VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3983

Surat · 538 pages · 182 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3983_0366 view scan ↗

English

60 The 1st of March Anno 1792. called into the meeting, the contract mentioned in the text was concluded with them. for the Netherlands, the aforementioned three thousand pieces of Berampaats for the aforementioned price of 463 1/8 Ropias or ƒ 1555: 15 per bale, and this in view of the fact that this meeting hopes thereby to satisfy the intention of the High Noble Right Honourable Lords Majors, since the higher price which is paid for these Barampaalts, which shall have the full length of 25 ells and breadth of 1 1/2 ells, as aforementioned, in comparison with the price of 41 1/2 Ropia ƒ 10. which was paid in Anno 1729 for similar Berampaets, which however were no longer than 24 ells, and did not have the full prescribed breadth, amounts to merely ƒ 22:5:- per bale of 100 pieces, or rather 4 stuivers 7 1/5 penning on each piece, and thus causes no considerable burden on the purchase, as Their High Noble Right Honourable please to express it; when one considers that those of 24 ells or the short ones were sold in the Netherlands in Anno 1790 for ƒ 9: 17: 8, and achieved an advance of 74 percent; Whereupon the suppliers, having been called into the meeting, the following contract was agreed and concluded with them, which was signed by the Director and them. Contract. 61 The 1st of March Anno 1792. Contract concluded between the undersigned Director for and on behalf of the Noble Dutch Company of the one part, and the suppliers Beramptje Souraetje and Hormordje Rettingje of the other part, regarding the purchase and procurement of linens, silk cloths, and cotton yarns in this year 1792. Article 1. The contracting is done with respect to the quantities of the goods for the Fatherland according to the demand received for it, dated the 21st of December 1790. 2. Also for the Cape on the calculated demand sent from there for this year 1792, dated the 20th of May 1790, with this express condition that the suppliers shall have to allow that the requisite changes, or increases or decreases, be made therein, in case the formal demand for that Government is received before the first of May next, and which makes the same necessary. 3. And finally for the Indies on the received provisional demand, dated the 27th of July 1791, and according to the memorandum formed thereof, under this condition, that this latter may also be increased and decreased, as the formal demand shall make necessary, provided it is received before the 20th of October next. 4. The supply, with respect to the assortments, length and breadth, as well as the goodness and quality of the cotton and silk cloths, cotton yarns, etc., shall have to take place according to and in conformity with the samples in use by the Company, and as the supply has taken place previously. 5. In particular, the suppliers shall have to take care that the narrow bleached Baftas are of better quality and that not so many coarse pieces are found among them, that the brown-blue Baftas are not made so heavy and thick, and are not so pale in colour, that the fine Niquanias are woven finer and more evenly, that the Chelas according to sample No. 14 are of smaller pattern, that the Broules Lambij with and without silk are assorted more equally, that among the same not so many pieces are found of the same pattern as the Naginafraets with yellow, and that the Caroots are not so coarse and thick as previously. 6. The suppliers also bind themselves to manufacture and deliver in like manner the three thousand pieces of white Beraempaels requested in the demand pro Patria, which shall have the exact length of 25 ells and breadth of 1 1/2 ells for 463 1/8 Ropij the bale of five corges or one hundred pieces. 7. The suppliers shall, for the procurement and delivery of all the aforementioned linens, cotton yarns, and what more /: except the Beraempaets mentioned in article 6 :/, receive three percent less than was paid to them in the past year according to the contract of tender of the 11th of March 1791. 8. On this previous year's price, after deduction of the aforementioned three percent as mentioned, there shall have to be advanced and paid to them: immediately 50000 Ropijen, in the month of April a like 50000 Ropijen, on the 1st of July again 50000 Ropijen, and before September another 50000 Ropijen, and subsequently as the goods are received. Article

Dutch transcription

60 Den 1„e Maart A„o 1792. Vergaedering geroepen, is miet haer ge„ sooten het in textue vermelde Contract. voor Neederland, hier vooren vermelde Drie Duijsend stukken Berampaats voor de voormelde prijs van Ropias 4631¼ of ƒ1555: 15 het Pak, en de sulks uijt aenschouw, dat deese vergedering verkoept, daer meede aan de Iortenti van de Hoog Edele Groot Agtbaere Heeren majores te sullen voldoen, also de meerdere prijs, welke voor deese Barampaalts, die de volkoomen ling„ te van 25: Ellen en breedte van 1½ Ellen hebben sullen, als vorschreev ven word betaeld, in vergelijk van de prijs van Ropia 41 1/2 ƒ 10. die in A„o 1729 voor gelijke Berampaets, dog die niet langer waeren als 24 Ellen, en niet welde voorschreeven breedte hadde, betaeld is, eeniglijk ƒ 22:5:- op het Pak van 100: stukken, dan wel 4 stuijvers 7 /5 penning op ieder stuk bedraegd, en dus geen aenmerkelijk beswaer op den Inkaktig „: se als Har Hoog Edele Groot agtbaere sig geleeven uitedrukken:/ onmet als man Considereerd, dat die van 24 Ellen of de korte voor ƒ 9: 17: 8: in A„o 1790. in Meederland verkogt geworden sijn, en een ordeel van 74. En sijnde deselve Lauwvanier dan in pro cento behaeld habben; Waer op de Leveranciers dan in Vergaedering geroepen zijnde, so is met deselve overeengekoomen en geslooten het vol„ gende contracti, het geen door den Heer Directeur en haerlieden geteekend is. Contract. 61 Den 1„' Maart A„o 1792. Contract geslooten tusschen den ondergeteekende Dirert„ teur voor en van weegens de Edele Neederlandsche Compagnie„ ter Eenre, en der Leveranciers Beramptje souraetje en Hormordje Rettingje ter andere sijde aengaende den Inkoop „ven besorging van Lijwaeten, sijde kleeden en Cattoene gae rent in deesen Jaere 1792. Artic: 1. Der aenbesteeding word gedaan ten aensien van de quantiteiten der goederen, voor het Vaderland„ volgens de daer van ontvangene Eijsch gedateerd den 21„e December 1790. 2. te meede voor de Caas op de van daer gesondene gecalculeerde Eijsch voor deesen Jaere 1792. gedag„ teekend den 20„e Meij 1790:, met deese Expresse voorwaarde dat de Leveranciers sullen moeten toestaen, dat daer inne de vereischte veranderingen, dan wel vermeerderingen of verminderins„ gen worden gemaekt, bij aldien de formeele Eijsch voor dat Gouvernement nog voor den Eersten Meij eerstkoomende ontvangen word, en die hetselve nordsaekelijk maekt. 3. En Eindelijk voor Indien op den ontvangenen Provisioneelen Eijsch, den 27„n Julij 1791. gedateerd, en volgens de daer van geformeerde Memorie, onder deese conditie, dat deese laetste meede sal moogen vermeerderd en verminderd worden, na dat den formeelen Eijsch sal noodig maeken, mits die ontvangen word voor den 20„e october eerstkoomende 4: De leverancie sal, ten opsigte van de soortementen, legigte en breete mitsgaders deugd en qualiteit der Cattoene en sijde kleeden, Cattoene gaerens Enzp: moeten geschieden volgens en overeen„ komstig met de monsters bij de Compagnie in geberuik, en de leverancie bevoorens geschied is. 5. . Bijsonder sullen de Leveranciers moeten sorge draegen, dat de Baftassen smalle gebleekte van beeter qualiteit sijn en daer onder niet so veel groove stukken gevonden worden, dat de Baf„ tassen bruin blauwe niet so swaer en dik worden gemaekt, en niet se bseek van couleur sijn, dat de Niquaniassen gijne, fijner en meergelijk geweesen worden, dat de Chelassen na het monster N„o 14. kleinder van uid sijn, dat de broules Lambij met en sonder seijde meer equaal worden geprsorteerd dat sig onder deselve niet so veel stukken bevinden van deselve uit, als de Naginafraets met geel en dat de Caroots niet so grof en dik sijn als bevoorens. 6. „ Oak verbinden de Levarenciers sig om inselver voegen te vervaerdigen en te leeveren we de bij den Eijsch pro Patria gevraagde Drie Duijsend stukken Beraempaels- witte, welke de Juiste leng„ te van 25 Ellen en breete van 1½ Ellen sullen hebben voor 463 3/86 Copij het Pak van Vijff korsjes of een Honderd stukken. 7. De Leveranciers sullen voor de besorging en Leverancie van Alle de voorschreeven Lijwaeten kattoene gaerens en weesmeer /: uijtgesonderd de artif: 6. gemelde Beraempaets:/ genieten Drie procente minder als haer in de voorleedenen Jaere blijkens het Contract van Aenbestee„ ding van den 11„e Maart 1791 sijn betaeld geworden. 8. Op deese voorjaerige prijs na aftrek van voorschreeven drie ten honderd als gemeld sal haer moeten worden vooruijtverstrekt en betaeld -datelijk 50000: Ropijen, in de maand April gelij„ ke 50000: Ropijen, den 1„e Julij weeder 50000: Ropijen en voor september nog 50000 Ropijen en vervolgens na dat de goederen ontvangen worden. Artil

NL-HaNA_1.04.02_3983_0368 view scan ↗

English

The 1st of March Anno 1742. Allowed to 2 Malay sailors to cross over to the headquarters on the ship Voorschooten. Article 9. If it should happen that it is not found possible to allow the suppliers to enjoy again this year these privileges and rights that the Company formerly held at Brootchia with respect to the tolls on the export from there of such goods as are gathered at the aforementioned places and their surroundings, such as Lavogesjes, Various Baftas, Nequanasses, Bherms, Caroots, and Cotton yarns, the Company shall accommodate the said suppliers therein, but in such a case they must handle and export the goods under another name and as if they belong to other merchants. 10. The suppliers shall also be credited 1½ percent for invoice charges on everything that they purchase at Brootchia, Cambay, and Brodera or their surroundings, and ordinarily bring here by water. 11. In return, the suppliers shall be obliged to bring nothing but sound goods to the Bazaar, and if at any time any pieces among them should be found that are deceitfully woven or otherwise extraordinarily bad, the same shall not simply be rejected, but confiscated for the benefit of the Bazaar commissioners. 12. They shall also, together with the commissioners, compensate for all such pieces as may at any time, according to solid testimony, be found short, damaged, or unsound upon opening in Europe or the Indies in well-conditioned packs; namely, they, the suppliers, three-fourths, and the Bazaar commissioners, one-fourth of the cost of the same. 13. The suppliers bind themselves to deliver the entire supply according to the statement provided to them and to bring the goods to the Bazaar; namely, those for the Netherlands and the Cape by the 15th of December of this year, and those for Batavia and the Indies by the 20th of January following, provided and under this express condition that the pre-agreed advances as specified in article 7 are promptly made to them. 14. All goods that are not ready on time and arrive late shall remain for the account of the suppliers whenever the Council shall judge this to be in accordance with the service of the Honorable Company. For the fulfillment of all this, the suppliers bind their persons and property according to law. Below was written: Surat the 1st of March Anno 1792. Was signed: A. J. Sluijsken. Lower down: With some native characters. Was signed: The names of the aforementioned suppliers. It was also noted that two Malay sailors, by name Panja of Timor and Bassa Bassin of Makassar, have been permitted to cross over on the ship Voorschooten to the headquarters, on condition that they shall serve for their board. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch office. The sailor Pieter de Graeff, who remained behind here from the said vessel after it departed, has been placed on the small ship De Batavier. Office at Surat, the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, Msr. Monte, E. Meijer, P. Lijnis, G. C. Roessen, J. Kuper. Thursday The 22nd of March Anno 1792. Before noon. All present Except for the junior merchant, appointed fiscal of Bantam and currently acting warehouse master, due to indisposition. The last preceding resolution, having already been summarized and approved on the 5th of this month on the occasion when the missive of this meeting to Their High Excellencies was approved and signed, was now initially recorded. That the ship Voorschooten left the Surat roadstead on the 7th of this month, and that the sailor Pieter Del Graef of Amersfoort, who accidentally missed his way and remained behind here from that keel, has been placed on the small ship De Batavier to serve there until such time as he can transfer to one of the ships arriving in the autumn, on his earning wage and [illegible], enjoying the usual sailor's board allowance. After which, taking into consideration that the vessels stationed here will be of no further use following the departure of the ships, it was approved and resolved to instruct the equipment supervisor by extract of this resolution to strip down the same as usual by the end of this month and put them ashore, and also to discharge the sailors on board them, retaining only as many of them in service as are necessary on the said vessels during the rainy season according to the order and regulation, being one tindal and three sailors from De Batavier, and one tindal and two sailors from the Charlotta. There was submitted to the meeting the specification presented by the equipment supervisor of such expenses and necessary supplies as have been made by him for and during this current year 1792 to and for the service of the vessels belonging here: the small ship De Batavier, the hoeker with a small ship's rig the Charlotta, and the country boat, pursuant to the resolution of this meeting of the 4th of July of the past year.

Dutch transcription

Den 1„e Maart Ao 1742. Aan 2. maleidde mattroosen toegestaan om met het schip Voorschooten na de Hoofdplaats overtevaaren. Artif„ O. so het mogte gebeuren, dat het niet gevonden wierd, om de Leveranciers weederom deesen Iaere te doen Jouisseeren van deese Privelegien en voorregten die de maetschappije bewvoorens te Brootahia gehad heeft, ten aensien van de tholorijen Uijtiser van daer, van sodaane goederen, als ter voornoemde pelaeten en omstreeks deselve worden ingesaemeld, als daer sijn Lavogesjes, Baftassen Diverse, Nequanassen Bherms, Caroots en Cattoene gaerens, sal de Compagnie de gedagte Leveranciers daer in te ge„ maete koomen, dog sullen deselve in s een val, de goederen op eenen anderen naam en even of aen andere kooplieden behooren, behandelen en uijtvoeren moeten. 10. Ook sullen aen de Leveranciers goed gedaen worden 1:½ procento voor factuuers lasten op alles nat sij te Brootchia Cambail en Brodera of daeromstreeks inkoopen, en ordinair hier te water aenbrengen. 11. Daar en teegen sullen de Leveranciers verpligt sijn, niets, als deugdsaam goed ter Bazaar, te bren„ gen en bij aldien somtijds eenige stukken daer onder gevonden mogten worden, die bedriegalijk geweeven, of anders Extra ordinair slegt sijn, sullen deselve niet simpel uijtgeschooten, maar geconfisqueerd wordent, ten behoeve van de Bazaers gecommitteerdens 12. Ook sullen sij met de Gecommitteerdens; tesaemen alle zodaenige stukken als er somtijds in wel geconditioneerde Pakken, bij het openen in Europa of Indien volgens bondige getuij„ genissen, te kort, of beschaedigd of ondeugdsaem bevonden mogte worden, vergoeden moeten te weeten, zij de Leveranciers, drie vierde, en de Bazaers gecommitteerdens, een vierde van derselver kostende. „ 13. De Leveranciers verbinden sig om de geheele Leverancie, volgens de haer gedaene opgaave te doen, en de goederen ter Barzaer te sullen brengen, te weeten, die voor Neederland en de Caeb met den 15„e December deeses Iaers, en die voor Batavia en Indien met den 20„e Januarij daer aen vol„ gende, mits een onder deese Expresse Conditie, dat haer de voorbedongene verstrekkingen so als articul 't gespecificeerd, prompt worden gedaen. — „ 14. Alle de goederen, welke op sijn tijd niet klaer sijn, en laetek te binnen koomen, sullen blijven voor Reekening van de Leveranciers, wanneer den Raed sulx sal oordeelen, over een te ko„ men met den dienst van de Edele Compagnie Tot nakoming van dit alles verbinden de Leveranciers hunne persoonen en goederen als na regten /:onderstond:/ Souratta den 1„e Maert A=o 1792 /:was geteekend:/ A„ J„ Sluijsken, /:lager:/ mat Eenige Inlandse Caracters /:was geteekend:/ de naemen van de voorschreeven everancier. Nog weerd aengeteekend, dat aen twee maleidse mattroosen in naeme Panja van Timor en Bassa Bassin van Maccasser is toegestaen, om met het schip voorschooten nae de hoofdplaets overtevaeren, onder Conditie, dat sullen dienst doen voor de kost Aldus gedaen geresolveerd en Gearresteerd in het Neederlands Comptoir 5 het se vertrok e hee 1 S 63 ertrokken den vangedagten Bodem alhier Agterge„ bleevenen mattroos Pieter de Graeff is „ 't smallschip de Batavias geplaatst. Comptoir souratta tan daege maend en Jaere voormeld /:was geteekend:/ A„: J„ Sluijsken, M„sr Monte, E„n Meijer . . . . . . . . p„r Lijnis, G„ C: Roessen Js Kuper. Donderdag Den 22„e Maart A„o 1792. voor de Middag alle Present Uijtgesonderd den onderkoopman, aengesteld fiscael van Bantam en thans waerneemend. Pakhuijs mees„ „ siper ter „ doer Indispositie. De laetst voorgaende Resolutie bereeds op den 5„e deeses, ter gelee„ gendheid, dat de missive deeser vergaedering aen Haer Hog Edelheeden g'approbeerd en geteekend wierd, zijnde geresumeerd en goedgekeurd, wierd thans aenvankelijk aengeteekend. het schulp voorschoten is der sodere Dat het schip voorschooten den 7„e deeses de souratse Rheede verlaeten heeft, En dat den van dien kiel alhier, bij ongeluk door het missen van den weg agtergebleevenens matroos Pieter DelGraef van Amersfoort, op het smalschip De Batavier geplaetst is, om aldaer ter tijd, hij ops„ een der in het najaer aenkoomende scheepen kan overgaen diens Den 1„e Maart A„o 1792. N te doen a gehad e plaetse amassen te ge„ te ge„ en quamass gana de pba thia lyte tijds getuij„ moeten gen te ko„ a4 ken roosen dt op E 64 Den 22„' Maart A„o 1792. De vaertuijgen onder Ult:o deeses aftetuig gen en op de wal te setten, en voorle om de daar op zijnde mattroosen afte„ danken voor de Cuede maisson benedig sijn. aende vaertuijgen overgeligd:— op zijn winnende gagie en i duwa, met genieting van het gewoone mattroose kostgeld. Waarna in Consideratie genoamen zijnde, dat de hier te huijs geha rende vaertuigen, nu na het vertrek der scheepen van geenigen den meerder weesen sullen; wierd godgevonden en verstaen den Equitagie opsiender bij Extract, deeses te gelasten, om deselve met ultimo deeses na gewoonte aftetuijgen en op der wal te setten, mitsgaders omde on op zijnde mattroosen aftedanken, eeniglijk so veel van deselve in iniglik oen indinsthoudene als dienst houdende, als op geseide vaertuijgen, geduurende de reegen han som; noodig sijn, volgens de ordre en bepaeling, zijnde Een Pandel en drie mattroosen van de Batavier, en een Tandel en twee Ma„ troosen van de Charlotta specisictie van de Jarlijs besarten Is ter vergaedering overgelegd de door den Equipagie opsiender Masser gepresenteerde specificatie van sodaene ongelden en nood„ wendige verstrekkingen, als door hem voor en geduurende dit Bar jaer 179 /2. zijn gedaen, aen en ten dienste van de alhiert h hoorende Vaertuigens het smalschip De Batavier, de Hovrij met een smalschips- tuijg de Charlatta en de Landschuit, ingevn ge Resolutie deeser vergaedering van den 4„e Julij des oorlede nen. 2 18 3/24

NL-HaNA_1.04.02_3983_0371 view scan ↗

English

65 The 22nd March Anno 1742. 5½ fathoms oakum 1 1/8 kapok 2nd sort - - - - - - - - - 4 1/2 79 days of caulkers whereof 52 days . . . . of the following contents. Specification of such expenses in cash and provided from the Company's stores as have been incurred and paid by the undersigned equipage overseer, for the repairing, greasing, rigging and restoring to proper condition of the vessels belonging under this Directorie, in order to be able to have the necessary services from the same during the navigable season, all in accordance with the resolution of the Council of Policy on the 11th July 1791, consisting of the following and costing as follows; to wit. The smalschip the Balavter In Cash The following for the repairing. 2 pieces of Damar wood: for repairs to the gunwales and hatches, making a new ladder in the hold, as well as some cleats and patches inboard at 8¼ per piece. . . ro/d 16: 24. 7 pieces spars solia 2nd sort for handspikes and 3 oars for the boat instead of the unserviceable ones - - - - - - at 24 the corge - - - - - - - 5: 19. 8 leer Mien. . . . . . . . . . . . . . . 9: per maund. . . . . . 1: 38. 12 kapok 2nd sort - - - - - - - - - - 4 1/2 per ditto. . . . . 1: 23. 18 Persian red earth - - - - - - - - - - 1/3 per 44 seer - - - - - —: 13. ½ maund native nails and pegs. . . . . . . 9 per 4. . 4: 24. 32: 45. 5 per cent provision thereon. . . . . R: 1. 35. 34: 28. 59 days of carpenters namely 1 day of master at 2 days 52 at 1 to 2½ 3 days of drillers - - 2 days of turners - - - 3 days of pairs of sawyers - - For the caulking at 1½ the maund . . . . ro/ 8: 12. 18 pieces broad doti - - - - - - - - - 1 1/3 the 11 pieces. . . . . 2: 9. 26 maunds firewood - - - - - - - - - - - 1¼ per 10 maunds. R 2: 24. 18: 22. 1 to 3 roa 1d per day. - - - - - - - - . 20: 38. 5 per cent provision thereon . 2 — 413 1929. - - - - - 5: 25. R/a 2: 25. 28: 8. 63: 8. 1 to 3 . . . . . . . . . . —:32. 1/16 the pair - - - - - - - - - - - - - - - - - - at 18 for 2½ days - - - - - - - - - 1: 9. - - - 20: 38 24: 14. - - - - at 3: 24. 2 9. 29:38 19: 9. v ro pieces 12: 17 Carried over f in Moudel Mander Bochhuijs 6 27: - - - - - - - 66 The 22nd March Anno 1792. 7 maunds white lime . . .. kapok 2nd sort - - - - - - - - 13 pieces Surat beteltje - - - - - - - - 3. ½ per piece 6 lb cotton yarn 58 days of sailmakers namely 42 days 16 days. . . . . . .. 15 lb blood. . . . . . . . . . - 5 per cent provision - 10 days of sailors for the sifting, mixing and pounding of lime, item for the greasing For the repairing of the sails 350 pieces broad doti for mending the topmast staysail, topsail, topgallant sail, outer jib, crossjack sail and mizzen topmast staysail at 1 1/3 the 11 pieces. - - - - - - 42:28. - R: 1: —. 55:38. of the same - - - - - - - - - at 1 per 6 days - - - - - - - - - 6 seer Surat sail yarn - - - - - - - - - - 4 3/8 per 40 seer - - - - - - - - —: 34. ½ maund broad ribbon - - - - - - - - - - 10 per maund - - - - - - - 5: —. at 1d for 2½ days. For the rigging and in satisfaction of the requisition 1 to 3. - - - - - - - - 1 corge tree nails for false and bunk nails - - - - - - - - - - - - - - - - - - ro/a 8: 12. 1½ hides native leather 2nd sort for coverings etcetera and making of new draw buckets instead of unserviceable at 4½ each - - - - - - - - - - 6: 36. 3 lb cotton yarn. 6 pieces flag cloths whereof. 19 maunds Malabar coir whereof 11 maunds for laying a working cable instead of the worn out 8 maunds ditto for 2 cable ropes for tackle runners 2 pieces bamboo baskets for the pump - - - - - - - - - - - - - - - - 5: —. 1½ seer Surat sail yarn - - - - - - - - - - - - - - - - - - - —: 8. 2 blue - - - - - - - - - - 3¾ - - - - - - - 7: 24. 19 maunds Malabar coir as above at 4 3/2 per maund 3 pieces keesjes weighing 4½ maunds for running rigging 8 per maund - - - - 36: - 2 white lines for downhauls, flag and pennant halyards ditto at 2½ each - - - - - 5: —. 2 tarred lines for seizings etcetera - - - - - 3: - - - Carried over 1 per cent provision R 8: 34. 6: —. 176:11. 83:44. - - - - - - - - - - - - 3:39. N 14 20:19 75: 86. 8 2: 38. 55: 12. - - - - - - - - - - —: 240. 52: 30. 5 per cent provision. 6: 32. 6:2. X R 2: 28. 54: 18. - - - - at 1½ the maund. . . . . . . . . 10:24. 61½ ghee - - - - - - - - - - - - - - - 2¼ - - - - - - - 39. 3. For the greasing. Carried over. ro pieces 12: 17. 2 pieces red - - - - - - - - - - - - at 4¼ each - - - - - - - 8: 24. 2 pieces white - - - - - - - - - - - 3 7/3 - - - - - 7: 16. R 183: 2 219: 2. 1 wax -- 2/3 the pound. . . . . - - — 4: —. - 6:19 1 - - - - - 1:11. - - - - - - - - - - 2:–.

Dutch transcription

65 Den 22„' Maart A„o 1742. 5½ f„s werk 1 1/8 „ Kapok 2„d soort - - - - - - - - - „ „ 4 ½2 „ „ 79: dagt: van Calvaeters daer van 52: Pagt. . . . . „nen Laert, van de volgende Inhoud. pecificatie van zodaenige ongelden in Contant en verstrekte uijt 's Compagnies voorraed als er door den ondergeteekende Equipagie opsiender gedaen en betaeld sijn, bij het verhelpen, smeeren, toetuij„ gen en weederom in staet brengen van de ondertenoemene in dee„ se Directie te huijs hoorende Vaertuijgen, om van deselve de noodi„ gediensten in het waerbaer saijsoen te kunnen hebben, alles Con„ form het geresolveerde in Raede van Politie op den 11„e Julij 1791. bestaende het een en ander in- en kost als volgd; te weeten. Het smalschip de Balavter In Contant De volgende tot het verhelpen. 2: ges Hout Damania: tot Reparatie aen de potdeksels en luijken, aenmaeken van een nieuwe trap in het ruijm, als meede eenige klampen en lapjes binnen boord a ro/a 8¼ d'ges. . . . ro/d 16: 24. 7: p„s Sparen solia 2:e zoort tot 't handspaeken en 3 Riemen voor de schuit insteede van de onbequraeme - - - - - - a ro/a 24 d' Corg„s - - - - - - - „ §: 19. 8: leer Mien. . . . . . . . . . . . . . . „ „9: „ Maon. . . . . . „ 1: 38. 12: „ Kapok 2. . soort - - - - - - - - - - „ „ 4 1½ „ d„o. . . . . „ 1: 23. 18: „ Persiaens rood Aerde - - - - - - - - - - „ „ 1/3 „ 44 Ceer - - - - - „ —: 13: —½ m„d Jnlandse spijkers en pennen. . . . . . . „ „ 9 „ 4/ „. . „ 4: 24: „ 32: 45. 5 p„r Co provisie daer op. . . . . R: 1. 35: „ 34: 28. 59: dagt van Timmerlieden als 1 dagt van bas d' 2 dagt 52 „ „ „ 1 „ 2½ „ 3 dagt aan boorders- - 2: „ „ Draeijers - - - 3: „ „ paerensaegers - - Tot het Caloaeten a o/a 1½ d' m to . . . . r o/ 8: 12. 18: ges breede dotij - - - - - - - - - „ „ 1 1/3 „ 11 ges. . . . . . „ 2: 9. 26: m brandhout - - - - - - - - - - - „ „ 1¼ „ 10. ms. . R„ 2: 24: „ 18: 22. „ „ 1: „ 3 „ . roa 1d ' p dagt. - - - - - - - - . „ „ 20: 38. 5 pr Co provisie darop . 2 — 413 „ 1929. - - - - - „ 5: 25. R/a 2: 25. 28: 8:„ 63: 8: . - - - - - - -. „ „ 1„ 3 „. . . . . . . . . . „ —:32. „ „ 1/16 t paer - - - - - - - - - - - - - - - - - - r ro/a 18 2½ dagt - - - - - - - - - „ 1: 9. . - - „ 20: 38 „ 24: 14: - - - - ro/a 3: 24: 2„ 9: „ 29:38„ 19: 9. v ro p„s 12: 17 Transporteere ƒ . ƒ in Mou„ del Ma„ nder 00 Boch huijs 6„ 27: „ - - - - - - - - - .. . . . - 66 Den 22„ Maart A„o 1792. 7: m:d withalk. . . .. „ Kapok 2„o soort - - - - - - - - „ „ 13 p„s beteltje sourats - - - - - - - - „ „ 3. ½ p:s 6: lb Cattoene gaeren 58: dagh: van Zeelmaekers als 42: dagt 16: dagt. . . . . . .. 15: lb bloeth. . . . . . . . . . - 5 p„r C„o provisie - §10: dagt van Mattrosen tot het siften, mangen en stampen van Kalk, item tot het smeeren Tot het Repareeren der seijlen 350: gessen breede Dotij tot het verstellen van de slenge stag sijl, Marsijl, Bramsijl, buijten klauer, kruijsijl en kruijs stenge stag sijl a ro/a 1 1/3 d' 11ges. . - - - - - - r„b 42:28. - R: „ 1: —: „ 55:38. derselver - - - - - - - - - a roa 1 d'6 dagl - - - - - - - - - 6: Peer sourats Seijlgaeren - - - - - - - - - - „ „ 4 3/8 „ 40 Ceer - - - - - - - - „ —: 34. ½ m„d breed lint - - - - - - - - - - „ „ 10. „ mt - - - - - - - „ 5: —: -. . . a ro/a 1d 2½ dgl. Tot het tuijgen en in voldoening van den Eijsch „ „ 1„ 3. . „. - - - - - - - - „1: Corgi„s doomhout tot loose en Cooij Nagels - - - - - - - - - - - - - - - - - - r o/a 8: 12: 1½ sluid Inlands leer 2„e soort tot bekleesels &„a en maeken van nieuwe slag„ putsen insteede van onbequaeme Aro/a 4½ ieder - - - - - - - - - - „ 6: 36: 3: lb Cattoene gaeren. 6: p„s vlaggedoeken daer van. 19: M„t Kaijer Mallabaerse daer van 11 m„d tot het slaen van een werk Vijger insteede van de Versleetene 8: m „ „ d„o „ 2 vijger trossen tot takel loopers 2: p„s Bamboese mandjes voor da Pomp - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5: —: 1½ leer Sourats seijlgaeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: 8. 2: „ Blaauwe - - - - - - - - - - „ „ 3¾ „ - - - - - - - „ 7: 24: 19. M:s Kaijer Mallabaerse als even a ro/a 4 3/¾2 d' M:r 3 p„s keesjes weegende 4½ m: tot loopend touwerk „ „ 8 dmd - - - - „ 36: - 2: „ witte lijnen tot Neederhaelder, Vlogge en wimpel vallen d„o a l/a 2½ ieder - - - - - „ 5: —: 2: „ geteerde lijnen tot bendsels &„a - - - - - „ „ 3: „ - - - Transporteere 1 p Co provisie R„ 8: 34: P„ 6: —: „ 176:11: „ 83:44. - - - - - - - - - - - - „ 3:39: N„ 14/„ 20:19 „ 75: 86: 8„ 2: 38: „ 55: 12. - - - „ „. - - - - - - - - - r„r —: 240: „ 52: 30. 5 p„r Co provisie. 6: 32: „ 6:2. X„ R„r 2: 28: „ 54: 18: - - - - a ro/a 1½ d' mt. . . . . . . . . ra/a 10:24. 61½ „ bhie - - - - - - - - - - - - - - - „ „ 2¼ „ „. . - - - - - - - „ 39. 3. Bij het Smeeren. P„r Transport. ro p„s 12: 17. 2: p„s Roode - - - - - - - - - - - - a ro/a 4¼ ieder - - - - - - - „ 8: 24: 2: p„s witte - - - - - - - - - - - „ „ 3 7/3 „ - - - - - „ 7: 16: R „ 183: 2„219: 2: 1: „ wax - . .- - „ -- „ „ 2/3 't pond. . . . . - - — „ 4: —. . . „- 6:19 1 - - - - - „ 1:11: . - - - - - - - - - - – – – – – – „ 2:–. -

NL-HaNA_1.04.02_3983_0373 view scan ↗

English

67 n 22 Shaart - 1 ML. 6 with. Carried forward Per account 185: 2419. 8. 2 days of turners who turned the loose and belaying pins at ro. 1 per 3 days: - - - - - ro. —:32. carpenters, who made 4 new capstan bars, 4 handspikes and 3 oars for the boat - at ro. 1 per 2½ days. . . . . . . - . Sailmakers who made 3 new tarpaulins and 4 ditto coat pieces in place of the unserviceable ones - - - . . . at ro. 5 per 2½ days. . . . . . . . . . . . . . 4: —. For knotting and rope-walk wages of 19 M. coir - - - - - - 47½ 20 mt - - - - - - - - 7: 6. Doty for coat pieces and tailor's wages for making flags, pennants and jacks - - - - 3: 36: the repair and tinning of the galley ware. . . . . . . . . . . . the making of two leather strike-buckets paid to a shoemaker. . . . . . . —:36: the forging of 152 lb of iron from stores, for making diverse necessities, paid to a blacksmith. : One and a half man of native linseed oil purchased for painting at r. 6½ the m. t 9: 86: 39: 26: 24: 8 473:38: From His Honorable Company's stores of equipment goods. 1 piece of 10-inch cable in place of the unserviceable one. . . . . . . . . . . ƒ692: 4: 8: ¼ rack of inch for buoy and hoist ropes, item bow stopper - - - - - - - - - - 60: 7: 8. 1 iron hawser of 12-thread for running rigging - - - - - - - - - - - - - 93: 5: 8. 3 hawsers of 27-thread also for running rigging. . . . . . . - - - 63: 4: —: —½ pump leather hide for pump shoes and pump buckets - - - - - - - - - 13: 19: 8. 1¼ barrel of tar. 2¾ barrel of pitch. 2½ barrel of rosin. 1 bolt of Holland sailcloth for repairing the mainsail, the spanker, the foresail and the staysail - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 27: 8: —. 1 bolt of grey cloth for making tarpaulins and coat pieces in place of the unserviceable ones - - - - - - - - - - - - - - - -. - 18: 17: 8. ƒ 7 lb of Bengal sail thread for repairing the sails and sewing the tarpaulins 1 sail palm 6 lignum vitae sheaves Lr 5:15: — ƒ1886: 6:— 7:2¼. 4 bundles of marline for servicings etc. . . . . . . . . . . . . - - - -. -. 4: 7: 8. and coat pieces. . - - - - - - - - - - - - - - - - 2: 4: 8. 4 bundles of housing ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - 13: 9.: —. 2 pieces double blocks. . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - -. - 8: 1: —. 5 pieces sail needles. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - —: 9: 8. 5 pieces single ditto. . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - 6: 12: —: - - - - —: 1:8. . . . - - - - - - - - - - - - - - - -. 28: 14: —: . . . . - - - - - - - - - - - - - 24: 13: —: Material requirements. 41 lb flat iron assortment for making a heavy bolt on the stem and 2 dittos for the chain-wales 59 lb square iron assortment for making 25 hooks - - - - - - - 6: 1: —. 13 lb hoop iron for making a band for the main chain-wale, 2 dittos for the hatches, 25 thimbles; as well as repairing the hoops of the water casks 32 lb sheet lead for lining the hawseholes and for bands for 2 wooden strike-buckets. . - - - - - - - - - 7: 16: 8: . . . . . . . . . . . . . . ƒ 4: 4. —. Carry forward ƒ32:—:—: And 6¾ . - - - - - 13: 18: 8. 4: —. 5: 10: . - - - - - - - - - - - - - - - - - - 22: 2:8. .- - . . .- . . 2: —. Materials N 22 Anno 1792 rupees 173:30. 25 lb red copper in sheets. . .. 50 lb nails assorted - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6: 15: —. 5 lb pump nails - - - - - - - - - - - - - - - - - —:14:—. 6 bundles of split rattans. . - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2: 3: 8. 5 lb flat-head nails - - - - - - - - - - - - - - - - - —: 14:—. 32 lb white lead 15 small barrels of black paint 12 red lead 5 king's yellow 12 [illegible] 20 kapok 2nd sort - - 22 Persian red earth: ¼ thousand native nails, pins etc. - - - 9: Anno 48 days of carpenters; thereof 4 days of augerers - - - - - - - - 2½ - - - - - - - - - - - - - 3 days of pair-sawyers - - - - . ½ 16 the pair - - - - - 4 glass window panes of 9 and 11 inches. . . . . . .. 3 large planks for repairing the boat. . . . . . . 8: 8: 8. 9 teak staves for repairing the water casks and making 4 capstan-wood small beams for making four capstan bars in place 3 lb verdigris 1 vermilion 2 wooden strike-buckets. . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - 1: 11: 8. of unserviceable ones - - - - - - - - - - - - - - - - 7:12:—. 2¾ lb Prussian blue. . . . . . . . . . . . . . . . . 3: 13: —. 18 pieces of lantern horns - - - - - - - - - - - - - - - - - 1: 13: 8: The Florrij de Charlotta. In cash For the repairs. 3¼ [illegible] Damani wood for making a new cross-tree, a half-moon piece on the gunport on the starboard side, repairing the hawsehole and a piece on the transom, as well as new cleats and patches here and there and provisioning the ladder in the hold. . . . at ro. 8¼ the [illegible]. . . . . . r. 28:42. 10 pieces of timber 2nd sort for 2 new capstan bars, six handspikes and 2 oars for the boat in place of unserviceable: at ro. 24 the corge . . . . . . . . 12: —: /3 44 seer. Ro 6: 36: 53: 6. 5 per cent commission 2: 32 55:3½ 9 mt - - - 4 1/2 ditto. . . . . 2: 22. 8 days of - - - - - - at 1 per 2 days - - - - ro. 4: —: 40 ditto. . . . . . . . . . 1 2½ . . . . . . 16: —: 20: —. Which are carried forward 3. 25:32 85: 92. F - - - - - - 2:34. 2:16:8: 1202: 2: or 100:386: 1:5:1 - - - - - - - - - Rr 7:18: —: ƒ 112:19:8: for painting - - - - - - - - - - - - 6: 5: —: - - - - - - - - - - - - - - - - 4:6:—. . - - - - - - - - - - - 2:11:8. . . . . . . 1: 6:—. Carried forward . . . ƒ 32: —: — 186: 6:—: . . . . . . . . . . 15: 9:—: Ammunition goods : 41 sheets of cork for tampions - - - - - - - - - - - - Ro - - - - - - - - - - - - - 3: 6:8: - - - - - - - - - - - - 6:16:8: —:16. . ƒ Section 29. with .

Dutch transcription

67 n 22„ Shaart - 1 ML. 6 met. P„r Transport P pto 185: „ 2419. 8. 2„ dagt van draijen die de loose en Corijs Nagels gedraaijd hebben a ro„a 1 d'3 dagt : - - - - - ro/ —:32. „ Timmerlieden, die 4 nieuwe windboomen, 4 Handspaeken en 3 Raemen voor de schuit aengemaekt hebben - a ro/a 1 d' 2½ dagt. . . . . . . - . „ Zeijlmaekers die 3 nieuwe presennings en 4 ditto broekings in steede van de onbequaeme aengemaekt hebben - - - . . . a ro/ 5 d'2½ dagl. . . . . . . . . . . . . . „ 4: —. Voor knoop en baenloon van 19 M:t Kaijer - - - - - - „ 47½ „ 20 mt - - - - - - - - „ 7: 6. „ Dotij tot broekings en snijderloon tot het maeken van vlaggen, wimpels te guisen - - - - „ 3: 36: „ het Repareeren en vertinnen van het Combuis goed. . . . . . . . . . . . „ het maken van twee leere slaghutsen aen een schoenmaker betaeld. . . . . . . „ —:36: „ „ Verwerken van 152: lb ijser uijt voorraed, tot het maeken van diverse, benoodigdhoeden aen een smith betaeld. : „ Een en een halve Maan Jnlandse sijn olie tot het schilderen ingekogt o r/a 6½ d m. t „ 9: 86: „ 39: 26:„ 24: 8„ 473:38: Uijt S' E: Comp„s Voorrald Equip goederen. 1: p„s Cataltoude van 10. duim in steede van de onbequaeme. . . . . . . . . . . ƒ692: 4: 8: ¼ „ Reek van duim tot boey en draegreeps item bouw stopper - - - - - - - - - - „ 60: 7: 8. 1: „ ijser toos van 12. paer tot loopend touwerts - - - - - - - - - - - - - „ 93: 5: 8. 3 „ Wialtrossen „ 27. draed meede tot loopend toewerk. . . . . . . - - - „ 63: 4: —: —½ huid pompleer tot pompschoenen en pomp emmers - - - - - - - - - „ 13: 19: 8. 1¼ Vat theer. 2¾ „ Piek .. 2½ „ Harpour. 1 Ros Holland seijldoek tot het Repareeren van de Beraen, de Acp de broefsk: en het stagfok - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 27: 8: —. 1: „ grauw doek tot het maeken van presenings en Broekings in steede van de onbequaeme - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -. - „ 18: 17: 8. ƒ 7: lb Bengaels Zeijlgaeren tot de Reparatie der seijlen en Naeijen van de proesen„ 1: „ Zeijlplaet 6: „ pokhoute schijven Lr 5:15: — ƒ1886: 6:— 7:2¼. 4: bossen Marlijn tot bekleedsels Enz:. . . . . . . . . . . . . . - - - -. -. „ 4: 7: 8. „ nings en broekings. . - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2: 4: 8. 4: d„s sluijsing „ d„o d:o - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 13: 9.: —. 2: p„s Dubbelde bloks. . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - -. - „ 8: 1: —. 5: p„s Zeijlnaelden. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: 9: 8. 5: „ Enkelde _„o. . . . . - - - - - - - - - - - - - - - „ 6: 12: —: - - - - „ —: 1:8. . . . - - - - - - - - - - - - - - - -. „ 28: 14: —: . . . . - - - - - - - - - - - - - „ 24: 13: —: Materiael Behoeftens. 41: lb ijser plat in zoort tot het maeken van een swaere bout aen de voorsteeven en 2 ditos voor de Rusten 59: lb ijser vierkant in zoort tot het maken van 25 Haeken - - - - - - - „ 6: 1: —. 13: „ Hoep ijser tat het maken van een band voor de groote Rust, 2 dittos voor de luij„ ken 25 kousen; als meede Repareeren van de Hloepelt der water vaeten 32: lb Paklood tot het bekleeden der kluijsgaaten en tot banden voor 2 Houte slag puetsen. . - - - - - - - - - „ 7: 16: 8: . . . . . . . . . . . . . . ƒ 4: 4. —. Transporteere ƒ32:—:—: „ En 6¾ . - - - - -„ 13: 18: 8. „ 4: —. 5: „ 10:„ . - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 22: 2:8. .- - . . .- . . 2: —. Matri N 22„ A„o 1792 rop„s 173:30. 25: lb Rood kooper aen plaeten. . .. 50: „ Spijkers in Zoort - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6: 15: —. 5: „ pomp spijkers - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —:14:—. 6: bossen pind Rottings. . - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2: 3: 8. 5: „ plaet koppen - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: 14:—. 32: „ wittlood 15: Tonnetjes sewantsel 12: „ Roode Meny 5: „ Konings geel 12: Peer Mien 20: „ Kapok 2„d zoort - - 22: „ Persiaens rood Aerde: /4 M„s Inlandse spijkers, pennen &„a - - - „ „ 9: „ A„o 48: dagh van timmerlieden; daer van 4: dagl: van Boorders - - - - - - - - „ „ „ 2½ „ - - - - - - - - - - - - - „ 3: „ „ paarensaegers - - - - . „½ 16 't paer - - - - - 4: „ Glaese ruijten van 9 en 11 duim. . . . . . .. 3: „ groote tinkanse planken tot het Repareeren van de schuit. . . . . . . „ 8: 8: 8. 9: „ Jatij duigen tot het Repareeren der water vaeten en aenmaeken van 4: „ Esindboom balkjes tot het maeken van vier windboomen insteede 3: lb spansgroen 1: „ Vermillesen 2 houte slagputsen. . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: 11: 8. van onbequaame - - - - - - - - - - - - - - - - „ 7:12:—. 2¾ lb Berlijns blaeuw. . . . . . . . . . . . . . . . . „ 3: 13: —. 18: p„s lanthaeren hoorens - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: 13: 8: De Florrij de Charlotta. In Contant Tot het Verhelpen. 3¼ gest Hout Damania tot het maeken van eene nieuwe dwars saling, een halve maen stuk aen de schutpoort den steursboord sij Re„ pareeren van het kluisgat en een stuk aen de spiegel, als meede nieuwe klampen en lapjes hier en daer en voorsien van de trap in het ruijm. . . . a roa 8¼ d' ges. . . . . . r/ 28:42. 10: p„s sparen solia 2„e zoort tot 2 nieuwe windboomen ses handspacken en 2. Riemen voor de schuet in steede van onbrg: a o/a 24 d' Corg.:s . . . . . . . . „. 12: —: „ „ /3 „ 44 seer. Ro 6: 36: „ 53: 6. 5 p„r C„o provisie 2: 32„ 55:3½ „. „ 9„ m„t - - - „ „ 4 1/2 „ d„o. . . . . „ 2: 22. 8: dagt van - - - - - - Oa 1d 2 dagt - - - - - ro/a 4: —: 40: „ „. . . . . . . . . . „ 1„ 2½ „. . . . . . „ 16: —: „ 20: —. Die Transporteere 3.„ 25:32„ 85: 92. F - - - - - - „ 2:34. 2:16:8: 1202: 2: off „ 100:386: 1:5:1 - - - - - - - - - Rr 7:18: —: ƒ 112:19:8: „tot het schilderen - - - - - - - - - - - - „ 6: 5: —: - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4:6:—. . - - - - - - - - - - - „ 2:11:8. . . . . . . „ 1: 6:—. P„r Transport . . . ƒ 32: —: — „ 186: 6:—: . . . . . . . . . . „ 15: 9:—: Ammonitie goederen : 41: plaeden kurk tot wind proppen - - - - - - - - - - - - „ R„o - - - - - - - - - - - - - „ 3: 6:8: - - - - - - - - - - - - „ 6:16:8: „ „ —:16. . ƒ„ §: 29. met .

NL-HaNA_1.04.02_3983_0375 view scan ↗

English

and DD„ Anno 1792. March 3¼ Mt oakum 36: Seer Dammar 2nd sort 15: pieces broad Doti. . . 148: m:s Firewood. . . . . . . . „ „ 5¼ „ 10. mt. o 30. days 48: days of Caulkers, thereof. at 1 rupee per 2½ days 15: M:t Coir Malabar as 18:„ 6 m: white lime 4½ „ oil /8 „ Kapok 2nd sort ½8 pieces Surat betilles : 1: —: „ 40:14: 5 percent provision. . . . Rupees 2: 8. „ 42:15: 32: days of sailors for the sifting, mixing, and pounding of lime as also for the greasing of the same 5:16:„ 4„ -- at 1 rupee per 6. days.. . For the Repairing of the sails 280: pieces Broad Dhoti for the Repairing of the foresail, Topsail, mizen topsail, Topgallant sail, outer jib 1 and mizzen topmast staysail - - - - - at 1 1/3 rupees per piece. . . . . rupees 33: 45: /½ m:t broad tape - - - - - - - „ „ 10: „ m:o - - - „ 5: — 5: Seer Surat Sail yarn. . . . . „ „ 4 7/8 „ „ - - - „ —: 28: 5: lb Cotton yarn - - - - - - „ „ 21/3½ lb - - - „ 3: 16: 1: Seer wax - - - - - - - - - 44: days of sailmakers, namely: 35: „ „ For the rigging and in satisfaction of the Requisition. 2¾ Corge thorn-wood for spare and belaying Pins. - - . at 8¼ rupees per Corge - - - - - rupees 6: 9. 10: lb [illegible]. . . . . . . . . . „ „ 8¾ „ m:t. . . . . . „ 2: 26: 1: hide Native leather 2nd sort for coverings etc. item making of leather 2: lb Cotton yarn - - 6: pieces bunting in assortment, thereof 2: pieces Red 2: „ white draw buckets in place of unfit ones - - - - - - - - - - - „ 4: 24: 9: days of - - - -- 2: pieces Bamboo baskets - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: —: 1½ Seer Surat sail yarn - - - - - - - - - - - - - - „ —: 8. 2: „ Blue - - - - - „ „ 3¾ „ - - - - - „ 7: 960: 8: 8 M:t for the laying of the kedge warp in place of the worn out —: „ „ „ „ „ 2 warp hawsers for tackle runners and Anchor runner 15 m s Coir Malabar - - - - - at Rupees 4 3/2 per m. - rupees 66: 12: 2: packages cases weighing 3 m: for running rigging at 8 rupees per mt. - - „ 26:—: „ 129:15. 5 per Cent provision N/ 6: 22. rupees 13 5: 8„ 21:38. - - - at 4¼ rupees each - - - - - - „ 8: 24. - - - „ „ 3 7/8 „ - - „ 7: 16. 5 per Cent provision ƒ 2: 8: „ 45: 25: - - - - - - 2 —: 22 „ 43: 17: 11:22:„ 2 15: 13:„ rupees 3: 29: „ —:29: „ „ 6¼ „. . . . . . . . „ 29: 33: 2 at 1 rupee per 2½ days. . . . . . . . . . rupees 12:—. 5 per Cent provision „ „ 1 1/3 „ 11 pieces at 4¼ rupees per M: rupees 5: 12. „ 4: 28: P —: 32 „ 13: 43. - „ 1: 36: 13: 11. 6:v Carried forward - - - - - - rupees 81: 22: - Rupees „ 1475: 18: For the Caulking At the Greasing. Carried forward „ „ 1 1/12 „ „ „ „ 1 „ 3: „ at 5½ rupees per m:o. . rupees 9: —: „ „ 4 1/½ „ „ „ „ 3 each : .. - 27 1:39: 18:: 31. 43 47:38. 6: 58: „ 1 „ 3: „ . . . . . . . . . . . „ 1:16. . 1475:18. With 69 74 The 22nd E March H 1762. 78 135: 3 „ 21: 3 8: — rupees 173:1 1 of 12-yarn 3 „ marline. . . . . . . . . . 3: bundles housing. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2/8 „ Rosin 5 „ Pitch- - 2¼ barrel tar - - - 4 „ Single ditto - - - - - - 2: pieces double blocks - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8: 11. —. ƒ 2:—: 8. 7: „ of Sailmakers who have sewn 3 tarpaulins and 4 coats at 18 2½ days for knotting and laying wages of 15 m.:t Coir - - - at 7½ per 20. m. o „ Dhoti for coats and tailoring wages for the making of Flags, jacks and pennants. . „ „ the repairing and tinning of the Galley utensils - - - - - - - - - - - - - „ making of two leather draw buckets paid to a shoemaker - - - - - „ „ Working of 143 lb iron from Stock for the making of various necessities paid to a smith From the Honorable Company's Stock Equipment goods. ditto mb Native linseed oil purchased for painting at 6½ rupees per m. o 2„ „ [illegible] of 6 inches for Buoy and swiveling ropes - - - - - - - - - - - — 1: piece cable of 8: inches In place of unfit ones . . . . . . . . . - ƒ 246: 18: — 2„ „ iron strop of 10 pairs for running rigging. - - - - - - - - - „ 58: 6: 8: 2: „ Wheel-ropes of 27-yarn for ditto - - - - - - - - - - „ 42: 3: —: 2: pieces white lines for Downhauls, flag and pennant halyards item for seizings, as - - „ ½ Hide pump leather for pump shoes and pump Buckets - - - - - - - - - - „ 13: 19:8: 5: „ lignum vitae sheaves - - - -. =th Roll Dutch canvas for the mending of the Spanker, the staysail and the topmast staysail - - - - - - - - - - - - - - - 1: piece gray cloth for the making of tarpaulins and coats in place of unfit: 38 lb Bengal sail yarn for the Repair of the sails and sewing of the tar- - „ 13: 14:—. paulins and coats. . . . . . . - - 1: piece Sail plate. . . . .. Material Requirements. 91: lb flat iron in assortment for the making of a new gudgeon 5 crane-hooks 33: lb: square iron in assortment for the making of 15 hooks. . - - 40: „ Hoop iron for the making of 15 Thimbles as also Repairing of the hoops of the water casks and for bands for two wooden buckets. . . . . . . „ 4: 6: —: 76: lb sheet lead for the covering of the hawse holes. . . and the plating of a Deadeye. . . . . . . . - - - . — 15: „ Red copper in sheets. . . - . Carried forward ƒ 9: 4:8 3: 12:—: —: 2: —: ƒ 541: 5: 8: 1:15:—: 18: 17:8. „ 60: 7: 8: 33: 28„ 169: 28„ 391: 18. 2: days of turners who have turned the spare and Belaying Pins at 1 rupee per 3 days. . . 84 4: „ „ Carpenters who have made two capstan bars, 6 handspikes and 2 Oars for the boat Brought forward with at 1 rupee per 2½ days. ... „ 3: 24. —:36„ 7:12 „ 3: 24. 5: 30. 2:38 1: 29. —:32 „ „ 10: 2: — „ 3: 5: 8. „ - - - - - - - - - ƒ—:17:8. „ 2: 18:—: - . - - - - – – - - - „ 4:15: 8: - .- - - - - - - – – – - - „ 17: 4: 8: - – – – – – - „ 16: 8: 8: – - - „ 16: 12:—: - - - - - - - - „ 5: 6: 8: „ 6 ditto „ . - - -. . . . „ N „ 11: 10:—. ƒ 9: 5:8 ƒ 37:18:- And - 2

Dutch transcription

en DD„ A„ 1792. Maart 3¼ Mt werk 36: Peer Paptok 2„e zoort 15: ges breede Doti. . . 148: m:s Brandhout. . . . . . . . „ „ 5¼ „ 10. mt. o 30. dagh. 48: dagt van Kalvaetens, daer van. roa 1 d' 2½ dagt 15: M:t Kaijer Mallabaarse als 18:„ 6 m: wit kalk 4½ „ blie /8 „ Kapak 2„o zoort ½8 p„s betieltje sourats : 1: —: „ 40:14: 5 prCento procusie. . . . D„s 2: 8. „ 42:15: 32: dagt: van mattroosen tot het siften mengen en stampen van Kalk als meede tot het smeeren derselve 5:16:„ 4„ -- a ro/a 1 d' 6. dagt.. . Tot het Repareeren der seijlen 280: ges Broede Dolij tot het Repareeren van de breefok, Marssijl, kruijssijl, Bramsijl, buijten kluijver 1 en kruijs stenge stag sijl - - - - - a ro/a 1 1/3 d'ls ges. . . . . ro/a 33: 45: /½ m:t breed lint - - - - - - - „ „ 10: „ m:o - - - „ 5: — 5: Ceer sourats Seijlgaaren. . . . . „ „ 4 7/8 „ „ - - - „ —: 28: 5: lb Cattoene gaeren - - - - - - „ „ 21/3½ lb - - - „ 3: 16: 1: Ceer wax - - - - - - - - - 44: dagt van zeilmaakers te weeten. 35: „ „ Tot het toetuijgen en in voldoening van den Eijsch. 2¾ Corg:s doormhout tot loose en Covij Nagels. - - . a ro a 8¼ d: Corg:s - - - - - ro/a 6: 9. 10: lb Boetk. . . . . . . . . . „ „ 8¾ „ m:t. . . . . . „ 2: 26: 1: sluid Inlands leer 2. e soort tot bekleedsels Enz. item aenmaeken van leere 2: lb Cattoene gaeren - - 6: p„s slagedoeken in zoort daer van 2: p„s Roode 2: „ witte slagputsen insteede van onbequaeme - - - - - - - - - - - „ 4: 24: 9: dagh van - - - -- 2: p„s Bamboese mandjis - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: —: 1½ Ceer soudats seijlgresen - - - - - - - - - - - - - - „ —: 8. 2: „ Blauwe - - - - - „ „ 3¾ „ - - - - - „ 7: 960: 8: 8 M:t tot het slaen van t werp Vijger insteede van de versteetene —: „ „ „ „ „ 2 vijger trossen tot takelloopers en Ankertaliet 15 m s Kaijer mallabaerse - - - - - a Rop:s 4 3/2 d' m. - ro/a 66: 12: 2: p„ks keesjes weegende 3 m: tot loopend touwerk a ro/a 8 d' mt. - - „ 26:—: „ 129:15. 5 pr Cent provisie N/ 6: 22. r p„o 13 5: 8„ 21:38. - - - a roa 4¼ ieder - - - - - - „ 8: 24. - - - „ „ 3 7/8 „ - - „ 7: 16. 5 p„r Cent provisie ƒ 2: 8: „ 45: 25: - - - - - - 2 —: 22 „ 43: 17: 11:22:„ 2 15: 13:„ ro/a 3: 29: „ —:29: „ „ 6¼ „. . . . . . . . „ 29: 33: 2 ro/a 1 d' 2½ dagl. . . . . . . . . . . r o/a 12:—. 5 pr Cent provisie „ „ 1 1/3 „ 11ges a 764 4¼ d„' M: ro/o 5: 12. „ 4: 28: P —: 32 „ 13: 43. - „ 1: 36: 13: 11. 6:v P„r Transport - - - - - - r:o/a 81: 22: - R/a „ 1475: 18: Tot het Kalvaeten Bij het Smeeren. Transporteere „ „ 1 1/12 „ „ „ „ 1 „ 3: „ a o/a 5½ d' m:o. . ro/a 9: —: „ „ 4 1/½ „ „ „ „ 3 ieder : .. - 27 1:39: 18:: 31. 43 47:38. 6: 58: „ 1 „ 3: „ . . . . . . . . . . . „ 1:16. . 1475:18. Met 69 74 Den 22„ E Maar H 1762. 78 135: 3 „ 21: 3 8: — /a 173:1 1 van 12 draad 3 „ marlijn. . . . . . . . . . 3: bossen sluijsing. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2/8 „ Harpeies 5 „ Pick- - 2¼ vat theer - - - 4 „ Enkelde d. o - - - - - - 2: p:s dubbelde bloeks - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8: 11. —. ƒ 2:—: 8. 7: „ van Zeilmaekers die 3 presennings en 4broekings genaeijd hebben a 2ka 18 2½ dagl„ voor knoop en baenloon van 15 m.:t Kaijer - - - a 8 a 7½ d' 20. m. o „ Datij tot broekings en snijderloon tot het maeken van Vlaggen, geesen en wimpels. . „ „ het depareeren en Vertinnen van het Combuis goed - - - - - - - - - - - - - „ maken van twee leere slagputsen aen een schoenmaker betaeld - - - - - „ „ Virwerken van 143 lb ijser uijt Voorraed tot het maeken van divese benoodigd„ „heeden aen een smith betaald Uijt 's E Comp„s Voorraed Exuipagie goederen. d„ mb Jnlandse lijn olie tot het schilderen ingekogt a roa 6½ d m. o 2„ „ Beek van 6duim tot Boey en draey reeps - - - - - - - - - - - — 1: p:s pabeltouw van 8: duim Een stelde van inbequaeme . . . . . . . . . - ƒ 246: 18: — 2„ „ ijser trof van 10 paer tot loopend touwerk. - - - - - - - - - „ 58: 6: 8: 2: „ Wieltrossen van 27 draed tot „ d o - - - - - - - - - - „ 42: 3: —: 2: p.:s wuittelijnen tot Neederhaeldens, vlagge en wimpelvallen item tot bendsels, als - - „ ½ Hlaid pompleer tot pompschoenen en pomp Emmers - - - - - - - - - - „ 13: 19:8: 5: „ pokhoute schipven - - - -. =de Rol Hollands seijldoek tot het verstellen van de Bezaen, de stagfok en het stenge slag sijl - - - - - - - - - - - - - - - 1: p:s grauw doek tot het maeken van presennings en broekings in steede van onbeq:„ 38 lb Bengaels seijlgreven tot de Reparatie der seijlen en naeijen der presen„ - „ 13: 14:—. nings en broekings. . . . . . . - - 1: p:s Zeijl plaet. . . . .. Materiael Behoeftens. 91: lb ijser plat in soort tot het maeken van een nieuwe vingerling 5 bokshoorn 33: lb: ijser dierkant in soort tot het maaken van 15 haeken. . - - 40: „ Hoapelijser tot het maeken van 15 Cousen als meede Repareeren der hoepelt der water vaeten en tot banden voor twee houte slaghuetsen. . . . . . . „ 4: 6: —: 76: lb plat lood tot het bekleeden der kluijs gaeten. . . en het beslaen van een Juffer. . . . . . . . - - - . — 15: „ Nood kooper aen plaeten. . . - . Transporteere ƒ 9: 4:8 3: 12:—: —: 2: —: ƒ 541: 5: 8: 1:15:—: 18: 17:8. „ 60: 7: 8: 33: 28„ 169: 28„ 391: 18. 2: dagt van draeijens die de loose en Cavij Nagels gedraeijd hebben a ro/a 1 d' 3 dagt. . . 84 4: „ „ Timnmerlieden die twee isend boomen, 6 handspaeken en 2 Riemen voor de schuil Pr Transport met aengemaekt hebben a roa 1 d' 2½ dagt. ... „ 3: 24. —:36„ 7:12 „ 3: 24. 5: 30. 2:38 1: 29. —:32 „ „ 10: 2: — „ 3: 5: 8. „ - - - - - - - - - ƒ—:17:8. „ 2: 18:—: - . - - - - – – - - - „ 4:15: 8: - .- - - - - - - – – – - - „ 17: 4: 8: - – – – – – - „ 16: 8: 8: – - - „ 16: 12:—: - - - - - - - - „ 5: 6: 8: „ 6 d. o „ . - - -. . . . „ N „ 11: 10:—. ƒ 9: 5:8 ƒ 37:18:- En - 2

NL-HaNA_1.04.02_3983_0377 view scan ↗

English

1792 30: 8b nails of various kinds. 5: " pump nails 5: " clout nails 4: bundles of binding rotan - - - - - 2½ " white ½ " Blue 2 lb Prussian blue. 3: " Paris green. . 1: " Vermilion - 9: " Red lead 26: " white lead- 10. pounds of Cedar oil 4 pieces of small tinkanse planks for repairing the boat - - - - - " 2: 16: 8: 6 " Teak staves for repairing the water casks and making two wooden slagpeetsen instead of the unfit ones - - - - - - Ammunition Goods 3 sheets of cork for wads 3: " King's yellow. for painting - - - - - - 12: pieces of lantern Horns - - - - - - - - - The Landschuit In Cash. 4 pieces of Sipaeren solia 1st sort for 4 new Oars. . at ro/a 30 the corge. . - . ro/a 6: — lageraen planks for making a new small water cask in place of the unfit ones. . . . . . . at ro/a 1½ each.. 2 9: —: " 15: 5 per cent commission ƒ —. 36. - " 13: 36. 3 days of carpenters who made the aforesaid at 2½ days each. 5 2: " 16: 45: For the greasing 6 1¾ " oil 2: maund of white lime " 7: 39: " 10: 39. 5 per cent commission. . . . " —: 26. " 15: 17. 14: days of sailors for crushing lime and greasing the same at [illegible] per day: 2½ 2: ƒ 6: " 13: 33. 1½ pieces of bunting of various sorts for making flags, jacks and pendants as ƒ 3: 12: " 9: 4. 2 " —: 92: " 9: 26. " 4: 10 5: 92: ½ piece of red - - - - - - - - at 4¼ each " 1: 40. " 1: 42. ro/a 1: 12. 2 " 15: —: " 15: 88: ro/a 2: 6. - - " " 3 1/3 " ½ maund of Native linseed oil bought for painting at 6½ the maund 5 per cent commission paid a tailor for doti for breeches and making flags etc. for knotting and labor of 15¼ maunds of coir half-slings at 7½ the 20 maunds From the Honorable Company's stores Materials needed 15: lb of hoop iron for hoops for a newly made small water cask. 4: pieces of glass panes of 9 and 11 inches instead of the Broken ones Carried forward " " 3¾ " at ro/a 1½ each. . . - rd/ 3: —: 22: 2: 8: ƒ 169: 17: — " 576: 28 " 907: 44. 1: 5: —: " 1: 9: —: 2: 9: —. " 3: 6: 8. " 4: 6: —. " 3. 13: —: —: 1¾ — " 1: 18: 8: Brought forward . . . ƒ 37: 18: ƒ 541: 5: 8: 8: 391: 18: " 1: 3: 18: " 4: 4: 1: The 22 March " 1: 6. —. ƒ 1. 12: — 75. 8. .. . . .. - -- - - -- . - - - - - - - " 3: 12: —: — - - " 5: 5: 8: " — — " 1: 1: —: 76: 9: — " " " 6¼ " " . .. . . .- .. ƒ 2: 18: And with. — " " - " " —: 18: —: - - ..- - -- - - - – - - 1 75 72 The [illegible] March " 1792 2: lb Paris green 1: " Prussian Blue 1: " Vermilion 2: " King's yellow 2: " Red lead - white lead. For the Batavier. -. " " Charlotta " " Landschuit. For the Batavier " " Landschuit - - - " " Charlotta - - - - - - - And after close Examination Counted for painting Unappraised Goods Equipage 11¼ maunds of half-sling coir rope used for securing a grapnel cable, the tackle, and 1 shore rope. Summary of the foregoing In Cash ro/a 473: 30. " 3391: 18. " 45: 30: " 90: 38: rla 188: 36. " 516: 26. 2 16: 2: ƒ 5341: 34: Sum Rupees 2416 5: 16. underneath stood: Suratte the 20th of March 1792. was signed: C: A. Masser lower: checked with Rupees 912: 30. in Cash and Rupees 1534: 3¾. from stores was signed: G: C: Roeff. — Upon attentive Examination of which Account having appeared to the assembly that what was spent this year on the said vessels for their Repair, Caulking, smearing, repairing of the sails and rigging has amounted to Rupees 910: 30. and thus less than what was paid for it in the past Year, by Rupees 97: 28. that what was now furnished from stores to those hulls does indeed amount to Rupees 1531: 34., whereas in the past Year it was no more than for Rupees 610: 10. and thus now From the Honorable Company's Stores. 2 ƒ 19: 14: 8: 1: 16: 28: " 62: 8: 2: 2: 4: 4 ƒ 9: 14 4: 6: — 4: 17: 8. Brought forward ƒ 2: 12: r8a 45: 38: 12: . - - - - - - - - - - - " —: 8: 8: -- - . - - . . . " 2: 8: 8: " " - -" 2: 4: —. .. . . . .. - - -. . " - - — - 6. -- .. - . - .- C -- Gave Guarantor to a 73 The 22nd of March Anno 1792. carried over Report from the Pay Bookkeeper Meijer whereby he makes known the matter mentioned in the text and the request to be made by him. a considerable amount of Rupees 924: 24 has been furnished more, but that this is solely to be attributed to the two pieces of new Cables, namely one of 10 and one of 8 inches, which now had to be supplied, whereas these vessels in the past Year had no new Cables, and that both of those ropes, apart from any other further cordage that was needed, alone are charged at ƒ 939: 2: 8. being Rupees 482: 21: while the total cost of this Repair and rigging, this time however is fully Rupees 24: 21 less than in the Year 1789/90, when likewise two such ropes were supplied, it was agreed and understood to approve and ratify the aforementioned Account, as being very reasonable and not inflated. The Pay Bookkeeper Meijer has made known by the following Report that he has received from the main settlement by the ship Zuijderburg a list of the Moorish Seafarers present there, numbering 579 heads, over and above two crews on the ships Voorschooten and Vreedenburg, who upon their Arrival there were immediately sent to Java, dated the 27th of July of the past Year, with a request for the required authorization for the payment of the two months annual allotment to their Families. To 2445: 6 stores Assembly - 1

Dutch transcription

1792 30: 8b spijkers in zoort. 5: „ pomp spijkers 5: „ plaat koppen spijkers 4: bossen, bijnd Rottings - - - - - 2½ „ witte ½ „ Blauwe 2 lb Berlijnt blauw. 3: „ Thans groen. . 1: „ Vermillioen - 9: „ Mernij Roode 26: „ witt lood- 10. ponn: Sedartsol 4 p:s kleine tinkanse planken tot het Repareeren van de schuit - - - - - „ 2: 16: 8: 6 „ Jatij: deigen tot het Repareeren der water vaeten en maken van twee houte slagpeetsen insteede van onbequaeme - - - - - - Amunitie Goederen 3 blanden kurk tot wind proppen 3: „ Konangs geel. tot het schilderen - - - - - - 12: p:s lanthaeren Hoorens - - - - - - - - - De Landschuel In Contant. 4 p:s Sipaeren solia 1:e zoort tot 4e nieuwe Riemen. . a Ro/a 30t Corg:s. . - . ro/a 6: — lageraen planken tot het maeken van een nieuwe water vaetje in steede van onbequaeme. . . . . . . a ro/a 1½ieder.. 2 9: —:„ 15: 5 p r C. o provisie ƒ —. 36. - „ 13: 36. 3 dagt: van timmerlieden, die voorsz nemen gemaekt hebben a va r d'2½ dagt. 5 2:„ 16: 45: Bij het smeeren 6 1¾ „ ohia 2: m=k wit kalk „ 7: 39: „ 10: 39. 5 p. r C:o provisie. . . . „ —: 26. „ 15: 17. 14: dagt van mattroosen tot het stampen van kalk en smeeren deselve a r/a d' Edagt: 2½ 2: ƒ6: „ 13: 33. 1½ p:s Vv'lagge daek in soort tot het maken van vlaggen geusen en wimpels als ƒ 3:12: „ 9: 4. 2„ —:92: „ 9: 26. „ 4: 10 5: 92: ½ p:s roode - - - - - - - - a da 4¼ ieder „ 1:40. „ 1:42. ro/a 1: 12. 2„ 15: —: „ 15:88: ro/a 2: 6. - -„ „ 3 1/3 „ ½ m=o Jnlands lijn olie tot het schilderen ingekogt a Oa 6½ d' M. t 5 p r C=o provisie staan een snijder betaald voor doty tot broekings en makender vlaggen Etf. voor knoop en banloon van 15¼ m:t Kaijer half steeten a r /a 7½ d' 20 m=t Uijt 's E Comp.:s voorraed Material behoeftans 15: lb hoepel ijser tot banden voor een nieuwe aengemakte water vaetje. 4: p:s glaese ruijten van 9 en 11 duim insteede van de Gebrookene Transporteere „ „ 3¾ „ a ro/a 1½ d :. . . - rd/ 3: —: 22: 2:8:ƒ169:17:— „ 576:28„ 907: 44. 1: 5:—: „ 1: 9:—: 2: 9:—. „ 3: 6: 8. „ 4: 6:—. „ 3. 13: —: —: 1¾ — „ 1: 18: 8: P„r Transport . . . ƒ 37:18: ƒ 541: 5: 8: 8: 391:18:„ 1:3: 18: „ 4:4:1: Den 22 Maar „ 1: 6. —. ƒ 1. 12:— 75. 8. .. . . .. - -- - - -- . - - - - - - - „ 3:12:—: — - - „ 5: 5: 8: „ — — „ 1: 1:—: 76:9:— „ „ „ 6¼ „ „ . .. . . .- .. ƒ 2:18: En met. — „ „ - „ „ —:18:—: - - ..- - -- - - - – - - 1 75 72 Den „ Maart „ 1792 2: lb Spans groen 1: „ Berlijns Blauw 1: „ Vermillioen 2: „ Konings geel 2: „ Roode meenij - wit lood. Tot de Batavier. -. „ „ Charlotta „ „ Landschuit. Tot de Batavier „ „ Landschuit - - - „ „ Charlotta - - - - - - - En na Saete Examinatie Teld tot het schilderen Ongetaxeerde Goederen Equipagie 11 /¼4 ml halfsloeten kaijer pattij tot het slien van een dregtouw, „t teklijk en 1 Landtous verbruckt. Sommarium op het voorenstaende In Contant ro/a 473: 30. „ 3391: 18. „ 45: 30: „ 90:38: rla 188: 36. „ 516:26. 2 16: 2: ƒ5341:34: Somma Ropias 2t16 5: 16. /:onderstond:/ souratta den 20„e maert 1792. /:was geteekend:/ C: A„ Masser /:lager:/ naegereekend met Ropias 912: 30. in Contant en Ropias 1534:3¾. uit voorraed /:was geteekend:/ G: C: Roeff. — Bij aendagtige Examinatie van welke Reekening aen de ver„ gaedering sijnde gebleeken, dat het deesen Jaere aengeseide vaertuigen bekostigde tot haere Reparatie, Calfaeting, vermeeren, verstellen der seijlen en toetuigen heeft bedraegen Ropias 910:30. en dus minder, als daer voor in Anno passato is betaeld Rop„s 97: 28. dat het aen die kielen, nu verstrekte uijt voorraed in der daed wel Rop:s 1531: 34. rendeerd, daer in den voorleedenen Jaere niet meerder als voor Ropias 610: 10. en dut nu Uit 's E Comp. s Voorraed. 2 ƒ 19: 14: 8: 1: 16: 28: „ 62: 8: 2: 2: 4: 4ƒ 9: 14 4: 6:— 4: 17: 8. P„r Transport ƒ 2:12: r8a 45: 38: 12: . - - - - - - - - - - - „ —: 8: 8: -- - . - - . . . „ 2: 8: 8: „ „ - -„ 2: 4:—. .. . . . .. - - -. . „ - - — - 6. -- .. - . - .- C -- Gaf Borg a een 73 Den 22„e Maart A„o 1792. gesporteerd Bingt van den soldij Boekhouder Meijer waer bij het in textu vermelde te kennen „ geft en het door hem te doene versoek. eeni aorsienlijk montants van 1 Ropias 924: 241. meerder verstrekt gewor„ den is, dog dat sulx alleen is toete schrijven aen de twee pees nieuwe Cabel„ touwen, als een van 10. en een van 8 duimen, welke nu verstrekt hebben moeten worden, daer deese vaertuijgens in Anna passato geen nieuwe Cabels P gehad hebben, en dat die beide de touwen buijten eenig ander meerder truwers„ dat noodig hadden, alleen wel sijn aengeschreeven raat ƒ 939: 2:8. sijnde Mopias ƒ82: 21: terwijl het geheele kostende deeser Reparatie en toetuijging, ditmael. egter wel Ropias 24: 21 minder is, als in den Jaare 17 2/90. wanneer meede gelijke twee touwen vertrekt geworden sijn, wied goedgevonden en verstaen, de voormelde Reekening, als seer matig en niet gegrosseerd sijnde, te approbeeren en goed te keuren. Den soldij Boekhouder Meijer heeft bij ondervolgende Berigt te ken„ ƒ nen gegeeven, dat hij van de hoofd plaets met het schip Zuijderburg „ heeft ontvangen een lijst van de aldaer in weesen sijnde Moorse Zeevae„ rende, ten getaele van 579. koppen, buiten en behalven twee ploegen aan de scheepen Voorschooten en vreedenburg, so bij derselver Anivement j aldaer, datelik na Java gesonden geworden waeren, gedateerd den 276e Julij des voorleedenen Jaers, met versoek om de vereischte qualificatie tot de voldoe„ 6 ning der twee maenden Jaerlijke vermaking aan de Familie derselve. Aan 2445:6 aed Ver„ - 1

NL-HaNA_1.04.02_3983_0380 view scan ↗

English

The 22nd of March Anno 1792. It was agreed to grant him authorization for the payout of the 2-month allotment of those Moors of whom lists have been sent, and to defer the others. To the Right Honorable Sir, Abraham Josias Sluijsker, Director and Chief Ruler of this Directorate, together with the Council. Right Honorable Sir, Gentlemen: The undersigned pay bookkeeper takes the liberty with the utmost respect to inform Your Right Honorable that, with the ship Zuijderburg recently here, he received a list of all the Surat Moors present at the Main Place, to a number of 179 heads, besides two crews from Voorschooten and Vreedenburg who, directly upon their arrival at Batavia, were sent to Java; dated Batavia in the Castle the 27th of July 1796. And whereas the customary time has arrived that the two-month allotment to their families must be paid according to Article 4 of the contract made under date 20th of November 1789, and the agents of these Moors have already presented themselves to the undersigned to receive the same, he therefore requests of Your Right Honorable to be authorized to disburse to all the Surat Moors presently at Batavia the contracted annual two-month allotment as aforesaid, as their families also come for it daily. Wherewith he has the honor to be, with all due submission, Right Honorable Sir and Gentlemen, Your Right Honorable's most obedient servant, Was signed: E. Meijer In the margin: Souratta, the 22nd of March Anno 1792. Whereupon having deliberated and considered that according to the 3rd and 4th Articles of the agreement made on the 14th of November 1789 with the agents, the aforesaid two-month allotment is due to the families of these Moorish seafaring men, it was approved to authorize the aforementioned pay bookkeeper to receive the same from the treasury and pay it out to the said agents, but solely for those whose lists and names have been sent to him; while it was resolved to instruct the pay bookkeeper to postpone, if possible, the families of those Moors who belong to the two crews sent to Java, and make them have patience until the reports concerning them shall have been received from the Main Place. Follows the request of the assistant Crumps, that intervention may be made on his behalf with the Portuguese chief regarding a certain sum due to him. The 22nd of March Anno 1792. The assistant Jacob Francis Crumps having requested, by the following petition, that this assembly may be pleased to grant him their intercession and assistance with the Director of the Portuguese nation, Mr. Jacinto Domingues, for the attainment of such sum of two thousand rupees as would be due to him, Crumps, as heir to his deceased father Bartholomeus Bernard Crumps, out of the estate and inheritance of the Portuguese merchant Jose Caetano de Mello, who died here in the past year, which estate is said to have been entered into and taken under his administration by the said chief. To the Right Honorable Sir, Abraham Josias Sluijsker, Director and Chief Ruler of this Directorate, together with the Council. Right Honorable Sir, Gentlemen: Jacob Francis Crumps, assistant in the service of the Honorable Company, in his capacity as heir of his late father Bartholomeus Bernard Crumps, reverently shows how his late father in his lifetime had advanced to a Portuguese merchant by the name of Jose Caetano de Mello, on a private promissory note, a sum of two thousand rupees; that whereas the said merchant De Mello died without a will on the 20th of June last, and the Director of the Portuguese Nation, Mr. Jacinto Domingues, entered into that estate and took it under his administration, the petitioner has accordingly addressed himself several times to that gentleman by letter, but having been postponed each time without reaching a conclusion of affairs, the petitioner therefore takes the liberty herewith to implore Your Right Honorable's assistance, in order that he may obtain his lawful due. Which doing, etc. Was signed: J. F. Crumps In the margin: Souratta, the 22nd of March 1792 Lower: Seen. Was signed: P. S. Lijmt Secretaris The 22nd of March Anno 1792. Granted, and to make the necessary representations to the said chief. It was approved and resolved to grant the said request and to ask the Director to make the necessary representations to that end with the said Portuguese chief. Read the following petition of the fellow broker Pramsinker Gouwenram, containing the request that he, or rather the estate of his father, the deceased broker Gouwenram Roederam, may be relieved from the payment to the Company of a certain sum mentioned alongside here.

Dutch transcription

74 Den 22„e Maart Ao 1792. Wierd verstaen denselven qualifficatie te geeven tot de afbetaeling der 2. maenden vermaeking van die mooren waer van en de andere uijt te stellen. Den Raed WelEdele Agtbaare Heer Heeren Den ondergeteekende soldij Backhouder neemt Seer Eerbiedigst, der Vrijheid Uwel Edele agtbaare ter kennisse te brengen, als dat hij met het Jongst alhier geweest sijnde schip Zuijderburg eene lijst ontvangen heeft, /: van alle de op de Hoofdplaets presente Zauratse Mooren, tot een getal van 179. koppen, buiten twee ploegen van Voor„ schooten en Vreedenburg, welke direct bij haer aenkomst te Batavia na Java verson,„ t den sijn:/ Gedateerd Batavia in het Casteel den 2:7:e Julij 1796. En vermits den gewoone tijd dat de twee maenden vermaekinge aen derselver Pami„ lien volgens het sub dato 20„e November 1789: gemaekte Contract Artic: van 4. moe„ ten worden betaeld, verscheenen is, en de saekbesorgers dese Mooren sig bereeds bij den ondergeteekenden tot dies ontvangst hebben vervoegd, so versoekt hij Uwel Edele Agtbaere gequalificeerd te moogen worden, om aen alle de sauratse te Batavia sijnde presente Mooren, de als voorschreeven gecontracteerde Jaarlijxe twee maenden vermakinge te mogen uijtkeeren, also derselver familien almeede daegelijk er om koomen. Waermeede hij de Eer heeft om met alle verschuldigde onderdaenigheid te zijn /:onderstond:/ WelEdele Agtbaere Heer en Heeren /:lager:/ Uwel Edele Agtbaeres seer Gehoorsaemsten Dienaer /:was geteekend:/ E„s Meijer /:in margi„ ne souratta den 22. e Maert A„o 1792. Waer op gedelibereerd en in aenschouw genoomen sijnde, dat hende lijsten en naemen togesonden, de voorsz p. twee maenden vermaking aen de Familien deeser Moorse Zeevaerende Competeerd, volgens het 3en 4 Artica van de op den 14„e Novem„ per 1749. met de sackbesorgert gemaekte overeenkomst, wierd goedgevonden Aan den WelEdelen Agthaeren Heer Abraham Josias Hluijsker Directeur en Hoofd Ggebieder deeser Directie Beneevens En - 17 1o en den vervon t versoek van den adsistent Cumps dat voor hem bij het Portugeese opperhoofd mag oden gintevideerd, over seekere hem in ter„ e dimede Competeerende somma. Den 22„e Maart A„o 1792. den voormelden soldij Beekhouder tot dies ontvangst uijt Cassa en weeder afgawe aent geseide saekbesorgers te qualificee„ Geaa 1 ren, dog eeniglijk van die, van welke hem de Lijsten, en naamen sijn gesonden; terwijl verstaen wierd, den soldij Baekhouder te .. gelasten, omn de Familien van die geene den Moorten, welke onder de na Java versondene twee ploegen gehooren, so mogelik uijt„ 1:J „ te stellen, en te doen geduli hebben; tot daeromtrend de Berigten van de Hoofdplaets sullen ontvangen sijn. Den adsistent Jacob Francis Caumpos, bij ondervolgende Re„ quest hebbende versogt, dat deese vergadering aen hem gelieve te accor„ deeren, haere Intercessie en assistentie bij van Directeur den Portugeese natie, de Heer Jacinto Dorminquest, ter otenue van Sadaene somma van Twee Dduijsend Rapijen als hem Crumpo: als Erfgenaam van sijn overlee„ „denen vader Barthaloimeus Benard Crumps soude Competeeren uit den boedel en nalaetenschap van den alhier in A„o passato overleedemen Portugee Copman Jopes Caetana des Mille welke doo gedagte opperhoofd, soude aenwaerd, en onder sijne Administratie genoo„ men sijn. Aan 4 Heer ker enti Voor Famie„ mroe„ /6 Den 22„e Maart A„o 1792. G'accordeerd en de noodige Instantie bij ge„ dagte opperhoofd te doen. geleesen het Request van de Makelaer Pramsinker Gouwenram waer bij ver„ soekt dat mag worden ontheeven van de be„ hier neavens aengehaelde somma Den Raed WelEdele Agtbaere Heer Heeren Geeft Reverentelijk te kennen Iacob Francis Crumps adsistent in dienst der Edele Compagnie, in qualiteit als Erfgenaemt van wijlen sijn Vader Bartholomeus Bernard Crumps, hoe dat wijlen sijn vader bij sijn leeven aen een Portugees Coopman in naeme Joze Caetano de Mello, hadde verschooten op eene onderhands obligatie eene somma vat van twee Duijsend Ropijen dat vermits gedagte Coopman de Mello op den 20„e Iunij laetstleeden sonder testament is koomen, te overlijden den Directeur der Portugeese Natie de Heer Jacanto Dominques die boedel heeft aenvaerd, en onder sijne administratie genoomen, hij suppliant sig dus diverse Mae„ len heeft geaddresseerd bij dien Heer per missive, dog telkens uijtgesteld sijn„ de, sonder een einde van saeken te Erlanger, so neemt den suppliant bij dee„ sen de vrijheijd UwelEdele Agtbarre en Edeles Assistentie aftesmeeken, ten einde hij aen sijn wettige Compatentie mag geraeken /:onderstond:/ 'T welk daende Etc:a /:was geteekend:/ J: P: Crumph /:in margine:/ Souratta den 22. e Maart 1792 /:lager:/ gesien /: was geteekend:/ P. s Lijnit deC. s wierd goedgevonden en verstaen, hetselve versoek te accordeeren en den Heer Directeur te versoeken, om daer toe de noodige Instantie bij gemelde Portugeese opperhoofd te doen. Is geleesen het ondervolgende Request van den meede Makelaer Oran„ taeling aan de Comfagnie van zeekere, sinker Gouwenram, houdende versoek, dat hij, of wel de Naelaetenschap van sijnen Vader den overleedenen Makelaer Gouwenram Roederam Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Josiaf Sluijsker Directeur en Hoofd Geboeder deeser Directie Beneevens om En

NL-HaNA_1.04.02_3983_0383 view scan ↗

English

sum with further petition that for the reasons and motives set forth at length therein, he may be exempt and declared free from payment to the Company of such Ropias 1054:2: as would still be lacking in the settlement of that which Mandchergie Gorsedjen and Gouwenram Roederam aforesaid owed to the Company upon their death, while according to his contention that sum ought to be paid by the heir of the aforesaid Mandchergie residing in Ceylon, out of the funds which have remained from the office or the partnership of Mandchergie and Gouwenram under his administration and that of his brother Edeltjen, with further petition that Bouwmandjen may be obligated to check and conclude with him the accounts of the said partnership or the office of Mandchergie and Gouwenram, which since the year 1763 until the Directorate was taken by the English in 1782, were never closed or examined, and further, that if it should appear upon that investigation that his father is in arrears to the aforesaid office and has not far more to claim from it, in that case to satisfy the Noble Company to the best of his ability. To the Right Honorable Lord Abraham Josias Sluijsken Director and Commander in Chief of this Directorate Together with The Council. Right Honorable Lord. Gentlemen. The undersigned Pransinker Gouwenram, fellow broker of the Noble Company, The 22nd of March Anno 1792. Company [illegible] 78 The 22nd of March Anno 1792. Company, being repeatedly admonished by the Right Honorable Lord Director to satisfy a sum of Ropias 10544:2: being as much as he, the Remonstrant, as heir to his father Gouwendam Roederam in his lifetime together with and alongside Mandchergie Gorsedjen, broker of the said Company, would owe to the same for his share, after a similar sum has been paid by Bouwmandjen Mandchergie as heir of the late Mandchergie Gorsedjen aforesaid, takes the liberty of turning to Your Right Honorable and submitting to the same: That the last settlement of accounts which took place between his aforesaid deceased father and the likewise, as stated, deceased Mandchergie Gorsedjen, merchants in partnership since the year 1750 and brokers to the well-mentioned Company, occurred in the year 1828 /:being according to the European calendar /:1763:/ when they owed a very considerable sum of money to the Company; when it was found that under the administration of the late Honorable Lord Senff, his deceased father had advanced to the partnership or the office of Mandchergie and Gouwenram and had deposited therein, a sum of one hundred and eighty-six thousand Ropias, as can be proven by the books of the deceased. That since that time until the death of his aforesaid father, not the least settlement of accounts was held between them, whatever efforts his father also made to oblige the deceased Mandchergie, who as the first in rank among them always exclusively had the administration of receipts and expenditures, to render an account. That he, the Remonstrant, immediately after the death of his aforesaid father in the year 1782, urged Mandchergie to render an account and to settle or at least balance the affairs and books relating to their business in partnership, which had already been torn apart and brought to an end the year before, or properly in 1781, by the war that arose between England and Holland and the subsequent capture of the Company's servants as prisoners of war, but in vain, while the said Mandchergie meanwhile continued with the collection and receipt of the outstanding claims of the office. That after the death of the said Mandchergie in the year 1783 and the restoration of the Directorate in 1784, he addressed himself to the present Lord Commander, with the result that his heir Bouwmandjen was persuaded by His Honor to balance their accounts; whereupon the same Bouwmandjen, shortly after a beginning had been made therewith and the books of only one year had been examined, most unexpectedly left this city in a clandestine manner by night, taking with him a Parsi named Mandchergie Manikjen, who among others still owed a considerable sum to the office; and

Dutch transcription

somma wet vordere Instantie om daer bij in het breede aengehaelde Reedenen, en motiven, mooge worden „ntheeven, en vrij verklaerd van de Betaeling aen de Comp„e van sedaene Rra p„s 1054:2: als er nog soude manqueeren aen de voldoening van het geene MandCherigie Gerseedjen en Gouwenram Roederam voormeld, bij haer overlij„ dens aen de maetschappije schuldig waeren, terwijl volgens sijne sustenue die somma soude behooren, te worden betaeld, door den sig te Ceijlon bevinden, den Eofgenaem van voormelde Mandscherge, uijt de gelden, welke van het Compteir of de gemeenschap van Mandschergie en Gouwendam, onder sijne Admi„ nistratie en die van sijnen broeder Edeltjen verbleeven sijn, raet werdere Ers„ fantie dat Bauwrmandjn moge worden verpligt, vomder Reekeningen van ge„ melder Gjemeenschap of het Comptoir van Mandchergie en Gouwenam, welke„ seederd den Jaares 1763 tot dat de Directie in 1782. door de Engelschen genomen is, ƒ rummergesleeten of g'examineerd gewonden sijn, met hoom natesien en te sluiten, en aen bord, om so bij dat ondersoek mogte geblijken dat sijnen Vader bij het voor„ schreeven Comptoir ten agteren staet, en niet vrij meender van hetselve te vor„ deren heeft in dien gevalle de Edele Comp. e na sijn beste vermogen te sullen doldoen. Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevent Den Raad. WelEdele Agtbaere Heer. Heeren. Den ondergeteekenden Pransinker Gouvernamt meede Makelaer van de dele Com„ Den 22„e Maart A„o 1792. pagnie G ker ctie der Edele ard naeme bij dee„ ten ilk den sijn„ Mae„ aerd, ur tie Plars En 78 Den 22„ Maart A„o 1792. pagnier door den WelEdelen Agtbaeren Heer Directeur bij het haeling wordende, aengemaend tot de voldoeninge van eene somma van Ropias 10544:2: sijnde se veel als hij Remonstrant, als Erfgenaem van sijnen Vader Gouwendam Roederam in leeven met en beneevens Mans„ chergie Gorseidjen Makelaer van gezeids Compagnie, aen deselve soude verschuldigd zijn, voor sijn aendeel na dat aen diergelijke somma door Bouwmandjen Mand Chergie als Erfgenaam van wijlen Mandchergie Gorsedjen voornoemd is betaeld geworden, neemt de vrijheid sig te keerent tot Uwel Edele Agtbaere en deselve boortedraegen. Dat de laatste afreekeninge welke heeft plaets gehad tusschen sijnen voormelden overleedenen vader en den Insgelijx als gesegd afgestorven Mandchergie Gorseed, an al seederd den Jaere 1750. Cooplieden in Compagnie, en Makelaers aan de welge„ melde Compagnie, is geschied in den 1828. /:zijnde na de Europeese tijd Reekening /:1763:/ wanneer sijlieden een seer aensienlijke somma geld aen de Compagnie schuldig waeren; wanneer bevonden is, dat onder het besteer van wijlen den Edelen Heer Senff, sijn overleedene vader tot de gemeenschap ofte het Comptoir van Mandchergie en Gouwenram hadde g'advanceerd en daer in berustende had, eene som„ ma van Een mael Honderd ses en taggentig duijsend Ropias, so als met de Boeken van de overleeden bewijselijk is. Dat er seederd dien tijd tot het afsterven aan sijn Meergenoemde vader geene de minste afreekening tusschen haer gehouden is, welke moeiten sijnen Vader ook heeft aangewend om den overleedenen Mandchergie, welke als de eerste in Rang van haerlieden altoos de ad„ ministratie van ontvangst en uijtgaave alleen en Exclusive gehad heeft, tot het doen van Reekening te verpligten Dat hij Remonstrant, datelijk na het overlijden van sijnen Vader voorneemd, in der Jaere 1742. bij Mandchergie heeft aangehouden, tot het daen van Reekening en het ver„ effenen of ten minsten effen stellen der saeken en boeken betrekkelijk tot haere Negotie in gemeenschap, die tog albereeds door den ontstaenen oorlog tusschen Engeland en Holland en de daer op gevolgde krijgsgevangenschap der dienaeren, het Jaer bevoorens of eigent„ lijk in 1781. van een gescheurd was, en een einde genoomen had, dog te vergeefs, terwijl geseide mandchergie immiddels voortgevaaren is met het invorderen en ontvangen . der uijtstaande vorderingen van het Comptoir. Dat na het overlijden van denselven mandchergie in den Jaare 1783. ende herstellinge van de Directie lin 1784. bij sig heeft g'addresseerd gehad, bij den presenten Heer Gebieder, met dat gevolg dat desselvs Erfgenaam Bouwmandje door sijn Agtbaere is g'persuadeert geworden tot het Effenstellen van Haere Reekeningen, wanneer denselven Bouwmans, waarof jen kort na dat daermeede een begin was gemaekt en de boeken slegts van een Jaer, e gen naegesien waaren, op het mverwagtste deese stad op een Clandestine wijse bij wagt„ „te verlaeten heeft, met sig neemende eene persie genaemd Mandchergie Mannikjen de onder mees nag een densienlijke somma aen het Comptoir eschuldigd wal: En

NL-HaNA_1.04.02_3983_0385 view scan ↗

English

The 22nd of March, Anno 1792. taken into consideration for a year. And that although the settlement of their accounts was obstructed by this departure, the absent brother Edeltjen Kauwtjen nevertheless did not fail to claim and receive, wholly or in part, many outstanding claims of the firm of the late Mandchergie and Gouwendam, without giving him any notice thereof, much less rendering any account, while the creditors were left unpaid. From all the truths set forth above, he, the remonstrant, thinks he may conclude that Bouwmandje is obligated to pay the Honourable Company, from the funds of the firm or partnership of Mandchergie and Gouwenram remaining under his administration or that of his brother, the remaining Ropias 10541: 2, and that: 1st, because Mandchergie Gosseedjen during the lifetime of his, the remonstrant's, father always alone had the administration of their joint trade and partnership; 2nd, that after his death this administration passed to his heir, the aforementioned Bouwmandjen, and was exercised by him; and 3rd, that the same administration is now conducted solely by his brother without him, the remonstrant. Wherefore he, the remonstrant, turns to Your Honourable Worships with the humble request: That the said Bouwmandjen, who is in Ceylon, may be obliged to pay to the Company, from the funds of the firm of Mandchergie and Gouwendam still under his or his brother's administration, the aforementioned sum of Ropias 10541: 2 still owed by the said firm to the Honourable Company; and that he, to whom no account has been rendered since the year 1763, nor who has enjoyed any funds from this joint trade, and who moreover possesses nothing in the world, may remain exempt from the payment of the aforementioned sum, at least until the accounts of their partnership trade—which have never been closed since 1763 and were unhampered until 1781, when their trade ceased due to the war—shall have been examined and closed; to which end he very humbly and urgently requests that Bouwmandje may be compelled, he, the remonstrant, being prepared, should it appear from those accounts—although he is fully assured of the contrary—that his, the remonstrant's, father is in arrears to the frequently mentioned firm of Mandchergie and Gouwenram and has nothing more to claim from it, to pay the Honourable Company the aforementioned sum to the best of his ability. Below stood: Doing which, etc. Was signed with some native characters signifying the name of the petitioner mentioned above in the heading. In the margin: Souratta, the 16th of March, Anno 1792. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that, since the known poverty and insolvency of this Pramsinker will make it very difficult ever to obtain from him the aforementioned sum of Ropia 10541: 2, the interest of the Company requires that this matter be investigated and decided, in order as much as possible to be spared further damage; that the request of the said Pramsinker to inspect and close the accounts of the firm of Mandchergie and Gouwenram is founded on equity; and that, since Bouwmandje is in Ceylon, and the Honourable Ministers there, by letter of the 21st of July of the past year, registered by resolution of the 28th of September following, whereby it was decided to claim the aforementioned Ropias 10541: 2 from the said Pramsinker, informed this assembly that the same Bouwmandje gave full power and authority to his brother Edeltjen, who resides here, to attend to and settle his affairs; and no more proper and impartial method can be conceived to examine and settle the aforementioned accounts according to equity than an arbitration of impartial men, chosen by both parties themselves and to their satisfaction. The 22nd of March, Anno 1792. It was approved and agreed to have this matter settled by an arbitration to be appointed by both sides, and to render a verdict thereon. It was approved and agreed to [summon] the aforementioned Edeltjen Kauwtjen, in his capacity as the authorized representative of his brother Bouwmandjen Mandchergie as heir of the deceased broker Mandchergie.

Dutch transcription

7 Den 22„' Maart A„o 1792. ouwmans, waar op het Neevanstaende in Consideran een Jaer te genoomen sijnde. En dat schoon di effenstelling haeren Reekeningen door dit vertrek gestremd geworden is, des absenten Brorder Edeltjen Kauwtjen egter niet naegelaeten heeft om veele uijtstaende me„ tentien van het Compteir van wijlen Mandchergie en Gouwendam in te vorderen en te ontvangen, geheel of gedeeltelijk, sonder daer van aen hem kennis te geeven, veel min eenig reekenschap te doen, terwijl de Crediteuren onbetaeld gelaeten sijn„ Uijt alle welke voorschreeven ter Nerder gestelde waerheeden hij remonstrant derkt te moogen besluiten dat Bouwmandje verpligt is, om uit de gelden welke van het Comptoir of de gemeenschap van mandchergie en Gouwenram onder sijne administratie of die van sijn broeder verbleeven sijn de nog Resteerende Ropias 10541: 2. aen de Edele Compagnie te voldoen en sulx t:mo om dat mandchergie Gosseedjen bij het leeven van sijn Remonstrants vader altoos alleen de administratie van haeren gemeenen handel en maetsekappije gehad heeft: 2=de Dat deese administratie na desselvs daad op sijnen Erfgenaem den voornoemden Bruismand„ jen overgegaen en door deese g'Exerceerd geworden is, en . „thans 3=e Dat deselve administratie „ nog alleen door sijnen Broeder sonder hem Remonstrant geschied. Weshalven hij Ramonstrant sig keerd tot Uwel Ed: Agtbaere met ootmeedig versoek.. Dat geseide Bouwmandjen so sig te Ceijlon bevind morge worden verpligt om uijt de gelden, welke van het Comptoir van mandchergie en Gouwendam nog onder sijne ofte sijns Broesers Administratie sijn, aen de Compagnie te voldaen da nog door het geseide Comptoir aen Haar Edele schuldig gebleevene voormelde Somma van Rloperes 10541:2. en hij die seederd den Jaere 1763. nog Reekening gedaen is, nog eenige gelden uijt deesen gemeenen handel genooten heeft en daer bij niets in de waereld besit, van de betaelinge der voorschreeven somma gelibereerd blijve, ten minsten tot so lange dat de Reeke„ ning van haer maendelingen handel die seederd 1763. nimmer geslooten en tot 1781. dat haere Negotie door den oorlog heeft opgehouden onverwend is, sal g'examineerd en geslooten sijn, waer toe hij seer veederigsen instantig versoekt dat Bouwmandje mooge worden verpligt sijnde hij Remonstrant bereid om wanneer bij die Reekeningen mogte koo„ mente geblijken: /: schoon hij van het teegensgestelde volkoomen verseekerd is :/ dat sijn Renonstrants vader aan het Comptoir van mandchergie en Gouwenram meer„ gemeld ten agteren staet en niet vrij meerder als dat van hetselve te vorderen heeft; de Edele Compagnie na sijn baste vermoegen de voorgemelde somma te Voldoen. /:onderstond:/ 'Twelk doende etc=s /:was geteekend:/ met eenige Inlandse Cararters beteekenende de naam aander in den hoofd deeser gemelde requestrant /:in margine:/ Sousatta den 16. Maert A:o 1792. Waer op gedelibereerd en in Consideratie genoomen sijnde, Dat daer de bekende Almoede en onvermoogen van deesen Pramsinker het seer Moerselyk tot trant digd ergie som¬ minste M 2d„ en inge ieder, soadeerd Magt gee g 1 Den 22„e Maart A„o 1792. wierd goedgevonden en verstaan om deese saek door een wedersijdse te benoemen a arbitragie te doen beslegten en daer van uijtspraek te doen. moeijelik macken, sal, om van hem immeraneir de bovengemelde somm van Ropia 1054: 2. te bekoemen, het belang van de Compagnie vordere, dat deeser sak warde ondertogt en bestist, ten einder so veel misgelijk voor meer ve schade evwridte blijven, dat het versoek van geseiden Dramsinker om Reekeningen van het Comptoir van Mandshergies en Gouvenram na t sien, en te sluiten, op de billikheid rust, en dat, daer Bousmandje sig te Ceijlon bevind, en de Heeren Ministers aldaer bij missive van den 21=e Ju „lijde ovorledenen Jaas, ginstereed bij Resolutie van den 28„e Sptember daer aen, waar bij beslooten is, om de voorschreeven Ropias 10541: 2. van ma genoemde Dramsinkeers te vorderen, deese vergaedering hebben bedeeld, de m denselven Bauurmandsen, sijnen broeder Edeltjen so alhier woonagtig is„ volkoomen last en Authoriteit, gegeeven heeft, om sijne saeken waerte neement en afftedoen, en geene teetene en onpartijdiger wijse kan worden gedagt, om der voorschreeven Reekeningen, na de billikheid te Examineeren en te beslegten als een Arbitrage van onpartijdige mannen, door weedersijdse partijen selvs, en na haer genoegen gekoosen. — Wierd goedgevonden en verstaen om voorschreeven Edeltjen Kauw tjen, in de qualiteit als gemagtigde van sijnen broeder Boursmandjen Mandschergie als Erfgenaem van den overleedene Makelaer Mans„ Chergie.

NL-HaNA_1.04.02_3983_0387 view scan ↗

English

that it may be true, whereby the following detailed proposal is made. The 22nd of March Anno 1792. the aforementioned Mandchergie Gorserdjen, and as the Petitioner, Pramsinker Gouevendam, as Heir of his Father Gauwvenam Raaderam, to be ordered to nominate and appoint, on both sides, two trustworthy men or arbitrators, being respectable money changers or Merchants against whose moral character and conduct nothing can be said, in order to examine and review the unsettled Accounts of the joint Office of Mandchergie and Gauwenram since the Year 1763, when this was done for the last time under the administration of the Noble Lord Senff, as well as to render a final and judicial decision concerning this matter. whereby the Banyan Merchant Bannabaeij Rettingie Gokale, having presented in a Petition, in substance: that upon the decease of the late Broker Mandchergie Gorsedjen, two Different Sums of Money remained due to him; that he approached the latter's Heir Baurmandjen several times in vain, until he allegedly left Souratta in a clandestine manner, appointing his brother Edeltjen Kauwtjen as his Authorized Agent, in order to evade the payment to the numerous Creditors by that means; that he had already addressed himself in the past Year, through the English Government, to the Lord Director, The 22nd of March Anno 1792. Edeltjen may be obliged to nominate, on the part of his principal, two trustworthy men or Arbitrators, as he is likewise prepared to do. with the request that his honor would order that the named Baurmandjen be sent back here from Ceylon, in order to personally put his affairs in order and satisfy the debt claimants of Mandchergie, and that this had no effect because Baurmandjen, regarding this matter coming to him, referred him and his aforementioned claim to his said brother Edeltjen; requesting therefore that this council may oblige this Edeltjen to nominate, on the part of his aforementioned principal Bouwmandje, two trustworthy men or arbitrators, as he is likewise prepared to do, in order to have this decided through an arbitration by impartial persons, namely what sum is legally and equitably due to him from the estate of Mandchergie etc., in the manner that the said Petition shows in more detail. To the Right Honorable Worshipful Lord Abraham Josias Sluijsken Director and Chief Ruler of this Directorate Together with The Council Right Honorable Worshipful Lord and Gentlemen Respectfully shows the Banyan Bannabaaij Kettinge Goheel, Merchant and resident of this city, That for many Years he has traded with the late Broker of the Noble Dutch Company, Mandchergie Gorseetjen, whereby the latter to him

Dutch transcription

d, dat mabaij waar bij het naavenstaende om„ standig voordragt. Den 22„e Maart A„o 1792. chergie Gorserdjen meergenoemd, en alse den Requestrant, Pramsinker Gou„ evendam, als Erfgenaem van sijnen Vader Gauwvenam Raaderam te gelas„ ten, om van weeder sijden te benoemen, en te stellen, twee goede mannen of arbiters, sijnde respectabel - wisselaers of Cooplieden op welkers zedelijk Casacter en gedag, niets te seggen vale, ten eende de onafgedaane Reekeningen van het gemeene Comptoir van Mandchergie en Gauwenram, seederd den Jaere 1763. dat sulx de laetste mael, onder het bestier van den Edelen Heer Eenff geschiedis, te examineeren, en nat te sien, mitsgaders daeromtrend een finaele en regtelijke uijtspraek te doen. warnder Request van den Bonijaen Ban„ Den Benjaens Coopman Bannabaeij Rettingie Gokale bij een Re„ quest hebbende voorgedraegen, in substantie: dat hem van den overleedenen Makelaer Mandchorgie Gorsedjen, bij desselvs overlijden, houden sijn Com„ peteerende twee Differenten, Sommen van Penningen: dat hij desselvs Erfgenaemt Baurmandjen verscheide maelen te vergeefs heeft aange sprookent, tot dat die op eene Clandestine wijse souratta soude verlaeten hebben, stellende sijnen broeder Edeltjen Kauwtjen tot sijnen Gemagtig„ 1 den, ten einde langs dien weg de betaeling van de meeniguldige Cre„ diteuren te ontwijken: dat hij sig bereeds in den voorleedene Jaere, door de Engelsche Regeering bij den Her Dircteur heeft gad resser gehad„ met van 1au 82 Den 22„e Maart A„o 1792. Edeltjen mag worden verpligt om van de sijde van sijn principael te benoe„ men twee goede mannen of Arbiters so als hij meede is bereid te doen. raet versoek, dat zijn agtbaare wil det Iongen, dat genoemde Baurmandjen vanscelen na heuraards gesonden wied, ten ande selsonder op sijne saeken te stellen, en de schuld escheren vaor Mandechergie te velden, en dat sulx van peen offeet gewest is also Bauumandjen wegens dit hem te komen, en hem met sijn Met ersoek dat de intertu vormelde vordering op voorschreeven sijnen broeder Edeltjen geweesen heeft, versoekende daer„ om, dat deese vergaedering, desen deltjen willen verplagten, om van de sijds aan sijn gezeides principael Bouwmandje te Beneemen, tweegede mannen of ar„ boitens, gelijk hij bered is mede te doen te ande dondees ver onpartijdigele den bij eene arbitrage te doen beslegten, welk eene somma hem na regt en billikheid uijt de nalaetenschap van MandCchergie Competeerd etc: invoegen hetselve Request omstandiger vertoond. Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raed Wel Edele Agtbaere Heer Heeren En Geeft met Eerbied te kennen den Bengoen Bannabaaij Kettinge Goheel Coopman en inwoonder deeser stad Haer dat hij seederd veele Iaeren genegotieerd heeft met den overleedenen Makelaer van de Edele Heederlandsche Compagnie Mandchergie Gporseetjen waer door deeses hem

NL-HaNA_1.04.02_3983_0389 view scan ↗

English

The 22nd of March, in the year 1792. in November 1779 remained indebted for a sum of 37,996:-: Rupees and, with interest calculated up to October 1789, 95,295:— Rupees. That he, the petitioner, in the month of October 1780 bought from the aforementioned Mandchergie Gorseidjen a considerable quantity of merchandise and paid thereon 18,978¼ Rupees more than the goods delivered to him, so that the frequently named Mandchergie on that account, with interest up to the 6th of November 1790, remained indebted to him for 41,218:¼ Rupees. That the said Mandchargie Gorseidjen, having passed away in the year 1783, his nephew, Bavmandjen Kauwtjen, son of his brother Kauwtjen Gorseidgen, placed himself in possession of his estate, on the foundation of a certain writing said to be the last will and testament of the aforementioned Mandchergie, and whereby the said Bavmandjen is declared to be the adopted son and heir of the said Mandchergier, although the remaining surviving friends and kin of Mandchergie maintain that the said will is false and counterfeit. That he, the petitioner, after the death of Mandchergie, applied on various occasions to the aforementioned Bouwmandje with a request for settlement and satisfaction of the aforementioned claim; but that the latter, after having first made himself master of all the furniture, jewels, and cash belonging to that estate, saw fit, at the beginning of the year 1785, to decamp from here and to take flight by night in a clandestine manner, betaking himself to Ceylon, where he still resides. That this clandestine flight had no other aim than to withdraw himself from the pursuit of the numerous creditors of Mandchergie and to carry off that entire estate without satisfying any of the creditors; just as he, in order to succeed the better therein, upon his arrival in Ceylon appointed as his attorney here his brother Edeltjen Kauutjen, who, belonging under English protection and thus under the English Court of Justice at Bombay, appeared safe here from all claims. That he, the petitioner, in order to obtain his just claim, addressed himself last year through the English Government to the Right Honorable Director named in the heading of this document, with the request that he would ensure that the person of the repeatedly mentioned Bouwmandjen be sent hither from Ceylon, in order to put his affairs in order and to satisfy the creditors of Mandchergie. However, now being informed that the said Bouwmandje refuses to come hither and has referred him with his claim to his aforementioned brother Edeltjen, he, the petitioner, takes the liberty of requesting Your Right Honorable and Worships that you be pleased to oblige the said Edeltjen to appoint, on the part of his said principal Bouwmandje, two good men or arbiters, just as he 84 The 22nd of March, in the year 1792. And subsequently approved to grant that request and thus to order the said Edeltjen thereto, taking into consideration prior to that: on his part is also prepared to do, so that these four impartial persons may settle by arbitration what sum is due to him in law and equity from the estate of Mandchergie, with an order to the said Edeltjen thereafter to satisfy the sum awarded to him. And since the estate of Mandchergie still has to claim a certain sum of money from the Turkish merchant Salee Tjellebie, he further requests that Your Right Honorable and Worships please enjoin the said Salee Tjellebie not to deliver up those funds before this matter shall have been decided and he has obtained his settlement. Below stood: Which doing, etc. Was signed: with some native characters meaning the name of the aforementioned petitioner. In the margin: Souratta, the 19th of March, in the year 1792. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that Bavmandjen, in a report to the Fiscal at Colombo, a copy of which was sent hither by the Right Honorable Ministers in Ceylon with their Honors' missive of the 2nd of July of the past year, declared that the petitioner had his claims not only against the estate of Mandikergie, his adoptive father, but indeed against the two deceased brokers, and that he can settle these matters amicably with his brother, who is his attorney, and the third broker Pramsinker, without it being necessary for him to come to Souratta himself; and that there can be no more impartial nor easier way to bring these disputes to an end than by the path of arbitration which the petitioner requests; It is approved to [illegible] the above-mentioned Edeltjen Kauuwtjen, in the capacity of attorney of his brother Bouwmandje [illegible] to

Dutch transcription

Den 22„' Maatt A„o 1792. in November 1779. schuldig is gebleeven, eene somma vant: 37996:-: Rapijen en met de Interessen gereekend tot October 1789. Ropias 95295:— Dat hij Requestrant in de maend october 1780. daer in bovens aangedagte mandehergie„ Gorleedjem heeft gekogt, een aensienlijke Parthij van Coopmanschappen en daer op meer„ der betaeld, dan hem aangoederen geleeverd sijn 18978¼ Ropij, sulx meergenoemde Mandekiergie hem uijt dien hoofde met de Intresse tot den 6=e November 1790. schul„ dig is gebleevens 41218:¼ Ropij, Dat geseede Mandchargie Gorseedjen in den Jaare 1783. sijnde koomen te wer„ lijden, sijnen steef, Buimandjen Kauwtjen, soon van sijn Broeder Kauwtjen Gor„ seedgen, sig heeft gesteld in de possessie van desselus Naelaatenschap, op fundal„ ment van een seeker geschrift dat gesagd word, het Testament van voornoemde Mandchergie te sijn, en waerbij denselven Bauimandjen tot soon bij adoptie en Erfgenaem van gedagte Mandchergier verklaerd word, schoon de overige nagelaetene Vrienden aan mandchergie sustineeren, dat de gedagte wille Valsch en wonegt weesen soude. Dat hij suppliant sig na het overlijden aan Mandchergie, diverse Preisen hij de voor„ schreeven Bouwmandje heeft vervoegd gehad, met versoek, om verevening en voldaa„ ning van de voorschreeven presentie dag dat deese, na sig alvoosins, de meester te hebben gemaekt van alle de meubelen Juwelen, Contanten tot die Nalaeten, schap behoorende, heeft kunnen goedsinden, om in den aenvang des Iaers 1785. van hier te Evandeeren, en des nagts, op een Elandestene wijse, de vlugt te Neer„ men; sig begeevende na Peilen, alwaer dig als nog bevind Dat deese Clandestine vlugt, niet anders tot oogmerk gehad heeft, als om sig van de ver„ volging der meenigvuldige Crediteuren van Mandchergie te onttrekken en dien gehee„ len boedel na zig te sleepen, sonder Eenige derschuldenaerent te voldoen, saals hij, om hierin, te beater te slaegen, bij sijne komste op Ceijlon, tot sijne gemagtigden alhier heeft benoemd, sijnen broeder Edeltjen Kauutjen, welke als bekoorende, onder de Engelsche Protectte, en dus onder het Engelsche Geregtshoff te Bombaij alhier voor alle aanspraek, veilig scheen Dat hij Requestrant, ten einde sijne dugtige pretentie magtig te worden, sig door de Engelsche Regeering in den voorleedenen Jaere, heeft g'addresseerd gehad, bij den Wel Edelen Agtbaeren Heer Directeur, in den Hoofde deeses gemeld, met versoek dat die wilde sor„ gen, dat den persoon van meergenoemden Bouwmandjen, van Ceilon, na herwaerd f ge„ sonden wierd, ten einde ordre op sijne saeken te stellen, en de schuld-Eischeren van Mandchergie te voldoen. Dog dat hij nu onderrigt geworden sijnde dat geseide Bouwmandje wergerd, dit heent te kooment, en hem met sijne vordering, op desselvs voorschreeven broeder Edeltjen geweesen heeft; de neemt hij Requestrant de vrijheid, om van Uwel Edele Agtbaere en Edeles te versoeken, dat deselve gedagte Edeltjen willen verpligten, om van de sijde van sijn genoem„ de principael Bouismandje, ter benoemen, twee goede Mannen of Arbiters, gelijk hij en en. nge laer 6 - 83 van 84 Den 22„' Maart A„o 1792. En vervolgens goedgevonden dat versoek toetestaen en dus gedagte Eiteltjen daer toe te gelasten. wordende daer op alvoorens in aenschouw ge„ noomen. van sijn kant, bereid is meede te doen, ten einde door deese vier anpratijdige lieden, bij eene Artilaatie te doen ballegten, welke een somma hem na Ragter en billikheid uijt de nalaetenschap van mandchergie Competeerd, met ondre aengedagte Edteltjen, om de hem be„ geweesen wordende somma daer nae te voldoen. En vermits den boedel van mandchergie, als nog van de turks Coopman Salee Zjellebie, een seekere somma van penningen te vorderen heeft, da aersaekt hij alverder, dat Uwel Edele Agtbaere en Edelens aen denselven Aelee Tjellekie, gelieve te Interdiceeren, om die gelden niet aftegeeven, alvoorens deese saek sal zijn beslist, en sijne vereevening erlangd hebbe /:onderstond:/ 'T welk doende Etc=o /:was geteekend:/ met Eenige Inlandse Caracters beteeken„ de der Naem van voormelde requestaant /:in margine:/ Souratta den 19:e Maert A„o 1742. Waerop gedelibereerd en in aenschouw sijnde genomen, dat Bauman djn bij een Berigt aen den Colomboesen Fiscael, van welke de Copia door de Heeren Ministere te Ceijlon bij haer Edele missive van den 2„n Julij des gepasseere„ i den faars, herwaerds gesonden is, heeft verklaerd, dat de Requestrant sijne vorderingen, niet alleen had, op den boedel van Mandikergie sijnen vader bij adoptie, maaer wel ten laste van de beide overleedene Mar„ kelaers, en dat hij deese zaeken, met sijnen broeder, die sijne gewag„ tigden is, en den derden Maekelaer Pramsinker in der minne kan afdoan, sonder dat hij noodig heeft selvs na Souratta te koomen: en dat er geen onpartijdiger nog gemakkelijker weg weesen kan, om deese verschil„ len ten einde te brengen, als door de weg van arbitragie, die den Requestrant versoekt Wiord goedgevonden, om bovengemelde Edeltjen Kauuwtjen, in de qualiteit van gemagtigde van sijnen broeder Bouwmandje mandehim 1 i in — word Admo 2i 2 2 te

NL-HaNA_1.04.02_3983_0391 view scan ↗

English

March A„o 1792. being commissioned thereto the Honorable Chief and Administrator Monter and the Cashier Keeper mn to give notice both of this and of the aforementioned resolution to the oft-mentioned Edeltjen. His Honor was sent by the English Chief the petition presented to him by the widow of Mandchergie, with a message and the contents of the said petition. to enjoin and command him to name and appoint, for and on his behalf, two trustworthy men of good reputation and standing at his discretion, to the end that they, together with and alongside two such equal trustworthy men as shall be chosen by the petitioner, may examine and inspect their mutual accounts, and judge and settle the disputes subsisting over them according to equity. The Honorable Chief Administrator Mante, alongside the Cashier Kuijper, being commissioned to give notice both of this resolution and of the resolution previously taken on the petition of the third broker Pramsinker Gouwensam, to the oft-named Elteltjen Mauwtjen, in his capacity as attorney for his likewise oft-named brother Bouwmandjen Mandchergie, while hearing the reasons, if he should deem to have any against it, reporting on both to this Meeting. Hereafter the Director made known that his Honor the day before yesterday had also been sent by the Chief of the English Nation Mr. Griffith a petition presented to him by the widow of the deceased broker Mandchergie Curseedjen, and that the aforementioned Chief had simultaneously conveyed a message that, whereas the said Mandchergie and his family, along with his estate, belonged under the Dutch Nation, he most earnestly requested that the Director would be pleased to have a proper inquiry made into the case set forth therein, for the punishment of the crime and the maintenance of a poor widow and fatherless children destitute of everything, which address, being translated from the English language, was found to be of the following content. To the Right Honorable John Griffith, Esq. Chief for all affairs of the English Nation and Governor of the Mughal Castle and Fleet. Surat The humble petition of Ratton Vauwe, daughter of Nowaaje and widow of the deceased Mandchergie Curseedjen, broker of the Dutch Company. Shows with the greatest humility: That about nine years ago, when your petitioner’s aforesaid husband was at the point of his death and speechless, and being in that state for about fourteen days, on which occasion one Bouwmandje Kauwtje, son of Kauwtje Curseedje, secretly made a false will, unknown to your petitioner or to the deceased’s first wife, or to any of the deceased’s nearest relatives, and named himself therein the sole executor and heir of the said deceased, and got one Nourajee Jamseedje Dadabaeij to sign the said will in the deceased’s name, pretending that the deceased’s hand would not permit him, and by his order he had signed the said will. Your petitioner hereby begs leave to inform your Honor that this Naurajie is in the first place one of his blood relatives, and in the service of the said Boumandje Kauwtje, notwithstanding what they had already done; yet at the same time that the witnesses were requested to sign their names, they desired beforehand to [illegible] the contents of the same

Dutch transcription

Den Maart A„o 1792. wordende daer toe gecommitteerd den E: Hoofd enAdministrateur Monter en den Cassier Keeper mn om van dit so wel als van het oorschreeven besluit aen meergemelde Edeltjen Kennis„ safte dam. den sin Aagtaere is door den Engelsoben Chiff hiel den aan denselven gepresenteerden Request van de weduwe van mandchergie toegeson„ me order boodschap en enhoud van ge„ dagte Requast. te enfungeeren, en te gelasten om vorr en van weegens denselven te benoe„ men en te stellen, twee goede mannen, staende ter goede Naem en Saem„ na sijn welgevallen, ten einde, die, met en beneevens sedaene tevee gelijke goeds mannen, als door den Requestrant sullen worden gekoosen, haere anderlange Reekeningen examineeren en Nasien, en de daer over subsisteerende verschillen na de billikheid beordeelen en beslegten. Wordende den E: hoofd Administrateur Mante, beneevens den kassier 76 dtigen ol: monts ven vaner kuper gecommitteerd, om so wel van dit besluit, als van de hier voor en ge„ noamene Resolutie op het Request van den derden makelaar Pramsinker Gouwensam, aen den dikwerff genoemden Elteltjen Mauwtjen, in de qualiteit als gemagtigde van sijn meede veelmaelen genoemde Broeder Bouwmandjen Mandchergie kennis te geeven, met aenhooring van de Reedenen so hij mogte vermeenen, daer teegens eenige te hebben, dende van het een en ander verslag aen deese Vergaedering. Hier na gaf den Heer Directeur te konnen, hoe dat sijn agtbarara ok voorgisteren door de Cheff dar Engelsche Natie M:r Gjusfik was toegesen„ den een, aan denselven, door de weduwe van den overleedenen Makelaer Mandehergie Gorseedjen gepresenteerd Request, en dat vormelden (eheff daar bij, teevens hade daen boodschappen, dat terwijl gedagte wandehorse en 69 een Heeren mag. an en dat rschil„ den. 85 86 en 22„' Maart A„o 1792. en sijn Hluijsgesin, mitsgaders desselvs Nalaetenschap, onder de Hollandse Natier behoorden, seen instantig versagte, dat hij Heer Dircteur na het daar bij ter needergestelde geval, behoorlijk ondersoek geliefde te laeten doen, het straffing der misdaed en dat maintien van een arme weduwe, en van alles ontbloote Vaderloose Kinderen, welk addres uijt de Engelsche taele over„ geset zijnde, van den volgenden Inhoud beevonden wierd. Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer. John Griffeth, Schildkraef theff voor alle zaeken van de Engelsche Natie en Gouverneur van het Mogols Casteel en Vloot. Souratta Met Meedrigen Request van Ratton Vauwe, dogter van Nowaaje en Weduwe ran den veerleedenen Mandchergie Cusseedjen Makelaer van de Hollandse Compagnie. Toond op het nederigste aen: Dat omtrend Neegen Iaeren, Uw el Edele Requestrantes voormeld man wanneer op het oogenblik van sijn dood en sprakeloos was, en in deselve staet sijnde voor een veertien daegen, in welke geleegendheid eenin Bouwmandje Kauwtje, soon van Kauwtje Curseedje heinelijk een valse Testament maekte, onbekend aen Uwel Edele Requestrante of aen van des overleedenes eerste vrouw, off aen eenige des overleedenes naeste Vrienden, en benoemde hem daer in de eenige Executeur en Erfgenaem van geseide overleedene en Kreeg een Nourajee samseedje Dadabaeij geseide testament op des overleedenes Naem te teeke„ „nan, voorgeevende dat des overleedenes hand hem niet wilde toelaeten, en op order van hem, hij geseide Testament had geteekend, Uwel Edele Requestrante versoekt hier bij verloff, Uwel Edele agtbaere te informeeren, dat deese Naurajie in de eerste plaets een van sijn bloed verwant is, en in dienst van geseide Boumandje Kanetje, niet teegenstaende wat sij reeds hadden gedaan, dog terselver tijd dat de getuijgens ver„ segt waeren, haere naemen te onderteekenen, verlangd en sij voor af den inhoud van deselve te

NL-HaNA_1.04.02_3983_0393 view scan ↗

English

the 22nd of March Anno 1792. to know the same, yet she was hindered or refused due to the opening of the aforementioned will, and the place where the witnesses had signed was appended with the following words: "with the master's approval we sign this", and accordingly the said witnesses signed the same. May it please Your Right Honorable to note herewith that the said Bouwmandje had ensured that he took all these witnesses from his own blood relatives and those who were in his service. Some time after Your Right Honorable's petitioner and the deceased's other wife came to know what Your Right Honorable is informed of herewith, Your Right Honorable's petitioner endured everything patiently, until such time as Your Right Honorable's Justice should come to investigate the nature of such a letter. And since what Your Right Honorable's petitioner has now brought to Your Right Honorable's notice, the said Bouwmandje plundered Your Right Honorable's petitioner's household effects, cash, jewels, immovables, etc., even her marriage gift, promised dower jewels, which amount to a very considerable sum, giving Your Right Honorable's petitioner to understand that he is obliged to satisfy and answer for Your Right Honorable's petitioner's husband's creditors according to the character he bears, just as he also collected the greatest part of the outstanding accounts. And although the said Bouwmandje conducted himself as Your Right Honorable's petitioner has set down here, Your Right Honorable's petitioner desired that her husband's debts might be paid off in full; instead of which, the said Bouwmandje gathered everything he could, and instead of indemnifying his father's creditors therewith, and conscious of what he had committed up to this point, he subsequently fled to Ceilon solely to blind Your Right Honorable's petitioner and the deceased's creditors, and in order to obtain the brokerage of the Dutch Company there. Now, while Your Right Honorable's petitioner is presently in great distress and need for her bare subsistence, and this already since some years ago, Your Right Honorable's petitioner has brought this matter before Your Right Honorable's petitioner's benefactor, the Honorable Mr. Sluijsken, Director of the Dutch Company, from which Company Your Right Honorable's petitioner's husband derived his rise, and she was assisted by His Honor with a monthly gift of 40 Rupees, of which she has now also been deprived by one Hitheljee, agent and brother of the said Bouwmandje presently in Ceijlon. And since Your Right Honorable's petitioner can no longer endure this misery, and the Honorable Mr. Sluijsken being unable to procure justice for Your Right Honorable's petitioner against the said Hitheljee, agent to the aforementioned Bouwmandje, as he is under Your Right Honorable's jurisdiction, Your Right Honorable's petitioner therefore most humbly beseeches that Your Right Honorable will endeavor to cause the said Hitheljee to produce before Your Right Honorable the original will, bonds, proofs, jewels, cash, etc., and that the same be preserved in Your Right Honorable's secretariat, and that Your Right Honorable's petitioner's complaints be referred to the Honorable Mr. Sluijsken, in order to have the said will and complaints examined before His Honor and six credible Banyan and Persian merchants, and the same be brought to Your Right Honorable's knowledge, since Your Right Honorable's petitioner and her defender belong under the Dutch Nation, for which Your Right Honorable's petitioner as in duty bound will ever pray. [Underneath stood:] For the translation [was signed:] J: Houghton [in the margin:] Souratta the 15th of March 1792. Whereupon, having deliberated and taken into consideration on the one hand that the crime of which Bouwmandje, currently residing in Ceijlon, is accused in this writing, namely the forging of a false will, is of such magnitude that the same must not or cannot be lightly presumed, and that this widow, who along with her two children has been deprived of everything by the same and reduced to the beggar's bag, might perhaps too groundlessly suppose some such foul deed of the person in whose favor the will was made, to which the altogether cruel and unmerciful conduct of this Bouwmandje and his brother Hitheljee present here, which allegedly went so far that this widow and children must find their subsistence from alms, may have contributed very much; yet on the other hand, it also cannot well be supposed that a man such as Mandihergie was would, by a last will, in favor of his deceased brother's son, have disinherited and deprived his widow and even his own two young children of everything, and have intended to abandon them to the mercy or pleasure of this Bouwmandje, while there are moreover circumstances that appear against Bouwmandje.

Dutch transcription

den 22„e Maart A„o 1792. deselve te weeten dog wierd haer belet of afgeslaegen door het opaallen vangemelde Testa„ ment, en de plaatse dat de getuijgens hadde onderteekend, was bijgevoegd met de volgende woorden /: met de meesters approbatie onderteekenen wij deese:/ en weenkomstig ondertee„ kende de geseide getuijgens hetselve, Uwel Edele Agtbaere gelieft hier bij na te gaen, dat gemelde Bouwmandje gesorgd had, dat hij alle deese getuijgens genoomen had van sijn eigen bloedverwanten en die in sijn dienst waeren; Eenige tijd na dat Uwel Edele Agtbaere Requestrante, en des overleedenes andere vrouw quam te weeten met het gee„ „ne UwelEdele Agtbaere hier bij is g'informeerd, verdraeg Uwel Edele Agthaeres Reques„ trante in alles met gedeeld; tot ertijd UwelEdele Agtbaere Regtvaerdigheid, soude koo„ men ondersoek te doen, na den Aerd van sulk een Brijf en seederd wat Uwel Edele Agtbar„ res Requestrante Uwel Edele Agtbaere nu heeft ter kennisse gebraagt, plundende geseide Bouwmandje UwelEdele Agtbaere Requestrante Huijsraed, Contanten, Juweelen, onroerenden Etc:a selvs haer Huwelijks gift, toegeheid loonen Juweelen, welke tot een seer Considirabele somma bedraegen wil, geevende Uwel Ed. e Requestrante te kennen, dat hij verpligt is om UwelEd:e Requestrantes man's Crediteuren te voldoen, en ver„ andwoorden, overeenkomstig het Caracter hij draegd, also ook Collecteerde de meeste gedeel„ te van de Uijtstaende Reekeningen, en alhoewel de geseide Bouwmandje sig gedroegd, sa als Uwel Edele Requestrante hier heeft ter needer gesteld; was Uwel Edele Requestrante ver„ langende dat haer mans schulden ten vollen magten worden afbetaeld, insteede van het„ welke, wersaemelde hij Bouwmandje alles wat hij konde, en insteede van daer meede sijn Vaders Crediteuren schaedeloos te stellen, en beewust wat hij tot hier toegepleegd had„ vlugte hij vervolgens nae ceilon eeniglijk om Uwel Edele Requestrante en des overleede„ mes Crediteuren te verblinden, en in order om aldaer het maekelaerschap te verkrijgen van, de Hollandse Compagnie; nu terwijl UwelEdele Requestrantes datelik seer verleegen en in nood is, voor haar enkeld onderhoud en sulx alseederd eenige paarent geleeden, zo heeft uwel Edele Requestrante deese saek voor Uwel Edele Requestrantes weldoender, den agtbaeren Heer Sluijkken Directeur van de Hollandse Compagnie gebragt, van welke Compagnie Uwel Edele Requestrantes man sijne opkomst heeft gehaeld en was door sijn Edele bijgestaen met een maendelijxe gifte van 40: Rosijen, waer van sij nus al„ meede beroofd geworden is, door eenen Hitheljel saaklaesorger en broeder van geseide Bouismandje thans te Ceijlon, en also UwelEdele Requestrante nu niet langer onder deese elende kan doorbrengen en de Agtbaere Heer sluijsker onvermogend sijnde Uwel Edele Requestrante Rigt te besorgen van geseide Hitheljee sackbesorger aan bovengenoemde Bouwmandje, als sijnde hij onder Uwel Edele agtbaares gebied. so smeekt UwelEdele Requestrante seer ootmoedig dat UwelEdele agtbaere wil trag„ ten door de geseide Hitheljie voor Uwel Edele Agtbaere te doen prodeuceeren, het origineel Testament, obligatien, bewijsen, Juweelen, Contanten etc:a en dat deselve worde, lee„ waerd. k aƒ het gen, e Ge 87 71 Den 22:' Maart A„o 1702. war op het Neerenstaende in denmerking is gewoonren waerd, in uwel Edele agtberere Secretarije en Uwel Edele Requestrantes klagten te worden overgeweesen aen de Agtbaere Heer sluijsken, ten einde voor sijn Edele en ses geloofwaar vige Benjainen en Persiese Cooplieden te doen Examineeren het geseide Testament klagten en deselve tot UwelEdele agtbaere kennisse worde gebragt, also uwel Edele Re„ questrante en haer verdeediger onder de Hollandse Natie behoord voor welke Uwel Edele Requestrante als na Gehoudenisse altoos sal bidden. /:onderstond:/ voor de Transla„ lie /uaas geteekend:/ J: Houghton /: in margine:/ Souratta den 15:' Maert 1792. Waerop gedelibereerd en in aenschauw genoomen sijnde aan de eene sijn„ dat de misdaed waermeede den sig te Ceijlon bevindenden Bouwmandje in dit schrifteur beschuldigd word, sijnde het maeken van een Valsch Testamme van die magnitede is, dat deselve niet ligtvardig gepresumeerd worden moet„ of kan, en dat deese weduwe, welke beneevens haere twee kinderen, door hetselve van alles beroofd geworden, en aen den bedelsak gebrag i, mogelik al te ongegrond, eenige diergelijke vuile daed van den geenen, in wiens voor„ deels het Testament gemaekt is, ondersteld, waertoe het allesintf wreed en ommedoogend gedaag van deesen Bouwmandsen, en zijne alhier sijnden boden Edetijen, het geen so verre zoude gaan, dat deese weduwe en kinderen, uijt almoesen, haer bestaen moeten vinden, seer veel kan hebben mede gewert dog dat het aen de andere sijde, ook niet wel kan worden ondersteld, dat een man so als Mandihergie is geweest, sijne weduwe, en selvs sijne egens twee Jonge Kinderen, bij eene laetste wille, ten behoeve van sijn steef d Coo„ ders zoon, van allen soude hebben verstoeken en beroofd, en se aende genaede of het goedevinden van deesen Bouwmandsen hebben willen overgeeven tet„ wijl or dar beneevaengs omstandigheeden sijn welke teegen Bouwmand in Schipnen 1is 2 2 kessi

NL-HaNA_1.04.02_3983_0395 view scan ↗

English

The 22nd of March anno 1792. It was resolved to demand from the brother of Bouwmandjen a copy of the therein mentioned testament in the native language, and for the reasons mentioned therein. The Honorable Chief Administrator Monte and Cashier Kuper are commissioned regarding the mentioned testament. seem to operate, such that this assembly would expose itself to the reproaches of the whole world and to the contempt of other European nations if it left this matter without investigation and did not bring the truth to light. It was approved and agreed, before proceeding to any final resolutions whereby this matter, being criminal, would be placed into the hands of the Judge, to demand from the brother and attorney of the said Bouwmandjen a copy of the original testament in the native language, collated and authenticated by the Company's munshi, in order to see whether this assembly might also receive some light therefrom which may dismiss the suspicion, and this all the more because one cannot make any other investigation here beforehand, as the one who is accused of the forgery and the Parsee who in the petition was said to have signed the hand of Mandjen, are both in Colombo; the Honorable Chief Administrator Monte and the Cashier Kuper being commissioned to demand the authentic copy of the aforementioned testament of Edeltjen Kauwtjen. Thus done, resolved, and arrested at the Netherlands Office at Souratta, the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, M.r Monte, E.l Meijer, P.s Lijnis, G.r E.n Roessen, J.n Keiper. Saturday The 31st of March anno 1792. Receipt of a Ceylon missive with a demand for that government, and of an original and duplicate letter from the Bengal ministers. Proposal of the Lord Director to presently sell the sugar brought by Voorschooten. Forenoon. In the morning the last preceding resolution was resumed and approved. After which it was noted that yesterday a missive was received from the Gentlemen Ministers at Ceylon, dated the 23rd of January last, with a small demand for that government of the 31st of December previous, accompanying a missive from the Most Noble and Right Honorable Lords Majors dated the 30th of May 1791; and of an original and duplicate letter from the Ministers in Bengal of the 21st of June of the past year. Hereafter the Lord Director made known that the hope which his honor had continuously harbored that the sugar brought by Voorschooten, which according to the resolution of this assembly of the 17th of February of this year had then, in view of the very low bid that was made for the same, to be left unsold, would rise in price again, was lessening from day to day because of the large supply of that sweet commodity from Bengal and China as well as from Batavia; he had thought not to wait any longer to enter into negotiations with the merchants; that for that reason, all present except the Fiscal of Bantam and presently acting warehouse master G. Piper due to indisposition, The 31st of March anno 1792. His Honor with the Honorable Chief Administrator had been in negotiations about the same with several city merchants, and having spoken with various of this city's merchants, had found that the highest bid was made by the Banyan merchant Belsalie Mannektjent Roeptjent, consisting of 11 1/3 rupees the picul in ready money, and after deduction of 3 percent rebate; whereas the merchant Meiaram Atsjaram, who bought the sugar of the other two ships, would presently pay no more than 11 1/4 rupees the picul, while moreover demanding twelve months' time for the collection, whereas this Belsalie was willing to bind himself to receive and pay for all the sugar in eight months, and thus before the first of December next; wherefore his honor submitted to the consideration of the assembly whether the interest of the Company would not require that one accept the made bid of the named Belsalie, firstly in view of the fact that the monsoon has already progressed so far that only six weeks remain that navigation is open and the rainy season begins; secondly, that it is to be feared that the supply of sugar from Bengal will continue, as the Bombay and Surat ships being there can bring hither nothing other than this commodity, now that the export of rice in Bengal is prohibited due to its own scarcity.

Dutch transcription

89 Den 22„e Maart A„o 1792. wierd goedgevonden om van den broeder van Bouwmandjen aftevraagen een Copia van het daer bij vermelde testament in de Inlandse el ie en sulkond interte vermeld Reedenen. broeder tig van gemelde testament gecommitteerd den E. Hoofd Administrateur Monte en Casser Kuper. „schijnen te militeeren, sulx deese vergaedering, sig aen de reproches van de Geheele Waereld, ende aan de veragting van andere Europeese matien soude bloot #of stellen, so sij deese saek, bouiten ondersoek liet en de waerheid niet aen het ligt bragte. Wierd goedgevonden en verstaen om alvoorens tot eenige finaele besluijten over te gaen, waer door deese srek, als Criraineel sijnde, in handen van den Regter gebragt word, van den broeder en gemagtigde van geseiden Bouirmandsen aftevraegen, eene Copia van het origineele Testament in de Inlandse taele„ door 's Comp„s moensie Gecollationeerden g'authertiseerd, ten einder te sien, of deese vergaedering daer uit ook eenigligt sal kunnene ontvangen, hat geen de suspicie verwerpen mag, en sulks te meer, om dat men hier alvoorens, geen ander ondersoek doen kan, also den geenen, die van de vervalsching beschul„ digd word, en den Perse, welke bij het adres ward gesegd, de hand van mand„ wordend ten Afvroeging eene Copia dusten, hergie te hebben geteekend, sig beide te Colombo bevinden, wordende den d E Hoofd administrateur Monte en den Cassier Kupir Gecommit„ : teerd om de authenticque Copia van het Vootschreevens Tes„ tament van Edeltjen Kauwtjen aftevraegen. Aldus Gedaen Gereselveerd en g'amresteerd in het Noederlands Comptoir Souratta ten daege maand en Jaere vormeld /:was geteekend:/ A„ Jn sluijsken, M„r Monte, E„l Meijer. . . . . . P„s Lijnis, Gr En Roessen J„n Keiper, Saturdag Edele Jaan sla„ uijt 90 Saturdag Den 31„e Maart A„o 1792. Ontvangst van eene Ceilonse missive met een Eijsch voor dat gouvernement. „res en van een origineel en Dupliaet brief van de Bengaelse ministers. Voorslag van den Heer Directour om de suij„ ker p.:r voorschooten aengebragt thans te Verkoopen. Voor de middag Mortenswierd de aetst vegende Resolutie gesumeerden gappalren Waerna wierd aangeteekend, dat op gisteren ontvangen is, een Mmissien van de Heeren Ministers te Ceijlon gedateerd den 23„e Januarij laetstle„ 61 den, met een Eischjen voor dat Gouvernement van den 31:e Decem„ tengelijd een missive van de luerm maijo, per bevoorens, ten geleide van eene missive van de Hoog Edele Groot agt„ baare Heeren Majores den 35. ' Maij 1791. gedagteekend; en van een g aene bod origineele en Duplicaet brieff van de Ministers in Bengaalen van den 21e. Junij des voorleedenen Jaers. Hier na gaff den Heer Directeur te kennen, hoe dat de hoope welke sijn agtbaan, sleeds hade gevoe, dat de suijker door wooschooten angen kragt, welke blijkens Resolutie deeser vergaedering van den 17„e Je„ bruarij deeses Jaers, toenmaels uijt aensien van het seer laage bond, dat voor deselve wierd gedaen, onverkogt hadden moeten worden gelaeten, weeder in prijs steigeren saude, van dag tot dag minder wordende, door den groaten aenvaer van die soetigheid uijt Bengaelen en Clims„ mitsgaders van Batavia, gemeend had, niet langer te moeten werg„ ten, om met de Coopliedens in onderhandeling te treeden, dat dien„ initan alle Present Domte den onderoekman, aengeselende en cael van Bantam en thans waerneemend va Neeft huijsmeester G: Piper door Indispositie volgens. 14 91 Den 31„e Maart A„o 1792. zinde sin Agt:s met den E Hoof Admi: nistrateur over deselve in onderhandeling marest mat verscheide stads koopleeden 1 en het hoogste bod gedaan door den Ben„ Reeftjen aene bod te accepteeren. e de ont Rredenen volgens, beneevens den E: Hoofd administrateur, hebbende gesproken in vopan Bdiltalie mamntjent met onderscheidene deeser stads Cooplieden, gevonden hadden, dat het hoog„ ste bod gedaen wierd door den Benjaens Coopman Belsalie Mannektjent Roeptjent, bestaende in 111/3 ropij de picol suijper geld; en na aftrek van 3 procento Rabath, daar den Coopman Meiaram Atsjaram, welke de suijker van de andere twee scheepen gekogt heeft, thans niet meerder als 14¼ Ropij het Picol betaelen wilde, terwijl daer en boven twaelff maenden tijd, tot den afhaal vorderde, daer deesen Belsalie sig wilde geane dus in verenging om tet gen verbinden, om alle de suijker in agt maenden, en dus voor den eersten December eerstkoomende te ontvangen en te voldoen, weshalven sijn agtbaere aen de vergaedering in overwoeging gaf, of het belang van de Maetschappije, niet vorderen soude, dat men het gedaene bed van genoemden Belsalie aennaem, uit aensien Eerstelijk dat de Moisson reeds so verre if verloopen, dat er sleghs ses weeken meerder ovarschil dat de vaartopen is, en de Reegentijd aenvang neemt, ten tweeden, dat het te vreesen is, dat den aanvoer van suijker uijt Bengaelen, Continueeren sal, also de sig aldaar bevindende Bombaijse en souwatse scheepen, niet anders, als dit Credeert kunnen herwaerds voeren, nue„ den uijtvoer van Rijst in Bengaelen verbooden ig door eigen gebrek, Julx van

NL-HaNA_1.04.02_3983_0398 view scan ↗

English

92 The 31st of March Anno 1792 Whereupon, after prior deliberation, it was resolved to cede the said sugar to the named merchant for 14¼ Rupees the picol. The intended present approved. such that one has no prospect that the price, after the rainy season or in September next, will increase notably. Thirdly; that the Company in the meantime remains burdened for so many months longer with the interest of the negotiated and owed capital, which in 6 months amounts to fully 4½ percent. And fourthly: that it must cause much harm to the sale of the sugar which will be imported in the coming autumn from the main station, if this sugar remains lying longer than November before it is received and collected. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed, out of consideration of the validity of all the aforementioned motives, to sell and cede the said sugar from Voorschooten to the above-named merchant Belsaelie Manniktjent Roeptjent for 11½ Rupee the Picol free money, to be paid in Surat Rupees, without enjoyment of interest for earlier payment: 25000 Rupees in eight days; 25000 Rupees in one month, and the remainder as he receives the sugar, for which purpose time shall be granted to him until the last of November next, when everything will have to be received and paid. Having taken into consideration that the Governor of Brootshia has this year again allowed the linen suppliers to enjoy 93 The 31st of March Anno 1792. The Head Administrator Monte and Cashier Kueper report on the commission given to them by resolution of the 22nd of this month regarding Edeltjen Kaulstjen. the effect of the Company's privileges at that place in the purchase and export of the linens manufactured there, it was approved to now have delivered to the same the ordinary annual present that has been established from of old, according to the following estimate, amounting now to ƒ464:10:8 and thus less than was presented in the previous year by ƒ6:18:8. Estimate, Present for the Broach Governor Palloebhaeij, namely: Purchase price Sale price 80 lb Cloves . . . . . . . . . . . . ƒ 27: 4: 8 ƒ 336: —: — 10 lb Cinnamon . . . . . . . . . . . . ƒ 2:19: — ƒ 52: —: — 5300 lb Powder sugar from 12 canassers from Voorschooten . . ƒ 434: 7: — ƒ 729: 5: 8 Totals . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 464:10: 8 ƒ 1117: 5: 8 In March 1791 was presented . . . . . . . . ƒ 471: 9: — ƒ 1234:14: — Now less . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 6:18: 8 ƒ 117: 8: 8 Below stood: Souratta the 31st of March Anno 1792. Was signed: M: Monte. The Honorable Head Administrator Monte and the Cashier Johannes Kueper, who were commissioned by resolution of this assembly of the 22nd of this month to announce the aforementioned decision to the Parsi Edeltjen Kauwtjen, in capacity as attorney of Bouwmandjen Mandchergie, heir of the deceased broker Mandeckergie Gorseetjen, with hearing of the reasons which he might believe to have against the same, having reported to the assembly: That said Edeltjen had made known to them that he requested 94 The 31st of March Anno 1792: It was approved to persist in the aforementioned decision of the 22nd of this month and to order Edeltjen to appoint good men for the settlement of these disputes. And this for the underlying reasons. that Daarsinkes might be ordered to meet with him to settle their disputes, after which he was prepared to enter into an arbitration deed to decide them, provided that Pranscaitier and he, moreover, gave security for the settlement of whatever might be found that either of the two owes to the Massar, with the addition that he was willing to appoint good men in the case with Bannakchaaij Rettengies after the case with Dramsinker should first have been settled and determined. After prior deliberation, it was approved and agreed to persist in the aforementioned resolution of this assembly of the 22nd of this month, and consequently to oblige the named Edeltjen, in his aforesaid capacity, to appoint good men on the part of Bouwmandjen, as heir of Mandchengie, for the settlement of these disputes. And this for reasons that nothing can be more reasonable and just than such a decision, and that the objections and counters made by Edeltjen seem to serve no other purpose than to delay the matters still longer and to postpone them until he will have had time to collect and take possession of all the still outstanding claims of Mandechergie, without any creditor [illegible]

Dutch transcription

92 Den 31„e Maart A„o 1792 Waarop na voorgaende deliberatie beslooten word om gedagte suijker aen genoemde Coop„ man voor 14¼ Ropijen de picol aftestaen Het bvestiude geschenk gafeoebeerd. sulx men geen voruijtsigt heeft, dat de prijs, na de Reegen tijd of in se„ tember aenstaende, merkelijke accresseeren sal, Ten Derden; dat de Compagnie ondertusschen so veel maanden langer belast blijft met de Interesse der genegotieerde en verschuldigde Capitaelen, het geen in 6. maenden wel 4½ pracente beedraagd, en ten vierden: dat het veel nadeel moet dan aen den verkoop van de suijker, welke in het aenstaende Najaer: van de Hoofd plaet sal worden aengevoerd, so deese suijker langerals November leggen blijft, voor en al eer ontvangen en afgehaeld word. Waerop gedelibereerd sijnde, wierd uijt Consideratie van de gegron„ heid van alle de voormelde beweegreedenen, goedgevonden en verstaan om de gedagte suijker van Voorschooten te verkoopen en aftestaen, aen den bovengenoemden Coopman: Belsaelie Manniktjent Roeptjent voor 11 1/½ Ropij de Picol vrij geld, te belaelen, in souratse Ropije, on nd s lo der genieting van Interest voor vroegere betaeling 25000: Ropijen over agtdaegen: 25000: Ropijen over een maend, en de Resteerende na maete de suijker ontvangt, waer toe hem tijd sal worden vergund tot den laetsten November Eerstkoomende, wanneer allef sal moeten sijn ontvangen en betaeld. In overweeging sijnde genoomen dat den Gouverneur van Brootshia, de Lijwaet Leveranciers, deesen Jaere weeder heeft laeten Caffer een aen 24 93 Den 31„e Maart A„o 1792. om dokh Hof admistrateur menta en kossies keepen doen verslag over het in een aen haer E. bij besluit van den van Edeltjen Kaulstjen. laeten genieten het Effect van 's Compagnies voorregten ter dier plaetse, in den selenij en uijtroer van de aldaer vervaerdigde Zijuaeten en sje wierd goedgevonden, om als nu aen denselven te laeten afgeeven, het ordinair= Iaenlijk geschenk, dat van ouds vastgesteld is, volgens het ondervolgende Paojert, bedraegende nu ƒ464:10: 8. en dus minder als in den voorleedenen Jaere verschonken geworden is ƒ 6: 18: 8. Project, Geschenk voor den Baatachiasen Gouver„ neur Palloebhaeij; Naementlijk: Inkoops Verkoopt 80: lb Ganoffel Nagulen. . . . . . . - - - - ƒ 27:4:8: „ 336: —: —. 10: „ Canneel - - - - - - - - - - - - - - „ 2:19:-. „ 52: —. —. 5300: „ suijker Poeder uit 12: Cannassers uijt voorschooten. . . . „ 4134:7:—: „ 129: 5: 8: Addeert . . ƒ 464:10:8„ 1117:5: 8. — In Maart 1791. is verschonken. . . . . . . . . . . „ 471:9:—: „ 1234:14:—: Thans Minder. . . . . . ƒ 6: 18: 8: „ 117: 8: 8: — /:onderstond:/ Souratta den 31. e Maart A„o 1792: /:was geteekend:/ M: Monte„ Den E Hoofd administrateur Monte en den gassier Iohannes Kueper, so e e da sofgedragen in den dek bij Resolutie deesen vergaedering van den 2„en deeses gecommitteerd gewor„ „den sijn, om aen den Cersie Edeltjen Kauwtjen, in qualiteit als gemagtig„ „den van Bouwmandjen Mandchergie Erfgenaam van den overleedenen Makelaer Mandeckergie Gorseedjen, het vorschreeven besluit aen te kon„ digen, met aenhoring van de Reedenen, welke hij teegen hetselve mog„ te vermenen te hebben, aen de vergaedering verslag gedaan hebbende „Dat geseide Edeltjen aen haer, had te kennen gegeeven, dat hij versogte, dat 1 n 94 Den 31„e Maart A„o 1782: wierd goedgevonden om te persisteeren bij voormelde besluit van den 22. e deeser en om Edeltje te gelasten tot het benoe„ deeser verschillen. „dat daarsinkes mogte worden g'ordonneerd, om met hem te zaemen te ken „man, om haers verschullen aftedoen, waer na hij bereid was, eene acte „tiragie te benoemen, om die te bestlijten, mits dat Pranscaitier en hij ovon„ meeeder, borge stelden, war det ordoeening van het geen mogte worden sue „den, dat zn van beiden aen de Massar schuldig is, met bijvoeging, dat hij de saeke meet Bannakchaaij Rettengies getul, goede maninen wilde bin„ „men; na dat eerst de saek net bramsinker soude afgedaan „ans gedetermineerd sijn. Wierd na Voorgaende Ddeliberatie goedgevonden en verstaen, om te prsle men van goede mannen ter ofdoening teeven bij het opgemelde besluit deeser vergaedering van den 22„e deeses en om dienvolgens, genoemden Edeltjen, in sijne voorverhaelde qualiteit mal te verpligten, tot het benoemen van goede Mannen van de sijde van kla mandjen, als Erfgenaeme van Mandchengie, tot het afdaan deeser ver En sulx on Maserstande Redenen. schillen, en de sulxs, om reedenen, dat er niets reedelijker, en regtmaetiges all een diergelijke beslissing weesen kan, en dat de door Edeltjen gemaekte ud ebjertien en teegenwerpingen tot niet anders schijnen te streken dl Gist om de saeken, nog langer te vertraegen, en solang te verschuijven, dat hij tijd sal hebben gehad, om alle de nog uijtstaende pretentien van Mandechergie intevoderen, en onder sig te kurijgen, sonder een nigens 4 Crediteur wnden den deen Staet Geseide Ge„ ntendhet en Edelfje Gin G

NL-HaNA_1.04.02_3983_0401 view scan ↗

English

The 31st of March Anno 1792. Cashier Kuper commissioned and ordered Edeltjen of the city mentioned in the text. The said Commissioners have reported the adjacent answer of Edeltjen to the requisition for the delivery of the copy of the testament. To let the matter rest and to request the Director regarding the aforementioned. to satisfy the creditor, while the impossibility in which Paamsinker finds himself to provide sureties for the outcome of such an obscure and tangled question can be no reason to postpone the investigation of the same any longer, the aforementioned Honorable Head Administrator Monte is consequently commissioned and ordered by this meeting to notify the aforementioned Edeltjen that he is enjoined and ordered by this meeting to submit to it within the period of 8 days such good men as he has chosen and appointed on the part of Bouwmandjen for the settlement of the aforesaid disputes. The said Honorable Head Administrator Monte and Cashier Kuper having further reported to the meeting that the aforementioned Edeltjen, upon the requisition to deliver a copy of the original testament of Mandchergie, had answered that the same testament was presently in Bombay at the Mayor's Court, but that he was inclined and undertook to have an authentic copy brought hither from there and to produce it; It is approved and understood: to let the matter rest for the present, but in the meantime to request the Director to inquire of some of the oldest and most honorable of the Persian merchants of this city what would be the most just and suitable way, according to their law, to provide in the meantime for the maintenance of the widow and children of Mandchergie. Thus done, resolved, and decided in the Dutch Office of Surat on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, M.s Monte, P.o Meijer, C.s Lijnis, G. C.n Roeff, and J. Kuper. Thursday. The 12th of April Anno 1792. Before Noon. All Present, Except the Junior Merchant etc. Piper, due to indisposition. After resumption and approval of the last preceding resolution, the following report from the Honorable Head Administrator Monte was submitted to show that, according to the attached report from the warehouse transferer Roeff and Cashier Kuper, one piece and a remnant of a length of 16 ells of red cloth, with 3 remaining pieces of blue cloth and 2 remaining pieces of black cloth, are all moth-eaten and can no longer be preserved, notwithstanding all that has been applied for their preservation. To the Honorable, Worshipful Abraham Josias Sluijsken, Director and Commander-in-Chief of this Direction, Together with The Council. Honorable, Worshipful Sir, Sirs. Upon the report made by the Warehouse Master to me, the undersigned Head Administrator, that besides the two pieces of dark blue cloth brought hither in January of this year per Voorschooten, all the other remaining stock of red, blue, and black cloth was, some less, some more, moth-eaten and damaged, I commissioned the fellow members of this assembly Roeff and Kuper to examine closely all the manufactures in stock and to make a written report to me of their findings. The said Commissioners state in the report addressed to me and annexed hereto: First: the piece of red cloth No. 31246 is entirely moth-eaten. This piece was brought in July 1790 per Hoornweg from Delft to Batavia and from there on the 6th of December of the same year per Vreedenburg hither at 49¼ ells and is still at its full length. Secondly: And the remnant of red cloth No. 30183 is also damaged here and there. This remnant is still 16 ells long, was brought in June 1789 per Delft from Delft to Batavia and on the 22nd of October following per Berkhout with 39 ells hither. Thirdly: The remnants of blue cloth No. 30480 and 31239, both being moth-eaten about 2 to 3 ells at the head ends. The piece No. 30480 was brought in June 1789 per and from as before to Batavia, item on the 22nd of October of the same year per Berkhout with 53½ ells hither, and is still 36½ ells long; and The piece No. 31239 was brought in July 1790 per Hoornweg from Delft to Batavia and on the 6th of December following per Vreedenburg with 50 ells hither, and still contains 42½ ells. Fourthly: The remnant ditto No. 30173, damaged inside here and there by the moth. This piece was brought in 1789 per Delft from Delft to Batavia and in October following per Vreedenburg with 47½ ells hither, and still contains 32¼ ells. The 12th of April Anno 1792. And Fifthly:

Dutch transcription

Den 31„e Maart A„o 1702. dssier kusper gecommitteerd en gelast „en Edeltjel van het in terte vermelde ttad. veseide Gecommitteerdens hebben gera„ itent het neevenstaende andwoord en Edeltje op de Requesitie ter overgae„ ender Copia testament. eede saak te laaten berusten ende Heer Directeur tot de neevens gemelde is te versoeken. — Crediteur te voldaen, terwijl de onmogelikheid, waer in Paamsinker verseend, om borgen te kunnen stellen, voor de uijtkomst van sulk een duistene en ver„ veaperde kesestie, gene Reeden kan sijn, om het ondersoek van deselve langer „eren den E: Hofd Administrateuren uijttestallen, wordende den meergemelde E: Hoofd Administrateur Monte omnstgeven en wat hen oeder ten Casien keeper, dienvolgens door deese vergaedering gecommitteerd en gelast, om dan meergedagten Edeltjen aen te seggen, dat hem door deese Vergaede„ ring geinjungeerd en gelast word, om binnen den tijd van 8 daegen aen haer op tegeeven, sodaene goede mannen, als hij ter afdoening van de voorschree„ ven verschillen van de seide van Bouwmandjen verkooden en benoemd heeft. Geseide E: Hoofd Administrateur Monte en Cassier kuper alverders aen de vergaedering hebende genaporeerd dat maer gewagden Edeltjen, op de Requisitie om een lapia awertegeeven van het origineele Testament van Mandehergie, had„ de g'andwoord, dat hetselve Testament thans te Bombaij was, bij de Majors Court, dog dat geneegen was en aennam, om van daer, een authenticque dus gndgeonden het ooreert bij Copia te laeten herwaerds koomen en te produceeren; Is goedgevonden fpomate bi eenige Eerwanrdigste der en verstaen: het daer bij voor eerst te laeten beerusten, dog om immiddels den Heer Directeur te versoeken, om sig bij eenige van de audste en Eer„ waerdigste van de Persische Cooplieden deeser stad te willen in for„ meeren, welkes de Regtraerdigste en geschikten weg, soude sijn Volgens 96 Den 31„e Maart A„o 1792. Overgelegd een berigt van den E. Hoofd Ad„ ministrateur over eenige door de molte aengestooken Laekenen, volgens haere wet, om voor het onderhoud van de weduwe en kinder van Mandchergie, intusschen te sorgen. Aldus Gedaen Geresolveerd en g'arresteerd in het Noederlands, Com toir souratta ten daege maend en Jaere vormeld /:was geteekend/ A„ J„ Sluijsken, M„s Monte, P„o Meijer,. . . . . . . . . . .. C„s Lijnis, G: C„n Roeff en J„ Kuper Donderdag. Den 12„e April A„o 1792. Voor de Middag Alle Present Uijtgesanderd den ondercoopman etC:a Piper, door Indispositie. Na Resumptie en approbatie der laetst voorgaende Resolutie Weerd overgelegd het ondervolgende Bengt van den E. Hoofd administateur Monten ten geblijken, dat, volgens het daer hij gevoegde Rapport van den Negatie overdraeger Roeff en Cassier kuper, een stuk en een lapter lengte van 16 ellen Rood laeken, met 3 Restant stukken blaeuw La„ „„ en 2: Restant stukken swart Laken, ken, „ alle door de mot aengestooken sijn; en niet langer bewaerd ha nen worden, nietteegenstaande alles wat tot derselver Consur„ gaties aengewend gewordent is. Aan Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raad. Wel Edele Agtbaere Heer. Heeren Op het door den Pakhuismeester aen mij ondergeteekenden Hoofd Administrateur gedaene Berigt, dat buiten de in Ianuarij deeses Iaers per Voorschooten alhier aengebragte twee steekken donker blaeuwe laekenen, alle de overige in voorraed sijnde Restanten, Roode, Blaeuwe en swarte laekenen het eene min, het andere meer, door de matten aengevraeten en beschaedigd waeren, heb ik de meede leeden deeser vergaedering Roeff en kueper gecommitteerd om alle de in voorraed sijnde Manusfacturen Mauwkeurig te Examineeren, en mij van hunne be„ vinding in geschrift verslag te doen. Genoemde Gecommitteerdens seggen bij het aen mij gerigt en deese aengehegt Rapport. Eerstelijk het stuk rood zaaken N:o 31246: is ten eenemael van de mott doorvreeten. Dit stuk is in Julij 1790. per Hoornweg van Delft op Batavia en van daar op den 6. e Decem„ ber desselfden Jaers p:r Vroedenburg alhier met 49¼ ls aengebragt en is nog in sijn volle lengte. Ten tweeden: En het Restant Rood laeken N. o 30183: is meede hier en daer aengelast Dit Restant is nog lang 16: Ca is in Junij 1789. p.:r Delft Jan Delft op Batavia en in dato 22:' october daar aan pr Berkhout met 39 Ell alhier aengebragt. Ten Derden: De Restanten blaeuwe Laekenen N:o 30480 en 35239. sijnde beide aende Hoofd einden Circa 2. a. 3. Ellen door de most doore reeten. Het Stuk No 38180. is in Junij 1789. per en van als eevent of Batavia item in dato 22„en octo„ her desselvden Iaers p. r Berkhout met 53½ Ell alhier aengebragt, is nog lang 36½ lb en Het stuk N:o 31239. is in Julij 1790. p:r Hoornweg van Delft op Batavia en op den 6. Decem„ ber daar aen p:r Vardenburg met 50: C@ alhier aengebragt, traud nog in 42½ Ellen. Ten Vierden: Het Restant dito N.:o 301 ƒ3. van binnen hier en daer door de matt beschaedigd. Dit stuk is in 1789. p.:r Delft van Delft op Batavia en inoctaber daer aen p.:r Vreeden„ burg met 47/x Cls alhier aangebragt, houd nog in 32¼ Ca Den 12„e April A„o 1742. En Ten

NL-HaNA_1.04.02_3983_0404 view scan ↗

English

and 12 April Anno 1792. It was approved to have the same sold at public auction. Fifth: The remnants of black broadcloth No. 2527 and No. 2528 are also damaged here and there by moth. These two pieces were brought in April 1788 by the Phenix from Amsterdam to Batavia, and by the undermentioned vessel on 20 October following brought here; namely: The piece No. 2527 by Spaarenrijk with 50½ Cubits, containing at present still 48¼ Ells, and The piece No. 2528 by Berkhout with 51 ditto, containing at present still 30½ Ells. And finally, that although for preservation we found the same sprinkled between all the layers with black pepper. Awaiting your Honorable and Respectable Sirs' esteemed dispositions, I remain with high esteem, below: Honorable, Respectable, Ruling Lord and Lords, lower: your Honorable and Respectable Sirs' very obedient servant, was signed: M. Monte, in the margin: Suratte, 9 April Anno 1792. To the Honorable Gentleman Matthijs Monte, Senior Merchant and Head Administrator of this Directorate. The undersigned, pursuant to your Honor's esteemed verbal order, went to the Honorable Company's Trade Warehouses, and there accurately examined the broadcloths brought by various ships, and found that the piece of red broadcloth No. 31246 is entirely eaten through by moth, and the remnant of red broadcloth No. 30183 is also affected here and there. The remnants of blue broadcloth No. 3088 and 31239 are both eaten through by moth at the head ends for about 2 to 3 ells, and the remnant of the same No. 30173 is damaged inside here and there by moth; the remnants of black broadcloth No. 2527 and 2528 are likewise damaged here and there by moth, although for preservation we found the same sprinkled between all the layers with black pepper. For the rest, we have the honor to be with all esteem, below: Honorable Gentleman, lower: your Honor's very obedient servants, was signed: G. C. Roeff and J. Kuper, in the margin: Suratte, 6 April Anno 1792. Whereupon deliberation having been held, it was approved and agreed to hereby authorize the aforesaid Honorable Head Administrator to sell the said remnant pieces or remnants of broadcloth at public auction to the best possible advantage. Having been presented, the four-year deed of surety tendered by the codicillary executors of the estate of the deceased Junior Merchant and Warehouse Master Benjamin Librecht Leman for all such damages, deficits, and so forth for which this estate might be found responsible to the Honorable Company, to an amount of two thousand Rijksdaalders, for the term of four years, calculated from the day he passed away here. It was approved to be satisfied therewith, and after the insertion of this, to have the same deed filed among the sureties, as well as to authorize the Pay Bookkeeper Meyjer to now deliver and hand over the deceased's closed pay account to the aforementioned executors. Today, 2 April Anno 1792. Appeared before me, Everhardus Guilliamus Claessen, Assistant and Sworn Clerk of Policy of this Directorate, authorized for this purpose, in the presence of the witnesses to be mentioned hereafter, the Honorable Gentlemen Carolus Lijnis, Junior Merchant and Secretary of Policy, and Abraham Leopoldus Gratiaen, Bookkeeper, First Sworn Clerk of Policy and Secretary of Justice, known to me, who together and each of them individually declared, with renunciation of the benefits ordinis, excussionis et divisionis, having been instructed in the force and effects of this renunciation, to constitute themselves as sureties as principals for the benefit of the General Chartered East India Company, for the complete satisfaction of all such damages, errors, and omissions as

Dutch transcription

98 en 12„e Aapril A„o 1792. Is goedgevonden denselven bij prublicque vendutie te laeten verkoopen. Ten Vijfde: De Rostanten swarte Laekenen N:o 2527: en N„o 2528. sijn alworde door de mott hier en daer beschaldigd. Deese twnee stukken sijn in April 1788. p.r de Phenisier van Amsterdam op Batavia, en ondergenoemde Bodem in dato 20=e october daer aen alhier aengebragt; te weeten. Het stuk N:o 2327. p=r spaerenaijk met 50½ C@b: houdende thans nog 48¼ Ellen en Het Stuk N:o 2528 p:s Berkhout met 51: D. houdende thans nog 30/½ Ellen. En eindelijk dat alschoon wij deselve tot Conservatie tusschen alle de laegen met swa te Peper bestort gevonden hebben. In afwagting van Uwel Edele agtbaeres g'Eerde Dispositien ben ik met Hooge ting /:onderstond:/ WelEdelen Agtbaeren Gebiedenden Heer en Heeren /:lager UwelEdele agtbaeres seer Gehoorsaemen Dienaer. /:was geteekend:/ M„n Monte /:in margine:/ Souratta den 9. e April A:o 1742. — Aan den E. E. Heer. Matthijs Monte. Opperkoopman en Hoofd administratir podg deeser Directie De ondergeteekende hebben ingevolge UwelEdeles G'Eerde mondelinge ordre, ons in voegd in 's E. Compagnies Negotie Pakhuijsen, en aldaer Nauwkeurig g'examineerd: de met dierse scheepen aangebragte Laekenen, en bevonden dat het stuk Rood Laeken N„o 31246 ten eenemaels van de Most doorvreeten en het Restant Rood lacken N„o 30183 meede hier en daer aengetast is. De Restanten blauwe Laekenen N.:o 3088: en 31239. sijn beide aen de Hoofd einden en ca 2a 3ellen door de most doowreeten en met het Restant ditto N„o 30173 van binnen hier en daer door de matt beschaedigd, de Restanten swart Laekenen N„o 252/ en 2528 sp almeede door de most hier en daer beschaedigd, alschoon wij deselve tot Conservatie tussche alle de laegen met swarte Peper bostort bevonden hebben. Overigs hebben wij d' Eer met alle agting te sijn /:onderstond:/ E: E: Heer /:lager Uw elEdeles seer gehoorsaeme Dienaeren /:was geteekend:/ G: C: Roeff en J„ Kuper /:in margine:/ Souratta den 6:' April A„o 1792. Waer op gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaen, voorseide E: Hoofd Administrateur door deesen te qualificeeren om de gedagte E„ E„ Heer Restant Vervolgen dit de te nu ver 29 Vervolgens meede overgelegd de vierjaerige dcte van Borgtogt door de Executeuren van de overleedenen pakhuijsmeester Leman ttratour goedgevonden deselve onder de Borgtogten. te seponeeren ende soldij Boekhouder als nu te qualificeeren tot de afgaeve van der Den 12„' April A„o 1782. Rostant stukken of Lappen Laekenen, bij openbaere Dendutie ten besten mogelijk te Verkoopen sijnde overgelegd, de door de Codicillaire Executeuren, van de Nalacten„ schap van den overleedenen ondercoopman en Pakhuismeester Benjamin Librecht Leman, gepresenteerde acte van Borgtogt voor alle sodaine schae„ den, taneuren enstzij als waer voor deesen boedel aen de Edele Compagnies responsabel te sijn, mogte beevonden worden, tot een bedragen van twee Duijsend Rijxdaelders, voor de tijd van Vier Jaeren, gereekend van den dag dat alhier is koomen te overlijden. Is goedgevonden daer meede genoegen te neemen, en deselve acte, na In„ tandens geboven sodij akoning sentie deeses, onder de Borgtogten te doen seponeeren, mitsgaders den soldij Boekhouder Meyjer te qualificeeren, om als nu, des overloedenes geslootene soldij Reekening aen de voorschreeven Executeuren uijttereijken en aftegeeven. Heeden den 2„e April A„o 1792. Compaseerde voor mij Everhardus Guilliamus Claessen adsistent en Geswoore Clencq van Politie deeser Directie, hier toe gequalificeerd present de Naetemeldene Getuijgen, De WelEdele Heeren Carelus Lijnis ondercoopman en secretaris van Pelitie en Abraham Lespol„ dus Gratiaen, Boekhouder, Eerste Geswore Clercq van Palitie en secretaris van Iustitie, mij bekend, dewelke tesaamen een ieder van hun in het bijsonder verklaerden onder Renumntiatie van de Beneficien ardinis, excusionis et Divisionis, sijnde aan de koragt= en uijtwerkselen deeser Renuntiatie onderrigt, sig te stellen tot Borgen als princi„ paalen ten behoeve van de Generaele Goetacijeerde oost Indische Compagnie, voor de complaete voldoeninge van alle sodanige schaede, asceeren en Ommissie als waer C

NL-HaNA_1.04.02_3983_0406 view scan ↗

English

The 12th of April Anno 1782. Kuper have fulfilled the commission entrusted to them. has appointed arbiters for the settlement of his disputes etc. for which the estate of the late Under-Merchant and Warehouse Master Benjamin Librecht Liman, on account of his having had the latter administration, might be judged to be responsible, under this reservation however, that they, the appearers, for the satisfaction of all that is aforementioned, shall not be held and obligated beyond the amount of Two Thousand Rixdollars of 48 heavy stivers each, and that this their guarantee shall not continue and remain in force longer than four years, calculating from the day that he passed away. For the fulfillment of that which is aforementioned, the appearers bind their persons and property, subjecting the same to all the Lord's Law and Judges. Thus done and passed in the Dutch Trading Office of Souratta on the day, month and year aforesaid, in the presence of the clerks Johan Houghton and Carel de Vassij as witnesses. The minute hereof is properly signed and written on a stamp of twenty-four stivers. Underneath stood: quod attestor. Was signed: E. G. Claessen, Sworn Clerk. The Honorable Chief Administrator Monte and Cashier Kuper have reported to the meeting that, in compliance with the resolution of the 31st of the past month of March, they have further urged the Parsi Edeltjen Kauwtjen, in his capacity as proxy of his brother Bouwmandje Mandchergie, to the appointment of arbiters on his part for the settlement of the disputes between the said Bouwmandjen as heir of the deceased Broker Mandchergie Corseedjen and the present third Broker Pramsinker Gouwenram, likewise in the dispute with Bhanabaeij Rettingie Gokes; and had brought the aforesaid Edeltjen so far that he, in so far, had complied with the aforesaid resolution of this meeting, that in the first-mentioned case he had appointed as arbiters on the part of Bouwmandje, Manneketjent, the Desai of Nassari, and Metteshaeij Soerdas, with the declaration that in the case of Bhanabhaeij Rettingie Gekel he would also appoint arbiters when the above-mentioned case was first disposed of. It was approved to keep record hereof, and likewise to record that Bramsinker Gouwendam has appointed as arbiters on his side, Belsalie Mannektjent Roeptjentz and Gouwendas Boekendas. The Lord Director having given notice to the meeting that pursuant to the resolution of the 31st of March last, after previous conference with some of the oldest and most honorable persons of the Parsi Nation, he had found their common opinion to be that Edeltjen ought to be held, until the adopted son of the deceased Broker Mandchergie Corseedjen, Bauwmandjen, himself comes hither to put in order the affairs of the deceased and to settle the disputes concerning the will, to give to the widow and children of the same Mandchergie for their maintenance thirty-five Rupees each month, and in addition to pay the three hundred and one Rupees which the aforesaid Mandchergie was said to have stipulated and bequeathed in the will for the marriage expenses for each of his daughters, of whom the one was recently married off; but that the aforesaid widow, surely having been informed hereof by one or another, had caused to be presented to him, the Lord Director, the following petition. Honorable Sir To me, through my proxy Curseedje, has been made known the message which Your Honorable was so kind to order him to deliver to me, by which I have found that Hethelje is now intending to grant to me the sum of Thirty-Five Rupees a month, as also a grant of the annual produce of my deceased husband's two gardens for my maintenance. In consequence of this his condition, I request permission to inform Your Honorable that this his offer was made to me some years ago, before my request was brought to Your Honorable; and since I have given so much trouble to Your Honorable's generous person, to the end that I may obtain redress for the many oppressions which I have undergone through his cunning, I therefore cannot come to a submission to accept that which he thinks best to give out to me, looking upon Your Honorable's generous person as my ruler and benefactor. To the Right Honorable Sir Abraham Josias Sluijske Chief for all affairs of the Dutch Nation Souratta

Dutch transcription

100 Den 12„e April A„o 1782. Kuper hebben aen de haer opgedraegene Commissie voldaen. goede mannen benoemd heeft tot het afdoen sijner verschillen UtC: waer vant den boedel van wijlen den ondercoopman en Pakhuismeester Benjamin Librecht Liman, weegens sijn laatstgenoemde gehad hebebende administratie, mogte worden g'ordeeld responsabel te sijn, onder deese behaeling nogthans, dat sij Comparanten tot de voldoaning van al het gunt voorschreeven is, niet verder dan ter Concurencie van een somma van Twee Duijsend Rijxdaelders van 48. swaare stuijvers ieder, gehouden; en verpligt sul„ len sijn, en dat deese hunne Borgtogt niet langer Continueeren en stand houden sal„ dan vier Iaeren, te Reekenen van de dag dat deselve is overleeden. Tot nakoming van het gunt voorschreeven sij, verbinden de Comparanten hunne persoonen en goederen, deselve subjecteerende aen alle 't Heeren Regt en Regteren. Aldus Gedaen en Gepasseerd in het Neederlands Comptoir Souratta ten daege maend en Jaere voormeld, ter presentie van de klerken Johan Houghton en Carel de Vassij als getuijgen. De Minute deeses is behoorlijk geteekend en geschreeven op een Zeegu van vier en twintig stuijvers /:onderstond:/ quod attestor . /:was geteekend:/ E: G: Claessen Geswoore Clercq. Den 8: Hoofd Admistrateuren Casser Den E: Hoofd Administrateur Monte en Cassier kuper, hebben ter ver„ gaedering gerapporteerd, dat sij, ten voldoening aen het besluit van den 35„ der gepasseerde Mand Maert, den Versie Edeltjen kauwtjen, in de quatistut als gevolmagtigde van sijnen broeder Bouwmandje Mandchergie, nater hebben aengedrongen, tot het benoemen van goede mannen aen sijne sijpn tot het afdoens der verschillen tusschen gemelde Bausmandjen als Eufge„ naem van den overleedenen Makelaar Mandchergie Gorseedjen en den presenten- derden Makelaer Pramsinker Gouwenram, someede in het En Eedoltjen so veregebragt dat hij Different met Bhanabaeij Rettingie Gokes, den voorseiden Edeltjen in sovert aen het opgemelde besluit deeser vergaedering, hadde voldaen, dat hij in eerstgemelde saek tot goede mannen van de sijde van Bouwmandje houd hadde en is goede zijn 35„ der weest Ken 105 en is verstaen daer van aenteekening te houden, hebbende Pramsinker meede goede mannen benoemd. zijn agtoren is volgens beslut van den 31„ Maert laatstleeden met Eenige der oudste Persies in conferentie ge„ kennen. Den 12„e April A„o 1792. halde benoemd, Manneketjent, den Dessaij van Nassari, en Metteshaeij soerdas, met verklaering, dat in de saek van Bhanabhaeij Hettin„ goede gie Gekel, meede mannen benoemen soude, wanneer de boven„ gemelde saek eerst was afgedaen. Is goedgevondent hier van deese aenteekening te houden, en alsa meede anteteekenen, dat Bramsinker Gouwendam tot goede mannen van signe sijde, benaemd: heeft, Belsalie Mannektjent Roeptjentz en Gouwendas- Boekendas. Den Heer Directeur aen de vergaedering hebbende kennisse gegoe„ 35 weesten geft het neeven staende te ven/, heer ingevolge het besluit van den 31. e Maert laetstleeden na voorgaende Conferentie, met eenige der oudster en Eerwaardigste liedent van de Persesche Natie gevonden had, desselver gemeene ge„ voelens te sijn, dat Edeltjen beehoorde gehouden te worden, om, tot dat den aengenoomen soon van den overleedenen Makelaer Mandcher„ gie Gorbeedjen, Bauwmandjen, selos herwaerd f komt, om order op de sae„ ken van den overleedenen te stellen, en de verschillen over het Testa„ ment aftedoen, aen de weduwe en kinderen van denselven Mand„ isangie tot haare alimentatie te geeven, ieder maand vijff en Dertig Ropijen, en daer en kooven te betaelen, de drie Honderd en Eene Ropij welke Ver„ 102 Den 12„e April A„o 1792. van Mandchergie intusschen aen sijn Agtbaere een Request overhandigd. welke voorschroeven Mandchergie, bij het Testament behaeld en b sprooken soude hebben, tot de Huwelijks onkosten voor ieder sijn hebbendede interte vermede wedeuewe dagters, van welke de eene onlangs uijtgetrouwd is, dog dat de vor schreeve weduwe seekerlijk hier van, door den een of ander onder„ regt geworden sijnde, aan hem Heer Directeur had doen prosenteere het ondervolgende Requeest. Eerwaerde Heer Mij is, door mijne Gemagtigde Curseedje te kennen gegeeven de Boodschap welke UwelEdele agtbaere so goed is geweest hem te ordonneeren mij overteleeveren, bij welke i gevonden heb, dat Hethelje nu van voorneemen is, om aen mij toeteleggen de somma aan Vijff en Dertig Ropijen 's maends, als ook een toegift van de Jaerlijxe producten van mijn overleedene mans twee tuijnen voor mijn onderhoud. Ingevolge van welke deese sijne voortwaerde, versoek ik verloff Uw el Edele Agtbaere te infor„ meeren, dat deese sijne aenbieding, aen mij gedaen is eenige Jaeren geleeden, bevoorens mijn versoek tot Uwel Edele Agtbaere is gebragt, en daer ik so veele moeijelikheid aen Uwel Edele Agtbaere Genereuse persoon gegeeven hebben tin waerop einde ik redres mag verkrijgen, voor de meenige onderdrukkingen, welke ik he ondergaen door sijne listen; dierhalven kan ik tot eene onderwerping niet koomen, om te Accepteeren, het geene hij best denkt aen mij uit te geeven siende op Uwel Edele Agtbaeres Genereuse persoon als mijn beestierder en Aan den WelEdelen Agtbaeren Heer Abreaham Josias Sluijske Cheff voor alle saeken van de Hollandsche Natie Souratta weldoender.

NL-HaNA_1.04.02_3983_0409 view scan ↗

English

103 Surat, Anno 1792. ƒ Whereupon, having been deliberated. The 12th benefactor, and therefore requests nothing but ordinary justice, and I pray with the addition that my request may be regarded with true approval; and should your Honours find him and Bouwmandjen to be the actual executors of my husband's estate, I have no further reason to expect or to receive any maintenance provided by him, as little reliance can be placed upon his promise; of his previous offer of the same maintenance I have been deprived for these past four years; his present pretext before your Honours I can solely attribute to nothing other than a mere pretext to thereby evade and escape your Honours' justice for the present, and afterwards to begin anew that which I have already experienced; and concerning his request that the case may be suspended until Bouwmandjen should have returned from Ceylon. My entire claim against him is for 6,000 Rupees, which he obtained from me in person in a clandestine manner, in jewels and cash during the unfortunate state of affairs between the English and Dutch nations in 1783, giving me to understand that I should hand them over to him and that he would see to it to restore them, when affairs should be concluded between the two nations; should the said parties by your Honours' laws and in justice be found to be the administrators of my husband's estate under the testament that they hold, I have no further claim upon them other than solely that it may then please your Honours' righteousness to compel the said Edelje to restore to me the jewels and cash which he received from me in person, which does not in any way concern the estate; but if they shall be found to be conspiring together here, I then rely upon the Honourable Dutch Company's Justice, that they shall be compelled to present a proper account before your Honours, and that through your Honours' justice the creditors of the deceased shall be satisfied, of which they are now deprived; I can say nothing more, but shall as in duty bound always pray /:signed:/ with some native characters. Whereupon, having been deliberated and taken into consideration, partly that the aforementioned opinion of the elders of the Parsi nation is not only very reasonable, but would moreover also agree with the will of the deceased, since he by the 104 The 12th April, Anno 1792. To order as follows: the testament that is now being called into question would have expressly ordered that his two wives /:of whom one is now deceased:/, so long as they lived, should have to remain living with his son Bouwmandjen Cauretje aforesaid, who would have to ensure that they were provided with suitable maintenance of food, drink, and clothing; and on the other hand, that the above-inserted petition of the widow, which is provided with no proofs, cannot prevail against this, but she ought to be obliged to content herself therewith for the present, without prejudice to her rights; it was approved to order the repeatedly mentioned Edeltjen, in his frequently mentioned capacity, to deliver and pay monthly to the said widow and her children a sum of thirty-five Rupees, and that until such time as Bouwmandjen himself shall have come hither and the disputes over the testament shall have been settled; and moreover to pay a sum of 31 Rupees to the said widow for the wedding expenses of the recently married daughter; furthermore, to cause the aforesaid widow to be notified in like manner that she will have to content herself with this arrangement for the present, until such time as Bouwmandje shall come hither and reach an agreement with her concerning her complaints 105 Furthermore, the request mentioned in the text being made by the said Edeltjen to the Lord Director, which is granted. complaints and demands. Finally, notice was also given by the Lord Director how the aforementioned Edeltjen Kauwtjen had presented himself the day before yesterday to His Honour, with an urgent request that the affairs of his brother and principal, the repeatedly mentioned Bouwmandjen, might be suspended and postponed by this assembly, and that he be granted a proper period of time to be able to persuade the said Bouwmandjen to come hither from Colombo, where he currently finds himself, and with which he wished to use all possible diligence and haste. Whereupon, having been deliberated and taken into consideration, on the one hand, that an agent cannot be refused permission to ask and obtain, concerning matters of such consequence, the opinion and instructions of his principal; and on the other hand, that the return of the aforesaid Bauwmandje could at once put an end to all these disputes; it was approved and understood to grant the said request, without thereby derogating or deviating in the least from the aforesaid resolution concerning the maintenance of the widow and children of Mandchergie. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch Factory at Surat, on the day, month, and year aforesaid /:was signed:/ A. J. Sluijsken, M:r Monte, E. Meijer, C. Lijnis, G. C. Roeff, and J. Kuper. The 12th of April, Anno 1792 Thursday

Dutch transcription

103 Girel A„o 1792. ƒ waerop gedelibeteerd zijnde. Den 12„ weldoender en versoekt dienvolgens net als gewoone Recht, en uw bid met bijvoeging. dat mijn versoek mag beschouwd worden met waere goedkeuring, en soude uwel Ede„ le agtbaere, hem en Bouwmandjen vinden te sijn de Reele Executeurs van mijn mans Nalaetenschap, heb ik geen verder Reeden om te verwagten of te ontvangen eenig onderhoud dat door hem gegeeven word, also op sijn belofte weinig staet kan gemaekt worden; van sijne voorige aenbieding van deselve onderhoud Een ik verstooken geweest nu deese vier Jaeren geleeden, sijn voorgeeven nu voor Uwel„ Edele agtbaere kan ik eeniglik toeschryven aen niets anders als een enkeld voor„ wendsel om daar door Uw elEdele Agtbaare Recht voor het teegenswoordige te ontkoo„ men en te ontvlugten en om naderhand weederom te beginnen het geen ik, al„ reeds heb ondervonden, en omtrend sijn versoek dat de saek mag opgehouden worden tot dat Bauwmandjen van Ceijlon soude geretourneerd sijn. Mijn geheele Eijsch op hem is voor 6000: Ropijen, dewelke hit in persoon van mij verkreegen heeft op een Clandestine wijse, in Juweelen en Contanten in de ongelukkige toestand van tijd tusschen de Engelsche en Hollandse Natien in 1783. mijn te verstaen, geevende, om die overtegeeven aen hem en dat hij soude sorgen om die weeder te Restitueeren, wanneer de saeken soude sijn beslooten tusschen de beide Natien, souden de geseide Parthijen bij Uwel Edele agtbaere Wetten en in Regten bevon„ „den worden de derle administrateurs van mij mans Nalaetenschap bij het Testament dat sij houden, heb ik geen verdere Eijsch op haer als Eeniglijk dat het UwelEdele Agtbaere regtmaetigheijd als dan beleeven sal om geseide Edelje te dwingen mij te Restitueeren de Juweelen en Contanten, welke hij in persoon van mij ontvangen heeft, het welk in geenendeele de Nalaetenschap aengaet, maer als sij sullen bevonden worden hier insaamen te spannen, so vertaet ik mij dan op de Edele Neederlandsche Compagnees Recht, dat sij sullen gedevon„ gen worden een behoorlijke Reekening voor UwelEdele Agtbaere te vertoonen en dat door UwelEdele Agtbaere Regtvaardigheid de Crediteuren van den overleedenen sullen worden te vreeden gesteld, van het welke sij nu verstoek en sijn; Ik kan niets meer seggen, dog sal als na gehoudenisse altoos bedden /:geteekend:/ met Eenige Inlandse Caracters. Waerop gedelibereerd en in aen aenschouw genoomen sijnde, rens„ deels, dat het voorengedagte gevoelen der oudsten van de Persische Natie, niet alleen seer Reedelik is, maer daer beneevens ook overaen„ koomen soude, met de wille van den overleedenen, also die bij het 104 Den 12„ Aprril A„o 1792. om staende te gelasten het Testament, dat nu in questie getrokken word, er pres soude gelast hebben, dat sijne twee vrouwen /:van welk de een nu overleeden is:/ so lang sij leefden, souden moeten blijven woonen, met zijn soon Bou„ mandjens Cauretje voormeld, welke souden moeten sorgedraegen, dat w een indientlik onderhoud van Leten, drinken en kleederen voorsien wierden, en anderendeels, dat het bovenginsereerde Request van dan Weduwe, hetwelke van geene bewijsen, oorsien is, daer tegens mit „peroren kaar, maer sij verpligt beheord te wrden, om sig voor het tegensin et dige daermeder te meede, te houden; sonder benadeeling, van haer Regt; wiuerd andegeone an delje het wer„ wierd goedgevonden, meergenoemden Edeltjen, in sijne veel gemelde gue liteit te gelasten, om aen de geseide weduwe in haere kinderen maende, lijx aftegeeven en de betaelen eene somma van Vijff en Dertig Ropeijen en d sulx tot so lange, dat Bouwmandjen selvs sal herwaerds gekoomen, en verschillen over het Tostament sullen afgedaen sijn, en om daerbeneevigh Somma van 31: Ropijen, aen geseide, weduwe te betaelen voor de Huwselijks ongelden van de onlangs getrouwde Dogter, voorts om de vorschreeve weduw in gelijker voegens te doen aenseggen, dat zij sig met deese schikkinge voor, het teegenswoordige, sal moeten te vreeden: houden, tot so langs Bauwmandje sal herwaerds koomen, en sig met haer omtrend haer klagten 105 wordende verders nog door gedagte Edeltjen aan den Heer Directeur het in taxtu ver„ melde versoek gedaen. het welk gacandeerd word. klagten en vorderingen verdraegen hebben. Eindelijk wierd nog door den Heer Directeur kennis gegeeven, hoe dat mer gewaagden Edeltjen kauwtjen, sig op voorgisteren bij sijn agtbaere vervoegd had, met instantig ver„ seek dat de saeken van sijnen broeder en Principael Bouwrmandjen meergenoemd bij dee„ de vergaedering mogte worden gesurcheerd en uijtgesteld, en ham een behoorlijke tijd vergund, om gedagte Bouwmandjen te kunnen persuadeeren, om van Colom„ „ba, alwaer sig thans bevind, herwaerds te koomen, en waermeede hij alle mogelijke Diligentie en haest maeken wilde. Waer op gedelibereerd en in aenschouw genoomen sijnde, aen de eene kant, dat men een gemagtigden niet kan weigeren, om over saeken van dienge„ lijke gevalgen, het gevoelen en de Directie van sijnen Principael te vrae„ gen, en inteneemen, en aen de andere sijde, dat de terugkomst van voor„ schreeve Bauwmandje op eens een einde aan alle deese verschillen sou„ de geeven kunnen; wierd goegevonden en verstaen het gedagte versoek toetestaen, sonder daer door van het voorengemelde besluit omtrend de Ali„ mentatie der weduwe en kinderen van Mandchergie het Minste te de„ rogeeren of aftewijken. Aldus Gedaen geresolveerd en gearresteerd in het Neederlands Compo toir Souratta ten daege maend en Jaere voormeld /:was getee„ „. kond:/ A„ J„ Sluijsken; M:r Monte, E„n Meijer. . . . . . . . . C„s Lijnis, G„n C„ Roeff en J„s Kuper. Den 12„e April A„o 1742 Donderdag

NL-HaNA_1.04.02_3983_0412 view scan ↗

English

106 Thursday Submitted the return of the sold cloths. And agreed to let the loss incurred thereon be written off. After resumption and approval of the latest resolution, there was submitted the following return, drawn up by the Honorable Trade Bookkeeper, of the cloths sold by public auction pursuant to the resolution of this assembly of the 18th of April last, showing that the same have fetched ƒ428:1:8 less than they were booked for. Return of such red, blue, and black cloth as today, in compliance with the resolution taken on the 12th of this month in the Council of Policy, in the presence of the commissioned Council members George Christoffel Raeff and Johannes Kuper, were publicly auctioned and sold to the highest bidder; with an indication of their purchase and sale costs, and the loss incurred thereon; namely: Purchase. Sale. Money. Per Cent. 4 1/10 @ Cloth, scarlet red. . . . . . . No 312462. . . . . . . ƒ 299:3:8 ƒ 203: 3: ƒ 96:—: 8: 32 1/12 16: — Cloth, scarlet red. . . . . . . No 30183. . . . - ƒ 97:13:- ƒ 72:—:- ƒ 25:13:- 26¾: 1 32¼ Cloth, blue. . . - - -. No 30173. . . . . ƒ 179:8:- ƒ 84:13:— ƒ 94:15:— 52¾ 36½ Cloth, blue - - - - - No 30180. . . . . . ƒ 221:19:— ƒ 131:8:—: ƒ 90:11:— 40¾ 42½ Cloth, blue. . . . . . . No 36239. . . . . ƒ 236:6:8: ƒ 153:—: — ƒ 83:6:8 35¾ 18¼ Cloth, black. - - - - - No 2527. . . - - - ƒ 86:14: ƒ 72:1:- ƒ 14:3:- 16 7/8 30½ Cloth, black. - - - - - No 2528. - . . . . ƒ 144:17:8: ƒ 121:8:- ƒ 23:11:8 16:8 Total. . . ƒ1266: 1:8 ƒ838: —: ƒ428:1:8: 33 61/72 In the Trade Office, Surat, this 18th of April, Anno 1792 was signed: M. Monte Whereupon, having deliberated and taken into consideration that this damage could not possibly have been prevented, notwithstanding The 3rd of May, Anno 1792. Before noon All present 107 The 3rd of May, Anno 1792. all precautions taken against it, it was approved to have the said loss, amounting to 33¾ per cent, written off in the trade books according to orders. The said Honorable Trade Bookkeeper having also shown by the following report how the distribution should be made of the 5 per cent bonus on the fetched prices with an advance of 50 per cent on the linens brought to the Netherlands and sold by the Amsterdam Chamber in 1788; It was agreed to give effect to the aforementioned distribution accordingly, and thereby to have the share of the Junior Merchant van Eijk, currently residing on Banda, delivered to his authorized representative, the Secretary Lijnis, upon the request that the latter made for that purpose. Right Honorable Sir and Sirs. Upon the copy of the extract returns received and handed to me, the undersigned, of the Surat linens received in Anno 1788 by the Amsterdam Chamber To the Right Honorable Sir Abraham Josias Sluisken Director and Commander-in-Chief of this Directorate Together with The Council. and 108 The 3rd of May, Anno 1792. and sold there with an achieved advance of 50 per cent, I have the honor to report: 1. That according to the authentic copy of the Batavia extract return attached hereto, for the 5 per cent calculated for distribution on a purchase cost of ƒ42858: 8:-, there is credited. . . . ƒ 1742: 17:— 2. That those sold goods among others were accepted in the autumn of 1787 by the then Political Council, the same consisting at that time of: A Director, named in the heading hereof; A Head Administrator, the signatory hereof; A Warehouse Master, the Junior Merchant E. N. Wiardi; The Fiscal, the Junior Merchant E. Meijer; A Small Cashier, the Junior Merchant G. Piper; A Secretary of Policy, the Junior Merchant C. Lynef; A Junior Merchant awaiting employment, P. A. van Eijk; and A Trade Transfer Bookkeeper and Council Member, G. C. Raeff. 3. That the regulation approved by Their High Mightinesses by missive to the previous Ministry, dated 19th of August 1746, concerning an honest livelihood for all the servants in this Directorate, lays down: A Junior Merchant without employment, if he receives. . . . . . . . 1: —. then shall have: A Trade Transfer Bookkeeper, being a member of the Council: . . . . 1 1/8 A Head Administrator: - - - - - - - - 3 1/8. A Fiscal: - - - - - - - - - - - - - - 1 5/8 A Warehouse Master: . . . . . . . . . . . . . 1 1/8. A Secretary: . . . . . - . . . . . . . - 1 1/8 A Cashier: - - - - - - - - - - - - 1 7/8. A Director: - - - - - - - - - - - - 8: 1/8 The Director . . - - - - - - - - - ƒ 498:11: 8 The Head Administrator . . . . . . . . . ƒ 191:15:— The Junior Merchant without employment - - - - - - - - - ƒ 61: 7: 8: The Fiscal - - - - - - - - - - - - - ƒ 115: 1: -. The Warehouse Master - - - - - - - - - - ƒ 69: —: 8: The Trade Transfer Bookkeeper - - - - - - - - - - ƒ 69: —: 8: The Secretary . . - - - - - - - - - ƒ 69: —: 8: The Cashier - - - - - - - - - - - - ƒ 69: —: 8: Total ƒ1142: 17:— as before. In the hope of having hereby complied with Your Right Honorable's esteemed intention, I remain with high esteem, beneath stood: Right Honorable Sir and Sirs, lower: Your Right Honorable's very obedient servant, was signed: M. Monte, in the margin Surat, the 30th of April 1792.

Dutch transcription

106 Donderdag Overgelegd het Rendement der verkogte Rrekenen. En verstaen het daer op gevallena verlies te laeten afschrijven. Na Resumptie en approbatie der laetste Resolutie Wierd overgelegd het ondervolgende door den E Negotie Boekhouder ge„ formeerde Rendemant der ingevolge besluit deeser vergaedering van den 18„e April Jongstleeden bij Publicque vendutie verkogte Laekenens, ten geblijke dat deselve ƒ428:1:8: minder hebben gehaekt dan aengeschreeven geworden sijn. Rendement van sodaenige Rod, Blauw en swart Laeken als heeden ter voldoening aen het op den 12:e deeser in Raede van Pelitie genoemene besluijt ten bijweesen van de Gecommitteer„ de Raedsleedens George Christoffel Raeff en Johannes Kuper Publicq geveeld en aen den meestbeedenden verkogt sijn; met aen„ wijsing van derselver Inenverkoops kostende, en het daer op ge„ vallene Verlies; te weeten. Inkoops Verkogks. Gelden n „r C„ 4 1/10 @ Laeken schairrood. . . . . . . N„o 312462. . . . . . . ƒ 299:3:8 ƒ 203: 3: ƒ 96:—: 8: 82 1/1: 16: — „ Laeken schaerood. . . . . . . „ 30183. . . . - „ 97:13:-„ 72:—:- „ 25:13:-„ 16¾: 1 324 „ Laeken Blauw. . . - - -. „ 30173. . . . . „ 179:8:-„ 84:13:—„ 94:15:—„ 32 /¾ 36½ „ Laeken Blauw - - - - - „ 30180. . . . . . „ 221:19:—„ 131:8:—:„ 90:11:—„ 40¾ 42½ „ Laeken Blaeuw. . . . . . . „ 36239. . . . . „ 236:6:8: „ 153:—: —„ 83:6:8„ 35¾ 18¼ „ Laeken swart. - - - - - „ 2527. . . - - - „ 86:14:„ 72:1:-„ 14:3:-„ 16 7:8: 7 30½ „ Laeken swaat. - - - - - „ 2528. - . . . . „ 144:17:8: „ 121:8:-„ 23:11:8„ 16:8: Somma. . . ƒ1266: 1:8 ƒ838: —: ƒ428:1:8: 3: /61 In 't N„ts Comptoir Souratta adij 18„e April A„o 1792 /:was geteekend:/ M„rn Monta Waerop gedelibereerd en in aenschouw genoomen sijnde, dat deese schaede onmogelijk heeft kunnen worden voor komen, nietegenstaende Den 3„e Maij A„o 1702. Voor de Middag alle Present alle En den gemagt 107 Den 3„e Maij A„o 1792. vanngelegde bengt kopens de gemaekte ge„ verdeeling der 5 p„r C„o van de in Needer„ mmnten gevolg neemen; En het aendeel van den op Banda bevinden„ en soldij Boekhouder van Eijk aan dien gemagtigde alhier den secretaris Lijnit alle daerteegen genoomene voorsorgen, Is goedgevonden hetselve ver„ te lies maekende 33¾ p„r C„, na de ordre bij de Negotie breken te laeten afschrijven desonden d:Hoof Admistatur meede Den gemelden E: Negotie Boekhouder bij almeede ondervolgend en 1ele verkogt Lijenten also Berigt hebbende aengetoond, hoedaenig. de verdeeling behoord te geschie„ den vande 5. p„r Cento Dauceur op de behaelde prijsen met een avans van 50 p„rCento van de in Neederland aengebragte en bij de kamer Amsterdam in 1788: verkogte Lijwaeten; Wierd verstaen de voorschreeven verdeeling also gevolg te laaten niemen, en daer bij het aendeel, van den sig thans op Banda bevin„ van denden onderkoopman lijk te laeten afgeeven aen desselvs gemag„ tigden, den secretaris Lijnis, op het versoek dat deesen daer toe gedaen heeft. Wel Edele Agtbaere Heer. En D Heeren Op den ontvangene en aen mij ondergeteekende ter hand gestelde Copia Ex„ tract Rendementen der in A„o 1788. bij de kamer Amsterdam ontvangene Aan Den WelEdelen Agtbaeren Heer Abraham Josias Sluisken Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie Beneevens Den Raed. en 108 Den 3„' Maij A„o 1702. en aldaer met een behaeld advans van 50 p=r C=o verkogte souratse Liquiaeten, heb ik de Eer te berigten. 41 Dat uijteijsens het deese bijgereegd Copia duthenticg Pataiasechae Extract Rrendement voor de ter verdeling bereekende 5 prCo op een Inkoops kostende van ƒ42858: 8:- bekend staet. . . . ƒ 1742: 17: I / Dat die verkogte Goederen /:onder meed :/ in het najaer 1787: door den toenmaeligen Potituc„ quen Raed g'accepteerd sijn, bestaende denselven te dien tijd in Een Directeur in den Hoofden deeses genoemd Een Hoofd Administrateur den teekenaer deeses Een Pakhuismeester den ondercoopman E„ N„ Wiardi Den Fiscael den ondercoopman E„ Meijer Een klein Cassier den ondercoopman G: Piper Een secretaris van Politie den ondercoopman C„s Lynef Een Emplooij staffwagtenden, ondercoopman p A van Eijk en Een Negotie overdraager En Hp: den Boekhouder G: C: Reeff. II „ Dat het door hunne Hoog Edelheedens bij missive aan het voorige Ministerie in dato 19:' Augustus 1746. goedgekeurd Reglement aengaende een Eerlik mid„ „del aan bestaen voor gel de Dienaeren in deese Directie, Legt Een ondercoopman buijten Emplooij als die trekt. . . . . . . . 1: —. dan sal hebben Een Megotie overdraeger lnsz: sijnde een lid des Raads stelle. . . . 1 1/8 Een Hoofd Administrateur - - - - - - - - 3 1/8. Een Fiscaal - - - - - - - - - - - - - - 1 5/8 Een Pakhuismeester. . . . . . . . . . . . . 1 /8. Een Secretaris. . . . . - . . . . . . . - 1 1/8 Een Cassier - - - - - - - - - - - - 1 7/8. Een Directeur - - - - - - - - - - - - 8: 1/8 Den Directeur Den Hoofd Administrateur . . . . . . . . .. Den onderkoopman bueten Emplooij - - - - - - - - - ƒ 149: 61: 7: 8: Den Fiscael - - - - - - - - - - - - - 149. „ 115: 1: -. Den Pakhuismeester - - - - - - - - - - ƒ149. „ 69: —: 8. Den Negotie overdraeger - - - - - - - - - - ƒ149: „ 69: —: 8: Den Decretaris. . - - - - - - - - - 7/149. „ 69: —: 8: Den Cassier - - - - - - - - - - - - /49. „ 69: —: 8. 1/8 14 /1 ƒ 191:15:— Inhoope hier meede aen UwelEdele Agtbaeres G'Eerde Intentie voldaen ter hebben verblijff ik met Hoog agting /:onderstond:/ WelEdelen Agtbaeren Heer en Heeren /:lager:/ Uw el Edele Agtbaere/ zeer gehoorsaemen Dienaer /: wat ge„ teekend:/ Mo„rs Monte /:in margine Souratta den 30:e April 1792. Teld - - - - - - 1. ƒ1142: 17:—. als vooren: Addeert . . 18 3/86 Dees voor . . - - - - - - /49 ƒ 498:11: 8: Synde

← previousnext →