VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3976

Ceylon · 1,488 pages · 246 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3976_0110 view scan ↗

English

had spoken. In the meantime he had requested, through the resident of Kilkare, a free pass for his vessel to Colombo, but the resident sent the messengers back with the reply that he could neither send nor grant passes to the Teuver nor to his subjects without our special prior knowledge, since the Teuver had seen fit to keep our textiles detained for nearly two months without allowing them to pass, and moreover he has provided no justice to our complaints regarding all further molestations and insults; and because a sloop was just ready to depart for Colombo, we respectfully informed Your Right Honourable regarding this refusal of passes by our letter of 25 November last, with the request to obtain their approval on this matter, and especially whether we should continue to refuse the granting of passes until the Teuver had rendered justice to our complaints; but prior to receiving Your Right Honourable's disposition regarding this matter, we received a letter from the Teuver dated the 4th of this month, wherein he merely mentions the receipt of our letter of 7 November, and that he would answer it further, as he was at Tirupalani enjoying the hunt and intended to spend a few days there before returning to Ramanathapuram, and also 751 because, besides this, a marriage was pending at the Court. Meanwhile, the servants of the Teuver came from time to time asking for passes, but the residents of Kilkare repeatedly dismissed them with a refusal, saying that our textiles must first be released before they could think of passes. This put the regent, who employed all kinds of means and ways to obtain passes, in great embarrassment, but the residents steadfastly rejected all requests for passes; and since there was much hope that the Teuver and his minister would be forced by this means to release our textiles, which they stubbornly kept detained, we suspended for a few more days the execution of Your Right Honourable's highly esteemed order, conveyed by letter of the 4th of this month, to grant the requested passes to the Teuver; but meanwhile informed Resident Entink of the aforementioned order, in order to make use of it if in a few days our objective was not achieved. Since then, we received word from Kilkare that the Maniagar had made a further request for passes; that upon the answer of Resident Entink, that the same would be granted as soon as the textiles were released, Revised van Geiszel released, the Maniagar had given an assurance that he would allow the textiles to pass within a few days if the passes were granted; and that to the question of what security he gave so that we could rely on his word, the Maniagar had replied that no further security was necessary, since the vessels, departing for our possessions, it would be up to us to detain them if the promise was not kept, and that we therefore need not doubt his word. We have therefore thought it improper to delay any longer, in accordance with Your Right Honourable's order, to have the requested free passes issued to the Teuver; and we have thereby instructed the residents to inform the Teuver himself or his ministers on this occasion, as they deem best, that the passes have been granted by us solely on the promise of the Maniagar that our textiles will be released within a few days, and in the trust that the Teuver will take fair reflection upon our complaints and will provide the Company with adequate satisfaction for the insults and damages inflicted upon them. With the King of Travancore nothing of note has occurred. We have the honour to remain with all respect, [underneath stood] Right Honourable, Highly Respected Sirs, Your Right Honourable's humble and faithful servants, [was signed] M. Mekern, D. v. D. Dreesen, J. van Spall, and F. Dammann. [In the margin] Tuticorin, the last day of December 1792. Agreed. Ribrands Eyckern No. 16 Copy of received letters from Coromandel in the year 1792 No. 174: 752 Pointe de Galle To the Right Honourable Sir, Pieter Sluijsken, Senior Merchant and Commander there, together with the Council. Right Honourable Sir and Right Honourable Sirs, Pursuant to orders of the Stern Government of this coast, there is being dispatched today to Your Honours the Company's sloop De Stelling, laden with 232 bags of Colombo and bales and cases, to be further examined by the accompanying invoices and bills of lading. I furthermore take the humble liberty to forward a box marked [illegible] tied with cross-rope and sealed, containing a letter packet addressed to Their High Excellencies the Noble High Indian Government, one ditto for the Right Honourable, Stern Government of Ceylon, one ditto to Your Right Honours, to which I respectfully refer myself, and three private letters. Herewith I respectfully offer Your Right Honours a copy of a letter from the Government of this coast to me, whereby Your Honours, if it please, will be able to see how I am ordered to request Your Right Honours, [illegible] humbly herewith

Dutch transcription

gesprooken hebben: Jn tusschen leet hij van den resident van niekare verzoeken, om een vrije pas voor zijn vaar„ „tuijg na Rolembo, dog de resident zend de boddschap„ pers terug met 't andwoord, dat hij nog aan den Teu„ „ver nog aan zijne onderdaanen passen sende nog mog„ „te verleenen, zender enze speciaale voorkennis, al„ „zoo de Teuven heeft kunnen goed vinden, om onze lij„ „waasten, bij na twee maanden lang g'arresteerd te„ „houden, sonder dezelve klaaten passeeren en ver„ „niets hij op enze klagten over alle vordere molesten en beleedigingen, geen regt bevorgd heeft, en wijl 'er Juist een sloep gereed lag, om na kolembo ke„ vertrekken, hebben wij uwelEdle Groot agtb van deeze wijgering van passen eerbiedig Kennis gegieven bij enden brief van den 25. November J:o L, niet verzoek om voogst derzelven goed vinden daar „op temoogen erlangen, en insonderheid of wij het verleenen van passen souden blijven wijgeren, tot dat de Jeuver op ende klagten zenden hebben tregt gedaan, dog voor den ontvangst van uwelEd: Groot agtb des positee hier omtrend. kreegen wij een brief van den Jerver van den 4:' deser, waarbij eenelijk meld, den ont„ „vangst van onsen brief van den 7:' November, en dat hij daarop nader soude antwoorden, also hij zig te Tir„ pelanie bevend, en is vermaak van de Jagt en al„ „daar eenige daagen meende door tebrengen, eer hij naar Ramenadewaram terug keerd, en also 'er buijten 751 buijten des een Muwelijk aan 't Hoff voor handen was Jntusschen kwaaman de bedienden van den Terver van tijd tot bijd vraagen em passen, maar de residenten van Kalkare hebben hen telkens met een wijge„ „rend antwoord afgezet, zeggende: dat eerst onze lijnwaaten mogten werden gelargeerd, een ze om passen konden denken. Dit bragt den rijks besteer„ „der, die allerhande middelen en weegen in 't werk stelde, om passen te krijgen in groote verleegend„ „heid, dog de residenten hebben stand vastig alle aanzoek em passen afgeweesen, en vermits 'er veel hoope was, dat de Juiver en szijn Minster door dit middel souden gedwongen worden, om onze lijnwaarten, die zij hard werckig g'arres„ „teerd hibden, te ontslaan; hebben wij uwel Edele Groot agtb: hoog g'eerde endre, bij missive van den 4.' deser, im de gevraagde passen aan den Terven tever„ „leenen nog eenige daagen beuijten nn't voering gelaa„ sen, maar intusschen den resident Entink van gemelde ordre onderrigt, om daar van gebruijk k„ „kunnen maaken, wanner in wijnige dagen en voog„ „merk niet berijk wierd, sedert kreegen wij berigt van niekare, dat de Manigaar nader verzoek gedaan had en passen, dat op het antwoord van den Resident Entink, dat dezelven zenden verleend werden, zo dra de lijwaaten zenden zijn gelargeerd Nagezien van Geiszel gelargeerd, de Manigaar toezegging gedaan had, dat hij de lijnwaaten binnen wijnige daagen soude laaten passeeren, wanneer de passen weerden verleend, en dat op de vraage, welke zekerheid hij gaf, dat wij op sijn woord konde staat maaken, de Manigaar g'antwoord had, dat er geen zekerheid meer noodig was, daar de naar „tuijgen, naar onze besittingen vertrekkende dat aan ons soude staan om ze aan tehouden, indeen de belofte niet nagekoomen wierd, en dat wij dus aan sijn woord niet behoeften te twijffelen wij hebben derhal „ven gemeend, als nu niet langer temoogen iitstellen, om overeenkomstig uwel Edele Groot agtb bevel, de gevraagde vaije passen aan den Tenverkelaaten afge„ „ven en wij hebben daarbij aan de residenten gelast, om bij deese geleegendheid, dat zij aan den Jeuwver Tzielve of aan zinen Ministers zo als zij dit best oordelen kennis te geeven, dat de passen door ons verleend zijn, alleen op de toesegging van den Manigaar dat onze ljuwaaten binnen wijnige dagen zullen worden gehar„ „geerd en in vertrouwen dat de Terver op onze klagten een billijke retlexie slaan en aan de Comp: voldoende satisfactie besorgen zal voor de beleedigingen en nadeelen haar Ed: daarmeede toegebragt. Met den koning van Jaevankoor is niets van aanmerking voorgevallen. wij hebben de eer met alle eerbeeden vrouwe te blijven /onderstond/ wel Ed. Groot agtb: Hoog Ggeb: Weer miver w0 Eldl Groot agtb: onderdanige en getrouwe Dienaaren /was geteek:/ M. Mekern D: v: D: Dreesen, J: van Spall en F Dammann /i mar„ gine/ Cutukorijn den laasten december 1792. Accordeerd. Ri No. 16 brands Eykeern kopia ontvangene Brienen van kormandel in het Jaar 1792 No 174: 752 Punto Gale Aan den Wel Edelen Agtbaren Heer. Pieter Sluijsken OpperKoopman en Commandeur aldaar Neven den Raad Wel Edele Agtbaare Heer, en Wel Edele Heeren. Ingevolge ondren der Gestrenge regeering, deese kuste, koomen op heeden na uwel Ed waards te depecheeren, s Comp„s Sloep de stelling, belaaden met 232 Patriasen Colombos en Pakken en Kasjes, nader en Linden te beschouwen, bij nevens leggen factuuren en Cognossementen. Jk neemen alverders de Nedrigen vryheid te doen dienen, ten geleiden van Een D0 Je gemerktik met een Kruijstouw voo en verzegeld, waar in een brief Pach beschreeven aan haar hoog EdelHeede den Edele Hooge Indiase Regering, Een dito voor de weled: Gestr: Regeeringve Ceilon, Een dito aan uwelEdele Agtbaa heedens, waar aan ik mij Eerbiedigly refereeren, en drie Particuliere brieven Hier bij bieden uwel Edele Agtbaare reveren lyk Copia, P. P: van een brief van den Ge regeering deser kuste aan mij waar bij Ed: Agtbaaren des behaagende, zal kunnen ge hoer gelast ben uwel Edele Agtb: te verzoeken, g ootmoedig bij deese 2

NL-HaNA_1.04.02_3976_0116 view scan ↗

English

humbly request hereby, in case upon the arrival of the Herstelling the return ships might already have departed, to send the packets to the Indian Principal Place, otherwise directly to the Netherlands. Furthermore respectfully append hereto extracts from two separate missives from the Esteemed Government at Palliacatta, from which Your Honourable Worships may kindly observe the intention of the aforementioned government regarding the Company's sloops, and the gold chests for Coromandel brought to Ceylon, to which I take the liberty to refer; being unable to omit bringing to Your Honourable Worships' highly esteemed notice that on account of discovered defects in the sloop De Zeerob and the passing of the monsoon, it is well to be expected that the aforementioned sloop De Zeerob will not be able to undertake the voyage towards Your Honourable Worships, and that the circumstances have required, instead of Second Lieutenant Draatzier, placing the Boatswain Jan Adolff in command of the Herstelling and sending along the Helmsman Mulder as pilot, to whom an advance has been made here of Pagodas 10.-.-. With this vessel sails as a passenger the former bookkeeper and commissioner in the Company's trade warehouses at Palliacatta Hendrik Diedrik Beekman, two children and slaves. 753 The soldier of the Jaffanapatnam detachment, Anthonij Mysner of Haagelve, who remained in the hospital at Palliacatta, also sails with this sloop; the pay memorandum of wages received at Palliacatta, I have moreover the honour to present reverently hereby to Your Honourable Worships, on the margin of which has been made known what the aforementioned Anthonij Mysner has received here, regarding which we humbly request to attend to his settlement. Also accompanies this the Palliacatta pay memorandum of three recruits for Ceylon, namely the soldiers: - Hendrik Bourmeester - Michiel Kiebe and - Fredrik Keuhle Also enclosed herewith is the pay memorandum from Sadraspatnam regarding what was advanced to these people at that office, I having made known on the margin of that paper for the information of the paykeeper the amounts disbursed by me here to the aforementioned crew members; of these three recruits having deserted last night Michael Hublen and Frederik Keuhlen, not having failed to send out men in pursuit. Furthermore accompanied by two memoranda, namely: A copy memorandum of advanced wages, subsistence, and advance monthly pays, to the seamen stationed on the chaloup the Herstelling, in order to proceed accordingly in the event of any future advance, the crew members mentioned therein having received no further wages nor advance monthly pays other than noted therein; being unable to omit mentioning that Jan Fredrik Meijer is no longer stationed on the Herstelling, and in his place has been appointed Jan Grabo of Lubeek, earning f 11.-.-. 2. Since he and Benjamin Scheerbekker are running on debt accounts, no more can be advanced to them than one advance monthly pay each; and: A memorandum of advanced board money and rations to the crew of the aforementioned sloop until the end of March next. I wish this vessel such a prosperous and fortunate voyage that it may still meet the return ships and hope at the same time that the cargo and paper goods will be delivered dry and in good condition, requesting therefore, very humbly, to give the required notification concerning the execution hereof to this Coromandel government. I have furthermore the honour to be, with the utmost and most perfect sentiments of high esteem and due respect, underneath stood: Honourable Worshipful Sir and Honourable Sirs lower: Your Honourable Worships' very humble and obedient servant was signed: L. C. Topander in the margin: J. A. Rabinel, Porto Novo the 5th of February 1792. 754 Colombo To The Right Honourable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon with its Dependencies, together with the Council. Right Honourable Sir & Sirs, Pursuant to the esteemed order to the Government of this Coast, I take the liberty to present to Your Right Honourable Worships for further dispatch the enclosed packet to the Right Honourable High Indian Government at Batavia, containing both Company letters and papers that were in the care of the Master of the Private Bark the Commercie and have been reclaimed from him, as well as the provisional report of the accident of the said vessel, which, while completing its cargo in these roads, unexpectedly sprang a heavy leak under water, which increased to such an extent that the vessel [illegible]

Dutch transcription

ootmoedig bij deeze versoeken indien bij arrive Van de herstelling, de retourscheepen reets mogte weesen vertrokken, dan de pac„ ken naar de Indiasen Hoofdplaatse te zenden, anders direct Naar Nederland. Nog voegen eerbiediglijk hier bij Extracten uit twee onderscheide missives van de Gestr: Regeering te Palliacatta, waar bij uwel„ Ed: Agtbaare des gelieven kan beoogen, de Jntentie van welmelde regering betreffende Comp„s sloepen, en de goud kisten voor Cormandel op Ceylon aange¬ bragt, en waaraan ik mij verstoute te refereeren; kunnende niet voorbij, uwel„ Ed: Agtb: ter hoog G'Eerde Kennisse te brengen, dat weegens ontdekte gebreeken in de Sloep d' Zeerob, en 't verloopen van de Mousson, het wel te denken is, dat wel„ melde Sloep de Leerob de reijse naar UwelEd: Agtb: waards niet zal kunnen Onderneemen, en dat het geval ver„ Eyscht heeft Insteede van den sous¬ Luijtenant draatzier, den Bootsman Jan Adolff in commando te stellen op de Herstelling en den stuurman ƒ Mulder tot loots meede te geeven aan wien een verstrekking alhier is gedaan van Pa/o. 10„-„ Met deese boodem vaart als Passagier over den Geweesen boekhouder en Gecommitteer„ dens in 'sComp„s Negotie Pakhuisen te Pal„ liacatta Hendrik Diedrik Beekman twee kinderen en slaaven 753 Den Zoldaat aan 't Jaffanapatnams ditache ment, Anthonij Mysner van haagelve te Palliacatta in het Hospitaal verbleeven vaart meede met deese sloep, de notitie van ten Palliacatta genotene zoldijen, heb„ ber meeder der eezen uwelEdelen Agtb: bij de„ se reverentelyk aante bieden, waar bij op zij hebben bekend gesteld, hoe wel gemelde Anthonij Mysner alhier genooten heeft waar aan ootmoedig verzoeken zynen rigtigheyd teversorgen Nog verseld hier bij deese Palliacatse zoldij notitie van drie recruten voor Ceylon Na„ mentlyk de zoldaaten. - Hendrik Bourmeester Michiel Kiebe en Fredrik Keuhle Ook legt hier bij zoldij memorie van Sadrasp: ue gens het verstrekte aan haar lieden op dat Comptoir, hebbende ik op zij van dat Papier tot 't narigt van den zoldyhouder bekende steld het bedraagen, door mij alhier aan voormelde manschappen e eerste zijnde van deeze drie recuuten in de Gepasseerde nagt gedeserteert Michael hublen en frederik Keuhlen hebbende niet gemankeert manschappen ter ag terhaling uyttezenden—. Alverders verzeld deesen twee memorien als. Een Copia Memorie van Verstrekte Gagie Subsivie en Goede maanden, aan de ze vaarende op de Chialoup de herstelling beschiden, om bij Eenige tedoene ve 0 Strekking . tr eer sal Nagezon strekking, daar na te kunnen, te werk gaan, hebbende daar bij vermelde mantz: geen verdere gagie nog goede maanden genoo„ Lem, als daar bij genoteert staan, kunnen„ - der niet voorbij temelden, dat Jan fredrik Meijer niet meer op den herstelling beschyden is, en in, zijn plaatsen daar opgesteld ƒ is Jan Grabo Van Lubeek winnende ƒ11. —. 2. Vermits hij en Benjaming scheer¬ bekker op schuldreekeningen loopen kunnen aan haarlieden niet meer worden, verstrekt dan ieders Een Goede¬ maand, em: Een memorie van verstrekte Kostgeld en randsoenaan den Equipagie van Welmelde sloep tot ultimo maart aan„ staande Ik wensche deese boodem een zoo Voorspoedige en Geluckige reijze dat die nog de Retourscheepens mooge aantreffen en Verhoopen teffens dat de Laading en papier goed, droog, en welgeconditioneert zullen worden overgebragt, verzoekende mits dien, zeer ootmoedig, van de verrigting hier omtrent der verEijschte Kennisse aan deeser Cormandelse regeering te geeven Jk heb overigens de Eeren met den meeste en volmaakste gevoelens van Hoog ag¬ tingen verschuldigde ontzag te zijn. /:onderstond /: wel Edele Agtbaare Heer en wel Edele heeren /: lager /: uwel Edele Agtbaare zeer onderdanige en gehoorsaamen dienaar /:was getekend/: L„t C„s Topander /:in margine/: J: A: Rabinel „ 1 Porto nove den 5 februarij 1792 2 754 Colombo Aan Den Wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsche Jndie, mitsgaders Gouverneur en directeur van 't Eyland Ceilon Met dies onderhoorigheeden, neevens den Raad. Wel Edele Groot Achtbaare Aa & Heeren Jngevolge der geeerde order aan de Regeering deese Kusteneem ik de vryheid aan UwelEdele Groo Achtb: ter verdre adresse aan te bieden ingesloten Pakket aan de Edele hooge F dische Regeering te Batavia behel„ de zo wel Compagnies brieven en Papiere die onder bestelling van den Gezagh ber van de Particuliere Bark de Con mercie waren, en van den zelven afgeeisc„ zijn, als 't provisioneel bericht van 't ongeval van Gemeld Vaartuijg, dat on„ der 't Completeren van desselfs lading ter deezer Reede, onverwagt een Zwaa lek onder water gekreegen heeft, dat z danig toenam dat men den Bodem Lol 1 5 6 Nagezin strekking, daar na te kunnen, te werk gaa hebbende daar bij vermelde mantz: geen verdere gagie nog goede maanden gen ƒ lem, als daar bij genoteert staan, kun 5 der niet voorbij temelden, dat Jan fredri Meijer niet meer op den herstelling beschyd ƒ is, en in, zijn plaatse daar opgeste is Jan Grabo van Lubeek winnende/ 2. Vermits hij en Benjaming Schee bekker op schuldreekeningen loopen kunnen aan haarlieden niet meer worden verstrekt dan ieders Een Goe maand, em: Een memorie van verstrekte Kostgel „ en randsoengaam den Equipagier van Welmelde sSloep tot ultimo maart aan staande Jk wensche deeser boodem een 't Voorspoedige en Geluckige reijze dat die no de retourscheepen mooge aantreffen Verhoopen teffens dat de Laading en papi goed, droog, en welgeconditioneert zull worden overgebragt, verzoekende mis dien, zeer ootmoedig, van de verrigt hier omtrent den verEijschte Kennisse deeser Cormandelse regeering te geeven Jk heb overigens de Eeren niet der mees. en volmaakste gevoelens van Hoog tingen verschuldigde ontzag te zijn /:onderstond /: wel Edele Agtbaare Heer en weer heeren / /:lager /: uwel Edele Agtbaare zeer onderdanige en gehoorsaamen dienaar /:was getekend /: L„k C„s Topander /:in mar„ I: A: Kabinel „ Portonovor den 5 februarij 1792

NL-HaNA_1.04.02_3976_0121 view scan ↗

English

754 Kolombo To the Right Honourable, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceilon and its dependencies, together with the Council. Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen, In consequence of the esteemed order to the Government of this Coast, I take the liberty of presenting to Your Right Honourable for further forwarding the enclosed packet to the Honourable Supreme Indian Government at Batavia, containing both the Company's letters and papers that were in the care of the Master of the private bark De Commercie and have been reclaimed from him, as well as the provisional report of the accident of the said vessel, which, while completing its cargo in these roads, unexpectedly sprang a severe leak below the waterline that increased to such an extent that the vessel had to be emptied down to its ballast, so that the Company's bales also had to be unladen, which were on board for the Indian capital, are greatly damaged, and are to be dispatched to Gale as soon as the damaged linens shall be remedied. I have the high honour to be, (at the foot) Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen, (lower) Your Right Honourable's very humble and obedient servant, (was signed) P. J. Dormieux, (in the margin) Nagapatnam, the 25th of February 1792. Agrees, Hijbrands, First Clerk. 755 Ceilon To the Right Honourable, Highly Esteemed Sir, Willem Jacob Van de Graeff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, As well as Governor and Director of the said Island and the jurisdiction thereof, Together with The Council at Kolombo. Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen, We hope that our last letter of the 29th of October 1791 will have already been duly delivered, and we hereby acknowledge receipt of the esteemed letters which Your Right Honourable and Honours did us the honour to write on the 18th of November and the 5th of December past. We thank Your Right Honourable and Honours for the polite communication concerning the three chests of gold received from the Netherlands for our government, and the precaution taken by Your Right Honourable and Honours for sending hither, directly of two chests, and subsequently of the third chest, for which Your Right Honourable and Honours had previously made disposition on account of the ships remaining behind; rejoicing to see the cessation of the inconvenience of the shortage of money upon the arrival thereof. As regards the consideration proposed to us for having the aforesaid three chests of gold reach here with the least risk: we find it altogether unadvisable to let this happen overland, since things to the south are not yet safe, with the roaming marauders of Tipu Sultan. After the written notification given by Your Right Honourable and Honours to the Commander and Council at Jaffanapatnam, some arrangement has perhaps already been made there to send all three chests with gold, either together or in parts. Nevertheless, as both our sloops are within a few days to undertake the voyage to Gale with bales for Europe and Batavia, we shall give orders that as soon as they have unladen there, one of them, and namely in particular the Zeerob, on its return call, if possible, at Jaffanapatnam and otherwise at Punto Pedro, to take in the gold that might not yet have been dispatched, even if it were all three chests if need be, and bring it hither, although we hope that, following the order of Your Right Honourable and Honours, the dispatch by the cruising boat may have taken effect in whole or in part, since we, 756 because of the little gold received from Batavia, find ourselves in great embarrassment both on account of the necessities for trade and for meeting the current expenses of the government. We thank Your Right Honourable and Honours for the packets sent to us from the Netherlands and from Batavia, and shall send those for Bengal thither at the earliest opportunity; while the letter to the Court of Justice has been duly delivered. We send a copy of this to Jaffanapatnam in accordance with Your Right Honourable and Honours' intention, having furthermore the honour to remain with all esteem, (at the foot) Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen, (lower) Your Right Honourable's very willing friends and obedient servants, (was signed) Jacob Eilbracht, Jacob Sander Raeff, F. Winckelmans, J. P. Bloemer, S. Hasz, (in the margin) Palleakatta in Fort Geldria, the 4th of January 1792. To the same as before. Our most recent of the 4th of this month, dispatched over the ordinary land route to Jaffanapatnam, we hope may have already been well delivered; for safety's sake we have the honour to attach the duplicate thereof hereto, which in original by sea to Gale

Dutch transcription

754 Kolombo Aan Den Wel Edelen Groot Achtbaaren Hee Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsche Jndie, mitsgaders Gouverneur en directeur van 't Eyland Ceilon Met dies onderhoorigheeden, neevens den Raad. Wel Edele Groot Achtbaare Aa &Heeren Jngevolgen der geeerde order aan de Regeering deese Kusteneem ik de vryheid aan UwelEdele Groo Achtb: ter verdre adresse aan te bieden ingesloten Pakket aan de Edele hooge F„ dische Regeering te Batavia behel„ de zo wel Compagnies brieven en Papiere die onder bestelling van den Gezagh ber van de Particuliere Bark de Con mercie waren, en van den zelven afgeeisch zijn, als 't provisioneel bericht van 't ongeval van Gemeld Vaartuijg, dat on„ der 't Completeren van desselfs lading ter deezer Reede, onverwagt een Zwaa lek onder water gekreegen heeft, dat z danig toenam dat men den Bodem Lot 1 5 Nagezien „ I: d: Rabinel „ tot op dies ballast heeft moeten ontleedigen, Zo dat ook 's Comp„s Pakken hebben moe„ ten ontscheept worden, die voor de Jndia„ sche Hoofd Plaatse aan Boord waren, grootelijk beschadigd zijn, en naar Gale staan verzonden te worden, Zo dra de beschadigde lijwaaten zul„ ten verholpen wezen Jk hebde Hoog Eer te zijn (:on„ derstond wel Edele Groot Achtbaare heer en hee„ ren /:lager /: uwel Edele Groot Achtbaare zeer Oottmoedige & Gehoorzaame dienaar /: was getekend /: P„r J„ Dormieux /:in margine /: Nagapatnam den 25 februarij 1792 Akkordeert Hijbrands Egklerk 755 Ceilon Aan den WelEdele Groot Aahtbaar Heer - ƒ Willem Jacob Van de Graeff; Raad ordinair van Nederlands Jndia Mitsgaders Gouverneur en Directeur van 't Gem: ƒ Eilanden den Ressorte van dien Benevens De Raad te Kolombo Wel Edele Groot Achtbaere Heer en Heeren. Wij hoopen dat onze laeste aan den 29 october 1791 bereets behoorlijk besteld zal zijn, en erkennen mits dezen de ontvangst der geachte brieven die uw EEEdele Groot Achtb: en Ed„s ons de eere ge„ daan hebben sub 18 November en 5 december heeden Te Schrijven. Wij bedanken uwelEdele Groot Achtb: en Ed„e voor de beleefde Communicatie van de voor ons gouvernement ontvangen drie kisten goud uit Nederland, en de precautie door uwel Ede¬ le Groot Achtb: en Ed„s gebruikt ter herwaards zending, direct van twee Kisten, en na dato aan de derde kist waar voor uweledele Groot Achtb: en Ed„s bevorens mits 't agterblij„ leem der scheepen hadden gedisponeerd; ons verblydende te zien het cesseeren der on¬ geleegen geleegenheid van gebrek aan geld mits het op„ daegen van deszelve. Wat aangaet de ons voorgestelde consideratie om met de minste risico de voorst: drie Kisten goud dit heem te doen komen. Wij vinder ten eenemaal ongeraeden zulks overland te laaten geschieden, nademaal het om de Zuid nog niet pluijs is, met de zulervende Rooieers van Pipoe Sultan Nade door uwelEdele Groot Achtb: en Ed„e aen den heer Commandeur en Raad te Jaffana„ patnam gedaene aanschrijving, is er mogelyk aldaar bereets eenige schikking „gemaakt, om alle drie de Kisten met goud het zij te zamen dan wel bij ge„ 1 deelte te verzenden. Wij zullen nogthans, vermits beijde onze sloepen binnen weinige dagen met pakken voor Europa en Batavia de Reize naer Galestaan aantenemen ordre stellen, om zoo dra ze aldaar ontlost zijn een van dezelve en wel voorna¬ melijk de zeerob bij te rugkomst is 't mo„ gelik Jaffanapatnam en anders Pun„ zo Pedro aante loopen, om 't goud dat noch niet verzonden mogt zijn, alwaaren t des noods alles drie de Kisten inteneemen en herwaarts te brengen, schoon wij hoopen dat na de ordre van uwelEdle¬ Groot Achtb: en Ed„s met de Kruysboot de verzending geheel of gedeeltelijk mag hebben gevolg genomen, dnademaal wij ons 756 wij ons, om het weenige goud dat van Bata„ Via ontvangen is, in groote ongeleegen„ heid bevinden zoo weegens (het benoo¬ digden tot den handel als het doen rondstaan den ongelden van 't gou¬ vernement— E Wij bedanken uwel Edele Groot Achtb: en e Ed„s voor de ons toegezondene paketten 5 uit Nederlanden van Batavia zullende die voor Bengalen ten 7 eersten derwaarts zenden; terwijl de Brief aan den Raad van Justi¬ zie behoorlyk is afgegeeven. Wij zenden van deeze conform uwel Edele Gestr: Achtb: en Ed„s intentie Copia a„ Jaffanapatnam overigens de eere hebbende met alle achting te ver„ blijven. — /:onderstond /: Wel Edele Groot Achtb: Heer en Heeren /:lager /: uweledele Groot Achtb. Zeer dienstwillige vrienden Gehoorzame dienaren /:was getekend /: Jacob Eil„ bracht, Jacob Samdes Raeff F: Winckelmans, I„s P„s Bloemer, S„s „ Hasz / in margine /: Palleakatta in 'tfort Geldria den 4 Januarij 1792 Aan als voren. Onze Jongste aan den 4 e dezer, over den gewoo„ nen landweg naer Juffanapatnam afgevaar„ digd, verhoopen bij dat reets wel besteld mag zijn; zeekerheids halven hebben wij der eer het dup„t daar aan te voegen bij deze, welke, in ariginalis ter zee naar Galen tie te and „ - — n le mag

NL-HaNA_1.04.02_3976_0128 view scan ↗

English

Good, and for the second time, overland, is also sent to Jaffanapatnam. We use this precaution in order to inform your Right Honourable Worships as soon as possible that, on account of an unexpected inconvenience that has arisen owing to the discovery of white ants in the sloop de Zeerob, whereby it must be provided with another mast and several extraordinary defects must be repaired, our previous resolution to have the same serve, after the conveyance of bales to Gale, also for the collection of the gold for our Government from Pinto Pedro or Jaffanapatnam, has had to be changed. For since it was principally destined for the conveyance of bales to Gale and could not be ready in time, we have fortunately been relieved of the difficulty concerning the bales for the Indies by an agreement for conveyance on freight with the private Dutch barque de Commercie directly to Batavia, and the remainder for the Netherlands we hope to dispatch in time by the sloop de Herstelling, to which end the necessary orders have already been sent on the 15th of this month to the Porto Novo Resident Sopander at Cuddalore. Namely, to let the sloop, when ready to sail on the 20th of this month, proceed on its voyage to Gale with the invoice of the cargo and, if necessary or provisionally, a letter of conveyance from him to the aforementioned Commandery, with the request that, if the return ships have not yet departed, they will please dispatch the bales with them directly to the Netherlands, and otherwise with one of the first ships to Batavia; while the papers, which we thought to send at the latest today, were immediately to be sent as usual to Jaffanapatnam, or otherwise, if they should still encounter the sloop, to be dispatched with it to Gale. For which papers, in case the first circumstance occurs, we hereby kindly request the speediest forwarding, just as we also, following urgent request, hope here may take place from Gale if the aforementioned sloop brings the same along as well. We shall also request the Commandeur and Council in Gale to let the said sloop de Herstelling undertake the return voyage at the earliest opportunity, and to order the master to call at Jaffanapatnam or Point Pedro for the collection of the gold, if it should not already have been sent with the Zeerob, which we shall dispatch expressly to Jaffanapatnam as soon as it is ready, in order to be provided with it as soon as possible and to be relieved of our pressing distress for money. For Ceylon, the remaining four bales of Sadras linens amounting to f 1725:17:- have also been shipped in the sloop de Herstelling. The invoice and bill of lading are being sent separately sealed to Gale. The reply to the requisition for 1791, dated Colombo, 23 December 1790, is also enclosed herewith in the same manner as it is sent to the Indian Headquarters. Furthermore, with a friendly request for favourable compliance, we add hereto a small requisition for some necessities for the use of the sloops, alongside an account for timber amounting to f 447:3:8, which according to orders of the Honourable High Indian Government must be reimbursed by Sea Captain Abo. We also make use of this opportunity to present to your Right Honourable Worships three packets received from Bengal for Ceylon, Malabar, and Surat, not doubting that your Right Honourable Worships will kindly have what is due given to the latter two, as well as the small packet that we address today to the Honourable High Indian Government, if the same should not encounter the sloop destined for Gale, in which case it is ordered to send the same overland to Jaffanapatnam. While we have the honour to remain with the highest esteem. was signed as before. In the margin: Pulicat in Fort Geldria, the 18th of January 1792. To the same as before. Dutifully conforming ourselves to what we had the honour to report to your Right Honourable Worships and Honours concerning the dispatch of bales to Batavia and Gale in our latest letters of the 4th of this month, we let this further serve for the dutiful communication that today is being dispatched from here for further transmission to Madras the general report of affairs for 1791, consisting of a well-conditioned and sealed small chest superscribed to the presiding Chamber of Middelburg in Zeeland, with two packets to the Chambers of Amsterdam and Delft enclosed therein. Ditto ditto consigned to the Honourable High Indian Government at Batavia. Ditto with private letters for Batavia. Chest containing written pay-roll documents of Coromandel and bundles sealed in gunny, addressed to Batavia and Pulicat, in order to be conveyed to Gale by the sloop de Herstelling, which, hindered in its loading by stormy weather, has possibly not yet been able to sail, if this, as time has now somewhat advanced, is judged by seafaring experts to be able to meet the actual purpose of its earlier dispatch more quickly than by sending them to Jaffanapatnam, as will take place directly overland if the Herstelling has sailed and the Zeerob should not yet be ready to undertake the voyage directly with the papers, whereupon the same, as mentioned before, is to follow afterwards for the gold. And in so far as the Herstelling should take the papers along to Gale, such will be requested of the Commandeur and the said Council by the departing Porto Novo Resident Topander to Jaffanapatnam, along with a request made.

Dutch transcription

12 3 Goede, en voor de tweede maal, dverlend, ook naar en Jaffenan word verzonden wij gebruiken deeze precoutie ten einde uwel Edele groot Achtbaren zoo spoedig mogelyk te informeeren dat uit hoofde van, onver„ wagt, opgekomene ongeleegenheid we„ gens ontdekking van witte mieren in de sloep de Zeerob, waar door van een andere inast voorzien en van verschei„ de extraordinaire gebreken verholpen moet worden, t onze voorige resolutie om dezelve, na den overbreng, van pakken, naar Gale, tevens, te doen dienen, tot den afhael van 't goud voor ons Gouvernement van Pinto Pe„ dro of Jaffanapatnam heeft moeten verandert worden. Want vermits tot # & gedestineerd voornaem einder den over¬ voer van pakken naar Galen niet tijdig genoeg gereed konden raaken, zijn wij, omtrent de Pakken voor Indie, ge¬ „ lukkig in't verlegenheit gered door een overeenkomst ter vervoer op vracht, met den Particuliere Hollandsche Bark de Commercie, direct naar Batavia en en overige voor Neederland, zoo wij hoopen nog bij tijds te verzenden per de sloep de herstelling, waar toe, naer Coedeloer aan den Portonovoschen Resident Sopander, op den 15e dezer de noodige orders reets zyn afgevaardigd, . ten 757 te weeten om de sloep zalvaardig; zijnde, den 20„e deezer de reisen naar Gale te laten voorts zetten met de factuur aan de lading en des noots, ofte bij provisie, een geleide brief van hem aan het geme: commendament, met verzoek, om Zoo de Retour scheepen noch niet zijn vertrokken, de Pakker daar meede direct naar Neederland, en anders met een van de eerste schee¬ pen naar Batavia ten willen ver„ zenden wanneer de papieren die wij uiterlyk heeden dachten te leten volgens terstond volgens gewoonte, naar Jaffenapatnam en anders of zoo ze de Sloep noch quamen aante treffen, daar meede naar Gele moesten wor¬ den verzonden voor welke wij indien het eerste geval exteert, mits deeze vriendelijk het spoedigst addres verzo„ ken, gelijk wij ook navolgens instan¬ cie Pierhoopen dat plaats mag heb„ ben van Galer indien de veelm: sloep de zelve tevens meede brengt. Wij zullen den Heer Commendeur en Raed zen galen ook verzoeken om de ge¬ melde sloep de herstelling, ten eersten de te rug reisende laeten aanneemen, en den Gezagvoerder te gelasten om Jaffenapatnam of Painto Pedioaante„ loopen den afhael van '2 goud, zoo 't noch niet mocht eer zonden zijn met de hei ijn - 6 5 met de Zeerob, die wij zodia als ze gereed is, expres daarom naar Jaffenapatnam c 9 zullen afzenden, ten einde daar van zoo spoedig mogelijk voor zien, en uit onze drukkende verlegenheid om geld gered te worden. oor Ceilon zijn den overgebleeven vier pakken Lijnwaten van Sadras ten bedragen van ƒ 1725„17:— meeder inde Sloep de herstelling afgescheept. Het factuur en Cognoscement word apart gecachetteert naar Gale verzonden De Beantwoording der Eisch voor 1791. gedateert Kolombo den 23 december 1790. is deeze in zelver voege als ze naar Indiasch Hoofdplaets word ver„ zonden meede bygevaegd. Nog voegen wij met vriendelyk verzoek om geneegen voldoening hier bij een Eischje 4 dam eenige benodigtheeden ten dienste aan de sloepen neven een aan re„ Kening van houtwerken groot ƒ 447„ 3„ 8„ en die volgens ordre van den Edelen Hooge Indische Regeering door de Kapi„ tein ter Zee Abo vergoet moeten worden. Ook bedienen wij ons van deze gelegen¬ heit om uwel Edele Groot Achtb: aante bie„ den drie uit Bengalen voor Ceilon, Mallabaar en Souratta ontvangenen Paketten 758 Paketten, niet twijffelende of aan de twee laaste Zullen uwelEdele Groot Achtb: en Ed„s het behooren wel gelievens te laaten geeven als meede het paketje dat wij onder heeden aan den Edele hooge In¬ dische Regeering richten, zoo het zelve de na Galen gedestineerde Sloep niet mocht aantreffen, in welk geval gelast is het zelve over land naar Jaffenapatnam te zenden Terwijl wij de eeren hebben met de meeste achting, te verblyven. /:onderstond /n getekend als voren /:inmargine /: Palliacata in Fort Geldria den 18 Januarij 1792. Aan als Voren Ons gehoorzaemst gedragende aan 't geen wij¬ aangaande de depeche van pakken, naar Batavia en Galen den eere hadde UwelEd: Groot Achtb: en Ed„s ter melden bij onze Jongste brieven van den 4enrs deezer laaten wij deeze verder dienen tot plichtschuldige Communicatie dat heeden van hier ter verderen voortzending na Padias word afgevaardigd het generaal verslag van Zaken voor 1791 bestaande ineen wel geconditioneert en verze„ geld Kasje gesuperscribeert aan den presidiale Kamer Middelburg in Zeeland met twee paketten aan de Kamere Amsterdam en Delft, daar in afge¬ legt gelo te bie„ nen - 59 legt. d„o d„o geconsigneerd aan de Edele Hooge Indische Regering ter Batavia. d„o met particuliere Brieven voor Batavia. „ „kasse beschreeven soldij papieren van kor„ mandel en bondels verzegeld in Goenij beschreeven, voor Batavia &: Palliakatta, ten einden per den sloep de Heer Stelling welke verhindert in dies belading door stormachtig weer, mogelyk noch niet ƒ heeft konnen zeilen, maar Galen te worden overgebragt indien dit daer de tijd als wat verre verloopen is, door zeeken„ dige geoordeeld word spoediger te konnen beantwoorden aan 't eigenlijke oog merk van dies vroeger depeche, dan bij Verzending naar Jaffenapatnam, gelijk dat zal geschieden direct over Land, indien de herstelling gezeild, ende zee„ rob noch niet gereed mocht zijn, om met de papieren direct der Reize te kun„ nen aanneemen, wanneer daerna om 't goud de zelve gelyk te vooren gemeld is, staat te volgens. En bi zou verre de Heer Stelling de papieren mochten meeder neemen maar Galen zal zulks door den afgaenden Port¬ noooschen Resident Topander naer Jaffena aan de heer Commandeur teffens verzoek den Raad gemelde gedaan Bed t -

NL-HaNA_1.04.02_3976_0133 view scan ↗

English

To the same as before be done to Their Honors in order to convey it further to Your Right Honorable, whose favorable and prompt forwarding of our aforementioned papers by the first opportunity we, in the contrary case, very politely request. Further acknowledging the receipt of Your Right Honorable and Honorable esteemed letters brought here by the constable's mate Harhusius, we testify otherwise, with the highest esteem, to remain signed: / as before: / in the margin / Palliakatta in Fort Geldria the 3rd of February 1792. Since the estate of the late junior merchant Geeke was lawfully surrendered by the widow to the sequestrator as insolvent on the 27th of December 1790, we find ourselves unable to comply with Your Right Honorable and Honorable request in your esteemed letter of the 27th of December 1791, received the 13th of this month, to provide security for the amount of the damage that the Company has already suffered on the Danish muskets purchased by the said Geeke in the year 1782 at Jaanckebaar to an amount of ƒ18995: 15: 8, for which, moreover, we would know no one here acceptable and sufficient enough to stand surety for such a considerable capital; in addition, Geeke's estate, according to the accounting of Colombo under the ultimate of August 1785 and the 16th of April 1787, after deduction of what was credited, still remains in debit for ƒ34869. 18. –. We have the honor to be with respect. / signed: / as before /: in the margin /: Palleakatta in Fort Geldria the 20th of February 1792. Our latest to Your Right Honorable is dated the 20th of February last, and the duplicate thereof is most obediently attached hereto. We also take the liberty to offer Your Right Honorable a small box of papers properly sealed and consigned to the Honorable High Indian Government at Batavia, of very great weight and importance, for which reason we very politely and favorably request its forwarding by the first opportunity that may present itself toward the Indian capital. By this, and the favor of being informed when our general report sent under the 3rd of February last, as well as the small chest now departing, has arrived at Colombo, and by which opportunity both were dispatched, Your Right Honorable will oblige us to the highest and infinitely. We further humbly request a favorable address for the enclosed packet to Souratta. We have the honor to be with the greatest respect / signed: / as before /: in the margin / Palleakatta in Fort Geldria the 31st of March 1792. We have the honor to let this serve as an accompaniment to an answer from our Council of Justice to that of Colombo, for which we humbly request transmission, having the honor to remain: / signed: / as before /: in the margin / Palleakatta in Fort Geldria the 28th of April 1792. Again honored with Your Right Honorable's always very esteemed letters of the 21st of the past and 3rd of this month, we thank you most humbly for the favorable care and forwarding of several of our letters and papers, it being exceedingly pleasant for us to learn that the packets sent with the sloop De Herstelling could directly undertake their journey to the Indian capital per the ship Willem de Vierde. Upon Your Right Honorable and Honorable's request for clarification regarding how matters stand with the estate of the late Head Administrator Mossel, we have the honor to enclose herewith: Copy of the answer to the patriotic extract dated 12th of December 1786; extract from the reports of the previous ministry to the Honorable High Indian Government dated 18th of October 1789; likewise extract from the rescripts of Their High Honors dated the 31st of March 1789 and 27th of April 1790; and finally from our general letter to the same under the ultimate of February 1791; from which it will be evident to Your Right Honorable and Honors that this affair was dealt with by Their High Honors themselves and therefore, without a special reply to Your Right Honorable's letter of the 30th of June 1785, reference was merely made to the advices sent in copy. The sloop De Herstelling returned here on the 20th of this month. We shall give proper attention to the account received therewith and thank you most kindly for the settlement of the goods received. The letter from the Colombo Council has been delivered to the Council of Justice here, and the same is soon to happen with the packets for Bengal, expressing our obligation for the letter from the Netherlands; and for the ministers at Souratta we request a favorable forwarding of our accompanying reply, all private letters having been delivered where they belong. Regarding the attached memorandum of account amounting on page 72 to ƒ324. - on account of house rent enjoyed by the former first clerk Mansvelt and ordered by Their High Honors to be reimbursed, we request that this may be satisfied. We have the honor to remain with respect: / signed: / as before /: in the margin /: Palliahatta in Fort Geldria the 25th of May 1792. We let this principally serve as an accompaniment to a sealed packet to the Right Honorable Gentlemen Seventeen at the presiding chamber of Middelburg in Zeeland, alongside 2 small boxes, the one addressed to the Right Honorable Gentlemen Directors at Delft and the other to Hoorn, humbly requesting that they may be sent to the Netherlands with the packet boat that, according to the schedule, is to depart on the first of August. With

Dutch transcription

Aan als vooren gedaan worden aan Haar E: om dat verder tedoen aan uweeEd: Groot Agtb:, wier gunstige en spoedige voortzending van voorsz: onse papieren, per eerste geleegendheid we in conterarie geval zeer beleeft, lijk versoeken. Nog er kennende de ontvangst van uwE: Groot agtb: en Eb: geagte letteren door den Constapes maek Harhusius alhier aangebragt, betuigen wij overigens met de meeste hoog agting te ver„ blijven getekend: / als vooren:/ in marginie/ Pal„ liakatta in 't fort Geederia den 3. febr: 1792. vermits de nalatenschap van wijlen den ondercoopman Teeke als insolvent, op den 27: xber: 1790. door de weduwe geregtigtiglijk aan den sequestor is overgegeeven, vinden we ons buiten het vermoogen om te voldoen aan uweeEd: Groot agtb: en Ed: versoek bij ge„ agte letteren van den 27: december 1791. ont„ vangen den 13. deeser, om cautie te laaten stellen voor het bedraagen van de schaade die de Comp: reeds geleesen heeft op de door gem: Geeke, in den Jaare 1782. te Jaan, coebaar opgekogte Deens geweeren tot een bedraagen 169 Aan als vooren bedraagen van ƒ18995: 15: 8. waartoe wij buij„ ten des, hier niemand zouden weeten te vinden, aanneemelijk en suppisant genoeg, om voor zoo een aanzienelijk Capitaal te Carreeren daar en boven loopt Geekes Nalatenschap voor het aangereekende van Colombo onder ult„o aug:s 1785. en 16. april 1787: na afbaek van het geen ten hoeden is gekoomen nog debit ƒ 34869. 18. –. wij hebben de eer niet respect te zijn. /geteekend/: als vooren /: in marginie /: Palleahatta in 't foot Gelderia den 20. febr: 1792. Onse Jongste aan uwelEd: Groot agtb: is gedatteerd den 20. febr: J:oL: en 't duplikaat daar van word deese gehoorsaamst bij gevoegt. we neemen tevens de vrijheid uwel Ed: Groot agtb: aan te bieden een kasje met papieren behoorlijk versegeld en geconsigneerd aan de Ed= Hooge indisse reegering te Batavia van zeer veel gewagt en aan geleegendheijd waarom wij daar voor zeer beloefte lijk en gunstige voort sending versoeken bij de eerste geleegendheid, die zich naar indische Hoofdplaatse op doen mochte. Hier voor ende gunst van lemoogen worden g'infor„ meerd 768 Aan als vooren Aan als vooren geinformeert wanneer ons sub 3. febr: J= Leeden ver„ zoude generaal verslag als meede het tans af„ „gaande kistje te Colombe aangekomen en met welke geleegendheid een en ander versonden is zul„ len uweeEd: Groot agtb: ons ten horgsten en oneindig ver„ pligten. Nog versoeke wij oodmoedig een gunstig addres voor voor 't ingeslooten Paktje naar souratta wij hebben de eere met het grootste Respect te zijn /geteekend:/ als vooren /:inmorginie / Palleakatta en het foot Gildaia den 31. Maart 1792. wij hebben de eere deese te laaten dienen ten geleide van een antwoord van onse raad van Justitie aan die va kolombo waar voor oodmoedig advaetse versoeken de eere hebbende te verblijven:/ geteek:/ als vooren /:in margenee/ Palleakatta en 't fort Jeedria den 28. april 1792. wederom vereert niet uwel Ed: Groot agtb: alloos zeer geagte Letteren van den 21: der gepasseerde en 3. deeser maand bedanken wij zeer oodm: voor de geinstige be„ zorging en voortschikking van defferente van onse brie„ ven en papieren zijn de ons ten uitsleosten aangenaam te verneemen dat de met de sloep De Her„ stelling afgezondene pakken, direct pero het schip willem de vierde deise naar Jndiase ijbuij„ teerd for„ Jndiasche Hoofd plaatse hebben konnen aan„ neemen. Op uweeEd: Groot Achtb: en Ed:s versoek om elu„ cedatie hoedanig het met den boedel van wijlen den Hoofadministrateur Mossel gesteld is, hebben wij de eere hier in tesluiten Copia beantword patriasahe extract de dato 12. December 1786. extract uit de berigten van het voorig ministeren aan de Edele Hooge indische regelning de datis 18. 8ber: 1789., item Extract uit de Recriptien van Hun Hoog Edelheeds de datis den 31. Maart 1789. en 27. Aail 1790. en eindelijk uit onse generaale brief brief aan Hoog deselve sub ultimo febr: 1791. uit welke uwweeEd: Groot achtb: en Edeles zal Consteeren dat die appaijre met hun Hoog Edelheeden zelve verhandelde en daarom zonder speciaal antwoord op meeld. Groot achtb: schrijven van 30. Junij 1785. en kel ge„ reteerd is tot de in Copia gesondene adviesen De sloep de verstelling is den 20. deeser alhier gerentoerneerd wij zullen aan de daarmeede ontvangene aan„ reekening 't behooren geeven en bedanken aller vreendelijks voor de voldoening van de ontvangene Goederen. Aan de raad van Justitie alhier is de brief van de Colombose Raad bezorgd en dat staat eer„ 'sdaags ook te geschieden met de paktjes voor aan Aan als vooren voor Bengale betuigende onse verpligting voor de brief uit nederland, en voor de ministers te sourotta versoeken wij een gunstige voort„ sending van ons hier nevensgaande antwoord zijnde alle de partikulier brieven besteld daar het behoord. Aan de nevens leggende Memorie van aanreekening Groot pag: 72. ƒ324. - wegens genoten huis huur door den geweesen eerste klerk mronsvelt en door hun Hoog edelh: geordonneerd te vergoeden, versoeken wij dat voldaen mag worden mij hebben de eere met agting te verblijven:/ getee„ kend:/ als vooren /. in margine /: Palliahatta in 't bort Geedaia den 25. Maij 1792. wij laaten deese principaal dienen ten geleide van een versegeld patret aan de wel Ed: Hoog agtbaaren Heeren zeventien ter presidiaale kamer muddelburg in zeeland nevens 2 kasjes 't eene g'adoreesseerd aan de Ed: Groot agtb: heeren bewindhebberen te Deeft en 't andere aan Hooren oodmoedig versoekende dat met de pottes boot die na de schikking primo aug:s stoat te vertrekken naar nederland moogen worden gezonden Met

NL-HaNA_1.04.02_3976_0139 view scan ↗

English

To the same as before By a private ship we have received, with orders for immediate forwarding for the gentlemen ministers at Coetsiem and Souratta, the packets which, under our covering letter, and with a request for a speedy dispatch, are also enclosed herewith. We also present to Your Right Honourable and Honourable Sirs of the Colombo Council of Justice the accompanying answer from those of Palleahatta, while we have the honour to remain with all high esteem, signed as before, in the margin Palleakatta in Fort Geldria the last of June 1792. We had the honour to receive on the 10th of this month the duplicate of Your Right Honourable respected dispatch dated 12 July last, of which the original and its enclosures are still missing. We shall, after receipt of the relevant documents, consider with the utmost attention the affair described at large therein regarding the insurance of a parcel of chianhoosen to Bengal at Madaast and the refusal of payment thereof by the underwriters on account of scandalous conduct maintained by Captain Eliot, and in that regard employ everything that our duty to the Company and owed obligingness to Your Right Honourable may require of us. Meanwhile we shall notify the authorized agents and those concerned at Madaast, the gentlemen Michel Bouden Stephens and Company, Amos having repatriated, of Your Right Honourable's disposition and the demand of all documents relating thereto, as soon as we have found someone willing and capable to be of service to us in this matter. We shall also, upon receipt of letters from Bengal for Colombo, act in accordance with Your Right Honourable's intention, and forward those received for the ministers there shortly by the ship De Zeebouwer thither. We have the honour to be with true high esteem, signed as before, in the margin Palleahatta in Fort Geldria the 15th of August 1792. Postscript: herewith two bundles of private letters received per the ship De Zeebouwer from Batavia. Since the dispatch of our accompanying obliging letter in duplicate of 15 August last, there was received here on the evening of the 31st following the original packet with the enclosures of Your Right Honourable respected dispatch of 12 July of this year. As the first step toward the execution of the commission entrusted to us for the recovery, if possible, of the insured amount on the English snow The Coofts, we have turned our thoughts to whom we might charge on our behalf at Maddaas and, if necessary, for the execution of matters. In order not to delay ourselves any longer with mock services such as the English promise in their public and private character, we have addressed ourselves to Mr. Deederik Christiani, Agent on behalf of the Danish nation at Maddaas; a man of known prudence and who is also employed by us in other affairs in the service of the Company. We have sent to that gentleman our written letter to the merchant house of Mr. Hendrik Michell, and had those gentlemen informed that they were no longer to concern themselves with the aforesaid insurance affair, with a request for the surrender of the papers to the aforesaid Mr. Christiani, as the copy dispatched and the dispatch received from his Honour in answer, enclosed herewith, serve to show. We shall, to that gentleman, who himself conducts very extensive trade in insurance, state the case of The Coofts concisely and clearly before all, to hear what he thinks of it, and what his opinion is as to obliging the underwriters or Captain Elliott to make restitution. Several other duties being very detrimental to the reviewing and perusing of such a multitude of papers, and consequently also to the presenting of our thoughts on the matter in question, we most obediently request to be excused in this regard for the present, and to be assured that we shall fulfill our promise previously made. We have the honour to be, underneath signed as before, in the margin Palleacatta in Fort Geldria the 6th of September 1792. Lower: Postscript: having received orders from the Honourable High Indian Government to send our packets by sloops to Ceylon, in view of the employment of the ship De Zeebouwer to Bengal, which will hardly be possible to do earlier than with those for the Netherlands, we humbly request to be informed of the actual determined departure time of the return ships and where the packets must be, at Colombo or at Gale, as well as how we may proceed with the acceptance of private packets that may be sent with the said return vessels following the commission of the lords and masters, if possible, before next December, in order to inform the public thereof. To the same as before. The accompanying packet from Bengal, brought here on the 14th of this month, and opened according to Your Right Honourable's authorization, but nothing having been found therein that can serve to shed more light on the insurance affair, we most obediently let this serve as a covering letter, professing that we remain with all esteem, underneath signed as before, in the margin Palliacatta in Fort Geldria the 17th of September 1792. To the same as before. Our latest having been dispatched in duplicate on the 15th of this month, we let this serve solely as a covering letter for a packet consigned to the Honourable High Indian Government, wherein is enclosed the invoice of the cargo laden for the account of the Company on the private ship the Hercules, which recently departed from here; consequently very humbly requesting a speedy and secure forwarding of the packet, to the substantial obligation of those who have the honour to be with all esteem, underneath: Right Honourable Sir and Sirs, Your Right Honourable's obliging friend and very obedient servant, was signed Jacob Elbracht, Jacob Samuel de Raeff, J. J. Winkelmans.

Dutch transcription

Aan als vooren Met een partikulier schip hebben wij met ordre van dadelijke voortsending voor de Heeren ministers te Coetsiem en souratta ontvangen de pakketten welke, onder onse geleide letten, en met versoek niet van een spoedig addres deese meede bij gevoegd worden wij bieden uwee Ed: Groot agtb: en Edelens voor de Colom„ bose raad van Justie tevens aan 't nevensgaande antwoord van die van Palleahatta, terwijl wij de eere hebben van met alle hoog agting tever„ blijven /:getekend:/ als vooren /: in maaginie/ Palle„ Natta in 't fort heldria de ultimo Junij 1792. wij hebben op den 10. deeser de Eere gehad te ontvangen 't dupplicaat van uwerw eeEd: Groot agtb= gerespecteer„ de misse de dato 12 Julij J:o L: waar van 't orgineel en dies bijloogen als nog manheeren wij zullen de daar bij in 't breede beschrevene of faire van assurantie van een portij: Chianhoosen na Bengale te madaast en dies wijgering van betaaling door de assuradeurs uit hoofde van een schandelijk gedaag gehouden door Capitain Eliot na ontvangst van de door toe relative stukken met de uitterste attentie overweegen en daaromtrend aalles aanwenden wat onse pligt aen de Comp: en verschuldigden gedienstigheijd aan uweeEd. Groot agtb: van ons kout tevorderen, Jnmiddels zullen wij aan de gemagtigden en die passeire te madaast de Heeren Michel Bouden Stephens en Comp: zijnde Amos terepatrieerd kennis gee„ ven van uwehd: woot agtb:s dispositie ender afvordering van 762 Aan als vooren van alle stukken daar toe betrekkelijk zo daa wij iemand hebben gevonden willigen Cundig om in deesen ons van dienst te zijn ook zullen wij bij ontvangst van brieden uit bengale voor Colom„ bo daar meede na uw er Ed: Groot agtb: intensie handelen ende ontvangene voorde ministers aldaar eerstdaags per 't schip de Zeebouwer derwaards voorts ende wij hebben de eere met waare hoog agting te zijn. /geteek:/ als vooren /:in marginee:/ Palleahatta in 't bort Reederia den 15. aug:s 1792. / P:s hiernevens twee bondels met partikuliere brieven per 't schip De Zeebouwer van batavia ontvangen. zeedert de afvaardiging van onse in duplikaat, hier nevens gaande gedienstige letteren van den 15. aug:s Jz: is op den 31: daar aan 's avonds alhier ontvangen het orgineel Paket met de bijlaagen van uweeEd: Groot agtb: Ed:s geagte missive van de 12. Julij deeses jaars Als de eerste stap tot de uitvoering van de ons opge„ draage Commissie ter recouvaeering, des moogelijk van het verassureerde bedraagen op de engelsche snauw De Coofts hebben wij onse gedagten laaten gaan over den geen die wij te maddaas onsentweegen chargeeren en is 't nodig ter uitvoering van zaaken wij hebben, om ons langer niet opte houden met schein gedienstigheeden gelijk de Engelschen belooven in haar publiek en paivaet Caracter ons geaddresseerd aan den heer Deederik Christiani Agent van wegens de deensche naatsie te maddaas; een man van bekende voorzigtigheid en die ook in andere affaires ten dienste van de Comp: door ons word geemploijeerd; wij hebben aan den heer gesonde onse geschreeven brief aan 't negotie huis van den Heer Hendrik Michell en die heeren laaten aankundigen dat zij zig met de voorsz: assurantie affaire niet meer hadde te bemoien met versoek overgave van de popieren aan voorsz: Heer Christiani gelijk de Copia abge„ „gaan en van zijn E: in antwoord ontvangene missive hier ingeslooten komt uit tewijzen wij zullen den Heer, zelfs zeer uitgestrekte pandel drijvende met as„ surantie de zaak van the Coofts beknopt en duidelijk voor alle hoo„ een wat hij ea van denkt, en wat zijne openie is om de assuradeaus of Cap: Elliott tot voldoening te werpligten verscheide andere bezigheeden zeer Eichimade de„ Zinlijk 763 lyk zijnde aan 't resumeeren en naleezen Van zoo een meenigte van papieren ge„ volgelyk ook aan 't opgeeven van onze gedachten over de zaek in queste verzoe„ ken wij gehoorzaemst ons derweegen voor eerst te Excuseeren en verzekert te zijn, dat wij voldoen zullen aan onzen, ten voren gedaene belofte. Wij hebben d' Eere te zijn /:onderstonden getekend als voren /:in margine /: Pal„ leacatta in 't fort Geldvanden 6heij 1792 /:lager /: P„ S„ van de Edele Hooge Jn„ dissche Regering order bekomen hebbende om mits emploij van 't schip de Zee¬ bouwer naer Bengalen onze Pakken met der sloepen naer Ceilon en zenden, dat beswaarlijk eeerder te doen zal zijn als met die voor Neederland, versoe„ ken wij ootmoedig ter mogen weeten de eigentlyken bepaelden vertrek tijds van de retour scheepen en waerde pakken moeten zijn te Kolombo of ten galen als meede hoedanig wij te werk mogen gaen met 't aanneemen van particulieren pakken dienna de Con„ Messie der Heeren en meesters met gem: retour Bodems mogen wor¬ den verzonden, is 't mogelyk, voor december aanstaende, om de gemeen¬ ten, daar aan te informeeren Aan Als voren Het nevens gaande Paket uit Bengale op den 14 dezer alhier aangebracht, en vol¬ gens gens uwelEdele Groot Achtb: qualificatie geopent„ doch niets daer bij gevonden zynde dat in de assurantie affaire tot meerder ligt kan dienen, laeten wij deeze ge¬ voorzaemst dienen tot geleiden, onder betuiging dat wij met alle achtinguer„ blijven /:onderstond en getekend als voren /: in margine /: Palliacatta in 't fort geldria den 17 September 1792. Aan als vooren onze Jongste aan den 15. dezer en duplo verzonden zijn, laeten wij deeze enkel dienen ten geleide van een paket, ge„ Consigneert aen de Edele Hooge Indisch Regeering, waar bi is ingeslooten de factuur van 't voor reek: van de Comp E gelaedene in 't Jongste aan hier ver„ trokken particulier schip de Hercules dienvolgende zeer ootmoedig eene spoedige en Secuure voortzending van 't pakel verzoekende, ter wezenlyke verpligten van die de eere hebben met alle ach¬ ting te zijn. /:onderstond:/ welEdele groot Achtbaare Heer en Heeren, meer wel Edele groot Achtbaare Dienstwil„ lige vriend, en zeer gehoorzaame Dienaar. /:was getekend:/ Jacob, Elbracht,. . . . . . . Jacob Saml de Raeff. J. J winkelmans n Ht s la :

NL-HaNA_1.04.02_3976_0143 view scan ↗

English

764 Winkelmans, J. W. Bloeme, L. A. de Bruijs, G. van Haefzen, P. H. Hetkusius, J. J. Hasz. In the margin: Palliacatta in Fort Geldria, the 26th of October 1792. To the same as before. On the 9th of this month, with a covering letter at Kilkare, we received Your Right Honourable Sirs' duplicate dispatch of the 23rd of August, the original of which is still missing, as well as that of the 2nd of September, the duplicate whereof, together with Your Right Honourable Sirs' further letters of the 10th following, was delivered to us simultaneously from Jaffanapatnam on the 10th of this month. Of the contents of the aforementioned letter of the 23rd of August, serving as a sequel to what was previously communicated regarding the insurance affair of the English snow The Crofts, we shall make proper use in due course. We communicated on the 8th of September last upon whom our choice had fallen to act for the Company and to look after its interests, whenever we are enabled to determine and commence matters in this affair. We added thereto a copy of the refusal to surrender the necessary papers by the previous attorneys, appointed by the Bengal Ministry or the Honourable former Director Jitsingh. Herewith we have the honour to enclose a copy of our reply to Mr. Christiani of the 9th of this month, when we provided His Honour with all the proofs that we consider necessary and sufficient to clear away that erroneous pseudo-concept, as if the matter were more a private one of the said Honourable Mr. Jitsing rather than truly belonging to the Company; an invention and plea founded solely upon a British and haughty character, glorying when it can chicaner and despise another, as clearly shines forth in the conduct of the office of Michell, Bowden, and Stephen, in not recognizing our capacity, in leaving unanswered our dispatch sent to them, and in contriving so foolish an argument, namely, that the papers could not be delivered to us 765 to us, except upon the order of the well-mentioned Honourable Mr. Jitsing, or of Mr. Cockerell. We waited until the 9th of this month with our reply to Mr. Christiani, because it remained to be seen how it would be understood upon the return of Mr. Michell, who is not at present in Madras; but since time gradually slips away and it is bad to wait for that gentleman, now that the change of the monsoon is at hand and travel is not good, we could no longer postpone our indignation concerning those private merchants, and have made the same very seriously known to Christiani, with instructions that if Michell, upon his return, should also persist in the aforementioned erroneous concept, he shall have the papers held by that house as attorneys for the Company demanded by a notary and witnesses; and upon continued refusal, while presenting the proofs Nos. 8 and 12, to have a protest made in our name, acting for the right and the interests of our Company, against all further delay, costs, damages, and interests, already had and suffered thereby, or yet to be had and suffered. As soon as we receive an answer to this and our present business with the shipping dispatch of returns in the private ship De Hercules, which must sail today, is out of the way, we shall sketch the state of the dispute in the liveliest and most forceful manner in a memorial for the information of Mr. Christiani, in order to consult with a competent advocate about it if necessary and, if possible, to give us his opinion whether more proofs than those obtained and to be sent are necessary to plead against the underwriters the invalidity of the exception of deviation in Captain Elliot's voyage from Colombo to Bengal. We thank Your Right Honourable Sirs for the aforementioned communication regarding the receipt, dispatch, and retention of our 766 small boxes of papers dispatched in April and May of this year for Batavia and the Netherlands. Regarding Bronsveld, who was sent hither from Ceylon with the boat No. 3, but according to advice of the 10th of September may now be at Jaffanapatnam, from where the Honourable Commander and Council request us to have him fetched, just as Your Right Honourable Sirs propose to us regarding his goods attached at our request, or rather to have them realized, if we should consent thereto: regarding this whole matter, we are subject to the well-meaning understanding of Your Right Honourable Sirs that our declaration or consent would be inappropriate herein, holding Bronsvelt as delivered over to Justice and in no way whatsoever relating to the civil administration; so that the Fiscal or the sequestrator at Colombo, under whom the goods must be, ought to request a disposition regarding them there. And as for having Bronsveld fetched from Jaffanapatnam, we cannot comply with this until coming January, because our sloops are shortly to depart for Porto Novo for repairs and wintering, and because we must subsequently employ them, in the said month, for conveying packages to Ceylon which we cannot otherwise dispatch. Also, upon receipt, we shall have the addresses to be expected delivered here to the Court of Justice, for the disposition of Bronsvelt whenever he might report himself to Their Honours for them. We most politely thank you for sending the sum of Rixdollars 5100. 37 in various species, intended during the war at Batavia and the eastern quarters for impoverished inhabitants of Coromandel; whereupon we

Dutch transcription

764 Winkelmans, J: W: Bloeme, L: A: de Bruijs, G=t van Haefzen. P: H: Hetkusius, I: I: Hasz: /:in margine /: Palliacatta in 't fort geldra den 26 october 1792. Aan als vooren Wij hebben op den 9 deezer met een geleide briefje aan kilkare ontvangen uwelhoe„ les Groot Achtbaeres Duplicaat missive van den 23 Augs. welkers origineel noch komt te ontbreeken als meede dat van de 2„e September waar van 't dupli„ laat nevens uwwelEd: Groot Achtb: na„ dere Letteren van den 10 daer aan op den 10. ' deezer van Iaffanapatnam, ons Ter eene besteld is geworden. Van den inhoud van voorsz: brief van 23 Aug=s dienende ten vervolge van 't, ten opzigte aan assurantie affaire vande Engelsche Snau The Crofts, te vooren, bedeelde, zullen wij, op zin tijd, een behoorlijk gebruik maeken— Wy hebben den 8 September J„o leeden niets gecommuniceert, op wien onze keuze geval„ len is om, voor de Comp=e ten ageeren en Hoe„ re belangen te behartigen, wanneer wij in staet geraeken, om 't een af ander„ ter zaeke vaest te stellen en te beginnen. Wij l„ . . . .I. s Wy voegden daer bij Copij aan 't weigeren't antwoord ter overgave van de noodige papieren door de voorige gemachtigden, aangesteld door 't Bengaelsch Ministerium ofte de Edele Heer geweeze Directeur Gitsingh. Hier nevens heb„ ben wij de eere ter voegen Copia van ons antwoord aan den Heer Christiani aan den 9 deezer wanneer aen zyn Ed: hebben voor„ zien aan alle bewijzen die wij denken noodig en toereekende tezein, ter uit de weg running van dat evroneus quasi Concept als of de zaak meerder een particuliere was van gem: Edele Heer Jitsing, dan inderdaad aan de Comp:, een inventie en Exceptie, alleen gefundeert op een Brititschair en trotsch Coracter, zich gelorieerende wanneer t Chicaneeren en een ander verachten kan, gelyk en de behandeling van 't kantoor van Michell Bowden en Stephe klaer uitblinkt, n't niet erkennen van onze hoedanigheid, 2 om beantwoord laeten want onze aan Hun afgevaerdigde missive en 't verzinnen van zoo een onno„ zel rigument namelijk, dat de papieren aan ons 765 aan ons niet konde worden afgegeeven, dan op ordre van welm: Ed: Heer Jitsing, of te den Heer Cockevel. Wy hebben, tot den 9 deezer, gewacht met ons antwoord aan den Heer Chris„ tiani, om dat 't nog te bezien stond, hoe men 't zoude begrijpen, byteruug komst aan den Heer Richell thans niet te madras, maar vermits de tijd algaande weg verloopt en 't qualijk wacr„ ten geeft nadien Heer, nu de Kentering van de mousson op handen is en dat geen goet reizen heeft, zoo hebben wij niet langer konnen uitstellen onze ge„ voeligheid over die particuliere Nego„ Cianten, endezelve zeer senus doen blyken aan Christiani, met last, om zoo Michell by zyn te rugkomst, ook mocht persisteeren by 't voorszer„ voneus Concept, de by dat Huis, als gemag„ tigden van de Comp=e berustende papieren door Notaris en getuigen te laeten recla„ „ meeren en by aanhoudende weigering, onder vertooning van 't bewijs N„o 8 en 12, in onze naem, ageerende voor 't Recht Recht en de belangen van onze Comp„e te doen protesteeren tegen alle verder dilaij, kosten, schade en interessen, daar door bereets gehad en geleeden, ofte als nog te hebben en te lyden. Zodra weij hier op antwoord erlangen en van kant zijn onze tegenwoordige bezigheeden met den afscheepende„ peche van Retouren in 't particulier schip De Mercules, dat heeden moet zullen Zeilen wij den staet des verschild, op de leevendigste en krachtigste wyze af„ Schtsen bij een memorie tot naricht van den Heer Christiani om des nodig daer over met een bequaem Advokaat te consuleeren en des mogelyk ons op te geeven zyn gevoelen of er meer, dan te bekomene en te zendene bewyzen, nodig zyn, om tegen de Assuradeurs te alligeeren de krachteloosheid der Exceptie van deviatie in Capt=n Elliots reize van Kolombo naer Bengale. Wy bedanken uwelEdele groot agtb: voorsz gecommuniceerde noopens de ontfang„ 3t verzending en aenhouding van onze in 766 in April en Meij deezes Jaars voor Bata„ via en Neederland afgevaardigde kas„ Jes met papieren. Noopens Bronsveld, die met de Boet No 3. van Ceilon herwaards gezonden, doch volgens advies van 10 september, mogelyk nu te Iaffenapatnam is, van waerde Heer Commandeuren Raad ons verzoeken, hem te willen laeten afhaelen, gelyk uwelEdele groot Agtb: ons proponeeren, nopens zine, op ons verzoek, in beslag ge„ nomene goederen, dan wel om die te gelden te laeten maeken, zoo „wen daer in quamen ten bewilligen Wy zijn, aengaende deeze gansche zaak ondergenegen welduijden van uwelEdele groot Achtb: aan begrip, dat hier in, onze verklae„ ring af Consent oneige zoude Lein, houdende Bronsvelt als overgeleveert aan de Justitie en in geenendeele hoe„ genaemt betrekkelyk tot de Politie; zo dat 't aff: Fiscaal of de sequester te Kolombo, onderwien de Goederen moey„ ten zijn, aldaer wegens dezelve dis„ positie 3. positie behooren te verzoeken. En wat aangaat om hem Bronsveld te laeten afhaalen van Jaffenapat„ nam hier aan konnen wij niet een voldoen dan in Januarij aanstaende, om dat onze sloepen ter Repara„ tie en overwintering, eerstdaags staen te vertrekken na Porto novo en om dat wijze, daer na, in op gemelde maend, moeten em„ ployeeren tot 't overbrengen van pak„ Ken naer Ceylon, die wij niet kon„ nen verzenden. — ook zullen wy bij ontvangst, de te ver„ wagtene addressen, alhier aen de Raed van Justitie laeten afgeeven, ter dis„ positie van Bronsvelt, wanneer hy zig daerom, aen Haer Achtb:, Ko„ me te melden. — zeer beleefdelyk bedanken wij voor de afzending van 't in den oorlog op Batavia en om de oost aen ver„ aande ingezeetenen aan korman„ del toegedacht bedragen van Rijxd=s 5100. 37. —. aen diverse specier; waarop alij,

NL-HaNA_1.04.02_3976_0149 view scan ↗

English

we will have the honour to explain ourselves upon receipt. We have duly received the returned account charged to the aforementioned Bronswelt. Herewith, regarding the aforementioned letters as answered, we have the honour to remain with all respect, was underwritten: and was signed: as before in the margin: Palleacatta in Fort Geldria the 15 October anno 1792 lower: P.S. Upon signing this, receiving a packet from Bengale addressed to the Right Honourable, we have the honour to enclose it herewith. To as before. We had the honour on the 13th of this month to receive the Right Honourable and Honourable esteemed missives of the 7th, 10th, and 12th of the recently passed month, and we make haste to reply directly after the consultation held about them today. Regarding the Minister, we cannot present our request earlier than coming January, when both our sloops and the boat De Swaar, currently being repaired at Portonovo, are about to depart for Gale for the conveyance of the bales, and one of them can serve for the transport of his Reverence, in such manner as it shall please the Right Honourable to dispose of one of those vessels. We thank most kindly for the European and Cape packets sent to us with the first mentioned, and three further ones per Vasco de Gama from the Netherlands with the second letter, as also for the Batavian packet brought to Kolombo per the ship Dregterland. Two packets for Bengale and one with private letters we have immediately sent thither, and another packet, with an open slip from the Kolombo Council of Justice, has been delivered to that of Palliacatta. No less does the first signatory express to the Right Honourable and Honourable his obligation for the kind precaution with regard to a small box with portraits probably belonging to him. Until now he has received no letters thereof, but according to the assurance of his son, who was here last year as a naval lieutenant, he was already expecting those family pieces then. If the Right Honourable therefore have no objection to the contrary, the first signatory requests that the small box in which they are kept may be sent with one of the sloops returning coming January or February, under promise to provide an extract upon receipt of a notification thereof. The dating of our letter erroneously in May instead of as it should be 8 September 1792, arose from inattention, as can be seen more broadly from an accompanying report of our First Clerk; we kindly request that the duplicate may serve as the original upon receipt, and the wrongly dated original letter be voided. We shall note the departure time of the return ships imparted to us and thank very politely for the kind communication. We will also make every effort to send the bales pro patria so early and directly to Gale that they can be there at the latest 6 to 8 days before the departure of the return ships. Before the receipt of the instructions, all orders have already been arranged everywhere in such a manner that all possible haste will be made with the dispatch of the returns, especially from the north, as well as with the repair of the sloops to undertake the journey from Portonovo to Gale by 10 January at the latest. As to the requested statement of the number of bales, if not exact, we will at least try to comply at an upcoming opportunity as far as possible, and then add their size and quality more or less, hoping to be able to arrange the shipment so that both the sloops will carry the bales for the Netherlands and the boat De Swaar those dispatched for the Indies, the latter being least in number because the largest part obtained their dispatch on freight directly to Batavia per the private ship the Hercules. No less do we most obediently thank the Right Honourable for the precautionary advice to be able, if necessary, to let the sloops make two trips to Ceilon before the breaking of the Southwest monsoons. Of the no less friendly and ample communication regarding what should be observed with respect to the accepting and dispatching of private parcels on recognition to the Netherlands, we will duly give notice by placard to the community both here and at the subordinate offices, so that if it cannot serve this year, it may come in handy and be followed in the coming year, although it remains to be seen how those enthusiasts will get their goods transported to Gale if no sloops remain at hand from the Company, as is to be expected from the apparent change, or if no room is found in them due to the conveyance of Company bales, unless it could be arranged with such private vessels as sail back and forth annually from Jaffanapatnam to Kormandel, and that these, for reasonable freight, would be willing to take them on board upon recommendation, and if necessary were also commanded and encouraged to that end. We will further endeavor to comply with the esteemed request of the Right Honourable in procuring copies of such papers beforehand with the

Dutch transcription

767 wij, bij ontvangst, de eere zullen hebben ons te verklaaren. - Wy hebben de terug gezonden aan reeke„ ning tot laste van voorsz: Bronswelt wel ontvangen. Hier meede, voorsz: brieven houdende voor beantwoord, hebben wij de Eere met alle agting te verblyven, /:onderstond/: /: en was geteekend /: als voren /:in„ margine /: Palleacatta Jn 't stort geldria den 15 october anno 1792 /:lager /: P: S: Bij onderteekening deezes ontvangende een aan uwel Ede„ le groot agtb: geaddresseerd pakket uit Bengale hebben eyde eer 't zelve hier nevens te voegen. Aan als vooren Wy hebben den 13 deser de eer gehad te ontvangen uwelEdele groot achtb: en Ed=e geachte missives van den 7. 10. en 12. der Jongst gepasseerde maend en belytigen ons van nade, op heeden, daar over gehouden besoigne direk te antwoorden. om den Predikant komen wij niet wel eer ons versoek voordraagen dan in Januarij aanstaande, wanneer beiden beiden onse sloepen en de Boot de Swaar tans gerepareerd wordende te Portensvo„ naer gale staen te vertrekken, ten overbreng van de Pakken, en een aan deselve, tot transport van zyn Eerwaar dedienen kan, indiervoegen, als 't Uuweel Ed: groot Achtb: behoegen zal over een van die vaertuigen te disponeeren. Wy bedanken vriendelikst voor de ons toegezondene Europasche en kaal„ sche paketten met eerst gem: en drie nadere per vas CodeGama uit needer„ land, met de tweede brief, als ook voor 't Bataviasche per 't Schip Dregterland te Kolombo aangebragt twee paketten voor Bengale en een met partikuliere brieven, hebben wij ten eersten derwaerds gezonden en een ander paket, met open slip van de kolombosche raad van Justitie, is aan die van Pallia¬ Catta afgegeeven. Niet minder betuigt de eerst getee„ kende uwel Ed groot Agtb: en Ed=s zijne verpligting voor de geneegene precon„ tie 768 tie in opzicht aan een kasje met waarschijnelyk hem toebehoorende portietten Tot nu toe heeft hij geen brie„ ven dan van ontvangen maar naer de verseekering van zyn zoon, die als luitenant ter zee voorleeden Jaar hier geweest is, hadde hij die familie stukken toen reets te verwachten in„ dien uwelEdele groot achtb: dus geen bedenken ter Contratie hebben, verzoekt de eerst geteekende dat geen bedenk en der Contrarie hebben, versoekt de eerst gelge„ kende dat 't kasje daar ze in zijn mag gesonden worden met een van de in Januarij of februarij aanstaande, te retourneerene sloepen, onder belofte van by ontvangst aan aanschrijven daar van Extract te zullen besorgen Het dateeren van onse brief abusivee in meij in steede van gelyk 't zyn moet 8 September 1792, is ontstaen uit onoplettentheid, gelyk dat by een hier nevengaande berigt van onse Eerste Klerk breeder te zien is wij verzae„ ken ken ouendelyk dat 't duplucaat by ontvang voor orgineel magdienen ende abusifaca originael warg daeren gedateerde brief ge„ voijeert worden. Wij zullen de ons bedeelde vertrek tijd der Retourscheepen ad notan houden en bedanken zeer beleefdelyk voor de vrien„ delyke Comunicatie. Ook zullen wy alle devoir aanwen„ den, om de pakken pro patria, zoo vroegtijdig en direct naer gale te zenden dat, ze uiterlyk 6 a 8. daagen voor't vertrek van de retour scheepen daar konnen zyn voor de ontvangst aan 't aangeschrevene, zijn reets over al de ordres zoodanig gesteld, dat met de afzending der Retouren, voor al van de noort alle mogelyke spoet gemaekt worden, als meede met de repatie van de sloepen om uiter„ lyk den 10 Januarij, van Portonovo de reis naar Gale aanteneemen. Aan de verzogte opgave van 't getal derpakken, is 't niet Juist, ten min„ sten zo mogelijk zullen wij, bij een nadere 769 nadere gelegentheid trachten te voldoen, en dan daar by voegen haare grootte en zulkerte mins of meer hoopende 't met de versending zoo te zullen kon„ nen schikken, dat nu beiden de Sloepen de pakken voor Neederland en met de Boot de zulaen, die voor Jndie worden versonden, als zijnde de laatste 't minst in getal, om dat 't Grootste gedeelte, per 't parti„ Kulier schip de Hercules haare depeche erlangt hebben op vragt die rect naar Batavia Niet te win bedanken wij uwelEdele groot Achtb gehoorsaemst, voor 't precautioneel advies, om des noods de sloepen, twee tochten naer Ceilon, te kon„ nen laeten doen, voor 't doorbreeken van de Z: W: moussous. van de niet minder vriendelyke en ample Communicatie wat er in acht dient genoomen te worden noopens t accepteeren en veersenden van par„ ticuliere pakken, op recognitie van Neederland, zullen wij bij Biljet de de Gemeente zoo alhier als de onderhoorige kantooren behoorlyk kennis geeven, om indien 't dit Jaar, niet dienen kan, in den aanstaande te paste koo„ men en zig daar na te richten, schoor 't te bezien zal staen hoe dre liefhebbers haare goederen naer gale getransporteerd zullen krijgen, indien er van de Comp: gelyk door de apparente verandering ten wachten is geen sloepen aanhanden blyven, of, in deselve by overvoervan Comp:s pakken geen nunte wordge„ vonden, ten zij 't zich zou kunnen schikken met zulke particuliere vaartuigen als, Jaarlijks van Jaffena„ patnam naar kormandel, af een aanvaaren en dat deese zig voor ree„ delyke vragt, op aanbeveeling daar„ meede Chargeeren wilden, des noods ook daar toe gecommandeert en geen„ Currageert wierden. Wy zullen alverder trachten, te voldoen aan 't g'eert requisit van uwel Edele groot Achtb: in 't besorgen van afschrif„ ten van zulke papieren voor af „ met de „

NL-HaNA_1.04.02_3976_0155 view scan ↗

English

770 the private packs must even be sent in the original, but since at present probably only a few interested parties have prepared for consignments to the Netherlands, as they were not well able to make arrangements for that purpose because the conditions for the concession thereof were only received in August of the past year, when it was too late to begin the manufacturing of goods, it will this year be difficult to expect or effect registrations for shipment, according to what is required in that regard, much less to dispatch the same sooner than alongside the goods. And as can be gathered from this that for this time, the consignment of private packs will not turn out to be as ample as your Right Honourable Worships seem to expect, so it will not be of such consequence as to be unable to find room in the return ships scheduled to depart in January next. The coast packs, except for those of coarse linens, and those are the fewest, turn out for the most part very compact; if it were not that the value of a ship's cargo could run too high, cannot easily 1500 to 2000 packs be shipped in one of 140 to 150 feet, as has happened before at Nagapatnam? Indeed, we trust that Company and private packs that it will be possible to ship, being divided over two ships, will cause little or no hindrance, at least until today no one is sufficiently known to have made a public offering of goods or to have made inquiries regarding the shipment of private packs, upon which occurring opportunity, we shall not fail to impart of which the recognition fee has been paid and of which not. To the statement of account accompanying this, amounting to ƒ1. 10 — concerning pay and another to the amount of ƒ 412. 19. — on account of expenses incurred at Nagapatnam in a secret commission of the Honourable Governor, we request that proper settlement may be made. We remain with the highest esteem, was signed as before, in the margin: Palliacatta in Fort Geldria the 17th November 1792. To the same as before, making use of the present opportunity by the departure for Galle of the private English ship Sook Sagua, Captain Bomaine, we have the honour, first, to enclose herein the duplicates of our latest letters dated the 17th of the past month and the 3rd of this month, and to add thereto the continuation of our correspondence held with Mr. Christiani concerning the insurance affair of the snow The Crofts, Capt: Elliot, consisting of letters exchanged with the first-signed, dated c.s. 11th and 20th Nov: item 7th December 1792, as well as our letters officially dispatched to the said Mr. Christiani on 30 October, 14 November and today. We hope that to your Right Honourable Worships and Honours these pieces will serve as conviction that we apply all our diligence and study, the first-signed separately and with us together, to decide and urge for satisfaction regarding the Right of the Company in general, and the grievance of the Ceylon Government in particular, in the most plain and convincing manner, which we believe not to be advisable and practicable in any other way than through the institution of a lawsuit. Mr. Christiani himself, as appears from his letters, is of that opinion, the more so because if the Mayor's Court should cause the Company to succumb, the way of appeal to England leaves no doubt that the lawsuit will be won there. We have handed this to the junior merchant and outgoing fiscal and pay bookkeeper Louis 772 To the same as before. Louis Adrian de Brueijs, in order to deliver the same to its address in Colombo, and to find opportunity for his petition to be made to sail across to Batavia at the first opportunity with one of the Company's ships, having been discharged by us thither at his request, with suspension of salary, of which we at the same time give notice to the Honourable High Indian Government. We have the honour to remain with all esteem, signed as before, in the margin: Palleakatta in Fort Geldria the 10th December 1792. The Ceylon thony De Snoek, on account of an abortive voyage to Trincomalee in distress at sea, having arrived at Porto Novo on the 14th October past and there, at the request of its master, having been provided by our resident with one month's rations for the European and native seafarers, amounting, with the expenses incurred upon shipment, to ƒ184. 7., we take the liberty to enclose the statement of account thereof herein, with the duplicate of our letters of the 10th of this month. To the same as before. Checked, P: D: Rabiunch We have the honour to be with all esteem, signed as before, in the margin: Palleakatta in Fort Geldria the 13th December 1792. Referring to our latest of the 17th past, of which as well as of this one a duplicate will follow soon, we now very kindly request that with the first ships to depart, a small case of papers addressed to the Right Honourable Lords Principals, and one to the Honourable High Indian Government at Batavia may obtain conveyance, to the obligation of those who have the honour to remain with all esteem, Signed as before, in the margin: Palleacatta in Fort Geldria the 3rd December 1792. Agrees, Egklerp Hijbrands

Dutch transcription

770 de particuliere pakken zelfs in origina„ le moeten worden gesonden, maar wijl zich voor tegenwoordig waarschinlijk maar weinige liefhebbers op besendin„ gen naar Neederland geprepareert hebben, als daar toe niet wel aan„ stalte hebbende konnen maeken vermits de Conditien tot Consessie aan dien maer eerst ontvangen zijn in Augustus J„ol: wanneer 't te laet was om met de aanmaaking van goet te beginnen, zoo zal 't dit Jaar beswaerlijk zijn inschrijvin„ gen ter versending te verwagten of te bewerkstelligen, na 't derweegen word gerequireerd wel min deselve eer„ der aftesenden als met de goederen te gelijk. En gelyk hier uit is afteneemen dat voor dit mael, de versending aan par„ ticuliere pakken zoo ruim niet vallen zal als uwel Edele groot Achtb: schij„ nen te verwagten, zoo important nat zijn om geen plaats te konnen vinden in de te vertrekkene retour¬ Scheepen scheepen in Januarij aanstaende de kust pakken, uitgenoomen die der grove liwaaten, en dat zijn de minste, vallen voor 't grootste gedeelte zeer beknopt, indien 't niet was dat de waerde der laeding van een Schip te hoog zou konnen loopen, kan en niet een van 140, a 150 voet, veel 1500 a 2000 pak„ ken worden versonden, gelyk te vooren Te Nagapatnam geschiet is immers wij vertrouwen dat Comp: en particu„ liere pakken, die nen zullen konnen versonden, over twee scheepen ver„ deeldt wordende weinig of geen be„ bemmering zullen toebrengen, althans tot heeden is er geenoch niemand be¬ kent, publiek van bieding van goe„ deren gedaen of informatie genomen hebbende na de versending van Particuliere pakken, by welke voor„ koomende gelegentheid, wij niet zullen mancqueeren te bedeelen van welke de Recognitie betaelt is en van welke niet. Aan de deese versellende Memorie van „ 771 van aanreekeening groot ƒ1. 10 — rakende Soldien en een anderen teremporte van ƒ 412. 19. — weegens te Nagapatnam gevallene ongelden in een geheime Com„ missie van den Edelen Heer gouverneur versoeken wij dat 't behooren mag worden gegeeven. Wy zijn met de meeste hoogagting /:onderstond /: en was getekend /: als voren /:in margine Palliacatta in 't fort Geldra den 17: November 1792. Aan als vooren ons bedienende Cieam de voorkoomende gelegenheid door 't vertrek naer gale van 't Particulier Engelsch schip Sook Sagua Capitain Bomaine, hebben wij de eere, voor eerst hier in te sluiten de duplicaaten aan onse Jongste in datis 17. der gepasseerde en 3 deeser maand, en daar by ter voegen 't vervolg aan onse met den Heer Christianis gehouden Corresponden„ Lie over de assurantie affaire van de snauw Jze Crofts Capt: Elliot be„ staande in gewisselde brieven met den Eerst geteekende in datis datis C. S. 11. en 20. Nov: item 7 xber. 1792 als meede ons aan gem: Heer Christi„ ani officialiter afgevaardigde letteren aan den 30 oktober 14 November en heeden. Wy hoopen dat uwel Edele Groot Achtb: en Ed=s deese stucken zullen strekken tot overtuiging, dat wij alle onse vleit en studie aenwenden, de eerstgeteekende afsonderlyken met ons te zoemen, om 't Recht van de Comp: in 'z algemeen, ende verongelikinge van het Ceilonsch Gouvernement en het bijs onder demor op de plaarste en overtuigens te wijze te deen on„ speeren „scheeden en op voldoening te urgeeren, het welk wij vermeenen niet anders, dan door den aanleg van een proces raadsaam en proctikabel te zijn. De Heer Christiani zelf gelijk uit zijn brieven blijkt, is van dat begrip, te meer, om dat indien de Majoors court, de Comp=e mocht doen succumbeeren; de weg van appel naar Enge„ „land, geen twijffel overlaat, op het proces zal aldaar gewonnen worden. C wij hebben, deese inhandigt aan den onder koopman en afgaande fiscaal en zoldij boekhouder Louts F 772 Aan als vooren. Louis Adrian de Brueijs, om deselve op kolven „bo addresse te besorgen; En geleegenheid te vinden tot zijne te doene sollicitatie om bij de eerste geleegenheid, met een van 'sComp. s scheepen, naar Batavia over te vaaren, op zijn verzoek door ons; derwaards verlost zijnde met stilsland van gagie waarvan wij tevens aan de Edele Hooge Jndische regeering kenn is geeven. — wij hebben de eene met alle agting te verblijken /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Balleakatta in het fort Geldria den 10. december 1792. De Ceilonse thonie de snoek wegens een verlooren reis naar Trinkonomale in zeenood, op den 14. oktober Jz: te porte novo aangekoomen en aldaar, op verzoek van dies gesagvoerder door onse resident aan de Europische en inland„ „sche zeevaarende een maand randsoen verstrekt zijnde bedraagende, met de gevallene ongelden bij de afscheep ƒ184. 7. neemen we de vrijheid de aan reekening daarvan hier in te sluiten met het duplicaat onser letteren van den 10. deeser. Brij Aan als vooren. Nagezien P: D: Rabiunch wij hebben de eer met alle agting te zijn /:onderstond: en /:geteekend:/ als vooren /: in margine:/ Pal„ „leakatta in het fort Geldria den 13. decem„ „ber 1792: Ons gedraegende aan onze jongste van den 17. passalo„ waar van zoo wel als van deeze, duplicaet ten naesten zal volgen, verzoeken wij nu zeer vriendelijk, dat met de eerste te vertrekkene scheepen adresse mogen erlangen een kasje met papieren geaddresseert aende wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Principaele, en een aan de Edele Hooge Indische Regeering te Batavia ter verplichting van die de eere hebben met alle achting te verblijven Geteekend als vooren /:in margine:/ Palleacatta In 't Foort Geldria den 3. December 1792. Akkordeert Egklerp Hijbrands -

NL-HaNA_1.04.02_3976_0161 view scan ↗

English

773 Trincomalee To the Right Honourable and Valiant Sir Johan George Fornbauer Major of the Honorable Militia, Chief and Commandant, together with the Council. Right Honourable and Valiant Sir and Sirs. The thony De Snoek, having suffered a lost voyage due to adverse winds, arrived in this roadstead on the 14th of this month, and at the request of the master sailing on her, Christiaan Elers, to be allowed to enjoy one month of board money and rations so as to be able to resume his voyage as soon as possible, the same has been furnished to him in accordance with the custom of this place, Examined J. D. Rabinel furnished, and she departs today again for her destined place. Having the honour to give notice thereof to Your Right Honourable and Valiant and Honours. Meanwhile, remaining with the greatest respect, beneath stood: Right Honourable and Valiant Sir and Sirs, Your Right Honourable and Valiant and Honours' humble and obedient servant, was signed: D. E. van Hogendorp, in the margin: Porto Novo, the 18th of October 1792. Agrees Sybrands clerk Outgoing Letters to Coromandel in the Year 1792. No. 18. 774 To the Gentleman Coromandel Jacob Eilbracht Senior Merchant and Governor over the Company's trade and affairs on the coast there, Together with the Council At Pulicat Honourable Sir and Particularly Good Friends. We have had the honour to receive Your Honours' esteemed missives of the 29th of October 1791, the 4th and 18th of January, and the 3rd and 20th of February of this year, and the letters and documents received therewith have already been forwarded according to their addresses. The sloop De Herstelling sailed past Galle and arrived here in the roadstead on the 3rd of March last, thus long after our return ship had departed, for which reason we have sent the packages brought therewith for the Netherlands to Batavia aboard the ship Willem de Vierde, in accordance with Your Honours' request. For the goods sent on behalf of this Government, we thank Your Honours kindly. The aforementioned sloop De Herstelling we sent on the 17th of March last to Negombo, in order to take in there the timber requested by Your Honours, with which she departed from there on the 6th of this month and crossed over to the opposite shore in order to be able to make the Colombo roadstead, so that she will most likely have crossed over from the Madura Coast to make this roadstead from there; as soon as we receive any report thereof, we shall inform Your Honours. Having recently learned that certain goods belonging to the widow of the late Head Administrator of Nagapattinam, Seraculus Mossel, were discovered here and placed under attachment for private debts, we have resolved, on the grounds of Their High Honours' orders by respected secret letters of the 23rd of May 1780 and the 10th of February 1784, to cause the aforesaid goods to be held under attachment on behalf of the Company, until we obtain clarification from Your Honours as to how the matter of the aforesaid Mossel stands, since to our writing of the 30th of June 1785 sent to Pulicat concerning this, we have received no reply. For the rest, after friendly greetings, we remain, beneath stood: Honourable Sirs and Particularly Good Friends, lower: Your Honours' affectionate friends and servants, was signed: W. J. van de Graeff, Mr. J. Raket, D. C. Drieberg, B. L. van Zitter, A. Samlant, in the margin: Colombo, the 21st of April 1792. To the same as above. The sloop De Herstelling arrived safely here on the 24th of April last, and we are now sending her back to you with such goods upon Your Honours' requisition made as further appears from the enclosed bill of lading, whereto is also added an invoice of account amounting to f 65556:5:8. Furthermore, we send accompanying this the duplicate of our letter of the 21st of April last, a letter from the Court of Justice of this Castle to the Court of Justice in Cochin, two letters from the Netherlands and some Surats received for Your Honours, and a Batavian packet with private letters. For the rest, after friendly greetings, we remain, beneath stood: Honourable Sir and Particularly Good Friends, lower: Your Honours' friends and servants, was signed: 775 W. J. van de Graeff, Mr. P. Raket, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhoven, lower: P.S. We kindly request that you grant conveyance to the accompanying packet for the Gentlemen Ministers at Hugli, in the margin: Colombo, the 2nd of May 1792. To the same as above. The lack of gold and silver specie, and the higher prices which we consequently had to pay for the rice that we purchased for the Company, caused us to resolve in the year 1789 to have a quantity of chanks purchased on the Madura Coast for the account of the Company, and to send the same for sale to Bengal, in order thereby to be able to pay for the grains that we would have to purchase with bills of exchange drawn on Bengal. For the seaward transport of these chanks on freight to Bengal, we entered on the 9th of February 1790 into a written contract with the Englishman John Elliot, captain of the snow The Crofts, which was lying here in the roadstead at that time. By the said contract, a copy whereof accompanies this, Elliot undertook to proceed with his snow to Tuticorin

Dutch transcription

773 Trinkonomale Aan den wel Edelen Manhaften Heer Johan George Fornbauez Majoor der honorable Militie Cheffen Commandant Nevens den Raad. Wel Edele Manhafte Heer„ en Heeren. De Thonij De snoek mits teegenwin„ „den Een verloorne Reijze gehad hebbende, is den 14: deezer tierter Rheede g'Arri„ „veerd, en op verzoek van den daar op vaarende Gezagvoerder Christiaan Elers voor een maand kostgeld en Randsoenen temoogen genieten, om zij„ „nen Reize weeder ten spoedigste te kunnen voortzetten, is zulx hem naar de uzantie deezer Plaatze verstrekt Nagezien „ I: d: Rabinel verstrekt geworden, en vertrekt hee„ „den weeder naar zijnen gedestineerde plaatze. D' Eere hebbende uwel Edele Man„ „ „hafte en Edelens daar van ken„ „nis te geeven. Jntusschen, verblijvende met de meeste Achting /:onderstont wel Edele Mar„ „hafte Heer en Heeren. uwel Edele Manhafte en Edelens onderdanige „ /:was geteekend: en Gehoorzaame Dienaar „ D: E van hogendorp /:in margine:/ Portenovo Den 18. ' october 1792. Ahordeert Sijbrands lijklerk „„ „ Afgegaane Brieven naar Kormandel in het Jaar 1792. No. 18. 774 Aan den Heer Cormandel Jacob Eilbracht Opperkoopman en Gezaghebber over 's Comp„s handel en ommeslag ter kusten aldaar Nevens, den Raad. Ten Palecakatta E: Heer en Byzondere Goede Vrienden. Wij hebben den eer gehad, ten ontvangen ui Ed„s geachtemissive aan den 29 october 1791. , 4. en 18 Januarij en 3 en 20 febru„ arij dezes Jaars, en de daarmeede ont¬ van genen brieven en papieren zijn reeds volgens derzelver addus voort¬ geschikt. den sloep de Herstelling is Gale voor bijgezeild, en den 3 maart J: Leeden alhier ter Reeden g'arriveert, dus lang han dat ons retourschip vertrokken was, weshalven wijde daarmeede aange¬ bragte pakken voor Nederland, volgens uwelEdelens verzoek met 't schip willem de vierde na Batavia verzonden hebben. Voor de gezondene goederen ten be„ hoeve van dit Gouvernement, bedan„ ken ken, wij uw Edelens vriendelyk. Voorm:) sloep de herstelling hebben wijde 17 maart J L. gezonden na Nigombo„ om aldaar intenemen de door uw Ed„s. gedraagde houtwerken, waarmeede dezelve den 6 dezer aan daarver¬ trokken, en overgestooken is naar de overwal om de Kolombosche reede te kunnen bezeylen, zo dat ze naestden kelyk zal zijn overgestoken van de Maduresche Kust, om van daar deze reeden te bezeilen zodian wij daar van ee¬ nig narigt krijgen zullen wij uwEd„s at bedeelen. Onlangs vernomen hebbende, dat hier eenige goederen van den wedu¬ we van wylen den Nagapatnam schen hoofdadministraateur Sera¬ Culus Mossel ontdekt en voor par¬ tikulieren Schulden gearresteerd wa¬ ren, hebben wij uithoofden van hunner hoog Edeld: aan schryvens bij gerespecteerde secreeten brieven aan den 23 Maeij 1780 Ztn: en 10 februarij 1784 besloten, de voorschre ve goederen van weegens de Compa¬ te doen houden nu aarest, tot dat wij van uw Edelens elucidatie bekoomen„ hoedanig het met de Zaak van voorm: Mossel gesteld is wil wij op ons schrij¬ ven vaan den 30 Junij 1785 daerover na 1 van Paleacatta gedaan, geen antwoor hebben bekomen. Wy blyven voor 't overige na vriendselyke groete /:onderstond E: Heeren en Byzonder goede Vrienden /:lager /: uwel Edelens O:W: vrienden dienaeren /:was geteken W: J: van de Graeff. M„r J„s Raket, D„ C„ driberg, B„ L„ van Zitter A„ Samlan /:in margin:/: Kolombo den 21 Apri 1792. Aan als Voren Den Sloep den Herstelling is den 24 April Jl: alhier behouden aangekomen en wij laaten dezelve dusteuis na derwarts terug keeren met zoodanig goederen op uweeEdelens gedane Eijsch als nader blykt, bij 't ingeslooten Cog nossement, waar bij nog gevoegd is een factuur van aanreekening groot ƒ 65556:5: 8: Nog laaten wij dezen, verzellen 't du¬ pllcaat aan onzen brief van den 21 april Jol: een brief van den Raad van Justitie dezes Casteels aan den Raad van Justitie a Costin twee be ven uit Neederland en eennig Soure tan voor uwe Edelens ontvangen een bataviasche paketje met partikulier buiven Wij blyven voor 't overigen na vriendelyke groete /:onderstond /: E: Heer en byzondere goeder vrienden /:lager /: u wel Ed„s „ Vrienden dienaren /:was getekend /: 8 W„ J„ van wijde Eds bo „ ƒ 3„ re 2 en hrij¬ Sch 00 775 176 W„ J„ aan de Graeff, M„ P„r Raket, B„ L„ van Zitter, A„ Pamelant, J„ A„ vollenho„ ver/:lager /: P: S„ Neevens gaande paquet voor de Heeren ministers te Houglij, verzoeken wij vriendelyk, trans port te wielen verleenen /:inmer„ gine /: Kolombo den 2 meij 1792. hem als voren. Het gebrek van gouden en zilvere speetsi„ en, einde hooger payzen die wij mits dien moesten betwalen voor de ryst, welke wij voor de Comp„e inkogten, hebben ons in 't Jaar 1789 doen be¬ Sluiten, een partij sjankoozen op de kusten maduren voor Reekening van de Comp„e te laaten inkoopen, en dezelve ter verkoop naar Bengale te verzenden, ten einde daar door de graanen, die wij zouden moeten inkoopen, met wissels op Bengale te kunnen betaalen. Tot Zeeewaeren van deeze Syankoozen op vragt naar Bengalen hebben wij den 9 februarij 1790 een schriftelijk Contract aangegaan met den En¬ e gelsman oEn Elliot, Captein aan den Anau the Crofts, die ter dien tijd hier ten rheeden lag. Bij gem: Contract, maar van een Copij deezen verseld, heeft Ellist zig verbonden met zyne snau naer Tutukorijn te gaan

NL-HaNA_1.04.02_3976_0171 view scan ↗

English

to go, to take in the chank shells there, and to return again to Colombo in order to receive our dispatches for the Bengal ministers, subsequently to depart for Bengal and deliver the chank shells at Chinsurah. He has accordingly taken in 302,170 chank shells at Tuticorin, as appears from the enclosed copy of the bill of lading, and with his vessel, after having obtained here our aforesaid advices for the gentlemen ministers at Chinsurah, he departed from here. The Chief at Tuticorin, the Honorable Mekern, on our order, had the aforesaid chank shells insured at Madras by his agent, Mr. Kindersley, and this insurance, as shown by the accompanying copy of the policy, was effected for the voyage from Tuticorin to Bengal, with permission, however, to touch at Colombo to receive letters. The Tuticorin Chief, Senior Merchant Mekern, drafted a memorandum according to which the insurance was to be effected, and based upon which it was also requested and obtained. W. J. van de Graaff, A. P. Raket, B. L. van Zetter, A. Pamelant, J. A. Vollenhoven. Below: P.S. Regarding the accompanying packet for the gentlemen ministers at Hooghly, we kindly request that you please forward it. In the margin: Colombo, 2 May 1792. As before. The lack of gold and silver specie and the high prices which we consequently had to pay for the rice that we purchased for the Company caused us in the year 1789 to decide to have a parcel of chank shells purchased on the Madura coast for the account of the Company, and to dispatch the same to Bengal for sale, in order thereby to be able to pay for the grains which we would have to purchase with bills of exchange drawn on Bengal. For the transport of these chank shells by freight to Bengal, we entered into a written contract on 9 February 1790 with the Englishman E. Elliot, Captain of the snow The Crofts, which was lying here at the roads at that time. By the said contract, a copy of which accompanies this, Elliot undertook to go with his snow to Tuticorin, to go, to take in the chank shells there, and to return again to Colombo in order to receive our dispatches for the Bengal ministers, subsequently to depart for Bengal and deliver the chank shells at Chinsurah. He has accordingly taken in 302,170 chank shells at Tuticorin, as appears from the enclosed copy of the bill of lading, and with his vessel, after having obtained here our aforesaid advices for the gentlemen ministers at Chinsurah, he departed from here. The Chief at Tuticorin, the Honorable Mekern, on our order, had the aforesaid chank shells insured at Madras by his agent, Mr. Kindersley, and this insurance, as shown by the accompanying copy of the policy, was effected for the voyage from Tuticorin to Bengal, with permission, however, to touch at Colombo to receive letters. The Tuticorin Chief, Senior Merchant Mekern, drafted a memorandum according to which the insurance was to be effected, and based upon which it was also requested and obtained. This memorandum the said Honorable Mekern, in order to be the more certain that it agreed with the agreement concluded with Captain Elliot, communicated to him, Elliot, who fully approved the same without making any remark upon it. The said Honorable Mekern receives herewith at the same time our order to send the copy of the aforesaid memorandum to your Honor, and to communicate therewith to whom he sent it, in order that your Honor may obtain the original memorandum itself, should it be necessary. The aforesaid snow, after her departure from here, arrived at Madras in such a bad condition that she was deemed incapable of continuing the voyage to Bengal, wherefore Mr. Kindersley agreed with Captain Elliot to transship the chank shells into the ship the Perntom, commanded by a Captain Newton. When When about half of the chank shells had been transshipped into the Perntom, the snow The Crofts could no longer hold out on the roads of Madras, and both vessels therefore departed for the harbor of Coringa, but the snow The Crofts was wrecked on the way. The Tuticorin servants gave us notice of the disaster in their letters of 15 May and 19 June 1790, of which extracts accompany this, along with the annexes mentioned therein. They furthermore informed us that the underwriters at Madras had declared the insurance made on the chank shells loaded in the aforesaid snow to be invalid, on the pretext that Captain Elliot, by touching at Pondicherry, and there discharging and loading, and subsequently coming to the roads of Madras, had acted contrary to the condition of the insurance, since it implied that the snow The Crofts was to sail directly from Colombo to Bengal. In the policy of insurance, the word direct does not appear. It states that the insurance is taken from Tuticorin to the place of her discharge in the river of Bengal, with permission, however, to touch at Colombo to receive letters. This policy even says further, and said snow shall during this voyage lawfully be permitted to proceed to and remain at all ports and places for necessary refreshment and repairs, without this being of any prejudice to this insurance. But that which matters principally here is that Captain Elliot, in his aforesaid contract with us, undertook to depart for Bengal upon returning from Tuticorin to Colombo. In addition to this, he knew that the chank shells were insured, and upon what conditions that had taken place. Senior Merchant Mekern had, as has already been noted above, shown him the memorandum upon which the insurance

Dutch transcription

776 te gaan, aldaar de fyankosen inteneemen en weeder op Kolombo te rug te komen om onse depeches voor de Bengaalsche ministers te ontvangen, vervolgens na Bengale te vertrekken, sjan kosen te Cinsura te leeveren. Hij heeft mits dien te Tutucorijn in„ genomen 302170 sjan kozen, blykens ingesloten Copia Cognossement, en is met zyn vaartuig, na dat hij hier voorsz: onze adviezen voor de Heeren ministers te Cinsura had bekomen aan hier vertrokken. Topperhoofd te Tutukorijn, dE: Mekern, heeft de voorsz: jan kozen, op onze order, door zijn Comissiant, de Heer Kinderslij, te madras laaten verassureeren, en deeze assuran„ die is uit wyzens de nevens„ gaande Copia polis, geschied voor de Eyke van Tutukorijn naer Ben¬ galen, met permissie nogtans op Colombo aan tegaen om brie¬ ven te ontvangen Het Tutukorynsche opperhoofd de opperkoop„ man Mekemn, heeft een memorie geformeerd, om daar na de assuran zie te laaten geschieden en waar op ook dezelve is gedraagd en verkreegen. W„ J„ aan de Graeff, A„„ P„s Raket, B„ L„ van Zetter, A„ Pamelant, 7„ A„ vollenho„ ver/:lager /: P„ S„ Neevens gaande paquet voor de Heeren ministers te Houglij, verzoeken wij vriendelyk, t port te wielen verleenen /:inmer„ gine /: Kolombo den 2 meij 1792. hen als voren. Het gebrek van gouden en zilvere speets en, eide hooge payzen die wij mits dien moesten betwalen voor de ryst„ welke wij voor de Comp„e inkogten hebben ons in 't Jaar 1789 doen be„ Sluiten, een partij sjankoozen op de kusten maduren voor Reekening van de Comp„e te laaten inkoopen en dezelve ter verkoop naar Bengale te verzenden, ten einde daar door de graanen, die wij zouden moeten inkoopen, met wissels op Bengale te kunnen betaalen. ƒ Tot Zeeewoeren van deeze Syankoozen op vragt naar Bengalen hebben wi¬ den 9 februarij 1790 een schriftelij Contract aangegaan met den En¬ gelsman En Elliot, Captein aan den Snau the Crofts, die ter dien 0 g tijd hier ten rheeden lag. Bij gem: Contract, maar van een Copi„ deezen verseld, heeft Ellist zig verbonden met zyne snau naer Tutukorijn te gaan 776 te gaan, aldaar de fyankosen inteneemen en weeder op Kolombo te rug tekomen om onse depeches voor de Bengaalsche ministers te ontvangen, vervolgens na Bengalen te vertrekken, sjan kosen te Cinsurante leeveren. Hij heeft mitsdien te Tutucorijn in„ genomen 302170 sjan kozen, blykens ingesloten Copia Cognossement, en is met zyn vaartuig, na dat hij hier voorsz: onze adviezen voor de Heeren ministers te Cinsura had bekomen aan hier vertrokken. Topperhoofd te Tutukorijn, dE: Mekern heeft de voorsz: Cjan kozen, op onze order, door zijn Comissiant, de Heer Kinderslij, te madras laaten verassureeren, en deeze assuran„ zie is uit wyzens de nevens„ gaande Copia polis, geschied voor de Eyke van Tutukorijn naer Ben¬ galen, met permissie nogtans op Colombo aan tegaen om brie¬ ven te ontvangen Het Tutukorynsche opperhoofd de opperkoop„ man Mekein, heeft een memorie geformeerd, om daar na de assuran zie te laaten geschieden en waar op ook dezelve is gevraagd en verkreegen. Deeze memorie heeft gem: E: Mekem, ten einde te meer verzekert te weesen dat ze overeenquam met takkoord met Capitain Elliot geslooten, aan hem Elliot gecommuniceerd, die dezelve volkomen heeft goedge keurd, zonder daar op eenige aan¬ merking te maaken Gem: E:ke„ hem krygt met deeze tegelykor„ der van ons, om de Copij van voorsz: memorie aan uwelEd: te zenden, en daarbij te bedeelen aan wie hij ze gezonden heeft, ten einde, uweEd: de oorspronkelyke memorie zelve kunnen ligten, zo ze mogte nodig zijn. de voorsz: snau quam, na haar vertrek van hier in een zo sleg„ te toestand te Madias, dat dezelve buyten staet wierd geoordeeld de reyze naar Bengale te vervor„ deren, weshalven de heer kinder slij met Capitain Ellist over„ een kwam de sjankoozen in 't schip de Perntom gevoerd door eenen Captain Newtoin over¬ te Scheepen. Toen 777 Toen omtrent de helfte der Tjankoo„ zen in de Perutom was overgescheept konden snauw the Crofts het niet langer op de Rheede van Madras hou¬ den en zyn daarom de beide bodem na de haven van Coringan vertrokken maar de smau the Chofts is onder¬ weegs eerongelukt. de Tutukorijn sche bedienden gaven ons keunis van de kon¬ geluk bij hunne brieven van den 15 Maij en 19 Junij 1790, waar van Extracter hier nevens gaan, met de bylagen daar bij vermeld. zij bedeelden ons daar bij nog dat de assuradeurs te madras had demeer„ klaard, de gedaanen assurantie op de syankozen, gelaaden in voorsz: Pnau te houden voor inwalide, onder voorgaaen dat Capitain Elliot, met aantegaan op Pondicherij, en daar te lossen en laaden, en met eer„ volgens op de reeden van madraste komen, zoude hebben gehandeld tegens de Condietsie bij de Assuran¬ die, wyl die meederbragt, dat de Snau the Crofts direct van Kolon„ bo naer Bengale moest Zeilen. Bij den polis van de assurantie Staat het het woord direct niet. Daar bij staat, dat de verzekering (:as„ Surantsie /:genomen is, van Jutuko„ rijn na der plaats haarer ontlos„ Jing in de rivier van Bengalen met permissie nogtans te Kolom„ bo aantegaan om brieven te ontvangen. deze polis zegt zelfs wat verder, en gem: Snau zal geduurende deeze ryze, wettiglyk haar alle havens en plaatzen zig mogen begeeven en verblij„ ven, om de nodige verceessing en reparaties, zonder dat zulks van eenig nadeel zal zijn aan deeze assurantie dogt geen waar op 't hier voornamentlyk aan„ Komt, is dat Captitain Elliot bij voorsz: zyn Contract met ons, heeft aangenomen terug komende van Tutukorijn aan Kolombo naar Bengalen te zullen vertrek¬ ken. Hier bij wist hij dat de Sjankozen waaren geassuseerd, en op wat Conditien dat was geschied. De opperkoopman Mekem had hem zoo als dan reeds hier boven is aange¬ merkt, de memorie waar op de assurantie

NL-HaNA_1.04.02_3976_0177 view scan ↗

English

778 insurance was requested, was communicated to him and he fully approved it, without making any objection to it. Not sailing from Kolombo to Bengalen, but calling elsewhere, was already not in accordance with his contract with us; and if, by calling at Pondicherij and at Madras, and by his actions there, he did something that ran counter to the granted insurance, the conditions of which—under which it was requested and granted—were known to him, that is an act resting entirely and solely upon Captain Elliot, a misconduct /: rogue's act :/ of his, and one of those dangers which, in the insurance policy, are stated in so many words to be borne by the underwriters. This is, in our view, so clear that not the slightest doubt can exist about it. The underwriters who insured against the misconduct of the captain and sailors have therefore taken this misconduct of Captain Elliot upon themselves. Nevertheless, to proceed with greater certainty, we requested the Bengal ministers—both because the chanks were addressed to them by us, and because we thought that in Kalcutta they could obtain the best and most impartial information regarding the underwriters' exception—to take charge of this matter, and, if it was found that the underwriters could and ought to be prosecuted, to do so. Our letters written on that matter to Their Honors on 26 Junj and 12 November 1790 are enclosed herewith in copy. From the Bengal Ministers' letters of 4 November 1790, 21 Junij, and 30 Augustus 1791, and from the letters and documents attached thereto of the junior merchant Blume, who was commissioned by Their Honors in this matter, Your Honors will see, especially 779 from that of 30 Augustus 1791, that they agree with our opinion that the underwriters are liable for the compensation of damages, and that consequently Director Titzing, who has departed from here, substituted Messrs. Nathaniel Kinderslij and Henrij Chickleij Micheel at Madras to claim compensation from them for the loss suffered on the snow the Crofts. Meanwhile, we were informed by the Tutucorijn officials, by letter of 1 November 1791, a copy of which is enclosed herewith, that Messrs. Amos and Rowden at Madras, by a letter of 14 October prior, which is also included among the appendices, had notified the Tutucorijn resident that they were qualified by Mr. Titzing to demand compensation from the Insurance Company at Madras for the loss suffered by the wreck of the snow the Crofts. To the two requests they make therein, regarding which we take the liberty of referring to their letter itself, and which indeed seem designed to deliberately complicate the matter and mix it with circumstances foreign to it, the said resident sent the answer contained in his letter of 31 October, a copy of which accompanies this. In answer to the request made by the aforementioned Messrs. Amos and Rowden in their letter, that we also send them such papers and documents as we might deem necessary to give greater force to our claim, and as a further answer to the question put by them to the resident at Tutukorijn in their aforementioned letter, Resident Mekern, in accordance with the order given to him by us for that purpose, wrote to them on 24 December 1791 the letter that is included among the appendices, and to which 780 we, to avoid excessive verbosity, here refer. In response to this letter, they have since written to the resident the letter of 16 April 1792, a copy of which is enclosed herewith, which mainly serves to forward a letter from Mr. Micheel, mentioned above, to Mr. Titzing, a copy of which is also enclosed herewith; and as we must speak further of this letter below, we only note here that Resident Mekern requested from the aforementioned Messrs. Amos and Rowden a copy of the declaration by Captain Elliot mentioned in Mr. Micheel's letter, which has since also been sent by Their Honors and is likewise included among the appendices; this too will be discussed further below. What commission the Bengal ministers gave to the aforementioned Messrs. Amos and Rowden has not been communicated to us by Their Honors. Indeed, we have received no later letters from them on this subject than the abovementioned letter of 30 30 Augustus 1791. But from the abovementioned junior merchant Blume, we recently received a letter of 3 Maart written to the first undersigned Governor, a copy of which is enclosed herewith, with a copy of a report attached thereto, presented by him to the Bengal Ministers. The answer which he advised in this report to be written in response to the abovementioned letter to Mr. Michell is inserted in this letter of his. We do not doubt that the Bengal ministers, in answering Mr. Michell's letter, will have made use of the advice of the said junior merchant Blume. In this answer, everything that one might wish to deduce against us from this declaration of Captain Elliot is refuted in such a manner that we have nothing to add to it, except that if such declarations as that of Captain Elliot were to be accepted regarding any insurance taken out, as in this case, and

Dutch transcription

778 assurantie gevraagd is, gecommuniceerd en hij heeft de zelve volkomen goed„ gekeurd, zonder daar op eenige aan¬ merking te maaken. Niet van Kolombo te Zylen na Bengalen, maar elders aantegaan Strochte reeds niet met zyn Con„ tract met ons, en zo hij met te Pondicheiij en ter madras aante¬ gaan, en met zijne verrig¬ tingen als daar, iets gedaan heeft, dat aanliep teegens de verleen„ den assurantie, waar van hem den Conditien, waar op zo is gevraagd en verleend, bekend waren, is dat een daad, Staande geheel en alleen ten lasten van Capitain Elliot, een wandaad /: Schelm stuk /: van hem, en een van dien ge„ vaaren, die bij de polisce enn assu„ rantie met zoo veel woorden gezegt word, dat loopen zullen ten laste van de assuradeurs. Dit is naar ons inzien zoo duide„ lyk, dat daar over geen de min¬ te bedenking kunnen vallen De assuradeurs die teegens de wandaa¬ den van de Capitain en Matroo„ Zem geassureerd hebben hebben mits mits dien deeze wandaad van Captein Elliot tot hun laste genomen. om nogtans meer zeeker te gaan, hebben wijde Bengaalsche ministers, zoo om dat de Sjankoozen door ons aan hun geaddresseerd waaren, als om dat wij dagten, dat ze te kal„ Katta, de beste en meest onzydi„ ge informatien, betrekkelijk tot de exceptie van den assuradeurs zou de kunnen bekoomen, verzogt, om zig met deeze zaak te willen belasten, en bij bevinding dat de ascuradeurs konden en behoor¬ den te worden vervolgd, dat wil¬ len doen. Onze brieven daar over aan hem Ed. geschreeven den 26 Junj en 12 November 1790 gaan in Copij hier nevens. Uijt der Bengaalsche Ministeren breven van den 4 November 1790, 21 Junij en 30 augustus 1791, en uijt de daar bij gevoegde brie¬ den en geschriften van den onderkoopman Blime, die door hun Ed„s in deeze zaak was gecom„ mitteerd, zullen uEd„s zien, speciaal inlden . 779 uit den van den 30 Augustus 1791, dat dezelve met ons van gevoelen zijn„ dat de ascuradeurs tot de veergoeding aan schade gehouden zijn, en dat mits dien de hier afgegaane directeur Titzing, de heeren Natha„ niel Kinderslij en Henrij Chickleij Micheet te madras, gesubsistu„ eerd heeft, om van hem vergae„ ding te vorderen, aan den geleedene schade op de sneurthe Croffs¬ Tusschen beide is ons door de Tutu¬ Rorynsche bediendens bij brief van den 1 November 1791, die in Co¬ „ pij hier nevens gaat bedeeld, dat de Heeren Amosen Ronden te madias, bij een brief van den 14 october daar tevoren, die ook onder de Bijlaagen overgaat, aan 't Tutu¬ Rorijns opperhoofd hadden kennis gegee¬ veen, dat ze door de Heer Titzing gequali¬ ficeerd waaren, om aan de assu¬ rantie Comp„e te madras eergae„ ding te Eyschen voor 't verlies ge¬ leeden door 't verongelukken van de Snan the Crofts. Op de twee verzoeken die zes daar bij doen, en waar omtrent wij ons ons de vryheid nemen aan hunnen brief zelve te gedragen, en wel scheinen te zyn ingerigt om de zaak voorbe„ dagtelyk intrikaal te maken, en die te mengen met omstandig „ heeden die daar aan vreemd zijn¬ heeft gem: opperhoofd gezonden het antwoord, vervat bij zyn brief van den 31 october, waar van Copij deezen verzeld. Jm antwoord op het verzoek dat de voorschreeve heeren Amosen Rou„ den bij hunnen brief doen, dat ook wij aan hun wieden zenden zo¬ danige papieren en geschriften, als wij zouden nodig oordeelen Om onzen Eysch meerder kragt bij te setten, en tot verder ant¬ woord op de vrage, door hun aan 't opperhoofd aan Jutukorijn bij voorsz: hunnen brief gedaan, heeft het opperhoofd Mekein, over een„ komstig met de order daartoe Voor ons aan hem gegeeven, aan hun geschreeven den 24 de¬ cember 1791 de brief, die onder de bijlaagen overgaat, en waar aan wij 780 aan wij, ter vermyding van al te groote wydloopigheid, ons hier gedraagen op deezen brief hebben ze zeedert aan 't opperhoofd weker geschreeven den brief aan den 16 april 1792, die in Copij hier nevens gaat, en hoofd„ zakelyk diend ten geleide van een brief, van den Heer Micheel hier boven genoemd aan den Heer Titzing, waar van de Copij ook hier ne„ vensgaat; en wijl wij van dezen brief hier onder nader spreeken moe„ ten, merken wij daar over hier nog alleen aan dat het opperhoofd Mekern aan de voorsz: Heeren Amos en Rowden heeft verzogt, een Copij aan den bijden brief van den Heer Micheel vermel¬ de Verklaring door Captein Elliot die ook zeedert door hun E„s gezonden is, en meede onder de bylagen overgaat, ook daar van zal hier onder nader worden gesproken. Wat de bengaalsche ministers aan de voorsz Heeren Amos en Rowden voor Commissie gegeeven hebben, is ons door hun E„s niet bedeeld. zelfs hebben wij van hun over dit onderwerp geene laatere brieven ontvangen dam de hier boven gem: brief van den 30 den 30 Augustus 1791 dog van den hier boven genoemden onderkoopman Blume, hebben wij dezer daagen ontvangen een brief van den 3 Maart geschreeven aan den eerst, ondergeteekende Gou„ verneur, die in Copij hier nevengaat, met een Copij van een daar bij aern berigt, door hem aan de Heeren Bengaalsche Ministers gepresen¬ teerd. Het antwoord dat hij bij dit zijn berigt heeft aangeraaden, te schrijven op den hier boven gem: brief aan den heer Michell, is bij deeze zijn brief ge„ 2„ uiseneerd. Wij twijfelen niet, of de Heeren Ben„ gaalsche ministers zullen in 't be„ antwoorden aan den brief van den Heer Michell, zig van de raad van gem: onderkoopman Blinne heb¬ ben bediend. Bij dit antwoord, wat, word alles wat men uit deze verklaring van Kaptein El„ liot, tegens ons zouden willen aflyden, op een wyze ontzenuwd, dat wij daar bij niets tevoegen heb„ ben, dan dat zoo men diergelijke Verklaringen, als die van Capt: Elliot om eenige genomene assurantie gelyk i 't gevalle en

NL-HaNA_1.04.02_3976_0183 view scan ↗

English

and declare invalid in question, any court admitted, one would open the door for the underwriters to concert with the captains of the ships on all occasions, in a manner that would render all insurance powerless. Yet because the underwriters, as appears from the aforesaid letter from Mr. Michell, not only refuse to pay, but now even refuse to submit the matter to arbitrators, and since consequently nothing remains but to take legal action, which, on account of their great distance from Madras, cannot be done by the ministers of Bengal without considerable inconvenience and loss of time, we have decided to request Your Honors, as we do hereby, to be pleased to take upon yourselves the prosecution of this case. We therefore very kindly request Your Honors to be pleased to announce to the aforesaid authorized agents in Madras that we have entrusted the further handling of this matter to Your Honors, and that they consequently should no longer concern themselves with it; demanding from them at the same time the documents relating thereto, which they received from the Bengal ministers. Furthermore, after having read the documents, Your Honors will be pleased to have someone, whom Your Honors shall deem qualified for the purpose, further summon the underwriters in Madras to satisfy the insurance policy granted on the chanks laden in the snow the Crofts, and in case of refusal thereof, then to arrange for arbitration according to the stipulation in the said policy. If the underwriters consent to the arbitration, we think that on behalf of our Company, none of the English nation should be chosen as arbitrators, but that it would be better to take others for this purpose, if possible of our own nation. However, should the underwriters persist in their refusal of the arbitration, we request that they may be further asked for the reasons they claim to have for departing from so explicit a condition. If Your Honors upon consideration find that the reasons for refusal given by the underwriters, both regarding the compensation for damage and the arrangement of the arbitration, are of such a nature that they ought to make us desist from pursuing our right, we then request that you communicate this to us before proceeding further; but otherwise, and if Your Honors think with us that our claim against them is well-founded, we then kindly request you to bring them to court over it. We are informed that there are two courts of justice in Madras, one of laws, Court of Law, and one of equity, Court of Equity, but since we have been informed that no appeal can be made from the latter mentioned court, we request that the lawsuit be initiated before the first mentioned court, in order to be able, if necessary, to pursue the matter on appeal. Since the Chief of Tuticorin, Mr. Meker, is named in the insurance policy as the taker of the insurance, we shall order him to send to Your Honors as soon as possible a power of attorney in due form to be able to pursue this case; just as we shall also order him to deliver to Your Honors the original insurance policy on the loaded chanks in the snow the Crofts, and the original contract concluded between us and Captain Elliot and written in the Dutch language. The counterpart of the aforesaid contract, written in English, and the original bill of lading signed by Captain Elliot, we have sent to the gentlemen ministers in Bengal, who have forwarded the same, along with some other documents mentioned more fully in the latest report from the junior merchant Blume, to Mr. Michell. We have abundantly requested the ministers in Bengal to write to the authorized agents in Madras to deliver the aforesaid documents to Your Honors; and further, should Your Honors deem it necessary, to assist Your Honors with counsel and deed. A copy of the letter that we have written to Their Honors about this, we enclose as a transcript herewith. The lot of chanks that was transshipped into the ship the Peruton has been reinsured in Madras for the voyage from Madras to Calcutta or Chinsurah, as Your Honors will see by the original policy, which goes enclosed herewith. What trouble the ministers in Chinsurah have had to obtain the chanks that were transshipped into the ship the Peruton and delivered in Calcutta by Captain Newton to a certain Mr. Alcardize, appears from the aforementioned letters exchanged between us and the said ministers, and in particular from the letters and reports of the junior merchant Blume, to which we also add a copy of the sales account of this lot of chanks. And since we daily expect further news regarding these affairs from the ministers in Bengal, we kindly request Your Honors, if letters from them addressed to us are brought to Pulicat, to be pleased to open them and extract from them all the documents that Your Honors deem necessary for the prosecution of this case. We furthermore present herewith to Your Honors the duplicate of our last letter of 2 May last and an invoice of account of 30 June last amounting to ƒ158:17:8. We remain, for the rest, after friendly greetings, Honorable Sir and exceptional good friend and servants, lower, Your Honors' obedient friends and servants, was signed, W. J. van de Graeff, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant. In the margin, Colombo, 12 July 1792.

Dutch transcription

bij 781 en kwestin invalide teverklaren, eenig regtbank admitteerde, men de deur zoude openen voor de assuradeurs 7 om in alle geleegendheeden zig te kunnen koncerteeren met de Capitains van de scheepen Op eenen wyze, die alle assusantie zoude kragteloos maken. dan wyl de assuradeurs, zoo als dat uit den voorsz: brief van de Heer Michell blykt, niet alleen wij geren te betalen maar nu ook zelfs wijgerende zaak te steelen aan arbiters, en dat er mids dien niets overschiek dan om de weg van regten inte¬ slaan, het geen door de minis„ ters van Bengale, uit hoofde van derzelver uerren afstand aan ma¬ dras, niet kan geschieden zon¬ der merkelike ongeleegendheid en tyd verzunming, hebben wij beslooten uwEled: te verzoeken, gelyk wij doen door deezen, 't Vervolgen aan deze zaak op zig te willen nemen. Wij verzoeken uweEd„s derhalven zeer vriendelijk, aan de voorsz: gemagtig¬ dense madras te willen doen aankondigen, dat wij Uwed„e: de verdere Verdere behandeling deezer zaak heb„ ben opgedragen, en dat ze zig mits dien daar meede niet meer bemoeyen moeten; van hun teffens doende afeischen de stukken daer toe betrekkelyk„ die ze van de Bengaalsche minis¬ zers ontvangen hebben, voorts ge„ lieven uw Ed„s na genome lectu„ lan der stukken, door iemand die Uw Ed„e daar toe bequaam zullen oordeelen, de assinadeurs te ma¬ dias nader te doen sommeeren tot de voldoening aan de polis van ascurantie, verleend op de Sijanko¬ zen, gelaaden in de snau the Crofts, en by wygering van dien, dan tot het beleggen aan de arbitrage volgens de bepaling bij gedagte palis Indien de assu¬ radeurs in de arbitrage be¬ willigen, denken wij dat tot arbetrateurs aan wegen onze Comp: geene van de engelsche natie dien een te worden ver¬ kooren, maar dat 't beter zij daar toe andere te neemen zoo 't doenlyk is aan onze eij¬ gene 782 eygene natie, dog mogten de assura„ deuis volharden in hun refus van den arbitragen, verzoeken wij dat hun de reedenen nader mo¬ gen worden afgevraagd, die ze ver¬ meenen te hebben, om van een zoo stellig beding aftegaan. zoo uwEd: bij overweeging bevinden dat de reeden van wygering, die de assuradeurs, zoo tot de eengoe„ ding van schade als tot 't be¬ leggen van de arbitragen, geen ven, zin aan dienaart, dat ze ons aan 't vervolgen van ons regt zouden behoren te doen afzien, dan verzoeken wij alvorens verder tegaan ons dat te bedeelen, dog anders, en wanneer UE: met ons denken dat onzen Eysch tegen dezelve gegrond is, dan verzaeken wij vriendelijk, hun daar over in legten te doen betrekken. Wij zyn geinformeerd, dat te madras twee regts hoven zijn, eén van wetten Court of lang, een een van billykheid Court of egintij, dog wijl men ons berigt heeft, dat van '2 laaste gem: hof niet ken worden worden geappelleerd, verzoeken wij dat 't proces word g'entameerd voor den eerstgem: regtbank, ten einde des noods de zaken in appel te kunnen vervolgen. Vermits 't Tutukoryns opperhoofd, de Meker bij de assurantie briefgenoemd word als de nemer aande assurantie zullen wij hem gelasten, aan uw EEEd„s ten spoedigsten toetehen„ den een acte in forma om dit geval te kunnen poursuivee¬ ren; Zoo als wij ook hem gelaste zullen aan uw Ed„s te bezorgen de oorspronkelyke polis van assurantie, op de gelaadene Sijankoozen in de snauthe Crofts, en 't oorspronkelyk Com¬ tract tusschen ons en Cop d„ Lein Elliot geslooten, en geschreeven in het Neder¬ duytsch. De weedergade van 't voorsz Con tract, geschreven in 't En„ gelsch, en 't orgineel Cognois„ sement getekend door Captein Elliot, hebben wij gezonden aan de Heeren ministers in Bengale - „schikt Bengale die dezelveen nevens eenige andere documen ten breeder vermeld by 't laatste berigt van den onder koopman blume aan den Heer Micheel hebben toe weijn hebben ten overvloedende ministers in Bengale verzogt, de gemagdigdens te ƒ madias aan te schryven om de voorsz documenten aan uw Ed„s te bezorgen; en voorts zoo uwEd„s dat mogten nodig oordeelen, uwEd„e met raad en daad te willen assisteeren. Een Copij aan den brief, die wij daar over aan hun Ed„s. hebben geschre¬ deen, voegen wijen afschrift bij e deezen. De partij Cyankozen, dien in 't Schip de Pernton was overgescheept, zijn opnieu te madras verassu¬ reerd voor de ryze van Madras naar Kalkattan of Cinsura, zoo als uw Eds zullen zien bij de origineelen palis, die in deezen ge¬ slooten overgaat. Welke moeite de munisters te Cin¬ Sura gehad hebben om de Sjankozen, die in 't schip de Pe¬ ruton overgescheept, en door Capitein Newton te Kalkatta aan eenen heer Alcardize over¬ geleverd waaren, magtig te wor„ den, blykt by de hier vooren ver¬ melde gewisselde brieven tus¬ schen ons gem: ministers, en inzom¬ derheid derheid bij de brieven en berigten van den onderkoopman Blime, waar bij wij nog voegen een Copij van de verkoop„ reekening van deeze partij syjanko„ zen. En wijl wij nopens deeze affai ren, dagelyks nader berigt verwagte„ van den ministers in Bengale, ceer¬ zoeken wij uw Ed„s vriendelijk zoo er brieven van dezelven aan ons geaddresseerd te Paleacatta aange¬ bragt worden dezelve te willen openen en daar uit te ligten alle de stukken, die uw Ed„s tot 't vervol„ gen van deeze zaak noodig ovr¬ deelen. Wijbeeden uw Ed„s hiernevens nog aan 't duplikaat onzer laaste aan den 2 meij Jongstleden en een faktuur van aanreekening van 30 Juni Jongstleden groot ƒ158:17:8: Wij blyven voor 't overige na vriende„ „lyke groete /:onderstond /: E: Heer en bij„ zondere goeden vriend en dienaren /: lager /: uw Ed„ls d„ W„e vrienden dienaren /: was getekend /: W„ J„ van de Graeff„ M: P: Raket, J„s Reintous, B„ L: van Zitter, A„ Samlant /inmargine/: Kolombodem 12 Julij 1792

NL-HaNA_1.04.02_3976_0189 view scan ↗

English

784 To the same as before. In continuation of our letter of 12 July last, we further remark here that Mr. Davis indeed says that barratry can only be committed against the owner of the ship, but this is entirely contrary to the meaning of this word, which signifies all kinds of fraud, roguery, or negligence by the master or his crew. But we know that the English in matters of legal procedure often cling to the dead letter of the law, and it could therefore well be true that their jurists interpret this word in such a bizarre manner. However, even though according to that interpretation the master has in this case committed barratry only against the owner of the ship, he has nonetheless also thereby prejudiced the freighters, who have lost their goods as a result; and the damages inflicted on the freighters by the commission of barratry against the shipowner must be compensated by the insurers. The English policy of insurance also confirms this, in our view, in an undeniable manner, for therein the insurers have expressly bound themselves to compensate for the damage arising from barratry. Whoever wishes to deny this must agree that the promises made in the policy of laden goods are not only no promises at all, and thus have no meaning whatsoever, but would also serve to mislead and ensnare foreigners—a double reproach of absurdity on the one hand and of bad faith on the other, which such an enlightened and at the same time honorable nation as the English would surely not wish to take upon itself. Most European nations have, in the matter of insurance, regulated their laws after ours, 785 after ours, and especially after the ordinance on the matter of insurance of Amsterdam of the year 1595. Mr. Blumer says expressly that the English have adopted the Amsterdam ordinance into their lex mercatoria; and this ordinance, to be found in the Plakkaatboek of Cau, first part, page 846—with which also agree the ordinances of Middelburg of the year 1600, article 4, and of Rotterdam of the year 1604, article 11—expressly states that in case the master alters his voyage without orders from the insured, the insurance remains in force, reserving to the insurers their recourse against the master. Captain Elliot himself declares, and this declaration is produced on the part of the adverse party, that he committed that which the insurers claim to be a deviation from the contract of insurance without our orders, and this alone appears to be decisive in and of itself. If the matter can be settled by confining oneself solely to this, it is all the better, and it is then unnecessary to enter into what the insurers call a deviation from the policy of the granted insurance. But if one should also have to enter into the examination of this point, then the declarations of the chief mate, second mate, and especially of Mr. Kennedi, of which Mr. Blumer makes mention in his report, clearly indicate that the places Captain Elliot visited were put into by him on account of leakage, lack of provisions, and the weakness of his crew. Of this, perhaps even more evidence could be obtained if one were to enter into the dispute with the insurers as to whether a deviation was truly committed or not, and we therefore request 786 that, should this be necessary, you please inform us thereof before your Honors proceed, especially to judicial proceedings. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath: Honorable Sir and particularly good friends; lower: Your Honors' most humble friends and servants; was signed: N. J. van de Graeff, M. P.s Raket, D.o G. von Dueberg, J. Beintous, B. L. van Zitter, A. Samland. In the margin: Colombo, 23 August 1792. To the same as before. We have successively received your Honors' esteemed letters of 31 March, 28 April, 25 May, and the last of 1 June past. The small chest with papers for Batavia, mentioned in the first-named letter, was dispatched in the month of May with the ship the Indus; and the letters for Cochin and Surat were dispatched immediately. But the packet and the two small chests for the Netherlands, mentioned in your Honors' aforesaid last letter, have not yet been able to obtain transport, since no packet boats have arrived here this year. The Honorable High Government of the Indies having further instructed us to send the former Nagapatnam First Clerk Bronsveld in a secure manner to Coromandel, in order to be brought to trial before the Pulicat Council of Justice, we are now sending him thither on the boat Ceylon No. 3, the commander having been ordered not to allow him ashore anywhere except at Pulicat. We also send herewith in original all the petitions submitted by him here, with the appendices thereof, more fully specified in an ample register attached thereto, with which we also return the debit account charged to him, which we received along with your Honors' letter of 25 May past; and we request your Honors to please inform us whether

Dutch transcription

784 Aan als Voren Ten vervolge van onzen brief van den 12 Julij JL: merken wij hier nog aan„ dat de Heer davis wel zegt, dat Barretiie /: Baratria /: alleen tegens den Eigenaer van 't schip kan wor¬ den begaan, dan dit is volstrekt teegens de beteekenis van dit woord, het welk allerlij bedrog Schelme„ rij of nalatigheid van den Schip„ pen op zyn volk beteekend. dog wij weeten dat de Engelschen in 't Stuks van rechtspleeging dikwils kleeven aan den dooden letter van de wet, en het zon„ de dus wel kunnen waar zijn, dat hunne rechtsgeleerde dit woord, op zulk een bizarre wyze uitleggen, dan of Schoon na volgens die uitlegging de Schip„ per, in deezen de Barretrie alleen teegen den Eigenaar van het schip gepleegt heeft, zoo heeft hij niet temin ook de bevrachters daar door benadeeld, die hun goed daar door verlooren hebben, en de Schaaden die door het plee„ gen van Barretrie tegenden scheeps Eigenaer, aanden bevragters toegebragt word moet ie moet door de asjuradeurs vergoed worden. De Engelsche polis aan assurantie bevestigd dat ook naar ons inzien op eene onteegenzeggelyke wyze, want daar bij hebben de assura„ deurs zig uitdrukkelyk verbon„ den tot vergoeding van de scha¬ de in't barretrie spritende Die dit ontkennen wil moet toestemmen dat de bij de po„ lis van ingelaadene goederen gedaane beloften, niet alleen geene belofte zijn, en dus ge¬ heel geenen zin hebben, maar ook strekken zoude, om vreem den te mislyden en te veer„ stukken, een dubbeld verwijd aan ongereimtheid in Zeene en van quaade trouwe in 't andere opzicht, het welk zulk een verlichte en tevens eer„ geenge natie als de Engelschen voor zeeker niet zoude willen op Zig laaden. de meeste Europesche nadie heb„ ben in 't stuk eee assuraan tie, hunne wetten geregeld na de onze 785 na de onze, en uitzonderheid na de ordo„ nantie op 't stuk van assurantie van Amsterdam aan 't Jaar 1595. de Heer Blumer zegt uitdrukkelyk dat de Engelschen de Amsterdam„ sche ordonnantie in haar lexmerca„ torien hebben overgenomen, en deeze ordonnantie te vinden in het Plaakaat Boek van Caurerste deel pag: 846 waarmeede ook over„ een stemmen de ordonnantien van Middelburg van 't Jaar 1600 art„l 4 en van Rotterdam van 't Jaar 1604 art„l 11 zegt uitdrukkelijk, dat ingevalle de schipper zyne ryze eer¬ andert zonder last van de geas„ cureerde de verzekering aan waarden blyft, behoudende den as Curadeurs Lijmverhaal op den Schipper Kaptein Elliot verklaard zelven en dee„ te verklaring word aan den kant aan partij geproduceert, dat Hij het geen de ascuradeurs pretendeer ren te zijn een devicatsie van 't Kontract aan assurantie heeft begaan buiten onze order, en dit alleen Schint dus aanen en op zig zelven beslissend. „aan zoo de zaak met zig hier alleen te hou„ den kan worden afgedaan, is het des beeter en t is dan onnoo„ dig zig intelaaten over 't geen de assuradeurs een deviaatsie aan der polis van de verleende as¬ Purantie noemen, dog zo men ook in het onderzoek van dit stuk zouden moeten treeden, dan wyzen de verklaringen van de opperonderstuurman en in zonderheid van den Heer Kennedi waarvan de Heer Blu¬ men bij zyn berigt gewagmaakt, duidelyk aan dat de plaatzen daar Kaptein Elliot is aange¬ weest door hem zijn aange¬ daan wegens de Kekkasie ge¬ brek aan water Lanken en Zwak„ heid van zyn volk. Hiervan zoude misschien zelfs meer bewyzen kunnen worden ingewonnen zoo men met de assuradeurs in de questi zoude moeten treeden of er weer„ kelyk devicatsie begaan is of niet, en wij verzoeken daar„ om 786 om, zoo dit mogte noodig zijn, ons daar van tewillen onderrigten, alvorens uwelEdelens, inzonderheid tot ge„ rechtelyke procedures, overgaan. Wij blyven voor 't overige na vrien„ delyke groete /:onderstond /: E: Heer en Bijzondere goede vrienden (:lager: UwelEdelens dienstweelige vriend en dienaren /:was getekend /. N„ J„ aande Graeff, M„ P„s Baket, d„o 6„ von Dueberg, J„ Beintous, B„ L„ van Zitter, A„ Samland, /inman„ gine Kolombo den 23 aug„s 1792. Aan als Voren Wij hebben successive ontvangen uw Edelens geagte missives van den 31 Maart, 28 april, 25 mai en ulti 1mo Junij Joleeden. Het Kasje met papieren voor Batavia, vermeld bij eerstgemel„ de brief, is in de maand maer met 't schip de Jndus verzonder; en de Brieven voor kaetsien en Souratta, zijn ten eersten ge„ depecheerd. dog 't pakket ende twee kasjes voor Neederland, vermeld bij UW Edelens voorsz: laatste missive, hebben nog geen geen Transport kunnen Erlangen, wijl in dit Jaar geene paket boot hier aangekomen zyn. De Edele Hooge Jondische Reegering ons nader gelast hebbende, den gew: Nagapatnamsche Eersten Klerk Bronsveld op eene verze„ kerde wyze na Cormandel te zen„ den, om voor den Paleacatsen raad van Justitie te regt gesteld te worden, zoo zenden wij hem tans met de boot Ceelon N„o 3 nader„ waarts zynde de gezaghebber gelast, hem nergens aan de wal te laaten gaan, dan alleen te Paleaketor Wij zenden ook hiernevens in vor¬ gineel alle de addressen door hem hier ingedient, met de bij„ laagen daarvan, breeder ver¬ meld, bij een daarnevens ge„ „ voegd ampel register waar bij wij ook terug zenden de aan reekening ten zynen las¬ ten, die wij nevens uwer Ede¬ lens Missive van den 25 Maij Sleeden hebben ontvangen, en wij verzoeken uwer Edelens ons ten willen informeeren, of

NL-HaNA_1.04.02_3976_0195 view scan ↗

English

787 whether Your Honours would be pleased to inform us whether you will have his goods—which have now been seized here at Your Honours' request, and the inventory of which was sent to Your Honours alongside our letter of 16 March 1791—collected, or if they can be liquidated for money here instead. On this occasion, we also send the amounts allocated to the inhabitants of the Coromandel coast who were impoverished in the war, amounting in cash to 5100. 37. — in silver specie, enclosed in a chest, of which the keys, together with the bill of lading, are transmitted enclosed herewith. We kindly request Your Honours to be pleased to return the aforementioned boat to Jafnapatnam as soon as possible, as the same cannot be spared there for carrying out the cruising service. For the rest, after friendly greetings, we remain. it was signed: Honourable Sir and Special Good Friends; lower down: Your Honours' friends and servants; was signed: W. J. van de Graaf, C. von Drieberg, J. Reintons, B. L. van Zitter, J. A. van Vollenhove, and A. Samlant. in the margin: Kolombo, 2 September 1792; lower down: P.S. The bill of lading for the aforementioned money chest will be delivered from Trinconomale; and the aforementioned statement of account charged to Bronsveld we shall send at a further opportunity. Enclosed herewith is also a letter from the Honourable Council of Justice here, addressed to that of Paleakatta. To the same as above. Referring to our letter of the 2nd of this month, the duplicate of which accompanies this, we address this to inform Your Honours that the boat Ceilon No. 3, which according to our aforementioned letter was destined for Paleacatta, has been compelled to put into Nigombo due to having sustained a severe leak, and that we have therefore sent orders to dispatch the Bookkeeper Bronsveld and the chest of money via Manaar to Jaffanapatnam. 788 To the same as above. napatnam, we kindly request Your Honours to be pleased to send a vessel to Jaffanapatnam to collect the same from there to Paleacatta. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was signed: Honourable Sir and Special Good Friends; lower down: Your Honours' dutiful friends and servants; was signed: W. J. van de Graaf, Mr. P. Raket, C. von Drieberg, J. A. Vollenhoven; in the margin: Kolombo, 10 September 1792. Lower down: P.S. We present to Your Honours herewith the statement of account charged to Bronsveld, promised in our aforementioned letter of the 2nd of this month. The Honourable Supreme Indian Government has recommended to us to send a minister to Paleacatta to administer the Lord's Sacraments; Wherefore we request Your Honours to be pleased to inform us when this must take place, and then also to be pleased to send a vessel to Jaffanapatnam to collect him. Enclosed herewith we send Your Honours one letter packet which was brought from Batavia by the ship the ship Dregterland, three letter packets which were brought by the ship De Schelde from the Netherlands and the Cape of Good Hope, and one letter packet under open cover from the Council of Justice here to the court there. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was signed: Honourable Sir and Special Good Friends; lower down: Your Honours' friends and servants; was signed: W. J. van de Graaf, Mr. P. Raket, C. von Drieberg, J. Reintons, B. L. van Zitter, J. A. Vollenhove; in the margin: Kolombo, 7 October 1792. Lower down: P.S. We request Your Honours to be pleased to forward the enclosed packet for the Gentlemen Ministers in Bengal thither at the earliest opportunity. To the same as above. With the ship Christophorus Columbus a small chest was brought here last year, marked and branded 1790, which we caused to be opened to see whether there might perhaps be any perishable goods inside; and according to the accompanying report to the Judicial 789 Judicial Commission, 2 portraits were found inside. As no owner has yet appeared for it, and we suspect from the letters of the mark that this small chest may belong to the Governor Elbragt, we request to be informed whether His Honour, or anyone else there, happens to be missing such a small chest. With the ship Vasco de Gama we have received for Your Honours from the Netherlands five letter packets, which are transmitted enclosed herewith, together with the duplicate of our letter of the 7th of this month, and a letter packet for the ministers in Bengal, which we request Your Honours to be pleased to forward thither. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was signed: Honourable Sir and Special Good Friends; lower down: W. J. van de Graaf, Mr. P. Raket, J. Reintons, B. L. van Zitter, J. A. Vollenhove; in the margin: Kolombo, 10 October 1792. To the same as above. Yesterday we had the pleasure of receiving Your Honours' esteemed missive dated 6 May, which we think to be an error in the date, and which probably should be 6 December. We shall answer the same at the earliest opportunity, and this serves provisionally only to inform Your Honours that the Ceylon return ships of the first consignment depart precisely on 15 November, and that the after-ships or the ships of the second consignment depart precisely on the last day of January, or at the latest on 1 February. We request that the coast linens of the Company which Your Honours are to send to be dispatched to Europe with the Ceylon return ships, be sent directly to Gale, so timely that they can be at Gale at the latest eight days, or at the very longest six days, before the departure of the return ships. Herewith we request, as soon as Your Honours

Dutch transcription

787 of uEd: zyne goederen, die op iwel¬ Edelens „ aaste willen iomforeeren „verzoek alhier nu beslag genomen zyn en waar van de invente¬ ris nevens onsen brief van den 16 maart 1791 aan uwelEdelens toegesonden is zullen laten afhaelen, dan wel op dezel¬ aen alhier ten gelde kunnen gemaakt worden. Bij desen gelegenheid zenden wij ook z aan de in den oorlog verarm„ de ingezetenen ter kusten Corman„ del toegedeeld bedraagen aan red„e 5100. 37. — in zilvere spetien, be„ slooten in een kist, waar van de sleutels, nevens 't kognosse„ ment, in deezen geslooten overgaan. Wij verzoeken ue Edelens wier„ delyk de voorsz: boodt ten spoe„ digsten te willen terug zenden naar Jafnapatnam wijl de„ zelve daar toe het doen der bekuin¬ sing niet kan worden gemisz. Wij blyven voor 't overiger na vrien¬ delyke groeten. /:onderstond /: E Heer en Byzondere goede Vrienden: /:lager) uwel Edelens O:W: vrienden dienaren /: was gete¬ kend /: w: J: van de Graef, C„ von du„ J„ Reintons, B: L: van Zitter berg J: A: van vollenhove en A„ Samlant. /:in margine /: Kolombo den 2„e Zept: 1792 /: lager /: P„ S„ Fcognissement van voorsz: geldkist zal van Trin¬ Conomnale worden Bezorgd; ende voor¬ Sch: aanrekening ten laste van Brom veld zullen wij bij eene nadere gele¬ gendheid zenden. Hier nevensgaat nog een brief van den Achtb: raed van Justitie alhier aan die aan Paleakatta gerigt. Aan als voren onz gedragende aan onzen brief van den 2 dezer, waar van 't duplicaat dezen verzeld, rigten wij dezen om uwe Edelens te adverteeren, dat de boot Ceilon N„o 3, die volgens voorsz: on¬ zen brief gedestineerd was na Pa„ leacatta, door eene gekoegene zwaa„ re lekkagie, genoodzaakt is ge¬ weest te Nigombo binnen te loopen, en dat wij daarom order gezonden hebben, den Boekhouder Bronsveed en de kist met geld over manaar te zenden na Jaffer na pat 6 788 Aan als voren napatnam, wij verzoeken uwel Edelens vriendelyk, een vaartuig te willen zenden na Jappenp: om dezelve van daar afteha„ len na Paleacasta. Wij blijven voor 't overige na vriende„ lyke groete /:onderstond /: E Heer en Bizondere goede vrienden /:lager uwel Edelens dienstwillige Vriend en dienaeren /: was getekend/: W„ J„ van de Graef, M„s P„s Rak et„ C„ von Drieberg, J„ A„ vollenhoven /:in„ margine /: kolombo den 10 7ber 1792/. /: Eger /: P„s S„ wij bieden unvelEdelens hiernevens aan de by onze voorm: brief van de 2e: deezer beloofde aan reke¬ ning ten laste van Bronsveld. de Edele Hooge Jndische Reegering heeft ons aanbevolen, een preedikant ter bediening van de Hr Bondzegelen naer Paleacatta te Zenden; Weshalven wij uwel Ed„s verzoeken, ons te willen informeeren wanneer dit geschieden moet, en als dan teffens een vaartuig te willen zenden naer Jaffenapatnam, ter afhaal van den zelven. Hier nevens zenden wij uwwel Ed„s een Brief Paket, het welk per 't schip 't Schip dregterland van Batavia aangebragt is, drie brief Paketten, die per 't schip de Schelde uit Ne¬ derland en de kaap de goede Hoopaan¬ gebragt zyn en een brief Paket met open slip van den Raed van Justitie alhier aan den geregte aldaar Wij bleyven voor 't overige na vrien„ delyke groete: /: onderstond /: E Heer en Bizonderen goede orienden /:la¬ ger /: uwelEdelens onvrienden dienaren /:was getekend /: W: J„ van „vondree„ de Graeff, M„r P„s Raket, L„ van Zitter„ berg, J„ Reintons, B„ „in margine Kolombe den 7:e October 1392 „ A„ vollenhoue /:lager /: S„s „ ƒ & inleggend Paket voor de Heeren ministers te Bengalen verzoe„ ken wij uwelEde bij eerste gelegent¬ heit na derwaards te willen voort¬ schikken. Aan als Voren Met 't schip Christoponus Columbus is in 't voorleeden Jaar een Kistje alhier aangebragt, gemerkt t: 't welk wij heb„ 5½ t: en gebrand 17901 ben doen openen, of er Zomtits bederf onderheevige goederen in mogten zein en zijn volgens 't nevensgaande rapport aan de Justitieele 789 Justitieele Commissie, daar in 2 por„ tot tretsen gevonden wijl daar voor nog doe geen eijgenaar opgedaagd is, en wij uit de letters van 't merk vermoeden, dat dit kistje den Heer Gezaghebber Elbragt moge te toekomen, verzoeken wij te moogen worden onderrigt, of zin Edele, dan wel imandan¬ ders aldaar een diergelyk kistje komt te missen. Met 't schip Vas Code Gama hebben wij voor EwelEdelens int Nederland ontvangen vyf brief paketten, die in dezen geslooten overgaan, nevens het dupligaat van onzen brief aan den 7 deezer en een brief paket voor de minis„ Leis in Bengalen het welk wij uw Edelens verzoeken derwaards te willen voortschikken. Wij blyven voor 't overige na vriende¬ lyke groete. /:onderstond/: E Heer en Byzondere goede ovrenden /:lager: W„t J„ van de Graef, M„ P„ Raket, J„ Reintons, B„s L„ van Zitter, JnA„ vollenhove /:in margine /: kolom„ bo den 10 oktober 1792 de Aan Als Voren Gisteren hebben wij het genoegen ge„ had te ontvangen uwel Edele geagte missive gedagtekend den 6 meij, het geen wij denken te zijn een vergis„ sing in den datum, en waarscheinlijk moet weesen den 6 xber: Wij zul„ len dezelve ten eersten beandwoor„ den en diend deze bij provisie al¬ leen, om uwel Ed„e te informeeren dat de Eijlonsche retoer scheepen aan de eerste bezending, vertrekken precies op den 15 november en dat de nascheepen of de Scheepen van de tweede bezending, vertrekken precies op den 5 novemder en dat de naschee„ van „ den laesten Januarij of uyterlijk den 1 febr: de kust liwaten aan de Komp: die uwelEde: staan te zenden om met de Ceylonsche retoer Scheepen te worden verzonden na Europa ver¬ zoeken wij te zenden direct na Gale zoo tijdig dat ze uiterlijk agt da„ gen of ten allerlangsten ses dagen voor 't vertrek van de retour schee¬ pen kunnen te gale zijn. Hier bij verzoeken wij zo dia uwel re¬ ten naasten

NL-HaNA_1.04.02_3976_0201 view scan ↗

English

790 can approximately determine the number of Company bales that we may expect from Your Honours for Europe, to kindly send us a statement thereof, adding how large or small the bales usually turn out to be, in order that we may somewhat regulate ourselves accordingly in the plans for loading our return ships. Sometimes the monsoons allow one to depart from Gale to the Coast already in the month of February. If, therefore, the coast sloops that are to transport the bales for the fatherland to Gale are back at Paliacatte rather quickly, they could make a second voyage to Gale before the southwest monsoon sets in, for the purpose of bringing over the Indian bales that must be sent to Batavia, for which there is generally still an opportunity at Gale throughout the entire month of May. With regard to the freight goods that, according to the permission of the Lords Masters, may be sent to Europe with the Company's return ships, it serves as a friendly reply to the inquiry made to us by Your Honours that we request that interested parties desiring to send goods on freight make their registration for that purpose, in accordance with the conditions framed to that effect by virtue of the resolutions of the Gentlemen Seventeen of 29 March 1791, as quickly as possible, on the condition that the freight goods must be at Gale before or at least by the middle of January next. Of the registration and of the annexes that must be delivered therewith according to the deed, we request, without prejudice to the papers that 791 must themselves be sent with the goods, likewise to send copies as quickly as possible for our information, and it would serve greatly to our convenience if we could have these copies here by the middle or at least by the end of December next. Besides the return ship for the first consignment that departs in November next, two ships of 150 feet are scheduled to depart in January for the second consignment. The Surat bales received last year had to remain behind in Gale, and if the Coast returns that Your Honours are to send us consist of a noteworthy quantity, and if, in addition, the Surat bales are brought in so early this time that they can be sent as usual with the upcoming ships of the second consignment, we will probably have more returns than can be loaded onto the aforementioned three ships. On Ceylon itself there are also several interested parties who will probably request to send a parcel of goods on freight. If, therefore, the freight goods that we are to expect from the Coast consist of a noteworthy quantity, it is probable that the Ceylon and Coast freight goods, together with the remaining returns, will amount to another small shipload. If this should turn out so, as appears very probable to us, then outside of and besides the aforementioned three ships to Europe, we will also prepare to depart likewise towards the end of January next the small ship Het Nieuwtje, 792 Het Nieuwtje, which we expect back from Batavia one of these days. Otherwise, we will send the Coast freight goods that might remain behind due to a lack of ship's hold with the first consignment in November 1793. Concerning what is prescribed in articles 2, 7, and 8 of the aforementioned conditions, we request that we may be informed, by a memorandum drawn up separately for that purpose, of which goods the freight has been paid and of which not. For the rest, after friendly greetings, we remain, undersigned, Right Honourable Sir and especially good friends, lower, Your Honours' willing friends and servants, was signed, W. J. van de Graeff, M. P. Raket, J. Reintoen, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhoven, A. de Lannoy, in the margin, Colombo, 12 October 1792. To the same. And whereas we have informed the Noble High Indian Government, enclosing an extract from Your Honours' missive of 20 February of this year, that the junior merchant Geeke had died insolvent, and that thus the security demanded by Their High Honours for the loss suffered on the Danish goods purchased by him could not be provided, Their High Honours nevertheless persisted in their order, as Your Honours will see from an extract from their missive of 21 September last, which we send to Your Honours herewith, to serve for your information. As soon as the accounts of the said Geeke have been confronted against what he still stands in credit and debit on our trade books, we will have the balance thereof charged to Your Honours' Government. We add here two packets of letters, with 793 To the same as before. brought by the ship De Geregtigheid from Batavia for Your Honours, an invoice amounting to f 37: 19. 8. and the duplicates of our general and secret letters of the 10th and 12th of October and 13th of this month. For the rest, after greetings, we remain, undersigned and signed as before, in the margin, Colombo, 22 November 1792. It having been communicated to us by the Noble High Indian Government by missive of 14 August last, an extract of which accompanies this, that the cannons and gun carriages sent in the year 1790 from Jaffnapatnam to Paleacatta had been unfit, we have demanded an account thereof from the officials at Jaffnapatnam, and have received from them the accompanying report in copy from the Captain Lieutenant and Commander of the artillery there, Brochet, whereby the contrary would

Dutch transcription

790 ten naasten bij kunnen bestemmen 't getal der pakken van de Komp: die wij dan uweld: te wagten hebben voor Europa, ons daar aan te willen toezenden een opgave, met bij voe„ ging hoe groot men off meer de pakken doorgaans vallen, ten eynde ons in de Projecten voor 't belaa¬ den onzer retour scheepen, daar na eenigsints te kunnen reguleeren Zomtijds laaten de moussons 't zal„ om reeds in de maand februarij te kunnen vertrekken aan gale na de kust. zoo dus de kust sloe„ pen die de pakken voor 't vader„ ƒ land na Gale Staen overtebon¬ gen, wat spoedig te Paliacatte te rug zijn, zouden zij voor 't doorbreeken aan de zuyd west mons¬ son een tweede zogt na gale kunnen doen, tot 't overbrengen van de Jndiasche pakken, die na Batavia moeten worden gezonden, en waar toe te gale doorgaans geduurende de geheele maand van Meij nog gelegendheid is. Met betrekking tot de vragt goede„ ren die volgens der Heeren Meeste¬ ren verloff met 's Komp: retoer schee„ pen moogen worden verzonden naar Europa, diend in vriendelijk andwoord op uwel Ede. den wegens aan ons gedaane vraage, dat wij verzoekende liefhebbers tot Zaerzendem van goederen op Vragt, hunne inschryving daar toe, overeenkomstig met de kon„ ditien, uyt Kragte der resoll: van de Heeren Zeventien en van den 29 maart 1791 daar toe be„ raamt te laaten doen zoo spoedig als moogelyk is, onder beding dat de vragt goederen zullen moeten te galen zijn, voor off ten minsten met medio 1o Januarij aanstaande. Van de Inschrijving en van de biezitten die bij de inschrij¬ ving volgens act„e daar aan moe„ ten worden geleverd, verzoeken wij ons onvermindert de papieren die 791 die met de goederen zelvs moeten gezon„ den worden insgelijks zoo spoedig als 't geschieden kan, te willen zenden afschriften tot ons narigt en zoude het zeer tot ons gemak strekken zoo wij deese afschriften hier kon¬ den hebben met medio off ten min„ sten met ultimo december maast Koomende. Behalven het retaer schip voor de eerste bezending dat in no„ vember aanstaande vertrekt, t staan in Januarij voor de twee¬ de bezending, nog twee schee¬ pen van 150 voeten te vertrekken. De Suratse pakken voorleede Jaar ontvangen, hebben te gale moeten blyven overleggen en zoo de kust retouren die uwel Ed„e ons staan te zenden, wat in een naam waardige kwanti¬ teijt bestaan, en dat daar bij de su„ ratse pakken ditmaal zoo vroegtijdig worden aangebragt, dat ze met de aanstaande schee¬ pen van den tweede bezending, naar naar gewoonte te kunnen worden verzonden, zullen wij waarschyn„ lyk meer retouren hebben dan in de voorsz: drie scheepen zullen kunnen worden afgelaaden. op Ceilon zelvs zyn er ook verschij„ den liefhebberen, die waarschyn lyk een partij goederen opvragt zul„ len verzoeken te zenden. zoo dus de vragt goederen die wij van de Kust te wagten hebben, wat in een naam waardige kwam¬ Litijt bestaan, is het vermoede„ lyk dat de Ceylonsche en kust vragt goederen met de overschie„ Lende retouren te zaamen nog een klyne Scheepslading zullen bedragen. zoo dit zoo mogte uit„ koomen gelyk ons dat heel waar¬ Schynlyk voor komt dan zullen cien buiten en behalven de voorsz: drie scheepen na Europa nog aanleggen om insgelyks teegens ultimo Januarij naast koomende te vertrekken, het scheepje TNeeuwtje 792 T Nieuwtje, dat wij eerstdaags van Ba„ tavia terug verwagten. Anders zul„ len wij de kust vragt goederen die mits gebrek aan scheeps ruim te mogte overschieten verzenden met de eerste bezending in novembar 1793. Nopens het voorgeschreevene bij 27 en 8, artikel van de voorsz: konditien, verzoeken wij dat ons bij een memorie daartoe apparte ingerigt, mag worden bedeeld van welke goederen de vragt is betaalt en van welke niet. Wij blycen voor 't ouerige na vrien delyke groete /:onderstond /: E: Heer en byzondere goede vrienden /:la„ ger (: uwelEdelens dienstwillige vriend en dienaren (:was getekend/: W„o J„ van de Graeff, M„ P„s Maket, J, Reintoen B„ L„ van Zitter, A„ Samlant, J„ A„ vol„ een hove, A„ d: Lannoij /:in margine/: october Kolombo den 12 September 1792 On: Aan on aangezien wij de Edele Hooge Jndische regeering onder toezending van een Extrakt uit uwel Ed: missive van den 20. febr: deeses Jaars, geinfor„ „meerd hebben, dat de onderkoopman Geeke insoe„ „vent was overleeden, en dat dus de door Humee Hoog Edelheeden gerequireerde cautie, voor 't gelee„ „den verlies op de door hem ingekogte deensche geweesen, niet konde gesteld worden, hebben, wunee Hoog Edelh: niet te min gepersisteerd bij hoogst derzelver onder zoo als uwel Ed:s datt zien zullen bij een extrakt uit hoogst derzelver missive van J:sleeden, het welk wij uw Ed:s hiernee„ den 21. 7ber. „vens toezenden, om tot denzelver narigt te kunnen dienen. zoo dra de reekeningen van gem: Geeke, teegens het geene hij bij onze negotie boeken nog te vooren en te kwaad staat, zullen zijn gekronfronteerd zullen wa het slot daar van na UE: Gouverne„ „ment doen aanreekenen. Wij voegen hier nog bij twee brief paketten, met 2 793 Aan als vooren. 't schip de Geregtigheid van Batavia voor uw Ed. aangebragt, een faktuur groot ƒ 37: 19. 8. en den duplikaeten onzer gemeene en sekreete brieven van den 10:e en 12. 8bor: en 13. deeser. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Colombo den 22. 9ber: 1792. Door de Edele Hooge Jndische regeering bij missive van den 14. Augustus J:Z:, waarvan en Extrakt deeken verzeld, aan ons bedeeld zijnde, dat de kanons en affuiten, die in 't Jaar 1790. van Jasserap=m naar Paleacatta gezonden zijn, onbequaam waaren geweest, hebben we daarom „trent verandwoording gevraagd van de bedie„ „den te Jasserap=m, en van hun ontvangen het in Copia hier neevens gaande berigt van den Capi„ „tein Luitenant en Commandant van de artille„ „dij aldaar Brochet, waar bij 't teegendeel woud

NL-HaNA_1.04.02_3976_0208 view scan ↗

English

Examined is asserted. We therefore kindly request Your Honour to have a further and accurate investigation conducted in this regard at Costa, so that it may become clear what the true state of the matter is. For the rest, after greetings, we remain below and signed as before in the margin Colombo the 26 November 1792. Agrees Hijbrands Leiklerk Aot Sohinson 794 Ceylon To the Noble Lord Willem Jacob van de Graaff. Ordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of the said Island and its dependencies Together with The Council Colombo. Noble, Severe, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends. On the 9 of this month we were honoured with Your Honours' respected letter of 2 May last serving in reply to ours of 30 August 1791. Since then, or rather on 31 March of this year, we have given Your Honours further full notice of the result of the efforts made from here toward a settlement a settlement of the known Chankos affair, offering all papers that might serve to clarify it and stating that we could not involve ourselves in it any further. That letter, which was dispatched by us for further forwarding with the snow Sophia Maria to Coromandel, returned with that vessel due to sea distress suffered, and we have since had no opportunity to have it forwarded until today. We therefore enclose it herewith, requesting that we may refer thereto with respect to that affair, as well as to our general letter of 14 March last, which is also transmitted, together with the other usual copies of our advices to the High Superiors in the Netherlands and at Batavia, from 10 February to 14 March last; remarking however, on the subject of the pretended appointment by the Noble Lord former Director of this Directorate Mr. Isaac Titsingh 31/3 17 799795 Titsingh of Messrs. Amos and Bowden, that nothing thereof has appeared to us and that we thus persist in the opinion that an error must have taken place in that regard, as those gentlemen may possibly have been substituted by Messrs. Nathanael Kindersley and Henry Chicheley Michell at Madras, who had been appointed by the Noble Lord Director Titsingh for the settlement of affairs, though without success. We thank Your Honours for the kind forwarding of the Home and Surat packets which accompanied the aforesaid letter, with the duplicates of your latest of 5 and 31 December 1791, and take the liberty, with respect to the last mentioned, to submit to Your Honours the petition made to us by the assistant Anthonij Theodoor Bogaardt for the receipt of his ship's final account, without which his account cannot be entered in the pay books of this factory, To as before nor may he enjoy any of his earned monthly wages. We therefore request that Your Honours be pleased to give orders that this document may reach us at the earliest opportunity. As we shall, if possible, fulfill the demand of necessities for Your Honours' government of the last of December 1791, we have furthermore the honour to remain with the highest esteem, below: Noble, Severe, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends; lower: Your Honours' most obedient friends and servants; was signed: C. van Citters Arndszoon, A. W. S. van Haugwitz, D. Levien, D. Reael de Bas and J. A. Heuningen. In the margin: Hooghly the 15 August 1791. Since the dispatch in duplicate of our letter of 30 August last, which we hope has been duly delivered, no matters having arisen for correspondence with Your Honours' government, we direct this solely to accompany the usual 796 To as before usual copies of our advices to the Lords Principals and the Noble High Indian Government for the year 1791, for the forwarding of which via Coromandel the opportunity presents itself favourably. We have the honour to be with the highest esteem, below and signed as before; in the margin: Hooghly the 27 December 1791. The first undersigned having, at his own request, been released by Their High Noble Honours the Noble High Indian Government from the administration of this Directorate, to be replaced by the Senior Merchant and former Chief at Cossimbazar Cornelis van Citters Aarnoudszoon under the title of Commander, we cannot omit to inform Your Honours thereof, as well as that the retiring Director intends to undertake the journey to the capital of the Indies in the beginning of the upcoming month of March. He thus expresses his gratitude for the friendly correspondence maintained with this Directorate during his administration, and his successor in the administration requests permission to assure Your Honours that nothing will be more agreeable to him than to cultivate it from time to time, for which reason he solicits the continuation thereof; wherewith, after friendly greetings, we remain with all esteem, below: as before; was signed: I. Titsingh, C. van Citters Aarndszoon, J. W. J. van Haugwitz, D. Levien, N. J. Krayenhoff, D. A. Reael de Bas, and J. A. Heyningen. In the margin: Hooghly the 31 December 1791. To as before under the 30 August 1791 we had the honour to present to Your Honours the reported enclosures submitted to us by the Junior Merchant Johan Carel Lodewyk Blin concerning the commission entrusted to him with respect to the known Chankos affair, and at the same time to inform that the Noble Lord former Director of this Directorate Mr. Isaac Titsingh had enabled him properly to maintain the arbitration or prosecution of the insurers at Madras.

Dutch transcription

Nagezien word beweerd. wij verzoeken uw Ed: derhalven wien „delijk, hier omtrend 2: Costi een nader en nauwkel„ „rig onderzoek te willen laaten doen, op dat 't blij„ „ken kan wat eigentlijk van de zaak zij. wij blijven voor het overige na groete (:onderstond) en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Colombo den 26: 9ber: 1792. Akkordeert Hijbrands Leiklerk Aot Sohinson 794 Ceilon Aan den Edelen Heer Willem, Jacob, van de Graaff. Raad ordinair van Nederlands Indie mitsgaders Gouverneur n en Directeur van 't gemelde Eiland en den ressorte van dien Neevens Den Raad Kolombo. Edele, Erntfeste, Manhafte, Wijze, Voorzienige Zeer discreete Heer en Vrienden. Op den 9 deezer zijn wlij cereerd met uwel Edelen gerespecteerde van den 2=e maij Jol: die„ nende in beantwoording der onze van den 30„e augustus 1791, Seedert, of te op den 31 maart dezes Jaars, hebben wij uweledelens naader volleedig kennis gegeeven aan den uitslag der van hier aangewende pogingen ter vere„ neering neering aan de bewuste Chankos affaire„ onder aanbod van alle papieren die tot opheldering derzelve zouden kunnen strek„ ken en betuiging dat wij ons in dezelve niet verder kanden inlaaten, aan drie brief, welke door ons ter verdere voort„ schikking met de snauw Sophia Ma„ ria na Cormandel versonden was, is door uitgestaane zeenood, met dat vaar„ tuig te wig gekeerden wij hebben seedert geen geleegenheid gehad om deselve voor heeden te doen risvorderen. wij slui¬ ten dus deselve hier in met versoek om ons daar aan, ten opsichte dier affai„ re, zo weel te moogen gedraagen, als aan onse generaale brief van 14 maart J„o l:, welke ook overgaat, nevens de andere Gewoone Copijen onze advisen aan de Hooge Supeieuren in Neederlanden te Batavia, seedert den 10 februarij tot den 14 Maart Jol: onder remarcque nochtans, ten sujette der gepretendeerde aanstelling, door den Edelen Heer Geweeze„ ne directeur deser directie M=r Isaak Sitsingh 31/3 17 799795 Titsingh van de Heeren Amosen Boue„ den, dat ons daar van niets geblee„ ken is en dat weijdus verseeren in 't gevoele dat daar omtrent een mistel„ ling moest plaets hebben wijl mogelijk die Heeren gesubsitueerd zul„ len zyn door de Heeren Nathanaal Kin„ dersleij en Henrij Chicklij Anchel te Madias, welke door den Edelen Heer direk„ „teur fitsingh ter afdoening van zaaken, dog sonder vrugt, benoemdwaeren. Wy bedanken uwel Edelens voor de vriendelyke voortschikking der Patria„ sche en souratse paketten welke voorsz: brief verselden met de du„ plicaaten van derselver Jongsten van 5en 31 december 1791 en neemen de vryheid, ten opsigte der laast gem: uwelEdelens voor de draagen de aan ons door den assistent Anthonij Theodoor Bogaardt gedaane supplicatie, ter op„ teur van zijn scheeps afreekeening sonder dewelke zyn reekening bij de soldijboeken deses Comptoirs niet kan worden Aan als vooren worden ingenomen nog bij eenige zijner ver„ diende maandgelden genieten mag. Wij verzoeken dus dat uwel Edelens ordre ge„ lieven te stellen dat ons dat geschrift ten naaste geworden. An den Eisch van benoodigdheeden, voor uwel Edelens gouvernement in dat dul„ timo december 1791 des mogelyk zullen„ de voldoen hebben. Wij overgens de eere met de meeste hoogachting te zijn /:onderstond /: Edele Erntfeste, man„ hafte, wyze, voorzienige, zeer discue„ te Heer, en Vrienden /:lager /:nneer Edelens zeer dienstwillige vrienden die„ naaren /:was getekend /: C: van Citters Arnd: zoon, A, W, S, van Hangwith, D. Le„ vien, D, Real de Basen I. A, Heuningen, /:in margine /: Hoeglij den 15 aug=s 1791 seedert 't afsenden in duplo onser brief van den 30 augustus J„ol: welke wij hoopen dat behoorlijk besteld zal zyn geene stof„ fen tot Correspondentie met uwel Edele gouvernement voorkoomende, richten wij deese eenelijk ten geleide der ge„ woone 796 Aan als vooren gewoone Copijen onsen advisen aan de Heeren Majores en de Edele Hooge Jndi„ sche regeering aan 1791 tot welker ver sending over Cormandel de geleegend„ heid zich favorabel opdoed. wij hebben de eeren met de meester hoogachting te zijn /:onderstond /: en getekend als vooren /:in margine /: Hougleij den 27 de„ cember 1791 Den Eerstgetekende op deszelvs versoek door hun Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indische regeering van 't bestier deeser directie ontslaagen zynde, om vervangen te worden door den opperkoopman en gewee„ sene opperhoofd te Kassembasaar Cor„ nelis van Citteis Aarnouds zoon onder den Titel van Gezaghebber kunnen wij niet afzijn uwer Edelens daar aan kennis te geeven als meede dat den afgaand direkteur voornemens is om in 't begin der aanstaande maand maart de reise na Jndias Hoofdplaats aan te neemen. Hij betuigd dus zijn dank voor de Geduurende zyn bestuur met met deese directie vriendelyk gehouden Corres„ pondentie en zyn vervanger in 't bestier versoek verlof uwer Edelens te moogen verzeekeren dat niets hem aangenamen zal zijn aan die van tyd tot tyd te Cultiveeren waarom hij om de Continua„ tie derselver solliciteerd waer meede na vriendelyke groete met alle agting verbliven /:onderstond /: als vooren /:was geteekend /: I: Titsingh, C: van Citters Aarnd: zoon. J. W. . J. van Haugwits D: Levien, N, J. Krayenhoff. D. A. Reael de Bas, en J. A: Heyningen /:in margine /: Hougleij den 31 december 1791. Aan als vooren onder den 30 augustus 1791 hadden wij de eere uwelEdelens aan te bieden 't beuigten Bijla„ gen bij ons door den onderkoopman Johan„ Carel, Lodewyk Blinne ingediend Com sermeerende de hem opgedragene Commis„ sie; met opsigt tot de bewuste Chankos affaire en teevens kennis te geeven, dat den Edelen Heer Geweesene direkteur deeser directie M„r Isaac Titsingh, hem in staat had gesteld de Arbitrage of vervol„ ging der assuradeurs op madras behoorlyk in stand.

NL-HaNA_1.04.02_3976_0215 view scan ↗

English

to bring into effect by passing the necessary acts of substitution unto Messrs. Nathaniel Kindersley and Henry Chickley Michell at Madras, wherewith we also considered this matter to have been brought to an end, or at least that no further difficulties would have arisen on the part of the Underwriters to indemnify the Company in accordance with the content of the policy of Insurance granted by them, and that we should therefore have nothing further to impart to Your Honours in the sequel than the manner in which this money was disposed of. Herein we are nevertheless disappointed, the underwriters of Madras, far from satisfying our equitable claims, even refuse to abide by the Convention expressly stipulated in the Policy, namely to defer the decision thereof, in case of any disputes, to mutual Arbitrators, on the pretext of not being bound thereto on account of the most manifest deviation from the Contract on the part of the insured; and all amicable ways for the recovery of damages thus being completely closed, legal proceedings seem the only recourse to attain this so greatly desired objective. The letter from Mr. Henry Chickley Michell, whereby the foregoing was reported, as well as his opinion that this latter recourse will also be of little fruit, is detailed in our resolution of 24 January last, an Extract of which accompanies this; therefrom Your Honours will, if it please you, perceive that we, judging ourselves incompetent to devise any further measures concerning this affair, have decided to hand over the letter and enclosures of Michell to the Junior Merchant Blinne aforementioned, and to demand of him to serve with a report thereon, in order that, after the receipt of that writing, the same with the papers relating thereto might be presented to Your Honours for such further disposition as shall be judged consistent with the interest of the company. On the 2nd of this month the said Blinne complied with this requisition; his report and enclosure are inserted into our resolution of that date, as the Extract thereof forwarded herewith shows. We refer to the same, and have in continuation of that only to impart that the proposed reply to the letter of Mr. Michell has indeed since been dispatched according to the proposal, and that we have caused the amount of the attorney's bill, amounting to St. Pag. 10 or f 38. 8. 8., to be paid to the said Blinne out of the Treasury. As our affair, so far as this Directorate is concerned, must therefore be considered completely settled, we have judged that we should now also adjust by booking the items which the same formed in our books, and therefore enclose herewith the invoice drawn up thereof, whereby Your Honours' government is debited for f 5878. 3. and on the other hand credited for f 15376. 5., where we request that due credit may be given. Since our last of 27 and 30 December past, whose duplicates accompany this, there have come to hand Your Honours' letters of 5 September and 31 December last; the first reached us with the accompanying packets on the 2nd of this month, and the other was delivered on the 8th thereafter by its bearer, the assistant Anthonij Theodoor Bogaardt, neither containing any points for reply which have not already been dealt with before. We conclude this by giving notice to Your Honours that the Honourable former Director of this Directorate, Mr. Isaac Titsingh, undertook the journey to the Capital of the Indies on the 15th of this month. We have the honour to be with the greatest respect, as above, was signed: C. van Citters Aarnoudsz. J. W. J. van Haugwitz D. Real de Bos J. A. Heyningen In the margin: Hooghly, 31 March Anno 1792. Agrees: Hijbrands First Clerk No. 19. Bengal. To the Honourable Mr. Isaak Titsingh, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies and outgoing Director, The Hon. Mr. Cornelis van Citters Arnoudsz., Senior Merchant and elected Ruler over the Company's trade and concerns, together with the Council at Hooghly. Honourable, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, We have had the honour to receive Your Honours' esteemed Missive of 30 August past, and thank Your Honours very kindly for the report given of the sale of the chanks delivered at Calcutta, whose proceeds we request may be entered in the books there and credited to this government; furthermore, we likewise thank Your Honours for the trouble taken in this matter up to now. The merchants of Madras, Amos and Borden, have, by their letter of 14 October past, which accompanies this in Copy, given notice to the Chief of Tuticorin, the Senior Merchant Makean, that they have been charged by the Director Titsingh with the Commission to call upon the Underwriters at Madras for indemnification of the Company. To the questions which they pose in this letter, the Chief Makean has provisionally replied by a letter of 31 October, of which a Copy likewise accompanies this; and we have since caused to be given thereto, by the said Chief, the answer which is contained in his letter of 24 December, which also accompanies this in Copy. To this last-mentioned letter, what fruit by

Dutch transcription

797 in stand te brengen door 't passeeren der noodige acten van substitutie op de Heeren Nathaniel Kinderslij en Henrij Chicklij Michell te madias daar meede agter wij deeze zaak ten einde te zijn geloo„ pen immers dat zig geene verdere dif„ ficulteiten van de zijde der Assuradeurs zoude hebben opgedaan, om navolgens den inhoud der door hem verleende polis van Assurantie, de Compagnie Schaadeloos te stellen en dat wij uwel Edelens dus in 't veewolg niets meerder te beedeelen te zoude hebben dan de wyse waar op over dit geld beschikt was. Hier en zijn wij egter te Leur gesteld, de assura„ 2 denis van Radras wel eeene van aan„ onse billijke Eischen te voldoen, wer„ geren zelfs zich ten houden aan de Con„ ventie by de Polis expres gestipuleerd om namentlijk ingeval aan eenige desisie geschillen de Reise daar van te dif„e fereeren aan de weederzijdsche Arbieters, op voorgeeve van daartoe niet gehou„ den ter zijn mits de blykbaarste afwyking afwyking van 't Contract aan de zijde der ver„ zeekerde, en alle minnelyke weegen ter re„ Courreering van schaade dus volstrekt geslooten zynde, scheint 't middel van regten de eenigste toevlugt om dit zo zeer gewenscht doelwit te beryken. De brief van de Heer Henrij Chicklij Michel waar bij 't vooren staande werd opgegeeven zo veel als zyne openie dat ook deese laat„ ste ressomse van weinig vrugt zal zijn is gedetailleerd by ons besluit van den 24 Januarij Jol: een Extract waarvan deese verseld, daar bij zullen uwel Edelens des gelievende, ontwaaren dat wij ons ombevoegd oordeelende eenige verdere me„ Sure deese affaire betreffende te be„ raamen beslooten hebbende brief en bylaagen van Michel ter hand te stel„ len aan den onderkoopman Blinne voor„ meld, en denselven te diemandeeren daar op te dienen van berigt ten einde na 't inkoomen van dat geschrift 't zelve met de daar toe betrekkelyke papieren, uwelEdelens zou kunnen aangebooden worden, ter zoodaanige verdere 798 verdere dispositie als met 't belang der maat„ schappij overeenkomstig geoordeeld zal wor„ den. Op den 2 deser heeft hij 3 linne aan dit voldaan, zyn berigt en bylage zyn geinsereert„ requisit bij ons besluit van dien datum 6 gelyk 't daar van overgaande Extract antwoord wij refereeren ons daar aan en hebben ten vervolge aandien eene lyk nog te bedeelen dat de geproponeerde be„ antwoording der brief van h=r Michel see„ det naden voorstel werklyk is afgeson„ den en dat wij 't bedraagen der procu„ deurs reekening groot ster Pag: 10 ofte ƒ 38. 8. 8. aan Lem Blinne uit Kassa hebben doen betaalen dus. daar dus onze affaire voor zo verre deeze Ca„ directie betreft, volkoomen voor afge„ handeld moet worden gehouden, heb„ ben wij geoordeeld als nu ook door aanreekening te moeten vereeren de Pos„ ten welke deselve bij onse boeken a formeerde en sluiten dus hier inne daar van opgemaakte factuur waar bij uwelEdelens gouverne„ ment ƒ 5878. 3. ten lasten en daaren teegen 80 teegen ƒ15376. 5. ten goede word gebragt in waar wij versoeken dat 't behooren mag worden gegeeven. Seedert onse laatsten van 27 en 3oe„ cember A: P: welkers duplicaaten deese versellen, zyn ons geworden uwel Edelens brieven van den 5 Septem¬ ber en 31. december Jol: de eerste kwam ons met de daar toegehoorende Pakel„ & tweede deezer ter hand en de anderere werd op den ten op den 8 daar aan door dien over¬ brenger den assistent Anthonij Theo„ door Bogaardt besteld, beide geen pointen tot rescriptie nevattende, welk bevooren met reeds verhandeld zijn besluiten mij deese, met inwelh„ delens kennis te geeven dat den Ede„ len Heer Geweesene directeur we„ sen directie M„r Isaac Titsingh op den 15 deeser de rijze na Indias Hoofd Plaats ondernoomen heeft. Wy hebben de Eene met de meeste hoog agting te zijn /:onderstond /: als vooren /: was geteekend:/ C: van Litters Aarnd: zoon. J: W: J: van Haug„ f„ witz, D. Real de Bos e J: A: Heyningen 799 /:in margine:/ Hoeglij den 31 Maart An„ no 1792 Akkordeert Hijbrands VEiklerk No 19. 800 Bengale Aan den Edelen Heer Isaak Titzingh Raad extra ordinaia van Nederlands jndien en afgaande Directeur dE: Heer Cornelis van Zitters Arnoudsz: opperkoopman en g'eligeerd gezaghebber over 'sComp:s handel en ommezlag, nevens den Raad ze Houglij Edelen Erntfesten Manhaften wijzen voorzienigen zeer Dis„ kreeten Heer en vrienden Wij hebben de eere gehad te ontvangen mer„ welEdelens geachte Missive van den 30: augustus passato, en bedanken uwel Ed:s zeer vriendelijk voor het gegeeven berigt, van den verkoop van de te kalkatta geleeverde sjankosen, welkers provinu wij versoeken daar bij de boeken te laeten 5 inneemen M 80 008 inneemen en dit gouvernement te laaten tin goede brengen voorts bedanken wij uwelEd: insgelijks voor de tot hier toe in deese zaak genoomene moeite De kooplieden de Madaag Amos en Borden hebben; bij hun brief van den 14: 8ber: passalo, die in Copia hier nevens gaat, het opperhoofd van Tutucorijn, de oppercoopman Makean, ken„ dat zij nis gegeeven door den heer Directeur Titzingh dat ze gechargeerd zijn met de Commissie, om de asseeradeurs te Madaas tot schadeloos stelling van de Comp: aantespreeken opde vraagen, die ze bij deesen brief doen. heeft 't opperhoofd Mekean voorlooptig geantwoord bij G een brief van den 31: 8ber: waar van Cosij deese meede versteld, en hebben wij daarop zedert nog door gemelte opperhoofd, doen geeven, 't antwoord, dat vervat is in zijn brief voor van den 24: december die nog in Copij hier nee„ vens. gat. op deese laatstgemeete brief wat vrus bij

NL-HaNA_1.04.02_3976_0223 view scan ↗

English

801 at the departure of the latest letters, no answer had yet been received at Tuticorin, and we therefore request Your Honours by this letter to be pleased to write further to the aforementioned Messrs. Amos and Bowden, asking them to proceed with the matter as soon as possible, to which they were also recently exhorted by the chief of Tuticorin, and if no answer is received to that, we shall have it repeated once again. We present to Your Honours herewith a requisition of necessities for this Government, which we request may be fulfilled as closely as possible. We also let this be accompanied by the duplicates of our letters of the 5th and 31st of December past, together with two letters from the Netherlands and from Surat received for Your Honours. For the rest, after friendly greetings, we remain, (was written below) Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honours' willing friend and servants, (was signed) W. F. van de Graaff, M. P. Raket, B. L. van Zitter, A. Camlant, and J. A. Vollenhove. (in the margin) Colombo, the 2nd of May 1792. To 2 To the same as before. From a letter of the junior merchant Blume we have seen that Mr. Michel, who was authorized by Your Honour to demand compensation from the insurance company at Madras for the damage suffered on the loaded chank shells in the snow The Croft, had informed Your Honour that the underwriters not only refused compensation after the third meeting, but also did not want to submit to the arbitration stipulated in the insurance policy, and that consequently the matter would have to be pursued in court. By our letter of the 2nd of May past we informed Your Honours that Messrs. Amos and Bowden had reported to the chief at Tuticorin as if they were authorized by Mr. Titsingh to pursue the aforementioned matter; however, this appears not to be the case from the aforementioned report of the junior merchant Blume, but rather that Your Honours, on account of the distant remove from Madras, would propose to us to assign the further handling of this matter to the ministers at Paleacatte. We have therefore, in order to lose no time, decided to request the Paleacatte ministers to be pleased to charge themselves with the further prosecution of this matter, as Your Honours will see from the enclosed copy letter, and we therefore thank Your Honours very kindly through this for the trouble taken therein up to now, nevertheless very serviceably requesting the same to be pleased to assist the said Paleacatte ministers further with advice and action in this matter whenever they make a request thereto to Your Honours. Herewith we further request that you will cause to be delivered to the said ministers the original contract concluded between us and Captain Elliot and written in English, and the original bill of lading signed by Captain Elliot, together with all such documents relating to that matter as may be at hand there or should be in the possession of the authorized agents at Madras. For the rest, after friendly greetings, we remain, (was written below) and signed as before, (in the margin) Colombo, the 12th of July, Anno 1792. (Lower) P.S. We also present to Your Honours herewith the duplicate of our last letter of the 2nd of May past, together with our duplicate requisition. To the Honorable Mr. Cornelis van Citters Arnoudsz., Senior Merchant and Governor over the Company's trade and establishment, together with the Council at Hougly. Honorable, Respected, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentlemen, Friends. We To the same as before. To the same as before. We address this solely to accompany the enclosed three packets of letters which were brought for Your Honours per the ship De Schelde from the Netherlands and the Cape of Good Hope. For the rest, after friendly greetings, we remain, (was written below) Honorable, Respected, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honours' willing friend and servants, (was signed) W. F. van de Graaff, M. P. Raket, C. v. Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. (in the margin) Colombo, the 7th of October 1792. By the ship Vasco da Gama we have received from the Netherlands five packets of letters for Your Honours, which are forwarded enclosed in this, together with the duplicate of our enclosure of the 7th of this month. For the rest, after friendly greetings, we remain, (was written below) and signed as before, (in the margin) Colombo, the 10th of October, Anno 1792. We only had the honor a few days ago to receive Your Honours' esteemed missives of the 27th and 31st of December 1791 and the 31st of March and 10th of August of this year. We kindly congratulate the Lord Governor van Citters on the assumption of the administration of the Dutch Directorate there; we wholeheartedly wish His Honour therein Heaven's blessing, and the further maintenance of a friendly correspondence, to which we on our part are most inclined, Examined J. d. Kabinet will afford us much pleasure. Concerning the matter regarding our dispute with the insurance company at Madras, we refer to our letter of the 12th of July past, by which we informed Your Honours that we have assigned the further handling of that matter to the ministers at Paleacatte; furthermore, we kindly thank Your Honours for the copies sent of their departed advices to the Lords Directors and the High Indian Government, and we present to Your Honours herewith the liquidated pay account of the assistant Boogaard. For the rest, after friendly greetings, we remain, (was written below) and signed as before, (in the margin) Colombo, the 20th of December 1792. Agrees, Ysbrands, First Clerk 80. 2 No. 20.

Dutch transcription

801 bij het afgaan der jongste brieven, nog geen antwoord op Tutucorijn ontvangen, en wij ver„ soeken uwel Edelens mits dien door deesen, om voorsz: Heeren Amos en Boorden, nader tewil„ len aanschrijven, om met de zaak spoedigst tewillen voortgaan, waar toe ze ook door het opperhoofd van Tutucorijn nog onlangs zijn ver„ maand, en zoo daarop geen antword komt; zullen wij het andermaal doen herhaalen wij bieden uweeEdelens hier nevens aan een Eijsch van benoodigdheeden voor dit Gouverne„ ment, waar aan wij versoeken dat zo na moge„ lijk mag worden voldaen. Nog laeten we dezen verzellen de duplikaeten van onse brieven van den 5 en 31. December pass:o nevens twee brieven uit nederland en van souratta voor uwEd:s ontfangen. Wy blyven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ Edelen Eurtfesten Manhaften e wysen voorzinigen zeer diskreeten, Heer en „ vienden uwel Edelens Diens willige vrient. en Dienaren /:was geteekend:/ W: F: van de Graaff M: P: Raket, B: L: van Zitter A: Camlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 2. Maij 1742. Aan ƒ - 2 Aan als vooren. uyt een brief van den onderkoopman Blume hebben we gezien dat de Heer Michel die door uwel Ed:e was gemagtigd van de Assurantie komp te Madras vergoeding te vordeeren van de geleidene schade op de gelaadene sjan koosen in de snau te Orofts aen uwEd: had berigt dat de Asuradeurs niet alleen vergoeding de goever derde vergadering wrygerden maer ook zig niet wilden onderwerpen aen de byde polus van assurantie bedongene arbitragie en dat mits dien de zaek in regten zoude moeten worden ver„ volgd. By onsen brief van den 2: Maij sleeden hebben we uwelld:s bedeeld dat heeren Atmos en Bonden aen 't opperhoofd te Tutukerijn hadden ge„ meld als waeren zy door den Heer Titzing gemagtigd: de voorsz: zaek te vervolgen dog blijkt zulx bij't voorsz: berigt van den onderkoopman Blume net maer wel dat uw Ed. s wegens den verven aftand van Madras ons zouden voorstellen de verdere behandeling deezer zaek aen de ministers te Palleakattas op te draagen. wij hebben derhalven om heen tid te verliesen besloten de Palleawatsche Ministers te ver soeken zig te willen chargeeren met het verder ig deeser zaek zo als uwEd:s zullen zien by bij de inleggende kopij brief en bedanken uwEd mits dien door deesen zeer vreendelijk voor de tot hier toe daer ingenomene moeite dezelve niettemin zeer dienstig versoekende gem: Palle„ akatsa ministers verder met raaden daat, in deese zaek te willen assisteeren wanneer zo daertoe bij uwEd: versoek doen Hier by ver„ soeken we nog aen gem: ministers te willen doen geworden het origineel kontrakt tusschen ins en kapitain Elliot geslooten en geschreeven in het Engels en het origineel kog nos se„ ment geteekend door kapitain Elliot nevens alle zodanige documenten tot die„ je zaek betrekfelijk als aldaer aenhanden dan wel onder de gemagtigden te Madras bevus„ tende moiten zyn. wy blyven voor't overige na vriendelyke groete (:onderstond:) en geteekend als vooren /in margine /: kolombo den 12. Julij: A=o 1792. /Lager /: P: S: /: wy Rieden uwe EEd:s hiernevens nog aen het duplicaat onse laaste van den 2. Maij Jongl: nevens onsen auplicaat Eijsch. Aan den E. Heer Conelus van Citters Arnoudsz: opperkoopman en gezaghebber over sComp:s handel en ommeslag Nevens De Raad te Horglang E: E: Erntfesten Manhafte wysen voor„ zeenigen zeer diskreeten Heeren vrienden. wij Aan als vooren. Aan als vooren. wy rigten deesen eenelijk ten geleijde van de ingesloote„ ne arie briefpaketten die per 't schip de schelde voor uwEd:s uijt nederland en de kaat de goede=woop aengebragt zijn. wy blyven voor het overige na vriendelijke groete /onder, stond /: E: E:, Erntfesten Manhaften, wijsen voorzinigen zeer diskreeten Heer en vreenden uwelEd:s Dienstwillige vreend en Dienaren /:was geteekend / W: I: van de Graaff M: P: Raket C: v: Drieberg J:s Reintous B3: L: van Zitter en J: A: vollenhove /:nmargine: 1: kolombo den 7. october 1792. Met t schip rasco de gama hebben we uijt nederland voor uw Ed:s ontfangen vijf brief paketten die in deesen gesloten overgaen nevens 't duplicaet van onsen gesloten van den 7. deeser. wy blyven voor het overige na vriendelijke groete /:onder, stond /:en geteekend / als vooren /in margine:) Kolombo Den 10. october A:o 1792: Wij hebben eerst wijnige dagen geleden de eere gehad te ontfangen uwer Ed:s geagte Missive van den 27. en 31. Decem„ ber 1791. en 31. Maert en 10. augustus deeses Jaars. wij vergelukken den Heer gezaghebber van atters gene„ gentlyk met de aenwaerdig van het bestier van de nederlandsche directie aldaer we wenschen van habrten aen zyn Ed: daer in des stemels zeegen in het verder onderhouden van eene vriendelijke korres„ pondentie waer toe wij van onse zyde te hoorsten geneigt zyn Nagezien „ J: d: Kabinel„ zyn zal ons tot veel genoegen verstrekken. Nopens de zaek betrekkelyk onse questi met assuran„ tee komp:e te Madras gedraagen wy ons aen onsen brief van den 12 Julij Joleeden waar bij wij uwEd: hebben bedeeld, dat we de verdere behandeling van die saek hebben opgedraagen aen de Ministers te Palleakatta voorts bedanken wij uw Ed:s vriendelijk voor de gesondene Copijen van derselver afgegaene adviesen aen de Heeren Majores en de Hooge Jndische regering en bieden uwEd:s hiernemens aen de gerescuireerde zoldy reekening van den as„ sistent Boogaard. wy blyven voor het overige na vriendelijk groe„ te /:onderstond:/ en geeteekend:/ als vooren bin„ margine /. kolombo Den 20. December 1792. Akkordeert Hijbrands Egrlerk 80. 2 N:o 20.

NL-HaNA_1.04.02_3976_0229 view scan ↗

English

Surat Colombo To the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon, the Coast of Madura and its dependencies, Together with the Council. Noble, stern, valiant, wise, prudent, and most discreet Sir and Friends. After we dispatched our obedient letter of the 3 October last, a duplicate of which accompanies this via Cochin, we were honored on the 13th of the aforementioned month with Your Right Honorable and Honorable sirs' letters of 7 and 15 April, as well as 10 May of this year, and the respective requisition, invoice, and Pulicat mail packets mentioned therein have duly reached us. And while we request permission to offer Your Right Honorable and Honorable sirs hereby our sincere thanks for the passage to the Netherlands granted to the wife of the first-signed Director and the children with her, as well as for your favorable communication of some movements on the island of Ceylon, which we ardently wish may have ended to the particular satisfaction of Your Right Honorable and Honorable sirs and the well-being of the Company, or have had no further consequences, we have the honor to present to you herewith copies of our humble letters sent to the Right Honorable Lords Directors and to Their High Mightinesses dated 15 December 1790 and 24 January of this year. While we respectfully inform Your Right Honorable and Honorable sirs that we have loaded on the ship Zuiderburg for transport to Galle linens, silk cloths, and cotton yarns for the Fatherland to the amount of ƒ 200771:8:8 and for the Cape an amount of ƒ 46187:2:8, as well as for the Ceylon Government in fulfillment of Your Right Honorable and Honorable sirs' aforementioned petition of 23 December 1790 for a small sum of ƒ 2308:4:8, of all of which the invoice and bill of lading, together with the memorandum of gross weights, are sent according to orders to the ministers of the aforementioned Commandery. Also returning with the bearer of this are such 4188½ lb of red raw silk as were sent to us by the gentlemen ministers of Cochin by letter of 7 November 1790 via the ship Vreedenburg at the request of Your Right Honorable and Honorable sirs, and which we cannot sell here at the charged price. Finally, we note that nothing has occurred here that could be brought to the notice of Your Right Honorable and Honorable sirs, and that with the aforementioned vessel we are sending over two soldiers and one sailor, two of whom have engaged on condition of serving in Ceylon. With which we have the honor to be with respect, Honorable, stern, valiant, wise, prudent, and most discreet Sir and Friends, Your Right Honorable and Honorable sirs' obedient and humble servants. Signed: A: J: Sluisken, Mr. Thonte, E:s Meyer, Gt. Pieper, Cs Linis, D: E: Roeff. In the margin: Surat, 31 December, Year 1791. Checked: W: A: Habinel Agrees: Wijbrands, Egklerp No. 81. Surat Surat To the Honorable Mr. Abraham Josias Sluijsken, Director of the Company's trade and business, together with the Council there. Honorable, stern, valiant, wise, prudent, and most discreet Sir and Friends. We direct this to accompany a packet of letters received for Your Honors from the Netherlands by the ship 't Meeuwtje, and two letters sent to us by the ministers in Bengal for forwarding to Your Honors, to which we also attach the duplicate of our letter of 3 December last. As above, last. For the rest, after friendly greetings, we remain, Honorable, stern, valiant, wise, prudent, and most discreet Sir and Friends, Your Honors' humble friend and servant. Signed: W: J: v: De Graaff, M: P: Raket, C: D: von Dalberg, J: Reintouh, B: Z: van Zitter, A: Samlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Colombo, 23 January 1792. P.S. We also present to Your Honors our requisition of requirements for this year, which we request you will kindly have fulfilled when opportunity arises. With the arrival of the ship Zuiderburg we have received Your Honors' esteemed letter of 31 December past. We thank Your Honors kindly for the goods sent therewith for the benefit of this Government and for the provided copies of your advices from the Lords Directors and the Supreme Government of the Indies. Since the aforementioned ship Zuiderburg only arrived in Galle on 10 February, we have had to hold back the returns brought with it to be sent with the first consignment this autumn, because we could not take it upon ourselves, contrary to the strict orders of Their High Mightinesses, to let the second return ship, which had remained behind for lack of cargo, depart with these valuable returns so many days after the appointed sailing date. According to Your Honors' request by letter of 3 October past, we send herewith the original private bond handed over to us by the Persian Boumandse Manchergie, debited to the Director Mr. Sluisken and in favor of Cissour Dat Kissendaus, amounting to ten thousand rupees and dated 3 February 1781, on which, however, according to the note below the aforementioned bond, 3138½ rupees had already been paid off. We also offer Your Honors herewith four letter packets received from the Coromandel Coast and from Bengal, together with the duplicate of our letter of 23 January of this year and the duplicate of the requisition of requirements sent therewith. We

Dutch transcription

804 Souuratta Colombo Aan den WelEdelen Groot Agtbaa„ ren Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van me„ nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en directeur van 't Eiland Ceilon, de Kust van Madura en dies onder„ horigheeden. Benevens den Raad. Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijsen, Voorzienigen, seer discreeten Heer. En Vrienden. Na dat wij onsen gehoorsamen van den 3 october Laatstleeden welkers duplicaat desen verseld over Cochim hadden afgevaar„ digd sijn wij den 13 aan voorsz: maand een verEerd geworden met uwelEdele at groot Achtb: en Ed=es missives van den 7 en 15 April mitsgaders 10 meij de„ er ses Jaars, en daar bij respective vermel„ de 808 6 de Eische Factuur en Paleactse brief paketten syn ons nabehooren tevens geworden. En daar wij verlof versoeken om uwel„ Edele groot Achtb: en Ed:s door desen te moogen aanbieden onse welme„ nende danksegging voor de aan de huisvrouwe van den Eerst gete¬ kende Directeur en de bij hebbende kinderen verleende passage na nederland, mitsgaders door deselver gunstige mede„ deling van eenige bewegingen ten Eilan„ de Ceilon die wij vierig menschen dat tot bysondere satisfactie van uwel„ Edele groot Agtb: en Ed:s en welwee„ sen van de maatschappeij sullen geindigd syn, of geen verder gevolg gehad hebben, hebben wij de eer deselve, bij deesen aante„ bieden de afschriften van onse aan de wel Edele groot Agtbaaren heeren ma„ Jores en aan Hunne Hoog Edelheedens afgevaardigde nedrige missices van den 15 december 1790 en 24 Januarij deses Jaars. Terwijl mij uwelEd: Groot Agtb: en Ed:s Eerbiedig kennis geeven dat wij in 't Schip 805 6 Souratta schip Zuiderburg ten overvoer na Gale hebben afgeladen aan Lywaten, syde kleeden en katoene Garens voor 't Vader ^ ime land een bedraagen van ƒ 200771:8:8: en voor de kaap een montant van ƒ46, 187:2: 8: mitsgaders voor 't Gouvernement Ceilon in voldoening van uwelEd: Groot Agtb: en Ed: voormelde petitie van den 23 48 December 1790 voor een sommetjen van ƒ 2308: 4: 8: van alle dewelke de Factuur den en Cognossement benevens de Memorie der Bruto gewigten aan de ministers van 't voorsz: Commandement, nae de ordre ge„ sonden worden. Ook gaan met den brenger deses te rug Sodaane 4188/½ lb Roode om zij als ons door de Heeren ministers van Cochim bij brief van den 7 november 1790 per 't schip Vreedenburg ten versoeke van uwelEd: Groot: Agtb: en Ed=s toegesonden geworden zijn en wij hier voor de aangereekende prijs niet verkoopen kunnen. Eindelyk noteeren wij nog dat hier niets is voorgevallen 't geene, uijterken„ nisse aan uwelEdele Groot Agtb: en Eds 808 Nagezien W: A: Habinel Ed=s souden kunnen brengen en dat wij met voormelde Boodem laaten overgaan twee soldaaten en Een matroos van welke twee sig hebben geengageerd op voorwaar„ de om op Ceilon te dienen: Waarmeede de Eer hebben met respect te sijn. /:onderstond /: Edelen, Ernt„ festen, Manhaften, wysen, voor„ sienigen, seer diskreeten Heer en Vrienden /:lager /: uwelEd: Groot Agtb: en Ed:s gehoorsaame en dienstwillige Dienaaren /:was geteekend /: A: J: Sluisken, M:r Thonte, E:s Meyer, Gt. Pieper Cs Linis, D: E: Roeff: /:inmargine:) Souratta den 38 december A„o 1791. Akkordeert Wijbrands Egklerp No. 81. 806. Souratta Souratta Aan den E: Heer M:r Abraham Josias Sluijsken Directeur over 's Comp:s handel en omme„ slag, nevens den Raad, aldaar E: E: Erntfesten Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden Wij rigten deesen ten geleide van een brief paketje; met het schip 't Meeuwtje uit nederland voor uwel Edelens ont„ vangen, en van twee brieven door de Mi„ nisters in Bengale, ter voortschik„ king aan uwelEdelens, ons toegezonden; waar hij we nog volgen het duplicaat van onsen brief van den 3: december J. o Leeden 808 Aan als vooren Jong st leeden wij blijven voor het overige na vriendelijke Groete /onderstond:/ E: E: Erntfesten Manhaften wijzen voorzienigen zeer diskreeten Heer en vrienden, uwel Edelens Dienstwillige vriend en dienaar /:was geteekend:/ W: J: v: De Graaff, M: P: Raket, C: D: von Daiberg, sJ: Reintouh, B: Z: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove :/inmargine /: Kolombo den 23: Januarij 1792: /P: S:/ wij bieden uw aEd: nog aan onsen Eijsch van benoodigdheeden voor dit Jaar, die we versoeken bij geleegendheid tewillen laaten voldaen. Met acarive van 't schip Luiderburg hebben we ontfangen uw Edelens geagte Missive van den 31. December pass=o wij bedanken uwelEd:s vriendelijke voorde daermeede ge„ sondene goederen ten behoeve van dit gouvarne ment en voor de bezorgde afschriften van dersel„ ver adviesen van de Heere Masores en de Paele Hooge Jndische Regering. vermits voorm: schip Luiderburg eerst den 10 febr: te gale gearriveerd is hebben we daermeede aenge bragte 807 Souratta bragte retouren moeten aenhouden om met de eerste bezending in dit najaer te worden versonden wijl we het over ons niet hebben mogen neemen, om teegen de schrikte orders van hunne Hoog Edelh:, het tweede retourschip, dat by gebrek aen lading was blyven leggen zo veel dagen. na den bepaalden zyldag met deese kottbaere re„ touren te laeten vertrekken. volgens uw Ed„s Versoek by brieve van den 3. oktober pass=o zenden wo hier nevens de door den per„ siaander Boumandse Manchergie aen onss overgegevene origineele onderhandsche obli„ gatie ten laste van den Heer Dierecteur sluis„ ken en voordeele van Cissour dat kissendaus groot tien duysend ropias en gedateerd, 3. Februarij 1781, dog waer op volgens de aenteekening ondergem: obligatie reeds was afbetaald 3138½ ropias Nog bieden wy uw Ed:e hiernevens aen vier van de kust Cormandel en van Bengale ontfange„ ne breef paketten nevens het auplicaat van onsen brief van den 23. Jannuary deeses Jaars en het duplicaat van de daernevens ge„ sondane Eysch van benodigd heeden Wij 808

← previousnext →