VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3986

Japan · 868 pages · 260 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3986_0229 view scan ↗

English

15 July 1792: among the items demanded for Banda are those which must be supplied either from Batavia or from here. The demanded 6000 lb of red and yellow sheet copper should be reduced as much as possible and brought to a proper valuation, although it was not caused by our doing that the same in the year 1790/1791 amounted to such a considerable sum of as much as ƒ 111564: 15: 5, but rather because so many products, owing to a lack of the necessary ships, had to remain lying here uncollected. Section 266. In the recently received private requisition for Banda, among other things demanded by the Ministers being a quantity of: 6000 bundles of split rattans, 10 bales of cotton yarns, 1 canasser of candy sugar, 24 canassers of powdered sugar, 10000 lb of coffee beans, we take the liberty of requesting information from your High Mightinesses whether these items must be supplied from Java, in order to regulate ourselves accordingly. Section 267. We also humbly urge that it may please your High Mightinesses to have the 6000 lb of red and yellow sheet copper, requested in our general requisition of 31 December last, of which no more than 191 lb has been received as yet, supplied as soon as possible, as they are exceedingly at a loss for it, especially at Pacalongang and Joana, for manufacturing the necessary pots for the indigo works, without which one will not be able to proceed with that work but must cease. The copy report sent hither by your High Mightinesses concerning the findings on the indigo brought to Europe in 1790, we, together with an extract from the requisition of returns concerning what was remarked therein by the Gentlemen Masters regarding the cotton yarn, have duly received, and we shall not fail, in conformity with the order of your High Mightinesses, strictly to comply with the instructions given therein with respect to the pointed-out defects, and towards the increase and improvement of that article. Section 269. With relation to the domestic affairs, we previously had the honor, under the heading of the ships and vessels, to inform your High Mightinesses that the uniform pieces sent hither for the Regiment of Württemberg were delivered to the Lieutenant Colonel over those troops here, Carel van Ostheim, and we hereby present to your High Mightinesses a copy of a report since submitted to us by the said van Ostheim, wherein he says that in the packages received from Ceylon, instead of hannekattjes, only a poor sort of Bimilipatnam guinees was found, and with a request, therefore, that the recently demanded hannekattjes may still be provided. But stating, on the other hand, that the fabrics sent from Europe were not sufficient for the uniforms of his subordinates, on which account we then also, at his request, had supplied to him on the Company's behalf, according to the order: 1050 ells of blue cloth, 114¾ ells of yellow cloth, 73 pieces of guinees, common bleached Bimilipatnam 3rd sort, 55 pieces of red baftas, 1200 pieces of yellow Chinese linen, 150 ells of silver lace of 1 inch, and 200 lb of tin for buttons; and that they now require nothing more than 50 pieces of yellow and black wool borders for the uniforms of the drummers and fifers, which, however, if possible, he will have made here. Section 270. For the list sent back hither of the banknotes found here on the coast in the previous year, we offer your High Mightinesses humble thanks, and we have informed the public here by notices which of those banknotes were found good, and which counterfeit, in order to regulate themselves accordingly, while we shall send the said banknotes found counterfeit, insofar as we shall be able to secure them, to your High Mightinesses, so that they may be destroyed. Section 275.

Dutch transcription

den 15 Julij 1792: onder de voor Banda geeischte articu„ „len bevinden zich welke Batavia dan wel van hier voldaan den geischte 6000 lb: en geel plat koper zo veel doenlijk vermindert op een behoorlijke tax gebragt worden, hoe wel het niet door ons toedoen is veroorzaakt geworden, dat dezelve in a„o 179 5/1: zo in aanzienlijke som van wel ƒ 111564: 15: 5: bedraagen hebben, maar wel daar door, dat zo veele producten uit hoofde van gebrek aan de nodige scheepen, hier onafgehaald hebben moeten blijven leggen. § 266 Bij de Iongst ontvangene p„l Eisch voor Banda onder andere ook door den Ministers gevordert zijnde eene quantiteit van: 6000 bossen bendrottings. 10: boelen katoene garens 1: kanasserd. kandij Zuiker 24: _o poeder: d„o 10000: lb: koffij boomen: zo neemen wij de vrijheid van uw Hoog Edelheeden informatie te oe men verzoekt te weeten,of aan vragen; of deeze articulen van Iava zullen moeten voldaan vor, zulworden „den, ten einde ons daar naar te kunnen reguleeren: §:o 267. Ook insteren wij erouedig, dat het uw Hoog Edel„ e me aten aie te n „heeden behagen mag, de bij onze generale eisch van den 31 De„ „cember d„o p„s gevraagde 6000: b: rood en geel watkoper, waar op voor als noch niet meer als 191: lb: ontvangen zijn, ten spoe„ „digsten te laten voldoen, alzo men daar om in zonderheid te Pac„ komst van Macasser, wel een Bouren met een koper gevest calongang is rapport der bevinding van de in 17g De van Ceilon voor de wiertember„ gers. aangebragte lywaaten. „tjes, bevonden maar slechte zoort van Bimilipatnams te zijn. „calongang en Joana ten uitersten verleegen is tot het aanmaken van de nodige potten vaor de Indigomakerijen, zonder welke men met dat werk niet zal kunnen voortvaren maar moeten uitscheeden — te geoed lije otange et door uwn Hoog Edelheden hermaards gezonden in brope den gbragte Andijo d„o Copia rapport wergens de bevinding der in den 1795: in Eioropa aange„ „bragte indigo, hebben wij , neevens een extract uit de eisch van rehou„ „ren, betrekkelyjk het daar bij door den Heeren Meesters geremarqueerde omtrend de katoene garen, wel ontvangen en wij zullen niet manquel„ 0 „ren, om, Conform de order uw Hoog Edelheeden, aan de daar bij ge„ geevene voorschriften, met opzicht tot de aangeweezene defecten: en ter vermeendering en verbeetering van dat artikul stiptelijk te voldoen § 269 Met relatie tot de Hhuisselijke bestellingen, hebben wij hier voorwaards, onder het hoofdeel van de scheepen en vaartuigen de eer gehad uw Hoog Edelheeden te berichten, dat de herwaards gezondene monteering stukken voor het Regiment van Hurtemberg aan de Luuitenant Collonel over die troupes alhier Carrel van Ostheim zijn af„ „gegeeven, en bieden uw Hoog Edelheeden bij deezen aan Copia van een seedert door gem: van ostheim aan ons overgegeeven bericht waren in plaats van hauoka, waar bij hij zigt, dat in de van Ceilon ontvangene patken gran Aanekatjes maar alleen een slecht soort van bimilipatname gevt„ zal omer stipte lijk op volgens den 15 Julij 1792: weest 9 den 15 Julij 1742 Den zuijl: collouel zoek dus als nog om voldoening van hanne kattijes. — „pes thans niet manqueerende dan boorden. —: „dirg der lijst van de bankbrieven „verwisseling aan H: H: Ed: zenden gunes gevonden is, en met verzoek derhalven dat de onlangs geeset hanerat„ „jes als noch mogen bezorgt worden, doch met opgaan daar en teegen, dat de van oitthein ver„ ruit Europa gezondene soffagier niet voldoende waaren, voor de montee„ ringen zijner onderhoorigen, waarom wij hem dan ook, op zijn verzoek, daar de onlangs g'eijschte toe Comp=s weegen, volgens de order, hebben laaten verstrekken. 1050: Ca: blauw laken 114¾: „ geel d„o 73: p=s guinees gemeen geb: bimilipat: 3: soort 55 „ baftoes roode 1200 „ geel chinees linnen 150 C@ zilver passement van 1 d=m en 200 lb: thin tot knoopen: en dat zij dus thans niets meer benodigt hebben, als 50: stukken geel En geeft kennis dat voor die Troud„ en swarte wolle boorden voor de monteerings der Tamboers en Pijpers 50: stukken geel en swaart wolle die hij echter des mogelijk hier zal laeten aanmaken § 270: Voorde herwaard terug gezondene lijst den in ao, p„o hier Dankzoging voor de terug ze„ ter kuste bevondene bankbrieven, zeggen wij uw Hoog Edelheeden needrig dank, en wij hebben de gemeente alhier bij billetten geinfor„ „meert welke van die bankbrieven goed, en welke valsch bevonden zijn, de valsch bevondene zal men ter ten eijnde zich daar naar te kunnen reguleeren, terwijl wij de gem: valsch bevondene bank brieven, voor zo verre wij, die zullen kun„ „nen machtig worden, uw Hoog Edelheeden zullen laeten toekomen, ten„ einde vernietigd te kunnen worden. § 275: is komst van Macasser, wel een rouren met een koper gevert 9 8

NL-HaNA_1.04.02_3986_0232 view scan ↗

English

Paragraph 271: We are also many times obliged to Your High Noblenesses for the information provided regarding the clarification to be demanded from the former First Regent of Tegal, Raden Hadjie, concerning the alleged loan made to him by the Gusti of Bali, Carang Adjam, of 2000 Spanish rix-dollars, and we have also informed the Surabaya official thereof, while we take the liberty hereby to note: that by the Resident of Tegal, in reduction of the debt of the Regent at Brebes to the aforementioned Raden Hadjie, an amount of 400 Dutch rix-dollars was received and accounted for hither, which can thus serve to the benefit of the estate of the said Raden Hadjie. Paragraph 272: Furthermore, we also offer our dutiful gratitude for the favorable consideration which Your High Noblenesses have been pleased to give to our request made regarding the deportation of the former Captain Chinese in Kedu, Jan Kako, to China. Paragraph 273: We hope and wish with Your High Noblenesses that it may finally once again be brought about that private shipping and trade flourishes, although we are, not without reason, apprehensive that this will not be able to be put into execution so easily, and that shipping even in this year will be less considerable than in the past year, by reason of the numerous pirates who are now everywhere perceived in the fairways, and who have not only already taken a multitude of private vessels, but also thereby brought such fright among the merchants, that they now rather choose to let their vessels lie idle than to expose them to the danger of being taken by that rabble, while for those reasons we do not at all dare to flatter ourselves that the private transport of rice to Batavia in this year will be able to surpass that of the past year, the more so since the rice crop has once again turned out so adversely, as we previously have had the honor to inform Your High Noblenesses. Paragraph 274: And as regards the remark made by Your High Noblenesses, that the 1542¼ koyangs of rice that were still in arrears in the month of December of the past year should not have been brought into computation in the demonstration made by us in our letter of 31 December of the said month concerning the rice that Java had delivered, we request to be allowed to observe thereon, that since the delivery at that time was not yet entirely ceased, and one thus could by no means definitely know whether this or that Regent would not find himself in a position to fulfill his arrears speedily, we therefore also deemed that we could not omit bringing this quantity into that demonstration, although with this quotation, that it was not to be expected that the same would be able to come in completely in this year. Paragraph 275: Meanwhile Your High Noblenesses will have perceived, from what was just cited regarding the pirates as well as from what has successively been reported from here in that regard, to what height that rabble has brought its power this year and its audacity has passed, and that it has now even become an absolute impossibility to resist them any longer with the vessels which have been employed against them up to now, which has moved the Governor, the first undersigned, to let his thoughts further reflect upon the plan formed by the former Governor and Director of this coast, Jan Greeve, for the security of the offices and regencies as well as the private trade along Java against the pirates, dated 25 June 1788, in order to remove, if possible, the inconveniences and objections that occurred therein to Your High Noblenesses; regarding which we shall take the liberty to further confer with Your High Noblenesses as soon as the considerations demanded from experts in that regard shall have been received. Paragraph 276: With the recent return from Makassar and the eastern corner on 15 July 1792

Dutch transcription

omtrend de te vorderne elucidatie, we„ „gens de patente den gestijs van Jalij aan Raden Hadjie. —. „bes rd=s 400. in mindering van zijn de„ „bet aan gem: Radeen Hadjie te„ „taad heeft reflectie omtrend de versogte versen„ „nees Jan Kako. „re vaarten handel in dit Jaar noch Mendan t on der von het bedalt § 271: Ook zijn wij uw Hoog Edelheeden veelmaals verplicht voor het bedeelde, omtrent de te vorderene ducidaten van den gewee„ zen Tagalo Eerstei Regent Radien Hadjie, neegens de door den Gustijs van Balij Carang: Adjam voorgeevende leening aan denzelve van 2000: ryxde spaans, en wij hebben den Sourabaija„ Een med dat den regent van Bre,„schen Bedundens daar van meede geinformeert, terwijl wij k vrijheid neemen bij deezen te noteeren: dat, door den Tagals Resident, in mindering van het debet van de Regent te Brebes aan voorschr: Raden Hadsjie, ontvangen, en naar herwaards aangereekent is, een bedragen van 400: rd„s hollands, het geen dus ten voordeele des boe„ „dels van gedagte Raden Hadje zal kunnen koomen. Dankstuijn vorde gevooren 272: Voorts leggen wij ook onze schuldige dan k barheid af, voor „ding an den aveza Capitain htijde gunstige reflctie welke uw Hoog Edelheeden hebben gelieven te slaan op ons gedaan verzoek, ter verzending van de geweezen„ Capitain Chinees in de Kadoe Ian Kako naar China Nn 1 adnsdoat e portulies 2 73: ij hoopen en wenschen met uw Hoog Edelheeden minder zal weezen dan in d„o po„ dat het eindelijk eens werder daar toe zal kunnen gebragt wor„ „den dat de Particuliere Vaart in handel, floreert, hoe wel wij niet zonder reeden, beducht zijn, dat dit zo gemakkelijk niet zal kunnen ter uit voer gebragt worden, en dat de vaart zelvs in den 15 Julij 1792 - dit den 15 Julij 1792: met een weerd vervoer van ryst in A„o p„o koiangs rijst die noch ten agteren zijn „ning wegens de opleevering van den komst van Macasser, wel een rouren met een koper gevest dit Iaar noch commendeat zal weezen als in a„o p„to, uit hoofde van om welke reedenen de meenigvuldige zeerovers, die thans alomme in het vaarmater ver„ „noomen worden, en welke niet alleen reeds een meenigte parti„ „culiere vaartuigen genoomen, maar ook daar door zodanig de schrik onder den handelaars gebragthebben, dat die thans liever verkiezen hunne vaartuigen nutteloos te laten leggen als du aan het gevaar van door oit gespuis genoomen te zullen worden te exponeeren, terwijl wij ons, om die reeden iken kan zich niet flat tueren ook geen zints durven flatteeren dat de particulieren, vervoor van rijst voor part: maar Batavia dan naar Batavia in dit Iaar, die van d: p„o zal kuonen surpassee„ „ren, ten meer noch daar het met het rijst gewosch al weederom zo naadee„ „tig is uitgevallen, gelijk wij hier voorwaards de eer hebben gehad uw Hoog Edelheeden: te bedeelen. § 274: En wat betreft de door uw Hoog Edelheedens: gemaakte Reedenen waaromme van 1515: /4 rimarque, dat de 1542¼: kojangs rijst die in de maand december geweest, bij de gemaakte aantho„ van het gepasseerde Jaar noch ten achteren waren, bij de door ons bij korl„ genoteerd heeft missive van den 31: December der gem„e maand gemaakte aantooning weegens de vijst die Java had opgeleeverd, niet in computatie had behooren gebragt te worden, daar op verzoeken wij te mogen aanmerken, dat gelijk de leeurantie als toen noch net gehee gecesert wes, in men dus ovr gea„ „zints bepaald weeten konde, of niet deeze of geene Regenten zich instaat zouden verden hunne achterstallen spoedig te voldoen, wij derhalven ook vermeend hebben niet te kunnen nalaten deeze quantiteit meede in die aantooning vzij minder¬ C . E E 3 is „men de stoutheid der zeerovers zijne gedachten nader laaten gaan zal onderhouden het Maccasers Ministerie. aantooning te brengen, schoon met deese anhaling, dat het niet te ver„ „wachten was, dat dezelve in dit Iaar Compleet zoude kunnen in„ „koomen magenst ner en ver ten so 75: Pntenschen zal uw Hog Edelheeden; riet het zo„ even aangehaalde ten opzichter der zeerovers zo wel, als uit het desweegens successive van hier bedeelde ontwaard hebben, tot wel„ „ke hoogte dat gespus dit Jaar zijne macht gebragt en dies Houtheid gepasseerd heeft, en dat het zelvs thans eene volstrekte ondoenlijk „heid is geworden, om de zelven langer met de vaartuigen, welke tot hier toe teegen hun g'emploijeerd zijn, te keer te kunnen gaan, het Heeft den Heere gouverneur welk den Eerstgeteekenden dan ook bewoogen heeft, om nader zijne over het in A„o 788: geformeer, g'dachten ten laaten gaan over het door den geweezen Heer Gouverneur en Directeur deezer kuste Ian Greeve geformeerd plan ter bevei„ „liging van den Comptoiren en regentschappen zo wel als van de par„ „ticuliere handil langs Java, teegen de Zeerovers van den 25 Iunij 1788: ten einde de uw Hoog Edelheeden daar by voorgekomen inconvenienten en beswaaren, des mogelijk, weg te neemen; waar En waar van men H: z: Ednaden omtrent wij de vrijheit zullen gebruiken uw Hoog Edelhee, „den, nader te onderhouden, zo dra de dienweegen gevorderde consideratien van des kundigen, zullen zijn ingeko„ volgens ontvangen bericht van § 276: Met het onlangs van Macassers en den oosthoek te den 15 Julij 1792: rug „de plan man

NL-HaNA_1.04.02_3986_0235 view scan ↗

English

the 15th of July 1792 arrival from Macasser, indeed a sabre with a brass hilt returned ship Rusthof, we have received report from the Ministers there, that the Radja of Baringang mentioned in our submission of the 16th of March last was interrogated by the Lord Governor Beth regarding the granting of such a singular pass as was found with the master of the Paduakang named Juragang Cotte that arrived at Joana on the 12th of January last, and that the said Radja or Datoe Baringang does not deny this at all, but testified that the aforesaid pass had indeed been granted by himself, and that the Paduakang was his, but that he had at the same time made a request that this vessel, along with the seafarers assigned to it, might be returned to him for this time, under the simultaneous assurance that he would henceforth refrain from such conduct and would never again send out a vessel without being provided with a Company pass, so that, if it pleases Your High Nobles, this will become further apparent from the accompanying copy of the extract from the secret daily register sent to us by the said Ministers; and since this request of the aforesaid Datoe Baringang was also supported by the Ministers, with an urgent plea that favorable consideration might be given to it, because the said Datoe Baringang is a prominent prince and commander among the Boniers, and moreover, especially under the present circumstances the strictest law cannot well be maintained, in order to prevent other more disadvantageous consequences, we have judged that we could not avoid complying with this, and have thus given orders to release the aforesaid vessel and crew, along with their goods, and let them go their way, which we then also trust will meet with the favorable approval of Your High Nobles. Section 277: The Captain of the Chinese nation here, Tan Jak, having made known to us that the merchants at Ningpo in China—on account of the great shortage of vessels there, caused both by several of them having been wrecked or taken by pirates in recent years, and because the construction of new vessels in China is extremely difficult for lack of timber—had made a proposal to him to have one or more junks of 250 to 300 lasts constructed here on Java, if possible for their account, in order to be employed in trade from China to Batavia and vice versa, we have permitted him to address himself in this regard by petition to Your High Nobles, which we have the honor to present herewith to Your High Nobles so that you may dispose of it as you see fit, and to which we have the sooner proceeded as it appeared to us that no unfairness is contained in this request, but that on the contrary it will considerably revive the Chinese trade. the 15th of July, Year 1792. Section 278: the 15th of July 1792 According to the report recently received from the servants at Soerabaja, a Chinese junk from Siam, manned with 30 heads and having intended to go to Batavia, was wrecked some time ago on the island of Celombo belonging under Sumanap, with the loss of the entire cargo, so we have the honor to inform Your High Nobles thereof, as well as that the crew of that vessel was nevertheless preserved on the said uninhabited island, and that 19 heads thereof have arrived at Sumanap with fishing boats, to whom, upon their request made to that end, it was granted by the servants to be allowed to depart with private opportunities to Batavia, in order to undertake the return journey from there to their place of residence. Section 279: Furthermore, we take the liberty hereby to submit to Your High Nobles the request made by the Regent at Japara that the: 4 pieces of iron cannons of 1/2 pound and 8 pieces of muskets which were lost during the capture by pirates of their two cruising prahus, mentioned in our submission of the 17th of June last, and which belonged to them as their own property, may be restored to them, as it would be too burdensome for them to provide these for their cruisers newly prepared and brought into readiness.

Dutch transcription

veelvilnck den 15 Julij 1792 „komene paduweken aan een zar„ „overste onder de Boniers was komst van Macasser, wel een zourer met een koper gevest rug gekoomen schip Rusthof, hebben wij van den Ministers al„ „daar bericht ontvangen, dat de bij onze submissie van den 16 maart l: O: vermelde Radja van Baringang, door den Heer Gouver= Beth omstig onderhouden was over het verleenen van zulk een Iingulier pasje, als bij de voerder van de op den 12: Januarij E: l: te Joana aan gekomene Paduakang in naame Iuragang Cot„ e „te is gevonden geworden, en dat gem: Radja of Datoe Barin„ „gang zulks ook geenzints ontkent, maar betuigd heeft dat het gehoorde de te Corna aange„ - voorschreeven passe en derdaad door hem zelfs was verleend der Radja Bringen. geworden, en dat de Paduwackang de zijne was, doch dat dezel„ „ve daar bij tevens verzoek had gedaan, dat hem dit vaartuig met de daar op bescheidene zeevaerenden voor ditmaal weeder mogt terug gegeeven worden, onder verzeekering tevens, dat hij zich voortaan van diergelijke handelwijze wachten, en nin„ „mer meer een vaartuig uiet zenden zoude, zonder van een Comp= pas voorzien te zijn, invoegen uw Hoog Edelheeden, des be„ „hagende, nader zal koomen te blijken uit de neevensgaan„ „de Copia aan het door den gem„e Ministers ons toegezonden ex„ „tract secreet dagregister, — en dewijl dit verzoeck van voorsch: Datoe Baringang door den Ministers meede is geappureerd geworden, met instantie dat daar op een gun„ „stige reflectie mogt geslagen worden, uit hoofde gem„e Da„ „toe Baringang, een voornam vorst en veldoverste onder Die en voornaem vorst en verd„ de Boniers is en daar en boven, voor al in de praesente omstan„ digheeden E is de manschappen en goederen wee„ „der gelargeert, en thuns weegslae„ ter gaan— Den Capitain der Chinaese na §5 277: „„tie alhier Joed verzoek, om en te mogen aanbouwa „digheeden het strikste recht niet wel kan worden gemaintineerd, om Men heef=t dus de zelve, met andere nadeeliger gevolgen voor te koomen, zo hebben wij overmeend niet te kunnen af zijn hier aan te voldoen, en dus ordre gesteld, om het voorsez: vaartuig en manschappen, met derzelver goederen te lageeren, en huns weegs te laten gaan, het geen wij dan ook vertrouwen, dat de gun„ „stige goedkuiring uwer Hoog Edelheeden zal mogen weg dragen Door de Capitain der chineesch ratie alhier Ian Iak om eenof meerder Jonken op Jaa aan ons te kennen gegeeven zijnde, dat door de kooplieden te Nimiu in china uit hoofde van het groot gebrek aan vaartuigen aldaar, veroor„ „zaekt zo door dat er seedert eenige Jaaren herwaards verscheide derzelven verongelukt, of door den zeerovers genoomen zijn, al om dat den aanbouw van nieuwe vaartuigen en china bij gebrek aan hout ten uitersten moeyelijk valt, aan hem het voorstel was gedaan om, des mogelijk voor hunne reekening een of meer Ionken groot 250: â: 300: lasten hier op Java, te laten aanbouwen, ten inde tot den handel van china naar Batavia vise versa g'emploijeerd te worden, zo hebben wij hem gepermitteerd zich desweegens bij request aan uw Hoog Edelheeden te adresseeren, het welk wij de eer, hebben uw Hoog Edelheeden hier neevens aante bieden ten einde daar over naar goedvinden te disponeeren, en waar toe wij te eer zijn overgegaan, daar het ons voorgekoomen is, dat in dit verzoet geen onbillijkheid opgeslooten legt, maar dat zulks ter con„ „trarie de chinasche vaart merkelijk zal doen opluiken den 15. Julij A„o 1792. § 378 den 15 Julij 1792 den oosthook, is een Chineese verongelukt geworden. verzoeken dat de door de zee„ geweeren. „hoorende — „worden — Volgens hot onlangs van den Tounabaijasche bediendens vorgen ontrngen iedig uik 5278: ontvangen bericht; voor eenige tijd een chineesche Jonk van siam, be Jonk op het eiland Colomso „mand met 30 koppen, en de wil gehad hebbende naar Batavia, op het onder Sumanap gehoorende eland Celombo verbrijsseld zijnde met ver„ „lies van de geheele laading, zo hebben wij de eer uw Hoog Edelheeden daar van zo wel kennis te geevens, als dat de equipage van dat vaar, doch de equipage behouden „tuig noch op het gen: onbewoond eiland behouden geworden, en dat daar van, met visschers vaartuigen 19: koppen te sumanap aan „gekomen zij, aan dewelke op hun daar toe gedaan verzoek door den Bediendens is gepermitteerd genonden, om met particuliere geleegend„ „heeden, naar Batavia te mogen vertrekken, om van daar de te rug reise naar hun woonplaats aan teneemen: §279: Voorts neemen wij de vrijheid bij deeszen aan uw Hoog Edel„ De Regente van Japira „heeden: voor te draagen het door den Regenten te Japara gedaan, roovers genoomene kan onsen verzoek, dat de bij de verovering door de zeerovers van hun„ „ne twee kruisprauwen vermeld, bij onze submisse van den 17 die hun mneigendom waren toebe„ Juni: l: l: verlooren geraakte en hun in eigendom toegehoord heb„ „tende 4 p=s ijzere kanons van ½ lb: en 8: p=s Snaphaanen weeder van hun gerestitueerd mogen worden, alzo het voor hun te swaar weeder mogen gerestitueerd zouke wallen, om deze voor hunne op nieuen in gered ed gebragte komst van Macasser, wel een rouren met een koper gevest kruiszers N is vSlean

NL-HaNA_1.04.02_3986_0238 view scan ↗

English

15 July 1792 granted share of the excursion to H: L: Crap, as well as for the discharged persons granted burgher freedom. present here on the coast, 552 military men were included. to purchase the ammunition goods absolutely required for the cruisers again at their own expense, aside from the fact that these would also be difficult for them to obtain, and regarding their request made by letter to the first undersigned, we also take the liberty of sending the copy thereof to Your High Mightinesses alongside this, while we also solicit Your High Mightinesses' orders in case the Regent of Lassum, as is to be expected, should come forward with a similar request regarding the ammunition goods that were recently also taken and robbed from him by the pirates upon the capture of his pantjallang. Expression of thanks concerning the servants. Section 289: With regard to the servants, we express our gratitude for the share regarding the excursion to Java granted by Your High Mightinesses to Henrikus Lieve Crap, with the respectful notice that he has since arrived here. We are also very obliged to Your High Mightinesses for the burgher freedom granted to the soldier Abraham Rooth and the blacksmith Francois Rob, and the pension granted to the drummer Joost Beuning. Regarding the servants on hand. Section 282: Concerning the remarks made by Your High Mightinesses regarding the general number of servants found here on the coast in the month of November of the past year, 15 July 1792 The pay-bookkeeper Fischer reports on the number of seafarers present on Java. we request permission to observe that this number also included the Württemberg military personnel up to as many as 552 heads, and that, as far as the 198 seafarers are concerned, several among them were also found who had remained behind from the ships in the hospitals here, but who were also mostly placed on the ships and vessels that departed for the Great East during the past west monsoon; although on the other hand, from those ships and those that have since been sent here by Your High Mightinesses, a large number of others have again ended up in the hospitals, both here and in Sourabaija, so that the general number of seafarers found here on the coast at the muster at the end of June last amounts to 243 heads, namely 170 active-duty personnel, among whom are also counted the much-needed hospital attendants, likewise the raft-makers and the pilots at Grissee, 61 who are lying in the hospital, and 3 who have also been in the hospital but have since recovered and will now be placed on the ships at the first opportunity; so that Your High Mightinesses, if it please you, will be able to inspect these matters further from a demonstration made in a report by the junior merchant and pay-bookkeeper Christiaan Hoolob Fisscher, of which we have the honor to present a copy to Your High Mightinesses herewith. And since, according to the memorandum of [illegible] arrival from Macasser, indeed a [illegible] 15 July 1792 According to the diverse servants, one will conduct oneself. in the arrangements made since, 182 heads were determined and allowed for Java, it appears that on Java one currently has a surplus of 61 heads on hand, of which 58 heads are lying in the hospitals and the remaining three were recently discharged from muster in order, as mentioned above, to be placed on the ships again, as will also happen with the rest as they recover, in the hope that this may meet with the honored approval of Your High Mightinesses, and that Your High Mightinesses will also take into favorable consideration that the aforementioned number of 182 seafarers determined for this government is by no means too generous, but on the contrary is most highly necessary for such an extensive coast, especially under the present circumstances of the times, now that on account of the numerous pirates one must constantly keep the cruisers in the waterways, and necessity requires that each cruiser be manned with at least one European who can exercise command over it. According to what was written regarding diverse servants. Section 283: According to what was written by Your High Mightinesses regarding the bookkeeper Abraham Rugtenburg and the quartermaster Francois

Dutch transcription

den 15 July 1792 bedeelte van het verleende soringtogtje aan H: L: Crap zo meede voor de in birger 5 281: „vrijdom gestelde gegageerde perzoonen. zich hier ter kuste bevonden 55½2: koppen militairen begreepen. geweest kruiszers absolut benodigde ammunitie goederen, voor eigen reekening weeder aan te koopen, buiten en behalven, dat die ook voor hun be„ swaarlijk zouden te bekoomen zijn, en van welk hun aan den Eerst geteekenden bij missive gedaan verzoek wij tevens de vrijheid neemen het afschrift uw Hoog Edelheeden bezijden deesen te laten toekoomen terwijl wij teevens uw Hoog Edelheeden orders. soliciteeren, indien de Regent van Lassum, gelijk te voorzien is, met een gelijk verzoek, mogt opkoomen, omtrent de ammunitie goederen, die Jongst bij het neemen van zijn Pantjallang, door den zeerovers van hem mede zijn absont ge„ „rackt on gehoofd. — Dankbetuiging nopens het §289: Met betrekking tot de Dienaaren, betuigen wij onze dankbaarheid voor het bedeel„ „de omtrent het door uw Hoog Edelheeden: vergund springtogt„ ge naar Java aan Henrikus Lieve Crap, onder eerbie„ „dige notitie, dat hij seedert alhier is aangekoomen: Wij zijn uw Hoog Edelheeden oor zeer verplicht voorde aan den soldaat Abraham Rooth en de grofsmit Francois Rob vergunde burger vrijdom in het verleend gagement aan de Tamboer Joost Beuning onder het gela der intes:s 2 82: Op het geremarqueerde door uw Hoog Edelhee„ hebbende dienaaren, weren„ den, ten aanzien van het in de maand November des gepas„ seerde in den 15 Julij 1792 scher doed bericht nopens het „den zijnde Zeevaarende „seerden Jaars alhier ter kuste bevonden generaal getal van dienaaren verzoeken wij te mogen aanmeerken, dat onder dit getal ook de wirten„ „bergsche militairen tot wel 552: koppen zijn begreepen geweest, en Den zoldij boekhouder fis„ dat, wat de 198: koppen zeevarenden betreft, zich daar onder meede getal der op Java aanhan„ verscheide bevonden hebben, die van de scheepen alhier in de hospi„ „taalen waren te rug gebleeven, doch welke ook weeder meeren„ „deels, in de gepasseerde westmouzon op de naar de groote oost ver„ „trokkene scheepen en vaartuigen geplaatst zijn, schoon daar en teegen van die scheepen, en de geene welke seedert door uw Hoog Edelheeden: herwaard gesonden zijn, ook weeder engroot ge„ „tal andere zo hier als te sourabaija, in de hospetalen zijn geraakt invoegen dat het gevieriaal getal der zievaarenden, het welk bij de mon„ „stering onder ulto Junij l: E:, hier ter kuste bevonden is, bedraagt 243: koppen, te weeten 170: dienst doenders, waar onder meede gereekend zijn de zo hoog benodigde ziekevaders in de hospitalen, item de vlot„ „temakers en de lootsen te Grissee, 61 die het hospitaal leggen, en 3: die meede in het hospitaal geleegen hebben, doch seedert hersteld zijn en nu bij eerste geleegentheid op de scheepen zullen geplaats worden invoegen uw Hoog Edelheeden, des behagende, het een en ander nader zullen kunnen beoogen uit een door de onderkoopman en soldij boekhouder Christiaan Hoolob Fisscher daar van bij bericht gemaakte aantooning, waar van wijde een hebben uw Hoog Edelheeden hier nee„ „vens Copia aan tebieden - en naardien bij de memorie van mi„ nage is komst van Macasser, wel een Bouren met een koper gevest dane dano velee gllveri den 15 Julij 1792 „gens diverse dienaaren, zal men zich gedraagen. „nage in de seedert gemaakte schikkingen voor Iava be„ „paald en toegestaan zijn 182. koppen, zo blijkt dat men op Java thans over com „pleet aanhaden heeft 61. koppen, van dewelke 58: koppen in de hospitaalen leggen en de overige drie onlangs uitgemonsterd zijn, om ge„ 1 „lijk hier boven aangehaald is, weeder op de scheepen geplaatst te worden, zo als met de overige, na mate, dat zij hersteld worden, meede geschieden zal, inhoop, dat zulxs de g'eerde goedkeuring uwer Hoog Edelheeden, zal mogen wegdra„ „gen, en dat bij Hoogst Dezelve tevens in gunstige, consideratie zal genomen worden, dat het voorschr: voor dit gouvernement bepaalde getal van 182: koppen zee„ vertarende geenzints te ruim, maar in teegendeel voor zo een uitgestrekte kust. wel hoogstbenodigt is, voor al in de teegenswoordige tijds omstandig heeden, nu men de kruiissers, weegens de meenigvuldige zeerovers geduurig in het vaarwaten moet houden, en de nood„ „zaakelijkheid vercischt, dat elke kruissers ten min„ „sten met een Europeesch, die daar op het gezach kan voeren, bemand word Naar het aangeschreevene wee„ § 283: Naar het aangeschreevene door uw Hoog Edelheeden, om trent de Boekhouder Abraham Rugtenburg en de quartiermeester Francois

NL-HaNA_1.04.02_3986_0241 view scan ↗

English

the 15th of July 1792 Regarding Francois Diernes, as well as the Matrosses Herman Uldrich and the Sergeant Willem Schraag, we shall adhere strictly to orders, and have the honor to note that the first-mentioned has meanwhile arrived here. § 284: For the notification concerning the abolition of all provisions to the Company's qualified servants of European and Indian articles, we render your Right Honorables our respectful thanks, and we have ordered the Resident at Tagal and Paccalongang to henceforth refuse the sending of the demanded ration of rice. § 285 We also thank your Right Honorables for the communication provided regarding the salaries enjoyed by the First Field Preacher of the Regiment of the Duke of Wirtemberg, Iohan Fredrik Spanlin, as well as his servant George Meijer and the armorer Johan Jacob Kiener. § 286 Furthermore, we take the liberty of presenting to your Right Honorables several petitions received by us and addressed to Your Right Honorables, namely: One from the merchant and First Administrator in the grain warehouse at Batavia, Pieter van Campen Stelmans, who is currently here for a short trip, wherein he requests that, on account of his continuous ailing condition which makes him fearful of the Batavian climate, he may be discharged from his said administration in order to await further employment here; One from the assistant Aartgelryn Palm, who is also here for a short trip from Macasser, requesting to be permitted to perform his service here on Java; and One from the jailer of the Company's prisons, Cornelis van den Wal, requesting that, on account of his 59 years of age, weakness of the eyes, and further bodily infirmities, he may be favored with his pension. Likewise, we hereby also present to your Right Honorables a copy of a report delivered to us by the Lieutenant Colonel under the Regiment of the Duke of Wirtemberg, Carel van Ostheim, together with an aforesaid memorandum attached thereto, containing the statement that the soldier Geong Maderholsz, belonging to that Regiment, arrived at Batavia on the 1st of November 1789 with the Orange Battalion, and entered the hospital on the 5th of December thereafter, but recovered again on the 1st of February of the year 1790, and subsequently performed active service for 12 months in the Batavian garrison, without having received during all that time anything other than his emoluments, and since that time no salary; wherefore the said Lieutenant Colonel von Ostheim then also requests that the monthly wages earned by him may be paid out to the same; regarding which we therefore request to be provided with the honored orders of your Right Honorables, as one cannot ascertain here how that matter actually stands. § 288. In the meantime, regarding what was written from here to the Macassar Ministers concerning the artillerymen who deserted from there and arrived here with the ships of the Gentlemen of the Military Commission, we recently received as an answer from the Ministers that, upon the investigation conducted regarding the complaints made here by the said artillerymen against the Captain Lieutenant of the Artillery there, Wasschenfelder, the groundlessness of the said grievances had appeared to them, both from the statements of the officers and from those of all the privates of the Corps; that this was also unmistakably evident from the report of the Judicial Commissioners received by them, and that on that account they also had to conclude that the said complainants had put forward that alleged ill-treatment, which was supposed to have been inflicted upon them there, solely as an excuse for their desertion; and with the further addition that the said artillerymen, upon their desertion from Macasser, had also taken along from there two brass cutlasses, and that the Honorable Governor Belk had been informed by letter by the Right Honorable, Valiant Gentleman Vaillant that one of these had been delivered on Java; wherefore we then immediately demanded a statement in that regard from the Extraordinary Lieutenant of the Artillery here, Gerrit Flitkenschild, who thereupon made known to us by report that upon the arrival of the said Gentleman Vaillant from Macasser, a cutlass with a brass hilt was indeed delivered to them.

Dutch transcription

den 15 Julij 1792 de afschaffing van alle ver„ „qualificeerde dienaaren, dankt Tagal en Paccalongang daar „gegeevene Communicatie „inctementen door den veld„ „nistrateur in het graan maguazijn te Batavia Aalmans verzoekt ont„ slag uijt zijn post. „va bescheiden te blijven Francois Diernes mitsgaders de Matavos Herman Uldrich en de serg=t willem Schraag zullen wij ons stipt gedragen, en hebben de eer te noteeren dat de eerstgemelde intusschen alhier geanriveerd is § 284: Voor het bedeelde omtrend de ofschaffing van alle verstrekken, voor het bedeelde omtrend e „gen aan Comp„s gequalificeerde dienaaren van Europresche en Jndiatrekkingen aan Comp=s ge„ „sche articulen zeggen wij uw Hoog Edelheeden eeriedig dank, en wij hed„en „ben den Resident te Tagal en Paccalongang gelast, om de overzending van deen heegt de Residenten van gewoorde randzoen wijst, voortaan te refelzeeren. „men § 285 Oe oedanken wij ene hoo det elenas van de geven Commen an danat erders voor 99 „nicatie, weegens de genotenes appoinctementen door den Eerste veld prediker van weegens de genotene appo„ het Regiment van den Hartog van Wirtemberg, Iohan Fredrik Spanlin, plediker spaulin mitsgaders deszelvs kenegt Georige Meijer en den wapensrmet Jolan Jacob kiener - § 286 Voorts neemen wij de vrijheid uw Hoog Edelh: aan te bieden diverse bij Den koopman en Admi„ ons ingekomene requesten aan Hoogst Dezelven geaddresseert als. Een van de zich voor de springtogtejn alhier bevindenden koopman en Eerste Ad„ „ministrateur in het graan Maguazijn te Batavia Pieter van Campen Stelmans „waar bij hij verzoek doet, om uiet hoofde van zijne aanhoudende sukkelende toestand, die hem voor het Batavias climaat bevreest doet zijn, uit gem: zijne administratie te moogen ontslagen worden om alhier verder im„ „plooi te blijven afwachten een van den meede zich voor een springtogtje alhier bevindende assistend Den assistent salm on op Ja„ komst van Macasser, wel een rouren met een Koper gevert Aart F is van geinformeerd po 27 den 15 Julij Ao. 1792. om zijn gagement Den Lieutenant Collonel van F 287. osthein, doed bericht, dat een zekere zoldart een „armizoen had dienst gedaan. gemooten waar omme thans om de rutkoering instantie doed: Aartgelryn Palm, insteerende, om sijn dienst alhier op Iava te mo„ „gen praesteeren, en en den Ciper van der wal Een van den Cipier van 's Comp„s boeien Cornelis van den wal, ver „zoekende, om uit hoofde van zijn 59: Iaerigen ouderdom, swakheid der oogen, en verdere lighaams gebreeken, met het gagement te mogen begunstigd worden. Desgelijks beden wij uw Hoog Edelheeden noch bij deesen Iaar lang en het Bataviaschgu, aan Copia van een door de Lieutenant Collonel onder het Regiment van de hartog van vertemnberg Carel van Ostheim, aan ons over gegeeven bericht, beneevens een daar bij overmelde memorie, behelzende opgave, dat de onder dat Regiment gehoorende soldaat Geong Maderholsz:, den 1: november 1789: met het Batallion or ange te Batavia gearriveerd, en den 5: december daar op in het hospitaal geraakt, doch den 1: februarij A„o 1790: weeder hersteld is, en ver„ „volgens 12: maanden lang in het Bataviasch guarniszoen heeft beij„ en zoedert dien zijd geen gage, van dienst doen, zonder in al die tijd iets anders als zijne emolumenten te hebben ontvangen, en waarom gem: Lieutenant Collonal von Ostheim dan ook verzoekt, dat de door hem te goedgemaakte maandgelden aan den zelven mogen worden uitgekeerd; waar omtrent wij dus insteeren met de gueerde beveelen uwer Hoog Edelheeden te mogen gemunieerd worden, alzo men hier niet kan nagaan, hoe„ „danig het regentlijk met die zaak geleegen is — § 288 V. 231 den 19. Julij 1792 heeft geandwoord, op het van hier aangeschreevene, „droste arthille risten. „helft. § 288. Intusschen hebben wij op het van hier aangeschrevene aan den tot Macrses h hiristani Macassersche Ministers van de met de scheepen van de Heeren van nopens twee van daer ge„ de Militaire Commissie van daar gedroste en alhier aangekomene Arthilleristen, onlangs van den Ministers tot antwoord ontvangen dat bij het gedaan onderzoek nopens de door den gem: Arthilleristen wat deese andwoord be„ alhier gedaane klagten weegers den Capitain Lieutenant der Ar„ „thillerij aldaar Wasschenfelder hun, zo wil uit de verklaa„ „ringen der officieren, als die van alle de gemeenen van het Corps gebleeken was de ongegrondheid der gemelde beswaaren; dat zulks ook niet ondrieidelijk Consteerde uit het daar van bij hun ingekoomen bericht van Justitieele gecommitteerdens, en dat zij ut dien hoofde ook moesten opwaken dat gedagte klaagers, die vermeende Clechte behandeling, welke hun aldaar zoude zijn aangedaan, eenlijk ter verschooning van hunne dezertie hadden voorgemend, en met bij voeging wijders, dat gem: Arthilleristen, bij hunne desertie van Macasser, ook van daar hadden meede genoomen twee pees Kopere rouvers en dat de Heer Gouverneur Belk door den wel„ „ Edele gestrenge Heer vaillant, bij missive was geinformeerd geworden, dat een derzelver op Java was afgegeeven, waarom wij dan ook ter eersten van den extra ordinair Lieutenant der Arthillerij alhier Gerrit Flitkenschild deswagens opgaven hebben gevordert die ons daar op bij berisit te kennen heeft ge„ „geeven, dat aan hun door op gem: Heer Vaillant bij des zelvs komst van Macasser, wel een hourer met een Koper gevest den 15. Junij 1792 24 is

NL-HaNA_1.04.02_3986_0244 view scan ↗

English

the 15 July Ao. 1742 the warriors from Macassar returned. The officers behaved well, but the privates behaved badly. the 15. July 1792. had been surrendered, but that it subsequently appeared that this cutlass belonged to one of the Artillerymen as his own property, having been given to him as a gift by the son of the shahbandar at Macassar; and that both of these Artillerymen on the contrary had declared that they had taken no Company's weapons whatsoever, but had left all of them along with their uniform items in the barracks in their sleeping quarters, so that the details of this will further appear to your High Nobilities from the aforementioned report itself, which we have the honor to enclose herewith in copy. A Company of Madurese § 89: We also cannot refrain from respectfully informing your High Nobilities hereby that the Company of Madurese warriors who served at Macassar, commanded by Captain Ngabehi Tirto Beksono, has been sent back by the minister with the ship Rusthof to Surabaya, with notification to us that the officers of that Corps had indeed behaved very properly during their stay there and had given much satisfaction, but that the privates, on the contrary, had committed many irregularities, and through desertions as well as thefts and other assaults had caused much trouble, and that even around forty krisses were lost, which the Captain of that Company had reported had been sold to which the officers well 242 the 19. July 1792 Letter for Your High Nobilities brought here from Timor turned over the 15. July 1792 sold, or gambled away; with the further addition that when those troops embarked, three more privates were found missing and, despite all possible effort, could not be traced. We immediately informed the Surabaya officials of all this, in order to notify the Panembahan of Madura thereof accordingly. Lastly, we humbly present to your High Nobilities, through the native burgher Salomon Koeh, who arrived here a few days ago and who, out of fear of the pirates, will remain here until an opportunity arises to undertake the voyage together with several other vessels, the letter brought here from Timor for your High Nobilities. We honor ourselves to remain with the greatest respect and submission, was written below: Title, lower: Your High Nobilities' very humble and faithful Servants, was signed: P: G: van Overstraten, J: van Santen, A: Wamel, B. J: van Nieuwenhuijs, J: W: Cransse, B: van der Woorm, C: G. Fisscher, M: Meurs and P. J. Rothenbuhler, in the margin: Samarang the 15. July 1792. the 15 July Ao 1741 To the Right Honorable, Rigorous, Respected Sir Master Pieter Gerardus van Overstraten Ordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coast, etc. Right Honorable, Rigorous, Respected Sir, The undersigned Captain at Sea commanding the ship Java takes in all humility the liberty to inform your Right Honorable, Rigorous, Respected Sir that the aforementioned vessel was provisioned at the capital Batavia for 35: Europeans, and 26: Chinese, for whom rations were received: Rice and beans for one month, Salt, meat, and pork for two months, all other rations for three ditto. And since the aforementioned vessel departed from Batavia manned with 50. Europeans and 23. Javanese, so that at the capital too few rations were received: Rice for 12: heads for three months, Salt, meat, and pork for 15. heads for 2. months, other rations to the Europeans for 15. heads for 3. months, for the Javanese all the rations, except rice, for 23. heads for 3. months, not counting 2 months' rations of rice and beans for 61. heads, which one receives on Java according to custom. The undersigned begs your Right Honorable, Rigorous, Respected Sir very humbly the 15. July 1792. the 19. July 1792 the 15. July 1792. humbly that the aforementioned rations may be supplied to him as a supplement. Wherewith I have the honor to subscribe myself with the greatest respect and deep esteem, was written below: Title, lower: Your Right Honorable, Rigorous, Respected Sir's very obedient and dutiful Servant, was signed: A: Heijlenberg, in the margin: Samarang the 25 June 1792. To the Right Honorable, Rigorous, Respected Sir Master P: G: van Overstraten Ordinary Councilor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of Java's Northeast Coast Right Honorable, Rigorous, Respected Sir, The undersigned Captain at Sea commanding the Honorable Company's ship Doggersbank takes in all respect the liberty to hereby petition your Right Honorable, Rigorous, Respected Sir to please have supplied to him the deficient rations of the crew under his command, as well as of all such personnel who belong to this Government and were given to him for transport hither, having received at Batavia the rations of 40 European seafarers and 25. Chinese; currently the crew under my command numbers 51: European seafarers and 24. Moors, thus received too little at Batavia for 11. European heads and 24. Moors, except the rice, which is short only for 11. European heads. And transported hither 9. European Soldiers, 8. Madurese, who have been on board since the 4. May until the 30th of this month. 233 242

Dutch transcription

den 15 Julij Ao. 1742 reede eraijers van Macas „ser terug gekomen. „cieren wel doch de gemee„ „ne slecht gedraegen hebben den 15. Julij 1792. is afgegeeven geworden, doch dat naderhand gebleeken was dat deeze houwer een der Arthilleristen in eigendom toehoorde, als zijn„ „de aan hem, door den zoon van den sabandhaar te Macasser, tot een present gegeeven; en dat beide deeze Arthilleristen in teegendeel betuigd hadden, geene Comp„s wapens hae genaamd meede genoomen, maar alle dezelve met hunne monteering stukken in de Kazern„ op hun slaap plaats terug gelaaten te hebben, invoegen het een en ander uw Hoog Edelheeden nader zal voorkoomen bij het ge„ „melde bericht, zelve dat wij de eer hebben deezer in Copia bij te„ . „voegen. — Een Campagnie Madu, § 89: Dok kunnen wij niet af zijn uw Hoog Edelheeden bij deezen eerbiedig te informeeren, dat de op Macasser dienst gedaan hebben„ „de Compagnie Madureeshe kreijgers, gecommandeert door den W. Copitain Ingabij Tirto Beksono, door den minister met het waaraan zich de offi„ schip Rusthof naar sourabaija is terug gezonden met ken„ „nisgave aan ons, dat de officieren van dat Corps, tech geduuren„ „de hun verblijf aldaar zeer geschikt gedraagen en veelgenoegen gegeeven hadden, doch dat de gemeene daarenteegen veele ongeree„ „geld heeden hadden gepleegd, en zo doordrossen als diverijen en andere feijtelijkheeden, veel moegjte veroorsaakt, en dat zelvs wel bij de veertig krissen verlooren waren geraakt, welke den Capitain van die Comp„e had opgegeeven dat door de eigenaars verkogt o 242 den 19. Julij 1792 Timor alhier aangebrag te missive voor H: H: Ed: verte den 15. Julij 1792 verkogt, dan wel verdobbeld waren: met bijvoeging wijders, dat bij het naar boord gaan van die troupes daaran noch drie gemenen absent waren geraakt en en weerwil van alle mogelijke moete niet hadden 7 Kunnen achterbaald worden —. wij hebbende sourabaijasch Bedien„ „dens van dit een en ander ten eersten geinformeerd, ten einde daar naar verder aan den Panumbahan van Madura kennis te geeven rigd Laatstelik ieden wij uiw Hoog Edelheden ij den van en pin den aan bendig vanen aan Inlandsch: burger Salomon Koeh, welke voor eenige dagen alhier N aangekoomen is, oocr die uit vreeze voor den zeerovers zo lange alhier F 8 zal blijven vertoeven tot dat zich geleegentheid opdoed, om met meer aandere vaartuigen te gelijk de reis aanteneemen; van Timor alhier aangebrachte missive voor uw Hoog Edelheeden. - Wij vereeren ons met de meeste hoogagting en submissie te blijven /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwer Hoog Ed: zeer ootmoedige er getrouwe Dienaaren /:was geteekend:/ P: G: van Overstrater, J: van Santen, A: Wamel, B. J: van Nijvenhuin, J: W: Cr d„ „se, B: van der Woorm, C: G. Fisscher, M: Meurs en P. J. Rothenbuhler /:in margine/ Samarang den 15. Julij 1792 den 15 Julii Ao 1741 Aan den WelEdele Gestringe Achttaaren Heer M„r Pieter Gerardus van Overstraten Raad ordinair van Neederlandsch India, mitsgaders gouverneur en Directeur deeser Cust &„a H„a H r Wel Edele Gestrenge Achtbaaren Heer. Den ondergeteekende Capitain ter Zee Commanderaande het schip Java, neemt in alle ootmoed de vrijheid uwelEd: Gestr: Achtbr te berissten, dat gemelde bodem ter Hoofdplaats Batavia gepro„ „vianteerd is, voor 35: Europeesen, en 26: Chineesen, waar voor randzoer ontvangen Rijst, en Cadjang voor Een maand zout „ vlees en spek voor twee maanden alle andere randzoener „ drie d„o En wijl gemelde Bodem van Batavia vertrokken is bemant met 50. Europeeser en 23. Javaanen, zo dat ter Hoofdplaats te min aan randsoener ontvange zyn Rijst voor 12: koppen voor drie manden zout vlesch en speck voor 15. koppen voor 2. maanden andere randzoenen aan de Europeesen voor 15. koppen voor 3. md„n voor de Javaanen allede rand zoen Excepto Rijst voor 23. Koppen 0 voor 3. maanden ongereekend 2 maanden Randzoen van Rijst en Cadjang voor 61. koppen, die men volgens usantie op Iava ontvangt Den ondergeteekende smekt uwelEd: Gestr: Achtbr: zeer oot„ den 15. Julij 1792. „moedig den 19. Julij 1792 den 15. Julij 1792. moedig, dat hem de boven gemeld Randzoen ten supplestie mogen ver„ „strekt worden Waarmeede de Eer heb, mij met de meeste hoog agting, en diep ontzag te onderteekenen /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ uwel Ed: Gestr: Achtb: zeer onderdanige en gehoorzaam Dienaar /:was geteekend:/ A: Heij„ „enberg /: in margine:/ Samarang den 25 Junij 1792. Aan den WelEdelen Gestrengen Achttaaren Heer M„r P: G: van Overstraten Raad ordinaer van Nederlands India mitsgaders Gouverneur en directeur van Iavas Noord oost kust WelEdelen Gestrengen Achtbaaren Heer Den ondergeteekenden Capitain ter zee Commandeerende t E: Comp„s schip Doggersbank Neemt in deze alle Eerbied de vrij„ „heid om uwelh: Gestr: Asitber: bij deeze te soliciteeren omme aan hem te willen doen verstrekken de te min ontvangene, randzoeren van zijne onderhebbende manschappen als meede van alle zod ani„ „ge manschappen, die ten deeze Gouvernemente thuis hoorende en hem meede gegeevene; zijn ten vervoer Na hernaards op Batavia ontvangen hebbende; de randzoen van 40 Europeese Zervaarende, en 25. Chineese, hoog, tans is mijn onderhebbende Equepagie ten getol„ „le van 51: Europeesche Zeevaarende, en 24. Moorze, dies te Bata„ „via te min ontvangen voor 11. Copper Europ„ 24. Moorer Excepte de rijst die enkeld voor 11. koppen Europ: te min zijn. — En na herwaards vervoerd 9. Europeesche Militairen, 8. Madureesen dewelke, sedert den 4. Meij aan boord zijn geweest tot den 30„e deezser 233 242

NL-HaNA_1.04.02_3986_0248 view scan ↗

English

the 17th of July 1792. of these, for which the undersigned has received nothing Wherewith I have the honor to sign myself with all deeply due high respect was written beneath Titul Lower your Right Honorable Sir Very humble and obedient Servant was signed De Freijn in the margin Samarang 11 June 1792. To the Right Honorable Sir Master Pieter Gerardus van Overstraten Councillor of the Dutch East Indies, and also Governor and Director over and along the North-East Coast of Java etc. etc. Right Honorable Sir Herewith the undersigned has the honor respectfully to inform your Right Honorable Sir that the repairs proposed by them to the vessels belonging here and cruising against the pirates have taken place pursuant to the investigation conducted into them and the demonstration of the defects in the report dated 5 December 1792, and the most supreme authorization granted thereon, and also that since then they have been brought into such a state that proper use has been made of them. But whereas your Right Honorable Sir has been pleased to have the costs examined, and further instructed the draftsman to provide a demonstration of the surplus yield compared to the reports of the year 1786, showing from what this surplus arises, the undersigned consequently has further to detail to your Right Honorable Sir that the penjajap De Uitkijk was not only provided with a new doubling, but moreover with a new mast, a ditto capstan, a ditto the 15th of July the year 1791 stem 242 the 19th of July 1792 stem, several deadeyes, and the necessary ironwork, and also through the breaking off of the main and doubling, as well as by the repairing of the main hull planking, which was so rotted and decayed, which repair is therefore the reason that more was spent on carpentry wages than on the previous occasion, compared to which the repair of the year 1786 does not come into consideration at all, since at that time nothing more was needed in the way of repair than merely a new doubling planking, because the small keel at that time was still completely new. That on the galley De Kraaij it was necessary, beyond the doubling as in the year 1786 when it was only provided therewith without further repair, now instead of those that had become unserviceable, to provide it with 1 new mainmast 1 ditto fore chainwale 2 ditto chainplates 1 ditto cathead 1 ditto jibboom 1 ditto hook for the rudder 1 ditto bolt lock 2 chainplates repaired the cross-bearers of the capstan pawls of ditto galley repaired gunwales renewed several futtocks further the necessary ironwork rigging goods 1 new fore shroud 1 ditto ditto stay the 15th of July 1792. Ditto 237 the 15th of July the year 1741 the 15th of July 1792 Ditto the galley De Havik, with 1 new foremast 1 ditto ditto yard 1 ditto crossjack ditto 2 ditto chainplates 2 ditto bands for the jibboom 2 chainwale irons repaired 1 ditto ditto new 2 chainplates repaired new ring bolts for the rowlocks 1 ditto pawl for the capstan several deadeyes the galley repaired further the necessary ironwork Ditto the galley De Valk, with 1 new cathead 2 ditto bolt locks 4 ditto eye bolts for the backstays 2 chainplates repaired 2 knees in the bow to support the beakhead new bushings in the gudgeons the galley repaired further the necessary ironwork rigging goods new tarpaulin for the fixed awning Ditto the galley De Tijger, with 1 new mainmast 2 ditto pumps 1 ditto boom 1 ditto 1 239 the 19th of July 1792 the 15th of July 1792 1 new main yard 3 ditto ring bolts for the gun tackles 2 ditto ditto ditto haulers 2 ditto sheaves with iron bushings for the catheads the galley repaired and further the necessary ironwork rigging goods 1 new main shroud 1 ditto fore staysail 1 ditto main stay 1 ditto fore ditto And lastly, both of the small gurabs De Spreeuw and De Reiger, with 3 pieces of new chainplates on each 2 ditto ring bolts the gunwales repaired the scuppers renewed the galleys repaired railings of the banjers repaired Furthermore, all the hulls of the aforementioned small keels have been newly doubled, and all the ironwork of the carriages that was consumed by rust is to be provided with new ironwork, and the amounts for which will be separately specified by the blacksmith in his account. Hoping hereby to have fulfilled the good intentions of your Right Honorable Sir, I honor myself to sign with the deepest respect was written beneath Titul Lower your Right Honorable Sir's very obedient and dutiful Servant was signed J. Bossetteel in the margin Samarang the 30th of June 1792 Demonstration 244

Dutch transcription

den 17: Julij 1792. deezer voor dewelke de ondergeteekende niets voor heeft ontvangen Waarmeede de Eer hebbe mij met alle Diep schuldige heoog agting te onderteekenen /:onderstond/ Titul /:Lager/ uwelEd: Gestr: Achtbr: d Zeer onderdanige en sechoorzaam Dienaar /:was geteekend:/ De Freejn /:in margine Samarang 11. Iunij 1792. . Aan den WelEdelen Gestrenge Achtbaaren Heer M„r Pieter Gerardus van Overstraten Raad van Neederlands Jndie, mitsgaders Gouverneur en Directeur open langs Jovas Noord oost kust &„=a H„n H„r WelEdele Gestrenge Achtbaaren, Heer Bij deezen heeft den ondergeteekende de eere uwelEd: Gestr: Achtbr: eerbiedigst te berisiten, dat de door hen voorgestelde repa„ „ratien aan de alhier te huis hoorende, en teegen de zeer overs kruis„ „sende vaartuigen, ingevolge daar van gedaane in formatie en aan„ „thooning der gebreeken bij bericht de dato 5„e December Ap2, en hoogst der zelve daar op verleende qualificatie geschied is, gelijk ook zeedert dezelve in een staat gebracht zijn, dat van dezelve het behoorlijke gebruikt is gemaakt Daen vermits uwel Ede gestr: Achtbr dies kostende hebt gelieve te laaten Examineeren, en den teekenaar nader belast nopens het meerdere rendement in vergelijk van A„o 1786. verslagen aanthooning te doen, waar door deeze meerderheid voortspruitende is, heeft ww ingevolge van dien nader de heer uwel Ed: gestr Achtbr te detaileeren dat de Pantjalling De Uitkuik niet alleen van een nieuwe dubbelheid maar daar en boven van een nieuwe mast een d„o spil een dito den 15 Julii Ao 1741 voorsteeven 242 den 19. Julij 1792 voorsteeven eenige Juffers en het noodige ijzer werken voorzien is mitsgaders door het ofbreeken van de vaste en dubbelheid, als ook door het repareeren van de vaste huijd die dusdanig verrot en ver„ „molmo was, welke reparatie daar door oorsaak is, dat er aan tim„ „merloon meerder besteedis, als bij de voorige, waar teegende repara„ „tie van A„o 1786 geensints in aanmerking komt als zijnde op =dien tijd niets meerder aan reparatie noodig geweest, als enkeld en alleen een nieuwe dubbelhuid, om dat het kieltje in dien tijd nog geheel nieuw was. — Dat aan de hallewet de Kraaij, is noodzakelijk geweest boven de dubbelheid zo als in A„o 1786. maar alleen daar meede zonder verdere reparatie is voorzien genorden nu in steede der onbe„ „quaam geraakt te voorzien met 1: nieuwe groote mast 1: d„o fotke rust 2. d„o Putting ijzers 1. d„os kraanbalk 1: d„o kluiff hout 1. d„o haak voor 't Roen 1. d„o grendel slot 2. Putting ijzers gerepareerd d' slaapers van 't spil Pallen „ „ d„o „ Combuis gerepareerd –„ Potdeksels vernieunen Eenige oplangers _„o verders het nodige ijzer werken Equipagie goederen 1: nieuwe folke wand 1. d„o d„o stag den 15. Julij 1742. Adidem 237 den 15 Julii Ao 1741 den 15. Julij 1792 Adidem de Gallewet De Havick; met 1. nieuwe folke mast 1. d„o d„o rhan 1: d„o bagijnen d„o 2 d„o Putting ijzers 2: d„o beugels voor 't kluishout 2 rust ijzers gerepareerd 1. d„o d„o nieuwe 2: Putting ijzer gerepareerd „: nieuwe ring bouten voor de schuit poorten 1 d„o pal voor 't spil Eenige Juffers =de Combuis gerepareerde verders het noodige ijzer werken Adidem de Gallewet de valk, met 1: nieuwe kraanbalk 2 d„o grendel slooten 4: d„o oog Bouten voor de bagstaegen 2. Putting Ijzers gerepareerd 2: krien voor in de Boeg tot steun van de snabel =nieuwe Bussen in de vingerlingen d' Combuis gerepareerd verders het noodige ijzer werken Equipagie goederen /: nieuwe presenning voor de vaste Tent Adidem de Galleret de Teijger, met 1. nieuwe groote mast 2: d„o pompen 1: d„o giek. 1 d„o 1 239 den 19. Julij 1792 den 15. Julij 1792 1: nieuwe groote rhol 3. d„o ring bouten voor de schut talijs 2: d„o „ d„o „ „ Joegers 2: d„o schrijven met ijzere bussen voor de kraan balken d' Combuis gerepareerd en verders het nodige ijzer werken Equipagie goederen 1: nieuwe groote want 1. d„o fotte Aatji 1: d„o groote stag 1: d„t folke d„o En Laastelijk de beide kleine goerapjes de spreeuw en de Reijger, met 3 ps nieuwe Putting ijzers aan ieder 2: „ d„o ring Bouten „ —d' Petdeksels gerepareerd –: „ spij gaater vernieurd – „ Compuisen gerepareerd -„ Leunings van de Banjers gerepareerd Zijnde voorts alle de voers van gem: kieltjes nieuw ver„ „dubbild, en al het ijzer werk van de rampaarden, welk door de roastverteerd is, met nieuwen ijzer werk te voorzien en welkers bedraagen door den smid bij zijn specipicatie apart zal worden opgegeeven. verhoopende hier meede aan de geende Jntentie van uwelE: Gestr: Achtb: voldaan te hebben zo vereere ik mij met het diep„ „ste ontsag te onderteekenen /:onderstond/ Tetul /:Lager:/ uwel Ed: Gestr Achtbr zeer gehoorzame er trouwschuldige Dienaar /:was geteekend. /. I. Bossetteel /:in margina:/ Samarang den 30. Junij 1792 — Anthooning 244 :: „

NL-HaNA_1.04.02_3986_0252 view scan ↗

English

the 15 July Ao 1740 Statement of the repair expenses of the mentioned vessels belonging here and cruising against the pirates, as specified in a separate memorandum by the Equipment Overseer Ioseph Boscottiel to have been fitted out in this year, and which, in order to discover the greater and lesser amounts, are hereby compared with those spent and expended on the very same vessels in Ao 1789. Namely More Less For repairing, item doubling the pantjalling de Uitkijk there is now charged for that, as for wages of carpenters, item caulkers, purchase of the necessities for caulking tow and light beams, logs for the deadeyes altogether. for nails, timber, iron and equipment goods . . . . . . - 400: 17: —: ƒ 1014: 8. — and in 1789 its repair and doubling amounted to, in cash for carpentry, caulking wages and the same as above, rds 11: 4: 8. or . . ƒ 219: 19: 8: for materials, timber and equipment goods - - - - - - 341. 5. — 561: 4: 8. Thus previously less and now more expended for that Likewise the galley de Kraaij for wages of carpenters, caulkers and purchase of necessities for caulking work and what more rds 260: 10:-. - - - - - - - ƒ 515. 4. 8. for materials, timber and equipment goods - - - - - - ƒ 384. 8. 8. ƒ 899. 13. — and in 1789 its repair and doubling amounted to, as rds 309: 33: - - - - - - - - - - ƒ 613: 3. 8. and expended . . . . - - - - - - - - ƒ 452: 16: —. Carried over. . . . . ƒ 899. 13 — ƒ 452: 16. — ƒ —. —. — . 242 the 19. July 1792 288 More Less Brought forward. . . . . . . . . . . . ƒ 899. 13 — ƒ 452: 16. —. ƒ —. — — in cash for wages, purchase of necessities rds 106: 4: 8: that was. . . . . . . . ƒ 210. 1. 8: for materials, timber and equipment goods. . . . . . . . . . . . . . 432: 3. 8 642: 5: — : Wherefore also more now expended. . . . . . . . . . . 257: 8: : —: Item the galley de Havick for wages of carpenters, caulkers and purchase of oakum, caulking tow etc. rds 272: 21. 8 ƒ 539. 11. - for materials, equipment goods and timber etc. - - - - - - - - - - - - - 522: 1: 8: ƒ 1061: 12. 8. And in Ao 1789 this repair and doubling came to amount to, namely in cash for wages and purchase of necessities rds 128. 13. 8. or -. ƒ 254. —. — for materials - - - - - - - - - - 704: 5. –. 958. 5. — thus likewise more expended - - - - - - - - - 103. 7. 8. Item the galley de Valk for wages of carpenters, caulkers, item purchase of oakum, caulking tow and what more rds 241: 2. or what was. . . . . . . . . . ƒ 477: 5: 8. for materials, timber and equipment goods. - - - - - - - - - - - - - 320: 13 — ƒ 797: 18: 8: And in 1789 the doubling and repair also amounted to, and what was in cash for wages and purchase of various necessities. . - rds 108. 28. 8. that was . ƒ 515. —. 8. for materials, equipment goods and wherefore recently less charged for that . . -. - ƒ 19: 17: 8. likewise the galley de Tijger. for wages of carpenters, caulkers, timber. . - - - - - - - - - - 602: 13: 8: 817. 16—: Carried over . . . ƒ 813. 11. 8. ƒ 19. 17. 8. - and More Less Brought forward - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 813: 11: 8 ƒ 19. 17. 8. and purchase of oakum, caulking tow and other necessities rds 284: 38. or. . . . . . . . . . ƒ 565. 18: — for materials, timber and equipment goods - - - - - - - - - - - - - 456: 19 —. ƒ 1020. 17. —: And in 1789 the doubling and repair amounted to rds 123: 13. 8: or. . . - - . . 244: 2: —: for materials, equipment goods, timber and what more - - - - - - - 592: 5: —. 836. 7. —: therefore recently more charged and expended for that - - - - - - - - - - - - - - - - - - 184: 10. —. And lastly the two small gurabs De Spreeuw and De Reiger, for their doubling and repair, as for wages to carpenters and caulkers, item purchase of caulking tow, oakum and other necessities required thereto. rds 317. 4. or - - - - ƒ 627: 16: 8. equipment goods. - - - - - - -. . . . 345. 19. —. ƒ 973. 15. 8. And in 1789, only for the repair of the same, without a doubling having taken place then, was charged and disbursed, as in cash for hired wages of caulkers rds 63: 6:—. or . . . - - - - - - ƒ 125. —: —: for equipment goods, ceiling planks, pitch and resin, item sail-twine and sail-needles. . . . . . . . . - . . . 15. 19. 8. 140. 19. 8. Consequently in this year more expended and incurred through doubling and painting the same; item providing sails for materials, timber and equipment Carried over - - - - . ƒ 114: 15. —. ƒ 998. 18. 8 ƒ 19. 17. 8. the 15 July 9to 1740 expended the 19. July 1792 3 243 More Less Brought forward. . . . . . . . . . . . . . . ƒ 998: 18: 8. ƒ 19. 17. 8. expended. . - - . - - - - - - - - - - - - . - - - - - - 832: 16 —. —: —.— 8 The excess of its repair amounts to. . . - - . . ƒ 1830: 17. 8. p And deducting therefrom the lesser amount of. . . . . . . - - - - - - - - . . . . . . 19. 17. 8. It appears that the repair and doubling of the above and afore-mentioned vessels done in this year comes to more in comparison to that in Ao 1789, which excess is attributed and ascribed to the age of those vessels, whereby more costs had to be incurred on them in order to put them in proper condition, a signed: Samarang the last of June 1792. mere total of - - - - - - - - - - - - - - ƒ 1811: —: —: 242 turn over —: 17: 8:

Dutch transcription

den 15 Julii Ao 1740 Aanthooning der reparatie Ongelden, van de temelde, en alhier te huis hoorende en teegen de zeerovers kruijssende vaartuigen dusdanig, als bij aparte Memorie, door den Equipagie opziender Ioseph Boscottiel opgegeeven zijn in dit Iaar te hebben gemonteerd, en welken ter ontdekking van het meerder en minder Beloop hiermeede g'qualificeerd werden met die welke in A„o 1789. aan even gezegde vaartuigen ten koste geligd en gedaan zijn Namentlijk meender minder Tot het repareeren item verdubbelen den Pantjalling de uiitkuik is tans daar voor opgebragt, als voor arbeitsloon van Timmerlieden, item Calvaters Jn„ „koop der benoodigtheeder tot dompel en ligte Balken glon„ „dongs tot de Jueffers te zamenn. aan spijkers houtwerken, ijzer en Equipagie goederen. . . . . . - „ 400: 17: —: ƒ 1014: 8. — en en 1789 heeft dies reparatie en oerdubbeling bedraag en aan Contant voor temmerer Calvaats loon en gelijk als boven rd„s 11: 4: 8. off. . ƒ 219: 19: 8: aan materiaalen Houtwerken en Equipagie Goederen - - - - - - „ 341. 5. — „ 561: 4: 8. Dus bevoorens minder en nu meerder daar voor besteed Abidem de Galwet de Kraaij voor arbeetslooren van tim lieber Calvaeters en in koop van benoodigtheeden tot dompel werk en wesmeer rd„s 260: 10:-. - - - - - - - ƒ 515. 4. 8. aan maberiaalen Houtwerken en Equipagie goederen - - - - - - ƒ 384. 8. 8. ƒ 899. 13. — en in 1789. heeft dies reparatie en verdubbeling bedraagen als rd„s 309: 33: - - - - - - - - - - ƒ 613: 3. 8. en ten koste gelegd . . . . - - - - - - - - „ ƒ452: 16: —. Transporteere. . . . . ƒ 899. 13 — ƒ 452: 16. — ƒ —. —. — . 242 den 19. Julij 1792 288 Meerder Minder P„r Transport. . . . . . . . . . . . ƒ 899. 13 — ƒ 452: 16. —. ƒ —. — — aan Contanten voor aarbeets loonen Inkoop van benoodig „heeden rd„s 106: 4: 8: dan wes. . . . . . . . ƒ 210. 1. 8: aan materiaalen Houtwerken en Equipa„ „gie goederen. . . . . . . . . . . . . . „ 432: 3. 8 „ 642: 5: — : Over zulks almeede meerder thans ter koste gelegd. . . . . . . . . . . „ 257: 8: : „ —: Item de Talwet de Havick voor arbeitsloonen van Timmerlieden Calvaatens ten inkoop van werk, dompel 4. rd„s 272: 2108 ƒ 539. 11. - aan Materiaalen Equipagie goederen en Houtwerken &c=a - - - - - - - - - - - - - „ 522: 1: 8: ƒ1061: 12. 8. En in A„o 1789. is dee ze reparatie en verdubbeling komen te beloopen, en wel aan Contanten voor arbeitsloonen en in„ „koop van benoodigtheeden rd„s 128. 138. of. -. ƒ 254. —. — aan Materiaalen - - - - - - - - - - „ 704: 5. –. „ 958. 5. — dus insgelijks meerder besteed - - - - - - - - - „103. 7. 8. Item de Galwet de valk voor arbtsloonen van Timmerlieden Calvaaters iten Inkoop van werk dompel en wesmeer rd„s 241:2. of wes. . . . . . . . . . ƒ477: 5: 8. aan Materiaalen Houtwerken en Equipa„ „gie goederen. - - - - - - - - - - - - - „ 320: 13 — ƒ797: 18: 8: En in 1789. heeft de verdubbeling en repara„ „tie almeede bedraagen en wes aan Contanten voor werloonen en inkoop van diverse benodegtheeden. . - rd„s 108. 28. 8. dannel . ƒ 515. —. 8. aan Materiaalen Equipagie goederen en over zulks jongst minder daar voor ten koste gebragt „ . . -. - ƒ 19:17: 8. almeede de Galwet de Teijger. voor arbeitsloonen van Timmerlieden Calvaters, Houtwerken. . - - - - - - - - - - „ 602: 13: 8: „ 817. 16—: Transporteere . . . ƒ 813. 11. 8. ƒ 19. 17. 8. - en Meerder minder P„r Transport - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 813: 11: 8 ƒ 19. 17. 8. en in koop van werk dompel en andere benoodigheiden rd„s 284: 38. off. . . . . . . . . . ƒ565. 18: — aan Materiaalen, Houtwerker en Equi„ „pagie Goederen - - - - - - - - - - - - - „456: 19 —. ƒ 1020. 17. —: En in 1789. beleep de verdubbeling en repa„ „ratie rd„s 123: 13. 8: ox. . . - - . . „ 244: 2: —: aan Materiaalen, Equipagie Goederen. Houtwerken en wesmeer - - - - - - - „ 592: 5: —. „ 836. 7. —: dienhalven Jongst meerder daar voor opgebragt, en besteed - - - - - - - - „ - - - - - - - - - - „ 184: 10. —. Een Laastelijk ee beide kleine Goerapjes De spreuwende Reijger, voor dier verdubbeling en reparatie, als voor arbeitsloon aan Timmerlieden en Calvaters item Inkoop van dompel werk en andire daar toe vereischte Benoodigtheeden. rd„s 317. 4. of - - - - ƒ 627: 16: 8. „„page goederen. - - - - - - -. . . . „345. 19. —. ƒ973. 15. 8. Ener 1789. , is eenelijk voor reparatie der zelver sonder dat toen, een verdubbeling heeft plaats gehad, opgebragt en bekostigd, als aan Contanten voor huurloonder Calvaaters rd„s 63: 6:—. of . . . - - - - - - ƒ125. —: —: aan Equipagie goederen weegers pik en harpuis item zeijlgaaren en zeijl„ „naalden. . . . . . . . . - . . . „ 15. 19. 8. „ 140. 19. 8. Gevolgelijk in dit Iaar meerder door het ver„ „dubbelen en schilderen der zelver; item voor„ „zien der zeilen besteed en ten koste aan Materialen Houtwerken en Equi„ Transporteeren - - - - . ƒ 114 :15. —. ƒ 998. 18. 8 ƒ 19. 17. 8. den 15 Julii 9to 1740 gelegd den 19. Julij 1792 3 243 Meerder Minder P„r Transport. . . . . . . . . . . . . . . ƒ 98: 1: 8. ƒ 19. 17. 8. gelegd. . - - . - - - - - - - - - - - - . - - - - - - „ 832: 16 —. „ —: —.— 8 De meerderheid, van dies reparatie bedraagd. . . - - . . ƒ 1830: 17. 8. p En daarvan de minderheid gedecorteerd wer„ „dende met. . . . . . . - - - - - - - - . . . . . . „ 19. 17. 8. Consteerd, dat den en dit Jaar gedaane reparatie en verdubbeling van omme en boven gemelde vaan„ „tuigen meerder in vergelijk van dein A„o 1789. daar aan komt te beloopen, en welke meerder„ „heid geattribueerd en toegeschreeven word„ aan de oud heed dier vaarthuigen waar door de zel¬ „ve omme in behoorlijke staat te stellen meerder kosten aangedaan hebben moeten werden Een /:onderstond:/ Samarang ult:o Iunij 1792. tantum van - - - - - - - - - - - - - - „ ƒ1811: —: —: 242 verte — : 17: 8:

NL-HaNA_1.04.02_3986_0256 view scan ↗

English

the 15 July anno 1790 ship Schagen here at Samarang. gal. to the rudder of that vessel has here no den. Batavia To His High Honour The High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Noble, Honourable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies, the Lords, High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman And Noble Honourable Gentlemen Loading of the § 29: The ship Schagen having taken on board here a quantity of 100 koyang of rice upon purchase, costing, see enclosed bill of lading and invoice, with the shipping expenses ƒ 5362:10:— so we let that vessel and its departure to Tagal proceed today therewith to the office at Tagal, in order there further to be fully laden with that grain, and then to be dispatched as soon as possible to Batavia. The necessary repair § 29½: Because of the haste made with the dispatching of this take effect vessel, there having been no opportunity to repair the defects to its rudder discovered according to the aforementioned in our submission of the 15th of this month here, we have only had the wood required for that purpose furnished to that keel in order that that repair shall take place at Tagal. the 16 July 1792 repair to Tagal can be carried into effect. We have the honour to remain with the highest esteem and submission, /:stood below:/ Titus/Lager:/ Your High Honours' very humble and faithful servants /:was signed:/ P: G. van Overstraten, J: van Santen, A. Hamel, B. J. van Nijvenheem, J. W: Cranssen, B: van der Worm, C: L: Fisscher, M. Meurs and F: J. Rothenbuhler, /:in the margin:/ Samarang the 16th July 1792. Batavia. To His High Honour The High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman Mr. Willem Arnold Alting Governor-General Together with The Noble, Honourable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies, the Lords, High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman And Noble Honourable Gentlemen § 292. Since the dispatch of our previous submission of the 16th Receipt is reported of this month, we have had the honour furthermore to receive Your High Honours' very esteemed missive of the 3rd preceding, and we thank Your the 16 July 1792 High High Honours very much for what was communicated therein regarding the passing of the Thanks are given for the communi- timber missing from the Ioana timber raft, and, according to cation regarding the delivered statement, the timber washed away from the raft by distress of weather and sunk. — Ioana timber raft. as well as for the trans- § 293: We are also much obliged to Your High Honours for the trans- mission of a report mission of a copy of the report presented to Your High Honours by the Administrators of the warehouses beside the water gate regarding the findings of the containing the findings samples of indigo sent by the first signatory to Your High Honours, of the sent which we shall take for our guidance. samples of indigo. The Sourabaya officials § 294 Meanwhile we have informed the Sourabaya officials are informed of the pro- of the proceeds upon the sale of the 222 lb. of birds' nests recently ceeds of the recently sent from here, with authorization to pay out the customary sent lot of birds' portion thereof to the supplier of the same, Captain Bouton. nests. The instructions concerning § 295 The instructions given by Your High Honours regarding the rations to be furnished the rations to be furnished to the ships the Generaal Maatsuijker and Hout- to the ships the Gene- lust we shall take for our strict guidance, and also raal Maatsuijker and properly issue those rations here. Houtlust let serve for guidance. missive written by the Gentlemen Directors Hügel. - the 19 July 1792 an extract containing the stipulations regarding the necessary materials for the repair of the weapons of the regiment of Württemberg is handed over, upon which orders from Your High Honours are requested. § 296: There having been handed over to us by the Lieutenant Colonel of the Württemberg troops present here, Carel van Oostheim, an extract found by him, according to his statement, among the papers of the Colonel and Chief over the said Regiment, Theobald von Hügel, who is presently in Ceylon, from a missive written in French by the Gentlemen Directors of the Chamber of Zeeland to the said Colonel von Hügel, dated Middelburg the 28th of June 1789, and containing the promise that their Honours would gladly authorize the Governor van de Graaff to have the necessary materials for the repairs of the weapons of the said Regiment furnished to the same, against an augmentation of 6 percent, we take the liberty of presenting the said extract to Your High Honours herewith, with the respectful request that we may now be furnished with Your Honours' esteemed orders in this regard, since the said van Oostheim asserts that on the foundation of this communication from the Gentlemen Masters, the said furnishing at the Cape also always took place, and that although in his report presented to Your High Honours alongside our general letter of the 10th of November anno 1790 he had requested that everything concerning this matter might be left in statu quo until the arrival of the well-mentioned Colonel von Hügel, as not finding himself qualified to make any changes in this regard without his knowledge, yet he had not at that time had this extract in hand, and besides he had also been informed that the aforesaid Colonel von Hügel would soon come over hither, but since that has not taken place up to now, he therefore finds himself obliged to withdraw the request previously made by him that

Dutch transcription

den 15 Julii ato 1740 schip schagen alhier te samarang. „gal. aan het roer van dien bodem heeft alhier geen „den. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Grstrengen Groot Achtbaaren Heer M„r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederland India H„ H„r Hr Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Heer En WelEdele Gestrenge Heeren Beloeting van het §29: Het schip schagen alhier ingenomen hebbende eene quartiteit van 100: kojang srijst over inkoop, kostende vide inleggende Cognossement, fac„ „tuur, met de afscheeps ongelden ƒ5362:10— — zo laaten wi dien bodem en dies vertrek naar Ta„ daar meede op heeden naar het Comptoir Tagal oferzatken, ter einde aldaar verder met dien korl vollaaden, en dan ten spoedigsten naar Batavia gedeperheert te worden de benodigde reparatie ƒ 2912: Mits de gemaakte spoed met het voortzenden van deezen gevolg kunnen neemen bodem, geen geliegentheid geweest zijnde, de volgens het voormelde jaan bij onze sulmisse van den 15. deezer ontdekte defecten dies roer„ alhier te kunnen herstellen, zo hebben wij aan dien kiel alleen het daartoe benoodigde hout laaten verstrekken ten einde die maar zal te Tagal geschie„ den 16: Julij 1742 reparatie 245 247 den 19. Julij 1792 H: H: Ed: missive van den 3. passato. reparatie te Tagal te kunnen laten gevolg neemen Wij vereeren ons met de meeste hoogagting en submissie te blijven /:onderstond / Titus/Lager:/ uwer Hoog Edelheeden zeer ootmoe„ „dige en getrouwen Dienaaren /:was geteekend/ P: G. van Overstraten I: van Santen, A. Hamel, B. J. van Nijvenheem, J. W: Crosen B: van der Worm, C: h: Fissher, M. Meurs en F: J. Rothenbuk„ „len, /: in margen:/ Samarang den 16:' Julij 1792 Batavia. Aan zijn Hoog Edelheed Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaaren Heer Mr. Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India H„o V„ ts„ Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heer En WelEdele Gestrenge Heeren § 292. sedert het afgaan van onze voorige submisse van den 16: Men meld den ontvrangst deezen, hebben wij de eer gehad weerder te ontvangen uwer Hoog Ed: zeer gevenereerde missive van den 3. bevoorens, en bedanken uw: den 16: Julij 1742 Hoog e men dankt voor het bedeel„ „de houtwerken aan het „zending van een be„ glest „ding van de gezande„ „diendens zijn gein„ „dement van de onlangs gezondene parthij vo„ „gelnesjes. „rene napensde te ver„ „strekkene randzoenen „raal Maalzuiker, en houtlust. laat men zich tot naricht strek„ missive geschreeven door de Heeren Bewindhebbe„ Htugel. - den 19. Julij 1792 „te nopens de uitgeleever Hoog Edelheeden zeer voor het daar bij bedeelde ten opzichte van het pas„ Ioanasch houtvlot, „ seeren der van het Ioanasche houtvlot te men uitgeleevende, en volgens verklaaring, door zeenood van het vlot weggeslagen en gezonkene houtwerken. - als meede voorde toe § 293: Oak zijn wijruwer Hoog Ed: velmaals verplikht voor de toezen„ „ding van Copia van het door den Administrateurs van de pakhuis„ behelzende de bevin„nsen bezijden de water poort aan uw Hoog Ed: gepresenteerd beruht Ene mansters in di nopens de bevinding der door de Eerstgeteekende aan uw Hoog Edelh gezondenen monsters in digo hit wij ons tot naricht zullen laaten stretken Dr saura baijasche be 294 Intushen hebben wijden sourabaijasche Bedierdens guin sor„ „formeerd van het rev„ meerd van het rendement bij de verkoop van den onlangs van hier gezondene 222. lb vagelnestjes, met qualificatie, om daar van de ge„ „woone portis aan de Levirancier derzelve Copitain Bouton te doen ruitkeeren Het aan geschree, en295 s let aangeschreevene door uwe Hoog Ed: ten opzite der te verstrek„ aan de scheepen de Gene„ hene randzoenen aan de scheepen de Generaal Maatzuiker en Hout„ „lust zullen wij ons tot stipte naricht laaten strekken, en die rand zoenen alhier ook behoorlijk doen afgeeven aanbigeting van een axtanten 296: Door de Lieutenant Collonel van de zich alhier bevindende „ren aan den Collonel van Wurtembergsche troupes Carel van Oostheim, aan ons overgegeeven een den 15 Julin ato a 1740 „go. 8 „ken. den 19. Julij 1792 „kingen aan de benodig„ „de materialen, tot de reparatie der wapenen van het regimant van ardres H H: Ed: insteerd overgegeeven zijnde, een door denzelven volgens zijne opgave, onder de pa„ „pierer van den Zichnarch op Ceilon bevindende Collonel en Chepover het gen: Regiment Theobald van Hugell, gevonden extract ruteen door den Heeren Bevindhebberen van de kamer Zeeland, in het fransch, ge„ „schreevene missive van gem: Collonel van Hugele gedateerd Middelburg den 28. Junij 1789:, en behelzendetoezeging dat hun welEd: Hoog Achtbr: behelzende de verstrek„ den heer Gouverneur van de Graaf gaarne zouden authoriseeren om de benoodigde materiaalen tot de reparatien der wapenen van het gem: Rre„ wartenberg. „giment, aan het zelve te laaten verstrekken, teegen eene augmentatie van 6: present zo neemen wij de vrijheid uw Hoog Ed: het gem: xtract hier neevens aantebieden, met eerbiedig verzoek, om als nu dien aan„ „gaande met Hoogst Perzelver geeerde beveelent mogen gemunieerd ven, waarop men om de „den, alzo gem: van Ostheim beveerd, dat op fundament van dit aan„ „schrijvens der Heeren Meesters, de gem: verstrekking aan de Caab ook althoos heeft plaats gehad, en dat hij wel, bijn zijn neevens onze gemeen „ne briev van den 10. November A:o 15„, uw: Hoog Ed: angebooden bericht. verzoek had gedaan, dat alles dit sujct betreffende, in statuquo, mogt „gelaten worden, tot de komst van welmelde Collonel van Hugel, ls zich niet gequalificeerd vindende, buiten deszelvs voorkennis, enige veranderingen hier omtrend te maken doch dat hij als toen dit Extract noch niet in handen had gehad, en dat hij ook boven dien haovermeerd dat voorschr: Collonel van Hugell spoedig herwaards zoude over„ „komen, doch dat daar zulks tot hier toe noch geen plaats heeft gehad hij zik dierhalven verplist vind het door hem bevorens gedaan verzoek„ dat 242

NL-HaNA_1.04.02_3986_0260 view scan ↗

English

Resident has shared out of fear for the Batavia have not undertaken. convoy of a ship as offering of the 9 requisitioned 3 sets of copies of the sent Board of Heemraden. Hugel. that this provision might also take effect here, as now again to be renewed. the 19th of July 1742. The Tagal Resident: and 297: We also offer your High Nobilities herewith an extract from the received answer of the Tagal Resident, to what was written from here regarding the absence from Batavia of the Tagal fishing vessels, from which your High Nobilities, if you please, will be able to observe; that this absence is to be attributed to nothing other That the fishing vessels pirates, the journey to than to the multitude of pirate vessels, through which the fishermen, whenever, out of need, they are forced to go to sea, are daily captured, as the said Resident says that only recently, or on the 13th of this month, far out at sea, a proa mayang with 20 unfortunate Javanese suffered this fate; but that nevertheless the said fishing vessels were ready to be able to depart, although they had also declared that they would not do so, but that they otherwise can, do so other than under convoy of a large Company ship, not yet departure, which we believe can now take place with the ship Schagen, which a few days ago departed for Tagal for further loading with rice. Section 298. Pursuant to the 3 sets of copies of the sent maps maps for the College requested in your High Nobilities' honored missive of the 20th of February last, of the Board of Heemraden at Batavia, in accordance with orders here in the naval academy prepared and put in readiness, to the Colonel of the Wurttemberg troops Carel van Ostheim, to us having been delivered 249 the 19th of July 1792 of its costs by the said College itself to wishes to request a short be allowed to do. under the Wurttemberg has passed away. having been delivered, we take the liberty to forward the same, together with the originals, alongside this, with the respectful request that it may please your High Nobilities to have the same delivered to the aforesaid College, to which we gladly leave it to determine themselves how much ought to be paid for this to the aforesaid institute, as that College will be able to determine the value thereof better with a request to have the value than we, and the First Instructor determined. Steinmetz also declared that he could not properly state this, as this is the first time that maps have been copied for payment in the aforesaid academy. Section 299. Furthermore, we present to your High Nobilities alongside this a The Translator Wardenaar petition addressed to Your High Nobilities from the Bookkeeper and sworn requests to make a short trip Translator here, Willem Wardenaar, requesting permission, in order to Batavia to conduct his private affairs, to make a short trip to Batavia. Section 300. On this occasion we also send back to Batavia The commission for Lieutenant the commission, sent hither among others by your High Nobilities, Maillet is sent back for the Lieutenant under the Regiment of the Duke of Wurttemberg, Maillet, with respectful notification that the said Maillet already passed away on the 13th of November of the past year. as he in 4. p. Section 301. By the Lieutenant Colonel over the troops stationed here The same preacher the 19th of July 1792 Spanlin requests to be allowed to repatriate. for what reasons. Hugel. of the aforementioned Regiment of the troops of the Duke of Wurttemberg, Carel van Ostheim, having been submitted to us the request of the First Field Preacher of the said Regiment, J. Frederik Spanlin, namely to be discharged from the said post and to be allowed to repatriate with one of the first return ships of this year, and that for the following reasons: first, the all too meager salary and emoluments amounting to 30 rixdollars a month, and because he cannot live according to his station and continue his studies on that; second, because his strength has noticeably decreased since his presence in Samarang, and he believes that a colder climate is required for the restoration of his health; and third, to also improve by this his departure the situation of his colleague, the Second Field Preacher Johan Haas, believing that, as the latter will then have to perform the service alone, double emoluments will also be granted to him, just as took place at the Cape. We have thus, in consideration thereof, and because the aforesaid Spanlin has also already served for five years, considered that we could not refuse him this his requested discharge, and we shall therefore grant him permission towards the coming month of October to cross over to Batavia, in order, with your High Nobilities' pleasure, to be able to continue his journey from there to Europe, but we have, on the other hand, denied the request also made by him to be allowed to retain his salary and emoluments, in support of which request by him at at 8 and to the Colonel of the Wurttemberg troops Carel van Ostheim, to us delivered

Dutch transcription

„dent heeft bedeelt „gen uit wreeze voor de Batavia niet hebben ondernoomen. „rooi van een schip als „ken. aanbieding van de 9' „eischte 3. stellen Copij„ gen van de gezondene legie van Heemraa„ „den. stugel. - dat deeze verstrekking ook hier mogt gevolg neemen, als nu weeder te hernieuren. — den 19. Julij 1742. Den Tagalschen Reki: en 297: Wij bieden uw Hoog Edelheeden ook bij deezen aan een extract uit het ontvangen antwoord van de Tagals Resident, op het van hier ƒ aangeschreevene nopens het wegblijven van Batavia der Tagalsche visschers vaartuigen, waar uit uw: Hoog Ed:, des gelievende, zullen kun„ Dat de wischers vaartuij„ nen beogen; dat dit weg blijven aan niets anders toe te schrijven is. zeerovers, de reis nae als aan de meenigte der zeerovers vaartuigen, waar door de visschers — wanneer zij al uit hoofde van gebrek, gedwongen worden om in zee„ „te gaan, dagelijks worden weg genoomen, zo als gem: Resident zegd dat noch orlangs, of op den 13. deezer, diep in zee, een prauw maij „ang met 20. ongelukkigje Javaanen te beurt is gevallen doch dat des niet te min gem: visschers vaartuigen gereed waren, om te kune vertrekken, hoewel dezelve tevens gedeclareerd hadden zulks niet dooch dat zij ander Can, anders als, onder Conovi van een groot Comp„n schip te zullen doer„ noch zanden vertrek, het geen wij vermeenen dat als nu met het schip schagen dat voor eenige dagen ter verdere belading met rijst naar Tagal is ver„ „trokken zal kunnen geschieden §n 298. De bij uwer Hoog Edelheeden geerde missive van den 20. Febru„ kaarten voor het Colarij t: l: gerequireerde 3. stellen Copijen van de gezondene kaarten van het Collegie van Heeren Heemraden te Batavia ingevolgende on „der, alhier in het marine school vervaardigd en in geraadheid gesregt „ren aan den Collonel van „ urcembergere eroepes saret van ooseneem, aan ons zijnde overgegeeven 249 den 19: Julij 1792 van dies kostende door gem: Collegie zelvs te „naar verzoekt een spring 'mogen doen. onder de wurtemberger „averleeden is. zijnde, neemen wij de vrijheid dezelve neevens de origineele, hier neevens te laten overgaan, met eerbiedig verzoek, dat het uw Hoog Ed: beha„ „gen mag, dezelve aan het voorsz: Collegie te laten afgeeven aan het welk wij gaarne overlaaten zelvs te reguleeren hoe veel daar voor aan - het voorsbr: gestijd, diend betaald te worden also dat Collegie beeter niet verzoek om de waerde 0 de waarde daar van zal kunnen bepaalen dan rij, ende Eerste Jnsorma. laaten bepaalen. „tor steinmets tevens betuigd heeft dit niet wel te kunnen opgeeven alzo zulks de eerste maalis, dat er haarten in het voorschr: kreekshool voor betaling zijn geropiert geworden. - § 299. Voorts bieden wij uw Hoog Ed: neevens deze aan een aan Den translateur warda„ Hoogst Dezelve geadresseerd request van den Boekhoude r en sesr:d 'togtje naar batavia te Translateur alhier Willem Wardenaar, verzoekende permissie om„ ter verrichting zijner particuliere affaires, een springtagtje naar Batavia te mogen doen - § 300. Wij zenden bij deeze geleegentheid ook wedernaar Bata„ Den rete voor den zieut: „ia te onlangs door uw Hoog Edelheeden, onder meer andere herwaards naillet, zend men terug gezondene acte voor den Lieutenant onder het Regiment van den Hartog van Wurtemberg Maillet, onder eerbiedige kennies gave, dat gem: Maillet bereeds op den 13. November des gepasseerde Jaar over„ alzo den zelven in 4: p: „leeden is. — § 30„ Door de Licutenant Collonel over de zich alhierbevindende Denselde rediker van troupes .. den 19. Julij 1792 „lin, verzoekt te mogen repatrieeren. om welke reedenen. Hugel. - voormeld Regimant span troupes, van het Regiment van den Hertog van Wurtemberg, Carel van Ostheim, aan ons voorgedraagen zijnde, het verzoek van den Eer„ „steveldoipre deker van het gem: Regiment, J: Frederik Spanlin, om namentlijk uit de gem: post ontslagen te mogen worden, en met een 0 der eerste retourscheepen van dit Iaar te mogen repatrieeren en wel 0 om de volgende reeden. - eersters de al te geringe gage en emolumenten tot rd„s 30. – in de maand, en om dat hij daar van, niet naar zijn stand leeven, en zijne studien voortzetten kan - tweedens, dewijl zijne krachter seedert zijn aanweezen te samarang, merkelijk hebben afgenoo„ „men, en hij geloofd dat voor de verstelling zijnen gezondheit een 5 houdere lucht streek vereischt word - en derders om door dit zijn ver„ „trek ook de siticatie van zijn Collega de tweede vele prediker Iohan Haas te verbeeteren als vermeenende dat, daar dezelve als dan de dienst alleen zal moeten verrichten, ook aan hem even zo als aan de Caab heeft plaats gehad dublelde emolumenten zullen toegelegdewon„ „den —. zo hebben wij uit Consideratie van dien, en om dat voorschr: spanlin ook bereeds vijff Jaaren lang gediend heeft, vermeerd han dit zijn verzogt ontslagen, niet te kunnen weigeren, en wij zullen den zelven derhalven teegen de aanstaande maand october permissie verleenen naar Batavia overte gaan, ten einde met belic„ „ven uwer Hoog Ed: als dan deszelvs reis naar Europa van daar verder te kunnen voortzetten, doch wij hebben daarentiegen ontzegd het meede door den zelven gedaan verzoek, om zijn gage en emolumen¬ „ten te mogen behouden tot staving van welk verzoek door hem bij bij 8 „en aar den Collonael van Mriembergste roupes carec van orsoneem, aan ons overgegeeven

NL-HaNA_1.04.02_3986_0263 view scan ↗

English

19 July 1792. second field preacher noted. has been adduced, a similar example of another field preacher who is said to have sailed home from Cabo de Goede Hoop, as it has appeared to us that this conflicts with the content of the capitulation of the said regiment, since in the 24th article it is clearly specified that in case an officer, with whom the field preacher can be considered on equal footing, obtains leave to proceed to Europe, he will then lose his salary and emoluments, though with the qualification, however, that he may address himself in this regard upon his arrival in Europe to the Gentlemen Masters themselves. and 302. And with respect to that cited by the aforementioned Spenlin regarding the double enjoyment of emoluments that, after his departure, would belong to the second field preacher Johan Haas of this regiment, we have likewise considered that we could by no means conform to this, as the adduced example of the Cape seems to us by no means sufficient to deviate in this matter from the capitulation, in which we find nothing stipulated regarding this, unless Your Right Honourables might deem fit to grant the same to him during the time that the said Haas will have to perform the service alone, because it cannot be denied that the enjoyment of the said field preachers is very slight in proportion to the character they hold, and he will then have to perform a double service. § 303. 251 said regiment, one shall allow to depart with the aforementioned Spenlin. Hügel. - A certain soldier of and 303. On the other hand, we have permitted the repeatedly mentioned Spenlin to take with him again, upon his departure, the soldier George Meijer of the aforementioned Regiment of the Duke of Württemberg, who recently came over with him as a servant from Batavia, since his contract will likewise already have expired by 5 November next, and no objections to this have presented themselves to us. We have the honour to remain with the highest respect and submission, underneath: Title / Lower: Your Right Honourables' very humble and faithful servants / was signed: P. S. van Overstraten, I. van Santen, . . . . . . . . B. J. van Nijvenheim, I. W. Cröse, B. van der Worm, C. G. Fisscher, M. Meurs and F. J. Rothenbühler / in margin: Samarang, 19 July 1792. Extract from the letter written by the Resident of Tegal, Johan Lubbert Umbgrove, to the Lord Governor and Director of this Coast, along with the Council of Policy, dated 14 July 1792 — From the transmitted extract of the respected letters of Your Right Honourables, I saw the just complaints of the Batavian lessee of the fish market, and I must acknowledge that this Chinese suffers significant damage due to the absence of the Tegal fishermen; I have long foreseen this consequence, but since the pirates, stronger than ever before, render the Javanese waters unsafe, and the fishermen, when they, [illegible] to the Colonel of the Württemberg troops Baron of Hügel, surrendered to us 19 July 1792, only driven by want go out to sea to earn a meager livelihood, are daily carried off by those insolent sea-rovers, just as yesterday, the 13th, deep at sea before this residency, befell another prahu mayang with 20 unfortunate Javanese, these people are so hesitant and frightened to undertake the voyage to Batavia that all my encouragements have been in vain. Their vessels are nevertheless ready to depart, but they have declared to me that they will not do so except under convoy of a large Company ship. And to compel these free Javanese to an earlier departure, which is indeed accompanied by so much danger, I cannot find compatible with fairness. Meanwhile, I pity the poor Batavian fish lessee, who, along with many others, will have to comfort himself amidst the misfortunes that these formidable pirates cause us. Turn over. departs for the main town. loading of the same at Sourabaija. Hügel. - Batavia To His Right Honour, The Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, Together with The Right Honourable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, And Right Honourable, Valiant Lords. The ship Rusthof 304. We let this serve as escort for the ship Rusthof, which returned from Macasser to Sourabaija, which has taken in there: 280 koyangs and 350 lb. of rice from the previous year's crop, 86,060 lb. of sugared tamarind, 70 piculs or bales of cotton yarns in sort as: 12 bales of Company A, 11 ditto B, 21 ditto C, 19 ditto D, and 7 ditto E. [illegible] to the Colonel of the Württemberg troops Baron of Hügel, surrendered to us 24 July 1792. 30 pieces.

Dutch transcription

den 19. Julij 1742. tweeden veld prediker noteerd. bij gebragt is, een gelijk voorbeeld van een andere veldprediker, die van Cabo de goede Hoop zoude te huis gevaren zijn, als het ons voorgeko„ „men is, dat zulks teegen de inhoud der Capituilatie van het gem: Regi„ „ment strijdt, daar bij het 24. artioul welduidelijk gespeceficeerd staadt dat ingevalle een officien met wer veld prediken gelijk standig kan gereekend worden, verlof bekomt om zich naar Europa te mogen begeeven, hij deszelve gage en emolumenten als dan zal komen te verliesen, doch met qualificatie echter, om zich dien aangaande bij zijne komst in Europa aan den Heeren Meesters zelvs te mogen adresseeren. en 302. En wat betreft ht dor voorm: spenlin aangehaalde ten wat meu antireus dan opzichte van het dubbeld genot van emolumenten, dat naar zijn vertrek van dit Regiment Haves aan den tweeden veldprediker Iohan Waas, zoude Compteeren, daar meede hebben wij vermeend ons meede geensitats te kunnen Conformee„ „nen alzo het bij gebragte voorbeeld van de Caab ons geenzints vol„ „doende voorkoomt, om in deezen van de Capitulatie af te wijzen waar in wij niets dien aangaande bepaald vinden, ter zij uw Hoog Ed: mogten kunnen goedvinden het zelve geduurende dien tijd, dat de gem Haas alleen den dienst zal moeten waarneemen aan den zelven toe„ „testaan, uit hoofde het niet ontkend kan worden dat het genot der gem: veld prediker naar mate van het Caracter dat zij bekleeden zeer gering is, en hij als dan een dubbelden dienst zal moeten waar„ „neemen § 303. 251 gem: Regiment, zal men met voornoemde speen„ ^lijn laeten vertrekken Hugel. - Een zeeker zoldaat van en 303. Daarintegen hebben wij aan meerm: speenlin toegestaan, om de onlangs als knegt met hem van Batavia overgekoomen soldat onder het voorshr: Regiment van den Hartog van Wurtem„ „berg, George Meijer bij dezselve vertrek, weeder meede ten mogen neemen, alzo desselvs verband met den 5: November aanstaande meede reeds geexpireerd zal zijn, en ons dies geene bederkingen daar teegen zijn voorgekoomen.— Wij vereeren ons met de meeste Hoog agting en submissie te blijven /:onderstond/ Titul / Lager:/ uwer Hoog Edelheeden zeer oat„ ƒ „moedige en getrouwe Dienaaren /:was geteekend/ P: S: van over„ „straaten, I: van Santen, . . . . . . . . B. J. van Nijvenheim, I: W: Cröse, B. van der Worm, C: G: Fisschen M. Meurs en ƒ. F: J: Rothenbuhler /in margine/ Samarang den 19. Julij 1792 Extract uit de missive geschreeven door den Tagals Resident Johan Lubbert rim¬ „grove aan den Heere Gouverneur en Directeur deezer Custe neevens den Raad van Politie gedateerd de 14. Julij 1792 — uit het toegezondene Extract der gerespecteerde missiven H: H: Ed: zag ik de billijke klagten van de Bataviasche Pagter der vismaark, en ik moet erkennen dat die Chinees door het agterblijven der Tagalsche vissers merkelijk nadeel komt te lijden; dit gevolg heb ik reeds lange voorzien, maar daar de zeerovers sterker dan ooit te vooren, het Javasch vaarwater onvelig maaken, en de visschers wanneer zij= „ren aan den Collnes van 1 urrembergse troupes Iarec van ersoneim, aan ons den 19. Julij 1792 maar overgegeeven 253 den 19 Julij 1792. maar uit gebrek gedwongen in zee gaan, om een gering Leevens onderhoud te winnen, dagelijks door die brutaale zeeshruimers worden wig genomen zo als op gistern den 13„' diep in zee voor deeze Residentie nog een Praun„ „maiang met 20. ongelukkige Javaanen is te beurt gevallen zoo zijn die menschen zo huijverig en afgeschrikt om de reis na Batavia te ondernaemen, dat alle mijne aanmoediging daar te vrugteloos zijn geweest. hurre vaarthuigen zijn egter gereed om te kunnen ver„ ƒ „trekken dog zij hebben mij geclareerd zulks niet te willen doen dan onder Convoij van een groot Comp„s schip. - en om deeze vrije Javaanen tot een vroeger vertrek /: het geen in der daad met zo veel gevaar verseld gaat:/ te dwingen kan ik met de billijkheid niet be„ „staan baar vinden Ik beklaag intuisschen de arme Bataviasche vis Pagter die met veele ardere in de onheilen die ons die formidabelen zeero„ „vers veroorsaaken, zig zal dienen te trosten verte „trekt naar de hoofd„ „plaats. belaeding van het zelve te sourabaija. Hugel. - Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India &„a &: H„r Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heer En WelEdele Gestrenge Heeren Het schip Rusta wer n 304. Wijlaten deeze dienen ten geleide van het van Macasser te sourabaija terug gekoomen schip Rusthof, het welk aldaar heeft ingenoomen 280. kojangs en 350. lb rijst ruit het voorjaarig gewasch 86060. lb: Tamarinde gezuikerde 70. picols of baalen kattoene garens in zoort als 12. baalen van C„o A: 11. d„o „ „ B. 21. d„o „ „ C: 19. d„o „ „ D: en 7. d„o „ „ E: ten aan den Collonat van 1. arcembergore eroepes vaver van rpponeim, aan dno den 24. Julij 1742 30 p„s overgegeeven e C -

NL-HaNA_1.04.02_3986_0267 view scan ↗

English

255 the 24th of July 1792 and at Rembang. taken in tow some detained here 1 piece of 41½ feet 15 pieces of 4 feet 6 pieces of 3½ feet 6 pieces of 3 feet 8 pieces of 2½ feet and 30 pieces yellow coir hawsers of various kinds, consisting of 4 pieces of 2 feet and at Rembang 1 piece scow length 40, width 13, and depth 3½ feet No. 24 2 pieces ditto length 50, width 15, and depth 4½ feet No. 20 and 21. 6 pieces jolly boats length 18 No. 14, 15, 16, 17, 18, and 19. and 2 pieces heavy bark ropes for towing. as your High Nobility will further ascertain from the letters sent along for your High Nobility from the aforementioned offices on that vessel. Paragraph 305. But since the ship's officers upon their arrival here informed us that they were not only considerably delayed and hindered on their voyage by the towing of these vessels, of the vessels taken in tow at Rembang. but that besides that, they saw no chance to transport these vessels further to Batavia without greatly endangering their voyage; we therefore, at the request of those officers, detained the 2 largest scows of 50 feet and the 6 pieces jolly boats with their towrope here to be dispatched on a future occasion. Paragraph 306. here some articles shipped in that hull. On the other hand, we have made use of this opportunity to ship from here in the aforementioned ship Rusthoff a quantity of 4000 lb round pepper in 29¼ pieces single straw bags, and 560 piculs coffee beans Costing together with the shipping expenses, see enclosed bill of lading and invoice, ƒ5742: 6. 8. of the soldiers departing on the aforementioned ship some remained on service in Sourabaija, as also here, 307. Meanwhile your High Nobilities will be able to see from the Sourabaija papers that of the 122 soldiers and 22 artillerymen placed on the aforementioned ship Rusthoff at Macasser to be discharged to the Netherlands, the officials there, upon their requests submitted for that purpose, detained some to remain in service there, consisting of 11 common soldiers and 4 artillerymen, just as also took place here with another 27 other soldiers and 4 artillerymen, which we trust will meet with your High Nobility's esteemed approval, as our garrison, because many have continuously departed and died and we have not received any relief of recruits for a long time, is currently quite weak, so much so that we did not even find ourselves able to provide the necessary reinforcement to the Eastern Salient, which currently has fully 90 heads fewer than are designated for it, while we have the honor to present here with to your High Nobilities the name lists of the aforementioned soldiers and artillerymen, just as they departed from Macasser, the 24th of July 1792 delivered to us, and which also indicates which of them have been detained both in the Eastern Salient and here, and which of them moreover also had to remain behind in the hospitals due to illness, consisting of 12 soldiers and 1 artilleryman, whom we however will also have transferred to Batavia upon recovery. Paragraph 308. The Ensign Joseph du Roij, placed on the aforementioned vessel by the Macasser Ministers to escort the aforementioned soldiers, having made a request to us to be excused from the further voyage to Batavia on account of his sickly condition, and to be allowed to remain here until an opportunity arises to return to Macasser, we have on that account, and because besides that the voyage will be completed within a few days anyway and 2 sergeants and 3 corporals are also present with them, consented to this, and will accordingly have the said du Roij undertake the return voyage to Macasser on a future occasion, in the trust that this may meet with your High Nobilities' esteemed approval. Paragraph 309. There has likewise crossed over from Macasser to here with the frequently mentioned vessel a common sepoy named Anthonij Talekat who served there, whom we, upon his request made to that end, have discharged from the service and permitted to keep his domicile here on the coast, which we then also hope will likewise be to the satisfaction of your High Nobilities, as the said person, according to his 257

Dutch transcription

255 den 24 Julij 1792 en te Rembang. sleeptouwgenomene eenige alhier aange„ „ houden 1: p:s van 41½ d„m 15. „ „ 4: „ 6: „ „ 3½. „ 6 „ „ 3. „ 8. „ „ 2½. „ en 30. p„s geel kaijer trossen in soort, bestaande in 4. „ „ 2: „ en te Rembang 1: p„s schouw l„ 40:, n„ 13. en hol 3½ r„t N„o 24„ 2: „ _„o „ 50. „ 15: „ „ 4½. „ „ 20. en 21. 6. „ Jollen „ 78. N„ 14„ 15. 16. 17. 18, en 19. — en 2: „ sware bast tounen tot sleepers. — invoegen uw Hoog Ed: nader zal Consteeren ruit de van de gem: Comp„ ƒ „toiren van dien bodem voor uw Hoog Ed: meede gegeevene brieven. §n 305. Dan vermits de scheeps over heeden bij hunne komst alhier aan van de te Rembang op ons te kennen gegeeven hebben, dat zij niet alleen, door deeze sleop van vaartuigen. vaartuijen, merkelijk opgehouden en in hunne reis vertraagd wierden„ - — maar dat zij ook behalven dat geen kans zager, om deeze vaartuigen verder naar Batavia te transporteeren zonden, zonder hunnen loden te zeer te benadeelen; zo hebben wij derhalven op verzoek dier overheeden, de 2. p„r p=sten schouwen van 5. r„t en de 6 p„s Jollen met e dies sleeper alhier aangehouden om bij een nadere geleegentheid verzonden te worden — 9306. „len in dien kiel af„ „gescheept. „de bodem zich bevin„ van Macasser. presterring te saud„ Htugel. - alhier eenige articeu„ 8n 306: Iaaren teegen hebben wij ons van deeze geleegentheid bediend; om in het gemelde schip Rusthoff alhier noch aftesteeken eenen quan„ „titeit van 4000. lb ronde peeper in 29¼ p„s stroo zalken wij enkelde, en 560. picols koffij boomen - Kostende met de afschaps ongelden vide inleggende Cognoszement faa„ „tuur te zamen - - ƒ5742: 6. 8. van de op voormaand, 307: Intusschen zal uw Hoog Edelheeden mit de soura baij as he pa„ „dende militairen „e pieren kunnen beogen dat van de op het gemelde schip Rusthoff te Macasser als verlossers naar Neederland geplaatse 122: militai„ „ren en 22. arthilleristen door de Bediendens, op der zelver daartoe zijn eenige ter dient gedaar verzoek, sommige aangehouden hebben, om aldaar te blijven „rabaija verbleeven, dienst doen bestaande in 11. gemeene militairen en 4. arthilleris ter e „gelijkewijs alhier ook plaats heeft gehad met noch 27. andere militai„ als meede ook alhier, ren en 4. arthilleristen het welk wij vertrounen, dat de geeerde goed „keuring uwer Hoog Ed: zal mogen wegdragen also ons guarnisoer door dien en successive veel afgegaan en gestorven zijn, en wij in langen geen ontzet van recruten hebben ontvangen, thans al vrijswak is, zodanig dat wij ons zelvs niet in staat gevonden hebben den oost„ „hoek, die thans wel 90. koppen minder heeft als daarvoor bepaald zijn, de nodige versterking te laten toekoomen, terwijl wij de een heb„ „ben ruw Hoog Edelheeden hierreevers aan te bieden, de naam lijsten van de gem: militaeren en arthillenisten, zodanig als die van Macasser „ret aan den Collanet van „ eer cemvergere oroupes van van i goonum, aan ons den 24: Julij 1792 overgegeeven e & den 24e: Julij 1742 ziekte in de hospitaalen meede op voorsz: bo„ „bende vaandrig du heeft weegens ziekelijke omstandigheeden al„ „hier moeten blijven. En zal: de reis bijgelee„ gendheid weeder naar „vernement terug ge„ „liekat. op zijn verzoek uit den dienst ontslae„ Macasser vertrokken zijn, en waar bij tevens aanwijzing word gedaan welke daar van zo in den oosthoek als hier zijn aangehouden, en welke er als ookeenige wegens „ boven dien noch in de hospitaalen hebben moeten terug blijven bestaande gegaan. in 12: militairen en L: arthilleristen, doch welke wij bij herstelling mee„ „de naar Batavia zullen laten overgaan. — § 30. 8 Se door den Macasserschen Ministers tot gelide van gemeldemill„ Dden van Mijcasse t „tairen meede op voorschr bodem geplaatste vaandrig Iosephdu Roij „dem zich bevonden heb„ aan ons verzoek gedaan hebbendeom, mits zijne ziekelijke omstandigheeden Raij. — van de verdere reis naar Batavia te worden geexcuzeerd en alhier te mo„ „gen blijven tot dat er zich geleegentheid op doed, om weeder naar Macas„ „ser terug te keeren, zo hebben wij uit dien hoofden en om dat behalven dat Macasser terug doen„ de reis toch binnen weinigen dagen zal voleendigd zijn, ook norh 2. sergants en 3. Corporaals zul daar bij bevinden daar inne bewvilligd en zullen dies gemelde du Roij bij voorkoomende occasie de terugreis naar Macasser laaten aanneemen, in vertrouwen dat zulks de geeerde goed keuring ruwer Hoog Edelheeden zal mogen wegdragen. — § 309. Pok is met meermelde bodem insgelijks van Macasser herwaards Een zeeker van gem: gou„ overgekomen een aldaar dienst gedaan hebbende gemeene sipaijer namens,„ zouden sipaiier Pa„ Anthonij Talekat, die wij op deselve daartoe gedaan verzoek uit den dienst ontslagen en gepermitteerd hebben, om alhier ter kuste zijn „ gen. domicilium te houden, en het geen wijden ook hoopen dat meede na het genoegen van uw: Hoog Edelheeden zal zijn, alze gemelde perzoon, volgens zijne 257

NL-HaNA_1.04.02_3986_0270 view scan ↗

English

the 24th of July 1792 according to his statement, he has not only been in the Company's service for more than 20 years, but was also married in Sourabaija in previous years, and he still has several surviving children by this wife of his who are currently in Sourabaija. Paragraph 310. Seventy-eight Company slaves having also been placed on the aforementioned ship Rusthof by the Macasser Ministers, the same were lodged ashore at Sourabaija at the request of the authorities during the loading of the ship, both to refresh them and to have the sick receive medical care; nevertheless, despite this, 8 individuals have died, of which we therefore take the liberty hereby to inform Your High Nobilities. Paragraph 311. On the other hand, we take the liberty to send over under custody to Batavia aboard the said vessel two slaves apprehended on this coast belonging to the Balinese Bappa Niba, residing at Batavia in the Campong Banka above Tana-abang, named Moesa and Klieklop, respectfully requesting that it may please Your High Nobilities to have them returned to their aforementioned master, upon payment of the usual maintenance costs and apprehension fees, which we have charged to the capital for that purpose. Paragraph 312. Likewise, upon his request made here to that effect, we allow Bookkeeper Franciscus Stephanus to proceed to the capital on the said keel with written-off salary, in order that, with the pleasure of Your High Nobilities, he may remain in service at Batavia. [illegible] surrendered the 24th of July 1792 Paragraph 313. We also submit hereby to Your High Nobilities a report lodged by the instructors of the naval academy here, the Sea Captain Johannes Georgius Steinmetz, the Sea Lieutenant Hendrik Willem van Waaij, and the premier Sub-Lieutenant at Sea Johannes Gerlach, from which it will please Your High Nobilities to observe that the Artillery Lieutenant Johannes van Gunkel, who recently arrived from Batavia for the service of the said institution to serve as a teacher in the naval academy, has by no means fulfilled the purpose of his appointment, and that for the following reasons: Firstly, on account of his German and furthermore very unclear pronunciation, because of which the youths could understand little or nothing of him, so much so that even some of the most eager to learn, who were placed under his instruction, requested to be removed from him again. Secondly, on account of his inclination toward drunkenness, because of which he not only frequently and at his own pleasure stayed away from the school, but also roamed about in the town to his own disgrace and caused various disorders. And thirdly, by reason of his poor, even ridiculous lessons in mathematics, regarding which the informants state that, despite his pretension that he knew everything and had even published a book on trigonometry and algebra, he nevertheless possesses little or no knowledge. All of which is further confirmed and proven by the informants through a multitude of examples, showing the day and date when such occurred, and adding at the same time that all of this could not but have the most detrimental influence on the youths; and that the cadet and writing master Hijmert van Breda, who previously had already been somewhat addicted to strong liquor, had almost entirely degenerated since the arrival of the said Van Gunkel, and could only with the greatest difficulty be brought back to rights; just as previously, on several occasions, complaints were also lodged with the first signatory, both by the first instructor Steinmetz and others, concerning the altogether debauched and dissolute conduct of the said Van Gunkel; and he was therefore spoken to about this repeatedly, both in a friendly and serious manner, with a grave warning to conduct himself in accordance with his character and duty; but which notwithstanding, and despite his having confessed his guilt and begged for forgiveness, promising on his word of honor that he would never again indulge in drink but would conduct himself as a proper officer and teacher, he nevertheless daily continued in his debauches to such an extent that he kept roaming about the town to the mockery of everyone, and was incapable of giving any instructions to the pupils; And since institutions of such a nature as this naval academy, wherein such a great multitude of youths are present who are at an age in which passions operate most violently, cannot be maintained in a good state except through the modest, decent conduct of the teachers, and when [illegible] to us surrendered the 24th of July 1792

Dutch transcription

den 24 Julij 1792 schip te Macasser ge„ „ren. zijn te sourabaija 8: „zet Custe opgevatte leijfeigene naar Bata„ „via terug. „der Stephanus met afgeschreeven gage naer stugel. - zijne op gave niet alleen meer dan 20. Jaaren lang in Comp„s dienst is ge„ i op „weest, maar ook in vorigen Iaren te sourabaija getrouwd is, en hij van deeze zijne vrouw noch verscheide kinderen in het leeven heeft die zech te sourabaija bevinden. van de op voornoemde § 310. Op het voornoemde schip Rusthof ook door de Maccasser„ „plaetste 78. Comp: sla„sche Ministers geplaatst zijnde 78. Comp„s slaaven zijn dezelven„ op het verzoek dez overheeden, geduurende de belaading van het schip te sourabaija aan de wal gelageerd, zo om dezelve teververschen als de zieken te laaten medidineeren, dan ongeacht welk er echter stux overleeden. 8. stux overleeden zijn, waar van wij dus de vrijheid neamen ruwe Hoog Edelheeden bij deezen kernis te geeven Aan zend twe terden 1: Jaaren teegen neemen wij de vrijheid met gez:t badem in ver„ „zeekering naar Batavia te laten overgaan twee ten deezer Kuste opge„ „vatte lijfeigenen van den te Batavia in de Campong Banka boven Tana-abang woonagtigen Balijer Bappa Niba namens Moe„ „sa en Klieklop welk wij eerbiedig insteeren, dat het uwe Hoog Ed: gelieve te behagen aan voorm: hun lijf heer te doen restitueeren, onder betaaling der gewoone boerigastos en op vatloonen, welke wij ten dien einde de Hoofdplaats laten aanreekenen ook gaat den boek hu„e 12: Eok laten wij met gedagten hiel op deszelve daar te gedaan ver„ de hoofdplaats. „zoek met afgeschreeven gagi naar de hoofdplaats overgaan den Boekhouder e ande Cotone van m arcemiergere er vapes verer van ryvwrm, aan oo overgegeeven 259 den 24 Julij 1792 den van Batavia overge„ „komene Lieutenant der om in het marineschool „als leermeester te dienen, Boekhouder Franciscus Stephanus ten einde met believen uwer Hoog Edelheeden te Batavia te blijven dienst doen §n 313: Wijlieden uwe HoogEdelheedenok bij dezen an en oorden slest Campotenent van In formators van het marine school alhier, de Capitain ter Zee Johan„ arthillerij van Gunkel. „nes Georgius Steinmets: de Lieutenant ter Zee Hendrik Willem van Waaij en de p„r sous Lieutenant ter Zee Johannes Gerlach, ingediend bericht waar uit uw Hoog Edelheeden des behagende, zal Komen te blijken, dat de onlangs ten dienste van het gemelde gesticht, van Batavia overgekomen Lieutenant der Arthillerij Iohannes van Tunkel geen zints aan het oogmerk zijner bestemming heeft Die aan het oogwerk beantwoord, en wel om deeze volgende reeden. - eersters weegens zij niet voldoet. „ne duitesche en boven dien zeer onduidelijke ruitspraak, waar door de Jon„ „gelingen hem weinig of niet verstaan konden, zodarig dat zelv eenig der leergierigste, welke onder zijn onderwijs waren gesteld verzoekdeeden om weeder van hem afgenoomen te worden. — treedens, uit hoofde van zijn geneegentheid tot dronkenschap, waar door hij niet alleen dikwijls en . naar zijn welgevallen van het school afbleev maar ook in de stad, tot zijn eigen schande, rond dwaalde en verscheide wan orders veroirsaakte en derdens, om reeden van zijne slechte zelvs belakelijke lessen in de mathatis, waar van de Beuchters zeggen, dat hij ongragt zijn voorgee„ „wen, dat hij alles nist en zelvs een boek over de trigonometria en al„ „gibra uitgegeeven had, echter reenig of geene kennisse bezit. - en welk d een en ander, door de Berichters, verder bevestigden beweezen word, door e Htugel. - door een meenigte van voorbeelden, met aantooning van de dach en datum wanneer zulks voorgevallen is, en met bijvoeging tevens dat dit alles niet dan van de nadeeligste invloed voor de Jongelingen konde zijn, en dat de Kadet en schrijfmeester Hijmert van Breda, die bevoorens reeds eenig„ „zints aan de sterke drank was verslingert geweest, seedert de komst dan van gen:t van hunkel, bij na geheel ontaart was; en niet met de grootste moeiten weeder had kunnen te regt gebragt worden, gelijke mijs bevoorens ook al diverze malen bij den Eerstgeteekende zo door den Eersten Informator Steinmetz, als ander klachten zijn ingebracht, over het alle zints de bourhant en liederlijk gedrach van gem: van hunkel en de„ „zelven daarom ook een en andermaal, zo in het vriendelijke als ernstige„ daarover is onderheeden geworden, met serieu te waarschouwing, van zich over een komstig zijn Caracter en plicht te gedraagen doch welk on„ „geacht en niet teegenstaande hij zijn schuld beleeden en vergeeving had verzogt met verzeekering, bij zijn voord van een dat hij zich wijders nimmer meer in den drank zoude te buiten gaan maar zich als een geschikt officier en onderwijzer zoude Comporteeren, chter zodanig dage„ „lijks in zijne debauches voortgegaan is, dat hij tot spot van een ieder in de stad bleer om zwerven, en onvermogend wat eenige in structien aan den scholieren te kunnen geeven; - en vermits gestiktens van zulk een aart, als dit marineschool is, waar in zun zulks een groote meenig„ „te Jongelingen bevinden, die in een ouderdom zijn, in dewelke de driften op het heerigste werken, niet dan door een zeedigen wel voeglijk gedrach der Leermeesters, in een goede staat te onderhouden zijn, en wanneer „ren aan den Collonael van 1„1 aer temvergore eroupes iarer van opponum, aan ons den 24e: Julij 1792 het overgegeeven vgeer

NL-HaNA_1.04.02_3986_0273 view scan ↗

English

the 21: July 1792 the contrary takes place, the young men are soon encouraged first to make fun of their teachers, and thereafter to follow their example, which cannot but result in the ruin of such an institution and the corruption of the youths placed therein, aside from the fact that this institution can never answer the purpose of its establishment unless those who are appointed as teachers therein are able to instruct the youths according to their capacity and greater or lesser progress, and at the same time serve as an example in the regulation of their conduct; something for which the named Van Hugel was solely sent hither, according to the letter of the Right Honorable Gentlemen Seventeen to the Cape Ministry of the 11. January 1791, of which he presented an extract to the First Signatory upon his arrival here, although he, instead of answering to these favorable expectations which their High Honors had of him, must on the contrary be regarded as pernicious to this seminary; thus we have deemed it our duty to remove the often-mentioned Van Hugel from the said institution before his bad conduct and evil example might make a further impression on the youths, and we accordingly take the liberty to send him back to Batavia with the ship Rusthof mentioned above, as a useless and most detrimental subject. § 314. Furthermore, we take the liberty to send to the capital by the said ship Rusthof, in a separate crate, the saddle requisitioned by the resolution taken by Your Right Honors on the 15: May last, with its bridle and further accessories, in such manner as the same is used here by the Dragoons, with the exception of the stirrups, item the bit, and the saddle cloth, which do not properly belong directly to the saddle, but must be made separately, which saddle is delivered here for the Dragoons at rd.s 6: —. the piece. § 315. The sampan retained for Macasser but still lying at Rembang having been examined and inspected by the Master and Foreman of the Shipwrights at the said Office, pursuant to what was mentioned in our submission of the 15: of this month, we have the honor to give notice thereof to Your Right Honors herewith, offering a copy of the report submitted by them concerning this, in which is also specified the requirements for the repair of this small vessel amounting to ƒ 1023: 9: 8:, and regarding which we shall thus now await the esteemed orders of Your Right Honors. § 316. Furthermore, we herewith offer Your Right Honors a copy of a report sent to us by the Sourabaya Servants from the Sea Captains Ian Paardekoper and Iohannes De Trijn, concerning the examination and inspection carried out by them of the pantjallang De Dankbaarheid belonging in the Eastern Salient, from which it appears that this small vessel is exceedingly disabled and in poor condition, such that the Rembang Master and Foreman of the Carpenters, to whom the said report was handed because the said vessel could not itself be transported to Rembang on account of the aforementioned defective condition, in order to determine from it whether it could still be repaired with good result, are of the opinion that the costs of these repairs would equal the construction of an entirely new vessel; so that Your Right Honors, if it pleases, may be able to see further from the report sent concerning this by the Rembang Resident, to which we refer, with a respectful request that we may be furnished with the esteemed orders of Your Right Honors as to how we shall act with this disabled vessel. § 317. Lastly, we have the honor to inform Your Right Honors that the ship Huisduinen arrived here in the roads yesterday. We have the honor to remain with the highest respect and submission, Your Right Honors' very humble and faithful servants, was signed, P: F: v: Overstraten, I: van Santen, A. Hamel, B. J: van Nijvenheim, I: W: Croes, B. van den Worm, C. G. Fisscher, M. Meurs, F. J: Rothenbuhler. In the margin: Samarang the 21. July 1792.

Dutch transcription

den 21: Julij 1792 „zelven uit gem: ge„ „gen. „ria zend. „quareerde zoedel zend men thans naer het contrarie plaats vindt de Jongelingen wel ras geanimeert worden, om eerst de spot met hunne Leermeesters te drijven, en daar na hun voorbeeld te volgen, het welk niet van het verval van zo een gestigt en beder der daar„ „ in geplaatste Jongelingen ten gevolge hebben kan, behalven dat dit gestigt nimmer aan het oogmerk van deszelvs oprichting kan beantwoorden, dan ten zij den geene, die daarin als Leermeester gesteld zijn, den Jongen „lingen naar hunne bevatting en meer of mindere vorderingen, kunnen onderwijzen, en tevens ten voorbeeld strekken in het regulen van hun gedaanh iets waartoe gen: van hun het eenelijk, volgens het aanschrij„ „vens van den Hoog Edelen Heeren Zeeventiener aan het Caabsche Minis„ „terie van den 41. Januarij 1791. waarvan hij, bij zijn arrivement alhier, een extract aan den Eerstgeteekenden vertoond heeft, herwaards is gezonden, schoon lij, in stede van te beantwoorden aan deeze gunstigs verwachting, die hun Hoog Achtbr: van denzelven gehad hebben, ter Con„ „trarie, als verdewelijk voor dit kweekschool moet worden beeshaurd zo hebben wij het van onze plicht geacht, om meerm: van hunkel waaromme mendeu„ uit het gedachte gesticht te moeten verwijderen eer zijn schlegt gedrach„t sticht heeft antsla„ en kraad voorbeeld, een verdere indruk op de Jongelingen mogt maaken„ en wij neemen dien volgende de vrijheid om den zelven als een onnut en ten hoogsten nadeelig subject, met het schip Rusthof hier ban, Een thans naar Bata„ „ven gemeld, naar Batavia te rug te zenden. — § 314. Voorts neemen wij de vrijheid per het genoemd schip Rust„ Den voor H:s Ed: gere„ „hof in een aparte kas naar de hoofdplaats te zenden de, volgende Batavia. het 264 aangebouwde Cham„ „pang. p heeft men laeten examineeren. het bericht aanbiscl. De pantjallang de Dankboekheid. Hugel. - den 24:. Julij 1742 het genoomen besluit door uwe Hoog Edelheeden op den 15: mai E:l: ge„ „requireerde zadel met dies hoofdstel en verder toebehooren, zo en dier voe„ „gen als dezelve alhier bij den Dragonders gebruikt word, uitgenoomen de steijgbeugels, item de stang, en de Chabrak, welke eigentlijk niet direct tot de zadel gehooren, maar apart moeten aangemaakt worden = welk zadel hier voor den Dragonders word geleevert tegens rd„s 6: —. het pees. De voor Macasser §315. De voor Macasser aangehouwde doch als noch te Rembang leg„ „gende Champang, ingevolge het vermelde bij onse submisse van den 15: deezer, door den Baas en Meesterknegt der scheeps Timmerlieden ten gem: Comptoire geexamineerd en gevesiteerd zijnde, zo geven wij ons de een uw Hoog Edelheeden daar van bij deezen kennisse, te geaaveen, En waarvan men onder aanbieding van Copia van het door hen daarvan overgegeven beriucht, waarbij tevens gespecificeerd is het benodigde ter reparatie van dit Kieltje ten bedraage van ƒ1023: 9:8:, en waar omtrend wij dus als nu de geeerde bevaelen uwer Hoog Edelheeden zullen blijven te gemoed zien § 316: Wijders lieden wij uw Hoog Edelheeden bij deezen Copia aan van een door den sourabaijasche Bedienders ons toegezonden bericht van den Capitains ter Zee Ian Paardekoper en Iohannes De Trijn, weegens de door hen gedane examinatie en visitatie van de in den Oosthoek te huishoorende partjalling De Dankbaarheid, waaruit. „ren aan den Colanel van 1/1 ur iemvergere eroupes saver van oyponum, aan ons overgegeeven e 263 den 27. Julij 1742 „poneerd bevonden. Huisduinen. den 24. Julij 1792 waar uit blijkt, dat dit kieltje ten uitersten ontramponeerd en slehtge„ bij examinatie ontram„ „steld is, zodanig dat de Rembangs Baas en Meesterknegt der Tim„ „merlieden, aan wien het gem: bericht uit hoofde het gem: vaartuig 9 weegens de voornoemde defecte gesteldheid niet zelve naar Rembang konde worden getransporteerd, ter handen is gesteld, om daar uit op te„ „maken, of het zelve noch met vrucht gerepareerd konde worden, van gevoelen zijn, dat de kosten deezer reparatien den aanbouw van een ge„ „heel nieuw vaartuig zouden evenaaren: invoegen uw Hoog Edelheeden e des behagende nader zullen kunnen beogen, uit het door den Rem„ „bangs Resident daarvan overgezonden bericht, naaraan wij ons refereeren, met eerbiedig verzoek, om met de geeerde beveelen uwer H: Ed: te mogen gemunieerd worden, hoedanig wij met dit ontrampo„ 1 e „neerde vaartuigen handelen zullen. - § 317: Laatselijk hebben i de eer uw Hoog E: kermiste geeven dat arivealier van te schip het schip Huisduinen op gisteren alhier ter rheede is gearriveerd. Wij vereeren ons met de meeste hoogagting en submisse te blijven /:onderstond:/ itul /:Lager/ uwer Hoog Edelheeden, zeer Ootmoedi„ „geen getrouwe Dienaaren /:was geteekend:/ P: F: v: overstraten, I: van Santen, A. Hamel, B. J: van Nijvenheim, I: W: Crose B. van den Worm, C. G. Fisscher. M. Meurs, F. J: Rothen„ „buchlen / in margine/ Samarang den 21. Julij 1792 vete 24 19

NL-HaNA_1.04.02_3986_0276 view scan ↗

English

the 21st of Julij 1742 the 24th of Julij 1792. Report to the Junior Merchant Godefridus van Massau Resident there Honorable, Pious Sir, Pursuant to Your Honor's orders, we the undersigned have proceeded to the island of Palo, and have had the sampan that had sunken there brought up as much as possible; after which, having inspected this keel, we found on the same that the garboards from front to back have broken off from the frames: also several planks of the outer hull were loose and eaten through by vermin, the oakum had yielded from all the seams, and thus a completely new caulking will most urgently need to be done to this small keel, for which, and for the further repairs to the same, there will be required: 1500 Carpenters and Caulkers at Rds —. 5. . ƒ309. 7. 8. 160 Smiths and Bellows-blowers at —. 5. — „ 33. —. — 310 Javanese who haul the small keel onto the shore at —. 5. „ 63. 19. — 310 ditto who haul it back into the sea at —. 5. — „ 63. 19. — 30 pieces of balks at ƒ2. 10. „ 75. —. — 2 garboards at 3. 6. — „ 6. 12. — 6 pk. oakum at 5. —. — „ 59. 8. — 1 vat pitch „ 30. 7. — 1 vat resin „ 41. 1. — 1 vat tar „ 21. 18. 8. 800 lb. nails „ 108. 2. 8. 650 lb. iron „ 65. 2. 8. 216 2/3 piculs charcoal „ 286. 16. 8. 60 pieces of bast for ropes to haul it onto the shore „ 118. 16. — Total ƒ1023. 9. 8. We hope herewith to have complied with Your Honor's order and subscribe ourselves with all respect, [below:] Title, [lower:] Your Honor's obedient servant, [was signed:] Horning, Severlijx. [in the margin:] Rembang, the 21st of Julij 1792. Turn over 265 the 27th of Julij 1742 Governor of Java's East Coast, the Honorable Respectful Report To the Senior Merchant Anthonij Barkeij Earnest, Prudent, Discreet Sir, We, the undersigned sea captains, pursuant to Your Honor's respected order following a written ordinance, have proceeded on board the Company's pantchiallang De Dankbaarheid as expressly appointed commissioners, in order to inspect the said keel most accurately, as to whether the said vessel could be repaired and transported to Rembang without major repairs. Firstly, the same was found to be repairable, but the wood must be completely stripped from the keel, and some of the frames renewed, and then provided with a new outer hull. Secondly, the stem and sternpost, as well as the other frames, beams, and futtocks, so far as has been visible to our eyes, are reasonably sound; yet, upon stripping the outer hull, we strongly fear that still more rot might be discovered, even on the posts, for the scarfs of the stem and sternpost are completely rotten and decayed. Thus we believe that those repairs will amount to roughly as much in cost as a new one, since almost all the ironwork is decayed as well; furthermore, the sheathing on the upper deck and the deck planks must all be renewed. Thirdly, the said vessel, in our opinion, is completely untransportable without first having to undergo a major repair. the 24th of Julij 1742 to undergo. 24 79 Herewith we hope to have performed our duty, and have the honor to subscribe ourselves with all high respect, [below:] Title, [lower:] Your Honor's all-obedient servants, [was signed:] Ian Pardekooper and I. De Treijn. [in the margin:] Sourabaija, the [illegible] of Iunij 1792. [still lower:] Agreed, [was signed:] G. van Massau. Report to the Junior Merchant Godefridus van Massau Resident there Honorable, Pious Sir, Pursuant to Your Honor's orders and the extract letter from the Honorable Governor and Council at Sourabaija dated the 5th of Julij 1792, having examined the annexed report concerning the findings on the pantchiallang De Dankbaarheid drawn up at Sourabaija by expressly appointed commissioners, it is evident to me from this that the repairs that would necessarily have to be done to this small keel will cost as much as building a completely new one, all the more because there is also the added factor—and which is confirmed by experience—that upon stripping the hull, as well as otherwise, the frames become completely stripped of nails and unserviceable, and on the other hand, that through hauling it onto the shore, the keel and posts suffer greatly, if they do not break completely, and also that the floor timbers shift, and thus, as cited above, the repairs required for this hull will equal the construction of a new one. Herewith I hope to have fulfilled Your Honor's intention and subscribe myself with the highest respect, [below:] Title, [lower:] Your Honor's the 24th of Julij 1792 the 21st of Julij 1742 Dierk 1

Dutch transcription

den 21e: Julij 1742 den 24: Julij 1792. Berigt Aan den onderkoopman Godefridus van Massau Resident aldaar Eerzaame Vroome Ingevolge uw Ed: ordre hebben wij ondergeteekende ons vervoegt naar 't Eiland Palo, en de aldaar gesonkene geweest zijnde Champang zoo veel doenlijk op doen haelen; waar na deeze kiel gevesiteerd hebben„ „de; aan dezelve bevonden dat de kingangen van vooren tot agteren van de inhouten zijn afgereeken: ook in verscheidene Planken der vas„ „te huid los en door 't ongedierte doorvreeten waren, het werk ui't alle de raden uitgeweeken, en dus aan dit kieltje een geheele nieuwe Calra„ „ting ten hoogsten noodzakelijk zal moeten gedaan werden, waar toe en het verdere aan dien te repareeren, benodigt zal weezen 1500: Timmerlieden en Calvaters. . . . . . . a rd„s —. 5. . ƒ309: 7. 8. 160. Smits en Blaasbalk trekkers - - - - „ „ „ — 5. - „ 33. —. — 310. Iavaanen die 't kieltyen op de wal winden „ „ „ —. 5. . . „ 63. 19 — 310. d„o „ het weederom in zee winden - „ „ — 5. - „ 63. 19 — 30. p„s snolpen. . . . . . . . . „ ƒ2: 10. „ 75. —. 2 „ Krmgangen. . . . . . . „ „ 3. 6. - „ 6. 12— 6 p:k werk. . - - - -. . „ „ 5 -. - . „ 59. 8. 1. v„t Pik - - - - - - - - - - - - . „ 30: 7. 1. „ Harpuis. . . . . . . . . . . . . . . „ 41. 1. — 1. „ Theer. . . . . . . . . . „ 21. 18. 8. - - - - „ 108. 2. 8. 800 lb spijkers - - - - - 650 „ ijser. . . . . . . . . . . „ 65. 2: 8 216 2/3: pic„s Houtkoolen - - - - - - - - - „ 286 16 8: 60 p„s Bast tot Touren om op de valtehaler - - - - - „ 118. 16 — Teld - - - ƒ1023: 9. 8. wij verhoopen hier meede aan uw Ed: order voldaan te hebben en noemeons met alle agting /:ondest: / Titul Llager /. UwE. D. W. Dienaar /:was geteeken Horning , severlijx /:in margine/ Rembarg den 21: Julij 1792 verte 265 den 27. Julij 1742 Gesaghhebber van Iavas oosthoek V„ Hb: Eerbiedig Berigt Aan den opperkoopman Anthonij Barkeij Erntfeste voorzienige Discreete Wij ondergeteekende Capitains ter Zeen hebben volgens uw Ed: Achtbr: ge„ „eerde ordre volgens schriftelijke ordonnantie ons vervoegt aan Boord van 's Comp„s Pantjallang De Dankbaarheid als Expresse gecom„ „mitteerdens om gemelden kiel ten exaasten te visenteeren of gemelde vaartuig reparabel en zonder groote reparatie konde vervoerd worden naar Rembang Eerstelijkis dezelv raparalel bevordene dog het mot van de hiel oef ten Eenemaalen ontbloot worden, en eenigen der in houden vernieuwen en dan met eenen nieuwen vasten huit voorzien worden 0 Ten Tweeden is de voor en agter steven beneevens de verdere in horten Balken oplangers zo verre als voor onse oogen zigtbaar is geweest zijn dezelve redelijk gaaf, edog bij ontblooting van de vaste huidvreesen wij sterk dat er nog meer verrotting zoude kunnen ontdekt worden selvs aan de steeven want de Indassen van de voor en agter steeven zijn ten eenemalen vervuurt en vergaan: Dus vertrouwen wij dat die reparatie Circa op zo veel kosten zal komen te staen als een nieuwa - vermits ook alle 't ijzer werkmeest alle, vergaan is, verders dienen de verdubbeling op 't boven dek en de deksplanken alle vernieuwd te worden — Ten Derde is gemelde vaartuig, volgens onse oordeel ten eenemaa„ „len onvervoertbaer zonder alvoorens een groo te reparatie ten moe„ den 24. Julij 1742 „ten 24 79 „ten ondergaan. - Hier meede verhoopen wij ons pligt te hebben volbragt, zo hebbe de zer ons met alle Hoog agting te onderteekenen /:onderstond:/ Titul /:Lager:/: uw Ed Achtbr: gants onderdanige Dienaar /:was geteekend/ Ian Pardekooper, en I: De Treijn /:in margine / sourabaija den Iunij 1792 /rog Lager /. Accordeert /was geteekend/ C. van Mas„ „saa. — Berigt Aan den onder koopman F Godefridus van Massau Resident aldaar Eerzaame Vroome In gevolge uwE: orders en Extract Letteren van den E: Achtb: Pe„ „zag hebber en Raad te sourabaija sub Dato 5:' Julij 1792. nagegaan hebbende, het daar annex zijnde Bericht nopens de bevinding der Pantval„ „lang de Dankbaarheid te sourabaija door expresse Gecommitteerdens opgenomen, zo Consteerd mij daar uit de reparatie die noodwendig aan e dit kieltje zoude moeten gedaan worden, zo hoog zullen komen te staan als een geheel nieuw aangehourde, te meerder wijl daar nog is bij komen„ „de en 't welk door de ondervinding gestoeft word:, dat bij't oferbreeker der huid, als anderzints de inhouten ten eenemaal spijkerloos en onbekraam werden, en ten anderen dat door het op de wal winden, de kielen steevens veel te lijden hebben, so niet ten eenemaal ontstutken gaan, zo ook dat zig de Buijkstutken ontsetten, en dus so als boven aangehaald, de repa„ „ratie tot deeze bodem benoodigt den opbouw van een Nieuwe zullen evenaren. Hier meede hoope aan uwE: Intentie voldaan te hebben en noeme mij met de meeste hoog agting /:onderstond:/ Titul /:Lager/ uw E: den 24. Julij 1792 den 211: Julij 1742 Dierk 1

NL-HaNA_1.04.02_3986_0279 view scan ↗

English

267 the 27th of July 1742 the 24th of July 1792. Obedient Servant was signed J. Horning in the margin Rembang the 11th of July Anno 1792. Respectful Report To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Lord Mr. Pieter Gerardus van Overstraten Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director on and along the Northeast Coast of Java, etc. etc. Right Honorable, Highly Esteemed, and Venerable Lord Through dutiful obligation as First Instructor and also through the entrusted management of the marines within this institution, having found myself obliged to give notice several times to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship regarding the Lieutenant of Artillery J. Gonkel, who was sent hither as a teacher for this institution to let the youths benefit from his good lessons in mathematics, which at present, upon observation, in no way answers the intended purpose. Firstly, on account of a German and moreover very indistinct pronunciation, so that the youths understand little or nothing at all of what he tells them; for which reason we also have had some eager youths who were assigned to him ask to be taken away from him again. Secondly, being prone to drunkenness, which frequently causes him to stay away from the school, so that he comes to school and also stays away from it whenever he pleases, and then wanders around in the town to his own disgrace, from which several disorders in this institution have already arisen, since everyone by his doing is kept from paying attention to their duty, 249 99 the 24th of July 1792 and all eyes are focused on him alone. Thirdly, his giving poor, indeed even ridiculous lessons in mathematics, whereas he pretended to know everything, moreover claiming to have published a book that dealt with trigonometry and algebra, of which he knows little or nothing at all: this being that of which notice was given by me to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship, and having subsequently received orders from Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship that I, together with the other teachers, should draw up a written declaration concerning the conduct and behavior of Lieutenant J. Gonkel. Thus we take the liberty very respectfully to present to Your Right Honorable and Highly Esteemed Lordship the most notable events that occurred from day to day, as follows. At the beginning of his instruction on the 18th of April, some youths were given to him in order to teach them firstly decimal arithmetic and subsequently the extraction of the square, cubic, 4th, and 5th power roots, etc.; whereupon he presented to these youths, who barely understand arithmetic, an algebraic formula to teach them in this manner to extract the square and cubic roots, nevertheless omitting decimal arithmetic, the fourth, and the fifth power roots, etc., which for youths who are to learn geometry, etc., are wholly indispensable. Likewise, on the 22nd of April, when we went to the seashore for the practice of the youths, he made, according to what he said, an experiment as a test, consisting of measuring an angle by two lines of an isosceles triangle, adjacent hereto, in order to calculate subsequently the magnitude of the same; which was set up by him as follows: Dl: BC=t rad=s L B. After which, noticing in the outcome the impossibility of the same, the 24th of July 1742 the 27th of July 1742 the 24th of July 1792 yet not knowing the true rule, he handed the same over to a beginner youth, which was answered by the same as follows: BC: rad=s = D C: Sin L. B. of which correct answer he was convinced by taking a book as an example. Also, van Gonkel was drunk on Friday the 27th of April from 1 o'clock at night until Sunday noon, wandering around on the grounds inside this institution before the eyes of the youths in this condition, and thus absenting himself from the school. Furthermore, on the 30th of April, we went to the seashore again for the same reason as mentioned above, on which occasion van Gonkel again made an experiment, consisting of the height measurement of the flagpole and the calculation of the same, which he again was not able to solve, and particularly the calculation of the same consisting of a simple tangent rule of a right-angled triangle, adjacent hereto, which was again set up by him as follows: L A: Sin: Tot= No Log L 13. Tang Al. and as according to this rule the necessary information was not to be found in the Sine and Tangent Tables, the same was again answered in van Gonkel's presence by the same youth as follows: rad=s A 13=- Tang:s 2B3. AC: after which in the afternoon he prescribed some Latin rules for the youths, and when they declared that they did not understand the Latin language, he replied that they should look it up. From this and the preceding, it is sufficiently proven that van Gonkel does not possess the least knowledge of rectilinear trigonometry. In this manner, on the 1st of May, he began geometry with the youths, with the description of the face of an ellipse. 2 79 79 269 d 1/38. 15 the

Dutch transcription

267 den 27. Julij 1742 den 24. Julij 1792. Dienst willige Dienaar /:was geteekend / I: Horning /:in margine:/ Rembang den 11. Julij A„o 1792. Eerbiedig Berigt Aan den Wel Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heer ffr P. Mr Pieter Gerardus van Overstraten Raad van Nederlands India, mitsgaders Gouverneur en Directeur op en langs Javas N: O. Kust & & R: WelEdele Gestrenge Groot Achtbr: Heer Door schuldige opligt als Eerste in formateur en meede door het aan vertrouwde bestuur der marinen binnen dit gestigd;: mij genoodzaakt gevonden hebbende uwelEd: Gestr: Br„t Dittbr verscheijde maale kennisse te geeven van den Lieutenant der Arthillerij I: Punkel die als onder„ „wijzer voor dit gestigd herwaards gezonden zijnde, om de Jongelingen van zijn goede lessen in de Mathesis te doen profiteeren, het welke thans; bij waarneemingen geen zints aan het oogmerk beantwoord. Ten Eersten weegens Duijtsche en boven dien zeer onduidelijke uit „spraak, zo dat de Jongelingen weinig of gaarnits verstaan, van het geene hij aan haar lieden komt te zeggen; daarom wij ook eenige leergierige Jongelinge die aan hem toegeweezen waren verzogt hebben, om hun van hem weeder afteneemen Ten Tweeden gereegen zijnde, tot dronkenschap, het welke hen dikwijls van het school doet afblijven zo dat hij op het school komt en ook daar van afblijft wanneer hij wil, en als dan in de stad tot zijn eigen scharde rond dwaald, hier uit verscheide wan- ordre in dit gestigt reeds ontstaan zijnde, dewijl een ieder door hem van de andorht hot zijn plutt of gehouden - 249 99 den 24. Julij 1792 gehouden, en het oog op hem alleen gevestijd word Ten derden zijn sligte, Ja zelfs belastelijke lessen in de Mattasis te gee„ „ven, daar hij zich doch voor alles te weeten riet gaf, boven dien noch een boek uitgegeeven te hebben dat over de Frigonometria en algebra handelde en daar van hij weijning of gaarnits weet: dit nu het geene zijnde waarvan aan uwel Ed: Gestr: Gr„t Achtbr: door mij is kennis gegeeven, en vervolgen door uwel Ed: Gestr: H„t Achtbr. orders ontvangen hebbende, dat ik met de andere onderwijzers een in schrift opgestelde verklaaring zou„ „den op maaken, aangaande het gedrach en bedrijf van den Licute„ „nant I: Gonkel. —. zo neemen wij zeer Eertiediglijk de vrijhied aan uwelEd: Gestr: Er„t Achtbr: het aanmerkelijkste en vandag tot dag voorgevallene, voor te draagen, als volgt. Bij den aanvang van zijn onderrijs met den 18: April zijn hen eenige Jongelinge gegeeven omme dezelve eerstelijk de dicemaal reekening en vervolgens de quadraet gulicq 4. en 5. Magts wortel &:a te leeren trekken waar op hij deeze Jongelinge, welke pas de Arithmetica ver„ „stan een Algebratisch formull heeft voorgelegd om hun op deeze wijze de quadraet en cubicq wortel te leeren trekken, niet te min de dicimael Reekening, de vierde en de vijfde magtswertele &s, die voor Jongelinge welke de Geometri &„ zullen leeren, geheel on=ontheerlijk is, agter laatende- Als meede heeft hij met den 22: April, wanneer wij tot beosfening der Jongelinge naar stestrand zijn gegaan;— Een Experiment, volgens zijn zeggen, ter proeve gemaakt bestaande in de afmeeting eener hoek door twee lijne van een gelijk beenige drie hoek hier neevenstaande, omme de grootheid der zelve vervolgens uit te reekenen; het welk door hem aldus opgesteld is. - Dl: BC=t rad=s L B. Waarna hij in de uijtkomst de onmoogelijkheid derzelve genaar werden, den 24: Julij 1742 A: 15 den 27. Julij 1742 den 24. Julij 1792 „de: Edog de waare regel niet weetende: het zelve aan een eerst begin„ „nenden Jongeling heeft overgegeeven het welke door de zelve aldus be„ „antwoord is: BC: rad=s = D C: Sin L. B. van welker zuivere beantwoording hij overtuigd is geworden; door een boek ten voorbeeld te neemen Als ookis van hankel: vrijdaijs op den 27: april van snagts 1: uur tot sondags smiddags bedronken geweest, op de plaats binnen dit gestigt voor de ooge der Jongelinge in deeze situatie rond dwaelende, en al„ „dus zich van het school absenteerende verders zijn wij op den 30. April weeder naar Zeestrand geweest om gelijke reeden als bovengem: bij welke geleegenheid van honkel weeder een Experient gemaakt heeft, bestaande in de hoogte meeting van de vlaggestok en de uitreekening der zelve, het geene hij egter weeder niet heeft kunnen oplossen, en wel bijzonder de uitreekening der zelve bestaande in een eenvoudige Pang„s Regel van een verhtoekige driehoek, hier neevenstaande, het welk door hem weder aldus opgestelde L A: Sin: Fot= N„o Log L 13. Iany„ Al. en volgens deeze regel het benoodigde in de sinus en Tangens Tafeben niet te vinden zijnde, zo is het zelve weeder door dezelvde Jongeling in van honkel zijn bij zijn aldus beantwoord rad=s A 13=- Tang:s 2B3. AC: waar na hij des middags de Jongelinge eenige Latijnsche regels voor ge„ „schreeven heefd en wanneer dezelvde betuigden de Latijnsche tael niet te verstaan repliceerde hij dat zij dezelve moesten naslaan ruit dit en het voorgaande is genoegzaam, beweesen dat van Ionkel de minste kundigheeden van de recht lijnische Trigonometrie niet bezit. — op deeze wijze heeft hij den 1. Meij met de Jongelinge een aanvang in de geometrie genoomen, met beschrijving van aangesichte Elipse 2 79 79 269 d 1/38. 15 den

NL-HaNA_1.04.02_3986_0282 view scan ↗

English

the 24th of July 1792 Ellipses, sections, etc., proceeding directly to the calculation of the area of plane surfaces and dividing the same into several equal parts, thus omitting all principal definitions, basic rules, and proofs, which are nevertheless absolutely indispensable for learning geometry, allowing the youths, who first ought to learn how to measure angles and sides, to proceed directly to the measurement of figures, for which not the least foundation had yet been laid in them. It being also sufficiently evident from this that his capacities for teaching geometry are very slight and everything is built upon wrong foundations, and being unable to answer for youths who are supported at school expense and under my responsibility being taught on such wrong foundations, I have, after having given notice thereof to Your Honorable, Severe, Great Worship, placed these youths under the supervision of the Sub-Lieutenant P: Gerlach, alongside van Gonkel, for instruction in geometry, in order that these youths might be taught on better foundations and be accountable to me; which he nevertheless refused, entirely absenting himself from the school without the least reason given beforehand or notice to me. During the night between the 2nd and 3rd of May, at half past one, van Gonkel, being intoxicated, went to the guardhouse, called the guard personnel together, saying he was accustomed to a guard having to be merry, and after having sat on a bench for nearly an hour and made a disturbance, he went to his room until the morning, when he again appeared drunk, and ran around everywhere, to the mockery and shame before the eyes of the schoolchildren, which lasted the whole day until four o'clock in the afternoon, after which time he again wandered around in the side-town as a spectacle to all people. Also on the 3rd of June, at 10 o'clock in the evening, he being drunk, the 24th of July 1792 the 27th of July 1742 the 24th of July 1742 being dressed expressly for it, went to the guardhouse, on returning expressing his astonishment as to why no honor was given to an officer at 10 o'clock in the evening. Furthermore, on the 7th of June, being drunk again, he went to the guardhouse at half past eight in the evening, sitting down on a bench, behaving as previously mentioned, and remained drunk until the following day. Likewise, on the 20th of June, van Gonkel, being drunk again, mingled among the youths amusing themselves at play and rolled around with them. On the 27th of June, van Gonkel, being drunk again, had the cadet sergeant of the guard request from the first instructor Steinmetz the release of one who had been placed in the provost on water and rice for some offenses, and after this had been refused him, he went with a piece of meat and two candles to the sentry on duty, demanding that the same be given to the prisoner, to do which the sentry excused himself as being against his orders, whereupon van Gonkel answered, "I order it," which was however contradicted by Steinmetz, whereupon he left the guardhouse and again went into the middle of the courtyard, making the same antics among the youths as mentioned above. And finally, van Gonkel has been drunk on the following days up to the present, making a spectacle of himself as has been cited repeatedly above. With the above-mentioned, we believe we can show to Your Honorable, Severe, Great Worship how harmful it can be for an institution consisting of youths who are between 12 and 22 years of age, being an age in which the passions can vent themselves most violently and thus are enterprising to do anything. Therefore, a teacher ought to moderate himself in everything, indeed not expose himself to the youths with the slightest sign of bad conduct, 249 79 0 f 4 . 1 f the 24th of July 1792 upon which they immediately seize and make sport of him, and in the end they seek to push it further and show contempt for us all; if one wants to hold them to their duty, they mistakenly take it amiss, make their complaints that they are mistreated, and so forth. The writing master Breda, who was already somewhat addicted to strong drink, has been almost entirely unhinged since van Gonkel came to the school; it cost much trouble to bring him to his senses again; the true cause of this must be attributed to van Gonkel and to no other. We hope hereby to have sufficiently demonstrated to Your Honorable, Severe, Great Worship how harmful such conduct as takes place with van Gonkel is for this institution; we remain otherwise with the highest esteem and submission, was signed: Title lower: Your Honorable, Severe, Great Worship's most obedient and dutiful servants, was signed: J: J: Steinmetz, H: W: van Wall, and J: Gerlach in the margin: Samarang, the 5th of July 1792 To the 24th of July 1792

Dutch transcription

den 24. Julij 1792 Elipsen Snitken &„a gaande directelijk tot den Inhoud reekening van „platte superficien, en dezelve in eenige gelijke deelen te verdeelen alzo agterlatende alle voornaame bepaalinge, grond regele bewijzen ts: welke egter tot het leeren der geometria volstrekt on=ontbearlijk zijn, laa„ „tende de Jongelinge welke eerstelijk hoeken en zijnen moesten heeren afmeeten; directelijk tot de afmeeting der figuuren overgaan tot het welke in hun nog de minsten gronden niet gelegd was. — uiit dit meede genoegzaam te zien zijnde dat zijne Capaciteiten tot het onderwijs in de geometrie zeer geringe en allens op verkeerde gronden ge„ „bound is, en niet kunnende verantwoorden, dat Jongelinge welke op schools kosten en mijne verantwoording loopen op zulke verkeerden gronden zoude onderweesen werden zo hebbe (na uwel Ed: Gestr: Grt„ Achtbr: hier van kennisse te geeven te hebben, ) deeze Jongelinge onder het opzicht van den sous Lieutenant P: Gerlach neeven van Gon„ „kel ten onderwijzing in de Geometrie gegeeven op dat deeze Jongelinge op beetere gronde zoude geleerd werde, en voor mij verartwoordelijk zijnde het geene hij egter heeft gerefuseerd zig ten eene mael van het school absenteerende zonder de minste voor afgegeevene reeden of kennis aan mij Des nagts tusschen den 2en 3. Meij om halff twee uren is van Gon„ „kel beschonken zijnde in de wagt gedaan heeft het wachts volk bij elkander geroepen zeggende gewoon te zijn dat een wacht moeste vrolijk weezen, en also zijh bijna een uur op een bankgeset en al„ „harm gemaakt hebbende, is in zijn kamer gegaan, tot s morgens wanneer weeder dronken is voor den dach gekomen, en overal rond„ „geloopen heeft, tot spat en schande voor de ooger van de schoolieeren het welke den geheelen dag geduurd heeft tot 'snamiddags vier uuren, na welke tijd hij wederom in de zijd stad tot spectakel van alle menschen heeft rond gedwaald- Als ook is hij den 3. Junij, des avonds om 10: uuren bedronken den 24e: Julij 1792 zijnde den 27. Julij 1742 den 24. Julij 1742 zijnde (zichexpresselijk daar op gekleed hebbende) in de wagt gegaan in het terug koomen zijnde verwondering te kennen geevende, waarom des ovonds om 10. uuren een officier geen honneur wierd gegeeven. verders is hij den 7: Junij weeder bedronken zijnde, des ovors om half neegen uuren in de wagt gegaan, zich op een bank needer zattende: zich ge„ „draagen gelijk voorm: en is tot den volgender dag bedronken gebleeven Als meede op den 20. Junij heeft van honkel, weeder bedronken zijnde zich onder, de met speelen zig vermaakende Iongelinge gemengd en daar„ „meede rond gerold- Den 27.„e Junij heeft van honkel weeder bedronken zijnde door den Ca„ „dit sergant van de wagt aan den eerste Informateur stein metz het ontslag van een die doar eenige missedrijver in provoost op water en rijst gezit was laaten verzoeken, en na dat hem zulks geweijgert was in hij met een stuk vlees en Twee ligt kaarden bij de schildracht (de op de post stond) gegaan begeerende dat de vast zittende het zelve zoude gegeeven worden, om het welke te doen de schildwagt zig ver excuseerde als zijnde teegens zijn orders, waar op van honkel andwoord ik ordonneer het r, het geen hem egter van steinmetr teegen gesprooken is, waar op hij van de wagt is gegaan en zich weeder midden op de plaats stel„ „kende deselvde grellen onder de Jongeling als bovengemaakt heeft En ten laasten is van Gonkel op de volgende dagen tot heeden tos bedronken geweest zich ten toen stellende gelijk bovenmeermaa„ „ken aangehaald is. riet het bovengemelde meene wij uwel Ed. Geestr: Groot Achtbr: „te kunnen aantoonen: hoe schadelijk het voor een gestigt kan wee„ „zen bestaande uit Jongelinge die tusschen de 12. tot 22 Jaaren oud zijn zijnde een ouderdom waar inne de drifter ter herissste zig kunnen ruiten en also tot allens te doen onderneemend zijn. Daarom dien't een onderwijzer zig in allens te nodereeren Ja voor geene de minste blijken van sligt gedranh voor de Jongelinge zig bloot te stellen 249 79 o ƒ4 . 1 ƒ den 24 Julij 1792 stellen op het welke zij anstond:/ vat neemen en drijven de spot met hee en ten lasten zoeken, zij het verder door te tringen en toonen minagtig voor ons allen; wil men haar tot pligt aanhouden zo neemen zij het verkeerdelijk qualijk zij doen haar beklag, dat zij mis handelt wer„ „den, en zoo voort.- De schrijfmeester Breda die reeds eenigzints aan sterken daar t verslingent was, is zeedert dat van honkel op het school gekoo men is bij na geheel ontrard het koste veel moeijte hem weeder tot be„ „daaren te brengen: de waere oorzaak hier van moet aan van Pon„ „kel en aan geen andere toe geschreeven werden Wij hoopen Hier meede aan uwel Ed: Gestr: Groot Achtb /m: genoegzaam aangetoond te hebben hoe naderlig zulks een ge„ „drach gelijk bij van honkel plaats vind voor det gestig den noem ons overigens met de meeste hoogagting en submissie /:onderstond:/ Titul /: Lager/. uwelEd: Gestr. Gr„t Achtbr gehoorsaamste en Trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ I: I: Stimmets, H: W: van Wall, jen I: Gerlash /:in margine / Samarang en 5. Julij 1792 Aan den 24e: Julij 1792

NL-HaNA_1.04.02_3986_0285 view scan ↗

English

79 24 the 27. Julij 1742 Batavia vreede hart men naar Batavia vertrekken te sourabaija To his High Honour The High Noble Severe Highly Esteemed Lord Mr: Willem Arnold Alting Governor General Together with The Honorable Severe Lords Councilors of Netherlands India: H„ H„a H„o High Noble Severe Highly Esteemed Lord And Honorable Severe Lords Paragraph 318. Under convoy of the ship Rust, which has returned from Macassar, and the pantjallang Rusthof, we also let depart today for the Capital the pantjallang the Nieuwe Vreede, which, coming from Padang and driven past the Sunda Strait by storm and strong current, arrived in the Oosthoek via the Bali Strait, and was laden there with 24637: lb sulfur earth, and 68: pikols sappanwood, costing together a sum of ƒ 3461:6:8 according to the bill of lading and invoice sent therewith to Your High Honour by the Sourabaija Servants. 5319 273 the 24e: Julij 1792 Gi Paragraph 319. We now take the liberty to send over with the mentioned small vessel to the Capital the two youths required by Your High Honours revered missive of 20. February last for the service of the Surveyors Office at Batavia, named Willem Fredrik Eerhard and Iohannes Iacobus Schevelin, both of whom have already made good progress in land surveying as well as in drawing, and whom we therefore trust will fulfill the intention. We have the honor to remain with the highest respect and submission, below stood: Title, lower: Your High Honours very humble and faithful Servants, was signed: Mr. Pieter Gerardus van Overstraten, Jacobus van Santen, Anthonij Heemel, Barend Jan van Nyvenheim, Johannes Wilhelmus Cröse, Barend van der Worm, Christiaan Godlob Fisscher, Marten Meurs, and Fredrik Jacob Rothenbuhler secretary, in the margin: Samarang the 24. Julij Anno 1792. To the 24e: Julij 1792 279 2 the 27. Julij 1742 Batavia Juffrouw Johanna naar Batavia en dies belading te Rembarg To his High Honour The High Noble Severe Highly Esteemed Lord Mr Willem Arnold Alting Governor General Together with The Honorable Severe Lords Councilors of Netherlands India H. H„n V5„ High Noble Severe Highly Esteemed Lord And Honorable Severe Lords Paragraph 320. We let this serve as escort to the ship the Juffrouw Johanna, which was laden at the Rembang Office with 20000: pieces Chinese planks long 9. to 10. feet thick 1. to 3/4. inches 1000: pieces barrel planks long 6. to 7. feet thick 1. to 1 1/4 inches 225. pieces mill planks long 20. to 22. feet thick 1 1/2. inches 1025. pieces ditto ditto long 20. to 22. feet thick 1: inches 80. pieces scow and bracket knees long 6. to 7. feet thick 4. to 5. inches 50. pieces sawn ribs long 20 to 22 feet thick 3. to 4. inches 208. pieces panjang limas long 26 to 30 feet thick 6: to 7 inches 222 And F V 75 75 the 24e: Julij 1742 the 27e: Julij 1742 222. pieces capstan bars broad 17. to 20. feet thick 5. to 6. inches 350. pieces oar wood long 20 to 24. feet thick 3 to 4. to 6. inches 2150. pieces Chinese planks long 9 to 10. feet thick 1 to 3 1/4 inches 294: pieces round logs long 10. to 12. feet thick 8. to 10. inches Furthermore under Convoy 2. pieces lighters marked Q and R: long 55: wide 18. and depth 6 1/2 feet for the Naval Yard, and therein 400. pieces capstan bars long 17. to 20. feet thick 5. to 6 inches 7. pieces pantjallangs long 40 to 50. feet and width 12 to 15. feet with their rigging for the Sultan of Bantam and therein 17150. pieces small tinkamse planks long 18. to 20. feet thick 1. to 1 1/2. inches and in tow 1: piece Yawl No 51. long 18: feet for the Naval Yard, and 3. pieces yawls long 31. to 32 feet wide 8. feet also for the Naval Yard at Batavia all of which together amounts to ƒ 38356: 7. 8., as Your High Honours, if it please, will further be able to observe from the Rembang papers sent over with the aforesaid vessel, to which we request permission to refer. Paragraph 321. Of the aforementioned vessels dispatched from Rembang under Convoy of the Ship the Juffrouw Johanna, several became separated from the same on the voyage hither and have not yet appeared to this day, namely, the 2: Lighters marked Q and R and 2 of the

Dutch transcription

79 24 den 27. Julij 1742 Batavia vreede hart men naar Batavia vertrekken te sourabaija Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De welEdele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch India: H„ H„a H„o Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Heer En WelEdele Gestrenge Heeren § 318: Onder convoir van het van Macassen terig gekomen schip Rust, De partjellan en uim „hof laaten wij op heeden meede naar de Hoofdplaats vertrekken de d pantjallang de nieuwe Vreede welke van Padang komende door storm en sterke strom voor bij straat souda gedreeven, en door straat belaading van dezelve Balij in den Oosthoek aangekomen, en aldaar belaaden is met 24637: lb swavel aarde, en 68: pikols sappanhout, kostende blijkers de door de soura„ e „baijasche Bediendens daarmeede aan uw Hoog Ed: afgesondene Cognoscement factuur te zamen een zomma van ƒ 3461:6:8. 5319 273 Comptoir gerequireerde met dat kieltje over. den 24e: Julij 1792 Gi De voor het landmeeten en 319. Wij neemen de vrijheid als nu met het gem: kieltje naar de „2. Jongelingen gaan thans Hoofdplaats te laten overgaan de bij uwer Hoog Edelheeden geve„ „nereerde missive van den 20. februarij: l: l: gerequireerde twee Jongelingen ten dienst van het Landmeeters Comptoir te Batavia in name Willem Fredrik Eerhard en Iohannes Iacobus schevelin, die bijde reeds goede vorderingen, hebben gemaakt zo als in de landmeet= als in de teeken=kunde, en welke wij dier„ „halven vertrouwen, dat aan de intentie zullen voldoen Wij vereeren ons met de meeste hoogagting en submissite blijven /:onderstond:/ Titul /:Lager/ uwer Hoog Edelheeden zeer ootmoedige en getrouwe Dienaaren /:was geteekend:/ M: Pieter Gerardus van Overstraten, Jacobus van Santen, An„ „thonij Heemel, Barend Jan van Nyvenheim, Johannes Wilhelmus Cröse, Barend van der Worm, Christiaan Godlob Fisscher, Marten Meurs, en Fredrik Jacob Rothen buhler secretaris /:in margine:/ Samarang den 24. Julij A„o 1792. — Aan den 24e: Julij 1792 279 2 den 27. Julij 1742 Batavia Juffrouw Johanna naar Batavia en dies belading te Rembarg Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaaren Heer Mr Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De welEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India H. H„n V5„ Hoog Edele Gestrenge Groot Ahlbaare Heer 2 WelEdele Gestrenge Heeren §o 320. Wij laten deeze dienen ten gelide van het schip de Jusfrouw vertek van het ship de Johanna, het welk ten Comptoire Rembang is beladen geworden met 20'000: pees Chineesche planken lg: 9. â 10. v„t d„o 1. â 34. d„m 1000: „ tonne planken. . . . „ 6. „ 7. „ „ 1. „ 1¼ „ 225. „ moolen d„o. . . . . . „ 20. „ 22. „ „ 1½. „ 1025. „ d„o d„o. . . . . . . . „ 20. „ 22. „ „ 1: „ 80. „ schouw en winkel knien. . . „. 6. „ 7. „ „ 4. a 5. „ 50. „ gezaagde ribber. . . . . „ 20 „ 22„ „ 3. „ 4. „ 208. „ panjang limas. . . . „ 26„ 30 „ „ 6: „ 7„ 222 — En F V 75 75 den 24e: Julij 1742 van het gem: schip van Rimbang meede gegee„ „vane vaartuigen moch niet opgedaagd. den 27e: Julij 1742 222. pees wind boom balken b„o 17. â 20. v„t d„tk 5. â 6. d„m 350. „ riemhouten. . . . „ 20 „ 24. „ „ 3„ 6: 4. â 6. d„o 2150. „ Chineeze planken „ 9 „ 10. „ „ 10 â 3¼ d„m 294: „ balken glondongs. . . „ 10. „ 12. „ „ 8. „ 10. „ Voorts onder Convooij 2. pas ligters L„ 9 „ R: lg: 55: w„d 18. en hol 6½ voet voor de Equipagenerf, en daarinne 400. pees windboom balken lij: 17. â 20. v„t d„o 5. â 6 d„m 7. „ pantjallings. . . . . „ 40 „ 50. „ en d„o 12 a 15. v„t met dies zeil en treil voor den sulthan van Bantam en daarin „17150. per kleene tinkamse planken lg. 78. a 20. v„t d„to 1. â 1½. d„o en op sleeptouw 1: pees Jol N„o 51. lg: 78: v„t voor de Equipage werff, en 3. „ Tollen „ 31. „ 32 3. v„t kdng 18. „t meede voor de equipage werff te Batavia en welk een en ander te zamen bedraagd ƒ38356: 7. 8. in voegen uw Hoog Edelheeden des behagende nader zullen kunnen beogen uit de met voorschreeven bodem overgaande Rembangsche papieren, waar aan wij verzoeken ons te mogen refereeren Eenige der ander Canvooijen 321. Van de gemelde, onder Convooi van het Schip de Juffrouw Jo¬ „hanna van Rembang meede gegeevene vaartuigen op de reis naar herwaards verscheide van het zelve afgeraakt en tot heeden toe noch niet opgedaagd zijnde, te weeten, de 2: Ligters L„da Qen R er 2 der

NL-HaNA_1.04.02_3986_0289 view scan ↗

English

the 27th of July 1742 will send further. here also to have the remainder of the pepper shipped. is still something in debt for his discharge letter, requested that it may be collected in Batavia. the 27th of July 1742 two of the pantjallings for the King of Bantam thus we take the liberty of informing Your High Noble Honours thereof to prevent all confusion and disorder, with the humble assurance that as soon as those vessels have arrived here, we shall thereupon, which one thus upon arrival with the first occurring opportunity, send further to the Capital, 8. as it does not seem advisable to us, in view of the prevailing shortage of people at Batavia, to make the aforementioned ship wait so long for those vessels. Section 322. We also make use of this opportunity, in which vessel one has to send with the mentioned ship the Juffrouw Johanna the remainder of pepper on hand here, consisting of 3000 lb cubeb pepper, and 1966 lb long ditto, costing together, according to the enclosed bill of lading invoice, 1 guilder and 14 stuivers. Section 323. Furthermore, we take the liberty to also have the capital charged by the mentioned invoice for The burgher Groothuysen an amount of 12 rixdollars and 24 stuivers, which the remained. Sergeant Johannes Groothuisen, discharged into burgher status in the year 1791 and since departed for Macasser, still owes for his discharge letter, and of which we respectfully request that collection which one thus requests may take place at Batavia, as the mentioned Groothuisen was aboard the ship Rusthof, which departed thither a few days ago, and has agreed here to pay the same at Batavia, as 279 274 the 24th of July 1792 discharged from the ship Willem de Vierde could not take effect. Reasons why. The muster roll of the mentioned seafarers. the 27th of July 1792. as having no money on hand here. The payment of the 324. Furthermore, we take the liberty to attach hereto a copy of a report Javanese has not yet delivered to us by the Captain Lieutenant at Sea and Equippage Master Joseph Bossothiel, regarding the discharge here of the Javanese seafarers who arrived here from Batavia on the ship Willem de Vierde, consisting of 1 jurubatu and 22 commoners, who on the 8th of April of the previous year were taken into service here and placed on the ship Leiden, but of whom not the slightest proof of the wages which they enjoyed has been received, so that one was forced to inquire about this with those people themselves; but however much the mentioned Bossothiel at the same time stated in this his report that it appeared to him from this inquiry that the mentioned seafarers had enjoyed nothing other than the one month's advance wages provided to them here, and therefore made a request that the remainder might be paid out to them, we nevertheless believed that this could not be acted upon, on the grounds that one cannot One requests thereto rely sufficiently on the statements of these people, and we therefore 879 respectfully request that the muster roll of those seafarers may be sent to us in order to be able to regulate ourselves thereby in the payment. We have the honour to remain with the highest esteem and submission: was written below: Title; lower down: Your High Noble Honours' very humble and faithful servants; was signed: P. G. van Overstraten, J. van Santen, A. Hamel, B. J. van Nyvenheim, J. W. Crosen, the 27th of July 1742 Erdse, B. van der Worm, C. G. Tisscher, M. Meurs, and F. J. Rothenbuhler; in the margin: Samarang, the 27th of July 1792. Postscript. While closing this, there having arrived here the two lighters and two pantjallings mentioned above, which got separated on the voyage hither for the ship the Juffrouw Johanna, we take the liberty to note this herewith, and also that those vessels are now continuing the voyage to Batavia further with the mentioned ship. To the Right Honourable, Righteous and Respected Sir, Master P. G. van Overstraten, Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of Java's Northeast Coast, etc., etc. Right Honourable, Righteous and Respected Sir, The humble undersigned has the honour respectfully to inform Your Right Honourable, Righteous and Respected Sir that from the ship Willem de Vierde lying here in the roads, seventeen native seafarers, consisting of one jurubatu and 22 commoners, have been discharged, who, according to the copy of the roll present here, were taken into service here on the 8th of April of the current year on the ship Leiden, but of whom there is not the slightest proof of the wages enjoyed, wherefore the humble undersigned was forced, according to their own statement, to confirm that they received nothing at Batavia, requesting therefore very humbly that according to the list annexed hereto they may receive their wages in credit after proper deduction of the already enjoyed one month's advance, wherewith hoping to have satisfied the honoured intention of Your Right Honourable, Righteous and Respected Sir, I have the honour to sign with the deepest respect and awe. Was written below: Title; lower down: Your Right Honourable, Righteous and Respected Sir's very obedient servant; was signed: J. Bossottiel; in the margin: Samarang, the 27th of July 1792. To 279

Dutch transcription

den 27. Julij 1742 nader zal zonden. alhier ook het restant peeper laaten afschee„ „pen. is op deszelvs vrij brief noch iets schuldig ge„ „zoekt, dat te Batavia mag ingevordert wor„ „den. den 27. Julij 1742 2: der pantjallings voor den kooning van Bantam zo neemen wij de vrijheid uw Hoog Edelheeden daarvan ter vermijding van alle verwarring en Confussie kennis te geeven met hunbele verzeekering, dat zo dra die vaartuige alhier zullen gearriveerd zijn, wij die vervolgens dieman dus bij aankomst bij de eerst voorkoomende geleegentheid verder naar de Hoofdplaats zul„ 8. „len voortzenden, also het ons, nits het heerschend gebrek aan volk te Batavia niet raadzaam voor komt het voormelde schip zo langs naar die vaartuigen te doen vertoeven § 322. Wij bedienen ons ook van deeze geleegentheid, om met het gemelde Indien bodem heeft men schip de Iuffrouw Iohanna het alhier aanhanden zijnde restant van peeper te verzenden, bestaande in 3000. lb staart peeper, en 1966: „ lange d„o kostende te zamen blijkens inleijgende Cognossement factur ƒ 1. 14. — § 323. Voorts neemerwijde rijhied bij de gemtlde factur ook de hoofd„ Dde burger Groothuzen „plaats te laaten aanreekenen een bedragen van rd„s 12: 24, dat den in Anno „ bleeven. 1791: in burger vaijdom gestelde en sedert naar Macasser overgegaane Sergeart Iohannes Groothuisen voor deszelvs vrij briev noch schul„ hat welk men dus ver„ „dig is gebleeven, en waar van wij eerbiedig in steeren, dat de invordering te Batavia mag geschieden, also gemelde groothuisen zich op het voor eenige dagen naar derwaards vertrokken schip Rusthof bevonden en alhier aangenoomen heeft zulks te Batavia te zullen voldoen als 279 274 den 24e: Julij 1792 het schip willem de vierde afgedankte Ia„ gevolg kunnen neemen. reedenen waarom. de monsterrol van ge„ „melde zeevaerende. den 27. Julij 1792. als hier geen geld aan handen hebbende. De afbetolingde van don 3241. Wijders neemen wij de vrijheid deezen bij teregen Copia van een door „vaanen heeft noch geen de Capitain Lieutenant ter zee en Equipage op zichter Ioseph Boso„ „thiel aan ons overgegeeven bericht, weegens de afdunking alhier van de met het schip Willem de vierde van Batavia hier aangekoomene Ia„ „vaansche zeevarenden bestaande in 1. Junabatoe en 22. gemeene die op den 8: April b: l: alhier in dienst genomen en op het schip Leiden geplaatst zijn, doch waarvan geen het minst berijs van de gage, welke zij genooten hebben, ontvangen is, zo dat man genoodzaakt is geweest zijch desweegens bij die lieden zelvs te informeeren dan hoevel gem: BosColtiel bij dit zijn bericht tevens heeft opgegeeven, dat hem bij dit onderzoek gebleeken is, dat gem: zeevarenden niets anders als de aan hen hier verstrekte een maand gage op hand genooten hadden en derhalven verzoek heeft gedaan dat hun het overige mogt uitgekeerd worden zo hebben wij echter ver„ „meend zulks geen gevolg te kunnen laten neemen, uit hoofde men op Men verzoeket daar toe de opgaar deezen lieden geen genoeg zame staat kan maaken, en wij ver„ 879 „zoeken dus eerbiedig, dat ons de monsterrol van die zeevarende mag toegezonden worden ten einde ons in de uitbetaaling daar na te kunnen reguleeren. wij vereeren ons met de meeste hoogagting en submissie te blijven: — /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ uwer Hoog Edelheeden zeer ootmoedige en Getrouwe Dienaaren /:was geteekend:/ P: G: van Overstraten, I: van Santen, A: Hamel, B: J. van Nijvenheern I: W: Crosen den 27. Julij 1742 Erdse, B: van der Worm, C: G: Tisscher, M. Meurs en F: J:. Rothenbur„ „ler /: in margire/ Samarang den 27: Iulij 1792:— P: S: Onder het sluiten deezes alhier aangekomen zijnde de hier voor„ e van „waards vermelde vvor het schip de Juffrouw Johanna op de reis naar herwaards, afgeraakte 2. ligters en 2. partjallings zoneimen wij de vrijheid zulks bij deezen te noteeren, en ook dat die kieltjes nu met het gem: schip de reis naar Batavia verder voortzetten. Aan den WelEdele Gestrenge Achtbr Heer M:r P: G: van Overstraten Raad van Nederlands India, mitsgaders Gouverneur en Directeur open langs Javas N: 0. Kust H & & WelEdele Gestrenge Achtbaaren Heer Den needrigen teekenaar heeft de eere uwel Ed: Gestr: Achtbreerbiedigse te berusten, dat van het alhier op de Rhee leggend schip Willem de vierde, zeeventien Inlandsche zeevarende bestaande in een Jurabatoe en 22. gemeene afgedankt zijn welke blijkens de hier zijnde Copia Rolle op den 8: April AC„t op het schip Leiden alhier in dienst zijn aangenomen doch waar van geen de minste bewijs van de ge„ „notene gagie is, weshalven hij nedrigen teekenaar genoodzaakt is geweest, hun Eijgen gesigde ontvaard is dat zij te Batavia niets ontvangen hebben, versoe„ „kende dierhalven zeer ootmoedig om naar volgens de hier bij geanexeerde lijk hunne te goed hebbende gage naar behoorlijke aftrek van de reeds genootene Een md: op hand mogen erlangen - - waarmeede verhoopen aan de g'eerde Intertie van uwel Ed. Gestr: Achtbr= voldaan te hebben zo vereer ik mij met het diepste ierbied en ontsag te onderteekenen. /:onderstond:/: Titul /lager,/ uwel Ed: Gestr: Achtbr: Zeer gehoorzaame Dienaar /:was geteeken) I: Bossottiel /: in margine. /. Samarang de 27. Julij 1792 Aan 279

NL-HaNA_1.04.02_3986_0292 view scan ↗

English

Two sloops to Tagal. Batavia To His High Excellency The High Noble Stern and Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General Together with The Honourable Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. etc. High Noble Stern and Right Honourable Lord And Honourable Stern Lords Departure of the ship Huisduinen. Paragraph 325. We are currently dispatching the ship Huisduinen, which according to our submission of the 24th of the past month arrived here on 23 July, under escort of this letter to the Tagal Office, in order to return from there loaded with rice to the Capital as soon as possible, while we at the same time must not fail to inform Your High Excellencies with all respect that we have, in accordance with Your most esteemed order of 5 June last, provided as rations to that vessel 2 lasts and 36½ gantings of rice, and 2½ gantings of bacang. [illegible] and we take the liberty to inform Your High Excellencies that J. van Santen, A. Wamel, B. J. van Nijvenheim, J. W. Crosen 281 29 July 1792 that we have ordered the Resident of Tagal, Rimbgrove, that the six pieces of yawls left behind here by the ship Rusthof—which had been sent thither from here to be transported to the Capital by the ship Schagen, which was taking on cargo there at that time, but because the officers of the said vessel, according to a letter from the said Resident, raised objections to taking them in tow, they had consequently remained lying there—shall now be handed over to the ship Huisduinen for further transportation. Furthermore, we have the honour to remain with the greatest high esteem and submission underneath stood Title lower Your High Excellencies very obedient and faithful servants, underneath that stood in the absence of the Lord Governor and Director of this Coast was signed J. van Santen, J. W. Crosen, B. van der Worm, C. G. Fisscher, M. Meurs in the margin Semarang, 29 July 1792 To The reply to Your High Excellencies' letter is postponed to a later occasion. Arrival of the retired Governor of Banda, Haga. Batavia To His High Excellency The High Noble Stern and Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General Together with The Honourable Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. etc. High Noble Stern and Right Honourable Lord Honourable Stern Lords Paragraph 327. Duly noting with respect the good receipt of Your High Excellencies' most venerated letters of 27 and 1 July last, to which we request permission to postpone the reply until a further occasion, we have the honour to report to Your High Excellency that the Governor of Banda, Mr. Haga, arrived here on the 6th of this month from the Eastern Corner on the ship Doggersbank, and will depart further for the Capital at the first available opportunity. Paragraph 328. We also take the liberty to inform Your High Excellencies that the J. van Santen, A. Wamel, B. J. van Nijvenheim, J. W. Crosen 29 July 1792 And 283 27 August 1792 The bark the Eensgezindheid destined for Banjarmasin has run aground on the island of Raas, but was fortunately brought into float water again. bark the Eensgezindheid destined for Banjarmasin, which had continued its voyage thither through the strait because the officers presumed that they would not be able to manage the journey north around Madura, ran aground on the island of Raas, in such a manner as Your High Excellencies, if you please, will be able to see in further detail from the accompanying copies of letters, both from the Resident of Sumenep, Schelkes, and from the Master of the said bark the Eensgezindheid, Reiniersen, to which we request permission to refer, with respectful notice that the said bark the Eensgezindheid, notwithstanding that it was stuck approximately 150 feet far onto the reef, was nevertheless fortunately brought into float water again, although the commissioners sent on board, according to their report given thereof and also accompanying this in copy, reported that small vessel to be in such poor condition that the cargo would have to be unloaded, with which they were indeed already busy, because the rudder had also been completely wrecked, which however was later found not to be of so much importance; because from another report from the aforementioned commissioners, of which we likewise offer Your High Excellencies a copy herewith, it appears that the rudder was not only repaired and the leakage minor, but also that the goods unloaded from that small vessel were reloaded again in order to be able to continue the voyage, as Master Reiniers with his other officers made no difficulty in doing so, which was further confirmed by a copy of a letter sent to us by the Surabaya Administrators from the Master Attendant stationed there, Johannes.

Dutch transcription

Thuer schuinen naar Tagal. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaaren Heer Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch India &„a &„a &„ Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Heer En WelEdele Gestrenge Heeren vertrek van het schip §325. Het schip Zuisduiven dat volgens onze submisse van den 24. der gepasseerde maand op den 23. Iulij alhier gearriveerd is, laten wij thans onder geliede dezes naar het Comptoir Tagal vertrekken om aldaar so spoedig doenlijk is met rijst beladen na de Hoofdplaats te rug te ka„ „ren, terwijl wij teffens niet mogen afzijn uwe Hoog Edelh: in alle eerbied te bedeelen, dat alhier aan dien kiel navolgens Hoogst Derzelve geeerd aanschrijven van den 5. ' Juni l: l: tot randzoen hebben laten verstrokken 2: lasten en 36½. ganting rijst, en 2½ ganting batjang deter din imptie ge 6: erden en wij de vijkies uw Hoog delheden te bededen, dat I: van Santen, A: Wamel, B. J. van Nijvenheim I: W: Crosen - 281 den 29. Julij 1792 men dien bodem meede geenen. dat wij den Tagals Resident rimbgrove hebben gelast, om de door het „gende 6. pees Tollen, zal schip Rusthof alhier agtergelaten ses pees, Jollen welke men van hier na derwaards had verzonden om oper het schip schagen, dat te dier tijd aldaar in lading lag na de Hoofdplaats te werden vervoert, dog door de overheeden van gemelden Bodem, volgens schrijven van gedagte Resi¬ „den't swarigheid gemaakt is die op sleeptour meede te nemen, en dus ook aldaar zijn blijven leggen dezelven als nu aan het schip Huisdieinen ten verdere transporteering meede te geeven. Overigens vereeren wij ons met de meeste hoog achting en submissi te blijven /:onderstond / Titul /: Lager/ riner Hoog Edelheeden zeer gehoorzaane en „getrouwe dienaaren, / daar onder stond/ bij absentie van den Heere Gouver„ „reur en Directeur da ze kust /:was geteekend/ I: van Santen, I: W: Crose, B. van der Worm, C. G. Fisschen, M. Meurs /: in margine:/ Samarany den 29. Julij 1792 Aan De beantwaording van stelt men tot een nadere occasie rut. komste van den afgegae„ „nen Sandas Goudvernur Haga. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid: Den Hoog Edel Gestrenge Groot Achtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal Beneevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlands India H„o H„ H„e Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaare Heer. WelEdele Gestrenge Heeren suen Hoog Ed: e sussive §327. Onder eerbiedige notitie van de goede ontvangst van riwer Hoog Edelheeden zeer gevenereerde missives van den 27 en 1. Julij l: l:, waar op wij verzoeken het antwoord tot een nadere geleegentheid te mogen uitstellen hebben wij de eer uw Hoog Ed: te berichten dat den Heer Bandas Gouverneur Haga op den 6„' deezer met het schip Doggersbank uit den oostboek al„ „hier aangekomen is en bij eerst voorkoomende gelegentheid verder naar de Hoofdplaats zal vertrekken— ze naar Ban jermasins 328. ok neemen wij de vrijheid uw Hoog Edelheeden te berichten, dat de naar I: van Santen, A: Wamel, B3. J. van Nijvenheern I: W: den 29. Julij 1792 Crosen En 283 den 27. Augs 1742 Een sgezindheid. geraakt. vlot waater gebracht. naar Banjermassing gedestineerde bark de Eens gezindheid, die de reis naar gedestineerde bark de derwaards door den trechter had voortgezet, om reederen de overheeden ver„ „meerden, dat zij de reis benoorden Madura om niet zouden burner krij„ „gen, ten eilande Raas is vastgeraakt, invoegen uw Hoog Edelheeden. Is ten Eilande Raaf vast des behagende, nader zullen kunnen beoogen uit de deeze verzellende Copia brieven, zo van den sumanaps Resident schelkes als van de Gezaghebber van gem: bark de Eens gesindheid Reiniersen, waar aan wij verzoeken ons te mogen refereeren onder eerbiedige notitie dat gem: bark de Eensgezindheid niet teegenstaande dezelve wel Circa 150. v„t ver op het rif vast zat, echter needergelutkig op vlot water is ge„ doch weeder gelukting op„ „brasht, schoonde naar boord gezondene gecommitteerdens, volgens derzelver daar van gegeeven bericht deezen meede in Copia verzellende. dat kieltje zodanig bek, hebben opgegeeven, dat de lading zoude moeten worden ontlost en waarmeede men ook werkelijk reeds bezig was, vermits het roer ook ten eenemaal ontramponeerd was geraakt, dan het welk nader hand bevonden wierd niet van zo veel belang te weezen; vermits uit een ander bericht van opgen:t gecommitteerdens waar van wij uw Hoog Edelheeden almeede hier bij Copia aanbieden, blijkt dat het roer niet alleen gerepareerd en de letkage gering was, maar dat ook de uit dat kieltje geloste goederen weeder in gelaaden werden, ter einde de reis te kunnen voortzetten, also den Gesaghebber Reiniers met zijne ver„ „dere officieren geen swarigheid daar in maakte 't welke nader beves„ „tigd ward uit een door den sourabaijasch Bedierders ons toegezon„ „dene Copia brief van den aldaar beschedene Equipage op zichter Johannes e

← previousnext →