Inventory 3976
Ceylon · 1,488 pages · 246 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Before the military have passed through the Wannij and I have consulted with Major Fornbauer where best the troops here ought to appear, and before I have contracted for and arranged the necessary procurement of woodwork for this purpose, I shall not well be able to go toward Jaffna, though this will likely be finished in a period of 14 days, and I will then hasten to satisfy Your Right Honourable Worship's desired objective in the best possible manner; and in the meantime the Commission appointed at Jaffna may proceed with drawing up a requisition, since in all likelihood many things will have to be procured from Colombo, and when I arrive in Jaffna I will, upon reviewing the Report and Requisition, add whatever is still missing in a further subsequent Requisition. May Your Right Honourable Worship please not be angry about this delay; I cannot arrange it otherwise without neglecting my work, and I hope that the consequences thereof will signify nothing. 9828 83 855 I have the high honour to be, with the deepest respect and high esteem, Right Honourable, Highly Commanding Lord, Your Right Honourable Worship's humble and obedient servant, F: Nagel Moelletivoe, the 28th of November, Anno 1792. P.S. Just now I have the honour to receive the letters returned by you on the 17th instant; the notice that the troops will march by way of Jaffna I take for my dutiful information. Agreed, Wijbrands H. Eiklerk 8 68 Apart 83 983 Colombo To the Right Honourable, Right Worshipful, Highly Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honourable, Right Worshipful, Highly Commanding Lord! The separate circular letter from Your Right Honourable Worship dated the 27th of December of the past year, I had the honour to receive. The orders contained therein, regarding the outgoing and incoming private letters to the coasts of Coromandel, Madura, and Malabar, I will here dutifully observe and cause to be complied with in accordance with the spirit of Your Right Honourable Worship's intention. For the rest, I have the honour to subscribe myself with all due reverence and respect, Right Honourable, Right Worshipful, Highly Commanding Lord, Your Right Honourable Worship's very humble and dutiful servant, I: Burnand Batticaloa, the 27th of January 1792. To the same as above By my respectful ordinary letter of the 30th of January current, and the examination presented alongside it under No. 1, Your Right Honourable Worship will have been able to see that the Chief Pedie of the province of Accrepattoe, Consilia, was heavily involved in the affair of the Moor Tanjan Mira, and that, subject to Your Right Honourable Worship's approval, I had judged it expedient not to prosecute the aforementioned Consilia Pedie for his misdeeds. I had caused him to be given an assurance thereof by ola, provided he would behave somewhat more circumspectly and obediently in the future. Notwithstanding this warning, after he had reproached the minor pedies of his province for having informed me of the event that occurred, the aforementioned Consilia went to the Dessave at Willetjen; on the first news of his flight, I ordered the Land Vidane and some of the Company's servants in the country who could see to it, to make as little of it as possible, above all not to pursue him, Consilia, and to pretend to believe that he had gone to the forest for his harvest. In this latter sense I also 384 457 caused letters to be written to several of his family members whom I missed or also presumed to have been asked by him to follow him, adding that if he, Consilia, had deserted from the country to the Kandyan territory, it had been as easy for him to do so as it will be hard for him to return to occupy his post and enjoy his possessions. By these measures, that flight of the Consilia Pedie has made no stir whatsoever for 20 days; no one has thought of following him, as he undoubtedly imagined they would; and furthermore, his absence, if not advantageous, is at least very indifferent to the interests of the Company in the province of Accrepattoe. Meanwhile, the flight of this Chief Pedie, and the particulars mentioned in the enclosed interrogatories, joined to what is known to me besides regarding the disposition of several other Chiefs, is enough to convince Your Right Honourable Worship of the necessity to take several suspect Chiefs into custody before any hostilities begin with the Kandyans; and I therefore humbly request Your Right Honourable Worship sufficiently in good time to
Dutch transcription
Voor dat de militairen de Wannij door gepasseerd zijn en ik heb met den heer Majoor Fornbauet eens bewaar ƒ best de troupen alhier, behoorde te kompareeren en voor dat ik de noodige bezonging van houtwerken hier toe heb aanbesteet en gereguleerd zal ik niet wel kunnen Jafuia waarts gaandog apperent zal dit in 14. dagen tijds kunnen zijn, afgedaan en ik zal men dan haasten aan uwel edele Groot Achtb: begeert oogmerk best mogelijkst te voldoen en onder tusschen kande Commissie te Jafua be„ „noemd met de openen een Eijsch voortgang maa„ „ken, wijl er waarscheijnlijk veele dingen zullen van kolombo moeten worde bezorgd en als ik „te Jafna koome zal ik bij overziening van het Rapport en Eijsch het nog ontbreekende bijvoe„ „gen bij een nadere volgende Eijsch. uwel Groot Achtb: gelieve over de zen uijtstel met boos te word ik kan het niet anders zonder versuijm van mijn werk schikken en hoope dat de gevolgen er van niets te beduijden zal hebben. k straat 9828 83 855 Jk heb de hooge Eeke met diepste Eerbieden hoog ach„ „ting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer. uwer weled: groot achtb: onderdanige en Gehoorzaeme Dunaar /:Was ge„ „tekent:/ F: Nagel /:in margiene:/ Moelletivoe den 28: 9ber: A:o 1792. /: lager:/ P: v: Zo dadelijk heb ik de eere hoogst dezelve gevenekeerde het, „ters den 17. deser te ontvangen het bedeelde dat de troepen over fafne zullen marcheeren neeme ek tot mijn schuldige narigt Akkordeert Wijbrands H Eiklerk Vhot 8 68 Apart 83 983 Kolombo Aan den wel Edelen Gestrengen Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India, Gouverneur en Diretebeur van 't Eiland Ceilon met dies onderhorigheeden Wel Edele Gestrenge Groot Achtbare Hoog Gebiedende Heer! De cirkulaire aparte schrijven van uw Ed: Gestr: Groot Achtb: in dato 27:' December anno pass:o, heb ik de eer gehad te ontvangen. De daar bij vervat orders, nopens de vertrekkende en aankoomende particuliere brieven, naar de kusten Cor„ mandel, Madure en Mallabaar, zal ik alhier pligt schuldig observeeren en doen naar koomen na luiden in de zin van uw Ed: Gestr: Groot Achtb: intentee Ik heb overigens de eer mij met allen verschuldigen ontzach en eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ Wel Edele gestrenge Groot Achtbaere Hoog Gebiedende Heer uweEd: Gestrenge Groot Achtb: zeer onderdanige den trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ I: Burnand /:in margine:/ Basli Kaloa den 27. Januarij 1742. -. Aan Aan als vooren Bij mijn eerbiedigen ordinairen schrijven van den 30.:' Janu: J:t heeden en de daar neevens /:onder No 1:/ aangebooden verhoor zal uuwel Edele gestr: Groot Achtb: hebben kun„ nen zien, dat den Hoofd pedie van de provintie Accrepattoe Consilia, sterk g'emploijeerd was in de zaek van de mooren Tanjan Mira en dat ik op goedkeuring van uwel Ed: gestr: groot Achtb: g„ oordeeld had voedsaem te zijn voorm: Consilia pedie niet te vervolgen over zijnen kewaed bedrijven. Daar van had ik hem bij ola verseekering loeten geeven, mits hij zich in 't vervolg wat om zig„ tiger en gehoorzaemer zoude gedraegen. Niet tegen„ staende deesen waarschouwing, na dat hij de klijnen pedisen van zijne provintien gereprocheerd had, aan mij van het g'exteerd geval kennis te hebben ge„ greven is meerm: Conselia naar willetjen bij den Dessave gegaen op d' eersten tijding van zijn vlugt heb ik aan den Lands vidden, een aan eenige van 's komp:s Dienaeren in het land, die het kon na„ gaan, gelast dat ze hoe minder op het mogelijk daar van moesten maeken; hem Conselia voor al niet nazetten, en zich aanstellen in de gedagten te zijn dat hij na den gebragtens in zijnen bosschen was gegaan. In deezen laatsten zin heb ik ook 384 457 ook laeten schrijven aan verscheidene van zijne famil„ je, die ik misten, of ook veronderstelde door hem verzogt te zijn hem na te volgen, met bij voeging agter dat zo indien hij Conselia uit het land naar het kandiaense was gedrost zulks voor hem gemak„ kelijk is geweest te doen, als hem zal zijn wee„ derom te konnen om zijn dienst te bekleeden en van zijne bezittingen de Joutsseeren. Door deezen maatregels heeft dien vlugt van Conselia pedien zedert 20. daegen geen gerugt hoegenoemt gemaekt, niemand heeft gedagt hem ten volgen „gelijk hij ziel ongetwijffeld verbeeld had; en ove„ rigens in zijn afweesen voor de belangen van de komp:e in den provintie Accropattoe, zo niet voor„ deelig ten minsten zeer onverschillig Inmiddels is de vlugt van deesen hoofd pedie, en de bijzonderheeden, vermeld bij den ingeslooten Inter„ rogatorien, gevoegd bij 't geen mij builen dien bewust is nopens den gezindheid van verscheidene andere Hoofden, genoeg ou ouw wel Ed: Gestr: Groot Achtb: van de nood„ zaekelijke te overtuigen ettelijken suspekte Hoofden in ver„ zeekering te neemen, voor dat eenige radelijkheeden beginnen met de kandianen; en ik versoeke derhalven ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: ootmoedige n voegtijdig genoeg daar
English
to be instructed thereof, in order to be able to proceed here accordingly. Enclosed I have the honour to send to Your Right Honourable, Right Respected Sir in copy two interrogations and one confrontation: namely under No. 1 that of a certain Moettaijen, a Batticaloa native who has resided in Kandia for many years, and under No. 2 that of a certain Kattankudy Moor named Nainde Libbe, currently residing at Sjampanture, these being the same persons about whom I took the liberty of writing to Your Right Honourable, Right Respected Sir in my respectful private letter of 3 February last. The first, Moettaijen, whom I had caused to be searched for fruitlessly since the month of November, was finally apprehended by lascorins, and being very knowledgeable about all that occurs in Kandia, was sent by me across the sea to Major Fornbauer at Trincomalee, in order to shed some light regarding the persons arrested there. He was sent back here by His Honour, with a written instruction that a strict investigation ought to be conducted concerning him here; and this having also been done accordingly, I felt obliged to have the Moor Nainde Libbe arrested as well for the same purpose. This Moor, who has been suspect to me for a long time, is the same man who was mentioned in the statement to the silversmith P. presented to Your Right Honourable, Right Respected Sir alongside my respectful letter from the Military Department dated 17 September of last year; and during the interrogations as well as the confrontation, a multitude of matters and accusations against one another were stated by these two persons; of which I have caused only the most essential points to be put to paper, to indicate that since the prohibition they have maintained correspondence and conducted trade with the Dessave of Willetje, and likewise that, together with several headmen, they contributed greatly to the mistreatment committed at Willetje against the head of the Veddas of Nadekadoe, named Moettoewan, whom I had also sent thither 6 to 7 months ago. With the approval and until further orders of Your Right Honourable, Right Respected Sir, I shall have the aforementioned Moettaijen and the Moor Nainde Libbe put in chains, they being two subjects who, in time, if remaining at liberty, would be detrimental. For the rest, everything in these districts is quiet and in the required good order. The headmen conduct themselves with reasonable obedience and outwardly seem well-disposed. The difficulty of presently obtaining any reliable tidings from the Kandian territory has caused me, hoping for the approval of Your Right Honourable, Right Respected Sir, to proceed to send from two directions several trustworthy persons with several marakkals of salt as smugglers into the Kandian territory; and that has already yielded a desired result on the north side, since I have indeed received information regarding the provision of foodstuffs which was reported to me in the month of November as having been gathered at Moettoe Kalloe by the Kandians in the eastern part of Tamankaduwa, not far from the post of Karemoene. The magazines are actually not at Moettoe Kalloe, but at Pallatawene, approximately one and a half hours closer to the boundaries of the Kortepattoe. There are roughly 3,000 parrahs of paddy there, which about 25 days ago, by order of the Adigar of Matale, were stored in five heaps on props raised some feet off the ground. At Moettoe Kalloe several buildings have been prepared since the month of November, and there are approximately 100 parrahs of pounded rice, a good quantity of butter, 100 loads or bundles of dried venison, and various other minor provisions, such as honey, etc. The gathering of such provisions in so poor a landscape as the eastern part of Tamankaduwa is, seems to indicate that the Kandians intend to undertake something against the post of Karemoene, or else, since still larger magazines are being laid out in the western part of Tamankaduwa according to the letter of Major Fornbauer, that they expect some assistance on this side of the island. In both these cases, I leave it to the wiser judgment of Your Right Honourable, Right Respected Sir whether it would not be very beneficial to reinforce the post of Karemoene, and to that end hasten the march of the sepoys promised in the honored missive of Your Right Honourable, Right Respected Sir from the Military Department dated 17 September of last year. The necessity of keeping small military guards as much as possible at the principal passages leading to the Kandian territory, and also at three places along these coasts, causes the men not only to be rather widely dispersed, but also means that few soldiers can be kept together at Wieramoene under Captain Deibert, here in the garrison, and at Karemoene. For the rest, I have the honour to subscribe myself with all due deference and respect. Was signed: as before. In the margin: Batticaloa, 29 February 1792. In continuation of my last respectful letter of the 29th of the past month, I have the honour to report to Your Right Honourable, Right Respected Sir hereby: That a certain Moor named Makmenaij, mentioned in the confrontation sent to Your Right Honourable, Right Respected Sir alongside my last letter aforesaid, was apprehended about 20 days ago in the province of Nadekadoe. This man, the principal messenger of the Dessave of Willetje on this side, I have interrogated at length; and have caused the most essential points of his answers to be recorded in the accompanying paper under No. 3, as proof to Your Right Honourable, Right Respected Sir that the Head Podi of Akkaraipattu, Conselia, indeed
Dutch transcription
daar van onderrigt te worden, om ingevolge van dien alhier te kunnen te werk gaan. Ingeslooten heb ik de eer aan ouwel Edge str: groot Achtb: in afschrift toetezenden, twee Jnterrogatoriens en een con„ frontatie, als onder N=o 1: van zeeker Moettaijen een bat„ tikaloasche Inboorlinge zeedert veele Jaeren op kandia woonagtig, en onder N:o 2: van zeeker kattankoedrepsen moor in naeme Nainde Libbe tans woonagtig op sjampanture, zijnde dezelfden menschen waar over ik de vrijheid genoomen heb aan ouwel Ed: gestr: Groot Achtb: te schrijven bij mijn eerbiedigen particulier brief van den 3:' februarij laastleeden. De eerste Moettaijen, die ik zedert de maand November vragteloos had laeten opzoeken, is eindelijk door las„ korijns opgevat, en als zeer kundig van alle 't geen op kandia voorvald, door mij aan d' Heer Majoor Fornbaucr over zee naar Trankenomaele geon„ den, om eenige ligt te geeven omtrent de aldaar- gearresteerde menschen Hij is door zijn E: herwaards te rug gezonden, met aanschrijving dat omtrent hem alhier een scherp onderzoek diende te worden gedaan, in dit ook alzoo geschied zijnde, heb ik mij verpligt gehouden den Moor Nainde libbe tot deszelfs einde ook te laeten arresteeren. Deezen 385 6358 Deezen moor zeedert langen tijd, aan mij suspect is dezelfden man, waar van melding is gedaan bij de verklaering aan den silversmist P op een neevens mijn eerbiedigen schrijven van het Militaire De„ partement in dato 17:' 7ber: A:o pass:o aan uwel Ed: gestr: Groot Achtb: aangebooden, en bij de Interrogatoriens als ook bij de confrontatien is een meenigte van zaeken en van beschuldiging tegen elkanderen, door deze twee perzoonen opgegeeven; waar van ik alleen het hoofd zakelijkst ter papier heb laten stellen, tot aanwijzing dat ze zeedert het verbod, correspondentien gehouden en handel gedreeven hebben met den Dessave van willetje gelijk ook dat ze nevens eenige Hoofden veele gecontribueerd hebben aan de mishandeling op willetje gedaend aan het hoofd van de bosch wedassen van Nadekadoe, Moettoewan genoemd, dienik ook voor 6: â 7. maanden geleeden naar derwaerds had gezonden. Met goedkeuring en tot nader order van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zal ik voorm: Moestaijen en den moor Nainde libbe in de ketting laeten klinken, als twee sub„ jecten zijnde die met den tijd /:in vrijheid blijvende:/ tot nadeel zoude weezen overigens is in dezer districten alles stil en in de vereischte a n„ de 6 vereischte goede order De Hoofden gedroegen zich reedelijk gehoorzaem en schijnen uitterlijk wel gesind te zijn. De Moeijelijkheid om tans eenige secuuren, tijdingen uit het kandiaschen te bekoomen, heeft mij op hoope van goedkeuring van uw wel Ed: Gestr: Groot Achtb: doen overgaan, van twee kanten eenige vertrouwe perzoonen met eenige Markals zout als smok„ kelaars naar het kandiaansen te zenden, en dat is reets van een gewenschte uijtslag aan de Noord kant geweest, wijl ik egter berecht heb bekomen van de voorraed levend middelen, die mij in de maand Novemb:r opgegeeven is te Moestoe kalloe door de kandianen in de oostelijke gedeelte van Tammankadoewe, niet verre van de post kare„ moene verzameld is. „maar De Magazijnen zijn, eigentlijk niet op Moettoe kalloe, te Pallatawene, cirka een en half uur nader aan de li„ mieten van de kortpattoe: Aldaar zijn rum 3000. parras Nelij, die voor omtrent 25. -daegen op order van den Adigaar van Matule in vijf hoopen op stutten van de grond eenige weten verheeven opge„ slaegen zijn gebouwen in ge„ op Moettoe kallaes zijn verscheidene reedheid gebragt zeedert de maand 9ber: en aldaar zijn 386 854 zijn cirka 100. parras gestampte Rijst, een goede kroan„ liteid Boter, 100: dragten of bondels gedroogte Hartebeesten vleesch, en diversche andere geringe levensmiddelen, als koning &a. Het versamelen van een diergelijke voorraeden e in zoo een slegten landschap als de oostelijke gedeelte van Tamman kadoewe is, scheind aantewijzen, dat de kandianen iets teegen de post van karemoene willen onderneemen, of wel /:dewijl nog grooter Magazijnen, volgens schrijven van D' Heer Toan„ bauar, in de westelijke gedeelte van Tamman„ kadoewe worden aangelegd:/ dat ze eenigen bijstand aan deezen kant van 't Eijland verwagten. In beide dese gevallen laat ik in ouw wel Edele gestr: Groot Achtb: wijzer oordeelen of het niet zeer zoude dienlijk „ zijn de post van karemoene te ver„ sterken, en tot dien einde de marsch van de bij ouw wel Edele Gestr: Groot Achtb: g'eerde missive van het Militaire Departement in dato 17:' 7ber: anno pass:o beloefde sipalis te verhaasten. De noodzakelijkheid om zoo vel doenlijk aan den principaalsten passagiers, die naar het kandi„ aansen leiden, en ook op drie plaetsen, langs dee„ zer custen klijnen Militairen wagten te hou„ den opge¬ ge„ daar Aan als vooren den, veroorzaekt dat het volk niet alleen wat veel verspreid is, maar ook dat op wieramoene onder de heer Capitain Deibert, alhier in 't guarnisoen en op karemoene weinig Militairen bij een gehou„ den kunnen worden. Ik heb overigens de eer mij met alle verschuldigde ontzaah en eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Battikaloa Den 29:' Februarij 1792. . Tot vervolg aan mijne laatste Eerbiedige schrijven van den 29:' van gepasseerde maand, heb ik de eer aan ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij deezes te melden. Dat zeeker moor in naeme Makmenaij vermeld bij de confrontatie, nevens mijne laatste brief van gemeld, aan uw wel Ed: Gestr: Groot Achtb: toegezonden, voor omtrent 20. daegen opgevat is in de provintie Nadekadae Deezen man de principaalste bood„ schapplooper van den Desjave van willetje aan deezen kant, sieb ik wijdlopig g'interrogeerd; en het zakelijkst van zijn antwoorden bij de onder N:o 3: verzellend papier laeten bekend stellen, tot bewijs aan uw wel Edele Gestr: Groot Acttb: dat den Hoofd pedie van Accrepattoe Conselia werkelijk
English
987 860 is presently indeed with the Dessave of Willetje. This is also confirmed to me by various other reports received from the province of Accrepattoe, and principally by an ola from the Company's cannecappel Manuel Tambien, which translation accompanies this under No. 1. I have deemed it serviceable to have the content of the mandate ola from Your Right Honourable Sirs to all the native headmen under the Company's territory on Ceilon dated 22 June 1791 presented anew, province by province, to the high and low headmen by the porta arraatje present here, in order to prevent anyone else from following the example of the chief pedie of Accrepattoe, Conselia. However much I trust that it will have a good effect, I nevertheless believe that, in order to make more of an impression upon the minds of the chief pedies, pursuant to a disposition of Your Right Honourable Sirs, all the immovable properties, slaves, cattle, and grains which the aforementioned chief pedie of Accrepattoe possesses in the country could, without the least inconvenience, be conferred upon other persons of that province, to the exclusion of his nephews or heirs; or else also be sold on behalf of the Company to the highest bidder, not for money, but for grains payable in two terms of one year. To that end, I send to Your Right Honourable Sirs under No. 2 a translation note of the fields belonging to the deserted Conselia pedie, being moreover more or less 400 ammonams of sowing in empty lands or etales in the province of Accrepattoe, of which he claims to be the owner, as well as of the tract of land of the Accrepattoe mountains or forests, in which several hundred Sinhalese and Veddas reside. The opportunity to confiscate such overly extensive possessions for the Company is presently very favourable in the province of Accrepattoe, and Your Right Honourable Sirs will easily understand, without extensive argument, how serviceable it will be for agriculture to divide the same among 10 or 20 private local inhabitants. In the Accrepattoe mountains, I believe that two separate petty headmen ought to be appointed, namely one of the Sinhalese nation and one of the Veddas. These mountains, situated at least 10 hours inland from the sea, border to the southwest upon the land of Badoela under the Dessave of Ouwa, and to the north upon the [illegible]. The region is fertile, very fine timbers are found there, the forests produce wax of which the Company to date, although against payment, has had very little. The principal inhabitants are presently inclined to come here to me at Battikaloa, which had until now been prevented by the fled chief pedie. Regarding the Moor Maamoenaij, who since the prohibition has always conducted trade from Willetje to here, and has also carried out the commission of the Dessave of Willetje in this country through narrow crossways in the forests known to him, I believe it to be safest to put him in chains in some time, when the two persons sent by me to Willetje will have returned. For the rest, I have the honour to subscribe myself with all due deference and respect. Was underwritten and signed: as before. In the margin: Battikaloa, 2 March 1799. To as before. The Moor Maamenaij, mentioned in my respectful letter of 31 May last, returned here from Willetje during the past week during my absence in the district of Panoa, bringing with him a certain Moor named Mattikalapoe Mogandiram. The latter came expressly to convey to me verbal greetings from the Dessave of Willetje and from his chief vidaan, as well as some gifts and offers of service. From the enclosed two declarations No. 1 and 2, Your Right Honourable Sirs will be able, if it pleases you, to view the account given to me by these two Moors. While in the meantime the first, Maamenaij, appears to me to be suspect in many things, which is particularly proven by the interrogatories answered by him, accompanying this under No. 3, I shall now, pursuant to Your Right Honourable Sirs' disposition mentioned in the letter of 20 April past, have him put in chains. Regarding the second Moor, Mattikalapoe Mogandiram, 989 862 I have had him escorted this afternoon by a kangaan and two lascorins to the boundaries of Nawelaar in the province of Nadekadoe, taking back with him the gifts brought, of which the note is enclosed under No. 4. The chief pedie of Accrepattoe, Conselia, who is with the Dessave of Willetje, has on this occasion asked some of the native servants here to intercede with me, so that he might return to his aforementioned province free from punishment. This seems to indicate that he begins to realise that his high expectations of Kandyan aid rest upon no solid ground; and the request made by him can, in my judgement, cause no change in the disposition made by Your Right Honourable Sirs regarding his possessions in the province of Accrepattoe, as was mentioned in the secret letter of 20 April last. For the rest, I have the honour to subscribe myself with all due deference and respect. Was underwritten and signed: as before. In the margin: Battekaloa, 20 July 1792.
Dutch transcription
987 860 werkelijk bij den Dessave van Willetje thans is. Dit word mij ook geconfirmeerd door verscheidene andere berichten van de provintie Accrepattoe ontvangen, en voornamentlijk bij een ola van den komp:s kannekappel Manuel Tambien, welk Translaet onder N:o 1: hier nevens verzeld. Jk heb dienstig g'oordeelt den inhoud van de Mandaet ola van ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: aan alle de Jn„ landsche hoofden onder 's komp:s gebied op Ceilon in dato 22:' Junij 1791: door den alhier zijnde porta arraatje, provintie voor provintie aan de groot en klijne Hoofden op nieuw te laeten voor hou„ den, ter voorkooming dat niemand meer het voorbeeld van den hoofdpedie van Accrepattoe Conselia mogten volgen. Hoe zeer ik vertrouwe dat het van goeden effect zal ^meer zijn, meen ik egter dat om ^ in druk op de gemoe„ deren van de Hoofdbedesen te doen, ingevolge een dispositie van ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: alle der vaste goederen slaevens, vee, en Graanen, die voornoemde hoofdpedien van Accrepattoe in het land bezit /:zonder de minste inconve„ nient:/ van andere perzoonen van dien pro„ vintien op gedraegen zouden kunnen worden, met en aan met exclusie van zijne Neeven of Erfgenaemen; of wel ook ten behoeve van den komp:e aan de meest„ biedende verkogt worden, niet teegens geld maar teegens graanen in twee termijnen van een Jaar te betaelen: Tot dien einde zende ik aan ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: onder N:o 2: een Translaet Notitie van de velden, die den gedrosten Conselia pedie toe„ behooren, zijnde boven dien min of meer 400. Am„ monams gezaaij aan leedige gronden of Etales in de proffentien Accrepattoe, waar van, hij ver„ meind Eigenaar te zijn gelijk ook van het land„ streekje van de Accvepatoese gebergte of ƒ Bosschen, waar in ettelijke hondert singaleesen en wedassen woonen. De geleegendheid van diergelijke al te uitgestrekte be„ zittingen voor de komp:e intetrekken is thans zeer favorabel in de provintie Accrepattoe en ouwel Edele gestr: Groot Achtb: zal zonder wijblopig vertoog, ligt begrijpen hoe dienstig voor den Landbouw zal weezen denzelven onder 10. of 20: particuliere lands Jngezeetenen te verdeelen. In de Accrepattoese gebergte meen ik dat twee apparte klijne hoofden aangesteld moeten worden. als 388 861 als een van de singaleesen Natien en een van de redas„ sen: Deeze gebergte ten minste 10. uuren van de zee landwaards afgeleegen grenzen aan het Zuider west teegens het land van Badoela onder den Dessave van ouwach, zorteerende; en aan 't Noord teegens het nelas. De Landstreek is vrugt„ baar daar worden zeer fraeije houtwerken ge„ vonden, de bosschen leeveren wax waar van de komp:e tot dato /: hoewel teegens betaeling:/ zeer wijnig gehad heeft. De Principaalsten Jn„ woonders, zijn tans geneegen hier op Battika„ loa bij mij te komen; het geen door den ge„ vlugten Hoofdpedie tot nu was belet geworden. Aangaande den Moor Maamoenaij die zedert het verbod altijd van willetje naar herwaards Ne„ gotie heeft gedreeven en ook de bestelling van de Dessave van willetje hier te land gedaen heeft / door enge dwars weegen in den bosschen aan hem bekend:/ meen ik het secuurs te zijn hem over eenigen tijd in de ketting te klinken wanneer de door mij naar willetje gezondene twee perzoonen te rug gekeerd zullen zijn. Ik heb overigens de eer mij met alle verschuldigde ontzach en eerbied te onderschrijven /:onderstond en geteekend:/ als voren /:in margine:/ Battik: den 2:' Maart 1799. Aan of „ en wee den; Aan als Vooren Den Moor Maamenaij, vermeld bij mijn eerbiedigen schrij„ ven van den 31:' Maij laastleeden is in gepasseerde aand week bij mijn afweezen in het landschap Pa„ noa, alhier van willetje te rug gekoomen met zich brengende zeeker moor in naeme Mattikalapoe mogandiaam:- zijnde deeze laatste expresaf ge„ koomen om aan mij mondelinge groetens van den Dessave van willetje en van zijn hoofd vidaan, gelijk ook eenige geschenken en dienst aanbie„ dingen meede te brengen. zuit de ingeslooten twee verklaerings N:o 1: en 2. zal uwel Ed: Gestr: groot Achtb:, des believende kunnen beoogen de verslag door deeze twee mooren aan mij gedaen. Terwijl intusschen den eersten Maamenaij mij voor„ komt in veele dingen suspect te zijn, het welk inzonderheid beweezen word bij de door hem beant„ woorde vraag poincten, hiernevens onder N:o 3: verzellende zal ik hem tans, ingevolge ouw wel Ed: Gestr: Groot Achtb: dispositie vermeld bij brief van den 20.:' April J:o Leeden, in de ketting laten klinken. Aangaande den tweeden moor Matti kalapoe mo„ gandiram 989 862 gandiram, heb ik hem heden middag, door een kangaan en twee las korijns na de limieten van Nawelaar in de provintie Nadekadoe laeten ge„ leiden; te rug meede neemende de gebragte geschenken, waar van de Notitie onder N:o 4: inleggende verzeld. Den bij den Dessave van willetje zijnde hoofdpe„ die van Accrepattoe Conselia, heeft bij deze geleegentheid eenige van de Jnlandsche be„ diendens alhier, laeten verzoeken bij mijn te intercedeeren, dat hij vrij van straf in zijne provintie voormeld te rug kan koo„ men: Dit scheijnd aantewijzen dat hij begin inte zien, dat zijne groote vooruitzigten van den kandiaanschen hulp, op geen goede grond steunen; en zijne gedaene verzoek kan /:na mijn oordeel:/ geen verandering ver„ oorzaeken in de gedaene dispositie door ouwel Ed: gestr: Groot Achtb: omtrent zijne bezittingen in de provintie van Accrepattoe; gelijk vermeld is, bij secreete brief van den 20. ' April laastleeden. Ik het overigens de eer mij met allen verschuldigen ontzaah en eerbied te onderschrijven. /:onderstonden ge„ teekend: /: als vooren /:in margine:/ Battekaloa den 20:' „Iulij A:o 1792. —. m
English
To the Same as Before Your Right Honourable Noble Most Worshipful's highly esteemed secret missive of 12 July last, together with the enclosures and map mentioned therein, was delivered to me in due time. Pursuant to the order mentioned therein, and before replying to it, I corresponded with Major Fornbauer regarding the plan outlined therein; and also, to better enable myself to satisfy Your Right Honourable Noble Most Worshipful's intention, I wished first to review all previous notes concerning the interior on this side of the island and the reports made to me in that regard by various persons. Before reporting on what Battikaloa will be able to contribute to the successful outcome of Your Right Honourable Noble Most Worshipful's plan to open communication in January next between the main army departing from Colombo and the detachment from Trinkenomale, I shall have the honour to reply in detail to Your Right Honourable Noble Most Worshipful's secret letter just mentioned, so far as it concerns Battikaloa. Having already for some time previously been of the same mind as Major Fornbauer regarding what ought to be done on the east coast of the island in the event of an impending war between the Company and the Court of Kandia, there was not the slightest difference of opinion between us regarding the expedition recommended to his Honour by Your Right Honourable Noble Most Worshipful, so far as it may concern Battikaloa. All the districts situated on the left bank of the river Kinge, both in the Kandian territory from the mountains between the land of Matule and that of Doembere, situated 8 hours from Kandia, and in the Company's territory, without mountains worth mentioning, but mostly covered only with forests in which there are good, hard roads, an expedition from Trinkenomale through the Dissavonies of Tambankadewe and of Matule is undoubtedly all the easier because on the east side of the island the good monsoon or dry season lasts 8 1/2 months of the year. The communication of Battikaloa with the main army, through the Kandian interior, will not be practicable in the first year of the war, on account of the few troops that will remain in the Battikaloa district; so that on this side one will have to be content to remain on the defensive against the Kandians. This communication will, however, take place by a detour via Minerie, and in the second year of the war, if Your Right Honourable Noble Most Worshipful is pleased to send more troops here, the communication higher up through the lands of Wellas and Bintene could be opened, in order to cross the river Kinge in the last-named district at Bintane or at Pangrame and, via Keldle (called Singalees on the map), to reach the Nallende gravet. For a couple of years now, I have applied myself particularly to acquiring knowledge of the Kandian bordering interior, having already in June 1791 had the honour to present to Your Right Honourable Noble Most Worshipful in private a representation of the same with various reports on the roads leading from this side to Kandia. I take the liberty of referring to that; since the information obtained since that time consists solely of numerous local details relating to the aforesaid reports on the roads, which cause no change to them. The occupation of the district of Tambankadewe is certainly the first step to be taken on this side of the island, namely the western and largest part on the left bank of the river Kinge by the Trinkenomale troops, and the eastern part on this side of the river by the Battikaloa troops, who will be at Karremoene. This sparsely populated district can offer virtually no resistance, and the inhabitants, having returned to the obedience of the Kandians in the year 1774, now impoverished and oppressed, will mostly be inclined to submit themselves to the Company again, provided they are declared free of burdens for a few years (by a proclamation), provided they supply foodstuffs for payment to the Company's troops. For the taking possession of eastern Tambankadewe on this side of the river Kinge, it is only necessary, upon news of the advance of the Trinkenomale troops, to send from Karremoene 30 or 36 military men via Moettoekalloe and the village of Tambankadewe to Kongetorne (or the ferry of that river); and these troops can hold a post there or even in the village of Tambankadewe for some time. A proclamation drawn up in accordance with Your Right Honourable Noble Most Worshipful's intention will be sufficient to induce the Chiefs and principal inhabitants to come over to Battikaloa, or indeed to Karremoene, if circumstances permit me to go there myself at that time. This will be the only offensive movement that will be advisable on the side of Battikaloa in the first year, on account of the weakness of the troops. With regard to the question of Your Right Honourable Noble Most Worshipful whether there would be another suitable route for the opening of communication with the main army for the Trinkenomale troops, I am entirely of the opinion that none is better on the east side of Ceilon than through the lands of Tambankadewe and Matuli; and this is unanimously supported by all the reports received in this regard. Further to the south in the Magampattoe, close to Koemene, the road to the temple of Kadergamme and further up to Badoula, leading through the district of Oewa, is reportedly very good and without mountains, until one encounters the mountain ranges that separate this district from the Dissavonie of Saffregam. These mountain ranges appear to be the highest of the entire island and extend from Adam's Peak as far as Kandia. Following this road from Badoula, one leaves on the right
Dutch transcription
Aan als Vooren uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: veel g'eerde secreete missive van den 12:' Julij laastleeden nevens de daar bij vermel„ de bijkregen en kaart, is mijn op zijn tijd besteld. Ingevolge de daar bij vermelde order, heb ik voor de beant„ woording van dezelve met D' Heer Majoor Fornbauer gecorrespondeerd, over het ontwerf daar bij vermeld; en ook om mij des te beeter in staet te stellen aan ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: intentie te voldoen eerst revideeren willen alle voorige aanteekenings om„ trent de binnen landen aan deeze kant van het Eijland en de opgaevens aan mij desweegen door ver„ scheidene menschen gedaan. voor de verslag van het geen Battikaloa zal kun„ nen Contribueeren aan de goede uitslag van ouwel Ed: Pestr: Groot Achtb: voorneem in Ianuarij aanstaende de Communicatie te open tusschen het hoofd Leeger van kolombo vertrokken, en het Detachement van Trinkenomale, zal ik de eer hebben uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Secreete brief even vermeld /: voor zoo verre het Battikaloa aangaet:/ articulair te beantwoorden. Met D' Heer Majoor Fornbauer reets zeedert eenigen tijd te vooren, eens denkende zijnde omtrent het geen te 25 390 863 te doen zoude zijn aan de oostkant van het Eijland bij een opkomende oorlog tusschen de komp:e en het hof van kandia, is over de door uuwel Ed: Gestr: Groot Achtb: aan zijn E: aanbevoolen expeditie, voor zoo verre als het Battikaloa betreffen kan, geen de minste verschillende denkenswijze tusschen ons geweest. —. Alle de Landschappen geleegen aan de linker oever van de rivier kinge, zo in het kandiaansen van de gebergtenen tusschen, het land van Matule en die van Doembere 8: uuren van kandia afge„ leegen, als in 'skomp:s Territorium, zonder noems„ waardige Bergen, maar enkeld meest bedekt zijnde met bosschen waar in goede harde weegen zijn, zo is een expeditie van Trinkendmale, door de Dessagonijen van Tambankadewe van Matule, ongetwijffeld des ter gemakkelijker dat aan de oost„ kant van het Eijland de goede mousson of drooge xtijd 82 maanden van het Iaar duurd. -. De Communicatie van Batto kalva met hoofd leeger, door de kandiaensche binnen landen, zal in het eerste Jaar van den oorlog niet practikabel zijn, om de wille van de wijnig troupen die in het Battikaloasche zullen blijven; zoo dat men zig aan deeze kant zal moeten ver„ genoegen el en een ge genoegen op de defensief teegen de kandianen te zijn: Deeze Communicatie zal echter met een om weg over Minerie plaets hebben, en in de tweede Jaar van den oor„ log, zo uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: meer troupen hier be„ haagd te zenden, zoude de Communicatie hooger op door de landen van wellas en Bintene geoopend kunnen wor„ den, om de Rivier kinge in de laaste genoemde Landschap bij Bintane of bij Pangrame over te trekken en over keldle /: bij de kaart singalees gend:/ Nallende gravet te berijken zeedert een paar jaeren, heb ik mij bezonder toegelegd, om kennis te verkrijgen van de kandiasche aangrensende binnen landen, hebbende reast en Junij 1791: de eer gehad aan ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: particulaia aan te bieden een afbeelding derzelve met verscehijdene opgavens van de weegen die van deze kant naar kan„ dia leiden: — Ik neeme des vrijheid mij daar aan te reffereeren: terwijl de kundschap zeedert dien tijd verkreegen, eenelijk bestaet in meenig vuldige loca„ le bijzonderheeden betrekkelijk de voorsz: opgaevens van de weegene, die geen verandering daar aan veroorzae„ ken. Het beszet neeming van het landschap Tambankadewe is zeeker de eerste stap aan deeze kant van het Eiland 991 864 Eijland te doen, te weeten de westelijke, en grootste gedeelte aan de linker oever van de Rivier Kinge door de Trin„ kenomaelsche Troupen, en de oostelijke gedeelte aan deeze kant van de Rivier door de Batti kalauwsche troupen, die te karremoene zullen zijn. Deeze landschap weinig bevolkt, kan hoegenaemt geen teegenstand bieden, en de inwoonders in het Jaar 1774: onder de gehoorzaemheid van de kandianen te rug ge„ keerd, tans verarmd en verdrukt, zullen meest genee„ gen zijn, zich aan de Comp:e weder te onderwerpen wanneer zij maar eenige Jaeren /:door een publie„ katie :/ last vrij worden gekend mits leevensmiddelen teegens betaeling aan de komp:e Troupen leverende. Tot de bezit neeming van de oostelijke Tambankade„ we aan deeze zijde van de rivier kinge behoeft eene„ lijk op de tijding van de aanmarsch van de Tren„ kenomaelsche troupen van karremoene 30. of 36. koppen Militairen over Moettoekalloe het dorp Tambankadewe naar kongetorne /:of het veer van die Rivier:/ te zenden; en deeze troupen kunnen aldaar of zelfs in het dorp Tambankadewe eeni„ gen tijd post houden:- Een publikatie over een komstig met ouw wel Ed: Gestr: Groot Achtb: intentie ingerigt, zal genoeg zijn om de Hoofden en Princi„ paalsten ka e 102 Principaalste Inwoonders te beweegen naar Battikaloa over te komen, of wel op karremoene, zo mij de omstan„ digheeden toelaten aldaar zelfs in die tijd te gaan. Dit zal de eenigste offensire de marche die aan de kant van Batti kaloa in het eerste jaar, mits swakheid van troupen raadzaem zal zijn. In aanzien de vraeg van ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: of tot het openen van de Communicatie met het hoofd leeger een ander bekwaeme weg zoude zijn voor de Prinkenomaelsche troupen meen ik volstrek„ dat geen Peeter is aan de oost kant van Ceilon als door de landen van Tambankadewe en Matuli„ en dit steunt eenpaerig op alle de berichten deswee„ gen ingekreegen. verder om de zuid in de Magampattoe digt bij koe„ mene is de weg naar de Tempel van kadergamme en verder op naar Badoula, door het landschap van oewa leidende volgens zeggen zeer goed en zon„ der bergen, tot dat men de kettings bergtens ont„ moet die deeze landschap van de Dessavonie van saffregam scheiden Deeze gebergtens scheinen de hoogste van het geheel Eijland en strekken zich van Adams piek tot kandia toe. Mens laat deeze weg volgende van Badoula of aan de regter de1
English
332 865 on the right hand several places where the previous kings held their residence, among others the mountain Gauluda, Hangerankette, Kandia, and one comes out into the Saffregam at Adam's Peak, which one leaves on the left hand. I must, however, testify to having no accurate knowledge of this road, and knowing nothing else of it than from the oral reports of three to four persons, who have instructed me very imperfectly regarding the distance of the places and the nature of the roads: That which I can report of it with certainty alone, is that the land of Oewa, to the north, west, and to the south, is surrounded by very high mountains which more or less descend and leave an opening on the east side to the south-west of Badoula between this place and the temple of Katergamme; so, if Your Right Honorable might judge it necessary, further inquiries regarding the roads leading from the province of Oewa would enable me to give a better description thereof. The province of Passere, behind the Pannicase, sorting under the Disavany of Oewa, is virtually covered with forests. —. The The following sections of Your Right Honorable's honored missive being relative to the military details of the march of the Trincomalee troops and the order of Your Right Honorable to make the march north, Major Tourneur will undoubtedly answer them sufficiently. I will only, in the hope of favorable interpretation, take the liberty to point out to Your Right Honorable that the beginning of January in some years is subject to heavy rains on the east side of the island, and particularly inland; so that it could be that such a circumstance would cause the campaign to begin with much sickness. This inconvenience can sometimes be avoided by starting the march 15 to 20 days later. The manifesto that Your Right Honorable has resolved to have proclaimed in the Kandyan lands after the Company's troops shall have advanced, will undoubtedly have a good effect and make a great impression on the inhabitants: Nevertheless, with regard to the province of Tambankadewe, I think that it will sometimes be more serviceable to consider this province as still actually belonging to the Company, by virtue of the Peace Treaty of the year 866 93 in his highest esteemed missive year 1766: as Your Right Honorable pleases to cite: This is, however, under the assumption that in the year 1774 between the Company and the Court of Kandy no public acts have passed whereby the restitution of that province to the King could be confirmed. By this manner of handling affairs, the opportunity would be preserved at an approaching peace treaty to use an exception and not include the province of Tambankadewe among the lands which the Court will presumably have to cede to the Company at the conclusion of peace. Concerning the names, location, and condition of the Kandyan lowlands to the north which will be separated from the highlands when Your Right Honorable's plan to open communication between the main army and the Trincomalee corps shall have been effected, I must testify to having insufficient knowledge; having applied myself solely to acquiring knowledge of the provinces which border these districts, namely: starting from the south: of the provinces of Passere, Wellas, Bintene, Tambankadewe, Matule, and Doembere, which are noted, along with several and several others, on the above-mentioned map thereof privately presented to Your Right Honorable in anno passato. Therefore, no other remark will find place here regarding the sent extract from the general Acton map, than in regard to the bad placement of the province of Bintene, which is placed much too far north on it and contradictory to the Wellas border at Chiapele gravet, both Disavanies being currently governed by the Disave Patte-watte. The land of Bintene, through which the river Kinge flows, must be placed on the map in the location where the provinces of Tamagaode and western Tambankadewe stand, and these two provinces behind the Koetgaar and Tamblegam districts. The true location of the land of Bintene being thus established, Your Right Honorable will be able to perceive that it will border on the Wellas, and that, as is indeed true, going westwards from the province of Craoer through the Vedda forests, there is no more than a 12 to 13 hours distance from our borders to the city of Bintene, Alounteneur in Sinhalese. This is known here to everyone, and the small map of the Korlepattoe by Lieutenant Lowe at the last
Dutch transcription
332 865 regterhand verscheidene plaetsen, alwaar de voorige ko„ ningen haar verblijf gehouden hebben, onder anderen het berg Gauluda Hangerankette kandia en men komt in het saffregamse uit bij Adams piek, dice men aan de linkerhand laet. Ik moet echter betuissen van deeze weg geen accuraete kundschap te hebben, en niets anders daar van te weiten, als uit de mondelijke berichten van drie a: vier perzoonen, die mij weegens den afstand der „plaetsen en de hoedanigheid der weegen zeer onvol„ maekt onderrecht hebben: Het geen ik alleen met zeekerheid daar van kan opgeeven, is dat het land van oewa, ten Noorde, west en ten zuiden omring is van zeer hooge bergen welke min of meer nederdaelen en een opening laeten aan de oost kant ten Zuid westen van Badoula tusschen deeze plaets en de timpel van katergamme-zo, bij aldien ouwel Ed: gest: groot Achtb: het noodig mogte oordeelen, zoude waader enquesten omtrent de weegen die van het landschap oe„ wat leiden mij in staet stellen een beeter beschrij„ ving daar van te kunnen geeven Het landschap Passerde agter het Pannicase onder de Dessavonie van dewal, zorteerende is genoegzaem met bos„ schen betekt. —. De De volgende s: van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: g'eerde mis„ five zijnde betrekkelijk tot de Militaire ditails van de opmarcl den Trinkenomaelsche Troupen en de opgave van ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van de marilnorrd te doen zal de Heer Majoor Toanbauea dezelfde ongetwijffeld voldoende beantwoorden. Ik zal alleen op hoope van welduiding de vrijheid neemen uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: te vertoonen dat het begin van Januarij enkelde jaeren onderworpen is aan swaare neegen aan de oost kant van het Eijland, en wel bezondere landwards in; zoo dat het zoude kunnen zijn, dat een duidelijk omslandigheid, den veldtogt met veel ziektens zoude doen beginnen Dit inconvenient kan zomtijds vermeld worden door de opmaach 15. â: 20. daegen laeten aante vangen. Het manifeit dat uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: voorge„ noomen heeft te laeten afkundigen in de kandiasche landen na dat 'sComp:s Trouper opgerucht zullen zijn, zal ongetwijffeld van goede effect zijn en veel indruk op de ingezeetenen doen: Nogtans in op zig te van het landschap Tamban kadewe meen ik dat ik zomtijds dienbijker zal zijn dit landschap aante„ merken als nog werkelijk aan de Comp:e gehoo„ nende, uit hoofde van de vreedens Tractaet van het Jaar 866 93 bij hoogst desselfs geachtemt„ tie Jaar 1766: gelijk ouwel Ed: Gestr: groot Achtb: behaagt aan„ te haelen: Dit is echter in veronderstelling dat in het jaar 1774: tusschen s8: komp=s en het Hof van kan„ dia, geen opentlijk stellen gepasseerd zijn; waar door den te rug gaeve van dat landschap aan de koning geconstateerd zoude kunnen worden. Door deeze wijze de zaeken te handelen, zoude bij een aanstaende vreedens Tactaet de geleegentheid ge„ menageerd zijn, om eene exceptie te gebruiken en het landschap Tamban kadewe niet te begrijpen die 't hof, aande komp: bij het sluijten onder de landen ^ van de vreede vermoedelijk zal moe„ ten afstaen. Aangaande de benaeming, leggen en gesteldheid der kan„ diansche beneede landen om de Noord die van de hooge landen zullen zijn afgescheiden, wanneer de plan van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: de Communicatie tusschen het Hoofd leeger en het Trinkenomaelsche corps: te openen g'effectueerd zal zijn, moet ik betuigen geen genoegzaeme kennis te draegen; hebbende mij eene„ lijk toegelegd kennis te verkrijgen van de landschap„ pen, die deezen distrocten aangrentzen als wel naamlijk /:van het zuid af te beginnen:/ van de landschappen Passere, wellas, Bontene, Tambankadewe, Matule en Doembere, welke aangeteekend staen, nevens ettelijke en ettelijke andere bij de boven gemelde afbeelding, daar van in Anno pass:o aan ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: paati„ culair aangebooden. Dierhalven zal hier bij geen andere aanmerking over de gezondene extract uit de gene vaa„ be Actonse kaart plaets vinden, dan in opzigt de kwaade leggen van het landschap Bontene die veel te Noordelijk daar bij gesteld en teegenspreekelijk aan het wellas gronts bij Chiapele gravet, zijnde de beide dessavoni en tans bestierd door den Des„ save Patte-watte stroomt Het land van Bintene, waar door de Rivier kinge ^ moet op de kaart gesteld zijn ter plaetse alwaar de land„ schappen Tamagaode en de westelijke Tamban kadewe staen, en deeze twee landschappen agter het koetgaar„ sche en Tamblegamse De waere leggen van het land Bintene alzo gesteld zijnde zal ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: kunnen beoogen, dat het aan het wellas zal aangrenzen, en dat gelijk inder daet waar is, van de provintie Craoer, door de wedasse bosschen west waard opgaen, de niet meer dan 12. â: 13. uuren afstand is, van onse limieten naar de stad Bin„ tene /:Alounteneur in 't singalees. /: Dit is alhier van een ieder bewust en de kleine kaartje van de korlepattoe door den bluitenant Lowe bij de laasten
English
last prepared boundary line clearly shows this, although His Honour places Bintenne too far into the forest, and takes the Vedda forests in Tambankadewe behind the Cortepattoe for the Vedda forests of Bintenne, this latter district lying somewhat further westward. To comply further as much as possible with the order of Your Right Honourable and Worshipful, I have further to submit here that the Dessavony of Oewah is still governed by the same Dessave as in the past year. Under him belong, outside the territory of Oewah itself, the city of Badoula and the subordinate lands, which, being the King's private domains, are directly governed by a separate Adigar; the district of Passere, under a Ratteraele or land vidane, who is appointed by the Dessave; finally, the temple of Kadergamme and its subordinate lands, being directly under the High Priest. A few days ago the kangan of Panva reported to me, as did also the native chiefs who have arrived here for the district council, that on the 23rd of July last a letter ola wrapped in blue linen arrived at Badoula from Kandia, whereupon the Dessave and the Adigar departed that very same evening with all possible haste to betake themselves to the Court. As far as I am aware, no other Dessave has as yet been appointed over the district of Sambankadewe, but the native chiefs must render account of everything to a Mohottiar of the Court, who arrived there and at Kingelorre 8 to 9 months ago. The inhabitants of the Kandyan lands bordering here are, as throughout the whole of Ceilon, of three different nations, namely Sinhalese, Malabars, and Moors, yet with very different proportions according to the districts. In the land of Oewah one finds mostly all Sinhalese, a small number of Moors, and single Malabars. In Wellasse, on the contrary, the Moors are the most numerous, especially on the east side, the Sinhalese living in the best villages on the west side, and here and there some Malabars are found. In the district of Bintenne, on the other hand, almost all the inhabitants are Sinhalese, although there are nevertheless some Moors with a few Malabar families. In the district of Tambankadewe, the Malabars make up almost the whole number of the inhabitants, though some Sinhalese and Moors are also found there. In the Matule Dessavony, according to reports, the Sinhalese make up the largest number of the inhabitants, notwithstanding there are very large villages inhabited solely by Moors, and also very many Malabars scattered here and there. For the clarity of what has been mentioned above, it should also be noted here that between the possessions of the Honourable Company on the east side of the Island and the Kandyan lands, on a very unequal width, the Vedda forests extend roughly from the north-west to the south-east of the districts of Bintenne and Tambankadewe, or as far as the Panva district, the largest part of which is subject to the Kandyans. Nevertheless, the western or upper parts of Wellasse and Bintenne are cleared of forests, and one finds there very many good villages to which extensive and fertile fields belong. In the first-named district, the Moorish inhabitants sustain themselves with cattle breeding and with the rearing and supply of pack animals, which turn out very good and in great numbers there. One must conclude that the Kandyans have from of old applied themselves to instilling in the Veddas, who are the inhabitants of the aforementioned forests, an aversion against the Company and all whites, while all gentle treatment towards them and their chiefs is unable to outweigh the harsh treatment which they suffer from the Kandyan Dessaves. The attentiveness with which they are diverted from all kinds of cultivation must lead one to think that the policy of the Court is to keep the aforesaid forests on the east side as a forest barrier for their country; and the harsh rule and oppressive manner of government of the Dessaves of Wellasse and Tambankadewe over the remaining inhabitants, in use for many years, may justly give rise to the presumption that the Court would not be displeased to see the two districts become depopulated, so that in time they might be joined to the Vedda forests. Concerning that which Your Right Honourable and Worshipful was pleased to write regarding the Noegerie and Soerlisse Wanniyas, I refer to what has been mentioned above regarding the northern part of the Island. As a final report regarding the rivers that flow down into Batticaloa from the Kandyan lands, it should be noted that they dry up completely for the most part at the end of the west monsoon, there being no river of any importance or of more than 10 to 12 hours' course, so that the Batticaloa River is purely salt or sea water, and should rather be regarded as an inlet of the sea than as a river. The intention of Your Right Honourable and Worshipful being certain that Batticaloa should contribute as much as possible to make the expedition entrusted to Major Tornbauer succeed, His Honour has agreed with me that the following troops should be sent back from here to Trincomalee before mid-October, namely: the detachment of the Regiment de Meuron stationed at Wiesemoene, consisting of 42 men; the portion of the Company's Easterners of Captain Moendoe at Karremoene, consisting of 72 men; and finally, in addition, according to the intention of Your Right Honourable and Worshipful, the Company's Cochin sepoys present in the Panoa lands, 108 men strong; thus together 219 men, against which for the guarding of Wiesemoene
Dutch transcription
334 867 laasten gestelden te niet schij ding vervaardigd wijst zulks duidelijk aan, hoe wel zijn E: het Bintenes te veel boswards steld, en de wedassen bosschen in de Tambaka„ dewe agter de kortepattoe voor de medasse bosschen van Birtene neemt; zijnde deeze laaste land„ schap wat weste lijkens. Om verder aan de order van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zoo veel moogelijk te voldoen, die ik nog hier aantebieden, dat de Dessavonie van oewach als nog bestierd word, door dezelfde Dessave als in Anno pass:o onder hem hooren buiten het land van oewach op ziel zelfs de stad Badou„ la en de onderhoorige landen, die als konings Particulaire Domaijnen zijnde, direct bestierd worden door een apparte Adigaar Het landschap of Passere, staande onder een Ratteraele of lands vidaan, die door den Dessalve aangesteld word: Eijn„ delijk de Tempel van kadergamme en dies onder„ hoorige landen, staande direkt onder den opper Priester: voor eenige daegen heeft mij den kangaan van Panva be„ recht gelijk ook de hoofden ter lands vergadring alhier aangekoomen, dat op den 23. Julij laast leeden een brief ola met blaauw linne om worden op Badoula van kandia kandia was aangekoomen waar op den Dessave en de Adi„ gaar nog den zelfden avond met alle mogelijke spoed ver„ trokken zijn, om zieh naar het hof te begeeven. Voor zoo verre mij bewust is, is tot als nog geen ander Des„ save over het landschap Sambankadewe aangesteld, maar de Jnlandse hoofden moeten van alles reeke„ ning geeven aan een Mohottiaar van 't Hof, dien 8. â: 9. maanden geleeden aldaar en tot kingelorre gekomen is. De bewooners van de kandiaansche hier aangrensende lan„ den, zijn gelijk over geheel Ceilon van drie differentie Natoen als naemelijk singaleesen Mallabaaren en Mooren, nogtans met veel verschillende proportien na de Land„ schappen: In het land van oewal, vind men meest alle sing aleesen een klijn aantal Hooren en enkelde Mallabaaken: In het wellas zijn daar en teegen de Mooren de taalrijste bezonder aan de oostkant, woonende de singaleesen in de beste dorpen aan de west kant, en hier en daar worden er eenige Mallabaaren bevonden: In het Landschap Bintene zijn daar en teegen genoegzaem alle inwoonders singaleesen, hoewel er echter eeni„ ge Mooren met wijnige Mallabaarsche huisgezinnen zijn: In het Landschap Tamban kadewe maeken de Mallabaaren genoegzaem het getal der inwoor„ ders 935 868 Faberinalia ders uit nogtans worden en ook eenige singaleesen en Mooren bevonden: In de Matulese Dessavonie, maeken volgens berichten de singaleesen het grootste getal der ingezetenen uit, niet teegenstaende zijn er„ zeer groote Dorpen alleen door Mooren bewoond; en ook zeer veele Mallabaeren hier en daar ver„ spreid. Tot duidelijkheid van het voor aangehaald, diend hier bij nog aangeteekend te worden dat tusschen de bezit„ lingen van D'E: komp:e aan de oost kant van het Eijland ende kandiaansche Landen /: op een zeer ongelijke breete:/ de wedasche bosschen zig trekken genoeg„ zaem aan het Noord weste tot het Zuidooste van de Landschappen Bintene en Tambankadewe of tot het Panvasse toe; staande de grootste ge„ deelte derzelve onder de kandianen: Nogtans zijn de westelijke of oppergedeelte van het wellas en Bentene van bosschen gesuiverd en men vind aldaar zeer veele goede dorpen waar aan uitge„ strekte en vragtbaare velden gehooren. — In de eerst genoemde landschap geneeren zich de Moorse Jnwwoonders met de vee sokkerij en met het aan„ kweeken en aanleeveren van draagbeesten, die aldaar zier goed en in meenigte vallen. Men 60 Men moet opmaeken, dat de kandianen zich van ouds of toengelegd hebben de wedassen /:die de bewooners. zijn van de evengem: bosschen :/ teegens de komp:e en alle blanken afkier in te boesem; terwijl alle minsdeme befeniingen omtrent haar en haare hoofden niet in staet zijn op te weegen de harde behande„ ling die zij van de kandiande Dessaves onder„ gaan: De oplettendheid waarmeede zij van alle zoorten van cultuur worden afgeleid moet doen den„ ken dat de staet kunde van het hoff is voorm: bos„ schen aan de oostkant te houden als een bostwee„ ring van haar land; en de harde bestier en druk„ kende Regeerings wijze van de Dessaves van wellas en Tambankadewe over de overige Jnge„ zeetenen, zeedert veele Jaeren ingebruik kan met regt doen veronderstellen, dat het hoff niet on„ gaarne zouden zien, dat de twee Landschappen on„ bevolkt raakten om met der tijd aan de wedassen bosschen bij een getrokken te kunnen worden. Betreffende het geen uuwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van de Noegerie en soerlisse warniassen behaagde te schrijven, referere ik mij aan het geene hier boven gem: stoet van het Noordelijke gedeelte van het Eijland. Tot 996 864 Kalainker Tot laaste bercht diend omtrent de Rivieren die in het Batto kalose uit de kandiaanse Landen af„ stroomen, aangemerkt te worden, dat dezelven in het laast van de west Mousong meesten tijd ten eenemael opdroogen; zijnde geen onheld van eenig belang, of van meer dan 10. â: 12. uuren Cours, zo dat de Battikalosche Rivier enkeld zout of Zee waeter is, en eerder voor een inham van de zee als voor een Rivier aangezien moet worden. - De intentie van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: Zeeker zijnde dat van Batti kaloa zo veel doenlijk gecontibueerd word, om de expeditie aan de Heer Majoor Tornbauer opgedraegen te doen reuseeren, is zijn E: met mij over een gekomen, dat de ondervolgende Troupen van hier naar Trinkenomale voor medio october zou„ de worden te rug gezonden, als naemelijk het de„ tachement van het Regiment van Meuron te wiesemoene leggende, bestaande in koppen. Het gedeelte van de komp:e vosterlingen van 42. Capitain Moendoe te karremoene bestaande in 72. koppen, en eijndelijk daar bij volgens intentie van uwel Ed: Gest: groot Achtb: de in de Panoasche landen zijnde komp„e koetsiemse sipalis sterk 108. koppen, dus te zaemen m 219. koppen, waar en tegen tot de bestelling van wiere„ moene
English
moene will be sent, in order to protect the Batticaloa country together with the two companies of native troops stationed there. The post of Karemoene in the Korlepattoe will be occupied by a detachment of the Batticaloa garrison and of the Company's sepoys from Wieremoene, where a European officer will be lacking; although I judge that it is highly necessary there, as will be seen below, to convoy the transports from Batticaloa for the Trincomalee Corps securely to Kingeloore or as far as Minneriya. Regarding the Panoa countries, matters will have to be left as they are for the time being, in case Your Right Honourable and Highly Respected Sir could not send 24 or 30 native troops from the Matara district to Arugam, to occupy the newly established post there by the sea. One must assume that the troops who, according to the above, will remain here, will be sufficient to protect the eight Batticaloa provinces against molestation by the Kandyans; so that with the approval of Your Right Honourable and Highly Respected Sir no change by Your Right Honourable and Highly Respected Sir can be made to what was agreed with Major Fornbauer, except that it may sometimes be required to leave 36 to 40 Easterners from the company of Captain Moendoe with a native officer and a drillmaster at Karemoene during this bad monsoon to keep post there, and subsequently at the beginning of February to go to Minneriya through the eastern Tambankadewe via Kingetorre to protect the first transport of provisions. In the first year of the war, with the approval of Your Right Honourable and Highly Respected Sir, one ought to remain purely on the defensive on the side of Batticaloa, as was just mentioned, and be content with keeping the subordinate lands in tranquility, in order to collect the Company's grain and monetary revenues in the coming year, if it is possible, without arrears. To that end, the garrison of the redoubt at Wieremoene must not be weakened, especially of Europeans, and the various small posts belonging to it and lingering patrols inland must be maintained. It is chiefly with this aim that I have asked Major Fornbauer, instead of the above-mentioned 219 men, for 60 men of the Jaffna companies to be stationed at Wieremoene instead of the detachment of the Regiment de Meuron. Although there are reasons to assume that on his part the Disawa of Wellassa and Bintenne, Pattewake, will be able to be induced into secret communication and an understanding, I nevertheless believe that this court dignitary is not to be trusted very much, and that he might well venture an incursion with his men on the south side of the country, in the province of Akkaraipattu, even if it were only to sell his wares more dearly afterwards. That he would be able to gain a firm footing in Batticaloa is by no means to be thought of, but such an unexpected incursion during the sowing or harvest season would cause general confusion, and sometimes incite the Mukkuva headmen with their families to revolt. These considerations compel me to request from Your Right Honourable and Highly Respected Sir a capable and knowledgeable officer as commander over all the troops in the country, strictly before next January, and specifically, if possible, the Infantry Captain Mr. Mittman. I hope that the importance of the matter will induce Your Right Honourable and Highly Respected Sir to grant this my respectful request. Concerning the further assistance that can be given from Batticaloa for the expedition of the Trincomalee Corps, it will consist of 200 good pack animals, which will be in Trincomalee in November; successively with the transport, 400 or 500 slaughter cattle can be delivered. Finally, from time to time transports of provisions, such as rice, arrack, oil, etc., etc., will be sent; as just mentioned, through the Korlepattoe and the eastern Tambankadewe to Kingetorre on the river Kinge Ceria, 9 hours' distance from Minneriya, where Major Fornbauer intends to establish his main magazine. If there is a possibility to bring the transports across the river and to induce the Batticaloa people, both coolies and pack animal drivers, to go to Minneriya, nothing will be neglected toward this, provided care is taken that adequate military protection is given for the journey there and back between Kingetorre and Minneriya, and that men or animals are never forced to go further. The coolies and pack animals can be gathered at the river Nattoer and the goods brought from here by sea in the good season through the mouth of the aforementioned river, in order to be subsequently transported with coolies and pack animals under military escort from Karemoene, as mentioned above, through the Korlepattoe and the eastern Tambankadewe to Kingetorre. The route that the transports must follow goes from Nattoer via Warbanerie, Punani, Makaijpie, Tambankadewe to Kingetorre, lasting 18 to 20 hours, and the transports will presumably remain en route for 4 to 5 days each time. For the easier transport of arrack, small casks are entirely lacking here, and to that end I request from Your Right Honourable and Highly Respected Sir 60 to 80 sufficient small casks with 4 hoops, which must each hold at most 18 cans of arrack, in order to be easily transported each by two coolies. While the aforesaid transports can initially be prepared secretly and brought to Kingetorre
Dutch transcription
moene zal zenden, om met de aldaar zijnde twee kompagnien Inlandsche Troupen het Battikaloasch land te dekken. De post van karemoene in de korlepattoe zal bezet worden met een Detactement van het Batte kalvasche gornisoen en van de Comp:e sipahis van wiere„ moene, waar bij een Eurpeesche officier zal ont„ breeken; hoe wel ik oordeele dat het aldaar hoog nodig is, om gelijk nader gezien zal worden de Transporten van Battekaloa voor het Trinkeno„ maelsche Corsoi naar kingeloore of tot Minerie secuum te Convoijeeren. — De Panoassen landen betreffende zal men de zaeke op haar beloop voor eerst moeten laeten ingevalle ouwel Ed: gestr: groot Achtb: uit het Matureesche geen 24: of 30: koppen Inlandsche trouppen naar Aroelgam„ me kon zenden, om de aldaar aan de zee nieuw aan„ gelegde post te bezetten. Men moet veronderstellen dat de Troupen, die volgens het boven aangehaalde hier zullen blijven toerijkende zul„ len zijn om de agt Battikaloasche provintien teegen overlast van de kandianen te bevrijden; zoo dat met goedkeuring van ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: geen ver„ andering van uwel Ed: Gestr: groot Achtb: aan het afge„ spoeken 100 997 870 Falainaka sproken met de Heer Majoor Foanbauea kan koomen, als zom wijlen dat het kan vereijscht worden 36: â: 40: koppen Oosterlingen van de Comp:e van Capitain Moendoe met een Inlands officier en een Duilmeester op kare„ moene in deeze kwaade Mouson te laeten, om aldaer post te blijven houden, en vervolgens in het begin van Februarij tot dekking van het eerste transport leevensmiddelen door de oostelijke samban kadewe over kingetorre na Monerie te gaan. In het eerste Jaar van den oorlog, zoude men zich met goedvinden van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: aan de okant van Battikaloa gelijk even gezegd is, enheld op de deffensief moet houden en vergenoe„ gen de onderhoorige Landen in rust te houden, om de Comp:s graanen en geld enkomsten in het aanstaande Jaar /:zoo het moogelijk is: / gerest in te krijgen: Tot dien einde moet de bezitting van de schants bij mieremoene niet verswakt werden voor al van Europeesen, en de daar aan ge„ hoorende diversche klijne posten en vertoevende pattaoulles landwaards onderhouden worden: Dit is hoofd zakelijk met dit oogmerk dat ik de Heer Majoor Fornbauca insteede van de bo„ vengem: 219. koppen 60. Man van de Jaffena„ sche as 679 678 sche kompagnien heb gevraegd om op wieremoene te plaatsen in steede van het Detachement van het Regiment van Meuron. Hoewel reeden zijn te veronderstellen, dat op zijn heid den Dessave van willetje en Bintane, Pattewake tot hijmelijke Communicatie en verstandhouding zal kunnen bewoogen worden, meen ik echter dat die Hofs groot niet zeer te vertrouwen is en dat hij aen de Zuidkant van het land, in de provintie Ac„ crepattoe wel een inval met zijn volk zoude kunnen waegen, was het maar alleen om zijne ma„ ren naderhand duurder te kunnen verkoopen: Dat hij in het Battikaloasche vaste voet zoude kun„ nen krijgen is geenzints te denken maar door een diergelijke onverwagte inval in de zaij of oogst tijd zoude een algemeene verwarring ver„ oor zaeken, en zomwijlen den Moehoewasse hoofd pedisen met hunne familien tot opstand beweegen: Deeze consideratien noodzaeken mij ouwel Ed. gestr: Groot Achtb: omr een bekwaem en kundig offi„ cier als Commandant over alle de Troupen in het land, rutterlijk voor Januarij aanstaende te verzoeken, en specialijk als het geschieden kan om den pn: fantarij Capitain de Heer Mittman: Ik 338 871 Kaleinakr Ik hoope dat de aangeleegendheid van de zaek ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: zal beweegen dee„ ze mijn eerbiedige verzoek toe te staen. —. Belangende de verder hulp dat van Battikaloa zal kun„ nen gegeven worden dan de expeditie van het Trinke„ nomaelsche Corps, het zal bestaen in 200. stux goede draegbeesten, die in 9ber: op Trinkenomale zullen zijn successief met de Transport zullen kunnen geleeverd worden 400. of 500. slagt beesten. Eindelijk zullen van leid tot teid transporten van levensmiddelen, als Rijst, Arrak, olij &:a &:a ge„ zonden worden; als even gezegd door de kralepat„ toe en de oostelijke Tamban kadewe tot kingetoene aan de Rivier Kinge Ceria 9. uuren of standig van Minerie alwaar de Heer Majoor Fornbauer voorneemen is zijn hoofd Magazijn op te rigten. Indien er moogelikheid is, de transporten over Ri„ vier te brengen en het Battikalvasche volk te beweegen, zo koelies als draagbeesten voerders tot Minerie te gaan, zal hier toe niets verzuimt worden indien er gezorgd word, dat een genoeg„ zaeme bedekking van Militairen voor de heen en te rug reize tusschen kingetorge en Minerie word gegeeven en dat nooijt menschen of beesten worden ve ne van worden gedrongen verder te gaan. De koelies en draeg„ beesten kunnen worden verzameld aan de Rivier Natoer en de goederen in de goede teid van hier over zee door de mond van avengem: Rivier gebragt om vervolgens met koelies en draegbeesten onder bedekking van de Militairen van karremoene, „gelijk boven gezegd door de korlpattoe en de ooste„ lijke Tambankadeue tot kingetorre getrans„ porteerd te worden. De weg die de Transporten moeten volgen gaat van Natoer over warbanerie Poenane Ma„ kaijpie, Tambankadewe tot kingetorre ge„ duurende 18. â: 20. uuren en de transporten zul„ len vermoedelijk elken heer 4. â: 5. daagen onder weegen blijven. -. Tot het gemakkelijker transport van Arnak ontbreeken hier ten eenemael klijne vaeten, en tot dien einde ik ver„ zoek ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: om 60. â: 80. suffir„ soute klijne vaeten met 4. koepels die hoogst 18. kannen Arrak ider inhouden moeten, om ge„ makkelijk getransporteerd te worden ider door twee koelies. Terwijl voorsch: transporten in het eerste hij melijk zullen kunnen worden geprepareerd en tot kinge„ torre
English
872 339 Finlainakr brought to Kingetorre or Minerie; I believe that they must initially also be made as large as possible in order to bring up a large quantity of provisions at once; and it can also each time be communicated via Trinkenomale on what day they will be able to depart and arrive at Kingetorre, so that they may be met there by detachments sent from Minerie to receive them, to facilitate the passage of the river, and to cover them further. It would perhaps be useful to send along from here each time, or in advance, 12 Company's Veddah woodcutters in order to cut the necessary light timber at Kingetorre for the making of rafts, with which the goods and people could be hauled across with the help of coir ropes. While in the meantime in the month of January the river Jainge will still be too wide and the current still too swift, the first transport would not be able to cross with certainty before the end of February. In the Battikaloa district a sufficient quantity of pack animals is found, which are reared by the headmen and other people who support themselves thereby; and they sell the same very unwillingly. These pack animals are indispensable here in the country for the bringing in of the paddy of the tithes to the places where it is further transported by water to Battikaloa; for that reason one cannot reduce the quantity of these useful animals by much without inconvenience to the service. Therefore, Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir will certainly not wish that the inhabitants of the country be haggled with over the price of the 200 pack animals that are to be delivered from here to Major Fornbauer in the month of November. Here one must pay 3½ to 4 rixdollars and even more for a well-conditioned pack animal; and it is advisable to give this latter price for them in order not to discourage the inhabitants. Concerning the necessary pack animals for the transport of the rice in the transport of the month of February aforesaid and so forth, the Company ought to pay the ordinary porterage wages to the bullock-drivers or Tamils from the day that they shall have come out of the Battikaloa country. After the month of February, one or at most two 1000 873 Kolonba such transports can be made in the following two to three months, with fewer coolies however on account of the sowing season; but after that, both animals and men cannot be spared without detriment to the country. If the small arrack casks mentioned above are sent here, four leagers of arrack and 1800 parras of rice, with various other necessities, will easily be able to be conveyed from here to Kingetorre or Minerie before the beginning of January. In case Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir could see fit to allow for a time that the Kandyans come down to this side with their trade as formerly, they would certainly do so in the hope of obtaining salt, and in that manner one could seize a good number of pack oxen from them as if on loan. In the past year, in order to make the former Disawa of Welasse more or less apprehensive during the clearing of the road to Nawelaar, a good number of Kandyan pack animals were taken into custody with the drivers, ostensibly for the service and under the guard of the then Captain Commandant, Mr. Drieborg, but I subsequently, as unnecessary, allowed them to depart. The Infantry Captain, Mr. Bohier, after a six-week stay here, departed back from here to Jaffnapatnam by sea on the 18th instant. I have given His Honor the necessary communication of what Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir was pleased to write regarding him in Your most respected, aforementioned missive; and I am also privately informed that he has corresponded about this with Major Fornbauer. The few necessities that will be lacking here for the state of defense, I shall, subject to the approval of Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir, requisition from Trinkenomale before the end of the shipping season. It will mainly consist of an iron or metal cannon piece of two or at most 3 lb caliber to place on the east bastion of the redoubt at Weremoene. The pieces here at Battikaloa are of 6 to 8 lb caliber and therefore too heavy to transport to Weremoene and to place on an earthwork. Pursuant to the liberty granted by Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir 1091 874 Kobeibr To the same as before to reply to Your secret missive generally or separately, after communication to Major Fornbauer of the main content of this, the latter method was chosen; and if anything should be lacking in this reply, I request to be informed of Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir's further pleasure. Having furthermore the honor to subscribe myself with all due respect and esteem, was signed as before, in the margin, Battikaloa, the 31st of August 1792. Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir's secret circular missive of the 26th of September last, I have had the honor to receive; action will be taken according to the contents thereof regarding the Kandyans who shall come down to buy up salt. Concerning that, I shall however in all submission demonstrate to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir that, whereas in this southwest monsoon no salt whatsoever has been manufactured in the Battikaloa district, and that in the Koralepattoo and in the Panawa nothing worth mentioning
Dutch transcription
872 339 Finlainakr toere of Minerie aangebragt worden, ik meen dat ze ook in het eerst zo groot mogelijk moe„ ten worden gemaekt om met eens een groote quantiteid levensmiddelen op te brengen; en ook zal telkens over Trinkenomale kunnen bedeeld op wat dag ze zullen kunnen vertrekken en op kingetorre aankomen ten eijnde dezelfde aldaar zullen kunnen worden ontmoet door detache„ menten van Minerie gezonden, om ze in ont„ vangst te neemen, de passagie van de Riveer facili en verder te bedekken: Het zoude mis„ schien dienlijk zijn telkens van hier meede of voor uit te zenden 12. komp:s wedassen hout„ kappers om te kingetorre de nodige ligten houten te kappen tot het aanmaeken van vlotten, waar„ meede de goederen en menschen met behulp van kaijertouwen zoude kunnen overgehaald worden. Terwijl intusschen in de Maand Januarij de Ri„ vier Jainge nog te breet en de stroom nog te snel zal weezen, zoude het eerste trans„ port niet voor het laaste van februarij met zeekerheid over kunnen trekken. In het Battikalosche worden bevonden een genoeg„ zaeme quantiteid droegbeesten, die door de hoofden en ag e„ inge„ k en andere menschen, zich daar meede geneenende op gekreekt worden; en zij verkoopen dezelve zeer ongaarne. Deeze draagbeesten zijn, on-ontbeerlijk hier in het land tot den aanbreng van de Nelie van de Thiende ter plaatsen alwaar het verder te water naar Battikaloa vervoerd word: om die reeden kan men de quantiteid van deeze nuttelijke beesten niet veel verminderen zonder ont„ rief van den dienst: Dierhalven zal zeeker ouwel Ed: gestr: Groot Achtb: niet willen hebben, dat de lands jngezeetenen beknibbeld worden op de prijs van de 200: droegbeesten die van hier aan de Heer Majoor Fornbauer in de maand 9ber: geleeverd zullen mor„ den. Hier moet men 3½. â: 4. rd:s en zelfs meer voor een wel aangelegde draagbeesten betaelen; en het is te raaden dit laaste prijs daar voor te geven om de Jnwanders niet mismoedig te maken. Aangaande de nodige draagbeesten tot het vervoer van het Rijst in het transport van de maand februarij evengem: en zo vervolgens diende de komp:e aan de Boejeros of Tamlangs de ordinaire draagloon te be„ taelen van de dag, of die zij uit het Battikalosche land zullen zijn gekoomen. Na de maand van februarij zal nog een of hoogst twee 1000 873 Kolonba tiere transporten in de volgende twee a: drie maanden gedaan kunnen worden /:met minder koelies echter wegens de zaijtijd:/ maar daar na zullen en beesten, zonder nadeel voor het land niet gemist kunnen wor„ den. zo indien de klijne Arraks vaatjes boven gem: hier gezonden worden, zullen gemakkelijk vier leggers Arrak 1800: Pars: Rijst, met verschijde andere nood„ zaekelijkheeden, voor het begin van Janua: van hier naar kingetorre of Minerie konnen be„ „ zorgd worden. Ingevalle ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: kon goed vinden voor een tijd lang toetestaen, dat de kandianen aan deeze kant gelijk voor heen of kwamen met haar Negotie, zij zouden het zeeker doen, op hoope zout te krijgen, en men zoude op dien wij ze een goede partij draeg ossen, als ter leen van hem in beslag kunnen neemen. In het gepasseerde Jaar om de voorige Dessave van willetje min of meer bedugt te maeken /:onder het schoonmaeken van de weg maar Nawelaar:/ zijn een goede partij kandiaansche draegbeesten met de drijvers in verzeekering genoomen kwansuis ten dienste en in bewaering van den toenmaligen Capitain de Capitain Commandant de Heer Driebort maar ik heb ze naderhand /:als onnodig:/ laaten vertrekken. Den Jnfanterij Capitain de Heer Bohier na ses weeken verblijf alhier, is op den 18. ' deezer van hier naar Jaf„ fenapatnam over zee te rug vertrokken: Ik heb aan zijn E: de noodige Communicatie gegeeven van het geen ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: omtrent hem bij hoogst deszelfs geachte meerm: missive behaagd te schrijven; en ben ook particulair onderrigt dat hij daar over met de Heer Majoor Fornbauer gecor„ respondeert heeft. De wijnige benoodigtheeden, die alhier zullen ontbreeken, tot den staet van defensie zal ik op goed keuring van ouwel Ed: Gestr: Groot Achtb: van Trinkenomale voor het eijnde van de vaart requireeren; Het zal hoofd zaeke bestaen in een stuk ijzer of metael canons van twee of hoogst 3. lb: Cabiber om op het oost vondeel van de schans bij weremoene te plaetzen: De stukken hier te Batti kaloa zijn van 6. â: 8. lb: caliber en dierhalven te swaar om op wiere„ moene te invoeren en op een aarde werk te plaet„ zen. Ingevolge de vrijleid door uwel Ed: gestr: Groot Achtb: gelaeten 1091 874 Kobeibr Aan als vooren gelaeten Hoogst dezelve secreete missive in 't ge„ meen of afzonderlijk te beantwoorden, is na Com„ munitatie aan de Heer Majoor Fornbauer van het hoofdzakelijk inhoud dezes, de laaste wij„ ze verkoosen; en zo er iets mogten ontbreeken aan deeze beantwoording ik insteene van uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: nader begeerte onderrigt te mogen worden. Hebbende overigens de eer mij met alle verschuldig„ de ontzag en eerbied te onderschrijven /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Battika„ loa den 31:' Augustus 1792. —. Vuwel Ed: Gestre: Groot Achtb: Secreeten Circulacken G missive vanden 26. September Jongstleeden, heb ik de eer gehad te ontvangen; zullende naden inhoud denzelve woorde gehandelt; omtrent de kandiaa, nen die afkomen zullen om zuit op te koopen. Dien, aangaande zal ik echter in alle submissien uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: vertoonen dat ter„ „wijl in deese roest moussen geen zout hoegenaamd in het Batikaloasche is aangemaakt, en dat in de korlepattoe en in het panaase niets noem, „waardig ctb:
English
To the same as before. amounting to barely twenty amonams, it is feared that the Kandiyans cannot be supplied with salt from the previous year's stock without causing hardship to the Company's inhabitants. The salt already being expensive and held almost entirely by 20 to 30 owners of the salt pans of Mamoene, it will be bought up collectively in small lots by the Kandiyans at a higher price, causing the inhabitants of the country to suffer great scarcity until next April. A multitude of the King's subjects in [illegible], who would otherwise remain in their country, are now inclined to come into the Batticaloa region solely on account of the lack of salt there and to work in the fields so that they may have the use of that salt. For the rest, I have the honor to subscribe myself with all due awe and respect. Below stood and signed: As before. In the margin: Batticaloa, the 23rd of October 1792. I have had the honor to receive both Your Right Honorable's respected secret circular dispatches of the 13th and 17th of November last, together with the extract dispatch sent alongside the first, written from Nagapatnam to Jaffna on the 22nd of October of this year. In dutiful compliance with Your Right Honorable's orders and intentions, everything will be set in motion here as far as possible, according to the state of affairs, in order to prevent any surprise should the news mentioned in the aforementioned extract that the Republic has declared war on France prove to be well-founded. With regard to the former order contained in Your Right Honorable's secret letter of the 11th of September 1790, not to admit any warships of foreign nations into the harbor except in cases of extreme necessity, Your Right Honorable should be informed herewith that the anchoring of one or more ships in the Batticaloa roadstead cannot be prevented due to the far distance from the fort, but that in order to prevent any landing at the mouth of the river, a battery of two to three pieces with plank platforms in the sand could still be quickly thrown up if some authorization for that purpose is granted by Your Right Honorable. Aside from the mouth of the Batticaloa river just mentioned, no landing of importance can take place at any other place on the coast near Batticaloa, except in the bay of Hoenekoudare and at the Vendeloos Bay, the first place being two hours and the last about eight hours from the aforementioned. For the prompt transportation of letters, whether via Trincomalee or via Matara, the necessary orders have been issued directly. Regarding the transport of salt from this side to the Kandiyan territory, I must refer to my respectful secret official dispatch of the 23rd of October last and private letter of the 22nd of that month, and repeat herewith that, no salt having been produced here during the past west monsoon, the small amount of this salt in stock, being very expensive, cannot be transported inland. Since the posting of the corvettes, no Kandiyans have come down to this coast, but in Panoa and in the Korlepattoe some who had only returned to Panoa from Arookgam to their country were observed carrying with them only eight markas or 2 2/3 parras of salt. For the rest, I have the honor to subscribe myself with all due awe and respect. Below stood and signed: As before. In the margin: Batticaloa, the 10th of December 1792. To the Right Honorable, Most Worshipful Lord. Agrees: Hybrands, First Clerk. To the Right Honorable, Most Worshipful Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord! There has arrived here from the coast by boat the person named Sinnetambie. Being dressed as a Sinhalese, he appeared suspicious to me, for which reason I had him called before me and asked him whence he came, whither he was going, and what trade he practiced; and since he answered this only slowly and after reflecting for a while, and brought up now this, now that, in his pretenses which had not been asked of him, I was strengthened in my opinion, wherefore I had his chest and what he had brought and inspected. There was nothing else than some olas on which plays were written, some rice, and clothes. However, he had no stylus nor knife, which appeared suspicious to me as he was able to write, and the gate attendants also testified that his dress looked more like a Vadega or Kandiyan than a Chetty of Colombo. To that end I placed him aboard the sloop Gale to be conveyed across, and I most humbly present to Your Right Honorable his statement herein, not doubting that it will merit Your Right Honorable's approbation. For the rest, I call myself with deep awe, Below stood: Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: C. F. Ebell. In the margin: Mannar, the 15th of February Anno 1792. Today there arrived the resident of this place, being the Moor Auderiman Sekana Lebbe, from the coast, whither he had departed some months ago to conduct trade, and upon being asked what news there was on the coast, he related to me that which is recorded in the account very respectfully offered herein. If it please Your Right Honorable, you will see from it that no persons from Kandy have departed from here to the coast, and
Dutch transcription
Aan als vooren. waardig of geen twintig Ammonams, tot annmen geflakeerd is de kanchaanen zonder eigen ontrief voor 'sCm: p:s Jngezeetenen niet met zout geholpen— kunnen worden uit het voorjaarig voornaad- Het zout reets duur zijnde en genoegzaam allen in houden van 20: a 30. Eigenaars der zoutpan„ „nen van Mamoene zal door de kandianen gezamentlijk bij klijne parthijen teegens hooger prijs opgekogt worden, inde lands Jngezeetenen tot Aicp aanstaande groot gebrek leide. Mee„ nigte van 'sConings Jngezietenen op willetje, die anders in hunnen land zouden blijven, staan thans enkeld weegens zuit gebrek aldaar numelijk in het Batikaloase te koomen en aande velden te werken om wij gebruik van dat zodt te hebben, Jk heb overigens de eet mij met alle verschuldig„ „de ontsagen eerbied te onderschrijven (:onderstond:/ /engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Batiha, „loa den 23. ' October 1792— te saamen Beide uwel Edele Gestr Groot Achtb: gerespectieude Circlelaire schreete missies van den 13. en 17. Novem„ bestaatsleeden, heb ik de eet gehad te ontvangen, met de nevens de eersten toegezonden Extrakt missive . 1002. 875 Kolomibe missive van Nagapatnam naat Juffena geschree„ „ ven den 22. october deezes Jaars Jn pligtschuldige voldoening aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: ordre en intentie zal alhier alles zoo veel doenlijk, na gesteldheid van zaaken zonder of het in het werk worden gesteld, ter voorkoming van ee„ nigen verassing indien de tijding vermeld bij de even gemelde Extrakt dat de Republiek den oorlog aan frankrijk heeft verklaard, gegrond mogten zijn; Jn betrekking op de voorige onder vervat bij uwelEd: Gestr: Groot Achtb: se kreeten brief van den 11. Sep„ tember 1790. om geen oorlog scheepen van de vreemde Natiens buiten de uittersten nood, in de haaven te admitteeren diend uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: bij dezes te worden bericht dat het ankeren van een of meet scheepen op den Batikaloaschen rheede, door de ver afstand van het fert, niet kan worden belet, maar dat tot voorkoming van eenige landing aande mond van de Revier een Batti„ „rij van twee â drie stukken met planken bed„ „dings in het zand, nog spoedig zoude kunnen wor„ „de „den opgeworpen zoo laas toe eenige qualificatie door uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: word verleend Buiten de mond van de Battikaloaschen uurer doen gemeld kan op geenanderen plaats vande kust na bij Batikaloa een landing van belang geschie, „dan behalven in de bogt van hoene koedare en aande vendeloose Bhaaij de eersten plaats twee ueren en de laaste Cirka agt uuren om der voorsd. Tot de spoedige transport van de brievens het zij over Trinkonomale of over Mature zyn direct de noodige orders gesteld: Aadagaande den opvoet van het zout aan deeze kant naat het kandiasen, moet ik mij suffereeren aan mijne eerbiedigen secreeten officieele schrij„ ven van den 23. october J:2 en particulieren, brief van den 22. dier maand; en hier bij her haaken dat in gepasseerde west mousson alhier geen zout aangemaakt zijnde het weinige van dit zult, in voorraad zeer duur zijnde niet kan worden opgevoerd. zedert het op inzetten vande quavetten, zijn geen kandiaanen aan deeze kost affgebomen maar op panca en inde korlepattoe eenigen die alleen op Panoa van Anroekgammen tetugn dan haar Kolembe haar land zyn gebeurd meede neemende maar agte Markus of 2. 2/3. parras zout. Ik heb overigens de eer mij met alle verschul„ „digen ontzag en eerbied te onderschrijven /: onder„ „stond:/ en geteekend:/ als vooren /: in margiene:/ Batekaloa den 10. December 1192—. Aan de wl Edele Eet Aatbaaren Heer 1003 876 Akkordeert Hijbrands Egklerk dnden 1 deto e etera ae Kolembe Aan Den wel Edelen Groot Agtbaaren Heer willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden. Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! van de kust is alhier met een battel gearriveerd, den perzoon genaemt sinnetambie, deezen als een singalees gekleed zijnde, kwam mij verdagt voor, als waarom hem bij mij roepen liet, en hem vroeg, van waar hij kwam, waar heen hij wilde, en wat hij voor eene weering oeffende, en vermits hij dit niet dan lang„ zaam, en na zig wat bedagt te hebben, be„ antwoorde, en dan dit, dan dat, in zijn voor„ geeven te pas bragte, het geen hem niet gevraagd wierd, wierd ik in mijne meening ge„ sterkt, weshalven zijne kist, en het geen hij had, brengen en visiteeren liet, daar en was niets anders, dan wat olassen, waar in comedien geschreeven waaren, wat rijst, en kleederen Aan als vooren. kleederen, egter had hij geen grif, nog mes, dat mij als kunnende schrijven verdagt voorkwam, en ook betuigden de porta be„ diendens, dat zijne dragt meer na een wad„ dega of kandiaan, dan na een chittie van kolombo geleek, ik heb hem ten dien einde op de sloep Gale geplaatst om daarmede overtevaren, en biede ouwel Ed: Groot Agtb: zijne verklaering in deeze zeer nedrig aan„ niet twijffelende, of het zal, ouwel Ed: groot Agtb: approbatie verdienen. Ik noeme mij voor 't overige met diep ontzag /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer uwel Ed: Groot Agtb: onderdanige en Gehoorsaeme ditenaar /:was ge„ teekend:/ C: F: Ebell. /:in margine:/ Manaar den 15. ' Februarij A:o 1792. - Heeden arriveerde den inwoonder van hier, zijnde den moor Auderiman Sekana libbe van de kust, waar heen hij voor eenige maanden om negotie te doen, vertrocken was, en deeze verhaalde mij op de gedaene vraege wat er voor nieuws op de kust was, het geen op het in deezen zeer eer„ biedig aangebooden werdende relaas bekend staat ouwel Ed: Groot Achtb: zal des gelievende daar uijt zien, dat van hier geene perzoonen van kandia na de kust vertrokken zijn, en
English
and those arriving from the coast are indeed searched, nor has any departure to the coast been able to take place since October, because navigation is closed and the quartermasters of the kadis vessels that go to the opposite shore with letters have the strictest orders to take no one along, whomsoever he may be, even if he possessed a pass, unless he brought at the same time a letter of safe conduct from me for them, and that even then, in the presence of the postholder at Tallemanaar, the persons who had permission to cross had to be searched, and furthermore that they must not bring anyone over here from the opposite shore, whomsoever he may be, which has also been strictly complied with up to the present. Regarding the statement that Kadersaijb knew of the present that the Kandians who are on the coast had at Naoer, I shall write to him and ask him about it, since I knew him before he came here on embassy, as if I were doing it for myself, and upon receiving his answer present it to Your Right Honourable Sirs. I shall also write to Mr. Dormieux and among other things inquire about it, further requesting His Honour to impart the truth thereof to me. Hoping that all the foregoing will merit Your Right Honourable Sirs' approval, I have the honour to call myself with deep respect. Beneath stood and signed: as before. In the margin: Manaar the 8th of March Anno 1792. I have just now been honoured with Your Right Honourable Sirs' most respected secret missive of the 13th of this month, and serve in most humble response thereto, that here no more than one company of sepoys of Captain Mamadalie, called the second company, under the command of Ensign van Essen, lies detached; it is in total 89 heads strong, and that if the Honourable Chief of Kalpettij and Putlang should ask for the same, part of which are distributed among the posts, I shall assemble them at once and, according to Your Right Honourable Sirs' honoured command, send them thither. For the rest, I call myself with deep respect. Beneath stood and signed: as before. In the margin: Manaar the 19th of April 1792. I have had the high honour to receive Your Right Honourable Sirs' most respected secret missive of the 10th of this month along with the Candian report mentioned therein, and serve in most humble answer thereto, that I am having every possible investigation made for the person mentioned in the said report. When he arrives in the Manaar district, I shall immediately have him seized, thoroughly searched, and the letters and olas that might be found on him sent thither at once according to Your Right Honourable Sirs' high command. While I have the honour to be, with deep respect. Beneath was signed: as before. Was signed: C. Bruger. In the margin: Manaar the 17th of July 1792. About a good two to three hundred Rds. in leaden doits circulate here, those whose stamp is worn off I have declared uncurrent, but those whose stamp is still undamaged I have ordered to be accepted, yet this causes many complaints from the takers and givers; in the treasury I have 150 Rds. that nobody wishes to receive, and the wage-earning servants request not to be paid with them, because they cannot spend them at the bazaar. I therefore take the humble liberty to ask for Your Right Honourable Sirs' orders as to how we are to conduct ourselves in the receiving and spending of that currency. For the rest, I have the high honour to call myself with deep respect. Beneath stood: as before. Was signed: C. F. Ebell. In the margin: Manaar the 15th of October 1792. I have had the honour to receive Your Right Honourable Sirs' most respected secret missive of the 13th of this month, and serve in most humble answer thereto, that boats No. 1 and 2, before the receipt thereof, departed thither laden with paddy from Wedeteltwoe, and also that I have taken the instructions concerning the cruising of the beaches into my dutiful observance. For the rest, I have the honour to call myself with deep respect. Beneath stood and was signed: as before. In the margin: Manaar the 23rd of November 1792. In respectful answer to Your Right Honourable Sirs' most respected secret missive of the 17th of this month, I serve to report that I have immediately hired dhonis and stationed them on the lookout at the mouth of the river, in order to bring the men ashore at once upon the arrival of the sloop; the mandoos for their shelter are already prepared, but since I cannot obtain large dhonis privately here, because the fishermen's dhonis are too small to transport the people to Jaffanapatnam, I have, while transmitting a copy of Your Right Honourable Sirs' aforementioned secret missive, requested the Right Honourable Lord Commander to send the boats here for their transport, or else to order that they may march overland. In my humble judgment, I think the latter to be better, because now with the north wind the voyage by sea will take too long. For the rest, I call myself with deep respect. Beneath stood and signed: as before. In the margin: Manaar the 30th of November 1792.
Dutch transcription
en die van de kust koomen, werden wel geviciteerd, ook heeft het vertrek na de kust zedert october niet gescheeden kunnen, wijl de vaard ge„ slooten, en de kwartiermeesters van de kadis„ vaartuigen die na de overwal met brieven gaan, de strengste ordre hebben niemand en hoe genaamd, al had hij ook een pas, meede te neemen, ten ware hij van mij een geleide brief voor hun teffens meede bragte, en dat dan nog in presentie van den posthouder te Tallemanaar de perzoon die permissie hadden overtevaren, moesten, visiteeren laa„ ten, voorts ook dat hoe genaamd van de overwal niemanden dit heen overbrengen moeten, het geen ook tot als nog stipt nagekomen is. op het gezegde dat kadersaijb wiste van het prezent, het geen de kandianen die op de kust zijn, te Naoer hadden, zal ik aan hem schrijven, en hem er na vraagen /:wijl hem, voor dat, in ambassade dit heen kwam ge„ kend hebbe:/, als diede ik het voor mij, en zijn antwoord bekoomende ouwel Edele Groot Agtb: aanbieden. Aan de Heer Dormieux zal ik meede schrij„ ren en onder anderen daar na verneemen, zijn Ed: voorts verzoeken de waarheid daar dagt 87 Aan als vooren. Aan als vooren daar van mij te bedeelen. In hoope dat al het voorenstaande ouwel Edele groot Agtb: approbatie verdienen zal; zo heb ik de eene mij met diep ontzag te noemen. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Manaar den 8: Maart A:o 1792. —: zo even heb ik mij vereerd gevonden met ruwel Ed: groot Agtb: hoogst gerespecteerde secreete mis„ sive van den 13. ' dezer, en diene daar op onder„ danigst, dat hier niet meer als eene Compagnie chipahies van Capitain Mamadalie, genoemt de tweede Comp:e onder Commando van den vaandrig van Essen gedetacheerd ligt; in het geheel 89. koppen sterk is, en dat ik wan„ neer het E: opperhoofd van kalpettij en Put„ lang dezelve, waar van een gedeelte op de posten verdeelt zijn, mogte vraagen, ze ten eersten bij een brengen, en volgens uwel Ed: groot Agtb: g'eerd bevel, dat heen zenden zal. Ik noeme mij voor 't overige, met diep ontzag /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Manaar den 19:' April 1792. - Ik heb de hooge eere gehad te ontvangen ouwel Ed: groot agtb: hoogst gerespecteerde secreete mis sive „ 1685 87 Aan als vooren missive van den 10:' dezer nevens het daar bij vermeld Candias berigt en diene daar op on„ derdanigst tot antwoord, dat ik alle mogelijke naspeuringe doen laate, na den perzoon vermeld bij gem: berigt, jk zal hem wanneer in het Manaarsch komt, ten eersten doen vatten, nauwkeurig visiteeren, en de brieven en olassen, die bij hem mogte ge„ vonden werden, volgens uwel Ed: Groot Agtb: hoog bevel, ten eersten derwaards zenden. Terwijl ik de eere heb, met diep ontzag te zijn. /:onderstond /een geteakked als vooren /:was geteekend/ C: Bruger. /:in margine:/ Manaar den 17:' Juli 1792. —. Omtrend een groote twee â: drie hondert Rd:s loode duijten rabileeren hier, die welkers stem„ pel versleeten, heb ik ongangbaar verklaard, maar die welkers stempel nog ongeschonden, gelast teneemen, egter geeft dit veel kla„ gen van de neemers en geevers; in de kas heb ik Rd:s 150: niemand wil te ontvangen, en de loontrekkende dienaaren verzoeken daar„ meede niet betaald te mogen worden, wijl ze dezelve op de basaar niet uijtgeeven kunnen. Aan dls vooren. Aan als Vooren kunnen. JJk gebruike daarom de onderdanige vrijheid ouwel Edele Groot Agtb: beveelen te vraagen, hoe ik wij bij het ontvangen en uijtgeeven van die munt zal te gedrae„ gen hebben. Ik heb voor 't overige de hooge eere, mij met diep ontzag te -noemen. /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ C: F: Ebell. /:in mar„ gine:/ Manaar Den 15:' october 1742. —. uwel Edele groot Agtb: hoogst gerespecteerde se„ kreete missive van den 13. ' dezer, heb ik de eere gehad te ontvangen, en diene daar op onderdanigste in antwoord, dat de boots N:o 1: en 2: voor den ontvangst van de zelve, met nelij van wedeteltwoe belaaden, naar derwaards vertrokken zijn, zomede dat ik het aanbevoolene omtrend de bekruijzinge der stranden, tot mijne schuldige obser„ vantie genoomen heb. Jk heb voor het overige de eere, mij met diep ontzag te noemen. /:onderstond en getie„ kend:/ als vooren /:in margine:/ Manaar den 23. ' November 1792. -. In eerbiedig antwoord op ouwel Ed: groot Agtb: hoogst 880 hoogst gerespeciteerde sekreete missive van den 17:' dezer diene ik, dat ik ten eersten tonijs gehuurd en op het uijtkijken aan de mond van de rivier gesteld heb, ten einde bij het aarive van de sloep, de manschappen ten eersten aan de wal te brengen, de man„ does tot hunne lijfberging zijn reeds klaar, dog vermits ik hier geen grote tonijs particulier bekoomen kan, wijl de vissers tonijs te klijn zijn, het volk naar Jaffenap:m te brengen, zo heb ik onder toezending van afschrift van voorm: ouwel Ed: groot Agtb: sekreete missive, den wel Edelen Agtb: geb: Heer Comman„ deur verzogt, de boots tot hun trans„ port dit heen te zenden, dan wel te be„ n veelen, dat ze overland marcheeren kunnen. Na mijn gering oordeel, denke ik het laas„ te beter te zijn, wijl tans met de noorde wind de rijse over zee te lang aanlopen zal. Jk noeme mij voor 't overige met die p ontsag /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /:in mar„ gine Manaar den 30:' November 1792. —. Aeen
English
To as before. In respectful answer to the extract of the highly esteemed circular secret dispatch of 11 November last received from Jaffanapatnam, it serves to report that concerning the salt I can state nothing else than that the salt which forms naturally, since the order received not to let it pass to the Kandians, is gathered, kept at Arippo and Mantotte, and amounts to about 200 pakkas, which is retained for distribution and is sold or delivered to no one, neither to the local inhabitants nor to the highlanders, so that no salt of any kind is to be obtained here, for which reason the inhabitants currently fetch it from Wedeleltrooe for their own use. Thus no salt is sold here or transported by the inhabitants to the highlands. However, the salt forms naturally when the strong south-west winds blow and the brackish grounds dry up, and that occurs in the months of June and July, when everyone takes as much as he needs and keeps it for consumption, and this is by far not enough for the consumption of the inhabitants. For the rest, I call myself with deep respect. Was signed: As before. Signed: C: F: Ebell. In the margin: Manaar, 24 December 1792. Agrees, Hijbrands, First Clerk. Colombo To as before. To the Right Honorable and Highly Esteemed Lord, Willem Iacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed, Highly Respected dispatch of 27 December last, I have had the honor to receive in good order. The high orders regarding the dispatch and receipt of letters from or to the Coast of Coromandel or Malabar shall, as far as possible, be carried out according to the extract. I have the honor to be with all high esteem, Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord, your Right Honorable and Highly Esteemed faithful and obedient servant. Was signed: In the margin: Abraham Sebastiaen van de Graaff, Calpettij, 2 January Anno 1792. I have had the honor to receive your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed, Highly Respected secret dispatch dated Manaar, 10 June 1741. The Sinhalese priest Tikorale passed through here; he was brought here on 3 April under escort of two Lascarins. Being sickly, he stayed as a freeman in the Lascarins' guard and was provided with his necessary maintenance. In consideration of his weak condition, I wished to send him forward on a vessel of Mr. van Ranzow, which lay here in the roads, but from which he returned on the third day from on board with the Lascarins at his own request, because this vessel was forced by contrary winds to remain. He subsequently departed from here on 10 April, after he had received his provisions for the journey overland for the second time, under the guidance of two Lascarins to Silauw, without having complained about anything, for which I dare give your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed faithful assurance that he had not the slightest reason. Whether he suffered any unpleasantness from the commander or sailors of the vessel—though I trust the contrary, since upon his return he would have complained—I am completely unaware and can determine nothing certain about it, since the Lascarins who were assigned for his security are not present here at the moment; however, upon their return I shall interrogate them directly, and shall further submit a respectful report to your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed. To as before. In the meantime I have the honor to be with deeply due respect in all submission. Below stood and signed as before. In the margin: Calpettij, 14 August 1792. I have had the honor to receive your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed, Highly Respected circular secret dispatch of the 13th and 17th of this month, together with an extract of a dispatch written from Nagapatnam to Jaffanapatnam. As far as the defense of the forts of Calpettij and Putulang is concerned, they are in good condition; only the fort at Putulang has suffered somewhat from the heavy rains that fell on the earthworks, which will be restored to good order quickly as soon as the rain ceases. The only thing in this department that hinders the speedy transport of letters is the high rivers in the province of Putulang. For several days those who carry the letters between Calpettij, who travel to and from Pomparipo, must be ferried across with express ballams. Every fortnight, according to the high orders of your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed, an extract report in original shall be submitted of the amount of salt delivered to the Kandians and also to the inhabitants of here and Putulang, regarding which every care shall be taken that it is distributed in small portions. Upon the intelligence received from the Nogriewannie, of which I had the honor to submit the translation to your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed with my respectful dispatch of the 5th of this month, I immediately placed a Lascarin post on the promontory of Coodremale, where one can spot vessels such as barques, dhonis, etc., seaward at about the latitude of Manaar, and between which places in the North monsoon vessels can easily land without the slightest hindrance. I have the honor to be with deeply due respect in all submission. Below stood and signed as before. In the margin: Kalpettij, 22 November 1792. Your Right Honorable, Stern, Highly Esteemed, Highly Respected circular secret dispatch of the 8th of this month I have had the honor to receive in good order, the high orders
Dutch transcription
Aan als voorien. Jn eerbiedig antwoord op het van Jaffanapatnam ontvangen Extract hoog g:' eenrde Circulaire se„ „ crecte missive van den 11. November J:o Leeden, die „ ne:t dat ik omtrend het zout niets anders berigten kan, dan dat het zout, dat zig van zelve maakt, zedert de ontvangene ordre, omdat niet aande kandiaanen te laaten volgen, verzamelt, of Ar„ ripo, en Mantotte bewaard, en omtrend 200 pak „kas is, het geen tot de verstrekking aangehourden, en aan niemand, nog die ingezeetenen, nog bovenlanders verkogt, afgegeeven werd, dat hier hoe genaamd, anders geen zout te bekoo„ „men is, als waarom de ingezetenen tot hun ge„ bruijk het tans van wedeleltrooe haalen Zo dat hier geen zout verkogt of door de inwoondenr na de bovenlanden vervoerd werd, Egter maakt zig het zout van zelfs, wanneer de sterke Z: W: winden waaijen, de sultrige gronden opdroogen, in dat geschied in de maanden Junij en Julij, wan„ „neer dan een ieder zo veel hij noodig heeft, neemt, en tot consumptie bewaard, en dit is verre na tot consumptie der inwoonders niet genoeg. an Aan Jk noeme mij voor't overige mied die p ontzag /: onderstond/ Als vooren /:geteekend:/ C: F: Ebell (:in margiene:) Ma„ „naar den 24. ' december 1792—. Akkordeert Hijbrands Eeklerk 1008 bet Colombo Aan als Vooren Aan Den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Willem Iacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorigheeden Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende. Heer! uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaere hoog genespek„ teerde missive van den 27:' xber: J:o Leeden, heb ik de eere gelad wel te ontvangen. De hooge orders nopens de bestelling en ontfangst van brieven, van of na de kust Cormandel of Mallebaar zullen zoo veel mogelijk op het Extrakt worden ter uitvoer gebragt. Ik hebbe de eere van met alle hoog agting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer uw wel Edele Groot Achtb: Trouwe en Gehoorzaeme Dienaar. /:was geteekend:/ /in margine:/ Abraham Sebastiaen van de graaff Calpettij den 2. Januarij A„o 1792. —.. Jk hebbe de eere gehad te ontvangen ouwe wel Edele Gestr: Groot Achtb: hoog gerespekteerde sekreete missive gedateerd Manaar den 10. ' Iunij 1741: Den singaleeschen priester Tikorale, is hier gepas„ seert, hij is den 3. ' April alhier onder Escorte van twee Laskorijns aangebragt, ziekelijk zijnde heeft m d 683 heeft hij als een vrijmans, zijn verblijf gehad in de laskorijns wagt en van zijn nodig onderhoud voorsien, uijt aanmerking van zijn zwakke staet, heb ik hem met een vaartuig van den Heer van Ranzour, dat hier ter nheeve las, willen voortzenden, dog van waar hij den 3:en dag van boort met de lasko„ rijns op zijn verzoek te rug gekomen is, door dien dit vaartuig door tegen wind genoodzaekt was, te blijven hij is vervolgens den 10:' April na dat hij voor den 2den maal, zijn onderhout voor den rijs over land ontvangen hadt, van hier onder gelijde van twee laskorijns vertrokken na Silauw, zon„ der dat hij zig over iets heeft bezwaert, waar voor ik uw wel Edele Gest: Groot Achtb: ge„ trouw verzeekering durve doen, hij de minste reeden niet heeft gehad. of hij door den Gezaghebber of mattroozen van het vaartuig eenige onaangenaemheeden heeft onder„ gaan, dog waar van ik vertrouwe het tegen„ deel waar dewijl hij zijn te rug komst, zig zou hebben bezwaert, jgnoveer ik volkoomen en kan daar ontrent niets zeekers bepaale dewijl de Laskorijns die hem ter verzeekering waar meede gegeeven, tans hier niet aan wee zig zijn, dog bij hun te rug komst direkt onder„ vroegen zal, en nader aan uw wel Edele Gestr: Groot 1809 Hb Aan als vooren. Groot Achtb: eerbiedig van Rapport zal dienen, Ik heb intusschen de eere van met diep schuldig respekt in alle onderdanigheid te zijn. /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Calpettij den 14. ' Augustus 1792. -. Jk hebbe de eere gehad te ontvangen uw wel Edele Gestrenge Groot Agtb: hoog gerespekteerde Circulaire se„ of den 13. en 17. deezer benevens een Extrakt Meassive van treete missive van Nagafatnam naar Jaffanapatnam geschreeven. zo veel de defensie van de forten, Cal„ pettij en Putulang betreft, zijn dezelve in goede staat alleen heeft het fort te Putulang door de Zwaa„ re gevallene Regen aan het roode werk wat geleden dat zodra de Regen Cesseert sphielijk in goede onder hersteld is. Het Eenigste dat in dit Departement linderlijk is voor het spoedig trans„ port 683 zijn de hooge Rivier in de port der brieven provintie Putulang, zeedert eenige dagen moeten die de brieve tosse Calpettij passeeren die van en na Pomparipo verder overgebragt met Expresse Ballangs. van veertien tot veertien daegen zal vol„ gens de hooge order van uw wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare worden overgelegt, Een Extrakt rapport in orgineel van de hoe„ veelheijd zout aan de kandianen en ook de inwoonders van hier en Putulang afgelevert is, waar omtrent alle zorge zal worden ge„ ge„ daagen, het zelve bij klijne gedeel„ tens afgegeeven word. Op het ontvangen berigt uit de Noegrie„ wannie waar van ik het Translaat de Aan als vooren. de eere heb gehad aan uwel Edele gestr: groot Achtb: overteleggen, bij mijn eer„ biedige missive van den 5:' dezer heb ik dierekt een laskorijns post gelegt op den uijthoek van Goedromale, al„ waar men vaartuigen gelijk barken thonijs Etc:a zee waarts bij na kan ontbekken op circa de hoogte van Manaar, en tusse welke plaatse in de Noord mousson gemak„ „ kelijk vaartuigen kunne landen zonder de minste hindernisse. - Ik hebbe de eere van met diepschul„ dig respekt in alle onderdanigheid te zijn /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine Kalpettij den 22:' 9ber: 1792:— uw wel Edele Gestr: Groot Agtb: hoog gerespekteerde Circulaire secreete missive van den 8: dezer heb ik de eere gehad wel te ontvangen de hooge orders 4 683
English
To the same as before orders from Your Honorable, Valiant, Right Honourable received by circular secret missive of the most recent date in regard to the French ships, shall according to further order be left unexecuted, only the order of Their High Mightinesses received from Your Honorable, Valiant, Right Honourable by missive of 11 September 1790 shall be observed. I have the honor to be with deeply dutiful respect in all subservience. was written below and signed as before in the margin Kalpettij 13 September Anno 1792. Hereby I have the honor to inform Your Honorable, Valiant, Right Honourable in the most respectful manner that the day before yesterday a Candian prince, son of the king of TanJaour, arrived at Pattulang and is due to arrive here this morning: Both of this young prince's full sisters were married to the late deceased King of Candia, of whom one is still living there. It is alleged that a violent dispute, which this young prince has with his father's brother at Candia, has caused him to resolve to remove himself from there for some time. This evening I shall have the honor to write further to Your Honorable, Valiant, Right Honourable when I have more insight into the reasons that have compelled him to remove himself from Candia, I have the honor to be with deeply dutiful respect in all subservience. was written below As before signed A: F: van de Graaff in the mar- gin Kalpettij 24 December 1792 H Egreerk Agreed Hijbrands Examined A.M. Schorer 88 6 86 1t2 Copies of outgoing letters to various places concerning the Military Department The Year 1792. No 34. 886 1612. Jaffenapatnam. Military Department. To the Honorable Bartholomeus Jacobus Raket Commander alongside the Council there. Valiant, Prudent, Discreet, We send Your Honor enclosed herewith a copy of an order, issued on the first of this month to our dissave, so that our orders issued against the transport of salt to the King's lands may be better fulfilled, with instructions to make as much use thereof in your region for the same purpose as Your Honor shall find necessary according to the condition of the country. In addition, Your Honor must take into consideration whether it would not be of significant service, for the greater certainty that no salt is exported to the King's lands, to place a military guard everywhere where salt is manufactured in a certain quantity, and if so, this must take place immediately. In reply to this, Your Honor must report to us at which places salt is manufactured in your region, what precautions against the transport thereof have already been taken by Your Honor, and what measures Your Honor To the same as before. To the same as before. B considers ought still to be put into effect in addition. For the rest, with greetings, we remain was written below Valiant, Prudent, Discreet! Your Honor's Good Friends was signed W: J: van de Graaff, M: P: Raket, V: Drieberg, J:n Reintous, B: L: van Zitter, A: Sam- lant, J: A: Vollenhove in the margin Colombo 4 January 1792. Since the exchange of garrison between Captains de Bellon and Weerman was allowed by us solely on account of the illness of the first mentioned, the company of Captain Weerman must therefore continue to run for his own account, until we shall have made another arrangement concerning it. For the rest, with greetings, we remain was written below and signed As before in the margin Colombo 17 February Anno 1792. You must order Captain-Lieutenant Brochet to survey the fortification works there and distinctly indicate in a report in what condition they are and what daily defects are found in them, not only with regard to the main rampart, 1013 887 To the same as before. rampart, but also with regard to the outworks and the glacis, and under this report it must be stated that it is done upon the oath taken by him to the country. Instead of the douceur proposed by us for the engineers, the Gentlemen Major have been pleased to grant that the captains of the engineers, who otherwise earned 100 guilders in salary, shall henceforth be provided with 100 rixdollars per month in salary, and that this shall also apply to the junior officers of the engineers. We therefore qualify Your Honor to let Captain-Lieutenant Brochet, acting as first officer in the department of engineers, be provided with a salary of 60 rixdollars per month, starting from the first of March next, and to have the amount which this exceeds his ordinary salary written off to the account of the fortifications. The douceur granted to him by our resolution of 21 October 1790 must therefore cease as of the last day of this month. For the rest, with greetings, we remain was written below etc. signed B: L: van Zitter Secretary in the margin Colombo 24 February 1792. The boat Ceelon No. 1 has already been sent back to Manaar, and we shall send Your Honor another boat, which is currently on the stocks, to serve for the cruising along the beaches
Dutch transcription
Aan als vooren orders van uw wel Edele Gestr: groot Agtb: ontvangen bij Circulaire secreete mis„ sive van den Jongstleeden en opsigt tot de franse scheepen, zullen volgens nader bevel buijten excutie werden gelaeten, alleen zal werden g'obser„ veert de order van hunne hoog moo„ gende ontfangen van uwel Edele Gestr: Groot Agtb: bij missive van den 11:' 7ber: 1790. jk hebbe de eere van met diep schuldig respekt in alle onderdanigheid te zijn. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ kalpettij den 13:' 7ber: A:o 1792. -. Bij deze heb ik d'eere aan uw wel Edele ge„ „ strenge groot agtbaere op het respektieuste kennis te geeven dat voor gister te patulang rs aangekoomen en heeden morgen hier staat te arriveeren Een Candiaande prins, zoon vande konink van JanJaour: Deze Jonge puur zijn bij Echte bij de susters zijn getrouwt geweest met de laats overleeden Conink van Candia, waar van er nog Een aldaar in weezen is. Men geeft voor Een heevig disput, dat deze Jonge puins heeft met zijn vaders broeder te Candia hem heeft doen resolveeren, zig voor Eanigen teijd vandaat te verwijderen. Deze avond zal ik d'eere hebben uwel Edele gestrenge groot agtbaere nader te schrijven als ik meer insigt hebbe vande Reeden die hem genoodaakt hebben zig van Candia te verwijderen, Jk hebbe d'eere van met diepschuldig vetpekt in alle onderdanigheijd te zijn. /:onderstond:/ Als vooren /:geteekend:/ A: F: van de Graaff /: in mar„ „giene:/ kalpettij Den 24. xber: 1792— H Egreerk Akkordeert Hijbrands Nagezien A.M. Schorer 88 6 86 1t2 Kopia afgegaene brieven na diverse plaetsen over het Militair Departement D' Ao. 1792. No 34. 886 1612. Jaffenapatnam. Militair de partement. van den Heer Bartholomus Iacobus Raket kommandeur nevens den raad Aldaar. Manhaften Voorzienigen Diskreeten We zenden uE: hier ingeslooten een kopij van een ordre, den eersten deeser aan onzen dessave afgevaar„ digd, op dat te beeter worde voldaan aan onze gegeevene beveelen tegens het versoeken van zout na 'skonings landen, met last om ten zelven einde ten uwent daar van zoo veel gebruik temaeken, als uE: naar 'slands gesteldheid zullen bevinden noodig te wrezen. Wier bij moeten uE in overweeging neemen, of het tot meerder zeekerheid dat er geen zout na 'skonings landen word uitgevoerd niet van merkelijke dienst zoude zijn, om over al waar zout in een zeekere hoe„ „veelheid aangemaakt word, te plaatsen een militaire wagt, en zoo ja, moet dit daadelijk geschieden. Jn antwoord deeses moeten uE: ons berichten op welke plaatsen ten rewent zout word aangemaakt, wat voorzorgen tegens den vervoer daar van bereeds bij uE: zijn genoomen, en welke maat regelen uE: wwlEg agten 1 1 6 5 Aan als vooren. Aan als vooren. B agter, dat nog daar bij worden te werk gesteld. wij blijven voor 't overige man Groete /:onderstond:/ Manhaf, „ten voorzienigen Diskreeten! uE: Goede Vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, V: Drieberg, J:n Reintous, B: L: van Zitter, A: Sam„ „lant, J: A: Vollenhove /:in margiene:/ Kolombo den 4. Januarij 1792. —. Vermits de verschansing van guarnizoen tusschen de Capitains de Bellon en Weerman, door ons eenelijk is toegestaan wegens de siekte van den eerst genoemden, moet derhalven de Comp: van den Capitiin weekman voor zijne eijgene reekening blijven voortloopen, tot dat wij daar omtrend eene andere schikking zullen hebben gemaakt. wij blijven voor het overige naguoete /:onderstond:/ en„ „geteekend:/ All: vooren /:in margiene:/ kolombo den 17:e februarij A. o 1792. Ul: moeten den Capitain Luitenant Broehet gelas„ „ten, de fortificatie werken aldaar op teneemen en bij een berigt distinkt aantewijzen, in wat toestand de „zelve zijn en welke dagelijksche gebreeken zig waar aan bevinden, niet alleen zoo veel aangaat de hoofd wil . 1013 887 Aan als vooren. wel, maar ook zoo veel aangaat de buiten werken ende glanis, en moet onder dit berigt worden gezet, dat het geschied op den eed door hem aanden landen gedaan. Jnsteede van het door ons geproponeerde douceur voor de ingenieurs, hebben de heeren Marjones gelieven toete„ staan, dat aande Capitains vande genie, die anders 100. guldens aangagie gewonnen hebben, voortaan 100. rd s smaands voorgagie zal worden verstrekt, en dat dit ook plaats zal hebben omtrent de mindere officieren vande genie wij qualificeeren uE: wiets dien om van p=mo maart aanstaande af, aan den Capitain Luiter„ „nant Broehet, als fungeerende zals eerste officier in 't de partement van de genie, voor gagie 60. rd:s smaands te laaten verstrekken, en 't geen dit meerder bedraagd dan zijne gewoone gagie te laaten afschrijven op de reeke„ ning vande fortificatie Wet bij onze resolutie van den 21. Oktober 1790. aan hem toegelegd douceur moet mits dien onder ult:o dezer Cesseeren. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ serood om: Etc: /:geteekend:/ B: L: van Zitter sekret: /:in margiene:) Kolombo den 24. febr: 1792. —. De boot Ceelon N:o 1. is reeds na Manaar teruegge zon„ „den, en we zullen uE: nog een boot, die tans op„ „ steepel is toezenden, om tot de bekruijsing der stranden 2
English
To the same as before. to be used on beaches; meanwhile, Your Honor must make do as well as possible with the vessels on hand or those that can be obtained further. We shall provisionally send Your Honor a company of sepoys to reinforce the Jaffna garrison and to be used wherever further needed. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, unsigned, As before, in the margin, Colombo the 1st of March 1792. Since we have received no report as of yet regarding what has been done by Bombardier Roos concerning the repairs of the fort at Manaar, Your Honor must request a report from the Resident Ebell as to what has been accomplished there up to now and the reasons why no more has been done to it; meanwhile, we have assigned the execution of this work to the Lieutenant of Artillery Du Perron, who is currently at Manaar, and Your Honor must order the Resident Ebell to give him notice thereof and to cause to be handed to him a copy of the instruction that we granted to him for that purpose on the 25th of April past, and of which a copy was sent to Manaar along with our letter of the same date, as well as 888 1014 From the same as before: a copy of the report of the survey of the defects that must be repaired. To the aforementioned Perron, according to a resolution taken by us on the 12th of April 1791, which lies herewith in extract, must be provided monthly, for as long as he shall be employed on this work at Manaar, fifteen Rds. On the other hand, the douceur of fifty-five Rds per month that we granted him in his commission on the redoubts must cease as soon as this commission shall be finished by him. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, unsigned, As before, in the margin, Colombo the 8th of March Anno 1792. The Lieutenant of Artillery Andries Emming departs via Manaar thither, to remain stationed there. He has enjoyed here his salary, house rent, and allowance until the ultimate of February last, and board money and rations until the ultimate of this month. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, By order etc., signed, B. L. van Zitter, Secretary, in the margin, Colombo the 21st of March 1792, lower down, Postscript. Herewith goes a pay record of the 19th of this month. To f 55 To the same as before. to be used on beaches; meanwhile, Your Honor must make do as well as possible with the vessels on hand or those that can be obtained further. We shall provisionally send Your Honor a company of sepoys to reinforce the Jaffna garrison and to be used wherever further needed. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, unsigned, As before, in the margin, Colombo the 1st of March 1792. Since we have received no report as of yet regarding what has been done by Bombardier Roos concerning the repairs of the fort at Manaar, Your Honor must request a report from the Resident Ebell as to what has been accomplished there up to now and the reasons why no more has been done to it; meanwhile, we have assigned the execution of this work to the Lieutenant of Artillery Du Perron, who is currently at Manaar, and Your Honor must order the Resident Ebell to give him notice thereof and to cause to be handed to him a copy of the instruction that we granted to him for that purpose on the 25th of April past, and of which a copy was sent to Manaar along with our letter of the same date, as well as 888-1 1014 To the same as before: a copy of the report of the survey of the defects that must be repaired. To the aforementioned Perron, according to a resolution taken by us on the 12th of April 1791, which lies herewith in extract, must be provided monthly, for as long as he shall be employed on this work at Manaar, fifteen Rds. On the other hand, the douceur of fifty-five Rds per month that we granted him in his commission on the redoubts must cease as soon as this commission shall be finished by him. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, unsigned, As before, in the margin, Colombo the 8th of March Anno 1792. The Lieutenant of Artillery Andries Emming departs via Manaar thither, to remain stationed there. He has enjoyed here his salary, house rent, and allowance until the ultimate of February last, and board money and rations until the ultimate of this month. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, By order etc., signed, B. L. van Zitter, Secretary, in the margin, Colombo the 21st of March 1792, lower down, Postscript. Herewith goes a pay record of the 19th of this month. To 36 To the same as before. To the same as before. The Lieutenant of Artillery Andries Emming owes the military chest here two hundred rixdollars, which amount Your Honor must cause to be recovered from him successively, with the interest of half a percent per month, since the first of September 1791; and when the whole has been received with the interest accrued thereon, for which, if necessary, half his salary must be withheld, the same must be counted into the Company's chest and credited this way, to be paid out to the aforesaid military chest. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written, By Order Etc., signed, B. L. van Zitter, in the margin, Colombo the 4th of April 1792. The Lieutenant of Infantry Abraham Doen is currently departing by native vessel thither, to remain stationed there. He leaves his salary standing as appears from the accompanying pay record, and his house rent, board money, and rations must be provided to him calculated only from the day that he arrives in Jaffna. Herewith also goes a pay record referring to 1
Dutch transcription
Aan als vooren. stranden te worden gebruikt intusschen moeten UeE zich, zoo goed mogelijk behelpen met de vaartuigen daar handen of die verder te krijgen zijn. Wij zullen uE: bij provisie eene Comp: sipail toezenden ter versterking van 't Jaffenasch garnizoen en om daar 't verder nodig is gebruijkt te worden. Wij blijven voor het overige naguoete /:onderstond:/ onge„ „teekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 1. Maart 1792. —. Wijl we tot als nog geen bericht hebben ontvangen, wat door den Bombandier Roos, aande reparatien van het fort te Manaak gedaen is, moeten uE: van het opperhoofd Ebell bericht vraegen wat daar dan tot nog toe verrigt is in de reedenen waar om ek niet meer aan gedaan is wij hebben intusschen de Exekutie van dit werk op gedraegen aanden luitenant van de anticlo„ „rie Du Perron, die zigtans te Manaar bevind, en moeten uE het opperhoofd Ebell gelasten hem daar van kennis te geven en hem te doen ter hand stellen een kopij vande instruktie, die we daar toe den 25:' April passato aan hem hebben verleend, en waar van een kopij na Manaar gezonden is ne„ „vens onzen brief vanden zelfden datum, zomede een 888 1014 Van als vooren: een kopij van het rapport van den opneem der ge„ „breeken welke moeten gerepareerd worden. Aan gem: Perron moet volgens een retol: doot ons genomen op den 12.:' April 1791. die in extrakt hierne„ „vens legt, maandeleijks zoo ladag hij bij dit werk te Manaar sal:r zijn geempolijeert, vijftien Rd=s worden verstrekt. Daar tegen moet 't douceup van Rd:s vijf en vijftig 'smaands dat wel hem toegelegt heb„ ben in zijn kommissie op de beiniten ophouden, zoo dra deze kommissie door hem zal zijn geeindigt. Wij blijven voor 't overige nagteoete /:onderstond:/ en„ „geteekend:/ Als vooren /:in margiine:/ kolombo den 8' Maart A:o 1792. De luitenant de artillerij Andries Emming ver„ trekt over Manaak naderwaards, om aldaar be„ scheijden te blijven. Wij heeft alheir genooten gagie, huishuur en toelaag tot ult„o februarij J: z: en kost geld en randzoen tot ult:o dezer. wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Jer ordonn: Ett: /: geteekend:/ B: L: van Zitter sekrs: /:in margiene:/ kolombo den 21. Maart 179 2/: Lager) P:s S: Wier nevens gaat een soldij Notitie van den 19. dezer. Aan ƒ 55 Aan als vooren. stranden te worden gebruikt intusschen moeten UE zoo goed mogelijk behelpen met de vaartuigen daar handen of die verder te krijgen zijn. Wij zullen uE: bij provisie eene Comp: sipail toezender ter versterking van 't Jaffonasch garnizoen en om daar 't verder nodig is gebruijkt te worden. Wij blijven voor het overige naguoete /:onderstond:/ er „teekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo de 1. Maart 1792. —. Wijl we tot als nog geen bericht hebben ontvangen, t door den Bombandier Roos aande reparatien va het fort te Manaak gedaen is, moeten uE: van opperhoofd Ebell bericht vraegen wat daar aan tot toe verrigt is in de reedenen waar om er niet me aan gedaan is wij hebben intusschen de dxekutie dit werk op gedraegen aanden luitenant van de an rie Du Perron, die Zigtans te Manaar bevind,e moeten uE het opperhoofd Ebell gelasten hem de van kennis te geven en hem te doen ter hand steld een kopij vande instruktie, die we daar toe de„ 25:' April passato aan hem hebben verleend, er waar van een kopij na Manaar gezonden is „vens onzen brief vanden zelfden datum, zome een 888-1 1014 Aan als vooren: een kopij van het rapport van den opneem der ge„ breeken welke moeten gerepareerd worden. Aan gem: Perron moet volgens een re tol: doot ons genomen op den 12. ' April 1791. die in extrakt hierne„ „vens legt, maandelijks zoo ladang hij bij dit werk te Manaar sal:r zijn geempolijeert, vijftien Rd:s worden verstrekt. Daar tegen moet 't douceup van Rd:s vijf en vijftig 'smaands dat wes hem toegelegt heb„ „ben in zijn kommissie op de beiniten ophouden, zoo dra deze kommissie, door hem zal zijn geeindigt. Wij blijven voor 't overige nagtoete /:onderstond:/ en„ „geteekend:/ Als vooren /:in margiine:/ kolombo den 8' Maart A:o 1792. —„ De luitenant de artillerij Andries Emming ver„ brekt over Manaar naderwaards, om aldaar be„ scheijden te blijven Wij heeft alheir genooten gagie, huishuur en toelaag tot ult„o februarij J: Z: en kost geld en randzoen tot ult:o dezer. owij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Ter ordonn: Ett /: geteekend:/ B: L: van Zitter sekrs:s /:in margiene:/ kolombo den 21. Maart 1792 /: Lager) P:s S: Wieanevens gaat een soldij Notitie van den 19. dezer. Aan 36 Aan als vooren. Aan als vooren. De luuitement vande artillerij Andries Emming, is aan de krijgs Cas alhier twee honderd rijksd.:s schuldig, welk bedraagen uE: successive van hem moeten doen ioevorderen, met den intrest van een half percont 'smaands, zedert primo September 1791. en als de geheele met de daar op verloopene in„ „treft ingekoomen is, waar voor des noods zijn halve gagie moet worden ingehouden moet dezelve in sComp: Cas geteld en herwaards ten goede ge„ „bragt worden, om aan de voorsz: kuijgs Caste wor„ „den uitgekeerd. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Ter Ordonn: Etc /: geteekend:/ B: L: van Zitler /:in„ „ margiene:/ kolombo den 4:e April 1792. . De luitenant vande infanterij Abraham Doen ver„ „trekt tans met een inlands vaartuig naar der„ waards, om aldaar beschijden te blijven. Wij laat zijne gagie staan blijkens nevensgaande zoldij Notitie, en moet wem zijn heushuur kostgeld en randzoen verstrekt worden alleen gerekent van de dag afdat Wij te Jaftena aankomt. Nog gaat hiernevens eene zoldij Notitie sprekende van 1
English
689 1015 To the same as before. To the same as before. of the estates of the late Lieutenant De Lille, who passed away here on the 12th of this month, and Your Honours must ensure that this is complied with. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 21st of April 1792. Lower: P.S. Annexed hereto goes a letter from the Honourable Council of Justice here directed to that of Jaffna, and a packet of letters directed to the Gentlemen Ministers at Paleacatta. We grant leave to Captain Bushier to undertake a pleasure trip to Batticaloa for the recovery of his health. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned: By order, etc., signed: B. L. van Zitter, Secretary. In the margin: Colombo, the 16th of May 1792. The proposals made by the Captain Land Regent of the Vanni regarding the cruising along and guarding of the beaches, according to the report sent to us along with your letter of the 5th of April last, meet with our approval, and must, insofar as this has not already occurred, still be executed. We have taken the burgher Johannes Markus into service as a soldier at the pay of 9 guilders, the certificate of which is annexed hereto. By our resolution of the 21st of October 1790, an extract of which was sent to Your Honours alongside our letter of the 25th of November following, it was among other things ordered that the engineer of each department must send a detailed report on the 1st of each month to Colombo to the Chief of Engineers, indicating: 1. The number of craftsmen and labourers who worked on the fortifications and buildings in the preceding month. 2. How many materials were received, consumed, and still remain. 3. What was accomplished in the preceding month and what was to be done in the following month. And whereas this order has not been complied with until now, Your Honours must order Captain Lieutenant Brochet to send a general report by the first of July next in satisfaction of the aforementioned three articles, insofar as it concerns the elapsed months of this financial year, or from the first of September 1791 onwards; however, for the future, strictly to comply with the aforementioned order, and thus 890 1016 To the same as before. To the same as before. thus to send such a report monthly hither to Captain Lieutenant Coenander. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 2nd of June 1792. Lower: P.S. The aforementioned certificate of the soldier Markus will be sent by the head of the Ceylon militia to the commander of the militia there. We approve Your Honours' resolution of the 29th of May last, whereby the master smith Kreuse is authorized to purchase 40 native drum skins at 24 stivers each. Your Honours may grant leave to the Sergeant and Drillmaster at Mannar, Dirk van Goedstein, to undertake a trip hither for the period of two months. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 30th of June 1792. We send Your Honours enclosed herewith a report that we received this morning from Kandy. Your Honours must keep very diligent watch, in case the person described therein should arrive in your parts, to have him arrested and immediately searched with the greatest accuracy. Even his clothes must be unstitched and thoroughly searched everywhere. The letters, rolls, and whatever else might be found on him must be sent to us promptly in a secure manner. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 10th of July 1792. We have taken the topaz Daniel de Zilva into service as a soldier at the pay of 9 guilders per month. We have also promoted in the Company of sepoys of Captain Mahomet Chan to Sergeants: the Corporals Selemankan of Widerioek, Abatkerke of Maskat, and Piek Manut of Porkat; and to Corporals: the privates Seijte Saip of Calicut, Seg Huima of Nagapatnam, Seg Babo of Colombo, Wingaden Pattoe of Nelloek, and Deweraija of Nagapatnam. The commissions of all these persons have been delivered to the Head of the Ceylon Militia. For the rest, after greetings, we remain, and signed: As before. In the margin: Colombo, the 13th of July 1792. To 1017 881 To the same as before. To the same as before. In accordance with Your Honours' proposal made upon the request of the Captain Land Regent Nagel by letter of the 5th of July, we have appointed Sergeant Johan Christoffels Sprik as ensign with the armed burghers in the Vanni at the customary salary of a native ensign, the certificate of which is annexed hereto; but as the emoluments of the servants in the Vanni during the lease run for the account of Captain Land Regent Nagel, Your Honours must inform him that the salary of the aforementioned native ensign, who was appointed at his request, will also run for his account. If the Land Regent Nagel is not satisfied with this, the certificate of the said Sprik must be returned to us, unless he is inclined to serve as an ensign on a sergeant's salary. For the rest, after greetings, we remain, was undersigned and signed: As before. In the margin: Colombo, the 2nd of August in the year 1792. We authorize Your Honours, in accordance with the proposal made by the Captain Land Regent of the Vanni, Nagel, in his letter of the 23rd of July last, along the
Dutch transcription
689 1015 Aan als vooren. Aan als vooren. vande nalatenschappen van wijlen den luijtenant de lille, die op den 12: deezer hier is komen te overlijden, en moeten uE: Iongen dat daar aan word voldaan. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ en ge„ „teekend:/ Als vooren. /:in margiene:/ kolombo den 21. april 1792. /: Lager:/ P: S: Wiernevens gaat een brief van den achtb: raad van Jastietsis alhier aan die van Jassena gerigt en een briefpaquet gerigt aande Heeren Ministers te Paleacatta. Aanden Capitain Bushier geeven we verlop, tot 't doen van een opringtogt na Batikaloe, ter herstel„ „ling van zijne gezondheid. wij blijven voor 't overige nagroete /:ondestond:/ Tek ordonn: Etc: /: geteekend:/ B: L: van Zitter seh:s /: in mar„ „ giend:/ kolombo den 16. Meij 1792. —. De voorstellen door den Capitain Landnegent vande wannij, betreklijk het bekruijzen en Gewaaken der stranden, bij 't berigt, 't welk nevens rewen brief van den 5. april J:oz ons toegezonden is, zij„ van onze goedkeuring, en moeten voor zoo vekke zulks niet reeds geschied is, als nog geexcuteerd worden Jve kende We hebben den burger Johannes Markus in dienst aangenoomen als zoldaat met de gagie van ƒ9. waar van de akte hiernevens gaat. Bij onze resolutie van den 21. Oktober 1790 waar van Extrakt aan uE: toegesonden is nevens onzen brief van den 25: 9ber: daar aan, is onder anderen ge„ „ last, dat de ingenieur van ider depantement, of den 1. van elke maand, na kolombo aan den Chef van de ingenieurs moet zenden een gedetailleerd rapport, aanwijzende. 1. 'T getal den ambagtslieden en arbijders, die inde voorige maand aan de fortificatie en gebouwen ge„ „werkt hebben. 2. Hoe veel Maleniaalen ontvangen, verbruikt en nog per restant zijn. 3. Wat inde voorige maand verrigt is en wat inde volgende maand gedaan zoude worden. En wijl aan deeze ordre tot nog toe niet voldaan, is, moeten uE: den Capitain Luit: Brochet gelasten, met primo Julij aanstaande te zeiden een gene„ raal Rapport, in voldoening aan de voorsz: drie artikeelen voor zoo verre betreft de reeds ver„ „loopene maanden van dit boekjaar, of van p=mo 7ber: 1791. af, dog voor den aanstaande stiptelijk aan de voorsz: order te voldoen, en dus 890 1016 Aan als vooren Aan als vooren. dus een diergelijk rapport maandelijks herwaards te zenden, aan den Capitain Luitenant Coenander. Wij blijven voor het overdige nagroete /:onderstond/ en getee „kend:/ Als vooren /:in margiene:/ Kolombo den 2. Junij 1792. /:Leeger:/ P: S: De voorm: acte van den soldaat Mardus zal door het hoofd vande ceilonse militie aan den kommandant van de militie al„ daat worden gezonden. wij approbeeren uE: resolutie van den 29. Maij:s Z: waar bij de baas smit kreuse gequalificeerd is, tot den in „koop van 40. inlandsche tronvellen, teegens 24. stui:s ider. Aan den Zergeant en Drilmeester te Manaar Dirk van Goedstein, moogen uE: verlop geeven tot 't doen van een springtogt naar herwaards, voor den tijd van twee maanden. wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ en getee„ „kend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 30:' Junij 1792. we zenden uE: hier ingeslooten een bericht, dat we heden morgen uit kandia ontfangen hebben UE: moet zeer naarstig doen toezien om de perzoon die daar bij beschreeven word, indien wij ten uwent d Aan als vooren. uwert mogt aankomen, te doen vasten en aanstonds met de grootste naauwkeurigheid doen visenteeren. zijne kleeren zelfs moeten worden los getordt en over al doorzogt. De brieven volassen en wat voorts bij hem mogt worden bevonden, moeten ons ten eersten of eene sekuur wijze worden toegezonden. Wij blijven voor het overige nagnoete /:onderstond:/ en ge„ „teekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 10. Julij 1792. —. Wij hebben den toepas Daniel de Zilva in dienst aangeno„ men als soldaat met de gagie van ƒ 9. smaands Ook hebben we bij de Comp: sipais van Capitain Maho, met Chan, bevorderd tot Zergeanten de Cot ponaalt sele„ „mankan van widerioek; Abat kerke van Mas„ „ kat en Piek Manut van Porkat, en tot Corpor„ „naals de gemeenen seijte saip van kalikat; seg Huima van Nagapatnam, seg Babo van Kolom„ „ bo wingaden Pattoe van Nelloek en Deweraija van Nagapatnam. De acten van alle deeze perzoonen zijn aan het Hoofd der Cailonsche Militie afgegeven. Wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 13. Julij 1792. —. Aan „ 1017 881 Aan als vooren. Aan als vooren. Overeenkomstig: uE: voorskagjt op het verzoek van den 8: Landnegent. Nagjel bij brief van den 5. Julij gedaan, hebben weden sergeant Johan Christoffels sprik aan„ „gesteld als vaandrig bij de schutters in de wannij met 7 het gewoon traktement van een inlands vaandrig, waar van de akte hiernevens gaat, maar wijl de appoinktementen van de bedienden inde wannij, ge„ „duurende de admodiatie loopen voor reekening van den kapiteen landregent Nagel, mosten uEb: aan denzelven bekendmaken dat het traktement van voorm: inlandsch vaandrig, die op zijn verzoek aangesteld is, ook zal loopen voor zijne reekening zoo den Land negent Nagel daarmede niet te vree„ „den is, moet de akte van gem: sprik aan ons wor„ den terug gezonden, ten zij Wij genegen is als vaan, drig te dienen op sergeant Traktement. Wij blijven voor het overige nagroete /: onderstond:/ en ge„ „teekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 2. Augustus A:o 1792 —. Wij qualificeeren uE: om volgens het voorstel door den Capitain Landregent van de wannij Nagel bij zijn brief van den 23. Julij J:o L: gedaan, langs de „
English
To the same as before. To the same as before. To be permitted to occupy the western beaches between Jepekarwe and Ponnekijn by means of the five posts designated by him, and consequently to excuse the cruising of those beaches during the southwest monsoon. For the rest, after greetings, we remain, stood below and signed: As before, in the margin: Kolombo, the 31st August 1792. To the assistant Fredrik Wiltens, who after the expiration of his time has agreed to serve for another year, Your Honour may cause to be provided the fixed gratuity of two and a half rixdollars. The assistant Cornelis Plukhooij we have, upon the expiration of his time, increased in wage to 14 guilders per month, of which the deed accompanies this. The assistant Silvester Winkels may come hither at the first opportunity in order to repatriate according to his request. For the rest, after greetings, we remain, stood below and signed: As before, in the margin: Kolombo, the 19th December Anno 1792. Lieutenant Esscher and the under-adjutant Van Leeuwaarden each owe the military treasury here one hundred 1018 To the same as before rixdollars, which sums Your Honour must successively cause to be collected from them, counted into the Company's treasury, and credited hither in order to be paid out again here to the military treasury. For the rest, after greetings, we remain, stood below and signed: As before, in the margin: Kolombo, the 10th October 1792. The person of Adrianus Jacobus Pietersz, nominated in your letter of the 18th of this month to be accepted as a soldier in the Company's service, must be rejected. By our circular letter of the 27th December past we have already ordered that matters that can endure delay must be written to us only on the first post day of each month; and therefore an express letter did not need to be dispatched merely to make the nomination of the aforesaid Pietersz. We further recommend Your Honour hereby to observe the aforesaid order in the future. Military Department We 842 1882 2 [illegible] For the rest, after greetings, we remain, stood below and signed: As before, in the margin: Kolombo, the 31st October 1792. Agrees, Sijbrands First Clerk Military Department the No. 44 1882 1019 893 To Mr. Pieter Huijsken Commander, and the Council there, Valiant, Prudent, Discreet. In the Galle Korale Your Honours must cause to be published in the usual manner a sannas, and Your Honours must instruct the Matara servants to do likewise in the Matara Dissavony and in the Magampattu, holding that after the 15th of the coming month of January no salt shall be sold to any inhabitants other than those who are provided with a certificate, which certificates shall be given to the Korale people by the Mudaliyars or Heads of each korale or district, and to the people of the Mahabadde at Welitara, Kosgoda, and Madampe, at Rayigama, Dadalla, and Ruwna by the village heads of each place, and that these certificates shall be given for free. By this same sannas it must be made known that whoever apprehends anyone who exports salt to the King's lands, and brings proper proof thereof, shall enjoy as a reward therefor Military Department ten Galle Ditto ten rixdollars, which shall be paid at the place where the apprehended persons shall be brought, whether at Galle, at Matara, or Hambantota in the Magampattu. Herewith it must be written to each of the Mudaliyars or heads of each Korale or district, both in the Galle Korale and in the Matara Dissavony and the Magampattu, that they shall not be permitted to give to the korale inhabitants who request a certificate from them in order to fetch salt upon it any certificates larger than for as many measures of salt as each household, according to the strength of each, needs for one month, and that these certificates must contain the day and month in which they are granted. Order has been given to the heads of the Mahabadde to cause the salt that has already been brought by the people of the Mahabadde into the Galle Korale or into the Matara Dissavony, or is yet to be brought, to be measured and to cause records to be kept thereof, with orders to the owners thereof not to be permitted to sell salt to anyone whomsoever except to those who are provided in the aforesaid manner with the necessary certificates, and that everyone shall be obliged to preserve these certificates in order to be able to identify themselves therewith at all 89½ 1020 times. They are furthermore ordered that to those to whom they sell salt upon the certificates brought along in the aforesaid manner, they must give a certificate of the quantity of salt sold by them to the same, likewise containing the day and month in which it was granted. Your Honours must issue and cause to be issued the same orders in the Galle Korale, in the Matara Dissavony, and in the Magampattu regarding the korale people, at all usual places in the country where salt is brought from the dispenser at Galle; and to those who are further authorized at Galle or Matara to sell salt, all this must also be enjoined in the same manner insofar as it relates to the actual sale of salt. If the korale people or others who bring salt to the King's lands are apprehended, for which a reward of ten rixdollars is promised by the above-mentioned sannas, it must be communicated to us with the name of the apprehended persons as well as the name of those to whom the reward for apprehending the same has been paid. We the
Dutch transcription
Aan als vooren. Aan als vooren„ de westelijke stranden tusschen Jepekarwe en Ponne, kijn, te moogen doen bezettende door hem aangewee, zene vijf posten, en mits dien het bekruijzen van die ƒ stranden, geduurende de zuid west moussonte exku„ „seeken. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 31. ' Aug:s 1792. Aan den handlangste fredrik Wiltens, die niets tijds expiratie aangenomen heeft nog een Jaak over te dienen, mogen uE: het bepaald douceur van ƒ twee en een halve uijksd:e laaten verstrekken. Den handlanger Cornelis plukhooij hebbenwe, mits tijds oxpiratie in gagie verhoogd tot ƒ 14. smaands, waar van de acte dezen verzeld. De handlanger silvestek winkels mag bij gelee„ „gentheid herwaards komen, om volgens zijn ver„ „zoek te repatrieeren. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom „bo den 19. xber: Anno 1792 —. De luitenant Esscher ende onder adjudant van Leeuwaarden zijn aande krijgscas alhier elk een hon„ „dert 1018 Aan als vooren uijksd:o schuldig, welke sommen uE scccessive van hun moeten doen invorderen, in 'sComp:s Cas tellen en herwaerds ten goede brengen, om hier weder aande krijgsCas uitgekeerd te worden, Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom„ bo den 10. 8ber: 1792 — De bij uwen brief van den 18. dezer voorgedra„ genen perszoon van Adrianus Jacobus Pie„ tersz:, om voor zoldaat in 'sComp:s dienst aan„ genoomen te worden, moet worden vande hand geweezen Bij onzen Circulairen brief van den 27. december passato hebben we reeds ge„ „ last dat alleen op den eersten post dag van elke maand aan ons moet worden geschreeven over zaaken die uitstel kunnen veelen; en had r dus alleen om de voordragt van voorsz: Pie„ tersz te doen, geen expresse brief behoeven afgezonden te worden wij recommandeeren uE: door deezen verder, de voorsz: ordre inden aanstaande te observeeren. Militair departement Wij ƒ 842 1882 2 nhon Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „ lombo den 31:e Oktober 1792 Accordeert Sijbrands E Klerk Militair departement de No/44 1882 101/9 893 Aan den Meer Peter: Huijsken Kommandeur, Nevrus Den Ratud Aldaars Manhaften Voorzienigen Diskreeten. Jn de Gale korl moeten rEE: op de gewoone wijze doen publiceeren en sannas,en aan de Maturese bediendens moeten uE: belasten dat insgelijks te doen in de Maturese dessavonce en in de Magam„ pattoe houdende dat na den 75. ' van de aanstaa„ de maand Januarij aan geene ingezeetenen zal worden zout verkogt, dan die voorzien zijn van een bewijs, welke bewijzen zullen worden gegeeven, aan de korls volkeren door de Mod„ liaars of Hoofden van elke korl of distrikt, en aan het volk van de Mahabadde, te welli„ totte, kos godde en Madampe, te Raijgam Dadalle en Roene door de doops hoofden van elke plaats, en dat deeze bewijzen zullen worden gegeeven voor niet. Bij deze zelfde Saruas moet worden bekent gemaekt dat de geenen die iemand opvat die zout uitvoerd na 's konings landen, en daar van behoorlijk be„ wijs brengd, daar voor zal genieten tot een premico Militair departement tien Talé Jd tien rd:s, die zal worden betaald ter plaatse daat de egterhaalde perzoonen zullen worden op gebragt het zij te gale, te Mature, ofte Hambantotte in de Magampattoe. wiek bij moet zoo wel inde gale korl als in de Materesche Dessavonie en de Magampattoe aan een elk det Modliaens of hoofden van elke Korl„ of distrikt worden aangeschreeven, dat ze aan de kools ingezeetenen, die han een bewijs verzoeken om daar op zout te gaan haalen, geen bewijzen zullen moogen geeven grooten dan voor zoo veel medi„ den zout deselke huishouding, na maate van elks sterkte, voor een maand noodig heeft, en dat deze dewijzen zullen moeten inhouden de dag en maand waar in ze zijn verleend. Aan de hoofden van de Mahabadde is ordre gegee„ ven, om het zout dat bereds inde gale kore of in de Materesche Dessavonie, door het volk van de Mahabadde is aangebragt; of nog staat te worden aangebragt, te laeten meeten en daar van doen aanteekeningen houden, met last aan de eigenaaren daar van, om geen zout aan wie het zij te moogen verkoopen dan aan zulke die invoegen voorsz: voorzien zijn van de nodige bewijzen en dat een elk deze bewijzen zal moe„ ten bewaaren, ten einde zig daarmeede ten allen 89½ 1020 allen tijde te kunnen legitimeeren, Nog zijn de„ zelve gelast, dat ze aan die geenen, aan wien ze op de invoegen voorsz: meede gebragte bewijzen zout verkoopen, zullen moeten geeven een bewijs van de kwantiteid zout door hun aan dezelve verkogt, insgelijks inhoudende de dagende maand, waar in het verleend is. UE: moeten dezelfde beveelin stellen en doen stellen in de gale Korl, in de Maturese Dessavonie en in de Magampattoe, omtrent de korls volkel, ren, op alle gewoone plaatzen in het land daar zout voord aangebragt van de dispencier te gale, en die verder te gale ofte Mature geau„ „thoriseerd zijn tot het verkoopen van zout„ moet ook dit alles voor zoo verre het tot den dadelijken verkoop van zout betrekking heeft in zelver voegen worden aanbevoolen. zoo di karls als 'er breijden die zout na 's konings landen brengen worden agterhaalt, waar voor bij de hier boven gem: sannas word belooft een premie van tien rd:s, moet het ons worden bedeeld met de naam van de agterhaalde perzoonen zoo wel als de naam van de ge„ nen aan wien de premie voor het agter, haalen van dezelve is betaeld. Wij de
English
To the same as before. For the rest, after greetings, we remain, Valiant, Prudent, Discreet, Your Right Honorable Good friends. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, V. Drieberg, B. L. van Zitter, A. Samlant. In the margin: Colombo, 2 January 1792. Lower: P.S. You must send us an estimated statement of the provisions you think you will need for the ship Zeeland and for the ships still expected. We send you herewith a copy of the Capitulation of the regiment of Würtemberg with the relevant papers concerning it, to serve for your information and to govern yourselves accordingly, in particular regarding the payment of the allowance of the troops of the said regiment. Our order given by letter of 16 September last regarding the military personnel of the regiment of Meuron concerning the carrying of the corpses of native chiefs is also hereby extended to the national military personnel. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, 5 January 1792. To 1021 895 To the same as before. The Company of Sepoys of Captain Pattatuunerie, commanded by Ensign Frikko, will march from here next Friday via Galle to the Magampattoo, to relieve the Matara Moors detached there. The muster roll thereof, in which the allowances and weapons of the same are also indicated, accompanies this. You must write to the Lieutenant Dissave von Schuler that, upon the arrival of this Company at Matara, he should have the muskets they carry with them exchanged for an equal number of others from the 300 muskets we sent for the three companies of Cingalese, which we had ordered to be recruited there; and that he must order the overseer of the armory to properly maintain the muskets taken from these sepoys, so that they may be used at all times. You must authorize the said Lieutenant Dissave to employ one, and if necessary a couple of blacksmiths who understand gunsmithing, at such wages as can be negotiated most economically, to perform the daily repairs To the same as before. repairs to the firearms of the men stationed in garrison both in the Matara Dissavony and in the Magampattoo. As soon as the aforesaid company of sepoys has arrived in the Magampattoo, the company of Moors stationed there must march immediately to Matara, and at least in such good time that it can be there before the end of this month. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, 10 January 1792. Colonel Hughel has requested that his companies that arrived at Galle on the ship Zeeland may be paid: 1. What was earned on the voyage from the Cape to Galle from the day that the advance provisions given at the Cape and mentioned in the accompanying Cape List were served out. 2. That to the same company may likewise be paid the salaries from the day that the company arrived at Galle until the day of their departure. 3. That upon the departure of the ship Zeeland, one month advance payment may be granted to the said company. We 1022 896 To the same as before. We hereby authorize you to make the aforesaid payments on the terms prescribed in the capitulation, and you must report directly on these payments to Their High Mightinesses. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, 11 January 1792. Upon the nomination of the Colonel Commandant of the regiment of Würtemberg, Colonel Hughel, we have approved Captain-Lieutenant Hofmann, who is with the Company that arrived there with the ship Zeeland, as Captain of the vacant Company of the late Captain Veldnagel, and you must therefore grant him transport hither to join his aforesaid Company. For the rest, after greetings, we remain. Below stood: By order, etc. Signed: B. L. van Zitter, Secretary. In the margin: Colombo, 13 January 1792. Lower: P.S. Herewith is an amended muster roll of the company of Sepoys that is scheduled to depart thither tomorrow, as mentioned in our letter of the 10th of this month. To the same as before. To the non-commissioned officers and privates of the Company To the same as before. of the regiment of Würtemberg that arrived there with the ship Zeeland, you must provide extra subsistence money for twelve days at 13 schellingen per man per month, and this extra subsistence money must not be charged to Batavia, but written off at Galle itself. For the rest, after greetings, we remain. Below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, 13 January 1792. The Colonel's Company of the Regiment of Würtemberg currently stationed there must, when Lieutenant-Colonel von Hughel has arrived there and after the Commander has first conferred with His Honor about it, march to Matara to keep garrison there; and instead of it, we will send the Lieutenant-Colonel's Company of that Regiment on the ship Candia to keep garrison there for the present. For the rest, after greetings, we remain. Below stood: By order, etc. Signed: B. L. van Zitter, Secretary. In the margin: Colombo, 18 January 1792. By the overland route, 1 Sergeant and 11 privates of the Company of Sepoys of To the same as before. the
Dutch transcription
Aan als vooren. Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Manhaften voorzienigen Diskreeten. rwE Goede vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Raket; V: Drieberg, B: L: van Zitter, A: Samlant, /:in margiene:/ kolombo den 2. Janu: 1792. /:Lager:/ P: S: uE: moeten ons zenden een kalkulative opgave van de provisien die uE: denken nodig te hebben voor het schip Zeland en voor de nog verwagt wordende scheepen. Wij zenden uE: hiernevens een afschrift van de Capitulatie van 't regiment van Wientenburg met de daar toe betreklijke papieren om te dienen tot uE: narigt, en om zig daar na terigten, en„ „zonderheid in de betaaling van 't Tractemant van de troupes van gem=e regiment. Onze gegeevene order bij brieve van den 16. 7ber: J:L: ten aanzien van de Militairen van 't rege„ ment van Meuron betreklijk het dragen der lijken van inlandsche hoofden, word ook door deezen g'extendeerd tot de nationaale Mili„ tairen. Wij blijven voor 't overige naguoete /:onderstond/ en „geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 5. Jann: 1792. Aan 1021 895 Aan als Vooren. De Comp: Sepahies van den Capitain Pattatu une„ „ rie, gecommandeerd door den vaandrig frikko, zal aanstaande vrijdag van hier over gale na de Magampattor marcheeren, om de aldaar gedeta„ cheerde Matureesche mooren aftelossen De naam„ lijst daar van waar bij ook het genot en de wa„ „penen van dezelve worden aangeweezen, ver„ zeld deezen. Aan den Luitenant dessave van Schuler moeten uE: schrijven, om bij aankomst van deeze Comp: te Mature, de snaphaan; die ze meede neemen te laaten verruilen, teegen een gelijk getal an„ dere uit de 300 geweeren, die we gezonden hebben voor de drie Compenien sengaleschen, welke we bevoolen hadden aldaar aan te wer„ ven; en dat hij den opziender van de wapen„ kamer moet gelasten, om de geweeren, die van deeze sipais worden afgenomen, behoorlijk, te ƒ onderhouden, op dat ze ten allen tijde kunnen worden gebruikt. Gem: aut: dessave moeten uE. kwalificeeren, om een en des noods een paar smedten die zig op het geweer maken verstaan, tegens zodanige bezol„ pt. ding als dat op het zeinigste te bedingen is, in dienst te meemen, om te doen de dagelijkse reparaatien ds 00 Aan als vooren. reparaatien aan de geweer van de manschappen die zoo in de Matureese dessavonie als in de Ma„ gampattoe gaanisoen houden. a Zoo dra de voorsz: komp: sipais in de Magampattor zal zijn aangekomen, moet de komp: mooren die daar legt ten eersten marcheeren na Matio„ „ne en ten minsten zoo tijdig dat oze daar nog de weezen kan voor sult:o van deze maand. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /angeteekend:/ Als vooren /:in margiene.:/ kolom, „bo den 10. Janu: 1792. De Heer Kolonel Hughel heeft verzogt dat aan zijn komp:s met het schip Zeeland te gale aange„ koomen mag worden betaald. 1. Het te goed gemaakte op de rijze vande kaap tot na Gale van de dag af aan dat de voor uit ver„ strokkingen aan de kaip gedaan en vermeld „staan bij de nevensgaande Caabsche Lijst, is ge„ „weest ingedient. 2. dat aan dezelve komp: insgelijks mogen wor„ ƒ den voldaan de appointementen van den dag af „ aan dat de komp: te gale gekomen is tot den aan dag van denzelver vertrek. dat bij het vertrek van het schip Zeland aan a gem: komp: mag worden gedaan een maand J voor uit verstrekking. Wij 12 „ 1022 896 Aan als vooren. Wij qualificeeren uE: mids dien door dezen tot het 108 „doen van de voorsz: betaalingen of dien voet als het bijde kapitulatie is voorgeschreeven en moeten uE: van deze betaalingen direkt verslag doen aan Hunre Hoog Edelheeden. Wij blijven voor het overige regnoete /:onderstond /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ a lombo den 11:e Jann: 1792: Op de voordragt van den Colonel Commandant van 't regiment van Wurtenburg, de heer Augel„ hebben we den Capitain Luitenant Hofmann, die zig bevind bij de met 't schip Zeeland aldaar aangekomene Comp: geagreëeerd tot Capitain van de vacante Comp: van wijlen den Capitain veldnagel, en moeten uE: dus aan denzelven transport verleenen na herwaards, om bij zijne voorsz: Compenie te geraeken. wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Ter ordonn: Etc: /:geteekend:/ B: L van Zitter S:s /:in margiene:/ kolombo den 13. Janu: 1792. /:Lager:/ P: S: hier nevens gaat een verbeterde naam lijst die van de komp Sipais die morgen na derwaarts staat te vertrekken vermeld bij on„ „sen brief van den 10. deezer. Aan als vooren. Aan de onder officieren en gemeenen van de Comp„ van d Aan als vooren. van 't regiment van wurtenburcg, die met 't schip Zeeland aldaar aangekomen is moeten uE: voor twaalf dagen erbia kostgeld laaten verltrek, ken, teegens 13. schellingen de man 's maands en moet dit extra kostgeld niet na Batavia aangereekend maar te gale zelfs afgeschreeven worden. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond) /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom, „bo den 13„en Januarij 1792. De kolonels kompanie van het Regiment van Wur„ „ temberg die tans daar legd, moet wanneer de heer overste van Mighel aldaar zal aangekomen zijn en na dat alvorens den H:r kommandeur zijn Ed: daar over zal hebben onderhouden, mak„ cheeren na Mature om aldaar guarnizoen te houden en in steede van dezelve zullen we de Luitenant kolonels komp:s van dat Regiment, met het schip kandia zenden om aldaar voor eerst garnisoen te houden. Wij blijven voor het overige na groete (:onderstond:) Ter ordonn: Etc: /:geteekend:/ B: L: aan Zitter S: /:in„ „margien:/ kolombo den 18. Jann: 1792. Over den landweg vertrekken na der waards 1. Zer„ e „geant en 11. gemeenen van de Comp: sipais van Aan als vooren. den
English
1023 142 Captain Uneri, with full weapons to join their company which is stationed detached in the Magampattoe. Their names and pay appear on the enclosed name list. From Mature a European non-commissioned officer must accompany them, in order to escort them to the company to which they belong. Furthermore, there proceed with full weapons overland thither 1 master, 3 corporals, and 12 privates of the company of sepoys of Captain Babasat, to join their company which is stationed in garrison at Cotti. The name list thereof, on which their pay is also indicated, accompanies this. In the French copy of the capitulation which we received from the Cape of Good Hope, Article 11 accords to the four staff officers of the Regiment of Wuerttemberg the appointments and emoluments of captains, in addition to the appointments and emoluments of their own ranks; and since it appears from the Cape payment list that Colonel von Hugel there was also furnished with captain's pay for 3 months, it is certainly an oversight that the Dutch copy of the capitulation, which we likewise received from the Cape, To the same as before. received, makes no mention thereof. This copy must be returned to us, and we authorize you in the meantime to let the claimed captain's pay and emoluments be paid to Colonel von Hugel. Regarding the payment for the sick of this regiment who enter the Company's hospitals, we shall write to you further, and in the meantime you must adhere to the capitulation. For the rest, with greetings, we remain, below stood: By order, etc., signed: B. L. van Ziller, Secretary. In the margin: Colombo, 9 February 1792. Lieutenant of Infantry Soutter is hereby, according to his request, excused from performing the Company's service until he shall have recovered from his sickly condition, and that not only with the suspension of his pay and emoluments, but also with the suspension of his seniority. The effects of the Cochin sepoys which are still to be found there, you may send hither with the returning sloops. Concerning the request of the soldiers of the Regiment de Meuron who have lain in the hospital there, 88 1024 898 To the same as before. and of which mention is made in your letter of 27 December, you must give notice to the commanding officer of the said regiment there in order to have his report thereon. For the rest, with greetings, we remain, below stood and signed: As before. In the margin: Colombo, 16 February 1792. For the sick of the Regiment of Wuerttemberg, no more than half pay must be deducted for hospital expenses. To the bandsman Jovib Braselisky, the private chausseur Lodewijk Dotua, and the drummer Willem Tekling, we have granted permission to relinquish their half pay from the first of January last, in order to be paid out at Galle to the wives of the first two and to the parents of the latter. The soldier Osman van Pangjay, assigned to the Eastern company of Captain Sengo Sarie, we have discharged from the Company's service, and in his place enlisted Jamel van Gale as a soldier in the said company, whereof whereof the deed is annexed hereto. Colonel Hughel has written to the first-undersigned Governor that a large part of the company of his regiment, which is commanded by Captain Netzen, is still too fatigued from the voyage to be able to depart for Batticaloa with the vessel Het Meeuwtje. The Commander must therefore confer with Colonel Hughel whether at least a part of the aforesaid company could not be dispatched with Het Meeuwtje, when we shall have the remainder fetched with the sloop De Gustaaf, which is to depart for Batticaloa at the end of April or the beginning of May. Otherwise, and if that cannot be done either, the entire company must remain at Galle until a further opportunity. If Colonel Hughel should prefer that his company stationed at Mature go to Batticaloa instead of the company of Captain Netzen, we authorize you to do so; and to that end to send the vessel Het Meeuwtje to Mature to take them on board there, 1025 8499 if that can be done without delaying the aforesaid little ship too much. In this case, the company of Captain Netzen must march to Mature as soon as it is capable of doing so, and in the meantime, until this can take place, a company of the Regiment de Meuron must hold itself ready to march, in order to march to Mature upon the first order and whenever it might be necessary. At the request of Colonel Meuron, we have permitted the troops of his regiment who are stationed at Galle to march hither overland, instead of coming by sea as we wrote in our letter of the 17th instant. The sick and the baggage of the officers and privates must be sent by sea. To Captain-Commandant Meuron Rochat, upon his departure, there must be given for his transport hither 32 coolies, and to each of the remaining officers 4 coolies. These troops of the Regiment de Meuron must nevertheless not march in case the company of Colonel Hughel
Dutch transcription
1023 142 den Capitain Uneri, met volle wapens om zig te ver„ voegen bij hunne Comp: die in de Magampattoe gede„ tacheerd legd Hunne namen en genot blijkt bij de ingeslootene naam Lijst van mature moet aan dezelve een Europees onder officier worden mede gegaan, om ze te geleide bij de komp: waar toe ze behooren. Nog gaan met volle wapens over land na derwaards 1. meester, 3. Corporaals en 12. gemeenen van de Comp: sipais van den Capitain Babasat, om zig te vervoegen bij hunne Comp:, die â Costi en gar„ nizoen legd De naamlijst daar van, waar bij ook hun genot word aangeweezen verzeld deezen; Bij 't fransche afschrift van de Capitulatie, die wij van de Caab de goede Hoop hebben ontfangen, word ant: 11. aan de vier staf officieren van't re„ gement van waatemberg, geaccordeerd de appoinc„ „tementen en enrolumenten van Capitainsebui„ ten de appoinctementen en emollimenten van hunne eigene graaden, en wijl het bij de Caab„ sche betaalings, lijst blijkt, dat aan den heer Colonel' Hugels aldaar ook Capitains gagie voor k 3. maanden verstreckt, is is het zeker een aduis dat bij 't hollandsche afschrift van de Capitulatie, 't welk wij meede van de Caab hebben Aan als vooren. hebben ontvangen, daar van niet gesproken word. Dit afschrift moet ons worden terug gezonden en kwalificeeren UE: intusschen aan den heer de Hugel: te laaten voldoen de opgebragte capitains gagie en emolumenten. Over de betaaling voor de zieken van dit regiment die in scomp:s hospitaalen komen, zullen wij uE: nader schrijven, en moeten uE: zich intusschen aan de Capitulatie houden. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ Ter ordonn: Etc: /:geteekend:/ B: L: van Ziller SeC: /: in margiene kolombo den 9. febr: 1792. De luitenant van de infanterij soutter word door deezen volgens zijn verzoek geexcuiseerd van het verrigten van sComp:s dienst, tot dat hij van zijn ziekelijke omstandigheeden zal zijn hersteld, en zulx niet alleen met stilstand van zijne gagie en emolumenten, maar ook met stilstand van zijne ancieniteit De goederen van de koetsiemsche siphaijs, die al„ „daar nog te vinden zijn, moogen uE: met de terug keerende sloepen herwaards zenden, Van het versoek van de soldagten van het regi„ „ment van Meuron, die daar in 't hospitaal hebben 88 1024 898 Aan als vooren. hebben geleegen, en daarvan gesprooken word bij uE: brief van den 37 december moeten uE. ken„ nis doen geeven aan den aldaar Commandees„ officier van gem: regiment om daar op renden te hebben zijn bericht. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ e /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 16. februarij 1792. Van de zieken van 't regiment van wuatenburg„ moet voor hospitaals ongelden niet meer wor„ „den ingehouden dan de halve gagie. Aan den burenspander Jovib Braseliskij den ge„ meemen Jager Lodewijk Dotua en den tamboek Willem Tekling, hebben we toegestaan, hunne halve gagie van primo Januanij J:o L: afte laa„ ƒo ten staan, om te gale te worden uitgekeerd aan de vrouwen van de twee eersten en aan de f ouders van den laatsten. Den Zoldaat Osman van Pangjaij beschijden bij de oostersche Comp: vanden Capitain sen„ „ go Sarie, hebben we uit 'sComp: dienst gesteld, en daar en teegen Jamel van Gale als zol„ „daat bij g'em: Comp: in dienst aangenoomen, waar waar van de aecte hier nevens gaat. De Heer Kolonel Hughel heeft aan den eerst onderge„ „teekende gouverneur geschreeven, dat een groot gedeelte van de komp:e van zijn regiment, die gekommandeert word door de Heer kaptijn Netzen, nog te veel gevatigeert is van de reis„ om met het schip 't Meeuwtje te kunnen ver„ „trekken na Battikaloa. De Heer kommandeur moet mids dien met den Heer Kolonel Hughels overleggen of niet ten minsten een gedeelte van de voorsz: kompenie met het Meeuwtje zoude kunnen worden ver„ zonden wanneer we de rest zullen laaten afhaalen met de sloep de gustaaf die in het laast van April of in begin van Meij na Bat„ „tikaloa staet te vertrekken, Anders en zoo dat ook niet geschieden kan moet de geheele komp: te gale blijven tot nader geleegent„ heid. zoo de Heer overste Hughel mogte verkiesen dat zijn kompenie die te Mature legt, insteede van de komp:e van kaptijn Netzen, gaat na Battikaloa qualificeeren wij uE: omdat te doen; en ten dien einde het schip 't Meeuw„ ƒ tje na Mature te zenden om ze daar inte„ neemen 1025 8499 neemen zoo dat geschieden kan zonder het voorsz scheeptje te veel optehouden. In dit geval moet de kompenie van kaptijn Netzen zoo dra ze daar„ toe in staat is marcheeren na Mature en in„ „tusschen tot dat dit geschieden kan moet zig een komp: van het regement van Meuron march„ „vaardig houden om op de eerste ordre en wan„ „neer het mogte noodig zijn te marcheeren na Matuke. Op verzoek van de Heer overste Meuron, hebben we toegestaan dat de troupes van zijn regi„ „ment die te gale leggen, in steede van te koo„ „ men over zee zoo als wij dat geschreeven heb„ „ben bij onze brief van den 17.:' deezer na her„ waards zullen marcheeren overland. De Zeeke„ en de bagagie van de officiers en gemeenen, moeten worden gezonden over zee. Aan den kaptein kommandant Meuron Rachard moeten als hij vertrekt worden ge„ geeven tot zijn transport na herwaards, 32. koelies en aan elk der overige officiers 4. koelies. Deeze troupes van het regiment van Meuron moeten nogtans niet makchee„ „nen, ingeval dat de komp:e van de W:r kolonel Hughel
English
To the same as before. Hughel, who is currently stationed at Matara, departs for Batticaloa before the company of the regiment of Wurtenburg commanded by Captain Netzen, or at least the larger part thereof, can march to Matara. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed: As before; in the margin: Colombo, 23 February 1792. Instead of the gratuity proposed by us for the engineers, the Gentlemen Majors have been pleased to grant that the Captains of the engineers, who otherwise earned 100 guilders in salary, will henceforth be provided 100 rixdollars in cash for wages, and that this will also apply to the lower officers of the engineers. We hereby authorize Your Honour, starting from the first of March next, to cause the sum of 50 rixdollars per month in wages to be provided to Lieutenant Lagarde, acting in the department of the engineers, and to have the amount exceeding his ordinary wages charged to the account of the fortifications, and this for as long as he remains employed as the first in the department of the engineers. Consequently, the gratuity granted to them by our resolution of 21 October 1790 must cease as of the last day of this month. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed: As before; in the margin: Colombo, 24 February 1792. Lower: P.S. Herewith is enclosed a pay note of today with the two pay accounts mentioned therein of the Captain Lieutenant of the ship Willem de Vierde, Barend Frederik Hansen, and Sub-Lieutenant Wessel Jan Meklenhoff. We send Your Honour herewith two accounts signed by the Captain and Commander of the Battalion of Malabar Sepoys, Mittmann, showing what the two companies of the said Battalion, under the command of Lieutenant Trikko and Ensign Vuijstman, are in arrears regarding mounting money. Your Honour must order both aforementioned officers to withhold monthly from the wages of each of the officers, non-commissioned officers, and privates of their companies as much as is indicated on the aforementioned account until the sums of those accounts shall be paid, and to pay the sums withheld monthly into the Company's treasury to be remitted hither by memorandum. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written: By order, etc., signed: B. L. van Zitter, Senior; in the margin: Colombo, 7 March 1792. On the 5th of this month, a company of Malabar Sepoys departed thither under the command of Ensign Coint, more fully detailed on the enclosed muster roll, which also states their emoluments and the arms and effects they take along. The said officer is ordered to march with his company via Galle through the Matara district to Batticaloa. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed: As before; in the margin: Colombo, 8 March Anno 1792. To the same as before. We send Your Honour herewith an extract of several question points answered at Batticaloa by a captured spy, stating that the Disava of Uva along with the Disava of Wellasse have the intention to take salt by force from the lewayas in the Magampattu. Your Honour must send this report as quickly as possible to the Lieutenant Disava van Schuler, who must also immediately give notice thereof to the Resident of the Magampattu, Brinkman. The company of Orientals stationed at Tangalle must hold itself ready to march to the Magampattu at the first order, and the Oriental company recently summoned from Matara to Galle must likewise hold itself ready to march, in order to be able immediately to replace the aforementioned Oriental company at Tangalle should it be necessary to let them march to the Magampattu. On this occasion, the said van Schuler must also be written to, stating that, in accordance with the request of Resident Brinkman appearing in your letter of 23 March, he must as quickly as possible send a squad of Lascars to the Magampattu to be relieved monthly, and that he is further authorized to implement all such further measures as he, in consultation with the oft-mentioned Resident Brinkman, shall deem appropriate, so that the salt pans in the Magampattu may be properly guarded and secured against all surprises. For the rest, after greetings, we remain, beneath was written and signed: As before; in the margin: Colombo, 11 April 1792. Your Honour must, upon receipt of this, instruct the Lieutenant Disava van Schuler that the company of Orientals stationed at Tangalle and commanded by Lieutenant Beem must immediately march to the Magampattu, in case there should be any truth to the Batticaloa intelligence that we communicated to Your Honour in our secret letter of the 11th of this month; and so that this order may be executed all the more speedily, van Schuler must further be instructed that he must ensure that the necessary
Dutch transcription
Aan als vooren Hughel die tans te Matiere legt vertrekt na Bat„ „tikaloa, voor dat de kompenie van het regi„ „ment van Wurtenburg die gekommandeert word door kaptijn Netzen, of ten minsten het grootere gedeelte daar van, kan marcheeren na Mateike. Wij blijven voor het overige nagroete /:onder„ „stond:/ en geteekend:/ Als vooren (:in margiene:) kolombo den 23:e februarij 1792. Jnsteede van het door ons geproponeerde douceur voor de ingenieurs, hebbende Heeren Marjores geleeven toetestaan, dat aan de Capitains van de genie, die anders 100. guld=s aangagie gewonnen hebben, voortaan 100: rd:s Sm:s voor gagie zal worden verstrekt, en dat dit ook plaats zal hebben omtrent de mindere offi„ cieren van de genie. wij qualificeeren uE. mo mits dien, om van p=mo Maart aanstaande af, aan den luitenant Lagarde, als fun„ „geekende in 't departement van de genie, voor gagie 50. rd:s smaands te laaten verstrek„ „ken, en 't geen dit meerder bedraagd dan zijne gewoone gagie, te laaten afschrijven op de reekening 1026 900 Aan als vooren. reekening van de fortificatie en zulks zoo lang hij als eerste en het departement van de geni„ zal blijven geamplooijeert Het bij onze resolu„ „tie van den 21. October 1790. aan hun toege„ legd douceur moet mits dien onder ult=o de„ „zer cesseeren. Wij blijven voor 't overige na quoete /:onderstond:) /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom, „bo den 24. ' febr: 1792. /:Lager:/ P: S: Weerne„ „vens gaat een soldij notietsie van heeden met de daar bij vermelde twee p.:r soldij reekeningen van den kapitain Luitenant van het schip Willem de vierde Barend frederik Hansen en sous Luitenant Wessel Jan Meklenhoff. Wij zenden uE: hiernevens twee reekeningen door den kapitein en kommandant van het Bataillon Malabaarsche Sipahis, Mittinann ondertekend, van het geen de beide kompant, „ en van gem: Bataillon, onder kommando ue van den Leutenant Trikko en vaendrig vuijstman, wegens monteckings geld ten agteren zijn. uE: moeten voorm: beide officieren gelasten, Aan als vooren. gelasten, om maandelijks van de gagien van ider der officieren, onder officieren en gemenen van hunne kompanien zoo veel intehouden als bij voorm: reekening aangeweezen zijn tot dat de sommen dier reekeningen zullen zijn be„ taald, en de sommen die maandelijks inge„ houden worden in skomp:s kas te tellen om per Memorie herwaarts overgemaakt te worden. Wij blijven voor het overige naymoete /:onderstond: Ten ordoun: Atc /:geteekend:/ B: L: van Zitter Si:r /:in margiend:/ kolombo den 7. Maart 1792. Den 5. ' deezer is na derwaards vertrokken een komp. Mallabaarsche sipahis onder kom„ mando van den vaandrig coint, breeder ver meld bij de hier ingesloote naamlijst, waar bij ook hun genot bekend staat en de wapen, goederen die ze meede neemt. Gemelde offi„ Cier is gelast met zijne komp: te marchee„ „ren over Gale door het Maturesche na Bati„ Kaloa. Wij blijven voor het overige nagroete (:onderstond: /:en geteekend:/ Als vooren /:in margien:/ kolombo den 8:' Maart A:o 1792.— Aan „ „ 1027 Opt Aan als Vooren. Wij zenden uE: hiernevens een uittrekzel, uit eenige te Battikalo door een opgevatte spion, be„ antwoorde vraagpointen, waar bij gezegt word, dat de Dessave van oewa met den Dessave van Wellitje het voorneemen zoude hebben, om met geweld zout te haalen uit de lewarjs en de Magampattoe. UE: moeten dit berigt ten spoedigsten zenden aan den luitenant Dessave van schuler die ook aan den Resident van de Magampattoe Brinkman, daer van ten eersten kennis geeven moest. De komp oosterlingen die op Tengale legt, moet zig maar schvaardig houden ten einde op de eerste order te kunnen marcheeren na de Magampattoe, en de onlangs van Ma„ ture na Gale op ontbodene oosteusche komp: moet zig insgelijks manschvaardig houden, ten einde de voorsz: oostersche komp: te Tenga„ le, wanneer het mogte noodig zijn die te laaten marcheeren na de Magampattoe, ten eersten te kunnen ramplaceeren. ue Bij deeze geleegentheid moet aangem: van schuler tevens worden aangeschreeven, dat Wij 2. Aan als vooren. Wij overeenkomstig het verzoek van den Resident Brinkman, dat voorkomt bij ulven brief van den 23. Maart, ten spoedigsten een randje las„ „ kopijns nade Magampattoe zenden moet om maandelijks te worden afgelost, en dat Wij voorts gekwalificeert is, tot het te werk stellen van alle verdere zodanige maatregelen als Hij met overleg van meerm: Resident Brink man, zal bevinden te behooren, op dat de zout pannen in de Magampattoe behoorlijk be„ „waakt en tegens alle surprieses gedekt zijn. Wij blijven voor het overige naguoete /:onderstond:) /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiend:/ kolombo den 11. April 1792. — UE: moeten de luitenant Dessave van schuler op den ontfangst dezes aanschrijven, dat de komp: ooster„ „lingen die te Tengale legt en gekommandeert word door de luijt, Beem, ten eersten moet marcheeren na de Magampattoe, of er iets zijn mogt aan de Battikalosche tijding, die we uE: bedeeld heb„ ben bij onzen sekreeten brief van den 11 dezer en op dat deze order te spoediger kan worden uitgevoerd, moet van schuler nog worden aan„ „geschreeven, dat wij moet zorgen dat de noo„ „dige „ „
English
able coolies must be delivered to this company immediately and without any loss of time, even if it cannot be otherwise and Moorish coolies would have to be hired for that purpose. Every man must be given two bundles of fixed cartridges, and ten bundles of cartridges per man, with the necessary flints and vent prickers, must be sent along in small chests with the company. Lieutenant Beem must be ordered by the Lieutenant Dessave van Schuler to inspect the muskets and other weaponry of his aforementioned company in person, and since rifles will sometimes have to be exchanged, the Lieutenant Dessave van Schuler must send 50 good muskets from Mature to Tengale, unless there are muskets in stock at Tengale, in order to make the necessary exchange. Meanwhile, Tengale must be garrisoned with a detachment of 24 men from the company of the Regiment van Wurtenburg, which is garrisoned at Mateere, commanded by an officer. Upon receipt of this, the Eastern company of Captain Abietan Fluit, commanded by Ensign Storf, must march to Tengale. This company must likewise be provided by van Schuler with the necessary ammunition, unless there is a sufficient stock of cartridges at Tengale. The Honorable Major Scheede must immediately take inventory of the stock of cartridges in the Galle armory in person, and if there are not enough good and suitable cartridges in stock, they must be manufactured immediately. For the rest, after greetings, we remain. Was signed: As before. In the margin: Colombo, the 13th of April 1792. To the Lieutenant Dessave at Mature, van Schuler, you may grant permission to act in the posting of lascorins at the borders according to his proposal mentioned in your letter of the 23rd of March last, and all possible supervision must furthermore be recommended to him in this matter. The fogie further sent up from Mature, mentioned in your letter of the 27th of March, must be sent hither under secure custody. The assistant surgeon Starkenburg is hereby confirmed as garrison surgeon, and we have accordingly promoted him to surgeon at the salary of 28 guilders per month, the deed for which is enclosed herewith. For the rest, after greetings, we remain. Was signed: As before. In the margin: Colombo, the 17th of April 1792. The Corporal Louis de Berche must be demoted to soldier at 9 guilders, and must subsequently run the gauntlet at the discretion of the Honorable Major Schede. This having been done, he must be transferred to sailor and placed on the first ship departing for Batavia. For the rest, after greetings, we remain. Was signed: As before. In the margin: Colombo, the 21st of April 1792. If there is still room on the ship 't Meeuwtje, the soldiers of the Regiment van Wurtenburg, specified further by Colonel de Hugel and mentioned in your letter of the 19th instant, may depart with it for Trinkonomaale. For the rest, after greetings, we remain. Was signed: As before. In the margin: Colombo, the 21st of April 1792. You may authorize the Lieutenant Dessave van Schuler to have two drams of arrack distributed daily to the detached soldiers in the Magampattoe. For the rest, after greetings, we remain. Was signed: As before. In the margin: Colombo, the 23rd of April 1792. The soldier Johan Jochem Barend is, pursuant to his request, hereby discharged from the Company's service, and in his place you must enroll among the invalids the soldier Dirk Jansen of Deventer and the Eastern soldiers of the Company of Captain Abitum Fluijt, named Bapa Sentock of Sumanap and Seradie of Kattesier. The First Lieutenant of Artillery Frans Dierssen is proceeding thither to remain stationed there; he has enjoyed his salary until the last of August 1791, house rent and free-workers allowance until the last of March last, and board money until the last of the same. For the rest, after greetings, we remain. Was signed: As before. In the margin: Colombo, the 25th of April 1792. Yesterday the following sepoys, with their full weapons, except for the drummers, departed overland for that place in order to rejoin their companies, namely: 7 heads of the Moorish Company under command of the Ensign Vuijstman, to wit: 1 Ensign Coosi Kanni Marikan 1 Drummer Koojie of Pallenkeeke 1 Private Meeron Poelle of Kaijen Kloon 1 Private Koenje Midiel of Errekoek 1 Private Marrikaan of Errewetoki 1 Private Konje Meedien of Eutottie 1 Private Heijderosse of Hoekenaar 6 heads of the Tregos Company under command of the Lieutenant Frikko, to wit: 1 Cadet Hendrik Willem Frikko of Colombo 1 Drummer Ausespo of Mattenjeki 1 Private Potte Motte of Makene 1 Private Arrettoe of Koukoo 1 Private Adje of Koo 1 Private Te Kottoe of Taijen 2 privates of the Christian Company under the
Dutch transcription
1028 902. dige koelies ten eersten en zonder eenig tijd ver„ zeum aan deze komp: worden bezorgt, al was het ook zoo het niet anders zijn kan, dat daar toe moorse koelees zoude moeten worden ingehuurt. Aan ieder man moeten worden gegeeven twee bos„ „sen vaste pattroonen, en moeten in kisjes met de komp worden meede gezonden 10. bossen pat„ „ troonen voor de man met de noodige vuurstee„ „nen en ruimnaald en De luijtenant Beem moet door de luijt Dessave van schuler wordengelast, dat hij de geweeken en verdere wapentuigen van voorsz: zijn onder hebbende komp: in eegen perzoon moet visiteeren, en wijl er zomtijds geweeren zullen moeten worden verruild, moet de lijt: Dessave van schulen 50. goede gewee„ ren van Mature zend en na Tengale, ten zij er te Tengale geweeren in voorraad zijn, om de noodige verruiling te kunnen doen. Tengale moet intussen worden bezet met een detachement van 24. man van de komp: van het regiment van wuntenburg die te Mateere guarnisoen houd, gekommandeert door een officier. Op den ontfangst deezes moet na Tengale maa„ cheeren 8 ƒ Aan als vooren. cheeren de oostersche komp: van kaptein Abietan fluit die gekommandeert word door de vaandrig 8 storf Aan deze komp: moet insgelijks door van schuler worden meede gegeeven de noo„ „dige ammonitie ten zij er te Tengale genoeg„ zaeme voorraed van pattroonen is. De E: Majoor scheede moet de voorraad van pattroonen op de gaalsche wapenkamer, ten eersten in eigen perzoon gaan opneemen en zoo er geen goede en bequaame pattroonen genoeg in voorraad zijn, moeten ze ten eersten „ worden aangemaakt. Wij blijven voor het overige na Guoete. /:onder„ „stond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Kolombo den 13. April 1792. Aan den Luitenant dessave te mature van schuler mogen uE: verlof geeven om in 't plaat„ „zen van lascorijns aan de limieten te handelen naar zijn voorstel vermeld bij uwen brief van den 23. Maart Jol: en moeten hem daar bij alle mogelijke toezigt nader worden aan„ „ bevoolen. De nader van Mature opgezondene fogie, vermeld bij uwen brief van den 27. Maart, moet 1029 903 Aan als vooren. Aan als vooren. moet in goede verzeekering herwaards gezon„ den worden. De ondermeester starkenburg word door deezen bevestigd als guarnizoen Chirurgijn, en hebben we hem mits dien gevorderd tot Chirurgijn met de gagie van ƒ 28. smaands waar van de acte hiernevens gaat. Wij blijven voor het overige naquoete /:onderstond:/ /en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ lombo den 17. April 1792. Den Corporaals Louis de Berche moet worden ge„ deporteerd tot soldaat met ƒ 9. en moet vervolgens met de spits noede worden gestaaft ter descretie van den E. majoor schede Dit gedaan zijnde moet hij worden overgeschreeven tot mattroos en geplaatst worden op het eerst vertrekkend schip na Batavia. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ ƒ /:engeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom„ „ Ob den 21.:e april 1792. zoo ik nog plaats is op 't schip 't Meeuwtje moo„ gen daarmeede naar Trinkonomaale vertrek„ ken de Militairen van 't Regiment van wur„ „tenburg, door den heer Colonel de Hugel nader opgegeeven 9 Aan als vooren. Aan als vooren. opgegeeven en vermeld bij uwen brief van den 19. de„ p Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ kengeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolom„ „bo den 21. April 1792. zek. UE: mogen den luitenant dessave van schueler qualificeeren om aan de gedetacheerde Militai„ ken in de Magampattoe, twee soopjes arrak sdaags te laaten verstrekken. Wij blijven voor 't overige nagnoete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „ lombo den 23:e April 1792. De Zoldaat Johan Jochem Barend word volgens zijn verzoek, door dezen uit 'sComp: dienst ontslaa„ „gen, en moeten uE: daar en teegen onder de in„ valides doen plaatzen, den zoldaat Dirk Jan„ „sen van Deventer en de oostensche zoldaaten van de Comp: van Capitain Abitum fluijt, met namen Bapa sentock van Sumanap en seradie van kattesier. De eerste luitenant der artille rij frans Dierssen gaat na derwaards, om daar beschijden te blij„ ven wij heeft gagie genooten tot ult„o aug=s 7791. hubhuur en vrijwerkers geld tot ulto Maart 2 820 1030 904 Aan als vooren. Maart J:o L: en kostgeld tot ult=o de zel„ Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ ko„ „ lombo den 25. April 1792. —. Gisteren zijn de volgende sipais met hunne volle wa„ „ pens, excepto de tamboers, over den landweg na der„ waards vertrokken, om bij hunne Compenien te geraa ken, namelijk. 7. koppen van de Comp: Moren onder Commando, van den vaandrig vuijstman, teweeten. 1. vaandrig Coosi kanni Marikan 1. Tamboet koojie van Pallenkeeke „ gemeene Meeron poelle „ Kaijen kloon koenje midiel „ Errekoek 1. „ Marrikaan „ Errewetoki 1. „ konje Meedien ve Eutottie. „ Heijderosse „ Hoekenaar 7. „ 6. koppen van de Comp: Tregossen onder Commando van den luitenant fnikka, te weeten 1 Cadet Hendrik willem frikko van Kolombo 1. Tamboet Ausespo van Mattenjeki„ /:gemeene Potte Motte van Makene. 1: „ Arrettoe van Koukoo 1. „ Adje van Koo„ 1: „ Te kottoe van Taijen. 2. gemeenen van de Comp: Christanten onder den
English
To the same as before. Ensign Coint, namely: 1. named Poelleke of Paijloo. Barredoe of Tjake Kattoe: ƒ These last two must go to Tsiriaat in the Batticaloa district, where their company is detached. All the aforesaid men have received wages here up to the last of March 1792 and rice up to the last of this month. For the rest, after greetings, we remain, /:underwritten:/ and /:signed:/ as before /:in the margin:/ Colombo, the 28th of April 1792. Colonel Hugel has requested of the first undersigned Governor to exchange a soldier of his regiment named Gross for a man from the nationals. We have accordingly accepted the aforesaid soldier Gross into the Company's service as a sailor at ƒ 9, the deed of which is annexed hereto; and as soon as Colonel Hugel shall have surrendered him, he must be placed on board the ship de Indus, to depart therewith to Batavia. Whenever a man among the nationals, whether from the military or from the sailors, is inclined to transfer as a soldier into the Regiment of Wurttemberg, you may, when Colonel Hugel makes designation thereto, discharge him from the Company's service and subsequently transfer him to his Honour. 1031 405 To the same as before. For the rest, after greetings, we remain, /:underwritten:/ and /:signed:/ As before /:in the margin:/ Colombo, the 7th of May 1792. /:Lower:/ P.S. The Christian name of the aforementioned soldier Gross is not known here, wherefore you must have the same filled in on the accompanying deed and subsequently inform us. To the officers who are presently stationed in the Magampattoo, and also to the officer at Tangale, you may disburse the usual field allowance starting from the first of April last. Corporals Jan Grond and Frans Tassijn, who served as drill masters of the reduced Sinhalese companies at Mature, and have recently returned hither, shall remain stationed here in the garrison. For the rest, after greetings, we remain, /:underwritten:/ and /:signed:/ As before /:in the margin:/ Colombo, the 16th of May 1792. /:Lower:/ P.S. You may authorize Lieutenant Dessave von Schuler, according to the proposal mentioned in your letter of the 7th of this month, provisionally and for as long as it is necessary, to keep 18 coolies in service in the Magampattoo, To the same as before. at the usual maintenance and one stuiver a day each, provided that as soon as circumstances render it unnecessary, these coolies are discharged again. We authorize you, for the theft committed by him, to make the soldier Johan Hendrik Pans run the gauntlet through a European company, and subsequently transfer him to sailor; as also to have the soldiers Leendert, Holstein, Kaune, and Christiaansz, who were playing for money in the barracks, punished with long rattans. We have appointed Sergeant Jozeph Smit as postholder of Kattoene. He will depart from here today, and he has received wages here up to the last of April last and board money up to the last of this month. If Lieutenant Dessave von Schuler should deem it necessary that some invalids be placed at Kattoene, that may be done provisionally, and until it is seen whether that continues to be necessary. For the rest, after greetings, we remain, /:underwritten:/ and /:signed:/ as before /:in the margin:/ Colombo, the 18th of May 1792. To 150. 1032 906 To the same as before. To the same as before. The Eastern soldier Bapa Tamboer must be sent to Batavia on the ship de Indus. For the rest, after greetings, we remain. /:underwritten:/ By order etc. /:signed:/ B. L. van Zitter, Secretary /:in the margin:/ Colombo, the 22nd of May 1792. There depart overland for Batticaloa a lieutenant, 2 sergeants, 2 corporals, and 43 private sepoys, with their full arms, under the supervision of a European non-commissioned officer, who goes no further than Mature, from where he must return hither. You must instruct Lieutenant Dessave von Schuler to have these sepoys escorted by a non-commissioned officer from Mature to Kirinde, and from there likewise by another non-commissioned officer to Tsiriaat, to the detachment stationed there under the command of Lieutenant Coint. Likewise, you must order Lieutenant Dessave von Schuler to have issued to the aforesaid sepoys a bundle of live cartridges, a flint, and a vent pick for each man. For the rest, after greetings, we remain, /:underwritten:/ and /:signed:/ as before /:in the margin:/ Colombo, To the same as before. Colombo, the 31st of May 1792. /:Lower:/ P.S. You must immediately forward the enclosed letters for Batticaloa and for Lieutenant Coint at Tsiriaat thither. We send you herewith a copy of the capitulation of the Regiment of Wurttemberg received from the Cape of Good Hope, written in the French language, according to which you must regulate yourselves in what concerns the said regiment. We authorize you, provisionally and until further arrangement, according to the proposal of Major Scheede, to also have issued to the garrison the following, namely: 1/4 lb. sealing wax to the town major yearly 6 quires small format paper for each European company once 2 quires large format paper every two years 2 bundles quill pens 2 quires small format paper for each native company 1 quire large format paper likewise for two 1 bundle quill pens years. The request of the invalid Eastern Ensign Draman of Paggekanan, for an increase of salary, is hereby 1
Dutch transcription
Aan als vooren. den vaardrig Cocint, als. 1. genaamt Poelleke van Paijloo. „ Barredoe van Tjake Kattoe: ƒ deze twee laatsten moeten gaan naar Isiriaat in 't Batikaloasch, alwaar hunne Comp: gedetacheerd Agt. ra Alle de voorsz: manschappen hebben alhier gagie tot ult:o maart J:so2: en rijst tot ult:o deezer genooten Wij blijven voor het overige nagtoete /:onderstond:/ en „geetekend:/ als vooren /:in margiene:/ kolombo den 28: April 1792. De Heer Kolonel Hugel, heeft aan den eerst onderge„ „teekende gouverneur verzogt om een zoldaat van zijn regiment genaamt Gross te ruijten teegens een man uit de Nationaalen we hebben mits dien de voorsz: zoldaat Gross in skomp. dienst aangenoomen als mattroos met ƒ 9. waar van de akte hiernevens gaat, en zoo drade heer kolonel Hugel hem zal hebben overgegeven, moet hij worden geplaatst op het schip de Jndus, om daar meede te vertrekken na Batavia. Wanneer ik een man onder de Nationaalen is het zij uit de Militairen het zij uit de mattroo„ sen geneegen om als zoldaat in het regiment van Wurtenberg over te gaven moogen uE wanneer de kolonel Wuegel daar toe aanwijzing, doed hem uit d Comp:s dienst ontslaan en hem ver„ „volgens 1031 405 Aan als vooren. volgens aan zijn Ed: doen overgeeven. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /en geteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ kolombo den 7. Maij 1792. /:Lager:/ P: S: De doopnaam van voormelden zoldaat Guot is hier niet bekend wes„ halven uE: dezelve daar bij de nevensgaande akte moeten doen invullen, in ons vervolgens be„ deelen. Aan de officier die tans in de Magampattoe lig„ „gen, en ook aan de officier te Tangale mogen uE: doen vertrekken het gewoone velddouceur ingaande met pilimg april Jongstleeden. De Corporaals Jan Grond en frans Tassijn, die geschikt zijn geweest tot duilmeesters van de gereduceerde singaleesche Compenien te Mature, en onlangs herwaards terlig gekeerd zijn zullen hier in 't geandzoen beschijden blijven. Wij blijven voor het overige nagroete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ Alsvooren /:in margiene:/ kolombo den 16:' Maij 1792. /:Lager/ P: S: Ub: moogen den luitenant dessave van schuler qualificeeren, om volgens het voorstel vermeld bij uwen brief van den 7:' dezer, voor eerst en zoo lang het noodig is, 18: koelies in de Meigampattoe in dienst „ Aan als vooren. dienst te houden, teegens de gewoone mainctementos en een stuijver 's daags ider, mits dat zoo duade omstandigheeden dat onnoodig maaken, deze koelies weder worden afgedankt. wij qualificeeren uE: om den Zoldaat Johan Hendrik Pans, over de door hem begaane dieve„ nij, door eene komp: Europeesche spits roede te laaten loopen, en vervolgens tot mattroos over te schrijven; als meede de zoldaaten Leendert, Holstein, kaune en Christiaansz, dien't speelen met geld inde casean, met lange rottings te laaten afstraffen, Den sergeant Jozeph Smit hebben weaangesteld tot posthouder van kattoene. Wij zal hieden van hier vertrekken, en heeft hij alhier ge„ nooten gagie tot ult„o april J:o L=o en kostgeld tot relt:o dezer zoo de luitenant Dessave van schu„ let mogte nodig agten, dat er te kattoene reni„ ge incalides geplaatst worden, mag dat voor eerst, en tot dat men ziet of dat bij voort„ „ duuring nodig zij geschieden. wij blijven voor 't overige nagnoete /:onderstond:/ /:en geteekend:/ als vooren /:in margiene:/ kolombo den 18:' Meij 1792. Aan 150. 1032 906 Aan als vooren. Aan als vooren. De oostersche Zoldaat Bapa Tamboer, moet met 't schip de Jndus naar Batavia wordengezonden. wij blijven voor het overige na groete. /:onderstond:/ Ten ordonn: Mc: /:geteekend:/ B: L: van Zitter SeC:s /:in margiene:/ Kolombo den 22:e Maij 1792. —. Overland vertrekken na Batikaloa een luite„ „nant, 2. Zergeants, 2. Corporaals en 43. gemeene sipais, met hunne volle wapens, onder op„ „ zigt van eene Europeesche onder officiers, die met verder gaat dan tot Mature van waar hij herwaards moet terug keeren. UE: moeten den luitenant dessave van schulet aanschrijven, deze sipais door eene onder affi„ ciers van Mature te laaten begleijden naar kinende en van daar ook eene ander onder„ officier naar Tsiriaak bij 't detachement, dat daar legd onder 't Commando van den luuitenant Coint. Jnsgelijks moeten uE: den luitenant dessave van schuler gelasten, aan voorm: sipais te laaten verstrekken een bosch scherpe pattroonen, een vurstein en een ruimnaald voor elk man, Wij blijven voor het overige nagroete /:onder„ „stond:/ en geteekend:/ als vooren /:in marginee) Kolombo Aan als vooren. Kolombo den 31: Maij 1792. /:Lager / P: S. De inleggende brieven voor Batti kaloa en voor den Leuitenant Coint te Tsiriaar, moeten uE: ten eersten na derwaarts voortschikken. We zenden uE: hiernevens een afschrift van de van de Kaab de Goede Hoop ontvangene Capitulatie van 't regiment van wurtenburg, geschreeven in de faansche taal, waar na uE zich in 't geen gem: regiment aangaat regten moeten. Wij qualificeeren uE: om bij provisie en tot na „dere schikking, volgens het voorstel van den b: Majoor scheede nog aan't guarnizoen te laaten verstrekken het volgende, als ¼. lb: zegul lak aanden ondermazoor sjaars 6. boeken klijn formaat papier: - voor elke euko„ peesche Comp om 2. boeken groot formaat papier de twee jaaren 2. bosschen penne schagten - - - -. s eens. 2. boeken klijn formaat papier 7 door elke Jn„ Clandsche Comp: 1. boek groot formaat papier meede voor twee 1. bosch penne schagten - - Jaaren. Het verzoek van den invalide oosterschen vaandrig Draman van Paggekanan, om vermeerdering van Trachement, word door dezen 1