Inventory 3976
Ceylon · 1,488 pages · 246 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
To the same as before. To the same as before. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Kolombo the 28th of July, Anno 1792. With the ship de Sibella Anthonetta we have received from the Noble High Indian Government for Your Honours the letter packet that we have the honour to present enclosed herein, together with the duplicate of our letter of the 28th of July last. For the rest, after greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Kolombo the 7th of August 1792. Besides the two letter packets that the servants from Tutudewijn have already sent to Your Honours via Koetsiem, we have also received for Your Honours with the ship de Schelde a letter packet that goes enclosed herein, to which we at the same time add the duplicate of our letter of the 1st of August last. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Kolombo the 16th of October, Anno 1792. Souratta Souratta Retiring Director and Peter Sluijsken, Commander and Incoming Governor over the Company's trade and establishment, together with the Council. To the Gentlemen Mr. Abraham Josias Sluysken, Honourable, Right-Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentlemen and Friends. At the request of Mr. Sluijsken, second named at the head of this, who departed thither on the 11th of this month with the English private ship Lever Pool, we have granted permission for the bookkeeper Robbertus Henrickus Leembruggen, the junior assistant Jacob Fredenrijk Claasz, and the corporals Willem Rijberd and Christiaan van der Camp to proceed thither in order to remain posted there. The first is currently on the Coast of Kormandel from where he will proceed directly thither, but the latter three have already departed with the aforementioned English ship. The Junior Merchant Carel Lodewyk van Albeayel, who has been transferred to Souratta by their High Mightinesses, has likewise already departed with the ship de Schelde to Koetsiem, in order to await there an opportunity for his transport to Souratta. We enclose herewith four letter packets brought here for Your Honours with the ship Vasco de Gama, together with an invoice amounting to f 4. -. 8, and the duplicate of our letter of the 10th of October last. For the rest, after friendly greetings, we remain, Honourable, Right-Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentleman and Friends, Your Honours' willing friends and servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. von Drieberg, J. Raintous, B. L. van Hetter and A. Samlant, in the margin, Kolombo the 22nd of November 1792. Agrees Dijbrand First Clerk N 22. Received Outgoing Letters Copy A from Malabaar in the Year 1792. No 23. Nn 84 917 809 Ceilon To the Noble Gentleman Willem Jacob Van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of that Island and its dependencies Together with the Council Noble, Right-Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentleman and Friends. The Batavian ship the Indus arrived here on the 26th of this month, with which we received Your Honour's esteemed letters of the 17th and 20th previously, as well as via Tutukorijn Your Honour's former letter of the 3rd of this month; we kindly thank you for the homeland letter packets sent to us therewith. The letter for Soeratte has been forwarded and the received requisition of necessities will be fulfilled when the opportunity arises. Kolombo. The cowhides already purchased are being sent over with the ship Doggersbank, as we cannot dispose of them here, and the further purchase thereof will be suspended until we are further informed by Your Honour of the need for them; however, regarding the shipment of rice thither not in bales but loose or in sacks, we must point out that the Malabar rice cannot remain good for long outside the bales, and that the sacks will have to be purchased separately. We shall attempt to recruit a crew of Moors and then place them on the ship the Indus; the 9 natives of Ceilon aboard it and the six condemned persons who remained on this ship will cross over with the Kreeft, while we investigate those still missing and will send over under oath the statements resulting therefrom. The ship Doggersbank is now departing for Gale with all the pepper and cowhides from Poaka and Kalikoelang, in which there have also been offloaded here one chest of medicines for Your Honour's government and 27 chests of cardamom for the Netherlands, which we request you be pleased to dispatch. To this ship, at the captain's request, we have provided some medicines and one month's pay for the crew. Six soldiers released from here to the Netherlands are departing therewith, for whom we request passage, as well as that the two persons deported as sailors placed thereon, named Harmen Hendrik Laust and Johan Wilhelm Kappes, may remain on the ship. Ne: 24
Dutch transcription
Aan als vooren. Aan als vooren wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /: in mar„ gene /: Kolombo Den 28. Julij Anno 1792 Met het schip de sibella Anthonetta hebben we ven„ de Edele Hooge Jndische Regering voor uwEd:s ontfangen het brief paket dat we de eere hebben in deesen gesloten aente bieden nevens het du plucaat van ons en brief van den 28. Julij J=o leeden wy blyven voor 't overige na groete onderstond /: en geteekend:/ als vooren /: in margine kolom to den 7e Aug:s 1742. Buyten de twee brief paketten die de bedienden van Tutudewijn reeds over koetsiem aen uw Ed:s hebben toegesend hebben we nog met 't schip de schelde voor uw Ed: ontfangen een brief paket dat in deesen geslooten overgaet, waer by wij tess„ fens voegen het duplicaat, waer bij wij leffaans voegen het duplicaat van onsen breef van den 1. augustus Jo Leden. wy blyven voor 't overige na vriendelyke groete /:onderstond /: en geteekend /: als vooren (:inmar„ gine / kolombo den 16. october Anno 1792. — Souratta Souratta afgaende Directeur en Peter Sluijsken. kommandeur en Aankomende gesaghebber over sComp:s handel en ommeslag Nevens den Raed. Aan DE: Heeren M:r Abraham Josias Sluysken. E: E: Erentfesten Manhaf„ ten wysen voorzienigen zeer Diskreeten Heeren, en. Vruenden. Op het versoek van den Heer sluijsken tweede ge„ noemde aan den hoofde deeses, die den 11. deser met 't Engelsch particulier schip Lever Pool na derwaards vertrokken is, hebben we toegestaen dat naderwaards mogen overgaen om daar beschijden te blyven, de Boekhouder Robbertus Henrickus Leembrug¬ gen, de song assistent Jacob Fredenrijk Claasz: en de korporaals Willem Rijberd en Christiaan van der Camp De eerste bevind zig tans op de kust kormandel van waer wy zig direct na derwaards zal begeeven dog de drie laat, sten zyn reeds met voorm: Engelsch schip vertrokken. De onderkoopman Carel Lodewyk van Albeayel die door hunne Hoog Edelh: na souratta verplaats is, is meede reeds met 't schip de schelde naer koetsiem vertrokken 808 vertrokken, om dus eene geleegendheid tot zyn Transport na Souratta afte wagten Wij voegen hiernevens vier brief patketten met 't schip vasco de Gama voor uwEd:s alhier aengebragt, nevens een factuur groot ƒ 4. —. 8, en het duplicaat van onsen brief van den 10. 8ber Joleeden: Wij blyven voor 't overige na vriendelyke groete /:onderstond :/ E: E: Erentfesten Manhaften wijsen voorzinigen zeer diskreeten Heer en vreenden uwEd:s Dienstwillige vrienden Dienaer /:was getekend :/ W: I: van de Graaff M: P: Raket, C: von Drieberg. J: Raintous, B: L: van hetter en A: Samlant, /: in margine:/ Kolombo den 22. November 1792 Akkordeert Dijbrand Eijklerk N 22. ontvangen Agegaane Brieven Copia A van de Mallabaar in het Jaar 1792. No 23. Nn 84 917 809 Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jacob Van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndien, mitsga„ „ders Goeverneur en Direkteur van dat Eijland en deszelfs onderhoorigheeden Neevens den Raad Edele, Erntfeste, Manhafte, Wijze, voorzienige, Zeer Diskreele Heer en Vrienden. Met Bataviasch schip de Indus is den 26. ' deezer alhier aangekoomen, waarmeede wij uwer wel Edelen Geachte letteren van den 17. e en 20. e bevoorens ontvangen hebben, zoomeede over Tutukorijn uwer wel Edelen voo„ „rigen van den 3:e deezer, voor de daarnevens aan ons ge„ zondene vaderlandsche briefpakketten bedanken wij vriendelijk De brief voor Soeratte is voortgezonden en de ontvan„ „gene Eisch van benoodigheiden zal bij geleegenheid vol„ daan worden. Kolombo. De De reets ingekogte koeluiden worden met het schip Dog„ gersbank overgezonden; vermits wij ons daar van hier niet kunnen ontdoen en de verdere inkoop daar van zal gestaakt„ worden, tot wij van uw welEdelen nader van dies benoodigd„ heid onderricht worden; doch nopens de verzending van rijst naar derwaards niet in baalen maar los of in zakken, dienen wij aantemerken, dat de Malabaarsche rijst bui„ „ten de baalen niet lange goed blijven kan, en dat de zak„ „ken apart zullen moeten ingekogt worden. wij zullen trachten een ploeg Mooren aantewernen en dezelve als danr op het schip de Indus plaatsen, de daer op zijnde 9. Inlanders van Ceilon en de op dit schip verbleevene ses gekondemneerden, gaan met de kreeft over; terwijl wij na de noch mankeerenden onderzoek doen, en de daar van inkoomende verklaaringen beec„ digd overzenden zullen Het schip Doggersbank vertrekt thans naar Ga„ „le met al de peper en koehuiden van Poaka en ka„ „likoelang, waar in hier noch afgelaaden zijn een kist met medikamenten voor uw wel edelens goever„ „nement en 27. kisten Kardamom voor Nederland, die wij verzoeken te willen afzenden. Aan dit schip hebben wij op verzoek van den kapitain eenige medikamenten en een maand Gasie voor de Equipasie vertrekt. Daarmeede vertrekken ses van hier naar Nederland verloste soldaaten, voor wien wij transport verzoeken, zoo meede dat de daar op geplaatste twee tot Mattroos gedeporteerde perzoonen met naamen Harmen Hen„ „drik Laust en Johan wilhelm Kappes op het schip mogen Ne: 24
English
817 810 may remain and be sent with it to the Netherlands; the first in particular is a very harmful subject, wherefore the ship's authorities have been ordered to keep him in irons as long as the ship lies at anchor here or at Gale. The recovered sick of the ship Christophorus Columbus will also be transferred with the bark De Kreeft; of these, there have been placed on the ship Doggersbank an assistant surgeon named Fredrik Hendrik Bernaad Bordesius and five sailors named Isaak Naamdorp of Amsterdam, Jakob Reijnschaut of Pikel, Harmanus Salig of Amsterdam, Hendrik Lange of Delenhoust, Harman Roelof of Mutu. Since our last letter of the 18th of this month, of which the duplicate is enclosed herewith, there have also died from the sick of the above-mentioned ship the soldiers Daniel Zelle of Halberstad and Jan Hendrik Hunan of Minden, both on the 23rd of this month. Captain Koch has reported that at Kolombo the following is provided to the officers: For allowance: to a captain - - - - - - - - - - - - - - - rd:s 15. 39. — to a first lieutenant - - - - - - - - - - - - - rd:s 6. —. — to a second ditto - - - - - - - - - - - - - - rd:s 3. —. — to an ensign - - - - - - - - - - - - - - - - rd:s 3. –. – And to a captain for a bonus as much as equals the difference between guilders of 15 to 20 stuivers on the earning wage of ƒ80, rd:s 8: 16. We have had this provision made and give notice of it hereby. Lieutenant and Ensign Johan Emanuel Vlaming and Lodewijk Booe have stated that, on account of their sudden departure from Kolombo, they did not receive the travel money granted to them; wherefore we have had twenty-five rd:s provided to each of them here. We now present to Your Honours the request of the sergeant in the company of Sumanappers No. 3, named Goena Katjaja of Janjakjattie, to be promoted to ensign in place of Ensign Ratta Jroena of Lariga, who died on the journey hither, and further of Corporal Seidien of Seiandi to be promoted to sergeant, and of private Kader of Jambakaging to be promoted to corporal, according to the accompanying list of requests. We request that you will please send hither the closed pay account of the soldier Andries Willem Mollau of Wesel. Wherewith, after friendly greetings, we remain, underneath: Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, and very Discreet Sir and Friends, Your Honours' willing friends and servants, was signed: I: G: van Angelbeek, H: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: van Rossum, I: A: Cellarius Harsten, A: Lunel, and I: A: Eversdijk. In the margin: Koetsiem, the 31st of December 1791. We let this serve to accompany the Izaak de Kreeft, in which there have been shipped for Your Honours' government upwards of twenty lasts of wheat and 1673 lb of cleaned wax according to the requisition received, as well as all the ammunition goods sent from there hither, further specified in the enclosed bill of lading. With this vessel are sent back the nine native sailors who were lent to the ship De Indus, and the six Batavia convicts who remained on it; known by names on the accompanying lists, and we 817 811 we also present herewith a sworn statement of the officers of the said ship regarding the thirteen convicts who died on the voyage. The recovered sick of the ship Christophorus Columbus are also transferring at this time, consisting of: 23 soldiers 1 drummer 1 master sailmaker 1 assistant cooper, and 6 sailors, as well as also 1 corporal and 12 privates of the recruits for the Swiss Regiment de Meuron, who have also recovered from their illness, all known by name and benefits on the accompanying lists; eight more recovered sailors from the aforementioned ship will follow in a few days with the private sloop Jonkvrouw Jakomina. Also departing on this occasion with a closed pay account for that place is the junior merchant Francois Christiaan van Spall. The sailors of the bearer of this have been provided here with one month's pay according to the accompanying pay notice. Corporal Johan Christoffel Krieger of Zutphen, in the company of Captain Koch, was punished on the 3rd of this month with running the gauntlet for abandoning his post, and reduced to soldier at ƒ9, of which we give notice hereby. Furthermore, we add hereto the duplicate of our last letter of the 31st of December past, dispatched via Gale with the ship Doggersbank. A pay notice with an account mentioned therein of the sailor Moses Heijran. Wherewith
Dutch transcription
817 810 mogen blijven en daar meede naar Nederland gezonden worden, de eerste inzonderheid is een zeer schaadelijke subjekt; wes„ „halven de scheeps overheeden gelast zijn hem zo lange het schip hier of te gale ten anker ligt in de boeien te bewaaren De herstelde zieken van het schip Christophorus ko„ „lumbus zullen ook met de bark de kreeft overgesonden worden, daar van zijn op het schip Doggersbank geplaats een ondermeester, genaamd Fredrik Hendrik Bernaad bordesius en vijf Mattroosen met naamen Isaak Naam„ dorp van Amsterdam Jakob Reijnschaut van Pi„ „kel Harmanus Salig van Amsterdam Hendrik Lan„ „ge van Delenhoust Harman Roelof van Mutu zeder onsen laasten van den 18. e deezer waar van het dupli„ „kaat hierneevens, zijn van de zieken van het bovengem: schip noch overleeden de soldaaten Daniel Zelle van Hal„ „berstad en Jan Hendrik Hunan van Minden, bijde op den 23. e deeser. De kapitain koch heeft op gegeeven, dat te kolombo aan de officieren het volgende verstrekt word Voor toelaage „ „ eerste Luitenant - - - - - - - - . „ 6. —. — aan een kapitain - - . . . - - - - - - - - rd:s 15. 39. — „. „ tweede - do - - - - - - „ 3. —. —. En aan een kapitain voor douceur zoo veel als bedraagd het verschil tusschen guldens van 15. a 20. stuijvers op de winnende gasie van ƒ80. rd:s 8: 16, wij hebben deeze ver„ strekking laaten doen en geeven daar van bij deesen ken„ nis De luitenant en vaandrig Johan Emanuel vlaming en Lodewijk Booe, hebben verklaard, mits hun schee„ lijk vertrek van kolombo, het aan hen toegelegde reise „. „ vaandrig - - - - - - - - - „ 3. –. – geld 3 09 Aan als vooren geld niet te hebben ontvangen; weshalven wij aan ieder der„ zelven vijf en twintig rd:s alhier hebben laaten verstrek„ „ken wij draagen thans aan uwel Edelens voor het verzoek van den Perjant bij de kompienie Sumanappers N:o 3. met naame Goena Katjaja van Janjakjattie om tot vaandrig bevorderd te worden, in steede van den op de reise naar herwaards overleedenen vaandrig Ratta Jroena van Lariga, en voorts van den korperaal Seidien van Seiandi om tot serjant en van den gemeenen kader van Jambakaging om tot korperaal bevorderd te worden. volgens de overgaande verzoek Lijst Wij verzoeken te willen laaten herwaarts zenden de afgeslootene soldij reekening van den soldaat Andries Willem Mollau van wesel Waarmeede na vriendelijke Groete blijven /onderstond:/ Edele Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer dis„ „kreete Heer en vrienden Uwerwel Ed: dienstwillige vriend en dienaaren /was geteekend/ I: G: van Angelbeek, H: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: H: van Rossum, I: A: Cellarius Harsten, A: Lunel, en I: A: Eversdijk /in margine/ koetsiem den 31. December 1791. —. Wij laaten deezen dienen ten geleide van de Izaak de kreeft„ waar in voor uw wel Edelens goevernement afgescheept zijn ruim twintig last taawe en 1673. lb:e ruin wak op den ontvange„ „nen eisch, zoo meede alle de van daar herwaards gezondene ammonietsie goederen, nader vermeld bij ingeslooten kog„ nossement. Met dit vaartuig terug gesonden de negen Inlandsche Mattroosen, die aan het schip de Jndus geleend zijn en de zes Bataviasche gekondemneerden, die daar op zijn ver„ bleeven; met naamen bekend bij de overgaande lijsten en wij 817 811 wij bieden hierneeens noch aan een beeldigde verklaaring van de offilieren van gem: schip nopens de op de reise over„ leedene derteen gekondemneerden. De herstelde zieken van het schip Christophoaus Co„ „lumbus gaan meede thans over bestaande en 23. soldaaten 1. Jamboer. 1. opperzeilmaker 1. onderkuiper en 6. Mattroozen mitsgaders ook 1. Korperaal en 12. Gemeenen van de rekruten voor 't regiment Zwitzers van Meuron, die meede van hunne ziekte hersteld zijn al„ „len met naamen en genot bekend bij de nevensgaande lijsten zullende noch agt herstelde Mattroozen van voorm: schip met de Partikulier sloep Jonkvrouw Jakomina over eenige dagen volgen ook vertrekt met deeze geleegenheid met afgesloote„ „ne soldij reekening naar derwaards, de onderkoopman Francois Christiaan van Spall: Aan de Mattroozen van brenger deezer is hier een maend gasie verstrekt volgens nevengaande soldij notietsie De Korporaal Johan Christoffel Krieger van sut„ „phen, bij de kompenie van kapitain Koeh is den 3. e deezer weegens 't verlaaten van zijn post, met de spits„ roede afgestraft en tot soldaat met ƒ9. terug gesteld waar van wij bij deezen kennis geeven. Voorts voegen wij hier bij het duplicaat van onsen laesten van den 31: December poleeden met het schip Doggeasbank over gale afgezonden. Een soldij Notietsie met een daer bij vermelde reekening van den Mattroos Moses Heijran. Waermeede
English
To the same as before. not having received money; wherefore we have caused twenty-five rd:s each to be paid to them here. We now propose to your Honors the promotion of the sergeant of the Sumenep company N: named Goena Katjaja of Janjakjattie to ensign, in place of the ensign Ratta J of Lariga who died on the journey hither, and further of the corporal Seidien Teiandi to sergeant, and of the private soldier Jambakaging to corporal, according to the accompanying list of requests. We request that you please send hither the closed pay account of the soldier And: Willem Moltau of Wesel. With which, after friendly greetings, we remain. / Below stood: / Noble, Strict, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honors' dutiful friends and servants. / Was signed: / J: G: van Angelbeek, H: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: W: van Rossum, A: Cellarius Harsten, A: Lunel, and J: A: Eversdijk. / In the margin: / Cochin, 31 December 1791. —. We let this serve as an escort for the Izaak de kre: in which has been shipped for your Honors' government over twenty lasts of wheat and 1673 lb:s of tallow on the requisition received, as well as all the ammunition goods sent from there hither, further specified in the enclosed bill of lading. With this vessel are sent back the nine native sailors who were loaned to the ship Indus and six Batavia convicts who remained thereon, with names known from the accompanying lists. We 817 811 we also offer herewith a sworn statement by the officers of the said ship regarding the thirteen convicts who died during the voyage. The recovered sick from the ship Christophorus Columbus also cross over now, consisting of 23 soldiers 1 drummer 1 master sailmaker 1 under cooper, and 6 sailors as well as 1 corporal and 12 privates of the recruits for the regiment of Swiss of Meuron, who have also recovered from their illness, all with names and pay known from the accompanying lists, while another eight recovered sailors from the aforesaid ship shall follow in a few days with the private sloop Jonkvrouw Jakomina. Also departs by this opportunity for that destination, with a closed pay account, the junior merchant Francois Christiaan van Spall. To the sailors of the bearer of this, one month of wages has been provided here according to the accompanying pay memorandum. Corporal Johan Christoffel Krieger of Zutphen, in the company of Captain Koch, was punished on the 3rd of this month by running the gauntlet for abandoning his post, and demoted to soldier at f 9, of which we hereby give notice. Furthermore, we enclose herewith the duplicate of our last of 31 December past, sent with the ship Doggersbank via Galle. A pay memorandum with an account mentioned therein of the sailor Moses Heyran. With which To the same as before. With which, after friendly greetings, we remain. / Below stood: / Noble, Strict, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen Friends, Your Honors' dutiful friends and servants. / Was signed: / J: G: van Angelbeek, H: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius Harsten, A: Lunel, and J: A: Eversdijk. / In the margin: / Cochin, 5 January 1792. The private sloop Jonkvrouw Jakomina now departs for that destination laden with twenty lasts of Bengal rice in 414 bags and over nine lasts of wheat in 104 bags according to the accompanying bill of lading, and with it we send, in accordance with what was noted in our last of the 5th of this month, of which the duplicate is enclosed herewith, eight sailors recovered from their illness from the ship Christophorus Columbus, with names and pay known from the enclosed nominal list. In place of the corporal Christoffel Krieger mentioned in the aforementioned letter, who was demoted to private soldier, Captain Koch has proposed the soldier Johan Jakob Steffens of Hamburg earning f 13 according to the accompanying list of requests, for whom we request you please send the commission hither. We have the honor to remain with high esteem. / Below stood: / was signed / as before. / In the margin: / Cochin, 18 January 1792. / Lower: / P:S: We also enclose herewith an inventory of what was provided to the bearer of this and three military reports from Captains Koch and Goodman. To [illegible]
Dutch transcription
Aan als vooren geld niet te hebben ontvangen; weshalven wij aan ieder zelven vijf en twintig rd:s alhier hebben laaten ver„ „ken wij draagen thans aan uwel Edelens voor het ver„ van den serjant bij de kompienie Sumanappers N: met naame Goena Katjaja van Janjakjattie on vaandrig bevorderd te worden, in steede van den op de naar herwaards overleedenen vaandrig Ratta J van Lariga, en voorts van den korperaal Seidien Teiandi om tot serjanten van den gemeenen kader Jambakaging om tot korperaal bevorderd te word volgens de overgaande verzoek Lijst Wij verzoeken te willen laaten herwaarts zenden afgeslootene soldij reekening van den soldaat And„ Willem Moltau van wesel waarmeede na vriendelijke Groete blijven /ondersto Edele Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer „kreete Heer en vrienden Uwerwel Ed: dienstwillige vriend en dienaaren /was geteekend/ I: G: van Angelbe H: van Spall, G: G: Gebhardt, I: W: W: van Rossum, A: Cellarius Harsten, A: Lunel, en I: A: Eversdijk /in margine/ koetsiem den 31. December 1791. —. Wij laaten deezen dienen ten geleide van de Izaak de kre„ waar in voor uw wel Edelens goevernement afgescheep. ruim twintig last taawe en 1673. lb:e ruin wak op den ontva „nen eisch, zoo meede alle de van daar herwaards gezonden ammonietsie goederen, nader vermeld bij ingeslooten ko nossement. Met dit vaartuig terug gesonden de negen Inlandse Mattroosen, die aan het schip de Jndus geleend zijn en zes Bataviasche gekondemneerden, die daar op zijn bleeven; met naamen bekend bij de overgaande lijsten wij 817 811 wij bieden hierneeens noch aan een beeldigde verklaaring van de offilieren van gem: schip nopens de op de reise over„ leedene dertien gekondemneerden. De herstelde zieken van het schip Christophoaus Co„ „lumbus gaan meede thans over bestaande en 23. soldaaten 1. Jamboer 1. opperzeilmaker 1. onderkuiper en 6. Mattroozen mitsgaders ook 1. Korperaal en 12. Gemeenen van de rekruten voor 't regiment Zwitzers van Meuron, die meede van hunne ziekte hersteld zijn al„ „len met naamen en genot bekend bij de nevens gaande lijsten zullende noch agt herstelde Mattroozen van voorm: schip met de Partikulier sloep Jonkvrouw Jakomina over eenige dagen volgen ook vertrekt met deeze geleegenheid met afgesloote„ „ne soldij reekening naar derwaards, de onderkoopman Francois Christiaan van Spall: Aan de Mattroozen van brenger deezer is hier een maend gasie verstrekt volgens nevengaande soldij notietsie De Korporaal Johan Christoffel Krieger van Iut„ „phen, bij de kompenie van kapitain Koeh is den 3. e deezer weegens 't verlaaten van zijn post, met de spits„ roede afgestraft en tot soldaat met ƒ 9. terug gesteld waar van wij bij deezen kennis geeven. Voorts voegen wij hier bij het duplicaat van onsen laesten van den 31: December perleeden met het schip Doggeasbank over gale afgezonden Een soldij Notietsie met een daer bij vermelde reekening van den Mattroos Moses Heijran. waermeede Aan als vooren. waarmeede na vriendelijke groete blijven /:onder„ „stond:/ Edele Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer diskreete Heeren vrienden uwer wel Ed: dienstwillige vreend en dienaren /was geteekend/ I: G: van Angelbeek, H: van Spall, G: G: Gebraadt, I: w: H: van Rossum, I: A: Cellarius Harsten A: Lunel, en I: A: Evrnsdijk /:inmar„ „gine/ koetsien den 5. Januarij 1792. De Partikuluere sloep Jonkvrouw Jakomina ver„ trekt thans naar derwaards belaaden met twintig last Bengaalsche rijst in 414. zakken en ruim negen last tauwe in 104. zakken volgens neevens gaand kognosse„ „ment daarmeede zenden wij ingevolge het genooteerde bij bnsen laasten van den 5. deezer, waarvan het duplikaet hier neevens agt van hunne ziekte herstelde Mattroosen van het schip Christophorus Colombus, met naamen en genot bekend bij inleggende naam lijst. Insteede van den bij voorschreeven brief vermelden kor„ poraal Christoffel krieger die tot gemeen soldaat te rug gesteld is heeft kapitain koch voorgedraagen en soldaat Johan Jakob steffens van Hambuag win„ nende ƒ 13: volgens overgaande verzoek lijst voorwien wij verzoeken de akte te willen laaten herwaerds waerde zenden. wij hebben de eer met veel achting te blijven /onderstond/ in geteekend / als vooren /in marginie/ koetsiem den 18. Januarij 1792. / Lager / P: S:/ wij voegen hier nevens noch een inventaris van het verstrekte aan brenger deeser en drie Militaire rapporten van de kapi„ tains Koch en Gaodman. Aan Nots A a
English
817 812 To the same as before To the same as before. We let this serve to escort the packet boat De Haan, which is destined for the Netherlands and which we have touch at Colombo solely to receive the still missing 86 2/5 cans of olive oil, 556 lb of bacon, and 611 lb of meat, of which there are no longer any stocks here, and we request Your Honors to have those provisions supplied to it there and to dispatch it as soon as possible. With this we also return some artillery goods sent here from Colombo, further specified in the accompanying bill of lading. With the private sloop Jonkvrouw Jakomina we have had the honor of receiving Your Honors' esteemed missive of the 3rd of February last. The commander who arrived on her, Jan Kasper Nieuwhuijs, returns thither with the aforementioned packet boat De Haan. Wherewith, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Cochin the 4th of March 1792. We have had the honor of receiving Your Honors' esteemed letters of the 25th and 28th of March last and offer friendly thanks for the packets of letters from Batavia and Bengal sent to us. With the ship De Indus we now send 84 lasts of Bengal rice do Malabar rice 5 1/2 lasts of paddy 4270 cans of lamp oil, and 297 lb of raw wax According to the bill of lading included among the annexes, and we request, after the unloading of the above-mentioned goods, to let the ship depart for Batavia as quickly as possible. Owing to a lack of Dutch bacon and meat, as well as butter and olive oil, we have been unable to provide the said vessel with supplies as rations for the voyage to the capital, and we request Your Honors to have this provision made there for four months for eighty-two persons. To the lieutenant of Captain Koch's company named Eldert Trouw and the cadet Johan Antonie Trouw, we have granted permission to cross over thither with the bearer of this for the recovery of their health. With the bearer of this there cross over two soldiers recovered from their illness from the ship Christophorus Columbus, with names and allowances known from the accompanying roll, and we also send thither the soldier from our garrison Jan Baptist Lefre, who was punished here for desertion and is therefore sent with a closed pay account. From the company of Captain Koch have deserted the soldiers Mattias Gonzal of Maiona on the 19th of January; Ferdinand Verkhamer of Mechelen, Frederik Kuster of Hoogenkerken, and Jan Baptist Protte of Coerde, on the 7th of this month. We request the crediting of one thousand pounds of biscuit, which we unloaded in the year 1789 from the ship Trinkonomale and of which we gave notice at that time. Since on the return invoice of the 21st of January 1792 several goods are charged to us here that have already been sent back from here, we request that another, corrected invoice be sent to us. Furthermore, we attach hereto an invoice of charges amounting to 36350 guilders, 19 stivers, 8 pennings. Six military reports from Captain Koch. Three small packets with pay records. While further offering the copies of our advices to the Netherlands and Batavia of the 15th of October and 14th and 13th of September 1791, as well as the 22nd and 27th of February, the 4th of March, and the 16th of April of this year, we have the honor to remain, with friendly greetings, was signed as before, in the margin, Cochin the 18th of April 1792, lower down, L.S. The accompanying letter from the Bishop of Verapoly to the Cardinal of the Propaganda Fide in Rome, we request to forward to the Netherlands by the first opportunity. 817 813 To the same as before. To the same as before. Furthermore, we attach hereto another two invoices amounting to 35686 guilders, 9 stivers and 34338 guilders, 8 stivers. A Batavian expenses account of the ship De Indus, and Three identical Cochin ditto. The small vessel De Verwagting now departs thither for the conveyance of our further advices for Batavia, which we request to forward with the ship De Indus, as well as the accompanying small chest with duplicate papers by the following opportunity. In the appointments sent here for the Malay sergeant Seidien and corporal Kader, it is stated that they earn as pay, the former seven and the latter five rixdollars, but Commander Vlaaming has stated that the sergeant must earn seven rixdollars and thirty-nine stivers, and the corporal seven rixdollars. We therefore return both of those appointments herewith and request others in their place. The Company's bondsman, the Malay Tatjo, who brought the horses of the first-signed Governor here, is sent back on this occasion. We hereby report the receipt of Your Honors' esteemed letters of the 25th of April last and remain, after friendly greetings, was signed as before, in the margin, Cochin the 12th of May 1792, lower down, P.S. Attached is a list of names of the seven-year men on the above-mentioned vessel, showing how much they earn in pay. We have had the honor of receiving Your Honors' esteemed letters of the 2nd and 26th of May, and present herewith a list of names of some Sumenepers of the company of Captain Wira Mangala, who request that they may receive full pay here, since their wives, for whom the
Dutch transcription
817 812 Aan als vooren Aan als vooren. Wij laaten deesen dienen ten geleide van de Pakketboot de staa na Nederland, gedistineerd is en die die wij alleen kolumbo laaten aandoen om de noch ontbreeken„ de 86 2/5. kannen olijven olij, 556: lb: spek en 611. ld:e vleesch, waer van hier niet meer in voorraad is, aldaar te ontvangen en ver„ „zoeken uwel Edelen die verstrekking aldaar aan deselve te laa„ „ten doen en ten eersten ofte depecheeren. Daarmeede zenden wij ook terug eenige van kolombo hier ge„ „zondene arthillerij goederen nader vermeld bij het nevens gaan„ de kognossement. Met de partikuliere sloep Jonkvrouw jakomina hebben wij de eer gehad uwer wel Edelen geachte missive van den 3. february Jongstleeden te ontvangen. De daarmeede overgekomen gezagheb„ „ben Jan Kasper Nieuwhuijs. keerd met voorm: pakket boot De Haanaar derwaards terug Waarmeede na vriendelijke groete blijven /onderstond/ en geteekend / als vooren / in marginie/ Koetsiem Den 4. Maart 1792. Wij hebben de eer gehad uwer wel Edelens geachte 'B Driwven van den 25. ' en 28. ' Maart Joleeden wel te ontvangen en bedanken vriendelijk voor de aan ons toegesondene brief pakketten van Batavia en Bengale. Met het schip de Jndus zynden wij thans 84. Lasten Bengaalsche lijst. do —. Malabaarsche rijst 5½ 8to Nelij 4270. kannen lampoli en 297. ld: ruw wax Volgens kognossement onder de bijlaagen overgaande en verzoeken na ontlossing den bovengemelde goederen de 't schip zoo spoedig mogelijk naar Batavia te laaten vertrekken. Mits gebrek aan Hollandsche spek en vleesch, mitsgaders boter en olijven olij hebben wij aangemelden bodem daer van geen verstrekking kunnen doen tot randsoen voor de reise naar de Hoofdplaats en verzoeken uw wel edelen deese deeze verstrekking aldaar te laaten geschieden voor vier maanden aan twee en tachtig koppen. Aan den Luitenant van de kompenie van kapitain Koch genaamd Eldert Trouw en den kadet Johan Antonie Trouw, hebben wij gepermitteerd met brenger deezer naar derwaards over tevaaren tot herstelling hunner gezondheid Met brenger deezer gaan over twee van hunne ziekte her„ „stelde soldaaten van het schip Christophorus Columbus met naamen en genot bekent bij de nevens gaande naam lijst, en wij zenden teffens derwaards den soldaat uit ons garnisoen Jan Habtist Lefre, die over diesertsie hier afgestraft is, en derhalven met afgeslootene soldij reekening versonden word van de kompenie van kapitain koch zijn gedeserteerd de soldaaten Mattias Gonzal van Maiona op den 19. Januarij Ferdinand verkhamer van Mechelen, Frederik Kuster van Hoogenkerken en Jan Babtist Protte van Coerde, op den 7. deeser Wij verzoeken om de aanreekening van een duizend pond bus„ kuit, het welk wij in anno 1789. uit het schip Trinkonomale geligt en waar van wij te dier tijd kennis gegeeven hebben. vermits bij de terug gaande faktuur van den 21. Janu: 1792. verscheidene goederen herwaards aangereekend worden, die reets van hier terug gezonden zijn; zoo verzoeken wij een andere verbeeterde faktuur aan ons toete zenden. Voorts voegen wij hier bij een faktuur van aanreekening groot ƒ 36350: 19: 8. Ses Militaire rapporten van Kapitain koch. Drie pakketjes met soldij papieren. onder verdere aan„ bieding van de kopijen onzen aduisen naar nederland en Batavia van den 15. oktober en 14. en 13. 7ber: 1791. mitsga„ ders 22:e en 27. Februarij, 4. Maart en 16. april deezes Jaars, hebben wij de eer we vriendelijke groete te blijven /onderstond) /en geteekend/ als vooren / in marginee/ koetsiem den 18. april 1792. / Lager/ L: S:/ Nevens gaanden brief van den Ris= schop Wiel 817 813 Aan als vooren. Aan als vooren. schop van wanpolie aan den kaadinaal van den Propogaande seide te rome, verzoeken wij met de eerste geleegenheid naar Nederland voort te zenden. voorts voegen wij hier bij noch twee faktuuren groot ƒ35686:9— a ƒ: 34338: 8. —. Een Bataviasche fonkostreekening van het schip de Jndus en. Drie eensluidende koetsiemsche dito. Het smalschip de verwagting vertrek thans naer derwaards tot voor Batavia die wij verzoeken den overbreng van onze nadere advisen ^ met het schip de Jndus voort te zenden zomeede het nevens gaand kasje met duplicaet papieren met de daarop volgende geleegenheid Bij de herwaards gezondene akten voor den Malaitschen ser„ „jant seidien en corporaal kader staat, dat ze aangagie win„ nen, de eerste zeeven en de tweede vijf rd:s doch de kommandant vlaaming heeft opgegeeven, dat de serjant moet winnen ze„ „ven rd:s en negen en dertig stuivers en de korporaal zeeven rd:s wij zenden die bijde aktens derhalven hierneevens terug en verzoeken anderen in derzelver plaatzen. De komp: Lijfeigen Malaier tatjo die de paarden van den Eerst geteekenden Gouverneur herwaards overgebragt heeft, word met deeze geleegenheid terug gezonden. wij melden hier bij den ontvangst van uw wel Edelen geachte letteren van den 25. april J:s: en blijven na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend/ als vooren /in marginee/ koetsum den 12. Maij 1792 / Laager / P: S: / Weerneevens een naam lijst van de zeevenjaaren den op bovengem: smal schip waar bij aangetoond word hoe veel dezelven aan gasie winnen Wij hebben de eer gehad uw wel Edele geachte brieven van den 2. en 26. maij wel te ontvangen, en bieden hier neevens aan een naamlijst van eenige sumanappers van de kompenie van kapitain wira mangala die verzoeken datse hier volle gagie mogen genieten alzoo hunne vrouwen waar voor de den
English
To the same as before. To the same as before. that they left half their pay in Kolombo, having already arrived here in the month of February. Captain Wijojo also requests that his wife be provided for and that he may enjoy full pay here, as he cannot subsist here on half pay. On the 12th of May last, the drummer of the Sumenep company of Wira Mangale, named Lokassa of Ceilon, deserted. In his place, on the 21st thereafter, we again engaged as drummer Mattijs Jacob de Reijs of Koetsiem, at the pay of three rixdollars and 36 stuivers board money, together with one parra of rice per month, for whom we request a warrant. Of the said company, private Zoura Campong of Bantja passed away in the hospital here on the 25th of June. The woodwork for the church at Kolombo has been ordered without delay and will, as far as possible, be delivered in the forthcoming favorable monsoon. Wherewith, after friendly greetings, we remain, was signed, as before, in the margin, Koetsiem, 11 July 1792. Lower, L.S. We request that you will have charged the uniform pieces that Captain Heupner brought along for the Artillery of Kolombo in the month of December last. Hereto we also append the military reports of Captain Koch. We direct this solely to accompany the duplicate of our last of 11 July past, and report at the same time the good receipt of Your Honour's esteemed letter of the 25th of that month, while further, after friendly greetings, we remain, was signed, as before, in the margin, Koetsiem, 21 August 1792. I direct this solely to accompany two packets to the Noble High Government at Batavia, of which one contains private letters, which I kindly request you to send off with the first departing ship, while I remain with respect, was signed, as before, in the margin, Koetsiem, 16 December A.D. 1792. 817 814 To the same as before. We have had the honour duly to receive Your Honour's esteemed letters of 28 July, 7 and 31 August, and 20 September past, and kindly thank you for the packets of letters from Coromandel and Batavia sent therewith. The round shot brought thither from Batavia for this Government may for the present be detained there. We shall do our best to procure the requested five hundred lasts of rice, but request that the necessary money for it be provided to us in good time, as we otherwise see no way to pay for the same; and regarding the Japanese bar copper, we shall only be able to explain ourselves after the arrival of our ship from Batavia. In reply to the question asked by Your Honour concerning the pepper, it serves to state that at Porka there lies no more than 113460 lb, and that before the month of January or February no more pepper will be delivered. By the Kolumbo invoice of 25 April of this year, twelve pieces of dyed four-thread linen are cited without a sum of money and with an account of 32 lb of red sealing wax used for sealing that linen; we therefore request that this linen, which was received here, be charged hither, as well as the one thousand pounds of biscuit which we landed in 1789 from the ship Trinkonomale and for the charging of which we have already made a request in our letter of 18 April of this year. From the eastern company of Captain Sajora Wipja, the private Mamot Malaijo of Ceilon deserted from here on the 6th of December past and has not been overtaken. We present herewith a petition list of two private soldiers of the company of Captain Koch, named Geraadus van Gerth of Nimweegen and Frederik Pijkel of Delft, the first requesting an increase from 13 to 14 guilders and the second a new engagement at his current pay; likewise the soldiers Jacob Greunke and Pieter Neijman, to be increased from 9 to 13 guilders for five years, according to a second petition list, all while receiving the usual bounty money, the expired contracts accompanying this. We request the closed pay-account of the Junior Merchant Cornelis van Spall, who has been appointed here by their High Excellencies the High Indian Government; while, presenting two packets with pay papers and four military reports of Captain Koch, we remain with respect, was signed, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, and Discreet Gentlemen and Friends, Your Honour's servant.
Dutch transcription
k met meer aan zyne Aan als vooren. Aan als vooren. ze de halve gagie te kolombo hebben laaten staan in de maand februarij reets herwaards gekoomen zijn halve gatie aldaar De kapitain wijojo versoekt meede dat zijne vrouw ver„ strekt worde en dat hij de vollegagie hier genieten moge al„ zoo hij hier met halve gasie niet kan bestaan Den 12. ' Maij jongstleeden is de Jamboer van de kompenie sumanappers van wira Mangale met naamen Lokassa Ceilon gedeserteerd; wij hebben in zijne plaats op den 21. daar aan weder als tamboer in dienst genoomen Mattijs Jacob de Reijs van Koetsiem, met de gasie van drie rijxd=s en 36. stuijv:s kostgeld, mitsgaders een parra rijst smaands voor wien wij een akte verzoeken van gem: komp:e is op den 25. ' Junij in het hospitaal alhier overleeden gemeene Zoura Campong van Bantja. De houtwerken voor de kolombosche kerk zyn ten eersten aanbesteld en zullen zoo verre mogelijk in de aanstaande goede mousson besorgd worden Waarmeede na vriendelijke groete blijven /onderstond/ en geteekend/ /als vooren /in margimie/ koetsiem den 11. Julij 1792. / Lager/ /L:S:/ wij verzoeken te willen laaten aan reekenen de montee„ ring stukken die kapitain Heupner in de maand December. laastleeden voor de Arthillerij van kolombo heeft meede gebragt Hier neevens voegen wij noch de militaire rapporten van ka„ pitain Koch. wij richten deezen eenlijk ten geleide van het duplicaat van onsen laasten van den 11. Julij jongstleeden en melden teffens den goeden ontvangst van uw wel Edelen geachte missive van den 25. dier maend terwijl wij voorts na vriendelijke groete blijven /onderstond/ en getee„ „kend /als vooren / in marginee/ Koetsiem Den 21. Augustus 1792. Jk richte deezen alleen ten geleede van twee pakketten aan de Edele Hooge Regeering te Batavia, waarvan het eene met partiku„ „liere brieven, die ik vriendelijk versoeke met het eerst vertrek„ kende schip te willen afzenden terwijl ik met achting blijve /onderstond/ en geteekend / als vooren / in marginie/ Koet„ Siem den 16. xber: A. o 1792. A Aan Me 817 814 Aan als vooren. Wij hebben de eer gehad, uwer wel Edelens geachte missive van den 28. Julij 7. en 31. aug:s en 20. Fetber: joleeden wel te ontvangen, en bedanken vriendelijk voor de daar neevens toegezondene brief pakket„ ten van Cormandel en Batavia. Het van Batavia voor dit Goevernement aldaar aangebragt rond„ „scherp, kan voor eerst daar aangehouden worden Wij zullen ons best doende verzogte vijfhondert lasten rijst te bezor„ „gen, maar verzoeken het noodige geld daar voor bij tijds aan ons te besorgen, alsoo wij anders geen kans zien dezelve te betaalen en over het Japans staafkoper zullen wij ons eerst na de komst van ons schip van Batavia kunnen verklaaren. op uw wel Edelen gedaane vraage nopens de peper diend, dat te Porka niet meer ligt dan 113460. lb: en dat voor de maand Januari of februari geen peper meer geleeverd zal worden. Bij kolumbosche faktuur van 25. april deezes jaars, staan aange„ haald twaalf stukken geverfd vierdraads linnen zonder geld som en met aanreekening van ƒ32. lb: rood lak tot het verzeegelen van dat linnen verbruikt, wij verzoeken derhalven dit linnen het welk hier ontvangen is, te willen laaten herwaards aan reekenen, zoo„ „meede de een duizund ponden buskuit, het welk wij in 1789 uit het schip Trinkonomale gelegd en om welkers aanreekening wij reets bij onsen brief van 18 April dezes Jaars verzoek gedaan hebben van de oostersche kompenie van kapitain sajora wipja is de ge„ „meene Mamot Malaijo van Ceilon den 6. xber: Joleeden van hier gedeserteerd en niet agterhaald. Wij beiden hier nevens aan, een verzoekt lijst van twee gemeene soldaaten van de kompenie van kapitain kosh met naamen geraa„ dus van Gerth van Nimweegen en frederik Pijkel van delft ver„ „zoekende de eerste om verbeetering van ƒ 13. tot 14. en de tweede om een nieuw verband op zijn winnende gasie zoo meede de soldaaten Iacob Greunke en Pieter Neijman om van ƒ 9. tot ƒ13. verbeeterd te worden voor vijf jaaren volgens een tweede verzoek lijst alle onder 't genot van het gewoone handgeld, gaande de verjaarde aktens hier nevens. wij versoeken de afgeslootene soldij reek: van den onderkoopman Corne„ lis van spall die door hunne Hoogedelheeden de Hooge Indische regee„ ring alhier bescheiden is; terwijl wij onder aanbieding van twee kapi„ Paketten met soldij papieren en vier militaire rapporten van kapitain koch met achting blyven /onderstond/ Edele Erntfeste, Manhaften, wij„ ze voorzienige zeer diskreete heer en vrunden. uwer wel Edelens Dienst aldaar ver
English
To the same as before. To the same as before. Obliging friends and servants was signed I. G. van Angelbeek, H. van Spall, G. G. Gebraadt, J. W. W. van Rossum, J. A. Cellarius Haesten, A. Lunel, and J. A. Everddijck in the margin Cochin, 14 October 1792. While presenting the duplicate of our last letter of the 14th of this month, we let this serve to accompany four letter boxes, two boxes with trade papers and two with pay papers, alongside yet another small box with private letters for Europe, which are now sent over the overland route to Tuticorin, with a friendly request to kindly send the said boxes distributed among the ships sailing home from Ceylon, and to place the boxes addressed to the presiding Chamber of Zeeland on the first ship. The frequently mentioned boxes are stitched and tarred to protect them from the rain, which we request to have removed there. Furthermore, we enclose two small letter packets and one ditto with private letters for the Cape of Good Hope, with the request to kindly forward the same as well. Wherewith, after greetings, we remain below was written Noble, Stern, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends. Your Honors' obliging friends and servants was signed I. G. van Angelbeek, G. G. Gebraadt, J. A. Cellarius Haesten, and A. Lunel in the margin Cochin, 18 October 1792. The lieutenant and commander of the Simnappers company No. 3 of Captain Wiro Mangala has indicated by a petition that on the lists received from Colombo of those who had credited money there for their wives, a corporal named Kadier of Tambakaging and two privates named Laaseraane of Kattawang and Singa Troena of Lanraagman were not listed, although their wives had already arrived here in the month of February of this year and deductions were made from their pay for them there, and that on the contrary, two privates named Sampang of Pariga and Panabada of Pandien are listed on those lists, whose wives are still in Colombo and enjoy their half-pay; we enclose herewith a copy of that petition and request to elucidate us on how this matter stands, while the half-pay of the two last-mentioned soldiers will be withheld here in the meantime. From the company of Captain Sasaro Wijojo, a Malayan private named Kajo Malajo of Ceylon deserted on 10 October and was not recaptured. The soldier Kasper Kuller of Frankenhausen, serving under the company of Captain Koch, earning f 9, requests an increase in pay to f 13 for five years, while enjoying the customary douceur on his ship's account and the usual request list is attached herewith. While presenting the duplicate of our last letter of 18 October last, we have the honor to note the receipt of Your Honors' esteemed letter of 10 October last with the enclosures, and after friendly greetings to remain below was written and signed as before in the margin Cochin, 6 November 1792. We are in want of domestic salt pork and request Your Honors to send us two barrels of it at the first opportunity, while after friendly greetings we remain with respect below was written Noble, Stern, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends, Your Honors' obliging friends and servants was signed I. G. van Angelbeek, H. van Spall, G. G. Gebraadt, J. W. H. van Rossum, W. Haesten, and A. Lunel in the margin Cochin, 28 November Anno 1792. With the arrival of the ship De Schelde we have had the honor to receive Your Honors' missive of 5 November last, and with the narrow ship De Verwachting that of the 2nd of this month, as well as over the Tuticorin overland route the missives of 6 and 22 November. With the said ship were duly received the twenty-five thousand piastres which Your Honors sent hither for the purchase of rice, and we shall do our best
Dutch transcription
Aan als vooren. Aan als vooren. Dienst willige vriend en dienaaren / was geteekend/ I: G: van angel„ „beek, H: van spall; G: G: Gebraadt, J: W: W: van Rossum, J: A: Cellarius Harsten; A: Lunel, en J: A. Everddijck / in margine) Koetsiem den 14. oktober 1792. Onder aanbieding van het duplicaat van onsen laasten van den 14. deezer laaten wij deezen dienen ten geleide van vier briefe kassen, twee kassen met Negootsie en twee met soldij papieren nevens noch een kasje met Partikuliere brieven voor Europa dewelken thans over den landweg naar tutukorijn gezonden worden, met vriendelijk verzoek gem: kassen op de van Ceilon te huijs vaarende schepen verdeeld te willen afzenden en de kassen voor de presidiaale kamer Zeeland beschreeven, op het Eerste schip te plaatsen Meermelde kassen zijn om ze voor de reegen te bewaaren be„ naaid en bepikt, het welk wij verzoeken aldaar te laaten afneemen. voorts wegen wij hier nevens twee brief pakketjes en een di„ „to met partikuliere brieven voor de kaap de goede hoop met verzoek dezelven meede tewillen voortschikken Waarmeede na groete blijven /onderstond:/ Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer diskreete heer en vrunden. uwerwel Ed: dienstwillige vriend en Dienaren / was geteekend:/ I: G: van angelbeek, G: G: Gebraadt, I: A: Cellarius Haesten, en A: Lunel / in marginie:/ Koetsiem den 18. oktober 1742. De Luitenant en kommandant van de kompenie Simnappers N: o 3. van kapitain wiro Mangala heeft bij een request te kennen, gegeeven, dat bij de van kolombo ontvangene lijsten van de geenen die aldaar geld te goed gemaakt hadden voor hunne vrouwen, een korporaal met naamen Kadier van tambakaging en twee gemeenen met naamen Laaseraane van kattawang en Singa troena van Lanraagman, niet bekend gestaan hebben, schoon hunne vrouwen in de maand februarij deezes Jaars reets dit heen gekoomen zijn en van hunne gasie voor dezelven al„ daar ingehouden is, mitsgaders dat daar en teegen op die lijsten bekend staan, twee gemeenen met naamen Sampang van paniga vlinelandt 817 815 ¶ douieur zyn scheeps Aan als vooren. Aan als vooren Pariga en Panabada van Pandien wier vrouwen noch te ko„ lombo zijn en hunne halve gasie genieten; wij voegen hier bij een kopij van dat request en verzoeken ons te Elicideeren, hoe het hier meede geleegen zijn tewijl de halve gasie van de twee laast ge„ „noemde soldaaten hier zoo lange zal ingehouden worden van de kompence van kapitain Sasaro wijojo is op den 10. okto„ „ber een gemeene Malaiea met naame Kajo Malajo van Ceilon gedeserteerd en niet achterhaald De soldaat kasper Kuller van Frankenhousen, onder de kom„ „panie van kapitain Koch. winnende ƒ 9: verzoekt om verbeete„ „ring in gasie tot ƒ 13. voor vijf Jaaren, onder genot van het gewoo„ reekening en gewoone „ ne verzoekt lijst gaan hier neevens onder aanbieding van het du„ plicaat van onzen laasten van den 18. october Joleeden hebben wij de eer den ontvangst van uwer EEEd: geachte letteren van den 10. oktober Jleeden met de bijlaagen te noteeren, en na vriendelijke groete te blijven /onderstond/ en geteekend/ als vooren / inmaa„ ginie / koetsiem den 6. 9ber: 1792. wij zijn verleegen om vaderlandsch zout spek en verzoeken uwEd: gestr: en E. s ons daar van met de eerste geleegenheid twee vaten toe te zenden, terwijl wij na vriendelijke groete met ach„ ting blijve /onderstond:/ Edele Erntfeste, Manhaften, wijse voorzienige zeer diskreete heer en vrienden, uwer wel Edelens dienstwillige vriend en dienaaren / was geteekend:/ I: G van Angelbeek, H: van Spall, G: G Gebraadt, I: W: H: van ros„ „sum, W: Haesten en. A: Lunel /in marginee:/ Koetsiem den 28. November A:o 1792. Met de aankomst van het schip de schelde hebben wij de eer gehad uwer wel Edelen missive van den 5. e November Joleeden te ont„ „vangen en met het smalschip de verwachting die van den 2. deeser, mitsgaders over den tutu korijnschen landweg de missiven van den 6. en 22. November Met gemeld, schip zyn behoorlijk ontvangen de vijf en twintig den Lend piasters, die uw wel Edelen tot den inkoop van rijst herwaards gesonden hebben en wij zullen ons best
English
do our best to send as much of the requested timber as we can gather at the next opportunity. The four iron 24- and 18-pounder cannons and two metal howitzers brought there from Batavia for this government by the ship Willem de Vierde, Your Honours are requested to retain there. The commissions for Lieutenant Hoejer and Ensign Cermeren faans have not been received here from Batavia, but the recommendation to the High Government has been duly made, and Their High Excellencies have promised in general terms to send the commissions for the confirmed servants, so that we expect them with our ship. The servants of Tuticorin have requested us to deliver 10,000 pounds of tamarind to Ceylon, since they are so far behind on the demand for it and are unable to satisfy it. We are sending all that remained in our pantry, consisting of 1,486 pounds, which has been preserved according to the previous method; we are currently unable to provide more, as the harvest thereof on this coast will only begin at the end of the coming month of January, wherefore we request to know whether the remaining tamarind should then be sent. The aforementioned ship De Schelde is loaded here with: 141 2/3 lasts of rice in 3,470 gunny bags, 53,436 pounds of saltpetre in 330 gunny ditto, 563 pounds of pepper in 12 gunny bags, and some damaged goods, all of which goods are consigned to Galle. The same will take in the pepper at Zorka that lies there, the transport documents of which will be provided by the resident there. Since a lieutenant was lacking on the ship Houglij, destined from Batavia to Surat, which called at this roadstead, we had the sub-lieutenant of the ship De Schelde, Gerrit van der Velde, who was supernumerary there, transfer to it with a closed pay account. With the bearer of this, two persons discharged to the Netherlands depart from here, mentioned in the accompanying list of names, for whom we request passage. Therewith also now return the European company of Captain Koch and the company of Sumenappers of Captain Wira Mangala, with names and pay known from the accompanying lists. Of the abovementioned company of Captain Koch, Sergeant Philip Duitzer and Soldier Johannes Frenk of Mainz have remained here in the garrison, whose pay accounts we request you be pleased to send hither, against whom Soldier Thomas Edel of Worms has been placed with the company, whose pay account is attached hereto. When the order was given to the aforementioned company to depart with this ship, the captain and further officers of the Sumenappers requested that they and the whole company might take their wives and children with them. Because the ship was already encumbered with so many people, and placing women among so many people, and especially with a company of Europeans, could give rise to disorder and all kinds of inconveniences, this was refused to them, but at the same time promised by the first-signed Governor that the women would be sent on later with the small ship De Verwachting, which was definitely to depart for Colombo on the 8th or 10th of January next, and with this, as appeared outwardly, they were then quite satisfied. However, when the company was to go on board this morning, they refused to depart without their wives, who were already sitting in the small boats, and when Captain Koch had the women chased out of the vessels and wished to compel the company to depart with firmness and if necessary with force, they not only resisted, but also made a show of intending to push their purpose through with weapons in hand. The Governor, receiving a report of this, had the mutineers led back to the parade ground and disarmed there, on which occasion Captain Wira Mangala gave way so far in his seditiousness that he not only refused to depart, but also took off his uniform and threw it on the ground, and declared, among other seditious words and deeds, that he did not want to serve. The disarmed men subsequently declared that they would depart willingly, having it requested through Captain Koch that half-pay might be provided to their wives and children during their stay, which had already been promised to them by the Governor for their benefit. Consequently, they have also been sent on board, but without weapons, and the Governor has charged Captain Koch to bring them ashore likewise, for the further disposition of Your Honours. However, the captain has been arrested at the main guardhouse by order of the Governor, and subsequently, by our resolution of today, along with his wife, who appears to have much blame in this mutiny, placed into the hands of the fiscal, to proceed against the same regarding the aforementioned matter as justice requires. From the Malay company of Captain Sasora Wijoja, three privates deserted on the 3rd of November last and have not been recaptured, named Amat Malaijo, Kopie Malaijo, and Boinkar Malaijo. Furthermore, we append hereto the following annexes: four invoices of the end of August last amounting to 19,247 guilders 1 stiver, 3,740 guilders 17 stivers, 9,905 guilders 12 stivers 8 penningen, and 4,674 guilders. A note of weapons and galley goods of the companies of Captain Koch and Wira Mangala. A Cape expense account of the ship De Schelde. Three identical Colombo ditto. Three identical Cochin ditto. A list of two months' advance pay provided to the Chinese of the said ship. Three packets with pay documents. Four military reports from Captain Koch. A nominal roll of two persons of the company of Swiss of Captain Grafman who are transferring with this ship. And the duplicate of our letter of the 28th of November last, while, after friendly greetings, we remain with respect, Noble, Stern, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sirs and Friends.
Dutch transcription
best doen om van de geeischte houtwerken met een nadere gelee„ gendheid zoo veel te zenden als wij bij malkaar kunnen krijgen. De met het schip willem de vierde voor dit goevernement van Batavia aldaar aangebragt vier Izere kanons van 24. en 18. ld:s en twee metaale houtwitzers, gelieven uw welEdelens aldaar aan te houden De aktens voor den Luitenant Hoejer en vaandrig Cermeren faans zijn Batavia hier niet ontvangen, doch de voordaagt aan de Hooge regeering is behoorlijk geschied en hunne Hoog Edelheeden hebben in Generaale tramen beloofd, de aktens voor de bevestigde dienaaren te zullen zinden zoo dat wij dezelven met ons schip te ge moet zien. De Bedienden van Tutukorijn hebben ons verzogt 10000 Ed=s tam„ merinde naar Ceilon te bezorgen vermits zij op den eisch daer van zoo veel ten achteaen en niet in staat zijn te voldoen wij zenden al wat in ons dispens per restant geweest is bestaen „de in 1486. ld:s die volgens voorige methode gesenkeerd is, meerder zijn wij thans niet in staat te besorgen, alzoo de inzaams daer van op deeze kust eerst en de aanstaande maand Januarij zal beginnen weshalven wij verzoeken teweeten, of de overige tam„ „merinde als dan zal dienen gezouden te worden Het voormeld schip de schelde is alhier belaaden met 141 2/3. lasten rijst in 3470. goenij sakken. 53436 –. ld: salpeter in 330. goenij d=o 563. –. „ peper in 12. goenij zakken, en eenige onbequaame goederen, alle welke goederen naar Gale gekonsigneerd zijn, het zelve zal te zorka de peper inneemen, die daar ligd, waar van de verband schrifte door den resident aldaar zul„ „len worden besoagd vermits op het schip Houglij van Batavia naar suratta ge„ destineerd, het welk deeze reede aangedaan heeft een Luitenant mankeerde hebben wij den sousluitenant van het schip de schel„ de Gerrit van der velde, die daar overtollig was met afge„ slootene soldijreekening daar op laaten overgaan Met brenger deezer vertrekken twee van hier naar Nederland verloste perzoonen bij de Neevens gaande naam lijst vermeld voor wien wij transport verzoeken Daar Winel 817 816 Daar meede gaan thans ook terug de Europeesche kompence van kapitain koch en de kompenie Sumanappers van kapi„ tain wira Mangala met naamen en genot bekend bij de nee„ vent gaande lijsten van boven gem: kompenie van kapitain koch zijn de serjant Philip Duitzer en soldaat Johannes frenk van meuts alhier in het gaanisoon verbleeven wien soldij reekeningen wij verzoeken te willen herwaards zenden waar tegen bij de kompenie ge„ plaatst is, de soldaat Thomas Edel van woams van weerde soldij ree„ kening hierneevens Toen de order aan de voorwaards gemelde kompenie gegeeven was, met dit schip te vertrekken verzogten de kapitain en ver„ der officieren van de sumanappers, dat zij en de heele kompence hunne vrouwen en kinderen mogten meede neemen wijl het schip reets met zoo veel volk belemmerd was, en het plaatsen van wijven bij zo veel volk en vooral bij een kompenie Europeeschen, tot disonder en allealij inkonvenienten aanleiding geeven kost, zoo werdt Een dit geweigerd, doch ter zelver tijd door den Eerst geteekenden Gouverneur beloofd, dat de vrouwen zouden nagezonden worden met het smalschip De verwachting, het welk den 8. of 10. Janu: aanstaande vast naar kolumbo vertrekken zouden, en hier„ meede waar en zij, zoo als uiterlijk bleek dan ook wel te vreede Doch toen de komp heeden morgen naar boord gaan zoude, weiger„ de zy te vertrekken, zoude haare vrouwen, die al in de Gamels zalen en toen kapitain koch de wijven uijt de vaartuijgen Jaagen liet, en de komp: met ernsten des noods met geweld tot het vertrak noodzaaken wilde stelden zij ziCh. niet alleen te weer maar maakten, ook mine, en dat zij hun stuk met de wapens inde handt wilden door drijven De goeverneur hier van rapport krijgende het de wederspan „nigen naar de parade plaats terug leeden en daar ontwapenen bij welke gelegenheid de kapitain wira Mangaladag in zijne oproerigheid zoo verre toe gaf dat hij niet alleen weigerde te vertrekken maar ook de Monteering uijttrok en op de grond smeet en onder meer oproerige worden en bedrijven verklaarde niet te willen dienen de De ontwaapende Manschap heeft vervolgens verklaard, gewil„ „lig te zullen vertrekken door den kapitain kocb laaten ver zoeken, dat aan hunne vrouwen en kinderen halve gasie mogt verstrekt worde geduurende haar verblijf het welk hen lieden voor hen reets door den Goeverneur beloofd was, zij zijn dien volgende ook naar boord gezonden, doch zonder wapens en de Goeverneur heeft kapitain koch belast, hen ook zoodanig aan de wal te brengen ter nadere disposietsie van uw wel Ede„ „lens doch. de kapitain is ter order van den Goeverneur aan de hoofdwagt gearresteerd, en vervolgens door ons bij resol„ luutsie van heeden beneevens zijn wijf dat veel schuldaan deesen oproea schijkt te hebben, in handen van den fiskaal gesteld, om tegen dezelven ter zaake voorschreeven naar requeur van Justietsie te procedeeren van de Malaitsche kompenie van kapitain Sasora wi„ joja, zijn op den 3: ' November Joleeden gedeseateerd en niet weeder achterhaald drie gemeenen met naamen Amat Malaijo, kopie Malaijo, en Boinkar Malaijo. voorts voegen wij hier bij de volgende bijlaagen vier faktuu„ „ren van ultimo aug:s Jongstleeden groot ƒ19247. 1. ƒ3740. 17. ƒ 9905. 12. 8 en ƒ4674:—. Een Notietsie van wapenen en kombuijs goed van de kompe„ neen van kapitain koch en wira Mangala Een kaapsche onkost reekening van het schip de schelde. Drie eensluidende kolombosche dito Drie eensluidende koetsiemsche dito Een lijst van verstrekte twee maanden Gasie aan de Chi„ neesen van gemeld schip drie pakketten met soldij papieren vier militaire rapporten van kapitain koch. Een Naamlijst van twee perzoonen van de kompenie zwitzers van kapitain Grafman die met dit schip over gaan. En het duplicaat van onsen brief van den 28. 9ber jongstleeden, terwijl wij na vriendelijk groete met ach„ ting blijven /onderstond:/ Edelen Erntfesten Manhaften wijzen voorzienige zeer Diskreeten Heer en vranden Wlinel
English
Checked J. d. Rabinel Friends, Your Honors' obedient friends and servants. Was signed: J. G. van Angelbeek, van Spall, G. G. Gebraadt, J. W. W. van Rossum, M. S. Haesten, and A. Lunel. In the margin: Cochin, the 13th of December 1792. Agrees Wijbrands Egklerp Copy of Dispatched Letters to the Malabar in the year 1792. No. 24. Malabar To the Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director over the Company's Establishments on the said Coast, together with the Council at Cochin. Noble, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Most Discreet Lord, and Friends. We have had the honor to receive Your Honors' esteemed missives of the 18th and 31st of December last and the 5th of this month, both via Tuticorin and with the ship Doggersbank and the barque De Kreeft. We congratulate the Lord Governor van Angelbeek from our hearts on His Honor's safe arrival there, and kindly thank Your Honors for the goods sent with the aforementioned ship and barque. The remark which Your Honors have made regarding the shipment of rice without the bales we shall bring to the attention of the Gentlemen Majores. To the discharged soldiers and the two persons reduced to sailor who came over with the ship Doggersbank, we shall grant transportation to the Netherlands. The statement of Captain Hoch regarding the allowance to the military officers and regarding the surplus of pay to the captains is indeed so, and we therefore request Your Honors to be pleased to continue with the provision of the same. We also request Your Honors to be pleased to forward the accompanying packet of letters for the ministers at Surat to that destination at the first upcoming opportunity. We furthermore present to Your Honors herewith the duplicate of our letter of the 20th of December last; a small packet of letters received from the Netherlands with the ship 't Meuwtje for Your Honors; a Batavian packet containing bill of lading and invoice of the cargo loaded in the ship Willem de Vierde; two pay notices of the 30th of December and 3rd of this month, with the pay accounts mentioned therein, and an invoice amounting to ƒ 12957. 7. -. We remain, for the rest, after friendly greetings, underneath: Noble, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends; lower: Your Honors' obedient friend and servants. Was signed: W. J. van de Graaf, A. P. Raket, I. Dueberg, J. Reintors, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhoven. In the margin: Colombo, the 23rd of January, Anno 1792. To the same as before. With the arrival here of the private sloop De Jonkvrouw Jacomina, we have had the honor to receive Your Honors' esteemed missive of the 18th of January last. We kindly thank Your Honors for the rice and wheat sent therewith, and send herewith the requested corporal's warrant for the soldier Johan Jacob Steffens. The aforementioned sloop now returns thither, and we have caused to be shipped therein such goods for Your Honors as appears from the enclosed bill of lading, to which is also added an invoice received from the Cape of Good Hope amounting to ƒ 273. 14. -. With the aforementioned sloop, the following military personnel are sailing thither in order to serve with the Ceylonese troops detached there, namely: From the Eastern Company of Captain Wiera Mangola: Lieutenant Sitja Goena, earning 16 rds. per month, and the soldier Marta Jaija, earning 4¾ rds. per month. From the Eastern Company of Captain Cassaro Wijoijo: Corporal Singo Wijoijo, earning 5 rds. per month, and the soldiers Vesloep Lippa and Macho met Kanie, each earning 3¾ rds. per month. The aforementioned Eastern military personnel have enjoyed their aforesaid pay here until the end of January last, and rice ration until the middle of this month, and here half a month's rations has been provided for the journey for the benefit of all these soldiers. Furthermore, sailing with the aforementioned sloop to Cochin is the Provisional Lieutenant Jan Frederik Berger, who has requested of us, on account of his indisposition, to be allowed to return to Cochin in order to be stationed there again, and whom we consequently request may be placed once more with the Cochin garrison. He has enjoyed here house rent and rations until the end of December 1791, and board money until the end of January. The recovered seamen of the ship Christophorus Columbus who have been placed there upon the aforementioned sloop...
Dutch transcription
817 Nagezien „ J: d: Rabinel„ H Vrienden uwer wel Edelen Dienstwillige vaiend en dienaaren /was geteekend/ J: G: van Angelbeek.. . . . van spall g g' gebraadt, J w: W: van rossum. M:S: Haesten, en A. Lunel /in marginee.:/ koetsiem den 13:' December 1792. Akkordeert Wijbrands Egklerp Copia Affgegaane Brieven na de Mallabaar in 1792. het Jaar 17 No. 24. 818 Mallabaar Aan den Edele Heer Johan Gerard van Angelbeek, raad ordinair van Nederlands Jndia„ gouverneur en direkteur over s kompe„ Etablissementen ter gemelde kust, Nevens en raad te Koetsiem Edele Erntfeste, Manhaften wyze, voorzienige, zeer diskree„ te Heer, en Vrienden. Wy hebben de eere gehad uwerwel Ede„ lens geagte missives van den 18 en 31 december Jol: en 5 dezer zoo over Jutukoryn als met 't schip dog„ gersbank en de bark de Kreeft te ontvangen. Wij vergelukken den Heer gouver„ neur van Angelbeek van harten met met zyn Edeles behoude arrive al„ daar, en bedanken uwel Edelens vreendelijk voor de gezondene goe„ deren met voorz: schip en Bark De aanmerking die uwel Edelens gemaakt hebben over 't afschee„ pen van ryst buiten de baaler zullen wij brengen onder z oog van de Heeren Majores. Aan de veerloste zoldaaten ende twee tot mattroos gedeposteerde perzoonen die met 't schip doggers„ bank overgekoomen zyn, zullen wij transport na Neederland verleenen. de opgave van Captain Hoch, weegens de toelaage aan de mi¬ litaire officieren en weegenst surplus 819 surplus van gagie aan de Captains, is werkelyk zoo, en wij verzoeken dus uwelEdelens met de verstrekking van dezelven te willen doen Con¬ tinueeren. Ook verzoeken wij uwel Edelens't nevens gaande brief paket voor de ministers te souratta bij eerst voor„ koomende geleegendheid derwaards te willen voortschikken. Nog bieden wij uwelEdelens hier nevens aan, het duplicaat van on„ zen brief van den 20 december J„o leeden Een brief paketje met 't schip 't meuwtje uit Neederland voor mwel„ Ed„s ontvangen. Een Bataviasche Paketje beschre„ ven Cognossement factuur van 't gelaadene llen 't geladene in 't Schip Willem de vier¬ de. Twee zoldij notitien van den 30 decem„ ber en 3 dezen, met de daarbij ver„ melde zoldij rekeeningen en Een factuur groot ƒ12957. 7. -. Wij blijven voor 't overige na vrien„ delyke groete /:onderstond /: Edele; Erntfeste, manhafte, wyze voor„ zienige, zeer diskreete Heer en drien den /:lager /: uwelEdelens dienstwieer„ ge vriend en dienaaren /:was getekend/ W. J. aan de Graaf, A, P, Raket, i, Dueberg, J, Reintons, B, L, van Zittr„ A, Samlant, J, A, vollenhove, /:inmargine /: kolombo den 23 Januarij Anno 1792 Aan als Vooren Met de arrive alhier van de Parti„ Kuliere 820 Partikuliere Sloep de Jonkvrouw Ja¬ Comina, hebben wy de eeregehad te ontvangen uer weeEdelens geagte missive van den 18 Januarij Jzeed„ Wij bedanken uweerde lens vriendelijk voor de daarmeede gezondene rysten tarwe; en zenden hiernevens de daar bij verzogte acte van Corporaal, voor den zoldaat Johan Jacob Stef„ fens. Voorm: sloep keerd tans na derwaads terug, en wij hebben daar in zoda„ nige goederen voor uwel Edelens laaten afscheepen, als blykt bij 't ingeslooten Cognossement, waar bij Nog gevoegd is een van de Caap de Goede Hoop ontfangene fac„ tuur groot ƒ 273„14. — Met voorm: sloep vaaren na dewwaards over 't geladene in 't Schip Willem de de Twee zoldij notitien van den 30 dece ber en 3 dezen, met de daarbij ue melde zoldij rekeeningen en he factuur groot ƒ12957. 7. -. Wij blijven voor 't overige na vr delyke groete /:onderstond /: Edele Erntfeste, manhafte, wize voor zienige, zeer diskreete Heer en i den /:lager /: uwelEdelens dienstwi ge vriend en dienaaren /: was gete W. J. aan de Graaf, A, P. Raket, Dueberg, J, Reintors, B; L, van Zi A, Samlant, J, A, vollenhor /:inmargine /: kolombo den 2 January Anno 1792 Aan als Vooren Met de arrive alhier van de Pa„ Kuliere 820 Partikuliere Sloep de Jonkvrouw Ja¬ Comina, hebben wi de eeregehad te ontvangen uwer weeEdelens geagte missive van den 18 Januarij Jleed„ Wij bedanken uweerde lens vriendelijk voor de daarmeede gezondene rysten tarwe; en zenden hiernevens de daar bij verzogte acte van Corporaal, voor den zoldaat Johan Jacob Stef„ fens. Voorm: sloep keerd tans na derwaads terug, en wij hebben daar in zoda„ nige goederen voor uwel Edelens laaten afscheepen, als blykt bij 't ingeslooten Cognossement, waar bij Nog gevoegd is een van de Caap de Goede Hoop ontfangene fac„ tuur groot ƒ 273„14. — Met voorm: sloep vaaren na dewwaards 29„ over over de volgende militairen, om bij de aldaar gedetacheerde Ceilonsche troupen dienst te doen namelyk van de oostersche Comp: aan Capitain wiera mangola. de luitenant Sitja Goena, winnende 16 rd„s s'maandsen de soldaat Marta Jaija, winnen„ de 4¾ red„s 's maands. Van de oostersche Comp„e van Capitain Cassaro wijoijo. de Corporaal singo wijoije, winnende 5 red„s s maands en de soldaaten vesloep Lippa en ma„ Cho met kanie winnende ieder 3¾ red„s 's maands. De voorsz: oostersche militairen heb„ ben hunne voorm: gagie alhier ge¬ nooten tot ultimo Januarij Jol: en ryst randzoen tot medio dezer en is alhier 821 is alhier ten behoeve van alle deeze militairen, voor een halve maand rand zoen verstrekt voor de rijze Nogvaart met de voorsz: sloepouer naar koetsiem de p„l luitenant Jan, frederik, Berger die ons heeft verzogt uit hoofde van zyn in„ dispositie naar Koetsiem te moogen terug gaan ten einde aldaar ne„ derom bescheiden te weezen, en die wij midsdien verzoeken dat weeder„ om bij het Koetsiemse guarnisoen mag worden geplaatst. Hij heeft genooten alhier huishuur en randzoen tot ultimo december 1791 en Kostgeld tot ult„o Januarij. de Herstelde zeevarende van 't schip Christophoius Columbus, die aldaar op voorsz: sloep ge„ plaats zijn 1
English
placed, we have left on board to reinforce her crew, and we politely request Your Honors to be so kind as to return these men at the first opportunity; the muster roll thereof is attached hereto. We also enclose herewith the duplicate of our letter of the 23rd of January last, and a pay note of the 2nd of this month with the pay accounts mentioned therein. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood: Noble, Valiant, Courageous, Prudent, very Discrete Sirs and Friends, lower: Your Honors' willing friends and servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. C. von Dreberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhoven. 822 To the same as before. The packet boat De Star arrived here on the 11th of this month, and we had the honor to receive therewith Your Honors' esteemed missive of the 4th of this month. This vessel we have sent to Galle to take on board there the cowries that remained in arrears there and one hundred bales of Surat cotton yarn, and the same undertook from there the voyage to the Netherlands on the 21st of this month. With our letter of the 19th of November 1791 we sent to Your Honors two nominal rolls of certain men of the two Eastern companies detached there, to whose wives wives here some monthly provisions from their wages were made. Of these women, some have since departed for that place, which is why we offer Your Honors herewith a nominal roll of those whose wives have already departed, and of those whose wives are still here and enjoy provisions. We also offer to Your Honors herewith a packet received with the ship De Generaal Maatsuiker from Batavia for Your Honors, a small packet with private letters brought by the said ship, 823 ship, a packet received from Bengal for Your Honors, and the duplicate of our letter of the 3rd of February last. For the rest, after friendly greetings, we remain. underneath stood: Noble, Valiant, Courageous, Wise, Prudent, very Discrete Sir and Friends, lower: Your Honors' willing friends and servants, was signed: W. J. van de Graeff, A. P. Raket, B. L. van Zitter, J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 25th of March, Anno 1792. To the same as before. Upon the nomination made with Your Honors' esteemed missive of the 31st of December last, we have promoted in Company Sumannappers No. 3, Sergeant Goena Batjaja of Jan Jakjattie to Ensign, Corporal Jerdien of Jeiande to Sergeant, and Soldier Kader of Tambakasging to Corporal, the commissions of which accompany this, along with the duplicate of our letter of the 25th of this month. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood: Noble, Valiant, Courageous, Wise, Prudent, very Discrete Sir 824 Sir and Friends. lower: Your Honors' willing friends and servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. C. von Dreberg, J. Reintous, B. L. van Zitter. In the margin: Colombo, the 28th of March, Ao 1792. To the same as before. The ship De Indus arrived here yesterday afternoon, and we had the honor to receive therewith Your Honors' esteemed missive of the 18th of this month. We dispatched this ship yesterday evening itself to Galle to discharge its cargo there, and shall have the same advance its voyage to Batavia as soon as possible. possible. Meanwhile, we politely thank Your Honors for the grain, lamp oil, and wax sent to us therewith. We have instructed the servants at Galle to have supplied to the said ship the provisions that the same could not receive at Cochin due to their absence. We thank Your Honors politely for the sent copies of their advices to the Netherlands and Batavia, and shall send the letter from the Bishop 825 Bishop of Verapoly to the Netherlands at the first opportunity. Furthermore, we have accompany this the duplicate of our letter of the 28th of March last, along with two pay notes of the 4th of February and the 10th of this month, with a pay account mentioned therein for the soldier Mottariis. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood: Noble, Valiant, Courageous, Wise, Prudent, very Discrete Sir and Friends, lower: Your Honors' willing friends and servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, B. L. van Zitter, B. L. van Zitter, A. Samland. In the margin: Colombo, the 25th of April 1792. Lower: P.S. We also offer to Your Honors herewith an invoice of today amounting to f 520.1.8. To the same as before. Since our trade employees have attested that the Colombo invoice of the 21st of January returned alongside Your Honors' missive of the 18th of April last has already been processed in our books, and that Your Honors' request to provide another amended invoice while withdrawing the said invoice cannot 826 not well be satisfied on account of what would have to be taken into consideration regarding the goods that, upon return shipment from Cochin, might have been accounted for in greater or lesser amounts: we therefore offer the aforesaid returned invoice back to Your Honors herewith, with a friendly request to have the same entered into the books there entirely according to custom, and to send to us in return an invoice of return account for the goods that were returned. returned. For the rest, after friendly greetings, we remain. underneath stood: Noble, Valiant, Courageous, Wise, Prudent, very Discrete Sir and Friends. lower: Your Honors' willing friends and servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, B. L. van Zitter, A. Samland, J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the second of May, Ao 1792. To the same as before. With the arrival of the small vessel De Verwagting, we had the honor to receive Your Honors' esteemed missive
Dutch transcription
plaatst zyn, hebben wij daar op gelaa„ ten, tot versterking van haar Equi„ pagie, en wij verzoeken inweerde„ lens arierdelyk, deze man„ schappen bij eerste geleegendheid te willen terrug zenden, de naam¬ tol daar van gaat hier nevens. Nog voegen wij hierbij 't duplicaat van onzen brief van den 23 Ja„ nuarij Jl: en een Zoldij notitie van den 2 dezer met de doar bij vermelde zoldij rekeningen. Wij blyven voor 't overige na groete /:onderstond /: Edele, Erntfeste, mantaf„ ten voorzienige zeer diskreete Hee en vrienden /:lager /: uweeEdelens/ dienstwillige vrienden dienaren /:was getekend /. W. J van de Graaff, M. T. Raket„ J. C. vontreberg, J, Benitous, B, L, van zitter A: Samlant en J: A: vollenhoven 822 Aan als vooren de Paketboot de star is den 11 dezer alhier aangekoomen en wij hebben de eere gehad daarmeede te ontrean„ gen uwerwelEd„s geachte missive van den 4 deezer dit vaartuig hebben wij na Gale ge„ zonden om aldaar inteneemen de Kanris die aldaar per restant waren en een honderd baalen Souratsche Katoengaaren, en heeft 't zelve den 21 deezer van daar de reise naar Neederland onderno„ men. Bij onzen brief van den 19 No„ vember 1791 hebben wij uw wel„ Ed:s toegezonden twee naam lysten van sommige manschappen van de twee aldaar gedetacheerde oostersche kompagnien aan wier Vrouwen Vrouwen alhier eenige verstrek„ kinge maandelijks van hunne gagien gedaen wierden, van dee„ ze vrouwen zyn zeedert som„ mige naer derwaerts vertrokken waarom wij uwel Ed„s himeren aanbieden eene naemlyste van de geenen wier vrouwen reets Vertrokken zyn en van de gee„ nen wier vrouwen alhier nog zijn en verstrekkingen genieten. Ook bieden wij uwelEd„s hiernevens aan Een paket met 't schip de generaal Martzuiker van Batavia voor uwelEd ontvangen, een paketje met par„ tikuliere brieven met gemeld Schip 823 Schip aangebragt, een paket van Bengalen voors uwelEd ontvangen en 't duplikaat van onzen brief van den 3 februarij Jongstleden. Wij blyven voor 't overige na vriendelijke groete. /:onderstond) Edelen Erntfesten manhaften wyzen voorzienigen zeer dis¬ Kreeten Heer en Vrienden /:lager /: uwelEdelens dienst„ willige vrienden en dienaaren /:was geteekend /: W, J, vande Graeff. A. P. Raket, B. L. van Zitter. J. A. Vollenhove. /: in margine: /: Kolombo den 25 Maart Anno 1792. Aan Als Vooren. Op de gedaane voordragt bij uwerweel¬ Ed„s geagte missive van den 31 de„ cember passeo„ hebben wij bij de Comp: Sumannappers No 3, den Sergeant Goena Batjaja van Jan Jakjattie tot Vaandrig den Korporaal Jerdien van Jeiande tot sergeant, en den soldaat ka„ der van Tambakasging tot Corpo„ raal bevorderd, waarvan de ac¬ ten deezen verzellen, nevens 't duplicaat van onzen brief aan den 25 dezen. Wij blijven voor 't overige na vrien„ delyke groete /:onderstond /: Edelen Erntfesten Manhaften wyzen voorzienigen zeer diskreeten Heer 824 Heer en Vrienden. /:lager /:inwel„ Edelens dienstwillige Vrienden dienaaren /:was getekend/: W„ J„ van de Graaff, h, P, Rakel„ C, vondreberg, J, Reintous, B, L, van Zitter, /:in margine/: Kolombo den 28 maart Ao 1792. Aan als Vooren 'T Schip de Indus is gisteren middag alhier gearriveerd, en wij hebben daarmeede de eere gehad te ontvangen unverwel„ Ed: g'agte missive van den 18 dee„ zer. Wij hebben dit Schip gisteren zelve avond „ na Gale gedepecheerd, om aldaar zijne lading te lossen, en zullen 't zelve ten spoedig„ sten sten naar Batavia laaten rys vorderen. Jntusschen bedanken wij inwel„ Ed„s vriendelyk voor de daarmeede aan ons toegezondene graanen lampolij en wasch. Wij hebben den bedienden te ga„ le gelast, aan gem: schip te laa¬ ten verstrekken de provisien, die 't zelve te koetsiem mits ontstentenis niet heeft kunnen ontvangen. Wij bedanken uwel Ed:s vrinde„ lyk voor de toegezondene Co„ pyen van derzelver adviesen naar nederland en Batavia, en zullen de brief van den Bisschof 825 Bisschop van Warapolie, bij de eerste gelegendheid naar neder„ land verzenden. Verhellen Voorts laaten wij dezen 't die„ plicaat van onzen brief van den 28 Maart Jol=o Nevens twee zoldij notietien van den 4 februarij en 10 dezer, met een daar bij vermelde zoldij rekening van den zoldaat Mottariis. Wij blyven voor 't overige na Vriendelijke groete. /:onder„ stond /: Edelen Erntfesten, man„ haften wijzen voorzienige zeer diskreeten Heer en Vrienden /:la¬ ger /: uwelEd„s dinstwillige vriend en dienaeren /:was getekend /. WJ aan de Graaff, M, P, Raket, B, L. aan Zitter B, L, van Zitter, A, Samland /:in margine /: Kolombo den 25 April 1792 /:lager /: P. S. wij bieden uwelEd„s hierneven nog aan een faktuur van heden groot ƒ 520. 1. 8. Aan als voren Vermits onze negotie bedienden betuigd hebben, dat de nevens uwer welEdelens missive van den 18 april Jol: terug gezonde„ ne Kolombosche factuur van den 21 Januarij reeds bij onze boeken verhandeld is, en dat aan uwer welEdelens verzoek, om met intrekking van gem: factuur, eene andere ver¬ beeterde factuur te bezorgen, niet 826 niet wel kan worden voldaan wegens 't geen in agt zoude moeten genoomen worden om„ trend de goederen, die bij terug zending van Koetsiem, meer„ der of minder mogte ver„ antwoord zijn: zoo bieden aen de voorsz: teuggezondene factuur, uwwelEd„e hierne„ vens weeder aan met erien delijk verzoek dezelve naar stilo in haar geheel bij de boeken aldaar te willen laaten inneemen en ons daar en tegen toe te zenden een factuur van tengree„ kening, van de goederen die terug en terug gezonden zyn. Wij blyven voor 't overige na vriendelike groete. /:onderstond: Edelen, Erntfesten, manhaften wyze voorzienige, zeer dis„ Kreete Heer en Vrienden. /:lager /: uwel Edelens dienst„ willige vriend en dienaaren /:was getekend /: W: J. van de Graaff M, P, Raket, B, L, van Zitter, A, Samland, P, A, vollen„ hove, /:in margine /: kolon„ bo den tweede Maij Ao 1792. Aan als vooren. met de komst aan 't smal„ schip de verwagting, hebben wijde eere gehad te ontaan„ gen uwer welEd„s geagte mis„ sive
English
827. letter of the 12th of this month. The letter packet for the Noble High Indian Government received alongside it will be sent to Batavia on the ship the Indus, and the small box with papers on a subsequent occasion. We herewith offer Your Honour two amended deeds for the eastern Sergeant Seidien and Corporal Kader, together with the duplicates of our recent letters of 25 April last and 2 of this month, and two pay notes of the 16th and 22nd of this month, with the debt accounts mentioned therein. To the same as before. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Valiant, Martial, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends. Lower: Your Honours' dutiful friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, Remntous, B. L. van Zitter, A. Samlant. In the margin: Colombo, 26 May 1792. For the service of the church we currently have under construction, we require the timber listed in the accompanying statement from the Captain-Lieutenant 828. of Engineers Foenander. We kindly request Your Honours to be so good as to supply us with this timber as promptly as can be done. This is also accompanied by the duplicate of our letter of 26 May last. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Valiant, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends. Lower: Your Honours' dutiful friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Beitons, B. L. van Zitter, J. A. Vollenhoven. In the margin: Colombo, 21 June 1792. To the same as before. We direct this solely to accompany an invoice amounting to f 585.17.8 and a memorandum amounting to f 7.9.8, which we have the honour to offer Your Honours enclosed herein, together with the duplicate of our letter of 21 June last. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Valiant, Martial, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends. Lower: Your Honours' dutiful friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, K. P. Raket, B. L. van Zitter, A. Samlant. In the margin: Colombo, 25 July 1792. To the same as before. We have the honour herewith 829. to offer Your Honours two letter packets, which we received from the Coromandel Coast for prompt forwarding to Your Honours, to which we also add the duplicate of our letter of the 25th of this month, together with a letter packet for the ministers at Surat, which we kindly request you to forward thither in the safest manner. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Valiant, Martial, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends. Lower: Your Honours' dutiful friend and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, Graaff, C. van Drieberg, J. Remtous, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhoven. In the margin: Colombo, 28 July anno 1792. To the same as before. We have had the honour to receive Your Honours' esteemed letter of [blank] July last. On a subsequent occasion we shall send Your Honours the requested reckoning of the uniform items mentioned therein, together with an indication of how long half-pay has been provided here to the wives of the eastern military personnel detached there. Meanwhile, we direct this to accompany the enclosed letter packet 830. which was received for Your Honours from Batavia per the ship the Sibella Anthonetta. We also attach hereto the requested deed for the lascar Mathijs Jacob de Reijs, together with the duplicate of our letter of 28 July last and a letter packet for the ministers at Surat, for which we request you to provide safe transport. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Valiant, Martial, Wise, Provident, Very Discreet Gentlemen and Friends. Lower: Your Honours' dutiful friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhoven. In the margin: Colombo, 6 August anno 1792. Lower: P.S. We herewith also offer Your Honours a Batavian invoice of account dated 31 May last, amounting to f 17.7.8. To the same as before. With the ship the Jungfrau Sibella Anthonetta, there have been brought from Batavia for Cochin the round shot mentioned in the accompanying extract from Their High Noble's letter of 22 May last, in which we are instructed to send the same to Cochin, 831. or else to retain them on Ceylon, according to whether this shall be deemed advisable on account of the commission in question. We therefore kindly request Your Honours to elucidate for us whether Your Honours require these round shot, either all or in part, so that we may govern ourselves accordingly in sending or retaining them. We also kindly request Your Honours to inform us how much Japanese copper Your Honours might be able to spare us, without prejudice to the Cochin trade; of our requisition of 150,000 lb we have as yet received nothing from Batavia, and we are in great want of it for minting the necessary dudu coins for the ordinary expenses in this government. And since Their High Nobles are uncertain whether they will be able to fulfill our entire requisition of rice, we kindly request Your Honours to accommodate us with 500 lasts of rice with the upcoming open sailing season, for which we let a requisition accompany this letter. For the rest, after greetings, we remain
Dutch transcription
827. sive van den 12 dezer. Het daarnevens ontvangene brief paket voor de Edele Hooge Jn„ dische Regering zal met 't Schip de Indus, en 't Kasje met Papieren bij eene nade„ re gelegentheid, naer Bata„ via verzonden worden Wy bieden uwelEde: hiernevens aan twee verbeeterde acten, voor den oostersche Sergeant sei¬ dien en Corporaal Kader, ne„ vens de duplicaaten aan onze Jongste briefen van den 25 April Jl: en 2 deezer en twee zal„ dij Notitien van den 16 en 22 de¬ zer, met de daar bij vermel„ de Aan als Voren n de Schuld rekeningen. Wij blyven voor 't overige na vriendelike groete. /:onderstond /: Edelen Erntfesten manhaften, wij zen voorzienigen zeer diskreeten Heer en vrienden /:lager /:an„ weledelens dienstwielige vriend en dienaaren. /:was getekend /: W. J. van de Graaff. M. P. Raket, Remntous, B. L: van Zitter A, Samlant. /:in margine/: Kolombo den 26 maij 1792. Ten dienste aan onze onderhan„ den zinde kerk hebben wij de houtwerken nodig, die ver„ meld staan bij de nevensgaan„ de opgave van den Capteinlin¬ tenant 828 tenant van de genie foenander. Wij verzoeken uwelEd„s vriende„ lijk, zoo goed te willen zyn deze houtwerken ons, zoo spae„ dig 't geschieden kan te bezorgen. deeze Nog verzeld 2 duplicaat van onzen brief aan den 36 maij Jol: Wij blyven voor 't overige na vriendelyke groete /:onderstond/: Edelen Erntfesten voorzienigen zeer diskreeten Heer en vrien„ den /: lager uwelEd„s dw: vriend en dienaaren /:was getekend/: W. J, van de Graaff. M. P. Ra„ Ket. J. Beitons. B. L. van Zitter, J. A. vollenhoven. /:in„ margine /: kolomboden 21 Ju„ nij 1792 Aan als vooren Wy rigten deezen eenelyk ten ge„ Eyde van een factuur groot ƒ 585„17 8 en eene memorie groot ƒ7. 9. 8. die wij de eere hebben uwel Ede„ lens in deezen geslooten aan te bieden, nevens 't duplicaat van onzen brief van den 21 Junij Jol: Wij blyven voor 't overige na vrien„ delyke groete. /:onderstond /: Edelen Erntfesten Manhaften wysen voor„ zienige zeer diskreeten Heeren Vrienden. /:lager /: uwee Edelens d:W: Vrienden dienaaren (: was getekend /: W„ J„ vande Graaff, K, P, Raket, B, L. van Zitter. A. Samlant. /:in margine /: Kolombo den 25 Julij 1792. Aan als vooren Wij hebbende eere uwel Edelens hiernevens 829 hiernevens aantebieden twee brief paketten, die wij aan de kust Cor„ mandel hebben ontfangen ter spoedige voortschikking aan uwel„ Ed:s waar bij wij nog voegen 't du„ plicaat van onzen brief van den 25 dezer nevens een brief paket voor de ministers te Souratta, 't week wij vriendelyk verzoeken, Op de secuurste wyze derwaarts te willen voortschikken. Wy blyven voor 't overige na vrien„ delike groete. /:onderstond /: Ede„ len Erntfesten manhaften wizen voorzienigen zeer diskree¬ ten Heer en Vrienden. /:lager/: Uwel Edelens d: W: vriend en dienaa¬ ren /:was getekend /: W: J: vande Graaff Graaff. C. v: duberg. J. Remtous, B, L. van Zitter, A, Samlant. J. A vollenhove /: in margine Kolom„ bo den 23 Julij Ao 1792. Aan als vooren Wij hebbende eere gehad uwer wel„ Edelens geagte missive van den „ Julij Jol: te ontvangen. Bij een volgende geleegendheid zul¬ len wij uwelEd:s toezenden, de daar bij verzogte aanreekening van de monteering stukken, ne„ vens eene aanwijzing tot hoe lan„ ge alhier de halve gagie ver„ strekt is, aan de vrouwen aan de aldaar gedetacheerde oostersche militairen. Jntusschen rigten wij deezen ten geleide van 't ingeslooten brief paket den 830 paket 't welk per 't schip de Sibel¬ la Anthonetta, van Batavia voor uwel Ed„s ontvangen is. Nog voegen wij hier bij de verzog¬ te acte voor den Lamboer Ma¬ thijs Jacob de Reijs, nevens 2 duplicaat van onzen brief van den 28 Julij Jol: en een brief pakel voor de ministers te Souratta, waar aan wij verzoe„ ken een secuur Transport te willen verleenen. Wy blyven voor 't overige na drien delyke groete /:onderstond /: Ede„ len Erntfesten manhaften wyzen voorzienigen zeer diskree¬ ten Heer en Vrienden /:lager(: uwelEd:s: d:W: Vrienden dienaaren „ was getekend /: W„ J„ van de Graaff. M. P. Raket. C. van drieberg. J. Reintous. B: L. van Zitter. A: Sam„ lant. J. A. vollenhoven. /:in„ margine /: Kolombo den Caugus„ zus A„o 1792. /:lager /: P. S. wij bieden uwel Edelens hiernevens nog aan een Bataviasche factuur van aanreekening van den 31 Maij Gl: groot ƒ 17: 7: 8. Aan als vooren met 't Schip de Jongvrouw Sibel„ la Anthonetta, zyn van Bata„ via voor Koetsiem aangebragt de rondscherpen, vermeld bij 't nevens gaande Extract uit hunner hoog„ 609„ Edelheeden Missive van den 22 Meij Jl:, waar bij wij gelast worden dezelven naar Koetsiem te zenden 831 te zenden, dan weel op Ceilon aante„ houden, naar maate zulks uit hoofde der bewuste Commissie geraaden zal worden geoordeeld. Wy verzoeken uwelEd:s derhalven vriendelijk ons te willen eluci¬ deeren, of uwelEd„s deeze rond„ scherpen, 't zij alle dan welten deele, noodig hebben, ten eynde wij ons, in 't verzenden of aan„ houden derzelven, daarna rigten kunnen. Ook verzoeken wij uwel rd:s oren¬ delijk ons te willen onderrigten, hoe veel Jaapanskooper meel¬ Ed:s, buiten predjudicie van den Koetsiemsche handel, onz zoude kunnen kunnen byzetten, wij op onzen eijsch van 150000 lb, nog niets van Bata„ via hebben ontfangen, en daar zeer om verleegen zijn tot 't munten van de benodigde doedoes, voor de gewoone uitgaves in dit gouvernement. En wijl Hunne Hoog EdelHeeden in de onzeekerheid zijn, of hoogst dezelven onzen geheelen eysch van rijst zullen kunnen voldoen, verzoeken wij uwelEd:s vriendelyk, ons met de aanstaande open vaart met 500 lasten ryst te willen gerieven, waarvan wij deezen een eijsch laaten verzellen. Wij blyven voor 't overige na groe¬ te
English
832. It was undersigned: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Sir and Friends. Lower: Your Honors' obedient friends and servants. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter. In the margin: Colombo, 30 August 1792. To the same as before. We have had the honor to receive Your Honors' respected missive of the 21st of August last. To the wives of the Easterners of the company of Captain Wiramangala, who have requested to be allowed to enjoy full pay, half the pay of their husbands has been disbursed here, as appears from the accompanying list, until the last day of January of this year; wherefore Your Honors will please have the full pay disbursed to the said Easterners since the first of February. The amount withheld in the said three months for the wife of Captain Wiramangala, amounting to 36 rixdollars, was not received by her, but remains here at the disposal of the said Captain; and we further attach hereto for Your Honors' consideration a list of another party of men belonging to the said company, whose wives until now continue to receive half the pay of their husbands. 833. The wife of Captain Fassaro Torjoijo has received here, from the pay of her husband, 10 rixdollars per month from the first of November 1791 until the last day of July last, since which time this payment has ceased; wherefore Your Honors will please have the full pay disbursed to the said Captain from the first of August. The quartermaster of the aforesaid company of Captain Wiramangala, Erigson, notwithstanding that his pay was disbursed monthly to his wife at Trincomalee, nevertheless also drew pay during his stay here, and he will certainly have done so at Cochin as well. We therefore kindly request Your Honors to have no further pay disbursed to him henceforth, until he shall have repaid what was received in excess. The uniform pieces which were sent thither in the month of November 1791 with the bark De Kreeft for the Ceylon artillerymen have, according to the statement of our trade officials, already been charged thither by invoice of 21 January of this year, a duplicate of which accompanies this letter. By Cochin invoice of 12 November 834. 12 November 1791 an amount of f 799. 4. — was charged hither for payment made to Adjutant Roos for the uniforms of the enlisted recruits, and since then, by Cochin invoice of the last day of March of this year, an equal sum of f 799. 4. — has further been charged hither as paid to Adjutant Roos for the same purpose; and as Captain Mitman maintains that both these charges concern one and the same provision and that the latter charge was made erroneously, we kindly request Your Honors to be pleased to inform us how the matter actually stands. Furthermore, we let this be accompanied by the duplicate of our letter of 7 August last and an invoice of the last day of that month amounting to f 226. 7. 8. For the rest, after friendly greetings, we remain. Undersigned: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Sir and Friends. Lower: Your Honors' obedient friends and servants. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. v. Driberg, J. Reintous, J. A. Vollenhove. In the margin: 835. Colombo, the 20th of September Anno 1792. Lower: P.S. We kindly request Your Honors to be pleased to inform us how much pepper Your Honors expect to be able to procure for the return ships of the coming spring. To the same as before. Besides the two packets of letters which the Tuticorin officials have already sent to Your Honors, two more packets of letters for Your Honors have been brought by the ship De Schelde, which are transmitted enclosed herein. We also offer Your Honors herewith a pay note of 29 September last, together with an account of debts of Corporal Franciscus de Kok mentioned therein; to which we further add a packet of letters for the ministers at Surat, which we kindly request you to forward thither when opportunity arises. For the rest, after friendly greetings, we remain. Undersigned: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Sir and Friends. Lower: Your Honors' obedient friends and servants. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintous, 836. B. L. van Zitter, J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, 10 October 1792. To the same as before. We let this serve solely to accompany five packets of letters received for Your Honors from the Netherlands by the ship Vasco de Gama, together with a letter from the Gentlemen Commissioners of the Cape of Good Hope for the Noble Lord Governor van Angelbeek brought by the aforesaid vessel, all of which are transmitted enclosed herein. For the rest, after friendly greetings, we remain. Undersigned: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Provident, Very Discreet Sir and Friends. Lower: Your Honors' obedient friends and servants. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. de Lannoy. In the margin: Colombo, 25 October Anno 1792. Lower: P.S. We further offer Your Honors herewith the duplicate of our last of the 10th of this month. To the same as before. We have today received from Tuticorin Your Honors' respected missives of 14 and 18 October last. With the ship De Schelde, which departs thither today to collect the pepper and further goods landed there for this Government, we send 25000 piastres to
Dutch transcription
832. te /:onderstond /: Edelen Erntfesten Man„ haften wyzen voorzienigen zeer dis„ Kreeten Heer en Vrienden. /:lager /: uwelEdelens dienstwillige Vrienden dienaeren /:was getekend /: W„ J„ van de Graaff, M. P. Raket, C„s van drie„ berg. J. Reintous. B. L. van Zitter. /:in margine /: Kolomboden 30 augustus 1792. Aan als vooren Wy hebbende eere gehad te ontvangen uwer welEd:s geagte missive van den 21 aug:s Joleeden. Aan de vrouwen van de oosterlingen van de Comp: van Capitain Wi„ ramangala, die verzogt hebben volle gagie te moogen genieten is alhier blykens de nevens gaan¬ de Lijst, de halve gagie hunner mannen mannen verstrekt tot ultimo Ja„ nuarij dezes Jaars weshalven Uel Ed:s zedert primo februarij de vol„ le gagie aan gem: oosterlingen gelieven te laaten verstrekken Het ingehoudene in gem: drie maanden voor de vrouw aan den Capitain wiramangala, ten bedrage van 36 rijks:, is door haar niet genooten, maar staat hier ter dispositie van gem: Capi¬ Lamn en wij voegen hier nog bij tot uwer wel Ed:s speculatie, een lijst van een ander partij manschappen aan gem: Comp: welker vrouwen tot nog toe de hal„ de gagie van hunne mannen 833 mannen blyven genieten. De vrouw van den Captain fas„ saro 10rjoijo heeft hier, van de gagie van haaren man, 10 ryk 1d: s maands genooten zeedert primo November 1791 tot ultimo Julij G Jl: zeedert welken tijd dit ge„ not heeft stil gestaan; Weshal„ ven uwelEd:s aan gem: Capitain van p=mo augustus af, de volle ga„ gie gelieven te laaten verstrek„ ken. De dulmeester van voorsz: Comp: van Cap„ tain wira mangala Erigson heeft, niet teegenstaande zyne gagie te Trinko„ nomale maandelyks aan zyne vrouw is verstrekt, egter geduurende zijn verblyf alhier ook gagie genooten, en dit zal hij zeekerlijk te koet„ Siem Siem ook gedaan hebben. Wij verzoeken uwel Eds: derhalven Vriendelijk, aan hem voortaan gee„ ne gagie te laaten verstrekken, tot dat hij 't te veel genootene weeder zal hebben ingediend. De montering stukken, die in de maand november 1791. met de Bark de Kreeft, voor de Ceilon sche artilleristen na derwaarts zin gezonden, zin volgens op¬ gave van onze negotie bedien den, reeds bij factuur van den 21 Januarij dezes Jaars, waarvan een duplicaat dezen verzeld, na derwaarts aangerekent. Bij Koetsiemsche factuur van den 12 Novr. 834 den 12 November 1791 is herwaarts aangerekend een bedragen van ƒ799. 4. — voor gedaane betaling aan den adjudant Rtoos voor de monterings van de aangewor¬ eene recruten, en zedert is bij Koetsiemsche factuur van den laatsten maart dezes Jaars, nader een gelyke som„ ma van ƒ 799. 4. – herwaards aangerekend, als ten zelve eynde aan den adjudant Roos betaald, en wijl Capitain Mitman sustineerd, dat byde deeze aan¬ rekeningen een en de zelfde verstrekking behelsen en dat de laatste aanrekening abusief zal zijn zal zijn gedaan zo verzoeken wij uwel Ed„s vrindelijk, ons te wil„ len onderrigten hoe 't daar meede eygendlyk gelegen is. Voorts laaten wij dezen nog aer„ zellen 't duplicaat aan onzen brief van den 7 augustus Jol: en Een factuur van ultimo dier maand groot ƒ226. 7. 8. Wij blyven voor 't overige na vrien„ delyke groete /:onderstond /: Edelen Erntfesten Manhaften wyzen voor„ zienigen zeer diskreeten Heer en Vrienden /:lager /: uwel Edelens dienstwillige vriend en dienaaren /:was getekend /: W„ J„ van de Graaff, M. P. Raket. C. V. Driberg. J Reintous. J: A: vollenhove. /:in„ margine /: 835 September margine /: kolombo den 20 februarij A„o 1792 /: lager /: P: S: wij verzoe„ ken uwel Edelens vriendelijk ons te willen informeeren, hoe„ veel peeper uwelEd: denken te kunnen bezorgen, voor de retour scheepen van 't aanstaan¬ de voor Jaar Aan als vooren Buiten de twee brief paketten, die de Jutukorynsche bedienden aan me„ welEd„s reeds hebben toegezonden, zijn nog met 't schip de schelde voor uwelEd:s aangebragt twee brief Pa„ Ketten, die in dezen geslooten overgaan. Wij bieden uwel Ed:s hier nevens nog aan nog aan eene zoldij notie van den 29 Zber Jl: nevens eene daar bij veer„ melde Schuldrekening van den Korporaal franciscus de Kok; waar bij wij nog voegen een brief paket voor de ministers te sou„ ratta, 't welk wij vriendelyk verzoeken, bij gelegendheidder„ waarts te willen voortschikken. Wij blyven voor 't overige na vrien„ delijke groete /:onderstond /: Ede len, Erntfesten Manhaften, wij„ zen voorzienigen zeer diskreeten Heer en Vrienden. /:lager /: inwel„ Edelens dienstwillige vrienden dienaaren /:was getekend /: W„ J„ van de Graaff. M. P. Raket. J. Reint„ 836 B„ L„ van Zitter, J, A, vollenhove. /:in margine Kolombo den 10 ster. 1792. Aan als vooren Wy laaten dezen eenelyk dienen ten geleide van vijf brief paketten met 't schip vas Codegama in't Nederland voor uwelEd:s ontvangen, nevens een brief van de Heeren Comissarissen, van de Caap de Goede Hoop voor den Edelen Heer Gouverneur van Angelbeek met voorm: bodem aangebragt, die alle in dezen geslooten over¬ gaan. Wij blyven voor 't overige na vrien„ delijke groete. /:onderstond /: Edelen Erntfesten manhaften wyzen voorzienigen voorzienigen zeer diskreeten Heer en Vrienden /:lager /: uwel Edelens d W„e Vriend en dienaaren /:was getekend /: W. J. van de Graaff, M: P: Raket J. Remtous. B. L. van Zittr, A: de Lannoij /:in margine /: Kolombo den 25 8ter Ao 1792 /:lager /: P: S: Nog bieden wij uwelEdelens hiernevens aan 't duplicaat onzer laaste van den 10 deezer Aan als vooren Wij hebben heeden van Jutukorijn ontvangen uwerwel Ed:s geagte missi„ ves aan den 14 en 18 october J:o leeden met 't Schip de Schelde, dat heeden na derwaarts vertrekt, ter afhaal van de peper en verdere goederen, voor dit Gouvernement aldaar aan landen, zenden wij 25000 piassers tot
English
for the purchase of the rice requested by us, alongside various goods received for Your Honors in the Netherlands and from Batavia, specified in more detail in the enclosed Bill of Lading. The received boxes and packages for the Netherlands and the Cape of Good Hope shall be dispatched in accordance with Your Honors' request. The Noble High Indies Government has, according to the accompanying extract from their Missive of 10 August last, demoted the sworn Clerk Johan Gerard Marinus van der Wall to Junior Assistant with a wage of ƒ 16 per month. The restitution recommended therein of the excess wage drawn by him, calculated up to the ultimate of October last, has already been effected here. On the ship De Schelde, Sergeant Diederich Adam Slaaphorst and Corporals Edam Meijer and Johannes Hijmans, who arrived here last year from there with the Siphais Battalion as drill masters, are returning thither. They have enjoyed wages here up to the ultimate of October and board money up to the ultimate of this month, and the latter two have also received rice for this month. We present herewith to Your Honors a requisition for three fish-plates and a wale, which we require most urgently for the completion of the carpentry work on the bark De Kreeft. We most amicably request to be pleased to supply the same, as well as the unfulfilled timber from our requisitions made in the years 1790 and 1791, hither as soon as practicable. The Junior Merchant Carel Lodewijk von Albedille, who has been transferred by Their High Nobles to Souratta, is departing with his family aboard the ship De Schelde for Cochin, in order to cross over from there to Souratta at the first occurring opportunity. With the ship Willem de Vierde, there were brought here in the month of January from Batavia for Cochin: 3 English iron cannons of 24 lb. 1 English iron cannon of 18 lb. and 2 bronze howitzers. We request to be informed whether Your Honors require the same, or whether we shall keep them here. For the rest, after friendly greetings, we remain, Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honors' obedient friends and servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. Oeneberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, 5 November 1792. Lower: P.S. We present herewith to Your Honors a Bill of Lading of the cargo loaded into the aforementioned ship De Schelde; a sealed package with the keys to the money chests mentioned in the aforementioned Bill of Lading; two Dutch invoices amounting to ƒ 874. 5. - and ƒ 1138. 1.-; and two debt accounts of Sergeant Slaaphorst and Corporal Hymans. To the same as before. We direct this to accompany the small craft De Verwagting, which departs thither returning for Tuticorin, and add hereto the duplicate of our letters of yesterday. The requested account of the gunpowder lightered there from the ship Trinconomale; three salary accounts of the Junior Merchant Cornelis van Spall, with the salary notes belonging thereto; and three acts of promotion for the soldiers Gerrardus van Genth, Jacob Greunke, and Pieter Nyman, the first to ƒ 18 and the latter two to ƒ 13 per month; and we kindly request Your Honors to be pleased to allow the customary gratuity to be paid to them and to the soldier Fredrik Pyzel, who has entered into a new contract on his earned wage. The account of the 12 pieces of four-thread linen we have already delivered to Your Honors with our letter of 20 December last. For the rest, after friendly greetings, we remain, Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honors' obedient friend and servants, was signed: W. J. van de Graaff, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhove, A. de Lannoy. Lower: P.S. We also present herewith to Your Honors three identical Colombo expense accounts of the ship De Schelde amounting to ƒ 3742: 12. and one Cape expense account of the said ship amounting to ƒ 5583. 15. and 8. Of the sailors of the small craft De Verwagting, the following remained behind in the hospital here and at Tuticorin, namely: Andries Adolfsen, Dirk Mooij, and Jan Fredrik Rosenberg; and placed on the bark De Chinsura: Willem Vinkeboom. In place of them and of the sailor Manuel Stetten, who according to the statement of the Commander has absented himself on Cochin, we have caused to be placed on the aforementioned vessel the sailors Albert Exter, Jan Jacob Hamer, Fredrik Deyman, Jan Molenbergen, and Heeren Fokken, of whom the salary accounts will be sent later, and we request Your Honors to be pleased to send hither the closed salary accounts of the four sailors mentioned hereinbefore who remained behind here. If the person mentioned above who remained behind in the hospital at Tuticorin should have recovered, we have instructed the Madura officials to place him again on the small craft, and if that happens, we then request that one of the sailors who was placed on the small craft in his stead be sent back to us. To the same as before. We have only to let this serve to accompany the enclosed papers, consisting of an invoice
Dutch transcription
837 tot den inkoop van de door ons gevraagde rijst, nevens diversche voor uweenwel Ed:s int Neederland en van Batavia ontvangene goederen, breeder vermeld bij 't ingeslooten Cognossement. De ontvangene kassen en pak„ Ketten voor Neederlandende Caap de goede Hoop, zullen overeenkomstig uwerwel Ed:s verzoek verzonden worden. de Edele Hooge Indische Regeering heeft den gezwooren Klerk Johan Gerard Marinus Van der Wall volgens nevensgaande extract uit hoogst derzelver Missive van den 10 ½ den 10 augustus Jol: terug gesteld tot Jong assistent met de gagie van ƒ 16 Smaands. De daar bij aanbevolene restitutie van de door hem meerder genoo„ tene gagie, gereekend tot ult„o ok„ tober Jol: is reeds alhier geffectu„ eerd. Met 't schip de Schelde gaan na derwaarts teng de Zergeant Diederich Adam Slaaphorst, en de Corporaals Edam mijer en Jo„ hannes Hijmans, die in 't voorleeden Jaar met 't Battailjon Siphais van daar als dulmeester alhier zijn aangekomen Zy hebben hier genooten gagie tot ult=mo oktober en Kostgeld tot uetimo dezer 838 dezer, en de twee laatsten hebben ook eyst voor deeze maand genooten. Wij bieden uwelEd:s hiernevens aan een Eysch van drie swalpen en een berghout, die wij ten hoogsten nodig hebben tot 't laaten uittimme„ ren van de Bark de Kreeft. Wij verzoeken moerds vriende¬ lyk dezelve, zoo wel, als de on¬ voldaane houtwerken op onze ge„ daane Eyschen in de Jaaren 1790. en 1791, zo spoedig doenlijk her„ waards te willen bezorgen. De onderkoopman Carel Lodewijk von Albedike, die door Hunne Hoog Edelheeden naar Souratta ver¬ plaats is, gaat neevens zijn fa„ mieljie met 't Schip de Schelde na na Koetsiem, om van daar bij voor„ koomende gelegendheid na Sourat¬ ta overtegaan. Met 't schip Willem de vierde zijn alhier inde maand Januarij aan Batavia voor Koetsiem aange„ bragt. 3 Engelsche Eyzere kanons aan 24 lb. 1 Engelsche ijzere Kanon van 18 lb: en 2 metaale houwitzers. Wy verzoeken te moogen worden geinformeerd, of uwwelEd:s de„ zelve nodig hebben, dan wel of zullen wijze hier aan houden. Wij blyven voor 't overige na vrien„ delyke groete /:onderstond /: Edelen Erntfesten Manhaften wyzen voor„ zingen 839 Zienigen, Zeer dis Kreeten Heer en vrienden /:lager /: uw wel Ed:s dwe Vrienden die naaren /:was getekend /: W J vande Graaff, M. P. Raket, C: Odneberg, J. Reintons, B, L. aan Zitter, J, A, vollenhove. /:inmargine /: Kolombo den 5 November 1792. /: lager /: P. P. wij bieden uwelEd:s heer nevens aan Een Cognossement van 't geladene in voorm: Schip de schelde Eeen verzegeld pakjel met de sleutels van de bij voorm: Cognossement vermelde geld Kisten Twee vaderlandsche Lakhuuren groot ƒ 874. 5. — en ƒ1138. 1-: en Twee schuldrekeningen van der Sasjant slaaphoust en den korpo„ raal Hymans. Aan als vooren Wy rigten deezen ten geleide van 't Smalschip de Verwagting, 't welk voor tutukorijn na derwaards tenig vertrekt, en voegen hier nog bij 't duplicaat van onze brieven van gisteren. het aldaar de gevraagde aanrekening van ^ ge¬ ligte buskruit uit 't Schip Trin Conomale Drie exteus drie zaldij reekeningen van den onderkoop¬ man Cornelis van Spall, met de daar toe gehoorende zoldij notitien en drie actens van verbeetering voor de zoldaaten gerrardus van Genth, Jacob Greunke en Pieter nyman, en de twee laadste tot ƒ 13 de eerste tot ƒ 18 s maands, en wij verzoeken uwel Ed:s vriendelyk, aan hun en aan den zoldaat fredrik 840 fredrik Pyzel, die op zyn winnende gagie een nieuw verband heeft aangegaan, 't gewoon douceur te willen laaten vertrekken. De aan rekening van de 12 stuks vier„ draads linnen, hebben, wij inwel„ edelens reets bezorgd nevens onzen brief van den 20 xber Joleeden. Wij blyven voor 't overige na vriendelyk groete. /:onderstond:/: Edelen Erntfes„ ten Manhaften wyzen voorzienigen Zeer diskreeten Heer & Vrienden /:lager /: uwel Ed:s d:w: vriend en dienaa„ den /:was getekend /: W: J: van de Graoff J. Beintous. B: L: van Zitter A: Samlant J: A: vollenhove. A. de Lannooij. /:lager /: P: S: wij bieden uwelEd:s nog hier nevens aan drie eens„ luidende luidende kolombose onkost rekeningen van 't Schip de Schelde groot ƒ 3742: 12. en een kaapsche onkost reekening van gemelde schip groot ƒ 5583„15 en 8. Van de matroosen van 't Smalschip de verwagting zijn de volgende in 't hospital alhier en op tutukorijn ver„ bleeven als Andries. Adolften. Dirk Mooij en Jan Fredrik Rosenberg. en op de bark de Sinsura geplaatst Willem Vinkeboom in steede van hun en van den mattroos Manuel stetten, die volgens opgave van den gezaghebber op koetsiem zelve Lig geabsenteert heeft, hebben wij opgem: vaartuig doen plaatsen de matroosen Al„ bert Exter, Jan Jacob Hamer, Fredrik „Deyman, Jan, Molenbergen Heeren fakkeen 841 fokkeen, waar van de zoldij rekeningen nader zullen gezonden werden, en wij verzoeken uwelEd:s herwaarts te willen zenden der afgesloote zoldij reekeningen van de hier vooren vermel¬ de vier alhier gebleven mattroosen. Zoo de Tutukorijn in 't hospital agter„ gebleven perzoon hier boven gemeld mogt hersteld zijn ^ hebben wij de madiiese bedienden aangeschreven hem we„ der op 't Smaeschip te plaatsen, en zo dat geschied dan verzoeken wij ons, insteede van dezen, te rug te zenden een van de matroose die voor hem op 't Smaeschip is geplaatst. Aan als vooren Wij hebbende een dezen, eenelik te laa„ ten dienen, ten geleide aande ingesloo„ tene papieren, bestaande in Een fac„ tuur te„ ik
English
invoice amounting to ƒ 37. 15. —. A memorandum amounting to ƒ 12. 18. —. three pay notes of the 5th, 8th, and 13th of this month with the pay accounts mentioned therein. a duplicate of this latest letter of the 6th of this month, and a packet of letters for the Ministers at Souratta, which Your Honours please forward thither at the first opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was underwritten: Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentlemen and Friends. Lower: Your Honours' obliging friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van Drieberg, J. Reintons, B. L. van Zitter, A. Samlant. In the margin: Kolombo, 22 November 1792. N 842 To the same as before. With the small vessel De Verwagting, which returned from Tutukorijn on 27 September last, we had the honour to receive Your Honours' esteemed missive of the 6th of the said month. In accordance with Your Honours' proposal, we have increased the pay of the soldier Casper Kuller to ƒ 13 per month, to which the deed is attached hereto, and we kindly request Your Honours to have issued to him the usual gratuity of eight rupees. Enclosed herewith is also a petition from the Lieutenants Hoir, Fermer, and Frantz, who were promoted by Your Honours in the year 1790, the first to Lieutenant to Lieutenant and the latter two to Ensigns, but for which promotion they have not yet received any deeds. They were recommended by Your Honours by letters of 17 April 1791 to the Noble High Indian Government, and since Their High Nobilities approved their appointment by their missive written on 27 March of this year to Your Honours, we kindly request to be informed whether their deeds have also been received by Your Honours, and if so, that they may be sent hither. We are now having the small vessel De Verwagting 843 continue its journey thither, and on it have been placed two French deserters whom the Tutukorin servants have sent hither, by names Pierre Druino and Jan Bruin. The master has been ordered to put these deserters ashore at the first place on the opposite coast where he might arrive, and let them go their way. We also add hereto a pay note of 26 November last with the pay accounts mentioned therein, along with the duplicates of our secret letter of the 13th and general letter of 22 November last. For the rest, after friendly greetings, we remain, To the same as before. greetings. It was underwritten: Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentlemen and Friends. Lower: Your Honours' obliging friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintons, and B. L. van Zitter. In the margin: Kolombo, 2 December 1792. We have had the honour to receive Your Honours' esteemed missives of 28 November and 13 of this month, and we give kind thanks for the goods sent with the ship De Schelde, which arrived here at the roadstead on the 22nd of this month, and after the disembarkation of the troops brought along, continued its journey to Gale. The two barrels of bacon requested by Your Honours will be delivered at the first 844 opportunity; and to the two time-expired men who arrived with De Schelde, transport to the Netherlands will be granted. Regarding the dispute concerning the provisions supplied to the wives, who remained behind here, of the men of the company of Captain Wieramangade, Adjutant Braaze has submitted such a report as we enclose herewith in copy for Your Honours' inspection; the errors committed in this regard will, now that this company has returned, be redressed here ourselves. We also add hereto the duplicate of our separate letter of 28 November, two pay notes Examined. W. V. A. Rabinck. notes of the 8th and 24th of this month, with the pay accounts mentioned therein, and two packets of letters from the Netherlands brought via the Cape on the ship Hilverbeek for Your Honours. For the rest, after friendly greetings, we remain. It was underwritten and signed as before. In the margin: Kolombo, 27 December 1792. Agreed. Dijbrandt, VOC Clerk. 12 845 To Mr. M. Martinz, Colonel. Right Honourable Sir! I take the liberty of presenting enclosed herewith to Your Honour a letter addressed to the government of Madras, which I kindly request you will please send thither speedily and securely. I hope that Your Honour will not take this request of mine amiss, and I have the honour to be with the highest consideration, Underwritten: Right Honourable Sir. Lower: Your Honour's humble servant. Was signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Kolombo, 19 February 1792. Agreed. Dijbrandt, Clerk. ƒ No. 25. 846 To the Noble W. J. van de Graeff, Squire, Governor, etc. etc. etc., at Colombo. Noble Sir, We have the honour to inform Your Honour that notice has been given to us concerning the dispute that unfortunately exists between the Dutch Government and the Rajah of Cochin; in the sincere hope that we might bring about a reconciliation between the parties, we have addressed a letter to Mr. van Angelbeek and his council, which we trust will have the desired effect. Lord Cornwallis, to whom we have given report of the circumstances of the dispute in so far as they have come to our knowledge
Dutch transcription
factuur groot ƒ 37. 15. —. Eene memorie groot ƒ 12. 18. —. drie zoldij notitien van den 5. 8. en 13 dezer met de daar bij vermelde zoldij rekeningen. g duplicaat van dezen Jongsten brief van den 6 dezer, en een brief paket voor de Ministers te Souratta 't welk uwelEd:s bij voorkoomende gelegendheid na der¬ waards gelieven voortteschikken. Wij blyven voor 't overige na vriende lyke groete. /: onderstond /: Edelen Erntfesten Manhaften wyzen voor„ Zeenigen zeer diskreeten Heer en Orien den /:lager /: uwelEdelens dienstwie¬ lige vriend en dienaeren /:was getekend/: W. J, van de Graaff, M. P. Baket, C. van drie„ berg, J. Remtons, B. L. van Zitter. A. Samlant /:in margine /. kolombo den 22 9ber: 1792 N 842 Aan als vooren met 't Smalschip de verwagting, het welk den 27 7ber: Jol: van tutukorijn terug gekomen is, hebben wijde eere gehad te ontvangen uwer wel Ed:s geachte missive van den 6 van gemelde maand. Wy hebben ingevolge uwer wel Eds. voordragt den soldaat Casper Kul„ ler in gasie verbeeterd tot ƒ 13 s maands, waar aan de akte dezer verzeld, en wij verzoeken inwel Ed:s vriendelyk aan hem te laeten verstrekken 't gewoone douceur van agt ropijen. Hiernevens gaat nog een request van de luitenants Hoir, fermer en Frantz, dier door uweeEds: in 't Jaar 1790 zyn bevordert, de eerste tot luitenant tot luitenant en de twee laatsten tot vaandrigs, dog aan welke bevordering zij tot nog toe geen acten bekoomen hebben, zy zyn door uwelEd:s by brie„ eeen van den 17. April 1791 aan de Ede¬ le Hooge Indische Regeering voor„ gedraagen, en wijl Hunne Hoog Edelheeden hunne aanstelling ge„ approbeert hebben bij hoogst derzelver missive, den 27 maart dezes Jaars aan Uwel Ed:s geschreven, zo verzoeken wij vriendelyk te moogen worden geinformeerd, of ook hunne akten bij uwelEd:s ontvangen zijn, en zo Ja, dat ze herwaards moogen ge„ zouden worden. Het Smalschip de verwagting laaten wij tans 843 wij tans na derwaards reisvorderen, en zijn daar op geplaatst twee franse deserteurs, die de tutukorynsche bedienden herwaards gezonden hebben, met namen Pierre Druino en Jan Bruin. De gezaghebber is gelast deze deserteurs, op de eerste plaats aan de overwal, daar hij mogte aakomen, aan de wal te zetten en hunnes weegs te laaten gaan. Nog voegen wij hier bij eene soldij notitie van den 26 9ber: Jol: met de daarbij vermelde soldij rekeningen neevens de duplicaaten van onzen sekreeten brief van den 13, en gemee„ ne brief van den 22 9ber: Joleeden. Wy blyven voor 't overige na vrendelyjke af groete Aan als vooren groete. /:onderstond /: Edelen Erntfesten manhaften wyzen voorzienigen zeer diskreeten Heer en Vrienden. /:la„ ger /: uwelEdelens d. W. vrienden en dienaaren /:was getekend /: W J, vande Graaff, M. P. Raket, J. Reintons en B: L: van Zitter /:inmargine/: Kolombo den 2 december 1792 Wy hebben de eere gehad uwerwel„ Ed=s geagtermissives van den 28 november en 13 dezer te ontvan„ gen en bedanken vriendelyk voor de gezondene goederen met 't schip de schelde 't week den 22 deezer hier ter Reede aangekoomen is, en naar de ontscheeping van de meede gebragte troupes, zijne ryze na gale voortgezet heeft. De door uwel Eds gerequireerde twe vaaten spek, zullen met de eerste 844 eerste geleegendheid bezorgt worden; en aan den twee verlossers, die met de schelde zin gekoomen zal Transport na Neederland ver„ leend worden. Noopens 't different, omtrent de gedaane verstrekkingen aan de alhier terug gebleevene vrou„ wen van de manschappen, aan den Comp: van kapitein wieraman gade heeft de adjudant Braa„ ze zoodanig beugt ingediend, as wij tot speculatie van uwel„ Ed=s in Copia hier neevens voegen zullende abuisen door omtrent begaan, nu deze Comp: teng ge„ koomen is, hier zelve geredres„ seerd worden. Nog voegen wij hier by 't duplicaat van onzen apparten brief van den 28 november, twee zoldij noti„ tien Nagezien W V: A: Rabinck tien van den 8 en 24 dezen, met de daar by vermelde zoldij ree„ keningen, en twee brief Pak„ ketten uit Neederlanden aan de Caap met 't schip Hilver„ beek voor uwel rd=s aangebragt Wy blyven voor 't overige navrien delyke groete /:onderstond en ge„ tekend als vooren /:inmargine/: Kolombo den 27 december 1792. Akkerdeert Dijbrandt VECklerk 12 845 Aan den Heer M: Martinz Colonel WelEdele Gestrenge Heer! Ik gebruik de vrijheid uw wel Edele gestr: hier ingeslooten aante bieden, een brief, ingerigt aan 't gouverne„ ment van Madras, die ik vriende„ lijk verzoeke, spoedigen secuur na derwaarts te willen zenden Jk. hoop dat uwel Edele gestr: dit mijn verzoek niet zal kwalyk nemen, en Lebde eer met de hoogste Consideratie te zijn /:on„ derstond wel Edele Gestr: Heer /:lager/: Uwel Edele Gestr: ootmoedige dienaar /:was getekend /: W„ J van de Graaff /:in margine /: Kolombo den 19 febru„ arij 1792. Ankorbeert Dijbrands Eijklerk ƒ No 25. 846 Aan den Edele W: J: van de Graeff Schildk: Gouverneur &a &a & te Colombo Edel Heer Wij hebben de Eere uwelEd te melden, als dat men ons kennis heeft gege„ ven, weegens 't verschil die en on„ gelukkig exteert tusschen de holland„ sche Regeering en de Rajat aan Cochim; in de oprechte hoop, dat wij een verzoening tusschen Partij„ en zouden kunnen uitwerken, hebben wij een Brief aan den Heer van Angelbeek en zynen raad gericht, welke wij vertrouwen dat de gewenste uitwerking zal hebben. Lood Cornwallis aan wien wij be„ richt hebben gegeeven van de om„ standigheeden van 't verschil in zo verre ze ten onze kennis zijn gekomen
English
arrived, has requested us to represent to Your Honour that, while our respective nations are so closely allied in Europe, and the friendly intercourse of our governments in India has been so strengthened by Your Honour's conduct in the year 1788 and by that of Mr. van Angelbeek at the outbreak of the present war with Tipu Sultan, it would affect his Lordship in the highest degree if Your Honour or Mr. van Angelbeek, after conduct which he had deemed so meritorious and for which he is under so much obligation for both public and private reasons, were to take measures that would extremely embarrass his Lordship as well as those who are with him in the government; which his Lordship is of the opinion that we have not deserved, after what has occurred with respect to the Raja of Cochin. It is not the desire of Great Britain, nor of her ministers in these countries, to encourage the Raja of Cochin or any other Indian power to offer any insult or outrage to the possessions of Your Honour's nation, but since the Raja of Cochin has earned some consideration from us on account of his adherence to our standard against Tipu, and also since he has consented to our mediation at a time when affairs at Cochin were in an unpleasant state, we are convinced that it must appear disingenuous to persons possessing such noble sentiments as Your Honour and Mr. van Angelbeek, that after our resident, Mr. Powney, urged the Raja of Cochin to renounce all the advantages he had gained, we should permit him, without having obtained assurance of that mediation, to be oppressed by a reinforcement from Colombo. We have informed the gentlemen at Cochin of Lord Cornwallis's earnest desire that this unfortunate dispute might be settled without any further hostilities, and in order that the circumstances which gave rise to it may be examined with coolness and deliberation, that they would be pleased to appoint a commissioner on their part to investigate the matter together with the Raja or his ministers in the presence of our resident, of whose peaceful sentiments we have no doubt; we shall instruct him to render his good offices to the government of Cochin in as friendly a manner as the justice of the case will allow, in order to bring this dispute to an amicable conclusion. We have the honour to be, with the greatest esteem and respect, Honourable Sir, Your Honour's very obedient and humble servants. Was signed: Charles Oakeley, William Petrie, J. Middlestons. In the margin: In Fort St. George, 17 January 1792. Agrees: Sybrands, First Clerk. No. 26. Madras. To the Right Honourable and Respected Sir, Sir Charles Oakeley, Bart., Governor, and the Council. Right Honourable and Respected Sir, Gentlemen, A few days ago, via Cochin, under cover of Mr. Powney, I had the honour to receive the very obliging letter with which I was favoured by Your Honour on the 17th of January last. However far the steps that the Raja of Cochin has permitted himself to take against our Company may go, and all the stranger because not only has an uninterrupted friendship subsisted between our Company and the House of Cochin for a great series of years, but also very important services have been rendered to that House by our Company on various occasions; nevertheless, I remain fully assured that the Governor, Mr. van Angelbeek, with whom I have conferred on the matter, is very inclined to settle the aforementioned arisen disputes in an amicable manner, as soon as that can be done on a proper footing. And since I, for my part, also very cordially desire that these unpleasantries may be removed out of the way as soon as possible, I cannot but be very sensible, Gentlemen, to the good disposition which Your Honours have been pleased to show me to promote that, in accordance with the very friendly intention of the Right Honourable Governor-General, Earl Cornwallis. I request you to thank the said Lordship, to whom I am very obliged on that account, on my behalf, and particularly to assure his Lordship how deeply I am affected by the very distinguished sentiments of friendship with which his Lordship is pleased to honour the Governor, Mr. van Angelbeek, and myself. I shall embrace with pleasure every opportunity that may serve to express my gratitude to the said Lordship for this, as well as to show Your Honours my sincere inclination to maintain and cultivate more and more the good understanding between our two nations in India, and particularly between our two governments. I have the honour to be, with the highest esteem, in the most distinguished manner, Right Honourable and Respected Sir and Gentlemen, Your Honours' humble and very obedient servant. Was signed: Willem Jacob van de Graaff. In the margin: Colombo, the 19th of February 1792. Agrees: Sybrands, First Clerk. No. 20. Tellicherry. To the Right Worshipful Sir, Robert Taylor, Esq., Senior Merchant in the service of the Honourable English Company and Chief there. Right Worshipful Sir, Whereas the export of rice from Bengal remains prohibited, as we are informed, and according to all unanimous reports we have no grain to expect from the Coast of Coromandel, we fear a great scarcity of grain at Colombo during the approaching bad monsoon, and we have therefore caused a proposal to be made to Mr. Newton, captain of the ship Pesonton, who has a cargo of rice on board for the Honourable English Company, whether he might not
Dutch transcription
gekomen, heeft ons verzogt om uwE EEd: te vertoonen, dat terwijl onse respec„ tive naties zoo nauw geallieerd zijn in Europa, en dat de vriendelyke gemeenschap van onze regeeringe in Indien, zoo gesterkt is geworden door uwelEd: gedrag in 't Jaar 1788 en door die van de Heer van Angel„ beek bij 't uitbarsten aan de tegens„ woordige oorlog met Jipo Pultan, 't zijn loodschap ten hoogsten zoude treffen, indien uwel Ed: of de Heer van Angelbeek, na een gedrag die hij zoo verdienstelijk had aangemerkt, en voor 't welk hij zoo veel ver„ pligting heeft, zoo wel om algemee„ ne als Particuliere reedenen, maat¬ regelen zoude nemen die zijn loodschap zoo wel als die met hem in de regeering zijn, ten uitersten zoude 847 zoude ambarasseeren, 't welke zijn loodschap van gevoelen is, dat wij niet verdiend hebben, na 't gene er gepasseerd is, met betrekking tot de Rajat van Cochim. Jisde begeerte niet aan Groot But„ tanien, nog van haare ministers in deze landen, om de Rajak van Cochim of eenige andere Indi¬ sche moogendheid aantemoe„ digen, om de bezittingen van uEd: natie, eenige hoon of smaad aantedoen, maar vermits de Rajat van Cochim, eenige Con„ sideratie van ons verdiend wee„ gens zijne aankleeving aan onse standerd teegens Jipo, en ook vermits hij bewilligd heeft in ons mediatie in een tijd dat de zaaken te Cochim in eene onaan„ gename gename staat waaren, zyn wij overtuigd dat 't onoprecht moet blijken aan perzoonen die zul„ ke Edelmoedige sentimente be„ Zitte, als uEd: en den Heer van Angelbeek dat na dat onse resident den Hr Powneij, aangedroo gen heeft, op de Rajat van Cochim„ om afstand te doen aan alle de voor„ deelen die hij verkreegen had, wij toelaaten zoude zonder verzeeke„ ring verkreege te hebben van die mediatie dat hij door een ver„ sterking van Columbo onderdrukt wierd. Wij hebben de Heeren op Cochim Kennis gegeeven van Lord Cornivallis erns„ tige begeerte, dat deeze ongeluk„ kige verschil zonder eenige ver¬ dere 848 dere Hostiliteite mogt vereffend worden, en opdat de omstandig„ heeden die daartoe aanleiding hebben gegeeven met Koelheid en overlegging kunnen nage„ gaan worden zij een Comissaris hunnent weegen willen benoemen, om de zaak te zaame met de Ra„ sak of zyne ministers te onder„ zoeken in de presentie van onze resident, aan wiens vreedsame gevoelens wij niet en twijfells zullende wij hem onderrichten om zijne goede diensten te bewij„ zen aan de regeering van Cochim op zoo eene vriendelykewijze als de rechtvaardigheid der zaak 't zal toelaate, om deeze verschil in der der minne te doen eindige. Wij hebbende Eere met de groot„ ste achting en Eerbied te zijn /:onder„ stond /: Edele Heer /:lager /: uwel Ed: zeer gehoort en nedrige dienaren /:was getekend /: Cha„ Onkelij, W: Petrie, J: Midlestors /:in margine/: in 't Fort S=t George 17„e Janua„ rij 1792. Akkordeert Dijbrands VEgklerk No 26. 849 Madras. Aan den Hoog Edelen Gestr: Heer! Den Heer Charles Oakeleij Bart: Gouverneur en den raad Hoog Edele Gest„r Heer Heeren. Voor weinige daagen heb ik over Koetsiem, onder Couvert van den Heer Powneij de eere gehad te ontfangen den zeer obligaanten brief, waarmeede ik door uw Hoog Edele Gest„r op den 17 Janu: Jongstl: ben begunstigd. Hoe zeer de stappen die de Rasia van Kotsiem zig tegens onse komp„ heeft gepermitteert, zeer verre gaan„ en te vreemder zyn wyl niet alleen tusschen tusschen onze Komp„e en het huis van Koetsiem zeedert een groote reeks van Jaaren een onafgebrooken vriendschap heeft gesubsisteerd, maer dat ook door onze Komp„e aan dat Huis, in verschijde gelee„ gentheeden zeer gewigtige diens„ ten zijn gedaen, jk zegge niet te„ ƒ genstaende dat alles houde ik mij zeer verzekert, dat de Heer gouverneur van Angelbeek„ die ik daarover onderhouden heb„ zeer geneigd is de voorsz: gereesene geschillen, op een minnelyke wij„ ze af te doen, zoo dra dat op een be„ taamelijken voet geschieden kan En wijl ik ook van mijn kant zeer hartelijk verlange, dat deeze onaangenaam heden 850 onaangenaamheeden hoe eer hoe beeter moogen worden uit de weggeruimt, kan ik niet dan zeer gevoelig zijn„ Myne Heeren, aan de goede geneigt„ heid die uw Hoog Edele Gestr: mij wel hebben willen betoonen, om dat te bevorderen overeen„ komstig de zeer vriendelyke inter„ tie aan den Hoog Edelen Heer gouverneur generaal graaf Com„ wallis. Ik verzoek welgemelde zijn Hoog welgebooren, die ik dientweegen zeer verpligt ben, daar voor mij„ „nent weegen te bedanken, en zyn lordschap inzonderheid te willen betuigen, hoe zeer ik getroffen ben door de zeer gedis„ tingueerde . tingueerde gevoelens van vriendschap, waarmeede Hoogst dezelve de Heer gouverneur van Angelbeeken mij wel wil vereeren. Jk zal alle gelegendheeden met vermaak omhelsen, welke strek„ ken kunnen om welgemelde Zyn hoogwelgeboren daarvoor myne erkentenis te betuigen als meede om aan uw Hoog Edele gest„ te toonen mine opregte geneigtheid, om te onderhouden en meer en meer aan te kweeken de goede verstandhouding onzer bij„ der natie in Jndien, en in zonderheid tusschen onze byde gouvernemen„ zen Jk hebde eere van met de hoogste 851 hoogste agtinge op de gedistingueerd te wijze te zijn /:onderstond /: Hoog Edele Gest:r Heer en Heeren /:lager/: uw Hoog Edele Gest„r ootmoedige en en zeer gehoorzame dienaer (:was getekend /: W: J: van de Graaff /:inmargine /: kolombo den 19 fe„ bruarij 1792. Akkordeert Hijbrands Eijklerk N 2C. 852 Tallickerij Aan den welEdele Gestr: Heer Robbert Taijlor Esq„r opperkoopman in dienst van de Edele Engelsche Komp:e en Chef aldaar Wel Edele Gestrenge Heer! Door dien de uitvoer aan rijst uit Benga„ le zoo wij g'informeert zijn, veer booden blyft, en dat wij ook volgens alle een stemmige berichten geene graa„ nen van de Kust van Kormandel te wagten hebben, zyn we bedugt voor groote Schaarsheid van graanen kwaade„ op Kolombo de aanstaande „ mous„ „son, en wij hebben daarom aan den Heer Neuton Kaptain van 't schip Pesonton die een lading ryst voor de Edele Engelsche Kompe in heeft, doen voorstellen of Hij het niet
English
would not dare take it upon himself to unload this cargo here, provided we paid him the amount thereof in money, and provided we took it upon ourselves to account for that to your Right Honourable Government, but he found too great a difficulty therein, which we also cannot in so far reprove. Then, since we hold ourselves assured that your Right Honour will not refuse to accommodate us in the feared shortage of rice in so far as that can to some extent be done without your own inconvenience, this serves very kindly to request your Right Honour to be so good as to oblige this government with the rice unladen in the aforesaid small vessel, 853 small vessel, and in addition, if it still has empty space, to have unladen into it as much rice as it can take in, and to be so good as to send this ship therewith as soon as it can be done to Kollombo. We shall pay the price which this rice costs the Honourable English Company with all the expenses to the captain who brings it to us, or else to the one whom your Right Honour shall see fit to appoint for that purpose; and if your Right Honour, obliging us with this rice, might at times be obliged to have other rice come to the North instead of it, our our Company shall also pay the expenses thereon, so that the Honourable English Company remains free from harm. That we specially request you to be so good as to send to us the aforesaid ship Pejonton with rice is not that we have any choice in the matter. It is only because we think that this is the easiest, since the rice is already unladen therein. We have the honour to be with much respect, beneath stood, your Right Honourable Sir, lower, your Right Honourable's obedient servants, was signed, W. J. van de Graaff, Mr. P. Raket, J. Reintoux, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. van Vollenhove, in the margin, Kolombo the 27 February 1792. No. 28. Agrees Dijbrands First Clerk 854 Pondecherie To the Lord de Fresne, Colonel in the service of His Most Christian Majesty, Knight of the Military Order of St. Louis, and Governor of Pondicherij and subordinate establishments: Right Honourable Sir! I have had the honour to receive the letter with which I was favoured by your Right Honour on the 10 October last, to inform me of the change of the French flag, and in accordance with your Right Honour's request made therein, I have given the necessary notice thereof, both here and in all the other establishments establishments belonging under this Government. I have the honour to be, beneath stood, Right Honourable Sir, lower, your Right Honour's humble and obedient servant, was signed, W. J. van de Graeff, in the margin, Kolombo the 15 January 1792. To the same as before. From various documents that have fallen into our hands from time to time, it has become certain to us that the King of Kandia, who is in an exclusive alliance with the Honourable Dutch Company, and with whom their Honours have for some time had some differences, has sent several of his people to your Honour, who are still in Pondicherij, and that he has addressed your Right Honour even with letters; and if 855 and if we may believe what further appears from these documents, your Right Honour is said to have given so much of a hearing to the proposals of the said King that your Right Honour is said to have already written a letter to him about it. We have given notice thereof to our High Superiors, and consequently these proceedings are to come under the eye of our mutual sovereigns. Meanwhile, and in the meantime that we look forward to the answer thereto, we find ourselves obliged, Sir, in the name and on behalf of our sovereign, most earnestly to insist, as we do by these presents, not not only to grant no further hearing to the said King, and still much less to promise him vain hope of assistance which France cannot grant without acting against the treaties with our republic, but also to send back the aforesaid people sent to your Honour by the King of Kandia. We should be sorry if we were to be obliged to take measures wholly contrary to our inclination for the maintenance of mutual friendship between our two governments, but we are obliged to inform your Right Honour in a friendly manner 856 manner, that if your Right Honour should not see fit to comply with the aforesaid our just and lawful requisitions, and if your Right Honour, on the contrary, should continue to proceed with this commerce, this would oblige us to stipulate that into no harbour nor into any roadstead of any place belonging under our government, Kolombo alone excepted, shall any French ships or lesser vessels be admitted coming from Pondicherij or from any other place belonging under that government. We have the honour to be, beneath stood, beneath stood, Right Honourable Sir, lower, your Right Honour's humble and obedient servants, was signed, Th. P. Raket W. J. van de Graaff, D. F. Fretz, J. Reintoux, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhoven, in the margin, Kolombo the 18 March 1792. To the same as before. We have received the letter with which we were honoured by your Right Honour on the 13 April. The acknowledgement that your Right Honour makes to us therein of having written to the King of Kandia confirms us in what is stated in the documents that have come into our hands, and which for the rest are very ample concerning the motives and the nature of this your Right Honour's letter. The clandestine sending of this letter is a step so strange, so beyond
Dutch transcription
het niet zoude durven over zig nemen om deeze lading hier te lossen, mits wij hem 't bedraagen daarvan in geld voldeeden, en mits wijz op ons naemen om dat, bij uwel Edele Gouvernement te verantwoorden, dog sij heeft daarin te groote zwaarigheid gevonden, 't geen wij ook in zo veerre niet Kunnen misprizen. dan wijl wij ons verzekert houden dat uwel Edele niet wijgeren zal om ons in de gevreesde verleegendheid om rist„ gemoed te koomen in zoo te verre dat eenigermaaten geschieden Kan buiten eigen ongerief, is deeze om uwel Edele zeer vriendelyk te verzoeken om dit gouvernement met de ryst, afgelaaden in 't voorsz: Scheepje 853 scheepje te willen gerieven, en daar bij indien 't nog leedige ruumte heeft te willen doen aflaaden nog zoo veel rijst als 't inneemen kan, en dit schip daarmeede zoo spoedig 't geschieden kan te willen zenden na Kollombo. Wij zullen de prijs die deze rijst de kort Edele Engelsche Komp:e betaalen met alle de ongelden, aan den kap„ Lain die ons dezelve toebrengd, dan wel aan den geenen die uwel Ede¬ le zal goedvinden daartoe te appointeeren, en zoo uwel Ed: ons met deeze ryst gerievende zomteids genoodzaakt mogte zijn insteede van dien andere ryst te laaten koomen aan de Noord, zaal ook onze onze Komp:e de ongelden daaraan be„ taalen, op dat de Edele Engelsche kompen blyft buiten schaade. dat neij speciaal verzoeken ons 't voor„ sz: Schip Pejonton met ryst te willen toezenden, is niet dat wij daarin eenige keuze hebben. Het is alleen omdat wij denken dat dit 'z gemakkelykste is, wijl de rijst daar„ in bereeds is afgelaaden. Wy hebbende een met veel achting te zijn /:onderstond /: uw wel Edele gestrenge Heer /:lager /: uw wel Edele gestrenge gehoorzaame dienaaren /:was getekend /: W„ J„ van de Graaff, M„r P„ Raket, J„s Beintous, B, L, van„ zitter, A, Samland, J„ A„ van Vollen„ hove /:in margine /: Kolombo den 27 februarij 1792 No. 28. Akkordeert Dijbrands Egklerk 854 Pondecherie Aan de Heer de Frene Kolowel in dienst aan zijn alderkuste„ lykste Majesteid, Ridder aande militaire order van S„t Lomsen) gouverneur van Pondicherijende onderhoorige Etablissementen: WelEdele Gestrenge Heer! Jk heb de eere gehad te ontvangen den brief, waarmeede ik door uwel Edele Gestr: op den 10 oktober Jongst lee„ den ben begunstigd, om mij te informeeren van de verandering van te de fransche vlag,en heb ik over„ eenkomstig uwel Edele Gestr: eer„ zaek daarbij gedaan, daarvan de noodige kennis gegeeven, zoo hier als op alle de ovenge Etablissemen¬ ten ten, gehoorende onder dit Gouvernement. Jk heb de eere aan te zijn. /:onderstond/ welEdele Gestrenge Heer /:lager /: uwel Edele Gestrenge ootmoedige en gehoorzaame dienaar /:was getekend/ W„ J„ van de Graeff /:in margine/: Kolombo den 15. Januarij 1792. Aan als Vooren Bij verschijde stukken, die ons van tijd tot tijd zijn inhanden gevallen, is het ons in het zekere gebleeken, dat de Koning aan Kandia, die met de Edele Nederlandsche Kompte in een uitsluitent verbond, en met wier haer Ed: zeedert een tijd lang eenige verschillen heeft, verschyde van zine luiden aen uEd: heeft ge„ zonden, die nog te Pondicherij zijn, en dat hij zig zelfs met brieven aan uwel Ed: heeft geadresseerd en zoo 855 en zoo wij het geene bij deeze stuk„ ken wyders voorkomt mogen geloo„ ven, zoude uwelEd aan de voorslaa„ gen aan gem: Koning zoo veel gehoor gegeeven hebben, dat uwel Ed: daar over bereeds een brief aan hem zoude hebben geschreven. Wij hebben daar van Kennis gegee¬ céen aan onze Hoog Superienen en staan mitsdien deze handelingen te koomen onder 't oog van onz wederzijdse souverainen Jntusschen en middelewijl dat wij dat wij daer op het antwoord te gemoet zien, vinden wij ons verpligt Mijn Heer uit naem en aan weegens onzen souverain, op 't ernstigst te insteeren, gelijk wij doen door deezen, om aan gem: koning niet niet alleen geen verder gehoor te verlee„ nen en nog veel minder vergeefsche hoop op bystand aan hem te belooven die Frankryk niet verleenen kan, zonder teegens de Traaktaaten met onze republiek te handelen, maer ook om de voorsz: door den Koning van Kandia aan uwe Ed: gezon„ dene luiden terug te zenden. Het zoude ons leed doen zoo wij ge„ noodzaakt zouden moeten zijn, maatregelen te neemen te eene„ maal strijdende met onze ge„ neigdheid tot onder houding van we„ der zydjeze vriendschap tussen onze bijde gouvernementen, dog wij zijn verpligt uwelEd: op een vriendelyke wyze te moeten in„ formeeren 856 formeeren, dat wanneer uwel Ed: niet mogt goedvinden, om aan voorsz: on„ ze regtmatige en wettige requisi„ ten te voldoen, en dat uwel Ed: in tegendeel met deeze handel mogte„ blyven voortvaaren, dit ons zoude noodzaaken onder te stellen, dat in geene haven nog op geene ree„ de van eenig plaats gehoorende onder ons gouvernement, uit„ gezondert alleen kolombo, zul„ len worden geadmiteerd eenige fran¬ sche scheepen nog mindere vaertuigen koomende van Pon¬ di Cherij of van eenig andere plaats gehorende onder dat gouverne„ ment. Wij hebben de eere aan te zijn /:on„ derstond/: derstond /: wel Edele Gestrenge Ier /:lager/: uwel Ed: Gestr: ootmoedige en ge¬ hoorzaame dienaaren /:was getekend /: Th, P„ Raket W„ J„ van de Graaff, D. F. Fretz, I, Reintons, B, L, van Zitter, A, Samlant, J, A, vollen„ hoven /:inmargine /: Kolombo den 18 Maert 1792 Aan als vooren Wy hebben ontfangen den brief, waarmee„ de wij door uwel Ed: op den 13 April zijn vereerd. De erkentenis die uwelEdele oms daar bij doet van aan den Koning van Kandia te hebben geschreeven, bevestigd ons in het geene zeggen der stukken, die ons in handen zin gekoomen, en die voor 't overige zeer ampel zyn over de beweegredenen, en den aart aan dezen uwel Ed: brief. Het Clandestin zenden aan dezen brief, is een stap zo zonderling, zo buiten
English
857 extraordinary, so that we leave it to you yourself to judge, Sir, what misgivings it must have raised in us, and what we must believe concerning the prospects thereof. The Kandiyans who are at Pondicherry, with the purpose of causing disturbances on this island through their wicked dealings, are named wingeeda Pirinal Nauken and kaderesa Poelledie, having with them a scoundrel named Anna. They are in communication with Nolle Jambie wallendera Poelle at Pondicherry, and Arokia Poelle at Carical. According to the documents that have come into our hands, it seems very clear that it is through the intervention of these two last-mentioned that the first three were introduced to you. We do not doubt, Sir, that the explanations we give you herewith will lead you to the ends to which our letter of the 18th of March extends. In the contrary case, our security demands precautions that will not violate the law of nations. We have the honour to be, (was written below: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's humble and obedient servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, W. C. von Drieberg, D. J. Fretz, C. van Angelbeek, J. Reintons, B. L. van Zittr. In the margin: Colombo the 24th of May 1792. Agrees. No. 29. Sworn Clerk Dijbrands 858 To His Excellency van de Graeff Governor etc. etc. etc. of Colombo. Right Honourable Sir, Allow me to take this opportunity to express my humble respects to you, and at the same time to assure you that, with the return of my servant, I was particularly pleased to learn that you were in good health, which I pray that God may long grant you to enjoy, accompanied by contentment and success. My servant Rajapali has informed me of the kind treatment from you, and the favourable attention you have been pleased to show for my interests at Colombo, for which I consider myself extremely obliged, and thus take the liberty to express my particular thanks to you for this. Next season, God willing, and if it is not displeasing to Your Excellency and this may be permitted, I intend to send some salt to this coast, not exceeding 200 Candies; but my servant has informed me that your authorization to the Governor at Tutucorijn is necessary in order to grant me a pass. If this, as I 859 have stated above, may be permitted, I request that you would be pleased to do me the favour of authorizing Mr. Meekem to grant me a pass, provided payment is made for it. At all times that you shall judge that I can be of any use, please freely command me. I have the honour to be with the highest esteem, (was written below: Your Excellency's very obedient and very humble servant, was signed: M. Marting, in the margin: Ramnad the 26th of August 1792. Agrees. Dijbrands Sworn Clerk No. 30. N 860 Translation of a Maldivian letter written by the Sultan of those islands, Hassen Noeredien, to the Right Honourable Lord, Governor of Ceylon, and dated the 27th of October 1792. After preceding compliments: My desire is that our friendship may be maintained, as it has been thus far, until the end of our lives, and that regarding me and my kingdom, the same friendship may endure forever. The gifts which I now send to Your Right Honourable under the supervision of my humble Nakhoda Ibrahim Kewier, I request you to be pleased to accept as small tokens. If any vessels belonging to my nation should happen to be wrecked within the jurisdiction of Your Right Honourable's government, I request Your Right Honourable to be pleased to render the necessary relief to the crew members who were aboard, as well as to let them depart from there; also, I pray Your Right Honourable, if my innocent people should commit any bad deed through ignorance, to favourably forgive them for the same, as well as the Nakhoda, and if he should make any requests regarding the vessel and people, to generously grant them, and to let him together with the remaining crew members quickly 861 depart from there. Likewise, I pray Your Right Honourable to be pleased to favourably forgive the Nakhoda if he should err in anything through lack of understanding. Since, according to annual custom, the Nakhoda did not receive eight ammanams of areca nut last year, this is respectfully made known to Your Right Honourable. At the top was signed: Sultan Las Sultan Hassen Noeradien. (Below was written: Upon the translation of the Maldivian interpreter Agemadal hebbe abdul kader to the Maldivian interpreter Christoffel Philip Fernando, and according to the statement of the latter, committed to paper by Colombo the 19th of November 1792; below was written: J. d. Kabinel was signed: G. Ledulx, qualified clerk. In the margin stood: for the translation, was signed with a Malabar signature, and below it was written: was signed: C. P. Fernando, Interpreter. No. 31. Agrees. Dijbrands Sworn Clerk Examined E
Dutch transcription
857 bintengewoon, dat wij uwelEd: zelven laaten oordeelen mijn Heer, wat bedenkingen ze bij ons heeft moe„ ten doen ontstaan, en wat wij moeten gelooven van de uit„ zigten daer van. De Kandiaanen die te Pondicherij zijn, met 't oogmerk om door hun„ nen kwaaden handel verwaring gen op dit Eiland te bewerken, zijn genoemt wingeeda Pirinal Nauken en kaderesa Poelledie, bij zig hebben een snoodman genoemt Anna. ze zyn in relatie met Nolle Jambie wallendera Poelle te Pondicherij, en Arokia Poelle te Carical. Volgens de Stukken die ons in handen gekomen zijn, schijnt 't zeer klaer dat 't is door de tusschenkomst van deeze twee twee laasten, dat, de drie eersten bij uwel„ Ed: zijn ingeligd. Wij twijffelen niet mmyn Heer of de verklaringen die wij uw Edelee door dezen geeven, zullen uw Ed: lij„ den tot de eindens, waer toe strekt onzen brief aan den 18 Maart. In het tegensgestelde geval vordert on„ ze zekerheid voor zorgen, die niet zul„ len kwetsen 't regt der volkoren. Wij hebbende eere van te zijn (:on¬ derstond /: wel Edele Gestrenge Heer /: lager /: uwelE: Gestr: ootmoedige en gezoorzaame dienaaren /:was ge„ tekend /: W„ J van de Graaff, M, P. Raket, W. Cvon drieberg, D, J, Fretz, C: van Angelbeek, J, Reintons, B, L, van Zittr. /:in margine /: Kolombo den 24 maij 1792 Akkorbeert No. 29. VEiklerk Dijbrands 858 Aan Zyn Excellentie van de Graeff Gouverneur &„a &„a &„a van Colombo. WelEdele Gestr: Heer. Vergunt mijn deeze gelegendheid waar„ tenemen om uwel Edle Gestr: mijne nedrige Respecten te betuigen, en UwelEdele Gestr: teffens te verzee„ keeren dat ik met de terugkomst van myn dienaar, bezonder ver„ genoegd was te vernemen dat UwelEdele Gestr: zig en een goeden weestand bevond 'T welke ik bid dat God uw E Gestr: lang mag laaten genieten, verzeld met vergenoeging en succes Mijn dienaer Rajapali heeft mijn te kennen gegeven de vriendelyke be„ handeling „handeling van uwE Gestr: en de gunsti„ ge attentie UwE Gestr: heeft gelieve te betoonen voor myne belangens op Colombo waarvoor ik mijn ten uitersten verplicht acht, en dus de vryheid gebruik uw EGestr: daar voor myne bezondere dank te betuigen. Aanslaande Sezoen als God belieft en dat 't uw Excellentie niet on„ aangenaam is, en dat zulks mag geschieden ben ik van voorne„ mens aan deeze kust wat zout te zenden niet boven de 200 Can„ dies, maar myn dienaer heeft mijn onderregt dat uwlGestr: qualifica„ tie noodig is aan de gouverneur aan Tutucorijn om mijn een pas te verleenen, Jndien zulks als ik 6„ hier 859 hier boven heb gezegd geschieden mag, verzoek ik dat uw Ed Gestr: mijn de gunst wille bewyzen aan den Heer Meekem te qualificeeren om mijn een paste verleenen, mits daar voor betaalende. Ten alle tijde dat uw Edestr: oordeele zal dat ik van eenige nut kan zijn gelieft mijn veryelyk te ordonneeren Ik hebbe de Eere met de meeste achting te zijn. /:onderstond /: uw E: Excellencies zeer geh: en zeer needu„ ge dienaar /: was getekend /: M: Marting /:in margine /: Rammad den 26 augustus 1792. Akkordeert Dijbrands Vlijklerk No 30. N 860 Translaat Maldivosche Brief door den sultan dier Eilanden Hassen Noeredien, aan den WelEdele Groot Achtb: Heer! Ceilonsch Gouverneur ge„ Schreven en ged„t 27 oktober 1792 — Na voorgaande Complimenten Mijn verlangen is dat onze vriendschap, moogen worden onderhouden, gelijk dus lange geweest is, tot ons leven toe„ en dat omtrend mij en min rijk, dezelve vriendschap voor altoos mag Volharden. de presenten die ik thans onder op„ zigt van mijn geringe Nachoda Ibrahim Kewier, aan uwe wel Edele Groot Achtb: Zend, verzoeke als als geringheeden te willen accepteeren Jndien eenige vaartuigen, aan mijn natie onder 't ressort van uwel Edele Groot Achtb: gouvernement mogte koomen te verongeluk„ ken, verzoeke ik uwel Edele Groot Achtb: aan de manschappen daer op geweest, de nodige hulpmiddelen te willen bewyzen, mitschaders hun dit heen te laeten vertrekken, ook bid„ de ik uwel Edele Groot Achtb: aan mijn onnoozel volk, dat eenig quaat daet door onkunde, hun hetzelve gunstig te vergeeven, als meede aan de Nac„ hoda, indien hij eenige verzoeken omtrent 't vaartuig en volk mogte doen dezelve eedelmoedig toetestaan, en hem nevens de overige manschappen spoedig 861. Spoedig dit heen te laaten vertrekken. Insgeliks bidde ik uwel Edele groot Achtb: gunstiglyk te willen vergeven aan de Nachoda wanneer hij door onverstand iets mogte pexceeren. Wijl volgens Jaerlyks gebruk den Nachoda in 't voorleeden Jaer geen agt anm=s arreek gekreegen heeft, zo word uwel Edele groot Achtb: zulks eerbiedig bekend gemaekt. Aan het hoofd was getekend sul„ Ian Las Sultan Hassen Noeradien /:onderstond /: op de vertaling van den Maldioosen Tolk Agemadal hebbe abdul kader aan den Malt: Tolk Christoffel Philip Fernando, en volgens des laastens opgave ter papie„ he gebragt door Kolombo den 19 November 1792 /:onderstond/: J: d: Kabinel was getekend G: Ledulx g: klerk. /:in„ margine stond /: voor de vertaling was getekend met een mallabaarse handtekening en daar onderstond was getekend E: P„ Fernando Tolk No. 31. Akkordeert Dijbrands Vegreerk Nagezien E
English
Upon the arrival here of your Highness's vessel, I had the honor to receive from the hands of the Nachoda Ibrahim Kewee your Highness's kind letter, together with the gifts that your Highness was pleased to send me along with it; I thank your Highness from the bottom of my heart for this and for the interest your Highness expresses in the continuation of our friendship. I shall, for my part, contribute everything that may serve to maintain the same. To the aforementioned Nachoda I have, according to your Highness's request, shown every possible favor, and I shall not fail to grant my protection to all subjects of your Highness. While your Highness's aforementioned vessel now departs to return, I offer your Highness, under the delivery of the repeatedly mentioned Nachoda Ibrahim Kemie, some goods as a gift, which are specified in the enclosed note, to which are also added the eight amanam of areca nut that could not be sent last year, with the friendly request that your Highness may be pleased to accept the same as a token of my affection. To the happy Sultan Assen Noeradien Iskander, King of the Maldives. Furthermore, I pray to God that he may be pleased to bless your Highness with health and prosperity, and cause your Highness's reign ever to be happy, for still a series of years. In the margin: Colombo, the 29th of December 1792. Agrees, Wijbrands, First Clerk. Checked, J. V. D. Rabinel. List of the gift goods to the Sultan: 8 amanam of areca nut 6 lb. mace 10 lb. cloves 12 lb. nutmeg 30 lb. Ceylon pepper 6 pieces dishes, first sort 5 quires small medium paper 16 lb. fine cinnamon 8 amanam of areca nut, which could not be sent last year due to shortage. To the Nachoda: 3 ells red cloth. Colombo, the 29th of December 1792. Wijbrands, First Clerk. No. 32. Copies of Secret Letters Sent to Various Places from the Year 1792. Secret. Cochin. To the Honorable Gerard Johan van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director over the Company's establishments on the said coast. Honorable, stern, valiant, wise, provident, very discreet sir: Hitherto, little or no rice from Bengal has been brought to Ceylon. The coast coasters have also brought little up to now, and according to the incoming reports we have nothing more to expect from there. We fear, therefore, a frightful scarcity of grains during the approaching bad monsoon, unless Your Honor could find the opportunity to provide us with a good quantity of rice with the returning ship to Cochin, and further with all such opportunities as are available for that purpose, as we request through this with the greatest emphasis. For the rest, after friendly greetings, we remain, Honorable, stern, valiant, wise, provident, very discreet sir, Your Honor's affectionate friends and servants. Signed: W. J. van de Graaff, A. P. Raket, B. L. van Zitter, and B. Samilart. In the margin: Colombo, the 9th of February 1792. To the same as above. A few days ago I received from the Governor of Madras and the Council the letter of which the copy, with the copy of my reply thereto, is enclosed herewith. I have the honor to be with all high esteem. Underneath was written: as above. Signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Colombo, the 22nd of February, Year 1792. Lower: P.S. We offer Your Honor herewith the duplicate of our last secret letter of the 19th of this month. The export of rice remains as yet prohibited in Bengal. From the Coromandel Coast very little grain has been brought up to now as well, and as we hear, little or nothing more is to come from there either. We are, therefore, apprehensive of a frightful scarcity of grains both here and in Galle, if we receive no relief before the approaching time of need. Whether and to what extent it will be possible for Your Honor to provide us with at least one shipload of rice will certainly depend on the state of affairs with the King of Cochin; and if Your Honor cannot as yet know with sufficient certainty to rely fully upon whether Cochin can still in this navigable season supply us with a shipload of rice to be unloaded here in Colombo, or, if it is too late for that, on the Madurese coast, then we request that you send with the bearer of this to Tellicherry our letter to the Chief there, which lies in copy herewith. And because we are not acquainted with this Chief, that Your Honor will be so good as to support, in the best possible manner, either with the bearer of this himself, or, if the time for that is too short, with another opportunity, by a letter from Your Honor to the aforesaid Chief, the request that we make to him in our aforesaid letter, to...
Dutch transcription
862 By de gehoudene arrwve alhier van uwer Hoogheids vaartuig heb ik de eer gehad uit handen van den Nachoda Ibrahin kewee te ontvangen inver„ hoogheids minzaamen brief, met de geschenken die uwe Hoogheid mij daarnevens heeft gelieven toe te zenden; Ik bedank uw Hoogheed van harten daar over en voor 't belang dat uwe Hoogheed betuigd in de ende voortduuring onzer vreendschap te stellen. Ik zal van mijn kant alles toebrengen, wat tot onder„ houding van dezelve kan strekken. Aan den voornoemden Nachoda heb ik volgens inver Hoogheids verzoek alle mogelijke gunst teweeten, en ik zal niet nalaeten, om aan alle onderdaanen van uwe Hoogheid mijne bescher= ming te verleenen Terwijl uwer Hoogheids voormelde vaartuig tens terug vertrekt, beede ik uwe Hoogheed, onder bestelling van meerm: Nachoda Ibrahim kemie eenige goederen tot geschenk aan die breeden vermeld zijn bij de ingeslooten notitie waar bij ook gevoegd zijn de agt ammonams arreek Aan den gelukkiger Sul tan Assen Noeradien Iskander koning der Maldivos die die voorleeden Iaar niet had kunnen verzonden worden, niet vriendelijk verzoek dat inwe hoog 6 „heid dezelve, als een blijk mijnen geneegentheid geleeve te accepteeren. voorts bid ik God, dat hij uwe Hoogheid gelieve te zeegenen niet gezondheid en voor spoed, en uw er hoogheids. regeering steeds gelukkig te doen zijn, tot nog eene reeks van Iaaren /:in margine:/ ko= Combo den 29:' December 1792. Akkordeert Wijbrands Egklerk 863 Nagezien JV: D: Rabinel Lijste der Schenkagie goederen Aan den Sultan 8. Ammonams akreek 6 lb foelie 10. „ Nagelen 12 „ Nooten 30. „ Peper Ceijlonse 6. p:s schotels eerste zoort 5: boeken kleen mediaan papier 16. lb: kanneel fijne 8. Ammonams arreek, die voorleeden Jaar wegens gebruk niet hadde kunnen ver„ „zonden worden Aan Den Nachoda 3 elle rood laeken kolombo Den 29. December 1792. Dijbrands eijklerk No 32. Copia Afgegaane Secreete Brieven Na dieverse Plaatsen De Anno 1792. secreet 738 864 Koeltiem Aan den Edelen Heer Gerard van Angelbeek Johan Raad, ordinair van Neederlands Jndia, Gouver „neur en Directeur over 's Comp:s Etablissementen ter gem: kuste Edele Erntfeste Manhafte wij„ „ze voorzienige zeer Diskreete Heer: Tot nog toe is op Ceijlon wijnig op geen rijst uit Benga„ „le aangebragt. De kust barkiers hebben ook tot nog toe wijnig aangebragt, en na de ingekomene tijdingen hebben we van daar niets meer te wagten. we vreesen, mits dien voor een schroomelijke schaars„ „heid van graanen geduurende de aanstaande kwaa„ „de mousson, ten zij uwel Edele galeegendheid konde vinden om ons van een goede partij rijst te voorzien met het terug kearende schip na koetteen, en voorts met alle zoodanige geleegendheiden als daartoe voor hande zijn, zoo als we dat door deezen met de grootste na„ „druk verzoeken. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete (ondentnd:/ Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer Koetsiem Dis„ de Aan als vooren. „ Diskreete Wer. uwwelEd:s H: variend en Dienaaren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, A: P: Raket„ B: L: van Zitter en B: Samilart /:in margine:/ ko„ „lombo den 9: Februarij 1792. Aan als vooren Voor wijnige daagen heb ik van den Heer Gouwverneur van Madras dakelij en den Raad, ontvangen de brief waarvan de kopij met de kopij van mijn andwoord daarop hieringeslooten gaat. Jk heb de eer van met alle hoogachting te zijn. /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ w: J: van de Graaff /:in margine:/ Kolombo den 22. Februarij A:o 1792. /:lager:/ P: S: wij bie „den uwel Ed: hierneevens aan het duplicaat wan onzen laatsten secreeten van den 19:e deezer De uitvoer van rijst blijft in Bengale als nog verboode van de kust van kormandel zijn ook tot nog toe niet dan heel wijnig graanen aangebragt, en zoo we hoo „ven staat ook van daar wijnig of niets meer te koomen. wij zijn, mits dien bedugt voor een schroomen „lijke schaarsheid van graanen zoo hier als te Gale, zoo 35 735 865 A6t zoo we voor de aanstaande neegentijd geen onthet bekoomen. op en in hoe verre het uwelEd: mogelijk zal zijn om ons ten minsten met een scheeps lading rijst te voorzien zal zeeker afhangen van den toestand der zaaken met den koning van Koetsiem, en zoo uwel Ed: voor als nog met geen genoegzaam zeekerheid om daarop volkoomen staat te kunnen maaken, weeten kan op koetsien nog in deeze vaarbaare tijd ons een scheeps laading rijst kan bij zetten om hier te kolombo op zoo het daar„ „toe te laat is op de Madureesche kust te wor„ „den gelost, dan verzoeken we met den brenger dee„ „zes te willen zenden na Tallicherij onzen brief aan den shep aldaar, die in Copij hierneevens legt, en dat wijl we met deezen Chep niet zijn bekend uwel Ed: nog zoo goed wil zijn om het zij met den brenger deezes zelfs dan wel zoo de tijd daartoe te kort is met een andere geleegendheid, door een brief van uuwel Ed: aan voorsz: Chef op de best mo„ „gelijke wijze te willen appuijeeren het verzoek dat we bij voorsz: onzen brief aan hem koomen te doen om euk brief ord zijn in. de
English
to leave us the rice cargo which the bearer of this has on board, do please, if that cannot be done, provide us with a shipload of rice by another opportunity. If Tallicherij also complies with our request, that will not prevent that, when matters with the king of koetsien are settled so soon as to also be able to send us a cargo of rice from koetsiem, this rice will nonetheless come in very handy here. If the Chief of Tallicherij should at times have no ship to be able to send us the rice with, although otherwise inclined to furnish us with it, and Your Honour foresees in addition that koetsien will not be able to send us rice this time, then we request you to be so good as to take into consideration whether it might not be feasible for the ship the Indus to be employed to collect a cargo of rice from Tallicherij. When a good military detachment is placed upon it, we think that it has nothing to fear from the Maratters. The 86 740— The requested rice from Tallicherij will certainly come very high and easily at 10 to 12 ropijen the bag of 150 ponden. If Your Honour should therefore perceive an opportunity to obtain rice more cheaply, then we request not to send the Tallicherij letter and to return it to us, unless Your Honour should think fit to retain it at koetsiem as long as it can be borne, in order to be able to see in the meantime whether there is another or better opportunity to help us to rice in a less costly manner. With a single shipload of more or less 400 lasten we think we can manage if necessary. Wherewith, after friendly greetings, we remain, underneath: as before, was signed: W: J: van de Graaff, M: E: Raket, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: vollenhove. In the margin: kolombo the 27th of februarij 1792. If the Ceilon troops currently at koetken are still needed there, they can still be spared here for the present. Otherwise, and if at To the same as before there 70 to leave us the rice cargo which the bearer of this has on board, do please, if that cannot be done, provide us with a shipload of rice by another opportunity. If Tallicherij also complies with our request, that will not prevent that, when matters with the king of koetsien are settled so soon as to also be able to send us a cargo of rice from koetsiem, this rice will nonetheless come in very handy here. If the Chief of Tallicherij should at times have no ship to be able to send us the rice with, although otherwise inclined to furnish us with it, and Your Honour foresees in addition that koetsien will not be able to send us rice this time, then we request you to be so good as to take into consideration whether it might not be feasible for the ship the Indus to be employed to collect a cargo of rice from Tallicherij. When a good military detachment is placed upon it, we think that it has nothing to fear from the Maratters. The 166 to The requested rice from Tallicherij will certainly come very high and easily at 10 to 12 ropijen the bag of 150 ponden. If Your Honour should therefore perceive an opportunity to obtain rice more cheaply, then we request not to send the Tallicherij letter and to return it to us, unless Your Honour should think fit to retain it at koetsiem as long as it can be borne, in order to be able to see in the meantime whether there is another or better opportunity to help us to rice in a less costly manner. With a single shipload of more or less 400 lasten we think we can manage if necessary. Wherewith, after friendly greetings, we remain, underneath: as before, was signed: W: J: van de Graaff, M: E: Raket, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlaut, and J: A: vollenhove. In the margin: kolombo the 27th of februarij 1792. If the Ceilon troops currently at koetsien are still needed there, they can still be spared here for the present. Otherwise, and if at To the same as before there 70 To the same as before they are no longer needed there, we request you to send them back to us with the bearer of this, as many of them as can be placed on this ship, and the remainder by such other shipping opportunities as may further present themselves. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath and signed: as before. In the margin: kolombo the 5th of 9ber 1792. A few days ago we received by a separate letter from the Commander Raket the extract enclosed herewith from a letter written to the Commander and Council at Jassenapatnam. By whom this letter was written is not stated therein; the Commander Raket also did not mention it through an oversight, but we think that it is from the bookkeeper Dormieur. Upon the receipt of this news, we have resolved to have our garrisons at Trinkonomale and Jassanap=n 167 741 reinforced. In addition, we intend, as soon as the aforementioned news is confirmed, to have a corps of troops assemble in the wannij, at approximately an equal distance between Jassenap=m and Trinkonomale, in order to be able quickly to come to the assistance of either of these places, as circumstances may require, and we further request by this that Your Honour please send us back the Ceilon troops presently being at koetsien, the sooner the better, giving preference of the same, after the Europeans, to the company of summanappers of Captain Wiera Mangale. For the rest, after dutiful greetings, we remain, underneath and signed: as before. In the margin: kolombo the 13th of 9ber 1792. Agrees H Sijbrands Sworn Clerk 70
Dutch transcription
om ons de rijst laading die den brenger deezes in heeft overtelaaten, doen wel zoo dat niet kan aangaan ons met een andere geleegendheid met een scheeps laading rijst te voorzien. zoo ook Tallicherij aan ons verzoek voldoet, zal dat niet verhinderen, dat wanneer de zaaken met den koning van koetsien zoo spoedig worden ver„ „effend om ons ook van koetsiem een rijst laa„ „ding te kunnen toestuuren, deeze rijst hier des niet te mien heel wel te pat koomen zal. zoo de Chief van Tallicherij zomtijds geen schip heb„ „ben mogt om ons de rijst daarmeede te kunnen zenden schoon anderzints geneegen om ons die bij „tezetten, en dat uwelE: daarbij voorziet, dat koet„ „sien ons ditmaal geen rijst zal kunnen stuuren, dan verzoeken we te willen neemen in overweeging, op het niet zoude kunnen aangaan dat het schip de Jndus tot het afhaalen van een laading uijst van Tallicherij wierde geemploijeerd. wanneer daarop een goed militair detachemast geplaatst word, denken we dat het voor de Maratters niets te vreezen heeft. De 86 740— De verzogte uijst van Tallicherij zal zeekerlijk zeer hoog komen en ligtelijk wel op 10. â: 12. ropijen de zak van 150. ponden. zoo uwel Ed dus geleegendheid mogte waar „ten, om goed koper aan rijst te koomen, dae verzoe„ „ken we de Tallicherijse brief niet te willen ver„ „zenden en ze ons terug stuuren, ten zij uwel Ed: mogte goedvinden ze te koetsiem aantehouden zoo lange het veelen kan, ten einde intusschen te kunnen zien of er een andere op beetere ge„ „leegendheid is om ons op eene min kostbaare wij„ „ze aan rijst te helpen. Met een enkelde scheeps laading van min of meer 400. lasten denken we het des noods te kunnen stellen. waarmeede na vriendelijke groete blijven /:onder„ „stond:/ als vooren /: was geteekend: /: W: J: van de Graaff, M: E: Raket, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 27. februarij 1792. zoo de Ceilonsche troupes tans te koetken, al„ „daar nog noodig zijn, kunnen de heer nog voor eerst worden gemist. Anders en zoo te Aan als vooren daar 70 om ons de rijst laading die den brenger deer in heeft overtelaaten, doe wel zoo dat niet k aangaan ons met een andere geleegendheid ma een scheeps laading rijst te voorzien. zoo ook Tallicherij aan ons verzoek voldoet, zal niet verhinderen, dat wanneer de zaaken den koning van koetsien zoo spoedig worden „effend om ons ook van koetsiem een rijst H „ding te kunnen toestuuren, deeze rijst hier niet te min heel wel te pat koomen zal. zoo de Clief van Tallicherij zomtijds geen schip „ben mogt om ons de rijst daarmeede te hu zenden schoon anderzints geneegen om ons die „tezetten, en dat uwel E: daarbij voorziet, dat „sien ons ditmaal gee rijst zal kunnen sti dan verzoeken we te willen neemen in overwee„ op het niet zoude kunnen aangaan dat schip de Jndus tot het afhaalen van een laad uijst van Tallicherij wierde geemplooij eezed. wanneer daarop een goed militair detachem geplaatst word, denken we dat het voor de Maratters niets te vreezen heeft. De 166 to De verzogte uijst van Tallicherij zal zeekerlijk zeer hoog komen en ligtelijk wel op 10. â. 12. ropijen de zak van 150. ponden . zoo uwel Ed dus geleegendheid mogte waa „ten, om goed koper aan rijst te koomen, daen verzoe„ „ken we de Tallicherijse brief niet te willen ver„ „zenden en ze ons terug stuuren, ten zij uwel Ed: mogte gordvinden ze te koetsiem aantehouden zoo lange het veelen kan, ten einde intusschen te kunnen zien of er een andere op beetere ge„ „leegendheid is om ons op eene min kostbaare wij„ „ze aan rijst te helpen. Met een enkelde scheeps laading van min op meer 400. lasten denken we het des noods te kunnen stellen. waarmeede na vriendelijke groete blijven /:onder„ „stond:/ als vooren /: was geteekend: /: W: J: van de Graaff, M: E: Raket, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlaut en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 27. februarij 1792. zoo de Ceilonsche troupes tans te koetsien, al „daar nog noodig zijn, kunnen de hier nog voor eerst worden gemist. Anders en zoo te Aan als vooren daar 70 Aan als vooren daar niet meer noodig zijn, verzoeken weze ons terug te zenden niet brenger deeses, zoo veel als daar van op dit schip kunnen worden geplaatst, en de rest met andere zoodanige scheeps geleegendheeden als verder kunnen voorkoome. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groe„ „te. /:onderstond:/ e /:geteekend:/ als voor en /. i margine:/ kolombo den 5. 9ber: 1792. voor een paar daage hebben we met en apparte brief van den heer Commandeur Raket ont„ ƒ - „vangen;, het hier ingeslooten en trakt uit een brief geschreeven aan Commandeur en Raad te Jassenapatnam. Van wien deeze brief is, word daar bij niet gekagt, den Commandeur Raket heeft het bij vergissing ook niet gemeld, dog we denken dat ze is van den boekhouder Dormieur. Op den ontvang deeser tijding, hebben we beslooten onze guarnisoenen te Trinkonomale en Jassanap=n te 167 741 te doen versterken. Boven dien denken we zoodra de voorsz: tijding word geconfirmeerd een corps troepen te doen zaamentrekken in de wannij; op een na genoeg egaale afstand tus„ „schen Jassenap=m en Trinkonomale, ten eijnde na dat de omstandigheeden het vereijsschen, de eene of andere van deeze plaatse spoedig te kunnen bijspringen, en we verzoeken door deezen nader dat uw EEd: ons de Ceilonsche troupen tans te koetsien zijnde, hoe eer zoo beeten terug gelieve tetezenden van dezelve, naa de Europee„ „sen de preferentie te geeven aan de komp=e sum„ „manappers van kapitain Wiera Mangale. wij blijven voor 't overige na gedienstige groete /:onderstond:/ e /:geteekend:/ als vooren kolombo den 13. 9ber: 1792. (:in margine:/ Akkordeert H Sijbrands Vegreerk 70
English
To as before. We take the liberty of sending Your Honour enclosed two packets addressed to Messrs. Bolwerk and Nucella and Son, containing in one of them a letter to the Gentlemen Seventeen, in order among other things to inform them that the autumn ship, which had been ready to depart by the middle of this month, will only depart towards the 10th of January next; and we kindly request Your Honour to be so good as to send both of them together to Bombay and to recommend them there in the best manner, so that both may be sent together with the first opportunity to England via Mocha or Basra if there is an opportunity to do so, and otherwise with the first departing ship to [illegible]. For the rest, after friendly greetings, we remain, /below stood:/ Noble, Honourable, Valiant, Prudent, Discreet Sir. /lower:/ Your Honour's affectionate friend and servant. /was signed:/ W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Leintous, and B. L. van Zitter. /in the margin:/ Colombo, the 28th of November 1792. Agrees, Dijbrands, First Clerk. Separate. 868 742 Jaffnapatnam. To Mr. Bartholomeus Jacobus Raket, Commander there. Valiant, Prudent, Discreet! Regarding the matter about which Your Honour thought fit to complain concerning the Disava Schreuder, and of which we also gladly acknowledge the reasonableness in so far, referring to our general letter that departs simultaneously with this one, we furthermore only remark here that we trust Your Honour will fully realize that, just as on the one hand it is no more than dutiful that subordinate officials conduct themselves respectfully and properly towards their superior, on the other hand it is quite proper that everyone conducts himself with proper discretion towards those over whom he exercises authority, and treats them with the required modesty, which is not only fitting but even highly necessary for the service of the Honourable Company, so that everyone 70 To as before. remains maintained in the subordinate authority entrusted to him; and in this confidence we hold ourselves assured that Your Honour will also gladly cooperate on his part in restoring good harmony, and in all that may tend to ensure that it remains preserved unblemished in the future. For the rest, after greetings, we remain, /below stood:/ Valiant, Prudent, Discreet: Your Honour's good friends. /was signed:/ W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Leintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. /in the margin:/ Colombo, the 14th of February 1792. Regarding the coast-dweller Pasoe, mentioned in Your Honour's separate letter of the 9th of February last, Your Honour must investigate and report to us whether it is true that he, as is stated in the translation sent to us, has stayed on Ceylon for 10 years and sustained himself by begging, and whether there are any reasons to suspect him of evil deeds and designs. For the rest, after greetings, we remain, /below stood:/ as before. /was signed:/ W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. von Driberg, J. Leintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. /in the margin:/ Colombo, the 13th of March 1792. To 743 869 To as before. Although we do not doubt the validity of the cause stated by Your Honour in your letter of the 17th of this month regarding the decline of the alfândega lease down to 24,600 rixdollars, we nevertheless flatter ourselves that there will still be someone who would wish to take it over for a reasonable price. Your Honour must therefore secretly make inquiries about this and inform us what this or that person would be willing to give for it. For the rest, after greetings, we remain, /below stood:/ and /signed:/ as before. /in the margin:/ Colombo, the 31st of August 1792. The separate letter from the Commander of the 24th of October last, mentioned in the secret circular letter that departs simultaneously with this one, was only delivered here on the evening of the 8th of this month, and was thus almost 10 full days and nights on the way, whereas letters from Jaffnapatnam to Colombo can be delivered in 6 or at most 7 days. We see that letters are generally delivered most sluggishly between Jaffnapatnam and Veravil, and Your Honour must therefore order the Honourable Disava to establish better order in this regard. Assuming that the news that the Republic has declared war on To as before. France France is true, it could well be that the French might make an attack on Jaffnapatnam, even if only to plunder it; we can therefore not recommend enough to Your Honour to be on guard against this, and among other means to be employed by Your Honour for that purpose, especially to have the places where they could land patrolled. To that end, Your Honour must have the cruising boats calon No. 1 and 2, which we had ordered hither, return to Jaffnapatnam, in order to have the Jaffna and Vanni coasts patrolled with the cruising boat No. 3 and the further vessels available for that purpose. In addition to this, we shall soon send Your Honour another cruising boat that is nearly finished. It goes without saying that the cruising vessels must be properly armed and further provided with all necessities. In order to protect Your Honour against an incursion by the French as much as can be done for the present, we shall, to reinforce Your Honour's garrison, at the earliest
Dutch transcription
Aan als vooren We neemen de vryheid UwelEdele hier ingesloten te zenden twee Pakketjes beschreeve. aan de Heeren Bolwerk en Nucella en zoon te houdend, in een derzelve is geslooten een brief aan de Heeren Zeeventienen om Nooget dezelve onder anders kennis te geeven. dat het hetaerschip, dat met medio deezer gereed is geweest om te vertrekken, eerst vertrekke zal te„ =gens den 10=e January Aanstaande en we verzoeken uwelEdele heer vriendelyk van roo goed te willen zyn dezelve beyde te gelyk te zenden na Bomben eze daarop de beste wyze te rekommand eenen om byde te gelyk met de eerste geleegentheid te worden verzonden na Engeland over mey: of Bas= =tora voo daartoe geleegentheid is, en anders met 't eerst vertrekkende schip na Zaord on„ Wy begeven voor het overige na vriendelyke groete /onderstond:/ Edele Erentfeste manhafte wyze voorgeenige heer Dukreete Heer. /laager Uwel Edele DW Vriend en Dienaar /was geteekend:/ W: J van de Graaff: M P Raket S Reintons en BL: Van Rutter /in margine J Molombo den 28 November 1792. Accordeert Dijbrands Egklerk Apart 868 742 Tassenapatnam Aan den Heer Bartholomeus Jacobus Raket kommandeur aldaar. Manhafte Voorzienige Diskreete! Noopens het geen waar over UE: gemeend heeft zig overe den Dessave schreuder te moeten bezwaaren, en waar„ „van wij ook in zoo verre de tillijkheid gaarne erken„ „nen, ons gedraagende aan onzen gemeenen brief die met deezen te gelijk afgaat, merken we voorts hier nog al„ „leen aan, dat we vertrouwen, dat UE: op de volkoomen, „ste wijze zal inzien, dat gelijk het aan de eene kant niet meer dan pligtmaatig is, dat de onderge„ „schikte bediendens zig teegens hunnen gebieder eerbiedig en behoorlijk gedraagen, het aan de andere zijde wel voegelijk is, dat een elk zig met behoorlijke dis„ „krectie conduiseert teegens die geene waarover Wij het gezag voert, en dezelve met de vereischte beschei„ „dentheid behandeld, het geen niet alleen betaame„ „lijk is maar ook zelfs voor den dienst van DE: komp=e ten hoogsten noodzaakelijk, op dat een elk 70 Aan als vooren. in het aan hem toevertrouwde ondergeschikt gezag blijft gemaintineerd, en in dit vertrouwen houden we„ ons verzeekert, dat UE: ook van zijn kant geern zal willen meedewerken tot herstelling van de goede harmonie, en tot al het geene strekken kan, op dat dezelve en den aanstaande ongeschonden blijft bewaard. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Man„ „hafte voorzienige Discheete: uE: goede vrienden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaf, M: B: Ruker, p 8. J: Leintous, B: L: van Zitler en A: Samlaut /:in margine:/ Kolombo den 14. februarij 1792. Noopens den kusteling Pasoe, vermeld bij UE: aparte brief van den 9:e februarij J: L:, moet UE: onderzoeken en ons berigten, op het waar is, dat hij gelijk bij't ons toege„ „zonden translaat gezegt word, zeedert 10. Jaaren zig op ceilon onthouden en get beedelen erneerd heeft, en op 'er eenige reedenen zijn om hem van quaade handelingen en oogmerken te verdenken. Wij blijven voor het overig na grode /: onderstond:/ als voor„ /:was geteekend:/ W: C: van de Graaj, M: P. Raket, C: von Driberg, J: Seintous, B: L: van Zitter, A: Jan„ „lant en J: A: Vollenhove /: in margine / kolombo den 13. Maart 1792. Aan 743 869 Aan als vooren. schoon we niet twijffelen aan de gegrondheid van de oor„ „zaak, door UE: bij brieve van den 17. deezer opgegee„ „ven, weegens 't daalen van de Alphandigo pagt tot op 24600. rd=s, vleijen we ons echter, dat 'er nog welie„ „mand zal zijn, die dezelve voor ee reedelijke Jorijs zoude „willen overneemen. UE: moet zig derhalven daarnaar onder de hand informeeren, en ons berigten, wat deeze op geene daar„ „voor wel zoude willen geeven. Wij blijven voor het overig, na groete /:onderstond:/ en /:geteekend :/ als vooren /:in margine:/ Kolombo den 31:e Augustus 1742. De aparte brief van den Heer Commandeur van den 24:' 8ber: J:z:, waarvan gesprooken word bij den secreeten circulairen brief die met deeze te gelijk afgaat, is eerst den 8:e deezer 's avonds hier besteld, en is dus na genoeg 10: volle etmaa„ „len onder weg geweest, daar de brieven van Jassenapat„ „nam na Kolombo en 6. op ten hoogsten 7. daagen kunnen worden besteld. we zien dat de brieven doorgaans het traag„ „ste bestald worden tusschen Jassenapatnam en werletteive, en moeten UE: midsdien den E: Dessave gelasten daarien beeter ordre te stellen. Verondersteld dat de tijding dat de Republiek den oorlog aan Aan als vooren. Frankrijk Frankrijk verklaard heeft, waarzij, konde het wel zijn, dat de franschen een aanval op Jassenapar„ „nam deeden, al was het ook maar om het uit te plunderen, we kunnen UE: dus niet genoeg recon„ „mandeeren om daarteegen op hoede te zijn, en onder andere middelen daartoe bij UE: te emploijeeren inzonderheid te doen bekruissen de plaatsen daar ze zouden kunnen landen. Ten dien eijnde moeten UE: de kruisboots calon N:o 1 en 2. die we na herwaards opontbooden hadden, laa„ „ten terug koomen naa Jasfenapatnam, om met de kruisboot N:o 3. en de verdere daartoe aan handen zijnde vaartuigen de Jasfenasche en wannische # „stranden te laaten bekruissen. hierbij zullen we' UE. spoedig nogen krusboot toezenden die bij naa klaat is. Het spreekt van zelve dat de kruisvaartuigen behoorlijk moeten zijn g'armeerd, en voorts van al het noodige zijn voorzien om UE: teegens een inval der franschen zoo vel het voor het teegenwoordige geschieden kan, te dekken, zullen we tot versterking van UE: gaanisoen ten eersten 2
English
870 first send from here two companies of Easterners, each commanded by a European officer. Captain Weerman already has orders to proceed at the earliest opportunity from Kalpettij to his garrison at Jassenapatnam. You must immediately provision yourselves for a full year, calculating the garrison at 6 to 700 heads. What must be sent from here for that purpose, you must report to us at once. Also, the ammunition supplies that you require must be reported to us, both in terms of cannon gunpowder and other armaments. In order to investigate everything properly, you must appoint a special committee, and it would please us if the Captain Landregent the Honorable Nagel could come up to Jassenapatnam, even if only for a few days, to assist with this committee, and at the same time to be able to give his advice regarding the further provisions that His Honor deems necessary on this occasion. You must ask this of the Honorable Nagel at once, and if he finds he can come over, then the necessary coolies must immediately be sent to him from Jassena at the expense of the Company, who may be expressly hired for that purpose. The aforementioned committee must also especially examine the present condition of the gunpowder magazines, and how much gunpowder could be safely and securely stored therein, or in other suitable places that could be appropriated for that purpose. We have appointed the recently arrived Lieutenant Engineer Nagel to temporarily keep garrison at Jassena, and he is consequently to proceed there at once to assist Captain Lieutenant Broehet in the engineering department. If the Captain Landregent Nagel should require him for one thing or another in the Wannie, he must be lent to the same for that purpose. 871 It is our intention, if the aforementioned news is confirmed, to station a corps of troops of 5 to 600 men, and according to circumstances even larger, in the Wannij at an approximately equal distance between Jassenapatnam and Trinkonomale, in order to be able to quickly assist one or the other of these places according to the circumstances, and we therefore simultaneously send orders with this letter to the Captain Landregent Nagel to have a camp marked out at the most suitable place for that purpose, and to have the necessary timber and olas gathered there as soon as it can be done for the erection of lodgings for the soldiers. We need not recommend that you must employ all practicable means to be informed as accurately as possible of what is going on with the French in Pondicherij and elsewhere, especially to be informed of the strength of the Pondicherij garrison and of the warships and frigates that are there, To as before. are, or might arrive there from time to time. If you should have someone at Jassena capable of ferreting out what is going on at Pondicherij, a little penny may well be spent on it if necessary. For the rest, after greetings, we remain, underneath and signed as before, in the margin: Kolombo, the 13th of November 1792. Lower: P.S. You must quickly forward the enclosed letter for Palleakatta. We are very surprised that the bookkeeper Dormieux, for we think we must not doubt that he is the writer of the letter of the 22nd of October last, which was sent to us in extract by the Commander on the 29th thereafter, has since communicated nothing further regarding the very interesting news mentioned therein as he ought to have done, whether the news that the Republic is said to have declared war on France has been confirmed by further reports or not. If you have no further news from him in this regard upon receipt of this, you must present this to him on our behalf, and that we expect him to show more activity in matters of such great importance in the future, or that we will otherwise be obliged to complain about him to the Ministers at Paleacatta. For the rest, after greetings, we remain, underneath and signed as before, in the margin: Colombo, the 22nd of November 1792. To as before. We find from your secret letter of the [illegible] of this month that you had written to the Bookkeeper Dormieux to inquire, on all occasions, no matter what it might cost, into the conduct of the English and French, etc. However, although we wrote to you in our secret letter of the 13th of November that a little penny might well be spent for that purpose if necessary, this authorization did not go so far as you seem to have understood, wherefore you must further circumscribe the Bookkeeper Dormieux regarding this, so that he might not make too lavish a use of your expression, no matter what it might cost. This is so much the more because his reports recently sent to you have since been found to be untrue, on which subject you must tell him that in future he must first properly verify the news that he communicates as certain. Underneath: For the rest, after greetings, we remain, lower, Your good friends, was signed: W. J. van de Graaff, M. W. Raket, C. van Angelbeek, E. von Dreberg, I. Meintons, A. de Launoy. In the margin: Kolombo, the 16th of September 1792. Agrees, Hijbrands First Clerk
Dutch transcription
870 eersten van hier zenden twee komp=e oosterlingen, elk gekommandeerd door een Europees officier. Kapi„ „tain weerman heeft reeds ordre om zig ten eer„ „sten van kalpettij te begeeven na zijn guarnizoen te Jassenapatnam. UE: moeten zig ten eersten proviandeeren voor een rond Jaar, het Guarnizoen gereekend op 6. â: 700. kop„ „peen. Wat ten dien einde van hier moet worden ge„ „zonden, moeten UE: ons ten eersten opgeeven. Ook moeten ons wraden opgegeeven de ammonitie goe„ „deren die UE: noodig hebben, zoo aan kanon kruit als andere waepentuigen. om al het wel behoorlijk naategaan, moeten UE: een oxpresse commissie benoemen, en zoude het ons aangenaam zijn zoo de kapitain Landregent D E: Hagel al was het ook maar voor een paar daagen na Jassenapatnam konde opkoomen om te assisteeren bij deeze kommissie, en teffens te kunnen geeven zijn advies over de verdere voor„ „zienigen die zijn E: in deeze geleegendheed noodig agt. UE: moeten dit aan den E: Nagel ten eersten vraagen het at vaagen, en zoo hij bevind te kunnen overkoomen, dan moeten hem ten eersten van Jassena gezonden worden de noodige koelies voor reekening van de komp=e die ten dien ande oppres moogen worden ingeluur De voorsz: kommissie moet ook inzonderheid onderzoe „ken de teegenwoordige gesteldheid van de kruit kelders, en hoe veel kruit daarin dan wel op andere ge„ „schikte plaatzen die daartoe zoude kunnen worden geapproprieerd, bekwaamelijk en met ge„ 1 „rustheid zoude kunnen worden geborgen. De onlangs uitgekoomene Luitenant Jngenieur Nagel hebben we geappointeerd om voor eerst te Passena guarnizoen te houden, en staat mids die ten eersten na derwaards overtegaan tot assistentie # van den kapitain Luitenant Broehet in het depar„ „tement van de genie. wanneer de kapitain Land„ „regent Nagel hem tot het een of ander in de wannie mogte noodig hebben, moet wij aan den zelven daartoe worden geleend. Het 871 Het is ons voorneemen om indien voorsz: lijding zig bevestigd een korps troupen van 5. â: 600. man en naa maate van de omstandigheeden zelfs grooter te plaatsen in de wannij op een na genoeg egaalen afstand tusschen Jassenapatnam en Trinkonomale, ten einde na maate van de omstandigheid de eene of de andere deezer plaatzen spoedig te kunnen bijspringen, en we zenden daarom met deeze te ge„ „lijk aan de kapitain Landregent Nagel ordre om op de bekwaamste plaats daartoe een kampe„ „ment te laaten afsteeken, en aldaar zoo spoedig het geschieden kan, te laaten verzaamelen de noo„ „dige houtwerken en olassen tot het opslaan, van logementen voor de militairen. we beloeven niet te recommandeeren dat UE: alle praktikable middelen moeten te werk stellen om zoo na mogelijk te zijn onderrigt van het ge= er te sondicherij en elders bij de franschen om„ „gaat, inzonderheid om te weezen onderrigt van de sterkte van het Pondicherijs guarnizoen en van de oorlogt scheepen en fregatten die daar zijn Aan als vooren. zijn, of van tijd tot tijd daar mogte koomen. zoo UE: iemand op Jassena mogte hebben bekwaam om uit te voaschen wat 'er te Pondicherij om„ „gaat, mag daartoe des noods wel een stuijvertje worden besteed. Wij blijven voor het overige na groete (:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ kolom„ „bo den 13. November 1742. /:Lager:/ P: S: De inleggende brief voor Palleakatta moeten UE: spoedig voortschikken. Hel verwondert ons zeer, dat de boekhouder Dor„ „mieux /: want we denken niet te moeten twijffelen dat wij is den schrijver van den brief van den 22=e october J:Z: die ons door den Heer Commandaur den 29:e daaraan in extract is toegezonden:/ zee„ „dert weegens de zeer interressante tijding daar„ „bij vermeld, niets verder heeft bedeelt zoo als hij hadde behooren te doen, het zij de lijsing daarbij vermeld, niets verder heeft bedeeld zoo als hij hadde behooren te doen, het zij de tyding 746 87½ tijding dot de republick den oorlog aan frank„ „rijk zoude hebben verklaard door nadere tij„ „dingen is bevestigd of niet. zoo UE: bij ontfangst deezes dien aangaande gee nadere tijding van hem heeft, moeten UE: hem dit onzent weegen voorhouden, en dat we verwagten, dat hij en dingen van zoo veel gewigt meer acti„ „vileit toonen zal in den aanstaande, of dat we anders verpligt zullen zijn over hem te klaagen bij de Ministers te Paleacatta. wij blijven voor het overige na groete (:onder„ „stond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in mar„ 2 „gine:/ Bolombo den 22. 9ber: 1792. Aan als vooren. Wy vinden byj uwE Tekireeten brief van den We deezer dat uidE de Boekhouder Dormieux hadden aangeschreeven, om zig by alle ge= leegentheeden, het mag mosten wat 't wil te verneemen naar 't gedrag deer Engelschen en franschen. etc=a Dan Schoon we UiE by se= kreete brief van den 13 November hebben ge= schreeven, dat daar toe des noods wel een stuwertje am tje 2711 Stuwertje mag worden besteed, ging egter deeze qualificatie, zoo verse niet als uE schynen begreepen te hebben, weshalve het den Boekhouder Dovinieux daaromtrent nader behaalen moeten op dat lig van uwE Uitdrukking, het mag kosten wat 't wil geen al te hunne gebruik mogte maaken. dan zoo veel te meer wyl zyn oulangs aan UEE gezondene berigten zeedert zyn bevonden onwaar te weegen. e op welk onderwerp uEE hem moeten voorhouden dat by voortaan „de tydingen die hy als zeker bedeeld, eerst behoorlyk moet naspeuren. /onderstond:/ Wy blijven voor t overige na groete Cleager UE goede vrienden /was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: W Raket, C van An= gelbeek, E von Dreberg, I Meintons A de Launoy. //in margine/ kolom,bo den 7/4. 16 7ber 1792: Accordeert Hijbrands Leijklerk werp