Inventory 3986
Japan · 868 pages · 260 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the 30th of July 1792 as well as the surplus of the under-received pay and emoluments of Captain Lieutenant, were duly received upon this, and requesting therefore that the said Alexander van Ostheim might be granted not only this under-received surplus, from the time that the above-mentioned Captain and Chief von Zawaditzky passed away, but also that in the future the pay of Captain Lieutenant might be paid out to him. Resolution of the Council. And this having been deliberated and reflected upon, that although the aforementioned Alexander van Ostheim, notwithstanding this his alleged promotion, is not provided with any commission of Captain Lieutenant or any other proof by which he would be able to show that he was actually promoted to that capacity at the Cape, it is nevertheless unanimously acknowledged by the collective officers under the aforesaid Regiment that he is, according to seniority, the eldest Captain Lieutenant; and that, since also recently, or on the 13th of April last, several Captain Lieutenants were appointed by Their High Excellencies without any mention being made therein of the aforesaid Alexander van Ostheim, it seems from this must be inferred that the frequently mentioned van Ostheim was considered by Their High Excellencies as already holding the effective capacity of Captain Lieutenant, since it is not to be supposed that Their High Excellencies would otherwise have passed him over and appointed officers junior in rank to him as Captain Lieutenants, as [illegible] that this would conflict with the Capitulation of the said Regiment; since by article 14 thereof it is clearly stipulated that all promotions, up to the rank of Captain, must take place according to seniority in the said Regiment, not per company, but throughout the entire regiment; it is therefore resolved and understood to postpone the resolution regarding the surplus requested by the said Ostheim, on account of the under-received pay and emoluments as Captain Lieutenant, until such time as he shall actually be able to show when he was promoted to that capacity at the Cape; since there is no proof from what time this surplus should be calculated; but on the other hand, henceforth to grant him the pay and emoluments of Captain Lieutenant, and to commence this with the 13th of April last, or the day on which the commissions of the aforementioned Captain Lieutenants appointed by Their High Excellencies were signed; and to inform Their High Excellencies thereof. Resumed the reading of a memorial written in French and presented to the Governor by the chaplains of the Regiment of the Duke of Württemberg, Mr. Johan Fredrik Spoenlin and Mr. Johan Haas, concerning the right they believe they have, in the event that someone belonging to the said Regiment wishes to enter into the marital state, to perform the nuptial blessing; which memorial in substance contains that they, the chaplains, not possessing a sufficient command of the Dutch language to be able to express their opinion properly therein, had therefore taken the liberty of resorting to the French language to make a representation regarding a certain ecclesiastical right which had never to this day been contested to their Regiment, but concerning which it appeared that the Governor held a different view; that they were, however, all too well convinced of His Honor's upright equity to attribute this to other motives than the order and maintenance of the country's laws, which could prescribe duties to someone placed in authority; and that they requested that the sincerity of their intentions might not be doubted, as they found themselves placed under the grievous necessity of having to stand upon their rights, in the firm assurance that they would also obtain an impartial and clear decision thereon; that it was by no means a personal or private matter, nor their own authority, nor their own interests that they sought to defend, and that this was much less to be attributed to litigiousness or extreme [illegible]
Dutch transcription
den 30„e Julij 1792 „ven zo wel het sur„ „plus van het te min ontvangene „gage en Emoliementen „nant, hierop behoorlijk kwaamen te ontvangen, en met verzoek dier„ En verzoekt dierhal„halven, dat aan gedagte Alexander van Ostheim, niet alleen, dit te min genootene surplus, mogt verstrekt worden, van de tijd af, dat de op gem: Capitein en Cheff, van als in het vervolgden zawve litskij overbeeden is, maar dat ook voortaan de gagen van Capitein Lieuten van Capitein Lieutenant aan hem mogt werden uitgekeerd, Ca s Raads Dispositie en hier om gedelibereerd en gereflecteerd zijnde, dat hoe zeer opgem: Alexander van Ostheim, ongeacht deeze zijne voor„ „gewende bevordering, van geen Capiteen Lieutenants acte of eenig ander bewijs voorzien is, waarmeede hij zoude kun„ „nen aantoonen, dat hij aan de baab, werkelijk tot die qua„ „liteijt is bevorderd geworden. —. doch door den gezamentlij „ke officieren, onder het voorsz: Regiment, echter eenpaarig erkend word, dat dezelve, volgens rang, de oudste Capi„ „tein Lieutenant is, en dat, naardien, ook onlangs, of op den 13„e April l:l: verscheide Capitein Lieutenants door H: H Edelh aangesteld zijn, zonder dat van voorschr: Alexander van Ostheim daarbij eenig gewach is gemaakt, over zulks daar uit schijnt te moeten worden afgeleid, dat meerm: van ost„ „heim door Hun Hoog Edelh: is geconsidereerd geworden, als reeds de effectieve qualiteijt van Capitein Lieutenant bezitten„ „de, daar het niet te stellen is, dat welm: Hun Hoog Eedelh hem anders zouden zijn voor bij gegaan, en jongere officieren in rang als hij tot Capiteins Lieutenants aangesteld hebben, alzo Capitaalen ook na de order ingenoomen waaren, - dat zulks met 643 den 30=e Julij 1792: de veldpredikers van het Regiment van „temberg, in gedien„ het fransch. zulks met de Capitulatie van het gem: Regiment zoude strijden; alzo bij artic=l 14: van dezelven wel duidelijk is bepaald, dat alle advancementen, tot den graad van Capi„ „tein toe, geschieden moeten, volgens ouderdom in het gem: Regiment, niet en iedere Comp=e maar over het geheele re„ „gement; zo is goedgevonden en verstaan, de dispositie om„ „trent het door den gem: Ostheim verzogte surplus, wee„ „gens de te min genootene gage en emolumenten, als Capi„ „tein Lieutenant zo lang uittestallen, tot dat dezelve daade „lijk zal kunnen aantoonen, wanneer hij aan de baat tot die qualiteijt is bevordert geworden; —. vermits er geen 5 bewijs is, van wat tijd dit surplus gereekend zoude moeten worden; doch daarenteegen, aan denzelven, voortaande „ gage en emolumenten van Capitain Lieutenant te la„ „ten verstrekken, en daarmeede een aanvang te doen maa„ „ken, met den 13„e april l:l:, of den dach, waarop de actens der opgedagte door Hun Hoog Edelh: aangestelde Capitein Lieutenants geteekend zijn; -. en Hun Hoog Edelh: hier van kennis te geeven. - Peresumeerd zijnde, een door den Veld predikers onder Lectuur van aen door„ het Regiment van den Hartog van Wartemberg, M=r Johan den Hartog van wur„ Fredrik Spoenlin, en M=r Johan Haas, aan de Heer Joun de memorie in „verneur gepraesenteerde, en in het Fransch geschreevene me „ret strkken schild te laten opgeeven, hoe die lme „morie r „taale den 30„e Julij 1792: te vermeenen, recht „hoorende, indien zij „ken, de Inzeege„ „eeelijk te geeven „morie, handelende over het recht, dat zij vermeenen te hebben, waarbij zij zeggen om, ingevallen dat zieh iemand, tot het gem: Regiment gehoo„ tot het Regimentg„rende, in den echten staat wil begeeven, de inzeegening komen te Huwe sijn van het Huwelijk te verrichten; en welke memorie in substan„ „ning van het Hu„tie behelst, dat zij veld predikers; de Hollandsche taal niet genoeg magtig zijnde, om hunne meening daarin behoorlijk te kunnen uitdrukken derhalven de vrijheid hadden gebruikt, de Fransche taal tot hulp te neemen, om voordragt te doen, weegens zeeker kerkelijk recht, het welk tot heeden nooit aan hun Regiment was betwist geworden, maar waar omtrent het schaen, dat de Heer Gouverneur anders van gevoelen was„ dat zij echter alte wel overtuigd waaren, van zijn Ed: recht„ „vaardige billijkheid, om zulks aan andere inzicht tot order en het onderhouden van 'slands wetten, iemand die in het gezach gesteld was, konden voorschrijven; -. en dat zij ver„ „zogten, dat aan de oprechtheid hunner bedoelingen niet mogt getwijffeld worden; daar zij zich in de droevige nood„ „zaakelijkheid gebracht vonden, om op hunne rechten te moeten blijven staan, in die vaste verzoekering, dat zij daar op ook een onpartijdige en klaare beslirsing zouden erlan„ „gen; —. dat het geensints een eigene, of privaate zaak, nog ook hunne eigene authoriteijt, nog hunne belangens waaren, welke zij zogten te defendeeren, en dat zulks „ veel minder nog was toeteschrijven, aan twist=zugt, of verregaande Capitaalen ook na de order ingenoomen waaren, — dat met
English
the 30th of July 1792. far-reaching pretensions, but that they, on the contrary, could flatter themselves with having always displayed during their ministry the purest sentiments of tolerance and submission to the laws of the land, and moreover with never having insisted on favors, and that if this case could be regarded as such, they would not have uttered a word about it; but that their duty, and the accountability which they owed to the illustrious proprietor of the regiment and their Consistory, placed them under the necessity of watching over their own security; that the Lord Governor would even feel that, acting otherwise, they would respond very poorly to the trust with which their sovereign and superiors had honored them; and that the matter briefly consisted of this: namely, that two soldiers of their regiment intended to marry two widows who had come with the said regiment from Europe, and whose husbands now being deceased, the widows were consequently inclined to enter again into the state of matrimony, and that it was therefore also very natural that those persons could acknowledge no other ecclesiastical jurisdiction than that of the regiment; that they, however, had not [illegible] the 30th of July 1792. made the slightest difficulty about allowing the ceremony of the registration of the bans and other formalities, which could be regarded as civil institutions or customs of the land, to take place, but that the ecclesiastical blessing belonged solely to the regiment, and indeed for these reasons: 1st, that they enjoyed free exercise of religion, of which the matrimonial blessing was not only an appendage among the Lutherans, but was also regarded as an important part. 2nd, that the regiment had its own chaplains, who, having graduated, been ordained, and consecrated, had in that capacity the right to perform all ecclesiastical functions. 3rd, that the capitulation restricted their jurisdiction neither directly nor indirectly as far as the regiment was concerned. 4th, that all regiments that had graduated and called chaplains enjoyed that same freedom everywhere. 5th, that what they requested was in accordance with the law of nations, whether ecclesiastical or secular. 6th, that what was demanded of them, on the contrary, could serve no one's benefit, but on the contrary [illegible] could cause great damage to the regiment, as it would instill in their soldiers a distrust concerning their ministry and the practice thereof. 7th, that they had also already been in unhindered possession of the said right for 5 years, and that, in order not to stretch the patience of the Lord Governor any further, they passed over certain other reasons in silence, solely requesting that favorable attention might be given to what has now been adduced; adding furthermore that they would nevertheless submit to the orders that the Lord Governor would give them in that regard; and that if they had the misfortune of being disturbed in their right and intention to solemnize these two aforementioned marriages next Sunday, they would nevertheless be obedient, but without wishing to be responsible for the consequences that might arise therefrom. And after the reading of which said memorial, the Lord Governor, for further clarification of this matter, informed the members of this assembly what had given rise to the submission of the said memorial; that His Honor, having recently granted permission for a certain sergeant among the troops of the Duke of Württemberg's Regiment stationed here, [illegible] the 30th of July 1742. Julius Koningsbron, and the soldier Johan Adam Hangleiter, also belonging to the said regiment, to enter into matrimony with two women who had also come over here from Europe with the said regiment, had since been informed that it was intended to solemnize these marriages without having previously registered or published the bans before the commissioners of the Court of Justice, as custom and orders require, and had therefore judged it necessary to halt the further progress of these marriages and to notify Lieutenant Colonel Carel van Ostheim, commanding those troops, that these marriages could have no progress except after the registration of the bans had taken place before the Court of Justice, and on this condition: that the wedding would have to be performed by the Reformed Minister, or if they did not choose to do so, before the Court of Justice here, as the Marriage Ordinance of Their High Mightinesses for the Generality of the 18th of March 1656 dictates; that this declaration made by His Honor had thereupon also given rise to the submission of the aforementioned memorial by the field chaplains of that regiment, as they believed that they were thereby curtailed in their rights; but that His Honor [illegible]
Dutch transcription
615 den 30„e Julij 1792:—. verregaande, proetensien, maar dat zij zich in teegendeelk on„ „den Vlijen, geduurende hunne bediening althoos de zuiver„ „ste gevoelens van verdraagzaamheid en onderwerping, aan de wetten van het land te hebben doen blijken, en daaren koo„ „ven nooit op beuoelingen aangedrongen te hebben, en dat indien dit geval, als zodaanig konde aangezien worden, zij zich daarvan geen woord zouden hebben laten ontvallen, doch dat hunne plicht, en de reekenschap, welke zij aan den doorluchtige eigenaar van het regiment, en hun Consistorie verschuldigt waaren, hun in de noodzaake„ „lijkheid stelde, om, voor hunne eigene securiteit te waa„ „ken, dat de Heer Gouverneur zelfs wel gevoelen zoude dat zij anders handelende, zeer sleekt zouden beant„ „woorden, aan het vertrouwen, waarmeede hun souve„ „rein, en overheeden hen verweerd hadden; en dat de zaak kortelijk hier in bestond: dat namentlijk twee soldaaten van hun Regiment, voorneemens, twee wedu„ „wen te huwelijken, welke met het gem: Regiment uit Europa waren gekoomen, en welkers echtgenooten thans overleeden zijnde, de weduwen overzulks incli„ „neerden zich weeder in den Huwelijken staat te begee„ „ven, en dat het dierhalven ook zeer natuurlijk was, dat die persoonen geen andere kerkelijke Iurisdie tie konde er„ „kennen, als die van het regiment; —. dat zij echter geen het stlikkenschild te laten opgeeven, hoe veel met de bben, hoo„ n„ nt daar „taale 2 den 30„e Julij 1792: —. de minste swarigheid hadden gemaakt, om de Ceremonie van het ondertrouwen en andere formaliteiten, die als burgerlijke instellingen of lands gebruiken konden wor„ „den aangemerkt, te laten gevolg neemen, maar dat de kerkelijke zeegen alleen tot het Regiment gehoorden, en wel om deeze reedenen 1„e dat zij van een vrije gods dienst pleeging jouisseerden, waarvan de huwelijksche zeegen niet alleen onder de Luthersen een aanhangzel was, maar ook als een gewich„ 7 „tig deel wierd aangemerkt. —. 2„e dat het Regiment zijn eigen Predikanten had; die gepromoveerd, geordineerd, en ingewijd, en in die staat het recht hadden, om alle kerkelijke funetie te verrich„ „ten —. 3„e dat de Capitulatie noch direct noch in direct haare Jurisdictie beperkte voor zo verre het Regiment aan„ „ging. —. 4„e dat alle Regimenten; die gepromoveerde, en beroepen „ne Predikanten hadden, alom die zelvee vrijheid ge„ „nooten, — 5„e dat het geen zij verzogten overeenkomstig was, met het negt der volkeren, het zij kerkelyk of waereldlijk. —. 6„e dat het geen men daaren teegen van hun vergeen tot niemands voordeel strekken kon, maar ter Contrarie Capitaalen ook na de order ingenoomen waaren, — dat groote met 64 den 30„e Julij 1792: geeft aan de leeden te kennen; wat tot gemelde memorie gegeeven. groote schaade aan het Regiment zoude kunnen toe brengen daar zulks hunne soldaaten een wantrouwen in boezemen zoude, weegens hunne bediening en de oeffening van dien 7„e dat zij ook reeds seedert 5: jaaren lang, onverhinderd in het bezit van het gem recht waaren geweest, men dat zij om het geduld van den Heer Gouverneur niet verder uitterekken, met stilzwijgen zommige andere reedenen voorbijgingen, eenelijk verzoekende, dat op het thans bij ge 1 „brachte, eene gunstige attentie mogt geslaagen worden en met bijvoeging voorts, dat zij zich des niet te min zou„ „den onderwerpen, aan de ordres die de Heer Gouverneur hun daar omtrent geeven zoude; en dat indien zij het 1 ongeluk hadden, in hunne regt en voorneemen, om dee„ „ze twee opgem: huwelyken aanstaande zondach te te solemnizeeren, geturbeerd te worden, zij echter gehoor„ „zaam zouden zijn, doch zonder verantwoordelijk te willen weezen, voor de gevolgen, die daaruit zoude kunnen ontstaan. —. En na lactuure van welker gem: memorie, den Heer De Heere Gouverneur Gouverneur ter verdere opheldering van deeze zaak, het indienen van aan de leeden deezer vergadering te kennen gaf; dat aanleiding heeft zijn Ed: onlangs permissie verleend hebbende, dat zee„ „kere sergeant onder de zich alhier bevindende trou„ pes van het Regiment van den Hartog van wartemberg het stlikken schilo te laten opgeeven, hoe vee l men Julius r 1 „taale den 30„e Julij 1742:—. Iulius Koningsbron; en den meede tot het gem: Regiment gehoorende soldaat Iohan Adam Hangleiter, zich in de stonden zouden begeeven, met twee meede met het gem: Regi„ „ment van de baas herwaards overgekomene vrouwen, seedert was geinformeert geworden, dat men voorneemens was dee„ „ze huwelijken te voltrekken, zonder zich alvoorens voor ge„ „committeerdens van den Raad van Justitie, te hebben laten aanteekenen of ondertrouwen, zoo als het gebruik, en de ordres meede brengen, en het dierhalven noodig had ge„ „oordeelt, de verdere voortgang van deeze huwelijken te moeten stuiten, en den Lieutenant Collonel over die trou„ „pes Carel van Ostheim, aan te zeggen, dat deeze Huwelij„ „ken geen voortgang zouden kunnen hebben, als, nadat de aanteekening der ondertrouw voor de Raad van Justitie geschiedd zijn zoude, en onder deeze mits, dat de trouwing door den Gereformeerden Predikant, of zulks niet verkiezende voor den Raad van Iustitie alhier verricht zoude moeten worden; zoo als het echtreglement van Hun Hoogmo„ „gende, voor den generaliteit van den 18„e Maart 1656: dicteart. –. dat deeze gedaan verklaaring door zijn Ed: dan ook aanleiding had gegeeven, tot het overgeeven der op gem: memorie, door den Veldpredikers van dat regiment als vermeenende, dat zij daar door in hunne rechten verkort waaren. —. doch dat zijn Ed: dezelve van dit Capitaalen ook na de order ingenoomen waaren, — dat heen met
English
619 the 30th of July 1792: And that His Honour had disabused the aforementioned field chaplains of their mistaken notion, by demonstrating that the matter stood precisely the same in the Netherlands, and that there likewise no one of another religion was permitted to marry other than in the above-mentioned manner, with the liberty, however, after they are thus married, subsequently to have the marriage blessed by the clergy of their religion, each in his own manner; and that it was also by no means His Honour's intention to dispute their right to bestow this blessing, but that His Honour had only deemed it necessary to ensure that in this matter nothing was done contrary to the order and customs once established, the more so since His Honour was also of the opinion that in case the betrothals and the solemnization of marriages were not properly recorded with the Council of Justice and in the church register here, nothing but the greatest disorder and confusion was to be expected, since one would then not be able to prove the authenticity of those marriages in case the Regiment were transferred elsewhere, as the church registers belonging thereto would then certainly be taken along by their field chaplains; and that the aforementioned field chaplains had also had to agree to this, stating that if they merely retained the right to perform the blessing of the marriage, they would then be satisfied, regarding everything else merely as civil institutions and formalities, but requesting, however, to be provided with a resolution of this Meeting in this regard, in order to cover themselves. And this having been deliberated and reflected upon, that the arguments brought forward by the Governor to convince the aforementioned field chaplains of the Regiment of the Duke of Württemberg that they are by no means infringed in their rights by the conclusion of the two aforementioned marriages, are entirely founded upon reason and truth; it is consequently approved and understood to conform therewith, and thus to determine for the future: that in case anyone belonging to the Regiment of the Duke of Württemberg wishes to enter into holy matrimony, he shall not only, just as the Company's national troops, be required to request permission beforehand from the Governor, or from whoever shall hold authority here at the time, but shall also be obligated to have his betrothal properly registered with the Council of Justice here, as well as to have his banns published, and furthermore to have the solemnization of the marriage take place before the national Reformed minister; or, not choosing to do so, to have it take place before the Council of Justice; on this understanding, however, that in both cases they shall be obliged to pay what is due therefor, but with the liberty at the same time, when the marriage has received its full legal effect, subsequently to have the blessing of the same performed by the field chaplains of the Regiment; and to have an extract hereof delivered both to the aforementioned field chaplains and to the church council and the Council of Justice here, in order to regulate themselves accordingly, and to notify Their High Nobilities thereof. Pursuant to what was ordered by Their High Nobilities by extract minutes of the 6th of March of this year, namely, according to the proposal made by the gentlemen of the military commission, Vaillant, Verheuel, and Traavestein, to send the 2-pounder cannons to the Netherlands after deducting those which will be required for the vessels, the resolution taken here in the session of the 25th of May thereafter, to have the extraordinary lieutenant of artillery here Gerrit Flikkenschild report how many bronze and iron cannons of 2-pounder calibre are on hand here and at the subordinate offices which are not needed for equipping the vessels and can be spared, the aforementioned Flikkenschild having now submitted by report a note or table showing that on Java are on hand, not required for equipping the vessels, and thus can be spared here on Java as soon as they shall be exchanged for other cannons: at Samarang 4 pieces of bronze 2-pounder cannons, unserviceable ditto 2 ditto ditto 2 ditto, defective ditto 2 ditto ditto 2 ditto, serviceable at Sourabaija 4 ditto ditto 2 ditto, serviceable at Souracarta 2 ditto ditto 2 ditto, defective ditto 3 ditto ditto 2 ditto, defective at Salatiga 3 iron ditto 2 ditto, defective ditto 2 ditto ditto 2 ditto, unserviceable and at Tagal 3 ditto ditto 2 ditto, defective at Bancallang 6 ditto ditto 2 ditto, serviceable being together 15 pieces of bronze and 12 pieces of iron cannons of 2-pounder calibre. And since the aforementioned Flikkenschild, in this his report, has at the same time proposed to be permitted to retain the aforementioned 4 pieces of serviceable bronze cannons located here in Samarang, to employ as quick-firing pieces, pointing out that otherwise, in the event of need, they would be lacking.
Dutch transcription
619 den 30„e Julij 1792: En dat zijn Ed: gem: veldpredikers van hun verkeerd begrip „disabuseerd had. hun verkeerd begrip gedisabuseerd had, door aantooning, dat het daarmeede ook in Neederlandeven zo geleegen in deeze zaat ge„ was, en dat aldaar insgelijks aan niemand van een ande„ ƒ „re religie gepermitteerd wierd, anders als op de bovengem: wijs te trouwen, met vrijheid lating echter, om na dat zij dus getrouwd zijn vervolgens het huwelijk door de gestelijken van hunne religie, elk op zijne wijzen te laten inzeegenen, en dat het ook geenzints zijn Ed: voorneemen was, hun dit recht van inzeegenen te betwisten, maar dat zijn Ed: het alleen nodig had geoordeelt te moeten zorgen, dat in dee„ „zen niet teegen de eenmaal ingevoerde order en ge„ „bruiken wierd gehandeld, te meer noch, daar zijn Ed: bui„ „ten des ook van begrip was, dat ingevalle de ondertrou„ „wen, in de voltrekking der huwelijken, niet behoorlijk bij den Raad van Justitie, en het kerkenboek alhier aan „geteekend wirden, daar uit niet dan de grootste ver„ „warring en Confusie zoude te voorzien zijn, daar men de echtheid dier huwelijken als dan niet zoude kun„ „nen bewijzen, ingevalle het Regiment naar elders verplaatst wierd, alzo de daartoe gehoorende kerken boe„ „ken, door hun Veldpredikers dan zeekerlijk zoude meede genoomen worden; -. en dat den opgemelde veld„ „predikers dit een en ander dan ook meede hadden moe„ „ten toestemmen, onder te kennen gave, dat als zij slechts het recht behielden om de inzeegening van het huwelijk te moogen doen, zij als dan te vreeden zouden zijn, t slikkenschild te laten opgeeven, hoe veel met „taale de als den 30„e Julij 1792:—. hier op als het overige alles slechts aanmerkende, als burgerlij„ „ke instellingen en formatitaiten doeh met verzoek echter om hieromtrent met een besluit van deeze Vergadering te moogen worden gemunieert, ten einde zich zelve te kunnen dekken. — genoomen besluit En hier op gedelibereerd en gereflecteerd zijnde, dat het bijgebrachte door de Heer Gouverneur, om den voorm: vield„ „predikers, van het Regiment van de Hartog van Wur„ „temberg te overtuigen, dat zij door het sluiten, der hier„ „vooren genoemde twee Huwelijken geenzints in hunne dechten verkort zijn, alle zints op grond en waarhaid steurd. zo is dien volgende goedgevonden en verstaan, zich daar„ „meede te Conformeeren, en mits dien voor het vervolg te bepaalen; dat, ingevalle zich iemand tot het Regiment van den Hartog van wurtemberg gehoorende, in de Echten staat begeeven wil, dezelve niet alleen, even zo als Comp=s nationaale, troupes gehouden zal zijn, daartoe alvoorens verlof te verzoeken, van den Heer Gouverneur, dan wel van die geenen, welke in der tijd alhier het gezach zal voeren, maar ook verplicht weezen zal, zijne ondertaouw behoorlijk bij den Raad van Iustitie alhier te laten aanteekenen, mitsgaders zijne gebooden te doen gaan, en voorts de voltrekking van het Huwelijk voor de nationaalen Gereformeer„ „den Capitaalen ook na de order ingenoomen waaren, - dat 1 met 3 624 den 30„e Iulij 1792: — Arthillerij Flikken„ „schild bericht van 2: lb: kaliber, naar„ der Heeren van de mi„ „den Predikant; of zulks niet verkiezende, als dan voor den Raad van Justitie te laten geschieden, met dee„ zen verstande nochtans, dat zij in beide gevallen gehouden zullen weezen, het geen daar toe staat te betaalen, doch met vrijheid lating tevens om, wan„ „neer het Huwelijk zijn volkoomen beslag zal hebben erlangd, vervolgens de inzeegening van het zelve, door den Veldpredikers van het Regiment te moogen laa„ „ten verrichten; -. en hier van extract, zoo aan de voorm: veldpredikers, als aan den kerkenraad, en de Raad van Justitie alhier te laeten afgeeven, ten einde zich daar naar te kunnen reguleeren, en Hun Hoog Edelhee„ „den hier van kennis te geeven. Op het ingevolge het geordonneerde door Hun Hoog de Cuitenant der „Edelh: bij extract notulen van den 6„e maart hugus an„ „ni, om namentlijk, naar het gedaan voorstel der Hee„ „ren van de militaire Commissie, Vaillant, verheul, hoeveel peeskanons en Traevestein, de kanons van 2: lb: na aftrek van de„ volgens het voorstel geene, welke benoodigd zullen zijn voor de vaartuigen litaire Commissie naar Neederland te zenden, alhier genoomen besluit ter sessie van den 25„e Meij daaraan, om door den extra ordinair Lieutenant der arthillerij alhier Ter„ „rit Flikkenschild te laten opgeeven, hoeveel me „taale N=o 7 Copia „nen gemist worden verders omtrent dit remarqueert den 30„e Julij 1792 „taale en ijzere Canons van 2: lb: Caliber, hier, en op de subailterne Comptoiren aanhanden zijn welke men tot het equipeeren der vaarthuigen niet nodig heeft, en gemist kunnen worden, door gem: Flikken„ „schild thans bij bericht, overgeleehd zijnde, een notitie of tabel, waaruit blijkt, dat op Iava aan handen tot het equipeeren der vaartuigen niet benodigt zijn, hier op Java kun dus gemist kunnen worden, zo dra dezelve teegen andere kanons zullen verwisseld weezen —. te samarang 4: pees metaale kanons van 2: lb: onbekwaam _„o „ 2: „ defect „ _„o 2: „ _„o _„o „ 2: „ bekwaam, „ sourabaija 4: „ „ Souracarta 2: „ _„o „ 2: „ defect. „ _„o 3: „ „ Salatiga 3: „ ijzere _„o „ 2: „ _o _o „ 2: „ onbekwaam en „ Tagal 3: „ _„o - „ Bancallang 6: „ _„o _„o „ 2: bekwaam. dan wel te zaamen 15: p=s metaale, en 12: p=s ijzeren wat gem: Flikkenschid kanons van 2: lb: baliber. —. baliber van Camors En vermits gemelde Flikkenschild, bij dit zijn bericht tevens geproponeerd heeft, de voorm: zich alhier te sama„ „rang bevindende 4: p=s bekwaame metaale kanons, te moogen aanhouden, om tot geswind stukken te emploijee„ „ren, onder te kennen gave, dat anders bij voorkomen„ _„o „ 2: „ _„o _„o den 30„e Julij 1792:—. als het overige alles slechte aanmarkende als burgerlij „de _„o 3 No
English
623 the 30th of July 1792: resolution hereon on the occasion 3-pounders would have to be used; which latter caliber was much heavier to transport than the former; and that this would, if not entirely obstruct, at least make very difficult the march of the common man, who besides in these hot regions was exhausted sooner than in Europe, adding further that in case of need this same use could be made of the 3 bronze 2-pounders placed on the ramparts at Sourabaija, as well as of the 2 similar cannons located at Souracarta and already mounted as quick-firing pieces; but that the 3 other cannons of 2 lb located there were much too light to be placed on the ramparts, and thus could be sent back with their carriages to the main settlement. And the decision taken: although Their High Noble Lordships, as cited above, have granted qualification to send back to Batavia those of these pieces that are not employed on Java; nevertheless, since it is believed that, as the plan formed by the former Governor Greeve for better cruising against the sea robbers, in view of their currently so greatly increased boldness and power, will perhaps shortly be put into effect, these presently superfluous cannons No 1 Copy the 30th of July 1792: may perhaps be needed, especially since this caliber is best suited for the additional galleys to be built then. Therefore, it is approved and understood to postpone the disposition regarding these cannons until the aforesaid plan shall actually be brought into operation or rejected. Reports of the commissioners who conducted the survey of the coconut trees in the district of Damak the 30th of July 1792: Having been received, a report from the express commissioners appointed according to annual custom by the Governor to conduct the survey of the coconut trees in the regencies of Damak sorting under this main office, being the assistant Johan Carel Frederik Walter, and the sergeant stationed there as overseer of the export of rice, Johan Godlieb Schornak, whereby they have not only given an indication of the general number of trees found, and how many thereof stand in each district and in each village or dessa in particular; but have also reported that in 15 different villages they personally recounted the trees themselves, with an indication also of the difference that occurred between their findings and the reports of the chiefs of these villages; and hereupon having been reflected that the number of coconut trees found in the district of the the 30th of July 1792: 625 the 30th of July 1792: from which is evident, more than in the previous year First Regent of the aforesaid district, according to the aforesaid report of the commissioners, amounts to 47421 pieces, and from the district of the Second Regent 43322 pieces, or together 90743 pieces; that, on the other hand, the found number of coconut trees in the previous year did not amount to more than 83639 pieces, or less than in this year 7104 pieces; that in this year 1788 they nevertheless found fully 15 villages or dessas that were completely abandoned by their inhabitants, and of which not only were the coconut trees partially deprived of their crowns and the remainder entirely ruined, but also the houses were burned down, and the fields lay desolate and empty; but that the difference between the findings of the reporters in recounting the trees in the previously mentioned 15 villages and the reports of the chiefs of the same fully proves that, although the reports of the chiefs of the villages are rarely accurate, they nevertheless generally report much less than there actually are, since in these 15 villages, according to the No 7 Copy for the reasons given, fewer were found than in the previous year the 30th of July 1792: reports of the chiefs there should only be 5670 pieces, and that the aforesaid reporters upon recounting nevertheless found 7288 pieces, or actually more by 1618 pieces; and that for this reason one can also be completely certain that the aforesaid general number of coconut trees reported by the reporters in the regency of Damak of up to 90743 pieces is truly present, and this cultivation, thus as stated, has increased since the previous year by 7104 trees. Thus, however much it had been wished that this cultivation could have been expanded even further in this year, nevertheless, since it appears that this would indeed have taken place had not so many villages been abandoned by their inhabitants and the trees ruined, and that this can be attributed to nothing other than the extraordinarily great scarcity of provisions that took place in this year, through which the inhabitants of the villages were under the necessity of having to fell many of their coconut trees in order to feed themselves with the palm heart therein, and further, after this means also began to fail them, to move to elsewhere the 30th of July 1792: 1 No
Dutch transcription
623 den 30„e Julij 1792: besluit hier op „de occasie 3: ponders zouden moeten gebruikt worden; welk laatstijen Caliber veelz waarder te Transporteeren was, als het eerste; en dat dit den gemeenen man, die buiten des in deeze heete gewesten, eerder als in Europa afgemat wierd, zijn warsch, zo al niet geheel belemmeren, ten minsten zeer moeijelijk maaken zouden, met bijvoeging voorts dat des noods dit zelveen emplooi zoude kunnen gemaakt worden, van de 3: te sourabaija, op de wallen geplaatsten, metaale 2: p=ers als meede van de 2: gelijke kanons, die zich te souracarta bevinden, en reeds tot ge„ „zwind stukken gemonteert zijn; doch dat de 3: andere zich aldaar bevindende kanons van 2: lb: veel te ligt waaren, om op de wallen geplaatst te worden, en dus met derselver affuiten naar de hoofdplaats zoude kun„ „nen gerenvoijeerd worden. —. zo is, of schoon Hun Hoog„ En het genoomen „Edelh: gelijk hierboven aangehaald is, qualificatie verleend hebben, om de geene deeser stukken, welke niet op Iava g'eEmploijeerd worden, naar Batavia terug te zenden; echter, naardien men vermeent, dat, daar het door den Heer afgegaan Gouverneur Greeve, gefor„ „meerd plan, ter beetere bekruissing teegen den zeewo„ „vers, mits derselver thans zo zeer toegenoomene Htout„ „heid en macht, misschien eerlang tot stand zal gebragt worden, men overzulks deeze thans overtollige kan ons mogelijk N=o 1 Copia aam . t als het „mitteerdens, die den „boomen in het dis„ „trikt van Damak hebben gedaan den 30„e Julij 1792:—. mogelijk wel zal benoedigt hebben, inzonderheid daar dit kaliber, voor de als dan opte fouwene meerder galeijen best geschikt is. —. dierhalven, goedgevonden en verstaan, de dis„ „positie noopens deeze kanons uittestellen, tot dat het voorschr: plan werkelijk in train zal gebracht, dan wel van den hand geweezen zijn. —. Raporten van gecom„d Ingekoomen zijnde, een bericht van de door den Heer Iou„ opneem der Klappus „ verneur naar jaarlijks gebruik, benoemde expresse gecom„ „mitteerdens, tot het doen der opneem van de klappls boo„ „men, in het onder dit hoofd Comptoir sorteerende Regent„ „schappen Damak, zijnde de adsistent, Johan Carel Tre„ „drik Walter, ende als opsichter over de uitvoer van de rijst, aldaar leggende, sergant, Iohan Godlieb Schornak„ waarbij deselven niet alleen aanwijzing hebben gedaan, van het generaal getal der bevondene boomen, en hoe veel daarvan in elk destrikt, en in ijder negorij, of dessa bij„ „zonder staan; maar ook te vens opgegeeven hebben, dat zij in 15: verschillende negorijen, de boomen zelfs ook in persoon nageteld hebben, met aanwijzing tevens, - ƒ van het different, dat tusschen hunne bevinding, en de opgaaven van de hoofden deezer negorijen heeft „ plaats gehad; —. En hier op gereflecteerd zijnde, dat het getal klappas=boomen, dat in het distrikt van de den 30„e Julij 1792:—. alles slechte aanmerkende als burderli Eerste N 625 den 30„e Julij 1792:. waar uit Consteerd, meerder dan in t= p=s Eerste Regent van het opgem: landschap bevonden is, volgens het voorschr: bericht van gecommitteerdens bedraagt . . - p=s 47421:— en van het distrikt van de Tweede Regent - „ 43322:—. dan wel te zaamen . . .p=s 90743: — dat daarenteegen het bevonden getal der klappus=boomen in A=o p=o niet meer „ beloopen heeft als, of minder dan in dit jaar- of minder dan in dit jaar - - - . P=s 7104:—. dat zij n dit Jaar 1788 dat nochtans door den berichters wel 15: negorijen bevonden hebben of dessas bevonden zijn, welke van hunne Inwoonders geheel waaren verlaaten, en waarvan niet alleen de klappus boomen gedeektelijk van hunne knuinig beroofd, en de overige geheel geruineert waaren, maar ook de huisen waaren afgebrand, en de velden woest en leedig stonden; doch dat het verschil tusschen de bevinding van den berichters, bij het natellen der boomen, in de voorwaards vermelde 15: negorijen, met de opgaaven van den Hoofden derzelven volkoo„ „men bewijst, dat ofschoon de opgaaven van de Hoof„ „den der negorijen zelden juist zijn, dezelve even„ „wel doorgaans veel minder opgeeven, als 'er inder„ „daad zijn, alzo in deeze 15: negorijen, volgens de . . „ 8363:9:—: opgaaven N=o 7 b bink dis„ den Gor„ „ Copia „geevenen reedenen minder bevonden dan in Ed=e p=s den 30„e Julij 1792:-. opgaaven der Hoofden slechts zijn moesten . p=s 5670:—:— en dat voorn: berichters bij het natel„ „len en nochtans wel bevonden hebben - „ 7288: —:— of werkelijk meerder . . . p=s 16:18: —: —. en dat men uit dien hoofde ook volkoomen zeeker kan zijn, dat het voornoemde door den berichters, opgegee„ „ven generaal getal der klappus boomen in het Regent„ „schap van Damak tot wel 90743. p=s weezentlijk aan„ „handen, en deeze Cultuure, dus gelijk gezegd, seedert A=o p=o met 7704: p=s boomen vermeerdert is. -. om de daarvan ge„ zo is, hoe zeer men ook gewenscht had, dat deeze Custuure passeert men in het in dit jaar noch werkelijk verder zoude hebben kun„ „nen worden uitgebreid, echter naar dien het blijkt dat zulks ook werkelijk zoude hebben plaats gevonden, . indien niet zo veele negorijen, door hunne Inwoorders verlaaten, en de boomen geruineert waaren, en dat dit aan niets anders kan worden toegeschreeven, als aan het buiten gemeen groot gebrek aan leevensmid„ „delen, dat in dit Iaar plaats heeft gehad, en waar„ „door de Inwoonders der negorijen wel in de noodzaa„ „kelijkheid zijn, geweest, veele van hunne klappus= „boomen te moeten ter needer vellen, om zich met de daarin zijnde palmit te voeden, en voorts, nadat hun ook dit middel begon te ontbreeken, zich naar den 30„e Julij 1792:—. kende als buraerli als het overige alles sleette aan elders 1 No „
English
Copy of the coconut, coffee, and pepper. Samarang, Kandal, Kaliwongo, Oenarang, Salatiga, and Bojolalie to move elsewhere, and thus leave their villages deserted and entirely stripped of coconut trees; it was therefore approved and resolved to let this pass, and further to keep this record of the matters. Likewise, another report has been submitted regarding the inspection conducted by the express commissioners similarly appointed by the Governor to inspect both the coconut trees in the regencies of Kandal, Kaliwongo, and Samarang, which also fall under this main office, as well as the districts of Oenarang, Salatiga, and Bojolalie; and the coffee and pepper plantations in the three first-mentioned regencies and the district of Oenarang, being the military ensign Johannes Wanner and the bookkeeper and student of the Javanese language Johannes Gabriel Vincent; wherein the reporters have stated that they found the coconut trees in the Kandal region, as appeared to them here and there, in good condition, but that their planting in various places could still somewhat be continued in order to extend this cultivation further; and that the coffee and pepper plantations found, on the other hand, were not in such an advantageous condition that they could answer the purpose and the 30th of July 1792 expectation, aside from the fact that they generally stood within the fencing of the villages or desas, mostly scattered, and not as they properly should, but that the soil in the said regency, as it appeared to them, was somewhat favorable for coffee, but not at all for pepper, which looked very languishing there, because this regency lay closer to the beach than others, although the soil near the desa Sarakan, and other villages lying thereabout, was very advantageous for both these cultivations; that the condition of the coconut trees in the regency of Kaliwongo was also favorable, but that their number had nevertheless noticeably decreased due to the fires frequently occurring there, as well as the great heat, and the floods that had taken place, through which, according to the inhabitants, many trees had withered and perished; and that they, the reporters, had found not the slightest coffee or pepper plantations, neither in the main village nor in many of the desas lying around it, but that the lurahs or chiefs thereof had jointly testified that they had already undertaken these cultivations several times, according to the order given to them by the Regent, but that what was the 30th of July 1792 planted had perished each time, partly due to the salty soil, and partly due to the cracking of the earth in the east monsoon; while some of these chiefs or lurahs had also alleged that their lands lay under water during the west monsoon, which thus prevented the growth of these cultivations; but that both these crops nevertheless grew most favorably in the remote desas of Goelong, Loeren, and Wonoloppo, and the other villages in that area; that the coconut trees in the regency of Samarang were in just as advantageous a condition as in those of Kandal and Kaliwongo, but that the same were found only in a mediocre state in the districts belonging to it, Trogol, Toemoelak, Torbaija, and Kaligawe, because the clay soil in which those trees stood there, especially along the seaside, was frequently flooded in the west monsoon, and in the east monsoon dried out so much from the heat of the sun that it cracked, which seemed to be very detrimental to the fertility of those trees; but that further inland, where less flooding occurred, those trees also seemed to grow better and to be somewhat fertile, although not as fertile as elsewhere; and that they, the reporters, on the other hand, had found no coffee or pepper plantations in this regency and the districts belonging to it, the 30th of July 1792 but believed that the earth there was by no means suitable or capable for them, and especially not for the cultivation of pepper; that the coconut trees in the district of Oenarang were few in number, and that it appeared to the reporters that this region was less fertile for this cultivation than the beaches, probably because the trees, standing on high land, could not draw sufficient moisture from the ground; but that the young planted coffee and pepper trees, on the other hand, stood reasonably well, although for the time being they were no higher than from 3 inches to about 1½ feet; and that one could therefore make no full reliance on their further advantageous growth, nor obtain any definite assurance from the inhabitants as to when they thought the delivery could take place, or how much it might amount to in the first year, especially since both these cultivations were not in an advantageous state in many places, and besides the small number, mostly stood scattered here and there, and were not properly tended to or cultivated; and that the coconut trees in the district of Salatiga stood reasonably well; but that with those in the district of Bojolalie, it was not at all
Dutch transcription
624 Copia van de klappus, kop „fij en Peeper. „marang, kandal, ka„ „lewongoe, aenarang elders te begeeven, en dus hunne negorijen woest, en van klappus boomen geheel ontbloot te laaten; -. derhalven goedgevonden en verstaan, zulks te passeeren, en voorts van dit een en ander te houden deeze aanteekening. Desgelijks ingekoomen weezende een ander bericht gedaane opneem van de door den Heer Gouverneur ingelijker voegen benoemt„ „de expresse gecommitteerdens, tot het opneem zo van den klappusboomen, in de meede onder dit hoofd Comptoir sorteerende Regentschappen van Kandal, kaliwongs, en Inde distrikten sa„ Samarang, item de distrikten van Oenarang, Sala„ Sahaliga en Boj ola „tiga, en Boejolalie; als van de koffij en peeper plan„ „tagien in de drie eerstgem: Regentschappen, en het distrikt van Oenarang, zijnde de vaandrich militair Iohannes Wanner, en de Boekhouder en Leerling in de javaansche taal Johannes Fabriel Vincent; waarbij den berichters hebben opgegeeven, dat zij de klappus Boomen in het Candassche, zo als hun hier en daar voorgekoomen was, in een goede staat hadden gevonden, doch dat dies aanplant op verscheide plaatsen noch eenig sints zou„ „de kunnen vervolgd worden, om deeze Cultuure dus verder te extendeeren en dat de bevondene koffij- en peeper plantagien, daaren teegen niet in zo een voora„ „deelige staat waaren, dat die aan het oogmerk en den 30„e Julij 1742:-. de N=o 1 —:— „ „lie den 30„e Julij 1792:— de verwachting zouden kunnen beantwoorden, behal„ „ven dat die ook doorgaans binnen de ompaggering van de negorijen of dessas, meest verstrooid, en niet gelijk het wel „ 5 behoorde stonden, doch dat de grond in het gem: Regentschap zo als hun was voorgekoomen, voor de koffij wel eenig„ „sints favorabel was, maar in geenen deele voor de peeper, die ter aldaar zeer kwijnend uitzag, dewijl dit Re„ „gentschap korter als andere, bij het strand lag, hoewel de grond bij de dessa Sarakan, en andere daaromtrent 2 leggende negorijen, zeer voordeelig voor bij de deeze Cul„ „tuuren was; —. dat de staat van de klappusboomen, in het Regentschap kaliwonijo, almeede favorabel was. —. doch dat derselver getal echter merkelijk was vermin„ „derd, door de aldaar ditwijls ontstaane brand, mitsgaa„ „ders de groote kitte, in de plaats gehad hebbende over„ „stroomingen, als waar door, volgens het zeggen der inwoonders, veele boomen verdord en te niet gegaan waar„ „ren; en dat zij berigters, ook zo in de Hoofd negorij, als in veelen der daar rondom leggende dessas, geen den minste koffij, of peeper plantagien gevonden hadden, maar dat de Loerus of Hoofden derselve gezamentlijk had„ „den betuigd, dat zij deeze Cuttuuren, volgens den door den Regent aan hun gegeeven order, reeds verscheide maa„ „len hadden ter handen genoomen, doch dat het ge„ den 30„e Julij 1792:—. kende als buraar als het overige alles slaets „plante 5 . 629 den 30„e Julij 1792:—. geplante, eensdeels door de zoutagtige grond, en ander„ „deels door het Eersten van de aarde in de oost mouzon, 1 telkens weeder vergaan was; terwijl ook eenige deeser Hoof„ „den of Loeras hadden woorgegeeven, dat hunne Landen, ge„ „duurende de westmouson, onder waterlaagen, en dat dus de opkomst van deeze Custuuren beletten. —. doch dat deeze bei„ „de gewassen, echter in de verafgeleegene, dessas Goelong „loeren en wonoloppo, en den verdere; daaromstreeks zijnde ne„ „gorijen aller favorabelst voortzwaamen, —. dat het met de klappus boomen in het Regentschap van Samarang eeven„ zoo voordeelig gesteld was, als in die van kandal en kali„ „„wongo. -- doch dat dezelven, in de daar onder gehoorende distrikten, Trogol, Toemoelak, Torbaija en kaligawe slachts in één middelmatigen staat waaren bevonden, alzo de kleigrond, waarin die boomen aldaar stonden, in zonderheid langs de zeekant, in de westmouzon, dikwijls overstroomt wierd; en in de oostmouzon, zodaanig van de hitte der zon uitdroogde, dat dezelve kwaamen te bersten; het welk voor die boomen in derzelver vruchtbaarheid zeer nadie„ „lig scheen te weezen; —. doch dat het verder landwaards in, waar de overstrooming minder plaats vond, die boomen ook beeter scheenen te groeijen, en eenigzints vruchtbaar„ te zijn, schoon zo vruchtbaar niet als elders; en dat zij be„ „richters daaren teegen, in dit Regentschap, en daar onder gehoorende distrikten geen koffij of peeper plantagien gevonden N=o 7 stul e Copia .—. „ de .. als het den 30„e Julij 1792:—. den 30„e Julij 1792:—. gevonden hadden, maar vermeenden, dat de aarde aldaar geenzints voor dezelve, en in zonderheid niet voor de peeper„ „cultuure geschikt of bekwaam was; —. dat de klappusboomen in het distrikt van oenarang maar weinig in getal waaren„ en dat het hen berichters toescheen, dat die Landstreek voor deeze Cuttuure minder vrugtbaar was, als de stranden, den„ „kelijk, om dat de boomen, in hoog land, staande, geen ge„ „noegzaame vogtigheid uit de grond konden trekken. - - doch dat de jongaangeplante koffij en peeper boom tjes, daar en teegentamelijk wel stonden, schoon die voor als noch niet hooger waaren als van 3: d=m tot omtrent 1½: v=t; en dat men, dus op derzelver verdere voordeelige op was„ „sching, nog geen volkoomen staat konde maaken, noch ook van de Inwoonders eenigen vaste verzeekering konde erlan„ „gen, teegen welke tijd men vermeende, dat de leeveran„ „tie zoude kunnen geschieden, of hoeveel die in het eersten Iaar zoude kunnen bedraagen, inzonderheid daar zich deeze beide Cultuuren, op veele plaatsen, in geen voordeelige staat bevonden; en behalven het gering getal, ook meest hier en daar verstrooid stonden, en niet naar behooren gade geslaagen, of aangekweekt wierden; -. en dat de klappusboomen in het dis„ „trikt van Salatiga, tamelijk welstonden; doch dat het daarmeede in het distrikt van Bojolatie, gantsch niet — N
English
634 the 30th of July 1792. was not favorably situated, because the soil in that district was mostly very sandy and rocky, and thus less fertile than that of the beaches, especially since the trees here, standing in even higher land than that of Oenarang, could therefore obtain little or no moisture; with the further addition that it appeared to the reporters that the soil on the seaside was completely unsuitable, especially for pepper, but that the distant and mountainous lands were excellent for this, as well as for the coffee cultures, particularly around the dessa Parakhan in the Kandalsche, and in the dessa Gedongsoeren and Wonoloppo in the Kaliwongosche, where the few planted little trees themselves grew luxuriously, and thus apparently would also thrive well in other similar lands if the necessary seedlings could be provided to the inhabitants, as they complained so greatly of not being able to obtain them; and that furthermore, in proportion to the multitude of inhabitants and the space of the places that presented themselves here and there, many more coconut trees than there presently were could be planted, but that, because it took several years before the inhabitants could enjoy the fruits of the planted trees, these vacant places were therefore planted with pisang and sirih trees, which grow much faster than coconut trees and thus also bear fruit much sooner, which the inhabitants could obtain for their subsistence, and which was therefore much more advantageous for them than the planting of coconut trees, especially since the young trees were also often stolen from them by others, and this thus took away their desire to plant others in their place. And since the aforementioned reporters have also simultaneously stated that there were found in the Regency of Kandal: 7809 coconut, 1766 coffee, and 374 pepper; in the Regency of Kaliwongo: 8330 coconut, 1540 coffee, and 693 pepper; in the Regency of Samarang: 7687 coconut; in the district of Oenarang: 2713 coconut, 24315 coffee, and 144 pepper; in the district of Salatiga: 3649 coconut; in the district of Bojolalie: 1966 coconut; making together: 32154 coconut, 27621 coffee, 1211 pepper. Whereupon, this having been deliberated and reflected upon, that in the past year in the said districts by the commissioners sent for the survey thereof, there were found coconut: 130847; coffee: 44661; and pepper: 2372; and these cultures this year would thus have undergone a considerable decrease of no less than 98693 coconut, 17046 coffee, and 1161 pepper, whereby a great deficit against the number of the past year has been found; 633 the 30th of July 1792. that one nevertheless has every reason to give credit to the statements of the reporters mentioned here before, wherefore one must assume that the survey in the past year was not properly done, since they not only spent a much longer time on the survey of the aforementioned cultures according to the order of the Governor than the commissioners in the past year, but also went in person from village to village, and even recounted the trees of many of them, and thus surveyed and verified everything with the utmost exactitude; that it is indeed true that from the aforementioned report of the commissioners of this year it appears that a number of no less than 35 villages were found abandoned by their inhabitants and devastated, and from that it can be inferred that in those villages many coconut trees must have been ruined either by the inhabitants themselves or subsequently perished and withered, but this can by no means be of such importance that the aforementioned difference could be attributed to it; and that thus from all this it seems must be concluded that the commissioners who in the past year conducted the survey of the aforementioned cultures did not proceed therein with the required accuracy and attention; therefore, it is resolved and agreed to have an extract hereof delivered to the said commissioners of anno passato, and to order the same to account for themselves concerning the difference found.
Dutch transcription
634 den 30„e Julij 1792:. niet voordeelig gesteld was, dewijl de grond in dat distrikt veel al zeer zandig en klipachtig, en dus minder vrugt„ „baar was, als die van de stranden, voornaamentlijk daar - de boomen hier, in noch hooger land staande, als dat van oenarang, dus weinig of geen vogtigheid konden bekor„ „men, met bijvoeging voorts, dat het hien berichters toescheen, dat de aarden aan den Zeekant, inzonderheid voor de peeper gantsch niet geschikt was, doch dat den verafgeleegene en bergachtige landen voor deeze, zo wel als voor den koffij Cultuuren voortreffelijk waaren in zonderheid omtrent de dessa Parakhan in het kan„ „dalschen in de dessa Gedongsoeren en Wonoloppo in het kaliwongosche, alwaar de weinig geplante bovm „jes zelve weelderig groeiden, en dus apparent, ook in an„ - „dere soortgelijke landen, meede wel voortkoomen, zou„ „den, indien de nodige plantjes aan de Inwoonders konden bezorgd worden, als dewelke zij zo zeer klaagden 1 niet te kunnen bekoomen, en dat wijders, naar de eeven reedigheid van de meenigte der Inwoonders en de ruimte der plaatsen, welke zich hier en decate op deeder, noch veel meerder klappus boomen, als ver thans waaren, konden aangeplant worden, doch dat, dewijl het eenige jaaren duurde, eer de In„ „woonders de vruchten van de aangeplante boomen konden N=o 1 aldaar er„ en #ren voor doch h was„ ok rlan„ Copia minderheld teegens het getael van A=o p=o bevonden is. den 30„e Julij 1792:—. als het den 30„e Julij 1742:~. konden genieten, deeze leedige plaatsen, dus met Pi„ „sang, en sirie=boomen beplant wierden, als veel spoedig„ „ger dan de klappus opgroeyende en dus ook veel eereder vruchten leeverende, die den Inwoonders tot hun onder„ „houd verkreigen konden, en het welk dus voor dezelven veel voordeeliger was, als de aanplant van klappus boomen in zonderheid daar de jonge boomtjes hun ook dikwijls door anderen ontstoolen wierden, en dit hen dus de lust benam„ om andere in dies plaats aan te planten. waarbij een groote En vermits de voorm: berichters ook tevens hebben opgegeeven 1klappus koffij en peeper dat in het Regentschap van kandal bevonden zijn 7809:— 1766:—: 374:—. in het Regentschap van kabidongo - - - - - - 8330:— 1540:—: 693:—: 7687:—: —:—:—:: in het Regentschap van Samarang 27.13:—24315:—: 1444:—. in het distrikt van Oenarang -- in het distrikt van Salatiga – – - - - 3649:: —:: —: in het distrikt van Bojolalie. . . . - 1966: —: —: —: —: —: dan wel te zaamen - - – - 32154:— 27615:—. 1211:-. zo is, hier op gedelibereerd en gereflec„ „„teerd zijnde, dat in A=o p=o in de gem: distrikten door de tot dies opneem gezondene gecommitteerdens bevon„ klappues koffij en peeper - - -- 130'847:—: 1 1/4661:—: 2372:—: en deeze Cultuuren dit jaar dus eene aanmerkelijke verminde„ „ring zoude hebben ondergaan van wel „den zijn - 98693:„ 17046:—: 1761:—: dat 5 633 den 30„e Julij 1792:—. veronderstellen moet dat den opneem 1 in a=o p=o neestnaar behooren gedaan is de gecommitteerdens die den opneem en, „ a=o p=o gedaan hebben weegens het bevonden „ne verschil zal lae„ „ten verantwoorden dat men echter alle reeden heeft, om aan de opgaaven der waaromme men hier voorwaards vermelde berichters geloof te defereeren, alzo die niet alleen tot de opneem der voorzegde Cultuuren volgens de order van den Heer Gouverneur, een veellanger tijd, als de Gecommitteerdens in A=o p=o hebben besteed, maar zich ook in persoon van negorij tot negorij begeeven, en van veele derselve de boomen zelvs nageteld, en dus al„ „les, met de uitersten exactitueden opgenoomen en nagegaan hebben. —. dat het wel waar is, dat uit het voorschreeven bericht van de gecommitteerdens van dit jaar blijkt, dat ter een getal van wel 35: negorijen van hunne Inwoonders verlaaten en verwoest zijn gevonden, en daar uit op te maaken is, dat in die negorijen veele klap„ „pus=boomen, of door den Inwoonders zelvs geruineerd of naderhand te niet gegaan, en verdond moeten zijn, doah dit geenzints van zulk een importantie kan zijn, dat het voorschreeven verschil daaraan zoude kunnen worden toegeschreeven. —. en dat dus uit dit alles schijnt te moeten worden opgemaakt, dat de gecommitteerdens welke in A=o p=o de opneem van de voorschreeven bul„ „tuuren hebben gedaan, daar in niet met de vereisch„ „te nauwkeurigheid, en attentie zijn te werk gegaan; dierhalven goedgevonden en verstaan extract hier„ en men dierhalven „van te laten afgeeven, aan de gemelde gecommit„ „teerdens van anno passato, en dezelve te gelasten, om zich N=o 7 Pi„ en nam, even 74: —. 93:—. —: Copia
English
to account for the difference between this and their report; furthermore, also to note that the Lord Governor has undertaken to confer further with the Regents and Chiefs of the aforementioned districts concerning this matter, and to urge them seriously to make every possible effort to bring the aforementioned cultivations to the desired extent. Furthermore, the Lord Governor made known to the Council that His Honour intended, pursuant to the authorization obtained for that purpose from Their High Nobles, to undertake tomorrow the journey to the interior, in order to pay the customary visit to the Emperor and Sultan, and that His Honour was to take along from the members of this council thither: the Colonel and Head of the Militia here, Anthonij Hamell; the Merchant and Fiscal, Barend Ian van Nijvenheim; the Merchant and Resident of Japara, Dirk van Hogendorp; and the Junior Merchant and Secretary, Fredrik Iacob Rothenbuhler; along with the further ordinary retinue; adding at the same time that His Honour, according to custom, would transfer the interim administration and the management of affairs here during His Honour's absence on 30 July 1792 to the Senior Merchant and Head Administrator Jacobus van Santen, to whom His Honour also handed over the warrants already prepared for conducting the general census as of the end of August next, with authorization to have that census carried out accordingly; and further with the handing over of instructions drawn up by His Honour to serve as a guideline for the said van Santen to regulate his conduct in the administration of affairs; whereupon, all the members of this council having risen, they wished the Lord Governor a pleasant and prosperous journey, and that it might result in the best and most beneficial effects of attachment and continuing friendship of both Rulers, both toward the Company and toward His Honour; which was answered by His Honour with an appropriate speech, recommending accuracy and care for the Company's interests; and of all of which it was understood this record should be kept. Thus done, resolved, and decreed at the Government House in Samarang, date as above. Was signed: Pieter Gerardus van Overstraten, Jacobus van Santen, Barend Ian van Nijvenheim, Johannes Wilhelmus Crose, Dirk van Hogendorp, Barend van der Worm, Christiaan Godlot Fisscher, Marten Meurs, and Fredrik Jacob Rothenbuhler, Secretary. Agrees, N. Hemberkle 30 July 1792. Secret and Separate Papers from Ambon for the Netherlands Copy The 3 Radjas or sons of the former Salahakan of Zullabessij are expected in Ternaten. Request for authorization for their dispatch. 60. The year 1793. Continuation. 61. 62. Request for authorization for their dispatch. 62. Register of such Secret and Separate Letters and Papers as are written on large-format paper in this bundle for the Netherlands. Separate letter from the Honorable Johan Adam Schilling, Governor and Director of this Province, addressed to Their High Nobles and dated 10 June 1793: from page 1 to page 18. Report of the Plantation Overseer Wolsgaard, 28 May ditto: pages 21 to 23. Outgoing Separate Letter to Banda, 29 November 1792: pages 25 to 26. Ditto ditto ditto to Ternaten, 24 January 1793: pages 26 to 27. Ditto ditto ditto to ditto ditto, 6 May ditto: pages 27 to 28. Ditto ditto ditto to ditto ditto, 7 ditto ditto: pages 28 to 28. Incoming ditto from ditto, 4 September 1792: pages 29 to 30. Ditto Secret ditto from ditto, 2 April 1793: pages 30 to 37. Translation of Malay letter: pages 41 to 41. Declaration of the native of Macquian named Abdul, dated Ternaten 10 August 1792: pages 42 to 43. Outgoing Separate Letter to Bouro, dated 5 March 1793: pages 45 to 45. Ditto to Manipa, 5 ditto ditto: pages 46 to 46. Ditto to ditto, 9 April ditto: pages 46 to 47. Ditto to Bouro, 9 ditto ditto: pages 47 to 47. Ditto to ditto, 31 May ditto: pages 48 to 48. Incoming ditto from ditto, 13 February ditto: pages 49 to 51. The 3 Hadjis or sons of the former Salahakan of Xullabessij are expected in Ternaten. Continuation. 61. 60. Incoming Separate Letter from Hampa, dated 23 February 1793: page 51 to page 51. Ditto from Bouro, 20 March ditto: pages 51 to 52. Ditto from Manipa, 8 ditto ditto: pages 52 to 52. Ditto from ditto, 20 April ditto: pages 53 to 53. Ditto from ditto, 7 May ditto: pages 53 to 55. Compendious Report of Bouro's Resident Coomans, dated 12 February 1793: pages 57 to 60. Amboina, in Castle Nieuw Victoria, 20 June 1793. W. Pouten, Clerk. The 3 Radjas or sons of the former Salahakan of Zullabessij are expected in Ternaten. Request for authorization for their dispatch. Expected. 61. Continuation. 51 to page 51. 51 to 52. 52 to 52. 53 to 53. 53 to 55. 57 to 60. 62.
Dutch transcription
als het Terwijl den Heeren Gouverneur de Regen „ding van voorschree„ „vene Cultuures ern„ Den Heer Gouverneur staat op morgen de „landen aantenee„ „man zach aan den opper„ „koopman en Hoofd„ „administrateur van Santen overte„ „geeven. den 30„e Julij 1742: zich nopens het verschil tusschen dit en hun bericht te ver„ „antwoorden; -. Voorts ook aanteekening te houden, dat de Heer Gouverneur heeft aangenoomen; om den Regenten „ten, tot de uittrei„ en Hoofden der voorschreeven distrikten hier over nader te „stig zal aanspooren zullen onderhouden, en hen ernstig te zullen aanspooren tot het aanwenden, van alle maar immers mogelijke pogingen, ten einde de voorschreeven Cultuuren, tot den gewenschten uitgebreidheid te kunnen brengen. —. Voorts wierd door den Heer Gouverneur, aan de Vergadering reis naar de boven te kennen gegeeven, dat zijn Ed: voorneemens was, om, op den daartoe erlangde qualificatie van Hun Hoog Edelhee„ „den, op morgen de reis naar de bovenlanden aantenee„ „men; ten einde den Keizer en Sulthan de gewoone visi„ „te te brengen, en dat zijn Ed: uit de Leeden van dee„ „ze vergadering naar derwaards stond meede te neemen, den Collonel en Hoofd over de Militie alhier Anthonij Hamell, de koopman en Fiscaal Barend Ian van Nijvenheim, de koopman en Japarus Resident Dirk van Hogendorp, en de onderkoopman en secretaris Fredrik Iacob Rothenbuhler, met het verder on„ En het prointarim gepelinair gevolg, met bijvoeging tevens, dat zijn Ed: het pro„ „interim Gezaet, en de maneance der zaaken alhier„ zijn Ed geduurende afweezen, na den gebruiken, zoude op„ den 30„e Julij 1792:—. „draagen N 635 den 30„e Julij 1742: „draagen, aan de opperkoopman en Hoofdadmi„ „nistrateur Jacobus van Santen, aan wien zijn Ed: ten einde ook de reeds in gereedheid gebrag„ „te ordonnantien, tot het doen van de generaa„ „len opneem, onder ultimo Augustus aan„ „staande, overhandigde, met qualificatie om die opneem als dan ook te laten gevolg nee„ „men; en met overgave wijders, van een door zijn Ed: ontworpene instructie, ten einde voor gemelde van santen te dienen tot een richtsnoer, om zich in het bestuur der zaaken daar naar te kunnen reguleeren; waar op de gezamentlijken Leeden, deezer vergade„ „ring opgeslaan zijnde, de Heer Gouver„ „neur een aangenaame en voorspoedige reize toewenschten, en dat die de beste en heilzaamste uitwerkzelen, van atta„ „chement, en aanhoudende vriendschap der beide Vorsten, zoo aan de Compagnien als aan zijn Ed: ten gevolge mogt hebben, het geen door zijn Ed: onder een gepaste toe„ „spraak, en aanbeveeling van accuratesse ƒ en zorgdraaging voor 's Compagnies belan„ „gens beantwoord wierd; en van welk een en N=o 7 te ver„ Copia hent den 30„e Julij 1792: en ander verstaanwierd te houden deeze aan„ „teekening Aldus Gedaan, Geresolveerd: en Gearresteerd, ten Gouvernemen te Sama„ „rang dato voorschreeven, /:was geteekend:/ Pieter Gerardus van Overstraten, Jacobus van Santen, Barend Ian van Nijven„ heim Johannes Wilhelmus Crose, Dirk van Hogendorp Barend van der Worm„ Christiaan Godlot Fisscher, Marten Meurs, en Fredrik Jacob Rotham„ buhler secr=t Accordeert N Hemberk le den 30„e Julij 1792:—. A 5 7 Copio 1 N.7 Copre Secreete in Aparte Papieren van Ambon voor Nederland Copia de 3 rladjes of zomen van den geweesene Salahakan van zullabessij worden in Ternaten verwagt - - - - - - - - verzoek om qualificatie tot derzelver verzending - - - - - - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ – – – – – – – – – - - - – – – „ 60: d' Ao 1793. vervolg N=o 7 --- – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 61 – – – – – „ 62 J:S„ verzok om qudlificaten ter dezelve verkending - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 62 verwagt - - - - - - - Register van zodanige Secreete en Aparte Brie„ Sven en Papieren als in dezen Bundel voor Neder= land op Grootformaat papier geschreeven zijn. Aparte missive van den welEdelen Achtbaren Heer Johan Adam Schilling gouverneur en directeur dezer Provintie aan Hun Hoog Edelheedens gerigt en gedateerd den 10 Junij 1793: . . . . . ronpag: 1 tospaj: 18 Berigt van den Eg opziender wolsgaard. _o „ 28: maij d:o - - - - - - „ „ 21 „ „ 23 Afgaande Aparte Brief na Banda — „ 29: 9ber: 1742: - - - - „ „ 25 „ „ 26 _:o _o d=o „ Ternaten _o „ 24. Januarij 1893 - - - - - - „ „ 26 „ „ 27 _o _o d. o „ _o _o „ 6. maij d:o - - - „ „ 27 „ „ 28 _:o _o d:o „ _„o _o „ 7 _o d=o. - - - „ „ 28 „ „ 28 Aankomende — d:o van _ o — „ 4 Septemb 1792. - - - „ „ 29 „ „ 30 _o Secreete d:o „ _o _ „ 2. April 1793: - - - „ „ 30. „ „ 37: —. Translaat Maleidse brief - - - - - - - - - - - - - - - - „ „ 41 „ „ 41 verklaring van den Inlander van Macquian genaamd Abdul gedateerd Ternaten den 10. Augustus 1792. - - - - - „ „ 42 „ „ 43 Afgaande Aparte Brief na Bouro gedateerd 5: maart 1793 „ „ 45 „ „ 15 _ _o „ Manipa — 5. _o d=o „ „ 46. „ „ 46 _ „ _:o — 9 April d. o „ „ 46 „ „ 47 _ _ „ Bouro — 9 _o d o „ „ 47 „ „ 47 _o „ _:o „ 31 maij d:o „ „ 40 „ „ 413 Aankomende — — van _ o — 13 februarij d:o „ „ 49 „ „ 51. de 3 Hadjes of zoonen van den geweesene Salahakan van Xullabessij worden in Ternaten verto vervolg te _ _o _o _ – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 61 - - - - „ 60: Aankomende Aparte Brief van Hampa ged:e 23: february 1793 ie sig 5t 1 peip: 17 _ _ „ Bouro „ 20 maart d. o „ „ 51 „ „ 52 _:o _ — „ Manipa „ 8: _o d o „ „ 52 „ „ 52 _o _ „ _o „ 20 April do „ „ 53 „ „ 53 _ _ „ _o „ 7 maij d=o „ „ 53 „ „ 55. Compendieús Berigt van Boúros Resident Coomans gedateerd 12: februarij 1793: - - - - Amboina in 't Casteel Nieuw Victoria den 20. Jenij 1793 „ „ 57 „ „ 30. E W: Pouten Ekery de warjer op roomen van den gewesene satahakan van zullabessij worden in Ternaten verzoek om qualificatie tot derzelver verzending - - - - - - - - - - - - - - - - - - - verwagt – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 61 vervolg 51 Meprij: 51 51 „ „ 52 52 53 „ 53 „ „ 55. „ 53 „ 52 57 „ „ 60. – – – „62
English
true property is of the mace that comes from or is picked from unripe fruits. the reason thereof Section 22. And this is to be deduced even more clearly from this, since the mace sent over from here in anno 1791, according to the report of the administrators of the west-side warehouses dated 29 December 1791, was of a considerably better substance than that which was brought from Banda in that year by the pantchiallang de Baars. Alphabetical Register of the Marginalia to the Separate Letter to Their High Nobilities dated Amboina the 10th of June 1793. Letters and Papers List of the received letters and papers - - - - - - - - - paragraph 1: complaint about the late receipt of the separate missive of 7 January - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 2: the Honorable overseer Wolsgaad tasked with the investigation into the private goods brought by the ship Dordwijk and therefore loading - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 3: this complied with by report – – – – – – – – – – – – – – – – – – - - - - - paragraph 4. the loading and stowage found to be good - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 5. the commissioners kept no record of the unloaded private goods - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 6. the plan of the Gentlemen of the military commission impracticable - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 7: reasons why - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 8 with 150 native soldiers this castle cannot be defended against an indigenous, let alone a European force - - - - paragraph 10: The abandonment of the outer counting houses and posts is considered very harmful - - - - - - - - - - - paragraph 11: thanksgiving for the favorable approval of most of the governor's actions - - - - - - - - - - - - - - paragraph 14: and for the granted gratuity - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 14: gratitude for the favorable approval of the governor's actions in Banda - - - - - - - - - - - - - paragraph 55: the received letters answered - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 56: Cerammer /see/ Native affairs Correspondence threats of those minded toward Nuku - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 57: has perplexed Governor Cornabe - - paragraph 57: the grandees minded toward Nuku are probably unable to carry out their threats - - - - - - - - - - - paragraph 58. request made to the administrator in Banda to remain vigilant against the export and sale of ammunition goods - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 59 continuation paragraph 60: the 3 Hadjis or sons of the former Salahakan of Xullabessij are expected in Ternate – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – paragraph 61 request for authorization for the dispatch of the same - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 62 reasons why - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - paragraph 62
Dutch transcription
ware eegenschap is van de foelij die van de onrijpe vrugten komt of gepluckt word. de reeden van dien §22. En ditis hier ut nog nader aftelijden, vermitsen a: 791. van hier overgezondene vooren, blyjken berigt der administrateurs van de westzijdse pakhuisen ged. 29: December 1791. van een vrij beetere sub= stantie zijn geweest dan die i dat jaar per de pantjalling de Baars van Banda zijn aangebragt Alphabetisch Register der Marginalen op de Aparte Brief aan Hun Hoog Edelheedens gedateerd Amboina den 10: Iunij 1793. — Brieven en Papieren Notitie der ontvangene brieven en papieren - - - - - - - - beklag over den laten ontvangst der aparte missive van den 7. Januarij - – - - - - - - - - - - - - - - „ 2: den E9. opzienden wolsgaad op gedragen het onderzoek nade aangebragte particulier goederen p=r 't chip Dordwijk d' gecommitteerdens hebben geen notite gehouden van de ontloste particuliere goederen - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6. het plan der Heeren van de militaire commissie onuitvoerlijk - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 7: met 150 Jnlandse soldaten in dit casteel niet te desendeeren tegens een jlands veel min Een Europees magt - - - - „ 10: Het abandonneeren der buiten comptoiren on posten word voor zeer schadelijk gehouden - - - - - - - - - - - „ 11: dankzegging voor de gunstige approbatie van sgouverneurs meeste verrigtingen - - - - - - - - - - - - - - „ 14: dankbetuiging voor de gunste approbatie van sgouverneuurs verrigtingen in Banda - - - - - - - - - - - - - „ 55: Cerammer /zie/ Inlandse zaaken Correspondentie bedreigingen der Noekoes gezinde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 57: heeft den gouverneur Cornabe perplex gemaakt - - – – – – – – – – – - - - - - - - - - „— de Noekoes gezinde grooten zijn waarschijnlijk buiten staat hunne bedreiging en te volbrengen - - - - - - - - - - - „ 58. verzoek aan den gezaghebber in Banda gedaan om tegens den uitvoer en verkoop van ammonitie goederen te blijven de belading en stuwagie wel bevonden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5. en voor t toegelegde douceur - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: de ontvangene brieven beantwoord - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 56: hier aan bij berigt voldaan – – – – – – – – – – – – – – – – – – - - - - - _ _ _ - _ - - - - - - - - - - „ 4. en dus belading - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3: reeden waarom - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8 vigileeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - de 3 Hadjes of zoonen van den geweesene Salahakan van Xullabessij worden in Ternaten verzoek om qualificte tot deszelven verzending - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 62 verwagt – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 61 reeden waarom - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - – – – – – – – – – – –„ 1: vervolg - „ 59 „ 60:
English
is a true characteristic of the mace that comes from or is picked from unripe fruits. Second reason for this: Section 22. And this is to be deduced even more clearly from the fact that the nutmegs sent from here in the year 1791, according to the report of the administrators of the West-Rijck warehouses dated 29 December 1791, were of a considerably better substance than those brought in that year from Banda by the pantchiallang de Baars. Alphabetical Index of the Marginals to the Separate Letter to Their High Nobilities dated Amboina the 10th of June 1793. Letters and Papers Complaint about the late receipt of the separate missive of 7 January - 2 The Honorable Overseer Wolsgaard was tasked with investigating the private goods brought by the ship Dordwijk The committee members kept no record of the discharged private goods - 6 The plan of the gentlemen of the Military Commission is impracticable - 7 With 150 native soldiers, this castle cannot be defended against a native, much less a European force - 10 The abandonment of the outer trading posts and stations is considered very harmful - 11 Thanks for the favorable approval of most of the Governor's proceedings - 14 Expressions of gratitude for the favorable approval of the Governor's proceedings in Banda - 55 Cerammer /see/ Native Affairs Correspondence Threats from the Nuku faction - 57 Have left Governor Cornabe perplexed - [illegible] The grandees of the Nuku faction are probably unable to carry out their threats - 58 Request made to the Commander in Banda to remain vigilant against the export and sale of ammunition goods The 3 Hadjis or sons of the former Salahakan of Xullabessij are in Ternate Request for authorization for their dispatch - List of received letters and papers - 1 The loading and stowage found to be in good order - 5 And for the granted bonus - [illegible] The received letters answered - 56 Expected - 61 And thus cargo - 3 Complied with this by report - 4 Reason why - Reason why - 8 Vigilant - Continued 59 60 62
Dutch transcription
ware egenschap is van de foelij die van de onrijpe vrugten komt of gepluckt word. tweede reeden vandien §22. En dit is hier uit nog nader afteleijden, vermitsdin ao 1791. van hier overgezondene Nooten, blyken berigt der administrateurs van de westrijase pakhuisen ged: 29: December 791. van een vrij beetere sub stantie zijn geweest dan die in dat jaar per de pantjalling de Baars van Banda zijn aangebragt Alphabetisch Register der Marginalen op de Aparte Brief aan Hun Hoog Edelheedens gedateerd Amboina den 10: Iunij 1793. — Brieven en Papieren beklag over den laten ontvangst der aparte missive van den 7. Januarij - – - - - - - - - - - - - - - - „ 2: den E. opzienden wolsgaard op gedragen het onderzoek na de aangebragte particuliere goederen p=r 't schip Dordwijk d' gecommitteerdens hebben geen notitae gehouden van de ontloste particuliere goederen - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6. het plan der Heeren van de militaire commissie onuitvoerlijk - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 7: met 150 Jnlandse soldaten in dit casteel nit te defendeeren tegens een jnlands veel min Een Europees magt - - - - „ 10: Het abandonneeren der buiten Comptoiren on posten word voor zeer schadelijk gehouden - - - - - - - - - - - „ 11: dankzegging voor de gunstige approbatie van sgouverneurs meeste verrigtingen - - - - - - - - - - - - - - „ 14: dankbetuiging voor de gunste approbatie van sgouverneurs verrigtingen in Banda - - - - - - - - - - - - - „ 55: Cerammer /zie/ Inlandse zaaken Correspondentie bedreigingen der Noekoes gezinde - - – – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 57: heeft den gouverneur Cornabe perplex gemaakt - – – - - - – – – – – – – – - – – – – – - - - - - - - - – „ — de Noekoes gezinde grooten zijn waarschijnlijk buiten staat hunne bedreiging en te volbrengen - - - - - - - - - - - „ 58: verzoek aan den gezaghebber in Banda gedaan om tegens den uitvoer en verkoop van ammonitie goederen te blijven de 3 Hladjes of zoonen van den geweesene Salahakan van Xullabessij worden in Ternaten verzoek om qualificatie tot derzelver verzending - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Notitie der ontvangene brieven en papieren - – - - – – – – – – - - - - – – – – – – – – – – – – „ 1: de belading en stuwagie wel bevonden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5. en voor t toegelegde douceur - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: de ontvangene brieven beantwoord - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 56: verwagt – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 61 en dus belading - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3: hier aan bij berigt voldaan – – – – – – – – – – – – – – – – – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4. reeden waarom - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- reeden waarom - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - – – - „ 8 vigileeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- vervolg „ 59 . - - - „ 60: – – – „ 62
English
Domestic affairs Reason why the people of Waroe are not reprimanded for the violence they committed against some shipwreck victims - - - „ 24: Those of Waroe are great supporters of Noekoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 25: The orangkaij of Quaus Kane Kane has died - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 27. The suspicion that the departed Prince Major Melkeddin is held in contempt by the Ceram people – – – - - - - „ 28: Cannot be deduced from any report of the deceased Keffing captain - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 29: Although the Ceram people were not inclined to fight the rebel Noekoe under his command – – – – – – – - - - „ 30: Prince Melkeddin had no esteem for the Ceram people and the reason why - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 31: The Ceram people consider themselves free men - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 32: The Governor already observed this in the year 1769 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 32. No Ceram person will commit himself to fight against Noekoe - - - – – – - - - - - - - - - – – – – „ 33: The ministers in Banda justified regarding the continued admission of the prahus and their crews and those of Ceram Laut - - - - - „ 35: The deceased captain of Keffing and orangkaij of Quaus have not requested any assistance of ammunition goods from the Banda ministers - - - - - - - - -— – – – - - - - - - - - - - - - - „ 36: The Governor will not charge the assumed debts of the Tidore Prince Major Melkeddin to the Company - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 37: Reason why - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 38: Stirring up disputes and weakening the Goram people is a difficult matter – – – – – – – – – – – - – – – – „ 39: The Governor has nevertheless undertaken this for a long time - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: Yet with little success - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 40: One will have to continue to make use of the persons employed for that purpose – - - - - - - - - - - - - - - „ 40: Because the Governor's project was disapproved - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: Complaint about the harsh wording in that regard - - – – – – - – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: Hope that the proposal made by the Governor concerning an expedition from Ternate to Goram may be viewed in a more favorable light - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 41. Mr. Cornabe has been informed of the disapproval of the expedition to be made to Goram – – – – – – – - - – – - - - - „ 42: As well as of the impending dispatch of the family of Prince Melkeddin - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: The accounts of the state of affairs of Goram etcetera were already dispatched last year both to Ternate and Batavia – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 43 The family of Prince Melkeddin is ready to depart for Batavia with the bark De Verwagting - - - - - - - „ 44. For outfit, 100 rixdollars has been granted to the family - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 45: Which will have to be charged to the Ternate government and reimbursed by the King of Tidore - - - - - - „ 46: Notice of the accompanying resolution - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 47: Was given in the general letter of 8 August of the previous year – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – - „ 48: A presumed misunderstanding clearly resolved – – – – – – – – – – - - - - - - – – – – – - „ —: What was salvaged from the bark Ceram by the Buton people has not yet been credited to our side - - - - - - „ 49: The Governor has informed those of Ternate of the correspondence of the rebel Noekoe with the Sultan of Magindanauw _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - - - - - - - - - - - – - - - „ 50: In this autumn what is needed for a meeting will be specified - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 51: The chief of Saparoea will be instructed to provide for the safety of the letter carriers to Banda - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - – – – „ 52: The seafarers will be warned not to venture out to sea without sufficient defense - - - „ 52. sent-- without hope of success - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: Notes
Dutch transcription
Inlandse zaaken reeden waarom 't volk van waroe over hun gepleegde geweld aan eenige schepbroukelingen niet onderhouden rs - - - „ 24: die van warde zijn groote aanhangers van Hoekoe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 25: den orangkaij van quaus kane kane overleeden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 27. het vermoeden dat den vertrokkene Prins majoor Melkeddin in veragting vanden Cerammer is – – – - - - - „ 28: kan uit geen rapport van den overledene keffings hapitain afgeleed worden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 29: schoon de Cerammers niet genegen geweest zijn om onder zijn Commando den rebel Noekos te bevegten - – – – – – – - - - „ 30: Prins Melkeddin heeft de Cerammers geen agting toegedragen en waarom - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 31: de Cerammers houden zig voor vrij minschen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 32: dit heeft den gouverneur bereets in ao 1769 opgemerkt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 32. geen cerammer zal zig verbinden tegens Voekoe te vegten - - - – – – - - - - - - - - - – – – – „ 33: de ministers in Banda geregtvaardigt over te blijven admiteeren der p.rs gisereeden en die van Ceram lauwt - - - - - „ 35: de overledene capitain van keffing in orangkaij van Quaus hebben de Bandase ministers om geen adsistentie van ammonitie goederen verzogt - - - - - - - - -— – – – - - - - - - - - - - - - - „ 36: den Gouverneur zal de overgenomene schulden van den Tidors Prins majoon Melkeddin met ten laste den Comp: brengen „ 37: reeden waarom - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 38: het twist verweekenen verswacken der Gorammers is een moeijelijk zaak – – – – – – – – – – – - – – – – „ 39: dit heeft den gouverneur egter al voor lang ondernomen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: dog met weinig succes - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4: van ae daar toe geemployeerde perzoonen zal men zig moeten blyven bedienen – - - - - - - - - - - - - - - „ 40: wijl 't project van den gouverneur geimprobeerd is - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: beklag over de harde bewoordingen dien aangaande - - – – – – - – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: hope dat des Gouverneurs gedane voorstel wegens eene Expeditie uit ternaten na horam mn een gunstiger liceht be„ =schouwt mag worden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 41. de heer Cornabe kinnis gegeven van de improbatie der te doene expeditie na goram – – – – – – – - - – – - - - - „ 42: gelijk ook van de aanstaande verzending der familie van Prins Melkeddin - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: de relaasen van de gesteldheid van Goram ete: reets in't verweekene Jaar zo na Ternaten als Batavia af„ – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 43 de familie van Prins Melkedain staan met de barcq de verwagting na Batavia te vertrekken - - - - - - - „ 44. tot uitrusting is de familie toegelegd rd. s 100: - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 45: diet gouvernement Ternaten zullen aangereekend en door den koning van Tidor gerestitueerd moeten worden - - - - - - „ 46: van 't nevenstaande besluit - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 47: is kennis gegeven bij gemeene brief van den 8: Augustus A:o p=o – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – - „ 48: een verondersteed kwalijk verstaan duidelijk opgelost – – – – – – – – – – - - - - - - – – – – – - „ —: het opgevishte van de barcq Ceram door de Boutonders isnog niet herwaards ten goede gereekend - - - - - - „ 49: de gouverneur heeft die van Ternaten kennis gegeven van de Correspondentie van den rebel Noekoe met den Sulthan van magindanauw _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - - - - - - - - - - - – - - - „ 50: in dit najaar zal 't benooigde tot een sanirie opgegeven worden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 51: Saparouas hoofd zal gerecommandeert worden om voor de veiligheid der brieven bestellers na Banda zorg te dragen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - – – – „ 52: de naviganten zullen gewaarschuwte worden om zig niet zonder genoegzame defensie op zee te wagen - - - „ 52. „gezonden-- zonder hoop van Succes - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: Noten
English
true characteristic is of the mace that comes from or is picked from unripe fruits. second reason for this n2s. - § 24: § 22. And this is to be derived further from here, since the goods sent over from here in the year 791, according to the report of the administrators of the western warehouses dated 29 December 791, were of a rather better sub- stance than those brought in that year from Banda by the pantjalling the Baars Nutmeg Culture there are no longer complaints about the delivery of unripe nutmegs. - After the candied and salted nutmegs brought by 1 ship from Macasser, the fiscal was ordered to conduct an investigation - „ 16. the displeasure of Your High Excellencies regarding the slight progress of the nutmeg plantation was seriously presented to the native regents - „ 17: excuse of the regents their promise made in that regard urged further. the prolonged drought over the past 2 years has been very harmful to the nutmeg plantation - „ 20. the nutmegs sent from here to the Banda ministry cannot have been fully ripe - „ 21: indulgence will be used in the sorting out of the nutmegs picked too young - „ 23: request for the sending over of a copy report concerning the condition of the nutmegs sent over in September of the past year - „ 54: Papua /:see/ Piracies second reason for this - „ 22: alarm over the threat made - „ 18. reason why - „ —: Piracies no pirates have been noticed at Bouro until the month of February nevertheless 7 Binonkers were captured near Bouton by 3 Tidoreese kora-koras - „ — these escaped the hands of their enemies behind Bouro and were sent back to Macasser with 6 stranded at Assiloelo... the son of the raja of Binonko stranded behind Bouro and brought in by a cruiser - „ 64: departed again for their country with 4 other paduakans - the surprise attack on a chiampang of Lumooij by 2 kora-koras is doubted - „ 65: the son of the king of Bouton and the anakhodas of the wandering vessels of that nation forbidden to return to the Ambon waters - remark on the sailing to Timor with passes reading for Sumbawa - „ 67, the dispatched cruisers did not encounter those wanderers at Djikoemarassa - „ 70. warning to the burgher and Chinese merchants to be on their guard - „ 71. Manipa's postholder and Sawai's commandant notified of the route of the aforementioned 3 paduakans - „ 72. seen at Sawai sailing towards upper Ceram but far out at sea the command dispatched against them from Manipa did not find them - „ — the people of Bonoa did not dare to attack the wanderers - „ — 12 Papuan kora-koras passed the hinterland of Bonoa - „ 68, though not seen at Bouro - „ —: 3 paduakans from Bouton were present at Hamler - „ —: those intending to go to Goram and the Papuan Islands - „ 4: those wanderers also came to anchor at Bonoa - „ 73: displeasure thereabout made known to the regents - „ — crew and armament of those vessels - „ 69. and the Binonkers held suspect - „ — [illegible] were not provided with any pass - „ — 163: § 15: [illegible] of „ 25: „ 27. „ 28: „ 29: „ 30: „ 31: „ 32: „ 32: „ 33: [illegible] - „ 35: „ 36: bring „ 37: „ 38: „ 39: „ —: „ : „ 40: „ —: „ —: light [illegible] „ 41. „ 42: „ —: [illegible] „ 43 „ 44. „ 45: „ 46: „ 47: „ 48: „ —: „ 49: the „ 50: „ 51: Banda „ 52: dare - „ 52 „ —: [illegible] „ — continuation „ 66: „ — „ –: „ 19: „ — E
Dutch transcription
ware eegenschap is van de foelij die van de onrijpe vrugten komt of gepluckt word. tweede reeden van dien n2s. . - - - - § 24: §22. En ditis hier uit nognader aftelijden, vermitsden ao 791: van hier overgezondene wooren, blyjkens berigt der administrateurs van de westrijdse pathuisen ged: 29: December 791. van een vrij beetere sub= stantie zijn geweest dan die in dat jaar per de pantjalling de Baars van Banda zijn aangebragt Noten Dulture over 't leeveren van onreijpe Noten word niet meer geklaagt. - Na de geconfijte en gezoute Noten met 1 schip macasser aangebragt is den fiscaal gelast onderzoek te doen - - - - - - - - „ 16. het misnoegen Vb: HE: Ed: over de geringe vordering der noten plantagie de Jnlandse Regenten met ernst voorghouden - - - - „ 17: verschoning der Regenten hunne daar omtrend gedane belofte nader aangedrongen. de langduurige droogte zeedert 2 jaren is de noten plantagie zeer schadelijk geweest - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 20. de noten van hier 't Bandase ministerie toegezonden kunnen miet volkomen rop geweest zijn - - - - - - - - - - - - - „ 21: in 't uitschieten der te jong gepluckte Noten zal inschikkelijkheid gebruikt worden – – – - – – – - – - - - - - - - - - - - „ 23: verzoek te overzending van een copia berigt wegens de gesteldheid der in September a:o p=s overgezonden notin - - - - - - - „ 54: Japoen /:zie/ Roverijen tweede reeden van dien - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 22: schrik over de gedane bedreiging - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 18. reeden waarom - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: Roverijen geene rovers zijn te Bouro vernomen tot in de maand februarij nogthans zijn door 3: Tidoreese corre corre 7 binonkers bij Bouton opgeligt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — deze zyn agter Bouro de handen hunner vijanden ontvlugt en na Macasser te rug gezonden met 6: te Assiloelo vervallene kai„ de zoon van den radja van Binonko agter Bouro vervallen en door een kruisser opgebragt - - - - - - - - - - - - - - - „ 64: met 4. andere paduakans weder vertrokken na hun land - - - - - -- .. de overrompeling van een chiampang van Lumooij door 2. corre lorren word in twijffel getrokken - - - - - - - - - - - - - „ 65: de zoon des konings van Bouton en de Anachodas der swervende vaartuigen van die natie verboden wederom te komen in het ambonsch vaarwater - remarqie op 't vaaren na Timor met pascen op Sumbawa luidende - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 67, de afgezondene kruis vaartuigen hebben die swerverste Djikoemarassa niet ontmoet - - - - - - - - - - - - - „ 70. waarschuwing aan de burger en chineer handelaren om op hun hoede te zijn - – – – – - - - - - - - - - - - - - - - - „ 71. Manipas posthouder en Sawaijs Commandant kennis gegeven van de route der voorm: 3 paduakans - - - - - - „ 72. te sawaij gezien zijlen na boven Ceram dog zee ver in zee het op hen van manipa afgezondene Commanda heeft hen niet aangetroffen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — het volk van Bonoa heeft de swervers niet darven aantasten - – – – – – – – – - - - - - - - - - - - - - „ — 12. papoese Correcorren zyn 't agterland Bonoa gepasseerd - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 68, dog niet te Bouro gezien – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: 3: paduakans van Bouton te Hamler aangeweest – – – – – – – – – – - - - - - - – - - - - - - - - - - „ —: de wel hebbende na Goram en de papoese Eijlanden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4: die swervers zijn te Bonoa ook ten ankergekomen - – – – – - - - – – – – – - – – – – – – – – – – – – – – – – „73: misnoegen daar over dan de regenten te kennen gegeven – – – – - - - – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — bemanning en armature dier vaartuigen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 69. en de Binonkers verdagt gehouden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — dupaneesen - - - - - - - - - - - - - - - - - - zyn van geen pas voorzien geweest - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„— . . . . . . . . 163: - - - - - - - - - - - - - - - - §15: stentie van - - - - - - „ 25: - - - - - . „27. - - - - „ 28: – – - - --- „ 29: - - - - - - - „ 30: - - - - - - „ 31: – - - - -–„32: - - - ---- -„32: –––„ 33: uwt - - - - - „ 35: -- - - - - - „ 36: brengen „ 37: - - - - - „ 38: „39: - - - - - - - „ —: - - - „ : - - - - „ 40: – . - - „ —: - - - – - „ —: licht be„ - - - - –„ 41. - - - - –„42: - - - - - - „ —: aaf. - – – – „ 43 – – – - - - – „ 44. - - - - - - „ 45: - - - - - - „ 46: - -- „ 47: - -- - - „ 48: ----„ —: - - - - - - „ 49: den – – – – – „ 50: —— - -„51: Banda – – – „ 52: wagen - - - „ 52 -- - - „ —: n – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ — vervolg – - „ 66: . . . . . - - - „— - -- –– - - - -- „ –: – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – - ––– - „ 19: – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – - „ — . - E
English
Continuation of Piracies private pantjaling attacked by 5. corocores, yet valiantly repulsed 74: the soldier Caijadoe fought against 11: corocores „ — the resident is cruising for them „ — yet has not been able to reach Amblauw „ 75: intention to cruise the North side of Bouro approved „ — 3: Negorijen at Amblauw burned down and plundered by the Pirates „ - the number of people carried off is still unknown „ — 2. men from a fishing prau carried off at [illegible] by 5: pirate vessels. „ 76. the Postholder of manipa will set out against those pirates with his small fleet „ — at Lissibatta 2. men were presumably shot dead and 1 wounded by the same pirates „ 77. reason why the curbing of those pirates has been left deferred to the resident of Bouro and Sergeant postholder of manipa „ 78: Danirie /: see Native affairs Amboina in Castle Nieuw Victoria the 20: June A:o 1793. which is a quality of the mace that comes from or is picked from the unripe fruits. second reason for this Batavia note of the received Letters and Papers 12: complaint about the late receipt of the separate missive of the 7 January the Equipage master Wolegaard tasked with the investigation into the brought-in private goods per the ship Dortwijk and thus loading §22. And this is to be deduced even further from the fact that the Nutmegs sent from here in the year 1791:, according to the report of the administrators of the Western warehouses dated 29: December 1791:, were of a rather better substance than those brought in that year per the pantjalling the Baars from Banda. Separate To his High Excellency The High Noble Rigorous Highly Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General together with The Right Noble Rigorous Lords Councilors of the Dutch Indies High Noble Rigorous Highly Honorable Lord and Right Noble Rigorous Lords § 1. In the beginning of this year and subsequently, I have had the honor to receive your High Excellencies' most respected separate Rescripts and the annexes cited therein from the past and this year, dated 20 January and 31 December of the past year, likewise separate Letters of 27. November of that year and 7: January of this year. In order to carry out the order contained in the latter as far as possible, I must beforehand lament the late receipt of that letter, it having been received only on the 7. of March, when the chartered ship Dortwijk was already discharged of its Company and private cargo, and it was thus not possible to discover with the least certainty which private goods were brought in and shipped off with it. § 3: However, since the Equipage Master Wolegaard was on that vessel almost daily during the unloading, I ordered him, under the oath of fidelity taken to the Company, to inform himself in secrecy and with all possible precision, and to report to me which private goods were brought with the aforementioned ship, and whether any irregular treatment might have taken place in the loading of that vessel.
Dutch transcription
Vervolg van Roverijen „particutier pantjaling doo 5. Core Ooren aangerand tog manmodig afgeslagen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7 4: den zoldaat Caijadoe heeft tegens 11: correcorren geslagen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — den resident kruist op dezelve - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — dog heeft te Amblauw niet kunnen komen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 75: voornemen om de Nd kant van Bouro te bekruissen goedgekeurd – – – - – – - – - - - - - - - - - - - - - - „ — 3: Negorijen te Amblauw door de Roovers afgebrand en geplundert - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ - het getal der vervoerde manschap is nog onbekend - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — door 5: roofvaartuigen 2. man uit een visphersprauw te p„ls rtelie gelijt. - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 76. de Posthouder van manipa zal met zijn vlootje op die rovers afgaan – – - - – – – – – – – – – – – – – „ — te Lissibatta zijn vermoedelijk door de zelve rovers 2. man dood geschoten en 1 gequetst - - - - - - - - - - - „ 77. reeden waarom de beteugelingen dierovers gedefereert gelaten is aan den resident van Bouro en Sergeant pott= houder van manipa - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 78: Danirie /: zie Inlandsche zaken Amboina in't Casteel Nieuw Victoria den 20: Iunij A:o 1793. O beklag aparte den Egop dragen gebragte schip Dort W„ PhoutenEelerg notitie en Pa war eegenschap is van de foelij die van de onrijpe vrugten komt of gepluckt word. tweede reeden van dien Batavia notitie der ontvangene Brieven en Papieren 12: beklag over den laten ontvangst der den Eg opzien der wolegaard opge„ gebragte particuliere goederen per 't schip Dortwijk en dus belading §22. En ditis hier uit nog nader aftelijden, vermitsdin ao 1791: van hier overgezondene Nooten, blykens berigt der administrateurs van de westrijdse pakhuisen ged. 29: December 1791: van een vrij beetere sub= stantie zijn geweest dan die in dat jaar per de pantjalling de Baars van Banda zijn aangebragt „ Apart Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere H: Willem Arnold Alting gouverneur Generaal benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raden van Neederlands Indië Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere en WelEdele Gestrenge Heeren § 1. In den beginne van dit gaar en vervolgens heb ik de ere gehad te ontvangen uw Hoog Edel= „heedens zeer gerespecteerde aparte Rescribtien en daar bij geciteerde bijlagen van't voorleedene en dit jaar de dato 20 Januarij en 31 December A. o p. o item apparte Brie„ ven van den 27. November van dat en 7: Januarij deses Jaars Om aan de order bijde laatsten vervat na mogelijkhed tij doen, moet ik voor afklagen den laa„ aparte missive van de Januarij ka: ten ontvangst van die brief als eerst den 7. maart ontvangen zijnde toen het vloeker schip Dort„ wijk reets van zijne Comp. s en particuliere lading was ontlost en dus met geene de minste zeeker„ „heid te ontdekken geweest welke particuliere goederen aangebragt en afgescheept zijn daarmede § 3: Dewijl den Equipagie opziender Wologaard egter geduurende de ontlading op dien bodem dragen het onderzoek na de aan genoegzaam dagelijks is geweest, heb ik hem onder den eed van getrouwigheid aan de maat= schappij afgelegd, gelast om zig in secreetesse en met alle mogelijke nauwbeurigheid te informeeren en mij op te geeven welke particuliere goederen met voormelde schip zijn aangebragt en of in de belading van dien bodem ook eenige erriguliere behandeling plaats gevonden mogte hebben. eant post= 14. - . . . . - - - : 74: . . . . . . . „ — . . . . . . . „ — - - - - - - - „ 75: – – – – – „ — . - - - - - - - „ – „ . . . . . - „ — - - - - - „ 76. -- – – „ — – – – – - „ 77. - - - „ 78. 3.
English
Satisfied herewith by report. The commissioners have kept no record. 17. Help plan of the Gentlemen of the military commission impracticable. Reason why. With 150 native soldiers in this castle impossible to defend against a. Section 4. From the report of 27 May last, submitted to me regarding this matter and accompanying this in original among the annexes, it indeed appears which goods, according to the statement of the leaseholders, were brought with the repeatedly mentioned ship, being subject to toll, but not how many provisions and drinks from the fatherland, because the leaseholders have kept no note of them, since no lease duty is paid on them. Section 5. However, as far as the handling of the cargo of that vessel is concerned, the equipment supervisor Wolsgaard testifies regarding this that he could detect no error, while the stowage was also found to be good, according to the incoming report transmitted among the annexes of the general letter. Section 6. I therefore request to be allowed to let this investigation suffice, since it has proven impossible for me to provide a more accurate report on the discharged private goods, because the commissioners for the discharge of the often-mentioned vessel declared that they were unable to provide a statement of the discharged private goods, as they had kept no record of them; Section 7. In order meanwhile also to comply with Your Right Excellencies' respected order contained in the first-cited separate letter of 27 November last, to the effect of submitting my considerations regarding the means by which the difficulties arising from the reflections of the Gentlemen of the military commission submitted to Your Right Excellencies concerning a general plan of defense of the Netherlands Indies, particularly concerning this Province, and in what manner that plan might if necessary be executed. Section 8. May it be permitted to me to declare frankly that I can suggest no means whereby the proposed plan with respect to this place could if necessary be executed, even if one were provided here with as many military men as those Gentlemen have determined for this Province in times of peace. Section 9. Because this number of military men is indeed sufficient in times of peace, but by no means in the event of an arising war with one of the European Powers, since not the least reliance can be placed on the assistance of the natives, all the less because, being untrained in the handling of weapons, they could be employed for nothing else than at most as handymen. Section 10. If, therefore, in the event of an arisen rupture with a European power, one would have to reinforce the island of Neira in Banda, according to the proposal of the Gentlemen commissioners, from here with: Java with 2 companies of Europeans, 300, Native, much less European force, with 450 heads, Making together 750 heads, then one would. Ship Macassar. This. Thanks. Approval. Prudence. [illegible]. Passed away. No more. Fiscal. The displeasure. Claim. Regents.
Dutch transcription
hier van bij berigt voldaan de gecommitt„s hebben geen notiti gehou= 17: helpban der Heeren van de militaire commissie onuitvoerlijk reeden waarom met 150 jnlandse soldaten in dit casteel niet te deffendeeren tegens een § 4. uit het aan mij deerwegens overgegevene en de bylagen dezer in originali verzellende berigt van den 27: maij goleeden, blykt wel welke goederen na de op gave der pagters met meermelde schip zijn aan= gebragt tol subject zynde, maar niet hoeveel vaderlandse provisien en dranken dewijl de pag= =ters daar van geen aantekening gehouden hebben vermits daar van geen pagt word betaald §5. wat egter de behandeling der lading van dien bodem betreft, daar omtrend betuigd den Equipa= de beladingen Trimaga vilbevonden gie opziender wolsgaard geen misslag te hebben kunnen bespeuren terwijl de stuwagie ook wel heta en porten bevonden is, nat daar van ingekomen berigt onder de bijlagen van de gemeene brief overgaande gehouden. § 6: Ik verzoeke derhalven met dit onderzoek te mogen volstaan vermits het mij onmogelijk is gevallen 3 van de ontloste particulien goederen daarvan een accuraater berigt te kunnen suppediteeren vermits de gecommitteerdens tot de ont= „lossing van meergewaagde bodem verklaard hebben geene opgave der ontloste particuliere goede= „ren te kunnen doen als daar van gein notitie gehouden hebbende; om inteschen ook te voldoen aan uw Hoog Edelheedens gerespecteerde bevel vervat bij de eerste aangehaalde aparte brief van den 27. November d:o p:s ten einde te dienen van mijne Considera„ „tien door welke middelen de swarigheeden voorkomende in de aan uw Hoog Edelh: verge= =gevene bedenkingen der Heeren van de militaire commissie omtrend een generaal plan van defensie van Nederlands India inzonderheid omtrend deze Provintie en op welke wijse dat plan des noods uitgevoerd zoude kunnen worden. §8. zijt mij vergunt rond uit te verklaaren geene middelen aan de hand te kunnen geeven waar door het voorgestelde plan met op rigt tot deze plaats des noods uitgevoerd zoude kunnen worden al was men alhier ook van zo veele militairen voorzien als die Heeren voor deze Provintie in vreedens tijden bepaald hebben. § 9: Om dat dit getal militairen in vreedens tijden wel toerijkende is maar gemints bijen op ko„ „mende orlog me een der Europeerhe Mogentheeden, dewijl op de adsistentie van den Inlanden vandigecoms geen de minste staat te maken is te minder zij in den wapenhandel ongeveffend zijnde tot niets anders geemploijeerd zouden kunnen worden als op 't hoogst tot handlangers. §10: zo men derhalven bij een ontstaane rupture met een Europese mogend heedl het bij= „land Neira in Banda, na der Heeren commissarissen voorstel, van hier zou moeten Iava met 2 compagnien Europeesen - - - - - - 300: _=o uitmakende te saamen _ _ - - - - - - - - 750. koppen dan zoumen Inlands vel min Europeer magt versterken met - - - - - - - - - - - - - - - - - - 450: koppen e. schip maca deze dank aproba verzigting ti overtleven niet meer fiscaal g het misnoegen vordering Regenten
English
true quality of the mace which comes or is picked from unripe fruits. second reason for this report from the the abandonment of the outer offices and posts is considered very harmful. stowage also thanksgiving for the favorable accomplishments no more complaints are made about the delivery of unripe nuts. from the native. After the candied and salted nuts brought by the ship Macasser, the fiscal has been ordered to investigate being inclined to 1 the displeasure of Your High Excellencies concerning the meager progress of the nut plantation was earnestly presented to the native regents. Paragraph 22. And this is to be deduced even more clearly from this, since the mace sent from here in the year 1791, according to the report of the administrators of the western warehouses dated 29 December 1791, was of a much better substance than that brought in that year from Banda per the pantchalling the Baars. Convincing proof that the mace harvested here must rightly consider this province as lost, since with only 150 native soldiers this vast castle cannot be defended against a native, much less a European force; while the remaining outer offices and posts would also have to be left to the discretion of the enemy. Paragraph 11. But as this cannot happen without giving the native righteous cause for complaint and to surrender themselves to the first one who can and will protect them, I consider the aforesaid plan not only utterly impracticable, but also so dangerous that it would be better to abandon this precious conquered territory altogether than to put that plan into execution. Paragraph 12. These, then, are my sincere sentiments and considerations regarding the aforementioned plan. Paragraph 13. I hope, therefore, that my frank expressions in this regard will be interpreted for the best. Paragraph 14. And now proceeding to answer Your High Excellencies' aforesaid resolutions approval of the governor's most, I first humbly thank for the favorable approval of most of my accomplishments in my master's service, which according to my obligation I shall continue to pursue with all zeal and diligence Paragraph 15. While with regard to the cultivation of nuts, I must report to Your High Excellencies that I would not have known how to devise any suitable remedy against the premature picking of the nuts, had there not finally been sent to me from Banda the present nut processor Rooseboom, through whose instruction regarding how the nut must be conditioned to be considered ripe, no further complaints have been received since then about the delivery of nuts picked too young. Paragraph 16. While I must agree with Your High Excellencies in regarding the discovered half leaguer of candied and an aam of salted nuts brought with the ship Macasser as convincing proof that a portion of the nuts harvested here is embezzled through illicit channels, yet I can also assure Your High Excellencies that this occurred despite my utmost efforts to prevent it, and that I have therefore ordered the fiscal to discover through doubled zeal and diligence by whom those nuts were sold and delivered to the Chinese of the ship Macasser, and to proceed against the guilty according to the content of the edict pertaining thereto. Paragraph 17. To the regents of this main castle I have earnestly presented Your High Excellencies' dissatisfied remark concerning the meager progress in the planting of nut trees, appearing in Your High Excellencies' in case of a uprising this province and be given whereby general plan of Excellencies submitted my considerations contained in the first reasons for the His ship were brought because the lease is paid the master of the equipage confirms letter passing over has fallen private goods in what manner Your High Excellencies the would have to 3 one would this the
Dutch transcription
ware egenschap is van de foelij die van de onrijpe vrugten komt of geplickt word. tweede reeden van dien berigt van den het abandonneren der buiten Comptoiren en posten word voor zeer schadelijk gehouden. stuwagie ook wel dank zegging voor de gunstige verrijtingen over t leeveren van onrijpenoten word niet meer geklaagd. van den Inlander Nadegeconfijte en gezoute noten mitt schipp macasser aangebragt is den fiscaal gelast onderzoek te doen ffend zijnde tot 1 het misnoegen H: H: Ed=s over de geringe vordering der noten plantagie de jnl: Regenten met ernst voorgehouden. §22. En dit is hier uit nog nader afteleijden, vermitsdin a:o 791: van hier overgezondene vooren, blykens berigt der administrateurs van de westrijdse pakhuisen ged. 29: December 1791. van een vrij beetere sub„ stantie zijn geweest dan die mn dat jaar per de pantjalling de Baars van Banda zijn aangebragt dan dan foelij. Een overtuigend bewys dat de hier vallende antre deze Provintie met regt voor verlooren moeten agten vermits met slegts 150: Inlandsche solda„ =ten dit wijd uitgestrekte Casteel niet te defendeeren is tegens een Inlandsche veel min Euro= peese magt: Terwijl de overige buiten Comptoiren en posten ook aan de bescheidenheid van den vijand zouden moeten overgelaten worden. §11: Dan wijl dit niet geschieden kan zonder den Inlander regtwaardige reeden tot klagen en omrzig aan den eersten over tegeeven die hen kan en wil beschermen, agte ik het voorsz plan niet alleen volstrekt onuitvorlijk maar ook zo gewaarlijk dat het beeter waare om dit kostelijk winge„ west ten eenemaal te abandonneeren als om dat phan ter executie te stellen. § 12. Dit zijn dan mijne opregte gevoelens en consideratien omtrend op gemelde plan. § B3: Ik hoop derhalven dat mij mijne vrijmoedige uitdrukkingen diendwegen ten besten geduid zullen worden. § 14: En als nu zullende overgaan ten beantwording van uw Hoog Edelh=s vors rescubtien aprobatie van's gouverneurs meeste dankek voor af ootmoedig voor de gunstige approbatie mijner meeste verrigtingen in smee= sters dienst, die ik na gehoudenisse met alle ijver en vlijt zal blijven betragten § 15: Terwijl ik met aanschouw tot De Nooten Culture uw Hoog Edelh=s moet bedalen dat ik guen ge„ =past middel tegens het te vroeg plucken der noten zou hebben weeten te beraamen, zo mij niet eindelijk uit Banda toegezonden was den presenten noote bereeder Roose„ boom, door wiens onderrigting hoedanig de Noot gesteld moet zijn, om voor rijp ge„ houden te kunnen worden, zedert geene klagten meer ingekomen zijn over 't lee= veren van te jong gepluckte nooten. §16: Terwijlik de ontaekte halve legger met geconfijte en een aam met gezoute nooten met het schip Ma= „casser aangebragt met uw Hoog Edelheedens moet houden voor een overtuigend bewijs dat een gedeelte der hier vallende Nooten door verkeerde wegen verduisterd word dog Hoogst dezelve daar bij ook wel verzeeker en kan dat zulx geschied is in warwil mijner uiterste pogingen ter voorkoming van dien en dat ik daar om den fiscaal gelast hebbe om door verdubbelden ijver in vlijt te ontdek= „ken door wien die nooten aan de chineesen van 't schip Macasser verkogt en geleevert zijn en tegens de schuldige te procedeeren na inhoud van het daar van zijnde Placcaat. „ 17: De Regenten van dit hoofd Casteel heb ik uw Hoog Edelh„s onvergenoegde remarque over de geringe vordering in 't aanplanten van nooten boomen, voorkomende bij Hoogst bij een opko= deze Provintie en worden geeven waar door aal plan van Edelh: overge= mijne Considera¬ vervat bij de eerste dens tot de ont= Deszelfs schip zijn aan= dewijl de pag= tword betaald tuigd den Equipa= brief overgaande is gevallen ticuliere goede= op welke wijse heed hot bij= zou moeten 3 zoumen deze der „
English
Effect of the threat made Excuse of the Regents their promise made in that regard further urged the prolonged drought over the past 2 years is very damaging to the nutmeg plantation having been fully ripe reasons why Their rescript of 20 January of the past year was presented to them with all seriousness and emphasis, and they were at the same time encouraged to greater zeal and diligence in promoting this cultivation, under warning and threat in Your High Honours' name that if they did not apply themselves to complete their designated number of nutmeg trees as quickly as possible through diligent planting, Your High Honours would be compelled to proceed to a disadvantageous measure concerning their clove deliveries. Paragraph 18. This threat caused no small fright among the native chiefs, as far as I could observe, and for that reason, pursuant to the conference minutes of 6 February of this year inserted into the general resolution of the 11th following, they requested me to bring to Your High Honours' attention that the slow progress of that cultivation was not to be attributed to their unwillingness or indifference, but solely to the fateful seasons over the past two years, since the extraordinary drought in those years had made their trouble and labour in planting fruitless, as many of the planted seeds had not sprouted and few of those that sprouted had remained alive; giving assurance, nevertheless, that they would not be deterred or discouraged by these setbacks from continuing to exert their utmost efforts to promote that cultivation. Paragraph 19. Whereupon I supported them in that good intention and repeatedly encouraged them not to falter therein, but finally to confirm with deeds their promise, so often made yet unfulfilled. Paragraph 20. All the more so as their offered excuse regarding the unfavourable seasons over the past two years is true in fact, since in those years the drought was not only extraordinarily severe, but also prolonged. Paragraph 21. Regarding the extract sent to me from the Banda Ministers' letter of 30 September 1791 concerning the condition of the nutmegs and mace sent from here to Your High Honours in the year 1790, a sample of which was also shared with those Ministers to examine to what the lesser aroma and potency, in contrast to the Banda variety, must be attributed, I must declare that I cannot believe those nutmegs, although larger than the Banda ones, could have been fully ripe, since the mace from them would not then have had a bitter and slimy taste, as those ministers nevertheless state that the mace had, and moreover was also inferior in quality to the worst Banda wild mace, since this [illegible]
Dutch transcription
werck over de gedam bedreiging vertchooning der Regenten hunne daar omtrend gedane belofte nader aangedrongen de lang durige droogte zedert 2 jaren is de noteplantagie zeer schadelijk volkomen rijp geweest zijn reeden waarom Derzelver reseribtie van den 20. Januarij A:o p„ 33, met alle ernst en nadruk voorgenouden en tevens geanimeert tot een meerdere ijver en werkzraam zuid in de bevordering dezer Cuture onder waarthouwing en bedreiging uit uw Hoog Edelh:s naam dat wanneer zij zig niet bevlijtigden hun bepaald getal noten bomen ten spoedigsten door ijverige aanplantingen voltallig te maken Hoogst Dezelve genoodzaakt zullen worden om tot een nadeelige dispositie omtrend hunne Nagul leverantien over te gaan — §18: Deze bedruging heeft de Inlandse hoofden zo veel als ik konde bespeuren niet weinig khrik verwekt en zij mij uit dien hoofde verzogt na aanleeding der conferentie notul van den 6: februarij deses jaars geinsereerd in de gemeene resolutie van den 11 daaraan, uw Hoog Edelheedens ter kennisse te willen brengen dat den tragen voortgang van die culture niet aan hunnen onwil nog onverschilligheid was toe te schrijven maar alleen aan de nood„ lottige jaar saisoenen zeedert twee Jaren herwaards dewijl de ongemeene droogte in die Jaren hunne moeite en arbeid in 't aanplanten vrugteloos had gemaakt nadien veele van de geplante vrugten niet opgekomen en weinige van de opgekomene in 't leeven gebla„ „ven waren, onder verzeekering nogthans dat zij door die traverses niet wederhouden nog afgeschrikt zouden worden om hunne uitterste pogingen verder in het werk te stellen ter bevordering dier Cultuere. § 19 wesik hen in dat goede voorneemen verstrekt en bij herhaling aangemoedigt hebbe daar in niet te verflauwen maar hunne zo dikwerf gedane dog niet volbragte belofte eindelijk eens door daden te bevestigen. § 20. Te meer hunne bijgebragte verontschuldiging omtrend de ongunstige Jaar saisoenen zee= dert twee jaren herwaards in waarheid is bestaande, alzo in die Jaaren de droogte niet alleen ongemeen groot maar ook langduurig is geweest. § 21: Opt mij toegezondene Extract uit der Bandasche Ministers brief van den 30 Septemb 1791 omtrend de gesteldheid der noten en foelij welke uw Hoog Edelheedens in A:o 1790 van hier zijn toegezonden en die Ministers daar van een monster mede gedeeld om te onderzoe„ „sterde boegezonden kunnemmint ken waar aan de mindere geur en kragt in tegenstelling der Bandasche moet toegeschreeven worden moet ik verklaren niet te kunnen geloven dat die Noten, howwel grooter aan de Ban„ „dasche volkomen rijp zouden zijn geweest dewijl de foelij daar van dan niet van een bittere en slijmerige smaak geweest zoude zijn gelijk die ministers nogthans zeggen dat die foelij geweest zij en daar bij ook minder in deugd als de slegtste Bandasckruijsfoelij dewijl dit de ware geweest 1 „gers die van schip bruikt Noten mt
English
true property of the mace that comes from, or is plucked from, unripe fruits. second reason thereof 123. leniency will be used in the sorting out of nuts plucked too young. reason why the people of Waroe were not rebuked for the shipwrecked persons those of Waroe are great supporters of Noekoe § 22. And this is to be deduced even more clearly from the fact that, as appears from the report of the administrators of the west warehouse dated 29 December 1791, the nutmegs sent from here in the year 1791 were of a considerably better substance than those brought that year from Banda by the pantjalling De Baars, and the mace as fragrant as the Banda harvested mace. A convincing proof that the ripe nuts falling here also produce good mace, since it cannot be assumed with any semblance of truth that the nuts and mace have so remarkably improved in quality since the arrival of the Banda assistant forest ranger Rooseboom, but rather because he, possessing the requisite knowledge of the nuts, accepted none other than ripe fruits. However, upon Your High Honours' recommendation, I shall have some leniency used in the sorting out of nuts plucked too young and unusable, and send a small parcel of them to Your High Honours in the autumn if any are delivered, of which, however, I strongly doubt, since the native, being instructed on how the nut must be conditioned to be accepted as ripe, will be very careful not to deliver unripe ones. § 24. Under the main section of Native Affairs, it has pleased Your High Honours, in your respected rescript of 20 January 1792 § 12, to consider it well done regarding the violence committed against them that I praised the Orangkaij of Guaus for the assistance he rendered to a Chinese and some burghers, who had drifted with their tjiampang toward Waroe and without his assistance would undoubtedly have become the victims of a party of ill-disposed persons, expressing Your High Honours' satisfaction with this faithful benevolence of his, adding however that I ought to have reprimanded the inhabitants of the settlement of Waroe concerning their violent conduct toward those shipwrecked persons. § 25. But since the peoples of that settlement are the strongest supporters of the rebel Noekoe, and where he also frequently stays and is granted lodging along with his vile and treacherous following, I gladly submit to Your High Honours' consideration what beneficial effect such a reprimand would have had, and that I therefore intentionally avoided it in order to prevent ridicule. § 26. I trust, therefore, that my conduct in this matter will be justified. execution from Your High Honours I have obtained, I made this known to Governor Cornabe by my separate letter of 7 May, requesting that his Honour would please inform Your High Honours of the approval of the King of Ternate in that regard, because I wish from the bottom of my heart to be rid of those fellows the sooner the better. 30 September 1791 seasons sea encouraged fulfilled promise not a little of the 6th Your High cultivation not to the necessity presented and 127. may cultivation under did not apply themselves to make numerous regarding their drought in those afterwards many remained alive restrained the work to drought not in the year 1790 of to investigate attributed to to the Banda a bitter that that mace suffering because this the 1 true is 5
Dutch transcription
ware egenschap is van de foelij die van de onrijpe vrugten komt of gepluckt word. tweede reeden van dien 123. in 't uitschieten der te jong geplukte Noten zal instrkkelijkheid ge„ bruikt worden. reeden waaromt volk van warde schip breukelingen niet voorgehouden is die van waroe zyn groote aan han= „gers van Noikoe §22. En ditis hier uit nog nader afteleijden, vermitsdin ao 1791: van hier overgezondene vooren, blykens berigt der administrateurs van de westrijdse pakhuisen ged: 29: December 1791. van een vrij beetere sub stantie zijn geweest dan die in dat jaar per de pantjalling de Baars van Banda zijn aangebragt en de foelij zo geurig als de Bandase raap foelij: Een overtuigend bewys dat de hier vallende rype nooten ook goede foelij voortbrengen alzo met geen schijn van waarheid verondersteld kan worden dat de nooten en foelij zeedert de overkomst van den Bandasen adjunct Boschwagter Rooseboom zo merkelijk in deugd toegenomen zouden weezen maar wel om dat hij de vereischte kennis van de nootmn hebbende geene andere dan rijpe vrugten geaccepteerd heeft. op uw Hoog Edelh:s recommandatie zal ik egter eenige inschikkelijkheid doen gebruiken in de uitschieting der te jong gepluckte en onbruikbaare nooten en Hoogst Dezelve danr van een partijtje in 't najaar toezenden voer eenige geleeverd worden waar aan ik egter sterk twijffele vermits den Jnlander onderrigt zijnde hoedanig de noot gesteld moet weezen om voor rijp geaccepteerd te kunnen worden zig wel wagten zal onrijpe te leeveren. § 24: onder het hoofddeel van Inlandse zaaken heeft het uw Hoog Edelheedens behaagt bij Hoogst derzelver over hun gepleegdi geweld aan eenige gerespecteerde rescribtie van den 20. Januarij 1792 § 12. voor wel gedaan te houden dat ik den Orangkaij van Guaus gelouangeerd hebbe, over de adsistentie die hij aan een chinees in eenige burgers beweeren heeft, dewelke met hun ciampang na waroe waren verdreeven inzonder zijnen bijstand ongetwiffeld de slagt offers van een parthij kewaadwilligen zouden zijn geworden onder betuiging van Hoogst derzelver genoegen over deze zijne getrouwe welmeenendheid met bijvoeging egter dat ik de inwoonders van de negorij warden over hunne geweldadig gedrag omtrend die schipbreukelingen had moeten onderhouden. § 25: Dan dewijl die negorijs volkeren de sterkste aanhangers van den Rebel Hoekoe zijn en alwaar hij zig ook dikwels op houd in woning vergunt word met zijnen snooden en trouwloosen aanhang, geef ik uw Hoog Edelhed=s gaarne in bedenking van welke uitwerking ten goede an diergelijke onderhouding zoude geweest zijn en dat zulx daarom ook studieurlijk gemenageert hebbe, om bespotting voor te komen § 26: Ik vertrouwe derhalven dat mijngenouden gedrag in dezen gebillijkt zal worden. „cutie van uw Hoog Edelheedens hebbe erlangd heb ik zulx den Heer gouverneur Cornabe bij mijn aparts brief van den 7: maij te kennen gegeven met verzoek dat zijn Ed: Hoogst: dE: „zelve kennis geliefde te geeven van 't goedvinden van den koning van Ternaten daar omtrend, om datik van harten wensche van die knapen hoe ander hoe liver ontslagen te 30 Septemb. 1791 saisoenen zee= moedigt hebbe volbragte belofte niet weinig haik van den 6: uw Hoog culture niet aan de nood= voorgehouden en 127: mogen Culture onder niet bevlijtigden tallig te maken mtrend hunne droogte in die nadien veele in't leeven gebla„ wederhouden het werk te droogte niet in Ao 1790 van om te onderzoe„ et toegeschreeven aan de Ban„ een bittere dat die foelij lijdewijl dit de 1 ware lis 5
English
the orangkay of kwaos kam kam deceased the suspicion that the departed esteem with the Seramese is can from no report of the deceased although the Seramese not inclined do judge the rebel voekoo. Prince Melkeddin has the Seramese the Seramese consider themselves free men. given fully ripe reason why 127: While I must also respectfully inform Your Right Honourables hereby that the orangkay of quaus has since passed away and I accordingly cannot convey Your High Esteemed satisfaction regarding the aforementioned assistance to him, as I would otherwise gladly have done. 128: Remarking at paragraph 16 of the aforementioned rescript that from the Report of the since deceased former Captain of ketfing it appeared to be deduced that Prince Major Melkeddin, currently residing in Batavia, apart from the distrust of the Amboinese Regents, was generally held in contempt among the Seramese, without the actual reason for this having been encountered, with a recommendation to investigate this matter. paragraph 29: Thus may I be permitted to state freely that I cannot understand from which report of the deceased former Captain of keffing it can be deduced that the often mentioned Prince Major Melkedin is generally held in contempt among the Seramese. paragraph 30: Because that former Captain, according to what is noted at paragraph 47 of my separate letter dated 20 June 1791, indeed informed me that the Seramese were generally very dismayed hearing that I had brought along that prince to place them under his command so that he might avenge himself on his enemies, but not that the Seramese held him in contempt. paragraph 31: On the contrary, I have also observed on more than one occasion, although he showed little esteem for them because, according to his words, being supporters of the Rebel Noekoe, they nevertheless upon my arrival in Ceram acted as faithful vassals of the Company, and although I have continually feigned not to believe this, I must nevertheless attach more or less credence to it because several Regents of Ceram's south Coast in my presence could not deny having assisted the emissaries of Hoekos with supplies, supposedly out of fear of being disturbed and ruined by his power and following, and which for reasons I also had to let pass unnoticed so that the rebel Noekoe might make no disadvantageous use of it to disturb Ceram's south Coast. paragraph 32: When one additionally takes into consideration that every Seramese, at least from the south Coast to kessing peninsula, gisser and Ceramtaut inclusive, considers himself to be as free as a king in his own land, and therefore also not bound to follow anyone's order if it does not suit his purpose or tend to the advantage of himself and his village, as they are of that opinion, thus must be [illegible] that they would have been fully ripe because the mace thereof would not then have had a bitter and slimy taste as those ministers nevertheless say that that mace has been, and moreover also inferior in quality to the worst Banda cross-mace because this the [illegible]
Dutch transcription
den orangkay van kwaos kam kam overleeden het vermoeden dat den vertrokkene agting by den Cerammer is kan uit geen rapport van den overleden schoon de Cerammers niet genegen do den rebel voekoo te beregten. Prins Melkeddin haft de Cerammers de Cerammers houden zig voor vrij menschen. volkomen zyp gewen reeden waarom 127: Terwijl ik uw Hoog Edelh:s hier bij ook ter geerde kennis moet brengen dat den orankaij van quaus zeedert overleeden is en ik hem mitsdien Hoogst Derzelver genoegen over op gemelde adsistentie niet kan te konnen geeven, gelijk ik anders gaarne zoude gedaan hebben 128: Bij § 16: van opgemelde rescribtie geremarqueert wordende dat uit het Rapport van den zeedert over„ prinsmajoor Melkedain in ver- leedenen oud Capitain van ketfing scheen afgenomen te moeten worden dat den thans te Batavia zig bevindende Prins majoor Melkeddin buiten het wantrouwen der Ambonse Re„ „genten bij den Cerammer in 't algemeen in veragting was, zonder dat daar van de eigent„ =lijke reeden was ontmoet met recommandatie om daar na onderzoek te doen. §29: zo zyt mij vergunt vryj uit te zeggen niet te kunnen begrijpen uit welk rapport van den over„ keffings Copitan afgelid worden leedene oud capitain van keffing afgeled kan worden, dat meerm: Prins majoor Melke„ din in 't algemeen in veragting bij den Cerammer is. §30: Dewijl dien oud Capitan mij, na't genoteerde bij § 47: van mijn aparte schrijven de dato 20: Ju= geweest zijn om onder zijn Comman=nij 1791. wel onderrigt heeft dat de Cerammers in 't algemeen zeer onthutst waren hoorende dat ik dien prins medegenomen had om hen onder zijne magt te stellen op dat hij zig aan zijne vijanden wreeken mogte maar niet dat hem de Cerammers veragten § 31 Met tegendeel van dien hebek ook bij meer dan een gelegenheed geoserveerd, howelhijken wei= geen agting tergedragen, waarom = nig agting toegedragen heeft vermits zij na zijn zeggen aanhangers van den Rebel Noekoe zijnde egter bij mijne komst te Cram zig aanstelden als getrouwe vas allen der maatschappij en hoewel ik zulx telkens ontweinst hebbe te gelooven moet ik daar aan egter min of meer geloofslaan dewijl verscheidene Regenten van Cerams zuid Cust in mijne tegenwoordigheid niet hebben kunnen ontkennen de zendelingen van Hoekos met zagde geadsisteerd te hebben quasiverd uit vreese om door zijne magt en aanhang niet ontrust en gerui= =neert te worden en ik om reeden ook ongemerkt heb moeten passeeren op dat den rebel Noekoe daar van geen nadeelig gebruikt mogte maken ter ontrusting van Cerams zuid Cust. §32: Als men daar bij in aanmerking neemt datieder Cerammer, immers van de zuid Cust tot kessing p=le gisser en Ceramtaut in clusier zig agt zo vrij te zijn als een koning in zijn land en daarom ook ongehouden om iemands ordre op te volgen zo die hem in zijn kraam niet diend of tot voordeel van hem en negorij is strekkende, gelijk zij van dat gevoelen zijn, zo worden moet va „dathe volkomen rijp zouden zijn geweest dewijl de foelij daar van dan niet van een bittere en slijmerige smaak geweest zoude zijn gelijk die ministers nogthans zeggen dat die foelij geweest zij en daar bij ook minder in deugd als de slegtste Bandase kruijsfoelij dewijl dit de als ware a9 Ca 9 Js gisere digtover de minis tegens Voet gun op dit heeft de overleden orangk: van se minist van amino
English
noted Cerammers will ally themselves to fight against Nuku. the ministers in Banda justified the Gisser people and those of Ceram Laut the deceased Captain of Keffing and orang kaya of Kwaos did not request any assistance in ammunition goods from the Banda ministers contentment over it have done since transferred that the orang kaya dated 20 June Paragraph 33: For although the Cerammers in general, as I have once mentioned, have an incomprehensible reverence for the princes of Tidore, there are nevertheless few or none to be found among them who will ally themselves with the same to fight against the rebel Nuku as the so-called chosen Sultan of Tidore; and this is also the true reason why the South Ceram regents, along with those of Pulau Gisser and Ceram Laut, have had an aversion to acting against that rebel under the command of the repeatedly mentioned Prince Major Melkedin. Paragraph 34: With this clarification, I hope that Your High Nobles will be satisfied. Paragraph 35: While I must now also justify the decision of the Banda ministers regarding the continued admission of the Pulau Gisser and Ceram Laut people to supply that province with provisions at a time when the scarcity of rice was very great there due to the delay of the ship Macasser that arrived here and the outfitting of the fleet to Aru and Goram, although one here, not having been able to foresee such things at the end of 1790, deemed it very necessary and useful to thereby, as it were, force them to abandon the rebel Nuku and his faction and return to their original supreme lord, the Company, and by no means to bring the Province of Banda into any difficulties. Paragraph 36: According to the extract letter from the Banda ministers received here, dated 30 September 1791, the deceased former Captain of Keffing and the orang kaya of Kwaos, on whose behalf I actually requested the Banda ministers to assist them upon their request and demonstrated necessity with a moderate quantity of ammunition goods, made no application for it, presumably because the rebel Nuku, along with the Gorammers, surrounded them shortly after my departure from Keffing and forced them into submission, according to what was noted in their respectful separate letter of 20 June 1791, 67 to 70. Paragraph 37: Meanwhile, I testify regarding the assumed debts of the Tidore prince, as I made known to Governor Cornabe in my separate letter of 7 May, with the request that His Honour would be pleased to inform His Highness of the approval of the King of Ternate in that regard, because I wish from the bottom of my heart to be rid of those fellows the sooner the better, as I already noted in 1769 in my commission for the proclamation of the cession of Ceram c.a. by the realm of Tidore to the Company; then one has no reason to be surprised that the Cerammers from that quarter have shown themselves averse to being placed under the authority or rather the command of the Prince Major Melkeddin. major [illegible] may now in Batavia Ambon Government of the actual [illegible] of the deceased major Melkeddin belonging he himself to although he them [illegible] rebel Nuku of the Company more or less presence assisted to and quiet that the [illegible] of South Coast in his country not be, as as of a bitter that the Corely [illegible] because this the true f9 the [illegible] 1tl [illegible] [illegible] is
Dutch transcription
opgemerkt guncerammer zal zig verbinden tegens voekoe te vegten. de ministers in Banda geregt vaar„ ps gisfereeren en die van Ceramlaut de overledene Capitain van keffing en orangk: van kwaos hebben de Banda„ se ministers om geen adsistentie van ammonitie goederen verzogt noegen over op gedaan hebben den zeedert over„ at den orankaij de dato 20: Ju= § 33: Want hoewel de Cerammers in talgemeen, gelijk ik wel een aangehaald hebbe, eene on„ begrijpelijke eerbied te hebben voor de prinsen van Tidor, zijn eregter wernige of geene onder hen te vinden die zig met dezelve zullen verbinden om tegens den Rebel Hoeko„ als zo genaamde verkoorene sulthan van Tidor te strijden en dit is ook de ware reeden waarom de zuid Cramse Regenten met die van P=lo gisser en Ceramlaut een afheer hebben gehad om onder bevel van meermelde Prins majoor Melkedin tegens dien Rebel te ageeren. § 34: Met deze opheldering hoope ik dat uw Hoog Edelens genoegen zullen neemen. §35: Terwijl ik als nu ook regtvaardigen moet der Bandase ministers besluit tot het blij= digt over het blijven admitteeren der ven admitteeren der p=lo gissereesen en Ceramlauwers om die provintie met levens middelen te voorzien in een tijd dat de schaarsheid aan Rijst zeer groot aldaar is ge= „weest door het agterblijven van 't alhier aangekomene schip Macasser en uitusing der vloot na Arou en Goram hoewel men het alhier als zulx in 't laatste van 1790: niet hebbende kunnen voorzien zeer noaig in dienstig geagtheeft om hen daar door als het ware te dwingen den Rebele oekoe in zijnen aanhang te verlaten en tot hunnen origineelen opperheer de Comp. e kerug te keeren ongeenzints om de Provintie Banda in eenige ongelegentheeden te brengen. §36: Na het alhier ontvangene Extract missive der Bandase ministers van den 30 Sept: re91 heeft den overleedene oud Capitain van keffing en orangkaij van kwaos, ten wiens behoeve ik de Bandase ministers eigentlijk verzogt hebbe om hen op derzelver verzoek en betoogde noodzakelijkheid met een matige quantiteijd ammonitie goederen a adsisteeren x„ daar om geen aanzoek gedaan vermoedelijk om dat hen den rbel Hoekoe met de Gorammers kort na mijn vertrek van ketfing omcingeld in genoodzaakt hebben in submissie te ko= de „men na het genoteerde bij tijn eerbiedige aparte letteren van den 20 Junij 19„ 967: tot 70. §37: Ondertusschen betuige ik de overgenomene schulden van den Tidorschen Prins ang me ik zulx den Heer gouverneur Cornabe bij mijn aparte brief van den 7: maij te kennen gegeven met verzoek dat zijn Ed: Hoogst DE: „zelve kennis geliefde te geeven van 't goedvinden van den koning van Ternaten daar omtrend, om dat ik van harten wensche van die knapen hoe arder hoeliever ontslagen te daet haf den goumnum brcatindr 1769 als ik in mijne commissie ter afkundiging van den afstand van Coram C: s: doortrijk van Tidor aan de Comp: in 769: reets opgemerkt hebbe, dan heeft men geen reeden zigte ver= =wonderen dat de Cerammers van die kant zig avers hebben betoond om onder de magt E of liever Commando van den Rino majoor Helkeddin gesteld te worden majoor t mogen thans te Batavia Ambonse Re„ van de eigent„ . van den over„ majoor Melke„ hoorende hij zig aan hoewel hij hen wei= Rebel Noekoe der maatschappij min of meer tegenwoordigheid dsisteerd te en gerui= dat den g van Zuid Cust in zijn land niet zyn, zo als van een bittere dat de Corelij foelij dewijl dit de ware ƒ9 den W 1tl ver„ n is
English
debts of the Tidore prince major Melkeddin not to be charged to the Company. reason why the rousing of discord and weakening of the Gorammers is a difficult matter long undertaken yet with little success and the persons employed for that purpose serve since the project of the governor has been disapproved complaint about the harsh wording in that regard reason why the governor will not cause the assumed debts of major kaitjil Melkeddin at Ceram to be charged to the Company although he has cost me here during his stay considerably more than those assumed debts amount to, and taken together still make a pretty penny, purely and solely in the hope of getting through him the Rebel Noekoe with his brother and the other Tidore and Ternate Princes accompanying him into my power and captured, although that objective eluded me and for which reason I must also bear those fruitless expenses. Paragraph 38: the more so as this was not done out of self-interest or vainglory but purely and solely for the advancement of the general welfare of this province and that of Banda, as to whom the coast and safe navigation and trade to and from Ceram is of considerably greater importance than to the inhabitants of this Province, since the latter have already for a long time conducted no trade with the upland Cerammers, and I therefore deem it not unserviceable to make known here in passing Paragraph 39: What was noted under the main head of Expeditions at Paragraph 24 of your Right Honourables' respected rescript of 20 January 1792, namely that it appears in every respect that it will still cost considerable effort to punish those of Goram and that possibly the best plan will be to try through political ways and means to rouse discord and dissension among one another in order thus to divide and weaken their power, this has the governor-general proposed, I must agree, but to overpower the Gorammers through the proposed means is indeed something that I have sought to do both during the presence of the Prince major Melkeddin as well as since his departure from here, without having succeeded in my undertakings up to now, and I cannot flatter myself much in the future either, since none other than Cerammers can be used for this, and these are too much and too closely connected to them by marriages as well as otherwise to be able to expect anything good from them on solid grounds. Paragraph 40: Nevertheless I shall have to continue using those people, since your Right Honourables in Your same respected rescript of 31 December of the past year Paragraph 5 have been pleased to disapprove the proposal that I already made in the year 1791 to the Governor of Ternate, Mr. Cornabé, to equip an Expedition there if possible against the Gorammers and the rebel Noekoe with his followers, in such terms as have fallen very painfully upon me, considering that I did not make that proposal except with good intentions: and on the condition that the same could have been carried out that they would have been fully ripe, since the mace from it would then not have been of a rotten and slimy taste, as those ministers nevertheless say that mace was, and moreover also inferior in quality to the worst Banda cross-mace, since this was the true state.
Dutch transcription
schulden van den Tidors prins majoor Metkeldin niet ten lasten der Comp:s brengen. reeden waarom d het wist verwecken en verswac= hen der goremmers is een moeylijke zaak lang ondernomen dog met winij sucis ende de daar toe geemploijeerde: per„ bedienen wijl't project van den gouvern:r ge„ improteerd is beklag over de harde bewoordingen dien aangaande reeden waarom den gouverneur zal de overgenomen majoor kaitjelie Melkeddin te Ceram- niet te zullen doen strikken ten laste der Comp schoon hij mij alhier geduurende zijn verblijf vrij meerder gekost heeft daan die overgenomene schulden bedragen, en te zamen genomen nog een zoet stuivertje uitmaken, bloot en alleen op hoope van door hem den Rebel Noekoi met zijn broeder en de hem verder verzellende Tidorse en Ternaatse Pringen in mijn magt in gevangen te krijgen, schoon mij dat oogmerk gemistis en waarom ik mij die vrugteloose uitgaven ook getroosten moet. §38: te meer zulx niet geschied is uit eige belang of diease glorie maar bloot en alleen ter bevordering van het algemeene welwezen dezer provintie in die van Banda als wien aan de kuste en veelige vaart in handel naen van Ceram vry meerder geleegen legt als ite ingezeetenen dezer Provintie vermits dezelve met de boven Cerammers reets zeedert voor lange geenhan„ „del gedreeven hebben en ik derhalven niet ondienstig agte hier bij en passant bekend te §39: Het aangemerkte onder't hoofd deel van Expecditien bij §24. uwen Hoog Edelh:s ge= respecteerde rescribtie van den 20 Januarij 1792. namelijk dat het in allen opzigte blijkt dat het nog vrij wat moeite zal kosten om die van Goram te kastijden en dat mogelijk het beste plan zal zijn om door politicque wegen en middelen te tragten wist en twee= dragt onder elkanderen te verwekken om dus hun magt te verdeelen en te verswacken diet heft den gouvr gteal voor moet ik toestemmen maar om de Gorammiers door het voorgestelde middel te verkrac= ken is wel iets dat ik zo wel bij aanwezen van den Prins majoor Melkeddin als zee„ dert zijn vertrek van hier heb zoekein te doen zonder dat ik tot hier toe in mijne onderne„ „mingen geslaagd ben en mij daar mede ook in 't vervolg niet sterk vleyen kan, vermits daar toegeene andere dan Cerammers gebruikt kunnen worden in deze te veel en te naauw aan de zelve door Huwelijken als anderzints verbonden zijn om van hen op goed fundament iets goeds te kennnen verwagten. §40: nitte min zal ik mij van dat volk moetin blijven bedienen, dewijl uw Hoog Edelheedens zoonen zal men zij moeten blijven by Hoog Derzelven gerespecteerde rescribtie van den 31: december A:o J:. § 5: den voorstel die ik bereets in do 1791: aan den Heer Ternaats Gouverneur Cornabé hebbe gedaan om bij mogelijkheid een Expeditie aldaar uit te rusten tegens de Gorammers en den rebel Hoekoe, met zijnen aanhang, hebben gelieven te improbeeren met zodanige bewoordingen die mij zeer smertelyjk hebben alen ter zake ik dien voorstel niet gedaan hebbe als met een goed inzigt: en onder da mits dat dezelve uitgevoerd zoude hebben kunnen worden „dathe volkomen rijp zouden zijn geweest dewijl de foelij daar van dan miet van een deten en slijmerige smaak geweest zoude zijn gelijk die ministers nogthans zeggen dat die foelij geweest zij en daar bij ook minder in deugd als de slegtste Bandase kruijsfoelij dewijl dit de z0 ware. stellen. de 1
English
hope that the governor's proposal regarding an expedition from Ternaten to Goram may be viewed in a more favorable light. Mr. Cornabe informed of the disapproval of the expedition to Goram, as well as of the forthcoming dispatch of the family of Prince Melkeddin; the reports on the state of the rebels sent from Ternaten to Batavia. just as I dutifully informed Their Excellencies of this, in my separate letters of 20 September 1791, without having received any reply to it earlier than this year, and therefore could not refuse to inform the Ternaten Governor Mr. Cornabe, at His Honor's request by letter of 28 December, how strong that expedition ought to be in Europeans and natives according to my thoughts and knowledge, although the execution thereof could not take place immediately, but in due time and with authorization from Their Excellencies. § 41: I hope therefore that Your High Excellencies' renowned equity, upon closer consideration of that proposal, will acknowledge me free from having offered a rash project, although I could not guarantee its good success and certain outcome, and the most experienced in the deeds of war cannot do so either, seeing that the outcomes depend on Providence and not merely on human wisdom and understanding alone, while the Gorammer, moreover, cannot be punished and subdued except by a formidable force, as experience has taught me. § 42: However, so that Governor Cornabe might be informed of the disapproval of this project, about which I was informed at large by His Honor and his council members in a secret missive of 2 April last, I have sent His Honor a complete extract from Your High Excellencies' aforementioned rescript of 31 December 1792 concerning this matter, and in addition gave notice of Your High Excellencies' authorization to allow the transport of the wife and family of Prince Major Melkeddin to Batavia, adding that I trust that the king of Tidor would make no difficulty in reimbursing the costs of their outfitting, following my separate letters of 7 May last, transmitted among the enclosures. § 43: Whereas it has further pleased Your High Excellencies to order me in section 26 of Their Excellencies' esteemed rescript of 20 January 1792 to make every effort to obtain accurate information on the condition of the rebels, their strength, where their bentings lie, and whatever further may serve as information for any expeditions in the future, I have the honor to report to Their Excellencies that shortly after my return from Banda I had already made inquiries in the past year, and have not only sent the reports thereof to Ternaten for the perusal of Governor Cornabe, but also copies thereof to Your High Excellencies in my separate letters, [illegible] of Your High Excellencies, I have made this known to Governor Cornabe in my separate letter of 7 May, with the request that His Honor be pleased to inform Their Excellencies of the opinion of the king of Ternaten in that regard, because I heartily wish to be rid of those fellows the sooner the better [illegible] in order to promote the peace and [illegible] of the Company, although [illegible] debts in the hope of [illegible] Tidorese and Ternatan [illegible] is and why [illegible] residents of this [illegible] for a long time no trade [illegible] known to [illegible] Your High Excellencies [illegible] possible [illegible] discord and dissension to weaken [illegible] means to weaken [illegible] Melkeddin as [illegible] my undertakings, because there [illegible] closely to the [illegible] foundation something [illegible] High Excellencies [illegible] proposal which [illegible] made and the rebel [illegible] wordings [illegible] have as [illegible] become [illegible] of a bitter [illegible] that the Coelijfoelij, because this is the [illegible] true
Dutch transcription
hoope dat des gouverneurs gedane voor stel wegens een Expeditie uit Ternaten nagoram in een gunstiger licht beschouwt mag worden. de heer Cornabe konins gegeven van de gelyk ok van de aanstaande verzending de famela van Prins Melkeddin de Relaasen van de gesteldheid van go= Ternaten al Katavia gezonden zo als ik Hoogst deselve daar van ook pligtschuldig kennis gegeven hebbe, bij mijne aparte letteren van den 20. September 1791: zonder dat ik daarop eenig antwoord vroeger ontvangen hebbe als in dit jaar en daar om ook niet hebbe kunnen weigeren den Heer Ternaatsh Gouverneur Cornabe op zijn Ed: verzoek bij brieve van den 28 december daar aan te informeeren hoesterk die Ex: =peditie na mijne gedagten en kennis wel diende te wesen aan Europeesen en Inlander setx choon de uitvoering daar van niet dadelijk konde geschieden, maar in der tijd en met qualificatie van Hoogst Dezelve. § 41: Ik hoope derhalven dat uw Hoog Ed„l beroemde belijden egtvaardigheid mij ijenadere over„ weging van dien voorstel vrij zullen kennen van een onberaden propet aande hand gegeven te hebben schoon ik voort goed gevolg Ee zeekeren uitslag van het zelve niet heb kunnen in= staan en de ervaarenste in de oorlogs bedryven ook niet doen kan gemerkt de utkomsten afhangen van 't Albestier en niet slegts van enkelde minschelijke wijsheiden verstand Ter= wijl den Gorammer boven des niet als door een redoutable magtgestraft en te ondergebragt kan worden gelijk mij de ondervinding geleest heeft. § 42: Op dat den Heer Gouverneur Oornabe egter onderrigt mogte wezen van de improbatie improbata de te domn de pabitae nagram van dit project, waar over ik door zijn Ed: en deszelfs raadsleeden in t breede naden onderhouden ben bij secreete missive van den 2: April laatstleeden, heb ik zin Ed: an volladig Eetract uit uw Hoog Edelheedens voorsz: rescribtie van den 31: December 1792. dit sijet betref= fende toegezonden en daar benevens kennis gegeven van de qualificatie uwer Hoog Edelh=s om de vrouw en familie van den Prins majoor Melked in transport na Batavia te mogen verleenen, onder bijvoeging te vertrouwen dat den koning van Tidor geene swarigheid zoude maken de kosten van uitvusting derzelve te restitueeren, na aanleiding mijner aparte letteren van den 7. maij Jorleeden; onder de bijlagen overgaande. §43: Dewijl het uw Hoog Edelheedens verder heeft gelieven te behagen mij te gelasten bij 526: van Hoogst Derzelven geëerde rescribtie van den 20. Januarij 1792. om alle pogingen aan te aam etc: datsou't vrawaten Jaar zona winden om nauwkeurige informatien te erlangen van de gesteldheid der Rebellen der= =zelver magt, waar hunne bentings leggen en het geen verder by enige expoeditien in het ver= „volg tot narigt zal kunnen strecken, vereere ik mij Hoogst: Dezelve te berigten dat ik mij daar na kort na mijne te rug komst uit Banda reets in a:o p.:s geinformeerd en de relaasen van dien niet alleen na Ternaten afgezonden hebbe ter speculatie van den Heer houver= =neur Cornabe maar ook de afschriften van dien aan uw Hoog Edelh=s bij mijne aparte „cutie van uw Hoog Edelheedens hebbe erlangd heb ik zulx den Heer gouverneur Cornabe bij mijn aparts brief van den 7: maij te kennen gegeven met verzoek dat zijn Ed: Hoogst DE„ „zelve kennis geliefde te geeven van 't goedvinden van den koning van Ternaten daar omtrend, om datik van harten wensch van die knapen hoe arder hoe liever ontslagen te opzegte blijkt een ter bevordering aan de ruste en letteren, mogen der Comp schoon n Schulden op hoope van dorse en Ternaatse ist is en waarom gezeetenen dezer lange geen han„ nt bekend te Hoog Edelh: ge„ mogelijk hist en twee= te verswacken del te verswac= eddin als zee- mijne onderne„ ,vermits daar naauw aan de dament iets Edelheedens voorstel die gedaan en den rebel bewoordingen hebbe als worden van een oittere n dat de Coelij foelij dewijl dit de 1 ware