Inventory 4315
Cape · 616 pages · 122 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
has been hindered, both for the aforementioned reason and by what has further occurred, namely, that the quantities of the same are not proportioned to the prices, of which one has become convinced from the confrontation with what private individuals have obtained in the permitted coasts, so that it has become almost impossible to sell those goods without loss to the Company, and out of the articles specified at that time it will be durable only to send out on the Company's behalf the following, whose volume is too large for private individuals to be able to obtain: Namely Clinkers Large Bricks Hamburg Pipe Staves and Whole iron Leaguer hoops Iron Smithing coal, as much as the hold space can permit. However, to sell these articles in no other way than by public auction would be detrimental to the Company and would bring no benefit to the inhabitants, since at the said sales there would only be an opportunity to provide for those who happen to need them at such time, while the remainder could be bought up by this or that person who, aiming only at a temporary profit, would thereby be able to oppress other fellow inhabitants. And that it would therefore be of more advantage to the one, and more useful, nay even to greater satisfaction to the other side, if, while the prices of those goods remain equitably proportioned, upon their arrival as much of them were sold by public auction as can be done for those prices, and that for the rest there successively be further supplied to the inhabitants at the same prices as much as they happen to need. But since, concerning the remaining articles, one can have no prospect of profit if one were to continue on the tested, yet in outcome poorly succeeded footing, we think we should submit for the consideration of Your Right Honorable Nobles whether it would not agree more with their supreme purpose and the interests of the Honorable Company, if it were investigated whether the merchants in this place would be inclined to demand all the goods which they desire to have from the fatherland themselves from their correspondents or factors, and to have the same packed into chests and crates by them, and dispatched as well as sent over hither on the Company's vessels, to be unloaded and delivered here according to the address of the said factors and suppliers, in order that by those who shall have demanded and received the same goods, the amount of the accounts or invoices sent to them for the benefit of the said factors may be paid here into the Company's treasury under receipt, with an advance of 45 percent for the profit of the Honorable Company, covering the risk of the sea, freight, and remittance, all to be borne by the Company; and that then in the fatherland, proof having been shown of the said payment made here into the Company's treasury, after the conclusion of the sales held on the Company's behalf or upon a fixed passage of time, disbursement of the amount of his account or invoice paid here also be made to the supplier or factor there. Which manner of proceeding, in our view, is also best suited, on the one hand, to give the merchant here the freedom to have the goods brought over from the fatherland according to his sales, and also to provide the colonist therewith with convenience; as well as, on the other hand, to bring the Honorable Company the advantage of the said advance for a space that would otherwise have to remain open in the ships, which with the aforementioned articles remaining to the Honorable Company can, as it were, only be brought on their ballast. And in which manner of getting goods over hither for the colony it is trusted that it will not only be gladly entered into here, because a merchant otherwise must calculate the risk for his agent and the remittance of the monies as high as the said advance for the Honorable Company is stated, and meanwhile is always embarrassed to be able to remit the payment at the proper time; but which must also be acceptable in the fatherland to the merchants, as it opens to them a better way both for the dispatch of the goods and the receipt of payment; while meanwhile the said advance should have to be set higher according to the volume of the goods according to a tariff that ought to be drawn up for that purpose. Which appears all the more acceptable, since thereby would also be removed the uncertainty to which the Honorable Company would always be exposed, of suffering a great loss instead of obtaining a profit from the sales of the goods at public auctions, or even recovering the expenses that must be calculated thereon. And regarding the question whether it would also serve the general utility and satisfaction if everything brought in by foreign ships were sold at public sale, we think we must submit to Your Right Honorable Nobles that to place an absolute obligation to this effect on the foreigners would, on the one hand, deter them from the trade to this place and thus also cause a smaller vent in the country's products, and on the other hand would also deprive the inhabitants of the opportunity to enter into some agreement with the foreign nations, often solely on speculations for the bringing in of one assortment of goods or another. Subject to correction, it would on the contrary serve to more benefit for the colony and also to advantage for the Company, if the foreigners were merely prevented from arrogating to themselves that which ought to remain to the inhabitants alone, namely, of selling out their goods piece by piece in small parcels; and on the goods brought by foreign ships and also by those of the Company,
Dutch transcription
436 belemmerd is, zo ter zake voorsz als het geene nog daarbij is geko„ „men, dat derselver quantiteiten niet na de prijzen geEvenreedigd zijn, waar van men uit de Confrontatie met het geene parti„ „culieren in de gepermitteerde kus„ „ten bekomen hebben, overtuigd is geworden, zulx leyna onmogelijk is geworden, zonder verlies voor de Comp=e die goederen te kunnen verkopen, en uit de articuls te dier tijd opgegeeven alleen bestend Comp=s weegen zal uit te zenden zij de volgende welkers volume te groot is, dan dat particulieren Klinkers Prauwe Moppen Hamburger Pippeduigen en ijzere heele Leggers banden Deeze Articuls egter niet anders als p:r vendutie te verko„ „pen, nadeelig voor de Comp:e zijn, en d: Ingezeetenen geen nut aanbrengen zoude, nadien bij de gem: Verkopingen alleen geleegentheid zoude weesen om zig dezelve bekomen kunnen als Namentlijk ijzer Smeekolen, zo veel immers de ruimten toelaten kan dezelven ten 437 te voorzien voor de geene die op zodanige tijd daarvan komen te benodigen, terwijl het overige inge„ kogt zoude kunnen worden, door deeze of geene, die alleen een tempo„ „reel gewin beoogende, daar door in staat zoude weesen, andere med Jngezeetenen te drukken. En dat het daarom van meer voordeel aan d'eene, en nuttiger, Ia ook tot een meer genoegen aan d'ande zijde weezen zoude, wanneer de prijsen dier goederen naar billij „heid geproportioneerd blijvende, bij derselver aanbreng zo veel daa van p:r Vendutie werden verkog Maar nadien men om„ „trend doverige Articuls, geen voor uitzicht van voordeel hebben kan, wanneer daar mede op den geprobeerden, dog bij uitkomst kwalijk gereuisseerden voet wierd voortgevaren meenen wij aan uwe wel Edele Hoog Agtb: in Consideratie te moeten geeven of het niet meeder met hoogst als voor die prijzen geschieden kan, en dat men voor het overige teegens dezelve prijzen al verder successivelijk aan d' Ingezeetenen verstrekt zo veel zij komen te be„ „nodigen. als derselve 438 derselver oogmerk ende belangen van dE Comp=e over eenkomen zoude, wanneer onderzogt wierd of de Negotianten ter dezer plaatzen zouder willen inclineeren om alle de goederen die zij be„ geeren uit het vaderland te heb„ ben zelve bij derselver Correspon „denten of Factoors te Eijsschen en door dezelve inde kisten en kasten te doen afpakken, en bezorgen mitsg:s met s Comp„s Bodems naar herwaards ove zenden, om na het Adres van gem: Factoors en Leverancier alhier te werden ontscheept en afgegeeven ten einde door de geenen die dezelve goederen zullen hebben g'Eijscht en ont„ fangen, het bedragen der daar van aan hun overgezondens reekeningen of Factuuren ten behoeve derselve Factoors onder quitantie alhier in 's Comp Cassa te werden betaald, met een advans van 45 pC=to ten profijte der E Comp:e zo voor de risico der Zee en Vragt; als remise alle bij de Comp:e te dragen, en dat dan in het Vaderland van de gem: alhier gepresteerde betalinge in 's Comp afgegeeven Cassa 8 6uit 439 Cassa zijnde gebleeken, na het aflopen der Comp weegen gehouden wordende Verkopingen of op eenen Vasten verloop van tijd ook aan den Leverancier off Factoor aldaar uitkeering geschi „den van het bedragen sijne alhier betaalde Reekening of Fractuur„ welke wijze van doen na ons inzien ook het beste geschikt is aan d'eene zijde, om, en den Negotiant alhier de Vrijheid te geeven, na mate van sijn vertie de goederen uit het Vaderland te doen overkomen, en ook den Polo„ „niest daar mede te doen geriep woer als aan d'andere zijde, om d E Comp=e het voordeel aan te bren„ „gen, van het gem: advans voor een ruimte die anderzints in de scheepen welke met de voorsz aan d E Comp:e blyven de Articuls als het ware slegts op haar ballast kunnen gebragt worden, zoude moeten open blijven. En s buit in welke manier, om voor de Colonie goederen herwaards over te krijgen men vertrouwd dat niet alleen hier gaarne zal werden getreeden omdat een Negotiant de resico voor sijn Commissionaris, en de remise als der en b 440 der penningen als anderzints zo hoog nemen moet, als het gem Advans voor d EComp:e is opgegee ven en ondertusschen altoos geambarasseerd is, om de beta„ „linge ter behoorlijker tijd te kunnen remitteeren, maar die ook in't Vaderland voor den Cooplieden aanneemelijk zijn moet, als hun eenen beteren weg zo tot d'afzending der goederen als het ontfangen der betaling openende; Terwijl ondertussch het gem: advans hoger zouden me „ten werden genomen, naar mats van de Volume der goederen val „gens eenen Tax die daarvan zoude behoren te werden gefor„ „meerd. Het geen zo veel te aanneemelijker voorkomt, aange zien hierdoor ook ontruimd zoude zijn, de onzeekerheid waar aan dE Comp:e altoos bloot gesteld weesen zoude van door de ver„ kopingen der goederen bij pu„ blicque Vendutiën in Steede van voordeel te behalen, of zelfs de ongelden die daarop bereekend werden moeten, te recouvreeren in teegendeel groot verlies te leiden En: belangende de Vraag of ook ten algemeenen nutte „gens 441 en genoege strekken zoude, wan„ „neer alles hetgeen door de Vreemden scheepen aangebragt werd bij Publicque Verkoping wierd verkogt, meenen wij uwe wel Edele Hoog Agtb: te moeten voorstellen, dat eene absolute verpligtinge hiertoe op de Vreemdelingen te leggen, aan de eene kant dezelve van den Vaart op deze plaats afsehrikken en dus ook een minder Vertier in slands producten veroorzaken en aan d'andere zijde d' Jngezeete „nen mede ontzetten zoude van den geleegendheijd, om dikwils alleen op speculatien tot het aanbrengen van de eene of andere sorteering van goederen eenig accoord met de Vreemde Natiën aan te gaan. + Maar zoude onder ver beeteringe in teegendeel van meer nut voor de Colonie en ook tot voordeel voor de Maatschappije Verstrekken, wanneer de Vreemde lingen slegts versindert wierden om zig aan te matigen het geene aan d' Ingezeetenen alleen behoord over te blijven, van Namentlijk hare goederen bij st stuk op kleinen parthijen uit te verkopen en op de goederen met Vreemde scheepen en ook met die van de Compagnie, Van aenders
English
other than in the manner aforesaid arriving from Europe, as also on goods, whether in the Company's ships, under the allowances permitted to the authorities, or those imported by Foreign Nations from the Indies, a customs duty of Five per cent was levied, and this duty was farmed out. However, since by the introduction of this tax, along with that which is further to be proposed regarding the export of the country's produce, and the prohibition on the importation of slaves by Foreign Nations, of which mention was made earlier, would be entirely removed, such means of income as have until this time been attached to the Fiscal's Office in this government—although that which was enjoyed by that office therefrom, by virtue of the fact that such could never be recognized as a legitimate and rightfully belonging income, has always been determined at his pleasure, and thus considerably curtailed—wherefore it would also, on the one hand, be more fortunate for that official, and on the other hand tend both to the benefit of the Inhabitants and the advantage of the Honourable Company, if this proposal were approved, and as compensation for the Office of Fiscal, it being of the highest importance to this Government and this Colony that the same be conscientiously administered without needing to resort to indirect ways to obtain its advantages, a sum of 15000 rixdollars or 36000 Dutch guilders to be paid from the Company's treasury here were substituted in its place; as that which, considering the troubles and diligence of that Office, Regarding the Frauds committed in the matter of the Tithes, as has clearly appeared to your Right Honourable High Mightinesses from the considerations of the repatriated Governor van Plettenberg, and the state and assessment conducted and maintained therein, must not be considered too high, against which the aforesaid revenues to be withdrawn therefrom and transferred to the Company by a regular levy would amply compensate and bring a considerable advantage to the Company, we take the liberty, in compliance with the requested report on whether the same could also be levied in a better and more advantageous manner, dutifully to propose that the aforementioned Frauds arise because the Tithes of grain are calculated on everything the Farmer has harvested, and this according to the return that each Inhabitant is obliged to make annually, and which general amount of Tithes is deducted from him upon payment for what is delivered to the Honourable Company. However, because this tax is thereby placed directly upon the Farmer himself, who also very naturally understands that not much would remain for his subsistence if he were to act faithfully and without reservation in the return of his Grains according to what was required of him, and therefore it has always had to be tolerated through connivance that those Inhabitants, in order to evade such a burden, did not declare the quantity of ordinary grains larger than for as much as was delivered to the Honourable Company, in order to undergo the deduction of the Tithes on that alone, without a strict Placaat, which was enacted in the Year 1776 to counter this fraud in the return, having brought about anything other than great dissatisfaction among the Grain-growing Inhabitants. In this regard, it appears as the most convenient means if, just as in the case of wines under the Name of Vatgeld, the Tithes were also levied on all Grains passing the Castle, in the Name of the person who brings them from the Country, or the private individuals who receive them upon delivery. Thereby the Farmer would have the freedom to have that burden borne chimerecly by another, and, imagining for himself the example of the wines, of whose equitable taxation people are so well persuaded that not the least complaint arises against it, he could also have nothing against paying under the Name of passage money the following customs duty, being the Tithe calculated according to the prices that the Company ordinarily pays for Grains, Namely: for 1 Mud of Wheat: 12 stivers 1 Mud of Rye: 10 stivers 1 Mud of Barley: 6 stivers 1 Mud of Peas: 24 stivers 1 Mud of Beans: 20 stivers leaving then to the Farmer, Free from Tithes, that which he must keep for Bread and new seed, and likewise that which he trades in the Country for wine, Cattle, or other necessities. To which could then also be placed on the export of those Products by Foreign Nations, as is the case with wines, the following Impositions, Namely: for 1 Mud of Wheat: 16 Stivers 1 Mud of Rye: 12 Stivers 1 Mud of Barley: 12 Stivers 1 Mud of Peas: 36 Stivers 1 Mud of Beans: 36 Stivers 100 lb Flour: 8 Stivers 100 lb Biscuit: 8 Stivers While the aforesaid passage money of Grains, just like the Vatgeld of wines, by the
Dutch transcription
442 anders dan in maniere voorsz uit Europa overkomende, gelijk mede op de goederen, zo die in 's Comp scheepen, onder de aan d'overheeden gepermitteerde Lasten, als dewelke door de Vreemde Natiën uit Indiën aangebragt werden, een Douane van Vyff pC=to gelegd, en dit Recht verpagt wierd. Dan aangezien door de invoering dezer belasting met het geene nader als zodanig om „trend den uitvoer van 's Lands pro„ „ducten staat te werden geproponeerd en het verbod op den aanbreng van slaven door Vreemde Natien waar van hiervooren gesproken is, geheel weg genomen zoude werden, zodanige middelen van Inkom, „sten, als tot op deezen tijd aan het Fiscaals Amps, in dit souver„ „nement zijn geaccrocheerd geweest, schoon men het geene bij dat officie daarvan gejouisseerd wierd, uit hoofde dat zulx nimmer als een daar aan Competeerend en regtma„ tig inkomen konde erkend worden, altoos na syn welgevallen heeft kunnen bepalen, en dus Considerabel besnoeien, waarom het ook aan d' eene zijde gelukkiger voor dien Amptenaar, en aan d'andere van kant 443 kant zo tot beste der Ingezeetenen als voordeel der E Comp:e strekken zoude, wanneer deeze propositie gegouteerd, en tot dedomagement voor het Ampt van Fiscaal als dit Gouvernement en deze Colonie sen hoogsten aangeleegen zijnde dat hetzelve gemoedelijk werd geadministreerd, zonder nodig te hebben indirecte weegen tot het behalen van desselfs voordeelen in te slaan, een Somma van rd:s 15000: of ƒ 36000 Htoll: uit 's Comp: Cassa alhier te betalen, wierde in de plaat gesteld; als het geene na de moeiten en zorgveldigheid van dat Amp=t Belangende de Frandes int stuk der Thiendens gepleegd werdende, zo als zulx aan uwe wel Edele Hoog EAgtb: uit den Consideratien van den gerepatrieerde en den staat en ommeslag die daar bij gevoerd, en aangehouden. werden, moet, niet te hoog geno„ „men is, waar teegen de voorsz: daarvan te ontrekkene en aan de Comp=e over te brengene inkom„ „sten door eene gereegelde heffig ruim opweegen, en de Comp:en een aanzienlijk voordeel aanbrengen zouden en Heeren is buit 444 Heere Gouverneur van Plettenberg duidelijk is voorgekomen, nemen wij de vryheid ter voldoeninge aan het gevordert berigt, of dezelven ook op eene betere en voordeeliger wijze zouden kunnen werden geheeven pligtschuldig voor te dragen, dat de gem: Fraudes ontstaan door dien de Thiendens der granen werden bereekend, van al het geene den Landman gewonnen heeft, ende zulx volgens de opgaaf die ieder Ingezeetenen verpligt is, jaarlijx te doen en welk generaal bedragen der Thiendens, hem bij uitbetalen van het geleeverde aan d'EComp: wd gedecorteerd. Dan dewijl die belasting hier door direct op den Landman zelve werd gebragt, die ook zeer natuurlijk begrijpt dat hem niet veel tot syn bestaan overblyven zoude, wanneer hij in den opgaaf zijner Franen, na het geene van hem gevergd werd trouw en zonder agterhoudentheid te werk wilde gaan, en overzulx altoos oogluikend heeft moeten werden gedoogd, dat die Ingezee, „tenen, om zodanig bezwaar te ontduiken, de quantiteit der gewone granen niet grote opgeeven als voor zo veel aan d' EComp:s gelee gedecorteerd „verd. 445 verd ruerd, om daarvan alleen de korting der Thiendens te ondergaa zonder dat een streng, Placcaat hetwelk in den Iare 1776, om deze fraude in den opgaaf tegen te gaan is g'Emaneerd geworden, iets anders als een groot misnoegen onder de Traan bouwende Inge „zeetenen te weeg gebragt heeft. ten deezen aanzien als het ge„ voeglijkst middel voorkomt, Wanneer even als ten opzigte der wynen, onder den Naam van Vatgeld plaats heeft ook van alle Pranen die het Ehstel passeeren, op den Naam de geene die dezelve uit het Land opbrengd, of de particulieren die dezelve bij leevering ontfangen de Thiendens werden geheeven. waardoor den Landman de vrijheid hebben zoude dien last Chimericq door een ander te doen dragen, en denzelven zig het Exempel der wynen voorstellende van welkers billijke belasting men zo wel overreed is, dat daar teegen geen de minste doleantie voorkomt, 'er ook niet teegen zoude kunnen hebben, dat onder de Naam van passagie geld betaald wierd, da volgende douane„ geene zijnde 18 becit en 446 zynde de Thiende gereekend na de prijzen die de Comp:en voor de Granen ordinair betaald Na mentlijk voor 1 Mud Tarwe. . . . . . . . 12 st: 1 — Rogge. . . . . . . . 10„ 1 — Parst - - - - - - - - - - 6„ 1 — Erwten. . . - - - 24 „ 1 — Bonen. . . . . . 20„ blijvende dan aan den Landman Vrij van Thiendens over het geene hij tot Brood en nieuw zad aanhouden moet, en zo mede het geen hij teegen wijn, Vee, of ander „re noodwendigheeden in het Lan Verhandelt. - Waarbij dan nog op den uitvoer dier Producten door Vreemde Natiën, gelijk met de wijnen plaats heeft zouden kunnen worden gelegd, de vol„ „gende Impositien Namentlijk voor 1 Mud Tarw. - . . . . . . . . 16 Stuiv=s 1 — Rogge - - - - - . 12_ 1 _o Parst - - - - 12 _ 1 „ — Erwten. . . . . . . . . 36. — 1 — Bonen. . . . 36: — 100 lb Meel. . . . . . . . . 8. _o 100 „ Biscuit. . . . . . . . 8. _o Terwijl het voorsz: passagie geld der Franen, even gelijk het Vatgeld der wijnen door waar de „
English
to be fetched from the Gddens, whereas on the contrary the duty on their export could also be farmed out in the same manner as that on wines. And we further take this opportunity the liberty to demonstrate to Your Right Honourable Honours that until now it has become an established custom for loan places to pass from one possessor to another without the Company enjoying any duty from the purchase money promised or paid, nominally for the superstructures of the loan places; notwithstanding that it has been established from of old that both for places and for plots and houses held in ownership, if the same are alienated within three years after the grant of the land, the tenth, and if that alienation occurs within ten years, the twentieth, but ten years having elapsed after the grant, the fortieth penny of the purchase money was paid to the Company. It is true that the Company enjoys an annual income of 24 rixdollars for each of the loan places, and has the right to revoke such places and grant them out again to others; but to make use of this right, as has indeed occurred in very rare cases, is considered by the person who undergoes it to be such a hardship imposed upon him that it is regarded far more as an infringement of a right he imagines himself to possess than as a fair treatment, as the character and nature of the matter also entails. And the said annual payment of 24 rixdollars on each loan place can also present no obstacle as to why the same could not and should not, just like other real estate held in freehold, be made subject to a payment of duty for the transfer upon alienation; since many places which have been granted in ownership since the year 1743, though subject to that same annual tax as the loan places, are nevertheless not exempt upon alienation, but in respect of them, just as for all other real estate, the aforesaid 10th, 20th, and 40th penny of the purchase amount must be paid. And moreover, very little would be paid for the superstructures of the loan places if the buyer could not rest assured that, upon petitioning for it, he would obtain the place on loan, for and on account of which the price is actually set, and according to the value of which the purchase moneys are adjusted, even if no wood or any timberwork for superstructure is found on the place. We therefore believe it could be introduced with the greatest equity that henceforth, whenever any loan place is sold or alienated with the express consent of the undersigned Governor or Chief Commander, no transfer of the same shall be permitted to take place before the tenth penny of the true purchase amount has first been paid into the Company's treasury; and this as often as the sale or alienation occurs, on pain of nullity of the purchase entered into, and that the loan of the place shall be deemed forfeited, in addition to arbitrary corrections according to the merits of the fraud committed. And in order to prevent this fraud, it could also be enacted that proper deeds of transport should henceforth be executed for the loan places, with this distinction, however, that just as it would be demanding too much of the far-dwelling country folk, who possess more loan places, to have to stay at the bay for several days for this purpose—where the deeds of transfer of other real estate are executed before commissioners from the Court of Justice—the transports of the same could be passed before a notary and witnesses; provided it is shown to the same before executing the deed that the aforesaid tenth penny has been paid to the Company, and they are obliged to declare such in the deed itself. Just as furthermore, in case the seller should happen to be in arrears with the payment of his annual loan pence, without as yet having the means to perform such, no transfer of the place ought to take place, unless the buyer is prepared to take over those arrears under a legal bond on the superstructure of the loan place. Yet, since Your Right Honourable Honours might be pleased to remark that, whereas according to what is said above, the tenth penny would invariably have to be paid on the purchase money of the loan places, whilst on that of other real estate this is reduced down to the fortieth penny, proper proportionality would not be observed, we take the liberty, for Your Honours' further elucidation, to add here that this difference ought to take place precisely in this way, as serving to encourage every possessor of any loan place to petition for the same place in freehold, to the end that, ownership being granted, in proportion to
Dutch transcription
447 de Gddens op te halen zijnde, daar en teegen den Impost op derselver uitvoer mede op den voer als die der wijnen zoude kunnen werden verpagt. - En neemen wij bij deeze geleegentheid al verder de vrijheid uwe wel Edele Hoog Agtb: te vertonen, dat tot nu toe als een gevestigd gebruik de Leenings plaatzen van den eenen bezitter tot den anderen overgaak, zonder dat van de Cooppenningen, zoge¬ „naamd voor de opstallen der Leenings Plaatzen uitgeloofd of betaald werdende, d Comp:s eenige geregtigheid komt te genieten, niet teegenstaande al van ouds stand gegreepen heeft, dat zo wel van Plaatzen, als Erven en Huizen in Eigendom bezeeten werdende, wanneer dezelve binnen drie Iaren na de uitgifte van den grond werden veralieneerd, den Thienden, en wanneer die vervreem „ding binnen Thien Iaren geschied, den Twintigsten, dog Thien Iaren na den uitgift verstreeken zijnde den Veertigsten penning van de Cooppenningen aan de Comp:s werd betaald. betaald Tis 448 Tis wel waar dat de Comp van de Leenings Plaatzen een Iaarlijx inkomen van rd. s 24. voor ieder geniet, en het Recht heeft, om zodanige Plaatzen in te trekken en weeder aan anderen uit te geeven dan van dit Rrecht gebruik te maken, zo als bij zeer zeldzamen gevallen, wel plaats heeft gehad. word bij de geenen die zulx onder gaat verondersteld eene zodanige hardigheid hem te worden opgeleg dat daar uit veel eer een Verkor„ „ting van het hem in verbeelding toekomend recit, dan eene beha„ „deling opgevat word, zo als der aart en natuur der zake zulx meede brengd En kan ook de gem: Jaarlijxe betaling van rd:s 24. op ieder Leenings plaats geen hinder toebrengen, waarom dezelve niet even als de andere eigendoms vaste goederen van eene betaling van Geregtigheid voor den overdragt bij vervreemding sujet zoude kunnen en behoren te werden gemaakt, daar veele Plaatzen die zeedert het Iaar 1743 in Eigendom uitgegeeven zijn onder die zelfde Iaarlijxe belasting als de Leenings Plaatzen leg„ aart „gende 449 gende evenwel bij vervreemding ni uitgesloten zijn, maar omtrend dezelve even als van alle andere vaste goederen den voorsz 10=den 20=te en 40a penning van het koop bedragen, moet werden betaald, en dat bovendien voor de opstallen der Leenings Plaatzen zeer wijnig zoude werden gemaakt, wanneer den koper zig niet verzeekerd konde houden van daarom ver zoekende, de plaats in Leening te zullen verkrijgen, om en voorwelke men eigentlijk den prijs maakt en na welkers waarde al is t ook dat 'er geen out of eenige Timmerag Wij meenen derhalven met de grootste billijkheid te zullen kunnen werden ingevoerd, dat voortaan wanneer eenig leenings plaats met expresse bewilliging van den ondergeteek: Gouverneur of Hoofd Sebieder werd verkogt ofte veralieneerd, van dezelve geen overdragt zal mogen geschieden„ dan na dat alvorens in 's Comp: Cassa zal weesen betaald den Thienden penning van het ware koops bedragen ende zulx zo dikwerf de Verkoping voor opstal op de plaats gevonden word, de kooppenningen gerigt werden voor ofte 450 ofte veralieneering geschied, op paene van nulliteit der aangegane koop, en dat de leening der plaat voor vervallen zal werden gehouden mitsg:s arbitrale Correctien na merite der gepleegde fraude daar en boven En zoude om deeze fraude voo te komen ook kunnen werden ge statueerd, dat van de Leening plaat „sen voortaan zouden moeten werd gepasseerd behoorlijke actens van Transport, met dat onderscheid no „thans, dat gelijk het van de verre wonende landlieden /:welke meer leeniggs plaatzen bezitten, te ver zoude gevergd zijn, om zig daartoe eenige dagen aan de baab te moeten ophouden, daarvan ande „re vaste goederen de actens van overdragt werden gepasseerd voor gecommitteerdens uit den Raad van Iustitie, de Transporten der„ „selve zouden kunnen werden ver„ „leend voor Notaris en getuijgen: mits aan dezelve alvorens de Acte te passeeren van de voldoening der voorsz Thienden penning, „gen aan de Comp=e kome te blij „ken, en zij gehouden zijn zulx in de Acte zelve te declareeren: Gelijk al verders ingevallen zouden den 451 den verkoper in de betalinge sij ner Iaarlijxe Leenings penn=n ten agteren weesen mogt, zonder als nog het vermogen te hebben om zulx te presteeren, geen over „dragt van de plaats zoude behoren te geschieden, ten ware dan koper bereid is, dat agterweesen onder een legaal verband op den opstal der Loenings plaats over te neemen Dan aangezien rwe wel Edele Hoog Agtb: zouden gelieven aan te merken, dat nadien volgens het geene voor „zegt is, van de Cooppemn=n de Lee „nings Plaatzen, onveranderlijk zoude moeten werden betaald den Thienden penning daar van die der andere vaste goederen zulx tot op den Veertigsten penn: Verminderd, de behoorlijke even „reedigheid niet zoude werden be„ „tragt nemen wij de Vrijheijd tot hoogst derselver nadere Eluci„ „datien hier nog bij te voegen, dat dit verschil alzo zoude behoren plaats te grijpen, als dienen kun „nende om ieder bezitter van eenige Leenings plaats aan te sporen dezelve plaats in Eijgendom te Versoeken, ten einde den eigendom verleend werdende na maten van zouden den
English
the value of the property, as has always been aimed for on such occasions, to obtain a lump sum in recognition for the Company, subject to the perpetual obligation attached to the property of an annual payment of 24 rixdollars, as mentioned here before, which is currently observed in the granting of properties in freehold, and without prejudice to the changing duty on the purchase money as with other real estate. And besides the aforementioned profits for the Company, consideration could also be given to an increase in the small stamp duty on some articles that could best bear it; the collateral tax; the establishment of a loan bank, and that of a lottery; of which we do not doubt that the Commissioners to be mentioned hereafter, in accordance with what has been requested of them, will indeed take account, in order to present them among the means that ought to improve the revenues for the Company. Furthermore, as a matter regarding which Your Right Honourable Worships most strongly recommend that particular attention shall be directed, as appears in Your aforementioned Letter, to the dispersion of the colonists, in order to check its further progress, we dare to assure Your Right Honourable Worships most respectfully that with redoubled attention, in all measures to be taken, heed will be paid to answering the intended purpose herein. However, since Your Right Honourable Worships, on the basis of what appears regarding this in the often-mentioned Memorial, have likewise been pleased to recommend to always be mindful of such means by which agriculture might perhaps gradually be organized in the manner of the Fatherland, and to make the colonists subservient to one another; we will take the liberty most submissively to demonstrate to Your Right Honourable Worships that however much every one of us is persuaded of the benefit, the prosperity, and the happiness that are contained therein both for the Colony and for the Honourable Company, and however gladly one would therefore wish to apply all means and powers thereto, such must nevertheless be considered a matter of absolute impossibility. This was likewise admitted by those among the signatories of the Memorial who were interviewed about this and requested to provide some disclosures of the means which, in their view, could bring about some changes therein; wherefore that part of that Memorial cannot be regarded otherwise than as having been inserted therein by the author through a lack of knowledge and experience regarding the condition of this country and its inhabitants. It is perhaps to be expected that after the lapse of some centuries, when an uninterrupted increase of the inhabitants will have deprived the country of its space, so that finally not a corner of fertile land remains for granting that could encourage anyone, rather than entering into servitude, to go and labour upon it and remain his own master; when the dispersion of the inhabitants into the still uninhabited regions of the interior can be unceasingly prevented; when poverty and the accompanying lack of sustenance shall first have overcome the shame of serving among some; this confluence of circumstances will bring about that fortunate effect for the inhabitants, to work towards which at present can be regarded by any sensible person who knows this country and its inhabitants well as nothing other than a very idle undertaking. Having now approached the treatment of the fifth or final main part concerning the Burgher estate, and it having appeared to us from Your Right Honourable Worships' repeatedly mentioned Letter under that main part to be Your esteemed intention that, besides what has been requested therein from Commissioners, who were to be appointed from the Council of Justice regarding the introduction of taxes, likewise their report regarding this ought to be demanded from the Landdrosts and Heemraden in the countryside, in order that both upon this and upon what one must await from the said Commissioners in the future, such orders may be established, under Your Right Honourable Worships' approval, as shall be deemed proper. We shall not fail, in accordance with the aforesaid esteemed intention of Your Right Honourable Worships, first to write to the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, as well as those of Swellendam, that they will have to consider which taxes could most conveniently be introduced among the inhabitants in the countryside, in order to come to the aid of the Company in the least oppressive manner for the Colony; and to bear the heavy expenses which it is compelled to incur in order to place itself here in a proper posture of defence, and to send us their report thereof as soon as possible. And subsequently to demand the very same from the Landdrost and Heemraden of Graaff-Reinet, as soon as that Magistracy shall have been properly established. And whereas Your Right Honourable Worships have furthermore also been pleased to determine which matters shall in the future be assigned to the repeatedly mentioned Commissioners, and how they also judged that from the Company's servants: Gersardus Hendrik Cruijwagen, Salomon van Echten, Iohannes Marthinus Horak; and on the part of the Burghers: Iohannes Smits, Andries van Sittert, Christiaan George Maasdorp; to assist the said Commissioners, the First Clerk of Police could be added; there have been appointed by us as Commissioners from the Council of Justice, since it has now been brought to the form prescribed by Your Right Honourable Worships:
Dutch transcription
452 de waarde der plaats gelijk bij die geleegentheeden altoos betragt werd in eens eene Somma tot erkentenisse voor de Comp:e te er„ „langen, onder den op de Plaats gehegt blijvende last eener Jaarlijx betalinge van rd:s 24. gelijk hier voren is gezegd, dat thans bij den uitgave der Plaatzen en Eigendom werd geobserveerd en behoudens de veranderende Geregtigheid van de kooppenningen als van andere vaste Eygendoms goederen. - En zoude behalven de gezegt profeijten voor de Maatschappijen ook nog in aanmerkinge kunnen komen een verhoging van het klijn zegel op eenige artikels die dezelve genoegzaamst leiden kunnen; het recht van Collateraal; de instelling eener bank van leening, en die eener Loterije, dan op welke wij niet twijffelen of de hier na te meldene Commissa„ „rissen na het geene aan dezelve is gedemandeerd geworden wel reguard neemen zullen, om dezelve onder de middelen die de Inkom„ „sten voor de Comp:e verbeeteren moeten te doen voorko „men. — ook Vervolgens 453 Vervolgens als een zaak om trend welke uwe wel Edeles 6ooe Agtb: ten sterksten aan beveelen dat eenen bijzonderen aandagt zal werden gevestigd bij hoogst de „zelve meerm: Missive voorkomende de Verwydering der Coloniers, ten einde dies verderen voortgang stuiten durven wy uwe wel Edele Hoog Agtb: op het Eerbe „digst verseekeren, dat met verdur „belde attentie bij alle te neemen Maatreegulen, zal werden in't gehouden, om aan het hier in doeld oogmerk te beant woorden. — Dan aangezien uwe wel Edele Hoog Agtb: op fun„ „dament van het geene dienaan, „gaande bij meergem: Adres voorkomt, insgelijx hebben ge„ „lieven aan te beveelen, omsteeds op zulke middelen bedagt te zijn door welke misschien langzamer, „hand den Landbouw op de Vader „landsche wijze inte rigten, en de Colonisten aan elkanderen dienst, „baar te maken, weesen zoude; zullen wij de vrijheid neemen rewe wel Edelee Hoo9 Agtb: op 't onder„ danigste te vertonen. - Dat hoe zeer een ieder van ons overreed is, Van 8 454 van het heil, den voorspoed en het geluk, dat zo voor de Colonie„ als voor d'E Comp:e daarin opgesle „ten legd, en hoe gaarne men mits dien, alle middelen en vermogens daartoe zoude willen aanwenden zulx evenwel te considereeren is, als een zaak van volstrekte on mogelijkheid, zo als dit mede erken is geworden bij die geene der Tee„ „kenaren van het Addres, dew elke hier over onderhouden en verzogt zyn geworden eenige openingen te willen geeven van de middelen die na hun inzien daarinne eenige veranderingen zoude ki nen te weeg brengen, welk ge„ „deelte van dat Adres dierhalven niet anders te houden is, als bij den steller door gebrek aan kennis en ervarendheid, omtrend de gesteld „heid dezes Lands en hare Inwoon„ „deren daar inne te zijn gelast. Dawer is misschien te verwagten dat na verloop van eenige Eeuwen, wanneer eene onafgebrokene toenee ming der Inwoonderen, het Land hare ruimte zal hebben benomen ze dat eindelijk geen hoekje vrugt bare gronds ter uitgave meer overig is, dat iemand animeeren kan om eer zig tot de dienstbaar nen heid 455 heid te begeeven liever daar op te gaan arbeiden en syn eijgen meester te blijven; wanneer en op houdelijk de verwijdering der Inwoonderen maar binnen land nog onbewoonde streeken, zal kunnen werden belet, wanneer eene armoede en daarbij versel„ lend gebrek aan leevens onder houd bij sommige eerst de schaam te om te dienen zal hebb overmeesterd, dese zamenloop van zaken die gelukkige uitwe „king voor d' Ingezeetenen te weeg brengen zal waar aan nu te willen arbeiden bij ieder Thans genadert zijnde ter verhandeling van het Vyfde of laatste Hoofddeel den Burgerstand Concerneerende En ons uit uwe wel Edele Hooge Agtb: meermelde Missive onder dat Hoofd deel gebleeken weesende hoogst der„ „zelver geEerde intentie te zijn, dat behalven het geene daarbij Verstandige, die dit Land en hare Inwoonderen, welkent; niet anders dan als een zeer iedele onderneeming kan wer„ „den beschouwd. - verstanding aan 456 aan Commissarissen, die uit den Raad van Justitie zouden moe ten werden benoemd omtrend de invoering der belastingen ge demandeerd is geworden, insgelijk Van de Landdrosten en Heemra„ „den ten platte Lande derselver berigt daar omtrend zoude beho„ ren te werden gevorderd, ten einde zo daar op als het geene men van gem: Commissarissen in't vervolg zal moeten inwagten, onder uwe wel Edele Hoog AAgtb: approbati zodanige Ordres te stellen als ver meend zal worden te behoren. Sullende wij niet in gebre blijven om ingevolge voorsz uwe wel Edele Hoog EAgtb: geEerde intentie voor eerst den Landdrost en Heemraden van Stellenbosch, en Drakenstein als mede die van Swellendam aan te schreeven dat dezelve zullen hebben t' overweegen welke belastingen onder d Ingezeetenen ten platten Lande gevoeglijkst zouden kunnen werden ingevoerd, ten einde de Comp:e op de minst drukkende wijze voor de Colonie te gemoed te komen; ende zware kosten welke zij om zig alhier in een behoorlyk postuur van blijken teegen 457 teegenweer te stellen, genood za is te dragen, mitsg.:s daarvan zo spoedig mogelijk ons te doen toekomen derselver bericht En even hetzelve vervolgens me te vorderen van den Landdroo ens beemraden van Phaage Rijnet, zo nra die Magistratie behoorlijk zal zijn gevestigd. En nadien uwe wel Edele Agtb: ruijders mede hebben geli te bepalen welke zaken in het Vervolg aan de meergem: Commissa zullen werden opgedragen, en hoo dezelve ook geoordeelt hebben, van 's Comp=s Dienaren Gersardus Hendrik Cruijwagen. Salomon van Echten Iohannes Marthinus Horak en van Burgersweegen Iohannes Smits Andries van Sittert Christiaan George Maasdorp tot adsistentie van dezelve Commissarissen, zoude kunnen werden toegevoegd, den Eersten Clercq van Polite, zyn door ons Vermits den Raad van Iustitie thans tot den bij uwe wel Edelen Hoog Agtb: voorgeschreevene form is gebragt daar uit tot Commissarissen benoemd
English
458 to whom the aforementioned matters have provisionally been referred, until in that regard, and concerning whatever further shall be deemed necessary to assign to them, proper Instructions for their guidance shall have been drawn up. However, since the present First Clerk of Policy also happens to be a Member of the Council of Justice himself, and thus for that reason as well as on account of his continuous service at the Secretariat, he will not be able to provide the aforementioned assistance to the said Commissioners; moreover, as through the changes to be introduced, the administration of this Government, and with it the said service, is likely to increase more and more; and as the sworn Clerk of Justice also, on account of the manifold and daily occurring lawsuits, cannot be burdened with that duty in order not to cause any delay in the work of Justice, we have found ourselves obliged to appoint the Assistant Olof Marthinus Bergh, stationed at the Political 459 Secretariat, with an increase of his earning wages from f24. to f30:—: per month, as sworn Clerk to the said service and to swear him in under oath as such, which arrangement we hope will meet with the satisfaction of Your Right Honourable Nobilities and may receive their highest approval. Furthermore, it having been judged not only very useful but at the same time necessary that this Cape settlement be divided into wards, the aforementioned Commissioners have also been ordered, in order to comply in this matter with the most respected intention of Your Right Honourable Nobilities, to draw up a plan for the division of the wards, as well as a list of the most suitable and capable persons from each of those wards, so that the undersigned Governor may make the election therefrom 460 of two Ward Masters in each ward, wherein the said Commissioners are ordered to draw up the Instructions for the said Ward Masters, in order to submit the same at the same time to us for approval. Also, on a further occasion, in dutiful compliance with the esteemed order of Your Right Honourable Nobilities, an assay office for the gold- and silversmiths will be established. However, Your Right Honourable Nobilities having requested our considerations as to whether it would be useful for this or that guild to be introduced, we shall take the liberty to remark in this respect: That since many inhabitants derive their livelihood from such slaves trained in various trades as they rent out for daily wages or by the month, and this in present times, when all kinds of European labour costs are very high, again greatly serves the convenience of 461 those who practice thrift and must manage with the labour of those slaves, the introduction of guilds, insofar as it might cause an obstruction therein, or might burden the livelihood on the one hand and the convenience on the other, would have a very detrimental effect; however much it might otherwise be wished that, for the improvement of many trades, guilds of the same were introduced. And for the said reasons, in order to be able to serve Your Right Honourable Nobilities more dutifully in this regard, the repeatedly mentioned Commissioners have likewise been ordered to investigate whether and in what manner, without prejudice to the aforementioned livelihood and convenience of the inhabitants, as well as for which trades, guilds could be introduced, and in this respect to provide us with their report. While, in order to comply with what was ordered with regard to the soldiers and sailors, it will be prohibited that any of them shall be permitted to practice any trade on their own account, 462 and that likewise none of the burghers or any other inhabitants shall be allowed to lend or rent any house, dwelling, or building to them for that purpose, upon penalty that whoever shall have acted contrary to this will be handed over into the hands of the Fiscal, to proceed against them as the case may require. And since on 2 April of the year 1781, due to the then existing necessity, the number of officers in the respective companies of the burgher cavalry, infantry, reserve, and invalids was already increased each with a sub-lieutenant, and also at that time, firm orders were given at the burgher guardhouse by the undersigned Colonel Gordon on behalf of the repatriated Governor van Plettenberg for the officer on duty to stay overnight there, and these arrangements thus fully correspond with what Your Right Honourable Nobilities have been pleased to write to us regarding that matter, we have therefore thought, under Your Right Honourable Nobilities' esteemed favourable interpretation, that it could be left at that. 463 Subsequently, having taken into consideration by us how already in the year 1751 by the Swellendam inhabitants, and in later days also by those in the Camdeboo, their desire was made known that, through the establishment of a church and the appointment of a minister in each of those districts, an opportunity might graciously be afforded them for the practice of the Christian religion and the use of the Holy Sacraments, as the usefulness and necessity thereof has already been noted above; while on the same occasions at that time it also appeared that the said inhabitants were well prepared and inclined to contribute as much as would be required for the erection of the churches, minister's, and reader's houses; in order to be able to provide Your Right Honourable Nobilities with certainty the statement requested in that regard, the Landdrost and Heemraden of Swellendam will be ordered that they, after having carefully ascertained how much will be required for the erection of those buildings in that district
Dutch transcription
458 aan dewelke bij provisie de voorsz zaken hebben gedemandeerd, tot dat dien aangaande en het geene verders aan dezelve op te dragen nodig zal werden geacht, nader eene behoorlijke Instructie tot derselver marigt zal wesen gefer „meerd. Dog vermits den teegens woordigen Eersten Clercq van Politi mede zelfs een Lidt van den raad van Iustitie komt te zijn, en zo uit dien hoofde als ter zake van synen Continueelen dienst tes Secretarije, de voorsz: adsistente bij de gem: Commissarissen niet zal kunnen toebrengen: daar boven dien door de in te voerene veranderingen den ommeslag van dit Gouver„ „nement, en met dezelve den gem: dienst meer en meer staat toe te neemen; en dat ook den gezworen Clercq van Justitie door de meenigvuldigen en dagelijx voorvallende recht¬ zaken, om geen veragtering in het werk der Iustitie te veroorzaken met dien Last niet kan werden bezwaard, hebben wij ons genoodzaakt gevonden den ter Politicque zal Secretarije 459 Secretarije bescheiden A „sistent Olof Marthinus Bergh onder eene verho„ „ging sijner winnende gagie van ƒ24. — tot ƒ30:—: 's Maands als gezworen Clercq aan te stellen tot den gemelden dienst en als zodanig onder Eede te neemen, welke schikking wij Lopen dat het genoegen van uwe wel Edele Hoog Agtb: verstrekken en Hoogst derselver approbatie zal mogen wegdragen. Wijders niet alleen als zeer nuttig maar tevens als nood„ „zakelijk geoordeelt zijnde, dat dit Caabsche vlek werde ver„ deeld in wijken, zijn om in dezen aan het zeer gevenereerd oogmerk uwer wel Edele Hoog Agtb. te beantwoorden, de voorsz Commissarissen mede gelast Een plan te formeren tot de verdeeling der wijken, mitsg: een List van de geschiksten en bequaamste perzonen uit ieder dier Wijken, ten einde door den ondergeteek: Gouverneur daar uit de verkiesinge zal kunnen werden, 460 werden gedaan, van Tweee Wijk meesteren in ieder wijk, waarbij de gem: Commissarissen gelast zijn, te formeeren de Instructie voor de gem: Wijkmeesters, om dezelve ter gelijker tijd aan on ter goed keuringe over te leggen. Zullende ook bij nadere ge „leegentheid, ter gehoorzame opro „ginge van uwer wel Edele Hoo Agtb geberde Ordre een keur kamer voor de Goud en silver Smeeden werden opgerecht Dan bij uwe wel Edele Hoog Agtb: gerequireerd zynde, onze consideratiën of het nuttig zoude weesen, dat 'er deeze of geene Gildens wierden ingevoerd; zullen wij ten deezen aansien de Vrijheid neemen te remarqueeren. Dat nadien veele Ingevzeetenen hun bestaan erlangen uit zodanigen op onderscheidene Ambagten af„ geregte slaven, als zij voor dag„ „loon of bij de Maand Verhuuren en zulx bij de teegenwoordige tij„ „den, daar allerlei arbeidsloon van Europeeschen zeer hoog te staan komt, wederom grotelijx komt te strekken, ten gerieve der Hoog zulken 462 zulke die de spaarsaamieid be„ „tragten, en zig met den arbeid dier slaven behelpen moeten, het invoeren der Tildens, in zo verre zulx eene belemmeringe daar inne te weeg brengen, of het bestaan aan d' eene, en het gerief aan d'andere„ kant bezwaren mogt, van eene zeer nadeelige uitwerkinge zoude zijn hoe zeer het anderzints te wenschen ware, dat tot verbeeteringe van veele Ambagten, Gildens van dezelve wierde ingevoerd. En zijn om gem: reedenen ten einde uwe wel Edele Hoog eAgtb deezen aangaande nader pligt Terwijl om aan het geor„ donneerde met opzigt tot de zolda„ „ten en Mattroosen te voldoen, zal werden g'interdiceerd; dat geene derselve zullen vermogen op hun eegen eenig Ambags ten „schuldig te kunnen dienen, meer„ gem: Commissarissen gelast, ins„ gelijx te onderzoeken, of en op welke wijze onverminderd het voorsz: bestaan en gerief der Ingezeetenen, mitsg:s Van welke Ambagten de Gildens zouden kunnen werden ingevoerd, en ten deezen opzigte aan ons te dienen van derzelver berigt schuldig Oeffenen 462 oeffenen, en dat ook niemand de Burgers ofte eenige andere Inge zeetenen, daartoe eenig Huis, woning ofte gebouw zullen mogen leenen ofte verruuren, op pane dat de geene die hier teegen zal hebben aangegaan in handen van den Fiscaal over gegeeven zal werden, om teegen dezelve na bevinding te procedeeren En Vermits op den 2 April der Iaars 1781. door de toen t exteerende noodzakelykheid, het getal der officieren bij de resp=e Compagnien der burger Cavallerie, Infanteri„ reserve en Invalides reeds ieder met een Soustient: is vermeerderd en dat ook als toen, door den onder„ geteek:t Colonel Pordon uit Saam van den gerepatrieerden Heer Gouverneur van Plettenberg op de burger wagt, stellige ordres is gegeeven, tot het overnagten van den wagthebbenden officier aldaar, en deeze schikkingen dus volkomen over een stemmen, met het geene uwe wel Edele Hoog Agtb: ons ten dien belangen hebben gelieven aan te schreeven, hebben wij dierhalven onder uwer wel Edele Hoog Agtb geëerde welduiding gemeend het daarbij te kunnen laten berusten. — met 463 Vervolgens bij ons in overie eeging genomen zijnde, hoe reeds in den Jare 1751. door de Swellendams Ingezeetenen, en in latere dagen mede door die in de Cambdebo, derselver verlangen te kennen is, gegeven geworden, dat door het opregten van een kerk en het stellen van een Leeraar in ieder dier Districten; aan hun geleegentheid tot de Christelijke Godsdienst oef„ feninge, en het gebruik der H: Sacrament goedgunstiglijk mogt werden toegebragt, zo als het nut en de noodzakelijkheid daarvan hierveren reeds is aangemerkt; Terwijl bij dezelve geleegentheeden ter dier tijd ook gebleeken is, dat de gem: Ingezeetenen wel bereid en geneegen waren, zo veel op te brengen, als tot het opregten van de Kerken, Predikants- en- Voorleesers. Huisen, zoude werden: Vereischt; zal om aan uwe wel Edele Hoog Agtb: met zeekerheid, de daaromtrend begeer„ de opgaaf te kunnen doen, den Landdrost en Heemraden van Swellendam werden gelast, dat dezelve, na nauwkeurig te hebben nagegaan, hoeveel tot het oprechten, dier gebouwen in dat Terwijs District
English
District should be funded, furthermore will have to investigate whether and in what manner the required sum could be furnished by the inhabitants, or what means might otherwise be devised as more suitable and capable for this purpose, provided that a determination has previously been made to place the church as close as possible to the Drostdy, just as was already considered in the aforesaid Year 1751, which ought to be done with much more convenience than removing the same from there. And all of which will likewise subsequently be demanded of the Landdrost and Heemraden of Graaffe Rijnet, once the establishment of that magistracy has reached its further completion, in order that, after the reports in that regard have come in, to be able to present the same, with the addition of our considerations, to your Right Honorable Worships. Furthermore, it having appeared that your Right Honorable Worships, after investigating the reports which, regarding the further complaints appearing in the second Memorial of Jacobus van Reenen and associates of 17 April 1782, were supplied to your Worships both by the repatriated Lord Governor van Plettenberg and by ourselves, were pleased to declare that these complaints could not be considered otherwise than as being devoid of sufficient grounds, with the further addition of what your Right Honorable Worships have seen fit to decide upon the Twelve Articles of Requests that appear at the end of the said Memorial, we shall take the liberty of offering our dutiful reply thereto: That concerning the First, whenever those who are directly concerned in the matter, the persons against whom the excesses alleged in the said Memorial were supposedly committed, might come to address themselves to us, such regard will be paid thereto as the nature of the matter shall be found to merit. That regarding the Second, the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein will be instructed to inform himself and to report to us which Burgher still might have any lawful claim regarding their journey made inland in the Year 1778 to accompany the aforementioned Lord Governor van Plettenberg, in order to decide thereon in equity at that time. Whereby we also have the honor to show your Right Honorable Worships that, in order to prevent similar complaints and claims formed by some very erroneously in the future and to relieve the Burghers of that burden, it could very conveniently be ordered that the Governor, deeming it necessary to undertake an inland journey, shall use his Dragoon Lifeguard, or such part thereof as he shall deem serviceable, to accompany him. Concerning the Third Article, that which your Right Honorable Worships have been pleased to order for our information regarding the release or granting of freedom to servants will be dutifully complied with. We must take the liberty to report most humbly to your Worships with relation to the Fourth Article, dealing with the revocation and granting of loan farms: That since it will have appeared from what has been taken the liberty to set down hereinbefore how burdensome it would prove for the country people if they found themselves obliged to remain at the Cape for some days to settle the affairs of their loan farms, the ordered measure could likewise not be introduced without causing heavy expenses and impediments for those inhabitants, since the granting and relinquishing of loan farms are matters belonging to daily housekeeping, and are also dispatched immediately so as not to detain those people. Yet, to remove the delusion that might exist among this person or that, as if some partialities were shown herein, it could, with your Worships' favorable approval, be ordered that someone who finds himself aggrieved before the granting of a loan farm shall present his interests to the Fiscal or the Landdrost under whose district such farm is situated, in order, at the expense of the losing party, if practicable with the assistance of commissioners from the Council of Justice or Heemraden, to inform themselves accurately regarding the well-foundedness or un-foundedness of the complaints, and to submit a proper report of the findings to the Governor, with the addition of the information taken, in order for him then to decide thereon as the matter shall require. Meanwhile, in order to transmit to your Right Honorable Worships the required lists of persons who are released into burgher freedom or placed as servants, the Pay Bookkeeper will be instructed. And that furthermore, what your Right Honorable Worships have been pleased to determine on the Fifth and further Articles of the proposal will always be observed with due accuracy.
Dutch transcription
464 District zoude moeten werden be„ „kostigd, Verders zullen moeten onderzoeken, off en op welke wijze het daartoe vereischt werdend montant door d' Ingezeetenen zoude kunnen werden gefourneerd, dan wel hoedanige middelen, men daartoe anderzints als meer ge„ „schikt en bequaam uitdenken kan, mits men vooraf eene bepa„ linge gemaakt hebbe, om de kerk zo na mogelijk zij, bij de Drosdije te plaatzen, gelijk zulx ook in't voorsz Jaar 1751 reeds geconsidereerd is, dat met veel meer gevoeglijkheid zoude dienen te geschieden, dan de Voorts gebleeken zijnde dat Om na dat de berigten dienaangaande zullen zyn in„ „gekomen dezelve met bijvoeging van onze Consideratiën aan uwe wel Edele Hoog Agtb: te kunnen voordragen „zelve van daar te verwijderen. — En al hetwelke ook in diervoegen vervolgens zal werden gevorderd van den Landdrost en Heemraden van Graaffe Rijnet wanneer de opregting dier Magistrature haar verder beslag zal hebben erlangd. zelven Uwe 465 Uwe wel Edele Hoog Agtb na gedaan onderzoek der berigten, dewelke op de nadere klagten die bij de tweede Memorie van Jacobus van Reenen C:S: Van den 17 April 1782 voorkomen zo door den Gerepatrieerden Heer Gouverneur van Plettenberg als door ons aan hoogst dezelve zijn gesuppediteerd, gelieven te rie „klaren, dat dezelve klagten niet anders hebben kunnen werden aangemerkt dan als van geno zame grond te zyn ontbloot, met bijvoeging wyjders, van het geene uwe wel Edelen Hoog Agtb goed Dat het Eerste betreffende zo wanneer de Geene, die direct geconcerneerd zijn, inde zaak de Perzonen aan dewelke de bij den gem: Memorie voorgewende Excessen zouden zyn gepleegd, zig aan ons mogten komen t'addressel, „ren, daarop zodanig reguard zal werden geslagen als men Vinden gevonden hebben op de Twaalff Articulen van Versoeken, welke aan het slot van ged Memorie voorkomen te disponeeren, zullen wij de vryheid, neemen, ter pligt, schuldige beantwoordinge daar aan te laten dienen. gevonden zal 466. zal den Aart der zaak te meriteeren Dat aangaande het Tweede den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein zal werden aangeschreeven om zig tinformeeren en ons te berigten, welke Burgers nopens hunne in den Jare 1778 ter verselling van voorm: Heere Gouverneur van Plettenberg gedane Landtogt als nog eenige wettige pretensie zouden mogen hebben, ten einde daarop als dan naar billijkheid te disponeeren Waarbij nog d'Eere hebben aan uwe wel Edele ƒ 6009 Het derde Articul concerneerende, het geen uwe wel Edele Hoog Agtb: met opprigt tot het Agtb: te vertonen, dat om dier gelijke klagten, en door zommige zeer abusief geformeerde pretensien bij vervolg voor te komen en de Burgers van dat bezwaar te ontlasten, zeer gevoeglijk zoude kunnen werden gelast, dat den Gouverneur nodig oordeelende een Landtogt d'onderneemen tot desselfs verselling zal doen dienen sijn Dragonder Lijfwagt, dan wel zodanig gedeelte derselve, als hij dienstig oordeelen zal Agtb ligten 467 ligten, of in vrijdom gevender kneg ter onzer narigt, hebben gelieven te Ordonneeren pligtschuldig zullen werde opgevolgd. Moeten wij de Vrijheid neemen hoogst dezelve met relatie tot het Vierde Articul, over het intrekken en uitgeeven der Leenings plaatzen handelende onderdanigst te be„ „rigten; Dat nadien uit het geene de vryheid genomen is, hiervoren ter neder te stellen, gebleken zal zijn, hoe bezwarend het voor de Landlieden uitkomen zoude, wanneer dezelve zig Verpligt vonden, om tot het afdoen der zaken van hunne leeningsn plaat sen zig eenige dagen aan de Caab moeten blyven ophouden, het aan„ „geschreevene mede niet zoude kunnen werden ingevoerd; zonder zware kosten en belemmeringen voor die Jngezeetenen te veroorzaken, als zijnde het uitgeven en afdanken der leenings plaatzen, zaken die tot het dagelijks huishouden behoren, en om die Lieden niet op te houden ook dadelijk werden afgedaan. Dan om te ontruimen den waan die bij deeze of geene plaats hebben mogt, als of hier in eenige partiali„ „teiten wierden betoond, zoude onder Hoogst derselver gunstig welnemen sen kunnen 468 kunnen werden gelast, dat iemand voor de uitgift eener leenings plaats zig bezwaard vindende, desselfs belangen zal hebben voor te dragen aan den Fiscaal ofte den Landdrost onder wiens district zodanige Plaats gelegen is, om ten kosten der succumbeerende parthije, is het doenlijk met adsistentie van gecommitteerdens uit den Raad van Iustitie ofte Heemraden, zig ^oftonge fundeertheid op de gefundeertheid der klagten nauwkeurig tinformeeren, en van de bevinding behoorlijk Rapport aan den Gouverneur over te bren „gen, met bijvoeging der genoment Terwijl om aan riwe roel Edele Hoog Agtb: te doen toekomen de gerequireerde Lijsten der Perzonen ^gesteld die in burger Vrijdom of als knegts geligt werden, den zoldij En dat wijders het geene uwe wel Edele Hoog Agtb: op het Vijfde en verdere Articulen van voordragt hebben gelieven te ver„ staan, steeds met behoorlijke, nauw keurigheid zal worden geobserveerd. informatien, den einde bij hem als dan daarop zodanig te werden gedisponeerd als de zaak zal VerEisschen. - informatiën Boekhouder
English
469 The Bookkeeper will be ordered to deliver such Lists to the Secretariat annually in the future, with the addition of the circumstances and reasons that gave cause for the manumission and discharge of those Persons. Which reasons and circumstances shall in the future be precisely added for that purpose, as often as any Person is discharged or granted burgher freedom, and the delivery thereof is made according to custom at the pay office. To further serve most obediently with the closer considerations which your Honorable High Mightinesses have seen fit to order of us, concerning the alteration that seemed necessary in the Deeds of Freedom according to the Missive from here, dated 22 Iulij 1783, it has been observed thereupon: that although with the addition of an Original Deed of Freedom the structure and the contents thereof were shown to your Honorable High Mightinesses, and we have been awaiting your Highest Pleasure as to whether the Persons being released to become burghers should be able to obtain any greater privilege, by which was then referred to the grievances appearing in both Memorials of J: van Reenen C:s:, regarding the taking into service and deporting of any burgher who should merit such, and concerning which a special privilege ought to be granted to the same; we nevertheless, under your Honorable High Mightinesses' favorable goodwill, are of the opinion that just as, even without any such privileges, enough difficulty is already found in correcting Burgher folk of bad conduct, or deporting them from this Colony, the granting of any privilege by which a narrower restriction would be placed on this would bring about nothing other than greater freedom for licentiousness and bad conduct among them, and much obstruction to Justice, and that it would therefore, on the contrary, be much more beneficial and tend to greater restraint of those who might be granted burgher Freedom in the future, if in the first place, the denomination of Burgher Right were left out of the Deeds of Freedom, as many very erroneously wish to deduce from this that the burghers or Colonists here can claim for themselves such privileges as the burghers of certain cities in the Republic have obtained through special ancient charters; and that secondly, the same burghers being released Servants were bound for the period of Twenty Years to the profession or Trade for the exercise of which they Obtain Burgher status, in order not to fall into the necessity of repeatedly manumitting new Tradesmen, to the disadvantageous expansion of the Colony, as the liberty was taken to show in our humble submission of the 23 April of the past Year; also thirdly, that just as it was conditioned with respect to such Persons themselves who are to be allowed into burgher freedom, the right to deport his descendants must also remain reserved to us, since it is otherwise thought permissible to argue that those who are born of such persons are no longer Subject to that, but on the contrary are to be considered as burghers born free and beyond the compulsion of the Company's laws. A form of such a Deed of Freedom having been drawn up following what your Honorable High Mightinesses were pleased to require, we take the Liberty of offering the same to your Honorable High Mightinesses herewith. And whereas your Honorable High Mightinesses, in consideration of that which became apparent to the same from the separate Missive of the Governor van Plettenberg, have further been pleased to write that the recognition monies which the aforementioned Jacobus van Reenen still owes to the Company, ought still to be collected from him and from all others who may be in the same case, unless there are reasons to the contrary, which should then be reported to your Honorable High Mightinesses; also recommending that care be taken against such backwardness in the collection of the Company's dues, as well as provision made against the alteration of the Names of the loan Places, we must, concerning the First matter, most obediently Show your Honorable High Mightinesses that, since from the difficulties that already arose in the time of the said Governor van Plettenberg regarding the loan places of the aforesaid van Reenen, it can be deduced how arduous it would be to obtain payment of the aforesaid recognition monies still in arrears from the said van Reenen without legal means and ways, and by taking up and pursuing these means and ways one would certainly have to expect very disagreeable proceedings, it would be best, in order to prevent this, to wait for the time when in one way or another the Estate of the said van Reenen is brought to liquidation and distribution among his Heirs, in order then to have the claim regarding the aforesaid loan monies collected: And that concerning
Dutch transcription
469 Boekhouder zal werden gelast zodanige Lijsten in het vervolg Iaarlijx ter Secretarije te bezorgen met bijvoeging van d' omstandigheed en reedenen, welke tot het Vrijgeev en ligten dier Perzonen aanleeden hebben gegeeven. welke reedenen en omstandigheeden in het vervolg ten dien einde precise zullen wer„ „den bijgevoegd, zo dikwerf eenig Perzoon geligt of in burger vrijd gesteld werdende, den opbreng daarvan volgens gewoonte aanhet zoldij Comptoir geschied. - Om wijders gehoorzaamst te dienen van de nadere consideratiën, tot dewelke uwe wel Edele Hoog Agtb: hebben goedgevonden ons te gelasten, belangende de Veran„ „dering die volgens Missive van hier, in dato 22 Iulij 1783 in den Vrij brieven nodig scheenen, is daarop aangemerkt; dat of schoon met byvoeging eener Origineele Vrijbrief het zamenstel en den inhoud daarvan aan uwe wel Edele Hoog Agtb: is vertoond, en wij van hoogst derselver welben geweest „hagen zyn afwagtende, of de tot burgers gelargeerd werdende Perzonen eenig meerder voorregt dienen zoude 470 zoudek mogen erlangen, waar mede als toen gedoeld zal zijn, op de bezwaren in de beide Memorie van J: van Reenen C:s: voor „komende, over het in dienst nem en verzenden van eenig burger die zulx zoude meriteeren, en van hetwelke een byzonder voorregt a dezelve zoude behoren te werden verleend, wij egter onder uwe Wel Edele Hoog eAgtb: gunstige welm „men van oordeel zijn, dat gelijk 'er buiten eenige zodanige privile reeds moeite genoeg gevonden wo om Burgerlieden van slegte Co„ „duiten te Corrigeeren, of uit deele Colonie te verzenden, het verleenen van eenig voorregt door het welke hier aan eene engere bepaling zoude werden gemaakt, ook niet anders dan een grotere Vrijheid tot onbandigheid en slegte conduiten onder deselve en veel belemmering voor de Justitie teweeg brengen zoude, en dat het dus inteegendeel veel heilzamer, en tot meer beteuge „ling der geenen, die in 't vervolg in burger Vrijdom gesteld ruer„ den mogten, strekken zoude wanneer in d' eerste plaatze, de benaming van Burgerregt Colonis uit 471 uit de Vrij brieven wierd gelaten als waaruit veele zeer verkeerde, „lijk willen afleiden, dat de bur„ „gers of Edlonisten, alhier, zig zo„ danige voorregten toereekenen kunnen, als de burgers van zommi ge steeden in de Republicq bij byzondere oude handvesten ver kreegen hebben; en dat ten Tweeden dezelve burgers Vrygelaten wer„ „dende Dienaren, voor den tijd van Twintig Iaren bepaald wierden aan het beroep of Ambagt tot welkers Exercitie zij het Burger, „schap Verkrijgen, om niet gelijk bij onze onderdanige van den 23 Ab des gepasseerden Iaars de Vrij heid genomen is vertonen, in de noodzakelijkheid te vallen van telkens weeder nieuwe Ambagtslieden vrij te geeven tot eene nadeelige uitbreiding der Colonie, mitsg:s ten derden dat even als ten opzigte, van zodanige in burger vrijdem. te latene Perzonen zelve ge„ contitioneerd werd, het mogen verzenden van syne nakomelin, „gen, al mede aan ons gereserveerd diend te blijven, daar men ander„ zints meend te mogen beweeren, dat de geene die uit de zulke des geboren 472 geboren werden, niet meer als daar aan Sujet, maar in tee gendeel voor vrij en buiten be„ dwang der wetten van de Maatschappije geborene bur„ „gers aante merken zijn. — Van hoedanigen Vrij „brieff na het geene uwe wel Edele HoogeAgtb: hebben gelieven te „requireeren een formulier opgesteld zijnde, wij de Vrijheid neemen hetzelve uwe wel Edele Hoog Agtb nevens deesen aan te bieden. En nadien uwe wel Edele Hoog Agtb ter consideratie van geene aan hoogst dezelve uit de aparte Missive van den Heere Gouverneur van Plettenberg is gebleeken, al verder hebben gelieven aan te schreeven, dat de recognitie penningen die voorm: Jacobus van Cheenen aan de Maatschappij nog schuldig is, van denzelven, en van alle anderen die in het zelfde geval zullen mogen zijn, als nog zullen behoren te werden geint ten ware reede„ „nen ter Contrarie, van dewelke als dan aan uwe wel Edele Hoog Agtb: zouden moeten werden berigt; tevens aanbevee„ geene lenden 473 „lende tegens diergelijke agterlijk „heid, in het invorderen van sComp. gerechtigheeden te zorgen, als mede voorsieninge te doen tegens het verwisselen der Namen van de leenings Plaatzen, moeten wij betreffende het Eerste, uwe wel Edele Hoog Agtb: gehoorzaamst Vertonen, dat dewijl uit de moeielijk heeden die reeds ten tijde van gem Heer van Glettenberg over de leenings-plaatzen van voorsz van Reenen zijn ontstaan, af„ te leeden is, hoe bezwaarlijk de betalinge der voorsz nog ten agte „ren staande recognitie penningen buiten middelen en wegen van Rechten, van denzelven van Reenen te erlangen zouden zijn en men door het bij der hand nee„ men, en inslaan van deze middelen en weegen zeekerlijk zeer onaan„ gename poursuites zoude moeten verwagten, om zulx voor te komen, best zoude zijn, den tijd af te wag, „ten, dat op de eene of andere wijzen den Boedel van gem: van Reenen tot liquiditeit en distributie onder syne Erfgenamen werd gebragt, ten einde als dan de pretensie, en omtrend voorsz leenings penn=n te doen incasseeren: En dat buiten belangende
English
concerning others who also find themselves in the same situation, demand has already been made by notices for the payment of their arrears, with the result that a large number of them have complied therewith, while also the inability of many did not permit effective measures to be taken, since such would tend to the ruin of those people and would run counter to Your Right Honourable Nobility's intention. With respect to the second, the Landdrosts in the respective outer districts shall be ordered to maintain accurately a list of all such loan places as have been granted under their district, with precise record of that which has been paid thereon, in order continually to urge those who might remain in default with the payment of the Company's dues for the same, and if necessary, to constrain them by legal means; as also by notices those who on the last preceding demands of 5 August of the past year have remained negligent therein, shall be warned de novo to satisfy their arrears as soon as possible, on penalty that upon further negligence thereof, their loan places shall be withdrawn, and the buildings with whatever else might be found upon the same, shall be sold under execution for the payment of the arrears. And furthermore, in order with respect to the third to provide against the changing of the names of the loan places, and likewise to prevent the frauds that are committed by those who hold the loan places in the name of others, whereby it was made very difficult, indeed often impossible, to be able to discover the persons who must be called upon for the arrears on those places, it shall also be enacted that henceforth no one shall be permitted to take any loan place upon ordinance in the name of his relatives or others, but that the said place must be made known and recorded at the Secretariat in his own name; likewise that those who request any place on loan that has previously been granted, shall not be permitted to give or cause to be made known any other name or location for it than that under which that place has been known among the neighbours and others, on penalty that when action is taken to the contrary herein, the one who has changed the name of the loan place, or also comes to possess it otherwise than in his own name, shall forfeit the permissions that have been granted in respect thereof; and the place shall be granted to that one of the burgher farmers who shall have discovered this, with a fine of ƒ1000 for the benefit of the officer who shall make the claim, and whereby such person shall at the same time be constrained to the payment of the loan fees that might be in arrears on such places; and everyone who at present might possess or have caused to be made known any loan place under an altered name, or in the name of another, shall be allowed the time of one year, within which time the notification of the old name of the place, or the transfer into their own name, must take place with the payment of the overdue recognition fees, since after the expiration of that time, in accordance with what has been said hereinbefore, proceedings may and must be taken against the negligent. Furthermore, it having been requested by Your Right Honourable Nobility that the same should be served with our considerations and advice upon the question of whether the contracting out of the delivery of meat and live cattle for the Company ought henceforth to be done any longer to those who possess any cattle or cattle stations of their own, and likewise, whether in the far-distant fields any places ought in future to be granted other than to those who reside in the said fields, or upon the condition of permanently settling there with their residence. In this regard it has been considered by us that, as to what concerns the first, the continuing scarcity of slaughter cattle would not recommend, for the present, excluding the owners of cattle or cattle stations from the contracting out of the aforesaid delivery, however much such must be considered very necessary in times when cattle is abundant, in order to prevent the contractors of that delivery, by using their own cattle for slaughter, from impeding or for the most part cutting off the consumption of the cattle of such fellow-residents who have their livelihood solely from cattle breeding, since the interest of the said contractors very naturally also leads them to purchase the slaughter cattle, after the contracting, as low as possible, and in order to force this, they can be in a position to do so of their own accord through the possession of a large number of cattle and cattle stations. Wherefore we believe we very securely may and must propose to Your Right Honourable Nobility that the government here
Dutch transcription
474 belangende anderen, die zig mede in het zelfde geval bevinden, reeds bij Billietten aanmaninge tot het opbrengen van hun agterweesen is geschied, met dat gevolg, dat een groot aantal derselve daar aan hebben voldaan, Terwijl ook daarbij het onvermogen van veele niet heeft gedoogd dat effecatieuse middelen bij der hand genomen wierden, daar zulx tot bederf van die Lieden strekken, en tegens uwe wel Edele Hoog Agtb: inten tie aanlopen zouden. —. Zullende ten opzigte van het Tweede, de Land droffer in de rep=te buiten Districten werden gelast, nauwkeurig te onderhouden, een Lijst van alle zodanige Leenings plaatzen als onder hun District uitgegeeven zijn, met precise aanteekeninge van het geene daarop werd betaald, ten einde de zodanige die met het opbrengen van 's Comp: gereg „tigheid voor dezelve in gebreeken blijven mogten, telkens daartoe aan te sporen, en des noods, door middelen van Rechten te con„ stringeeren, Gelijk ook bij Gilliet, „ten de zodanige die op de laatst voorgaande aanmaningen van den in 3: aug 475 5 Aug=so des gepasseerden Jaars daarinne nalatig gebleeven zijn de novo zullen werden gewaar „ schouwd, om hun agterweesen met den eersten te voldoen, op paenen dat bij verdere nalatigheid van dien, hunne leenings plaatzen ingetrokken, en den opstal met het geene zig vierder op dezelve bevinden mogt, tot betalinge der agterstallen bij Executie zal werden verkogt „ . En zal wijders om met op zig tot het derde, of het verwisselen der Namen van de leenings plaa „sen te voorsien, en zo mede om voor te komen, de frauden die gepleegd werden, bij de geenen die de Leenings-plaatsen op den Naam van anderen bezit, „ten, als waardoor zeer bezwaar„ „lijk, Ja dikwerf onmogelijk gemaakt werd, om de Perzonen die voor het agterweesen op die plaatzen moeten aangesproken worden, te kunnen ontdekken, mede werden gestatueerd, dat voortaan niemand eenige Lee„ ninge plaats op ordonnantie zal mogen neemen, op de Naam sijner nabestaande ofte andere, maar dat dezelve plaats zal voor moeten 8 476 moeten werden bekend gesteld, en ter Secretarije geboekt op sin Eygen Naam, gelijk mede dat de geenen, die eenige plaats inleening verzoekt, welke te voren uitgegeven is geweest, daarvoor geen ander Naam of geleegentheid zal mogen opgeeven, of doen bekend stellen, als de zodanige, waar onder die plaats bij de Buren, en andere bekend is geweest, op paene, dat wan„ neer hierinne ter contrarie wierd ge„ „handeld, de geenen die de Naam de Leenings plaats veranderd heeft, ofte ook anders als op syn eigen Naam komt te bezitten vervallen zal weezen van de Vergunningen die daar omtrend is geschied; en de plaats uitgegeeven werden, zal aan den geene der burger Land, louwers die zulx zal hebben ontdekt, met eene verbeurte van ƒ1000: ten behoeve van den officier die de Calange zal komen te doen, en waarbij den zodanigen teffens zal werden geconstrin„ „geerd tot voldoeninge der Leenings penningen die op diergelijke plaats „ten agteren staan mogten, zullende aan een ieder die teegenswoordig eenige Leenings plaats onder een Verwisselde benaminge, of op den zal Naam 477 Naam van een ander mogt be¬ zitten, of hebben doen bekend stel „len werden gelaten den tijd van Een Jaar, binnen welken tijd bekendstelling van de oude Naam der plaats, of overschreiving op hun eigen Naam, met betaling der ten agter staande Recognitie penningen zal moeten geschieden alzo na verloop van dien tijd, overeenkomstig het hier voren gezeg „de tegens de nalatige zal mogen en moeten werden geprocedeerd:- Verders bij uwe wel Edele „Hoo9 Agtb: begeerd zijnde, dat hoogst dezelve zoude werden gediend van onze Consideratiën en advijs op de bedenkelykheid of het aanbesteeden der Leveran, „tie van vleesch en leevendig vel voor de Comp=e voortaan wel meer zoude behoren te werden 0 „gedaan, aan de zulke die eenig „vee of wee plaatzen van zig zelfs bezetten, en zo mede, of in de wyd afgeleegene velden in het Vervolg wel eenige plaatzen dienen te werden uitgegeeven, dan aan de zodanige, die in dezelve velden woonagtig zijn, of onder conditie, om zig aldaar hoogst met 478 met 'er woon te zullen neder zetten. - Is ten deezen belange bij ons geconsidereerd, dat, wat het Eerste betrefd, de aanhoudende duurte van het Slagtvel niet aanraden zoude, voor eerst de Bezitters van vee of vee plaatzen, van de aan„ besteeding der voorsz: Leverantie uit te sluiten, hoe zeer zulx in tijden dat het vel abundant is, voor zeer noodzakelijk moet werden gehouden om voor te komen, dat de aannee„ „mers dier Leverantie, door hun eygen vee tot de slagterije aan te wenden, zodanige mede Jngezetend Waaromme wij uwe wel Edele Hoog Agtb: zeer gerustelijk meenen te mogen en moeten. voorstellen, dat de Regeering die uit de Veefockkery alleen hun bestaan hebben het verteer derselve niet belemmeren of voor het grootste gedeelte afsnijden, alzo den intrest der ges: aanneemers, zeer natuurlijk mede brengd, om het Slagtvel, na de aanbesteeding, zo laag in te kopen, als hun mogelijk is, en om het welke te dwingen, zij door het bezitten van een groot aantal vee en reeplaatzen uit zig zelven instaat kunnen zijn. - die alhier
English
here ought to be recommended to observe carefully, in times when an abundance of livestock is found, to stipulate in the billets posted for the provisioning, and likewise in the conditions of the tender itself, that no one who owns an appreciable quantity of cattle or any cattle farm of their own shall be tolerated as a contractor or shareholder in the supply contract, and that those who accept the supply in such case, if necessary, shall also be required to declare under oath, on the one hand, not to hold any cattle or cattle farms in another person's name, nor to purchase any cattle farm or breeding stock during the time he is bound by the slaughtering contract for the Company, nor to participate or intend to participate in the said butchery with anyone who owns cattle or cattle farms, or shall come to own them during the time the contract is in force. And regarding the second point, that it operates to the disadvantage of the inhabitants in the far-flung regions that anyone other than one who resides there owns any farms in the same regions, for the reason that, on the one hand, the sale of livestock must decrease when those who subsist on other branches of agriculture are in a position to procure for themselves the livestock they need for their operations; and on the other hand, especially so long as the violence and nuisance of the Bushmen Hottentots continues, because such farms are occupied merely by a European farmhand or other trusted person, who, being responsible for his master's livestock, cannot be employed to resist the marauding Bushmen Hottentots as effectively as someone who lives on his own farm in those regions and who, for the time that he or his sons, when they also find themselves capable of it, must ride out on commando against the said raiders, can arrange his remaining property according to his own judgment. However, it would be accompanied by much trouble and unpleasantness if the farms that others already possess there were now to be revoked and reissued to those who live, or would wish to live, in the said regions. Therefore, for the future, only the necessary provisions should be made not to issue any more farms, whether newly established or abandoned, except to inhabitants who reside there, or on the condition of settling on such farms with their residence, in order that, through this means, all the more able-bodied men can be gathered in the aforementioned regions for mutual protection and to resist the intolerable burden and violence of the aforementioned roaming savages. With all of which we trust provisionally to have responded to Your Right Honourable Honours' most venerated intention, and we shall not fail, as soon as the necessary elucidations regarding what has been presented here and requires any further report or information have been received, to provide a report thereon as far as the contents of the aforementioned documents concern us, so that nothing more is heard of the restless movement. Just as we also find ourselves obliged to bring to Your Right Honourable Honours' attention that by the frequently mentioned former Governor van Plettenberg, upon his departure from these Governments, the minutes of such of His Honour's considerations and separate dispatch as Your Right Honourable Honours have been pleased to mention were left behind, in case such had not occurred, to send the same to us then. Finally, having observed with regret from the frequently mentioned venerated dispatch of Your Right Honourable Honours, and the copies attached thereto, what manner of petitions were presented by M. A. Berg, c.s., to Their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands, as well as what report Your Right Honourable Honours saw fit to send in reply, while from the latter it has appeared that Your Honours, with the arrival of the ships then still expected, looked forward to receiving the documents that were lacking to fully state in the same report to Their High Mightinesses the truth of the cases about which the said petitioners appear primarily to complain, concerning the proceedings conducted here regarding the burgher Daniel Verwey, and the conduct of the late Independent Fiscal Jan Jacob Serrurier with respect to the burghers Bartholomeus Goedhart and Johan George Berends, and regarding which Your Honours were also pleased to demand information; The undersigned Governor has attested that, regarding both aforementioned matters and cases, various documents having been handed over to His Honour during the lifetime of the said Independent Fiscal Serrurier, His Honour forwarded and addressed those documents to the Fatherland, to the Right Honourable and Valiant First Advocate of the Honourable Company, from which His Honour intends that information shall be served.
Dutch transcription
479: alhier behoorde te werden aanbevo„ „len nauwkeurig in agt te neemen, om in tijden, dat 'er een overvloed van Vel gevonden word, bij de Gillietten, die voor de verzagsing werden geaffigeerd, en zo mede bij de Conditiën der aanbesteeding zelve te stepuleeren, dat niemand, die een noemens waardige quantiteit vel of eenig veeplaats van zig zelven bezit, tot Contractant of deelhebber aan het Contract der Leverantie zal werden gedoogd, en dat de geenen die de Leverantie aanneemd in zul„ „ken gevalle, is het nood ook bij Eede zal moeten verclaren, op eens En dat het Tweede aan¬ gaande voor de Ingezeetenen in de wijd afgeleegene velden ten na„ deele „ strekt, dat iemand anders anders Naam, geen vel of veee- „plaatzen te bezitten, nog ook eenig veeplaats of aanteel vee geduurende den tijd, dat hij in het Contract tot de Slagterij voor de Comp:s staat, te zullen aankopen of in dezelve Slagterij met niemand te participeeren of te zullen parti„ „cipeeren, die vee of veeplaatzen bezit, of in den tijd dat het Contract stand grijpt zal komen te be„ zitten. anders als 480 als die aldaar woonagtig is, in dezelve Velden eenige plaatzen bezit, om reeden, dat aan de eene zijde het vertier van Vee minder moet werden, wanneer de geenen die uit andere Pakken van den Landbouw bestaan, in het vermogen zijn zig zeefs het vel te bezorgen dat zij tot hun omslag nodig hebben, en anderen deels, ook wel hoofdza„ „kelijk zo lang het geweld en overlast der Bosjesmans Hollentotten blijft duuren, om dat zodanige Plaatzen Slegts met een Europeesehe knegt of ander Vertrouwd persoon werden bezet, die voor sijns Meesters vee verantwoordelijk weezende niet zo wel tot het te keer gaan der rovende Bosjesmans Holtentotten kan werden geemploijeerd, als iemand die op syn Eijgen Plaats in die velden woond, en voor den tijd, dat hij of sijne zonen wanneer die zig mede reeds bequaam daartoe vinden, tegens de gem: Rovers in Commando uittrekken moeten, naar sijn Eigen goedvinden, een ordre op desselfs nablijvend bezit stellen kan. — Dan het zoude met veel moeite en onaangenaam heeden verseld gaan, wanneer nu ingetrok vee „ken 481 „ken, en weeder aan de zulken die in de gem: velden wonen of zouden willen gaan wonen, uitgegeeven wierden, de Plaatzen die anderen reeds aldaar bezitten, en zoude daar om dan ook alleen voor het vervolg de nodige voorzieninge dienen te werden genomen, om geene plaat, „sen, het zij nieuw aan te leggene, dan die verlaten zyn geworden, meer of weeder uit te geeven, dan aan In„ gezeetenen die aldaar wonen, of onder Conditie, van zig op zodanige plaatzen met 'er woon neder te zetten, ten einde door dien weg, zoo veel te meer weerbare Mannen Met al het welke rwij ver„ „trouwen provisioneel aan Uwer wel Edele Hoog Agtb: zeer geve„ 86 „nereerde intentie te zyn beantwoord, en zullen niet in gebreeken blijven, zo dra van het geene in deezen voorgedragen is, en eenig nader verslag of berigt vorderd de nodige Elucidatiën zullen zyn ingekomen, daarvan ter onderlinge bescherminge en het te keer gaan van den ondraaglijken last, en het geweld der voorsz rorende wilden, in de voorsz velden te kunnen bij een Verzamelen. te op 483 onrustige beweeginge niets meer werd vernomen Selijk wij ons mede verpligt vinden, uwe wel Edele Hoog Agt ter kennisse te brengen, dat door dikwils gem: gewezen Heer Gouvernou van Plettenberg, bij desselfs ver„ „trek ten deezen Gouvernementen zyn nagelaten, de minute van zodanige sijn Ed: Consideratiën, en apparte Missive als van dewelke Uwe wel Edele Hoog Agtb: hebben gelieven te gewagen, om in Cas zulx niet mogten wezen geschied, ons dezelve als dan te doen toekomen. Eindelijk met leedweesen uit de meergem: uwe wel Edele Hoog Agtb: gevenereerde Missive, en de daar nevens gevoegde Copijen ontwaard zijnde, hoedanige Addressen door M: A: Bergs, C: S: aan hun hoog Mogende de Heeren Staten Generaal der VerEenigde Nel„ „derlanden zijn gepresenteerd geworden, als mede welk berigt uwe wel Edele Hoog Agtb: goed„ „gevonden hebben daar op te doen afgaan, terwijl uit het laatste is gebleeken, dat bij hoogst dezelve met de aankomst der toen nog verwagt werdende Scheepen wierden ƒ16 484 wierden te gemoed gezien, de stukken dewelke ontbroken hebben, om bij hetzelve berigt aan hun hoog Mog volleedig op te geeven, wat er zij van de gevallen waarover de gem: Requestranten voornament, lyk hun beklag schinen te doen, rakende de alhier gevoerde proce „dures, omtrend den burger Daniel Verwij, en de handelwijze van uijlen den Independent Fiscaal Ian Iacob Terrurier, met opzigt tot de Burgers Bartholomeus Goedhart en Iohan George Berends, en waarlij hoogst dezelve ook gelieven te vorderen Heeft den ondergeteek Gouverneur betuigd, dat aangaan, „de de beide voorsz zaken en gevallen, bij het leeven van gem: Independent Fiscaal Serruriers buit en op diversse stukken door denselven aan syn Ed: overgegeeven ge„ worden zijnde, sijn Ed: die stukken na het Vaderland overgezonden en geaddresseerd heeft, aan den aa wel Edelen Gestr: Heer Eerste Advocaat der E Comp:e uit dewelke dat op den inhoude van voors=z stukken, zo verre dezelve ons aangaan, zal werden gediend van berigt dat sijn
English
His Honour also hoped that Your Right Honourable Worships would provisionally have obtained some elucidation regarding this matter. But since it cannot be known with certainty whether the aforementioned documents have duly arrived, and we dutifully wish to endeavour to satisfy Your Right Honourable desire in this regard, we have caused copies of all documents concerning the aforementioned cases of the persons named therein to be further extracted from the Judicial Secretariat here and annexed hereto. And since these matters particularly concern the Council of Justice, whose conduct appears sufficiently from the same documents, we take the liberty, under favourable interpretation and to avoid recitals and verbosity, most respectfully to refer thereto. Adding nevertheless that, although by the decease of the aforementioned Mr. Serrurier the opportunity to exculpate himself from the blame imputed to him regarding his alleged subtleties has been cut off, and concerning the named Burgher Soedhrt and Berends, these accusations are nevertheless destitute of all probability, since no private motives can be assumed or inferred of which the aforementioned Fiscal Serrurier could be found guilty, or by which he could have been induced to commit acts so contrary to the pure administration of Justice and the duties of the Fiscal's Office as are charged against him in the petition of the 14 December 1784. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, Most Wise, Prudent, Most Generous and High-Commanding Lords. We conclude herewith and have the honour, after having commended Your Right Honourable Worships' most esteemed Persons and the Important Interests of the Honourable Company to Jehovah's Protection, to remain with Due Respect, Your Right Honourable Worships' Most Humble, faithful, obedient servants, C. D. Van de Graaff H. Tacker R. S. Gordon C. Doenter S. J. Le Sueur Brönnenkamp In the Castle of Good Hope the 19 April 1786. List of such Persons and Youths as were accepted on the 13 July 1785 as Cadets in the Service of the Honourable Company. Robbert Jacob Gordon - Cabo de Goede Hoop Petrus Stephanus Buissinne - Cabo de Goede Hoop Hendrik Oostwald Wilsenach - Cabo de Goede Hoop Hendk. Wilhelm Borgweedel - Cabo de Goede Hoop Petrus Michiel Wilsenach - Cabo de Goede Hoop Ferdinand Hendrik Schultz - Cabo de Goede Hoop Johannes Nicolaas Lutgens - Cabo de Goede Hoop Johan Wilhelm Heijning - Cabo de Goede Hoop Frans Reynhard Bresler - Cabo de Goede Hoop Petrus Jacobus Leij - Cabo de Goede Hoop Lucas Fredrik Fisscher - Cabo de Goede Hoop Frans Sebastiaan Valentijn Le Sueur - Cabo de Goede Hoop; on the 4 April 1786 discharged from service and departed on the Country's warship Utregt. Deceased 26 September 1785. The Two Persons below were on the above date advanced to the aforesaid rank under their current contracts: Hendrik Selghuis - Amst. Uld. November 1785, per Welvaaren Joseph Conie - Cabo de Hoop In the Castle of Good Hope, the 11 April 1786. Pieter Cornelissen Jan Serrurier Matthiessen Letter A. To the Right Honourable and Valiant Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cabo de Goede Hoop and the dependencies thereof, etc. etc. etc. Right Honourable Valiant Sir, The undersigned, Johannes Gysbertus van Reenen, burgher and resident here, having been proposed by Your Right Honourable Valiant Sir to undertake a Journey over the Mountain in order to inquire most accurately among the Country people residing there what quantity of grain they still have on hand, and how much thereof they could spare for the convenience of the Cape village and its Environs, and to purchase the grain that can be spared by them to the greatest advantage for the Honourable Company, in order thereby, were it possible, somewhat to prevent, or at least to alleviate, the otherwise impending scarcity and general want of Wheat; as well as to take careful inspection which Places in those regions would be the most suitable and competent for the Cultivation of that indispensable grain, and to encourage the Country people thereto, and to report on his findings. That however much the undersigned's Domestic circumstances and affairs absolutely require his presence here, the undersigned nevertheless did not wish to decline to accept the favourable proposal made to him by Your Right Honourable Valiant Sir, the more so because he believes that the welfare of the Colony depends not a little upon the supply of that Grain. The undersigned being then prepared to undertake this Journey as speedily as possible at his own expense, will take the liberty to submit to Your Right Honourable Valiant Sir's Consideration: That whereas the feeble condition in which the undersigned has now found himself for a considerable time would make it entirely impossible for him to cover such a long distance on Horseback, and moreover that Expedition cannot then take place with that celerity which the colony's interests require, and can be Effected with an ox wagon; The undersigned shall provide himself with an ox wagon with a span of oxen, which will transport him to the nearest neighbourhood from here, and since that journey could be pursued with greater speed when one can each time inspan a fresh and unwearied Span of oxen, and it would not fall heavily upon the Farmer if each of them where the undersigned arrives were to provide him with a span, at least to the next approaching Places, those who cannot do so without notable damage to themselves being able to be compensated in an orderly manner.
Dutch transcription
485 san Ed: dan ook hoopte, dat uwe wel Edelen Hoog Agtb provisioneel eenige Elucidatie, dien aangaande zullenhebben erlangd Dog nadien met geen zeekerheid kan werden geweeten, of de meergem: stukken wel te regt zyn gekomen, en wij aan uwe wel Edele Hoog verlangen dienaangaande pligtschuldig willen tragten te voldoen, hebben wij van de Iustitieele Secretarijen alhier nader doen ligten en deesen bygevoegd, Copijen van alle stuk ken de voorsz: gevallen der daarbij gemelde perzonen Concerneerende En nadien die zaken den Raad van Iustitie in't bijzon„ „der beheffen, welkers handelwijze uit dezelve stukken genoegzaam komt te blijken, nemen wij onder gunstige welduiding de vrijheid ter Vermijding van recites, en wijdlo„ „pigheid, ons daaraan Eerbiedigst te resereeren. Met leijvoeging nogthans, dat hoe wel door het overleiden van meergem: Heer Serrurier afgesneden is, de gelee„ „gendheid om zig te expurgeeren vanden hem daarbij opgelegde blaam, concerneerende sijne voor„ „gewende gepleegde Subtiliteiten, En omtrend 486 omtrend de gen:e Burgers Soedhrt en Berends, die beschuldigingen egter van alle waarschynlijkheid zyn ontbloot, nadien geene part=ren bedoelingen kunnen werden veron„ „dersteld of opgemaakt, waar aan men gem: Fiscaal Serrurier zoude schuldig kennen, of door welke zij zoude hebben kunnen vervoert worden om daden te pleegen zo strijdig met de zuivere behandelingen der Iustitie en de pligten van het Fiscaals Ampt, als in het adres van den 14 Decemb: 1784. hem ten lasten werden gelegd= Wel Edele Erntfeste Hoog Agtb: Hoog Wijze Voorsie, aar nige zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren 36 Wij Eijndigen hier meede en hebben d' Eer na uwer Wel Edele Hoog Agtb: zeer geachte Perzonen en d' Importante Be„ „langens der ld Maatschappijs in Jehoras Beschermin„ „ge te hebben bevolen met Verschuldigt Respect te blijven Uwer 1 buit in op hip Wij In't Casteel de Goede Hoop den 19 April 1786. Htacker R: S: Gordon S: J: Le Sueur Brönnenkamp Uwer wel Edele Hoog Agtb: Zeer Ootmoedigen getrouwen gehoorz: dienaren C: D: Van de Graaff l C: Doenter n a 488 Lijst van zoodanige Persoonen en Jongelingen als 'er op den 13. Julij 1785 voor Ca„ „dets in Dienst der EComp:e zijn aangenomen Robbert Jacob Gordon ^Caboe Geloop Petrus Stephanus Buissinne Hendrik Oostwald Wilsenach _ : Hendk. Wilhelm Borgweedel Petrus Michiel Wilsenach „ Ferdinand Hendrik Schultz „ Johannes Nicolaas Lutgens Johan Wilhelm Heijning Frans Reynhard Bresler „ Petrus Jacobus Leij Lucas Fredrik Fisscher den 4. April 1786 uit Frans Sebastiaan Valentijn Le Sueur„ dienst ontslagen en op 's Lands oorlog schip Utregt ofgegaan e Off Leeden 26. 7br: 1735. _ De Twee onderstaande Persoonen Zijn op bovenstaande Datum onder hunne Loopende Verbanden tot voormelde qualiteid verbeeterd— „ Amst: Uld: 9ber: 1785. Hendrik Selghuis oprot: Welvaaren „ Cabo de Hoop. Joseph Conie In't Casteel de Goedes Coop den 11. April 1786 Pieter Cornelissen Jan Serrurier Matthiessen „ e _o e e „ 488 488 La. A. Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop e den ressorte van dien &=a &=a &=a Wel Edele Destr: Heer Den ondergeteekenden Iohannes Gysbertus van Reenen, burger en Inwoonder alhier, door uwe wel Edele Gestr: voorgesteld zijnde tot het doen van een Togt, over de Berg ten eynde by de aldaar woonende Landlieden op 't nauwkeurigste te inquireeren, welke quantiteit granen er bij dezelve nog aan handen is, en hoeveel zij daar van zouden kunnen missen, ten gerieve van 't Caabsele vlek en desselfs Emvions en de by hun t' ontbeeren zynde graane ten meeste voordeele voor d'E Comp:e en te kopen, om daar door ware het mogelyk eenigzints voor te komen, 487 489 ten minsten te soulageeren, de anderzints te auestene sehaars, heyd en 't algemeen gebrek aan Tarw als meede nauwkeurig inspectie te neemen, welke Plaat zen in die contryen het geschik„ „ste en bequaemste zoude zyn tot de Culture van dat onont„ beerlyk koorn ende Landlieden, daartoe aan te moedigen, en van desselfs bevinding verslag te doen. - Dat hoe zeer ook des onderge„ teek Huyshoudelyke omstandig„ Leeden, en affaires syne tegenwoor¬ digheid alsier absolut vereisschen, heeft den ondergeteek egter niet willen afzyn die aan hem door uwe wel Edele Gestr gedane gunstige voorstel t'accepteeren, te meer doordien hij vermeend, dat aan den aanvoer van dat Graan Holonies welzyn net wijnig geleegen legt. — Den ondergeteek dan bereid zynde deezen Togt ten spoedigste op desselfs eygene kosten t' onderneemen zal de vry„ heid gebruiken aan uwe wel Edele Gestr in Consideratie te geeven. — Dat vermits den debilen toesland waarin den ondergeteek nu al een geruime tyd heeft geverseert het„ hem geheel ondoenlyk zoude zyn zulk een lange chit te Paard af te leggen en bovendien die Expeditie, als dan met met die acceleriteit kan geschieden, als wel scolonies belangen komen te veressesen en met een ossen wagen kan g' Effectueerd worden Den ondergeteek zig de zullende voorzien van Een ossen wagen met Een pan ossen, die hem tot de naaste buurt van hier zal vervoeren, en dewil die stip met meerder spoed kon werden voortgezet wanneer men telkens een versel en ongematteerde Span ossen kan inspannen, en. het den Landbouwer met zwaar zoude vallen dat yder derselve alwaar den ondergeteek aan„ komt hem van Een span voor„ zag immers tot de eerst aan„ naderende Plaatzen, kunnende die geenen die zulx niet zonder hun merkelijke schade te ne„ oorzaken moeten doen, op eene Gestr ordentelyke 487
English
be compensated in a proper manner. Requesting therefore most humbly that your Right Honourable Sir may be pleased to make such arrangements therein as your Right Honourable Sir's thorough knowledge shall deem appropriate, and to grant the undersigned an order to be transported by each farmer as speedily as possible from one place to another. The undersigned further takes the liberty to submit for your Right Honourable Sir's consideration whether it might not serve to expedite the mission that the two Heemraden of Swellendam, granted to him for his assistance, might also, by an authentic copy of the undersigned's instruction, be authorized to purchase corn from both farmers and to encourage them to cultivate grains, since, being provided with such an instruction, they could make purchases and so forth independent of the undersigned, and thus advance the matter with greater speed; because, with one riding eastward and the other westward, they could promptly fulfill the intention and determine a place to meet with one another. Which instruction the undersigned hopes will contain an authorization to purchase such quantity of corn for the Honourable Company at the lowest price as your Right Honourable Sir shall deem necessary, or as can be obtained, as well as what proposals and promises the undersigned will be able to make to those farmers in the name of your Right Honourable Sir for the cultivation of grains, in order to encourage them all the more thereby, all of which shall take place in consultation with both the Heemraden. The undersigned also requests to be informed, in the event the quantity of grain to be purchased should be worth the trouble of being collected by a ship from Mossel Bay, and in such case must be transported thither by land, how much will then have to be paid for the freight per muid of corn, since the farmers cannot make up the expenses to undertake such a heavy journey and receive no more than Rd: 40 for the freight. In case the purchase of the grains should not meet expectations or might not be worth the trouble, the undersigned will immediately, without the least delay, report thereof via Swellendam to your Right Honourable Sir, and nevertheless continue his further journey to encourage the farmers and to enter into such engagements as may serve the benefit of the Honourable Company and Colony. Requesting further that your Right Honourable Sir may be pleased to fix a time when the undersigned may have the honour of hearing your Right Honourable Sir's further verbal disposition, in order to continue the journey with all speed, and wishing to submit some further proposals to your Right Honourable Sir. With which I have the honour, after having commended your Right Honourable Sir and highly respected family to God's protection, to subscribe myself with the greatest respect, Right Honourable Sir, Your Right Honourable Sir's very humble, faithful, and obedient servant, was signed: P. I.s van Reenen In the margin: Cape of Good Hope, 8 February 1786. Agrees, V. Diemel sworn clerk further submitting himself to all such edicts as have already been framed or may hereafter be established regarding the matter of free burghers. La C Draft of a form as it is thought that, according to present times, the burgher letters for the citizens in the Cape Colony ought to be arranged. C. J. V. D. G., Governor of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc., together with the Council, make known: Whereas N. N., born in, aged years, and arrived here in the year with the ship as, has very urgently requested of us by petition to be admitted as a Burgher of this place, in order to support himself in an honest manner with the trade or craft of, so it is that we have favourably granted his said request, and do admit the aforesaid N. N. to establish himself properly as a Burgher for the exercise of the aforesaid trade and craft in this Colony, under these special conditions, however: that whenever the same N. N., within the next twenty years, does not continuously practice his aforesaid trade or craft with proper diligence and to the satisfaction of this Council, or should abandon the same trade or craft during that interim otherwise than with our permission based on weighty reasons to be produced for that purpose and recognized by us as such, or without such permission should take up any other livelihood alongside the same trade or craft, the same shall immediately be forfeited of his aforesaid admission as a burgher, as well as recalled into the Company's service in his former capacity, and as such shall be sent away from this Colony; and that, moreover, the same faculty to recall into service and send away from here remains reserved to us whenever the conduct of the aforesaid N. N. should not be proper or any other reasons should arise why we would deem it expedient or necessary to employ the often-mentioned N. N. in the Company's service or to remove him from this Colony; Which latter condition shall also be transferred to and take effect in all his descendants, as burghership for them in this Colony shall likewise never be permitted or acknowledged otherwise than under these stipulations; further submitting himself, N. N., and in him his descendants, to all such edicts as have already been framed or may hereafter be issued regarding the matter of free burghers, and furthermore to all edicts, ordinances, and statutes in force here, or which shall be deemed expedient to frame in due time.
Dutch transcription
490 ordentelijke wijze werden gededomageerd. - Verzoekende dierhalve gantses nedrig dat uwe wel Edele Gestr van die goedheyd gelieven te zyn, daarin zodanige schikkingen te maken als uwe wel Edele Gestr doorwragte kennis zal vermeenen te behoren, en den ondergeteek ordonnantie te willen verleenen om door ieder Landbouwer ten spoedigsten van d' eene na d'andere plaats getransporteerd te werden Den ondergeteek neemd al verder de vryheid uwe wel Edele Gestr in„ overwoeging te geeven, of het niet tot verlaasting van die Expeditie zoude strekken, dat de Twee Heemraden van Swellendam ter syner adsistentie aan hem toegestaan mede bij een Copia Authentieg van des ondergeteek: Instructie zouden kunnen werden g'authoriseert om beyde Landt al meede den inkoop van Coorn te doen en hun aan te moedigen tot het aanbouwen van granen dewyl als dan met eene zoda„ nige Instructie voorzig zynde buiten den ondergeteek inkoop &=a kunnen doen en dus met meerder spoed de zijx vervorderen den ondergeteek verzoekt al mee„ de geinformeerd te mogen weezen ingevallen de quantiteit op te kopen Graan met de moeite waordig mogte zyn, om met een schip uit de Mosselbaay afgebaald te werden, en in zul„ ken geval per is na herwaards getransporteerd moest werden, hoe veel als dan voor Ee vragt door dien d'ien Oost en d'andere westwaards rydende, aan d'intentie scheelyk te kunnen voldoen en zig een plaats bepalen om met elkanderen te kunnen beromen. - welke Instructie den ondergeteek verloopt, dat behelzen zal een au„ thorisatie, omme zodanigen quanti„ teit koorn voor 'd EComp tot de minste prys en te kopen als uwe wel Edele Gestr nodig zult oordeelen te behoren, of men zal kunnen magtig worden, als mede welke voorslagen en toeleg„ gingen d'ondergeteek aan die Land, lieden uit Naam van uwe wel Edele Gestr zal kunnen doen, tot het aanbouwen van Graanen om hem daar door te meer aan te moedigen zullende alles met overleg van beide de Seemrads geschieden. — door dien koorn 491 & koorn zal hebben te betalen, de„ wyl de Landlieden de onkosten niet kunnen goed maken om zulk een sware Rijle te doen, en met meer als Rd: 40„ — voor de vragt krijgen. - den ondergeteek: zal ingevalle de opkoop van de Graanen met aan de verwagting komen te voldoen ofte de moeite niet waardig mogte zyn, opstonds zonder het minste tydven suim daarvan over Swellendam aan uwe wel Edele Gestr rapport doen en evenwel syne verdere Rize vervorderen tot aamoede ging van den Landt en 't aangaan van zodanige engagementen als het voordeel der ECompe en Colome kunnen dienen. — Verzoekende wyders dat uwe wel Edele gestr van de goedheid gelieve te zyn een tyd te fixeeren wanneer den ondergeteek d' Eere mogen hebben uwe wel Edele gestr nadere mondelinge dis„ positie de Loren ten eynde met alle spoed de Rhys voort te zetten en gaarne nog eenige voorslagen aan uwe wel Edele gestr wilde doen. Waarmede d' Eere heb na Uwe V: Diemel gerw. Clrcq Accordeert /was geteekend:/ P I=s van Reenen /in margine:/ Cabo de hoede hoop den Februarij 1786 wel Edele Gestr: Heer Uwe wel Edele Gestr zeer onderd: getz en gehoorz Dienaar wel Edele Gestr en hoogst gerespec„ teerde Familie in Godes Bescherminge te hebben aan bevolen met de meeste Eerbied mij t' onderdteekenen — 8 /:onderstond:/ wel 1 submitteerende hem wyders onder alle zodanige placcaaten als er op het stuk der vrylieden reeds zyn beraamd ofte nog in't vervolg mogten werden vastgesteld. - 49 493 La C Ontwerp eener Formulier zodanig als men meend dat naar de teegenswoor„ dige tyden de vrybrieven voor de Burgers in de Caabse Colonie zouden be„ honen te werden ingerigt & E: J: V: D: F: Gouverneur van Cabo de Goede Hoop, en den ressorte van dien t82. beneevens den Raad, doen te weeten: geboortig Alzoo No. N: van oud Jaaren en Anno als - -. met het schip - - - - alhier aangeland, aan ons by request zeer instantig heeft verzogt, omme als Burger deeser plaatse te moogen werden geadmitteerd, ten eynde zig op eene eerlyke wyze met het - - - - - beroep of ambagt te erneeren, zoo is t: dat wy zyn gem: verzoek goedgunstiglik heb„ ben geaccordeert, en voorsz: N: N. admitteeren, om zig als Burger tot d'exercctie van het voorsz: beroep en ambagt in deese Colonien behoorlyk p 494 behoorlyk t'etablisseeren, onder deezen speciaale Conditien nogthans, dat wanneer den zelven N Ns binnen de eerstvolgende twintig Jaaren, zyn voorsz: beroep of ambagt niet met behoorlyke vlyt en tot genoegen van deesen Raade, onop houdelyk blyfft exerceeren, dan wel het zelve be roep of ambagt, in dien tusschen tijd, anders als met onze permissie op de daar toe by te brengenen gewigdage reedenen, en dat dezelve door ons als zoodanig werden erkend komt te verlaaten, of buiten diergelyke per„ missie, neevens het selve beroep of ambagt, nog eenige andere kost„ winninge by der hand mogt neemen, denselven dadelyk van zijne voorsz: admissie als burger, zal weezen vervallen, mitsgaders in zyn vorigen qualiteit in 's Comp=s dienst getrok„ ken, en als zoodanig uit deese Colonie zal werden verzonden, en dat daar en booven, ook deselve faculteit tot het weeder in dienst trekken en verzenden van hier, aan ons gereserveerd blift; zoo wanneer het gedrag van voorsz: N: N: niet betamelyk weezen ofte anderzints eenige reedenen voorkoomen, waar om dienstig ofte noodzakelyk oordeelen zouden meergem. N. N. in 's Comp=s dienst t' employeeren, ofte uit dee„ se Colinie te demoreeren, — Welk laatste met hem N. N ock werd getransfereerd en stand grijpen zal, in alle zyne nakoomelingen ofte Descendenten, alzoo 't Burgerschap voor deselve in deese Colonie ook te nooit anders als onder die bepalingen zal morgen en kunnen werden er onts„ kend; submitteerende hem N: V en in dezelve zyne descendenten wijders onder alle zodanige placcaaten als er op het stuk der vylieden reeds zyn beraamd ofte in het vervolg nog mogten werden g'emaneerd, en voorts aan alle Placcaaten, ordonnantiën en de statuten alhier in vigeur zynde, ofte die men dienstig vinden zal in der Tyd te beraamen ons - -
English
Letter D: Thursday the 4 November 1784. In the forenoon present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the Colonel, Mr. Robbert Jacob Gordon, the merchant Mr. Olof Marthini Bergh, as well as the junior merchants the Honorable Tobia Christiaan Bonnenkamp, Oloff Godlieb de Wet, and Gerhardus Hendrik Cruijwaagen, all due to occupation as well as indisposition; with the co-optation of the burgher councillors Hendrik Le Sueur and Iohannes Karnspek. The messenger, entering, reports that the defendant is not present. Weesberg, appearing for the plaintiff, requests default and for the benefit thereof condemnation. The burgher Daniel Verwij, defendant, to hear demanded and concluded to the giving of testimony of the truth and thereupon to answer to such articles as shall be presented to him, the defendant, on behalf of the said plaintiff, and copies of which were delivered to him, the defendant, at the time the citation was served. The burgher Dirk Weesberg as authorized agent of the former burgher Lieutenant Mr. Hendrik Oostwald Eksteen Pietersz., Plaintiff, against The Council, in view of the non-appearance of the defendant, grants the plaintiff the requested default and for the benefit thereof condemns the defendant to answer to such questions as shall be presented to him in the presence of the Honorable Commissioners. At Cape of Good Hope, date as above. In my presence: was signed: lower: C: L. Neethling, Secretary. Agrees: D D Riem, sworn clerk. underneath: 496 Subsequently, a report was made by the Honorable Salomon van Echten and Iohannes Karnspek as commissioners of this Council, that their Honors, pursuant to the order issued in Judicio by default on the 4th of this month, having summoned the burgher Daniel Verwij to appear before their Honors in order to answer interrogatories at the requisition of the former burgher Lieutenant Hendrik Oostwald Eksteen, the said Verwij, according to the report made to them by the court messenger, using very irreverent and impertinent expressions, refused to appear: of which encounter the said court messenger having had to make a report to the Honorable President, it was further stated by His Honor that he had ordered that messenger to draft a proper written report of that incident; the aforesaid court messenger having been called into the Council. Thursday the 18 November 1784. Extract from the Civil court Roll held at Cape of Good Hope. turn over: the following Report was delivered by him. And since, after reading, it appeared therefrom how impertinently the aforesaid Verwij expressed himself to the disrespect and great contempt of Justice; it was therefore approved and resolved to place a copy of the aforesaid report together with an Extract hereof into the hands of the Fiscal pro interim, Mr. Jan Jacob Serrurier, in order to do and act against the aforesaid Verwij as shall be found appropriate for the maintenance of the authority and respect of Justice and the offense thereby caused to this Council. underneath: Agrees, so far as the extract is concerned, with the aforesaid court roll. R D Riem, sworn clerk. J: S: 497 The undersigned court messenger relates that on Wednesday the 10th of this current month of November, in the morning between 10 and 11 o'clock, he went to the dwelling house of the burgher Daniel Verwij, with the intention of inquiring whether he had already arrived at the Cape, because he, Verwij, had been summoned on the preceding court day, the 4th of this month of November, by the burgher Lieutenant Mr. Hendrik Oostwald Eksteen to answer Interrogatories, and, not having appeared, judgment was nonetheless requested and obtained from the Council by the burgher Dirk Weesberg as authorized agent of the aforementioned Mr. Eksteen. Then, as the informant entered the house of the said Verwij, noticing that several burghers were present with him, the informant therefore requested of the said Verwij to speak a word in private, whereupon the burgher Daniel Verwij went, together with the informant, into another room, where the informant immediately made known to the said Verwij that he, Verwij, on the preceding court day in his absence had been condemned by the Council of Justice to answer to articles, as had been requested by the burgher Dirk Weesberg in his capacity. turn over
Dutch transcription
La D: Donderdag den 4 November 1784. 's voormiddag present den E Agtb: Heere president Pieter Hacker en alle de leeden demptis den Collonel de heer Robbert Jacob Gordon den koopman de heer Olof Marthini Bergh mitsgd„s de onderkooplieden d' Ed: Tobia Christiaan Bonnenkamp, oloff Godlieb de Wet en Gerhardus Hendrik Cruijwaagen, alle zoo bij ocruxatie als indispositie, assumptie de burgerraaden Hendrik Le Sueur en Iohannes karn„ „spek Den boode binnen tree„ „dende rapporteert dat den ged: niet praesent is Weesberg voor den Eijsscher postuleerende versoekt de fault en voor 't profijt van dien Con„ „demnatie. — Den burger Daniel Verwij ged„e omme te hooren Eijsschen en Concludieren tot 't geeven van getuijgenisse der Waar„ „heid en mitsdien te antwoorde op de zodaanige articulen als van weegens den q9 eijs hem ged: zullen werden voor„ „gehouden, en welke Copielijk Den burger Dirk Weesberg als gemagtigde van den oud burger Lieutenant monws„ Hendrik Oostwald Eksteen Pietersz: Eysscher Contra Den Raad vermits de non Comparitie van den ged: verleend den Eijscher 't versogte default en voor 't profijt van dien Condemneert den ged: omme te antwoorden op zodanige vraag „stukken als hem ten overstaan van EE:s gecomputt„s zullen werden voorgehouden Aan Cabo de goede Hoop datum ut supra Mij praesent /: was geteekend/ lager C: L. Neethling secrets, bij 't doen dercitatie aan hem ged: zijn overgegeeven geworden Accordeert DDRiem gem Clercq. /onderstond./ 496 Vervolgens wierd door d' EE„ Salomon„ van Echten en Iohanne Karnspek als gecommitteerdens deeses raads, verslag gedaan, dat hun EE„s ingevolge het in Judicio, sub 4: deeser bij default gevallene appoinctement den burger Daniel Verwij voor hun EE„ hebbende doen appoincteeren ten einde ter requisitie van den oud bur„ „ger Lieutenant Hendrik Oostwald Eksteen op interrogatorien te antwoorden denselven Verwij volgens 't door den geregts„ boode aan hun gedaan berigt, onder zeer irreverente en impertinente expressien niet heeft willen Compareeren: van welke ontmoeting gemelde geregtsboode aan den E Agtbaaren Heere praesident, hebbende moeten doen rapport wierd door zijn E Agtb: voorts geadvanceert dat hij dien boode gelast had van dat voorval te formeeren een behoorlijk relaas in scriptes; zulx meerm: geregtsboode in raade geroepen zijnde Donderdag den 18: November 1784. Extract uijt de Civiele regts Rolle gehouden aan Cabo de goede Hoof of op vete: is door denselven overgeleevert het onder„ „staande Relaas En vermits na lechuire daar uyt Consteerde hoe impertinent voorsz: verwin zig ten disrespecte en groote versmading der Justitie heeft geuijt; is dierhalven goed gevonden en verstaan Copia van 't voorsz: relaas neevens Extract deeser te stellen in handen van den pro interim fistaal m„r Jan Jacob Terrurier ten einde tot maintenus van 't ontzag en 't respect der Justitie en de deesen raade daar door aangedaane casie teegens voorsz: verwij zodanig te doen en handelen als zal vinden te behooren /onderstond:/ Accordeert voor soo verre 't g'Extra heerde aangaat met voorsz: regts rolle RD Rietr gem Clereq J: S: 497 Den ondergeteekende geregtsboode relateert dat zig op Woensdag den 10: deeser loopende maand November 's morgens tusschen 10 en 11: Uuren begeeven heeft, ten woonhuijze van den burger Daniel Verwij, met intentie om te verneemen of denselven reeds aan Cabo gekoomen was, om dat hij Veruig op voor gaande regtdag den 4: deeser maand November is gedagvaart geworden door den burger Lieutenant mons„r Hendrik Oostwald „ Eksteen om op Interrogatorium te antwoorden en niet gecompareert zijnde egter door den burger Dirk Weesberg als gemagtigde van monsr. Eksteen voorn: Vonnis versogt en van den raad verkreegen hebbende Dan terwijl den relatant in het huis van gem: verwij koomende, ontwaarde dat bij denselven verschijde burgeren praesent waaren heeft dus den rel„t aan hem vermij versogt om een woord alleen te moogen spreeken waar op den burger Daniel Verwij zig, met ende beneevens den rec„t begeeven heeft in een ander vertrek, alwaar den ret„t direct aan hem verwij te kennen gaf dat hij verwij op voorgaande regtdag bij zijn absentie door den raad van Justitie gecondemneert was geworden om op articulen te antwoorden, terwijl het door den burger Dirk Weesberg qq verzogt verte
English
was, therefore the relator would ask the commissioners when it might suit their honors to sit in order to interrogate him, Verwij, upon which the following was substantially given in answer by him, Verwij, to the relator: it is an old custom that when someone is summoned to give testimony of the truth and does not appear, that a default is requested by the party, nevertheless I shall not appear, for a person nowadays must be afraid to come down there near the jail, while the people there are seized in a violent manner and put into the jail; upon which was answered by the relator, what is that to tell me, those are matters that do not concern me, and I shall ask the commissioners when they wish to sit and then give you notice thereof, whereupon was replied by him, Verwij, Yes! that is good and then I shall indeed give a message in return; wherefore the relator departed from the house of Verwij. Furthermore, the relator proceeded in the afternoon to the Honorable Salomon van Echten to hear when it might suit his honor to interrogate Daniel Vermij and Jan Smidt Jurriaansz; upon which the relator was ordered by his honor to summon the aforementioned persons to appear before the ordinary council chamber on Friday the 12th of this month of November at half past 10 o'clock in the morning. Subsequently, the relator again proceeded on Thursday the 11th of November to the house of the frequently mentioned Vermij and summoned him, in the name of the commissioners, to appear before the council chamber tomorrow morning, or Friday the 12th of this month of November, precisely at half past 10 o'clock, in order to then answer questions upon interrogatory before their honored commissioners, upon which was directly given in answer by him, Verwy: I shall not appear, and besides that I intend to ride into the country this afternoon or tomorrow morning; the relator having replied thereto, That is well, and furthermore asked him, Verwij, Is Jan Smit Jurriaansz also riding into the country then, to which was given in answer by the said Verwij: That I do not know. The relator has thus duly reported what transpired to the Honorable President and their honored commissioners. below stood Cabo de goede hoop the 12th of November 1784. signed A: J: Jurgensen court messenger Agrees RHVRRiet sworn clerk 49 Today, the 25th of November 1784, I, the undersigned court messenger, proceeded to the dwelling house of the burgher Daniel Verwij in order to summon him, in the name and on behalf of the provisional fiscal Mr Jan Jacob Terrurier, that he, Verwij, was to appear at his honor's house on the following day precisely at eight o'clock in the morning; but as he was not to be found at home, I therefore gave the message to his wife with the request to make it known to her husband. Subsequently, I, the undersigned, again proceeded on Saturday the 27th of the past month of November to the dwelling house of the said Verwij and summoned him, in the name and on behalf of the independent fiscal Mr Jan Jacob Serrurier, to appear at his honor's on Monday morning, or the 29th of November, upon which was received in answer from him, Verwij: If I knew that the fiscal wished to speak to me about private matters, I would indeed come, but if the fiscal wishes to speak to me about other affairs, his honor must simply have me summoned. This being what happened to me. Cabo de goede Hoop the 1st of December 1784 signed A: J: Jurgensen court messenger below stood Agrees HD Riets sworn clerk 500 Furthermore, the Honorable President made known to the council that, pursuant to the resolution taken at the session of the 18th of the past month of November concerning the burgher Daniel Verwij, the same resolution having been handed over by extract of the minutes to the independent fiscal Mr Jan Jacob Serrurier, his honor had subsequently communicated to him, the president, that although he had summoned the aforesaid Daniel Verwij to his presence by the court messenger, the same had nevertheless not appeared, but had let the fiscal know through the aforesaid court messenger: That if he, Verwij, knew that the fiscal wished to speak to him about private matters, he would then come, but in case he had to speak to him about other matters, then the fiscal must simply have him, Verwij, summoned. That he, the President, therefore deemed it advisable. Thursday the 2nd of December 1784. Extract from the criminal court roll held at Cabo de goede Hoof on
Dutch transcription
490 was, dierhalven den relatant aan heeren gecommitt„s vraagen zoude wanneer het hun EE„s geleegen mogte komen te zitten om hem verwij te verhooren, zijnde daar op door hem verwij aan den relatant sub¬ stantieelijk ten antwoord gegeeven: het is een oud gebruik, dat wanneer iemand gedagvaart word om getuijgenis der waarheid te geeven en niet Compareert dat door parthij vermit versogt word, egter zal ik niet Compareeren want een mensch die moet teegenswoordig bevreesd zijn om daar onder bij de tronk te koomen terwijl de menschen aldaar op een geweldadige wijze worden opgevat en inde tronk gezet; zijnde daarop door den relatant geantwoord, wat hebt gij mij dat te zeggen, dat zyn zaaken die mij niet en aangaan, en ik zal de heeren gecommitt„s vraagen wanneer zij zitten willen en U als dan daar van kennis geeven, waar op door hem verwij gereplireert is ge„ „worden, Ia! dat is goed en dan zal ik geen wel een boodschap weederom geeven; zynde daar op den relatant uijt het huijs van verwij vertrokken. — Hebbende wijders den relatant zig de nademiddags begeeven bij d' E Salomon van Echten om te hooren wanneer het zijn E: mogte geleegen koomen om Daniel Vermij en Jan Smidt Jurriaansz te verhooren; zijnde daar op den rec„t door zijn E: geordonneert om de eevengemelde persoonen op vrijdag den 12: deeser maand November des middags om half 11: Uuren voor de ordinaire raadzaal te appoincteeren, Vervolgens heeft den relatant zig op donder„ „dag den 11. November weederom vervoegd ten huijse van meergem: vermij en denselven uijt naam van heeren Gecommitt: geappoinc„ „teerd omme op morgen middag ofte vrijdag den 12: deeser maand November procies om half 11: uuren voor de raad kaamer te verschijnen, ten einde als dan voor EE„s gecom„ mitteerdens op Interrogatorium te antwoorden waarop door hem verwy direct ten ant„ woord is gegeeven: Ik zal niet Compareeren en buijten dien zoo ben ik van meening omme van deesen nademiddag ofte morgen oggent na buijten te rijden; hebbende den relatant daar op gerepliceert 'T is wel, en wijders aan hem verwij gevraagd, Rijd Jan Smit Jurriaansz: dan ook meede naar buijten zijnde daarop door gem: verwij ten ant„ „woord gegeeven: dat Weet ik niet. — Den relatant heeft dus van het gepasseerde behoorlijk verslag aan den E Agtbaren Heer praesident en EE„s gecommitteerdens gedaan. onderstond/ Cabo de goede hoop den 12 November 1784. /:geteekend/ A: J: Jurgensen geregtsboode Accordeert RHVRRiet gem Clercq 49 Huijden den 25 November 1784. hebbe ik ondergeteekende geregtsboode mij begeeven ten woonhuijze van den burger Daniel Verwij omme denselven uijt naam ende van weegens den prov„e fiscaal m„r Jan Jacob Terrurier te appoincteeren dat hij verwij op den volgenden dag des morgens Procies agt Uuren ten huijze van zijn E: moeste verschijnen; dan terwijl denselven zig niet t' huis bevond zoo hebbende dus de boodschap aan zijn huijsvrouw gedaan met versoek hetzelve aan haar man bekend te maaken Vervolgens heb ik ondergeteekende op Zaturdag den 27: der gepasseerde maand November mij weederom begeeven ten woon„ „huijze van gem: verwij en denselven uyt naam ende van weegens den heer Jndependens fiscaal m„r Jan Jacob Serrurier ge„ „appoincteerd omme op Maandag morgen ofte den 29. November bij zin E te verschijnen Waar op van hem verwij ten antwoord ontfangen Wanneer ik wiste dat den heer fiscaal mij over particuliere zaaken te spreeken had zoude ik wel koomen, maar, zo indien de heer fiscaal mij over andere affaire spreeken wil moet zijn E: mij maar laaten dagvaarden Zijnde dit mijn weedervaaren Cabo de goede Hoop den 1: December 1784 /:geteekend/ A: J: Jurgensen geregtsboode /onderstond/ Accordeert HD Riets gem Clercq 500 Voorts gaf den E Agtb: Heere praesident den raade te konnen, dat, ingevolge het ter sessie van den 18: der Jongstt: maand November genoomene besluijt noopens den burger Daniel Verwij, 't zelve besluyt bij Extract notul aan den heere independent fiscaal M„r Jan Jacob Serrurier over„ handigt geworden zinde, zijn E: vervolgens aan hem heere praesident hadde gecom„ „municeert, dat hij voorsz: Daniel Verwij door den geregtsboode bij hem hebbende laaten appoincteeren, denselven egter niet verscheenen was, maar door voorsz: ge„ „regtsboode, aan den heer fiscaal had laaten weeten: „ Dat wanneer hij verwij wist, dat den „heer fiscaal hem over particuliere zaaken „spreeken wilde hij dan koomen zoude „maar bij aldien hem over andere zaaken „te spreeken hadde dan moest den „heer fiscaal hem verwij maar laaten „dagvaarden Dat hij Heere Praesident dierhalven geraaden Donderdag den 2 December 1784. Extract uijt de Crimineele regts rolle gehouden aan Cabo de goede Hoof op
English
had found, in order to prevent further difficulties and in the expectation that this would be approved by this Council, that the repeatedly mentioned Verwij had been ordered by appointment through the court messenger, both in the name of the Lord President and the Council, to appear before the council chamber by today; the Lord President requiring that this Council declare whether their Honorable Worships would approve of the action taken by him, the Lord President, in this matter. Having deliberated upon this and noting the good intention of the Lord President, their Honorable Worships approved the same unanimously. Whereupon the Lord President further stated that the said Verwij, having first replied to that appointment: It is well, I may speak to you further, had nevertheless, on that very same day in the evening around half past eight, addressed and sent a handwritten and sealed letter to the court messenger, reading word for word as follows: Court messenger A. J. Jurgensen, I have given further consideration to the appointment of the Honorable Lord President, as well as the Honorable Council of Justice, and consequently declare, for scrupulous reasons, that I cannot appear as long as the Honorable Council does not provide me with manifest security that I will not be troubled upon a simple statement of the officer with a bodily apprehension, according to the evidence that I have in my custody, over and above the fact that the content or tenor of the appointment is unknown to me, which I nonetheless ought to know, as well as whether I must appear in person or may send an authorized representative. Below stood: your humble servant, signed: Verwij. After the impertinent and insolent conduct of the aforesaid Verwij and the offense thereby inflicted upon this Council had been discussed, it was deemed proper, before proceeding further in this matter, to call the court messenger into the Council and inquire whether the repeatedly mentioned Verwij, possibly misled by bad counsel, had reconsidered and might have appeared before the council chamber. This having been done, the Lord President, upon receiving the answer that the said Verwij had not appeared, asked the Lord Independent Fiscal's opinion in this matter; whereupon the Lord Fiscal stated that he requested a decree by virtue of which his Honor could summon the repeatedly mentioned Verwij in person before this Council in order to hear such demand and conclusion, request or requests as he should find appropriate on the day of the hearing, to answer thereto, and further to proceed according to law. Today, the 7th of December 1784. The Council, seeing the necessity residing in the case at hand, and in order to curb such and similar acts of disobedience, obstinacy, and insolence as much as possible, and to correct the affront thereby caused to Justice, has by this decree qualified the said Lord Fiscal to summon the aforesaid Verwij in person before this Council and to proceed against him in such manner and form as his Honor shall deem appropriate. Agrees, as far as the extracted part is concerned, with the aforesaid court roll. H. V. Riet, sworn clerk. I, the undersigned court messenger, went to the residence and presence of the burgher Daniel Verwij and duly served the accompanying citation upon him, and thereupon, after the defendant had requested and received a copy of the citation, received from him as an answer: I will read through the copy of the citation attentively and give you the answer later. Furthermore, on the 8th of December of this year around 8 o'clock in the morning, the defendant sent to me, the undersigned, by a child whom I think to be his little son, a piece of paper on which was written in pencil, reading as follows: This serves as a verbal answer: I do not accept the citation and protest against the costs, as I see from the citation that I have been criminally summoned by the officer, and the designation of the alleged criminal deed has been omitted from it, which I nonetheless ought to know in order to be able to respond to it or propose an exception regarding the incompetence of that criminal summons. Then, as the said note was not signed by the defendant, I, the undersigned, therefore went again into the presence of the defendant and handed him the repeatedly mentioned note, inquiring whether the content of that note was the defendant's answer to the served citation of the Lord Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier; this inquiry being answered by the defendant with: Yes. All of which I report to have occurred to me. Cape of Good Hope, date as above. Signed: A. J. Jurgensen, court messenger. Below stood: Agrees. W. D. Riet, sworn clerk.
Dutch transcription
gevonden hadde tot voorkoominge van meerdere moeijelijkheeden en in verwachting dat zulx door deesen raade zoude werden geapprobeert, meerm: verwij door den geregtsboode zoo uijt naame van den Heere President als den raad teegens heeden voor den raadzaal te verschynen had laaten appoiniteeren requireerende den Heere praesident dat deesen raade wilde ver„ klaaren of hun E Agtb:r het door hem heere praesident in deesen te werk gelegde quaamen te approbeeren: over 't welk ge„ „raadplagd en aangemerkt zynde de goede intentie vanden heere Proesident zoo hebben hun E Agtb„s hetselve unanimite geapprobeert. — Waar na den heere praesident verder advanceerde dat gem: verwij op dat appoin tement eerst hebbende geantwoord: is wel, ik zal U mogelijk nog wel naader spreeken denselven egter nog op dien eigensten dag 's avonds wel om half neegen uuren een eigenhandig geschreeven en verseegeld brief„ „je had geaddresseert en gesonden aan den geregtsboode, luijdende woordelijx als volgd Geregts boode A: J: Jurgensen Ik hebbe mijne gedagten nader bepaald op het appoinctement van den E Agtb: Heere Praesident, beneevens den E Agtb: Over welk een en ander impertinent en brutaal gedoente van voorsz: Verwij„ en de deesen raade daar door toegevoegde cosie, gesprooken zijnde, is, alvoorens in die zaak verder te treeden goedgevonden den geregtsboode in raade te roepen en te verneemen of meerm: verwij mogelijk door quaade inductie mistijd, zig bedagt en voor den raadzaal verscheenen weesen mogte; 't welk gedaan zijnde heeft den Heere praesident, op bekoomene ant„ „woord dat gem: verwij niet was verscheenen, des heers Jndependent Fiscaals goeddunken in deesen gevraagd en heeft den heer fiscaal daar op gezegt: dat hij versogt decreet raad van Iustitie, en Verklaare diensvolgens om scrupuleuse reedenen niet te kunnen Compareeren zoo lange den E Agtb: raad mij geene maniferte securiteit komen te geeven dat ik niet zal gequeld worden op een simpe vertoog van den officier met een apprehensie Corporeel, volgens de bewijsen die ik onder mijne berusting heb, booven in„ en behalven dat mij onbekend is de inhoud of 't buid van 't appoinctement en hetwelke ik niet te min behoord te weeten, als meede of ik persoonlijk moet Compareeren dan wel een gemagtigde zenden /:onderstond:/ ƒ uw dwd„s /:geteekend:/ Verwij. — raad verte Huijden den 7: December 1784 uijt krachte van 't welke zijn E: meerm: verren voor deesen raade in persoon konde laaten dagvaarden ten einde te aanhooren zodanigen Eijsch en Conclusie versoek of versoeken als hij ten daage dienende zoude vinden te behooren, daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na regten Zoo heeft den Raad insiende de nood„ „zaakelijkheid die in 't Cas subject resideert en om zulke en diergelijke disobedientien, obstinatien en brutaliteiten zo veel mooge „lijk te beteugelen, ende de Justitie daar door aangedaane smaad te doen Corrigeere welgem: Heere Fiscaal bij deesen decreete gequalificeert, om voorsz: vermen voor deesen raade in persoon te doen dag vaar„ „den en teegens denselven te procedeeren zodanig en in diervoegen als zijn E zal vinden te behooren. — Accordeert voor zoo verre 't geExtraheerde aangaat met voors regtsholle Dienende deese voor mondelijke antwoord Ik accepteere de Citatie niet en protesteer teegens de kosten, terwyl ik uijt decitatie zie dat ik Crimineel van den officier ben gedagvaart, en de benoeminge vande gesustineerde Crimen daad daar uijt ge„ „laaten die ik niet te min behoorde te weeten om daar op te kunnen antwoorden of exceptie proponeeren vande onbevoegd„ „heid dier dagvaarding in Crimineel Dan terwijl het gem: briefje door den ged„ niet geteekend was zoo hebbende ik on„ hebbe ik ondergeteekende geregtsboode mij begeeven ten woonhuijze en ter pre„ „sentie van den burger Daniel Verwij en neevensgaande Citatie behoorlijk aan denselven gedaan, en daar op, na dat den gedaagden Copia Citatie gevraagd en ontfan„ „gen had, van hem tot antwoord ontfangen Ik zal de Copia Citatie met attentie overleesen en U nader het antwoord geeven Wijders heeft den ged: op den 8 december deezes Jaars 's morgens omtrend 8: uuren, door een kind, zo ik denk zijn zoontje te zijn, aan mij ondergeteekende toegesonden, een stukje pa„ „pier, waar op met potloot geschreeven stond, luijdende als volgd: HV Kiet gem Cleren te „dergeteekende wij dus weederom be„ „geeven ter praesentie vanden ged„e en aan denselven overhandigt het meergem: briefje met de afvraging of den inhaud dier briefje zijn ged„e antwoord op de geëxploicteerde Citatie van den Heer independent fiscaal m„r Jan Jacob Serrurier was, zijnde deese afvraginge, door den ged: met Ja: beantwoord. — Hetwelk relateere mij weedervaren te zijn Cabo de goede Hoop datum ut supra /:was geteekend:/ A. J: Jurgensen geregtsboode /:onderstond/ Accordeert WD Riet gem: Clercq
English
Thursday the 16th of December 1784. The Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, ex officio plaintiff in a criminal case on the one part. The burgher Daniel Verweij, defendant in person, to hear such criminal demand and conclusion, request or requests as the ex officio plaintiff shall make and take on and against him, defendant in person, to answer thereto, and further to proceed according to law. Present for the day: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, except: the Military Captain, the Honorable Lodewijk Christoph Warneck due to indisposition, with the co-optation of the burgher councilors the Honorable Hendrik Le Sueur and Johannes Karnspek. The messenger entering reports that the defendant has not appeared. The ex officio plaintiff, by reason of the non-appearance of the defendant, requests default, and further the benefit thereof pursuant to the 13th Article of the ordinance on the style of proceeding in criminal cases; provision of arrest of the person, his Honor delivering, in proof of the defendant's misdeeds, three returns of the court messenger, both regarding the appointments made to the defendant and the last summons served in person, together with both extracts from the respective court rolls, and requests the Court to take note of the state of the case and the gravity of the defendant's impertinence committed against the judge in their consideration of the matter. After reading of all of which, and consideration of everything that merited reflection, the following decree was issued: The Court grants the ex officio plaintiff the requested default, and for the benefit thereof, pursuant to the ordinance on the style of proceeding in criminal cases, a decree of provision of arrest of the person against the burgher Daniel Verweij. Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: in my presence, was signed: C. L. Neethling, secretary. Underneath stood: Agrees. Thursday the 30th of December 1784. Present as aforesaid: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, except the merchant Oloff Marthini Bergh, with the co-optation of both burgher councilors, the Honorable Hendrik Le Sueur and Johannes Karnspek. It was also made known to the Court by the said Fiscal that, notwithstanding all efforts made, the burgher Daniel Verweij could not be apprehended, and he, the Fiscal, therefore requested that the same, regarding his misdeeds, after the public ringing of the bells, might be summoned by edict to appear before our Court within a certain fixed term and to purge and answer for his perpetrated impertinences, obstinacies, and insolence against his lawful judge, on pain that upon failure thereof proceedings shall be taken against him according to law; which proposal and request having been taken into consideration, the same was unanimously granted, and he shall accordingly, after the end of the meeting, be summoned in such manner by edict to appear before our Court within the upcoming fourteen days for the purpose aforesaid, on pain as stated above. Underneath stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: in my presence, was signed: C. L. Neethling, secretary. Agrees. Pieter Hacker, President, and the Court of Justice of the Government of the Cape of Good Hope, make known: That the Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, pursuant to the decree granted on the 16th of this current month of December, having caused the burgher of this place, Daniel Verweij, to be summoned in person before our Court of Justice in order to hear such criminal demand and conclusion, or request or requests, as the said Independent Fiscal would make and take on the day appointed on and against the said Verweij, to answer thereto, and further to proceed according to law; and this over and regarding the matter that the said Verweij, having been summoned by the former burgher Lieutenant Hendrik Oostwald Eksteen, Pieterszoon, in a certain suit brought by the said Eksteen on and against the burgher Jacobus Arnoldus van Reenen, to answer such interrogatories as were served on him, Verweij, in copy at the time of that citation; the aforesaid Verweij on the appointed day not only failed to appear, but to the country etc.
Dutch transcription
Donderdag den 16. December 1784. Den Heer Independent Rostarl den bode binnen treedende rap„ porteerd dat de gedaagde pier M:r Ian Iacob Serrurier ra„ Verscheenen is;- tione officie Eijss:r in Cas Cri= den tee Ratione officie Eysscher „mineel ter Eenre. — vermit de non Comparitie van den ged: verzoekt default, en voort profijt van die ingevolge het Den burger Daniel Verweij„ 13 Articul van d'ordonnantie nopens de stijl van procedeeren, in persoon gedaagde, omme in Cremineele zaken; provisie van aantehooren Sodanigen Prince de Corps leeverende sijn Ed: ter aantoovingen van des Ged=e mis, Crimineelen Eijsch en Conclu„ drijven over, drie relassen, van „sie, versoek ofte versoeken den geregtsbode zo nopens de aan den ged: gedane appoincten. als den Eijsscher Ratione als de laatst gedane dagvaarding officie op ende Jeegens hem in perzoon mitg:s de beide Et tracten uit de resp=me regtsrolle gedaagde in persoon sal en verzoek den Raad tot hun koomen te doen ende te Edele Agtb:s op 's zaaks gesteld, heijd en't gewigt van des ged=e neemen daar op te antwoorden, impertinentie teegens de regter, en voorts ten procedeeren als gepleegd bij overweeging van na regten zaken gelieven te letten; — Na Lecture van welk een en ander mitsgs overweeging van alles, wat reflexiën meeri „teerde, daarop 't volgende Decreet gevallen Den Raad verleend aan den Heer Ratione officie Eys:r te verzogte de fault, en voor 't profyt op ende Jeegens S voor dendaags praesent den 8. Actbaaren Heere Pieter Hacker Praesident en alle de Laeden, dempto: den Capitain Militair d' E. Lodewijk Christoph Warneck bij Indispositie assumptie den burger Rudden d' EE. Hendrik Le Lueur en Johannes Karwpek van is. — van dien ingevolge de ordonnantie op den stijl van procedeeren in Crimineele zaken Decreet van provisie van't prince de Corp op den Perzoon van den burger Daniel JVerweij Cabo de Doedesloop die et annout supra„ /:lager:/ mij present, /:was get:/ C: ve Neetsting secret=s /:onderstond:/ Accordeert. Donderdag den 30: December 1784. voornoem praesent den E. Achtbaaren Heere Pieter Hacker Praesident en alle de Leeden, den opto den Heer Coopman Oloff Marthini Bergh, assumptis de beijde burgerraaden d' EE: Hendrik L: Sueur en Iohannes Karnspek. Verdende teffens door gem: Heer fiscaal in Raade te kennen gegeeven, hoe den burger Daniel Verweij, ongragt alle aangewende moeijte niet te krijgen geweest sijnde, hij Heer Fiscaal mitsdien versogt dat densel„ „ven ten belangen van sijne mis bedrijven na openbaaren klocken geslag bij man „dument van Edicte mogte werden ingedaagd, om binnen zeekenen bepaalden Termijn in onsen Raade te verschijnen en sig weegens sijne geperpetreerde Impertinen„ „tien, obstinutien, en brutaliteijd, Jeegens zijnen wettigen regter te komen purgee„ ren en verantwoorden, op piene dat bij nalatigheijd van dien teegens denselven sal werden geprocedeert als na regten; welke propositie en versoek in overwee= ging genoomen sijnde, is 't selven una= mnuter geaccordeert, sullende den„ „selven over zulx na geEijndigde verga= dering in diervoegen bij mandament werden ingedaagd om binnen de Eerst komende veerthien dagen in onsen raade ten ƒ 308 ten fine voorsz: te verschijnen, op piene als hier boven is gesegt. /:onderstond// Cabo de Goede Hoop, die ek anno ul suxra /:Lager: mij Praesent /:was get:/ C. L. Neeth. ling seclaet. s — Accordeerk 505 Pieter Hacker Praesident, beneevens den raad van Justitie des Gouverne= „ments van Cabo de goede Hoop, doen te Weeten. Hoe den Heere Jndependent fiscaal m r Jan Jacob Terrurier, ingevolge om sul 16:' deeser loopende maand December verleend decreet voor onsen raade van Justitie in persoon hebbende laaten dagvaerden, den burger deeser plaatse Daniel Verwij„ ten einde aan te hooren zodanigen Criminee„ „len Eysch, en Conclusie dan wel versoek ofte versoeken als welgemelde Heer Jndependent fiscaal ten daage dienende op ende jeegens denselven verwij zou komen te doen en „de te neemen daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als na regten; ende, zulx over ende ter zaake dat gemelde Verwij door den oud burger Lieutenant Hendrik Oostwald Eksteen Pietersz: gedagvaart geworden zijnde om in zeekere door gem: Eksteen op ende Jeegens den burger Iacobus Arnoldus van Reenen gemoveerd proces„ te antwoorden op zodanige interrogatorien als hem verwij bij het doen dier Citatie Copielijk ter handen waaren gesteld; voorsz: verwij ten geprefigeerden daage niet alleen niet gecompareerd, maar naar buijten &to
English
506 had ridden, and thus by default on the demand and conclusion of the attorney of the aforementioned Eksteen had been condemned to answer, but also when the court messenger, upon his return to the Cape, had given him notice thereof, did not shrink from answering the court messenger: "It is an old custom that when someone is summoned to give testimony of the truth and does not appear, that judgment is requested by the party; however, I shall not appear, for a man must nowadays be afraid to go down there near the jail, since people are seized there in a violent manner and put into jail." That the same Verwij, when the court messenger had appointed him the following day to appear on the day thereafter, or on Friday the 12th of November aforementioned, before the Honorable Commissioners from our Council at half past ten in the morning, in order to comply with the aforementioned judgment, had then answered: "I shall not appear, and besides that, I intend to ride into the country this afternoon." Just as the aforementioned Verwij then also did not appear before their Honors. That upon the report made by the Honorable Commissioners of the aforementioned impertinent, disrespectful conduct of the mentioned Daniel Verwij, which tended to the contempt of Justice, it having been thought fit by us to place that matter into the hands of the well-mentioned Lord Fiscal, in order to do and act in that regard as he should find proper; the well-mentioned Lord Fiscal had thereupon caused the same Verwij to be summoned by the court messenger to come to him, but the mentioned Verwij, instead of appearing, had sent word: "that if he knew that the Lord Fiscal wished to speak to him about private matters, he would come, but in case he had to speak to him about other matters, then the Lord Fiscal must just have him, Verwij, summoned." That thereupon it having been thought fit to have the repeatedly mentioned Verwij summoned by the court messenger in the name of the Honorable President and the Honorable Council of Justice to appear before our council chamber on Thursday the 2nd of this month, the same, to that appointment, first gave the court messenger the answer: "It is well, I shall perhaps speak to you further." Subsequently, on the same day at half past eight in the evening, he sent a sealed letter to the messenger, and wrote therein verbatim: "I have further determined my thoughts on this 507 appointment of the Honorable President and the Honorable Council of Justice, and declare consequently, for scrupulous reasons, to be unable to appear so long as the Honorable Council does not come to give me manifest security that I shall not be troubled, upon a simple representation of the officer, with a bodily apprehension, according to the proofs that I have in my possession; over and above that the contents or substance of the appointment is unknown to me, and which I nevertheless ought to know, as well as whether I must appear in person or send an attorney." The same Verwij having signed that letter with his name. And however much the aforementioned Verwij had also thereby now made himself guilty of our utmost indignation, we nevertheless, in order to know whether the aforementioned Verwij, possibly misled by evil instigation, had reconsidered and thus might have appeared before the council chamber, asked the court messenger whether the aforementioned Verwij was present, whereupon the messenger answered no. That we therefore, in consideration of the great and very far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality of the repeatedly mentioned Daniel Verwij, together with the insult and scorn which the same Verwij has thereby inflicted upon the Council of Justice, and thus upon his lawful judge, and which disobedience and heavy insults, if the same were not curbed and the willful and stubborn offenders were not duly punished on that account, would be offensive to the good inhabitants, and thereby all good order and due obedience would be broken and trampled underfoot, and thus the absolute ruin of this so flourishing Colony would be caused; So the Council of Justice has granted to the well-mentioned Lord Fiscal an independent decree, so that, as aforesaid, by virtue of the same, the mentioned Daniel Verwij might be summoned in person before our Council; but the aforementioned Verwij, notwithstanding the citation made on that account was served pursuant to the decree granted for that purpose and expressly cited in the same citation, having seen fit arrogantly to answer: "I shall read over the copy of the citation attentively and give you the answer later," and on the day thereafter to give in writing as an answer to the citation: "I do not accept the citation and protest against the costs, since I see from the citation that I am summoned criminally by the officer, and the naming of the sustained crimes is left out of it, which"
Dutch transcription
506 gereeden was, en dus bij default op den Eijsch en Conclusie van de gemagtigde van voorsz: Eksteen gecondemneert geworden is om te antwoorden maar ook wanneer den geregtsboode hem bij zijn retour aande Caob daar van kennis gegeeven had zig niet geschroomd heeft den geregtsboode ter ant„ woord te geeven Het is een oud gebruik dat wanneer „iemand gedagvaart word om getuijgenisse „der waarheid te geeven en niet Compareert „dat door parthij vonnis versogt word, egter „zal ik niet Compareeren, want een mensh „ moet teegenswoordig bevreesd zijn om daar „ onder bij de tront te koomen terwijl de „menschen aldaar op een geweldadige wijze „worden opgevat en in den tronk gezet Dat denselven Verwij wanneer den geregts„ boode hem 't volgenden, daag had geappoinc„ „teerd om daag daar aan ofte op vrijdag den 12. November voormeld voor EE„s Gecommitteerden uijt onsen raade 't voorde middags om half elf uuren te Compareeren ten einde aan het voorsz: vonnis te voldoen als toen geantwoord had, „Jk zal niet Compareeren, en buijten dien „zoo ben ik van meening omme van deesen „nade middag naar buijten te rijden gelijk voorsz: verwij voor hun EE. dan ook niet verscheenen is Dat op het door EE„s gecommitteerdens gedaan rapport van't voorsz: impertinentie disrespectueuse en tot versmadinge der Justitie streckende gedoente van gem: Daniel Verwi door ons goedgevonden zijnde die zaak te stellen in handen van welgem: Heere fiscaal ten einde daar omtrend te doen in handelen als zoude vinden te behooren, welgem: heer fiscaal denselven verwij daar op door den geregtsboode bij hem had laaten appoincteeren dan gemelde vermij in steede van te verschijnen had laaten weeten: „ dat wanneer hij wist dat den Heer fiscaal „hem over particuliere zaaken spreeken „ wilde hij dan komen zoude maar bij aldien „hem over andere zaaken te spreeken „ hadde dan moest den heer fiscaal hem verwij maar laaten dagvaarden. Dat daarop goedgevonden zynde meerm: Verwij door den geregtsboode uijt naam van den E Achtbaren Heer praesident en den E Agtb raade van Justitie te doen appoincteeren om op donderdag den 2: deeser maand voor onsen raadzaal te ver„ schijnen, heeft denselven op dat appoinettement den geregtsboode eerst ten antwoord ge„ geeven „ 'T is wel ik zal U mogelijk nog wel „naader spreeken Vervolgens denselven dag 's avonds ten half neegen Uuren aanden boode een ver„ zeegulden brief gesonden, en daar in woor delijx geschreeven „Jk heb mijne gedagten nader bepaald op dis 507 „ het appoinctement van den E Agtb „ Heer praesident en den E Agtb raad van Justitie en verklaaren dienvolgens „ om scrupuleuse reedenen niet te kunnen „ Compareeren zo lange den E Agtb: raad mij geene manifeste securiteit koome „ te geeven dat ik niet zal gequeld worden „ of een simpel vertoog vanden officier „ met eene apprehensie Corporeel, volgens de bewijzen die ik onder mijne berusting „ heb; booven en behalven dat mij onbekend „ is, de inhoud of bund van 't appoinctement „ en 't welk ik niet te min behoord te weeten als meede of ^ persoonlijk moet Compareeren dan wel een gemagtigde „ zenden„ hebbende denzelven Verwij dat briefje met zijn naam onderteekend. En hoe zeer voorsz: Verwij ook nu daar door zig ten uijtersten onse verontwaardiging schuldig gemaakt had, hebben mi egter om te weeten of voorsz: verwij mogelijk door quade indertie mislijd, zig bedagt en dus voor den raadzaal verscheenen zyn mogte den geregtsboode gevraagd of voorm: verwij praesent waare, waar op de boode geantwoord heeft van neen. — Dat wij dierhalven uijt aanmerking van de groote en zeer verregaande impertinentie obstinatie en brutaliteijt van meermelde Daniel Veruij mitsgd:s de hoon en smaad welke denselven Vermij den raad van Justitie en dus zijnen wettigen regter daar door heeft toegebracht, en welke disobedientie en zwaare beleediginge in dien deselve net beteugeld en de moed„ „willige en halstarrige overtreedens dies„ „weegens naar behooren gestraft wierden aanstootelijk voor de goede ingeseetenen en daar door alle goede ordre en verschul„ „digde gehoorzaamheid verbrooken als met voeten getreeden en dus volstrekt de ruine deeser zoo bloeijende Colonie veroorzaakt werden zoude; Soo heeft den Raad van Justitie aan welgemelden Heer fiscaal independent verleend decreet om zoo als voorzegt uijt kragte van hetzelve, gewelde Daniel Verwij in persoon voor onsen raade te laaten dagvaerden: dan voorn: verwij niet teegenstaande de dientweegen gedaane Citatie, ingevolge het daar toe verleende en bij deselve Citatie uijtdrukkelijk aangehaalde decreet was geexploicteerd, hebben„ „de kunnen goedvinden arroeantelijk te ant„ „woorden„ ik zal de Copeij Citatie met attentie overleesen en U nader het antwoord geeven„ en 's daag daar aan schriftelijk tot antwoord op de Citatie te geeven Ik accepteere de citatie niet en protesteere „ teegens de kosten, terwijl ik uijt de Citatie „zie dat ik Crimineel vanden officie be„ „ gedagvaart en de benoeminge vande ge„ „sustineerde Crimens daat daar uijt gelaaten welke vte „
English
508 which I nonetheless ought to know in order to propose an exception thereupon regarding the incompetence of that summons and criminal matter. Thus the Council, on the appointed day, in view of the non-appearance of the said Verwij, granted default to the officer, and for the benefit thereof, the apprehension or bodily arrest of the aforesaid Daniel Verwij. However, since the above-mentioned Verwij, notwithstanding all efforts made, could not be found, but has made himself a fugitive, the well-mentioned Independent Fiscal has consequently requested of us that the aforesaid fleeing Verwij may be summoned by public ringing of bells and edictal citation, in order to appear in person before us and in our council within a certain specified day, to answer for and clear himself regarding the disobedience, obstinacy, and impertinence shown toward his lawful judge, and the insult and disgrace thereby inflicted upon the same, under penalty that, in the event of non-appearance, proceedings will be taken further against him, Verwij, as according to law. Wherefore it is that we, having considered the serious offense of the said Daniel Verwij, for the maintenance of the respect and authority of Justice, as well as for the restraint of such and other inhabitants disobedient to the judge, have deemed it good and necessary to cause the aforesaid Daniel Verwij to be summoned for the first time by public edict and the ringing of bells, as we do hereby, to appear in person in our council two weeks from today, in order to answer before our court for the above-mentioned criminal acts, under penalty that, in the event of failure thereof, proceedings will be taken further against him as according to law. Thus done and granted at the Cape of Good Hope, the 30th of December 1784. Was signed: P: Hacker. In the margin stood the seal of Justice pressed in red wax. And beneath it: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice of this government. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Underneath stood: Agrees. WD Kiets, sworn clerk. 509 Thursday, the 13th of January 1785. The messenger enters, reporting that the defendant is not present. The Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, in his official capacity, Plaintiff in a criminal case, on the one hand, against The burgher Daniel Verweij, defendant in person, on the other hand; to the end of coming to answer for the disgrace and insult inflicted upon this Council of Justice by his very far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed against Justice. The Plaintiff, in his official capacity, requests, on account of the non-appearance of the defendant, the first default with the benefit thereof, and a second writ of edict against two weeks from today. The Council, on account of the non-appearance of the defendant, grants to the Plaintiff, in his official capacity, the requested first default with the benefit thereof, and a second writ of edict against fourteen days from today. Forenoon, present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, except Mr. Oloff Marthini Bergh, Merchant, and the Honorable Lodewijk Christoph Warneck, Military Captain, the former on business and the latter due to indisposition, with the three Burgher Councillors joined. Underneath stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: C: L. Neethling, Secretary. Agrees. 510 Pieter Hacker, President, together with the Council of Justice of the Government of the Cape of Good Hope, make known: Whereas the burgher Daniel Verwij was on the 30th of December of the past year 1784, by our order, summoned by public edict and the ringing of bells, in order to appear in person in our council within the time of the two next ensuing weeks, to the end of coming to answer and clear himself regarding his great and very far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed against Justice, and the insult and disgrace thereby inflicted upon his lawful judge; yet the said Verwij has not yet appeared, but on the contrary keeps himself fugitive and in hiding; therefore, the Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, has this day requested of us the first default with the benefit thereof, and a second writ of edict. Wherefore we have granted to the said Fiscal the first default with the benefit thereof, and consequently debarred the defendant from the declinatory exception, and deemed it necessary to cause the defaulting and absconding Daniel Verwij to be summoned and cited for the second time by public edict and the ringing of bells, as we do summon and cite him hereby, to appear in person in our Council of Justice within the next ensuing two weeks, in order to clear himself of the first default and of his aforementioned serious offenses, under penalty that, in the event of failure thereof, proceedings will be taken further against him as according to law. Thus done and granted at the Cape of Good Hope, the 13th of January 1785. Was signed: P: Hacker. In the margin stood the seal of Justice pressed in red wax. And beneath it: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Underneath stood: Agrees. WD Riet, sworn clerk.
Dutch transcription
508 „ is, die ik niet te min behoord te weeten „ om daar op exceptie te proponeeren „ vande onbevoegdheid die dagvaardin„ „„ge en Crimineel Soo heeft den Raad ten daage dienende vermits de non Comparitie van gemelde Verwij aanden officier verleend default en voor 't profijt vandien prince de Corps of aantastinge van den lijve van voorsz: Da„ „niel Verwij. Dan nademaal bovengemelde Verwij ongeagt alle aangewende moeyte niet te vinden ge„ weest is, maar zig fugatief heeft gesteld zoo heeft welgemelde Heer independent fiscaal mitsdien aan om versogt, dat den voorsz: Vlugtenden Verwij bij openbaare klocken geslag en Edictaale Citatie moogen werden ingedaagd, omme binnen zeekeren bepaalden daage, in persoon voor ons en in onsen raade te verschijnen om zig weegens de disobedientie, obstinatie en imper„ tinentie aan zijn wettigen regter betoond en de hoon en smaad denselven daar door aangedaan te koomen verantwoorden en jourgeeren, op pene dat bij non Comparitie verder jeegens hem Terwij zal worden ge„ procedeert als na regten Weshalven Soo is 't, dat mij gelet hebbende op 't hooggaande misbedrijf van gemelde Aldus Gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop den 30: december 1784 /:was geteekend P: Hacker /:in margine: stond het zegul der Justitie in rooden lacque geduukt /:en daar onder :/ ter ordonn: van den E Achtb: heere praesident en den E Achtb: Raad van Justitie deeses gouvernements. /:was ge„ „teekend:/ C: L: Neethling secret: — Daniel Verwij tot handhaaving van 't respect en ontzag der Justitie mitsgaders tot beteugeling van zulke en andere den regter ongehoorzaame ingezeetenen goed en noodig geoordeelt hebben voorsz: Daniel Verwij voor de eerste maal bij openbaare Ediste en klockens geslag te doen dagvaarden gelijk wij doen bij deesen omme heeden over twee weeken in persoon in onsen raade te Compareeren omme hem weegen de bovenge„ melde Crimineele bedrijven voor onsen Regtbank te verantwoorden op piene dat bij nalaatigheid van dien teegens hem verder zal werden geprocedeert als na regten /onderstond:/ Accordeert WD Kiets gem Clercq Daniel 509 Donderdag den 13:' Januarij 1785. den boode treed binnen nop Den Heer Independent porteerende dat den ged=e Fiscaal M:r Jan Jacob niet praesent is Serrurier ratione officier den Heer Ratione ofsicii Eijssr in cas Crimineel ter eenre Eijss=r versoekt vermits de noncomparitie des ged op ende Jeegens het eerste default met den profijte van dien, en een tweede en burger Daniel Verweij„ mandament van Edecte tee gedaagde in persoon ter andere zeijde, ten fine zig „gens heeden over 14. dagen te komen verantwoorden, weegens de door sijne zeer verregaande Impertinentie obstinatie en brutaliteijt teegens de Iustitie geplugd„ deesen Raade van Justitie aangedaane Snraad en Stoon Den Raad vermits de non Comparitie des gedaagden, verleend aan den Heer halions officie Eijsschen, het versogte Eerste default, met den profijte van dien, en een tweede Randament bij voordemiddags praesent, den E: Agtb: Heere Pieter Hacker Praesident, en alle de Leeden, dimptes de Heer Oloff Marthini Bergh. Koopman, mitsg=s d' E. Lodewijk Christoph Warneck Capitain Militair, de Eerstgem: bij orrupatien, en Laatstgem: bij Indispositie, assumptis de drie Burgerraaden. Edicts 3 Edecte, teegens heeden over veerthien Sagen /:onderstond/ Cabo de goede Hoop die et anno us suppra /: Lager:/ mij praesent :/ was getee„ C: L. Neethling Le Cress kind. Accordeert. 510 Pieter Hacker praesident beneevens den Raad van Justitie des Gouvernements van Cabo de goede Hoop doen te weeten. Alzoo den burger Daniel Verwij op den 30: december des Jongstl: Jaars 1784. ter onser ordre bij openbaaren Edicte en klocken geslag is ingedaagt geworden omme binnen den tijd van twee eerst koomende weeken, in persoon in onsen raade te Compareeren ten einde hem weegens zijne groote en zeer verregaande ins„ „pertinentie, obstinatie en brutaliteit teegen de Justitie gepleegd ende daar door zynen wettigen regter aangedaane hoon en swaad te koomen verantwoorden en purgeeren, denselven vermij egter nog niet te voorschijn is gekoomen, maar zig daar en teegen vlugtig en latiteerend is houdende, zoo heeft den Heere independent fiscaal m„r Jan Jacob Terrurier aan ons op heeden versogt het eerste default met den profijze vandien en een tweede mandament van Edicte Des wij aan gemelden Heere Fiscaal hebben vergunt het eerste default met den profijte vandien en dienvolgens den gedaagen verstooken van d'Exceptie declinatoir, mitzgd„s noodig geoordeelt den defaillant en latitant Daniel Verwij voor de tweede maal bij openbaaren Edirte en verte klocken geslag te doen dagvaarden en indaag gelijk wij hem dagvaarden en indaagen mits deesen, omme als nog binnen de eerst koomende twee weeken in persoon in onsen raade van Justitie te verschijnen, omme zig van 't eerste default en desselfs voor„ „melde hooggaande misbedrijven te koomen purgeeren op pone dat bij nalaatigheid van dien teegens hem verder zal werden ge„ procedeert als na regten Aldus Gedaan en verleend aan Cabo de goede Hoop den 13 Januarij 1785 /:was geteekend:/ P: Hacker /:in margine:/ stond het zegul der Justitie in rooden lacque gedrukt /en daar onder / ter ordonnantie van den E Achtbaren Heere pre„ „sident en den E Achtbaren raad van Justitie /: was geteekend:/ C: L: Neethling serret„s /onderstond:/ Accordeert WD Riet gem Clercq
English
511 Thursday the 13th of January 1786. In the forenoon present the Honorable Pieter Hacker President, and all the Members, except the Merchant Mr. Oloff Martini Bergh as well as the Honorable Lodewijk Christoph Warneck Military Captain, the first mentioned due to occupation and the last mentioned due to indisposition, with the addition of the three burgher councillors. Thereafter appeared in the Council the Ensign Christiaan Pieter Brand, as brother-in-law, and the burgher Sebastiaan van Reenen, as belonging to the kin of Daniel Verweij, who came to present a Petition, concerning the aforesaid Verweij, reading as follows: Honorable Gentlemen, After the reading of which, the aforesaid Sebastiaan Valentijn van Reenen further requested orally that the Officer, denoting thereby the Independent Fiscal, might withdraw when that Petition was being deliberated upon. The Fiscal, having meanwhile stated his opinion regarding the contents of that petition, maintained that the request made therein ought to be rejected; but that he reserved the right, on account of the injurious and defamatory terms used therein with respect to him, the Fiscal, to institute such action as should be deemed advisable. Whereupon the Fiscal having withdrawn and the contents of that written petition having been discussed, it was unanimously resolved to issue thereon the following apostil: The Council rejects the request made by the Petitioners in this petition; leaving reserved to the Independent Fiscal the right to institute such action as shall be deemed advisable with respect to the injurious and offensive terms used in the aforesaid petition. Underneath stood: Cape of Good Hope, the date and year as above. Lower: In my presence, was signed: C. L. Neethling Secretary. Agrees. 512 Reverently show Sara Lambregts, wife of the free burgher Daniel Verwij, together and alongside the other undersigned blood relatives of the same: How it has appeared to them, to their bitter regret, from the Edictal Citation published and further posted on the 30th of the just departed month of December at the request of the Officer, Master Jan Jacob Serruries, That the same Officer, in his asserted and demanded Criminal action, accuses him, on the report of the Commissioners, of having made himself guilty of extreme disobedience, obstinacy, and impertinence toward your Honorable Council; With the result that your Honors first granted a warrant of bodily apprehension against him, and thereafter, when he, at the sight of the provost with four of his subordinate constables conducting a search for him in his house, from which he was not far away, Honorable Sir and Honorable Gentlemen: To the Honorable President Pieter Hacker and the Honorable Council of Justice here at the Cape of Good Hope, etc. 513 had hidden himself in the best possible manner to avoid public scandals both for himself and his burgher class, thereupon implemented the aforementioned summons. Yet considering, Honorable Sir and Honorable Gentlemen! We could infer nothing other from the contents of the said edictal Citation than that the true origin and first beginning of the matters militating against our husband and relative Daniel Verwij were presented to your Honors by the Officer in too withheld and distorted a manner, such that the granted bodily apprehension and Edictal Citation in their too vigorous terms can directly and in the first place be attributed to no one other than the same. And we, according to that which is known to us of the connected course of events; indeed, according to the evidence which our more-mentioned husband and relative Verwij held in hand, are fully convinced that he has set himself as a party and recuser not so much against your Honorable Council, but principally against the scheming manner of conduct of the Officer. Since the same has given to us and to the participating burgher class—from the form and manner in which he so shortly before had instituted before your Honors a similar kind of action against the fellow Free burghers Bartholomeus Goedhart and Johan George Barends, with the result that they too were criminally apprehended on account of slight fault, according to the outcome of punishment in proportion to the accusation—sufficient reasons and matter for suspicion to be able to conclude that he is inspired and pregnant with such vindictive dispositions of mind, according to his own provable expressions and other concurring matters, with respect to the burgher class who have complained, are still complaining, and are already requesting redress from the High and Mighty Sovereign, as well as those participating and contributing therein, among whom the more-mentioned Verwij naturally and justly also belongs, for which no better occasion can ever come to his hand than an appearance of a criminal offense, in order then to present the same, as the subject in the case, to your Honors in the worst manner, in order to then—and which naturally is for his own preservation—always be covered by your Honors' judicial and on the most burdensome presentation alone grounded decrees.
Dutch transcription
511 Donderdag den 13:' Januarij 1786. Voordemiddags preesent den 6. Achtb: Heere Pieter Hucker Praesident, en alle de Leedten, demptis de Heer Oloff Mar„ thini Bergh Koopman mitsg:s d' E. Lodewijk Christoph Warneck Capitain Militoir, de eerstgem: bij orcupatie en de Laatsgem: bij Jndispositie, assumptis de drie burgerraaden Daar na verscheenen in Raade den Vaandrig Christiaan Pieter Brand, als behuwde Broeder, en den burger Sebastiaan van Reenen, als onder de maagschap, van Daniel Verweij sorteerende, dewelke een Request quamen te praesenteeren, nopens voorsz: verweij luijdende als volgt E G. Na welkers Lectuure voorsz: Sebastiaan Valentijn van Reenen, nog mondelinge versogt, dat den Heer officier (denoteerende daarmeede den Heer Independent Procaal:/ wanneer over dat Request wierd gebe„ soigneerd, mogte aftreeden. Den Heer Fiscaal intusschen over den innehouden van dat request syn gevoelen hebbende geseyd, sustineerde zyn E. dat het daar bij gedtaane versoek, behoorden E van van de hand geweesen te worden; dog dat zyn E. hem reserveerde, weegens de daar in ten opzigte van hem Fiscaal gebeesigde Injurieuse en Liesiven termen soodaanige actie te institueeren als te rouden werden soude — Waar na den Heer Fiscaal afgetreeden en over den Innehouden van dat versoek schrift gesproken sijnde, is ununimute goedgevonden, daar op te geeven het volgen Apportil. Den Raad wijst der Supplianten bij dit request gedaanen versoek van de hand; laatende aan den Heer Indepen„ „dent Fiscaal gereserveert, ommen ten opsigte van de bij 't voorschreeven request gebeesigde Injurieuse en Laue terwen, sodanige actie te kunnen Institueeren als te raade werden zal. /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop die et anno ut supra /:Lager:/ Mij Praesent :/ was geteekend:/ C. L. Veethling Secretaris. Aooordeert. 512 Vertoonen reverentelijk Sara Lambregts huijsvrouw van den vrij burger Daniel Verwij met ende beneevens de verdere meede ondergeteekende bloedvrienden van denselven Hoe dat aan hun ten bitteren leedweesen is komen te blijken uijt de ten versoeke van den heer officier M„r Jan Jacob Terruries op den 30„sten der even afgeweekene maand december gepubliceerde en voorts geaffigeerde Edictale Citatie Dat denselven heer Officier hem bij zijn gesusti„ „neerde en gedemandeerde Crimineele actie is aantijgende op 't rapport van Heeren ge „committeerden zig te hebben schuldig gemaakt aan verregaande disobedienti obstinatie en impertinentie aan UWEd Achtb Raade Met dat gevolg dat UwelEd Agtb„s eerst teegens denselven hebben verleend prince de CCorps en daar na wanneer hij op 't gezigt dat den geweldiger met vier zijner onde hoorige latrunculatores, naar hem in zijn huijs waar van hij niet verre af was, visitatie Achtb: Heer en EE: Heeren Aan den E: Achtbaren Heere president Pieter Hacker en den E Agtb raade van Justitie alhier aan Cabo de goede Hoop &eta 513 deeden zig ter vermijding van openbaare kandaalen zoo voor zig zelven als zinen burgerstaat op de best mogelijke wijze hadde Caché gesteld, daar op de voormelde indaaginge hebben te werk gelegd. — Dan aangemerkt E Achtb: Heer en EE Heeren! wij uijt den inhoude der gemelde edictale Citatie niet anders hebben kunnen afleiden dan dat den waaren oorsprong en eersten aanvang der ten lasten van onsen Man en bloedverwant Daniel Verwij meliteerende zaaken UwEd Agtb door den heer Officier te zeer agterhoudend en gedeteri„ „oreerd zijn voortgebracht zodanig dat de verleende apprehensie Corporeel en Edictaale Citatie in derselver te vigoureuse termen directelijk en in de eerste plaatse aan niemand dan aan denselven kan worden toegeschreeven En wij, volgens het geene ons vanden aan„ „eengeschakelden toedragt der zaaken bekend is; Ja volgens de bewijsen welken onsen meergem: man en bloed verwant Verwij aan handen gehad heeft, volkomen overtuijgd zijn dat denselven zig niet zo zeer teegen UwEd Agtb: raade als wel prin¬ „ripalijk teegen de intricante handelwyxe van den heer officier heeft parthij en recusand gesteld Alsoo denselve aan ons en den deelneemen„ „den burgerstaat uijt de forme en wijse lang welke zijn E zoo kort bevooren voor UwEd: Agtb: gelijke zoort van actie hadde geinstitueerd teegens de meede Vrij burgers Bartholomeus Goedhart en Johan George Barends, met dat gevolg dat denselven ook weegens ligte schuld volgens de uijtkomste van straffe in pro„ „portie van den aanleg Crimineelijk zijn geapprehendeert, overzulx genoegzaame ree„ „denen en stoffe tot argwaan heeft gegeeven om te kunnen consequenteeren dat zyn E: bezield en bezwangerd is met zoda„ nige wraakzugtige gemoeds neigingen volgen zijne eigene bewysbaare expressien en andere te zaamen loopende zaaken meer ten opzigte des geklaagd hebbende nog klaagende en al reeds om redre bij den Hoog Mogenden Souverain versoekenden, mitsgd„s daar in deel nee„ „ menden en Contribueerenden burger staats waar onder meergemelde Verwij natuur„ „lijker en billijker wijze meede sorteerd, als waar toe hem nimmer beetere occagie kan aan de hand komen dan een Rchijn van Crimineele faute om denselven dan als le in Cas subject op de ergste wijze UwEd renis Agtb. voor te draagen ten einde dan t en 't geen natuurlijk ter eigen behoudenise is altoos met UwEd. Agtb regterlijk sie en op de bezwaarendste productie alleen gegronde decreeten gecouvreerd te te kunnen weesen. — langs
English
And that we also have full confidence that we will be able fully to maintain on behalf of the aforementioned our husband and blood relative Daniel Verwij that he never had any, even the slightest, intention to injure the Honorable Council directly or indirectly, but that he merely made himself a party and recusant against the intrigues of the aforementioned Officer, Mr. Jan Jacob Serrurier, and regarding that could also not possibly have acted otherwise than the desire of the participating citizenry and the securing of his own person and family against shame and stain came to require. Thus we find ourselves compelled, by the urge of the marital bond and the voice of blood, to turn to Your Honors, speaking humbly and urgently: That whereas we have on our side this well-known legal proposition that in maintained criminal cases, vice versa, wives for their husbands, children for their parents, may defend the person and affairs of the defendant in his absence, in proof of innocence. As well as the notable matter made known through the printing of the Dutch Historical Courant of Tuesday the 14th of September 1784, No. 111, under the title Netherlands, reading verbatim: "Rotterdam, the 12th of September. The day before yesterday, pleadings were held here before the aldermen for the Head Officer as claimant in the case of a summons in person for incarceration against the notorious Mathyntje Kalf, who some time ago expressed herself in a violent, seditious manner in her conversations, with the result that the claimant was denied his claim and the defendant was set at liberty, however under pledge of appearing again at the first requisition wherever she may be required; the well-known Mr. Bilderdijk was the advocate for the defendant." May it therefore please Your Honors' judicial discretion, in consideration of the proof offered above that it was by no means the intention of the defendant to injure Your Honors, but rather that the scruples regarding the intrigue and tendencies of the present officer, from which he could infer nothing other than violent scandals for himself, were the reasons why he declared himself recusant against the same; therefore, upon rescission or repeal of the further edictal citations, provisionally to exempt the defendant, our husband and blood relative Daniel Terwij, from personal appearance, and because we cannot know with certainty whither he has retreated, therefore to admit us to the ordinary proceedings in order to be allowed to appear by attorney on his behalf against the Officer to demonstrate and prove his innocence; the petitioners then being prepared to present themselves as sureties, according to the citations required by law, for the lawsuit and its costs. Whereupon the petitioner and petitioners implore Your Honors' noble and benign judicial office, and thus a gracious apostil. Doing which, was signed: S: Verwij, born Lambregts, Tobias Verwij, C: Verwij, C: S: Brand, A: B: van Niekerk, J: van Reenen, G: H: Munnik, C: Franken, widow Dreijer, C: J: Verwij the elder, J. van Reenen, W: van Reenen, J: P: Kirsten, J. L: Dreijer, J: A: Dreijer, J: Brandt, G: Brandt, J: P: Eksteen, son of P., Francois Smid the elder, Francois Smid the younger, Petrus Jacobus Loubert, Nicolaas Hendrik Smit, Nicolaas Smit, J: A van Reenen, Johannes Frank, Everhardus Johannes Laubscher, Jacobus Everhardus Smit, A: Heijn, widow of Nieuwkerken, A: C. Laubscher, widow of O. Mostert, Johannes Paulus Eksteen, son of Hendrik, A. Russouw, F: Russouw, H: van Reenen, and A: Louw, son of A. Below was written: In the margin: Exhibited in Court on 13 January 1785. Beside the header was written: Exhibited in Court on 13 January 1785. The apostil was: The Council rejects the request made by the petitioners in that petition, leaving it reserved to the Independent Fiscal to institute such action as he shall be advised with respect to the injurious and defamatory terms used in the aforementioned petition. Lower: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice, was signed: C: L: Neethling, Secretary. Agrees. Thursday the 27th of January 1785. Before noon. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, with the exception of the Merchant Mr. Oloff Marthini Bergh and the Military Captain the Honorable Lodewijk Christoph Warnick by occupation, with the addition of the three Burgher Councilors the Honorables Jan Hendrik Munnik, Johannes Smuts, and Jan Coenraad Gie. The Messenger reports that the defendant has not appeared. The Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, by virtue of his office, claimant in a criminal case, on the one side, against The burgher Daniel Verweij, summoned in person, on the other side, to purge his first default and further still to come and answer to the principal charge regarding the insult and dishonor done to this Council of Justice by his extreme impertinence, obstinacy, and brutality committed against justice. The claimant by virtue of his office therefore requests the second default with the benefit thereof, and a third mandate by edict against fourteen days from today. The Council, on account of the non-appearance of the defendant, grants the claimant by virtue of his office the requested second default with the benefit thereof, and a third mandate by edict against fourteen days from today. Castle of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: L: Neethling, Secretary. Below was written: Agrees.
Dutch transcription
514 Ende dat mij ook volkoomen vertrouwen hebben om voor meergemelde onsen man„ en bloedverwant Daniel Verwij ten vollen te zullen kunnen gestand doen dat hij nimmer eenige de minste in„ tentie gehad heeft om den E Agtb: Raade direct of indirect te ledeeren maar dat hij zig eenelijk parthij en recusan gesteld heeft teegens de intriques van voorwaards gem: Heer officier m„r Ian Jacob Terrurier en daar omtrend zig ook onmogelijk anders te hebben kunnen gedraagen als de begeerte de deelneemenden burgerstaat en de beveijli „ging van zijn eigen persoon en famillie voor schand en vlek kwam te vorderen Soo vinden wij ons door aandrang van huwelijx verbond en de stemme des bloeds genoodperst ons te keeren tot UwEd: Agtb: ootmoedig en instandig spreekende Dat daar wij door ons hebben deese bekende, stelling des regts dat in gesustineerde Cri„ „mineele zaaken vise versa, vrouwen voor haare mannen kinderen voor hunne ouder de persoon en zaaken van den ged: bij absentie moogen defendeeren tot bewyzin van onschuld. Als meede 't notabele door den druk bij de hollandse Historische Courant van dingsdag den 14- September 1784 N„o 111 bekend gemaakte onder onder den titul Neederlanden, luijdende eigen woordig „Rotterdam den 12. Septb„r eergisteren is „alhier voor scheepenen gepleid voor den „ Heer Hoofd officier als Eijsscher in Cas van „dagvaarding in persoon tot incarreratie „teegens de fameuse Mathyntje Kalf „welke zig voor eenigen tijd op eene violente„ „ oproerige wijze in haare gesprekken heeft „ uijtgelaaten met dat gevolg dat aan den „ Eijsscher desselfs Eijsch is ontzegt en de ged„ „ of vrije voeten gelaaten, egter onder hand „tasting van ter eerster requisitie weeder „ te zullen Compareeren daar men haar „zal requireeren, de bekende hier Belder= „„dijk is de advocaat van de ged: geweest Dat het derhalven van UwelEd: Agtb: Regterlijk welbehaagen mooge weesen om in aanmerkinge van het voorwaards geoffereerde bewijs, dat het geensints de intentie van den ged: is geweest om UwEd Achtb: te ledeeren, maar wel dat de seru„ „pulensheid voor de intrique en verstrekkin„ „gen van den presenten officier, waar uijt hij niet anders dan geweldadige kandaale t voor zig konde afleiden, de reedenen waaren ins waarom hij zig teegens denselven recusant stelde, overzulx den ged: onsen man en bloedverwant Daniel Terwi bij rescissie ofte resentie, der verdere Edictaale Citatien in provisioneel te ontstaan, van de personeele Comparitie en uijt hoofde wij niet met beken„ verte 515 f: Russouw, H: van Reenen en zeekerhijd weeten konnen werwaards den„ „selven zig geretireerd heeft, derhalven ons te admitteeren in ordinaris proce„ ten einde voor denselven teegen den heer officier ter aantoning en bewijsen van zyn onschuld te mogen orrupeeren bij procureur zijnde de Supplianten als dan berijd hun te stellen volgens de na regten gerequireerd werdende Citatie voor den processe en dies kosten als borgen. - Imploreerende de Suppliante en Suppli „anten hier op van UwelEd: Agtb„s nobile benignum offic: Iudic: mitsdien gratieute appostille. — 'T welk doende, /:was geteekend:/ S: Vermij, Geb: Lambregts, Tobias Verwij C: Veruij, C: S: Brand, A: B: van Niekerk J: van Reenen. G: H: Munnik, C: Franken weed„e Dreijer, C: J: Veruij d'oude, J. van Reenen, W: van Reenen, J: p: kirsten J. L: Dreijer, J: A: Dreijer, J: Brandt G: brandt, J: P: Eksteen pz:, francois Smid d'oude, francois Smid de Jonge Petrus Jacobu Loubert, Nicolaas Hendrik Smit Nicolaas Smit, J: A van Reenen Joh„s frank, Everhardus Johannes Laubscher Jacobus Everhardus Smit A: Heijn weed: van Nieuwkerken, A C. Laubscher weed„ O. Mostert, Johannes Paulus Etesteenn hendriksz A Russouw /:onderstond:/ /:in margine:/ Ex„ A: Louw Az: „hibitum in Iudicio den 13 Januarij 1785. — ren /:bezijden het hoofd stond:/ Cahibituu en Iudicio den 13 Januarij 1785 /: d' afpostil„ le was: Den raad wijst der Supplren bij dat request gedaane versoek van de hand, laatende aan den Heer inde„ „pendent fiscaal gereserveert, omme ten opzigte van de bij 't voorsz: Reguert gebeesigde injurieuse en lasive termen zodanige actie te kunnen institueeren vr als te raade werden zal /:lager:/ ter ordonn: van den E Agtb: heer praesident en den E Agtb: raade van Justitie /:was geteekend:/ C: L: Neeth„ „ling secrets. — RDD Riets gem: Clercq J. Russous Accordeert 576 Donderdag den 27:' Januarij 1735. den Boode Rapporteerd Den Heer Indeppendent dat den gedaagden niet verschee fiscaal M=r Jan Iacob Sar„ „aen wal. rurier ratione Officie Eijsscher in Cas crimineel ter eenre den Heer Rationen Officie Eysscher versoekt dierhalven het tweede default met den Den burger Daniel Verweij profijte van dien en een in persoon gedaagde ter an„ derde mandament bij Editte dere zijde, omme zijn eerste teegens heeden over 14: dagen default te purceeren en voorts als nog ten princi= paalen zig te komen veront= woorden, weegens de door zyne verregaande Imperti= nentie, obstinatie en brutie„ liteyt teegens de Justitie gepleegt, deesen Raade van Iustitie daar door aangedaan hoon en smaad. — Den raad vermits de non Comparitie van den gedaagde verleend den Heer Ratione voordemiddags Praesent den E: Achtbaaren Heere Pieter Hacker Praesident, en alle de Leeden, demetis den Koopman de Heer Olot Marthini Bergh en den Capitain militair d' E. Lodewijk Christoph War= nick bij occupatie, assumptis de dree Burgerraaden d' EE: Jan Hendrik kun nick, Iohannes Smiets en Ian Coenraad Officie Gie. op ende Jeegens Officie Eijsscher 't versogten tweede de foult met den profijte van dien en een derde mandament bij Edeete teegens heeden over veerthien dagen.— Suboele Goede Hoop die et anno ut Supou /:Lager:/ mij Praesent /:was getee= kend /: C: L: Neethting Secret. s /:onderstond/ Accordeert.
English
517. Pieter Hacker, President, together with the Council of Justice of the government of Cabo de goede Hoop, make known: Whereas the burgher Daniel Verwij was, on 30 December of the past year 1784, and on the 13th of this current month of January, by our order summoned by edictal citations and the ringing of the bell, to appear in person before our Council within the space of fourteen days, in order to answer for and purge himself on account of his great and very far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed against justice, and the insult and scorn thereby inflicted upon his lawful judge; yet the said Verwij has not appeared, remaining on the contrary a fugitive and absent; so that the said Independent Fiscal has today requested of us the second default, with the benefit thereof, and a third writ by edict; Wherefore we have granted to the said Independent Fiscal the second default with the benefit thereof, and accordingly barred the defendant from the dilatory exception, as well as further deemed it necessary to have the said defaulting and absconding Daniel Verwij summoned and cited for the third time by public edict and the ringing of the bell, as we do summon and cite him by these presents, still to appear in person before our Council within the space of the next two weeks, in order to purge himself of the first and second defaults as well as of his aforesaid offenses, upon pain that, in case of neglect thereof, proceedings will be taken further against him according to law. Thus done and granted at Cabo de goede Hoop on 27 January 1785. Was signed: P: Hacker. In the margin stood the seal of Justice pressed in red sealing wax, and underneath: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Below stood: Agrees Keet Sworn Clerk 518 Thursday, 10 February 1785 The messenger entering, The Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, by virtue of his office prosecutor in a criminal case, on the one side, The Honorable Tobias Christiaan Rönnenkamp, acting for the prosecutor by virtue of his office due to the indisposition of the said Fiscal, requests, in view of the non-appearance of the defendant to purge his first and second default, and furthermore to still come to answer on the principal matter regarding the insult and scorn inflicted upon this Council by his far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed against justice, reports that the defendant has not appeared. The burgher Daniel Verweij, defendant in person in the aforesaid case, on the other side. the third default with the benefit thereof, and a fourth writ by edict ex superabundanti, as well as to serve with intent fourteen days from today. Upon and following The Council grants to the Prosecutor by virtue of his office the requested third default with the benefit thereof, and In the forenoon. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier due to indisposition, and the Merchant Mr. Oloff Martini Bergh due to indisposition and business; with the addition of the three Burgher Councillors. a fourth writ by edict, ex superabundanti, against fourteen days from today. Below stood: Cabo de goede Hoop, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Agrees. 579 Pieter Hacker, President, together with the Council of Justice of this government, make known: Whereas the burgher Daniel Verwij was, on 30 December 1784, 13 January, and 27 of the same month of this year, by our order successively summoned by public edict and the ringing of the bell, to appear before our Council within the space of fourteen days in order to answer before our court on account of his great and very far-reaching impertinence, obstinacy, and brutality committed against justice, and the insult and scorn thereby inflicted upon his lawful judge; yet the said Daniel Verwij has not appeared, remaining on the contrary a fugitive and absent, so that the Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier has today requested of us the third default with the benefit thereof, and a fourth writ by edict ex superabundanti, in order to be allowed to serve with intent fourteen days from today upon further non-appearance; So it is that we have granted to the said Independent Fiscal the third default with the benefit thereof, and further deemed it necessary to have the said defaulting and absconding Daniel Verwij summoned and cited for the fourth time, ex superabundanti, as we do summon and cite him by these presents, still to appear in person before our Council within the space of the next fourteen days, in order to purge himself of the three defaults and the offenses committed as mentioned hereinbefore, upon pain of being barred from the declinatory, dilatory, and peremptory exceptions, defenses, and shields, as well as other benefits with which he, appearing in court, might have been able to help himself in any way, and that proceedings will further be taken against him according to law. Thus done and granted at Cabo de goede Hoop on 10 February 1785. Was signed: P: Hacker. In the margin stood the seal of Justice pressed in red sealing wax, and underneath: By order of the Honorable President and the Honorable Council of Justice. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Agrees. W. D. Keet Sworn Clerk Below stood
Dutch transcription
517. Pieter Hacker president beneevens den Raad van Justitie des gou„ vernements van Cabo de goede Hoop doen te weeten Nademaal den burger Daniel Verwij op den 30 december des voorleedenen Iaars 1784: en op den 13 deeser loopende maand Januarij ter onser ordre bij Edictale Citatien en klocken geslag is ingedaagt geworden, omme binnen den tijd van veertien daagen in persoon in onsen raade te Compareeren ten fine hem wweegen zijne groote en zeer verregaande impertinentie, obstinatie en brutaliteit teegen de Justitie gepleegd en de daar door zijnen wettigen regter aangedaane hoon en maad te koomen verantwoorden en purgeeren; den „zelven verwij egter nog niet te voorschijn is gekoomen, houdende zig daar en teegen vvlugtig en absent; zulx dat gem: heer fiscaal aan ons op heeden heeft versogt 't tweede de„ „fault, met den profijte van dien en een derde mandament bij Edicte Waaromme wij aan welgemelde heere indepen„ „dent fiscaal hebben toegestaan het tweede default met den profijte van dien, en dien„ „volgens den gedaagden verstooken van de Exceptie dilatoir mitsgd„s wijders nodig ge„ „oordeeld gemelden defaillant en Latitant Daniel Verwij voor de derde maal bij verte openbaaren edicte en klokken geslag te doen dagvaarden en indaagen, soo als wij hem dagvaarden en indaagen mits deesen, omme als nog binnen den tijd van de eerst koomende twee weeken in persoon in onsen raade te verschijnen ten einde zig van het eerste en tweede default te purgeeren soo wel als van zijne voorsz: misbedrijven op pane dat bij nalaatigheid van dien teegens hem verder zal worden geprocedeert als na regten. — Aldus gedaan en Verleend aan Cabo de goede Hoop den 27: Ja„ „nuarij 1785. — /:was geteekend:/ P: Hacker /:in margine stond het zegul der Justitie in roden laigue gedruct/: en daar onder:/ ter ordonn:t van den E Agtb: heere praesident en E Agtb: raade van Justitie /:was geteekend:/ C: L: Neethling secret„s /:onder stond:/ Accordeert Riet gem Clercq 518 Donderdag den 10: Februarij 1786 den boode binnen treectende Den Heer Independent Fiscaal rapporteerd dat den gedaagde M=r Jan Jacob Serrurier niet verscheenen is. Ratione Officie Eijss:r in Cas d' E. Tobias Christiaan crimineel ter eenre Romenkamp, vermitt de Indispositie van den Heep Rations Officie Eijsscher voor Den burger Daniel Verweij denselven fungeerende ver„ gedaagde in persoon & 't soekt, vermts de non Com: voorsz: Cas: ter andere seijde paritie van den gedaagden het derde default met den omme zijn Eerste en tweede profijts vandien en een default te purgeeren, en vierde mandament by Edicten voorts als nog ten principaale a Superabundanti, mitsgs zig te komen verantwoorden om heeden over 14 dagen weegens de door sijne verre„ te dienen van Intentie. gaande Impertinentie, obsti„ natie en brutaliteyt teegens de Justitie gepleegt, deesen Raade daar door aangedaane hoon en Smaad. — op ende Jelgens Den Raad verleend aan den Heer Ra- „tione officie Eijsscher 't versogte derde de faulk met den profijte van dien, en I: voor de middags Praesent den E. Achtb: Heere Pieter Hacker Praesident en alle de Leeden demptis den Heer In„ depensent Fiscaal M:r Ian Iacob ser rurier bij Indispositie en den Koopman de Heer Oloff Marthini Bergh bij In„ dispositie en occupatie, assumptie de drie Burgerraaden een een vierde Mondament bij Edicten, En dupr abundantie teegens heeden over 14. dagen /:onderstond:/ Cabo de goede sloop die et annout supa /:Lager:/ mij praesent :/ was geteekend:/ C: L. Needhling Secret.:s accordeert. 579 Pieter Hacker president benee„ „vens den raad van Justitie deeses gouver„ „nements doen te weeten Aangezien den burger Daniel Verwij op den 30: december 1784. , 13: Janu: en 27: derselver maand deeses Jaars ter onser ordre bij openbaare edicte en klocken geslag succes„ „sivelijk is ingedaagd geworden, omme binnen den tijd van veerthien daagen in onsen raade te verschijnen ten einde zig voor onse regtbank te koomen verantwoorden, weegen zijne groote en zeer verregaande impertinentie, obstinatie en Crutaliteit teegens de Justitie gepleegd en de daar door zijnen wettigen regter aangedaane hoon en Smaad den„ „selven Daniel Verwij egter nog niet ten voorschijn gekoomen is, houdende zig daar en teegen vlugtig en absent, zulx dat den heer independent fiscaal m„r Jan Jacob Terrurier aan ons op heeden heeft versogt het derde de fault met den profijte van dien en een vierde manda„ „ment bij edicte ex super abundanti om bij verdere non Comparitie heeden over veer„ „thien daagen te moogen dienen van Jnter„ Zoo is't, dat wij aan welgemelden heeren independent fiscaal hebben vergunt het derde default met den profyte van dien en voorts nodig geoordeelt gem: defaillant en latitant Daniel Verwrij voor de vierde- verte „dit. — maal ten overvloede te doen dagvaarden en indaagen gelijk wij hem dagvaarden en indaagen mits deesen, omme als nog binnen den tyd van de eerstkoomende veerthien daagen in persoon in onsen raade te Compareeren, ten einde zig van de drie de„ „faulten en de gepleegde hier bovengem: misbedrijven te koomen purgeeren, op peene van verstooken te worden van de Exceptien declinatoir, dilatoir en perEmptoir, de fensien en weeren mitsgaders andere beneficien, daar hij verschijnende zig in regten eenigzints meede zoude hebben kunnen behelpen en dat wijders teegens hem zal werden gepro„ „cedeert, als na regten. — Aldus Gedaan en Verleend aan Cabo de goede Hoop den 10 februarij 1785. /:was geteekend:/ F: Hacker /: in margine stond het zegul der Justitie in rooden lacque gedruit /:en daar onder Ter ordonnantie van den E Agtb: Heere president en den E: Agtb: raad van Justitie /:was geteekend. /. C: L: Neethling secret„s Accordeert WDKeet gem lenen /:onderstond/