Inventory 3976
Ceylon · 1,488 pages · 246 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
930 804 927 801 A former aratchi of the Matara Dissavony, named Don Diogoe Jajewikkkeme, who gave occasion for the apprehension and arrest of the priest Wehelle oennanse, mentioned in our respectful letters of the 17th, 26th, and 29th February of last year and sent with the detachment of Captain Lieutenant Meuron Du Rochat, was subsequently arrested by the Lieutenant Dissava van Schuler in the Matara Attepattoe Mandoe, from which Mandoe this prisoner escaped and made his way hither, bringing complaints to the first-signed Commander that he had been wronged in this matter at Matara; The Commander had him confined in the guard Mandoe and afforded him the opportunity to declare and make known his complaints and grievances before two members of our Council, assisted by the First Sworn Clerk Gratiaen and the necessary interpreters; as we also did, and his declaration was recollected. This declaration, which we have the honor to present to your To as before. Honorable 1 f 84 Right Honorable, Great and Respected Sirs, in the annexes hereof under Letter A, we have sent to the Matara servants, in order to learn what remarks might be made upon it, and we received this morning the answer from the Lieutenant Dissava van Schuldt, which we present to your Right Honorable, Great and Respected Sirs herewith in copy under Letter B with its annexes. This answer from the Honorable Lieutenant Dissava van Schulck, as well as the declarations transmitted by him therewith under Nos. 1, 2, 3, 4, and 5, demonstrate not only that the said Don Diogoe Jajewikkreme, aratchi, has long been a bad fellow, but also that his aforementioned declaration contains mostly untruths, and that he, through both this and his escape from his arrest, is deserving of punishment. The Junior Merchant Rabinel, on the other hand, finds (see annex Letter C) in the declaration of Don Diogoe Jajetoikkreme nothing to object to (thus nothing offensive or untrue), other To 930 804 928 802 other than only that he would not have given him orders to apprehend Kandiyans, but only the goods of the priest. Before punishing the aforementioned Don Diogoe Jajevie kkikeme not only for escaping from his arrest, but also for the further evil deeds charged to him in the Matara papers, equity in the latter case certainly requires that the declarations brought against him be indicated to him, through which, however, easily and with such an insolent fellow as he is depicted to be, contradictions would likely arise that could drag out a whole investigation, if the said Don Diogoe were to maintain his statements and prove them with witnesses. On account of the aforementioned, and because the already so often accused Headmen again come into consideration, concerning which your Right Honorable, Great and Respected Sirs preferred to reserve the investigation to yourselves, we we have thought it best to send the papers relating to this matter to Your Excellencies, in order to receive Your Excellencies' honored pleasure thereon; the said Don Diogoe Jajereresscreme shall be kept here in close arrest at the disposal of your Right Honorable, Great and Respected Sirs. For the rest, we most respectfully request that you will not take it amiss that the Honorable van Schuldt in his letter declares that it is in accordance with sound reason that someone who criminally accuses another, and that too in a very suspicious manner, ought likewise to be arrested, since this declaration has something offensive about it, when one compares it with the case, not unknown to the Honorable van Schuler, of the Korale Mudaliyar Alieis and the Mohandiram Mandenaijke, who criminally accused their counterpart and charged him with high treason, and which accusations certainly became very suspicious because 929 683 930 804 because the accusers undertook to prove their accusations immediately once the accused should be arrested, submitting themselves to the severity of the laws if they should not make good their statements. Furthermore, one finds it somewhat offensive in the letter of the Honorable van Schuylt that he addresses the Headmen, who have been accused of many wicked deeds and thereof have not as yet been cleared by any legal investigation, as reputable and distinguished Headmen of good name and fame, although these Headmen, with few exceptions, lie under such great suspicion among the entire Ceylonese world, and will likely remain so as long as the accusers continue to maintain their accusations as they do at present. We request your Right Honorable, Great and Respected Sirs to put the best construction on the above, and have the honor to be, with all sentiments of high esteem, (was signed: unsigned) As before (in margin:) Galle, the 2nd of March 1792. Agrees Hijbrands First Clerk the 87 930 804 6
Dutch transcription
930 804 927 801 Een geweese arraatje vande Matureese Dessavonie, in naame Don Diogoe Jajewikkkeme, die tot het op vatten en arresteeren vande bij onze een bie„ dige letteren van den 17. 26., en 29. Februarij J:o Lee„ „ den vermeldazen met het Detachement van den Capitein Luijtenant Meuron Du Rochat ver„ „zondene Priester Wehelle oennanse gelee„ „genheiyd gegeeven heeft, was vervolgens doorden Luijtenant Dessave van schuler inde Maturee, „sche Attepattoe Mandoe gearresteerd, uijt welke Mandoe deeze arrestant weggeloopen en zig na herwaards begeven heeft, brengende bij den Eerstgeteekende Commandeur klagten in, dat men hem te Mateere in dit geval verongelijkt had; De Commandeur liet denzelven in de gu„ arde Mandoe vast zetten en bragt hem inde geleegenheijd zijne klagten en beswaaken voor twee Leeden uijt onzen Raad geassisteerd door de Eerst geswoore klerk Gratiaen ende noodige Tolken te kunnen verklaaren en bekend maaken; gelijk wij ook gedaan, en zijne verklaaring ge„ „recolleerd heeft. Deeze verklaring, die wij de eere hebben uwrl Aan als vooren. Edele i„ ƒ 84 Edele gestr: Groot Achtb: bij de bijlaigen dee zes onder L:a/: aan te bieden hebben wijden, Maturee„ „sche Bedienden toegezonden, ten einde te verneemen wat daar op aantemerken viel, en wij ontfan„ „gen heeden morgen het andwoord vanden Luijte/ „nant Dessave van schuldt het welk wij uwel, Edele Gestr: Groot Achtb: bij deeze in afschrift onder Littra B: met dies bijlaegen aanbieden Dit andwoord van den E: Luijtenant Dessave van schulck zo wel als de door hem daat bij onder N:o 1, 2, 3, 4. en 5: overgezondene verkla„ „kingen toonen niet alleen aan dat de gemelde Don Diogoe Jajewikkreme aoraatje zederd lange een slegte knaap zoude zijn, maar ook dat zijne voormelde verklaering meest onwaar„ heeden bevatten zouden en hij door dit een en ander gelijk ook door het vlugten uijt zijn ak„ „rest strafschuldig zijn. De onderkoopman Rabinel daar en teegen vind vide bijlaagen L:a C: bij het Declaratoir van Don Diogoe Jajetoikkreme niets aante, „merken /: dus niets aanstootelijks of onwaar/. dan Aan 930 804 928 802 dan alleen dat hij hem geen last zoude gegee, „ven hebben om kandianen op te vatten, maar wil de goederen vande Prieester Voor en al eergedagden Don Diogoe Jajevie kkike„ „me over het vlugten uijt zijn arrest niet al„ „leen, maar ook over de verdere bij de Matu„ „reesche papieren hem ten laste gelegd wordende kwaade bedrijven te straffen, vereijscht in het laatste geval de billijkheijd zeeker dat hem de teegen hem ingebragte verklaaringen aan„ „geduijd worden, waar door echter ligtelijk en bij een zoo assurante knaap gelijk hij afge„ „schilderd word:/ waarscheinlijk contradicties zouden ontstaan die een geheel onderzoek konden na zig sleepen indien gemelde Don Diogoe zijne opgaaven arlde staande houden en met getuijgens bewijsen. Uijt hoofde van het voorschreevene en wijl daar bij de reeds zoo dikwils beschuldigde Hoofden alweeder in aanmerking koomen en waar omtrend uwel Edele gestr: Groot Achtb: het onderzoek liefst aan zeg behouden hebben, zo zo hebben wij best gedagt Hoogst Denzelven de papie, „ken tot deeze zaak betreklijk toe te zenden, ten einde Hoog derzelver geeend welbehaagen daar op te ontfangen; zullende gemelde Don Diogoe Ja„ „Jereresscreme alhier tot dispositie van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: in goed arrest gehouden worden. Wij verzoeken voor het overige eerbiedigst niet kwalijk te willen duijden dat de E: van schuldt bij zijn brief verklaard dat het met gezonde verstand overeenkomt dat iemand die een ander en dat wel op eene zeer sus„ pecte weise Crimineel aanklaagd insge„ lijks diend gearresteerd te worden. aange„ „zien deeze verklaaring iets aan stootelijks heeft, wanneer men daar bij vergelijkt het aan de E: van schuler niet onbekende geval vanden korl Modliaat Alieis en den Mo„ „ handiaam Mandenaijke, die hun teegen papthij Crimineel aangeklaagd en van Land verraad beschuldigd hebben, en welke beschul„ „digingen zeeker zeer sufpect wierd, door dat 929 683 930 804 dat de beschuldigens aan naemen hunne beschuldi, „gingen ten eersten te bewijsen, wanneer de be„ schuldigde zoude gearresteerd zij ne zig onder„ „ werpende aan de strenge der wetten indien, zij hunne opgaaven niet mogten waarmaaken, Nog vind men bij de brief van den E: van schulet eenigzints aanstootelijk, dat hij de Woofden, die van veele slegte stukken beschuldigd en daar van als nog door g een legaale onderzoek ge„ „suijverd zijn, aanschrijft als ter goeder naam„ en faam staande aanzienelijke Hoofden, woe wel deeze Hoofden bij de geheele Ceilonsche wac„ „reld, weinigen uijtgezonderd, zoo zeer in verden„ „king leggen en ook denkelijk, zullen blijven zoo lange de beschuldigers hunne beschuldigingen gelijk als nog blijven staande houden. Wij verzoeken uwel Edele Gestr: Groot Achtb: het voorschreevene ten besten te duijden en hebben de eere met alle gevoelens van hoog achting, te zijn /:onderstond / ongeteekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Pale den 2. ' Maart 1792. sen Akkordeert Hijbrands HEiklerk den 87 930 804 6
English
930 804 To the same as before. previously thought best, which we respectfully request you will be pleased to take in good part. With the obliged feelings of high esteem we have the honour to be, stood below, as before, was signed, P:r Sluijsken, I: L: scheede, M: van der Spar, L: Aems, A: B: Marthesze, C: F: w: de Ranitz, I: I: D: D' Estandau and A: E: De, Lij. In the margin: Gale the 19th of March 1742. We have the honour hereby to present to Your Right Honourable, Right Respected Sirs a copy of the secret letter received yesterday from the Lieutenant Dessave van Schuler, in which he among other things mentions that, in order to make no unnecessary movements, and because the eastern company of Abitum Fluijt will be able to be at Tangale almost at the same time, he has not caused the detachment of Wurtemberg to depart; on the other hand because there will still have to remain at Tangale at least twelve Javanese of the company of Singosarie, unfit to march to the Magampattoe, and also because there still lies a detachment of artillerymen at Tangale, as also because in the meantime, as van Schuler says, there is nothing to fear for Tangale, and a deep quiet is said to prevail on that side. We have provisionally taken satisfaction in this arrangement of his, and doubt not but that the same will To the same as before. will likewise meet with Your Right Honourable, Right Respected Sirs' approval. The aforementioned eastern company of Abitum Fluijt departed from here for Mature the day before yesterday, whereof we hereby give notice to Your Right Honourable, Right Respected Sirs, and for the rest have the honour with the most obliged feelings of high esteem to be, stood below and signed, as before. In the margin: Gale the 18th of April 1792. This morning there was received by us a secret letter written under date of the 25th instant from Mature, whereof we send the copy herewith, in which the Lieutenant Dessave van Schuler gives us to know how he has been informed by the Resident Brinkman that the Dessave of Oeva with all his might is expected at Kattergam for the fetching away of salt from the Lewaijs on the fifth day of the new moon or on the 26th instant, and that, because this coincided fairly well with what has been related by the spy captured at Battikaloa, as also because at present, through the drought, more and more salt begins to accumulate daily, His Honour had written to the Ensign Estrop at Tangale to march on the 27th at noon with another 45 eastern rank and file and the necessary non-commissioned officers to the Magampattoe; observing still further in this letter that, because the fetching of salt is a matter of all 931 all too great importance not to take the necessary measures against it in time, especially when one has sufficient force at hand; trusting therefore that it, in view of his good intention, and because to prevent this is the main reason why the second eastern company has been sent thither, may meet with our approval, and so forth; simultaneously transmitting therewith a small map showing the plan of the occupation in the Lewaijs, of which we likewise attach a copy hereto. We have, in our meeting today concerning this letter, concluded that the Lieutenant Dessave van Schuler must certainly be assured by good reports that all his small detached corps have no attacks by the Kandians to fear, for otherwise, however willing one might otherwise be to help advance the Company's interests, he would have departed more or less from our rule always maintained at all times; namely not to detach any detachments unless they have sufficient strength, whereas from this transmitted plan it clearly becomes apparent how at distances hours apart all these small detachments, among which even of merely 14 men, are separated from one another. That if it is the Kandians' will to fetch away salt by force, if it cannot be otherwise, all these small detachments are exposed, without one being able to come to the aid of the other. That according to our understanding, from the conduct of the Kandians up to now, it is not likely to be presumed that they will undertake anything violent against us, unless they are attacked, and that we therefore on our part are also obliged to see to it that we are not the first to attack. That meanwhile we must not expose our small detachment, and at the same time must be mindful, if it is the Kandians' firm intention to come down with a large force to fetch salt from the Lewaijs, to be capable of preventing them from doing so, and have therefore also thought proper to recommend to the Lieutenant Dessave van Schuler, upon being certainly informed of the descent of the Kandians and their intentions, to draw all the troops together, so as to be able thereby together with one another to counter the Kandians in their intentions, and to select for that purpose such a post around and near the salt pans as is best situated to do so with good success, and also at the same time to be constantly prepared, if necessary, to be able to make a good retreat with one another. The
Dutch transcription
930 804 Aan als vooren vroegen best: gedagt, het welk wij eerbiedig verzoeken ons ten goeden te willen neemen. Met de verpligte gevoelens van hoog agting hebben wij d' eere te zijn /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ P:r Sluijsken, I: L: scheede, M: van der Spar L: Aems, A: B: Marthesze, C: F: w: de Ranitz, I: I: D: D' Estandau en A: E: De, Lij /:in margine:/ Gale den 19:' Maart 1742.. wij hebben de eere uwel Ed: gestr: groot Achtb: bij deeze aantebieden een afschrift van den sekreeten brief gisteren van den Luitenant Dessave van Schuler ontvangen, waar bij hij onder anderen meld, dat hij om geen onnoodige beweegingen te maeken, en wijl de oostersche kompenie van Abitum Fluijt bij na te gelijker tijd op Tangale zal kunnen zijn, het dataclement van wurtemberg niet heeft doen vertrekken, ten anderen om dat er noch ten minsten noch twaelf Javaenen van de kompenie van singosarie zullen moeten blijven op Tangale, onbequaem na de Magampattoe te marcheeren, en ook wijl er noch een detache„ ment artilleristen op Tangale legd, als mede om dat er in die tusschen tijd zo als van schuler zegd, voor Tangale niets te vreesen is, en een diepe rust aan die kant zoude heerschen. Wij hebben in deze zijne schikking bij provisie genoegen genoomen, en twyffelen niet of dezelve zal Aan als Vooren zal insgelijks van uwel Ed: gestr: groot Achtb: goed„ keuring zijn. De voorm: oostersche komp: van abitum: fluct is eergisteren van hier na Mature vertrokken, waer van wij uwel Ed: gestr: groot Achtb: kennis geeven bij deeze en voor 't overige de eene heb„ ben met de verplichste gevoelen van hoog ag„ ting te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Gale den 18:' April 1792:—. Heden morgen is bij ons ontvangene een sekreete brief in dato den 25. ' dezer van Mature geschreeven, waar van wij het afschrift hiernevens zenden, waar bij den Luitenant Dessave van Schuler ons te kennen geeft, hoe door den Resident Brink, man onderrigt is, dat den Dessave van oeva met alle zijne mogt ter afhael van zout uit de Lewaijs den vijfde dag van de nieuwe man of op den 26: deezer op kattergam verwagt word, en dat dewijl dit vredelijk wel over een kwam met het geen door de te Battikaloa opgevatte spion verhaald is, zomede wijl er tans doegelijks door de droogte meer en meer zout begint aan te groeijen, zijn E: den vaandrig Estrop op San„ „gale had aangeschreeven met nog 45. gemeene oosterlingen en de nodige onder officieren der 27. ' des middags na de magampattoe te mar„ cheeren, merkende bij deze brief nog al verder aan, dat wijl het zout haalen een zaek van al 931 al te veel aanbilang is, om daar teegens niet in tijds de nodige maat regelen te neemen, voor al als men genoegsaeme magt aan handen heeft: vertrou„ wende dierhalven dat het /:gezien zijne goede in„ tentie, en om dat dit te verhoeden, de hoofd oor„ zaek is, waarom de tweede oostersche kompenie na derwaards gezonden is:/ van onze goedkeuring moge zijn, en zoo voorts; zendende daar bij teffens over een kaertje, waar bij 't plander bezitting in de Lewaijsis te zien en waer van wij almede bij deze copij voegen. wij hebben betrekkelijk deze brief in onze bij een komste heden opgemaakt, dat de luitenant Dessa„ ve van schuler zeekerlijk door goede naarigten moet verzekert zijn, dat alle zijne gedetacheer„ de kleine corpsen geene aanvallen der kandi„ aanen behoeven te vreesen, want in het tegen„ gestelde, zoude hoe gewillig ook anders mogen zijn om 's komp:s belangen te helpen, bevorderen min of meer van onze altoos gehoudene al„ tot set„s t egel afgegaan weezen; naementlyk om geene detochementen als die genoegsaeme sterkte hebben te detacheeren, terwijl uit dit over„ gezonde plan duidelijk komt te blijken; hoe op uuren verre distanties alle deze kleine detacte„ maar menten, waar onder zelfs van me 14: koppen van malkanderen zijn verwijderd. Dat het der kandianen wil zijnde met geweld, zoo het het niet anders kan weezen, zout aftehaelen, alle deze kleine detactementen ge-exponeerd zijn, zon„ der dat den eene den andere te hulpe zoude kun„ nen koomen. Dat het na onze begrippen, uit het gedrag der kandianen tot nu toe niet denkelijk is te vermoeden, dat zij iets geweldigs teegens ons zul„ len onderneemen, ten zij aangevallen wordende, en dat wij derhalven ook van onze zijde ver„ pligt zijn te zorgen niet de eerste aanvallen te weesen. Dat wij intusschen onze kleine detachement niet moeten exponeeren, en teffens bedagt moeten zijn, zoo het der kandiaenen vaste voorneemens is om met een groote magt aftekoomen om zout uit delewaijs te haelen, bestoenbaer te kunnen weezen om hun dete beletten, en daarom ook goedgevonden den Luitenant Des„ save van schuler aantebeveelen om, zeeker onder„ rigt zijnde van de afkomst der kandiaenen en hunne voorneemens al het volk te zaemen te trekken om daar door in staet te zijn gezaement„ lijk met malkanderen den kandiaenen in hunne voorneemens tegen te gaan, en daar toe uittekie„ sen zulk een post om en bij de zoutpannen, wel„ ke het beste geleegen is, om zulks met goed succes te doen, en ook met een altoos te kunnen verdagt zijn des noods met den anderen een goede retracte te kunnen maeken. Den
English
To write further to the Honorable van Schuler that we acquiesce in his order given to Ensign Estrop to march with an additional 45 common Easterners and the necessary non-commissioned officers to reinforce the detachments stationed in the Magampattoo; further to recommend to the commanding officers in the Magampattoo to be on their guard as much as possible and cautious in every respect, and furthermore, if the Kandians should undertake anything substantial against us, also to be mindful of a good rearguard for the detached troops, both to come to their aid and to assist in case of a necessary retreat, and thereby to be able to act jointly according to the circumstances of the time. To let Lieutenant Medel remain there, as being absolutely more useful in nature, and on the contrary to send Lieutenant Leue back to Tangalen to remain there as long as it will be necessary. We hope that Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs will be pleased to be satisfied with these our customary measures, and we further request Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs' firm orders, and especially also to be provided at the same time with more reinforcements, since, in case the Kandians are serious about resorting to violent means, we may certainly also be able to oppose them with force from our side. With the most dutiful sentiments of high esteem, we have the honor to be, was signed as before, in the margin, Galle, the 26th of April, Anno 1792. Following what we have communicated to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs in our respectful secret letter of the 26th of this month, we hereby present to the same a copy of the letter written to us by the Lieutenant Dessave van Schuler in reply on the 28th of this month, in which he considers that the Kandians in the present case will not dare to come and fetch salt by force, and that our present force is fully and more than sufficient for that purpose to be able to resist an invasion by them, and so forth: on which we also request to be informed of Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs' honored sentiments, while we have already stated our humble considerations thereon in our aforementioned secret letter of the 26th of this month. We also request orders whether we shall acquiesce in what the said van Schuler further remarks in his letter, namely that, in the position in which we presently are with the Kandians, our troops cannot possibly be regarded as aggressors, and that we could immediately treat them as enemies if, while the borders are closed and all communication has long ceased, they were to enter our territory without prior request, especially with an extraordinary or large number. Meanwhile, we shall procure from here the 50 good rockets requested by the said van Schuler in his said letter, and having the honor, under dutiful communication of the one and the other, to be with the highest sentiments of high esteem, was signed as before, in the margin, Galle, the 30th of April, Anno 1792. I have had the pleasure to receive Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs' separate letter of the 6th of this month, together with the declaration mentioned therein, sworn on the 2nd of May at the requisition of the Honorable Governor van de Graaff and confirmed on the 5th thereafter, by Hittie Appoehamij, inhabitant of the village Habbrekaedde under the Candian territory, and by Barnewelle Lienegeé Madoema Appoe, inhabitant of the village Ampagodde, also in the King's territory. I thank Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs very much for sending the latter and shall provide a full reply thereto as soon as Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs, which I hereby very humbly request, will be pleased to inform me what actually gave cause for obtaining these declarations and at the same time will send such further sworn declarations as I presume, from these sent to me, may have been taken in this matter, upon which I shall subsequently provide sufficient clarification and demonstrate the falsehood thereof. I have further the honor to be with all high esteem, was signed as before, signed P. Sluijsken, in the margin, Galle, the 9th of October 1792. We have had the honor to receive Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs' highly honored secret circular of the 13th of this month, of which, as well as of the extract of the Nagapatnam letter sent therewith, we immediately sent copies to the Dessave, the Honorable van Schuler at Mature, and respectfully promising hereby the strictest compliance with the orders given to us therein, we have for the rest the honor to be with due high esteem and veneration. My imminent departure, due to which I have my hands full of work and all my papers are also already packed, makes it impossible for me at this moment to comply with Your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs' request made in the missive dated the 31st of October last, namely: 1. What proof is on hand that the Maha Modliar Abesinge was, or at least was accused of being, the instigator of the disturbance in the Jaalsche Wellebadde Pattoe at the time of Captain of the Korle Toussaint, and sat in jail for that. 2. In which letter the Honorable Commander Samlant noted him, Abesinge, as a bad fellow and a dangerous subject, and in which letter the Honorable Governor Schreuder completely rejected his nomination to Galle Porta Modliar. However, as soon as I arrive in Souratta, I shall immediately look through my papers for these requested proofs, and probably be able to find them.
Dutch transcription
805. 932 Den E: van Schuler voorts aanteschrijven, dat wij be„ rusten in zijne gegeevene ordre aan den vaandrig Estrop, om met nog 45: gemeene oosterlingen en de noodige onder officieren ter versterking van de in de magampattoe leggende detachementen te marcheeren; voorts de Commandeerende of„ ficieren in de Magampattoe aanterecomman„ deeren, zoo veel moogelijk op hun hoede en in alle deele voorzigtig te zijn, voorts indien de kandiaenen iets wezentlijks tegens ons mogte onderneemen, als dan ook wel ver„ dogt zijnde op eene goede agterhoede voor de gedetacteerde troupen, zoo wel om haar te hulp te koomen als in geval van noodza„ kelijke retracte bij te springen en daar door gezaemenderhand na tijds omstandigheeden te kunnen ageeren. De Luitenant Medel, als absolut nuttiger op nature zijnde, daar te laeten blijven, en daar en teegen den Luitenant Leue weeder naar Tangalen te zenden, om daar te blijven, zoo lange het noodig zal weesen. Wij hoopen dat uuwel Ed: gestr: groot Achtb: in deze onze gewoone maat-veegelen, genoegen zult ge„ lieven te neemen, en verzoeken voorts uwel Ed: gestr: groot Achtb: stellige beveelen, en be„ zonder ook teffens te moogen voorzien wor„ den met meerder sterkten, wijl wij in gevalle het Ee e Aan als vooren. het den kandiaenen ernst is om geweldige mid„ delen bij den hand te neemen, ook zeekerlijk hun van onze zeide met geweld te konnen te keer gaan. Mat de verplichtigste gevoelen van hoog agting hebben, wij de eere te zijn /:onderstond en geteekend als vooren:/ in margine// Gale den 26: April A:o 1792. Ten gevolge van het geen wij bij onze eerbiedige secreete van den 26: dezer owel Ed: Gestr: groot Achtb: bedeeld hebben, bieden wij hoogst dezelve bij deeze aan, een afschrift van den door den lui„ tenant Dessave van Schuler in antwoord aan ons geschreevenen brief van den 28: deezer waar bij hij meent dat de kandianen in het tegenwoordig geval niet waegen zullen, zout met geweld te koomen afhaelen en dat de tegenwoordige magt van ons daar toe vol„ koomen en meer als voldoende is, om een inva„ sie van hen te konnen teegen gaen en zoo„ voorts: op het welke wij van uwel Ed: gestr: groot Achtb: g'eerde gevoelen almeede verzoe„ ken, te moogen onderricht weezen, terwijl onze geringe bedenkingen daar over reeds gezegd hebben, bij voorm: onze sekreete brief van den 26.:' deezer. Ook verzoeken wij order of wij zullen berusten in het geen gem: van schu„ ler 806 933 Aan als vooren. ler, bij zijn brief verder aanmerkt, dat naamelijk, in de positie waar in wij tans met de kandianen zijn, onze troupes onmogelijk als aggresseurs kunnen aange„ merkt worden, en dat we ze ten eersten als vijan„ den zouden kunnen behandelen, indien te ter„ wijl de limiten zijn geslooten en alle Communica„ tie reeds lange heeft ophouden buijten voor af„ gaand verzoek, daar toe in ons gebied knaemen, voornaemelijk met een buijten gewoon of groot getal. Intusschen zullen wij de door gem: van schuler bij gem: zijnen brief verzogte 50: goe„ de vuurpijlen van hier bezorgen, en hebben de eene onder verplichte bedeeling van het een en ander, met de meeste gevoelen van hoog agting te zijn /:onderstond/n geteekend als vooren: /: in margine:/ Gale den 30:' April A:o 1792. —. Jk heb het genoegen gehad te ontvangen uwel Edele Ge„ strenge Groot Achtbaare Apparten brief van 6:e deezer, neevens het daar bij vermelde door Hittie Appoehamij, Jnwoonder van het doop Habbrekaedde onder het Candi„ „asch gebied en door Barnewelle Lienegeé Madoema Appoe, Jnwoonder van het doop Ampagodde meede in des konings gebied, in dato 2:e Merjus ter Requisitie van den wel Edelen Heer Gouverneur van de Graaff be„ legde en op den 5. daar aangerecolleerde Declakar„ „toir Ik bedank uwel Edele Gestrenge Groot achtb: voor 8 Aan als vooren. voor de bezorging van heet laatste heel veel en zal daer op volleedig in Antwoord dienen zoo dra uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare /:waarom ik bij deeze zeer nedrig verzoeke:/ mij zult gelieven te onderrigten wat Eigentlijk aan lijding gegeeven heeft tot het In„ winnen van deeze verklaeringen en teffens wilt laa„ „ten toekoomen zodaenige nog meerder belegde ver„ klaeringen als ik vermeene uit deeze aan mij toege„ „zonde te moogen opmaaken dat 'er in deeze zaak zijn belegd. wanneer ik vervolgens voldoende op helde„ „ning zal geeven ende valscheid daer van aantoonen. Jk heb voorts de eere met alle hoog achting te zijn /:onderstond:/ Als vooren /:getekend.) P:s Sluijsken /:in margiene:/ Gale den 9:e October 1792 Wij hebben de eere gehad te ontvangen uw wel Edele Ge„ strenge Groot Achtbaare Hoog geeerde circulaike secreete van den 13. ' deezer, waar van zo wel als van het daarnevens gezonden Extract Nagapatnamsche Brief wij ten eersten kopijen hebben gezonden aan den Dessave de Heer van Schuldk te Mature, en bij deeze de stipste nakooming der aan ons daar bij gegeevene beveelen eerbiedig belovende, hebben wij voor het overi„ „ge de Eer met verschuld Hoog achtingen venatie zin „ 936 n 934 807 Aan als vooren Mijn kout op handen staande vertrek waardoor ik handen volwelk hebbe en ook reeds alle mijne papieren zijn afgepakt, steld mij inde onmoogelijk„ „heid op dit oogenblik aan uwel Edele Gestrenge Groot achtbaare verzoek bij missive in dato den 31. October Jongstl: te voldoen naamentlijk. 1. wat bewijs ek voor handen is, dat de Maha modliaat abesinge ten tijde vanden kapi„ „tain der korle Toussaint, zoude zijn geweest, of ten minsten zijn beschuldigd van te zijn ge„ „weest de aanstooker van de opschudding in de Jaalsche wellebadde pattoe, en daar over in de tronk gezeeten heeft. 2. Bij welke brief de Heer Commandeur samlant hem abesinge als een slegten kwant en gevaarlijke voor werp aangemerkt heeft, en bij welken brief de Edele Heer Gouver„ „neur schreuder zijne voorstelling tot Gaalsch porta modliaar geheel verwoorpen heeft. Jk zal echter zoo dra op souratta koome inme„ „diaat na deeze gevraagde bewijzen onder mijne papieren om zien, en denkelijk ook wel kunnen ouden 8/4
English
find, and then, if they are absolutely needed, about which I request to be further informed, send them over, although I believe that Your Right Honourable Sir will be able to observe one thing and another regarding this in a short note N:o 7 and outgoing letter of 7 December 1758 from here to Colombo. Should it further please Your Right Honourable Sir to ask the former Bookkeeper Wickerman, who was here at Gale at that time, as well as the then first clerk and current pay-bookkeeper Martheze, both of whom must possess a great deal of knowledge of what happened at that time, for their testimony of the truth made on their oath to the country concerning the person of Abesinge, I am assured that Your Right Honourable Sir will receive such reports whereby the undersigned would be relieved of the trouble of rummaging through all his papers. Then, besides these trifles, the undersigned also believes at the same time that there are sufficient accusations against the Mahamudaliyar Abesinge Dias to begin any legal investigation against or for him. Wherewith I have the honour to be, with the obligatory sentiments of high esteem, was signed: unsigned, as before, in the margin: Gale, 9 Novb: A:o 1792. To as before. To be was signed and signed: As before, in the margin: Gale, 16 9ber: 1792. We have had the honour to receive Your Right Honourable Sir's highly honoured circular and ordinary secret letter of the 17th of this month. As soon as the weather is somewhat dry, we shall, in accordance with Your Right Honourable Sir's order, cause all the cinnamon bales to be packed in hides, both those already loaded in the ship Sibilla Anthonetta and those which are otherwise on hand and yet to be brought in. We shall also deal with the second wrapping gunny that comes from them as Your Right Honourable Sir has been pleased to prescribe to us. We immediately communicated Your Right Honourable Sir's repeated secret circular order concerning the sale of salt to the Honourable Dessave van Schuler, and ordered the overseer of the Gale Korle as well as the Dispencier De Ramtz, the former to demand every 14 days from those by whom the salt in the Gale Korle is sold to the Kandyans a written note showing how much salt was delivered to the Kandyans in the last preceding 14 days, and from the latter how much was sold during the same time to the Company's inhabitants, which notes we shall present to Your Right Honourable Sir as soon as they come in. In particular, we have also written to the Honourable Dessave van Schuler to strictly order the Resident Brinkman to keep close supervision over the Renters, and that we must state as accurately as possible the quantity of salt that the Kandyans used to collect in normal times. In order to state what provisions are necessary that should now immediately be made regarding the state of defense, we have beforehand requested the separate Memoranda of the Infantry, Engineers, and Artillery, which, as soon as they come in, we shall have the honour to present at once to Your Right Honourable Sir along with our resolutions to be taken thereon. Meanwhile deferring to the wiser judgment of Your Right Honourable Sir whether the special commission intended for here by Your Right Honourable Sir cannot be appointed after the said Memoranda have come in, to make a closer inspection of everything, and to have it assessed in general in a written report on that subject, while we take the liberty to remark herewith that detailed reports were already made on this in the year 1788 by Major Lever, the two senior captains, the commander of the Artillery, and the Captain Lieutenant of Engineers Johannes, and sent to Your Right Honourable Sir with our letter of 22 January 1788, which we can make very good use of in the present circumstances; but we are now mainly destitute of a sufficient strength in our garrison if something unforeseen should happen, for which reason we request Your Right Honourable Sir to be pleased to provide therein speedily; the Honourable Major Schede being of the opinion that at least one thousand men Tupasses ought to be stationed here, half Europeans and the other half natives, besides a sufficient number of artillerymen. We attach hereto the copies of the letters that we have sent and received from the Honourable Dessave van Schuler since Your Right Honourable Sir's honoured secret letter of the 13th of this month. Also accompanying this is a copy of our secret resolution of 23 8ber last, which we, fulfilling the order that all our decisions must come under the eye of Your Right Honourable Sir, could not omit to present also to the same herewith, and at the same time respectfully to give notice that the papers mentioned at the end of the said resolution have not been delivered to be set aside in the secret chest according to the statement of the secretariat clerks, from whom the same might sometimes be demanded at this time, and who therefore declare that the same were taken away by the Gentleman delegated Ruler of the Directorate of Surat, after having expressed himself about it to the sworn clerk Brikman to the effect that he himself, for particular reasons motivating him thereto, did not yet consider it advisable to deliver those papers, but if the government here needed them, the copies
Dutch transcription
vinden, en als dan indien dezelve absoluat benoo„ „digd zijn, waar van ik versoeke nog naader gein„ formeerd te moogen worden dezelve overzenden, hoe„ wel ik vermeene dat uwel Edele Gestrenge Groot achtbaare wel het een en anders dies aangaande zal kunnen ontwaeren bij eene korte aanteeke„ „ning N:o 7. en afgaande brief van den 7. December 1758. van hier naar Colombo. mogte het uwel Edele Gestrenge Groot achtbriave verders behaegen den oud Boekhouder Wicker„ „man welke in dien tijd hier te gale was, als meede den toenmaakigen eerste klerk entans zoldij boekhouder martheze die beijden zeer veel kennis van het gepasseerde in dien tijd moe„ „ten draegen, op hunne eid aanden lande ge„ „daan getuijgenisse der waarheid omtrend de perzoon van abesinge te vraegen, zoo ben ik verzeekend, dat uwel Edele Gestrenge Groot achtbaare wel zodaanige berichten zult ontvan„ „gen, waar door den ondergeteekende ontslaegen zeude zijn van de moeijte om alle zijne papieren door te snuffelen. Dan 936 935 808 Dan buiten deeze klijnigheiden vermeend den on„ „dergeteekende ook teffens dat er genoegzaame beschuldigingen teegens den Mahamadliaat abe„ „singe Dias zijn, om eenig legaal onder zoek tee„ „gens of voor hem te beginnen. Waarmeede de eere hebbe met de verpligte gevoelens van hoog achting te zijn (:onderstond:) /:ongeteekend:/ als vooren /:in margiene:/ Gale den 9. Novb: A:o 1792: — 100 A 4 8 936 884 Aan als vooren. zijn /:onderstond:/ en geteekend:/ Als vooren /: in mak„ geend:/ Tale den 16 9ber: 1792. -. wij hebben de eere gehad te ontfangen uw wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare hoog geEerde Circuleire en gewoone secreete van den 17. dee zer. zo dra eenigzints droog weer is zullen wij alle de kanneel baalen ingevolge uw wel Edele Gestr: Groot Achtb: Bevel zo die in het schip Sibilla Anthonetta reeds afgelaaden, als die buijten dien aan handen zijn en noch staan aangebragt te worden, doen emballee„ „ren in huijden. Ook zullen wij met de tweede om„ slaagen goenie die daar van komt handelen, als uw wel Edele Gestr: Groot Achtb: ons hebben gelieven voorteschrijven. uw wel Edele Gestr: Groot Achtb: herhaalde secreete Circuelaire ordre omtrend het verkopen van zout, hebben wij den E: Dessave van Schuler ten eerste meede gedeeld, en den opziender der Gale kokle, zo wel als den Dispencier De Ramtz bevoolen, de eerste om van die geene, door wien het zout in de Gale korle word verkogt aan de kandiaanen alle 14. dagen te vorderen een schriftelijke Notitie, aan„ wijzende hoe veel zout in de laatst voorgaande 14. dagen 8 dagen aande kandiaanen is afgeleezend, en vande laatste„ veel geduurende den zelfden tijd aan skomp:s Jngezeetenen is verkogt welke Notities wij zodaa zij inkoomen wervel Poff Edele Gestrenge Groot Achtbaare zullen aanbieden. In het bijzonder hebben wij den E: Dessave van schuler, ook aangeschreeven om den Resident Brinkman strikte beveelen om een naauwe toezigt te houden op de Pachters en dat Wij zo na mogelijk moet op geeven de hoeveelhijd van het zout dat de kandiaanen inge„ „woone tijden wel plagten aftehaalen. Om opte geeven welke voorzienigen noodig zijn dat nu aantonds zoude moeten worden gedaan, aangaande den staat der Defensie, hebben wij voor afgevondend de Aparte Memorien vande Infanterie, Genie, en An„ „tillerij die zodra zij inkoomen, wij uw wel Edele Ge„ „strenge Groot Achtbaare de eer zullen hebben met onze daar op te neemene besluijten ten eersten aante„ „bieden. Ondertusschen aan het Hoog wijzer oordeel van uw wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Zelve defereerende of de expriesse Commissie alhier ter plaat„ „zer door uw wel Edele Gestr: Groot Achtb: bestemd niet zal konnen benoemd worden nadat gem: Memorien zijn ingekomen om van alles een nader op neem te doen, en in het generaal bij een schriftelijk Rapport op dat stuk te laaten beoordeelen, Terwijl wij de vrijheijd neemen 8/0 neemen hier bij aantemerken dat reeds in het g Jaar 1788 hier van omstandige Berichten door den Majoor Lever, de twee oudste kapitijn, den kommandant der Antillerij, en de kapiteijn Luijtenant van de Genie Johannes gedaan zijn en aan uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare overgezonden bij onze Brief van den 22. Janu„ mij 1788 die weij in de teegenwoordige om„ standen zeer te baate konnen neemen doch voornamelijk zijn wij tans ontbloot van een „ genoegzaame sterkte in ons Guarnezoen zo iets onverhoeds mogt overkomen en waar„ omme wij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: ver„ zoeken daarinne spoedig tewillen voorzien: Zijnde den E: Majoor schede van gedagten dat alhier ten minsten Duijzend Man Thoepes die„ „nen te leggen de helfte Europeeschen en de ande„ „re helfte Inlandse, buijten een toerijkend getal Antille nisten. Wij voegen bij deeze de afschreiften der bhieden die wij afgezonden en ontvangen hebben van den E: Dessave van schulet Zeetert uwel Edele Gestr 617 Gestre Groot Achtb: ge Eende secreete van den 13 deezzer. Ook verzeld deeze een afschrift onzer secreete Resolutie vanden 23.:' 8ber: J=o Leeden die wij aan de ordre voldoende, dat alle onze besluijten moe„ „ ten kooning onder het oog van uw wel Edele Gestr Groot Achtb: niet afzijn konnen van Hoogst Dezelve bij deeze ook aantebieden en daar bij tevens eerbiedig kennis te geeven dat de op het einde van gem Resolutie vermelde papieren niet afgegaven zijn om te worden afgezonderd in de secreete kas volgens opgave der secretarij Bedienden, van wie dezelve som tijds in dit tijd zoude konnen gevorderd worden, en die daarom verklaaren dat Dezelve door den Heer g'Elegeerd Gezaghebber van de Directie van souratta zijn mede genoomen, nadat zich daar over aan den geswooren klerk B rech„ „man invoegen geexpresseerd te hebben dat Hoogst Dezelve, om bijzondere daar toe mo„ veerende reedenen als noch niet Raadzaam vond die papieren aftegeeven, maar in dien de Regeering alhier dezelve noodig had, de kopijen
English
To the same as before. could request copies thereof from Kolombo, or, being unable to obtain them, that it may then be written about to Souratta. For the rest, we take the liberty to call ourselves, with the most obligated feelings of high esteem and due respect. Was undersigned and signed: As before. In the margin: Gale, the 21st of September 1792. We have the honor herewith to convey to Your Honorable, Valiant, and Right Honorable the copy of our resolution taken yesterday regarding the provisional separate reports received from the Heads of the Infantry, Engineers, and Artillery concerning the necessary provisions that provisionally, indeed immediately, ought to be put into effect for the defense of Gale; and we take the liberty to await thereon Your Honorable, Valiant, and Right Honorable's esteemed decision, submitting to Your High Wisdom's discretion, and therefore very humbly insisting herewith that the necessities indicated therein and not on hand here may be brought to us from Kolombo as soon as possible, and in particular that we may be provided with the necessary troops and their indispensable sustenance, the rice. Meanwhile, we respectfully bring to the knowledge of Your High Wisdom that it is not well practicable here that the paddy, according to Your Honorable, Valiant, and Right Honorable's order by ordinary letter of the 10th of October last, is first stamped into rice and then distributed to the people, since no people suitable for this can be found here, and the storekeeper De Ranitz has also declared to us that he has tried every possibility in vain to that end; wherefore we most respectfully request Your Honorable, Valiant, and Right Honorable that, just as at Mature, 2½ parras of paddy for one parra of rice may also be distributed here as a ration; though it is very well to be understood that the soldier or sailor is much happier and more peaceful with the rice than with the paddy, because he really also does not have much time left to first stamp his ration of paddy into rice. To the same as before. We shall have the honor to present to Your Honorable, Valiant, and Right Honorable in a subsequent letter, as soon as it arrives, the general report of the commission appointed by Your Honorable, Valiant, and Right Honorable and, hoping for your esteemed approval, now named by us; and for now we only add herewith a copy of a secret letter received, dated the 22nd of this month, in reply to our last written to the Honorable Dessave of Schulek at Mature. We commend ourselves to Your Honorable, Valiant, and Right Honorable's high protection, and have the honor to call ourselves with the obligated feelings of high esteem and respect. Was undersigned and signed: As before. In the margin: Gale, the 27th of November 1792. We cannot refrain from presenting herewith to Your Honorable, Valiant, and Right Honorable the copy of a letter received today from the Honorable Dessave of Schulek concerning the three-masted ships that lay there right off the shore, tacking back and forth, one of which was recognized by his Honor as a two-decked French ship; and at the same time to submit the request made therein, namely to have the Malay company come from Tangale to Mature, and to have them replaced by the half company of Captain Abotum Fluijt, who is stationed in the Magampattoe. Meanwhile, according to Your Honorable, Valiant, and Right Honorable's esteemed orders of the 26th of this month, we shall immediately have the company of Captain van Prophalow completed with the best men of the national relief troops, and send a statement of the remaining relief troops showing how strong they are for each corps separately. With due high esteem and respect, we have the honor for the rest to be. Was undersigned and signed: As before. In the margin: Gale, the 28th of November 1792. After the dispatch of our respectful secret letter of the 27th of November last, the undersigned Major declared himself unable to properly attend to the general commission previously entrusted to his Honor together with Captain-Lieutenant Erhardt and the aforementioned Lieutenant La Gande, by extract from our resolution of [illegible], on account of his actual continuing sickly physical constitution, which as yet does not permit him to go and inspect everything everywhere in person as ought to be done, and especially to care for the proper provisioning of the ramparts and fortification works of this fortress, which he also cannot leave to the word of others; and thus, on account of his sickly condition, most respectfully requests Your Honorable, Valiant, and Right Honorable to be excused therefrom, nevertheless persisting in his Honor's detailed advice submitted and inserted in our aforementioned resolution, which ought to be put into effect in case of defense here; wherefore we consider it our duty, respectfully giving notice thereof to Your Honorable, Valiant, and Right Honorable, to request that the necessary decision be taken thereon.
Dutch transcription
8et Aan als vooren. kopijen derzelve van kolombo konde ver zoe„ „ken ofte dezelve niet bekoomen konnende na souratta, kaat over als dan te konnen worden geschreeven Wij maatigen voor het overige de Eesie aan met de verplichste gevoelens van hoog achting en met verschuldigde eerbieden ons te noemen. /:onderstond:/ engeteekend:/ Als vooren /:in margiene.:/ Guld den 21. 7ber: 1792 —. Wij hebben de Eere uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaere bij deeze te laaten toekoomen het afschrift onzer op gisteren genoomene Resolutie op de bij voorraad ingekoomene afzonderlijke Be„ richten vande Hoofden der Infanterij, Genee en Ar„ „ voorzienigen „tillerij, aengaende de noodzaekelijke „ die tot Defensie van Gale, voorloopig ja onmiddelijk zouden dienen in het werk gesteld teworden, en neemen de vrijheid daer op uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare geEerde dispositie te verbijden met onderwerping aan Hoog derzelver wijzer goed, „vinden, en mits dien zeer needrig bij deeze te in„ steeren dat van kolombo de daer bij aangewee„ „zene en niet aanhanden zijnde benoedigtheeden alhier 617 alhier ons spoedig moogelijk moogen worden toegebragt, en inzonderheid dat wij moogen won„ „ den voorzien van de noodige Troupes en het voor hun onontbeeklijk voedzel de Rijst Terwijl wij hoogst dezelve bij deeze in Eerbied ter ken„ „nisse brengen dat het kier niet wel practica„ „bel is, dat de nelie volgens uwel Edele Gestren„ „ge Groot achtbaere Bevel bij gewoone brief van den 10:' October J:o Leeden, eerst tot Rijst ge„ „ stamptr, en dan aan het volk word verstrekt, wijl zich hier geene luijden daer toe geschikt, laaten vinden ende Dispencier de Ranitz: ons ook heeft verklaard, alle mogelijkheid te vergeefsch, daer toe te hebben in het werk gesteld, waeromme wij uwel Edele Gestrenge Groot achtbaere op het eerbiedigst verzoe„ „ken dat, zoo als op Mature 2½: parras Nelie voor een Parra Rijst, tot Randzoen alhier ook moge worden verstrekt, doch dat het zeer wel nategaan is dat de soldaet of Mat„ „ troos veel liever en vreediger is met de Rijst als met de Nelie, omdat hij werkelijk ook niet veel teid overhoud, om eerst zijn Randzoen Nelie tot Rijst te stampen Het 939 812 Aan als vooren. Het Generaal Rapport vande door uwel delele Ge„ „strenge Groot achtbaere bestemde en ophoopt denzelver gelerde goedkeuring door ons tans benoemde Commissie, zullen wij de Eere heb„ „ben, zoo dra het zelve inkomt uwel Edele Ge„ stringe Groot achtbaere bij een volgende nader aantebieden en voegen tans eenelijk nog bij deeze een afschrift sekreete brief in ant„ woord op onze laatste aan den E: Dessave van schulek te Mature geschreeven; ontvangen gedateerd 22:' deezer. Wij beveelen ons in uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaere Hooge Bescherminge, en hebben de Eere met de verplichte gevoelens van hoog achting en Eerbied ons te noemen. /:onderstond./ /en geteekend:/ Als vooren /:in margiene :/ Gale den 27. November 1792. — Wij kunnen niet afzijn van uwel Edele Gestrenge Groot achtbaere bij deeze aantebieden het afschrift van een op heeden ontvangen brief van den E: Des„ „save van schulet, van weegen de drie Maste scheepen, die daer vlak in en uit de wal, over en 617 Aan als vooren en weescr Leijden en waer van het eene door zijn E: is verkend geworden voor een Duicdek, „het Fransch schip en te gelijk het daar bij ge„ daene verzoek voor tedraegen om naemelijk de Maleidsche kompenie van Tangale na Ma„ „ture te doen koomen, en dezelve te doen vervan„ „gen door de halve kompenie van kapitain Abo„ „tum Fluijt, die in de Magampattoe legd. Jntusschen zullen wij volgens uwel Edele Gestrenge Groot Achtbache gelende van den 26. deezer de kompenie van kapitain van Prophalow, ten eersten laaten Completeeren, met de beste Man„ schappen der Nationaele verlossers, en vande overige verlossers, een opgaeve zenden, hoe G sterk dat ze van elke Corps apart zijn. Met verschuldigde hoogagting en Eerbied, hebben wij voor het overige de Eere te zijn (:onderstond) Gale /:en geteekend:/ Als vooren /:in margiene.:/ kilventa den 28:' November 1792—. Na het afgaan onzer eerbiedige secreete vanden 27. Nov: J=o Leeden, heeft de ondergeteekenden Ma„ ƒ „Joor betuijgd zig niet in staat te bevinden om de be„ Extrakt 940 813 Extrakt uijt onzer Resolutie van sdaap bevoo„ reus aan zijn Ed: nevens den kapiteijn Luijtenant Erhandt en den Premelt Luijtenant La Gande, opgedragene Generaale commissie na behooren tebehartigen in wel uijt hoofde van zijne werke„ lijke aanhoudende ziekelijke ligchaams constitu„ „tie, die wan als nog niet permitteerd om zelfs over al in perzoon zo als behoord, alles te kunnen gaan bezigtigen, en inzonderheijd voorde be„ „hoorlijke voorziening der wallen en Fortifikatie werken deezer vesting, te zorgen, het geen Wij op het zeggen van anderen ook niet kan laaten aankoomen, en dus wegens zijn ziekelijken staat uwel Edele gestr: groot Achtb: op het eer„ biedigst verzoekt daar van te mogen verschoond weesen. persisteerende egter bij zijn E: ingediende en ter voorm: onze Resolutie geinscreerde om„ „standige advis, het geen in kas van defencie alhier zoude behooren in het werk gesteld teworden; waaromme wij ons verpligt achten uwel Edele gestr: Groot Achtb: hier van een„ „biedig kennis geevende te moeten verzoeken om de nodige dispositie daar op te willen neemen „ 617
English
to take, and to have filled by an expert, the vacant seat in the aforementioned commission, for which no one possessing the necessary qualifications is to be found here among the military. We have the honor to present to Your Right Honourable and Worshipful High Mightiness a copy of a secret letter from the Honourable Dessave van Schueler at Mature, dated the 29th of the aforementioned month of November, wherein we are informed that the Resident Brinkman has hitherto not permitted more salt to be sold to the Kandians than half a parra per household in a month, but as this might still be too much, while the contractor will sell as much salt as he possibly can, the said Resident has ordered that henceforth only a third of a parra be supplied to each household, which he trusts will meet with the satisfaction of Your Right Honourable and Worshipful High Mightiness, promising further to provide the requested statements of the salt sold every 14 days, though providing a statement of the salt that the Kandians are accustomed to collect in normal times cannot be done with the slightest certainty by the said Resident, because the Kandians have always heaped up and taken away as much salt as they saw fit, without paying anything for it; and the number of those who have come down has sometimes been very large, more or less calculated one year with another, and furthermore that it is fortunate that no salt has formed in any of the lewayas at present, because they would then certainly make use of their ancient privileges, which would multiply the difficulty of ensuring that no one transported more than the quantity that would be granted to them by the Resident. With the most obligated sentiments of high esteem and respect, we otherwise have the honor to call ourselves, undersigned and signed, as above, in the margin, Gale the 2nd of December 1792. Agreed. Wijbrands, Clerk. Cout. Colombo. Secret. To the Right Honourable, Worshipful and Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, etc. etc. Right Honourable, Worshipful, High Ruling Lord! Your Right Honourable and Worshipful High Mightiness's circular secret letter of the 13th instant, speaking of the news that our Republic had declared war on France, and further orders in that regard, I have had the honor to receive in good order and to take for dutiful notice and observance, having sent copies thereof to Kalutara, Negombo, and Chilaw. And as the Lieutenant and Commandant of Kalutara, the Honourable Rudolph, has pointed out to me in his letter of the 15th instant that, as long as the favorable monsoon lasts, a military detachment of at least 24 to 25 men is required at Beruwala to cover the warehouses, as otherwise the crew of a single vessel of the enemy could ruin the warehouses by setting fire to the coir which is always stored in the warehouses, I have the honor to report this to Your Right Honourable and Worshipful High Mightiness, as well as the fact that currently 5 invalids are stationed at Beruwala, and there are still 6 invalids at Kalutara, three of whom are in various services, and only 21 detached men of the native corps, one of whom serves in the writing office, so that the necessary garrison for Beruwala cannot be found at Kalutara, because those few men are needed there themselves. I have the high honor to be, with the most dutiful respect, Right Honourable, Worshipful, High Ruling Lord, Your Right Honourable and Worshipful High Mightiness's obedient servant, signed: D. F. Fretz. In the margin: Hulftsdorp, the 11th of November 1792. To the same as above. In compliance with Your Right Honourable and Worshipful High Mightiness's orders by circular secret letter of the 17th of November of the current year and secret missive of the 8th instant, I have the high honor to report: That the sale of salt, both to the Company's inhabitants and to the Kandians at the various posts, has consisted of the quantities to be made known below, of which I have the honor to present herewith the original notes to Your Right Honourable and Worshipful High Mightiness, namely: At Negombo, from the 1st to the 15th of November: To the inhabitants of Negombo: 316 parras. To the inhabitants of the Korales: 642 parras. To the Kandians: 479 parras. Total: 1437 parras. At Kalutara, in the month of October: Sold to the Company's inhabitants: 305 parras. To the Kandians: 0 parras. Total: 305 parras. In the month of November: To the Company's inhabitants: 255 parras. To the Kandians, estimated: 25 parras. Total: 280 parras. At Chilaw, in the month of October, from the warehouse: To the Company's inhabitants: 444 parras. To the Kandians: 248 parras. Total: 692 parras. In November: To the Company's inhabitants: 444 parras. To the Kandians at the bazaar: 145 parras. Total: 589 parras. That which appears by extract of the secret missive by Their High Mightinesses on the 14th of June 1792.
Dutch transcription
neemen, en door des kundige te laaten vervullen, de openstaande plaats in opgedagte commissie, waar toe zig niemand onder de Militie, voor„ „zien vande noodige qualitijt, alhier bevind. Wij hebben de eene uwel Edele Gestr: Groot Achtb: bij deeze aantebieden, een afschrift secreete Brief van den E: Dessave van schueler te Mature, in dato 29. der opgemelde Maand November, waar bij Wij bedeeld, dat de Resident Brinkman tot dus verre niet toegelaaten heeft dat aan de kandianen meerder zout is verkogt ge„ worden, als een halve parra voor ieder huuijl„ „houden in een maand, dog wijl dit mogelijk nog te veel zoude konnen zijn, terwijl de pachter zo veel zout hij maer immers kan zal verkoopen, gemelde Resident aan bevoo„ „len heeft, voortaan aan elk huijsgezen maat een derde parra te verstrekken, het geen zo hij vertrouwd nagenoegen van uwel Edele Gestr: Groot Achtb: zal zijn, met belofte van de gevraagde opgaaven van het zout van 14. tot 14. dagen verkogt, nader te zullen bezorgen dog een opgave te doen van het zout dat 941 814 dat de kandianen in gewoone tijden, gewent zijn aftehaalen, door gem: Resident met geene de minste zeekerheijd te konnen geschieden wijl de kandianen altoos zo veel zout opgehoopt en meede genoomen hebben als hun goedgedagt heeft, zonder daar voor iets te betaalen; en het getal der geenen die afgekoomen zijn; som tijds zeer groot geweest is min of meer het eene Jaar door het ander ge„ „reeekend, en dat het voorts een geluk is dat er in geene der Lewaijs tans, zout gevallen is wijl ze dan zeeker van Hunne oude voorregten, gebruijk makende, de moeijelijkheijd vermeende„ „ken zoude, om te zorgen dat niemand meerder vervoerde, als de quantiteijt, die door den Resi„ „dent hun toegestaan zoude worden. Met de verpligtste gevoelens van hoog achting en eerbied hebben wij voor het overige de eere ons te noemen /:onderstond:/ en geteekend:/ Als vooren /:in margiene. / Gale den 2. December 1792. —. Akkordeert Wijbrands Grlerk 617 Cout 1 6 942 Colombo. sekreet Aan den wel Edelen Gestrengen groot achtb: Heer. Willem Iacob van de Graaff ordinair raad van Nederlands India Gouverneur en Direkteur van het Eijland ceilon nevens dies onderhoorigheeden. &:r &:a Wel Edele Gestr: Groot Achtbaake Hoog Gebiedende Heer! uwe wel Ed: Gestr: Groot Achtb: Circulaire sekreete brief van den 13. ' dezer spreekende van te tijding, dat onse republik den oorlog zoude verklaart heb„ „ben aan Frankrijk en verdere orders dien aangaande heb ik de eere gehad wel te ontvangen en tot schuldige narigt en observantie te neemen Terweijl daar van afschriften na kaltere, Nigombo en silauw ge„ „ sonden hebben en alzo den luitenant en komman„ „dant van kaltere de E. Rudolph mij bij zijn brief vanden 15. dezer heeft doen opmerken dat er, zo lange het goede mousson is, een Militair detachement van ten minsten 24. â 25. koppen nodig zijn te Barberei om de pakhuisen te dekken wel anders het schuits volk van een en, kelde 244 815 1 8 kelde schuit van de vijand de pakhuisen zoude kon„ nen ruineeren, door de kaijer, die altijd in de pakhuijsen legt in brand te steeken zoo heb ik de eere uwEed: Gestr: Groot Achtb: zulks te berigten, gelijk ook dat tans 5. Invaliden te Barberee be„ scheiden zijn, en zig nog te kaltere bevinden 6. Jnvaliden waer van er drie in diversche dienst zijn, en nog maar 21. gedetacheerdens van het korps in boorlingen waar van er een op het schrijf Comptoir dienst doed zo dat de nodige bezetting voor Barbekei, te kaltere niet kan gevonden worden, weil die weijnige manschappen daar selfs nodig zijn. Jk heb de hooge eere van met schuldigst ontzag te zijn /:onderstond:/ wel Edele Gestr: Groot Achtb: Hoog gebiedende Heer, uwelEd: Gestin Groot Achtb ge„ hoorzamen Dienaar /:was getekent:/ D: F: Fretz: /:in matigiend:/ Hulftsdorp den 11. 9ber: 1792 Aan als vooren. Ter voldoening aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb= beveelen bij Circulaire sekreete brief vanden 17. 9ber: J:o z: en secreete missive van den 8.:' deser hebbe de hooge eere te berigten. Dat den verkoop van zout zo aan sComp:s in ge„ Zetenen 244 943 816 zetenen als aande kandianen op de diverse posten heeft bestaan in de hier onder bekend te stellene kwantiteid waar van ik de eere hebbe uwel edele Gestr: Groot achtb: de origineele notities hier nevens aante bieden als. Te Nigombo van den 1. tot den 15. nov: ag de ingezetenen van nigombo paar: — 316. aende ingezetenen vande korls „ 642—. aende kandianen - - - - „ 479: 1437. Te kaltere inde maand 8ber: aen 'sComp:s ingezetenen verkogt p arr: 305. aen de kandiainen - - - - - „ —-. 305. In de maand November aan sComp:s ingezetenen - - - parn:s 255. aende kandianen nagissing. - „ 25. 280. — Te silauw in de maand October uit het pakhuis aan 'skomp:s ingezeetenen - - pakk: 444.. aen de kandhanen - - - - r 248. 692. In November aan 'sComp:s ingezetenen - - - „ 444. aende kandianen op die bassaan „ 145: 589. —. Dat het geene voorkomt bij extrakt secreete mis„ fiive door hunne Hoogedelheedens op den 14. Junij 1792. 39 67
English
Section 19. Written to Kolombo regarding the letter of Resident Sinning in his letter of 5 July 1791, stating that the people of the Korale murmured greatly over the continuous heavy burdens and services imposed upon them on the Company's behalf, such that they had had no rest for 5 to 6 months, and consisting of the following: That since a camp to accommodate more or less 400 men, and a magazine, had to be constructed at Moegoekoegampelle for the corps of Major Marak, and the place for it had been designated by Lieutenant the Honorable du Pekken, the inhabitants of that place and around it, according to their ancient obligation, not only had to clear the forest in order to be able to see around themselves, but also had to erect the Mandos as dwelling places for the people and storage places for ammunition and provisions. Through this, and through what they had already performed, they had indeed been in more than usual motion for some time; yet the work was not so heavy that they could not easily do it without having well-founded reasons to murmur. For on such occasions the inhabitants must submit to such services, as this is no novelty, but a known obligation that has existed from of old, and still takes place everywhere both in the Company's territory and in the Kandyan territory, just as the Kandyans who submitted to us in the year 1765 also took such tasks upon themselves and performed them without showing any sign that they had anything against it. As I know from my own experience, when I was commander in anno 1765 at Wissinavie in the Seven Korales in the King's territory, upon my first address and representation that such works had to be performed, they immediately went to work. Resident Sinning also stated in his letter of 5 July 1791, of which I have offered an extract to Your Honorable, Valiant, Most Worshipful Sir, alongside my respectful letters of the 6th of that month, and from which letters I now have the honor to present extracts herewith to Your Excellency, that the people had not complained to His Honor, but murmured amongst themselves. Upon which it is to be noted that he himself must have been of the opinion that they had no legitimate reasons to complain about the work imposed upon them, because otherwise, according to their custom, they would have lodged their grievances with him, the Resident. For they will not easily do anything more, especially on the order of a European official, than they are really obliged to do, but will immediately complain about it whenever they believe they have the right to do so. And even if they had actually lodged their grievances, then the Resident could still have persuaded them to do the work by demonstrating the necessity and promising that in the future they would have that much more freedom, as one must frequently manage the Sinhalese in this and other ways, and by which means one generally succeeds. Whereas on the contrary, if they will not allow themselves to be persuaded and continue to insist upon exemption from service, one must also meet them halfway in that regard, especially when one is convinced that the work is too heavy for the people and too continuous. In such cases, one must then seek to employ other means to execute the intended work, when it is of such necessity that it must be done. And this could and should have happened in this case as well, namely by also putting people from other Korales to work with the provision of maintenance, as was also done in the Hewagam Korale at the erection of the encampment at Awitawelle, if the inhabitants of the Hapittegam Korale had indeed been too heavily burdened and had actually complained about it to the Resident, who was daily among them. I trust hereby to have complied with the highly respected orders of Your Honorable, Valiant, Most Worshipful Sir, and have the honor to be with all due respect, (was signed) As before. In margin: Hultsdorp, 10 December 1793. Lower: P.S. Herewith I also have the honor to present to Your Honorable, Valiant, Most Worshipful Sir a note of the salt sold at Nigombo from mid- to end-November 1792, namely: To the Company's inhabitants at Nigombo: 210 parras In the Korales: 100 parras To the Kandyans: 40 parras Total: 350 parras Agrees. Hijbrands [illegible] Kolombo. To the Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and the Coast of Madura, etc., etc., etc., alongside the Council. Right Honorable, Most Worshipful, High-Commanding Lord! Since the restoration of our factory on this coast in the year 1785, we have never received a sufficient quantity of gold from Europe to satisfy the quite considerable demands for linens that have been made both for Europe and for the Indies. In the first years, through the assistance of the government of Malabar, through the means that Your Honorable, Most Worshipful Sir employed to assist us with all the gold and silver money that could be found on Ceylon, and through the credit that we found on this coast, we kept trade going to some extent. But in recent years, all these sources having dried up, the looms, due to lack of money, generally had to stand idle for the greater part of the year and during the best time for gathering, as a result of which the deliveries have become of very little importance; and since the unfavorable condition of our
Dutch transcription
§ 19. na kolombo geschreeven, nopens het schrijven vanden Resident sinning bij zijn brief van den 5. Julij 1791. dat het korls volk seer murmukeer, den over de aanhoudende swaare last en diensten, die hen komp:s weegen zijn op gelegt zodanig dat se gehad in 5. a 6. maanden geen rust haden en het vol„ gende bestaat, als. Dat vermits er eene kamp tot Logement van min of meer 400 man, en een Magazijn, te Moegoekoegampelle moesten worden aangelegt voor, het korps vanden heer Majoor Marak en de plaats daar toe door den luitenant de E: du Pekken was aangeweesen, de ingezetenen dies die plaats, en kondom denselven om van zig afte konnen zien volgens hunne oude verplig„ „ting niet alleen van het bosch moesten sucveren, maar ook de Mandoes tot verblijf plaatsen voor het volk, en berg plaats voor aminutie, en Procxi„ „ sees moesten opslaan, hier door en door het geene so reeds verrigt hadden waaren zij wel eeni„ „gen tijd in meer dangewoone beweeging geweest egter was het werk dog niet zoo swaar of zij konden het weldoen, sonder gequonde redenen tot meermureeren te hebben, Want „ 944 817 67 want bij zulke gelegentheiden moeten de inge„ zetenen hun zulke diensten laten welgevallen als zijnde dit geene nuewigheid, maar eene be„ kende verpligting, die van oudsplaats heeft gehad, en nog overal zo in 'skomp:s land, als in het kandiase plaats heeft, gelijk de kandianen die zig in het Jaar 1765. aen ons onderworpen hadden zulke verrigtingen ook op zig genoomen, en dezelve sonder eenige blijte geven datse iets daar tegen hadden, verrigt hebben, gelijk ik dat bij eige ondervinding wiet, als zijnde zijn toen ik a:o 1765. kommandant was de wissinaive inde 7. korls in 's konings land op mijne eerste aanspraak en voorhouding dat diergelijke werken moesten verrigt worden, ten eersten aan het werk gegaan, De Resident sinning heeft ook, bij zijn brief van den 5. Julij 1791. waar van ik uwel Ed: Gestr: Groot Achtb: nevens mijne eerbiedige letteren van den 6. dier maand Extract hebbe aangebooden, en uijt welke brieven tans de eere hebbe hoogst denselven hiernevens Extracten aan te presentee„ nen, gezegt dat het volk zig niet bij zijn Ed: hadde beswaakt, maar onder hun meermukeer„ „den, waar op aantemerken vaet, dat hij selfs in. 6 in het begrip moeten zijn geweest van geene wettige reedenen van klagen te hebben over het hun opgeleg„ „de werk, weil zij anders wilde gelijk na hunne gewoonte hunne beswaarnis bij hem Resident Zon„ den hebben ingebragt, want zij niet ligt iets meer„ „ det doen zullen, voor al op de ordre van een Eus „ropese amptenaat dan zij werkelijk verpligt zijn maak dadelijk daar over zullen klagen, wan„ „ neet zij vermeenen daar toe regt te hebben en wanneer zij hunne beswaarnis weesent, „lijk ingebragt hadden, dan selfs zoude den Resident hun nog wel tot het werk hebben kunnen persuadeeren onder vertooning det noodzakelijkheid en toezegging dat zij in den vervolge, zo veel meet vrijheid zouden hebben gelijk men op deze en meer andere weisen te meermaalen niet vande sengaleesen moet trekken en door welk middel men ook door„ gaan slaagt terwijl in tegendeel, wanneer zij hun niet willen laeten persuadeeren, en om vrijheid en dienst vertigting blijven aanhouden, men hun daar indan ook moet te gemoet koo„ „ men, insonderheid wanneer men overtuigt is dat het werk voor de menschen te swaar valt en te aan„ houdende is, en in zulke gevallen, moet men dan 945 878 dan weeder andere middelen te werk soeken te „stellen, ten einde het voorgenomene werk uitte voeren wanneer het van die noodzake„ lijkheid is, dat het gedaan moet worden en dit zoude ook in dit geval hebben kunnen en behooren te geschieden, en wel door volk uijt andere korls onder verstrekking van onder„ houd meede aan het werk te plaatsen gelijk min in de kewagam korl ook heeft gedaan, bij het opslaan van het kampement te awi„ „ Tawelle, indien de ingezetenen der rapille„ „ gamkorl weesentlijk te veel, waaren be„ „swaart geweest, en daar over werkelijk bij den Resident die dagelijks onder bij hun was geklaagd hadden. Jk vertrouwe hier meede te ziellen hebben vol„ „daan aan uweled: Gestr: Groot Achtb: hoog gerespecteerde beveelen, en hebbe de eere met al verschuldigsten respect te zijn (:onderstond:) /:engetekend:/ Als vooren /:in margiene:/ Hulpts„ „dorp den 10. December 1793 /: lager:/ P: S: dier nevens 64 Wiernevens hebbe nog de eere uwelEd: Gestr: Groot Achtb: aantebieden, eene Notitie van het te Nigomba verkogte zo't zedert medio tot ulto 9ber 192. als. Aan 'sComp: ingezeetenen te nigomba pann: 210. — in de kotels - - „ 100 — - „ 40. aan de kandianer. Teld panar: 350. — Akkordeert Hijbrands Vlijkcerp d 346 Kolombo. Aan den wel Edelen groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Willem Jacob van de Graaff Raat ordinair van Nederlands Jndien gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon en de kuste Madure &:a &:a &:a Nevens den Raad Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Zedert de herstelling van onze kantoor op deeze kust in 't Jaar 1785. , hebben wij nimmer een genoeg„ zaeme quantiteid gout uit Europa gekreegen, om de vrij aanzienlijke eijsschen van lijwaeten, die zoo voor Europa als voor Jndien gedaan zijn, te voldoen. In de eerste Jaeren hebben wij Mpart de fectul 7 door 6 # door den bijstand van 't gouvernement van Malla„ baar, door de middelen die uwel Ed: groot Agtb: heeft in 't werk gesteld, om ons met al 't goud en zilvere geld, 't welk op Ceilon te vinden was, bij te staen en door het Crediet 't welk wij op deeze kust gevonden hebben, den handel eenigermoete gaande gehouden; maar in de laat„ ste jaeren alle deze bronnen opgedroogd zijnde, hebben door ga„ brek aan geld, de wafgetouwen, doorgaans het meeren gedeelte van 't Jaar en den besten teid voor den inzaem, moeten stil staan, waar door dan de leveran„ lien van zeer weinig aanbelang zijn ge„ worden; en vermits de ongunstige toestand van onze
English
820 947 our Company causes me to fear that we are not to expect any more ample receipt of money for the present, and that we shall find no more credit to make up for a temporary lack of money, I have felt obliged to show to your Right Honourable that, because of this unfavourable circumstance, the factory at Cape Comorin, on account of its remoteness and unfavourable situation for shipment, has suffered the most, and that the collection there has fallen to a insignificance that is no longer worth the expenses of the residency. The factory at Cape Comorin was established in the year 1739, and the trade which until that time had been carried on at Kottar and Colachel was transferred thither. The founding of this factory had primarily as its object: 1. The collection of pepper. 2. The sale of trade goods, and 3. The collection of brown and blue linens, of which the demands were very great at that time. All these reasons no longer exist at present, for: 1. The supply of pepper has completely ceased, nothing of it having been delivered since the year 1760. 2. The sale of trade goods has also gradually come to nothing through the impoverishment of the country, which must quite naturally increase 821 948 increase through the ever increasing extortions which the King, in order to obtain money, causes to be made; to which is now further added that the King has set himself up as the general merchant and supplier in his country and will not tolerate that anyone sells any goods in the country except to him, who then sells them again to his subjects or forces them upon them by violence, and 3. For a long time, except for a very few packs for Ceylon, no blue-dyed linen has been collected either. The factory nevertheless retained its usefulness, because for many years thereafter there was a fair collection of unbleached and bleached linen, made of Surat cotton, which is a little lighter than the linen of this coast and is in great demand in Europe by the printworks and yields very good profits; but this collection, as I said just now, has in recent years also fallen to an insignificant quantity, because in the distribution of the little money that we received, we had to give preference as much as possible to those places where we have an exclusive right of trade, which we do not have in the Travancore country, and because in addition the money in recent years has for the most part arrived so late 617 55 arrived that it could no longer serve to provide linens for the return ships at Cape Comorin, but it could for the other factories situated nearer and better located for shipment. In this state of affairs, the factory at Cape Comorin could certainly be dispensed with, and thus the entire expenses of the residency saved, without causing any detriment to the collection of linens, since the few linens that have been delivered there for a considerable time, and even much more, could very easily be delivered by the other factories, while the few blue linens that we might need can otherwise well be provided; but since, in my view, it is advisable for our interests to keep a foothold in this part of the Travancore country, as it is certain that we shall never regain in this part of the Indies what we once abandon, and it is very possible that this coast can in the long run be provided with the aforesaid, when the factory of Cape Comorin could easily become of more use than it has been until now, since through a lack of linen on Southern Coromandel the demand for linen from the countries of Marawa and Madurai becomes greater from time to time, 822 949 and we thus, in the aforementioned case, to satisfy the demands, might easily have great need of Cape Comorin, and since in addition the buildings at Cape Comorin are constructed and maintained in a simple and inexpensive manner, which may well serve as an example of frugality for all offices of that kind, I would respectfully be of the opinion that, in the present crisis of affairs, the factory ought not yet to be abandoned, but only that the expenses should be reduced as much as possible until circumstances may give a more favourable outlook, when in proportion to the change the establishment can always be increased again. According to the latest arrangement, there are fixed for Cape Comorin: a first Resident the second Resident a clerk a corporal six common soldiers a kanakapulle and interpreter 5 two aratchies eight lascars a head of the packers eight packers a water carrier for the Residents one 614 one for the military a flagman. I have already long since removed the military from there and also the clerk, who is now provisionally placed as supernumerary at the trade office, upon the representation of the trade employees that the number of their scribes, which was previously very narrowly calculated, was not sufficient now that the pay work had been added to it, and the work had become even more intricate from time to time through many new orders. At the pleasure of your Right Honourable, the servants could for the present be fixed at: One Resident with an interpreter and kanakapulle five lascars one packer to watch the warehouse a water carrier and a flagman, while the second Resident could be transferred elsewhere and the remaining servants discharged. The accounts of Cape Comorin could henceforth be incorporated with those of Tuticorin, and thus the Resident would only need to keep a cash account, but since thereby the work of the
Dutch transcription
820 947 onze komp:e mij doet vreezen, dat wij voor eerst geen ruimere ont„ fangst van geld te wagten hebben, en dat wij geen Crediet meer zul„ len vinden, om een temporeel gemis van geld te suppleeren, heb ik mij verplicht ge„ vonden, om uwel Edele groot Achtb: te vertoonen, dat door deeze ongunstige omstandigheid de faktorij aan kaap kommorijn weegens deszelfs afgeleegendheid en ongunstige si„ tuatie tot den afscheep, het meeste geleeden heeft, en dat de inzaam aldaar tot eene ge„ ringheid gedaald is, die de ongelden van de Residentie niet meer waardig zijn De faktorij aan de kaapkommorijn is ingesteld in 't Jaar 1739:, en de handel die tot dien tijd te 6 te kottatte en kolletje was gedreeven na derwaards over„ gebragt De stigting van deeze faktorij had voornamentlijk tot oogmerk 1:/ Den inzaam van Peeper 2:/ Den verkoop van handel whaaren, en 3:/: Den inzaem van bruin blaauwe lijwaeten, waar van de eisschen te dier tijd heil groot waeren. Alle deze reedenen bestaan tans niet meer, want 1:/ De leverancie van peeper heeft ten eenemael opgehouden, zijnde zeedert 't Jaar 1760. daar van niets meer geleeverd. 2:/ De verkoop van handelwharen is ook lang„ zaemerhand te niet geloopen, door verarming van 't land, die heel natuurlijk moet toenee„ men „ 821 948 men door de meer en meer toeneemende afpersin„ gen, welke de koning, om aan geld te koomen, laat doen; waar bij nu nog komt, dat de koning zich tot algemeen koopman en leverancier in zijn land heeft opgeworpen en niet wil dulden, dat iemand eenige waeren in 't land verkoopt als aan hem, die dezelve dan weder aan zijne onderhoorigen verkoopt of met geweld opdringd, en 3:/ word en zetert lange, buiten eenige weinige pak„ ken voor Ceilon, ook geen blaauw geverfd lijnwaet meer ingezameld. De faktorij behield echter zijne nuttigheid, wijl er veele jaeren daar na een tamelijke inzaem is geweest van ruw en gebleekte lijnwaat, van surals kattoen gemaekt, 't welk een weinig ligter valt, dat 't lijnwaet van deeze kust en in Europa door de drukkerijen zeer getrokken word en heel goede winsten geeft; maar deeze inzaem is zo als ik straks zeide in de laatste Jaeren ook tot een niet noemenswaerdige quantiteid gedaald, door dien wij in de verdeeling van 't wijnige geld, 't geen we ontfangen hebben, zoo veel moogelijk de preferentie moesten geeven aan die plaetsen, daar wij een exclusief handel realt hebben, 't geen we in 't Trevankoorsche land niet hebben, en door dien hier bij 't geld in de laatste Jaeren meerendeels zoo laet is aangekoomen 617 55 t aangekoomen dat het niet meer konde dienen om er nog lijwaeten voor de retourscheepen aan kaapkom„ morijn voor te bezorgen, maar wel op de andere na„ deaad en beter tot den afscheep geleegene faktorijen. In deezen toestand van zaeken zoude de faktorij aan de koapkommorijn voor zeeker kunnen gemist worden, en dus de geheele Residentie ongelden uit„ gewonnen, zonder eenig nadeel aan den inzaem van lijnwaeten toebrengen, wijl de wijnige lijwaeten die aldaar zedert een geruimen tijd geleeverd zijn en nog veel meer zeer gemakkelijk zouden kunnen geleeverd worden door de andere faktorijen, terwijl de weinige blaauwe lijwaeten die wij mogten noodig hebben, buiten des wel zullen kun„ nen bezorgd worden, maar vermits het na mijn inzien, voor onze belangen raadzaem is, om in dit gedeelte van 't Trevankoorsche land een voet te houden, alzoo het zeeker is, dat we in dit gedeelte van Jndien nimmer weeder krij„ gen, 't geen we eenmael verlaeten en het zeer mogelijk is, dat deeze kust op den duur van gemelde zal kunnen worden voorzien wanneer de taktorij van de kaapkommorijn ligtelijk van meer niet zoude kunnen worden, dan de„ zelve tot nu toe geweest is, alzoo door ge„ brek aan lijnwaet op zuider kormandel de trek van lijnwaet uit de landen van Mar„ rua en Madure van tijd tot tijd grooter werd 822 949 word, en wij dus in 't voormelde geval, om de eisschen te voldoen ligtelijk kaapkommorijn zeer zouden noo„ dig hebben, en vermids hier bij de gebouwen aan de kaap kommorijn gemaekt zijn en onderhouden wor„ den op een leenvoudige en onkostbaeke wijze, die wel tot een voorbeeld van zuinigheid voor alle kantooren van dien aard kan strekken, zoude ik eerbiedig van gevoelen zijn, dat men in de tegenwoordige Crisis van zaeken, de pak„ torij nog niet behoorde te verlaeten, maar alleen de ongelden zoo veel moogelijk vermin„ deren, tot zo lange de omstandigheeden een gunstiger uitzigt mogen geeven, wanneer na mate van de verandering de omslag altoos ne„ der kan vermeerdert worden. volgens de laat ste schikking zijn voor kaap kommorijn bespaeld een eersten Resident den tweede Resident een pennist een korporael ses gemeene soldaeten een kannekappel en tolk 5 twee arraatjes agt Laskorijns een hoofd der pakkers agt pakkers een waterhaalder voor de Residenten een 614 een voor de Militairen een vlaggeman De Militairen heb ik reets lange van daar genomen en ook den pennist, die als nu overtallig bij pro„ visie op 't negotie kantoor is geplaetst, op de ver„ tooning van de negotie bedienden dat het getal van hunne scribenten 't welk te vooren zeer naauw ge„ noomen was, nu niet toerijkende was, nu er het zoldij werk was bijgekomen, en het werk door veele nieuwe ordres van tijd tot tijd nog omstagtigen was geworden. Aet believen van uwel Ed: groot Achtb: zouden de Dienaeren voor eerst kunnen be„ paals worden, op Een Resident met een tolk en kannekappeel vijf laskorijns een pakker om op het pakhuis te passen een waterhaalder en een vloggeman terwijl de tweede Resident zoude kunnen worden na elders verplaatst en de overige Dienaeren af„ gedankt. De boekjes van kaap kommorijn zouden voor„ toen kunnen worden ingenoomen bij die van Tutukorijn, en dus de Resident alleen maar een kassa reekening behoeven te houden, maar vermits daar mede het werk van het
English
823 950 To the same as before. the trade office is increased again, I would request Your Right Honourable that the reduced permission of Cape Comorin might be granted to the trade office. By this arrangement, not the least change would be made in the administration of the Residency, but trade would remain on the same footing as it has been until now. For packing the few linens that might come in, packers could be hired; and if no packers could be found in this manner, the linens could be sent to Tuticorin merely loosely bound and packed there. I have the honour to be with all high esteem, was signed: Right Honourable, Highly Commanding Lord, Your Right Honourable's humble and faithful servant, signed: M. Mekern. In the margin: Tuticorin, the 23rd of January 1792. I have had the honour to receive Your Right Honourable's most esteemed separate letters of the 27th of December and the 25th of January, in answer to which it respectfully serves that I have made known the orders regarding the dispatch and receipt of letters to the postmaster and those whom it further concerns, but here there are no regular posts to Coromandel and Malabar, and very few people make use of the opportunity when letters of the Company are sent from here to Malabar and from there to here, while the English posts run regularly, and much faster than ours, to which is added that this is an open country, where one cannot guard against the arrival and dispatch of letters that private individuals send and receive with their own servants via the English posts. What we can do in this regard consists mainly of paying attention to the letters coming from Ceylon and sent thither by Company vessels, and I will observe this with every possibility. I take the liberty to present herewith to Your Right Honourable in original the deed that I have signed with the English superintendent, as proof that the forthcoming pearl fishery shall serve only for this pearl fishery and not be drawn into any precedent for the future. It has now sufficiently appeared that the fanams with a one percent reduction of the alloy, according to Your Right Honourable's order by dispatch of the 31st of September 1789, have lost none of their credit thereby, and that the same can therefore without hesitation be reduced by another one percent, for which I request Your Right Honourable's qualification, since the fanams are still constantly exported and profitably reminted into poorer fanams by the Poligars, and since the Company can thus easily take this small profit along, while it serves at the same time for the convenience of the colony. I have the honour to enclose herewith a letter for Your Right Honourable from Mr. Powney, English Resident with the King of Travancore, concerning which the superintendent of Tirunelveli has requested me for the speediest delivery, and I further have the honour to be with true respect and faithfulness. Signed below: as before. In the margin: Tuticorin, the 5th of February Anno 1792. The Poligars, who at all times have grown bold whenever the Nabob, and thereafter the English currently replacing him, were at war, have raised their heads again during the war with Tipu Sultan, especially the Kattabomma Nayak of Panchalankurichi, who during the English administration has paid nothing of his tributes and openly opposes them, taking advantage of a certain dispute between him and the English superintendent, Mr. Torin, caused over an accustomed mark of honour which His Honour had refused to give him upon his arrival at Tirunelveli. He has his people stir, plunder, and commit all kinds of acts of violence, demanding from the inhabitants certain old rights under the name of Melvaram and Desakaval, which his ancestors were formerly accustomed to levy, but which he greatly seeks to expand. At Kulasekharapatnam, his people also ran riot in this manner, plundered the entire village, and drove away the inhabitants, and it has now come so far that the roads are no longer safe, and the inhabitants begin to be fearful to bring down country produce and even linen. The English have until now looked upon all these acts of violence with a remarkable patience, presumably because the administration of the country is soon about to be handed back to the Nabob, but the acts of violence of the people of the Kattabomma Nayak are getting so much out of hand that it is hard to believe that the English will leave it unavenged. It is also already said that troops are on the march for that purpose. The Kattabomma Nayak is having his fort provisioned against a siege and thus seems to intend to defend himself against the English; however, he will not let it come to this, but will try to save himself by flight, although it will also be difficult for him to escape, since he is on bad terms with the Travancorean, the Thevar, and most other Poligars; and since there thus remains practically no other hiding place for him and his people in time of need than with us, I have caused an inquiry to be made into what occurred previously under similar circumstances with the Kattabomma Nayaks. In the year 1762, when the Kattabomma Nayak was driven out by the country governor of Tirunelveli, Khan Sahib,
Dutch transcription
823 950 Aan als vooren. het Negotie kantoor alweeder vermeerderd woord, zou„ de ik ouwel Ed: groot Achtb: verzoeken, dat de gereduceerde permist van koop kommorijn aan het Negotie kantoor mogt worden toegestaan. Door deeze schikking zoude geen de minste ver„ andering worden gemaekt in de bestiering van de Residentsie, maar de handel blijven op den voet, zoo als dezelve tot nu toe is geweest. Tot het pakken van de weinige Lijwaeten die er mogten inkoomen, zouden pakkens kunnen ge„ huurd; en indien er op deeze wijze geen pak„ kers mogten te vinden zijn, zouden de lijwaeten slechts los gebonden na Tutukorijn kunnen worden gezonden en aldaar gepakt. Jk heb d' Eer met alle hoog achting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Her. Uwer wel Edele Groot Achtb: onderdaenigen en getrouwe Dienaar /:was ge„ teekend:/ M: Mekern. /:in margine:/ Iutu„ konijn Den 23:' Januarij 1792. —. Jk heb de eer gehad te ontvangen ouwel Edele groot Achtb: hoogst g'eerde apparte letteren van den 27:' de„ cember en 25: ' Januarij waar op eerbiedig in antwoord diend, dat ik de beveelen omtrent het af en aan„ komen van brieven aan, den postmeester en die het men 64 het verder aangaat heb bekent gemaekt maar al„ hier zijn geen reguliere posten op kormandel en Mallabaar, en zeer wijnige menschen bedienen zig van de geleegentheid wanneer brieven van de kompag„ nie van hier naar Malabaar en van daar na her„ waarts worden gezonden, terwijl de Engelsche posten regulier gaan, en veel spoediger dan de onzen waar bij nog komt, dat het hier een open land is, daar men teegen het aankoomen verzenden van brieven die partikulieren met eigen dienaaren over de Engelsche posten verzenden en ontvangen niet waken kan. Het geen we dan hier in doen kunnen bestaet voornamentlijk in 't letten op de brieven die van Ceilon komen, en derwaerts worden gezonden met kompenies vaartuigen, en dit zal ik met alle mogelijkheid in agt neemen. Ik neeme de vrijheid ouwel Edele Groot Achtb: hier nevens in origineele aan te bieden de akte die ik met den Engelsch superintendant getee„ kend heb, ten blijke dat de aanstaende paarlen visscherij alleen zullen dienen voor deeze poarl„ visscherij en tot geen gevolg worden getrokken voor den aanstaende. Het is tans genoeg gebleeken, dat de fanums met een percent 951 824. Aan als vooren. percent verlaging van de alloi volgens uwel Edele groot Achtb: bevel bij missive van den 31: 7ber: 1789. daar door niets van hunne Credit verloren hebben, en dat dus dezelve zonder bedenking nog een percent kunnen vermindert worden, waar toe ik uwel Edele groot Achtb: qualifikatie ver„ zoeker, wijl de fanums nog al bestendig worden uit„ gevoerd en door de Paleagaars met voordeel tot sleg„ ter fanums vermunt en wijl dus de komp:e dit profijtje ligt kan mede neemen, door het teffens diend tot gemak van de kolonie. Ik heb de eer hier bij te voegen een brief voor uwel Edele Groot Achtb: van den Heer Ponneij Engelsch Resident bij den koning van Trevankoor, waar over mij de superintendant van Tirnevellie ver„ zogt heeft een alderspoedigste bestelling, en ik heb voorts de eer met waere eerbied en trouwe te zijn. /:onderstonden geteekend:/ als vooren /:in mar„ gine:/ Tutukorijn den 5. Februarij A=o 1742. _ De Paleagaars, die van alle tijden zijn stout geworden, wanneer de Nabab, en daar na de hem tans vervan„ gende Engelschen in oorlog waeren, hebben het hoofd weder heeft opgestooken, geduurende den oor„ log met Tiepoe sultan inzonderheid de katta„ ponaijk al 67 9 ponaijk van Panjalankoeritje, die geduurende de Engelsche Regeering niets van zijne tributen heeft opgebragt, en zich openlijk tegen hen verzet, te baat neemende zeker verschil, tusschen hem en den Engelschen superintendant de Heer Porin, veroorzaekt, over eene gewoonlijke eerbewijzing, wel„ ke zijn E: gewijgerd had bij zijn aankomst te Tirnevellie, aan hem te geeven. Wij laat door zijn volk rooren, plunderen en allerlije gewelde„ narijen pleegen eijsschende van de ingezeetenen zeekere oude gerechtigheeden, onder den naem van Malame en Tisekawel, die zijne voor„ vaderen eertijds gewoon waeren te heffen, doch die hij grootelijks tragt uitte brijden. Te kollese„ gerepatnam, heeft zijn volk ook op deeze wijze huis gehouden, 't geheele dorp uitgeplun„ dert en de ingezeetenen verjaegd, en tans is het zo ver gekoomen dat de weegen niet meer veilig zijn, en de inwoonders beginnen beschroomd te worden, om lands produkten en zelfs Lij woet af te brengen. De Engelschen hebben tot nu toe alle deeze gewelde„ narijen met een wonderbaere geduld aangezien vermoedelijk, wijl de bestiering der landen haast weder e 825 952 weder staet te worden overgegeeven aan den Nabab maar de geweldenarijen van het volk van den katteponaik neemen zodaenig de overhand, dat 't kwalijk te gelooven is dat de Engelschen het ongewroken zullen laeten. ook zegt men reets dat er troepen ten dien einde in aanmars zijn. De katteponaik laat zijn font voorzien teegen eene beleegering en schijnt dus het voornemen te hebben, om zich teegen de Engelschen te verdeedigen, doch hij zal het hier op niet laeten aan koomen, maar zich door de vlugt trachten te salveeren, schoon het hem ook moeijelijk zal vallen, om te ont„ koomen wijl hij met den Trevankoorder, den Teuver en de meeste andere Paleagaars ge„ brouilleerd is; en wijl er dus voor hem en voor- de zijnen in tijd van nood genoegzaem geen ander schuilplaets over blijft als bij ons, heb ik laten nagaan, 't geen te vooren bij gelijke geleegenheeden met de kattepo„ racken is voorgevallen. In 't Iaar 1762. , wanneer de kattaponaik door den Landregent van Tirnevellie Canesaaiboe wierd e
English
was driven away, he took refuge with us, with his family, asking for protection, but the same was refused him, in order to avoid all quarrels with the local ruler. In the year 1772, when the katteponaik, fearing the persecution of the Nabab, requested protection under our flag, both for himself and for his wife and children, he was answered that the Company refused residence in its village and under its flag to no one, but that Tutukorijn was an open place, where they were not safe against violence and that they would therefore do better by fleeing to Trevankoor. Furthermore, one finds that in the year 1773, when the Nabab attempted to eradicate the katteponaik and the other Paleagaars of the Landrgams and the local ruler requested not to take any people or goods of the katteponack under the Company's protection, he was answered that the Company would observe a strict neutrality regarding this matter; and to the compendium of this year, in which this matter is dealt with, we find this remark added: that although this answer was satisfactory to the local ruler, it nevertheless did not bind us to the extradition of goods or persons who might take refuge with the Company, in which case there would still have been time enough to make the local ruler understand that the promise given of a strict neutrality did not obligate us to extradition, but much more to the protection of people who had no other crime to account for than that they were in the Nabab's way. From this, one would have to conclude that the katteponaiks and their families had never enjoyed protection here. The opposite is true, however, for it is very well known here that the wives and children of the katteponacken, in times of persecution by the regional government, have taken refuge here with their goods, and also sometimes the katteponaiks themselves, without the regional government opposing it; and that the present katteponaik, in the utmost distress, has a refuge in mind with us, if not for himself then at least for his wives and children, can easily be inferred from the attentiveness he has shown until now for the Noble Company, its possessions, and inhabitants, whom he has left unmolested during all his acts of violence; and even also those who have taken refuge in our villages. But because it is currently ill-advised, above all, to embroil ourselves with the regional government, I have already long since had the chiefs and principal inhabitants here warned not to receive any goods from the katteponaik into custody, and to the katteponaik himself I have once or twice quietly pointed out his impending danger and advised him to come to terms with the English as best as possible, or otherwise rather to seek a safe retreat in good time, since he should not count on finding protection with us, which we could not grant him due to our close alliance with the English and the Nabab. His answer was that he hoped for a speedy recovery of the Nabab, when he would easily settle everything with money, and that in the utmost distress, it would be enough if only his wives and children found a refuge, since he would easily escape. It is therefore hardly to be expected that the katteponaik, contrary to the warnings I have had given to him, will request protection from us, but it could easily happen that, finding no other way out, he secretly hides in our village during the night; and in such or a similar case, I request to be provided with Your Noble Right Honourable High order as to whether we shall have to surrender the katteponaijk if he is claimed, or protect him in our territory. Also, I request Your Noble Right Honourable highly esteemed order as to whether we may protect the wives and children of the katteponaike if they ask for our protection or secretly come into our village, or whether we shall have to make them leave, or surrender them if they should be claimed. In the village lies a quantity of paddy belonging to the kattepanaik, which was brought to be sold to the community. I also request Your Right Honourable instruction as to whether we must have the proceeds thereof, and of whatever else might be discovered, paid out if the regional government demands it to settle the arrears that the katteponaike owes them. After the drafting of this, I see announced in the Courier of Madras of the 28th of June that a strong detachment is marching to punish the Paleagaar of chettoer, who unexpectedly attacked and murdered with his entire family, for this cruel deed; but there is no doubt that they will at the same time [illegible] the way
Dutch transcription
wierd verjaegd nam hij zijne toevlugt tot ons, met zijne familie, verzoekende om protexie, maar dezelve wierd hem ontzegt, om alle brouillerien met den landregent te vermijden. In het Iaar 1772. , wanneer de katteponaik; vreesende voor de vervolging van den Nabab onder onze vlagge bescherming verzogt, zoo voor zich als voor zijne vrouw en kinderen, is hem geantwoord dat de komp:e de inwooning in haar dorp en onder haare vlagge aan niemand weijgerde, doch dat Tutu„ korijn een open plaets was, daar zij tegen geweld niet zeeker waeren en, zij derhalven biter doen zouden, met de vlugt na Trevankoor te neemen wijders vind men nog dat in 't jaar 1773. wanneer de Nabab den katte ponaik ende Landrgams verdere Paleagaars trachte uitteroeijen en de landregent verzogte om geen volk of goe„ deren van den katteponack, onder 's komp:s be„ scherming te neemen, hem geantwoord is, dat de komp:e omtrent deze zaak, een stip te neu„ traliteit in agt neemen zoude en, bij het kom„ pendium van dit jaar; waar bij deeze zaak verhandelt is, vinden wij nog gevoegd deeze aanmerking: dat schoon dit antwoord den land 826. 953 land regent voldoende was, het zelve echter ons niet verbond tot de uitleevering van goederen of per zoo„ nen, die bij de komp:e mogten toevlugt neemen, in welk eén geval het nog tijds genoeg geweest zijn zoude, den landregent te doen begrijpen dat de gegeevene belofte van een stipte neutraliteit, ons niet tot de uitleevering; maar veel meer tot de bescherming verpligte van menschen, die geen ander misdaed te verantwoorden hadden, dan dat ze den Nabab in den weg waaren Hier uit zoude men moeten opmaeken, dat de katte„ ponaiken en hunne familien hier nimmer pro„ terie hadden genooten. Het tegendeel is echter waar„ want het is hier zeer bekend, dat de vrouwen en kinde„ ren van de katteponacken in tijding van vervolging van de Landsregeering alhier hunne toevlugt hebben genoomen met hunne goederen, en ook zomtijds de kotte ponaiken zelve zonder dat de lands regee„ ring zig daar teegen verzet heeft; en dat de tegenwoordige katteponaik in den uittersten nood eene schuilplaets, zoo niet voor zig zelve ten minsten voor zijne vrouwen en kinderen, bij ons in 't oog heeft, kan men gemakkelijk op„ maken, uit de oplestendheid, die hij tot nu betoond heeft met 67 n heeft voor de Edele kompenie haar bezittingen en inwoonderen, welke hij bij alle zijne geweldenarijen ongemoeit heeft ge„ taeten; en zelfs ook de geenen die hunne toevlugt in onze dorpen hebben genoomen; maar wijl het tans voor al ongeraeden is, om ons met de Landsregeering te brouilleeren, heb ik reets lange aan de Hoofden en voornaemste Jngezeetenen alhier laeten waarschouwen, om geen goederen van den katteponaik in bewaering te ontvangen, en aant den katteponaik zelve heb ik een en andermaal in stilte zijn drijgend gevaer laeten voorhouden en hem aangeraeden om zich met de En„ gelschen best moogelijk te verdraegen, of anders lie„ ver bij teids een goed heen koomen te zoeken, wijl hij geen staet moest maeken, om bij ons protexie te venden die wij hem wegens onze nauwe verbin„ tenis met de Engelschen en den Nabab niet kon„ den verleenen. zijn antwoord was, dat hij hoopte op eene spoedige herstelling van den Nabab, wanneer hij alles ligtelijk met geld zoude afmaeken, en dat in den ittersten nood, het genoeg zoude wee„ zen, als zijne vrouwen en kinderen maar een schuijlplaets vonden, wijl hij ligtelijk zoude ontkomen. Het is dus wel niet te denken, dat de katteponaik, tegen de waarschouwingen, die ik hem heb laeten doen, bij ons om bescherming zal verzoeken, maar het zoude ligtelijk kunnen gebeuren dat hij geen anderen uitweg vindende 927 95¼ vindende in stilte in den nogt zig in ons dorp verborg, en in zulk of diergelijke geval verzoek ik met ouwel Edele Groot Achtb: Hoge order te worden voorzien, of wij den katte ponaijk zullen moeten uitleeveren, als hij ge„ reklameerd word, of hem beschermen, en in ons ter„ uit„ ritoir. ook verzoek ik uuwel Edele Groot Achtbaaere hoog g'ierde ordre, of wij de vrouwen en kinderen van den katteponaike zullen mogen beschermen, als zij onze bescherming vraegen, of in stilte in onsdorp koo„ men, dan wel of wij hen daar uit zullen moeten doen vertrekken dens overloederen, als ze gereklameerd mogten worden. In het dorp legt seer een partij Nelie van den katte pa„ naik, die gebragt is, om aan de gemeente te worden verkogt. Ik verzoeke ook vuwel Groot Achtb: voor„ schrift of we het provenue daar van en van het geen verder mogt oredekt worden zullen moeten laeten uitkeeren, indien de Lands redeering het zelve eijscht, tot voldoening van de agterstallen, die de katte pondike aan hen schuldig is Na het instellen deezes, zie ik in den koevier van Madras van den 28: ' Iunij geannonceerd, dat een sterk detactement in aanmarsch is, om den Palea„ gaar van chettoer onverhoeds is op het lijf geval„ len en met zijn gehale famielie vermoord heeft, over dit wreed bedrijf te straffen maar daar is niet aantetwijffelen, of zij zullen te gelijk den na 365 . weg 67
English
To the same as before neighboring Katteponack and eradicate all other disobedient Palcagaars. I have the honor to remain with all respect and fidelity, [below was written] Right Honorable and Most Commanding Sir, Your Right Honorable’s humble and faithful servant, [was signed] M. Mekern. [in the margin] Tutukorijn, the 11th of July A:o 1792. The shipment of linens and cotton which the English superintendent, and others in his name, made from here to Kormandel according to the secret letters from here of the 8th of February and 14th of July 1791, in accordance with the qualification in Your Right Honorable’s secret letter of the 16th of June of the said year, has turned out so poorly that the shippers have abandoned this trade. They were perhaps deceived by the weavers, or by their own servants, and probably by both, which the small profit to be gained on the shipment of linens from this coast to Kormandel cannot bear. But this does not prevent fortune seekers from always being found who will undertake it anew, in the hope of succeeding better. Learning a good month ago that linens were again being brought from Paleam to Baipar, I immediately sent a trusted man to investigate to whom these linens belonged and of what sorts they consisted; but he returned with the message that they had already been shipped before his arrival in the name of the paymaster of Palamkotte, and that they had consisted of four hundred pieces of guinees. And now I have received report that money has again been distributed among the weavers in the weaving villages of Tutukorijn in the name of the paymaster of Palamkotte; that many weavers refused to accept money because they now have steady work for us and because of the scarcity of cotton, but that nevertheless some weavers accepted money to supply linen for it, which will probably be shipped again at Baipaar. I find myself obliged to inform Your Right Honorable of this and to request your highest orders, particularly whether I should seize the aforementioned and other linens that are shipped at Baijpaar without our permission on account of English servants. They can nevertheless render all our vigilance against the shipping of linen by sea powerless, as the Tranquebar and other coast traders do, who have the linens brought overland to the Bay of Tondi and ship from there to Kormandel; but when the Kormandel coast has recovered a little, this trade will very probably cease of its own accord. Yet even if this is not so, I know of no other remedy against it than that we make use of our own soil and make a trial of transferring the weaving industries to Ceilon, and specifically to the lands of Iaffenapatnam, as the suitable climate for the cotton crop. Since cotton grows very luxuriantly there, it seems to depend entirely on our industry to increase it by cultivation on the immense vacant lands there. And many weavers on this coast offer to move to Pattena as soon as we ensure that there is cotton. Indeed, within a few days, three weaver households who understand the cultivation of cotton, the spinning, and the cleaning of the same will cross over to Ceilon with cotton seeds and all necessary instruments to plant, clean, and make the cotton into yarn and linen, in order, with Your Right Honorable’s permission, to begin the cultivation of cotton in the lands of Pattena and the Wanni; and if these people are properly supported and well treated, more of their countrymen will follow them. If the Company were willing to spend some money to undertake the expansion of the weaving industries in the lands of Iaffenapatnam, a favorable opportunity is now at hand for it which will not easily return, since besides the Christian weavers at Manapaar, who are all inclined to move to Ceilon, many other weavers from this coast and from the land of Travancore are already beginning to wander about to seek bread due to the scarcity of cotton, and several active young weavers have already let themselves be engaged to go to Ceilon as sepoys, with the assurance that, upon arriving on Ceilon, they will readily resume the weaving loom if they can be helped to work there. I had the honor to receive Your Right Honorable’s most esteemed letters of the 25th of July and shall let what is recommended therein serve for my dutiful instruction. Now that the Nabob has been restored to the government of his lands, the Katteponaik will easily make good the acts of violence he committed, since with the Nabob and his servants everything can be made good with money. Since Mr. Buchanan, now that the Nabob has been restored to the government of his lands, will probably make a renewed application to have the three thousand sjakkeron of the banker Kasinaden Paker, which were seized by us, released to him, I request with Your Right Honorable
Dutch transcription
80 P Aan als Vooren nabuurigen katteponack en alle verdere ongehoor„ zaeme Palcagaars uitroeijen. Ik heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven. /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtbaare Hoog Ge„ biedende Heer. ouwel Edele Groot Achtb: onder„ daenige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ M: Mekern. /: in margine:/ Tutukorijn Den 11.' Julij A:o 1792: —. De verzending van Lijnwaeten en kattoen de Engelsche superintendant, en anderen op zijn naem, heeft gedaan van hier na kormandel volgens de se„ kreeten brieven van hier van den 8:' Februarij en 14:' Iulij 1791: over eenkomstig de qualifikatie bij ouwel Edele Groot Achtb: sekreete brief van den 16:' Iunij des gemelden Iaars, is zo slecht ouitgevallen dat de verzenders van deezen handel hebben afgezien. Mogelijk zijn zo bedrogen door de weevers, of door konne eijgene dienaeren, en vermoedelijk door bijden, 't welk de klijne winst, die op de verzen„ „ding van Lijnwaeten van deeze kust na korman„ del te beharlen is, niet veelen kan; maar dit neemt niet weg, dat er altijd nog geluk zol„ kers gevonden worden, die het op nieuw zullen onderneemen, in hoope van beeter te zullen slae„ gen, voor een groote maand verneemende, dat er weder Lijnwaeten van Paleam na Baipar 955 828 Baipar gebragt wierden, zond ik dadelijk een verbrouwd Man om onder zoek te doen: aan wien deeze lijnwaeten gehoorden, en in welke zorten dezelven bestonden; maar hij knam te rug met de boodschap dat ze reets voor zijn komst wae„ van ren afgescheept op den naem van den Paijmeester„ Palamkotte, en dat ze hadden bestaen en vier„ hondert stukken ginees; en nu heb ik bericht gekreegen, dat in de Tutukorijns de weefdorpen weder geld is uitgedeelt onder de weevers op de naam van den Paijmeester van Palamootte dat veel weevers geen geld hebben willen ontvangen om dat zij nu vast werk hebben voor ons en om het gebrek aan kattoen, maar dat echter eenige weevers geld hebben aangenoomen, om er Lijwaet voor te bezorgen, 't welk vermoedelijk weder te Baipaar zal worden afgescheept. Ik vinde mij verplicht uw wel Edele Groot Achtb: hier van kennis te geeven en hoogst derzelver ordres te ver„ zoeken, inzonderheid, of ik de voormelde en andere lijnwaeten, die te Baijpaar buiten ons verlof voor reekening van Engelsde dienaren worden afge„ scheept, zal moeten aanhaelen. — zij kunnen des niet te min al ons waeken tegen het afschepen van Lijnwaet ter zee krachteloos maaken, gelijk de Frankebaarsche en andere kust handelaars doen, die de Lijnwaaten over land laeten brengen na de „ en de de bogt van Tondi; en van daar afscheepen na kor„ mandel maar als de kust kormandel een weinig zal hersteld weezen, zal deeze handel zeer vermoedelijk van zelve ophouden; dog dit ook niet zo zijnde, zo weet ik daar teegen geen anderen raad, als dat wij gebruik maeken van onzen eigen grond en een proef neemen, om de weverijen na Ceilon en wel na de landen van Iaffenapatnam, als het geschikte klimaet voor 't kattoen gewas over te brengen. Daar 't kattoen aldaer zeer weelig groeijd, schijnt 't geheel van onze nij ver„ leid aftehangen, om het zelve door aanplanting te ver„ meerderen op de aldaar onmetelijke ledig leggende gronden, en veel weevers op deeze kust, bieden zich aan, om na Pattena te verhuizen zo dra wij zor„ gen, dat er kattoen is; zelfs zullen drie weevers huis gezinnen, die te gelijk het aanplanten van kattoen, het spinnen en schoonmaken van het zelve verstaan, binnen wijnige dagen met kattoen vrug„ ten en alle nodige instrumenten, om het kattoen te planten, te zuweren, tot jaaren en tot lijnwaet te maken, na Ceilon overkomen, om met ouwel Edele Groot Achtb: verlof, de aanplanting van kattoen in de landen van Pattena, en de wanni te beginnen; en indien deze menschen behoorlijk ondersteund en wel behandeld worden, zullen merr van hunne landsgenooten hen volgen. In„ dien de komp:e wat wilde te koste leggen, om de 956 82 de uittrijding van de neverijen in de landen van Iaffena„ patnam te onder neemen, is daar toe tans een gunstige gelegentheid voor handen die niet ligt weder komt, wijl buijten de Christen wevers te Manapaar, die aller geneegen zijn om na Ceilon te verhuisen; veel andere wevers van deze kust en uit 't land van Prevankoor door gebrek aan kattoen nu reets beginnen rond te zwerven, om brood te zoeken, en ver„ scheidene Jonge flukse weevers zich reets heb„ ben laeten engageeren, om als sip ahis na Ceilon te gaan, onder verzekering, dat zij op Ceilon koo„ mende gereedelijk den weefstael zullen hervatten indien zij daar, aan werk kunnen worden gehol„ pen. —. Ik heb de eer gehad te ontvangen ouwel Edele Groot Agtb: hoogst g'eerde letteren van den 25. ' Iulij en zal het daar bij aanbevoolene tot mijne schuldige naricht laeten strekken Nu de Nabab weder in de Regee„ ring zijner landen hersteld is, zal de katteponaik zijn gepleegde geweldenarijen ligt goed maeken, wijl bij den Nabab en zijne Dienaeren alles met geld kan worden goedgemaekt. Wijl de heer Buchanan nu de Nabab in de Regeering zijner landen hersteld is, vermoedelijk op nieuw zal aanzoek doen, om de bij ons gearresteerde drie dui„ zend sjakkeron van den Bankier kasinaden Paker aan hem uitte keeren verzoeke ik met ouwel Edele Groot 6„7
English
To the same as before. May I be favored with the high orders of Your Right Honourable, whether I may now deliver this money to the said Mr. Buchanan, in accordance with the request of the Nabob mentioned in my letter of 31 March 1791. I have the honor to remain with all respect and fidelity, below stood and signed: as before; in the margin: Tuticorin, 2 August 1792. We have had the honor to receive Your Right Honourable's most honored secret letter of 6 November, together with the draft appended thereto, in order thereafter, with the approval of the Gentlemen Masters, to allow private individuals to transport linens to Europe, with orders to serve you with our considerations thereon. And since, through the arrangements proposed by Your Right Honourable, the difficulty presented by us—that private traders might drive up the prices of linens above the Company's rates—is entirely prevented, we now find nothing to remark against it. Nor would we find any difficulty in opening the trade for India to each and everyone in the same manner, but we find ourselves obliged to point out to Your Right Honourable in this regard that this trade is conducted mostly in linens that are either rejected from the Company's deliveries as being too poor, or that are made of a lesser quality, length, and breadth than the Company is accustomed to use for its trade, and that this trade could not be taken away, because thereby most of the inhabitants of Tuticorin and subordinate villages find, if not entirely, at least for a certain good part, their livelihood, from which very much unpleasantness would result for them if one wished to take away their means for doing so. We have the honor to be with all high esteem, below stood: As before; signed: M. Mekern; in the margin: Tuticorin, 10 December 1792. I have had the honor to receive Your Right Honourable's most honored separate letters of 25 October and 13 November, and shall take what is recommended therein for my dutiful guidance. Nothing is known on this coast of the declaration of war between our Republic and France, and it also appears not to have taken place, according to the public news received last from Europe dated mid-August, when Spain had also declared war on France, but England and our Republic were still neutral and also appeared likely to remain so. I have the honor to remain with all respect and fidelity, below stood: As before; signed: M. Mekern; in the margin: Tuticorin, 10 December 1792. Agrees. Hijbrands Colombo To the Right Honourable, Highly Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Highly Commanding Lords, On the night of the 24th of this month, the King's aratchi of Warkemoene, a village close to Kandy, Moettaijen, a confidant of the court, and two coolies were apprehended. Coming down along unfrequented paths, they brought with them the accompanying note for delivery and two rings, two silver chunam boxes, and two iron areca nut cutters as a present from the court to the Moors Habiboe Neina and Mira Libbe, with whom resided Assena Markair, likewise a confidant of the court. Moettaijen and Assena Markair were instructed to depart for the Coast with 340 Porto Novo pagodas. Habiboe Neina and Mira Libbe, servants of a certain Samie Chittie, who is a wealthy merchant in Nagore, had undertaken to assist them therein. These three Moors have been detained, and the bankshall of Habiboe Neina has been seized. Until we are honored with Your Right Honourable's pleasure, the 340 Porto Novo pagodas, two silver chunam boxes, and two iron areca nut cutters are held in custody. The two rings have gone missing. We have charged a special commission of the Landraad to interrogate these seven persons; owing to the shortness of time, the investigation has not yet ended. In order that Your Right Honourable may nevertheless take cognizance of this matter as soon as possible, we take the liberty of sending for now copies of the papers that have been collected, humbly requesting further your orders as to how these people shall be dealt with. We have the honor to be with deep respect, below stood: Right Honourable, Highly Commanding Lord and Lords, Your Right Honourable's humble and obedient servants; was signed: J. G. Fornbauer; in the margin: Trincomalee, 28 December 1791. The King's confidant Moettaijen has by promises To the same as before.
Dutch transcription
Aan als vooren. groot Achtb: hooge beveelen te mogen worden vereend, of ik dit geld als nu volgens het bij mijn brief van den 31:e Maart 1791: vermelde verzoek van den Nabab aan gemelden heer Buchanan zal mogen afgeeven. Ik hebbe de eer met alle eerbied en trouwe te blijven /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Tue„ tukorijn den 2:' August:s 1792. -. Wij hebben de eer gehiad te ontvangen uwel Edele groot Achtb: hoogst gf eende sekreete letteren van den 6: N„ vember, met het daar, bij gevoegd ontwerf om daar na met goedkeuring vande heeren Meesteren door parti„ „kulieren lijwaaten te laaten vervoeren na Europa, met last om daar op te dienen van onze konsideraatsien en wijl door de schikkingen, door uwel Edele groot Achtb: voorgesteld, geheel en alwordt voorgekoomen de door ons opgegeevene zevaarigheijd dat partiku„ „leere handelaars de lijnwaaten boven de kompenels puijzzen kunnen opjaagen zo vinden wij als nu daar te „gen niets aante merken. Ook zouden we geen Zwaa„ righeijd vinden, om den handel voor Indien op de zel„ „ve wijze voor elk en een iegelijk opente stellen maar we vinden zij ons verplicht uwel Edele groot Achtb: ten deezen opzigte te vertoonen dat deeze handel meerendeels geschiedt in lijnwaaten, die of uit de kampenies leverancien als te slegt worden uitgeschooten, ob 957 830 Aan als vooren„ of die van een minder qualiteijt, lengte en breed te gemaakt worden dan de kompenie gewoonis tot haaren handel te gebruiken, en dat deeze handel niet zoude kunnen worden weggenomen, wijl daar bij de meeste inwoonders van Tutukorijn en onderhoo„ „rige dorpen, zo niet geheel ten minsten voor een zeeker goed deel hun bestaan vinden waar uit voorzelver heel veel onaangenaamheijd zoude volgen, indien men hen het middel daar toe wilde wegneemen, Wij hebben de eer met alle hoog achting te zin /: onder„ /stond:/ Als vooren /: geteekend:/ M. Mekern /:in man„ „giene :/ Tuttukorijn den 10. ' December 1792. Jk heb de eergehad te ontvangen uwel Edele groot Achtbaare hoogst g'eerde aparte letteren van den 25. October en 13:' November; en zal het daar bij aanbevolene tot mijne schuldige naricht laaten trekken. van de deklaratie van oorlog tusschen onze Repu„ „bliek en Frankrijk is op deeze kust mits bekend, en schijnt ook dezelve geen plaats te hebben ge„ „had, volgens de laast uit Europa ontvangene pu„ „ blieke tijdingen van half augustus wanneer spanjen ook den oorlog aan Frankrijk had ge„ „declareerd maar Engelangd en onze republiek nog „ 6„7 nog neutraal waren en het ook schenen te zullen Jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven /:onderstond:/ Als vooren /: geteekend:/ M: Mekern /:in makgiene:/ Katukokijn den 10' December 1792—: eijnlerk Akkopeert Hijbrands blijven. 958 831 Kolombo Aan den wel Edelen gestr: groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndien gouverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheeden, nevens den Raad. Wel Edele Groot Achtbaere Hoog Gebiedende Heeren Heeren Den 24. ' deezer snachts zijn opgevat 's konings arraetje van warkemoene een dorp digt bij kandia Moettaij„ en een vertrouweling van het hoff en twee koelies, die langs ongebaande weegen afkoomende, het nevens leggend briefje ter bestelling en twee ringen, twee zilvere kalkdoosjes en twee ijzere van arreeknijpers tot geschenk aan het hoff; aan de mooren Habitoe Neina en Mira Libbe meede„ brachten bij dewelken inwoonde Assena markaia mede een vertrouweling van het hof. Moettaijen en assena markair hadden last met 340: portonovosche pagooden naar de kust te vertrekken. Habiboe Neijna en Mira Libbe dienaaen van eenen samie chittie die een rijk koopman te Naoer 6 „ Naoer is, hadden aangenoomen, om hen daar toe be„ meede hulpzaem te zijn. Deeze drie mooren zijn vast gezet, en de bankzael van Habiboe Neina is in beslag genoomen. Tot dat wij met uwel Ed: groot Achtb: goedvinden vereerd worden, zijnde 340: porto„ novosche pagboden, twee zilvere kalkdoosjes en twee ijzere arreekt rijpers aangehouden. De twee ringen zijn te zoek geraekt. Wij hebben aan eene bijzondere kommissie van den land raed opgedraegen, deeze zeeven persoonen te verhooren weegen kortheid des tijds in het onder„ zoek nog niet geeendigt. op dat uwel Ed: groot Achtb: nogtans van deeze zaek zoo dra moogelijk kennis zullen kunnen neemen gebruiken wij de vrijheid van de papieren die ingewonnen zijn voor eerst kopij te zenden, verzoekende voorts nedrig hoog dezelve onder hoedanig met deze menschen zal worden ge„ handellt. Wij hebben de eere met diep ontzach te zijn /:onder„ stond:/ Wel Edele Groot Achtbaere Hoog Gebiedende Heer en Heeren uwel Edele Groot achtb: onder„ daenige en Gehoorzaeme Dienaeren /:was getee„ kend:/ I: G: Fornbauer. /:in margine:/ Prinke„ nomale den 28. ' December 1791. 's konings vertrouwling Avestaijen heeft door be„ Aan als vooren. loften
English
finally confessed that the secret must be enclosed in the shaft of his cane, which was buried near a tree, because its preservation had been recommended to him by the king in the most urgent manner. In the same were found three letters, of which we have the honor to present herewith the translations to Your Right Honorable Noble Worships. The originals seemed to us of too much importance to be sent in the ordinary manner; Lieutenant Bartels is departing with them in order to deliver them to Your Right Honorable Noble Worships in person. We have given him 1 sergeant, 1 corporal, and 9 Malays as an escort as far as Moeletivoe. The letter to the Lord Governor of Pondicherij, soldered into a golden arm-cylinder, has, according to the statement of Assena Markaia upon his capture, either fallen on the ground or been embezzled by the lascorins. We have promised the finder of the arm-cylinder one hundred rixdollars and have sent commissioners to the site to search for it. According to the statement of Moettaijen, it is wrapped in wax cloth, so that it may perhaps, having been trodden into the sand, still be found on the spot. As far as the manner and the person are concerned through whom the court at this moment sent the letters to the Coast, we have taken the liberty to inform the Lord Commander of Jaffanapatnam and the chiefs of Moeletivoe, Manaar, and Kalpettij. Furthermore, we have the honor to present herewith to Your Right Honorable Noble Worships a further interrogation concerning Assena Markair and Moettaijen, and to remain with deep respect. Was signed as before. In the margin: Trinkenomale, the 30th of December 1791. We have the honor to present herewith to Your Right Honorable Noble Worships, by the delivery of Lieutenant Bartels, the originals mentioned in our letter of the 30th of December. We have the honor to remain with deep respect. Was signed as before. In the margin: Trinkenomale, the 30th of December 1791. The king's letter has been found. We have the honor to send Your Right Honorable Noble Worships a translation thereof herewith. The First Lieutenant of the Artillery Zelman departs today to deliver the original to Your Right Honorable Noble Worships, taking along as an escort one European common artilleryman, 1 sergeant, 1 corporal, and 9 common natives as far as Anetewiemadoe. To the finder of the cylinder we have, in the hope of the approval of Your Right Honorable Noble Worships, paid the promised one hundred rixdollars. We also, in the hope of the approval of Your Right Honorable Noble Worships, have two and a half rixdollars per month provided to each of the arrested persons, Moetoe and Assena Marikair, instead of the ordinary maintenance of prisoners, with the intention that, being encouraged thereby, they may answer with all the more sincerity the questions which Your Right Honorable Noble Worships may hereafter see fit to have put to these people. On the translation, the seal and the signature are depicted. The cylinder is only 1½ duim long. The letter itself is 3½ duim long and 2½ duim wide, written on fine paper sprinkled with silver. The cylinder was not sealed. We have the honor to remain with deep respect. Was signed as before. In the margin: Trinkenomale, the 2nd of January 1792. We trust that our respectful letters of the 28th and 31st of December and the 2nd of this month will reach Your Right Honorable Noble Worships in good order. The interrogation, of which we have the honor to present a copy enclosed herewith, contains nothing of importance; it had only the objective of determining the degree of probability whether the cylinder had been thrown away, and, by means of an accurate description of its shape, to make the finding of it easier. We have the honor to remain with deep respect. Was signed as before. In the margin: Trinkenomale, the 4th of January 1792. Your High Worship's order of the 27th of September of the past year regarding the dispatch and receipt of private letters from and to the peninsula of India will be strictly obeyed. I have the honor to remain with deep respect. Was signed as before. In the margin: Trinkenomale, the 28th of January 1792. We take the liberty to present herewith to Your Right Honorable Noble Worships the verified original papers of the interrogation held concerning the captured Sinhalese and Moors dated the 25th of December of the past year, and have otherwise the honor to remain with deep respect. Was signed as before. In the margin: Trinkenomale, the 1st of February 1792. The Resident of Tamblegam sent here on the 23rd of January a certain Wienasie Anthonie Kaderamen coming from the King's country, who was recognized by Moettaijen and Assena Markair as Sinne Tambie, the cannapole of the armed Sinhalese at Kandy. With him also came from the King's country Kandappen, an inhabitant of Tamblegam. Implicated in favoring the stay of Sinne Tambie at Kandelaaij are Kaderamen, udiyar at Kandelaaij, and his wife. In order to arrest these two and to search for the property that Sinne Tambie confessed to having left behind in the house of Kaderamen Udiyar, the First Lieutenant of the Artillery Diederiksz departed for Kandelaaij in the night of the 23rd to the 24th. Sinne Tambie's traveling companion Kandappen and Kaderamen Udiyar, together with his wife, were arrested; Sinne Tambie's property was also for the most part found. Kaderamen Udiyar escaped on the 25th at Tamblegam through the carelessness of his guards. We have the honor to present herewith to Your Right Honorable Noble Worships a copy of the report of Lieutenant Diederiksz and of the interrogation of the arrested persons, with the humble request
Dutch transcription
959 432 toften eindelijk bekend, dat in het saft van zijn met het welk bij eenen boom bedolven was, het ge„ heim moet opgeslooten zijn, wijl hem het behoud daar van, door den koning op de dringendste wijs, aanbevoolen was. Jn het zelve zijn gevonden, drie brieven, waar van wij d' eere hebben uwel Ed: groot Achtb: hier ne„ vens de translaeten aantebieden. De origineelen hebben ons van te veel gewiclt gescheenen, om op de gewoone wijs verzonden te worden; De Luitenant Bartels vertrekt met de zelven om ze uwel Ed: groot Achtb: in perzoon te over„ brengen. wij hebben hem 1: sergeant 1: korpo„ rael en 9. Maleijers tot bedekking tot moele„ tivoe meede gegeeven. De brief aan den heer gou„ verneur van Pondicherij in een gouden armko„ kertje gesoldeert, is, volgens betuiging van Asse„ na Markaia, bij zijn gevangen neeming, of op de grond gevallen, of door de laskorijns ver„ duisterd. wij hebben den vinder van het armko„ kertje eenhondert rd:s beloofd, en gekommitteer„ dens op de plaets gezonden om daar na te zoeken Het is volgens zeggen van Moettaijen in waschdoek gewikkeld, zoo dat 't mogelijk in het zand getrapt noch op de plaets te venden is. voor zo verre de wijs en de perzoon aangaat, waar door ƒ vlnelandt Aan als vooren. Aan als vooren door het stof in dit moment de brieven naar de kust zond, hebben wij den Heer kommandeur van Jaffenapatnam en de hoofden van Moeleti„ voe, Manaar en kalpettij te onderrichten de vrijheid genoomen. voorts hebben wij de eer uwel Ed: groot Achtb: hier„ nevens aantebieden een nader verhoor over Asse„ na Markair en Moettaijen en met diep ont„ zach te zijn. /:onderstond/ en geteekend als vooren:/ /in margine:/ Trinkenomale den 30: xber: 1791. Wij hebben de eere uwelEd: groot Achtb: hiernevens aan tebieden, onder bestelling van den Luitenant Bartels de origineelen, vermeld, bij onzen brief van den 30. ' Decemb: Wij hebben de eere met diep ontzach te zijn. /:onder„ stonden geteekend als vooren: /:in margine:/ Trin„ kenomale den 30. December 1791:—. 's konings brief is gevonden. wij hebben de eer uwel Ed: Groot Achtb: hier nevens eene vertaeling daer van te zenden. De eerste Luitenant van de Artillerie Zelman vertrekt heden om uwel Ed: groot Achtb: het origineel te overbrengen, meede neemende tot bedekking een Europeesche gemeene artillerist 1. Zergeant 1. korporael en 9. gemeene oosterlingen tot anetewiemadoe. Aan Boot 833 960 moetoe en assena Ma„ rikair in hoope van keuring- Aan als vooren Aan den vinder van het kokertje hebben wij in t den gearresteerde hoope van uwel Ed: groot Achtb: goed keuring de daarop gestelde Een hondert ryksd betaald. Meede laaten wy aant in steede van het gewoone onderhoud der ge„ uweld groot achtb: goerde vangenen aan elk twee en een halve rd. o 'smaands verstrekken met inzicht dat zij daar door aangemoedigd wordende met zoo veel te meer oprechtheid de vraegen moogen beantwoorden, die uwel Ed: Groot Achtb: in het vervolg zullen kunnen goedvinden, aan deeze menschen te laeten doen. Op het translaet is het zegel en de handteeke„ ning afgebeeld. Het kokertje is slegts 1½. d=m lang. De brief zelfs is 3. ½. d=m lang en 2½. d=m breed op fijn papier met zilver besprengd geschreeven. Het kokertje was niet verzegeld. Wij hebben de eere met diep ontzzach te zijn /:onder„ stond:/: en geteekend als vooren : /: in margine:/ Trinkenomale den 2:' Januarij 1792:— Wij vertrouwen dat onze eerbiedige letteren van den 28. ' en 31. ' December en 2.' dezer een goede be„ stelling bij uw El Ed: Groot Achtb: zullen er„ langen. Het verhoor, waar van wij hier nevens leggende de eere hebben kopij aantebieden, onthoud niets van aanbelangen heeft alleen tot oogmeak gehad, den graad der waarschijnlijkheid te bepaelen er„ „ el ek e 16 E Aan als vooren Aan als vooren bepaelen, of het kokertje weg geworpen was, en door naauwkeurige beschrijving van des„ zelfs gedaente, het uitvinden daar van ge„ makkelijker te maeken. wij hebben de eere met diep ontzag te zijn /:onder„ stond en geteekend als vooren : /:in margine:/ Trinkenom den 4: Januarij 1792. —. Aan als vooren Hoog dezelven order van den 27:' 7ber: J:o L: nopens de verzending en den ontvangst van parti„ culiere brieven van en naer het half eijland van Jndien, zal stiptelijk opgevolgt worden. Ik heb d'eer, met diep ontzag te zijn /:onder„ stond en geteekend als vooren: /: in margine:/ Trinkenomale den 28:' Januarij 1792. —. Wij gebruiken de vrijheid uwel Ed: Groot Achtb: hier nevens aante bieden, de gerecolleerde origi„ neele papieren van het gehouden verloot over de gevangene singaleesen en Mooren in dato 25. ' December Jo:L:, en hebben overi„ gens de eere met diep ontzag te zijn. /:onderstond:/ en geteekend als vooren /:in mar„ gine:/ Trinkenomale den 1. ' Februarij 1792. De Resident van Tamblegam, heeft den 23' Janu: „ dee 3 te 961 Ianuarij hier gezonden, eenen wienasie anthonie kaderamen uijt 'skonings land koomende, die door Moettaijen en Assena Markair erkend is, voor sinne tambie den kannekappel der ge„ wapende singaleesen te kandiar met hem is teffens uit 'skonings land gekoomen kan„ dappen een inwoond:r van Tamblegam. In de begunstiging van sinne tambie verblijf te kandelaaij zijn betrokken kaderamen. oedeaar te kandelaaij en zijn vrouw: om deeze beiden te arresteeren en naer het goed onderzoek te doen, dat sinne tambie bekende, in kaderaemen oedeaars huijs te hebben agter„ gelaeten, is de eerste Luitenant van de artille„ „rij Diederiksz:, in de nagt van den 23. ' tot den 24:' naar kandelaaij vertrokken. Sinne tombies reisgenoot kandappen en kaderamen oedeaar, benevens zijne vrouw werden g'ar„ resteerd; ook werd sinne tambies goed groot„ stendeels uitgevonden. kaderamen oedeaar, is den 25. ' te Tamblegam door zorgloosheid zijner wagters, ontvlugt. wij hebben de eere uwElEd: groot Achtb: hier nee„ vens aantebieden Copij van het rapport van den Luitenant Diederiksz: en van het ver„ hoor over de g'arresteerden, met needrig verzoek en onder„ pens 4614
English
request for Your Right Honourable's orders regarding how these people shall be treated. Whether or not Sinne Tambie brought the duplicates with him remains uncertain. Promises, artifices, beatings, hunger, and thirst have not been able to discover it. The grounds of uncertainty are changing somewhat, and those of probability, for the following reasons. 1: Moettoe and Assena Markair declare that, besides this Sinne Tambie, there is another Sinne Tambie kannekappel at Kandia. 2: To soften his punishment, Sinne Tambie would even have an interest in discovering the letters. 3: Is it possible that on 5 January the interception of the letters was known at Kandia? Kandia is six to eight days' travel from Trinkenomale. The letter to both Moors was found on 25 December. The rumour, usually accompanied by boastfulness, may have proclaimed this single letter as all the letters. We shall for now assume that Sinne Tambie did bring letters with him, and, if possible, seek to gain possession of them. On 16 January, two Sinhalese were arrested by the lascorins along with a Malabar, and on the 23rd four Sinhalese, along with a Pattani, formerly a lascorin of the King's nephew, who, coming down along secret paths, partly confessed that they had been sent to inquire about the fate of Moettaijen and his companions, as well as the number of English ships lying in the bay. We have judged it necessary to detain all these people in order to leave the matter, as far as possible, in uncertainty as to whether or not there are ships. It is possible that more inlanders will be captured in this manner. In the hope of Your Right Honourable's approval, we shall have them put in irons and set to work on the fortification, so that others may be deterred from coming here and it may become impossible for them to escape. We furthermore have the honour to be, with profound respect. Signed below as before. In the margin: Trinkenomale, 1 February 1792. To the same as before. On the 10th of this month, a Malay named Awal was apprehended by the inhabitants of the village of Kapeture, who deserted some years ago from the material house of Colombo, and who, since the difficulties with the Court, has been employed by it as a spy. We have the honour to present herewith to Your Right Honourable the interrogation held with him. The First Lieutenant of the artillery Diederiksz has been out in vain looking for his two traveling companions. Some redassen and trusted inhabitants are still searching for them. Minerie, where the Court is establishing a storehouse, is situated on the main road from Kandia to Trinkenomale, only two days' journey from here and barely 5 hours from the borders of the province of Tamblegam. To corroborate the truth of Awal's statement, we take the liberty of presenting to Your Right Honourable the enclosed statement from an inhabitant of Trinkenomale. The storehouse has gradually grown for some months past. Its location seems to foretell that the Trinkenomale provinces will be attacked. The attack cannot occur before the coming month of May, and without a storehouse it is not feasible. We therefore request Your Right Honourable's authorization to be permitted to have the storehouse at Minerie burned down. Four hours west of the Venloos Bay lies the village of Moettoe Kalloe, where a storehouse is also being established, the location of which threatens the Battikaloa provinces with an invasion. This storehouse could be destroyed by the Chief of Battikaloa on the same day as that of Minerie. If Your Right Honourable could see fit to have the province of Tamankadawe devastated, the Court would henceforth be unable to wage war on this side. The cutting down of the principal roads would make it difficult to receive foreign assistance, and by the sacrifice of this single royal province, most of the Company's provinces on this side would be as good as secured against devastation by the enemy. The undertaking requires neither equipment nor expenses, and will be carried out with 100 to 150 men in at most 14 days' time. We have the honour to be, with profound respect. Signed below as before. In the margin: To the same as before. Trinkenomale, 16 February 1792. We had the honour of receiving Your Right Honourable's letter of 23 March on 2 April. Immediately upon its receipt, we placed the Consumption Bookkeeper Schleuder under military arrest and had his goods seized by the Fiscal and two members of the Landraad. Today, a start will be made on taking inventory of his administration. He has also been ordered to provide other books within three months. Your Right Honourable's order that the artillery and ammunition supplies should again be dealt with in the trade books was only received here in the month of December last, when the trade books were already far advanced, and the Consumption Bookkeeper Schleuder understood that for this year the artillery supplies might be dealt with separately from the trade books. Furthermore, we take the liberty of presenting herewith to Your Right Honourable a report from the Consumption Bookkeeper Schleuder, and otherwise have the honour to be, with profound respect. Signed below as before. In the margin: Trinkenomale, 3 April 1792. To
Dutch transcription
verzoek om uwel Ed: groot Achtb: orders, hoedae„ nig met deeze menschen zal gehandeld worden. of simetambie, al of niet, de duplikaeten heb„ be meede gebracht blijft onzeeker Belof„ ten, kunstgreepen, slaegen, honger en dorst hebben het niet kunnen ontdekken. De gronden van onzeekerheid veranderen eenigzints en die van waarschijnlijkheid om volgende reedenen. S:/ Moettoe en assena Markair betuigen, dat behalven deeze sinne tambie, nog een andere sinne tambie kannekappel te kandia zij 2:/ sinne tambie om zijne straf te verzach„ ten zoude zelfs belang hebben, de brieven te ontdekken. 3:/ Is het wij mogelijk, dat den 5. ' Januarij te kandia de onderschepping der brieven zij be„ kend geweest. kandia legt ses â: agt dae„ gen reekens van Trinkenomale De brief aan beide mooren is den 25:' December ge„ vonden Het gerucht door gaans verzeld van groot spraek, kan deezen enkelen brief, voor alle brieven verkondigd hebben. wij zullen als nog veronderstellen, dat sinne tambie brieven hebbe meede gebracht, en zoo het mogelijk is zoeken dezelven machtig te 35 83 962 te worden. Den 16: Januarij zijn door de laskorijns op gevat, twee singaleesen met eenen mallabaar, en den 23.' vier singaleesen, met eenen Pattanie, eertijds loskorijn van 's konings Neef, die langs sluik weegen afkoomende, ten deele bekend hebben dat ze afgesonden waeren, naar Moettaijens en zijnes makkers tot, als meede naar het aantal engelsche scheepenen, die de baaij la„ gen te vernemen. wij hebben noodig geoordeelt, alle deze menschen te moeten aanhouden, om het stof, zoo veel moo„ gelijk in onzeekerheid te laeten, of er al of niet scheepen zijn. Het is moogelijk dat op deeze wijs nog meer binnenlanders opgevat worden. wij zullen ze in hoop van uwelEd: groot Achtb: goedkeuring, in de ketting laten klinken en bij de fortifikatie aan het werk stellen, op dat anderen afgeschrikt mogen worden, hier te koomen, een het hen mogelijken worde te kunnen ontlopen. Wij hebben voorts de eere, met diep ontzag te zijn. /:onderstonden geteekend als vooren: /: in mar„ gine:/ Prinkenom: den 1:' Februa: 1792. —. Den 10:' dezer, is door de inwoonders van het dorp kapeture op gevat, een maleixa Awal ge„ Aan als vooren noemd „ ie van tig 3644 E noemd, die eenige Jaeren geleeden, uit 't matri„ aalhuijs van kolombo gedrost is, en die zee„ dert de moeijelijkheeden met het Hof, van het zelve als verspiedert gebruikt is wij hebben de eer, uwel Ed: groot Achtb: hier nevens het ver„ hoor, over hem gehouden aantebieden. Op zijne twee weisgenooten, is de eerste luitenant van de artillerie Diederiksz: te vergeefs uitgeweest. Eenige redassen en vertrouwde inwooners, zijn als nog na hen te zoeken. Minerie, waar het Hof een magazijn aanlegt, is geleegen, op de groote weg van kandia naer Prinkenomale, slegts twee dag reisen van hier en naauwelijks 5. uuren van de grensen der provintie tamblegam. Tot staving der waarheid van Awals opgave, neemen, wij de vrijheid uwel Ed: groot Achtb: de nevens leg„ gende eene verklaering, van eenen Prinke„ nomaelschen inwooner aantebieden. Het nogazijn, is zeedert eenige maanden gaande weg aangegroeid. zijne plaetsing scheijnt te voorspellen, dat de Trinkenomalschen provin„ tien, zullen aangevallen worden. De aanval kan niet dan teegen de aanstaende S maand Meij geschieden, en die, is zonder magazijn - 836 963 Magazijn, niet wel te doen. wij verzoeken uwel„ Ed: groot Achtb: derhalven om qualiificatie, het „mogen Magazijn op Minerie te „ laten verbremen. vier uuren ten westen van de venloos baaij, legt het dorp Moettoe kalloe, waarmeede een Magazijn aangelegd word, wiens plaetzing de Battikaloasche provintien met eenen in„ val dreigt Dit Magazijn zoude door het opperhoofd van Battikaloa ten zelfden dage als dat van Minerie kunnen ver„ nield worden. Indien uwel Ed: groot Achtb: zouden kunnen goed„ vinden de provintie Iamankadawe te lae„ ten verwoesten, zoude het hof voorstaen bui„ ten staet zijn, aan deeze kant oorlog te voeren. De verkapping der voornoemste weging„ zoude het moeielijk maeken, vreemden onder„ stand te ontvangen, en door opoffering van deze eene konings provintie, zoude de meesten komp:s provintien aan deeze kant voor verwoesting door den vijand, zoo goed als gezeekerd zijn De onderneeming vereischt toestel nog onkosten, en zal met 100: â: 150: man in hoogstens 14: doegen tijd ter uitvoer gebracht zijn wij hebben de eere met diep ontzag te zijn. /:on„ derstonden geteekend als vooren :/: in margi„ ne 96 /5 Aan als vooren ne Trinkenomale den 16: Februarij 1792. —. wij hebben de eer gehad uwelEd: groot Achtb: brief van den 23. ' Maart den 2:' April te ontvan„ gen. aanstonds na denzelven ontvangst, heb„ ben wij den konsumtie Boekhouder schleuder in Militairen arrest gezet, zijne goederen door den Fiskoel en twee landroeds Leeden in be„ slag laeten neemen. Heden zal begonnen wor„ den met de opnaem van zijne administra„ tie. ook is hem gelast binnen drie maanden andere boeken te bezorgen. uwel Ed: Groot Achtb: order, dat de Artillerie en Ammunitie goederen weederom bij de negotie boeken zullen verhandelt worden, is hier eerst in de maand xber: Jongstl: ontvangen, wanneer de Negotie boeken reeds verre gevordert wal„ ren, en de consumptie Boekhouder schleuder begreep, dat voor dit Jaar de artillerie goederen afgezondert van de Negotie boeken„ mogten verhandelt worden. Voorts neemen wij de vrijheid uwel Ed: Groot Achtb: hier nevens aantebieden, een bericht van den Con„ sumptie Boekhouder schleuder, en hebben overigens de eere met diep ontzag te zijn. /:onderstond:/ en geteekend als vooren:/: in margi„ ne Trinkenomale den 3:' April 1792. —. Aan
English
To the same as before. To the same as before. To the same as before. The English frigate the Minerva, with Commodore Cornwallis on board, having had to leave the roads of Madras on account of bad weather, arrived here today, and the Commodore has requested to be permitted to await the turn of the monsoon in the inner bay. As it appears to us that this request falls within the provision prescribed by Their High Mightinesses' resolution of the 5th of March 1789, we have granted it in the hope of Your Right Honorable Great Respectable's approval. We have the honor to be with deep respect. Underneath stood and signed as before. In the margin: Trincomalee the 11th of April 1792. I take the liberty of presenting herewith to Your Right Honorable Great Respectable a translation of an ola, by the contents of which a part of the reports mentioned in the letter dated the 3rd instant from the Resident of Tamblegam is further confirmed. Wherewith I have the honor to be with deep respect. Underneath stood and signed as before. In the margin: Trincomalee the 14th of April Anno 1792. According to the reports of several spies, the armed people have departed from Peremamadoe, as have also some hundreds of pack animals which had been at Minneriya for some time. We have the honor to be with deep respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trincomalee the 2nd of May 1742. We have had the honor to receive Your Right Honorable Great Respectable's secret letters of the 16th and 17th instant, and in accordance with Your Right Honorable Great Respectable's [illegible] orders the ship het Meuwtje will be detained here, which lies on the roads. We have the honor further to be with deep respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trincomalee the 26th of July 1742. In humble reply to a part of the contents of Your Right Honorable Great Respectable's secret letter of the 12th of July, I take the liberty of requesting the following from Your Right Honorable Great Respectable: As 200 men here are sick and disabled; as in both forts at least 400 to 500 on active duty must remain; as the Trincomalee Detachment, in order to begin its undertakings simultaneously with the main corps, will have to take to the field in the rainy season, and consequently will have more sick than usual; as the Trincomalee Detachment, standing on its own, must be as strong as is necessary to withstand the largest part of the Kandyan force, namely 800 to 1000 men, I request Your High Mightinesses for several more native companies. The Trincomalee provinces will deliver 200 buffaloes and oxen to be trained as pack animals, along with 100 head of slaughter cattle. I request Your Right Honorable Great Respectable to be pleased to have sent here, through the Batticaloa provinces and through the Vannis, 250 to 300 animals suitable for carrying and 100 to 200 head of slaughter cattle. Trincomalee can provide at most 150 coolies, and there should be more or less 1000. I therefore request Your Right Honorable Great Respectable to charge the administration of Jaffnapatnam with the provision of coolies, and the making of such arrangements regarding them that they may not run away with impunity; without personal supervision and accountability of their chiefs, it will perhaps not be possible to prevent it. I also request Your Right Honorable Great Respectable for 12 to 18 horses to pull one-pounder cannons. Of provisions, only coffee is needed. Of ammunition, some land mortars with their grenades would come in handy. Tools are being made here; everything that Your Right Honorable Great Respectable on the other hand can spare of field equipage, I humbly request that you be pleased to send. Apart from the fulfillment of the supplement to our demand, I request Your High Mightinesses for fabrics for soldiers' uniforms; for medicines for the Detachment; for a determination of how many coolies may be given to each officer; and finally for a regulation for all allowances in the field. Regarding the opening of communication with the main army, as well as regarding the taking possession of the province of Tamankaduwa, I shall take the liberty to present my sentiments to Your High Mightinesses as soon as the Honorable Burmand shall have communicated his to me. The command over the military and civil affairs could, with Your Right Honorable Great Respectable's pleasure, be entrusted to the Captain of the Regiment de Meuron, Von Stein, and the commandancy of Fort Oostenburg to the Captain of the same regiment, Piachaud. I have the honor to be with deep respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trincomalee the 31st of July 1792. To the same as before. The opening of communication between the main corps, stationed at Gannoruwa, and the main Trincomalee Detachment, positioned in the province of Tamankaduwa, being the principal objective, the latter must choose the road which is the shortest from Trincomalee to Gannoruwa. Gannoruwa lies not far south of Kandy. The road from Trincomalee to Kandy is therefore also the shortest to Gannoruwa and the one most conveniently situated, both for opening communication and for meeting the detachment that, sent off from the main corps and marching around Kandy, is destined to reinforce the Trincomalee Detachment. The shortest and at the same time easiest road from Trincomalee to Kandy is that via Tamblegam, Kantalai, Minneriya, Nalanda, Nalanda gravet, and Aluvihare. Of the same
Dutch transcription
837 364 Aan als vooren. Aan als vooren Aan als vooren Het Engelsch fregat de Minerva, de Commodore Cornewallis aan boord, van weegen slecht weder de Rheede van Madras hebbende moeten ver„ laeten, is heden alhier aangekoomen, en de commodore heeft verzoek gedaen, in de bin„ nen baai de kentering van de moesson te mogen afwachten. Dewijl ons toeschijnt, dat dit verzoek valle, binnen de bepaling voorgeschreevene bij H: H: M: resolutie van den 5. ' Maart 1789. hebben wij het in hoop van uwel Ed: groot Achtb: goedkeuring toege„ staen. Wij hebben de eere met diep ontzag te zijn. /:onder„ stond en geteekend als vooren: /:in margi„ ne Prinkenomale den 11:' April 1792. - Ik neem de vrijheid uwel Ed: groot Achtb: hierne„ vens een translaet ola aantebieden, door wiens inhoud een gedeelte der berichten vermeld bij den brief de dato 3. ' dezer van den Tam„ blegamschen Resident naeder bevestigd word. waarmeede ik d' eere hebbe, met diep ont„ zag te zijn. /:onderstond en geteekend als vooren:/ /:in margine:/ Trinkenomale den 14:' April A:o 1792. —. volgens de berichten van verscheidene ver„ spieders 2. . ge„ 6 1/5 Aan als vooren Aan als vooren. spieders is het gs gewapende volk van Pere„ mamadoe vertrokken, gelijk ook eenige hon„ dert draegbeesten, die zedert eenigen tijd op Minërie waren. wij hebben de eere met diep ontzag te zijn. /:onder„ stond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Trinkenomale den 2.:' Maij, 1742. _. —. wij hebben de eer gehad te ontvangen uwel Ed: groot Achtb: Sekreete letteren van den 16:' en 17:' dezer en zal volgens uwel Ed: groot Achtb: ge„ v renireerde ondre het schip het Meuwtje hier zeel rhee leg worden aangehouden, het welk „ zilvere geb Wij hebben de eer overigens met diep ontzach, te zijn. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in morgine:/ Trinkenomale den 26:' Julij 1742. —. In nedrig antwoord, op een gedeelte van den Jnhoud van uwel Ed: Groot Achtb: Sekreeten brief van den 12.:' Julij, neem ik de vrijheid uwel Ed: Groot Achtb: het volgende te verzoeken; Dewijl hier 200. koppen ziek en impotent zijn; dewijl en beijde forten ten minste 400. a: 500. dienst„ doende dienen te blijven; dewijl het Trinko„ nomaalsch De tactement om gelijk tijdig met het hoofd korps zijne ondernemingen te 666 beginnen, in de regentijd zal moeten in het veld trekken 68 965 838 trekken, en bij gevolg meer zieken als gewoonlijk zal hebben; dewijl het Trinkenomaalsch Detachement op zich zelven staande zo sterk dient te zijn, als nodig is, om het hoofd te bieden aan het grootste gedeelte der kandiasche magt te weeten 800. l: 1000. Man, verzoeke ik Hoog dezelve om noch eenige Inlandsche kompenien. De Trinkonomaalsche provintien zullen 200. buf„ fels en ossen leveren, om tot draag beesten aange„ ^leerde „leevend te worden, met 100. stuks slacht vee. Jk verzoek uwel Ed: Groot Achtb: door de Balika„ loosche provintien en door de wannies 250. l: 300. tot dragen geschikte en 000. â: 200. stuks slacht„ besten te willen doen hier zenden. Trinkonomale kan hoogstens 150. koelies bezorgen, en meer of min 1000. zouden dienen te zijn. Ik verzoek duw ElEd: Groot Achtb: derhalve aan het Jaffanapatnamsche Ministerie de bezorginge van koelies op tedragen, en het maken van zul„ ke schikkingen omtrent dezelven, dat ze niet ongestraft mogen weglopen zonder perzone„ lijke opzicht en verandwoordingen hunner hoofden, zal het misschien niet te voorkomen zijn. Mede verzoeke ik uwel Ed: Groot Achtb: om 12. lb: 18. paarden om een ponder kanonnen en te trekken. van provisie is alleen koffij noodig. „Landmortiering met hunne van Ammunitie zouden eenige „ granaden te nder„ 171 hier at te houd te 6 veld 6 1/15 te pas komen. Gereedschappen worden hier aangemaakt, al het geen ouwel Ed: Groot Achtb: daar en tegen van veld Equi„ pagie zullen kunnen missen, verzoeke ik ne„ drig te willen zenden. Buiten de voldoeninge van het supplement of onzen Eisch, verzoek ik Hoog dezelven om stoffen tot soldaeten Monteering: om medicijnen voor het Detachement, om eene bepaeling hoe veel koelves aan elken officier mogen gege„ ven worden: en eindelijk om een Reglement voor alle verstrekkingen in het veld. over de opening van kommunikatie met het Hoofd leger, als mede over de bezitneming van het Landschap Tamankodawe, zal ik de vrijheid nemen Hoog denzelven mijne ge„ voelens aante bieden, zoo dra de E: Burmand mij de zijnen zal hebben gekommuniceerd. Het bestier over het militair en civiel, zoude met uwel Ed: Groot Achtb: believen opgedragen kun„ nen worden, aan den kapitain van het Regiment Meuron von stein, en het kommandantschap van het fort oostenburg aan den kapitein van het zelfde Regiment Piachaaid. Jk heb de eer, met diep ontzach te zijn. /:onder„ stond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Tren„ konomaalkos den 31:' Julij 1792. —. Aan 6 6 1 Aan als vooren De opening van kommunicatie, tusschen het hoofd korps, te kannitene gelegerd en tusschen het hoofd Trinkonomaalsch Deta„ clement, in het Landschap Tamanka„ dawe, staande, het voornaamste doel„ wet zijnde: dient dit laatste, den weg te kiezen; dewelke de kortste is, van Trinkonomale naar kannitene. kanni„ tenne legt niet verre Zuidwaards van kandia. De weg van Trinkonomale naar kandia, is derhalven ook, de kortste naar kannitenne en die het geschiktst geleegen is, zo wel tot opening van de kommunikatie, als tot ontmoeting van het Datachement, dat van het hoofd koops afgezonden, rondom kandia marcheerende bestemd, is het Trinkonomaalsch Deta„ clement te versterken: De kortsle en tevens gemakkelijkste weg van Trinkonomale naar kandia, is die over Tamblegam, kandelai, Minerie, Naija„ koembere, Narende gravette en Alwele. Deszelven i Tren„
English
Its length amounts to approximately 64 hours of marching. The road leads from the Company's territory of Tamblegam, through the King's province of West Tamankadawe, into the Dessavony of Matule, more or less toward the middle of the island. It is therefore in every respect the one that best fulfills the objective. The road runs over elevated land, through a forest that is seldom impassable and consequently seldom forms defiles. Along the road are many large and small water tanks. Apart from some narrow streams, there is no river along the entire road, nor are there any mountains, except close to Kandia. More or less parallel to this road, a chain of wooded hills rises in the west, spanning several miles in width, growing into mountains near Marende Gravette, and further losing itself southwards in the high mountain range of the island. Probably this chain of hills is, more or less, the boundary mark of the northeast and southwest monsoons. The road mentioned above, situated to the east of these hills, shares in the northeast monsoon. In Trinkonomale the rains begin in the month of October; they are heaviest in the months of November, December, and April, and quite rare in the months of January and March. It is almost impossible to state anything with tolerable certainty concerning the population, division, and fertility of the inland regions. A comparison of several reports contains approximately the following result: East and West Tamankadawe are estimated at 1000 households. Before the disputes with the Court, the inhabitants brought butter, wax, honey, paddy, and cattle to Trenkonomale for sale. The province may have around 15000 cattle. The inhabitants are for the most part Malabars and Moors, who show little affection for the Sinhalese. It is under a minor Dessave, who leaves the care of administration to a subordinate Moorish chief residing in Kalare. West Tamankadawe borders in the east on the river Mavel kinge, in the west on the chain of hills just mentioned or on the Soerelipattoe, in the south on the Dessavony of Matule, and in the north on the province of Tamblegam. Concerning the population and the particular products of the Dessavony of Matule, no one can state anything definite. All reports only agree that the southern part of this Dessavony is one of the most fertile tracts of the island. In particular, the land between Narende Gravette and Kandia is reported to be the most fertile of all. The inhabitants are mostly Sinhalese, yet there are also Moorish and Malabar villages. This Dessavony borders in the east on the territory of Bintane; in the west on the Soevelipattoe and the Seven Korles; in the south on the bailiwicks of Doembere, Poncipot, and Horspot; and in the north on Tamankadawe. The river Mavel kinge (Mahaa welli gangaa) is little known from Kandia up to the territory of Tamankadawe. Most reports say, however, that in some places it is 20 to 30 rods wide and 2 to 3 fathoms deep. It flows right through the territory of Bintane and Tamankadawe and discharges into the sea near Wingel. Along the banks of the Mavel kinge there are roads leading to Kandia, which are, however, extraordinarily bad, especially in the rainy season. Here and there in the dry season, one can cross the Mavel kinge on foot. The rivers of Kilwitti and Patjenkinge, branches of the Mavel kinge, are narrow and shallow. The further the Trinkonomale detachment can advance into the Dessavony of Matule, the easier the union with the center detachment will be able to take place, and the easier it will be to open and keep open communication with the main army by means of roving parties. How far the Trinkonomale detachment will be able to advance, however, depends on its strength, on the enemy's defensive preparations, on the ease or difficulty of sustenance, on the conduct of the province of Tamankadawe, and finally on the success of the enterprise of the main army. The strength of the Trinkonomale detachment must be determined in such a manner that it is capable of holding its own against a large part of the Kandian force, and indeed for the following reasons: The Trinkonomale detachment stands on its own, separated from the main army. It could obtain reinforcement from it at the earliest after the lapse of six weeks. As difficult as it is for a numerous detachment to find sustenance, just as difficult is it for a weak detachment to provide itself with provisions, because it is unable to obtain paddy and slaughter cattle by dispatching parties. A weak detachment can spare few or no troops to ensure that transports of provisions arrive in safety. A weak detachment is master of only a small tract of land. The dispatched parties consist of few detachment men, who, out of fear of being overpowered or cut off, may not venture far from the detachment. A weak detachment ruins itself within a few months through watch duties, patrols, night
Dutch transcription
Deszelven lengte bedraagd omtrent 64. uuren gaans De weg voert uit 's komp:s landschap Tamblegam, door 'skonings provintie west Tamankadawe, in de Dessavoni van Ma„ tule, meer of min, naar het midden van het Eiland. Wij is dus in allen opzichte de geene, die meest aan het oogmerk voldoet. De weg lekt over verheven land, door een woud dat zelden ondoordwaariglijk is en bij gevolg, zelden de filees vormt. Langs den wig zijn veele groote en kleine watertanken. Behalven eenige smalle beeken, is langs de geheele weg geene Rivier, gelijk ook geene bergen, uitgenoomen dicht bij kandia Meer of Min evenwijdig met dezen weg, rijst in 't westen, eene keken van boschrijke heuvelen, die eenige mijlen in de breede beslaan, bij marende gravette tot bergen aangroeien, en zich ver„ ders Zindwaards, in het hooge gebergte van het Eiland verliezen. waarschijnlijk Silen 967 is deze keten van heuvelen, meer of min, de grenspaal van den Noord oost en Zuid west moesson. De weg boven vermeld, ten oosten van deeze heuvelen gelegen, deelt in de Noord oost moesson. Te Trinkonomale begin„ nen de regens in de maand oktober, ze zijn hevigst in de maanden November, De„ cember en April, en vrij zelden in de maan„ den Ianuarij en Maart. Het is bij na onmogelijk, over de bevolking afdeeling en vrugtbaarheid der binnen lan„ den, iets met dragelijke zekerheid opte„ geeven. De vergelijking van verscheidene berechten, behelst ten naasten bij volgen„ de uitkomst oost en west Taman kadawe worden begroot op 1000. huisgezinnen voor de oneenighee„ den met het hoff, hebben de Jnwooners boter, wasch, koning, Nelie en koebeesten naar Trenkonomale te koop gebragt. Het Landschap zal bij 15000. koebeesten heb„ 9 9 ben. De Jnwooners zijn Grootstendeels Malla„ baaren i baaren en Mooren, die weinig geneegentheid betoonen voor de singaleesen. Het staat onder eenen kleinen Dessave die de Zorg van het bestier, aan een ondergeschikt Moorsch hoofd te kalare woonende overlaat. wast Tamankadawe grenst in 't oosten aan de Rivier Macel kinge, in 't wes„ ten aan de keten van heuvelen waar van zo even melding gemaakt is of van het soerelipattoe, in het zuiden aan de Des„ savoni van Matule en in 't Noorden aan de provintie Tamblegam. over de bevolking en de bijzondere voort„ brengzelen van de Dessavoni van Matule weet niemand iets bepaald op tegeeven. Al„ leen stemmen alle berichten over een, dat het zuidelijke geteelte van deeze Dessavo„ nie, eene der vruchtbaarste strecken van het Eiland is. Jn het bijzonder word het land tusschen Narende gravette en kandia„ aller vruchtbaarst opgegeven. De jnwooners zijn meest al singalezen egter zijn er ook 6 ook Moorsche en Mallabaarsche dorpen. Deze Dessavoni grenst in 't oosten aan het Land„ schap Bintane: in het westen aan het soe„ velipattoe en de zeven korls in het zuiden aan de Baljuwschappen, Doembere, Ponci„ pot, en Horspot: en in 't Noorden aan Taman„ kadawe. De Rivier Mavel kinge /:Mahaa welli gan„ gaa:/ is van kandia af, tot aan het Land„ schap Pamankadawe toe, weinig bekend. zeggen intusschen, De meeste berichten plaatsen 20. tot 30. dat ze op zommige roeden breed, en 2. tot 3. vaemen dief is. zij vloeit midden door het Landschap Bintane en Pamankadaie en ont„ last zich bij wingel in zee. langs de oevers van de Mavel kinge, zijn er tot kandia toe weegen, die intusschen voor al in den regen tijd, buiten gemeen kwaad zijn. Hier en daar kan men in den dragen tijd, te voet over de Marel kinge komen. De rivieren van kilwitti en en Patjenkinge, aamen van de Mavel kinge zijn smal en ondiep. Hoe verder het Trinkonomaalsch detactement in de Dessavonie van matule zal kunnen voordringen, hoe gemakkelijker de vereeniging met het middel detachement zal kunnen geschieden, en hoe ligter het weezen zal, de communicatie met het hoofdleger door zwervende parthijen te openen en open te houden. Hoe verre intusschen het Trinkono„ maalsch- detachement, zal kunnen voordringen, hangt af, van deszelfs sterkt van de ver„ deedings aanstalten des vijands, van de ge„ makkelijkheid of moeielijkheid van leevens onderhoud, van het gedrag der provintie Taman kadewe en eindelijk van den voor„ spoed der onderneeming van het hoofd leger. De sterkte van het Trinkonomaalsch deta„ chement, dient zoo bepaald te worden, dat het zelve in staat is het hoofd te kun„ nen bieden, aan een groot gedeelte der kandiasche macht, en wel om volgende reedenen 642 reedenen. Het Trinkonomaalsch detactement staat op zich zelven, afgezondert van het Hoofd leger. Het zoude van het zelve hoogstens na verloop van ses weeken, versterking kunnen erlan„ gen; zoo moeijelijk het voor een talrijk de„ tachement is, leevens onderhoud te vinden, eeven zoo bezwaarlijk kan en zwak de„ tachement zich leevens middelen verschaf„ fen, wijl het zelve buiten staat is, door uitzending van parthijen, nelie en slacht vee op te doen. Een zwak detachement, kan weinig of niets van troeppen missen, om de transporten van levensmiddelen, in Zee„ kerheid te doen aankoomen. Een zwak de„ tachement, is slechts meester van eene klei„ ne streek lands. De uijtgezondene parthijen bestaan uit weinige Detachement wanschap„ pen, die zich uit vrees van overmand of afgesneeden te zullen worden, niet verre van 't detachement mogen verwijderen. Een zwak detachement recht zich zelven binnen eenige maanden, door wagten, patrouillen, nagt
English
night alarms, skirmishing parties, and so forth. A weak detachment inspires no respect in the inhabitants, discourages officers and soldiers, and causes the sense of superiority to disappear, which is so decisive for achieving victory. The history of the last war with the Sinhalese has shown in several instances that a detachment of 1000 men of Company troops is capable of withstanding a large force of the Kandyans. The Trincomalee detachment should therefore, apart from a few hundred men needed to cover the transports, consist of 1000 head. The defensive preparations of the Kandyans may consist of: 1. Opposing with several thousand men of hastily gathered people. 2. Harassing the detachment during the advance. 3. Obstructing the roads with felled trees. 4. Constructing entrenchments. 5. Removing provisions and poisoning water. 6. Attacking the provision transports. 7. An attack on the Batticaloa provinces or on the salt in the coastal villages of the province of Kattoekolompattoe. The Trincomalee detachment being of the above-mentioned strength will be able to overcome these obstacles, and it will be able to advance as far as Konawe, Naijakoembere, Narende Gravette, and even further, and entrench itself there. In particular, one will be able to remove the first difficulty by attacking the enemy, by turning them, or by forcing them to retreat through detachments. Through the second, only individual persons run the risk of being wounded or killed, which initially has very little influence on the entire detachment. The detachment, in this case, will only be able to advance a few hours a day, because posting and withdrawing pickets causes a loss of time. The third causes a loss of time; the fourth can cause dead and wounded during the attack on the entrenchments; the fifth requires making the preparations for securing provisions independent of what one might find in the enemy's country. The same is the most important and the most difficult to eliminate. It is necessary to estimate the quantity of provisions so generously that the detachment does not suffer shortages through the loss of one transport; that the escort of the transports is strong enough and provided with artillery; that in proportion to the distance, an intermediate post is occupied; that the detachment itself sends reinforcements toward the escort, and that in the worst case, the main part of the detachment occasionally makes one or two marches rearward to ensure the safe arrival of the provision transport. To shorten the long line of beasts and coolies, it will be necessary to make the road three to four roeden wide, and parallel to the wider road, to clear narrow paths along which a part of the escort can march. The poisoning of water can only occur in wells. Springs can be cleared and cleaned. An incursion into the Batticaloa lands could likely be repelled by a reinforcement of a couple of companies. The Trincomalee garrison can repel the attack on the salt in the province of Kattoekolompattoe. The ease or difficulty of subsistence depends on the conduct of the inhabitants of the province of Tamankadawe. That they will offer resistance is hardly conceivable. Without weapons, extremely averse to war, and more or less dissatisfied with the extortions of the Kandyans, they will at most flee into the forests. To make subsistence easy in the future, every effort must be made to cause them to return to their villages through promises; if it does not work, there is no other means than to take by force whatever can be obtained. The enterprises of the Trincomalee detachment should be regulated according to the success with which those of the main army proceed. More or less 14 days passing before the Trincomalee detachment can be informed of what occurs with the main army, prudence seems to require not letting the Trincomalee detachment advance deeper into the King's territory at the beginning of the war than is necessary to occupy a suitable place for establishing a magazine. At about a 24-hour march from Trincomalee, and just as much from Narende Gravette, lies the small village of Minerie, which consists of only a few houses. This village, with no other than a few tamarind trees, is situated at the end of a water tank that is three hours' march long and about a third as wide. This tank irrigates, by means of two canals, a large part of the paddy fields of the province of West Tamankadawe. The Sinhalese catch a kind of kingfish in this tank, make dried fish from it, and trade 24000 to 30000 pounds annually to the upper lands. The tank is said to be so full of fish that in the dry months of July and August they are caught by hand. The location, distance, and the abundance of fish from the water tank seem to make this small village the most suitable place to establish a magazine and hospital. The water tank yielding dried fish, and its extensive paddy fields being sown, the procurement of subsistence would already become easier. If the expedition were to proceed in the coming month of December, it would, with the pleasure of Your Right Honorable, in the beginning
Dutch transcription
nagt allarm; parthijen enz: te grond. Een zwakk detachement boezemd den inwooneren geen ont„ zach in, maakt officieren en soldaeten moe„ deloos, en doet het gevoelen van oppermacht verdwijnen, dat tot behaaling van de over„ winninge, zoo beslissend is. De geschiedenis van den laatsten oorlog met de zingaleesen, heeft in verscheidene gevallen getoond, dat een detachement van 1000: man komp:s troepen in staat is het hoofd te bieden, aan een groote magt der kandi„ anen. Het Trinkonomaalsch detactement zoude dierhalven buiten eenige hondert e man, die tot bedekking der transporten noodig zijn, uit 1000: koppen dienen te bestaan. De verdeedings aanstalten der kandianen zul„ len kunnen bestaan: 1:/ in teegenstellinge van eenige duizend koppen geraepend volk. 2:/ Jn harceleeringe van het detachement geduurende den opmansch. 3:/ Jn verkappinge der weegen. 4: Jn 8 84 970 41 Jn aanlegginge van afsnijdingen. 5:/ Jn wegneeminge der leevensmiddelen, en het vergiften van waeter. 6:/ Jn aanvallen op de transporten der levens„ middelen. 7. / Jn eenen aanval op de Battikaloasche provintien of op het zout aan de strand dorpen van de provintie kattoekolom„ pattoe. Het Trinkonomaalsch detachement van de bovengem: sterkte zijnde, zal deze hinder„ paelen kunnen te boven koomen, en het zal tot konawe, naijakoembere, na„ rende gravette en zelfs verder kunnen voordringen, en zich aldaar verschanken. Jn het bijzondere zal men de eerste zwaarigheid kunnen uit den weg neemen, door den vijand aantelasten, door dien te toua„ neeren, of door middel van het detacheeren tot wijken te nood zaeken: door de tweede loopen enkelde individua gevaar, gewond of gedood te worden, dat op het geheele deta„ chement voor eerst eenen zeer kleinen in„ vloed heeft. Het detachement, zal in dit geval, 'sdaags slegts eenige uuren verre„ kunnen wak de t kunnen voorttrekken. wijl het uijtstellen en in„ trekken van posten tijd verlies veroorzaakt. de derde doet tijd verliezen: de vierde kan, bij den aanval op de afsnijdingen dooden en ge„ wonden veroorzaeken; de vijfde vereischt, de aanstalten, tot bezorging der leevensmiddelen, onafhangelijk te maeken, van het geen, men in 's vijands land, zoude kunnen vinden: Dezelfige is de gewichtigste en het moeijelijkst uit den weg te ruimen. Het is nodig, de hoeveelheid van leevens middelen, zo ruim te beraamen, dat het datachement, door het verlies van eenen transport, nog geen gebrek tijde: dat de bedekking der transpor„ ten sterk genoeg en met artillerie voor„ zien zij: dat naar maate van den afstand, een middel post bezet worde: Dat 't deta„ chlement zelf, aan de bedekking verster„ king te gemoed zende, en dat in het nadee„ ligste geval, zomntijds het grootste gedeelte van 't ditachement, een of twee marchen achterwaarts doe, om den transport van lee„ vens middelen in zeekerheid te doen aankoo„ men. Tot verkorting van de lange linie van beesten en koelies, zal het nodig zijn, den weg elgend 9 weg drie â: vier roeden breed te maaken, en evenwijdig met de breedere weg, smalle te kappen, op die een gedeelte van de bedekking van marcheeren. Het vergiften van waeter kan slechts bij putten geschieden. Bronnen kunnen opgeruimd en schoon gemaakt wor„ den. Een inval in de Battikaloasche Landen, zoude denkelijk door eene versterking van een paar kompenien afgeweerd kunnen worden. Den aanval op 't zout in de provintie kattoe„ kolompattoe, kan het Trinkonomaalsch guarni zoen afweeren. De gemakkelijkheid of moeijelijkheid van leevens onderhoud hangt af, van het gedrag der inwooners van de provintie Taman„ kadawe. Dat ze teegenstand zullen bieden is naauwelijks te denken. zonder waepenen, uiterst afkeerig van den oorlog, en meer of min misnoegd, over de knevelarijen der kandianen, zullen ze hoogstens genoomen, in de bosschen vluchten om het leevens on„ derhoud in het vervolg gemakkelijk te maken in ht. maaken, zal men alles moeten aanwenden om ze door beloftens in hunne dorpen te doen wederkeeren vrugt het niet, dan is geen an„ der middel, als met geweld te neemen, wat men machtig kan worden. De onderneemingen van het Trinkonomaal„ sche detachement, dienen gereegeld te worden, naar den voorspoed, waarmede die van het hoofdleger voor zich gaan. meer of min 14: daegen verloopende, al eer het Trinko„ nomaalsch detactement onderricht kan worden, van het geen bij het hoofd leger voorvalt: zoo schijnt de voorsichtigheid te vereisschen, het Trinkonomaalsch deta chement, in het begen van den oorlog, niet dieper in 's konings land, te laaten voor„ rukken, als noodig is, om eene bekwaame plaats, tot aanlegging van een magazijn te bezetten. Omtrent met 24: uuren gaans van Trinkonoma„ le, en even zoo veel van Narende gravette, ligt het dorpje minerie dat slechts uit eenige huizen bestaat. Dit doapje, zonder andere als eenige tammarijn boomen, is. 845 is geleegen aan het einde van eenen watertank die drie uuren gaans lang en omtrent een derde zo breed is. Deze tank bevogtig, door middel van twee kanaalen, een groot gedeelte der nelie velden, van de provintie west Tamankadawe De singaleesen vangen in deze tank, eene zoort van konings vis„ schen maeken er karwaat van, en ver„ handelen Jaarlijks 24000: tot 30000: ponden naar de boven landen. De tank zal zoo veschrijk zijn, dat ze in de drooge maanden Julij en August:s, met handen gevangen worden. Afstand legging, en de veele visschen van den water tank schijnen dit doapje, tot de geschikste plaats te maeken, om een magazijn „ hos pitaal aanteleggen. De water tank karwaat opleeverende, en des zelven uitgestrekte nelie velden bezaaid wordende, zoude de bezorging van leevens onderhoud, reeds gemakkelijker vallen. Jn„ dien de expeditie, in de aanstaande maand December voor zich zoude gaan, zoude met believen van uw Ed: Groot Agtb: in 't begin om
English
beginning of the month of January, when the rains are no longer very heavy, Minerie can be occupied, an entrenchment constructed, and the necessary mandos built for storing provisions and housing the sick. The manner of occupation, as well as the number of troops required for it, will depend on the preparations that the court might occasionally make for the defense of its northern territories. It would be extraordinarily advantageous if Minerie, at the beginning of the operations, could be occupied with merely 300 to 400 men, because then the coolies and pack animals destined for the entire detachment could, within a few weeks, bring a fair supply of provisions and ammunition to Minerie, and furthermore could work on the magazine and the hospital. In all probability this will be the case. Should the court later send off a considerable number of armed men to surround the small number of troops in the entrenchment at Minerie, according to the Sinhalese manner of warfare, or should it be required to advance further along the road to Kandia in order to meet the center detachment that will be dispatched from the main army, then the remaining troops from Trinkonomale could march up to Minerie. Trinkonomale can deliver the provisions across the bay to Tamblegam. Tamblegam would supply Minerie, and Minerie, in case the detachment advances further, would supply the necessary goods to it. Batticaloa could likewise, in the dry season, deliver provisions to Minerie from the Korlepattoe via Kengetorre. The transports between Minerie and Tamblegam run little danger of being disturbed; for greater security, they can pass right through the district of Tamankadewe during the dry season. During the rainy season, it will be necessary to cover the rice and other goods that are subject to spoiling from moisture with raw cowhides. As the detachment advances towards the Gravet, it may sometimes be necessary to construct another small entrenchment between Konawe and Naijakoembere to protect the transports. In this case, a second set of coolies and pack animals would also unavoidably be required, so that one set would go back and forth between Minerie and the detachment, and the other between Minerie and Tamblegam. Among the proper arrangements to provide the detachment with provisions belongs maintaining the full complement of coolies and animals, as well as a regulation determining the weight of the load, the obligations, and the punishments of coolies who run away. From Tamblegam to Minerie, three transports can be made monthly with pack animals and four with coolies. Batticaloa can provide 200 pack animals and Trinkonomale just as many; thus, the Wannias would have to supply 50 to 100. When actually used, it would be good to give each of the pack animals 2 miditen of nelly daily. Along the road there are pastures and also water. By means of the post at Minerie, the district of West Tamankadewe is sufficiently kept in check. East Tamankadewe can best be taken possession of by the Honorable Burnand. As soon as Minerie is occupied, the manifesto, particularly concerning Tamankadewe, can be made known. Because the taking possession of Tamankadewe—in order to begin operations on this side simultaneously with those of the main army—must take place in the month of January and consequently during the rainy season, when the lowlands of Koetjaar are for the most part under water and the rivers overflow, it will be necessary to have the troops that Batticaloa can spare come up to Trinkonomale in the month of October. For the same reasons, Batticaloa will not be able to send transports to Minerie before mid-January. It is probable that the Nogere and Soerelie Wannia will take no part in the war. Both lands are largely inhabited by trading Moors and by Malabars. The former gather wherever there is the most opportunity to make money, and the latter take no interest in under whose rule they stand, so long as they may only have Malabars as chiefs. From Minerie one could, in any case, penetrate into the country of the Soerelie Wannia within 24 hours, for the Soerelie Pattoe borders to the east on Kattoekolom Pattoe, Tamblegam, and West Tamankadawe, and the Dessavony of Matule; to the west on the Nogere Wannia; the borders to the east on the Soekerelie Pattoe, to the west on Moeseliepattoe, to the north on the Wannias; to the south no one can specify the boundaries, it probably abuts against the Mangul Korle and the Seven Korles. Neither of the two lands produces articles of commerce; their conquest would distract too much from the actual objective. It therefore seems best not to interfere with them at all for the present. On the accompanying map two roads are marked to bypass Kandia to the west, namely one via Girihagom and the other via Wewroede. This respectfully accompanies a survey of these and several other roads. Concerning what is required, both in provisions and ammunition, the undersigned takes the liberty of presenting an indication of it herewith for the approval of Your Honorable Noblenesses.
Dutch transcription
begin van de maand Januarij, wanneer de ree„ gens niet meer zeer zwaar zijn, minerie bezet eene schans aangelegd en de noodige mandoes tot berging der leevensmiddelen en zieken gebouwd kunnen worden De wijs van bezettinge, als meede het getal troeppen daar toe nodig zal afhangen van de aanstalten, die het hof zomtijds tot verdee„ ding zijner noordelijke landen, zoude kun„ nen maeken: Buiten gemeen voordeelig zou„ de het zijn, indien minerie in 't begin van de onderneemingen slechts met 300: a: 400: man zoude kunnen bezet worden, om dat als dan, de koelies en draagbeesten, voor het geheele detactement bestemd binnen eenige weeken, eenen tamelijken voorraad van levens„ middelen en ammonitie, naar minerie: zou„ den kunnen aanbrengen, en voorts aan het ma„ gazijn en aan het hospitaal, zouden kun„ nen werken. Naa alle waarschijnlijkheid zal dit het geval zijn was het dat het hof naderhand een aanzienlijk getal gewapend afzond, om het gering getal troefpen in de schans te minerie, naar de b 4e6 de wijs van oorloogen der singaleesen, in te slui„ ten: of dat vereischt werd, verder op den weg naar kandia voor te dringen, om het middel detachement, dat van het Hoofd leger zal afge„ zouden worden, te ontmoeten: dan zouden de overige troeppen van Trinkonomale naar minerie kunnen optrekken. Trinkonomale kan de leevensmiddelen over de baaij naar Tamblegam bezorgen. Tamblegam zoude aan minerie, en minerie in gevalle het detachement verder noodaingt, aan het zelve het noodige leeveren. Batti kaloa zoude in den droogen tijde uit de korlpattoe over kengetorre insgelijks leevensmiddelen naar minerie kunnen lee„ veren. De transporten tusschen minerie en Tamblegam loopen weinig gevaar van ont„ rust te zullen worden, ten overvloede kun„ nen ze in den droogen tijd midden door het Landschap Taman kadewe passeeren. Geduu„ rende den reegen tijd zal het noodig zijn, den rijst en ander goed, dat door vochtigheid aan bederf onderhewig is, met nuuwe koe„ huiden te dekken. Het Detachement tot narende Gravette voor„ dringende dringende, zal het somtijds noodig kunnen zijn, tusschen konawe en naijakoembere, noch een kliene schans tot bescherming der transpor„ ten aanteleggen. Ook zoude in dit geval on„ vermijdelijk een tweede stel koelies en draagbeesten vereischt worden: zoo dat een. stel tusschen minerie en het detachement, en het ander tusschen minerie en Tamble„ gam af en toeging. onder de goede schik„ kingen het detactement met leevensmidde„ len te voorzien, behoord het onderhoud van voltalligheid van koelies en beesten als mede een Reglement waar bij de Zwaarte der last, de verplichtingen en de straffen der koelies, die ontloopen bepaald worden. van Tamblegam naar minerie kunnen met draagbeesten maandelijks drie en met koelies vier transporten gedaan worden. Batti kaloa kan 200. draagbeesten en Trinkonomale even zo veel bezorgen dus zouden de wannies 50: tot 100. moeten leeveren. werkelijk gebruikt wordende zoude het goed zijn aan elk der draagbeesten, dagelijks 2. miditen nelie te geeven. Langs de weg zijn weilanden, en ook water Door den post te minerie, word het landschap west 374 647 west Tamankadewe, genoegzaam in bedwang ge„ houden. oost Tamankadewe kan best, door den E: Burnand in bezit genoomen worden: zoo dra minerie bezet is, zal het manifest, in 't bij„ zonder samankadewe rakende, kund gemaekt kunnen worden. wijl de bezitneeming van Taman kadewe, om de onderneemingen aan deeze kant, gelijk tij„ dig met die van het hoofd leger te beginnen, in de maand Januarij en bij gevolg in den neegen tijd dient te geschieden, wanneer de laage landen van koetjaar grootstendeels onder water staan, en de rivieren overstroomen, zal het nodig zijn, de troepen die Battekaloa kan missen, in de maand 8ber: naar Trinkonomale te laa„ ten op koomen, om dezelve reedenen zal Battokaloa, niet voor half Januarij, trans„ porten naar minerie kunnen doen. Het is waarschijnlijk, dat de nogere en soe„ relie wannia, geenen deel zullen neemen aan den oorlog. Beijde landen zijn grootstendeels bewoond, door koop handel drijvende mooren en door Mallabaaren. . De eersten vergaderen zich waar de meeste geleegendheid is, geld te winnen, en de tweeden stellen er geen, belangen onder wiens heerschappij ze staan, zoo ze slechts zijn, een n hap slechts mallabaaren tot hoofden mogen hebben. van Minerie uit zoude men in alle geval, bin„ nen 24: uuren in het land van den soerelie wan„ nia, kunnen indringen: want de soerelie pattoe grenst in 't oosten aan kattoekolom pattoe; Tamblegam en west Taman kadawe en de Des„ savonie van matule, in 't westen aan de nogere wannia, grensen in 't oosten aan de soekelie„ pattoe. Jn 't westen aan moeseliepattoe, in 't noorden aan de wannias: Jn 't zuiden weet niemand de grensen optegeeven, denkelijk stuit het teegen de mangul korl, en de zeeven korles. - Geen van beide landen, brengen voorwapen van koophandel voort, hunne verovering zoude te zeer van het eigenlijke doelwit afleiden. Best scheint het daarom te zijn, zich voor eerst in het geheel niet met hen te bemoeien. Op de nevensgaande kaart zijn twee wegen aangeteekend, om kandia bewesten rond te gaan, te weeten de een over Girihagom en de ander over wewroede, Deezen verzeld in eer„ bied eene overgaeve dezer en eenige andere wegen. van het benodigde, zo aan provisie als am„ monitie, neemt de ondergeteekende de vrij„ heid ouwel Ed: Groot Agtb: hiernevens eene aan„ wijzing der goedkeuring aante bieden. De
English
To the same as before. The coolies could be sent here from Jaffanapatnam, under the pretext of working on the fortification. Furthermore, humbly requesting to be informed in good time to what extent Your Right Honourable approves the proposals of the humble undersigned, the same has the honour to subscribe this with respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trinkonomale, the 2nd of September, 1792. From Battikaloa 41950. 1/2. paaras of paddy were received this year. The requisition consisted of 30000. parras, so about 11000. parras of paddy above the requisition have been delivered. The requisition was meanwhile drawn up at a time when the garrison was less strong than it is at present. Fifty lasts of rice requisitioned from Kolombo were not sent. The monthly provision amounts to 2600. parras of paddy, and will, in the coming month, after the arrival of the detachments stationed in the Battikaloa district, rise to 3000. The entire paddy remainder as of the ultimate of September is 52733. parras, and the Trinkonomale provinces will yield 8 to 10000. parras in tithes. To the same as before. Since the Honourable Burnand was only able to load the bark de Jonge Willem Arnold with 1350. paaras and cannot give any cargo at all to the bark de Hervatting, to the bark de Chinsura, and to the boat Ceilon No. 1, I therefore humbly request Your Right Honourable's honoured order whether and how much from the Trinkonomale paddy remainder shall be loaded into the aforementioned two barks. The boat Ceilon No. 1 is, in the hope of Your Right Honourable's approval, being loaded with 1000. parras of paddy. We have the honour to be with deep respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trinkenomale, the 3rd of October, 1792. Near Klippenburg, outside Fort Oostenburg, on the 23rd of September, the English frigate the Minerva, with Commodore Cornwallis on board, came to anchor to take in water and firewood. On the 25th, the schooner the Dispatch also anchored there. On the 27th, the English frigate the Phoenix arrived in the northern bay. Commodore Cornwallis having made a request to be allowed to sail this frigate into the cove in order to be able to careen there, I thought to permit this in the hope of Your Right Honourable's approval. I have the honour to be with deep respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trinkonomale, the 3rd of October, 1792. On the 12th of this month, the English sloop of war the Swan anchored in the Northern Bay, on the 15th the English frigate the Perseverant, Captain Smith, and on the 19th the French frigate La Fidèle, Captain Comte de Rosilli. All three captains having made a request to be allowed to sail into the inner bay, I permitted this in the hope of Your Right Honourable's approval, as on account of the approaching monsoon the Northern Bay is no longer deemed safe. I have the honour to be with deep respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trinkonemale, the 22nd of October, 1792. To the same as before. We have the honour to report to Your Right Honourable that as of the ultimate of the recently passed month of October, the following remained on balance: In the Company's main treasury in cash - - - - Rds 25288:11: 3/4 in letters of credit - - - - 1180: - : - Sum Rds 26468: 5: 1/4 In the Company's grain warehouses in paddy - - - - parrs 49220. 1/2 in rice - - - - 344. being provisioned for 12 months In the powder magazines in gunpowder - - - - lb 142605. 2/3 Wherewith we have the honour to be with deep respect. Underneath stood and signed: as before. In the margin: Trinkenomale, the 1st of November, 1792. We take the humble liberty to inform Your Right Honourable that at this moment among the local community almost exclusively fanums are in circulation, and the copper coin has largely been exported from the island to other Company posts, because, according to statements by foreign traders, the cashiers and the common people of other Company posts refuse to accept fanums. The disappearance of copper coin forces the buyer here to purchase as much of his necessities as the full value of one or more fanums amounts to. The absolute impossibility of making purchases so amply in all cases, and the unavoidable necessity under which many foreigners find themselves of having to export only copper coin to their places of residence, has created a spirit of agiotage which the strictest prohibition cannot curb. The consequences thereof are countless disputes among the common people, scarcity and rising prices of foodstuffs, stagnation of the scarcely blossoming trade, and by far the most important, discontent among the garrison. In the future nothing else can be anticipated than the decay of commerce, languishing of agriculture, and diminution of revenues. In the Company's small cash office and among the common people, it is presently estimated that there are more or less 36000 Rds in fanums. In the main treasury there is about 28000 Rds in copper coin. In order, for the present and until Your Right Honourable's gracious remedy, to check the progress of the aforementioned consequences, to halt the too rapid circulation of the
Dutch transcription
f 48 Aan als vooren. De koelies zouden van Jaffanapatnam hier gezonden kunnen worden, onder het voorwend zel aan de fortifikatie te arbijden. —. overigens needrig verzoekende bij tijds te moogen onderricht worden, in hoe verre Hoog dezelve de voorstellen van den needrigen tee„ kenaar goedkeuren, heeft dezelve de eer met ontzach deeze te onderschrijven. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Trin„ konomale den 2. ' September, 1792. -. van Battikaloa zijn dit Jaar ontvangen 41950. ½. paaras nelie. De eisch bestond in 30000. parras, dus zijn omtrent 11000. parras netie boven de eisch geleevert. De eisch is in„ tusschen opgemaakt in eenen tijd waar het guarnizoen minder sterk was dan het tans is. vijftig lasten rijst van kolombo g'eischt zijn niet gesonden. De maandelijksche ver„ strekking bedraagd 2600. parras nelie, en zal in de aanstaande maand, na aan„ komst der detachementen in het Battika„ loasch leggende tot 3000: rijzen. Het geheele nelie restant onder ult:o September is 52733: parras, en de Trinkonomaalsche provintien zullen 8: â: 10'000: parras tiendens opleeveren. wijl en wan„ oe aan„ Aan als vooren. wijl de E: Burnand de bank de Jonge willem Arnold slegts met 1350: paaras heeft kunnen laaden en aan de Bark de Hervatting, aan de bark de Chinsura en aan de boot Ceilon N:o 1: in het geheel geene laeding kan geeven: zoo versoek ik needrig om uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde or„ der, of en hoe veel uit het Trinkonomaalsch nelie restant in voorm: twee baaken zal worden gelaaden. De boot Ceilon N:o 1: word in hoop van uwel Ed: Groot achtb: goedkeuring met 1000: parras nelie gelaaden. wij hebben de eere met diep ontzach te zijn. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /: in margine:/ Trinkenomale den 3:' 8ber: 1792. _. Bij klippenburg buiten het fort oostenburg, is den 23.:' September ten anker gekoomen, het Engelsch fregat de Minerva, de Comodore Cornwallis aan boord, om waater en brand„ hout inteneemen. Den 25:' heeft meede aldaar geankerd, the schoner the Dispatch. Den 27: ' is in de noonder baaij aangekoomen het Engelsch fregat the Phanix. De Comodore Corn„ wallis verzoek hebbende gedaan, dit fre„ gat 97 6e4 Aan als vooren. fragat in de grens te moogen laaten zeilen, om aldaar te kunnen krengen, heb ik gedacht zulks in hoop van uwel Ed: Groot Achtb: goedkeuring te moeten toestaan. Jk heb de eere met diep ontzach te zijn. /:onderstond:/ en geteekend als vooren /:in mar„ gine:/ Trinkonomale den 3:' 8ber: 1792. -. Den 12:' dezer is in de Noorderbaay ten anker ge„ gaan, de Engelsche oorlogs sloep the swan, den 15: het Engelsch fregat the Perse„ verant kapitein smith en den 19. ' het fransch fregat la fidele kapitein comte de Rosilli. Alle drie kapitains verzoek hebbende gedaan, in de binnen baaij te mogen zeilen, heb ik zulks in hoope van uwel Ed: Groot Agtb: toegestaan: wijl van weegen de aannade„ vende Moesson de Noorderbaaij niet meer veilig geoordeelt word. Jk heb de eer, met dief ontzag te zijn. /:onderstond: en geteekend:/ als vooren /: in margine:/ Trinkonemale den 22:' 8ber: 1742. Aan ring n:/ urg Aan als vooren. Aan als vooren. Wij hebben de een uwel Ed: Groot Achtb: te mel„ den, dat onder ult:o van de Jongst gepas„ seerde maand oktober, het volgende per restant is geweest als: In 's komp:s groot geld kassa aan kontanten - - - - Rd:s 25288:11: –¾. aan krediet brieven - -- 1180. — „ Somma Rd:s 26468: s:— ¼ In skomp:s groan pakhuisen . parr:s 49220. ½. - aan Nebij -- 344. aan Rijst zijnde geproviandeerd voor 12. maanden In de kruidkelders aan Buskruid - - - - - lb: 142605. 2/3. waarmede wij de eere hebben met diep ont„ zaah te zijn. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Tnnkenomale den 1. ' November 1792.-: wij neemen de nedrige vrijheid uw wel Edele Groot Achtb: kennis te geeven dat in dit oogenblik onder de gemeente alhier 8 50 977 alhier bij na enkeld fanums in omloop zijn en het koper geld groostendeels, naar andere kompanies plaatsen, van het beland uitgevoerd is: wijl, volgens op„ gave der koop handel drijvende vreemde„ lingen„ de kassiers en het gemeen van andere kompanies plaatzen wijgeren fanum te ontvangen. De verdwijning van het kopergeld noodzaakt den koper alhier van zijne nooddrift zo veel te koopen; als de volle woorde, van een of meer fanums bedraagt. De vol„ strekte onmogelijkheid van den inkoop in alle gevallen zoo ruim te kunnen doen in de onvermijdelijke noodzake„ lijkheid, waar in veele vreemdelingen zijn, van enkeld kopergeld naar hunne woonplaats te moeten uit„ voeren, heeft eenen guest van Agio„ tage geschapen, dien het strengste verbod —¼. ½. verbod, niet beteugelen kan. De gevolgen daar van zijn tallooze geschillen onder het ge„ meen, schaonscheid en rijzing van den prijs der levensmiddelen, stilstand van den prijs der leevensmiddelen, stilstand van den nauwelijks ontluikenden handel en op verre na het gewichtigste, misnoe„ gen onder de bezetting. Jn het vervolg laat zich niets anders te gemoed zien dan verval van den koophandel, kwij„ ning van den Landbouw en verminde„ ring van de inkomsten Jn 's komp„s kleine geldkas en onder het gemeen, zijn na gissing, thans meer of min voor 36000. rd:s fanums. Jn de groote geld kas is omtrent 28000. rd:s aan koper„ munt om voor eerst en tot uwel Ed: groot Achtb: goedgunstige verholping de voormelde gevolgen in hunnen voort„ gang te stuiten, den te snellen omloop„ deg
English
To the same as before. In order to moderate the fanums and introduce some copper money among the public, we have judged it necessary to grant assignments on Jaffanapatnam to private individuals only to the amount of a few thousand rixdollars monthly, because all the money counted here into the Company's treasury consists of fanums, because more money is offered for remittance than Trinkenomale requires, and because, finally, one will always be able to realize in fanums the sums required for Trinkenomale. We have the honor to be, with deep respect. Was signed: as before. In the margin: Trinkenomale, the 29th of November 1792. We have had the honor to receive Your Right Honorable's secret private letter of the 13th and the 30th of November, and that of the 17th of the 1st of this month. We shall comply with what Your Right Honorable has been pleased to order therein, and furthermore have the honor with deep... Was signed: as before. In the margin: Trinkonomale, the 5th of December 1792. We have the honor to report to Your Right Honorable that, as of the end of the past month of November, the following remained on hand here, namely: In the Company's main cash treasury: In cash: rixdollars 31288 stivers 1/4 In credit notes: - Total: rixdollars 31288 stivers 1/4 In the Company's warehouses: In husked rice: parras 250 In paddy: parras 30021 being provisioned for 8 months. In the powder magazines: In gunpowder: lbs 140950 1/2 We furthermore have the honor to be, with deep respect... Was signed: as before. Trinkenomale, the 6th of December 1792. Agrees: Dijbrands, First Clerk. To the same as before. The French frigate La Fidèle departed from the inner bay on the 10th of this month. The pilot Vincent Casart had to remain on board, because his ballang, on account of the heavy sea, did not dare to approach the frigate. We have the honor to be, with deep respect. Was signed: as before. In the margin: Trinkenomale, the 13th of December, Anno 1792. To the Right Honorable, High Commanding Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies, alongside the Council, Colombo. Right Honorable, High Commanding Lord! His Excellency's honored dispatch of the 13th of this month, the delivery of which indeed required haste, was received by me yesterday afternoon, as the enclosed envelope indicates when that letter passed the posts. The rain will have made the rivers impassable, whereby the swifter delivery will have been prevented. If the Company's Württembergers marched off with a company of Easterners four days after the dispatch of Your Right Honorable's aforementioned letters, which would be the 17th or 18th, then their condition, both in the Mannar district and at Widdeteltivoe, cannot be of the best due to the unexpected arrival, since none of the necessary provisions will have been brought in full. I have, however, immediately last night dispatched the necessary orders to provide for everything needed. Your Right Honorable will be pleased to consider the impossibility of preparing the necessary temporary sheds for shelter at the posts in so short a time; and even assuming the orders in this regard had arrived earlier, it would not have availed anything concerning the lodgings, for olas to cover them do not grow here in this country. Straw is also not available at this time, though in the months of March through September, when the sowing season begins again, there is as much as one desires; but after the plowing nothing remains, as it is consumed by the plow buffaloes that are stabled at that time. Leaves of trees are not covering enough against the rain, so that in this case I cannot accommodate those marching, and I pity them on account of the bad road covered with water and mud. It will cause a large portion of the troops to fall into sickness and possibly take them away if the rain continues. Not to be verbose, I refer regarding this matter to my humble letter of the 2nd of January last to Major Fornbauer. Regarding the encampment to be pitched here for 600 or more men, I also wrote yesterday evening. For the objective that is intended therewith, one can choose no other place for this than Moelletivoe itself, situated halfway between Jafna and Thinconomale. I shall therefore have the necessary timber brought in to erect the sheds, and for covering them nothing better could serve at present than cadjans, which must be brought from Jafna by water to the passes and from there overland to here, with which the costs of 24 to 30 coolies will be required. According to His Excellency's honored pleasure, I will very gladly assist the committee regarding the inventory of necessary ammunition, and provide advice on what further seems necessary to me to be carried out.
Dutch transcription
85 978 Aan als vooren der fanums te matigen en iets kopergeld onder de gemeente te brengen, hebben wij nodig geoordeelt, maandelijks slegts voor eenige duizend rd:s assignatien op Jaffanapatnam, aan particulieren te verleenen: wijl al het geld, dat hier in 'skomp:s kas geteld word, in fa„ nums bestaat: wijl meer geld ten ovir„ making aangebooden word, dan Prin„ kenomale nodig heeft en wijl eindelijk in fanums men altoos de sommen zal kunnen op doen, die voor Trinke„ nomale vereischt worden. wij hebben de eere, met diep ontzach te zijn. /:onderstond en geteekend:/ als vooren 29: /:in margine:/ Trinkenomale den 9ber: 1742. -. Wij hebben de eer gehad te ontvangen uw wel Edele Groot Achtb: sekreete Parkulaire brief van den 13:' den 30: 9ber: en dien van de Aan des vooren. van den 17. ' den 1: dezer wij zullen het geen uwel Ed: groot Achtb: daar bij hebben gelieven te gelasten nakoomen en hebben voorts de eere met diep. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Trinkonoma„ le den 5:' december 1792. -. wij hebben de eere uwel Ed: groot Achtb: te melden, dat onder ultimo van de gepas„ seerde maand November het volgende per restant alhier geweest is, als Jn 's komp:s groote geld kassa „ aan kontanten - - - - - - Rd:s 31288. st ¼. aan kredit brieven - - -- —. Somma - rd:s 31288: —„ In 's komp:s Pakhuisen aan tlijst - - - - - - - Parr:s 250. —. —. aan Nelij - – - - - - - - „ 30021. —. —. zijnde geproviaendeerd voor 8. maanden In de kruidkelders aan Buskruid - - - - - - lb: 140950. 7/2. wij hebben overigens de eere, met diep ontzach te ¼. 65 979 Aan als vooren Het fransch fregat la fidele is den 10: dezer uit de binnen baaij vertrokken. De loots vincent Casart heeft moeten aan boord blijven: wijl zijn ballang, van weegen de holle zee, het fregat niet heeft durven naderen. wij hebben de eere, met diep ontzach te zijn. /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:in mar„ gine:/ Trinkenomale den 131: December A„o 1792. -. te zijn. /:onderstond en geteekend:/ als vooren Trinkenomale den 6: December 1792. Akkordeert Dijbrands Eiklerk het ¼. en ƒ „1 1 980 Aan den wel Edelen Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heek„ Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon en dees Resorte Nevens den Raad. Kolombo. el Edele Groot Achtbache, Hoog Gebiedeerde Heer! Hoogst denzelver gevenekeerde Missive van den 13. deezes welker bestelling wel hadde haast vereijscht, is bij mij gisteren Nademiddag ontvan„ „gen gelijk binnen leggend convert aanwijst, wan„ „neer die brief de posten is gepasseert. De reegen zal de Rivieren ondoorwaadbaat gemaakt hebben waar door de spoediger bestel„ „ling zal verhondend zijn. Als dan de Comp:s wirtenburgers met een komp:e oosterlingen vier daagen naar het afgaan uwer weled: Groot achtb: letteren voormeld zijn, afgemarcheert welk den 17of 18. zijn zouden # # zoo zal hun onstraal zoo in het mannaar„ „sche als te widdeteltivoe door de onverwagte aankomst niet te bestig zijn kunnen wijl van 853 83 de de nodrige verstrekkingen niets zal in geheel, „heid zijn gebragt ik heb egter ten eersten gepas„ „seerde nagt nog de nodieije orders er toe afge„ vaardigd om al het noodige te besorgen. uwelEd:e Groot achtb: zal gelieven te Consideree„ „ren de onmogelijkheid van de nodiege op stallen tot lijfberging op de posten in gereedheid te bren„ „gen in zoo korte tijd en genoomen ook de bevee„ „len diend halven mogte vroeger zijn ingekoo„ „men, zoude het belangende de Logementen niets baaten want olassen tot dekking der„ „zelve wassen hier te landen niet stroo heeft men in deeze tijd ook niet maar wel in de maanden Maart tot zber dat de zaaijtijd weeder begind zoo veele als men begeerd dog na de verloeging niets meer als verkon„ sumeerd zijnde door de ploeg suffels die in de tijd gestald worden Blaanden van boomen zijn niet dekkende genoeg voor de Regen zoo dat ik in dit geval die Marcheerende niet kan tegemoet koomen en ik beklaag hum wegens de slegte weg van water en slijk bedekt het zal een groot gedeelte der troepen doen in ziektens vervallen 24 981 8 vervallen en mogelijk weg neemen zo de negen aanhoudt Om niet wijdlopig te zijn refereere ik mij we„ „gens dit stuk aan mijne nedrige letteren vanden 2. Iann: I: L: aan den heer Majoor Fornbauet weegens het heir op teslaanen Compement voor 600. of meet Man heb ik meede gister avond nog geschreeven. Tot het oogmerk welk er meede bedoeld word kan men geen ander„ plaats hier toe verkiesen als Moelletivoe self als halver weegs geleegen tusschen Jafna en ThinConom: ik zal dies de nodige houten laaten aanbrengen tot opslaan vande op stullen en tot dekking der zelver zoude thans niet beeter kunnen dienen als Karsengoes die van Jafna overwater tot de passen en vandaar overland tot hier moeten gebragt worden waarmeede de kosten van 24. tat 30. koelies zullen gemoegd Volgens hoog derselver g'Eend goedvinden wel ik zeer gaarne assisteeren bij de Commissie wegens de op„ „ neem van benodigde Ammonitie en van advijs dienen wat mij verder dicht nodig te zijn te moete worde gewerkstelligt. 854 83 Voor zijn.