VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3978

Ceylon · 970 pages · 127 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3978_0131 view scan ↗

English

170 1714 since then they informed that Tranchell offered to deliver for 46 rds the leaguer. is accepted. Section 77. Why Franchell delivered the two leaguers of arrack with the Draak for 26 rs the leaguer and by letter of the 27th thereafter, that the citizen Franchell had accepted 30 leaguers of good and strong arrack, if not better, at least just as good as the Colombo arrack, to deliver at Matara for 46 rds Why that arrack was not the leaguer, then besides that we would have had to have this arrack fetched from Matara, this was even higher than the Colombo price at that time, arrack here still at the beginning of December having been purchased for 43 1/4 rds the leaguer. As regards finally the two sent to the fatherland leaguers of arrack that Tranchell delivered for 36 rds the leaguer, Your 745 The cost of the chanks is paid here into the Company's treasury. Section 70 Your High Mightinesses know from the Galle servants' letter of the 15th November 1791 written with the ship de Draak to the Gentlemen Masters, and of which we have had the honor to send Your High Mightinesses a copy with our humble letter of 12 January 1792, that Franchell has declared that although the price of a leaguer of arrack was 46 rds, he nevertheless yielded those 2 leaguers for 36 rds, because it was a matter for the future. The cost of the chanks has been paid here by us into the Company's treasury, as appears from the notes in the Resolution of 2 November 1792, in the Company's 1709 1789. 1715 Company's treasury, to comply with what was ordered by Your High Mightinesses in Section 60. The sending of chanks to Bengal in order to be sold there has been done repeatedly, and it has not appeared to us that it was ever disapproved by Your High Mightinesses. That it was also done by us this time with the best intentions we had the honor to inform Your High Mightinesses by our letter of 27 January 1790; and although it is also somewhat hard for servants to have to bear the entire burden in this manner, we shall nevertheless accept it, since Your High Mightinesses judge it fair. 76 Section 79. The paper money and the copper coins on Ceylon have not decreased in value. We shall meanwhile see whether anything can be recovered from the insurance, for which we hope that we shall be granted by the Company the assistance that Her Excellency can provide us therein, when it is necessary, and we might make a request for that in due time. Upon what was remarked by Your High Mightinesses in Section 64 regarding the lower value of the paper and regarding the increase of its agio, we take the liberty humbly to note that the paper money and the copper coins on Ceylon have not decreased in value. This appears from the fact that they are still issued by the Company to this day and 1918 277 1716 Section 80 The higher exchange rate of the gold and silver coins relative to the credit notes received by everyone for the same value that the Company set upon them at the first issue. In domestic expenditures the Company pays with 80 rds in credit notes just as much as it would be able to pay with 48 silver ducatoons, and with 80 copper doodoos the Company pays just as much as it would be able to pay with one silver ducatoon, as we indicated in great detail last year and above here. With regard to the Company in particular, the higher exchange rate has thus has no influence on the numerical value of the credit notes and copper coins. 50 On Ceylon no evidence has ever appeared that the greed or rapacity of anyone are causes of and silver species. and the copper coin, the higher exchange rate for which the gold and silver coins circulate among the public above their fixed numerical value, relative to the credit notes and the copper coins, has no influence whatsoever on the numerical value of the credit notes and copper coins, which nevertheless remains in its full force. As for the rest, and independent of this, regarding this higher rate of exchange itself, on Ceylon no evidence has ever appeared to us that the greed of the one and rapacity of the other, of whomever it might 1911. 79 1717 Section 82. The general returns when it is in any way possible, shall be inserted in the general description. request that otherwise this may be done in a separate letter be, could or should here be placed among the causes that have caused the aforementioned higher rate of exchange of the gold and silver coins to arise in this government. The insertion of the general returns of the sale into our general description, shall be done dutifully in compliance with what was further ordered by Your High Mightinesses in Section 62, whenever it is in any way possible, and they arrive in time for that purpose. Otherwise, and if that cannot happen, we request that Your High Mightinesses most favorably please permit us that we may Batavia. On what was remarked regarding the coffee rent, one refers to be permitted to suffice with only adding to our general description a return among the appendices, and that we may do the recording in a separate letter at the next opportunity. Section 83 The red lead is sent to The red lead mentioned in Section 64 has already been sent with the ship Wilverbeek to Batavia, as it could not be sold here, not even for the purchase cost. On what was remarked by Your High Mightinesses in Section 65 regarding the the letter of the Dessave. coffee rent, we request to be allowed to refer to the extract from the letter of the Dessave written on the 4th of this month, which is transmitted among the appendices. We 80 584.

Dutch transcription

170 1714 zeedert hebben ze bedeeld dat Tranchell aange- te leeveren voor 46: rd:s de leggen. aangenoomen is. § 77. waarom Franchell de twee leggers arrak met de draak voor 26: r:s de legger ge„ lerverd heeft en bij brief van den 27:' daar aan, booden had 30: leggers dat de burger Franchell aangenoo- „men had 30: Leggers goede en sterke araak, indien niet beeter, ten minsten even zoo goed als de kolombosche arrak, op Ma„ „ture te leeveren teegens 46: rd:s waarom die arak niet de legger, dan behalven dat we deeze arrak van Mature zouden hebben moeten laaten afhaalen, wat dit zelfs hooger dan de ko= „lombosche paijs toenmaals, zijnde hier de aarak nog in het begin van December ingekogt voor 43. ¼. rd:s de legger. wat eindelijk aangaat de twee na het vaderland gezonden Leggers aarak die Tranchell te- W „gens 36: rd:s de legger geleeverd heeft, uw 745 Het kostende van de sjankosen is hier in 'sComp:s kas betaald. § 70 uw Hoog Edelheeden weeten uit der Gaalsche bediendens brief van den 15:' November 1791: met het schip de Draak aan de Heeren Meesteren „geschreeven, en waar van we de eere gehad hebben uw Hoogedel„ „heeden een kopij tezenden bij on= „zen needrigen brief van den 12 Janu„ „wij 1792. dat Franchell heeft verklaard, dat schoon de prijs van een Legger arrak was 46: rd:s, Wij egter die 2: leggers afstond voor 36: rd:s, om dat het een zaak was voor het toekoomende. Het kostende van de sjankoosen is hier door ons blijkens het aan geteekende ter Resoluutiie van den 2' November 1792. — in 'sComp:s 1709 1789. 1715 's Comp:s kas betaald, om te voldoen aan het door uw Hoogedelheeden aan= „bevoolene bij 5: 60: Het zenden van Tjankoosen naar Bengale om daar te worden verkogt, is te meermaalen gedaan, en het is ons niet gebleeken, dat het ooit door uw Hoogedelheeden is afge„ „keurd. Dat het ook ditmaal door ons gedaan is met de beste oogmer„ „ken hebben we de eere gehad Uw= Hoog Edelheeden bij onzen brief van den 27:' jann: 1790: te bedeelen en schoon het voor dienaaren ook wat hart is, den geheelen last op deeze wijze te moeten draagen, zullen we ons dat nogtans getroosten wijl uw HoogeEdelheeden het dus billijk oordeelen 76 § 79. Het papiere gelden de zijn niet vermindert en waarden. oordeelen. We zullen intússchen zien of van de assurantie iets te haalen is, waer toe we hoopen, dat ons door de komp:e zal worden ver„ „leend de hulp, die haar Edele ons daar in zal kunnen bewijzen, wan= „neer het noodig is, en we in der teid daar toe verzoek mogten doen. op het door uw Hoogedelheeden gere„ kopere munten op Ceilon „ marqueerde 5 64: nopens de minde„ „re waarde van het papier en op het toeneemen van desselfs agio, neemen we de vrijheid needrig aantemerken, dat het papiere geld en de koopere munten op Ceilon niet vermin„ dert zijn in waarde. Dit blijkt daer uit dat ze door de kompenie noch heeden ten daage uitgegeeven en bij 1918 277 1716 § 80 de hogeren Koeas van de gou= „de en silvere geldspetien re= bij een elk ontvangen worden voor dezelfde waarde, die de kom„ „penie bij de eerste uitgaeve daar op gesteld heeft. In huijshoude„ „lijke uitgaevens betaald de komp:e met 80: rd:s aan kaediet brieven even zoo veel, als ze zoude kunnen betaalen met 48: zilvere dukatons, en met 80: kopere Doedoes betaald de Kompenie even zoo veel als ze zoude kunnen betaalen met een zilvere du- katon, zoo als we dat voor„ „leede Jaar en hier boven nu na- der heel omstandig hebben aan„ „geweezen. Ten aanzien van de kompenie in„ latief tot de kaediget brieven zonderheid, heeft mids dien den hoogeren en geen invloed op de iumerike waerde der kredict brieven en kopere munten. 50 op Ceilon zijn nimmer blij- ken voorgekoomen dat gaillig„ „heid of inhaaligheid van iemand oorzaaken zijn van en zilvere spetien. —. en de kopere munt, heeft hoogeren koers waar voor de goude en zilvere geldspeetsien onder de gemeente roulleeren boven derzelver vastgestelde immerike waarde, relatief tot de krediet brieven en de kopere munten geen invloed altoos op de minne „rike waarde der kaediet brieven en kopere munten, die des niet temin in haare volle kragt blijft bestaan. wat voor het overige en des onaf„ hankelijk, deezen hoogeren koers den hoogeren koers der goude zelve betaeft, op Ceilon zijn ons nimmer eenige blijken voorge¬ „koomen, dat gailligheid vanden eenen en inhaaligheid vanden anderen, van wie het ook zoude moogen 1911. 79 1717 § 82. De generaale rendementen neer het eenigzints moege„ „lijk is, bij de generaale worden. mag gedaan worden bij moogen zijn, hier zoude kunnen of moogen gesteld worden onder de oorzaaken, die in dit gou= „vernement den voorsz: hoogeren koers der goude en zilvere speet- „sien hebben doen ontstaan. Het insereeren der generaale Rende„ vanden verkoop, zal wan-menten vanden verkoop bij onze beschrijving g:' insereerd generaale beschrijving, zal in vol„ „doening van het door uw Hoog „Edelheeden naeder aanbevoolene § 62: schuldpligtig geschieden wan- neer het eenigzints mogelijk is, en ze daar toe teids genoeg in- verzoek dat anders zulx „ koomen. Anders en zoo dat niet e afzonderlijke brief geschieden kan, verzoeken we dat uw Hoogedelheeden ons hoogst geneigt gelieven toetestaan, dat we moogen Batavia. op het geremarkeerde nopens de koffij pagt gedraagd men zig aan moogen volstaan met bij onze ge¬ „neraale beschrijving alleen te voegen een rendement onder de bijlaegen, en dat we het inschrijven moogen doen bij een afzonderlijke brief bij de eerst volgende geleegendheid §83 De menie vermeld bij 564: is met De menie is verzonden naar, het schip Wilverbeek reeds ver„ „zonden na Batavia wijl ze hier niet konde worden verkogt, zelfs niet voor het inkoops kostende. op het door uw Hoog Edelheeden geremarqueerde 565: nopens de den brief van den Dessave Koffij pagt, verzoeken wij ons temoogen gedraegen aan het extract uit de brief van den Dessave ge¬ schreeven den 4e deezer dat onder de bijlaagen overgaat. we 80 584.

NL-HaNA_1.04.02_3978_0139 view scan ↗

English

133½ 1718 Request to be allowed to know how much cinnamon the Company, on average, should be considered to need. §8 We shall let your High Excellencies' highly esteemed recommendation 569 serve as our dutiful guidance. Although matters with the cinnamon are already quite far advanced, it has not yet been brought so far that one need already be apprehensive about obtaining too much cinnamon; however, since it is good in the further arrangement of this work to know the required quantity of cinnamon, we very humbly request that your High Excellencies will be so kind as to state to us how much cinnamon the Company, taking one year with another, must be considered to need. A specific statement 82: The Governor has paid to the Company the amount for the gardens of the Disawa Billing. statement of the gardens and how many trees stand in each of them, which is currently being counted anew, we shall have the honor to send to your High Excellencies as soon as the reports have come in. The counting of the trees is, as your High Excellencies will easily understand, a work of somewhat long duration, and for which a whole party of men are currently employed. The Governor has paid to the Company the amount for which the gardens, which the Disawa Billing had planted, were taken over from his heirs, for such reasons as we at the time had the honor 1713 85 1719 What they are currently appraised at. honor to inform your High Excellencies, in compliance with the intention of your High Excellencies in §73. The Governor has left these gardens, which have been under the Company's management since they were taken over, to the Company, and they will therefore also continuously remain on the registers as property of the Company. According to a report of two Landraad members mentioned in a letter from the Disawa written on the 10th of this month, which lies herewith in extract, they are currently appraised at Rds 1365. That With the offer of the Governor to pay that sum himself, it was not his Honor's intention to give their High Excellencies any displeasure. §9. The edicts concerning the collection of the collateral tax, the fiftieth penny, and the office fee are sent over. § That your High Excellencies have taken his offer to pay that sum himself rather than expose the Company to the disadvantages that were to be feared from the return of these lands and were pointed out by us, so unfavorably as has occurred, grieves him very much. It was certainly not his intention to give your High Excellencies any displeasure thereby. § According to your High Excellencies' order in §103, the edicts concerning the collection of the collateral tax, the fiftieth penny, and the office fee are sent over among the appendices. A small change 84 1914. 1/354 1720 The 12 leagers of arrack will be written off. Concerning the granting of bills of exchange on Batavia, one refers to what was treated above. change that we took the liberty of making in the introduction, we hope your High Excellencies will favorably accommodate, and concerning all other changes that are of little importance, we request to be allowed to refer to the edicts themselves. §89 The 12 leagers of arrack mentioned in §104, we will have written off according to your High Excellencies' concession. §90 Concerning the granting of bills of exchange on Batavia, having spoken about this in detail above, we humbly request, regarding what was remarked thereupon by your High Excellencies in to the suspicion of their High Excellencies mentioned in §114, to which one is not aware of having given any cause. in §112 and 113, to be allowed to refer humbly thereto. §91 It grieves us in the highest degree to stand in the suspicion of your High Excellencies according to §114, that it seems to be our intention to embroil the matter through all kinds of evasions and difficulties and to elude the objective to the prejudice of the Company. We do not know—we request that your High Excellencies please favorably excuse this frank remark—where we have made use of evasions, or where we, who have always sought to serve the Company with loyalty and honor, could have given cause 86. 1415 1721 The abuses mentioned in the aforementioned section are prevented. cause to believe that we would think so shamefully. §92 Concerning the abuses that your High Excellencies remark upon in the aforementioned paragraph, these must certainly be prevented, and that is indeed done. For that reason, we have not accepted on bills of exchange any moneys, even though offered half in silver and gold, except under the offering of an oath, which if necessary will have to be rendered further solemnly, that the amount of copper coin and credit notes, to be counted alongside the gold and silver specie, has not derived from the exchange of The address of Commander Sluysken was read, and what the members have remarked upon it. of gold and silver specie received from elsewhere, and that the gold and silver specie that is counted was exchanged in Ceylon, or at least was not sent from elsewhere in order to be remitted to the Netherlands. §93 The address of Commander Sluysken, mentioned in §17, was circulated further among the members of the meeting, and all of them, as appears from our resolution of 28 November past, declared that they could make no other remark upon it than that everything is indeed as it appears therein, which they can neither determine nor judge. 828

Dutch transcription

133½ 1718 verzoek om te moogen weeten hoe veel kaneel de komp:e het eene Jaar moet geagt worden nodig te hebben. §8 We zullen ons uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde aanbeveeling 569: tot door het andere gereekend schuldige narigt laaten verstrekken. schoon het met de kanneel reeds vrij verre gevordert is, is het nogtans met zoo verre gebragt, dat men reeds voor het krijgen van te veel kanneel behoefd bedugd te weezen, wijl het nogtans in het verder bestemmen van dit werk goed is de nodige kwantiteit van de kanneel te weeten, zoo verzoe„ „ken we zeer needrig, dat uw Hoog Edelheeden zoo goed willen zijn ons op tegeeven, hoe veel kanneel de komp:e het eene Jaar door het andere gereekend, moet geacht worden noo- dig te hebben. Een specificque opgave 1 82: De gouverneur heeft het nen vanden Dessave Bel aan de komp:e betaeld. ge opgaeve der tuinen en hoe veel boo- „men in elk derzelve staan, het geen tans op nieuw geteld word, zullen we de eere hebben uw Hoog Edelheeden toetezenden, zoo daal de berigten zullen zijn ingekoo- men. Het tellen vande boomen is zoo als uw Hoog Edelheeden dat ligt begrijpen zullen, een werk van wat een langen adem en waar toe een heele partij men schen tans geamploijeerd zijn. Fob. De gouverneur heeft het bedraegen bedraagen waar voor de tuij waar voor de tuinen die den Des. ling zijn overgenomen, „ save Billing heeft laaten aan planten, van zijn erfgenaamen 7„ zijn overgenoomen, om zodaanige reedenen als we in der teid de eere Br no den 1713 85 1719 met dezelve tans waer- dig geschat zijn. eere hebben gehad uw Hoog Edelhee¬ „den te bedeelen, aan de Kompenie betaald, ter voldoening aan de in- „tentie van uw Hoogedelheeden bij §73: De gouverneur heeft deeze tuijnen die zeedert dat ze zijn overgenoomen onder 'sComp: bestiering zijn geweest, aan de komp:e gelaaten, en zullen ze dus ook als eigendommen van de komp: bij voortduuring bij de registers blijven voortloopen volgens een rapport van twee land- raeds leeden vermeld bij een brief vanden Dessave geschreeven den 10:' deezer, die in Extract hiernee„ „vens legt, zijn dezelve tans — waardig geschat Rd:s 1365. — Dat Met de aanbieding van den zelfs te betaalen is zijn Ed:s Hunne Hoogedelheeden „ven. 9. De Plakkaaten over de de invordering van het kol= „lataraale, de vijftigste „geld gaan over. 5 or Dat uw Hoog edelheeden zijn aan„ gouverneur om die som „ bieding om liever die som zelfs gedagten niet geweest om te betaalen, dan de komp: te expo„ eenig ongenoegen te geen needen aan de nadeelen die uit de „terug geeving deezer gronden te dugten waaren en door ons zijn aangeweezen, zoo ongunstig hebben opgenoomen als is geschied, doe hem heel leed. Het is zeeker zijn gedagten niet geweest om uw Hoog Edelheeden daar door eenig onge„ „noegen te geeven. 5 @ volgens uw Hoogedelheeden last bij 5103: gaan de plakkaaten penning en het ampt over de invordering van het kolle „teraal, de vijftigste penningen het amstgeld onder de bijlaegen over. Een klijne verandering die 84 „ B n de 1914. 1/354 1720 De 12: leggers arrak zul„ den. omtrent het verleenen Batavia, gedraagd vooren verhandelde. die we ons bij de inleiding veroorloofd hebben, hoopen we dat uw Hoog Edelheeden gunstig inschikke zul- len en omtrent alle overige ver„ „anderingen die van klijn gewigt zijn, verzoeken we ons aan de plakaaten zelve te moogen ge„ „draagen. §89 De 12: leggers arrak vermeld bij len afgeschreeven wor= § 104: zullen we volgens uw Hoog Edelheeden koncessie laaten afschrij„ „ven. § 90. omtrent het verleenen van assig- van assignatien op naatsien op Batavia hier boo- men zig aan het hierven omstandig gesprooken heb- bende, verzoeken we ons nopens het door uw Hoogedelheeden daar over geremarqueerde bij na Hoog Edelh: vermeld weet bij § 114. wat men niet eenige aanleiding te heb= ben gegeeven. bij 5 112: en 113: hier daar aan needrig te moogen gedraagen: § 9: Het doet ons ten hoogsten leed van tot de verdenking van Hun volgens § 114: bij uw Hoogedelheeden in verdenking te staan, dat het onze intentie schijnt te— zijn, om door alle omweegen en zwaerigheeden de zaak te em- brouilleeren en het oogmerk te eludeeren tot prajudietsie vande komp:e wij weeten niet, we ver„ „zoeken dat uw Hoogedelheeden ons deeze vrijmoedige aanmer„ „king gunstig gelieven ten goede te houden, waar wij ons van omweegen bediend hebben, of waar wij, die de komp:e alteid met trouwe en eere hebben zoeken te dienen aanleiding o. 86. 1415 1721 de misbruijken voorsz: 5. vermeld worden geweerd. aanleiding kunnen gegeeven heb- ben, om te gelooven dat wij zoo phan- delijk zouden denken. § 92. wat de misbruijken aangaat die uw Hoog edelheeden bij voorsz: paragraaf remarkeeren, die moeten zeeker worden geweerd en dat geschied ook we hebben daar- om zelfs geen gelden schoon half in zilver en goud, aangebooden, op assignaatsies ontvangen, dan onder aanbieding van Eede die des noods nader solemneel zal moe„ „ten worden gepresteerd, dat het bedraagen der kopere munt en krediet brieven, bij de goude en zilvere speetsien te tellen, niet is geproflueerd uit verwisseling van Het addaas vanden Komman- geleezen en wat de Leeden op hebben aangemerkt. van goude en zilvere spectsien van elders ontvangen, en dat de goude en zilvere speetsien, die ge„ „teld worden, op Ceilon zijn inge „wisseld, of ten minsten niet van elders gezonden zijn om na Ne¬ „derland te worden overgemaekt § 93. Het addres van den kommandeur „deur sluijsken is nader sluijsken, vermeld bij 517: vande vergadering daer is bij de leeden van de vergae„ „dering naader rondgeleezen, en alle dezelve hebben blijkens onze Resoluutiie van 28 November Vzeede verklaard, daar op niets anders te kunnen aanmerken, dan dat zoo ook alles zoo is, als het daar bij voorkomt, hat geen ze niet kunnen bestemmen noch beoor„ „deelen. 828

NL-HaNA_1.04.02_3978_0147 view scan ↗

English

1916 29 1722 Section 94. It has repeatedly been permitted to various servants to pay money into the treasury here, for reimbursement at Tuticorin. share; and therefore must leave it intact, that Commander Sluijsken then acted dutifully in this matter, and as befits every servant, and that it furthermore rests solely with Your High Nobilities to judge to what extent that can and ought to influence his accompanying request. At the request of various servants, it has now and then repeatedly been permitted to pay some money into the treasury here, for reimbursement at Tuticorin, and at the repeatedly reiterated request of the Officer in Charge Just as the Governor consented in this single case to Officer in Charge Kraijenhoff Besides this, the Governor has granted it to no one. How much money has successively been issued from the Company's treasury at Surat to Commander Sluijsken. Kraijenhoff, made with the greatest earnestness, the Governor thought that in this single case he might consent thereto, just as he did by permitting Officer in Charge Kraijenhoff in the early year 1788 to pay 2000 rixdollars into the treasury at Galle, to be returned to him again at Tuticorin, the pagoda reckoned at 3 1/5 Rupees or 17 schellingen. Besides this, the Governor has never granted it to anyone, and Commander Sluijsken, to whom at Surat since the year 1778 until the year 1788 successively from the Company's treasury have been issued Rupees 90 1917 91 1728 Section 95 The lead duits are only struck as token coin for lack of copper duits. Section 96 One shall only recoin the mint metal of the exchanged lead duits. Rupees 85229. —. — and especially in this same year Rupees 39589.½, might well have had the modesty not to begrudge Officer in Charge Kraijenhoff an incomparably smaller token of favor enjoyed for a single time. We have only had the lead duits struck as a token coin for lack of copper duits. If we had had them, even the striking of Doodoos, which was done solely to fulfill this lack, would not have been necessary. We shall only have the mint metal of the demonetized and exchanged lead duits recoined anew, which has already been done for a good part, and could not be omitted without a considerable loss to the Company; as soon as that is done, in compliance with the interdict issued by Your High Nobilities Section 121, no more lead duits will be struck. Section 97. We must bring here to the attention of Your High Nobilities that it is necessary that more copper duits than has happened hitherto be sent to Ceylon, since a stuiver is too large to be the smallest token coin here, 92. It is necessary that more copper duits be sent to Ceylon. 1918 1724 Why, upon demonetizing the lead duits, the counterfeit duits were also exchanged. token coin, without noticeably hindering the common man. Section 98. Upon demonetizing the lead duits Section 122, we would not have had the counterfeit duits exchanged if that could have been avoided without causing great dissatisfaction. In particular, we had to do it for the soldiers and seamen who had received them for their loans, and for the rest it was done by an arrangement such that the Company remained almost indemnified, or at least suffered so small a loss that it was not worth the trouble to arouse dissatisfaction among the populace on that account. When the recoinage is finished, we shall have the honor of sending Your High Nobilities the return thereof. Section 99. We do not quite understand how Your High Nobilities calculate at Section 124 that the Company would gain only half a capital on the duits, and that this would appear from the fact that they are only issued equally with the credit letters and copper doodoos. Section 100. Concerning the credit letters and copper coins, we have shown above that the Company in household expenditures pays just as much with them according to their numerical value 92. One does not understand how Your High Nobilities calculate that the Company would gain only half a capital on the duits. Explanation in that regard. 9 1919 97 1725 value as it could pay with silver ducatoons, and that no more is paid with the duits than is paid with the credit letters and copper coin; consequently, in our humble view, it does not follow in any respect that the Company on the duits, instead of a whole capital, would gain only half. With 320 duits or 80 stuivers, each at 4 duits, the Company now, just as formerly, pays in household expenditures as much as it could pay with a silver ducatoon. Section 101. We shall dutifully comply with 96 the repeated orders to have all transactions in the books and cash accounts done according to the instructions of the Director-General. Request to be allowed a few questions here. the repeated orders Section 126 given to us by Your High Nobilities to have all transactions in the books and cash accounts done according to the instructions of the Director-General; we only request to be permitted a few questions here, in order thereby to be better able to give the Trade officials the necessary instructions. From what is stated above, it is evident that the higher rate at which the gold and silver specie circulate among the populace above their fixed numerical value has hitherto had no relation

Dutch transcription

1916 29 1722 § 94. temeermaalen is aan deeze en geene dienaeren toegestaan om geld alhier uitkeering te tutuko zijn. „deelen; en daarom in zijn geheel moeten laaten, de kommandeur sluijsken dan daar in pligt„ „maatig heeft gehandelt, en zoo als dat een elk dienaer past en dat het wijders alleen aan„ uw Hoogedelheeden staat te be„ „oordeelen in hoe verre dat kan en behoort te influeeren op zijn daar bij voorkoomend ver „ „zoek. op het verzoek van deeze en geene Dienaaren is het nu en dan te in kas te tellen ter weder meermaalen toegestaan, om hier eenig geld in kas te moogen tellen, ter weeder uitkeering te Tntu- korijn en op het temeermaalen her„ „haald verzoek van den gezagheb= „ber zoo als de Heer gouver= neur in dit enkeld geval aan den gezaghebber kaaij- buiten dien heeft de Heer gou„ ingewilligt hoe veel geld, te souratta= successive uit 'sComp: kas„ aanden heer Kommandeur sluijsken zijn uitgereikt. ber Kraijenhoff, gedaan met het grootste empressement, heeft de gouverneur gemeend in dit en¬ „enhoff heeft toegestaen, keld geval, daar in temoogen be„ „willigen, zoo als hij heeft gedaen met aan den gezaghebber kraijer „hoff in het vroegjaar 1788: toete= staan te gale 2000: rd:s in kas te tellen, om hem te Tutukorijn weederom te worden terug gegeeven de pagood gereekent tot 3 1/5: Ropijen verneur het aan niemant of 17: schellingen. Buiten dien heeft de gouverneur het nooit aan iemand ingewilligt, en de kommandeur sluijsken aan wien te Juratta zeedert het Jaar 1778 tot het Jaar 1788: successive uit komp: kas zijn uitgerijkt rop: 90 1917 91 1728 § 95 de loode duijten zijn alleen mont i 't gebrek van kopere duiten. § 96 man zal alleen het munt ma„ teriaal van de ingewisselde ten verminten. Ropijen 85229. —. — en speciaal in dit zelfde Jaar Ropias 39589.½. hadde wel de bescheidendheid moo- gen hebben, om den gezaghebber kraijenhoff, een ongelijk veel klijnder gunst bewijs, voor een enkeld maal genooten niet te misgunnen. we hebben de loode duiten alleen tot aangeslaagen tot een schij - een schijmunt laaten aanslaen uit gebrek van koopere duijten. zoo we die gehad hadden, was zelfs het aanslaan van Doedoes dat alleen gedaan is om dit gebrek te vervullen, niet noodig geweest. we zullen alleen het munt mate„ loode duijten op nieuw lae„ riaal van de biljoen verklaerde en 92. het is nodig dat 'er meer lon gezonden worden. en ingewisselde loode duiten op nieuw laaten vermunten, het geen reeds voor een goed gedeelte gedaan is, en niet konde worden nagelaaten, zonder een aanmer„ „kelijk verlies voor de komp: zoo drae dat gedaan is, zullen 'er in opvolging van de door uw Hoog Edelheeden gedaane interdictie §121: geen loode duijten meer aan- „geslaagen worden. P. 97 we moeten hier, onder het oog van kopere duiten naar Cei uw Hoogedelheeden brengen, dat het het noodig zij, dat 'er meer kopere duiten dan tot hier toe ge„ „schied is naar Ceilon gezonden worden, wijl een stuiver te groot is, om hier te kunnen zijn de klijnste Schij-munt 19 g 1724 waarom bij het billioa„ duijten, de valsche duij- schij munt, zonder de gemeenen man merkelijk te kinderen. § 98 we zouden bij het billion verklaa„ verklaaren der loode „aen der loode duiten 5122: de ter meede ingewisseld valsche duiten niet hebben laa„ „ten inwisselen, zoo dat zonder groot misnoegen te geeven hadde konnen worden ontgaan. In - „zonderheid hebben we het moeten doen van de Militairen en zee — „vaarenden die ze voor hunne lee¬ „ning ontfangen hadden, en van de rest is het gedaan bij een schik- „king, dat de komp:e bij na schaede„ loos gebleeven is, of ten minsten eene zoo klijne schaede geleeden heeft, dat het de moeiten niet waer„ „dig was, om daar om onder de zijn. 92. Men begrijpt niet hoe „kenen dat de komp=e op kapitaal zoude winnen. de gemeente, ongenoegen te verwek= ken. Als de vermunting is afgeloo- „pen, zullen we de eere hebben uw Hoogedelheeden het rendement daar van toetezenden. § 99 we begrijpen niet al te wel, hoe uw- hun Hoog edelheeden ree„ Hoogedelheeden bij 5 124: reekenen, de duijten maer een half dat de komp:e op de duiten maar zoude winnen een half kapitael, en dat dit zoude blijken daer uit„ dat ze maar egaal uitgegeeven wor den met de krediet brieven en kope„ „re doedoes. § 100 van de krediet brieven en kopere aanwijzing daar omtrent munten hebben we hier booven aangeweezen, dat de komp:e en huishoudelijke uitgavens, daar meede na derzelver numerike waerde 9 19 g7 1725 waarde even zoo veel betaald, als ze zoude kunnen betaalen met zil vere dukatons, en dat met de duiten niet meer betaald word, dan betaald word met de krediet brieven en kopere munt, daar uit volgt mits dien naar ons nee- drig inzien in geen opzigt, dat de kompenie op de duiten in steede van een geheel, maar een half kapitaal zoude winnen. Met 320: duiten of 80: stuivers elk a: 4: duiten betaald de komp:e nu even als eerteids, in huishou- delijke uitgavens zoo veel als ze zoude kunnen betaalen met een zilvere dukaton. §10: we zullen schuldplichtig voldoen aan de 96 alle behandelingen bij de boeken en kassa reekeningen te laaten vanden Heer Directeur generaal. wijnige vraagen zig te moogen veroorlooven. de heehaalde ordres om de herhaalde orders 5126: ons doen na het voorschrift door uw Hoogedelheeden gegeeven om alle behandelingen bij de boe„ „ken en kassa reekeningen te laaten doen na het voorschrift van den Heer Directeur generaal, alleen verzoeken we ons hier te moogen veroorlooven eenige wijnige vraa¬ verzoek om hier eenige „ gen, ten einde daar door te beeter in staat te zijn om de Negootsie bediendens de noodige instruksie te geeven. uit het hier booven staande is het blijk„ „baar, dat den hoogeren koers waar voor de goude en zilvere specien onder de gemeente roulleeren boven derzelver vastgestelde numerike, waarde, tot nog toe geen relaatsie gehad

NL-HaNA_1.04.02_3978_0155 view scan ↗

English

19 October 1726 had, to the numerical value of the credit letters and the copper coin. These have nevertheless remained at their full numerical value given to them at their first issuance; yet now this higher exchange rate, however foreign it is to them by the nature of things, will gain a direct influence upon them, and since this higher exchange rate is not even fixed, and can change every day, it speaks for itself that everything whose value will henceforth rest upon this unstable foundation will have to participate in all changes that this higher exchange rate undergoes. If one sets this higher exchange rate, to make the calculation easier, at 50 p:r C:t, as it currently still approximately is, then, for example, a quantity of pepper purchased for 150 rd:s, or the value of 90 Ducatons, being ƒ297:— Netherlands, by making the value thereof dependent on the amount of the aforesaid higher exchange rate, is reduced to 60 Ducatons, being ƒ198:— Netherlands, and the difference of 30 ducatons, being ƒ99:— must be written off to the general account. When this higher exchange rate rises or falls, the value of the parcel of pepper that we have taken here as an example rises or falls accordingly. If the exchange rate falls, for example, 10 p:r C:t, then the value of the pepper rises 10 p:r C:t; it then becomes, instead of 60 dukatons or ƒ198:—, worth 66 Ducatons, being ƒ217: 16:—, and the difference by which it has now become worth more, being ƒ19: 16:—, must again be credited to the general account. If, on the contrary, the exchange rate rises 10 p:r C:t, then the pepper decreases 10 p:r C:t in value. Instead of 60 ducatons, being ƒ198:—, which it was worth, it becomes worth only 54: Dukatons or ƒ178: 4:—, and the difference of ƒ19: 16:— must anew be charged to the general account. This is the case into which, by this operation, by far the greater part of everything that is traded in the Ceylon books will be brought. The value of the credit letters and copper coins must in the same manner, if we see the matter correctly, be subjected thereto, and we must therefore ask here the very humble question: what rules Your High Mightinesses please that we shall prescribe to our trade officials, so that in following the changes of this higher exchange rate for determining the value of everything that will henceforth derive its value therefrom, the intention of Your High Mightinesses may be fulfilled in the best possible manner. It is certainly the intention of Your High Mightinesses that, although the credit letters and copper coins are written down in the Trade books by the amount of the higher exchange rate, the same shall nevertheless have to be maintained in the expenditures at the numerical value given to them at their first issuance and still maintained, and that this higher exchange rate shall consequently have no influence on the expenditures. Although therefore 150 rd:s in credit letters and copper coins, by the aforesaid operation, calculating the higher exchange rate at 50 p:r C:t, have become worth only 100 rd:s in the books, just as much will nevertheless have to be paid off with them as has been paid off with them up to now, and the second very humble question that we must consequently ask here is: how we shall manage regarding that which is paid out with the credit letters and copper coin for wages, board money and other such expenditures beyond the value at which they continue in the books; and namely, whether in the matter of expenditures one shall treat things as if that which formerly cost 150 rd:s now, according to the higher exchange rate, when it is for example 50 p:r C:t, costs only 100 rd:s, or rather whether one shall have the full 150 rd:s paid out for wages, board money and other such expenditures with credit letters and copper coins according to their numerical value written off, without being reduced according to the higher exchange rate, and entered at the full amount to the ordinary expense account, entering the difference thereof as a profit to the profit account; and finally, how we shall manage in the first case to make the Trade books agree with the payroll books, upon which we do not think it is the intention of Your High Mightinesses that these transactions should have any influence. Yet a third question that we must most respectfully pose to Your High Mightinesses is: whether we shall have the pepper, and likewise all other products purchased here and sent to the fatherland, the value of which has been reduced according to the higher exchange rate, accounted for according to the lesser value that the higher exchange rate has given to them, or rather whether, when they go to the fatherland, we shall have the value thereof restored again as it was before that reduction, and have them calculated at that, and whether in such case we shall have the difference by which those things thereby become worth more anew entered as a profit to the general account, since the general account bore the burden of the first write-off. The

Dutch transcription

19 8er 1726 gehad heeft, tot de numerike waarde van de krediet brieven en de koopere munt. Deeze zijn des niet te min gebleeven in haar volle numerike waerde bij de eerste uitgaeve daar aan gegee„ „ven doch nu zal deezen hoogeren koers, hoe vreemd ze ook uit den aard der zaaken, daar aan is, daar op een direkte invloed krijgen, en wijl deeze hoogere koers zelfs niet vast staat, en alle daagen veran- „deren kan, zoo spreekt het van zelve, dat alles waar van de waar de voortaan zal rusten op deezen wankelbaaren grond, in alle ver„ „anderingen die deezen hoogeren koers ondergaat, zal moeten par„ „ticipeeren tifipeeren. Als men deezen hoogeren koers om de reekening te gemakkelijker te maaken, steld op 50: p:r C:t zo als ze tans nog na genoeg is, dan word bij voorbeeld een kwantiteit peeper, ingekogt voor 150: rd:s of de waar- „de van 90: Ducatons zijnde ƒ297:— neederlands door de waar. „de daar van afhankelijk temaa „ken, van het bedraagen vanden voorsz: hoogeren koers vermindert tot 60: Ducatons zijnde ƒ 198: — — Nederlands, en het verschil van 30: ducatons zijnde ƒ 99:—. moet afgeschreeven worden op het generaal. wanneer deeze hoogere koers rijff of 98 193 399 1727 of daalt, dan rijst of daalt na maa„ „te van dien, de waarde van de partij peeper die we hier ten voorbeeld ge„ „noomen hebben. Daald den koers bij voorbeeld 10: p:r C: dan rijst de t waarde van de peeper 10: p:r C:t ze word dan insteede van 60: du- „katons of ƒ198:— waardig 66: Ducatons zijnde ƒ 217: 16:—. en het verschil dat ze nu meer waar„ „dig is geworden zijnde ƒ 19: 16:—. moet weeder ten voordeele van het generaal worden ingenoomen. Rijst den koers daar en teegen 10: p:r C:t dan vermindert de peper 10: p:r C:t in waarde. Jnsteede van 60: ducatons zijnde ƒ198:—. —. die ze waardig was, word ze maer waerdig 54. 100 54: Dukatons of ƒ 178: 4:—. en het ver„ „schil van ƒ 19: 16:—. moet op nieuw ten laste van het generael worden gebragt. Dit is het geval, waar in door deeze operatie, verre het grootere gedeelte van alles wat bij de Ceilonsche boe¬ „ken verhandelt word, gebragt zal worden. De waarde der kre- diet brieven en kopere munten moe„ „ten inzelvervoegen, zoo we de zaak wel inzien, daar aan worden ge„ assujetteerd, en we dienen dus hier tedoen de zeer needrige vraege: wat reegels uw Hoogedelheeden gelieven dat we onze negootsie bediendens zullen voorschrijven op dat in het volgen van de veranderingen 192 10t 1728 veranderingen van deezen hooge„ „ren koers ter bestemming van de waarde van alles wat daar van voortaan zijne waer„ „de zal ontleenen op de best mogelijke wijze aan de intentie van uw Hoogedelheeden kan worden voldaen. Het is zeeker de intentie van uw Hoogedelheeden, dat schoon de kre„ diet brieven en kopere munten bij de Negootsie boeken worden terug geschreeven met het bedraegen van den hoogeren koers, dezelve niet temin in de uitgaeven zullen moe„ „ten blijven behouden en bij de eerste uitgaeven daar aan gegeevene en nog stand houdende nimerike waerde 702 waarde, en dat deeze hoogere koers mits dien op de uitgaeven geen invloed zal hebben. schoon dus 150: rd:s aan kredietbrieven en koopere munten, door de voorsz: operatie, den hoogeren Koers op 50: p:r C: gereekend, maar 100: rd:s zijn waardig geworden bij de boe¬ ken zal daermeede des niet te min even zoo veel moeten worden afbetaald, als tot hier toe daar- meede afbetaald is, en de tweede zeer nedrige vraage die we mits dien hier moeten doen, is. hoe we het zullen maaken met het geen met de krediet brieven en kopere munt voor gagie Kostgeld en andere diergelijke uitgaevens 1923 102 1729 uitgaevens meer word afbetaald dan bedraegd de waarde, waar meede ze bij de boeken voortloopen en of men namentlijk in het stuk der uitgaeven de dingen zoo zal doen behandelen als of het geen eerteids 150: rd:s kostede nu naar de hoogeren koers, wanneer die bij voorbeeld is 50: p:r C:t maer kost 100: rd:s dan wel of men de volle 150: rd:s voor gagie kost- „geld en andere diergelijke uitga„ „vens afbetaald met krediet - brieven en kopere munten na derzelver immerike waarde, zal laaten afschrijven, zonder te zijn gereduceerd naar den hoogeren koers en met het volle bedraagen 104: bedraegen doen brengen op de gewoo „ne last reekening, doende het ver- „schil daar van, als een profijt, brengen op de winst reekening, en eindelijk hoe ne in het eerste geval zullen maaken om de Negotie boeken te doen akkor„ „deeren met de zoldij boeken, waer op we niet denken dat het uw - Hoogedelheeden intentie is, dee- „ze handelingen eenige invloed te doen krijgen Nog een derde vraege die we uw Hoogedelheeden op het eerbiedigst dienen te doen, is. of we de peeper, en zoo ook alle andere producten die hier inge„ kogt, en na het vaderland worden gezonden 1730 gezonden, waar van de waar„ „de na den hoogeren koers is gereduceerd, zullen doen aanreekenen na de mindere waarde, die den hoogeren koers daar aan gegeeven heeft, dan wel, of we wanneer ze na het vader- land gaan, de waarde daar van wederom zullen doen herstellen zoo als ze was voor die reduktie, en ze daarmeede doen bereekenen, en of we in zulken geval, het ver- „schil van het geen die dingen daar door op nieuw meerder waerdig worden zullen doen brengen als een winst op het generaal wijl het generaal de last vande eerste af „schrijving gedraegen heeft. De

NL-HaNA_1.04.02_3978_0164 view scan ↗

English

106 during the repair of the dam usual laborers only for a few days a group gardens taken. The proposal to build pitigam and Alloetkoerkor- le was made by the Dessave. § 102 The dam of the lake § 132 was repaired of the lake are during the re- with the usual laborers, men from the cinnamon where only for a few gardens taken. days a group of men totaling less than 100 heads were taken from the cinnamon gardens. A few gunny sacks that were used for it have not been charged to the Company. § 103 It was not the Governor who of two small houses in the Wa- made the proposal to build two small houses, one in the Alloetkoer- koarle and one in the Hapitigam- Corle § 142. The Dessave of Colombo made the proposal for this in an address of 1925 325 1731 they have not yet been built built without authorization. of the 3rd February 1791, mentioned in 8 our resolution of the March thereafter; and since it appeared to the Governor that the Dessave demonstrated on very good grounds the necessity of erecting such a pair of small structures, the Governor did nothing more than to bring the proposal of the Dessave before the deliberation of the Council. The houses have to this day not been built and will also not be built unless Your High Excellencies should deem fit to grant authorization for it. § 104 We humbly request permission here to 108 pounds on the 122 bales of cinnamon will be made good to the Company. the deficit found in gross be permitted to remark that the 122 bales of cinnamon mentioned in Your High Excellencies' highly respected missive of the 8th July 1791 § 18 upon arrival in Batavia did not tally with the gross weight, as Your High Excellencies suppose in § 150; they all weighed less, as the warehouse masters Reintous and Wickerman demonstrated in their report of the 8th February 1792, which we had the honor to send to Your High Excellencies with our respectful letter of the 2nd March last, § 307; and this is also evident from the report of the commissioners 1.80 19 /69 1732 commissioners J. Lenururm and J. Rikart of the 20th June 1791 sent to us by Your High Excellencies and of which we send a copy among the enclosures. According to this report, there were even, among the aforesaid 122 bales, bales that weighed nearly 7 and even 8 pounds gross less in Batavia than they were shipped here gross. The Governor will nevertheless, so that Your High Excellencies have no further troubles with this case, see to it that the prime cost of the more than 600 pounds deficit found in gross pounds in Batavia, than the 167 1770 1788 to the ship Hout have been charged to Gale to be paid by the attorneys of Commander Kraijenhoff. Remark in that regard. the gross pounds that were shipped in Colombo, will be made good here to the Company. The amount of the ropes, hawsers, and ƒ hawsers and lines in the year lines § 152 that were additionally lust furnished to the ship Houtlust in the year 1788, on the occasion that the French warship La Resolution was hauled alongside it, we have ordered to be charged to Gale so that, according to Your High Excellencies' order, it will be reimbursed by the attorneys of the repatriated Galle Commander Kraijenhoff. We must nonetheless take the liberty to remark humbly here that upon the report The amount of the ropes § 105 from 1927 1733 Folio 106 The account of Geeke in our books has been charged to Paleakatta. of Abo concerning these ropes disposition was made by a Galle resolution of the 10th May 1788, and that insofar as this was improperly handled, there are, according to our humble view, liable for it not only the former Commander Kraijenhoff, but all the members of the Galle Council who voted with him in this resolution. The account of Geeke in our books § 153 we have ordered to be charged to Palleakatta, and we can- not proceed further in what concerns Geeke until Your High Excellencies credit current goods why the chikos moneys in Jaffna performed service on the public works. charged. Your High Excellencies' highly honored order the orders concerning the expenses, and the troubles § 161 regarding the expenses incurred on the occasion of the troubles with the Court of Kandy was issued to the trade officials both here and at given. the subordinate offices, and they have been instructed to observe it; and the same was done regarding Your High Excellencies' order concerning the credit current goods § 162. § 108 The chikos moneys of the uliyam of the uliyam workers who workers who in Jaffnapatnam performed service on the public works § 164, we ordered charged to ordinary expenses only because, if with the Court of officials for compli- ance. these 112 1928 1734 the required accounts regarding the debit current accounts under the creditors continues thereon. these people, instead of performing their obligation, had paid the usual redemption of twelve schellingen for it and consequently coolies had to be hired in their stead, the money that would have had to be paid to these would have had to be written off to ordinary expenses according to the standing orders. § 109 The order of Your High Excellencies and concerning the amount that § 165 has been delivered in copy to the elect Commander of Jaffna and outgoing Chief Administrator Raket, with orders to prepare the accounts required therein, which are transmitted among the enclosures. To

Dutch transcription

106 bij het aepareeren vande dam „woone werksvolk alleen voor eenige wijnige daegen een partij tuijnen genomen. Het voorstel tot het bouwen pitigam en Alloetkoerkor- le is door den Dessave ge daan. § 102 De dam van het lak §. 132: is gere„ van het lak zijn bij het ge„pareerd met het gewoone werks manschappen uijt de kanneel volk, waar bij alleen voor eenige wijnige daegen, een parthij manschappen nog geen 100: koppen bedraagende, uit de kan- neel tuijnen genoomen zijn. Eenige goenij zakken die daer toe zijn gebruikt zijn de komp:e niet in reekening gebragt § 103 Het is niet de Gouverneur die van twee huijsjes in de Wa- het voorstel gedaan heeft tot het bouwen van twee klijne Huijsjes, een in de Alloetkoer¬ „koale en een in de Hapitigam- Corle F. 142: Den Dessave van kolombo heeft daar toe het voorstel gedaan bij een addres van 1925 325 1731 ze zijn nog niet gebout „bouwt worden zonder qualificatie. van den 3:' februarij 1791: vermeld bij 8 onze resoluutsie van den Maart daaraan, en wijl het den Gou= „verneur toescheen, dat den dessave op heel goede gronden aanwees, de noodsakelijkheid tot 't opzetten van zulk een paar klijne opstallen, heeft den gouverneur niet meer ge„ „daan dan het voorstel van den Des- „save te brengen ter deliberaat„ en zullen ook niet ge„„sie van den Raad. De Huijsjes zijn tot heeden toe niet gebouwt en zullen ook niet gebouwd worden ten zij uw Hoog Edelheeden mogten goedvinden daar toe qualifi= kaatsie te geeven. 5 104 we verzoeken verlof hier needrig te 108 ponden op de 122: baalen kanneel zullen aan de komp=e voldaan worden. de minder bevondene bruto temoogen aanmerken dat de 122:— baalen kanneel vermeld bij uw Hoog Edelh: zeer gerespecteerde missive vanden 8:' Julij 1791. 518. bij aanbrengte Batavia niet met het bauto gewigt hebben g' accordeert, gelijk uw Hoog Edelh: dat meenen bij 5150: ze hebben alle minder gewoogen, zoo als de pak- huijsmeesters Reintous en— wickerman dat hebben aange„ „weesen bij hun berigt vanden 8:' februarij 1792:, dat we de eeke hebben gehad uw Hoog Edelh: toetezenden, bij onzen eerbiedigen brief van den 2:' maart J:o leeden §: 307:, en dit blijkt ook zelfs uit 't Rapport van de gecom= mitteerdens 1.80 19 /69 1732 „mitteerdens J: Lenururm en J Rikart van den 20:' Junij 1791: ons door uw Hoog Edelheeden toegezonden en waar van wij een kopij onder de bijlaagen zenden zelfs zijn 'er blijkens dit Rapport, onder de voorsz: 122: baalen, baalen geweest, die te Batavia bij na 7: en zelfs 8: ponden bruto minder gewoo= gen hebben, dan ze hier Bruto zijn afgescheept. De gouverneur zal nochtans, op dat uw Hoog edelheeden met dit geval verder geen moeiten hebben, zorgen dat 't inkoops kostende van de ruim 600. ponden te Batavia minder bevondene bruto ponden, dan de 167 1770 1788: aan het schip Hout zijn na Gale aangeree- kend om door de ge- mogtigdens vanden ge Zaghebber Kraijenhoff teworden betaald. aanmerking daar om- trend de bruto ponden die te kolombo zijn afgescheept, hier aan de komp:e word voldaan Het bedraagen der touwen trossen en ƒ trossen en lijnen in het Jaer lijnen § 152: die in 't jaar 1788: meer- lust meerder verstrekt der zijn verstaekt aan het schip Houtlust, ter geleegenheid dat 't fransch oorlog schip La Reso¬ „lution daar teegen op zeide is ge„ „haald; hebben we na Gale doen aan- „reekenen om volgens uw Hoog Edelh: onder vergoed te worden door de gemagtigdens van Gaalsch den gerepatrieerden gezaghebber Kraijenhoff we moeten niet temin de vrijheid neemen hier needrig aantemerken, dat op 't berigt Het bedraagen der touwen § 105 van 1927„ 1733 Fo 106 De reekening van geoke bij onzen boeken is na Paleakatta aangeree- kend. van Abo nopens deeze touwen is gedisponeerd bij een gaalsch Resolutie van den 10:' Maij 1788. en dat in zoo verre daar in kwa„ „lijk gehandelt is, daar voor naer ons nadrig inzien aanspreekelijk zijn, niet alleen den geweezenen gezaghebber Kraijenhoff, maer alle de leeden vanden gaalsche Raad, die met hem in deeze Resoluutie gestemt hebben De Reekening van Geeke bij onze boeken § 153: hebben we laaten aanreekenen na Palleakatta, en we kun- „nen noopens het geen geeke betreft hier in verder niet doen vortang uw Hoog Edelh: Krediet loopende goe„ waarom de chikos penn: te jafna aan de gemene werken dienst gedaen hebben last is. Tor uw H:Edelheeden zeer g:' eerde order de ordres betreffende de ongalden, en de staub D 161. betaeffende de ongelden kandia en nopens de gedaan ter geleegentheid „deren zijn de negotie van de strubbelen met „ging afgegeeven. het Hof van Kandia is aan de Negotie bediendens zoo hier als op geven de onderhoorige Cantooren afgegaan en is hun het opvolgen daar van gere¬ „kommandeert, en dit is insgelijks ge„ „schied betreffende uw Hoog Edelh: order nopens de krediet loopende goederen 5 162: — P10s De Chikos penningen der oeliam„ der oelieammers die „mers die te Jaffenapatnam op onkosten ordinair de aan de gemeene werken dienst gedaan hebben §164. , hebben we alleen daarom op onkosten ordinair doen belasten om dat wanneer belen met het Hof van bedienden s ter opvol„ deeze 112 1928 1734 de g.' eischte reekeningen noppens de debet lopende reek: onder de krediteuren voort- horft, daar over. deeze luiden in steede van hunne verpligting te presteeren, daer voor betaald hadden de gewoone afkoop van twaalf schellingen en dat mits dien daar voor koelies hadden moeten worden ingehuurd, het geld dat moeten aan deeze zoude „ zijn betaald op onkosten ordinair zouden moeten zijn afgeschreeven volgens de leggende orders. §109 De order van uw Hoog Edelh: en nopens het bedwegen dat 3 165: is aan den g' eligeerd kom- „mandeur van Jaffena en af„ „gaande Hoofdadministrateur Raket in kopij afgegeeven, met last om optemaaken de daar bij g'eischte reekeningen, die onder de bijlaagen overgaen. Aan

NL-HaNA_1.04.02_3978_0172 view scan ↗

English

3 110 Regarding the recommendation concerning the maintenance of the schools, an extract of 5182 has been given to the Dessave, with orders to comply with the recommendations appearing therein in the best possible manner. The sick on Ceilon spend in the hospital; it will remain on the footing followed up to now. To the Dessave an extract was given. § 111 In fulfillment of 5 184, we send herewith a report from the visitor, in which he indicates the investigations he was able to make regarding the practice in place on Ceilon, that the sick spend only half their pay in the hospital, with a very humble request that Your High Right Honourables would be so good as to order us whether we shall remain with the footing followed therein up to now, or what changes Your High Right Honourables please shall be made therein. Only half pay. Request for orders whether one will continue on the footing followed up to now. § 112 To the colonel of the Regiment of Wurtemberg, the gentleman Hugel, we have, in fulfillment of that ordered by Your High Right Honourables in paragraph 185, announced that the sick of his Regiment must spend the full pay in the hospital, in accordance with Your High Right Honourables' resolutions of 16 June and 30 October 1790. He has thereupon sent us an address that accompanies this, which we believed we should first bring to the attention of Your High Right Honourables and ask for your further orders, as we take the liberty to do herewith, because the aforementioned colonel thereby makes himself responsible for the suspension of this order. It was announced to the colonel of the regiment of Wurtemberg that the sick of his regiment must spend the full pay in the hospital. He has sent an address thereupon. Further orders are requested. § 113 We have caused the first visitor Issendorp, paragraph 186, to examine whether it is more advantageous to pay the military outside the hospitals 4 and 2 stuivers, or to remain with the arrangement that takes place here; and because he indicates in his report, which is forwarded among the enclosures, that the present footing on Ceilon turns out considerably better than paying 4 and 2 stuivers, we shall, in accordance with Your High Right Honourables' favorable consent, continue with it. One will continue with the arrangement that takes place here regarding the payment of the military outside the hospitals. F 114 The Governor has, according to Your High Right Honourables' approval in 5187, paid into the Company's treasury what the sawmill cost, to the amount of f3665: 7:—. He has nevertheless, in consideration that it may continually be of service to the Company, left the sawmill to Her Honour. The cost of the sawmill was paid into the Company's treasury by the Lord Governor. Nevertheless, the sawmill was left to the Company. 5 115 Trinkonomale is not a place to be able to make purchases there, hence the provisions that were sent thither with the ship Leijden, paragraph 189, to provide that office with what is necessary. At Trinkonomale one cannot make purchases. 5 116 In the payment of the 50th penny, paragraph 194, we have, to prevent all misunderstanding, ordered that those who pay in copper coin and credit letters must declare upon taking the oath that they have appraised their goods and possessions according to the value of the credit letters and copper coin. Thereby someone whose entire wealth, for example, consists of a credit letter of 1000 rixdollars pays the 50th penny with a credit letter of 20 rixdollars, being exactly the 50th part of what he possesses. What has been ordered in the payment of the 50th penny to prevent all misunderstanding. § 117 The Surat merchant Boumanjie Menchergie, paragraph 196, has no possessions here upon which we could subsequently have recourse if he fails to fulfill his engagement to pay in silver money hereafter instead of copper money that he now pays. As a foreigner he cannot provide sureties, and we therefore request Your High Right Honourables' highly honored orders as to what direction Your High Right Honourables see fit that we shall keep with him in this regard. Request for orders regarding Boumanjie Manchergie if he does not fulfill his engagement. 5 118 The free workers' money, paragraph 202, is paid only to the national officers, with the sole exception that to the captain-lieutenants of the Regiment de Meuron is paid each month 6 rixdollars according to our resolution of 4 October 1790, and that because all officers below the rank of captain were by our resolution of 23 August prior thereto reduced in pay equal to the national officers insofar as they enjoyed more than these, and that it consequently seemed equitable that, since the national captain-lieutenants had 6 rixdollars more than the captain-lieutenants of Meuron, the latter were placed on an equal footing with them; for the rest, it is Report on how matters stand with the payment of the free workers' money.

Dutch transcription

3 110 van de aanbeveeling nopens het onderhouden der schoolen is aan de zieken verteeren op Ceilon het hospitaal zal blijven bij de tot hier toe gevolgen voet. Aan den Dessave hebben we laaten den dessave extrakt gegeeven Extrakt geeven van 5182: met last om aan de aanbeveelingen, die daar bij voorkoomen op de best moogelijke wijze te voldoen. § 111 we zenden in voldoening van 5 184: maar de halve gagie in hier neevens een berigt van den visitateur, waar bij hij aanwijst de naspeuringe die hij heeft kunnen doen nopens het gebruijk dat op Ceilon plaats heeft, dat de zieken maar de halve gagien in het Hospitaal verteeren, met verzoek om ordre of men zeer needrig verzoek dat uw Hoog Edelh: zoo goed willen zijn ons te beveelen of we zúllen blijven bij den tot hier toe, daar in gevolgden 774 1929 1735 aande kolonel van het berg is aangekundigt dat de zieken van zijn regiment de volle ga„ gie in het Hospitaal moeten verteeren. Wij heeft daar op overge„ op nader order word gevraegd. gevolgden voet, dan wel, welke ver„ „anderingen uw Hoog Edelh: believen, dat daar in zullen worden gemaekt. § 112 Aan den kolonel van't Regiment degiment van wisten van Wurtenberg de heer Hu¬ .. gel, hebben we in voldoening van het door uw Hoog Edelheeden geordonneerde Po 185: aangekun„ „digt dat de zieken van zijn Re„ „giment de volle gagie in het Hospitaal moeten verteeren overeenkomstig met uw Hoog Edelh: resolutien van den 16:' Junij en 30: 8ber: 1790. Wij heeft ons daarop „zonden een addres waer toegezonden een addaes dat hierneevens gaat, 't geen we te meer gemeent hebben, voor af te moeten brengen onder het oog van 116 men zal blijven Continueeren plaets heeft nopens de betaaling vande Militairen van uw Hoogedelheeden, en hoogst derzelver nader order te vraagen zoo als wij de vrijheid gebruiken tedoen mits deezen, wijl voorsz: kolonel zich daar bij voor het opschorten van deeze ordre, ver„ „antwoordelijk steld. § 113 we hebben door den eersten visita„ bij de schakking die hier „ teur Jssendorp §: 186: doen na„ buiten de Hospitaalen „ gaan of het voordeeliger is voor de Militairen buiten de Hospitaalen 4. en 2: stuijvers te betaalen, dan wel te blijven bij de schikking die hier plaats heeft, en wijl hij bij zijn berigt, dat onder de bijlaagen overgaat, aan„ „wijst, dat den teegenswoordige voet op Ceilon merkelijk beter uitkompt, doe„ het 1938r 1736 Het kostende van de zaag„ moole is door den Heer gou„ „verneur in 'sComp:s kas be= „taald niet temin is de zaag moole aande Comp: ge- laaten. op Trinkonomale kan inkoopen. het betaalen van 4: en 2: stuijvers zullen we volgens uw Hoog Edelh: gunstige toestemming daar bij blijven Kontinueeren. F 114 De Gouverneur heeft volgens uw Hoog Edelheeden goedvinden bij 5187. het geen de zaagmoole gekost heeft ten bedraage van ƒ3665: 7:— in 'sComp: kas betaald. Wij heeft niet temin de dat ze bij voortduuring zaagmoole uit aanmerking „ de komp: van dienst zijn kan aan haer Edele gelaaten. 5 /15 Trinkonomale, is geen plaats om men geen provisien doen daar te kunnen doen inkoopen de provisien die met het schip Leijden F 189. na derwaarts ge„ zonden zijn, om dat kantoor van 't noodige te voorzien Jn 748 wat in 't betaalen van den 50 =te pen= stand voortekoomen. 5 „ 6: Jn het betaalen van den 50:=st penning ning bevoolen is, om alle misver„ § 194: hebben we, om alle misver„ „stand voortekoomen, bevoolen, dat die geene die in kopere munt en kredict brieven betaalen, bij het doen van den Eed moeten verklae„ ven, hunne goederen en bezittingen te hebben getaxeerd na de waarde der Krediet brieven en kopere munt Hier door betaald iemand die bij voor„ „beeld zijn geheele Rijkdom bestaat in een krediet brief van 1000: rd:s de 50: Hten penning met een kre„ diet brief van 20: rd:s, ^ste zijnde Juist het Ed=e gedeelte van het geen hij bezit. De 1931 t1g 1737 verzoek om ordre nopens Boumanjie Manchér „gie indie hij niet vol= ment. bericht hoedanig het gelee= hiet vaijwerkens gelid. § w7 De Suaatsche koopman Bouman „ jie Menchergie 5 196: heeft doet aan zijn engage-hier geene bezittingen, waar op we naderhand verhaal zou- den kunnen hebben, indien hij niet komt te voldoen aan zijn enga- gement om na deezen zilver geld te zullen betaalen in steede van koper geld, dat hij nu voldoed. Borgen kan hij als een vreemdeling niet geeven en we verzoeken daarom uw Hoog Edelheeden zeer g' eerde ordre wat direktie uw Hoog Edelh: goedvinden, dat we dien aangaen„ „de met hem zullen houden. 5 118. Het vrij werkers geld § 202: word niet gen is met de betaaling van betaald dan aan de nationaele officieren 1 120 officieren, uitgezondert alleen, dat aan de kapitein luitenant van het re „giment van Meuron betaald worden elk 's maands 6: rd:s volgens onze Resolutie van den 4e: 8ber: 1790. en zulx uit hoofde dat alle officieren beneeden den graed van kapitain bij onze resolutie van den 23: aug: daer te vooren zijn terug gesteld in be= taaling egaal met de Nationaele officieren, voor zoo verre ze meer dan deeze genooten en dat 't mids dien billijk scheen dat wijl de nationaale kapitein luite„ „nants 6: rd:s meer hadden dan de kapitain luitenants van Meuron deese met hun wierden ge¬ „steld op een egaale voet voor 't overige is

NL-HaNA_1.04.02_3978_0179 view scan ↗

English

1732 1121 — 1738 Major Morak is not appointed, but only performed the function thereof. To Trinkonomale it has been ordered to be demolished. No changes have been made in the arrangements of the freeworkers' money. Everything, as far as actual payment is concerned, has remained on the old footing. Section 119. Major Morak was not appointed by us as major-general. He has only performed the function thereof, in order thereby to be all the better able to maintain military discipline in this garrison. Section 120. In compliance with that which was ordered by Your High Noblenesses at Section 212, we have, as appears from our letter of 10 November last, which is transmitted among the enclosures, ordered to Trinkonomale that the playhouse mentioned therein must be demolished. 122. Accountability regarding the appraisal is transmitted. Done. Regarding the mobile ovens, one will let Your High Noblenesses' pleasure serve as guidance. Demolished. Furthermore, in this same letter we have asked for further information and accountability regarding the appraisal of the demolished properties, upon which the officials sent us the reports, which are also transmitted among the enclosures, and to which we here humbly request permission to refer. Payment has been made to no one, and that will not happen either until Your High Noblenesses' further authorization. Section 121. The mobile ovens recommended by the gentlemen of the Military Commission are in themselves trifles, and are in a besieged 423. 1739 Demonstration of the chief of artillery regarding the corps of artillerymen. besieged city that can be attacked by sea of great use. Firing with glowing shot is the best, if not the only, means of defense that can be employed effectively against ships. We will nevertheless let Your High Noblenesses' pleasure on that matter serve as our dutiful guidance. Section 122. Relative to the proposal in Section 222, the chief of the Ceylon Artillery Paravicini demonstrates, in a report that is transmitted among the enclosures: 1. The footing upon which the artillery corps was on 1 December 1789. 2. 124 Request for orders regarding that matter. Demonstration regarding the manufacturing of gun carriages in a year. 2. How it was distributed according to this footing. 3. The strength and composition of the corps according to the new footing, as it was under the end of October 1782, and we very humbly request Your High Noblenesses to kindly prescribe to us the footing upon which Your High Noblenesses please that the artillery corps shall be put, particularly as far as the officers and non-commissioned officers are concerned. Section 123. Regarding the manufacturing of gun carriages, Section 226, the inspector demonstrates the work that has been done in the course of a year, in a report 1331 125 1740 Demonstration of whence comes the difference in the specification of iron for the mountings of the gun carriage. report that is transmitted among the enclosures, and to which we humbly request permission to refer. Section 124. The difference in the iron for the mountings of a gun carriage for a 24-pounder, for which the chief of the artillery Paravicini has specified that over 500 lb is necessary, and for which 910 lb of worked iron is determined in the Dutch arsenals, Section 227, arises from the fact that Paravicini's specification is for a rampart gun carriage such as they have been in use here since the time that the late Captain Brohier commanded the artillery corps, as is very well known to Major Reiner, 126 Declaration that one does not quite understand a certain remark of Your High Noblenesses. Section 126. Report regarding the employment of the Landraad members in the country. Reiner, and the 910 lb determined in the Dutch arsenals is for a trail gun carriage, as they are accustomed to call them in this country, at least on Ceylon. Section 125. We declare that we do not quite understand how Your High Noblenesses, at Section 230, conclude from the fact that a naval carriage of 3 lb costs only 5 rixdollars in wages, and that a one-pounder gun carriage costs 9 rixdollars, that then 4 to 5 naval carriages of 3 lb would have to cost less in labor wages than a gun carriage of one pound. We have now requested further information from the elected Galle Commander and outgoing 1935 127 1741 Request for special orders whether this arrangement may remain in effect further. outgoing Dissava of Colombo Fretz, in a letter written to him on 17 November last, which is transmitted among the enclosures, regarding the employment of the Landraad members in the country, Sections 238 and 239, and the maintenance allowance granted to them. He has sent us in response the report appearing in his letter of the 4th instant, which is also transmitted among the enclosures, to which we request permission here humbly to refer. Your High Noblenesses will be able to judge from the same the usefulness or uselessness of these arrangements made by us, and we 128 Why the account of agriculture was formed in the trade books. The trade officials are ordered not to keep it anymore. we very humbly request Your High Noblenesses to favor us with your special orders as to whether this arrangement may remain in effect further or be revoked. Section 126. The account of agriculture, Section 240, we had only ordered to be formed in the trade books so that it might appear whether the results of what is being done for the improvement of agriculture correspond to the expenses that must be spent on it. To the trade officials the necessary orders have been given that, according to Your High Noblenesses' pleasure, it must not be kept. It is.

Dutch transcription

1732 1121 — 1738 Majoor Morak is niet be maar alleen de funitie daar van gedaen. na Trinkonomale is be„ te laaten wegbreeken. is 'er in de schikkingen van het vrij„ werkers geld geen veranderingen ge„ „maakt. Alles zoo veel de dadelijke uitbetaaling aangaat, is gebleeken op den ouden voet. § 119 De Majoor Morak 5210: is door ons noemd als groot majoor niet als groot Majoor benoemd. Hij heeft alleen de functie daer van gedaan. ten einde daar door te meer in staat te zijn tot het doen onder„ „houden der krijgstugt in dit guarnisoen. § 120 Ter voldoening aan het geordonneer¬ voolen on zeeker speelhuijs„ de door uw Hoog Edelheeden bij § 212: hebben we na Trinkonomale blij- onzen brief van den 10: November I=oL die onder de bijlaagen overgaat, bevoolen dat het speelhuijs daar bij vermeld moet worden — weggebrooken 122. woording weegens de taxa- gaat over. gedaen. ovens zal men Hun Hoog Edelh: goedvinden tot narigt laaten verstrekken. de ingekoomene verand-weggebrooken voorts hebben wij bij tie der afgebrooke erven deezen zelfden brief nader be„ „rigt en verandwoording gevraagt weegens de taxatie der afgebroo- kene erven. waar op de be„ diendens ons gezonden hebben de berigten, die ook onder de bijlae„ „gen overgaan, en waar aan we ons verzoeken hier needrig te betaaling is enan niument moogen gedraagen. Betaaling is er aan niemand gedaan, en zal dat ook niet geschieden tot uw Hoog Edelh: nader qualificatie. § 121 De ambulante overs 5213: door nopens de ambulante de Heeren van de Militaire kommissie gerekomman„ deerd zijn in zig zelfs klij- nigheeden, en zijn in een belegerde 423. 1739 aanwijzing van de Chef„ der artillerie nopens het corps artilleristen. beleegerde stad, die ter zee kan worden aangevallen, van een groot nut. wet schieten met gloeijende kogels is het beste zoo niet het eenigste middel van defensie, dat met effect teegens scheepen kan worden te werk gesteld. we zullen ons niet temin uw Hoog Edel„ heeden goedvinden op dat stuk tot schuldig narigt laaten ver„ „strekken. § 122. Betrekkelijk tot het voorstel § 222: wijst de chef van de Ceilonsche Artillerie Paravicini aan bij een berigt dat onder de bijlaagen overgaat. 1 Den voet waar op 't korps ar- tillerij was den 1:' december 1789. 2 124 versoek om order daar omtrend Aanwijsing nopens het in een Jaar 2 / Noe 't na deezen voet heeft verdeeld geleegen. 3 De sterkte in kompositie van het Corps na den nieuwen voet, zoo als het was onder ult=o oktober 1782, en we verzoeken uw Hoog Edelh: zeer nedrig, om ons hoog gun- „stig te willen voorschrijven den voet waar op uw Hoog Edelh: gelieven dat het korps artillerie zal worden ge- „bragt, inzonderheid zoo — veel aangaat de officieren en onder officieren. „123. Nopens het aanmaaken van aanmaaken der affeijte affuijten § 226: wijst den visitateur aan, het werk dat gedaan is, in het beloop van een Jaar, bij een berigt 1331 125 1740 Aanwijsing waardoor het verschil voort„ „komt in de opgave van 't ijzer tot het be„ „slag van de affeut. berigt dat onder de bijlaagen overgaat, en waar aan we ons needrig verzoe„ „ken te moogen gedraagen. § 124 Het verschil in het ijzer tot het beslag van een affuijt voor een 24: ponder, waar voor de chef van de artillerie Paravicini heeft opgegeeven ruijm 500: lb: noodig te zijn, en waar voor in de Hollandsche arsenaalen 5227. 910. lb: gewerkt ijzer bepaald word komt voort daar uit, dat Pa„ „ravicini zijn opgaeve is, voor een wal affuijt gelijk ze hier in gebruijk zijn, zeedert den teid dat wijlen den kapitein Brohier het Corps Artillerie heeft gecommandeert, zoo als dat aan den heer Majoor Reiner 126 betuijging dat men zeke„ „ne aanmerking van Mem„ ne Hoog Edelheeden niet wel vat. § 126. Berigt nopens 't gebruijk van de land raads leeden in het land. Reiner zeer bekend is, en de 910: lb: bepaald in de Hollandsche arsinaalen is voor een staart offuit gelijk men ze hier te lande, ten minste op Ceilon gewoon is te noemen. § 125. we betuijgen niet al te wel te vatten hoe uw Hoogedelheeden § 230: daar uit, dat een volpaard van 3: lb: maar kost 5: rd:s aan maakloon, en dat een: Een pondar affuijt kost 9: rd:s besluiten, dat dan 4: a: 5: rolpaarden van 3: lb: min- der aan werkloon zoude moeten kosten, dan een affuit van een pond. we hebben van den g.' eligeerden gaals kommandeur en af- gaande 1935 127 1741 verzoek om speciaale verder zal moogen stond houden. gaande Dessave van Kolombo Fretz nu nader berigt gevraegt, bij een brief van den 17:' November J:o Leeden aan hem geschreeven, die onder de bijlaegen overgaat, nopens het gebruik van de Landraeds leeden in't Land § 238: en 239. en het aan hun toe„ „gelegde onderhoud. Wij heeft ons daer op gezonden het berigt voorkoomen- „de bij zijn brief van den 4:' Daser die ook onder de bijlaagen overgaat, waar aan we verzoeken ons hier needrig temoogen ge„ beveelen of deeze schikking „ draegen, uw Hoog Edelheeden zullen uit 't zelve kunnen 9 oordeelen over de nuttigheid off onnuttigheid van deeze onze , en gemaakte schikkingen we 128 waarom de reekening van den landbouw bij de negotie boeken gefortreerd de negetie bedienden zijn gelast ze niet meer tehouden. we verzoeken uw Hoog Edelheeden zeer needrig, om ons te willen begunstigen met hoogst derzelver speciaale beveelen, of deeze schik- king verder zal moogen stand houden of worden ingetrokken. § 12Ø: De reekening van den Landbouw §240: hadden we alleen bij de Negotie boeken laaten formeeren, op dat 't blijken mogte of de uitkomsten van 't geen tot verbeetering vanden Landbouw gedaan word beantwoorden aan de ongelden die daar toe moeten wor- den besteed. Aan de Negotie be„ „diendens zijn de noodige orders gegeven dat ze volgens uw Hoogedelh: goed= vinden niet moet worden gehouden Het is.

NL-HaNA_1.04.02_3978_0187 view scan ↗

English

1936 1129 1742 The prohibition against making any further requests in favor of Captain Nagel, native regent of the Wannij, shall serve for guidance. Likewise regarding the proposal made concerning the provinces of Mantotte, Nanatan and Moeselie. Section 128: What we have testified in favor of Captain Nagel, native regent of the Wannij, to support our humble requests in his favor, and for his further encouragement, we trust with good reason will be fully confirmed by the outcome; in the meantime we shall let Your High Noblenesses' prohibition in Section 243, to make no further requests in his favor, serve for our dutiful guidance. Section 129: Regarding our humble proposals made concerning the provinces of Mantotte, Nanatan and Moeselie, we shall let Your High Noblenesses' highly esteemed pleasure in Section 244 1076 132 Section 139: From Matara an accurate statement has been further demanded regarding the canal cutting in the Morrua Korle. The order sent to Galle to send two members of the Political Council or of the Landraad to Diviture, and the answer received to it, are transmitted. Sections 244 and 245 serve for our dutiful guidance. An accurate statement regarding the canal cutting in the Morrua Korle, to comply with what was ordered by Your High Noblenesses in Section 246, has been further demanded from Matara, and as soon as it arrives, we shall have the honor of sending it to Your High Noblenesses. Section 131: The order given by the Governor to Galle, by letter of 13 August 1791, to send two Political members, or otherwise two Landraad members, to the district of Diviture in order to inspect the condition thereof, and to make a written report thereof upon his arrival at Diviture, 1987 1137 1743 This order has nothing in common with the commission assigned to Commander Sluijsken. report is transmitted among the enclosures; also transmitted among the enclosures is the answer received from Galle by letter of the 16th following. Section 132: This order of the Governor, as Your High Noblenesses will see from it, has nothing in common with the commission assigned by Your High Noblenesses to Commander Sluijsken. He did not in any respect interfere in the issuing of this order with this separate commission appointed by Your High Noblenesses, much less, as Your High Noblenesses observe in Section 247, assigned it according to his own pleasure 107 132 The Governor does not recall what reports they were that in the year 1788 are supposed to have caused doubt whether it was advisable to proceed with the work of Diviture. pleasure to others; and the Governor very humbly declares that he cannot comprehend on what grounds his authority to issue the aforementioned order framed by him could be doubted. Section 133: As to what the reports are that in the year 1788 are supposed to have caused doubt whether it was advisable to proceed with that work, as appearing virtually hopeless, as Your High Noblenesses observe, the Governor does not recall, unless they might be reports from the commanding officer Kraijenhoff. That 2 1738 f 133 1744 What the reasons are that the Governor considers his authority to have been offended concerning the commission granted to Commander Sluijsken. Section 135: What the Maha Mudaliyar has taken upon himself. Section 134: That the Governor considers his authority to have been offended concerning the aforementioned commission assigned by Your High Noblenesses to Commander Sluijsken, the reasons for this are not grounded in our having had any doubts whether the contractor, the Maha Mudaliyar, had fulfilled his promises to try once more, at the Governor's encouragement after so many useless attempts had been made, whether any benefit could be derived from Diviture. For this is the only thing that the Maha Mudaliyar has taken upon himself, That he has bound himself to reimburse the expenses to the Company if this further trial does not meet expectations, did not happen because he had any personal interest in the matter. himself, as appears from the separate letter written by the Governor at the time he held authority at Galle, on 31 August 1784, to the late Governor Falck, and which has been sent in copy to Your High Noblenesses. Section 136: That he thereby also bound himself that, if this further trial should likewise not meet expectations, he would reimburse out of his own money to the Company the expenses incurred in resuming this trial, did not happen because he had any personal interest in the matter. He 2 134 1939 135 1745 He only did this at the Governor's request, why the Governor himself was at Diviture in the year 1787 and was convinced that the Maha Mudaliyar fulfilled his promise with the greatest zeal and faithfulness. Section 137: He only did this at the Governor's request, so that the late Governor Falck, already discouraged by the repeatedly made useless trials, could give his consent with all the more reassurance to try once more with the district of Diviture. Section 138: Moreover, and besides that the good or bad fulfillment of the aforementioned promises of the Maha Mudaliyar concerned him and not the Governor, except only insofar as it would certainly have grieved the Governor if this time the matter had again turned out badly, even the 197

Dutch transcription

1936 1129 1742 Het verbod om ter geinste van den Kapitein land„ „regent van de wanrij Nagel verder geene ver„ „zoeken te doen, zal men tot narigt laaten ver„ vertrek kan. zomeede noopens de ge„ daane wondragt m„ taend de provintien Mantotte, Nanatag en Moeselie. § 12 8: Het geen we gunstig getuijgd hebben van den kapitein landregent der wannij Nagel tot ondersteuning van onze nedrige verzoeken in zijn faveure, en tot zijne verdere aanmoediging vertrouwen we met veel gronds dat door de uitkomst vol- koomen zal worden bevestigd, intusschen zullen we ons tot schuldig narigt laaten verstrekken uw Hoog Edelh: verbod § 243: om ter zijner gunste verder geene verzoeken tedoen. § 129. We zullen ons nopens onze ge„ „daane needrige voordragten, nopens de provintien Mantotte, Nanatan en Moeselie uw Hoog Edelheeden zeer g' eerde goedvinden 5 244. 1076 132 § 139: van Mature is nader ge„ „Eijscht een accuraate op„ „gave noopens de door„ „gaaaging in de Monrua„ „Korle. De ordre na Gale gesonden om twee leeden van Poli„ „tie of van de landraad. na Durvitoere tesenden en 'tandwoord daarop ontvaagen gaan over. §244. en 245: tot schuldig narigt laaten verstrekken. Een accurate opgaave nopens de doorgraeving in de Morrua„ „korle, ter voldoening aan het door uw Hoog Edelheeden be„ 5 voolene F 246: is van Mature nader g'eischt, en zullen we zoo daar ze inkomt, de eere hebben dezelve aan uw Hoog Edelheeden te zenden. § 134 De order door de Gouverneur naar Gale gegeeven, bij brief van den 13:' aug: 1791. tot het zenden van twee Politieke Leeden, of anders twee Landraeds leeden na 't Landschap Diwitoere ten einde opteneemen de gesteldheid daar van, en Wtem daar van schriftelijk rapport 1987 1/37 1743 Deeze onrdre heeft niets gemeent met de opge„ „draagene Commissie aan den Meer Comman„ deur sluijs ken. rapport tedoen bij zijn komst te Diwi= toere gaat onder de bijlaagen over ook gaat onder de bijlaagen over het daer op van gale ontvangene antwoord bij brief van den 16:' daar aan. § 132 Deeze ordre van den Gouverneur heeft zoo als uw Hoog Edelheeden dat daar bij zullen zien, niets gemeens met de door uw Hoog Edelheeden opgedraagen kommis- sie aan den Kommandeúr sluijsken Wij heeft zig in het stellen van deeze order, met deeze apparte kom- missie door uw Hoog Edelheeden benoemt, in geen op- zigte bemoeid, veel min, zoo als uw Hoog Edelheeden dat § 247: aanmerken, die na eigen goedvinden 107 132 DeHeer Gouverneeur wat zig niet tehermneren wat het voor berichten zyn die in 't Jaar 1788. zouden hebben doen twijf„ „selen of 't wel geraaden was met 't werk van Dewitoere voort tegaan. goedvinden aan andere opgedrae„ „gene, en de gouverneur betuijgd zeer needrig niet te kunnen begrij- pen, op wat gronden zoude kun nen getwijffelt worden aan zijn be- „voegtheid tot 't uitvaardigen van de voorsz: door hem gestelde order § 1/33. wat het voorberichten zijn, die in't Jaar 1788: zouden hebben doen twijffelen, of het wel geraeden was met dat werk voorttegaan, als genoegzaam hoopeloos voorkoomende, zoo als uw Hoog Edelheeden dat aanmerken, wat de Gouver- neur zig niet te herinneren, ten zij zijn het geen mogten te berigten van den gezaghebber Kraijenhoff Dat 2 1738 ƒ133 1744. waarn de reeden dat de Heer gouverneur zig in zijn gezag agt te zijn beleedigt over de aan den kommandeur sleijs„ missie gegoond zyn. § 135. wat de Maha mod. a heeft op zig genoomen. § 139. Dat de Gouverneur zich in zijn gezag, agt te zijn beleedigt, over de voorsz: door uw Hoog Edelheeden ken opgedraagen kom„ aan den kommandeur sluijsken opgedraegen kommissie daer van zijn de reedenen niet gegrond daar- in, dat wij eenige twijffelingen zou- de gehad hebben, of ook den aan- „neemer, de Mahamodliaar had- de voldaan aan zijne beloften om op 'sgouverneurs aanmoediging na zoo veele genoomene nutteloose proeven, het nog eens te pro- beeren, of van Diwitoere met eenige partij te trekken zoude zijn. want dit is het eenigste dat den Mahamodliaar heeft op zig genomen Dat lij szig verbonden heeft om de onkosten aan de komp: te rembouvrsseeren zoo deze „nadere proefneeming met aan de verwagting voldoed, is niet geschiid om dat hij eenig perzoneel belang in de zaak had. genoomen, zoo als dat blijkt uit de apparte brief door de gouver neur ten teide hij te Gale het ge¬ zag had, den 31=e Augustus 1784. aan wijlen den Heer gouverneur Falck geschreeven, en welke aan uw Hoog Edelh: in kopij gezonden is § 136 Dat hij zig daar bij ook verbon- den heeft, om zoo ook deese nadere proef neeming niet aan de verwagting voldoed, Hij uit eigen geld aan de Kompenie zoude rambouiseeren de on„ kosten tot het hervatten van deeze proef aangewend, is niet geschied, om dat wij eenig perzoneel belang hadde in de zaak. Hij 2 134 1939 135 1745 dit heeft hij alleen ge„ verzoeken waarom de Heer Gouverneur is in 't Jaar 1787. zelfs te Ba„ witoere geweest en was overtuijgd dat de Maha„ „modliaar met grootste„ ijver en troeuwe aan zijn belofte voldeed. § 136: Hij heeft dit alleen gedaan op 'sgou- daan om s gouverneurs verneurs verzoek, op dat wijlen den Heer gouverneur Falck, bereeds afgeschrikt door de te meermaa- een genoomene nutteloose proe„ „ven, met te meer gerustheid zijn konsent konde geeven, om het met 't Landschap Diwitoere nog eens te probeeren. §. 138. Boven dien, en behalven dat 't wel of kwalijk voldoen aan de voorsz: be„ loften vanden Mahamodliaar, Hem en niet de gouverneur aanging, dan alleen in zoo verre dat 't de Gouver- neur zeekerlijk zoude hebben gespeeten, zoo ook ditmaal de zaak wederom kwalijk was uitgevallen, zoo konde ook zelfs de 197

NL-HaNA_1.04.02_3978_0194 view scan ↗

English

136 The Lord Governor has also in no respect hindered the execution of Your High Excellencies' order. Neither geometric surveys nor justification from the Maha Mudaliyar were necessary to fulfill Your High Excellencies' intention. The Governor did not have these doubts. He himself had been to Diwitoere in the year 1787, and was convinced by personal experience that the Maha Mudaliyar was fulfilling his promise with great zeal and fidelity. § 139 The Governor has also in no respect hindered the execution of Your High Excellencies' order, as Your High Excellencies charge him with doing: § 140. Neither geometric surveys nor justification from the Maha Mudaliyar were necessary to fulfill Your High Excellencies' intention, which, if the Governor is not mistaken, 1940 1350 1746 what the issue was. aimed at Commander Sluijsken investigating whether and to what extent we had truthfully reported to Your High Excellencies on the then state of Diwitoere, and that notwithstanding the Governor had seen the things in that district in his own person, in the report he made of it, based therefore on personal experience. § 141. The issue was whether we had made a false or true report to Your High Excellencies; to investigate that, Commander Sluijsken was expressly appointed by Your High Excellencies. 1781 to resolve this issue. neither of Foenander nor that of the Maha Mudaliyar necessary. and this could only become apparent from the state in which Diwitoere actually was. § 142. To resolve this issue, neither the presence of Captain-Lieutenant Foenander nor that of the Maha Mudaliyar was necessary, and the very impertinent insistence of Commander Sluijsken that the aforementioned Foenander and the Maha Mudaliyar should be sent to him was therefore visibly nothing other than petulance, and to give us a sign of what he, now invested with this commission from Your High Excellencies, dared to allow himself against us, his lawful superiors. 1748 1747 Commander Sluijsken did not even once go to see Diwitoere in his own person. § 144. that the former Resident Kraijenhoff was no longer competent to make any further inquiries or reports in this matter is evident from previous letters. § 143. If Commander Sluijsken had had no other than dutiful intentions in this matter, he ought to have gone to see Diwitoere in his own person at least once, but this too he did not do. He has, in the strictest sense, not taken a single step to acquire the slightest knowledge of the state of this district through personal experience. That the former Resident Kraijenhoff, after having begun by decrying the Maha Mudaliyar and his son as fraudsters on such grounds as he did, 140 The Governor enjoys at least this satisfaction, that this work corresponds fairly well with his hope and expectation. was no longer competent to make any further inquiries or reports in this matter, is evident from our previous humble letters. § 145. The Governor thought he had undertaken a meritorious work by finally demonstrating the possibility that very much profit can be derived for the Company from such a beautiful land as Diwitoere, as is now also most clearly evident; however much this goodwill of his has so far brought him nothing but much unpleasantness and even gross insults, he enjoys at least this satisfaction, that this work corresponds fairly well with his hope and expectation. 1962 13/192 1748 Your High Excellencies themselves acknowledge that the report of the Landraad members contains favorable accounts. if the condition of Diwitoere can acquit the Maha Mudaliyar from suspicion, then he is already justified. Commander Fretz will go in person to survey what has been done in the district of Diwitoere itself. § 146. For as regards finally the matter itself, Your High Excellencies yourselves acknowledge that the report of the Landraad members contains favorable accounts. § 147. If the condition of Diwitoere, as the Landraad members state in their report, can acquit the Maha Mudaliyar from the suspicion under which [illegible] has also brought him before Your High Excellencies with regard to his actions in this matter, then he is already justified. § 148. To convince Your High Excellencies of this even more, Commander Fretz will, 142— § 149. indication of what the maintenance granted to the dismissed Mudaliyars of the Alutkuru and Hapitigam Korales consists of. as soon as his duties permit after the departure of the return ships, go in person to survey what has been done and the district of Diwitoere itself, the report of which we shall send to Your High Excellencies as soon as it arrives. What the maintenance consists of that we have granted to the dismissed Mudaliyars of the Alutkuru and Hapitigam Korales, the Disava points out in a letter of the 4th of this month, which is transmitted among the enclosures. We request permission to conform to that, and that Your High Excellencies may be pleased to honor us with your special orders as to whether this may be continued. 1943 1/193 1749 and what gave rise to European servants being placed in the aforesaid two Korales. § 150. In this same letter the Disava demonstrates what gave rise to European servants being placed in the aforesaid two Korales. He further demonstrates the utility of leaving the administration of these Korales on the footing it is at present, and Your High Excellencies will further see thereby that 197

Dutch transcription

136 De Heer Gouverneur heeft ook de Exestutie van Hunne Hoog Edelheeden onder in geen op zigte gestemd. mog meetkundige onder„ „zoeken nog verand woor„ „dung van den Mahamo„ „behaar waaren noodig om te voldoen aan Menne Hoog Edelheden intentee. de gouverneur deeze twijffelingen niet hebben. Hij zelfs was in 't jaer 1787. te Diwitoere geweest, en was door eige bevinding overtuijgd, dat de Mahamodliaar met de groote ijver en trouwe aan zijn belofte voldeed. § 139 De Gouverneur heeft ook de exe„ „kutie van uw Hoog Edelheeden order in geen opzichte gestremd, zoo als uwe Hoog Edelheeden hem dat ten laste leggen: § 149. Daar waaren nog meetkundige onderzoeken, noch verandwoording van de Mahamodliaar noodig om te voldoen aan uw Hoog Edel- „heeden intentie, die zoo de gouverneur zich niet vergist daar 1940 1350 1746 wat de kwesti was. daar toe strekte, dat de komman- deur sluijsken zoude onderzoeken, of en in hoe verre wij uw Hoog Edelh: na waarheid hadden berigt gedaen van de toenmaaligen toestand van Diwitoere, en zulks niet teegenstaen- de de gouverneur in eigen perzoon de dingen in dat Landschap gezien hadde in het berigt dat hij daar van heeft gedaan, mits dien steunde op eige bevinding § 144. De kwesti was of wij uw Hoog Edelheeden een valsch — of waar bericht hadden gedaan om dat te onder„ zoeken was de komman= „deur sluijsken door uw Hoog Edelh: expres geappoin= =teerd. 1781 op deeze kwesti optelossen toenander nog die vanden Mahamodliaar nodig. teerd en dit konde alleen blijken uit de staat- waar in Diwitoere zig werkelijk bevond. § 142. om deeze kwesti optelossen, was was nog de presentie van noch de presentie van den ka- „pitain luitenant Foenander noch die van den Mahamodliaer noodig en het zeer imperti- nen't dringen van den komman „deur sluijsken, dat hem gem: foenander en de Ma¬ „namodliaar zouden worden toegezonden, is mids dien zigt- baar, niets anders geweest dan waevelmoed, en om ons een blijk tegeeven, wat hij zig nu met deeze kommissie van uw Hoog Edelh: bekleed tegen 1748 1747 De kommandeur sluijs„ maal Dicitoere in eigen perzoon gaan tien. S 144. dat de geweezene gezag heb- kompateert was om in deezen verder eenige on- blijkt uit voorige brieven. tegen ons, zijn wettige overheid dorst te permitteeren. § 143. Indien de kommandeur sluijsken in deezen niets „ken heeft miet een enkeld anders dan pligtmaatige oogmerken gehad hadde, hadde hij Diwitoeke ten minsten een enkeldmaal in eigen perzoon behooren tegaan zien, doch ook dit heeft hij niet gedaan. Wij heeft in de striksten zin, geen voet ver„ zet, om door eigen bevinding de minste kundigheeden van den staat van dit Landschap te verkrijgen. Dat de geweezene gezaghebber der kraijenhof niet meer Kraijenhoff, na te zijn begon- verzoeken of berigten te doen „ men met de Mahamodliaar en zijn zoon voor bedriegers uit te krijten, op zulke gron- den als hij heeft gedaan niet 107 140 De gouverneur geniet ten minsten deeze voldoening dat dit werk tamelijk wel aan zijn hoop en ver„ „wagting beantwoord. niet meer kompetent was, om in deezen verder eenige onderzoeken of berigten te doen, blijkt uit onze voorige nedrige brieven § 145. De gouverneur meende een verdienste lijk werk te hebben ondernoomen, met eindelijk de mogelijkheid aante= wijzen, dat van zo een schoon land gelijk Diwitoere, heel veel nut kan worden getrokken voor de komp zoo als dat nu ook ten duidelijk sten blijkt, dan hoe zeer ook deese zijne welmeenendheid, hem tot hier toe niet dan veel onaange„ naamheeden en zelfs groove belee „digingen heeft geaffireerd, ge„ niet hij daar voor ten minsten deese voldoening, dat dit werk tamelijk 1962 13/192 1748 Hunne Hoog Edelheeden erkennen zelve dat het rapport vande landraeds- leeden voordeelige berigten inhoud. zoo de gesteldheid van Diwi. kan vrijspreeken van ver- denking dan is hij reeds geragtvaardigt. de kommandeur fretz zal het verrigte in't landschap zoon gaan opnaamen. tamelijk wel aan zijn hoop en ver„ wagting beantwoord. § 146. want wat eindelijk de zaak zelve aangaat uw Hoog Edelh: zelve erken „nen dat het rapport van de Landraeds leeden voordeelige berigten inhoud. § 147. zoo de gesteldheid van Diwitoere toere de Mahamodliaar zoo als de Landraads leeden die bij hun berigt opgeeven de Mahamodliaar kan vrijspree„ „ken van de verdenking waar onder me#r hem ook ten aan¬ zien van zijne verrigtingen in deezen, bij uw Hoog Edelheeden heeft gebragt, dan is hij reeds gerechtvaerdig. §, 148. om uw Hoog Edelheeden daar van diwitsere zelfs in par- te meer te overtuijgen, zal de te 19 142— 5149. aanwijzing waar in bestaat het onderhoud aan de ont= slaagene modliaars van de Aldoetkoer en kapitigam korls toegelegd. zal de kommandeur Fretz zoo drae zijn beezigheeden na het ver- trek van de actour scheepen het kunnen toelaaten, het verrigte en het landschap Diwitoere zelfsin perzoon gaan opneemen, waar van we het berigt, zoodaal het in- komt, aan uw Hoog Edelheeden zullen zenden. Waar in bestaat het onder dat we aan de houd ontslaagene Modliaars van de Alloetkoer in Hapitigam korles 5255: hebben toegelegd, wijst den Dessave bij een brief die van den 4: Deezer onder de bijlaagen overgaat we 1943 1/193 1749 en wat aanleiding ge= „geeven heeft dat in de voorsz: twee korles Europesche bedienden zijn gelegd. we verzoeken verlof ons daar aan te moogen gedraagen en Zoo dat uw Hoog Edelheeden goed willen zijn ons te vereeren met hoogst derzelver speciaale beveelen, of daarmeede zal moogen worden gecontinu- eend. § 150. Bij deezen zelfden brief toond den Dessave aan, wat aanleiding gegeeven heeft dat in de voorsz: twee korles Europeesche be„ „diendens zijn gelegd. Hij toond wijders aan de nuttigheid om het bestier deezer korls te laaten op dien voet als het tans is, en zullen uw Hoog Edelh: daar bij wijders zien, dat 197

NL-HaNA_1.04.02_3978_0202 view scan ↗

English

request for special orders on which footing their High Mightinesses choose that the land administration of the aforesaid two Korles shall be maintained. that not the Governor, as Your High Mightinesses remark in paragraph 256, has permitted himself to execute these arrangements propria authoritate, merely by giving orders thereto to the Dessave, consequently without communication from the Council. Paragraph 151. From the aforesaid indications made by the Dessave, Your High Mightinesses will be able with full foundation to determine the footing that Your High Mightinesses choose to be maintained in the land administration of the aforesaid two Korles, and we very humbly request also in this matter to be honored with Your High Mightinesses' special orders. Paragraph 152. The Land Councils introduced by us in paragraph 258 cost the Company nothing. The purpose thereof is that the Dessaves and the chiefs at the minor stations shall from time to time summon the native chiefs subordinate to them, in order to confer with them in a meeting expressly held for that purpose on what can be done for the welfare of the country and for the welfare of the inhabitants; furthermore also, that in all such places where from olden times there are no Land Councils, the chiefs of the places likewise shall hear the native chiefs concerning all disputes of any weight touching the possessions of the inhabitants, and even execute no punishments of any importance without having previously heard the principal native chiefs thereon. Such an arrangement, we think, besides the utility it may have in many other matters, can also serve, among others, to give the inhabitants of the country a proper impression of the reasonableness and mildness of the Company's rule. Should Your High Mightinesses nevertheless choose that we revoke our given orders on that subject, it shall be done at once. Paragraph 153. Concerning the fine of 2500 rixdollars, paragraph 259, imposed not on a Batticaloan Modliar, but on the former Adigaar of the province subordinate to Manaar, Mantotte, Retnesinge, we humbly request to be permitted to refer to a report of the Chief of Manaar, Ebell, which is forwarded among the annexes. Paragraph 154. Concerning the parcel of land along the Kalutara river ceded to the partners Samlant and Conaadi, paragraphs 261 and 262, we likewise request to be permitted to refer to a report from the Dessave of the 4th of this month, forwarded among the annexes, and whereto is also attached in copy our order given to him to investigate properly the doubts that have arisen thereover with Your High Mightinesses. Your High Mightinesses will see therefrom that the conditions upon which this parcel of land was ceded are fairly good for the Company, and we therefore think that the partners should be satisfied with the conditions as they say, without imposing other burdens on them in addition; and because the partners in this matter ought to be reassured as to whether the conditions we made with them will hold, we still very humbly request that Your High Mightinesses will please send us their most special orders on that subject. Paragraph 155. The 100 rixdollars spent on purchasing a pair of cinnamon gardens, paragraph 263, could be recovered in no other manner than by the way of sale; and although Your High Mightinesses have declared that to Your High Mightinesses it is all the same if those cinnamon gardens also had to be sold in order to get this money back, the Governor, because the selling of lands planted with cinnamon would make too bad an impression on the notions of the inhabitants regarding the interest the Company takes in the cinnamon enterprise, has paid these 100 rixdollars to the Company. Paragraph 156. Having already spoken hereinabove in paragraph 129 of the suspension of the project for the better cultivation of the districts of Mantotte, Nanatan, and Moeselie, we take the liberty here only to remark on paragraphs 264 and 265 that we do not understand how what was written by us in our humble letter of the 2nd of March 1792, page 335, and the further plan sent to Your High Mightinesses alongside it, could have led Your High Mightinesses to suspect that we had already begun to execute a part of this plan. We only had further investigated that which was further necessary to know regarding this plan and could serve to facilitate the execution thereof, should our further humble proposals be approved by Your High Mightinesses. The expenses incurred thereto are small and will not be charged to the Company's account. Paragraph 157. Captain Lieutenant Foenander could not well be spared from here to perform the survey ordered by Your High Mightinesses in paragraph 266 of the lake of Kandellij and what paddy fields could be irrigated thereby, and we therefore hope that Your High Mightinesses will not take it amiss that we have requested the Chief of Trincomalee, Major Fornbauer, to have this survey made. The report that we expect thereof we shall have the honor to transmit to Your High Mightinesses as soon as it arrives.

Dutch transcription

144 verzoek om speciaale beveelen welken voet hunne Hoogedelh:t verkiesen dat in het lands be„ Hier vande voorsz: twee Korles zal worden gehou„ „den dat niet de gouverneur, zoo als uw Hoog Edelh: dat § 256: aanmerken, zig heeft gepermitteerd deeze schik- kingen propria authoritate uittevoeren, alleen door daar toe last te geeven aan de Des- save gevolglijk buiten kom- municatie van den Raad. §151. uit de voorsz: aanwijzingen door den Dessave gedaan zullen uw Hoog Edelh: met volkoomen gronds kunnen bestemmen den voet, die uw Hoog Edelh: verkiesen dat in het lands bestier van de voorsz: twee korles zal worden gehouden, en we verzoeken zeer nedrig om ook in deezen met Mr 196 /141 1750 tot oogmerk waartoe ingevoerd. uw Hoog Edelheeden speciaale beveelen temoogen worden vereerd. § 152. De landraaden door ons ingevoerd de Sandraaden zijn § 258:, kosten niet aan de Comp=e Het oogmerk daar van is, dat de dessaves en de hoofden op de min- dere kantooren, de aan hun onder- geschikte inlandsche Hoofden van teid tot teid zullen bij zich ont- bieden, ten einde met hun in een vergadering daar toe expres te houden, te overleggen, wat tot 'slands wel zijn en tot wel zijn van de ingezeetenen kan wor- den gedaan. voorts ook, dat op alle zulke plaatsen, daer van ouds geene Landraeden zijn, de Hoofden van de plaatsen insgelijks 197 196 insgelijks de inlandsche Hoofden zullen hooren over alle verschillen van eenig gewigt raakende de bezittingen der ingezeetenen en zelfs geene bestaaffingen van eenig belang uittevoeren, zonder alvoorens de voornaamste in- landsche hoofden daar op te hebben gehoord, zulk een schik- king denken we, dat behalven het nut dat ze in veele andere zaaken hebben kan, ook onder anderen kan strekken om de ingezeetenen des lands een behoorlijk indruk te geeven van de reedelijkheid en zagtheid van 'sComp:s bestier gelieven uw Hoog Edelheeden nogtans dat 1945 1/147 1751 Nopens de opgelegde boete aanden geweesen adigaar van mantotte gedraagd men zig aan „perhoofd van Ma- naar. § 154. Bericht nopens, het af„ gestaane stuk grond langs de kaltekesche revier. dat we onze gegeevene orders op dat stuk zullen intrekken, zal het ten eersten geschieden. § 153 Nopens de boete van rd:s 2500: 5: 259. opgelegd niet aan een Batika„ het berigt van het op„loaschen Modliaar, maar aan den geweezen Adigaar van de onder Manaar sortee„ „rende Provincie, Mantotte, Retne„ „singe, verzoeken we ons needrig te moogen gedraagen aan een be„ „rigt van het opperhoofd van Manaar Ebell, dat onder de bijlaagen overgaat. Nopens het aan de geassocieerdens Samlant en Conaadi afgestaane stuk grond langs de kalteresche rivier 3. 261:, en 262: verzoeken we 1976 E 148 We ons insgelijks te moogen ge¬ „draagen aan een bericht van den Dessave vanden 4:' deezer. onder de bijlaagen overgaande en waar bij tevens in kopia legt onse aan hem gegevene ordre om de twijf¬ bij uw Hoog Edelheeden „felingen daar over ontstaan behoorlijk te onderzoeken. uw Hoog Edelheeden zullen daar uit zien, dat de kondiet- „sien waar op dit stuk grond afge„ „gegeeven is, tamelijk goed zijn voorde komp:e, en wij denken dus, dat de ge„ „assosieerdens zouden behooren— te volstaan met de kondiet= „sien, zoo als ze zeggen, zon- der hun daar bij nog andere lasten op teleggen, en wijl de 1948 1752 De 100: rd:s besteed tot het kanneel tuijnen zijn aan de komp: betaald. de geassocieerdens in deezen dienen te zijn gerust gesteld, off de Conditien die we met hun gemaakt hebben zullen stand grijpen, verzoeken, we nog zeer needrig, dat uw Hoog edelh: ons op dat stuk willen laaten toe- „koomen hoogst derzelver speciaele beveelen. §155. De 100: Rd:s besteed tot het inkoopen inkoopen van een paar van een paar kannoel tuijnen 3. 263: konden op geen andere wijze worden terug gekreegen, dan door den weg van verkoop, en schoon wel uw Hoog Edelheeden hebben verklaerd dat het hoogst dezelve om het even is, zoo ook die kanneel tuijnen moesten worden verkogt om dit geld te rug te krijgen. heeft de gouverneur 19 150. aanmerking nopens het af„ „geschreevene over het ont werp ter beetere debouwing totte, Nanatan en Moeselie. Gouverneur, wijl het verkoopen van gronden beplant met kan- neel, op de begrippen van de inge- zeetenen nopens het belang dat de komp=e in het kanneel werk steld, een al te kwaaden indauk zouden maaken, deeze 100: Rd:s aan de komp:e voldaan. § 156. Hier booven §129: reeds gesprooken hebbende van het staaken van het van de landschappen Man- ontwerp ter beetere bebouwing van de Landschappen Mantotte Nanatan en Moeselie, neemen wij de vrijmoedigheid hier alleen op 5. 264. en 265: aantemerken dat wij niet begrijpen hoe het geschreevene door ons bij onzen needrigen brief van den 2:' maart 1792: 1947 112 1753 1792: P. 335. en het daarneevens aan uw Hoog Edelheeden toegezondene nader ontwerp-Hoogst dezelven heeft kunnen brengen in het ver„ „moeden, dat we, een gedeelte van dit plan reeds hadden begonnen te executeeren. we hebben alleen nader doen onderzoeken, het geen nopens dit plan verder noodig was te weeten en strekken konde om de exekutie daar van te faci= liteeren, indien onze nadere nee„ „drige voorstellen bij uw Hoog Edelheeden wierden goedgekeurd De ongelden daar toe gedaan zijn gering, en zullen de Comp: niet in Reekening gebragt worden. § 157. De kapitein Luitenant Foenander konde 19746 152 de geordonneerde opneem van het lak van kandellij is gedemandeerd aan den cef van trinconomale. konde van hier niet wel worden gemist, tot het doen van de door uw Hoog Edelheeden 5. 266: geor„ donneerde opneem van het lak van kandellij en welke Nelie velden daar door zouden kun nen worden bewaaterd, en we hoopen daar om, dat uw Hoog Edelheeden niet ongunstig zul= len neemen, dat we het laaten doen van deezen opneem hebben gedemandeerd aan den Chaf van Trinkenomale de Majoor Fornbauer. Het berigt dat we daar van verwagten zullen we de eere hebben uw Hoog Edelheeden zoo drae het in- komt toetezenden. onze

NL-HaNA_1.04.02_3978_0211 view scan ↗

English

The resolution regarding the distribution of the cinnamon lands is already communicated. What Your High Excellencies have answered thereto. § 158. Our Resolution of 19 January 1791 regarding the distribution of the cinnamon lands, concerning which Your High Excellencies remark that Your High Excellencies found this Resolution among the matters of which nothing was treated in our letters, we had the honor to communicate to Your High Excellencies in our humble letter of 27 January 1790, page 402. § 159. And regarding this Resolution, upon which Your High Excellencies remark in § 267 that Your High Excellencies observed with satisfaction that at last a Council Member was resolute enough not to be immediately of the same mind regarding all such innovations, Remarks on a certain letter from Your High Excellencies. Continued. Your High Excellencies replied to us in Your High Excellencies' most respected letter of 8 July 1791, § 190, that the distribution of the cinnamon lands to the cinnamon peelers was a matter that Your High Excellencies had to leave to our local knowledge. § 160. It is certainly praiseworthy, and befits every honorable man, to speak his mind frankly in an assembly whenever he believes he has good reasons for doing so. § 161. But the matter alters its appearance considerably, and the resoluteness to disagree with the governor's opinion loses somewhat of its value when it occurs, as in the present case, without providing any reasons therefor, in such internal arrangements of which Your High Excellencies even declare that they belong to those matters which must be left to the local knowledge of the servants at each post, and of which it is even quite evident that if the opinion of the present acting Dessave Reintous had been the opinion of the majority, the Company for some time to come Continued. Continued. would have had to expend a substantial penny on the coolie people employed in the cinnamon work, which has now been saved through our decision. § 162. If even in such cases it were deemed meritorious not to be of the opinion of the governor, that would, in the governor's view, hardly tend to promote the harmony which, in all well-ordered assemblies, cannot be cultivated too much. § 163. Nor did Your High Excellencies think as favorably of being of another opinion than the Governor when, in the year 1783, it was decided by majority vote to have Gale fortified according to the proposal of Mr. De Roijs. § 164. It may well be that the majority of the assembly, which was composed of all the members present—Governor Falck alone holding a different opinion—was mistaken in the principles that guided them in making this decision, namely that in such circumstances one must seek by all possible means to provide oneself with the resources for the preservation of places as important as Gale, the loss of which might have cost the Company very dearly. § 165. But if ever an error deserved some indulgence, it was, in the governor's humble opinion, in this case. It was in the heat of the war, and the uncertainty of whether Gale would be attacked could not outweigh the certainty that this could happen; nevertheless, Your High Excellencies declared yourselves, in a secret letter of 12 February 1783, quite severely against the majority of the assembly, stating that on this occasion it had been able Reports requested from Jaffana regarding civil suits. to see fit to adopt a resolution against the opinion of Governor Falck. § 166. As appears from our copy of the missive written to Jaffena on 30 November last, which is transmitted among the enclosures, we have requested the reports regarding the civil suits that are mentioned at large in this our letter, and we believe that the reply we expect thereto, and which we shall send to Your High Excellencies, will serve greatly to show Your High Excellencies how troublesome and expensive the method of proceeding before the Courts of Justice is for the inhabitants, The complaint of the Jaffanapatnam Court of Justice is transmitted. and that the relief we have sought to bring to them in the matter of civil administration of justice through the new Instruction for the Landraaden is of considerably more weight than the complaint of the Jaffanapatnam Court of Justice, namely that by this Instruction its anciently exercised jurisdiction has been encroached upon here and there. § 167. The complaint regarding this from the Jaffanapatnam Court of Justice is transmitted among the enclosures in compliance with what was written by Your High Excellencies in § 269 through 271, with the very humble request Request for orders whether the Instruction for the Landraaden shall remain in force. In what manner the weaveries at Kolombo benefit the Company. that Your High Excellencies, with Your High Excellencies' most esteemed disposition thereon, also please instruct us whether Your High Excellencies wish that the Instruction for the Landraaden shall remain in force or be revoked. § 168. The weaveries at Kolombo yield no direct profits to the Company. It is still too early to burden those people with any duties on the goods they produce; but insofar as it is an advantage for the Sovereign of the land that goods which otherwise must be purchased from abroad are produced within the country itself, they also serve

Dutch transcription

1948 17/55 1754 de resolutie tot het verdeelen reeds bedeeld. wat W: H. Edelheeden daar op hebben geant„ § 158. Onze Resoluutsie van den 19:' Januarij der kanneel gronden is=e 1791: tot het verdeelen van de kaneel gron- den, waar op uw Hoog Edelheeden aan merken, dat Hoogst dezelve deeze Resoluutsie gevonden hebben onder de zaaken waar van niets bij onze brieven is verhandelt, hebben wij de eere gehad uw Hoog Edelheeden bij onzen nedrigen brief van den 27:' Januarij 1790: P: 402. te be„ „deelen. § 159 En op deeze Resoluutsie waar op uw Hoog Edelheeden § 267: noch aanmet ken, dat Hoogst dezelver met kon- tentement hebben ontwaard dat eindelijk een Raads Lid kordaat ge„ „noeg is geweest, om tot alle zulke nieu- „wigheeden niet diaekt zijn Item te 19 woord. 154 aanmerkingen over zeker aanschrijvens van Hunne Hoog edelh: vervolg te geeven hebben uw Hoog Edel„ „heeden bij Hoogst der zel„ ver zeer gerespecteerde brief van den 8: Julij 1791: § 190: ons geantwoord, dat de verdeeling der kanneel lan¬ „den aan de kanneelschillers een zaak was, die uw Hoogedelheeden aan onze lokaale kundighee- den moesten overlaaten. § 160. Het is zeeker prijzenswaardig en past elk braaf Man, zijn gevoelen in een vergadering open¬ hartig te zeggen, wanneer hij denkt daar voor goede reede„ nen te hebben. §: 161: Doch de zaak verandert merke„ „lijk van gedaanten, en de kordaatheid 1949 2/49 1755 kordaatheid, om niet te zijn van het advies van den gouverneur, verliest wij wat van zijn waar= de wanneer het geschied, gelijk in het presente geval, zonder daar van eenige reedenen te geeven, in zulke huisselijke bestellingen waar van uw Hoog Edelheeden zelfs verklaaren, dat ze behooren tot die zaaken, die aan de lokaele kundigheeden van de bedienden op elke plaats moeten worden overgelaaten, en waar van het zelfs heel zigtbaar is dat zoo het gevoelen vanden teegenwoor„ „digen p:l Dessave Reintous, het gevoelen van de meerderheid ge„ „weest was, de Comp:e nog een tijd 197 156 vervolg Vervolg tijd lang aan het korls volk bij het kanneel werk geamploijeerd, zoude hebben moeten uitgeeven een goede stuijver gelds, die nu door ons besluijt is bespaard. § 162. Jndien het ook zelfs in zulke gevallen geagt wierd verdienste„ „lijk te zijn, niet te weezen van het gevoelen vanden gou¬ verneur, zoude dat na 's Gou¬ verneurs inzien niet zeer strekken tot bevordering van de eensgezindheid, die in alle welgestelde vergaderingen, niet te veel kan worden onder„ houden §163. Ook dagten uw Hoog Edelheeden minder gunstig over het zijn van een 1950 19/189 1756 vervolg een ander advies dan den Gouver¬ „neur, toen in het jaar 1783: bij de meerderheid beslooten wierd, Gale volgens het voorstel van de Heer De Roijs, te doen versterken. § 164. Het kan welzijn, dat de meerder- heid van de vergadering, die wierd uitgemaakt door alle de aanwezende Leeden, zijnde de Heer Gouverneur Falck alleen van een ander advies zig vergist heeft in de principes die dezel„ „ve, in het neemen van dit be„ sluit hebben geleid, dat nament- lijk in zulke geleegendheeden men zig door alle moogelijke weegen, de middelen moet zoeken te verschaffen, tot behoud van te„ 19746 158 vervolg van zoo aangeleegene plaatsen als is gale; waar van het verlies aan de komp=e zeer hoog zoude hebben kunnen komen te staen § 1/165: Doch zoo ooit een vergissing eenige indulgentie verdiend, was het na 's gouverneurs nedrig inzien in dit geval Het was in het heefste van den oorlog en de onzeeker„ „heid of gale zoude worden ge„ „attakeerd, konde niet opwegen tegen de zeekerheid, dat dit kon- de geschieden, niet temin verklaar¬ den uw Hoog Edelheeden, zich bij sekreeten brief vanden 12:' fe= „bruarij 1783: zelfs vrij ernstig over de meerderheid van de verga- „dering, dat die bij deeze gelegentheid hadde 795 1gn 1757 van Jaffana zijn be„ „rigten gevraagd no pens de Civiele pro= „lessen. hadde kunnen goedvinden een besluit te neemen teegens het ad= vies van den Heer Gouverneur Falck § 166: we hebben blijkens onze kopij mis- sive na Jaffena geschreeven den 30:e Novemb=r J:o L: die onder de bijlaagen overgaat, nopens de civiele pro- cessen gevraagt de berigten, die bij deezen onzen brief in 't breede zijn vermeld, en we denken dat het antwoord dat we daar op verwag- ten, en we uw Hoog Edelheeden zul- len toezenden zeer strekken zal, om hoogst dezelven te doen zien, hoe lastig en kostbaar de wijze van procedeeren voor de raeden van Justietsie is voor de ingezeetenen en 1974 160 De klagte van de Jaffa- gaat over. en dat het soulagement dat we aan dezelven, in het stuk van de civiele regtsplegingen, door de nieuwe Instruktie voor de Landraaden, hebben zoeken toete„ „brengen, van vrij wat meer ge„ „wigt is, dan de klagte vande Jaffenasche justietsie Raad, dat door deeze Jnstruktie hier en daar is geampllecteerd op het rechts gebied, dat ze van ouds geoeffend heeft § 167. De klagte daar over van de Jaffe„ nade Justitie raad „nasche Justietsie Raad gaat in voldoening van het door uw Hoog Edelheeden geschreevene §. 269. tot 271: onder de bijlaagen over, met zeer nedrig verzoek dat 71/62 1758 verzoek, om order of de Instauktie voor de Landraaden zal in stand blijven. Hoedaanig de weverijen te kolombo de komp=e tot voordeel strekken. dat uw Hoog Edelheeden ons, met hoogst derzelver zeer g'eerde dispo- sietsie daar over, tevens gelieven te gelasten of uw Hoog Edelheeden believen, dat de Instruktsie voor de Landraaden zal in stand blij= „ven dan wel worden ingetrokken. § 168. De weverijen te kolombo geeven geen direkt voordeelen aan de komp:e Het is nog te vroeg om die menschen met eenige rechten op de goederen die ze aanmaa- ken, te bezwaaren, doch in zoo verre het een voordeel is voor den Heere van den lande, dat de goede„ „ren die anders van buiten moeten worden gekogt, in het land zelfs worden aangemaakt, strekken ook 19

NL-HaNA_1.04.02_3978_0220 view scan ↗

English

The number of weavers to be determined. Also these weaving mills, for however much or little it may be, benefit the Company, considered as Lord of the land. § 169. How many of these weavers are presently established in Colombo and what they can produce, calculated one month with another, appears from a statement drawn up thereof, which is transmitted among the appendices. The work they do thus already serves to some extent for the convenience of the Colombo community, and to Your High Noblenesses' remark § 276, that this after all means little, we know not what else to answer than that all beginnings are difficult, and that it is to be hoped that by encouraging these people, these weaving mills may in time become of greater importance. Regarding the declaration of the Disava Fretz concerning the weavers, one refers to what was remarked previously. That Commander Sluysken was not obstructed has already been shown. § 170. Regarding the declaration of the Disava Fretz that the weavers are disinclined to cross over to Ceylon, we humbly request to be allowed to refer to what we took the liberty to remark thereon above in § 45. § 171. Having already shown above in § 139 that Commander Sluysken was not hindered in his commission entrusted to him by Your High Noblenesses, we humbly request to be allowed to refer to that regarding what further appears concerning this in § 278. The reason why the Governor gave permission to the Maha Mudaliyar to take cognizance of a certain Galle letter, as far as it concerned him. § 172. Public letters and papers are no secrets on Ceylon, they lie open to the lowest clerk of the office, and access thereto is refused to no one who makes a request for it and may have any interest therein; and since the letter from Commander Sluysken of 29 November 1790 § 279 is also a public letter, the Governor believed he should find not the least difficulty in granting permission to the Maha Mudaliyar, as he did, to take full cognizance thereof insofar as it concerned him. The received reports concerning the Jaffna weavers have already been sent. How it occurred that the English ship the Surat Castle took with it the oil brought by it from Cochin. § 173. Concerning the Jaffna weaving mills § 283, the received reports along with the sample linens have already been sent to Your High Noblenesses with our humble letter of 30 December last, since Your High Noblenesses have reserved to dispose thereof yourselves. § 174. It was not because we did not need the oil that the English captain of the ship the Surat Castle § 287 took it along with him to Bengal. It happened because he was unwilling to wait until it could be fetched. He sailed away with it, which we could not prevent. A certain credited amount mentioned herewith was credited to the said D'Hugonet. § 175. The 499 Rds. § 288 have been credited to the said Colonel D'Hugonet in the account drawn up by the late examiner Berghuis on 13 October 1790, and sent to Your High Noblenesses along with our letter of the 15th thereof. The various jewels, silverware, pearls, being samples brought from the examinations, fanams, gold and silver assays that appear in the report of the inventory of the main treasury, inserted in our resolution of 25 October 1791, are property of the Company. Lieutenants Deibert and Kornman, promoted to captains, were appointed on account of vacancies. The dresser appointed as second surgeon major still performs his service as dresser. Wolkers is ordinary surgeon major. Report concerning the authorized agent appointed to the Disava of Colombo. § 176. Lieutenants Deijbert and Kornman, promoted to captains § 289, belong to the garrison of Trincomalee, where at the time of their appointment two captains were lacking; neither of them was appointed in the place of Captain Le Clerc. § 177. The dresser Pool § 298, whom we appointed as second Surgeon Major to serve in the field, nevertheless continuously performs his service as dresser in the hospital; his salary has not been increased. Wolkers is ordinary Surgeon Major of the garrison, and was appointed thereto instead of the Surgeon Major Knauws, when the latter was appointed as head master of the Dutch Hospital. § 178. Regarding the authorized agent to the Disava of Colombo § 300, the Disava has shown by a report, which is transmitted among the appendices alongside our letter written to him about it, that the consumption bookkeeper at Hulfsdorp cannot possibly perform everything at present, and that consequently an authorized agent at Hulftsdorp cannot be dispensed with. However, if Your High Noblenesses wish this post to be abolished, it shall be done immediately. The surplus of five stivers on the guilder is paid only to the captains who receive their pay here. § 179. The national captains § 304 represented to us that if they received their pay here in this country, as some do, they had 10 Rds. 20 stivers less in income than the captains of De Meuron, with whom

Dutch transcription

162 Wet getal van de wevers marken. ook deeze weverijen voor zoo veel of wijnig het ook is, tot voordeel aan de komp:, aange„ „merkt als Heer van het land. § 169. - Hoe veel deeze weevers te kolombo en wat ze kunnen aan ge-etablisseerd, tans zijn en wat ze de eene maand door den anderen gereekend kunnen aan- maaken, blijkt bij een daar van opgemaakte aanwijzing, die onder de bijlaagen overgaat Het werk dat ze doen strekt dus reeds eeniger maate tot gerief van de kolombosche gemeente en op uw Hoog Edel- heeden aanmerking 5. 276: dat dit immers wijnig zeggen wil, weeten we niets anders te ant= „woonden 1953 163 1759 5 170. omtrent de betuijging van den Dassave faelz over de wevers ge„ draagt men zig aan gemerkte. dat de kommandeur sluijs„ niet is gehandelt is reeds aangeweezen. „woorden, dan dat alle beginzelen moeijelijk zijn, en dat het te hoopen is, dat met die luiden aantemoedigen, deeze weverijen met der tijd van meer belang worden kunnen omtrent de betuijging van den Des- „save Fretz, dat de wevers onge„ het hier vooren aan- „neigt zijn na Ceilon overtekoo- men verzoeken we ons nedrig te moogen gedraagen aan het geene wij hier boven § 45. de vrijmoe- digheid gebruijkt hebben daar over aantemerken. 500. Hier boven P. 139: reeds aangewee„ „ken in zijne kommisse„ zen hebbende dat den komman- deur sluijsken in zijn kommis- sie door uw Hoog Edelheeden aan 19746 164 de reeden waarom den Heer modlcaar verlof gegeeven heeft om kennis teneemen, zoo veel te hem aanging. aan hem opgedraagen; niet ge„ „ „hindert is, verzoeken we ons omtrent het geene derweegens na„ „der voorkomt § 278: daar aan hier nedrig temoogen gedraagen. § 172. Publieke brieven en Papieren zijn gouverneur aanden maha- op Ceilon geene geheimen te van zeeker gaelschen brief, leggen open voor de minste borst van het kantoor, en de toegang daar toe word aan niemand ge„ „wijgerd, die daar toe verzoek doet en daar bij eenig belang hebben kan, en wijl ook den brief van den kommandeur sluijs- ken van den 29:' November 1790: 5. 279. is een publieke brief, heeft den Gouverneur geen de minste zwaarigheid. meenen 195 16t 1760 § 173 E de ingekomene berichten nopens de Jafnasche we- den. waer bij het toegekomen is, dat t Engesch schip het subato Kasteel de olie door het zelve van koetsiem gebragt meede genoomen heeft. meenen te moeten vinden, om aan den Mahamodliaar, gelijk hij heeft gedaan, verlof te geeven, om zoo veel ze hem aanging daar van te neemen een volleedi= ge kennis. Nopens de jaffenasche weverijen verijen zijn reeds gezon §. 283: zijn de ingekoomene be„ rigten met de monster Lijwaa„ „ten, aan uw Hoog Edelheeden be„ „reeds gezonden, bij onzen nedrigen brief van den 30:' December J:o leeden wijl uw Hoogedelheeden zig hebben, gereserveerd, daar over zelve te disponeeren. § 174. Wet is niet geweest om dat we de olie niet noodig hadden, dat de Engelsche kapitein van het schip het 166: zeeker hier neevens vermeld D' Hugonet ten goede ge- bragte. het suaats kasteel §. 287:, za heeft meede genoomen na Ben¬ „gale. Het is toegekoomen, daar bij, dat hij niet heeft willen wagten tot dat ze konde worden afgehaald. Hij is daermeede weg gezeilt, het geen we niet heb- ben kunnen beletten. § 175. De Rd:s 499: §. 288: zijn den gew: geld is reeds den gem: kolonel Kolonel D' Hugonet ten goede gebragt bij de reekening, door wijlen den visitateur Berghuis den 13:' oktober 1790: opgemaekt, en nevens onzen brief van den 15. daar Aan aan Uwe Hoog Edel= heeden toegezonden. De dieversche klijnodiën, zilverwerken, paer- len. /:zijnde proeven uit de 1955 7o 1761 De tot kapiteins be„ „vorderde Luijtenants Deibert en Kornman zijn aangesteld mits vakatura. de tot tweede Chirurgijn ma „joor de visitatien aangebragt:/ fa„ „nums goude en zilvere proeven, die voorkoomen bij het rapport van den opneem van de groote Kas, geinsereerd bij onze reso- luutsie van den 25:' oktober 1791. zijn eijgendommen van de kompenie. § 176: De tot kapiteins bevorderde Luite„ „nants Deijbert en kornman §. 289. behooren tot het garni- soen van Trinkenomaale, daer ten tijde van hunne aanstelling twee kapitainen mankeerden geen van hun bijde is aange„ „steld in de plaats van kaptein Le Clerc. § 177. De verbandmeester Pool 5. 298: die 168 „meester Pool doet nog bandmeester. wolkers is gewoone chi- „auagijn Majoor Bericht weegens den 9 authoriseerde bij den „joor aangestelde verband, die we aangesteld hebben tot zijn dienst als ver-tweede Chirurgijn Majoor, om in het veld te dienen, doed niet te min bij voortduuring zijn dienst als verbandmeester in het Hospitaal zijn trakte„ „ment is niet vermeerdert. wol= kars is gewoone Chirurgijn Majoor van het guarnisoen, en is daar toe aangesteld in= steede van den Chirurgijn Ma¬ „joor knauws, toen deeze is aangesteld tot oppermees- „ter van het Neederlands Wos- pitaal §178 weegens den g. ' authoriseerde bij dessave van kolombo. den Dessave van Kolombo §. 300: heeft den Dessave bij een bericht 74 15/6 1762 Het suplus van vijf stuij„ vers op de gulden word betaald alleen aan de kapiteins die hunne ga- gen. bericht, dat neevens onzen brief daar over aan hem geschreeven onder de bijlaagen overgaat, aan„ geweezen, dat de konsumtsie boekhouder te Hueftsdorp tee= „genswoordig onmogelijk alles verrigten kan, en dat mids dien een geauthoriseerde te Hulftsdorp niet te missen is. gelieven mr Hoog Edelheeden nogtans dat deeze bediening word ingetrokken, zal het aanstonds geschieden. § 179. De Nationaale kapiteins §. 304: ver„ „toonden aan ons, dat zo ze hunne „gie hier te lande ontvan-gagie hier te lande ontvingen, ge„ lijk sommige doen, ze rd:s 10: 20: — minder hadden aan inkoomen, dan de kaptoins van Meuron, met dewelke me 1976

NL-HaNA_1.04.02_3978_0228 view scan ↗

English

1720 the allowance granted to them had been equalized by reducing their free-worker money from rds 27 to rds 15:39, because they must receive their pay at 15 stuivers to the guilder, and those of Meuron receive it at 20 stuivers. It is therefore also only to those captains who receive their pay here in this country that the surplus of five stuivers on the guilder is paid, whereby they even have slightly less than they previously had. To the captains who remit their accounts, it is not paid. § 180. To Captain Kepping, nominated by us to Your High Excellencies for Major, we have, in accordance with Captain Kepping, the request of the former Lieutenant at Sea in the service of the state, de Froideville, been submitted to the Gentlemen Majors. The increased allowance to the King of Goa. Your High Excellencies' favorable permission, § 307, granted rds 25 in pay and rds 8 in board money, being rds 7 more than he formerly enjoyed. § 181. The former Lieutenant at Sea in the service of the state, Benjamin de Froideville, folio 309, we have, in accordance with Your High Excellencies' highly esteemed authorization, humbly submitted his request for employment in the Company's service to the Noble, Highly Honorable Lords Masters. § 182. To the former King of Goa, § 346, we have, by virtue of Your High Excellencies' favorable disposition, further granted rds 25 and four parras of rice. He therefore now enjoys monthly rds 100 and 30 parras of rice. § 183. Regarding the 5 crates for the Regiment of Wurtemberg, mentioned in Your High Excellencies' letter of 14 August, the Paalsche servants reported in their letter of 22 October last, which is transmitted in copy among the enclosures, that the same were received among other goods by Colonel de Hugel at the Cape of Good Hope and unloaded by him himself from on board the ship Zeeland at Gale, of which, however, the said servants had had no knowledge at that time. What was reported from Gale regarding certain five crates for the Regiment of Wurtemberg. § 184. That the prices fixed by our resolution of 12 April 1791 for the goods that are manufactured in the smith's and cooper's shops are paid for both the materials and for the labor costs, appears from our earlier resolution of 27 April 1788, by which it was determined that the masters of the said shops must pay for the materials they would take from the Company for making the goods required by the Noble Company, at the ordinary sales prices. Report concerning the cannons and gun carriages sent from Jaffanapatnam to Paleacatta. The fixed prices for the goods manufactured in the smith's and cooper's shops are paid both for the materials and for the labor costs. § 185. Concerning the cannons and gun carriages sent from Jaffanapatnam to Paleacatta, the Jaffna servants have sent us a report from the Captain-Lieutenant and Commander of Artillery, Brochet, which is transmitted in copy among the enclosures. Brochet states therein not only that these cannons and gun carriages were shipped in good condition to Paleacatta, but also that they were received back in the exact same condition, except only that a single wheel had been brought back damaged by white ants, adding at the same time that although the cannons are worn out at the muzzles, he can nevertheless declare them nothing other than serviceable, because having been tested several times with double shots, they had passed the test. We have also sent a copy of this report to the Ministers at Paleacatta. The correspondence of the state exiles here with the princes and grandees of Java will be guarded against as much as possible. § 186. We shall, as much as possible, guard against the correspondence of the state exiles residing here with the princes and grandees of Java; but since these exiles are not locked up and have the freedom to converse with everyone, it will be very difficult to prevent a letter from being secretly dispatched by them now and then. What the Colombo Dessave has reported regarding the summoned widow of a certain Padang Pangul. § 187. Regarding the widow summoned by Your High Excellencies of the Padang Pangul Abdul Carra Pangalla Maharadja, who died on Ceylon, by the name of Sioemse, the Colombo Dessave reported in his letter of 13 October last, which is transmitted as an extract among the enclosures, that no woman is known here under that name, but that on the roll of state exiles there is registered a widow of Sultan Abdul Coeroes Bargalard Maharaja, named Sietie Roekia, native of Colombo. And as it therefore appeared uncertain to us whether Your High Excellencies meant the latter or another, we thought it best to await Your High Excellencies' further pleasure regarding this matter. The Homeland extract concerning the compensation for the loss suffered on the sold Danish muskets has been sent to the Ministers at Paleacatta. § 188. The extract from the Homeland General Letter mentioned in Your High Excellencies' letter of 21 September last, speaking of the compensation for the loss suffered on the sold Danish muskets, we have sent in copy to the Ministers at Paleacatta, together with an extract from Your High Excellencies' aforesaid letter, to serve for their information, as the Junior Merchant Geeke, who carried out the purchase of the Danish muskets.

Dutch transcription

1720 het toegelegde aan weze hadden egaal gesteld, door hun vrijwerkers geld van rd:s 27: te verminderen tot rd:s 15: 39:—. wijl ze hunne gagie tegens 15: stuijvers de gulden moeten ontvangen, en die van Meuron ze ontvangen tegens 20: stuijvers. Het is mits dien ook alleen aan die kapteins die hunne gagie hier te lande— ontvangen, dat het surplus van vijf stuijvers op de gulden word betaeld, waar door ze zelfs nog iets minder hebben dan ze eerteids hadde. Aan de kapiteins die hunne reekeningen overmaaken word het niet betaeld. § 180. Aan den door ons aan uw Hoog Edelheeden tot Majoor voorgedragen kapit: kaptein kepping, hebben we volgens Mw 1957 2180 1763 kapitijn kepping. het verzoek van den ge„ „weesen luitenant ter zee in dienst vanden staat de Froideville is aan gedraegen. Het meerder toegelegde Goa. uw Hoog Edelheeden gunstig verlof §: 307: toegelegd rd:s 25: aan gagie en rd:s 8: aan kostgeld, zijnde rd:s 7:— meer dan Hij eerteids genoot. § 181. De geweezene Luitenant ter zee in dienst van den staat, Benja- de heeren Majores voor- min de Froideville F. 309: hebben we volgens uw Hoog Edelheeden zeer g:' eerde qualificaatsie, zijn verzoek om emploi in 'sComp:s dienst aan de Edele Hoog Achtbaare Heeren Meesteren needrig voorgedraagen. § 182. Aan den geweezen koning van Goa, aanden koning van §. 346: hebben we uit hoofde van uw Hoogedelheeden gunstige dis- posietsie nog toegelegd rd:s 25: — en vier parras Rijst- Wij geniet dus tans 'smaends rd:s 100: en 30. par- ras 1976 172 wat van gale berigt is sen voor het Regiment van wuatenburg. ras Rijst. §183. Omtrent de 5: kassen, voor 't Re= omtrent zeekere vijf kas „giment van wuatemberg vermeld bij uwer Hoog Edelheeden missive van den 14:' aug=o, heb- ben de Paalsche bedienden bij hun- nen brief van den 22:e oktober pass=o die in kopia onder de bij- laagen overgaat, berigt, dat de= zelve onder andere goederen door den Kollonel de Hugel aan de Kaab de Goede Hoop ontvangen en door hem zelve van boord van het schip Zeeland te Gale geligt zijn, waar van zij bedienden nogtans te dier teid geen kennis hadden gehad. § 184. Dat de bepaalde prijzen bij onze Resoluutiie 7958 79 1/5 1764 voor de goederen, die op de smits en kuipers winkel worden aange„ maakt worden betaald „aalen en voor het maak„ Berigt nopens de van Paleakatta gezondene de bepaalde prijsen Resoluutsie van den 12:' April 1791. voor de goederen die op de smits beide voor de materi„ en kuijpers winkels worden aange- maakt, betaald worden bij de voor de materiaalen en voor 't maak- loon, blijkt uit ons vroeger besluit van den 27:e April 1798: waar bij gearresteerd is, dat de baazen van gem: winkels voor de Materialen, die ze van de komp:e zouden nee„ „men, tot 't maaken van de goe= deren die haar Edele noodig heeft, moeten betaalen teegens de ge„ „woone verkoops prijzen. § 185. Nopens de van Jaffenapatnam Jaffenapatnam naar naar Paleakatta gezondene kanons en affuiten; kanons en affuijten, hebben de jaffenasche bedienden ons toegezonden een loon. s 1672 19746 174 een bericht van den kapitain Luitenant en kommandant der Arthillerij Brochet hetwelk in kopia onder de bijlaagen overgaat Brochet zegt daar bij, niet alleen dat deeze ka= „nons en affuiten in goeden staat zijn afgescheept naar Palea= „katta maar ook dat ze even zodaanig weeder terug zijn ontvangen, behalven alleen dat een enkelde wiel door de witte mieren beschadigt was terug ge„ „bragt, met bijvoeging teffens, dat schoon de kanons aan de monden verloopen zijn hij ze nogtans niet dan voor bequaem kan opgeeven, om dat g ze 1752 1765 teegens de Correspondentie staats bannelingen met ende vorsten en rijks groo= ten van Java zal zoo veel mogelijk worden gewaakt. § 186. ze verscheide maalen met dubbel- „de. schooten geprobeerd zijnde, de proef hadden uitgestaan wij heb- ben ook een kopij van dit berigt gezonden aan de Ministers te Paleakatta. Wij zullen zoo veel mogelijk waa- van de alhier zijnde ken, teegen de korrespondentie van de alhier zijnde staats ban„ „nelingen met de vorsten en rijks- grooten van Java dog daar dee= „ze bannelingen niet opgeslooten zijn, en vrijheid hebben met een iegelijk te converseeren zal het zeer bezwaarlijk vallen te voor= „koomen, dat niet nu en dan een brief door hun ter sluik word overgezonden. omtrent 1672 1976 176. wat de kolombosche omtrent de opgeroe„ pene weduwe van zeekeren Padangse Pangul § 187. Omtrent de door uwe Hoogedel„ Dessave berigt heeft, heeden opgeroepene weduwe van den op Ceilon overleeden Padang „sche Pangul Abdul Carra Pan „galla Maharadja, in naame Sioemse, heeft de kolombosche Dessave bij zijn brief van den 13:e het oktober jongstl:, die in extrakt onder de bijlaagen overgaat, be „rigt dat hier geen vrouw onder dien naam bekend is, maar dat bij de rol der staats banne„ „lingen bekend staat eene wedu„ „we van sultan Abdul Coeroes Bargalard Maharaja, genaemt Sietie Roekia, geboortig van kolombo: en wijl 't ons mits dien onzeeker voorquam, of uwe 196 1177 1766 het Patrias extrakt spreekende van de vergoeding van't ge„ „leeden verlies op de verkogte Deensche geweeden is aan de Ministers te Palea„ katta gezonden. uwe Hoog Edelheeden deeze laat- „ste dan wel eene andere hebben bedoeld, hebben we best gedagt daar= omtrent hoogst derzelver nader goedvinden aftewagten. § 188. Het bij uwer Hoog Edelheeden mis- sive van den 21:' 7ber: passato ver„ „melde Extrakt Patriasche Gene„ „raale Missive, spreekende van de ver= „goeding van 't geleeden verlies op de verkogte Deensche geweeren, hebben we in kopia gezonden aan de Ministers te Paleakatta, nee„ „vens een extrakt uit uwer Hoog Edelheeden voorsz: missive, om te strekken tot derzelver narigt wijl de onderkoopman Geeke, die de inkoop van de Deensche geweeren 1472 1 1976

NL-HaNA_1.04.02_3978_0236 view scan ↗

English

1781 Report of the examiner regarding the received lists of the settlement with the shipowners of the chartered ships. Section 189 muskets, had served there, and had also died there. From a report of the first examiner Issendorp, which accompanies this in copy, your High Excellencies will see that in the lists sent to us concerning the settlement in the Netherlands with the shipowners of the chartered ships the Drie Gebroeders, the Fortuijn, Josephus de Tweede, the Johanna, and the Susanna, no mention at all is made of the ropes supplied at Galle to that vessel, and that he has consequently been unable to comply with your 1861 179 1767 The timbers received from Batavia in the year 1788/9 were not sufficient for the work that had to be done in that financial year. High Excellencies' order to verify whether the Company received less in the Netherlands for those ropes than the amount for which they were charged. Section 190 The timbers that we received from Batavia in 1788/9 with the ships the Phenecier and Hinloopen were not sufficient for the work that had to be done in the said financial year. The bark the Liefde had been hauled ashore and needed a substantial repair. A new gamel and boat were on the stocks, almost all other sloops and minor vessels had to be repaired, and the ships also had to be properly 1470 1976 180 One was thus forced to take over timbers from Conradi. properly provisioned, as will have appeared to your High Excellencies from the ordinary specifications of vessel expenses already transmitted. We also absolutely needed the staves for making and repairing casks. Section 191 We were consequently forced to take over the timbers, mentioned in our Resolution of 17 January 1789, from the junior merchant Conradi. We willingly admit that the prices paid to him for them are rather high, but we could not get them any cheaper, and 462 1768 This purchase gave rise to the inquiry made to Cochin. Section 193 What has already been presented to Their High Excellencies regarding the posting of security for the stud farm by Lieutenant von Meijbrink. and Conradi assured that he had paid just as much for them to Captain Louritsz. Section 192 It was actually this purchase that gave us cause to request the ministers at Cochin, by our letter of 26 January 1789, to inform us what kind of timbers, and for what prices, they could supply us annually. In our respectful letter of 27 January 1790, Section 20, we reported to your High Excellencies that Lieutenant von Meijbrink had requested to be excused from posting security 1472 182 If that is not considered sufficient, the Governor binds himself further thereto. security for the horse stud farm. We took the liberty therewith to demonstrate to your High Excellencies that he could not well be obliged to do so, because the management of that stud farm had been assigned to him without his request, and we simultaneously undertook to ensure that the annual allowance of 500 rixdollars, which has been granted to him for the first 3 years, shall be refunded to the Company in case his activities should not have the expected effect; but if your High Excellencies should judge that to be not 1963 183 1769 Section 194 Bellon has complained about the restitution of certain interest imposed upon him. Section 195 Report of the Head Administrator as to why the satisfaction of that claim was made so late. sufficient, the first undersigned Governor binds himself particularly further thereto by these presents. Captain De Bellon, in a petition of which a copy is included among the annexes, has complained about the restitution imposed on him of the interest credited to him for more than a year on his advanced money in the service of the Company, as it was not his fault that the payment thereof occurred so long after he had submitted his account. The Head Administrator has thereupon made known, in a report that likewise 1470 184 The further pleasure of Their High Excellencies hereon is requested. is transmitted in copy, that the satisfaction of the claim of De Bellon was made so late because his account could not have been collated earlier due to the absence of the account of Lieutenant Marin, which pertained to it and was only found in his estate at Trincomalee and sent hither long after the death of the said Marin. We take the liberty humbly to request your High Excellencies' further pleasure thereon, and have nevertheless ordered the officials at Jaffnapatnam to ensure that the interest, which Captain 1964 40 1770 Section 196 The reasons why some advance provisions were made to certain state exiles. De Bellon enjoyed for more than a year, is immediately paid back by him to the Company. We would not have made to the state exiles, mentioned in your High Excellencies' aforesaid letter of 21 September, the advance provisions mentioned therein, if we had thought we could avoid it. They declared that otherwise they could not depart, and had they remained, either the Company or whoever reimburses their Honors would have remained burdened with their maintenance for at least another entire year, until we your High Excellencies 1470 197

Dutch transcription

1781 Berigt vanden visitateur omtrent de ontvangene„ lijsten van de verreeke„ de rheeders van de in„ „gehuurde scheepen. § 189 geweeren gedaan heeft, daar be„ „scheiden geweest en ook daar zelve gestorven is. Bij een berigt van den eersten visi„ tateur Issendorp, het welk in „ning in Nederland met kopia deezen verzeld, zullen uwe Hoog Edelheeden zien dat bij de aan ons gezondene Lijsten, no- pens de verreekening in Neder= „land met de rheeders van de inge= „huurde scheepen de Drie gebroe= „ders, het Fortuijn, Josephus de Tweede, de Johanna en de Susanna, in 't geheel geen melding word gedaan van de te Gale aan dien bodem verstrekte touwen en dat hij mits dien niet heeft kunnen voldoen aan uwer - Hoog 1861 179 1767 de van Batavia ont„ vangene houtwerken in A=o 1788/9. waaren niet toerijkende tot het werk dat in dat boek„ „jaar moest gedaan worden. Hoog Edelheedens order, om na- te gaan of de komp:e voor die touwen in Nederland minder heeft genooten, dan waar voor dezelve zijn aangereekend. § 190 De houtwerken, die we in 178 8/9. van Batavia hebben bekoomen met de scheepen de Phenecier en Hinloopen, waaren niet toerij= „kende tot het werk dat in gem: boekjaar moest gedaan worden. De bark de Liefde was op de wal gehaald en had eene aanzienlijke reparaatsie noodig, Eene nieuwe gamel en schuijt waaren op stapel, meest alle andere sloepen en mindere vaartuijgen moesten gerepareerd en ook de scheepen naar behooren 1470 tel 1976 180. Men was dus genood- werken van Conradi overteneemen. behooren voorzien worden, zoo als dat aan uwe Hoog Edelhee= „den gebleeken zal zijn, uit de reets overgezondene gewoone specifi= „kaatsien van onkosten van vaar= „tuigen. De duigen hadden we ook volstrekt noodig, tot het maaken en repareeren van vaat= „werken. § 191. we waaren mits dien wel genood- zaakt om de hout-zaakt om de houtwerken, ver= „meld bij onze Resoluutsie van den 17:e Januarij 1789. van den onderkoopman Conradi over= teneemen. we bekennen gaar= „ne, dat de prijsen, daar voor aan hem betaald vrij wat hoog zijn, doch beeter koop konden we ze 462 1768 deeze inkoop gaf aan- na koetsiens gedaen. § 193. wat aan Hunne Hoog edel= „pens 't stellen van borg= togt voor de Paarde, Hoeterij door den luij„ „tenant von Mijbrink. ze niet krijgen en Conradie verzee¬ „kerde daar voor even zoo veel aan kapitain Louritsz: betaald te hebben. § 192 'T was deeze inkoop eijgentlijk, lijding tot de vraeg die ons aanleiding gaf, om de Ministers te koetsiem bij onzen brief van den 26:e Januarij 1789. te verzoeken, ons te willen be= „deelen wat voor houtwerken, en voor welke prijzen. , zij ons jaarlijks zouden kunnen bezor- gens. Bij onzen eerbiedigen van den 27:e heeden reeds vertoont is n0=o Januarij 1790: hebben we § 20: uwen Hoog Edelheeden berigt, dat de Luitenant von Meijbrink had verzogt, van 't stellen van borgtogt 1472 182. zo dat niet voldoende is ver= nader daar toe. borgtogt voor de Paarde stoeteny temoogen worden verschoond wij hebben daar bij de vrijheid genoomen aan uwe Hoog Edelheeden te vertoonen, dat hij daar toe niet wel konde worden verpligt, om dat de directie over die Hoe= „terij aan hem, buiten zijn ver= zoek was opgedraagen, en heb- ben we teffens aangenoomen te zorgen, dat 't jaarlijks dou= „ceur van 500: rd:s, 't welk hem voor de eerste 3: Jaaren is toege= „legd, aan de komp:e word ge„ „restitueerd ingevalle zijne verrigtingen 't verwachte effekt bind zig de Heer gouverneur niet mogten hebben, doch zoo uwe Hoog Edelheeden dat niet o Be voldoende Tite 1963 183 1769 § 194. Bellon heeft zig bezwaerd over de hem opgelegde res= titutie van zeeker intrest. § 195: Berigt van den Hoofdadministrateur waarom de voldoening van die pre= tentie zoo laat gedaen was. voldoende mogten oordeelen, ver„ „bind zich de eerste ondergeteekende Gouverneur in't bijzonder, door deezen nader daar toe De kapitain De Bellon heeft zig bij een Request, het welk in Co= „pia onder de bijlaagen gaat, bezwaerd over de hem opgelegde restitutie vanden intrest, die op zijn ver= „schooten geld ten dienste van de komp:e voor meer dan een Jaar aan hem goedgedaan is, ) wijl 't zij„ „ne schuld niet was geweest dat de voldoening daar van zo lang, naar dat hij zijne reekening overgelegd had geschiet was. De Hoofdadministrateur heeft hier op bij een berigt dat meede in 1470 184 het nader goedvinden van hier op word verzogt. in kopia overgaat, te kennen gegee„ „ven dat de voldoening van de preten= tie van de Bellon zoo laat was gedaan, om dat zijne reek: niet eerder had kunnen worden gekonfronteerd mits ontstentenis van de reek: van den Luitenant Marin, die daar toe betrekking had en eerst lang na de dood van gem: Marin te Trinkenoma¬ „le in zijn boedel gevonden en herwaerds gezonden was. Wij Hunne Hoog Edelheeden neemen de vrijheid, daar omtrent het nader goedvinden van uwe Hoog Edelheeden nedrig te verzoeken, en hebben niet te min den bedien- den te Jaffenapatnam gelast, te zorgen dat de intrest, die kapitain de 1964 40 1770 § 196: de reedenen waarom aan gen eenige voor uit ver- strekkingen gedaen zijn. de Bellon voor meer dan een Jaer genooten heeft, door hem aan de komp:e dadelijk word terug betaald. Wij zouden aan de staats bannelingen zeekere staats bannelin vermeld bij voorsz: uwer Hoog Edelheeden missive van den 21:e zeptember, de daar bij vermelde vooruitverstrekkingen niet gedaan hebben, zoo we het hadden gedagt te kunnen ontwijken. ze ver„ „klaarden buiten dien niet tekun- „nen vertrekken, en zoo ze waa= „ren overgebleeven, zoude of de Comp: of de geene die het wederom aan haar Ed: rambourseerd, zijn be- „zwaard gebleeven met hun onder= „houd voor ten minsten nog een — geheel jaar, tot dat we uwe Hoog Edelheeden 1470 197

NL-HaNA_1.04.02_3978_0244 view scan ↗

English

186. Section 197. In the future no money loans will be made to state exiles. Your Excellencies had been able to receive further orders on this matter; which amounted to more than the money lent to them. Moreover, not knowing what influence these people might sometimes have at the Court and thinking that it could be advantageous for the interests of the Company that they were treated with friendliness by us, this made us decide all the more upon the aforementioned money loan. We shall nevertheless in the future make no money loans to the state exiles, and, upon Your High Excellencies' order, we have also forbidden this to all private individuals. 1965 181 1771 Who have been commissioned to prepare the still missing drafts for the Regulation of this Government. Section 198. Forbidden by a placard, a copy of which is included among the annexes. For the preparation of the still missing drafts for the regulation of this Government, we have commissioned the Chief Administrator van Angelbeek and the provisional Dissave Reintous, and to them we have also had delivered a copy of the report of the Extraordinary Councillor Greeve, containing considerations on the plan already sent to Your High Excellencies for a regulation for the Civil Department at Colombo, with instructions to make the necessary investigation regarding the remarks appearing therein, and subsequently to provide us with a report on which alterations in the aforementioned plan could and ought to be made without disadvantage to the Company. As soon as these commissioners have fulfilled this, we shall have the honor of conferring further with Your High Excellencies on the matter. 3 1470 1976 188 Section 199. Regarding the dispatch of 3 cases of uniform items and of the election of Lieutenant Colonel van Ostheim to head of the militia in the Indies. To the Colonel of the Regiment of Württemberg we have, in accordance with Your High Excellencies' recommendation by missive of the 13th of November last, given notice of the dispatch of 3 cases of uniform items, and that Your High Excellencies have elected Lieutenant Colonel van Ostheim as head of the Company's Militia in the Indies. 1772 189 1966 1470 Upon the arrival of the packet boat De Faam, such a cargo will be loaded. Section 200. Upon arrival of the packet boat De Faam, we shall have loaded onto it such a cargo for the Netherlands as they may have on hand. Section 201. The sent Hanekaatjes that were found to be bad were procured and provided privately by Colonel Hügel. The Hanekaatjes that were sent for the troops of the Regiment of Württemberg, but were found to be a very bad sort of Bimilipatnam Guinees, were not procured on the Company's behalf, but were procured and provided privately by Colonel de Hügel himself, and 190 The received report from Major Reiner regarding the projected improvement of the fortifications at Trincomalee and Oostenburg will be sent to Major Fornbauer. and we have therefore sent to him a copy of the received extract from the report of Lieutenant Colonel van Ostheim. Section 202. The report sent by Your High Excellencies to us from Major Reiner, regarding the projected improvement of the fortifications at Trincomalee and Oostenburg, we shall send to Major Fornbauer in order to comply with the intention of Your High Excellencies. Section 203. Regarding the invalids, information has been requested from the head of the Ceylon militia. Regarding the invalids, a report has been requested from the Head of the Ceylon Militia, Lieutenant Colonel von Drieberg, which has not yet 14 1773 190 1967 Report of the pay officials in that regard. not yet come in, and we shall have the honor of sending it to Your High Excellencies on a future occasion. Section 204. Meanwhile, we send herewith a report from our pay officials, showing how it happened that several invalids had arrears in their accounts, and furthermore indicating that everything has been settled. Section 205. Remarks thereon. Some settlements we have had made provisionally, solely to clear the pay books, from the Colombo war chest, which will be indemnified for this in return through 1829 192 through the withholding of pay, which could not take place all at once; and we furthermore, regarding several people whom this report indicates that they continued to retain their previous pay until they sailed home, despite having been placed among the invalids, take the liberty to remark humbly here that this arose solely from the fact that at the same time we placed the unfit military personnel among the invalids, we made it possible for everyone to sail home if they did not wish to serve with the reduced pay among the invalids, as several have done, such as, among others, the soldier Hans Jurgen Sligt, who appears under No. 26 in the aforementioned report of the pay officials. 1878 1774 193 1968 Preliminary remark on what further appears regarding the corps of invalids in the report of Mr. Romberg. Section 206. Preliminarily, regarding what further appears concerning the corps of invalids in the report of the head of the general pay office, Mr. Romberg, we note here only that to Kalpitiya, Negombo, Kalutara, and other such small places, according to an old custom, all such military personnel are sent who, because of their advanced age or infirm condition, are from time to time discharged from the companies. 1976

Dutch transcription

186. § 197. men zal voortaan geen geldleeningen aan de staats bannelingen doen. Edelheeden nader order op dit stuk hadden kunnen ontvangen; het geen meerder bedroeg dan het aen hun geleende geld- Boven, dien, niet weetende van wat konside= „ratien deeze menschen zomteids aan het Hof konden zijn en den„ „kende dat het voor de belangens vande Comp:e oirbaar zijn kon- de, dat ze door ons met vrien= delijkheid wierden behandelt, heeft ons dit te meer tot de voorsz: geld leening doen besluiten. wij zullen niet te min voortaan geen geld leeningen doen aan de staats bannelingen, en dit hebben we ook, op uwer Hoogedelhee= den order, aan alle partikulieren verbooden 1965 181 1771 wie gekommitteerd zijn de nog ontbreekende Con- van dit gouvernement. § 198 verbooden bij een plakaat, waar van een exemplaar onder de bijlaagen overgaat. Tot het vervaardigen van de noch tot 't vervaardigen van ontbreekende koncepten voor't ceptan voor 't Reglement reglement van dit Gouvernement„ hebben we gecommitteerd den Hoofd- administrateur van Angelbeek en den p:l Dessave Reintous, en aan hun hebben we ook doen ter handstellen een kopij van't be„ „rigt vanden Heer Raad Extra- ordinair Greeve, houdende kon¬ „sideratien op 't reeds aan uwe Hoog Edelheeden gezonden plan¬ van een reglement voor't Civiel departement te kolombo, met last om nopens de aanmerkingen die 3 1470 1976 188 § 199 vande toezending van 3: kassen vanden Luitenant Colonel van ost= „heur tot hoofd vande militie in Jndien van het regiment van weerten berg. die daar bij voorkoomen, het nodig onderzoek te doen en vervolgens aan ons te dienen van berigt, wel- ke veranderingen in't voorsz: plan, buiten ondienst van de komp:e zouden kunnen en behoo- ren gemaakt teworden. Zoo drae deeze gecommitteerdens. daar aan voldaan hebben, zullen we de eere hebben uwe Hoog Edel„ heeden daar over nader te onderhouden Aan den Kolonel van't Regiment montering stukken en van de electie van wurtemberg hebben we vol„ is kennis gegeeven aanden Kolone gens uwer Hoog Edelheeden aan- „beveeling bij missive van den 13:e November Jongstleeden, ken- nis gegeeven van de toezending van 1772 189 1966 1470 van de Paketboot de faam zal bij aankomst zodaanige laeding ingegeeven worden § 201 de gezondene Wanekaat„ is die slegt bevonden zijn, zijn door den Kolonel Augel partikulier op - gedaen en bezorgd. van 3: kassen monteering stuk- ken, en dat uwe Hoog Edelheeden den Luitenant Kolonel van ost= „heim hebben g'eligeerd tot hoofd van 'sComp=s Militie in Jndien. § 200 Bij aankomst van de paketboot de Faam, zullen we daar aan zo- als aan manden mogte zijn daanige laading voor Nederland doen ingeeven, als ze aan handen mogten hebben. De Hanekaatjes, die voor de troupen van 't Regiment van wurtenberg gezonden, dog bevonden zouden zijn teweezen een zeer slegt soort van Bimilipatnams guinees, zijn niet komp=s weegen, maar door Kollonel de Hugel zelve particulier opgedaan en bezorgd, en 190 Wet ontvangen berigt van Ma= „joor Reiner weegens de ge„ „projekteerde verbeetering der fortifikaatsien te stin„ „konomale en oostenburg zal aan den Majoor Troon- bauar gezoulden worden. § 202. 3 203 en Nopens de invalides is be„ der Ceilonsche militie. en we hebben daarom aan hem toe „gezondene kopij van 't ontvan „gen Extrakt, uit 't bericht van den Luitenant Kollonel van ostheim. Het door uwe Hoog Edelheeden aan ons toegezonden berichtva den Majoor Reiner, weegens de geprojecteerde verbeetering der for „tificaatsien te TainConomale en oostenburg, zullen we zenden aan den Majoor Fornbauet om te voldoen aan de intentie van uwe Hoog Edelheeden Nopens de invalides is van het de inhett gevaaegd van het hoofd Hoofd van de Ceilonsche Militie de Luitenant Kollonel von Drie= berg, berigt gevraegd, dat noch be niet 14 in 1773 190 1967 bericht van de soldij bediendens daarom= trent. omtrent niet is ingekoomen, en we de eere zullen hebben uw Hoog Edelhee= „den bij een volgende gelegentheid toe te zenden. § 204 Intusschen zenden we hiernee„ „vens een bericht van onze soldij bedien= „dens, aanwijzende waar bij het is toegekoomen, dat verscheide in¬ „valides hunne reekeningen hebben ten agteren gestaan, en waar bij voorts word aangeweezen, dat alles is verevend. § 205 zommige vereveningen hebben wij aanmerkingen daar bij provisie, alleen om de soldij boeken telaaten zuijveren, laaten doen uit de kolombosche krijgs= kas, die daar voor weederom zal worden schaadeloos gesteld, door 1829 192 door het inhouden der gagie dat niet op eenmaal geschieden konde, en neemen we voorts, nopens verscheide luiden die dit bericht aanwijst, dat ze hunne voorige gagie zijn blijven behouden tot dat ze zijn tuijs gevaaren, niet teegenstaande ze bij de in- valides geplaatst zijn, de vrijheid hier needrig aantemerken dat dit alleen is ontstaan daar uit, dat ter gelijker teid dat we de onbequaeme Militairen bij de invalides hebben geplaatst, we het in elks vermoogen ge„ „steld hebben, om te kunnen tuis= „vaaren zoo ze met de verminder„ „de gagie, bij de invalides niet dienen R 1878 1774 193 1968 voorloopende aanmerking wo rds in valider voorkomt bij 't bericht van den heer Komberg. dienen wilden, gelijk verscheide ge„ „daan hebben, als onder anderen den soldaat tans juagen sligt die bij het voorsz: bericht van de soldij bediendens voorkomt onder N=o 26: —. § 206. Voorlopend merken we op het geene op 't geen verder nopens het verder nopens het korps invalides bij het bericht van het opperhoofd van het generaal soldij kantoor de — Heer Romberg, voorkomt, hier alleen aan, dat naar kalpettij, Nigombo, Kaltere en andere dier= „gelijke klijne plaatsen, volgens een oud gebruik gezonden worden alle zulke Militairen, die om hunne Hooge Jaaren of gebrekkigen toestant, van tijd tot tijd uit de kompenien 1976

NL-HaNA_1.04.02_3978_0252 view scan ↗

English

194. companies because they can no longer serve therein, and which old and disabled military men, now all having been placed by us with the invalids, we on this occasion, by the arrangement made in our Resolution of 2 March 1791, have also caused to be placed with the invalids: the native children who from time to time had to be taken into service at these small outposts, in proportion as was necessary for the performance of the ordinary military service, in order to be able to present these small garrisons thereby under 1775 1775 195 1769 Section 207. It would not be amiss to maintain the arrangement made regarding the native children at the small posts. under one and the same denomination on the military roll, whereby not only has no damage been caused to the Company, but even this advantage, that several native children stationed at these small posts who earned more than f 9: —. — have been reduced to the pay of invalids. And although we have since made this change therein, that during the troubles with the Kandians these native children would be regarded and treated as a separate corps, since on account of these troubles and during 14. 72. — 196. during the same we had to have another party of natives taken into service as soldiers at the aforesaid small posts, we nevertheless think that when the native children who can be spared shall have been discharged again, and they are thereby brought back to the number usual at these small posts, it would not even be amiss to maintain our aforesaid arrangements to regard the native children stationed there as serving with the corps of invalids, because it is all the same to the Company under what name they serve, and they thereby 3/192 1776 It is clearly evident that no irresponsible misuse was made of the establishment of the corps of invalids. thereby cannot aspire to an increase in salaries. Section 208. All this will be shown in more detail in the report of Lieutenant Colonel von Drieberg. Meanwhile we hope that this brief and simple statement, demonstrating that the Company has suffered no damage by our arrangements but has even been brought advantage, will serve provisionally for our justification, as it appears very clearly and plainly therefrom that no irresponsible misuse was made by us of the establishment of the corps of invalids by taking into service 197 199 1777 Section 209. If it pleases Their High Mightinesses, this arrangement will be revoked. natives and others who, on account of their absolute unfitness shortly thereafter, would quite improperly have been granted the enjoyment of the invalid salary, as Your High Mightinesses seem to have been led to believe by the report of Mr. Romberg. Should Your High Mightinesses nevertheless desire that the arrangement of the gentlemen of the Military Commission regarding 200. Section 210. The account of Abo has been relieved of the advances on the goods accounted for in lesser quantity and credited with the European goods accounted for in greater quantity. the establishment of a corps of invalids be revoked again, it shall be done immediately. Pursuant to Your High Mightinesses' permission by dispatch of 22 May, we have caused the account of the former Galle Master Attendant Abo to be relieved of the advances that were debited on the goods that were accounted for by him in lesser quantity, and on the other hand we have caused his account to be credited with the European goods that were accounted for by him in greater quantity 7/01 1778 Section 211. Abo is only charged for the coir that was written off in excess on the ropes that were valued after the receipt of a certain letter. Section 212. The Galle servants testify concerning the unserviceable sails accounted for in lesser quantity by Abo. and provisionally taken into the Company's benefit. For the ropes that were valued at Galle under the direction of the said Abo before our letter of 27 February 1787 was received there, nothing has been charged against him, but he is only charged for the coir which he wrote off in excess on the ropes that were valued after the receipt of that letter. Regarding the unserviceable sails accounted for by him in lesser quantity, the Galle servants testify in their letter of 15 September last, 202 which is transmitted in copy among the annexes, that it might well be possible that those sails were used for minor services in the Company, but that no returns thereof were made to the Trade Office, and that they, the servants, could not ascertain whether his bookkeeper had neglected to enter the same in the monthly accounts, because he, Abo, had not one, but several bookkeepers. But as these sails, being truly unserviceable, were landed from on board the ships after prior inspection and upon the sworn declarations issued thereof, and thus

Dutch transcription

194. kompenien worden uitgetrokken om dat ze daar bij niet langer dienen kunnen, en welke oude en gebrekkige Militairen, nu alle door ons bij de invalides geplaatst zijnde, we ter deezer geleegenheid bij de schikking ge„ „maakt bij onze Resoluutsie van den 2:' Maart 1791: ook bij de invalides hebben doen plaatsen, de inlandsche kinderen die op deeze klijne kantooren nu en dan hebben moeten worden in dienst genoomen, na maaten dat het ter verrigting van de gewoone Militaire dienst is noodig geweest, ten einde deeze klijne guarnisoen, daar door onder 1775 1775 195 1769 5 207. het zoude niet kwaad= „king omtrent de inland- sche kinderen op de klij= ne plaatsen tedoen stand houden. onder een en dezelfde denominaatsie bij den Militairen staat te kunnen vertoonen, waarmeede de Komp:e niet alleen geen schaede is toegebragt maar zelfs dit voordeel dat verscheide inlandsche Kinderen op deeze klijne plaatzen bescheiden, die meerder wonnen dan ƒ 9: —. — tot de gagie van Invalides zijn terug geschreeven. En schoon we wel daar in zeedert zijn de gemaakte schik- deeze verandering hebben gemaekt, dat geduurende de strubbelen met de kandiaanen, deeze inlandsche Kinderen zouden worden aange¬ zien en behandelt als een appart korps, aangezien we om de wille van deeze strubbelen en geduurende 14. 72. — 196. geduurende dezelve, nog een partij in= „boorlingen op de voorsz: klijne plaats„ „jes hebben moeten doen in dienst neemen als zoldaaten, zoo denken we nogtans, dat wanneer de inlandsche Kinderen die gemist kunnen worden, wederom zullen zijn afgedankt, en ze mits dien weeder gebragt zijn, tot het op deeze plaatsjes gewoone getal het zelfs niet kwaad zoude wee„ „zen, onze voorsz: schikkingen om de inlandsche kinderen daar bescheiden aantemerken als die„ „nende bij het korps invalides, te doen stand houden, wijl het de komp=e om het even is, onder wat naam dat ze dienen, en ze daar is 3/192 1776 Het blijkt klaar dat van de inzigting van het korps andwoordelijk mis bruijf is gemaakt: daar door niet te kun- „nen aspireeren na verhooging van trakte„ „menten. § 208. Dit alles zal bij het be„ invadides geen onver„ richt van den Luite„ „nant kolonel von„ Drieberg meer omstan„ vertoond „dig worden Jntusschen hoopen we dat deeze korte en eenvoudige aanwijzende expositie dat de kompenie door onze 798 onze schikkingen geen schaade geleeden heeft maar zelfs voordeel is toegebragt, ons bij voorraed zal strekken tot verandwoording, wijl daar uit heel duijdelijk en klaar blijkt dat van de inrigting van het korps invalides, door ons geen verantwoorde „lijk misbruijk is ge„ „maakt, door het in dienst 197 199 1777 § 209: zo het Hunne Hoog Edel„ heeden behaagd zal deese schikking wor„ den ingetrokken. dienst neemen van in„ „landeren, en anderen die weegens hunne vol„ „strekte onbequaamheid kort daar na gants onbetaamelijk, het genot van het invalide — traktement zoude zijn toege„ „voegd, zoo als uw Hoog Edel„ „heeden door het berigt van den Heer Romberg, in deze be„ „grippen schijnen te zijn ge„ „bragt. Gelieven uw Hoog Edelheeden nogtans dat de schikking van de Heeren van de Mi„ „litaire kommissie, nopens het 200: § 210. de reekening van Abo is ontheft vande advansen op de minder verandwoor- de goederen en bevoordeeld met de meerder verand„ „woorde Europische goe„ „deren. het oprechten van een korps invalides, wederom, zal worden ingetrokken zal het ten eersten ge„ „schieden. Jngevolge uwer Hoog Edel„ „heeden vergunning bij missi= ve van den 22:' Maij, hebben van den we de reekening geweezen gaals Equipa„ „giemeester Abo laaten ontheffen van de advan„ „sen die bezwaard zijn geweest op de goederen, die door hem minder verandwoord zijn, en daar en teegen hebben we zijne reekening doen bevoordeelen met de Europi= „sche goederen, die door hem meerder verantwoord. 7/01 1778 Abo is alleen belast voor de Kaijer die te veel„ afgeschreeven zijn, voor „vangst van zeeker brief aangeslaagen zijn. § 212. met de gaalsche bedienden betuijgen nopens de door Abo minder verantwoorde onbe= quaeme zeilen. verandwoord zijn, en bij provisie ten voordeele van de komp:e wae„ „ven ingenoomen voor de touwen die onder de die„ rektsie van gem: Abo te Gale de touwen die na den ont„waaren aangeslaagen, voor dat aldaar was ontvangen onzen brief van den 27:e februarij 1787: is hem niets ten laste gebragt, maar alleen is hij belast voor de Kaijer, wel„ „ke hij te veel heeft afgeschreeven op de touwen, die na het ontvangen vandien brief aangeslaagen zijn; Nopens de door hem minder ver¬ „antwoorde onbequaeme zijlen, be„ tuijgen de Gaalsche bedienden bij # 15:e 7ber: hunnen brief vanden Passato § 211 vSingeandt 202 passato, die in kopia onder de bijlaagen overgaat, dat 't wel moge„ „lijk kan zijn, dat die zijlen tot ge„ „ringe diensten bij de kompenie zijn verstaekt, dog dat daar van geene opgaves aan 't Negootsie kantoor gedaen zijn, en dat zij bedienden niet nagaan konden, of zijn boekhouder verzuijmd had dezelve bij de maendreeke„ „ningen op tebrengen, om dat hij Abo niet een, maar verscheide boekhouders gehad. heeft. Maer wijl deeze zeilen als werkelijk onbequaam, naar voorgaende bezigtiging, en op de daar van verleende b'eedigde verklaaringen van boord der scheepen geligt, en dus

NL-HaNA_1.04.02_3978_0261 view scan ↗

English

1973 263 1779 whether Abo should be relieved from the imposed compensation for damaged goods is deferred to the pleasure of your High Excellencies. could therefore have been of no significant use to the Company, we would humbly be of the opinion that, if it pleases your High Excellencies, they might well be written off. Paragraph 213. Already in the year 1788, when the former Master of the Equipage Abo made known that a mizzen and main topmast staysail had been damaged by white ants, we wrote to the servants at Galle in our letter of the 18th of February of the said year, instructing them to provide him with another warehouse, if that could be done without inconvenience; and the Galle servants reported in their aforesaid letter of the 15th of September: 204 September, that the former commanding officer Kaaijenhoff had immediately complied with that order and had assigned another warehouse to Abo. Since then, it has nowhere come to our attention that he complained any further about the bad condition of this second warehouse, and we therefore leave it deferred to the pleasure of your High Excellencies whether he ought to be relieved of the imposed compensation for the damaged goods mentioned in the Galle Resolution of the 19th of December 1789. The two secretarial declarations sent to us concerning this matter are returned under oath among the annexes. For 20 1780 For the purchase of coir, authorization has never been requested. Paragraph 214. For the purchase of coir, which is done according to necessity and for a fixed price, authorization has never been requested from us, and the Galle servants attest in their aforesaid letter of the 15th of September that it is also not the custom there for resolutions to be taken prior to the disbursement of money for the purchase of coir. Paragraph 215. Report from the Head Administrator regarding the claim of Abo that an agio of 60 per cent had been promised to him for the silver specie counted by him into the Company's treasury. Regarding the claim of Abo that an agio of 60 per cent had been promised to him for the silver specie counted by him into the Company's treasury, the Head Administrator has provided the report that is transmitted in copy among the annexes, from which your High— vSlingelandt 206 High Excellencies will see: 1. That Abo was promised as much agio as was paid among private individuals upon the exchange of gold or silver money, and that this was no higher than 50 per cent. 2. That no more of Abo's money was taken for the Company than 1000 Spanish reals, 1000 silver rupees, and 338 ducatoons, and that this money was returned again in silver rupees and Spanish reals to the attorneys of Abo. 3. That all the gold and silver money brought for Abo from the Cape of Good Hope was delivered to his attorneys, the junior merchants 1975 209 1781 why it was assumed that Abo's deficit was mostly caused by neglected write-offs and improper handling. merchants de Haart and van Schooten, and that these attorneys exchanged the same with a 50 per cent agio, and counted the amount thereof into the Company's treasury. Paragraph 216. That we, in our letter of the 18th of June 1791, assumed that the deficit of Abo was mostly caused by neglected write-offs and improper handling, happened because we saw from the confrontation received from Galle that several supplies to the ships, which were entered in his monthly accounts, had not been reported in time to the Trade Office for B 208 Office to be debited to the expense accounts, and that, on the other hand, supplies that were reported in time to the Trade Office and written off in the trade books were not entered in his monthly accounts; as well as because we had further seen from that confrontation that one kind of good was reported to the Trade Office as delivered, whereas on the other hand another kind was entered in the monthly account. These errors could be discovered and redressed because they were known either in his monthly accounts 1782 why the attachment laid at Galle on the moneys of Lacle could only be considered improperly placed. accounts or in the trade papers, and were thus traceable through the confrontation of these two sets of documents; but as much as it may be deduced from this that more errors might have been made, it is nevertheless not possible to conduct any investigation into this without finding any trace of it anywhere, unless this investigation is conducted by Abo himself, or by someone whom he might enable to do so. Paragraph 217. We could consider the attachment laid at Galle on the moneys of the Senior Merchant Lacle as nothing other than improperly placed. 1. 200 because, if Abo was not permitted to alienate any of his property after his deficit had become apparent, the servants ought to have taken care to prevent him from alienating his property, which they nevertheless did not do, but tolerated that he employed a portion thereof for the repayment of a lawfully contracted debt; and it was after this repayment, and thus after that portion had changed ownership, that they placed the attachment upon it: so that in this case they seized not the property of Abo, but truly the property of Lacle.

Dutch transcription

1973 /263 1779 of Abo vande opgelegde beschadigde goederen heeven, word aan Hin- ne Hoog Edelheeden goedvinden gedefereerd. dus van geen merkelijk nut voor de komp:e konden geweest zijn, zou= „den ne needrig van begrip zijn, dat ze niet believen van uwe Hoog Edelheeden, wel zouden kunnen worden afgeschreeven. §213. Reeds in 't jaar 1788: toen de gew: vergoeding voor eenige Equipagiemeester Abo bekend maek„ behoord teworden ont-te, dat een bezaan en groot stenge stag zijl door de witte mieren bescha= „digd waaren, hebben we den bedienden te Gale bij onzen brief vanden 18:e februarij van gemelde Jaar aan= „geschreeven, om zoo dat zonder ongeleegentheid konde geschieden aan hem een ander pakhuijs te be„ „zorgen, en de gaalsche bedienden berichten bij voorsz: hunnen brief vanden 15:e 7ber: 204 7ber:, dat de geweezen gezaghebber Kaaijenhoff aan die order daedelijk voldaan, en aan Abo een andere Pakhuijs toegevoegd had. Zeedert is ons nergens voorgekoomen, dat hij werder over de slegte gesteldheid van dit tweede Pakhuijs geklaagd heeft, en wij laaten het derhalven aan uwer Hoog Edelheeden goedvinden gedefereerd, of hij van de opgelegde vergoeding voor de beschadigde goederen, vermeld bij Gaalsche Resoluuttie van den 19:e De„ „cember 1789. behoord te worden ontheeven. De aan ons toegezon= „dene daar toe betaeklijke twee sekaetarieele verklaaringen gaan b'eedigd onder de bijlaagen terug. Tot /20 1780 Tot den inkoop van Kaijer gevraagd. § 215 Bericht van den hoofd„ voorgaeve van Abo dat aen de beloofd zijn voor de door hem in 'sComp=s kas getelde zilvere spetien. § 214 Pot den inkoop van Kaier, die — is nooijt qualificatie naar maate van de noodzaake„ „lijkheid, en voor een vastgestelde prijs gedaan word, is nooijt qualifi= „katie van ons gevraagd, en de Gael= „sche bedienden betuigen bij hunnen voorsz: brief vanden 15:e 7ber: dat 't ook aldaar geen gebruik is, dat tot 't afgeeven van geld tot den in= koop van kaijer, alvoorens be„ „sluiten genoomen worden. Nopens de voorgaave van Abo, dat administrateur nopens de aan hem 60: p:r C:o opgeld zoude hem 60: p:rCt opgeld zou=beloofd zijn voor de door hem in 'sComp=s kas getelde zilvere spetien, heeft de Hoofdadministrateur gediend het berigt, dat in kopia onder de bijlaagen overgaat, waar bij uwe Hoog— vSlingelandt 206 Hoog Edelheeden zullen zien. 1. / Dat aan Abo zo veel opgeld is toe„ „gezegd als onder partikulieren, bij verwisseling van goud of zilver geld, voldaan wierd, en dat niet hooger C:t is geweest dan 50: p:r 2. / Dat van 't geld van Abo niet meer voor de komp: genoomen zijn, dan 1000: spaansche reaalen, 1000:- zilvere Ropijen en 338: duka= „tonnen, en dat dit geld weeder in zilvere ropijen en spaansche Reaalen, aan de gemachtigden van Abo terug gegeeven zijn. 3. Dat al 't goud en zilver geld, het welk voor Abo van de Kaab de goede Hoof aangebragt is, aan zijn gemachtigden, de onderkoop= lieden 1975 209 1781 waarom men verondersteld van Abo veel al door ver„ ruijmde afschrijvingen en verkeerde behandeling was veroorzaakt. „lieden de Haart en van schosten„ afgegeeven is, en dat deeze gemach„ „tigden het zelve met 50: p:r C:o op= „geld verwisseld, en het bedraegen daar van in 'sComp=s kas geteld hebben. § 216. Dat we bij onzen brief van den heeft dat de tekortkoming 18:' Junij 1791: hebben ondersteld, dat de tekortkooming van Abo veel al door verzuimde afschrij= „vingen en verkeerde behandeling was veroorzaakt, is daarom ge= schied om dat we bij de van Gale ontvangene Confrontatie hebben gezien, dat verscheide verstrekkingen aan de scheepen, die bij zijne maandreekeningen waaren opge„ „bragt, niet 'teidig aan 't Negootsie Kantoor nen B 208 kantoor zijn opgegeeven, ter be„ „lasting op de onkostreekeningen en dat daar en teegen verstrekkin= „gen die tijdig aan 't Negootsie kantoor opgegeeven en bij de Negootsie boeken afgeschreeven zijn, niet bij zijne maandree- „koningen zijn opgebragt; zo mee„ „de om dat we bij die konfron„ „taatsie nog hadden gezien dat aan het Negootsie Kantoor een zoord van goed als verstrekt opgegeeven, en daar en teegen weeder een ander zoort bij de maandreekening opgebragt was. Deeze abuizen hebben we kun= „nen ontdekt en geredresseerd wor= „den, om dat ze of bij zijne maend= „reekening 1782 waarom men het te gale den van Lacleniet an- ders dan kwalijk gelegd konde aanmerken. reekening of bij de Negootsie Papieren bekend, en dus door de konfrontaatsie van deeze twee stukken nategaan waaren; dog zoo zeer als hier uit afteleiden is, dat 'er meer abuisen konden zijn begaan, is 't egter niet moogelijk daar na eenig onderzoek te doen zonder dat men daar toe eenig spoor ergens vind, ten zij dit on= „derzoek door Abo zelve gedaan word, of door iemand, die hij daer toe in staat zoude kunnen stellen. § 217. We hebben het arrest te gale gelegt gelegt arrest op de gel- op de gelden van den opperkoop= man Lacle, niet anders dan kwalijk gelegd kunnen aanmer„ „ken. 1. 200 „,om dat zoo Abo niets van zijne goederen mogte vervreemden, na dat zijne tekort koming was gebleeken, de bedienden dan had den behooren te zorgen, hem het vervreemden van zijne goederen te beletten, het welk zij egter niet gedaan, maar gedoogd hebben dat hij een gedeelte daar van, em„ „ploijeerde ter afbetaaling van een wettig gemaakte schuld; en het was na deeze afbetaaling, en na dat dus dat gedeelte was ver„ „anderd van eijgendom, dat ze daar op het arrest hebben gelegd: zoo dat ze in dit geval, niet het eijgendom van Abo, maar waarlijk het eijgendom, van Lacle

NL-HaNA_1.04.02_3978_0269 view scan ↗

English

21 1783 1977 seized Lacle. 2nd) because, if it could be accepted that the money already paid to Lacle for the shortfall of Abo were seized on behalf of the Company, then all other payments made by Abo after his shortfall had become apparent should likewise have been seized; which nevertheless did not occur, notwithstanding that the administrator Vander Spar himself, who had requested the seizure of Lacle's money, had accepted a bill of exchange of around 4000 rixdollars from Abo drawn on his authorized agents at the Cape of Good Hope. on 22 Section 218. Report from the Chief Administrator Van Angelbeek and Fiscal Dessave Reintous concerning the seizure placed at Galle on the money of Lacle. Section 219. The account of Abo has been cleared of certain advances. In order that Your High Excellencies might have a correct understanding of this affair, we have commissioned the Chief Administrator Van Angelbeek and the Fiscal Dessave Reintous to examine the papers relevant thereto, and briefly to point out how this matter transpired, and we take the liberty most humbly to refer to the report that they submitted in this regard, a copy of which is transmitted among the appendices. According to Your High Excellencies' qualification, we have caused Abo's account to be cleared of the advances charged 213 1784 1978 Section 220. When it will first be possible to know whether Abo truly has a shortfall. charged to him on the goodsdebited to him, on account of the extra provisions supplied to the ships de Hoop, de Phenecier, 'T Slot ter Hooge, and the Gouverneur Generaal de Klerk, solely in so far as it concerns the goods that were not approved for write-off in Your High Excellencies' earlier letter of 25 August 1790. When the money of Abo, which we expect from the Cape of Good Hope and about which we have now written further to the Cape ministers by a letter, a copy of which is attached hereto, shall be here and shall have been converted by his authorized agents, only then will it be possible to know 214 Section 221. If Abo believes he has any claim against Kraijenhoff and Van Schuler, he may institute it himself. to know whether Abo truly has a shortfall. Furthermore, and at least until such time, we think very humbly that if Abo, on account of the 2000 rixdollars that the former Commander Kraijenhoff and the present Dessave of Matara Van Schuler, according to Your High Excellencies' orders, must refund on account of the dubbeltjes enjoyed on the coir of Abo, believes he has any lawful claim, Abo himself may institute his claim against them, wherever and in such manner as he shall choose. 1785 1979 Section 222. We think this all the more, because it would truly be somewhat hard for the aforesaid two servants to have to pay back the two stuivers received on the coir in which Abo is short, according to an old arrangement even recognized by this Government, and regarding which Abo himself, in a report accompanying this as a copy, appeals to the reason for this shortfall being that he had shipped some cordage in the confidence of being able to replace it by the purchase of coir. Section 223. Account of Van Schuler against Abo regarding his claim. Concerning the claim of the aforesaid Dessave Van Schuler against Abo, and regarding which Van Schuler has already addressed Your High Excellencies in our letter of 2 March past, he has since presented an account to us which is transmitted among the appendices. 266 Section 224. How the matter stands regarding the douceur on the coir. As regards Your High Excellencies' question upon what order the introduction of the aforesaid douceur rests, we must confess that it was not actually introduced by any order, but rather by a compromise between the Commander, the Equipment Master, and the overseer of the coir rope-yard; yet, when a dispute subsequently arose over this between the Equipment Master 27 1786 1980 Section 225. What the Galle servants have reported regarding the claim of Abo concerning the excess firewood enjoyed by Kraijenhoff. Equipment Master and the overseer of the coir rope-yard, that arrangement was confirmed by our Resolution of 14 March 1777. The matter itself consists in this: that of the 24 stuivers which the Company from old times pays for each bundle of coir, no more than 18 stuivers are paid out to the spinner or supplier, and that the remaining 6 stuivers are divided among the Commander, the Equipment Master, and the overseer of the coir rope-yard. Regarding the claim of Abo, that the former Commander Kraijenhoff had enjoyed 120 fathoms of firewood more than 218 than was due to him, the Galle servants, in their aforementioned letter of 15 September, reported that in the equipment books no more than the prescribed quantity of firewood was entered monthly for Commander Kraaijenhoff, and that three persons, who of all the rope-yard masters that served in the time of Abo are the only ones still present at Galle, having been questioned about it, declared that they made a weekly report to Abo or his clerk regarding the provisions delivered by them, and that they could not now testify with certainty whether the

Dutch transcription

2„1 1783 1977 Lacle gearresteerd hebben. 2:) om dat, zoo het konde doorgaan, dat het reeds afbetaalde geld aan Lacle, voor de tekortkooming van Abo, ten behoeve van de komp:e, gearresteerd wierd als dan ook alle andere door Abo, na dat zijne te kortkooming geblee„ „ken was, gedaane afbetaalingen, insgelijks hadden moeten worden gearresteerd, dat egter niet geschied is, niet teegenstaande de admini¬ „strateur vander spar zelfs, die het arrest op 't geld van lacle had verzogt, een wissel van omtrend 4000: rd:s van Abo had geaccepteerd, op zijne gemagtigden aan de Kaab de goede Hoop. op 22 § 218. Bericht van den Hoofdad= beek en p:r dessave dein- tous Nopens het te gale gelegd arrest op het geld van Lacle. § 219. de reek: van Abo is ontheft van zeekere advancen Op dat uwe Hoog Edelheeden een „ministrateur van Angel-regt begrip van deeze affaire mog- ten hebben, hebben we den Hoofd- administrateur van Angel= „beek en den p:l dassave Rein„ „tous gecommitteerd, de papieren daar toe betrekkelijk naar te gaan, en kortelijk aantewijzen hoe zig deeze zaak toegedraagen heeft, en we neemen de vrijheid ons needrigst te gedraagen aan het berigt, dat ze derweegens in= „gediend hebben, en in kopia onder de bijlaagen overgaat. Volgens Uwer Hoog Edelheeden qualificaatsie, hebben we de ree„ „kening van Abo doen ontheffen van de advansen, die bezwaerd zijn 213 1784 1978 § 220. wanneer men eerst zal kunnen weeten of Abo werkelijk te kort komt. zijn op de hem ten laste gelegde goederen, weegens meerdere verstrek„ „king aan de scheepen de Hoop, de Phenecier, 'T slot ter Hooge en de Gouverneur generaal de klerk, alleen voor zoo verre betaeft de goederen die bij uwer Hoog Edel„ „heeden vroeger missive van den 25:e Augustus 1790. , niet ter afschrij- ving zijn gepasseerd. Als het geld van Abo, dat we van de kaab de goede Hoop verwagten, en waar over wij nu nader aan de kaabse ministers geschreeven hebben bij een brief, die in kopij hier„ „neevens gaat, zal hier zijn, en door zijn gemagtigdens zal zijn verwisselt, zal men eerst kunnen weeten 214 § 221 gen zoo Abo meend eenige pre ver„tensie te hebben op kaaij- en hoff en van schuler kan hij die zelve institueeren. weeten of Abo werkelijk te kon komt Boven dien, en ten minsten tot zoo lange, denken we zeer needrig, dat zo Abo, uit hoofde van de 2000: rd:s die de geweezenen gezaghebber kraijenhoff en de teegenswoordige Dessave van Ma¬ „ture van Schuler volgens uwer Hoog Edelheeden aanschrijvens, weegens de dubbeltjes op de Kaij„ „er van Abo genooten, moeten restitueeren, meend eenige wettige aanspraak te hebben, Wij Abo zelve zijne pretentie teegen hun kan institueeren, daar en zo„ „danig als hij dat zal ver„ „kiezen Ewe Be min bee tot 1785 1979 om dat voor de voorsz: zoude zijn, die weder te„ tot moeten in't keeren. § 223 reek: van van Schuler teegen Abo„ § 222 We denken dit temeer, om dat het twee bedienden wat hard werkelijk voor de voorsz: twee be„ „dienden, wat haad zoude zijn, we„ „derom te moeten uitkeeren de vol„ „gens een oude, en bij deeze Regee„ „ring zelfs erkende schikking ont„ „fangene twee stuivers op de Kaij= „er die Abo tekort komt, en waar omtrent Abo bij een berigt, waar van kopij deezen verzeld, zelve, zig beroept als een reeden van deeze te kort koming daerop, dat hij eenige touwerken hadde af„ „gescheept, in vertrouwen van door den inkoop van kaijer wee„ „der te kunnen suppleeren. Betreffende de pretentie van voorm: nopens zijne pretentie Dessave van schuler, ten laste van Abo kor„ ƒ 266 § 224. hoedaanig het gesteld is met het douceur op de Caijer. Abo, en waar over hij van Schuler zich aan uwe Hoog Edelheeden reets heeft geaddresseerd bij onzen brief van den 2:e Maart passato, heeft hij zeedert aan ons gepresenteerd eene reekening die onder de bijlaagen overgaat Wat aangaat uwer Hoog edelheeden vraage, op welke order de invoering van 't voorsz: douceur rust, moe„ „ten we bekennen, dat het eijgent„ „lijk bij geen order ingevoerd is, maar wel bij een Compromis tusschen den kommandeur den Equipagiemeester en den opziender der korl, doch dat toen hier over zedert een disput was ontstaan, tusschen den equipagiemeester 27 1786 1980 § 225. wat de gaalsche bedienden hebben berigt nopens de voorgaeve van Abo om„ ene brandhout door Kraijenhoff. equipagiemeester en den opzien= „der der korl, die schikking be„ „vestigd is bij onze Resoluutsie van den 14:e Maart 1777: De zaak zelve bestaat daar in, dat van de 24: stuivers, die de komp: van ouds af voor elk bosch Kaijer betaald, aan den spinder of leveran= „cier niet meer worden uitgekeerd dan 18: stuijvers, en dat de overi= „ge 6. str:s worden verdeeld tus„ „schen den kommandeur, den Equi= pagiemeester en den opziender „D der kool. Noopens de voorgaeve van Abo, dat de gew: gezaghebber kraij trent het meerder genoo„„enhoff, 120:—. vadems brandhout meerder zoude genooten hebben dan 218: dan hem toequam, hebben de gaal¬ „sche bedienden bij hunnen meerm: brief vanden 15:' 7ber: berigt, dat bij de equipagie boeken niet meer, dan de bepaalde quantiteit brand„ „hout maandelijks voor den ge„ „zaghebber kraaijenhoff opge„ „bragt is, en dat drie perzoonen die van alle de baanmeesters welke ten tijde van Abo gediend hebben, nog alleen te gale aan„ „weezig zijn, daar over ondervraegd zijnde, verklaard hadden, dat ze van de verstrekkingen door hun gedaan, weekelijks aan Abo of zijn schrijver Rapport hadden gedaan, en dat ze nu met zee„ „kerheid niet konden getuigen of de

NL-HaNA_1.04.02_3978_0277 view scan ↗

English

1787 § 226 Report regarding the complaint of Abo against the linen farmer. Commandant Kraaijenhoff had enjoyed more firewood than had been allotted to him. As regards the complaint of Abo that the Linen Farmer, instead of the 937: 24:— rixdollars due to him, was alleged to have paid 1758: rixdollars, and that this latter amount was further alleged to have been deducted from his cash specie, notwithstanding that payment ought to have been made in copper coin, your High Mightinesses will please observe, from the aforementioned report of Chief Administrator van Angelbeek and the provisional Dessave Reintous, that both of these allegations are completely false: for the Council of Justice at Gale had awarded the Farmer a duty of 15 percent upon the purchase amount of the linens stated by Abo himself, to the sum of 18752: rupees, and this precisely amounts to a sum of 1758: rixdollars, and this sum was paid to the farmer in copper coin, the same having been deducted from the amount of the gold and silver specie of Abo, after that specie had first been augmented by 50 percent, as appears not only from the aforementioned report, but also from the account 1788 Two heavy Dutch ropes accounted for in excess by Abo shall be sent to Batavia. account which we had the honour to present to your High Mightinesses alongside our respectful letter of 18 June 1791. § 227. Because the two heavy Dutch ropes, which were accounted for in excess by Abo, are truly unserviceable and of no other use to the Company than for the making of hawsers and lines, or for the picking of oakum, we do not know at what price we should credit them to his favour in accordance with your High Mightinesses' order by missive of 10 August last, section 154; wherefore we shall send those ropes, which have not yet been worked up, to Batavia at the disposal of your High Mightinesses. § 228. Regarding the 6 grapnels accounted for in excess by Abo. Likewise, we do not know at what price we should credit him for the 6 unserviceable grapnels accounted for in excess by him, mentioned in section 155 of your High Mightinesses' just-mentioned missive. These grapnels have already been sent as ballast to the Netherlands and, according to the statement of Master Attendant Aams, mentioned in the Gale letter of 20 November last, which is transmitted in copy among the appendices, were estimated to have weighed 1500 lb together. We humbly request your High Mightinesses 1789 Account of the goods accounted for in excess and deficiency by Abo. that they may be placed on Abo's account at Batavia itself, alongside the aforementioned ropes, at such prices as your High Mightinesses shall be pleased to determine. We further take the liberty of presenting to your High Mightinesses the account that has now been drawn up in greater detail by the trade officials, regarding the goods accounted for in excess and deficiency by Abo upon the handover of his administration, and of what should further be credited or debited to him, in so far as that has already been decided: to which we request permission here to refer. § 230. Report regarding the purchased Danish muskets. A team of horses will be sent. The Danish muskets, mentioned in your High Mightinesses' missive of 22 May last, are indeed from the lot purchased for Ceylon, but were sent not from Colombo, but directly from Tranquebar to Paleakatta in the year 1785, as appears from the report of the Chief Administrator, which is among the appendices. § 231. When we received the order to send 2 horses as a gift for the emperor and sultan of Java, the horses from the Jaffna stud farm had already been sold except for two teams, which were requisitioned for Colombo. We expect these 2 teams here daily, and from them the best team will be sent to Batavia. 1790 Extract from the missive written by the Assembly of the Seventeen to the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated 7 December 1791. § 1. Being about to treat with you, according to annual custom, of what has appeared to us to require reflection upon consideration of your letters and papers, we must at the beginning of this general missive, on the subject of Amboina etc. § 282. With respect to the Government of Ceylon, we note with displeasure having seen the considerable loss of up to 7¾ percent which the Company suffered on the sale of the Canton silk that had been taken over from the French Agent Monneron. In consideration, however, of the good intentions with which this purchase was made at the time, as well as on account of the circumstances 1791 We are very grateful for this favourable indulgence and shall let your Right Honourable's recommendation serve as our guidance. circumstances in which the Ministers then found themselves, and for the further reasons adduced by the Ministers, we will for this once pass over this transaction, enjoining them, however, to refrain from similar purchases in the future. § 283. In our general missive to you of the year 1789, section 192, we expressed ourselves at length concerning the rice and the salt which the storekeeper at Colombo had reported to have delivered to the state frigate the Scipio, but for the receipt of which the captain of the said vessel, E. Lucas, had at the time refused to sign, and we reserved at that time the right, after obtaining information, to declare ourselves more fully concerning this and other items of the supplies made to that frigate. Since then having had the opportunity to receive the information on this point from the said

Dutch transcription

3219 1787 § 226 Berigt nopens de klag- „te van Abo teegens den lijwaatspagter. de gezaghebber kraaijenhoff meerder brandhout, dan hem toegelegd was, genooten had. Wat aangaat de klagte van Abo dat de Lijwaatspagter, insteede van de hem kompeteerende rd:s 937: 24:—. zoude hebben opgebragt rd:s 1758: en dat nog dit laatste bedraagen zoude zijn gedecorteerd van zijne kontante speetsien, niet teegenstaande de voldoening hadde moeten geschieden in koo= „pere munt, zullen uwe Hoog Edelheeden, bij 't hier vooren vermelde berigt vanden Hoofd- administrateur van Angelbeek en de p:l Dessave Reintous, ge„ „lieven te beoogen, dat bijde deeze voorgaves „ 220 voorgaves volstaekt valsch zijn: want de raad van Justietsie te Gale had aan den Pagter, op 't door Abo zelve opgegeeven in= „koops bedraagen der Lijwaaten ter somme van 18752: ropijen 15: p:r C:t tol toegelegd, en dit maakt net uit een bedraagen van 1758: rd:s, en deeze somme is aan den pagter betaald in koopere munt, als zijnde de„ „zelve gedecorteerd, van't bedrae„ „gen van de goude en zilvere speetsien van Abo, na dat die speetsien eerst met 50: p:r C=t waaren geaugmenteerd, zoo als dat niet alleen bij 't voorsz: berigt blijkt, maar ook bij de aareekening 1982 321 1788. twee door Abo meerder sche zwaare touwen — zullen na Batavia ge„ zouden worden. aanreekening, die we de eere gehad hebben uwen Hoog Edelheeden aante„ „bieden nevens onzen eerbiedigen van den 18=e Junij 1791: § 227. Terweil de twee zwaare holland- verandwoorde holland- „sche touwen, die door Abo meer„ der verand woord zijn, werkelijk onbequaam, en van geen ander nut voor de komp: zijn, dan tot 't slaan van trosfen en lijnen, of tot 't plukken van werk, weeten we niet teegens wat paijs wij de„ „zelven, volgens uwer Hoog Edel„ „heeden bevel bij missive van den 10:e aug=o pass=o 5. 154:, hem ten faveure zullen laaten brengen, weshalven wij die touwen, die nog niet verwerkt zijn, ter disposietsie van : 299 222 § 228. nopens de 6. dreggen door Abo meerder verandwoord. van uwe Hoog Edelheeden na Batavia zullen zenden. Jnsgelijks weeten we niet, tegens wat prijs wij hem zullen laaten bevoordeelen de door hem meerder verandwoorde 6: onbequaeme daeggen, vermeld bij 5. 155: van even gem: uwen Hoog Edelheeden missive. Deeze dreggen zijn reeds voor ballast naar neder„ „land verzonden en zouden volgens op „gave vanden Equipagiemeester Aams, vermeld bij gaelsche brief van den 20:e November Jongstl: die in kopia onder de bijlaagen overgaat, naar gissing 1500: lb: tezaamen gewoogen hebben wij verzoeken uwe Hoog Edelheeden nedrig 1983 lle 1789 § 229. reekening van d' meer goederen door Abo. nedrig, dat ze te Batavia zelve op de reekening van Abo, nevens de voorsz: touwen, moogen gesteld worden, teegens zodaanige prijzen als uwe Hoog Edelheeden zullen gelieven te bepaalen. Wij neemen voorts de vrijheid en minder verandwoorde uwen Hoog Edelheeden aantebieden de reekening, die door de Negoot„ „sie bedienden nu naeder is opge„ „maakt, van de meer en minder verandwoorde goederen door Abo„ bij de overgaeve zijner adminis„ „tratie, en van het geen hem ver„ „der ten voor of nadeele moet koomen, voor zoo verre dat reeds gedesideerd is: waar aan we verlof verzoeken ons hier te moogen 224. -„ § 238. Berigt nopens de ingekogte Deensche geweeren. hen span paarden zal gezonden worden. moogen gedraagen. De Deensche geweeren, vermeld bij uwer Hoog Edelheeden missi= „ve vanden 22:e Maij passato, zijn wel uit de voor Ceilon in= „gekogte partij, dog niet van kolombo, maar diackt van Tranquebaar naar Paleakatta gezonden in't jaar 1785:, zoo als dat blijkt uit 't berigt van den Hoofdadministrateur, dat onder de bijlaagen gaat. § 231: Toen we de order ontvingen om 2: paarden te zenden tot geschenk voor de keizer en sultan van Java waaren de paarden uit de Jaffa„ „nasche stoeterij reeds verkogt op twee span na, die voor kolombo zijn geeischt. Deeze 2: span verwagten we dagelijks hier, en daar uit zal 't beste span gezonden worden na Batavia. Extrakt vlingeandt en 1790 Extract a: Extract uit de Missive geschreeven door de vergadering van 17=nen aan den Gouverneur generaal en de Raden van Indie te Batavia in dato 7.:' December 1791: 51: volgens, jaarlijks gebruik met UE: zullende verhan- „delen het geen ons bij de overweeging van uwe Brie¬ „ven en Papieren is voorge¬ „koomen reflaxie te vereijs- schen moeten wij bij den aanvang deser generaale Missive over de Materie van kt 226: fa van Amboina Etc=a §282. Met betrekking tot het Gou„ „vernement van: Ceilon, merken wij aan met ongenoegen gezien te hebben het aanmerkelijk verlies tot 7¾. p:r C:t het welk de Maatschappij geleeden heeft, op den ver„ „koop der kantonsche zijde welke vanden franschen Agent Monneron was overgenoomen: uit aan= „merking egter van de goede oogmerken waar„ „meede deeze inkoop maer tijd is geschied, als meede uit hoofde van de om„ „standig= 14 227 2 1791 aanbeveeling, schuldpligtig tot we zijn zeer erkentelijk voor standigheeden, waar in de Ministers zich toen bevonden, en om de door de Ministers verder bij= gebragte reedenen zullen wij voor ditmaal deeze handeling passeeren, recommandeerende hun egter diergelijke inkoo= „pen bij vervolg nate- laaten § 283: Bij onze generaale Mis- „sive aan UE: van't jaar 1789. §192: lieten wij ons in het breede uit weegens de rijsten het zout 't welk de dispencier te kolombo had overgegeeven deeze gunstige, inschikking en zullen ons uwel Edele Hoog agtb: narigt laaten strekken. aan 228 aan 'slands Fregat de scipio te hebben afgelee„ „verd, doch voor welkers ontvangst de kapi- tein van gemelde bodem E: Lucas in der teit gewijgerd had te teekenen en wij reserveerden toen ter tijd om na ingenoo= mene informaatsien ons over deeze en andere artikulen van de verstrek„ „kingen aan dat fregat gedaan om naeder tezul- len verklaaren. zeedert geleegendheid hebbende gehad de informatien op dit poinct van ge„ „melde

NL-HaNA_1.04.02_3978_0287 view scan ↗

English

194 1792 to examine the said Captain Lucas himself, it has appeared to us all too clearly from this that he, at the Colombo roads, did not receive, or far from it, that which he requested and which was entered in the books at the time as having been supplied from that vessel. It would therefore now be the moment to follow with those remarks which such management must necessarily give rise to with us. But whereas the Ministers now report to us that 230 it has not appeared to them that any bad faith took place in this on the part of the Dispenser, and that it is not improbable that, even though the Dispenser may have delivered the above-mentioned items, they might have been stolen by the coolies, we shall for this time let the matter rest herewith, in the expectation that regarding similar matters more attention will 1927 231 1793 This shall be done and proper care shall be taken against such abuses as may have occurred in these matters. be exercised in the future, we nevertheless desire that the compensation for the rice imposed on the Dispenser by the Ministers shall be maintained and take effect. §204. It has surprised us very much to see from the report of the Master of the Equipage Andringa that at the time the ship De draak was provided with the necessary sails at Colombo, no proof had appeared to him that Captain Pijlhart had received such a large 232 5. large boom-sail at Batavia, as of which the receipt was signed by the said Captain at Batavia, and subsequently sent by Your Honour in copy to Ceylon. We must conclude from this that either at Batavia in making the supplies of equipage goods, or on the ships, a very careless management takes place, since otherwise it ought to have appeared from the equipage book of the ship which 2233 1794 which sails had been given to the same. We therefore expect that Your Honour will devise such arrangements in this regard that similar careless errors can no longer occur, and we also desire to be informed how it can be that such supplies could have taken place without it having to appear from the ship's papers on Ceylon, and in case it might be discovered that a 234 No evidence has appeared to us that any mistakes were made in this regard on Ceylon. neglect has taken place, whether at Batavia or on Ceylon in examining the papers, we then desire that the compensation of the double value be imposed upon such person who is to be considered the cause thereof. § 285: As the reasons given anew by the Ministers in their marginal answer to our letter of December 1788 why the cloves were not unloaded sooner from the ship De Both 1989 289 1795 did not appear to us to be more satisfactory than those found in the report of the Galle servants of 26 January 1789, regarding which we have already communicated our thoughts to Your Honour in our last general letter § 276, we refer back to what was written in the said letter and persist in the order that we established therein. § 286: We likewise accept for this time the reasons adduced by the Ministers 236 adduced why they had granted the Master of the Equipage Andringa an advance of 25 per cent on the equipage goods purchased from him, although however the reason of the difference in value of the gold and silver specie with the copper coins appeared somewhat dubious to us, because it seems strange that in taking the resolution not the least mention was made thereof, as nevertheless ought 1990 287 1796 We shall dutifully comply with this Your Right Honourable and Esteemed order, and continue to ensure compliance. to have happened. But with respect to our given order that no Masters of the Equipage shall be allowed to trade in any equipage goods, we persist most strongly therein, and we most earnestly desire that it shall be strictly fulfilled, and if it should be discovered that any Master of the Equipage should carry on such trade directly or indirectly, we desire that such person be immediately dismissed from his post and sent to 238 sent to the Netherlands. §287: We shall, just as already mentioned above by us under the subject of Palembang, look forward to the statement of the emoluments and incomes of Company servants, which Your Honour, pursuant to our order, have commanded all Ministers and servants to submit, before taking any special decision regarding those of one or another office, and 123 1797 The servants of Ceylon have, as far as we know, all properly complied with the intent of this order. expect that in those statements will be made known not only those incomes which are fixed by the regulations, but also all those which, although less well known, are enjoyed by them. §288: We have seen with displeasure that our reflection made on the rashness of the Ministers' plan to establish six new gunpowder mills of a new model on Ceylon has 240 been all too much confirmed by the outcome, and that experience has shown the Ministers the imperfection of these mills, so that they have been obliged to resolve upon the demolition of the two mills of that kind already erected. We hope that they will thereby have learned not to proceed so quickly to novelties, nor to the construction of new buildings.

Dutch transcription

194 1792 gemelde capitein Lucas zelve inteneemen, is ons daar uit maar alteklaar gebleeken dat dezelve ter Colombosche rheede of ver na niet heeft genooten het geen hij heeft verlangt en 't welke als van dien Bodem verstrekt in der tijd is te boek gesteld. Het zoude derhalven thans het oogenblik zijn om hier te laaten volgen die remarque, welke zulk een directie bij ons noodwandig moet doen gebooren werden. Doch nademaal de Mi „nisters n - k 230 nisters ons nu melden dat het hun niet is voorgekoomen, dat hier in eenige kwaede trouwe vanden kant van den Dispencier heeft plaats gehad en dat het niet on= waarschijnelijk is dat schoon de Dispecier de bovenge„ „melde artikulen mogt hebben afgeleeverd dezelve door de koelies zoude zijn ontvreemd geworden. zo zul- len wij de zaak voor dit- maal hiermeede laa„ ten berusten in verwag„ „ting dat omtrend zoort - gelijke zaaken in het vervolg meer attentie zal 1927 231 1793 Dit zal geschieden en zal teegen „zen mogten plaats gehad hebben, behoorlijk worden gewaekt. zal worden gebruikt begee„ diergelijke abuijsen als in dee „ aende wij niet temin dat de door de Ministers aan den Dispencier opgelegde vergoeding van de rijst zal blijven stand houden en effect zorteeren. §204. Het heeft ons zeer bevreemd uit het bericht vanden Equipagiemeester Andrin- „ga tezien dat 'er op die tijd, dat het schip De draak op kolombo van de noodige Zeilen voor= zien wierd, aan hem geen blijk was voorge„ „koomen, dat de Capitain Pijlhart zodaanig een groot 232 5. groot baamzijl op Batavia ontvangen had, als waar van de quitantie door ge„ „melde Capitein op Bata= via geteekend was, en na- derhand door UE: in Copij naar Ceilon geson- den is wij moeten hier uit opmaaken dat 'er het zij op Batavia bij het doen der verstrekkingen van Equipagie goederen het zij op de schee= pen eene seer slordige directie plaats hebbe, de„ „wijl 'er anders uit het Equipagie boek van het schip had moeten blijken welke 2233 1794 welke zijlen aan het zelve waaren meede gegeeven: wij verwagten dierhalven dat uw E: hier omtrent zo danige schikkingen zult beraamen dat diergelijke slordigheeden niet meer kunnen voorvallen en wij verlangen tevens g' informeert te zijn hoe het zijn kan dat eene diergelijke verstaekkin- gen heeft kunnen geschie- „den, zonder dat het op Ceilon uit de scheepspa- pieren heeft moeten blij- ken, en bij aldien 'er mogt ontdekt worden dat 'er een 1 234 ons zijn geene blijken voorgekoo- eenig vergissingen zoude zijn begaen. een verzuim plaats heeft gehad, het zij op Batavia het zij op Ceilon bij het „men dat hier omtrent, op Ceilon nagaan der papieren, zoo begeeren wij dat de vergoe„ ding der dubblende waerde aan den zodanige opgelegd worde welke als oorzaak daar van aantemerken § 285: Daar ons de op nieuw door de Ministers bij haar marigenaal andwoord op onze Missive van de„ „cember 1788: gegeeven ree= =denen waarom de Nage„ „len niet eerder uit het schip De Both gelost waaren is. 1989 289 1795 waaren niet meer voldoen- de zijn voorgekoomen aan die welke gevonden worden bij het bericht van de gaalsche bedienden van den 26:' Januarij 1789. waer omtrent wij uE: onze ge„ „dagten reeds bij onze laatste gen: brief § 276: hebben gecommuniceerd recareeren wij ons tot het aangeschreevene bij gem: en persisteeren bij de 5 ordre welke wij daar bij hebben vastgesteld. § 286: Wij laaten ons insgelijks voor ditmaal welgevallen de reedenen door de Ministers bijge 236. bijgebragt waarom zij den Equipagiemeester Andrin= ga een advans van 25:e p:r C: op de van hem inge„ „kogte Equipagie goederen hadden toegelegd schoon egter de reeden van het verschil der waer„ „de van de goude en zilvere specien met de kopere munten ons eenig- zints bedenkelijk is voor- gekoomen, deweil het vreemd schijnd, dat bij het neemen der resoluuttie daar van geen deminste melding is gemaakt zoo als echter had behooren te 1990. 287 1796 we zullen deeze uwel Edele hoog „plichtig nakoomen, en bij voort= „duuring doen nakoomen. te geschieden. Dan ten opzigte van onze gegeeven ordre, dat geene equipagiemees- ters in eenige Equipagie goederen zullen moogen handelen persisteeren wij ten sterksten bij dezelve en wij verlangen ten ernstigste dat daer aan nauwkeurig zal worden achtb: zeer g.' eerde ordre schuld-voldaan, en bij aldien 'er mogte ontdekt worden dat eenige Equipagiemeester direct of indirect zodae„ „nige handel mogt daij ven, zoo begeeren dat den zodaanige direct van zijn post ontslaagen en naar 238 Naar Nederland opgeson- „den zal worden. §287: Wij zullen even gelijk zulks reeds hier booven door ons onder de Mate„ „rie van Palenbang en gemelde de opgaeve van de emolumenten en in- „komsten van Compag= niet Dienaaren, welke uE: ingevolge onze ordre aan alle Ministers en bediendens gelast hebben optegeeven tegemoed zien, alvoorens omtrend die van 't een of ander kan„ „toor eenige speciaal disposietsie teneemen en verwagten 123 1797 De dienaaren van Ceilon hebben zoo veel ons bekend is aan de intentie dezer ordre allen be„ „hoorlijk voldaan. verwagten dat bij die opgae„ „ven niet alleen die in„ „komsten welke bij de reglementen bepaald zijn zullen worden bekend ge„ „steld maar ook alle die welke schoon mieder bekend door hun ge¬ „nooten worden. §288: Wij hebben met ongenoe„ „gen gezien dat onze gemaakte reflexie over de onberaadenheid van het plan der Minis- ters om ses nieuwe kruitmoolens van een nieuwe model op Ceij„ „lon tewillen aanleggen door on gten 240 door de uitkomst maar al te zeer is bevestigd ge„ worden, en dat de onder„ „vinding de Ministers heeft doen zien de onvol= „maaktheid van deeze moolens, zo dat zij ver„ „pligt zijn geweest tot de afbraake der twee reeds opgeregte Moo- lens van dat zoort te„ moeten besluijten wij hoopen dat hier door zul= „len geleerd hebben niet zoo spoedig tot nieu= „wigheeden overtegaan nog tot het exstruceeren van nieuwe gebouwen op.

← previousnext →