VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3980

Malabar · 1,084 pages · 200 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3980_0417 view scan ↗

English

163 To the Right Honorable Stern Lord J: G: van Angelbeek Governor and the Council At Cochim Right Honorable Stern Lord and Gentlemen! We were deeply affected to see from a letter of Mr. Torneij that a dispute had taken place between you and the Raja of Cochim, which went so far that he deemed it necessary to intervene with his good offices, with the aim of effecting a reconciliation. The imperfect knowledge that we have of the cause of this misunderstanding prevents us from making our sentiments regarding it known, but we wish, on grounds of friendship for both parties, that all means may be used to restore harmony between you. To that end, we have instructed Mr. Torneij to inform himself fully about the cause of the disputes, and since Your Honors have accepted his offer of mediation, we do not doubt that Your Honors will give due consideration to his opinion and make use of his influence on the Raja to promote a settlement. We have the honor to be, Right Honorable Stern Lord and Gentlemen, Your Honors' very obedient and humble servants, Cha:s Oakeley, W:m Petrie, J: Hadle Fort St. George, 29th October 1791 Agreed, Arnold Lun wabe 164 To the Right Honorable Stern Lord Sir Charles Oakeley Bart: Presiding Member and the Council Madras Right Honorable Stern Lord and Gentlemen! The first-signed Governor, upon his return from Ceilon, received the letter which Your Honors did us the honor to write. Since the English Company has no other relation to the Raja of Koetsien than solely that he has become a tenant of some lands lying outside the lines, and Your Honors can thus have no other motives to concern yourselves about what occurs between us and the said Raja than solely that of friendship for our Company, we are all the more sensible of the kindness with which Your Honors wish for the restoration of good harmony between our Company and the oft-mentioned Raja. We know no better way to demonstrate our gratitude for this than by informing Your Honors of the case itself. We do this with all the more readiness because from your letter, which speaks only of disputes and misunderstanding, we clearly understand that Your Honors have not been properly informed of the criminal misdeeds which the oft-mentioned Raja has permitted himself against our Company. The native Roman Christians with their churches, and the Canarins residing near our town, stand under our protection according to the treaties that remain in full force, and may not be burdened with any new taxes, much less be harmed in their persons. To this, the present Raja had only recently bound himself most solemnly; nevertheless, in the absence of the Governor, he has subjected the Christians as well as the Canarins to all kinds of vexations, too numerous to be mentioned here. When representations were made against this on our part, and the Raja brought all kinds of evasions against them, a correspondence arose from this between him and the Council, from which nothing other than an amicable settlement was expected. Yet, most unexpectedly, the Raja sent armed Nairs into the dwelling of the Canarin Dewarsa and had him, along with two others, miserably murdered, and carried off all money and goods that were within reach of the murderers. Among these three murdered persons were found the agent of the King of Trevancore and the son of his merchant, whereby this King and his merchants have lost large sums, and who therefore has requested our Company, as protector of the Cochin realm, to procure him proper satisfaction on that account, as appears further from the copy of the translation. When the Council, to prevent further murderous deeds, had in vain attempted to drive the Nairs out of the palace, which was crowded with them, the oft-mentioned Raja had the Canarin temple, which in particular also stands under our protection, broken open and plundered by his people, the plundered treasures of which are still in his hands; and of the four priests who were devoted to the service of the pagoda, he had three have their noses and ears cut off, and the fourth had his eyes gouged out. When the outrages of this Raja had risen so high, Mr. Torneij offered his mediation to the Council, which was then also accepted, solely to stall its progress until the return of the Governor. We are firmly assured that Your Honors, had these circumstances and the hideous scenes of murder and robbery by the Raja been properly made known to you, would never have interested yourselves in his favor with us.

Dutch transcription

163 Aan den Weledelen Gestrengen Heer J: G: van Angelbeek Goeverneur en den Raad Te Cochim Weledele Gestrenge Heer en Heeren ! Wij waaren zeer aangedaan uit een brief van den Hee Porneij te zien, dat een geschil plaats gehad had tusschen zi in den Rasia van Cochim, dat zoo verre ging, dat hij noodig geoordeeld had, met zijne goede officien tusschen beide te koomen, met het oog= „merk om eene verzoening te bewerken. De onvolmaakte kennis, die wij van de oorzaak van dit mis„ verstand hebben, belet ons onze gevoelens nopens hetzelve te kennen te geeven, maar wij wenschen, uit hoofde van vriend„ schap voor beide parthijen, dat alle middelen moogen gebruikt worden, om de eendragt tusschen Ulieden te herstellen. Tot dat einde hebben wij den Heer Porneij geinstrueerd, zich omtrend de oorzaak der geschillen ten vollen te informeeren, en wijl Uwedele Gestrenge zijne aan¬ bieding van mediaatsie geakcepteerd hebben: zoo twyffelen wij niet of Uwedele Gestrenge zullen willen schuldige reflexie slaan op zijn gevoelen en gebruik maaken van zijn invloed op den Rasia, om Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door den WelEdelen Hoog 9 Eijsche Koophanschappen benoodigt zin Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Gededuceert Aan Jndiase Regeering d v Matt f N„o„ 54. om eene verdrag te bevorderen. Wy hebben de eere te zijn. /onderstond/ Weledele Gestrenge Heer en Heeren Uwer Edele Gestrenge zeer gehoorzaame en nedr Dienaaren /get:/ Cha=s Dakeley, W=m Petrie, J: Hadle /in margine/ Foit v=t George den 29=e Oktober 1791— Akkordeerd Arnold Lun wabe Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeering 9. Eijschte koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren de de Heere. Gededuceert Aan d va Mal 164 Madras Sir Charles Oakeleij Bart: voorzettend Lid en den Raad Aan den Weledelen Gestrengen Heer De eerstgeteekende Goeverneur heeft bij zijne terug„ komst van Ceilon den brief ontvangen, die VW Weled: Pestr en Ed=s ons de eer gedaan hebben te schrijven. wijl de Engelsche komp:e tot den Ragia van koetsien geene andere betrekking heeft dan al= leen dat hij pachter is geworden van eenige lan- „den buiten de linie liggende en vrwoled gestr: en Ed: dus geene andere motiven kunnen hebben, om zich over het geen tusschen ons en gemelde Ragia voorvalt, te bekommeren, dan alleen die vriendschap voor onze komp:e zoo zijn wij des te ge= „voeliger aan de vriendelijkheid, waarmeede WWeled. Gestr: en Ed: de herstelling van de goede hormoiie tusschen onze komp: en meermelden wij weeten onze dankbaarheid daar over niet bester aan den dag te leggen, dan dat wij uwweled: gestr: en Ed: van het geval zelve informeeren en ragia wenschen Weledele Gestrenge Heer en Heeren! Eerbiedige Beanth Gepast op de Nevenstaande door de WelEdelen Hoog 9: Eijschte Koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren de de Heere. 46 Gededuceert Aan Jndiase Regeering d Va Hael wij doen dit net te meer bereidiwilligheid, wijl i iit vren brief, die eenlijk van disputen en mus „stand spreeps, klaar begrijpen, dat uwwelEd: Ed: van de krimineele misdaaden die de meerm Ragia zich tegen onze komp:e gepermitteerd het niet behoorlijk geinformeerd zijn. De Inlandsche Roomsche kristenen met h kerken, en de kanarijns bij onze stad woonende staan volgens de in volle kracht zijnde trakta onder onze protexie en mogen met geen nieuw lasten bezwaard, veel minder in hunne person gelesdeerd worden, hier toe heeft zig de tegen „woordige Ragia noch onlangs eerst op 't me plegtig verbonden en niet te min heeft hij in afweezen van den Goeverneur, de kristenen zoo w als de kanarijns allerlij vescratsien aangedaan, meenigvuldig om hier opgenoemd te worden. soen hier tegen van onze zijde vertoogen gest wierden en de ragia daar tegen allerlij uitsl „ten inbragt: zoo ontstond daar uit een korresp „dentsie tusschen hem en den Raad, waarvan men niets anders als een Amiable bijlegging verwachten Doch op het onverwagtst zond de Ragias gewapend Nairos in de wooning van den k zijn Dewarsa en liet denzelven met noch twee anderen Jammerlijk vermoorden en geld en goed, dat onder het bereik der mon denaars was wegbrengen. — Onder deeze drie vermoorde perzoonen e 165 koor en de zoon van zijn koopman, waarbij deeze „vonden zich de Agent van den koning van Grevan= „tor van het koltsiemsche rijk verzocht heeft hem derweegen behoorlijke voldoening te bezorgen. zoo als by de kepij van het translaat nader blijkt goen de Raad om verdere moorddaadige be=id brijven vortekoomen, vergeefsch getracht had de Nairos uit het pallais, hetwelk daar meede opgepropt was, te verdrijven, liet meerm: Ragia den kanarijnschen Jempel die inzonder „heid ook onder onze pretescie staat, door zijn volk openbreeken en plunderen, waarvan de geroofde schatten zich noch in zijne handen bevinden en van de vier Priesters die aan den dienst van de pagord verknogt waaren, heeft hij drie de neazen en voren laaten afsnijden en den vierden de oogen uitsteeken. Joen de buitenspoorigheid van deezen ragia zoo hoog gereezen was, heeft de Heer Dornij zijne tusschenkomst aan den Raad aangebooden die toen ook geakcepteerd is, eenlijk om den voortgang daarvan te sleiten tot de terug komst van den Goeverneur wij zijn vast verzeekerd, dat uweweled: gestr. en E. indien deeze omstandigheeden en de afschuwlijke moord - en - roof-voneelen van den ragia hun behoorlijk bekend waare gemaakt, zich ten faveure van denzelven noit bij ons zouden geinteresseerd hebben: W Eerbiedige Beanth Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog 9. Eijscht koopmanschappen benoodigt zin Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren de Heere. Gededuceert Aan Jndiase Regeering d va Mall koning en zijne kooplieden groote summen verloo= ren hebben, die derhalven onze kompe als protes= en Avla int kornespo van men ging graa dan k 2 zoone en A bi

NL-HaNA_1.04.02_3980_0424 view scan ↗

English

We have since the return of the Governor demanded due satisfaction and reparation from the Rajah on that account, but have not been able to obtain it up to now, and are therefore intending to drive his people from here across the river unless he provides proper satisfaction, for which we have given him a further three days of deliberation, and Mr. D. Arneij has been informed of this by us so that, if he considers it advisable, he may prevent the consequences through his advice to the Rajah. We have the honor to be, beneath, Right Noble Rigorous Sir and Gentlemen, Your Right Noble Rigorous and Noble Obedient Servants, was signed: J. G. Van Angelbeek, J. L. von Spall, I. G. Gedhaad, J. W. A. van Rossum, J. A. Cellarius, W. van Halften, and Arnold Lunel. In the margin: Koetsiem, the 31st of December 1741. Agreed. Arnold Lunel, Secretary. G. Swade. 166 56. Draft letter written by the Right Noble Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek to the Diwan, the 9th of January 1792. I request Your Honor immediately to return the Battalion of Chegos, or the four companies, which I lent to His Highness the King of Travancore in the year 1789 in the month of September upon Your Honor's request, as the Company currently requires the same. My Chief Interpreter Truijens has been further informed of everything and will confer further with Your Honor on all matters, and I request you to send him back as soon as possible with a positive answer, as I am currently in great need of him. May God preserve Your Honor. Beneath: Translated into Malayalam by me as such, Koetsiem, date as above. Signed: J. M. Truijens, First Sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel. Respectful Answer Applicable to the opposite page, demanded by the Right Noble High Indian Government 9. Demanded merchandise Required His High Nobility, the Right Noble Highly Esteemed, Commanding Lord. Deduced to Diwan Malayalam Secret Brade 2 20 Respectful Answer Applicable to the opposite page, demanded by the Right Noble High Indian Government 9. Demanded merchandise Required His High Nobility, the Right Noble Highly Esteemed, Commanding Lord. Deduced to Diwan Malayalam 167 No. 57. Translation of a letter written by the Diwan to the Right Noble Highly Esteemed Lord Governor Johan Gerard van Angelbeek, received the 11th of January 1792. I received Your Right Noble and Highly Esteemed letter from the hands of the Chief Interpreter. The Battalion of Chegos is currently at Valluvanad, and I have sent orders for the same to cross over immediately; as soon as it has arrived here, I shall send it over. I request an answer to this, and also to impart news of your continued good health. Signed by the Diwan. Beneath: For the translation, Koetsiem, date as above. Signed: J. M. Truijens, First Sworn Translator. Agreed. Arnold Lunel. Respectful Answer Applicable to the opposite page, demanded by the Right Noble High Indian Government 9. Demanded merchandise Required His High Nobility, the Right Noble Highly Esteemed, Commanding Lord. Deduced to Diwan Malayalam Secret Brade Respectful Answer Applicable to the opposite page, demanded by the Right Noble High Indian Government 9. Demanded merchandise Required His High Nobility, the Right Noble Highly Esteemed, Commanding Lord. Deduced to Diwan Malayalam 168 No. 58. To the Right Noble, Rigorous, and Highly Esteemed Lord Johan Gerard Van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Company's Establishments on the Coast of Malabar. Right Noble, Rigorous, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, In compliance with Your Right Noble, Rigorous, and Highly Esteemed honored order, the undersigned was yesterday morning with the Diwan of the King of Travancore at Cranganore, and delivered the letter, and furthermore made known in detail everything that Your Right Noble, Rigorous, and Highly Esteemed had commanded him. The Diwan replied to this that his Master had already written to the English Government at Madras about the murderous deed of the King of Cochin, and had also made known that His Highness had requested the Dutch Company to obtain satisfaction for this from the King of Cochin, and that the answer from the said Government was therefore awaited; however, if the King of Cochin should in the meantime, according to rumors, allow the Northern Nairs to enter within the Lines by force, his Master would then have the right to attack the said King directly in person, and that the Diwan would give the answer Respectful Answer Applicable to the opposite page, demanded by the Right Noble High Indian Government 9. Demanded merchandise Required His High Nobility, the Right Noble Highly Esteemed, Commanding Lord. Deduced to Diwan Malayalam to the letter delivered by the undersigned in the afternoon. Towards 5 o'clock in the evening, the undersigned was called to the Diwan, and he told him that the King of Cochin had sent his Regiador, named Anaway Patter Kariakar, to him with an ola containing the notification that the Company had seized the palace of the said King of Cochin and the villages belonging thereto, and that the Diwan therefore had to come to him immediately in order to consult with the King about this and devise the necessary measures. That the Diwan had thereupon answered the said King that he would not come to His Highness before and until he was assured by a signed ola from His Highness that His Highness was inclined, according to his advice, to settle matters with the Dutch Company. That as soon as the Diwan received such an ola, he would immediately send the same to Your Right Noble, Rigorous, and Highly Esteemed. That the Battalion of Chegos would be sent this way within the period of eight days. Furthermore, the Diwan handed over to the undersigned the copy of the letter to the English Government at Madras, the translation of which ensures all

Dutch transcription

Wij hebben zeden de terugkomst van den Joon neur derwegen behoorlijke satisfaktsie en rep„ „raatsie van den Ragia geeischt, doch tot nu tu niet mogen erlangen en zijn dus voorneemend zijn volk van hier over de rivier te verdry ten zij behoorlijke voldoening bezorge, waar toe wij hem nader drie dagen van beraadge„ „geeven hebben en den Heer D Arneij is hier van door ons geinformeerd om zulx geraak vindende door zijne raadgeevingen aan den ragia de gevolgen te voorkomen. — wij hebben de eere te zijn /:onderstond:/ Weledele Gestrenge Heer en Heeren. Vwerweled: Gestr: en Ed:s Gehoorzame Dienaaren /.was geteekend:/ J. G: Van Angelbeek, J: L: 1 Spall, I. G. Gedhaad J: W: A: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Halften en A=t Lunel /:in margine/ koetsiem den 31. December 1741: — Akkordeerd. Arnold Lunel sekred. G Swade 166 56. Koncept brief door den weledelen Groot achtbaaren Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, gesz: aan den Divan, den 9=e Januari 1792 Jk verzoeke Uw Ed: het Battaljon sjegos of de vier Kompanien die ik in 't jaar 1789: in de maand september aan zijn Hoogheid den Koning van Trevankoor op Uw Ed: verzoek geleend heb, ten eersten terug te zenden, wijl de Kompanie dezelve thans benoodigt is. — Mijn eerste Tolk Truijens is van alles nader onderricht, en zal UwEd: van alles nader onderhouden, en ik verzoeke hem ten spoedigsten met een positief antwoord terug te zenden, wijl ik hem thans hoog noodig heb. God bewaare UwEd: /onderstond/ zoodanig door mij in het Malabaars overgezet, Koetsiem dato als boven /getg:/ J: M: Truijens E:G: Transl: Arnold Luvel Akkordeerd. Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door den WelEdelen Hoog Jndiase Regeering 9' Eijschte Koopmhanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren bieder Heere. Gedeiduceert Aan di va Mall sekerts Brade 2 20 Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door den WelEdelen Hoog 9. Eijschte Koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere Gededuceert Aan Jndiase Regeering d va Hatt 167 No. 57. Translaat brief door den Divan gesz: aan den Weledelen Grootachtb: Heer Goeverneur Johan Gerard van Angelbeek, ontvangen den 11=e Januari 1792 Uw weledele Grootachtb: brief„e ik uit handen van den Opper„ Tolk ontvangen. Het Bataljon sjegos is thans op Wallanatoekare, en ik heb order gezonden, hetzelve ten eersten over te komen, zo dra het hier zal gearriveerd zijn, zal ik dat heen zenden Jk verzoeke hierop antwoord te zenden, teffens deszelfs aanhoudenden welstand te bedeelen. Geteekend door den Divan. /onderstond/ voor de transloatsie Koetsiem dato als boven /get:/ J: M: Truijens E:q: Transl=m Akkordeerd. Arnold Lunel Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door de WelEdelen Hoog Jndiase Regeering 9. Eijschte koophanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren bider de Heere. Gededuceert Aan ve Mal Sekrets Brade Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeern 9. Eijschte koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren idende Heere. Gededuceert Aan d ve Matl 168 No 58. Aan den Weledelen Gestr: Groot achtbaaren Heer Johan Gerard Van Angelbeek, Raad Ordinair van Nederlandsch Jndien, Goeverneur en Direkteur over skomp=s Etablissementen, ter kuste Malabaar. Weledele, Gestrenge, Grootachtb: Hooggebiedende Heer Jn naarkoming van uw weledele Gestr: Grootachtbaare geeerde order is de ondergeteekende gisteren morgen bij den Divan van den koning van Trevankoor op Kranganoor geweest, en heeft den brief overhandigd, voorts al het geen uw wel„ edele Gestr: Grootachtb: hem bevoolen had; omstandig bekend gemaakt. De Divan diende daar op, dat zijn Meester de moord daad van den koning van koetsiem reets aan de Engelsche Regeering te Madras geschreeven en ook bekend gemaakt had, dat zijn Hoogheid aan de Hollandsche Kompanie verzocht had, de satisfaktsie daarover van den Koning van Koetsiem te bezorgen, en dat dus het antwoord van gem: Regeering verwacht wierd, doch wanneer de Koning van Koetsiem intusschen volgens geruchten de Noordsche Nairos met geweld binnen de Linie mogte laaten komen, als dan zijn Meester recht zoude hebben, gemelden Koning direkt op 't lijf te vallen, en dat de Divan het antwoord Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering g Eijsche Koop aen schappens benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren ider a de Heere. Gededuceert Aan d va Hatl & A F op op de door den ondergeteekenden gestelden brief Snaa „dags geeven zoude. Tegen savonds 5 uuren wierd de ondergeteekende bij de Divan geroepen, en zeide hem, dat de Koning van Koop„ zijnen Rasiadoor, Annawie Patter Kariakaar gen:d een Ola bij hem gezonden had, behelsende bekendmaa „king, dat de Kompanie het Pallais van gen: Koning Koetsiem, en de daar aan gehoorende Dorpen in bor„ genoomen had, en dat de Divandus ten eersten bij hem moeste komen, om daar over met den Koning raadpleegen en het noodige te beraamen. Dat de Divan daarop aan gem: Koning geantwoor had, dat hij bij zijn Hoogheid niet koomen zoude voor en al eer hij bij een geteekende Ola van zijn H „heid verzeekerd wierd, dat zijn Hoogheid geneegen volgens zijn aanraading, de zaaken met de Hollandsh Komparie bij teleggen. Dat zoo dra de Divan een zoodanige Ola krugh „zelve ten eersten aan Uw Weledele Gestrenge Grot „achtb: zoude zenden Dat het Battaljon, Sjegos binnen den tijd van agtbig dit heen zoude gezonden worden. Wijders heeft de Devan de Kopij van den brief aan de Engelsche Regeering te Madras aan den onderget „kenden ter hand gesteld, welkers Translaat verzekd alle

NL-HaNA_1.04.02_3980_0435 view scan ↗

English

168 all respect herewith. Herewith the undersigned hopes to have satisfied the honored intention of your Right Honorable, Highly Esteemed, and assumes the honor with all respect to sign this, underneath: Right Honorable, Stern, Highly Esteemed, High-Commanding Sir, your Right Honorable, Highly Esteemed's faithful and obedient servant, signed: I. M. Truijens, in the margin: Cochin, the 11th of January 1792. Agreed. Arnold Lunel Respectful answer, suited to the adjacent merchandise demanded by the Right Honorable High Indian Government, needed by His High Honor, the High Noble, Highly Esteemed Lord. Deduced to the Secretary, Holland, the Street. 170 59. Translation copy of a letter written by the King of Travancore to the English Government in Madras. The Rajah of Cochin, through his people, has also caused the son of our merchant, whom we had sent with fanams to exchange for other coins and deliver to Mr. Powney for the payment of the Company's battalions, to be murdered, and carried off all the money which he had with him. We have written about this to the Noble Lord Governor of Cochin and requested to obtain satisfaction from said Rajah for the money and satisfaction for that murder; if the same is not given, we will be compelled to take it ourselves; we therefore inform your Honors of this case. underneath: for the translation, Cochin the 11th of January 1792. signed: I. M. Truijens, First Translator. Agreed. Arnold Lunel Respectful answer, suited to the adjacent merchandise demanded by the Right Honorable High Indian Government, needed by His High Honor, the High Noble, Highly Esteemed Lord. Deduced to the Secretary. Respectful answer, suited to the adjacent merchandise demanded by the Right Honorable High Indian Government, needed by His High Honor, the High Noble, Highly Esteemed Lord. Deduced to. 171 To the Honorable I. G. van Angelbeek Esqre Governor &ca Council Cochin Honorable Sir & Sirs; We have had the Honor to receive your Letter of the 30th ultimo. Whilst our respective nations are so closely and intimately connected at home, and at a time when the friendly intercourse of our Governments in India has been so much strengthened by the Conduct of Mr. van de Graaff in the year 1788, and by that of Mr. van Angelbeek at the breaking out of the war with Tippoo Sultan, it would give us the greatest concern, and we are desired by Lord Cornwallis to say that he would feel it in the same manner, if you were to proceed to the adoption of Measures which would be extremely embarrassing to his Lordship, and to those who are joined with him in Government, and which, after what has already passed in regard to the Rajah of Cochin, his Lordship is of opinion, with us, we have not deserved. Respectful answer, suited to the adjacent merchandise demanded by the Right Honorable High Indian Government, needed by His High Honor, the High Noble, Highly Esteemed Lord. Deduced to. No. 60. It cannot be the wish of Great Britain or of her officers in this Country, to encourage the Rajah of Cochin, or any other Power in India, to offer Insult or Injury to the Settlements of your nation; but as the Rajah of Cochin is entitled to some Consideration from us by his having joined our Standard against Tippoo, and as he acquiesced in our mediation, at a time when the affairs of your Government were in an unpleasant situation, it must, we are convinced, appear unfair to men of such liberal minds as you are possessed of, that after it was insisted upon by our Resident Mr. Powney that the Rajah should relinquish the advantage he had obtained, we should suffer him, without deriving any security from that mediation, to be crushed by Reinforcements from Colombo. Lord Cornwallis unites with us in our earnest desire that this unfortunate dispute may terminate without further Hostility, and that, in order to examine the circumstances by which it has been occasioned with Deliberation and Coolness, you will agree to appoint a Commissioner on your part to discuss the subject with the Rajah, or his officers, in the presence of our Resident; of whose conciliatory conciliatory Disposition we have no doubt, and whom we shall instruct to interpose his Good Offices in as friendly a manner as Justice will admit of towards your Government, to bring this difference to an amicable adjustment. We have the Honor to be with great Esteem, underneath: Honorable Sir & Sirs; your most obedient humble servants, was signed: Chas. Oakeley, Wm. Petrie and J. Hudleston, in the margin: Fort St. George 17th January 1792. Agreed. Arnold Lunel Respectful answer, suited to the adjacent merchandise demanded by the Right Honorable High Indian Government, needed by His High Honor, the High Noble, Highly Esteemed Lord. Deduced to the Secretariat.

Dutch transcription

168 alle eerbied hier nevens. Hier mede hoopt de ondergeteekende aan de geeerde intensie van Uw weledele Gestr: Grootachtbaare voldaan te hebben, en matigt zich de eer met alle achting deezen te onderschrijven /:onderstond) Weledele, Gestrenge, Groot achtb: Hooggebie„ „dende Heer, UwerWeledele Gestr: Grootachtbaare Trouw„ „schuldige en gehoorzaame Dienaar, / get:/ I: M: Truijens /in margine/ Koetjiem den 11 Januari 1792. Akkordeerd. Arnold Sunel Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeering g' Eijschte koophanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren dende Heere. Gededuceert Aan 2 Ca va sekret: Holland de Strabe 170 59. Translaat kopij brief door den koning van Trevankoor geschreeven aan de Engelsche Regeering te Madras. De Rasia van koetsiem heeft door deszelfs volk den zoon van onzen koopman, die wij met fanems gezonden hadden, om andere munten intewisselen en aan M=r Powneij te bestellen ter afbetaaling van skomp=s bataljons, ook laaten vermoorden, en al het geld, het welk hij bij zich had, wegbrengen. Wij hebben hier over aan den Edelen Heer Goeverneur van Koetjiem geschreeven en verzocht aan ons voldoening van het geld en satis„ faktsie over dien Moord, van gemelden Rasia te bezorgen, in dien dezelve niet gegeeven, word: zoo zullen wij genoodzaakt zijn, die zelfs te neemen, wij geeven dus Uw Edelens van dit geval kennis. /:onderstond:/ voor de Translaatsie, Koetsiem den 11=e Januari 1792. /get:/ I: M: Truijens Eg Translateur. Akkordeerd. Arnold Zumil Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering 9. Eijschte koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren de Heere. Gededuceert Aan 2 Mall sekart Wake Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door den Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering G. Eijschte Koopmanschappen en benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Gededuceert Aan d ve Mall 171 To the Honorable I. G. van Angelbeek Esqre Governor &a Council Cochin Hlouble Sir & Sirs; We have had the Honor tor receive your Let¬ tan of the 30th ultimo whilst our respective nations are so Close ly and intimately connected at home, and at a time when the friendly intencourse of our Go= „vernments in India has been so much strongte hewed by the Condect of Mr. van de Graaff, in the year 1788, and by that of Mr. van angelbeek at the breaking out of the wran with Tippoo Sultann, it would give us the greatest concern, and we are desired by Lord Cornwallis to say that he would feel it in the same manner, if you were to proceed to the adoption of Measures which would by extremely embarassing to his Lordship, and to those who are joined with him in Government, and which, afther what has already passed in regard to the Rajah of Co= „chin his Lordship is of opinion, with us, we have not deservad. Eerbiedige Beanth Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering 9. Eijschte koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Gededuceert Aan va Mat No. 60. I cannot be the wrish of Great Britan or of her officers in this Country, tor ancourage t Rajah of Cochin, or any other Power in Inde to offer Insult on Injury to the Settlemen of your nation but as the Rajah of Cochin is entitled to some Consideration from us by his having joined our Standand against Tipp and as he acquiscad in our mediation, at a he noe when the affairs of your Governmant were in an impleasant situation, it must wa are convinced, appear infair to men of such liberal minds as you are possesse of, that after it was insisted upon by oun Rresident Mr. Powney that the Raph should relinguish the advantage he hat obtained, we should suffer him without deriving any security from that mediatim to be Erushed by Reinforcements from Columbo. Lord Cornevallis unites with us in our earnast desire that this imfortunate dis¬ „pute may terminate without further Hi tility, and that, in order to examine the circum stances bij which it has been occasioned with Deliberiation and Coolness, you will agree to appoint a Commissioner, on your part to di cuss the subject with the Rajah, or his officers in the presence of our Resident; of whose to „cilia torg „ciliatory Disposition we have no doubt, and whom we shall instruct to interpose his Good Offices in as friendly a manner as Justice will admitt of towards your Govarnment, to bring this diffe„ „vence to an amicable adjustment. We have the Honor to bewith great Estremt. (:onderstond:) Honorable Sir & Sirs; your most obedient huble servants (:was geteekend:) Cha. s Oakeley W„m Petrie en J. Hudleston, (:in margine/ Fort St. George 17 th January 1792. Ev. Akkondeerd. Arnold Lunel Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door de WelEdelen Hoog 9. Eijschte Koophaenschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren „ Heere. de Gededuceert Aan Jndiase Regeering d va Hal vekret. torij

NL-HaNA_1.04.02_3980_0445 view scan ↗

English

To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Johan Gerard Van Angelbeek Governor and the Council at Koetsiem. Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen! We have had the honor to receive your letter of the 30th ultimo. While our Nations in the Netherlands are so closely and intimately united, and at a time when the friendly intercourse between our Governments in India has gained so much strength through the conduct of Mr. Van De Graaff in the year 1788, and through that of Mr. van Angelbeek at the outbreak of the war with Tipu Sultan, it would grieve us most exceedingly, and Lord Cornwallis also has us declare this as his sentiment, if you were to proceed to measures that would utterly embarrass his Lordship and those who are in the administration alongside him, and which his Lordship, along with ourselves, believes that, after what had already occurred with the Raja of Koetsiem, we have not deserved. It cannot be the wish of Great Britain or of its officials in this country to encourage the Raja of Koetsiem or any other Power in India to insult or wrong the possessions of your Nation, but as the Raja is entitled to some consideration for himself, since he joined our standard against Tipu Sultan, and since he acquiesced in our mediation at a time when your Government found itself in an unpleasant circumstance, we are assured that men of Respectful reply Fitted to the opposite by the Right Honorable High Indian Government demanded merchandise required his High Nobility The Right Honorable Highly Respected Lord. Deduced to Matt No. 60. such a noble disposition as you possess would find it unreasonable if, after our Resident Mr. Powney had brought about that he should relinquish the advantages gained, we were now to tolerate that, without any advantage from that mediation, he should be crushed by the reinforcement from Ceylon. Lord Cornwallis joins us in the sincere desire that this unfortunate dispute may be settled without further hostilities, and that, in order to examine with deliberation and calmness the circumstances that caused the same, you will please appoint a Commissioner on your part to investigate the matter with the Raja or his Ministers, in the presence of our Resident, of whose inclination to effect a reconciliation we have no doubt, and whom we shall instruct to employ his good offices to settle the dispute in such a friendly manner for your Government as justice shall allow. We have the honor to be with great respect, it was written below Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen! lower down, Your very obedient humble Servants signed Charles Oakeley, W. Petrie, and J. Hudleston in the margin Fort St. George, the 17th of January 1792. Agreed. Arnold Lunel Secretary Respectful reply Fitted to the opposite by the Right Honorable High Indian Government demanded merchandise required his High Nobility The Right Honorable Highly Respected Lord Deduced to Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the City of Koetsiem Wednesday the first of February 1792. Forenoon Present The Right Honorable, Highly Esteemed, Highly Respected Lord, Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek The Senior Merchant, Second and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, The Major and Head of the Militia Gottlieb George Gebhardt, The Merchant, Fiscal and Cashier Jan Willem Hendrik van Rossum, The Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, Junior Merchant and Dispenser Willem van Haesten, The Junior Merchant and Resident at Purakkad Johan Andries Scheidz, The Junior Merchant and Secretary of Police Arnoldus Lunel, The Junior Merchant and Paymaster Jacobus Adrianus Eversdijck. Was read the Dutch translation of an English letter from the Government of Madras dated the 17th of January last, serving in reply to our letter of the 30th of December preceding and reading as follows: To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Johan Respectful reply Fitted to the opposite by Right Honorable High Indian Government demanded merchandise required his High Nobility The Right Honorable Highly Respected Lord. Deduced to Matt No. 61 Johan Gerard van Angelbeek Governor and the Council at Koetsiem Right Honorable, Highly Esteemed Sir and Gentlemen. We have had the honor to receive your letter of the 30th ultimo. While our Nations in the Netherlands are so closely and intimately united, and at a time when the friendly intercourse between our Governments in India has gained so much strength, through the conduct of Mr. Van De Graaff in the year 1788, and through that of Mr. van Angelbeek at the outbreak of the war with Tipu Sultan, it would grieve us most exceedingly, and Lord Cornwallis has us declare this as his sentiment, if you were to proceed to measures that would utterly embarrass his Lordship and those who are in the administration alongside him, and which his Lordship, along with ourselves, believes that, after what had already occurred with the Raja of Koetsiem, we have not deserved. It cannot be the wish of Great Britain or of its officials in this country to encourage the Raja of Koetsiem or any other Power in India to insult or wrong the possessions of your Nation, but as the Raja is entitled to some consideration for

Dutch transcription

173 Aan den Weledelen Gestrengen Heer Johan Gerard Van Angelbeek Goeverneur en den Raad te Koetsiem. Weledele Gestrenge Heer en Heeren! Wij hebben de eer gehad uwen brief van den 30: pass„o te ontvangen Jerwijl onze Naatsien in 't Nederland zoo nauw en inniglijk ver bonden zijn, en in een tijd, dat de vriendelijke verkeering dus schen onze Goevernementen in Jndia zoo veel krachts gewonnen heeft door het beleid van den Heer Van De Graaff in het jaar 1788; en bij dat van den Heer van Angelbeek, bij het uitbargtens van den oorlog met Sipoe Sultan, zoude het ons ten hoogsten leed doen, en Lord Cornwallis laat dit ook door ons als zijn ge voelen verklaaren, als Gij wildet overgaan tot maatreegelen, die zijn Lordschap en de geenen, die neevens hem in het bewind zijn, ten uittersten verleegen maaken zouden, en die zijn Lord schap nevens ons mient, dat wij na het geen reets met den Rasia van Koetsiem voorgevallen was, niet verdiend hebben. Het kan de wensch niet zijn van Grootbrittanien of van deszelfs Amptenaaren in dit land, den Rasia van Koetsiem, of eenige andere Moogenheid in Jndien tot beleediging of ver ongelijking van de bezittingen uwen Naatsie aan te moedigen, maar wijl de Rasia gerechtigt is tot eenig inzicht voor hem, door dien hij zich onder onzen standaart tegen Tipoe Sultan gevoegd heeft, en wijl hij berust heeft in onze mediaatsie en een tijdstip dat uw Goevernement zich in een onaangenaame omstan digheid bevond, zoo zouden, wij zijn 'er van verzeekerd, Mannen van Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door de WelEdelen Hoog Jndiase Regeering G. Eijschte Koopmanschappen benoodigt zin Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Gededuceert Aan d ve Matt No. 60. van zulk een edel gemoed, als Gij bezit, het onreedelijk vindeni wij na dat onze Resident de Heer Powneij had bewerkt, dat h de verkreegene voordeelen zoude laaten vaaren, wij thans z dulden, dat hij zonder eenig voordeel uit die medeaatsie h verbrijzelt zoude worden door de versterking van Ceilon. Lord Cornwallis vereenigd zich met ons in het oprechtskee langen, dat dit ongelukkig geschil zonder verdere vijandelijcke moge bijgelegd worden, en dat Gij om de omstandigheeden, die zelve veroorzaakt hebben, met overleg en bedaardheid te onderse een Gekommitteerde wild benoemen van uwe zijde, om het onder te onderzoeken met den Rasia, of deszelfs Ministers, in de tege woordigheid van onzen Resident, aan wiens geneegenheid te d werking van verzoening wij niet twijfelen, en wien wij zullend strueeren, om zijn goede officien te willen besteeden, om del schil op zulk een vriendelijke wijze voor Uw: Goevernemend te leggen, als de rechtmaatigheid zal toelaaten. Wij hebben de eer met veel achting te zijn. /onderstond/ Weledele Gestrenge Heer en Heeren ! /lager, Uw zeer gehoorzaame nedrige Dienaaren /was geteekent Cha=s Dakeleij, W: Petrie en J: Hudleston /in margine/ Pn St. George den 17. Januari 1792. Akkordeerd. Arnold Lunil sekats Sabe Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door den WelEdelen Hoog Jndiase Regeering 9. Eijschte Koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren de Heere Gededuceert Aan va Ha 174 Schreete Reso luutsie genoomen en Raade van Malabaar ter Stede Koetsiem Woensdag den eersten Februari 1792. Voormiddag Present dWeledele Gestrenge, Groot achtbaare Heer Raad Ordinair van Nederlandsch Jndien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek d: Heer Opperkoopman, secunde en E Hoofdadminist:r Ian Lambertus van Spall, 1: Major ens Hoofd van de Milietsie Godlieb George Gebhardt, V: Koopman Fiskaal en Kassier H=r Jan Willem Hendrik van Rossum, d:e Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellarius Onderkoopman en Despencier Willem van Haesten d Onderkoopman en Porkasche Resident Johan Andries Scheidz, „Onderkoopman en Sekretaris van Polietsie Arnoldus Lunel d Onderkoopman en soldij boekhouder Jacobus Adrianus Eversdijck, Werd geleezen de Nederduitsche vertaaling van een Engelsch briefvon de Reegering van Madras gedagteekend den 17=e Januari Jl: die„ nende in antwoord op onzen brief van den 30=te December be„ voorens en luiden als volgd Aan den Weledelen Gestrengen Heer Johan Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeering 9 Eijsehese koopananig e pen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren ider No. 61 de Heere. Gededuceert Aan el v Matt op Johan Gerhard van Hangelbeek Goeverneur en den Raad te Koetsiem Weledele Gestrenge Heer en Heeren. Wij hebben de eer gehad uwen brief van den 30 pas„ ontvangen Terwyl onse Naatseen in 't Nederland zoo naumen verbonden zyn, en in een tyd, dat de vriendelyken tusschen onze Goevernementen in India zoo ver gewonnen heeft, door het beled van den Heer Van del het jaar 1788, en bij dat van den Heer van Angelb het uit barsten van den oorlog met Tipoe Sultan z ons ten hoogsten leed doen en Lord Cornwallis laat s ons als zijn gevoelen verklaaren, als hij weldet overgaan reegelen, die zijn ordschapen de geenen die neevens bewind zijn, ten uittersten verleegen maaken zouden Lordschap nevons ons meent dat wij na het geen reeti sia van hoetseem voorgevallen was, niet verdiend hib Hethande wensch niet zijn van Grootbrittani desselfs poriptenaaren in dit land den Rasia vo „sien, of eenige andere Hoogenheid in Jndien tot de of verongelijking van de bezittingen Uwen staatsich moedigen, maar wyl de Rasia gerechtigt is tot eenig voor

NL-HaNA_1.04.02_3980_0451 view scan ↗

English

175 for him, because he joined our standard against Tipoo Sullan, and since he has confided in our mediation at a time when Your Government found itself in an unpleasant situation, so we are assured that men of such a noble mind as you possess would find it unreasonable that we, after our Resident Mr. Porneij brought it about that the Rajah should waive the advantages gained, should now tolerate that he, without deriving any benefit from that mediation, should be crushed by the reinforcement from Ceilon. Lord Cornwallis joins us in the most sincere desire that this unfortunate dispute may be settled without further hostility, and that, in order to examine with deliberate composure the circumstances which have caused the same, You will be pleased to appoint a Commissioner on your part to investigate the subject with the Rajah or his Ministers, in the presence of our Resident, of whose inclination toward the work of reconciliation we have no doubt, and whom we shall instruct to employ his good offices to settle this dispute in such a friendly manner for Your Government as justice will permit. Respectful Answer Fitted to the opposite side by Honorable High Indies Government Demanded Merchandise and required his High Honor The Honorable Great Respectable Commanding Lord. Deduced To We have the honor to be with much respect, underwritten: Honorable Stern Sir and Gentlemen, Your Most obedient humble servants. was signed: Oakelij, W: Petriden, J: Hudleston in the margin: Fort [illegible], the 17 January 1792. And thereupon it was observed: That from its contents it appeared most clearly that the English Government had taken the firm resolution to protect the king of [illegible] against the Company in the currently prevailing disputes, notwithstanding that they, by the aforementioned Missive of the meeting, must have been convinced in the clearest manner that the aforementioned king had insulted [illegible] in an outrageous manner and that [illegible] was entitled to striking satisfaction. That the specious reasons upon which the Government at Madras pretended to be entitled to take up the interests of the aforementioned king could very easily be refuted by pointing out that the relation which the English Company pretended to have to the said King could not authorize it to prejudice our Company and its right. That they moreover had closer relations with our [illegible] which should much rather oblige them to turn to our side in the dispute; That they themselves, when entering into the 176 lease contract with the king of Koetseem regarding the upper lands, had declared that they did not intend thereby to prejudice the interests of the Dutch Company; That their appeal to the once accepted mediation of their Resident Mr. George Powneij in the pending dispute was an obvious pretext, because the same had not been accepted by the Council any further than merely until the return of the Governor, and therefore had also come to an end with that return, and so forth. Yet that all these arguments would be urged in vain, because one could perceive clearly enough from the tone in which the aforementioned letter from Madras was written that the English in this case would not listen to sound reason, but only wished to make use against us of the superior power in their hands. That one might consider this last point the more certain, because the king of Trevankoor, who until now had refused to let any armed men of the King of Koetsiem pass through the gates of the repaired Northern line, had these days granted unhindered passage through the same to several troops of armed Nairs from the Northern lands leased by the King of Koetsiem, which certainly had happened at the request or rather at the order of Madras, along Respectful Answer Fitted to the opposite side by Honorable High Indies Government Demanded Merchandise and required his High Honor The Honorable Great Respectable Commanding Lord. Deduced To which way now several hundred Nairs from the North had marched to [illegible], and daily as many more under the [illegible] Koetsiem subjects from the lands of Palikatseeri and the [illegible] could march in, as his Protectors should deem necessary for the furtherance of their [illegible] or for our oppression. That one must therefore yield in this matter to violence and superior force to prevent worse consequences that might arise from further opposition, and thus should accept the offered mediation, the more so because in the present dispute the right of the Company was so clear and provable that it would have to be recognized and respected even by the most partial Mediators. Whereupon, having been attentively deliberated, it was approved and agreed with unanimity of votes to accept the offered mediation of the English Company in this matter, and to lay as a foundation for the negotiations the six points determined by secret Resolution of 27 December, as well as to commission for the negotiation thereon the Honorable second Vanspall, and further to give notice thereof to George Powneij by the following letter: To Mr. George Powneij, Resident on the part of the Honorable English Company with the Rajahs of Trevankoor and Koetsiem.

Dutch transcription

175 voor hem/ door dien hij zich onder onzemft andaart tegen tipoe sullan gevoegd heeft, en wijl hij bewust heeft in onze midiaat sie in een tijdstip dat Uw Goevernement zich in een onaange„ lijk vinden, dat wij na dat onze Resident de Heer Vorneij had bewerkt, dat de Rasia de verkreegene voor deelen zoude laaten vaaren, wij thans zouden dulden, dat hij zonder eenig voordeel uit die mediaatsie te trekken verbrijzelt zoude worden door de versterking van Ceilon Lord Cornwallis vereenigd zich met ons in het op recht ste verlangen, dat dit ongelukkig geschil zonder werdere vyandelijkheid moge bijgelegd worden, en dat Gij omde omstoe digheeden die het zelve veroorzaakt hebben met overlegen be daardheid te onderzoeken, een Gekommitteerde wild benoemen van uwe zijde, om het onderwerp te onderzoeken met den Rasia of deszelfs Ministers, in de tegenwoordigheid van onzen Resident, aan wiens geneegenheid tot de werking van verzoening wij niet twijfelen en wien wij zullen instrueeren om zyn goede officien te willen besteeden, om dit geschil op zulk een vriende„ lyke wypse voor Uw Goevernement by te leggen, als de reeket wee„ „tigheid zal toelaaten kerd; Mannen van zulk een edel gemoed, als Gij bezit, het onreede naame omstandigheid bevond, zoo zouden, wij sijn 'er van verzee Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G' Eijschte Koopmanschappen en benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Pbidende Heere. Gededuceert Aan Jndiase Regeering d de V Mall „ . laat de gaan evensh zouder eete tet 10 eenig pas Wij hebben de eer met veel achting te zyn /onderstond:/ Weledele Gestrenge Heer en eeren Uw Zoer gehoorzaame nedrige dienaaren. /was get„ Oakelij W: Petriden J: Hudleston /in margine/ Aortf„ den 17 Januari 1792. En werd daar op aangemerkt: Dat uit dies inhoud ten klaarsten bleek, dat de Engel „geering het rast besluit genoomen haad, den koning van tegen de kompanie in de thanst weerende geschillen te pr niet tegenstaande zij door de eevengemelde Missive van d „gaadering ten klaarsten moest vertuigd zyn, dat de Voor„ gem: koning op een buiten spoorige wyse geinsulteerdende eilatante satisfaktsie gerechtigd was Dat de schep reedenen waar op de Regeering te Maam neerde gerechtigd te zijn zich de belangen van den meer koning aante trekken zeer gemaklyk kosten geres worden door de aanwijzing, dat de betrekking, die n sche Komp: voorgaf tot gem: Koning te hebben, haar bevoegd maaken, om onze Komp: en haar recht te ver Dat zij daar en boven nadere betrekkingen tot ondes had die haar veel eer moesten verplichten onze zyn geschil te keeren; Dat zij zelve bij het aangaan v hanr 176 huur- kontrakt met den koning van Koetseem over de boven lan„ „den, verklaard had, de belangen der Nederlandsche Komp, daar door niet te willen benadeelen: Dat haar beroep op de eens aan genoomene mediaatsie van hunnen Resident M=r George Donneijen het sweerende geschil eene openbaaredrig reeden was, door dien dezelve door den Raad niet verder aangenoomen was, dan alleen tot de te rug gekomst van den Heer Goeverneur en derhalven ook met die terugge komsteen einde genoomen had en zoo voors. Doch dat alle deeze argumenten vruchtloos gespeld zouden wor„ „den door dien men aan den toon, waar op de eevengem: brief van Madras geschreeven was, duidelijk genoeg kost bemerken, dat de Engelschen in dit geval aan de gezonde reeden geen gehoorgeeven maar zick alleen van de in handen hebbende vvor macht tegen ons bedien en wilden. Dat men dit laaste te zeeker der mogt stellen, door dien de koning vand revan koor die tot dus vergeweigerd had, eenig gewaapend volk van den Koning van Koetsiem door de poorten van de herstelde Noorder linie te laaten passeeren, deezer dagen aan verscheidene troepen gewapende Nairos uit de door den Koning van Koetsiem gepacht Noordsche landen, den doortogt door de zelve onverhinderd had vergunt het welk zeeker op het ver= zoek of liever op de order van Madras geschiged was, langs welken Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering 9 Eijschte kolpon ien schappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Oebiedende Heere. Gededuceert Aan v Mat t Fort ten haar e ver die d geres welken wegt hans veetseenige honderd Naire van de Noor tot man ter regemarcheerd naarn en dagelyk soo veel meer onder den n Koeksiewische onderdaanen uit de sanden van Palikatseeri en den kosten inrukken, als zijne Begunstigen tot bevordering van ho of tot onze onderdrukking noodig zouden oordeelen Dat monderhalven voor het geweld en de overmacht in deesen di bukken tot voorkoomaing van ergeregevolgen, die uit een verd kanting zouden kunnen ontstaan en dus de aangeboodene wa diende te akcepteeren, te meer wy in het tegenwoordig sg recht van de komp zoo klaar en bewysbaar was, dat het door de digste Mediateurs doek zoude moeten orkenden gerespecteerd Waar op aan dachtig gedelibereerd zijnde: zoo werd met een „heid van stemmen goedgevonden en verstaan, de aangelo mediaatsie van de Engelsche Kompanie in deeze te ar ren en tot een grondslag van de onderhandelingen te l sespoincten bij sekreete Resoluutsie van den 27=e Decm gearresteerd, mitsgaders tot de onderhandeling daar over t „mitteeren den E: sekunde vanspall, en voorts daar van aan George Towneij kennis te geoven bij volgenden brief Aan den Heer George Porneij Resident van weegen de Ed: Engelsche Kor bij de Rajahs van Trevankoor en Koets

NL-HaNA_1.04.02_3980_0455 view scan ↗

English

Sir! Because the Government of Madras has once again offered us its mediation in the disputes with the Rajah of Cochin in the most friendly manner, under the most cordial assurance that it would instruct your honor to attend the negotiations with the Rajah or his Ministers and to employ your good offices to settle this dispute for our Government in such a friendly manner as justice will allow; and because we desire nothing other or more than an equitable settlement from the Rajah: we have therefore decided to accept the same, in reliance upon your disposition to promote reconciliation on equitable grounds. We have to that end appointed and commissioned the second-in-command, Mr. van Spall, to enter into negotiations with the Ministers of the Rajah in your presence; but because some preparations are required for this and some arrangements must be made, the first-signing Governor wishes to confer with your honor about this beforehand, and therefore requests your honor to come to him at the Government House at a convenient hour, in order to enter into conference with your honor on the matter as required. We have the honor to be, Sir, your honor's obedient servants. Signed: J: G: van Angelbeek, I: L: van Spall, J: W: H: van Rossum, J: M: Cellarius, W: van Haaften, I: H: Scheidz, Arnd: [illegible], and I: H: Eversdijck in the margin, Cochin, the 1st of February 1792. Thus done, resolved, and decreed on the coast of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Signed: J: G: van Angelbeek, I: L: van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, I: M: Cellarius, W: van Haaften, J: M: Scheidz, N: [illegible], J: M: Eversdijck. Agreed. Arnold [illegible] Secret letter dated 12 May 1792 from Cochin to Batavia. Copy. Respectful Reply. Secret. To His Right Excellency Batavia. The disputes with the King of Cochin are settled. To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General Chartered East India Company, Governor-General, and the Right Honorable, Highly Esteemed Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Right Honorable, Highly Esteemed Lords! Our respectful letter of 16 April last was already closed, and the ship d' Indus lay ready to sail, when the Junior Merchant Cellarius, who, according to what was already communicated in Sections 143 and 144, on account of the indisposition of the second-in-command van Spall, was commissioned to the negotiations with the King of Cochin, returned from Angekaimaal with the oral report that in the conference held on that day with the said King the disputes were settled according to our intention. The coastal vessel departs for Ceylon. Paragraph 163. Because several days were required for drawing up his written report, examining the same in the Council, and preparing the Resolutions and other voluminous papers, we did not detain the ship for that reason, but let it depart, and we now hasten to send our further reports with the coastal vessel de Vergelding to Ceylon, in the hope of still finding it there, or else finding another prompt opportunity, in order to dutifully inform your Right Excellencies of the outcome of this unpleasant matter. Paragraph 164. Were we to expand here into a precise account of all the particulars that took place at the conferences, and especially of the numerous fallacies, specious arguments, and frivolous excuses with which the King tried to justify his conduct and to support his unreasonable demands, and thus also of all the arguments that were used on our side to refute them, we would run the risk not only of losing this opportunity, but also of keeping the attention of your Right Excellencies occupied for too long and distracting it from more important matters; wherefore we respectfully trust that it may meet with your Right Excellencies' approval that, regarding the conferences held by the second-in-command van Spall, we refer to the secret Resolution of 11 March last, in which his written reports are inserted, which demonstrate in great detail everything that occurred up to that time. Paragraph 165. Since then, the first-signing Governor found an opportunity to [illegible] the aforementioned...

Dutch transcription

Mijn Heer! Wyl de Regeering van Madras ons andermaal op de vriende lijkste wyse haare bemiddeling in ^ geschillen met den Rajak rom koetsiem aangebooden heeft, onder de gemoedelyks verzeeke„ „ving dat zij UwE d: zoude instrueeren om de onderhandelingen met den Rajah of zijne Ministers bij te woonen en uwe goede officien te besteeden, om dit geschil op zulk een vriendlijke wyzevoor ons Goevernement bij te leggen, als de reeketraardig „heid toelaaten zal; en wyl wij niets anders of meer dan een billijke afdoening van den Rajase begeeven: zoo hebben wij beslooten dezelve aan te neemen, in het vertrouwen op uwe geneigsheid, om de verzoening op billijke gronden te bevordeeren wij hebben tot dateinde den Heersekunde wanspall, be„ noemden gekommitteerd, om met de Ministers van den Ra„ jah in onderhandeling te breeden ten bijweizen van UWEd: dan dewyl hiertoe eenige voorbereidzelen vereischt en eenige schikkingen moeten beraamd worden: zoo wenscht de eerst geteekende Goeverneur UwEd: daar over voor af te onderhouden en verzoekt UWEd: derhalven op een bequaam uur bij hem en het Goevernements huis te koomen, ten einde daar over met UwEd: naam Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeering 9 Eijsechet kophanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Hidende Heere. Gededuceert Aan Ve Matt naar 1 teerd een gel te aa brief naar vereisch in konferentsie te treeden. Wij hebben deer te zijn / onderstond /. Myne /:lager/ UW:Ed: gehoorzaame dienaaren / was g„ J: G: van Angelbeek, I: L: van Spa J: W: H: van Rossum J: M: Cellanius, Haesten I: H: Scheedz, Arnd en I: H: Eversdijck in margine, Ko den 1: Februari 1792. Aldus gedaan, geresolveerd en gearresteerd „de van Malabaar ter stede Koetsiem ten maanden - Jaare voormeld. /get / I: G: Van N I: L: Van Spall, G: G: Gebhardt, J: W: H: Van Ros„ I: Mocellarius, W: van Maeften J: M: Scheidz: N J: M: Eversdijck Akkordeerd. Arnold Lan L Brabe Ti Kief Senreete gedateerd 12:' Meij 1792. van Koetsiem naar Kopij Batavia Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering 9' Eijschte Koopman schappen en benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren de de Heere. Gededuceert Aan e va s Matl Sekreet. Aan zijn Hoogedelheid Batavia. §162. egeschillen met den Ko„ ring van Koetsiem zijn Den Hoogedelen Grootachtbaaren Wijdgebiedenden Heer M=r Willem Arnold Alling Wegen den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroieerde Oostindische Kompanie Goeverneur Generaal De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlandsch Indien. Hoogedele Grootachtbaare Wijdgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren! Onze eerbiedige van den 16e: April J: l: was reets ge¬ „slooten, en het schip d' Jndus lag zeilree, toen d' Onderkoopman Cellarius, die, volgens het reets bedeelde. Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering 9 bijsetes otp aen schapen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren bidende Heere. Gededuceert Aan d V Matl en „gelegd. het smalschip vertrekt naar Ceilon. bedeelde, bij S 143 en 144, wegens in disposiere den sekunde van Spall, tot de onderhanden met den koning van Koelsiem gekommitteerd van Angekaimaal terug quam, met het men rapport, dat in de op dien dag gehoudene kom „sie met gemelden koning de geschillen naar onze intentsie bijgelegd waaren. §163. Wijl tot het opmaaken van zijn schriftlijk kapp examen van hetzelve in Vergadering, en het ver „digen van de Resoluutsien en verdere volumin papieren eenige dagen vereischt wierden, zoo da wij het schap daar na niet ophouden, maar l hetzelve vertrekken, en haasten ons thans, e nadere advisen met het smalschip de Ver „ling naar Ceilon te zenden, in hoope heb daar noch aan te treffen, dan wel eene ander „dige geleegenheid te vinden, ten einde uw „edelheeden den uitslag van dit onaangenam plichtschuldig te berichten. 5164. Wilden wij ons hier echter uitbreiden tot een keurig. rapporten van de onder„ erhanden andelingen „keurig verhaal van alle bezonderheeden, die bij de konferentsien plaats gehad hebben, en inzonderheid van de meenigvuldige drog-reedenen, specieuse argu= „menten en frivoole uitvluchten, waar mede de koning zijn gedrag heeft getracht te justificeeren, en zijne onbillijke eischen te onderschraagen, en dus ook van alle argumenten, die van onze zijde tot der„ „zelver wederlegging gebeezigd zijn: zoo zouden wij gevaar loopen, niet alleen deeze geleegenheid te verliezen, maar ook den aandagt van Uw Hoog„ „edelheeden te lange beezigte houden, en van wigtigere zaaken aftetrekken; weshalven wij eer„ „biedig vertrouwen, dat het Uw: Hoogedelheeden goedkeuring wegdraagen moge, dat wij nopens de konferentsien, die de sekunde van Spall gehouden heeft, ons gedraagen aan de sekreete Resoluutsie van den 11=e Maart j:l;, waar bij zijne schriftlijke be„ „richten geinsereerd zijn, die al het tot dien tijd toe voorgevallene zeer omstandig aanwijzen. §165. Zeder vond d' Eerstgeteekende geleegenheid, den voor„ „noemden Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaandedoor WelEdelen Hoog Jndiase Regeering gedijsetes kote an sek benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Pibiedende Heere. Gededuceert Aan v Mat isposiele de tteer het men maar li ns, da Vero aan enaam Uw J ke

NL-HaNA_1.04.02_3980_0462 view scan ↗

English

Conference between the Governor and the English commissioner. Main articles for the reconciliation. to converse with the said English Commissioner repeatedly in private concerning this matter, and to discover that the demands for the independence of the Canarins and the restitution of the levies met with great contradiction, and, if one were to insist upon them, would give occasion for the breaking off of the negotiations and for further alienation, the consequences of which one had sought to prevent by admitting the English mediation, as appears from § 137 and following; he therefore proposed to the repeatedly mentioned Commissioner to enter into conference with him on the articles proposed by us, and to prepare the same for the forthcoming negotiation with the King. §166. This took effect on 3 March, and then the primary main articles were established to serve as a foundation for the reconciliation: 1. That the Native Christians are vassals of the Company, and shall remain so without change, provided they shall enjoy the privileges stipulated by the Treaties and by the convention of 173[illegible]. 2. That the Canarins shall remain under the King's jurisdiction as previously, but upon the five conditions established in the year 1772. 3. That the King shall promise and accept to settle the claim of the King of Travancore regarding damages suffered at Dewersa. 4. That the King of Cochin shall ask the Company's pardon for what has happened, and shall strictly observe the Treaties for the future. 5. That the King shall return all that was carried away from the Canarin Pagoda to the same, and instead of the old title deeds for real estate that were lost during the plundering, shall grant new ones free of charge. 6. That on the other hand, the Company shall return to the King his Palace inland, along with all that was found therein. These articles were subsequently elaborated, and at our meeting on 11 March were laid down as a basis for further negotiations, as appears more fully from the secret Resolution into which they have been inserted. Opposition and new demands of the King. §168. But however fair and moderate these were, the King, to whom Mr. Powney had sent a Malabar translation thereof, would not acquiesce therein, but sought in a very discursive letter to that gentleman not only to call into question our recognized rights regarding the Christians and Canarins, but also to confuse the pending disputes even more with new demands. For regarding the Christians, he desired that the arrangement proposed by him, of which extensive mention is made in our secret Resolution of 11 March last, should take effect; regarding the Canarins, he sought to limit our protection solely to the treasury of the Temple, to its Priests and Chiefs; at the auctions he wished henceforth to have Commissioners, and at the collection of the lease moneys and the inspection of vessels his own overseers; the fanams should henceforth be minted in the Palace; on Mattancherry we should no longer place guards; and further other innovations. A letter with our annotations is transmitted. Instruction for our Commissioner. Continued. §169. All of which Your Excellencies may see further in the Dutch translation of that letter, which is recorded in our Resolution of 19 April, with the marginal annotations for the guidance of our Commissioner. §170. But since the King therein among other things also demanded that the houses and gardens ruined on this occasion, missing goods, and felled coconut and areca trees should be paid for by the Company: our Commissioner was verbally instructed, when treating of the sixth article concerning the surrender of the Palace and confiscated goods, expressly to stipulate that the King must content himself with the goods according to the Inventories made thereof, and should not bring forward any further demands for more goods and revenues, as well as for compensation for damages, in return for which the Company would likewise waive its demand for expenses. §171. Lastly, the repeatedly mentioned Commissioner was also further verbally instructed to direct the negotiations with the King at the forthcoming reconciliation in such a manner that no new contract or other written document would be framed from it, but that everything would be concluded verbally upon the old treaties, in order thereby to avoid as far as possible the guarantee of the English Company and its influence on our affairs for the future. Negotiations with the English Commissioner and with the King. §172. Our Commissioner accordingly held several conferences with Mr. Powney, and brought him so far that he not only recognized the validity of the Company's demands, but was also convinced that the aforementioned claims of the King did not belong to his commission, but ought to be rejected. §173. Everything having been prepared in this manner, the conference with the King in his Palace at Anjekaimaal took place on [illegible] April, wherein all disputes, pursuant to the just-mentioned Instructions, were settled and resolved solely verbally and upon the treaties.

Dutch transcription

konferentsie tusschen den Goeverneur en den Engelschen kommissaris Hoofdartikelen tot de reconciliaatsie „noemden Engelschen Kommissaris te meermaalin„ deeze zaak in het partikulier te onderhouden en hn „dekken, dat de eischen van de onafhanglijkheid de Kanarijns, en de restituutsie der ongelden groote begen „spraak ontmoeten, en, als men daar op staan bleef, ge „genheid geeven zouden, tot het afbreeken der onderla „delingen, en tot verdere verwijdering, waar van men gevolgen door het admitteeren van de Engelsche mellang blijken § 137 en volgg getragt had te verhoeden, hij d „poneerde dus meerm: Kommissaris, met hem over de van ons geproponeerde artikelen in konferentsie s treeden, en dezelven tot de aanstaande onderhend „ling - met den koning te prepareeren. §166. Dit nam den 3=e Maart gevolg, en toen wierden de voornaamste hoofdartikelen vastgesteld, om tot een grondslag van de rekonciliaatsie te dienen, 1. Dat de Inlandsche Christenen 's komp:s vand zijn, en zonder verandering blijven, mitsgs des de Traktaaten, en bij de konventsie van 173 bedongene voorrechten genieten zullen. 180 §167. „n bij de Resoluutsie geinje= 9 2. Dat de kanarijns, gelijk bevoorens onder 's Konings Jurisdiktsie blijven zullen, doch op de vijf kon„ „dietsien in het jaar 1772. vastgesteld. Dat de koning belooven en aanneemen zal, de pretensie van den koning van Trevankoor, we„ „gens geleedene schaade bij Dewersa aftemaaken. Dat de koning van Koetsiem de komp: over het gepasseerde exkus verzoeken, en voor den aan„ „staanden de Traktaaten stipt onderhouden zal: Dat de koning al het geen uit de Kanarijnsche Pagood ontdraagen is, aan dezelven terug geeven, en in steede van de oude koopbrieven van vaste goederen, die bij de plundering verlooren zijn, =nieuwen gratis verleenen zal. Dat daar en tegen de komp: aan den Koning zijn Palijs in landen, met het geen daar in gevonden is, terug zal geeven. Deeze Artikels wierden vervolgens geextendeerd, en in onze bij eenkomst op den 11=e Maart tot een basis gelegd van de verdere onderhandelingen, zoo als breeder blijkt bij de sekreete Resoluuitsie Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaandedor WelEdelen Hoog Jndiase Regeering gediete k oe en seh benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren bidende Heere. Gededuceert Aan Hat 3. 4. 5. 6. tegenkanting en nieuwe Eischen van den Koning. Resoluitsie, waar bij zij geinsereerd zijn. „§ 168. Doch hoe billijk en gemaatigd dezelven ook wan de koning, aan wien de Heer Poreij daar van malabaarsch translaat gezonden had, wilde dan niet berusten, maar zogt in een zeer wijdloopin brief aan dien Heer niet alleen onze bekende va nopens de Christenen en Kanarijns op schroem stellen, maar ook de zweevende geschillen me ammit eischen noch meer te verwarren. Want omtrent Christenen begeerde hij, dat de door hem geprop schikking, waar van bij onze sekreete Resoluus den 11=e Maart j: l: omstandig gesprooken is, stan grijpen, omtrend de kanarijns zogt hij, onze prot alleen tot de schat-kist van den Tempel in to Priesters en Hoofden te bepaalen; Bij de vergra wilde hij voortaan Gekommitteerden, bij de in „ring der pachtpenningen en het visiteeren de „tuigen zijne toezigters hebben; de fanems zo voortaan in het Palijs geslaagen worden; op Ma zoude wij geene wachten meer plaatsen, en ver andere n brief kningen gestuktie 1 181 en brief met onze aantee„ eningen gaat over spruktie voor onzen Ge¬ mes committeerde. Vervolg. andere nieúwigheeden. §169. Al het welk Uw Hoogedelheeden nader kunnen zien bij de nederduitsche vertaaling van dien brief, die bij onze Resoluútsie van den 19e. April ingeschreeven is, met de marginaale aanteekeningen tot naricht voor onzen Gekommitteerde §170. Dan dewijl de koning daar bij onder anderen ook eischte, dat de bij deeze geleegenheid geruineerde huizen en tuinen, zoek geraakte goederen, gekapte kokos- en areeks=boomen, door de komp: betaald zouden worden: zoo werd onze Gekommitteerde mondeling geinstrueerd, bij het han„ „delen over het sesde artikel, betreffende de overgaave van het Palijs en in beslag genoomene goederen, expres „te stipuleeren, dat de koning zich met de goederen, volgens de daar van gemaakte Inventarissen te vreede houden, en met geene nadere eischen van meerdere goederen en inkomsten, als mede van schaa vergoeding, ter baan komen zoude, waar tegen de Komp: van den Eisch van onkosten almede zoude afzien. §171. Laastlijk zoo werd meerm: Gekommitteerde ook noch mondeling Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering G Eijschte koo benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren hudende Heere. Gededuceert Aan manschappen en v Matt waar van wilde daar Resolu 339 in t8 prote stam oliut 729 en ver andere op Mal ems 2 onderhandelingen met den Engelschen Kommissaris en met den koning mondeling geinstrueerd, de onderhandelingen met koning bij de aanstaande verzoening zoodanigh „geeren, dat daar van geen nieuw kontrakt of ander geschrift geformeerd, maar alles bij monde„ de oude traktaaten afgedaan wierd, ten einderde door de garantie van de Engelsche Komp: en h invloed op onze zaaken voor den aanstaande zoo veel mogelijk te vermeiden. §172. Onze Gekommitteerde hield dienvolgende versphu konferentsien met den Heer Porneij, en bragt ha in zoo verre, dat deeze niet alleen de gegrondh van 'skomps eischen erkende, maar ook overtuig dat de voorwaards opgenoemde pretensien van den „ning tot zijne kommissie niet behoorden, maar op „zen moesten worden §173. Alles in deezer voege voorbereidt zijnde, nam opte April de konferentsie met den Koning in zijn Pal„ Anjekaimaal gevolg, waar in alle geschillen, naer eeven gem: Instruktsien, eenlijk bij monde en op de traktaaten, afgedaan en bijgelegd wierden. zoo ngarve zenk omna

NL-HaNA_1.04.02_3980_0467 view scan ↗

English

182 the report thereof. handing over of the Palace. request for approval and for further orders Paragraph 174. As your High Excellencies may please to see in more detail from our secret Resolution of 19 April, in which the written report of the repeatedly mentioned Cellarius has been inserted, and the convention concluded has been approved by us. Paragraph 175. The Palace and the goods therein have consequently been handed over to the King's Ministers, and His Highness, who in the meantime made a journey to Fritsjoer, is shortly expected in the same, whereupon he will pay the first visit to the Governor. Paragraph 176. We hope that your High Excellencies will judge favorably and approve these our proceedings, in accordance with the circumstances in which we find ourselves. Paragraph 177. Yet we find ourselves at the same time obliged to make known to Your High Excellencies our apprehension that the refractory and spiteful nature of the King will cause continuous unrest, and will not cease to violate the privileges of the Company in all manner of ways, and in particular to disturb and mistreat the Native Christians, wherefore [illegible] Wherefore we respectfully request your High Excellencies to equip us with your highest honored orders how we shall have to conduct ourselves in such a case for the maintenance of the Company's privileges, whilst we remain with all respect and fidelity. Below stood: High Noble, highly respected, Sovereign Lord and Honorable, Valiant Sirs. Your High Excellencies' humble and faithful Servants. Signed: J. G. Van Angelbeek, J. L. Van Spall, G. G. Gebhardt, J. W. H. Van Rossum, J. A. Cellarius, W. V. Haesten, and Arnoldus Lunel. In the margin: Cochin, the [illegible] 1792. Agreed. Arnoldus Lunel [illegible] 183 Sunday, 11 March 1792. After church time. Present The Honorable, Valiant, Highly Respected Sir, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director Johan Gerard Van Angelbeek, The Honorable Major and Head of the Military Godlieb George Gebhardt, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Master Jan Willem Hendrik van Rossum, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, The Honorable Junior Merchant and Dispenser Willem Van Haesten, The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police, Arnoldus Lunel. Absent due to indisposition: The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, The Honorable Pay Bookkeeper Jacobus Adrianus Eversdijck. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the City of Cochin In this extraordinary meeting convened for this purpose, the Lord Governor made known that the negotiations concerning the well-known disputes with the King of Cochin, under English mediation, had been standing still for some time, because the Honorable Second van Spall, who had been commissioned thereto at the session of 1 February last, and had also held two conferences with the King at Tripoentorre, and two meetings with Mr. Powney, as Commissioner-Mediator, at his house, had been prevented by the gout from continuing them; and although he [illegible] now began to improve, he would not be able to attend to it for the time being, and that the matter, however, could brook no delay until his complete recovery, wherefore His Honor now proposed to commission the fellow member Johan Adam Cellarius in place of the said Second to continue the negotiations. Whereupon, after deliberation, it was resolved and agreed to discharge the Honorable Second van Spall, on account of indisposition, from this commission, and to commission the Honorable Cellarius in his place, and to give notice thereof to the English Commissioner by letter. Hereafter two written reports of the Honorable Second were read regarding the conferences held with the King on 18 and 24 February last, reading as follows: To the Honorable, Valiant, Highly Respected Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director on the Coast of Malabar and Dependencies thereof. Honorable, Valiant, Highly Respected, Highly Esteemed Lord! The undersigned has the honor respectfully to inform Your Honorable, Valiant, Highly Respected Lordship that he, with the English Gentleman Powney, departed on the 18th of this month in the morning at half past seven o'clock for Angekaimaal

Dutch transcription

182 het rapport daar van. ng gave van het Palijs. verzoek om approbaatsie en om nadere beveelen §174. Zoo als uw Hoogedelheeden dit omstandiger gelieven te zien, bij onze sekreete Resoluutsie van den 19=e April, waar bij het schriftlijk rapport van meerm: Cellarius ge= „insereerd, en de geslootene konventsie van ons geappro= „beerd is. §775 Het Palijs en goederen in hetzelve zijn dienvolgende aan 's konings Ministers overgegeeven, en zijn Hoogheid, die middelerwijle eene togt naar Fritsjoer gedaan heeft, word binnen korten in hetzelve verwacht, wanneer hij bij den Goeverneur het eerste bezoek zal afleggen. § 176. Wij hoopen, dat uw Hoogedelheeden deeze onze verrichtingen, navolgens de omstandigheeden, waar in wij ons bevinden, gunstig beoordeelen en goedkeuren zullen. §177. Doch vinden ons tevens verplicht, Uw Hoogedelheeden onze beduchting te kennen te geeven, dat de weerbargtige en wreevelige in borst van den koning geduurige on¬ „rust verwekken, en niet ophouden zal, de voorrechten van de komp: op allerlij wijze te violeeren, en inzonderheid de Inlandsche Christenen te ontrusten en te mishandelen, weshalven Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaandedor WelEdelen Hoog 9 biete eoto an schae benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren dende Heere. Gededuceert Aan Jndiase Regeering e van 32 - Matl t mel g ling taande bragt heb gegrondt overtuijg sien van den maar op nam op de in zijn Pal„ en G Weshalven wy uw Hoog edelheeden erbiedignde ons te munieeren met Hoogst derzelver geëerde beveel„ wij ons in zulk geval, tot mainteru van s'komp:s voor zullen hebben te gedraagen, terwijl wij met alle en en trouwe blijven. /:onderstond:/ Hoogedelen „achtbaare Wijdgebiedende Heer en Wele Gestrenge Heeren. Uwer Hoogedelheeden Onderdaanige en getrouwe Dienaaren. /was get I: G: Van Angelbeek, J: L: Van Spall; G: G: Geb: J: W: H: Van Rossum, J: A: Cellarius, W: V: J en Arnold„s Lunel. / in margine/ Koet sien den 1792. Akkordeerd. Annord Lune Wader Schaep Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog G Eijschte ko benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren der de Heere. Gededuceert Aan happer Jndiase Regeering van Mall eerd 183 Sondag den 11=e Maart 1792. Na kerktijd. Present D. Weledele Gestrenge Grootachtbaare Heer, Raad ordinair van Nederlandsch Indien, Goeverneur en Direkteur Johan Gerard Van Angelbeek, HE: Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt, VE: koopman, Fiskaal en kassier M=r Jan Willem Hendrik van Rossum H: Onderkoopman en Pakhuismeester Johan Adam Cellarius, H: Onderkoopman en Dispencier Willem Van Haesten, H: Onderkoopman en sekretaris van polietsie, Arnoldus Lunel. dE: Heer Opperkoopman, secunde en Hoofdadminist=r Jan Lambertus van spall, V: soldijboekhouder Iacobus Adrianus Eversdijck. door indisposietsie. Jn deeze daartoe belegde buitengewoone vergadering gaf de Heer Goeverneur te kennen, dat de onderhandelingen over de bekende geschillen met den Koning van Koetsiem, onder Engelsche mediaatsie zeder eenigen tijd stel gestaan hadden, wijl D: E: sekunde van Spall, die daar toe ter sessie van den 1=e febr: jl: gekommitteerd was geweest, en ook twee konferentsien met den Koning op Tripoentorre, en twee bij eenkomsten met den Heer Powneij, als kommissaris Mediateur, aan huis gehouden had, door het podagra verhinderd was, dezelven voort te zetten, en of schoon hij Sekreete Resoluuitsie genoomen in Raade van Malabaar ter Stede Koet„ thans Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering G: Eijschte koop benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren dende Heere. Gededuceert Aan manschappen en va s Mall hem Absent. thans begon te beeteren, doch voor eerst daar toe onmogt zoude kunnen vaceeren, en dat de zaak echter geen uit kost veelen tot zijne volkomene herstelling, weshal zijn Edele als nu proponeerde in plaats van gem: seh het Medelid Johan Adam Cellarius tot het voortzee der onderhandelingen te kommitteeren. Waarop gedelibereerd zijnde: werd goedgevonden e verstaan, den E: sekunde van Spall, mits in dispotit uit deeze kommissie te ontslaan, en den E: Cellaria zijne plaats te kommitteeren, en daar van aan den schen kommissaris bij een brief kennis te geeven. Hier na werden geleezen twee schriftlijke rapporten den E: sekeende nopens de op den 18=e en 24=e feb: J:l: me koning gehoudene konferentsien, luidende als volgd: Aan den Weledelen Gestr: Groot achtb: d Johan Gerard van Angellan Raad Ordinair van Nederlands Indi Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar en Resorte van dien. Weledele Gestrenge, Grootachtbaare Hoogget De ondergeteekende heeft de eer Uwweledele Gestre Grootachtb: eerbiedig van bericht te dienen, dat hij den Engelschen Heer Porrneij op den 18=e deezer somo te half agt uur vertrokken is na Angekaimaal Heer! den

NL-HaNA_1.04.02_3980_0473 view scan ↗

English

184 the King of Koetsiem, who received us in the most friendly manner, and after the customary compliments were exchanged back and forth, Mr. Powneij said to His Highness, now that the meeting has taken place, I also hope that the settlement of the disputes and what is necessary to place things upon a firm footing of restoration will be settled in the best and most friendly manner. His Highness replied to this, how much better this matter seems to me, that this must now be laid open in public in this manner, and all the affairs between me and the Honorable Company, which have always remained secret between us, are made public. The subscriber answered thereto, I on my part wish to do everything possible to settle the disputes in the most friendly manner, and therefore I propose not to bring up all that has passed, as this will redound to no honor for the King and will be unpleasant for me to bring all those fatal events to light; thus it is better to proceed directly to the pacification and to what is necessary for satisfaction and redress, for which I, on my part, will produce the proofs of the rights of the Honorable Company. After many discourses had taken place back and forth on this, the King said it will be best that we merely endeavor to settle the affairs, and now place them upon such a firm footing that disputes can never again occur between us, and added thereto this parable: [illegible] parable: Two brothers indeed have disputes with one another, sometimes coming to the utmost severity, yet they become friends again and reconcile themselves; thus shall we also regard it between us. The subscriber agreed with this and requested permission to come to the matter, and to begin with the Christians who, according to the existing Treaty of 20 March 1672, stand directly under the protection of the Honorable Company, which since the year 1785 between the present Governor and the recently deceased King was further agreed upon and established, to leave the same unmolested and to demand no more from them than those rights that are stipulated therein. The King thereupon attempted, 1st, to obscure the word Maarkaka, which is known in the Treaties and signifies the subjects divided into three classes, namely, Toepaas, Moendokaars, and Mocquas, and that the Christians live in his country, are his tenants, and also perform various services in His Highness's gardens, so that they were obliged to help bear the burdens of his Kingdom just like his subjects. After many unfounded arguments from the King, upon which the subscriber repeatedly appealed to the existing Treaties and particularly to that of the year 1785, wherein everything is so clearly and firmly stipulated, 185 they finally arrived, through the intercession of Mr. Poorneij, at the following agreement. The King declares that the Maarkakaars are all the Christians and consist of Toepas, Moendokaars, and Mocquas, who are subjects of the Honorable Company and thus resort directly under the Honorable Company; that the previous treaties shall be renewed again; and that one shall stipulate herein the rights that are known in the Treaty of 1785, and the other small rights that were always and up to now collected by the King's ministers. The subscriber said to this, I do not know that other rights can or may be collected than those which are established in the Treaty of 1785. To this the King replied, five families of deceased captains will be able to confirm this, and the present captains Matoenni and Tjaandi shall also have to testify to this, that the Christians have always paid this voluntarily, that it is not noted in the Treaty of 1785 because there was no dispute about it, but only those articles were established therein concerning which the King was in disagreement with the Christians. The subscriber thereupon asked what those additional articles consisted of, which the Christians voluntarily paid and which were collected by the King's ministers. The King answered to this, these are various small matters, which I shall have specified in further detail by my Minister. Hereupon it was established that one, according to the truth thereof, [illegible]

Dutch transcription

184 den koning van Koetsiem, die op de vriendelijkste wijze ons heeft gerecipieerd, en naar het afleggen der gewoone komplimenten over en weer, zeide de Heer Powneij aan zijn Hoogheid, terwijl nu de zaamen komst heeft plaats gevonden, zoo hoop ik ook dat de afdoening der geschillen en wat noodig is om op een vaste voet tot herstel te stellen, op de beste en vriendelijkste wijze zal afgedaan worden. zijn Hoogheid repliceerde hier op, hoe better mij dit geval is, dat dit nu zoo in het publiek moet open gelegt worden en alle de zaaken tusschen mij en DE: kompanie, die altoor onder ons gesekreteerd gebleeven zijn, ruchtbaar worden De teekenaar antwoorde daar op, Ik van mijne zyde wil alles doen wat mogelijk is, om op de vriendelijkste wijze de geschillen afte doen en daarom proponeere ik om al het gepasseerde niet op te haalen, alzoo dit tot geen eer van den koning en onaangenaam voor my zal zijn om alle die fatale gebeurtenissen voor den dag te leggen dus beeter men direkt tot de bevreediging en wat tot satisfaktsie, en redres daar toe noodig is, dat van mijne zijde, daar toe de bewijzen tot het recht van d' E: kom panie zal produceeren. Nadat daar over en weder veele diskoersen voorgevallen zijn, zeide de koning het zal best weezen wyde zaa„ ken maar trachten af te doen, en nu op zoo een vaste voet stellen, dat noit weder disputen tusschen ons kunnen voorvallen, en voegde hier bij deeze ver„ gelijkenisse Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeering G. Eijschte Koop benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren idende Heere. Gededuceert Aan schappen van 32 Mat vonden isposiet achtb: 3 gellee Inde Ho Hooggeld dele Gestr gelijkenisse: Twee Broeders krijgen wel disputen met malkanderen somwijlen op het heevigst komen, doch worden weder vrienden en verzoenen zich, zoo zullen wy het ont ons ook aanmerken. De teekenaar avoueerde dit en verzogt verlof omdant de zaak te komen, en te beginnen met de Christen die volgens het leggende Traklaat van den 20 Maart 672 direkt onder de bescherming van DE: kompanie staan dat zeder in het jaar 1785 tusschen den tegenwoordigen Goeverneur en den jongst overleedenen Koning naderb was, en vastgesteld, om dezelven ongemolesteerd de en van hen niet meer te eischen als die gerechtigd die daar bij gestipuleerd zijn De koning trachte daar op 1. op het woord Maarkaka dat bij de Traktaaten bekend staat, en beteekend de so tenen in drie Classen verdeeld, als, Toepaas, Moens en Mocquas, te verduisteren, en dat de Christenin in zijn land woonen, zijne pachters zijn, ook in diverse diensten en sHoogheid tuinen beloopen, wy waaren de Lasten van zijn Rijk even gelijk zijne d daanen moeste helpen dragen. Naar veele ongegronde reedeneeringen van den B waarop de teekenaar bij herhaaling zich beriep op d leggende Traktaaten en byzonderlijk op die van jaar 1785: waar alles zoo duidelyk en vast gestipul 185 is, quaamen eindelijk met tusschen spraak van den Heer Poorneij, tot de ondervolgende overeenkomst. De koning verklaard, dat de Maarkakaars, alle de Christe „nen zijn en bestaan in Toepas, Moendokaars en Mocquas, die onderdaanen van DE: komp: zijn en dus direkt onder dE: kompanie sorteeren, dat de voorige traktaaten weder zullen gerenoveerd werden, en dat men hierbij zal stipuleeren de gerechtigheeden die bij het Traktaat van 1785: bekend staan„ en de ovrige kleene gerechtigheeden die door skonings Ministers altoos en tot nu toe ingevorderd werden. De teekenaar zeide hierop, jk weet niet dat andere ge„ rechtigheeden kunnen ofte mogen ingevorderd werden, dan die welken bij het Traktaat 1785: vast gesteld zijn„ Hier op repliceerde de koning, dit zal vijf families van overleedene kapitains kunnen bewaarheeden, en de pre„ sente kapitains Matoenni en Tjaandi zullen mede dit getuigen moeten, dat de Christenen dit altoos vrij= willig hebben opgebragt, dat het bij het Traktaat van 1785: niet bekend staat, om dat daar over geen disput was, maar eenlijk die artickels daar bij zijn vast gesteld, waarover de Koning met de Christenen in oneenigheid waarmn.- De teekenaar vroeg daarop, waar in die meerdere Ar„ tikels bestond, die de Christenen vrijwillig opbragte in door skonings Ministers ingevorderd wierde. De Koning antwoorde hier op, dit zijn verscheide klee„ nigheeden, die ik nader door mijn Minister zal laaten opgeeven. Hier op wierd vast gesteld, dat man na de waarheid van dien Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door de Wel Edelen Hoog Jndiase Regeering G. Eijschte ko benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren der de Heere. Gededuceert Aan anschappen 2 Matl het ont erd telv nader bin estaan Christin zij belo ik zijn pen 174 ook in de Moens den B berig op vastgeteije van

NL-HaNA_1.04.02_3980_0476 view scan ↗

English

will investigate this, and when the five families of the deceased captains, together with the two present ones, declare that the Christians have always and to this day contributed this voluntarily and the present Lord Governor approves this revenue, then this shall be stipulated in this new agreement. Upon this His Highness made known in a complaining manner how heavy his burdens presently were, especially the yearly contribution to the English Company, and that if additional expenses should fall due, whether through war without his guardian's fault, or other unforeseen contingencies, that in such case the Christians, especially those who cultivate his gardens, should contribute somewhat more in proportion with his subjects, but only with the consent of the Governor of Cochin, since nothing was mentioned thereof in the treaty of 1785. Mr. Powney highly approved that the Christians who rented these gardens should also contribute equally as other gardens of the king cultivated by His Highness's subjects, provided that otherwise, along with the Christians who possess their own gardens, they remained free of all burdens, save only those determined by the Treaties, and which the king according to old custom has received from the Christians to this day without any complaint ever being lodged against it; and it was argued that the Christians were indeed at liberty to leave those gardens, and that the king could dispose of his own land at his pleasure, provided the tenants were indemnified according to custom and 186 the money advanced for those gardens was returned to the tenants, which was acknowledged by the king and finally settled. That the Christians who hold gardens or lands of the king or of his subjects on lease or quitrent shall be subject, for as long as they wish to cultivate those gardens, to make the payment, just like the king's subjects. That in case of accidental unrest or other circumstances, the King is compelled to incur additional expenses for the security of his country, by which his subjects must contribute some additional burdens, in such a case the king shall request the Governor that the Christians who hold their gardens and lands in ownership or in perpetual lease may then contribute somewhat more in proportion with the king's subjects, which shall then be imposed on the Christians by the Governor. A short extract of this has been made in the Malabar language, which remains with the king, and the translation is annexed hereto, under this condition, that it shall first be investigated by the Government here whether the statement of additional burdens, which His Highness says has always and to this day been voluntarily contributed by the Christians, is investigated and verified; only then shall one proceed to the ratification of that new contract and take effect, of which, at my request, a note has also been kept by the king. The signatory asked the king whether one should now proceed to the matters concerning [illegible] concerning the Canarins and the Temple. The king replied to this: this is the least of it and can be settled most speedily, as the Canarins and the Temple stand directly under me, and the Company has nothing to say in it. The signatory replied to this that through the king's letters and further negotiations it would be verified and demonstrated what right the Company has to protect the Canarin and his temple. Upon this the king asked what I had to postulate concerning this. Answer: that satisfaction be given to the king of Travancore for the murder committed in the Candiaal of the Canarin Dewersa, standing between our guards, on which occasion the son of the Travancore Agent Renga Poi, who resides in His Highness's country, as well as the said Canarin Dewersa, who had some money from the king to purchase some goods for that prince, and which money was carried off by the murderers. Upon this the king became very angry and said that such cases of murder between the subjects of both Powers had taken place several times, which were even far worse than this one, and had always been settled among themselves. That if the King of Travancore felt aggrieved in this case, he should first address himself to him, and had no

Dutch transcription

dien zal onderzoeken, en wanneer de vijf families van de an overleedene kapitains nevens de twee presenten verklaar dat de Christenen dit altoos en tot heeden vrijwillg opge„ bragt hebben en de presente Heer Goeverneur deer opbrang billikt, als dan zal dit by deeze nieuwe overeenkomst„ stipuleerd werden. Hier op gaf zijn Hoogheid klaagender wijze te kennen hoe zwaar zijne lasten thans waaren, inzonderheid de Jaarlijxe opbrenging aan de Engelsche Komp„e en dat zoo wanneer in meerder ongelden mogten komen de vervallen het zij door oorlog buiten zijn vooghts schuld, oft ander onvoorziene toevalligheeden, dat als dan de Christenin in zonderheid die zijne tuinen beloopen, iets meerder opbrachte evenreedig met zyne Onderdaanen, doch niet dan met toestemming van den Goeverneur van Koetsin„ alzo bij 't traktaat 1785. daar niets van gemeld werd. De Heer Powneij billikte zeer, dat de Christenen dieffan tuinen in huur beliepen, ook gelik opbrachte als koning andere tuinen, die door 's Hoogh=dts Onderdaanen beloopen wierden, genoeg als ze ovrigens nevens de Christenen, die haar eige tuinen hebben, vrij van alle lasten waaren, h eenlyk die by de Traktaaten bepaald zijn, en die de koning volgens oude usantsie tot heeden van de Christenen vijsal ontvangt in noit teegen is gedoleerd geworden, en wierd n bereedenereerd, dat het immers de Christenen vrij stond, om die tuinen te verlaaten en den koning over zijne eig grond konde disponeeren na zijn welgevallen, mits de huurders schadeloos wierden gesteld naar usantsie en het 186 het voor uit verschootene geld op die tuinen aan de huurders wierd terug gegeeven, dat door den koning wierd geavoueerd en eindelijk vastgesteld. Dat de Christenen die tuinen ofte landerijen van den koning ofte zijne Onderdaanen in huur of leenpagt hebben, zullen onderheevig zijn, zoo lang zij die tuinen beloopen willen, de opbrenging moeten doen, even gelijk stonings onderdaanen „ Dat bij toevallige onlusten of andere omstandigheeden, de Ko„ ning genoodzaakt is meerder ongelden tot beveiliging van zijn land te moeten doen, waar door zijne Onderdaanen eenige lasten meerder moeten opbrengen, dat in zoo een geval de koning de Goeverneur zal moeten verzoeken, dat dan de Christenen die hunne tuinen en landerijen in eigendom of in erfpacht hebben evenreedig met skonings Onderdaan en iets meerder mogen opbrengen, dat dan door den Goeverneur de Christenen zal werden opgelegd. Hier van is in de Malabaarsche taale een korte uittrekzel gemaakt, dat onder den koning berustende is en het translaat hier bij geannexeerd werd, onder deeze mits, dat eerst door de Regeering hier zal onderzogt werden ofte de opgaave van meerdere lasten, die zijn Hoogheid zegdaltoog en tot heeden door de Christenen vrijwillig opgebragt, onder„ zocht en bewaarheid is; als dan zal men eerst tot de ratifikaatsie van dat nieuw kontrakt overgaan en standgrijpen, waar van op mijn begeerte bij den koning mede aanteekening is gehouden. De teekenaar vroeg den koning, of men nu tot de zaaken betreffende Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eijschte Koopmanschappen en benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren idende Heere. Gededuceert Aan Jndiase Regeering door den d va Mat v n t Chris senenv sant tsie en het mits de zijne eige vrij stond, vm die de konin waaren, h stenen, die beloopen koning diefkom erd. koetsien och niet meerder betreffende de kanarijns en de Tempel zoude overgaan De koning repliceerde hier op, dit is het minste en kan het schielikst afgedaan worden, alzoo de kanarijnsen da Tempel direkt onder mij staan, en de Kompanie neet n te zeggen heeft. De teekenaar repliceerde hier op, dat door skonings brien en verdere onderhandelingen zoude bewaarheeden in aantoonen, het recht dat de komp=e heeft om de kennin en zijne tempel te beschermen Hier op vroeg de koning wat ik hier omtrend te patu Antwoord, dat de koning van Trevankoor Satis fokek gegeeven werd over de gepleegde moord in de Iandiaalan den kanarijn Dewersa, staande teesschen onze wakk bij welke geleegenheid de zoon van den Trevankoorschen Agent Renga Poi, die in s Hoogh=ts land woonagtig em is, insgelijx gem: kanarijn Dewersa, die eenig geld vand koning had om eenige goederen voor dien vorst in te koopen, en die geldens door de Moordenaars zijn wegen Hier op wierd de koning zeer toornig en zeide, dat die gelyke moordgevallen tusschen beide Mogendheedens 8: derdaanen meermaalen heeft plaats gehad, die zelfs vo stimmer waaren, als deeze, en altoos onder hun waaren afgedaan. Dat zoo den Koning van Trevankoor zich hier in dit ge beleedigd vond, eerst bij hem moest addresseeren, en wa geen had.

NL-HaNA_1.04.02_3980_0479 view scan ↗

English

187 received no satisfaction, the Travancore would only then have the right to address the Company. That a treaty exists between those two rulers, whereby it is stipulated that in all such and other cases, the kings mutually, according to the state of affairs, shall give each other satisfaction. Therefore, if the king of Travancore comes to ask me for satisfaction, I promise the Company to comply therewith to the satisfaction of that ruler. The subscriber replied thereto that he accepted this, trusting in the king's word, and that he would report this to his Governor. Upon this, the subscriber further asked how the king had dared to presume to have such an atrocious murder committed between our guards. Answer: I expressly ordered my people not to harm the guards, and no harm was done to them either; I have only had a Canarese /Dewarsa/, who is my subject and lives on my territory, murdered on account of his great disobedience; that the Company is not authorized to have a guard there on his territory, and never has had one. Question: that I can very well demonstrate that the Company has the right to protect the Canarese and their Temple, but I suppose the Company were not an ally of the king and had nothing to say over the Canarese; then the Company would still have the right to oppose such murderous executions and obtain satisfaction, for no potentate will tolerate this from his neighbours. Respectful Answer Applied to the opposite by the Right Honourable High Demanded Merchandise required his Right Honourable Highly Esteemed Lordship The Right Deduced to the Indian Government 9 v Hael Lord. The subscriber thereupon asked Mr. Porneijof whether he ought not to avow his sayings. Answer, in substance: That is quite true, it is tolerated nowhere, and is contrary to humanity. Hereupon the king said, it is an accidental murder that was caused by my people, who intended to buy some goods from the aforementioned Dewarsa, when they got into a dispute with each other, whence this unfortunate case arose; but that did not merit directly attacking my Palace and cannonading it in such a manner, and posting such heavy guards on my territory long beforehand; one ought to have conferred with me before doing me such great shame and damage, and now my Palace is despoiled; never will the Government of Madras and the High Government at Batavia approve of this. I replied to this that we have written and requested several times to the king and his ministers to cease the acts of violence that were committed successively, but in vain; when finally the Minister of the king came to the house of the undersigned to negotiate about the disputes, and especially about the payment of the sugar cane, when the Heads of the pagoda /who represented the Canarese Nation/ were present, and it was then decided that the Minister within three days would produce the evidence that the Canarese were obliged to pay that duty, and had paid it several times; 188 the subscriber, in the presence of the Ministry, charged the Heads of the Pagoda that if the Minister should produce those proofs, the Canarese would then have to pay the double duty as punishment, to which they fully submitted. Upon this, the Subscriber requested the Minister to take care that the Canarese were left unmolested in the meantime, and that their houses were not disturbed by the Nairs. Which the Minister promised on his word and shook hands upon. Not two hours later, all the Canarese, both from the Canarese Bazaar, Angikaimaal, and elsewhere, came fleeing in troops to the city, making known by way of complaint that the Nairs had at that moment entered their houses, announcing in the king's name that if they did not pay that duty immediately, they would be transported in chains to Tripoenitorre. That these and more other improprieties and acts of violence occurred; that the subscriber finally, at his urgent request to Your Highness, received permission to send two Members of the Council to the king, to treat directly with His Highness about those disputes. That the Members Lunel and Eversdijck were also at the Palace with His Highness on the 13th of July 1797, but after a short discussion, without coming to any decision, His Highness dispatched the Members under the pretext Respectful Answer Applied to the opposite by the Right Honourable High Demanded Merchandise required his Right Honour The Right Honourable Highly Esteemed Lord. Deduced to the Indian Government Ve a t had

Dutch transcription

187 geen satisfaktsie kreeg, de Trevankoor dan maar eerst recht had, om zich bij de komp=e te kunnen addresseeren. Dat een traktaat tusschen die twee vorsten legd, waar bij vastgesteld is, dat in alle diergelyke en andere gevallen, de koningen over en weder naar bevinding van zaaken mal kanderen satisfaktsie zullen moeten geeven. Dus de koning van Trevankoor bij mij satissaktsie komt te vragen, beloof ik de kompe daar aan te zullen voldoen ten genoegen van dien vorst. De teekenaar repliceerde daar op, dat hij dat aannams vertrouwende op konings woord, en dat hij zijn Goeverneur hier van rapport zoude doen. Hier op vroeg de teekenaar verder, hoe de koning tusschen onze wagten had durven onderstaan, om zoodanig een gruwlyke moord te laaten pleegen. Antwoord ik hib mijn volk wel expresselijk aanbevoolen om de wagten niet aan te doen en zijn ook geen quaad gedaan, ik heb eenlyk een kanarijn /Dewarsa. / die mijn Onderdaan is, en op mijn grond gebied woond, om de wille van zijn groote ongehoorzaamheid laaten vermoorden; Dat de kompanie niet bevoegd is een wagt aldaar op zijn grond gebied te hebben en noit gehad heeft. Vraage, dat ik zeer wel kan demonstreeten, de kompaarie het recht heeft om de kanarijns en dies Tempel te beschermen, maar ik stel de Komp=e was niet een Bondgenoot met den koning, en hadde over de kanarijns niets te zeggen; dan zoude de komp=e noch het recht hebben om diergelyke moordodige exekuties tegen te gaan en satisfaktsie over te neemen, Want geen Potentaat zal dit van zijne Nabuuren dulden. De Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door welEdelen Hoog g' Eijschte Koopmanschappen benoodigt zijn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Edelheijd Den Hoog Gededuceert Aan Jndiase Regeer 9 v Hael Heere. De teekenaar vroeg daar op aan den Heer Porneijof tijden zijne gezegdens niet moeste avoueeren. Antwoord, in substantsie: Dat is wel waar, word nergens geh lereerd, en strijd tegens de C. humanite of menschlijkhe Hier op zeide de koning, het is een toevallige woord, da ontstaan is door mijn volk, welk eenige goederen voorn bij gem: Dewarsa zijn gaan koopen, wanneer zij met re kanderin verschil hebben gekreegen, en waar door de gelukkig geval ontstaan is, maar dat verdiende niet men direkt mijn Palais attakeerde en zoodanigst gekannoneerd en lang voor af zulke zwaare wasteng mijn grondgebied uit te zetten; men had mij wgla moeten onderhouden, eer men mij zulke groote schat en schaade aandeed, en nu is mijn Pallais wij ontroo„ noit zal de Regeering van Madras en de Hooge Regining te Batavia dit goedkeuren. Ik repliceerde hier op, dat men verscheide maalen den t ning en zijne Ministers hebben geschreeven en verzoch om de geweldenarijen, die sukcessivelyk geplaegd zijn me op te houden, maar vruchtloos, toen eindelyk de Ministe van den koning by den ondergeteekenden aan hus quan om over de geschillen te handelen en inzonderhid over het opbrengen van de suiker kana, wannen d Hoofden van de pagood /die de kanarijnsche Naatte presenteerden /. present waaren en toen beslooten in dat de Minister binnen drie dagen de beweizen zoud produceeren, dat de kanarijns verplicht waaren die g tigheid op te brengen, en verscheide maalen ook opgebrag hadden 188 hadden, heeft de teekenaar in presentsie van de Ministery, dal Hoofden van de Pagood opgelegd, om zoo de Minister die be„ wijzen quam te brengen, dat dan de kanarijns de dubbelde gerechtigheid tot straf zoude moeten opbrengen, waar aan zij zich volkoomen onderwierpen. Hier op verzocht de Teekenaar aan den Minister om te zorgen; dat de kanarijns zoo lange ongemolesteerd ge„ laaten wierden, en dat haare huizen door de Naëros niet wierden ontrust. Dat de Minister op zijn woord beloofde en de hand gaf. Geen twee uur daar na quamen alle de kanarijns zoo van de kanarijnsche Bazaar, Angikaimaal en elders bij troupen na de stad vlugten, klagen der wijze te ken nen geevende, dat de Nairos op het oogenblik in haare hui zen waaren gekomen, met aanzegging uit kkonings naam„ dat zo zij die gerechtigheid niet aanstonds opbragten, in de ketting naar Tripoenitorre zouden vervoerd worden. — Dat deeze en meer andere onbetaamlijkheeden en ge„ pleegd geweld is voorgevallen, dat de teekenaar ein= =delijk bij uw Hoogheid op zijn dringend verzoek verlof gekreegen heeft om twee Leden van den Raad bij den koning te mogen zenden, om direkt met zijn Hoogheid over die geschillen te handelen. Dat de Leden Lunel en Eversdijck op den 13=e Juli 1797: aan het Palais bij zijn Hoogheid ook geweest zijn, maar na eene korte verhandeling, zonder tot eenige beslissing te komen, heeft zijn Hoogh=t de Leden geexpedieerd; onder voorgeeving. Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog 9 Eijschte koop hanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Gededuceert Aan Jndiase Regeer Ve a t had

NL-HaNA_1.04.02_3980_0482 view scan ↗

English

pretense that he was indisposed, and that he would summon the Members closer to him. Since then, the king has not summoned the Members and has continued to molest the Canarese and also the Christians, whereby we were compelled to place a guard and subsequently a strong detachment at the Canarese Bazaar near the Temple for protection, and finally the murder occurred between our guards in Mattancherry, by which the Mighty Company and the arms of Their High Mightinesses have been so injured that we could not delay for a moment in taking our rightful satisfaction, and as His Highness, with the arrival of our Governor, was unwilling to satisfy the demanded equitable satisfaction, the further consequence of this was the taking of the Palace, etc. The king replied to this that the reason he had given the Members their dispatch so abruptly was because they were so impertinent toward him that he could not endure it and it made him indisposed, and for that reason he did not summon the Members closer to him, but it has now come to this, and he hopes that through the mediation of Mr. Porney everything will now be placed on a firm footing, whereby disagreements between the Kingdom and the Company will never again be able to occur. 188 The subscriber attested that the Company had always wished for that and still seeks to contribute its share toward it. Hereupon the subscriber requested permission to demonstrate further the right that the Company has to protect the Canarese and their Temple, which now serves to be placed on a firm footing: First, to bring back into the Temple that which was carried away from it, and to indemnify the Company for the expenses which they were compelled to incur due to these disturbances. The king said to that, he who placed the first guard at the Canarese Bazaar is the cause thereof, and that was done not by the Company, but by the Government at Cochin. The subscriber replied to this: the king himself placed the first guard there, and after we complained about it several times and showed that that guard was molesting the Canarese there, we thereupon placed our guard there and made yours depart from there. Answer: I have always had a guard there. The subscriber replied to this that the king has never had a guard there, but indeed near the Palace, where the mandaps are erected for holding mourning feasts, and that on that occasion we even proposed to Your Highness to have the guard posted from there to that place. The king said to that: a guard of the Company’s lascars was posted near the Pagoda before my guard was placed there. Answer: Respectful Answer Fitted to the adjacent by Right Honorable High D. Demanded Merchandises required his Right Honorable Honorable Great Respectable Lord. ness The High Deduced To troops Indian Government from Matt Answer: we assigned some lascars to the Chiefs of the Pagoda at their request, for the collection of the revenues of their lands belonging to the Temple, and for no other purpose. Your Highness at that time complained to us that the Chiefs of the Pagoda had erected an ola guardhouse near the Temple, in which a guard of lascars was stationed. I thereupon reproved the Chiefs of the Pagoda about this, who pretended that they had erected a small hut there against the heavy rains, not as a guardhouse, but for shelter for the lascars whose turn it was to make the collection. That so-called guardhouse was immediately demolished on my order and detailed to Your Highness; the Canarese have been strictly forbidden to erect any structures for that purpose any more, under serious command that they may use the lascars for no other purpose than solely for the collection of the Pagoda revenues, under the threat that the lascars will be taken away from them. Whereupon the Chiefs of the Pagoda attested that they had never used the lascars for other purposes and would strictly obey the orders. The king asked thereupon, why were the Canarese not punished for that! Answer: 190 Answer: because that act was not so grave, and if they had violated the order, they certainly would have been punished for it. Hereupon I presented to the king the Olas Nos. 7 and 2, which demonstrate the right we have over the Canarese and their Temple; His Highness read them with great attention, and also let his Ministers who were present there read them, whereupon a long conference took place among them in silence, and then the king said: these Olas are nullified by the signed Ola of Cession of the Honorable Mr. Moens, which His Highness showed to me. The subscriber replied to this: I must confess that it appears to be the signature of the Honorable Mr. Moens, and requested that the contents thereof might be read by the Interpreter. This Ola being very old and fully written on both sides, required a long time, but the Minister searched for the Article concerning the Canarese and read its contents, consisting in substance: The Company cedes to the king of Cochin and his descendants the right they held over the Canarese and their Pagoda. I said thereupon to the king: I have no knowledge of this Ola, and it seems incomprehensible to me, since the proofs I have shown to Your Highness, and from which it appears that the right over the Canarese has not been ceded, are from the same year and differ little in date with Respectful Answer Fitted to the adjacent by Right Honorable High Indian Government D. Demanded Merchandises required his Right Honorable Honorable Great Respectable Lord. ness The High Deduced To From Ha Answer

Dutch transcription

voorgeeving, dat onpasselijk was, en de Leden nader ze laaten bij Hem komen. Zeder heeft de koning de Leden niet laaten roepenan voortgegaan met de kanarijns en ook de Christenen te molesteeren, waar door wij genoodzaakt zijn geang een wacht en vervolgens een sterk de texchement op d kanarijns Bazaar bij de Tempel tot beschermingh leggen, en eindelijk de moord tusschen onze waekken Mattenseeri voorgevallen, waar door de Machtige Kompanie en de wapenen van Hun Hoog Hoogma zoodanig geledeerd zijn, dat wij geen oogenblekken konden tardeeren, om onze rechtmatige satisfasse te neemen, en terwijl zijn Hoogheid met de kompe onzen Goeverneur aan de geeischte billijke satsfe niet heeft willen voldoen, is het verder gevolg va het neemen van het Pallais enz: De koning repliceerde hier op, dat ik de Leden zood lyk hunne depeche hebbe gegeeven; was om dat da k zoo inpertinent tegen mij waaren, dat ik niet verdw konde en mij onpasselyk maakte, en daarom hebbe niet nader de Leden bij mij verzocht, maar het be 'er nu toe, en ik wil hoopen door de madiaattie den Heer Porneij nu alles op een vaste voet zal gep worden; waar door noit meer oneenigheeden tusselen Rijk en de kompanie zullen kunnen voorvallen 188 De tiekenaar betuigde, dat de komp: dat altoos gewenscht had en noch daar toe het haare tracht te kontribueeren. Hier op verzocht de teekenaar verlof om verder aan te toonen het recht, dat de Komp=ie heeft om de kanarijns en dies Tempel te beschermen, dat nu op een vaste voet diend gesteld te worden: Eerst het ontdragene uit de Tempel wederom te brengen in dezelve, en de komp=e schadeloos te stellen in de ongelden die zij door deeze onlusten genoodzaakt zijn te doen. De koning zeide daar op, die de eerste wagt op de kanarijnse Bazaar gelegd heeft, is oorzaak daar aan, en dat heeft niet de komp:, maar de Regiering op koetsiem gedaan. De teekenaar repliceerde hierop, de eerste wagt heeft de koning zelfs daar geplaatst, en naar dat wij verscheide maa„ len daar teegens hebben gedoleerd en aangetoond, dat die wacht de kanarijns aldaar molesteerde, hebben wij daarop onze wacht daar gelegd, en de Uwe daar van daan doen gaan. Antwoord, ik heb daar altoos een wacht gehad. De teekenaar repliceerde hier op, dat den koning daar noit geen wacht gehad heeft, maar wel bij het Palais, alwaar de Mandoes tot het houden der rouwfeesten opgeslagen worden, dat wij bij die geleegenheid zelfs uw Hoogheid hebben voorgeslagen, om de wacht van daar naar die plaats te laaten stellen. De koning zeide daarop, een wacht van skomp=s Laskorijns is bij de Pagood gesteld, voor dat mijn wacht daar ge= plaatst was. Antwoord Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G. Eijschte Koo benoodigt zijn Hoog Edel Edelen Groot id Achtbaaren Heere. heijd Den Hoog Gediduceert Aan manschappen Jndiase Regeer va s Matl Antwoord wij hebben de Hoofden van de Pagood eenig zee op hun verzoek toegevoegd, tot het invorderen der sten van hunne landerijen aan den Tempel behoor„ en tot geen ander einde. Uw Hoogheid heeft in die tijd zich bij ons bezwaard, de Hoofden van de Pagood een Olasse wacht bij de van de Tempel hadde opgeslagen, waar een wacht Laskorijns in lag. Jk heb daar op de Hoofden van de Pagood daar over om houden, die voorgaven, dat zij voor de zwaare rugu kleene huisje aldaar hadden opgeslagen, niet tot eens maar tot berging van de Laskorijns, die de beurt hadd om de invordering te doen. Dat zoo genaamde wachthuisje is onmiddelijk op mij order afgebrooken en Uw Hoogh=d omstandig bedeeld kanarijns zijn op het scherpste verbooden geen gebro tot dat einde meer te mogen opslaan, onder ernstig kommandaatsie, dat zij de Laskorijns tot geen and mogen gebruiken, als eenelijk tot het invorderen Pagoods inkomsten, onder dit dreigement, dat men Laskorijns haar zullen afneemen. Wanneer de den van de Pagood betuigden, zij noit te Laskorp tot andere eindens gebruikt hadden en stiptelijk orders zouden nakomen. De koning vroeg daarop, waarom de kanarijns voor niet gestraft! Antwoord 190 Antwoord, omdat dat feit zoo groot niet was, en zoo zijkow : order overtreeden hadden, gewis zij daar voor gestraft zouden zijn geworden. Hier op presenteerde ik den koning de Olassen N=o 7 en 2, waar bij blijkt het recht dat wij hebben over de kanarijne en dies Tempel; zijn Hoogheid, las dezelven met zeer veel attentsie, en liet zijne Ministers die daar present waaren, ze ook leezen, wanneer onder haar eene lange konferentsie, in stilte voorviel, en toen zeide de koning, deeze Olassen ver vallen door de geteekende Afstand-Ola van den Edelen Heer Moens, die zijne Hoogheid mij vertoonde. De teekenaar repliceerde hier op, Ik moet bekennen dat de teekening van den Edelen Heer Moens scheint te zijn, en verzocht dat door den Tolk den inhoud daar van mogte geleezen worden. Deeze Ola zeer oud zijnde en van weerskanten vol beschreeven, hoorde lang tijd toe, maar de Minister zogt het Artikel betreffende de kanarijns op, en las dies in houd, bestaande in substantsie: DE: kompanie staat aan den koning van Koetsiem en zijne nakomelingen af het recht, dat zij op de kanarijns en hunnen Pagood gehad hebben. Jk zeide daar op aan den koning, van deeze Ola draag ik geen kennis, en kom mij onbegrijplijk voor, alzoo de bewijzen die ik uw Hoogheid vertoond hebbe, en waar uit blijkt, dat het recht van de kanarijns niet afgestaan is, van het zelfde jaar zijn en van datum weinig verscheele, met Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeer G. Eijschte Koopmanschappen benoodigt zin Hoog Edel Edelen Groot Achtbaaren Heere. heijd Den Hoog Gededuceert Aan Va se Ha Antwoord

NL-HaNA_1.04.02_3980_0486 view scan ↗

English

with that of your Highness, from which it was read that the Canarins and their Temple were completely ceded, I therefore request a copy of this in order to examine this great dispute more closely, and until then we must suspend our meeting, which, however, will be as soon as your Highness will determine. It is now five o'clock and we will therefore not be able to accomplish much more, as his Highness will also be tired. The King replied to this: I will have a copy of the Cession Ola and five other proofs, showing that the Canarins and their Temple are completely under me, written out and sent to you tomorrow morning at eight o'clock, and when the matters are settled and concluded, I will present the originals thereof even to the Governor myself, and I wish to finish for now, for I have consumed nothing yet this day; appointed the next conference for Tuesday next in the morning, and thereupon took leave of us in the most friendly manner, declaring that the incident grieves him so sorely, and that he will try to forget as much as possible, that the Company can be assured that he will bear no hatred or grudge in his heart against anyone without distinction, and expects that we will have the same good intentions towards his Highness. Having given the strongest assurances of this in return, his Highness offered us his hand, and we departed with all the customary honors, just as we had received upon our arrival. The other negotiations, being not pertinent to the matter and excessively lengthy, are excused in order not to detain Your Honorable Valiant Great-Revered's attention for too long. The signatory has, to the best of his modest abilities, attempted everything possible to give satisfaction to Your Honorable Valiant Great-Revered, and according to your highest intention to bring matters to a speedy conclusion, wherein I hope, awaiting God's blessing, to succeed further. Has the high honor to be with the most dutiful respect. Was written below: Honorable, Valiant, Great-Revered, High-Ruling Lord! Your Honorable Valiant Great-Revered's Dutiful and Obedient Servant, signed: I: L: van Spall, In the margin: Cochin the 19th of February 1792. — To the Honorable, Valiant, Great-Revered Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of the Malabar Coast etc. etc. Honorable, Valiant, Great-Revered, High-Ruling Lord! Five days after our conference, namely on the 24th of this month, the meeting was held once again in the Palace of the King of Cochin at Angekaimaal, where we, after paying the usual compliments, continued the thread of our negotiation concerning the Canarins. For the sake of brevity, I will set down here with all respect my address and the reply of the King, together with the intervening arguments and observations of the English gentleman Powney. The extract from the Ola of the Honorable Mr. Moens of February 1772, by which Your Highness has attempted to argue that the Canarins were completely ceded to Your Highness, Your Highness has only partially submitted and thereby concealed that the permission which the Company or Governor Moens granted therein is bound by five conditions, wherein it is expressly stipulated that the King may not impose new burdens upon the Canarins, much less mistreat or arrest them, nor take funds from the Pagoda, nor appoint or dismiss Priests or Headmen, without the special consent of the Honorable Company; that Your Highness accepted this by letter and further acknowledged it by letter to my Governor of 30 December 1790; that this will be sufficient to show that the Canarins and their Pagoda have not been completely ceded to Your Highness, but that we retain the right over them, and that we are obliged to act if Your Highness violates the five stipulated Articles, as Your Highness has done, and if desired, I shall prove it instantly; and that I request that this original produced by the Honorable Mr. Moens to me in our previous conference may be read aloud in our presence and a copy taken thereof. The King Attempted to gloss over this in all manner of ways, and through the joint persuasion of Mr. Powney, the original Ola was read aloud, and a copy thereof was taken by us. Mr. Powney Is convinced that we have had the right to hear the complaints of the Canarins and to protect them. The Second That if the King had heeded our complaints repeatedly presented to his Highness, both by letters, by sending this Interpreter Truijers, and finally two Members of our Council to Your Highness, then surely the disputes would not have escalated so far, of which Your Highness is the cause, since no heed was paid to all our requests and protests, but you proceeded to disturb the Canarins and the Christians and commit acts of violence against them. The King I do not know that I have acted against the treaties; the Canarins rebelled against me, they are my subjects, I could not tolerate that, and they were given more credence by the Gentlemen of the city than I myself, for I have written more than once to the Council that I have not acted against the ancient usages, and that ought to have earned credence with the Council. The Second No one is believed in his own cause, and while we have the right to be able to hear the Canarins, Your Highness ought to have produced the proofs against them, but not to the Canarins.

Dutch transcription

met die van uw Hoogheid, waar uit geleezen is, dat de h rijns en hunner Tempel ten eenemaal afstand e gedaan zoude zijn, dus verzoek ik kopij van deen om nader dit groot geschil te kunnen onderzoe en zoo lange zullen wij onze bij eenkomst moe opschorten, dat echter zoo spoedig zal zijn, als„ Hoogheid zal komen te bepaalen. Het is nu vijf uur en wij zullen dus niet veel m kunnen uitvoeren, daar zijn Hoogheid ook m vermoeid zal weezen. De koning repliceerde hier op, ik zal kopij van de Afstand Ola en noch vijf andere bewijzen, waart dat de Kanarijns en dies Tempel ten eenemaal mij staan, laaten afschrijven, en uw morgen ogse om agt uur toezenden, en wanneer de zaaken z zijn geschikt en afgedaan, zal ik de origineelen dien zelfs aan den Goeverneur vertoonen, in wensch zelfs om nu uit te scheiden, want ik h deezen dag noch niets genuttigd; bepaalde de tre konferentsie op Dingsdog aanstaande smorgens teg en gaf ons daar op, op het allervriendelijkst ons afs onder betuiging dat het voorgevallene hem zoo har leet doet, en dat zal trachten zoo veel hem mogt te vergeeten, dat de kompanie verzeekerd kan zijn geen haat of rijd over iemand zonder onderschi in zijn hart zal dragen, en verwacht dat wij den goede 191 goede voorneemen omtrend zijn Hoogheid zullen hebben. Hier van over in weder de krachtigste verzeekering gegeeven hebbende, reikte zijn hoogheid ons de hand toe, en vertrokken met alle de gewoonlijke eerbewijzinge, zoo als wij bij onze komste ook gehad hebben. De oorige onderhandelingen niet ter zaake dienende en al te langdraadig zoude zijn, worden om Uwweledele Gestr: Grootachtb: attentsie niet te lang op te houden, geexkuseerd. De teekenaar heeft na zijne geringe vermoogens getracht al wat mogelijk is om uwweledele Gestr: Grootachtbaare genoegen te geeven, en naar hoogst deszelfs intentsie de zaaken tot een spoedige afdoening te brengen, daar verhoope /onder afwachting van Godes zeegen / verder in te zullen reusseeren. Heeft de hooge eer met de schuldigste eerbied te zijn. /:onderstond/ Weledele, Gestrenge, Grootachtb: Hooggebiedende Heer! Uwer Weledele Gestr: Grootachtb: Trouwschuldige en Gehoorzaame Dienaar /getz:/ I: L: van Spall, /in margine/ Koetsiem den 19=' Februari 1792. — Aan den Weledele Gestrenge Grootachtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Ordinair van Nederlands Jndia, Goeverneur en Directeur ter kuste Malabaar &c: &c: Weledele, Gestrenge, Grootachtbaare Hoogebiedende Heer! Vijf dagen naar onze kon„ entsie ofte op den 24=e deezer was andermaal de bijeenkomst in het Paleis van den Koning van Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G. Eijschte Koopmanschappen benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot eide Achtbaaren Heere. Gededuceert Aan Jndiase Regeering d Va ise Hal goede van Koetsiem op Angekaimaal, alwaar wij naar aflegn gewoone komplimenten den draad onzer verhandeling de kanarijns, vervolgde. Ik zal hier kortheidshelben alle eerbied mijn aanspraak en antwoord van den ker met de daar bij tusschen vallende reedenen en aanmer van den Engelse Heer Pownij nederstellen. Het extrakt uit de Ola van den Edelen Heer Moins van d Februari 1772; waar door Uw Hoogheid heeft tradtenh weeren, dat de kanarijns ten eenemaal aan Uw Hoog hid afgestaan, heeft uw Hoogh=d maar gedeeltlijk verleenden bij verzweegen, dat de vergunning die de komp: of di verneur Moens daar bij gedaan heeft, is verbonden vijff kondietsies, waar bij wel uitdruklyk bedongen dat de koning de kanarijns geen nieuwe lasten opf mag, veel minder mishandelen of arresteeren, das gelden uit de Pagood mag ligten, Priesters of Hoofdm aanstellen of afzetten, zonder speciaale toestemm van DE: komp:, Dat Uw Hoogheid Lij brief van den H dit geakcepteerd heeft en nader geavoueerd bij brief mijn Goeverneur van den 30: xber: 1790: Dat genoeg zal zijn, de kanarijns en hunne Pagood aan Um niet ten eenemaal is afgestaan, maar wij het reeh over behouden, en dat verplicht zijn te ageeren, Uw Hoogheid de vijf bedongene Artikelen komt ta om gelijk Uw Hoogh=d gedaan heeft, en des begeerende, op h blik bewijzen zal; en dat ik verzoek deeze origineele den sekunde geproduceerd, in onze presentsie mag opgeleezen en kopij van genoomen werden den Edelen Heer Moens aan mij in onze vorige konferentsie Den koning Heeft dit op allerhande wijze zoeken te verbloemen, en door mede persuaatsie van den Heer Porneij is de origineele Ola opgeleezen, en door ons kopij van genoomen De Heer Porneij Is overtuigd dat wij het recht hebben gehad de kanarijns hun„ ner klachten aan te hooren en die te beschermen. Dat zoo de koning onze klagte bij herhaaling aan zijn Hooghd gedaan, zoo bij brieven, met het zenden van deezen Tolk Truijers, en eindelijk twee Leden uit onzen Raad aan uw Hoogh=d, dat dan gewis de geschillen zoo ver niet zoude ge= reezen zijn, daar Uw Hoogh=d de oorzaak van is, alzoo op alle onze verzoeken en protestaatsies geen acht geslagen wierd, maar bent voortgegaan met de kanarijns en de Christenen te ontrusten en geweldenarijen aan te doen. Jk weet niet dat ik teegens de traktaaten gehandeld heb, de Kana„ rijns zijn tegens mij opgestaan, dat zijn mijn onderdaanen, dat heb ik niet kunnen verdraagen, en die zijn door de Heeren van de stad meer geloof gegeeven, dan aan mij zelfs, want ik heb meer als eens den Raad geschreeven, dat ik tegens de oude usantsies niet gehandeld heb, en dat moest geloof by den Raad verdienen. Niemand werd in zijn eige zaak geloofd, en terwijl wij het recht hebben om de kanarijns te kunnen hooren, moest uw Hoogheid daar tegen de bewijzen geproduceerd hebben, maar niet de kano Sekunde. rijns Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeer G. Eijschte Ko benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren 12 Heere. Gededuceert Aan manschappen 9 va a Sekende Den Koning.

NL-HaNA_1.04.02_3980_0490 view scan ↗

English

to arrest the Canarese for that reason and inflict further violence upon them. Mr. Powney. This first point was acknowledged by the same. The King. Answered subsequently: I have nothing against ancient custom, and it cannot be proven to me; the Canarese are my subjects and I can punish them according to their deserts, moreover they live in my lands. The Second in Command. That Your Highness cannot nor may punish the Canarese arbitrarily can be sufficiently proven from the treaties and correspondence between Your Highness, Governor Moens, and my Governor, and that Your Highness has committed new acts of violence against the Christians and Canarese, which at last rose to the highest peak, whereby we were compelled to post guards, to protect the Canarese, and finally to cannonade Your Highness's palace, all originally caused by Your Highness; and I will produce the evidence of this, as well as the right we have thereto; therefore permit me to unfold this before Your Highness, when I will convince Your Highness thereof. After many debates back and forth, the King admitted that the five articles in the Ola of the Honourable Mr. Moens must be observed, and that on that condition the Canarese had surrendered their Pagoda to His Highness, but did not know that he had acted against it in such a manner that he deserved to have his palace cannonaded, and subsequently taken into possession, and indeed wished to know the reasons we had to resort to that extremity, particularly regarding the affront that had thereby been done to him. The King. 193 Art. 1 to 8. The draftsman begins with the insult and acts of violence committed against the Canarese, and the conduct opposed to it on our side. The King objected to this, stating that the tolls concerned only the Honourable Company if disputes arose over them, but all other complaints between Canarese and Canarese, or between Pattereas and Canarese, belong directly to me, and the Company has no right to hear them first. After many debates back and forth, this was not discussed further, because the King refused to give a hearing to it; but it was made clear by the draftsman to Mr. Powney, who strongly disapproved of the King's conduct in this case, and upon his request they stepped away from this unpleasant dispute. A certain Canarese, Kini, who had a dispute with a Pattera. This Canarese, with the servant of the aforementioned Pattera, went to the Shahbandar before those complaints went to the King, with the request to examine and settle that matter with some knowledgeable merchants. The Shahbandar, not being authorized thereto, referred them to the Governor; whereupon they replied, it is a small matter which we would rather not bring before the Governor or the King, and can settle among ourselves. Shortly after the departure of the Governor, this Canarese made his complaints to me and requested justice. I thereupon ordered the present Interpreter Truijens to have the people summoned who are related to that matter, when I would investigate it. A few days thereafter, this Canarese came to report to me that he was notified by Your Highness's Minister to come to him with those complaints, so that it might be investigated; whereupon the Canarese was said to have told the Minister: I have already made my complaints about this to the town, and the Second will have it investigated. The Minister answered: That does not concern the gentlemen of the town; I forbid you to go to the town any more for that matter; it must be investigated in the Palace. Then I gave him a Lascar to stay with him, in the expectation that Your Highness's Ministers would respect that. Whereupon this Canarese's brother was arrested by Your Highness's servants and transported to Tripunittura, where he suffered much, which I will not recount, as it is sufficiently known to Your Highness. Finally, after much writing back and forth, the Canarese was released and went to the town. In the Treaty of 1785 it is clearly stated that the Canarese have the liberty to make their complaints in the town. This is a complaint relating to the Toll that we incur, and can only be investigated through it, which we nevertheless did not pretend to do alone, but together with Your Highness's Ministers. Mr. Powney justified this, and the King let the matter rest.

Dutch transcription

„rijns daarom optepakken en meerder geweld aan hedaen De Heer Powney Dit eerste wierd door denzelven geavoueerd. Den koning. Antwoorde vervolgens, Ik heb tegen het oude gebruik nietes en kan mij niet beweezen worden, de Kanarijns zyn myni en kan naar verdienste straffen, daar bij woonen zij n uijnde Dat Uw Hoogheid de kanarijns niet kan noch mag stu naar willekeurigheid, kan genoeg beweezen werden uit de taaten en brieven wisselingen tusschen Uw Hoogheid, de verneur Moens en mijn Goeverneur, en dat Uw Hoogheid n geweldenarijen aan de Christenen en kanarijns geplugd die op 't laast op den hoogsten top gereezen zijn, waardoor genoodzaakt heeft, wagten uit te stellen, de Kanarijnsch schermen, en eindelijk uw Hoogh=ts Pallais te kannoneern alles oorspronkelijk door Uw Hoogheid, en zal ik de bonj van produceeren, en tevens het recht dat wy daar toe ge hebben; dus vergun mij dat uw Hoogheid dit openbygen neer ik uw Hoogheid daar van zal overtuigen. Naar veele debatten over en weder, bekende de koning da vijf Artikelen bij de Ola van den Edelen Heer Moens moeg geobserveerd werden, en dat op die kondietsie de kanarijns hun Pagood aan zyn Hoogheid afgestaan waaren, maar ne wist, dat daar tegen zodanig gehandeld had, dat hij verd hadde zijn Pallais te kannoneeren, en vervolgens in bezit neemen, en wel wenschte te weeten de reedenen die wyge hebben om tot dat uitterste te koomen, voornaamentlyk het affront dat hem daar door was aangedaan. Den sekunde naam Den Koning 193 Art 1: tot 8. Den teekenaar begind met de beleediging en geweldenarijen aan de kanarijns gepleegd en de handelwijze daar teegen van onze den koning bracht hier teegen in, dat de Een zeekere kanarijn kini, die met een Pattera tollen alleen maar de E: komp: raakte als een verschil had. Deeze kanarijn is met de dienaar van gem: Pattara bij den sabandaar ge„ daar dispuuten overkoomen, maar alle andere klachte tusschen Kanarijns en Kana weest voor dat die klagten bij den koning geweest is, met verzoek om die zaak met eenige kundige zyns, of tusschen Patterees en kanarijns hooren directelyk aan mij en heeft de kooplieden te onderzoeken en afte doen Companie geen recht eerst te hooren. arveele debatten over en weder, is dit De Sabandaar als daar niet toe bevoegd; niet verder verhandeld, om dat de koning heeft hun overgeweezen naar den Goeverneur„ een gehoordaaz aan wilde geeven, maar waar op zij geantwoord hebben, het is een klijne is door den Teekenaar aan de Heer Ponneij zaak die wij niet gaarn voor de Goeverneur verstaan gegeeven, die het gedrag van den of den koning wilden brengen en koning in dit geval zeer deklineerde, en op in verzoek stapte men van dit onaange= onder ons kunnen afdoen. Kort na het vertrek van de Goeverneur, heeft deeze kanarijn zijn klagten bij mij gedaan en recht verzocht. Ik heb daar op deeze presente Tolk Truijens gelast, om de Menschen, die tot die zaak betrekking hebben, te laaten roepen, wan= neer ik het onderzoeken zoude. Eenige dagen daar na quam deeze kanarijn mij rapport doen, dat hij door Uw Hoogheids Minister was aangezegt, om met die klachten bij hem te koomen, dat het onderzocht Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog Jndiase Regeer G Eijschte ko benoodigt zyn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren de de Heere. Gededuceert Aan manschappen v Hall 1 4 Art: 1: zijde. 2 naam dispucit af. liet het daar bij berusten onderzocht zoude worden; wanneerde rijn aan de Minister zoude gezegt hebben, ik hebbe reeds mijne klagten hier ovor de Stad gedaan, en de Heer sekunde zal het laaten onderzoeken. Heeft de Minister geantwoord: dat raatst Heeren van de stad niet, ik verbiede Uw orr die zaak meer na de stad te gaan, hunn het Palleis moet het onderzocht werden Toen heb ik hem een Laskorijn gegeeven ons hem te blijven, in verwagting Uw Hooghuid Ministers dat respecteeren zouden Waar op deeze kanarijn zijn Broeder door Uw Hoogh=ts bedienden is opgepakt en naar Triponterre vervoerd, alwaar hij veel gelav heeft, dat ik niet ophaalen wil, alzo Uw Hoogheid genoeg bekend zijnde Eindelijk na veel schrijven over en weder„ de kanarijn gelargeert en na de stad geran Bij het Traktaat van 1785: staat wel dunde dat de kanarijns vrijheid hebben, hunnen klagten in de stad te moogen doen. kelijk, die wij beloopen, en niet als door kan onderzocht werden, dat wij echtern gepretendeerd hebben alleen te doen, maar te zaamen met Uw Hoogheids Ministers, o Dit billijkte de Heer Porneij, en den koning Dit is een klagte omtrent de Tol betrek niet

NL-HaNA_1.04.02_3980_0493 view scan ↗

English

194 Articles 1 to 8: and pretenses of the king, and mutually showing most clearly the right on our side, not in the city, but at Mattanseere or in the Jews' street at the house of Company merchant Meier Rabbij, wherever Your Highness would see fit; all appearing from our letters written to Your Highness and his ministers at that time. After much had been said about this, and Mr. Bonneij had put the king in the wrong regarding it, the king caused a very old Canarin to appear, who was questioned about it. He answered to it: merchants have indeed paid that as a voluntary gift, but not the entire community. Question asked by Mr. Bouwney: Therefore the entire community was not obligated to pay that? Answer by said Canarin: No, the community was not, but merchants paid that voluntarily. Thereby the numerous debates fell away. Regarding the paying of the sugar cane by the Canarins, about which so many letters have been written to and fro with Your Highness: it was finally agreed between me and Your Highness's minister, who for that purpose came to me in the city to treat thereof: That Your Highness's minister within three days would bring the proofs that the Canarins according to old custom were obligated to pay that sugar cane. To which they all submitted. I thereupon requested the minister to leave the Canarins unmolested in the meantime. Which the minister promised me on his word and assured, extending his hand. The heads of the pagoda and some prominent Canarins were then enjoined by me in the presence of the minister that, if Your Highness's minister should produce those proofs to me, they then, as punishment, would have to pay that duty double. Not two hours later, the Canarins came in troops into the city in great fear, and told me that the Nayar soldiers had come to their houses and announced in the king's name that if they might not come to deliver the sugar cane within three days, they all would then be transported in irons to Trepontere. This is contrary to the aforesaid treaty between Your Highness and Governor Moens, and contrary to the word given by a minister of Your Highness. Respectful Answer Fitted to the opposite by His High Nobility The Right Honorable Sir Deduce To Honorable High Demanded Merchandise needed Indian Government Articles 1 to 8: appealed to the numerous letters and protests that were made against it, whereby our course of action has been justified and made the king abandon this. After the king had brought many objections against this, the subscriber referred to the setting of a guard by Your Highness at the Canarin bazaar, about which the Canarins have complained so much, the hardship that they had to suffer therefrom, the seizing of Canarins from their houses at night and untimely hours, about which the Canarins have complained. According to the aforesaid treaty we have rightfully taken up this matter with Your Highness and repeatedly requested that that guard might be withdrawn, or rather placed where it had always stood. But in vain; Your Highness's servants have continued to cause the Canarins more hardships. 155 Articles 1 to 3: Thereupon we placed a guard at the pagoda, solely for the protection of the Canarins and their pagoda, and caused the guard of Your Highness to depart. Thereupon Your Highness sent many people to the palace, made public preparations for war, caused powder, sulfur, saltpeter, lead, and flints to be bought up everywhere, yea even sent into the city to buy that up, as we can prove. The outrages committed upon the Christians, as the proofs thereof exist, rose to the highest peak. So that we finally were compelled to reinforce the guard at the pagoda and at Mattanseeri, whereto Your Highness has compelled us more and more. Article 1: The murderous incident between our guards in the pandal of the Canarin Dewersa, which can be sufficiently proven, Your Highness's order to have taken place. Which has caused the Canarins to flee, abandoning their house, garden, and goods, and to betake themselves under our protection. Which we, according to the aforesaid treaty and for the sake of the atrocious course of action, could not refuse them. This the king at first tried to dissemble, but afterward the subscriber presented to His Highness his own confession in the first conference, when His Highness touched upon it and further kept excusing himself that his people had done it without his foreknowledge, and that the Company should have punished or arrested his people for it, but not cannonaded his palace and subsequently taken possession of it. Broke off herewith. Article 1: Respectful Answer Fitted to the opposite by His High Nobility The Right Honorable Sir Deduce To Honorable High Demanded Merchandise needed Indian Government

Dutch transcription

194 Art: 1: tot 8: den en voorgeevingen van den koning, en over en weder velek ten klaarste het recht van onze zyde. niet in de stad, maar op Mattanseere of in de Joode straat ten huize van skomp=s koopman Meier Rabbij, alwaar uw Hoogheid het goedvin„ den zoude; alles blijkens onze brieven aan Uw Hoogheid en zijne Ministers in die tyd geschreeven. Na dat hier veel over gesprooken is, en de Heer Omtrent het opbrengen van de suiker Cana door bonneij den koning daar over in 't ongelijk heeft de kanarijns, waar zoo veel brieven over en gesteld, liet de koning een heel oud kanarijn te wier met Uw Hoogheid geschreeven zijn: werden voorschijn koomen, die daar nagevraagd wierd, was eindelijk vastgesteld tusschen mij en Uw Hoogheids Minister, die tot dat einde bij mij antwoorde daar op, kooplieden hebben dat als gegeeven om in de stad gekoomen is, om daar over te een vrijwillige gift wel opgebracht, maar niet ing Uw Hoogheid de geheele gemeente zouden vrarge door den Heer Bouwney gedaan, handelen Broederdoor was de geheele gemeente niet verplicht dat Dat Uw Hoogheids Minister binnen pgepakt en naar optebrengen. Antw: door gem: Kanarijn: Neen, de Gemeenten niet, maar kooplieden hebben dat vrij drie dagen de beweizen zoude brengen, aar hij vel gebin dat de kanarijns volgens oude usantsie willig opgebracht. wil, alzo Uw verplicht waren die suiker Cana, op te ser door vervielen de veelvuldige debat zijnde brengen. na de stadgan Waar aan zij alle zich hebben onderworpen. Jk verzochte de Minister daar op, de kanarijn, zo lang ongemolesteerd te laaten. Dat de Minister my op zijn woord beloofde De Hoofden van de Pagdod en eenige voornaame Kanarijns wierden in presentsie van de Minister„ door mij toen opgelegd, wanneer uw Hoogheids Minister die bewijzen aan mij kwam te produ„ ceeren, dat zij dan / tot straff die gerechtigheid dubbeld zoude moeten opbrengen hierin Eerbiedige Beanth Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G' Eijschte Koop benoodigt zin Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Hee Gededuceert Aan manschappenen Jndiase Regeer v a Art: 1. de za dat raakt de erbiede Uw oven e zo g wan rde hebben staat wel duiden hebben, hunnen gen doen. de Tol betrek niet als door n dat wij echter ni te doen, maars heids Ministers, om niet 4. en Art: 1: tot 8. beroepen op de veelvuldige brieven en pro„ te staatsies, die daar tegen gedaan zijn, waar door onze handelwyze gerechtveerdigd hebbe en den koning hier van deed afstappen. en verzeekerde, onder het toreiken van zijn hand. Geen twee uur daar na, of de kanarijns quaa bij troupen in de stad met eene groote vres„ en zeide mij, dat de Hairoose soldaaten aan haare huizen gekoomen waaren, en uitfarng naam aangezegd; dat zoo zij binnen drie dagen de suiker-Cana niet mogte komen te leeen dat zij alle dan in de boeyen na Trepontere zoude vervoerd werden Dit strijd teegens voorm: Traklaat tusschen k Hoogheid en de Goeverneur Moens, en teegen het gegeevene woord van een Minister van Uw Hoogheid tegen had ingebracht, heeft de teekenaar zich Hoogheid op de kanarijnse bazaar, daar de Kanarijns zoo over geklaagd hebben, de moeijelijkheid die zy daar van moesten ondergaan Na dat de koning veele tegenwerpingen daar Het stellen van eene wagt door Uw stel ligten van kanarijns uit hunne hurzen e s heft maar na nagt en ontijden, daar de kanarijns overg voorgehou klaagd hebben ferentsie Volgens bovengem: Traktaat hebben wij met wak, zyn volk recht uw Hoogheid daar over onderhoude in dat de en dat bij herhaaling verzocht, dat die w sraffen, of mogte ingetrokken werden, of wel geplaet kannon werd, daar ze altoos gestaan heeft. Maar vruchteloos, uw Hoogheids bediend hebben. Art 1: brak 155 Art: 1. tot 3. hebben voortgegaan de kanarijns meer moeije lijkheeden aan te doen. Daar op hebben wij een wagt bij de Pagood geplaatst, alleen tot bescherming van de kanarijns en hun Pagood, en de wagt van Uw Hoogh=t doen weggaan Daar op heeft uw Hoogh=d veel volk naar het saleis gezonden, publicque preparaatsies ten oor log gemaakt, kruit, swavel, salpeter, lood en vuursteenen over al laaten opkoopen, ja zelfs in de stad gezonden, om dat intekoopen, zo als wij bewijzen kunnen De gepleegde geweldenarijen aan de Christenen zoo als de beweizen daar van zynde, rees tot den hoogsten top zo dat wij eindelyk genoodzaakt waaren de wagt bij de Pagood en op Mattanseeri te versterken, daar Uw Hoogheid meer en meer ons toe ge„ noodzaakt heeft. Art: 1. Het moordadig geval tusschen onze wachten in ne huizen Dit heeft de Koning eerst trachten te ontfeinsen, de Pandiaal van de Kanarijn Dewersa, dat ge= maar naderhand heeft den teekenaar zyn Hoogheid nsoverg noeg beweezen kan worden, Uw Hoogheid last voorgehouden zijne eigene konfessie in de eerste kon ferentsie, wanneer zijn Hoogheid daar over heen is geweest. srak, en verder zich bleef verontschuldigen, dat wij me yn volk zonder zijn voorkennis het gedaan had, Dat de kanarijns heeft doen vluchten met ver„ ehoude on in dat de komp: zijn volk daar over had moeten laating van hunne huis, hof en goederen, en die aan traffen, of arresteeren, maar niet zyn Paleis te geplaet kannoneeren en vervolgens in bezit te neemen, en zich onder onze bescherming begeeven. Dat wij volgens bovengem: Traktaat en om de wille van de gruwelyke handelwijze, hun ber niet weigeren konde. brak hier meede af Art 1. Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G' Eijschte ko benoodigt zijn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Edelheijd Den Hoog Gededuceert Aan manschappen Jndiase Regeering den ve a r el bediende heben.

NL-HaNA_1.04.02_3980_0496 view scan ↗

English

has. If I had wanted to resist the violence, I could have done so by my might, having more than 1000 men in the palace, but I shall never take up arms against the Honorable Company. The arrival of the Lord Governor gave me hope that the matters would be settled amicably, which is why I disbanded my force and kept quiet. Article 7 to 3. I sent my Prime Minister Gowinda Menon to the Governor to enter into negotiations, and when he reported everything to me, I requested the Governor by an ola to speak with the Governor himself, but instead of receiving an answer, the Governor took possession of my palace, etc. And was it not the intervention of Mr. Powney, whose friendly offer we accepted, consisting of this: That we would undertake no further actions against His Highness, but would only postpone until the arrival of the Governor, and that meanwhile a cessation of arms on both sides would take place. With the arrival of the Governor, Your Highness's Prime Minister entered into negotiations with the Governor about this, and Your Highness's Minister agreed to submit to all the proposed points, except for what was carried away from the pagoda, and that the Canarins should henceforth stand under the Honorable Company alone. The Governor gave Your Highness three days' delay, and if Your Highness would not then submit to reasonable satisfaction and the proposals made, that we then, as a sovereign power, would take our own satisfaction. The King answered: The Government should not have done this, but should first have informed me of what occurred as mentioned above, although I will readily acknowledge the sovereign power that the Company has over me and my palace. Article 1. Article 1. 2 [illegible] under [illegible] and Kingdom in [illegible] Article 1. That This compelled us to have to cannonade Your Highness's palace, as proof that the arms of the High and Mighty and the Powerful Company were thereby very much injured. That the consequence of that was that we took possession of His Highness's palace. Article 1. The King replied, I am willing to settle the matters, acknowledging the Christians as vassals of the Honorable Company, and that the Canarins belong to me according to the mentioned five articles, after all that has occurred between the Secunde and me, and he must now work with the Governor so that matters are amicably mediated and established, and I judge that it is best that the Canarins stand either entirely under me or entirely under the Company, for with that hard-hearted people disputes will always arise if they live under me and the Company, and I request the Secunde to work in this regard with the Governor for the best of my Kingdom, so that matters may be settled quickly. That we have now accepted the intervention of the Government of Madras, the friendly mediation of Mr. Powney, who to that end is now attending our disputes, and it will depend on Your Highness alone to bring everything again to the satisfaction of the Honorable Company. Hereupon it was promised by the subscriber to make a faithful report of everything to the Lord Governor, and he said at the same time to the King that the Governor was also of the opinion that it is better that the Canarins and their pagoda stand under the Honorable Company alone. Whereupon it was resolved that the Secunde would state precisely to the King the points which the Governor required for the redress and settlement of everything, and once the King should have received them, the conference for that purpose would be further determined, upon which the King gave us a friendly farewell. The humble subscriber has the high honor to be with the most dutiful respect. /below stood/ Right Honorable Rigorous Respectful Answer Applied to the Adjacent Right Honorable High Demand [illegible] required His High Honorable Highly Esteemed Lord Honorable The High Deduced To troops Indian Government [illegible] Article 1. Rigorous, Highly Esteemed, High and Mighty Lord. Your Rigorous, Highly Esteemed very humble servant /signed/ J. L. van Spall, /in the margin/ Cochin the 26th of February 1792. And thereupon it was noted by the Lord Governor: 1. That the new arrangement mentioned in the first report concerning the native Christians, made by the Honorable Secunde solely on approval, was moreover completely alien to this commission, and if it were admitted, would tend to expose the Christians—who until now had stood under the protection of the Company, and by the convention made in the year 1785 regarding the burdens and rights of their gardens and fields had been entirely freed with great trouble from the vexations of the King and his servants—to that anew, as thereby would be granted to the King not only rights for which nothing was agreed in the latest convention of the year 1785, but also the right to demand the same through his own people, whereby an open door in all freedom would anew be granted to the King and his servants to plague and mistreat the Christians in all manner of ways; wherefore he, the Governor, at once disapproved the same, and invited Mr. Powney to him, and having furthermore read this article to him, that the commissioners being only authorized to [illegible] the disputes over which the present disturbances have arisen

Dutch transcription

leis heeft. stad ik het geweld willen tegengaan, had En was het niet de tusschen komst van ik het door mijn macht als meer, dan Heer Porrneij, wiens vriendelijke aan 1000: Man in het Paleis hebbende, welken bieding wij aangenoomen hebben, be„ nen doen, maar ik zal nooit de wapenen staande hier in: tegen DE: komp: opvatten Dat wij geene verdere onderneemingen h De komst van de Heer Goeverneur heeft gens zyn Hooghd zoude doen, maar allee mij doen hoopen, de zaaken in der min zoude opschoiten tot de komste van de Gr ne zoude bygelegd worden, daarom heb ik neur, en zoo lange een stilstand van nagen mijn macht afgedankt en stil gehouden. van weedszijde zoude plaats hebben Art: 7. tot 3. Ik heb mijn eerste Minister Gowinda Menon Met de komst van de Goeverneur heeft bij den Goeverneur gezonden om in onderhan Hoogheids eerste Minister met de Goeer deling te treeden, en wanneer die mij van neur hier over in onderhandeling getreeken alles rapport heeft gedaan, heb ik de wanneer uw Hoogheids Minister geaa Goeverneur bij een ola verzogt, om de Goever alle de voorgestelde poinkten zich wil „neur zelfs te spreeken, maar in steede onderwerpen, excepto het ontdragene uitde van antwoord te bekoomen, heeft de Go=e Jagood, en de kanarijns voortaan onder verneur mijn Pallais in bezit genoomen &c: E: Komp=e alleen te staan. De Goeverneur heeft uw Hoogheid drie de uitstel gegeeven, en wanneer Uw Hoog hd zich dan niet wilde onderwerpen aan billyke Satisfaktsie en gedaane voorstelde dat wij dan als een souverein Moge heid onze eige satisfaktsie zoude neemen Den koning antwoorde, dit had de Regeering Dit heeft ons genoodzaakt Uw Hoogheed niet moeten doen, maar mij van het voorge Paleis te moeten kannoneeren, tot bewas vallene hier boven gem: eerst moeten kennis dat de wapenen van Haar Hoog Moogende geeven, schoon ik wel erkennen wil, de sou„ en de Machtige kompanie daar door ze veraine macht, die de komp: over my en myn Pa„ geledeerd was Art: 1: Art: 1. 2 est naar kund var onder iven rent en Ry in sp Art: 1. Dat Dat van dat gevolg geweest is wij zijn Hoogh=t Pallais in bezit genoomen hebben Art: 1. te koning repliceerde, jk uil gaane de zaaken Dat wij nu de tusschen komst van de doen, erkende de Christenen voor Vasallen Regeering van Madras hebben aangenoo„ in dE: Komp:, en dat de kanarijns aan mij men, de vriendelijke mediaatsie van de heer bestaan zijn op de genoemde vijf Artikelen naar alle het voorgevallene is tusschen den Ponneij, die tot dat einde nu onze geschillen keunde en mij en die moet nu by de Goever bijwoond, en van Uw: Hoogheid het alleen an bewerken, dat de zaaken in der minne zal afhangen, om alles weeder tot ge ind bemiddelden vast gesteld, en ik oordeele noegen van De E: komp: te brengen. at het best is, dat de kanarijns of onder mij onder de komp: ten eenemaal staan, want is dat hart vogtig volk zullen altoos dispu„ ontstaan, wanneer ze onder mij en de komp: „ven, en ik verzoek de sekende hier om rent by den Goeverneur ten beste van my„ in Rijk te willen bewerken, dat de zaa„ en spoedig afgedaan werden Hier op wierd door den Teekenaar beloofd van alles een getrouw rapport aan den Heer Goeverneur te zullen doen, en zeide teevens aan den Koning, dat de Goeverneur meede van dat gevoelen was, dat het beeter is, dat de kanarijns en hun Pagood alleen onder DE: komp: stonden. Waarop beslooten wierd, dat de sekunde de koning de poinkten, die de Goeverneur begeerde, op het nauwste zoude opgeeven tot redres en afdoening van alles, en als de koning die ont„ vangen zoude hebben, de konferentsie daar toe nader zoude bepaald worden, wanneer de koning ons een vriendelijk afscheid gaf, Den needrige Teekenaar heeft de hooge Eer van met de schuldigste Eerbied te zijn. /onderstond/waledele Gestrenge Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande WelEdelen Hoog G. Eijschte Koo benoodigt zijn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere Edelheijd Den Hoog Gededuceert Aan manschappen Jndiase Regeer d 9 v Art: 1: Gestrenge, Groot achtbaare, Hoog gebiedende Heer. Uma Gestrenge Groot achtb: zeer needrige dienaar /get I: L: van Spall, /en margine/ koetsiem den 26:' Jebr En werd daar op door den Heer Goeverneur aangement 1. Dat de bij het eerste rapport vermelde nieuwe schikking onter de Inlandsche Christenen door den E: sekunde eenlijk oper baatsie gemaakt, en daar en boven van deeze kommissigs heel vreemd was, en indien zij geadmitteerd wierd, Arebk zoude, om de Christinen, die tot nu toe onder skomp=s val gestaan hadden, en door de in 't jaar 1785: gemaakte konne met opzicht tot de lasten, en gerechtigheeden van hunne tun en Zaivelden, van de veraatsien van den koningen zijne dienden met groote moeite geheel bevrijd waaren op het daar aan bloot te stellen, alzoo daar by aan den koningh den toegestaan worden niet alleen gerechtigheeden, waar m bij de jongste konventsie van 't jaar 1705 niets geakkordeerd maar ook het recht, om dezelven door zijn eigen volk int vorderen, waar door aan den koning en zijne Bediende op 't nieuw eene opene deure in alle vrijheid vergund z worden, de Christenen op allerhande wyze te plaagen en te me handelen, weshalven Hij Goeverneur dezelve ten eersten gela probierd, en den Heer Broneij bij zich verzocht, mitsgaders no dit artikel beleezen had, dat kommissarissen alleen geautho seerd zijnde, de geschillen, waar over de tegenwoordige onlust gereezen 1792.

NL-HaNA_1.04.02_3980_0499 view scan ↗

English

had arisen, to examine and settle them, had in no way been authorized to alter the old treaties, or to undertake anything to their detriment, and that He the Governor absolutely refused the approval of this new arrangement. 2. That He the Governor, during the indisposition of the Honorable van Spall, had spoken several times with the aforementioned English commissioner about the disputes as if in private, and by that means had further discovered that the demands for the independence of the Canarese and for the payment of the war expenses not only found acceptance with difficulty, but at times, if they were pushed strongly, would give occasion for breaking off the negotiations, and for greater alienation between the Company and the King, from which the harmful consequences were then to be feared, which they had tried to prevent by admitting the English mediation: wherefore His Honour the frequently-mentioned commissioner had disposed, since the conferences with the King, due to the indisposition of our Commissioner, could for the present make no progress, and moreover, because of the indecisiveness and delays of the native, had hitherto made little progress, as well as would waste much time and needless effort for the future, to enter into conference with him the Governor, concerning the Articles proposed by us, in order to prepare them further for the upcoming negotiations with the King, which then took effect on the 3rd of this month, in which [illegible] which conference the following main articles were recognized by the English Commissioner as equitable, and consequently laid down as a basis for the upcoming pacification, namely: 1st. That the Native Christians are the Company's vassals and shall remain so without alteration, as well as enjoy the privileges stipulated by the [illegible] and by the convention of 1785. 2nd. That the Canarese, as previously, shall remain under the King's jurisdiction, but upon the five conditions established in the year 1772. 3rd. That the King shall promise and accept to settle the pretentions of the King of Travancore, on account of loaded [illegible] at Deeversa. 4th. That the King of Cochin shall ask the Company's pardon for what has passed, and for the future strictly maintain the treaties. 5th. That the King shall return all that was carried away from the Canarese pagoda to the same, and instead of the old purchase deeds of immovable property that were lost in the plundering, grant new ones. 6th. That on the other hand the Company shall return to the King his palace and lands, with all that was found therein. Which articles were subsequently drafted by His Honour in the French language, and handed to the frequently-mentioned commissioner-mediator alongside the Dutch draft, reading as follows: By the treaty between the Honourable Dutch Company and the Rajah of Cochin of 20 March 1663, it was established that the Malabar Christians shall stand under the protection of the said Company, and by the convention between the present Lord Governor and the late King, dated 11 October 1785, the rights were determined which the Rajah shall enjoy from the Christians who live in his land, but are the Company's vassals, and by the eleventh Article of that convention it was established that no Christians shall be arrested or kept prisoner by the Rajah or his Ministers, nor their houses or fields placed under seizure; therefore the violence which the King has committed against them must be regarded as an insult offered to the Company: wherefore the Rajah asks forgiveness for this and binds himself henceforth strictly to maintain those treaties and to undertake nothing against the Christians that is contrary thereto. The Canarese and their temple were in the year 1772 left by the Honourable Company to the administration of the Rajah according to a letter from the then Governor Moens of 10 February, but under this express condition, that nothing shall be demanded of them [illegible] that is contrary to ancient custom and that they shall be left unmolested, and that the Rajah, if the Canarese might complain about this to the Lord Commander, shall submit after proper investigation according to justice and equity; and that if any dispute arises between the Canarese and the Company's subjects, the Lord Commander shall settle the same; and that the Rajah shall not interfere therewith, and further that regarding the dismissal, appointment, and adoption of the Canarese chiefs in their temple as well as the levying of fines upon the same, shall not take place without the knowledge of the Company; and that the Rajah shall also desire nothing against them other than what is customary of old; and to this condition the Rajah submitted by letter of 12 February of that year in the following words: From the Canarese nothing shall be demanded that is contrary to ancient custom, and they shall also, as previously, be left unmolested, and when they may come to complain about this to the Lord Commander, we shall submit after proper investigation, according to justice and equity, and we shall not forbid the Canarese to go and complain to the Lord Commander; but if any evil Canarese might come to make wrongful complaints about us in the city, [illegible] Art: 4.

Dutch transcription

gereezen waaren, te onderzoeken en bij te leggen, geenzins bevoegd geweest waaren, de oude traklaaten te veranderen, of iets tot nadeel van dezelven voor te neemen, en dat Hij Goeverneur de approbaatsie van deeze nieuwe schikking volstrekt weigerde. 2. Dat Hij Goeverneur geduurende de onpaslijkheid van den E: van Spall, met voornoemden Engelschen kommissaris te meer maalen over de geschillen als in 't partikulier gesprooken, en langs dien weg nader ontdekt had, dat de eischen van de onaf„ hantlykheid der Kanarijns en van de betaaling der oorlogs on gelden niet alleen bezwaarlijk ingang vinden; maar zomwijlen, als men dezelven sterk pousseerde, geleegenheid geeven zouden tot het afbreeken van de onderhandelingen, en tot grootere ver„ wijdering tusschen de komp: en den koning, waar van als dan de schadelyke gevolgen te duchten waaren, die men door het admitteeren van de Engelsche medicatsie getragt had te voorkomen: weshalven zijn Edele meerm: kommissaris gedisponeerd had, om, wijl de konferentsien met den koning, wegens de onpaslijkheid van onzen Kommissaris, voor eerst geen voortgang hebben konden, en buiten des, wegen de besluiteloosheid en talmerijen van den Jnlander, tot nu toe weinig voortgang gemaakt hadden, mitsg=s ook voor den aanstaanden veel tijd en noodelooze moeite spillen zouden, met hem Goeverneur in konferentsie te treeden, over de van ons geproponeerde Artikelen, om dezel„ onderhandelingen met den koning ven tot de aanstaande ^ konferentsien nader te prepareeren, het geen dan ook den 3=e deezer gevolg genoomen had, in welke Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G. Eijschtek benoodigt zin Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere Edelheijd Den Hoog Gededuceert Aan manschappen Jndiase Regeerin d 2 g aen welke konferentsie de volgende hoofdartikels door den Ergep Kommissaris als billijk erkend, en mits dien tot een gea slag van de aanstaande pacifikaatsie gelegd waaren, te weeten: S o Dat de Jnlandsche Christenen skomp=s vas allen zij n zonder verandering blijven, mitsgaders de bijde halke en bij de konventsie van 1785: bedongene voor rechtengen zullen. 2=o Dat de Kanarijns gelijk bevoorens onder skoning p diktsie blijven zullen, doch op de vijf kondietsien in h jaar 1772: vast gesteld. 3=e Dat de koning, belooven en aanneemen zal, de pote van den koning van Trevankoor, wegens geladen h bij Deeversa, aftemaaken. 4=o Dat de koning van Koetsiem de Komp over het gepa seerde exkus verzoeken, en voor den aanstaanden traklaaten stipt onderhouden zal. 5=e Dat de koning al het geen uit de kanarijnsche B good ontdraagen is, aan dezelven te ruggewen„ in steede van de oude koopbrieven van vasteijde die bij de plundering verlooren zijn, nieuwen g' verleenen zal. 6=o Dat daar en tegen de komp: aan den Konings Palijs terug zal geeven. Welke artickelen vervolgens door zijn Edele in de Fransche taal geextendeerd, en aan meermelden kommissaris het Nederduitsch opstel Mediateur ter hand gesteld waaren, luidende als volgd: Bij het traklaat tusschen de Edele Nederlandsche Kompenie en de Rajah van Koetsiem van den 20=en Maart 1663. is vast= gesteld, dat de Malabaarsche Christenen zullen staan onder de protexie van gem: komp=e, en bij de konventsie tusschen den teegenwoordigen Heer Goeverneur en den overleedenen Koning, gedateerd 11=e Oktober 1785: zijnde gerechtigheeden bepaald, die de Rajak genieten zal van de Christenen, die in zijn land woonen, doch 's komp=s vasallen zijn, en bij het elfde Artikel van die konventsie is vastgesteld, dat door den Rajah of zijne Ministers geene Christenen opgevat of gevangen gehouden, of hunne huizen of velden met arrest belegd zullen worden; dierhalven moet het geweld, dat de koning aan dezelven gepleegd heeft, aangemerkt worden, als eene beleediging, die de komp: is aangedaan: overzulx verzoekt de Rajah hier over vergifnis en verbind zich die trak„ taaten voortaan stipt te onderhoudens en deegen de Chris= tenen niets te onderneemen, dat daar tegen strijdig is. De kanarijns en haare tempel zijn in het jaar 1772: door de Edele komp: aan het bestier van den Rajah overgelaaten volgens een brief van den toen toenmaaligen Goeverneur Moens van den 10: febr:, doch onder deeze expresse kondietsie, dat van henlieden niets gevorderd zal worden, palijs en landen, met het geen daar in gevonden is, dat Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaand WelEdelen Hoog G. Eijschtek benoodigt zyn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Edelheijd Den Hoog Gededuceert Aan anschappen Jndiase Regeer door 2 dat strijdig is tegen het oud gebruik en dat ze ongemoende zullen gelaaten worden en dat de Rajah, wanneer de kom hier over bij den Heer kommandeur klaagen mogten. zi na behoorlijk onderzoek volgens recht en bellijkten derwerpen zal en dat als 'er eenig geschil tusschen de „kanarijns en komp=s onderdaanen ontslaat, de Her k mandeur hetzelve zal afdoen; en dat de Rajak zul daar mede niet bemoeien zal, en wijders dat nopen het afzetten, aanstellen en adopteeren van de kanerijg Hoofden in hunne tempel als ook het ligten van gele denzelven niet zal mogen geschieden zonder toekennen van de komp; en dat de Raijah ook niets degen dezelve zal begeeren, dan het geen van ouds gebruiklijk is en aan deeze kondietsie heeft de Rajak zich bij brief van den 12: februari van dat jaar onderworpen met de volgende woorden: Van de Kanarijns zal niets gevorderd worden, dat strijdig is tegen het oud gebruik, en ze zullen ook gelijk bevoorens ongemolesteerd gelaaten wordend wanneer ze hier over bij den Heer kommanduur ma koomen klaagen, zoo zullen wij na behoorlijke zoek, volgens recht en billijkheid, ons onderwerp en wij zullen aan de kanarijns niet verbieden, om den Heer kommandeur te gaan klaagen; maar i neer eenige quaade kanarijns ten onrechten over in de stad mogten koomen klachtig vallen, verk Art: 4.

NL-HaNA_1.04.02_3980_0503 view scan ↗

English

being informed, to reflect upon it in equity; but if any disputes should arise between the Canarese and the Company's people, such shall be settled by the Commander, and we will not meddle therein. we, that the Commander the reasons thereof by me Regarding the dismissal, appointment and adoption of the Canarese Chiefs and their temple, as well as the levying of money from the same, this shall not take place without the consent of the Commander, nor shall anything be desired against them other than what is customary from of old. And the present Raja has ratified and confirmed this further in his letter to the present Governor of 30 December 1790 in these words: As we are currently in want of some money, we have made such known to your Right Honorable, Highly Esteemed, and made known our desire to levy some money from the Canarese Pagoda. However, since in the Kollam year 947, or Anno 1772, it was further agreed between our predecessor and the then Commander, the Honorable Adriaan Moens, that we will not burden the Canarese with any new orders or taxes that conflict with ancient customs, and in particular shall levy no monies from the Pagoda, nor appoint the Chiefs or Priests of the same. Respectful Answer Fitted to the opposite by Right Honorable Highly Required needed his Highly Honorable Highly Esteemed 6 High Deduced To troops Indian Government Lord Art: 5. All of which having been carefully deliberated, it was approved and understood by unanimous vote to fully confirm the draft made by the Governor, and to furnish the Honorable Cellarius with a copy of the aforementioned extended Articles, in order to guide himself accordingly in the negotiations with the King of Cochin. Thus done, resolved and decreed, in the Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month and year aforementioned. /signed/ J: G: Van Angelbeek, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haegten and Arnoldus Lunel. Agreed. Arnold Lunel J Brade Secretary Secret Resolution taken in the Council of Malabar, at the city of Cochin, Thursday the 19 April 1792, in the forenoon. Present: The Right Honorable and Esteemed Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, Senior Merchant, Second and Chief Administrator Jan Lambertus van Spall, Major and Commander of the Militia Godlieb George Gebhardt, Merchant, Fiscal and Cashier Master Jan Willem Hendrik van Rossum, Junior Merchant and Paymaster Jacobus Adrianus Eversdijck, Junior Merchant and Warehouse Keeper Johan Adam Cellarius, Junior Merchant and Secretary of the Police Arnoldus Lunel, and Junior Merchant and Purveyor Willem van Haegten. After the transaction of ordinary business mentioned in the Ordinary Resolution, the Governor communicated to the assembly: That the English Commissioner, Mr. George Powney, had sent the memorandum of 3 March last delivered to him, which was inserted in the secret Resolution of the 1st of that month and established by mutual consent as a basis for reconciliation, to the King of Cochin in order to obtain his considerations thereon; and that the said King, after much hesitation, had finally written a letter in reply thereto, containing: That Respectful Answer Fitted to the opposite by Right Honorable Highly Required needed his Highly Honorable Highly Esteemed 6 High Deduced To troops Indian Government Lord That the Second Van Spall, in the first conference, had proposed a treaty regarding the Christians and put it into writing, and had delivered the Malayalam translation thereof to him, with which he had been pleased. That with regard to the Canarese Pagoda, he, the Raja, would persist in the conditions granted in a letter of the year 1772, namely that no money should be taken from the treasury of the Pagoda, and that he could appoint no Priests and Chiefs without the Company's consent; yet that the Canarese were his subjects, and he must therefore continue to exercise his authority over them according to custom and ancient usages like his predecessors, and that the Company, so long as he observed that, ought not to interfere. That in place of the lost purchase deeds of the sowing-fields and gardens belonging to the Temple, he was willing to grant new ones, provided the Canarese returned to their dwellings, etc.; but that he ought to receive the customary taxes for them. That during the disturbances which arose (which are described here entirely partially and falsely), the Canarese had brought the idols and the money from the Temple into the city, and some native Christians had stolen the copper from the Pagoda, and it was not reasonable that he should pay for that. That finding that the King of Travancore

Dutch transcription

geinformeerd wordende, daar op na bellikheid te reflek„ teeren; doch zoo 'er eenige geschillen tusschen de kanarijng en 'skomp=s volk mogten ontslaan, zal zulx door den Heer kommandeur afgedaan worden, en wij zullen ons daar meede niet bemoeien. wij, dat de Heer kommandeur de reeden daar van door my Nopens het afzetten aanstellen en adopteeren van de kanarijnsche Hoofden en hunne tempel als ook het ligten van geld uit dezelve, zal zonder toestemming van den Heer Kommandeur niet geschieden, en ook niets tegen dezelven begeeren dan het geen van ouds ge bruiklyk is. En de tegenwoordige Rasia heeft dit noch nader gehomolo„ geerd en bekrachtigd bij zijn brief aan den den tegenwoordigen Goeverneur van den 30: December 1790: met deeze woorden: Wijl wij thans om eenig geld verleegen zijn: zoo hebben wij uw weledele Gestr: Groot achtb: zulx bekend gemaakten onze begeerte te verstaan gegeeven om eenig geld van de Kanarijnsche Pagood te ligten. Dan dewijl in 't jaar koilang 947 of A=o 1772 tusschen onzen voorzaat en den toenmaaligen Heer Komman deur, den Edelen Heer Adriaan Moens nader over een gekomen is, dat wij de kanarijns met geene nieuwe order of lasten zullen bezwaaren, die tegen de oude gewoonten strijden, en inzonderheid van de Pagood geene penningen ligten, noch de Hoofden of Priesters van dezelve aan stellen Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G' Eijschtek benoodigt zijn Hoog Edelen Groot Achtbaaren 6 elheijd Den Hoog Gededuceert Aan manschappen Indiase Regeerin d va Heere Art: 5. Op al het welk aandachtig gedelibereerd, zijnde, zoo ma met eenpaarige stemmen goedgevonden en verstaan/ met de door den Heer Goeverneur gemaakte schip he alsints te konfirmeeren, en aan den E: Cellariuse afschrift van de eevengem: geëxtendeerde Artikul afte geeven, om zich in de onderhandelingen met de Koning van Koetsiem daar na te richten. Aldus Gedaan, Geresolveerd en gearresteerd, Raade van Malabaar, ter stede Koetsiem, ten da maand en jaare voormeld: /getz:/ J: G: Van Anges G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellare W: van Haesten en Arnold„ts Lunel Akkordeerd. Arnold Luwel J Brade Sekret: Dekreete Resoluitsie genoomen in Raade van Mala„ „baar ter stede koetsiem Donderdag den 19: April 1792.— voormiddags Present ded le Gestrenge Groot achtbaare Heer Raad ordinair van Nederlands Jndien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek van pperkoopm: secunde en Hoofdadm: Ian Lambertus van Spael Majoor en Hoofd der Milietsie Godlieb George Gebhardt koopman, Fiskaal en kassier M:r Ian willem Hendrik van Rossum, onderkoopman en Pakhuismeester Iohan Adam Cellarius, onderkoopman en sekrek van Poliatsee Arnoldus Limel en onderkoopman en Dispenceer Willem van Haegten, Na het verhandelen van de gewoone zaaken bij de Gemeene Resolmitsie vermeld kommuniceerde de Heer Goeverneur ter vergadering. Dat de Engelsche kommissaris de Heer George Lon„ „nij de hem ter hand gestelde aanteekening van den 3: Maart JL: die bij sekreete Resoluutsie van den 1 e dier maand geinsereerd en met wederzijdsche toestem„ „ming gelegd was tot een basis van de rekonciliaatsie aan den koning van koetsiem had gezonden, ten einde zijne konsideraatsien daar op te erlangen en dat gem: koning na veel talmens eindelijk daar op een brief in antwoord geschreeven had, behelsende. Dat Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G Eijschtek benoodigt zijn Hoog Edelen Groot Achtbaaren 6 elheijd Den Hoog Gededuceert Aan manschappen Jndiase Regeering Heere. ve nde koopman en soldijboekhouder Jacobus Adrianus Eversdijck, Dat de sekunde van spall in de eerste konforen een verdrag nopens de Christenen voorgeslaagen in geschrift gesteld; mitsg=s de Malabaarsche va „ting aan hem overgegeeven had, waar mede hij vreeden gewaast was Dat hij Rasia met opzicht tot de kanarijnsche good holharden zoude bij de kondietsien die bij en brief van het Jaar 1772. toegestaan waaren, na „lijk dat 'er geen geld uit de schaf der Pagood som genoomen worden; en dat hij geene Priesters en Hoofden buiten 'skomp:s toestemming kost an „len, doch dat de kanazijns zijne onderdaanen waaren en hij dus zijn gezag over dezelven blijven oefenen naar het gebruik en volgens oude hostumen als zijne voorzaaten en dat de komp: zoo lang als hij dat observeerde, zich mede niet moest bemoeien. Dat hij in steede van de verloorene koops van de Zaivelden en tuinen tot den Tom behoorende nieuwen verleenen wilde mits kanazijns tot hunne wooningen te rug keer enz:, doch dat hij daar voor de gewoone belan genieten moest Dat de kanarijns bij de ontstaane onlusten /:die hier geheel partijdig en valsch beschre worden:/ de beelden en het geld uit den Tem in de stad gebragt, en eenige inlandsche „tenen het koper van de Lagood gestoolen „den en het niet reedelijk was, dat hij de voor betaalen moest. Dat hij bevindende dat de koning vand D van Koor

NL-HaNA_1.04.02_3980_0507 view scan ↗

English

would gladly give satisfaction, and finally, his claim on Dewersa, the Janems minting, the inspection of vessels, the guards at Mattanseeri, and more other novelties. That in order to have a definition of mutual rights and prerogatives in the future, he had some proposals to make which ought to be observed by the Company concerning the leases, regarding which the Governor remarked that the new convention regarding the Christians was solely a proposal, not from the Honorable van Spall, but from the King, yet never consented to, but solely accepted by the same ad referendum, as well as turned down by the Governor; that the declaration of the King regarding the Canarese was insufficient, because it made no mention of the conditions that he, according to the contract, had to observe in governing them; that the King's claim of dues for new title deeds was unreasonable, since the old ones had been lost through his fault; and lastly, that the new demands with which the King now came forward against the Company were completely alien to the pending disputes and thus did not belong to this commission in any way, wherefore one ought not to engage in them at all; and that he, the Governor, accordingly properly instructed the commissioner cellarins on all the aforementioned articles; as well as placed the essence of the arguments for the refutation of the King's pretenses and claims in the margin of his letter, in order to make use thereof in the forthcoming conferences. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to conform therewith in all respects, and to insert here the Dutch translation of the King's aforementioned letter with the marginal notes. Answer of the Raja of Cochin to the proposals made by Mr. van Angelbeek, and sent to him by Mr. Powney. Mr. van Angelbeek, Governor at Cochin, wrote me a letter and informed me that he had received a letter from the English Government at Madras, which proposed to him to settle the disputes that had arisen between the Cochin Government and his Circar in an amicable manner in the presence of Mr. Powney as mediator, and that to this end he had appointed Mr. van Spall as commissioner with the full power to investigate and decide these disputes with me. Mr. van Spall subsequently came, accompanied by Mr. Powney, English Resident, to me at Ernakulam, to enter into negotiations with me on the aforementioned matter, and the following is my answer to the proposals and what I can grant from my side. Mr. van Spall proposed of his own accord to settle the subject regarding the Mundukars with me, and after a long conversation between both parties, Mr. van Spall wrote a treaty in Dutch and had this document translated into Malayalam by the Company's interpreter and gave it to me. I was content with it. With respect The purpose of the mediation is solely to investigate and settle amicably the disputes that have arisen between the Company and the Rajah, and not at all to make new laws or to change the constitution. For the first, Mr. van Spall was qualified, but not at all for the second. Besides that, the Rajah claimed in the first conference that the Christians have always paid the dues which he now demands, and that he wants to prove this with the five families of the deceased captains and with the two presently serving captains; but the captains completely deny this. This would therefore cause an investigation and discussion by which the commissioners would be delayed for years and days. Besides that, it was expressly stipulated in the third article of the convention of 11 October 1788 regarding these dues, that these shall be investigated by the King's ministers and the chaplains of the Christians and subsequently be settled and determined between the Governor and the First Minister. This the King has not done up to now, but the Governor is still prepared to let this happen without delay and promises to accommodate the interest of the Rajah as much as equity and justice will permit. The article of the Christians must therefore be framed at the mediation as was determined in the latest conference between the Governor and Mr. Powney, according to the own notes of Mr. Powney himself, of which the note of the Governor is merely an ampler extension.

Dutch transcription

202 gaarn genoegen geeven zoude en eindelijk. hoor pretensie op Dewersa had aan deen vorsz Dat hij om in het vervolg eene bepaaling van we„ Janems munterij het visiteeren der vaartuigende. wachten op Mattanseeri en meer andere nieuwig„ „heeden. „den geobserveerd te worden betreffende de pachten, waar omtrent de Heer Goeverneur aanmerkte dat de nieuwe konventsie nopens de Christenen eenlijk eene proposiessie niet van den E: van spallmaar van den koning geweest doch noit ingewilligd, maar eenlijk door den zelven ad referendum aangenoomen, mitsg=s door den Heer Goeverneur van de hand geweezen was, dat de verklaaring des konings nopens de kanarijns onvoldoende was, wijl daar bij niet gerept wierd van de kondietsien die hij bij het bestieren van de zelven volgens kontrakt moest observeeren, dat de pretensie des konings van gerechtigheid voor nieuwe eigen„ „doms brieven onreedelijk was, door dien de ouden door zijn schuld zoek geraakt waaren, en laastlijk, dat de nieuwe eischen, waar meede de koning thans tegen de komp: ter baan quam ten eenemaale vreemd van de zweevende geschillen waaren, en dus geensints tot deeze kommissie gehoorden, weshal„ „ven men zich op dezelven ook in 't geheel niet behoorde intelaaten en dat Hij /Heer Goeverneur:/ over zulx den gekommitteerden, cellarins op alle voorm: artikelen behoorlijk geinstrueerd; mitsg=s het Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G. EijschteK benoodigt zijn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Edelheijd Den Hoog Gediduceert Aan manschappen en Jndiase Regeering d va 0 „derzijdsche rechten en prerogativen te hebben eeni„ „ge proposietsies te doen had die door de komp: dien„ van Hon om de disputen, die tusschen de komp: en den het weezentlijke van de argumenten, tot nederleg van 'skonings, voorgeevens, en pretensien in marg„ van deszelfs briefgesteld had, om zich in de aan staande konferentsien daar van te bedienen. waar op gedelibereerd zijnde, zoo werd goedgevonden en verstaan, zich daar meede alsints te konformee en de Nederduitsche vertaaling van 's koningl va „meld brief met de marginaale aanteekeningen hier te insereeren. Antwoord van den Rasia van koetsiem op de proposietsies gedaan bij den Heer van An„ „gelbeek, en door den Heer Lon „neij hem toegezonden Rajah gereizen zijn te onderzoeken en in verneur te koessiem schree der minne bij te leggen en geensins om nieuwe wetten te maaken of de konste mij een brief, en informeerde „tuutsie te veranderen. mij dat Hij een brief van het Tot het eerste is de Heer van spall gequa„ lificeerd geweest doch geens ins tot het tweede. Engelsch Goevernement te i Behalven dat zoo heeft de Rajah in de eerste konferentsie voorgegeeven, dat de Christenen, „ dras ontvangen had, 't welk de gerechtigheeden, die hij thans eischt altijd opgebragt hebben, en dat hij dit met de vijf Hem proponeerde de geschille families van d' overleedene kapitains en met die tusschen de koetsiemsche de twee thans fungeerende kapitains bewij„ „zen, wil docr de kapitains negeeren dit vol„ Regeering en zijn Cirkar o„ „strekt, dit zoude dus een onderzoek en diskus„ „staan waren, op eene vrien sie veroorzaaken daar Heeren kommissa„ „nissen Jaar en dag mee zouden opgehouden worden. Behalven dien zoo is bij het serde „lijke wijze ter presentsie Artikel van de konventsie van den 11: van den Heer Powrieyj Het oogmerk van de Midiaatsie is alleen De Heer van Angelbeek God als otober 203 ven 18:e nopons deeze gerechtigheiden ex„ as gestipuleerd, dat die door 's konings „lens de eigene aanteekening van den eer Lonneij zelve, waar van de aantee„ aampelder axtensie is. — hij ten dien einde den Heer van Ministers en de kapelaens der Christenen spall als kommissaris benoemd „ Heer Gooverneur en den Eersten Minis „ had met de volmagt, deeze is afgedaan en vast gesteld worden. Dit geschillen met mij te onderzoe„ aft de koning tot nu toe niet gedaan uE de Heer Goeverneur is noch bereid, dit „ken en te beslissen. ondarig te laaten geschieden en beloofd De Heer van Spall kwam ver„ aan bij het interess van den Rajah zoo veel volgens, verzelt bij den Heer schrigen, als de billijkheid en rechtvaardig„ Lowneij Engelschen Resident doogen willen. t Artikel van de Christenen diend dus bij de ^ met diratsie zoodanig gesteld te worden als in bij mij op Irnakolum, om ^ mij jongste konferentsie tusschen den Heer Goe„ den Heer Lowneij vastgesteed is, over gem: zaak in onderhande„ „bing te treeden, en het volgende ming van den Heer Goeverneur eenlijk is mijn antwoord op de Propo„ sietsies en wat ik van mijn kant kan toestaan. De Heer van Spall proponeerde uit zig zelve om het onderwerp aangaande de Moendoekarres met mij aftedoen en na een lang gesprek tusschen beide parthijen schreefde Heer van Spall een verdrag in 't Hollandsch en liet dit schrif„ „tuur door den komp. s Tolk in 't Malabaarsch overbren„ „gen en gaf het mij, Jk was daar meede te vreede; Ten als Mediateur aftedoen, en dat zullen nagegaan en vervolgens tusschen opzigte Eerbiedige Beant Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G Eijschtek benoodigt zyn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere. Edelheijd Den Hoog Gededuceert Aan anschappen en Jndiase Regeering den va a gen voo aan marg het elk hille sche d vrien sie als 1

NL-HaNA_1.04.02_3980_0510 view scan ↗

English

This is a mutilated statement from the Rajah's letter of the year 1772, in which it is omitted that he may not burden the Canarese with new impositions, just as was stipulated in the answer of the Rajah of 12 February 1772, article 4. This 4th article must be expressly cited and inserted in the settlement under the mediation, as well as the following. This is an absolute fallacy, inconsistent with what was just cited. This is the old tune, which has been refuted repeatedly before. Here the king condemns himself; he was not permitted to use coercive measures, but had to await the ruling of the Company, all the more because his minister, in the conference with the Second, had undertaken to produce within three days the proofs that the Canarese were obligated to that contribution, and the Second had promised in return that the Canarese would then pay double as a fine. We had a proper inventory drawn up of what was brought into the town, and the Canarese submitted an account of what the king caused to be carried away. The Rajah has no more to pay or to give than what he has received; the 1st article is so far well. Respectful Answer Fitted to the Opposite by His High Noble Great Honorable Nobility The High Lord. Deduced to the Men and Indian Government. Since the Canarese are my subjects, they must also continue, and I shall exercise my authority over them, according to custom, solely in accordance with the ancient customs, in the same manner as my predecessors exercised it, and as long as I observe this, the Netherlands Government must not interfere therein. With respect to the Temple of the Canarese, I bind myself hereby to the conditions made by my predecessor, namely that no money shall be taken from the treasury of the Pagoda, and that I cannot appoint or dismiss the chiefs and masters without the consent of the Netherlands Company. It has also been proposed to me that I should grant new purchase deeds for the lands belonging to the Temple of the Canarese, which were lost, on the king's debt; this I willingly agree to, on the condition that the Canarese return to their dwellings, that they bring the statues and the money taken by them from the Temple back to the former place, and that they come and make known to me all the aforementioned, nor would it be unreasonable, for all new purchase deeds that I grant, that I should have the customary payment. In answer to the proposition that I must return the money and the statues with the ornaments that were taken from the Temple, I have to say that according to ancient custom I demanded a contribution of sugar from the Canarese, to perform certain customary ceremonies on the occasion of the demise of the late Rajah. They refused to provide this sugar and complained to Mr. van Spall, while I insisted on it as having good right thereto, it being an ancient custom. I used coercive measures to enforce obedience to my orders, for the disobedience of the Canarese was a great insult to me. Thereupon Mr. van Spall sent Company's troops and cannon and placed the same on my ground and territory. Subsequently a fight took place between some Canarese and some Nairs of mine at Mattancherry, whereupon Mr. van Spall, without giving me notice thereof or writing to me, sent a detachment of Company's troops and attacked my palace. This detachment subsequently retired and placed guards around the pagoda of the Canarese, where some of them remained for two days and brought all the money and statues into the town. After this had happened, Mr. Lownij arrived and effected a ceasefire and a withdrawal of our respective troops, which gave opportunity to the Company's people to send wagons from the town, and to fetch paddy and other things from the bazaar, as well as copper plates from the said Temple. I had daily reports made of this to Mr. Lowneij. There were probably thieves among the Munducars who plundered the copper of the said Temple; Mr. van Spall discovered them, and had them punished and the copper taken back, which is in the town. Mr. van Spall understands all this, and knows that it occurred in the said manner, and it can thus reasonably not be expected of me that I shall pay for it. Concerning the money that Dewersa owed to the Rajah of Travancore, I say that during the time the Company's troops were at Mattancherry, Mr. van Spall had given orders to bring all accounts, the money, and the keys of the warehouse of Dewersa into the town, and when the ceasefire took place through the mediation of the English resident, Mr. Lowneij, Mr. van Spall sent the keys of the said warehouse to Ambadachetti, and had me requested to send my people to assist his people and the merchants and to take an inventory of the goods of Dewersa. This was done, and the keys of the warehouse were brought into the fort. Subsequently the Company's people came to Kalemalaran, opened the said warehouse, and took a portion of goods out of it without warning me. If Mr. van Spall will deliver to the heirs of Dewersa all the money and the accounts of the estate, as well as the keys of the warehouse, and if the heirs will come with them, I shall in all this consider the equity of the claim.

Dutch transcription

Dit is eene gemutileerde opgave van den Rajah, brief van 't Jaar 1772: toege waar bij uitgelaaten word, dat hij de kanarijns niet mag met nieuwe lasten bezwaaren, zoo als zijn, te volharden en ze ler bij het antwoord van den Rajah van den 12:' feb: 1772: deht: 4: is vastgesteld, dit 4:e Artikel moet derhouden, naamlijk dat expres geciteerd en bij de afdoening onder de medicatsie geinsereerd worden zoo wel als het „baar met het zoo eeven aangehaalde. Dit is eene volstrekte drogzeeden onbestaan „ wijl de kanarijns mijne opzigte van den Tempel de kanarijns verbinde ik m hier meede bij de kondietsien door mijn Predecessor bij een geen geld uit den schats Pagode zal genomen wa en dat ik de Hoofden ens „ters buiten toestemming 1 de Nederlandsche kompe„ niet kan aanstellen of afzett de het „daanen zijn, zoo moeten ook voortvaren, mijn ge„ over hen naar 't gebruik alleen volgens de oude „tumen, op dezelfde wijne als mijne Predecessors oeffenen, en zoo lang als dit observeere moet de Nih „landsche Regeering zich daar meede bemoeijen. Mij is ook geproponeerd, nieuwe koopbrieven zoud Verloen volgende. eerma 's konings schuld verlooren zeve des het oude deuntje hetwelk te eermaalen wederleyd is. verleenen van de landerijen toebe „hoorende den Tempel der kana„ „zijns, maar die verlooren waren, „waarde, dat de kanarijns tot hunne wooningen terug keeren; dat zij de beelden en het geld plaats brengen en dat zij komen en mij al het voormelde bekend nieuwe koopbrieven die ik verlee„ de gewoonlijke betaling hebben. In antwoord op de proposietsie, dat ik moet terug geeven het geld en de beel„ „den met de ornamenten, die uit den Tempel genoomen zijn, hebbe ik te zeggen, dat ik volgens oud gebruik van de kanarijns een kon„ „tribuutsie van zuiker eischte, om zeekere gewoonlijke Ceremonies ter occasie van 't overlijden van de voorigen Rasia, te verrigten, zij weigerden deeze zuiker op te brengen en klaag„ „den bij den Heer van Spall, wijl ik daarop bestond als hebbende daar toe goed regt, zijnde een oud gebruik. door hen uit den Tempel ge„ onreedelijk zijn, wijl maken, ook moet ik voor alle dit stem ik gaarn toe op de voor„ nomen, weder op de voorigen Jk Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G. Eijschte Koop benoodigt zijn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Edelheijd Den Hoog Heere. Gededuceert Aan manschappen Jndiase Regeering d de ve i al no verleen e Heer sekunde daarteegen beloofd had, dat de kanarijns als dan tot een boete dubbeld betaalen zouden: van 't geen in de stad gebragt is, hebben wij een hebben de kanarijns een reekening overgegeeven. 't geen de koning heeft laaten wegbrengen narijns, waar van eenige n hier kondemneerd de koning zid zelve hij mogt Ik gebruik te dwangmiddele, om „eene dwangmiddelen gebruiken, maar moest mijne orders te doen gehoorzamen de uitspraak van de komp: afwagten te meer wijl zijn Minster in de konferent, want de ongehoorzaamheid der sie met den Heer sekunde aangenoomen kanarijns was een groote hoon i had, binnen drie daagen de bewijzen te zullen produceeren dat de kanarijns tot die mij, hier op zond de Heer van kontribuntsie verpligt waaren en de spall komp:s Troeppen en kan en plaatste dezelve op mijn gron gebied. — In 't vervolg viel en een gevegt voor tusschen eenig Kanarijns en eenige Naiers n mij op Mattanseerij waar op de Heer van Spall, zonder mij kenn daar van te geeven, of aan mij te schrijven, een De tachement komp Troeppen sond en mijn Palers attakeerde. Dit Detaihement retireerde zig vervolgens en Plaatste wagten twee dagen bleeven en al het ge Artikel ende beelden in de stad koer bragten. behoorlijken inventaris laaten formeeren en van rondom de Lagood van de ka Na dat dit gebeurd was, arriv „de de Heer Lownij en bewerkt een wapenstilstand en een ter Tretkin An al 9n ger 17 205 Rajah heeft niet meer te betaalen of te geeven, doamn 't geen hij gekreegen heeft 1 Artikel is in zoo ver wel. trekking van onze respective Troepopen 't welk geleegenheid gaf aan 't komp:s volk, wagens uit de stad te zenden; en nelij en andere dingen uit de chulati aftehalen, zoo meede koper pla„ „ten van gemelden Tempel. Jk let hiervan daaglijks rapport doen aan den Heer Lowneij. Er waren denklijk dieven onder de Moendoekarres, die het koper van gem: Tempel plunderden, de Heer van Spall ontdekte ze, en liet ze straffen en het koper weder afneemen 't welk in de stad is: — De Heer van Spall verstaat dit al, en weet, dat het op de ge„ „melde wijze voorgevallen is, en het kandus redelijker wijze van mij niet verwagt worden, dat ik daarvoor betaalen zal. Aangaande het geld, dat Dewersa aan den Rasia van Trevankoor schul„ =dig was, zeg ik, dat geduurende de tijd, de komp:s Troeppen te Malan„ „cherij waren de Heer van Spall order gegeeven had, alle reekeningen het geld en de sleutels van den Bankzaal Eerbiedige Beantw Gepast op de Nevenstaande door WelEdelen Hoog G. Eijschte koop benoodigt zyn Hoog Edelen Groot Achtbaaren Edelheijd Den Hoog Heere. Gededuceert Aan manschappen en Jndiase Regeern d den 9 2 1 8 kenn mij te Kom Lalers eZig gten ka 2 het ge Trekkin Bankzaal van Dewersa in de stad te brengen, en toende„ „pen stestand plaats had bij de „diaatsie van den Engelschen „dent, den Heer Lowneij, son Heer van Spall de Sloutels „gemelden Bankzaal bij Am „dachetti, en liet mij verzoeke mijn volk te zenden, om het volk en de kooplieden te adsi „ren en een Inventaris vande „deren van Dewersa mete. t „men: Dit geschiede, en de sl van den Bakzaal wierden in 't Fort gebragt. Vervolgens kwam komp:s volk Kalemalaran open de gem „zaal en namer een gedeeltej goederen uit zonder mij te schuwen: Jndien de Heer van Spallan Erven van Dewersa wil uitte al het geld en de reekening het vermoogen, zoo meede sleutels van de Bankzai als de erven daar meede willen komen, zal ik in at dit zijn, de billikheid van de einsch d glad vertie dus 20 ertai1

← previousnext →