and regarding the message concerning the embassy, that we would await it. For the rest, we had the envoys treated in a friendly manner and ordered the customary presents to be given to them. §12. On 21 September, two emissaries of the Adigar named Malmaduwa Mohandiram and Allepola Lekam arrived once more to repeat the aforementioned request for the opening of our boundaries. They said that the First Adigar, by order of the King, had charged them to make known to the Governor that the King, in consideration of the fact that the closing of the gravets [illegible] the mutual

Dutch transcription

heid nemen uw Hoog Edelheden verslag te doen van het voorgevallene zedert het afgaan van onzen eerbiedigen seknieten brief van den 24. Julij I:o L:, waer na we ons nedrig antwoord op dezelve zullen laeten volgen §3. onsen nedrigen sekreeten brief van den 24. Julij met 't schip 'T Meeuwtje was maer pas verzonden, toen hier is ontfan„ gen het briefje van den Eersten Rijks adi„ gaen aan de Mara Modliaer geschreeven dat zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen Heer Gouverneur Generael, zoo goed ge weest is ter vergadering van uw Hoog Edelh: te produceeren, en waer van een Translaet, ten overvloede hiernevens legt. de luitenant luiden daerbij vermeld zijn ook kort daer aan hier gekomen, om de Jae verneur van wegens den Eerste adigaan te Complimenteeren, blijkens de aanteeke ning daer van gehouden ter resol: van den 3. aug: s J:o Leven. §4: Bij deeze zelfde resol: is beslooten twee appoehanijs na het ttot te zenden om 261 om den adigaer kan wegens den Gouverneur een kompliment te maken, ten eijnde zijn beleefdheid met beleefdheid te brandwoor- den, en het relaas dat deeze appoehanijs bij hun te rug komst gedaen hebben, hou„ dende hoofd zakelijk de gewoone kom- plimenten, is bij onze resd: van den 28. aug:s geinseneerd, waar aan wij de vrijheid gebruiken ons nedrig te gedrae„ gen. §5. Deeze afpochamijs waeren maer pas van situake na Kandia vertrokken, toen bij den Pittij Nikolaes Capoeram is besteld een ongetekende ola aan hem geaddres„ seerd, waer van het Translaet geinsereerd is in onze resol: van den 5. aug:s De be„ steedens daer van hebben opgegeven, zoo als uw Hoog Edelheeden daer bij zullen zien, dat te deze ola ontvangen hadden van den Nichotiaen van het Hof, en den „mahia inhoud daer van is als of ze geschree„ ven was door den geweezene Basnaijk van Sassengam Eknellegodde. 86. op het geene daerbij voorkomt no„ pens de snubbelen en dat het goed zoude zijn die te doen eijndigen, heeft. heeft den voorsch: sittij over een komstig met evengemelte onze resol: aan de bren„ gens mondeeling geantwoord, dat de komp: de tegenswoordige onrust niet heeft veroorzaakt nog gezogt, en dat de komp: die nooijt anders gezogt heeft dan het wel zijn van het geheele land, altijd getoond heeft met het Hof in vriendschap te willen leeven. Ter voor- kooming, nogtans dat de boodschap niet kwalijk wierde overgebragt, 's den voorsz: sittij gelast re te schrijven op een snippertje ola. §7. wijnige daegen daer aan kwam een boodschappen van den bekenden Hofsgroote in name Poentje Raale, die on„ langs was hier geweest in het gevolg van de handiaschen Mohandiaam, door den Eersten adigaer gezonden, waer van hier boven gesproken is, te situatie bij de Sittij Nikolaes Capoeram en zijde hem blijkens zijn relaas dat in onze resol: van den 31. aug=o is geinsereerd, dat hij van den beken„ den Hofsgroote gezonden was om hem te zeggen, dat nog voor de te rug komst 262 komst van voorsch: Mehandinam aan het Hot, van Zale in Kandia was aangekomen eene oekoenaale zijnde een dienaer van den Bandaer Talgodde Poentje Raale nevens nog één Aan van de Tale Koule, en dat deeze luiden, voor den tweeden adigaen die een Neef is van voornoemde Bandane, hadden mede gebragt een ola en eenige goederen, en dat hij dit aande Maha Modliaer moest bekent maeken om het aan de Gouverneur te zeggen. § 8. Bij welke relaas uw Hoog Edelheeden voorts nog zullen vinden, dat 's daags voor„ de komst van voorm: Poentje Raale, te situake bij gem: sittij gekomen is eene Niddoekenne Mohandinam, een bekend kan, die verscheide maelen met boodschappen is op kolombo geweest, en aan hem uit naam van den opperpriesten karretotte oennanse is komen verzoeken, om aan de Mara Modliaer bekent te maken, dat wijl er tans over en weer boodschappen gingen, en midsdien door het geheele land de faam was, dat de vreede zoude getruffen worden, dit een zeer goede zaek was, doch dat schoon het ook tot een oorlog mogte komen, de inge„ zetenen van de Sossergam de Comp: niet zoude teegen vallen. d 19. Den 30. aug:s zijn blijkens de daer van ge houdene aantekening geinseneerd bij voorsz: onze resol: van den 31. aug:s aan„ gekoomen een kawouliadde Mohandi„ ram met eene Noeeue Maliveette Mchan diram, met een boodschap van den adi- 8 2 gaen, dat de ingezetenen groote nood leiden door dat de gravetten geslooten en doen door de toegangen in 's komp: ge bied belet waeren, en dat hij daerom liet verzoeken dat de kommunicati en korrespondentie tusschen de onder danen van de koning en van de Compp: weder wierden vrij gesteld. Bij dit zelfde relaas komt nog voor, dat eenige Hofsgrooten in de Maand 9ber: of xber: in ambassade her- woends zoude koomen. §10. w=e twijffelen wel niet aan de waerheid van de zaak, dan schoon we ook toen reeds hadden ontfangen de zeer ge eerbiedigde sekreete brieven van uw Hoog Edelheden van den 4. en 30. Meij en den 15. Junij en dat we ook onze handelingen zedert in allen op rigten hebben bestiend na 1 263 na de voorschriften door uw Hoog Edelheeden ons daerbij gegeven, dogten we nogtans dat we op zoo een enkelde mondelinge boodschap zelfs fatsoons halven in dat verzoek niet mogten bewilligen. §11. De boodschapperen zijn mits dien overeenkomstig met de door ons daertoe genomene resolutie op den 31. aug:s J:o L: afgescheept met dit kout, andwoord, dat het de gewoonte is dat het Hof diergelijke voorstellen laat doen schriftelijk aan den kolomboschen Dessare en op de boodschap nopens de Ambas„ sade, dat we die zouden verwagten. De zendelingen hebben we voor het ove„ rige vriendelijk laeten behandelen en aan hun doen geven de gewoone presen„ ten. §12. Den 21. September kwamen andermael twee afgezondenen van den adigaer in naame Malmadoewe Mohendinam en Alpittie Leekamme om het voorsz: verzoek tot het openen van onze gren„ sen te herhalen zij zeiden dat de eerste adigaea hun op ordre van den koning belast had aan den Jou„ venneur bekend te maken, dat de koning uit overweging dat het sluiten van de gravetten de weder- zijdsche

← previousnext →