VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3978

Ceylon · 970 pages · 127 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3978_0299 view scan ↗

English

1992 /41 1798 to decide on such a loose footing, of which the Company needlessly must bear the costs, whereas we would otherwise be obliged to have the costs expended for this reimbursed by the Ministers. Paragraph 289. In our last-mentioned missive to you, paragraph 288, we have already explained ourselves concerning the request for a gratuity of 1000 rixdollars as compensation for the Engineer Brosette; we therefore refer in this regard to what was written therein, but we cannot fail to note here further 242 that it was by no means pleasing to us to see that the Ministers wanted to justify the gratuity which that Engineer used to enjoy from the oil-men and wanted to make it appear lawful, whereas it appeared to us to be an entirely impermissible means and capable of having very disadvantageous consequences, as it may have given much cause for extortion and mistreatment of the natives, in order to 1004 1793 243 1799 This will be dutifully complied with. force them thereby rather to pay the fine than to perform the service in person, and may also have given the opportunity to disadvantage the Company by employing coolies less suited for the labor, or else because the number of the servants who remained behind was not fully replaced by coolies, and whereby the profit for the Engineer could be considerably increased. We expect that all such 244 gratuities shall henceforth no longer take place, both among the Engineers, whose fixed income we have established in our just-mentioned missive, as well as among all other servants who might still enjoy such revenues. Paragraph 290. Likewise, in the often-mentioned missive, paragraph 338, we communicated our thoughts to you about the order established by the Ministers to have 10 fathoms of the same cut off and weighed from time to time in order to discover the quantity of coir which 19941 1800 is spun into ropes at Galle; and we also refer to what was written to you in the mentioned missive in that regard, but we cannot hide our dismay over the impermissible conduct displayed in this again by the former Master of the Rigging Abo, that notwithstanding the compliance with the said order was earnestly recommended to him by the Ministers, he nevertheless delivered 23 coir ropes of various thicknesses and lengths to the Company's ships and sloops or dispatched them to Batavia without having the same inspected by the commissioners, indeed even without giving them the slightest knowledge thereof. We wonder that the Ministers have satisfied themselves with such a meaningless justification in this regard from the said Master of the Rigging, 1995 247 1801 namely that the reason for this omission had been the great busyness at the wharf; that it was very apparent that this was a far-fetched reason and was to be regarded as nothing but a pretext, wherefore the Ministers did very poorly to let this conduct pass so unsubstantiated, because such slack treatment cannot but have disadvantageous consequences, as negligent servants are thereby encouraged to continue in their wrong conduct and not to heed the orders that might be established by the Ministers, since they see that the earnest commands can be transgressed with impunity. Paragraph 291. The marginal answer which the Ministers have given to our reflection made concerning the pepper laden into a Danish ship by the Warehouse Master Conradi has surprised us to the utmost, since they in no way 1986 789 1802 not only have failed to comply with our desire, so clearly manifested to them, to still have that matter legally investigated if at all possible, but even have answered nothing in that regard and have left that entire section of our missive untouched. We order you to express our earnest displeasure to the Ministers over this, and to recommend to them to comply with our given orders in the future with more accuracy, 250 7 The displeasure expressed in this matter by your Honored High Mightinesses causes us much sorrow, and we shall dutifully comply with the recommendation made to us in this matter. they having to hold themselves assured that in case more such examples of disregard of our commands should come to our notice, we shall make use of such means which will be quite sufficient to bring them back to their duties and cause our orders to be observed. Paragraph 292. Upon your request made to obtain some mitigation of the order previously established by us concerning the employment of captains 1997 274 1803 appointed here in this country for that purpose on the return ships, we have resolved to qualify you to be allowed to employ as captains on the return ships those who have been appointed in the Indies, however not otherwise than in case there are no others available, which will then have to be adequately proven, and also in that case the evidence will have to be sent over to us. Paragraph 293. Having herewith handled all that which we judged required any remark, both from your response to our missive of December 1788 and from the marginal response by the Ministers to that same letter, we shall proceed to take into consideration that which was communicated by you and the Ministers concerning all that occurred in this Government, as it appears in your letters and those of the Ministers in the general report. Paragraph 294. In our missive to you of 11 December 1790, paragraph 295, we reserved

Dutch transcription

1992 /41 1798 op zoo een lossen voet te besluij- „ten waar van de Comp:e nut= „teloos de kosten moet draa„ „gen deweil wij anders ver„ „pligt zouden worden de daar toe besteede kosten door de Ministers te laaten vergoeden. §289. Bij onze laatste genoemde Missive aan UE: § 288: heb- ben wij ons reeds g'expliceerd omtrent het verzoek van een douceur van rd:s 1000: tot schavergoeding voor den In- genieur Brosette, wij refe„ „reeren ons dierhalven hier omtrend tot het daar bij aan„ „geschreevene, dan wij kun- „nen niet voor bij hier nog 2.42 nog aantemerken, dat het ons gantsch niet wel gevallig is geweest tezien dat de Ministers het douceur, het welk die Jngenieur van de oelieammers pleegte ge„ „nieten hebben willen goed mae- „ken en als wettig hebben wil- len doen schijnen daar 't ons als een geheel ongepermitteerd middel en als van zeer nadeelige gevolgen kun= nende zijn is voorgekoo¬ men, deweil het zeer veel aanleiding heeft kun„ „nen geeven tot kneve„ „laaijen en mishandeling van de jnlanders, om hun 1004 1793 243 1799 Hier aan zal schuldpligtig worden voldaen. hun daar door te noodsaaken liever de boete tewillen op brengen als in perzoon den dienst te presteeren en ook geleegendheid heeft kunnen geeven om de Compe: te benadeelen door tot den arbeid minder geschikte koelies te emploijeeren of wel door dat het getal der agter gebleevene dienste„ „lingen niet ten vollen door koelies geremplaceerd wierde, en waer door het profijt voorden Jngenieur aanmerkelijk konde vermeerdert worden. wij verwagten dat alle dier kun 244. diergelijke douceurs voor„ „taan niet meer zullen plaats hebben zoo wel bij de Jnge¬ „nieurs welker vast in- koomen wij bij evengem: onze missive hebben vast gesteld, als ook bij alle andere Dienaaren welke nog van diergelijke in= komsten mogten Jouis- seeren § 290: Jnsgelijks hebben wij UE: bij meerm: Missive 3338: onze gedagten gecommu- niceerd over de door de Ministers vast gestelde ordre om ter ontdekking van de quantiteit Kaijer welke 19941 1800 welke te Gale in de touwen geslaagen word van tijd tot tijd 10: vadems van de„ „zelve te laaten afkappen en weegen, en wij refereeren ons almeede tot het dien aangaande bij genoemde I aan UE: aangeschreevene dan wij kunnen onze ont- „stigting niet verbergen over het in deeze wederom ongepermitteerde gehou den gedrag van den ge„ „weesen Equipagiemeester Abo, van niet teegenstaen- „de hem de nakooming van gemelde ordre door de Ministers ernstig was was aanbevoolen nogtans 23: Kaijer touwen van on „derscheide dikte en lengte aan 'sComp:s scheepen en slo „pen verstrekt of naar Batavia verzonden te hebben, zonder dezelve door de gecommitteerdens telaa„ „ten bezigtigen, ja zelfs zonder aan hun daar van eenige de minste kennis verwonderen te geeven. wij # oan daare ons dat de Ministers zig met zulk een niets beduidende verandwoording hier omtrent van gem: Equipagiemeester heb- ben te vreede gehouden dat : 1995 247 1801 dat de reeden namentlijk van dit verzuim was ge„ „weest, de groote daukte op de werf, dat het zeer blijkbaar was dat dit een- gezogte reeden was, en niet dan als een voorwendsel was aantemerken, waerom dan de Ministers zeer kwalijk hebben gedaan, van dit gedaag zoo onge„ „staaft te passeeren, deweil diergelijke slappe behande„ „ling niet dan van nadee„ „lige gevolgen zijn kan, als wordende daar door nalaatige dienaaren aan= „gemoedigt, om in hun ver„ „keerd keerd gedrag voord tevaaren en om zig niet te stooren aan de orders die door de Ministers mogten worden vastgesteld daar zij zien dat de ernstige beveelen staaffeloos kunnen overtae „den worden. 5291. Het marginaal andwoord het welk de ministers hebben gegeeven op onze ge„ „maakte reflectie omtrend de door den pakhuijsmees¬ „ter Conradi in een Deens schip afgelaeden peeper heeft ons ten uitterste be vreemd daar zij geen„ „zints aan ons zo duide„ lijk 1986 789 1802 lijk gemanifesteerd verlangen om die zaak zoo eenigzints mogelijk als nog gerechtelijk telaaten onderzoeken, niet alleen niet hebben voldaan maar zelfs daer omtrent niets hebben geantwoord, en die ge„ „heele periode onzer missive onaangeroerd heb- ben gelaaten wij gelasten uE: aan de Ministers daer over ons ernstig misnoe„ „gen tekennen tegeeven, en hun terecommandee¬ „ren aan onze gegeeven ordres bij vervolg met meer naauwkeurigheid te 250 „7 in deezen opgevat, doet ons heel leed, en zullen de aanbeveeling ons in dezen gedaen, schuldpligtig nakoomen. te voldoen moetende zij zig verzeekerd houden dat bij aldien ons meer diergelijke voorbeelden van veron¬ „achtzaaminge van onze beveelen mogten voorkoomen wij ons van zodaanige middelen zullen bedienen zijn om haar tot haare verplichtinge terug te bren „gen en onze orders te doen observeeren. Het ongenoegen door uwelEd: Hoog agtb: welke genoegsaam zullen §292. op uw gedaan verzoek om eenige mitigatie te bekoo- men en de door ons tevoo- ven vastgesteld ordre om „trend het emplooij van Capitains 1997 274 1803 capitains op de retourscheepen hier telande daar toe aan„ „gesteld, zoo hebben wij be„ „slooten uE: te qualificeeren om tot Capitains op de retourscheepen temoogen emploijeeren de zulke die in Jndie zijn aangesteld echter niet anders dan ingevalle 'er geen andere voor handen zijn, het geen als dan voldoende zal moe¬ „ten blijken, en ook in dien gevalle de bewijsen aan ons zullen moeten over„ „gesonden worden. F 293: Hiermeede afgehandelt heb- „bende al het geene wij oor- deelden oordeelden dat zoo uit uwe beandwoording van onze missive van december 1788: als uit de marginaal beandwoording door de Mi¬ „nisters van die zelfde brief eenige aanmerking veraisch: „te zoo zullen wij overgaan om te overweeging het door UE: en de ministers meede gedeelde over al het voor„ „gevallene ten deeze gouver„ „nemente zoo als het in uwe en der Ministers brie¬ ven bij het generaal verslag voorkomt. § 294. Bij onze Missive aan UE: van 11:' december 1790: §295: reserveerden

NL-HaNA_1.04.02_3978_0311 view scan ↗

English

1998 253 1804 we reserved the right to explain ourselves further regarding the ropes supplied to the five hired ships, the Drie Gebroeders, the Fortuin, Josephus de Tweede, the Johanna, and the Susanna, with which these had lain moored in the Bay of Galle, and about which the skippers of those ships had complained to the Ministers, until the further report of the Galle officials, which the Ceylon Ministers had demanded from them, should be received by us. 254 We have now examined the same, and although we already expressed our surprise in our aforementioned letter at the impermissible conduct of the Master of the Equipage Abo, we could never have imagined that matters were situated in such a state as we have now learned with great displeasure. We cannot form any conception of a household such as appears to have taken place at Galle, 329 1805 where the Master of the Equipage was free to act in such an arbitrary manner at his own discretion, and apparently without prior examination or appraisal by knowledgeable and impartial persons, to take over those ropes from himself for the Company and enter them into the Equipage book. Regarding this matter, we refer to what was written in our aforementioned latest dispatch and approve that 256 the Ministers made him, Abo, execute an instrument to refund the amount for those ropes in case the owners of the aforementioned ships should refuse to pay for those ropes. We shall send you a note of what was settled here upon the final accounting with the owners of those ships for what was supplied at Galle, and we order the Ministers to verify from this to what extent the ropes distributed herewith have been accounted for; and if they should find that 2099:— 1806 the Company here had received less than the sum for which those ropes were entered in the Company's books amounted to, this surplus amount must be refunded to the Company by the former Master of the Equipage Abo or his authorized agents. We cannot fail to point out to you on this occasion how this case serves as new proof of how detrimental it can be for the Company if the Masters of the Equipage in the Indies were allowed to trade in equipage goods, 258 and how arbitrarily such goods—which are indeed alleged to have been purchased or taken over from others, but regarding which it is always difficult to be sufficiently assured—can then be supplied and charged to the Company by those Masters of the Equipage; which we trust will therefore convince you of the fairness and necessity of our decision to prohibit the same absolutely. § 295 2001 259 1807 1 § 295: We have seen with pleasure that, pursuant to the report of the Master of the Equipage Aams, the Ministers have decided that henceforth ships in the Bay of Galle shall be moored with ropes of 95 fathoms, with the authorization, however, to be permitted to use ropes of greater length in individual cases when wind and weather should require it; our desire expressed in our often-mentioned general dispatch having hereby been principally 260 Dutiful care shall be taken against this. fulfilled, we fully approve this decision taken and recommend that the Ministers take care that, as happened previously, this order does not fall into disuse and longer ropes are once again employed by the Master of the Equipage merely to benefit himself to the detriment of the Company. § 296: The unauthorized supplies of cloth, kapok, etc., for the benefit of the boat 1t 265 1808 of the ship the Phenecier provide yet another proof of how arbitrarily the supply to ships and vessels is handled in the Indies, which is certainly to be regarded as one of the principal causes why the item of ships and vessels comes to amount to such an enormous sum annually. We therefore fully approve that you had the compensation for that supply reimbursed by Captain Cornelisse, /262 and it also meets with our approval that you have stipulated that such unauthorized supplies shall in the future be compensated by the Masters of the Equipage, since we understand that they are just as guilty through the unauthorized supplying or through the exaggerating of the requirements as the Captains are by demanding the same. However, we would be of the opinion that, in order to counter such practices, it might be useful that 1003 263 1809 it were generally determined that the amount of such unauthorized supplies ought to be compensated in full by both the Masters of the Equipage and by the Captains, each in its entirety, which we have therefore wished to give you herewith for consideration. § 297. Several times during the examination of the papers it has been noticed that in the dispatch of extracts of resolutions and other documents from Batavia to the outer offices 264. proper attention is not exercised, and that not infrequently various papers are sent which are not only entirely useless at some offices, but which may even very easily give occasion for misunderstandings and errors. We believe we encounter a similar case here once again in the sending to Ceylon of the order by extract of the minutes of 31 October 1789, not to keep heavy ropes for longer than three years

Dutch transcription

1998 253 1804 reserveerden wij ons naeder te zullen expliceeren over de ver„ staekte touwen aan de vijf ingehuurde scheepen, de drie gebroeders, het fortuin, Josephus de Tweede, de Johanna en de Susanna voor welke deeze in de gaalsche baaij hadden ver„ „tuijd geleegen en over wel„ „ke de schippers dier schee„ „pen aan de Ministers zig hadden beklaagd tot dat het nader berigt der gaalsche bediendens het welk de Ceilonsche Ministers van dezelve hadden geeischt door ons zoude ontvangen zijn 254 zijn. wij hebben het zelve als nu g'examineerd en schoon wij reeds bij gemel ons schrijven onze bevreem „ding te kennen gave over de ongepermitteerde hand wijze vanden Equipagie meester Abo, zoo hadden wij ons echter inmmer hunner voorstellen dat 't daer meede zodaanige zoude ge¬ „leegen zijn als wij nu met veel ongenoegen vernoomen hebben. wij kunnen ons geen denkbeeld vormen van eene huijs- „kouding, zoo als 'er te gale schijnd te hebben plaats 329 1805 plaats gehad waar in 't aan den Equipagiemeester heeft vrijgestaan, om op zoo een willekeurige wijze na zijn goedvinden tehan- „delen, en zoo het schijnt zonder voor afgegaane examinaatsie nog taxatie door de kundige en onpar„ „tijdige lieden die touwen voor de Comp:e van zig zelve overteneemen en in het Equipagieboek inte„ neemen. Wij refereeren ons met betrekking tot deeze zaak tot het aange„ „schreevene bij gem: onze laatste missive en approbeeren dat 256 dat de Ministers hem Abr een acte hebben laeten pas„ seeren om het bedraegen dier touwen te restitueeren bij aldien de rheeders van gem scheepen wijgeren mogten die touwen te betaalen; wij zullen UE: laaten toe koo= men eene Notitie van het geen alhier bij de afreeke¬ ning met de rheeders dier Scheepen voor't op Gale verstrekte is voldaen, en wij gelasten de Ministers daar uit nategaan in hoe verre de bij deeze bedeelde touwen zijn verreekend en zoo zij mogten bevinden dat 2099:— 1806 dat de Comp: alhier minder had genooten dan de som waarmeede die touwen bij Compt: boeken zijn ingenoomen geweest, heeft bedraagen, zoo zals dit meerder bedraagen door den geweezen equipa- giemeester Abo of zijn gemag- tigdens aan de Comp:e moe¬ „ten worden gerestitueerd. wij kunnen niet nalaaten uE: bij deese gelegendheid nog te doen opmerken hoe dit ge„ „val tot een nieuw bewijs stoekt, hoe nadeelig het voor de Comp:e zijn kan dat de Equipagiemeesters in Jndië en Equipagie goederen zouden mogen 258 moogen handel drijven, en h willekeurig als dan zodaa„ nige goederen die wel voorge„ „geeven worden van anderen ingekogte of overgenoomen te zijn, dan waaromtrend het altoos moeijelijk is zig voldoende te verzeekeren door die equipagiemeesters aan de Comp:e verstrekt, en aangereekend kunnen worden het welk wij ver„ „trouwen dat UE: der„ „halven vande billijkheid en noodzaakelijkheid van ons besluit om het zel= „ve volstrekt teverbieden overtuijgen zal. P 295 2001 259 1807 1 § 295: Met genoegen hebben wij gezien, dat de ministers in„ gevolge 't bericht vanden Equipagiemeester Aams beslooten hebben dat de scheepen voortaan in de gaalse baaij voor touwen van 95: vadems zullen vertuijgd worden met qua- lififatie egter, om in En„ „kelde gevallen wanneer wind en weer zulks mogt vereijsschen touwen van meerder lengte temoogen gebruiken, hier door dan voornamentlijk aan ons verlangen bij meermelde onze generale Missive tekennen 260 Hier teegen zal schuldpligtig worden zorg gedraegen. te konnen gegeeven zijnde voldaan zoo approbeeren wij ten vollen dit genoomen besluit en recommandeeren de Ministers zorg te drae¬ „gen dat niet even als te vooren is geschied, deeze ordre in ongebruik ge¬ „raakt en weederom door de Equipagiemeester lan¬ „ger touwen worden geëm= „ploijeerd alleen om hier door tot schaede van de Comp:e zig zelve te be¬ voordeelen. § 296: De ongequalificeerde verstrekkingen van laken Ka- pok etCo ten behoeve van de schuijt 1t 265 1808 schuit van het schip de Phe„ necier leeverd al wederom een bewijs op hoe willekeu¬ „rig 'er in Jndië met de verstrekkingen aan schee- pen en vaartuijgen word te werk gegaan, hetwelk zekerlijk voor een der voor- naamste oorzaaken te hou„ den is, waarom het articul van scheepen en vaartuijgen zoo een en orme somme Jaarlijks komt te bedrae¬ „gen. wij approbeeren dus volkoomen dat UE: de vergoeding van die verstrekking door den Capi= „tain Cornelisse hebben laeten vergoeden en t /262 en het is ook van onze goed keuring dat uE: hebben vast gesteld dat diergelijke onge„ „qualificeerde verstrekkinge bij vervolg door de Equi¬ pagiemeesters zullen vergoed worden, deweil wij begrijpen dat deeze even zoo schuldig zijn door het ongequalificeerd verstrek ken of door het verescee„ ren van de benoodigdheid als de Capitains door dezelve te eijsschen. Echter zouden wij van oordeel zijn dat„ om zulke handelingen teegen tegaan het van nut zoude kunnen zijn dat ƒ 1003 263 1809 dat in het algemeen wierde bepaald dat het bedraagen van diergelijke ongequali- ficeerde verstrekkingen, en door de Equipagiemees- ters en door de Capitains ieder in het geheel zouden behooren vergoed teworden het welk wij dierhalven uE: bij deeze in Conside„ „ratie hebben willen geeven. S 297. Meermaalen is onder 't examineeren der papieren in het oog gevallen dat 'er bij de bezorging der Ex- tracten van Resolutien en andere stukken van Batavia naar de buiten Comp 264. Comptoiren niet de behoorlijke attentie word gebruikt en dat niet zelden verscheij „de papieren worden verson den welke op sommige Comptoiren niet alleen geheel nutteloos zijn, maar welke zelfs zeer ligt geleegendheid tot mis- verstand en abuisen geven kunnen. Een diergelijke geval meinen wij hier ook wederom aantetreffen in het ver„ senden naar Ceilon van de ordre bij extrakt No- tulen van 31:' oktober 1789. om geen zwaere tou- „wen langer dan drie jaeren aante

NL-HaNA_1.04.02_3978_0323 view scan ↗

English

1615 2866 1810 to maintain, which order you say is not applicable to that office and serves only for the speculation of the ministers. We therefore desire more attention in this regard at the secretariat, and that care be taken not to make and send more copies or extracts of such papers than is necessary; we judge this recommendation the more necessary because, in the registers of the papers sent from Batavia to some 266 offices, it has been observed that many extracts are continually delivered which have not the least relation to them. It therefore appears to us that, both for the reduction of clerical work and for the prevention of abuses and the misunderstanding which can arise from too extensive a dispatch of such extracts, it would indeed be necessary that it be carefully investigated whether much could not be economized and abolished in this matter, wherefore we thus desire that you cause this to be examined. Section 298: Although, from the report of the examiner Berghuijs concerning the provisions made to the sloops and lesser vessels in the last five years from 178 2/3 to 178 6/, compared with those made in 174 5/6 to 177 8/8, it has indeed appeared to us that the reason for the greater amount in the first-mentioned five years is largely to be attributed to accidental 2002 268 circumstances; nevertheless, some of the reasons adduced have not appeared to us free from all objection. For although in the last five years an additional spare suit of sails has been issued to chaloups departing for Koetsiem and Trinconomale, the question is whether this suit was indeed so necessary, particularly on the voyage to Koetsiem, and this all the more since this was not previously in practice, and why this provision To Trinconomale a spare suit of sails has always been provided to the sloops. For Koetsiem it has only occurred a single time, to the beacon De Liefde, because the time that this vessel was to have new sails was almost due, and the sails of this vessel were consequently too worn and too poor to be able to make the voyage to Koetsiem with them alone. The Trinconomale sloops account for 2006 1812 spares with this vessel could very well be superfluous, and be regarded as wasteful. Even if one assumes that providing this spare suit out of precaution is necessary, we still do not see that this should increase the expenses for those vessels so much, unless it be that the commanders of those vessels made use of them and constantly reported the second suit as consumed; whereas otherwise such the spare suit of sails provided to them upon their return, and in the same manner the suit of sails provided to the beacon De Liefde was accounted for after it returned to Colombo. 270 a suit, having to serve only in very rare cases, could be provided for a very long time without a considerable increase in expenses. Nor was the statement very satisfactory to us that more anchors, ropes, etc., have been issued in recent years for lost as well as unserviceable equipage goods; because the point here is not so much to ascertain whether more was provided, but to examine whether that which was issued 200 7/r 1843 was truly necessary or not. And as it thus appears to us that the provisions to the sloops and lesser vessels on Ceylon are not handled with the frugality that is proper, we wish most earnestly to recommend to the ministers to direct their particular attention thereto, and to take care that greater economy is practiced therein. We therefore approve that they have recommended this to the equipage master, but we nevertheless desire that it shall be investigated whether the second suit of sails which is given to the sloops departing for Trinconomale or Koetsiem, which formerly was not customary, is truly so necessary, which otherwise must be restored to the old footing; and if it should be deemed necessary, then to give all proper attention that those sails are accounted for by the commanders 272 2008 2 1814 and that the writing-off of the same is not passed too easily. Furthermore, insisting upon the strict observance of all the precautions which have repeatedly been recommended by us with regard to the provision of equipage goods, we note here, as far as necessary anew, that in the provision of equipage goods which are requested to replace old or unserviceable ones, as much as possible the remainder of the We shall dutifully and with the greatest punctuality comply with this very honored recommendation of your Right Honorable Nobilities. old and unserviceable must be shown and examined before proceeding to a further provision of such goods. Section 299: The number of sloops and beacons, particularly of those which are provided with two masts, which are maintained on Ceylon, appears to us rather considerable. It is true that, according to the memorandum of retrenchment, 11 sailing vessels are allowed to this government; but when The number of our sloops and boats is currently already considerably less than it formerly was, as appears from a specification thereof sent to their Right Nobilities with our secret letter of 31 December, and also among the enclosures hereof.

Dutch transcription

1615 2866 1810 aantehouden, welke ordre UE: zeggen op dat Comptoir niet toepasselijk teweezen en alleen ter speculatie der Ministers te dienen wij verlangen dus daar om= taend meerdere attentie op de secretarij en dat 'er gezorgd worde van niet meerder Copijen of extrac= ten van diergelijke papie- ren temaaken en te ver„ „senden als noodig is, oordee„ „len wij deeze de Comman= „datie te noodzaakelijker om dat bij de registers der verzondene papieren van Batavia naer som- „mige aal 9 266 „mige Comptoiren is in het oog gevallen, dat door„ gaans veele extrakten worden bezorgd, die op dezelve geen de minste betrek- king hebben. Het komt ons derhalven voor dat 't zoo tot vermindering van 't schrijf werk als ter voorkooming der abuijsen en 't misverstand het welk uit een tewijd uit„ „gestrekte verzending van zodaanige Extracten kan ontstaan wel nood- zaakelijk zijn zoude, dat eens nauwkeurig werde nagegaan of hier in niet veel zoude werden 2007. 207 1811 werden gemonageerd, en afge„ „schaft waarom wij dus verlangen dat UE: zulks doen onderzoeken. § 298: schoon het ons uit het berigt van den visitateur Berg„ „huijs over de gedaane ver„ „strekkingen aan de sloepen en mindere vaartuijgen in de laatste vijf jaaren van 178 2/3. tot 178 6/. gedaan verge„ „leeken met die welke in 174 5/6. tot 177 8/8. is geschied, wel is toegescheenen dat de ree„ „den van het meerder be„ „draagen in de eerst genoemde vijf Jaaren grootendeels is toeteschrijven aan toeval„ „lige 2002 268 „lige omstandigheeden; zoo zijn ons echter Zommige der bij gebragte reedenen niet vrij van alle bedenking voorgekoomen, want schoon er in de laatste vijf jaeren een meerder stel Zeijlen aan Chialoupen naer koetsiem en Tainkonomale vertrekkende ter waarlo is verstaekt; zoo is de vraege of dit stel wel zoo noodzae„ Na Trinconomale is alteit een stel „kelijk is geweest voorna- zeilen ter waarlo aan de sloepen meede gegeeven. vaar koetsiem is 't mentlijk op de rijze naer maer een enkeld mael geschied aan de baak de liefde om dat den tijd dat koetsiem en dit temeer dit vaartuig nieuwe zijlen hebben moest, bij na verscheenen was, en daar zulks tevooren niet de zijlen van dit vaertuig mits dien te versleeten en te slegt waeren, om in practijcq geweest is, daermeede alleen de togt naer koet- siem te kunnen doen. en waarom dus deeze ver= De Trinconomaelse sloepen ver„ antwoorden „strekking 2006 1812 ter waarlo aan dit vaertuijg mee„ strekking zeer wel overboo- antwoorden bij derzelver terug= komst het stel zijlen dat ter waer„ lo aan dezelve word medegegeeven dig zou kunnen zijn, en en van de baak de Liefde in zelver- voegen verandwoord het stel zijlen als verkwistende aange de gegeeven, na dat 't op Colombo merkt kunnen worden, dan is terug gekoomen. wanneer men al eens ver„ „onderstelle dat dit stel ter waarloo uit precautie meede te geeven noodzaa„ „kelijk zij, dan nog zien wij niet dat zulks de uitgae „ven voor die vaartuijgen zoo zeer moet doen vermeer„ „deren of het zoude moeten zijn, dat de gezaghebbers dier vaartuijgen zig daer van bedienden en het tweede stel gestaedig als verbruikt opgaeven, deweil anders zodanig 9 270 zodanig stel als maar in zeer enkelde gevallen moe¬ „tende dienen zeer lang zon der aanmerkelijke vermeer„ „dering der uitgaeven zoude kunnen meede gegeeven worden. ook is ons niet zeer voldoende geweest, de opgave dat 'er meerdere ankers touwen etc=a in de laatste Jaaren zoo voor verlooren als onbekwaam geraekte Equipagie goederen zijn ver„ „stoekt, deweil het hier zoo zeer niet op aankomt om na te gaan of 'er meer ver¬ strekt was, maar om te examineeren of het ver„ „staekte 200 7/r 1843 „staekte waarlijk noodzaake„ lijk was geweest dan niet, en daar het ons dus voor- komt dat met de verstrek„ „kingen aan de sloepen en mindere vaartuijgen niet met die Spaarzaamheid op Ceilon word tewerk ge„ „gaan als wel behoorde zoo willen wij de ministers ten ernstigste aanbevoolen hebben haare bijzondere atten- tie daar op te vestigen en tezorgen dat daar in meerdere zuijnigheid ge„ „bruijkt worde: wij approbee= „ren dus wel dat zij den Equipagiemeester zulks hebben 2002 hebben aanbevoolen, maar wij verlangen echter dat zal nagegaan worden, of het twee„ „de stel zeijlen het welk aan de sloepen naar Tain- „konomale of koetsiem zullen „de vertrekken word meede gegeeven, het welk tevooren niet plagt te geschieden waarlijk zo noodzakelijk is het welk anders weder op den ouden voet moet gebragt worden, en zoo het noodzaakelijk mogt ge„ „agt worden als dan alle behoorlijke attentie tegee„ „ven dat die zijlen door de gezaghebbers worden verandwoord 272. 2008 2 1814 verandwoord en de afschrij„ „ving van dezelve niet te faciet worden gepasseerd. overigens inhee ende de pric¬ „te observantie van al de precautien die temeermaelen door ons ten aanzien van de verstrecking van Equi pagie goederen zijn aanbe„ „voolen, noteeren wij hier voor zoo veel des noods op nieuw, dat bij de ver„ „strekking van Equipagie goederen welke gevraegd worden ter suppletie van oude of onbequaame geraek¬ „te zoo veel immer mooge„ „lijk het overschietende der 2802 „ we zullen in deeze uwerwelEd: hoog achtb: zeer g'eerde recommandatie schuldpligtig en met de grootste naauwgezetheid voldoen. overgaat. der oude en onbekwaeme zal moeten worden vertoond en g'examineerd alvoorens tot een nadere verstrek- king van zodaanige goederen overtegaan. § 299. Het getal der sloepen en Baa= Het getal onzer sloepen en boots is tans reeds merkelijk minder „ken voornamentlijk van als het eerteids was blijkens een die welke met twee mas„ aanwijzing die daar van aan Hunne Hoog Edelheeden is gezonden bij onze „ten voorzien zijn, wel„ secreten brief van den 31:' december en ook onder de bijlaagen deezes „ke op Ceijlon worden aan- gehouden komt ons al vrij aanmerkelijk voor Het is wel waar dat is volgens de Memorie van menagia 11: zijl vaartuij gen aan dit gouvernement zijn toegestaan dan wan- neer

NL-HaNA_1.04.02_3978_0333 view scan ↗

English

When one takes into consideration that nowadays, far more than previously, the large ships which from time to time are kept on Ceilon for the collection of rice from Koetsiem are also employed on other voyages to the respective offices, it appears very questionable whether this government could not make do with fewer such vessels; and especially considering that the packet boats sent thither, which remain at hand, in the intervening time that they are not used to convey the dispatches etc. to the Kaab, might very well be employed on other voyages. Wherefore we then desire that the Ministers shall take this into serious consideration, in order thereby to endeavor to reduce the considerable costs which are annually expended thereon, and which from year to year appear to us to increase. Regarding what is ordered herein, we humbly request to be permitted to conform to what is written on this subject to Your High Excellencies in our respectful letter dispatched simultaneously herewith. We approve the order which the Ministers have established for drawing up the annual specification of expenses, but it is by no means pleasing to us to see that they are of the opinion that the same could not be sent over with the general report; we nevertheless judge this to be highly necessary, because a later transmission will cause very much difficulty in examining what has transpired regarding this matter. And we thus expect that the Ministers will endeavor to ensure that our objective will be fulfilled by transmitting the aforementioned specification to Your Honor as well as to us, alongside the general report. We will endeavor to comply with this as far as possible. Section 300. It was pleasing to us to see the commendable zeal which the Ministers have shown in taking such a resolution whereby provision can be made against the abuse which we believe very often takes place in the Company, namely that goods from the ships or vessels are very easily declared unfit and written off for destruction. We expect that the Ministers will ensure that this established order will be strictly complied with. And since it appears to us that a similar order might also be of use at other offices, we wish to have recommended this to your consideration, to determine to what extent use could be made thereof for the other respective offices. Care continues to be taken for that purpose. Section 301. We were extremely displeased by the careless handling which took place at Souratta during the packing and shipment of the linens brought to Ceilon with the ship Berkhout; and since it was so clearly evident that this was not to be imputed to the ship's officers, the Ministers did well not to debit their account for it. However, we expect that Your Honor will ensure that the Company is secured against damage in this regard, and we shall explain further regarding this matter under the subject of Souratta. Section 302. The reflection made by the Ministers concerning the shortage of the beers brought on freight with the ship Het Slot ter Hooge appeared to us to be very correct; and since in future more goods will probably be dispatched on freight with the Company's ships, it will be most necessary that a firm regulation be made by Your Honor regarding the deficits occurring on those goods. Section 303. Although the Ministers did well to debit the accounts of the ship's officers for all the deficits on the delivered goods brought from the ship De Zaanstroom, we nevertheless trust that Your Honor, in your decision on this charge, will have taken into consideration the evident innocence of the ship's officers regarding certain items, and that Your Honor will thus have imposed the compensation thereof upon the administrators who shipped those goods. This appears to us extremely fair especially concerning the cloves found short, the cause of which, according to the information of the Ministers, cannot take place otherwise than in those administrations in which the same were prepared for shipment. Section 304. We will await Your Honor's resolution regarding the compensation of the damage occurred on the wet-damaged 43 packs of linens which should have been transported to Batavia with the ship Berkhout; but we expect that Your Honor will ensure that the compensation is actually made, either by the Captain-Lieutenant Van Wek, or by the Master Attendant Abo, so that the Company may not in this matter again become the suffering party through the laying of the blame by one upon the other. Section 305. Under the article of Purchases, we have noted from your advices to the Ministers that Your Honor gives them to understand that you expect, since the arrack was purchased at rather considerable prices and a large quantity of the drink is consumed on Ceilon, that they consequently henceforth requisition their requirements from Batavia; and we can also to that extent approve this recommendation made by you, as the purchase at rather considerable prices gave occasion thereto; but it goes without saying that this recommendation ought not to apply in case the arrack were to be obtained on Ceilon at a lower price than at the Main Settlement.

Dutch transcription

2009 1815 neer men in aanschouwd neemt dat teegenswoordig veel meer dan tevooren de groote scheepen welke van tijd tot tijd tot den af„ „haal van rijst van koet- Siem op Ceilon aangehou- den worden ook op andere togten naar de respective komptoiren worden geEm- ploijeerd zoo komt het zeer bedenkelijk voor, of het in dit gouvernement niet met minder dierge„ „lijke vaartuijgen zoude te stellen zijn en bijson- der wanneer aldaar blijvende aan handen paket „ 2010 2042 we verzoeken nopens het in desen „bevoolen ons needrig te mogen gedrae„ „gen aan het geen op dit stuk aan H: H: E: geschreeven word bij onzen eerbiedigen brief die met deeze te gelijk afgaat 5: paket booten welke derwaerde gezonden zijn welke in den tusschen teid, dat zij niet gebruijkt worden. a om de depeches etca naar de kaab over te baen„ „gen, zeer wel op andere reijzen kunnen g'emploij eerd worden, waarom wij dan verlangen dat de Ministers zulks in een — zullen om daar door te trachten te verminderen de aanzienlijke kosten welke Jaarlijks daar aan worden gespendeerd en welke van Jaar tot Jaar, door uwel Ed: Hoog agtbaare ons aen „ stige overweeging neemen schijnen 276 2010 2 1816 schijnen te vermeerderen wij approbeeren de ordre die de Ministers ter op- maaking van de Jaarlijk- „sche specifikaatsie van onkosten hebben daer ge„ „steld dan het is ons geen- zints welgevallig te zien, dat zij van begrip zijn, dat dezelve niet met 't geene„ „raal verslag zou kunnen overgezonden worden, wij oordeelen egter zulks ten hoogste noodzaakelijk deweil eene laatere over„ zending zeer veel Difficail¬ „teit in het examineeren van het hier omtrend ge „passeerde 278 we zullen na mogelijkheid hier aan tragten te voldoen. passeerde zal veroorzaaken en wij verwagten dus dat de Ministers zullen tragten te zorgen dat aan ons oogmerk zal voldaen worden met aan UE: als ook aan ons gem: specifi„ „kaatsie neevens het gene„ „raal verslag overte zenden §300: Het is ons aangenaam ge„ „weest tezien de prijslijke iever welke de ministers hebben betoond in 't nee= men van zodaanige be- sluit waer door voor zien zal kunnen worden meer misbruijk het welk wij gelooven dat de zeer dikmaels ite 2011 279 1817 daar voor word bij voortduuring zorge gedraegen. dikmaals bij de komp:e plaats grijpt, dat nament= lijk de goederen van de scheepen of vaartuijgen zeer ligt voor onbequaam verklaard en ter vernieti„ „ging afgeschreeven worden de wij verwagten dat dat Ministers zorgen zullen dat stiptelijk aan deeze gestelde ordre zal voldoen worden. En daar het ons voorkomt dat een dierge„ „lijke ordre ook op andere komptoiren van nut zoude kunnen zijn, zoo willen wij zulks uwe overweeging hebben aan- =bevoolen 280 bevoolen om te bepaalen in hoe verre daar van voor de overige despek„ „tive Comptoiren zoude ge„ „bruijkt temaaken zijn. §301. wij zijn ten uitterste ont= stigt geworden, door de slordige behandeling welke 'er te souratta bij de af„ pakking en afscheep der lijwaaten met 't schip — Berkhout op Ceilon aan- gebragt heeft plaats gehad, en daar het zoo duijdelijk bleek dat zulx niet aan de scheeps overheeden was te imputeeren zoo hebben de Ministers wel gedaen 2012 287 1818 gedaan hunne reekening daar voor niet tebelasten dan wij verwagten echter dat uE: zorgen zullen dat de komp: hierom „trend voor schaede worde be„ „veijligd en zullen om ver= „der over deeze zaak onder de materie van souratta expliceeren. §302: De gemaakte reflexie door de Ministers omtrend de te kort kooming van de Bieren op vragt met 't schip Het slot ter Hooge aangebragt is ons zeer juist voorgekoomen en daar 'er bij vervolg waer schijnlijk „schijnlijk meerder goederen op vragt met 'sComp:s schee„ pen zullen verzonden worden, zal het Hoogst noodzaakelijk zijn dat omtrend de minderheeden op die goederen vallende door UE: eene vaste bepae= „ling gemaakt worde. §303. schoon, de Ministers wel hebben gedaan met de ree- „keningen der scheeps over- heeden tebelasten voor alle de minderheeden op de uitgeleeverde goederen uit het schip de zaan„ „stroom aangebragt zoo vertrouwen wij echter dat UE: bij 2073 283 1819 bij uw besluijt over deeze be„ „lasting zullen in aanmer„ „king genoomen hebben de blijkbaar onschuld van de scheeps overheeden omtrend sommige ar tikulen, en dat UE: dus de vergoeding daar van zullen hebben opgelegd aan de Administrateurs welke die goederen heb- ben afgescheept. Bij - sonder komt ons dit ten uittersten billijk voor omtrend de temin bevon- den Nagelen waar van de oorzaak ingevolge de informatie der Ministers 284 Ministers weegens anders plaats kan hebben, dan in die administratien in welke dezelve ter af- scheep zijn gereed gemaekt. §304. wij zullen UE: besluit afwagten omtrend de ver„ „goeding der schaede ge„ „vallen op de nat geworden 43. pakken lijwaaten welke met het schip Berkhout naar Batavia hadden moeten worden getaans- porteerd dan wij verwag= ten dat uE: zullen zor- geen, dat de vergoeding het zij door den kapitein luitenant van Wek, het zij 2014 2014 1820 zij door den Equipagiemees- ter Abo, weezentlijk gedaan worde, op dat niet door het opleggen vande schuld door den een op den ander de komp:e in deeze wederom de lijdende par- thij zoude moogen wor„ §305: onder het articul van In- koop hebben wij uit uwe adviesen aan de Ministers opgemerkt, dat UE: dezel= „ve te kennen geeven te verwagten dat daar de aarak tot vrij aanzien= „lijke prijzen was inge„ „kogt en 'er een groote hoe„ „veelheid den. veelheid van de daank op Ceilon word geconsumeerd zij mits dien voortaan haare benoodigtheid van Batavia zenden Eisschen en wij kunnen ook in zoo verre deeze uwe ge¬ daane aanbeveeling wel goedkeuren als daer toe aanleiding heeft gegeeven de inkoop tegen vrij aan- zienlijke prijsen, dan het spreekt van zelfs dat deeze recommandaatsie niet zoude behooren te werken ingevalle de araak tegen een minder prijs op Ceilon dan ter Hoofdeplaatse ter bekoomen

NL-HaNA_1.04.02_3978_0345 view scan ↗

English

2015— 1821 would have been obtained, and we therefore expect that in any case it will not be lost sight of always to effect the purchase of arrack at that one of the two places where it can be calculated that the same will come to cost the Company the least price. Section 306. Under the already mentioned article of purchase, we have observed with displeasure the considerable quantities of diverse goods that have been purchased at the highest prices in that government; the alleged excuse of the difference between the copper coin and silver specie has not appeared very satisfactory to us in all respects, and at least certainly detracts nothing in those cases where, through better consultation, the goods could have been obtained at considerably lower prices. Such a case we then encountered in the resolution of 11 January 1789, where the ministers have 1676 289 1822 These high prices have even given cause to inquire after the prices of the Malabar wood in our letter written to the ministers at Cochin on 26 January 1789. For the rest, we request permission to be allowed to refer to what has been written regarding this hereinbefore in Section 196. decided upon a purchase of diverse timber works to the amount of 3097 rixdollars 31 stivers by the junior merchant Conradi for the service of the cooperage, and specifically from the captains of the ship De Batavier. If we now compare the prices charged into account there with those for which the ministers note in their resolution of 16 June of the same year that those sorts of timber works are obtainable at Cochin, then we find therein so considerable a difference that one might have expected from an attentive and more frugal administration not to have allowed such enormous prices to be validated, but that the requirements would have been requested from Cochin. We find, namely, to cite only a couple of examples, that the beams 25 to 30 feet long and 10 to 12 inches thick were paid to or through Conradi at up to 16 rixdollars, whereas the beams of 30 feet long and 10 inches thick, according to the said notice, come to cost not even 9 rixdollars at Cochin; 2017 231 1823 likewise the beams 22 to 24 feet long and 8 to 9 inches thick were paid at up to 7 rixdollars, whereas at Cochin the beams 25 feet long and 9 inches thick cost around 5 rixdollars, and those of 22 feet long and 8 inches thick around 3½ rixdollars. We desire that Your Honour will make known our serious displeasure regarding this to the ministers, and at the same time warn them that we will not pass such conduct in future, but will impose upon them the compensation for the damage that they could have prevented through better administration. 307. In our last general missive to Your Honour, Section 307, we expressed our surprise at the purchase which the ministers had made of a coach and charret and a chaise on four 1018 1824 wheels, and remarked thereon that this action provided proof that the ministers were not animated by those principles of frugality which were now so urgently necessary for the Company; but whereas we might have expected that the ministers would at least have kept themselves content with the said carriages, we have seen with very great displeasure that it has not remained with those said purchases, 294. but that they have continued on that footing, and on 26 August 1789 a decision was again taken for the purchase of a charret for 80 rixdollars, and what goes even further, on 7 April authorization was given to the Galle servants to buy a wagon at 190 or 200 rixdollars for the Company's account, and specifically for the service of the commander, the country's officers, and distinguished foreigners. We 2019 G 23 1825 At most ceremonies on the occasion of a Kandyan embassy, and at the solemn escort of the Company's ambassador, sometimes 6 and often more carriages are needed, and besides the governor's own carriages, which were used for that purpose along with the carriages of the Company, one has sometimes still had to borrow some carriages from private individuals. Now that the governor has taken charge of this, all carriages with the further accessories of the stable, except 20 horses, have been sold publicly. We are extremely indignant at this manner of conduct of the ministers, as it provides us with proof of the extravagant mindset with which they seem to be animated; and when we conclude from these lesser matters to greater ones, it is not difficult to trace the causes of the significant burdens of this government. We therefore wish to recommend to the ministers in the most serious manner a greater economy, N040 2 1/22 The abolishment of the stables at Jaffna and at Galle has already been ordered to both of these places. and that they will take care in future that we may not again be offended by such actions. Furthermore, we order that immediately the Company's stable, with carriages and everything belonging to that establishment at Galle, be abolished and sold, as the retention thereof appears completely useless to us, and that at Colombo no horses nor carriages be kept, except 1029 297. 1826 those which are most urgently necessary for the reception of the Kandyan envoys; just as we also deem it necessary that the order established by Your Honour on 15 April 1774—that at none of the Company's offices, except at Ternate where one wagon and four horses for the reception of the native princes, and the necessary carriages at Colombo for the reception of the Kandyan envoys, might be kept—

Dutch transcription

2015— 1821 bekoomen. zoude zijn en wij verwagten derhal- ven dat in alle geval niet uit het oog zal wor- den verlooren altoos den inkoop van araak op die van de bijde plaatsen te doen geschieden, alwaar men kan bereekenen, dat dezelve aan de komp:e te= gen den minsten paijs zal koomen te staan. §306. Onder het reeds gemelde Artikul van inkoop heb- ben wij met ongenoegen gezien de aanmerkelijke quantiteiten van diever„ „sche goederen welke ten dien 288 dien gouvernemente ten duurste zijn ingekogt, het voorgegeeven excúus van het onderscheid tusschen de Koopere Munt en Zilvere specien, is ons in alles niet zeer voldoende voorgekoo- men en doet ten minste zeekerlijk niets af in die gevallen, in welke door een beeter overleg de goederen tot vrij wat min- der prijzen zouden zijn te bekoomen geweest, zodaanig een geval traffen wij dan ter Resoluutsie van den 11:e januarij 1789. alwaer de Ministers heb- „ben 1676 289 1822 Deeze hooge prijsen hebben zelfs aanleiding gegeeven, om, na de prijzen van het Malla- „baarsch hout te vraagen bij onzen brief, den 26. Jann: 1789. aan de ministers te koetsiem geschreeven. voor 't overige verzoeken wi verlof ons te mogen gedraagen aan het geen derwegens hier vooren §196. geschreeven is. „ben beslooten tot een in„ „koop van diverse hout„ „werken ten bedraagen van rd:s 3097: 31: door den on„ „derkoopman Conradi ten dienste van de Kuijpers winkel, en wel van de kapiteins van het schip de Batavier, als wij nu de prijsen aldaar in ree„ „kening gebragt vergelij- ken met die voor welke de Ministers bij haere Resolutie van 16: Junij van het zelve Jaar noteeren, dat die zoorten van Houtwerken op kortsiam tebekoomen zijn zijn, dan vinden wij daar in zoo een aanmerkelijk verschil, dat men van een attent en zuijniger be „stier had moogen verwag „ten, zulke wiorme pri sen niet te hebben laeten valideeren, maar dat 't benoodigde van koetsien„ zoude gevraegd zijn. wij vinden namentlijk om maar een paar voorbeel den aantehaalen dat de balken lang 25: a: 30: v=t en dik 10: a: 12: d=m aan of door Conradi betaald zijn tot 16: rd:s daar de balken van 30. 29 2017 231 1823 30: v=t lang en 10: d=m dik volgens gem: Notietsie nog geen 9: rd:s op koet- siem testaan koomen zoo ook de balken van 22: a: 24: v:t lang en dik 8: â: 9: d=m tot 7: rd:s zijn betaald daar op koet- siem de balken van 25: v:t lang en 9: d=m dik waar omtrend 5: rd:s kosten en die van 22: v:t lang en 8: d=m dik omtrend 3½: rd:s wij begearen dat uwE: ons ernstig ongenoegen hier over aan de Minis- „ters zullen te kennen geeven 3 geeven en hen tevens waer- schouwen, dat wij diea„ „gelijke behandeling bij vervolg niet meer zul- „len passeeren, maar hun de vergoeding der schaede opleggen, welke zij door een beeter bestier hadden kunnen voor„ „koomen. 307: Bij onze laatste gene„ raale missive aan UE: § 307: gaven wij onze bevraamding tekennen over den inkoop welke de Munisters hadden gedaan van een koets en Charret en een Chais op vier 292 1018 1824 vier wielen en merkten daar bij aan dat deeze handeling een bewijs op„ „leeverde dat de Ministers niet met die beginse„ „len van zuijnigheid waaren bezeeld, welke tans voor de komp:e zoo hoog noodig waeren, maar daar wij hadden moogen verwagten dat de Mi nisters zig met de gen: rijtuijgen ten minste zoude hebben tevreede gehouden, zoo hebben wij met zeer veel ongenoegen gezien dat het bij die gem: inkoopen niet is gebleeven 294. gebleeven maar dat men op die voet is voort„ „gegaan en op den 26:' aug=s 1789: alwaaderom besluit genoomen is tot den in- koop van een Charret voor 80: rd:s en dat het welk nog verder gaat er op den 7:' april aan de gaalse bediendens qualificaatsie gegeeven is, om een wagen â„ 190: of 200: rd:s voor 'sComp:s reekening inte koopen en wel ten dienste van den kommandeur 'slands officieren en aanzienlijke vreemdelingen wij 2019 G 23 1825 24„ „ven 's gouverneurs eige rijtuijgen, die met de heeft men zomteids noch daar bij eenige aij„ „tingen van particulieren moeten leenen. Ians dat de gouverneur zig daermeede be„ „last heeft, zijn alle rijtuijgen met den verderen publiek verkogt. Bij de meeste plegtigheeden ter gelegendheid wij zijn ten uittersten ont- van een kandiasche ambassade, en bij het plegtige „uitgeleide van 'skomp: ambassadeur, zijn 'er zom stigt door deeze handel„ teids 6. en dikwils meer rijtuijgen nodig en behal„ vijtuijgen van de komp:e daar toe zijn gebruikt wijze der Ministers daar het ons een bewijs oplee„ omslag van de stal, buiten 20: paarden, „ verd van de verkwistende denkens wijze, waar „meede zij schijnen bezield tezijn, en wanneer wij van deeze geringere zaaken tot grootere Con„ „cludeeren, zoo is het niet moeijlijk op tespeuren de oorzaaken van de importante lasten van dit gouvernement. wij willen dus de Muns „ters ten aller Serieus— „te eene meerdere mena= ge N040 2 1/22 Het afschaffen van de stallen te Jaffena en te gale, is reeds naar bijde deeze plaat„ sen aan bevoolen. ge hebben aanbevoolen, en dat zij bij vervolg zullen zorge draagen, dat mij niet wederom door zulke handelingen moogen ontsligt worden. voorts gelasten wij dat terstond de komp stal met rijtuigen en al wat tot die omslag be„ „hoord op Gale worden afgeschaft en verkogt deweil ons de aanhou= „ding daar van geheel nutteloos voorkomt en dat op kolombo gee„ ne paarden nog rijtuij- gen worden aangehouden als. 296: 1029 297. 1826 als die welke hoogst nood- zaakelijk zijn tot in- haaling der kandia„ „sche gezanten, gelijk wij het ook noodig ag- „ten, dat de ordre door UE: den 15:' april 1774: vast gesteld, dat op gee„ „ne van komp: komp- toiren uitgezondert op Ternaten alwaar een waagen en vier paerden tot inhaaling der Jn- landsche vorsten en de benoodigde rijtuijgen op kolombo ter inhaaling der Kandiasche gezan- ten zouden moogen aan

NL-HaNA_1.04.02_3978_0356 view scan ↗

English

continued to be renovated, and to ensure that it is strictly observed at all the Company's establishments. Paragraph 308. Although the report of Lieutenant Meijbrink regarding the improvements which, in his view, ought to take place concerning the horse stud, generally appeared suitable to us, and contained various matters that one could expect to take effect, it nevertheless appeared to us from the description of the Island of Delft provided with that report that it is not very suitable for the rearing of horses. It appears doubtful to us whether the expenses that will have to be incurred will not exceed the profits. We therefore find very appropriate the agreement which the Ministers entered into with the said Meijbrink to grant him, for his services to be rendered, half of the increased profit that the Company will derive from the stud compared to what it derived from 177 3/4 to 178 5/8. But we expect that this account will be drawn up with precision, and that all expenses, under whatever name, which the Company is obliged to bear on account of the horse stud, will be brought into account, so that one can then judge the actual profit or loss, and that no more will be paid out than ought to happen. Lieutenant Meijbrink has assured the Governor that a few thousand horses can be fed on the Island of Delft, now that the necessary arrangements have been made for that purpose. The grass that this island produces is very fine, and a great quantity of it can be dried into hay, as Lieutenant Meijbrink is doing, in order to feed the horses during the dry season. Through the neglect of this precaution, a multitude of horses formerly perished for lack of food. Hitherto, the expenses that had to be incurred to put the stud into better order surpass the profits thereof; and that cannot be otherwise, as some time is needed before the benefits of the improvement can be enjoyed. Yet there is the greatest hope that this work will meet the expectation we have of it. In the course of the past year, horses were sold at 150 rixdollars apiece for [illegible] rixdollars, and in proportion as the number of young mares increases, this stud can, in a few years, produce a very large number of horses. There will also, most likely, be no lack of enthusiasts to buy them, since the improvement of the stud also has a greater influence on the quality of the horses drawn from it. And if there had been 200 head of young horses in the past year, they could have been sold, so great was the demand for them. We shall have a specific account drawn up by the end of August next of all the expenses incurred for the improvement of the stud, and of the horses that have since been delivered, indicating what they were sold for; we shall at the same time indicate what the annual expenses of the stud must provisionally be. Paragraph 309. In our last general letter, paragraph 312, we expressed our displeasure at the diminished collection of cinnamon. We are therefore even more struck by the report that the Ministers have given regarding the collection of this valuable product in 1788/9, which differed so considerably from that of the preceding year. It was also disagreeable to us to see that the harvest from the cleared forests and gardens was considerably less than the year before. We can in no way reconcile this with the continual promises of large harvests, and that within a short time a sufficient quantity could be furnished from the Company's own lands, both for Europe and India. We refer to what was written regarding this in the aforementioned paragraph, and merely observe that it ought to be brought to the attention of the Ministers that we can by no means remain satisfied with constant promises of rich and large quantities of products to be yielded, but that the actual performance of the same alone can serve to comfort us for the important burdens which the Company is presently obliged to bear on account of that government. In order to spare the cultivated cinnamon lands as much as possible, so that in the future they might yield all the more, we have, according as we thought that the cinnamon peelers could find work in the King's territory, let them peel in the same, and from this alone it arose that at times somewhat less cinnamon was peeled from the cultivated lands. That our assurances on the subject of cinnamon have already been fairly well fulfilled appears from the deliveries of this and the past year. The delivery of the past year amounted to 5083 bales, and that of this year amounts to 4987 bales. And thus the cinnamon peeled during these two years in the Company's land alone amounts to 10070 bales, being more, calculated one year with another, than could be peeled in the Company's and the King's land together in the 20 most recent years, as appears from the note forwarded among the annexes. If we can peel in the King's land this year, as we expect, and thereby give a year's rest to the cinnamon lands, we are certain that the harvest of the year 1794 will provide further proof that we have not promised too much. Paragraph 310. It was pleasing to us that the harvest of areca nut, both from the plantations and from the compulsory deliveries by private individuals in 1788/9, [illegible] that of

Dutch transcription

298 aangehouden worden te renoveeren en nauw keu¬ rig tedoen toezien dat op alle komp: etablis- sementen daar aan stiptelijk voldaan wor- §: 308: schoon ons het bericht De Luitenant Meijbrink heeft den gou= verneur verzeekert, dat op het Eiland Delft van den luitenant Mij- eenige Duizend paarden kunnen worden ge„ „voed, nu, daar toe de nodige schikkingen zijn gemaakt. Wet gras dat dit Eiland voortbrengt, brink betreffende de is zeer schoon en daar van kan een meenigte gedroogte worden tot hooij, zoo als dat den zui=verbeeteringen welke na „tenant Meijbrink doet, om de paarden te voeden geduurende de drooge teid. Door het zijn inzien omtrend de nalaaten van deeze voorzorge, zijn 'er eerteids een meenigte paarden bij gebrek van voedzel Paarden Htoeterij be„ omgekoomen. Tat nog toe surpasseeren de kosten die tot het noorden plaats te hebben beeter in order brengen van de stoeterij hebben moeten worden gedaan, de voordeelen daar van„ en dat kan ook niet anders zijn, wijl 'er eenige teid nodig is, voor dat de voordeelen der verbee „over het algemeen van tering kunnen worden genooten, doch daar is de grootste hoop dat dit werk voldoen zal wel is voorgekomen, en aande verwagting, die we daar van hebben dieverse zaaken inte Jn den loop van het voorleeden jaar zijn paerden verkogt â: 150: rd:s het stuk voor rd:s en na maate dat het getal der jon-houden welke men „ge Merries toeneemt, kan deese stoeterij in wijnige jaaren, een heel groot getal paarden opgegeeven. voort verwagten de. N.88 2021 299 1827 die tot verbeetering der stoetenij zijn gedaan, en vande paarden die ze zeedert zal hebben uitge„ verkogt. wij zullen daar bij tevens doen aanwij„ „zen, wat voor eerst moeten zijnde Jaarlijkse ongelden van de stoeterij. verwagten kan dat van voortbrengen. Aan liefhebbers om ze te koopen zal het naast denkelijk ook niet ontbreeken, wijl de ver„ effekt zullen kunnen „beetering van de stoeterij, ook een grooter in vloed heeft op de deugd der paarden, die daar x„ uit getrokken worden, en zoo er in het voorleede zijn, zoo is ons echter Jaar ook 200: stux Jonge paarden geweest waaren, zouden die kunnen zijn verkogt, uit de beschrijving van zoo groot is de vraage, daar na geweest. aanstaande doen opmaaken, van alle de ongelden het Eijland Delft wel„ „leeverd, met aanwijzing waar voor ze zijn „ ke bij dat bericht voor„ komt toegescheenen dat het zelve niet zeer tot het aanqueken van Paarden geschikt is, en het komt ons be„ „denkelijk voor of niet de kosten, welke zullen moe„ „ten aangewend worden, het voordeel zullen sur„ „passeeren, wij vinden dus zeer gepast het ak„ „koord, het welk de Mi= we zullen een specificque reek: onder ult=o aug: „nisters 300. nisters met gemelde Mij- „brink hebben aange„ „gaan om hem voor zijne te presterene diensten te doen genieten de helft van het meerder voor¬ deel, het welk de Comp: van de stoeterij zal trekken, als 't geen ze zeedert 177¾. tot 178 5/8: getrokken heeft dan wij verwagten dat deeze reeke„ „ning met nauwkeurig „heid zal worden opge„ „maakt, en dat alle de kosten hoe ook ge„ „naamd, welke de komp: uit oorzaake van de stoeterij 1824 1828 Hoeterij verpligt is te„ „draagen, in reekening zullen gebragt worden, op dat men als dan over het weezendlijke voor- of nadeel zal kunnen oordeelen, en 'er dus niet meer zal worden uit„ „gekeerd als behoord te„ „geschieden. §309. Bij onze laatste gene„ raale missive §312: ga„ „ven wij ons ongenoegen tekennen over de ver„ minderde inzaam van kaneel, wij zijn dus- nog meer getroffen door het berigt hetwelk de 1040 302: om de aangelegde kanneel gronden, zoo veel het geschieden konde, te verschoonen, op dat ze in het vervolg te meer geven dat de kanneel schillers in 'tkoningsland konde werk vinden, ze in dezelve laeten dat 'er zomteids wat minder kanneel de Ministers hebben ge¬ „geeven omtrend den in- zaam van dit kostbaar produkt in 178 8/9. het konden, hebben we, na maate dat we dagten welk zoo aanmerke„ schillen, en alleen hier uit is ontstaan, „lijk met dat van het uit de aangelegde gronden geschilt is. voorgaande Jaar ver„ „scheeld: ook is het ons onaangenaam geweest tezien dat de inzaame„ „ling uit de schoon ge„ „maakte bosschen en tuijnen aanmerkelijk minder geweest is dan het jaar tevooren. wij weeten zulks geensints overeentebrengen met de geduurige beloften van 1023 2/823 1829 kannelgedaan, bereede tamelijk wel zijn ver„ „velt, blijkt uit de leverantien van dit en het „leeden jaar heeft bedraagen, 5083: - baalen, en be„ van groote inzaamelingen en dat men binnen kort een genoegzaam quanti= teit, zoo voor Europa als jndie, uit komp: eijgen landen zal kunnen fourneeren. wij refereeren ons tot het geschree„ „vene deezen aangaende bij evengem: P. en mer¬ ken alleen aan dat de Ministers behoor„ „de onder het oog gebragt teworden dat wij ons geenzints tevreede kun- voorleeden Jaar, De Leverantie van het voor„dige beloften van rijke „draagt van dit jaar baalen 4987:- en groote quantiteiten Dat onze verzeekeringen op het stuk van de nen houden met gestae„ en van 1040 204 het eene jaar door het ander gereekend blijkens de onder de bijlaegen overgaande Notitie zoo we dit Jaar, gelijk ne denken, in 's Conings land schillen kunnen, en daar door voor een jaer rust kunnen geven aan de kanneel gronden houden we ons zeeker, dat den oegst van't jaer 1794. een nader bewijs zal uitleeveren dat we niet te veel belooft hebben. van producten te zullen opleeveren, maar dat en bedraagt dus de kanneel geduu„de daadelijke praestatie „rende deeze twee jaaren alleen in 'sComp:s land ge„ „schilt baaten 10070:- zijnde meer dan in„ de 20: jongste Jaaren in 'sComp:s en 'skonings van dezelve alleen zul- land te zaamen, heeft kunnen worden geschilt, len kunnen strekken om ons die importante lasten, welke de komp: tans om dat gouver„ „nement verpligt is tedraagen te getroos= §310: Het is ons aangenaam geweest, dat de inzae„ „meling der arreek zo uit de aanplantingen als uit de verpligte leveransien van parti= „kulieren in 178 8/9. die van „ten.

NL-HaNA_1.04.02_3978_0363 view scan ↗

English

2024 205 1830 of the areca nut could have taken place, but also that such very promising beginnings themselves can in time become of very great importance to the Company. Until they began to divide the cinnamon lands among the cinnamon peelers, according to our resolution taken to that effect on 19 January 1791 and communicated to their High Mightinesses in our humble letter of the 21st following, and which work is not even entirely completed yet, the cinnamon work has kept the inhabitants, particularly in the Colombo Disavany, so busy that what in the matter of the other plantations, and among these of the year before, was considerably surpassed, as well as that the quantity which was sold for the account of the Candian Court was also very considerably increased. We expect from this that the profits in 1788/9 will also considerably exceed those of 1787/8, whereas we have seen with regret that those of the last-mentioned year amounted to fully f 22189: 19:— less than 1786/7. 8040 206 1786/7. The increase of the sales for the account of the Court of Kandy is all the more agreeable because we hope that through these benefits the Court can be kept in a good humor, and that on account of these profits it will gradually be dissuaded from the demands to be allowed to recover the seashores again, against which one must always be on one's guard. Section 311. 1025 207 1834 Section 311. Likewise we express our satisfaction with the increase in the collection of coffee by 62112 1/4 lb above that of the preceding year, all the more so because the harvest then amounted to 7424 1/3 lb more than in the year 1786/7, as we also expressed our satisfaction about in Section 313 of our last-mentioned writing. It is also agreeable to us that the collection of pepper has increased by 78620:— lb. We hope 1040 208. This cannot happen within a short time, for apart from the fact that the cinnamon work, as we have had the honor to point out above, gave too much occupation to do in the planting of pepper what could otherwise have been done, several years are also necessary to bring the cultivation of pepper to that perfection to have the necessary quantity of pepper for the Ceylon return ships. Yet that it can be brought to that point, and that Ceylon in time can even supply more pepper than is necessary for that purpose, no one can doubt who knows what Ceylon can yield when the necessary preparations are made for it. What a sustained good supervision can do in things of this nature when sufficient means are applied to it can be seen from the progress made in the cinnamon work, especially in the Colombo Disavany, in the most recent 7 years in comparison with the work done in more than double the number of years from the year 1770 to 1785. In the year 1784 no more than 2006 bales were peeled in the Company's territory, both from the forests and from the cultivated cinnamon grounds. We hope that Ceylon shortly will be able to supply of these two products sufficient quantities both for under-cargo and for dunnage for the ships returning from there. It is, on the contrary, not at all pleasing to us to see that the delivery of Cardamom was 255 1/4 lb less than in the year 1787/8, and this all the more because that delivery had already decreased by 2604 1/4 lb 2026 209 1832 decreased in comparison with the previous year. We expect the Ministers to take care that the obligatory delivery by the Mudaliyar of the Morua Korale be better fulfilled, just as we expect that the permission granted by us to raise the price of this product from four to eight Indian stuivers will also have a good effect in this matter. Section 312: It appeared strange to us 1043 20. 36

Dutch transcription

2024 205 1830 den arreek, heeft kunnen geschieden, alleen kan tevens als zulke veel beloovende beginzelen „zelven door den teid voor de komp: van heel groot belang worden kunnen. van het jaar tevooren aanzienlijk heeft gesur„ „passeerd, als ook dat de quantiteit, welke voor Tot dat men begonnen is, de kanneel landen aan de kanneel schillers te verdeelen, volgens onze daar toe genomene resoluutsie op den 19 Jann: 1791 en het aan hun Hoog Edelheeden bedeelde bij on-reekening van het kan„ „zen nedrigen brief van den 21. daar aan en welk — werk zelfs nog niet geheel afgeloopen is, heeft het Kanneel werk de ingezeetenen, in „ diasche Hof is verkogt „zonderheid in de kolombosche Dessavonij, zoo bezig gehouden, dat het geene in het stuk meede zeer aanzien„ worden aangezien als beginzelen, doch ook „ lijk is vermeerdert. dat zoo deeze dingen worden doorgezet, de „ wij verwagten daar ii't dat de voordeelen in 178 8/9. ook die van 178 53/8. aanmerkelijk zullen te booven gaan. daar wij met leedweezen gezien hebbende, dat die van 't laast gem: Jaar wel ƒ 22189: 19:— minder hebben bedraagen dan der andere aanplantingen en onder deeze van 178 2/7. 8040 206 178 6/7. de vermeerdering van den verkoop voor reekening van het Hof van Kandia is om des te aangenaamen, om dat wij hoopen dat door deeze voordeelen het Hof in een goede luijne zal kunnen gehouden worden, en het uit hoofde van deeze winsten lang zaamer hand zal afge¬ „trokken worden van de vorderingen om de stran¬ „den weederom terug te moogen bekoomen waar teegens men altoos op zijn hoede moet zijn. § 311. 1025 207 1834 §311. Insgelijks betuijgen wij ons genoegen over de ver„ „meerdering van de in- zaameling van koffij met 62112¼. lb: booven die van het voorgaende jaar in dit temeer daer als toen de recolte 7424 1/3: lb: meer bedroeg dan in A:o 178 6/7. gelijk wij daar over ook bij §313: van ons laast gen: schrijven ons ge¬ „noegen tekennen gaven het is ons meede aange¬ „naam dat den inzaem van peper met 78620:— lb: is vermeerderd, wij hoopen 1040 208. Dit kan binnen korten niet geschieden behael„ hoopen dat Ceijlon binnen „ven dat het kanneel werk zoo als we dat hier boven de eere gehad hebben aantewijzen, teveel bezig heid gegeeven heeft, om in het aanplante van Korte van deeze twee peeper te doen, wat buiten dien zoude hebben kun- nen geschieden zoo zijn 'er ook verscheide jaaren producten genoegzaame nodig om de kulture der paper te brengen tot die volkomendheid, om te hebben de noodige hoeveelheid van peeper voorde quantiteiten, zoo tot Ceilonsche retourscheepen. Doch dat het daar toe te brengen is, en dat Ceilon door den teid zelfs meer peeper kan uitleeveren, onderlaag als tot bestor dan daar toe noodig is, daar aan kan niemand twijffelen, die weet wat Ceilon geeven kan, wan= „neer daar toe de noodige aanstalten worden „ ting voor de van daar gemaakt. wat en dingen van den aard een aanhoudent goed toezigt doen kan, wanneer retourneerende scheepen daar bij toerijkende middelen worden aange„ „wend, daar van kan men zig overtuigen uit zal kunnen opleeveren de vorderingen die in het kanneel werk inzonderheid in de kolombosche Dessavenij gemaakt zijn in de Jongste 7: jaaren in het is ons in teegendeel vergelijk van het werk dat 'er gedaan is, in ruim het dubbeld getal van Jaaren, gantsch niet gevallig van het jaar 1770: tot 1785: jn het Jaar 17864 sijn in 'sComp=s gebied zoo uit de bosschen als geweest tezien, dat de uit de aangelegde kanneel gronden niet meer geschilt dan 2006: baalen. leverancie van Karda- mom 255¼. lb: minder heeft bedraagen dan in het jaar 178 5/8: en dit temeer daar als toen reeds die leeverantsie met 2604¼. lb: was vermindert 2026 209 1832 vermindert in vergelijk met het voorige jaar wij verwagten dat de Ministers zullen zor„ gen, dat aan de verplig te leverantsie door de Modliaar van de Mol- ruakorle beeter worde voldaan zoo als wij ver¬ wagten dat de door ons gegeeven permissie om de prijs van dit prodúct van vier tot agt Indi- sche stuivers temoogen verhoogen hier in meede van goede uitwerking zal zijn. §312: Het is ons vreemd voor„ „gekoomen 1043 20. 36

NL-HaNA_1.04.02_3978_0368 view scan ↗

English

The Jaffna servants, by letter of the 28th of May 1789, had sent us the report of the Disava Schreuder, which is mentioned in our Resolution of the 7th of July following, without the addition of any considerations, except only this single remark of the Commandeur regarding a request of the Disava still appearing in this report, completely foreign to the export of jaggery wood and jaggery laths, to receive as a douceur 1000 rixdollars from the Alfandigo lease, namely that it was not known to him, the Commandeur, that anyone at Jaffna enjoyed anything from the Alfandigo lease. The servants had repeatedly been ordered by us that they should not send us any reports upon which they had any observations to make unless supported by their considerations, and since this had not happened on this occasion, we could not presume otherwise than that they had nothing to remark upon the aforesaid report of the Disava Schreuder; on another occasion mentioned in our resolution of the 26th of August, regarding a report likewise from the Disava, the Jaffna servants even, upon our reminder whether they might have anything to remark upon it, answered quite unfriendlily that if they had had anything to remark upon it, they would have done so when sending the report. As for the rest, regarding the motives that guided us in our resolution of the 7th of July 1789, in that respect we humbly request to be allowed to refer here to the resolution itself, as we also, concerning the reasons that have since caused us to make several modifications in this Resolution of ours, request to be allowed to do to our resolutions of the 26th of August and 25th of September of the same year, and our letters flowing therefrom written to Jaffna on the 29th of July and 2nd of September, which are annexed hereto in extract. In our aforesaid resolution it was indicated, among other things, that it is very likely that the great resources which the Commandeur Raket stated that the export of jaggery wood and jaggery laths provided to the Jaffna inhabitants have been calculated rather high, and it even appears quite likely that the difficulties raised against our resolution of the 7th of July owe their origin in no small part to the arrangements made by us regarding the permits, by which the Commandeur considered himself to be offended in his authority, which we nevertheless cannot see happened and was also entirely not our intention, although we nevertheless, in order to remove this difficulty as well, paid as much heed to it as could be done. How it came about that the Ministers, solely upon the representation of the Disava of Jaffna Schreuder, were able to approve establishing such a considerable increase on the export of jaggery wood and laths, and moreover to have a douceur paid on behalf of that Disava by the shippers, and which order they were obliged to revoke shortly thereafter upon the remonstrance and demonstration of the disadvantage of this decision by the Commandeur Raket. This case indicates that the Ministers do not proceed in their decisions with proper circumspection and deliberation, since otherwise they ought not to have arrived at such a decision before and prior to having obtained thereon the thoughts of the Jaffna Council, at least of the Commandeur, who was moreover also very much involved in the newly determined arrangements; we expect that the Ministers in future will proceed with more tact and prudence, always keeping in view the true interest of the Company and the prosperity of its inhabitants, and that the advantage of this or that servant shall never be the motive of their decisions. With regard to the article of the choya roots, various objections have occurred to us. Section 313: Concerning what we, pursuant to our resolution of the 17th of November 1789, presented to the Jaffna servants regarding the answer of the late Administrator Mooijaart mentioned alongside here, they, as appears from our respectful

Dutch transcription

310 De jaffonase bediendens zouden ons bij brief van den gekoomen dat de Ministers 28:' Maij 1789. het berigt vanden Dessave schreuder, dat vermeld is bij onze Resolutie van den 7:' Julij daer aan„ zonder bijvoeging van eenige konsideratien, dan alleen op de representaatsee alleen deeze enkelde aanmerking van den kommandeur, op een, aan den uitvoer van de van den Dessave van jagerhouten en jagerlatten geheel vreemd zijnde verzoek vanden Dessave bij dit berigt nog Jaffena Schreuder voorkoomende, om te hebben tot een douceur 1000:— rd:s uit de Alfandigo pagt dat het hem Kommandeur namentlijk niet bekent was dat te Jaffena iemand hebben kunnen goedvin- iets uit Alfandigo pagt genoot. De bediendens waeren door ons temeermaalen be„ voolen, dat ze ons geene berigten zoude toezenden, den zoo een aanmerke„ waar op ze iets aantewerken hadden, dan ge„ „sterkt met hunne konsideraatsien, en wijl dit bij deese geleegenheid niet geschied was, konden lijke verhooging op den we niet anders vermoeden, dan dat ze op 't voorsz: berigt vanden Dessave schaeuder niets aantemerken hadden; Bij een andere ge„ uitvoer der Jagerhouten leegendheid vermeld bij onze resolutie vanden 26:' aug: op een berigt insgelijks vanden des— „save, hebben zelfs de Jaffenasche bediendens en latten vast te stellen, op onze herinnering of ze daar op iets mogten hebben aantemerken, vrij wat onvrindelijk en geandwoord, dat zoo ze daar op iets aante„ „merken gehad hadden, ze dat zouden hebben booven nog een dou- gedaen bij het zenden van het berigt. wat voor het overige de motive aangaat die ons geleid hebben in ons besluit vanden 7:' Julij 1789. teur ten behoeve van daaromtrent verzoeken we ons hier needrig aan de resolutie zelve te moogen gedraagen, gelijk we ook nopens de reedenen die ons zedert in deese dien Dessave door de onze Resolutie verscheide modificatien hebben doen maaken, verzoeken dat te moogen doen aan onse resol: vanden 26:' aug:s en 25:' 7ber: deszelven Jaers, verzenders telaaten be„ en onze daar uit voortgevloeide brieven na Jaf- na geschreeven den 29. ' Julij en 2:' 7ber: die in taalen, en welke ordre Extrakt hierneevens gaan. Bij voorsz: onze resolutie is onder anderen aangeweezen, dat 't zeer vermoedelijk is, dat zij kort daar aan wee„ de groote desources die de kommandeur Raket heeft opgegeeven dat den uitvoer van Jagerhouten en Jagerlatten aan de jaffenasche „ derom op de remonstran„ Jngezeetenen heeft vrij wat hoog zijn gekal„ dat de geopperde swaarigheeden teegens ons be„ ook daar en „kuleerd en het heeft zelfs vrij wat schijns „ tien en aantooning „sluit van 1833 4 2027 „nen dat is geschied en ook onze intentie niet temin, om ook deeze swarigheid wegteneemen daar op zo veel agt geslaagen hebben als heeft kunnen geschieden. sluit van den 7:' Julij voor geen gering gedeel, van het nadeelige van dit „te haare geboorte schuldig zijn, aan de schikkingen door ons gemaakt, nopens besluijt door den Komman de verlof brieven, waar bij den Commendeur sich in zijn gezag heeft geagt te zijn belee= „digt het geen we nogtans niet zien kun„ deur Raket, verpligt zijn geheel niet geweest is schoon we des geweest intetrekken. Dit geval duit aan dat de Munisters in haare be¬ „sluijten niet met de be„ „hoorlijke omzigtigheid en overleg te werk gaan de„ „wijl zij anders niet tot zo danig besluit hebbe moeten komen voor en al eer zij daar over hadden inge¬ „noomen de gedagten van den Jaffenaschen Raad, ten minsten van den komman- „deur, welke ook daar en booven in de op nieuw ingeand § 313: op het geene we de Jasfenasche bediendens in gevolge ons besluijt van den 17:' November 1789. hebben vermelde andwoord van wijlen de administrateur Mooijaart, hebben ze ons blijkens onze eerbie„ nieuw bepaalde schikkin- gen meede zeer betrokken was, wij verwagten dat de Ministers bij vervolg met meer beleiden voor„ „zigtigheid zullen te werk gaan altoos in het oog houdende het waere be„ „lang van de komp:e en de welvaart van haare inge„ „zeetenen, en dat nimmer het voordeel van deeze of geene bediende de drijf veer hunner besluiten weezen zal. Met betrekking tot het voorgehouden betrekkelijk tot 't hier ter zeide, Artikul van de saaijwor- telen zijn ons dieversche bedenkelijkheeden 312 digen

NL-HaNA_1.04.02_3978_0371 view scan ↗

English

1834 303 scruples previously mentioned in a letter to their High Excellencies of 27 January 1791, answered that the chay roots were sold according to the regulation made in the memoir of the late Governor Schreuder; Now we have, by our letter of 31 October of last year, an extract of which is annexed hereto, further addressed the Jaffna servants concerning the conduct of the administrator Mooijaart, and transmitting a copy of the paragraph 13 mentioned here in the margin regarding the policy maintained in the sale of chay roots by the aforesaid administrator Mooijaart, represented to them that your High Right Honourables not only most strongly disapproved of this, but also desire that compensation be made to the Company for the disadvantages which shall be found to have been brought upon the Company thereby, to which they have answered us by letter of 8 December, an extract of which is annexed hereto. Reflection: we are of the opinion that the deceased administrator Mooijaart was always an honour-loving servant of the Company and as such would certainly have been known to your Honours as well, and they could therefore not assume that he had any private interest in the sale of the Mannar chay roots; adding thereto that, as all the Company's trade goods are sold at a fixed price, he likewise adhered to the fixed price regarding the sale of chay roots. We willingly grant here to the memory of the late administrator Mooijaart the favourable testimony that he always enjoyed a very good reputation and was held by everyone to be a very upright and right-minded man, so that we are even very inclined to believe that he genuinely held these erroneous notions on the subject of the sale. And although we therefore do not in the slightest suspect him of having acted corruptly or in bad faith in this matter, we shall nevertheless further hold before the Jaffna servants that their aforesaid answer does not at all satisfy what has now been further written to them on this subject, and thereby ensure that the intention of your High Right Honourables is fulfilled in the best possible manner. On the aforesaid occasion we also wrote to the servants to take into further consideration whether the gathering of chay roots, both in Jaffnapatnam and in Mannar, could be managed according to other and better rules than has been done hitherto, and especially as it presently takes place, and if so, wherein these alterations and improvements could and ought to consist. 2548 20. 3/6 2028 314 Then, because the answer thereto in the aforementioned letter, likewise annexed hereto in extract, does not satisfy the aforesaid question put to them, the servants saying in response that since your High Right Honourables are more inclined to restore the lease, it could be reintroduced without indicating whether in their view it is genuinely advisable now, we shall therefore, and because the precautions they propose appear to us too tedious to expect the desired result therefrom, to prevent the lessees from mistreating the people as soon as the return ships have departed, also confer further with the servants about this. Meanwhile, we only note here that in Mannar, where the digging is the most considerable, it has been continued with very great success since the abolition of the lease, and that the Opperhoofd of Mannar, the Junior Merchant Ebell, in a report still annexed hereto, stated that the chay digging cannot be managed on any other footing than that which presently takes place. And we desire that the Ministers shall further investigate and examine this business of the chay roots, as to what manner the greatest advantage for the Company may be derived therefrom. We cannot meanwhile conceal our dismay at the strange answer 2029 5 1835 answer of the said Mooijaart to your Honour's reflection concerning the price of the sold Mannar chay roots. We approve that the Ministers did not rest content with this answer and had demanded a further investigation thereof from the Jaffna servants; but as it is so obvious in this matter that the Company's interests were intentionally neglected, we therefore order that, whatever the outcome of the deliberations may have been, the Company be indemnified for this neglect and that there shall be made good by the administrator Mooijaart all that which the chay roots were worth during his administration over and above the sum which was brought into account for the Company, and such to be calculated according to the prices which those roots commanded among private persons during that time; and should it happen that such a shameful practice 316 2030 317 1836 practice of charging only a certain price to the Company, which one pretends to have been the fixed regulation, although those roots actually had a higher value, already took place before the said Mooijaart had the administration over this, then the compensation shall likewise, on the footing mentioned above, be made by those who had the administration over it at that time. Section 314. We could have wished that 06

Dutch transcription

1834 303 bedenkelijkheeden voor= digen brief aan hunne Hoog Edelheeden vanden 27.:' Jann: 1791. geandwoord, dat de zaaijwortelen verkogt waaren naar de bepaaling gemaakt bij de memorie van gekoomen verwekkende wijlen den W=r gouverneur schaeuder; Jans hebben we de Jafnasche bedienden bij onsen brief vanden 31: 8ber: J:2: die in Extract hierneevens gaat, daar over nae het gedaag van den Admi„ „der onderhouden, en onder toezending van een kopij vande hier ter zeide verm: Parregraaff §13: nopens het in den verkoop der zaaijwortelen gehouden beleid door den voorsz: administrateur Mooijaart voorgehouden, dat uw nistaateur Mooijaart Edele Hoog Agtb: dat niet alleen ten hoogsten afkeurden, maar ik begeeren dat aan de Comp: zal worden ver= daermeede aan de komp: te zijn toegebragt, waar op ze ons bij brief vanden 8:' december die in extrakt hierneevens gaat, hebben geandwoord. nadenking wij zijn het Dat de overleedene administrateur Mooijaart steeds een eerlievend dienaar van de komp:e geweest. is en als zodaanig ook bij ons zeekerlijk zoude zijn met uE volkoomen bekend geweest, en ze mits dien niet konden veronder- „stellen, dat hij eenig belang heeft gehad bij den ver- koop der Manaarse zaaijwortelen; daarbij voegen„ eens dat onder een behoor„ „de, dat wijl alle 'sComp: negotie goederen worden, ver= „kogt voor een bepaalde prijs, hij ook omtrent den verkoop vande zaaij wortelen bij de be„ „paalde prijs gebleeven is. we willen hier gaarne aan de memorie van wijlen den administrateur Mooijaart, geven het gunstig gewaakt worden teegen getuijgen is, dat hij steeds heeft gehad, een zeer goede reputatie, en bij een elk gehouden is, voor een heel braeff en weldenkend Man, zoo dat zelfs zeer geneigt zijn te gelooven, dat hij werkelijk deeze verkeerde be„ „grippen op het stuk van den verkoop heeft gehad. En schoon we hem mits dien niet in het allerminste pagten, en dat dus deeze verdenken, dat hij in deezen meerlijk of ter kwae der trouw zoude zijn te werk gegaan, zullen we des niet temin de Jaffenasche bedienden nader voor klagten geen reeden tot „houden, dat voorsz: hun andwoord geheel niet voldoet, aan het geene hun op dit onderwerp nu naeder geschreeven is, en daar bij zorgen, dat aan de intentie de afschaffing der pagten van UwelEd: Hoog agtb: op de best mogelijke wijze word voldaan. Ter voorsz: geleegendhaid hebben wede bediendens hadden moeten uitleeve, tevens geschreeven, om nader in overweeging te neemen, of het selven der zaaijwortelen zoo te jaffena- patnam als te Manaar, naar andere ren; wij twijffelen dus en beetere reegelen zoude kunnen worden be„ stierd, dan tot hier toe is geschied, en speciaal f deeze wel de eenige tans plaats heeft, zoo ja, waar in deeze ver„ „anderingen en verbeeteringen zouden kunnen en en waare reeden geweest „goeding gedaan voorde nadeelen die zullen worden bevonden bij ons in deeze met wijnig lijk besteer had moeten behooren te bestaan. eknerelarijen van de Dan en 2548 20. 3/6 2028 314 dan wijl ook het andwoord daar op bij evengem: is, waarom de afschaf brief, meede in extrakt hierneevens gaande, niet voldoet aan de voorsz: aan hun voorgehouden vraage, / zeggende de bediendens daar op, dat fing der pagt verlangt wijl uw Hoog Edele achtb: meer geneegen zijn, om de pagt te herstellen, ze weeder zoude kunnen worden ingevoerd zonder aantewijsen op is geworden, de aanmea„ dat nu hun inzien werkelijk aan teraaden zij, zullen we daarom en om dat ook de voorbehoedselen die ze voorstellen ons te wijdloopig schijnen, omdaar van kelijke veaandering in het verlangde niet te verwagten, ter voorkoming dat de pagters de luiden niet mishandelen, zoo drae de rctourscheepen vertrokken zijn, de bediendens de toelaagen aan gem: ook hier over nader onderhouden. Jntusschen merke we hier alleen aan, dat te Manaar, daar de dol„ „verij het intressantste is dezelve zeedert de Moogaaat komt ons afschaffing van de pagt met heel veel succes te voortgezet, en dat het opperhoofd van Ma= ook van opmerking voor naar den onderkoopman Ebell bij een berigt dat nog hier neevens gaat, heeft opgegeeven, dat de Zaaijdelverij opr geen anderen voet dan tans en wij verlangen, dat de geschied kan worden bestierd. Ministers dit werk der zaaijwortelen nader zul len onderzoeken en na ppeuren, op welke wijze daar van het meeste voor„ =deel voor de komp: zal te behaalen zijn. – wij kun„ nen intusschen onze ont, stigting niet ver„ bergen over het vreemde antwoord 2029 5 1835 antwoord van den gem: Mooijaart op uE reflexie omtrent den prijs van de verkogte Mannaarsche Zaaijwortelen. wij appro- beeren dat de Ministers zich met dit antwoord niet hebben te vreede gehou„ =den, en een nader onder„ zoek daar van de Iaffe- nasche bediendens hadden gedamandeerd dan daar het in deezen zoo blijkbaar is dat komp: belangen met opzet zijn verwaar„ loost, zoo gelasten wij, dat, hoe ook de uitslag der deli„ „beratien mogt geweest zijn te de komp:e voor dit ver„ zuim schadeloos gesteld worde en dat door den administrateur Mooij- =aart zal goed gedaan wor„ =den al dat geene het welk de Zaaijwortelen geduuren =de zijne direktsie meer- =der waardig zijn ge- =weest, als de som, welke de komp:e in reekening is gebragt, en zulks te ree„ kenen na de puijzen, wel„ =ke die wortelen geduu- „rende die teid bij partiku- lieren gegoeden hebben, en zoo het mogt gebeuren, dat zodanige schandelijke praklik. 316 2030„ 317 1836 practik van aan de Comp:e maar een zeekere prijs die men voorgeeft de be„ „paaling geweest te zijn in reekening tebrengen, schoon die wortels waar= „lijk meerdere waarde ge„ „had hebben reeds voor dat. de gem: Mooijaart hier- „omtrend het bestier ge„ „had heeft, plaats heeft gegree„ pen: zoo zal ook de vergoe„ „ding op den voet als boven gem: door die geene welke als toen het bestier daar over gehad hebben moeten ge„ „daan worden §314. 11ij hadden wel gewenscht dat 06

NL-HaNA_1.04.02_3978_0376 view scan ↗

English

3188. granted in 1789, was withdrawn again in February following, as appears by our respectful letter to Your High Mightinesses of 27 January 1741. This increase of 5 per cent was again withdrawn in October, as appears from our respectful letter, that the Ministers, just as in the preceding year, could have managed the increase of 5 per cent on the delivery of some linens. We trust, however, that according to their writing they will soon have been in a position to bring those prices back to the former footing, because through the continuous increase of the purchase prices, even if the linen collection at this office were no longer of sufficient importance, 2031 319 1837 importance to send such considerable capital from here for it, to undergo the risk of the sea, and to pay the interest, wherefore we wish to have admonished them most earnestly to keep an attentive eye on this; and although they must indeed give some hearing to the requests of the servants, they ought nevertheless to keep in mind that the servants may well propose such increases—for what reasons is unknown to us, 4 Vlingeland 320. unknown—without it necessarily following that upon refusal the delivery would come to a standstill, as appears from what occurred regarding this in the preceding year, when likewise the proposal for an increase was made by the servants with great emphasis, but which having been refused, the delivery nevertheless proceeded. Paragraph 315: We expressed ourselves sufficiently in Paragraph 315 of our last general missive concerning the increase 2085 283 3/4 1838 of the farmed Domains in 1788/9, but we now see with regret that the leases at the public auction for 1789/90 have amounted to no less than f 77423:—.— less than the year before; we have indeed seen from the General Return of the farmed Domains that the non-farming of the Chikos monies of the absent oeliammers, and the poll tax of the Pallias and Wallenasser slaves, as well as the export of jager wood and laths, makes a difference 542 163 We have constantly applied ourselves to let the Company enjoy all possible advantages from the leases, and shall continuously do so. As far as the rest mentioned here in the margin concerning the reduction is concerned, we humbly request to refer to our respectful letter to Their High Mightinesses of 25 March 1791, d 26. difference in comparison with the previous year of 28050:—.— rixdollars, but besides this considerable sum the difference is still very remarkable, apart from the fact that it appears quite questionable to us whether as much will come in from the said three items through direct collection on behalf of the Company. We expect from the Ministers' zeal that they will not fail to increase these revenues of the Company by all suitable means in these now so oppressive 922 1839 2033 oppressive times, and thereby to meet to some extent the heavy burdens of this government. Paragraph 316: With much surprise we have seen that the Ministers have decided not to have the Chikos monies of the absent oeliammers, as well as the poll tax of the Pallicasse and Wallaesche slaves, farmed out, but to have the same collected by the native headmen. We have investigated what concerning that The Chikos monies do not come from the absent oeliammers; they are a redemption of the present inhabitants for the 12 days that those who redeem them for 12 schellingen are, if they do not do so, obliged to work for the Company every year. All these obligated persons are known by nominal rolls, and according to these rolls or head descriptions 12 schellingen for each head are now annually entered into the Jaffna books, and thus the full amount thereof, or as much as would have to come in if all these obligated persons chose to redeem that obligation with 12 schellingen instead of coming to work for the Company for 12 days in the year. This redemption of the aforesaid obligation with 12 schellingen is paid by those who choose to pay it rather than come to work for the Company for 12 days, in the country to the collectors qualified for that purpose, who are known in Jaffnapatnam under the name of respedoors or recivedoors. These are obliged to demand these monies, and after they have done this, to account for them to the tombo keeper, who causes them to be transferred into the Company's treasury. Such of these obligated persons who do not choose to redeem their obligation with 12 schellingen, and instead of that come to work for the obligated 12 days, are used for all such work where they can be employed most usefully. Their number cannot well be determined, as it is in each one's power to actually perform their obligation, and as the amount of 12 schellingen is also entered in the books for them, this amount is again No 142 20 3/6

Dutch transcription

3188. 1789. toegestaan, is in februarij daar aan„ „digen brief aan Huw Hoog edelheeden van den 27:' Jann: 1741. Deeze verhooging van 5. p:r C:t in oktober dat de Ministers even als weeder ingetrokken, blijkens onzen eerbie „ in het voorgaande Jaar Ct de verhooging van 5. p:r op de leverantsie van som¬ mige lijwaaten hadden kunnen menageeren wij vertrouwen echter dat zij ingevolge haar schaig ven spoedig in de gelee- gendheid zullen geweest zijn die prijsen wederom op den voorigen voet te„ „brengen deweil door het geduurig verhoogen van de inkoops prijsen al was de lijwaet inzaeme„ „ling ook op dit komptoir niet meer van genoegsaem belang 2031 319 1837 belang worden zoude, om daar voor zulke aanziene „lijke kapitaalen van hier tezenden de resiko van de zee te ondergaan, en de betaaling der inte„ „ressen te doen, waarom wij hun ten ernstigste willen aangemaand hebben, hier op een attent oog tevestigen en schoon zij wel aan de verzoeken van de be„ „diendens eenig gehoor moe„ „ten geeven, zoo behoerten zij egter in het oog te houden dat de bediendens wel een diergelijke vermeerderingen /:om welke reedenen is ons onbekend 4 vlingeland 320. onbekend:/ voorslaan, zon- „der dat juijst daarom volgd dat bij wijgering de leeve„ „ransie, zou stilstaan, zoo als blijkt uit het geene in het voorgaande Jaar daar omtrend: gebeurd is, wan„ „neer insgelijks door de bediendens de voorslag tot eene verhooging met veel nadauk is gedaan dog wel„ „ke geweijgerd zijnde de leverantie egter zijn voort— gang heeft gehad. §315: wij gaeven bij § 315: van onze laatste generaale missive ons genoeg te kennen over de vermeerd„e „ring 2085 283¾ 1838 ring der verpagte Domainen in 178 8/9 dan wij zien tans met leedweezen dat de pagten bij de publieke opveiling voor 178 89/90: wel ƒ 77423: — - - minder hebben bedraagen dan het jaar te„ „vooren; wij hebben wel uit het Generaal rende„ „ment der verpagte Do- „mainen gezien, dat het niet verpagten der Chikos penningen van de absente¬ oeliammers, en het Hoofd geld der Palliassen en wallenassen slaaven als meede de uitvoer van jagerhouten en latten een verschil 542 163 wij hebben ons steeds bevlijtigt om de komp:„ van de pagten te doen genoeten alle mogelijke voordeelen, en zullen dat bij voortduuring doen. vermindering aangaat, daaromtrent ver„ „zoeken we ons nedrig te moogen gedraagen aan onzen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 25:' Maart 1791: d 26: verschil in de vergelijking met het voorige jaar maekt van rd:s 28050: —. - maar buijten deeze aanzienlijke som is het verschil nog zeer aanmerkelijk, be„ „halven dat het ons vrij= bedenkelijk voorkomt of van gem: drie posten door direkte inzaameling van weegen de komp: wel zoo veele zal inkoomen. wij verwagten van der Minis „ters ijver dat zij niet deeze inkomsten van de komp: door alle gepas„ te weegen in de thans zoo wat voor het overige de hier ter zeide verm: zullen nalaaten om drukkende 922 1839 2033 drukkende tijden tever„ meerderen, en daar door in de zwaare lasten van dit gouvernement eenig zints tegemoet tekoomen. §316: Met veel bevreemding De chikos penn: koomen niet van de absente oelieammers, ze zijn een afkoop der presenteinge, hebben wij gezien dat de Mi- „zeetenen voor de 12: daegen, die de geene die ze afkoopen voor 12: schellingen, zoo ze dat niet doen, verpligt zijn nisters beslooten hebben alle jaaren bij de komp: te werken. Alle deeze verpligtelingen zijn bij naam rollen bekend, en na deeze rollen of Hoofdbeschrijvingen worden tans sjaarlijks bij de Jaffenase boeken ingenoomen 12:' de Chikos penningen van schellingen voor elk hoofd, en dus het volle bedrae„ „gen daar van, of zoo veel zoude moeten inkoomen indien alle deeze verpligtelingen verkoozen, die ver de absente oelieammers „pligting aftekoopen met 12: schellingen, in steede van 12.: daagen in het Jaar bij de komp: ten arbeid als meede het Hoofd geld te koomen. Deezen afkooping der voorsz: verpligting met 12: schellingen word door de geene die verkie„ „zen liever die te betaalen, dan 12: dagen bij de Comp=e van de Pallicasse en wal ten arbeid te komen, voldaen in het land aan de ont= fangers daer toe gekwalificeerd, die te Jaffenapat„ „nam bekend zijn, onder de naam van respedoors laesche slaeven niet te of recivedoors. Deeze zijn verpligt deeze gelden intevorderen, en na dat ze dit gedaen hebben, ze te verandwoorden bij den tombohouder, die ze doet laaten verpagten, maer overbrengen in 'sComp=s kas. zulken deezer verpligtelingen, die niet verkist het zelve door de Jnland- hunne verpligtinge aftekoopen met 12: schellingen, en insteede vanden de verpligte 12: daagen ten arbeid koomen, worden tot al zulken arbeid ge- bruik, waar toe ze nuttigst kunnen worden g:sche hoofden telaaten in — emploijeert. hun getal is niet wel te bepalen, wijl het in een elks vermoogen staad om hunne vorderen, wij hebben na„ verpligting daedelijk te presteeren, en wijl ook voor hun het bedraagen van 12: schell: bij de boeken is ingenoomen, word dit bedragen „ gegaan het geen daarom- wederom „trend No 142 20 3/6

NL-HaNA_1.04.02_3978_0382 view scan ↗

English

written off again, and the amount thereof is charged to the expense account to which the coolie wages would otherwise be charged if the work were done with hired coolies. A similar treatment applies to the obligation of the Nalluwas and Pallas, as all this is more broadly and circumstantially described in our resolution of 25 June 1789 and our letter written to Jaffna on 1 July following, of which an extract is enclosed herewith, as well as in our respectful letter written to Their High Excellencies on 27 January 1790. We could not entrust the farmers with any authority over the inhabitants of the country, which nevertheless would have had to happen if we had let them collect the aforesaid 12 schellings themselves. For this reason, the farmers were already obliged, from the first establishment of the farm, to hand over to the Commander the rolls made by them of the names of the inhabitants who chose to buy off their abovementioned obligation, and the Commander subsequently charged the collectors, or so-called respedoors, to collect it accordingly in the country. The people who came to work were only under the farmer's orders insofar as, when coming up from the country to work, they reported to him. He kept a record thereof and sent them to the different workplaces according to the orders given to him daily for that purpose. What the farmer used to do, the tombo-keeper now does, and thus no real change has occurred in the administration of those matters by the abolition of the farm. as appears in the Ministers' resolutions, and we found therein that the Ministers, on the occasion of the incoming Jaffna resolutions of 18 and 28 October 1788, and taking into account that the Dessave Schaender and other members of the council who were in favor of abolishing those farms had given no other reasons for it than that the farmers were guilty of extortions and were therefore hated by the people, while nevertheless a farmer, when according to the advice of Commander Raket he did not go into the country as was already determined, nor had any authority there, could not inflict the slightest injury upon the inhabitants, because in that case, just as when there was no farmer, the money would be collected and the servants supplied by the recibedoors or majorals, so that the farmers would then be nothing other than an overseer that the 324 1840 2034 The Commander, it is true, was of the opinion that the farm should be maintained, without giving any further sufficient reasons for it. That this opinion of his has little ground, however, appears most fully from the fact that the Commander and Council together, in their resolution of 15 September 1789 which is included among the annexes, upon a farmer's request for dismissal, stated they were of the opinion that the farmers ought to be given as much remission as appears from the description of the oelieammers that they bid too high for the farm; for without otherwise contradicting the reasonableness of this sentiment here, it necessarily follows that this rule could not be admitted without at the same time having to admit that the farmers in this matter are very useless intermediaries and serve no purpose other than to plague the inhabitants who arrive to work somewhat, by letting them wait around before they are employed, in order thereby to compel them to this or that small retribution, as they most probably also did, although these things are difficult to prove, or at least can always be excused with one pretext or another. To prevent this, and because it appeared, as is very clear from what has been indicated above, that the tombo-keeper without the intervention of a farmer was very capable of all the operations that were permitted to the farmers, and one could even reasonably assume that he could do this better than a farmer, this made us resolve to abolish the farm and to put things on the present footing. The only difference between the farming out and the manner now introduced consists merely in this: that when an ill-advised man, as the farmer mentioned in the aforesaid Jaffna resolution has shown himself to be, bids higher for the farm than it can yield according to the now known number of heads, one must either give him a discount corresponding to the known number of heads in the rolls, or strip him and all his sureties of everything, as has already been the case with the first farmer, who not only had to be executed against, but also dragged a whole group of other people into his misfortune with him, who had bound themselves for him as his sureties. Here Rompe 5 2036 25

Dutch transcription

weederom afgeschreeven, en het beloop trent bij de Ministers daar van word gebragt op de last reek: waar op anders zoude gebragt worden Resoluutsien voorkomt de koelie loonen, zoo de dingen met ge„ en wij hebben daar bij ge„ „huurde koelies wierden gedaan. Een gelijk maatige behandeling heeft plaats, omtrent de verpligting van de vonden, dat de Ministers Nalluassen en Pallassen, zoo als dat alles breeder en meer omstandig beschreeven ter geleegendheid van de is bij onze resoluutsie van den 25. Junij 1789. en onsen brief na Jaffena gesch: ingekoomene Jaffanasche den 1. e Julij daar aan dien extrakt hierneevens gaat als meede bij onzen eerbiedigen brief Resoluutsien van 18:' en 28:' geschreeven aan Hun Hoog edelh: den 27:' Janu: 1790: Aan de pagters konden we geen bestelling „o ktober 1788: en in ag„ toevertrouwen over de ingezeetenen der lands, het geen nogtans zoude hebben moe„ting neemende, dat den „ten geschieden, zoo we hun de invordering der voorsz: 12: schell: zelfs hadden laten Dessave schaeuder en an doen. Hierom zijn de pagters reeds bij de eerste „ dere leeden van den raed instelling van de pagt, verpligt geweest de door hun gemaakte naamrollen dat die voor't afschaffen ingezeetenen, die verkoosen hunne hier booven gem: verpligting aftekoopen, aan den kommandeur overtegeeven, en deese van die pagten waaren belast de vervolgens de ontfangers, of zoo genaamde respedoors, om de invordering geene andere reedenen daer in het land daar na te doen; Het volk dat te werk kwam, stond alleen in, zoo verre ter bestelling van den pagter, dat 't uit voor hadden gegeeven, dan het land ten arbeid opkoomende, zig bij hun addresseerde. Wij hield daar van een aanteeke„ „ning, en zond het op de differente werkplaatsen, dat de pagters zig aan na de orders die hem daar toe dagelijks je„ „geeven wierden. Het geen den pagter eerteids deed; doet nu de tom-Knevelarijen schuldig maek„ „bohouder, en is dus in de bestellingen dier dingen, door het afschappen van de pagt, geen daedelijke ten, en daarom bij 't volk verandering voorgevallen. De gehaal 324 1840 2034 De kommandeur was, het is waar van openie, gehaat waaren daar nog dat de pagt moest in stand blijven, zonder daar van voor het overige eenige voldoende reedenen te geeven. Dat intusschen deeze zijne opinie niet veel tans een pagter wanneer gronds heeft, blijkt op het volkoomenst daar uit, dat de Kommandeur en Raad te zamen, bij hunne resol: van den 15:' 7ber: 1789 die onder ^ de bijlaagen hij volgens het advies van overgaat, op een pagters verzoek om demissie, hebben opgegeeven te weezen van opinie, dat men den Kommandeur Raket de pagters zoo veel remissie behoord te geeven, als het uit de beschrijving van de oelieammers niet in't land ging zoo als blijkt, dat ze de pagt te hoog gemeind hebben want zonder voor het overige de redelijkheid van dit gevoelen hier te wederspreeken, zoo volgt daar uit nood- zonder teffens te moeten admitteeren, dat de pagter reeds bepaald was nog „wendig, dat men deesen regel niet admitteeren kon, in deezen zeer wuitteloose tussen inkomende weezens zijn, en tot niets verstrekken, dan dat ze de aankomende daar eenige bestellingen ingezeetenen om te arbeiden wat pelaagen kunnen, met ze wit te laaten loopen voor dat ze geamploij- „dert worden, ten einde ze daar door tot deeze of geene had, de minste beleediging kleine retributien te noodsaaken, zoo als ze dat ook na de grootste waarschijnlijkheid hebben gedaan, schoon die dingen moeijelijk te bewijsen zijn, often aan de ingezeetenen kon minste altoo met het een of ander kunnen worden ver- om dit te voorkoomen, en wijl het bleek, zo als toebrengen, wijl in dat ge„ schoont. dat uit het hier booven aangeweezene zeer zigtbaer een pagter zeer in staat was tot alle de verrigtinge val even als wanneer er is, dat de tombohouder zonder tusschen komst van die de pagters waaren toegelaaten, en men zelvs met reeden konde veronderstellen, dat wij dit beeter dan een peragter doen konde, heeft ons dit doen besluiten om de pagt afteschaffen, en de dingen te brengen op Het eenigste onderscheid tusschen de verpagtingen ingevordert en de dienstelin de teegenswoordigen voet. de nu ingevoerde wijze, bestaat mids dien hier in„ dat wanneer een onberaden man, gelijk zij ge„ toond heeft te zijn de pagter bij de voorsz: jaf „nase resoluutsie vermeld, de pagt hoogen meind Dan ze volgens het nu bekende getal de recibedoors of majo„ der hoofden opbrengen kan, men hem ofr geeven moet bekende getal der hoofden. — of hem niet „ raals, zoo dat de pagters een afslag overeenkomstig met het bij de rollen al zijne borgen moet uitschudden , zoo als dat het geval reeds geweest is met den eersten peragter dan niet anders zijn zoude die niet alleen heeft moeten worden geexecuteerd, „ maar ook met hem in zijn ongeluk g'antrai- neerd heeft een heele partij andere menschen, dan een toesiender, dat de die zich voor hem als zijne borgen verbonden geen pagter was, 't geld gen geleeverd wierden door Hier Rompe 5 2036 25 hadden.

NL-HaNA_1.04.02_3978_0384 view scan ↗

English

Here the question naturally arises: if all these things are so, and if a farmer of taxes truly serves no purpose, why then were things not immediately arranged on that footing by concealing the Company, and why was the method of tax farming deemed necessary in former times? And to this we must frankly confess that we ourselves formerly had but a very imperfect insight into the matter, and that it happened with this just as is not uncommon with many things in this life, about which, when they are discovered and fully known, one is afterwards even surprised how one had to wander down so many byways to find a truth that now clearly presents itself to us, and of which it appears that it could have been found by a much shorter route. A common man from Jannapatnam presented himself to the servant at the governor’s gate and made such a considerable offer for the aforementioned revenue that the governor, merely to know whether it was possible to give such a large sum of money for a matter that formerly had yielded so little to the Company, conferred about this with the Commander of Jafna in a private letter; and upon his answer, the governor found that the matter was at least worth trying, and for this the method of a public tax farming seemed to him the most suitable. Nevertheless, we shall have further inquiries made at Jafna as to whether there might be any reasons, still unknown to us, that could recommend the reintroduction of the tax farm; and if that should appear to us on acceptable grounds, we shall bring it to the attention of Their High Excellencies and ask Them whether they see fit that the method of tax farming be reintroduced. The amount of the net revenues from the Chikos pennies and from the Nalluwas and Pallas, Your High Honorable Worships will find in the attached statement drawn up and sent to us from Jafna, upon which we take the liberty here only to remark that, since it appears therein that the gratuity of 1000 rixdollars to Captain Lieutenant Brochet has been paid twice, we have instructed Jafna by our letter of the 4th of this month, an extract of which is annexed hereto, that the gratuity enjoyed once too often must be refunded to the Company. And since it also appears from this statement that, although the number of inhabitants who have worked is already rather large, nevertheless coolies had to be hired additionally now and then, we shall confer with the Jafna officials about this, and demand from them a clear statement as to how far they have complied in this matter with what was prescribed to them according to our resolutions of 25 June and 26 August 1789. so that through the concealment of the pretended claims of the oelieammers and slaves, it was not curtailed. On 23 February 1789 we resolved to demand from those members of the Jaffna Council who were in favor of the immediate abolition of the tax farm the reasons why they thought that the intervention of a farmer was not only unnecessary, but would even be detrimental to the people from whom the duty is levied. Whereupon we find recorded in the resolution of 25 June that the report of the Dissave at Jaffna, Schreuder, Pay-Bookkeeper Ebbenhorst, and Thombo-Keeper Williamsz was received, in which they stated the motives that had led them to advise abolishing the tax farm both of the oelieammers and private slaves, which mainly consisted of the fact that if such a farmer strictly adheres to the established orders that bind him from any direct execution in the country, his intervention—now that the number of the oelieammers is better known than formerly—does not appear necessary, and that if, notwithstanding these orders, he does so anyway, this may very well tend to the harassment of the inhabitants. Since we find in this report not the slightest reason adduced as to why the said tax farms would need to be abolished other than those that are already found in the previous resolution of 23 February and which then did not seem satisfactory to the Ministers, it surprises us to the utmost that the Ministers nevertheless came to the decision not to allow the farming out of both the oelieammers and private slaves to take place in 1789/90, but to have the tax collected by the native chiefs, in which decision, however, according to what is recorded in the resolution of 26 August, we see that the Warehouse Master Reintous did not concur. Since this reason—that the farmers might extort the native—does not appear to us in any way sufficient, because the officials could and also ought to take precautions against that, and moreover one finds no reason why one should assume that the native chiefs will be less guilty of extortion, as examples of the contrary are not even very rare, it appears very questionable to us whether the Ministers in this matter have properly kept the interest of the Company in view, all the more when we consider what has occurred regarding these oelieammers in recent years and how it appeared in 1786 that the Company, calculated on average over the last five years, had enjoyed only 4403:1:— guilders annually from those servants, whereas according to this tax up to over 14,000 to 15,000, indeed even up to 19,000 rixdollars annually

Dutch transcription

386. Hier ontstaat natuurlijk de vraage, indien alle komp:e door 't verzwijgen deeze dingen zoo zijn, en indien een pagter midsdien werkelijk tot geen uut strekken kan, waarom dande dingen niet aanstonds zijn gebragt op den pretenten van de oelieammers en voet, en waarom dan den weg van verpagting eer„ teids is noodig geoordeelt, en hier op moeten we rondborstig bekennen, dat wij zelve eer „ slaaven niet wierd verkort „teids niet dan een zeer onvolkoomen inzien in de zaak hadden, en dat het daarmeede gegaan is, op den 23: febr: 1789. hebben gelijk dat niet zeldzaam is het geval van veele dingen in dit leven, waer over men wan- neer ze ontdekt en volkomen bekent zijn, — beslooten van die leeden van naderhand zelfs verwondert is, hoe men zoo veel bijweegen heeft moeten bewandelen, om den Jaffanaschen raad wel„ uittevinden een waarheid, die zig nu klaar aan ons opdoed, en waar van het blijkt dat ze langs een veel korteren weg hadde, ke voort afschaffen der pag= kunnen worden gevonden. Een gemeen man van Jannapatnam, ten waaren tevorderen de diende, zig aan, bij de bediende van 'sgou- „verneurs porta, en bood voor het voorsz: inkoo= „men een, zoo aanmerkelijke bod, dat de gou-reedenen waarom te dagten „verneur, om alleen teweeten of het mogelijk was voor een zaak, die eerteids zoo weinig dat de tusschen komst aan de komp: hadde opgebragt, eene zoo groote somme gelds te kunnen geven, den van een pagter niet alleen kommandeur van Jafna bij een particulie„ „re brief daar over onderhield, en op zijn andwoord, vond den gouverneur dat de onnoodig maer zelfs voor zaak ten minsten te probeeren was, en hier toe scheen hem den weg van een publie„ de luijden, waar van de „ke verpagting de bekwaamste. we zullen niet temin te Jafna nader doen onderzoeken of 'er eenige ons nog onbekende geregtigheid geheeven word, reedenen zoude kunnen zijn, die het weeder invoeren van de pagt zoude kunnen aan„ nadeelig zijn zoude. Wier „raaden, en wanneer ons dat op aannee„ „melijke gronden mogte koomen te blijken, op vinden wij ter resoluuttie zullen we dat brengen onder het oog van Hunne Hoog Edelheeden, en Hoogst dezelve vraagen of zo goedvinden dat den weg van ver van den 25: Junij geno= „pagting wederom word ingevoerd. Het bedraagen der zuijvere inkomsten „ teerd dat ontvangen van was ƒ 1841 2035 van da Chikos penn: en van de Nallu„ was het berigt van den Des — „assen en pallassen, zullen uw Hoog- save te Jaffana schreu„ „Edele achtb: vinden bij de onder de bijlaagen overgaande, daar van opge„ „maakte aanwijzing, ons van jafna „der, soldij boekhouder toegezonden, en waar op we de vrijheid neemen hier alleen aantemerken, dat wijl Ebbenhorst en Thombo- daar bij blijkt, dat het douseur van rd. s 1000: - aan de kapitain Luite„ houder williamsz: waer „nant Brochet, twee maalen be„ moetiven „taald is, we na jaffena hebben bij zij de vesteeren aanwee„ belast, bij onzen brief van den 4. deezer die in extrakt hierneevens gaat, dat sen die hun hadden doen het eens te veel genootene douceur aan de komp: moest worden terug gegeeven. adviseeren op de pagt zoo oep En wijl ook bij deeze opgaeve blijkt, dat schoon het getal der ingezeetenen van de oelieammers als die gewerkt hebben, reeds vrij wat groot is, er nogtans nu en dan nog koelies particuliere slaaven afte hebben moeten worden bijgehuurd, zul„ „len wa de Jaffenase bediendens daar over „schaffen het welk Hoofdzaa„ onderhouden, en van hun vraagen een duijdelijke opgaeve, in hoe verre kelijk daar in bestond dat hierin, door hun is nagekoomen, het geen hun volgens onze, resolutie van den 25:' Junij en 26: aug: 1789. is voor zoo een pragter zig strikt „geschreeven. houd aan de gestelde be„ „veelen die hem verbinden eenige direkte uitvoering in het land, zijn tusschen „komst, nu het getal der oe„ „licammers 20. 36 329 2 „lieammers beeter dan eerteids bekend is niet noodig schijnd, en dat zoo hij onaangezien deeze be„ „veelen het nogtans doed, zulx zeer strekken kan tot kwelling der ingezeetenen. Daar wij nu geene de min- „ste reeden bij dit berigt vinden bij gebragt waar om de gem: pagten zouden behoeven teworden afge„ „schaft, als die welke reeds bij de voorige reso — luutsie van 23. ' febr: gevonden worden en toen aan de Ministers niet voldoende voorkwaamen, zoo 328 63 329 1842 zoo verwonderd het ons ten uitterste dat de Ministers echter tot het besluit gekoo- men zijn, om de verpagting zoo van de oelieammers als partikuliere slaaven in 178 89/90. niet te laa- ten geschieden, maar de belasting door de jn„ „landsche Hoofden telaaten invorderen tot welk besluit wij egter volgens het aan- geteekende ter Resoluuttie van 26:' augustus zien dat de pakhuijs mees„ „ter Reintous niet heeft geconcurreerd. Daar nu ons deeze reeden dat 330 dat de pagters den inland der zoude kunnen knee¬ „velen geenzints voldoende voorkomt, deweil daar teegen door de bediendens zoude kunnen en ook be- hooren gezorgd teworden en men ook daar en booven geen reeden vind, waarom men zoude moeten veron- derstellen, dat de Jnland- „sche Hoofden, zig minder aan knevelaaijen zullen schuldig maaken als zijn de zelfs de voorbeelden van het kontrarie niet zeer zeldsaam, zoo komt het ons zeer bedenkelijk voor 2037 237 1843 voor of de Ministers in deeze wel het belang van de komp: na behooren in het oog hebben gehouden temeer wanneer wij na= „gaan wat omtrent dee„ „ze oelieammers in de laatste jaaren is voorge„ vallen en hoe het in 1786: gebleeken is, dat de Comp: de vijf laatste Jaeren door den anderen gereekend, Jaarlijks maar ƒ 4403: 1:— van die dienstelingen had genooten, daar voor vol- gens deeze belasting tot over de rd:s 14000: „ 15000:— ja zelfs tot 19000: jaar„ „lijks o 44 2aa

NL-HaNA_1.04.02_3978_0390 view scan ↗

English

has been farmed out yearly. We trust that you will have directed your attention to this weighty matter and take care that the Company is not prejudiced in this, and that if it should appear that the revenues therefrom in 1789/90 have amounted to less than in the years of the farming-out, it will immediately be restored to the former footing. And as it appears to us in the meantime that this resolution of the Ministers was taken frivolously and without sufficient grounds, we therefore require that they accurately state to us the amount of the net sum which the Company will have drawn in 1789/90 from these oeliammers and private slaves after deduction of all the costs relating thereto, as well as how much the Company has enjoyed therefrom annually since the farming-out, reserving to ourselves, should it appear that the Company in 1789/90 enjoyed less therefrom than in the times of the farming-out, the right to have the loss thereof reimbursed both by those who took the resolution and by those who gave occasion for it. 33 1639 2 29 1844 332 1639 292 1844 88 Paragraph 317. The Chamber of Zeeland having been requested by us to be pleased to examine the proposal of the Ministers concerning the write-off of ƒ3229: 10:—, which sum the Prince of Luxemburg is said to owe on account of certain uniform fabrics supplied to his regiment, and to decide thereon in the best interest of the Company, that resolution shall be forwarded to the Ministers by the well-mentioned Chamber. 334 2039 1845 Paragraph 318. We have noted with surprise from the report of the Head Administrator, inserted in the Ceylon Resolution of 18 July 1789, that among the credit current account items up to ƒ216453: 5:— various creditors were found These things arose through the neglect of confrontations, which for some administrations have been in arrears for twenty and even more years, and give the present trade servants an almost insurmountable amount of work, and which overdue confrontations, notwithstanding that they have been working on them practically day and night for a considerable time, have up to now not been able to be cleared except in part. In proportion as progress is made therewith, these credit current accounts gradually decrease, regarding which it has otherwise already appeared that the greatest part consists of mere errors caused at the trade office itself. who were administrators who had long since been discharged from their administration or had departed for Europe or elsewhere, and even those who had already died 25 years ago. This presents proof of the disorderly management that took place in this government in that regard. We expect of the Ministers that, pursuant to our letter of 11 September 1790 paragraph 129, they will see to it that such disorderliness 336 2080 108 184.6 This debt has been discharged, as we have shown in our respectful letter to their High Excellencies of 27 January 1791. can no longer take place and that a better order is observed in the keeping of the accounts. Paragraph 319. We cannot fail to note here also under the item of arrears that we have seen from the Ministers Resolution of 25 June that the Land Regent had not yet paid anything toward his remaining debt; that the Tuticorin servants had shown the proofs to Mr. Buchanan that they had given him the money on loan, 184. but that the latter had replied thereto that he could do nothing in the matter and that the Nawab did not have to pay the debts of the Land Regent made without his knowledge, and thus this matter had to be settled with the Land Regent himself, for which the servants saw little prospect. We already expressed, in our missives to you of 9 November 1789 paragraph 348 and of 11 December 1790 paragraph 316, 204 3391 1847 as appears from our respectful reply to the extract from your Right Honorable of 1790, which is inserted in our respectful letter of 27 January 1792 to their High Excellencies paragraph 316. This money has been paid to the Company, general missive of 11 December. our apprehension concerning the prejudice which, in our view, might be brought upon the Company by this loan to the Land Regent. We refer to what we wrote to you in paragraph 316 of our general letter of 11 December 1790, and require that the damage suffered thereby be immediately compensated to the Company without admitting the slightest exceptions, reserving to ourselves furthermore, as we already did in paragraph 316 of our general letter of 2040

Dutch transcription

lijks is verpagt geworden wij vertrouwen dat UE: op deeze gewigtige zaak uw aandagt zullen hebben gevestigd en zorg draagen dat de komp: in deeze niet benadeeld worde, en dat wanneer het mogt gebleeken zijn dat de in= komsten daar van in 178 7/90. minder bedraagen hebben dan in de Jaaren der verpagting het terstond op den voorigen voet zal gebragt zijn. En daar ons intusschen dit besluijt der Minis- teas voorkomt ligtvaerdig en 33 1639 2 29 1844 en zonder genoegzaame gronden genoomen tezijn, zoo verlangen wij, dat zij ons nauwkeurig zul„ „len opgeeven het bedraagen van het zuiver montant het welk de komp: in 17 89/90: van deeze oeliam- mers en particuliere— slaaven zal getrokken hebben na aftrek van alle de kosten, welke daar toe eenige relatie hebben als meede hoe veel de komp: jaarlijks zeedert de ver„ „pagting daar van heeft genooten, reserveerende wij aan ons wanneer het 8a40 332 lijks is verpagt geworden wij vertrouwen dat UE: op deeze gewigtige zaak uw aandagt zullen hebben gevestigd en zorg draagen dat de komp: in deeze niet benadeeld worde, en dat wanneer het mogt gebleeken zijn dat de ins= komsten daar van in 178 9/90. minder bedraagen hebben dan in de Jaaren der verpagting het terstond op den voorigen voet zal gebragt zijn. En daar ons intusschen dit besluijt der Minis- teas voorkomt ligtvaerdig en 1639 292 1844 en zonder genoegzaame gronden genoomen te zijn, zoo verlangen wij, dat zij ons nauwkeurig zul„ „len opgeeven het bedraage„ van het zuiver montant het welk de komp: in 17 28/90: van deeze oeliam- mers en particuliere slaaven zal getrokken hebben na aftrek van alle de kosten, welke daar toe eenige relatie hebben als meede hoe veel de komp: jaarlijks zeedert de ver„ „pagting daar van heeft genooten, reserveerende wij aan ons wanneer het het mogt blijken, dat de 88 komp:e in 17 9/90: daar van minder dan in de teiden der verpagting ge„ nooten heeft de schaede daar van te doen vergoe„ „den zoo doar de geene welke het besluit genoo- men als welke daer toe aan„ „leiding gegeeven hebben §317. De kamer Zeeland door ons verzogt zijnde om het voorstel der Minis- ters omtrent de afschrij- ving van ƒ3229: 10:—. – wel„ „ke Som de Prins van Luxemburg weegens eenige aan zijn regiment ver„ „strekte 334 2039 1845 strekte monteering stoffen zoude schuldig zijn tewillen examineeren, en daar op ten meeste dienste van de Maatschappij tewillen besluiten zoo zal dat be„ „sluit aan de ministers door welgem: kamer wor- „den toegezonden. §318: Wij hebben met bevreem„ Deeze dingen zijn ontstaan door het ver- „ding gezien uit 't berigt van zuijmen der konfrontatie, die van zommige administratie twintig en zelvs meer Jaaren hebben ten agteren gestaan, en de tegenswoordige Negotie den Hoofdadministrateur bediendens een bijna ondoorkomelijk sluisken g' insereerd ter werk geven, en welk ten agteren staen- de konfrontatien, niet teegenstaande ze daar aan zeedert een geruijmen teid Ceilonsche Resoluitsie om zoo te spreeken dagt en nagt wer= ken, tot nog toe zelvs niet, dan ten deelen van 18:' Julij 1789. dat on- hebben kunnen worden afgedaan. Na maate dat daermeede word gevordert der de Crediet loopende verminderen gaande weg deeze kre- diet loopende reekeningen, waer van het voor het overige reeds gebleeken is, posten tot ƒ216453: 5:— dat het grootste gedeelte bestaat in enkelde abuijsen bij de negotie zal „ verscheide Crediteuren „ve veroorzaakt. gevonden gevonden wierden als ad- ministrateurs die voor lange uit hunne admi „nistratie ontslaagen of naar Europa of elders vertrokken ja zelfs die voor 25: jaaren reeds over„ leeden waaren. zulks leeverd een bewijs op van de slordige huishouding welke daaromtrent in dit gouvernement heeft plaats gehad. wij ver„ wagten van de Munis ters, dat zij ingevolge ons schrijven van 11:' 7ber: 1790: 5129: zullen zor- gen dat diergelijke slordig„ heeden 336 2080 108 184.6 Deeze schuld is voldaan, zoo als we eerbiedigen brief aan Hunne Hoog heeden niet meer kunnen plaats hebben en een beetere ordre in het houden der teekeningen geobserveerd werde. §319. wij kunnen niet voor bij dat hebben aangeweezen bij onzen alhier nog onder het arti= Edelheeden van den 27 Januarij 1791. kel van agterstallen te noteeren dat wij uit der Ministers Resoluut„ „sie van 25:' Junij gezien hebben dat de Landregent nog niets op zijn restant schuld had voldaan, dat de Tutu corijnsche bedien- „dens aan den Heer Bu= chanan de bewijsen had den vertoond dat zij aan hem 184. hem het geld ter leen hadden gegeeven dan dat deeze daar op had geandwoord daar in niets te kunnen doen en dat de Nabab de schulden van den Landae„ „gent zonder zijn meede wee„ „ten gemaakt, niet be„ hoefde te betaalen en dus deeze zaak met den Landaegent zelve moest afgehandelt worden, waar toe de bediendens niet veel kans zaagen. wij gae„ „ven reeds bij onze missi¬ „ves aan UE: van 9:' No= vember 1789. F 348: en van 11:' xber: 1790: § 316. 204 3391 1847 blijkens ons eerbiedig antwoord op het Extrakt uit uw Ed: Hoog achtb: 1790. dat geinsereerd is in onzen eer- biedigen brief, vanden 27:e Januarij 1792: aan Hunne Hoog Edelheeden 3316. § 316: onze beduchting te kennen over het nadeel het welk de Comp:e door deeze leening aanden Landregent na ons in- zien zoude kunnen wor- dit geld is aan de komp:e betaald, den toegebragt. wij referee„ generaale Missive van den 11:e december aen ons tot het geen wij bij die 5 P:o aan UE: hebben aangeschreeven, en verlan¬ „gen dat aan de komp: zon- der de minste exceptsien te admitteeren, daedelijk vergoed worde de schaade daar door geleeden, reser„ „veeren wij ons als noch zoo als mij reeds bij 5316: van onze generaale brief van 2040

NL-HaNA_1.04.02_3978_0400 view scan ↗

English

We hope that what we took the liberty to explain more fully on this subject to their High Mightinesses' letter of 27 January 1792 paragraph 94 may serve as proof that the Dutch guilders and also all other coin species on the Madura coast are properly calculated. of 11 December 1790 we promised to explain ourselves more fully concerning the loss of interest which the Company has had to suffer during the lack of the money for all that time. Paragraph 320: We have seen under the main section of monetary affairs, to be presented today in our humble letter, that the dispute concerning the calculation of guilders and other species at Tuticorin has not yet been terminated, and that Your Honor was still awaiting the various reports from both the Tuticorin servants and the former Chief Administrator Sluisken before Your Honor would express yourself finally in that regard. We refer therefore to what was reported in that respect by us in our last general missive paragraph 317, and shall look forward to your decision on this matter. Paragraph 321: We see that the Ministers have further submitted to Your Honor the request of the Resident at Manapad, Augier, to remain excused from the assessment of 2000 pagodas regarding the Resident's dwelling there. The reason which the Ministers give why they thought they ought not to oblige him to the payment, namely because he had been sent out from the Netherlands specifically for a linen-producing trading post, appears to us to have not the least validity and to be very far-fetched. We persist in what we wrote concerning this in our missive to Your Honor of 11 December 1790 paragraph 322, and desire that it be strictly complied with. Paragraph 322: We have observed with satisfaction from your letter to the Ministers of 2 June 1789 that Your Honor has likewise reflected upon the enormous interest which the Ministers had granted to Captain Bellon, and that Your Honor has ordered them to cause the same to be refunded in so far as it had been allowed for more than one year. This decision complies very well with what we wrote to Your Honor on the subject in our aforesaid missive paragraph 324. We therefore approve the same, and it has been pleasing to us to learn that the Ministers have already complied with it. Paragraph 323: The proposal which the Governor made to Your Honor in his separate missive of 16 September 1789, to publicly sell gold or silver species upon receipt from the Netherlands, to be paid in letters of credit or copper coin, At various times there were sold in various silver species an amount of 199926. 8 Indian guilders, on which a profit was made of 95634. 1. 12 Indian guilders, amounting to fully 47 3/4 percent. In addition to this, 26591 1/3 Spanish reals were employed for the purchase of rice for the congregation, as appears from our respectful letter to their High Mightinesses. If also from the profit only 25 percent is credited to the Company, and the remainder may be taken for the benefit of the institution mentioned in this our humble letter, this 25 percent amounts to a further 21273.—.— Indian guilders. All the profit made on the aforesaid silver money thus amounts to 116907. 1. 12 Indian guilders, being 96448. 7.— in Netherlands currency. appears to us not unsuitable. We regard it as a proof of his zeal in attempting to benefit the Company in this matter. And his thoughts regarding the copper money and the letters of credit, to keep them partly in circulation once one had been able to provide Ceylon with cash to such an extent that the currently existing difference had dropped to a moderate margin, also appear to us quite acceptable; and as it appears to us, one might possibly in due time be able to make profitable use of that. Paragraph 324: We have seen from Your Honor's missive to the Ministers of 2 June 1789 that Your Honor did not favor the proposal of Chief Mekern to place the loss on the gold, which arises during recoinage due to the considerably higher charge from the Netherlands at 375.—.— guilders per mark fine, onto a separate account and to charge the linens to be dispatched with it. We cannot fathom the reasons why Your Honor rejected this proposal, as it appears to us that it would be equitable that the linens for which the gold is sent out from here should be charged proportionally and on a percentage basis with that loss, since those linens otherwise appear to cost considerably less than they actually cost the Company, and one thereby passes an erroneous judgment regarding the true profits when drawing up the returns. We therefore desire to be informed of the reasons which Your Honor had to reject this proposal, and should it be that upon closer consideration they do not appear of such weight to Your Honor, Your Honor could order the Ministers to charge the linens immediately with that loss. Paragraph 325: We do not doubt that Your Honor will have called the Surat Ministers to account concerning the payment of those drafts amounting to 954 1/16 Ducatoons, which the Ceylon Ministers had issued on us. Besides appearing strange to us that the Surat Ministers considered themselves obliged to honor that draft, an error also appears to have occurred in the payment according to the opinion of the Ceylon Ministers, and we expect that Your Honor will ensure that the Company does not again the

Dutch transcription

we hoopen dat het geen we voorleeden Jaar nader op dit stuk de vaijheid gebruijkt hebben aan hun Hoog Edel- brief vanden 27. Jannuarij 1792§ 94. — zal moogen strekken ten bewijze, dat de wederlandsche guldens en ook alle andere geld spocien op de Maduresche kust„ wel bereekend zijn. van 11: December 1790: heb- ben gedaan ons naeder te zullen expliceeren over het nadeel der interessen wel„ „ke de komp: geduurende het gemis van het geld voor al dien teid heeft moeten lijden. § 320: Wij hebben onder het hoofd deel van geld zaaken gezien heeden te vertoonen bij onzen nedrigen dat het verschil omtrend de bereekening der guldens en overige specien op Iutu„ „korijn nog niet is geter„ „mineerd, en dat UE: nog de verschillende berigten zoo van Tutukorijnsche bediendens als van de geweezen 2085 34 1848 geweezen hoofdadministra- teur sluisken zoude af „wagten voor dat UE: daar omtrent zig finaal zouden expliceeren. Wij re„ „fereeren ons derhalven aan het geene daar omtrent door ons bij onze laatste generaale missive F 317: is gemeld, en zullen uw besluit over deeze zaak tegemoet zien. §321: wij zien dat de Ministers aan UE: nader hebben voor gedraagen het verzoek vanden Resident te Man- napaar Augier om ge„ „excuseerd te blijven van het het uitschot van 2000: pag: over de Residents wooning aldaar; de reeden welke de Ministers geeven, waerom zij gemeend hadden hem tot de uitkeering niet te moe¬ „ten verpligten, om dat hij namentlijk uit Neder- land speciaal voor een Lij- waat geevend Comptoir was uitgezonden, komt ons van geene de minste kragt en zeer verre gezogt voor wij Persisteeren bij het geene wij dien aan- gaande bij onze missive aan UE: van 11:' december 1790: 5322: hebben geschreeven, en 4 2043 34 1849 en verlangen, dat daar aan stiptelijk worde vol„ daan. §322: Wij hebben met genoegen gezien uit uwe brief aan de Ministers van 2:' Junij 1789. dat uE: meede aeflexie gemaakt hebben op de enor- me interessen welke de Ministers aan den kapi- tein Bellon had geakkor- „deerd en dat uE: hen hebben gelast dezelve te doen resti„ „tueeren voor zoo verre ze meer als voor een Jaar waaren toegestaan, dit besluit voldoed zeer wel aan het geen wij uE: daar over over bij onze evengem: mis- „sive §324: hebben geschree= ven. wij approbeeren dus hetzelve en het is ons aan- genaam geweest te vernee„ „men dat de Ministers daar aan reeds voldoen hebben. §323: Het voorstel het welk de In differente rijzen zijn aan onder„ „scheidene zilvere specien verkogt een Gouverneurs bij zijne apar„ bedraagen van ƒ199926. 8 Indiesch, waar op geprofiteerd zijn ƒ95634. 1. 12 Indieph„ te missive van 16:' 7ber: 1789. uitmaakende 47. ¾ p:r C:t ruijm Boven dien zijn nog tot het inkoopen aan UE: heeft gedaan om van rijst voor de gemeente geamploijeerd, 26591: 1/3: spaanse reaalen, blijkens onzen eerbiedigen brief aan Hunne Hoog Edelhee= bij ontvangst van goude „ ook hunne hoog ebuden af van de winst alleen /25: prC. t word goed gedaan, aan de komp=e of zilvere specien uit en de rest mag worden genoomen ten behoeve van het gestigt bij deezen onzen nedrigen Nederland dezelve pu- brief vermeld, bedraagen deeze 25: p:r C:t nog ƒ21273:—. Jndiasch. Al het geprofi- teerde op het voorsz: zilver geld be-bliek te verkoopen om draagd dus ƒ116907. 1. 12 indiesch zijnde teworden betaald met Crediet brieven of koppere munt, Nederland/ geld ƒ96448. 7:— komt 1042 1850 komt ons niet ongeschikt voor wij merken het aan als een blijk van zijne ijver om te tragten de komp:e in deeze te bevoordeelen. En zijne gedagten omtrent het kopere geld en de kae„ „diet brieven om dezelve gedeeltelijk in roulement te houden, wanneer men in staat mogt zijn ge„ weest om Ceilon wederom zoo verre van kontanten te voorzien, dat 't tans plaats hebben verschil tot een gematigd different was gedaald, komt ons meede vrij aanneemelijk voor¬ en 3040 en na het ons toesc zou men daar van moge „lijk in der teit een voor deelig gebruijk maak kunnen §324. wij hebben uit UE: mis sive aan de Ministers van 2:' Junij 1789. gezien dat UE: niet hebben ge„ gonteerd het voorstel van het opperhoofd Mekern om het verlies op 't goud, het welk door de zoo aan merkelijk veel hoogere aanreekening uit Neder land aan ƒ 375: —. 't mark fijn, bij de vermunting ontstaat, te brengen op een aparte 2045 347: 1851 aparte reekening, en de te verzendene Lijwaaten daarmeede te belasten; wij kunnen niet penetreeren, de reedenen, waarom UE: dit voorstel hebben afge„ „keurd, daar het ons voor„ komt, dat het billijk zijn zoude, dat de Lijwaaten waar voor het goud van hier uitgezonden word in proportie en percents ƒ gewijze met dat verlies wierden bezwaard, deweil die lijwaaten anders voorkoomen vrij minder te kosten als zij waarlijk de komp: te staen komen 2002 en men daar door bij het opmaaken der rendemen- ten over de waare winsten een verkeerd oordeel velle. wij verlangen dus geinfor- meerd te zijn van de reede„ „nen welke uE: hebben ge had om dit voorstel afte„ keuren en zoo het mogte zijn, dat bij naeder inzien dezelve uE: niet van dat gewigt voorkwaamen zou- den UE: de Ministers kun„ nen gelasten om de Lijwae„ „ten daedelijk met dat ver „lies te bezwaaren. §325. wij twijffelen niet of uE zul„ „len de souratsche Ministers zich 2046 1852 zich hebben laaten verant„ „woorden omtrent de betaa= ling dier assignatien groot 954 1/16: Ducatons, welke de Ceilonsche Ministers op ons afgegeeven hadden. Behalven dat het ons vreemd voor komt dat de souratsche Ministers zich verpligt gereekent hebben die assig- natie te moeten voldoen zoo schijnd'er volgens de gedagten van de Ceilonsche Ministers in de betaaling een abuis plaats gehad te hebben, en wij verwagten, dat UE: zullen zorgen, dat de komp:e niet wederom de 2002

NL-HaNA_1.04.02_3978_0410 view scan ↗

English

350 we request, regarding the counting of pagodas by assignation, to be allowed to refer humbly here to our respectful letter to Their High Nobilities of 15 October 1740, sections 44 and 45. calculation of the pounds the suffering party becomes and the errors of their servants will have to be atoned for Section 326: Although we shall not yet express ourselves regarding the sterlings as the Ministers have done in the acceptance of funds by assignation, but shall await your further resolution regarding that matter, we meanwhile approve the decision taken by Your Honour to order the Ministers to accept the pagoda at 4 guilders 3 stuivers Netherlands, 4 guilders 10 stuivers Indies, 2087 1853 with the customary discount, without negotiating further in pounds sterling or livres, since calculating in such foreign species can very easily give rise to errors. Section 327. Likewise we shall await the reports of the Military Commission before we can explain ourselves regarding the work of the fortifications; we approve, however, that Your Honour has granted to the Engineer Reimer the 2042 title and rank of Major Engineer and have allocated to him 4 rixdollars per day for as long as he shall be appointed to the commission on shore. Furthermore we also remark that the sum of 126,029 guilders spent on the fortifications in the year 1782/3 has appeared to us far too high. We expect that the Ministers will proceed with more economy in this regard and will not simply continue with the construction of 2068 1854 We shall let this most honoured recommendation of Your Honour, Right Honourable, serve as our dutiful guidance. In a report from the first visitor, the reasons for this increase in carpentry expenses will be indicated, the important amount new works or costly repairs without having requested authorization for them in advance, since in the strained circumstances of the Company it is necessary to examine what the Company is capable of doing, and not so much what ought properly to be done if the Company's finances were to allow it. Section 328: We also cannot leave unremarked the important amount of 84,492 guilders 15 stuivers for carpentry and repairs, or 38,069 guilders 4 stuivers more than in the preceding year. We desire to be elucidated on this matter as to what has principally given rise to these important costs. Issendorp, which is sent among the annexes, and repairs, to which we request permission to be allowed humbly to refer here. Section 329. We see with pleasure that Your Honour has also reflected upon the reasons which the ministers have put forward to excuse the shortfall in the rice delivered from the ship Dordrecht; we refer 2049 1855 ourselves regarding that matter to what was written by us to Your Honour in our last general letter, section 300, from which it will have been evident to Your Honour that we thought in the same manner as Your Honour regarding those pretenses. Section 330: Likewise we refer ourselves to what is found in our aforesaid letter, section 327, regarding the coconuts which were purchased in 1788 at Galle for Trincomalee, seeing with displeasure that the loss sustained thereon has been written off to the debit of the Company. Section 331. Your Honour will have seen from our repeatedly cited last general missive, section 326, that it was likewise entirely displeasing to us that the Ministers have departed from their previously taken decision to have the spoiled sails compensated for by the Equipagemeester Abo through buyout; we refer ourselves to what was stated therein, being unable, however, 2050 1856 The writing off of the old remainders, of such to refrain from remarking that the reasons given by the Ministers in their further missive to Your Honour did not appear very satisfactory. Section 332: We let pass for this time that the trade servants had not yet been able to comply with the order to carry out the writing off of the old remainders accounts as up to now have not been able to be confronted, and of which we shall at once cause the confrontation to be taken in hand, have been done in the Colombo books of the year 1795 according to our resolution taken thereto on the 21st of September last. The remainders after the inventory under ultimo August 1791 are, on the other hand, entered into the books with the prices taken according to the latest billings of similar goods; from the confronted accounts, the proper regulation of the prices of the remainders shall be done in like manner for the remaining remainders of 179½. to a separate account, and the entry of the remainders according to the findings at the inventory under ultimo August 1788 into the new books. We expect, however, that no delay or change shall be brought thereby to our expressed desire that the remainders be made known in the books according to their essential value, as they are truly found to be in existence, so that we may no longer be dismayed by seeing that some goods run on in the books at exorbitant sums, 2081 1857 or that we shall no longer need to doubt whether all the remainders as they appear are indeed actually found in the warehouses or administrations. Section 333. In section 330 of our last general missive we expressed our pleasure at the reduction of the burdens of this government in 1787 to an amount of 74,423 guilders 4 stuivers; but we now see with regret that the same again with

Dutch transcription

350 we verzoeken ons wegens het tellen van pagooden op assignatie, hier nedrig temoogen gedraagen aan onzen eerbiedigen 15:' oktober 1740: §: 44. en 45. de lijdende partij worde en de abuisen haerer Die naaren zal moeten boeten §326: schoon wij ons als nog niet zullen uitlaaten over de sterlings zoo als de Mi= „nisters dezelve bij de accep tatie van gelden op assigna tie hebben gedaan, maar daaromtrent uwe nadere resoluutsie zullen af wagten zoo approbeeren wij intusschen UE: genoo men besluit om de Mi- uisters te gelasten om de pagood tot ƒ4.3: — Neder„ lands ƒ 410. –. Indies brief aan Hun Hoog Edelheeden van den bereekening van de ponden te 2087 1853 te accepteeren met het ge„ „woon rabat, zonder meer van ponden sterlings of livaes te handelen, deweil het bereekenen in diergelijke vreemde specien zeer gemakkelijk tot abuij- zen aanleiding geeven kan. §327. Jnsgelijks zullen wij af- wagten de berigten van de Militaire kommissie voor wij ons over het werk der fortificaatsien kunnen expliceeren, wij ap- probeeren egter, dat uE: aan den Jngenieur Rei- mer hebben toegestaan den 2042 den Titul en Rang van Majoor Jngenieur en hem hebben toegelegd rd:s 4: daags geduurende, dat hij in de kommissie aan de wal zal bescheiden zijn wijders remarqueeren wij nog, dat de som van ƒ 126029: - - in het Jaer 178 2/3. aan de fortificaat sien besteed, ons al te zeer hoog is voorgekoomen wij verwagten, dat de Ministers hier omtrent niet meer bezuijniging zullen tewerk gaan en niet maar zullen voort gaan met het aanleggen van 2068 1854 wezullen ons deeze uwel Edele Hoog achtbaare zeer g'eerde recommandatie Bij een berigt vanden eersten visitateur worden aangeweezen, de reedenen van deeze ver= van nieuwe werken of kostbaare reparatien zonder voor af daar toe qualificatie gevraagd te hebben, deweil het in tot schuldige narigt laaten verstrekken de bekrompene omstan- digheid van de komp:e noodzaakelijk is, om nategaan wat de komp:e in staat is om te doen, en niet zoo zeer wat wel zou behooren gedaen te worden als kompagnies fenancien het mogten toelaaten. §328: wij kunnen ook niet meerdering van onkgten van timmeragien het important bedraagen Jssendorp, dat onder de bijlaagen overgaat ongeremarqueerd laeten a: 2042 en „zoeken, ons hier needrig temoogen gedraagen. meragien en reparaat sien of wel ƒ38069: 4:–. meer dan in het voorgaande Jaar. wij verlangen hier over g'elucideert te worden wat tot deeze importante kosten voor namentlijk heeft aan- leiding gegeeven §329. wij zien met genoegen dat UE: meede reflexie hebben gemaakt op de reedenen welke de ministers heb- ben bijgebragt om de min- derheid op de uitgeleever- de rijst uit het schip Dordrecht te verschoo¬ „nen, wij refereeren en Reparatien, waar aan we verlof ver- â ƒ84492:15:—. voor Tiin ons 2049 1855 ons daar omtrent tot het door ons aan UE: geschreevene bij onze laatste generaele brief 5300: waar uit UE: zal gebleeken zijn, dat wij met uE: omtrent die voorgeevens op dezelve wijze gedagt hebben. §330: Jnsgelijks refereeren wij ons tot het geene gevon- den word bij onze evengem: brief § 327: over de kokus„ „nooten welke in 1788: te gale voor Trinke„ „nomaale zijn ingekogt ziende wij met ongenoe„ gen dat de schaede daar 2002 a op gevallen ten laste van de komp:e afgeschreeven §331. uE: zullen uit onze meer- maalen aangehaalde laatste generaale Mis- sive §326: hebben gezien dat het ons meede gants niet gevallig geweest is, dat de Ministers van haar te vooren genoomen besluit om de bedorven zijlen door den Equipagie „meester Abo uitkoops te laaten vergoeden zijn afgegaan, wij refereeren ons tot het daar bij ver„ „melde, kunnende wij echter 756 is. 2050 1856 de afschrijving der oude restanten, van zulke echter niet nalaaten te remaaqueeren, dat de reedenen door de Minis- ters bij haare nadere Mis„ „sive aan UE: opgegeeven niet zeer voldoende zijn voorgekoomen. §332: Wij passeeren voor dit mael dat de Negootsie be„ worden geconfronteerd, en waar van we uit de konfrontatie ten eersten zullen doen onder„ handen neemen, zijn gedaan bij de kolombo- sche boeken van het jaar 179 5/. volgens onse „ diendens nog niet had- daar toe genoomene Resoluuttie van den 21. September Jongstleeden De Restanten na den opneem onder ult=o den kunnen voldoen aan aug=o 1791. , zijn daar en teegen bij de boe= ken ingeschreeven, met de paijzen ge- de ordre om de afschrij- noomen na de Jongste aanreekeningen van soortgelijke goederen; van de ving der oude restanten geconfronteerde reekeningen, zal het behoorlijk reguleeren der prijzen op eene aparte reekening vande restanten, in zelvervoegen ge„ scheeden bij de voor restanten van te doen, en de inneeming der restanten volgens de bevinding bij den op- neem onder ult=o aug=o reekeningen als tot nog toe niet hebben kunnen 1788. 2092 179½: 358 1788: bij de nieuwe boeken wij verwagten echter dat hier door geene ver„ „traging of verandering aan ons te kennen gegee¬ ven verlangen zal toe„ gebragt worden, dat de restanten teegen haare weezentlijke waarde, zoo als dezelve waarlijk in weezen gevonden worden bij de boeken worden bekend gesteld, op dat wij niet meer zullen moogen ontstigt worden door te zien, dat zommige goe„ deren teegen dorbutante sommen bij de boeken voortloopen 2081 1857 voortloopen of dat wij niet meer zullen behoe„ „ven te twijffelen, of alle de restanten zoo als ze voor- koomen wel daedelijk in de Magazijnen of admi¬ nistraatsien gevonden wor= §333. Wij gaven bij § 330: van onze laatste generaale missive ons genoegen te kennen over de ver- mindering der Lasten van dit gouvernement in 1787. tot een bedraegen van ƒ74423: 4:—. - dan wij zien tans med leed- „weezen dat dezelve wederom met den. 2092

NL-HaNA_1.04.02_3978_0420 view scan ↗

English

have increased by ƒ 115830. 8 -. in 178 1/8. We cannot fail to express our displeasure about this in the strongest terms, and to recommend most earnestly to the Ministers the reduction of the same. We are quite willing to acknowledge that there currently exist certain reasons which make it not entirely possible to bring the expenses down to that sum at which they were fixed in the Memorie van Menage, yet the difference is far too considerable. Considerable, that we should not be able to establish that a significant reduction in the present expenses could truly be made. Since the Ministers have not stated the amount of each item of difference to which they attribute the greater total of the expenses above the determination made in the Memorie van Menage, we cannot judge the accuracy thereof. We expect that upon reviewing the frequently mentioned Memorie, not only the reasons for the difference, but also the exact amount thereof will be stated, as well as the grounds why those expenditures ought to remain on that footing, or else that a reduction therein could be effected. For although we are willing to believe that the gradual granting of increases in subsistence allowances or salaries, as well as the hiring of a large number of persons, will for a large part account for the causes of the difference, it will all the more particularly depend on whether these increases are necessary, and whether in due course, upon newly engaging other persons, those increases will be able to be abolished. It appears to us at least not improbable that such could take place with respect to various items. In order that everything may appear most clearly, we shall show the servants in each department separately. As an example of the whole work, the Governor has provided an overview of the civil department of Colombo, which was already sent last year to their High Excellencies for highly esteemed approval, solely as far as the form is concerned, and of which a copy lies among the appendices. Therewith the case of the civil servants in Colombo is taken most strictly. In the civil department at the subordinate offices there will also not be much more to reduce; if nevertheless anything superfluous is still found, we shall abolish it. In the native department, if it is to be managed properly, the establishment should remain at the very least as they presently are. The department of the Marine likewise will be able to undergo little or no reduction, and the Military department will depend on what your Honorable High Reverences shall see fit to decide upon the arrangement made by the Gentlemen of the Military Commission. The further unavoidable expenses that each office must bear, we shall indicate at each office behind the four departments. How these arrangements compare against the regulations made in the time of Governor Schreuder, arranged as far as was possible according to the Memorie van Menage, will be demonstrated in a separate overview. Section 334. It appeared strange to us to see that the Ministers found themselves obliged to have opium purchased on Malabar for their requirements because they had received none of it from Batavia, and we desire to obtain some further elucidation in this regard as to whom this neglect is to be attributed: whether to the Ministers, that they did not requisition the opium, or at Batavia to the Administrators, that they did not dispatch the same; and if any neglect of duty should have occurred here, the loss which the Company might have suffered thereby ought to be made good by the guilty party. Having received nothing from our requisition of opium from Batavia of 31 January 1788, we requested the Cochin Ministers by letter of 27 October 1788 to purchase 500 lb of opium for us. The said Ministers wrote to us thereupon by letter of 26 December that they had purchased 10 chests for us, and asked us whether we needed all of them; and since the demand for opium had increased greatly since then, we requested their Honors by letter of 7 February 1789 to send all 10 chests to us. Section 335. The regulation made by the Ministers concerning the goods which are requisitioned from time to time by the Administrators for trade, and in respect of which, on account of remaining or lying unsold, write-offs for wastage constantly had to be validated, appeared very suitable to us. We regard the same as a proof of the Ministers' zeal to watch over the Company's interest in this matter, and therefore approve the same completely. This arrangement proposed by us was disapproved by their High Excellencies in their most highly respected letter of 30 December 1790, Section 115, and has consequently remained unexecuted. Section 336. We have seen with great pleasure that the Ministers were able to reduce their requisition of timber considerably in their letter of 7 May 1790, because they would manage as far as possible with Ceylon's timber. We expect that they will apply everything possible to promote the Company's interest in this important item, as it would be a considerable saving of expense if so much shipping space did not have to be used annually for the transport of timber. We shall continuously seek to manage as much as possible with the timber that Ceylon itself produces, and in the meantime, as far as can be done, proceed with the planting of teak trees, so that in time one may also have good timber here for shipbuilding.

Dutch transcription

met ƒ 115830. 8 -. in 178 1/8. zijn vermeerdert. wij kunnen niet nalaaten ons ongenoegen hier over ten sterkste tekennen te geeven en de Ministers ten ernstigste de vermin dering derzelver aantee beveelen wij willen wel erkennen dat 'er tans zommige reedenen exHteeren, welke het niet wel mogelijk maaken om de Lasten te brengen tot die som waer op dezelve bij de Me„ morie van Menage zijn be„ „paald, dan het verschil is al te aanmerkelijk 2052 361 1858 aanmerkelijk, dat wij niet zouden moogen vast stellen dat 'er waarlijk een aanzienlijke vermin dering in de teegenwoordige lasten zoude temaaken zijn daar de Ministers niet hebben opgegeeven het bedraegen van ieder artikul van verschil aan Op dat alles ten klaarsten blijkt, zullen we in elk departement de bediendens het welk zij meerder be„ afzonderlijk doen aanwijsen. Tot een voorbeeld van het geheele werk heeft de gouverneur een aanwijzing ge- loop der last en boven de daan, van het civiel departement van Kolombo, dat reeds voorleeden Jaar aan bij de Memorie van me¬ hun Hoog Edelheeden ter Hoog g'eerde goedkeuring, alleen zoo veel de vorm aangaat, gezonden is, en waar van een afschrift legd onder de bijlaagen. Daer „ nage gemaakte bepaa„ bij is het geval der Civiele bediendens te ling toeschrijven zoo kun— Kolombo of het nauwste genoomen. In het Civiel departement op de onder„ hoorige kantooren zal ook niet veel nen wij over de Juistheid meer te verminderen zijn. zoo 'er nogtens nog iets overtolligs gevonden derzelve niet oordeelen word, zullen we het afschaffen. Ip het inlandsch departement, zoo het wel zal worden bestierd, dienen de oi wij verwagten dat bij het „gen voor het allerminst zoo te blijven als revideeren 2092 362 revideeren van meermelde Het departement der Marine zal ook wijnig of geen vermindering Memorie niet alleen kunnen ondergaan, en het Militair departement zal afhangen van het geen uw Edele Hoog achtb: op de ge„ de reedenen van het ver„ „maakte schikking door de Heeren van de Militaire kommissie zullen schil maar ook het Juist goedvinden te besluiten. De verdere ongelden die elk kantoor bedraagen daar van zal onvermijdelijk moet draagen, zullen we bij elk kantoor, agter de vier worden opgegeeven, als departementen aanwijzen. Hoe deeze schikkingen uitkoomen teegens de reglementen, ten teide van meede de gronden, waer den gouverneur schaeuder gemaekt, geschikt, zoo veel het heeft kun om die uitgaaven zouden nen geschieden, na de memorie van Menage, zal bij een aparte behooren teblijven op dien aanwijzing worden vertoond. voet, of wel dat daar in vermindering zou kun nen teweeg gebragt werden want schoon wij wel willen gelooven, dat het successievelijk toestaen van verhoogingen van kostgelden, of wel trak„ „tementen, als meede als ze tans zijn. het 1073 36 1859 het in dienst neemen van een groot getal per„ „zoonen voor een groot gedeelte de oorzaaken van verschil zullen op- leeveren zoo zal het 'er meer bijzonder op aan- koomen of deeze verhoo- gingen noodzaakelijk zijn, en of niet bij vervolg bij het op nieuws indienst neemen van andere per„ zoonen die vermeerde„ „ringen zullen kunnen worden afgeschaft, het komt ons ten minste niet onwaarschijnlijk voor, dat zulks om- trend 2092 „den toezenden. trent diverse artikulen zou„ kunnen plaats hebben 5334. Het is ons vreemt voorge„ Op onzen Eijsch van amphioen van koomen tezien dat de Mi„ Batavia van den 31:' Januarij 1788: niets ontvangen hebbende, verzogten we de koetsiemsche Ministers bij brief vanden 27:' october 1788: voor ons te doen nisters zig verpligt inkoopen 500: lb: amphioen. Gemelde Ministers schreeven ons daar hebben bevonden om op de op bij brief vanden 26:' december dat ze 10: kisten voor ons hadden ingekogt, en vroegen ons, of weze alle noodig hadden Mallabaar Amphioen en wijl de vraag na amfioen zeedert zeer was toegenoomen, hebben we hun voor haere benoodigtheid E=d verzogt bij brief vanden 7:' febr: 1789. dat ze ons alle 10:' kisten wil telaaten inkoopen in't hoofde zij daar van niets van Batavia ontvan- gen hadden en wij verlan- gen hieromtrend eenige nadere elucidaatsie te bekoomen aan wien dit verzuim is toe„ „teschrijven het zij aan de Ministers dat de Amphioen 364 1064 365 1860 Amphioen net g' eischt hebben het zij op Batavia aan de Administrateurs dat zij dezelve niet afge¬ zouden hebben en zoo hier eenig pligt verzuim bij mogt plaats hebben, zoo behoord het nadeel het welk de komp:e hier door mogt geleeden hebben door den schuldigen geboed te worden. §335: De bepaaling door de Mi= nisters gemaakt omtrend de goederen welke door de Administrateurs van teit tot teit voor den handel gevraegd worden 2092 oen 362 is door Hunne Hoog Edelheeden gedis- „approbeerd, bij hoogst derzelver zeer g.' eerbiedigden brief vanden 30 xber: 1790 3. 115. en mids dien buiten exekutie gebleeven. we zullen ons bij voortduuring zoo veel mogelijk met het hout dat Ceilon zelfs uuitleeverd, zoeken te behelpen, en intusschen zoo veel het geschieden kan doen voortgaan, met het aanplanten van kiate boomen, ten einde men met 'en teid ook hier hebben, kan goed hout tot den scheepsbouw. worden, en waar omtrent door het blijven of leggen zonder vertier gestaadig afschrijvingen voor den gevalideert is ons zeer geschikt voorge„ komen wij merken de„ zelve aan als een blijk der Ministers ijver om hier in voor 'sComp:s be¬ lang te waaken, en ap- probeeren derhalven de zelve volkoomen. §336: Met veel genoegen hebben wij gezien, dat de Minis¬ ters haaren Eisch van houtwerken bij haare Deeze door ons voorgestelde schikking spillagie moesten wor- brief 186 /67. 1861 brief van 7:' Maij 1790: aanzienlijk hadden kun nan verminderen in't hoofde zij zich zoo veel mogelijk met Ceilons houtwerk zouden be- helpen; wij verwagten, dat zij alles zullen aan- wenden, wat mooglijk is, om in dit gewigtig artikel komp:e belang te bevorderen, daar het eene konsiderabele uit- spanning zijn zoude, wanneer er niet Jaar- lijks tot het overvoeren van hout zoo veel scheeps ruimte behoefde ge 20. 92

NL-HaNA_1.04.02_3978_0428 view scan ↗

English

to be employed, as currently must be done annually. It has surprised us, however, to see that only now has a forest been discovered in the Colombo Disavany that is suitable for yielding much good timber. From this we would almost have to conclude that until now there has been no real serious intention on Ceylon to provide for its own required timber. However, we pass over this in the expectation that the Ministers will now make every effort to discover what advantageous use can be made of the other forests on Ceylon, and to which the districts of Trincomalee may possibly be able to contribute not a little. Furthermore, we also note with great pleasure that the Ministers had made those useful arrangements, both with regard to the planting of teak and of other kinds of timber found on Ceylon, and that they hoped in the future to be able to provide timber for themselves for the most part, except in so far as teak timber might be required for shipbuilding; and it will be very agreeable to us that they may not find themselves disappointed in their expectation, and that thereby a substantial benefit will be brought to the Company. Paragraph 338: An extract of this has been issued to the church council, and we think your Right Honourable Worships can be assured with peace of mind that no misuse will be made of this concession by this body. This money has already been transferred into the Company's treasury. Paragraph 337: Since the Ministers were to keep the money from the sold merchandise of the chief surgeon of the ship De vlugge Trekvoogel in sequestration until further orders, we expect that the same will have been confiscated pursuant to the conditions stipulated in the charter-party. Likewise we expect that, as the Ministers, according to their letter to us of 7 May 1790, pursuant to the request of the Colombo church council for the reasons adduced thereto, have decided, subject to your approval, to excuse that church council from paying letter postage, proper care will be taken and the aforementioned church council recommended not to make misuse of that exemption by handing out surreptitiously the letters and packets that this body might receive under its cover, but that on the contrary they will place such letters or packets without the least hesitation into the hands of those who are authorized on behalf of the Company to collect the prescribed postage fees for them upon delivery. In the other departments, rice is supplied only to the corporals and common soldiers and similar servants. To the ministers of religion we will grant the amount for it in money, for the rice they receive monthly, as has already been done for the Colombo ministers. Herewith, however, we must allow that, if the ministers prefer, they can take as much rice from the warehouses for this money against cash payment as amounts to the quantity of rice for which this money was granted to them. This latter does not change anything in the nature of the matter, and it is mainly done so that the expenses of the civil department could be indicated more clearly. Paragraph 339: We see from the Ministers' letter to you of 27 January 1790 that they are of the opinion that the arrack ought to be supplied to the soldiers and other servants in kind and not in money, as well as that the supply of money to the Sepoys or other servants instead of rice would not be feasible. We do agree that this, regarding both arrack and rice, might possibly be subject to inconveniences with respect to the common soldiers and lower servants, but with relation to all other Company servants we see no objection why this could not be introduced, which is why we also desire that the necessary arrangements be made in that regard pursuant to the orders sent to you on a further occasion concerning the supply of rations. It was agreeable to us to see that the ministers share the same view with us concerning the supply of the remaining rations, and that the distribution thereof ought to be abolished and instead thereof be paid in money to the servants. As we have already expressed ourselves on this on another occasion, as we just said, we will refer to that, noting only that the proposal to give the dispensers the freedom to annually for the

Dutch transcription

g'emploijeerd te worden als thans jaarlijks moet geschieden. Het heeft ons echter ver„ „wondert tezien dat eerst nu ontdekt is in de ko= lombosche Dessavonij een bosch welk geschikt is, om veele goede houtwer- ken te kunnen opleeveren wij zouden daar uit haast moeten opmaaken dat het tot noch toe op Ceilon niet recht ernst is geweest zich zel= ve van de benoodigde houtwerken te willen voor zien dan wij passeeren zulx 368 2856 1862 /69 zulx in verwagting dat de Ministers thans alles zullen aanwenden om te ontdekken welke voordeelig gebruijk 'er van de ver„ „dere bosschen op Ceilon te maaken is, en waar toe de kwartieren van Trin Conomale mooge„ „lijk niet wijnig zullen kunnen uitleeveren. voorts zien wij ook met veel genoegen dat de Ministers zoo met opzigt tot het aanplanten van Kiaten als van andere soorten van hout op 2092 op Ceilon vallen die de nuttige schikkingen gemaakt hadden, en dat zij hoopten in den aanstaande zich voor het grootste gedeelte zelfs van houtwerken te kunnen voorzien uitgezondert voor zoo ver tot scheeps- bouw kiaten hout mogt benoodigt zijn, en het zal ons zeer aangenaam zijn, dat zij zich in haere verwagting niet zullen ter leur moo- „gen moogen gesteld zien en hier door dus aan de Compe een weezendlijk voordeel zal 370 2087 371 1863 Dit geld is reeds. overgebragt in sComp=s kas. § 338: Hier van is extrakt afgegeeven aan den kerken— raad, en we denken uw welEd: Hoog agtb: met dit Collagie van deeze koncessie geen mis- bruik zal worden gemaakt. zal worden toegebragt. §337. Daar de Ministers het geld van de verkogte koopmanschappen van de oppermeester van 't schip De vlugge Trek- voogel tot nader ordre in sequestratie zouden houden zoo verwagten wij, dat 't zelve inge- volge van de kon„ „dietsien bij de Cherte partij bepaald zal zijn geconfisqueerd geworden. Jnsgelijks verwagten nisters blijkens haere gerustheid te kunnen verzeekeren, dat bij wij, dat daar de Mi- Missive 2992 Missive aan ons van den 7:' Maij 1790: ingevolge het verzoek vanden kolom- boschen kerkenraad om de daar toe bijgebragte reedenen, onder uwe approbaatsie besloo„ „ten hebben dien ker„ ken raad van 't betae„ een van brief porten te Excuseeren. Be„ hoorlijk zorge zal worden gedraegen en wel gem: kerkenraad gere„ „kommandeert om van dien vrijdom geen misbruijk te maeken door de brieven en pakatten die dat kolle „gie 1864 2080 353 Alleen aan de korporaals en gemeene Militairen en zoortgelijke bediendens verstrekt. Aan de Predikanten zullen we „ten, het bedraagen daar voor in geld toe„ gie onder haare kouvert zoude moogen ontvangen onder de hand uittegeeven, maar dat dezelve in tee„ „gendeel zodanige brieven of paketten zonder de minste agterhoudentheid zul„ „len stellen in handen van die geenen, die van komp:e weegen geregtigd zijn om bij afgaeve de bepaalde portgelden daar voor in tevor„ deren. §339. wij zien uit den Mi„ in de andere departementen, word rijst nisters schrijven aan voor de Rijst die ze maendelijks genie„ UE: van 27: Januarij „leggen, zoo als dat reeds aan de kolom- 1790: dat zij van begrip „bophe zijn 2992 374 worden aangeweezen. „bosche predikanten is gedaan. zijn dat de drak aan de Hier bij zullen we nogtans moeten toe= „staan, wanneer de Predikanten het ver„ Militairen en verdere die„ „kiesen dat ze voor dit geld zoo veel rijst teegen kontante betaaling uit de pak- huijsen kunnen neemen als bedraagt „ naaren niet in geld maer de kwantiteit rijst, waarvoor aan hun dit geld is toegelegd. Dit laatste in natura behoorde ver- verandert wel niets in de natura van de zaak, en het is hoofdzaakelijk strekt te worden, als gedaan, op dat de onkosten van het Ci= „viel departement te duidelijker konde meede dat de verstrek king van geld aan de Sipais of andere Die„ naaren in steede van rijst niet zoude kun nen aangaan, wij stem men wel toe dat zulks zoo van araak als van rijst ten opzigte der gemeene Militairen en mindere die¬ „naaren moogelijk aan infon venienten zoude onder heevig kunnen zijn dan 2039 375 1865 dan met relatie tot alle overige komp:s dienaaren zien wij daar in geene bedenklijkheid waar om zulx niet zoude intevoeren zijn, waerom wij dan ook verlangen dat daar omtrent de noodige schikkingen ge„ „maakt worden inge„ volge de orders UE: bij eene nadere geleegenheid omtrent 't verstrekken van randsoanen toege„ „zonden, het is ons aan- genaam geweest te zijn dat de ministers omtrent de ver„ „strekking der overige randsoenen met 444 met ons in't zelve denk¬ beeld staan en dat de ver strekkingen daar van be„ hoorden afgeschaft te worden en daar en teegens dezelve in gelden aan de dienaaren voldaan zoude kunnen worden. Daar wij ons zo als wij zoo even zeiden daar over reeds bij eene andere geleegenheid heb- ben uitgelaaten, zullen wij ons daar toe refereeren, merkende alleen aan dat de propo sietsie om de Des- penciers de vrijheid te geeven om Jaarlijks voor den 176

NL-HaNA_1.04.02_3978_0437 view scan ↗

English

1866 2060 to demand their necessities through trade now lapses, as, if anyone wishes to do so, such goods may be ordered by each person for themselves and sent over on the Company's ships as freight. §340: It is also very pleasing to us to learn that the Ministers understand that the employment of hired craftsmen could be of great utility, and that they will also attempt from time to time to steer things in that direction. We are fully convinced that, provided no excesses are committed in granting excessively high daily wages, this could yield a considerable saving for the Company; we therefore desire that the Ministers proceed with hiring the necessary laborers, and it would be very agreeable to us if this could also be set in motion at other offices on Ceylon, In Colombo the craftsmen of the smithy, coopers' shop, and house carpentry shop are paid by the masters themselves, except for the master journeyman of the smithy and the master journeyman of the coopers' shop, of whom nevertheless, upon the departure of one of them, only one master journeyman shall remain; and on the other hand, the said masters are paid for the goods they manufacture by the piece, according to an arrangement detailed in our Resolution of 27 April 1790. After this arrangement has stood for two years, we will investigate, as far as possible, whether it turns out better than the previous practice; and if it is found to be so, as we believe, because the masters themselves now have an interest in keeping the people to work, we shall make this arrangement general throughout all the subordinate offices. We would gladly have settled the armory on the same footing, but the master, who was spoken to several times about this by the Governor, did not dare to undertake it. Of the craftsmen at the ammunition store, the gun-carriage makers' shop, and the armory, a list is sent among the annexes showing the remuneration of each, and nearly in accordance therewith, the other craftsmen on Ceylon are paid. 2061 1867 389 provided that these hirelings are kept in service no longer than necessary. We further desire that the Ministers provide us with a detailed statement of the wages of the various laborers on Ceylon, and how much the permanent craftsmen of each type usually receive from the Company, both in salary and board money, etc. § 341. It likewise deserves our approval that the Ministers have decided to grant to the minor administrators a certain fixed sum of money annually for the necessary supplies for use in the warehouses. We expect a detailed statement of these allowances, how much they will amount to for each administrator, and since this arrangement appears very good to us, both for the reduction of bureaucracy and for economy, we submit for your consideration whether this could not be introduced at the Main Place as well as Among the annexes is a statement drawn up by the examiner of what has been granted in money to the scribes' offices in Colombo and Jaffna for various matters mentioned therein. When regulating the departments at the remaining offices, we will arrange that on the same footing, and as far as possible, that will also be done in all administrations. 1063 7085 1868 at all other offices. §342. Since it appears from the Ministers' letters that Colonel D'Hugonet at the Main Place erroneously stated that he was entitled to f 639:- per month, whereas no more than f 497: 6:- was due to him, nothing seems fairer to us than that this over-received amount, totaling Rds 8310: 5. 7/8, be made good and reimbursed to the Company by the sureties who stood for the said Hugonet and De La Roche. We are very grateful for the very favorable manner in which Your Right Honorable Honors are so good as to view our well-intentioned efforts shown herein. Deeply touched by this encouragement, which does us great honor, we will seek with redoubled zeal to further merit Your Right Honorable Honors' highly esteemed approval. §343. With great pleasure we have seen the zeal with which the Ministers have sought to do everything that can serve to promote agriculture, a matter of the highest utility in all countries, but especially on this island, whither so much rice must be transported annually at such enormous cost. 2063 385 1869 The arrangements made by them in various respects to that end seem very good to us, and in particular we are pleased with the proposal which they made to you in their letter of 24 April 1790, to grant, for the promotion of the cultivation of rice, to the native chiefs and to those who are subordinate to them for the administration of agriculture, half of the Company's paddy dues that henceforth from each district

Dutch transcription

1866 2060 den handel haare benoodigd„ „heid te eisschen thans ver- vald als kunnende zo men zulks geliefd te doen zodae„ „nige goederen door ijder voor zich zelve ontbooden en met 'sComp:s scheepen op vragt overgezonden worden. §340: Het is ons almeede zeer Te kolombo worden de ambagtslieden van de smits kuijpersen Huistimmerwinkel door de wel gevallig te verneemen daasen zelve betaald uitgenoomen de Meesterknegt van de smitswinkel en de Meesterknegt van de Kuijperswinkel dat de Ministers van be„ waar van nog tans bij het afgaan van een van hun, maar een meesterknegt - blijven zal, en worden daar en teegen aange-grip zijn, dat het emploij „melde baaden de goederen die ze aanmaeken bij 't stuk betaald, volgens een schikking van gehuurd ambagts- omstandig beschreeven bij onze Resolutie vanden 27. April 1790. lieden zeer zijne nut- wij zullen na dat deeze schikking twee Jaaren zal hebben gestaan, doen nagaen, zoo veel het geschieden kan, of dat bee=tigheid konde hebben ter uitkomt dan het voorgaande gebruik en zoo dat zoo bevonden word, gelijk, en dat zij het ook van wij dat denken, wijl 'er de baasen nu zelfs bij geintresseerd zijn, dat het volk tijd tot teit zou- word aan den arbeid gehouden zullen wij deeze schikking algemeen maaken trachten daar over alle de subalterne kantoo- den Met heen 141 37 „ken. Met de wapenkamer hadden we het heen te brengen. Wij zijn gaarne op den zelfden voet geschikt, dog de baas, die daar over te meer maalen door den gouverneurge- ten vollen overtuijgd„ „sprooken is, heeft het niet durven dat wanneer 'er niet aanneemen. van de Ambagtslieden op het ammo= nietiehuijs de affuitmaakers win in het geeven van al kel en de wapenkamer gaat onder de bijlaagen een lijft over, met een te hooge dag gelden ex„ aanwijzing van elks genot, en na genoeg overeenkomstig daarmeede, cassen begaan worden, worden de overige ambagtslieden dit een aanmerkelijke bespaaring voor de Comp: zoude kunnen uitmae„ ken; wij begeeren dus, dat de Ministers met het inhuuren van de benoodigde arbeidslieden voortgaan, en het zou- de ons zeer aangenaam zijn, dat dit ook op andere Comptoiren konde in train gebragt op Ceilon betaald. worden 2061 1867 389 worden, mits dat die huur- lingen niet langer indienst gehouden worden, als nood- zaaklijk zij, wij verlangen wijders dat de Minis- „ters ons gedetailleerd opgeeven hoe veel de loo- nen op Ceilon zijn vande verschillende arbeids- lieden, en hoe veel dat de vaste ambagtslieden van ijder soort bij de komp:e zoo aan gage als kostgelden etc: gewoon- lijk genieten. § 341. Het verdientd insgelijks onze goedkeuring dat de Ministers hebben beslooten, om 445 209 380 onder de bijlaagen gaat een opgaeve om aan de mindere admi- door de visitateur opgemaakt van het geen aan de schrijfkantooren te nistrateurs toeteleggen kolombo en te Jaffena in geld is toege„ „legd voor verscheide dinge daar bij vermeld. Bij het reguleeren vande eene zeekere vaste departementen op de overige kan tooren, zullen we dat schikken op somme geld 'sjaars— den zelfden voet, en zoo veel het geschieden kan, zal dat ook in alle voor de nodige behoefte tot administraatsien worden gedaan. gebruik in de pakhuijsen, wij verwagten eene gedetail- leerde opgaeve van deeze toelaagen, hoe veel dezel„ „ve voor ieder administra= „teur zal bedraagen, en daar ons deeze schikking zo tot vermindering van omslag als tot menage zeer goed is voorgekoomen, zoo geeven wij UE: in beden- king, of zulks niet zoo wel op de Hoofdplaats als 1063 7085 1868 als alle overige comptoiren zoude kunnen worden g. ' introduceerd. §342. Daar het uit der Minis- ters schrijven blijkt dat de Colonel D' Hugonet op de Hoofdplaats abusi- „velijk heeft opgegeeven, dat hem 'smaends ƒ 639:— Competeerde daar hem niet meer dan ƒ 497: 6:—. toekwam, zoo komt ons niets billijker voor¬ als dat dit meerder ge„ nooten ten bedraagen van rd:s 8310: 5. 7/8: door de borgen die zich voor gem: Hugonet en de La Roche hebben ge 14t 209 sten getroffen door deeze ons zeer we met verdubbelden ijver, uw verdienen. §343. Met veel genoegen hebben wij zijn zeer erkentelijk voor de zeer gunstige wijze, waar op uwwelEd: wij gezien den ijver, met Hoog achtb: zoo goed zijn te be- welke de Ministers getracht schouwen onze hier in betoonde welmeenende pogingen. Ten hoog= vereerende aanmoediging zullen hebben alles aan te wen- welEd: Hoog achtb: hoog g:'eerde den wat kan strekken goedkeuring, verder zoeken te tot bevordering van den Landbouw, een zaak in alle Landen van de hoogste nuttig heid, maar in het bijzonder ten deezen Eilande werwaards zo veel rijst Jaarlijks met zulke en orme kosten moet aangewend worden geintarponeerd aan de Comp:e worden goedgedaan en geres- titueerd. De 782. 2063 385 1869 De schikkingen door hun in diversche opzichten tot dat einde gemaakt Koo- men ons zeer goed voor en in het bijzonder is ons welgevallig het voorstel„ het welk zij bij haare brief van 24:' April 1790: aan UE: gedaan hebben om ter bevordering der culture van de rijst aan de Landregenten en de geenen welke ter bestiering vanden Landbouw aan hun ondergeschikt zijn toe„ „teleggen de helft van Comp: Nelij geregtigheid die voortaan uit elk distrikt /444

NL-HaNA_1.04.02_3978_0444 view scan ↗

English

to take for a complete consent, but upon further writings from the district more would come in than in the highest of the past fifteen years; and since it seems to us that this measure will certainly be able to have a good effect, it was pleasing to us to see that your Honour has qualified the ministers to take a trial thereof; and although we are willing to acknowledge with your Honour that above all, first and foremost, the primary care must be applied to the promotion of rice cultivation, it appears to us, however, from the elucidation given by the ministers in their letter of 25 December 1790, that the operations of agriculture in the meantime leave so much time over that can be employed for the planting of other products, such as coffee, pepper, areca, etc., that a similar arrangement with respect to all villages there would also be of very good effect for other products. It is therefore also agreeable to us that the ministers have not only notified the country regents of the said resolution regarding the promotion of rice cultivation, but have also promised them a similar benefit with respect to pepper, coffee, and other products—although we now consider all those arrangements made to be extremely useful and advantageous, and we do not wish to refuse the ministers the deserved praise for their well-meaning zeal, with which zeal we also expect that they will continue, just as we also wish that they may happily succeed in their efforts, we nevertheless wish to have made known to them our expectation that in encouraging agriculture the natives will not be forced or coerced by the country regents, but that they will on the contrary take the necessary measures so that from this arrangement, though framed with the best and most well-meaning intentions, the greatest harm would not at times be caused by extortion or rapacity of the Company's servants. It would certainly have served greatly to encourage the country regents if they had been allowed to enjoy the gratuity that we had already promised them on pepper, coffee, and other products by our circular letter of 28 November 1789, which is included among the annexes, believing indeed that we might take Their High Nobilities' highly honored reply in their very respected letter of 22 September 1789 § 42 for a full consent. By Their High Nobilities' letter of 26 May 1790 § 111, however, we were obliged to revoke our aforementioned promise already made. The cinnamon work has kept the inhabitants somewhat busy, especially in the Colombo Disavany, as they had to be summoned for that purpose from the korles; but this matter being now as good as cleared, the improvements of agriculture and all other plantings can be continued without considerably burdening the inhabitants, since they can do those things in the korle where they belong, and so to speak at home. The inhabitants of the countryside are treated with all possible reasonableness and gentleness. What good has been accomplished at Diwitoere will have appeared to Your Right Honourable from our respectful letter written to Their High Nobilities on 27 January 1792. What has been accomplished is already much and even exceeds expectation, and if the Maha Mudaliyar, instead of the many unpleasantries that he has also met with in this matter in a very undeserved manner, had enjoyed the encouragement that his labor doubly deserved, he would certainly have brought it considerably further. The Diwitoere countryside is in general such a beautiful and fertile land that everything there seems to succeed equally well, and if this work begun is continued with zeal, this countryside, which in the year 1785 was still an absolute wilderness, can produce a great multitude of good products and within a short time become very interesting for the Company. § 394. Although it was pleasing to us to see that the dispute which took place between the Governor Van de Graaff and the former Commander of Galle, Kraijenhoff, regarding the Diwitoere countryside has been amicably settled, it nevertheless surprises us that Commander Kraijenhoff, as seems to be gathered from his separate letter to the Governor of 11 September 1789, allowed himself to be so misled by incorrect reports as to accuse the Maha Mudaliyar so heavily as he did in his various letters, and in which he cannot therefore be cleared of great imprudence and passion. We hope that at the end of the stipulated time granted to the Maha Mudaliyar for the management of this countryside, it will appear that such improvements have truly been made to it that the purpose will thereby have been answered; although we cannot conceal that we still harbor some reservations as to whether it will indeed fulfill the expectation that people seem to have of it; at least, for our part, we are not yet so very convinced with your Honour of the sincerity of the Maha Mudaliyar, as your Honour will also have already seen from our letters.

Dutch transcription

784 ten neemen voor een gaaf konsent, dog op het nader geschreevene door distrikt meer zoude inkoomen, dan in het hoogste van de laast verstreeken vijftien Jaa„ „ren; en daar het ons toeschijnd, dat zeeker„ „lijk dit middel van Afekt zal een goed kunnen zijn, zo is het ons aangenaam geweest te zien, dat uE: de minis- Het zoude zeekerlijk zeer gestrektters gequalificeerd hebben, hebben tot aanmoediging der land- regenten zoo ze hadden moogen ge=daar van een proeve te „nieten het douceur dat we hun ook op de peeper, koffij en andere neemen, en schoon wij producten bereeds hadden toegezegt bij onzen circulairen brief van wel met uE: willen erkennen den 28 November 1789. die onder de bijlaagen overgaat, meenende in der daad, dat we Hunne Hoog Edel- dat booven alles voorna- heeden zeer g' eerd antwoord bij Hoogst dezelve zeer ge-eerbiedigden mantlijk de eerste zorg brief van den 22 September 1789 §. 42. mog= moet aangewend worden hunne tot we toe Het tenen Desse wij z hoor hoor dor p kun 2064 386 1870 Hunne Hoog Edelheedens bij brief tot de bevordering der van den 26: e Maij 1790 §111. hebben we bovengemelde onze reeds gedaane rijst culture, zo komt toezegging, wederom moeten intrekken. Het hanneel werk heeft de ingezee= tenen, inzonderheid in de kolombosche het ons egter uit de gegee„ Dessavonij wat veel beezig gehouden; ven elucidatie door de wijl ze daar toe hebben moeten worden op ontbooden uit de korles, dog dit stuk Ministers bij haare brief nu zoo goed als gered zijnde, kunnen de verbeeteringen van den Landbouw en alle andere aanplantingen, zonder dat het de ingezeetenen merkelijk bezwaerd, van 25: December 1790: worden voortgezet, wijl ze die dingen kunnen doen in de korl daar de tuijs voor dat daar de ver„ hooren, en om zoo te spreeken in de „richtingen van de Landbouw tusschen beide zoo veel teid overlaaten, die tot de aanplanting van an- dere produkten, als Koffij, Peeper, Arreek etc=a kan g ' emploijeerd worden, dat ook eene diergelijke schikking ten opzichte van alle dorpen daar te waaren andere a lo 3 86 andere producten van een zeer goed effekt zou¬ kunnen zijn, het is ons dus meede wel ge„ „vallig, dat de Ministers de Landregenten niet al- leen van het gem: besluit met betrekking tot de bevordering der rijst kúlture hebben kennis gegeeven, maar ook aan hun een gelijk voor¬ deel ten opzigte van Peeper, koffij en andere producten hebben toe„ gezegd, - schoon wij nú alle die gemaakte schik„ „kingen als ten uitterste nuttig 2065 38ver. 1871 nuttig en voordeelig aan- merken, en wij de Mi- nisters den verdienden lof over haare welmee„ „nende ijver niet willen weigeren en met welke ijver wij ook verwagten, dat zij zullen voortgaen zoo als wij ook wenschen dat zij in haare pogingen gelukkig zullen moogen slaagen, zoo willen wij hun echter hebben te kennen gegeeven on„ „ze verwagting dat in het aanmoedigen tot Landbouw de den Jnlanders niet door de Land 44d De ingezeetenen ten platten landen heid en zagtheid oerhandelt. Het geene goeds op Diwitoere verrigt is zal uw welEd: Hoog Achtb: goods aan Hunne Hoog Edelheeden geschreeven den 27 Januari. 1792. . . Het verrigte is reads veel en gaat zelfs de verwagting te booven, en zoo de Mahamodliaar, Landregenten zullen ge„ „dwongen of gevorceerd worden, maar dat zij daer worden met alle mogelijke reedelijk- teegen de noodige maat- regelen neemen zullen, op dat niet zomteids uit dee- „ze schikking, en met de beste en wel meenendste oogmerken ingerigt door knevelarij of schraafzugt van Comp: Dienaaren het grootste nadeel zoude berokkend worden. § 394. Hoe wel het ons aange„ gebleeken, zijn uit onze eerbiedigen brief „ naam geweest is te zien, dat het different, insteede van de veele onaangenaam het welke 'er tusschen „heeden den 388 „heeden zeer hadde zijn hij gebra Het baar scij wer worde de en 1872 2066 389 „heeden die Wij ook in dit stuk op een den Heer gouverneur van zeer onverdiende wijze heeft ontmoet, hadde genooten de aanmoediging die zijn arbeid dubbeld verdiende, zoude de Graaff, en den geweesen hij hot zeekerlijk nog merkelijk verder Commandeur van Gale gebragt hebben. Het landschap Diwitoere is over het algemeen, een zoo schoon en vrugt„ kraijenhoff plaats ge„ „baareland, dat alles daar even goed schijnd teslaagen, en zoo dit begonnen werk met ijver word voortgezet„ had heeft omtrend het Land= kan dit landschap dat in het Jaar 1785. nog een volstaekte wildernijschap Diwitoere in der was, een groote meenigte goede minne is bijgelegd, zoo producten voortbrengen, en binnen„ een korten tijd, zeer interressant verwondert het ons ech„ worden voor de Comp:e — „ter dat de Commandeur Kraijenhoff, zo als uit zijne aparte brief aan den gouverneur van 11: September 1789. schijnd te moeten worden opgemaekt zich door verkeerde berichten zodaanig heeft laaten inneemen om den Mahamodliaar zoo ^dat 20 390. zoo sterk te beschuldigen als hij bij zijne onderschei¬ dene brieven gedaan heeft, en in het welk hij dus niet van groote onvoorzigtig- heid en drift is vrij te spreeken; wij hoopen dat bij het uiteinde van de bepaalde teit welke aanden Maha modliaar tot de be„ „handeling van dit Landschap is toegestaan, blijken zal dat waar lijk zodaanige verbee- „teringen aan het zelve zullen zijn gemaakt dat 2067 290 1875 dat daarmeede aan het oogmerk zal zijn beant„ 1schoon wij „woord echter niet ontveinzen kunnen, dat wij nog al eenige bedenking drae„ „gen of het wel zodaanig aan de verwachting, die men 'er van schijnd te hebben zal voldoen, ten minste zijn wij voor ons met UE: nog niet zoo zeer overtuigd van de welmee„ van den „nendheid Mahamodliaar zoo als UE: ook reeds zult gezien hebben uit onze ^dat 209

NL-HaNA_1.04.02_3978_0452 view scan ↗

English

our letter to Your Honor of 11 December 1790, paragraph 355, that we would dare to flatter ourselves with such a good prospect. Paragraph 345. Furthermore, we approve the ministers' diligence in attending to the interest of the Company, as having, according to their advices to us, recommended the chief of Battikaloa to introduce various new leases there. Then, having perceived on that occasion that they had also, among other things, submitted to the consideration of the said chief whether some lease could not also be placed on the linens woven in the Battikaloa district, and it being considered by us that the Company is concerned to favor the weavings on Ceylon, we cannot omit to bring to Your Honor's attention that we have deemed it necessary, and therefore also expect, that in the introduction of such a lease, operations will be conducted with suitable caution, in order not to discourage the weavers from coming to settle on Ceylon. The laying of a lease on the linen made in the Battikaloa district was proposed to the Governor by Chief Burnand himself as a means that could otherwise serve to bring the weavings under better supervision, yet solely on the condition that he would make use of it only according to the state of affairs, and also the levying of some tax on the weavings was recommended. Paragraph 346. The rebellion of some inhabitants in the Matara Disavony, mentioned in the ministers' secret dispatch of 20 May 1790, was very displeasing to us. And although we are indeed informed by further advices of the state of these movements, we shall, as we are not yet sufficiently informed of the entire circumstance of the matters, not express ourselves on it for the present, in the expectation that this matter will have been treated with the utmost seriousness, and that it will have been carefully investigated whether extortion or mistreatment by Company servants gave cause for it. In which case we desire that, without respect of persons, the guilty will be punished according to their deserts, and that the offense will not be overlooked on account of these or those connections or considerations, since such a thing would not only be very displeasing to us, but would also compel us, upon well-founded suspicion thereof, to proceed to such strong measures as would have to serve to prevent such actions in the future; because we regard it as of the utmost importance and of the greatest necessity for the Company that the native be given not the slightest reason for discontent, so as not to be forced thereby to rise against the Company, and so that we would not thereby be entangled in ruinous domestic wars through the actions of our servants. The defense submitted by the Senior Merchant and former Disava van Angelbeek regarding the report brought against him by Commander Sluijsken will have already shown Your Right Honorable most convincingly that van Angelbeek, far from having given cause for dissatisfaction to the inhabitants through unlawful treatments, has administered the Matara Disavony with the greatest lawfulness and equity, and especially with exemplary disinterest; amidst all the shouting of the rebellious people, not a single charge was heard against the uprightness of his character. What then were the causes of the rebellion, Your Right Honorable will reasonably ask, and to that we must in good faith answer that we do not know. The whole affair seems to have had hidden motives, which may perhaps come to light at some time. Paragraph 347. We completely approve the conduct observed by the Trincomalee servants in the incident with the French Company ship the Graaf d'Artois, and express our satisfaction with the prudent, resolute management in this matter. While regarding the arrangements devised by the ministers for similar cases in the future, we do not doubt that they will have provided the necessary disclosure thereof to the gentlemen of the committee for Military Affairs. The Governor sent to the gentlemen of the military committee, by a letter of 16 April 1790, all the documents concerning the admission of foreign ships into the Trincomalee bay, and requested the same to take into consideration all the points occurring therein, and whatever further could be of interest in this matter. The answer received thereto, by letter of 11 August following, to which we humbly request to be permitted to refer here, was sent in copy to Your Right Honorable, with the copy of the aforementioned letter from the Governor, in our humble letter of 27 January 1791. And the arrangements occurring herein we have sent provisionally, and until Your Right Honorable's further pleasure, to Trincomalee, to serve provisionally for the servants' information, and to regulate themselves accordingly.

Dutch transcription

onze brief aan uwEd: van 11: December 1790: §: 355: dat wij ons met zulk een goed vooruitzicht zouden durven vleijen. §345: voorts approbeeren wij der Ministeren ijver in 't behartigen van 't be„ „lang der Comp: als hebbende blijkens der„ zelver adviesen aan ons, het opperhoofd van Battikaloa gere„ „kommandeert om deeze en geene nieuwe pachten aldaar in train te bren- gen. Dan bij die geleegen- heid ontwaard hebbende dat 39½: 2068 1874 maakt word, is door het opperhoofd Burnand zelve aanden gouverneur voorgesteld; als een middel dat zonsteids zoude kunnen strekken om de weverijen, „ter, dat Hij daar van alleen na bevinding van zaaken zoude gebruijk maaken, en ook van eenige belasting op de weverijen gerecommandeerd. dat dezelve ook onder an¬ deren aan 't gem: opper„ „hoofd in overweeging had= den gegeeven of ook niet op de Lijwaaten, die in't Battikaloasch distrikt geweeven worden eenige pacht zoude kunnen worden gesteld, en bij ons in achting genoomen zijnde dat 'er de Compenie aangeleegen legd de weeve„ rijen op Ceilon, te begunsti„ gen; zoo kunnen wij niet voor bij UE: onder het onder beetere opzigt te brengen, zoo egt oog te brengen dat wij alleen op dien voet, is hem het leggen noodig hebben geoordeeld en dierhalven ook ver„ Het leggen van een pagt op het Lij- naat dat in het Batikaloase aange= „wagten tad wagten, dat de bij 't invoeren van zodaanig een pacht met gepaste voorzig„ „tigheid zal worden te werk gegaan, ten einde de weevers niet te disa- mineeren zig op Ceilon te komen nederzetten. §346: De opstand van eenige Jngezeetenen in de Ma„ „tureesche Dessavonij bij der Ministers sekreete Missive van 20:' maij 1790: vermeld is ons zeer onaan- genaam geweest, en schoon wij wel uit nadere adviesen van de stelling dier beweegingen zijn, g'informeerd, zoo zullen wij daar wij tot nog toe niet genoeg ge 394. „c de hf te 1875 1967 2035 g' informeert zijn van de geheele toedracht der zaaken ons daar over voor als noch niet uitlaaten, in verwachting dat deeze zaak ten ernstigste zal zijn be„ „handelt, en nauerkeu„ „rig onderzogt zal zijn, of ook door kne¬ „velarijen of mishande„ Het verweerschrift door den opper= „koopman en geweezen Dessave van An= gelbeek ingedient op het teegens hem „ lingen van Compenies uitgebragte rapport vanden Komman- deur sluijsken zal uw welEd: Hoog Dienaaren daar toe Achtb: reeds op het overtuijgenst heb ben doen zien dat van Angelbeek ver= „re van de ingezeetenen door onregtmaa „ aanleiding gegeeven „tige behandelingen, oorzaak gegeeven te hebben tot misnoegen, de Mature is, w in welk geval wij „sche Dessavonij heeft bestierd met de grootste regtmaatigheid en verlangen, dat zonder bilijkheid, en inzonderheid met voor- beeldige onbaatzugtigheid - onder al het geschreeuw van het oproerig wolk aanzien van perzoon heeft zig geen enkelde jtem doen hooren teegens de braafheid van zijn karakter de schuldigen na ver„ wat „dienste 44d aan den dag koomen. wat zijn dan de oorzaaken vanden dienste zal worden ge„ opstand geweest, zullen uwwelEd: „straft, en men niet Hoog Achtb: billijk vraagen, en daar op moeten wester goeder trouw antwoorden, dat wij het niet weeten. om deese of geene betrek. Het heele werk schijnd verborgene roersels gehad te hebben, die mis kingen of Consideratie schien nog te eeniger tijd zullen het misdaijf zal door de vingeren zien, deweil ons zulks niet alleen zeer onaangenaam zijn zou, maar ons ook zoude noodzae„ „ken, om bij gegronde verdenking daar van te koomen tot zodanige sterke middelen die zou- den moeten dienen om zulke handelingen bij vervolg voortekoomen, deweil wij het van het uitterste 396 078 1876 De gouverneur heeft aan de heeren van de militaire kommissie bij een brief van den 16: april 1790: gezonden alle de stuk„ „ken raakende de admissie van vreemde scheepen in de Trinkenomaelsche bingedrag der Trinko„ uitterste gewigt en vande grootste noodzaakelijkheid voor de maatschappij be„ „schouwen, dat den Jnlander geene de minste reeden tot misnoegen word gegeeven, om daar door niet gedwongen te wor„ „den teegen de Compenie op testaan, en men hier door niet in ruineuse jnlandsche oorloogen door toedoen van onse bediendens zouden ge„ wikkeld worden. §347: wij approbeeren volkoo- men het gehouden „nen „nomaelsche 44do 398 „nen baaij, en Hoogst dezelve verzogt, nomaelsche bediendens in om alle de pointen daar bij voorkoo= mende, en wat verder in deezen van het voorgevallene met belang konde zijn, tewillen neemen in overweeging Het daar op ontvan- gen antwoord, bij brief van den 11:' aug=s het fransch Comp: schip daar aan, waar aan we nedrig ver- zoeken ons hier te moogen gedraagen, de Graaf d' Antois en is aan uwel Ed:e Hoog achtb: in kopij toegezonden, met de kopij van voorm: betuigen over het voor„ brief vanden gouverneur, bij onzen nedrigen brief vanden 27 Januarij 1791. zichtig Cordaat beleid ende schikkingen hier bij voorkomende hebben we provisioneel en tot uw- welEd: Hoog achtb nader welbehaagen in deeze ons genoegen. na Trinconomale gezonden, om bij provisie te strekken tot der bediendens Terweil wij nopens narigt, en zig daar na te reguleeren. de schikkingen door de Ministers in dier gelijker geval len voor het ver„ volg beraamd, niet twijffelen of zij zul¬ len daar van aan gecommitteer Heeren de tot de Militaire zaaken de nodige ope„ „ning

← previousnext →