Inventory 3983
Surat · 538 pages · 182 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 6th of January, Year 1792. with the inspection of two remaining small casks of the last-mentioned item. declarations, after the insertion hereof, to be duly sworn under solemn oath before the Court of Justice, in order thereafter to be presented in original to Their High Nobilities, namely the first-mentioned declaration together with the findings concerning the delivered cargo, and to have the aforesaid two remaining small casks inspected by a commission. We, the undersigned chief and petty officers, all serving aboard the Honorable Company's ship De Geregtigheijd, declare at the requisition of the Noble and Valiant Sea Captain Wiggert Molenaer, that on Saturday the 3rd of September, Year 1792, we were running before the wind under the foresail and the main staysail, with a strong wind and flying squalls, having then a considerably high sea, running thus before the wind until the morning watch, until half past the hour, when it suddenly fell dead calm, with heavy downpours, having then the most terrible crashing of the water, through which the ship worked unbearably, and the sea furiously washed over and penetrated from all sides; we found the water at the pump to have risen suddenly to 33 inches; we immediately began pumping with all three pumps, and soon pumped her dry again, but two pumps had to be kept going; we immediately inspected the gunner's cabin, where we found a considerably large amount of water, which was washing back and forth, and observed that our rudder port casing was partially loose or smashed to pieces, so that the sea violently entered the helm port; we bailed the water out of the cabin as quickly as possible and nailed, as best we could, new double inner casings, by which much water was kept out; we subsequently inspected the rice storerooms, where the rice was found to be completely wet, together with a large part of the gunpowder, as the seawater in the powder magazine was likewise sloshing back and forth; the Captain immediately convened a ship's council, and having assembled its members together with the boatswain and the gunner, everyone was asked by the Captain what each considered best to do to prevent further damage and for the well-being of the ship and cargo; and since the rice had already become wet from the seawater and spoiled, and was causing considerable heating, and we were also unable to dry it, the more so because of the daily frequent rains, it was unanimously resolved and agreed with one another to cast the wetted and already spoiled rice overboard to prevent further damage; which having been thus resolved, we threw overboard, according to an estimate by the number of bags, approximately fifteen lasts, which in the storerooms were found to be completely wet. All of which we declare to be the upright and pure truth, and we are at all times prepared to confirm the same under solemn oath. Signed: I. A. Geerken, Hendrik Martens, H. Kooij, J. Muller, J. Jacobs, Jacobus Adriaensen, and Gerrit Schouthoff. In the margin: Done on the aforementioned ship, the 8th of September, 1792. Declaring [illegible] January, Year 1792. Now to make all haste with the unloading of the Geregtigheid in order to be able to depart by the end of this month. Negotiations concerning the sale of the merchandise brought in with the aforementioned vessel. We, the undersigned chief and petty officers, all serving aboard the Honorable Company's ship De Geregtigheijd, declare, at the requisition of the Noble and Valiant Sea Captain Wiggert Molenaer, that on the 5th of September, 1791, we brought the gunpowder up, and inspected and sorted the same, and found thirty-six casks wet, of which thirty were completely melted into water and utterly unusable, nor could they be made usable; we stored the same low again in the powder magazine, along with the dry powder; however, after the passage of a few days, we found considerable foul and choking fumes rising from below; on the 29th of the aforesaid month we held a ship's council, and having called the chief surgeon into their presence, who was asked what he considered to be the cause of the said fumes, who judged that it was caused by the wetted nitre-bearing gunpowder and contributed much harm to the recovery of the sick, who currently were 21 in number; and thus we agreed entirely with the chief surgeon, especially since the ship both outside and inside was covered in a black and blue tarnish; we resolved with one another that the gunpowder which had been completely spoiled by the seawater, amounting to the number of thirty casks, twenty-eight casks should be thrown overboard, and two kept as a sample; which, having been thus resolved, was carried into execution. All of which we declare to be the pure and upright truth, and we are at all times prepared to confirm the same under solemn oath. Signed: I. A. Geerken, H. Martens, H. Kooij, I. Muller, I. Jacobs, Jacobus Adriaensen, and Gerrit Schouthoff. In the margin: Done on the aforementioned ship, the 29th of September, 1791. Lower: In my presence, signed: H. Amesh. Finally, it was resolved to make all haste now with the unloading of the aforesaid ship, and to press the suppliers as much as possible to prepare the East Indian return goods, in order to be able to let this vessel depart by the end of this month. After this, the Director made known to the Assembly how His Honor, together with the Honorable Chief Administrator [illegible] price not
Dutch transcription
Den 6„e Januarij A„o 1792. met visitatie van twee overgehoudene vaetjes van laetstgemelde Apticuel. verklaeringen, na Insertie deeses, voor den Raed van Iustitie te doen b' Eedigen in forma, om daer na Haere Hoog Edelheeden in originali te worden aengebooden, en wel de Eerstgemelde Verklaering neevens de Bevinding van de uijtgeleeverde Ladinge, en om de voorschree„ ven twee overgehoudende vaetjes door eene Commissie te laeten visiteeren opperen Verklaerende wij ondergeteekenden ffume onder-officieren alle bescheiden op 's E Compag„ niet schip De Geregtigheijd Ter Requisitie van den welEdelen Manhaften Heer Capitain ter Zee Wiggert. Molenaer, als dat wij op saturdag den 3„e September A„o 1792. voor de fok. en voor Massijl. ter lens liepen met een harde wind en vliegende buijje, hadden als dan een Considerate„ le hooge zee, liependus ter lens tot in de voordemiddag wagt tot half weegen Uur, wanneer het eens klaaps dood stil wierd, met swaere slort neegen, hadde als dan een alder ureese„ lijkste aenslag van waeter, waer door het schip onverdraegelijk werkte, en de zee, er ge„ weldig kwarm over en indringen aen alle kanten, bevonden het water bij de pompt eens klaaps tot 33 duijm, aengenoomen te sijn, gingen direct met alle drie de pampen aen het pompen, en kreegen spoedig weeder Lens, dog 2 pompe moesten aan de gang blij„ ve, visenteerde terstond in de constapels Camer, alwaer wij Considerabele veel water in bevonde, het welk over en weeder speelde en ontwaerde als dat ons buijten breeking voor een gedeelte was los of aen stukke geslaagen, also de zeegeweldig in het hennegat kwam indringen, schepte het water so spoedig doendelik was uit de kamer en spijkere so goed men konde nieuwe dubbelde binnen broekings, door het welk veel water afkeer„ de, visiteerde vervolgens in de Rijst kamers, alwaer men de Rijst t' eenemaal nat be„ vonde, bemeevens een groot gedeelte kruijt, also het zeewater in het kruitgat meede over en weeder spoelde, wierd door den Capitain op het oogenblik scheepsraed belegd, ende leeden deselve bij een hebbende doen koomen beneevens de schieman en consta„ pel, wierd door de Capitain aen een ieder gevraegd wat een ieder oordeelden het best te sijn, te doen, tot voorkooming van verdere schaede en tot wel sijn van schip en Lading, en also de Rijst door het zeewaater reeds was nat geeenrden en bedorven, en een considerabele broeijing veroorsaekte, en ook buijten staat waere deselve te kunnen droogen, temeer door daagelijks menig„ vuldige Reegen, wierd met eenpaerigheijd van stemme met den andere geresolveerd en goedgevondens, Om de nat geworde en reeds bedorven Rijst overboord te warpen ter voorkooming van verdere schaede, het welk aldus geresolveerd sijnde, wierpen na gis volgens het getal der sakken om en bij de vijfftien lasten overboord, die in bij de kamers ten eenemael nat wierd bevonden. Al het welk wij verklaeren de opregte en suyvere waerheid te sijn en ten allen tijde bereijd sijn, sulx met solemneele Eede te bewestigen /:was geteekend:/ I: A: Geerken. Hendrik Martens, H: Kooij, J: Muller, J: Jacobs, Jacobus Adriaensen en Gerrit Schouthoff /:in margine:/ Actum in 't schip voornoemd den 8„e September 1792 Verklaerende en O„ JanJurij A„o 179 Als nu alle spoed te maken met de ontlos van de geregtigheid om in het eende van deese maend te kunnen vertrekken. Onderhandeling over den Verkoop der met evengenoemde kiel aangebragte Koopmanschappen. Verklaerende wij ondergeteekende opper en onder officieren alle bescheiden op 's E Compa niet schip De Geregtigheijd: der Requisitie aan den wel Edelen Manhaften Heer Capitain ter Zee„ Wiggert Molenaer. Als dat wij op den 5„e September 1791. het buskruit bovenhaelde, en visente de en sorteerde hetselve en bevonden ses en Dertig p„s vaetjes nat, waer van Dertig ten Eenemael tot water was versmolten, en volstrekt onbruikpaar nog ook niet bruikbaer gemaekt kon worde, bergende selve soo weeder om Paeg in het kruitgat beneevens ook het drooge, dog bevonden na verkoop van Eenige daegen Considerabele karede en banaen dampen van beneeden opkoomen, hielden op den 29. e van maend voornoemde Scheeps naer„ en den oppermeester, in desselvs teegenwoordigheijd hebbende doen koomen, aen dewelke gevraagt dense wierd, wat die soude oordeele de oorsaek van gemelde dampte te sijn, dewelke oordeelde t sulx door het nat geworde salpeteragtige knet wierd veroorzaekt, en veele nadeele toten thin herstelling der impetente, die ttans 21. in't getal waaren bij bragt, en waeren dus een hal suijke rig met den oppermeester in een gevalle, also het schip do vanbuijten als van bennen alles swaprt en blauw, beslag resolveerde, dut met den andere om het kruijt dat ten Een mael door het zeewater was bedorven geworden, beloopende ten getalte van Dartig vats om Agentwintig vaatjes over boord te werpen, en twee tot een munster te bewaeren het welk aldus geresolveerd zijnde, ten uijtvoer wierd gebragt. Al het welk wij verklaeren de suyvere en opregten waerheid te zijn en ten alen en tijde bereijd sijn, sulx met solemneele Eede te bevestigen /:was geteekend:/: I: A: Geerken, H: Martens, H: Kooij; I: Muller, I: Jacobs, Jacobus Admi ansen, en Gem: schouthoff /:in margine:/ Actum in het schip voornoemd. den 29:e September 174 /:lager:/ mijn Present /:was geteekend:/ H: Amesh: Eindelijk wierd verstaen, om met den ontlos van voormelde schip, nui alle spoedig te maeken, en de Leveranciers zo veel mogelijk te presseeren, tot het in gereedheid brengen der Indesche Rhetouren, ten einde in staet te sijn, om deesen keel met het einde van deese maend te kunnen laeten vertrekken. Hier na wierd: door den Heer Directeur aen de Vergaederen te kennen gegeeven, hoe dat sijn Agtbaere beneevens den E: Hooft Administrateur Enan len prijse niet
English
The 16th January Anno 1792. Administrator Mante, having been in negotiation with various merchants of this city concerning the sale of the merchandise brought by the Geregtigheid, was finally and after much effort so fortunate as to bring the same merchant who bid on the goods of Zuijderburg, Mearam Asjaram, to offer the same prices, being 16 Ropijen for the picul of powder sugar, Java powder sugar excepted, as well as 90 Ropijen for the Camphur and 39½ Ropij for the Tin, both per 100 lb, which he must pay for those of Zuijderberg, and furthermore that he would accept, in addition to taking the 1100 lb nutmegs and 300 lb mace which will remain after deduction of the customs duties, 42 bags or 7612½ lb Cloves, all at the fixed prices; and that he will furthermore pay 15 Ropijen for the picol of Javanese Sugar, on condition that these prices will also be paid by him net and in Surat Ropijen without rebate or batta; fourteen days from today 25,000 Ropijen, at the end of this month again 25,000 Ropijen, furthermore on the 15th March 50,000 and on the 1st June 50,000 Ropijen, and finally whatever then remains in August next following; provided he enjoys some interest until the collection, for which time would be granted to him until the last of September next. Whereupon having deliberated and considering that there is no possibility of obtaining better prices, as no bid from the other merchants comes close to equaling this, and that one furthermore disposes of a good quantity of cloves with such a small quantity of nutmegs and mace, up to virtually 7 lb Cloves against 1 lb Nutmegs with 1/25 lb Mace, while it is finally also not possible to sell the Javanese sugar for a higher price. It was approved to cede and sell the aforementioned merchandise for the prices offered as aforesaid, and on the agreed conditions, to the said Mearam Asjaram. And since neither the said merchant nor any other merchant could be persuaded to offer more for the Cloves separately and without nutmegs than 543¾ ropij per bag, being 3 Ropijen per pound, and for the Japanese copper 46 Ropijen per 108 lb, it was resolved to leave these two last-mentioned items unsold. Thus done, resolved, and decreed in the Netherlands Office of Souratta, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: J: Sluijshen, Mr Monte, En Meijer, G Piper, Cr Lijnis, and J: C: Roeff. Tuesday the 17th January Anno 1792. Forenoon. All present, except the Warehouse Master Leman due to indisposition. After resumption and approval of the last preceding Resolution, their High Excellencies' venerated missive of the 16th September of the previous year was opened and read, which was received yesterday evening when the ship Voorschooten arrived in this roadstead with 9 sick, having had dead during the voyage. As well as a missive from the Gentlemen Ministers at Cochim, of the 11th December last, brought by the same, and a letter from the Gentlemen Ministers at Ceelon, dated the 3rd of that month, accompanying 2 Dutch Packets. And subsequently it was approved to postpone the deliberation concerning all of this until a further meeting. Taking into consideration that the prices of meat and grains are currently beginning to decline somewhat, although not yet considerably, it was approved and understood to reduce the prices granted to the Dispenser for one month by Resolution of this meeting of the 5th December last, namely meat by half a Ropij, the Ghee by one Ropij, and the catjang by half a Ropij for every maan, as well as the 10 Maan.
Dutch transcription
Den 16„e Januarij A„o 1792. denselven koopman die de goederen vante zuijderdenig heeft angeloegen heeft dese„ ve prijsen voor de suijker, Camphur en het ten alan en 300: lb Soukij ook 42 zakken Nagie„ 1: len te neemen alle teegen de gefireerde prijsen en onder Conditiel. als hebbende hij voor de Iavase suijker niet meer gebooden als 15½ Rapij de pi„ administrateur Mante, met onderscheidene deeser Mtad j Kooplie„ den in onderhandeling zijnde geweest, omtrend den verkoop van de Coopmanschappen per de Geregtigheijd aengebragt, eindelik en na veele moeite so gelukkig waeren geweest, om denselven Coopman, welke de goederen van Zuijderburg heeft angeslagen, Mearam Asjaram, Laverna te brengen, dat hij deselve prijsen zijnde 16: Ropijan voor het picul poe„ den geboden ne uitsintig vande Javar e suijker, de Javase Poeder suijker uijtgesonderd, mitsgaders 90: Ropijan voor de Camphur en 39½ Ropij voor het Thin beides de 400: lb, welke hij voor die van Zuijderberg toetaelen moet, kwam te bieden en daar benee„ herongenomen omnev en 100 : roton enen aanneemen wilde, om neevang de 1100: lb nooten en 300. lb: poekij, welke na aftrek van de Thollen zullen overig zijn teneemen 4 2. Zake ken of wel 7612 1½. lb Nagulen, alle teegen de gequreerde prijsen dat verders sal betaelen, voor het picol Javase Suijker 15 Rohijen, onder Conditie, dat deese prijsen meede sonder Rabath of Batta, door hem fuiwer en in souratse Ropijen zullen worden betaeld; heeden over veertien daegen 25000: Ropijen, wa met het einde deeser maend weeder 25000: Ropijen, voorts den 15„e maert 50'000 en den 1„e Junij 50000 Ropijen, en eindelijk het dan nog Resteerende in Augustus daer aen volgende, . mits genietende war Interest, tot den afhael, waar toe hem tijd zouden worden vergund tot den taetsten September Eerstkoomende. waer gevraag Suijken ten Ean n de Den 6„e Januarij A„o 1702 te koopman aftestaen. En dog de nagelen buiten de Mooten en het Japans kooper voor al het nog onver„ kogt te laaten. zo wied gedgevonden al de angedagn Waer op gedelibereerd en in aenschauw genoomen zijnde, dat er geene magelikheid is om toten purijsent te leedingen, terwijl geenig bood der andere Coopliedens met dit na verre egaliseerd, en dat men daar beneevens een goed deel nagulen met sulk een geringe Quantiteijt nooten en Joelij, tot wel genoegsaam 7. lb Nagulen teegen 1: lb Noolen met 1/25 lb Iaulij aan de hand-zet, terwijl het eindelijk mede mit doenlik is, om de Javase suijker voor horgere prijt te verkoopen. Wierd goed gevonden der voorschreeven handelie haeren voor de als voorschreeven gehoedene prijsen, en op de gemaede Conditien affe„ sstaen en te verkoopen aen geseide Mearam Hilgaram. En vermits nog geseiden, nog eenig ander Coopman te bee„ weegen is om meerder te bieden als voor de Nagulen apart, en sonder nooten 543¾ ropij de zak sijnde 3 Ropijen het pont en voor het Japans koper 46 Ropijen de 108: lb, wierd verstaen deese beide laetstgemelde Articulen onverkogt te laeten. Aldus gedaen geresolveerd en gearresteerd in 't Neederland Comptoir Souratta ten daege maend en Jaere Voormeld /:was ge teekend:/ A: J: Sluijshen„ M„r Monte, E„n Meijer G„ Piper, C„r Lijnis. - - - - - - - - - . en J: C: Roeff- Dingsdag 2 6 2 Dingsdag Gebeneene missive van Haer Hoog d„ saden met doorschoten aengebrage. twe vaderlandse Pakkesten. d: besorgne over een en ander uijtgesteld.. nopens het vloesch, de Ghie, de Catjang en het brandhout voor een maand verminderd Den 17„e Januarij A„o 1792. voor de middag Alle Present Dempto den Pakhuismees„ ter Leman door Indispositie Na Resumptie en Approbatie der laetst voorgaende Rresolutie wierd g'epand en geleesen Haer Hoog Edelheeden gevenereerde missive aan den 16„e September des voorgaanden Jaers, so op gisteren avond wanneer het schip Voorschooten ter sicheedeis ganveerd met 9' zeeken hebbende gedurende de Rerse doodengehad, ter deeser Rheede aengekomen is, e is ontfangen. — zeede ee ocehins en belons brnieffment so meede eene missive van de Heeren ministers te Cochim, van den 11„e December laetstleeden, met denselven aengebragt, en een brieff van de Heeren Ministers te Ceelon, den 3e van die maend gedag„ teekend, ten geleide van 2 Vaderlandse Paketten. En vervolgens goedgevonden de Besoigne over de een en ander tot een nadere bij denkomst te Verschuijven. de tigestan mijsen aan den dissenier In oaarweeging zijnde genoomen, dat de prijsen van het vleesch en de Graenen thans eenigsints, schoon nog niet aensienlijk, begin„ nen te daelen, wierd goedgevonden en verstaen, om de aen den Dis„ ƒ penier bij Resolutie deeser vergaadering van den 5„e December laetstleeden, voor een maend toegestaene prijsen, thans ter ver„ minderen, het vleesch een halve Ropij, de Ghier een Ropij, en de patjang een halve Ropij voor ieder maan, mitsgaders de 10. Maon 2
English
The 17th of January Anno 1792. The imported rice and arak with De Geregtigheid surrendered to the Parsi Bieka Cauwtje for the same prices as paid for those from Zuijderburg. As guarantor for the repatriated head surgeon Peperhoven on account of certain firewood charged to him in taxation one quarter Rupee, and to grant him this, for the meat 6 Rupees, for the ghee 15 Rupees, and for the beans or kitzerie 2½ Rupees each man of 34½ lbs, and this for the course of this month. And whereas it is in no way possible to obtain a higher price for the rice and the arak brought with De Geregtigheijd than that which was paid for those of Zuijderburg, being one Rupee for the 34½ lb of rice and 105 Rupees for the leaguer of arak, notwithstanding that the Director and Honorable Head Administrator have made every effort to that end, it was deemed good and understood to sell and surrender the said rice and arak for the aforementioned prices to the Parsi Bieka Cauwtje. The First Sworn Clerk Abraham Leopoldus Gratiaen, having been, together with the deceased Dispenser Anthonij de Selle, guarantor for the term of four years for the head surgeon Daniel Peperhoven, who was repatriated from here to the capital in 1787, having presented the following petition, containing a request that he may be released from the payment of what was imposed upon the said Peperhoven by Your Honors in the respected missive of the 22nd of July of the past year, The 17th of January Anno 1792. year, and the resolution of this meeting taken consequently thereupon on the 5th of December thereafter, by way of compensation on account of excessive charges for the hospital in 1784/5, 1785/6 and 1786/7, and this in view of the fact that his aforementioned four-year suretyship would long since have expired, etc. To the Right Honorable Worshipful Abraham Josias Sluijsken, Director and Chief Commander of this Directorate, together with the Council. Right Honorable Worshipful Sir and Honorable Gentlemen, The undersigned petitioner, Abraham Leopoldus Gratiaen, Bookkeeper, First Sworn Clerk of Police, and Secretary of Justice, respectfully shows that there has been delivered to him an extract from Your Honorable Worships and the Council's resolution of the 5th of December last, whereby he, as guarantor of the head surgeon Daniel Peperhoven who repatriated from here, is ordered to compensate the Honorable Company for excessive hospital expenses charged in the fiscal years 1784/5, 1785/6 and 1786/7, pursuant to Their High Honors' revered order by missive of the 22nd of July of this year. But since the petitioner's pledged term of four years as guarantor of the aforementioned head surgeon Peperhoven has already long expired, as appears from the copy of the deed respectfully annexed hereto, the petitioner very humbly requests Your Honorable Worships and Honorables that he may be liberated and released from his imposed payment. Underneath stood: doing which, etc. Was signed: A. L. Gratiaen. In the margin: Souratta the 9th of January Anno 1792. Whereupon it was deliberated, and taken into consideration that, The 17th of January Anno 1792. although it also appears from the deed of suretyship, of which an authentic copy is annexed to the aforementioned petition, that the same, having been executed on the 21st of March 1787 for the first four following years, had already expired on the 21st of March 1791, this meeting nevertheless having no power to make any disposition in this regard, it was deemed good and understood to present the same petition with the annexed enclosure to Their High Honors in original alongside the first departing missive, with a request to take a favorable view thereof. The Equipage Overseer Masser having presented a declaration from the master and tindal of the small craft De Batavia, Hendrik Trijtag and Macken Madou, in proof of the breaking of an anchor and a kedge of the following content: We, the undersigned master of the small craft De Batavia, Hendrik Trijtag, together with its tindal named Macken Madou, Declare upon the requisition of the Equipage Overseer Jan Anthonij Masser that when, on the 24th of December last at four o'clock in the afternoon, we were compelled to leave from on board the Honorable Company's ship De Geregtigheid on account of the run of the tide, and thus were obliged to anchor in the roads, upon the coming in of the flood tide at nine o'clock in the evening, weighing the anchor in order to proceed to Souratta as quickly as possible with the cargo contained therein, we found a great weight upon the same, and then [illegible]
Dutch transcription
Den 17„en Januarij A„o 1792. De aengebragte Rrijst en mrak met de geregtigheid aan den Persie Bieka Kauurtjen af gestoen voor„ deselve prijsen als voor die van Zuijderburg be„ told sijn. nls Borg van den gesepalneerden oppermeester Peperhoven weegens seekere hem in textie opge maan brandhout Een quart Ropij, en hem dut toete„ staen, voor het vleesch 6: Ropijen voor de oghie 15 Ropijen en voor de Katjang of kitsene 2½ Ropij ieder man of 341½2 4 „de sulx voor den loop van deesen maend: En aengesien er met geene moogelikheid eene meerdere prijs van de Rijst en de arak met de geregtigheijd aengebragt te bekoom is, dan die welk voor die van zuijderburg sijn betaeld, sijnde een Ropij voor de 34½ lb. Rijst en 105 Ropijen voor de legger Arak„ 1. niet teegenstaende den Heer Directour en E: Hoofd: administratiur daertoe alle maiten hebben aengewend, wierd god gevonden en verstaan om deselve Rijst en Arak te verkoopen en aftestaen voor de voormelde p sem aen den Persie Bieka Cauwtje. Modigstonden date hen gten en Den Eersten Gesuooren Clercq Abraham Leopoldus Gratiaen, zin d vigardin tenmogenender rijstacken als beneevens den overleedenen Dispencier Anthonij de selle sinde over geweest barge voor de tijd van vier Jaeren, voor den in 1787 van hier wa de Hoofdplaets gerepatrieerden oppermeester Daniel Deperhoden gespor senteerd Hebbende het ondervolgende Requet, houdende versoek, pat h van de voldening mage worden vijgespoaken, van het gen leer to Edelheeden bij ij Eerbiedigde missive van den 22.:' Julij des vorleedene Jaers 13. Den 17„e Januarij A„o 1792. Iaers, en de dien ten gevolge genomene Resolutie deeser Vergaedering van den 5„e December daer aen, aen den geseiden Peperhaven, ter ver„ goeding opgelegd geworden is, weegens te veel opgebragte voor het Hospitael in 178 4/5, 178. 5/6 en 178 67/7 ende sulx uit aensien dat sijne voorschreeven vierjaerige Borgtogt voor lange zoude weesen g'effuseerd, Enz. Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josiaf Sluijsken. Directeur en Hoofd Gebieder deeser Diractie C Beneevens Den Raed. WelEdele Agtbaere Heer En H:Heeren en ondergeteekende Suppliant Abraham Leopoldus Gratiaen, Boek„ houder Eerste gezwaare clanq van Politie en secretaris van Justitie geeft Eerbiedig te kennens, dat aen hem is ter hand gesteld, Een Extract uit Uw elEdele Agtbaere en Edelens Raads besluijt van den 5„e December Jongstleeden, waer bij hem als berrg van den van hier gerepatrieerden opperchirurgijn Daniel Peperhouens ter vergoeding aan de Edele Compagnie is opgelegd, weegens te veel opgebragte Hospitaels ongelden in de Boekjaer 174 9/5, 178 5/16 en 178 3/, ingevolge Haar HoogEdelheeden gevenereerde ordre bij missive van „danm 22„ Julij deeses Iaars. - dan dewijl des suppliants verbonden tijd van vier Jaeren als borg van voorschreeven opparchirurgijn Paeperhoven; reeds lange g'expiseerd is, blijkend de hier nevens in Eerbied gevaegde. Copie Acte, so versoekt hij suppliant uwel Edele Agtbaare en Ede„ van lens seer needrrg, dat hij winind sijne opgelegde betaeling gelibereerd- en wij gekend mag worden /:onderstond:/ 't welk doende &:a /:was geteekend:/ A„o P„s Gratiaen /:inmargine:/ Sauratta den 9„en Januarij A„o 1792. Waer op gedelibereerd, en in aanschouw genoomen sijnde dat Schoon : 17„e Januarij A„o 1792. bijlagen aentbieden het breeken van een anker en een werk van het smolschep de Botevier. den Hogdslhede in orginalie met drar schoon het ook bij den Acte van Borgtogt, van welke een Copia du„ thentig bij voorschrewven Request is gevoegd geklijkt, dat deselve, aas zijnde den 21„e Maert 1787. voor de vier eerstvolgende Jaeren gepasserd„ bevrieds den 25„e Maart 1791 g'xpireerd gweest, is deese vergaedering egter geen vermoegen heeft dus omtrend eenige Dispositie te neemen ee goedgevonden en verstaen, om het selve Request, met de annexe Bijlaags Haar Hoog Edelheeden, nevens de eerst afftegaene missive in originalie aent ns bieden, met versoek om daer op een gunstig aenschouw te slaen. den oatuij ahrlend te buijgen Den Equipagie opsiender Masser, hebbende gepresenteerd hem een klaering van den gesaghebber en Tandel, van het smalschip de Batavin Hendrik Taijtag en Macken Madou, ten bewijse van het breeken van een Anker en een werp van de volgende Inhoud. Wij ondergeteekende gesaghebber van het smatschip De Bataviar Hendrik Trijtag, beneevens dies handels genaemd Macken Madsu. Verklaeren ter Requisitie van den Equipagie opsiender Jan Anthonij Masser, dat wanneer op den 24„e December laetstleeden 's nademiddags ten vier uuren genoodsaekt waeren van boord van sl„ Compagnies schip De Geregtigheijd, te gaan uijthoofde de 26. affwas, en dus van„ pligt op de Rheede te ankeren, bij het doorkoomen der vloed, 's avonds ten Megen Uurens het anker windende, om met dit inhebbende Lading so spoedig migelik na souratta te koomen, zo bevonden aen groot swaerte aan hetselve, en taen lineand 6 6 6 lang„
English
The 17th of January Anno 1792. to have sworn before the Court of Justice, and instead of both to have others provided. Having been submitted a declaration from the Fiscal concerning the former sailor of the ship Zuijderburg, whom he also found among the deserters. Proceeding slowly with the heaving, we suddenly felt a lightening, and thought then that the anchor was entirely lost, but finally getting it home, we saw nothing other than a piece of it; further having approached near the bank of Ombre, we cast out the kedge anchor in order to pass over the same since the water was falling, but found upon hauling it home again that one fluke of the kedge anchor was broken. All that is written above, we declare to be the pure truth, and are prepared, if required, to confirm the same with an oath. Below stood: Souratta, the 13th of January Anno 1792. Was signed: Hendrik Frijtag, and with a cross, this is the mark of Macken Maddo Vandel. It was resolved to have the said declaration sworn before the Court of Justice, and instead of the broken anchor and a grapnel to have others provided, and to send the remaining piece of the anchor with the damaged grapnel at the first opportunity to the Main Place among the other unserviceable goods. Having been submitted a declaration obtained by the Fiscal Meijer from the former sailor on the ship Zuijderburg, Cornelis Versteeg, who, according to what was recorded in the Resolution of the 6th of this month, was among those who on the night before the 5th deserted with the boat from aboard the said ship, of the following content: Today, the 8th of January Anno 1792. Appeared before the Honorable Commissioners of the Esteemed Court of Justice of this Direction, the sailor in the Honorable Company's service assigned to the ship Zuijderburg, Cornelis Versteeg, of Pietershoek, who, upon the requisition of the Honorable Fiscal Egideus Meijer, declared it to be true and truthful that between the 5th and 6th of this month, around 3 o'clock in the morning, he was ordered to replace the man in the boat that lay behind the aforesaid ship; that having stood watch there for about half an hour, he saw come to him in the boat the boatswain's mate, the second boatswain's mate, and 5 sailors, by name Arij Snettelaer, Dirk Geerke, Jan Lutjes, Pieter Juarij, Christiaen Ernst Waerendorp, Johannes Krook, and Hendrik Daelmeijer; that thereupon the said boatswain's mate and second boatswain's mate came to him and threatened to cut his throat if he made any noise, while the others cut the painter of the boat; that he, the deponent, was thus forced to keep quiet, but when they were almost out of sight of the ship, he asked them where they intended to go, and received the answer that they wanted to go to Bombaij and thought to sell the boat there; that he, the deponent, had answered them that he had never served his Fatherland nor any Potentate poorly, and had no intention of doing so now, begging them therefore to put him ashore so that he might, if possible, seek out Souratta; that they finally granted his plea and had set him upon an island, from where, having crossed over to the mainland with a fisherwoman, he had arrived here. All the foregoing the deponent declares to be the sincere and pure truth, being likewise prepared, if necessary and required, to confirm the same with an oath. Thus done and declared in Souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed with a cross, and written around it: this is the mark of Cornelis Versteeg. Lower: as Commissioners, signed: Joh: Kuper and Joh: Meijerinck. In the margin: before me, signed: Es Meijer. Lower: known to me, signed: Am Pl Gratiaen, Secretary. The 17th of January Anno 1792. And whereas it appears therefrom with great probability that this Cornelis Versteeg was forced by violence, and by having a knife held as it were to his throat, to make no noise, but was compelled for the preservation of his life to let himself be carried off by the deserters wherever it pleased them, until they finally allowed themselves to be persuaded to put him ashore at a place called the Baerse Bossen, situated near the River of Nassarij, which he took to be a small island, and let him return, after which he came back hither overland without any constraint, it was approved to place the said Versteeg again as a sailor on the Geregtigheijd, with the same wages that he earned on the Zuijderburg. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch Factory at Souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: J: Sluijsken, Mr Monte, Eo Meijer, G:t Piper, Jb Lijnis, and G: C: Roeff. Thursday. The 19th of January Anno 1792. Before noon. All present, except the Warehouse Master Leman due to indisposition. Folio 18. The last Resolution having been resumed and approved.
Dutch transcription
Den 17„e Januarij A„o 1792. voor den Raad van Iustitie te laeten b'Eedigen „ in steede van beide andere te laeten ver„ osgelegd eene verklaering van den Fis„ vael nopens den geweesen mattroos van rik Zuijderburg welk sij meede onder de Deser„ turs bevonden heeft. langsaemen hand met winden voortgaende, bevonden eens klaps eene ver„ ligting, dagten toen dat het anker geheel weg was maer Eindelijk te huijs krijgende, saegen wij niets anders als een stuk daer van, voorts genaderd sijn„ de tot bij de bank van Ombre, teragten wij het werp uit, om vermits het water aen het vallen was, over deselve te koomen, dag bevonden bij het weeder te huijs haelen, dat een hand van het werp gebrooken was. Al het geen voorschreeven staet, verklaere wij de suijvere waerheid te sijn, en sijn bereid, sulx gerequireerd wordende, met Eede te sterken /:onderstond:/ Souratta den 13„e Januarij A„o 1792 /:was geteekend:/ Hendrik Frijtag, en met een kruis dit is de merk van Macken Maddo Vandel. Wierd verslaen, om gedagte verklaering voor den Raed van Justitie te doen b'Eedigen, en insteede van het gebrooken anker en een dreg andere te laeten verstrekken, en het warge„ sheevene stuk van het Anker met de onbeqwaem geworden daeg bij eerste geleegendheid na de Hoofdplaets te zenden, onder de verdere onbequaeme goederen. Zijnde overgelegd eene door den Fiscael Meijer ingewon¬ nene Verklaering van den geweesen Mattroos op het schip Zuijderburg, Cornelis Versteeg, so volgens het aenge„ teekende ter Resolutie van den 6„e deeses, sig bevonden heeft onder diewelke des nagts van den 5„e bevoorens met strekken. Den 17„e Ianuarij A„o 179 met de schuit van boord van gemelde schip gedelesteer sijn, van de volgende Inhoud Heeden den 8„e Januarij A„o 1792. Compareerde voor E„e Commissarissen van den Agtbaeren Raed van Justitie der ser Directie den Mattroos in 's E Compagnies dienst bescheiden geweest op het schip Zuijderburg Cornelis Versteeg, van Pietershoek, dewelke ter Regen titie van den E: Fiscael Egideus Meijer, verklaerde waeren waragtig te sijn, dat hij tusschen den 5„e en 6„e deeser omtrend 3 uuren 's morgens g'ordonneerd is, om de man in de schuit die agter het voormelde schip lag te vervangen, dat hij ongevaer aldaar een halff uur de wagt gehad hebbende heeft bij hem sien koomen in de schuit den Schieman, Baatsman s maet en 5: Mattroosen in Naeme Arij Snettelaer, Dirk Geerke, Jan Lutjes, Pieter Juarij, Christiaen Ernst Waerendorp, Johannes Krook en Hendrik Daelmeijer, dat daerop gemelde schieman en Bootsmans maet bij hem sijnde gekoomen en gedreijgd om hem de keel aftesneijden, indien hij eenig gerugt maekte, terwijl de anderen de vanglijn der schuit afsneeden, dat hij Comparant dus genoodsaakt sijnde sig stil te houden, maer wanneer bij na uijt het gesigt van het schip waeren, hij hun vraegde waer sij lieden na toe wilden, in andwoord hadde bekoomen, dat sij na Bombaij wilden, en aldaer de schuuit dag ten te verkoopen, dat hij Comparant hun hadde g'andwoord, mooet sijn Vadarland nog eenige Potentaet, qualijk te hebben gediend, en de sulx nog niet van sints wa te doen, hun derhalven biddende hem aan land te setten, op dat hij so mogelik dae ratta soude kunnen opsoeken, dat sijlieden sijn bidden eindelijk hebben ver„ hoord, en hem op een Eiland hadden geset, van waar hij met een vissers frauw na de vaste wal overgevaeren sijnde hier was teregt gekoomen. Alle het voorenstaende verklaerd den Comparant te sijn de opregte en suiver waerheid mitsgaders bereid dat moost en gerequireerd wordende 'tselve met Eed te bevestigen Aldus Gedaan en verklaerd te souraita ten daage maend en Jaare voormeld /:was getee„ kend:/ met een kruijs en daer om geschreeven dit is het merk van Cornelis versteag, /:lager:/ als Gecommitteerdens /:geteekend:/. Joh: Kuper en Joh: Meijerinck /:in margine:/ ten mijnen overstaen /:geteekend:/ E„s Meijer /:Lager:/ in ker„ nisse vaar mij /:geteekend:/ A„m P„l Gratiaen, teC„s. En 17: Den 17„e Januarij A„o 1792. nedegonden on redrn in erte en sl„ n mattoos tans op de gengtigheid te En vermits daer uijt met veele waerschijnlikheid geblijkt, dat deesen Cornelis versteeg met geweld, en door hem het mes als op de keel te setten, is gedwongen geworden, om geen gerugt te maken, maer genoodsaekt is ge„ weest zig tot behoud van zijn leeven, door de gedeserteerden te laeten wegvoeren, werwaerds het haer geluste, tot dat zig eindelijk heb ben lae„ ten verbidden, om hem aen een plaets, het Baerse bossen genaemd, leggende bij de Rivier van Nassarij, het geen hij voor een Eilandjen heeft aengesien, aen wal te setten en te laeten terugkeeren, waer na hij over land weder herwaerdes gekomen is, sonder eenigen deang, wierd goedgevonden geseiden versteeg weederom als mattroos opde geregtigheijd. te plaetsen, met deselve gage, die op Zuijdenburg heeft gewonnen. Aldus Gedaen Geresolveerd en Gearresteerd in het Neederlands Comptoir souratta ten daege maand en Jaare voormeld /was getekend:/: A: J: Sluijsken, M„r Monte, E„o Meijer, G:t Piper J„b Lijnis„ . . . . . . . . . . . en G: C: Roeff. Donderdag. Den 19„e Januarij A„o 1792. voor de Middag Alle Present Dempto den Pakhuijsmeester Leman door Indispositie. ƒo:18 De laetste Resolutie zijnde geresumeerd en g'approibeerd. ƒo Watlen. 1n1
English
The 19th January Anno 1792. Having examined Their High Nobilities' letter of the 16th September 1791. To deliver to the head surgeon an extract from the said letter and from the demand for returns, with the accompanying order. To arrange for the requested 200 lb of catechu for the Netherlands. And to take as guidance the remarks made by the Gentlemen Masters mentioned in the margin, as well as the further orders and regulations received. Received a letter from Cochin with an enclosure concerning the now arrived ship Voorschoten. It was now, upon deliberation concerning Their High Nobilities' letter of the 16th September 1791, approved: To deliver to the head surgeon of this Directorate a copy of the said letter, together with the enclosed extract from the demand for returns, with the order to report whether any of the very best aloe, matching as closely as possible the sample received in 1787, is presently to be had, and further to have the said head surgeon state the current prices of gum myrrh. While it was finally also resolved to arrange for the 200 lb of catechu requested in the demand for the Netherlands for this year. And to observe the remarks made by the Gentlemen Masters in the aforementioned requisition regarding the purchase of the different assortments of linens when tendering contracts for the same, as well as dutifully to comply with the orders and regulations received with the aforementioned letter, and to deliver copies thereof where appropriate. With the letter from the Gentlemen Cochin ministers of the 1st December last, the following papers were received relating to the now arrived ship Voorschoten, namely: The 19th January Anno 1792. To offer all the same in original to Their High Nobilities. To supply no more fish rations for the European crew of Voorschoten than for another 4 months. A resolution taken on board that vessel in ship's council on the 21st November 1791, in which it was decided, because of the heavy leakage of the ship, to turn the bow toward Cochin and make that port, with an attached statement from the ship's officers. A report of the commission that examined the condition of the ship at Cochin, dated the 2nd December thereafter. And a report of the judicial commission that, in the presence of the Fiscal there, inspected the 15450 lb of wetted and spoiled rice and cast it into the sea, and sent the 106 barrels containing 5300 lb of wetted and spoiled powder ashore. It was resolved to offer all the aforementioned papers in original to Their High Nobilities with the humble reply of this assembly by the repeatedly mentioned vessel, and to keep copies thereof here. Furthermore, it was approved, in view of the fact that the said ship was provided at Cochin with fish for two months, to provide no more here than another four months' fish rations for the European crew of the same, and to write off the aforementioned quantity of spoiled rice and gunpowder from the inventory of that ship. The 19th January Anno 1792. To write off the spoiled rice and gunpowder from the inventory of the ship, and to charge that command for the amount of the 106 empty powder barrels that remained in Cochin. To send back with the repeatedly mentioned vessel the detachment of Malays that was placed aboard it at Cochin. To supply the requested sealing wax. And to provide Voorschoten directly with 50 Moors. To offer the journal of the Geregtigheid, together with the report of its examination, to Their High Nobilities. To write off the spoiled rice and powder from the inventory of the ship, and to charge that command for the amount of the 106 empty powder barrels that remained at Cochin. Furthermore, to send back to that government, in accordance with the received list and pay roll, the thirty Malay soldiers with an officer placed there on this keel for its defense, together with a bombardier, a gunner, and six European assistants, and accordingly to let the ship call there on its return journey to Batavia. And finally, to supply the requested 25 lb of red sealing wax on that occasion. Furthermore, it was resolved to provide the repeatedly named ship Voorschoten immediately with 50 Moorish mariners, in order thereby to save the expenses that the Company would otherwise have to bear for the laborers. Subsequently, the journal kept on the ship De Geregtigheid during the voyage hither having been presented, with the attached report of the sea captain Varkevisser and the master attendant Masser, who examined the same in the presence of the Fiscal Meijer and found it to be in good order, it was resolved to offer both respectfully to Their High Nobilities with the first departing dispatch. Whereupon 1st February Trade
Dutch transcription
Den 19„e Ianuarij A„o 1792. Besigne wes Hae Hog Edelheden missive van den 16:' September 1731. Aan den oppermeste sissingh te laten afgewen Extract uijt gedagte missive en uijt den Eijsch van Ritouren met Neever„ staende order. De gesnaegde 200: lb Casthouw voor Nteder„ dar te laten besorgen. En om sigde in terstie vermelde gemaekte remar„ quos der Heeren meesters zo ook de verdere ont„ vangene ordres en Reglementen ter observantie die laeten stukken. Eene Lochimsen brief ontvangen met eene bijlaegen betrekking hebbende tot het nu garadeede schip voorshoten. se wierd als nu bij besoigner over Haer Hoog Edelheeden in sive van den 16„e September 1791. goedgevonden. Om aen den oppermeester deeser Directie, Copia te laeten afgaa„ van uit welgemelde missive, mitsgaders het daer bij genoegde Extract uit den Eisch van Ahetouren, met onder om te berigten offer thans van de aller beste Aloe, die so veel mogelik met het in 1787. ontvangene monster wvereentomt, te bekoomen is, en verdersom voorside oppermeet te laeten opgeeven de presente prijsent van de Gum Miniha. Terwijl hindelijk nog wierd verstaen, om de beij den Eisch voor M derland voor deesen jaare gevaegde 200: lb athur te laten babogen En om sig de door de Heeren Meesters bij voorschreeven petitier ge„ maekte nemarques, omtrend den Insam der Differente sorteringe van Lijwaeten, ter nakaaming te laeten strekken, bij de te doene aenbesteeding derselve, als meede, om de bij voorschreeven missive 2 ontvangene ordres en Reglementen schuldpligtig natekomen, en di van Copia te laeten afgeeven daer het behoord. Bijde missive der Heren Cochimse ministers van den Ese Decen laetsleeden zijnde ontvangen de volgende Papieren betrekking h pende tot het nu g'rriveerde schip Voorschooten, als. Eene E 1 2 6 Den 19„e Januarij A„o 1792. Bondan all deselve Hhaer Hoog dlheeden n originaie antbieden. voor de Euersopeese Equipagie van Voorschooten dae niet meerder te laeten verstrekken als voor nog n dan 4„ maenden Randsoen van Disch. Eene Resolutie aen hoord van dien Kiel in scheeps Raed genoomen, den 21„e November 1791. bij welke beslooten is, om vermits de swaer Lecca„ gie van het schip, den steevens na Cochim te wenden, en die plaats aen te doen, met een beijgevoegde verklaering der scheeps officieren. F Een Raport van de Commissia, welke de gesteldheid van 't schip te Cochim g'examineerd heeft, gedagteekend den 2:' December daer aen. En een Raport der Justitieele Commissie, die ten overstaen van den Fiscael aldaer welke de 15450: lb: matgewordene en bedorvene Rijst ondersogt, en in zee geworpen, mitsgaders de 106. vaeten, inhou„ dende 5300: lb nat geworden en bedorven kruit, aen de wal gesonden heeft. Wierd verstaen alle de voorseide Papieren Haere Hoog Edel„ heedens bij de needrige Rescriptie van deese vergaedering met meerge„ dagten Bodem, in originali aen te bieden, en daer van Copien alhier te houden. Voorts wierd goedgevonden, om geseide schip, uijt aensien dat te Cochim met Carwaet voor twee maanden voorsien geworden is, alhier niet meer„ 6 der te laeten verstrekken als vor nog vier maenden Randsaen van visch voor de Europeese Equipagie van hetselve om de voormelde quantiteit bedorven Rijst en Buskruit van den Inventaris van. 20. Den 19„e Januarij A„o 1702 dat schip te leeten afschrijven, en t bedraegen van len„ ge leedige krutobotje Cochim antereekenen. Het Detachement Maleijers welke te Cochim op Meergemelde bodem is geplaetst weeder met denselven derwaerds, te senden. Oan tet gewagde zegul lak te voldoen. En om voorschooten direct van 63 meoren te voor„ van Hef formael van de geregtigheijd benevens het berijt van dies Examinatie Haar Hoog Edelheeden aentebeeden dande bedoven ij en unit onde ramneuren van het schip te laeten afschrijven, en het bedraegen der te Cochin en m 1 bleevene 10 :ledige kruitvractien dat Commandement te laeten aenreekene Voorts om de aldaer op deesen hiel uwr desels de fensie geplaetste Derti Maleijse soldaeten met een officier, beneevens een Bombardier, Een kannonier en ses Europeese handlangers, volgens de daer van on vangene Lijst en soldij Notitie, weeder met denselven na dat gaven nement terug te senden, en het schip dienvolgens in sijne terug na na Batavia aldaer te laeten aengieren. En Eindelijk om de gevraegde 25:' lb. Rood Zeegul Lak die geleegendheid te voldoen. Verders wierd verstaen, om het meergenoemde schip Voorschoote aanstonds van 50: koppen moorse Zeevaerende te voorsien, ten einsi daer door te menageeren de ongelden welke de Compagnie ander„ sints van de sjouwers draegen moet. Vervolgens overgelegd zijnde, het op het schip de Geregtigheid„ houdene Journael, geduurende de Reise na herwaerds met het daerbe gevoegde Berigt van den Capitain ter Zee Varkewisser, en den Equip gie opsiender Masser welke hetselve, ten overstaen van den Sisaa Meijer g'examineerd en wel bevonden hebben; Is verstaen het en ander bij eerst aftegaene missive Haere HoogEdelheeden/ dien kiel Eerbiedig aentebieden. Waer . 1„ Feb an 14 Nogotie
English
21. The 19th of January, Anno 1792. [illegible] And the sailing day of that keel to be determined on the first of February upcoming. The statements of the spoiled rice and gunpowder of the last-mentioned keel are properly sworn, except by the boatswain's mate. After which, having resumed the response prepared by the Lord Commander to the findings of the trade books of the years 1785/6, 1786/7, and 1787/8 inclusive, it was agreed to present the same, together with the aforementioned ship De Geregtigheijd, to Their High Nobilities. While the sailing day of the aforementioned keel was fixed for the first of February next, in the expectation that all the Indian returns will then be ready to load and shipped. Finally, it was also agreed to record that the statements inserted by the resolution of the 6th of this month concerning the spoiled gunpowder and rice of the frequently mentioned ship De Geregtigheijd were formally sworn before the Council of Justice by all the assistants, except by the boatswain's mate Jacobus Adriaansen, who lies severely ill in the hospital. Thus done, resolved, and arrested at the Dutch office of Souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. Josluijsken, M.r Monte, E.r Meijer, G. Piper, C.r Lijnier, G. C. Roeff. Tuesday. 22. Tuesday. The 24th of January, Anno 1792. Report of the examination of the draft of Voorschooten to be presented to Their High Nobilities. The request of necessities from Captain Waakevisser granted. Before noon. All present: The Right Honorable Lord Director Abraham Josias Sluijsken, The Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Matthijs Monte, The Junior Merchant, Fiscal, and Ledger Bookkeeper Egidius Meijer, The Junior Merchant and outgoing Cashier Gerrit Piper, The Junior Merchant and Secretary of Police Carolus Lijnier, and The Junior Merchant, Warehouse Master, [illegible], and Account Keeper George Christoffel Roeff. After resumption and approval of the last preceding resolution, the report of the commissioners who examined the draft of the ship Voorschooten upon its arrival was submitted, showing that the same, which at departure from the capital drew 22½ feet aft and 24 feet forward, was found here to draw 25¼ feet aft and 20½ feet forward. It was approved to present the same among the annexes to Their High Nobilities per the aforementioned keel, together with the report received from Batavia. There was also submitted the following request of the Sea Captain Dirk Waakevisser, containing a petition that the necessities mentioned therein might be provided for the service of his vessel, the ship Voorschooten. To The 24th of January, Anno 1791. together with another 5450 lb of rice. To the Right Honorable Lord Abraham Josias Sluijsken, Director and Chief Commander of this Directorate, Together with The Council. Right Honorable Lord, Gentlemen. The undersigned Sea Captain commanding the Honorable Company's ship Voorschooten very humbly requests that there may be granted to him, for the service of the said vessel, the following equipment necessities, namely: The repair of the boat Repair and tinning of the galley wares Chinese planks or firewood for dunnage The repair of the binnacle and purser's lamps Firewood for the use of the Moors Mats and nails for lining the hold Good months for the ship's crew 15 calkers to calk the ship A new ship's pump Rivets for the hoops of the casks 20 lb tallow or grease for the sounding lead One month's wages for the Chinese A Moorish galley for the Moors, if they are to be sent to Batavia Two new large eyebolts for the iron chains 15450 lb rice, in place of that spoiled and thrown overboard at the roadstead of Cochim In hopes of a favorable disposition upon, and fulfillment of all the above, as being very necessary, he has the honor to be with high regard, underneath stood: Right Honorable Lord and Gentlemen, lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: Dirk Waakevisser, in margin: Souratta, the 24th of January, Anno 1792. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to have all the same provided, as they cannot be dispensed with, together with 15450 lb of rice, in place of that spoiled and thrown into the sea at Cochim, to an equal quantity. Being And
Dutch transcription
21. Den 19„e Januarij, A„o 1792. eeden bandevordingode evendring gen digde deanten dan dto etobt : Ende zeldag van dien kiel te bepaelen op den Sitberij anstende de verklaringen van de bedurvene Rijst en den kruit van laetstgenoemde kiel sijn behoorlijk „digd uijtgesonderd door den Schieman. Waerna zijnde geresumeerd de door den Heer Gebieder in gereed„ heijd gebragte Beandwoording op de Bevinding der Negotie Boeken de Annos 178 5/6. 178 6/7. en 778 7/8. inclusive; wierd verstaen, deselve also met evengemelde schip Deljeregtigheijd Haer HoogEdelheeden aen te bieden. Terwijl de Zeildag van voorschreeven Kkiel wierd bepaeld op den Eersten Februarij eerstkoomende, in verwagting, dat alle de Indische Retouren, als dan sullen kunnen te kinnen en afgescheept zijn Eindelijk wierd nog verstaen aen te teekenen, dat de bij Resolutie van den 6„e deeses g'insereerde verklaeringen omtrend het bedorve„ ne Buskruit en Rijst van meergedagte schip De Geregtigheijd voor den Raed van Justitie in forma b' Eedigd zijn, door alle de as„ fistanten, uijtgesonderd door den schieman Jacobus Adriaansen, welke swaer siek in het Hospitael legd. Aldus Gedaen Geresolveerd en G'arresteerd in 't Neederlands Compitoir Souratta ten daege maend en Jaere voormed/was geteekend:/: A: Josluijsken, M„r Monte, E„r Meijer, G: Piper, C:r Lijnier. . . . . . . . G. C. Roeff. Dingsdag. gauver Lak 22: Dingsdag Den 24„e Januarij A„o 1792. Raport vande Ejaminati van het dietode van voorschooten Hlar Hog Ed=lheden ante bieden. Het Roquest van benoodigdheid van den Capi„ tam barkerisser g'acordeerd. Voor de middag alle Baesent Den MelEdelen Agtbaeren Heer Directeur Abraham Josias Sluijsken Den opparcoopman Lecunde en Hoofd administrateur Matthijs Monte„ Den onderopman Fiscal en sedij Boekheuder Egidius Meijer Den ondercoopman en afgaenden Cassier Gerrit Piper Den ondercoopman en Secretaris van Politie Carolus Lijnif en Den ietendenoptman Iagptie aed ager aturende en varekenaer George Christoffel Roeff. Na Resumptie en approbatie der laetst voorgaende Resolutie zijnde aergelegd het Rapport der Gecommitteerdens, welke het dieptreeden van het schip voorschooten bij desselvs Arrivement heb ben g'examineerd, ten gebelijke, dat hetselve, so bij vertrek van de hoof„ plaets agter 22½ en voor 24 voeten diep lag, alhier bevonden is te leggen agter 25¼ en voor 20½ voeten 2s goedgevonden, hetsla onder de Bijlaegen Haere Hoog Edelheeden per voornoemden kiel aentebieden met en beneevens het van Batavia ontvangene Rapport. Wierd almeede overgelegd, het ondervolgende Request van dens Capitain ter Zee Dirk Waakevisser, houdende versoek dat dienste van sijnen Bodem, het schip voorschooten, moogen word verstrekt de daerbij gemelde benoodigdheeden. Aan Den 24„e Januarij A„o 1791. bernevent nog 5453: lb Rijst. Aan den Wel Edelen Agtbaeren Heer Abraham Josias Hluijsken Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raad. WelEdele Agtbaere Heer. Heeren. Den ondergeteekenden Capitain ter zee Commandeerende 's Ee Compagnies schip voor„ schooten, verseekt seer ootmoedig, dat aen hem ten dienste van gemelde Bedem mooge werde toegestaen, de ondervolgende montheerlijke benoodigdheeden als Het Repareeren van de Schuit „ _„o en vertinnen van het Combuis goed. Chineese planken of brandhout tot guarniering Het Repareeren van de Nagthuijs en Betteliers Lampen Brandhout ten dienste van de Mooren Matten en spijkers tot het afmatten van het Ruijm Goede Maenden voor het scheeps volk. 15 Calvaeters om het schip te Calvaeten Een Nieuwe Scheepspomp klinknagels tot de hoepels van het vatwerk 20: lb Roeth of smeer voor het looth Een maend Gagie voor de Chineesen Een Moorse Combuijs voor de Mooren, so'er voor Batavia staen versonden te worden twee nieuwe Groote oagbauten voor de Rser kettings 15450: lb Rijst, insteede van de bedorvene en overboord geworpene op de Rheede van Cochim In hoopde van een gunstige dispositie op, en voldoening van al het voorenstaende, als seer benoodigd, heeft hij d' Eer met Hoogagting te zijn /:onderstond:/ WelEdele Agtbaere Heer en Heeren /:lager:/ Uwel Edele Agtbaeren onderdaenige en gehoorsaeme Dienaer /:was ge„ teekend:/ Dirk Vaskwisser /:in margine:/ Souratta den 24„' Jan:i A„o 1792. — Waerop zijnde gedelibereerd, is goedgevonden en verstaen, om alle de„ selve als niet kunnende worden gemist te laeten verstrekken met en benee„ vens 15450: lb Rijst, insteede van de bedowene en te Cochim in Zee ge„ worpene tot een gelijke quantiteijt. zijnde En
English
The 24th of January Anno 1792 also to present to Their High Nobilities the report concerning the examination of the spices from Voorschooten; to have one month of their earning wages issued to the detachment placed aboard the said vessel; and for reasons in the text to let the same transfer to De Geregtigheid in order to be returned to Cochim upon departure from here, The report having been submitted of the judicial commissioners who, in the presence of the fiscal, received and garbled the spices brought by Voorschooten, it was resolved to enter this into the records and to present to Their High Nobilities in originali the findings regarding the cargo of this vessel alongside the [illegible]. Upon the request made thereto by the commanding officer of the detachment placed aboard the ship Voorschooten by the gentlemen ministers at Cochim, consisting of one bombardier, one gunner, seven assistants, among whom one who serves as carpenter, one drummer, two sergeants, two corporals, and 25 ordinary soldiers, and upon his declaration that they had received no further wages beyond the ultimate of November, it was resolved to have one month of their earning wages issued to the same. Subsequently, having taken into consideration that it is likely presently preferable for the service of the Company to send the same detachment back again as soon as possible, as a suitable opportunity presents itself thereto by the ship De Geregtigheid which is ready for its departure, instead of detaining the same here for another month until the departure of Voorschooten, as it may be of use not only at Cochim, but that The 24th of January Anno 1792. with thanks to the ministry there for the assistance rendered and issue of one month's rations here to the same. of warehouse keeper. it is also somewhat necessary on De Geregtigheid, as this morning information was received from the captain of a small French vessel named Carosin that at the latitude of Cape Saint Jan a Maratha fleet of between 50 and 60 vessels is currently cruising, from which he, intending to go to Mauritius, was forced to take flight and return again to this roadstead. It was approved to let the aforementioned detachment transfer to the first-mentioned vessel, and to send them back to the gentlemen ministers at Cochim, where the ship will have to call for a moment to that end, with the dutiful thanks of this assembly for the assistance thereby rendered to Voorschooten; one month's rations shall be provided here for the aforementioned detachment. The office of warehouse keeper having become vacant through the decease of the junior merchant Benjamin Librecht Leman on the 21st of this month, the Director informed the assembly that the following had addressed his Honour as applicants for that office: the junior merchant and fiscal appointed to Bantam by Their High Nobilities, Gerrit Pijper, the fellow junior merchant and secretary Carolus Lijnis, the titular junior merchant and trade transferrer George Christoffel Roes, the bookkeeper and cashier Johannes Kuiper, and the bookkeeper and first clerk Abraham Leopoldus Gratiaen; The 24th of January Anno 1792 having retired from the assembly, a petition from the first-mentioned was read, subsequently, after the fellow members Pijper and Lijnis had first retired from the assembly, a petition from the first-mentioned Pijper was read, containing a request that his promotion to fiscal at Bantam by Their High Nobilities might not preclude him from soliciting Their High Nobilities for the aforementioned post of warehouse keeper here, and that he, as the eldest of the junior merchants at this office, may in the meantime be provisionally favored with the same, being of the following content: To the Right Honourable, Worshipful Sir Abraham Josias Sluijsken Director and Chief Commander of this Directorate Together with The Council Right Honourable, Worshipful Sir and Gentlemen. The junior merchant Gerrit Pijper makes known with all due humility, How
Dutch transcription
24 Den 24„e Januarij A„o 1792 meede Haer Hoog Edelheeden Aantebieden het Rapport nopens de Examinatie der specerijen van voorschooten den det of gedagte bodem te schin geplaatste Detachement eene maend haeren winnende gagie te laaten verstrekken. En om Reedenen in textie hetselve opde Ge„ regtigheid te laeten overgaen ten einde bij vertrak van hier op Cochim weeder of te gee„ zijnde overgelegd het Rapport: der Justitieele Gecommitteerdens welke ten overstaen van den Fiscael, de per Voorschooten aengebragt specerijen hebben ontvangen en gegarbuleerd wierd verstaan, het ve deesen inteschrijven en Haer HoogEdelheeden neevens de intecken Bevinding van de lading van deesen Bodem in Originali antchiede Op het daer toe, gedaane versoek van den Commandeerenden offini van het door de Heeren ministers te Cochim op het schip voorschooten geplaetste Detachement, testaende in Een Bombandier, een Cannonin„ Leeven handlangers, onder welke een die als Timmerman dienst dod„ Een Tamboer, twee sergeants, Twee Corporaels en 25 gemeene Millitaire en de verklaering van denselven, dat geen verdere Gage als tot d timo November, ontvangen, hadde, ts verstaen aen hetselve, eene maend van haere winnende gage te laeten verstrekken. Vervolgens in o overweeging genoomen zijnde dat het waerschi lijk thans voor den dienst van de Compagnie te prafereeren is, om hetselve Detachement so eerder so beeter weeder terug te senden, ma zig daertoe, door het op zijn vertrek leggende schip de geregtighe eene Convenable geleegendheijd aenbied, insteede van hetselve alhier nog een maend lange, tot het vertrek van voorschooten aentehouden also op Cochim van nuttigheijd zijn kan, niet alleen, maer dat hal ve ven. daer 25 Den 24„e Januarij A„o 1792. onderdanksegging aan het ministerie al„ daer voor de beweesene adsistentie en af„ gaeve van een maend randsoen alhier aen istebe. van Pakhuismeester. ver ook eenigermaeten op de geregtigheijd noodig is, numen dee„ 1 Geng sen morgen, door den Capitain van een Frans scheepjen Carosin genaemd, g'informeerd geworden is, dat er op det hoogte van Caep S:t Jan, thans een marettase vloot van tusschen de 50: en 60. vaertuigen kruist, voor welke hij, die de wille na Maurituis had„ genoodsaekt is geworden, de vlugt te neemen en weeder na deese Rheede terug te keeren. Wierd goedgevonden voorschreeven Detachement, op hut eerst„ gemelde Boodem te laeten overgaen, en aen de Heeren Ministers te Cochim, alwaer het schip ten dien einde voor een moment, sal moeten aengieren, terug tesenden, met gehoorsame dankzegging deeser vergaedering, voor de daer door aen voorschooten beweesene adsisten„ tie; zullende voor het voorschreeven Detachement Een maend Randsoen alhier worden verstrekt. stiterten nd aen gats dendt Den dienst van Pakhuijsmeester door het overleijden van den onderkoopman Benjamin Librecht Leman op den 21„e deeses sijn„ de koomen te vaceeren, galf den Hleer Directeur aen de Vergaadering te kennen, dat zig tot dien dienst als sollicitanten aen sijn Edele hadden G'addasseerd den onderCoopman en door Haer HogEdelheeden aengestelden. 26 Den 21e. Januarij A„o 1742 dering getreeden zijnde, wierd geleesen een Requst van den Eerstgemelde aengestelden, fiscael van Bantam Gerrit, Piper, den meede on„ derkoopman en secretaris Carolus Lijnis, den titul:r onderCoopman en Negotie overdraeger George Chistoffel Roes, den Boekhouder en Cassier Johannes Kuper, en den Boekhouder en Eerste Clercq deladen beser en zijns uijt e vogen Abraham Leoheldus Gratiaen; tervolgens, na dat alvoorens de meede leeden Piper en Lijnis sig uijt de vergadering begeeven had den, wierd geleezen een Request van den Eerstgemelden Piper han dende versoek, dat zijne bevordering tot fiscael te Bantam, door Haar Hoog Edelheeden, hem niet mag uijtsluten, om Hoogs deselve, om voorschreeven Bediening van Pakhuismeester, alhier te solliciteeren en dat hij, als de oudste der ondercooplieden ten deesen Comptoir met deselve inmiddels provisioneel begunstigd mag worden Entl: van de volgende Inhoud: Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Josias Sluijsker Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raed WelEdele Agtbaere Heer. eeren. Goeft Zer oetwoedig te bennen den onderoopman Gerrit Pep Hoe En
English
The 24th of January, Anno 1792. Whereupon, after prior deliberation: Whereas it pleased Their High Nobilities, upon the petition submitted for that purpose and in consideration that he has held an office here for six years that by no means afforded him and his family a livelihood, to appoint him as Fiscal of Bantam, a favor for which he, the petitioner, will be grateful all the days of his life, he having also already prepared himself for his departure on the ship De Geregtigheid and transferred his former office of Cashier, while retaining, however, his seat in Your Honorable Council; Yet now that the junior merchant Leman has passed away, and the office of Storekeeper has become vacant, he, the petitioner, respectfully flatters himself that his aforementioned promotion to Fiscal of Bantam may not be an obstacle to petitioning Your Honors to be favored with the aforesaid office here, in support of which request he asks Your Honors to take into consideration that it was undoubtedly the favorable intention of Their High Nobilities to grant him a favor through his promotion to Fiscal of Bantam whereby he might at last obtain a means of subsistence after a stay of six years, and that, this post having thus been given to him for his livelihood, Their High Nobilities will favorably approve that now, opportunity presenting itself, he be employed at this place, where through the discharge of his previous service as Cashier during a stay of six years he has acquired knowledge of the Company's service and the interests of the Honorable Company in this Directorate; To which is added that, since as the senior junior merchant here he might have flattered himself with succession to the office of Storekeeper, he now dares to hope that the favors shown to him by Their High Nobilities may not turn to his disadvantage or detriment, and that Their High Nobilities will allow him to continue serving here, wherefore the petitioner humbly requests that Your Honors may be pleased to favor him provisionally with the aforesaid vacant office of Storekeeper until Their High Nobilities' revered disposition; underneath stood: Doing which, was signed: G:t Peper, in the margin: Surat, the 23rd of January, Anno 1792. Whereupon, having deliberated and considered, on the one hand, that one may assume that Their High Nobilities, by promoting the said Peper to Fiscal of Bantam, did not intend to preclude him from petitioning for any office at this trading station whenever an opportunity arose, and, on the other hand, that the aforementioned rulers will not disapprove of this Council’s decisions regarding this matter, and allowing the aforesaid Peper to remain here in the meantime; It was approved to assign the performance of the aforesaid office of Storekeeper provisionally to the said junior merchant Peper, until Their High Nobilities shall have been pleased to favorably dispose concerning the said office. Finally, it was resolved to grant a seat in this council at the next meeting to the Cashier, in place of the aforementioned deceased junior merchant Leman. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch trading station of Surat on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, M.r Monte, E.s Meijer, G: Peper, J.s Lipnis, and G: C. Roeff. Monday, the 30th of January, Anno 1792. Before noon. Present: The Honorable Director Abraham Josias Sluijsken. The Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Matthijs Monte. The Under-Lieutenant, Fiscal, and Pay Bookkeeper Egidius Meijer. [illegible] Gerrit Peper. The Junior Merchant and Secretary of Policy Carolus Lijnis. The Junior Merchant, Trade Receiver, Invoice Keeper, and Gauge-Master George Christoffel Roeff. The Bookkeeper and Cashier Johannes Kuper. After resumption and approval of the last resolution of the 24th of this month; First, pursuant to what was resolved therein, after taking the customary oath, a seat in this council next to the junior member was granted to the Bookkeeper and Cashier Johannes Kuper. Whereafter, having submitted the report drawn up by the Honorable Chief Administrator concerning the delivered cargo of the ship De Geregtigheid, with the explanation provided in the margin thereof by the commanding Sea Captain Wiggest Molenaer, it was approved and resolved to present the original findings concerning the delivered cargo of De Geregtigheid to Their High Nobilities.
Dutch transcription
Den 24„ Januarij A„o 1792. Warof na voorgaande Daliberatie Hoor dat het Haer Hoog Edelheedens behaegd hebbende om hem op de daer toe gedaene sollicitatie en uit aenschouw dat alhier seederd ses Iaeren een bediening heeft gehad die hem met sijn Huijsgezin op verre na geen middel van bee„ staen gaff, aen te stellen tot Fiscael van Bantam eene wildaet voor dewelke hij supliant Vloegst deselve alle de daegen sijnes Leevens Dankbaer weesen sal, hij sig ook albereeds tot sijn vertrek met het schip De Geregtigheijd gereed gemaekt. en van sijn voormaelige dienst van Cassier Transport gedaen heeft, met behou„ ding egter van Cessie in UwelEdele agtbaeres vergaedering. 1 Dog dat nu den ondercoopman Leman sijnde koomen te overleijden, en den dienst van Pakhuismeester te vaceeren, hij suppliant in Eerbied sig vleijd dat de bnavenstaende sijne bevordering tot Bantams Fiscael, geen obstacul weesen mag om UwelEdele agtbaeres te solluciteeren, om met die voorschreeven bediening alhier te worden begunstigd, tot onderschraeging van welk versoek hij uwel„ Edele Agtbaeres versoekt in overweeging te neemen dat het buijten teegenspraak de gunstige intentie van Haer Hoog Edelheedens is geweest om hem door sijne bevorderinge tot Fiscael van Bantam eene weldaed te bewijsen waer door hij na een verblijf van ses Jaeren eens een middel van bestaen verkrijgen moet, en dat hem dus die post sijnde gegeeven tot sijn bestaen Hoogstdesel„ ve gunstig sullen Passeeren, dat hij nu daer de geleegendheijd voorkomt g'Emplo„ geerd word ter deeser plaetse, alwaer hij door de bediening van sijne voorige dienst als Cassier geduurende een verblijf van ses Jaeren kennisse van 's Meester dienst en de belangens van D E Comp„e in deese Directie verkreegen heeft. Waerbij nog komt dat daer hij sig als sijnde den oudste: ondercoopman alhier met die optreeding tot den dienst van Pakhuismeester soude hebbe moegen vlijen, hij thans verhoopen durfft „ Haer Hoog Edelheedens aen hem beweesen gunsten niet ten sijne nadeele of Ergerer mag, en dat Hoogst de„ selve hem sullen toestaen, om alhier te blijven dienen, weshalven den supli„ ant ootmoedig versoekt dat UwelEdele agtbaares hem met die voormelde vareerende Bediening van Pakhuismeester Emvisioneel gelieven te begunstigen tot Haer Hoog Edelheeden g'Eerbiedigde dispositie /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend:/ G:t Peper /:in margine :/ Souratta den 23„e Januarij A„o 1792. Waer op gedelibereerd: en in aenschouw genonmen, zijnde aen der eene sijde, dat mens mag onderstellen, dat Haer HoogEdelheeden door de bevordering van gemelde Piper tot Jiscaels van Bantam, hem niet hebbent willen uitsluitent om na eenige Bediening ten deesen Comp„ toire 27 28 Den 21„e Januarij A„o 1782. Goedgevonden word het bij deselve gedaene veersoek om dien deenst proesioneel te moogen waerneemen, aen gedagte Peper te accordeeren: Voorts bij Eenstvolgende vergaadering ses„ sie t geven aen den Cassie keeper. teire te selliciteeren, wanneer daer toer geleegendheid voorkwam„ en aen den anderen kant, dat Hooggemelde gebiederen, niet sullen alskeuren, dat maen Magstdenselver besluiten, daeromtrend mnn en voorseide Piper inmiddels alhier verblijven laet. Wierd goedgevonden aen geseiden ondercoopmans. Peper de waar neeming van voorschreeven dienst van Pakhuismeester paer koneels optedraegen, tot Haer Hoog Edelheeden, wver gemelde Bde ning gunstig sullen hebben gelievens te disponeeren: Eindelijk wierd verstaen, om bij de eerstvolgende bijeenkomst zitting in deese vergaedering te geeven aen den Cassier hun „ insteede van voormelde overleedene ondercoopman Leman„ Aldus Gedaen Geresolveerd en Gearresteerd in 't Neederlands Comptoir souratta ten daege maend en Jaere voormeld /:was geteekend:/ A„ J„n Sluijsken M„r Monte, E„s Meijenr Dn G: Peper, J„s Lipnis en G: C. Roeff. — Maendag nali 29 Maendag den Cossin Wijser lessie gegeeven. de bevinding op de uijtgeleeverde Lading van de Gergtigheijd Haer Hoog Edelheeden / in origi„ nali aentebieden. Den 30„e Januarij A„o 1792. Present. voor de middag Den elEedelen Agtbaeren Heer Directeur Abraham Josias Sluijsken. Den Oppercoopman seceurde en Hoofd Administrateur Matthijs Monte„ Den Onderietenant fistael en Soldij Borkhouder Egidius Meijer. Den antrtonsran oegsted Tedarl o aten as eeene a ie een Gerrit Piper. Den Ondercoopimans en Secretaris van Politie Carolus Lijnis Den til: ondercopmans Negotie over draeger facturhouder en Naedikenaer George Christoffel Roeff ƒ Den Berkhouder en Cassier Iohannes Kuper. Na Resumptie en approbatie van de laetste Reso„ lutie van den 24„e deeses Wierd vooraff ingevolge van het daer bij gereselveerde, aen den Beekheuder en Cassier Johannes Kuper na het presteeren van den gewoonen Eed, sessie gegeeven in deese vergaede„ ring, naest het Jongste Lid. Waer na sijnde overgelegd de door den E: Hoofd Adminis„ trateur opgemaekte Bevinding van de uitgeleeverde Lading van het schip De Geregtigheijd met de inmargine van deselve ƒ gestelde verandwoording van den daer op Commandeerenden C Capitain ter Zee Wiggest - Molenaer, Is goegesonden en vertaen daer llen dewar Bede kepen P. i ƒ
English
30 The 30th of January, Year 1792. Marginal decisions taken in the Council of Policy at Surat. It was resolved to charge the ship's officers on their pay accounts according to orders, after deducting from the found underweight the allowed 1 percent ship's spillage, being 100 lbs, and this for the prime cost of 13 lbs. Respectful reply to the adjacent finding by the undersigned; as follows: Because several bags were sewn together very poorly, some spillage is undoubtedly to be attributed to that despite all precautions; however, under correction, I am of the opinion that drying out is indeed the principal reason for the adjacent underweight. To dispose thereon, as also set down in the margin of that document, and to present the same, after insertion of this, thus in original with the appendices to Their High Excellencies, with a respectful request to favorably exempt the ship's officers from the charge imposed upon them by this meeting, as the same was occasioned without their fault, and much more without their negligence. Finding upon the delivered cargo of the Honorable Company's ship De Geregtigheid, namely: By the deceased Junior Merchant and Warehouse Keeper Benjamin Librecht Leman, and subsequently by his testamentary executors, the merchandise and other goods belonging to the administration of the Warehouse Keeper entered on the invoice of this vessel were received here in the following manner. Namely: Cloves are entered in 80 gunny packed bags . . . . . . . . lb 10000:— As appears from the report annexed hereto under Letter A, the Judicial Commissioners Johannes Meijerinck and Johannes Kuper saw said 80 bales weighed in the presence of the Honorable Fiscal Egidius Meijer, and in the presence of Sea Captain Wiggert Molenaer commanding on the above-mentioned vessel, at gross . . . lb 10112:— The tare of 80 bales is . . . lb 225:— Remaining in cloves net . . . lb 9887:— Consequently, a net underweight of 1 1/8 percent, or . . . lb 113. The bags were sewn together very poorly, so that from some one could take out the cloves with the fingers. Monday the 30th of January 1792. 35 The 30th of January, Year 1792. As also to charge said accounts of theirs for the deficient nutmegs, after deduction of 1 percent validation for ship's spillage, being 12 1/2 lbs, and this for the prime cost of 101 1/2 pounds; as well as to write off the cost of the found 4 1/2 lbs of dust and refuse to the profit account, and to transfer it in quantity to damaged spices. Because the sokkels in which the nuts were sent this time dried out so severely that one could push one's hand through the rattans and take the nuts out, so that the nuts even fell through them, which, up to 46 1/4 lbs, were gathered on board and likewise sent ashore, I could not prevent this underweight; the nuts themselves must also have dried out between Banda and Surat, and furthermore 50 lbs more were entered by bill of lading invoice than was packed in one of the sokkels. Mace is entered according to the weighing memorandum: 2 sokkels thereof. 1 sokkel No. 1 entered with gross . . . lb 182:— As appears and in the manner just mentioned, found here gross . . . lb 185 3/4 Thus a gross overweight of . . . lb 3 3/4 1 sokkel No. 3 entered with gross . . . lb 155:— As appears from the same just found . . . lb 153:— Thus a gross underweight of . . . lb 2:— The deficit being deducted from the excess found, there still remains on the two sokkels a gross overweight of . . . lb 1 3/4 Nutmegs entered to be accounted for here in 5 sokkels net 250 lbs each sokkel, or together net . . . lb 1250:— In accordance with the cited Report Letter A, the 5 sokkels brought here were weighed gross, dumped, garbled, and found as follows; to wit: 1 sokkel No. 60, which according to the wooden slips and notes No. 59 found inside must contain 250 lbs of lean nuts; in the same was only found; as follows: In nuts . . . lb 229 1/2 Dust and refuse . . . lb — 3/4, being lb 230 1/4 1 sokkel without a number on the outside, but on the two wooden slips found inside and a note No. 3, and on a second note No. 2, all stating that this sokkel must contain 200 lbs of lean nuts, and in the same was found; to wit: In nuts . . . lb 171:— Dust and refuse . . . lb 4 3/4, being lb 175 3/4 1 sokkel without a number on the outside, but on the wooden slip and note No. 9 found inside, stating that this sokkel must contain 250 pounds of lean nuts; however, there was only found therein; as follows: In nuts . . . lb 226 3/4 Dust and refuse . . . lb — 1/2, being lb 227 1/4 1 sokkel to which a note was attached that, like the one found inside, was numbered 55, and according to which must contain 250 lbs of lean nuts; after garbling is found; as follows: In nuts . . . lb 228 1/4 Dust and refuse . . . lb 1:—, being lb 229 1/4 1 sokkel No. 73, agreeing with the numbers thereon and the wooden slips and notes found inside, according to which this sokkel also had to contain 250 lbs of lean nuts; in the same was found; as follows: In nuts . . . lb 230:— Dust and refuse . . . lb 1 1/4, being lb 231 1/4 Thus together found here in 5 sokkels . . . lb 1094 3/4 Which I carry forward. All aforementioned and adjacent found cloves, mace, and nutmegs have been locked in the spice compartment and the lock properly secured with the seal of the Court of Justice.
Dutch transcription
30 Den 30„e Januarij A„o 1792. Marginaele Dispositien genoomen in hae„ Eerbiedig andwoord op de de van Politie te souratta neevenstaende Bevin„ ding door den onderge„ op „teekenden; als. Wierd verstaen de scheeps overheeden op haar Door dien verscheide Zak„ soldij Reekeningen na de ordre te doen ken seer slegt te saemen genaeit sijn is niet teegen„ belasten na dat van het bevondene staende alle Execuutien minwigt sal sijn gedecorteerd het toe„ ongetwijffeld wel eenige gestaene 1: p„rCCento scheeps spillagie sijnde 100: lb„mn en dut voor het reegt„ koopt kostende van 13 lb. onder Correctie van gevae„ len, dat indrooging wel de principaallte Reedenen van Neevenstaende minwigt is. daer op te disponeeren, als meede in margine van dat schriftuur ister needer gesteld, en om hetselve na Insertie deeses also in originae met de Bijlaegen Haer Hoog Edelheeden aentekieden, met Eerbiedig eer soek om de scheeps overheeden aan de haer bij deese vergaedering daerbij opgelegde Belasting gunstig te ontheffen, alse deselve buijten haar schuld, en veel meerder nog teuiten haere negligentie goccasioneerd geworden if. Bevinding, op de Uijtgeleeverde La„ ding, van 's E. Compagnief schip De Geregtigheijd Naementlijk Door den overleedenen ondercoopman en Pakhuismeester Benjamin Librecht Leman, en vervolgens door sijn testamen„ taire Executeuren zijn de bij factuur van deesen Bodem aenge„ schreevene Coapmanschappen en andere tot de Administratie van den Pakhuismeester gehoorende goederen in volgender manien alhier ontvangen. Naementlijk. Garioffel Nagulen sijn in 80: goenij g'emballeer„ de zakken aengeschreeven. . . . . . . . . lb 10000:— Blijkens het deese onder L„r A bijgevoegd Rapport, hebben de Justitieele Gecommitteerdens Johannes Meijerinck en Johannes Kuper, gesegde 80: baelen ten overstaen van den E: Fiscael Egi„ dius Meijer, en in presentie van den op boven„ genoemden bodem Commandeerenden Capitain ter zee wiggert Molenaer sien inweegen met brutto. . . - - - - - - - lb 10112:—. Detarra van 80: baelen is. - r„ 225: —: Resteerd aen Nagulen Netto. . . . . . lb 9887:—: Gevolglijk aen netto minuwigt van 15/ prCo „ro off. . - . . lb 113. De zakken waeren seer slegt saemen genaeijd sod ae„ nig dat men uit sommige de Nagulen met de vingarl konde uijtneemen. spillagie daer aentoe„ te schrijven, egter ben ik Maendag den 30„e Januarij 1742. Foulij 101 1 1o Gle 35 Den 30„e Januarij A„o 1792. Als meede gesegde haere Reekeningen) Vermits de soukels waer in te doen belasten voor de temin verand„ de nooten deese keer geson„ woorde nooten, Muschaeten naaf„ trek van 1: procento Validatie voor scheeps spillagie sijnde 12½ lb en dut voor het uitkoops kostende van 101½ pond Mitsgaders het kostende van de bevondene 4½ lb stoff en gruat op de winst Reekening af, en in quan die tot 46¼ lb aen boord titeijt op specerijen bedervene te doen sijn opgerapt en meede overschrijven. Alle voor en Neevensgemelde bevondene Garrioffel Nagulen Foulij off Maiis en Nooten muschaeten sijn in het specerij hok opgeslooten en het slot met het zegul van de Juttitie behoag„ Foulij off Maris is volgens weeg memorie Aengeschreeven 2 sonkels daer van. 1: zoukel N„o 1 aengeschreeven met brutto. . lb 182. —.. blijkens en in voegen als even ge„ meld alhier bevonden brutte - - - - - - „ 1854 Dus een brutto overwigt van - - - - - - 1 zoukel n:o 3 aengesz: met brutto Dus een brutta wainwigt van. . . . . . . lb 2: —: Het temin van het meerdere bevonden gedecor„ teerd zijnde, Resteerd op de twee soukels nog een Nooten Muschaeten aengeschreeven dat in 5 souckels al„ hier moeten verandwoord worden netto 250: lb ieder soukel dan wel tesaemen netto. . . . . . . . . . . . . . lb 1250: —. Conform geciteerd Rapport L„ra A sijn de den sijn so sterk sijn inge„ aengebragte 5 zoukels alhier brutto gewoogen gestort droogd dat men de hand door gegarbuleerd en bevonden als volgd; te weeten. de Rottings dringen en de Nooten er uijthaelen kon„ 1: zoukel. N:o 60. die volgens de in deselve gevondene plankk„ „de, sa dat 'er de nooten selfs jes en briefjes N:o 59. beschreeven, moet In„ door heen gevallen sijn houden 250: lb magire Nooten, in denselven is maer bevonden; als. aen de wal gesonden, heb den Nooten. . . . . . . . . lb 229½ ik dit minwigt niet kun„ „ stoff en gruijd - - - - - - - - „ — ¾ lb 230:¼. nen voorkoomen, ook mae„ ten de nooten selfs ingedroogd 1: zoukel sonder Nommer van buiten, dog op de sijn tusschen Banda en in deselve gevondene twee plankjes souratta en daer en boo„ en een briefje N„o 3. en op een tweede brieffe ven sijn er bij Cognossee„ ment factuur 50: lb maar„ N„o 2 alle meldende dat die saickel moet in„ des aengeschreeven aller houden 200: lb magere nooten en in desel„ in eene der soukels is af„ ve is gevonden; te weeten. gepakt geweest. — den Nooten. 5¾. blijkens even bevonden d.:o . . . „ 153: —: brutto overwigt van. . . . - - - - - - - - „ „ stoff en gruijs. . . . . „ —/4 „ 175¾ 1: soukel sonder N. o van buiten dag op het in desel„ ve bevondene plankje en briefje N„o 9. meldende dat die soukel moet inhouden 250: ponden Magere Nooten egter is daer en maer bevonden; als. Aen Nooten. . . . . . . . . . lb 226¾ „ stoff en gruit - - - - „ 5½„ 227¼. 1: soukel waer aen een briefje dat als de daer in ge„ vondene genummerd was 55. en volgens dien moest inhouden 250: lb Magere Roo„ ten nagarulatie is bevonden; als. den Nooten . . . . . . - - - „b 228¼ „ 1: —. „ 229¼. - „ stoffengruis 1. Zoukel N. o 73. Accord met de nummers daer aen en in denselven gevondene plankjes en brief jes volgens dewelke deel seukel ook moest inhouden 250: lb magere kosten in dentel„ ven is bevonden. als. den nogten . . - - - lb 230: „ stoff engrues - - - - - - - - - „ 1¼„ 435¼. Dut tesaemen in 5 zoukels alhier bevonden. . . lb 1089¾. Die Transporteere. . . . . . . lb 171:— lb 155: — 37 314. ter e tigd. 13: „ lb -
English
32 The 30th of January 1792. Subsequently, it was agreed to settle with the aforementioned ship officers and to grant them the deficits permitted under the General Regulations for write-ins and write-offs cited alongside on the following merchandise etc., namely: On the Tin Bankas 23 3/4 lb or 1/6 per Cento. On the Japanese copper in bars 83 1/2 lb or 1/6 per Cento. On the Japanese or Satsuma Camphor 123 1/2 lb or indeed 4 per Cento. On the Powdered sugar 46445 lb or 4 per Cento. In tied reams, the paper mentioned alongside was received at Batavia in such a manner. By Transport. lb 1089 3/4. Furthermore, according to the cited Report, from the spilled sack of Nutmegs that weighed 187 lb gross, there was garbled in net Nutmegs: 46 1/4. Thus delivered here in total; namely: In Nutmegs: lb 1131 3/4. In dust and sweepings: 4 1/4 as above 1136. Which makes a deficit of 9 1/8 per Cento scarce or lb 114. Tin Bankas must, according to the manifest, be delivered as 208 Ingots: lb 14000. According to the Report attached hereto under Letter B, these ingots have been accounted for here at 13976 1/4. Shortfall: lb 23 3/4. According to the General Regulations on the in- and out-weighing, receipt, and delivery of Cargoes, Your Honor may validate; namely: Article 4 for 1/8 per Cento is: lb 17 1/2. Article 144 for 1/3 of what is permitted under Article 2 makes 1/24 percent: 6 1/4 [total] 23 3/4. Japanese copper in bars must be delivered in 400 boxes: lb 50000. Accounted for here is: 49916 1/2. Deficit: 83 1/2. In accordance with the General Regulations just cited, there is permitted here for validation 1/6 per Cento amounting to: 83 1/2. Japanese or Satsuma Camphor was entered in 29 tubs: lb 3088. Here 29 tubs were delivered weighing: 2964 1/2. Deficit: lb 123 1/2. According to the aforementioned general regulations, there may be validated on this 4 per Cento amounting to: 123 1/2. Powdered sugar in 2666 Canasters entered: 1161034. Said Canasters are accounted for here with: 1114593. Deficit: lb 46441. See the aforementioned General Regulations, there is permitted for Validation 4 per Cento which amounts to: 46441. The remaining goods belonging to this Administration have been received here satisfactorily, Except: That the four received reams of small format may not be called writing Paper. The entered drinks and Rice have been received into the Honorable Company's Provision Warehouse by the Bookkeeper and Dispenser Nicolaes Fredrik Wolff in the following manner, in accordance with the Annexed Report Letter C, Namely: Arrack
Dutch transcription
32 Den 30„e Januarij 1792. Vervolgens wierd verstaen om aen gedag„ dte scheeps overheeden te valldoen en de haer bij het hier neevens geciteerd Generael Reglement opde in en afschrij„ vingen toegestaene minderhoeden. op de volgende Coopmanschappen &ca te weeten. Op het Thin Wankas 23 /¾ lb of 1/6 p„r Cento. Op het kooper Japans aen staeven 83½ lb off 16 p r Cento Op het Camphur Japanse of satsec„ maie 123½ lb of dan wel 4 p„rC„to. Op het suijker Poeder 46445 lb off. 4 pr Cento. Bij toegebondene Riemen is nevensgemeld Papier op Batavia sodaenig ontvangen. P„r Transport. lb 1089:¾. Nog is blijkens geciteerd Rapport uijt den ge„ storte sak Nagulen die brutto gewoogen heeft 187: lb gegarvuleerd aen nitto Mooten. - . . . „ 46¼. Dus tesaemen alhier uijtgeleeverd; teweeten. Aen Nooten Muschaeten. . . . . lb 1131 ¾. „ stoff en qruis. . - . „ 4 14 als boven 1136:—. Dut een Mionsigt van 9 1/8 pr C„o schaars off. . . . . . lb 114: Thin Bankaf moet volgens aenschrijving, aengebragt worden 208: Schuiten. . . . . . . . . . . lb 14000: —. Blijkens het deese onder L„r B. aengehegte Rapport sijn die schuiten alhier verandwoord met „ ƒ3976¼. Tekort. lb „ 23¾. volgens Generael Reglement op de in en uijt„ weeging ontvangst en uijtleevering van Ladingen En ZE. mag gevalideerd werden; te weeten. Artic: t 4 voor 1/8 p„r Cento is. . . . . . . . . . lb 17½. Artic: 144 voor 1/3 uijt het geen volgens Artif. 2 „ toegestaen is komt 1/24 percent stellen - - „ 6½ „ 23¾. ¾ Kooper Japans aen staeven moet in 400: kisjes aengebragt worden. . . - - lb 50000: alhier is verandwoord - - - - -. - „49916½. te Min. . . . . . „ Conform het even geciteerde Generael Regle„ ment is hier op ter validatie gepermitteerd 1 /6 per„ Cento met. . . . . . . . . . . . . . . . „ 83½. Camphier Japanse off Passumacl is er in 29. baclies aengeschreeven. . . . - - - - lb 3088:—. alhier zijn 29 baelies uijtgeleeverd mat. . . . . „ 2964½. te Min. . . . . lb 123½. Volgens voormeld generael Reglement mag hier op gevalideerd worden 4 p„r C„to met . . - - „ 123½. Suijker Poeder in 2666: Cannasser f Aengeschree„ ven. - . - - - - - - - ƒ881161034:—. Gemelde Cannassers sijn alhier - - - „ 1144593: te min. . . . . . lb 46441:—. Vide vermeld Generael Reglement is ter Validatie gepermitteerd 4 p.r C o komt - - - - - - - - „ 46441:—. De overige tot deese Administratie gehoorende goederen sijn alhier ten genoegen ontvangen Exepto. Dat de ontvangene vier Riemen kleijn formaet geen schrijff Papier mogen genaemd worden. De Aengeschreevene dranken en Rijst sijn Conform Annexe Rap„ port L„a C. door den Boekhouder en Dispenciar Nicolaes Fredrik Wolff in volgende Maniere in 'sE Comp„s Provisie Pakhuis ontvangen Nae„ mentlijk. verandwoord met.. . . . Arak 83½. -
English
33 The 30th January Anno 1792. of the arrack api 188 cans or 13 1/3 percent. on the gin 1 bottle or 2 2/9 percent. officers obtained before the Council of Justice request Their High Excellencies by the outgoing letter on the most respectfully to submit the request made by Captain Molenaer to sea had to be to kindly effect a discharge. Thus disposed in the margin Thus respectfully drawn and answered on the 30th up on the day, month and January 1792: /:was year aforesaid signed:/ W: Molenaar as also the Report of the Express Commissioners regarding the inspection made of two pieces of small powder kegs Meanwhile however to charge the pay accounts of the superiors at the redemption price petition in forma sworn for 40466 2/3 lb which moreover and this annexed declaration shows that the permitted for validation 4 1/6 per- getting wet and spoiling of this rice to such an extent that by ship resolution was caused solely by a severe wind and the breaking of the outer breeching of the conveyance which we could not prevent, so I hope from this charge as well as from all others that are not caused by dereliction of duty, to remain liberated or that your Honorable Worships to Their High Excel- cents too little were delivered here. While it was also understood the lencies most favorably The two small powder kegs sent ashore from the ship De Geregtigheid, which pursuant to what was resolved on the 6th of this month, sent ashore here for inspection and proof, and by an Express Arrack Api is in 71 leagers, all of which are branded by the Gauger, entered. . . . . . . . Cans 25560: Receipted 71: leagers are accounted for here with. . . . . . 22152:— too little Cans: 3408:—. In conformity with the oft-mentioned General Regulation may be validated here at 13 1/3 percent with. . . . . . . . . 3408: — Dutch Gin and Anise in 3 cellars entered. bottle 45: accounted for here are. . . . . . . 44:—: too little. . . . . . bottle 1:—: On this may as mentioned be validated 2 1/3 percent /:with Dutch Anise:/. . . . . . . . . . . . . . . 1:—. And of the rice 533 1/3 lb or 1760 1/3 percent. Discharge the rice by me for The Directorate /:among others:/ entered lb 128000:—. accounted for here are. . . . 82200:— too little lb 45800:—: The often cited General Regulation says Article IX. Rice 100: lb of each Coyang, assuming here that a Coyang contains 3200: pounds, comes to. . . . . lb 4000:—. And Article III. 1. on account of the remoteness of the anchorages of the ships in Bengal and Surat etc. another 1/3 of what according to Article IX may be validated, comes to. . . . . . . . . . . . . 1333 1/3: 5333 1/3. consequently a deficit of 35 5/8 percent, being lb 40466 2/3. The aforementioned beverages and rice were received in good condition to the satisfaction of the aforesaid Dispenser. The entered equipage and ammunition goods, item material requirements, were received by the Sub-Lieutenant at Sea and Equipage Overseer Jan Anthonij Masser according to the Report annexed hereto under Letter D, as well as The entered weapon goods, pursuant to Annex Report Letter E, were received to satisfaction by the Ensign Johannes Meijerinck. /:below was written:/ Surat the 30th January Anno 1792. /:was signed:/ M:s Monte. Commission 34 The 30th January Anno 1792 And finally also the Petitions of the applicants for the post of Warehouse Keeper. Commission, consisting of the Equipage Overseer Masser and Ensign Meijerinck having been inspected; it was resolved to insert their Report, whereby it appears that the powder that had been in the said kegs was totally melted and turned into a black mud or clay, and to submit this in original to Their High Excellencies. To the Honorable, Worshipful Sir Abraham Josias Sluijsker Director and Chief Commander of this Directorate Together with The Council Honorable Worshipful Sir. Sirs The undersigned, being commissioned pursuant to Your Honorable Worships' honored resolution of the 6th instant to inspect the two small kegs of gunpowder mentioned in the Resolution of that day, which among others became wet by the sea water in the Honorable Company's ship De Geregtigheid, but were kept for a sample and brought ashore here, have the honor to inform Your Honorable Worships and Honors that, upon opening the lot, they found in the same melted gunpowder, resembling a black sunken mud or clay, and thus being unfit and of no use, they have caused the same to be poured into the river. They hope to have accomplished this their Commission to the satisfaction of Your Honorable Worships and take the honor to call themselves /:below was written:/ Honorable Worshipful Sir and Sirs. /:lower:/: Your Honorable Worships' very obedient servants /:was signed:/ J: A: Masser and Joh:s Meijerinck /:in the margin:/ Surat the 27th January Anno 1792. — Furthermore it was approved to [illegible] the Petitions of the junior merchant and Fiscal of Bantam appointed by Their High Excellencies Gerrit And
Dutch transcription
33 Den 30„e Januarij A„o 1792. d den datk: Apij 188: Kkann: off 13 1/3 prCento. op de huijs 1t les of 2 2/ peCento. ne officieren ingewonne„ ne voor den Raed van Jus„ versoek Haere Hoog Edelheedens bij de afgaende missive op het Eerbie„ door den Capitain Molenaer gedaene in see hebben moeten wer„ digst voortedraegen. een weeder onthessing ge„ lieven te bewerken. Aldus gedisponeerden in margine Aldus in Eerbied be„ andwoord op den 30. gesteld ten daage maand en Januarij 1742: /:was Jaare voormeld getekend:/W: Molenaar zomeede het Rapport van Expresse Gecom„ mitteerdent weegens de gedaene visi„ latie van twee stuks kruitvaatjes Dogintusschen de soldij Reekenengen der overheeden uijtkoops prijs te doen titie informa b'Eedigde belasten voor 40466 2/3 lb die bovende en deese g'annexeerde ver„ klaering geblijkt dat het ter validatie gepermitteerd 4 1/6 pro nat worden en bederven van deese Rijst sodaenig dat wijse bij scheeps Resolutie pen, alleen is veroorsaekt door een swaere wind en het breeken van de buiten broeking van 't voer dat wij niet konde voorkoomen, so verhoop ik van deese belastinge sowel als van alle andere die door geen pligtversuim veroorsaakt sijn, gelibereerd te blijven dan wel dat uwel Edele Agtb:e bij Haer Hoog Edel„ Cents alhier temin uijtgeleeverd sijn. Terwijl ook nog wierd verstaen het „heedens op 't gunstigste De van het schip De Geregtigheid aen de walgesondene twee stuks kruijt vaetjes, welke ingevolge het geresolveerde op den 6„e deeser, alhier ter visitatie en bewijs aende wal gesonden, en door een Expresse Arak Apij is in '11 leggers die alle door den Eijkmeester gebrand sijn aengeschreeven. . . . . . . . Kann: 25560: Geriteerd 71: leggers sijn alhier verandwoord met. . . . . . „ 22152:— te min Kann: 3408:—. Conform seelmeld Generael Reglement maghier op 13 1/3 procents gevalideert worden met. . . . . . . . . „ 3408: — Geneever en Anijs Hollands in 3 Kilders aen„ geschreeven. fles 45: alhier sijn verandwoord... . . .. „ 44:—: - te min. . . - - - - fles - Hier op mag invoegen gemeld gevalideerd werden 2 1/3 prCente En dorde Rijst 533 1/3 lb of 1760 1„r C:o Asquit de door mij van mijn Rijst is er voor De Directie /:onder meer:/ Aenge„ schreeven lb 128000:—. alhier sijn verandwoord.... „ 82:200: lb 45800:—: te Min Het veel mael geciteerd Generael Reglement zegt Artif: T7. Rijst 100: lb van ieder Cojang stellende hier dat een Cosang inhoud 3200: ponden komt. . . . . lb 4000:—. En artic: III. 1. mits de verafgelee„ gendheid derleg plaetsen van de scheepen in Bengaelen en souratta Entp: nog 1/3 van het geen volgens Artic tX mag word en gevalideerd . . . . . . . . . . . . „ 1333 1/3„ 5333 1/3. komt. . gevolglijk een minwigt van 35 5/8 prCento dan wel lb 48466 2/3 . De voor en bovengemelde Dranken en Rijst sijn in deugd ten genoegen van voornoemden Dispenceer ontvangen. De aengeschreeven Equipagie en Ammunitie goederen item Ma„nd: tenael behoeftens sijn door den sous Lieutenant ter Zee en Equipa„ gie opsiender Jan Anthonij Masser blijkens het deese onder L„r D: bijgevoegde Rapport so wel als. De aengeschreevene waepengoederen Conform Annex Rapport L„ra E. door den vaendrig Johannes Meijerinck ten genoegen ontvangen. /:onderstond:/ Souratta den 30„e Januarij A„o 1792. /:was getee„ kend:/ M„s Monte. /:met Anijs Hollands: /. . . . . . . . . . . . . . . „ Commissie . . . 1: —: 1:—. ƒ 34 Den 30„e Januarij A„o 1792 En eindelik ook de Requesten van de Solliritan han om den dienst van Pakhuismeester. Commissie, bestaende uijt den Equipagie opsiender Massen 8 en Vaendrig Meijerinck gevisiteerd geworden sijnde; wierd en staen derselver Rapport, waer bij geblijkt, dat het in deselve vatjes g weest zijnde kruit ten eenemaele gesmetten, en in een swarte moder of klagen anderd was, deesen te Insereeren, en Haer Hoog Edelheeden in originali aentebied Aan den WelEdelen, Agtbaeren Heer Abraham Josias Sluijsker Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raad WelEdele Agtbaere Heer. Heeren De ondergeteekendens Gecommitteerd zijnde om volgens UwelEdele Agtbaeres g'Eer besluit van den 6„e stantij te visiteeren, de bij Resolutie van dien dag vermelde twee vaetjes buskruit die onder meer in 's E. Compagnies- schip de Geregtigheid door het zee waeter nat geworden, dog tot een monster bewaerd en hier aen land gebragt sin hebben de Eer Uwel Edele Agtbaere en Edelens te berigten, dat sij na opening der Padtij in deselve bevonden hebben, gesmelte Buskluit, gelijkende na eene swarte gesond ne modder of kleij, en dus onbeqwaem en van geen nut sijnde, hebben sij hebb „ve in de Revier doen gieten. zij verhoopen deese Haere Commissie ten genoegen van UwelEdele Agtbaere volbragt te hebben en maetigen sig de Eer te noemen /:onderstond:/ WelEdele Agtbaere Heer en Heeren. /:lager:/: uwel Edele Agtbaeres zeer gehoorsaeme Dienaar /:was geteekend:/ I: A: Masser en Joh:s MMeijerinck /:in margine:/ Sourat den 27„e Januarij A:o 1792. — Voorts wierd goedgevonden, om de Requesten van den ondereep en door Haer Hoog Edelheeden aengestelden Fiscael van Bantan Gerrit En
English
The 30th of January, Anno 1792. The ordinary seaman Liesen placed at the Trade Office. Gerrit Piper, the co-junior merchant and Secretary of Police, Carolus Lijnis, the titular junior merchant and trade conveyancer, George Christoffel Roeff, the bookkeeper and cashier, Johannes Kuper, and the bookkeeper and first sworn clerk, Abraham Leopoldus Gratiaen, all requesting to be favored with the vacant office of Warehouse Master, are also to be presented to Their High Noble Lordships alongside the outgoing letter. Finally, it was also agreed to place the young ordinary seaman Cornelis Liesen of Vlissingen, who was brought ashore here from the ship De Geregtigheid on the 22nd of this month, at the Trade Office, instead of the deceased Johannes Molter. Thus done, resolved, and decided in the Dutch Office at Surat, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, M. Monte, P. Meijer, G. Piper, C. Lijnis, G. C. Roeff, and J. Kieper. Friday, The 10th of February, Anno 1792. Before noon, all present. After resumption and approval of the immediately preceding resolution. The 10th of February, Anno 1792. The journal of Voorschooten to be sent to Their High Noble Lordships. Request of the chief surgeon of Voorschooten for medicines granted. To request Their High Noble Lordships in the outgoing letter to excuse the already requested 100 leagers of arrack. The departure of the ship De Geregtigheid having been noted on the morning of the 6th of this month from the Surat Roadstead. It was agreed to present to Their High Noble Lordships, with that vessel, the journal of the ship Voorschooten, which was inspected and found in order by Sea Captain Melenaer and Master Attendant Masse, in the presence of Fiscal Meijer. There was read a petition from the chief surgeon of the aforementioned vessel, Dirk te Boekhorst, containing a request that he may be supplied, for the service of the crew, such medicines as are specified by him on an attached list, because the medications provided to him at Batavia have nearly all been consumed due to the long voyage and the numerous sick they have had. It is approved and agreed to have the same medicines supplied by the chief surgeon of this Directorate, and, according to orders, to debit the pay account of the aforementioned chief surgeon te Boekhorst for them, subject to the disposition of Their High Noble Lordships. And consideration having been taken that the import of arrack at Bombay over the past month has been so substantial, and the market has thereby become so overstocked, that the part brought by Voorschooten The 10th of February, Anno 1792. Taking into consideration the very low price of Japan bar copper. brought by Voorschooten cannot currently be sold for the same price that was paid for that of Zuijdertburg and De Geregtigheid; it is approved to most obediently request Their High Noble Lordships, in the next outgoing letter, to excuse the one hundred leagers of arrack requested in the petition for this Directorate inserted in the letter of the 31st of December last, and to send none here for trade, as there is little likelihood that prices will rise so significantly that it can yield a sufficient profit here. Proposal of the Honorable Director regarding what one should best do with what is on hand and what has further been brought by Voorschooten. Whereupon the Honorable Director presented to the meeting how, having taken into consideration, on the one hand, that Their High Noble Lordships, in their respected letter of the 22nd of July of the past year, paragraph 34, declared their extreme displeasure over the low price of 50 rupees, for which this assembly was forced, by resolution of the 16th of November of the said year, to sell the 100 lb of Japan bar copper imported by the ship Voorschooten in 1790; and on the other hand, that the same copper has since that time fallen in price to such an extent that one can now obtain no more than 46 to 46 1/4 rupees for the same 100 lb, and there is no prospect that it will increase in price in the near future, given the enormous import of English copper, primarily also by private individuals, to whom the Company of that nation allows it to be transported with their ships to India, freight-free and without payment of any customs duty upon import; he found himself obliged to submit to the meeting for consideration what course one ought to take with the 220,000 lb of copper on hand, and with that which was further brought by Voorschooten, for the greatest benefit of the Company. Whereupon, having deliberated and considered that, notwithstanding that copper is sold at the capital for 51 1/2 rixdollars per picul, being 3 3/5 rixdollars or about 53 3/30 rupees or 130 guilders against cash payment in silver coin, as Their High Noble Lordships' aforesaid letter dictates, and that the selling price there is thus fully 13 1/2 percent higher than it can currently be sold for here, the interest of the Company nevertheless does not appear to be served by sending back what is lying here in the warehouses, but that it corresponds more with its interest to dispose of it, even if it were for 46 1/2 rupees per 100 lb, if no opportunity should present itself to obtain somewhat more, provided it is for cash payment, since in that case one can immediately use the money to be produced from it for the redemption
Dutch transcription
35 Den 30„e Januarij A„o 1792. den mattoos Liesen op het Negotie Comp„ hien gekeleed Gerrit Piper, den meede onderkoopman en secretaris van Politie Carolus Lijnis den titulair onderkoopman en Negotie overdraeger George Christoffel Roeff, den Boekhouder en Cassier Johannes Kuper, en den Boekhauder en eersten Geswooren Clercq Abraham Leopoldus Gratiaen, alle versoekende, om met de opengevallen ne Bediening van Pakhuismeester te worden begunstigd, mede Haar Hoog„ Edelheedens nevens de afgaende missive te presenteeren: Eindelijk wierd nog verstaen, om den Jong mattros Cornelis Liesen van vlissingen so alhier op den 22„e deeses van het schip de Geregtig„ heid aen wal geligt is, op het Negotie Comptoir te plaetsen, in„ steede van den overleedenen Johannes Molter. Aldus Gedaen Geresolveerd en Gearresteerd in het Neederlands Comptoir souratta ten daage maend en Jaere voormeld /:was getekend:/ A„ J„n Sluijsken, M„r Monte, P„n Meijer, G„s Piper C„s Lijnis, Ga C„ Roeff en J„b Kieper: Vrijdag- Den 10„e Februarij A„o 1792. Noor de middag alle Present Na Resumptie en approbatie der Laetst voorgaende Resolutie zijnde Den 10„e Februarij A„o 1792 den 6e derk Het Journael van voorschooten Haer Hoog det leden antbieden. schooten om Medeijnen gaccodeerd. Bij de aftegaene brief Haer HoogEdelheeden te verzoeken om de bereeds gedraegde 100: leg„ gers anack te ruseeren. De 2 pont van het schip de gengtigheiden zijnde aengeteekend dat het schip de Geregtigheid des morgens van den 6=e deeses de souratse Rheede verlaaten heeft. Wierd verstaan, om het door den Capitain ter Zee Melenaer en Equipa gie opsiender Masse, ten wvrstaen van den Fiscaele Meijer gevisiteerde en in order bevondene Journaal van het schip voorschooten Haar Hoog Edelheeden met dien kiel aentebieden. se erdork om den opemete van van Geleesen, sijnde een Request van den oppermeester van evengeme de Bodem: Dirk te Boekors, houdende versoek dat aen hem, ten dienste van de Equipagie mooge worde verstrekt, sodaene mederijnen, als don hem op een bijgevoegd Lijstje sijn gespecificeerd, uijthoofde de hem op Batavia meede gegeevene medicamenten, genoegsaam alle verbruikt sijn, door de langduurige reise en menigvuldige gehad hebbende zieken. Is goedgevonden en verstaen, deselve medecijnen, door den opper„ meester deeser Directie te laeten verstrekken, en om volgens de ordre„ de soldij Reekening van bovengemelde oppermeester te Boekhorst, daar voor te Belastens ter dispositie van Haer Hoog Edelheeden. En overweeging genoomen sijnde, dat den aenbrang van Arah te Bombaij seederd de tijd van een maend so aensienlijk geweest mn de markt daer door sodaenig overtropt geworden is, dat de pert Voorschooten Verderg in hij 37 Den 10„e Februarij A„o 1792. in Consideratie neemen van de zeer laage uijs van het Jahans Staef koper. Voorschooten aengebragte thans niet kan worden verkogt voor deselve paijs, welke voor dies van Zuijdertburg en de Geregtigheijd is betald; Is goed„ gevonden om Haere HogEdelheedens bij eerst aftegaene missive, gehoor„ saemst: te versoeken; om de bij de petitie voor deese Directie bij brief van den 31„e Decembeer laetstleeden, geinsereerd, gevraagde Een Honderd leggers Arak te Excuseeren, en geene voor den handel herwaerds te senden, alse er weinig apparentie is, dat de prijsen so aanmerkelijk rijsen sullen, dat hetselve alhier, een genoegsaem voordeel, geeven kan. vondingt van den Hler Ditecteur Nopens tot Waer na den Heer Directeur aen de vergaedering voordroeg, hoe dat, in Consideratie genoamen hebbende, aen de eene sijde, dat Haer Hoog Edel„ heeden bij Haere gevenereerde missive van den 22„e Julij Anna passa„ to §: 34. Hoog tdenselver ingenoegens hebben verklaerd, over de laege frijs van 50: Ropijen, waer voor deese vergaedering is genoodsaekt geweest, de 100: lb Japans staefkoper van den aenbreng van het schip voorschoo„ tem in 1790. bij Resolutie van den 16„e November des gemeldens Jaers te ver„ koopen; en aen den anderen kant, dat hetselve koper seederd Dien tijd, nog dermaeten in prijs is gedaeld, dat men thans niets meerder dan 16 a 46 1/4: Ropij, voor gelijke 100: lb. bekoomen kan, en er geen voruitsigt is, dat het„ selve vooreerst in prijs sal stergeren, aengesien den enormen aenvoer van Engels koper, voornaementlijk meede door Particulieren, aen welke de Compe. ma door 38: Den 10„e Februarij A„o 1792. het aen handen sijnde en het geen nog h„r voorschooten is aengebragt best doen sal. warop het Nevenstandegdlerd zijnde. Compagnie van die natie toestaet, om hetselve met haere scheepen na en stat de zergedering voor wot men met Indien te voeren, vragt-vrij, en sonder betaeling van eenigen tol, bij den aenbering, sig genoedsakt vod, aan de vergadering in wverwerging te gee„ y ven, welk een weg, men met de aen handen zijnde 220'00 lb koper, en met het geent nog door Voorschooten aengebragt is, soude behoo„ ren inteslaen, ten meesten voordeele van de maetschappije. Waer op gedelibereerd en in aenschouw genoomen zijnde, dat, mittagen staende het koper op de Hloofd plaets verkogt word oor s12. Rijxdaelders tet Cical sijnde 3 3/5 Rijksdalders van wel 53 3/30. Copijen of fƒ : 1e: d teegen Contante betaeling in silvere muntspeeren, se als Haer Hoog Edel„ heeden welgemelde missive dicteerd, en dat dus de verkoops prijs aldaa wel 13 1/½ p„r Cento meerder is als het thans alhier verkogt worden kan het interest van de Compagnie egter niet beworderd schijnd te worden met het geene welke alhier, in de bakhuisen legd, weederom terug te senden, maer dat het meerder met haer interest overeenkomt, om ong hetselve, al is het ook voor 46½ Ropij de 100: lb, wanner 'er zig al geen geleegendheid megte voorldoen, om iets meerder te krijgen, van de han te zetten, mits voor Contante betaeling, aengesien mens in dien val„ de van hetselve te profluceerene gelden datelik kan gebruiken tot den aflos 1
English
39 The 10th February Anno 1792. It was resolved to sell that which is on hand in small parcels and to send back that which is not yet unloaded with the said keel. Likewise to do with the delivered barrel of vermilion. discharge of an equal amount of the negotiated capitals, and thereby be relieved of the interest, which otherwise would likely have to run on for another two years, as the proceeds of the imported merchandise, besides the cloves, which are also still at a low price, are not sufficient to satisfy the debts upon due date, if one wishes to remain able to collect the received orders, which together will possibly amount to 18 percent. it was approved and agreed to do everything possible in order to dispose of the aforementioned Japan copper on hand, in small parcels for the best negotiable prices and cash payment, but to send back with that keel the not yet unloaded 50000 lb of that metal, which was brought with Voorschooten, since the Company has not yet borne any charges of tolls or spillage thereof. as it was also resolved to send back with that same keel the delivered barrel with 100 lb of ground vermilion, considering that this vermilion, which was sent hither unrequested, cannot be sold for more than 5 3/4 Rupee the lb, whereas the same is charged at fully 2 7/18 Rupee the equal pound, and thus would cause a very considerable loss. The 10th February Anno 1792. Whereby he requests to pay to him qq. in capacity as attorney of Mr. Cantebeen, 619 1/5 from the Treasury. Request of the chief surgeon Te Boekhorst seeking the sum from Batavia. The chief surgeon Dirk te Boekhorst, in capacity as attorney of Mr. Andries Cantebeen, Head of Surgery at Batavia, having requested by the following petition that there may be paid to him qq. out of the Treasury the sum of 387 Rixdollars making 619 1/5 Rupees which his said principal has to claim from the Second Lieutenant Pieter Delbeek who died on the ship Vreedenburg in Anno 1790 during the voyage hither, whose estate and inheritance was administered here by the curator ad lites and whose remaining balance was paid into the Treasury in a sum of 636 9/18 Rupees. To the Right Honorable Worshipful Abraham Josias Sluysken Director and Commander in Chief of this Directorate Together with The Council Right Honorable Worshipful Sir Gentlemen The undersigned chief surgeon Dirk te Boekhorst appointed to the Honorable Company's ship Voorschooten lying in this roadstead and attorney of Mr. Andries Cantebeen, Head of Surgery and co-opted member in the honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, according to a power of attorney executed there before the Notary Louis Wijbrand van Schalleberk on the 9th September 1791, of which he takes the liberty to annex a copy herewith as Exhibit A, respectfully makes known to Your Right Honorable Worships and Honors: How his said principal has to claim from the then appointed Second Lieutenant Pieter Delbeek on the ship Vreedenburg destined hither in the year 1790, but who died during the voyage, a sum of 387 Rixdollars, which the aforementioned honorable Cantebeen lent to the said Delbeek in cash at Batavia, according to a bottomry bond executed there before the Notary Bestbier and witnesses on the 9th September 1790, as appears from Letter B. That he, the petitioner, has learned that the said estate came under the management of the curator ad lites here, and after payment of the debts a sum of 636 5/48 Rupees was paid into the Honorable Company's Treasury by the latter; he, the petitioner, therefore humbly requests Your Right Honorable Worships and Honors that this amount of 387 Rixdollars or 619 1/5 Rupees may be reimbursed out of the Treasury for and on behalf of his aforementioned principal. Beneath was written: Which doing, etc. Was signed: Dirk te Boekhorst. In the margin: Surat the 10th February Anno 1792. After prior deliberation, it was approved and agreed to place the aforementioned petition and annexes in the hands of the curator ad lites Meijer, with orders to report thereon. The 10th February Anno 1792. It was agreed to place that petition in the hands of the Curator Ad Lites Meijer to report thereon. To let the salary of the provisional acting warehouse master stand instead of a security bond. The sergeant Volter re-engaged in service with his former rank and accrued salary. Subsequently, upon the request made thereto by the provisional acting warehouse master Gerrit Pijper, it was approved and agreed to let his salary continue in the pay books instead of a security bond for his administration. Finally, it was agreed to readmit into service upon his request made thereto, with his former rank and accrued salary, the sergeant Johannes Volter, who by resolution of this assembly of the 6th December 1791 was granted permission to repatriate via Ceylon, but on account of a severe illness had to remain on Ceylon, and returned here some time ago.
Dutch transcription
39 Den 10„e Februarij A„o 1792. „ wierd goed gevonden om het aen handen ers het zijnde dij kleine partijen te verkoopen en de nog niet ontloste met gedagte kiellarng gelsenden. semede te doen met het aengebragte vaetje vermillioen aflas van een gelijk bedraegen der genegotieerde Capitaelen, en daer door entheven worden van de Interessen, die anders nog waerschijnelik twee Jaeren sullende moeten voorloopen, daer het Paosenue der aengebragte Coopmanschappen buiten de Nagulen, die meede nog op een laege prijs sijn, niet toereekende is, om de schulden op vonde natte voldoen, wil men in staet blijven, om de ontvangene Eischen, in tesaemelen mogelijk 18 procent beloopen sullen. wiord goedgevonden en verstaen om al het mogelijke in het werk te stellen ten einde het meergemelde aen handen sijnde Japans koper, bij kline par„ tijen voor de meest te beedingene prijsen en Contante betaeling van de hand te setten, dog om de nog niet ontloste 50000: lb van dat metael, welke met voorschooten is aengebragt, met dien kiel terug te senden, terwijl de Compagnie daer van nog geene ongelden van thollen of spilla„ gie gedraegen heeft. so als meede wierd vesloten, om het aengebragte vaetje met 100: lb gemaelen vermilioen. p. r dienselven kiel terug te senden, aengesien deese vermilioen, die ongevnaegd herwaerds gesonden is, niet duurder kan worden verkagt als 5¾. Ropij het lb, daer deselve is aengereekend met wel 2 7/18. Ropij het gelijke pond, en dus een seer aenmerkelijk verlies vervirsaeken soude. Den teegen Den 10„e Februarij A„o 1792. waer bij versoekt om aen hem qq=e in qua„ titeit als gemagtigde van de Hees Canteboen, 69 1½k uijt Cassa te betaelen. Rquest va den opemestie te Dekshout Den oppermeester Dirk te Boekhorst, in qualiteit: van Gemagtigde te Batana soeken somma van bespiad van den Heer Andries Cantebeen, Hoofd der Chirurgie te Batavias, bij het ondervolgende Aquest hebbende versogt, dat aen hem g: ut Cassa moogen worden betaeld, sodaerie somma van 387. Rijxdael„ ders maekende 619 1/5 opijen als gemelde sijn principael te vorde ren heeft, van den op het schip vreedenburg in A„o 1790 geduuren„ de de reise na herwaerds overleedenen sous Lieutenant Pieter Delbeek, welkers boedel en nalaetenschap, door den curator adtilis alhier geadministreerd en dies restant saldo in Cassa geteld ge„ worden is met eene somma van 636 9/18 Ropijen. Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Tosias Sluijsker Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raed WelEdele Agtbaere Heer Heeren Den ondergeteekenden oppermeester Dirk te Boekhorst bescheiden op het tes die„ ser Rheede leggende 's EComp„s schip voorschooten en Gemagtigden van de Heer Andries Cantebeen, Hoofd der Chirurgie en g'assumeerd lid in den agtbaeren Raed van Justitie des Casteels Batavia, blijkens een procuratie voor den Notaris Louis wijberand van Schalleberk op den 9„en September 1791. aldaer gepasseerd, en waer van de vrijheid neemt Copia hier welen 1 En H. 1 Den 10„e Februarij A„o 1792. is verstaen dat Request te stellen in handen aan den Curator Adlites Meijer om daar op te berigten. de Gagie van den p:l wasnoemend pakheis meester te laeten staan in steede van eene borgtogt. Den serjaant Volter weeder in dienst aan„ genoomen met sijn voorige qualiteit en gewonnen hebbende Gagie: neevens te voegen bij P„ro A geeft uwelEdele Agtbaere en Edeles eerbiedig te kennen. Hoe dat gemelde sijn principael van den in den Jaere 1790: op het na herwaerds gedis„ dog geduurende de reise overledene tineerde schip Vreedenburg als toen bescheidene, saus Luitenant Pieter Delbeek te vorderen heeft eene somma van 387: Rijxdaelders, die meergemelden E: Cantebeen in contante penningen den gedagte Delbeek op Batavia heeft geleend, volgens eene voor den Notaris Bestbier en getuigen meede aldaer gepasseerde Bodemasij brief op den 9„e September 1790. so als geblijkt bij L„r B. Dat hij Requestrant vernoomen heeft, dat gedagte boedel alhier onder de beheering van den curator adlites gekomen, en na afbetaeling der schulden eene somma van Ro„ pias 636 5/48. door laetstgemelde in 'sE Compagnies Cassa geteld is, hij Requestrant UwelEdele Agtbaare en Edeles dus ootmoedig is versoekende, dat dit bedraegen van Rijxdaelders 387. of Ropias 619 1/5 voor en van weegens desselvs principael meerge„ noemd uit Cassa moegen worden gerestitueerd /:onderstond:/ 'T welk doende &„as /: was geteekend:/ Dirk te Boekhorst /:in margine:/ Souratta den 10„e Februarij A„o 1792. Is na voorgaende Delilberatie, goedgevonden en verstaen, voor„ melde Request en Bijlaegen te stellen, in handen van den . Cura„ tot adlites Meijer, met order om daer op te dienen van Berigt. Vervolgens wierd op het daer toe gedaene versoek van den provisi„ oneel waerneemend Pakhuismeester Gerrit Piper, goedgevonden en ver„ staen, om sijne Gage, insteede van eene Borgtogt voor sijne adminis„ tratie bij de soldij boeken te laeten voortloopen. Eindelijk wierd verstaen, om den sergeant Johannes Volter, so bij Resolutie deeser vergaedering van den 6„e December 1798: permissie is verleend, om over Ceilon te moogen Repatrieeren, dog vermits een swaere ziekte op Ceilon heeft moeten verblijven, en voor eenigen tijd weederom terug gekomen is, op sijn daer toe gedaen versoek weeder in dienst te laeten treeden met sijn voorige qualiteit en 25
English
The 10th of February Anno 1792. The prices of meat and some other items are still the same as in the preceding month. Resumption and approval of the preceding resolution by all members. and earned wages, since they presently have no sergeant at hand here, and he is a necessary subject to do service with the garrison and on the vessels as occasions arise. While it was further noted that, according to accurate information, the prices of meat, grains, firewood, butter, and ghee are the same, if not slightly higher, than in the preceding month. Thus done, resolved, and determined in the Dutch Factory of Sauratta on the day, month, and year aforesaid. It was signed: A. Jn. Sluijsken, Mr. Monte, En. Meijer, Gt. Peper, Cs. Lijnis, G. C. Roeffen, Js. Kuper. Friday the 17th of February Anno 1792. Before noon. All present except the under-merchant, appointed fiscal of Bantam and currently acting warehouse master Gt. Peper, due to indisposition. Having first proceeded to the resumption of the last preceding resolution of the 10th of this month, the same, after prior reading, was approved by all members of the assembly. Subsequently, it was noted that the account of the last preceding contracting, of which the goods were dispatched per Zuijderburg and De Geregtigheijd, was closed today with the suppliers, and the sum of Rops 23674 7/8 still due to them on the same was paid from the treasury. Whereupon the Director represented to the assembly that he, together with the Honorable Chief Administrator, had for some time been in negotiations with several merchants of this city concerning the sale of the merchandise brought by the ships, and had found that they currently showed themselves very averse to entering into any contracts regarding sugar and camphor, at least for reasonably fair prices, caused by a very unexpected import of both those items, namely the latter from China, and therefore they had initially been obliged to suspend all negotiations concerning those items, flattering themselves that when the said traders see that their fear of a still greater import is groundless, they will behave reasonably. However, in the meantime they considered that the offer currently made by the Banyan merchant Belsalie Mannektjent Roeptjent—to take, in addition to the brought 1073 lb nutmegs and 300 lb mace, one hundred bags or 18125 lb cloves, all for the fixed prices of 5 Rupees the pound of nutmegs, 8 Rupees each pound of mace, and 3 1/2 Rupees each pound of cloves, and in addition to pay 9 3/4 Rupees for the [illegible], all after deduction of the percent rebate, free of fee, and under condition of counting 50000 Rupees into the Company's treasury within 8 to 10 days, and the remainder whenever demanded by the Director, provided he enjoys the usual interest, until he gradually collects these goods, for which he will be given time until the month of October next—ought to be proposed to this assembly. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that the aforementioned offer made for the nutmegs and mace with such a considerable quantity of cloves is of such a nature that one could not have expected to obtain it, since the cloves in the bazaar have not yet risen higher in price than 570 Rupees the bag, or 3 7/48 Rupees the pound, and that one would therefore greatly neglect the interest of the Honorable Company if one were to reject it, while it is to be hoped that no more sugar and camphor will be imported, in which case one may assume that the demand for both those items will also indeed increase.
Dutch transcription
Den 10„e Februuarij A„o 1792. De prijsen van hett vleesch en eenige andere articuls zijn nog hetselve als in de voorledenen maand. Resumptie, en approbatie der voorgaan„ de Resolutie van alle de leeden. en gewonnen hebbende gage also ment alhier thans geen sergeant aan handen heeft, en hij een noedig subject is om bij het guarnisen, en bij voorvallende geleegendheeden op de vaertuigen dienst te doen. Terwijl nogwierd aengeteekend, dat volgens naauwkeurige Infor„ matie, de prijsen van het oleesch, de Graenen, het Brandhout, Boderg u Ghie deselve, so niet iets meerder sijn, als in voorleeden maend Aldus gedaen Geresolveerd en gearresteerd in het Neederlands Comp„ teir Sauratta ten daege maend en Jaere voormeld /:was geteekend:/ A„ Jn Sluijsken, M„r Monte, E„n Meijer G„t Peper, die sij C„s Lijnis, G„ C„ Roeffen J„s Kuper, Vrijdag Den 17„e Februarij A„o 1792. Voor de middag alle Present Dempto den ondercoopman, aengestelden Siseaa van Bantam en thans waerneemend Pakhuis„ meester 4: Piper vermits onpasselikhiid Vooraf getreeden zijnde tot de Resumptie der laetst voorgaan de Resolutie van den 10„e deeses maends, wierd deselve na voorgaende lecture door alle de leeden des vergaedering g'approbeeerd. Vervolgens wierd angeteekend dat de Reekening der laetst voorpig rige. e e n en gragte scheiden en Jj hemn 43 Den 17„e Februarij A„o 1792. gelkekening van den bosteding is nt delebermeers gesloten. den sen Dmitur n ' los dmistia„ Boeter o pur sijn in onderhandeling geweest over en verkoop der met voorschooten aange„ shedene stad Cooplieden „aen van eenige Contracten weegens de suijker en de Camphur, ende Reedenen man een bod gedaen om mett de nooten en foelij eenige sakken Nagelen te kemen. rige aenbesteeding, van welke de goederen per Zuijderburg en de Geregtigheijd versonden sijn, op heeden met de Leveranciers geslooten, en de aen haer op deselve nog Competeerende somma van Rop„s 23674 7/8 uijt Cassa betaeld is. Waer na den Heer Directeur aen de vergaedering voordroeg, hoe dat vigt kopmanschappn met onder zijn agtbaere beneevens den E: Hoofd administrateur seederd eenigen tijd in onderhandeling sijnde geweest met onderscheiding van deeser stads Cooplieden over den verkoop van de per voorschooten aangebrag„ te Coopmanschappen, gevonden hadden, dat deselve sig thans zeer afo„ die sijse afkeng toenden nopens het keerig toonden van het ingaen van eenige contracten, omtrend de suij„ ker en de Camphur, ten minstens voor eenigsints raisonabele prijsen, veroirsaekt door eenen seer onverwagten aenbreng van beide die arti„ cuelen, en wel het laetstgemelde uijt China, en daerom vooreerst alle onder„ handeling over die articulen hadden moeten staeken, sig vleejende dat wanneer geseide Negatianten sullen sien, dat haere oreese voor een nog meerderen aenvoer sonder grond is, sig reedelijk gedraegen sullen, „ dog inmiddels gemeend hadden, om de aenbiediging, welke tans door den nde gino do deinterte vermede Co Benjaens Coopman, Belsalie Mannektjent Roeptjent, gedaen wierd, om beneevens de aengebragte 1073: lb: nooten muschaeten met 300: lb Foulij te neemen, Een Honderd zakken of 18125 lb Nagulen alle voor de aan s or. gaen¬ en 44 Den 17„e Februarij A„o 1792. met nevenstaand Conditin. Waer op na voorgaende Deliberatie de vastgestelde prijsen van '5 Ropijen het pond Mooten, O/p ieder pond Ioulij en 3½ Ropij ieder pond nagulen, en daer beneevens te betaelen voor de 0 db himn 9¾¼ Copij allena aftrek van opprecento Rabath vrijgeld, en onder Conditie, om binnen 8: a 10: daegen in s Compagnian Cassa te sullen tellen 50'000: Ropijen, en het Resteerende wanneer door Sit den Directeur sal worden gevraegd, mits genietende den gewoonen Interest, tot deese goederen successive afhaeld, waertoe hem tijd sal worden gegeeven tot de maend october eerstkoomende, aen deese oif vergaedering te moeten voortstellen. Waer op gedelibereerd en in aenscheuw genoomen sijnde, dat het voorschreeven gedaene bod voor de nooten en Jaulij met sulk een aensienlijke quantiteit Nagulen, dermaeten is, dat men hetselve te verkrijgen, niet heeft verwagten kunnen, daer de nagulen thans in de Bazaer nog niet hooger in prijs geklommen sijn als 570. Ropijen de Zak, dan wel 37/48 Ropijen het pond, en dat men dus het Interest van de Edele Compagnie seer verwaerloosen zeude, wilder men het sel„ ve aan de handwijsen, terwijl het te hoopen is, dat er geen meerder suijker en Camphur sal worden aengevoerd, wanneer men mag onder s stellen, dat de groetigheijd na die beide Aarticulen meede wel wirde mo Gelvink toeneemen. Anten. te Mag Cren vargh
English
The 17th of February, the year 1792. to cede to the said merchant, and for the present to leave the sugar and camphor unsold, since by the delivery of these sold cloves only 20000 lb will remain, will be sufficient, to increase by a further 16000 lb, will increase, whereas one now cannot remotely obtain those prices which were obtained for those brought in by Zuijderburg and De Geregtigheid. having been [illegible] all the aforementioned articles, it was approved and agreed to cede the aforementioned 1073 lb of nutmeg, 300 lb of mace, with 18125 lb of cloves, all for the specified aforementioned prices, as well as the tin for 39½ rupees per 100 lb, on the above-mentioned conditions, to the said Belsalie mannektjent Roeptjent, and for the present to retain the sugar and camphor and leave them unsold. Subsequently having been taken into consideration that after delivery of these sold cloves, and those which were sold on the 6th of January, amounting together to 25737½ lb, only a remainder of 2000 lb will be left, so one finds no opportunity to dispose of more cloves before the arrival of the ships in October of this year, which number added to the requested 20000 lb will make a stock of 40000 lb, and that this is not sufficient if the supply from Cochin and other places should cease and the cloves might rise and return to their fixed prices, since before the war one was able to sell annually between 45 and 50000 lb of the same here. It was approved to request Their High Excellencies in the letter now to be dispatched to increase the requisition made of 20000 lb with a further 1000 lb, and to send us the requested nutmegs as much as possible. 46 The 17th of February, the year 1792. The Curator ad lites has served a report concerning the condition of the estate left behind by the deceased Second Lieutenant Delbeek. Pay Bookkeeper Meijer, in the capacity of Curator ad lites, having been ordered by the Resolution of this assembly of the 10th of this month to report how matters stand with the estate of the deceased Second Lieutenant Pieter Delbeek, who died on board the ship Vreedenburg in the year 1790, which came under his administration, has today served the following report: To the Right Honorable and Worshipful Abraham Josias Sluijsken, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, together with the Council. Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen. The undersigned Pay Bookkeeper, in his capacity as Curator ad lites, having been handed an extract from Your Right Honorable and Worshipful's Resolution of the 10th of this month, alongside a petition and annexes from Chief Surgeon Dirk te Boekhorst, in his capacity as attorney for the Honorable Andries Cantebeen, containing a request to be permitted to receive from the treasury such moneys as the said Cantebeen is entitled to from the estate of the deceased Second Lieutenant Pieter Delbeek, who died on the ship Vaerdenburg in the year 1790 (which estate has been under the administration of the undersigned), with orders to serve a report thereon. The undersigned has the honor to inform Your Right Honorable and Worshipful that he has accounted for that estate according to its statement of account and annexes, to be found in the pay books of the past year, behind the cash book of Amsterdam, and in conformity with his instructions, has counted and deposited the balance into the Honorable Company's small cash treasury for transfer (see Your Right Honorable and Worshipful's written warrant of the 31st of August of the past year). He hopes hereby to have fulfilled Your Right Honorable and Worshipful's intention, while he has the honor to be with due esteem and respect, (below stood:) Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen, (lower:) Your Right Honorable and Worshipful's very obedient servant, (was signed:) E. Meijer, (in the margin:) Surat, the 17th of February 1792. Whereupon having been deliberated and taken into consideration that the same document merely makes mention that the reporter has accounted for the estate and counted the balance into the Honorable Company's treasury for transfer, and thus is by no means suitable to enable this assembly to bring clearly and plainly to the knowledge of Their High Excellencies what has been done with the aforementioned estate, in order that Their High Excellencies may decide on the request of Mr. Cantebeen, who also has a right to the same, as they shall deem proper. It was approved and agreed to instruct the said Curator ad lites once more to report to this assembly as soon as possible how he received and administered this estate, with a specification of the remaining balance, especially also whether the deceased's pay account has been credited for the same balance, and finally, to what it must be attributed that this deceased Second Lieutenant in his report is now named Pieter Delbeek, whereas he was previously specified by him under the name of Johan Michiel Delbeek.
Dutch transcription
Den 17„e Febrruarij A„o 1792 ath „ gdagte koopman aftestaen, en om de suijker en lampheir voor eerst onverkogt comitsen doo de afgaave van deese ver„ ogte Magulen, slegts maer 20'000 lb sal over„ veogsam sal sijn. onder, 50: lb met nog 16000 ls te dermeerderen toeneemen sal, daer men nu op verre na, niet kan bekosmen, die prijsen welke voor die van de aenbrengen van Zuijderburg en de Geregtigheid sijn verkreegen. e gedworden alse de oormelde artieulen wierd goedgevonden: en verstaen, om de opgemelde 1073 lb nooten, 300: lb Jou„ lij met 18125 lb nagulen, alle voor de bepaelde voormelde prijsen, mitsgaders het Thin voor 39½ Ropij de 100: lb, op de boovengenoemde Conditien aen den geseiden Belsalie mannektjent: Roeptjent aftestaen, en om de suijker en Camphur vooreerst aentehouden en onverkogt te laeten. Vervolgens in Consideratie genoomen sijnde, dat er na afleeuering van deese verkogte Nagulen, en die, welke op den 6„e Januarij verkogt geworden sijn tesaemen tot 25737½ lb, slegts een restant van 2000 lb overblij„ ven sal, sa men algeen geleegendheid vind, om meerder nagulen voor de aenkomst der scheepen in october deeses Jaers van de hand te setten, wel„ it geta bij degevaagde 200:l met he gevoegd bij de gevraegde 20000: lb eenen voorraed van 40000 lb sal mae„ ken, en dat die niet genoegsaem is, so den toevoer van Cochim en andere plaetsen eens ophouden, en de nagulen tot haere gefixeerde prijsen rij„ sen, weeder keeren mogten, also men bevoorens den oorlog alos Jaarlijks tusschen de 45 en 50000: lb van deselve alhier heeft kunnen verkoopen. sgedgeonden om de gedeenen Eijsch van Wierd verstaen Haere Hoog Edelheeden bij de nu aftegaene missive te versoeken, om den gedaenen Eisch van 20000. lb met nog 1000: lb te verman„ deren, en om ons de geraegde nooten, zo veel mogelik te laeten toekoomen. Den taten. door e vin &a 45 46 Den 17„e Febrruarij A„o 1792. Den Curator addites heeft overde gesteldheijd. des wagelastene boedel van den overleedenen sous Licutenant Delboek van berigt gediend Den soldij Boekhouder Meijer in qualiteit van Curator adlites bij Resolutie deeser vergaedering van den 10„e deeses zijnde gelast on te Berigten, hoedaenig het gesteld is met den Boedel van den in C„s den Jaere 1790. aen boord van het schip vreedenburg overleedenen Sous Lieutenant, Pieter Delbeek, welke onder sijne administratie geko„ men is, heeft heedeni gediend van het volgende Berigt. Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raad. WelEdele Agtbaere Heer En Heeren. Den ondergeteekende soldij Boekhouder in qualiteit als Curator adlites ter hand ge„ steld sijnde, Extract uijt uwel Edele Agtbaere Resolutie van den 10„e deeser nevens een Request en Bijlaegen van den oppermeester Dirk te Boekhorst, in qualiteit als Ge„ magtigde van den welEdelen Heer Andries Cantebeen, houdende versoek omme uijt kassa te moogen ontvangen sodaenige penningen als gemelde Cantebeen uijt den boedel van den op het schip Vaerdenburg in A„o 1790. overleedene sous-Lieutenant Pieter Delbeek (:welke boedel onder de beheering van den ondergeteekende is ge„ weest:/ met last omme daer op te dienen van Berigt. zo heeft den ondergeteekende de Eer Uwel Edele Agtbaere te Berigten, dat hij die boedel volgens dies staet Reekening en Bijlaegen, te vinden in de soldij Boeken van Anno passato, agter het qushier van Amsterdam, heeft verandwoord, en Conform sijn instructie, saldo in sE Compagnies kleine geld Cassa ter overmaking heeft gtedk„ Vide Hen tot daer „1 Februarij A„o 1792. Den 17„e este itendende geoed sijnde sten daer van nader te berigten hoedaanig te datmeede duijdelik geleegen is. vide uwel Edele agtbaare schriftelijke ordonnantie van den 35„e Augustus A„o pass. o — Hij verhoopt hier meede aen uwel Edele agtberens Intentie voldaen te hebbe; terwijl hij de Eer heb met schuldige agting en Respect te sijn. /:onderstond:/ welEdele Agtbaere Heer en Heeren /:lager:/ UwelEdele Agtbaeres zeer Gehoorsaemen Dienaer /:was geteekend:/ E„s Meijer /:in margine:/ Souratta den 17„e Februarij 1792. Waer op gedelibereerd en in aenschruw genoomen sijnde, dat hetselve schriftuur eeniglijk melding maekt;, dat den Berigtgeever dien boedel= verandwoord, en het salde in sE Compagnies Geld asse ter wormaeking geteld heeft, en dus geensints geschikt is, om deese vergaedering in staet te stellen, om het gehandelde met voormelde nalaetenschap klaer en duidelijk te brengen ter kennisse van Har Hoog Edelheeden, ten eende Hoogstdeselver op het versoek van den meede op denselven regt hebbende Heer Cantebeen, mogens disponeeren, als sullen oordeelen te behooren. van denselven nader gelast om ter spoedig„ Wierd goedgevonden en verstaen denselven curator adlites als nog te gelasten, om ten spoedigsten aen deeses vergaedering te berigten, hoedaenig deesen boedel ontvangen, en g'administreerd heeft, met specifficatie van het overgebleevene salde, bijsonderlik meede of des overleedenes soldij Reekening voor hetselve sal da gecrediteerd geworden is, en eindelijk, waer aen het moet worden toegeschreeven, dat deesen overleedenen Aaus- Lieutenant bij sijn berigt thans word genaemd Pieter Delbeek, daer bevoorens door hem is opgegeeven geworden met de naem van Johan Michiel Delbeek. Een
English
48 The 17th of February Anno 1782. was determined. To allow the Chinese stationed on Voorschoten an additional half month of their earned wages. from the aforementioned vessel submitted. the sailing date of Voorschoten on the 3rd. Finally it was resolved to set the sailing date of the ship Voorschoten on the 3rd of March next, and to make all preparations for that purpose. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch Factory of Suratte on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, Mr. Monte, E. Meijer, . . . . . . . . Lijnis, G. C. Roessen, J. Kuper. Thursday The 23rd of February Anno 1792. Before noon All present Except for the junior merchant, appointed Fiscal of Bantam and currently acting Warehouse Master Piper, due to indisposition. First, the last resolution was resumed and approved. After which it was approved, upon the request made to that effect by the Sea Captain Varkenvisser, to allow the Chinese stationed on the ship Voorschoten an additional half month of their earned wages, and this in view of the high cost of provisions. Findings regarding the discharged cargo. Having been submitted the findings prepared by the Honorable Head Administrator regarding the discharged cargo of the ship Voorschoten, with the defense made thereon by the Sea Captain Varkenvisser commanding that vessel. It was resolved to offer this subsequently to Their High Excellencies in original. With the aforementioned urgent request Council of Policy at Suratte Marginal disposition taken: Respectful reply to the above findings by the undersigned, namely: To debit the ship's officers on their pay accounts according to orders for the cost of 156½ lb., after the found short weight has been deducted by the allowed 1 per cent ship's leakage, being 100 pounds, and thus 156½ lb. remain recorded as short weight. Because many of the bags of cloves were in poor condition and sewn together, it is beyond doubt that some leakage is to be attributed to that, despite all precautions taken; yet drying is, in my opinion, the principal cause of the found short weight. These suckels being in good condition and tightly woven, nothing but drying can be the cause of the gross short weight. It was approved to decide on the said writing as has been set down in the margin of the same, and after insertion of this, to offer it in original with the appendices to Their High Excellencies along with the dispatch; with an urgent request to cast a favorable regard upon the request made therein by the aforementioned Captain for the relief of the charges which this assembly has been obliged to impose on the ship's officers, in view of the reasons alleged by him. 49 The 23rd of February Anno 1792. Findings on the discharged cargo of the Honorable Company's ship Voorschoten, namely: By the junior merchant and acting Warehouse Master Gerrit Piper, the merchandise recorded in the bill of lading and invoice of this vessel, and what is more and above delivered by the officers in nutmegs or mace, were received in the following manner, namely: Cloves are in eighty bales: lb 10000. As appears from the report attached hereto under Letter A, the judicial commissioners Johannes Meijerinck and Nicolaas Frederik Wolff, in the presence of the Honorable Fiscal and in the presence of the ship's officers, saw the said 80 bags weighed with a gross weight of lb 10063½. Conformable to the cited report, the tare of 80 bags is lb 220. Thus the cloves remain net lb 9843½. Amounting to a short weight of 1½ per cent or net pounds 156½. Mace is recorded as 5 suckels, of which A suckel No. 10 with gross lb 167. As appears from the just-cited report, found here lb 162¼. Gross short lb 4¾. A suckel No. 12 with gross lb 176. Yet, as above, found here lb 173½. As above short lb 2½. Thus net short 1 19/16 per cent or lb 7¼.
Dutch transcription
48 Den 17„e Februarij A„o 1782. waert aenstaende behaeld. Aan de op Voorschooten bescheidene Chi„ neesen nog een halve maend haerer win„ „nende Ogagie te laaten verstrekken. van evengemelde wiel overgelagd. de zoldag van Voorschote op den 3„e lindelijk wierd verstaen, om de Seildag van het schip voorschoaten te beehaelen en den 3„e Maert eerstkomende, en om daer toe alles in gereedheid te brengen. Aldus Gedaen Geresalveerd en Gearresteerd in het Neederlands Comptoir souratta ten daege maend en Jaere voormeld /:was geteekend:/ A„ J„ Sluijsken, M„r Monte, E„l Meijer, . . . . . . . . . . . „ Lijnis, G Ca„ Roessen J„s Kuper. Donderdag Den 23„e Februarij A„o 1792. voor de Middag alle Present Dempto den onderkoopman, aengesteld Fiscael van Bantam en thans waerneemend Pakhuis„ meester Piper door Indispositie. Aanvankelik wierd de laetste Resotutie geresumeerd en g'approbeerd. Waer na wierd goedgevonden, om op het daer toe, gedaene versoek van den Capitain ter Zeer varkenvisser, aen de op het schip Voorschooten, bescheiden Chineesen nog te laeten verstrekken, een halve maand kaever winnende Gjage„ ende sulx uijt aensien van de duurte der leevensmiddelen. Bwindig op de uit geleverde lading zijnde overgelegd, de door den E: Hoofd Administrateur opgemaekte Bevin„ ding van de uijtgeleeverde Lading van het schip voorschooten, met de daerop gestelde verandwording van den op dien kiel Commandeerenden Ca„ pitain ter Zee Varkenvissen. Wierd ponen in d Marge 1 Tchae 2 49 Den 23„e Februarij A„o 1792. poneerd om Haer Hoog Edelheeden vervolgens in originali aentsbieden. met neevens gemeld instantig versoek Raade van Politie te souratta Marginaele Dispositie genoomen in Eersbiedig anderwod op de Nee„ gedecorteerd sijn het toegestaene 1 pr Cento scheeps spillagie, sijnde 100: ponden, en dus getwijffeld wel eenige spil„ voor het uijtkoops kostende van 156½ lb. soldij Reekeningen nae de ordre te doen belas„ slegt toe en tesaemen genaijt ten, na dat van het bevondene minuwigt sal sijn, is niet teegenstaende aengeschreeven. alle gestelde precautie on„ dog indrooging is mijns be„ dunking wel de hoofd oor„ saek van het bevondene lagie daer aen te attribuceeren, neerd en digt in een gevlog„ ten zijnde kan niets dan indrooging oorsaek van venstaende Bevinding door den ondergeteekenden Naementlijk. den hatsoe schusteur magin geis, Wierd goedgevonden, om op het gemelde schriftuur, sodaenig te besluiten, als inmargine van hetselve gesteld is, en om na Insertie deeses, in originalie met de Bijlaegen, Haere Hoog Edelheedens, nevens de missi„ ve aen te bieden; met instantig versoek, om op de daer bij gedaene heede van voormelden Capitain, ter weeder ontheffing van de belastingen, welke deese vergaedering genoodsaekt is geweest, de scheeps overheeden op te leggen, een gunstig reguard te slaen, uijt aen„ schouw van de door denselven geallegeerde Reedenen Bevinding op de uijtgeleeverde La„ ding van 's E Compagnies schip Voorschooten, Naementlijk Door den ondercoopman en waerneemend Pakhuismeester Gerrit Pipier sijn de bij Cognossement Factuur van desen bodem aengeschreevene Coopmanschappen en weesmeer en boven des door de overheeden uijtgeleeverde Nooten muschaeten of foulij of Macis in volgender maniere ontvangen; Naementlijk. .- lb 10'000: —. Blijkens het deese onder P„ro A„ aengehegte Rapport hebben de Justitiele Gecommitteerdens Johannes Meijerinck en Nicolaas Frederik Wolff, ten overstaen van den E: Fiscael en in Presentie der scheeps overheeden gemelde 80: zakken sien inweegen met brusto. lb 1006. ½. Conform geciteerd Rapport is de Sarra van 80. Zakken. . . . . . . . . .„ Dus den Nagulen resteerd netto. . .. . . . komt voor minurg 1½ p„r C:o V=m of Netto ponden. . . . Poulij off, Macis is aengeschreeven v zoukels wadr van Deese souckels wel geconditio„ Een saickel N„o 10. met brutto. . . . lb. 167:—: blijkens het seeven geciteerd 162¾ Rapport alhier bevonden. . . .. .„ brutto te min. & Een soukel N„o 12 met brutto. . . . . . . . . lb 176: —„ dog als even alhier bevonden. . - - 3½ als evente man.. Des mutto te min 1 19/16 prC=o off. . . . . . . . . . . Wierd verstaen de scheeps overheeden op hunne Door dien veele der sakken Garioffel Nagulen zijn in Tegentig Baelen Donderdag den 23„e Februarij 1792. teegenstaende brutto min„ wigt sijn. „ 9843½ 156½. Nosten 6¼. op dent „ „ Minurgt. 1 220: . 4 ¾ 2½ d
English
50 On the 23rd of February, Anno 1782. To be debited for the deficiency of the nutmegs after deduction of, as well as the cost of the found 5 lb dust and grit of nuts, to the detriment of the profit account, and in quantity on spoiled spices, to have the missing weight of the damaged weight transferred, which ought to be attributed. All the spices listed alongside, after weighing was completed, were locked up in the spice compartment and the lock sealed with the seal of Justice. Subsequently, it was resolved to validate for the said ship's officers the shortages allowed to them by the General Regulation cited alongside on the following merchandise, namely: On the Tin Bangka, 21½ lb or 1/6 per cent. As well as to have their accounts credited with 1 per cent validation for ship's wastage. According to the notes by the Honorable Fiscal and Judicial Commissioners in the report cited alongside, the five sokkels received were very bad and loosely woven, so that the nuts fell right through when handled, to which drying out of both tare and net weight must be attributed. Nutmegs listed to be accounted for here in five sokkels at 250 lb per sokkel, or together net: lb 1250. Conformed to the aforementioned Report Letter A, the five sokkels brought here were weighed gross, dumped, garbled, and found net to contain: 1 sokkel No. 55: found here to weigh gross 234 lb, and after garbling: In Net Nuts: lb 213½ In dust and grit: lb 1¼, makes 214¾ lb. 1 sokkel No. 56 here 233½ lb gross, and after garbling, namely: In Net Nuts: lb 209 In dust and grit: lb ¾, makes 209¾ lb. 1 sokkel No. 59: found 238 lb gross, and after garbling, namely: In Net Nuts: lb 215½ In dust and grit: lb 1, makes 216½ lb. 1 sokkel No. 51: found 240 lb gross, and after garbling: In Net Nuts: lb 216½ In dust and grit: lb 1, makes 217½ lb. 1 sokkel No. 64: found 242¼ lb gross, and after garbling, namely: In Net Nuts: lb 219¼ In dust and grit: lb 1, makes 220¼ lb. Thus together delivered here net: In nuts: lb 1073¾ In dust and grit: lb 5, as above: lb 1078¾. Resulting in a net underweight of 13 1/16 per cent, ample with the 1 per cent validation for ship's spillage being 12½ lb, and thus for the buy-out cost of 158¾ lb amounting to lb 171¼. Tin Bangka, according to the manifest, brought: lb 13000. According to the Report attached hereto under Letter B, there was accounted for here: lb 12918½. Thus short: lb 81½. According to the General Regulation on the in- and out-weighing, receipt, and deliveries of cargoes etc., there may be validated: Article 44 for 1/8 per cent is: lb 16¼ Article 44 for 1/3 of that which is allowed according to Article 44, comes to 1/24 per cent, set at: lb 5¼ Total: lb 21½. Japanese copper in bars in 400 small chests: Manifested: lb 50000. Delivered here: lb 0. Short: lb 50000. In conformity with the resolution taken on the 10th of this month in the Council of Policy, the layer remaining in the bottom of that vessel is counted toward the outgoing invoice from this vessel to the Head Office: lb 50000. 51 On the 23rd of February, Anno 1782. On the Japanese or Satsuma Camphor, 145½ lb or 4 per cent. On the Powdered Sugar, 46400 lb or 4 per cent. On the Gin, 1 bottle or 2 3/6 per cent. On the Arrack Api, 3360 cans or 13 1/3 per cent. This and the small-format paper brought by the ships Zuijderburg and De Geregtigheid is of such poor quality that it will not be writable in and around the rainy season; however, it was resolved, having no other supply at hand, to retain the same. In tied bundles, the alongside-mentioned paper was received as such in Batavia. Ground Vermilion is manifested in one small cask: lb 100. Delivered here: lb 0. Short: lb 100. Pursuant to the aforementioned resolution, projected for return shipment and accounting to the Head Office: lb 100. Japanese or Satsuma Camphor is manifested in 33 tubs: lb 3531. Delivered here are 33 tubs with: lb 3089¾. Short: lb 441¼. According to the said General Regulation, there may be validated on this 4 per cent with: lb 141¼. Powdered Sugar is manifested in 2667 canassers: lb 1160006. The said canassers are accounted for here with: lb 1113606. Short: lb 46400. See the alongside-mentioned General Regulation, permitted for validation is 4 per cent with: lb 46400. The remaining goods belonging to this administration were received here satisfactorily, except that the four reams of small-format received may not be called ordinary writing paper. The manifested liquors and rice are, in conformity with the Annexed Report Letter C, received by the Bookkeeper and Dispenser Nicolaes Frederik Wolff in the Honorable Company's Provision Warehouse in the following manner, namely: Arrack Api is manifested in 70 leggers, all of which were branded by the Gauger: cans 25200. The cited 70 leggers are accounted for here with: cans 21840. Short cans: 3360. See the frequently mentioned General Regulation, there may be validated on this 13 1/3 per cent with: cans 3360. Gin in 2 cases manifested: bottles 30. Accounted for here: bottles 29. Short: bottle 1. According to the frequently mentioned General Regulation, there may be validated on this 2 3/6 per cent with: bottle 1.
Dutch transcription
50 Ten 23„e Febnuarij A„o 1782. belasten voor de te min verander oor„ de nooten muschaeten na aftrek van gaders het kostende van de bevondene 5: lb stoff en gruis van nooten, ten nadeele van de winstreekening aff„ en in quantiteit op specerijen bediert vene te doen overschrijven. „wigt dient toegeschreek wigt het ontwaerde min„ Alle voor in Neevenstaende spece„ rijen sijn nagedaene weeging in het specerij hok opgeslooten en het slott met het signet van de Justitie verzeeguld. Vervolgens wierd verstaen om aen de gedagte scheeps overheeden te var„ Olideerende haer bij het hier nevens geciteerd Generael Reglement toe„ gestaene minderheeden op de vol„ gende Coopmanschappen Endl: te weeten. Op het, Whin Bankas 21½ lb off 1/6 pr Cento. Als meede, haere Reekeningen te doen Blijkens het genoteerde door den E: Siscael en Justite Nooten Muschaelen aengeschreeven dat in vijff soukels alhier eele gecommitteerdens bij moeten verandwoord werd en 250. lb iedersoukal dan wel te saemen 1 pr Cento validatie voor scheeps spil„ het hier nevens geciteerd netto. . . . . . . . . lb: 1250: Rapport sijn de ontvangene Conform voormeld Rapport L„ra A sijn de aen„ Viff saukels seer slegt en gebragte vijff soukels alhier brutto gewoogen gestort ge„ los gevlogten Jaso, dat erde kooten bij verwerking met garbuleerd en netto bevonden ingehouden te hebben; als. handen voldoor vielen, wan 1: zoukel N„o 55: alhier bevonden brutto te weegen 234: lb en aen en aen indrooging so nagedaene garbutatie als. van tarra als netto ge„ 1: zoukel N„o 56 alhier 233½ lb brutto en de na guarbutatie; te weeten.. Aan Netto Nooten. . . . . . . . . . . . lb 209: —: „ stoff en gruis. . - - - - - „ „ „ — 4 „ 209¾ 1: zoukel n:o 59. bevonden 238 lb Brutto en na guarbutatie. Naementlijk Aen Netto Nooten. . . . . . . . . . . . lb 215½ „ „ stoff en gruijs „ 1:– „ 216½ 1: zoukel N„o 51. bevonden 240. lb Brutto en na guarbulatie als Aen Netto Mooten. „ 216½ „ stoff en gruijs. - - - - - - - - „ 1: —„ 217½ 1: zoukel n„o 64. bevonden 242¼ lb brutto en na guarbutatie; te weeten. Aen netto Nooten - „ 219¼ „ stoff en gruijs - - . „ 1: –. „ 220¼. Dus tesaamen alhier netto uijtgeleeverd als Aen nooten. . . . . . l 1073¾ - „ stoff en gruijs. . . . - - - - „ 5: –. als boven „ 1078¾ komt een netto minwigt van 13 1/16 p„r C„o ruijm met Thin Bankas volgens aenschrijving aenge„ bragt werden. - - - - - - . lb 13000:— . Blijkens het deese onder P„ro B aengehegte Rapport is alhier verandwoord. „ 12918:½ . Dies te kost lb volgens Generael Reglement op de in en uijtweeging ontvangst en uijtleeveringen van ladingen en s: mag ge„ valideerd werden. als Artil: 44 voor 1/8 p„r Con is. lb 16¼ artic: 44 / voor /3 uijt het geene volgen artic: t f toege„ „staen is komt — 1/24 p„r C„o stelle. . . . . . . . „ 5¼„ Kooper Japans in staeven in 400: kisjes Aengeschreeven. . . . . . . . . . . lb 50000:—. alhier uijtgeleeverd - - - - - - - - - - - „ —:—: te min. - - - - - lb 50000:—. Conferm het op den 10„e deeses in Raede van Politie geno„ mene besluit werd bij de aftegaene factuur van deesen bodem na de Hoofdplaets te ug gereekend de in dien kiel verbleevene „ 50000:—: lagie sijnde 12½ lb. , en dus voor het uijtkoops kostende van 158¾ lb mits„ 21½„ —:—: den Netto Nooten. . . . . . . . . . . . . . . . . lb 213½ lb 175¾ „ „ stoff en gruis. . . . . . „ . „ 1¾„ 214¾. 3 Vermilligen ven te worden. :- 5 „ 21½ 9 51 Den 23„e Februarij A„o 1792. Op de Camphuer Japance off sat schi mace 145½ lb off 4 p„r Cento. Op de suijker Poeder 46400: lb Dit en het p.r de scheepen suijderburg Bij toegebondene niemen en de geregtigheid aengebragt een is neevensgemelde pa„ soort klein formaet papier, is der pier op Batavia zodae„ maeten slegt dat hetselve teegens nig ontvangen. en in het Reegen saisoen niet te beschrijven sal sijn, egter is ge„ resolveerd als gewegsaim geen an„ Op de Genever 1: fles of 2/ pr. Co. Vermillioen gemaelen is in een vaetje aengeschree„ ven .lb 100:— alhier uijtgeleeverd. . . - - - - - - „ —: te min. . . . . lb 100: —. Ingevolge evengemeld besluit sijn ter terug sen„ „ding en reekening na de Hoofd plaets geprojecteerd „ 100:— Camphur Japanse off satsumall is in 33. bae„ lies aengeschreeven. . lb 3531:— alhier sijn uijtgeleeverd 33 baelies met . „ 3089¾ te min. . . . . lb 141¼ volgens gemeld generael Reglement mag hier op gevalideerd werden 4 p„rC„t met - - - - - „ 145¼: Suijker Poeder is in 2667: Cannassers aenge„ schreeven. . . . . . . . . . . . lb 1168006: —. gemelde Cannassers sijn alhier verandwoord met a1113606:— te min . . lb 46400: vide nevensgemelde Generael Reglement is ter validatie gapermitteerd 4: pr C„o met. . . . . . „ 46400: —: De overige tot deese administratie gehoorende goederen syn alhier ten genoegen ontvangen Exepto. Dat de ontvangene vier Riemen klein formaet geen ordinair schreijff papier mogen genaemt worden. De aengeschreevene Dranken en Rijst zijn Conform Annex Rapport L„ra C. door den Boekhouder en Dispencier Nicolaes Frederik Wolff in volgender Maniere en sE Compagnies Provisie Pakhuijs ontvangen Nament„ Arak Apij is in 70: leggers die alle door den Eijkmeester gebrand sijn aengeschreeven. . . . . Kann: 25200: —: geciteerd 70: leggers sijn alhier verandwoord met. . . . . . .. „ 21840: —: te min Kannen 3360:—. Vide veelmeld generael Reglement mag hier op gevalideerd werden 18 1/3 pr C:o met. . . . . . . . . . Kann 3360:— Genever in 2 kelders aengesz. . . . . . fliss 30:—: Alhier verandwoord. - - - - - - - - - „ 29:—. te Min. . fles 1: —. Volgens veelmeld Generaele Reglement mag. hier op gevalideerd wetden 2 3/6 p„r C:o met - - - - - „ 1: —: Op de Arak apij 3360. Kannen off 13 1/3 pr Co dere voorraed hebbende hetselve aen„ eist Off 4 pr C.o „ te houden. 1¼ lijk. —
English
The 23rd February Anno 1792. On the Rice 531/5 lb at 4 6 10 Cento. To charge meanwhile the pay accounts of the deceased at purchase cost, burdened with 2 capital advances, for the gunpowder not delivered here. While it was also resolved to submit the request made by Captain Varkevisser most respectfully to Their High Excellencies in the letter now being dispatched. These 300 lb of Gunpowder have, among other things, become wet and were sent ashore at Cochin. He declares to your Right Honourable that neither the shortage on the spices nor the wetting of the gunpowder is to be attributed to inattention or neglect of duty, and he therefore requests to remain exempt from charges, or else for a favorable recommendation toward a discharge of the same. Thus disposed and placed in the margin on the day, month, and year aforesaid. Respectfully answered in the margin. The camphor brought by the Voorschooten has been sold for 90 Rupiahs per 100 lb. Rice invoiced for the Directorate, among other items: lb 128000:—: Accounted for here: lb 122666 2/3 Shortfall: lb 5333 1/3. The often-cited General Regulation states in Article 51: Rice 100 lb for each Corang; assuming here that a Corang contains 3200 pounds, amounts to: lb 4000:—. And Article 58, owing to the remote situation of the anchorages of the ships in Bengal and Surat, etc., an additional 1/3 of what may be validated according to Article 51, being: lb 1333 1/3, total lb 5333 1/3. The aforementioned beverages and rice were received in good condition and to satisfaction by the Dispenser. Conformable to the annexed Report Para D, the invoiced equipage, ammunition, and untaxed goods, etc., were received to satisfaction by the Equipage Overseer Jan Anthonij Masser, except: Gunpowder invoiced in 6 barrels: lb 300:—: Delivered here: lb — Thus unaccounted for: lb 300:—. The Head Surgeon of this Directorate, as appears from the report annexed hereto under Letter E, has received to satisfaction the chest with medicines according to the catalogue. The weapon goods invoiced in a small box No. 1 were received to satisfaction by Ensign Johannes Meijerinck. Below stood: Surat, the 22nd February 1792. Signed: Ms. Monte. The 22nd February Anno 1792. Signed: Dirk Varkevisser. The Director having informed the meeting that he had unexpectedly found an opportunity to sell the camphor brought by the Voorschooten for 90 Rupiahs per 100 pounds, free of expenses, and in the same manner as that of the Zuijderburg was sold, to be collected before August next, to the Thora Soolimanji Casserbhaaij, it was resolved to approve the aforesaid sale as such and to allow it to take effect. The 23rd February Anno 1792. Resolution regarding the wheat not to be sent to the Capital City on account of its exorbitant price. The Pay Bookkeeper, as Curator ad lites, has provided further information concerning the estate of the deceased Sous-Lieutenant Delboek. It being taken into consideration that the price of wheat remains just as exorbitant and high, caused by the fact that the new crop cannot yet be harvested, it was approved not to send the requested fourteen lasts for the Batavia bakers. It now appearing from the further report submitted by the Pay Bookkeeper and Curator ad lites Egidius Meijer, in compliance with the resolution of this Meeting of the 27th of this month, that the estate of the Sous-Lieutenant, known in the pay books by the name of Jan Michiel Delboek, has been properly administered by him as Curator ad lites and the balance thereof counted into the Cash Office at 636 1/18 Rupiahs, and his pay account in the Surat pay books has been credited for the same, whereby it stands credited for an amount of f 768:9:3, but that the said pay books have already been dispatched from here to the Capital City with the ship De Geregtigheijd, as appears from the following report.
Dutch transcription
52 8 Den 23„e Februarij A„o 1792. Op de Rijst 531/5 l o 4 6 10 Cento. Degjintusschen de sodij Reekeningen der over„ Derse 300: lb Buskruit zijn /:onder meer :/ nat geworden en of heeden Inkoops, beswaerd met 2 Capitaa„ Cochim aen Vand gesonden. len Advans te doen belasten voor het al„ hier niet uijtgeleeverde Buskireut klaerd uwel Edele agtbaere en Terwijl ook nog wierd verstaen het door den Capitain Varkevisser gedaane versoek Haer Hoog Edelheedens bij de buskruit aen Unattentie thans afgaende missive op het Eer„ of pligt versuim te Attribu„ biediget voor te draagen. eeren is en versoek dus van belasting bevrijd te blijven, dan wet een gunstige voor„ schrijving ter weeder onthef„ Ging. Alus gedissoneerden inmargine ge: Abus in Eerbied brandwoord steld ten daege maend en Jaere voormeld. De per voorschooten aengebragte Camphier is verkogt voor 90: Roh: Rijst is er voor de Derectie /:onder meer:/ aen„ geschreeven . . .lb 128000:—: alhier verandwoord. . . . . . .. „ 122666 2/3 te min. . . . lb 5333 1/3. Het veel meld Generael Reglement zegt Artic. L1 Rijst 100: lb van ieder Cosang stelle hier dat een losang inhoud 3200: ponden komt. . . lb 4000: —. en Artic: IIIV mits de verafgeleegeleegend„ heid der ligplaetsen van de scheepen in Bengaelen en souratta Ensz nog 1/3 van het geen volgens Artic. t kmag worden gevalideerd is. . . . . . „ 1333 1/3 „ 5333 1/3. De opgemelde Dranken en Rijst sijn door den Dispencier in deugd ten genoegen ontvangen: Conform annex Rapport P„ra D:' zijn de aengeschreevene Equipagie Ammunitie en ongetaxeerde goederen. Enzz door den Equipagie opsiender Jan Anthonij Masser ten genoe„ gen ontvangen Exepto. den ondeglatenden een „ Buskruit in 6. vaeten aengeschreeven. . . . . . lb 300:—: Dus te min verandwoord. . . lb 300: —. Den opperchirurgijn deeser Directie heeft blijkens het deese onder L„r E bijgevoegd Rapport de kas met medicamenten volgens Catalogus ten genoegen ontvangen. De in een kasje N. o 1 aengeschreevene waepen goede„ ren zijn door den Vaendrig Johannes Meijerinck ten genoe„ gen ontvangen /:onderstond:/ Souratta den 22„e Februarij 1792 /:was geteekend:/ M„s Monte. alhier uijtgeleeverd. . . . . . - - - - - - - „ den 22e. Februarij Ao. 1792 /:was geteekend:/ Dirk varkevisser. Den Heer Directeur aen de vergaedering hebbende kennis ge„ greven, hoe dat onverwagts nog geleegendheijd gevonden had, om de per Voorschooten aengebragte Camphur te verkoopen, voor 90: Ropijen de 100. ponden, vrijgeld, en eeven als die van Zuijderburg verkogt geworden is, om voor Augustus Eerstkoomende aftehaelen, aen den Thoora Soolimanje Casser bhaaij, wierd verstaen voorschreeven verkoop also te approbeeren, en gevolg te laeten neemen. deses in gemeede dat nog de minderhaid op de specerijen nog het nat worden van het E de 100: lb: 53 Den 23„e Februarij A„o 1792. Regene e ester tonve, mis inde „ Hoofd plaets te sanden uijt hoofde van disselsenora prijs.. Den soldij Boekhouder heeft als Cerator adletes nader van berigt gediend betref„ sende de Naelaetenschap van den over„ bederen sous Lieatenent Debboek In overweeging zijnde genoomen, dat de prijs van de tarve= nog even Exoibitant en hoog blijft, veroorsaakt, door dat het nieuwe gewas, nog niet kan worden ingesaameld; wierd goed„ gevonden, om de gevraagde veertien. lasten voor de Batavia„ se Bakkers, niet te senden. Als nu uijt het, door den soldij Boekhouder en Curator ad„ lites Egidius Meijer, ter naekooming van het besluijt deeser Vergaedering van den 27„e deeses, ingediend nader Berigt, zijnde ge„ bleeken, dat de nalaetenschap van den sous-Lieutenant /:bij de soldij Boeken bekend:/ met de naam van Jan Michiel Delboek, door hem Curator adtites wel na behooren geadministreerd en het salda van deselve met Ropias 636 1/18 in Cassa geteld, mitsgaders desselvs soldij Reekening bij de souratse soldij- Boeken daer voor gecrediteerd geworden is, waer door deselve een bedraegen van ƒ768:9:3. te goed staet, dog dat deselve soldij Booken, bereeds met het schip De Geregtigheijd van hier nae de Hoofdplaets zijn versonden, blijkens het ondervolgende Berigt. — Maa en
English
54 The 23rd of February Anno 1792 Right Honourable Sir Gentlemen The undersigned pay accountant Meijer, in his capacity as Curator ad lites, takes the very obedient liberty to report to Your Right Honourable that in his first submitted report, since the extract from Your Right Honourable's resolution of the 10th of this month dictated nothing further than that the head surgeon Dirk te Boekhorst, in his capacity as proxy of Mr. Andries Canteboens, requests by a petition that there may be paid to him out of the treasury such a sum of 327 Rixdollars or 619 1/5 Rupees as his principal has to claim from the sub-lieutenant Pieter Delbeek, who died on the Vreedenburg on the voyage hither in the past year, whose estate the undersigned administered as Curator ad lites, the preceding deliberation having been nothing other than how the said estate stood: it was approved and resolved to place the aforementioned petition into the hands of the repeatedly mentioned Curator ad lites, with orders to report thereon: he thought he needed to report nothing other than that the remainder or surplus of Pieter Delbeek's estate, according to his instruction and Your Right Honourable's respective signed ordinance of the ultimate of August of the past year, was paid into the Company's petty cash treasury, the pay books as well as the trade books having already been sent to the capital; that to serve upon the said extract it was enough to state the remainder of the aforementioned estate and how it had been dealt with, while respectfully meaning thereby to demonstrate that the head surgeon te Boekhorst can presently demand no monies from the frequently mentioned estate here, and that his principal should thus address himself to the High Indian Government at the capital, now after further elucidation from Your Right Honourable's second extract resolution of the 17th following, whereby the reporting officer was ordered to satisfy the respective assembly better, I have the honour to report: The estate of the aforementioned Delbeek, which he received partly in goods from Captain Cobzijn commanding on the Vreedenburg, amounted to 1859 Rupees 33, that of this, after deduction of the ordinary expenses, he paid to the bookkeeper Johannes Kuper 917 Rupees in satisfaction of an equal sum which the deceased had to pay off to the aforementioned Kuper here, and to the fellow sub-lieutenant Hendrik Martens a sum of 160 Rupees in satisfaction of a claim, and this latter under security of restitution. After which there remained 636 3/48 Rupees, which he counted into the treasury on the order of the Right Honourable Sir under the ultimate of August last. All as appears from the statement of accounts, that he subsequently credited the pay account of the aforementioned Jan Michiel Delbeek, to be found in the Surat books folio 42, for the aforementioned amount of 636 3/48 Rupees, and that the same thereupon has a credit balance of 768 guilders 19 stivers 3 pennings with the Company, the aforementioned pay books, as I have already had the honour to report, having been sent from here with the ship De Geregtigheijd. And finally that the Curator ad lites in the report, as it stands in the extract, writes the deceased sub-lieutenant as Pieter Delbeek, as he also signs himself in his papers, yet entered him as Jan Michiel Delbaak in the ship's book of the Vreedenburg and in the books of this Directorate. Wherewith the reporting officer hopes to have complied with Your Right Honourable's esteemed intention, so he has the honour to be with all obedience. Was written underneath: Right Honourable Sir and Gentlemen; lower: Your Right Honourable's very obedient servant; was signed: E. Meijer; in the margin: Surat the 20th of February Anno 1792. To the Right Honourable Sir Abraham Josias Sluijsken, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, together with the Council. 55 The 23rd of February Anno 1792. Whereupon it was deliberated and taken into consideration that this assembly, now that the aforementioned dispatch of the pay books has already taken place according to order, finds itself powerless and unqualified to make any disposition upon the request made by the Head of Surgery, Mr. Cantebeen; it was approved to refer the same with his request to Their High Honours, and to respectfully present to Their High Honours, with the outgoing missive, the petition presented on behalf of the said Mr. Cantebeen together with the reports of the Curator ad lites and attachments. Finally it was resolved to grant the storekeeper permission to [illegible] the boats.
Dutch transcription
54 Den 23„e Februarij A„o 1792 WelEdele Agtbaere Heer Heeren Den ondergeteekende zoldij Boekhouder Meijer, in qualiteit als Curator adlites, neemt seer Gehoorsaemst de vrijheid Uwel Edele agtbaere ter berigt te dienen, dat hij sijn Eerste inge„ diende Berigt, terwijl het Extract uijt uwel Edele agtbaere Resolutie van den 10„e deeser niets ver„ der dicteerd, als dat den oppermeester Dirk te Boekhorst in qualiteit als gemagtigde van de Heer Adries& Canteboens, bij een Request versoekt dat aen hem 9: g„e uijt Cassa mag worden betaeld, sodaane somma van Rijxdaelders 327: off Rop„s 619 1/5. als sijn principael te vorderen heeft van den op Vreedenburg, op de herwaerds reise in anno passato overleedene sous Lieutenant Pieter Delbeek, welkers boedel hij ondergeteekende als Curator adlites g'administreerd heb, de voorgaen„ de Deliberatie niets anders sijnde geweest, als hoe het met gemelde boedel stond: /: goedgevonden en verstaen is geworden, voormelden Request te stellen in handen van meermelde Curator adlites, met ordre om daer op te dienen van berigt:/ niets anders vermeende te moeten berigten, als dat het Resteerende off overschot van Pieter Delbeek sijn boedel, volgens sijne instructie en uwel Edele Agtbaere Respective geteekende ordonnantie van ult:o Aug:s A„o passato, in 'sE Compagnies kleine geld Cassa was geteldt, sijnde de soldij- so wel als de negotie boeken bereeds na de Hoofdplaetse versonden; dat op gemelde Extract te dienen genoeg was om te mel„ den voornoemde boedels overgeschootene, en hoe daermeede gehandeld was, terwijl in Eerbied gez: daermeede meende aentetoenen dat den opperchirurgijn te Boekhorst; alhier thans geen gelden uijt dikgemelden boedel konde verlangen, en dat sijn principael dus ter Hoofdpclootse aen de Hooge Indiaesche Regeeringe sig diende te addresseeren, thans na meerder Eluidatie selver uijt uwel Edele agtbaeres tweede Extract Resolutie van den 17„e daer aen, waer bij den be„ regter g'ordonneerd werd, voor de Respective vergaedering beter voldoende, d' Eer heb om te dienin; De nalaetenschap van dat voorschreeven Delbeek die hij van den op vreedenburg Com„ mandeerendens Capitain Cobzijn gedeeltelijk in goed ontvangen heeft; heeft bedraege Ropias 1859: 33. , dat hij daarvan na aftrek van de gewoone ongelden, heeft betaeld aen den Boekhouder Johannes Kuper Rop„s 917:–. in voldoeninge van een gelijke somma die den overleeden aan voorschreeve Kuper alhier aflegge moeste, en aen den mede sul„ Hlaut Nigter s1 goed gue Den Raed. Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Lieutenant En Wan zijnde 55 Den 23„e Februarij A„o 1792. waer op het Noovrenstaande gedelibereerd gee Cantabeen met desselvs verzoek na Haar Hoog Edelheeden overtewijsen, en het ucidatie selver aentebieden. Lieutenant Hendrik Martens eene somma van Ropias 160: –. in voldoeninge aan eene vorder„ ring en sulks deese laetste onder cautie de Restituendo. Waer na er overgeschooten is 636 3/48. Ropijen, die hij op order van den welEdelen Agtbaeren Heer onder ultimo Augustus laetstleeden in de Cassa geteld heeft. Alles blijkens staet Reekening, dat hij vervolgens de soldij Reekening van voorschreeven Jan Michiel Delbeek bij de souratsche Boeken f„o 42: te vinden, voor het opgemelde bedrae„ „gen van 636 /48 Ropijen heeft gecrediteerd, en dat deselve daer op p. r zaldo ƒ768:19:3. bij de Com„ pagnie te goed heeft, sijnde de voorschreeven soldij boeken so als de Eer hebgehad bereeds te melden van hier versonden met het schip De Geregtigheijd En eindelijk dat den Curator adlites, den overleedene sous Lieutenant in het berigt so als bij Extract staet deselve Pieter Delbeek schrijft, sig also bij sijne Papieren almeede teekend, tog bij het scheeps boek van Vreedenburg voor Jan Michiel Delbaak en bij de boeken deeser Directie gesteld heeft. Waarmeede den berigter verhoopt na UwelEdele Agtbaere g'Eerde intentie voldaan te hebben, so heeft hij de Eer met alle oedientie te sijn. /:onderstond:/ wel Edele agtbaere Heer en Heeren /:lager:/ UwelEdele Agtbaeres seer gehoorsaemen Dienaer /:was geteekend:/ E„s Meijer, /:in margine:/ Souratta den 20„e Februarij A„o 1792. Waer op gedelibereerd en in aenscheuw genoomen sijnde, dat deese vergaedering, nu de voorschreeven versending der soldij Boeken reeds na de ordre geschied is, sig onvermogens en ongequalificeerd vind„ op het door het Hoofd der Chirurgie de Heer Cantebeen gedaene versoek, eenige Dispositie te neemen; wierd goedgevonden denselven daer meede, s gedgevonden om het hoe de chiaen aen Hhaere Hoog Edelheeden over te wijsen; en om aen Hoogst deselve, het begast en verdere Papieren Hoogsden van weegen gemelde Heer Cantebeen gepresenteerde Request met en beneevens de berigten van den curator adlites en Bijlaage, bij de aftegaene missive, Eerbiedig aen te bieden. Eindelijk wierd verstaens den Dispencier te Accordeeren om de bootes off zijnde boeken gez: geen plaatse be, 1
English
56 The 23rd February Anno 1792. To increase the butter or ghee to 16 Rupees per month. A boatswain's mate deserted from the hospital. His Honour proposes to the meeting to proceed with holding the annual contracting. To the dispenser is granted to increase the butter or ghee to 16 Rupees per month, and this calculated from the beginning of this month, since after accurate investigation it has appeared that such is the price of the bazaar, which is also paid by all Europeans. Thus done, resolved, and determined in the Dutch office of Souratta, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A.n Jesluijsken, M.r Monte, E.n Meijer, C.s Lijnis, G. Can Roessen, C.s Kliper. Thursday The 1st March Anno 1792. Before noon All present, except the Junior Merchant, appointed Fiscal of Bantam and currently acting Warehouse Master Peper, due to indisposition. After resumption and approval of the preceding resolution. It was noted beforehand that on the 16th of the past month of February, the boatswain's mate Wilhelmus Velbroek, who remained here from the ship De Geregtigheijd due to illness, deserted from the hospital. Thereupon the Lord Director gave the meeting to know that, having learned by chance that the English ministry here 57. — The 1st March Anno 1792. 8 percent as in the previous year under this express recommendation. a few days ago received orders from their Governor and Council at Bombaij to make a new contract of circa four lakh Rupees, notwithstanding their contracts of the previous year have only just been fulfilled for a third part, he thought no time should be lost in making the contracting of the goods requested according to the demands for the Netherlands, the Cape, and the Indies for this year 1792, in order thereby to enable the suppliers to make the necessary arrangements in time and before the weavers engage in the service of the English contractors to fulfil the same; that consequently he had entered into negotiations with these people and had brought them so far that they were willing to commit to the delivery of all requested linens, silk cloths, and cotton yarns for the Netherlands, the Cape, and the Indies for this year 1792. And this for a price reduction of three percent. To do so, according to the contract to be made thereof, for a reduced price of three percent from the prices that were paid to them the previous year, as shown by the resolution of this meeting of 11th March 1791, under the express condition of observing all the remarks and recommendations that are found in the homeland demand 58. The 1st March Anno 1792. An offer of the suppliers to also manufacture the berampats requested for the Netherlands. Whereupon the adjacent matter being taken into consideration. dated 21st December 1790; and under the condition that they shall be advanced and paid immediately 20,000 Rupees, and in the month of April likewise 50,000 Rupees, on 14th July again 50,000, on 1st September another [illegible] Rupees, and the remainder after the goods are received. While the aforesaid suppliers offered in addition to manufacture the three thousand pieces of berampats requested for the Netherlands, which are fully 25 long and 1 1/8 ells wide, for 463 1/2 Rupees or 555 florins 15 stuivers the corge of one hundred pieces. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that the still continuing high cost of raw cotton, for which 115 to 128 Rupees per candy is still paid daily and is even stipulated for delivery in April or May, as well as the continuing, indeed rather increasing, high cost of grains and other foodstuffs, added to the lack of workmen, of whom fully a third part have perished through the heavy mortality and the famine, are no favourable signs to assume that the price of linens in general will drop far below that of the previous year, much less that it will be possible to revoke again the entire increase of 8 percent that this meeting 59 The 1st March Anno 1792. acceptance, to enter into further negotiations with those people concerning the conditions. was forced to grant in the past year above the prices of 1790, as long as the raw cotton and especially the subsistence remain at such an unusual price; while, on the contrary, there is much more reason to fear that if the linens do not rise, they will at least not fall as soon as the intended contracting of the English becomes known, and the grains, due to the lack of rice from Bengal, whence the export has been prohibited due to its own shortage, will become even more expensive, as must happen without doubt; and that thus the interest of the Company requires that one does not reject these offers upon an entirely unfounded hope of further reduction of prices, on the contrary, that experience has repeatedly taught that one gets poorer goods and the demands are seldom fulfilled when the contracts are made only after all other nations have concluded their contracts. It was resolved to enter into further negotiations with the suppliers upon the aforesaid offer of a reduction of three percent on the previous year's prices, regarding the conditions, and to contract out to them therewith also the cloths demanded in the demand for [illegible]
Dutch transcription
56 Den 23„e Februarij A„o 1792. ter of ghie aptebrengen voor 16: Ropijent d Man Ven Boatsmans maet uijt het Hlospi„ taet gedeserteerd. zijn Agtbarern steld de vergaedering voor om tot het doen der saarleve aenbesteding aertegeen. Aan en Despanier gacerder me f chie op te brengent met 16 Rochijen pr: maan, ende sulx van den aenwa„ deeser maend afgereekend, also na nauwkeurig ondersek is gebeleken dat fulx de Prijs van de Bazaer is, die door alle Europeesen meede word betaeld. Aldus gedaen Geresolveerd en Gearresteerd in het Neederlands Comptoir souratta ten daege maend en Jaere voormeld /: was geteekend:/ An Jesluijsken, M„r Monte, E„n Meijer . . . . . . . . C„s Lijnis, G„ Can Roessen C„s Kliper. Donderdag Den 1„e Maart A„o 1792. Alle Present Dempto den onderkoopman Aengesteld Tis„ cael van Bantam en thans waerneemend Pakhui„ meester Peper door Indispositie. Na resumptie en approbatie der voorgaende Resolutie. — Wierd voor af aangeseekend, dat op den 16„e dergepasseere maand seruar„ uijt het Hospitael is gedeserteerd den Baatsmans maet wilhelmus Velbroek so alhier van het schip de Geregtigheijd door ziekte verbleeven is. Vervolgens gaf den Heer Directuur aen de vergaedering te kennen, hoe dat bij geval, onderrigt geworden sijnde, dat het Engelsch minister Voor de Middag alhier 57. — Den 1„e Maart A„o 1792. 8 prCo alsin het voorledenen Jaer onder deese Expresse Recommandatie alhier, voor weinig daegen, van haeren Gouverneur en Raed te Bombaij, ordres ontvangen heeft, tot het doen van een nieuwe aenbesteeding van Circa vier Lak Rohijen, onaengesien haere voorjaarige Contracten, nog pas voor een derde gedeelte sijn voldaen geworden, gemeend had, geen tijd te moeten laeten verlooren gaen, tot het daan der aenbesteeding, van de beij de Eijschen voor Neederland, de Cael en Indien, gevraegde goederen voor deesen Jaere 1792, ten einde de Leveranciers daer door in staet te Htel„ len, om intids en aloorens de weesern, sig in dendienst der Englsche aan neemens engageeren, de noodige schikkingen te kunnen maeken, tot het voldaen desselve, dat dienvolgens seedend in onderhandeling met deese lieden getreeden was, en haer so verre gebragt hadde, dat sig wilden verbinden, om de Leverancie van alle de gevraegde Lijwoeten, zijde kleedenen Cat„ En sulx voor en prijs vermindering van toene gaerens, voor Neederland, de Kaeb en Indien voor deesen Jaerij 1792. te doen, volgens het daer van te maekene Contract, voor eene vermin„ derde prijs van drie pro cent van de prijsen, welke haer het vorge Jaar blijkens Resolutie deeser Vergaedering van den 11„e Maert. 1791. betaeld geworden sijn, onder expres verband, van te sullen in agtneemen alle de aenmerkingen en recommendatien, welke, bij den vaderlandschen Eijsch tha r 58. Den 1„e Maart A„o 1792. En Aenbeeding van de Levaranciars, om daar beneevens de voor Neederland gevraeg de Bramspoaets mede te veroedigen Waer op het neevenstaende in dens schouw genoomen sijnde. Eijsch gedateerd den 21„e December 1790. gevonden worden; en onder cendi„ tie, dat haer sal worden voruijt verstaekt en betaeld, datelik 20000: Cchij en in de maend april gelijke 50000: Ropijen den 14„e Julij weeder 50000: den 1„e sep„ ttemer nog Toa acijae on het netant nadat degeden ontvangen worden Tedwijl voorschreeven Leveranciers daer beneevens aenboaden, om de voor„ Neederland gevraegde drie Duijsend stukken Beraempaets, die volkoomen lang sijn 25, en breed is llen te sullen vervaerdigen voor 4631/½ Ropij of ƒ555:15:— het dak van een honderd stukken. Waerop gedelibereerd en in aenschouw genoemen sijnde, dat, de wal de nog Continueerende duurte der kapok, voor dewelke nog daegelix 15 a 128. Ropijen per kandijl word betaeld, en om selvs in April of Meij te leeveren bedongen word, als meede, de aenhoudende, Ja eerder toeneemende duurte der graenen en andere leedens middelen, gevoegd bij het gebrek aen werklieden van welke wel het derde gedeelte, door de swaere sterfte, en den hongestreed sijn omgekoomen, geene gunstige voorteekenen zijn, om daer op te kunnen onderstellen, dat de prijs der Lijwaeten, in het algemeen verre beneeden die van het vorgaendes Jac, daelen sal, wel minder nag dat het mogelk sal zijn, om de geheele verhooging van 5 prasent welke deese vergen dering 59 Maart A„o 1792. Den 1„e aenneeming Alverder met die lieden in kunnen onderhandeling te treeden over de voorwaar„ lt: tering in A„o Passo is gediongen geweest toe te staen, boven de prijsen van 1798, weeder in te trekken, so lange de Capok, en vooral het leevens onderhoud, op sulk een ongewoone pris belijven, terwij ers ter Cantruire, eel mieder reeden is, om te arre„ sen, dat so de Lijuraeten al niet rijsen, te immers niets daelen sullen, so vas de voorgenoemene aenbesteding der Engelschent sal bekend worden, en de Grae„ nen, door het gemis van de Rijst uijt Bengaelen, van waer den uijtvoer door eigen gebrek, verbooden geworden is, nog duurder worden sullen, so als buijten twijffel gebeuren moet, en dat dus het belang van de maetschap„ # pij vorderd, dat men deese aenbiedingen niet van de handwijst, op eene ten eenemaele ongegrande hoop, van verderes verlaging der prijsen, inteegen„ deel, dat de onderwinding, temeermaelen geleed heeft, dat men slegter goed krijgt, en de Eijsschen selden voldaen, worden, wanneer de denbesteedingen eerst geschieden, na dat alle andere natien, haere Contracten gemaakt hebben. danr gadgevonden om bwoendigedagte Wierd goedgevonden en verstaen, om op de voorschreeven aenbieding van eene vermindering van Drie praecents op de oorjaarige prijsen, met de Leveranciers in verdere onderhandeling te treeden, over de voorwaer„ den, en om daer bij aen deselve meede aentebesteeden, det bij den Eijsch voor wel elde kleeden genood 6 eeden